summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/61326-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/61326-8.txt')
-rw-r--r--old/61326-8.txt26988
1 files changed, 0 insertions, 26988 deletions
diff --git a/old/61326-8.txt b/old/61326-8.txt
deleted file mode 100644
index f58d884..0000000
--- a/old/61326-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,26988 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of De drie steden: Rome, by Emile Zola
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: De drie steden: Rome
-
-Author: Emile Zola
-
-Translator: Willem Jacob Aarland Roldanus, Jr.
-
-Release Date: February 5, 2020 [EBook #61326]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DRIE STEDEN: ROME ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- DE DRIE STEDEN
-
-
-
- ROME
-
-
-
- ROMAN
-
- DOOR
-
- EMILE ZOLA
-
- VERTALING VAN
-
- W. J. A. ROLDANUS Jr.
-
-
-
- UITGEGEVEN DOOR J. M. MEULENHOFF
-
- TE AMSTERDAM AAN HET DAMRAK 88
-
-
-
-
-
-
-
-
-EERSTE HOOFDSTUK
-
-
-Door verschillende vertragingen tusschen Pisa en Civita-Vecchia
-kwam abbé Pierre Froment na een moeilijke en vermoeiende reis
-van vijf-en-twintig uur eerst tegen negen uur 's ochtends te Rome
-aan. Hij had slechts een handkoffertje bij zich, sprong, te midden
-van het gedrang der aankomst, vlug uit de coupé, ontweek, daar hij
-gaarne alleen zijn en zien wilde, de op hem toeschietende witkielen
-en droeg zelf zijn lichte bagage. Voor het station, op het Plein der
-Vijfhonderd, stapte hij in een der langs het trottoir gestationneerde
-open rijtuigen, zette zijn handkoffertje naast zich en riep den
-koetsier het adres toe:
-
-"Villa Giulia, palazzo Boccanera."
-
-Het was 3 September, een Maandag, de hemel was helder, mild en
-wondermooi-doorschijnend. De koetsier, een klein, rond mannetje,
-met schitterende oogen en witte tanden, glimlachte, toen hij aan het
-accent een Franschen priester herkende. Hij legde de zweep over zijn
-paard en het rijtuig schoot dadelijk voort in den vluggen gang, die
-deze zoo zindelijke en vroolijke Romeinsche rijtuigjes kenmerkt. Maar
-bijna onmiddellijk nadat zij de boompjes van het kleine pleintje
-voorbijgereden en op het plein der Thermen [1] gekomen waren, keerde
-hij zich om en wees, nog steeds glimlachend, wet zijn zweep op de
-bouwvallen.
-
-"De Thermen van Diocletianus," zeide hij, als voorkomend koetsier, die
-er steeds op uit was bij de vreemdelingen in een goed blaadje te komen,
-ten einde zich van hun clientèle te verzekeren, in slecht Fransch.
-
-Van de hoogten van den Viminalis, waarop het station staat, reed
-het rijtuigje in snelle vaart de sterk-hellende Via Nazionale af. En
-van dat oogenblik hield hij niet op, bij ieder monument zijn hoofd
-om te draaien en er met de zweep op te wijzen. In dat gedeelte van
-de lange straat waren slechts nieuwe gebouwen. Iets verderop rechts
-verhieven zich met groen bedekte heuvels, waarop een eindeloos geel
-en kaal gebouw, een klooster of een kazerne, oprees.
-
-"Het Quirinaal, het paleis van den koning," zeide de koetsier.
-
-Sedert, een week geleden, tot de reis besloten was, had Pierre
-alle dagen ijverig op plattegronden en in boeken de topographie van
-Rome bestudeerd, zoodat hij zich uitstekend had kunnen oriënteeren,
-zonder naar den weg te vragen. De aanwijzingen van den koetsier had
-hij dan ook volstrekt niet noodig. Doch de plotselinge dalingen,
-de onophoudelijke stijgingen, die sommige wijken als in etagevormige
-terrassen verdeelden, brachten hem toch telkens even in de war. Maar
-de stem van den koetsier verhief zich, hoewel eenigszins ironisch,
-en zijn zweep beschreef een wijderen kring, toen hij den naam van
-een reusachtig, nieuw en nog vochtig gebouw aan den linkerkant
-wees, een reusachtig blok van steenen, overladen met beeldhouwwerk,
-gevelversieringen en beelden.
-
-"De Nationale Bank."
-
-Lager, toen het rijtuigje een driehoekig plein opreed, zag Pierre,
-opkijkend, tot zijn verrukking op een hoogen, gladden muur een
-hangenden tuin, waarin het elegante en krachtige profiel van een
-honderdjarigen piniepijnboom zich in den helderen hemel verhief. Hij
-voelde den vollen trots en de volle bekoring van Rome.
-
-"De villa Aldobrandini."
-
-Nog verder en lager deed een vlug en vluchtig visioen zijn geestdrift
-nog meer ontvlammen. Weer maakte de straat een plotselinge bocht,
-toen zich plotseling in den hoek een lichte opening toonde. Van boven
-naar beneden gezien was het een wit plein als een zonneschacht,
-gevuld met een verblindend goudstof; en in die ochtendpracht rees
-een reusachtige marmeren zuil, die aan den kant, waar de dagvorstin
-haar bij haar opkomst in haar stralen baadde, als verguld was. Hij
-was verrast, toen de koetsier hem den naam noemde, want hij had zich
-haar niet zoo voorgesteld in dat verblindend witte gat te midden der
-naburige schaduwen.
-
-"De Trajanuszuil."
-
-Onder aan de helling maakte de straat een laatste kromming. Steeds
-weer noemde in de snelle vaart de koetsier nieuwe namen: den palazzo
-Colonna, welks tuin door slanke cypressen omgeven is; den palazzo
-Torlonia, voor de helft met den grond gelijk gemaakt ter wille van
-nieuwe verfraaiingen; den palazzo di Venezia kaal en angstaanjagend
-door zijn met kanteelen voorziene muren en zijn tragische strengheid
-van middeleeuwsche, in het hedendaagsche burgerlijke leven vergeten
-vesting. Tegenover dat onverwachte aspect der dingen nam Pierre's
-verbazing steeds toe. Maar vooral werd hij getroffen, toen de koetsier
-hem triomphantelijk met zijn zweep den Corso wees, een lange, nauwe
-straat, nauwelijks zoo breed als de Parijsche rue Saint-Honoré,
-links in den vollen zonneschijn, rechts in donkere schaduwen liggend,
-terwijl in de verte de piazza del Popolo als het ware een ster van
-licht vormde: was dat nu het hart der stad, de beroemde promenade,
-de levende hoofdader, waarheen al het bloed van Rome stroomde?
-
-Reeds sloeg het rijtuigje den corso Victor-Emanuele in, de
-voortzetting van de Via Nazionale; dat zijn de twee openingen, die
-van het eene einde der oude stad naar het andere, van het station
-tot de Heilige-Engelenbrug gesneden zijn. Links lag de ronde apsis
-van de kerk Il Gesù blond in de vroolijke ochtendzon. Tusschen de
-kerk en den loggen palazzo Altieri, dien men niet tegen den grond
-had durven werpen, werd de straat nauwer, kwam men in een vochtige,
-koude donkerte. Doch daar voorbij, vóór den gevel van de kerk Il
-Gesù, op het plein, scheen de zon weer verblindend en fel, terwijl
-in de verte, op den achtergrond van de Via d'Aracoeli, die eveneens
-in schaduw gehuld was, bezonde palmboomen opschoten.
-
-"Daar ginds ligt het Capitool," zeide de koetsier.
-
-De priester boog zich uit het rijtuigje, maar hij zag niets dan een
-groene vlek aan het einde van de donkere steile helling. De plotselinge
-overgangen van warm licht in koude schaduw deden hem huiveren. Voor
-den palazzo di Venezia en voor de kerk Il Gesù had hij een gevoel
-gehad alsof de geheele nacht van lang vervlogen dagen op hem drukte;
-dan bij ieder plein, bij iedere verbreeding der nieuwe straten was
-het als een terugkeer in het licht, in de vroolijke, milde warmte
-van het leven. De stralen van de gele zon vielen langs de daken af
-en teekenden duidelijk de violette schaduwen af. Tusschen de gevels
-door zag men plekken diepblauwen, zeer helderen hemel. De lucht,
-die hij inademde, gaf hem een bijzonderen, onbestemden smaak, een
-vruchtensmaak, die in hem zijn reiskoorts verhoogde.
-
-Ondanks zijn onregelmatigheid is de corso Victor-Emanuele een
-zeer mooie, moderne straat; en Pierre kon zich in de een of andere
-groote stad met groote huurkazernes wanen. Maar toen hij langs de
-Cancellaria, het meesterwerk van Bramante, het karakteristieke monument
-in Romeinsche Renaissance, reed, kwam zijn verwondering weer en keerde
-hij in zijn geest terug naar de reeds geziene paleizen, naar die kale,
-kolossale en plompe architectuur, die reusachtige steenkubussen,
-die denken deden aan hospitalen of gevangenissen. Nooit had hij
-zich de beroemde Romeinsche paleizen zoo zonder gratie of phantasie,
-zoo zonder uiterlijke pracht voorgesteld. Het was beslist heel mooi,
-hij zou het ten slotte wel begrijpen, maar hij moest er aan wennen,
-zich erin leven.
-
-Plotseling verliet het rijtuigje den drukken corso Victor-Emanuele
-en sloeg kronkelende straatjes in, waarin het slechts met moeite
-vooruitkwam. Na de heldere zon in de drukte der nieuwe stad kwam de
-kalmte, de eenzaamheid der slapende en koude, oude stad. Hij riep de
-plattegronden, die hij bestudeerd had, in zijn geheugen terug en zeide
-tot zichzelf, dat hij nu in de nabijheid der Via Giulia zijn moest;
-en zijn steeds grooter geworden nieuwsgierigheid nam nu zelfs zoo
-toe, dat hij er pijn van begon te krijgen, wanhopig, dat hij er niet
-dadelijk meer van zag, meer van wist. Zijn verbazing de dingen niet zóó
-te vinden als hij ze verwacht had, en de schokken, die zijn phantasie
-kreeg, deden den koortsachtigen toestand, waarin hij zich sedert zijn
-vertrek bevond, nog erger worden, deden de vurige begeerte in hem
-ontstaan, om zijn nieuwsgierigheid onmiddellijk te bevredigen. Het
-was pas even over negenen, hij had den geheelen ochtend voor zich,
-om zich aan den palazzo Boccanera aan te melden: waarom zou hij zich
-niet dadelijk naar de klassieke plek, naar den heuveltop rijden laten,
-vanwaar men geheel Rome op zijn zeven heuvelen zag liggen? Toen die
-gedachte eenmaal bij hem opgekomen was, kwelde zij hem zóó, dat hij
-ten slotte eraan toegaf.
-
-De koetsier keerde zich niet meer om en Pierre moest opstaan, om hem
-het nieuwe adres te geven.
-
-"Naar San Pietro in Montorio."
-
-De man was verbaasd, scheen hem niet te begrijpen. Met zijn zweep
-wees hij, dat het daarginds, heel in de verte was. Toen echter de
-priester bleef volhouden, begon hij weer vriendelijk te glimlachen
-en knikte amicaal met zijn hoofd. Goed, goed, hij had er niets tegen.
-
-Het paard draafde te midden van den doolhof der nauwe straten in
-sneller tempo verder. Eerst volgden zij er een, dat als beklemd lag
-tusschen hooge muren en waarin de zon als onder in een put scheen. Aan
-het einde ervan werd het plotseling weder licht en staken zij over
-de oude brug van Sixtus IV den Tiber over. Rechts en links strekten
-zich in den ravage en tusschen het nieuwe cement der bouwwerken de
-nieuwe kaden uit. Aan de overzijde was de Trastevere geheel tegen
-den grond geworpen; het rijtuigje reed langs een breeden weg, die
-zooals op groote borden te lezen was, den naam Garibaldi droeg,
-de helling van den Janiculus op. Voor de laatste maal maakte de
-koetsier zijn gemoedelijk-trotsch gebaar, toen hij den naam van de
-triomfstraat noemde.
-
-"Via Garibaldi."
-
-Het paard moest zijn gang wat inhouden, en Pierre, aangegrepen door
-een kinderlijk ongeduld, keerde zich om, om te zien, naarmate achter
-hem de stad zich meer uitbreidde en ontrolde. Het stijgen duurde lang,
-steeds weer rezen tot aan de verre heuvels nieuwe stadswijken op. Dan
-vond hij in de toenemende opwinding, welke zijn hart deed kloppen, dat
-hij de bevrediging van zijn begeerte bedierf door haar in deze langzame
-en gedeeltelijke overwinning van den horizont te verbrokkelen. Hij
-wilde in eens alles zien, geheel Rome, de heilige stad, in één blik
-omvatten. En ondanks zijn hartstochtelijk verlangen had hij de kracht,
-niet meer om te kijken.
-
-Boven bevindt zich een uitgestrekt terras. De kerk San Pietro in
-Montorio bevindt zich daar op de plaats, waar volgens de overlevering
-Petrus gekruisigd werd. De plaats is kaal en door te felle zomerzon
-roodachtig gebrand, terwijl iets verder daarachter het heldere,
-ruischende water der Acqua Paola in een eeuwige frischheid in dikke
-bellen uit de drie bekkens van de monumentale fontein stroomt. Tegen
-de borstwering, die langs het loodrecht op den Trastevere neerziende
-terras loopt, rijen zich steeds touristen, magere Engelschen,
-breedgeschouderde Duitschers, die, gapend van traditioneele
-bewondering, hun reisgids, dien zij raadplegen, om de monumenten te
-herkennen, in hun hand houden.
-
-Pierre sprong vlug uit zijn rijtuig, liet zijn handkoffertje op het
-bankje liggen en gaf den koetsier een teeken om te wachten; deze
-bracht zijn rijtuigje in de rij en bleef in wijsgeerige kalmte op den
-bok zitten, in de volle zon, zijn hoofd voorovergebogen evenals zijn
-paard, beiden bij voorbaat berustend in het lange wachten, dat zij
-daar gewoonlijk doen moesten.
-
-Reeds stond Pierre in zijn nieuwe zwarte soutane, zijn bloote
-handen zenuwachtig samengeknepen en brandend van koorts, tegen de
-borstwering en keek, keek met zijn geheele ziel. Rome! Rome! De Stad
-der Caesars, de Stad der Pausen, de Eeuwige Stad, die tweemaal de
-wereld veroverd heeft, de uitverkoren Stad van den vurigen droom,
-dien hij sedert maanden droomde! Daar was zij eindelijk, zag hij
-haar! De onweersbuien der vorige dagen hadden de groote Augustushitte
-verjaagd. De wondermooie Septemberochtend lag frisch onder den
-doorzichtig-blauwen, vlekkeloozen, eindeloozen hemel. Het was een
-in zachtheid badend Rome, een droom-Rome, dat zich in de heldere
-ochtendzon scheen te vervluchtigen. Een fijn, blauwachtig waas, maar
-nauwlijks zichtbaar en teer als gaas, zweefde over de dalen der lager
-gelegen wijken, terwijl de uitgestrekte Campagna en de verre bergen
-zich in een licht-rose verloren.
-
-In den beginne kon hij niets onderscheiden, wilde hij zich
-tot geen enkele bijzonderheid bepalen, gaf hij zich aan geheel
-Rome, aan den levenden kolos, die daar op dezen door het stof van
-geslachten gevormden bodem voor hem lag. Iedere eeuw had als door de
-groeikracht van een onsterfelijke jeugd zijn roem hernieuwd. Maar wat
-hem vooral aangreep, wat zijn hart met groote slagen kloppen deed,
-dat was, dat hij Rome vond, zooals hij ernaar verlangd had: in zijn
-ochtend-frischheid en verjongd, licht en vroolijk, onlichamelijk
-bijna en in dezen helderen dageraad van een mooien dag glimlachend
-in de hoop op een nieuw leven.
-
-Toen doorleefde Pierre, onbeweeglijk staande voor den verheven
-horizont, zijn brandende handen nog steeds saamgeknepen, in enkele
-minuten opnieuw de drie laatste jaren van zijn leven. O, welk een
-vreeselijk jaar was dat eerste geweest, dat hij in zijn klein huisje
-te Neuilly doorgebracht had, de deuren en ramen steeds gesloten;
-hij had zich ingegraven als een gewond dier, dat in doodsstrijd
-verkeert. Hij was met een gestorven ziel, met bloedend hart uit
-Lourdes teruggekomen; niets was in hem overgebleven dan asch. Stilte
-en nacht waren op de puinhoopen van zijn liefde en van zijn geloof
-neergedaald. Dagen en dagen verliepen zonder dat hij zijn aderen
-hoorde kloppen, zonder dat een licht opkwam, dat het duister van zijn
-verlatenheid verhelderde. Hij leefde als een machine, hij wachtte tot
-zijn moed terugkeeren zou, om het leven in naam van de souvereine
-rede, die hem alles had doen opofferen, weer op te vatten. Waarom
-was hij niet veerkrachtiger en sterker, waarom paste hij zijn leven
-niet kalm aan zijn nieuwe overtuigingen aan? Waarom wijdde hij zich,
-nu hij, trouw aan een innige liefde en met afschuw voor een meineed, de
-soutane niet wilde afleggen, niet aan een wetenschap, die den priester
-veroorloofd is, de sterrenkunde of de archaeologie? Maar iemand in
-hem weende, zijn moeder ongetwijfeld, een grenzenlooze teederheid
-die nog nooit bevredigd was en eraan wanhoopte ooit bevrediging te
-zullen vinden. Het was de voortdurende smart over zijn eenzaamheid,
-de opengebleven wond in zijn ziel, ondanks den eerbied, dien zijn
-herwonnen rede hem weer voor zichzelf had doen krijgen.
-
-Dan, op een herfstavond, bij een sombere regenlucht, bracht het toeval
-hem in aanraking met een ouden priester, abbé Rose, vicaris aan de
-Sainte-Marguerite in de voorstad Saint-Antoine. Hij zocht hem op in
-zijn woning in de rue de Charonne, een vochtigen rez-de-chaussée,
-bestaande uit drie vertrekken, welke hij in een asyl voor kleine
-kinderen, die hij in de naburige straten vond, veranderd had. Van
-dat oogenblik af kwam er een geheele omkeer in zijn leven, een
-nieuw en machtig belang was er als het ware in binnengetreden, hij
-werd langzamerhand de hartstochtelijk-ijverige helper van den ouden
-priester. Van Neuilly naar de rue de Charonne was een lange weg. In
-den beginne ging hij slechts tweemaal per week, later dagelijks al
-'s morgens vroeg, om 's avonds pas naar huis terug te gaan.
-
-De drie vertrekken waren niet voldoende meer, hij had er de eerste
-etage bij gehuurd en daar een kamer voor zich zelf gereserveerd, waar
-hij dikwijls slapen bleef. Zijn geheele kleine rente ging met deze
-hulp aan de arme kinderen, die onmiddellijk verleend moest worden,
-weg; en de oude priester, verrukt en tot tranen toe geroerd door
-deze jeugdige toewijding, die als het ware uit den hemel kwam vallen,
-omhelsde hem weenend en noemde hem een kind Gods.
-
-Nu leerde Pierre de ellende, de misdadige, afschuwelijke ellende,
-kennen, leefde twee jaar lang met en bij haar. Het begon met kleine
-wezentjes, die hij op straat opraapte of die, nu het asyl in de geheele
-wijk bekend was, medelijdende buren bij hem brachten: jongetjes en
-meisjes, de allerkleinsten, die op straat terecht gekomen waren,
-terwijl de vaders en moeders werkten, dronken of stierven. Dikwijls
-was de vader verdwenen, gaf de moeder zich aan prostitutie over;
-dronkenschap en ontucht waren met den stilstand van het werk de woning
-binnengetreden. Dan kwam het nest op straat, de jongsten stierven van
-koude en honger in de goot, terwijl de oudsten wegvlogen, ontucht en
-misdaad tegemoet.
-
-Op een avond had hij in de rue de Charonne twee kleine jongetjes,
-broertjes, die hem zelfs niet eens konden zeggen waar zij vandaan
-kwamen, onder de wielen van een zwaren lastwagen gehaald. Een anderen
-avond kwam hij met een klein meisje in zijn armen thuis, een blond
-engeltje van een jaar of drie, dat hij huilende op een bank, waar
-haar moeder haar te vondeling gelegd had, had gevonden. Later ging
-hij van die magere en jammerlijke uit het nest getuimelde vogeltjes
-als vanzelf tot de ouders over, drong hij van de straten de donkere
-holen binnen, waagde hij zich iederen dag verder in die hel, waarvan
-hij langzamerhand de vreeselijke verschrikking kennen leerde. Zijn
-hart bloedde van angst en ontzetting in het diep-treurige bewustzijn,
-dat zijn hulp vergeefsch was.
-
-O, welke verschrikkelijke tochten maakte hij gedurende die twee
-jaar, welke zijn geheele wezen schokten, in die jammerlijke stad van
-ellende, den bodemloozen afgrond van menschelijk verval en menschelijke
-ellende! In deze wijk Sainte-Marguerite, midden in het hart van de
-drukke en bedrijvige voorstad Saint-Antoine ontdekte hij smerige
-huizen, geheele steegjes lucht- en lichtlooze woningen, vochtig
-als kelders, waarin, vergiftigd, een geheele bevolking ongelukkigen
-vervuilde en met den dood streed. Op de wankele trap gleed de voet
-in het opgehoopte vuil uit. Op iedere verdieping begon steeds weer
-dezelfde armoede, die tot de grootste onreinheid, tot de afschuwlijkste
-manier van samenleven vervallen was. Ramen ontbraken, de wind joeg door
-de vertrekken, de regen sloeg in stroomen binnen. Velen sliepen op den
-kalen grond zonder zich ooit uit te kleeden. Geen meubels, geen linnen,
-het was als het leven van dieren, zij zochten bevrediging en troost,
-waar zij die vinden konden.
-
-Alle geslachten, alle leeftijden waren daar opgehoopt; al die
-menschen keerden door gebrek aan het allernoodzakelijkste, door zulk
-een armoede, dat men er om de kruimels, die van de tafels der rijken
-geveegd werden, vocht, tot het dierlijke terug. Het ergste daar was
-het zedelijk verval der menschelijke natuur: het was niet meer de
-vrije wilde, die in de oerwouden naakt rondliep, joeg en zijn buit
-opat, maar de geciviliseerde, weer tot het dier teruggekeerde mensch
-met al de brandmerken van zijn verval, bezoedeld, verliederlijkt,
-verzwakt te midden van de luxe en de verfijning van een stad, die de
-koningin der wereld is.
-
-In iedere woning vond Pierre dezelfde geschiedenis terug. In den
-beginne was er jeugd en vroolijkheid geweest, was de wet van den arbeid
-moedig erkend. Daarna was de onvoldaanheid gekomen: waartoe diende
-het altijd te werken, als men toch niet rijk werd. De man begon te
-drinken, om ook zijn deel aan het geluk te hebben, de vrouw had haar
-huishouden veronachtzaamd, dronk soms zelfs ook, liet de kinderen
-in het wilde opgroeien. Het jammerlijke milieu, de onwetendheid en
-het op elkaar wonen hadden het overige gedaan. Nog meer was echter
-werkeloosheid de schuld van alles. Deze stelt er zich niet tevreden
-mede het overgespaarde geld op te maken, maar zij put ook den moed uit,
-went aan luiheid. Terwijl maandenlang de werkplaatsen leeg staan,
-worden de armen slap. Onmogelijk in dat zoo koortsachtig drukke en
-werkende Parijs het minste werk te vinden.
-
-'s Avonds komt de man huilend thuis; overal heeft hij zijn armen
-aangeboden, het is hem zelfs niet gelukt voor straatveger in aanmerking
-te komen, want het baantje is gewild en je hebt er protectie voor
-noodig. Is het niet monsterachtig dat in deze groote stad, waar de
-millioenen op het plaveisel fonkelen en rinkelen, een man, die werk
-zoekt, dat niet vinden en daarom niet eten kan. De vrouw eet niet,
-de kinderen eten niet. Dan komt de zwarte honger, de verdierlijking,
-dan het verzet en de opstand; alle maatschappelijke banden worden
-onder die schandelijke onrechtvaardigheid tegenover arme schepsels,
-die hun zwakheid ter dood veroordeelde, verbroken. En op welk een
-lijdenssponde valt de oude werkman, wiens armen door vijftig jaren van
-zwaren arbeid geheel opgebruikt zijn, zonder dat hij een cent ter zijde
-heeft kunnen leggen, neer om te sterven? Of moest men hem op den dag,
-dat hij, daar hij niet meer werken kon, niet meer at, met een hamer
-moeten afmaken als een tot niets nut meer zijnd lastdier? Bijna allen
-sterven in het ziekenhuis. Anderen verdwijnen, zonder dat iemand zich
-om hen bekommert, medegesleept door den modderstroom der straat. Op een
-ochtend vond Pierre in een walgelijk krot op half vergaan stroo er een,
-die verhongerd was, daar, terwijl de ratten zijn gezicht afgeknaagd
-hadden, een week gelegen had, zonder dat iemand naar hem had omgekeken.
-
-Maar op een avond van den laatsten winter vloeide zijn hart van
-medelijden over. 's Winters wordt het lijden der ongelukkigen in
-die onverwarmde krotten, waar de sneeuw door de spleten dringt,
-afzichtelijk. De Seine kruit, de grond is met ijs bedekt, verschillende
-takken van industrie moeten stilliggen. In de wijken der voddenrapers,
-die tot niets doen gedwongen zijn, loopen benden jongens blootsvoets en
-nauwlijks gekleed, hongerig en hoestend rond en worden door plotselinge
-windvlagen der tering weggemaaid. Hij vond heele huisgezinnen,
-moeders met vijf of zes kinderen, op elkaar gedrukt, om het toch maar
-'n beetje warm te hebben, en die in drie dagen niets gegeten hadden.
-
-En toen kwam die vreeselijke avond, toen hij achter in een donkere
-gang doordrong in die jammerkamer, waar een moeder zich en haar vijf
-kinderen uit wanhoop en honger gedood had, een drama van ellende, waar
-heel Parijs eenige uren van zou huiveren. Geen meubelstuk meer, geen
-stuk linnengoed meer, alles was stuk voor stuk in de naastbijzijnde
-bank van leening gebracht. Alleen het fornuis rookte nog. Op een half
-ledigen stroozak was de moeder neergevallen, toen zij haar jongste,
-een zuigeling van drie maanden, voedde; een droppel bloed parelde nog
-op haar borst, waarnaar de gulzige lippen van den kleinen doode zich
-uitstrekten. De twee meisjes, drie en vijf jaar oud, twee aardige
-blondinetjes, sliepen daar ook naast elkaar haar eeuwigen slaap,
-terwijl van de beide oudere jongens de een met zijn hoofd tusschen
-zijn handen, tegen den muur aangedrukt lag en de andere op den grond
-zijn doodsstrijd gestreden had, als had hij zich op zijn knieën
-voortgesleept, om het raam open te maken.
-
-Toegeschoten buren vertelden de alledaagsche, vreeselijke geschiedenis:
-een langzame ondergang, de vader, die geen werk meer vond en misschien
-aan den drank geraakt was; de huisbaas, die, het wachten moede,
-dreigde het huisgezin op straat te zetten; de moeder, die, het
-hoofd verliezend, wilde sterven en haar nest met haar sterven liet,
-terwijl de vader vergeefs half Parijs afliep om werk te vinden. Toen
-de commissaris van politie bezig was de doodsoorzaak vast te stellen,
-kwam de ongelukkige juist thuis; en nadat hij gezien, nadat hij
-begrepen had, sloeg hij als een gedold rund neer en begon hij te
-brullen met zulke jammerlijke doodskreten, dat de geheele straat,
-door ontzetting aangegrepen, mede weende.
-
-Deze vreeselijke kreet van een ter dood veroordeeld ras, dat in ellende
-en honger ondergaat, bleef in Pierre's ooren, bleef in zijn hart
-doorklinken; hij kon dien avond niet eten, den slaap niet vatten. Was
-het mogelijk, dat een dergelijke gruwel, een zoo volslagen armoede,
-een zoo zwarte, met den dood eindigende ellende voorkwam midden in
-het groote, met rijkdommen pronkende, van genietingen en genot dronken
-Parijs, dat voor zijn vermaak millioenen op straat smeet? Wat, aan den
-eenen kant zooveel groote fortuinen, zooveel nuttelooze, bevredigde
-grillen en luimen, zooveel levens vervuld met alle mogelijke geluk;
-en aan den anderen kant een zoo hardnekkige armoede, zelfs geen brood,
-geen enkele hoop, moeders, die zich dooden met haar zuigelingen,
-waaraan zij niets meer te geven hadden dan het bloed van haar
-uitgedroogde borsten!
-
-Een woest verzet kwam in hem op; een oogenblik drong het bewustzijn
-tot hem door hoe belachelijk nutteloos weldadigheid en naastenliefde
-was. Waartoe diende het te doen wat hij deed, waartoe diende het
-de kleinen van de straat op te rapen, den ouders hulp te brengen,
-het lijden der ouden te verlengen? Het maatschappelijk gebouw was
-verrot tot in zijn grondvesten, alles moest in modder en bloed ten
-onder gaan. Slechts een groote daad van gerechtigheid kon de oude
-wereld wegvagen, om de nieuwe op te bouwen. En op dat oogenblik zag
-hij zoo duidelijk de onherstelbare breuk, de ongeneeslijke kwaal,
-den zeker doodelijken kanker der ellende, dat hij de heftige plannen
-van geweldenaren begreep, dat hij zelf bereid was te erkennen, dat
-een verwoestende en reinigende orkaan komen, dat de aarde door vuur
-en zwaard herboren worden moest, zooals vroeger, toen de vreeselijke
-God branden zond, om de vervloekte steden weer gezond te maken.
-
-Toen abbé Rose hem dien avond hoorde snikken, ging hij naar boven,
-om hem op vaderlijke wijze te beknorren. Die man was een heilige
-vol oneindige zachtheid en vertrouwen. Wat, wanhopig zijn, lieve
-God, terwijl het Evangelie bestaat! Was de goddelijke grondstelling:
-"Hebt elkander lief!" niet voldoende voor het heil der menschheid? Hij
-had een afschuw van geweld en zeide, dat, hoe groot de ellende ook
-zijn mocht, er toch snel een einde aan zou komen, zoodra men terug
-zou keeren tot het tijdperk van eenvoud, deemoed en reinheid, toen
-de Christenen als schuldelooze broeders met elkaar leefden. Welk
-een heerlijke schildering gaf hij van de Evangelische maatschappij,
-welker terugkeer hij met een rustige vroolijkheid opriep, alsof deze
-zich den volgenden dag verwezenlijken zou. En Pierre moest ten slotte
-glimlachen, behagen scheppen in dat mooie troostende sprookje, in zijn
-behoefte om aan die vreeselijke nachtmerrie te ontkomen. Zij praatten
-tot laat in den nacht en zetten de volgende dagen het gesprek over
-dit onderwerp, dat den ouden priester zoo lief was, voort. Telkens
-weer weidde hij uit over nieuwe bijzonderheden, sprak hij van het
-komend koninkrijk van liefde en rechtvaardigheid met de ontroerende
-overtuiging van een goed man, die zeker was niet te zullen sterven
-zonder God op aarde gezien te hebben.
-
-Toen vond in Pierre een nieuwe omwenteling plaats. De uitoefening der
-liefdadigheid in die arme wijk had hem met een eindelooze deernis
-vervuld: zijn hart was door het zien van die ellende, aan welker
-genezing hij wanhoopte, geschokt, verscheurd. En door het weder
-ontwaken van zijn gevoeligheid voelde hij dikwijls, dat zijn rede naar
-den achtergrond gedrongen werd; hij keerde tot zijn kindsheid terug,
-tot die behoefte aan universeele liefde, welke zijn moeder in hem
-gelegd had. Hij droomde van hersenschimmige opbeuring, verwachtte een
-hulp van onbekende machten. Zijn vrees, zijn haat voor de brutaliteit
-der feiten wierpen hem in een steeds grooter wordend verlangen naar
-redding door liefde. Het was de hoogste tijd, om de vreeselijke,
-onvermijdelijke catastrophe, den broederoorlog der klassen, die de
-oude wereld zou wegvagen, welke veroordeeld was onder de opeenhooping
-van misdaden te verdwijnen, te bezweren. Tot in het diepst van zijn
-ziel overtuigd, dat de ongerechtigheid haar toppunt bereikt had, dat
-het wraakuur spoedig slaan zou, waarop de armen de rijken dwingen
-zouden om te deelen, gaf hij zich van dat oogenblik over aan zijn
-droom van een vredige oplossing, van een broederkus tusschen alle
-menschen, van den terugkeer tot de zuivere moraal van het Evangelie,
-die Jezus gepredikt had.
-
-In den beginne werd hij door twijfel gekweld: was die verjonging van
-het oude Katholicisme mogelijk, kon men tot de jeugd, tot de reinheid
-van het primitieve Christendom terugkeeren? Hij begon studies te
-maken, te lezen, te vragen, zich steeds meer op te winden voor die
-groote vraag van het Katholieke socialisme, die sedert eenige jaren
-zoo druk en luidruchtig besproken werd; en in zijn hem doorhuiverende
-liefde voor de armen en geheel voorbereid als hij was op het wonder
-der broederschap, verloor hij langzamerhand de scrupules van zijn
-rede, dwong hij zich tot de overtuiging, dat de Christus een tweede
-maal komen zou, om de lijdende menschheid te verlossen. Ten slotte
-formuleerde dit alles zich in zijn geest tot de zekerheid, dat het
-gelouterde Christendom, tot zijn oorsprong teruggebracht, de eenige
-macht was, die de tegenwoordige maatschappij zou kunnen redden,
-door de bloedige crisis, waarmede zij bedreigd werd, te bezweren.
-
-Toen hij twee jaren geleden Lourdes vol verzet tegen dien lagen
-afgodendienst verlaten had, toen zijn geloof voor altijd gestorven
-was, maar zijn hart toch door de eeuwige behoefte aan het goddelijke,
-die alle schepselen kwelt, verontrust werd, was uit het diepst van
-zijn ziel een kreet in hem opgestegen: "Een nieuwe godsdienst! Een
-nieuwe godsdienst!" En nu meende hij dien nieuwen godsdienst of
-liever dien hernieuwden godsdienst ontdekt te hebben. Zijn doel
-was de maatschappelijke redding; tot het geluk der menschheid zou
-hij de eenige nog krachtige moreele autoriteit gebruiken, de ver om
-zich heen grijpende organisatie van het wonderbaarlijkste werktuig,
-dat men ooit voor het regeeren van volkeren gesmeed heeft.
-
-Gedurende de langzame ontwikkelingsperiode, die Pierre doormaakte,
-hadden, behalve abbé Rose, twee mannen een grooten invloed op
-hem. Een goed werk had hem in aanraking gebracht met monseigneur
-Bergerot, een bisschop, dien de paus, ter belooning van een heel
-leven vol bewonderenswaardige liefdadigheid, onlangs tot kardinaal
-verheven had, niettegenstaande het heimelijk verzet van zijn omgeving,
-welke in den Franschen prelaat, die zijn diocees als vader regeerde,
-een vrijgeest vermoedde. Pierre geraakte door den omgang met dezen
-apostel, dezen zielenherder, een van die eenvoudige en goede leiders,
-zooals hij ze voor de toekomstige gemeenschap wenschte, nog meer in
-geestdrift. Maar zijn samenwerken met vicomte Philibert de la Choue,
-dien hij in Katholieke werkliedenvereenigingen ontmoet had, was nog
-beslissender voor zijn apostolaat.
-
-De vicomte, een knappe man met militaire allures en een lang,
-edel gezicht, dat echter door een ingedrukten en te kleinen neus
-ontsierd werd, wat het eindéchec van een slecht geëquilibreerde natuur
-scheen aan te duiden, was een der ijverigste leiders van het Fransche
-Katholieke socialisme. Hij bezat groote domeinen en een groot fortuin,
-hoewel men beweerde, dat een mislukte landbouwonderneming het reeds
-bijna tot op de helft verminderd had. In zijn departement had hij
-getracht modelboerderijen op te richten, waar hij zijn denkbeelden
-in zake Christelijk socialisme in toepassing bracht. Maar het succes
-scheen hem ook daar niet aan te moedigen. Wel was het hem daardoor
-gelukt afgevaardigde te worden. Hij sprak dikwijls in de Kamer en zette
-in lange, schitterende redevoeringen het programma van zijn partij
-uiteen. Onvermoeibaar in zijn ijver trad hij bovendien als leider van
-pelgrimstochten naar Rome op, als voorzitter van vergaderingen, hield
-lezingen, gaf zich geheel aan het volk, welks verovering, zooals hij
-tot zijn vertrouwden zeide, alleen de triomf der Kerk verzekeren kon.
-
-Op die wijze oefende hij een grooten invloed uit op Pierre, die
-naïevelijk in hem de eigenschappen bewonderde, welke hij voelde
-zelf niet te bezitten, een organisatietalent, een strijdbaren,
-eenigszins onrustigen wil, die er enkel en alleen op gericht was
-om in Frankrijk de Christelijke maatschappij te hervormen. De jonge
-priester leerde veel uit zijn omgang met dezen Christen-socialist,
-maar hij bleef toch de man van het gevoel, de droomer, die, zonder
-te letten op politieke noodzakelijkheden, regelrecht zijn vlucht
-nam naar de toekomststad van het algemeen geluk, terwijl de vicomte
-daarentegen de pretentie had de vernietiging der liberale idee van
-'89 te willen voltooien door voor den terugkeer tot het verleden
-gebruik te maken van de desillusie en den toorn der democratie.
-
-Pierre doorleefde eenige verrukkelijke maanden. Nog nooit had een
-neophyt zoo geheel en al voor het geluk van anderen geleefd. Hij was
-een en al liefde, hij brandde van hartstocht voor zijn apostolaat. Zijn
-bezoeken bij het ongelukkige volk, bij de mannen, die geen werk hadden,
-bij de moeders en kinderen zonder brood, gaven hem dagelijks een steeds
-grootere zekerheid, dat een nieuwe godsdienst ontstaan moest, om een
-ongerechtigheid te doen ophouden, waaraan de in opstand gekomen wereld
-een gewelddadigen dood zou moeten sterven. En aan dit ingrijpen van
-het goddelijke, aan die wedergeboorte van het primitieve Christendom
-was hij vast besloten mede te werken; hij wilde alle krachten van
-zijn geheele wezen geven, om die te verhaasten.
-
-Zijn Katholiek geloof bleef dood; hij geloofde niet meer aan dogma's,
-mysteriën en wonderen. Maar één hoop bleef hem bij, n.l. dat de Kerk
-nog iets goeds kon uitwerken, door de onweerstaanbare, moderne,
-democratische beweging te leiden, ten einde de volkeren voor de
-dreigende sociale catastrophe te behoeden. Sedert hij zich tot taak
-gesteld had het Evangelie weer terug te brengen in het hart van het
-hongerende en morrende volk der voorsteden, was in zijn ziel de rust
-teruggekeerd. Hij was nu werkzaam, hij leed minder onder het vreeselijk
-gevoel van het Niet, dat hij uit Lourdes had medegebracht, en daar hij
-zich niet meer met vragen kwelde, verteerde de angst der onzekerheid
-hem niet langer. Met de kalme opgewektheid, welke een eenvoudige
-plichtsvervulling met zich brengt, bleef hij de mis lezen. Zelfs
-begon hij tot de meening te komen, dat het mysterie, hetwelk hij aldus
-celebreerde, dat alle mysteriën en alle dogma's ten slotte niets waren
-dan symbolen, kerkelijke gebruiken, die noodig waren voor de kindsheid
-der menschheid en waarvan men zich weer los zou kunnen maken, wanneer
-de grooter geworden, gelouterde en beschaafde menschheid in staat
-zijn zou den verblindenden glans der naakte waarheid te verdragen.
-
-In zijn drang om nuttig te zijn, in zijn hartstochtelijk verlangen,
-om zijn geloof luide uit te schreeuwen, zette Pierre zich op een
-ochtend aan zijn tafel en begon een boek te schrijven. Het was zoo
-geheel natuurlijk gekomen; dat boek was als een hartekreet buiten
-iedere letterkundige idee om. In een nacht, dat hij niet slapen kon,
-was de titel in de duisternis plotseling voor hem opgevlamd: Het
-Nieuwe Rome. Dat zeide alles, want moest niet van Rome, het eeuwige
-en heilige Rome, de verlossing der volkeren uitgaan? De eenige, nog
-bestaande autoriteit was dáár; de verjonging kon slechts geboren worden
-uit de gewijde aarde, waarin de oude Katholieke eik opgegroeid was.
-
-In twee maanden schreef hij dit boek, dat hij sedert een jaar, zonder
-er zich bewust van te zijn, door zijn studies over het hedendaagsche
-socialisme voorbereid had. Het was in hem als een dichterlijke
-opbruising; menigmaal scheen het hem toe alsof hij die bladzijden
-droomde, terwijl een innerlijke en als uit de verte klinkende stem ze
-hem dicteerde. Dikwijls gaf vicomte Philibert de la Choue, wanneer
-hij hem het den vorigen dag geschrevene voorlas, levendig uit een
-oogpunt van propaganda zijn goedkeuring te kennen, want, zeide hij,
-men moet het volk ontroeren, om het te kunnen leiden. Ook moest men
-vrome, maar tegelijk toch onderhoudende liederen componeeren, die in
-de werkplaatsen gezongen behoorden te worden.
-
-Monseigneur Bergerot, dien het boek uit een oogpunt van dogmatiek vrij
-koud liet, was daarentegen diep getroffen door de vurige inspiratie
-van naastenliefde, die uit iedere bladzijde sprak. Ja zelfs beging
-hij de onvoorzichtigheid den auteur een brief met verlof, om het
-boek te drukken, te schrijven en hem toe te staan dien als voorwoord
-daarin af te laten drukken. Dit werk nu, dat in Juni verschenen was,
-had de Indexcongregatie verboden en ter verdediging van dat boek was
-de jonge priester vol verbazing en geestdrift naar Rome gesneld;
-hij brandde van verlangen om zijn overtuiging te doen zegevieren,
-vastbesloten zijn zaak te verdedigen voor den Heiligen Vader zelf,
-wiens denkbeelden hij meende uitgesproken te hebben.
-
-Terwijl Pierre aldus zijn drie laatste jaren herleefde, had hij zich
-niet bewogen; hij stond nog steeds tegen de borstwering tegenover het
-Rome van zijn droomen en van zijn begeerte. Achter hem reden nog steeds
-rijtuigen af en aan; magere Engelschen en corpulente Duitschers liepen
-langs hem heen, na aan den klassieken horizont de vijf in den reisgids
-aangegeven minuten geschonken te hebben, terwijl de koetsier en het
-paard van zijn rijtuig kalm met gebogen hoofd in de zon wachtten,
-die het op het bankje staande handkoffertje stoofde. Pierre zelf
-scheen in zijn zwarte soutane nog slanker, teerder, fijner geworden te
-zijn, terwijl hij zich geheel onbeweeglijk overgaf aan het verheven
-schouwspel. Na zijn terugkeer uit Lourdes was hij vermagerd, zijn
-gezicht smaller geworden. Sedert zijn moeder weer de overwinning in
-hem behaald had, scheen het groote, rechte voorhoofd--de toren der
-rede, die hij aan zijn vader te danken had--af te nemen, terwijl de
-goedige, ietwat groote mond, de teere, oneindig liefderijke kin nu
-zijn gelaat beheerschten en zijn ziel verrieden, die ook in de milde
-vlam van zijn oogen brandde.
-
-O, met welke liefderijke en vurige blikken aanschouwde hij het Rome van
-zijn boek, het nieuwe Rome, waarvan hij droomde. Had in den beginne in
-de eenigszins wazige zachtheid van den wondermooien ochtend het geheel
-hem aangegrepen, thans kon hij de bijzonderheden onderscheiden. Met
-een kinderlijke blijdschap herkende hij alle monumenten, die hij zoo
-lang op plattegronden en in photographieënverzamelingen bestudeerd
-had. Daar aan zijn voeten, beneden den Janiculus strekte de Trastevere
-zich uit met zijn chaos van zijn oude, roodachtige huizen, wier door
-de zon verbrande daken den loop van den Tiber verborgen. Het vlakke
-uitzicht op de stad verbaasde hem eenigszins. Van af dit hooge terras
-zag het er, zoo in vogelvlucht gezien, als het ware genivelleerd
-uit: de zeven beroemde heuvelen vormden slechts kleine kopjes, een
-ternauwernood merkbare deining in de breede zee der gevels.
-
-Ja, daar ginds rechts, tegen het blauwachtig verschiet der Albaansche
-bergen donker-violet afstekend, lag wel de Aventinus met zijn
-drie tusschen het groen half verscholen kerken; lag daar ook de
-ontkroonde Palatinus, door een rij cypressen als met een donkere
-franje omzoomd. De Coelius daarachter ging als het ware verloren,
-liet slechts de in het goudstof der zon verbleekende boomen der
-villa Mattei zien. Slechts de slanke klokketoren en de beide kleine
-koepeltjes van Santa Maria Maggiore wezen heel in de verte aan den
-anderen kant der stad, den Esquilinus aan, terwijl hij op den top
-van den dichter bij gelegen Viminalis niets onderscheidde dan een in
-het zonlicht badend gewirwar van witachtige, met kleine bruine lijnen
-doorstreepte blokken, die denken deden aan een verlaten steengroeve.
-
-Langen tijd zocht hij naar den Capitolinus, zonder dien te kunnen
-ontdekken. Hij trachtte zich te oriënteeren, en maakte zich ten
-slotte wijs, dat hij wel den campanile [2] zag, daar in de laagte,
-vóór de Santa Maria Maggiore, dat vierkante, zóó bescheiden torentje,
-dat het te midden van de omgevende daken verloren ging. Links
-kwam dan de Quirinalis, herkenbaar aan den langen gevel van het
-koninklijk paleis, dien hospitaal- of kazernegevel, hardgeel, glad
-en met een eindeloos aantal kleine raampjes doorboord. Toen hij zich
-heelemaal omgekeerd had, deed een plotselinge aanblik hem onbeweeglijk
-staan. Buiten de stad, boven de boomen van den tuin Corsini rees de
-dom van St. Pieter voor hem op. Hij scheen op het groen te rusten en
-leek in den helderblauwen hemel zelf zóó teer hemelsblauw, dat hij
-met het eindelooze azuur scheen samen te smelten.
-
-Pierre werd niet moede te kijken en zijn blikken gingen onophoudelijk
-van het eene einde van den horizont naar het andere. Lang staarde hij
-naar de edele, uitgetande randen en de trotsche gratie der met steden
-bezaaide Sabijnsche en Albaansche bergen, welker gordel den horizont
-afsloot. Kaal en majestueus, als een doode woestijn, en blauwgroen als
-een onbeweeglijke zee strekte de Campagna romana zich in reusachtige
-slaglichten uit; eindelijk onderscheidde hij den lagen en ronden toren
-van het graf van Caecilia Metella, waarachter een dunne, bleeke lijn de
-oude Via Appia aanwees. Puinhoopen van waterleidingen bestrooiden het
-gras met het stof van ingestorte werelden. Dan gingen zijn blikken weer
-terug--en weer zag hij de nieuwe stad, het gewirwar van gebouwen. Hier
-dichtbij herkende hij aan zijn naar de rivier gekeerde loggia den
-grooten roodgelen kubus van den palazzo Farnese. Die lage, nauwlijks
-zichtbare koepel daar verderop moest die van het Pantheon zijn.
-
-Dan herkende hij, met plotselinge sprongen, de pas weer gewitte muren
-van San Paolo fuori le Mura, welke op die van een groote graanschuur
-geleken; dan de standbeelden van San Giovanni in Laterano, licht en
-nauwlijks zoo groot als insecten; vervolgens de ontelbare koepels, dien
-van del Gesù, dien van San Carlo, dien van San Andrea della Valle,
-dien van San Giovanni de Fiorentini; eindelijk zooveel andere met
-herinneringen vervulde gebouwen nog, het kasteel der Heilige Engelen
-met zijn fonkelend standbeeld, de villa Medici, die de geheele stad
-beheerschte, het terras van den Pincio, waar tusschen enkele boomen
-marmergroepen òplichtten, en in de verte de hooge loofdaken der villa
-Borghese, die met hun groene toppen den horizont afsloten.
-
-Vergeefs zocht hij het Colosseum. Toch begon het zachte noordenwindje
-de ochtendnevelen uiteen te jagen. In de wazige verte teekenden
-geheele stadswijken zich krachtig af als voorgebergten in een door
-de zon beschenen zee. Hier en daar lichtte tusschen de onduidelijke
-massa der huizen een wit stuk muur òp, flikkerde een rij vensters,
-wierp een tuin een groote vlek; alles tezamen vormde een verrassende
-kleurenpracht. Het overige, het gewirwar van straten en pleinen, de
-tallooze, in alle richtingen gezaaide eilanden, vermengden zich en
-losten zich op in de levende glorie der zon, terwijl van de daken
-hooge, witte rookkolommen opstegen en langzaam door de oneindige
-reinheid der lucht trokken.
-
-Doch weldra concentreerde, door een heimlijk instinct, Pierre's geheele
-aandacht zich op drie punten van den grenzenloozen horizont. De lijn
-der slanke cypressen, die den top van den Palatinus zwart omzoomden,
-ontroerde hem: daarachter was niets meer dan een ledige ruimte: de
-paleizen der Caesars waren verdwenen, ingestort, door den tijd met
-den grond gelijk gemaakt. Hij riep ze weer voor zijn geest op, hij
-meende ze zich weer te zien oprichten als onbestemde en trillende
-spoken van goud in het purper van den schitterenden ochtend. Dan
-keerden zijn blikken terug naar de Sint Pieter; daar stond de dom
-nog en beschermde het Vaticaan, dat, zooals Pierre wist, dicht tegen
-de zijde van den kolos rustte; hij vond hem zoo triomphantelijk,
-krachtig en groot, dat hij hem toescheen als een reuzenkoning, die
-over de stad heerschte en eeuwig van overal zichtbaar was. Vervolgens
-wendde hij zijn blikken weer naar den anderen heuvel tegenover zich,
-naar den Quirinalis, waar het paleis des konings niets meer dan een
-lage, platte, geel geverfde kazerne leek.
-
-De geheele eeuwenoude geschiedenis van Rome met haar voortdurende
-omwentelingen, haar telkens weer terugkeerende wederopleving lag daar
-in dien symbolischen driehoek, in die drie toppen, welke elkaar over
-den Tiber heen aankeken, voor hem: het opbloeiende, oude Rome met
-zijn paleizen en tempels, de monsterbloesem van keizerlijke macht
-en pracht; het pauselijke Rome, dat in de Middeleeuwen de wereld
-beheerschte en deze reusachtige kerk in al haar herwonnen schoonheid
-op de Christenheid liet drukken; het hedendaagsche Rome, dat hij niet
-kende, dat hij tot nu toe veronachtzaamd had, welks zoo kaal en koud
-koninklijk paleis een armoedigen indruk op hem maakte, den indruk
-van een jammerlijke, heiligschennende moderniseeringspoging op een
-eenige stad, die men liever aan den droom der toekomst had moeten
-overlaten. Hij zette het bijna pijnlijke gevoel van een hinderlijk
-heden van zich af, hij wilde zich niet ophouden bij een geheel nieuwe
-wijk, een klein, kleurloos, blijkbaar nog in aanbouw zijnd stadje,
-dat hij duidelijk dicht naast de St. Pieter op den oever der rivier
-zag. Hij had van een geheel ander nieuw Rome gedroomd, droomde er
-nog van, zelfs tegenover den in het stof der eeuwen vernietigden
-Palatinus, tegenover den dom van St. Pieter, in welks breede schaduw
-het Vaticaan sliep, tegenover het paleis van den Quirinalis, dat geheel
-nieuw opgebouwd en geverfd was en echt burgerlijk heerschte over de
-nieuwe wijken, die overal opschoten en groote scheuren maakten in
-het lichaam der oude stad met haar roode, in de heldere ochtendzon
-schitterende daken.
-
-Het Nieuwe Rome! Weer vlamde voor Pierre's oogen de titel van zijn boek
-op en deed hem in een nieuwe overpeinzing wegzinken. Hij doorleefde nog
-eenmaal zijn boek, zooals hij daareven zijn leven doorleefd had. Hij
-had het met geestdrift geschreven en daarvoor van de op goed geluk af
-gemaakte aanteekeningen gebruik gemaakt. Een indeeling in drie deelen
-had zich als vanzelf opgedrongen, het verleden, het heden, de toekomst.
-
-Het verleden was de buitengewone geschiedenis van het oorspronkelijke
-Christendom, van de langzame evolutie, die van dat Christendom het
-tegenwoordige Katholicisme gemaakt had. Hij toonde aan, dat onder
-iedere godsdienstige evolutie zich een economische quaestie verborg,
-en dat per slot van rekening de eeuwige kwaal niets anders is dan de
-eeuwige strijd tusschen de armen en de rijken. Bij de Joden breekt
-onmiddellijk na het nomadenleven, wanneer zij Kanaän veroverd hebben
-en het bezit ontstaan is, de klassenstrijd uit. Er zijn rijken en er
-zijn armen; van af dat oogenblik bestaat de sociale quaestie.
-
-De overgang had plotseling plaats gehad, de nieuwe stand van zaken
-verergerde zoo snel, dat de armen, die zich nog de gouden eeuw van
-het nomadenleven herinnerden, er dubbel onder leden en met des te meer
-kracht hulp eischten. Tot aan Jezus toe zijn de propheten niets anders
-dan opstandelingen, die uit de ellende van het volk opkomen, die zijn
-lijden uitschreeuwen, de rijken met verwijten overstelpen, aan wie zij
-alle rampen voorstellen als straf voor hun onrechtvaardigheid en hun
-hardvochtigheid. Jezus zelf is slechts de laatste van hen; hij treedt
-als het ware op als de levende opvordering van het recht der armen. De
-propheten, socialisten en anarchisten, hadden de maatschappelijke
-gelijkheid gepredikt door de vernietiging der wereld, als zij niet
-rechtvaardig was, te eischen. Ook hij brengt den armen haat tegen de
-rijken bij. Zijn geheele leer is een bedreiging tegen den rijkdom,
-tegen het bezit; en wanneer men het Koninkrijk der Hemelen, dat
-hij beloofde, als den vrede en de broederschap op deze aarde opvat,
-dan zou het slechts een terugkeer zijn tot de gouden eeuw van het
-herdersleven, dan de droom der Christelijke gemeenschap, zooals hij
-na hem door zijn discipelen verwezenlijkt schijnt te zijn.
-
-Gedurende de drie eerste eeuwen was iedere kerk een communistische
-poging, een echte gemeenschap, waarvan de leden alles gemeenschappelijk
-bezaten, behalve de vrouwen. De apologeten en de eerste Kerkvaders
-leggen er getuigenis van af; het Christendom was toen niets anders
-dan de godsdienst der nederigen en der armen, een democratie,
-een socialisme, dat de Romeinsche maatschappij bestreed. En toen
-deze eindelijk, door het geld verrot en vermolmd, instortte,
-toen bezweek zij meer nog dan onder den vloed der barbaren en het
-heimelijke termietenwerk der Christenen onder de wormstekige banken
-en den financieelen krach. De geldquaestie lag steeds aan alles ten
-grondslag. Daarvoor kreeg men een nieuw bewijs, toen het Christendom,
-dank zij de historische, maatschappelijke en menschelijke toestanden
-eindelijk triompheerde en tot staatsgodsdienst verklaard werd. Om zijn
-overwinning ten volle te verzekeren, zag het zich genoodzaakt steun
-te zoeken bij de rijken en de machtigen; en het zou, als het niet zoo
-treurig was, belachelijk zijn om te zien door welke spitsvondigheden
-en sophismen de Kerkvaders ertoe komen in het Evangelie van Jezus de
-verdediging van het bezit te ontdekken. Voor het Christendom was het
-een politieke bestaansnoodzakelijkheid; slechts ten koste van dezen
-prijs is het Katholicisme de universeele godsdienst geworden.
-
-Van af dat oogenblik richt de vreeselijke machine zich als veroverings-
-en regeeringswapen steeds meer in de hoogte: bovenaan bevinden zich de
-rijken, de machtigen, wier plicht het is met de armen te deelen, maar
-die het niet doen; onderaan de armen, de werkers, wien men berusting en
-gehoorzaamheid leert door hun het Rijk der toekomst, de goddelijke en
-eeuwige schadeloosstelling te beloven. Het is een wonderbaar monument,
-dat eeuwen geduurd heeft, waarin alles gebouwd is op de belofte van
-het hiernamaals, op die onleschbare dorst naar onsterfelijkheid en
-rechtvaardigheid, waardoor de mensch verteerd wordt.
-
-Dat eerste deel van zijn boek, die geschiedenis van het verleden,
-had Pierre aangevuld met een in groote trekken ontworpen studie over
-het Katholicisme tot aan onze dagen. Eerst was het de Heilige Petrus,
-een onwetende, onrustige geest, die door een genialen inval naar Rome
-kwam en de oude orakels, die den Capitolinus de eeuwigheid voorspeld
-hadden, in verwezenlijking gaan deed. Daarna waren het de eerste
-pausen, eenvoudige leiders van begrafenisvereenigingen. Hierna begon
-het langzame opklimmen van het almachtige pausdom in een eeuwigen
-veroveringsstrijd om de geheele wereld, zonder ophouden trachtend
-zijn droom van universeele heerschappij te verwezenlijken. In de
-Middeleeuwen onder de groote pausen geloofde het een oogenblik zijn
-doel te bereiken, de souvereine heerscher der volkeren te zijn. Was de
-absolute waarheid niet de paus, opperpriester en koning der aarde,
-heerschend, als God zelf, wiens vertegenwoordiger hij is, over de
-zielen en de lichamen van alle menschen. Deze bovenmatige, maar
-volkomen logische eerzucht verwezenlijkte zich in Augustus, keizer
-en pontifex, meester over de geheele wereld; en steeds weer is het
-de uit de ruïnen van het oude Rome oprijzende figuur van Augustus,
-die de pausen geen oogenblik losliet; het bloed van Augustus stroomde
-door hun aderen.
-
-Maar daar na de instorting van het Romeinsche Rijk de macht
-zich gehalveerd had, moest de paus aan den keizer de wereldlijke
-heerschappij overlaten en kon hij voor zichzelf slechts het recht
-behouden hen in opdracht van God te zalven. Het volk behoorde aan
-God, de paus gaf in Gods naam het volk aan den keizer en kon het hem
-weer afnemen: een grenzenlooze macht, waarvan de excommunicatie het
-vreeselijke wapen was, een opperheerschappij, die voor het pausdom den
-weg tot de werkelijke en definitieve inbezitneming van het keizerrijk
-baande. In het kort, de eeuwige strijd tusschen paus en keizer ging om
-het volk, dat zij elkander betwistten, om de lijdelijk toeziende massa
-der eenvoudigen van geest en lijdenden, om het groote zwijgende volk,
-welks ongeneeslijk lijden zich slechts nu en dan door een dof gemor
-verried. Men beschikte, tot zijn welzijn, er over als over een kind;
-maar de Kerk droeg werkelijk tot de beschaving bij, bewees diensten
-aan de menschheid en gaf rijke aalmoezen. Steeds weer kwam, ten minste
-in de kloosters, de oude droom der Christelijke gemeenschap terug:
-een derde gedeelte der opgehoopte rijkdommen voor den eeredienst, een
-derde voor de priesters en een derde voor de armen. Werd daardoor het
-leven niet vereenvoudigd? Werd den geloovigen door het afstand doen
-van aardsche wenschen en door de belofte van ongehoorde, hemelsche
-vreugde het leven niet dragelijk gemaakt? Geeft ons de geheele wereld,
-dan zullen wij alle aardsche goederen in drie deelen verdeelen, dan
-zult gij zien welk een gouden eeuw te midden van aller berusting en
-gehoorzaamheid heerschen zal.
-
-Maar vervolgens toonde Pierre aan hoe het pausdom bij het einde der
-Middeleeuwen, den tijd van zijn almacht, door de grootste gevaren
-bedreigd werd. De Renaissance met haar weelde en verwildering van
-zeden, met haar overstroomende levenskracht, die uit de eeuwige,
-gedurende eeuwen geminachte en voor dood verklaarde natuur ontsprong,
-sleepte het bijna met zich mede. Maar nog dreigender was het onbewust
-ontwaken van het volk, den grooten zwijger, wiens tong los scheen
-te geraken. De Hervorming barstte los als een protest van de rede en
-de gerechtigheid, als een herinnering aan de miskende waarheden van
-het Evangelie; en Rome kon van een volkomen verdwijnen slechts gered
-worden door de hardhandige verdediging der Inquisitie, het langzame
-en hardnekkige werken van het Concilie van Trente, dat het dogma
-sterker maakte en de wereldlijke macht bevestigde.
-
-Toen trad het pausdom in twee eeuwen van vrede en van bescheiden op
-den achtergrond blijven, want de krachtige, absolute monarchieën, die
-Europa onderling verdeeld hadden, konden het buiten de pausen stellen,
-sidderden niet meer voor de onschadelijk geworden banbliksems,
-aanvaardden den paus slechts als een ceremoniemeester, aan wien
-sommige riten opgedragen waren. Onder de bezitters van het volk was het
-evenwicht verstoord: de koningen hadden nog steeds het volk Gods in hun
-macht, maar de paus moest er zich toe bepalen het geschenk voor eens
-en voor altijd te registreeren, zonder zich ooit, welke gelegenheid
-zich ook voordeed, in de regeering der staten te kunnen mengen.
-
-Nooit was Rome verder verwijderd geweest van de verwezenlijking van
-zijn eeuwigen droom der wereldheerschappij. En toen de Fransche
-Revolutie uitbrak, kon men gelooven, dat de verkondiging der
-rechten van den mensch het pausdom, dat de bewaarder was van het
-goddelijk recht, hetwelk God het over de volkeren had opgedragen,
-dooden zou. Welk een angst in den beginne dan ook in het Vaticaan,
-welk een woede, welk een wanhopige verdediging tegen het denkbeeld
-van vrijheid, tegen het nieuwe Credo der bevrijde rede en der weer
-meesteres over zichzelf geworden menschheid. Het was een schijnbare
-ontknooping van den langen strijd tusschen keizer en paus om het bezit
-van het volk: de keizer verdween, en het volk, vrij in den vervolge
-over zichzelf te beschikken, wilde zich ook onttrekken aan den paus:
-een onvoorziene oplossing, waarbij de geheele oude stelling van het
-Katholicisme in puin scheen te moeten vallen.
-
-Hier eindigde Pierre het eerste gedeelte van zijn boek met een
-herinnering aan het primitieve Christendom tegenover het hedendaagsche
-Katholicisme, dat de triomf der rijken en machtigen is. Had het
-Katholieke Rome de Romeinsche maatschappij, die Jezus in naam der
-armen en eenvoudigen van geest was komen verwoesten, na eeuwen met
-zijn geld- en hoogmoedspolitiek niet weer opnieuw opgebouwd? Welk een
-treurige ironie, wanneer men na achttien eeuwen van het Evangelie nog
-constateeren moest, dat de wereld voor de tweede maal instortte door
-wormstekige banken, door een financieelen krach, door de schreeuwende
-onrechtvaardigheid, dat een paar menschen zich vol konden proppen met
-rijkdommen, terwijl duizenden van hun broeders van honger omkwamen! Het
-geheele reddingswerk moest weer opnieuw begonnen worden. Maar Pierre
-zeide die vreeselijke dingen met zoo zachte, zoo medelijdende,
-zoo hoopvolle woorden, dat zij hun revolutionnair gevaar verloren
-hadden. Trouwens nergens viel hij het dogma aan. Zijn boek was in zijn
-sentimenteelen dichtvorm, waarin een vurige naastenliefde brandde,
-niets dan de kreet van een apostel.
-
-Vervolgens kwam het tweede gedeelte van het werk, het heden, een studie
-van de tegenwoordige Katholieke maatschappij. Daarin gaf Pierre een
-vreeselijke beschrijving van de ellende der armen, van de ellende eener
-groote stad, die hij uit eigen aanschouwing kende, waarvan zijn hart
-nog bloedde, nu hij de vergiftigde wonden ervan aangeraakt had. De
-onrechtvaardigheid was niet langer meer te dulden, de liefdadigheid
-werd onmachtig, het lijden zoo verschrikkelijk, dat in het hart van
-het volk alle hoop stierf. Had het monsterachtige schouwspel, dat
-de Christenheid aan de wereld bood, er niet toe bijgedragen om het
-geloof in het volk te dooden? Haar gruwelen bedierven het, maakten
-het krankzinnig van haat en wraaklust.
-
-En onmiddellijk na dat beeld van een verrotte, op het punt van
-instorten staande beschaving, vatte hij de geschiedenis weer op bij de
-Fransche Revolutie, bij den grenzenloozen hoop, die de vrijheidsidee
-aan de wereld gegeven had. Bij haar aan het bewind komen had de
-bourgeoisie, de groote, liberale partij, op zich genomen eindelijk
-het geluk van allen te verzekeren. Maar helaas schijnt de vrijheid,
-zooals de ervaring van een eeuw leert, den onterfden niet meer
-geluk gegeven te hebben. Op politiek gebied begint een desillusie
-te ontstaan. In ieder geval lijdt, al moge de derde stand zich,
-sedert hij regeert, voldaan verklaren, de vierde stand, de arbeiders,
-blijft nog altijd zijn deel opeischen. Men heeft hen vrij verklaard,
-men heeft hun politieke gelijkheid toegekend, maar dat zijn per
-slot van rekening belachelijke geschenken, want zij hebben evenals
-vroeger onder hun economische slavernij slechts de vrijheid om van
-honger te sterven. Alle socialistische eischen komen daaruit voort,
-van nu af aan is het verschrikkelijke probleem, welks oplossing de
-tegenwoordige maatschappij dreigt te vernietigen, tusschen arbeid en
-kapitaal gesteld.
-
-Toen de slavernij uit de oude wereld verdween, om plaats te maken
-voor het loonstelsel, was de omwenteling ontzaglijk; en zonder eenigen
-twijfel was de Christelijke idee een der machtigste factoren, die de
-slavernij vernietigd hebben. Waarom zou dan thans, nu het er om gaat
-het loonstelsel door iets anders te vervangen, misschien door het deel
-krijgen van de arbeiders in de winst, het Christendom niet trachten
-een nieuw aandeel daarin te hebben? Deze naderende, niet tegen te
-houden opkomst der democratie is een nieuwe phase in de geschiedenis
-der menschheid, de maatschappij van morgen, die zich aan het vormen
-is. En Rome kan zich daartegenover niet lijdelijk houden, het pausdom
-moest in dien strijd partij kiezen, als het niet van de wereld wilde
-verdwijnen als een geheel en al nutteloos geworden raderwerk.
-
-Daaruit ontstond de rechtmatigheid van het Katholieke socialisme. Toen
-van alle kanten de socialistische secten elkaar met hun oplossingen
-het volksgeluk betwistten, moest de Kerk de hare geven. Hier nu
-verscheen het nieuwe Rome, hier verbreedde de evolutie zich in een
-herleving van onbegrensde hoop. Het stond vast, dat de Katholieke Kerk
-in haar grondstellingen niets tegen de democratie had. Integendeel zij
-behoefde slechts de Evangelische traditie weer op te vatten, opnieuw de
-Kerk der armen en eenvoudigen van geest te worden, om de universeele
-Christelijke gemeenschap te herstellen. Haar wezen is democratisch,
-en dat zij zich aan de zijde der rijken en machtigen geschaard heeft,
-toen het Christendom het Katholicisme werd, is alleen een gevolg van
-het feit, dat zij, met opoffering van haar oorspronkelijke zuiverheid,
-gehoorzamen moest aan de noodzakelijkheid van zelfverdediging,
-zoodat zij, wanneer zij nu de zijde van de heerschende, maar tot
-ondergang gedoemde klassen verlaat, om terug te keeren tot het volk der
-ongelukkigen, zich eenvoudig dichter aansluit bij den Christus, een
-verjongingskuur ondergaat, zich bevrijdt van politieke compromissen,
-waaronder zij zich zoo lang heeft moeten bukken.
-
-In alle tijden heeft de Kerk zich, zonder in één enkel opzicht afstand
-te doen van het absolute, weten te plooien naar de omstandigheden;
-zij behoudt haar volkomen souvereiniteit, zij duldt eenvoudig wat
-zij niet kan verhinderen, zij wacht, zelfs eeuwen lang, geduldig op
-het oogenblik, dat zij weer de meesteresse der wereld worden zal. En
-zou dat oogenblik niet nu, niet in de naderende crisis slaan? Weer
-betwisten alle machten zich het bezit van het volk. Sedert vrijheid
-en onderwijs het hebben opgevoed tot een macht, tot een wezen,
-dat met volle bewustzijn en krachtigen wil zijn deel opeischt,
-willen alle regeeringen het voor zich winnen, erdoor, ja zelfs ermede
-regeeren. Het socialisme is de toekomst, het nieuwe regeeringswerktuig;
-allen doen aan socialisme, de op hun troonen wankelende koningen, de
-bourgeois-leiders van onrustige, woelige republieken, de eerzuchtige
-volksmenners, die van macht droomen. Allen zijn het erover eens, dat
-de kapitalistische staat de terugkeer tot de heidensche wereld, tot
-de slavenmarkt is; allen willen de afschuwelijke ijzeren wet breken,
-die van den arbeid een aan de wetten van vraag en aanbod onderworpen
-koopwaar maakt, die het loon berekent naar het strikt noodzakelijke,
-dat de arbeider noodig heeft, om niet van honger om te komen.
-
-Beneden verergeren de kwalen, worden de arbeiders door ellende en
-wanhoop gekweld, terwijl over hun hoofden heen de discussies worden
-voortgezet, de stelsels zich kruisen, de goede wil zich uitput in het
-beproeven van niets uitwerkende middelen. Het is het rondtrappelen op
-één plaats, het is de krankzinnige verbijstering, die aan naderende
-catastrophen voorafgaat. En tusschen de andere is het Katholieke
-socialisme, even vurig als het revolutionnaire socialisme, op zijn
-beurt in den strijd getreden en tracht te overwinnen.
-
-Nu volgde een studie over de krachtsinspanning van het Katholieke
-socialisme in de geheele Christenheid. Daarbij was bijzonder opvallend,
-dat de strijd levendiger en succesvoller werd, zoodra hij geleverd werd
-op een terrein, dat nog niet geheel gewonnen was voor het Christendom,
-zooals bijvoorbeeld in die landen, waar het Katholicisme zich tegenover
-het Protestantisme bevond. Daar streden de priesters met eene ongewone
-heftigheid voor hun leven, betwistten zij den dominé's het bezit van
-het volk door vermetel-democratische theorieën.
-
-In Duitschland, het klassieke land van het socialisme was monseigneur
-Ketteler een der eersten, die den rijken belastingen wilde opleggen,
-stichtte hij later een uitgebreide beweging, die thans met behulp van
-talrijke vereenigingen en couranten door den geheelen clerus geleid
-wordt. In Zwitserland verdedigde monseigneur Mermillod de zaak der
-armen zoo krachtig, dat thans de bisschoppen bijna gemeene zaak maken
-met de democratische socialisten, ongetwijfeld in de hoop hen op den
-dag der verdeeling te bekeeren.
-
-In Engeland, waar het socialisme zoo langzaam doordringt, behaalde
-kardinaal Manning belangrijke successen, koos hij tijdens een
-reusachtige staking de zijde der werklieden, riep hij een volksbeweging
-in het leven, die talrijke aanhangers kreeg. Maar vooral in Amerika,
-in de Vereenigde Staten vierde het Katholieke socialisme triomfen in
-die democratische omgeving, welke bisschoppen als monseigneur Ireland
-ertoe noodzaakte zich aan het hoofd der arbeiderseischen te stellen:
-een geheele nieuwe Kerk schijnt daar te ontkiemen, zonder vaste vormen
-nog, maar overvloeiend van levenskracht en bezield met grootsche
-verwachtingen, als stond zij reeds aan den dageraad van het verjongde
-Christendom. Als men dan naar Oostenrijk en België, Katholieke landen,
-oversteekt, ziet men, dat in het eerste het Katholieke socialisme
-zich vermengt met het anti-semitisme, en dat het in het tweede geen
-uitgesproken karakter bezit, terwijl de beweging minder wordt, ja
-zelfs verdwijnt, zoodra men in Spanje en in Italië, die oude landen
-van het geloof, komt; Spanje, geheel overgeleverd aan de gewelddaden
-van revolutionnairen, met zijn stijfhoofdige bisschoppen, die er zich
-mede vergenoegen als in de dagen der Inquisitie hun banbliksems naar de
-ongeloovigen te slingeren; Italië verstard in de traditie, zonder eenig
-initiatief, rondom den Heiligen Stoel tot zwijgen en eerbied gedwongen.
-
-In Frankrijk echter bleef de strijd levendig, maar was het vooral een
-ideeënstrijd; de oorlog ging over het geheel tegen de Revolutie, en
-het scheen voldoende te zijn de oude organisatie der monarchistische
-tijden te herstellen, om tot de gouden eeuw terug te keeren. Op
-die wijze werd het vraagstuk der werkliedencorporaties het punt,
-waar alles om draaide, als ware dat de panacee voor alle kwalen der
-arbeidende klassen. Maar omtrent de oplossing was men het allesbehalve
-met elkaar eens: sommigen, de Katholieken, die de inmenging van
-den Staat afwezen en een zuivere moreele actie voorstonden, wilden
-vrije corporaties, terwijl anderen, de jongeren, de ongeduldigen,
-die tot handelen besloten waren, verplichte, door den Staat erkende
-en beschermde corporaties met voldoende eigen kapitaal wilden.
-
-Vicomte Philibert de la Choue vooral had in woord en geschrift een
-vurige campagne ten gunste van de verplichte corporaties gevoerd;
-en zijn grootste verdriet was, dat hij er den paus nog niet toe
-had kunnen bewegen zich uit te spreken, of de corporaties open of
-gesloten moesten zijn. Zijns inziens hing het lot der maatschappij,
-de vreedzame oplossing der sociale quaestie of de gewelddadige
-catastrophe, die alles met zich mede slepen zou, daarvan af. In
-den grond der zaak was hij, hoewel hij het niet bekennen wilde,
-ten slotte overgegaan tot het staatssocialisme. Ondanks het
-gebrek aan overeenstemming bleef de agitatie bestaan, werden
-pogingen gedaan, die echter weinig succes hadden: coöperatieve
-verbruiksvereenigingen, arbeiderswoningvereenigingen, volksbanken,
-louter min of meer gemaskeerde pogingen, om tot de oude Christelijke
-gemeenschappen terug te keeren, terwijl te midden van de verwarring
-van den tegenwoordigen tijd, te midden van de onrust der geesten en
-de politieke moeilijkheden, die het land doormaakte, de militante
-Katholieke partij haar hoop met den dag grooter voelde worden, tot
-de blinde zekerheid toe, dat de wereldheerschappij spoedig weer in
-haar handen zijn zou.
-
-Het tweede deel van het boek eindigde met een schildering van de
-intellectueele en moreele malaise, waartegen het einde der eeuw
-streed. De groote massa der arbeiders moge lijden onder de slechte
-verdeeling en eischen, dat men hun bij een nieuwe deeling ten minste
-het dagelijksch brood verzekert, de elite is evenmin meer tevreden:
-zij is wanhopig over de leegte, die haar bevrijde rede, haar zich
-uitgebreid hebbend begrip in haar achtergelaten hebben. Het is het
-beruchte bankroet van het rationalisme, van het positivisme, van
-de wetenschap zelf. De geesten, die verteerd worden door den drang
-naar het absolute, worden het langzame tasten van die wetenschap
-moede, welke alleen de bewezen waarheden aanvaardt; zij worden weer
-aangegrepen door den angst voor het mysterie; zij hebben een volkomen
-en onmiddellijke synthese noodig, om in vrede te kunnen slapen;
-en gebroken, razend gemaakt door de gedachte, dat zij nooit alles
-zullen weten, vallen zij onderweg weer op hun knieën, God, het in
-een geloofsformule onthulde onbekende, verkiezend.
-
-Inderdaad ook thans nog stilt de wetenschap noch onzen dorst naar
-gerechtigheid, noch onze begeerte naar zekerheid, noch de eeuwenoude
-idee, die wij ons maken van het geluk, en die in een voortleven,
-in eeuwige genietingen bestaat. Zij laat de wereld alleen nog maar
-spellen, zij brengt voor een ieder slechts de strenge, solidaire
-verplichting te leven, een eenvoudige factor in den universeelen arbeid
-te zijn. Hoe begrijpelijk is dan ook de opstand, het verzet des harten,
-het verlangen naar den Christelijken hemel met zijn mooie engelen,
-vol licht en muziek en geuren. O, wanneer men zijn dooden kussen en
-tot zichzelf zeggen kan, dat men ze terug zal vinden, dat men met hen
-in een glorierijke onsterfelijkheid herleven zal! Wanneer men deze
-zekerheid van een opperste gerechtigheid bezit, om de afschuwlijkheden
-van dit aardsche bestaan te kunnen dragen! Wanneer men daardoor aan de
-verschrikkelijke gedachte aan het Niet, aan de vreeselijke voorstelling
-van het verdwijnen van het Ik ontsnappen en zoodoende eindelijk rust
-vinden kan in het onwankelbare geloof, dat de gelukkige oplossing van
-alle problemen van het levenslot verschuift naar den dag na den dood.
-
-Dien droom zullen de volkeren nog lang droomen. Dat verklaart ook,
-waarom aan het einde dezer eeuw ten gevolge van de overwinning der
-geesten, ten gevolge ook van de groote onrust, waarin zich de van
-een nieuwe wereld zwanger gaande menschheid verkeert, het religieuse
-gevoel weer ontwaakt is. Het is onrustig, snakt naar het ideale en het
-oneindige, eischt een moreele wet en de zekerheid van een opperste
-gerechtigheid. De godsdiensten kunnen verdwijnen, het religieuse
-gevoel zal er nieuwe scheppen, zelfs met behulp van de wetenschap. Een
-nieuwe godsdienst! Een nieuwe godsdienst! En was het niet het oude
-Katholicisme, dat op het punt stond in deze hedendaagsche wereld,
-waar alles dat wonder scheen te begunstigen, opnieuw zou ontkiemen,
-weer groene loten zou doen ontspruiten en zich met een frisschen
-bloemenpracht tooien zou?
-
-Eindelijk had, in het derde deel van zijn boek, Pierre met de vlammende
-woorden van een apostel geschilderd hoe de toekomst, het verjongde
-Katholicisme eruit zou zien, dat aan de in doodsangst verkeerende
-volkeren vrede en gezondheid, de vergeten gouden eeuw van het
-oorspronkelijke Christendom teruggeven zou. Hij begon met een roerende
-en verheerlijkende beschrijving van Leo XIII, den idealen paus, den
-uitverkorene, aan wien de redding der volkeren opgedragen was. Hij
-had hem zich zoo voor den geest geroepen, hij had hem zoo gezien in
-zijn brandend verlangen naar de komst van een herder, die een einde
-maken zou aan de ellende. Het was geen buitengewoon gelijkend portret,
-neen het was de onmisbare redder, de onuitputtelijke naastenliefde,
-het groote hart en de breede geest, zooals hij zich die droomde. Toch
-had hij de documenten, de encyclieken bestudeerd, de geheele figuur
-op feiten opgebouwd: op zijn religieuse opvoeding te Rome, de korte
-nuntiatuur te Brussel, zijn lang episcopaat in Perugia.
-
-Nauwlijks is Leo XIII in den moeilijken, door Pius IX achtergelaten
-toestand, paus, of zijn dubbele natuur openbaart zich: hij is de
-onwankelbare hoeder van het dogma, de soepele politicus, vast besloten,
-de verdraagzaamheid zoo ver mogelijk door te drijven. Hij breekt
-onmiddellijk met de moderne philosophie, gaat over de Renaissance
-heen terug naar de Middeleeuwen, herstelt in de Katholieke scholen de
-Christelijke wijsbegeerte in den geest van Thomas van Aquino. Nadat
-het dogma op die wijze beschermd is, bereikt hij het evenwicht,
-geeft aan alle mogendheden onderpanden van den vrede, tracht hij
-alle gelegenheden te benutten. Men ziet hoe hij met ongekenden
-ijver een verzoening tot stand brengt tusschen den Heiligen Stoel
-en Duitschland, hoe hij toenadering zoekt tot Rusland, Zwitserland
-bevredigt, in vriendschappelijke verhouding met Engeland tracht te
-komen, aan den keizer van China vraagt de zendelingen en de Christenen
-in zijn rijk bescherming te verleenen. Later zal hij tusschenbeide
-komen in Frankrijk en de rechtmatigheid der Republiek erkennen. Van
-den beginne af is in al zijn daden één gedachte duidelijk merkbaar,
-de gedachte, die van hem een der eerste politieke personen maken
-zal. En deze gedachte is niets anders dan het eeuwenoude ideaal
-van het pausdom: alle zielen te veroveren, Rome het centrum en de
-meesteres der wereld. Hij heeft slechts één wil, één doel: werken aan
-de eenheid der Kerk, de afgescheiden gemeenten tot haar terugbrengen,
-om haar in den komenden socialen strijd onoverwinlijk te maken.
-
-In Rusland tracht hij de moreele autoriteit van het Vaticaan tot
-erkenning te brengen; hij droomt ervan in Engeland de Anglicaansche
-Kerk te ontwapenen en haar tot een soort broedervrede te bewegen. Maar
-vooral in het Oosten streeft hij naar een hereeniging met de afvallige
-Kerken, die hij eenvoudig als gescheiden zusters behandelt, wier
-terugkeer zijn vaderhart zoo vurig wenscht. Over welke overwinnende
-kracht zou Rome niet beschikken, wanneer het zonder tegenspraak over
-alle Christenen der geheele wereld heerschen zou?
-
-Hier kwam de sociale gedachte van Leo XIII terug. Nog als bisschop
-van Perugia had hij een herderlijken brief geschreven, waarin een
-nog wel vaag humanitair socialisme tot uiting kwam. Nauwlijks echter
-heeft hij zich de tiara opgezet, of hij verandert van meening,
-dreigt de revolutionnairen, wier vermetelheid toen geheel Italië
-schrik aanjoeg, met zijn banbliksems. Onmiddellijk echter wijzigt
-hij zijn koers, gewaarschuwd door de feiten, het doodelijk gevaar,
-om het socialisme in de handen van de vijanden van het Katholicisme
-te laten, inziende. Hij luistert naar de adviezen van de populaire
-bisschoppen in de propagandalanden, mengt zich niet meer in de
-Iersche quaestie, trekt den banvloek in, dien hij naar de Ridders
-van den Arbeid in de Vereenigde Staten geslingerd had, verbiedt de
-vermetele boeken van Katholiek-socialistische schrijvers op den Index
-te plaatsen. Deze omzwenking naar de democratie vindt men in zijn
-meest beroemde encyclieken terug: Immortale Dei over de constitutie
-der staten; Libertas over de menschelijke vrijheid; Sapientiae over de
-plichten van Christelijke burgers; Rerum novarum over den toestand der
-arbeiders. Met name deze laatste schijnt de Kerk verjongd te hebben. De
-paus constateert daarin de onverdiende ellende der arbeiders, den te
-langen werktijd, het onvoldoende loon. Ieder mensch heeft het recht
-om te leven; het door den honger afgeperste contract is onrechtvaardig.
-
-Op een andere plaats verklaart hij, dat men den arbeider niet
-onbeschermd mag laten tegenover een uitbuiting, die de ellende
-der groote meerderheid in het geluk van enkele anderen verkeeren
-doet. Daar hij zich over de organisatiequaestie slechts zeer vaag kan
-uiten, bepaalt hij er zich toe de vereenigingsbeweging, die hij onder
-de bescherming van den Staat plaatst, aan te moedigen; en nadat hij
-aldus de gedachte van het burgerlijk gezag hersteld heeft, brengt hij
-God weer op zijn souvereine plaats terug. Hij verwacht voornamelijk
-heil van moreele maatregelen, van den ouden eerbied voor familie
-en eigendom.
-
-Maar was deze hulpvaardige hand, die de verheven stedehouder van
-Christus openlijk aan de eenvoudigen van geest en de armen toestak,
-niet het zeker teeken van een nieuwen bond, niet de aankondiging
-van een nieuw koninkrijk van Jezus op aarde? Van nu af aan wist het
-volk, dat het niet verlaten was. En tot welk een glorie steeg van dat
-oogenblik af Leo XIII niet, wiens priester- en bisschopsjubilea door
-de gezamenlijke Christenheid gevierd werden onder den toevloed van een
-ontzaglijke menigte, van tallooze geschenken, van vleiende brieven,
-door alle souvereinen gezonden.
-
-Vervolgens had Pierre de quaestie van de wereldlijke macht behandeld,
-wat hij vrijuit meende te mogen doen. Natuurlijk wist hij, dat de paus
-in zijn strijd met Italië even hardnekkig als op den eersten dag zijn
-rechten op Rome bleef handhaven; maar hij meende, dat dit slechts
-een noodzakelijke vormquaestie was, die door politieke overwegingen
-opgedrongen werd en verdwijnen zou, zoodra het uur daarvoor sloeg. Hij
-voor zich was overtuigd, dat de paus, die nog nooit zoo groot geweest
-was als thans, die uitbreiding van zijn autoriteit, die zuivere
-schittering van moreele almacht te danken had aan het verlies van zijn
-wereldlijke macht. Welk een lange reeks van misslagen en conflicten
-was sedert vijftien eeuwen niet de geschiedenis van het bezit van dit
-kleine Romeinsche koninkrijk! In de vierde eeuw verlaat Constantijn
-Rome, op den ledigen Palatinus blijven nog slechts enkele vergeten
-functionarissen achter; de paus maakt zich natuurlijk van de macht
-meester en het leven der stad gaat over naar den Lateranus. Maar eerst
-vier eeuwen later erkent Karel de Groote het fait accompli door aan
-den paus formeel den Kerkelijken Staat te schenken.
-
-Van dat oogenblik af houdt de oorlog tusschen de geestelijke macht
-en de wereldlijke machten niet meer op, dikwijls in het verborgene,
-meestal echter hevig, vol bloed en vlammen. Is het niet onverstandig
-thans te droomen van een pausdom, dat te midden van het gewapende
-Europa tegelijk koning van een lapje grond was, waar het blootgesteld
-zou zijn aan alle kwellingen, waar het zich slechts met behulp van een
-vreemd leger zou kunnen handhaven? Wat zou er van het pausdom worden
-in het algemeene bloedbad, dat men dreigend naderen ziet? Hoeveel
-veiliger, hoeveel waardiger en hooger is zijn positie, wanneer het,
-bevrijd van alle aardsche zorgen, slechts over de wereld der zielen
-regeert!
-
-In de eerste tijden der Kerk heeft het pausdom, oorspronkelijk
-geheel locaal en zuiver Romeinsch, zich langzamerhand gekatholiseerd,
-geüniversaliseerd, door zijn heerschappij over de geheele Christenheid
-uit te breiden. Eveneens heeft het Heilig College, dat oorspronkelijk
-niets anders was dan een voortzetting van den Romeinschen Senaat,
-zich geïnternationaliseerd, zoodat het heden ten dage de meest
-universeele van alle vereenigingen geworden is, waarin onderdanen van
-alle naties zitting hebben. En is het niet duidelijk, dat de paus,
-aldus door de kardinalen gesteund, de eenige groote internationale
-autoriteit geworden is, des te machtiger nu hij bevrijd is van
-monarchistische belangen en in naam der menschheid spreekt, ja zelfs
-boven het begrip vaderland staat. De zoo vurig gezochte oplossing,
-waarom zulke langdurige oorlogen gevoerd zijn, bestaat ongetwijfeld
-hierin: of men moet den paus de wereldlijke macht over de geheele aarde
-geven of hem slechts de geestelijke heerschappij laten. Wanneer hij,
-die reeds de meester der zielen is, niet door alle volkeren als de
-eenige meester der lichamen, als de koning der koningen erkend wordt,
-dan moet hij als stedehouder Gods, als absoluut en onfeilbaar souverein
-door goddelijke overdracht in zijn heiligdom blijven.
-
-Maar welk een vreemd avontuur was dit nieuwe ontspruiten van het
-pausdom op het door de Fransche Revolutie bezaaide en bemeste
-veld! Misschien baant dit het den weg naar de heerschappij, het
-streven waarnaar het zooveel eeuwen staande gehouden heeft. Want
-nu staat het alleen voor het volk; de koningen zijn neergeworpen;
-aan het volk staat het thans vrij zich te geven aan wie het zelf wil;
-waarom zou het zich niet geven aan het pausdom? De zekere afbrokkeling,
-die de vrijheidsidee ondergaat, geeft het recht alles te hopen. Op
-economisch terrein schijnt de liberale partij overwonnen. De arbeiders,
-ontevreden over '89, klagen over hun steeds grooter geworden ellende,
-roeren zich, zoeken wanhopig naar het geluk. Anderzijds hebben de
-nieuwe regeeringsvormen de internationale macht der Kerk doen toenemen;
-in de parlementen der republieken en constitutioneele monarchieën
-zitten talrijke Katholieken.
-
-Alle omstandigheden schijnen dus het buitengewone geluk van het
-verouderende, maar tot nieuwe jeugdkracht ontwakende Katholicisme te
-begunstigen. Tot de wetenschap toe, die men bankroet verklaart, wat den
-Syllabus van belachelijkheid redt, maakte de geesten ongerust, opent
-weer het onbegrensde gebied van het mysterie en van het onmogelijke. En
-dan herinnert men zich een prophetie, volgens welke het pausdom meester
-der wereld zijn zou, zoodra het zich aan de spits der democratie zou
-stellen, na al de afvallige Oostersche Kerken met de apostolische
-Roomsch-Katholieke Kerk vereenigd te hebben. Die tijd was blijkbaar
-gekomen, nu de paus, de machtigen en rijken dezer aarde van zich
-stootend, de van hun troon gejaagde koningen in hun ballingschap liet,
-om zich, zooals Jezus, aan de zijde van de arbeiders zonder brood en
-de bedelaars te scharen. Misschien nog enkele jaren van vreeselijke
-ellende, van verontrustende verwarring--en dan zal het volk, de groote
-Zwijger, waarover men tot dusverre naar willekeur beschikt heeft,
-zijn mond openen, terugkeeren naar de wieg, naar de geünifieerde Kerk
-van Rome, om de dreigende verwoesting der menschelijke maatschappij
-te voorkomen.
-
-En Pierre eindigde zijn boek met een hartstochtelijke evocatie van
-het nieuwe Rome, het geestelijke Rome, dat weldra heerschen zou over
-de verzoende, in een nieuwe gouden eeuw als broeders vereenigde
-volkeren. Hij zag daarin zelfs het einde van het bijgeloof in,
-hij had, zonder echter de dogma's direct aan te vallen, zich in
-zijn dweperij zoozeer vergeten, dat hij van een uitgebreid, van alle
-ceremoniën bevrijd, geheel in de bevrediging der naastenliefde opgaand,
-religieus gevoel droomde. Nog gewond door zijn reis naar Lourdes, had
-hij toegegeven aan den drang, om zijn hart te bevredigen. Was dat zoo
-krasse bijgeloof van Lourdes niet het afschuwlijke symptoom van een
-tijdvak van al te groot lijden? Den dag, dat het Evangelie over de
-geheele wereld verbreid en in toepassing gebracht zou worden, zouden
-de lijdenden niet meer zoo ver en onder zoo tragische omstandigheden
-een illusoiren troost gaan zoeken, zeker als zij van af dat oogenblik
-zouden zijn thuis hulp te vinden, getroost en genezen te worden.
-
-Te Lourdes had men een zondige verdraaiing van het lot, een
-voortdurende reden tot strijd, die aan God deed twijfelen, maar
-in de echt-Christelijke maatschappij van morgen verdwijnen zou. O,
-deze christelijke maatschappij, deze christelijke gemeenschap; het
-zwaartepunt van het geheele boek lag in het vurige verlangen naar de
-komst daarvan! O, mocht de tijd gauw komen, dat het Christendom weer de
-godsdienst van gerechtigheid en waarheid worden zou, die het vroeger
-geweest was, voor het zich had laten veroveren door de machtigen
-en rijken! De tijd, dat de kleinen en armen regeerden, de aardsche
-goederen onderling deelden en slechts gehoorzaamden aan de alles gelijk
-makende wet van den arbeid! De tijd, dat de paus alleen aan het hoofd
-van de federatie der volkeren staan zou, als een vredesvorst, wiens
-eenige en eenvoudige roeping was de regel der moraal, de band van
-liefde en barmhartigheid te zijn, die alle wezens samenbindt. Was
-dat niet de aanstaande verwezenlijking van Christus' beloften. De
-tijden zouden in vervulling gaan, de burgerlijke maatschappij en de
-religieuse maatschappij zouden elkaar zóó volkomen dekken, dat zij er
-slechts één zouden vormen. Dat zou de door alle propheten voorspelde
-eeuw van triomf en geluk zijn: geen strijd meer, geen antagonisme
-tusschen lichaam en ziel, een wonderbaar evenwicht, dat de zonde zou
-dooden, dat op aarde het koninkrijk Gods brengen zou. Het nieuwe Rome,
-het centrum der wereld, dat aan de wereld den nieuwen godsdienst gaf!
-
-Pierre voelde, hoe de tranen hem in de oogen kwamen. Met een onbewust
-gebaar en zonder de verbazing van de magere Engelschen en de corpulente
-Duitschers, die over het terras heen en weer liepen, op te merken,
-breidde hij zijn armen uit naar het werkelijke Rome, dat, badend in
-de mooie zon, zich aan zijn voeten uitstrekte. Zou het zijn droom
-goedgunstig gezind zijn? Zou hij, zooals hij gezegd had, werkelijk het
-geneesmiddel voor al ons ongeduld, voor al onze smart vinden? Kon het
-Katholicisme zich hernieuwen, tot den geest van het oorspronkelijke
-Christendom terugkeeren, de godsdienst der democratie zijn, het geloof,
-dat de in doodsgevaar verkeerende moderne maatschappij verwacht, om
-tot kalmte te komen en verder te leven? Hij was vol edelen hartstocht,
-vol geloof. Hij zag den goeden abbé Rose terug, zooals hij bij het
-lezen van het boek van ontroering weende; hij hoorde vicomte Philibert
-de la Choue tegen hem zeggen, dat een dergelijk boek met een leger
-gelijk stond; hij voelde zich vooral sterk door de goedkeuring van
-kardinaal Bergerot, den apostel van de onuitputtelijke naastenliefde.
-
-Waarom dreigde dan de congregatie zijn werk op den Index te
-plaatsen? Sedert veertien dagen, sedert men hem officieus gewaarschuwd
-had naar Rome te gaan, als hij zich verdedigen wilde, stelde hij zich
-telkens weer die vraag, zonder te kunnen ontdekken, welke bladzijden
-van zijn boek aanstoot konden geven. Het kwam hem voor, dat in alle het
-zuiverste Christendom brandde. Maar hij kwam, bevend van geestdrift en
-moed, hij verlangde vurig neer te knielen aan de voeten van den paus,
-zich onder zijn verheven bescherming te stellen, hem te zeggen, dat hij
-geen regel geschreven had, die niet door zijn geest geïnspireerd was,
-die niet den triomf van zijn politiek beoogde. Was het mogelijk, dat
-men een boek op den Index plaatste, waarin hij in volle oprechtheid
-meende Leo XIII verheerlijkt te hebben door hem bij zijn werk van
-Christelijke eenheid en algemeenen vrede te helpen?
-
-Een oogenblik bleef Pierre tegen de borstwering staan. Bijna een
-uur lang stond hij daar reeds, zonder zich te kunnen verzadigen aan
-den aanblik van Rome's grootheid, dat hij dadelijk ondanks al het
-onbekende, dat het voor hem verborg, had willen bezitten. O, het
-te grijpen, het te kennen, oogenblikkelijk de waarheid te ervaren,
-die hij het vragen kwam! Het was een nieuw experiment, een nog
-ernstiger dan Lourdes, een beslissend experiment, waaruit hij òf
-gesterkt òf voor altijd verpletterd te voorschijn zou komen. Hij
-vroeg niet meer het naïeve, absolute kindergeloof, maar het hoogere
-geloof van den intellectueel, dat zich verheft boven ceremoniën en
-symbolen en werkt aan het grootst mogelijke geluk der menschheid,
-gebaseerd op zijn behoefte aan zekerheid. Zijn hart klopte in zijn
-keel: wat zou Rome's antwoord zijn? De zon was verder geklommen,
-de hooger gelegen stadswijken teekenden zich scherper tegen den in
-vuur staanden achtergrond af. In de verte namen de heuvels gouden en
-purperen tinten aan, terwijl de dichtst bij zijnde gevels helder en
-duidelijk met hun duizenden vensters te zien waren.
-
-Maar de ochtendnevels waren nog niet geheel opgetrokken, lichte
-sluiers schenen uit de lage straten op te stijgen en de toppen te
-omhullen, waar zij zich dan in den vurigen, eindeloos blauwen hemel
-vervluchtigden. Een oogenblik dacht hij, dat de Palatinus verdwenen
-was; hij zag nauwlijks den donkeren zoom der cypressen, alsof hij
-door het stof van zijn ruïnen verborgen werd. Voornamelijk echter was
-de Quirinalis niet te onderscheiden, het koninklijk paleis met zijn
-onbeteekenenden, vlakken en lagen gevel scheen zich teruggetrokken te
-hebben en zag er in de verte zoo onbestemd en vaag uit, dat hij het
-niet meer onderscheiden kon. Links echter, boven de boomen, stak de
-dom van St. Pieter nog hooger uit in het heldere goud van de zon--nam
-den geheelen hemel in, beheerschte de geheele stad.
-
-O, met welk een onbegrensde hoop vervulde hem deze eerste aanblik
-van Rome--het ochtend-Rome, welks nieuwe wijken hij in de koorts van
-zijn aankomst niet eens opgemerkt had, het Rome, dat hij hoopte zóó
-te vinden als hij het gedroomd had. En toen hij daar in zijn dunne
-zwarte soutane op dezen schitterenden morgen in aanschouwing verzonken
-stond--toen meende hij een kreet van naderende verlossing uit de daken
-te hooren oprijzen, een belofte van wereldvrede te hooren weerklinken
-uit die heilige aarde, welke tweemaal koningin der wereld geweest
-was. Dit was het derde Rome, het nieuwe Rome, welks vaderlijke liefde
-over de grenzen heen uitging naar alle volkeren, om ze, getroost,
-in één omarming aan zijn borst te drukken. Hij zag het, hij hoorde
-het--het lag daar zoo verjongd, zoo kinderlijk-zacht onder den wijden
-blauwen hemel, als opgeheven in den heerlijk-frisschen ochtend en de
-hartstochtelijke reinheid van zijn droom.
-
-Eindelijk rukte Pierre zich van het verheven schouwspel los. Het paard
-en de koetsier hadden zich niet bewogen, met gebogen hoofd stonden
-zij in de volle zon. Op het bankje brandde het handkoffertje in de
-stralen van de nu reeds hoog staande dagvorstinne. Hij stapte weer
-in zijn rijtuigje, riep den koetsier opnieuw het adres toe:
-
-"Via Giulia, palazzo Boccanera."
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE HOOFDSTUK
-
-
-Op dat uur baadde de Via Giulia, die in een rechte lijn van ongeveer
-vijfhonderd meter van den palazzo Farnese naar de kerk San Giovanni de'
-Fiorentini loopt, zich in het volle zonlicht. Het kleine vierkante
-plaveisel van den rijweg--een trottoir was er niet--leek geheel
-wit. Het rijtuigje reed bijna de geheele straat door tusschen de
-oude, grauwe, als in slaap gevallen en ledige huizen met hun groote
-getraliede vensters en hun diepe voorportalen, waardoor men op de
-sombere, op putten gelijkende binnenplaatsen zien kon. Geopend door
-paus Julius II, wiens droom het was haar met prachtige paleizen te
-omzoomen, had de straat, in dien tijd de regelmatigste en mooiste van
-Rome, in de zestiende eeuw als Corso gediend. Nu nog was te merken,
-dat het eens een mooie wijk geweest was; thans echter was het tot
-stille eenzaamheid vervallen en van een clericale rust en kalmte
-vervuld. De eene oude gevel volgde op den anderen; de ramen waren
-gesloten, een paar traliewerken met klimplanten begroeid, op de
-drempels zaten katten, in de bijgebouwen waren eenvoudige, donkere
-winkels ondergebracht, terwijl zich slechts weinig voorbijgangers
-lieten zien: vrouwen, die kinderen achter zich aan trokken, een met
-een muilezel bespannen hooiwagen, een monnik in een grove wollen pij,
-een geruischloos voorbijsnellende wielrijder, wiens rijwiel in de
-zon schitterde.
-
-Eindelijk keerde de koetsier zich om en wees met zijn zweep op een
-groot vierkant gebouw op den hoek van een naar den Tiber loopend
-steegje.
-
-"Palazzo Boccanera."
-
-Pierre keek op. Het streng-regelmatige, door den tijd zwart geworden,
-kale en massieve gebouw benauwde hem een weinig. Evenals de palazzo
-Farnese en de palazzo Sacchetti, zijn buren, was het omstreeks
-1540 door Antonio da San Gallo gebouwd; ja zelfs beweerde men, dat,
-evenals voor het eerste, de architect voor den bouw uit het Colosseum
-en het Theatrum Marcelli gestolen steenen gebruikt had. De gevel,
-in verhouding tot de straat te groot en te vierkant, bestond uit
-drie verdiepingen, waarvan de eerste zeer hoog en voornaam was. Als
-eenige versiering rustten de hooge vensters van den rez-de-chaussée,
-die ongetwijfeld uit vrees voor een beleg met reusachtige,
-vooruitspringende tralies voorzien waren, op groote consoles en
-waren gekroond met attieken, die zelf weer op kleinere consoles
-steunden. Boven de monumentale ingangspoort met zijn bronzen deuren
-liep voor het middenraam een balcon. De gevel eindigde bovenaan in
-een prachtige lijst, waarvan de fries bewonderenswaardig zuivere
-en mooie versieringen had. Die fries, de consoles en de attieken
-waren, evenals de deurlijsten, van wit marmer, dat echter zoo vuil
-gevlekt en afgebrokkeld was, dat het er ruw en geel als zandsteen
-uitzag. Links en rechts van de poort stonden twee oude, door draken
-gedragen banken, eveneens van marmer; in een der hoeken zag men nog
-een in den muur ingemetselde, prachtige Renaissance-fontein, een op
-een dolfijn rijdende Amor, die echter nauwlijks meer te herkennen was,
-zoo was het relief in den loop der tijden weggevreten.
-
-Maar Pierre's blikken werden vooral getrokken door een gebeeldhouwd
-wapenschild boven een der ramen van de rez-de-chaussée: het wapenschild
-der Boccanera's, een gevleugelde, vlammenspuwende draak; hij kon nog
-heel duidelijk het intact gebleven devies lezen: Bocca nera, Alma
-rossa--zwarte mond, roode ziel. Boven een ander raam bevond zich,
-als pendant, een van die kleine kapelletjes, die men nog zoo veel
-in Rome vindt, een in satijn gekleede Heilige Maagd, waarvoor in het
-volle daglicht een lantaarntje brandde.
-
-De koetsier wilde, zooals dat gebruikelijk is, onder het donkere,
-openstaande voorportaal rijden, toen de jonge priester in zijn
-verlegenheid hem tegenhield:
-
-"Neen, neen, niet inrijden. Het is niet noodig."
-
-Hij stapte uit, betaalde en ging met zijn valiesje in zijn hand eerst
-onder de poort door en dan de binnenplaats op, zonder een menschelijk
-wezen te zien.
-
-Het was een vierkant, groot, als een klooster door een overdekte
-zuilengang omgeven binnenplaats. Onder de arcaden waren tegen de muren
-overblijfselen van opgedolven marmeren standbeelden geplaatst--een
-Apollo zonder armen, een Venus, waarvan alleen de romp nog over was;
-tusschen de kiezelsteenen, die den grond met een zwart en wit mozaïek
-plaveiden, was fijn gras opgeschoten. Nooit scheen de zon tot dit
-door vochtigheid verweerde plaveisel door te dringen. Er heerschte
-daar een duisternis en een zwijgen als van een doode grootheid en
-een eindelooze droefheid.
-
-Verbaasd door het ledige van dit zwijgende paleis, zocht Pierre
-naar een portier of naar een knecht; toen hij een schim meende te
-zien voorbijglijden, vermande hij zich onder een tweede gewelf door
-te gaan, dat naar een klein aan den Tiber gelegen tuintje leidde. Aan
-die zijde liet de hier geheel vlakke en onversierde gevel slechts zijn
-drie rijen symmetrische vensters zien. Maar de totaal verwaarloosde
-tuin benauwde hem nog meer. In het midden, in een toegegooid bassin,
-waren groote taxisboomen opgeschoten. Tusschen het onkruid wezen
-slechts de oranjeappelboomen met hun gouden vruchten de lijn der
-paden aan. Tegen den rechtermuur stond tusschen twee reusachtige
-laurierboomen een sarcophaag uit de tweede eeuw; het relief stelde
-faunen voor, die vrouwen schoffeerden, een ongebreideld bacchanaal,
-een van die wellustige liefdetooneelen, zooals het decadente Rome
-uit dien tijd ze op de graven liet aanbrengen.
-
-Deze in een trog veranderde, afgebrokkelde, groen geworden, marmeren
-sarcophaag ving het fijne waterstraaltje op, dat uit een in den muur
-gemetseld, tragisch masker stroomde. Vroeger kwam hier een soort
-loggia met een zuilengalerij op den Tiber uit, een terras, vanwaar
-een dubbele trap naar de rivier stroomde. Maar de kadewerken brachten
-ook een verhooging van den oever met zich mede; het terras lag nu al
-lager dan de nieuwe grond, te midden van puin en gehouwen steenen,
-die waren blijven liggen.
-
-Ditmaal was Pierre er zeker van de schim van een rok gezien te
-hebben. Hij ging naar de binnenplaats terug en stond tegenover een
-vrouw, die tegen de vijftig zijn moest, maar nog geen grijs haar had;
-met haar wat korte gestalte maakte zij een vroolijken, levendigen
-indruk. Toch kwam bij het zien van den priester iets als wantrouwen
-op haar rond gezichtje met de kleine, heldere oogjes.
-
-Hij maakte zich dadelijk bekend, terwijl hij zijn beetje slecht
-Italiaansch bij elkaar zocht.
-
-"Madame, ik ben abbé Pierre Froment..."
-
-Maar zij liet hem niet uitspreken, maar zeide in heel goed Fransch
-met het eenigszins dikke en sleepende accent van Ile-de-France:
-
-"O, mijnheer de abbé, ik weet het, ik weet het... ik verwachtte u..."
-
-En toen hij haar verbaasd aankeek:
-
-"Ja, ik ben een Française... Ik woon hier nu al vijf-en-twintig jaar
-in dit land, maar ik heb me nog steeds niet kunnen wennen aan hun
-verduiveld koeterwaalsch."
-
-Toen herinnerde Pierre zich, dat vicomte Philibert de la Choue
-hem gesproken had over deze dienstbode, Victorine Bosquet, eene
-Beauceronnin uit Auneau, die op twee-en-twintigjarigen leeftijd
-met een teringachtige dame naar Rome gekomen was. Haar meesteres
-was plotseling gestorven en zij bleef wanhopig, als alleen midden
-in een land van wilden achter. Zij had zich dan ook met lichaam en
-ziel gegeven aan gravin Ernesta Brandini, geboren Boccanera, die pas
-bevallen was en haar van de straat opgenomen had als kindermeisje
-voor haar dochtertje Benedetta en in de hoop, dat zij haar zou helpen
-Fransch te leeren. Victorine, die nu vijf-en-twintig jaar in de
-familie was, had zich opgewerkt tot de rol van huishoudster, hoewel
-zij nog even onbeschaafd gebleven was en een zoo weinig ontwikkeld
-taalgevoel bezat, dat zij, wanneer zij voor het huishouden met het
-verdere dienstpersoneel spreken moest, nog slechts een afschuwlijk
-Italiaansch brabbelen kon.
-
-"En maakt mijnheer de vicomte het goed?" vroeg zij met haar vrijmoedige
-familiariteit. "Hij is zoo aardig. Wij vinden het zoo prettig, dat
-hij telkens als hij in Rome is, hier komt logeeren. Ik weet, dat de
-prinses en de contessina gisteren een brief van hem gekregen hebben,
-waarin hij uw bezoek meldde."
-
-Inderdaad had vicomte Philibert de la Choue alles voor het verblijf
-van Pierre in orde gebracht. Van het oude, krachtige geslacht der
-Boccanera's waren alleen nog over kardinaal Pio Boccanera, de prinses,
-zijn zuster, een ongetrouwde dame, die men uit eerbied donna Serafina
-noemde, hun nicht Benedetta, wier moeder, Ernesta, haar echtgenoot,
-graaf Brandini in het graf gevolgd was, en eindelijk hun neef, prins
-Dario Boccanera, wiens vader, prins Onofrio Boccanera gestorven en
-wiens moeder, een Montefiori, hertrouwd was. De vicomte was door een
-toevallig huwelijk aan deze familie geparenteerd: zijn jongste broer
-was met een Brandini, de zuster van Benedetta's vader, getrouwd; op
-die wijze had hij als oom-titulair tijdens het leven van den graaf
-verschillende malen in het paleis in de Via Giulia gelogeerd. Hij
-had zich zeer aan diens dochter gehecht, vooral sedert het intieme
-drama van een ongelukkig huwelijk, dat zij thans ontbonden trachtte
-te krijgen.
-
-Sedert zij weer naar haar tante Serafina en haar oom, den kardinaal,
-teruggekeerd was, schreef hij haar dikwijls en zond haar Fransche
-boeken. Onder andere had hij haar het boek van Pierre doen toekomen,
-en daar nam de heele geschiedenis haar oorsprong: er werden brieven
-over gewisseld, tot eindelijk Benedetta meldde, dat het werk bij de
-congregatie van den Index aangegeven was, den schrijver aanraadde
-onmiddellijk naar Rome te komen en hem op de allervriendelijkste
-wijze gastvrijheid in het paleis aanbood. De vicomte, die even
-verbaasd was als de jonge priester zelf, had de zaak niet goed
-begrepen, maar toch uit een oogpunt van goede politiek en omdat
-hij zich ook hartstochtelijk interesseerde voor een overwinning,
-die hij bij voorbaat tot een eigen overwinning maakte, er bij Pierre
-op aangedrongen om te gaan. Uit dit alles is zeer goed te begrijpen,
-dat Pierre zich weinig op zijn gemak gevoelde, toen hij, gewikkeld in
-een avontuur, waarvan de redenen en de voorwaarden hem onbekend waren,
-in dit voor hem vreemde huis kwam.
-
-"Maar ik zou u zoo waar hier laten staan, mijnheer de abbé," begon
-Victorine plotseling weer. "Ik zal u naar uw kamer brengen. Waar is
-uw koffer?"
-
-Toen hij haar zijn handkoffertje, dat hij zoo lang naast zich neergezet
-had, gewezen en haar uitgelegd had, dat hij voor de veertien dagen,
-die hij blijven zou, alleen maar een schoone soutane en wat linnengoed
-meegebracht had, scheen zij zeer verbaasd.
-
-"Veertien dagen? Denkt u maar veertien dagen te blijven? Enfin,
-we zullen wel zien."
-
-Zij riep een langen slungel van een bediende, die eindelijk te
-voorschijn gekomen was.
-
-"Giacomo, breng dat naar de roode kamer... Als mijnheer de abbé zoo
-goed wil zijn mij te volgen."
-
-Pierre was door die onverwachte ontmoeting met een landgenoote,
-en bovendien nog zoo'n vriendelijke, hartelijke vrouw, in dit
-sombere Romeinsche paleis weer geheel opgevroolijkt en op zijn gemak
-gebracht. Terwijl zij de binnenplaats overstaken, vertelde zij hem,
-dat de prinses uit was en dat de contessina, zooals men ondanks haar
-huwelijk Benedetta uit liefde was blijven noemen, zich niet erg wel
-voelde en op haar kamer gebleven was. Maar men had haar opgedragen
-voor hem te zorgen.
-
-De trap was in een hoek van de binnenplaats onder de zuilengang:
-een monumentale trap met breede, lage en zoo zacht oploopende treden,
-dat een paard haar makkelijk had kunnen opgaan; maar de steenen waren
-zoo kaal, de trapportalen zóó leeg en zóó deftig, dat een doodsche
-melancholie uit de hooge gewelven scheen te vallen.
-
-Op de eerste verdieping glimlachte Victorine even, toen zij de gedachte
-van Pierre meende te raden. Het paleis scheen onbewoond te zijn, geen
-geluid kwam uit de gesloten zalen. Zij wees op een groote eikenhouten
-deur rechts.
-
-"Zijne Eminentie bewoont hier den vleugel, die op de binnenplaats
-en op de rivier uitziet. O, nog niet het vierde gedeelte der
-verdieping... Alle ontvangsalons, die op de straat uitzien, zijn
-gesloten. Hoe zou men een dergelijke ruimte kunnen schoon houden? En
-waarom trouwens? Daarvoor zouden er meer menschen hier moeten wonen."
-
-Zij bleef met haar stevigen pas doorloopen; ongetwijfeld was deze
-omgeving haar nog steeds vreemd, was zij zelf te zeer verschillend
-ervan, om door het milieu beïnvloed te worden. Op de tweede verdieping
-begon zij weer:
-
-"Kijk, daar links is het appartement van donna Serafina, en daar
-rechts dat van de contessina. Dit is het eenige hoekje van het huis,
-waar het een beetje warm is en waar je tenminste leven kan... Trouwens
-het is vandaag Maandag, de prinses ontvangt vanavond. U zult het dus
-zelf kunnen zien."
-
-Dan opende zij een deur, die op een breede, heel nauwe trap uitkwam,
-en zeide:
-
-"Wij wonen op de derde verdieping... Als ik mijnheer den abbé voor
-mag gaan?"
-
-De groote monumentale trap eindigde op de tweede verdieping. Victorine
-legde hem uit, dat de derde verdieping alleen langs deze trap te
-bereiken was, die beneden uitkwam in het steegje, dat langs het
-paleis naar den Tiber liep. Er was daar een afzonderlijke deur,
-wat heel makkelijk was.
-
-Op de derde verdieping volgde zij een gang en wees zij hem opnieuw
-verschillende deuren.
-
-"Dit is de kamer van don Vigilio, den secretaris van Zijne
-Eminentie... Dit is de mijne... En hier hebt u uw kamer. Mijnheer de
-vicomte wil, wanneer hij voor een paar dagen in Rome komt, nooit een
-andere hebben. Hij zegt, dat hij hier vrijer is, uit kan gaan en thuis
-kan komen, wanneer hij wil. Ik zal u, net als hem, een sleutel van
-de deur beneden geven... En u zult eens zien, wat een mooi uitzicht
-u hier hebt!"
-
-Zij was naar binnen gegaan. De voor Pierre bestemde woning bestond uit
-twee vertrekken, een vrij grooten salon met een rood behang met veel
-bladwerk, en een kleiner kamer met een vlaskleurig behang bezaaid met
-verschoten blauwe bloemen. De salon lag op den hoek van het paleis en
-zag dus op het steegje en op den Tiber uit. Victorine ging dadelijk
-de beide ramen open zetten, waarvan het eene een ruim uitzicht gaf
-op de rivier stroomafwaarts, het andere op den Trastevere en den
-Janiculus aan de overzijde van het water.
-
-"Ja, het is hier heel mooi," zei Pierre, die haar gevolgd was en nu
-naast haar stond.
-
-Zonder zich te haasten kwam Giacomo met het handkoffertje achter hem
-aan. Het was nu even over elf. Victorine, die zag, dat de priester moe
-was, en begreep, dat hij na zoo'n lange reis wel honger hebben zou,
-bood hem aan dadelijk in den salon een ontbijt te laten brengen. Dan
-zou hij daarna den namiddag hebben, om te rusten of uit te gaan; de
-dames zou hij eerst 's avonds bij het diner zien. Hij protesteerde
-daartegen; neen, hij zou beslist uitgaan en niet een heelen middag
-verliezen. Maar heel graag wilde hij een ontbijt hebben, want hij
-stierf werkelijk bijna van honger.
-
-Intusschen moest Pierre nog ruim een half uur geduld oefenen. Giacomo,
-wien Victorine opgedragen had voor het ontbijt te zorgen, maakte
-volstrekt geen haast. En deze verliet den gast niet eerder, voordat
-zij zich overtuigd had, dat het hem aan niets meer ontbrak.
-
-"O, mijnheer de abbé, wat een menschen en wat voor een land! Daar kunt
-u zich geen denkbeeld van vormen. Al woonde ik hier honderd jaar,
-dan zou ik nog niet kunnen wennen... Maar de contessina is zoo mooi
-en zoo goed!"
-
-En terwijl zij zelf een schotel met vijgen op tafel zette, deed zij
-hem versteld staan door haar opmerking, dat een stad, waarin niets
-dan geestelijken waren, geen goede stad zijn kon. Een ongeloovige,
-zij het dan ook levendige en vroolijke, huishoudster in dit paleis! Hij
-begon zich weer te verbazen.
-
-"Wat, u bent toch niet ongodsdienstig?"
-
-"Neen, neen, mijnheer de abbé, dat niet, maar van geestelijken moet ik
-niet veel hebben. Ik had er al een in Frankrijk gekend, toen ik nog
-klein was. En later, hier, heb ik er te veel gezien. Ik heb er meer
-dan genoeg van... O, ik spreek niet van Zijne Eminentie, die is een
-heilig en eerbiedwaardig man... En hier in huis weet men, dat ik een
-fatsoenlijk meisje ben; nog nooit heb ik me slecht gedragen. Waarom zou
-men mij ook niet met rust laten, daar ik heel veel van mijn meesters
-houd en voor mijn werk sta? Ja, zeker," voegde zij er lachend aan toe,
-"toen ze me vertelden, dat er een priester komen zou--net alsof we
-er nog niet genoeg gehad hebben--toen heb ik vreeselijk in de hoekjes
-zitten brommen... Maar u lijkt me een aardige, jonge man, ik geloof,
-dat we het best zullen kunnen vinden... Ik weet waarachtig niet,
-waarom ik u dat allemaal vertel! Zeker, omdat u uit Frankrijk komt, en
-misschien ook wel, omdat de contessina zich voor u interesseert... U
-neemt het mij niet kwalijk mijnheer de abbé, maar heusch, ik zou u
-aanraden vanmiddag wat te rusten. Wees niet zoo dwaas in de stad te
-gaan rondloopen. Wat u te zien krijgt, is bovendien lang zoo aardig
-niet, als ze zeggen."
-
-Toen Pierre alleen was, voelde hij zich plotseling uitgeput. De
-vermoeienis van de lange reis was nog toegenomen door den ochtend,
-dien hij in koortsachtige geestdrift doorleefd had; en als bedwelmd
-door de twee eieren en de cotelette, die hij in groote haast opgegeten
-had, wierp hij zich, met het voornemen een half uurtje te rusten, op
-bed. Hij sliep echter niet dadelijk in, maar dacht aan de Boccanera's,
-wier geschiedenis hij gedeeltelijk kende, en over wier intiem leven
-hij peinsde in dit verlaten en stille paleis, dat hem van een zoo
-vervallen en zoo melancholieke grootschheid scheen. De verrassing van
-de eerste oogenblikken deed hem alles nog grooter zien. Dan verwarden
-zich zijn gedachten; hij sluimerde in te midden van een geheele schaar
-van nu eens tragische, dan weer vriendelijke schimmen, van verwarde
-gezichten, die hem met hun raadselachtige oogen aankeken.
-
-
-
-De Boccanera's hadden twee pausen in de familie gehad, een
-in de dertiende en een in de vijftiende eeuw; en van deze twee
-uitverkorenen, deze almachtige meesters, was hun vroeger reusachtig
-vermogen afkomstig. Het bestond uit uitgestrekte landerijen in den
-omtrek van Viterbo, verschillende paleizen in Rome, kunstvoorwerpen,
-waarmede men musea, goud, waarmede men kelders zou kunnen vullen. De
-familie ging door voor de vroomste van het Romeinsche patriciaat; haar
-geloof was het vurigste en haar degen had zij altijd ter beschikking
-van de Kerk gesteld. Ja, zij was de geloovigste, maar ook de heftigste,
-de strijdlustigste, steeds in twist en oorlog, en zoo wild en woest,
-dat de toorn der Boccanera's spreekwoordelijk geworden was. Vandaar was
-ook hun wapenschild afkomstig, de gevleugelde, vlammen spuwende draak,
-en ook het vurige devies, dat een woordspeling op hun naam vormde:
-Bocca nera, Alma rossa, zwarte mond, roode ziel--de mond, in het donker
-gehuld door gebrul, de ziel vlammend als een vuur van geloof en liefde.
-
-Nog steeds waren legenden van krankzinnige hartstochten en vreeselijke
-wraaknemingen in omloop. Zoo vertelde men nog altijd van het duel
-van Onfredo, den Boccanera, die tegen het midden der zestiende eeuw
-op de plaats van een oud, vervallen gebouw het tegenwoordige paleis
-had laten zetten. Onfredo, die wist, dat zijn vrouw zich door den
-jongen graaf Costamagna op de lippen had laten kussen, liet hem
-'s avonds ontvoeren en met touwen geboeid in zijn huis brengen;
-en in een groote zaal daarvan dwong hij den graaf, alvorens hem te
-bevrijden, aan een monnik te biechten. Daarna sneed hij de touwen
-met een dolk door, wierp alle lampen om, riep den graaf toe den
-dolk te houden en zich te verdedigen. Meer dan een uur lang zochten,
-vermeden, omvatten de beide mannen elkaar in het donker, in de met
-meubelen volgepropte zaal, en reten elkaar open met dolksteken. Toen
-men eindelijk de deuren intrapte, vond men, te midden van bloedplassen,
-van omgegooide tafels en gebroken stoelen, Costamagna met een afgereten
-neus en twee-en-dertig wonden in zijn dijen, terwijl Onfredo twee
-vingers van zijn rechterhand verloren had en zijn schouders gaten
-hadden als een schietschijf. Het wonder was, dat zij geen van beiden
-aan hun wonden stierven.
-
-Honderd jaar later had, op dienzelfden oever van den Tiber,
-een Boccanera, een kind van zestien jaar nauwlijks, de mooie en
-hartstochtelijke Cassia, Rome met schrik en bewondering vervuld. Zij
-beminde Flavio Corradini, den zoon van een vijandige familie. Haar
-vader, prins Boccanera, had ruw zijn toestemming geweigerd, terwijl
-haar oudste broeder, Ercole, gezworen had hem te dooden, als hij hem
-ooit met haar samen mocht vinden. De jonge man kwam altijd in een
-bootje haar opzoeken en zij wachtte hem op bij het kleine trapje,
-dat naar de rivier voerde. Maar Ercole, die op hen loerde, sprong op
-een avond in het bootje en stak Flavio een mes in het hart. Eerst
-later kon men de feiten vaststellen en begreep men, dat Cassia,
-woedend van krankzinnigheid en wanhopig, en daar zij hem, dien zij
-liefhad, niet wilde overleven, zelf wraak genomen had, zich op haar
-broeder geworpen en het bootje had doen kantelen, terwijl zij den
-moordenaar en diens slachtoffer met dezelfde onweerstaanbare kracht
-omvatte. Toen men de drie lijken vond, hield Cassia nog steeds de
-beide mannen omkneld en drukte met haar bloote armen, die sneeuwwit
-gebleven waren, hun gezichten tegen elkaar.
-
-Doch dit alles behoorde tot het verleden. Thans scheen, ook al was
-het geloof gebleven, bij de Boccanera's het heftige, woest stroomende
-bloed tot kalmte gekomen te zijn. Hun groot fortuin was ook verdwenen
-in het langzame verval, dat sedert een eeuw het Romeinsche patriciaat
-met ondergang bedreigt. De landerijen moesten verkocht worden, het
-paleis was leeg geworden en nam langzamerhand het kleinburgerlijke
-karakter van de nieuwere tijden aan. Maar de Boccanera's, trotsch op
-hun zuiver gebleven Romeinsch bloed, verzetten zich hardnekkig tegen
-ieder huwlijk met een vreemdeling. Armoede beteekende voor hen niets;
-zij hadden genoeg aan hun familietrots; zij leefden teruggetrokken,
-zonder een klacht, in de stilte en in de vergetelheid, waarin hun
-geslacht uitstierf. Aan prins Ascanio, die in 1848 gestorven was,
-had zijn vrouw, een geboren Corvisieri, vier kinderen geschonken: Pio,
-den kardinaal; Serafina, die niet getrouwd was, om bij haar broer te
-kunnen blijven; Ernesta, die slechts een dochter had nagelaten, zoodat
-de zoon van Onofrio, de thans dertigjarige Dario, de eenige mannelijke
-erfgenaam was. Met hem zou, als hij zonder nakomelingschap stierf,
-het krachtige geslacht der Boccanera's, wier daden de geschiedenis
-vervuld hadden, uitsterven.
-
-Van hun jeugd af hadden Dario en zijn nicht Benedetta elkaar met
-een glimlachenden, diepen en natuurlijken hartstocht lief gehad. Zij
-waren voor elkander geboren en konden zich niet voorstellen, dat zij
-voor iets anders op de wereld gekomen waren dan om man en vrouw te
-worden, zoodra zij den huwbaren leeftijd bereikt zouden hebben. Toen
-prins Onofrio, een beminlijk en in Rome zeer populair man, die
-het kleine fortuintje, dat hij nog bezat, naar hartelust uitgaf,
-op zijn veertigste jaar met de dochter van markiezin Montefiori, de
-kleine markiezin Flavia, wier trotsche schoonheid hem dol gemaakt had,
-trouwde, was hij in de villa Montefiori gaan wonen, het eenige bezit
-van die dames. Zij lag dicht bij de Santa Agnese fuori le Mura in een
-grooten tuin, een waar park met oude boomen, waarin de villa zelf,
-een vrij onaanzienlijk gebouw uit de zeventiende eeuw, in een staat
-van verval verkeerde. Allerlei praatjes deden over de dames de ronde:
-de moeder was na den dood van haar man geheel beneden haar stand
-geraakt; de te mooie dochter was veel te vrijmoedig in haar optreden.
-
-Het huwlijk was dan ook door de zeer strenge Serafina en door
-zijn ouderen broeder Pio, die toentertijd geheim kamerheer van den
-Heiligen Vader en canonicus van de Vaticaansche Basilica was, ten
-sterkste afgekeurd. Alleen Ernesta was met haar broeder, dien zij om
-zijn betooverende charme aanbad, blijven omgaan, zoodat het later
-haar prettigste afleiding geworden was met haar dochter Benedetta
-iedere week een dag op de villa Montefiori te gaan doorbrengen. En
-wat een heerlijke dag was het altijd voor de tienjarige Benedetta en
-den vijftienjarigen Dario--welk een gelukkigen dag brachten zij dan
-door in den grooten, bijna verwaarloosden en verlaten tuin met zijn
-piniepijnen, zijn reusachtige taxisboomen, zijn groene eikenboschjes,
-waarin men als in een maagdelijk woud verdwalen kon.
-
-De arme, in haar levenslust verstikte Ernesta was een hartstochtelijke
-lijdende ziel geworden. Zij was met een groote levenslust geboren
-en smachtte naar zonneschijn, naar een gelukkig, vrij en druk leven
-in het volle daglicht. Zij was beroemd om haar mooie, groote oogen,
-om het bekoorlijke ovaal van haar zacht gezichtje. Zeer onwetend,
-zooals alle jonge meisjes van den Italiaanschen adel, die het kleine
-beetje, dat zij nog kenden, in een Fransch nonnenklooster geleerd
-hadden, was zij, geheel afgesloten van het leven, opgevoed in den
-somberen palazzo Boccanera, kende zij de wereld alleen maar van den
-dagelijkschen wandelrit, dien zij met haar moeder over den Corso en den
-Pincio maakte. Op haar vijf-en-twintigste jaar sloot zij, reeds moede
-en wanhopig, het gewone huwlijk. Zij trouwde met graaf Brandini, den
-laatst geborene van een zeer oud, talrijk en arm geslacht, die in het
-paleis in de Via Giulia moest komen wonen, waar een geheele vleugel van
-de tweede verdieping ter beschikking van het jonge paar gesteld werd.
-
-Verandering bracht dit niet met zich mede, Ernesta bleef in
-dezelfde koude donkerte, in dat doode verleden, waarvan zij het
-gewicht, als een zwaren grafsteen, steeds zwaarder op zich voelde
-drukken, voortleven. Verder was het van beide kanten een zeer eervol
-huwlijk. Graaf Brandini ging weldra voor den domsten en hoogmoedigsten
-man van Rome door. Hij was streng godsdienstig, op de vormen gesteld
-en onverdraagzaam, en hij triompheerde, toen het hem, na tallooze
-intriges en kunstgrepen, na zes jaar gelukte tot opperstalmeester
-van Zijne Heiligheid benoemd te worden.
-
-Van af dat oogenblik scheen met zijn ambt tegelijk de geheele sombere
-majesteit van het Vaticaan in zijn huis gekomen te zijn. Onder
-Pius IX, tot in 1870, was het leven van Ernesta nog draaglijk:
-zij durfde de ramen, die op straat uitzagen, nog openen, ontving
-openlijk enkele vriendinnen, nam uitnoodigingen voor feestelijkheden
-aan. Maar toen de Italianen Rome veroverd en de paus zich tot
-gevangene verklaard had, werd het paleis in de Via Giulia een
-graf. De groote poort werd gesloten en gegrendeld, de deurvleugels
-ten teeken van rouw dichtgespijkerd; gedurende twaalf jaar ging alles
-langs het kleine trapje, dat naar het steegje leidde. Eveneens was
-het verboden de jaloezieën aan den voorkant te openen. Dit was het
-boudeeren, het protest der zwarte kringen. Het paleis zonk terug in
-de onbeweeglijkheid van den dood en in een volkomen geïsoleerdheid:
-recepties werden niet meer gehouden, en slechts zelden, op Maandagen,
-slopen schimmen, vrienden van donna Serafina, door de nauwe,
-openstaande deur. Gedurende die twaalf lugubere jaren weende de jonge
-vrouw iederen nacht, haar arme ziel verteerde in stilte van wanhoop
-over dit levend begraven zijn.
-
-Ernesta had haar dochtertje Benedetta vrij laat gekregen, eerst toen
-zij al drie-en-dertig was. In den beginne was het kind een afleiding
-voor haar. Dan geraakte zij echter weer in den doodenden sleur van
-het geregelde leven; zij moest het meisje in het klooster bij de
-Fransche nonnen doen, die haar zelf ook opgevoed hadden. Benedetta
-kwam er op haar negentiende jaar als volwassen meisje vandaan met als
-eenige kennis: Fransch, orthographie, wat rekenen, den catechismus en
-een heel klein beetje geschiedenis. En het leven der beide vrouwen,
-een leven in het vrouwenvertrek, dat reeds iets Oostersch had, werd
-als altijd voortgezet: nooit ging de echtgenoot en vader met haar uit;
-zij brachten den geheelen dag in de afgesloten kamers door, de eenige
-afleiding was de dagelijksche verplichte wandelrit over den Corso en
-den Pincio.
-
-Thuis heerschte er volkomen gehoorzaamheid; de familieband was
-nog sterk en deed haar beiden buigen onder den wil van den graaf,
-zonder dat verzet mogelijk was. Daarbij kwam nog de wil van donna
-Serafina en van den kardinaal, die krachtige verdedigers van de
-oude gewoonten waren. Sedert de paus in Rome niet meer uitging,
-had de graaf als opperstalmeester veel vrijen tijd, want de stallen
-waren sterk ingekrompen; toch bleef hij zijn dienst, die niet meer
-dan een vorm was, met een groot vertoon van vromen ijver waarnemen
-als een voortdurend protest tegen de usurpatorische monarchie, die
-zich op het Quirinaal gevestigd had. Benedetta was twintig jaar, toen
-haar vader op een avond hoestend en rillend van een ceremonie in de
-St. Pieter thuis kwam. Acht dagen later stierf hij, weggerukt door
-een longontsteking. Voor de beide vrouwen was het, ondanks haar rouw,
-een opluchting, die zij echter niet bekennen wilden; zij voelden zich
-nu vrij.
-
-Van af dat oogenblik had Ernesta nog slechts één gedachte, haar
-dochter te vrijwaren voor dat vreeselijke, ingemetselde en begraven
-bestaan. Zij had zich te zeer verveeld, voor haar was het te laat
-weer op te leven, maar zij wilde niet, dat Benedetta op haar beurt een
-tegennatuurlijk leven in een vrijwillig graf leven zou. Trouwens bij
-enkele patricische families begonnen zich eveneens teekenen van moeheid
-en verzet te toonen; na de eerste tijden van wrokken en boudeeren
-gingen zij toenadering zoeken bij het Quirinaal. Waarom zouden de naar
-werkzaamheid, vrijheid en buitenleven snakkende kinderen eeuwig den
-strijd hunner ouders voortzetten? En zonder dat een verzoening tusschen
-de zwarte en de witte kringen tot stand kon komen, begonnen toch de
-nuances samen te smelten, werden onvoorziene huwlijken gesloten.
-
-De politieke quaestie liet Ernesta totaal onverschillig; zij wist er
-eigenlijk niets van; het eenige wat zij hartstochtelijk begeerde, was,
-dat haar familie eindelijk dat vervloekte graf, dat stomme, donkere
-paleis Boccanera, waarin alle vreugden van haar vrouwenbestaan in
-een zoo lang sterven verstard waren, verlaten zou. Als jong meisje,
-als bruid, als echtgenoote had haar hart te veel geleden; zij gaf zich
-geheel over aan de woede over haar verloren leven, dat zij in domme
-berusting voorbij had laten gaan. Een nieuwe biechtvader, welken zij
-in dien tijd koos, had nog meer invloed op haar begeerte, want zij
-was heel vroom gebleven, vervulde trouw haar kerkelijke plichten en
-volgde de raadgevingen van haar biechtvader trouw op. Om zich nog
-vrijer te maken, biechtte zij niet meer bij den Jezuïetenpater, dien
-haar man voor haar gekozen had, maar bij abbé Pisoni, den pastoor
-van de Santa Brigittakerk op de piazza Farnese.
-
-Het was een zeer zachte en goede man van een jaar of vijftig, voor
-Rome buitengewoon liefdadig, van wien de archaeologie en de liefde
-voor de steenen een vurig patriot gemaakt hadden. Men vertelde, dat
-hij ondanks zijn nederige positie meermalen in netelige quaesties
-als bemiddelaar tusschen het Vaticaan en het Quirinaal opgetreden
-was. Daar hij ook de biechtvader van Benedetta werd, sprak hij met
-moeder en dochter graag over de grootheid der Italiaansche eenheid,
-over de triompheerende heerschappij van Italië, wanneer de verzoening
-tusschen den paus en den koning tot stand zou zijn gekomen.
-
-Benedetta en Dario hadden elkaar nog lief als op den eersten dag
-met die krachtige en rustige liefde, welke hun de zekerheid gaf,
-dat zij voor elkaar bestemd waren. Maar toen kwam Ernesta tusschen
-beide en verzette zich halsstarrig tegen het huwlijk. Neen, neen, niet
-Dario! Niet die neef, de laatste van den naam, die ook zijn vrouw zou
-opsluiten in het donkere graf van het paleis Boccanera. Dat zou het
-voortgezette begraven zijn beteekenen, een nog erger verval, dezelfde
-hoogmoedige ellende, het eeuwige, neerdrukkende en in slaap wiegende
-wrokken. Zij kende den jongen man goed, wist, dat hij een egoïst en
-een zwakkeling was, niet in staat om te denken of te handelen, dat
-hij voorbestemd was om zijn geslacht glimlachend te begraven en om
-de laatste steenen van het huis boven zijn hoofd te laten instorten,
-zonder een poging te doen om een nieuwe familie te stichten. En zij
-wilde juist een ander lot voor haar kind, wilde het rijk en in het
-leven van de overwinnaars en de machthebbers der toekomst tot nieuwen
-bloei zien ontluiken.
-
-Van af dat oogenblik bleef de moeder er hardnekkig aan vasthouden
-haar dochter tegen haar wil gelukkig te maken; zij vertelde haar haar
-eigen lijden, bezwoer haar de jammerlijke geschiedenis niet opnieuw te
-beginnen. Toch zouden haar pogingen mislukt zijn, zouden zij gestrand
-zijn op den rustigen wil van het jonge meisje, dat zich voor altijd
-gegeven had, wanneer bijzondere omstandigheden haar niet in aanraking
-gebracht hadden met den schoonzoon van haar droomen. In dezelfde villa
-Montefiori, waar Benedetta en Dario elkaar trouw beloofd hadden, maakte
-zij kennis met graaf Prada, den zoon van Orlando, een der helden van
-de Italiaansche eenheid. Op achttienjarigen leeftijd was hij na de
-occupatie met zijn vader naar Rome gekomen en als eenvoudig ambtenaar
-bij het ministerie van Financiën in staatsdienst getreden, terwijl
-de oude held, die tot senator benoemd was, zeer bescheiden van een
-kleine rente leefde, de laatste overblijfselen van een in den dienst
-van het vaderland verdwenen kapitaal. Maar de edele krijgslust van
-Garibaldi's ouden strijdmakker was, na de overwinning, bij den jongen
-man in een woeste begeerte naar buit veranderd, en hij was een der
-werkelijke veroveraars van Rome geworden, een der roofvogels, die de
-stad in stukken scheurden en verslonden. In reusachtige bouwspeculaties
-gewikkeld en, naar men beweerde, bovendien reeds zeer rijk, was hij
-in aanraking gekomen met prins Onofrio, wien hij het hoofd op hol
-gebracht had door hem het denkbeeld in te fluisteren het groote park
-van de villa Montefiori te verkoopen, om daar een geheele nieuwe wijk
-te doen verrijzen. Anderen beweerden, dat hij de minnaar der prinses,
-de mooie Flavia, was, die, hoewel negen jaar ouder dan hij, nog steeds
-een pracht van een vrouw bleef.
-
-En inderdaad werd hij beheerscht door woeste begeerte, een drang om
-alles te veroveren, die hem voor niets deed terugdeinzen, als hij
-het goed of de vrouw van een ander wilde bezitten. Vanaf het eerste
-oogenblik wilde hij Benedetta. Haar kon hij niet als maîtresse
-nemen, met haar moest hij trouwen. Hij aarzelde geen oogenblik,
-brak op staanden voet met Flavia, plotseling hongerig naar die reine
-maagdelijkheid, naar het oude patricische bloed, dat in een zoo
-aanbiddelijk jong lichaam stroomde. Toen hij begreep, dat Ernesta,
-de moeder, voor hem was, vroeg hij, zeker van zijn overwinning, om
-haar hand. Het was een groote verrassing, want hij was vijftien jaar
-ouder dan zij; maar hij was graaf, droeg een reeds historischen naam,
-hoopte het eene millioen op het andere, was gezien op het Quirinaal
-en had de beste vooruitzichten. Heel Rome sprak erover.
-
-Later heeft Benedetta zichzelf nooit kunnen verklaren, hoe zij ten
-slotte had toegestemd. Een half jaar vroeger of een half jaar later zou
-een dergelijk huwlijk wegens het vreeselijke schandaal, dat daardoor
-in de zwarte kringen ontstaan zou, niet tot stand zijn gekomen. Een
-Boccanera, de laatste van dit oude, pauselijke geslacht, gegeven aan
-een Prada, aan een van die Kerkroovers! Dit krankzinnige plan had
-juist moeten vallen op een zeer bijzonder en kortstondig oogenblik,
-juist toen een uiterste toenaderingspoging tusschen het Vaticaan
-en het Quirinaal gedaan werd. Het gerucht liep, dat men eindelijk
-tot overeenstemming zou komen, dat de koning erin zou toestemmen de
-souvereiniteit van den paus over de Leostad en over een smalle, tot aan
-de zee loopende strook gronds te erkennen. Werd daardoor het huwlijk
-van Benedetta en Prada als het ware niet het symbool van de nationale
-verzoening? Was dit mooie meisje, de reine lelie der zwarte kringen,
-niet het offer, het onderpand, dat men aan de witte kringen gaf?
-
-Gedurende veertien dagen sprak men over niets anders. Maar het jonge
-meisje zelf bekommerde zich niet om die beweegredenen, luisterde
-slechts naar haar hart, waarover zij niet meer beschikken kon, omdat
-zij het reeds weggeschonken had. Doch van den vroegen ochtend tot
-den laten avond smeekte haar moeder haar, bezwoer haar het geluk,
-het leven, dat haar geboden werd, niet te weigeren. Vooral echter
-werd zij bewerkt door haar biechtvader, den goeden abbé Pisoni,
-wiens vaderlandslievende ijver bij deze gelegenheid tot volle uiting
-kwam: hij oefende door het geheele gewicht van zijn geloof aan de
-Christelijke bestemming van Italië een sterken druk op haar uit;
-hij dankte de Voorzienigheid, dat zij een zijner biechtkinderen
-uitverkoren had om een accoord te verhaasten, dat God in de geheele
-wereld zou doen triompheeren. En ongetwijfeld was de invloed van haar
-biechtvader een der beslissende oorzaken, die haar ten slotte deden
-toestemmen, want zij was zeer vroom en wijdde vooral een bijzonderen
-eerbied aan een Madonna, wier beeld zij iederen Zondag in de kleine
-kerk op de piazza Farnese ging vereeren.
-
-Eén feit maakte vooral diepen indruk op haar: abbé Pisoni vertelde
-haar, dat de vlam van de lamp, die voor het beeld brandde, telkens
-wanneer hij zelf neerknielde, om de Heilige Maagd te smeeken zijn
-biechtkind het verlossing brengende huwlijk aan te raden, wit
-werd. Op die wijze werkten hoogere machten mede; en ten slotte gaf
-zij uit gehoorzaamheid aan haar moeder toe. De kardinaal en donna
-Serafina hadden zich eerst verzet, maar later, toen de religieuse
-quaestie tusschen beide kwam, hun tegenstand laten varen. Zij was in
-volkomen reinheid en in volkomen onschuld opgegroeid, wist niets van
-zichzelf en was zoo onwetend omtrent de wereld, dat het huwlijk met
-een ander dan Dario eenvoudig het verbreken van een lange belofte van
-gemeenschappelijk leven, geen physieke losscheuring van haar lichaam
-en van haar hart was. Zij weende veel en op een moedeloozen dag, toen
-haar de wilskracht ontbrak, zich tegen de haren en tegen de geheele
-wereld te verzetten, trouwde zij met Prada en sloot aldus een huwlijk,
-waaraan geheel Rome medeplichtig geworden was.
-
-En toen, op den avond zelf van het huwlijk, sloeg plotseling de bliksem
-in. Toonde Prada, de Piemontees, de Noord-Italiaan en veroveraar,
-te veel de brutaliteit van den binnendringer, wilde hij de vrouw
-behandelen, zooals hij de stad behandeld had, als een meester, die
-zijn ongeduld, om zich te bevredigen, niet bedwingen kan? Of kwam de
-onthulling voor Benedetta te onverwacht, vond zij haar te bezoedelend
-van den kant van een man, dien zij niet lief had en aan wien zij
-zich niet onderwerpen kon? Nooit heeft zij zich daaromtrent duidelijk
-uitgesproken. Maar zij sloot heftig de deur van haar kamer, grendelde
-die en weigerde hardnekkig die weer voor haar echtgenoot te openen.
-
-Een maand lang deed Prada, dien deze belemmering voor zijn hartstocht
-dol maakte, wanhopige pogingen. Hij was diep beleedigd, zijn trots
-bloedde, hij zwoer zijn vrouw te temmen, zooals men een onwillige
-merrie temt, met zweepslagen. En al die zinnelijke woede van den
-sterken man liep zich te pletter tegen den ontembaren wil, die in
-één avond achter het smalle, bekoorlijke voorhoofd van Benedetta
-opgeschoten was. De Boccanera's waren in haar ontwaakt: zij wilde
-niet--heel eenvoudig--en niets ter wereld, zelfs de dood niet, zou
-haar hebben kunnen dwingen, om te willen. Bovendien voelde zij, in deze
-plotselinge kennis der liefde, de oude genegenheid voor Dario weer met
-verdubbelde kracht terugkeeren; zij kwam tot de niet aan het wankelen
-te brengen zekerheid, dat zij haar lichaam slechts aan hem geven mocht,
-omdat zij het aan hem alleen beloofd had. Sedert het huwlijk, dat hij,
-naar men zeide, als een sterfgeval had aanvaard, reisde de jonge man
-in Frankrijk. Zij verborg hem niets, schreef hem, dat hij terug moest
-komen, beloofde hem nogmaals nooit aan een ander te zullen toebehooren.
-
-Haar vroomheid was nog grooter geworden; de hardnekkige gedachte om
-haar maagdelijkheid te bewaren voor den uitverkoren geliefde paarde
-zich, in haar aanbidding, aan een gedachte van trouw aan Jezus. Een
-vurig liefhebbend hart had zich in haar geopenbaard, bereid voor
-het gegeven woord den marteldood te sterven. En toen haar moeder,
-wanhopig, haar met gevouwen handen bezwoer zich aan haar echtelijke
-plichten te onderwerpen, antwoordde zij, dat zij niets verplicht was,
-omdat zij bij haar huwlijk niets wist. Bovendien waren de tijden weer
-veranderd, de overeenkomst tusschen het Vaticaan en het Quirinaal
-was mislukt, en wel in die mate, dat de bladen van beide partijen
-met nieuwe heftigheid hun laster- en scheldcampagne weer begonnen
-waren. Zoo stortte ook dit triomfhuwlijk, waartoe de geheele wereld
-medegewerkt had als aan een onderpand van den vrede, met de algemeene
-debacle in, was nog slechts een ruïne naast zoovele andere.
-
-Ernesta stierf eraan. Zij had zich vergist, haar mislukt bestaan,
-haar vreugdeloos huwlijksleven vonden haar bekroning in deze laatste
-dwaling als moeder. Het ergste was, dat zij geheel alleen bleef,
-dat de geheele verantwoordelijkheid van de ramp op haar rustte,
-want haar broer, de kardinaal, en haar zuster, donna Serafina,
-overlaadden haar met verwijten. Haar eenige troost was de wanhoop
-van abbé Pisoni, die dubbel getroffen werd: door het verlies van
-zijn patriottische verwachtingen en door het berouw aan zulk een
-catastrophe medegewerkt te hebben. En op een morgen vond men Ernesta
-koud en wit in haar bed. Men sprak van een slagaderbreuk; maar het
-verdriet alleen zou reeds een voldoende oorzaak geweest zijn, want
-zij leed vreeselijk, in het geheim, zonder te klagen, zooals zij haar
-geheele leven geleden had.
-
-Benedetta was nu reeds bijna een jaar getrouwd en weigerde zich
-nog steeds aan haar echtgenoot, maar zij had de echtelijke woning
-niet willen verlaten, om haar moeder den vreeselijken slag van een
-publiek schandaal te besparen. Haar tante Serafina echter wendde al
-haar invloed op haar aan, door haar hoop te geven op een mogelijke
-ongeldigverklaring van het huwlijk, als zij zich voor de voeten
-van den Heiligen Vader wilde werpen. Ten slotte gelukte het haar
-haar te overtuigen, nadat zij--zelf gehoor gevend aan den raad van
-anderen--haar in plaats van abbé Pisoni den Jezuïetenpater Lorenza, bij
-wien zij zelf ook biechtte, als biechtvader gegeven had. Deze nauwlijks
-vijf-en-dertigjarige Jezuïetenpater was een ernstig en vriendelijk
-man met heldere oogen en een groote overredingskracht. Benedetta nam
-echter eerst na den dood van haar moeder een besluit; eerst toen ging
-zij weer in het paleis Boccanera de kamer bewonen, waar zij geboren
-en haar moeder zoo juist gestorven was. Onmiddellijk werd het proces
-tot nietigverklaring van het huwlijk tot eerste instructie voor den
-kardinaal-vicaris, die met de leiding van het diocees Rome belast was,
-gebracht. Men vertelde, dat de contessina er eerst toe overgegaan was,
-nadat haar een geheime audiëntie verleend was bij den paus, die haar
-zijn aanmoedigende deelneming betuigd had.
-
-Graaf Prada dacht er in den beginne over zijn vrouw met den sterken
-arm van het gerecht te dwingen naar de echtelijke woning terug te
-keeren. Op aandrang van zijn vader echter, die de geheele zaak met
-leede oogen aanzag, gaf hij ten slotte toe, dat het proces voor de
-kerkelijke autoriteit gevoerd werd. Het meest verbitterde hem het feit,
-dat de eischeresse aanvoerde, dat het huwlijk door impotentie van den
-man niet voltrokken was. Dat was een der motieven, die voor het Hof
-van Rome altijd groote kracht bezaten. In zijn memorie verzuimde de
-kerkelijke advocaat Morano, een der autoriteiten van de Romeinsche
-balie, eenvoudig te zeggen, dat de eenige reden van die impotentie
-de tegenstand van de vrouw was; een geheel debat ontspon zich over
-dit teere punt, dat zoo scabreus werd, dat het onmogelijk scheen de
-waarheid aan het daglicht te brengen; van beide zijden gaf men intieme
-bijzonderheden in het Latijn, riep men getuigen voor, die allerlei
-details over het samenwonen en de voorgevallen scènes moesten geven.
-
-Het meest beslissende stuk was een door twee vroedvrouwen onderteekende
-verklaring, dat haar na onderzoek gebleken was, dat de maagdelijkheid
-van het jonge meisje ongerept was. De vicaris had dus in zijn qualiteit
-van bisschop van Rome, de zaak overgedragen aan de Conciliecongregatie,
-wat voor Benedetta een eerste succes beteekende. Zoo stonden
-thans de zaken; zij wachtte nu op de definitieve uitspraak van de
-congregatie in de hoop, dat de kerkelijke nietigverklaring van het
-huwlijk een onweerstaanbaar argument zou zijn tot verkrijging van
-echtscheiding van de burgerlijke autoriteiten. In het kille vertrek,
-waarin haar moeder Ernesta, onderworpen en wanhopig, gestorven was,
-had de contessina haar jongemeisjesleven weer opgevat. Zij was heel
-kalm en beheerschte volkomen haar hartstocht, want zij had gezworen,
-dat zij zich aan niemand zou geven dan aan Dario, en ook aan hem
-eerst op den dag, dat een priester hen heilig voor God verbonden had.
-
-Ook Dario was een half jaar vroeger ten gevolge van den dood van
-zijn vader en van een catastrophe, die hem geruïneerd had, in het
-paleis Boccanera komen wonen. Prins Onofrio had zich namelijk, nadat
-hij op raad van Prada de villa Montefiori voor tien millioen aan een
-financieele maatschappij verkocht had, in plaats van verstandig zijn
-tien millioen in zijn zak te houden, zich laten medesleepen door
-de speculatiekoorts, die Rome toen verteerde; hij begon zelfs zoo
-te spelen, dat hij zijn eigen terrein terugkocht, en verloor alles
-in den verschrikkelijken krach, die het vermogen der geheele stad
-verslond. Geheel geruïneerd, ja zelfs niettegenstaande hij vele
-schulden had, bleef de prins toch als populair man glimlachend
-zijn wandelingen op den Corso voortzetten, totdat hij plotseling
-ten gevolge van een val van zijn paard stierf. Elf maanden later
-trouwde zijn weduwe, de nog steeds mooie Flavia--die het zoo had
-weten aan te leggen, dat zij uit de ramp een moderne villa en een
-rente van veertig duizend francs had opgevischt--met een prachtigen,
-tien jaar jongeren man, een Zwitser, Jules Laporte, oud-sergeant van
-de garde van St. Pieter, daarna beunhaas van een reliquieënhandel,
-en thans markies Montefiori, daar hij door een speciale breve van den
-paus tegelijk met de vrouw den titel veroverd had. Prinses Boccanera
-was weer markiezin Montefiori geworden.
-
-Diep gekrenkt in zijn trots had kardinaal Boccanera toen van zijn
-neef Dario geëischt, dat hij een paar kleine appartementen op de
-eerste verdieping van het paleis in de Via Giulia zou betrekken. In
-het hart van den heiligen man, die voor de wereld afgestorven scheen
-te zijn, leefde nog de trots op den naam en een teedere liefde voor
-dezen tengeren knaap, den laatste van het geslacht, den eenige, door
-wien de oude wortel weer groen kon worden. Hij toonde zich volstrekt
-niet afkeerig van een huwlijk met Benedetta, die hij eveneens met
-vaderlijke toegenegenheid liefhad. Hij was zoo hooghartig en zoo ten
-volle overtuigd van hun vroomheid, dat hij zich, toen hij hen beiden
-bij zich aan huis nam, in het minst niet stoorde aan de gemeene
-praatjes, die de vrienden van graaf Prada onder de witte kringen
-rondstrooiden sedert neef en nicht onder één dak woonden. Donna
-Serafina waakte over Benedetta, zooals hij zelf over Dario waakte,
-en in de stilte en in de donkerte van het groote verlaten paleis,
-dat vroeger door zulke tragische en bloedige gewelddaden bevlekt
-was, leefden nu nog slechts deze vier met hun thans ingeslapen
-hartstochten--de laatste overlevenden van een wereld, die op den
-drempel van een nieuwe wereld ineenstortte.
-
-
-
-Toen abbé Pierre Froment plotseling met een zwaar hoofd uit zijn
-benauwde droomen ontwaakte, zag hij tot zijn groote spijt, dat de dag
-al ver gevorderd was. Zijn horloge wees zes uur. Hij, die hoogstens
-een uur wilde rusten, had in een onoverwinnelijke uitputting bijna
-zeven uur geslapen. En hoewel hij nu wakker was, bleef hij toch op bed
-liggen, gebroken, als reeds overwonnen voor den strijd. Vanwaar kwam
-toch die uitputting, die ongemotiveerde ontmoediging, die huivering van
-twijfel, die zich in zijn slaap, hij wist niet hoe en waarom, van hem
-meester gemaakt had en zijn heerlijk-jonge geestdrift van dien ochtend
-geheel uitdoofde. Hadden de Boccanera's iets met deze plotselinge
-zwakheid van ziel te maken? In het donker van zijn droomen had hij
-zulke verwarde, zulke verontrustende gestalten gezien; zijn angst
-bleef bestaan, hij riep ze zich nogmaals voor den geest, schrikkend
-zoo in deze vreemde kamer wakker te worden, bang voor het onbekende.
-
-De dingen schenen hem zoo onbegrijpelijk toe; hij kon zich niet
-verklaren waarom juist Benedetta aan vicomte de la Choue geschreven en
-hem opgedragen had hem te zeggen, dat zijn boek bij de Indexcongregatie
-aangegeven was. Welk belang kon zij erbij hebben, dat de schrijver
-zich te Rome kwam verdedigen? Met welk doel had zij de vriendelijkheid
-zoo ver gedreven, dat zij wilde, dat hij hier logeeren zou? Zijn
-groote verbazing was, dat hij, een vreemdeling, zich in dit bed, in
-dit vertrek, in dit paleis bevond, waarvan hij de diepe, doodsche
-stilte om zich heen hoorde. Zijn ledematen waren als geradbraakt,
-zijn hoofd leeg; plotseling echter zag hij duidelijk, begreep hij,
-dat er dingen waren, die hem ontgingen, dat zich achter de schijnbaar
-eenvoudige feiten een geheele complicatie verbergen moest. Maar dat
-was slechts een lichtflits, zijn argwaan verdween weer; hij stond
-op, schudde zich eens flink, zeide tot zichzelf, dat die trieste
-schemering de eenige oorzaak van dien angst en die wanhoop was,
-waarover hij zich nu reeds schaamde.
-
-Om zijn gedachten wat afleiding te geven, begon Pierre in zijn twee
-kamers rond te kijken. Zij waren eenvoudig, bijna armoedig, van
-ongelijksoortige mahoniehouten meubelen uit het begin der vorige
-eeuw voorzien. Het bed had, evenmin als de ramen en deuren, geen
-gordijnen. Op den kalen, roodgeverfden en geboenden grond lagen alleen
-voor de stoelen kleine matjes. Bij het zien van die kille kaalheid
-dacht hij terug aan de kamer, waarin hij, als kind, te Versailles
-bij zijn grootmoeder geslapen had, die daar onder Louis Philippe een
-garen- en bandwinkeltje gehad had. Maar aan den muur van het bed
-hing tusschen kinderachtige en waardelooze gravures een oud doek,
-dat zijn aandacht trok. Het stelde, nauwlijks door den stervenden dag
-verlicht, een vrouwefiguur voor, die op den drempel van een groot en
-streng gebouw zat, waaruit men haar weggejaagd scheen te hebben. De
-bronzen vleugeldeuren hadden zich voor altijd achter haar gesloten
-en zij zat daar, in een eenvoudig wit linnen kleed gehuld, terwijl
-andere kleedingstukken, ruw weggeworpen, her en der op de granieten
-treden lagen. Haar voeten en haar armen waren bloot, het gelaat rustte
-in haar van smart krampachtig verwrongen handen--een gezicht, dat men
-niet zag, dat, door de golven van haar prachtige lokken overstroomd,
-als door een dofgouden sluier omhuld was.
-
-Welk een naamlooze smart, welk een vreeselijke schande, welk een
-afschuwlijk aan haar lot overgelaten zijn verborg deze uitgestootene,
-deze hardnekkig liefhebbende vrouw, over wier geschiedenis--de
-geschiedenis van een heftig hart--men tot in het oneindige peinzen
-kon? Men raadde, dat zij in haar ellende, in die om haar schouders
-geworpen flarden linnen, aanbiddelijk jong en mooi was; maar al het
-overige van haar--haar hartstocht en misschien haar ongeluk en haar
-schuld wellicht--was gehuld in mysterie. Tenzij zij het symbool was van
-alles, dat, zonder een eigen gelaat, rillend en weenend voor de eeuwig
-gesloten deur van het onzienlijke staat. Lang keek hij naar haar,
-zóó strak, dat hij zich ten slotte verbeeldde haar goddelijk rein,
-lijdend profiel te onderscheiden. Doch het was slechts een illusie,
-want het doek had veel geleden, was zwart geworden en verwaarloosd,
-en hij vroeg zich af van welken onbekenden meester dit paneel, dat
-hem zoo ontroerde, wel zijn kon? Aan den anderen kant irriteerde een
-Heilige Maagd, een slechte copie van een doek uit de achttiende eeuw,
-hem door haar banalen glimlach.
-
-Het daglicht werd al zwakker en zwakker. Pierre opende het raam en
-ging er op zijn ellebogen uit liggen. Tegenover hem, aan de overzijde
-van den Tiber, verhief zich de Janiculus, vanwaar hij 's ochtends
-Rome gezien had. Maar thans, in dit doffe licht, was het niet meer
-de stad van jeugd en droomen, die zich ophief in de ochtendzon. De
-avond omsluierde alles met een aschgrauw: de horizont, onduidelijk en
-droefgeestig-dof, zonk weg. Daarboven links, over de daken, raadde hij
-nog den Palatinus: daarbeneden rechts stak de dom van de St. Pieter
-nog steeds leikleurig tegen den loodgrijzen hemel af, terwijl achter
-hem de Quirinalis, dien hij niet zien kon, ook wel in den mist zou
-wegsomberen. Een paar minuten verliepen, en alles werd nog waziger;
-hij voelde Rome verdwijnen, zich verliezen in zijn hem onbekende
-onmetelijkheid. Opnieuw grepen twijfel en onrust hem zoo pijnlijk aan,
-dat hij niet langer aan het raam kon blijven staan; hij sloot het weer,
-ging zitten, liet zich door de duisternis met een eindelooze triestheid
-omhullen. En aan zijn droef gepeins kwam eerst een einde, toen de deur
-zacht openging en het schijnsel van een lamp het vertrek opvroolijkte.
-
-Het was Victorine, die voorzichtig het licht binnen bracht.
-
-"Zoo, mijnheer de abbé, al op! Om vier uur ben ik ook wezen kijken,
-maar ik heb u laten slapen. Heel verstandig van u, om eens goed uit
-te slapen!"
-
-Maar toen hij over pijn in zijn ledematen en over koude rillingen
-klaagde, begon zij ongerust te worden.
-
-"Pas maar op, dat u die afschuwlijke koortsen niet krijgt. Dat vlak
-bij de rivier wonen is niet gezond. Don Vigilio, de secretaris van
-Zijne Eminentie, heeft ze ook, en ik verzeker u, dat dat alles behalve
-lollig is."
-
-Zij gaf hem dan ook den raad niet naar beneden te gaan, maar weer
-zijn bed op te zoeken. Zij zou hem wel excuseeren bij de prinses en
-de contessina. Hij liet haar praten en doen wat zij wilde, want hij
-was niet in staat zelf iets te willen. Op haar raad at hij echter
-wel wat; hij gebruikte een bord soep, een stukje kip en appelmoes,
-die Giacomo, de knecht, voor hem boven bracht. Dat deed hem goed;
-hij voelde zich weer zoo veel beter, dat hij weigerde naar bed te
-gaan en met alle geweld de dames vanavond nog voor haar hartelijke
-gastvrijheid wilde bedanken. Daar donna Serafina 's Maandagsavonds
-ontving, zou hij zich voorstellen.
-
-"Goed, goed!" zeide Victorine. "Als u u weer goed voelt, zal dat
-een uitstekende afleiding voor u zijn... Het beste zal zijn dat don
-Vigilio, die hiernaast zijn kamers heeft, u om negen uur komt halen
-en met u naar beneden gaat. Wacht maar op hem!"
-
-Pierre had zich juist gewasschen en zijn nieuwe soutane aangetrokken,
-toen er precies om negen uur bescheiden op de deur geklopt werd. Een
-kleine, nauwlijks dertigjarige, magere en ziekelijk uitziende priester
-met een lang, gerimpeld en saffraankleurig gelaat kwam binnen. Nu
-al twee jaar lang werd hij dagelijks op hetzelfde uur door de koorts
-verteerd. Maar in zijn geel gezicht brandden, door zijn vurige ziel
-ontstoken, de vlammen van zijn zwarte oogen, wanneer hij vergat die
-uit te dooven.
-
-Hij maakte een buiging en zeide, eenvoudig, in heel zuiver Fransch:
-
-"Mag ik mij even voorstellen, mijnheer de abbé? Don Vigilio, en geheel
-tot uw dienst!... Als u het goed vindt, kunnen we naar beneden gaan."
-
-Pierre dankte hem voor zijn vriendelijkheid en volgde hem dadelijk. Don
-Vigilio zeide echter verder niets meer en antwoordde alleen maar met
-een glimlachje. Zij waren de kleine trap afgegaan en bevonden zich
-nu op het groote portaal van de eeretrap. Pierre voelde zich bij de
-armzalige verlichting droef te moede; op grooten afstand van elkaar
-flikkerden enkele vleermuizen als in een verdacht hôtel garni; de
-gele vlekken verlichtten nauwlijks de diepe duisternis van de hooge,
-eindelooze gangen. Het was iets gigantisch en doodsch tegelijk. Zelfs
-op het portaal, waarop, tegenover die van haar nicht, de appartementen
-van donna Serafina uitkwamen, wees niets erop, dat het de ontvangavond
-van de oude dame was. De deur bleef dicht, geen geluid drong uit
-de vertrekken in de doodelijke stilte, die uit het geheele paleis
-opsteeg. Zonder te bellen opende don Vigilio na een nieuwe buiging
-de deur.
-
-Een enkele, op de tafel staande petroleumlamp verlichtte de
-antichambre, een groot vertrek met kale muren, waarop al fresco een
-behang in rood en goud geschilderd was. Op de stoelen lagen een paar
-jassen en twee mantels, terwijl een wandtafeltje met hoeden bedekt
-was. Tegen den muur zat een huisknecht te dommelen.
-
-Toen don Vigilio ter zijde trad, om Pierre den eersten salon, een met
-rood brocaat behangen, half donker, schijnbaar leeg vertrek, te laten
-binnengaan, stond deze plotseling tegenover een zwarte gedaante, een in
-het zwart gekleede vrouw, wier trekken hij niet dadelijk onderscheiden
-kon. Gelukkig hoorde hij, hoe don Vigilio met een buiging zeide:
-
-"Contessina, mag ik de eer hebben u abbé Pierre Froment, die vanochtend
-uit Frankrijk gekomen is, voor te stellen?"
-
-Hij bleef een oogenblik alleen met Benedetta in het slapende licht der
-twee met kant omsluierde lampen van den verlaten salon. Maar dan kwam
-een geroezemoes van stemmen uit den salon ernaast, een grooten salon,
-welks deur, waarvan de beide vleugels open stonden, een vierkant van
-helderder licht afteekende.
-
-De jonge vrouw begroette hem met eenvoudige hartelijkheid.
-
-"Het is mij een groot genoegen u te zien, mijnheer de abbé! Ik was
-werkelijk bang, dat u ernstig ongesteld zoudt zijn. Maar nu voelt u
-zich weer beter, niet waar?"
-
-Dadelijk kwam hij onder de bekoring van haar langzame, ietwat
-brouwende stem, waarin een diepe, bedwongen hartstocht over scheen
-te gaan in veel gezond verstand. Nu eindelijk zag hij haar met haar
-zware, bruine lokken, met haar witte, ivoorwitte huid. Zij had een
-rond gezicht, eenigszins dikke lippen, een zeer fijngeteekenden neus
-en bijna kinderlijk-zachte trekken. Maar vooral haar oogen leefden,
-groote, eindeloos diepe oogen, waarin niemand met zekerheid lezen
-kon. Sliep zij? Droomde zij? Verborg zij onder de onbeweeglijkheid
-van haar gelaat de vurige spankracht der groote heiligen en der groote
-amoureuses? Zij was zoo blank, zoo jong, zoo rustig, haar bewegingen
-waren harmonisch, haar geheele manier van doen weloverwogen, zeer
-edel en rhythmisch. In haar ooren droeg zij twee groote parelen van
-het zuiverste water, parelen afkomstig van een beroemden collier van
-haar moeder en die geheel Rome kende.
-
-Pierre excuseerde zich en dankte haar.
-
-"Madame, u maakt mij werkelijk verlegen, ik had u vanochtend al willen
-zeggen, hoe zeer ik uw te groote goedheid op prijs stel."
-
-Hij had een oogenblik geaarzeld haar "Madame" te noemen, daar hij zich
-het in haar eisch tot nietigverklaring van het huwlijk aangevoerde
-motief herinnerde. Maar blijkbaar noemde iedereen haar zoo. Trouwens
-haar gelaatsuitdrukking was kalm en welwillend gebleven, en zij wilde
-hem op zijn gemak stellen.
-
-"U doet hier precies alsof u thuis was, mijnheer de abbé. Het is voor
-ons voldoende, dat u de vriend bent van mijnheer de la Choue en dat
-hij zich voor uw werk interesseert. Zooals u waarschijnlijk weten zult,
-koester ik voor hem een groote genegenheid..."
-
-Zij hield verlegen op, begreep, dat zij over het boek moest spreken,
-de eenige reden van de reis en de aangeboden gastvrijheid.
-
-"Ja, de vicomte heeft mij uw boek gezonden. Ik heb het met heel
-veel genoegen gelezen. Het heeft mij zelfs zeer getroffen. Maar
-ik ben slechts een onwetend meisje en heb zeker niet alles goed
-begrepen. Wij moeten er samen eens over spreken en dan wilt u mij
-zeker uw denkbeelden wel eens nader uitleggen, niet waar?"
-
-In haar groote, heldere oogen, die niet liegen konden, las hij
-de verbazing, de ontroering van een kinderziel, die in aanraking
-gebracht wordt met verontrustende problemen, welke zij nog nooit
-onder de oogen gezien had. Zij was het dus niet, die zich voor zijn
-boek geïnteresseerd had, die hem in haar nabijheid wilde hebben, om
-hem te steunen, om zijn bondgenoot te zijn in de overwinning? Hij
-vermoedde, en ditmaal zeer beslist, een geheimen invloed, iemand,
-wiens hand alles naar een onbekend doel leidde. Maar hij kwam onder de
-bekoring van zooveel eenvoud en zooveel openhartigheid in een zoo mooi,
-zoo jong en zoo edel wezen; hij gaf zich geheel aan haar na de eerste
-woorden, die zij tot hem gericht had. Hij wilde haar juist zeggen,
-dat zij geheel over hem beschikken kon, toen hij daarin gestoord werd
-door de komst van een andere, eveneens in het zwart gekleede vrouw,
-wier hooge, slanke gestalte scherp tegen de lichte lijst der wijd
-openstaande deur van den salon ernaast afstak.
-
-"Heb je aan Giacomo gezegd, dat hij boven moet gaan kijken,
-Benedetta? Don Vigilo is juist gekomen, en hij is alleen. Dat past
-niet."
-
-"Wel neen, tante, mijnheer de abbé is hier."
-
-En vlug stelde zij voor.
-
-"Mijnheer de abbé Pierre Froment... Prinses Boccanera!"
-
-Een ceremonieele begroeting volgde. Zij moest niet ver meer van de
-zestig zijn, maar zij reeg zich zoo sterk, dat men haar van achteren
-voor een jonge vrouw zou hebben aangezien. Dat was echter haar
-laatste coquetterie; haar haar, nog dik en vol, was geheel grijs,
-slechts de wenkbrauwen in haar lang gezicht met de diepe plooien en
-den grooten, eigenzinnigen familieneus, waren nog zwart. Zij was nooit
-mooi geweest en maagd gebleven; nooit was de wonde, welke de keus
-van graaf Brandini, die zijn oog op Ernesta, haar jongere zuster,
-had laten vallen, haar toegebracht had, genezen; van dat oogenblik
-af had zij besloten al haar vreugde te zoeken in de bevrediging van
-den overgeërfden trots op den naam, dien zij droeg. De Boccanera's
-hadden reeds twee pausen in de familie gehad, en zij hoopte niet te
-sterven, voordat haar broeder, de kardinaal, de derde was. Zij was
-zijn geheime huishoudster geworden, zij had hem nooit verlaten, waakte
-over hem, was zijn raadsvrouw, deed wonderen, om het langzame verval,
-dat de plafonds van het huis boven hun hoofden deed ineenstorten,
-te verbergen. Uit hooge politiek, om den salon van de zwarte kringen,
-om een macht en een gevaar te blijven, ontving zij sedert dertig jaar
-iederen Maandag enkele intieme vrienden, die allen tot de partij van
-het Vaticaan behoorden.
-
-Uit haar ontvangst begreep Pierre onmiddellijk, hoe weinig hij,
-de kleine vreemde priester, die niet eens prelaat was, voor haar
-beteekende. En dat deed zijn verwondering nog grooter worden, deed
-opnieuw de vraag in hem opkomen: waarom had men hem hier uitgenoodigd,
-wat moest hij in deze voor de nederigen gesloten wereld doen? Hij wist,
-dat zij uiterst vroom was, en meende ten slotte te moeten begrijpen,
-dat zij hem alleen uit égard voor den vicomte ontving, want op haar
-beurt wist zij niets anders te zeggen dan:
-
-"Het doet ons zoo'n genoegen goede berichten van mijnheer de la
-Choue te ontvangen! Twee jaar geleden is hij hier met zoo'n mooien
-pelgrimstocht geweest!"
-
-Zij ging den jongen priester voor naar den salon ernaast. Het was
-een groot vierkant vertrek met oud, geel brocaat met groote Louis
-XIV-bloemen behangen. Het zeer hooge plafond had een prachtige
-bekleeding van gesneden en beschilderd hout en vakken met gouden
-rosetten. De meubileering was zeer gemengd. Hooge spiegels, twee
-prachtige, vergulde wandtafeltjes, een paar mooie fauteuils uit de
-zeventiende eeuw; maar al het overige was jammerlijk-leelijk, een zware
-empire-guéridon van God weet waarvandaan, allerlei vreemde dingen,
-die uit den een of anderen bazar afkomstig moesten zijn, afschuwlijke
-photographieën op het kostbare marmer der wandtafeltjes. Er was geen
-enkel interessant kunstvoorwerp. Aan de muren hingen oude middelmatige
-schilderijen, uitgezonderd een prachtige onbekende primitief: een
-Visitatie uit de veertiende eeuw: de Heilige Maagd was heel klein
-en had de teere reinheid van een tienjarig kind, terwijl de Engel
-zeer groot en schitterend was en haar deed baden in de golven van
-een verblindende, bovenmenschelijke liefde. Daartegenover hing een
-oud familieportret, een zeer mooi jong meisje met een tulband op het
-hoofd voorstellend, waarschijnlijk Cassia Boccanera, die zich met
-haar broeder Ercole en het lijk van haar geliefde, Flavio Corradini,
-in den Tiber geworpen had. Vier lampen verlichtten met haar sterk,
-rustig licht het verwelkte, als door een melancholieken zonsondergang
-geel bestraalde, ernstige, ledige en kale vertrek, waarin geen enkele
-bloem te zien was.
-
-Dadelijk stelde donna Serafina Pierre met enkele woorden voor. In de
-onmiddellijk daarop volgende stilte en het plotselinge staken der
-gesprekken voelde hij hoe aller blikken zich tot hem wendden als
-naar een beloofde en verwachte curiositeit. Er waren hoogstens een
-tiental personen bijeen, waaronder Dario, die stond te praten met de
-kleine prinses Celia Buongiovanni, welke hier gebracht was door een
-oude bloedverwante, die in een donker hoekje zat te fluisteren met een
-prelaat, monsignor Nani. Pierre was echter het meest getroffen door den
-naam van den kerkelijken advocaat Morano, van wiens bijzondere positie
-in dit huis de vicomte, toen hij Pierre naar Rome zond, gemeend had
-hem op de hoogte te moeten brengen, opdat hij geen verkeerde dingen
-zeggen of doen zou.
-
-Morano was sedert dertig jaar de vriend van donna Serafina. Deze
-verhouding was vroeger strafbaar, daar de advocaat vrouw en kinderen
-had, maar nadat hij weduwnaar geworden was en vooral onder den invloed
-van den tijd werd het een door allen geëxcuseerde en aanvaarde
-liaison, een van die langdurige natuurlijke huwlijken, welke door
-de verdraagzaamheid der wereld gewijd worden. Daar beiden zeer
-vroom waren, hadden zij zich ongetwijfeld van de noodige aflaten
-verzekerd. Zoo zat Morano op de plaats, die hij sedert meer dan
-een halve eeuw innam, naast den haard, hoewel er nog geen vuur
-brandde. Toen donna Serafina zich van haar plicht als gastvrouw
-gekweten had, ging zij op haar eigen plaatsje aan den anderen kant
-van den haard tegenover hem zitten.
-
-Terwijl Pierre, zwijgend en bescheiden op een stoel naast don Vigilio
-plaats nam, vertelde Dario op luideren toon het verhaal, dat hij
-aan Celia deed, verder. Hij was een knappe jonge man van middelbare
-grootte, slank en elegant, met een bruinen, zeer gesoigneerden baard,
-een lang gezicht en den grooten neus der Boccanera's; maar zijn
-gelaatstrekken waren zachter, als door de eeuwenlange verarming van
-het bloed verslapt.
-
-"O, een schoonheid!" herhaalde hij met nadruk; "een buitengewone
-schoonheid!"
-
-"Wie bedoel je toch?" vroeg Benedetta, die zich bij hen voegde.
-
-Celia, die op de boven haar hoofd hangende kleine Maagd van den
-primitief leek, begon te lachen.
-
-"O, een arm meisje--een arbeidster, die Dario vandaag gezien heeft."
-
-En Dario moest zijn verhaal opnieuw beginnen. Hij liep in een smal
-straatje, dicht bij de piazza Navona, toen hij op de treden van een
-bordes een groot, krachtig meisje van een jaar of twintig zag, dat
-vreeselijk zat te snikken. Getroffen door haar schoonheid, was hij
-naar haar toegegaan en had eindelijk begrepen, dat zij in het huis,
-een fabriek van wasparelen, werkte, maar dat de fabriek gesloten
-was en zij nu niet naar huis durfde gaan, omdat daar toch al zoo'n
-armoede heerschte. Onder den zondvloed van haar tranen had zij
-zulke mooie oogen naar hem opgeslagen, dat hij ten slotte wat geld
-uit zijn zak gehaald had. Toen was zij echter, rood en verlegen,
-opgesprongen, had haar handen onder haar rok verborgen en niets
-willen aannemen; als hij wilde, kon hij met haar medegaan en het aan
-haar moeder geven. Vervolgens was zij weggeloopen in de richting van
-de Engelenbrug.
-
-"O, een schoonheid," herhaalde hij met geestdriftige extase;
-"een buitengewone schoonheid!... Grooter dan ik, maar desniettemin
-toch slank, met een hals als van een godin! Een echte antieke, een
-twintigjarige Venus--de kin iets te krachtig, mond en lippen zeldzaam
-regelmatig, oogen--o, die reine, groote oogen! En blootshoofds, niets
-dan de kroon van haar zware, zwarte lokken--een stralend gezicht,
-als verguld door de zon!"
-
-Allen luisterden verrukt in dien hartstocht voor de schoonheid,
-welken Rome trots alles bewaart.
-
-"Die mooie meisjes uit het volk beginnen zeldzaam te worden," zeide
-Morano. "Je kan heel Trastevere doorloopen, zonder er een tegen te
-komen. Maar dit bewijst, dat er tenminste nog één is."
-
-"En hoe heet je godin?" vroeg Benedetta, die even verrukt was als de
-anderen, glimlachend.
-
-"Pierina," lachte hij terug.
-
-"En wat heb je gedaan?"
-
-Maar het gelaat van den jongen man kreeg een uitdrukking van onbehagen
-en angst, als dat van een kind, dat onder het spelen een leelijk
-dier ziet.
-
-"Praat me daar niet over, ik heb er spijt genoeg van... Een ellende,
-een ellende, om er ziek van te worden."
-
-Hij was haar uit nieuwsgierigheid gevolgd naar den anderen kant
-van de Engelenbrug tot in de nieuwe wijk, die op de oude Prati del
-Castello gebouwd werd; en daar, op de eerste verdieping van een der
-verwaarloosde, nauwlijks droge en toch reeds in verval verkeerende
-huizen, was hij getuige geweest van een vreeselijk tooneel, waar
-hij nu nog van walgde: een heele familie, vader, moeder, een oude
-zwakke oom, kinderen, die bijna stierven van honger en in het vuil
-vervuilden. Hij gebruikte bij zijn schildering de mooiste woorden,
-verjoeg het vreeselijk visioen met een verschrikte handbeweging.
-
-"Enfin, ik maakte, dat ik wegkwam, en ik verzeker je, dat ik niet
-meer terug ga."
-
-In de koude en verlegen stilte, die volgde, schudden allen afkeurend
-hun hoofd. Morano verklaarde met bittere woorden, dat de roovers,
-de mannen van het Quirinaal, de eenige oorzaak van al die ellende
-van Rome waren. Liep niet het gerucht, dat men den afgevaardigde
-Sacco, dien in allerlei verdachte zaken gecompromitteerden intrigant,
-minister wilde maken? Dat zou het toppunt van onbeschaamdheid zijn,
-het onvermijdelijke en nabije bankroet.
-
-Alleen Benedetta, wier blik zich op Pierre richtte, prevelde, denkend
-aan zijn boek:
-
-"Die arme menschen! Hoe vreeselijk! Maar waarom niet naar hen
-teruggaan?"
-
-Pierre, in den beginne verstrooid en zich niet op zijn gemak voelend,
-was diep ontroerd door het verhaal van Dario. Hij doorleefde weer zijn
-apostolaat te midden der ellenden van Parijs, en een innig medelijden
-maakte zich van hem meester, nu hij bij zijn aankomst in Rome weer
-dezelfde ellende terugvond. Zonder het te willen, verhief hij zijn
-stem en zeide luid:
-
-"O, madame, laten we er samen heengaan! Breng mij er! Die quaesties
-interesseeren mij zoo."
-
-De aandacht van allen werd daardoor weer op hem gevestigd. Men begon
-hem vragen te stellen; hij voelde, dat zij nieuwsgierig waren naar
-zijn eersten indruk, naar wat hij over hun stad en over hen zelf
-dacht. Vooral moest hij Rome niet naar den uiterlijken schijn
-beoordeelen. Wat had hij gezien, hoe vond hij de stad? Doch hij
-verontschuldigde zich beleefd, zeide, dat hij daarop geen antwoord
-geven kon, daar hij nog niets gezien had, zelfs nog niet uit geweest
-was. Maar toch bleef men bij hem aandringen; hij kreeg het zeer
-besliste gevoel, dat men een druk op hem wilde uitoefenen, hem met
-geweld tot bewondering en liefde dwingen wilde. Men gaf hem van alle
-kanten raad, bezwoer hem zich niet door teleurstellingen, die niet uit
-konden blijven, te laten beïnvloeden, doch vol te houden, te wachten,
-tot Rome hem zijn ziel openbaarde.
-
-"Hoe lang denkt u hier te blijven, mijnheer de abbé?" vroeg een
-beleefde, zachte en heldere stem.
-
-Het was monsignor Nani. Hij zat nog steeds in hetzelfde donkere hoekje
-en sprak nu voor het eerst met luide stem. Meermalen meende Pierre
-reeds opgemerkt te hebben, dat de prelaat zijn blauwe, zeer levendige
-oogen niet van hem af had, terwijl hij aandachtig scheen te luisteren
-naar het langzame gepraat van Celia's tante. Voor hij antwoordde,
-keek hij hem aan. In zijn soutane met de smalle karmijnroode zoom en
-de violetzijden sjerp om zijn middel, zag hij er met zijn nog blond
-haar, zijn rechten, fijngeteekenden neus, zijn krachtigen mond en
-zijn schitterend-witte tanden, nog jong uit, ofschoon hij de vijftig
-reeds gepasseerd was.
-
-"Een veertien dagen, monsignor, drie weken misschien."
-
-De geheele salon protesteerde. Wat? Drie weken? En verbeeldde hij zich
-heusch Rome in drie weken te leeren kennen? Daar waren zes maanden,
-een jaar, tien jaar voor noodig! De eerste indruk was altijd ongunstig,
-en om dien te overwinnen was een langer verblijf beslist noodzakelijk.
-
-"Drie weken!" herhaalde donna Serafina met een minachtend gebaar. "Kan
-men elkaar in drie weken leeren kennen en lief hebben?"
-
-Om de lippen van Nani, die zich met de anderen opgewonden had,
-speelde slechts een flauw glimlachje. Met zijn fijne hand, die zijn
-aristocratische geboorte verried, maakte hij een klein gebaar. En
-toen Pierre zeer bescheiden uitlegde, dat hij alleen gekomen was,
-om enkele stappen te doen, en weer terug zou gaan, zoodra die gedaan
-waren, zeide de prelaat nog steeds glimlachend:
-
-"O, mijnheer de abbé zal langer blijven dan drie weken. Ik hoop,
-dat we het genoegen zullen hebben hem nog lang in ons midden te zien."
-
-Hoewel deze woorden met rustige beleefdheid uitgesproken werden,
-maakten zij op Pierre toch een zeer onaangenamen indruk. Wat wist
-de prelaat? Wat wilde hij daarmede zeggen? Hij vroeg zacht aan don
-Vigilio, die nog steeds zwijgend naast hem zat:
-
-"Wie is toch die monsignor Nani?"
-
-Maar de secretaris antwoordde niet dadelijk. Zijn koortsachtig gelaat
-kreeg een nog grauwere tint. Zijn vurige oogen zagen rond, vergewisten
-zich, dat niemand naar hem keek. Dan fluisterde hij:
-
-"De assessor van het Heilig College!"
-
-Die inlichting was voldoende, want Pierre wist heel goed, dat de
-assessor, die zwijgend de vergaderingen van het Heilig College
-bijwoonde, zich iederen Woensdagavond na de zitting naar den
-Heiligen Vader begaf, om hem op de hoogte te brengen van de
-dien middag behandelde zaken. Die wekelijksche audiëntie, dat
-vertrouwlijke uurtje bij den paus, dat het mogelijk maakte allerlei
-onderwerpen te bespreken, gaf aan den functionaris een bijzondere
-positie en zeer uitgebreide macht. Bovendien leidde dit ambt tot de
-kardinaalswaardigheid; de assessor kon later nog slechts tot kardinaal
-benoemd worden.
-
-Monsignor Nani, die een zeer eenvoudig en vriendelijk man scheen te
-zijn, bleef den jongen priester zoo aanmoedigend aankijken, dat deze
-zich verplicht voelde plaats te nemen op den stoel, dien de oude tante
-van Celia eindelijk naast hem vrij gemaakt had. Was deze kennismaking,
-dadelijk op den eersten dag, met een machtig prelaat, wiens invloed
-misschien alle deuren, voor hem zou openen, niet een voorteeken voor
-de overwinning? Hij was dan ook zeer ontroerd, toen deze hem dadelijk
-na de eerste woorden op zeer belangstellenden toon vroeg:
-
-"Dus hebt gij, mijn waarde zoon, een boek het licht doen zien?"
-
-En Pierre, weer geheel medegesleept door zijn geestdrift en geheel
-vergetend, waar hij was, vertelde hem, hoe hij door de lijdenden en
-ongelukkigen ingewijd was in brandende naastenliefde, droomde hardop
-van den terugkeer tot de Christelijke gemeenschap, juichte over het
-verjongde Katholicisme, dat de godsdienst der universeele democratie
-geworden was. Langzamerhand was hij met stemverheffing gaan spreken
-en in den ouden strengen salon ontstond een stilte; allen luisterden
-te midden van een toenemende verbazing, een ijzige koude, die hij
-echter niet voelde.
-
-Eindelijk viel Nani hem zacht in de rede met zijn eeuwig glimlachje,
-waarin het ironisch trekje zelfs niet op te merken was:
-
-"Zeker, zeker, mijn waarde zoon, het is heel mooi, ongetwijfeld
-heel mooi, de reine en edele phantasie van een Christen volkomen
-waardig... Maar wat wilt ge nu doen?"
-
-"Regelrecht naar den Heiligen Vader gaan, om mij te verdedigen."
-
-Een zacht, onderdrukt lachje volgde en donna Serafina drukte aller
-gevoelen uit, door te zeggen:
-
-"Maar dat gaat zoo maar niet!"
-
-Doch Pierre wond zich op.
-
-"Maar ik hoop hem toch te spreken. Heb ik geen uitdrukking gegeven
-aan zijn denkbeelden? Heb ik zijn politiek niet verdedigd? Kan hij
-mijn boek laten veroordeelen, waarin ik volgens mijn overtuiging door
-het beste in hem zelf geïnspireerd ben?"
-
-"Zeer zeker, zeer zeker," haastte Nani zich te herhalen, alsof hij bang
-was, dat men te heftig te werk ging met dezen jongen enthousiast. "De
-Heilige Vader heeft zulke hooge en verheven denkbeelden! Ge moet
-hem spreken... Maar, mijn lieve zoon, ge moet u niet zoo opwinden,
-denk een weinig na en wacht uw tijd af."
-
-En zich dan tot Benedetta wendend:
-
-"Zijne Eminentie heeft mijnheer den abbé nog niet gezien, wel? Het
-zou goed zijn, indien Zijne Eminentie hem morgenochtend zou willen
-ontvangen, om hem met zijn wijze raadgevingen te leiden."
-
-Kardinaal Boccanera woonde nooit de ontvangavonden van zijn zuster
-bij. Maar in den geest was hij altijd als afwezige, opperste gebieder
-aanwezig.
-
-"Maar ik ben bang," antwoordde de contessina aarzelend, "dat mijn
-oom niet medegaat met de denkbeelden van mijnheer den abbé."
-
-Nani begon weer te glimlachen.
-
-"Juist daarom zal hij hem des te beter kunnen raden."
-
-En onmiddellijk werd met don Vigilio afgesproken, dat deze Pierre voor
-een audiëntie zou inschrijven voor den volgenden ochtend om tien uur.
-
-Doch op dat oogenblik kwam een kardinaal binnen, gekleed met den
-rooden gordel en de roode kousen en de zwarte, roodomzoomde simarra
-[3] met roode knoopen, de gewone dracht, die de kardinalen bij
-bezoeken dragen. Het was kardinaal Sarno, een zeer oud vriend der
-Boccanera's. Terwijl hij zich verontschuldigde, dat hij zoo laat kwam,
-omdat hij lang had moeten werken, zwegen allen en omgaven hem vol
-eerbied. Pierre echter, die voor het eerst een kardinaal zag, voelde
-zich zeer teleurgesteld, want het was niet de majestueuze verschijning,
-de mooie decoratieve aanblik, dien hij verwacht had. Deze kardinaal
-leek klein en een weinig mismaakt, de linkerschouder was hooger dan de
-rechter, het gezicht uitgeteerd en vaal, de oogen als dood. Hij maakte
-op hem den indruk van een zeer afgeleefden, zeventigjarigen ambtenaar,
-die, door een halve eeuw van bekrompen bureauleven afgestompt, zwaar
-en misvormd geworden was, daar hij nooit den ronden leeren stoel
-verlaten had, waarop hij zijn geheele leven doorgebracht had.
-
-En inderdaad was zijn geheele geschiedenis in het kort aldus weer
-te geven: hij was het ziekelijke kind van een kleinburgerlijke
-familie, werd in het Roomsche Seminarie opgevoed, was later tien jaar
-professor in het kanonnieke recht aan datzelfde Seminarie, daarna
-secretaris van de Propaganda en eindelijk sedert vijf-en-twintig jaar
-kardinaal. Kort geleden had hij zijn kardinaalsjubileum gevierd. Te
-Rome geboren, had hij nooit een enkelen dag buiten Rome doorgebracht;
-hij was het type van den priester, opgegroeid in de schaduw van het
-Vaticaan. Hoewel hij nooit een diplomatieke functie bekleed had, had
-hij aan zijn methodische werkwijze aan de Propaganda te danken, dat hij
-president geworden was van een der beide commissies, die onderling het
-bestuur van de uitgestrekte, nog niet Katholieke landen in het Westen
-verdeelden. Zoo kwam het, dat op den bodem van deze uitgestorven oogen,
-in dezen lagen schedel de uitgebreide kaart der Christenheid lag.
-
-Zelfs Nani was vol heimelijken eerbied voor dien weinig op den
-voorgrond tredenden en verschrikkelijken man opgestaan, die, zonder
-ooit zijn bureau verlaten te hebben, tot in de verste hoeken der
-aarde zijn invloed gelden liet. Hij wist, dat hij, ondanks zijn
-schijnbare onbeduidendheid, door zijn langzamen, methodischen en
-goed geregelden veroveringsarbeid een macht was, die rijken aan het
-wankelen brengen kon.
-
-"Is de verkoudheid van Uwe Eminentie weer beter?"
-
-"Neen, neen, ik hoest nog altijd... Het is een gevaarlijke corridor. Ik
-ril van de koude, zoodra ik uit mijn kabinet kom."
-
-Van af dat oogenblik voelde Pierre zich heel klein en nietig. Men
-vergat zelfs hem aan den kardinaal voor te stellen. En hij moest nog
-bijna een uur blijven, alleen rondkijkend en opmerkend. De geheele,
-verouderde wereld kwam hem zoo kinderlijk voor, als waren zij allen
-in een treurige kindsheid teruggevallen. Hij wist nu, dat zich onder
-de trotsche terughoudendheid, onder de hoogmoedige ingetogenheid
-een werkelijke schuchterheid, het onuitgesproken wantrouwen van een
-groote onwetendheid verborg. Dat het gesprek niet algemeen werd,
-was het gevolg van het feit, dat niemand durfde. In de hoeken echter
-hoorde hij kinderachtige, eindelooze gesprekken, de onbeteekenende
-historietjes van de week, de praatjes der sacristieën en salons. Men
-zag elkaar slechts zelden, de kleinste gebeurtenissen namen ontzaglijke
-afmetingen aan.
-
-Ten slotte kreeg hij het zeer duidelijke gevoel, dat hij verplaatst
-was in een Franschen salon in een der groote bisschoppelijke
-provinciesteden onder de regeering van Karel X. Ververschingen werden
-niet rondgediend. De oude tante van Celia had zich meester gemaakt
-van kardinaal Sarno, die haar geen antwoord gaf, doch slechts nu en
-dan zijn kin optrok. Don Vigilio had den geheelen avond geen mond
-opengedaan! Nani en Morano voerden reeds eenigen tijd een fluisterend
-gesprek, terwijl donna Serafina, die zich over hen heen boog om te
-kunnen luisteren, telkens goedkeurend knikte. Ongetwijfeld spraken
-zij over de scheiding van Benedetta, want zij keken nu en dan met een
-ernstig gezicht naar haar. En in het groote, door de lampen rustig
-verlichte vertrek scheen alleen de door Benedetta, Dario en Celia
-gevormde groep te leven. Zij praatten halfluid en hadden soms moeite
-hun lachen in te houden.
-
-Plotseling viel Pierre de groote gelijkenis op, die hij zag tusschen
-Benedetta en het aan den muur hangend portret van Cassia. Het was
-dezelfde kinderlijke teerheid, dezelfde hartstochtelijke mond,
-dezelfde groote oogen in hetzelfde kleine ronde, verstandige en
-gezonde gezichtje. Beiden hadden ongetwijfeld een rechtschapen ziel
-en een vurig hart. Dan flitste een herinnering door zijn brein:
-de herinnering aan een portret van Guido Reni, de aanbiddelijke
-kuische kop van Beatrice Cenci, waarvan het portret van Cassia hem
-op dat oogenblik de nauwkeurige reproductie scheen te zijn. Die
-dubbele gelijkenis ontroerde hem en deed hem met bange deelneming
-naar Benedetta kijken, als zou het geweldige noodlot van het land
-en van het ras op haar neerstorten. Maar zij was zoo kalm, zag er
-zoo vastberaden en gelaten uit. Sedert hij in den salon was, had
-hij tusschen haar en Dario geen ander dan een zuiver broederlijke
-en geestelijke en opgewekte teederheid kunnen opmerken, vooral van
-haar kant; haar gelaat behield de vroolijke uitdrukking van een groote
-liefde, die voor de wereld niet verborgen behoefde te blijven. Eenmaal
-had Dario schertsend haar handen in de zijne genomen en die gedrukt;
-doch toen hij eenigszins zenuwachtig begon te lachen en vluchtige
-vlammen onder zijn wimpers òplichtten, had zij kalm zijn vingers
-losgemaakt als bij een spel van oude kameraden. Zij had hem lief, het
-was duidelijk te zien, met haar geheele wezen, voor het geheele leven.
-
-Maar nadat Dario een geeuw onderdrukt, op zijn horloge gekeken en
-zich uit de voeten gemaakt had, om naar zijn vrienden te gaan, die
-bij een dame speelden, gingen Benedetta en Celia op een canapé zitten
-naast den stoel van Pierre, die, zonder het te willen, enkele woorden
-van haar gesprek opving. De kleine prinses was de oudste dochter van
-prins Matteo Buongiovanni, vader van vijf kinderen reeds en getrouwd
-met eene Mortimer, een Engelsche, die hem vijf millioen aangebracht
-had. Trouwens de Buongiovanni's gingen door voor een der weinige
-patricische families te Rome, die nog rijk waren en zich staande hadden
-weten te houden te midden van de van alle kanten instortende ruïnes
-van het verleden. Ook zij hadden twee pausen in de familie gehad, wat
-echter voor Matteo geen beletsel geweest was zich bij het Quirinaal
-aan te sluiten, zonder daarom nog met het Vaticaan te breken. In
-zijn aderen vloeide, daar hij zelf de zoon van een Amerikaansche was,
-niet meer het zuivere Romeinsche bloed; zijn politiek was soepeler;
-ook zeide men, dat hij gierig was. Hij streed om als een der laatsten
-den vroegeren rijkdom en de vroegere almacht, die, zooals hij voelde,
-ten doode gedoemd waren, te behouden. In deze trotsche familie nu,
-wier glans nog steeds de stad vervulde, was plotseling iets gebeurd,
-dat eindelooze praatjes veroorzaakte: de plotselinge liefde van
-Celia voor een jongen luitenant, dien zij nog nooit gesproken had;
-de hartstochtelijke eensgezindheid der twee, die elkaar dagelijks op
-den Corso zagen en alleen maar door hun blikken met elkaar spreken
-konden; de taaie vasthoudendheid van het jonge meisje, dat aan haar
-vader verklaard had, dat zij nooit een anderen man wilde hebben,
-en nu onwrikbaar wachtte in de vaste overtuiging, dat men haar den
-man van haar keuze geven zou. Het ergste was, dat deze luitenant,
-Attilio Sacco, de zoon was van den afgevaardigde Sacco, een parvenu,
-dien de zwarte kringen minachtten als verkocht aan het Quirinaal en
-tot de gemeenste dingen in staat.
-
-"Dat gezegde van Morano daareven was natuurlijk voor mij bestemd,"
-fluisterde Celia Benedetta in. "Ja zeker, daarnet, toen hij den
-vader van Attilio naar aanleiding van het ministerschap, waar men
-het zoo druk over heeft, zoo uitmaakte... Hij heeft mij een lesje
-willen geven."
-
-De twee jonge meisjes hadden elkaar in het nonnenklooster een eeuwige
-vriendschap gezworen. Benedetta, die vijf jaar ouder was dan Celia,
-speelde een beetje moedertje over haar.
-
-"Ben je nu nog niet verstandig geworden? Denk je nog altijd aan dien
-jongen man?"
-
-"Begin jij nu ook al mee te doen? Attilio bevalt me en ik wil hem
-hebben. Hem, versta je, en geen ander! Ik wil hem hebben en ik zal
-hem hebben, omdat hij van mij houdt en ik van hem... Het is zoo
-eenvoudig mogelijk."
-
-Pierre keek haar verbaasd aan. Met haar zacht, jonkvrouwelijk gezicht
-was zij een witte, gesloten lelie. Een voorhoofd en een neus, zoo rein
-als een bloem; een onschuldige mond, welks lippen zich vastberaden
-over de witte tanden sloten; oogen, helder als bronwater en zonder
-grond. Geen rilling liep over de als zijde zoo zachte wangen, niet de
-minste onrust was in den naïeven blik te bespeuren. Dacht zij? Wist
-zij? Wie zou het hebben kunnen zeggen? Zij was de maagd in al haar
-angstig makende verborgenheid.
-
-"Kom, lieve kind," begon Benedetta weer, "ga mijn treurige geschiedenis
-niet herhalen. Het gaat nu eenmaal niet, paus en koning trouwen
-niet samen."
-
-"Maar," zeide Celia in alle kalmte, "jij hieldt niet van Prada en ik
-wel van Attilio. En leven is nu eenmaal liefhebben."
-
-Dit woord uit den mond van dit onschuldige kind trof Pierre zóó zeer,
-dat hij de tranen in zijn oogen voelde komen. De liefde, ja, dat
-was de oplossing van alle geschillen, de band tusschen de volkeren,
-de vrede en de vreugde in de geheele wereld. Maar donna Serafina, die
-het gesprek van de twee vriendinnen niet geheel scheen te vertrouwen,
-was opgestaan. Zij wierp don Vigilio een blik toe, dien deze dadelijk
-scheen te begrijpen, want hij ging heel zacht tegen Pierre zeggen,
-dat het tijd was om te gaan. Het sloeg elf uur, Celia vertrok met haar
-tante. Blijkbaar wilde advocaat Morano, dat kardinaal Sarno en Nani nog
-even bleven, om in den familiekring nog even te spreken over de een
-of andere moeilijkheid, die zich ten opzichte van de echtscheiding
-voorgedaan had. Toen Benedetta Celia op beide wangen gekust had,
-nam zij in den eersten salon hartelijk afscheid van Pierre:
-
-"Morgenochtend zal ik den vicomte antwoorden en hem schrijven, hoe
-prettig we het vinden u bij ons te hebben, en voor heel wat langer
-dan u zelf gelooft... En vergeet vooral niet morgenochtend om tien
-uur uw opwachting bij mijn oom, den kardinaal, te maken."
-
-Toen boven op de derde verdieping Pierre en don Vigilio, ieder met
-een blaker, dien een knecht hun gegeven had, in de hand, elkaar voor
-hun deuren goeden nacht zeiden, kon de eerste zich niet weerhouden
-den ander een vraag te doen, die hem kwelde.
-
-"Is die monsignor Nani een invloedrijk iemand?"
-
-Don Vigilio schrok opnieuw. Hij maakte slechts een gebaar, waarbij
-hij zijn beide armen uitbreidde, als wilde hij de wereld omarmen.
-
-"U hebt hem vroeger reeds gekend, niet waar?" vroeg hij zonder te
-antwoorden.
-
-"Ik? Geen quaestie van!"
-
-"Dan begrijp ik er niets van!... Hij kent u heel goed. Ik heb hem
-verleden Maandag over u hooren spreken in zulke termen, dat het mij
-toescheen alsof hij op de hoogte was van de kleinste bijzonderheden
-van uw leven en van uw karakter."
-
-"Ik heb zelfs zijn naam nooit hooren noemen."
-
-"Dan zal hij zeker naar u geïnformeerd hebben."
-
-Don Vigilio groette en ging zijn kamer binnen, terwijl Pierre, die
-tot zijn verbazing de deur van zijn kamer open vond, er Victorine op
-haar rustige manier uit zag komen.
-
-"O, mijnheer de abbé, ik heb mij persoonlijk willen overtuigen,
-dat er niets ontbrak. U hebt uw kaars, u hebt suiker, water en
-lucifers... Wat gebruikt u 's ochtends? Koffie? Neen? Alleen melk met
-een broodje. Goed! Om acht uur zeker?... En rust u nu maar eens goed
-uit! Ik heb de eerste nachten in dit oude paleis een vreeselijken angst
-voor spoken gehad! Maar ik heb er nooit één gezien. Wanneer je dood
-bent, dan ben je veel te blij, dat je het bent, en rust je lekker uit."
-
-Eindelijk was Pierre alleen. Hij was blij, dat hij uit de plooi
-kon komen, dat hij kon ontsnappen aan het onbehaaglijk gevoel, dat
-die onbekende omgeving, die salon, die menschen, welke zich in het
-rustige licht der lampen als spoken vermengden en weer verdwenen,
-hem gaven. De spoken, dat zijn de oude dooden van vroeger, wier
-onrustige zielen terugkwamen om lief te hebben en te lijden in het
-hart der levenden van thans. Ondanks zijn lange dagrust had hij zich
-nooit zoo moe gevoeld, nooit zoo'n behoefte aan slaap; zijn hoofd was
-geheel verward, hij was bang niets begrepen te hebben. Toen hij zich
-begon uit te kleeden, maakte de verwondering, dat hij hier was, dat
-hij hier naar bed ging, zich opnieuw met zulk een heftigheid van hem
-meester, dat hij een oogenblik meende een ander te zijn. Wat dachten
-al die menschen van zijn boek? Waarom had men hem in dit kille huis
-laten komen, dat hem--hij voelde het--vijandig gezind was? Was het om
-hem te helpen of om hem te overwinnen? En hij zag in het gele licht
-van den salon niets meer dan donna Serafina en advocaat Morano, ieder
-aan een kant van den haard, terwijl achter het hartstochtelijke en
-rustige hoofd van Benedetta, het glimlachende gezicht van monsignor
-Nani met zijn listige oogen en zijn van ontembare energie getuigende
-lippen verscheen.
-
-Hij ging liggen, maar stond al heel gauw weer op; hij had het
-benauwd, voelde zoo'n behoefte aan frissche, vrije lucht, dat
-hij het raam geheel openzette en eruit leunde. Maar de nacht was
-inktzwart, de horizont lag in het duister gedompeld. De sterren
-aan het firmament werden waarschijnlijk door nevels bedekt, het
-ondoorzichtige hemelgewelf hing loodzwaar neer. De huizen van den
-tegenoverliggenden Trastevere sliepen reeds lang; geen enkel raam
-was meer verlicht; slechts flikkerde in de verte een lantaarn als
-een verloren ster. Vergeefs zocht hij den Janiculus. Alles ging
-in dit meer van Niets onder, de vier-en-twintig eeuwen van Rome,
-de oude Palatinus, de moderne Quirinalis, de reusachtige dom van de
-St. Pieter, die in de schaduwgolf van den hemel verdrongen werd. En
-onder zich zag hij zelfs niet, hoorde hij zelfs niet den Tiber,
-de doode rivier in de doode stad.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE HOOFDSTUK
-
-
-Den volgenden ochtend om kwart voor tienen ging Pierre naar de eerste
-verdieping van het paleis, om zich aan te melden voor de audiëntie
-van kardinaal Boccanera. Vol moed was hij wakker geworden, vol naïeve
-geestdrift van zijn geloof; niets was er meer overgebleven van zijn
-ongewone terneergeslagenheid van den vorigen dag, van den twijfel,
-van den argwaan, die hem na de vermoeienis van de reis bij het eerste
-contact met Rome hadden aangegrepen. Het weer was zoo mooi, de hemel
-zoo helder, dat zijn hart weer vol hoop was gaan kloppen.
-
-De op het groote portaal uitkomende deur van de eerste antichambre
-stond wijd open. De kardinaal, een der laatste kardinalen van het
-Romeinsche patriciaat, had, hoewel hij de op de straat uitkomende,
-van ouderdom wegrottende gala-salons had gesloten, den ontvangsalon
-van een zijner oud-ooms, die tegen het einde der achttiende eeuw
-eveneens kardinaal geweest was, behouden. Het was een reeks van vier
-groote, zes meter hooge vertrekken, die op het hellend, naar den Tiber
-loopend steegje uitzagen. De zon, waaraan door de zwarte huizen aan den
-overkant de weg versperd werd, drong er nooit in door. De inrichting
-met al haar pracht en praal, die de vroegere hoogwaardigheidsbekleeders
-der Kerk ten toon spreidden, was intact gebleven. Maar hersteld of
-gerepareerd of onderhouden was er niets. Het behang hing aan flarden,
-het stof vrat de meubelen op; in de volkomen verwaarloozing voelde
-men den hautainen wensch den tijd tegen te houden.
-
-Toen Pierre het eerste vertrek, de antichambre der bedienden,
-binnenging, werd hij door een lichte ontroering aangegrepen. Vroeger
-stonden daar voortdurend twee pauselijke gendarmes in hun uniform
-te midden van een groote schaar lakeien; thans echter verhoogde
-één enkele bediende door zijn spookachtige aanwezigheid nog de
-melancholie van dit groote, half donkere vertrek. In het bijzonder
-viel tegenover het raam een met rood gedrapeerd altaar op onder
-een eveneens rooden baldakijn met het wapen der Boccanera's, den
-gevleugelden, vlammenspuwenden draak en het devies: Bocca nera, Alma
-rossa. Ook de roode kardinaalshoed van den oud-oom, de oude, groote,
-voor plechtige gelegenheden bestemde hoed, bevond zich hier, evenals de
-twee kussens van roode zijde en de twee aan den muur hangende parasols,
-die vroeger bij iederen uitgang in de karos werden medegenomen. In de
-volkomen stilte meende men het zachte leven van de maden te hooren,
-die sedert een eeuw aan dat geheele doode verleden knaagden, dat door
-één streek van een plumeau in stof gevallen zou zijn.
-
-De tweede antichambre, waarin vroeger de secretaris zijn verblijf
-hield, was leeg; Pierre vond don Vigilio eerst in de derde, de
-eere-antichambre. Daar het personeel tot het strikt noodzakelijke
-beperkt was, gaf de kardinaal er de voorkeur aan zijn secretaris vlak
-bij de hand te hebben, dicht bij de deur van de voormalige troonzaal,
-waarin hij audiënties verleende. Don Vigilio, zoo mager, zoo geel,
-zoo rillend van koorts, zat daar als verloren aan een heel klein,
-armoedig, zwart, met paperassen beladen tafeltje. Verdiept in een
-dossier, keek hij op, herkende den bezoeker en zeide op fluisterenden
-toon, zoodat het in de stilte als een gemompel klonk:
-
-"Zijne Eminentie is bezig... Wees zoo goed te wachten."
-
-Dan verdiepte hij zich weer in zijn lectuur, blijkbaar om iedere
-poging tot een gesprek af te snijden.
-
-Pierre, die niet durfde gaan zitten, keek het vertrek rond. Het
-verkeerde misschien in een nog meer vervallen toestand dan de twee
-andere met zijn door ouderdom versleten behang van groen damast, dat
-denken deed aan verkleurd mos op oude boomen. Maar het plafond was
-nog prachtig, een schitterende decoratie, een fries met geschilderde
-en vergulde versieringen, die een Triomf van Amphitrite, een fresco
-van een van Raffaël's leerlingen, omgaven. Volgens oud gebruik lag
-in dit vertrek de kardinaalshoed op een wandtafeltje aan den voet
-van een groot crucifix van ebbenhout en ivoor.
-
-Toen Pierre wat aan het halfdonker gewend geraakt was, werd zijn
-aandacht plotseling getrokken door een kort geleden geschilderd
-levensgroot portret van den kardinaal. Hij was er afgebeeld in
-groot gala, de soutane van rood moiré, het kanten koorhemd, de kappa
-koninklijk om de schouders geworpen. En deze grijsaard van zeventig
-jaar had in dat kerkelijke gewaad zijn trotsche, vorstelijke houding
-bewaard: hij was geheel geschoren, zijn grijs haar was nog zóó
-dik, dat het in zware lokken om zijn schouders golfde. Het was het
-majestueuze gezicht der Boccanera's--de krachtige neus, de groote
-mond met de dunne lippen, het lange, diepgerimpelde gezicht. Vooral
-de oogen van zijn geslacht verhelderden het bleeke gezicht--bruine,
-vurige oogen onder de dikke, nog zwarte wenkbrauwen. Wanneer zijn
-hoofd met een lauwerkrans omgeven geweest was, zou men hem voor een
-Romeinsch keizer gehouden hebben; hij was verheven en gebiedend,
-alsof het bloed van Augustus in zijn aderen klopte.
-
-Pierre kende zijn geschiedenis, en zijn portret riep hem die
-weer voor den geest. Opgevoed in het adellijke College, had Pio
-Boccanera slechts éénmaal Rome verlaten, toen hij nog maar heel jong
-en pas diaken was, om als pauselijk gezant een kardinaalshoed naar
-Parijs te brengen. Daarna had zijn kerkelijke carrière zich zeer
-geleidelijk ontwikkeld; de eere-ambten vielen hem als op natuurlijke
-wijze ten deel, zooals trouwens in verband met zijn voorname afkomst
-te verwachten was. Hij werd door Pius IX persoonlijk gewijd, later
-tot canonicus aan de Vaticaansche Basilica en tot geheim kamerheer,
-na de Italiaansche occupatie tot majordomo en eindelijk in 1874 tot
-kardinaal benoemd. Sedert vier jaar was hij kardinaal-voorzitter van
-de apostolische kamer, en men vertelde, dat Leo XIII hem voor dit ambt
-uitverkoren had, zooals Pius IX hem zelf vroeger daartoe uitverkoren
-had, om hem van de opvolging op den pauselijken troon uit te sluiten,
-want, al was het conclave bij zijn keuze afgeweken van de traditie,
-volgens welke de kardinaal-voorzitter niet tot paus gekozen kon
-worden, voor een nieuwe inbreuk daarop zou het waarschijnlijk toch
-terugschrikken.
-
-Ook vertelde men, dat, evenals onder de vroegere regeering, de
-heimelijke strijd tusschen den paus en den kardinaal-voorzitter
-voortgezet werd; deze laatste veroordeelde de politiek van den Heiligen
-Stoel, was in alles van precies tegenovergestelde meening en wachtte
-in de feitelijke onbeduidendheid van zijn ambt op den dood van den
-paus, die hem tot aan de keuze van den nieuwen paus de interimaire
-macht zou geven, de plicht om het conclave bijeen te roepen en over
-den goeden tijdelijken gang van zaken der Kerk te waken. Lag het
-eerzuchtige verlangen naar het pausschap, de droom, om het avontuur
-van kardinaal Pecci, die kardinaal-voorzitter en toch paus was,
-te herhalen, achter dit hooge, strenge voorhoofd, in de vlam zelf
-van die donkere oogen. Zijn Romeinsche prinsentrots kende niets dan
-Rome; hij stelde er bijna een eer in niets van de moderne wereld te
-weten. Overigens was hij zeer vroom, streng godsdienstig, onwankelbaar
-in zijn geloof, niet in staat den geringsten twijfel te koesteren.
-
-Maar een fluisteren rukte Pierre uit zijn overpeinzingen. Don Vigilio
-vroeg hem te gaan zitten.
-
-"Het zal misschien een tijdje duren; neemt u zoo lang een tabouret."
-
-En hij begon een groot, geelachtig vel papier met een fijn schrift
-te beschrijven, terwijl Pierre machinaal op een der eikenhouten
-tabouretjes, die in een rij langs den muur tegenover het portret
-stonden, plaats nam. Hij viel weer in zijn overpeinzingen terug en
-meende om zich heen de vorstelijke pracht der vroegere kardinalen te
-zien herleven en schitteren. In de eerste plaats gaf de kardinaal
-op den dag, dat hij benoemd werd, groote feesten, volksvermaken,
-waarvan er sommige thans nog door hun pracht en praal bekend
-zijn. Gedurende drie dagen blijven de deuren der ontvangsalons wijd
-openstaan; iedereen, die wilde, mocht binnenkomen, van zaal tot zaal
-riepen de deurwachters elkaar de namen toe--namen van patriciërs,
-van gezeten burgers, van het gewone volk, in het kort geheel Rome,
-dat de kardinaal met de welwillendheid van een souverein ontving,
-zooals een koning zijn onderdanen.
-
-Vervolgens werd een geheele koninklijke hofhouding georganiseerd,
-sommige kardinalen brachten vroeger meer dan vijfhonderd personen
-met zich mede, hadden een huishouding, die zestien bureaux telde,
-leefden te midden van een waar Hof. Zelfs in lateren tijd, toen het
-leven reeds veel eenvoudiger geworden was, had een kardinaal, als
-hij van vorstelijken bloede was, het recht op een galastoet van vier
-met zwarte paarden bespannen rijtuigen. Vier knechts, in de livrei
-van zijn kleuren, gingen hem vooraf en droegen den hoed, de kussens
-en de parasols. Bovendien was hij vergezeld van zijn secretaris in
-een violetzijden mantel, van den sleepdrager in zijn croccia, een
-soort gewatteerde jas van violette wol met zijden revers, en van den
-gentiluomo in de kleederdracht van Henri II, die den kardinaalshoed
-in zijn gehandschoende handen droeg.
-
-Hoewel reeds verminderd, omvatte de huishouding nog den auditor, die
-met het werk der congregatie belast was, den secretaris, die zich
-alleen met de correspondentie bezig hield, den kamerheer, die de
-bezoekers aandiende, den gentiluomo, die den kardinaalshoed droeg,
-den sleepdrager, den kapelaan, den hofmeester, den kamerdienaar,
-ongerekend de schaar ondergeschikt personeel, koks, koetsiers en
-stalknechten, een geheele bevolking, waarvan de reusachtige paleizen
-gonsden. En met deze bevolking vulde Pierre in zijn gedachte de drie
-groote antichambres van de troonzaal; deze vloed van lakeien in
-blauwe livrei met tressen in de kleuren van het wapen, die wereld
-van abbé's en prelaten in zijden mantels herleefde weer voor hem,
-bracht weer een hartstochtelijk en schitterend leven onder de hooge,
-ledige plafonds, in het halfdonker, dat zij met hun weder opgestane
-pracht lichter maakten.
-
-Maar thans, vooral na den intocht der Italianen in Rome, waren bijna
-alle groote vermogens van den Italiaanschen adel en de pracht en de
-praal van de hoogwaardigheidsbekleeders der Kerk verdwenen. Het ten
-gronde gerichte patriciaat onttrok zich aan de geestelijke ambten,
-die slecht betaald werden en slechts weinig roem meer gaven; het liet
-die over aan de eerzucht der kleine burgerij. Kardinaal Boccanera, de
-laatste met het purper bekleede prins van ouden adel, had niet meer
-dan ongeveer dertig duizend francs, om zijn rang op te houden--de
-twee-en-twintig duizend francs van zijn salaris, vermeerderd met
-wat enkele andere functies nog opbrachten; en nooit zou hij daarmede
-alle kosten hebben kunnen bestrijden, indien donna Serafina hem niet
-geholpen had met de kruimpjes van het vaderlijk erfdeel, waarvan hij
-vroeger ten gunste van zijn beide zusters en zijn broeder afstand
-gedaan had. Donna Serafina en Benedetta hielden beiden haar eigen
-huishouden, hadden haar eigen personeel en droegen de kosten van haar
-persoonlijke uitgaven.
-
-De kardinaal had alleen zijn neef Dario bij zich en gaf nooit een
-diner of een receptie. Zijn grootste uitgave was zijn eenig rijtuig,
-de zware karos met twee paarden, die het ceremonieel hem oplegde,
-want een kardinaal kan in Rome niet te voet gaan. Zijn koetsier,
-een oude knecht, spaarde hem ook nog een stalknecht uit, daar hij er
-beslist op stond alleen voor de karos en de twee paarden te zorgen,
-die, evenals hij, in de familie oud geworden waren. Verder waren er
-twee lakeien, vader en zoon, van wie de laatste in het paleis geboren
-was. De vrouw van den kok hielp in de keuken mede. Maar de inkrimping
-betrof voornamelijk de eere-antichambre en de eerste antichambre,
-het vroeger zoo schitterende en talrijke personeel bepaalde zich thans
-tot twee priesters, don Vigilio, den secretaris, die tegelijk auditor
-en majordomo was, en abbé Paparelli, den sleepdrager, die tevens als
-kapelaan en kamerheer fungeerde. Waar vroeger een schaar van bezoldigd
-personeel rondgeloopen en de zalen met hun schittering vervuld had,
-daar zag men thans slechts die twee zwarte soutanes geruischloos
-rondsluipen, twee bescheiden schimmen, die in de diepe duisternis
-der doode vertrekken verloren gingen.
-
-Hoe begrijpelijk kwam Pierre thans de hooghartige zorgeloosheid van den
-kardinaal voor, die den tijd zijn werk van verwoesting liet volbrengen
-in dit paleis zijner voorvaderen, waaraan hij het glorierijke leven van
-vroeger niet teruggeven kon. Gebouwd voor den hofstaat van een vorst
-uit de zestiende eeuw, viel thans het huis, verlaten en donker, in op
-het hoofd van zijn laatsten meester, die niet genoeg personeel meer
-had om het te vullen, die niet geweten zou hebben, waar hij het geld
-had moeten vinden voor de voor de reparatie benoodigde kalk. Waarom
-zou men dus niet, nu de moderne wereld zich vijandig toonde, nu de
-religie geen koningin meer was, nu de maatschappij veranderd was
-en men, te midden van den haat en de onverschilligheid der nieuwe
-generaties, het onbekende tegemoet ging, waarom zou men nu niet de
-oude wereld met haar onzinnigen trots op haar eeuwenouden roem, in
-stof laten vallen? Slechts helden stierven staande, zonder iets van
-het verleden prijs te geven, tot aan hun laatsten ademtocht trouw aan
-hetzelfde geloof, zonder iets anders te bezitten dan den smartelijken
-moed om den langzamen doodsstrijd van hun God aan te zien. En in het
-majestueuse portret van den kardinaal, op zijn bleek, zoo trotsch,
-zoo wanhopig-dapper gelaat was de hardnekkige wil te lezen liever
-onder de puinhoopen van het oude, sociale gebouw begraven te worden
-dan er één steen aan te veranderen.
-
-Het ritselen van heimelijke voetstappen, zacht muizengetrippel, deed
-den priester uit zijn gepeins opschrikken en omkijken. In het behang
-was een deur opengegaan en tot zijn verbazing zag hij een gezetten en
-korten, ongeveer veertigjarigen abbé voor zich staan; men zou hem voor
-een oude in het zwart gekleede jongejuffrouw hebben kunnen aanzien,
-heel oud reeds, zoo was zijn slap gezicht met rimpels doorgroefd. Het
-was abbé Paparelli, de sleepdrager, de kamerheer, die in deze laatste
-functie de bezoekers moest aandienen. Toen hij den jongen priester zag,
-wilde hij hem zijn naam vragen, maar don Vigilio kwam tusschenbeide,
-om hem op de hoogte te brengen.
-
-"O, ja, prachtig! Mijnheer de abbé Froment, wien het Zijne Eminentie
-behaagt een audiëntie te verleenen... Wees zoo goed te wachten,
-wees zoo goed te wachten!"
-
-En met zijn glijdenden, onhoorbaren stap ging hij weer terug naar de
-tweede antichambre, waar hij zich gewoonlijk ophield.
-
-Pierre beviel dit door het celibaat verbleekte, door al te harde
-godsdienstige oefeningen verwoeste, oude vromebesjesgezicht niet;
-en daar don Vigilio, wiens hoofd moe was en wiens handen van koorts
-brandden, niet weer aan het werk gegaan was, waagde hij het hem het
-een en ander te vragen. O, abbé Paparelli! Een buitengewoon geloovig
-man, die alleen uit eenvoud en deemoed op zijn bescheiden post bij
-Zijne Eminentie bleef. Trouwens het behaagde dezen hem daarvoor
-te beloonen, daar hij zich een enkele maal verwaardigde naar zijn
-adviezen te luisteren. Bij die woorden lag er in de vurige oogen
-van don Vigilio een heimelijke ironie, een nog bedekte woede. Hij
-bleef Pierre aankijken; zijn gelaat kalmeerde zich wat; de zichtbare
-rechtschapenheid van dezen vreemdeling, die blijkbaar tot geen partij
-behoorde, stelde hem gerust. Hij liet dan ook zijn gewoon, ziekelijk
-wantrouwen varen, ja vergat zich zelfs zoozeer, dat hij een oogenblik
-bleef praten.
-
-"Ja, ja, er is soms veel en dikwijls moeilijk werk... Zijne Eminentie
-heeft zitting in verscheidene congregaties: de Inquisitie-, de Index-,
-de Riten- en de Consistoriecongregatie. En al die dossiers gaan door
-mijn handen. Ik moet iedere zaak bestudeeren en een rapport daarover
-samenstellen, om alles voor hem in orde te maken... En bovendien
-heb ik voor de geheele correspondentie te zorgen. Gelukkig is Zijne
-Eminentie een heilige, die noch voor de eene, noch voor de andere
-partij intrigeert, zoodat we wat afgezonderd kunnen leven."
-
-Pierre interesseerde zich zeer voor die intieme bijzonderheden uit
-het leven van een Kerkvorst, dat dikwijls zoo verborgen is en door de
-legende misvormd wordt. Hij wist, dat de kardinaal, winter en zomer,
-om zes uur opstond. Hij las de mis in zijn kapel, een klein vertrek
-met een altaar van beschilderd hout, dat nooit iemand betrad. Verder
-bestonden zijn particuliere appartementen slechts uit een slaapkamer,
-een eetkamer en een studeerkamer, alle drie bescheiden, eenvoudige
-vertrekken, die men door middel van beschotten uit een grooten salon
-gemaakt had. Hij leefde er zeer teruggetrokken, zonder eenige luxe,
-als een matig en arm man. Om acht uur ontbeet hij met een glas
-koude melk. Vervolgens begaf hij zich op de zittingsdagen naar
-de congregaties, waar hij lid van was, of wel bleef hij thuis, om
-audiëntie te verleenen.
-
-Hij dineerde om één uur, dan volgde tot vier, in den zomer zelfs tot
-vijf uur, de siësta, de Romeinsche siësta, het heilige oogenblik,
-waarin geen bediende het gewaagd zou hebben zelfs maar op de deur te
-kloppen. Daarna maakte hij op mooie dagen een wandelrit in den omtrek
-van de oude Via Appia, waarvan hij bij het luiden van het Angelus
-terug kwam. Na van zeven tot negen uur ontvangen te hebben, soupeerde
-hij, trok zich in zijn kamer terug en vertoonde zich niet meer; hij
-werkte alleen of begaf zich ter ruste. De kardinalen begaven zich twee
-of drie maal per maand op vaste dagen naar het Vaticaan, om dienst
-te doen. Doch nu in bijna een jaar al was den kardinaal-voorzitter
-geen particuliere audiëntie verleend, wat een teeken van ongenade,
-een bewijs van oorlog was, waarover in de zwarte kringen zacht en
-voorzichtig gesproken werd.
-
-"Zijne Eminentie is wat stroef," ging don Vigilio, die blij was
-zich eens te kunnen uiten, zacht voort: "maar u moet hem zien
-glimlachen, wanneer zijn nicht, de contessina, die hij aanbidt,
-hem komt omhelzen... Wanneer u goed ontvangen wordt, dan hebt u dat
-alleen aan de contessina te danken."
-
-Op dat oogenblik werd hij in de rede gevallen. Uit de tweede
-antichambre kwam een geroezemoes van stemmen. Hij stond vlug op en
-maakte een diepe buiging, toen hij een dikken man in een zwarte
-soutane met een rooden gordel, en een zwarten hoed met roode en
-gouden troedels op, binnen zag komen, dien abbé Paparelli met tal
-van nederige buigingen begeleidde. Hij had Pierre een teeken gegeven
-eveneens op te staan en vond nog juist tijd, om hem in te fluisteren:
-
-"Kardinaal Sanguinetti, de praefect van de Indexcongregatie."
-
-Abbé Paparelli putte zich uit in dienstvaardigheid en herhaalde
-telkens weer met een vroom-tevreden gebaar:
-
-"Uwe Eminentie wordt verwacht. Ik heb order Uwe Eminentie dadelijk
-binnen te brengen... Zijne Eminentie, de groot-penitentiarius is
-er reeds!"
-
-Sanguinetti, een man met een harde stem en een dreunenden stap,
-kreeg plotseling een aanval van vertrouwelijkheid.
-
-"Ja, ja, ik ben ook zoo opgehouden; al die menschen waren zoo
-lastig. Je kan nooit doen wat je wilt. Enfin, ik ben er nu!"
-
-Het was een man van zestig jaar, ineengedrongen en dik, met een rond,
-opgeblazen gezicht, een grooten neus, dikke lippen, altijd even
-onrustige oogen. Vooral echter viel hij op door zijn jeugdig, bijna
-stormachtig-jong uiterlijk, zijn nog bruine haren, waarin nauwelijks
-een grijs haartje te ontdekken viel en die in dikke lokken om zijn
-slapen vielen. Hij was geboren te Viterbo, en had op het seminarie
-van die stad gestudeerd, alvorens zijn studiën aan de Gregoriaansche
-universiteit te Rome te gaan voltooien. Zijn geestelijke staat van
-dienst bewees voldoende zijn vlugge opklimming, zijn soepelen geest:
-eerst was hij secretaris van de nuntiatuur te Lissabon, daarna
-titulair-bisschop van Thebe geweest en had men hem een moeilijke
-zending naar Brazilië opgedragen.
-
-Na zijn terugkeer werd hij nuntius te Brussel, vervolgens te Weenen
-en eindelijk kardinaal, ongerekend nog, dat hij het in de nabijheid
-van Rome gelegen bisdom van Frascati gekregen had. Zeer ervaren in
-allerlei zaken, daar hij geheel Europa afgereisd had, had hij alleen
-zijn eerzucht tegen zich, die hij te veel blijken liet, en de intriges,
-die hij steeds spon. Het heette thans, dat hij onverzoenlijk was en van
-Italië de overgave van Rome eischte, hoewel hij vroeger toenadering
-getoond had tot het Quirinaal. In zijn vurigen hartstocht om paus
-te worden, veranderde hij ieder oogenblik van meening, gaf hij zich
-eindelooze moeite, om menschen voor zich te winnen, die hij dan
-later weer losliet. Reeds tweemaal had hij onaangenaamheden gehad
-met Leo XIII, maar had het ten slotte politiek geoordeeld zich te
-onderwerpen. De waarheid was, dat hij, de bijna erkende candidaat naar
-het pausschap, zich uitputte in zijn voortdurende krachtinspanning,
-door zich met te veel dingen en te veel menschen te bemoeien.
-
-Maar Pierre had in hem slechts den praefect der Indexcongregatie
-gezien; slechts één gedachte hield hem bezig, n.l. dat deze man over
-het lot van zijn boek zou beschikken. Hij kon zich dan ook, toen de
-kardinaal verdwenen en abbé Paparelli teruggekeerd was in de tweede
-antichambre, niet weerhouden te zeggen:
-
-"Zijn Hunne Eminenties de kardinaal Sanguinetti en kardinaal Boccanera
-erg bevriend?"
-
-Een glimlach kwam om de lippen van den secretaris spelen, terwijl in
-zijn oogen een ironie flikkerde, die hij nu niet meer verbergen kon.
-
-"Zeer bevriend? Neen, neen!... Zij bezoeken elkaar, wanneer het niet
-anders kan!"
-
-En hij legde uit, dat men eerbied toonde voor de hooge geboorte
-van kardinaal Boccanera, zoodat men zich gaarne vereenigde bij hem,
-wanneer een ernstige zaak, zooals dien dag, een samenkomst buiten de
-gewone zittingen noodzakelijk maakte. Kardinaal Sanguinetti was de
-zoon van een geneesheer te Viterbo.
-
-"Neen, neen, Hunne Eminenties zijn in het geheel niet
-bevriend... Wanneer men niet dezelfde denkbeelden en hetzelfde karakter
-heeft, dan gaat dat zoo makkelijk niet. En vooral als daar nog bijkomt,
-dat men elkaar in den weg staat."
-
-Hij had het zachter, als tot zichzelf gezegd. Trouwens Pierre, die
-geheel met zichzelf bezig was, hoorde het nauwlijks.
-
-"Komen zij misschien voor de een of andere Index-aangelegenheid bij
-elkaar?" vroeg hij.
-
-Don Vigilio moest weten waarom er vergaderd werd. Maar hij vergenoegde
-zich met te antwoorden, dat voor een zaak van den Index de bijeenkomst
-gehouden zou zijn bij den praefect der congregatie. In zijn ongeduld
-kon Pierre zich niet weerhouden een directe vraag te stellen.
-
-"U kent mijn aangelegenheid--de zaak van mijn boek--niet waar? Daar
-Zijne Eminentie deel uitmaakt van de congregatie en de dossiers door
-uw handen gaan, zoudt u mij misschien een nuttige inlichting kunnen
-geven. Ik weet er niets van en ik zou zoo gaarne wat willen weten!"
-
-Onmiddellijk werd don Vigilio weer door zijne angstige ongerustheid
-aangegrepen.
-
-"Ik verzeker u, dat er nog geen stuk door mijn handen gegaan is. Ik
-weet er absoluut niets van."
-
-Toen Pierre wilde aandringen, gaf hij hem een teeken te zwijgen en
-begon weer te schrijven, terwijl hij telkens heimlijk een blik in
-de tweede antichambre wierp, ongetwijfeld bang, dat abbé Paparelli
-luisterde. Blijkbaar had hij reeds veel te veel gezegd. En hij maakte
-zich weer klein aan zijn tafeltje, verdween als het ware geheel in
-zijn donker hoekje.
-
-Pierre viel nu weer in zijn gepeins terug; weer maakte al dat
-onbekende, de oude, ingeslapen triestheid, die hem omgaf, zich geheel
-van hem meester. Eindeloos verliep de eene minuut na de andere, het
-was bijna elf uur. Het opengaan van een deur, het geluid van stemmen
-maakte hem weer wakker. Hij boog eerbiedig voor kardinaal Sanguinetti,
-die weg ging met een anderen, zeer mageren en langen kardinaal met
-een grauw, lang asketengezicht. Maar geen van beiden scheen zelfs
-dien eenvoudigen, vreemden priester, die zoo voor hen boog, op te
-merken. Zij spraken luid en vertrouwelijk met elkaar.
-
-"Ja, de wind gaat liggen, het is warmer dan gisteren."
-
-"We zullen morgen zeker een sirocco krijgen."
-
-Plechtig viel de stilte weer in het groote, donkere vertrek terug. Don
-Vigilio schreef nog altijd, zonder dat men het gekras van zijn pen
-op het harde, geelachtige papier hoorde. Het zachte tingelen van
-een gebarsten belletje weerklonk. Abbé Paparelli kwam uit de tweede
-antichambre toegesneld, verdween een oogenblik in de troonzaal en
-kwam dan terug, om Pierre met een handgebaar te roepen.
-
-"Mijnheer de abbé Pierre Froment," diende hij met zachte stem aan.
-
-Ook deze groote zaal was een ruïne. Onder het prachtige plafond
-van gebeeldhouwd en geschilderd hout hing het roode behang, geheel
-van brocaat met groote palmen, in flarden. Op sommige plaatsen was
-het als bijgewerkt, maar door het lange gebruik vlamde het donkere
-purperrood der zijde, dat vroeger zoo schitterend geweest was, met
-bleeke tinten. Het merkwaardige van het vertrek was de oude troon,
-de fauteuil van rood fluweel, waarin vroeger de Paus, wanneer hij een
-bezoek bracht aan den kardinaal, plaats nam. Een baldakijn, ook van
-rood fluweel, stond erover heen, waaronder eveneens het portret van
-den regeerenden paus hing. Volgens het voorschrift stond de fauteuil
-naar den muur toe gekeerd, ten teeken, dat niemand er op mocht
-gaan zitten. Verder waren er in het groote vertrek slechte canapés,
-fauteuils, stoelen en een prachtige Louis XIV-tafel van verguld hout
-met een mozaïekblad, voorstellend de ontvoering van Europa.
-
-Maar Pierre zag in den beginne niets dan kardinaal Boccanera, die
-bij een andere tafel, welke hij als bureau gebruikte, stond. In
-zijn eenvoudige zwarte soutane met roode zoomen en knoopen, scheen
-hij hem nog grooter en trotscher toe dan op het portret in zijn
-gala-kostuum. Het was wel hetzelfde grijze haar, hetzelfde lange
-gezicht met de diepe rimpels, den grooten neus en de dunne lippen;
-het waren dezelfde vurige oogen, die het bleeke gezicht onder de
-dichte, zwart gebleven wenkbrauwen verhelderden. Maar het portret
-gaf niet het van deze hooge gestalte uitgaande verheven en rustige
-geloof weer, de vaste overtuiging te weten waar de waarheid lag,
-den onwankelbaren wil zich daar eeuwig aan te houden.
-
-Boccanera bewoog zich niet, toen hij met zijn donkeren blik den
-bezoeker naar zich toe zag komen; de priester, die het ceremonieel goed
-kende, knielde neer en kuste den grooten smaragd, dien de kardinaal
-aan zijn vinger droeg. Maar bijna onmiddellijk richtte de kardinaal
-zich op.
-
-"Wees welkom bij ons, mijn lieve zoon... Mijn nicht heeft mij met
-zooveel sympathie over u gesproken, dat ik mij gelukkig voel u te
-ontvangen..."
-
-Hij was bij de tafel gaan zitten, zonder Pierre te vragen ook plaats
-te nemen; hij bleef hem aankijken, terwijl hij op langzamen, zeer
-beleefden toon verder sprak.
-
-"U is gisterenochtend gearriveerd, niet waar? En zeker heel moe?"
-
-"Uwe Eminentie is te vriendelijk... Ja, ik was gebroken, zoowel
-van emotie als van vermoeienis. Deze reis is voor mij van zooveel
-beteekenis."
-
-De kardinaal scheen niet dadelijk op die ernstige quaestie in te
-willen gaan.
-
-"Zeker, dat begrijp ik. En bovendien is het een lange reis van Parijs
-naar Rome. Tegenwoordig gaat het vrij snel, maar vroeger was het een
-eindelooze reis!"
-
-Hij begon langzamer te spreken.
-
-"Ik ben éénmaal in Parijs geweest, o, al heel lang geleden, vijftig
-jaar bijna al, en ik ben er geen week gebleven... Een groote, mooie
-stad, ja zeker! Veel menschen in de straten, zeer goed opgevoede
-menschen, een volk, dat wonderbare dingen gedaan heeft. Men mag het
-zelfs in dezen droevigen tegenwoordigen tijd niet vergeten, Frankrijk
-is de oudste dochter der Kerk geweest... Na die eenige reis heb ik
-Rome nooit meer verlaten!"
-
-Met een gebaar van kalme minachting voltooide hij zijn gedachte. Waarom
-reizen te ondernemen naar het land van twijfel en rebellie? Was Rome
-niet voldoende, Rome, dat de wereld beheerschte, de eeuwige stad, die
-eens, wanneer de tijden in vervulling zouden gaan, weer de hoofdstad
-der wereld zou worden?
-
-Pierre, die zwijgen bleef, riep zich den gewelddadigen, strijdlustigen
-prins weer voor den geest, die er thans toe genoodzaakt was deze
-eenvoudige soutane te dragen; hij vond hem mooi in zijn trotsche
-overtuiging, dat Rome aan zichzelf genoeg had. Maar deze koppige
-onwetendheid, deze eigenzinnigheid, om andere naties slechts als
-vazallen te beschouwen, maakten hem ongerust, toen hij weer dacht
-aan het motief, dat hem hier bracht. Daar er een stilzwijgen ontstaan
-was, meende Pierre met een paar eerbiedig-huldigende woorden op het
-onderwerp te moeten terugkomen.
-
-"Alvorens verdere stappen te doen, heb ik mijn hulde aan de voeten van
-Uwe Eminentie willen leggen, want Uwe Eminentie is mijn eenige hoop,
-en ik smeek Uwe Eminentie mij wel te willen raden en leiden."
-
-Met een handbeweging noodigde Boccanera hem uit op een stoel tegenover
-hem te gaan zitten.
-
-"Zeker, mijn lieve zoon, ik weiger volstrekt niet u met mijn raad ter
-zijde te staan. Ik ben dat verschuldigd aan alle Christenen, die het
-goede willen. Maar ge zoudt verkeerd doen op mijn invloed te rekenen:
-die beteekent niets. Ik leef volkomen afgezonderd, ik kan en ik wil
-niets vragen... Maar dat belet ons niet wat te praten."
-
-Hij ging zonder eenigen omweg op de quaestie in. Zijn onafhankelijke,
-moedige geest schrikte voor de verantwoordelijkheid niet terug.
-
-"Ge hebt een boek geschreven, niet waar? Het nieuwe Rome, als ik
-mij goed herinner; en ge zijt hierheen gekomen om dit boek, dat men
-bij de Indexcongregatie aangegeven heeft, te verdedigen... Ik heb
-het nog niet gelezen. Ge begrijpt, ik kan niet alles lezen. Ik lees
-alleen de boeken, die de congregatie, waarvan ik sedert verleden
-jaar deel uitmaak, mij zendt; en dikwijls stel ik mij zelfs tevreden
-met het rapport, dat mijn secretaris voor mij opstelt... Maar mijn
-nicht Benedetta heeft uw boek gelezen en mij gezegd, dat het niet
-oninteressant is. Eerst was zij er een beetje verbaasd over geweest,
-maar later heeft het haar zeer geroerd... Ik beloof u dus, dat ik
-het door zal lezen en de geïncrimineerde passages met groote zorg
-bestudeeren zal."
-
-Pierre greep de gelegenheid aan, om zijn zaak te verdedigen. Hij
-meende, dat het maar het beste zou zijn zijn aanbevelingen uit Parijs
-mede te deelen.
-
-"Uwe Eminentie zal begrijpen hoe verbaasd ik was, toen ik hoorde,
-dat mijn boek vervolgd werd. Mijnheer de vicomte de la Choue, die
-mij welwillend gezind is, zegt steeds weer, dat een dergelijk werk
-voor den Heiligen Stoel even veel waard is als het beste leger."
-
-"O, de la Choue, de la Choue," herhaalde de kardinaal
-welwillend-spottend; "ik weet heel goed, dat de la Choue denkt een
-goed Katholiek te zijn... Hij is nog eenigszins aan ons geparenteerd,
-zooals u niet onbekend zal zijn. Wanneer hij hier in het paleis
-logeert, dan ontvang ik hem heel graag, op voorwaarde echter, dat over
-bepaalde onderwerpen, waarover we het toch nooit eens zouden worden,
-niet gesproken wordt. Maar per slot van rekening is het Katholicisme
-van dien voortreffelijken en goeden de la Choue met zijn corporaties,
-zijn werkliedenvereenigingen, zijn gezuiverde democratie en zijn vaag
-socialisme niets anders dan litteratuur."
-
-Het woord trof Pierre onaangenaam, want hij voelde in de woorden
-van den kardinaal zeer duidelijk de minachtende ironie, die ook op
-hemzelf sloeg. Hij haastte zich dan ook zijn anderen repondant [4],
-dien hij voor een onaantastbare autoriteit hield, te noemen.
-
-"Zijne Eminentie kardinaal Bergerot is wel zoo goed geweest zijn
-volkomen goedkeuring aan mijn boek te hechten."
-
-Plotseling veranderde het gezicht van Boccanera heelemaal. Het was
-niet meer de spottende blaam, het medelijden, dat de ondoordachte en
-van te voren tot mislukking gedoemde daad van een kind te voorschijn
-roept. Een vlam van woede lichtte op in zijn donkere oogen; zijn
-gezicht werd hard van strijdlust.
-
-"Zeker," zeide hij langzaam; "kardinaal Bergerot heeft in Frankrijk
-den naam heel vroom te zijn. Hier in Rome weten wij weinig van
-hem. Persoonlijk heb ik hem éénmaal gezien, toen hij den kardinaalshoed
-kwam halen. En ik zou mij niet veroorloven een oordeel over hem te
-vellen, indien onlangs zijn geschriften en zijn handelingen mijn
-ziel als geloovige niet hadden bedroefd. En, helaas, sta ik in dat
-opzicht niet alleen; ge zult in het Heilig College niemand vinden,
-die zijn daden goedkeurt."
-
-Hij hield even op en zeide dan op zeer beslisten toon:
-
-"Kardinaal Bergerot is een revolutionnair."
-
-Ditmaal kon Pierre van verbazing een oogenblik niet spreken. Een
-revolutionnair, lieve God, die zachte zielenherder met zijn
-onuitputtelijke naastenliefde, wiens droom-ideaal het was, dat
-Jezus weer op aarde zou nederdalen, om eindelijk gerechtigheid
-en vrede te doen heerschen! De woorden hadden dus niet overal
-dezelfde beteekenis! En in welk een godsdienst kwam hij terecht,
-dat de godsdienst der armen en lijdenden een verdoemenswaardige,
-eenvoudig opstandige hartstocht werd?
-
-Zonder het nog duidelijk te begrijpen, voelde hij, dat een discussie
-onbeleefd en nutteloos zijn zou; hij koesterde nog slechts den wensch
-zijn boek te vertellen, het uit te leggen, het te rechtvaardigen. Maar
-onmiddellijk na zijn eerste woorden viel de kardinaal hem al in
-de rede.
-
-"Neen, neen mijn lieve zoon. Dat zou te veel tijd in beslag nemen, en
-bovendien wil ik de passages lezen... Trouwens het is een regel zonder
-uitzondering: ieder boek, dat het geloof aantast, is verderfelijk en
-verdoemenswaardig. Eerbiedigt uw boek ten volle het dogma?"
-
-"Ik meen van wel, en ik verzeker Uwe Eminentie, dat het geen oogenblik
-mijn bedoeling geweest is het dogma of het geloof te verloochenen."
-
-"Dat is zeer prijzenswaardig. En wanneer dat zoo is, zou ik met u
-mede kunnen gaan... Doch in het tegenovergestelde geval zou ik u maar
-één raad kunnen geven: uit eigen beweging uw boek terug te nemen, te
-vernietigen, zonder te wachten, dat een besluit van de Indexcongregatie
-u daartoe dwingt. Wie ergernis gegeven heeft, moet die onderdrukken
-en ervoor boeten door in zijn eigen vleesch te snijden. Een priester
-heeft geen andere plicht dan deemoed en gehoorzaamheid, de volkomen
-vernedering en vernietiging van zijn eigen Ik, een geheel opgaan in
-den wil der Kerk. Ja, ik vraag u, waartoe eigenlijk überhaupt te
-schrijven? In de uiting van een eigen meening ligt in zekeren zin
-al opstand en verzet; het is altijd een verzoeking van den duivel,
-die u de pen in de hand drukt. Waarom de risico te loopen zichzelf te
-verdoemen door toe te geven aan den hoogmoed van den geest... Uw boek,
-mijn waarde zoon, is ook weer litteratuur, litteratuur!"
-
-Hij herhaalde het woord met zoo'n minachting, dat Pierre het gevaar,
-dat de arme apostelbladzijden, welke hij geschreven had, liepen,
-wanneer zij onder de oogen van dezen prins, die een heilige geworden
-was, kwamen, onmiddellijk begreep. Hij luisterde naar hem en meende,
-door toenemenden angst en bewondering aangegrepen, hem grooter te
-zien worden.
-
-"O, het geloof, mijn lieve zoon, het onvoorwaardelijke, onbaatzuchtige
-geloof, dat alleen gelooft voor het geluk om te gelooven! Welk een
-rust, wanneer men zich voor de mysteries buigt, zonder te trachten
-die te doorgronden, met de rustige overtuiging, dat men, door ze te
-aanvaarden, eindelijk het zekere en het definitieve bezit! Is de meest
-volkomen intellectueele bevrediging niet die, welke door het goddelijke
-gegeven wordt, terwijl het de rede verovert, schoolt en vermeerdert,
-zoodat zij als het ware gevuld en zonder verdere begeerte is? Wanneer
-het onbekende niet door het goddelijke verklaard wordt, is er voor
-den mensen geen duurzame vrede mogelijk. Men moet de waarheid en
-de gerechtigheid in Gods hand geven, als men wil, dat zij op aarde
-heerschen zullen. Wie niet gelooft is als een slagveld, dat bloot
-staat aan alle rampen. Het geloof alleen bevrijdt en geeft vrede!"
-
-Pierre bleef een oogenblik zwijgen tegenover deze hooge gestalte,
-die zich oprichtte. Te Lourdes had hij de lijdende menschheid zich
-zien storten op de genezing van het lichaam en de vertroosting
-der ziel. Hier was het de intelligente geloovige, de zekerheid
-verlangende geest, die bevrediging vond door de hoogste genieting te
-vinden in het niet meer twijfelen. Nog nooit had hij zoo'n kreet van
-vreugde gehoord, om te leven in gehoorzaamheid en zonder vrees voor
-dat wat na den dood volgt. Hij wist, dat Boccanera een eenigszins
-hartstochtelijke jeugd gehad en zinnelijke crisissen doorgemaakt had,
-waarin het heete bloed zijner voorouders opvlamde; en hij verwonderde
-zich over de kalme majesteit, die het geloof dezen afstammeling van
-een zoo heftig ras verleend had. Hoogmoed en trots waren zijn eenige
-hartstochten gebleven.
-
-"En toch," waagde hij het eindelijk met zachte stem te zeggen: "ook
-al blijft het wezen van het geloof onveranderlijk, is het mogelijk,
-dat de vormen wisselen... Van uur tot uur ontwikkelt alles zich,
-verandert de wereld."
-
-"Maar dat is juist niet waar!" riep de kardinaal uit, "de wereld
-is onwrikbaar, eeuwig onwrikbaar!... Zij trappelt heen en weer,
-zij verdwaalt, zij geraakt op de afschuwelijkste banen, men moet
-haar ieder oogenblik weer op den rechten weg terugbrengen. Dat is
-de waarheid... Moet de wereld, opdat de beloften van Christus in
-vervulling kunnen gaan, niet terugkeeren tot haar punt van uitgang,
-tot haar oorspronkelijke schuldeloosheid? Is het einde der dagen
-niet vastgesteld op den triompheerenden dag, dat de menschen in het
-volle bezit zijn der geheele waarheid, die het Evangelie gebracht
-heeft?... Neen, neen, de waarheid ligt in het verleden. Men moet
-zich steeds houden aan het verleden, wanneer men zich niet in het
-verderf wil storten. Al die mooie nieuwigheden, die fata morgana
-van den beroemden vooruitgang zijn niets anders dan valstrikken
-voor de eeuwige verdoemenis. Waartoe nog meer te zoeken, waartoe
-onophoudelijk het gevaar van dwalingen te loopen, waar de waarheid
-reeds sedert achttien eeuwen bekend is? De waarheid, maar die ligt
-in het roomsch-apostolisch Katholicisme, zooals de lange reeks van
-generaties het geschapen heeft! Welk een dwaasheid het te willen
-veranderen, daar zoovele groote geesten, zoovele vrome zielen er het
-wonderbaarlijkste van alle gedenkteekenen, er het eenige middel tot
-orde in deze en tot redding in de andere wereld van gemaakt hebben!"
-
-Pierre protesteerde niet meer. Zijn hart kromp ineen, want thans kon
-hij niet langer meer twijfelen of hij had een onverzoenlijk vijand
-van zijn liefste en dierbaarste denkbeelden tegenover zich. Hij boog
-eerbiedig, maar tot een ijskoude verstard, hij voelde een zachten
-ademtocht over zijn gelaat strijken, een wind, die van verre kwam en
-de doodende hitte der graven met zich voerde. De kardinaal echter
-richtte zijn hooge gestalte op en ging op zijn eigenzinnigen toon,
-waaruit een trotsche moed klonk, door:
-
-"En wanneer, zooals zijn vijanden beweren, het Katholicisme doodelijk
-getroffen is, dan moet het fier sterven, in zijn glorierijke
-ongeschondenheid... Versta mij goed, mijnheer de abbé, geen enkele
-concessie, geen toegeven, geen lafheid! Het is, zooals het is, anders
-zou het niet kunnen zijn. De goddelijke zekerheid, de onvoorwaardelijke
-waarheid is niet voor verandering, welke dan ook, vatbaar; de kleinste
-steen, die aan het gebouw ontnomen wordt, is nooit iets anders dan
-een oorzaak tot ineenstorting... dat is toch duidelijk, niet waar? De
-oude huizen, waarin men, onder voorwendsel ze te willen herstellen,
-de spade zet, zijn niet te redden. Men vergroot er de scheuren
-slechts door. Als het waar was, dat Rome in puin dreigt te vallen,
-dan hebben al die verbeteringen en reparaties geen ander resultaat dan
-dat zij de onvermijdelijke catastrophe verhaasten. En in plaats van een
-grootschen, verheven dood zou het een jammerlijke doodsstrijd worden,
-het einde van een lafaard, die zich verweert en om genade smeekt... Ik
-wacht af. Ik voor mij ben overtuigd, dat het schandelijke leugens
-zijn, dat het Katholicisme nooit krachtiger geweest is, dat het zijn
-eeuwigheid put uit de eenige bron des levens. Maar op den avond,
-dat de hemel instort, zou ik hier staan te midden van deze oude,
-afbrokkelende muren, onder deze oude plafonds, waarvan de balken door
-de wormen weggevreten worden, en fier overeind staande zou ik onder
-de puinhoopen sterven, mijn Credo voor een laatste maal uitsprekend."
-
-Hij was steeds langzamer gaan spreken, in zijn stem klonk een
-hoogmoedige droefheid, terwijl hij met een breed gebaar naar het oude,
-verlaten, zwijgende paleis wees, waaruit het leven zich iederen dag
-iets meer terugtrok. Was het een onwillekeurig voorgevoel, streek
-de zachte, koude ademtocht, die van de puinhoopen kwam, ook langs
-hem heen? Dat zou verklaren, waarom de groote zalen zoo verwaarloosd
-waren, het zijden behang in flarden hing, de wapenschilden door stof
-verbleekt, de roode hoed door maden weggevreten werd. En deze prins en
-kardinaal, deze intransigente Katholiek, die zich zoo in de toenemende
-duisternis van het verleden terugtrok en met een dapper soldatenhart
-de onvermijdelijke instorting der oude wereld trotseerde, stond te
-midden van dit alles als iets wanhopig-grootsch en verhevens.
-
-Ontroerd wilde Pierre afscheid nemen, toen een kleine deur in het
-behang openging. Boccanera maakte een ongeduldig gebaar.
-
-"Wat is er nu weer? Kan men mij dan geen oogenblik met rust laten?"
-
-Maar abbé Paparelli, de dikke, stille sleepdrager, kwam toch binnen,
-zonder zich een oogenblik op te winden. Hij ging naar den kardinaal
-toe en fluisterde hem iets in het oor.
-
-"Welke pastoor?... O, ja, Santobono, de pastoor van Frascati. Ik weet
-het... Zeg, dat ik hem nu niet ontvangen kan."
-
-Weer begon Paparelli met zijn zacht stemmetje te fluisteren. Toch
-kon Pierre enkele woorden hooren: een dringende zaak, de pastoor
-moest weer vertrekken, hij had maar één woord te zeggen. En zonder de
-toestemming van den kardinaal af te wachten, bracht hij den bezoeker,
-een protégé van hem, dien hij achter de kleine deur gelaten had,
-binnen. Dan verdween hij zelf met de kalmte van een ondergeschikte,
-die, ondanks zijn nederige positie, zijn groote macht kent.
-
-Pierre, die geheel vergeten werd, zag een reusachtig langen priester
-binnenkomen, grof gebouwd, een echten boerenzoon, die nog steeds in
-nauwe aanraking met de aarde was. Hij had groote voeten, vingers vol
-knobbels, een verweerd gezicht met litteekens, dat door donkere, zeer
-heldere oogen verlevendigd werd. Voor zijn vijf-en-veertig jaar zag hij
-er nog krachtig uit en geleek met zijn slecht verzorgden baard en zijn
-mantel, die te wijd om zijn zware, vooruitspringende beenderen hing,
-eenigszins op een vermomden bandiet. Maar zijn gelaatsuitdrukking
-was trotsch gebleven, zonder iets gemeens. Hij had een klein mandje
-bij zich, dat zorgvuldig met vijgeblaadjes toegedekt was.
-
-Onmiddellijk knielde Santobono neer en kuste den ring, doch met een
-snel gebaar, als was het een eenvoudige, gewone beleefdheid. Dan zeide
-hij met de eerbiedige familiariteit van het mindere volk tegenover
-de grooten:
-
-"Ik smeek Uwe eerwaardige Eminentie om vergiffenis, dat ik zoo
-indringerig ben. Er wachten nog vele anderen, en ik zou niet ontvangen
-zijn, indien mijn oude vriend Paparelli niet op het denkbeeld gekomen
-was mij door deze deur te laten gaan... Ik heb Uwe Eminentie een
-grooten dienst te vragen, een zoo grooten dienst... Maar voor alles
-veroorlove Uwe Eminentie mij, U een klein geschenk aan te bieden."
-
-Boccanera luisterde ernstig naar hem. In vroegere tijden, toen hij
-den zomer ging doorbrengen in de villa, die de familie te Frascati
-bezat, had hij hem goed gekend. Die villa was een in de zestiende
-eeuw gerestaureerd huis met een prachtig park, waarvan het beroemde
-terras uitzag op de uitgestrekte en als een zee zoo kale Campagna
-romana. Thans was de villa verkocht en in de wijngaarden, die bij de
-boedelscheiding aan Benedetta ten deel gevallen waren, was graaf Prada,
-vóór den eisch tot echtscheiding, begonnen een geheele nieuwe wijk
-van kleine lusthuizen te bouwen. Vroeger had de kardinaal het niet
-beneden zijn waardigheid geacht op zijn wandelingen een oogenblik
-te gaan uitrusten bij Santobono, die, buiten de stad in een oude aan
-Santa Maria dei Campi gewijde kapel dienst deed. De priester bewoonde
-een naast die kapel staand, half vervallen huisje, waarvan een door
-muren omgeven tuin de grootste aantrekkelijkheid vormde. Dien tuin
-onderhield hij zelf met den hartstocht van een echten boer.
-
-"Ik zou graag willen, dat Uwe Eminentie, zooals andere jaren, mijn
-vijgen proefde," ging hij voort, terwijl hij het mandje op tafel
-zette. "Het zijn de eerste vijgen van het seizoen, die ik vanochtend
-voor Uwe Eminentie geplukt heb. Eminentie at ze zoo graag, toen het
-Eminentie nog behaagde ze van den boom te komen eten. Eminentie was
-dan wel zoo goed mij te zeggen, dat geen vijgeboom in de wereld zulke
-vijgen droeg!"
-
-De kardinaal kon een glimlach niet onderdrukken. Hij was dol op vijgen,
-en het was waar: de vijgeboom van Santobono was in het geheele land
-beroemd.
-
-"Dank je zeer, mijn waarde pastoor; je herinnert je mijn kleine
-gebreken nog goed... En wat kan ik voor je doen?"
-
-Hij was onmiddellijk weer ernstig geworden, want tusschen hem
-en den pastoor bestonden oude meeningsverschillen, die hem
-hinderden. Santobono, die uit Nemi, een zeer woeste streek, en
-uit een heftige familie, waarvan de oudste zoon door een messteek
-gedood was, afkomstig was, had zijn vurig-patriottische denkbeelden
-nooit onder stoelen of banken gestoken. Men vertelde, dat het heel
-weinig gescheeld had, of hij had zich bij de troepen van Garibaldi
-aangesloten; en op den dag, dat de Italianen Rome binnentrokken,
-had men hem moeten beletten de vlag der Italiaansche eenheid op zijn
-dak te planten. Zijn hartstochtelijke droom was, Rome als meesteres
-der wereld te zien, wanneer paus en koning, na zich verzoend te
-hebben, gemeenschappelijk zouden optreden. De kardinaal hield hem
-voor een gevaarlijken revolutionnair, een afvallig priester, die het
-Katholicisme in gevaar bracht.
-
-"O, wat Uwe Eminentie voor mij doen kan? Wat Uwe Eminentie voor mij
-doen kan, als het haar behaagt," herhaalde Santobono op vurigen toon,
-terwijl hij zijn grove, knokkelige handen vouwde.
-
-Doch dan zich bedenkend:
-
-"Heeft Zijne Eminentie kardinaal Sanguinetti niet met een enkel woord
-met Uwe eerwaardige Eminentie over mijn zaak gesproken?"
-
-"Neen, de kardinaal heeft mij alleen gezegd, dat ge me iets te
-vragen hadt."
-
-Boccanera wachtte met een strenge gelaatsuitdrukking. Hij wist heel
-goed, dat de priester een protégé van Sanguinetti geworden was, sedert
-deze, als bisschop van Frascati, daar jaarlijks eenige weken ging
-doorbrengen. Iedere kardinaal, die het pausschap ambieert, heeft een
-aantal van die vrienden achter zich, die de geheele eerzucht van hun
-leven op zijn mogelijke verkiezing stellen: wanneer hij eens paus is,
-wanneer zij hem helpen het te worden, is de kans groot, dat zij in
-de groote pauselijke huishouding opgenomen worden. Het gerucht ging,
-dat Sanguinetti Santobono reeds uit een zeer moeilijk geval gered
-had. Hij had een kind, dat fruit wilde stelen, juist op het oogenblik,
-dat het over zijn muur klom, gesnapt, en het zoo'n geduchte afstraffing
-toegediend, dat het aan de gevolgen gestorven was. Maar tot eer van
-den priester moet gezegd worden, dat zijn fanatieke toewijding aan
-den kardinaal voornamelijk het gevolg was van de hoop, dat hij de
-verwachte paus zijn zou, de paus, die voorbestemd was om van Italië
-de eerste natie te maken.
-
-"Nu, dan zal ik mijn ongeluk vertellen... Uwe Eminentie kent mijn broer
-Agostino, die twee jaar tuinman bij u in de villa geweest is. Het is
-een heele fatsoenlijke, zachte jongen, op wien nooit iemand iets te
-zeggen gehad heeft... Nu is hem--niemand kan zich verklaren hoe--een
-vreeselijk ongeluk overkomen; hij heeft in Genzano op een avond, dat
-hij op straat aan het wandelen was, een man met een messteek gedood. Ik
-vind het iets verschrikkelijks en ik zou graag twee vingers van mijn
-hand geven, om hem uit de gevangenis te houden. En nu had ik gedacht,
-dat Uwe Eminentie niet weigeren zou mij een getuigschrift te geven,
-waarin staat, dat Agostino bij Uwe Eminentie in dienst geweest is,
-en dat Uwe Eminentie altijd zeer tevreden over hem geweest is."
-
-"Ik ben heelemaal niet tevreden over Agostino geweest," protesteerde
-de kardinaal. "Hij had een krankzinnig-heftige en opvliegende natuur,
-en juist omdat hij altijd met de andere bedienden overhoop lag,
-heb ik hem weg moeten sturen."
-
-"O, wat doet Uwe Eminentie mij een verdriet met dat te zeggen. Het is
-dus waar, dat het karakter van mijn armen kleinen Agostino bedorven
-is! Maar de zaak is toch wel te schikken, niet waar? Uwe Eminentie
-kan mij daarom toch wel een getuigschrift geven--in andere woorden
-vervat. Een getuigschrift van Uwe Eminentie zou voor de rechtbank
-zoo'n goeden indruk maken."
-
-"Dat begrijp ik heel goed," antwoordde de kardinaal. "Maar ik geef
-geen getuigschrift."
-
-"Wat? Uwe eerwaarde Eminentie weigert?"
-
-"Absoluut... Ik weet, dat gij een priester zijt, op wiens moraliteit
-niets te zeggen valt, dat gij uw heilig ambt met ijver vervult, dat
-gij een zeer aanbevelenswaardig iemand zijn zoudt zonder uw politieke
-denkbeelden. Doch uw broederliefde brengt u op een dwaalspoor, ik
-kan niet liegen, om u ter wille te zijn."
-
-Santobono keek hem verbaasd aan, begreep niet, dat een prins, een
-almachtig kardinaal, zich met zulke onbeteekenende gewetensbezwaren
-ophield, wanneer het om een messteek ging, de meest gewone en ieder
-oogenblik voorkomende zaak in de nog woeste streken der Romeinsche
-Kasteelen.
-
-"Liegen, liegen," prevelde hij; "wanneer je alleen het goede, dat
-iemand heeft, zegt, is toch geen liegen! En Agostino heeft toch wel
-wat goeds. In een getuigschrift hangt alles af van de zinnen, waarin
-het gekleed is."
-
-Hij had het zich nu eenmaal in het hoofd gezet en hij kon niet
-begrijpen, dat iemand weigeren kon den rechter door een handige
-voorstelling van de zaken op een dwaalspoor te brengen. Toen hij
-eindelijk inzag, dat hij niets krijgen zou, maakte hij een wanhopig
-gebaar; zijn vaal gelaat kreeg een uitdrukking van heftigen wrok,
-terwijl zijn donkere oogen vlamden van ingehouden toorn.
-
-"Goed, goed! Iedereen ziet de waarheid op zijn manier. Ik zal het aan
-Zijne Eminentie kardinaal Sanguinetti gaan vertellen. En ik smeek Uwe
-eerwaarde Eminentie mij niet kwalijk te nemen, dat ik haar voor niets
-gestoord heb... Misschien zijn de vijgen nog niet heelemaal rijp, maar
-ik zal de vrijheid nemen tegen het eind van het seizoen, wanneer zij
-heelemaal goed en zoet zijn, nog een mandje te brengen... Duizendmaal
-dank en duizendmaal heil en zegen aan Uwe eerwaarde Eminentie."
-
-Achteruit loopend ging hij weg met buigingen, die zijn knokige
-gestalte in tweeën vouwden. Pierre, die met groote belangstelling
-het tooneel gevolgd had, vond in hem de belichaming van de lagere
-geestelijkheid van Rome en omgeving, waarover men hem voor zijn
-reis zoo dikwijls gesproken had. Dat was niet de scagnozzo, de arme,
-hongerige priester, die ten gevolge van de een of andere minder mooie
-geschiedenis uit de provincie komt en zoekend naar zijn dagelijksch
-brood door Rome zwerft. Deze soort vormt een schaar van bedelaars in
-soutane, die in de kruimels der Kerk hun geluk zoeken, elkaar gulzig
-de missen bestrijden en met het mindere volk in de meest beruchte
-kroegen zitten. Ook was het niet de priester uit de ver afgelegen
-provincies, die, volmaakt onwetend en kras bijgeloovig, boer met de
-boeren was, die door zijn biechtkinderen als huns gelijke behandeld
-werd, welke in hun groote vroomheid hem nooit verwisselden met God
-en neerknielden voor den heilige van hun parochie, maar niet voor
-den man, die van hem leefde. In Frascati kreeg de pastoor van een
-kleine kerk negenhonderd francs en had geen andere uitgaven dan voor
-vleesch en brood, wanneer hij den wijn, de vruchten en de groenten
-uit zijn eigen tuin haalde. Deze priester was niet onontwikkeld,
-wist iets van theologie, van geschiedenis, vooral de geschiedenis
-van Rome's vroegere grootheid, die zijn patriotisme ontvlamd had,
-zoodat hij steeds weer van de nabije wereldheerschappij droomde,
-die voor het wedergeboren Rome, de hoofdstad van Italië, weggelegd
-was. Maar welk een onafzienbare afstand nog tusschen deze dikwijls
-zeer waardige en intelligente lagere geestelijkheid en den hoogeren
-clerus, de hoogwaardigheidbekleeders van het Vaticaan! Alles wat niet
-minstens prelaat was, bestond niet.
-
-"Duizendmaal dank en moge alles naar wensch van Uwe eerwaarde
-Eminentie gaan."
-
-Toen Santobono eindelijk weg was, wendde de kardinaal zich weer tot
-Pierre, die eveneens boog, om afscheid te nemen.
-
-"In één woord, mijnheer de abbé, het komt mij voor, dat de zaak van
-uw boek slecht staat. Ik zeg u nog eens, dat ik niets precies weet,
-dat ik het dossier niet gezien heb. Maar daar het mij bekend was, dat
-mijn nicht Benedetta zich voor u interesseert, heb ik er met kardinaal
-Sanguinetti, die daareven hier was, over gesproken. Maar hij zelf
-weet er niet meer van dan ik, want het dossier bevindt zich nog in
-handen van den secretaris. Het eenige, dat hij mij mededeelen kon,
-was, dat de aanklacht van aanzienlijke, zeer invloedrijke personen
-uitging, en dat zij liep over talrijke bladzijden, waarin men de
-aanstoot gevende passages zoowel wat betreft de kerkelijke tucht als
-het dogma naar voren gebracht heeft."
-
-Zeer ontroerd door de gedachte, dat verborgen vijanden hem in het
-donker vervolgden, riep hij uit:
-
-"O, aangeklaagd, aangeklaagd! Als Uwe Eminentie eens wist, hoe dat
-woord mij pijn doet. En aangeklaagd voor beslist onwillekeurige
-misdaden, omdat ik enkel en alleen vurig den triomf der Kerk gewild
-heb... Ik zal mij voor de voeten van den Heiligen Vader werpen en
-mij verdedigen."
-
-Boccanera richtte zich plotseling in zijn volle lengte op. Een diepe
-plooi groefde zich in zijn voorhoofd.
-
-"Zijne Heiligheid kan, wanneer het Haar goeddunkt, alles, zelfs u
-ontvangen en u absolutie geven... Maar luister naar mij, ik raad u
-nogmaals aan uit eigen beweging uw boek terug te nemen, het eenvoudig
-en dapper te vernietigen, voor u te storten in een strijd, die u
-slechts de schande brengen zal verpletterd te worden... Denk er
-over na!"
-
-Onmiddellijk had Pierre berouw gehad, dat hij van een bezoek aan
-den Paus gesproken had, want hij voelde, dat dit beroep op het
-hoogste gezag den kardinaal moest kwetsen. Twijfel was echter niet
-meer mogelijk: de kardinaal zou tegen zijn werk zijn. Hij had geen
-andere hoop meer dan door zijn omgeving druk op hem uit te oefenen,
-door hem te smeeken neutraal te blijven. Hij had hem openhartig,
-vrijmoedig gevonden, ver verheven boven de heimelijke intriges,
-die, zooals hij hoe langer hoe meer begon te begrijpen, om zijn boek
-gespannen werden. Hij nam dan ook met grooten eerbied voor den persoon
-van den kardinaal afscheid.
-
-"Ik dank Uwe Eminentie uit den grond van mijn hart en beloof alles,
-wat Uwe Eminentie zoo goed is geweest tegen mij te zeggen, ernstig
-te zullen overwegen."
-
-In de antichambre zag Pierre vijf of zes personen, die gedurende
-zijn audiëntie gekomen waren en nu wachtten. Er waren een bisschop,
-een prelaat en twee oude dames; en toen hij, alvorens weg te gaan,
-don Vigilio wilde begroeten, zag hij dien tot zijn groote verbazing
-in gesprek met een langen, blonden jongen man, een Franschman, die
-even verbaasd uitriep:
-
-"Wat, u hier, mijnheer de abbé? U hier in Rome?"
-
-De priester aarzelde een oogenblik.
-
-"O, mijnheer Narcisse Habert, neem me niet kwalijk, dat ik u niet
-dadelijk herkende. Het is werkelijk onvergeeflijk van mij, want ik
-wist, dat u sinds een jaar aan het gezantschap geattacheerd bent."
-
-Slank, flink gebouwd, zeer elegant had Narcisse een mooien tint,
-lichtblauwe, bijna malvekleurige oogen, een blonden, kroezenden baard
-en droeg zijn blonde lokken op Florentijnsche wijze over het voorhoofd
-weggeknipt. Hij stamde uit een zeer rijke, militant-Katholieke
-rechtersfamilie en had een oom, die tot de diplomatie behoorde, wat
-over zijn carrière beslist had. Zijn plaats te Rome was als het ware
-aangewezen, waar hij over invloedrijke bloedverwanten beschikken kon:
-hij was de aangetrouwde neef van kardinaal Sarno, wiens zuster te
-Parijs getrouwd was met zijn oom, een notaris; germain neef van den
-geheimen kamerheer, monseigneur Gamba del Zoppo, een zoon van een
-zijner tantes, die in Italië met een kolonel getrouwd was. Om die
-redenen had men hem geattacheerd aan het gezantschap bij den Heiligen
-Stoel, waar men zijn eenigszins fantastische allures, zijn vurigen
-hartstocht voor de kunst, die hem steeds weer tot zwerftochten door
-Rome aanspoorde, duldde. Verder was hij een zeer beminlijk man en
-zeer gedistingeerd, bovendien in den grond der zaak zeer practisch
-en buitengewoon ervaren in financieele quaesties. Soms gebeurde het,
-zooals dien ochtend, dat hij met zijn moede, eenigszins geheimzinnige
-manier van doen in opdracht van den gezant bij een kardinaal over
-een ernstige zaak kwam spreken.
-
-Onmiddellijk nam hij Pierre mede in een der groote vensternissen,
-om op zijn gemak met hem te kunnen praten.
-
-"Mijn waarde abbé, wat ben ik blij u te zien! Herinnert u zich onze
-prettige gesprekken nog uit den tijd, dat we elkaar bij kardinaal
-Bergerot ontmoetten? Ik heb u nog schilderijen aangewezen voor uw
-boek, miniaturen uit de veertiende en vijftiende eeuw. Voor vandaag
-leg ik beslag op u; ik zal u Rome laten zien, zooals niemand anders
-dat kan. Ik heb alles gezien, alles doorsnuffeld. Schatten zijn hier,
-schatten! Doch feitelijk is er maar één ding hier, daar ga je altijd
-weer naar terug: de Botticelli in de Sixtijnsche kapel!"
-
-Zijn stem stierf als het ware uit; hij maakte een uitgeput gebaar van
-bewondering. En Pierre moest beloven zich aan hem toe te vertrouwen,
-met hem naar de Sixtijnsche kapel te gaan.
-
-"U weet toch zeker wel, waarom ik hier ben?" zeide deze eindelijk. "Men
-vervolgt mijn boek, men heeft het bij de Indexcongregatie aangegeven."
-
-"Uw boek? Dat is niet mogelijk!" riep Narcisse uit. "Een boek,
-waarvan sommige bladzijden aan den verrukkelijken Franciscus van
-Assisi herinneren."
-
-Hij stelde zich welwillend ter beschikking van den priester.
-
-"Maar onze gezant zal u van groot nut kunnen zijn. Er bestaat geen
-beter mensch op de wereld; hij is zeer vriendelijk en welwillend, vol
-oude Fransche bravoure. Vanmiddag of op zijn allerlaatst morgenochtend
-zal ik u aan hem voorstellen, en daar u zoo spoedig mogelijk een
-audiëntie bij den paus verlangt, zal hij probeeren die voor u te
-verkrijgen... Maar ik moet eraan toevoegen, dat het niet altijd even
-makkelijk is. De Heilige Vader doet hem gaarne een genoegen, maar toch
-lukt het hem niet altijd, zoo moeilijk is het dikwijls hem te naderen."
-
-In werkelijkheid had Pierre er nog niet aan gedacht gebruik te maken
-van de hulp van den ambassadeur; in zijn onnoozelheid had hij gemeend,
-dat een aangeklaagde priester, die zich kwam verdedigen, van zelf
-alle deuren voor zich zou zien open gaan. Hij was verrukt over het
-aanbod van Narcisse en dankte hem zoo hartelijk alsof de audiëntie
-reeds verkregen was.
-
-"En mochten er zich onverhoopt moeilijkheden voordoen," ging de jonge
-man voort, "dan heb ik nog altijd bloedverwanten op het Vaticaan. Ik
-bedoel niet mijn oom den kardinaal, die ons toch niet zou kunnen
-helpen, want hij komt nooit uit zijn bureau van de Propaganda en wil
-nooit een gunst vragen. Maar mijn neef, monsignor Gamba del Zoppo,
-die tot de vertrouwde omgeving van den paus behoort en door zijn dienst
-ieder oogenblik met hem in aanraking komt, is een zeer welwillend man;
-als het noodig is, gaan we naar hem toe, en hij zal ongetwijfeld wel
-een middel weten, om een audiëntie voor u te verkrijgen, hoewel zijn
-groote voorzichtigheid hem een enkele maal bang doet zijn, dat hij
-zich zal compromitteeren... Dus, dat is afgesproken, vertrouw in alle
-dingen maar op mij."
-
-"Niets liever dan dat, waarde heer," riep Pierre verlicht en gelukkig
-uit; "u weet niet welk een balsem u mij geeft, want sedert ik hier
-ben, tracht iedereen mij te ontmoedigen; u bent de eerste, die mij
-weer wat kracht geeft door de zaken op zijn Fransch te behandelen."
-
-Fluisterend vertelde hij hem zijn onderhoud met kardinaal Boccanera,
-van wien hij niet de minste hulp te verwachten had, de slechte
-tijdingen, die kardinaal Sanguinetti gebracht had, en ten slotte
-den wedijver, die, zooals hij voelde, tusschen de beide kardinalen
-bestond. Narcisse luisterde glimlachend naar hem en liet zich ook tot
-vertrouwlijke mededeelingen bewegen. Die wedijver, die voorbarige
-twist om de tiara, waarnaar beiden hartstochtelijk streefden,
-bracht reeds lang de zwarte kringen in opwinding. Het waren allerlei
-gecompliceerde dessous, niemand zou met zekerheid kunnen zeggen
-wie de uitgebreide intriges leidde. In het algemeen wist men,
-dat Boccanera het intransigente Katholicisme vertegenwoordigde,
-dat van geen compromis met de moderne maatschappij weten wilde,
-rustig afwachtte, dat God over Satan regeeren, het koninkrijk Rome
-aan den Heiligen Vader teruggegeven worden, Italië berouwvol voor
-zijn heiligschennis boete doen zou; Sanguinetti daarentegen, een
-zeer soepel en politiek man, zou voorstander zijn van even nieuwe als
-vermetele combinaties, een soort republikeinsche federatie van alle
-oude kleine Italiaansche staten onder protectoraat van den paus. In
-één woord het was de strijd tusschen twee tegengestelde richtingen:
-de eene wilde de Kerk redden door een volmaakten eerbied voor de
-oude traditie; de andere kondigt haar onvermijdelijken ondergang aan,
-indien zij weigert de evolutie der komende eeuw mede te maken. Maar
-dit alles was zoo vaag, zoo onbestemd, dat ten slotte de meening post
-vatte, dat, wanneer de tegenwoordige paus nog eenige jaren leefde,
-noch Boccanera, noch Sanguinetti hem zouden opvolgen.
-
-Plotseling viel Pierre Narcisse in de rede.
-
-"En monsignor Nani, kent u dien? Gisterenavond heb ik met hem
-gesproken... Kijk, daar komt hij juist binnen!"
-
-Inderdaad kwam Nani met zijn eeuwigen glimlach en zijn blozend,
-vriendelijk prelatengezicht binnen. Zijn fijne soutane en zijn
-gordel van violette zijde schitterden in een voornaam-luxueusen en
-zachten glans. Hij was zeer hoffelijk tegenover abbé Paparelli, die
-hem eerbiedig te gemoet ging en hem vroeg wel te willen wachten tot
-Zijne Eminentie hem ontvangen kon.
-
-"O," fluisterde Narcisse, die ernstig geworden was; "monsignor Nani
-is iemand, dien men te vriend moet houden."
-
-Hij kende zijn geschiedenis en vertelde die Pierre half fluisterend. Te
-Venetië uit een adellijk, maar geruïneerd geslacht, dat verscheidene
-helden onder zijn leden geteld had, geboren, was hij, na zijn eerste
-onderricht bij de Jezuïeten ontvangen te hebben, naar Rome gekomen,
-om aan het Romeinsch College, dat onder leiding der Jezuïeten stond, in
-de theologie en wijsbegeerte te studeeren. Op zijn drie-en-twintigste
-jaar tot priester gewijd, was hij dadelijk als particulier secretaris
-met een nuntius naar Beieren gegaan en vandaar als auditor naar Brussel
-en Parijs, in welke laatste stad hij vijf jaar had gewoond. Alles, zijn
-schitterend debuut, zijn vlug begrip--hij was een der veelzijdigste en
-meest ontwikkelde geesten, die men zich denken kan--scheen hem voor de
-diplomatie te bestemmen, toen hij plotseling naar Rome teruggeroepen
-werd, waar men hem bijna onmiddellijk na zijn aankomst tot assessor
-bij het Heilig College benoemde. Toenmaals ging het gerucht, dat dit op
-uitdrukkelijk verlangen van den paus geschied was, die, daar hij zijn
-capaciteiten kende en gaarne iemand bij het Heilig College had, op wien
-hij kon vertrouwen, hem teruggeroepen had onder voorwendsel, dat hij
-te Rome veel meer diensten bewijzen kon dan bij een nuntiatuur. Nani,
-reeds sedert langen tijd huisprelaat, was sedert korten tijd kanunnik
-van de St. Pieter en apostolisch protonotarius en had, wanneer op een
-dag de paus een assessor vinden kon, die nog meer in zijn smaak viel,
-groote kans kardinaal te worden.
-
-"O," ging Narcisse voort, "monsignor Nani! Een superieur man, die
-het moderne Europa buitengewoon goed kent, en daarenboven een heilig
-priester, een oprecht geloovige, volkomen toegewijd aan de Kerk, maar
-van een geloof, dat geheel verschillend is van het bekrompen en vage
-theologische geloof, zooals wij dat in Frankrijk kennen! Daarom zal
-het u moeilijk vallen de menschen en dingen hier te begrijpen. Zij
-laten God in Zijn heiligdom, zij regeeren in Zijn naam, ten volle
-overtuigd, dat het Katholicisme de menschelijke organisatie van
-het Godsbestuur, de eenige, eeuwige en volmaakte is, buiten welke
-er slechts leugen en sociaal gevaar bestaat. Terwijl wij in onze
-godsdienstige twistgesprekken nog steeds hartstochtelijk over het
-bestaan van God discussieeren, geven zij niet eens toe, dat aan dat
-bestaan getwijfeld worden kan, omdat zij de door God gezonden ministers
-zijn; zij gaan geheel in hun rol van onafzetbare ministers op, oefenen
-hun macht uit tot het grootst mogelijke welzijn der menschheid,
-gebruiken al hun intelligentie, al hun energie om de door de volken
-aanvaarde meesters te blijven. Bedenk eens, een man als monsignor Nani
-is, na met de politiek der geheele wereld te doen gehad te hebben,
-sedert tien jaar te Rome met de meest kiesche en moeilijke opdrachten
-belast en daardoor met de meest verschillende en belangrijke zaken
-vertrouwd. Hij blijft heel Europa, dat in Rome komt, zien, weet alles,
-heeft in alles de hand. Daarenboven is hij buitengewoon bescheiden
-en welwillend, zóó volmaakt bescheiden schijnbaar, dat men zich
-onwillekeurig afvraagt, of hij met zijn zachten stap niet naar het
-hoogste doel van 's menschen eerzucht, naar de tiara, schrijdt."
-
-"Nog een candidaat voor den Heiligen Stoel!" dacht Pierre, die zeer
-aandachtig geluisterd had, want deze Nani interesseerde hem, gaf
-hem een soort instinctieve onrust, alsof hij achter het blozende en
-glimlachende gezicht iets beangstigend oneindigs voelde. Bovendien
-begreep hij de verklaringen van zijn vriend maar half; de angst,
-die hem bij zijn aankomst in deze nieuwe wereld, een wereld,
-wier onverwachte aanblik al zijn verwachtingen den bodem insloeg,
-aangegrepen had, maakte zich ook nu weer van hem meester.
-
-Maar monsignor Nani had de twee jonge mannen gezien en kwam hartelijk
-en met uitgestoken hand naar hen toe.
-
-"Zoo, mijnheer de abbé Froment! Het is mij aangenaam u weer te
-zien. Ik behoef u niet te vragen, of u goed geslapen hebt, want men
-slaapt te Rome altijd goed... Dag, mijnheer Habert, nog altijd even
-gezond als toen ik u vol bewondering aantrof voor de Heilige Theresia
-van Bernini?... En ik zie, dat u elkaar kent. Prachtig! Mijnheer de
-abbé, ik mag u zeker wel verraden, dat mijnheer Habert een van de
-vurigste bewonderaars onzer stad is, die u de mooiste plekjes zal
-kunnen laten zien."
-
-Dan wilde hij dadelijk weer hooren over het onderhoud tusschen Pierre
-en den kardinaal. Hij luisterde zeer aandachtig naar het verhaal,
-terwijl hij bij sommige bijzonderheden zijn hoofd schudde en dikwijls
-zijn fijn glimlachje onderdrukken moest. De strenge ontvangst van den
-kardinaal en de overtuiging van den priester, dat hij van dezen geen
-hulp behoefde te verwachten, verwonderden hem in het minst niet, als
-had hij geen ander resultaat verwacht. Maar bij den naam van kardinaal
-Sanguinetti en toen hij hoorde, dat deze aan kardinaal Boccanera
-gezegd had, dat die quaestie van het boek zeer ernstig was, scheen
-hij zich een oogenblik te vergeten en sprak met plotselinge heftigheid:
-
-"Dan ben ik te laat gekomen, mijn waarde zoon! Zoodra ik van die
-vervolging hoorde, ben ik dadelijk naar Zijne Eminentie kardinaal
-Sanguinetti gegaan, om hem te zeggen, dat men voor uw werk een groote
-reclame zou maken. Is dat verstandig? Waar is dat goed voor? Wij
-weten, dat u wat geëxalteerd, geestdriftig en strijdlustig is. Wat
-zouden wij erbij winnen, indien wij een jongen priester, die met een
-boek, waarvan reeds duizenden exemplaren verkocht zijn, tegen ons
-in het krijt zou kunnen treden, tegen ons in het harnas joegen? Van
-den beginne af aan heb ik gewild, dat men het boek met rust liet,
-en ik moet eerlijk zeggen, dat de kardinaal, die een verstandig man
-is, dezelfde meening toegedaan is. Hij hief zijn armen ten hemel en
-riep opgewonden uit, dat men hem nooit raadpleegde, dat de dwaasheid
-nu begaan was en dat het onmogelijk was het proces tegen te houden,
-nu het eenmaal ten gevolge van beschuldigingen, die van de meest
-bevoegde zijden en om de ernstigste motieven ingebracht waren,
-aanhangig gemaakt was. ...Enfin, zooals hij zeide, de domheid was
-begaan, en ik moest iets anders bedenken."
-
-Maar hij hield op; hij zag, dat de vurige oogen van Pierre op de zijne
-gericht waren en trachtten te begrijpen. Een bijna onmerkbare blos
-kleurde zijn gezicht, terwijl hij, zonder het onaangename gevoel, dat
-hij te veel gezegd had, te laten blijken, zeer onbevangen voortging:
-
-"Ja, ik wilde u met mijn zwakken invloed helpen, om u de
-onaangenaamheden, waarin deze geschiedenis u ongetwijfeld brengen zal,
-te besparen."
-
-In Pierre steeg bij het heimelijke besef, dat men misschien met hem
-speelde, een verzet op. Waarom zou hij zijn geloof, dat zoo rein, zoo
-geheel onbaatzuchtig, zóó brandend van Christelijke naastenliefde was,
-niet bekennen?
-
-"Nooit," zeide hij, "nooit zal ik uit eigen beweging mijn boek
-terugnemen of vernietigen, zooals men mij aanraadt. Het zou een
-lafheid en een leugen zijn, want ik heb nergens berouw over, loochen
-niets. Waar ik geloof, dat mijn werk eenige waarheid brengt, daar
-kan ik het niet vernietigen, zonder een misdaad te begaan tegenover
-mezelf en de anderen... Nooit, verstaat u, nooit!"
-
-Er volgde een stilte. En bijna onmiddellijk ging hij voort:
-
-"Aan de voeten van den Heiligen Vader zal ik hetzelfde zeggen. Hij
-zal mij begrijpen, hij zal het met mij eens zijn!"
-
-Nani glimlachte niet meer. Zijn gelaat was thans onbeweeglijk en
-als gesloten. Hij scheen de plotselinge heftigheid van den priester,
-dien hij dan door zijn rustige welwillendheid trachtte te kalmeeren,
-aandachtig te bestudeeren.
-
-"Zeker, zeker... Gehoorzaamheid en ootmoed hebben hun groote
-bekoring. Maar ik begrijp heel goed, dat u vóór alles met Zijne
-Heiligheid zoudt willen spreken. En dan kunt u verder zien, niet waar,
-dan kunt u verder zien?"
-
-En hij interesseerde zich opnieuw voor de audiëntie. Hij betreurde
-het zeer, dat Pierre de aanvrage niet van uit Parijs gedaan had,
-vóór hij naar Rome kwam; dat zou de zekerste manier geweest zijn, om
-die toegestaan te krijgen. Men hield in het Vaticaan niet van lawaai,
-en wanneer het bericht van de aankomst van den jongen priester zich
-verspreidde, en er over de motieven, die hem hier brachten, gesproken
-werd, zou alles verloren zijn.
-
-Maar toen Nani hoorde, dat Narcisse aangeboden had Pierre voor te
-stellen aan den Franschen gezant bij den Heiligen Stoel, scheen hij
-weer ongerust te worden en protesteerde daar krachtig tegen.
-
-"Neen, neen, doe dat niet! dat zou uiterst onverstandig en
-onvoorzichtig zijn!... In de eerste plaats loopt u gevaar den gezant,
-wiens positie in die soort van zaken steeds zeer delicaat is, in
-ongelegenheid te brengen. En als het hem mislukt, zou het uit zijn,
-zoudt ge niet de minste kans hebben de gevraagde audiëntie door
-bemiddeling van anderen te verkrijgen, want men zou de eigenliefde
-van den gezant niet willen kwetsen door aan een ander wel toe te
-staan wat men hem weigert."
-
-Angstig keek Pierre Narcisse aan, die weifelend en aarzelend zijn
-hoofd schudde.
-
-"Inderdaad," begon Narcisse eindelijk, "hebben we onlangs
-voor een hoogen Franschen politicus een audiëntie gevraagd,
-die geweigerd is. Dat heeft een zeer onaangenamen indruk op ons
-gemaakt... Monseigneur heeft gelijk. Wij moeten den gezant in
-reserve houden en hem slechts gebruiken, wanneer alle andere middelen
-uitgeput zijn."
-
-En toen hij de teleurstelling van Pierre zag, ging hij met zijn gewone
-welwillendheid voort:
-
-"Ons eerste bezoek zal dus aan mijn neef op het Vaticaan zijn."
-
-Verbaasd keek Nani den jongen man opnieuw aan.
-
-"Op het Vaticaan? Hebt u daar een neef?"
-
-"Ja zeker, monsignor Gamba del Zoppo."
-
-"Gamba!... Gamba!... Ja, ja, neem me niet kwalijk, nu herinner ik het
-me... Wilt u probeeren door Gamba toegang te krijgen bij den paus? Het
-is ongetwijfeld een idee... We zullen zien... we zullen zien..."
-
-Verscheidene malen herhaalde hij den zin om zich tijd te geven het
-denkbeeld bij zichzelf te overwegen. Monsignor Gamba del Zoppo was
-een braaf man, speelde in het geheel geen rol; in het Vaticaan was
-het reeds een legende geworden, dat hij een nul was. Hij amuseerde
-met zijn praatjes den paus, dien hij op overdreven wijze vleide en die
-graag aan zijn arm in de tuinen wandelde. Op die wandelingen kreeg hij
-makkelijk allerlei kleine gunsten. Maar hij was buitengewoon bang,
-hij vreesde zoo zeer zijn invloed te compromitteeren, dat hij geen
-verzoek waagde, zonder lang en breed overwogen te hebben of er geen
-schade voor hem zelf uit kon voortvloeien.
-
-"Het idee is niet kwaad," verklaarde Nani eindelijk. "Gamba zal zeker
-een audiëntie voor u kunnen verkrijgen, als hij wil... Ik zal ook
-met hem gaan spreken en hem de zaak uitleggen..."
-
-Ten slotte gaf hij nogmaals den raad uiterst voorzichtig te zijn. Hij
-waagde het zelfs te zeggen, dat men tegenover de omgeving van den
-paus niet wantrouwend genoeg kon zijn. Ach ja, Zijne Heiligheid
-was zoo goed, geloofde zoo blindelings in het goede, dat zij niet
-altijd haar vertrouwde gekozen had met die kritische zorgvuldigheid,
-welke daartoe eigenlijk noodig was. Nooit wist men tot wien men zich
-wendde noch in welke val men zijn voet zetten kon. Zelfs gaf hij te
-verstaan, dat men zich in geen geval direct tot Zijne Eminentie den
-Staatssecretaris wenden moest, omdat deze zelf niet vrij was en zich
-in het middelpunt bevond van een haard van intriges, die zijn beste
-bedoelingen verlamde. Terwijl hij langzaam en zalvend zoo sprak,
-rees het Vaticaan voor de beide anderen op als een land, dat door
-ijverzuchtige en verraderlijke draken bewaakt wordt, een land, waarin
-men geen drempel overschrijden, geen pas wagen, geen hand uitsteken
-kon, zonder zich van te voren vergewist te hebben, dat men er niet
-zijn geheele lichaam bij verliezen zou.
-
-Meer en meer verkild en weer in onzekerheid terugvallend, bleef Pierre
-naar hem luisteren.
-
-"Lieve God!" riep hij uit; "ik weet heusch niet meer wat ik doen
-moet... U beneemt mij allen moed, monseigneur!"
-
-Nani vond zijn hartelijk glimlachje terug.
-
-"Ik, mijn waarde zoon? Dat zou mij zeer spijten... Ik wil u slechts
-herhalen: wacht, denk na! En vooral geen overijling! Er is niets geen
-haast bij, dat bezweer ik u, want eerst gisteren is een deskundige
-benoemd, die rapport over uw boek moet uitbrengen. U hebt nog een
-heele maand voor u... Vermijd zooveel mogelijk alle gezelschappen,
-leef zonder dat men van uw bestaan iets weet, bezoek Rome kalm en
-rustig, dat is de beste manier om uw zaak te bevorderen."
-
-En terwijl hij de hand van den priester in zijn beide aristocratische,
-volle en zachte handen nam:
-
-"U begrijpt wel, dat ik mijn redenen heb, om zoo met u te spreken... Ik
-zou mezelf aangeboden hebben, het zou me een eer geweest zijn u
-regelrecht naar Zijne Heiligheid te brengen. Maar ik wil er mij op dit
-oogenblik nog niet in mengen, ik geloof, dat zulks op dit oogenblik
-nog niet goed zijn zou. Later, wanneer niemand geslaagd is, zal ik
-voor u een audiëntie weten te verkrijgen. Daar verbind ik me plechtig
-toe... Maar vermijd, wat ik u bidden mag, intusschen woorden als nieuwe
-godsdienst, die ongelukkigerwijze in uw boek voorkomen en die ik u
-gisterenavond nog heb hooren uitspreken. Er kan geen nieuwe godsdienst
-zijn, mijn waarde zoon, er is slechts één eeuwige godsdienst, waarbij
-geen compromis of vergelijk mogelijk is, de Katholieke, Apostolische,
-Roomsche godsdienst. Laat eveneens uw Parijsche vrienden waar zij
-zijn, en reken niet al te zeer op kardinaal Bergerot, wiens groote
-godsvrucht hier te Rome niet genoeg gewaardeerd wordt... Ik verzeker u,
-dat ik dat zeg als uw vriend."
-
-Toen hij echter zag, dat Pierre geheel overstuur en als gebroken
-was en niet meer wist van welken kant hij de zaak moest aanvatten,
-troostte hij hem opnieuw.
-
-"Kom, kom, het zal wel gaan. Alles zal zich ten goede schikken tot
-heil van de Kerk en van u zelf. Maar nu moet ik u verlaten, ik zal
-Zijne Eminentie vandaag niet meer zien, want het is mij onmogelijk
-langer te wachten."
-
-Abbé Paparelli, dien Pierre loerend achter hen had zien rondsluipen,
-snelde toe en zeide tot monsignor Nani, dat er nog slechts twee
-personen voor hem waren. Maar de prelaat antwoordde zeer vriendelijk,
-dat hij terug zou komen: de zaak, waarover hij Zijne Eminentie spreken
-wilde, had volstrekt geen haast. En met een beleefden groet aan allen
-ging hij heen.
-
-Bijna onmiddellijk daarna kwam de beurt aan Narcisse. Voor hij de
-troonzaal binnenging, drukte hij Pierre de hand en zeide nogmaals:
-
-"Dus dat is afgesproken. Ik zal morgen met mijn neef op het Vaticaan
-gaan spreken; en zoodra ik een antwoord heb, zal ik het u doen
-weten. Tot ziens!"
-
-Het was over twaalven, er was niemand meer dan een der twee oude dames,
-die ingeslapen scheen te zijn. Aan zijn klein tafeltje schreef don
-Vigilio nog steeds met zijn krabbelschrift op de groote, geelachtige
-vellen. Slechts nu en dan keek hij van het papier op als om zich in
-zijn voortdurend wantrouwen te vergewissen, dat er geen gevaar voor
-hem was.
-
-In de droefgeestige stilte, die weer neerviel, bleef Pierre nog een
-oogenblik onbeweeglijk in de groote vensternis staan. Hoe vol angst
-was zijn arme, gevoelige dwepersziel. Toen hij Parijs verliet, had
-hij alles zoo eenvoudig, zoo natuurlijk gevonden! Men beschuldigde hem
-onrechtvaardig: welnu, hij ging zich verdedigen, kwam aan, wierp zich
-voor de voeten van den paus, die welwillend naar hem luisterde. Was
-de paus niet de levende godsdienst, de geest, die begrijpt, de
-gerechtigheid, die de waarheid maakt! En was hij niet vóór alles de
-Vader, de afgezant van de eindelooze vergiffenis, van de goddelijke
-barmhartigheid, wiens armen geopend bleven voor alle kinderen der
-Kerk, zelfs de meest schuldigen? Moest hij zijn deur niet wijd open
-laten staan, opdat de nederigsten van zijn kinderen zouden kunnen
-binnentreden, om hem hun leed te klagen, hun schuld te bekennen, hun
-gedrag te verklaren, uit de bron der eeuwige goedheid te drinken? En
-op den eersten dag van zijn aankomst sloten zich alle deuren, viel
-hij in een vijandige wereld, bezaaid met valstrikken en versperd
-door afgronden. Allen riepen hem toe op zijn hoede te zijn, alsof
-hij de ernstigste gevaren liep, wanneer hij zich daarin waagde. De
-wensch den paus te spreken was een exorbitante aanmatiging, een zoo
-moeilijke zaak, dat zij de belangen, de hartstochten en de invloeden
-van het Vaticaan in beweging bracht. Het waren raadgevingen zonder
-eind, handigheden, die lang besproken werden, taktieken van generaals,
-die een leger ter overwinning leiden, onophoudelijk nieuw ontstaande
-verwikkelingen te midden van duizenden intriges, die men onder zich
-voelde voortwoekeren! Groote God, wat was dat alles heel anders dan
-de verwachte liefderijke ontvangst, dan het huis van den herder aan
-den weg, dat voor alle schapen, de gedweeë en de verdwaalde, openstaat!
-
-Wat Pierre echter het meest bang maakte was, dat hij voelde,
-dat zich in de donkerte iets slechts bewoog. Kardinaal Bergerot
-verdacht, aangezien voor een revolutionnair, zoo compromitteerend,
-dat men hem aanried zijn naam niet meer te noemen! Hij zag weer den
-minachtend-spottenden trek om den mond van kardinaal Boccanera, wanneer
-hij over zijn collega sprak. En monsignor Nani, die hem waarschuwde
-woorden als nieuwe godsdienst niet meer te gebruiken, alsof het
-voor allen niet duidelijk was, dat die woorden den terugkeer van
-het Katholicisme tot de oorspronkelijke reinheid van het Christendom
-beteekenden? Was dat dan een der misdaden, die bij de Indexcongregatie
-aangegeven waren? Hij begon langzamerhand te vermoeden, wie die
-aanklagers waren, en hij werd bang, want hij was zich thans bewust,
-dat een onderaardsche aanval, een krachtige poging gedaan werd om
-zijn werk neer te slaan en te vernietigen. Alles wat hem omgaf,
-scheen hem nu verdacht toe. Hij wilde zijn krachten verzamelen, om
-zich heen zien en die zwarte kringen in Rome, die hij nooit verwacht
-had daar te zullen aantreffen, bestudeeren. Maar in het verzet van
-zijn apostelgeloof zwoer hij zichzelf een plechtigen eed, dat hij,
-zooals hij reeds gezegd had, nooit zou wijken of toegeven, niets
-zou veranderen, geen bladzijde, geen regel van zijn boek, dat hij
-in het openbaar als het onwankelbare getuigenis van zijn geloof zou
-handhaven. Wanneer het moest, zou hij de Kerk verlaten, een afvallige
-worden, den nieuwen godsdienst blijven prediken, een nieuw boek
-schrijven--het ware Rome thans, zooals hij het nu vaag begon te zien.
-
-Inmiddels was don Vigilio opgehouden met schrijven en keek Pierre met
-zulk een strakken blik aan, dat deze eindelijk uit beleefdheid naar
-hem toe ging, om afscheid te nemen. Ondanks zijn angst toegevend aan
-een drang om te spreken, fluisterde de secretaris:
-
-"U begrijpt zeker wel, dat hij voor u alleen gekomen is, hij wilde
-alleen het resultaat van uw onderhoud met Zijne Eminentie weten."
-
-De naam van monsignor Nani behoefde niet uitgesproken te worden.
-
-"Gelooft u dat werkelijk?"
-
-"Daaraan valt niet te twijfelen... En indien u van mij een goeden raad
-wilt aannemen, doe dan onmiddellijk uit eigen beweging wat hij van u
-verlangt, want het is absoluut zeker, dat u het later toch doen zult."
-
-Dat maakte Pierre nog angstiger en wanhopiger. Met een uitdagend gebaar
-ging hij weg. Zij zouden wel merken, of hij gehoorzaamde. En de drie
-antichambres, die hij weer doorging, schenen nu nog donkerder, nog
-lediger, nog doodscher. In de tweede groette abbé Paparelli hem met
-een kleine, zwijgende buiging; in de eerste scheen de ingedommelde
-knecht hem zelfs niet te zien. Onder den baldakijn weefde tusschen de
-kwasten van den grooten rooden hoed een spin zijn net. Zou het niet
-beter geweest zijn het houweel te zetten in dat geheele rottende,
-in puin vallende verleden, opdat de zon vrij binnen schijnen en aan
-den gereinigden bodem de vruchtbaarheid der jeugd teruggeven kon?
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE HOOFDSTUK
-
-
-Den middag van dienzelfden dag wilde Pierre, daar hij toch niets anders
-te doen had, onmiddellijk zijn zwerftochten door Rome beginnen met een
-bezoek, dat hem na aan het hart lag. Onmiddellijk na de verschijning
-van zijn boek had een brief, dien hij uit deze stad kreeg, hem diep
-ontroerd en geïnteresseerd--een brief van den ouden graaf Orlando
-Prada, den held der Italiaansche onafhankelijkheid en eenheid, die hem,
-zonder hem te kennen, onder den indruk van de eerste lezing spontaan
-geschreven had; en die vier bladzijden bevatten een vurig protest, een
-kreet van het in dezen grijsaard nog jeugdige patriottische geloof,
-hij beschuldigde hem in zijn werk Italië vergeten te hebben, eischte
-Rome, het nieuwe Rome voor het één geworden en eindelijk vrije Italië
-op. Daarop was een heele briefwisseling gevolgd, en de priester had,
-hoewel hij zijn ideaal van een nieuw Katholicisme, dat de wereld redden
-moest, niet opgaf, den man, die hem deze brieven schreef, waarin een
-zoo groote vaderlands- en vrijheidsliefde brandden, van verre leeren
-liefhebben. Hij had hem van zijn reis op de hoogte gebracht en beloofd
-hem een bezoek te zullen brengen. Maar nu was de gastvrijheid, die hij
-in het paleis Boccanera had aangenomen, daarvoor een sta-in-den-weg,
-want het scheen hem na de zoo hartelijke ontvangst door Benedetta
-moeilijk toe, den eersten dag reeds, zonder haar te waarschuwen, den
-vader van den man te gaan bezoeken, van wien zij gevlucht was en tegen
-wien zij een eisch tot echtscheiding had ingesteld; en dit te meer,
-omdat de oude Orlando bij zijn zoon woonde in het kleine paleis,
-dat deze in de Via Venti Settembre had laten bouwen.
-
-Vóór alles wilde Pierre dus zijn bezwaren aan de contessina zelf
-mededeelen. Hij had trouwens van vicomte Philibert de la Choue gehoord,
-dat zij voor den held een met bewondering vermengde dochterlijke
-liefde behouden had. En inderdaad, toen hij haar na het ontbijt de
-verlegenheid, waarin hij verkeerde, mededeelde, protesteerde zij
-onmiddellijk.
-
-"Maar mijnheer de abbé, ga toch, ga toch gauw! U weet, dat de oude
-Orlando een onzer nationale sieraden is. Verwonder u er niet over,
-als u mij hem ook zoo hoort noemen, geheel Italië geeft hem uit
-liefde en dankbaarheid dezen liefkoozenden bijnaam. Ik ben opgegroeid
-in een wereld, die hem vervloekte, hem voor een Satan hield. Eerst
-later heb ik hem leeren kennen en liefhebben. Hij is de zachtste en
-rechtvaardigste man, die op aarde rondwandelt."
-
-Zij was begonnen te glimlachen, terwijl tranen haar oogen bevochtigden,
-ongetwijfeld bij de herinnering aan het stormachtige jaar, dat zij
-in dat huis doorgebracht had, waarin zij, behalve bij den ouden man,
-geen rustig uur had gekend. En zachter en met eenigszins bevende stem
-voegde zij eraan toe:
-
-"Als u toch naar hem toegaat, zeg hem dan uit mijn naam, dat ik hem
-nog altijd liefheb en dat ik nooit, wat er ooit gebeuren moge, zijn
-goedheid vergeten zal."
-
-Terwijl Pierre naar de Via Venti Settembre reed, riep hij zich de
-geheele heldengeschiedenis van den ouden Orlando, die hij zich vroeger
-had laten vertellen, voor den geest. Zij was een waar heldendicht en
-voerde hem terug naar het geloof, de dapperheid en de onbaatzuchtigheid
-van een ander tijdperk.
-
-Graaf Orlando Prada, de afstammeling van een oud-adellijk Milaneesch
-geslacht, werd reeds in zijn jeugd door zulk een haat tegen den
-vreemdeling verteerd, dat hij op zijn vijftiende jaar al deel
-uitmaakte van een geheim genootschap, een der vertakkingen van het
-oude carbonarisme. Die haat tegen de Oostenrijksche overheersching was
-oud, stamde nog uit den tijd van de opstanden tegen de knechtschap,
-toen de samenzweerders zich vereenigden in verlaten hutten diep in
-de bosschen. En deze haat werd nog aangewakkerd door het oude ideaal
-van een bevrijd, aan zichzelf teruggegeven Italië, dat eindelijk
-weer de groote, heerschende natie, de waardige dochter van de oude
-veroveraars en meesters der wereld worden zou.
-
-O, welk een vurige en heerlijke droom, om dat roemrijke land van
-vroeger, dat verbrokkelde en versnipperde Italië, dat aan een
-menigte kleine tyrannen was prijsgegeven en onophoudelijk door
-naburige volkeren bezet en bezeten werd, uit zijn lange schande te
-rukken. Den vreemdeling verslaan, de despoten wegjagen, het volk
-wekken uit de vernederende ellende van zijn slavernij, Italië vrij,
-Italië één verklaren, dat was de hartstocht, die toen in de geheele
-jeugd met onbluschbare vlammen oplaaide, die het hart van den jongen
-Orlando van geestdrift kloppen deed. Hij doorleefde zijn jeugd in
-een heilige verontwaardiging, in het vurige ongeduld om zijn bloed
-aan zijn vaderland te geven en daarvoor te sterven, als hij het niet
-bevrijden kon.
-
-Orlando leefde teruggetrokken in zijn familiepaleis te Milaan,
-bevende onder het juk en zijn tijd met nuttelooze samenzweringen
-verspillend. Hij was juist getrouwd en vijf-en-twintig jaar,
-toen de tijding kwam van de vlucht van Pius IX en de revolutie te
-Rome. Onmiddellijk liet hij alles, huis en vrouw, in den steek, om,
-als geroepen door de stem van zijn lot, naar Rome te snellen. Het
-was de eerste maal, dat hij zoo uittrok, om de onafhankelijkheid te
-veroveren. Hoe dikwijls zou hij dat nog moeten doen, zonder ooit moe
-te worden. Toen leerde hij Mazzini kennen en geraakte een oogenblik
-in geestdrift voor de mystieke figuur van dezen unitaristischen
-republikein. Zelf droomend van een algemeene republiek, nam hij het
-devies van Mazzini: "Dio e popolo" [5] aan, volgde hij de processie,
-die met groote pracht en praal door het oproerige Rome trok.
-
-Het was een tijd vol grootsche verwachtingen, die reeds door de
-behoefte aan een hernieuwing van het Katholicisme gekweld werd en
-in afwachting leefde van een menschelijken Christus, wiens taak
-het was de wereld een tweede maal te redden. Maar weldra trok een
-man, Garibaldi, die aan den dageraad van zijn epischen roem stond,
-hem geheel tot zich en maakte van hem een soldaat der vrijheid en
-eenheid. Orlando hield van hem als van een God, streed als held
-aan zijn zijde, maakte de overwinning bij Rieti op de Napolitanen
-mede, volgde den hardnekkigen patriot op zijn terugtocht, toen hij,
-gedwongen om Rome over te laten aan het Fransche leger van generaal
-Oudinot, die er Pius IX kwam herstellen, Venetië te hulp snelde. En
-welk een vermetel, dolzinnig waagstuk was dat! Dit Venetië, dat Manin,
-een tweede groote patriot, een martelaar, weer tot republiek gemaakt
-had en dat nu al maanden lang weerstand bood aan de Oostenrijkers!
-
-En Garibaldi, die met een handvol mannen uittrekt, om het te ontzetten,
-en dertien visschersschepen huurt en er acht in de handen van zijn
-vijand laten moet, is verplicht naar den Romeinschen oever terug
-te keeren en verliest daar op jammerlijke wijze zijn vrouw Anita,
-wier oogen hij sluit alvorens terug te keeren naar Amerika, waar
-hij in afwachting van het uur van den opstand reeds gewoond had. O,
-die Italiaansche bodem, waarin toen allerwegen het inwendige vuur van
-het patriotisme gromde, waaruit in iedere stad mannen vol geloof en
-moed opschoten, waaruit overal oproeren en opstanden losbarstten als
-vulkanische erupties, en die ondanks alle tegenspoeden en tegenslagen,
-toch, onoverwinlijk, den triomf tegemoet ging!
-
-Orlando keerde naar Milaan en naar zijn jonge vrouw terug en leefde
-daar twee jaar lang in het verborgen, verteerd door zijn ongeduldig
-verlangen naar den glorierijken dag, welks aanbreken zich zoo lang
-wachten liet. Eén geluk stilde een weinig zijn vurige begeerte: een
-zoon, Luigi, werd hem geboren, maar het kind kostte zijn moeder het
-leven. Orlando werd daardoor met diepe droefheid vervuld, en daar hij
-niet langer te Milaan blijven kon, waar de politie al zijn gangen
-naging, en hij de overheersching door de vreemdelingen niet langer
-dragen kon, besloot Orlando de overblijfselen van zijn vermogen te
-realiseeren en begaf zich naar Turijn, naar een tante van zijn vrouw,
-die het kind onder haar bescherming nam. Graaf Cavour, de groote
-politicus, werkte vanaf dat oogenblik aan de onafhankelijkheid,
-bereidde Piemont voor op de beslissende rol, die het spelen
-moest. Het was het tijdperk, waarin koning Victor Emanuel met
-vleiende vriendelijkheid de uit alle deelen van Italië toestroomende
-vreemdelingen opnam, zelfs hen, van wie hij wist, dat zij republikeinen
-waren en ten gevolge van opstanden de vlucht hadden moeten nemen.
-
-De droom, de Italiaansche eenheid ten gunste van de Piemonteesche
-monarchie te verwezenlijken, bestond in het sluwe Huis van Savoye reeds
-lang en rijpte sedert jaren. Orlando wist heel goed onder welken heer
-hij dienst nam, maar reeds stond in zijn hart de republikein achter
-bij den patriot: hij geloofde niet meer aan een in naam der republiek
-geschapen en onder de bescherming van een liberalen paus geplaatst
-Italië, zooals het een oogenblik Mazzini's ideaal geweest was. Was
-het geen hersenschim, die generaties zou verslinden, indien men dat
-ideaal bleef nastreven? Zelfs wanneer de vrijheid er gevaar bij liep,
-wilde hij het vaderland weder opbouwen en het zijn plaats onder de
-zon geven. Hoe koortsachtig gelukkig was hij dan ook, toen hij bij
-het uitbreken van den oorlog in 1859 dienst nam; hoe klopte zijn hart
-tot barstens toe, toen hij na Magenta met het Fransche leger Milaan
-binnentrok, hetzelfde Milaan, dat hij acht jaar vroeger als wanhopig
-balling verlaten had. Na Solferino was het verdrag van Villafranca
-een bittere teleurstelling: Venetië bleef gevangen. Maar Milaan en
-omgeving was toch heroverd, en ook Toscane, Parma en Modena traden
-toe. Eindelijk vormde zich de kern van de ster, het vaderland bouwde
-zich om het overwinnende Piemont op.
-
-Het volgend jaar keerde Orlando in het epos terug. Garibaldi
-was weer uit Amerika terug, omgeven door een geheele legende, de
-verhalen van zijn ridderlijke heldendaden in de pampa's van Uruguay,
-een buitengewonen tocht van Canton naar Lima, gingen hem vooruit;
-hij kwam terug, om in 1859 te vechten, het Fransche leger voor te
-zijn, een Oostenrijksch maarschalk onder den voet te loopen, de
-steden Como, Bergamo en Brescia binnen te trekken. Plotseling hoorde
-men, dat hij met slechts duizend man te Marsala was--de duizend van
-Marsala, het beroemde handjevol dapperen. Orlando streed in de voorste
-gelederen. Palermo bood drie dagen tegenstand, werd dan genomen. Als
-lievelingsluitenant van den dictator, hielp Orlando hem bij het
-organiseeren van het bestuur, stak vervolgens met hem de landengte
-over en nam aan zijn rechterhand deel aan den triomphantelijken
-intocht in Napels, waaruit de koning gevlucht was.
-
-Het was een dolzinnig-vermetele en -dappere daad, de uitbarsting van
-het onvermijdelijke; allerlei verhalen van bovenmenschelijke daden
-deden de ronde: Garibaldi onkwetsbaar, beter door zijn rood hemd
-beschermd dan door het dikste harnas; Garibaldi, die de vijandelijke
-legers op de vlucht sloeg alleen door als een aartsengel zijn
-vlammend zwaard te zwaaien. Van hun kant hadden de Piemonteezen,
-na generaal Lamoricière bij Castelfidardo verslagen te hebben, de
-Romeinsche staten veroverd. En Orlando was erbij, toen de dictator,
-afstand doende van zijn macht, het besluit van de annexatie der beide
-Siciliën bij de Kroon van Italië onderteekende; evenals hij bij den
-heftigen kreet: "Rome of de dood!" deelnam aan de wanhopige poging, die
-zoo tragisch bij Aspromonte eindigde: het kleine legertje verstrooid
-door de Italiaansche troepen, Garibaldi gewond, gevangen genomen,
-verbannen naar de eenzaamheid van zijn eiland Caprera, waar hij nog
-slechts een eenvoudig landman bleef.
-
-De zes daarop volgende jaren van wachten bracht Orlando te Turijn door,
-zelfs toen Florence als nieuwe hoofdstad gekozen werd. De senaat had
-Victor Emanuel tot koning van Italië uitgeroepen, en inderdaad Italië
-was geschapen, alleen Venetië en Rome ontbraken. Van dat oogenblik
-af schenen de groote slagen geëindigd te zijn, was het tijdperk
-der epiek afgesloten. Venetië werd aan Italië door een nederlaag
-geschonken. Orlando maakte den ongelukkigen slag bij Custozza mede,
-waarin hij tweemaal gewond werd; doch zijn hart werd nog pijnlijker
-getroffen door de smartelijke gedachte, dat Oostenrijk zou kunnen
-overwinnen. Maar in hetzelfde oogenblik verloor Oostenrijk, verslagen
-bij Sadowa, Venetië, en vijf maanden later wilde hij in den triomfroes
-te Venetië zijn, toen Victor-Emanuel onder het geestdriftige gejubel
-van het volk zijn intocht deed.
-
-Rome alleen ontbrak nu nog, een koortsachtig ongeduld drong geheel
-Italië daarheen, en slechts de eed van het bevriende Frankrijk den
-paus te zullen handhaven, hield dien drang terug. Ten derden male
-wilde Garibaldi de legendarische heldendaden hernieuwen; vrij van
-alle banden wierp hij zich als een door vaderlandsliefde gedreven
-vrijbuitershoofdman op Rome. En ten derden male nam Orlando deel
-aan dien heldenwaanzin, die zich bij Mentana tegen de door een klein
-Fransch corps geholpen pauselijke zouaven te pletter liep. Weer gewond,
-keerde Orlando, bijna stervend, naar Turijn terug. Met bloedend
-hart moest men berusten: de quaestie was niet op te lossen. Dan kwam
-plotseling de donderslag van Sedan, de verplettering van Frankrijk;
-de weg naar Rome werd vrij. Orlando, in het staand leger teruggekeerd,
-maakte deel uit van de troepen, die stelling namen in de Campagna
-romana, om, overeenkomstig de woorden in den brief van Victor Emanuel
-aan Pius IX, de veiligheid van den Heiligen Stoel te verzekeren.
-
-Het was overigens slechts een schijngevecht: de pauselijke zouaven
-onder generaal Kanzler moesten zich terugtrekken en Orlando was een der
-eersten, die door de bres in de Porta Pia de stad binnendrong. O, die
-twintigste September, die dag, waarop hij het grootste geluk van zijn
-leven ondervond, een dag van geestdrift, een dag van volkomen triomf,
-waarop de droom van zoovele jaren van bitteren strijd verwezenlijkt
-werd, de droom, waarvoor hij zijn rust, zijn vermogen, zijn geest en
-zijn lichaam gegeven had.
-
-Hierop volgden nog tien gelukkige jaren in het veroverde Rome, in
-het Rome, dat als een vrouw, waarop men al zijn hoop gezet heeft,
-aangebeden, ontzien en gevleid werd. Van Rome verwachtte hij een
-zoo groote nationale kracht, een zoo wonderbaarlijke herleving van
-sterkte en jeugd voor de jonge natie! De voormalige republikein,
-de voormalige insurgent, die hij toch was, moest zich bukken en een
-senaatszetel aannemen: ging Garibaldi zelf, zijn afgod, geen bezoek
-afleggen bij den koning en zijn plaats innemen in het Parlement? Alleen
-de intransigente Mazzini had niets van een onafhankelijk Italië,
-dat niet tevens republiek was, willen weten. Ook een ander motief
-had Orlando tot toegeven bewogen: de toekomst van zijn zoon Luigi,
-die den dag na den intocht in Rome achttien geworden was. Al was hij
-ook tevreden met de kruimels van zijn vroeger vermogen, dat geheel
-opgegaan was in den dienst van het vaderland, hij droomde van een
-beter lot van het kind, dat hij aanbad.
-
-Hij voelde heel goed, dat het heldentijdvak geëindigd was; hij wilde
-van hem een groot staatsman, een groot bestuurder maken, een man, die
-nuttig zijn zou voor de souvereine macht van morgen; en daarom had hij
-het koninklijk gunstbewijs, het loon voor zijn lange toewijding, niet
-geweigerd; hij wilde Luigi helpen, over hem waken, hem leiden. Was
-hij dan zelf zoo oud, zoo afgeleefd, dat hij zich niet nuttig meer
-maken kon bij de organisatie, zooals hij het meende geweest te zijn
-bij de verovering? Hij had den jongen man ambtenaar laten worden aan
-het Ministerie van Financiën, daar hem zijn vlug begrip van financieele
-quaesties opgevallen was en ook misschien omdat hij intuïtief voelde,
-dat de strijd thans voortgezet zou worden op financieel en economisch
-gebied. En weer leefde hij in een droom, steeds geestdriftig geloovend
-in een heerlijke toekomst; vol grenzenlooze verwachtingen zag hij hoe
-de bevolking van Rome verdubbelde, hoe het zich door het dolzinnige
-opschieten van nieuwe stadswijken uitbreidde. In zijn verrukte
-minnaarsoogen werd de stad weer de koningin der wereld.
-
-Plotseling sloeg bij helderen hemel een bliksemstraal neer. Toen
-Orlando op een ochtend naar beneden ging, werd hij door een beroerte
-getroffen; zijn beide beenen waren als dood en zwaar als lood. Men
-had hem naar boven moeten dragen en nooit zette hij meer een voet op
-straat. Hij was toen zes-en-vijftig; sedert veertien jaar had hij zijn
-fauteuil niet meer verlaten. Hij, die vroeger zoo dapper de slagvelden
-van Italië afgeloopen had, was nu tot volslagen onbeweeglijkheid
-gedoemd. Het was jammerlijk om aan te zien--de val van een held. En het
-ergste was, dat de oude soldaat van uit de kamer, waarin hij gevangen
-zat, getuige zijn moest van het langzame ineenstorten van al zijn
-verwachtingen en in zijn onuitgesproken angst voor de toekomst door
-een vreeselijke droefgeestigheid en zwaarmoedigheid aangegrepen werd.
-
-Sedert hij door den roes van het bezig zijn niet meer verblind werd
-en hij zijn lange, ledige dagen met nadenken vulde, zag hij eindelijk
-alles helder en duidelijk. Italië, dat hij zoo gaarne machtig in
-zijn triomphantelijke eenheid gezien had, handelde dwaas, snelde
-zijn ondergang, zijn bankroet misschien, tegemoet. Rome, dat voor hem
-steeds de noodwendige hoofdstad, de roemrijke stad, die haars gelijke
-niet had, geweest was, scheen de rol van groote moderne hoofdstad te
-weigeren; het was zwaar als een doode, drukte met het gewicht der
-eeuwen op de borst van de jonge natie. Bovendien bracht zijn zoon,
-zijn Luigi, hem tot wanhoop; hij verzette zich tegen iedere leiding,
-hij wierp zich als een der kinderen, die de verovering verslinden,
-op den nog warmen buit, dit Italië, dit Rome, die zijn vader alleen
-gewild scheen te hebben, opdat hij zelf het zou kunnen plunderen en
-er zich mede vetmesten.
-
-Tevergeefs had hij zich verzet tegen het verlaten van het ministerie,
-tegen het ongebreidelde speculeeren in bouwterreinen, dat door het
-opschieten van al die nieuwe wijken ontstaan was. Toch bleef hij
-hem aanbidden, was hij tot zwijgen gedoemd, vooral nadat hem de
-meest gewaagde financieele operaties gelukt waren, zooals bijv. de
-metamorphose van de villa Montefiori in een werkelijke stad, een
-reusachtige zaak, waarin de rijksten zich geruïneerd hadden, doch
-waaruit hij met millioenen tevoorschijn gekomen was. Maar zwijgend en
-wanhopig had Orlando in het kleine paleis, dat Luigi Prada in de Via
-Venti Settembre had laten bouwen, niet meer dan een klein kamertje
-willen hebben, waarin hij zijn dagen in kloosterachtige afzondering
-doorbracht met één enkelen knecht; hij wilde van zijn zoon niets
-anders aannemen dan die gastvrijheid en leefde verder armzalig van
-zijn kleine rente.
-
-Toen Pierre in die nieuwe, op de helling en den top van den
-Viminalis aangelegde Via Venti Settembre kwam, werd hij getroffen
-door de zware pracht der nieuwe huizen, waarin de overgeërfde smaak
-voor het ontzaglijke duidelijk sprak. In het purperen goud van de
-warme namiddagzon verried deze breede triomfstraat, deze dubbele
-rij eindelooze en witte gevels de trotsche toekomstverwachtingen
-van het nieuwe Rome, de begeerte naar overheersching, die deze
-reusachtige gebouwen uit den grond had doen oprijzen. Doch vooral
-viel het ministerie van Financiën hem op, een gigantische massa,
-een cyclopische kubus, waarin zuilen, balkons, gevelversieringen
-en beeldhouwwerken zich ophoopten, een geheele, onmatige wereld,
-op een dag van overmoedigen trots door steenenwaanzin gebouwd. En
-iets verder, aan de overzijde, voor men aan de villa Bonaparte kwam,
-stond het kleine paleis van graaf Prada.
-
-Toen hij zijn koetsier betaald had, bleef hij een oogenblik verlegen
-staan. Daar de deur openstond, was hij de vestibule binnengegaan,
-maar hij zag daar niemand, geen conciërge en geen knecht. Hij liep
-naar de eerste verdieping. De monumentale trap met marmeren leuning
-was een nabootsing in het klein van de overdreven afmetingen der
-eeretrap van het paleis Boccanera; het was dezelfde koude, kale
-naaktheid, getemperd door een rooden looper en roode portières, die
-schel afstaken tegen de witte kalk der muren. Op de eerste verdieping
-bevonden zich de vijf meter hooge receptievertrekken; door een half
-open staande deur zag hij twee in elkaar loopende salons, die, met
-moderne pracht, met een overvloed van fluweel en zijde, vergulde
-meubels, hooge spiegels, welke de weelderige consoles en tafels
-weerkaatsten, ingericht waren. En nog steeds zag hij geen mensch,
-geen levende ziel in dat verlaten huis, waarin nergens de invloed
-der vrouw te bespeuren viel. Hij wilde weer naar beneden gaan om te
-bellen, toen zich eindelijk een knecht vertoonde.
-
-"Ik zou gaarne graaf Prada spreken."
-
-De knecht keek den kleinen priester zwijgend aan en verwaardigde zich
-te vragen:
-
-"Vader of zoon?"
-
-"De vader, graaf Orlando Prada!"
-
-"Gaat u dan maar naar de derde verdieping."
-
-Dan was hij nog wel zoo goed een naderen uitleg te geven:
-
-"De kleine deur rechts op het portaal. U moet hard kloppen, anders
-doet men niet open."
-
-Inderdaad moest Pierre tweemaal kloppen. Een kleine, uitgedroogde
-militair, een voormalig soldaat van den graaf, die in zijn dienst
-gebleven was, kwam open doen en zeide bij wijze van verontschuldiging
-niet eerder de deur geopend te hebben, daar hij juist bezig was de
-beenen van zijn meester in de goede houding te leggen. Onmiddellijk
-diende hij den bezoeker aan, en deze werd, toen hij een kleine donkere
-antichambre doorgeloopen had, door het vertrek, dat hij binnenging,
-ten zeerste getroffen. Het was een betrekkelijk kleine, geheel kale
-kamer, die met een eenvoudig, blauwgebloemd papiertje behangen was.
-
-Achter een scherm stond een ijzeren ledikant, een echt soldatenbed;
-verder was er geen meubelstuk te zien behalve de fauteuil, waarin de
-invalide zijn dagen doorbracht, een zwarte houten tafel, die bedekt was
-met couranten en boeken, en twee oude stoelen met stroozittingen voor
-de enkele bezoekers. Tegen een der muren deden enkele planken dienst
-als boekenkast. Maar het breede raam, waar geen gordijn voor hing,
-zag uit op het prachtigste panorama van Rome, dat men zich denken kon.
-
-Dan verdween als het ware de kamer; Pierre zag in een plotselinge en
-diepe ontroering niets meer dan den ouden Orlando. Hij geleek op een
-ouden, witharigen, nog prachtigen, sterken, grooten leeuw. Een bosch
-van grijze haren op een krachtigen kop met een dikken mond, een dikken,
-platten neus, groote, donkere, fonkelende oogen. Een lange witte, nog
-jeugdig-krachtige baard, kroezend als die van een god. Men zag, dat in
-dezen leeuwenkop vreeselijke hartstochten gewoed moesten hebben; maar
-al deze hartstochten, de zinnelijke zoowel als de geestelijke, hadden
-hun uitbarsting gevonden in patriotisme, in dolzinnige bravoure en in
-een onmatige onafhankelijkheidsliefde. En de oude, door den bliksem
-getroffen held zat daar nu op zijn fauteuil genageld, de doode beenen
-door een zwarten plaid bedekt. Alleen de armen, de handen leefden;
-alleen het gelaat straalde van lichaams- en geestkracht.
-
-Orlando wendde zich tot zijn oppasser en zeide zacht:
-
-"Je kan wel gaan, Batista. Kom over een paar uur maar terug."
-
-Dan keek hij Pierre strak aan en riep met een ondanks zijn zeventig
-jaar nog krachtige stem:
-
-"Eindelijk dus, beste mijnheer Froment; nu kunnen we eens op ons
-gemak praten... Neem dien stoel daar en kom voor mij zitten."
-
-Maar hij had den verbaasden blik, waarmede de priester het kale
-vertrek rond keek, gemerkt, en voegde er vroolijk aan toe:
-
-"Je moet me niet kwalijk nemen, dat ik je in mijn cel ontvang. Ja,
-ik leef hier als een monnik, als een gepensionneerd oud soldaat, die
-thans buiten het leven staat... Mijn zoon valt me nog steeds lastig
-met zijn verlangen, dat ik een van de mooie kamers beneden neem. Maar
-waarom zou ik dat doen? Ik heb geen enkele behoefte, ik houd niet
-van veeren bedden, want mijn oude botten zijn gewend aan den harden
-grond... En bovendien heb ik hier zoo'n prachtig uitzicht! Geheel
-Rome komt naar mij--nu ik het niet meer bezoeken kan."
-
-Met een gebaar naar het raam had hij de verlegenheid en den lichten
-blos verborgen, die steeds op zijn gelaat kwam, wanneer hij zijn zoon
-op die wijze verontschuldigde, zonder de ware reden te willen bekennen,
-die hem in zijn armelijke inrichting deed blijven.
-
-"Het is prachtig mooi!" verklaarde Pierre, om hem een genoegen te
-doen. "Ook ik voel mij zoo gelukkig u eindelijk eens te zien; zoo
-gelukkig uw dappere handen, die zooveel heldendaden verricht hebben,
-te kunnen drukken."
-
-Met een nieuw gebaar scheen Orlando het verleden weg te willen
-schuiven.
-
-"Kom, kom, dat alles ligt achter den rug en is begraven... Laten we
-liever over u spreken, mijn waarde mijnheer Froment, over u, die nog
-zoo jong is en het heden zijt, en laten we gauw over uw boek spreken,
-dat de toekomst is... O, als u eens wist hoe woedend ik mij in den
-beginne gemaakt heb over uw boek, over uw: Nieuw Rome!"
-
-Hij lachte nu en nam het boek, dat toevallig naast hem op de tafel
-lag. Met zijn breede reuzenhand sloeg hij op den omslag.
-
-"Neen, u kunt u niet voorstellen hoe dikwijls ik onder het lezen tegen
-u uitgevaren ben!... De paus, nog eens de paus, en altijd de paus! Het
-nieuwe Rome voor den paus en door den paus! Het triompheerende Rome,
-dat morgen, dank zij den paus, ontstaat, gegeven aan den paus,
-zijn roem samensmeltend met dien van den paus!... En wij dan? En
-Italië? En al de millioenen, die wij uitgegeven hebben, om van Rome
-een grootsche hoofdstad te maken? Ja, men moet een Franschman, en nog
-wel een Parijsche Franschman zijn, om zoo'n boek te schrijven. Maar
-laat ik het u dan zeggen, als u het niet weet, waarde heer, dat Rome
-de hoofdstad van het koninkrijk Italië geworden is; er is hier een
-koning Humbert, en er zijn Italianen, een geheel volk, dat Rome,
-het glorierijke, opgestane Rome, voor zich behouden wil!"
-
-Het jeugdige vuur van den grijsaard deed Pierre op zijn beurt lachen.
-
-"Ja, ja, dat heeft u mij geschreven. Maar wat heeft dat eigenlijk met
-mijn standpunt te maken? Naar mijn meening is Italië slechts een natie,
-een deel der menschheid, en ik wil de eendracht, de broederschap der
-volkeren, een verzoend, geloovig, gelukkig menschdom. Wat komt de
-regeeringsvorm, een monarchie of een republiek er op aan? Wat komt het
-denkbeeld van een éénig en onafhankelijk vaderland erop aan, als er nog
-slechts een vrij, in gerechtigheid en waarheid levend volk bestaat!"
-
-Van dezen geheelen geestdriftigen kreet had Orlando slechts één woord
-in zich opgenomen.
-
-"De republiek! Ik heb er in mijn jeugd innig naar verlangd!" ging hij
-zacht en met een peinzend gelaat voort. "Ik heb voor haar gestreden,
-ik heb samengezworen met Mazzini, een heilige, een geloovige, die
-zich tegen het absolute te pletter geloopen heeft. En daarna? Men
-moest de praktische noodzakelijkheid aanvaarden, zelfs de meest
-intransigenten hebben zich aangesloten... Zou thans de republiek
-ons redden? In ieder geval zou zij maar weinig verschillen van onze
-parlementaire monarchie: zie maar wat er in Frankrijk gebeurt. Waarom
-dan een revolutie te wagen, die de macht misschien brengen zou in de
-handen van de uiterste revolutionnairen, van de anarchisten? Daar zijn
-wij allen bang voor, daar is onze berusting het bewijs voor... Ik weet
-wel, dat sommigen de redding zien in een republikeinsche federatie;
-alle oude kleine staatjes omgezet in even zoovele republieken onder
-leiding van Rome. Het Vaticaan zou daarbij misschien heel wat kunnen
-winnen. Men kan niet zeggen, dat het daarvoor werkt, het ziet alleen
-niet zonder welgevallen de mogelijkheid ervan onder de oogen. Maar
-het is een droom, een droom!"
-
-Hij vond zijn vroolijkheid, waarin zelfs een zweempje ironie doorklonk,
-terug.
-
-"Weet u wat mij in uw boek zoo aangetrokken heeft? Want, ondanks al
-mijn bedenkingen heb ik het tweemaal gelezen... Welnu, dat Mazzini
-zelf het bijna geschreven kon hebben. Ja, ik heb er mijn jeugd in
-teruggevonden, al de overdreven-dolle verwachtingen, die ik op mijn
-vijf-en-twintigste jaar koesterde, de hoop, dat Christus' godsdienst de
-pacificatie der wereld door het Evangelie tot stand brengen zou... Wist
-u wel, dat, lang vóór u, Mazzini de hernieuwing van het Katholicisme
-gewild heeft? Hij schoof het dogma en de discipline ter zijde, hield
-slechts de moraal over. En het nieuwe Rome, het Rome van het volk, gaf
-hij aan de algemeene Kerk, waarin alle andere Kerken van het verleden
-zouden samensmelten: Rome, de eeuwige, de gepraedestineerde Stad,
-de moeder en de koningin, wier heerschappij opnieuw ontstond tot het
-definitieve geluk der menschheid!... Is het niet zonderling, dat het
-tegenwoordige neo-Katholicisme, de nog onbestemde spiritualistische
-herleving, de idee der Christelijke gemeenschap en der Christelijke
-naastenliefde, waarover men het thans zoo druk heeft, in den grond der
-zaak niets anders is dan een terugkeer tot de mystieke en humanitaire
-denkbeelden van 1848? Ach, ik heb dat alles medegemaakt, ik heb erin
-geloofd en ervoor gestreden, en ik weet in welk een treurige verwarring
-die vluchten in het blauw van het mysterieuse ons gebracht hebben! Wat
-zal ik u zeggen? Ik heb mijn vertrouwen verloren!"
-
-En toen Pierre zich van zijn kant ook opwond en antwoorden wilde,
-viel hij hem dadelijk in de rede:
-
-"Neen, laat mij uitpraten... Ik heb u alleen willen overtuigen hoe
-beslist noodzakelijk het voor ons was, Rome te veroveren en tot
-hoofdstad van Italië te maken. Zonder Rome kon het nieuwe Italië
-niet bestaan. Rome was de oude glorie; Rome bevatte in zijn stof
-de souvereine macht, die wij herstellen wilden, het gaf aan hem,
-die het bezat, kracht, schoonheid, eeuwigheid. In het middelpunt van
-het land gelegen, was het het hart daarvan, moest het er het leven
-van worden, zoodra men het uit den langen slaap van zijn puinhoopen
-gewekt zou hebben... O, wat hebben wij ernaar verlangd te midden van
-onze overwinningen en nederlagen, gedurende de jaren van afschuwlijk
-ongeduldig wachten! Ik, ik heb het meer dan eenige vrouw liefgehad
-en begeerd; mijn bloed brandde, ik werd wanhopiger naar mate ik
-ouder werd. En toen wij het in ons bezit hadden, waren wij zoo dwaas
-het weelderig, grootsch, tot heerscheres, tot de gelijke van andere
-groote hoofdsteden, Berlijn, Parijs en Londen te willen maken... Kijk
-er naar. Het is nog steeds mijn eenige liefde, mijn eenige troost,
-nu ik dood ben, daar niets meer in mij leeft dan mijn oogen."
-
-Met hetzelfde gebaar had hij weer naar het raam gewezen. Onder den
-diepen hemel strekte Rome, purper en goud in de schuin vallende
-zonnestralen, zich in het oneindige uit. Heel in de verte sloten
-de boomen van den Janiculus den horizont met hun groenen, helder
-smaragdgroenen gordel af, terwijl meer naar links de dom van de
-St. Pieter, bleek-blauw, op een in het felle licht doffen saphier
-geleek. Dan kwam de lager gelegen stad, de oude stad, rood, als
-verbrand door eeuwen van heete zomers; zij was zoo zacht voor het
-oog, zoo mooi in het diepe leven van het verleden, een grenzenlooze
-chaos van daken, gevelmuren, torens, campaniles en koepels. Maar
-op het eerste plan, onder het raam, lag de nieuwe stad, die men in
-de laatste vijf-en-twintig jaar gebouwd had, op elkaar gehoopte,
-nog krijtachtige kubussen van metselwerk, die noch de zon noch de
-geschiedenis in haar purper gehuld hadden. Vooral de daken van het
-reusachtige ministerie van Financiën strekte zich in zijn afschuwlijke
-leelijkheid als eindelooze, troosteloos-vale steppen uit. En op die
-nieuwe gebouwen waren ten slotte de blikken van den ouden soldaat
-uit den veroveringstijd blijven rusten.
-
-Er ontstond een stilte. Pierre voelde de lichte koude van de verborgen,
-onuitgesproken droefheid langs zich strijken en wachtte beleefd.
-
-"Neem me niet kwalijk, dat ik u in de rede gevallen heb," ging Orlando
-voort. "Maar ik geloof, dat we niet met vrucht over uw boek kunnen
-spreken, zoolang u Rome niet van nabij gezien en bestudeerd hebt. U
-bent gisteren pas hier gekomen, niet waar? Welnu, loop de stad door,
-kijk en vraag, en ik geloof, dat vele van uw denkbeelden veranderen
-zullen. Ik verwacht vooral veel van den indruk, dien het Vaticaan op
-u maken zal, daar u toch alleen gekomen zijt om den paus te zien en
-een werk voor de Indexcongregatie te verdedigen. Waarom zouden wij
-ons thans in een nuttelooze discussie begeven, waar de feiten zelf u
-tot geheel andere denkbeelden brengen zullen, veel beter, dan ik het
-door de mooiste redevoeringen zou kunnen?... Dus afgesproken, u komt
-nog eens terug, en dan zullen we weten waarover we spreken moeten,
-en het misschien eens worden kunnen."
-
-"Zeker," antwoordde Pierre. "Ik was vandaag alleen maar gekomen, om
-u dank te zeggen, dat u mijn boek met belangstelling gelezen hebt,
-en om in u een der sieraden van Italië te begroeten."
-
-Orlando, verstrooid, luisterde niet, zijn blikken waren nog altijd op
-Rome gevestigd. Hij wilde niet, dat erover gesproken werd, maar ondanks
-zichzelf begon hij, geheel door een heimelijke onrust beheerscht,
-met fluisterende stem als in een onwillekeurige biecht weer te spreken:
-
-"Ongetwijfeld zijn wij te hard van stapel geloopen. Er waren
-onvermijdelijke, nuttige uitgaven: straten, havens, spoorwegen. En
-gewapend moest het land ook worden; in den beginne heb ik me dan ook
-tegen de zware militaire lasten niet verzet... Maar later, dat zware
-oorlogsbudget--de lasten van een oorlog, die niet kwam, het wachten
-waarop ons geruïneerd heeft. O, ik ben altijd een vriend van Frankrijk
-geweest; het eenige, dat ik het verwijt, is, dat het den toestand,
-die ons opgedrongen was, de beweegredenen, die wij hadden voor ons
-verbond met Duitschland, niet begrepen heeft... En de milliarden,
-die Rome ingeslikt heeft! Dat was waanzin; wij hebben gezondigd
-uit geestdrift en hoogmoed. In de droomen, die ik, eenzame oude,
-hier kon droomen, ben ik een der eersten geweest, die den afgrond,
-de verschrikkelijke financieele crisis, het bankroet, waarin de
-natie zou ondergaan, vooruitgezien heb. Ik heb het mijn zoon en
-allen, die bij mij kwamen, toegeschreeuwd, maar wat hielp het? Zij
-luisterden niet naar mij, zij waren krankzinnig, kochten, verkochten,
-bouwden in hun speculatiewoede en hersenschimmige geldwoede. U zult
-het zien, u zult het zien... Het ergste is, dat wij niet, zooals u,
-in een dichte landbevolking een reserve aan goud en menschen hebben,
-een spaarkas, die steeds gereed staat, om de door de catastrophes
-geslagen gaten weer te vullen. Bij ons hernieuwt het opstijgen van
-het volk, dat nog niets beteekent, het sociale bloed niet door een
-gestadigen toevloed van nieuwe menschen, het is arm, het heeft geen
-oude wollen kousen, die het ledigen kan. De ellende is vreeselijk,
-waarom het te ontkennen? Zij, die geld hebben, verteren het liever
-kleinzielig in de steden dan het te wagen in landbouw- en industrieele
-ondernemingen. Fabrieken worden zoo goed als niet gebouwd. De bodem
-wordt nog op dezelfde barbaarsche wijze als twee duizend jaar geleden
-bebouwd... Daar ligt Rome, Rome, dat geen Italië geschapen heeft, dat
-Italië door zijn vurigen hartstocht tot hoofdstad gemaakt heeft; Rome,
-dat nog slechts het schitterende decor van den roem der eeuwen is,
-Rome, dat ons met zijn ontaarde, hoogmoedige en nietsdoende pauselijke
-bevolking niets gegeven heeft dan de schittering van dat decor! Ik heb
-het te lief gehad, ik heb het nog te lief, dan dat ik er spijt over kan
-hebben hier te zijn. Maar, groote God, tot welk een waanzin heeft het
-ons gebracht, hoeveel millioenen heeft het ons gekost, wat drukt het
-ons met zijn triomphantelijk gewicht!... Zie zelf, zie zelf slechts!"
-
-En hij wees op de kleurlooze daken van het ministerie van Financiën,
-de eindelooze, troostelooze steppe, als had hij daar den bij voorbaat
-gemaaiden oogst van roem, de afschuwlijke kaalheid van het dreigend
-bankroet gezien. Zijn oogen werden omsluierd door heimelijke tranen;
-hij zag er trotsch uit in zijn aan het wankelen gebrachte hoop, in zijn
-hem pijnigenden angst, met zijn grooten, witharigen leeuwenkop. Nu
-was hij machteloos, vastgenageld in die zoo kale en lichte, zoo
-hoogmoedig armelijke kamer, die een protest scheen te zijn tegen den
-monumentalen rijkdom van het geheele kwartier. Dat was het dus wat
-men uit de verovering gemaakt had! En hij was nu door den bliksem
-getroffen, niet in staat nog eenmaal zijn bloed en zijn ziel te geven.
-
-"Ja, ja," riep hij opnieuw uit; "wij gaven alles, ons hart en ons
-hoofd, ons geheele bestaan, zoolang het erom ging het vaderland één en
-onafhankelijk te maken. Maar wie interesseert zich, nu het vaderland
-geschapen is, voor de reorganisatie van zijn financiën! Dàt is geen
-ideaal! En dat is de reden, waarom, terwijl de ouden sterven, geen
-nieuwe man onder de jongeren opstaat!"
-
-Plotseling hield hij, eenigszins verlegen en glimlachend over zijn
-eigen onstuimigheid, op.
-
-"Neem me niet kwalijk, dat ik zoo doorsla! Ik ben nu eenmaal
-onverbeterlijk... Maar nu zullen we er werkelijk over uitscheiden;
-u komt terug, wanneer u alles gezien hebt, en dan praten we verder."
-
-Vanaf dat oogenblik was hij een innemend gastheer, en Pierre begreep
-uit de vriendelijkheid en welwillendheid, waarmede hij hem omgaf,
-hoe het hem speet te veel gesproken te hebben. Hij bezwoer hem lang
-te Rome te blijven, het niet te vlug te veroordeelen, overtuigd te
-zijn, dat Italië in den grond der zaak Frankrijk nog altijd liefhad;
-hij wilde ook, dat men Italië liefhad, een ware angst greep hem aan
-bij de gedachte, dat men het misschien niet meer liefhad. Evenals den
-vorigen avond in het paleis Boccanera was de priester zich bewust,
-dat men een soort druk op hem uitoefende om hem tot bewondering en
-liefde te dwingen. Evenals een vrouw, die voelt, dat zij niet mooi is,
-aan zich twijfelt en prikkelbaar is, was Italië bang voor den indruk,
-dien het op zijn bezoekers zou maken, trachtte het ondanks alles al
-hun liefde te behouden.
-
-Toen Orlando hoorde, dat Pierre in het paleis Boccanera logeerde, wond
-hij zich opnieuw op; hij maakte een gebaar van levendige ergernis,
-toen hij juist op hetzelfde oogenblik op de deur hoorde kloppen. Hij
-riep binnen, maar hield tevens den priester terug.
-
-"Neen, ga niet weg, ik wil weten..."
-
-Een dame kwam binnen. Zij was de veertig gepasseerd, was klein en rond,
-knap nog met haar poppengezichtje en haar vriendelijke glimlachjes,
-blond en had groene, als bronwater heldere oogen. Tamelijk goed
-gekleed zag zij er in haar reseda-kleurig toilet aardig, bescheiden
-en bezadigd uit. "Ha, ben jij het, Stefana?" zeide de grijsaard,
-terwijl hij zich liet omhelzen.
-
-"Ja, oom, ik kwam langs en wilde even zien hoe u het maakte."
-
-Het was mevrouw Sacco, een nicht van Orlando. Zij was te Napels
-geboren, haar moeder een Milaneesche, was getrouwd met den
-Napolitaanschen bankier Pagani, die later geheel geruïneerd werd. Na
-de ruïne was Stefana getrouwd met Sacco, toen nog slechts een laag
-ambtenaar bij de posterijen. Van dat oogenblik af had Sacco, die het
-huis van zijn schoonvader weer in de hoogte wilde brengen, zich in
-vreeselijke, gecompliceerde en verdachte zaken geworpen en ten slotte
-het onverwachte geluk gehad tot Kamerlid gekozen te worden. Sedert
-hij naar Rome gekomen was, om dat op zijn beurt te veroveren, had zijn
-vrouw hem in zijn verterende eerzucht moeten helpen, toilet maken en
-een salon openen; en al gedroeg zij zich daarbij wat onbeholpen, toch
-bewees zij hem diensten, die niet te verachten waren, daar zij zeer
-spaarzaam en voorzichtig was, en het huishouden op uitnemende wijze
-bestuurde, alle uitstekende en goede Noord-Italiaansche eigenschappen,
-die zij van haar moeder geërfd had en die een scherp contrast vormden
-met het onrustige karakter en de liederlijkheid van haar man, in wien
-Zuid-Italië met zijn wellustige hartstochten steeds weer opvlamde.
-
-De oude Orlando, die Sacco verachtte, had voor zijn nicht, in wie hij
-zijn eigen bloed terugvond, een zekere toegenegenheid behouden. Hij
-dankte haar voor haar vriendelijkheid en begon bijna onmiddellijk
-over het bericht in de ochtendbladen, daar hij heel goed begreep,
-dat de afgevaardigde zijn vrouw gezonden had om te hooren, hoe hij
-erover dacht.
-
-"En hoe staat het met het ministerschap?"
-
-Zij was gaan zitten en keek, zonder zich te haasten, naar de couranten,
-die op de tafel slingerden.
-
-"O, daaromtrent is nog niets bepaald, de couranten hebben te vroeg
-gesproken. Sacco is bij den minister-president ontboden en zij hebben
-samen een onderhoud gehad. Maar hij aarzelt, hij is bang niet genoeg
-op de hoogte te zijn van Landbouw. O, als het Financiën was!... En
-bovendien, hij zou nooit een besluit nemen zonder u te raadplegen. Hoe
-denkt u erover, oom?"
-
-Hij viel haar met een heftig gebaar in de rede.
-
-"Neen, neen, met zulke zaken bemoei ik mij niet."
-
-Het vlugge succes van dien avonturier Sacco, die altijd in troebel
-water vischte, was een gruwel in zijn oogen, het begin van het
-eind. Zijn zoon Luigi bracht hem tot vertwijfeling; maar als men
-bedacht, dat Luigi met zijn levendig begrip en zijn altijd nog goede
-eigenschappen, niets was, terwijl Sacco, dat warhoofd, deze eeuwige
-wellusteling, zich in de Kamer had weten te werken en nu op het punt
-stond een portefeuille te bemachtigen! Een klein, donker, uitgedroogd
-mannetje met groote, ronde oogen, uitstekende jukbeenderen en kin,
-altijd dansend en schreeuwend, zeldzaam welsprekend, met een krachtige,
-machtige en tevens streelende stem! Indringerig, van alles gebruik
-makend, verleidend en heerschzuchtig!
-
-"Versta me goed, Stefana, zeg aan je man, dat de eenige raad, dien
-ik hem geef, is zoo gauw mogelijk weer ambtenaar bij de Posterijen
-te worden, waar hij misschien diensten bewijzen kan."
-
-Den oud-soldaat ergerde het voornamelijk, dat een kerel als Sacco als
-een bandiet Rome binnengevallen was, Rome, welks verovering zooveel
-edele krachtsinspanning gekost had. Op zijn beurt veroverde Sacco het,
-ontnam het aan hen, die het zoo duur gekocht hadden, nam er bezit
-van, doch alleen om er zijn ongebreideld verlangen naar macht te
-bevredigen. Onder een vriendelijk uiterlijk was hij besloten alles te
-verslinden. Na de overwinning waren, nu de buit daar nog warm lag, de
-wolven gekomen. Het Noorden had Italië geschapen, het Zuiden ijlde nu
-op den buit af, wierp zich daarop, leefde ervan als van een prooi. En
-aan de woede van den verpletterden held lag vooral ten grondslag het
-zich steeds duidelijker openbarende antagonisme tusschen het Noorden en
-het Zuiden: het Noorden arbeidzaam en spaarzaam, politiek voorzichtig,
-ontwikkeld en open voor moderne denkbeelden; het Zuiden onwetend en
-lui, genotzuchtig, met de hinderlijke onordelijkheid in daden en den
-ledigen glans van mooie, welluidende woorden.
-
-Stefana glimlachte kalm, terwijl zij naar Pierre, die bij het raam
-was gaan staan, keek.
-
-"O, oom, dat zegt u wel, maar toch houdt u van ons, en meer dan
-eens hebt u mij een goeden raad gegeven, waarvoor ik u nog dankbaar
-ben... Onder andere in die geschiedenis met Attilio..."
-
-Zij bedoelde haar zoon, den luitenant, en zijn liefdesavontuur met
-Celia, de kleine prinses Buongiovanni, waarover alle zwarte en witte
-salons spraken.
-
-"Attilio--dat is heel wat anders!" riep Orlando uit. "Evenals jij,
-is hij van mijn bloed, en het is wonderlijk, zooals ik mij in dien
-kwajongen terugvind. Ja, hij is precies eender als ik, toen ik zoo
-oud was, en mooi en dapper en enthousiast... Je ziet, dat ik mezelf
-complimentjes maak. Maar werkelijk, ik mag Attilio heel graag, hij
-ligt me aan het hart, want hij is de toekomst, hij geeft mij mijn
-hoop terug... En hoe staat het met zijn geschiedenis?"
-
-"Och oom, die quaestie bezorgt ons heel wat verdriet. Ik heb er al
-eens met u over gesproken, maar u haalde uw schouders op en zeide,
-dat de ouders in dergelijke quaesties de jongelui hun liefdeszaken
-zelf maar in orde moesten laten brengen... Maar wij willen toch niet,
-dat men overal zegt, dat wij onzen zoon aansporen de kleine prinses
-te schaken, om dan later haar geld en haar titel te trouwen."
-
-Orlando lachte hartelijk.
-
-"Dat is me ook een bezwaar! Je man heeft je zeker opgedragen dat
-tegen me te zeggen? Ja, ik weet, dat hij in deze quaestie graag
-den fijngevoelige speelt. Maar ik zeg je nog eens, ik houd me voor
-minstens zoo netjes als hij is, en als ik een zoo openhartigen, zoo
-goed en zoo naïef-verliefden zoon had als den jouwe, dan zou ik hem
-laten trouwen met wie en zooals hij wilde... De Buongiovanni's! Lieve
-God, het zou voor de Buongiovanni's met al hun adel en al het geld,
-dat zij nog hebben, een groote eer zijn om een knappen jongen met
-zoo'n goed hart tot schoonzoon te hebben."
-
-Weer kreeg Stefana's gelaat een uitdrukking van kalme voldaanheid. Zij
-kwam zeker alleen, om dat te hooren.
-
-"Goed, oom, ik zal het aan mijn man zeggen en hij zal daar zeker
-rekening mede houden, want, al is u streng voor hem, hij heeft een
-ware vereering voor u. En wat dat ministerschap aangaat, daar komt
-misschien niets van. Sacco zal naar omstandigheden handelen."
-
-Zij was opgestaan en nam afscheid van den grijsaard, terwijl zij hem,
-evenals bij haar komst, teeder omarmde. Zij maakte hem een complimentje
-over zijn goed uitzien, vond hem nog knap en deed hem glimlachen
-door te zeggen, dat zij een dame kende, die nog dol op hem was. Na
-met een kleine buiging den zwijgenden groet van den jongen priester
-beantwoord te hebben, ging zij op haar bescheiden en kalme manier weg.
-
-Een oogenblik bleef Orlando zwijgen en hield, in zijn droefgeestige
-stemming terugvallend, zijn blik gericht op de deur; hij dacht
-ongetwijfeld aan het verdachte en pijnlijke heden, dat zoo zeer
-verschillend is van het roemrijke verleden. Plotseling wendde hij
-zich weer tot Pierre, die nog steeds wachtte.
-
-"Dus logeer je in het paleis Boccanera, vriendlief. Wat een ongeluk
-ook daar!"
-
-Maar toen de priester hem zijn gesprek met Benedetta verteld had en
-dus ook zei, dat zij nog altijd van hem hield en nooit zijn goedheid
-vergeten zou, wat er ook gebeuren mocht, maakte een ontroering zich
-van hem meester. Zijn stem beefde.
-
-"Ja, zij is een goede ziel, zij is niet slecht. Maar wat zal je eraan
-doen? Zij hield niet van Luigi en hij zelf is misschien een beetje
-heftig geweest... Die dingen zijn geen geheim meer, ik praat er vrij
-met u over, daar tot mijn groot verdriet de geheele wereld ze kent."
-
-Orlando gaf zich geheel aan zijn herinneringen over en vertelde, hoe
-gelukkig hij zich vóór het huwlijk gevoeld had bij de gedachte aan het
-wondermooie schepseltje, dat zijn dochter worden en jeugd en bekoring
-om zijn ziekestoel brengen zou. Hij had altijd een vereering gehad
-voor de schoonheid, de hartstochtelijke vereering van een minnaar,
-wiens eenige liefde steeds de vrouw gebleven zou zijn, indien het
-vaderland niet het beste van zijn wezen tot zich getrokken had. En
-Benedetta aanbad hem, vereerde hem, kwam steeds weer bij hem zitten
-in zijn klein armoedig kamertje, dat dan schitterde door den glans
-van goddelijke charme, die zij met zich bracht. Hij herleefde in
-haar frisschen adem, in den zuiveren geur en de stralende teederheid,
-waarmede hij haar omringde. Maar welk een vreeselijk drama onmiddellijk
-daarna, wat had zijn hart gebloed, toen hij niet wist, hoe hij de
-echtgenooten verzoenen moest. Hij kon zijn zoon geen ongelijk geven,
-dat hij de erkende echtgenoot wilde zijn.
-
-In den beginne, na den eersten rampzaligen nacht, na die botsing
-tusschen de beide echtgenooten, die beiden hardnekkig aan hun recht
-vasthielden, had hij gehoopt Benedetta in de armen van haar man
-terug te kunnen brengen. Maar toen zij hem weenend alles vertelde,
-hem haar oude liefde voor Dario bekende, hem haar afschuw tegen de
-daad, tegen het geven van haar maagdelijkheid aan een anderen man,
-zeide, toen begreep hij, dat zij nooit toegeven zou. Een geheel jaar
-was verloopen, hij had een jaar vastgenageld op zijn ziekestoel
-doorgebracht, terwijl onder hem, in die weelderige vertrekken,
-waarvan de geluiden zelfs niet tot zijn ooren doordrongen, dat
-hartverscheurende drama afgespeeld werd. Hoe dikwijls had hij getracht
-te luisteren, bang voor twisten, wanhopig zich niet meer nuttig te
-kunnen maken. Van zijn zoon, die zweeg, vernam hij niets; hij hoorde
-slechts nu en dan bijzonderheden van Benedetta. En dit huwlijk,
-waarin hij eens den zoo vurig verlangden band tusschen het oude en
-het nieuwe Rome gezien had, dat niet voltrokken huwlijk maakte hem
-wanhopig; het was het echec van al zijn verwachtingen, de definitieve
-ontgoocheling van zijn levensdroom. Hij zelf was ten slotte naar een
-echtscheiding gaan verlangen, zoo ondragelijk was het lijden onder
-een dergelijken toestand.
-
-"Ach, lieve vriend, nog nooit heb ik het fatale van zekere
-tegenstellingen zoo goed begrepen--en hoe men met het meest
-liefhebbende hart en het oprechtste karakter zijn ongeluk en dat van
-anderen bewerken kan."
-
-Maar de deur ging opnieuw open en ditmaal kwam, zonder geklopt te
-hebben, graaf Prada binnen. Onmiddellijk nam hij, na den bezoeker,
-die opgestaan was, vluchtig gegroet te hebben, zacht de handen van zijn
-vader en betastte die, bang, dat hij ze te warm of te koud vinden zou.
-
-"Ik kom juist van Frascati, waar ik heb moeten overnachten, zoo
-druk heb ik het met dat onderbroken bouwen. Ze hebben me gezegd,
-dat u een slechten nacht gehad hebt."
-
-"Wel neen, geen quaestie van."
-
-"O, u zoudt het nooit bekennen... Waarom blijft u er zoo hardnekkig
-bij om hier te wonen, zonder eenig gemak? Dat gaat op uw jaren niet
-meer. U zoudt me er zoo'n groot pleizier mede doen, als u een meer
-comfortabele kamer nam, waar u beter zoudt kunnen slapen."
-
-"Neen, hoor, ik denk er niet aan... Ik weet, dat je het goed met mij
-meent, beste Luigi. Maar laat ik mijn eigen zin nou maar doen. Dat
-is de eenige manier, om mij gelukkig te maken."
-
-Pierre werd diep getroffen door de innige liefde, die uit de blikken
-der beide mannen straalde, terwijl zij elkaar oog in oog aankeken. Het
-scheen hem zoo aandoenlijk, zoo prachtig mooi toe, daar toch zooveel
-tegenstrijdige denkbeelden en handelingen, zooveel verschillen,
-die een moreele breuk veroorzaakt hadden, hen scheidden.
-
-Hij vergeleek hen met belangstelling. Graaf Prada, die korter en
-gezetter was, had denzelfden energieken, krachtigen kop met borstelig
-zwart haar, dezelfde openhartige, eenigszins harde oogen in een blozend
-gezicht met dikke snor. Maar de mond verschilde, een zinnelijke,
-vraatzuchtige mond met een wolfsgebit, een bloeddorstige mond, als
-geschapen voor den avond na den slag, wanneer het er slechts nog om
-gaat in de overwinning van anderen te bijten. Dat was dan ook de reden,
-waarom men, wanneer zijn vrijmoedige oogen geprezen werden, zeide:
-"Ja, maar zijn mond bevalt mij niet." Zijn voeten waren groot, zijn
-handen dik en te breed, maar mooi.
-
-Pierre verwonderde er zich over, dat hij precies zoo was als hij
-verwacht had. Hij kende zijn geschiedenis nauwkeurig genoeg, om zich
-een beeld van den heldenzoon te kunnen vormen, dien de overwinning
-bedorven had, die met vollen mond den door het roemrijke zwaard
-van zijn vader gemaaiden oogst verslindt. Hij ging vooral na hoe de
-deugden van zijn vader van den rechten weg afgeweken waren, zich in
-het kind tot ondeugden vervormd hadden; de edelste eigenschappen
-waren ontaard, de heldhaftige, onbaatzuchtige energie was woeste
-genotzucht, de man van den slag de man van den buit geworden, sedert
-de grootsche gevoelens van geestdrift sliepen, sedert men niet meer
-vocht en te midden van den opgehoopten buit in alle kalmte plunderde
-en roofde. En de held, de met lamheid geslagen, tot onbeweeglijkheid
-gedoemde vader moest getuige zijn van de ontaarding van zijn zoon,
-den met millioenen volgepropten zakenman.
-
-Maar Orlando stelde Pierre voor.
-
-"Mijnheer de abbé Pierre Froment, over wien ik je zoo dikwijls
-gesproken heb, de schrijver van het boek, dat ik je heb laten lezen."
-
-Prada was dadelijk zeer vriendelijk en begon onmiddellijk met een
-intelligenten hartstocht over Rome te spreken als iemand, die er een
-groote moderne hoofdstad van maken wil. Hij had het na het tweede
-keizerrijk gemetamorphoseerde Parijs, het na de overwinningen van
-Duitschland vergroote en verfraaide Berlijn gezien; en volgens hem werd
-Rome, als het zich bij die beweging niet aansloot, als het niet een
-groote stad werd, die een groot volk bewonen kon, met een spoedigen
-dood bedreigd. Of een ineenstortend museum of een nieuw-geschapen,
-herboren stad.
-
-Vol belangstelling, reeds bijna gewonnen luisterde Pierre naar
-dezen welsprekenden man, wiens krachtige en heldere geest hem
-inpalmde. Hij wist hoe handig hij gemanoeuvreerd had in de zaak van
-de villa Montefiori, waarbij hij rijk geworden was en zoovele anderen
-zich geruïneerd hadden, daar hij ongetwijfeld de onvermijdelijke
-catastrophe reeds voorzien had op het oogenblik, waarop de agiowoede
-de geheele natie nog het hoofd op hol bracht. Toch ontdekte hij op
-dit wilskrachtige, energieke gezicht reeds teekenen van moeheid,
-vroegtijdige rimpels, afhangende lippen, alsof de man uitgeput
-raakte van het voortdurende strijden tusschen al die instortingen
-om hem heen, welke den grond ondermijnden en door den terugslag ook
-de best belegde fortuinen dreigden mede te sleepen. Men vertelde,
-dat Prada in den laatsten tijd ernstige zorgen gehad had; niets stond
-meer vast, alles kon opgeslokt worden ten gevolge van de financieele
-crisis, die van dag tot dag dreigender werd. Bij dezen ruwen zoon
-van Noord-Italië ontstond onder den verweekelijkenden, verderfelijken
-invloed van Rome een soort verval, een langzame verrotting. Al zijn
-hartstochten hadden hun bevrediging gezocht, hij putte er zich in uit
-door alles--zijn zucht naar geld, zijn passie voor vrouwen--hun volle
-maat te geven. Vandaar de groote, zwijgende droefheid van Orlando,
-als hij dit snelle verval van zijn veroveraarsras zag, terwijl Sacco,
-de Zuid-Italiaan, door het klimaat geholpen en als geschapen voor
-die wellustige lucht en voor die door de zon verbrande steden vol oud
-stof, er zich ontwikkelde als de natuurlijke vegetatie van den door
-de misdaden der geschiedenis gedrenkten bodem en zich er langzamerhand
-van alles, van rijkdom en macht, meester maakte.
-
-Toen de naam Sacco genoemd werd, vertelde de vader den zoon van
-Serafina's bezoek. Zonder verder iets te zeggen, keken zij beiden
-elkaar met een glimlach aan. Het gerucht liep, dat de overleden
-minister van Landbouw misschien niet dadelijk vervangen zou worden,
-dat een andere minister het departement ad interim zou leiden en men
-de opening der Kamer afwachten zou.
-
-Daarna kwam het gesprek op het paleis Boccanera, waarbij Pierre dubbel
-aandachtig toeluisterde.
-
-"Zoo, logeert u in de Via Giulia," zeide de graaf tegen hem. "Daar
-slaapt het heele oude Rome in de stilte der vergetelheid."
-
-Onbevangen sprak hij over den kardinaal en zelfs over Benedetta, de
-contessina, zooals hij zeide, wanneer hij over zijn vrouw sprak. Hij
-deed alles om geen toorn te laten blijken. Maar de jonge priester
-voelde, dat hij inwendig beefde, dat zijn hart nog bloedde en gromde
-van wrok. Bij hem brak de begeerte naar de vrouw los met de heftigheid
-van een behoefte, die onmiddellijk bevredigd moest worden; ongetwijfeld
-was dat weer een der ontaarde deugden van zijn vader: de dwepende
-geestdrift, die op het doel toesnelde en tot onmiddellijk handelen
-aanzette. Toen hij, na zijn liaison met prinses Flavia, Benedetta,
-de goddelijke nicht van een zoo mooi gebleven tante, bezitten wilde,
-had hij zich dan ook in alles geschikt; in een huwelijk, in den
-strijd tegen dat jonge meisje, dat hem niet lief had, in het zekere
-gevaar zijn geheele leven te bederven. Liever had hij Rome in brand
-gestoken dan van haar afgezien. En dat, waaraan hij thans zonder hoop
-op genezing leed, de steeds weer opengaande wonde in zijn borst was
-het bewustzijn, dat hij haar niet bezeten had, dat hij zeggen moest,
-dat zij de zijne was en zich aan hem geweigerd had.
-
-Nooit zou hij den smaad kunnen vergeten; de wond bleef in zijn
-onbevredigden hartstocht, waar de minste ademtocht het branden weer
-aanwakkerde. En onder het correcte uiterlijk verborg zich een razende,
-jaloersche en wraakzuchtige wellusteling, die tot een misdaad in
-staat was.
-
-"Mijnheer de abbé is op de hoogte," prevelde de oude Orlando met zijn
-droevige stem.
-
-Prada maakte een gebaar als om te zeggen, dat iedereen op de hoogte
-was.
-
-"O, vader, als ik niet naar u geluisterd had, zou ik mij nooit tot
-dat nietigverklaringsproces geleend hebben. De contessina zou dan wel
-verplicht geweest zijn weer in de echtelijke woning terug te keeren,
-en zich thans niet met haar liefje, dien neef Dario van haar, vroolijk
-over ons maken."
-
-Op zijn beurt wilde Orlando nu met een gebaar protesteeren.
-
-"Maar natuurlijk, vader. Waarom denkt u, dat zij van hier gevlucht
-zou zijn als het niet is, om thuis in de armen van haar minnaar te
-leven? En ik vind zelfs, dat het paleis in de Via Giulia met zijn
-kardinaal vrij vuile zaakjes verbergt."
-
-Deze strafbare, volgens hem publieke, schaamtelooze liaison was
-het gerucht, dat hij verspreidde, de beschuldiging, die hij overal
-inbracht tegen zijn vrouw. Feitelijk geloofde hij er zelf niet aan,
-daar hij het koele verstand van Benedetta, het bijgeloovige, bijna
-mystieke begrip, dat zij in haar maagdelijkheid legde, haar vasten wil
-om alleen toe te behooren aan den man, dien zij liefhad en die haar
-echtgenoot voor God was, maar al te goed kende. Doch hij vond, dat
-een dergelijke beschuldiging een goede en zeer handige politiek was.
-
-"Tusschen twee haakjes," riep hij plotseling uit, "weet u al, vader,
-dat ik inzage gehad heb van de memorie van Morano. Het staat nu vast:
-als het huwelijk niet voltrokken is kunnen worden, dan is dat ten
-gevolge van de impotentie van den echtgenoot."
-
-Hij barstte in een luiden lach uit, als wilde hij daardoor te kennen
-geven, dat hij dit het toppunt van het komische vond. Maar hij was
-onder zijn heimelijke verbittering bleek geworden, zijn lachende mond
-had een harden, wreed-moorddadigen trek; blijkbaar had slechts deze
-valsche, voor een man van zijn viriliteit zoo smadelijke beschuldiging
-van impotentie hem er toe gebracht zich in dit proces te verdedigen,
-iets, waarvan hij in den beginne niets had willen weten. Hij zou
-zich dus verzetten. Overigens was hij overtuigd, dat zijn vrouw de
-nietigheidsverklaring niet verkrijgen zou. En nog altijd lachend gaf
-hij enkele vrij brutale bijzonderheden over het gebeurde en legde uit,
-dat het niet zoo gemakkelijk was met een vrouw, die zich verzet en
-bijt en krabbelt, maar dat hij er geen eed op zou durven doen, dat
-het hem niet gelukt was. In ieder geval zou hij het bewijs vragen,
-het Godsoordeel, zooals hij, nog harder lachend om zijn grap, zeide,
-en wel voor de verzamelde kardinalen.
-
-"Luigi," zeide Orlando zacht met een blik op den jongen priester.
-
-"Ja, ik zwijg al, u hebt gelijk, vader. Maar werkelijk het is zoo
-afschuwlijk, zoo belachelijk... U weet toch wat Lisbeth gezegd heeft:
-"Arme jongen, dan moet ik dus zeker van een kleinen Jezus bevallen.""
-
-Orlando kon wederom zijn misnoegen niet onderdrukken, want hij hield
-er niet van, dat zijn zoon, wanneer er een bezoeker was, zoo openlijk
-over zijn liaison sprak. Lisbeth Kauffmann, nauwlijks dertig jaar,
-hoogblond, zeer blozend en steeds even lachend en vroolijk, behoorde
-tot de vreemdelingenkolonie; zij was weduwe, haar man was twee jaar te
-voren te Rome, waar hij genezing was komen zoeken voor een borstkwaal,
-overleden. Daar zij rijk genoeg was, om niemands hulp noodig te hebben,
-was zij, een hartstochtelijke kunstliefhebster en zelf een vrij goede
-schilderes, te Rome gebleven; zij had in de Via Principe Amadeo,
-in een der nieuwere wijken, een klein paleis gekocht, waarvan de
-groote, in een atelier veranderde, in alle jaargetijden met bloemen
-doorgeurde en met oude stoffen behangen zaal op de tweede verdieping
-aan de beau monde van Rome heel goed bekend was. Daar bewoog zij
-zich in lange blouses gekleed, in haar voortdurende vroolijkheid;
-zij was een beetje overmoedig en kon gewaagde grappen vertellen,
-doch had zich, behalve met Prada, nog niet gecompromitteerd.
-
-Hij viel blijkbaar in haar smaak en zij had zich eenvoudig aan hem
-gegeven, toen zijn vrouw hem verliet. Zij was thans in de zevende
-maand van haar zwangerschap, die zij volstrekt niet trachtte
-te verbergen; integendeel zij zag er zoo kalm en gelukkig uit,
-dat haar uitgebreide vriendenkring haar bleef bezoeken, als was
-dat in dit vrije leven van groote kosmopolitische steden van geen
-beteekenis. In de omstandigheden, waarin hij verkeerde, was Prada
-met die zwangerschap natuurlijk ten zeerste ingenomen; zij was in
-zijn oogen het beste argument tegen de beschuldiging, waaronder zijn
-manlijke trots leed. Maar zonder dat hij het zichzelf bekennen wilde,
-bloedde de ongeneeslijke wond in zijn hart er niet minder om; want
-noch dit aanstaande vaderschap, noch het vleiende bezit van de knappe
-Lisbeth wogen op tegen de bitterheid van Benedetta's weigering: haar
-wilde hij met al den hartstocht, die in hem was, bezitten, haar had
-hij vreeselijk willen straffen, omdat hij haar niet bezeten had.
-
-Pierre, die van deze liaison niet op de hoogte was, begreep niets
-van het gesprek. Daar hij zich verlegen voelde en zich een houding
-wilde geven, had hij een dik boek van de tafel genomen en zag tot
-zijn verwondering, dat het een Fransch onderwijsboek was, een van die
-handboeken voor het baccalaureaat, die een samenvatting van de in het
-programma vereischte kennis bevatten. Het was slechts een eenvoudig
-en practisch boek voor het lager onderwijs, maar het handelde over
-de geheele wiskunde, de natuur- en scheikunde, zoodat het een korte
-samenvatting was van de veroveringen der eeuw en van den tegenwoordigen
-stand van het menschelijk weten.
-
-"Zoo," riep Orlando, blij over de afleiding, uit, "kijkt u het boek
-van mijn ouden vriend Théophile Morin in. Zooals u wel weten zult,
-was hij een der duizend van Marsala en heeft hij met ons Sicilië en
-Napels veroverd. Een held!... En nu al meer dan dertig jaar geleden is
-hij naar Frankrijk teruggekeerd als eenvoudig leeraar, wat hem ook al
-niet rijk gemaakt heeft. Hij heeft dan ook een boek geschreven, dat,
-naar het schijnt, zóó goed verkocht wordt, dat hij op het denkbeeld
-gekomen is daar ook nog een voordeeltje uit te slaan door vertalingen,
-o. a. een Italiaansche... Wij zijn broeders gebleven, en hij heeft
-gedacht van mijn invloed, dien hij voor zeer gewichtig houdt, gebruik
-te maken. Maar hij vergist zich, helaas; ik geloof niet, dat het mij
-gelukken zal een uitgever ervoor te vinden."
-
-Prada, die weer correct en voorkomend geworden was, haalde zijn
-schouders op, vol van het scepticisme van zijn tijdgenooten, die
-er alleen maar op uit zijn de bestaande dingen te handhaven, om er
-zooveel mogelijk nut uit te trekken.
-
-"Waarom ook?" prevelde hij. "Er zijn al veel te veel boeken."
-
-"Neen, neen, er zijn niet te veel boeken," antwoordde de oude man
-hartstochtelijk. "We hebben boeken, steeds meer boeken noodig. Door
-het boek en niet door het zwaard, zal de menschheid de leugen
-en de ongerechtigheid overwinnen, den definitieven broedervrede
-tusschen alle volkeren veroveren... Ja, je lacht, ik weet, dat je
-dat mijn denkbeelden van 48 noemt, "vieille barbe", zooals men bij
-u in Frankrijk zegt, nietwaar mijnheer Froment? Maar daarom staat
-het niet minder vast, dat Italië dood is, als men zich niet haast
-het probleem van onderen aan te vatten, dat wil zeggen, wanneer men
-het volk niet maakt; en er bestaat maar één manier, om een volk te
-maken en menschen te scheppen, en die is, dat men ze onderwijst,
-dat men door het onderwijs de groote, verloren kracht ontwikkelt,
-die thans in onwetendheid en luiheid ten onder gaat... Ja, ja, Italië
-is geschapen, laten we thans Italianen scheppen. Boeken, boeken en nog
-eens boeken! En steeds verder voorwaarts, steeds dieper de wetenschap,
-de helderheid in, indien wij leven, goed, gezond en sterk zijn willen!"
-
-De oude Orlando, die zich half opgericht had, was met zijn machtigen
-leeuwenkop heerlijk om aan te zien; het schitterende wit van zijn
-baard en zijn hoofdhaar scheen te vlammen. En zijn kreet van hoop
-had door dit reine, in zijn gewilde armoede zoo aandoenlijke vertrek
-met zulk een hartstochtelijk vertrouwen weerklonken, dat de jonge
-priester een andere gestalte voor zich zag oprijzen, die van kardinaal
-Boccanera, geheel zwart, slechts het haar wit als sneeuw, eveneens
-bewonderenswaardig in zijn heldhaftige schoonheid, hoog opgericht
-midden in zijn in puin vallend paleis, waarvan de vergulde balken op
-zijn schouders dreigden neer te storten. O, deze groote stijfkoppen,
-die geloovigen, die ouders, die manlijker, hartstochtelijker blijven
-dan de jongen! Deze twee stonden aan twee tegenover elkaar liggende
-einden van meeningen, daar zij niet één gemeenschappelijke idee, niet
-één gemeenschappelijke liefde hadden, en toch schenen zij alleen in
-dit oude Rome, waar alles in stof vervloog, onverwoestbaar en als twee
-gescheiden broeders onbeweeglijk aan den horizont te staan en over de
-stad heen hun protest uit te schreeuwen. De aanblik van deze beiden
-in hun grootschheid, in hun eenzaamheid, in hun verheven zijn boven
-de dagelijksche laagheid, vulde een dag met een droom der eeuwigheid.
-
-Prada had dadelijk met kinderlijk-bezorgden druk de handen van den
-ouden man in de zijne genomen, om hem te kalmeeren.
-
-"Ja, ja, vader, u hebt gelijk, gelijk zooals altijd, en ik ben een
-domkop, om u tegen te spreken. Maar ik smeek u, beweeg u niet zoo,
-uw plaid valt af en uw voeten zullen weer koud worden."
-
-Hij knielde naast zijn vader neer en legde de plaid met oneindige
-zorg weer goed; daar bleef hij ondanks zijn vier-en-veertig jaar
-als een kleine jongen op den grond zitten en sloeg zijn vochtige, in
-zwijgende vereering smeekende oogen naar hem op, terwijl de oude man,
-kalm nu en ontroerd, met bevende vingers zijn haar streelde.
-
-Pierre was langer dan twee uur daar geweest, toen hij eindelijk,
-zeer getroffen en ontroerd door alles wat hij gezien en gehoord had,
-afscheid nam. Opnieuw moest hij beloven terug te komen, om langer
-te praten. Buiten gekomen, liep hij op goed geluk verder. Het was
-nog geen vier uur; hij wilde in dit heerlijke uur, waarin de zon aan
-den verfrischten, onmetelijk blauwen hemel daalde, zonder een vooraf
-vastgesteld plan dwars door Rome slenteren. Maar bijna onmiddellijk
-bevond hij zich in de Via Nazionale, die hij den vorigen dag bij zijn
-aankomst doorgereden had; hij herkende de groene, naar het Quirinaal
-loopende tuinen, de witachtige, buitensporig groote Bank, de pijnboomen
-van de villa Aldobrandini; dan zag hij bij de kromming, toen hij staan
-bleef, om de Trajanuszuil, die nu als een donkere schacht tegen den
-achtergrond van het reeds door de schemering gevulde lage plein afstak,
-nog eens te zien, plotseling tot zijn groote verbazing een victoria
-stilhouden, waaruit een jonge man hem beleefd riep, terwijl hij hem
-met zijn hand wenkte.
-
-"Mijnheer de abbé Froment! Mijnheer de abbé Froment!"
-
-Het was de jonge prins Dario Boccanera, die zijn dagelijkschen
-wandelrit op den Corso ging maken. Bijna altijd à court d'argent,
-leefde hij nog slechts van de vrijgevigheid van zijn oom, den
-kardinaal. Maar evenals alle Romeinen zou hij, als het noodig was,
-droog brood gegeten hebben, om zijn rijtuig, zijn paard en zijn
-koetsier te kunnen houden. In Rome is een rijtuig een onontbeerlijke
-luxe.
-
-"Als u wilt instappen, mijnheer de abbé, zal het mij een genoegen
-zijn u iets van onze stad te laten zien."
-
-Ongetwijfeld wilde hij, door voorkomend te zijn jegens haar protégé,
-Benedetta een pleizier doen. En bovendien vond hij het, daar hij niets
-anders te doen had, aardig den jongen priester, die, naar men zeide,
-zoo intelligent was, in te wijden in wat hij voor de bloem van Rome,
-het onnavolgbare leven hield.
-
-Pierre moest het wel aannemen, ofschoon hij liever alleen zijn
-wandeling voortgezet had. Toch interesseerde hem de jonge man,
-deze laatstgeborene van een uitgeput ras; van wien hij voelde,
-dat hij niet tot denken of handelen in staat was. doch die verder
-ondanks zijn trots en zijn indolentie zeer innemend was. Veel meer
-Romein dan patriot, had hij nooit de geringste neiging gehad zich te
-rallieeren, hij leefde liever in afzondering en niets doen. Ondanks
-zijn hartstochtelijk karakter deed hij geen dwaasheden, daar hij zeer
-practisch en overleggend was, zooals trouwens de meesten van zijn
-stadgenooten niettegenstaande hun schijnbare onstuimigheid. Zoodra het
-rijtuig, na de piazza de Venezia overgestoken te zijn, op den Corso
-gekomen was, liet hij zijn kinderlijke ijdelheid, zijn liefde voor
-het gelukkige en vroolijke leven buitenshuis onder den mooien hemel
-blijken. En dat alles drukte hij zoo duidelijk uit in het eenvoudige
-gebaar, waarmede hij zeide:
-
-"De Corso!"
-
-Evenals den vorigen dag was Piere één en al verbazing. Weer strekte
-de lange en smalle straat zich uit tot de piazza del Popolo, geheel
-wit van licht, slechts met dit onderscheid, dat nu de huizen aan
-den rechterkant in de zon baadden, terwijl die aan de linkerzijde in
-de schaduw lagen. Wat, was dat de Corso? Deze halfdonkere, tusschen
-hooge, zware gevels ingedrukte loopgraaf! Deze armoedige weg, waar
-hoogstens drie rijtuigen naast elkaar konden rijden, die door dicht
-op elkaar gedrongen winkels met hun etalages van klatergoud omzoomd
-werd. Geen vrije ruimte, geen wijde horizonten, geen schaduwgevend,
-verfrisschend groen. Niets dan een stooten, een dringen en een
-bijna verstikken langs de kleine trottoirs onder een kleine reepje
-hemel. Vergeefs noemde Dario hem de historische en weelderige paleizen:
-palazzo Bonaparte, palazzo Doria, palazzo Odelscachi, palazzo Sciarra,
-palazzo Chigi; vergeefs wees bij hem de piazza Colonna met de zuil van
-Marcus Aurelius, het drukste plein der stad, waar steeds een groote
-menigte pratend en kijkend rondslentert; vergeefs deed hij hem, tot
-aan de piazza del Popolo, de kerken, de huizen, de dwarsstraten, de
-via Candotti, aan het einde waarvan in de glorie van de ondergaande
-zon, de Santa Trinità dei Monti als goud boven de triomphantelijke
-Spaansche trap oprees, bewonderen,--Pierre bleef den teleurstellenden
-indruk houden van een straat zonder breedte en zonder licht. De
-paleizen schenen hem droefgeestige ziekenhuizen of kazernes toe;
-de piazza Colonna toonde een jammerlijk gemis aan boomen; alleen
-de Santa Trinità dei Monti had hem door haar schittering als in een
-verre apotheose betooverd.
-
-Maar nu ging het van de piazza del Popolo weer naar de piazza de
-Venezia terug, en weer terug, en nogmaals terug, twee-, drie-,
-viermaal, onvermoeibaar. Dario was in zijn element, liet zich zien,
-keek rond, groette, werd gegroet. Op de twee trottoirs slenterde een
-dicht op elkaar gedrongen menigte, wier oogen zich tot achter in de
-rijtuigen boorden, wier handen de handen van hen, die erin zaten,
-hadden kunnen drukken. Langzamerhand werd het aantal rijtuigen zóó
-groot, dat de ononderbroken, vast aaneengesloten dubbele rij verplicht
-was stapvoets te gaan. Bij het voortdurend langs elkaar gaan van
-degene, die heen-, en van degene, die terugreden, kon men elkaar
-aanraken, elkaar goed opnemen. Geheel Rome drong zich hier samen,
-hoopte zich op in de kleinst denkbare ruimte; het waren menschen, die
-elkaar kenden en elkaar hier weer vonden als in de vertrouwelijkheid
-van een salon; menschen, die niet op vertrouwelijken voet met elkaar
-stonden en tot tegenovergestelde kringen behoorden, maar hier tegen
-elkaar aan stieten en elkaar tot in de ziel kijken konden. Nu ging
-Pierre een licht op; hij begreep den Corso, de oeroude gewoonte,
-den hartstocht en de glorie der stad. Ja, het genot lag juist in de
-nauwte van de straat, in dat gedwongen tegen elkaar stooten, waardoor
-onverwachte ontmoetingen, de bevrediging van nieuwsgierigheid, het
-ten toon spreiden van ijdelheid, het voeren van eindelooze gesprekken
-mogelijk werd. De geheele stad zag hier elkaar dagelijks terug, liet
-zich zien, loerde op elkaar, het was een op den duur zoo dringende
-behoefte geworden om elkaar zóó te zien, dat een man van goede familie,
-die den Corso meed, als een wilde beschouwd werd, die buiten zijn
-kringen, zonder couranten leefde.
-
-Dario glimlachte steeds door, boog steeds weer ten groet; hij noemde
-Pierre prinsen en prinsessen, hertogen en hertoginnen, klinkende
-namen, wier glans de geschiedenis vulde, wier klankrijke lettergrepen
-het op elkaar botsen van wapenrustingen in den slag, de pauselijke
-processies met haar purper ornaat, haar gouden tiara's, haar heilige,
-van juweelen fonkelende gewaden voor den geest riepen. Maar Pierre zag
-tot zijn wanhoop dikke dames, kleine heeren, opgeblazen of ziekelijke
-wezens, die door de moderne kleeding nog leelijker werden. Toch
-vielen enkele knappe vrouwen op, vooral jonge meisjes, zwijgend, met
-groote, heldere oogen. Toen Dario, hem het paleis Buongiovanni wees,
-een grooten gevel uit de zeventiende eeuw met door lofwerk omgeven
-ramen, voegde hij er lachend aan toe:
-
-"Kijk, daar staat Attilio op het trottoir... U weet wel, de jonge
-luitenant Sacco!"
-
-Met een hoofdknikje antwoordde Pierre, dat hij op de hoogte
-was. Attilio, in zijn uniform, jong met zijn levendig en flink
-uiterlijk en zijn open gezicht, waarin de blauwe oogen van zijn moeder
-liefdevol glansden, nam hem dadelijk voor zich in. Hij was inderdaad
-de jeugd en de liefde in hun geestdriftige en zich om de toekomst
-niet bekommerde hoop.
-
-"U zult zien," ging Dario voort, "dat hij, wanneer we terugkomen,
-er nog staat. Let maar op, dan zal ik u tevens nog op iets anders
-opmerkzaam maken ook."
-
-Hij sprak vroolijk over de jonge meisjes, die in den Sacré-Coeur in zoo
-strenge afzondering opgevoede en verder meestal zoo onwetende jonge
-prinsessen en hertoginnen, die daarna haar opvoeding voltooiden in
-de rokken van haar moeder, met haar den verplichten wandelrit op den
-Corso maakten en de eindelooze dagen verder leefden in de afzondering
-der sombere paleizen. Maar welke stormen woedden in deze zwijgende
-zielen, waarin niemand nog was afgedaald! Hoe wies onder die passieve
-gehoorzaamheid, onder die schijnbare onwetendheid omtrent dat, wat
-haar omringde, soms haar wilskracht op! Hoevelen wilden hardnekkig haar
-leven zelf maken, den man, die in haar smaak vallen zou, zelf kiezen,
-hem hebben tegen de geheele wereld in. En de geliefde werd onder
-den stroom van jonge mannen op den Corso gezocht en uitverkoren; de
-geliefde werd onder de wandeling met de oogen gevischt, met de reine
-oogen, die spraken, wier blik voor de bekentenis, voor de algeheele
-overgave voldoende waren, zonder dat één ademtocht over de kuisch
-gesloten lippen behoefde te komen. Ten slotte kwamen dan de in de kerk
-heimelijk overhandigde liefdesbrieven, maakte de omgekochte kamenier
-de in den beginne zoo onschuldige ontmoetingen makkelijk. Ten slotte
-volgde dan aan het eind dikwijls een huwlijk.
-
-Celia nu had Attilio gewild vanaf het eerste oogenblik, dat hun
-blikken elkaar ontmoet hadden op een doodelijk vervelenden dag, dat
-zij hem voor het eerst uit een raam van het paleis Buongiovanni had
-gezien. Hij keek toevallig op en zij had, terwijl zij zichzelf met
-haar groote, reine oogen, die in de zijne rusten bleven, gaf, hem
-voor eeuwig gevangen. Zij was slechts een liefhebbende vrouw--niets
-meer. Hij viel in haar smaak, zij wilde hèm, hèm en geen ander. Zij zou
-desnoods twintig jaar op hem gewacht hebben, maar zij hoopte hem door
-de kalme hardnekkigheid van haar wil dadelijk te veroveren. Allerlei
-verhalen omtrent vreeselijke uitbarstingen van woede van haar vader,
-die zich echter te pletter liepen tegen haar eerbiedig en halsstarrig
-zwijgen, deden de rondte. De prins, van gemengd bloed, de zoon van
-een Amerikaansche en zelf de echtgenoot van een Engelsche, streed
-slechts, om te midden van de instortingen om hem heen, zijn naam en
-zijn vermogen intact te houden.
-
-Het gerucht liep, dat tengevolge van een woordenwisseling, waarin hij
-haar voor de voeten wierp niet voldoende over haar dochter gewaakt
-te hebben, de prinses met al den hoogmoed en al het egoïsme van een
-vreemdelinge, die vijf millioen medegebracht had, in verzet gekomen
-was. Was het niet voldoende, dat zij hem vijf kinderen geschonken
-had? Zij bracht haar dagen in aanbidding van zichzelf door, bemoeide
-zich niet met Celia, liet het huishouden, waarin de storm woedde,
-aan zichzelf over.
-
-Maar het rijtuig reed opnieuw langs het paleis en Dario waarschuwde
-Pierre.
-
-"Ziet u, daar is Attilio weer... En kijk nu eens naar boven naar het
-derde raam van de eerste verdieping."
-
-Het was een kort, maar charmant tooneeltje. Pierre zag een hoekje
-van het gordijn wat ter zijde trekken en het zachte gezichtje van
-Celia, een reine, gesloten lelie, werd zichtbaar. Zij glimlachte
-niet, zij bewoog zich niet. Niets was uit dien kuischen mond en die
-heldere oogen te lezen. Toch trok zij Attilio tot zich, gaf zij zich
-onvoorwaardelijk aan hem. Het gordijn viel weer neer.
-
-"Die kleine heks!" prevelde Dario. "Wie kan ooit weten, wat er achter
-zooveel onschuld verborgen ligt?"
-
-Toen Pierre omkeek, zag hij Attilio daar nog steeds met opgeheven
-hoofd staan; ook zijn gezicht was bewegingloos en bleek, zijn mond
-gesloten, zijn oogen wijd geopend. En deze grenzenlooze liefde in haar
-plotselinge almacht, de ware, eeuwige en jonge liefde, die zich verhief
-boven de eerzucht, en de berekeningen van de omgeving, trof hem diep.
-
-Dan gaf Dario zijn koetsier bevel naar den Pincio te rijden: den op
-mooie middagen verplichten rit naar den Pincio. Eerst kwamen zij
-de piazza del Popolo over, het ruimste en regelmatigste plein van
-Rome, met zijn in aanleg zijnde straten, zijn symmetrische kerken,
-zijn obelisk in het midden, zijn twee boomgroepen, die aan beide
-zijden van den kleinen, witten rijweg, tusschen de ernstige, door de
-zon vergulde gebouwen tegenover elkaar staan. Dan reed het rijtuig
-rechts den oprit van den Pincio op, een prachtigen, met bas-reliefs,
-standbeelden en fonteinen versierden zigzagweg, een apotheose van
-marmer, een herinnering aan het oude Rome, die zich tusschen het groen
-opricht. Maar de tuin bovenop kwam Pierre klein voor, niet veel meer
-dan een groot plein, een vierkant met vier lanen, die noodig waren,
-om de equipages eindeloos te kunnen laten keeren en draaien. Een
-ononderbroken rij borstbeelden van beroemde mannen uit het oude en
-nieuwe Italië liep langs de alleeën heen. Pierre bewonderde vooral
-de boomen, de zeldzaamste, met groote zorg gekozen en onderhouden
-boomsoorten, bijna alle met altijd groen loof, waardoor hier zoowel in
-den zomer als in den winter een heerlijke, in alle tinten van groen
-genuanceerde schaduw verkregen werd. Het rijtuig begon nu door de
-mooie frissche lanen achter de andere equipages, die één onafgebroken
-stroom vormden, te rijden.
-
-Pierre merkte in een donkerblauwe, elegant bespannen victoria een
-jonge dame alleen op. Zij was knap, klein, kastanjebruin met een
-matte tint, groote zachte oogen, en zag er bescheiden en verleidelijk
-eenvoudig uit. Bij haar streng costuum van feuille-morte-zijde droeg
-zij een grooten, eenigszins extravaganten hoed. Toen Dario haar vrij
-onbeschaamd opnam, vroeg de priester hem haar naam, wat den jongen
-prins deed glimlachen. O, niemand, Tonietta, een van de weinige
-demi-mondaines, waarover Rome sprak.
-
-Dan vertelde hij, met de openhartige vrijmoedigheid van zijn ras
-in liefdesquaesties, bijzonderheden: haar afkomst was niet met
-volkomen zekerheid bekend; sommigen beweerden, dat zij de dochter
-van een kroegbaas in Tivoli was, anderen daarentegen beweerden,
-dat een Napolitaansche bankier haar vader was. Doch hoe dit zij,
-in ieder geval was het een zeer intelligent meisje, dat zich een
-zekere beschaving eigen gemaakt had en uitstekend wist te ontvangen
-in haar klein paleis in de Via dei Mille, dat zij van den ouden,
-thans overleden markies Manfredi gekregen had. Zij afficheerde zich
-niet, had nooit meer dan één amant tegelijk, en de prinsessen en
-hertoginnen, die dagelijks op den Corso door haar in onrust geraakten,
-vonden haar fatsoenlijk. Een bijzondere eigenschap had haar vooral
-beroemd gemaakt; meermalen maakte een zoo hartstochtelijke passie zich
-van haar meester, dat zij zich voor niets aan haar geliefde gaf en
-alleen iederen ochtend een ruiker witte rozen van hem wilde hebben,
-zoodat de menschen, wanneer zij haar dikwijls weken achtereen met
-deze reine rozen, dezen witten bruidsbouquet op den Pincio zagen,
-met liefdevol welgevallen naar haar keken.
-
-Maar Dario viel zichzelf in de rede om plechtig een dame, die alleen
-in gezelschap van een heer in een grooten landauer voorbij reed,
-te groeten. En hij zeide eenvoudig tot den priester:
-
-"Mijn moeder."
-
-Pierre kende haar, althans vicomte de la Choue had hem het een en
-ander over haar verteld: haar tweede huwelijk op vijftigjarigen
-leeftijd na den dood van prins Onofrio Boccanera; de manier, waarop
-de nog altijd mooie vrouw precies als een jong meisje op den Corso,
-een knappen, vijftien jaar jongeren man, die in haar smaak viel,
-met haar blikken gevischt had; en wie die man, die Jules Laporte,
-was, een oud-sergeant der Zwitsersche garde, naar men beweerde, een
-voormalige commis-voyageur in reliquieën, die gecompromitteerd was
-geweest in een geruchtmakende zaak van valsche reliquieën; hoe zij
-van hem een markies Montefiori gemaakt had van statig voorkomen--de
-laatste van de geluksridders in het legendarische land, waar de
-herders met koninginnen trouwen.
-
-Toen een volgende maal de groote landauer weer voorbij reed,
-nam Pierre hen beiden goed op. De markiezin was werkelijk nog
-verbazingwekkend in haar tot vollen bloei gekomen, klassiek-Romeinsche
-schoonheid, groot, flink gebouwd, hoogblond, met een godinnekop
-met regelmatige, eenigszins domme trekken; alleen het lichte dons,
-waarmede haar bovenlip bedekt was, verried haar leeftijd. De markies,
-deze geromaniseerde Zwitser uit Genève, maakte met zijn breede,
-krachtige officiersschouders en zijn opgedraaide snor werkelijk
-een imposanten indruk; hij was niet dom, heel vroolijk en plooibaar
-en zeer onderhoudend in gezelschap van dames. Zij was zóó trotsch
-op hem, dat zij hem overal medesleepte en ten toon stelde; zij was
-met hem het leven opnieuw begonnen, alsof zij twintig jaar was, en
-verteerde in zijn armen het kleine, uit de catastrophe van de villa
-Montefiori geredde vermogen. Zij vergat haar zoon zóó volkomen, dat
-zij hem menigmaal slechts op den wandelrit zag en als een toevallige
-kennis groette.
-
-"Laten we naar den zonsondergang achter de St. Pieter gaan
-kijken!" zeide Dario in zijn rol van consciëntieus vreemdelingengids.
-
-Het rijtuig keerde naar het terras terug, waar een militaire kapel met
-vreeselijke uitbarstingen der koperinstrumenten speelde. Verschillende
-equipages stonden reeds stil om te luisteren, terwijl een steeds
-grooter wordende menigte voetgangers, eenvoudige wandelaars, zich om
-de tent opgehoopt hadden. Van dat bewonderenswaardige, zeer hooge en
-zeer breede terras ontrolde zich een der heerlijkste panorama's van
-Rome. Aan de overzijde van den Tiber, boven den vaalbleeken chaos van
-de nieuwe wijk der Prati del Castello, verrees de St. Pieter tusschen
-het groen van den Monte Mario en den Janiculus. Dan kwam links de
-geheele oude stad, een eindelooze vlakte van daken, een deinende,
-onafzienbare zee van gebouwen. Doch steeds weer keerden de blikken
-terug naar de St. Pieter, die in reine en majestueuse grootschheid in
-het azuur troonde. En de langzame zonsondergangen achter den kolos,
-achter in den grenzenloozen hemel maken, van af dit terras gezien,
-een verheven indruk.
-
-Nu eens is het een ineenstorten van bloedroode wolken, zijn het
-veldslagen van reuzen, die met bergen tegen elkander strijden en onder
-de monsterachtige ruïnes van brandende steden verpletterd worden. Dan
-weer teekenen zich tegen een donker meer slechts roode scheuren af,
-alsof een lichtnet uitgeworpen was, om tusschen de algen de verdwenen
-dagvorstin weer op te visschen. Weer een ander maal is het een rose
-nevel, een zacht stof, dat een regenbui in de verte, waarvan het
-gordijn over het mysterie van den horizont getrokken is, met paarlen
-doorstreept heeft. Weer een ander maal is het een triomftocht van
-purper en goud, wolkenwagens, die over een vuurstraat rijden, galeien,
-die over een azuren zee trekken, prachtvolle en phantastische stoeten,
-die in den geleidelijk dieper wordenden afgrond der schemering afdalen.
-
-Maar dien avond ontvouwde zich voor Pierre het schouwspel in een
-kalme, verblindende grootschheid. Eerst, juist boven den dom van
-de St. Pieter, was de zon, in een smetteloozen, diepblauwen hemel
-ondergaande, nog zóó schitterend, dat het oog haar glans niet verdragen
-kon. In die flikkering scheen de dom als witgloeiend, als een dom van
-vloeibaar zilver, terwijl de wijk ernaast, de daken van den Borgo,
-als in een zee van gloed veranderd was. Dan, naarmate de zon verder
-daalde, nam haar gloed af, kon men haar aanschouwen; en weldra gleed
-zij majestueus langzaam achter den dom, die zich diepblauw afteekende;
-tot, geheel erachter schuilgaand, de dagvorstinne niets meer was dan
-een aureool, een lichtkring, waaruit kroonvormige, vlammende stralen
-schoten. En dan begon het droombeeld, de zeldzame belichting der
-ramenrij, die zich onder den koepel uitstrekt; het licht veranderde
-ze in de roodgloeiende openingen van een smeltoven, zoodat men
-had kunnen gelooven, dat de dom een in de lucht hangend, door het
-geweld der vlammen opgeheven en gedragen kolenvuur was. Dat duurde
-nauwlijks drie minuten. Beneden doken de reeds niet meer duidelijk te
-onderscheiden daken van den Borgo weg in violette dampen, terwijl de
-horizont zich van den Janiculus tot den Monte Mario in een duidelijk
-zwarte lijn afteekende; nu werd op zijn beurt de hemel purper en goud,
-een oneindige rust van bovenaardsche helderheid over de verdwijnende
-aarde. Het laatst gingen de ramen uit, ging de hemel uit, bleef alleen
-nog in den invallenden nacht de onbestemde, steeds vager wordende
-ronding van den dom van de St. Pieter.
-
-En door een heimelijke gedachtenverbinding zag Pierre op dat oogenblik
-nogmaals de hooge, droefgeestige en ten ondergang neigende gestalten
-van kardinaal Boccanera en den ouden Orlando voor zich oprijzen. Op den
-avond van dien dag, waarop hij na elkaar deze in hun verwachtingen zoo
-groote mannen had leeren kennen, stonden zij beiden aan den horizont
-boven hun vernederde stad, aan den rand van den hemel, dien de dood
-scheen te grijpen. Zou dan alles zoo met hen instorten, alles in den
-nacht van den afgeloopen tijd uitgaan en verdwijnen?
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE HOOFDSTUK
-
-
-Den volgenden dag kwam Narcisse wanhopig aan Pierre vertellen, dat
-zijn neef, monsignor Gamba del Zoppe, de geheime kamerheer, onder
-voorwendsel, dat hij ziek was, twee of drie dagen tijd gevraagd had,
-voor hij den jongen priester ontvangen en zich met zijn audiëntie
-bezig houden kon. Pierre was dus tot niets doen veroordeeld, daar
-hij niet langs een anderen weg een poging durfde wagen om den paus
-te spreken, want men had hem zóó bang gemaakt, dat hij vreesde door
-een onhandigen stap alles te zullen bederven. En daar hij toch iets
-doen moest, om den tijd te dooden, begon hij Rome te bezichtigen.
-
-Zijn eerste bezoek gold de ruïnes van den Palatinus. Reeds om acht
-uur 's ochtends, bij een helderen hemel, ging hij alleen op weg en
-begaf zich naar den in de Via Santo Teodoro gelegen ingang, een hek,
-omgeven door de woningen der bewakers. Dadelijk kwam een van dezen
-naar hem toe en bood zich als gids aan. Pierre had liever op goed
-geluk af willen rondzwerven, maar hij vond het moeilijk het aanbod van
-den man, die zeer vloeiend en met een vriendelijk glimlachje Fransch
-sprak, te weigeren. Het was een klein, ineengedrongen mannetje, een
-oud-soldaat van even boven de zestig, met een vierkant, opgeblazen,
-door een dikke, grijze snor in tweeën gedeeld gezicht.
-
-"Als mijnheer de abbé zoo goed wil zijn mij te volgen... Ik zie, dat
-mijnheer de abbé een Franschman is. Ik ben een Piemontees en ken de
-Franschen goed: ik heb aan hun zijde bij Solferino gevochten. Ja, ja,
-men kan zeggen wat men wil, maar je vergeet het niet zoo gauw, wanneer
-je wapenbroeders geweest bent... Hier rechtsaf, als het u blieft!"
-
-Toen Pierre opkeek, zag hij de reeks cypressen, die het plateau
-van den Palatinus omzoomen en die hij den dag van zijn aankomst van
-af den Janiculus gezien had. In de zoo teerblauwe lucht maakte het
-donkere groen van die boomen den indruk van zwarte franje. Behalve
-deze zag men niets, de helling strekte zich kaal en naakt, vuil
-stofgrijs uit, bestrooid met enkele kreupelboschjes, te midden waarvan
-stukken van oude muren uitstaken. Het was de verwoesting, de vlekkige
-troosteloosheid der opgravingen, waarvoor alleen de geleerden zich
-kunnen opwinden.
-
-"De paleizen van Tiberius, Caligula en der Flavii liggen daar in de
-hoogte," ging de gids voort. "Maar die bewaren wij voor het laatst,
-we zullen eerst een rondgang maken."
-
-Toch ging hij wat links af en bleef voor een uitholling, een soort
-grot in de helling van den berg, staan.
-
-"Dit is het wolvenhol, waar de wolvin Romulus en Remus zoogde. Vroeger
-was aan den ingang nog de vijgeboom Rominalis te zien, die de
-tweelingen tegen regen en zon beschermde."
-
-Pierre kon een glimlach niet onderdrukken, zoo eenvoudig en
-vast overtuigd van de waarheid van wat hij zeide, gaf de man zijn
-uitleggingen, zóó trotsch bovendien op al dien ouden roem, als ware
-het de zijne. Maar toen de oud-soldaat hem bij de grot de sporen van
-Roma quadrata gewezen had, overblijfselen van muren, die werkelijk uit
-den tijd van Rome's stichting te stammen schenen, begon Pierre zich
-te interesseeren, deed een eerste ontroering zijn hart kloppen. Dit
-kwam natuurlijk niet, omdat het zoo'n wondermooi schouwspel was, want
-het waren slechts enkele blokken gehouwen steen, die zonder cement of
-kalk op elkaar gelegd waren, maar een verleden van zeven-en-twintig
-eeuwen rees hier voor zijn geest op, en deze afgebrokkelde, zwart
-geworden steenen, die een zoo machtig gebouw van pracht en almacht
-gedragen hadden, kregen een buitengewone majesteit.
-
-Zij zetten hun rondgang voort en liepen nu naar rechts, steeds langs
-de helling van den berg. De annexen der paleizen moesten tot hier
-geloopen hebben: overblijfselen van portieken, ingestorte zalen,
-nog staande gebleven zuilen en friezen omzoomden het hobbelige pad,
-dat tusschen kerkhofgrassen slingerde; de gids, die dat, wat hij
-wist, zoo goed vertelde, omdat hij het nu al tien jaar lang iederen
-dag herhaald had, bleef de onzekerste hypothesen ten beste geven,
-terwijl hij aan iederen puinhoop een verhaal toevoegde.
-
-"Het paleis van Augustus," zeide hij eindelijk met een gebaar van
-zijn hand naar de aardophoopingen.
-
-Ditmaal waagde Pierre, die absoluut niets zag, te vragen:
-
-"Waar dan?"
-
-"O, mijnheer de abbé, het schijnt, dat aan het einde van de vorige
-eeuw de gevels nog stonden. Je kwam er van den anderen kant, van
-de Sacra Via, in. Aan dezen kant was er een groot balkon, dat den
-grooten Circus Maximus beheerschte, en vanwaar men de spelen zien
-kon. Overigens is het paleis, zooals u constateeren kunt, nog bijna
-geheel begraven onder dien grooten tuin boven, den grooten tuin van de
-villa Mills. Wanneer men geld genoeg voor de opgravingen hebben zal,
-zal men het terugvinden, dat is zeker, evenals den tempel van Apollo
-en dien van Vesta, welke ernaast stonden."
-
-Hij wendde zich nu naar links en ging het Stadium binnen, den kleinen
-circus voor de wedloopen, die zich vlak langs de zijde van het paleis
-van Augustus uitstrekte; nu begon ook de priester zich te interesseeren
-en geestdriftig te worden. Niet dat zich hier een voldoende bewaard
-gebleven ruïne, die een monumentalen aanblik opleverde, bevond;
-geen zuil was op haar plaats gebleven en alleen de muren aan den
-rechterkant stonden nog, maar men had het geheele plan teruggevonden,
-de grenssteenen aan ieder einde, de zuilengang om de baan, de groote
-loge van den keizer, die, nadat zij links in het paleis van Augustus
-geweest was, vervolgens in het paleis van Septimius Severus ingemetseld
-was en naar rechts uitkeek. En de gids liep nog steeds te midden van
-die verstrooide puinhoopen, gaf uitvoerige en preciese uitleggingen,
-verzekerde, dat de heeren der directie van de uitgravingen hun Stadium
-tot in de kleinste bijzonderheden vastgesteld hadden, zoodat zij bezig
-waren er een nauwkeurig plan van te maken met de juiste plaats der
-zuilen, de standbeelden in hun nissen, het soort marmer, waarmede de
-muren bedekt waren.
-
-"O, de heeren zijn volkomen op hun gemak," eindigde hij zijn
-uitlegging, terwijl hij zelf een gelukzalig gezicht trok. "De
-Duitschers zullen geen aanmerking kunnen maken en hier niet alles
-ondersteboven gooien, zooals zij op het Forum gedaan hebben, waar
-je niet meer weet, waar je bent, sedert zij er met hun wetenschap
-gekomen zijn."
-
-Pierre glimlachte en zijn belangstelling nam nog toe, toen hij
-langs gebroken trappen en over gaten geslagen houten bruggen in de
-reusachtige ruïnes van het paleis van Septimius Severus gekomen
-was. Het paleis verhief zich op de Zuidpunt van den Palatinus en
-zag eindeloos ver uit op de Via Appia en de Campagna Romana. Alleen
-de onderbouw ervan bestaat nog, de onderaardsche zalen, die onder de
-bogen van het terras aangebracht zijn, waarmede men het te bekrompen
-geworden plateau van den berg uitgebreid had. En deze blootgelegde
-onderbouw was voldoende om een denkbeeld te geven van het prachtige
-paleis, dat erop rustte, zoo reusachtig en machtig als deze in zijn
-onverwoestbare massa gebleven is. Hier verhief zich het beroemde
-Septizonium, de toren met zijn zeven verdiepingen, die eerst in
-de veertiende eeuw verdwenen is. Hier bevindt zich nog een door
-cyclopische arcaden gedragen terras, vanwaar men een schitterend
-uitzicht heeft. Vervolgens komt niets dan een opeenhooping van dikke,
-half ingestorte muren, gapende afgronden te midden van ingevallen
-zolderingen, rijen van eindelooze gangen en reusachtige zalen, waarvan
-de bestemming niet bekend is. Al deze door de nieuwe administratie goed
-onderhouden, schoongeveegde en van onkruid bevrijde ruïnes hebben haar
-romantische woestheid verloren, om een kale en sombere grootschheid aan
-te nemen. Maar stralen van de levende zon verguldden de oude muren,
-drongen door spleten tot achter in de donkere zalen door, brachten
-met hun schitterend stof leven in de zwijgende droefgeestigheid van
-deze doode majesteit, die uitgegraven was uit de aarde, waarin zij
-sedert eeuwen geslapen had. Over de oude, roodachtige, van tegels
-gemaakte en van hun prachtige marmerbekleeding beroofde muren legde
-de purpermantel der zon opnieuw een vorstelijke glorie.
-
-Pierre liep nu reeds bijna anderhalf uur rond en nog moest hij de
-menigte voorste paleizen op het plateau zelf bezichtigen.
-
-"Wij moeten teruggaan," zeide de gids. "Zooals u ziet, versperren
-de tuinen der villa Mills en het klooster van Santa Bonaventura ons
-den weg. We zullen er eerst door komen, wanneer de opgravingen hier
-deze geheele zijde blootgelegd hebben. O, mijnheer de abbé, wanneer
-u een kleine vijftig jaar geleden hier op den Palatinus gewandeld
-hadt! Ik heb plattegronden uit dien tijd gezien. Het waren niets
-dan wijngaarden, niets dan kleine, door heggen afgesloten tuinen,
-een echte Campagna, een echte woestijn, waarin je geen levende ziel
-ontmoette... En te moeten denken, dat al deze paleizen daaronder
-sliepen!"
-
-Pierre volgde hem, zij liepen weer langs het paleis van Augustus,
-gingen naar boven en betraden het paleis der Flavii. Het was reusachtig
-groot, nog half onder de villa ernaast verborgen en bestond uit een
-menigte groote en kleine zalen, over de bestemming waarvan men het nog
-steeds niet eens is. De troonzaal, de rechtzaal, de eetzaal en het
-peristylium schijnen echter vast te staan. Doch voor het overige is
-alles slechts phantasie, vooral wat de kleine particuliere vertrekken
-betreft. Trouwens geen muur staat meer overeind; men zag niets dan
-uitstekende fundamenten, afgebrokkelde grondmuren, die op den grond
-het plan van het gebouw aangaven. De eenige als door een wonder
-gespaard gebleven ruïne is het paleis, dat volgens de overlevering
-aan Livia toebehoord zou hebben; in vergelijking met de reusachtige
-paleizen ernaast is het opvallend klein, drie zalen zijn met haar nog
-wonderlijk frissche muurschilderingen, mythologische tooneelen, bloemen
-en vruchten, intact gebleven. Van het paleis van Tiberius is zelfs
-geen steen zichtbaar, de overblijfselen ervan liggen verborgen onder
-het prachtige openbare park, dat op het plateau een voortzetting van de
-oude Farnesische tuinen vormt; en van het paleis van Tiberius ernaast,
-boven het Forum, bestaat, evenals van het paleis van Septimius Severus,
-niets meer dan een reusachtige onderbouw, steunmuren, op elkaar
-geplakte verdiepingen, hooge booggewelven, die het paleis droegen,
-kolossale keldergewelven, waarin het dienstpersoneel en de wachtposten
-woonden en zich overgaven aan voortdurende drinkgelagen. Deze geheele,
-de stad beheerschende hoogte had dus niets dan nauwlijks herkenbare
-sporen, groote, grijze en kale, door het houweel doorstoken terreinen,
-waaruit enkele brokstukken van muren opstaken; en er was een groote
-geleerdenphantasie voor noodig om de oude keizerlijke pracht, die
-hier geheerscht had, weer te construeeren.
-
-De gids bleef desniettemin zijn explicaties geven met een rustige
-overtuiging en naar het ledige wijzen, alsof de monumenten zich nog
-voor hem oprichtten.
-
-"Hier zijn wij op de piazza Palatina. Links is de gevel van het paleis
-van Domitianus, rechts die van het paleis van Caligula, en wanneer u
-zich omkeert, hebt u den tempel van Juppiter Stator tegenover u... De
-Sacra Via liep tot dit plein en ging onder de Porta Mugonia door,
-een der drie oude poorten van het oorspronkelijke Rome."
-
-Hij hield op en wees met zijn hand naar de noordwestzijde van den berg.
-
-"U zult reeds opgemerkt hebben, dat aan die zijde de Caesars niet
-gebouwd hebben. Blijkbaar moesten zij heel oude, nog uit den tijd
-van vóór de stichting van Rome dateerende en door het volk vereerde
-monumenten eerbiedigen. Daar bevonden zich de door Euander en zijn
-Arcadiërs gebouwde tempel van Victoria, het wolvenhol, dat ik u heb
-laten zien, de nederige, uit aarde en twijgen opgetrokken hut van
-Romulus... Dat alles is teruggevonden, mijnheer de abbé, daar is geen
-twijfel aan, wat de Duitschers ook beweren mogen."
-
-Maar plotseling riep hij op een manier, alsof hij het interressantste
-vergeten had:
-
-"Ten slotte zullen we naar de onderaardsche gang gaan, waarin Caligula
-vermoord is."
-
-Zij daalden af in een lange, overdekte gang, waarin thans de zon
-door scheuren vroolijke stralen werpt. Enkele pleisterversieringen
-en mozaiekfiguren zijn nog over. Doch daardoor is de plek niet
-minder melancholiek en eenzaam, als gemaakt voor afschuwelijke
-tragiek. De stem van den oud-soldaat was gedempter gaan klinken;
-hij vertelde hoe Caligula, van de Palatijnsche spelen terugkeerend,
-de gril kreeg alleen in die gang af te dalen, om de heilige dansen te
-zien, die jonge Aziaten daar dien dag repeteerden. Op die wijze kon
-de leider der samenzweerders, Chereas, in het donker hem het eerst
-in zijn buik steken. De keizer, brullend, wilde vluchten. Maar toen
-stortten de moordenaars, zijn creaturen, zijn meest geliefde vrienden,
-zich op hem, wierpen hem op den grond en doorhakten hem met steken,
-terwijl hij, waanzinnig van woede en angst, de donkere gang vulde met
-zijn geloei als van een dier, dat geslacht wordt. Toen hij dood was,
-viel de stilte weer neer, en de moordenaars vluchtten vol ontzetting.
-
-Het klassieke bezoek aan de ruïnes van den Palatinus was hiermede
-geëindigd. Toen Pierre weer boven was, had hij nog slechts één wensch,
-n.1. zich te bevrijden van zijn gids en alleen te blijven in dezen
-stillen droomtuin, die den top van den Rome beheerschenden berg
-besloeg. Drie uur liep hij nu rond, hoorde hij die zware, eentonige
-stem in zijn ooren zoemen, zonder hem ook maar één enkelen steen
-te sparen. Nu kwam de brave man weer terug op zijn vriendschap voor
-Frankrijk en gaf een lang relaas over den slag bij Magenta. Met een
-vriendelijken glimlach nam hij het zilverstuk, dat de priester hem gaf,
-en begon dan aan den slag bij Solferino. Er dreigde geen einde aan
-te komen, toen het toeval wilde, dat een dame een inlichting vragen
-kwam. Dadelijk ging hij met haar mede.
-
-"Goeden dag, mijnheer de abbé. U kunt door het paleis van Caligula
-naar beneden komen. En u weet waarschijnlijk, dat een geheime, in den
-grond uitgegraven trap van dat paleis naar de woning der Vestaalsche
-Maagden op het Forum leidde. Men heeft haar nog niet teruggevonden,
-maar zij moet er zijn."
-
-Welk een heerlijke verlichting, toen Pierre, eindelijk alleen,
-een oogenblik op een van de marmeren banken in den tuin kon gaan
-zitten! Er waren daar slechts enkele boomgroepen, taxisboomen,
-cypressen, palmen, maar de prachtige, steeneiken, waaronder de bank
-stond, gaven een diepe, heerlijk frissche schaduw. Ook de droomerige
-eenzaamheid had haar groote bekoring, de huiverende stilte, die van
-dezen ouden bodem uitging, welke gedrenkt was door de geschiedenis,
-de opzienbarendste, in de volle pracht van een bovenaardschen trots
-schitterende geschiedenis. Eens hadden de Farnesische tuinen dit
-deel van den berg in een heerlijk, met boschjes versierd lustplekje
-veranderd; de sterk beschadigde gebouwen der villa bestaan nog,
-en ongetwijfeld is een zekere bekoring gebleven; de ademtocht der
-Renaissance strijkt nog steeds als een liefkoozing door het glanzende
-loof der oude steeneiken. Men bevindt zich daar te midden van het
-lichtgevleugelde volk der visioenen, onder den zwevenden adem van
-tallooze generaties, die in de graszoden slapen.
-
-Maar het in de verte, rondom dezen verheven top verstrooide Rome,
-lokte Pierre zóó onweerstaanbaar, dat hij niet kon blijven zitten. Hij
-stond op en ging naar de balustrade van een terras. Onder hem breidde
-het Forum zich uit en aan het einde verrees de Monte Capitolino.
-
-Het was niet meer dan een opeenhooping van grijze gebouwen, zonder
-eenige voornaamheid of schoonheid. Men zag niets dan den achtergevel
-van het Senatorenpaleis, een vlakken gevel met kleine ramen, bekroond
-door een hoogen campanile. Deze groote, kale, roestkleurige muur
-verborg de kerk Santa Maria di Aracoeli, den top, waarop de tempel van
-Juppiter Capitolinus, goddelijke bescherming verleenend, in koninklijke
-pracht geschitterd had. Verder links op de helling van den Monti
-Caprino, waar in de Middeleeuwen geiten gegraasd hadden, verhieven
-zich nu reeksen leelijke huizen, terwijl de enkele mooie boomen van
-den palazzo Caffarelli, waarin het Duitsche gezantschap ondergebracht
-was, met hun groen den top van de oude Tarpeïsche rots bedekten,
-die thans, bijna onvindbaar, onder de stadsmuren verloren gaat. Dat
-was dus die Monte Capitolino, de roemrijkste der zeven heuvelen, met
-zijn vesting, met zijn tempel, waaraan de heerschappij van de wereld
-beloofd was, de St. Pieter van het oude Rome!--deze aan de zijde van
-het Forum steile, aan den kant van den Campus Martius loodrechte berg
-met zijn vreeselijken aanblik, die berg, welken de bliksem bezocht,
-dien het asylbosch met zijn heilige eiken tot in het verste verleden
-geheimzinnig maakte en huiveren deed voor het grimmige onbekende.
-
-Later had de Romeinsche grootheid hier haar tabularium, haar
-staatsarchief. De triumphatoren beklommen hem, de keizers werden
-er goden, hier stonden hun marmeren standbeelden. En thans, op
-dit oogenblik vroeg het oog verwonderd hoe zooveel geschiedenis,
-zooveel roem zich heeft kunnen ontwikkelen op zoo kleine ruimte,
-op dit bergachtige, armzalige eilandje van armoedige daken, op een
-molshoop, niet grooter en niet hooger dan een klein, tusschen twee
-dalen in gelegen marktvlek.
-
-Een tweede verrassing was voor Pierre het bij den Capitolinus
-beginnende en zich langs den Palatinus uitstrekkende Forum: een eng,
-tusschen de naburige heuvels ingeperst plein, een laagliggend terrein,
-waarop het zich uitbreidende Rome, daar er gebrek aan ruimte was,
-zijn gebouwen als het ware op elkaar had moeten zetten. Men heeft
-diep moeten graven om, onder de vijftien meter hooge, door de eeuwen
-aangebrachte alluviale lagen, den eerbiedwaardigen bodem der Republiek
-terug te vinden. Thans ziet men niet meer dan een lange, witachtige,
-goed onderhouden groeve zonder struiken of klimop, waarin brokstukken
-van het plaveisel, onderstukken van zuilen, grondmuren te voorschijn
-komen. De in haar geheel weer opgebouwde Basilica Julia is niet veel
-meer dan de projectie van een architectonisch plan. Aan dezen kant
-heeft slechts de Arcus van Septimius Severus zijn breedte ongeschonden
-weten te bewaren, terwijl de enkele van den tempel van Vespasianus
-overgebleven en door een wonder te midden van de ineenstortingen
-staande gebleven zuilen een trotsche elegance, een majestueuse
-koenheid van evenwicht aangenomen hebben en fijn en verguld in den
-blauwen hemel opstijgen.
-
-Ook de Phocas-zuil staat nog en van de rostra [6] ernaast ziet
-men, wat daarvan met behulp van de in de omgeving gevonden stukken
-gereconstrueerd is. Maar men moet verder gaan dan de twee of drie
-zuilen van den tempel van Castor en Pollux, verder dan de sporen van
-het paleis der Vestaalsche Maagden, verder dan den tempel van Faustina,
-waarin de Christelijke San-Lorenzo-kerk het zich zoo gemakkelijk
-gemaakt heeft, verder nog dan den ronden tempel van Romulus, om
-de buitengewone gewaarwording van het enorme te ondergaan, die de
-Basilica van Constantinus met haar drie reusachtige, gapende gewelven
-geeft. Van den Palatinus af gezien zou men ze voor voorportalen kunnen
-houden, die toegang geven tot een wereld van reuzen; zoo dik was het
-metselwerk, dat een van de arcaden afgevallen stuk als een van een
-berg losgeraakt blok op den grond ligt. En hier, op dat beroemde,
-zoo enge en tevens zoo onbegrensde Forum heeft zich eeuwenlang
-de geschiedenis afgespeeld van het grootste aller volkeren--vanaf
-de legende der Sabijnsche Maagden, die de Romeinen met de Sabijnen
-verzoenden, tot aan de afkondiging der volksrechten en volksvrijheden,
-die de plebejers geleidelijk op de patriciërs hadden veroverd.
-
-Was het niet tegelijk de Markt, de Beurs, het Gerechtshof, de
-Zaal der politieke vergaderingen, open, in de vrije lucht? De
-Gracchen verdedigden er de zaak der kleine luiden, Sulla plakte
-er zijn proscriptielijsten aan, Cicero sprak er en zijn bloedend
-hoofd werd er vastgespijkerd. Daarna verdonkerden de keizers zijn
-ouden glans, begroeven de eeuwen de monumenten en de tempels onder
-hun stof, zoodat de Middeleeuwen er slechts plaats vonden voor een
-veemarkt. De eerbied is thans teruggekomen, een grafschennende eerbied,
-een weetgierigheids- en wetenschapskoorts, die door hypothesen nog
-aangewakkerd wordt en op dezen historischen bodem, waar geslachten
-boven elkaar liggen, op een dwaalweg raakt en weifelt tusschen de
-vijftien of twintig reconstructies, welke men van het Forum gemaakt
-heeft en waarvan de eene even aannemelijk is als de ander. Voor een
-eenvoudig voorbijganger, die noch een archaeoloog noch een geleerde
-van beroep is, die niet den vorigen dag zijn Romeinsche Geschiedenis
-nagelezen heeft, verdwijnen de bijzonderheden; hij ziet in dit in alle
-richtingen doorgraven en doorzochte terrein niets dan een stadskerkhof,
-waar de uitgegraven oude steenen verbleeken en waaruit de groote
-melancholie van gestorven volkeren oprijst. Van plek tot plek zag
-Pierre het door de wielen der wagens uitgeholde plaveisel van de Sacra
-Via, die telkens weer verschijnt, zich kronkelt, daalt en stijgt; en
-hij dacht aan den triumphus, den zegetocht van den triomphator, dien
-zijn wagen zoo hard deed schokken op het ruwe plaveisel van den roem.
-
-Maar naar het zuidoosten verbreedde zich de horizont en zag hij aan
-gene zijde van den Titus- en van den Constantinusboog het groote
-massief van het Colosseum. O, deze kolos, waarvan de eeuwen als met
-een reusachtigen zwaai van een zeis nog slechts de helft afgerukt
-hebben, blijft in zijn ontzaglijkheid, in zijn majesteit als steenen
-kant bestaan met zijn honderden ledige, in het blauw des hemels
-uitkijkende vensters.
-
-Het is een wereld van voorportalen, trappen en gangen, een wereld,
-waarin men te midden van de eenzaamheid in de stilte van den dood
-verdwaalt. Binnenin gelijken de afgebrokkelde, door de lucht verweerde
-trappen op de vormenlooze treden van een ouden uitgedoofden krater,
-een soort natuurlijken circus, dien de macht der elementen in de
-onverwoestbare rotsen uitgehouwen hebben. Maar de heete zonnen van
-achttienhonderd jaren hebben deze ruïne verbrand en rood gemaakt,
-die tot den natuurstaat teruggekeerd is, kaal en verguld is als een
-berghelling, sedert zij van haar planten beroofd is, die dit hoekje
-tot een stuk oerwoud maakten. En thans, welk een visioen, wanneer de
-phantasie dit doode gebeente weer vleesch, bloed en leven teruggeeft,
-den circus weer vult met de negentig duizend toeschouwers, die er een
-plaats vinden konden, de spelen en gevechten weer doet plaats hebben
-en een geheele beschaving vanaf den keizer en zijn Hof tot aan de
-deining van het plebs in de beweging en schittering van een geheel,
-door hartstocht ontvlamd volk onder den rooden weerschijn van het
-reusachtige, purperen velum ophoopt!
-
-Verder aan den horizont bevond zich nog een tweede cyclopische ruïne,
-de thermen van Caracalla; ook zij zijn als een spoor van een van de
-aarde verdwenen ras van reuzen achtergebleven: zalen van overdreven
-en onverklaarbare grootte en hoogte, twee voorportalen, waarin men de
-bevolking van een stad ontvangen kan; een frigidarium, welks bassin
-vijfhonderd badenden tegelijk kon bevatten; een tepidarium en een
-caldarium van gelijken omvang, alle ontstaan uit een zucht naar het
-overweldigende! En het angstaanjagende massieve van het monument,
-de dikte der zuilen en pilaren, zooals geen vesting die ooit gekend
-heeft! Een oneindigheid, waarin de bezoekers eruit zien als verdwaalde
-mieren! Het is een zoo buitengewoon zwelgen in cement en baksteenen,
-dat men zich afvraagt, voor welke menschen, voor welke menigten dit
-monsterachtige gebouw neergezet kan zijn! Thans zou men ze voor oude,
-van een hoogte afgestorte rotsen houden, die hier opgehoopt liggen
-voor den bouw van een titanenwoning...
-
-Pierre werd door het onmatige verleden, waarin hij onderdompelde,
-overweldigd. Aan alle kanten, aan de vier windstreken van den wijden
-horizont herleefde de geschiedenis en steeg als een hooge golf naar
-hem op. Die blauwachtige, onafzienbare vlakten daar in het Noorden en
-Westen waren het oude Etrurië; in het Oosten teekenden de getande
-toppen der Sabijnsche bergen zich tegen den gezichtseinder af,
-terwijl in het Zuiden de Albaansche bergen en Latium zich onder
-den goudregen der zon uitstrekten. Alba Longa lag daar en de met
-eiken bekroonde Monte Cavo met zijn klooster, dat den ouden tempel
-van Juppiter vervangen heeft. Dan aan zijn voeten, aan gene zijde
-van het Forum en van den Capitolinus, breidde Rome zelf zich uit,
-de Esquilinus recht tegenover hem, de Coelius en de Aventinus rechts,
-de andere, die hij niet kon zien, de Quirinalis en de Viminalis links
-van hem. Achter hem aan den oever van den Tiber de Janiculus. En de
-stad kreeg een stem en vertelde hem haar doode grootheid.
-
-Een onwillekeurige bezwering van het verleden, een opstanding
-van het doode voltrok zich in hem. De Palatinus, dien hij zooeven
-bezichtigd had, die grijze, melancholieke, als een verdoemde stad met
-den grond gelijk gemaakte, met enkele instortende muren bestrooide
-Palatinus, werd levend, bevolkt, rees opnieuw op met zijn paleizen
-en tempels. Hier was de wieg zelf van Rome, Romulus had hier op
-dezen top, die den Tiber beheerschte, zijn stad gesticht, terwijl
-daartegenover de Sabijnen den Capitolinus bezetten. De zeven koningen
-van de twee-en-een-halve eeuw geduurd hebbende monarchie hadden hem
-zeker bewoond, ingesloten door hooge, sterke muren, waarin slechts
-drie poorten gemaakt waren. Dan kwamen de vijf eeuwen der republiek,
-de grootste, de roemrijkste, degene, die het Italiaansche schiereiland
-en daarna de wereld aan Rome onderworpen hadden.
-
-Gedurende die overwinnende jaren vol socialen strijd en oorlog, had
-het grooter wordende Rome de zeven heuvelen bevolkt, was de Palatinus
-nog slechts de eerbiedwaardige wieg gebleven met zijn legendarische
-tempels, hoewel ook hier langzamerhand particuliere gebouwen
-oprezen. Maar dan triompheerde Caesar, de belichaming der almacht
-van het ras, na Gallië en Pharsalos, in den naam van het geheele
-Romeinsche volk; hij was dictator, keizer, nadat hij het geweldige
-werk verricht had, waaraan de vijf eeuwen van het keizerrijk in den
-galop van hun losgelaten lusten zich te goed gingen doen. En Augustus
-kon de macht in handen nemen, de roem van Rome stond op zijn toppunt;
-de milliarden lagen in de provincies te wachten om gestolen te worden;
-de keizerlijke pracht begon zich in de hoofdstad der wereld voor de
-oogen der verre, verblinde en overwonnen volkeren te ontvouwen.
-
-Hij was op den Palatinus geboren, en nadat de overwinning bij Actium
-hem het keizerschap gegeven had, stelde hij er zijn eer en zijn trots
-in om van dien heiligen, door het volk vereerden berg te regeeren. Hij
-kocht er de particuliere huizen, bouwde er zijn paleis met een tot
-nog toe ongekende weelde: een door vier pilasters en acht zuilen
-gedragen atrium; een peristylium, dat door zes-en-vijftig Ionische
-zuilen omgeven werd; particuliere vertrekken, geheel van marmer,
-daaromheen; een verspilling van marmer, dat met groote kosten uit
-het buitenland gehaald werd; de felste kleuren, schitterend als
-edelgesteenten. En hij woonde met de goden samen: hij had naast zijn
-paleis den grooten tempel van Apollo en een tempel van Vesta gebouwd,
-om zich het eeuwige, goddelijke koningschap te verzekeren. Van nu af
-was het zaad der keizerlijke paleizen uitgestrooid; zij groeiden en
-woekerden en bedekten den geheelen Palatinus.
-
-O, deze almacht van Augustus, die vier-en-veertig jaren van een
-volkomen, absolute, bovenmenschelijke heerschappij, zooals geen ander
-despoot, zelfs in den waanzin zijner droomen, die gekend heeft. Hij
-liet zich alle titels geven, hij had in zijn persoon alle ambten
-vereenigd. Als imperator en consul stond hij aan het hoofd der
-legers, oefende hij het uitvoerend gezag uit; als pro-consul bezat
-hij de suprematie in de provinciën; als levenslang censor en princeps
-heerschte hij over den senaat; als tribunus was hij de meester van
-het volk. En hij liet zich uitroepen tot Augustus; hij was heilig,
-god onder de menschen, had zijn tempel, zijn priesters, werd tijdens
-zijn leven aangebeden als een op aarde wandelende godheid. En ten
-slotte werd hij pontifex maximus, zoodat hij de religieuse macht met de
-staatkundige vereenigde. Daar de pontifex maximus geen particulier huis
-mocht bewonen, had hij zijn paleis tot staatseigendom verklaard. Daar
-de pontifex maximus zich niet mocht verwijderen van den tempel van
-Vesta, had hij in zijn paleis een tempel voor die godin gebouwd en liet
-hij de bewaking van het oude altaar aan den voet van den Capitolinus
-over aan de Vestaalsche Maagden.
-
-Niets was hem te duur, want hij voelde wel, dat in die in één persoon
-vereenigde dubbele macht, in het tegelijk rex en pontifex, keizer en
-paus zijn de menschelijke souvereiniteit, het in de hand houden van
-de menschen en van de wereld lag. Al het levenssap van een krachtig
-ras, al de opgehoopte overwinningen en al de nog verspreid liggende
-rijkdommen ontplooiden zich bij Augustus in een éénige schittering,
-zooals zij nooit meer in zulk een glans stralen zou. Hij was werkelijk
-de meester der wereld; zijn voet rustte op het voorhoofd der veroverde
-en tot vrede gedwongen volkeren; een onsterfelijke roem van kunst
-en letterkunde omgaf hem. Het schijnt, dat op dat oogenblik in hem
-de oude en gretig-begeerige eerzucht van zijn volk, de eeuwenlange
-strijd, dien het gevoerd had, om het koningsvolk der aarde te zijn,
-zijn bevrediging vond.
-
-Het is het Romeinsche bloed, het is het bloed van Augustus, dat
-eindelijk in keizerlijk purper in de zon rood òplicht. Het is het
-bloed van Augustus, den goddelijken, triompheerenden, onbeperkten
-heerscher over zielen en lichamen, het bloed van een man, in wien
-de erfenis van zeven lange eeuwen van nationalen trots haar toppunt
-bereikt, van wien een ontelbare en eindelooze nakomelingschap van
-universeelen trots door de eeuwen heen uitgaan zal. Want nu was het
-beslist: het bloed van Augustus zou in de aderen van alle heerschers
-over Rome weder ontwaken en kloppen, hen vervolgen met den zich eeuwig
-vernieuwenden droom der wereldheerschappij.
-
-Eén oogenblik was deze droom werkelijkheid geworden. Augustus,
-imperator en pontifex, heeft de menschheid bezeten, geheel, zonder
-reserve, als een hem persoonlijk toebehoorend iets in zijn hand
-gehouden. En later, na het verval, toen de macht zich gesplitst had
-en weer tusschen rex en pontifex verdeeld was, hebben de pausen geen
-anderen, hartstochtelijken wensch, geen andere, eeuwenlange politiek
-gekend dan het staatkundig gezag, de wereldheerschappij weer terug
-te veroveren. Het atavistische bloed, het roode, gretig-begeerige
-bloed van den voorvader brandde in hun harten.
-
-Dan--nadat Augustus gestorven en zijn paleis gesloten, geheiligd
-en een tempel geworden was--zag Pierre het paleis van Tiberius uit
-den grond oprijzen. Het stond op deze plek zelf, onder zijn voeten,
-onder de mooie steeneiken, die hem beschutting gaven. Men voelde,
-dat het stevig en groot moest zijn met binnenplaatsen, zuilengangen
-en zalen--ondanks het sombre humeur van den keizer, die ver van Rome
-leefde te midden van een volk van verklikkers en wellustelingen, wiens
-hart en brein tot aan misdaad en tot aan de vreeselijkste aanvallen
-van krankzinnigheid door de macht vergiftigd waren. Dan rees het
-paleis van Caligula op, een uitbreiding van het paleis van Tiberius.
-
-Men had booggewelven aangebracht om den bouw te kunnen vergrooten,
-over het Forum een brug geslagen, die op den Capitolinus uitkwam,
-daar de vorst in staat wilde zijn op zijn gemak met Juppiter te gaan
-spreken, voor wiens zoon hij zich uitgaf. De troon had ook hem woest,
-tot een tierenden, in zijn almacht ongebreidelden gek gemaakt. Dan,
-na Claudius, Nero, die, alles overtreffend, den Palatinus niet
-groot genoeg vond, een reusachtig paleis voor zichzelf eischte,
-zich meester maakte van de heerlijke tuinen, welke tot aan den top
-van den Esquilinus liepen, om daar zijn Gouden Paleis te bouwen, een
-droom van ongekende weelde, dien hij niet ten volle verwezenlijken
-kon en waarvan de puinhoopen weldra verdwenen tijdens de onlusten,
-die op het leven en den dood van dit door hoogmoed krankzinnige
-monster volgden. Dan vielen, binnen achttien maanden, Galba, Otho,
-Vitellius op elkaar in de modder en in het bloed, nadat het purper ook
-hen tot monsters en krankzinnigen gemaakt had, nadat ook zij zich aan
-den keizerlijken trog als zwijnen met genietingen hadden volgestopt.
-
-Dan komt met de Flavii in den beginne de rust van de menschelijke rede
-en goedheid. Titus en Vespasianus bouwen weinig op den Palatinus, doch
-dan begint met Domitianus weer de vreeselijke waanzin der almacht,
-onder de heerschappij van vrees en verklikkerij, van dwaze gruwelen,
-misdaden, onnatuurlijke uitspattingen. Bouwwerken van waanzinnige
-ijdelheid rijzen op, wier weelde wedijverde met die van de tempels
-der goden, zooals het paleis van Domitianus, dat door een steegje van
-dat van Tiberius gescheiden was, zich verheffend als een geweldige
-apotheose met zijn audiëntiezaal met den gouden troon en de zestien
-zuilen van Phrygisch en Numidisch marmer, de acht met prachtige
-beelden versierde nissen, met zijn rechtszaal, zijn groote eetzaal,
-zijn peristylium, zijn appartementen, die vol stonden met graniet,
-porphier en albaster, bewerkt door beroemde kunstenaars, om de wereld
-te verblinden. Dan, jaren later, werd nog een laatste paleis aan de
-geweldige massa andere toegevoegd, het paleis van Septimius Severus,
-een trotsch bouwwerk nog: booggewelven, die hooge zalen droegen;
-verdiepingen, die zich op terrassen verhieven; torens, die de daken
-beheerschten; een Babylonische opeenhooping daar op de uiterste
-spits van den berg, tegenover de Via Appia, opdat, naar men zeide,
-de landslieden van den keizer, de uit Afrika, zijn geboorteland,
-gekomen provincialen reeds van den horizont af zich zouden kunnen
-verbazen over zijn geluk en hem aanbidden in zijn roem.
-
-En nu zag Pierre al deze in het zonlicht opgeroepen en opgestane
-paleizen hoog en schitterend om en voor zich staan. Zij waren als
-het ware aan elkaar gesoldeerd, sommige slechts door kleine steegjes
-gescheiden. Door den wensch der bewoners om geen duimbreed terrein
-te verliezen op dien heiligen top, waren zij in een compacte massa
-opgeschoten als een monsterachtige bloei van matelooze kracht en macht
-en trots; slechts millioenen waren voor hen voldoende, de wereld moest
-voor het genot van één enkeling bloeden. In werkelijkheid was het
-slechts één paleis, dat steeds weer grooter werd als de gestorven
-keizer god geworden was en de nieuwe keizer, de heilige woning,
-die een tempel werd, waarin de schim van den doode hem misschien
-angst aanjoeg, verlatend, de dringende behoefte voelde om een eigen
-paleis te bouwen, om in de eeuwigheid van den steen de onverwoestbare
-herinnering aan zijn regeering te houwen. Allen hadden die bouwwoede
-bezeten; zij scheen onverbrekelijk verbonden te zijn met den bodem,
-met den troon, waarop zij zaten, zij herleefde in ieder hunner met
-steeds toenemende heftigheid, verteerde hen met den drang om elkaar
-door steeds dikkere en hoogere muren, door nog grooter opeenstapelingen
-van marmer, zuilen en beelden, te overtreffen.
-
-Allen beheerschte dezelfde gedachte aan een roemrijk overleven, om
-aan het verbijsterde nageslacht het bewijs van hun grootheid na te
-laten, om zich te vereeuwigen in onvergankelijke wonderwerken, om
-voor altijd met het geheele gewicht van die kolossen op de aarde te
-drukken, wanneer de wind reeds lang hun lichte asch verstrooid zou
-hebben. Zoo was het plateau van den Palatinus niets meer geweest
-dan de eerbiedwaardige ondergrond van een wonderbaar monument,
-een dichte vegetatie van naast elkaar geplaatste en op elkaar
-gestapelde gebouwen, waarin ieder nieuw woonhuis als een vulkanische
-uitbarsting van hoogmoedskoorts was en wier geheele massa met haar
-sneeuwschittering van wit marmer, met haar levendige tinten van het
-gekleurde marmer, Rome en de geheele wereld gekroond had met het
-ontzaglijkste en onbeschaamdste heerscherspaleis, woning, tempel,
-basilica of kathedraal, dat zich ooit in den hemel heeft opgericht.
-
-Maar in deze buitensporige kracht, in dezen buitensporigen roem
-lag de dood. Zeven-en-een-halve eeuw monarchie en republiek hadden
-Rome groot gemaakt, en in de vijf eeuwen van het keizerrijk zou het
-koningsvolk tot aan de laatste spier verteerd worden. Het ontzaglijke
-territorium, de verst gelegen provinciën, werden langzamerhand
-geplunderd en uitgeput; de fiscus verslond alles, groef den afgrond van
-het onvermijdelijke bankroet; het volk ontaardde, gevoed als het werd
-met het gif der spelen, en verviel tot het nietsdoen vol uitspattingen
-der Caesars, terwijl huurlingen vochten en den grond bebouwden.
-
-Sedert Constantijn heeft Rome een mededinger, Byzantium. De
-verbrokkeling begint met Honorius, en na hem zijn twaalf keizers
-voldoende, om het vernietigingswerk te voltooien, de stervende
-prooi te verscheuren, tot aan Romulus Augustulus, den laatsten,
-den jammerlijken zwakkeling, wiens naam als het ware een bespotting
-van de roemrijke geschiedenis, een dubbele hoon aan den stichter
-van Rome en aan den stichter van het keizerrijk is. Op den verlaten
-Palatinus triompheerde nog steeds de geweldige opstapeling van muren,
-verdiepingen, terrassen en hooge daken. Toch had men er reeds sieraden
-afgerukt, standbeelden verwijderd, om ze naar Byzantium te brengen. Het
-Christelijk geworden keizerrijk sloot dan de tempels, doofde het vuur
-van Vesta uit, maar eerbiedigde nog het oude palladium, het gouden
-beeld van Victoria, het symbool van het eeuwige Rome, dat vroom in de
-kamer van den keizer zelf bewaard werd. Tot in de vierde eeuw behield
-het zijn eeredienst. Maar in de vijfde eeuw storten de Barbaren zich
-op Rome, plunderen het, steken het in brand, nemen met karren vol den
-door de vlammen gespaarden buit mede. Zoolang de stad van Byzantium
-afhankelijk was, had een opper-intendant in de keizerlijke paleizen
-gewoond en den Palatinus bewaakt. Dan gaat alles ten onder, verdwijnt
-in den nacht der Middeleeuwen.
-
-Het schijnt, dat van dat oogenblik af de pausen langzamerhand de
-plaats der Caesars ingenomen hebben, hun opvolgers geworden zijn in hun
-verlaten marmeren huizen en in hun steeds levende heerschzucht. Zeker
-hebben zij het paleis van Septimius Severus bewoond, is een concilie
-gehouden in het Septizonium, evenals later paus Gelasius II in een
-naburig klooster op dien vergoddelijkten berg gekozen is. Weer was
-het Augustus, die uit het graf opstond, weer was hij het met zijn
-Heilig College, die den Romeinschen Senaat tot nieuw leven wekte. In de
-twaalfde eeuw behoorde het Septizonium aan Camaldulische monniken, die
-het afstonden aan de machtige familie Frangipani, welke het versterkte,
-zooals zij het Colosseum, de bogen van Constantinus en Titus versterkt
-hadden tot een reusachtige vesting, die den eerbiedwaardigen berg, de
-wieg, bijna in zijn geheel innam. De geweldenarijen der burgeroorlogen,
-de verwoestingen der invasies woedden erover als orkanen, vernietigden
-de muren, maakten de paleizen en de torens met den grond gelijk. Later
-kwamen er generaties, die zich van de ruïnen meester maakten, en
-zich met het recht van den vinder en van den veroveraar vestigden,
-er kelders, zolders, stallen van maakten.
-
-Op de puinhoopen, die de mozaïekvloeren der keizerlijke paleizen
-bedekten, werden moestuinen en wijngaarden aangelegd. Van alle kanten
-schoten brandnetels en struiken op, die den toegang tot deze eenzame
-velden versperden; de klimop vrat de reeds op den grond liggende
-zuilenrijen weg. En er kwam een dag, waarop de reusachtige opeenhooping
-van paleizen en tempels, waarop de triomphantelijke woning der Caesars,
-die het marmer had moeten vereeuwigen, in het stof der aarde scheen
-terug te keeren en onder den deinenden bodem in de vegetatie, welke
-de gevoellooze Natuur erover heen stortte, verdwenen. In de brandende
-zon was tusschen de wilde bloemen niets te zien dan dikke, gonzende
-vliegen, terwijl troepen geiten vrij rondzwierven in de troonzaal
-van Domitianus en het ingestorte heiligdom van Apollo.
-
-Pierre voelde een huivering door zich gaan. Zooveel kracht en
-trots, zooveel grootheid!--en zoo spoedig vervallen en voor altijd
-weggejaagd! Welke nieuwe, barbaarsche, wrekende adem had over die
-schitterende beschaving moeten blazen, om haar aldus uit te dooven;
-in welk een verkwikkenden slaap, in welke kinderlijke onwetendheid
-moest zij gevallen zijn, om zoo plotseling met haar pracht en haar
-meesterwerken onder te gaan. Hij vroeg zich af hoe het mogelijk was,
-dat geheele paleizen met hun bewonderenswaardig beeldhouwwerk, hun
-zuilen en standbeelden langzamerhand inzakken en verdwijnen konden,
-zonder dat iemand op het denkbeeld kwam ze te beschermen.
-
-Deze meesterwerken, die men later onder een algemeenen kreet van
-bewondering opgroef, waren niet door een catastrophe verzwolgen;
-neen, zij waren als verdronken, door den stijgenden vloed om hun
-voeten, dan om hun middel, eindelijk om hun hals gegrepen, totdat
-eindelijk op een dag het hoofd wegzonk. Hoe is het te verklaren,
-dat heele generaties het lijdelijk aanzagen, geen hand tot redding
-uitstaken? Het schijnt, dat een zwart gordijn plotseling over de
-aarde getrokken is: een nieuwe menschheid begint met een nieuw
-brein, dat nieuw gevormd en uitgerust moet worden. Rome was als het
-ware leeggeloopen; wat vuur en zwaard beschadigd hadden, werd niet
-hersteld, een onbegrijpelijke onverschilligheid liet de te groote,
-nutteloos geworden gebouwen instorten, ongerekend nog, dat de nieuwe
-godsdienst den ouden vervolgde, hem zijn tempels ontstal, zijn goden
-vernietigde. Ten slotte voltooiden ophoopingen en aanplempingen die
-ramp, want de bodem steeg steeds meer, de alluviale lagen der jonge
-Christelijke wereld bedekten en nivelleerden de oude, heidensche
-maatschappij. En nadat men de tempels, de bronzen daken, de marmeren
-zuilen gestolen had, werden uit het Colosseum en het theater van
-Marcellus ook nog de steenen weggerukt, de beelden en bas-reliefs
-met hamerslagen vernietigd en in den oven geworpen, om de kalk voor
-de nieuwe monumenten van het Katholieke Rome te maken.
-
-Het was bijna een uur en Pierre ontwaakte als uit een droom. De zon
-viel als een goudregen door het glanzende loof der steeneiken, Rome
-was aan zijn voeten in de groote hitte ingesluimerd. Hij besloot den
-tuin te verlaten; nog vervolgd door verblindende visioenen, liep hij
-moeilijk over het ongelijke plaveisel der Via Triumphalis. Om den dag
-vol te maken had hij zich voorgenomen des middags de oude Via Appia
-te bezichtigen. Daar hij niet naar de Via Giulia terugkeeren wilde,
-dejeuneerde hij in een restauratie in de voorstad in een groote,
-half donkere zaal, waar hij geheel alleen, te midden van de zoemende
-bromvliegen, meer dan twee uur bleef zitten wachten op het dalen
-der zon.
-
-O, deze Via Appia, deze oude Koningin der wegen, die de Campagna in
-een lange, rechte lijn met de dubbele rij van haar trotsche graven
-doorsnijdt, was voor hem niets dan de triomphantelijke voortzetting
-van den Palatinus! Dezelfde drang naar pracht en heerschappij,
-dezelfde wil om in het marmer de herinnering aan de Romeinsche
-grootheid te vereeuwigen. De vergetelheid was overwonnen, de dooden
-wilden niets van rust weten, bleven aan beide zijden van dezen door
-menschen uit de geheele wereld betreden weg tusschen de levenden
-staan. De vergoddelijkte beelden van hen, die niet meer dan stof
-waren, keken nog heden de voorbijgangers met hun ledige oogen aan;
-de opschriften spraken nog, zeiden luid de namen en de titels. Van af
-het graf van Caecilia Metella tot aan het graf Casale Rotondo strekte
-zich vroeger die dubbele rij, onafgebroken, kilometers ver langs dien
-vlakken, rechten weg uit; het was een soort in de lengte aangelegd
-dubbelkerkhof, waarin de ijdelheid der rijken en machtigen met
-elkaar wedijverde, wie het grootste, met de weelderigste verspilling
-ingerichte mausoleum nalaten zou.
-
-Dit verlangen naar blijven leven, deze pronkachtige zucht naar
-onsterfelijkheid, deze behoefte om den dood, door hem in tempels onder
-te brengen, te vergoddelijken is blijven bestaan in de tegenwoordige
-pracht van den Campo Santo in Genua en den Campo Verano in Rome
-met hun monumentale graftomben. Welk een visioen van mateloos
-groote graven links en rechts van den roemrijken weg, waarover de
-Romeinsche legioenen bij haar terugkeer van de verovering der wereld
-stampten. Daar het graf van Caecilia Metella met zijn reusachtige
-klokken, zijn muren, die zoo dik waren, dat de Middeleeuwen er
-een met tinnen gekroonden vestingtoren van gemaakt hebben. Dan alle
-volgende moderne bouwwerken, die opgericht werden om de in de omgeving
-gevonden marmeren fragmenten weer op hun oorspronkelijke plaats terug
-te brengen, oude van hun beeldhouwwerken beroofde pilasters van cement
-en baksteen, die als half-weggevreten rotsen zijn blijven staan, kale
-blokken, die nog vormen aangeven, huisjes in den vorm van tempels,
-cippen, [7] op sokkels rustende sarkophagen. Een wonderbare rij
-van reliëfs stelde de portretten der dooden in groepen van drie of
-vijf voor; staande beelden lieten de dooden in een apotheose opnieuw
-herleven; in de nissen stonden banken, waarop de wandelaars konden
-gaan zitten en de gastvrijheid der dooden prijzen; grafschriften
-loofden de dooden, de bekende en de onbekende, de kinderen van Sextus
-Pompeius Justus, Marcus Servilius Quartus, Hilarius Fuscus, Rabirius
-Hermodorus, afgezien van de graven, die op goed geluk af aan Seneca,
-de Horatii en Curiatii toegeschreven werden. En eindelijk, aan het
-einde lag het meest bijzondere, het reusachtigste van alle graven,
-de zoogenaamde Casale Rotondo. Het is zóó groot, dat men een hoeve
-met een olijvenboschje heeft kunnen maken op den onderbouw, die een
-dubbele, met Korinthische zuilen, groote kandelabers en tooneelmaskers
-versierde rotonde droeg.
-
-Pierre, die zich in een rijtuig tot het graf van Caecilia Metella
-had laten brengen, zette zijn wandeling te voet voort, liep langzaam
-tot den Casale Rotondo. Hier en daar kwam het oude plaveisel nog
-te voorschijn, groote platte steenen, lavastukken, die door den
-tijd krom getrokken waren, en zelfs voor de best veerende wagens
-hard waren. Rechts en links strekken zich twee randen gras uit,
-die de ruïnes der graven omzoomen; verwaarloosd, door de zomerzon
-verbrand kerkhofgras en met dikke lila distels en hooge, gele fenkel
-bestrooid. Een klein, zonder cement opgetrokken muurtje, zóó laag,
-dat men er met zijn arm op leunen kan, sluit aan beide zijden deze
-rosachtige ruimten, waarin de krekels tsjirpen, af; en aan de andere
-zijde daarvan strekt onafzienbaar de eindelooze, kale Campagna
-Romana zich uit. Nauwlijks ziet men aan de randen hier en daar op
-groote tusschenruimten een piniepijn, een eucalyptus, van stof witte
-olijf- en vijgeboomen. Links steken de overblijfselen van de Acqua
-Claudia zich met hun booggewelven roestkleurig af tegen de weiden;
-onvruchtbare velden, wijngaarden met kleine hoeven, strekken zich in
-de verte uit tot de Sabijnsche en de violet-blauwe Albaansche bergen,
-waarin de lichte vlekken van Frascati, Rocca di Papa en Albano steeds
-grooter en witter worden naar mate men er dichter bij komt. Rechts
-daarentegen, aan den zeekant, verbreedt de vlakte zich en zet zich in
-reusachtige, golvende lijnen voort, zonder één huis, zonder één boom,
-in een eenvoudige, buitengewone grootschheid. Zij vormt één enkele
-lijn, een oceaanachtigen horizont, dien een rechte lijn van het
-eene einde naar het andere van den hemel scheidt. In het hartje van
-den zomer brandt alles, vlamt de grenzenlooze prairie in een valen
-gloed. Van af September begint deze oceaan van gras groen te worden
-en verliest zich in de verte, in rose en mauve, in het verblindende,
-met goud doorschoten blauw der mooie zonsondergangen.
-
-Zijn droomen verder spinnend, liep Pierre langzaam den eindeloozen
-vlakken weg, welks melancholieke majesteit uit eenzaamheid en stilte
-bestaat, af. Hij strekt zich, volkomen kaal, in een geheel rechte
-lijn tot in het oneindige uit, in de oneindigheid der Campagna. In
-hem herhaalde zich de opstanding van den Palatinus, richtten aan
-beide zijden van den weg de graven zich weer op in den verblindenden
-glans van hun marmer. Had men niet hier aan den voet van dezen
-baksteenpilaster, die den zeldzamen vorm van een groote vaas heeft,
-onder overblijfselen van enorme sphinxen het hoofd van een reusachtig
-beeld gevonden? En hij zag het kolossale beeld weer tusschen de
-enorme neergehurkte sphinxen staan. Verderop had men in de kleine
-cel van een graftombe een mooi, hoofdloos vrouwenbeeld gevonden;
-hij zag het nu weer in zijn geheel voor zich met een het leven vol
-kracht en aanminnigheid toelachend gezicht. Van het eene einde naar
-het andere vulden de opschriften elkander aan, hij las ze, begreep
-ze zonder veel moeite, voelde zich als broeder met die twee duizend
-jaar geleden gestorvenen herleven. Ook de weg werd weder bevolkt,
-de wagens rolden dreunend voort, legerscharen trokken met zwaren
-stap voorbij, het volk uit het naburige Rome verdrong zich in de
-koortsachtige opwinding van groote steden.
-
-Onder de Flavii, de Antonini, in de groote jaren van het Keizerrijk
-bereikte de Via Appia het toppunt van weelde in haar als tempels
-gebeeldhouwde en vergulde reuzengraven. Welk een monumentale straat
-van den dood, welk een monumentale entree was deze rechte weg,
-waarop de groote dooden u met de buitengewone praal van hun de asch
-overlevenden trots begroetten, u geleidden naar de levenden! Bij welk
-groot, de wereld beheerschend volk moest men komen, dat het zijn dooden
-de opdracht gegeven had den vreemdeling te zeggen, dat niets bij hen
-een einde nam, zelfs de dooden niet, die in overgroote monumenten
-glorievol vereeuwigd werden? Grondmuren als voor een citadel, een
-toren van twintig meter middellijn om er een vrouw in te begraven!
-
-Pierre keerde zich om en zag duidelijk geheel aan het einde van den
-prachtigen, verblindenden, door het marmer van zijn doodspaleizen
-omzoomden weg den zich in de verte verheffenden Palatinus met het
-glanzende marmer der keizerspaleizen, de enorme opeenstapeling der
-paleizen, wier almacht de aarde beheerschte.
-
-Maar hij kreeg een kleine huivering: twee carabinieri, die hij in
-deze woestijn niet gezien had, verschenen tusschen de puinhoopen. De
-streek werd onveilig gemaakt, de autoriteiten zorgden daarom, zelfs
-midden op den dag, discreet voor de veiligheid der toeristen. Iets
-verder had hij een andere ontmoeting, die hem ontroerde. Het was een
-geestelijke, een groote grijsaard met een zwarte soutane met rooden
-zoom en rooden gordel, in wien hij tot zijn groote verbazing kardinaal
-Boccanera herkende. Hij had den weg verlaten en liep langzaam in den
-grasrand tusschen hooge fenkelplanten en groote distels; hij hield
-zijn hoofd gebogen en was tusschen de grafruïnes, waarlangs zijn voet
-streek, zóó in gedachten verzonken, dat hij den jongen priester zelfs
-niet zag. Beleefd wendde deze zich af, verbaasd hem zoo alleen en
-zoo ver van Rome aan te treffen. Maar hij begreep het onmiddellijk,
-toen hij achter een groot gebouw een zwaren, met twee zwarte paarden
-bespannen karos zag staan, waarnaast roerloos een lakei in donkere
-livrei stond te wachten, terwijl de koetsier zelfs zijn plaats op den
-bok niet verlaten had; hij herinnerde zich, dat de kardinalen, die
-in Rome niet te voet mochten gaan, naar de Campagna moesten rijden,
-als zij eenige lichaamsbeweging wilden nemen.
-
-Maar welk een trotsche triestheid, welke een eenzame en als het ware
-afgezonderde grootschheid omgaf dezen grooten, peinzenden grijsaard,
-die, een vorst voor God en voor de menschen, verplicht was naar de
-woestijn, naar de graven te gaan, om een weinig frissche avondlucht
-in te ademen.
-
-Pierre had reeds lange uren tusschen de graven doorgebracht,
-de schemering viel en hij was nog getuige van een prachtigen
-zonsondergang. Links van hem nam de door de roestkleurige
-waterleidingbuizen doorsneden en in de verte door de in rose
-nevels vervluchtigende Albaansche bergen afgesloten Campagna een
-leisteenkleurige tint aan; rechts daarentegen, aan de zeezijde ging de
-dagvorstin onder tusschen kleine wolkjes, een geheelen archipel van
-goud in een oceaan van uitstervenden gloed. En niets anders, niets
-dan die saphieren met robijnen bestrooide hemel over de eindelooze,
-vlakke lijn der Campagna! Niets anders: geen heuveltje, geen kudde,
-geen boom. Niets tusschen de graven dan de donkere silhouet van
-kardinaal Boccanera, die zich groot tegen het laatste purper van de
-zon afteekende.
-
-
-
-Den volgenden ochtend vroeg ging Pierre, aangegrepen door een koorts
-om alles te zien, naar de Via Appia terug, om de katakomben van
-St. Calixtus te bezichtigen. Het is het grootste en merkwaardigste
-der christelijke kerkhoven, dat, waar verscheidene der eerste pausen
-begraven zijn. Men gaat tusschen olijfboomen en cypressen een door de
-zon half verbranden tuin door, komt aan een uit planken en pleisterwerk
-opgetrokken hut, een armzalig winkeltje, waarin religieuse artikelen
-verkocht worden, en staat dan voor een moderne, vrij makkelijke trap,
-waarlangs men naar beneden gaat. Pierre vond hier tot zijn blijdschap
-Fransche Trappisten, die deze katakomben bewaken en de touristen
-rondleiden moesten.
-
-Juist stond een frater op het punt met twee dames, Françaises, moeder
-en dochter, naar beneden te gaan. De dochter was bekoorlijk jong, de
-moeder nog een knappe vrouw. Beiden glimlachten, hoewel zij toch wel
-wat bang waren, toen de frater de dunne lange kaarsen aanstak. Hij had
-een voorhoofd met vele deuken, de breede, krachtige jukbeenderen van
-een streng geloovige; zijn lichte heldere oogen verrieden de onschuld
-van zijn ziel.
-
-"Zoo, mijnheer de abbé, u komt juist op tijd... Als de dames het
-goed vinden, kunt u u bij ons aansluiten, want drie fraters zijn
-reeds beneden en u zoudt lang moeten wachten. We zitten midden in
-het reisseizoen."
-
-De dames knikten hoffelijk en hij gaf den priester een der kleine
-dunne kaarsen. Moeder en dochter schenen geen van beiden vroom te
-zijn, want zij hadden een schuinschen blik op de soutane van Pierre
-geworpen en waren plotseling angstig geworden. Ze gingen naar beneden
-en kwamen bij een soort nauwe gang.
-
-"Past op, dames," zeide de frater telkens weer, terwijl hij den bodem
-met zijn kaars verlichtte; "loopt langzaam, want er zijn hier heuvels
-en dalen."
-
-En dan begon hij met een heldere stem en de kracht van een buitengewone
-zekerheid zijn explicatie. Pierre was zwijgend afgedwaald, hij
-had een gevoel, alsof er een prop in zijn keel zat, en zijn hart
-klopte van opwinding. O, hoe dikwijls had hij in den onschuldigen
-seminarietijd gedroomd van deze katakomben der eerste Christenen, deze
-toevluchtsoorden van het oorspronkelijke geloof! En hoe dikwijls had
-hij er kort geleden, toen hij zijn boek schreef, nog aan gedacht als
-aan het oudste en eerbiedwaardigste spoor van de gemeente der armen en
-eenvoudigen, welker terugkeer hij predikte! Maar zijn geest was geheel
-vervuld van de schilderijen der dichters, de groote prozaschrijvers,
-die de katakomben beschreven hadden. Hij zag ze door het vergrootglas
-der phantasie, stelde ze zich groot voor, als onderaardsche steden
-met breede avenuen en reusachtige zalen, die vele menschen bevatten
-kunnen. En in welk een armzalige en nederige werkelijkheid kwam
-hij terecht!
-
-"Ach ja," antwoordde de frater op de vragen van moeder en dochter,
-"het is niet breeder dan een meter, twee menschen kunnen niet naast
-elkaar loopen... En hoe men het gegraven heeft? O, dat is heel
-eenvoudig. Een familie, een begrafenisvereeniging wilde een graf
-hebben, niet waar? Welnu, dan groef zij met een houweel de eerste
-gang in die zoogenaamde tufsteenlaag: een roodachtige, weeke en toch
-taaie substantie, zooals u ziet, die makkelijk te bewerken en volkomen
-waterdicht is; in het kort een grondsoort, die voor dit doel als het
-ware geschapen is en de lijken prachtig geconserveerd heeft."
-
-Hij hield even op en liet bij het zwakke licht van zijn kaars de
-rechts en links in de wanden gegraven nissen zien.
-
-"Kijk, dat zijn de loculi... Zij groeven dus een onderaardsche
-gang, waarin zij aan beide kanten deze boven elkaar liggende nissen
-aanbrachten, en legden daarin de meestal alleen in een doodskleed
-gewikkelde lijken. Dan sloten zij de opening met een marmeren plaat af,
-die zorgvuldig met cement vastgemaakt werd... Nu is alles duidelijk,
-niet waar? Wanneer andere families zich bij de eerste aansloten,
-wanneer de vereenigingen zich uitbreidden, maakten zij de gang,
-naarmate deze vol raakte, grooter, groeven andere naar links en naar
-rechts, ja zelfs legden zij een dieper gelegen tweede verdieping
-aan. Kijk, hier zijn wij in een gang, die ruim vier meter hoog is. Nu
-zult u vragen, hoe men de lijken zoo hoog krijgen kon. Welnu, zij
-heschen de lijken niet in de hoogte, maar lieten ze juist zakken,
-daar men steeds dieper graven ging, zoodra de onderste nissen vol
-waren... Zoo hebben ze op deze plek bijvoorbeeld in nog geen vier
-eeuwen gangen van zestien kilometer gegraven, waarin meer dan een
-millioen Christenen begraven moeten zijn. En nu bestaan er dozijnen
-van zulke katakomben, de geheele Campagna romana is op deze wijze
-ondergraven. Denkt daar eens goed over na en maakt dan zelf uw
-berekening maar!"
-
-Pierre luisterde met de grootste aandacht. Vroeger had hij in België
-een kolenmijn bezocht, en hij vond hier dezelfde nauwe gangen,
-dezelfde verstikkende zware lucht, een niets dan donkerte en zwijgen
-terug. Slechts de kleine kaarsen flikkerden in de dichte duisternis,
-die zij echter niet verlichtten. En nu begreep hij eindelijk den
-arbeid van deze doodgraverstermieten, deze op goed geluk afgegraven
-muizengaten, verder open gemaakt naar gelang van de behoeften, zonder
-eenige kunst, zonder symmetrie, daar waar het houweel toevallig in den
-grond gezet werd. De hobbelige bodem daalde en steeg bij iederen pas,
-de wanden liepen scheef, er was in het geheel niet met een waterpas
-of een schietlood gewerkt. Het was slechts een werk van noodzaak en
-naastenliefde van naïeve, vrijwillige doodgravers, van onontwikkelde
-werklieden, die in de onbeholpenheid der decadence vervallen waren. Dat
-alles bleek vooral duidelijk uit de op de marmeren platen aangebrachte
-opschriften en emblemen, die men voor kinderlijke teekeningen had
-kunnen houden, zooals straatjongens die op muren maken.
-
-"Zooals u ziet," ging de trappist voort, "meestal is het slechts een
-naam; dikwijls nog niet eens een naam, doch alleen maar de woorden in
-pace... Een enkele maal vindt men een embleem: de duif der reinheid,
-de palm van den martelaar, of wel de visch, waarvan het Grieksche
-woord [8] uit vijf letters bestaat, die de initialen zijn der vijf
-Grieksche woorden: Jezus Christus, zoon van God, redder der menschen."
-
-Weer bracht hij het kleine vlammetje dicht bij de wanden, en zij zagen
-de palm, een enkele streep in het midden, waartegen kleinere streepjes
-stelselmatig gezet waren, de duif of de visch, in een contour gevormd,
-terwijl de staart voorgesteld werd door een zigzaglijn en het oog door
-een ronde punt. De letters der korte opschriften waren scheef, ongelijk
-en zonder vormen, het plompe schrift van onwetenden en eenvoudigen.
-
-Maar thans waren zij bij een krypt gekomen, een soort kleine zaal,
-waarin men de graven van verscheidene pausen teruggevonden had,
-o. a. van paus Sixtus II, een heiligen martelaar, ter eere van wien
-paus Damasius een prachtig, metrisch opschrift had laten aanbrengen,
-dat nog te lezen is. Verder liet men in een even kleine zaal ernaast,
-een familiegraf, dat later met naïeve muurschilderingen was versierd,
-de plek zien, waar men het lijk van de Heilige Caecilia gevonden
-had. De trappist ging met zijn explicaties voort, gaf toelichtingen
-bij de schilderijen, leidde daar de onweerlegbare bevestiging uit af
-van alle sacramenten en van alle dogma's, den doop, het Avondmaal,
-de opstanding, de opwekking van Lazarus, Jonas uitgespuwd door den
-walvisch, Daniël in den leeuwenkuil, Mozes, die water uit de rotsen
-sloeg, den wonderdoenden baardeloozen Christus van de eerste eeuwen.
-
-"U ziet," zeide hij telkens; "alles is er, er is niets van te voren
-bedacht, alles is even authentiek."
-
-Op een vraag van Pierre, wiens verwondering steeds grooter werd,
-erkende hij, dat de katakomben oorspronkelijke eenvoudige kerkhoven
-waren en dat er geen enkele godsdienstige ceremonie gehouden
-werd. Later eerst, in de vierde eeuw, toen men de martelaren vereerde,
-gebruikte men de krypt voor den eeredienst. Eveneens werden zij
-pas een toevluchtsoord tijdens de vervolgingen, in den tijd, dat
-de Christenen genoodzaakt waren de toegangen te verbergen en te
-maskeeren; tot op dat oogenblik hadden zij vrij en wettelijk open
-gestaan. De ware geschiedenis was dus als volgt: vier eeuwen waren
-zij kerkhoven, werden dan gedurende de troebelen toevluchtsoorden
-en verwoest, vervolgens tot in de achtste eeuw vereerd, dan van hun
-heilige reliquieën beroofd, om ten slotte gedurende meer dan zeven
-eeuwen in vergetelheid te geraken, door de aarde verstopt en begraven
-te zijn, zoodat de eerste opgravingen in de vijftiende eeuw ze als
-een buitengewone vondst aan het licht brachten, als een historisch
-probleem, waarover eerst in onze dagen het laatste woord gesproken is.
-
-"Weest zoo goed even te bukken, dames," ging de pater welwillend
-en dienstvaardig voort. "Hier in deze nis bevindt zich een skelet,
-dat men nog niet aangeraakt heeft. Het ligt hier nu zestien- of
-zeventienhonderd jaar. U kunt dus wel begrijpen hoe zorgvuldig men
-de lijken neerlegde. De geleerden zeggen, dat het een vrouw is,
-ongetwijfeld een jong meisje... Het geraamte was verleden jaar
-nog geheel ongeschonden, maar thans is de schedel ingevallen. Een
-Amerikaan heeft er met een stok op geslagen, om zich te vergewissen,
-dat het hoofd niet valsch was."
-
-De dames hadden zich voorover gebogen en haar bleeke gezichten drukten
-in het zwakke dansende licht een met ontzetting vermengd medelijden
-uit. Het jonge meisje vooral met haar rooden mond en haar groote,
-donkere oogen scheen een oogenblik met medelijdende smart te zijn
-vervuld. Dan viel alles weer in het donker terug; de kaarsen richtten
-zich op en zetten in de diepe duisternis haar tocht door de gangen
-voort. Een uur nog duurde het bezoek, want de gids spaarde hun geen
-enkele bijzonderheid; zijn ijver dreef hem voort, als was hij werkzaam
-voor het zieleheil van de touristen.
-
-Pierre liep nog steeds voort en een groote verandering voltrok zich in
-hem. Langzamerhand, naarmate hij meer zag en begreep, veranderde zijn
-eerste verbazing, dat hij de werkelijkheid zoo geheel verschillend
-vond van wat de vertellers en dichters erover geschreven hadden,
-zijn desillusie terecht te komen in deze zoo onbeholpen en ruw in
-die roodachtige aarde gegraven mollegangen, in een broederlijke
-ontroering, in een verteedering, die zijn hart week maakte. En dat
-kwam niet door de gedachte aan de vijftienhonderd martelaren, wier
-heilige gebeenten daar gerust hadden; neen, maar welk een zachte,
-berustende en in den dood door hoop gewiegde menschheid lag daar!
-
-Voor de Christenen waren deze lage, donkere gangen slechts een
-tijdelijke slaapplaats. Dat zij de lijken niet verbrandden, zooals de
-heidenen dat deden, maar ze begroeven, was een gevolg van het feit,
-dat zij van de Joden het geloof aan de opstanding des vleesches
-overgenomen hadden; en die gelukkige gedachte aan een sluimeren, aan
-een goede rust na een rechtvaardig leven in afwachting van de hemelsche
-belooning, maakte den oneindigen vrede, de eindelooze bekoring van deze
-diepe onderaardsche stad uit. Alles daarin sprak van een donkeren en
-stillen nacht, alles sliep er in een verheerlijkte onbeweeglijkheid,
-alles oefende er geduld tot het nog verre ontwaken. Kon men iets
-ontroerenders denken dan die platen van terracotta of marmer, die
-zelfs geen naam droegen, doch waarin alleen de woorden in pace, in
-vrede, gegraveerd waren? Eindelijk in vrede zijn, in vrede slapen,
-in vrede hopen op den toekomstigen hemel na volbrachte taak! En
-deze vrede scheen te heerlijker, omdat hij in diepen ootmoed genoten
-werd! Ongetwijfeld was iedere kunst hier verdwenen, de doodgravers
-groeven op goed geluk af met de onregelmatigheid van onbeholpen
-werklieden, de kunstenaars konden geen naam meer graveeren, geen palm
-of geen visch meer beitelen.
-
-Doch welk een heldere stem van een jonge menschheid steeg uit deze
-armzaligheid en deze onwetendheid op! Armen, eenvoudigen, onwetenden
-rustten hier, sliepen hier onder de aarde, terwijl de zon daarboven
-haar werk voortzette. Welk een naastenliefde, welk een broederschap
-in den dood! Echtgenoot en echtgenoote lagen dikwijls bij elkaar met
-het kind aan hun voeten; in den overstroomenden vloed der onbekenden
-verdwenen de persoonlijkheid, de bisschop, de martelaar: de meest
-ontroerende gelijkheid, die der bescheidenheid, heerschte onder in
-al dat stof, in deze nissen, op deze platen. Dezelfde naïveteit,
-dezelfde bescheidenheid deed de eindelooze rijen der sluimerende
-hoofden één worden. Nauwlijks veroorloofden de opschriften zich een
-lofprijzing, en dan nog hoe voorzichtig, hoe teergevoelig! De mannen
-zijn zeer waardig, zeer vroom, de vrouwen zijn zeer zacht, zeer mooi,
-zeer kuisch. Een geur van kindsheid stijgt hier op, een onbegrensde
-en zoo echt menschelijke teederheid, de dood der eerste Christelijke
-gemeente, die dood, welke zich verborg, om weer te herleven, en niet
-meer droomde van het rijk van deze wereld.
-
-En plotseling zag Pierre in zijn herinnering de graven, die hij
-den vorigen dag gezien had, weer voor zich oprijzen, die weelderige
-graven, die hij zich aan beide kanten van de Via Appia voor den geest
-geroepen had, die in het volle zonlicht den heerscherstrots over een
-geheel volk ten toon spreidden. Met hun reusachtige afmetingen, hun
-opeenstapeling van marmersoorten, hun onbescheiden inscripties, hun
-meesterwerken van beeldhouwers, hun friezen, bas-reliefs en beelden
-straalden zij in pralende pracht. O, welk een schril contrast vormde
-die luisterrijke avenue van den dood midden in de vlakke Campagna
-Romana, die als een triomfweg naar de koninklijke, eeuwige stad
-voerde, met de onderaardsche stad der Christenen, die verborgen,
-zachte, mooie, kuische doodenstad! Hier was niets meer dan slaap,
-dan een gewilde en aanvaarde nacht, een verheven berusting, die
-zich in de hoop op de zaligheid des hemels gaarne toevertrouwde
-aan de goede rust in de duisternis; en alles, tot aan het stervend,
-zijn schoonheid verliezend heidendom, tot aan de onbeholpenheid der
-werklieden toe, verhoogde de bekoring van deze armoedige, ver van de
-zon, in den nacht der aarde gegraven kerkhoven.
-
-Millioenen wezens hadden zich ootmoedig in deze als door voorzichtige
-mieren doorboorde aarde ter ruste gelegd, hadden er eeuwen lang hun
-slaap geslapen, zouden dien er nog slapen, gewiegd door de stilte en de
-duisternis, wanneer niet de menschen hun begeerte naar vergetelheid
-waren komen storen, vóór de bazuinen van het Jongste Gericht de
-opstanding hadden verkondigd. De dood had nu van het leven gesproken;
-er was niets, dat meer, dat intenser, dat aandoenlijker leefde dan deze
-begraven steden van naamlooze, onbekende en ontelbare dooden. Eens was
-een diepe ademtocht uit haar opgerezen--de ademtocht van een nieuwe
-menschheid, die de wereld zou hernieuwen. Met den ootmoed, met de
-minachting van het vleesch, met den angstigen haat tegen de natuur,
-met het opgeven van aardsche genietingen, met het hartstochtelijk
-verlangen naar den dood, die bevrijdt en het paradijs opent, begon
-een andere wereld. En het bloed van Augustus, zoo trotsch in zijn
-purper, zoo schitterend in zijn hoogste heerschappij, scheen een
-oogenblik te verdwijnen, alsof de nieuwe aarde het had opgezogen in
-haar donkere graven.
-
-De frater stond erop den dames de trap van Diocletianus te laten zien
-en vertelde haar de legende daarvan.
-
-"Ja, een wonder... Onder dien keizer vervolgden de soldaten de
-Christenen, die in deze katakomben een schuilplaats zochten; en toen
-de soldaten hen daarin volgen wilden, brak de trap en stortten allen
-naar beneden... De treden zijn thans nog gebroken. Gaat u maar kijken,
-het is maar een paar stappen."
-
-Doch de dames waren doodmoe en bovendien gaven deze donkerte en al die
-doodenverhalen haar een zoo onbehagelijk gevoel, dat zij erop stonden
-dadelijk weer naar boven te gaan. Trouwens de dunne kaarsen waren
-bijna opgebrand; en allen werden verblind, toen zij eindelijk weer
-in het zonlicht voor het kleine winkeltje met religieuse artikelen
-stonden. Het jonge meisje kocht een presse-papier, een stuk marmer,
-waarin de visch gebeiteld was, het symbool van Jezus Christus, den
-Zoon Gods, den Redder der menschen.
-
-Den namiddag van dienzelfden dag bezocht Pierre de Basilica van de
-St. Pieter. Hij kende er nog niets van dan het groote plein met
-zijn obelisk en zijn twee fonteinen, waar hij eens over gereden
-was. De reusachtige lijst der zuilengang van Bernini, deze uit
-zuilen en pilasters bestaande vierhoek, omgeeft het met een gordel
-van monumentale majesteit. Op den achtergrond verheft zich de door
-haar gevel gedrukte en zwaar gemaakte Basilica, wier verheven dom
-den hemel vult.
-
-Onder de brandende zon strekten zich de met kiezelzand bestrooide,
-eenzame hellingen uit, de eene lage, versleten en verbleekte trede
-volgde op de andere. Geheel aan het einde trad Pierre binnen. Het
-was drie uur; breede zonnestralen vielen door de hooge, vierkante
-ramen; links in de Cappella Clementina begon een godsdienstoefening,
-de vesper ongetwijfeld. Maar hij hoorde niets; slechts de ontzaglijke
-grootte van het schip viel hem op. Met langzame stappen doorliep hij,
-omhoog kijkend, de matelooze afmetingen. Daar waren dadelijk bij den
-ingang de groote wijwaterbakken met hun Engelen, die zoo dik als Amors
-waren; daar was het middenschip, het geweldige, met vakken versierde,
-halfcirkelvormige gewelf; daar waren bij het kruis de vier cyclopische
-pijlers, die den dom steunden; daar waren de kruisbeuken en de apsis,
-die ieder afzonderlijk zoo groot zijn als een van onze kerken. Ook
-de trotsche praal, de verblindende, neerdrukkende pracht trof hem:
-de koepel, die als een ster schitterde in de levendige tinten en
-het goud van zijn mozaïeken; de prachtige baldakijn, waarvan het
-brons uit het Pantheon genomen is, en die het hoofdaltaar kroont,
-dat over het graf van den Heiligen Petrus staat, waarheen de dubbele
-trap der Confessie leidt, die door zeven-en-tachtig eeuwig brandende
-lampen verlicht wordt; de marmersoorten ten slotte, een verkwisting
-en verspilling van de zeldzaamste witte en gekleurde marmersoorten
-naast en boven elkaar.
-
-O, dat polychrome marmer, waarin Bernini zwelgde! Uit marmer bestaat
-de heerlijke vloer, waarin het geheele gebouw zich weerspiegelt;
-van marmer is de bekleeding der pijlers, die versierd zijn met de
-medaillons der pausen, afwisselend met de tiara en de sleutels, die
-bolwangige Engelen dragen; van marmer zijn de met gecompliceerde
-zinnebeelden overladen muren, waarop men telkens weer de duif
-van Innocentius X terugvindt; van marmer zijn de nissen met haar
-reusachtige beelden in barokstijl; van marmer de loggia's en haar
-balkons; van marmer de dubbele trap der Confessie; van marmer de rijke
-altaren en de nog rijkere graftomben! Alles, het groote middenschip, de
-zijbeuken, de kruisbeuken, de apsis, alles was van marmer, schitterde
-in rijkdom van marmer, zonder dat men een hoekje vinden kon, zoo groot
-als de palm van een hand, dat niet de overmoedige pralerij van het
-marmer toonde. En zoo triompheerde de Basilica, onbestreden erkend
-en bewonderd als de grootste en rijkste kerk der wereld.
-
-Pierre liep maar steeds; hij dwaalde door de schepen, keek, zonder
-echter iets te kunnen onderscheiden. Hij bleef een oogenblik voor
-den bronzen Heiligen Petrus staan, die in zijn stijve, hiëratische
-houding op zijn marmeren sokkel stond. Enkele geloovigen kwamen
-den grooten teen van den rechtervoet kussen; sommigen veegden die,
-alvorens haar te kussen af; anderen deden het, zonder haar af te
-vegen, drukten er dan hun voorhoofd op, om haar vervolgens nogmaals
-te kussen. Dan keerde hij naar de linker kruisbeuk terug, waarin zich
-de biechtstoelen bevonden. Hier zitten steeds priesters gereed, om in
-alle talen de biecht af te nemen. Anderen wachten, met een lang stokje
-gewapend, en slaan zachtjes daarmede op het hoofd van de nederknielende
-zondaars, die daarmede een aflaat van dertig dagen krijgen. Doch er
-waren slechts weinig menschen; de priesters verdreven in hun kleine
-houten kastjes de verveling van het wachten door, alsof ze thuis waren,
-lezen of schrijven.
-
-En weer stond hij voor de Confessie, waar de zeven-en-tachtig als
-sterren fonkelende lampen hem zoo imponeerden. Het hoofdaltaar, waarop
-alleen de paus mag celebreeren, stond met den trotschen weemoed der
-eenzaamheid onder den reusachtigen, met bloemen versierden baldakijn,
-welks bewerking en vergulding meer dan een half millioen gekost
-hebben. Dan herinnerde hij zich de ceremonie, die in de Cappella
-Clementina gecelebreerd werd, en hij verwonderde zich in het geheel
-niets meer te hooren. Hij vermoedde, dat zij reeds afgeloopen was, en
-wilde zich daarvan overtuigen. Maar hoe dichter hij bij de kapel kwam,
-des te sterker drong een geluid, dat aan verre tonen van een fluit
-denken deed, tot zijn oor door. Hij hoorde het steeds duidelijker,
-doch eerst toen hij voor de kapel zelf stond, herkende hij de
-orgeltonen. Roode gordijnen, die voor de ramen getrokken waren,
-dempten het zonlicht; zoo werd de kapel geheel door een helderen,
-rooden vuurgloed en de diepe klanken van een ernstige muziek
-vervuld. Maar hoe klein was zij, hoe ging zij als het ware verloren
-in de reuzenruimte van het schip, dat men op zestig passen afstands
-noch de stemmen noch het dreunen van het orgel onderscheiden kon!
-
-Bij het binnentreden had Pierre gedacht, dat de ontzaglijke kerk leeg
-en dood was. Daarna had hij echter in de verte eenige wezens opgemerkt
-Er waren menschen, maar zóó weinig en op zulke groote afstanden, dat
-het den indruk maakte, alsof zij er niet waren. Toeristen slenterden
-met hun reisgids in hun hand met moede beenen rond. In het midden van
-het groote schip was een schilder aan zijn ezel bezig een gedeelte van
-de kerk op het doek te brengen. Dan kwam een geheel Fransch seminarie
-voorbij onder leiding van een prelaat, die een explicatie gaf omtrent
-de graftomben. Maar die vijftig, die honderd personen telden niet,
-maakten in de groote ruimte nauwlijks den indruk van enkele verdwaalde
-zwarte mieren, die angstig den weg zoeken.
-
-Van dat oogenblik af had hij het duidelijke gevoel, dat hij zich
-in een reuzengalazaal bevond, in de voorzaal van een onmatig
-groot ontvangpaleis. De breede zonnestralen, die door de hooge,
-vierkante ramen zonder gordijnen binnenvielen, wierpen in de kerk
-een verblindend licht, vervulden haar in haar geheele ruimte als
-met een glorie. Geen bank, geen stoel was te zien, niets dan de
-prachtige, kale, eindelooze vloer, een vloer als in een museum,
-die den dansenden regen der stralen weerkaatste. Nergens een hoekje
-voor stille overpeinzing, nergens een mysterievol, donker hoekje
-om neer te knielen en te bidden. Overal het felle licht, de glans,
-de majesteit en de pracht van het volle daglicht.
-
-En in deze verlaten, in goud en purper vlammende operazaal kwam hij,
-die slechts de huivering van onze Gotische kathedralen kende, waarin
-in het donker onbestemde menigten snikken in het woud der pilasters;
-hij, die de smartelijke herinnering aan de uitgeteerde architectuur en
-beeldhouwkunst der Middeleeuwen, welke geheel ziel is, met zich bracht,
-kwam nu midden in deze pronkende majesteit, in deze reusachtige,
-leege praal, welke niets dan lichaam is! Vergeefs zocht hij naar een
-arme, knielende vrouw, naar een geloovig of lijdend wezen, dat zich
-in een halfdonker toevertrouwde aan den Ongekende, met gesloten mond
-sprak met den Onzienlijke. Hij zag hier niets dan het moede komen en
-gaan van toeristen, het gewichtige druk-doen van de prelaten, die de
-jonge priesters naar de voorgeschreven staties brengen, terwijl in
-de kapel links de vesper voortgezet werd, zonder dat één geluid tot
-de ooren der bezoekers doordrong.
-
-Pierre begreep, dat dit het geraamte was van een monumentalen kolos,
-uit wien het leven langzaam wegvlood. Om hem te vullen, om hem zijn
-werkelijke ziel in te blazen, was de geheele pracht van de religieuse
-praal noodig; waren de tachtig duizend geloovigen noodig, die het
-schip kon bevatten, de groote pauselijke ceremoniën, de schittering
-der Kerst- en Paaschfeesten, de optochten, die in een decor en
-mise-en-scène van een grand opéra hun heilige luxe ontvouwen. En hij
-riep zich voor den geest wat hij van deze pracht wist: een aanbiddende
-menigte overstroomde de Basilica, de bovenmenschelijke stoet bewoog
-zich te midden van de ter aarde gebogen hoofden, het kruis en het
-zwaard openden de processie, de kardinalen schreden twee aan twee
-voort als de goden der pleïade, gekleed in het kanten koorhemd, het
-priesterkleed en den mantel van rood moiré, waarvan de sleep door
-de sleepdragers vastgehouden werd. En eindelijk kwam de paus. Hij
-zat als een machtige Juppiter op een schild van rood fluweel in een
-leunstoel van rood fluweel en goud en was gekleed in wit fluweel met
-den gouden koorrok, de gouden stola en de gouden tiara. De dragers
-van de sedia gestatoria fonkelden in hun roode, met goud bestikte
-tunica's, de flabelli bewogen boven het hoofd van den eenigen,
-souvereinen pontifex de groote veeren waaiers, die men vroeger voor
-de afgodsbeelden van het oude Rome zwaaide.
-
-En welk een verblindend en glorierijk Hof om dezen triomfzetel
-heen! Het geheele pauselijke personeel, de stroom van assisteerende
-prelaten, de patriarchen, de aartsbisschoppen en bisschoppen,
-allen in gouden ornaat en met mijters! De geheime kamerheeren in
-violette zijde, de werkelijke kamerheeren in zwart fluweel met den
-gouden halskraag en ketting! Het ontelbare geestelijke en wereldlijke
-gevolg, wier opsomming honderd bladzijden der Gerarchia zou beslaan,
-de protonotarii, de kapelaans, de prelaten van alle klassen en alle
-rangen, afgezien nog van het Militair Huis, de gendarmes met hun
-berenmutsen, de Palatijnsche garden in blauwe broek en zwarte tunica,
-de Zwitsersche garden in hun geel, zwart en rood gestreepte harnassen
-van zilver, de garden der edelen, die in hun hooge laarzen, hun witte
-broeken, hun roode, met goud bestikte mantels, hun gouden epauletten
-en hun gouden helmen een schitterenden aanblik opleverden.
-
-Maar sedert Rome de hoofdstad van Italië was, werden de vleugeldeuren
-niet meer wijd geopend, integendeel men hield ze zorgvuldig gesloten,
-en de enkele malen, dat de paus de mis nog kwam celebreeren, zich
-kwam vertoonen als de hoogste uitverkorene, als de belichaming Gods
-op aarde, vulde de kerk zich slechts met genoodigden, moest men
-een kaart hebben, om toegang te verkrijgen. Het was niet meer het
-volk, de vijftig-, zestigduizend Christenen, die samenstroomden en
-zich verdrongen, neen, het waren bevriende toeschouwers, die voor
-particuliere en gesloten plechtigheden in het bijzonder uitgezocht
-werden. En zelfs wanneer men erin slaagde er eenige duizenden bijeen
-te krijgen, dan was het nog steeds een beperkt, tot een gala-concert
-genoodigd publiek.
-
-Hoe langer Pierre door dit in den harden glans van het marmer
-flikkerende, koude en majestueuse museum wandelde, des te meer werd
-hij doordrongen van het gevoel, dat hij zich in een heidenschen tempel
-bevond, opgericht ter eere van den god van licht en praal. Een groote
-tempel van het oude Rome had er ongetwijfeld evenzoo uitgezien met
-dezelfde met polychroom marmer bekleede muren, dezelfde kostbare
-zuilen, dezelfde gewelven met vergulde vakken. Datzelfde gevoel
-zou hij nog sterker krijgen bij het bezoeken van andere basilica's,
-die ten slotte hem tot de kennis der onbetwistbare waarheid brengen
-zouden. Daar was in de eerste plaats de Christelijke kerk, die het zich
-in alle kalmte en vermetelheid makkelijk maakte in den heidenschen
-tempel: zooals bijvoorbeeld San Lorenzo in Miranda, die zich in den
-tempel van Antoninus en Faustina thuis voelde als in zijn eigen huis en
-de zeldzame porticus van cipoline [9] en de mooie lijst van wit marmer
-behouden had; of wel de Christelijke kerk, die uit den gevelden stam,
-het oude verwoeste gebouw weer opgewassen was, zooals de tegenwoordige
-San Clemente bijvoorbeeld, waaronder eeuwen van tegenstrijdige
-godsdiensten lagen, een zeer oud monument uit den tijd der Republiek,
-een ander uit den keizertijd, waarin men een Mithratempel herkend
-heeft, en ten slotte een oud-Christelijke basilica. Vervolgens had
-men de Christelijke kerk, zooals de Santa Agnese fuori le Mura,
-die geheel naar het voorbeeld van de staatsbasilica der Romeinen,
-het Gerechtshof of de Beurs, gebouwd was. Ten slotte en vooral had
-men de Christelijke kerken, die met de uit in puinhoopen liggende
-tempels gestolen materialen opgetrokken waren.
-
-Zoo bijvoorbeeld de zestien prachtige zuilen uit diezelfde Santa
-Agnese fuori le Mura van verschillende marmersoorten, die blijkbaar
-aan verschillende goden ontstolen waren; de een-en-twintig zuilen van
-Santa Maria dei Trastevere, die uit een tempel van Isis en Serapis
-afkomstig waren, wier afbeeldingen zich nog op de kapiteelen bevinden;
-de zes-en-dertig wit marmeren Ionische zuilen van de Santa Maria
-Maggiore, die uit den tempel van Juno Lucina komen, de twee-en-twintig
-in materiaal, hoogte en bewerking geheel verschillende zuilen van Santa
-Maria d'Aracoeli, waarvan de legende zegt, dat enkele aan Juppiter
-zelf ontstolen zijn uit den tempel van Juppiter Capitolinus, die zich
-op dezelfde plaats op den heiligen top verhief. Heden nog herleven
-de tempels van het rijke keizertijdperk in de prachtige basilieken
-van San Giovanni de Laterano en San Paolo fuori le Mura. Was niet de
-basilica van San Giovanni, de Moeder en het Hoofd van alle kerken, met
-haar vijf, door vier zuilenrijen gescheiden schepen, met haar twaalf
-reusachtige Apostelbeelden, die als een dubbele rij van goden naar
-den Heer der Goden voerden, met haar bas-reliefs, haar friesen, haar
-lijsten, het eerepaleis van een heidensche godheid, wier koninkrijk
-van deze wereld is? En vindt men niet in de pas voltooide San Paolo
-in den glans van het nieuwe marmer de woning der Onsterfelijken van
-den Olympus terug?
-
-Het is de typische tempel met de majestueuse zuilengaanderij onder het
-vlakke, met vergulde vakken versierde gewelf, de marmeren vloer van
-onvergelijkelijk mooi materiaal en onvergelijkelijk mooie bewerking,
-de zuilen met de violette voeten en de witte kapiteelen, de witte
-lijsten met violette friesen, de overal terugkeerende vermenging van
-deze beide kleuren, die zulk een goddelijk vleeschelijke harmonie
-vormen, welke denken doet aan de verheven, door den dageraad gebade
-lichamen der groote godinnen. Nergens, evenmin als in de St. Pieter
-een donker, een mysterievol voor den Onzienlijke geopend plekje.
-
-En toch bleef de St. Pieter, krachtens haar recht als kolos, nog het
-grootste van deze groote monsters. Zij is het levende bewijs van dat,
-wat de zucht naar het monsterachtig-groote vermag, wanneer de mensch
-in zijn trotschen overmoed met behulp van verspilde en weggegooide
-millioenen God onderbrengen wil in de te groote en te rijke woning
-van steenen, waarin de mensch in Zijn naam triompheert.
-
-Tot dezen pronkkolos had dus na zoovele eeuwen de vrome ijver
-van het oorspronkelijke geloof geleid. Men vond er het sap van den
-Romeinschen bodem in terug, dat te allen tijd in onredelijke monumenten
-is opgeschoten. Het schijnt, dat de onbeperkte heerschers, die er
-achtereenvolgens geregeerd hebben, dien hartstocht voor cyclopischen
-bouw met zich mede brachten, dien putten uit den geboortegrond, waarop
-zij groot geworden zijn, want zij hebben dien zonder onderbreking
-van beschaving op beschaving aan elkaar overgeleverd. Het is een
-onophoudelijk opbloeien der menschelijke ijdelheid: allen hadden den
-drang om hun naam op een muur te schrijven, om, nadat zij meesters
-der wereld geweest zijn, het tastbare bewijs van hun ééndaagschen
-roem achter te laten, het eeuwige gebouw van brons en marmer, dat
-tot aan het einde der dagen van hen getuigen zal.
-
-In den grond van de zaak ligt daarin slechts de veroveringsgeest, de
-trotsche eerzucht van het ras, dat steeds om de wereldheerschappij
-strijdt; en wanneer alles ineen gestort is, wanneer een nieuwe
-maatschappij uit de puinhoopen opstaat, en men meent, dat deze van
-den hoogmoed genezen en tot den ootmoed teruggekeerd is, dan blijkt
-dat opnieuw een dwaling te zijn; het oude bloed bruist in haar aderen,
-zij geeft opnieuw toe aan den overmoedigen waanzin van haar voorouders
-en wordt, zoodra zij groot en sterk geworden is, een prooi van al
-de overgeërfde heftigheid. Er is geen beroemde paus, die niet heeft
-willen bouwen, die niet de traditie der Caesars opgevat heeft, die
-hun regeering in steen vereeuwigden, bij hun dood tempels voor zich
-lieten oprichten, om over te gaan in de rij der goden.
-
-Dezelfde zorg voor aardsche onsterfelijkheid openbaart zich weer,
-het is een wedijver, wie het grootste, het stevigste, het mooiste
-monument zal achterlaten; en de ziekte is zoo hevig, dat de minder
-rijken, die niet bouwen konden, zich tevreden hebben moeten stellen
-met herstellingen, er een behagen in schepten de herinnering aan hun
-bescheiden werken aan het nageslacht achter te laten door marmeren
-tafels met praalzieke inscripties aan te brengen. Vandaar, dat men
-steeds weer die tafels aantreft; geen muur heeft nieuwe fundamenten
-gekregen of de paus heeft daarop zijn wapens gedrukt; geen ruïne is
-hersteld, geen paleis weer in goeden staat gebracht, geen fontein
-schoongemaakt, zonder dat de regeerende paus het werk teekent met
-zijn Romeinschen titel Pontifex Maximus.
-
-Het is een nachtmerrie, een onvrijwillige uitspatting, de
-onvermijdelijke opbloei uit deze sedert meer dan twee duizend jaar
-uit puinhoopen gevormde humus. Onophoudelijk rijzen monumenten op
-uit dit stof van monumenten. En men vraagt zich af, of Rome ooit
-Christelijk geweest is. Rome in zijn verdorvenheid, waarmede de oude
-Romeinsche bodem bijna dadelijk de leer van Jezus bevlekt heeft,
-met zijn heerschzucht, zijn hartstochtelijk verlangen naar aardschen
-roem, die, zonder acht te slaan op de zwakken en de reinen, op de
-liefderijken en eenvoudigen van het oorspronkelijke Christendom,
-den triomf van het Katholicisme bewerkt hebben.
-
-Toen, in een plotselinge ingeving, zag Pierre in een hooger licht de
-waarheid stralen. Het was op het oogenblik, dat hij voor de tweede
-maal door de reusachtige basilica liep en de graftomben der pausen
-bewonderde. O, die graftomben! Daarginds in de vlakke Campagna, in
-het volle zonlicht, aan beide zijden van de Via Appia, die was als een
-triomphantelijk entree, welke den vreemdeling naar den verheven, door
-een kroon van paleizen omgorden Palatinus leidde, daarginds verhieven
-zich de gigantische graven der machtigen en rijken in een glans en
-in een schittering, in een onvergelijkelijke pracht, die den trots
-van een sterk, wereldbeheerschend ras in marmer vereeuwigde. Dan,
-dicht daarbij, onder de aarde, in den donkeren, stillen nacht, onder
-in armzalige molsgaten verborgen zich de andere graven, de kleinen,
-de armen, de lijdenden, zonder kunst of rijkdom, wier bescheidenheid
-verkondigde, dat een ademtocht van teederheid en berusting over
-de aarde gestreken was, dat een mensch broederschap en liefde,
-het opgeven van aardsche goederen voor de eeuwige vreugde van het
-toekomstige leven was komen prediken en aan de nieuwe aarde het zaad
-van zijn Evangelie toevertrouwd, de verjongde menschheid gezaaid had,
-die de oude wereld zou hervormen.
-
-En nu waren uit dat eeuwen in den grond begraven zaad, nu waren uit die
-zoo nederige, zoo onbekende graven, waarin de martelaars hun zachten
-slaap sliepen, nu waren daaruit weer nieuwe graven opgeschoten,
-even reusachtig, even praalvol als de verwoeste oude graven der
-afgodendienaars. Hun marmer verhief zich in de heidensche pracht van
-een tempel en verkondigde denzelfden bovenmenschelijken trots, dezelfde
-waanzinnige zucht naar wereldoverheersching. In de Renaissance wordt
-Rome weer heidensch, komt het oude keizerlijke bloed weer boven en
-sleept het Christendom mede in den heftigsten aanval, dien het ooit te
-doorstaan heeft gehad. O, die graven der pausen in de St. Pieter met
-hun overmoedig-onbeschaamde verheerlijking, met hun zinnelijke praal,
-hoe dagen zij den dood uit en willen zij de onsterfelijkheid op aarde
-brengen! Het zijn reuzengroote pausen van brons, het zijn allegorische
-figuren, het zijn dubbelzinnige engelen, mooi als mooie meisjes,
-als begeerlijke vrouwen met heupen en boezems als van godinnen.
-
-Paulus III zit op een hoogen piedestal met de Gerechtigheid en de
-Wijsheid half liggend aan zijn voeten; Urbanus VIII zit tusschen de
-Wijsheid en den Godsdienst, Innocentius IX tusschen den Godsdienst
-en de Gerechtigheid, Innocentius XII tusschen de Gerechtigheid
-en de Naastenliefde, Gregorius XIII tusschen den Godsdienst en de
-Kracht. De knielende Alexander VII heeft naast zich de Wijsheid en de
-Gerechtigheid, voor zich de Naastenliefde en de Waarheid; daarnaast
-staat een geraamte met een ledigen zandlooper. De eveneens knielende
-Clemens XIII triompheert op een monumentalen sarkophaag, waarop de
-Godsdienst, die een kruis draagt, steunt, terwijl onder den rechts zich
-bevindenden Genius van den Dood twee reusachtige leeuwen liggen, het
-symbool der almacht. Het brons verkondigde de eeuwigheid der figuren,
-het witte marmer glansde als mooi, rijp vleesch, het polychrome
-marmer viel neer in rijke draperieën en verhieven in het felle,
-vergulde licht der reusachtige schepen de monumenten tot een apotheose.
-
-Pierre ging van de eene tombe naar de andere, steeds voortloopend in
-de bezonde, trotsche, eenzame basilica. Ja, deze graven sloten zich
-met keizerlijke praal bij die van de Via Appia aan.
-
-Het was ongetwijfeld Rome--de bodem van Rome, de bodem, waaruit
-trots en heerschzucht opschoten als het gras uit de velden, de bodem,
-die van het oorspronkelijke Christendom het overwinnend Katholicisme
-gemaakt had den bondgenoot der machtigen en rijken, de reusachtige
-regeeringsmachine, opgericht voor de verovering der volkeren. In de
-pausen waren de Caesars weder ontwaakt. De herediteit werkte, het
-bloed van Augustus was weer boven gekomen, bruiste door hun aderen,
-verteerde hun brein met bovenmenschelijke eerzucht. Alleen Augustus
-had de wereldheerschappij kunnen verwezenlijken, Augustus, imperator
-en pontifex maximus, meester van lichamen en zielen. Vandaar de eeuwige
-droom der pausen, die wanhopig zijn, omdat zij slechts het geestelijke
-behouden kunnen en niets van het wereldlijke willen afstaan, want
-zij koesteren nog steeds de eeuwenoude, nooit opgegeven hoop, dat de
-droom zich nog eens verwezenlijken en van het Vaticaan een tweeden
-Palatinus maken zal, vanwaaruit zij, als onbeperkte despoten, over
-de veroverde volkeren heerschen zullen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZESDE HOOFDSTUK
-
-
-Pierre bevond zich nu reeds veertien dagen te Rome, maar de zaak,
-waarvoor hij gekomen was, de verdediging van zijn boek, vorderde
-niet. Hij koesterde nog steeds den vurigen wensch den paus te spreken,
-zonder dat ten gevolge van de verschillende uitstellen en van den
-angst, dien monsignor Nani hem voor een onvoorzichtigen stap had
-ingeboezemd, te voorzien was, wanneer of hoe die wensch bevredigd zou
-worden. Daar hij begreep, dat zijn verblijf heel lang zou kunnen duren,
-had hij besloten zijn celebret in het vicariaat te laten viseeren
-en las nu iederen ochtend zijn mis in de Santa Brigittakerk op de
-piazza Farnese, waar hij door abbé Pisoni, den vroegeren biechtvader
-van Benedetta, zeer vriendelijk ontvangen was.
-
-Dien Maandag wilde hij vroeg naar de intieme receptie van donna
-Serafina gaan, in de hoop daar nieuws te hooren en zijn zaak te kunnen
-bespoedigen. Misschien zou monsignor Nani er zijn, misschien zou hij
-het geluk hebben er den een of anderen prelaat of kardinaal te vinden,
-die hem zou willen helpen. Vergeefs had hij getracht tenminste enkele
-inlichtingen van don Vigilio te krijgen. Maar als opnieuw bevangen
-door wantrouwen en vrees, na een oogenblik dienstvaardig geweest te
-zijn, ontweek de secretaris van kardinaal Boccanera hem, verborg
-zich, vastbesloten zich niet in te laten met een beslist verdacht
-en gevaarlijk avontuur. Bovendien had hij twee dagen te voren zoo'n
-hevigen aanval van koorts gekregen, dat hij zijn kamer moest houden.
-
-Zoo had Pierre geen anderen troost dan Victorine Bosquet, het tot
-huishoudster opgeklommen vroegere kindermeisje, de Beauceronneesche,
-die na een dertigjarig verblijf in Rome, dat zij nog niet kende, nog
-steeds haar oud Fransch hart behouden had. Zij sprak met hem over
-Auneau, als had zij het den vorigen dag nog gezien. Maar dien dag
-was zij niet zoo levendig en opgewekt als anders; en toen zij hoorde,
-dat hij 's avonds naar de receptie wilde gaan, schudde zij haar hoofd.
-
-"U zult de dames niet opgewekt aantreffen. Die arme Benedetta heeft
-groot verdriet. Het schijnt, dat het er met haar echtscheiding niet
-heel schitterend voor staat."
-
-Geheel Rome sprak erover. Het gepraat was opnieuw begonnen
-en wond de zwarte en witte kringen beide op. Het was dan ook
-volstrekt niet noodig, dat Victorine bang behoefde te zijn zich
-aan onbescheidenheid schuldig te maken, als zij haar landgenoot
-iets vertelde. In antwoord op de memorie van advocaat Morano,
-die, steunend op getuigenverklaringen en schriftelijke bewijzen,
-trachtte aan te toonen, dat het huwlijk wegens impotentie van den
-echtgenoot niet voltrokken kon zijn, had monsignor Palma, de voor
-deze aangelegenheid door de Conciliecongregatie als verdediger
-van het huwlijk gekozen theoloog, een vreeselijke tegen-memorie
-ingediend. In de eerste plaats trok hij de maagdelijkheid van de
-eischeresse sterk in twijfel, terwijl hij de technische termen van
-het certificaat der beide vroedvrouwen betwistte en een grondig
-onderzoek door twee doktoren eischte, voor welke formaliteit het
-schaamtegevoel der jonge vrouw teruggeschrikt was. Bovendien citeerde
-hij wetenschappelijk vastgestelde, physiologische gevallen, waarin
-jonge meisjes gemeenschap gehad hadden met mannen, zonder dat een
-spoor van ontmaagding te vinden geweest was.
-
-Hij legde verder sterk den nadruk op het in de memorie van graaf
-Prada voorkomende verhaal, waarin deze, zeer eerlijk, aarzelde te
-zeggen of het huwlijk voltrokken was of niet, zóó had de gravin
-zich verzet; hij had het wel gemeend op het oogenblik, dat de daad
-in normale omstandigheden ten einde gebracht was, maar bij nadere
-overweging durfde hij dat niet beslist te verzekeren, gaf hij toe,
-dat hij, toegevend aan zijn heftige begeerte, zich misschien illusies
-gemaakt had over een volkomen bezit. Monsignor Palma juichte over dien
-twijfel, versterkte dien nog door al de spitsvondige redeneeringen,
-die deze zaak mogelijk maakte, ja hij voerde zelfs tegen de echtgenoote
-aan de verklaring der kamenier, die zij zelf als getuige had laten
-dagvaarden, en die het lawaai van den strijd gehoord had en bevestigde,
-dat na dezen eersten nacht mijnheer en mevrouw steeds afzonderlijk
-geslapen hadden. Het hoofdargument van de memorie was echter, dat
-het, zelfs, wanneer de eischeresse het onbetwistbare bewijs van haar
-maagdelijkheid geven kon, daarom niet minder vast stond, dat haar
-weigering alleen de voltrekking van het huwelijk belet had, daar de
-eerste voorwaarde voor de voltrekking de gehoorzaamheid der vrouw
-is. Na een vierde memorie, die van den rapporteur, waarin deze de drie
-andere resumeerde en aan kritiek onderwierp, was de congregatie tot
-stemming overgegaan en had met één stem meerderheid de nietigverklaring
-van het huwlijk uitgesproken. Dit was een zoo precaire oplossing
-der quaestie, dat monsignor Palma krachtens zijn recht onmiddellijk
-een aanvullingsonderzoek geëischt had, waardoor het geheele proces
-opnieuw behandeld moest worden en een nieuwe stemming noodig was.
-
-"Die arme contessina!" riep Victorine uit; "zij zal nog van verdriet
-sterven, want ondanks haar kalm uiterlijk wordt het lieve kind door
-liefde verteerd... Het schijnt, dat advocaat Palma meester is van den
-toestand, dat hij de zaak net zoo lang kan rekken als hij zelf wil. En
-bovendien heeft het al zooveel gekost en zal het nog meer kosten. Abbé
-Pisoni--u kent hem nu goed--heeft waarachtig een prachtig idee gehad,
-toen hij met dit huwelijk voor den dag kwam. En ik wil geen kwaad
-zeggen van de nagedachtenis van mijn lieve mevrouw, gravin Ernesta,
-die een heilige was, maar zij heeft haar dochter ongelukkig gemaakt
-door haar aan graaf Prada te geven."
-
-Zij hield even op, om er dan in haar aangeboren rechtvaardigheidszin
-aan toe te voegen:
-
-"Trouwens ik kan mij best begrijpen, dat graaf Prada met het heele
-geval ook niet erg ingenomen is. Ze maken zich te vroolijk over
-hem. Maar dat neemt niet weg, dat ik zeg, dat het van Benedetta toch
-wel dwaas is, om zooveel poespas te maken. Als het van mij afhing,
-dan zou zij vanavond nog haar Dario in haar kamer hebben; zij houdt
-toch zooveel van hem en ze verlangen al zoolang naar elkaar. Wel
-zeker, zonder burgemeester en zonder pastoor, zij zijn zoo jong en
-zoo mooi en zouden zoo graag samen gelukkig zijn... Geluk, lieve God,
-geluk is zoo zeldzaam!"
-
-Toen zij zag, dat Pierre haar verbaasd aankeek, begon zij vroolijk
-met het kalme evenwicht van het lagere Fransche volk, dat alleen nog
-maar gelooft aan een gelukkig, fatsoenlijk leven, te lachen.
-
-Dan klaagde zij op bescheiden wijze haar leed over een
-andere onaangenaamheid, die over het heele huis haar schaduw
-wierp. Het was eveneens een terugslag van die ongelukkige
-echtscheidingsquaestie. Donna Serafina en advocaat Morano hadden een
-woordenwisseling gehad. De laatste was zeer uit zijn humeur over het
-echec, dat hij met zijn memorie geleden had, en verweet pater Lorenza,
-den biechtvader van de tante en de nicht, haar aangezet te hebben
-tot een proces, waaruit niets dan schandaal kon voortkomen. En hij
-was niet meer in het paleis Boccanera teruggekomen. Het was het
-afbreken van een meer dan dertigjarige liaison en bracht groote
-beroering in alle Romeinsche salons, die Morano's handelwijze ten
-sterkste afkeurden. Donna Serafina was des te meer verbitterd en
-beleedigd, omdat zij vermoedde, dat hij de woordenwisseling slechts als
-voorwendsel gebruikte, om haar voor iets geheel anders te verlaten,
-om een plotselingen, bij een man van zijn positie en vroomheid
-misdadigen hartstocht, dien een jong, intrigeerend burgermeisje hem
-ingeboezemd had.
-
-Toen Pierre 's avonds den met geel Louis XIV brocaat behangen salon
-binnentrad, bemerkte hij inderdaad, dat er een zekere zwaarmoedigheid
-heerschte onder het gedempte licht van de door kant omsluierde
-lampen. Er was niemand dan Benedetta en Celia, die met Dario op
-de canapé zaten te praten, terwijl kardinaal Sarno, achter in een
-fauteuil verscholen, zonder een woord te zeggen, naar het eindelooze,
-onuitputtelijke gebabbel luisterde van de oude tante, die iederen
-Maandag met de kleine prinses medekwam. Donna Serafina zat alleen op
-haar gewone plekje aan de rechterzijde van den haard; een heimelijke
-woede verteerde haar, dat zij de linkerzijde tegenover haar ledig
-zag, het plekje, dat Morano gedurende de dertig jaar van zijn trouw
-ingenomen had. Pierre merkte ook haar angstigen, daarna wanhopigen blik
-op, dien zij bij zijn binnenkomen op hem wierp; zij loerde als het ware
-op de deur, daar zij blijkbaar den wispelturige nog verwachtte. Zij
-hield zich echter zeer flink en zag er met haar fijne, meer dan ooit in
-haar corset geregen taille, met haar hard oude-jongejuffrouwengezicht,
-haar sneeuwwit haar en haar zeer donkere wenkbrauwen nog trotsch uit.
-
-Nadat Pierre haar begroet had, liet hij dadelijk de hem geheel
-beheerschende gedachte blijken door te vragen of hij dien avond niet
-het genoegen zou hebben, monsignor Nani te zien.
-
-En zij kon zich niet weerhouden te zeggen:
-
-"O, monsignor Nani verlaat ons, evenals alle anderen. Wanneer je de
-menschen noodig hebt, verdwijnen ze."
-
-Zij had ook een zekeren wrok tegen den prelaat, omdat hij zich ondanks
-zijn vele beloften, bij de echtscheiding op den achtergrond gehouden
-had. Ongetwijfeld verborg hij als altijd onder zijn buitengewoon
-vleiende welwillendheid een ander plan. Zij had echter dadelijk berouw
-over de bekentenis, die haar woede haar ontrukt had, en zeide:
-
-"Misschien komt hij nog. Hij is zoo goed en heeft zoo met ons op."
-
-Ondanks haar vurig bloed wilde zij politiek zijn, om het ongeluk zoo
-mogelijk te kunnen overwinnen. Haar broeder, de kardinaal, had haar
-gezegd, hoe de houding der Conciliecongregatie hem hinderde, want hij
-twijfelde er geen oogenblik aan, of de koele ontvangst, die de eisch
-van zijn nicht gevonden had, was gedeeltelijk het gevolg van het feit,
-dat sommige van zijn medekardinalen het uit rancune tegenover hem
-gedaan hadden. Zelf wenschte hij thans de scheiding, die alleen het
-voortbestaan van het geslacht verzekeren kon, daar Dario het nu eenmaal
-in zijn hoofd gezet had met niemand dan met zijn nicht te trouwen. Alle
-ongelukken kwamen nu tegelijk en troffen de geheele familie; hij was
-beleedigd in zijn trots, zijn zuster deelde in zijn verdriet en was
-bovendien in haar hart gewond; Benedetta en Dario waren wanhopig,
-dat hun verwachtingen nogmaals de bodem ingeslagen werd.
-
-Toen Pierre bij de canapé kwam, waar de jongelui zaten te praten,
-hoorde hij, dat er fluisterend over niets dan over de catastrophe
-gesproken werd.
-
-"Waarom ben je toch zoo wanhopig?" vroeg Celia. "Per slot van rekening
-is de nietigverklaring van het huwlijk met één stem meerderheid
-uitgesproken. Het proces wordt alleen nog eens gevoerd. Het is alleen
-een quaestie van uitstel."
-
-Maar Benedetta schudde haar hoofd.
-
-"Neen, neen, als monsignor Palma zoo blijft aandringen, zal Zijne
-Heiligheid nooit zijn toestemming geven. Het is uit."
-
-"O, als we maar rijk, heel rijk waren!" prevelde Dario met een vaste
-overtuiging, die echter niemand lachen deed.
-
-Dan zacht fluisterend tegen zijn nicht:
-
-"Ik moet je beslist spreken; op deze manier kunnen we niet verder
-leven."
-
-En zij antwoordde eveneens zacht fluisterend:
-
-"Kom morgenmiddag om vijf uur. Ik zal thuis blijven en zorgen alleen
-te zijn."
-
-Dan sleepte de avond zich eindeloos verder. Pierre zag met diepe
-ontroering de verslagenheid van de gewoonlijk zoo kalme en verstandige
-Benedetta. Haar diepe oogen in haar rein, kinderlijk-teer gezicht
-waren als omsluierd door ingehouden tranen. Hij had reeds een
-groote genegenheid voor haar opgevat, daar hij haar steeds in een
-zoo gelijkmatige, zij het ook eenigszins indolente stemming zag,
-en wist hoe zij onder dezen schijn van kalmte den hartstocht van
-haar vlammenziel verborg. Toch trachtte zij te glimlachen om de
-vertrouwlijke mededeelingen van Celia, wier liefdesaangelegenheden
-er beter voor stonden dan de hare. Een oogenblik slechts werd het
-gesprek algemeen, toen de oude tante met verheffing van stem over
-de onwaardige houding sprak, die de Italiaansche pers tegenover den
-Heiligen Vader aannam. Nooit schenen de betrekkingen tusschen het
-Quirinaal en het Vaticaan zoo slecht geweest te zijn.
-
-De anders zoo stille kardinaal Sarno deelde mede, dat de paus ter
-gelegenheid van de heiligschennende feesten van 20 September ter
-herinnering aan de inneming van Rome, een nieuw protest zou slingeren
-naar alle Christelijke staten, die door hun onverschilligheid
-medeplichtig waren aan den roof.
-
-"Ja, probeer maar den paus en den koning te laten trouwen!" zeide
-donna Serafina op bitteren toon, zinspelend op het betreurenswaardige
-huwlijk van haar nicht.
-
-Zij scheen geheel buiten zichzelf te zijn, het was te laat om monsignor
-Nani of een ander nog te verwachten. Toch flikkerden haar oogen bij
-een onverwacht lawaai van stappen op; met vlammende blikken keek
-zij naar de deur, doch zag tot haar groote teleurstelling Narcisse
-Habert binnentreden, die zich over zijn late komst bij haar kwam
-verontschuldigen. Zijn aangetrouwde oom, kardinaal Sarno, had hem
-in dezen zoo gesloten salon geïntroduceerd en hij was er ten gevolge
-van zijn, naar men beweerde, intransigente godsdienstige denkbeelden
-welwillend ontvangen. Dien avond echter kwam hij, ondanks het late uur,
-slechts voor Pierre. Hij nam dezen dadelijk ter zijde.
-
-"Ik was er zeker van u hier te zullen vinden, ik heb met mijn neef,
-monsignor Gamba del Zoppo, in de ambassade gedineerd en heb goed
-nieuws voor u... Hij zal u morgenochtend in zijn appartement op het
-Vaticaan ontvangen."
-
-Dan op nog meer fluisterenden toon:
-
-"Ik geloof wel, dat hij trachten zal u bij den Heiligen Vader te
-introduceeren... In het kort, de audiëntie schijnt mij zeker."
-
-Pierre voelde een groote vreugde over dat nieuws, dat hij kreeg in
-dezen droefgeestigen salon, waar hij nu reeds bijna twee uur in steeds
-grooter wanhoop verviel. Eindelijk dus toch een oplossing! Na Dario de
-hand gedrukt en Benedetta en Celia begroet te hebben, ging hij naar
-zijn oom den kardinaal, die, nu hij eindelijk van de tante bevrijd
-was, begon te spreken. Maar hij praatte over bijna niets anders dan
-over zijn gezondheid en het weer en herhaalde enkele onbeteekenende
-anecdotes, die men hem verteld had, zonder ooit één woord los te laten
-over de dreigende ingewikkelde en verschrikkelijke dingen, die hij aan
-de Propaganda onder handen had. Het was alsof hij, buiten zijn bureau,
-in deze teruggetrokkenheid en in dit op den achtergrond treden een
-bad nam, waarin hij uitrustte van de zorgen over de heerschappij der
-wereld. Allen stonden nu op en namen afscheid.
-
-"Vergeet het vooral niet," zeide Narcisse nogmaals tot Pierre;
-"morgenochtend om tien uur vindt u mij in de Sixtijnsche kapel. Voordat
-mijn neef u ontvangt, zal ik u dan de Botticelli's laten zien."
-
-
-
-Den volgenden ochtend om half tien bevond Pierre, die te voet gekomen
-was, zich op het groote plein. Voordat hij zich naar de bronzen deur
-in den hoek van de zuilengaanderij rechts wendde, keek hij op en bleef
-enkele minuten naar het Vaticaan staan kijken. Hij kon zich niets
-minder monumentaals voorstellen dan deze opeenhooping van gebouwen,
-die zonder eenige architectonische orde en zonder eenige regelmaat in
-de schaduw van den dom der St. Pieter opgegroeid waren. Het eene dak
-stapelde zich op het andere, de gevels strekten zich breed en vlak
-uit, zoo, als de vleugels eraan toegevoegd en opgebouwd waren. Alleen
-de drie zijden van den St. Damasiushof schenen symmetrisch boven
-de zuilengaanderij; met de groote vensters der voormalige, thans
-gesloten loggia's deden zij denken aan drie groote broeikassen,
-waarvan de roodachtige steen in de zon glansde. Dat was dus het
-mooiste, het grootste paleis der wereld met elfhonderd vertrekken,
-die de schoonste kunstwerken van het menschelijk genie bevatten. Maar
-in zijn teleurstelling interesseerde Pierre zich slechts voor den
-hoogen rechtschen gevel, die uitziet op het plein, en waar hij wist,
-dat de ramen van de particuliere vertrekken van den paus op de
-tweede verdieping uitkwamen. Hij keek lang naar deze ramen, men had
-hem verteld, dat het vijfde raam rechts dat van de slaapkamer was,
-waarin men tot laat in den nacht een lamp branden zag.
-
-Wat bevond zich achter deze bronzen deur daar voor hem, die de heilige
-drempel, de verbinding tusschen alle rijken der aarde en het koninkrijk
-Gods was, Wiens verheven vertegenwoordiger zich tusschen deze hooge,
-zwijgende muren ingekerkerd had? Hij keek uit de verte naar de met
-dikke, vierkante spijkers beslagen, metalen paneelen en hij vroeg
-zich af wat die streng-uitziende, oude vestingdeur verdedigde,
-verborg, wegsloot. Welke wereld zou hij daarachter vinden, wat voor
-een schat van ijverzuchtig in de donkerte bewaarde naastenliefde, wat
-voor een wedergeboorte der hoop voor de nieuwe, naar broederschap en
-gerechtigheid snakkende volkeren? Hij liet zich geheel door dien droom
-wiegen: de eenige en heilige redder, wakend in dit gesloten paleis,
-de heerschappij van Jezus voorbereidend, terwijl de oude, verrotte
-beschavingen in stof vallen zouden; de herder, die op het punt stond
-deze heerschappij af te kondigen door van onze democratieën de door
-den Heiland beloofde groote Christelijke gemeenschap te maken. Ja,
-de toekomst bereidde zich achter die bronzen deur voor, de toekomst
-zou daar ongetwijfeld uit te voorschijn treden.
-
-Plotseling zag Pierre tot zijn groote verbazing monsignor Nani
-tegenover zich staan, die juist het Vaticaan verliet, om zich te
-voet te begeven naar het een paar passen verder gelegen paleis van
-den Santo Offizio, waar hij in zijn qualiteit als assessor woonde.
-
-"O, monseigneur, ik ben zoo gelukkig. Mijn vriend, mijnheer Habert, zal
-mij voorstellen aan zijn neef, monsignor Gamba del Zoppo, en ik geloof
-werkelijk, dat ik de zoo vurig verlangde audiëntie verkrijgen zal."
-
-Op zijn vriendelijke en fijne manier glimlachte monsignor Nani.
-
-"Ja, ja, ik weet het!"
-
-Dan herstelde hij zich.
-
-"Ik ben er even blij om als gij, mijn waarde zoon. Maar nogmaals,
-wees voorzichtig."
-
-Bang, dat de jonge priester mogelijk zou kunnen vermoeden, dat hij
-juist van monsignor Gamba del Zoppo kwam, den prelaat, die van de
-geheele toch al zoo angstige pauselijke hofhouding het makkelijkst bang
-te maken was, vertelde hij, dat hij van 's morgens vroeg al moeite
-deed voor twee Fransche dames, die eveneens van verlangen brandden,
-om den paus te zien, maar dat hij erg bang was niet te zullen slagen.
-
-"Ik wil u eerlijk bekennen monseigneur," zeide Pierre, "dat ik den
-moed al begon te verliezen. Ja, het is hoog tijd, dat ik wat getroost
-word, want mijn verblijf hier is niet erg geschikt om je op te wekken."
-
-Hij sprak verder en liet doorschemeren hoe zeer Rome het geloof in hem
-vernietigd had. Dagen, zooals hij ze op den Palatinus en op de Via
-Appia, daarna in de katakomben en in de St. Pieter doorgemaakt had,
-konden zijn onrust slechts grooter doen worden, zijn droom van een
-verjongd en triompheerend Christendom slechts vernietigen. Hij was
-door die bezoeken een prooi van den twijfel geworden. Een uitputting
-maakte zich van hem meester, nu hij zooveel van zijn steeds tot verzet
-bereid enthousiasme verloren had.
-
-Zonder dat het glimlachje van zijn lippen verdween, luisterde monsignor
-Nani naar hem en schudde goedkeurend zijn hoofd. Blijkbaar was het
-zoo goed, had het zoover moeten komen. Hij scheen het voorzien te
-hebben en daarom tevreden te zijn.
-
-"Enfin, mijn waarde zoon, alles komt in orde, zoodra gij de zekerheid
-hebt Zijne Heiligheid te zien."
-
-"Dat is zoo, monseigneur, al mijn hoop is gevestigd op den zeer
-rechtvaardigen en helderzienden Leo XIII. Hij alleen kan over mij
-richten, omdat hij alleen in mijn boek zijn denkbeelden, die ik geloof
-zeer getrouw weergegeven te hebben, kan terugvinden... O, als hij wil,
-zal hij in naam van Jezus door de democratie en de wetenschap de oude
-wereld kunnen redden."
-
-Zijn oude geestdrift maakte zich weer van hem meester en Nani knikte
-opnieuw goedkeurend, terwijl om zijn scherpe ogen en om zijn dunne
-lippen een steeds vriendelijker wordende uitdrukking kwam.
-
-"Precies, precies, mijn waarde zoon... Gij zult met den Heiligen
-Vader spreken--en dan zult gij verder zien."
-
-Toen hierop beiden opkeken naar den gevel van het Vaticaan, dreef hij
-de vriendelijkheid zoover om hem van zijn dwaling te genezen. Neen,
-het raam, waar men iederen avond licht zag, was niet van de slaapkamer
-van den paus. Het was het raam van een trapportaal, dat den geheelen
-nacht door gas verlicht werd. De kamer van den paus was twee ramen
-verder. Dan vielen zij weer in hun zwijgen terug en bleven, beiden
-nu ernstig geworden, naar den gevel kijken.
-
-"Nu, tot ziens mijn waarde zoon. Ge komt me zeker wel eens van de
-audiëntie vertellen?"
-
-Zoodra Pierre weer alleen was, ging hij de bronzen deur door;
-zijn hart klopte heftig, als had hij de heilige en vreeselijke
-plaats betreden, waar het toekomstige geluk voorbereid werd. Een
-schildwacht der Zwitsersche garde liep langzaam heen en weer; hij
-was in een grijsblauwen mantel gehuld, die slechts de zwart, geel en
-rood gestreepte broek liet zien; het scheen alsof deze mantel over
-een vermomming geworpen was, om de nu hinderlijk geworden verkleeding
-te bedekken. Onmiddellijk aan zijn rechterhand bevond zich de groote
-overdekte trap, die naar den St. Damasiushof leidde. Maar om in de
-Sixtijnsche kapel te komen, moest hij tusschen een dubbele rij zuilen
-de lange gaanderij volgen en de Scala Regia opgaan. En Pierre begon
-in deze reusachtige wereld, waarin alle afmetingen een overdreven,
-neerdrukkende majesteit kregen, bij het oploopen van de breede treden
-eenigszins te hijgen.
-
-Toen hij de Sixtijnsche kapel binnenkwam, voelde hij zich eerst
-verbaasd. Zij kwam hem klein voor, een soort rechthoekige, zeer hooge
-zaal. Een mooi marmeren schot scheidt tweederde gedeelten af, het deel,
-waar bij groote plechtigheden de invités zich verzamelen; op het koor
-zitten de kardinalen op eenvoudige houten banken, terwijl de prelaten
-achter hen blijven staan. De pauselijke troon bevindt zich op een lage
-estrade rechts van het sober versierde altaar. Links is in den muur de
-smalle voor de zangers bestemde loggia met een marmeren balkon. Maar
-men moet eerst opkijken, men moet zijn blikken van de reusachtige
-fresco, die het Laatste Oordeel voorstelt en den geheelen achterwand
-inneemt, laten dwalen naar de zolder-schilderijen, die tusschen de
-twaalf lichte ramen--zes aan iederen kant--tot aan de kroonlijsten
-loopen, om plotseling te zien, dat alles uit elkaar schuift, en zich
-tot in het oneindige verbreedt.
-
-Er waren gelukkig slechts drie of vier stille toeristen. Pierre zag
-onmiddellijk Narcisse Habert op een der kardinaalsbanken boven de
-trede, waarop de sleepdragers zitten. Onbeweeglijk, het hoofd wat
-achterover gebogen, scheen de jonge man in extase. Maar hij keek niet
-naar het werk van Michelangelo. Zijn blikken waren als het ware niet
-weg te krijgen van een der voorste fresco's onder de kroonlijst. Toen
-hij den priester herkend had, prevelde hij slechts met tranen in
-zijn oogen:
-
-"O, lieve vriend, zie toch dien Botticelli!"
-
-Dan viel hij weer in zijn extase terug.
-
-Pierre was geheel en al verdiept in een aandachtige beschouwing van
-Michelangelo's bovenmenschelijk genie. Al het andere verdween, daar
-in de hoogte bevond zich als in een onbegrensden hemel niets dan deze
-buitengewoone kunstschepping. In den beginne sloeg het onverwachte
-hem met stomheid, dat de schilder de eenige schepper van dit werk had
-willen zijn; hij had geen hulp willen hebben, noch voor het marmer,
-noch voor het brons, noch voor het verguldsel. Het penseel van den
-schilder was voldoende geweest voor de pilasters, voor de zuilen,
-voor de marmeren kroonlijsten, voor de standbeelden en de bronzen
-ornamentiek, voor de gouden bloemen en rosetten, voor deze ongehoorde
-rijke versiering, welke de fresco's omlijstte. Hij stelde zich voor hoe
-het op den dag geweest was, toen men hem het kale gewelf ter bewerking
-gegeven had--niets dan kalk, niets dan den vlakken en witten muur, de
-honderden vierkante meters, die te bedekken waren. En hij zag hem voor
-deze reusachtige taak staan, zonder hulp te willen, de nieuwsgierigen
-wegjagen, zich geheel alleen opsluitend met zijn reuzenwerk. Vier
-en een half jaar was hij in grimmige eenzaamheid met het baren van
-dezen kolos bezig geweest. O, dit ontzaglijke werk, geschapen om een
-leven te vullen, dit werk, dat hij had moeten beginnen in een rustig
-vertrouwen in zijn wil en in zijn kracht--het was een geheele wereld,
-die hij in een voortdurenden drang van zijn scheppende manlijke kracht,
-in de volle ontplooiing van zijn almacht uit zijn hersens getrokken
-en daar neergeworpen had.
-
-Dan echter doorrilde Pierre een siddering van bewondering, toen hij
-deze door een zienersoog vergroote menschheid zag. Zij stroomde over
-van een matelooze synthese, van een cyclopisch symbolisme. Als een
-natuurlijke bloei lichtte iedere schoonheid op: koninklijke gratie
-in koninklijken adel, verheven vrede in verheven geweld. En dan de
-volkomen beheersching der stof, de meeste gewaagde verkortingen,
-waarvan hij zeker was, dat zij slagen zouden, de voortdurende
-overwinning op de technische moeilijkheden, die door de gewelfde
-vlakken veroorzaakt werden! En vóór en boven alles de ongelooflijke
-naïveteit en de aanwending der middelen: de stof bijna tot niets
-teruggebracht, enkele kleuren rijkelijk gebruikt zonder eenig streven
-naar het gekunstelde of naar praal! En dat was voldoende, het bloed
-bruiste stormachtig, de spieren spanden zich onder de huid, de figuren
-kregen leven en traden met zulk een krachtig élan uit de lijst te
-voorschijn, dat daarboven over alles een vlam scheen te strijken,
-die aan dat volk een bovenmenschelijk, onsterfelijk leven gaf. Ja, het
-was het leven, het stralende, overwinnende leven--een ontzagwekkend,
-woekerend leven, een levenswonder, dat een enkele hand verwezenlijkt
-had; maar deze bezat dan ook de hoogste en verhevenste gave: eenvoud
-en kracht.
-
-Men heeft daarin een geheele philosophie gezien, men heeft daarin
-het geheele menschenlot, de schepping der wereld, van den man
-en van de vrouw, de zondenval, de straf, de verzoening en ten
-slotte de gerechtigheid Gods bij het Laatste Oordeel willen zien,
-maar daarbij kon Pierre bij die eerste aanschouwing, in de stomme
-verbijstering, waarin een dergelijk werk hem bracht, zijn gedachten
-niet bepalen. Doch welk een verheerlijking van het menschelijk lichaam,
-van zijn schoonheid, van zijn gratie was dit alles! O, die Jehova, deze
-koninklijke, geweldige en vaderlijke grijsaard, medegesleurd in den
-orkaan van zijn schepping, met uitgestrekte armen werelden barend! En
-die heerlijke Adam met zoo adellijke lijnen en de uitgestoken hand, en
-dien Jehova, zonder hem aan te raken, met een bewonderenswaardig gebaar
-met den vinger bezielt! Een geheiligde ruimte ligt tusschen dien vinger
-van den Schepper en dien van het schepsel, een kleine ruimte, die
-echter de oneindigheid van het onzichtbare en het mysterievolle bevat!
-
-En deze machtige en aanbiddellijke Eva, deze Eva met haar krachtigen
-schoot, die in staat is de toekomstige menschheid in zich te dragen,
-met de trotsche, teere aanminnigheid der vrouw, die bemind zal willen
-worden, al zou het tot haar verdoemenis leiden, de vrouw in haar
-volheid met haar verleiding, haar vruchtbaarheid, haar macht. Zelfs de
-in de vier hoeken der fresco's op pilasters zittende figuren vieren den
-triomf van het vleesch: de over haar naaktheid gelukkige twintig jonge
-mannen met hun prachtige torso's en hun bewonderenswaardige ledematen,
-zoo vol leven, dat een waanzinnige zucht naar beweging hen medesleept,
-buigt en in heldenhoudingen terugwerpt. En tusschen de vensters
-troonden de reuzen, de Propheten en de Sibyllen, de goden geworden
-man en vrouw, bovenmenschelijk in spierkracht en in hun intellectueele
-uitdrukking: Jeremia met zijn elleboog op zijn knie en zijn kin in zijn
-hand, verzonken in visioenen en droomen; de Sibylle van Erythrea met
-het reine profiel en zoo jong in haar rijke schoonheid, een vinger
-leggend op het open boek van het noodlot; Jesaja met den sterken
-mond der waarheid, opgezwollen onder de gloeiende kolen, trotsch, het
-gezicht half afgewend en een hand met bevelend gebaar omhoog geheven;
-de Sibylle van Cumae, angstaanjagend door haar weten en haar ouderdom,
-vast als een rots, met haar gerimpeld gezicht, haar roofvogelneus en
-haar vierkante kin, die eigenzinnig vooruitsteekt; Jonas, uitgespuwd
-door een walvisch en neergeworpen in een buitengewone verkorting,
-den romp verrekt, de armen gekromd, het hoofd achterovergeworpen, den
-grooten mond open en schreeuwend; en al de anderen, al de anderen,
-allen van dezelfde groote en majestueuze familie, heerschend met de
-souvereiniteit van eeuwige gezondheid en eeuwig intellect, den droom
-van een onverwoestbare, grootere en hoogere menschheid verwezenlijkend.
-
-Ook in de vensterbogen en in de luchtgaten ontstonden en verdrongen
-zich gestalten vol schoonheid, macht en aanminnigheid; het zijn de
-voorvaderen van den Christus, peinzend-droomende moeders met mooie
-naakte kinderen, mannen met vooruitzienden, in de toekomst starenden
-blik, het gestrafte, uitgeputte, naar den beloofden Heiland snakkende
-ras, terwijl in de overhangende gewelfbogen der vier hoeken bijbelsche
-tooneelen naar voren treden, de overwinningen van Israël op den geest
-van het Kwade. En eindelijk de reusachtige fresco van den achtergrond,
-het Laatste Oordeel met zijn wemelende gestalten, die zoo talloos zijn,
-dat er dagen en dagen noodig zijn, om ze goed te zien, een razende,
-door den brandenden adem van het leven voortgesleepte menigte,
-vanaf de dooden, die door de woest bazuinende engelen der Apokalypse
-gewekt worden, vanaf de verdoemden, die de duivelen in de hel storten,
-tot den door apostelen en heiligen omgeven, richtenden Jezus, tot de
-stralende uitverkorenen, die door engelen gedragen, omhoog stijgen,
-terwijl nog hooger andere engelen met de instrumenten van het lijden
-triompheeren in volle glorie. En toch bewaart de zoldering boven
-deze reusachtige schildering, die dertig jaar later de kunstenaar in
-de volle rijpheid van zijn kunnen maakte, haar zekere superioriteit,
-want daarin heeft hij zijn ongerepte kracht, al zijn jeugd, het eerste
-opvlammen van zijn genie gegeven.
-
-Pierre kon geen woorden vinden. Michelangelo was het monster,
-dat alles domineerde, alles terneer drukte. Om dat in te zien,
-behoeft men slechts naast het geweldige van zijn werk de werken van
-Perugino, Pinturicchio, Rosselli, Signorelli, Botticelli, al de andere
-bewonderenswaardige fresco's te aanschouwen, die onder de kroonlijst
-om de kapel loopen.
-
-Narcisse had zijn oogen niet opgeslagen naar de verpletterende pracht
-van de zoldering. Geheel in extase verzonken, had hij zijn oogen
-niet afgewend van Botticelli, die hier drie fresco's heeft. Eindelijk
-sprak hij op fluisterenden toon:
-
-"O, Botticelli, Botticelli! De elegance en de gratie van den lijdenden
-hartstocht, het diepe gevoel van de droefheid in de wellust! Hij heeft
-onze geheele moderne ziel geraden en met de verleidelijkste bekoring
-omgeven, die ooit van een kunstenaarsschepping is uitgegaan!"
-
-Verbaasd keek Pierre hem aan. Dan waagde hij het te vragen:
-
-"Maar komt u dan hier om Botticelli te zien?"
-
-"Natuurlijk," antwoordde de jonge man met zijn gewone kalmte. "Iedere
-week kom ik eenige uren hier alleen voor hem en ik zie niets anders dan
-hem... Zie toch dat blad eens: Mozes en de dochters van Jethro. Heeft
-menschelijke teederheid en melancholie ooit iets aandoenlijkers
-geschapen?"
-
-En met een zachte, vrome beving in zijn stem, als een priester, die
-in de verrukkelijke en angstaanjagende huivering van het heiligdom
-doordringt, ging hij voort:
-
-"O, Botticelli, de vrouwen van Botticelli met haar lang, zinnelijk
-en rein gezicht, met haar onder de dunne kleeding iets te veel naar
-voren tredenden buik, met haar hoogopgerichte, soepele en zwevende
-houding, waarin haar geheele lichaam zich overgeeft. De jonge
-mannen, de engelen van Botticelli, die zoo echt en toch zoo mooi
-als vrouwen zijn, van een niet met zekerheid uit te maken geslacht,
-waarin zich de kracht der spieren paart aan de fijnheid der lijnen,
-allen omhoog gedragen door een vlam van verlangen, die zelfs de
-toeschouwers brandt. O, de monden van Botticelli, die zinnelijke,
-als vruchten zoo vaste, ironische of pijnlijk vertrokken monden,
-raadselachtig in hun plooien, zonder dat men kan zeggen of zij reine
-of afschuwlijke dingen verzwijgen. O, de oogen van Botticelli,
-die vleiende, hartstochtelijke, mystiek of wellustig zwijmelende
-oogen, soms vol van een zoo diepe smart in hun vreugde, dat er in
-de wereld geen ondoorgrondelijkere bestaan. O, de zoo zorgvuldig
-bewerkte handen van Botticelli, die als het ware een eigen intens
-leven bezitten, vrij spelen, zich met elkander vereenigen en met zulk
-een gezochte gratie elkaar kussen en met elkander spreken, dat zij er
-soms gemaniereerd door zijn, maar ieder met haar eigen uitdrukking,
-alle uitdrukkingen van genot en lijden der aanraking. En toch is er
-niets verweekelijkts noch iets leugenachtigs te zien; overal is een
-soort manlijke fierheid, een hartstochtelijke, prachtige beweging,
-die de figuren leven inblaast en medesleept, een volmaakt streven
-naar waarheid, een nauwkeurige waarneming, de grootste nauwkeurigheid,
-een echt realisme, dat gecorrigeerd en gematigd wordt door de geniale
-zeldzaamheid van het gevoel en het karakter en dat aan de leelijkheid
-zelve de onvergetelijke verheerlijking van den charme geeft!"
-
-De verbazing van Pierre nam toe, terwijl hij luisterde naar Narcisse;
-hij merkte voor het eerst diens ietwat bestudeerde distinctie op,
-het gefriseerde, op Florentijnsche wijze geknipte haar, de blauwe,
-bijna malvekleurige oogen, die in zijn enthousiasme nog lichter werden.
-
-"Zeker," zeide ten slotte Pierre, "Botticelli is een schitterend
-kunstenaar... Maar het komt me voor, dat hier Michelangelo..."
-
-Met een bijna heftig gebaar viel Narcisse hem in de rede.
-
-"Ach neen, neen, praat me niet van dezen! Hij heeft alles bedorven,
-alles in den grond bedorven! Een man, die zich als een stier voor het
-werk spande, die zijn kunst tot een ambacht verlaagde, zoo en zooveel
-meter per dag! En een mensch zonder eenig begrip of gevoel voor het
-mysterievolle of ongekende, die alles zoo grof zag, dat je een walg
-krijgt van de schoonheid, mannenlichamen als boomstammen, vrouwen
-als reusachtige slagerinnen, klompen gevoelloos vleesch, zonder dat
-daarachter iets van een goddelijke of duivelsche ziel spreekt!... Een
-metselaar, en als gij wilt, een kolossaal metselaar, maar meer niet!"
-
-Onbewust kwam in dit verwarde, door de zucht naar het eigenaardige en
-zeldzame verdorven ras van den moeden moderne de noodlottige haat tegen
-gezondheid, kracht en flinkheid te voorschijn. Deze Michelangelo,
-die zonder eenige moeite schiep, die het wondermooiste kunstwerk
-achtergelaten heeft, ooit door een kunstenaar ter wereld gebracht,
-was de booze vijand! Zijn misdaad bestond juist in dat scheppen,
-dat leven geven, zoodat al die kleine kunstgewrochtjes der anderen,
-zelfs de besten, in dezen overstroomenden vloed van levend in de zon
-geworpen wezens verdronken en ondergingen.
-
-"Waarachtig," zeide Pierre moedig; "ik kan het niet met u eens
-zijn. Ik heb zoo juist geleerd, dat in de kunst het leven alles is en
-dat alleen de scheppers de onsterfelijkheid verdienen. Het geval van
-Michelangelo lijkt mij beslissend, want alleen door dat buitengewone
-verwekken van levend en prachtig vleesch, waaraan uw verweekelijktheid
-aanstoot neemt, is hij de bovenmenschelijke meester, het monster,
-dat al de anderen dooddrukt. Laten de op buitenissigheid belusten,
-de intellectueele scherpzinnigen maar spitsvondig het equivoque en
-onzichtbare uitpluizen, laten zij het hoogste der kunst maar leggen
-in de keuze van een gezochte behandeling en het halfdonker van het
-symbool, Michelangelo blijft de Almachtige, de Schepper van menschen,
-de Meester van het licht, den eenvoud en de gezondheid, hij blijft
-eeuwig als het leven zelf."
-
-Thans glimlachte Narcisse slechts met een medelijdend- en
-hoffelijk-minachtend lachje. Och ja, niet iedereen ging uren lang in
-de Sixtijnsche kapel voor een Botticelli zitten, zonder ooit zijn
-blikken te richten naar de Michelangelo's. En kort brak hij het
-gesprek af met de woorden:
-
-"Maar het is elf uur. Mijn neef zou me hier laten waarschuwen, zoodra
-hij ons ontvangen kon. Ik begrijp niet, dat ik nog niemand gezien
-heb... Willen we zoolang naar de Raffaëlgalerij gaan?"
-
-En boven in de galerij oordeelde hij weer heel helder en juist over
-de werken; zijn onbevangen blik keerde terug, zoodra hij niet meer
-bezeten werd door zijn haat tegen reusachtige werken en geniale decors.
-
-Maar ongelukkig kwam Pierre uit de Sixtijnsche kapel; hij moest zich
-eerst uit de omarming van het monster rukken, vergeten wat hij gezien
-had, wennen aan wat hij daar zag, voor hij de reine schoonheid hiervan
-genieten kon. Het was, alsof hij eerst een te koppigen wijn gedronken
-had, die hem bedwelmde en belette dezen anderen lichteren, maar toch
-ook geurigen wijn lekker te vinden. Hier treft de bewondering niet
-als een bliksemstraal, maar werkt de betoovering met langzame, doch
-onweerstaanbare macht. Het is als Racine vergeleken bij Corneille,
-Lamartine bij Hugo--het eeuwige paar, wijfje en mannetje, in de
-eeuwen van den roem. Bij Raffaël triompheeren de adel, de gratie,
-de exquise, onberispelijke, goddelijk harmonische lijn; het is niet
-alleen meer het lichamelijke symbool, zooals Michelangelo het zoo
-prachtig neergeworpen heeft, maar tevens een in de schilderkunst
-overgebrachte psychologische analyse van groote scherpzinnigheid. Bij
-Raffaël is de mensch meer veredeld, meer geïdealiseerd, meer van binnen
-uit gezien. En ook wanneer daar iets sentimenteels, iets vrouwelijks,
-waarvan men de teedere huivering voelt, in ligt, toch heerscht hier
-een krachtige, bewonderenswaardige, grondige en groote techniek.
-
-Langzamerhand kwam Pierre onder de bekoring van deze hoogste
-meesterschap; deze krachtige, elegante, jonge mannenschoonheid, deze
-visie van de opperste schoonheid in de hoogste volmaaktheid roerde hem
-tot in het diepst van zijn hart. Maar terwijl de vóór de schilderingen
-in de Sixtijnsche kapel ontstane schilderijen "De Strijd om het Heilige
-Sacrament" en "De School van Athene" hem de meesterwerken van Raffaël
-toeschenen, voelde hij daarentegen, dat de kunstenaar in "De Brand
-van den Borgo" en meer nog in "Heliodorus uit den tempel verjaagd" en
-"Attila tegengehouden bij de poorten van Rome" den bloesem van zijn
-goddelijke gratie verloren had, daar de verpletterende grootheid van
-Michelangelo op hem inwerkte. Welk een inslaan als van den bliksem,
-toen de Sixtijnsche kapel geopend werd en de rivalen binnentraden. Het
-monster daar beneden had geschapen en zelfs de grootste onder de
-stervelingen liet hier iets van zijn ziel, zonder dat hij zich ooit
-meer van den onderganen invloed vrij maken kon.
-
-Dan bracht Narcisse Pierre naar de loggia's, naar de zoo lichte, zoo
-smaakvol ingerichte glazen galerij. Maar Raffaël was dood; de kartons,
-die hij achtergelaten had, waren slechts het werk van leerlingen. Het
-was een plotseling, volkomen verval. Nooit had Pierre beter begrepen,
-dat het genie alles is, dat met zijn verdwijnen de geheele school
-ineenstort. De geniale mensch is als het ware een samenvatting van
-het tijdvak, geeft op een bepaald oogenblik der beschaving al het sap
-van den socialen bodem, dat dan menigmaal gedurende eeuwen uitgeput
-blijft. Het prachtige uitzicht, dat men van uit de loggia's heeft,
-interesseerde hem nog te meer, toen hij merkte, dat hij aan de andere
-zijde van den St. Damasiushof de door den paus bewoonde verdieping
-zag. Beneden lag de hof met zijn zuilengaanderij, zijn fontein,
-zijn wit plaveisel, fel en kaal in de zon te branden.
-
-Hier was beslist niets van de schaduw, van het gedempt-vrome
-mysterievolle, waarvan de omgeving der oude Noordelijke kathedralen
-hem hadden doen droomen. Rechts en links van het bordes, dat toegang
-gaf tot de vertrekken van den paus en den kardinaal-secretaris, stonden
-vijf rijtuigen, de koetsier rechtop op den bok, de paarden onbeweeglijk
-in het felle licht. En geen levende ziel bracht leven in de woestijn
-van den grooten, vierkanten hof met de drie verdiepingen loggia's,
-die met haar groote ramen aan reusachtige broeikassen denken deden;
-de flikkering der ruiten en de roodachtige afstraling der steenen
-schenen de kaalheid van het plaveisel en van de gevels in een soort
-ernstige majesteit te vergulden als een heidenschen, aan den zonnegod
-gewijden tempel.
-
-Maar nog meer trof Pierre het wondermooie panorama van Rome, dat zich
-onder die ramen van het Vaticaan ontrolde. Hij had geen oogenblik
-het vermoeden gehad, dat het zoo zijn zou, en plotseling maakte de
-gedachte zich van hem meester, dat de paus van zijn ramen uit geheel
-Rome voor zich uitgestrekt zag, samengedrongen, alsof hij slechts
-zijn handen behoefde uit te steken, om het weer te nemen. Lang dronk
-hij dat ongehoord-mooie schouwspel met zijn oogen en zijn hart in,
-want hij wilde het met zich mede dragen, het bewaren.
-
-Een geluid van stemmen stoorde hem in zijn overpeinzingen en deed hem
-omkijken; hij zag, hoe een lakei in zwarte livrei, nadat hij Narcisse
-zijn boodschap medegedeeld had, diep groette.
-
-De jonge man kwam naar den priester toe.
-
-"Mijn neef, monsignor Gamba del Zoppo laat mij weten, dat hij ons
-vanochtend niet zal kunnen ontvangen. Het schijnt, dat hij onverwacht
-dienst moet doen."
-
-Maar zijn verlegenheid liet zien, dat hij niet aan dat excuus geloofde
-en begon te vermoeden, dat zijn neef, gewaarschuwd en bang gemaakt
-door een of andere goede ziel, er tegen opzag zich met deze zaak
-in te laten. Dit hinderde hem, die zoo gaarne een ander een dienst
-bewees en niet tegen moeite opzag. Maar hij glimlachte reeds weer,
-toen hij eraan toevoegde:
-
-"Luister, misschien is er wel een middel om toch toegang te
-krijgen. Indien u uw middag vrij hebt, zullen wij samen dejeuneeren en
-dan hier terugkomen, om de Galleria degl' antichi te bezichtigen. Het
-zal mij dan wel gelukken mijn neef te vinden, afgezien nog van het
-feit, dat wij door een gelukkig toeval den paus zelf kunnen ontmoeten,
-als hij naar de tuinen gaat."
-
-Bij het hooren, dat de audiëntie nogmaals uitgesteld was, had Pierre
-eerst een zeer groote teleurstelling ondervonden. Hij nam dan ook,
-daar hij over zijn geheelen dag beschikken kon, het aanbod van Narcisse
-gaarne aan.
-
-"Ik ben werkelijk bang, dat ik misbruik begin te maken van uw
-vriendelijkheid... Ik dank u van ganscher harte."
-
-Zij dejeuneerden tegenover de St. Pieter in een klein restaurant van
-den Borgo, dat gewoonlijk alleen door pelgrims bezocht werd. Het eten
-was er trouwens zeer slecht. Tegen twee uur liepen zij de Basilica
-om over de piazza della Sagrestia en de piazza Santa Marta, om van
-de achterzijde in de Galleria te komen. Het was een licht, verlaten
-en warm stadsdeel, waar de jonge priester opnieuw en in veel sterker
-mate het gevoel van kale, vale en als door de zon verbrande majesteit
-kreeg, dat hij gehad had bij het zien van den St. Damasiushof. Toen
-hij om de reusachtige apsis van den kolos heen liep, begreep hij
-de ontzaglijkheid daarvan nog beter: een groote menigte gebouwen
-is hier opgestapeld, die door de ledige ruimte van het plaveisel,
-waarop een fijne grassoort groeit, omzoomd wordt. In die zwijgende
-oneindigheid speelden slechts twee kinderen in de schaduw van een
-muur. De oude Munt der pausen, de Zecca, die nu Italiaansch is en
-door soldaten des konings bewaakt wordt, staat links van de naar de
-Galleria leidende gang, terwijl rechts daartegenover zich een poort
-van het Vaticaan bevindt, waar een schildwacht der Zwitsersche Garde
-staat; door die poort komen de met twee paarden bespannen rijtuigen,
-die volgens de etiquette de bezoekers van den kardinaal-secretaris
-en van Zijn Heiligheid naar den St. Damasiushof brengen.
-
-Zij volgden de lange gang, de straat, die tusschen een vleugel van
-het paleis en den muur der pauselijke tuinen loopt. Eindelijk kwamen
-zij aan de Galleria degl' antichi. O, deze groote, uit eindelooze
-zalen gevormde Galleria, de Galieria, die eigenlijk drie musea bevat,
-de zeer oude Galleria Pio-Clementino, de Galleria Chiaramonte en den
-Braccio-Nuovo; het is een geheele wereld, die in de aarde teruggevonden
-en uitgegraven is en in het felle zonlicht verheerlijkt wordt. Meer dan
-twee uur liep de jonge priester er door, ging van de eene zaal naar de
-andere, verblind door deze meesterwerken, bedwelmd door zooveel genie
-en zooveel schoonheid. Niet alleen de beroemde stukken sloegen hem met
-verbazing, zooals de Laokoon en de Apollo van Belvédère, ook niet de
-Meleager of zelfs de torso van Hercules; meer nog werd hij getroffen
-door het ensemble, door de ontelbare beelden van Venus, Bacchus,
-vergoddelijkte keizers en keizerinnen, door dezen prachtigen opbloei
-van mooie lichamen, die de onsterfelijkheid van het leven uitjubelden.
-
-Drie dagen te voren had hij het museum van het Capitool bezocht, waar
-hij de Venus, den Stervenden Galliër, de wondermooie, zwartmarmeren
-Kentauren, de buitengewone verzameling busten bewonderd had. Maar hier
-steeg door dezen onuitputtelijken rijkdom die bewondering tot stomme
-verbijstering. En daar hij misschien nog meer naar leven dan naar
-kunst zocht, bleef hij opnieuw in zelfvergetelheid voor de busten
-staan, waarin zoo werkelijk en echt het historische Rome herleeft,
-dat ongetwijfeld niet in staat was geweest zich op te werken tot de
-ideale schoonheid van Griekenland, maar dat het leven schiep. Zij zijn
-daar allen: de keizers, de wijsgeeren, de geleerden, de dichters,
-zij herleven allen in een wonderbare intensiteit, zooals zij waren,
-angstvallig door den kunstenaar bestudeerd en weergegeven met hun
-mismaaktheden, hun gebreken, de kleinste bijzonderheden in hun trekken;
-en uit dit overdreven streven naar waarheid kwam het karakter, een
-herleving van onvergelijkelijke macht voort. Er bestaat niets hoogers;
-het zijn de menschen zelf, die herleven, die de geschiedenis weer
-doen opstaan, deze valsche geschiedenis, door het onderwijs waarvan
-geslachten van leerlingen de oudheid verafschuwen. Maar hoe begrijpt
-men haar, hoe gaat men sympathie ervoor voelen, als men dit alles
-gezien heeft. En zoo kwam het, dat de kleinste marmeren brokstukken,
-de afgebroken standbeelden, de verminkte bas-reliefs, een goddelijke
-arm van een nymf, de gespierde dij van een satyr den glans van een
-lichtende, groote en krachtige beschaving doen opleven.
-
-Narcisse bracht Pierre terug naar de honderd meter lange Galleria
-dei Candelabri, waar prachtige beeldhouwwerken te vinden zijn.
-
-"Kijk eens, mijn waarde abbé, het is pas vier uur. Wij zullen hier een
-oogenblik gaan zitten, want het gebeurt meermalen dat de Heilige Vader
-hier door komt, om naar den tuin te gaan. Het zou een groot geluk zijn,
-wanneer u hem zoudt kunnen zien, en wie weet misschien spreken!... In
-ieder geval zult u wat uitrusten, want u zult wel doodmoe zijn..."
-
-Alle suppoosten kenden hem, zijn verwantschap met monsignor Gamba del
-Zoppo opende alle deuren van het Vaticaan voor hem, waar hij dikwijls
-geheele dagen doorbracht. Er stonden twee stoelen, zij gingen erop
-zitten en Narcisse begon onmiddellijk weer over kunst te spreken.
-
-Welk een verwonderlijk lot, welk een verheven en geleende
-koninklijkheid bezit Rome toch! Het schijnt een middelpunt te zijn,
-waarin de geheele wereld samenkomt, maar waar niets uit den bodem zelf,
-die van den beginne af met onvruchtbaarheid geslagen is, opschiet. De
-kunsten moeten hier geacclimatiseerd, het genie van de omliggende
-volkeren hierheen overgeplant worden; doch is dat eenmaal gedaan,
-dan bloeien zij in volle pracht op. Onder de keizers, wanneer Rome
-de koningin der aarde is, krijgt het van Griekenland de schoonheid
-van zijn monumenten en beeldhouwwerken. Later, als het Christendom
-ontstaat, is het in Rome nog geheel doordrenkt door het heidendom,
-trouwens op een anderen bodem verwekt het de Gotische kunst, de
-Christelijke kunst bij uitnemendheid. Nog later, in den tijd der
-Renaissance, bloeit wel in Rome de eeuw van Julius II en Leo X, maar
-deze beweging, welke het dien grooten opbloei bracht, werd voorbereid
-door Toscaansche en Umbrische kunstenaars.
-
-Voor de tweede maal krijgt het zijn kunst van buiten, die het de
-heerschappij over de wereld geeft en daar een triomphantelijke grootte
-aanneemt. Toen had het ontwaken der oudheid plaats: Apollo en Venus
-worden tot nieuw leven gewekt en door de pausen zelf aangebeden,
-die, na Nicolaas V droomen het pauselijke Rome gelijk te maken aan
-het keizerlijke. Na de zoo oprechte, teere en sterke voorloopers,
-Fra Angelico, Perugino, Botticelli, en zoovele anderen, verschijnen
-twee majesteiten: Michelangelo en Raffaël, de bovenmenschelijke en de
-goddelijke. Dan volgt een plotselinge val: honderdvijftig jaren moeten
-verloopen om te komen tot Caravaggio, tot alles wat de schilderkunst,
-bij gebrek aan genie, aan krachtige kleur en uitbeelding bereiken
-kon. Dan duurt het verval voort tot Bernini, die de vervormer,
-de werkelijke schepper van het Rome der tegenwoordige pausen is,
-het wonderkind, dat van zijn achttiende jaar af een geheel geslacht
-van marmeren dochters verwekt, de alles omvattende architect, wiens
-verbazingwekkende werkzaamheid den gevel van de St. Pieter voltooid,
-de zuilengang gebouwd, het inwendige van de basilica versierd,
-tallooze fonteinen, kerken en paleizen opgericht heeft. En dit was
-het einde van alles, want van af dat oogenblik is Rome langzamerhand
-uit het leven verdwenen, heeft het zich iederen dag wat meer uit de
-moderne wereld teruggetrokken, alsof deze stad, die altijd van andere
-steden geleefd heeft, eraan ten gronde ging, dat zij haar niets meer
-kon afnemen, om zichzelf daaruit nieuwen roem te scheppen.
-
-"Bernini, o, die heerlijke Bernini!" ging Narcisse, in extase
-wegzwijmelend, voort; "hij is zoo kráchtig en exquis, zijn
-scherpzinnigheid is steeds wakker, hij bezit een vruchtbaarheid
-vol gratie en pracht... En altijd weer komen zij aan met hun
-Bramante, hun Bramante met zijn meesterwerk, zijn correcte en
-koude Cancellaria! Nu, laten wij zeggen, dat hij de Michelangelo
-en Raffaël van de architectuur is geweest, en verder niet over hem
-praten!... Maar Bernini, de heerlijke Bernini, wiens zoogenaamde
-slechte smaak uit meer fijnheid en verfijning bestaat dan de anderen
-genie gelegd hebben in hun kolossaalheid en volmaaktheid. De rijke
-en diepe ziel van Bernini, waarin onze tijd zich terugvinden moest,
-is zoo triompheerend gezocht!... Kijk toch eens in de Villa Borghese
-naar de Apollo en Daphné-groep, die hij op zijn achttiende jaar gemaakt
-heeft, en vooral in de Santa Maria della Vittoria zijn Heilige Theresia
-in extase! Ach, deze Heilige Theresia! Men ziet den hemel open, de
-siddering, die het goddelijke genieten door het lichaam der vrouw
-zendt, de tot krampen opgevoerde wellust van het geloof, het naar
-adem snakkende schepsel, dat van overweldigende zaligheid in de armen
-van haar God sterft!... Ik heb uren en uren voor haar doorgebracht,
-zonder de kostbare, verterende oneindigheid van het symbool ooit te
-hebben kunnen uitputten!"
-
-Zijn stem stierf weg, en Pierre, die zich over zijn onbewusten haat
-tegen gezondheid, eenvoud en kracht niet langer verwonderde, luisterde
-nauwlijks naar hem, overweldigd als hij werd door de gedachte, die zich
-meer en meer van hem meester maakte: het heidensche Rome ontwaakte
-weer in het Christelijke Rome en maakte daarvan het Katholieke Rome,
-het nieuwe politieke, gehiërarchiseerde en beheerschende centrum
-van de regeering der volkeren. Was het, met uitzondering dan van
-den oorspronkelijken katakombentijd, ooit Christelijk geweest? Deze
-gedachten waren als het ware een voortzetting, een bevestiging van
-die, welke hij op den Palatinus, op de Via Appia, in de St. Pieter
-gehad had. En dezen zelfden ochtend in de Sixtijnsche kapel en in
-de Stanza della Segnatura, in de bedwelming, waarin de bewondering
-hem gebracht had, had hij het nieuwe bewijs, dat het genie hem
-gaf, wel begrepen. Weliswaar kwam in Michelangelo en Raffaël
-het heidendom slechts terug in een door den Christelijken geest
-bewerkte vervorming. Maar lag het er niet aan ten grondslag? Kwamen
-de reusachtige naaktfiguren van den eersten niet uit den vreeselijken
-hemel van Jehova, dien hij door den Olympus heen gezien had? Lieten
-de ideale figuren van den tweede niet onder den kuischen sluier der
-Heilige Maagd de heerlijke en begeerlijke Venuslichamen zien? Nu
-was Pierre zich daar ten volle van bewust, en bij de verbazing, die
-hem overstelpte, voegde zich een gevoel van verlegenheid, want die
-tallooze, mooie lichamen, deze naaktfiguren, die de hartstochtelijke
-levenslust verheerlijkten, gingen in tegen den droom, dien hij in
-zijn boek gedroomd had: het verjongd Christendom, dat vrede gaf aan
-de wereld, de terugkeer tot den eenvoud, tot de reinheid der eerste
-tijden.
-
-Plotseling hoorde hij tot zijn verbazing hoe Narcisse, zonder dat hij
-begrijpen kon door welken overgang van gedachten hij daartoe kwam,
-hem bijzonderheden begon te vertellen over het dagelijksch leven van
-Leo XIII.
-
-"Ja, mijn waarde abbé, op zijn vier-en-tachtigste jaar is hij nog zoo
-werkzaam als een jonge man, leidt hij een leven van wilskracht en
-arbeid, zooals wij het geen van beiden gaarne leven zouden!... Om
-zes uur staat hij al op, leest zijn mis in zijn particuliere
-kapel en ontbijt dan met wat melk. Van acht tot twaalf uur is het
-vervolgens een onafgebroken défilé van kardinalen, prelaten, alle
-congregatie-aangelegenheden, die hem onder de oogen komen moeten,
-en ik verzeker u, dat er geen meer ingewikkelde bestaan. Om twaalf
-uur hebben de openbare en gemeenschappelijke audiënties plaats. Om
-twee uur dineert hij. Dan volgt een siësta, die hij wel verdiend
-heeft, of een wandeling in den tuin tot zes uur. Menigmaal houden de
-particuliere audiënties hem dan nog een paar uur bezig. Om negen uur
-soupeert hij, maar hij eet bijna niets, leeft van niets, en dan altijd
-alleen aan een klein tafeltje... Wat zegt u wel van de etiquette,
-die hem tot een dergelijke eenzaamheid verplicht? Stel u voor:
-een mensch, die in geen achttien jaar een dischgenoot gehad heeft,
-altijd alleen zit in zijn grootheid?... Om tien uur zondert hij
-zich, nadat hij met zijn vertrouwden de Rozenkrans gebeden heeft,
-af in zijn kamer. Maar ook al gaat hij naar bed, hij slaapt weinig;
-meermalen wordt hij bezocht door slapeloosheid; dan staat hij weer
-op, roept een secretaris, om dezen aanteekeningen of brieven te
-dicteeren. Wanneer een belangrijke zaak hem bezighoudt, dan geeft hij
-zich daar geheel aan, denkt er onophoudelijk aan. Dat is zijn leven,
-daarin ligt het geheim van zijn gezondheid: een voortdurend wakkere,
-bezige geest, een kracht, die behoefte heeft zich te uiten... U weet
-natuurlijk ook, dat hij langen tijd met liefde de Latijnsche poëzie
-beoefend heeft. Men beweert ook, dat hij in dagen van strijd een waren
-hartstocht voor de journalistiek heeft, zoozeer zelfs, dat hij de
-artikelen in de bladen, die hij steunt, inspireert, ja ook dicteert,
-wanneer zijn liefste denkbeelden op het spel staan."
-
-Er volgde een stilte. Ieder oogenblik keek Narcisse in deze groote,
-verlaten en plechtige Galleria dei Candelabri te midden van de
-roerlooze, spookachtig witte marmeren beelden, of het kleine gevolg
-van den paus nog niet kwam, om zich naar den tuin te begeven.
-
-"Het zal u wel bekend zijn," ging Narcisse voort, "dat men hem
-op een lagen stoel naar beneden draagt, die zoo smal is, dat
-hij door alle deuren heen kan. Het is een heele tocht! Bijna twee
-kilometers door de loggia's, de Stanza di Raffaeli, de schilderijen-
-en beeldhouwwerkengalerijen, ongerekend de talrijke trappen. In het
-kort een eindelooze tocht, voor men hem beneden neerzet in een allée,
-waar een rijtuig met twee paarden staat te wachten.--Het is prachtig
-weer vanavond. Hij zal zeker komen. Heb nog maar even geduld!"
-
-Terwijl Narcisse deze bijzonderheden vertelde, zag Pierre de
-geheele geschiedenis voor zich herleven. Eerst kwamen de mondaine
-en praallievende pausen der Renaissance, zij, die de Oudheid hadden
-opgewekt en ervan droomden den Heiligen Stoel weer met het keizerlijk
-purper te drapeeren: Paul II, de prachtlievende Venetiaan, die den
-palazzo di Venezia had gebouwd; Sixtus V, wien wij de Sixtijnsche
-kapel te danken hebben; Julius II en Leo X, die van Rome een stad
-van theatralen pronk, van kostbare feesten, tournooien, balletten,
-jachtpartijen, maskerades en festijnen maakten. Het pausdom had juist
-onder den grond, in het stof der puinhoopen, den Olympus teruggevonden;
-en als bedwelmd door den uit den ouden bodem opstijgenden levensstroom,
-stichtte het de musea, maakte daarvan weer de prachtige, aan
-den eeredienst der algemeene bewondering teruggegeven heidensche
-tempels. Nooit had de Kerk zich nog in zoo'n doodsgevaar bevonden,
-want al bleef men ook in de St. Pieter den Christus vereeren, zoo
-troonden toch Juppiter en al de marmeren goden en godinnen met hun
-triompheerende lichamen in de zalen van het Vaticaan.
-
-Vervolgens rees een ander visioen voor Pierre op, dat der moderne
-pausen vóór de Italiaansche occupatie, Pius IX vrij nog en zich
-dikwijls bewegend in zijn geliefd Rome. De groote, roode en gouden
-koets werd door zes paarden getrokken, omgeven door de Zwitsersche
-garde, gevolgd door een peloton edelgarden. Op den Corso verliet de
-paus meermalen zijn rijtuig en zette zijn wandelrit te voet voort;
-dan galoppeerde een bereden garde vooruit, om te waarschuwen en alles
-te doen stilstaan. Onmiddellijk schaarden de rijtuigen zich in een rij;
-de mannen stapten uit, om op straat neer te knielen, terwijl de vrouwen
-eenvoudig bleven staan en het hoofd eerbiedig bogen bij de nadering van
-den Heiligen Vader, die, glimlachend en zegenend, met langzamen stap
-tot aan de piazza del Popolo ging. En nu kwam Leo XIII, de vrijwillige
-gevangene. Achttien jaar lang nu al in het Vaticaan opgesloten, had
-hij achter deze dikke, zwijgende muren, in dat onbekende, waarin het
-bescheiden leven van al zijn dagen wegvloot, een hoogere majesteit,
-iets heilig en huiveringwekkend mysterievols gekregen.
-
-O, deze paus, dien men niet meer ontmoet, dien men niet meer ziet,
-die voor den gewonen mensch verborgen is als een dier vreeselijke
-godheden, die alleen de priesters in het gelaat durven zien! Hij
-heeft zich opgesloten in dat weelderige Capitool, dat zijn voorgangers
-uit den Renaissance-tijd gebouwd en versierd hadden voor reusachtige
-feesten; hij leeft daar, ver van de groote menigte, in een gevangenis,
-met de mooie mannen en de mooie vrouwen van Michelangelo en Raffaël,
-met de marmeren goden en godinnen, den schitterenden Olympus, die
-den godsdienst van het licht en van het leven viert. Het geheele
-pausdom baadt daar met hem in het paganisme. Welk een schouwspel,
-wanneer deze tengere grijsaard met zijn sneeuwwitte haren, door
-die zalen der Galleria degl' Antichi komt, om zich naar den tuin te
-begeven. Rechts en links zien de standbeelden met al hun naakt vleesch
-hem voorbijkomen: Juppiter en Apollo en Venus, de heerscheres, en Pan,
-de universeele god, wiens lach de vreugden der aarde inluidt. Nereïden
-baden zich in den doorzichtigen stroom, Bacchanten dartelen zonder
-sluier in het warme gras. Kentauren dragen galoppeerend op hun
-dampende flanken mooie, in wellust zwijmelende meisjes weg. Ariadne
-wordt verrast door Bacchus, Ganymedes liefkoost den adelaar, Adonis
-doet de paren in liefde ontvlammen.
-
-En de witte grijsaard wordt op zijn lagen stoel door dit triompheerende
-vleesch, die pronkende, pralende, verheerlijkte naaktheid, die de
-almacht der natuur, het eeuwige mysterie verkondigt, gedragen. Sedert
-men haar teruggevonden, uitgegraven en geëerd heeft, heerscht zij
-daar opnieuw onvergankelijk; en vergeefs heeft men wijnrankbladeren
-aan de standbeelden aangebracht, evenals men de grootsche figuren van
-Michelangelo gekleed heeft: het geslacht vlamt, het leven schuimt over,
-het zaad stroomt wild-bruisend door de aderen der wereld.
-
-Dicht daarbij in de onvergelijkelijk rijke Vaticaansche Bibliotheek,
-waarin het geheele menschelijke weten slaapt, zal het een nog
-vreeselijker gevaar zijn, zal een ontploffing het Vaticaan en zelfs
-de St. Pieter ten val brengen, wanneer ook die boeken eens ontwaken
-en luide spreken, zooals de schoonheid der Venussen en de mannekracht
-der Apollo's gesproken hebben. Maar de witte, zoo magere grijsaard
-schijnt niets te zien, niets te hooren, en de Juppiterkoppen en de
-Herculestorso's en de Antinoi met hun dubbelzinnige heupen, blijven
-hem zwijgend voorbij zien gaan.
-
-In zijn ongeduld vroeg Narcisse een suppoost, die hem verzekerde,
-dat Zijne Heiligheid reeds in den tuin was. De meeste keeren namelijk
-ging men, om den weg te bekorten, door een kleine overdekte galerij,
-die voor de Munt uitkwam.
-
-"We zullen ook gaan, als ge het goed vindt!" zeide hij tegen
-Pierre. "Ik zal zien, dat we toegang tot de tuinen krijgen."
-
-Beneden in den vestibule, waar een deur uitkwam op een breede laan,
-begon hij weer te praten met een anderen suppoost, een voormalig
-pauselijk soldaat, dien hij speciaal kende. Onmiddellijk liet deze
-hem met Pierre doorgaan; maar hij kon niet zeker zeggen of monsignor
-Gamba del Zoppo met Zijne Heiligheid was.
-
-"Het komt er niet op aan," begon Narcisse weer, toen zij samen in de
-allée waren; "ik geef nog steeds de hoop op een gelukkige ontmoeting
-niet op... En nu zijn we in de beroemde tuinen van het Vaticaan."
-
-Deze tuinen zijn zeer uitgestrekt. De paus kan, wanneer hij door de
-alleeën en dan door de wijngaard en den moestuin gaat, vier kilometer
-loopen. Zij beslaan het plateau van den Vaticaanschen heuvel, die aan
-alle zijden nog door den ouden muur van Leo IV omgeven wordt, wat hen
-van de omliggende kleine dalen scheidt. Vroeger liep de muur door tot
-den Engelenburg, waar de zoogenaamde Leostad was. Er is geen plek,
-vanwaar men in die tuinen zien kan, geen enkele nieuwsgierige blik
-zou erin kunnen doordringen, behalve van den dom van de St. Pieter,
-en slechts haar reusachtige schaduw valt op brandend heete dagen in de
-tuinen. Zij vormen als het ware een wereld op zichzelf, een gevariëerd
-en volkomen geheel, dat iedere paus getracht heeft mooier te maken:
-een groot grasperk met geometrische gazons met twee mooie palmen
-beplant en met citroen- en oranjeappelboomen in potten versierd;
-een vrijere, schaduwrijker tuin, waarin zich tusschen diepe heggen
-en lanen de Aquilone, de fontein van Giovanni Vesanzio en het oude
-Casino van Pius IV bevinden; de boschjes met de prachtige steeneiken,
-die door breede alleeën doorsneden worden en als uitlokken tot langzame
-wandelingen; en eindelijk, na nog andere boomgroepen, de moestuin en
-de goed onderhouden wijngaard.
-
-Al loopend door de boschjes vertelde Narcisse aan Pierre bijzonderheden
-over het leven van den Heiligen Vader in deze tuinen. Wanneer het
-weer het toelaat, gaat hij er om den anderen dag wandelen. Vroeger
-verhuisden de pausen in Mei van het Vaticaan naar het Quirinaal,
-dat koeler en gezonder is, terwijl zij den tijd der grootste hitte
-doorbrachten in Castel Gandolfo aan het Albaansche Meer. Tegenwoordig
-heeft de Heilige Vader geen ander zomerverblijf dan de zoo goed als
-ongedeerd gebleven toren van den ouden muur van Leo IV. Hij brengt
-daar de warmste dagen door en heeft zelfs een soort paviljoen ernaast
-laten bouwen voor zijn gevolg, om er langer verblijf te kunnen
-houden. Narcisse, die hier bekend was, kon vrij naar binnen gaan
-en Pierre een blik laten slaan in het eenige door Zijne Heiligheid
-bewoonde vertrek, een groote ronde kamer met een half-kogelvormige
-zoldering, waar de hemel op geschilderd is met de symbolische teekenen
-der sterren, waarvan er een, de Leeuw, als oogen twee sterren heeft,
-die door een bijzonder verlichtingssysteem 's nachts fonkelen. De muren
-zijn zoo dik, dat men door een der ramen af te sluiten, in de nis een
-soort kamer heeft kunnen maken, waarin zich een rustbed bevindt. Verder
-bestond het meubilair uit een groote schrijftafel, een kleinere
-eettafel en een grooten, geheel vergulden, koninklijken leunstoel,
-een der geschenken ter gelegenheid van het bisschopsjubileum. En men
-denkt aan de eenzame, stille dagen in deze lage torenkamer, koel als
-een graf, wanneer de heete Juli- en Augustuszon in de verte op het
-in slaap gevallen Rome brandt.
-
-Dan nog verdere bijzonderheden. In een anderen, door een kleinen,
-witten koepel bekroonden toren, dien men tusschen het groen ziet, is
-een sterrenwacht opgericht. Ook is er onder de boomen een Zwitsersch
-chalet, waarin Leo XIII gaarne uitrust. Hij gaat meermalen te voet
-naar den moestuin en stelt vooral belang in den wijngaard, dien hij
-dikwijls bezoekt, om te zien, of de druiven rijpen en de oogst goed
-worden zal. Maar wat den jongen priester het meest verbaasde was
-te hooren, dat de Heilige Vader, toen hij jonger en sterker was,
-een hartstochtelijk jager geweest was. In het bijzonder was hij een
-vriend van den "roccolo". Aan den rand van een boschje worden langs
-een allée netten met groote, breede mazen gespannen, zoodat die allée
-aan beide zijden afgesloten is. In het midden zet men op den grond
-de kooien met lokvogels, wier zang al heel spoedig de vogels uit de
-buurt, de roodborstjes, grasvinken, nachtegalen en allerlei soorten
-vijgeneters lokt. Wanneer er dan veel bij elkaar waren, klapte Leo
-XIII, die verscholen op den loer zat, in zijn handen en verschrikte
-de vogels, die opvlogen en met hun vleugels in de mazen van het net
-bleven hangen. Men behoefde ze dan nog slechts uit te zoeken en met
-een lichten druk van den duim te wurgen. Gebraden vijgeneters vormen
-een groote delicatesse.
-
-Toen zij door het kreupelhout teruggingen, zag Pierre tot zijn groote
-verbazing een kleine imitatie der Grot van Lourdes, die met behulp van
-rotsjes en cementblokken gemaakt was. Zijn ontroering was zóó groot,
-dat hij die voor Narcisse niet verbergen kon.
-
-"Dus is het toch waar?... Men had het mij verteld, maar ik dacht,
-dat de paus breeder van opvatting en los van dat lage bijgeloof was."
-
-"O," antwoordde Narcisse, "ik geloof, dat de Grot uit den tijd van
-Pius IX dateert, die voor Notre-Dame de Lourdes een dankbare vereering
-had. In ieder geval is het een geschenk, en Leo XIII zorgt alleen maar,
-dat de Grot niet in verval geraakt."
-
-Gedurende enkele minuten bleef Pierre roerloos en zwijgend
-voor die nabootsing, voor dat kinderlijke, religieus
-stuk speelgoed staan. Verscheidene bezoekers hadden uit
-vromen ijver hun visitekaartjes in de spleten van het cement
-achtergelaten. Teleurgesteld en droevig gestemd begon hij met
-hangend hoofd en geheel verzonken in een troosteloos gepeins over de
-jammerlijke dwaasheid der wereld, Narcisse weer te volgen.
-
-Lieve God, hoe heerlijk was ondanks alles dit einde van een
-mooien dag, welk een alles overwinnende bekoring steeg in dit
-aanbiddelijke gedeelte der tuinen uit de aarde op! Meer dan onder
-de flauwe schaduw van het kreupelhout, meer zelfs dan tusschen
-de vruchtbare wijngaardranken voelde hij hier midden op dit kale,
-verlaten, trotsche en brandende grasperk de volle kracht der machtige
-natuur. In het dunne gras, dat regelmatig de geometrische afdeelingen,
-die door de alleeën gevormd werden, sierde, zag men nauwlijks eenige
-lage struiken, dwergrozen, aloës en half verdroogde bloemperkjes,
-terwijl in den barokken smaak van vroeger enkele groene heestertjes
-nog het wapen van Pius IX vormden.
-
-Niets stoorde de warme stilte dan het zachte, kristallijnen
-geruisch van de fontein in het midden, een regen van droppels, die
-onophoudelijk uit een bekken vielen. Geheel Rome met zijn vurigen
-hemel, zijn souvereine lieftalligheid, zijn veroverenden wellust scheen
-dit vierkante mozaïek van groen te bezielen; half verwaarloosd en
-geschroeid als het was, nam het in de oude huivering van een vlammenden
-hartstocht, die nooit sterven kon, een zwaarmoedigen trots aan. Oude
-vazen, oude standbeelden, naakt en wit in de ondergaande zon, stonden
-om het grasperk heen. En sterker dan de geur der eucalyptussen en der
-pijnboomen, sterker ook dan de geur der rijpende oranjeappelen steeg
-de geur der groote taxisboomen op, zoo vol gulzig leven, dat hij als
-de geur zelf der manlijke kracht van dezen ouden, door menschenstof
-verzadigden bodem, de voorbijgangers als het ware bedwelmde.
-
-"Het is werkelijk wonderlijk, dat wij Zijne Heiligheid niet gezien
-hebben," zeide Narcisse. "Het rijtuig is zeker de andere allée
-doorgereden, toen wij in den toren van Leo IV waren."
-
-Hij begon nu over zijn neef, monsignor Gamba del Zoppo, en legde Pierre
-uit, dat het ambt van "Copiere", van opperschenker, dat deze als een
-der vier geheime kamerheeren moest vervullen, nog slechts een zuiver
-eerebaantje was, vooral sedert de diplomatieke diners en de diners ter
-eere van bisschopswijdingen gegeven werden bij den kardinaal-secretaris
-in het staatssecretariaat. Monsignor Gamba del Zoppo, wiens blooheid
-en onbeduidendheid spreekwoordelijk waren, scheen geen andere rol te
-spelen dan Leo XIII, die hem om zijn voortdurende vleierijen en de
-anecdotes, welke hij zoowel uit de zwarte als de witte kringen wist te
-vertellen, gaarne mocht, op te vroolijken. Deze dikke, vriendelijke
-en zelfs, wanneer zijn eigen belangen daardoor geen gevaar liepen,
-dienstvaardige man, was een wandelende courant. Hij wist alles en
-versmaadde zelfs keukenpraatjes niet. Op die wijze stevende hij kalm
-op het kardinaalschap aan; hij was zeker van den kardinaalshoed,
-zonder dat hij zich eenige andere moeite behoefde te geven dan op de
-wandelingen nieuwtjes te vertellen. En God weet, dat hij daarvoor stof
-genoeg vond in dat gesloten Vaticaan met zijn gewemel van prelaten
-van alle soorten, onder dat pauselijk personeel, waarbij geen vrouwen
-zijn en dat alleen uit oude jonggezellen in lange kleeren bestaat, die
-slechts leven in matelooze eerzucht, in heimlijken en afschuwlijken
-strijd en in woesten haat, welke, naar men zegt, soms nog wel grijpt
-naar het goede, oude gif van vroeger tijden!
-
-Plotseling bleef Narcisse staan.
-
-"Kijk, ik wist het wel... Daar is de Heilige Vader... Maar wij
-hebben geen geluk. Hij zal ons zelfs niet zien. Hij stapt weer in
-zijn rijtuig."
-
-Inderdaad was de koets tot den rand van het kreupelhout gereden en
-de kleine stoet, die uit een smalle allée kwam, liep erheen.
-
-Pierre had een schok in zijn hart gekregen. Onbeweeglijk stond
-hij met Narcisse half verborgen achter den hoogen pot van een
-citroenboom en kon slechts uit de verte den witten grijsaard,
-zoo tenger in de fladderende plooien van zijn witte soutane, zeer
-langzaam loopend met kleine pasjes, die over het zand schenen te
-glijden, zien. Nauwlijks kon hij het magere, als uit oud, doorzichtig
-ivoor gesneden gezicht, waarin vooral de groote neus boven de dunne
-lippen opviel, onderscheiden. Maar de zeer donkere oogen glansden
-nieuwsgierig glimlachend, terwijl hij zijn oor naar rechts gewend
-hield, naar monsignor Gamba del Zoppo, die, dik en kort, met een bloem
-in het knoopsgat en waardig, ongetwijfeld bezig was een verhaal te
-vertellen. Aan de andere zijde liep een der edelgarden, terwijl twee
-andere prelaten volgden.
-
-Het was slechts een alledaagsch tooneeltje; reeds stapte Leo XIII in
-de gesloten koets. En te midden van dien grooten, brandend heeten, met
-geuren bezwangerden tuin vond Pierre weer dezelfde vreemde ontroering
-terug, die zich in de Galleria dei Candelabri van hem meester gemaakt
-had, toen hij zich voor den geest had geroepen, hoe de paus tusschen
-de hun triomphantelijke naaktheid ten toon spreidende Venussen en
-Apollo's gedragen werd. Daar vierde slechts de heidensche kunst de
-eeuwigheid van het leven, de prachtige en almachtige krachten der
-natuur. Hier echter zag hij hem baden in de natuur zelf, in de mooiste,
-wellustigste, hartstochtelijkste natuur.
-
-O, deze paus, deze witte grijsaard, die zijn God, den God van
-smarten, ootmoed en verzaking, door de lanen van dezen liefdetuinen
-leidde, wanneer na heete dagen mat de avond valt en de geuren van
-pijnboomen en eucalyptussen, van rijpe oranjeappelen en taxisboomen
-hem liefkoozen! Geheel en al omgaf Pan hem hier met de machtige
-uitstroomingen van zijn manlijke kracht. Hoe heerlijk zou het zijn
-daar te leven te midden van de pracht van den hemel en van de aarde,
-de schoonheid van de vrouw er lief te hebben en zich te verblijden in
-de algemeene vruchtbaarheid. Plotseling werd hij zich van de waarheid
-bewust, dat uit het land van licht en vreugde slechts een wereldlijke,
-op verovering en politieke macht beluste godsdienst kon ontsproten
-zijn en niet de mystieke en lijdende godsdienst van het Noorden,
-de religie der ziel.
-
-Maar Narcisse liep met den jongen priester verder, terwijl hij hem
-nog meer bijzonderheden vertelde: over de gulle eenvoudigheid van Leo
-XIII, die dikwijls bleef staan om met de tuinlieden te praten en te
-vragen naar den stand der boomen, naar den verkoop der oranjeappelen;
-over de liefde, welke hij gehad had voor twee gazellen, die hij uit
-Afrika ten geschenke gekregen had, mooie, teere dieren, die hij graag
-streelde en bij wier dood hij geweend had. Maar Pierre luisterde niet
-meer; en toen zij zich weer op het plein voor de St. Pieter bevonden,
-keerde hij zich om en keek nogmaals naar het Vaticaan.
-
-Zijn blikken vielen op de bronzen deur en hij herinnerde zich, hoe
-hij zich 's ochtends afgevraagd had, wat er achter die metalen, met
-groote spijkers beslagen spijlen verborgen was. Hij durfde zich nog
-geen antwoord geven op die vraag; hij durfde nog niet te beslissen,
-of de nieuwe, naar broederschap en gerechtigheid smachtende volkeren
-er den door de toekomstige democratieën verwachten godsdienst
-zouden vinden, want hij nam nog slechts een eersten indruk met zich
-mede. Maar hoe sterk was die indruk en welk een beginnende ramp voor
-zijn droom! Een bronzen deur--ja, het was een harde, onbedwingbare
-deur, die het Vaticaan met haar oude paneelen dichtmetselde,
-het zoo streng van de overige wereld scheidde, dat er sinds drie
-eeuwen niets binnengekomen was. Zoo even had hij daarachter de
-oude eeuwen, tot aan de zestiende toe, zien herleven. De tijd was
-er als het ware stil blijven staan. Niets was er meer, dat leefde;
-de uniformen zelfs der Zwitsersche garde, van de edelgarden, van de
-prelaten waren niet veranderd; men vond er de wereld van driehonderd
-jaar geleden terug met haar zelfde etiquette, haar zelfde kleeding,
-haar zelfde denkbeelden. Want ook al sloten de pausen zich, als een
-hautain protest, de laatste vijf-en-twintig jaar vrijwillig op, dat nam
-niet weg, dat die inmetseling in het verleden, in de traditie van veel
-langer geleden dateerde en een op andere wijze ernstig gevaar vormde.
-
-Het geheele Katholicisme was er evenals zij opgesloten, hardnekkig
-vasthoudend aan zijn dogma's, in zijn starre onbeweeglijkheid nog
-slechts levend door zijn wijde hiërarchische organisatie. Kon dan het
-Katholicisme ondanks zijn schijnbare soepelheid in niets toegeven
-zonder gevaar te loopen geheel medegesleept te worden? En dan--wat
-voor een vreeselijke wereld vol trots, vol eerzucht, vol haat en
-strijd! En welk een vreemde gevangenis, welke vreemde toenaderingen
-daar achter die sloten en grendels: de Christus in gezelschap van
-Juppiter Capitolinus, de geheele Christelijke Oudheid verbroederd met
-de Apostelen, de herder van het Evangelie, die in naam der armen en
-eenvoudigen regeert, omgeven door de geheele pracht der Renaissance! Op
-het plein voor de St. Pieter ging de zon onder, de zachte wellust
-van den Romeinschen avond zonk neer van den helderen hemel; en de
-jonge priester bleef wanhopig na dien mooien dag, doorgebracht met
-Michelangelo, Raffaël, de Oudheid en den Paus in het grootste paleis
-der wereld.
-
-"En nu moet ik mij verder excuseeren, mijn waarde abbé!" zeide
-Narcisse. "Ik wil u niet verhelen, dat ik bang ben, dat mijn dappere
-neef zich niet in uw zaak wil compromitteeren... Ik zal nog wel eens
-naar hem toe gaan, maar u zult verstandig doen niet te veel meer op
-hem te rekenen."
-
-Het was bijna zes uur toen Pierre in den palazzo Boccanera
-terugkwam. Gewoonlijk ging hij bescheiden door het steegje en liep
-hij de kleine trap op, waarvan hij een sleutel had. Maar hij had
-dien ochtend een brief van vicomte Philibert de la Choue ontvangen,
-waarvan hij den inhoud aan Benedetta wilde mededeelen. Dus ging hij
-de groote trap op. Tot zijn verwondering vond hij echter niemand in
-de antichambre. Op gewone dagen ging Victorine, wanneer Giacomo uit
-moest, daar aan een handwerkje zitten naaien. Haar stoel stond er wel,
-hij zag zelfs op een tafeltje het linnen, dat zij aan het verstellen
-was, liggen, zij was dus ongetwijfeld weggegaan. Hij nam de vrijheid
-den eersten salon binnen te gaan. Het was er bijna reeds donker,
-de schemering stierf er zacht weg. De priester bleef staan, durfde
-niet verder gaan, toen hij uit den salon ernaast, den grooten gelen
-salon, een stemmengeruisch, geritsel, bonsen hoorde. Eerst klonk een
-dringend smeeken, dan woedend gebrom. Plotseling aarzelde hij niet
-meer; hij werd ondanks zichzelf als medegesleept door de zekerheid,
-dat iemand zich in dat vertrek verdedigde en op het punt stond het
-onderspit te delven.
-
-Toen hij het vertrek binnenvloog, zag hij daar tot zijn groote
-verbijstering Dario als dol, in een uitbarsting van wilden hartstocht,
-waarin het ongebreidelde bloed der Boccanera's, ondanks de elegante
-uitputting van het ras, weer boven kwam: hij hield Benedetta bij
-haar schouders, had haar achterover op een canapé geworpen, wilde
-haar met geweld bezitten, terwijl hij haar gezicht met zijn heete
-woorden verzengde.
-
-"Om Gods wil, lieveling... Om Gods wil, als je niet wilt, dat ik en
-jij sterven... Je zegt het toch zelf... het is uit... dat huwlijk zal
-nooit vernietigd worden... Laten we toch niet langer ongelukkig zijn,
-heb mij lief zooals ik jou liefheb... en laat mij je liefhebben,
-laat mij je liefhebben!"
-
-Maar weenend, met een gelaat vol onuitsprekelijke liefde en
-onuitsprekelijke smart stootte de contessina hem met haar uitgestrekte
-armen van zich af.
-
-"Neen, neen, ik heb je lief, ik wil niet, ik wil niet!"
-
-Op dat oogenblik had Dario, terwijl hij een wanhopig gebrom uitstiet,
-het gevoel, dat iemand binnenkwam. Hij richtte zich heftig op en
-keek Pierre met een waanzinnig-starenden blik aan, zonder hem goed
-te herkennen. Dan streek hij met zijn handen over zijn gezicht, over
-zijn door tranen overstroomde wangen, over zijn met bloed doorloopen
-oogen en vluchtte, terwijl hij een vreeselijk: "Ach" uitbrulde,
-waarin zijn bedwongen begeerte nog in tranen en berouw streed.
-
-Benedetta was hijgend op den canapé blijven zitten; haar moed en
-haar kracht waren gebroken. Maar toen Pierre, verlegen met zijn rol
-en geen woorden kunnende vinden, zich ook wilde verwijderen, vroeg
-zij hem met een stem, die al kalmer begon te worden:
-
-"Neen, neen, mijnheer de abbé, ga niet weg... Neem plaats wat ik u
-smeeken mag, ik wou graag even met u praten."
-
-Hij meende zich echter voor zijn plotseling binnenkomen te moeten
-verontschuldigen, zeide haar, dat de deur van den eersten salon half
-open stond en hij in de antichambre alleen maar het verstelgoed van
-Victorine gezien had.
-
-"Dat is waar!" riep de contessina uit; "Victorine moest er zijn, ik
-heb haar zooeven nog gezien. Toen mijn arme Dario zijn zelfbeheersching
-verloor, heb ik haar geroepen. Waarom is zij niet gekomen?"
-
-Dan voegde zij in een opwelling van vertrouwelijkheid, terwijl haar
-gezicht nog brandde van den strijd, eraan toe:
-
-"Luister eens, mijnheer de abbé, ik zal u alles vertellen, want ik
-wil niet, dat u een te laag idee van mijn armen Dario krijgt. Dat
-zou me veel leed doen... Kijk u eens, wat er zooeven hier gebeurd is,
-is ook eenigszins mijn eigen schuld. Gisteravond heeft hij mij om een
-onderhoud in deze kamer gevraagd, om eens rustig en kalm te kunnen
-praten; en daar ik wist, dat mijn tante op dit uur niet thuis zou
-zijn, heb ik hem gezegd te komen... Het is heel natuurlijk, niet
-waar, dat wij na het groote verdriet, dat het bericht, dat mijn
-huwlijk ongetwijfeld nooit vernietigd zal worden, ons veroorzaakt
-heeft, elkaar even spreken wilden? Wij lijden te veel, er moet een
-besluit genomen worden... En toen hij kwam, begonnen wij te huilen,
-hebben wij lang in elkaars armen gelegen, elkaar geliefkoosd en onze
-tranen vermengd. Ik heb hem wel duizendmaal gekust en hem gezegd,
-dat ik hem aanbad, dat ik er wanhopig onder was hem zoo ongelukkig
-te maken, dat ik zeker aan mijn verdriet hem zoo ongelukkig te zien,
-sterven zou. Misschien heeft hij daarin een aanmoediging gezien,
-en bovendien hij is toch ook geen engel, ik had hem niet zoo lang
-aan mijn hart moeten drukken... U begrijpt, mijnheer de abbé, ten
-slotte is hij als dol geworden en heeft hij datgene gewild wat ik
-aan de Heilige Maagd gezworen heb alleen aan mijn echtgenoot te geven."
-
-Zij zeide het kalm, eenvoudig, zonder eenige verlegenheid. Een flauw
-glimlachje speelde om haar lippen, toen zij voortging:
-
-"O, ik ken mijn armen Dario heel goed. Maar dat belet niet, dat ik hem
-liefheb, integendeel. Hij ziet er teer, ja zelfs een beetje ziekelijk
-uit, maar in den grond der zaak is hij hartstochtelijk, moet hij zijn
-zinnen bevredigen. Ja, het oude bloed bruist nog in hem, en ik weet wat
-dat zeggen wil, want als klein meisje had ik soms aanvallen van woede,
-waarin ik op den grond lag te stampen; en ook nu nog moet ik, wanneer
-ik dergelijke aanvallen krijg, tegen me zelf strijden, me pijnigen,
-om niet de grootst mogelijke dwaasheden uit te halen... Mijn arme
-Dario! Hij kàn zoo moeilijk leed verdragen! Hij is precies een klein
-kind, dat zijn luimen dadelijk ingewilligd zien wil; maar in den grond
-der zaak is hij toch ook heel verstandig, wacht hij op mij, omdat
-hij begrijpt, dat het ware geluk voor hem bij mij is, die hem aanbid."
-
-Nu kreeg Pierre een helder inzicht in het karakter van den jongen
-prins, dat hij tot nog toe niet volkomen begrepen had. Hoewel
-hij doodelijk veel van zijn nicht hield, had hij toch steeds door
-elders zijn vermaken gezocht. Een volmaakte egoïst, maar toch een
-vriendelijke, aardige jongen. Vooral was hij niet in staat leed te
-verdragen, had hij een afschuw van lijden, leelijkheid en armoede,
-zoowel bij hem als bij anderen. Met hart en ziel was hij voor vreugde,
-schittering, uiterlijken schijn en leven in de open, vrije lucht. En
-bovendien was hij uitgeput, bezat hij nog slechts kracht voor dit
-leven van niets doen, kan hij zelfs niet meer denken of willen,
-zoodat het nooit zelfs in hem opgekomen was zich aan te sluiten bij
-het nieuwe regime. Daarbij kwam nog de matelooze Romeinsche trots,
-een met scherpzinnigheid en een steeds levendig, praktisch begrip
-der werkelijkheid verbonden luiheid, en bij de zachte lieftalligheid
-van zijn eindigend geslacht, bij zijn voortdurende behoefte aan een
-vrouw, aanvallen van woedende begeerte, een dierlijke, menigmaal
-losbarstende zinnelijkheid.
-
-"Mijn arme Dario! Laat hij naar een andere vrouw gaan, ik neem het
-hem niet kwalijk," voegde Benedetta er met haar mooi glimlachje zacht
-aan toe. "Je moet niet het onmogelijke aan een man vragen, niet waar?"
-
-Toen Pierre, wiens denkbeelden omtrent Italiaansche jaloezie geheel
-geschokt werden, haar verbaasd aankeek, riep zij, brandend van
-hartstochtelijke aanbidding:
-
-"Neen, neen, daar ben ik niet jaloersch op. Hij vindt er genot in
-en mij hindert het niet. Ik weet heel goed, dat hij steeds tot mij
-zal terugkeeren, dat hij alleen nog maar aan mij zal toebehooren,
-wanneer ik dat willen, wanneer ik dat kunnen zal."
-
-Er volgde een stilte. De salon begon zich in duisternis te hullen,
-het goud aan de groote wandtafeltjes doofde uit, een eindelooze
-droefgeestigheid viel van de hooge, donkere zoldering en het oude gele
-behang met zijn herfsttinten. Spoedig daarna trad door een toevallige
-belichting een schilderij boven den canapé, waarop de contessina
-zat, uit de duisternis te voorschijn: het portret van het jonge,
-mooie meisje, van Cassia Boccanera, die in haar liefde gerechtigheid
-geoefend had. Weer trof hem de gelijkenis en hij dacht hardop:
-
-"De verzoeking is sterker dan de menschen, er komt altijd een
-oogenblik, waarop men bezwijkt. Als ik daareven niet binnengekomen
-was..."
-
-Heftig viel zij hem in de rede:
-
-"Ik, ik!... O, u kent mij niet. Ik zou liever gestorven zijn."
-
-En in een vreemde, vrome exaltatie, geheel opgeheven door haar liefde
-en als had het bijgeloof den hartstocht tot extase opgevoerd, voegde
-zij eraan toe:
-
-"Ik heb de Madonna gezworen mijn maagdelijkheid te geven aan den man,
-dien ik liefheb, doch eerst op den dag, dat hij mijn man zal zijn;
-en dien eed heb ik gehouden ten koste van mijn geluk, en ik zal hem
-houden ten koste van mijn leven, als het moet... Ja, Dario en ik
-zullen desnoods sterven, maar de Heilige Maagd heeft mijn woord en
-de engelen in den hemel zullen niet weenen."
-
-Zij gaf zich geheel in al haar oprechtheid, met een eenvoud, die
-eerst ingewikkeld, onverklaarbaar schijnen kon. Ongetwijfeld werd
-zij beheerscht door die zonderlinge voorstelling van menschelijken
-adel, welke het Christendom gelegd heeft in verzaking en reinheid,
-die een protest is tegen de eeuwige materie, de krachten der natuur,
-de oneindige vruchtbaarheid van het leven. Maar in haar was het nog
-iets meer: voor haar had de maagdelijkheid een onschatbare waarde,
-was zij een kostbaar goddelijk geschenk, dat zij aan den door haar
-hart uitverkoren geliefde geven wilde, die, zoodra God hen verbonden
-zou hebben, ook de meester van haar lichaam was. Voor haar bestond
-er buiten het door den priester gewijde huwlijk slechts doodzonde
-en gruwel. Dat alles verklaarde haar langen tegenstand aan Prada,
-dien zij niet liefhad; haar wanhopigen, pijnlijken tegenstand aan
-Dario, dien zij aanbad, maar aan wien zij zich slechts geven wilde in
-een wettig huwlijk. Welk een marteling moest het voor die in liefde
-ontvlamde ziel zijn weerstand te bieden aan die liefde! Welk een niet
-eindigende strijd van haar plichtsgevoel en haar eed aan de Heilige
-Maagd met den hartstocht, dien hartstocht van haar geslacht, welke
-soms, zooals zij zelf bekende, in haar woedde als een storm!
-
-Pierre keek haar in de wegstervende schemering aan en het was hem,
-alsof hij haar nu voor het eerst zag, voor het eerst begreep. Haar
-dualiteit verried zich in haar eenigszins krachtige en zinnelijke
-lippen, in haar groote, zwarte, ondoorgrondelijke oogen, in haar
-zoo kalm, zoo verstandig, zoo kinderlijk-teer gezicht. Achter deze
-vurige oogen, onder die lelie-reine huid raadde men de innerlijke
-spankracht van de bijgeloovige, trotsche en eigenzinnige vrouw,
-die zich hardnekkig bewaarde voor haar liefde, die slechts werkte,
-om daarvan te genieten en er in haar beredeneerde bedachtzaamheid
-steeds op voorbereid was, dat een hartstochtelijke dwaasheid haar
-mede zou kunnen sleepen. O, hoe kon hij zich nu begrijpen, dat men
-haar liefhad! Hoe voelde hij, dat een zoo aanbiddelijk wezen met haar
-heerlijke oprechtheid, haar onstuimige terughouding, om zich beter
-te kunnen geven, het leven van een man vervullen kon! Zij kwam hem
-voor als de jongere zuster van die liefelijke en tragische Cassia,
-die met haar voortaan nuttelooze maagdelijkheid niet langer leven
-wilde en zich in den Tiber geworpen had, terwijl zij haar broeder
-Ercolo en het lijk van Flavio, haar geliefde, met zich trok!
-
-In een liefdevolle opwelling greep Benedetta de beide handen van
-Pierre.
-
-"Mijnheer de abbé, u bent nu een veertien dagen hier, en ik heb
-al een groote genegenheid voor u opgevat, omdat ik voel, dat u een
-vriend bent. Indien u ons niet dadelijk begrijpt, moet u toch niet
-te slecht over ons oordeelen. Ik zweer u, dat ik, hoe onwetend ik
-ook ben, altijd tracht zoo goed mogelijk te handelen."
-
-Hij werd diep geroerd door haar beminlijkheid en hij dankte haar
-daarvoor, terwijl hij een oogenblik haar mooie handen in de zijne nam,
-want ook hij had een groote genegenheid voor haar opgevat. Weer sleepte
-een droom hem mede: haar opvoeder zijn, als hij den tijd daarvoor had,
-in ieder geval niet weer te vertrekken, zonder deze ziel gewonnen te
-hebben voor de denkbeelden van naastenliefde en broederschap, die
-de zijne waren. Was dit bewonderenswaardige, indolente, onwetende,
-niets omhanden hebbende schepseltje, dat slechts haar liefde
-wist te verdedigen, niet het Italië van gisteren? Het zoo mooie,
-sluimerende Italië van gisteren met haar uitstervende lieftalligheid,
-zoo betooverend in haar sluimering, in wier diepe, donkere,
-hartstochtelijk brandende oogen nog zoo veel ongekends verborgen
-lag? Welk een heerlijke taak haar te wekken, haar te onderrichten,
-haar te veroveren voor de waarheid, het volk der lijdenden en der
-armen, het verjongde Italië van morgen, zooals hij zich dat droomde!
-
-In dat rampzalige huwlijk met graaf Prada, in dien breuk met
-hem, wilde hij zelfs een eerste mislukte poging zien: het moderne
-Noord-Italië ging te vlug te werk, was te ruw in zijn poging om het
-zachte, achtergebleven, nog groote en trage Rome lief te hebben en te
-hervormen! Maar kon hij de taak niet opnieuw opvatten, had hij niet
-gemerkt, dat zijn boek na de verbazing, die de eerste lezing in haar
-gewekt had, in de leegte van haar slechts door haar verdriet gevulde
-dagen, haar gedachten bezig gehouden had, haar belang inboezemde. Wat,
-zich voor anderen, zich voor de minderen dezer wereld, voor het geluk
-der ongelukkigen te interesseeren? Was het mogelijk, dat daarin een
-verzachting van eigen leed lag? Zij was reeds ontroerd; en hij nam
-zich voor haar tranen te doen vloeien, terwijl hij zelf naast haar
-beefde bij de gedachte aan de eindelooze liefde, die zij geven zou,
-wanneer zij zou liefhebben.
-
-De nacht was geheel gevallen en Benedetta stond op om een lamp te
-vragen. Toen Pierre afscheid nam, hield zij hem nog even terug in de
-donkerte. Hij zag haar niet meer, hoorde haar nog slechts met haar
-ernstige stem zeggen:
-
-"U zult toch geen al te slechte opinie van ons meenemen, mijnheer de
-abbé? Dario en ik hebben elkaar lief, en dat is geen zonde, wanneer
-men verstandig is. Ja zeker, ik heb hem al zoo lang lief! Stel u voor,
-ik was nauwlijks dertien en hij achttien, toen we al zoo heel veel van
-elkaar hielden in dien grooten tuin van de villa Montefiori, welken
-men heelemaal verwoest heeft... O, wat voor dagen hebben wij daar
-doorgebracht--heele middagen onder de boomen, uren lang in onvindbare
-schuilhoekjes--en wat hebben wij elkaar als cherubijnen gekust! Wanneer
-de tijd kwam, dat de oranjeappelen rijp werden, bedwelmde ons de geur
-der vruchten. En de groote taxisboomen, wat omhulden ze ons met hun
-geur, die onze harten sneller deed kloppen! Thans kan ik dien niet
-meer inademen, zonder duizelig te worden."
-
-Giacomo bracht de lamp en Pierre ging naar zijn kamer. Op de kleine
-trap vond hij Victorine, die even schrok, alsof zij daar was gaan
-staan, om hem op te wachten, als hij uit den salon kwam. Zij volgde
-hem, praatte, hoorde hem uit. En plotseling ging de priester een
-licht op.
-
-"Waarom ben je niet gekomen, toen je meesteres je riep? Je zat toch
-in de antichambre te naaien?"
-
-Eerst wilde zij verbaasde oogen opzetten, zeggen, dat zij niets
-gehoord had. Maar haar open, gul gezicht kon niet liegen, lachte
-ondanks alles. Ten slotte bekende zij dapper en vroolijk.
-
-"Wat ging mij dat aan? Waarom moest ik tusschenbeide komen? En
-bovendien voelde ik mij heel rustig, ik weet, dat de prins veel te
-veel van haar houdt, om mijn kleine Benedetta kwaad te doen."
-
-In werkelijkheid had zij, begrijpend waar het om ging, bij den
-eersten hulproep haar werk op de tafel neergelegd en was zoo zacht
-mogelijk weggeslopen, om de lieve kinderen, zooals zij ze noemde,
-niet te moeten storen.
-
-"De arme kleine," begon zij weer, "hoe dom van haar om zich om het
-hiernamaals zoo te kwellen. Groote God, wat voor kwaad zou erin
-steken, wanneer zij elkaar wat geluk gaven, daar zij elkaar toch
-liefhebben? Zoo lollig is het leven toch niet! En wat een wroeging
-later, wanneer het te laat zou zijn!"
-
-Toen Pierre alleen in zijn kamer was, voelde hij zich duizelig
-worden. De groote taxisboomen! Evenals hij, had zij bij hun scherpen,
-krachtigen geur gehuiverd. En zij kwamen terug en riepen hem dien der
-pauselijke tuinen in herinnering, de wellustige, verlaten en in de
-hoogstaande zon brandende, Romeinsche tuinen. De beteekenis van den
-geheelen dag werd hem nu duidelijk. Het was de vruchtbare ontwaking,
-het eeuwige protest van de natuur en van het leven, de Venus en
-de Hercules, die men gedurende eeuwen in den grond heeft kunnen
-begraven, maar die er toch eens weer uit oprijzen; die men diep in
-het heerschzuchtige, starre en koppige Vaticaan kan willen opsluiten,
-maar die zelf daar regeeren en onbeperkt de wereld beheerschen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZEVENDE HOOFDSTUK
-
-
-Toen Pierre den volgenden dag na een lange wandeling weer voor
-het Vaticaan stond, waarheen een soort obsessie hem steeds weer
-terugbracht, ontmoette hij opnieuw monsignor Nani. Het was een
-Woensdagavond en de assessor bij het Heilig College had juist
-zijn wekelijksche audiëntie bij den paus gehad, aan wien hij over
-de zitting, die de Heilige Congregatie 's ochtends gehouden had,
-rapport uitbracht.
-
-"Welk een gelukkig toeval, mijn waarde zoon! Ik dacht juist aan
-u... Wilt ge Zijne Heiligheid in het openbaar zien, alvorens hem in
-een particuliere audiëntie te spreken?"
-
-Hij had weer zijn gewone glimlachende welwillendheid, waarin men
-nauwlijks de zachte ironie voelde van den man, die alles wist, alles
-kon, alles voorbereidde.
-
-"Zeker, heel graag, monseigneur", antwoordde Pierre, een weinig
-verbaasd door dat plotselinge aanbod. "Iedere afleiding is welkom,
-wanneer je je dagen met wachten verspilt."
-
-"Neen, neen, ge verspilt uw dagen niet," viel de prelaat hem vlug in
-de rede. "Ge ziet, ge denkt na, ge ontwikkelt u... Maar om op de zaak
-terug te komen. Ongetwijfeld weet u, dat de groote internationale
-bedevaart van den Pieterspenning Vrijdag te Rome komt en Zaterdag
-door Zijne Heiligheid ontvangen wordt. Den volgenden dag, Zondag, is
-er een andere plechtigheid. Zijne Heiligheid zal dan in de basilica
-de mis lezen... Welnu, ik heb nog enkele kaarten over. Hier hebt u
-nog zeer goede plaatsen voor de beide dagen."
-
-Hij had uit zijn zak een kleine elegante, met zijn gouden naamcijfer
-voorziene portefeuille gehaald en nam daaruit twee kaarten, een rose
-en een groene, die hij aan den jongen priester gaf.
-
-"Als u eens wist, hoe men er om vecht! U herinnert zich die twee
-Fransche dames nog wel, die van verlangen branden om Zijne Heiligheid
-te zien? Ik heb niet te veel willen aandringen, om een audiëntie voor
-haar te krijgen; ook zij hebben zich tevreden moeten stellen met
-de kaarten, die ik haar gegeven heb... Ja, de Heilige Vader voelt
-zich wat vermoeid. Ik was zooeven bij hem en vond, dat hij er geel
-en koortsachtig uitziet. Maar hij is zoo moedig, in hem leeft alleen
-zijn ziel."
-
-Hij glimlachte weer zijn nauwlijks merkbaar spottend glimlachje.
-
-"Ja, hij is een voorbeeld voor de ongeduldigen, mijn waarde
-zoon... Ik hoor, dat monsignor Gamba del Zoppo niets voor u heeft
-kunnen doen. Maar u moet u dat niet al te zeer aantrekken. Laat
-ik u nogmaals zeggen, dat dit lange wachten zeker een genade der
-Voorzienigheid is. Het leert u, het dwingt u dingen te begrijpen,
-die gij, Fransche priesters, ongelukkig niet voelt, wanneer gij in
-Rome komt. En misschien zal u dit voor fouten behoeden... Kom, draag
-het kalm en zeg tegen uzelf, dat alles in Gods hand ligt en geschiedt
-op het door Zijn hooge wijsheid vastgestelde oogenblik."
-
-Hij stak hem zijn mooie, lenige hand toe. Het was als de hand van
-een vrouw, maar haar druk had de kracht van een stalen schroef. Dan
-stapte hij in het rijtuig, dat op hem stond te wachten.
-
-De brief, dien Pierre van vicomte Philibert de la Choue ontvangen
-had, was toevallig een lange kreet van verbittering en wanhoop naar
-aanleiding van de internationale bedevaart van den Pieterspenning. Hij
-schreef van zijn bed af, waaraan hij door een hevigen jichtaanval
-gekluisterd was, en kon niet komen. Het meest verdroot hem echter,
-dat de president van het comité, die als zoodanig natuurlijk de
-bedevaart aan den paus moest voorstellen, juist baron de Fouras was,
-een van zijn meest verbitterde tegenstanders uit de oude conservatieve
-Katholieke partij; en hij twijfelde er geen oogenblik aan, of de baron
-zou van die gelegenheid gebruik maken, om den paus tot zijn theorie
-van vrije corporaties over te halen, terwijl hij, de la Choue, slechts
-heil voor het Katholicisme en voor de wereld verwachtte van gesloten,
-verplichte corporaties. Hij smeekte Pierre dan ook zich tot de hem
-gunstig gezinde kardinalen te wenden, niet te rusten voor hij door
-den paus ontvangen was en Rome niet te verlaten zonder hem de hoogste
-goedkeuring te brengen, die de overwinning beslissen kon. De brief
-gaf bovendien interessante bijzonderheden over de bedevaart. Zij
-bestond uit drie duizend uit alle landen saamgekomen pelgrims, uit
-Frankrijk, België, Spanje, Oostenrijk, ja zelfs Duitschland, en werd
-in kleine groepjes door bisschoppen en leiders der corporaties naar
-Rome gebracht. Frankrijk was met drie duizend pelgrims het sterkst
-vertegenwoordigd. Een internationaal comité was te Parijs werkzaam
-geweest, om alles te organiseeren, een moeilijk werk, want het was een
-zeer gemengd gezelschap, leden der aristocratie, damesvereenigingen,
-arbeidersvereenigingen, alle klassen, leeftijden en geslachten,
-als broeders in hetzelfde geloof. De vicomte voegde er nog aan toe,
-dat de bedevaart, die millioenen aan den paus brengen zou, den datum
-van zijn aankomst zóó gekozen had, dat zij als het ware het protest
-van het algeheele Katholicisme was tegen de feesten van 20 September,
-waarmede het Quirinaal den glorierijken verjaardag van de verheffing
-van Rome tot hoofdstad vierde.
-
-Pierre meende, dat het vroeg genoeg zou zijn als hij tegen elf uur
-kwam, want de plechtigheid zou eerst om twaalf uur beginnen. Zij zou
-plaats vinden in de Sala dei Beatificazione, een groote, mooie zaal,
-die boven de zuilengaanderij van de St. Pieter ligt en in 1890 in een
-kapel veranderd is. Een der ramen ziet uit op de middelste loggia,
-vanwaaraf vroeger de nieuw-gekozen paus het volk, Rome en de wereld
-zegende. Twee andere zalen, de Sala regia en de Sala ducale lagen
-ervoor. Toen Pierre echter naar de plaats, waarop zijn groene kaart
-hem in de Sala dei Beneficazione zelf recht gaf, wilde gaan, vond hij
-de drie zalen met een zóó dicht op elkaar gepakte menigte gevuld,
-dat hij er zich slechts met de uiterste moeite een weg door kon
-banen. Een uur lang verdrong men elkaar reeds op die manier in de
-vurige koorts en de toenemende opwinding van de drie- of vierduizend
-daar opgesloten personen. Eindelijk kon hij tot de deur der derde
-zaal komen, maar bij het zien van die buitengewone opeenhooping van
-hoofden ontzonk hem de moed en trachtte hij zelfs niet verder te gaan.
-
-De Sala dei Beatificazione, die hij, toen hij op zijn teenen ging
-staan, met één enkelen blik overzag, was onder de hooge, strenge
-zoldering rijk versierd, verguld en beschilderd. Tegenover den ingang,
-waar anders het altaar stond, was op een lage estrade de pauselijke
-troon geplaatst, een groote fauteuil van rood fluweel, welks rug
-en armen van goud schitterden; de draperieën van den eveneens
-roodfluweelen baldakijn vielen naar achter en ontplooiden zich als
-twee groote purperen vleugels. Doch vooral trof Pierre die menigte,
-die menigte vol ongebreidelden hartstocht, zooals hij ze nog nooit
-vroeger gezien had, wier harten hij met luide slagen hoorde kloppen,
-wier oogen het koortsachtige ongeduld van hun wachten trachtten te
-misleiden door naar den ledigen troon te kijken, dien te aanbidden.
-
-O, die troon. Hij verblindde hen, hij bracht hen een onmacht nabij,
-evenals de gouden monstrans, waarin het Gode behaagde persoonlijk
-plaats te nemen. Men zag daar arbeiders in zondagskleeren met
-heldere kinderblikken en ruwe, thans in extase vertrokken gezichten,
-burgerjuffrouwen in haar voorgeschreven zwarte japonnen, bleek door
-een soort heilige vrees en bovenmatig verlangen, heeren in gekleede
-jas en witte das, stralend, vast overtuigd, dat zij de Kerk en
-de volkeren redden. Maar in het bijzonder viel een groep van deze
-laatsten, om den pauselijken troon, in het oog, de leden van het
-internationale comité met baron de Fouras aan het hoofd, een groote,
-corpulente, blonde vijftiger, die zich steeds heen en weer bewoog
-en als een generaal op den ochtend van een beslissende overwinning
-bevelen gaf. Hier en daar schitterde tusschen de grijze en zwarte
-menigte de violette zijde van een bisschop, daar iedere herder bij
-zijn kudde had willen blijven. De gebaarde of gladgeschoren hoofden
-van de wereldlijke geestelijken en de ordebroeders in hun bruine,
-zwarte of witte kleederen staken boven de menigte uit. Rechts en links
-wapperden de banieren, die vereenigingen en congregaties als geschenk
-voor den paus medebrachten. De deining steeg steeds hooger, het bruisen
-der zee zwol steeds aan; de zweetende gezichten, de brandende oogen,
-de versmachtende monden straalden een zoo ongeduldige liefde uit, een
-zoo zware geur steeg uit die opgehoopte menigte op, dat de atmospheer
-er als het ware dik en donker door werd.
-
-Maar plotseling zag Pierre naast den troon monsignor Nani, die, nadat
-hij hem uit de verte opgemerkt had, hem een teeken gaf naderbij te
-komen. En toen Pierre met een bescheiden gebaar te kennen gaf, dat
-hij liever bleef waar hij was, gaf de prelaat het niet op, maar zond
-een zaalwachter naar hem met bevel ruimte voor hem te maken.
-
-"Waarom kwam u niet naar uw plaats toe?" vroeg de prelaat, toen de
-zaalwachter hem eindelijk bij den troon gebracht had. "Uw kaart geeft
-u recht hier links van den troon te staan."
-
-"Ach, ik zou zooveel menschen lastig hebben moeten vallen, dat ik
-dat niet wilde. En bovendien is het te veel eer voor mij."
-
-"Neen, neen, ik heb u deze plaats niet voor niets gegeven. Ik wil,
-dat u vooraan staat, om alles goed te kunnen zien en niets van de
-plechtigheid te verliezen."
-
-Pierre kon niets anders dan hem dankbaar zijn. Hij zag nu, dat
-verschillende kardinalen en vele prelaten van het pauselijk Hof
-eveneens aan beide zijden van den troon stonden te wachten. Tevergeefs
-echter zocht hij naar kardinaal Boccanera, die nooit in de St. Pieter
-of op het Vaticaan kwam dan wanneer zijn dienst hem daartoe
-verplichtte. Maar wel zag hij kardinaal Sanguinetti, die in een
-druk gesprek gewikkeld was met baron de Fouras. Even kwam monsignor
-Nani nog naar hem toe, om hem twee andere Eminenties te wijzen, zeer
-invloedrijke en machtige persoonlijkheden: den kardinaal-vicaris, een
-corpulenten, kleinen man met een koortsachtig, door eerzucht verteerd
-gelaat, en den kardinaal-secretaris, robuust, gespierd en met grove
-trekken, het romantische type van een Siciliaanschen bandiet, die de
-discrete en glimlachende kerkelijke diplomatie gekozen heeft. Nog
-enkele passen verder stond, afgezonderd, de grootpenitentarius,
-zwijgend, met een lijdend uiterlijk en een vaal, mager ascetengezicht.
-
-Het had twaalf uur geslagen. Er ontstond een ongegronde vreugde,
-een beweging, die zich als een diepe golf uit de twee andere zalen
-voortplantte. Doch het waren slechts de zaalwachters, die de menigte
-achteruitdrongen om een doorgang voor den pauselijken stoet vrij te
-maken. Plotseling echter klonken uit de eerste zaal toejuichingen,
-kwamen naderbij, zwollen aan. Ditmaal was het de stoet. Voorop
-een afdeeling der Zwitsersche garde in klein tenue onder bevel
-van een sergeant; dan de in het rood gekleede dragers; vervolgens
-de Hofprelaten, waaronder vier geheime kamerheeren. En eindelijk
-liep tusschen twee pelotons edelgarden in half-gala de Heilige Vader
-alleen, te voet, flauwtjes glimlachend, langzaam naar rechts en links
-zegenend. Met hem was het gejuich, dat uit de zalen ernaast opsteeg,
-binnengedrongen in de Sala dei Beatificazione: de hartstochtelijke
-liefde wies tot waanzin aan; en onder de tengere witte handen, die
-zich zegenend uitstrekten, waren al deze schepsels, die de onmacht
-nabij waren, op hun beide knieën gevallen. Op den grond was niets
-meer te zien dan een neergeworpen, als door de verschijning van God
-verpletterd, vroom volk.
-
-Medegesleept door de geestdrift, was Pierre bevend met de anderen
-op zijn knieën gevallen. O, deze almacht, deze onweerstaanbare
-besmetting van het geloof, van den vreeselijken ademtocht uit het
-onzienlijke, die zich in een pracht en een praal van majestueuse
-grootte vertienvoudigden! Dan, toen Leo XIII, omgeven door de
-kardinalen en zijn Hof, op den troon was gaan zitten, ontstond
-er een diepe stilte, waarna de ceremonie zich volgens de gewone
-ritueele gebruiken ontwikkelde. Eerst sprak, geknield, een bisschop
-om de hulde van de getrouwen der geheele Christenheid aan de voeten
-van Zijne Heiligheid te leggen. Op hem volgde de president van het
-comité, baron de Fouras, die, staande, een lange redevoering voorlas,
-waarin hij de bedevaart voorstelde, de bedoeling ervan uiteenzette en
-op het ernstige karakter van het tegelijk politieke en godsdienstige
-protest ervan wees. De corpulente man had een dunne, snijdende stem,
-die als een drilboor knarste; hij zeide hoe smartelijk de Katholieke
-wereld leed onder de berooving van den Heiligen Stoel, hoe gaarne
-alle volkeren, die hier door pelgrims vertegenwoordigd waren, het
-hooge en vereerde Hoofd der Kerk wilden troosten door hem de obool
-der rijken en der armen, het penningske der nederigsten te brengen,
-opdat de paus trotsch en onafhankelijk zou kunnen leven. Hij sprak ook
-over Frankrijk, betreurde zijn dwalingen, voorspelde zijn terugkeer
-tot gezonde tradities, gaf trotsch te verstaan, dat het het rijkste
-en vrijgevigste land was, waaruit in een ononderbroken stroom goud
-en geschenken naar Rome vloeiden. Eindelijk stond Leo XIII op en
-beantwoordde den bisschop en den baron. Zijn stem was zwaar, had een
-sterken neusklank. Uit een zoo tenger lichaam had men een dergelijke
-stem niet verwacht. In enkele zinnen drukte hij zijn dankbaarheid
-uit en zeide hoezeer zijn hart door deze toewijding der naties aan
-het pausdom geroerd was. De tijden mochten slecht zijn, de eindtriomf
-kon niet lang meer uitblijven. De teekenen wezen er duidelijk op, dat
-het volk tot het geloof terugkeerde, dat de ongerechtigheden weldra
-onder de algemeene heerschappij van Christus zouden ophouden. En
-Frankrijk? Was Frankrijk niet de oudste dochter der Kerk, die aan
-den Heiligen Stoel te veel bewijzen van liefde gegeven had dan dat
-deze ooit op zou kunnen houden haar lief te hebben? Dan hief hij zijn
-handen op en schonk aan alle aanwezige pelgrims, aan de vereenigingen
-en congregaties, die zij vertegenwoordigden, aan hun huisgezinnen
-en aan hun vrienden, aan Frankrijk, aan alle Katholieke naties zijn
-apostolischen zegen, om hen te danken voor de kostbare hulp, die zij
-hem zonden. Terwijl hij weer ging zitten, barstten toejuichingen
-los, geestdriftige salvo's, die tien minuten duurden, gepaard met
-vivatgeroep, met ongearticuleerde kreten, een storm van ontketenden
-hartstocht, die de zaal deed beven.
-
-En terwijl deze woeste aanbidding woedde, keek Pierre naar Leo
-XIII, die weer roerloos op zijn troon zat. Met de pauselijke muts
-op en den rooden, met hermelijn afgezetten mantel had hij in zijn
-lange witte soutane de hiëratische stijfheid van een afgodsbeeld,
-dat door tweehonderdvijftig millioen Christenen aangebeden wordt. Op
-den purperen achtergrond der gordijnen van den baldakijn, tusschen de
-vleugelachtig uitgespreide draperieën, waarin iets als een gloed van
-verheerlijking gloeide, nam hij een werkelijke majesteit aan. Het was
-niet meer de zwakke grijsaard met zijn kleine, gesaccadeerde pasjes
-en zijn tenger halsje van arm, ziek vogeltje. Het magere gezicht,
-de te krachtige neus, de te groote mond verdwenen. In dat wasachtige
-gelaat onderscheidde men niets dan de prachtige, donkere, diepe,
-eeuwig jonge, scherpzinnige en doordringende oogen.
-
-Een onwillekeurig oprichten van zijn gestalte, een bewustzijn, dat
-hij de eeuwigheid vertegenwoordigde, de koninklijke adeldom, die hem
-omgaf, riepen den indruk te voorschijn, dat hij niet meer was dan een
-ademtocht, een reine ziel in een lichaam van zóó doorzichtig ivoor, dat
-men er die ziel reeds in zag, bevrijd van alle aardsche banden. En toen
-begreep Pierre, wat zulk een man, de souvereine pontifex, de koning,
-aan wien tweehonderdvijftig millioen onderdanen gehoorzamen, zijn
-moest voor de vrome en lijdende schepsels, die, door de schittering
-van de machten, die hij vertegenwoordigde, neergeslagen, hem van
-zoo verre kwamen aanbidden. Achter hem, in het purper der gordijnen,
-opende zich plotseling het onzichtbare, de oneindigheid van het ideale
-en de verblindende verheerlijking!
-
-Hoeveel eeuwen van geschiedenis sedert den apostel Petrus,
-hoeveel kracht, hoeveel genie, hoeveel strijd, hoeveel triomphen
-vereenigden zich in één wezen, den Uitverkorene, den Eenige, den
-Bovenmenschelijke! Welk een telkens hernieuwd wonder; de hemel,
-die zich verwaardigde in dit menschelijk lichaam neer te dalen, God,
-die woonde in den dienaar, dien hij uitverkoren had, dien hij wijdt en
-heiligt boven de ontzaglijke menigte andere wezens door hem alle macht
-en wetenschap te geven! Welk een heilige ontroering, welk een liefde,
-God in een mensch, God, steeds ziende door zijn oogen, sprekend met
-zijn stem, uit ieder van zijn zegenende gebaren uitstroomend. Wie kan
-zich deze exorbitante, onbeperkte macht van een onfeilbaren monarch,
-de volkomen macht in deze, het heil in de wereld hiernamaals, den
-zichtbaren God voorstellen? En hoe begrijpelijk was het, dat de door de
-behoefte om te gelooven verteerde zielen naar hem toe vlogen, dat deze
-zielen, die eindelijk de zoo lang gezochte zekerheid, den troost zich
-te geven en in God zelf te verdwijnen vonden, geheel in hem opgingen.
-
-Maar de plechtigheid liep ten einde, baron de Fouras stelde den
-Heiligen Vader de leden van het comité en enkele andere voorname
-deelnemers aan de bedevaart voor. Het was een langzaam voorbijtrekken,
-een bevend buigen der knieën, de gulzige kus op de muil en op den
-ring. Dan werden de banieren aangeboden; Pierre's hart kromp samen,
-toen hij in de mooiste, de rijkste een banier van Lourdes herkende,
-die ongetwijfeld door de paters der Onbevlekte Ontvangenis geschonken
-werd. Op de witte, met goud geborduurde zijde was aan de eene zijde
-de Heilige Maagd van Lourdes gestikt, terwijl de andere het portret
-van Leo XIII vertoonde. Hij zag hem glimlachen tegen zijn beeltenis,
-en een groote droefheid maakte zich van hem meester alsof zijn geheele
-droom van een intellectueelen, Evangelischen, van laag bijgeloof
-bevrijden paus ineenstortte. Op dat oogenblik ontmoette hij weer den
-blik van monsignor Nani, die hem sedert het begin der plechtigheid
-geen oogenblik uit het oog verloren had en met de nieuwsgierigheid
-van iemand, die bezig is een proef te nemen, zijn minste indrukken
-bestudeerde.
-
-De prelaat kwam naar hem toe en zeide:
-
-"Een prachtige banier! Wat zal Zijne Heiligheid zich verheugen,
-dat hij zoo mooi afgebeeld is in gezelschap der Heilige Maagd."
-
-En toen de jonge priester, die bleek geworden was, niet antwoordde,
-voegde hij er met een echt-Italiaansche, vrome blijdschap aan toe:
-
-"Hier in Rome houden wij veel van Lourdes! Die geschiedenis van
-Bernadette is zoo bekoorlijk!"
-
-Wat nu gebeurde, was zoo iets buitengewoons, dat Pierre er lang door
-van streek bleef. Hij had te Lourdes tooneelen van onvergetelijke
-afgoderij gezien, tooneelen vol naïef geloof en tot waanzin opgevoerden
-godsdiensthartstocht, die hem nu nog van onrust en smart deden
-beven. Maar die menigten, welke zich naar de Grot stortten, de zieken,
-die in liefdesrazernij wegzwijmelden voor het beeld der Heilige Maagd,
-dat geheele volk, dat door de besmetting van het wonder waanzinnig
-geworden was, niets, niets van dat alles evenaarde ook maar in het
-minst den aanval van uitzinnigheid, die de pelgrims aangreep en voor
-de voeten van den paus wierp. Bisschoppen, geestelijke leiders van
-congregaties, afgevaardigden naderden, om bij den troon de offeranden
-neer te leggen, die zij uit de geheele Katholieke wereld brachten, de
-universeele collecte voor den Pieterspenning. Het was de vrijwillige
-belasting van een volk aan zijn souverein, zilver, goud, bankpapier
-in beurzen, in tasschen, in portefeuilles. Dan kwamen dames, die op
-haar knieën vielen en zijden of fluweelen taschjes, die zij geborduurd
-hadden, aanboden. Anderen hadden op portefeuilles het naamcijfer van
-Leo XIII in diamanten laten aanbrengen. Eén oogenblik werd de extase
-zóó groot, dat vrouwen zich geheel plunderden, haar beurzen tot
-met den laatsten sou, dien zij hadden, wegwierpen. Een zeer mooie,
-slanke en groote brunette ontdeed zich van haar horloge en ringen
-en wierp die op het tapijt der estrade. Allen zouden haar vleesch
-weggerukt hebben, om haar van liefde brandend hart uit te scheuren
-en dat ook weg te werpen. Zij zouden zichzelf geheel hebben willen
-wegwerpen, zonder iets van zich te behouden. Het was een regen van
-geschenken, een volkomen zichzelf geven, de hartstocht, die zich
-van alles berooft ter wille van het voorwerp van zijn vereering, de
-hartstocht, die zijn geluk daarin vindt niets te bezitten, dat niet
-tevens daaraan toebehoort. En dat alles speelde zich af te midden
-van een steeds toenemend gejuich, van vivatgeroep, van uitgebrulde
-aanbiddingskreten, terwijl een steeds heftiger gedrang ontstond,
-daar allen, mannen en vrouwen, bezweken voor den onweerstaanbaren
-drang om den afgod te kussen.
-
-Een signaal werd gegeven. Leo XIII daalde vlug van den troon af en
-nam zijn plaats in den stoet in, om zich weer naar zijn appartementen
-te begeven. De Zwitsersche garde hield de menigte krachtig in bedwang
-en trachtte in de drie zalen zich een doortocht te banen. Maar toen
-de menigte zag, dat Zijne Heiligheid vertrok, rees een reusachtige
-kreet van wanhoop op, alsof de hemel zich plotseling gesloten had
-voor hen, die hem nog niet hadden kunnen naderen. Welk een bittere
-teleurstelling; God was zichtbaar voor hen geweest en zij hadden
-hem verloren, voor zij allen door hem aan te raken, hun eeuwig
-heil verkregen hadden! Het gedrang was zoo hevig, dat de grootste
-verwarring begon te heerschen en de Zwitsersche garde wegvaagde. Men
-zag een vrouw achter den paus aansnellen, op handen en voeten op de
-marmeren tegels kruipen, om zijn voetsporen te kussen en het stof van
-zijn schreden te drinken. De groote brunette, die aan den rand der
-estrade neergevallen was, lag in onmacht; twee heeren van het comité
-hielden haar vast, opdat zij zich niet wonden zou in den zenuwaanval,
-die haar krampachtig trekken deed. Een andere, een dikke blondine,
-klampte zich vast aan een der vergulde armen van den fauteuil, waarop
-de tengere elboog van den grijsaard gerust had, en drukte er zoo
-gulzig haar lippen op, alsof zij hem wilde opeten. Anderen zagen het,
-kwamen haar den arm betwisten, maakten zich meester van den anderen,
-van de rugleuning, van het fluweel, drukten haar lippen op het hout
-en op de stof, terwijl haar lichamen schokten in diepe snikken. Men
-moest geweld gebruiken, om haar eraf te rukken.
-
-Toen alles geëindigd was, ontwaakte Pierre als uit een pijnlijken
-droom; zijn hart en zijn rede verzetten zich. En weer voelde hij den
-blik van monsignor Nani, die niet van zijn zijde week, op zich rusten.
-
-"Een prachtige plechtigheid, niet waar?" vroeg de prelaat. "Dat geeft
-voor heel wat ongerechtigheden troost."
-
-"Zeker, maar welk een afgoderij!" kon de priester niet nalaten
-te zeggen.
-
-Monsignor glimlachte, maar ging niet verder op Pierre's gezegde in,
-deed alsof hij het niet gehoord had. Op dat oogenblik kwamen de twee
-Fransche dames, aan wie hij kaarten gegeven had, hem bedanken; en
-tot zijn verbazing herkende Pierre in haar de twee bezoeksters der
-katakomben, moeder en dochter, die beiden zoo mooi, zoo vroolijk,
-zoo gezond waren. Zij waren blij het schouwspel gezien te hebben,
-zeiden, dat een dergelijk iets op de wereld niet verder bestond.
-
-Plotseling voelde Pierre in de menigte, die zonder eenige haast de
-zalen ontruimde, een hand op zijn schouders leggen. Hij keek om en
-zag Narcisse Habert, die buitengewoon geestdriftig was.
-
-"Ik heb u verscheidene malen een teeken gegeven, mijn waarde abbé, maar
-gij hebt mij niet gezien... De vrouw, die met haar armen in den vorm
-van een kruis stijf neerviel, was wondermooi van uitdrukking. Een
-meesterwerk der primitieven, een Cimabue, een Giotto, een Fra
-Angelico! En die anderen, die de armen van den fauteuil met haar
-kussen verslonden, wat een groep van lieftalligheid, schoonheid en
-liefde!... Ik ontbreek bij dergelijke plechtigheden nooit: er zijn
-altijd schilderijen, schouwspelen van zielen te zien."
-
-Langzaam vloeide de ontzaglijke stroom van pelgrims weg en ging in
-de brandende koorts, die hen bleef doorhuiveren, de trap af. Pierre,
-gevolgd door Monsignor Nani en Narcisse, die een gesprek begonnen
-waren, dacht na, terwijl het oproer van zijn denkbeelden in zijn
-hersens woedde. O zeker, er was iets grootsch en moois in dezen paus,
-die zich in zijn Vaticaan had opgesloten, die steeds hooger steeg
-in de aanbidding en den heiligen eerbied der menschen, naarmate hij
-meer verdween, meer zuiver geest, meer een zuiver zedelijke macht
-geworden was, vrij van alle wereldsche zorgen. Er lag daarin iets
-vergeestelijkts, een vlucht in het ideale, waardoor hij diep geroerd
-werd, want zijn droom van een verjongd Christendom berustte op die
-gelouterde, zuiver geestelijke macht van het Hoofd der Kerk. Hij had
-nu juist gezien wat die verheven pontifex van het hiernamaals daardoor
-aan macht en majesteit won--deze paus, aan wiens voeten de vrouwen
-flauw vielen, omdat zij achter hem God zagen. Maar in dezelfde minuut
-had hij plotseling de geldvraag voor zich zien oprijzen, wat zijn
-vreugde weer geheel bedierf, hem tot nadere overwegingen dwong. Al
-had het gedwongen opgeven van de wereldlijke macht den paus grooter
-gemaakt door hem te bevrijden van de moeilijkheden, die een kleinen
-koning zonder ophouden bedreigen, toch bleef de behoefte aan geld
-als een blok aan zijn been, dat hem aan de aarde bond. Daar hij den
-geldelijken steun van het koninkrijk Italië niet kon aannemen, had
-de werkelijk roerende idee van den Pieterspenning den Heiligen Stoel
-van iedere materieele zorg kunnen bevrijden, op voorwaarde dat deze
-penning in werkelijkheid de obool van den Katholiek, het penningske
-van iederen geloovige was, dat, op het dagelijksch brood gespaard,
-regelrecht naar Rome gezonden werd en van de nederige hand, die het
-geeft, valt in de verheven hand, die het ontvangt; ongerekend, dat
-een dergelijke vrijwillige belasting, door de kudde aan haar herder
-betaald, voldoende zijn zou voor het onderhoud der Kerk, indien ieder
-van de tweehonderdvijftig millioen Christenen eenvoudig wekelijks
-zijn stuiver gaf.
-
-Op deze wijze zou de paus, die aan allen, aan ieder van zijn kinderen
-verplichtingen had, aan niemand verplichtingen hebben. Het was zoo
-weinig, een stuiver, zoo makkelijk en zoo roerend! Ongelukkig echter
-ging de zaak geheel anders, de groote meerderheid der Katholieken
-gaf niet, rijken zonden groote sommen uit politieken hartstocht,
-en vooral werden de giften opgehoopt in de handen der bisschoppen en
-van sommige congregaties, zoodat de ware gevers die bisschoppen, die
-machtige congregaties schenen, welke openlijk de weldoeners van het
-pausdom werden, de onmisbare kassen, waaruit het zijn leven putte. De
-kleinen en nederigen, wier obolen het offerblok vulden, werden als
-het ware gesupprimeerd; van de bemiddelaars, van de hooge geestelijke
-of wereldlijke heeren hing de paus af, die daardoor genoodzaakt
-was hen te ontzien, hun vertoogen aan te hooren, dikwijls zelfs aan
-hun inzichten toe te geven, indien hij de aalmoezen niet wilde zien
-opdrogen. Niettegenstaande hij van het doode gewicht der wereldlijke
-macht bevrijd was, was hij toch niet volkomen vrij, was hij afhankelijk
-van zijn clerus, daar hij met te veel belangen van eerzucht rekening
-moest houden, om de trotsche, zuiver geestelijke meester te zijn,
-die in staat was, om de wereld te redden. En Pierre herinnerde zich
-de Grot van Lourdes in de tuinen, de banier van Lourdes, die hij
-zooeven gezien had; hij wist, dat de paters van Lourdes jaarlijks
-een som van tweehonderdduizend francs afzonderden van hun inkomsten,
-om die aan den Heiligen Vader te zenden. Was dat niet de hoofdreden
-van hun almacht? Hij beefde en werd zich plotseling bewust, dat hij,
-ondanks zijn aanwezigheid te Rome, ondanks den steun van kardinaal
-Bergerot, verslagen en zijn boek veroordeeld zou worden.
-
-Toen hij eindelijk in het laatste gedrang der menigte op het plein
-voor de St. Pieter kwam, hoorde hij Narcisse vragen:
-
-"Gelooft u werkelijk, dat de giften vandaag dit bedrag overschreden
-hebben?"
-
-"O meer dan drie millioen, daar ben ik ten stelligste van overtuigd,"
-antwoordde monsignor Nani.
-
-Met hun drieën bleven zij een oogenblik onder de rechtsche
-zuilengaanderij staan kijken naar het in het zonlicht badende plein,
-waarop de drie duizend pelgrims zich als kleine zwarte vlekjes
-verspreidden, een wriemelende menigte, een in opstand gekomen
-mierenhoop.
-
-Drie millioen! Het geld bleef in Pierre's ooren klinken. Hij keek naar
-de gevels van het Vaticaan, die aan de andere zijde van het plein
-geheel verguld in de zon lagen, alsof hij door de muren heen Leo
-XIII wilde volgen, terwijl deze door de muren en de zalen naar zijn
-appartementen ging, waarvan hij de ramen in de hoogte onderscheiden
-kon. In zijn gedachten zag hij hem beladen met de drie millioenen,
-hoe hij ze met zich droeg in zijn magere, tegen zijn borst gedrukte
-armen, hoe hij met zich droeg het zilver, het goud, het bankpapier,
-tot aan de juweelen, die de vrouwen hem toegeworpen hadden, toe. Dan
-begon hij onbewust, hardop te spreken.
-
-"En wat gaat hij met die millioenen doen? Waarheen gaat hij ermede?"
-
-Narcisse en monsignor Nani konden bij het hooren van deze op die wijze
-geuite nieuwsgierigheid hun vroolijkheid niet bedwingen. En de jonge
-man antwoordde:
-
-"Maar die neemt Zijne Heiligheid mee naar zijn kamer of liever
-hij laat ze voor zich uitdragen. Hebt u die twee personen uit zijn
-gevolg niet gezien, die alles opraapten, al hun zakken en hun handen
-vol hadden?... En nu heeft Zijne Heiligheid zich alleen opgesloten,
-iedereen weggestuurd, alle knippen op de deur gedaan... Als u achter
-die deur kon kijken, zoudt u zien hoe hij met gelukkige aandacht
-zijn schatten telt en hertelt, de goudstukken netjes opstapelt, het
-bankpapier in de couverten doet en dan alles op geheime plaatsen,
-die hij alleen kent, wegbergt."
-
-Terwijl Narcisse sprak, had Pierre zijn blikken weer gericht naar de
-ramen van den paus, alsof hij het tooneel gevolgd had. De jonge man
-vertelde verder, zeide, dat er in de kamer tegen den rechtermuur een
-meubelstuk stond, waarin het geld bewaard werd. Sommigen vertelden
-ook van diepe laden in een schrijfbureau; anderen weer beweerden,
-dat het geld achter in het groote alkoof in met zware sloten voorziene
-koffers sliep. Links van de naar het Archief leidende gang was er wel
-een groot vertrek, waarin de hoofdkassier met een groote brandkast
-met drie afdeelingen huisde, maar daarin bevond zich het geld van
-het erfgoed van den Heiligen Petrus, de administratieve inkomsten
-uit Rome, terwijl het geld van de Pieterspenning, van de aalmoezen
-der geheele Christenheid, in de handen van Leo XIII bleef, die alleen
-het bedrag daarvan wist en alleen met die millioenen leefde, waarover
-hij de onbeperkte beschikking had en waarvan hij niemand rekenschap
-behoefde af te leggen. Hij verliet dan ook zijn kamer niet, wanneer de
-bedienden haar kwamen doen. Nauwlijks liet hij zich overhalen even op
-den drempel te gaan staan, om het stof niet in te ademen. Wanneer hij
-zich voor enkele uren verwijderde, om in de tuinen te gaan wandelen,
-deed hij de deuren op het nachtslot en nam de sleutels mede, die hij
-nooit aan iemand toevertrouwde.
-
-Narcisse hield op en wendde zich dan tot monsignor Nani.
-
-"Dat zijn feiten, die geheel Rome kent, nietwaar monseigneur?"
-
-De prelaat, die, zonder zijn goed- of afkeuring uit te spreken,
-glimlachend met zijn hoofd schudde, was weer begonnen op het gelaat
-van Pierre den indruk, dien deze verhalen op hem maakten, te volgen.
-
-"Zeker, zeker, men zegt zooveel!... Ik voor mij weet het niet, maar
-als u het zegt, mijnheer Habert!"
-
-"O!" antwoordde deze; "ik beschuldig Zijne Heiligheid niet zoo
-schraperig gierig te zijn, als het gerucht wel wil. Er gaan heele
-verhalen van met goud gevulde koffers, waarin hij uren lang zou zitten
-graaien--van schatten, die in hoeken opgehoopt zijn alleen voor het
-genot om ze te tellen en telkens weer te tellen... Maar wel kan men,
-geloof ik, met recht beweren, dat de Heilige Vader eenigszins van
-het geld houdt, dat hij het, als hij alleen is, prettig vindt het
-aan te raken en het te ordenen; een manie, welke bij een ouden man,
-die geen andere afleiding heeft, wel te verontschuldigen is... En ik
-haast mij eraan toe te voegen, dat hij van het geld nog meer houdt
-om de sociale kracht, die erin ligt, om den grooten steun, dien het
-aan het pausdom van morgen geven moet, als het overwinnen wil."
-
-Toen rees voor Pierre de hooge gestalte van den voorzichtigen en
-wijzen paus op, die zich de moderne behoeften besefte, geneigd was
-de machten der eeuw te gebruiken, om deze te veroveren, die zaken
-deed, ja zelfs in een financieele debacle den door Pius IX nagelaten
-schat bijna verloren had, en nu de bres trachtte te stoppen en
-den schat te herstellen, om hem grooter aan zijn opvolger na te
-laten. Spaarzaam, ja, maar spaarzaam voor de behoeften der Kerk,
-waarvan hij besefte, dat zij groot waren, iederen dag grooter werden,
-voor haar een levensquaestie waren, indien zij het atheïsme op het
-gebied van scholen, inrichtingen en allerlei vereenigingen bestrijden
-wilde. Zonder geld was zij niets meer dan een vazal, overgeleverd
-aan de genade der burgerlijke machten van het koninkrijk Italië en
-andere Katholieke naties. Daardoor kwam het, dat hij, ondanks zijn
-liefdadigheidszin, ondanks het feit, dat hij rijkelijk nuttige werken
-steunde, welke den triomf van het Geloof konden verhaasten, een afschuw
-had van nuttelooze uitgaven en voor zich zelf en voor anderen uiterst
-spaarzaam was. Persoonlijke behoeften had hij niet. Van het begin
-van zijn pausschap af had hij zijn klein particulier vermogen geheel
-gescheiden van den grooten rijkdom van den Heiligen Stoel, had hij
-geweigerd iets daarvan af te nemen, om de zijnen te helpen. Nooit
-had een paus zoo weinig aan het nepotisme toegegeven; zijn drie
-neven en zijn twee nichten waren arm gebleven en verkeerden in groote
-financieele moeilijkheden. Hij luisterde noch naar praatjes, noch naar
-klachten, noch naar beschuldigingen; hij bleef doof en ontoegankelijk
-daarvoor, verdedigde energiek de millioenen van het pausdom tegen
-de vele hardnekkige begeerige lusten, tegen zijn omgeving en tegen
-zijn familie. Hij stelde er zijn trots in den toekomstigen pausen,
-het onoverwinlijke wapen, het leven gevend geld, na te laten.
-
-"Maar waarin bestaan," vroeg Pierre, "eigenlijk de inkomsten en de
-uitgaven van den Heiligen Stoel?"
-
-Monsignor Nani haastte zich zijn ontwijkend gebaar te herhalen.
-
-"O van die dingen weet ik absoluut niets... Wend u tot mijnheer Habert,
-die zoo goed op de hoogte is."
-
-"Lieve God," begon deze; "ik weet wat iedereen in de ambassades weet
-en wat overal verteld wordt... Wat de inkomsten betreft, moet men
-wel een goed onderscheid maken... In de eerste plaats is er de door
-Pius IX nagelaten schat, een twintig millioen, die op verschillende
-wijzen belegd zijn en ongeveer een millioen rente geven; maar veel
-is, zooals ik reeds gezegd heb, in een krach verloren gegaan, doch,
-naar men beweert, weer teruggekomen ook. Bij de vaste inkomsten
-van dat kapitaal komen dan nog een paar honderdduizend francs,
-die door elkaar genomen de kanselarijrechten, de adellijke titels
-en de duizenden kleine belastingen, die aan de congregaties betaald
-worden, opleveren... Maar daar het budget der uitgaven zeven millioen
-bedraagt, moet men er jaarlijks zes millioen bij zien te krijgen,
-die de Pieterspenning ongetwijfeld verschaft heeft, niet alle zes
-misschien, maar drie of vier, waarmede men gespeculeerd heeft om ze
-te verdubbelen en de uitgaven te dekken... Het zou te lang duren, u
-de geschiedenis der speculaties van den Heiligen Stoel in de laatste
-vijftien jaar te vertellen, de reusachtige winsten in den beginne,
-dan de catastrophe, die bijna alles medegesleept heeft, het hardnekkig
-blijven volhouden, waardoor de gaten ten slotte weer gestopt zijn. Ik
-zal het u later wel eens vertellen, als u er nieuwsgierig naar bent."
-
-Pierre luisterde zeer belangstellend.
-
-"Zes millioen!" riep hij uit. "Of ook vier! Wat brengt dan de
-Pieterspenning op?"
-
-"Ik heb u al gezegd, niemand heeft dat ooit precies geweten. Vroeger
-publiceerden de couranten lijsten, de cijfers van de giften, kon men
-tenminste een raming maken. Maar ongetwijfeld heeft men dat verkeerd
-gevonden, want er wordt geen enkel bericht meer gepubliceerd,
-zoodat het te eenenmale onmogelijk is zich een voorstelling te
-maken van wat de paus ontvangt. Hij alleen, ik zeg het u nogmaals,
-kent het totale bedrag, bewaart het geld en beschikt erover als
-onbeperkt heerscher. Aangenomen mag worden, dat in goede jaren de
-giften vier à vijf millioen opgebracht hebben. Frankrijk droeg in den
-beginne de helft van die som af, maar tegenwoordig geeft het beslist
-minder. Amerika geeft eveneens veel. Dan komen België en Oostenrijk,
-Engeland en Duitschland. Wat Spanje en Italië betreft... O, Italië..."
-
-Glimlachend keek hij monsignor Nani aan, die, als was hij verrukt
-interessante dingen te hooren, waarvan hij niets wist, met zijn
-hoofd schudde.
-
-"Ga voort, mijn waarde zoon!"
-
-"O, Italië slaat geen schitterend figuur. Als de paus alleen moest
-leven van de Italiaansche giften, dan zou er gauw hongersnood heerschen
-op het Vaticaan. Men kan zelfs zeggen, dat de Romeinsche adel, verre
-van hem te helpen, hem veel gekost heeft, want een der voornaamste
-oorzaken van zijn verliezen is het geld geweest, dat door hem aan
-prinsen geleend is, die speculeeren wilden... Eigenlijk zijn Frankrijk
-en Engeland de eenige landen, waar rijke particulieren en de hooge
-adel den paus, gevangene en martelaar, koninklijke geschenken gegeven
-hebben. Men noemt den naam van een Engelschen hertog, die jaarlijks,
-om een gelofte, die hij gedaan had, ten einde van den hemel de genezing
-van een ongelukkigen idioten zoon te verkrijgen, te vervullen, een
-groote gift bracht... En nu spreek ik nog niet van den buitengewonen
-oogst tijdens het priester- en bisschopsjubileum, van de veertig
-millioen, die toen aan de voeten van Zijne Heiligheid neervielen."
-
-"En de uitgaven?" vroeg Pierre.
-
-"Dat heb ik u al gezegd, die bedragen ongeveer zeven millioen. Men kan
-twee millioen rekenen voor de pensioenen, welke aan de voormalige
-dienaren der pauselijke regeering betaald worden, die niet in
-Italiaanschen dienst wilden overgaan. Het spreekt vanzelf, dat dit
-bedrag jaarlijks vermindert door uitsterven... Laten we verder een
-millioen nemen voor de Italiaansche diocesen, een millioen voor de
-secretarie en de nuntii en een millioen voor het Vaticaan. Met dat
-laatste bedoel ik de uitgaven voor het pauselijke Hof, de militaire
-garde, de musea, het onderhoud van het paleis en van de Basilica... Dan
-hebben we dus vijf millioen. Stel de overblijvende twee op rekening
-van ondersteuning van goede werken, voor de Propaganda en vooral voor
-de scholen, die Leo XIII met zijn breed praktisch inzicht altijd
-zeer ruim subsidieert in de zeer juiste gedachte, dat de strijd en
-de triomf van het geloof voornamelijk bij de kinderen ligt, die de
-mannen van morgen zijn en hun moeder, de Kerk, zullen verdedigen,
-indien men hun afschuw voor de verfoeilijke leerstellingen der eeuw
-heeft weten in te boezemen."
-
-Er volgde een zwijgen. De drie mannen bleven onder de majestueuse
-zuilengang staan, waarin zij langzaam op en neer gewandeld
-hadden. Langzamerhand was het groote plein leeg geloopen, stonden nog
-slechts de obelisk en de twee fonteinen op het verlaten, in de zon
-brandende, symmetrische vierkant, terwijl tegen de kroonlijst van
-de zuilengaanderij aan de overzijde de standbeelden zich in edele,
-roerlooze rust afteekenden.
-
-Een oogenblik meende Pierre, die zijn blikken nog steeds op de ramen
-van den paus gericht hield, nogmaals hem in dien stroom van goud te
-zien, waarvan men hem vertelde--meende hij te zien, hoe zijn witte en
-reine persoonlijkheid, zijn arm, mager, doorzichtig lichaam van was
-in die millioenen baadde, die hij verstopte, die hij telde, die hij
-alleen uitgaf tot Gods eere.
-
-"Dus," prevelde hij, "heeft hij geen zorgen, verkeert hij niet in
-geldverlegenheid?"
-
-"In geldverlegenheid, in geldverlegenheid?" riep monsignor Nani uit,
-dien dat woord zoo buiten zichzelf bracht, dat hij zijn diplomatieke
-achterhoudendheid varen liet. "Maar, mijn waarde zoon!... Iedere
-maand, dat de rentmeester, kardinaal Mocenni, naar Zijne Heiligheid
-gaat, geeft de Heilige Vader hem de som, die hij vraagt, en hij zou
-ze hem geven, ook al was zij nog zoo groot. Natuurlijk is hij zoo
-verstandig geweest een flinke reserve te maken; de schatkist van
-den Heiligen Petrus is rijker dan ooit... In geldverlegenheid! In
-geldverlegenheid! Lieve God! Maar weet u wel, dat, als morgen
-onverhoopt de paus een direct beroep moest doen op de liefde van
-zijn kinderen, de Katholieken der geheele wereld, een milliard voor
-zijn voeten neervallen zou juist zooals het goud en de juweelen,
-die daareven op de treden van den troon regenden?"
-
-Doch zich dan weer kalmeerend en zijn vriendelijken glimlach
-terugkrijgend:
-
-"Dat heb ik tenminste meermalen hooren zeggen, want ik persoonlijk
-weet niets, absoluut niets. Het is maar heel gelukkig, dat mijnheer
-Habert juist hier was, om u in te lichten... En ik dacht nog al,
-mijnheer Habert, dat u geheel en al in de kunst opging en u verre
-hieldt van al die vragen van aardsch belang! Waarachtig, u bent in
-die dingen even goed thuis als een bankier of een notaris... U weet
-letterlijk alles, ja zeker, alles! Het is wonderlijk!"
-
-Narcisse voelde blijkbaar de fijne ironie, want inderdaad stak in
-hem onder den nagemaakten Florentijn, onder den engelachtigen jongen
-met zijn lange, gelokte haren, zijn lichtblauwe oogen, die voor de
-Botticelli's wegzwijmelden, een praktische, in zaken zeer ervaren
-man, die zijn fortuin bewonderenswaardig, ja zelfs eenigszins gierig,
-beheerde. Hij sloot half zijn oogen, die een kwijnende uitdrukking
-aannamen.
-
-"Ach," prevelde hij, "dat alles zijn maar droomerijen; mijn ziel
-is elders."
-
-"Enfin, ik ben blij," wendde monsignor zich tot Pierre, "heel blij,
-dat u van zoo'n mooi schouwspel getuige hebt kunnen zijn. Nog een paar
-dergelijke gelegenheden, en u zult zien en zelf begrijpen wat zeker
-heel wat beter is dan alle redeneeringen van de wereld... Tot morgen,
-en verzuim vooral de groote plechtigheid in de St. Pieter niet. Het
-zal prachtig zijn en u stof tot nadenken geven, daar ben ik zeker
-van... Doch nu moet ik u verlaten. Het verheugt mij inderdaad u in
-zoo'n goede stemming te zien."
-
-Zijn onderzoekende oogen schenen met een laatsten blik de moeheid en
-de onzekerheid, die zich op Pierre's bleek gelaat afteekenden, met
-vreugde op te merken. Toen hij weg was en ook Narcisse met een zachten
-handdruk afscheid genomen had, voelde de jonge priester een toornige
-woede in zich opkomen. De goede stemming, waarin hij was! Wat voor
-een goede stemming? Hoopte die Nani hem moe te maken, hem tot wanhoop
-te brengen, door hem telkens nieuwe hinderpalen in den weg te leggen,
-en hem ten slotte geheel te overwinnen? Voor de tweede maal kreeg hij
-het plotselinge gevoel, dat om hem heen allerlei heimelijke pogingen
-gedaan werden, om hem te omsingelen en te breken. Een opwellende
-trots deed hem minachtend op dat alles neerzien, vast als hij aan zijn
-weerstandskracht geloofde. Opnieuw legde hij voor zichzelf de plechtige
-gelofte af, om nooit toe te geven, nooit zijn boek terug te nemen,
-wat er ook gebeuren mocht. Wanneer men bij zijn besluit volhardt,
-is men onoverwinlijk, baatten noch ontmoedigingen noch verbittering!
-
-Maar voor hij het plein overstak, richtte hij zijn blikken nog
-eenmaal naar de ramen van het Vaticaan, en alles was voor hem hierin
-samengevat: er bleef niets over dan dat geld, welks zwaar noodzakelijk
-gewicht de laatste band was, die den paus, thans bevrijd van de
-neerdrukkende zorgen van wereldlijke macht, nog aan de aarde bond;
-dit geld, dat hem verplichtingen gaf, dat vooral door de wijze, waarop
-het gegeven werd, slecht geworden was. Doch dan kwam, ondanks alles,
-weer een blijde stemming in hem op, toen hij bedacht, dat, wanneer
-daar alleen een begripsquaestie in lag, zijn droom van een zuiver
-geestelijken paus, die de wet der liefde, het geestelijke hoofd
-der wereld was, niet ernstig bedreigd werd. Hij wilde nog slechts
-hopen in de gelukkige ontroering over het buitengewone schouwspel,
-dat hij gezien had, dezen zwakken grijsaard, die straalde als het
-symbool van de menschelijke bevrijding, gehoorzaamd en aangebeden
-werd door de menigte, die alleen de moreele almacht in handen had,
-om eindelijk op aarde liefde en vrede te doen heerschen.
-
-
-
-Gelukkig had Pierre voor de plechtigheid van den volgenden dag een
-rose kaart, die hem een plaats op de gereserveerde tribune gaf; want
-het gedrang bij de deuren der basilica was ontzettend van af zes uur
-'s ochtends, het uur, waarop men zoo verstandig geweest was de hekken
-te openen, ofschoon de mis, die de paus persoonlijk lezen zou, eerst
-om tien uur beginnen moest. Het getal der drie duizend geloovigen,
-waaruit de internationale bedevaart van de Pieterspenning bestond, werd
-door de uit alle hoeken van Italië naar Rome gestroomde touristen, die
-een van die in den laatsten tijd zoo weinig voorkomende pontificale
-plechtigheid gaarne wilden zien, vertienvoudigd, ongerekend nog
-de getrouwen van den Heiligen Stoel, die Rome-zelf en de overige
-groote steden van Italië telden en die zich haastten om hun trouw
-te manifesteeren, zoodra de gelegenheid zich daartoe aanbood. Naar
-het aantal afgegeven kaarten rekende men op een veertig duizend
-aanwezigen. Toen Pierre om negen uur het plein overging, om zich
-door de Via Santa Maria naar de Porta Canonica te begeven, waar de
-rose kaarten ingenomen werden, zag hij onder de zuilengaanderij nog
-de eindelooze queue, die zich langzaam voortbewoog, terwijl heeren in
-gekleede jas in de brandende zon op en neer vlogen, om met behulp van
-een detachement pauselijke gendarmen de orde te handhaven. Meermalen
-ontstonden er in de dichte menigte twisten, werden zelfs te midden
-van onwillekeurig gedrang vuistslagen gewisseld. Er heerschte een
-verstikkende hitte, twee vrouwen werden, half platgedrukt, weggedragen.
-
-Toen Pierre de basilica binnenkwam, werd hij zelf onaangenaam
-getroffen. Het reusachtige schip was geheel bekleed. Overtrekken van
-oud rood damast met goudgalon waren om de vijf-en-twintig meter hooge
-zuilen en pilasters aangebracht, terwijl de omgang der zijbeuken met
-dezelfde stof gedrapeerd was. Het bedekken van dit prachtige marmer,
-van deze geheele schitterende decoratie onder deze oude, verbleekte
-zijde bewees waarlijk een buitengewonen smaak en maakte den indruk
-van een gekunstelden, armzaligen praal. Maar zijn verbazing werd nog
-grooter, toen hij zag, dat ook het bronzen beeld van den Heiligen
-Petrus als een levende paus met prachtige, pauselijke gewaden
-bekleed en de tiara op zijn metalen hoofd geplaatst was. Nooit had
-hij gedacht, dat men beelden kon aankleeden, om ze te eeren of een
-feest voor de oogen te doen zijn; het resultaat scheen hem dan ook
-zeer mager. De Heilige Vader zou de mis aan het pauselijk altaar
-der Confessie, het hoofdaltaar onder den dom, lezen. Bij den ingang
-van den linkerzijbeuk stond op een estrade de troon, waarop hij na
-de mis plaats zou nemen. Aan de beide kanten van het middenschip
-had men tribunes opgericht voor de zangers der Sixtijnsche kapel,
-het corps diplomatique, de Malthezer ridders, den Romeinschen adel
-en verdere genoodigden. In het midden voor het altaar stonden slechts
-drie rijen roodbekleede banken, de eerste voor de kardinalen, de twee
-andere voor de bisschoppen en de prelaten van het pauselijk Hof. De
-overige aanwezigen moesten blijven staan.
-
-O, deze reusachtige menigte als op een monsterconcert, die dertig-,
-veertigduizend van overal saamgestroomde geloovigen, die zich,
-opgezweept door nieuwsgierigheid, hartstocht en geloof, heen en weer
-bewogen, elkaar verdrongen, op hun teenen gingen staan om te midden
-van het luide gebruis van den menschelijken vloed te zien. Alles
-ging met God vertrouwelijk en vroolijk om, als bevond men zich in een
-goddelijken schouwburg, waar het veroorloofd was luid te spreken en
-zich in het schouwspel van vromen praal te vermeien. Pierre werd er in
-den beginne onaangenaam door verrast, hij, die slechts het zwijgende
-nederknielen in de donkere kathedralen kende, die niet gewend was
-aan dezen godsdienst van licht, welks schittering een religieuse
-plechtigheid in een openluchtfeest veranderde. In de tribune, waar
-hij zijn plaats gevonden had, was hij omringd door heeren in gekleede
-jas en dames in het zwart, die hun tooneelkijkers gebruikten, alsof
-zij in de Opéra waren. Er waren vooral veel vreemde dames, Duitsche,
-Engelsche, Amerikaansche, lieftallig als onbezonnen en luidruchtige
-vogeltjes. Links van zich zag hij in de tribune van den Romeinschen
-adel Benedetta en haar tante, donna Serafina; daar staken de groote
-kanten sluiers scherp af tegen den voorgeschreven eenvoud der toiletten
-en wedijverden in elegance en rijkdom. Aan zijn rechterhand stond de
-tribune der Malthezer ridders, waar de grootmeester der orde te midden
-van een groep commandeurs zat, terwijl hij in de tribune tegenover
-zich, die van het corps diplomatique, de gezanten van alle Katholieke
-naties in groot gala-costuum zag. Maar steeds keerde zijn blik weer
-terug naar de groote, onbestemde menigte, waarin de drie duizend
-pelgrims als verdronken tusschen de duizenden andere geloovigen.
-
-En toch was de basilica, die makkelijk tachtig duizend menschen
-bevatten kon, nauwlijks half gevuld door deze menigte, die zich
-vrijelijk door de zijschepen bewegen en ophoopen kon tusschen de
-zuilen, vanwaar het schouwspel het makkelijkst te volgen zou zijn. Men
-zag menschen, die gebaren maakten, en uit het voortdurend geroezemoes
-der gesprekken steeg hier en daar geroep op. Door de hooge vensters
-vielen breede zonnestralen, kleurden de rooddamasten overtrekken
-bloedrood en belichtten de opgewonden, van ongeduld koortsachtige
-gezichten als met den weerschijn van een brand. De kaarsen, de
-zeven-en-tachtig lampen der Confessie verbleekten in dit verblindend
-licht tot kleine nachtpitjes. Het was niets meer dan de wereldlijke
-pracht van den keizerlijken God der Romeinsche praal.
-
-Plotseling ontstond er een valsch alarm. Kreten stegen op en plantten
-zich door de menigte voort: "Eccolo, eccolo!" [10] Nu ontstond er een
-gedrang; stroomen en tegenstroomen sleepten den menschelijken vloed
-als in een draaikolk mede; allen rekten hun halzen uit, maakten zich
-grooter, stormden weg als razenden, om Zijne Heiligheid en den stoet
-te zien. Doch het was nog slechts een afdeeling van de edelgarden, die
-zich rechts en links van het altaar gingen opstellen. Toch bewonderde
-men hen, men bracht hun een ovatie, een vleiend gemompel volgde
-hen om hun mooie houding, hun overdreven militaire stramheid. Een
-Amerikaansche beweerde, dat het prachtkerels waren. Een Romeinsche gaf
-aan een vriendin, een Engelsche, bijzonderheden over dit elitecorps
-en vertelde, dat vroeger de jongelui der aristocratie er een eer
-in stelden om er deel van uit te maken, om de mooie uniformen,
-waarmede zij bij de dames konden geuren; nu echter werd de aanwerving
-moeilijker, zoodat men zich tevreden stellen moest met knappe jongelui
-uit den twijfelachtigen en geruïneerden adel, die nog blij waren
-met de karige soldij, die hen in staat stelde te leven. Gedurende
-een kwartier werden die particuliere gesprekken nog voortgezet en
-vulden de hooge schepen met het geroezemoes van een ongeduldige zaal,
-die zich den tijd bekort met het opnemen van het publiek en elkaar,
-in afwachting van het schouwspel, nieuwtjes vertelt.
-
-Eindelijk trok de stoet voorbij. Dat was de groote, lang verwachte
-bijzonderheid, de praal, waarnaar men zoo vurig verlangd had,
-om hem in het voorbijgaan toe te juichen. Evenals wanneer in den
-schouwburg de geliefde acteur in de groote rol van een jeune-premier,
-die de harten verovert, op het tooneel komt, zoo barstte ook hier
-een geestdriftige bijval los, die omhoog steeg en voortdreunde onder
-de gewelven. Ook verder had men, alweer evenals in een schouwburg,
-dit verschijnen handig en knap geregeld, opdat het te midden van het
-prachtige decor niets van zijn uitwerking missen zou. De stoet had zich
-in de coulissen, in de Cappella della Pieta, de eerste kapel rechts bij
-het binnenkomen, gevormd; om die te bereiken, had de paus, die door de
-Cappella del Sagramento uit zijn dichtbij gelegen vertrekken gekomen
-was, achter de draperieën van het zijschip moeten gaan, die aldus als
-een soort achtergrond dienst deden. Daar wachtten hem de kardinalen,
-de aartsbisschoppen, de tot de hofhouding behoorende prelaten,
-reeds volgens de hiërarchie in klassen en groepen gerangschikt en
-gereed, om zich in beweging te zetten. Als op het signaal van een
-balletmeester trad de stoet binnen, ging naar het hoofdschip en
-doorliep dat triomphantelijk van de hoofddeur tot het altaar der
-Confessie, tusschen de dubbele rij geloovigen, wier toejuichingen
-bij het zien van zooveel pracht verdubbelden, naarmate het delireeren
-van hun geestdrift steeg.
-
-Het was de feeststoet als van ouds, het kruis en het zwaard, de
-Zwitsersche garde in groot tenue, de lakeien in een scharlaken cimarra
-[11], de eerekamerheeren in Henri II-dracht, de kanunniken in kanten
-koorhemden, de leiders der godsdienstige congregatie, de apostolische
-protonotarii, de aartsbisschoppen en bisschoppen, het geheele pauselijk
-hof in violette zijde, de kardinaals in purper en met de cappa magna,
-op groote afstanden plechtig twee aan twee loopend. Vervolgens kwamen,
-om Zijne Heiligheid geschaard, de officieren van het militaire Huis,
-de prelaten van de geheime antichambre, de majordomus, de kamerheer en
-alle hoogwaardigheidsbekleders van het Vaticaan, benevens de bij den
-troon assisteerende Romeinsche vorst, de traditioneele en symbolische
-verdediger der Kerk. Op de seda gestatoria, die de flabelli met
-hun hooge veeren waaiers beschermden en dragers in roode met zijde
-geborduurde tunica's droegen, zat Zijne Heiligheid, gekleed in de
-heilige gewaden, die hij in de Cappella del Sagramento aangetrokken
-had, den amictus [12], het miskleed, de stola, de witte, rijk met
-goud geborduurde kazuifel en mijter, twee buitengewoon prachtige
-geschenken uit Frankrijk. Bij zijn nadering gingen alle handen de
-hoogte in en klapten nog luider in de golven van de felle zon, die
-door de ramen vielen.
-
-Pierre kreeg toen een geheel nieuwen indruk van Leo XIII. Het
-was niet meer de vertrouwelijke, moede en nieuwsgierige grijsaard,
-die aan den arm van een praatzieken prelaat in den mooisten tuin der
-wereld wandelde. Het was zelfs niet meer de Heilige Vader in den rooden
-mantel en met de pauselijke muts, die vaderlijk een bedevaart ontving,
-welke hem een vermogen bracht. Het was de souvereine Pontifex, de
-almachtige Meester, de God, dien de Christenheid vereerde. Als in een
-reliquieënkastje zat hij daar. Zijn mager, wasachtig lichaam scheen
-in het witte, zwaar met goud geborduurde gewaad geheel stijf geworden
-te zijn; hij bewaarde een hiëratische en trotsche onbeweeglijkheid
-als een afgodsbeeld, dat in den loop der eeuwen door den rook der
-offeranden uitgedroogd en bruin geworden is. De oogen alleen leefden
-in de doode strakheid van het gezicht--oogen als een paar zwarte,
-fonkelende diamanten, die in de verte, ver van de aarde, in het
-oneindige staarden. Hij had geen blik voor de menigte, sloeg zijn
-oogen noch naar links noch naar rechts, als was hij in den hemel en
-wist hij niet, wat er aan zijn voeten gebeurde. En dat afgodsbeeld, dat
-ondanks het schitteren der oogen als gebalsemd, doof en blind scheen,
-dat door deze razende menigte gedragen werd, die het niet scheen
-te zien of te hooren, nam een angstaanjagende majesteit, een vrees
-inboezemende grootheid, de starheid van het dogma, de onbeweeglijkheid
-der traditie aan. Men had het opgegraven met al zijn windselen, die het
-nog samen en staande hielden. Toch meende Pierre op te merken, dat de
-paus lijdend en moe was, zeker had hij een van die koortsaanvallen,
-waarover monsignor Nani hem den vorigen dag gesproken had, toen hij
-den moed, de groote ziel van dezen vier-en-tachtigjarigen grijsaard
-verheerlijkte, dien slechts de wil om te leven in de hoogheid van
-zijn zending leven deed.
-
-De plechtigheid begon. Nadat Zijne Heiligheid voor het altaar der
-Confessie uit de seda gestatoria gestapt was, celebreerde hij,
-bijgestaan door vier prelaten en den propraefect der ceremoniën,
-een stille mis. Bij het Lavabo [13] sprenkelden de majordomus en de
-kamerheer, begeleid door twee kardinalen, het water over de verheven
-handen van den officiant, terwijl even voor de elevatie [14] alle
-prelaten van het pauselijk Hof met een brandende kaars in de hand
-voor het altaar gingen knielen. Het was een plechtig oogenblik,
-de veertig duizend daar verzamelde getrouwen huiverden en voelden
-den vreeselijken en toch heerlijken wind uit het onzienlijke over
-zich strijken, toen gedurende de elevatie zilveren klaroenen het
-beroemde engelenkoor aanhieven, waarbij steeds weer vrouwen in
-onmacht vielen. Bijna onmiddellijk daarop klonk uit den dom, uit de
-bovengalerij, waar honderdtwintig koorzangers verborgen waren, een
-aetherisch-fijne zang: het was een wonder, een verrukking, alsof de
-engelen zelf geantwoord hadden op de klaroenen.
-
-De stemmen daalden en vlogen licht als hemelsche harptonen onder het
-gewelf; dan verdwenen zij in een zacht accoord, stegen zij op naar den
-hemel met een zacht vleugelgeklap, dat langzaam wegstierf. Na de mis
-hief Zijne Heiligheid zelf, nog steeds op het altaar staande, het Te
-Deum aan, dat de jongeren der Sixtijnsche kapel en de koren herhaalden,
-beurtelings een vers zingend. Maar weldra vielen alle aanwezigen in,
-de veertig duizend stemmen verhieven zich in juichenden lofzang,
-verbreidden zich met een onvergelijkelijke volheid in het onmetelijke
-schip. Thans was het schouwspel buitengewoon prachtig: het door den
-met bloemen versierden, vergulden baldakijn van Bernini omgeven altaar,
-omringd door het pauselijke Hof, waartusschen de brandende kaarsen als
-sterren flikkerden; in het midden de paus, schitterend als een zon in
-zijn gouden kazuifel, daarvoor de banken der kardinalen in purper,
-der aartsbisschoppen en bisschoppen in violette zijde, de tribunes,
-waarop de galakostuums, de ridderkruisen van het corps diplomatique,
-de uniformen schitterden; die van overal samenstroomende menigte, die
-zee van hoofden, welke van uit de verste diepten der basilica opdeinde.
-
-En ook de reusachtige afmetingen van dit alles maakten indruk,
-de zijschepen, waar een geheele parochie zich verzamelen kon, de
-dwarsbeuken, groot als kerken in een volkrijke stad, een tempel,
-dien duizenden en duizenden geloovigen nauwlijks vulden. Zelfs de
-lofzang van dit volk werd iets geweldigs en steeg als een stormvlaag
-op tusschen de groote graftomben, de bovenmenschelijke standbeelden,
-langs de reusachtige zuilen tot den onmetelijken steenen hemel van
-het gewelf, tot het firmament van den koepel, waar het oneindige zich
-in den goudglans der mozaïeken opende.
-
-Na het Te Deum, terwijl Leo XIII in plaats van den mijter de tiara
-opzette, den kazuifel voor den pauselijken koormantel verwisselde
-en zijn troon op de bij den ingang van de linkerdwarsbeuk geplaatste
-estrade besteeg, ontstond er een langdurig lawaai. Van af dezen troon
-overzag en beheerschte hij de geheele menigte, die door een huivering
-doorsidderd werd, als streek een ademtocht uit het onzienlijke over
-haar heen, toen hij na de gebeden van het rituaal opstond. Hij scheen
-grooter geworden onder de drievoudige-symbolische kroon, in zijn met
-goud omzoomden mantel. Te midden van een plotselinge, diepe stilte,
-die alleen verstoord werd door het kloppen der harten, hief hij met een
-zeer edel gebaar zijn arm op en gaf langzaam den pauselijken zegen met
-een luide en vaste stem, die de stem van God zelf scheen te zijn, zóó
-verrassend klonk zij van deze waslippen, uit dit bloed- en levenlooze
-lichaam. De uitwerking was verpletterend; en toen de stoet zich
-opnieuw vormde, om denzelfden weg terug te gaan als hij gekomen was,
-barstten de toejuichingen opnieuw los. De razernij van den geestdrift
-had zulk een paroxysme bereikt, dat het klappen in de handen niet meer
-voldoende was, doch zich toejuichingen en kreten daaronder mengden,
-die zich langzamerhand over de geheele menigte verbreidden. Het begon
-in een vurig-geestdriftigen groep bij het standbeeld van den Heiligen
-Petrus: "Evviva il papa re! Evviva il papa re!" [15] Dan volgde het den
-geheelen stoet als een lekkende vlam, die allengs de harten in brand
-stak en eindelijk uit duizenden monden knetterde als een donderend
-protest tegen de overweldiging der Kerkelijke Staten. Het geheele
-geloof, de geheele liefde der geloovigen werd door het koninklijke
-schouwspel van een zoo mooie ceremonie overprikkeld en keerde terug
-tot den droom, tot het hartstochtelijk verlangen naar een paus, die
-koning en pontifex was, meester der lichamen, zoowel als der zielen,
-onbeperkt heerscher van de wereld. Daarin lag de eenige waarheid,
-het eenige geluk, het eenige heil. Alles moest hem gegeven worden,
-de menschheid en de wereld! Evviva il papa re! Evviva il papa re!
-
-O, deze kreet, deze krijgskreet, die zooveel fouten had doen begaan
-en zooveel bloed had doen stroomen, die kreet van overgave en
-verblinding, die, als hij werkelijkheid geworden was, de tijden van
-lijden teruggebracht zou hebben! Hij wekte verzet in Pierre, deed
-hem besluiten vlug de tribune te verlaten, om aan de besmetting van
-die afgoderij te ontkomen. Terwijl de stoet nog door de kerk trok,
-trachtte hij zich een weg te banen door den linkerzijbeuk in het
-gedrang en lawaai der menigte; daar hij er echter aan wanhoopte
-op die wijze de straat te bereiken en het woeste dringen bij den
-uitgang vermijden wilde, kwam hij op de gedachte van een openstaande
-zijdeur gebruik te maken en vluchtte hij in de vestibule, vanwaar een
-trap naar den dom leidde. Een sacristijn, die bij de trap stond en
-in verrukking was over de schitterende manifestatie, keek hem een
-oogenblik aan en wist niet of hij hem tegenhouden moest of niet,
-maar het zien van de soutane en de opwinding, waarin hij verkeerde,
-deed hem besluiten hem maar door te laten. Met een gebaar liet hij
-Pierre passeeren, die vlug de trap opliep, om steeds hooger, steeds
-hooger te vluchten, naar den vrede en naar de stilte.
-
-En plotseling werd het geheel stil; de muren verstikten dien kreet, die
-nu nog slechts in hem scheen te beven. Het was een makkelijke en lichte
-trap met breede treden, die in een soort toren uitliepen. Toen hij
-op het dak der schepen kwam, voelde hij het als een verlichting weer
-de heldere zon, de zuivere, frissche lucht, die daar als in het vrije
-veld woei, terug te vinden. Verwonderd dwaalden zijn blikken over deze
-reusachtige ontplooiing van lood, zink en steen, een geheele luchtstad,
-die hier onder den blauwen hemel een eigen leven leidde. Hij zag er
-dommen, klokketorens, terrassen, ja zelfs huizen en tuinen, de met
-bloemen opgevroolijkte huizen van enkele werklieden, die in verband
-met de voortdurende herstellingswerken op de basilica wonen. Een
-kleine bevolking leeft, werkt, eet en slaapt daar, heeft daar lief.
-
-Hij liep naar de borstwering, om de reusachtige standbeelden van den
-Heiland en van de Apostelen boven op den gevel van nabij te kunnen
-zien--gigantische beelden van zes meter hoog, die steeds hersteld
-moeten worden en waarvan de door de buitenlucht half verweerde armen,
-beenen en hoofden slechts samengehouden worden door cement, stangen
-en klampen. Toen hij zich vooroverboog, om een blik te werpen op de
-roodachtige opeenhooping der daken van het Vaticaan, kwam het hem
-voor, alsof de kreet, waarvoor hij vluchtte, van het plein naar hem
-oprees. Vlug klom hij verder naar boven tot den koepel. Tusschen de
-twee wanden van den dubbelen koepel, den binnensten en den buitensten,
-liep eerst een trap; dan kwamen nauwe, schuinsche gangen, hellende
-vlakken met enkele treden. Eenmaal deed hij uit nieuwsgierigheid een
-deur open, waardoor hij weer in de basilica terugkwam, doch nu een
-zestig meter boven den beganen grond, in een smalle galerij, die om
-den dom liep, juist boven de fries, waarop men in zeven voet hooge
-letters las: "Tu es Petrus et super hanc petram..." [16]
-
-En toen hij op zijn elleboog leunde, om naar het vreeselijke gat
-onder zich met het diepe uitzicht op de dwarsbeuken en de zijschepen
-te kijken, sloeg hem weer die kreet in zijn gelaat, de razende kreet
-der daar beneden wriemelende en wemelende menigte. Iets hooger opende
-hij opnieuw een deur, en thans vond hij een tweede galerij, ditmaal
-boven de ramen, bij het begin der schitterende mozaïeken; van daar
-uit scheen de menigte hem kleiner, verder verwijderd, als verloren
-in den duizelingwekkenden afgrond, waarin de reusachtige beelden,
-het altaar der Confessie en de triomphantelijke baldakijn van Bernini
-niet meer dan stukjes speelgoed geleken; en toch steeg de kreet op,
-dezelfde krijgs- en aanbiddingskreet en striemde zijn gezicht met de
-woede van een orkaan, die in zijn voortstormende vaart nog heftiger
-wordt. Hij moest nog hooger stijgen, tot aan de buitenste galerij
-van de traplantaarn om hem niet meer te hooren.
-
-Welk een heerlijke verlichting was in den beginne dat bad van licht en
-zon voor hem! Boven zich had hij niets meer dan den verguld-bronzen
-kogel, waarin, zooals pralende opschriften in de gangen verkondigen,
-keizers en koningen opgestegen zijn--de holle kogel, waarin de stem als
-de donder echoot, waarin ieder geluid van de ruimte weerkaatst. Hij
-was aan den kant der apsis naar buiten gegaan en zag nu eerst de
-pauselijke tuinen, welker boomgroepen hem van uit deze hoogten laag bij
-den grond staande struiken toeschenen; hij dacht aan zijn wandeling van
-enkele dagen geleden, aan het groote grasperk, dat aan een Smyrnaasch
-verkleurd tapijt denken deed, aan het donkergroene, als een stilstaande
-poel ondoorzichtige kreupelhout, aan de met zorg onderhouden moestuin
-en wijngaard. De fonteinen, de toren van de Sterrenwacht, het Casino,
-waarin de paus de warme zomerdagen doorbracht, vormden slechts kleine,
-witte plekken te midden van deze onregelmatige, door den muur van
-Leo IV ingesloten terreinen.
-
-Dan ging hij door een nauwe gang om de traplantaarn heen en bevond hij
-zich plotseling tegenover Rome, dat zijn geheele ontzaglijke grootte
-voor hem ontrolde: in het Westen de verre zee, in het Oosten en Zuiden
-de onafgebroken bergketenen, de Campagna romana, die als een eentonige,
-groenachtige woestijn den geheelen horizont beheerschte, en aan zijn
-voeten de Stad, de Eeuwige stad. Nooit had hij een zoo majestueusen
-indruk van uitgestrektheid gekregen. Daar lag Rome in vogelvlucht
-voor hem, duidelijk als een geographisch reliefplan. Een dergelijk
-verleden, een dergelijke geschiedenis, zooveel grootschheid--en dan
-dit door de verte zoo verkleinde Rome, lilliputterachtige en als
-speelgoed zoo aardige huisjes, nauwlijks een schimmelvlek op de wijde
-aarde. Vooral voelde hij zich echter gelukkig, dat hij nu met één
-oogopslag de indeeling der stad zag, daar beneden de oude stad met het
-Capitool, het Forum, den Palatinus, de pauselijke stad in den Borgo,
-en de St. Pieter en het Vaticaan, die op de moderne stad keken, het
-Italiaansche Quirinaal boven de Middeleeuwsche stad, samengedrongen
-in den rechterhoek, dien de Tiber vormde. Een ding viel hem in het
-bijzonder op, n.l. de krijtachtige gordel, dien de nieuwe wijken om
-den centralen kern van de oude, roodachtige, door de zon verbrande
-stadsdeelen vormde, een waar symbool van een poging tot verjonging:
-in het oude hart gaan de herstellingen slechts langzaam, terwijl de
-uitwendige deelen zich als door een wonder hernieuwden.
-
-Maar in de heete middagzon kwam Rome Pierre niet zoo licht en
-rein voor als op den ochtend van zijn aankomst in den lieflijken,
-zachten zonsopgang. Het was niet meer het glimlachende, bescheiden
-Rome, half omsluierd door een gouden nevel en als weggezonken in een
-kinderdroom. Nu in dit felle licht had het een onbeweeglijke hardheid,
-een doodelijke stilte. De achtergrond werd als door een te sterke
-vlam verteerd, door een vurig stof overstroomd, waarin het scheen te
-verdwijnen. De geheele stad teekende zich in groote massa's licht en
-schaduw met plotselinge overgangen tegen deze verkleurde verten af.
-
-Men zou het voor een zeer oude, verlaten steengroeve hebben kunnen
-houden, waarin de zonnestralen loodrecht neervielen en waarin hier
-en daar een boomeneilandje een donkergroene vlek vormde. Van de oude
-stad zag men den rossigen toren van het Capitool, de zwarte cypressen
-van den Palatinus, de ruïnes van het paleis van Septimius Severus,
-die op een geraamte van een door den zondvloed aangespoeld fossiel
-denken deden. Daartegenover troonde de moderne stad met de lange,
-gerestaureerde gebouwen van het Quirinaal, waarvan de fel-gele kleur
-tusschen de krachtige toppen van den tuin heen schemerde; aan gene
-zijde, op de hoogten van den Viminalis, lagen rechts en links de als
-gips zoo witte nieuwe wijken, een stad van krijt, waarin de vensters
-als het ware kleine inktstrepen vormden.
-
-Dan lagen hier en daar de Pincio als een slapende poel, de Villa
-Medicis met haar dubbelen campanile, de oudroestkleurige Engelenburg,
-de als een kaars brandende klokkentoren der Santa Maria Maggiore,
-de drie onder de boomtakken sluimerende kerken van den Aventinus,
-de palazzo Farnese met zijn door de zomerzon verbrande, oudgouden
-pannen, de koepels van de Il Gesù, van de Santo Andrea della Valle,
-van de Santo Giovanni de Fiorentini en steeds weer met koepels en
-nog eens koepels, alle witgloeiend en als gesmolten in den vurigen
-oven van den hemel. Toen voelde Pierre zijn hart weer samenkrimpen
-bij het zien van dit heftige, harde, zoo weinig op het Rome van zijn
-droom gelijkende Rome, het Rome der verjonging en der hoop, dat hij
-den ochtend van zijn aankomst geloofd had te vinden, maar dat nu
-verdween, om plaats te maken voor de onveranderlijke, tot in haar
-dood hardnekkig dezelfde blijvende stad van trots en heerschzucht.
-
-Plotseling begreep Pierre, alleen daar in de hoogte, alles. Het
-was alsof een lichtstraal hem daar in de vrije, grenzenlooze ruimte
-trof. Kwam het door de plechtigheid, die hij bijgewoond had, door
-den fanatieken kreet der slavernij, die nog steeds in zijn ooren
-gonsde? Of was het niet eerder de aanblik van deze stad, welke daar
-aan zijn voeten lag als een gebalsemde koningin, die nog steeds
-uit het stof van haar graf regeert? Hij zou het niet kunnen zeggen:
-ongetwijfeld deden beide oorzaken haar invloed op hem gelden. Maar
-hij zag alles duidelijk, hij voelde, dat het Katholicisme niet zou
-kunnen bestaan zonder wereldlijke macht, dat het den dag, waarop het
-geen koning meer zijn zou, onvermijdelijk geheel verdwijnen zou.
-
-Het atavisme droeg daarvan in het bijzonder de schuld, de macht der
-Geschiedenis, de lange reeks opvolgers der Caesars, de pausen, de
-pontifices, in wier aderen het bloed van den de wereldheerschappij
-eischenden Augustus steeds was blijven stroomen. Zij mochten thans
-in het Vaticaan wonen; dat nam niet weg, dat zij uit de keizerlijke
-paleizen van den Palatinus kwamen, uit het paleis van Septimius
-Severus; hun politiek had in den loop van zooveel eeuwen niets
-anders nagestreefd dan den droom van de Romeinsche overheersching:
-alle volkeren overwonnen, onderworpen, gehoorzamend aan Rome. Zonder
-dit wereldrijk, zonder dit volkomen bezit van lichamen en zielen
-verloor het Katholicisme zijn reden van bestaan, want de Kerk kon het
-bestaan van een keizer- of koninkrijk slechts om een politieke reden
-erkennen, daar de keizer of de koning slechts eenvoudige, tijdelijke
-gevolmachtigden zijn, die tot taak hebben de volkeren te besturen,
-tot zij ze haar weer teruggeven. Alle natiën, de menschheid met de
-geheele aarde, behooren aan de Kerk, die ze van God gekregen heeft.
-
-Wanneer zij haar niet altijd in werkelijk bezit heeft, dan vindt
-dit zijn reden daarin, dat zij heeft moeten wijken voor geweld,
-verplicht is de faits accomplis te aanvaarden, maar onder het
-formeele voorbehoud, dat het een strafbare usurpatie is, dat men
-haar haar goed onrechtmatig onthoudt; zij doet het in de verwachting
-van de verwezenlijking der beloften van Christus, die haar op den
-daarvoor bestemden dag voor eeuwig de wereld en de menschen, de
-almacht teruggeven zal. Dat is de ware toekomststad, het Katholieke,
-voor de tweede maal heerschende Rome. Rome behoort tot den droom,
-aan Rome is dan ook de eeuwigheid voorspeld; de bodem zelf van Rome
-heeft aan het Katholicisme den onleschbaren dorst naar onbeperkte macht
-gegeven. Daarom was dan ook het lot van het pausdom met dat van Rome
-zoo nauw verbonden, dat een paus buiten Rome niet meer een Katholieke
-paus zijn zou. En plotseling voelde Pierre, terwijl hij daar tegen de
-dunne ijzeren borstwering stond te leunen, zoo hoog verheven boven
-den afgrond, waarin de donkere, harde stad zich in de brandende zon
-verbrokkelde, hoe een groote rilling door zijn beenderen huiverde.
-
-Eén ding stond nu onomstootelijk vast. Dat Pius IX, dat Leo XIII
-besloten hadden zich in het Vaticaan op te sluiten, vond slechts
-hierin zijn oorzaak, dat zij aan Rome gebonden waren. Het staat
-een paus niet vrij het te verlaten, elders het hoofd der Kerk te
-zijn. Evenmin zou een paus, welk een goed inzicht hij ook in de
-moderne maatschappij mocht hebben, het recht hebben afstand te doen
-van de wereldlijke macht. Het is een onvervreemdbaar erfdeel, dat hij
-verdedigen moet; het is bovendien een levensquaestie, waarover verder
-niet te discussieeren valt. Daarom heeft Leo XIII dan ook den titel
-van heer van het wereldlijk gebied der Kerk behouden, te meer daar hij
-als kardinaal, evenals de andere leden van het Heilig College, bij hun
-verkiezing in zijn eed gezworen had die heerschappij ongeschonden te
-bewaren. Mocht Italië nog een eeuw lang Rome als hoofdstad behouden,
-een eeuw lang zal de eene paus op den anderen volgen, niet ophouden te
-protesteeren, niet ophouden hun koninkrijk op te eischen. Zelfs wanneer
-er op een dag een overeenstemming tot stand mocht komen, dan zou die
-ongetwijfeld gebaseerd moeten zijn op het afstaan van een stuk grond.
-
-Had men, toen er verzoeningsgeruchten liepen, niet gezegd,
-dat de regeerende paus als besliste voorwaarde minstens het
-bezit der Leostad met de neutraliteitsverklaring van een naar
-zee loopenden weg stelde? Heelemaal niets is niet genoeg, men
-kan niet van niets uitgaan, om ten slotte alles te hebben. Maar
-de Leostad, dat kleine hoekje, is reeds een stukje koninklijke
-aarde; men behoeft het overige dan nog slechts te veroveren, eerst
-Rome, dan Italië, vervolgens de aangrenzende naties, eindelijk de
-wereld. Nooit heeft de Kerk gewanhoopt, zelfs niet op oogenblikken,
-dat zij, verslagen en geplunderd, stervende scheen. Nooit zal zij
-afstand doen; nooit zal zij afzien van de beloften van Christus,
-want zij gelooft aan haar onbegrensde toekomst, zij beschouwt zich
-onverwoestbaar, eeuwig. Men geve haar den kiezelsteen, waarop zij
-haar hoofd neerleggen kan--en zij hoopt reeds weldra het veld terug
-te zullen hebben, waarop die kiezelsteen ligt, het rijk, waarin zich
-dat veld bevindt. Als een paus het erfdeel niet terug kan krijgen,
-dan zal een tweede paus, zullen tien, twintig andere pausen zich
-daartoe aangorden. De eeuwen tellen niet meer. Deze gedachte was het,
-die een vier-en-tachtigjarigen grijsaard ertoe bracht ontzaglijke
-werken te ondernemen, die verscheidene menschenlevens vereischten,
-zeker als hij was, dat opvolgers komen zouden en het werk ondanks
-alles voortgezet en beëindigd zou worden.
-
-En Pierre kwam zich tegenover die oude stad van roem en
-heerschersmacht, welke haar purper hardnekkig vasthield, met zijn
-droom van een zuiver geestelijken paus belachelijk voor. Het scheen
-hem zoo misplaatst toe, dat hij er een soort schaamtevolle wanhoop
-over voelde. Een Romeinsch prelaat zou zeker niets voelen kunnen voor
-den nieuwen Evangelischen paus, die een zuiver geestelijke, alleen
-over zielen heerschende paus zou moeten zijn. Bij de herinnering aan
-dat in ritus, trots en gezag verstarde, pauselijke Hof werd hij zich
-den afschuw, den bijna om zoo te zeggen lichamelijken afkeer daarvan
-bewust. O, hoe verbaasd en minachtend zouden zij neerzien op deze
-wonderlijke phantasie van het Noorden: een paus zonder grondgebied en
-zonder onderdanen, zonder militair Huis en koninklijke eerbewijzen,
-zuiver geest, zuiver moreele autoriteit, opgesloten in zijn tempel,
-de wereld slechts regeerend door zijn zegenend gebaar, door liefde
-en goedheid! Dat was voor dezen Latijnschen clerus, priesters van
-het licht en van de praal, slechts een Gotisch, door nevels omsluierd
-phantasiebeeld. Zeker, zij waren wel vroom, deze priesters, bijgeloovig
-zelfs, maar zij lieten God goed beschermd in den tabernakel achter,
-om in Zijn naam te heerschen voor het heil der hemelsche belangen,
-van dat oogenblik af natuurlijk allerlei listen gebruikend, in den
-strijd van menschelijke begeerten en eerzucht tot alle middelen
-hun toevlucht nemend, met zachte diplomatenstappen de aardsche,
-definitieve overwinning van Christus tegemoet schrijdend, die eenmaal
-in den persoon van den paus over de volkeren heerschen zou.
-
-Maar welk een verbijsterende schrik moest dat voor een Franschen
-prelaat zijn, voor een monseigneur Bergerot, dien heiligen bisschop
-van verzaking en naastenliefde, wanneer hij in die wereld van het
-Vaticaan terecht kwam! Hoe moeilijk moest het hem vallen om dit alles
-te begrijpen, zich in dat alles in te denken--hoe pijnlijk moest
-hij de onmogelijkheid voelen één te zijn met deze vaderlandsloozen,
-deze internationalen, die steeds over de kaart der beide werelddeelen
-gebogen, steeds verdiept in berekeningen waren, welke hun de macht
-verzekeren moesten. Daarvoor waren dagen en dagen noodig, moest men
-te Rome leven; hij zelf had het eerst na een verblijf van een maand
-begrepen onder de heftige crisis, die het aanschouwen der koninklijke
-praal in de St. Pieter in hem teweeggebracht had, eerst bij het zien
-der oude stad, die daar in de zon haar zwaren slaap sluimerde, haar
-eeuwigheidsdroom droomde.
-
-Maar zijn blik viel op het plein voor de basilica en hij zag daar
-den menschenstroom, de veertig duizend geloovigen, naar buiten komen,
-die zich als een zwart gewriemel van insecten op het witte plaveisel
-voortbewogen. Toen scheen het, dat opnieuw de kreet: "Evviva il papa
-re! Evviva il papa re!" opsteeg. Toen hij even te voren de eindelooze
-trappen opklom, was het hem voorgekomen, alsof de steenen kolos in
-dezen waanzinnigen kreet, die onder zijn gewelven uitgestooten werd,
-gebeefd had. En thans, nu hij tot bijna in de wolken gestegen was,
-meende hij hem daar ook in de enge ruimte weer terug te vinden. Was
-dat voortdurende beven van den kolos onder hem niet het laatste
-opschieten van het sap langs zijn oude muren, een hernieuwing van
-het Katholieke bloed, dat hem eens zoo mateloos groot tot koning
-van alle tempels geschapen had en dat thans trachtte in het uur,
-dat de dood voor zijn te groote en verlaten schepen kwam, hem een
-krachtigen levensadem te geven?
-
-De menigte kwam nog steeds naar buiten en overstroomde het plein;
-een groote droefheid snoerde zijn keel dicht, want met haar roep had
-zij zijn laatste hoop weggevaagd. Den vorigen dag, na de ontvangst
-der bedevaart, in de Sala dei Beneficazione had hij zich nog aan een
-illusie over kunnen geven, door de noodzakelijkheid van het geld,
-dat de paus aan de aarde vasthoudt, te vergeten en in hem slechts
-den zwakken grijsaard, geheel ziel, stralend als het symbool van
-moreel gezag te zien. Maar nu was het uit met zijn geloof in dezen
-van alle aardsche goederen bevrijden herder van het Evangelie,
-die slechts koning zijn moest van het koninkrijk der Hemelen. Niet
-alleen het geld van den St. Pieterspenning legde Leo XIII een harde
-slavernij op; neen, hij was bovendien de gevangene der traditie,
-de eeuwige koning van Rome, die aan dezen grond vastgeklonken werd,
-de stad niet kon verlaten, noch afstand doen van het wereldlijk gezag.
-
-En het einde daarvan was de dood ter plaatse, de instorting van
-den dom van de St. Pieter, zooals de tempel van Juppiter Capitolinus
-ingestort was; op de ruïnes van het Katholicisme zou het gras groeien,
-terwijl elders het schisma schitteren zou als een nieuw geloof van
-de nieuwe volkeren. Het grootsche en tragische visioen rees voor hem
-op: hij zag zijn droom verwoest, zijn boek medegesleept in den kreet,
-die zich uitbreidde, als wilde hij naar de vier hoeken der Katholieke
-wereld vliegen: "Evviva il papa re! Evviva il papa re!" En onder zich
-meende hij reeds te voelen, hoe de reus van marmer en goud bij het
-instorten der oude verrotte maatschappij beefde.
-
-Eindelijk ging Pierre naar beneden en tot zijn groote verbazing
-vond hij monsignor Nani, op de daken der schepen, in die bezonde
-uitgestrektheid, welke zoo groot was, dat men er een stad zou kunnen
-plaatsen. De prelaat was in gezelschap van de beide Fransche dames,
-moeder en dochter, aan wie hij ongetwijfeld aangeboden had met haar
-naar boven te gaan. Maar zoodra hij den jongen priester herkende,
-sprak hij hem aan:
-
-"Welnu, mijn waarde zoon, zijt ge tevreden? Heeft het geen grooten
-indruk op u gemaakt, heeft het u niet gesticht?"
-
-Met zijn onderzoekende blikken las hij tot in zijn ziel en zag hoe
-het met de proef stond. Dan begon hij, voldaan, te glimlachen.
-
-"Ja, ja, ik zie het al... Kom, ge zijt toch ten slotte een verstandige
-jongen. Ik begin werkelijk te gelooven, dat uw ongelukkige zaak hier
-een zeer goed einde nemen zal."
-
-
-
-
-
-
-
-
-ACHTSTE HOOFDSTUK
-
-
-Pierre had de gewoonte aangenomen de ochtenden, dat hij in den palazzo
-Boccanera bleef, uren door te brengen in den kleinen, verwaarloosden
-tuin, die vroeger in een soort loggia met zuilengaanderij eindigde, van
-waar men met een dubbele trap bij den Tiber kwam. Tegenwoordig was het
-daar een verrukkelijk, eenzaam hoekje, waarin het heerlijk rook naar de
-rijpe vruchten van de eeuwenoude oranjeappelboomen, welker symmetrische
-rijen alleen nog de reeds lang onder het onkruid verdwenen voetpaden
-aangaven. En hij vond er ook den geur der taxisboomen terug, die in
-het oude, door puin opgevulde middelste bekken opgeschoten waren.
-
-Op die heldere, zoo heerlijk-zachte Octoberochtenden kon men zich
-hier geheel geven aan een eindelooze levensvreugde. Maar de priester
-bracht er zijn Noordelijk gepeins mede, zijn kommer om het lijden,
-zijn voortdurend door naastenliefde gekwelde ziel, die de liefkoozing
-van het heldere zonlicht in deze wellustige atmospheer voor hem nog
-zachter maakte. Hij ging gewoonlijk tegen den achtermuur op een
-stuk van een omgevallen zuil in de donkere, frissche schaduw van
-een grooten laurierboom zitten. Naast hem liet in de oude, verweerde
-sarcophaag, waarop wellustige faunen vrouwen schoffeerden, het dunne
-waterstraaltje, dat uit het in den muur gemetselde tragische masker
-viel, voortdurend zijn kristalheldere muziek weerklinken. Hij las
-daar de couranten, zijn brieven, een uitgebreide correspondentie
-met den goeden abbé Rose, die hem op de hoogte hield van zijn werk,
-van de ongelukkigen in het sombere, reeds door nevels kille en
-onder de modder liggende Parijs. O, hoe onbegrijpelijk klonken die
-berichten over de ellenden van het koude land, over de ellende van
-de moeders en van de kleinen, die weldra zouden rillen op hun slecht
-afgesloten dakkamertjes, van de mannen, die straks door de strenge
-vorst zonder werk zijn zouden, over dien doodsstrijd onder de sneeuw
-van al die arme menschen, hoe onbegrijpelijk klonken zij in deze warme,
-met heerlijke vruchtengeuren bezwangerde lucht, in dit land van den
-blauwen hemel en het dolce far niente, waar men zelfs 's winters,
-beschut voor den wind, zoo lekker op de warme steenen slapen kon!
-
-Maar op een ochtend vond Pierre Benedetta op het als bank dienende stuk
-zuil zitten. Zij gaf een gilletje van verbazing en was een oogenblik
-verlegen, want zij had toevallig het boek van den priester in haar
-hand. Het Nieuwe Rome, dat zij reeds eenmaal gelezen had, zonder het
-echter geheel te begrijpen. Dan echter wilde zij, dat hij naast haar
-kwam zitten, en vertelde hem met haar gewone openhartigheid, dat zij
-naar den tuin gekomen was, om alleen te zijn en als een onwetende
-leerling zijn boek te bestudeeren. Zij praatten als vrienden; het
-was voor Pierre een heerlijk uurtje.
-
-Hoewel zij het vermeed over zichzelf te praten, voelde hij toch,
-dat haar verdriet haar nader tot hem bracht, als had het lijden haar
-hart grooter gemaakt, zoodat zij zich nu het lot van allen, die leden,
-aantrok. In haar patriciërstrots, die de hiërarchie als een goddelijke
-wet beschouwde, had zij nooit aan die dingen gedacht. De gelukkigen
-waren boven, de ongelukkigen beneden, zonder dat eenige verandering
-daarin mogelijk was. En met welk een verbazing had zij bij sommige
-bladzijden gevoeld, welk een moeite het haar kostte zich erin te
-denken! Wat? Zich interesseeren voor het mindere volk, gelooven, dat
-het dezelfde ziel, hetzelfde verdriet had, zich moeilijk maken voor
-zijn vreugde als voor die van een broeder? Toch trachtte zij het,
-maar zonder veel succes; heimelijk was zij bang een zonde te begaan,
-want het is het beste niets te veranderen aan de door God ingestelde
-en door de Kerk bekrachtigde maatschappelijke orde. Zeker was zij
-weldadig, gaf de gewone kleine aalmoezen, maar zij gaf niet haar hart;
-altruïsme en werkelijk medegevoel ontbraken haar te eenenmale. Zij was
-geboren en opgegroeid in het atavisme van een geheel ander ras, dat
-ook in den hemel zijn tronen boven het plebs der uitverkorenen bezit.
-
-Nog menigmaal vonden zij elkaar in de schaduw van den laurierboom dicht
-bij de zingende fontein terug, en Pierre, die niets te doen had en het
-moe werd te wachten op een oplossing, die van uur tot uur uitgesteld
-scheen te worden, spande al zijn krachten in, om deze jonge, mooie,
-in haar liefde stralende vrouw met zijn bevrijdende naastenliefde
-te bezielen. In het bijzonder bleef één gedachte hem voortdurend
-ontvlammen--de gedachte, dat hij Italië zelf zou bekeeren, de in
-haar onwetendheid nog sluimerende koningin der schoonheid, die haar
-vroegere grootte terug zou vinden, als zij met een grootere ziel,
-vol medelijden voor de dingen en wezens, ontwaken zou tot het begrip
-der nieuwere tijden. Hij las haar de brieven van den goeden abbé Rose
-voor, hij deed haar beven onder den snik, die uit de groote steden
-opsteeg. Waarom zou zij, daar zij toch zulke diep-teedere oogen had,
-daar van haar geheele persoonlijkheid het geluk om te beminnen en
-bemind te worden uitstroomde, niet met hem erkennen, dat de wet
-der liefde het eenige heil der lijdende, door haat in doodsgevaar
-geraakte menschheid was? Zij erkende het, zij wilde hem het genoegen
-doen te gelooven aan de democratie, aan de broederlijke hervorming der
-maatschappij, maar bij de andere volkeren, niet te Rome. Onwillekeurig
-kwam een zacht glimlachje om haar lippen, zoodra hij het visioen voor
-haar opriep, dat wat er van Trastevere over was broederlijk samen
-gaan zou met wat er van de oude vorstelijke paleizen over was. Neen,
-neen! Dat was al sedert te lang zoo, aan die dingen moest men niets
-veranderen. In één woord de leerling maakte slechts weinig vorderingen,
-zij werd alleen getroffen door den hartstocht van lief te hebben, die
-in dezen priester zoo heftig brandde, en dien hij in zijn kuischheid
-afgewend had van het schepsel, om hem over te brengen op de geheele
-schepping. Gedurende die enkele zonnige Octoberochtenden werd er
-tusschen deze twee een kostelijke band gelegd; in de groote liefde,
-waardoor zij beiden verteerd werden, hadden zij elkaar lief met een
-diepe, reine liefde.
-
-Dan op een dag begon Benedetta, die met haar elleboog op den sarcophaag
-leunde, te spreken over Dario, wiens naam zij tot dusverre vermeden
-had te noemen. O, wat had hij een berouw getoond na zijn aanval
-van brutalen waanzin. Eerst was hij, om zijn schaamte te verbergen,
-drie dagen naar Napels gegaan, waarheen, naar men beweerde, Tonietta,
-het aanminnige meisje met de ruikers witte rozen, die dol verliefd
-op hem geworden was, hem dadelijk gevolgd had. Na zijn terugkeer in
-het paleis vermeed hij het alleen te zijn met zijn nicht, zag hij
-haar eigenlijk alleen op de Maandagsche receptieavonden, wanneer zijn
-oogen haar om vergiffenis smeekten.
-
-"Gisteren," vertelde zij verder, "ben ik hem op de trap
-tegengekomen. Ik heb hem een hand gegeven, waaruit hij begreep, dat
-ik niet boos meer ben. Hij was er zoo gelukkig door... Och, wat zal
-ik u zeggen. Je moet niet zoo lang streng zijn. En bovendien ben ik
-bang, dat hij zich ten slotte compromitteeren zou, als hij zich, om
-afleiding te zoeken, te veel met haar afgaf. Hij moet weten, dat ik
-hem nog altijd liefheb, dat ik nog altijd op hem wacht... O, hij is
-van mij, van mij alleen. Hij zou dadelijk voor eeuwig in mijn armen
-liggen, als ik één woord zeggen kon. Maar onze zaak staat er slecht,
-heel slecht voor!"
-
-Zij zweeg, twee dikke tranen stonden in haar oogen. Inderdaad scheen
-er in het proces tot nietigverklaring van het huwlijk geen voortgang
-te komen, daar zich steeds weer nieuwe hinderpalen voordeden.
-
-Pierre werd zeer ontroerd door die tranen, welke bij haar zoo weinig
-voorkwamen. Dikwijls erkende zij met haar kalmen glimlach, dat zij niet
-huilen kon. Maar haar hart was nu week; een oogenblik leunde zij als
-vernietigd op den bemosten, door het water weggevreten sarcophaag,
-terwijl het dunne waterstraaltje met parelende fluittoontjes uit
-den open mond van het tragische masker stroomde. Maar voor den geest
-van den priester rees plotseling de gedachte aan den dood op, toen
-hij haar, de jonge, van schoonheid stralende vrouw half bewusteloos
-worden zag op den rand van den sarcophaag, waar de faunen, die zich
-in een razend bacchanaal op de vrouwen wierpen, de almacht der liefde
-verkondigden, het symbool waarvan de Ouden zoo gaarne op de graftomben
-beeldhouwden als een bewijs van de eeuwigheid des levens. Een licht,
-zacht briesje streek door de zonnige, stille eenzaamheid van den tuin
-en voerde den doordringenden geur der oranjeappelen en taxisboomen
-mede.
-
-"Wanneer men liefheeft, is men sterk!" prevelde hij.
-
-"Ja, ja, u hebt gelijk," antwoordde zij, reeds weer glimlachend. "Ik
-ben nog maar een kind... Maar daar is uw boek de schuld van. Ik begrijp
-het pas goed, wanneer ik lijd... Maar toch maak ik vorderingen, niet
-waar? Laten, nu u het wilt, alle armen mijn broeders en alle vrouwen,
-die verdriet hebben als ik, mijn zusters zijn!"
-
-Gewoonlijk ging Benedetta het eerst weer naar haar kamer terug en
-bleef Pierre dan, alleen onder den laurierboom, nog wat toeven in den
-zachten geur der jonge vrouw. Hij droomde dan verward van prettige
-en droeve dingen. Wat was het leven hard voor arme wezens, die door
-den eeuwigen dorst naar geluk gekweld worden! Over hem had de stilte
-zich nog uitgebreid, het geheele oude paleis met de binnenplaats,
-waarop het gras welig opschoot, en die omgeven was door haar doode
-zuilengaanderij, waarin de opgegraven marmeren beelden, een armlooze
-Apollo en de afgebroken romp van een Venus, verweerden, sliep zijn
-zwaren ruïne-slaap, en deze doodsche stilte werd slechts nu en dan
-verbroken door het plotselinge ratelen van den karos van een prelaat,
-die een bezoek kwam brengen aan den kardinaal.
-
-Op een Maandag bevonden zich tegen kwart over tienen in den salon van
-donna Serafina slechts de jongelui. Monsignor Nani had slechts even
-zijn opwachting gemaakt, terwijl kardinaal Sarno juist vertrokken
-was. Bij den schoorsteen zat donna Serafina op haar gewone plekje
-als afgezonderd; haar blikken staarden naar de onbezette plaats
-van advocaat Morano, die nog steeds weggebleven was. Voor de canapé,
-waarop Benedetta en Celia zaten, stonden Dario, abbé Pierre en Narcisse
-Habert te praten en te lachen. Narcisse plaagde voortdurend den jongen
-prins, dien hij beweerde in gezelschap van een heel mooi meisje gezien
-te hebben.
-
-"Maar ontken het toch niet, mijn waarde, zij was werkelijk een
-prachtstuk... Zij liep naast je en jullie gingt samen een verlaten
-straatje in, den Borgo Angelico geloof ik. Uit bescheidenheid ben ik
-jullie niet verder nagegaan."
-
-"Zeker, zeker, ik was het, ik ontken het niet... Maar het is toch
-heel iets anders dan je denkt."
-
-En zich tot Benedetta wendend, die eveneens zonder een zweempje van
-ongeruste jaloezie glimlachte:
-
-"Het was dat arme meisje, je weet wel, dat ik onlangs in
-tranen gevonden heb, een week of zes geleden, denk ik... Ja, die
-parelenwerkster, die zoo huilde, omdat ze geen werk meer had, en toen
-ik haar wat geld wilde geven, hard voor me uit liep, om me naar haar
-ouders te brengen... Pierina, je herinnert je nog wel?"
-
-"Pierina, ja zeker!"
-
-"Welnu, stel je voor, na dien tijd ben ik haar een keer of vier, vijf
-op straat tegengekomen. En het is zoo, zij is zóó zeldzaam mooi, dat
-ik een oogenblikje met haar heb staan praten... Onlangs heb ik haar
-bij een fabrikant gebracht. Maar zij heeft nog geen werk kunnen vinden
-en zij begon weer te huilen, en waarachtig ik heb haar toen, om haar
-wat te troosten, een zoen gegeven... Zij was er zoo gelukkig door!"
-
-Allen lachten om het verhaal. Celia was de eerste, die weer kalm
-werd. En met een zeer ernstige stem zeide zij:
-
-"Dario, zij houdt van je, dat begrijp je toch. Je moet niet zoo
-slecht zijn."
-
-Ongetwijfeld was Dario van dezelfde meening, want hij keek opnieuw
-Benedetta aan en schudde vroolijk zijn hoofd, als wilde hij zeggen,
-dat, al mocht zij van hem houden, hij niet van haar hield. Een
-parelwerkster, een meisje uit het lagere volk, o, neen! Zij kon een
-Venus zijn, maar een maîtresse, neen, dat was niet mogelijk! Hij
-had zelf veel pleizier in het romantische avontuur, waarop Narcisse
-dadelijk een sonnet maakte: "De schoone parelwerkster wordt tot
-stervens toe verliefd op den jongen prins, die, mooi als de dag,
-voorbijkomt en die haar, geroerd door haar ongeluk, een geldstuk
-gegeven heeft; de schoone parelwerkster, diep in haar hart getroffen,
-daar hij even milddadig als mooi is, droomt nog slechts van hem,
-volgt hem overal, een vlammenband bindt haar aan zijn schreden;
-de schoone parelwerkster, die het geldstuk geweigerd heeft, vraagt
-met haar onderworpen, liefdevolle oogen als aalmoes het hart van den
-jongen man, dat hij haar op een avond genadig schenkt." Het woordenspel
-viel zeer in den smaak van Benedetta, maar Celia, die er met haar
-engelachtig gezichtje als een klein meisje uitzag, dat eigenlijk nog
-niets weten moest, bleef zeer ernstig en herhaalde droevig:
-
-"Dario, ze houdt van je, je moet haar niet laten lijden."
-
-Nu werd ook de contessina door medelijden bewogen.
-
-"Zij zijn niet gelukkig, die arme menschen!"
-
-"O," riep de prins uit, "een ellende, om niet te gelooven! Den dag,
-dat zij me medegenomen heeft naar de Prati del Castello, dacht ik te
-zullen stikken. Het is verschrikkelijk, ongelooflijk verschrikkelijk!"
-
-"Maar ik herinner me," antwoordde zij, "dat wij het plan gemaakt
-hebben naar hen toe te gaan, het is heel slecht, dat we het nog niet
-gedaan hebben... U wilde immers met ons mede gaan, mijnheer de abbé,
-voor uw studies en om op die wijze de arme bevolking van Rome van
-nabij te zien."
-
-Zij keek op naar Pierre, die sedert eenige oogenblikken zweeg. Het trof
-hem zeer, dat deze barmhartige gedachte weer bij haar opkwam, want hij
-voelde aan het even beven van haar stem, dat zij daarmede ook wilde
-laten blijken, dat zij een gedweeë leerlinge was, die vorderingen
-maakte in de liefde tot de ongelukkigen en armen. Onmiddellijk
-trouwens had de hartstocht voor zijn apostolaat zich weer meester
-van hem gemaakt.
-
-"O," zeide hij, "ik zal Rome niet verlaten, voordat ik het
-lijdende, werk- en broodlooze volk gezien heb. Voor alle naties
-ligt daarin de ziekte, en redding kan slechts komen van de genezing
-der ellende. Wanneer de wortels van den boom geen voedsel krijgen,
-sterft de boom."
-
-"Welnu, we zullen dadelijk afspreken, u gaat morgen met ons naar de
-Prati del Castello... Dario zal ons er brengen."
-
-Deze, die met een verbijsterd gezicht naar den priester geluisterd
-had, zonder het beeld van den boom en zijn wortels goed te begrijpen,
-protesteerde.
-
-"Neen, neen, waarde nicht, leid jij er mijnheer den abbé rond, als
-je daar lust in hebt... Ik ben er eens geweest, maar ik ga er nooit
-meer naar terug. Toen ik weer thuis kwam, moest ik bijna naar bed,
-zoo draaide alles in mij om... Neen, neen het is te vreeselijk,
-zulke afschuwlijkheden zijn gewoon ongelooflijk."
-
-Op dat oogenblik kwam een ontevreden stem uit het hoekje bij den
-schoorsteen. Donna Serafina verbrak haar lang stilzwijgen.
-
-"Dario heeft gelijk! Zend er je aalmoes naar toe, beste kind, ik zal er
-graag de mijne bijvoegen... Er zijn heel wat bezienswaardiger plekken,
-waar je mijnheer den abbé kunt brengen... Je zult waarachtig zorgen,
-dat hij een mooie herinnering aan onze stad medeneemt!"
-
-De Romeinsche trots klonk uit haar slechte luim. Waartoe diende het de
-wonden der stad te laten zien aan de vreemdelingen, die hier misschien
-alleen met een vijandige nieuwsgierigheid kwamen. Rome moest altijd
-mooi zijn, men moest Rome alleen in den praal van zijn roem laten zien.
-
-Maar Narcisse had zich van Pierre meester gemaakt.
-
-"Ja, mijn waarde, dat is waar ook, ik heb heelemaal vergeten u die
-wandeling aan te raden... U moet beslist de nieuwe wijk zien, die
-men in de Prati del Castello gemaakt heeft. Die is heel typisch en
-als het ware een samenvatting van de andere; u zult zien, dat het
-geen verloren tijd is, daar sta ik voor in, want niets ter wereld
-kan u een beteren indruk van het tegenwoordige Rome geven. Het is
-buitengewoon, buitengewoon."
-
-En zich dan tot Benedetta wendend:
-
-"Is het afgesproken? Vindt u morgenochtend goed?... U zult den abbé en
-mij daar vinden, want ik sta erop hem eerst op de hoogte te brengen,
-zoodat hij alles goed begrijpt... Om tien uur, kunt u dan?"
-
-Alvorens te antwoorden, wendde de contessina zich tot haar tante.
-
-"Kom, tante, mijnheer de abbé heeft genoeg bedelaars in onze straten
-ontmoet; hij kan alles zien. En trouwens naar wat hij ons in zijn
-boek vertelt, zal hij te Rome niet meer zien, dan hij in Parijs reeds
-gezien heeft. Overal is, zooals hij ergens zegt, de honger dezelfde."
-
-Dan richtte zij zich kalm en zacht tot Dario.
-
-"Weet je wel, Dario, dat je me een heel groot pleizier zoudt doen,
-als je met me meeging. Zonder jou zou het er te veel van hebben,
-alsof we uit den hemel kwamen vallen. We zullen een rijtuig nemen
-en dan de heeren daar aantreffen; het zal een heel aardige wandelrit
-zijn... We zijn in geen tijd samen uit geweest."
-
-Ongetwijfeld was dat het, waarom zij het zoo prettig vond: zij had
-nu een voorwendsel, om met hem samen te zijn en zich geheel met hem
-te verzoenen. Hij voelde dat, hij kon er zich niet aan onttrekken.
-
-"O, lieve nicht," zeide hij schertsend, "het is jouw schuld, als ik
-de geheele verdere week nachtmerries heb. Een dergelijk uitstapje
-bederft voor acht dagen je levensvreugde."
-
-Hij rilde al bij voorbaat. De anderen begonnen weer te lachen, en
-ondanks de zwijgende afkeuring van donna Serafina werd de samenkomst
-bepaald op den volgenden ochtend tien uur. Het speet Celia zeer,
-dat zij niet van de partij kon zijn. Maar zij met haar onschuld van
-een lelieknop, interesseerde zich slechts voor Pierina.
-
-"Let goed op die schoonheid," fluisterde zij in de antichambre haar
-vriendin in; "dan kan je me vertellen, of zij werkelijk zoo mooi is,
-mooier dan alle anderen."
-
-
-
-Toen Pierre den volgenden ochtend om negen uur Narcisse bij de
-Engelenburg vond, bemerkte hij tot zijn verbazing, dat deze weer in
-zijn smachtende kunstdweperij vervallen was. In den beginne was er geen
-sprake van de nieuwe wijken noch van den vreeselijken financieelen
-krach, die er het gevolg van geweest was. De jonge man vertelde, dat
-hij tegelijk met de zon was opgestaan, om nog een uur voor de Santa
-Teresia van Bernini te kunnen vertoeven. Wanneer hij die in acht
-dagen niet gezien had, zeide hij, leed zijn ziel daaronder, voelde
-hij zich verdrietig, als moest hij een dierbare geliefde missen. Hij
-had ook zijn uren, waarop hij haar op verschillende wijzen, anders
-liefhad, al naar gelang der belichting van het doek. 's Morgens in het
-ochtendlicht, dat haar als in een wit kleed hulde, had hij haar lief
-met het mystieke élan van zijn ziel; 's middags wanneer de schuine
-stralen der ondergaande zon op haar vielen, met den rooden hartstocht
-van het bloed der martelaren.
-
-"O, mijn vriend," zeide hij met zijn moe gelaat, terwijl zijn
-malvekleurige oogen bijna wegzonken, "ge kunt u niet voorstellen
-welk een heerlijk, ontroerend ontwaken het dezen ochtend was... Een
-onwetende, reine maagd, die, gebroken van wellust en nog zwijmelend
-van het geluk door Jezus bezeten te zijn, haar oogen kwijnend
-opslaat... Het is om erbij te sterven."
-
-Na een paar passen verder geloopen te hebben werd hij kalmer en ging
-hij op den beslisten toon van een praktisch man vol levenservaring
-voort:
-
-"Kom laten we langzaam opwandelen naar de Prati del Castello,
-waarvan ge de gebouwen onder u ziet liggen; onderweg zal ik u
-vertellen, wat ik ervan weet. O, het is een buitengewoon verhaal,
-een van die krankzinnige aanvallen van speculatie, die mooi zijn als
-het monsterachtige en mooie werk van het een of andere waanzinnige
-genie... Ik heb het van familieleden van me gehoord, die hier gespeeld
-en, waarachtig, aanzienlijke sommen gewonnen hebben."
-
-Toen vertelde hij Pierre de zeldzame geschiedenis met de duidelijkheid
-en nauwkeurigheid van een financier, terwijl hij de technische termen
-met volkomen zekerheid gebruikte. Na de verovering van Rome, toen
-geheel Italië als uitzinnig van geestdrift was bij het denkbeeld
-eindelijk de zoo lang begeerde hoofdstad, de oude, roemrijke stad,
-de eeuwige, aan wie de wereldheerschappij was toegezegd, te bezitten,
-barstte een zeer goed te begrijpen jubel van vreugde en hoop los
-bij het jonge volk, dat eerst gisteren geboren was en nu zoo spoedig
-mogelijk zijn macht wilde bewijzen. Men moest Rome in bezit nemen, het
-tot een moderne, een groot rijk waardige hoofdstad maken, en daarvoor
-was het in de allereerste plaats noodig haar gezond te maken, haar te
-reinigen van het vuil, dat haar onteerde. Men kan zich niet voorstellen
-in welk een staat van verontreiniging het Rome der pausen, la Roma
-sporca, waar de kunstenaars nu nog naar terugverlangen, verkeerde:
-er bestonden zelfs geen bestekamers, de openbare straat diende voor
-alle behoeften, de verheven ruïnes waren in vuilnishoopen veranderd,
-de omgeving van de oude vorstelijke paleizen met excrementen bevuild;
-kortom, overal steeg een laag van afval, puin en tot verrotting
-overgegane stoffen op, die de straten in vergiftigde goten veranderden,
-welke telkens weer de vreeselijkste epidemieën veroorzaakten. Het
-was dringend noodig daarin van stadswege verbetering te brengen.
-
-Deze maatregelen beteekenden inderdaad de redding, een verjonging,
-een veilig verder leven. Even gerechtvaardigd was de gedachte nieuwe
-huizen te bouwen voor de nieuwe bewoners, die van alle kanten zouden
-toestroomen. Na de totstandkoming van het keizerrijk Duitschland had
-men hetzelfde te Berlijn zien gebeuren: de stad had haar bevolking
-bliksemsnel zien toenemen met honderdduizenden zielen. Rome zou zich
-ook zeker verdubbelen, verdrie-, vervijfvoudigen, de levende krachten
-der provincies tot zich trekken, het centrum van het nationale bestaan
-worden. Ook de trots sprak een woordje mede: men moest aan de gevallen
-regeering van het Vaticaan toonen, waartoe Italië in staat was, in
-welken glans het nieuwe Rome stralen zou, het derde Rome, dat de beide
-andere, het keizerlijke en het pauselijke, zou overtreffen door de
-pracht van zijn straten en den overstroomenden vloed van zijn inwoners.
-
-Toch bleef de eerste jaren de bouwbeweging binnen de grenzen der
-voorzichtigheid. Men was verstandig genoeg slechts te bouwen, wanneer
-daaraan behoefte was. Met één sprong was de bevolking verdubbeld, van
-tweehonderdduizend tot vierhonderdduizend zielen gestegen: de kleine
-wereld van ambtenaren en employés, die met de verschillende takken
-van algemeen bestuur kwamen, de geheele groote menigte, die van den
-staat leeft of ervan hoopt te leven, ongerekend de nietsdoeners en
-genotzoekers, die een Hof steeds na zich sleept. Dat was de eerste
-oorzaak van den roes, niemand twijfelde eraan, of die toeneming zou
-blijven doorgaan, ja zelfs sterker worden. Van af dat oogenblik was de
-stad van gisteren niet voldoende meer, men moest zonder talmen rekening
-houden met de eischen en behoeften van morgen, door Rome buiten Rome
-over alle verlaten, oude voorsteden uit te breiden. Men sprak ook van
-het Parijs van het tweede Keizerrijk, dat zooveel grooter geworden,
-in een stad van licht en gezondheid veranderd was. Doch het ongeluk
-wilde, dat er aan de oevers van den Tiber geen algemeen plan bestond,
-dat er geen man was met een ruimen blik, die den toestand overzag en
-op krachtige financieele instellingen steunen kon.
-
-Wat nu de trots, de eerzucht om het Rome der Caesars en der Pausen
-in glans te overtreffen, de wil om van de eeuwige, gepraedestineerde
-stad het centrum en de koningin der aarde te maken, begonnen was,
-voltooide de speculatie, een van die buitengewone agiostormen, een
-van die orkanen, welke, zonder dat iets ze aankondigt of tegenhoudt,
-ontstaan, woeden, alles vernielen en met zich sleuren. Plotseling
-liep het gerucht, dat terreinen, die vijf francs den meter gekost
-hadden, voor honderd francs verkocht werden; toen brak de koorts uit,
-de koorts van geheel een door speculatiewoede verhit volk. Een zwerm
-van speculanten was uit Boven-Italië op Rome, de edelste en makkelijkst
-te krijgen buit, neergestreken.
-
-Voor deze arme, hongerige bergbewoners begon in dit wellustige
-zuiden, waarin het zoo heerlijk is om te leven, de drijfjacht der
-begeerten, zoodat het verrukkelijke klimaat, op zichzelf reeds zoo
-verderfelijk, de moreele ontbinding verhaastte. Bovendien behoefde
-men zich in den beginne inderdaad slechts te bukken; het geld was
-tusschen de puinhoopen der eerste gesloopte wijken met schoppen
-vol op te rapen. Handige lieden, die het tracé der nieuwe straten
-als het ware roken, hadden zich meester gemaakt van de terreinen,
-die onteigend zouden moeten worden, en vertiendubbelden binnen twee
-jaar hun vermogen. Nu greep de besmetting nog verder om zich heen
-en vergiftigde langzamerhand de geheele stad; de bewoners werden op
-hun beurt ook medegesleept, alle standen door waanzin aangegrepen,
-de vorsten, de bourgeois, de kleine huiseigenaars tot winkeliers,
-slagers, kruideniers toe. Zoo vertelde men later van een eenvoudigen
-bakker, die een bankroet van vijf-en-veertig millioen geslagen had.
-
-Het was niets meer dan een wanhopige, schandelijke, koortsachtige
-speculatie, die in de plaats van het geregelde pauselijke lotto
-gekomen was, een speculatie met millioenen, waarbij de terreinen en
-bouwwerken iets fictiefs, slechts een voorwendsel voor Beursoperaties
-werden. De oude atavistische trots, die van Rome de hoofdstad der
-wereld maken wilde, werd door deze speculatiekoorts opgezweept tot
-hoogmoedswaanzin; er werd gekocht en gebouwd, om weer te verkoopen,
-zonder maat, zonder ophouden, zooals aandeelen gelanceerd worden,
-zoolang de persen er drukken willen.
-
-Nooit had een stad in haar evolutie een dergelijk schouwspel
-geboden. Wanneer men het thans tracht te begrijpen, staat men gewoonweg
-perplex. Het bevolkingscijfer was de vierhonderd duizend overschreden
-en scheen dan stationnair te blijven; maar dit belette niet, dat
-de nieuwe wijken steeds dichter uit den grond opschoten. Voor
-welk toekomstig volk bouwde men met zooveel woede? Door welke
-zinsverbijstering kwam men ertoe niet te wachten op de nieuwe bewoners,
-om duizenden woningen gereed te maken voor families, die misschien
-komen zouden? De eenige verontschuldiging was, dat bij voorbaat als
-vaststaande aangenomen werd, dat het derde Rome, de triompheerende
-hoofdstad van Italië, niet minder dan een millioen zielen tellen
-kon. Zij waren niet gekomen, maar zij zouden zeker komen; daaraan kon
-geen patriot twijfelen zonder vaderlandsschennis te begaan. En men
-bouwde, bouwde, bouwde zonder ophouden voor de vijfhonderdduizend
-onderweg zijnde burgers. Men bekommerde zich zelfs niet om den dag
-van hun aankomst, het was voldoende, dat men op hen rekende. In Rome
-waren ook maatschappijen tot het maken van groote wegen door de oude,
-ongezonde, gesloopte wijken gevormd en deze verkochten of verhuurden
-haar terreinen, waardoor zij groote winsten behaalden.
-
-Doch naarmate de waanzin steeg, werden er meer maatschappijen
-opgericht, om den honger naar winst te bevredigen; zij hadden ten doel
-om buiten Rome nog meer nieuwe wijken, steeds weer nieuwe wijken, ware
-kleine steden, waaraan niet de minste behoefte bestond, te bouwen. Bij
-de Porta S. Giovanni, bij de Porta S. Lorenzo rezen de voorsteden als
-door een wonder op. Op de reusachtige terreinen der Villa Ludovisi,
-van de Porta Salaria tot aan de Porta Pia, ontstond het ontwerp van
-een stad, en op de Prati del Castello wilde men plotseling een stad
-met kerk, school en markt uit den grond doen oprijzen. En dat waren
-geen arbeiderswoningen, geen bescheiden huizen voor den middenstand
-en de ambtenaren, neen, het waren groote bouwwerken, ware paleizen met
-drie of vier verdiepingen, met gelijkvormige, overmatig groote gevels,
-welke van deze nieuwe, excentrieke wijken Babylonische stadsdeelen
-maakten, die alleen hoofdsteden met een krachtig industrieleven, zooals
-Parijs en Londen, zouden kunnen bevolken. Het zijn de monsterachtige
-voortbrengselen van den hoogmoed en van de speculatie. En welk een
-droeve bladzijde uit de geschiedenis, welk een bittere les, wanneer het
-thans ten gronde gerichte Rome zich bovendien nog onteerd ziet door
-dien leelijken gordel van groote, ledige, grootendeels onafgemaakte
-geraamten, welker puinhoopen nu reeds de met gras begroeide straten
-bedekken!
-
-De onvermijdelijke instorting, de ramp was vreeselijk. Narcisse
-gaf de redenen daarvoor op en lichtte de diverse stadia zoo
-duidelijk toe, dat Pierre alles goed begreep. Natuurlijk waren
-talrijke financieele maatschappijen uit die humus der speculatie
-opgeschoten: de Immobiliere, de Società edilizia, de Fondiaria,
-de Tiberina, l'Esquilino. Bijna alle lieten bouwen, richtten groote
-huizen op, legden heele straten aan, om ze weer te verkoopen. Maar
-zij speculeerden ook in bouwterreinen, stonden die met groote
-winsten aan kleine speculanten af, die in de door de toenemende
-agiokoorts verwekte kunstmatige hausse overal opschoten en eveneens
-van ontzaglijke winsten droomden. Het ergste daarbij was, dat deze
-kleine burgers, deze onervaren winkeliers zonder geld, zoo door de
-speculatiewoede werden opgezweept, dat zij zelf ook lieten bouwen;
-zij leenden van de banken en wendden zich tot de maatschappijen,
-van wie zij de terreinen gekocht hadden, om het voor het voltooien
-der gebouwen noodige geld te krijgen.
-
-In de meeste gevallen zagen de maatschappijen, om niet alles te
-verliezen, zich op een goeden dag genoodzaakt de terreinen en de
-gebouwen, zelfs al waren zij niet afgebouwd, terug te nemen, wat
-een ontzaglijke opstopping veroorzaakte, waaraan zij ten gronde
-moesten gaan. Wanneer het millioen inwoners de woningen, die men in
-een zoo vreemden droom van hoop voor hen gebouwd had, waren komen
-betrekken, dan hadden de winsten onberekenbaar kunnen zijn. Rome
-was in tien jaar rijk en een der bloeiendste hoofdsteden der wereld
-geworden. Maar de inwoners wilden niet komen, niets werd verhuurd,
-de woningen stonden leeg. En toen barstte de krach met een ongekende
-heftigheid los en wel om twee redenen. In de eerste plaats waren
-de door de maatschappijen gebouwde huizen veel te groot en veel te
-duur, waardoor het grootste gedeelte van de gewone, middelmatige
-renteniers, die hun geld in grondbezit willen beleggen, afgeschrikt
-werden. Het atavisme had zijn werk gedaan, de bouwers hadden in hun
-grootheidswaanzin een reeks prachtige paleizen opgericht, bestemd,
-om die van de twee vorige tijdperken in het niet te doen verzinken
-en welke nu triest en verlaten als de meest ongehoorde getuigen van
-den onmachtigen hoogmoed staan bleven.
-
-Er waren dus geen particuliere kapitalen te vinden, die de plaats
-der maatschappijen durfden of konden innemen. Bovendien zijn elders,
-in Parijs en in Berlijn, de nieuwe wijken en de verfraaiingen met
-nationaal kapitaal, met gespaard geld gemaakt. In Rome daarentegen
-werd alles gebouwd met crediet, met wissels op drie maanden en
-vooral met buitenlandsch geld. Men schat de aldus verslonden som
-op bijna een milliard, waarvan vier vijfden Fransch geld was. Het
-was eenvoudig een zaken doen van bankier op bankier; de Fransche
-bankiers leenden tegen 3 1/2 à 4 procent aan de Italiaansche, die
-op hun beurt aan de speculanten, aan de bouwers te Rome tegen 6, 7,
-ja zelfs 8 procent leenden.
-
-Men kan zich dan ook de ramp voorstellen, toen Frankrijk, dat het
-verbond van Italië met Duitschland met leede oogen aanzag, binnen
-twee jaar zijn achthonderd millioen terugtrok. Er ontstond een
-reusachtige terugvloeiing, die de Italiaansche banken ledig maakte;
-de grondmaatschappijen en al die maatschappijen, welke in terreinen en
-bouwwerken speculeerden, werden nu eveneens genoodzaakt op haar beurt
-terug te betalen en moesten zich wenden tot de emissiemaatschappijen,
-die papier konden uitgeven. Tegelijkertijd dreigden zij den Staat de
-werken stil te zullen leggen en veertig duizend werklieden op straat
-te zetten, wanneer de Staat de emissiemaatschappijen niet dwong hun de
-vijf of zes millioen, die zij noodig hadden, te leenen, wat de Staat,
-bang voor een algemeen bankroet, ten slotte deed. Natuurlijk konden
-de vijf of zes millioen op de vervaldagen niet terugbetaald worden,
-omdat men de huizen niet kon verkoopen of verhuren, zoodat nu de
-debacle steeds verder om zich heen greep en de eene puinhoop op de
-andere stapelde: de kleine speculanten vielen op de bouwers, deze
-op de grondmaatschappijen, deze op de emissiemaatschappijen, deze op
-het openbaar krediet, wat de natie ruïneerde. Zoo kwam het, dat een
-eenvoudige stedelijke crisis een ontzettende financieele ramp, een
-nationaal gevaar werd. Een geheel milliard was zonder eenig nut in den
-afgrond verdwenen, Rome leelijk gemaakt; het droeg nu de last van zijn
-jonge, smadelijke ruïnes, van de gapende, ledige huizen voor de vijf
-of zeshonderd duizend gedroomde inwoners, die men nog steeds wacht.
-
-Trouwens in den gierenden stormwind van den roem was ook de Staat zelfs
-door grootheidswaanzin aangegrepen. Alles werd erop ingericht om een
-triompheerend Italië te scheppen, om het land in vijf-en-twintig jaar
-die eenheid en die grootte te doen bereiken, waarvoor andere volkeren
-eeuwen hebben noodig gehad. Aan alle kanten werd dan ook met man en
-macht gewerkt, reusachtige uitgaven gedaan voor kanalen, havens, wegen,
-spoorwegen en openbare werken in alle groote steden. Men improviseerde,
-organiseerde de natie zonder te tellen. Na het verbond met Duitschland
-verslonden de oorlogs- en marinebudgetten noodeloos millioenen. En aan
-al die steeds stijgende behoeften werd slechts het hoofd geboden door
-emissies; de eene leening volgde op de andere. In Rome alleen kostte
-de bouw van het ministerie van Oorlog tien, die van het ministerie
-van Financiën vijftien millioen, terwijl meer dan tweehonderd millioen
-voor verdedigingswerken om de stad uitgegeven werden. Het was steeds
-en steeds weer het opvlammen van den noodlottigen hoogmoed, het sap
-van den grond, die slechts in al te groote plannen bloeien kan, de
-wil om de wereld te verblinden en te veroveren, die ontstaat zoodra
-men den voet op het Capitool zet--zelfs in het opgehoopte stof van
-alle menschenmachten, die daar na elkaar ingestort zijn.
-
-"Ja, mijn waarde vriend," vertelde Narcisse verder, "als ik wilde
-afdalen tot praatjes, die in omloop zijn, die men elkaar in het
-oor fluistert, als ik u enkele feiten noemde, dan zoudt u verbluft,
-versteld staan over den graad van waanzin, waarin deze in den grond der
-zaak zoo verstandige, zoo indolente en zoo zelfzuchtige stad door de
-vreeselijke, besmettelijke koorts van speculatiewoede gebracht is. Niet
-alleen de kleine luiden, de onwetenden en dommen hebben zich ten gronde
-gericht, maar ook de groote families, bijna de geheele Romeinsche
-adel heeft daarbij zijn oude vermogens, het goud, de paleizen en de
-verzamelingen kunstwerken, die hij aan de vrijgevigheid der pausen
-te danken had, verloren. Deze ontzaglijke rijkdommen, waarvoor eeuwen
-van nepotisme noodig geweest zijn, om ze in de handen van enkelen op
-te hoopen, zijn in nauwlijks tien jaar als was gesmolten."
-
-Dan vergat hij geheel, dat hij met een priester sprak, en vertelde
-hij een van die equivoque geschiedenissen.
-
-"Laten we onzen goeden vriend Dario, prins Boccanera, even als
-voorbeeld nemen. Hij is de laatste van zijn geslacht en verplicht te
-leven van de kruimels van zijn oom, den kardinaal, die toch ook niet
-heel veel meer dan zijn salaris heeft. Nu, hij zou zeker nog in zijn
-karos rijden, als die vreemde geschiedenis van de villa Montefiori
-er niet tusschen gekomen was... Men zal u wel reeds op de hoogte
-gebracht hebben: de uitgestrekte terreinen van deze villa werden voor
-tien millioen aan een financieele maatschappij afgestaan; daarna werd
-prins Onofrio, de vader van Dario, door de speculatiewoede aangegrepen,
-kocht zijn eigen terreinen duur terug, speculeerde en liet bouwen;
-ten slotte sleurde de catastrophe behalve die tien millioen nog
-alles mede, wat hij zelf bezat, de overblijfselen van het eertijds
-zoo reusachtige fortuin der Boccanera's...
-
-"Maar wat men u ongetwijfeld niet verteld heeft, dat zijn de geheime
-oorzaken, die daartoe medegewerkt hebben, de rol, die graaf Prada--ja
-zeker, de gescheiden echtgenoot van de bekoorlijke contessina, op
-wie wij nu wachten--in deze zaak gespeeld heeft. Hij was de minnaar
-van prinses Boccanera, de mooie Flavia Montefiori, die de villa als
-huwlijksgift medebracht, o, een pracht van een vrouw, veel jonger dan
-haar man. Welnu, algemeen wordt beweerd, dat Prada den echtgenoot in
-zijn macht had door die vrouw, zoodat deze weigerde zich 's avonds
-aan den ouden prins te geven, indien deze aarzelde zijn handteekening
-te zetten of zich verder in te laten in een avontuur, waarvan hij het
-gevaar van te voren inzag. Prada heeft er millioenen mede verdiend,
-die hij nu op een zeer verstandige manier verteert. En wat de mooie
-Flavia betreft, u weet, dat zij, na een klein vermogen uit de debacle
-gered te hebben, dapper afstand gedaan heeft van haar adellijken titel,
-om zich een knappen man te koopen, den tweeden, ditmaal jonger dan zij,
-van wien zij een markies Montefiori gemaakt heeft, die haar nu gezond
-en mooi houdt, hoewel zij de vijftig nu al gepasseerd is. In deze heele
-zaak is het eenige slachtoffer onze arme vriend Dario, die totaal
-geruïneerd is en vastbesloten met zijn nicht te trouwen, die niet
-veel rijker is dan hij. Weliswaar wil zij hem met alle geweld hebben
-en is hij niet in staat haar zoo lief te hebben als zij hem. Anders
-zou hij reeds lang de een of andere Amerikaansche genomen hebben,
-een millionnairsdochter, zooals zooveel andere vorsten gedaan hebben;
-ofschoon het ook zeer goed mogelijk is, dat de kardinaal en donna
-Serafina er zich tegen verzet zouden hebben, want dat zijn helden
-in hun genre, echte trotsche, koppige Romeinen, die hun bloed vrij
-willen houden van vreemde smetten... Enfin laten we hopen, dat die
-goede Dario en die bekoorlijke Benedetta samen gelukkig zullen zijn."
-
-Hij hield op, om na eenige passen, op bijna fluisterenden toon voort
-te gaan.
-
-"Een van mijn bloedverwanten heeft met die affaire der villa Montefiori
-een kleine drie millioen verdiend. Wat heb ik er toch dikwijls spijt
-van gehad, dat ik pas na den heroëntijd van het agio gekomen ben! Wat
-zal het hier toen amusant geweest zijn en wat was er toen een boel
-te verdienen voor koelbloedige spelers!"
-
-Plotseling echter zag hij, opkijkend, voor zich het nieuwe stadsdeel
-der Prati del Castello; zijn geheele gelaatsuitdrukking veranderde,
-hij werd weer de kunstenaarsziel, die in verzet kwam tegen de moderne
-gruwelen, waarmede men het pauselijke Rome bezoedeld had. De kleur
-van zijn oogen werd bleeker, zijn blik drukte de bittere minachting
-uit van den in zijn liefde voor de verdwenen eeuwen gewonden droomer.
-
-"Kijk toch eens, kijk toch eens! O, stad van Augustus, stad van Leo X,
-stad van eeuwige macht en eeuwige schoonheid!"
-
-Pierre zelf kwam ook onder den indruk. Op deze plek strekten zich
-vroeger langs den Tiber tot aan de hellingen van den Monte Marco
-de vlakke, hier en daar met populieren begroeide weiden van de
-Engelenburg uit, breede grasvlakten, die aan den Borgo en den verren
-dom van de St. Pieter een groenen voorgrond gaven en die de schilders
-graag vereeuwigden. Nu echter verhief zich midden op die omgewoelde,
-rotsachtige vlakte een geheele stad, een stad van massieve, reusachtige
-huizen, regelmatige steenen kubussen met breede, elkaar rechthoekig
-snijdende straten, precies een groot dambord met symmetrische
-vakken. Van het eene einde naar het andere zag men dezelfde gevels;
-men zou het geheel voor een rij kloosters, kazernes of ziekenhuizen
-hebben kunnen houden, waarvan de eenvormige lijnen zich tot in het
-oneindige voortzetten. Maar de pijnlijke indruk, dien dit schouwspel
-maakte, kwam hoofdzakelijk voort uit de in den beginne onverklaarbare
-catastrophe, die deze stad midden in haar aanbouw verstard had, alsof
-op een vervloekten ochtend een booze toovenaar zijn staf opgeheven,
-het werk tot stilstand gebracht, de drukke werkplaatsen geledigd,
-de gebouwen gelaten had in denzelfden droefgeestigen toestand als
-waarin zij op dit oogenblik verkeerden.
-
-Alle stadia van aanbouw vond men nog terug--van het grondwerk, de
-voor de fundamenten gegraven diepe gaten, welke open gebleven waren
-en waarin onkruid woekerde, tot geheel voltooide en bewoonde huizen
-toe. Er waren huizen, waarvan de muren nauwlijks boven den grond
-uitkwamen; andere waren tot de tweede of derde verdieping gekomen,
-maar door hun houten plafonds en door de open vensters stroomde
-de regen naar binnen; andere, die geheel opgetrokken en met een dak
-voorzien waren, stonden daar als geraamten, ten prooi aan de gevechten
-der winden, en deden aan ledige kooien denken. Ook waren er geheel
-afgebouwde huizen, waarvan men echter de buitenmuren niet had kunnen
-pleisteren; bij nog andere ontbrak het houtwerk van de deuren en ramen;
-weer andere hadden wel deuren en ramen, maar waren dichtgespijkerd
-als doodkisten, in de doode kamers was geen levende ziel te ontdekken;
-andere tenslotte waren bewoond, de meeste gedeeltelijk, slechts weinige
-geheel, maar alle levend van een niet-verwachte bevolking. Niets
-kan de vreeselijke triestheid van die dingen weergeven; het was een
-Schoone-Slaapster-stad, die door een doodelijken slaap bezocht was,
-nog voor zij geleefd had, en nu in afwachting van een ontwaken,
-dat nooit scheen te zullen komen, in de heete zon ten gronde ging.
-
-Pierre ging met zijn gids door de breede, verlaten straten, die
-de roerloosheid en stilte van een kerkhof hadden. Geen rijtuig,
-geen voetganger kwam erdoor. Sommige hadden zelfs geen trottoir,
-het gras woekerde op den nog niet bestraten rijweg als op een veld,
-dat tot den natuurstaat terugkeert; toch stonden er reeds overal
-sedert jaren voorloopige gaslantaarns. Aan beide zijden hadden de
-huiseigenaren de vensteropeningen van den rez-de-chaussée en de
-verschillende verdiepingen met dikke planken hermetisch gesloten,
-om geen deur- en vensterbelasting te betalen. Andere huizen, waarvan
-de bouw nauwlijks begonnen was, waren met staketsels afgesloten,
-uit vrees, dat de kelders verzamelplaatsen voor alle bandieten uit
-het land zouden worden. Maar den treurigsten indruk maakten toch de
-jonge ruïnes, hooge, trotsche, onvoltooide, zelfs nog niet gepleisterde
-gebouwen, die hun leven van steenen reuzen nog niet eens geleefd hadden
-en nu reeds aan alle kanten scheurden, zoodat men ze met allerlei
-gecompliceerde stellingen had moeten stutten, om te voorkomen, dat
-zij zouden instorten. Je hart kromp ineen als in een stad, waaruit
-de pest, de oorlog of een bombardement de inwoners weggevaagd heeft.
-
-Maar men werd door een nog grootere melancholie, door een grenzenlooze
-wanhoop aangegrepen bij de gedachte, dat dit niet een dood, maar een
-miskraam was, dat de verwoesting haar werk voltooien zou voordat de
-gedroomde, vergeefs verwachte bewoners dezen doodgeboren huizen leven
-zouden inblazen. Daarbij kwam nog de vreeselijke ironie, dat men op
-iederen hoek marmeren platen met de straatnamen zag, beroemde, aan
-de Geschiedenis ontleende namen, de Gracchen, de Scipio's, Plinius,
-Pompeius, Julius Caesar, die als een hoon, als een slag, dien het
-verleden de moderne onmacht in het gezicht gaf, op deze onvoltooide,
-instortende muren prijkten.
-
-Wederom werd Pierre getroffen door de waarheid, dat ieder, die Rome
-bezit, verteerd wordt door den marmerwaanzin, door den ijdelen drang
-om te bouwen en aan de volkeren van morgen het gedenkteeken van zijn
-roem na te laten. Na de Caesars, die hun paleizen op den Palatinus
-ophoopten, na de pausen, die het Middeleeuwsche Rome weer opbouwden
-en hun wapens daarop drukten, is de Italiaansche regeering nauwlijks
-meester der stad, of zij wil haar onmiddellijk schitterender en grooter
-dan zij ooit geweest was, herbouwen. De bodem zelf suggereerde die
-gedachte; het bloed der Caesars steeg den nieuw aangekomenen naar het
-hoofd en bracht hen tot het waanzinnige denkbeeld om van het derde
-Rome de nieuwe koningin der aarde te maken. Vandaar de reusachtige
-plannen, de cyclopische kadewerken, de ministeries, die wedijveren
-met het Colosseum; vandaar die nieuwe wijken met hun reuzenhuizen,
-die als evenveel kleine stadjes om de oude stad opgeschoten zijn. Hij
-herinnerde zich den krijtachtigen gordel, welke de oude, rosachtige
-daken omgaf en dien hij vanaf den dom van de St. Pieter uit de
-verte als verlaten steengroeven gezien had; want niet alleen in de
-Prati del Castello, maar ook bij de Porta S. Giovanni, bij de Porta
-S. Lorenzo, bij de Villa Ludovisi, op de hoogten van den Viminalis
-en den Quirinalis vielen de onvoltooide en ledige wijken reeds in het
-gras der verlaten straten in. Ditmaal scheen het alsof na tweeduizend
-jaar van wonderbare vruchtbaarheid de bodem eindelijk uitgeput scheen,
-en de steen der monumenten daar niet meer groeien wilde.
-
-Evenals in zeer oude boomgaarden de pruime- en kerseboomen, die
-men verplant, kwijnend opgroeien en sterven, zoo vonden blijkbaar
-de nieuwe muren geen levensvoedsel meer in dat door de eeuwenlange
-groei van een zoo groot aantal tempels, circussen, triomfbogen,
-basilica's en kerken verarmde Romeinsche stof. De moderne huizen,
-die men getracht had hier opnieuw tot vruchtbaarheid te brengen,
-de tot niets nutte, al te groote, door hereditairen eerzucht
-opgeblazen huizen, hadden niet tot rijpheid kunnen komen; de halve,
-door geopende ramen doorboorde gevels bezaten geen kracht genoeg,
-om op te stijgen tot het dak, waren daar onvruchtbaar blijven staan
-als kwijnende struiken op een terrein, dat te veel voortgebracht
-heeft. Het verschrikkelijk trieste lag voornamelijk hierin, dat een
-voorbijgegane grootheid zóó vol scheppingskracht uitloopen moest
-op een dergelijke bekentenis van tegenwoordige onmacht, dat Rome,
-hetwelk vroeger de wereld met zijn onverwoestbare monumenten bedekt
-had, thans niets meer dan ruïnes baarde.
-
-"Ze zullen eens wel afgebouwd worden!" riep Pierre uit.
-
-Narcisse keek hem verbaasd aan.
-
-"Voor wie dan?"
-
-Dat was juist het verschrikkelijke. Waar waren op dit oogenblik die
-vijf of zeshonderd duizend inwoners, van wier komst men gedroomd
-had, op wie men nog altijd wachtte; waar waren zij, in welke nabije
-landstreken, in welke verafgelegen steden woonden zij? Waar in de
-eerste dagen na de verovering een vurige patriotische geestdrift
-alleen op een dergelijke bevolking had kunnen hopen, daar moest men
-thans wel bijzonder verblind zijn, om nog te kunnen gelooven, dat
-zij ooit komen zou. De proef scheen genomen te zijn, Rome's bevolking
-bleef stationnair, er was geen enkele reden, die voorzien deed, dat
-het aantal inwoners verdubbeld zou worden, noch de genoegens, die
-de stad aanbood, noch de winst van een handel en van een industrie,
-die zij niet bezat, noch een intens maatschappelijk en intellectueel
-leven, waartoe zij niet meer in staat scheen. In ieder geval zouden
-er jaren en jaren mede heengaan. Hoe dus moest men de gereed zijnde,
-ledige huizen, die nog slechts op huurders wachtten, bevolken? Voor
-wie moest men de in geraamte-toestand gebleven woningen, die in de zon
-en in den regen afbrokkelden, afmaken? Zouden zij dus, gedeeltelijk
-vleeschloos en open voor alle winden, gedeeltelijk dichtgespijkerd en
-stil als graven, voor onafzienbaren tijd daar moeten blijven staan
-in hun vreeselijke, nuttelooze en verwaarloosde leelijkheid? Welk
-een verschrikkelijke getuigenis legden zij onder dien stralenden
-hemel af! De nieuwe heeren van Rome hadden een slecht begin gemaakt,
-maar zouden zij, indien zij thans wisten wat zij hadden moeten doen,
-ooit wat zij gedaan hebben ongedaan durven maken? Daar het milliard,
-dat hier ingestoken was, voorgoed verslonden en verloren scheen te
-zijn, begon men te verlangen naar een Nero met een onbeperkte en
-matelooze energie, die fakkel en spade grijpen en in naam van rede
-en schoonheid alles verbranden en met den grond gelijk maken zou.
-
-"Ha!" riep Narcisse uit; "daar zijn de contessina en de prins!"
-
-Benedetta had het rijtuig bij een kruispunt van de eenzame straten
-laten ophouden; en nu liep zij aan den arm van Dario door die breede,
-stille, met onkruid begroeide wegen, die als voor verliefde paren
-aangelegd zijn. Beiden waren verrukt over de wandeling, dachten niet
-meer aan het treurige, waarvoor zij waren gekomen.
-
-"Wat een goddelijk weer!" zeide zij vroolijk, terwijl zij naar de
-twee vrienden toe ging. "Wat schijnt de zon heerlijk!... Het doet je
-goed een beetje te loopen net alsof je op het land bent!"
-
-Dario was de eerste, die ophield te lachen tegen den blauwen hemel,
-zich te vermeien in de vreugde met zijn nicht aan zijn arm te wandelen.
-
-"Omdat je bij je gril blijft, die zeker onzen geheelen mooien dag
-bederven zal, moeten we toch naar die menschen toe... Maar eerst moet
-ik me even oriënteeren. Ik weet nooit goed den weg op plaatsen waar ik
-niet gaarne kom... En bovendien is deze wijk met haar doode straten,
-haar doode huizen zoo moeilijk; je ziet niets dat je je herinnert,
-geen winkel, die je den weg aanwijst... Maar ik geloof, dat het hier
-is. Ga maar mee, we zullen wel zien."
-
-De vier wandelaars gingen naar het middelste gedeelte van de wijk,
-dat op den Tiber uitziet. Hier was zich een bevolking gaan vormen. De
-eigenaars van sommige afgebouwde huizen, hebben daar zoo goed als
-het kan voordeel van door ze tegen zeer lage prijzen te verhuren;
-ze werden zelfs niet boos, wanneer de huur eens wat lang op zich
-wachten liet. Ambtenaren met een klein inkomen en jonge huishoudens
-zonder geld hadden zich dus gevestigd en betaalden wel langzaam,
-maar toch altijd iets. Doch het ergste was, dat tengevolge van het
-sloopen van het vroegere Ghetto en van de doorbraken, waarmede men
-wat licht gebracht had in Trastevere, ware horden brood- en daklooze
-haveloozen, die zelfs bijna geen kleeren hadden, in de onafgemaakte
-huizen waren neergestreken en er met hun ellende en hun ongedierte
-bezit van genomen hadden. Men had de oogen wel moeten sluiten,
-deze brutale inbeslagneming moeten dulden, wanneer men niet wilde,
-dat deze verschrikkelijke ellende zich op de openbare straat ten
-toon spreidde. Aan deze vreeselijke gasten dus waren de groote
-gedroomde paleizen ten deel gevallen, de reuzengebouwen van vier
-of vijf verdiepingen, die men door monumentale deuren binnenging,
-en die versierd waren met groote standbeelden en langs welker gevels
-gebeeldhouwde, door cariatiden gesteunde balkons liepen.
-
-Het houtwerk van deuren en ramen ontbrak; iedere van deze ongelukkige
-families had haar keuze gedaan, bewoonde of een geheele vorstelijke
-verdieping of gaf de voorkeur aan kleinere vertrekken, waarin ze zich
-konden ophoopen. De ramen waren meestal met planken dichtgespijkerd; de
-deuren met behulp van lompen dichtgestopt. Armzalige stukken linnengoed
-hingen op de gebeeldhouwde balkons te drogen, pavoiseerden met hun
-vuile vlaggen deze doodgeboren, in hun trots verdeemoedigde gevels. Een
-snelle slijtage, allerlei vuiligheden zonder naam bezoedelden reeds de
-mooie witte gebouwen, bespatten en bestreepten ze met smerige vlekken;
-door de prachtige deuren, die gemaakt waren voor het koninklijk
-uitrijden van equipages, stroomde een vieze beek van afval en drek,
-waarvan de poelen dan op den trottoirloozen rijweg vervuilden.
-
-Tot tweemaal toe had Dario hen denzelfden weg al laten loopen. Hij
-verdwaalde steeds meer en meer en werd hoe langer hoe somberder.
-
-"Ik had links moeten afslaan. Maar hoe kan je dat ook weten in zoo'n
-omgeving?"
-
-Nu zagen zij heele troepen kinderen vol ongedierte in het stof
-kruipen. Zij waren buitengewoon vuil, bijna naakt; hun huid was
-heelemaal zwart, hun haren borstelig als bosjes paardenhaar. Vrouwen
-liepen rond in smerige rokken, haar openstaande jakken lieten borsten
-en heupen als van overwerkte lastdieren zien. Velen stonden krijschend
-met elkander te praten; anderen zaten, met haar handen op haar knieën,
-op oude stoelen en bleven, zonder iets te doen, urenlang in dezelfde
-houding zitten. Mannen zag men maar heel weinig. Slechts enkelen
-lagen op hun buik zwaar tusschen het rossige gras in de zon te slapen.
-
-Maar vooral de geur was vreeselijk, een geur van vuile ellende;
-het menschelijke vee leefde daar in zijn drek en die stank werd nog
-erger door de uitwasemingen van een klein marktje, dat zij moesten
-oversteken: bedorven vruchten, gekookte, zure groenten, reeds den
-vorigen dag in gestolten en ranzig vet gebraden spijzen, die arme
-koopvrouwen van den grond af verkochten, terwijl een troep hongerige
-kinderen gulzig toekeek.
-
-"Kort en goed, ik weet het niet meer," zeide de prins tot zijn
-nicht. "Wees verstandig, we hebben er nu genoeg van gezien; laten we
-naar het rijtuig teruggaan."
-
-Inderdaad leed hij, en zooals Benedetta zelf gezegd had, hij kon niet
-lijden. Het scheen hem een monsterachtige misdaad toe zijn leven door
-een dergelijke wandeling somber te maken. Het leven was gemaakt, om
-het licht en prettig in de volle zon te leven. Men moest het alleen
-door mooie schouwspelen, gezang en dans opvroolijken. En in zijn naïef
-egoïsme had hij een waren afschuw van het leelijke, van de armoede,
-van het lijden, zoodat het zien alleen ervan hem reeds een onbehagelijk
-gevoel, een soort lichamelijke en moreele uitputting gaf.
-
-Maar Benedetta, die evenals hij huiverde, wilde tegenover Pierre dapper
-zijn. Zij keek hem aan en daar zij zag hoe geïnteresseerd hij was,
-welk een hartstochtelijk medelijden zich van hem meester gemaakt had,
-wilde zij haar poging om deelneming met de armen en ongelukkigen te
-toonen, niet opgeven.
-
-"Neen, neen, we moeten blijven, beste Dario... De heeren willen alles
-zien, niet waar?"
-
-"Ja, het tegenwoordige Rome ligt hier," zeide Pierre. "Dit hier zegt
-meer dan alle klassieke wandelingen door ruïnes en monumenten."
-
-"Nu overdrijft ge, mijn waarde," zeide Narcisse op zijn beurt. "Maar
-ik stem toe, dat het interessant, zeer interessant is... Vooral de
-oude vrouwen zijn prachtig, vol uitdrukking..."
-
-Op dat oogenblik kon Benedetta, die een buitengewoon mooi jong meisje
-voor zich zag, een kreet van gelukkige bewondering niet onderdrukken.
-
-"O che bellezza!" [17]
-
-Dario, die haar herkend had, riep met dezelfde verrukte uitdrukking
-uit:
-
-"O, dat is Pierina... Zij zal ons den weg wijzen."
-
-Het kind liep de groep reeds een oogenblik na, zonder echter
-dichterbij te durven komen. Haar blikken, die straalden van de
-vreugde van een verliefde slavin, hadden zich vurig op den prins
-gericht; dan nam zij de contessina op, doch zonder eenigen haat,
-met een soort teedere onderworpenheid, een soort berustend geluk,
-dat ook zij heel mooi was. En zij was in waarheid zooals de prins
-haar afgeschilderd had: groot, sterk, met een godinnenhals, een echte
-antieke, een twintigjarige Juno met een ietwat te krachtige kin, een
-zeldzaam regelmatigen mond en neus, groote koeoogen en een stralend,
-als door de zon verguld gelaat onder een kroon van zware, zwarte haren.
-
-"Wil jij ons den weg wijzen?" vroeg Benedetta vertrouwlijk glimlachend,
-reeds getroost over het vele leelijke bij het denkbeeld, dat er
-dergelijke wezens konden bestaan.
-
-"Ja zeker, mevrouw, ja zeker, dadelijk!"
-
-Zij liep voor hen uit met haar groote schoenen zonder gaten en in een
-oude bruinwollen japon, die zij blijkbaar kort geleden had gewasschen
-en gestopt. Men merkte aan alles, dat zij eenigszins coquet, dat zij
-op reinheid gesteld was, wat van de anderen niet gezegd kon worden,
-indien tenminste niet alleen haar groote schoonheid uit haar armzalige
-kleederen straalde en een godin van haar maakte.
-
-"Che bellezza! che bellezza!" werd de contessina niet moede uit te
-roepen. "Het is werkelijk een genot, dat meisje aan te kijken."
-
-"Ik wist wel, dat zij in je smaak vallen zou," antwoordde hij
-eenvoudig, gevleid over zijn vondst; hij sprak niet meer over heengaan,
-nu hij eindelijk zijn oogen kon laten rusten op iets, dat mooi was
-om te zien.
-
-Achter hen kwam Pierre, eveneens verrukt, wien Narcisse, in wiens smaak
-het zeldzame en gekunstelde slechts viel, zijn bezwaren mededeelde.
-
-"Zeker, zeker, zij is mooi... Maar in den grond der zaak is er niets
-plompers en zielloozers dan dit Romeinsche type... Achter haar huid
-is niets dan bloed, niets bovenaardsch."
-
-Maar Pierina was blijven staan en wees met een handbeweging op haar
-moeder, die voor de hooge deur van een onafgebouwd paleis op een half
-kapotte kist zat. Ook zij moest heel mooi geweest zijn, doch nu op haar
-veertigste jaar reeds was zij vervallen; haar oogen waren uitgedoofd
-door de ellende, haar mond met de zwarte tanden misvormd, haar gezicht
-doorploegd met diepe, slappe rimpels, haar boezem buitengewoon groot en
-afhangend. Bovendien was zij akelig-smerig; haar grijzende, ongekamde
-haren fladderden in verwarde lokken, haar rok en jak zaten vol vlekken
-en lieten het vuil op haar ledematen zien. Met haar beide handen hield
-zij een slapenden zuigeling, haar jongste kind, op haar knieën. Zij
-keek het wicht als terneergeslagen en moedeloos aan met de uitdrukking
-van een in zijn lot berustend lastdier, als een moeder, die kinderen
-op de wereld gebracht en gevoed heeft, zonder te weten waarom.
-
-"Ja, ja!" zeide zij opkijkend; "dat is de mijnheer, die me een daalder
-is komen brengen, omdat hij je huilend aangetroffen had. En nu komt
-hij met zijn vrienden nog eens naar ons kijken. Ja, ja, er zijn toch
-nog goede zielen."
-
-Toen vertelde zij haar geschiedenis; maar onverschillig, zonder zelfs
-te trachten hun medelijden op te wekken. Zij heette Giacinta en was
-getrouwd met een metselaar, Tommaso Gozzo, bij wien zij zeven kinderen
-gehad had, Pierina, dan Tito, een grooten jongen van achttien jaar,
-en nog vier meisjes telkens na twee jaar, en nu eindelijk dit kind,
-een jongen. Heel lang hadden zij in dezelfde woning in Trastevere
-gewoond, een oud huis, dat echter gesloopt was. En het scheen, dat men
-tezelfdertijd hun bestaan gesloopt had, want sedert zij hun toevlucht
-gezocht hadden in de Prati del Castello, trof hen de eene ramp na de
-andere, de vreeselijke crisis in de bouwvakken, die Tommaso en haar
-zoon Tito werkeloos gemaakt had, de sluiting van de wasparelenfabriek,
-waar Pierina tenminste nog twintig centesimi verdiende, zoodat zij
-niet van honger behoefden om te komen. Maar nu werkte niemand, leefde
-de heele familie van het toeval.
-
-"Als u soms liever naar boven wilt? Daar zult u Tommaso vinden met
-zijn broer Ambrogio, dien we bij ons genomen hebben; zij zullen beter
-met u kunnen praten en alles vertellen, wat gezegd moet worden... Wat
-zal ik u zeggen? Tommaso rust uit net als Tito, hij slaapt, omdat
-hij toch niets beters te doen heeft."
-
-Met haar hand wees zij naar een jongen, flinken kerel met een
-grooten neus, een harden mond en dezelfde mooie oogen als Pierina,
-die languit in het dorre gras lag. Al die menschen niet vertrouwend,
-had hij even opgekeken. Een toornige plooi kwam op zijn voorhoofd,
-toen hij merkte met welk een verrukten blik zijn zuster naar den
-prins keek. Hij liet zijn hoofd weer achterover vallen, doch sloot
-zijn oogleden niet, maar loerde eronder door naar hen.
-
-"Pierina, wijs jij mevrouw en den heeren den weg eens."
-
-Enkele andere vrouwen, wier naakte voeten in afgeloopen pantoffels
-staken, waren dichterbij gekomen; troepen kinderen, halfgekleede
-meisjes, waarbij ongetwijfeld de vier van Giacinta waren, wriemelden
-om haar heen. Allen geleken met haar zwarte oogen onder de verwarde
-kroesharen zoo op elkaar, dat alleen de moeders ze onderscheiden
-konden; het was als een opschieten, als een kampeeren der ellende
-in de volle zon midden in deze majestueuse ongeluksstraat, die door
-onvoltooide en reeds in puin vallende paleizen omzoomd werd.
-
-"Neen, ga niet mee naar boven," zeide Benedetta zacht en met een
-glimlachende teederheid tegen haar neef; "ik wil je dood niet, beste
-Dario. Het is al heel lief van je, dat je tot hier meegegaan bent. Nu
-mijnheer de abbé en mijnheer Habert met me medegaan, kan je best hier
-buiten in de heerlijke zon wachten."
-
-Ook hij begon te lachen en gaf gaarne gevolg aan haar wensch; hij
-stak een sigaret aan en ging met kleine pasjes op en neer loopen.
-
-Pierina was vlak onder de groote portiek doorgegaan. Deze had een hoog,
-met rosetvormige vakken versierd gewelf; maar in de vestibule bedekte
-een echte mestvaalt de marmeren tegels, die men reeds was begonnen
-te leggen. Dan kwam de monumenteele steenen trap met de gescheurde
-en gebeeldhouwde leuning; de treden waren reeds gebroken en met zulk
-een dikke laag vuil bedekt, dat zij wel zwart geleken. Overal hadden
-handen vettige sporen achtergelaten.
-
-Op het groote portaal van de tweede verdieping bleef Pierina staan
-en riep door de opening van een groote, openstaande deur zonder lijst
-of vleugels:
-
-"Vader, een dame en twee heeren willen u spreken."
-
-En zich dan tot de contessina wendend:
-
-"Heelemaal achteraan, in de derde kamer!"
-
-En zij maakte zich uit de voeten, liep veel vlugger de trap af dan
-zij hem opgegaan was; zij wilde Dario weer zien.
-
-Benedetta en de twee heeren liepen twee zeer groote kamers door; de
-grond vertoonde heuveltjes van afgevallen kalk, de ramen stonden wijd
-open. Eindelijk kwamen zij in een kleineren salon, waar de geheele
-familie Gozzo, met wat zij nog aan meubelen over had, huisde. Op den
-grond lagen op de onbedekt gebleven ijzeren dwarsbalken vijf of zes
-vuile, door zweet verteerde stroozakken. Een lange, nog goede tafel
-stond in het midden, evenals een paar oude, met touwen vastgebonden
-stoelen, waaruit echter de stroozittingen verdwenen waren. Maar het
-zwaarste werk was toch geweest twee van de drie ramen met planken
-dicht te spijkeren, terwijl het derde en de deur gesloten waren met
-oud, vuil linnen vol gaten.
-
-Tommaso, de metselaar, scheen verbaasd, blijkbaar was hij dergelijke
-liefdadigheidsbezoeken niet gewend. Hij zat met zijn beide ellebogen
-en zijn kin tusschen zijn handen aan de tafel uit te rusten,
-zooals zijn vrouw Giacinta gezegd had. Het was een flinke kerel
-van een vijf-en-veertig jaar met een zwaren haar- en baardgroei,
-een groot, lang gezicht en, ondanks zijn niets doen, de waardigheid
-van een Romeinsch edelman. Bij het zien van de twee heeren, in wie
-hij onmiddellijk vreemdelingen rook, stond hij met een plotselingen
-aanval van wantrouwen op. Maar zoodra hij Benedetta herkende, begon
-hij te glimlachen; en toen zij hem het doel van haar komst vertelde
-en zeide, dat Dario beneden gebleven was, viel hij haar in de rede:
-
-"Ik weet het, ik weet het, contessina... Ik weet heel goed, wie u bent,
-want ik heb, toen mijn vader nog leefde, in den palazzo Boccanera
-eens een raam dichtgespijkerd."
-
-Dan liet hij zich gewillig uitvragen. Aan Pierre, die verbaasd
-luisterde, antwoordde hij, dat er wel geen geluk heerschte, maar
-dat zij toch zouden hebben kunnen leven, wanneer ze maar twee dagen
-per week konden werken. Het was heel goed aan hem te merken, dat
-hij heel graag de buikriem toehaalde, als hij maar op zijn gemak
-leven kon. Het was weer precies de geschiedenis van den slotenmaker,
-die, toen een reiziger hem liet roepen om het slot van een koffer te
-openen, waarvan de sleutel was weggeraakt, absoluut weigerde in zijn
-siësta-uurtje te komen. Daar er zooveel ledige paleizen voor de armen
-openstonden, behoefde men geen huur meer te betalen, en ze waren zoo
-gauw tevreden en stelden zulke lage eischen, dat enkele centisimi
-voor voedsel voldoende geweest zouden zijn.
-
-"Ja, mijnheer, onder den paus ging alles beter... Mijn vader, die
-evenals ik, metselaar was, heeft zijn geheele leven in het Vaticaan
-gewerkt: trouwens, wanneer ik tegenwoordig nog werk heb, is het altijd
-daar... Ziet u eens, wij zijn allemaal verwend door die tien jaar, dat
-er zooveel werk was, dat je niet van den ladder kwam en verdiende wat
-je wilde. Natuurlijk kon je beter eten, je beter kleeden en behoefde
-je je geen pleiziertje te ontzeggen, en daarom is het des te harder
-dat nu wel te moeten doen... Maar als u ons onder den paus eens hadt
-kunnen zien! Geen belastingen, alles voor niets, je behoefde alleen
-maar te leven!"
-
-Op dat oogenblik klonk van een der stroozakken in de schaduw der
-dichtgespijkerde ramen, een gebrom.
-
-"Dat is mijn broer Ambrogio," ging de metselaar op zijn gelaten,
-kalmen toon voort, "hij is het niet met me eens... In '49, toen hij
-veertien was, heeft hij met de republikeinen medegedaan... Maar dat
-hindert niets, we hebben hem toch bij ons genomen, toen we hoorden,
-dat hij van honger en ellende in een kelder omkwam."
-
-De bezoekers doorhuiverde een rilling van medelijden. Ambrogio
-was vijftien jaar ouder dan zijn broeder en, hoewel hij nauwlijks
-zestig was, nog slechts een ruïne: hij werd door koorts verteerd en
-zijn beenen waren zóó mager, dat hij zijn dagen op zijn stroomatras
-doorbracht, zonder ooit uit te gaan. Hij was kleiner, magerder en
-drukker dan zijn broeder en vroeger schrijnwerker geweest. Maar
-ondanks zijn lichamelijk verval had hij nog een zeer helder hoofd,
-het edele en tragische gelaat van een apostel en een martelaar.
-
-"De paus, de paus," bromde hij, "ik heb nooit iets kwaads gezegd
-van den paus, maar het is toch zijn schuld, dat de tyrannie blijft
-voortduren. Hij alleen had ons in '49 de republiek kunnen geven, en
-dan zou het met ons niet zoo gesteld zijn, zooals het nu het geval is."
-
-Hij had Mazzini gekend en koesterde nog steeds diens onbestemd
-ideaal van een republikeinschen paus, die vrijheid en broederschap op
-aarde zou doen heerschen. Maar later verwarde zijn hartstocht voor
-Garibaldi dit begrip; van af dat oogenblik hield hij het pausdom
-voor onwaardig en niet in staat om te werken aan de bevrijding der
-menschheid, zoodat hij zweefde tusschen het droombeeld van zijn jeugd
-en zijn harde levenservaring. Verder had hij altijd gehandeld onder
-den invloed van een heftige emotie en bleef het bij mooie woorden,
-bij vage, onbestemde verlangens.
-
-"Ambrogio," begon Tommaso, nog altijd even kalm, weer; "de paus is
-de paus, en wie verstandig is, kiest zijn partij, omdat hij altijd
-de paus zijn zal, dat wil zeggen de sterkste. Als we morgen stemmen
-moesten, zou ik voor hem stemmen."
-
-De oude werkman haastte zich niet met een antwoord. De bedachtzame
-voorzichtigheid van zijn ras had hem kalm gemaakt.
-
-"Ik zou tegen hem stemmen, Tommaso, altijd tegen hem... En je weet heel
-goed, dat wij altijd de meerderheid zouden hebben. Met den paus-koning
-is het uit. De Borgo zelf zou daartegen in opstand komen... Maar dat
-wil niet zeggen, dat we ons niet met hem verstaan moeten, opdat de
-godsdienst van iedereen gerespecteerd wordt."
-
-Vol belangstelling luisterde Pierre. Hij waagde het een vraag te
-stellen.
-
-"En zijn er in Rome veel socialisten onder het volk?"
-
-Ditmaal liet het antwoord zich nog langer wachten.
-
-"Socialisten, mijnheer de abbé, ja zeker, enkelen, maar lang
-zooveel niet als in andere steden... Dat zijn nieuwigheden,
-waarbij de ongeduldigen zich aansluiten zonder er heel veel van te
-begrijpen... Wij, ouderen, waren voor de vrijheid, wij zijn niet voor
-brandstichten en moorden."
-
-Waarschijnlijk was hij bang in tegenwoordigheid van die dame en die
-heeren te veel te zeggen, want hij begon te steunen, terwijl hij
-zich op zijn matras uitstrekte. Intusschen maakte de contessina,
-die last begon te krijgen van den stank, aanstalten om weg te gaan,
-na den priester gewaarschuwd te hebben, dat het beter zou zijn hun
-aalmoes beneden aan de vrouw te geven.
-
-Reeds was Tommaso weer met zijn kin tusschen zijn handen aan de tafel
-gaan zitten en groette zijn gasten zonder zich om hun weggaan meer
-te bekommeren dan om hun komen.
-
-"Tot ziens! Het was mij een groot genoegen u van dienst te kunnen
-zijn!"
-
-Maar op den drempel kon Narcisse zijn geestdrift niet meer
-bedwingen. Hij keerde zich om, om nog eens den kop van den ouden
-Ambrogio te bewonderen.
-
-"Mijn waarde abbé, wat een meesterwerk! Dat is heerlijk, dat
-is schoon! Hoeveel minder banaal is dat dan het gezicht van dat
-meisje... Hier ben ik er zeker van, dat een geslachtelijke valstrik
-mij niet in een onreine verleiding brengt. Ik geraak om lage redenen
-niet in verrukking... En bovendien, welk een oneindigheid is er
-in die rimpels, welk een mysterie in die diepe oogen, welk een
-geheimzinnigheid in die stoppelige haren en baard! Zoo stel je je
-een profeet, God den Vader voor!"
-
-Beneden zat Giacinta nog met haar zuigeling op de half kapotte kist;
-eenige passen verder stond Pierina voor Dario en keek met een verrukt
-gezicht, hoe hij zijn sigaret oprookte, terwijl Tito nog als een dier
-in het gras op den loer lag en hen geen oogenblik uit het oog verloor.
-
-"O, mevrouw," begon Giacinta met haar berustende en temende stem;
-"nu hebt u het zelf gezien, het is bijna niet bewoonbaar! Het eenige
-goede ervan is, dat je er werkelijk wat ruimte hebt. Maar aan den
-anderen kant tocht het er altijd zóó, dat je er ieder oogenblik van
-den dag een doodelijke kou kan vatten. En dan ben ik altijd bang voor
-de kinderen met het oog op de gaten."
-
-Zij deed het verhaal van een vrouw, die, toen zij op het portaal
-wilde gaan, een raam voor een deur aangezien had, op straat gevallen
-en onmiddellijk dood was. Een meisje had haar armen gebroken door van
-een trap te vallen, die geen leuning had. Bovendien zou je er kunnen
-sterven, zonder dat iemand het wist of op het denkbeeld komen zou je
-op te rapen. Den vorigen dag nog had men achter in een afgelegen kamer
-het lijk van een ouden man gevonden, die minstens een week geleden
-van honger gestorven moest zijn; hij zou er zeker nog langer blijven
-zijn liggen, als de vreeselijke stank den buren zijn aanwezigheid
-niet verraden had.
-
-"En als je nu nog maar te eten hadt!" ging Giacinta voort. "Maar
-wanneer je niet eet en je een kind voeden moet, dan heb je geen
-melk. De kleine zuigt je gewoon je bloed uit je lichaam! Hij wordt
-boos, wil wat hebben--och, en dan begin ik te huilen, want het is
-mijn schuld niet, dat er niets is."
-
-Inderdaad waren er tranen in haar oogen gekomen. Maar een plotselinge
-woede maakte zich van haar meester, toen zij merkte, dat Tito nog
-steeds als een beest in het zonnetje lag, wat zij al heel onbeleefd
-vond voor die hooge dame en heeren, die haar zeker een aalmoes
-zouden geven.
-
-"Hei, Tito, luilak, kan je niet opstaan, wanneer er menschen zijn?"
-
-Hij hield zich eerst doof, maar stond toch eindelijk kwaadgehumeurd
-op. Pierre, die belang stelde in den jongen, trachtte hem aan het
-praten te krijgen, zooals hem dat boven met den vader en den oom
-gelukt was. Doch hij kreeg slechts korte, wantrouwende, gemelijke
-antwoorden uit hem. Als je geen werk hadt, was slapen het eenige, dat
-er overbleef. Met kwaad worden veranderde je de dingen toch niet. Het
-beste was te leven zoo goed en zoo kwaad als het ging, zonder het
-je moeilijk te maken. Wat de socialisten betreft, ja misschien
-waren er enkelen, maar hij kende ze niet. En uit zijn indolente,
-onverschillige houding bleek heel duidelijk, dat, ook al mocht de
-vader voor den paus en de oom voor de republiek zijn, hij, de zoon,
-voor niets was. Pierre voelde daarin het einde van een volk of liever
-gezegd den slaap van een volk, waarin nog geen democratie ontwaakt was.
-
-Maar toen de priester door bleef vragen, hoe oud hij was, op welke
-school hij geweest was, in welke wijk hij geboren was, viel Tito,
-terwijl hij met zijn vinger op zijn borst wees, hem met een ernstige
-stem in de rede:
-
-"Io son Romano di Roma!"
-
-Inderdaad, was dat niet het antwoord op alles? "Ik ben een Romein uit
-Rome!" Pierre glimlachte droevig en zweeg. Nooit had hij beter den
-hoogmoed van het ras, het oeroude, zoo zwaar op de schouders drukkende
-erfdeel van den roem gevoeld. In dezen gedegenereerden jongen, die
-nauwlijks lezen of schrijven kon, herleefde de onbeperkte ijdelheid
-der Caesars. Deze hongerlijder kende de stad, zou instinctmatig de
-mooiste bladzijden uit haar geschiedenis kunnen vertellen. Hij was
-vertrouwd met de namen der groote keizers en groote pausen. Waarom
-te werken, nadat men de meester der wereld geweest was? Waarom zou
-men in de mooiste stad, onder den mooisten hemel, niet in voornaam
-nietsdoen leven?
-
-"Io son Romano di Roma!"
-
-Benedetta had haar aalmoes in de hand der moeder laten glijden en
-Pierre en Narcisse, die haar voorbeeld volgden, deden hetzelfde,
-toen Dario, die Pierina niet wilde vergeten, maar haar toch geen
-geld durfde geven, op een aardig denkbeeld kwam. Hij bracht zacht
-zijn vingers aan zijn lippen en zeide met een vriendelijk lachje:
-
-"Voor de schoonheid!"
-
-Dit kushandje, dat eenigszins ermede spottende lachje, deze zoo
-vertrouwlijke prins, dien de zwijgende vereering van de mooie
-parelwerkster als in een liefdesgeschiedenis uit vroeger tijden trof,
-dat alles had werkelijk iets bekorends en liefs.
-
-Pierina kreeg een kleur van blijdschap; zij raakte heelemaal haar hoofd
-kwijt, nam plotseling de hand van Dario, drukte er haar warme lippen
-op in een onberedeneerde opwelling, waarin zoowel groote dankbaarheid
-als verliefde teederheid lag. Maar de oogen van Tito fonkelden van
-woede; hij greep zijn zuster ruw bij haar rok en stiet haar met zijn
-vuist op zijde, terwijl hij dreigend bromde:
-
-"Pas op hoor, ik vermoord jou en hem ook!"
-
-Het werd hoog tijd, om weg te gaan, want ook andere vrouwen, die het
-geld blijkbaar geroken hadden, kwamen naderbij, staken haar hand uit
-en lieten haar huilende kinderen zien. Een groote opwinding had zich
-van de ellendige wijk met haar groote verwaarloosde gebouwen meester
-gemaakt, een noodkreet rees op uit de doode straten met de op marmeren
-bordjes prijkende namen. Wat te doen? Ze konden toch niet aan allen
-geven. Er bleef niet anders over dan weg te vluchten.
-
-Toen Benedetta en Dario weer bij haar rijtuig waren, stapten zij
-vlug in en drukten zich, blij aan deze nachtmerrie ontsnapt te zijn,
-dicht tegen elkaar. Toch streelde het haar eigenliefde, dat zij zich in
-tegenwoordigheid van Pierre dapper gehouden had, en drukte hem de hand
-als een dappere leerling, toen Narcisse gezegd had, dat hij met den
-priester wilde gaan dejeuneeren in het kleine restaurant op de piazza
-S. Pietro, vanwaar men zoo'n interessant gezicht op het Vaticaan had.
-
-"Drinkt een glas witten Genzano," riep Dario, die zijn oude
-vroolijkheid weer teruggekregen had, hun na. "Er bestaat niets beters
-om zwartgallige ideeën te verjagen."
-
-Maar Pierre was onverzadigbaar, wilde meer bijzonderheden
-weten. Onderweg vroeg hij Narcisse naar het volk van Rome, naar
-zijn leven, zijn zeden en gewoonten. Het onderwijs beteekende zoo
-goed als niets. Industrie en handel was er bijna niet te vinden. De
-mannen oefenden de enkele nog bestaande handwerken uit, terwijl
-het voortgebrachte alleen maar in Rome zelf verkocht werd. Onder
-de vrouwen waren enkele parelwerksters en borduursters, terwijl
-religieuze artikelen, medailles en rozenkransen, en het vervaardigen
-van lokale snuisterijen altijd een zeker aantal menschen van werk
-voorzagen. Maar zoodra de vrouw trouwde en moeder werd van een als
-door een wonder opschietende kinderzwerm werkte zij niet meer. In het
-kort gezegd, de bevolking leefde, zoo goed en zoo kwaad als het ging,
-werkte juist genoeg om te eten, was tevreden met groenten, pap en
-een beetje schapenvleesch, kwam niet in opstand, was zonder eenige
-eerzucht voor de toekomst, zorgde slechts voor den dag van heden. De
-twee eenige ondeugden waren het spel en de roode en witte wijn van
-de Romeinsche Castelli, wijnen, die tot moord en doodslag aanzetten,
-wijnen, die op avonden van feestdagen na het sluitingsuur der kroegen
-de straten vulden met reutelende, met messteken doorboorde mannen. De
-meisjes waren over het algemeen zeer fatsoenlijk; zij, die zich voor
-het huwelijk aan een man overgaven, waren te tellen. Dat vond vooral
-zijn oorzaak in het feit, dat de familieband zeer sterk was en het
-vaderlijk gezag nog onbeperkt heerschte.
-
-De broers waakten over de eer van haar zusters, zooals Tito,
-hoewel hij zoo ruw tegenover Pierina was, over haar waakte met een
-woeste zorg, en dat niet om de een of andere geheime ijverzucht,
-maar voor den goeden naam en de eer der familie. En toch heerschte
-er geen werkelijke godsdienstigheid, maar wel een zeer kinderlijke
-afgoderij: aller harten gingen uit tot Maria en de heiligen; dezen
-alleen bestonden, tot hen alleen werd gebeden met achterstelling van
-God, aan wien het niemand inviel te denken.
-
-Uit dit alles was het stilstaan van het lagere Romeinsche volk zeer
-goed te verklaren. Eeuwen van aangemoedigd niets doen, gestreelde
-ijdelheid en verweekelijkt leven lagen achter hen. Wanneer zij geen
-metselaars, schrijnwerkers of bakkers waren, dan waren zij bedienden;
-zij dienden bij priesters en waren daardoor min of meer aan den invloed
-van het Vaticaan onderworpen. Vandaar twee streng gescheiden partijen:
-de vroegere carbonari, de latere Mazzinianen en Garibaldianen, die
-ongetwijfeld de meerderheid en de elite van Trastevere vormden; en de
-aanhangers van het Vaticaan, al degenen, die van de Kerk leefden en
-naar den paus-koning terug verlangden. Maar aan beide kanten bleef het
-altijd bij denkbeelden, waarover men sprak, zonder dat ooit de gedachte
-opkwam, zich eens voor het een of ander in te spannen, zich bloot te
-stellen aan een gevaar. Er zou een zeer sterke hartstocht voor noodig
-geweest zijn, om het koele verstand van het ras weg te vagen en hen
-tot den een of anderen waanzin te brengen. Waartoe ook? De ellende
-duurde al zooveel eeuwen, de hemel was zoo blauw, de siësta tijdens
-de warmste uren was meer waard dan al het overige. Slechts een ding
-scheen erbij gekomen te zijn, een fond van vaderlandsliefde.
-
-De meerderheid was beslist voor Rome als hoofdstad, voor dezen
-heroverden roem, zelfs in dien mate, dat er in de Leostad bijna
-een oproer uitgebroken was, toen er sprake was van een accoord
-tusschen Italië en den paus, dat als grondslag het herstel van de
-wereldlijke macht over die stad had. Dat de ellende toch grooter
-scheen geworden te zijn en de Romeinsche werkman meer klaagde, vond
-zijn oorzaak hierin, dat hij in werkelijkheid niets gewonnen had
-bij de reusachtige werken, die de laatste vijftien jaar in zijn stad
-waren uitgevoerd. In de eerste plaats hadden veertig duizend arbeiders
-Rome overstroomd, arbeiders, die voor het grootste gedeelte uit het
-Noorden gekomen waren, voor minder loon werkten, moediger waren en
-meer weerstandsvermogen bezaten. In de tweede plaats had hij, toen
-hij zelf zijn deel in het werk kreeg, beter geleefd, zonder echter
-iets op zijde te leggen, zoodat, toen de crisis uitgebroken was en
-men de veertig duizend arbeiders weer naar hun provincies had moeten
-terugzenden, hij weer in dezelfde positie verkeerde als vroeger: in een
-doode stad, waarin alle werkplaatsen ledig stonden en voorloopig geen
-kans op werk was. Aldus viel hij weer terug tot zijn oude indolentie,
-in den grond der zaak blij, dat hij niet door al te veel werk geplaagd
-werd, en ging weer zoo goed mogelijk samenwonen met zijn oude liefde,
-de ellende--zonder een cent, maar als een groote mijnheer.
-
-Vooral werd Pierre getroffen door het groote verschil in karakter
-tusschen de ellende te Parijs en die te Rome. Ongetwijfeld was hier
-de ontbering nog grooter, het voedsel nog vuiler, de smerigheid nog
-afstootender. Maar hoe kwam het dan, dat deze verschrikkelijk-arme
-menschen meer echte vroolijkheid bezaten, hun leed opgewekter
-droegen? Wanneer hij zich een winter te Parijs, de krotten, die hij
-zoo dikwijls bezocht had, waarin de sneeuw binnendwarrelde en heele
-families zonder vuur of brood zaten te rillen, voor den geest riep,
-dan werd zijn hart aangegrepen door een medelijden, dat hij in de
-Prati del Castello lang niet zoo levendig gevoeld had. Nu eindelijk
-begreep hij het: de ellende te Rome was een ellende, die geen koude
-leed. Welk een heerlijke en eeuwige troost was die altijd warme zon,
-die weldoende hemel, die uit medelijden met die ongelukkigen, steeds
-blauw bleef. Wat beteekende een krot van een verblijf, wanneer men
-buiten kon slapen en zich laten liefkoozen door de zoele winden? Wat
-beteekende zelfs honger, wanneer het huishouden in zonnige straten,
-in het droge gras op het geluk van het toeval wachten kon? Het klimaat
-maakte de menschen sober: er waren geen nevels, die men met alcohol
-trachtte te overwinnen. Het goddelijke nietsdoen vermeide zich in
-de gulden avonden, de armoede werd in deze heerlijke lucht, waarin
-het enkele levensgeluk voor het schepsel voldoende scheen te zijn,
-een vrij genot.
-
-Te Napels, vertelde Narcisse, leefde in de nauwe, stinkende, met te
-drogen hangend waschgoed gepavoiseerde straten aan de haven en in
-Santa Lucia de bevolking heelemaal buiten. De vrouwen en de kinderen,
-die niet beneden op straat waren, leefden op lichte houten balcons,
-die voor alle ramen aangebracht waren. Hier werd genaaid, gezongen,
-gewasschen. Maar de straat was eigenlijk de gemeenschappelijke
-woonkamer; hier trokken de mannen hun broeken aan, reinigden
-halfnaakte vrouwen haar kinderen van ongedierte en kamden zichzelf;
-hier was voor het hongerige volk de tafel altijd gedekt. Op kleine
-tafeltjes, op wagens werd een doorloopende markt gehouden van goedkoope
-eetwaren, te rijpe granaatappels en watermeloenen, gekookte knoedels,
-afgekookte groenten, gebakken visch, mosselen, alle heelemaal klaar
-en gereed, zoodat men altijd in de open lucht kon eten, zonder ooit
-vuur behoeven aan te maken. En wat voor een wriemelende menigte! De
-vrouwen gesticuleerden aan één stuk door, de vaders zaten in een
-lange rij langs de trottoirs, kinderen renden heen en weer te midden
-van een oorverdoovend lawaai, geschreeuw, gezang, muziek. Ruwe
-stemmen barstten in luid gelach uit, bruine, niet mooie gezichten
-hadden prachtige oogen, die onder het inktzwarte, verwarde haar van
-levensvreugde schitterden. O, arm, vroolijk, kinderlijk, onwetend volk,
-welks eenige wensch zich tot de enkele centesimi bepaalde, die noodig
-waren, om op deze eeuwigdurende markt zijn honger te stillen!
-
-Zeker, nog nooit was een democratie zich minder zichzelf bewust
-geweest. Waar zij, zooals men zeide, terugverlangden naar de oude
-monarchie, onder welke hun rechten op dit leven van zorgelooze armoede
-beter verzekerd schenen te zijn, moest men zich wel afvragen, of het
-noodzakelijk was zich om hunnentwil zooveel moeite te geven, voor hen,
-tegen hun zin, meer kennis en bewustzijn, meer welvaart en waardigheid
-te veroveren. Toch steeg in Pierre's hart bij deze vroolijkheid van
-hongerlijders, die door de bedwelming van de zon in het leven geroepen
-werd, een eindelooze droefheid op. Ja de mooie hemel, niets dan de
-mooie hemel bewerkte deze langdurige jeugd van dat volk, verklaarde,
-waarom de democratie niet vlugger ontwaakte. O, zeker, de armen van
-Rome en Napels leden gebrek aan alles; maar in hun hart bleef niet
-de wrok, dat zij van koude gerild hadden, terwijl de rijken zich
-warmden voor groote vuren; zij kenden niet de woeste droomen in de
-door sneeuw koude krotten voor een dun stukje kaars, dat dadelijk
-uitgebrand zou zijn; zij kenden niet den dan opvlammenden drang,
-om zichzelf gerechtigheid te verschaffen, kenden niet den plicht
-van opstand, om vrouw en kinderen van de tering te redden, om zelf
-ook een warm nestje te hebben, waarin leven mogelijk was. Ja, de
-ellende, die koude lijdt, is het toppunt, neen het exces van sociale
-onrechtvaardigheid, de vreeselijke school, waarin de arme zijn lijden
-leert kennen, ertegen in opstand komt en zweert er een einde aan te
-zullen maken, ook al moet de oude wereld daardoor ten gronde gaan!
-
-En in dezen milden hemel vond Pierre ook een verklaring voor
-den Heiligen Franciscus van Assisi, dien goddelijken bedelaar
-uit liefde, die langs de wegen trok en de heerlijke bekoring der
-armoede bezong. Hij was ongetwijfeld een onbewust revolutionnair
-en protesteerde, door dezen terugkeer tot de liefde voor de armen,
-tot den eenvoud van de oorspronkelijke Kerk, op zijn wijze tegen
-de overmatige weelde van het Romeinsche Hof. Maar nooit zou zulk
-een ontwaken van onschuld en matigheid kunnen plaats hebben in een
-Noordelijk land, dat verstart onder de December-vorsten. Daarvoor is de
-betoovering der natuur, de matigheid van een door de zon gevoed volk,
-de door de lauwe wegen steeds gezegende bedelarij noodig. Slechts op
-die wijze had hij tot volkomen zelfvergetelheid en zelfverloochening
-kunnen komen. En toen drong zich een eerst onoplosbaar schijnende
-vraag aan hem op: hoe had een Heilige Franciscus, een ziel, die alle
-schepselen, de dieren en de dingen, met een zoo vurige broederliefde
-liefhad, eens kunnen ontstaan op deze aarde, die tegenwoordig zoo
-liefdeloos, zoo hard voor de armen is, haar mindere volk veracht en
-niet eens haar paus haar aalmoes geeft? Had de oude hoogmoed de harten
-uitgedroogd of leidde de ervaring van zeer oude volkeren ten slotte
-tot egoïsme, dat de ziel van Italië ingesluimerd scheen te zijn in
-haar dogmatisch en pronkzuchtig Katholicisme, terwijl de terugkeer
-tot het Evangelische ideaal, de liefde tot de armen en ongelukkigen,
-in onze dagen ontwaakte in de sombere vlakten van het Noorden, onder
-de van zon beroofde volkeren? Dat alles werkte samen, maar vooral
-was het de reden, waarom de Heilige Franciscus, nadat hij zijn dame,
-de Armoede, zoo vroolijk getrouwd had, haar blootsvoets en nauwlijks
-gekleed in de heerlijke lente kon leiden te midden van bevolkingen,
-waarin toen een vurige behoefte aan medelijden en liefde brandde.
-
-Al pratende waren Pierre en Narcisse op het plein voor de St. Pieter
-gekomen. Zij gingen zitten voor de deur van het restaurant, waarin
-zij reeds eenmaal gedejeuneerd hadden, aan een der kleine tafeltjes,
-die met haar smoezelig linnengoed langs het trottoir stonden. Maar
-het uitzicht was prachtig: tegenover hen de basilica, rechts boven de
-majestueuze zuilengaanderij het Vaticaan. Dadelijk had Pierre opgekeken
-naar het Vaticaan, dat hem als het ware niet losliet, vooral naar die
-tweede verdieping met de altijd gesloten ramen, waar de paus woonde,
-waar nooit iets levends te zien was. Toen de kellner de hors-d'oeuvre,
-finocchi en ansjovis bracht, gaf de priester een klein gilletje,
-om de aandacht van Narcisse te trekken.
-
-"Kijk toch eens, waarde vriend... Daar aan het raam, dat, naar men
-zegt, dat van den Heiligen Vader is... Ziet u daar niet een witte,
-onbeweeglijke gestalte staan?"
-
-De jonge man begon te lachen.
-
-"Dat moet de Heilige Vader in eigen persoon zijn, u verlangt zoo zeer
-hem te zien, dat uw wensch hem als het ware bezweert."
-
-"Maar ik verzeker u," zei de Pierre nogmaals, "dat erachter de ramen
-een witte gestalte staat, die naar ons kijkt."
-
-Narcisse, die trek had, at, maar bleef onder het eten door
-schertsen. Dan plotseling ernstig:
-
-"Daar de paus naar ons kijkt, is het het geschikte oogenblik, om nog
-eens over hem te praten... Ik heb u beloofd u te zullen vertellen hoe
-hij de millioenen van het erfdeel van den Heiligen Petrus verloren
-heeft in die verschrikkelijke financieele catastrophe, waarvan u de
-puinhoopen zooeven gezien hebt, en een bezoek aan de nieuwe wijk in
-de Prati del Castello zou niet volledig zijn, als het niet besloten
-werd met dat verhaal."
-
-En zonder zich iets van het dejeuner te laten ontgaan, vertelde hij
-de lange geschiedenis. Bij den dood van Pius IX bedroeg het erfgoed
-van den Heiligen Petrus meer dan twintig millioen. Lang had kardinaal
-Antonelli, die speculeerde en over het algemeen goede zaken maakte,
-dat geld gedeeltelijk bij Rothschild en gedeeltelijk in de handen van
-sommige nuntii gelaten, die in opdracht hadden het in het buitenland
-goed te beleggen. Maar na den dood van kardinaal Antonelli vroeg
-zijn opvolger, kardinaal Simeoni, het geld aan de nuntii terug,
-om het in Rome te plaatsen. In dien tijd, onmiddellijk na zijn
-troonsbestijging, riep Leo XIII met het doel het erfgoed te besturen,
-een commissie van kardinalen in het leven, waarvan monsignor Folchi
-tot secretaris benoemd werd. Deze prelaat, die gedurende twaalf jaar
-een belangrijke rol speelde, was de zoon van een ambtenaar aan de
-Daterie [18], die bij zijn dood een door handige speculatie bij elkaar
-gekregen millioen naliet. Monsignor Folchi was in vele opzichten
-het evenbeeld van zijn vader en liet zich weldra als een financier
-van de eerste kracht kennen, zoodat de commissie hem langzamerhand
-alle macht in handen gaf, hem volkomen de vrije hand liet en er zich
-toe bepaalde het rapport, dat hij in elke zitting indiende, goed te
-keuren. Het erfgoed gaf niet veel meer dan een millioen rente, en
-daar de uitgaven tot zeven millioen opliepen, moesten de zes andere
-elders gevonden worden. De paus gaf jaarlijks drie millioen van den
-St. Pieterspenning aan monsignor Folchi, die gedurende de twaalf jaar,
-dat hij het financieele beheer voerde, het wonder verrichtte die te
-verdubbelen door zijn handige speculaties en beleggingen, zoodat men
-den uitgaven het hoofd kon bieden zonder het erfgoed aan te spreken.
-
-Zoo behaalde hij in de eerste tijden groote winsten door zijn
-grondspeculaties te Rome. Hij nam aandeelen in alle nieuwe
-ondernemingen, speculeerde in molens, omnibussen en waterleidingen,
-afgezien van een in overeenstemming met een Katholieke bank,
-de Banca di Romana, gevoerden wisselhandel. De paus, die tot
-dusverre zijnerzijds ook gespeculeerd had door bemiddeling van een
-vertrouwensman, een zekeren Sterbini, was over monsignor Folchi's
-handigheid zóó verbaasd, dat hij Sterbini ontsloeg en den kardinaal
-opdroeg ook met zijn geld te speculeeren, zooals hij het met dat van
-den Heiligen Stoel gedaan had. Dit was de tijd, dat monsignor Folchi
-op het toppunt van zijn macht stond. Dan begonnen de slechte dagen:
-de bodem kraakte reeds en als met donderslagen stortte alles in.
-
-Ongelukkigerwijze bestond een der operaties van Leo XIII hierin,
-dat hij aan den Romeinschen adel, die, verteerd door den hartstocht
-voor het spel en in grond- en bouwspeculaties gewikkeld, geen geld
-had, groote sommen leende; deze gaf hem als borgstelling aandeelen,
-zoodat, toen de debacle kwam, hij niets dan vodjes papier in handen
-had. Bovendien was er nog een geheel andere, zeer rampspoedige
-geschiedenis, n.l. de poging, om te Parijs een bank op te richten,
-met het doel om obligaties, die Italië zelf niet hebben wilde, te
-plaatsen onder de vrome, aristocratische clientèle in Frankrijk; als
-lokaas zeide men, dat de paus daarin betrokken was, en het ergste was
-inderdaad, dat hij bij die zaak drie millioen verloor. Kort en goed,
-de toestand werd des te kritieker, daar hij ten slotte de millioenen,
-waarover hij beschikte, in de vreeselijke speculatiepartijen gestoken
-had, die in Rome onder de vensters van het Vaticaan afgespeeld werden.
-
-Ongetwijfeld werd ook hij door de speelwoede verteerd, misschien
-ook koesterde hij heimelijk de hoop om door het geld de stad,
-die men hem met geweld ontrukt had, terug te winnen. De geheele
-verantwoordelijkheid van dat alles rustte op hem, want nooit stak
-monsignor Folchi geld in een belangrijke onderneming, zonder
-hem te raadplegen. Zoo was hij door zijn hebzucht en door zijn
-zedelijk hooger staanden wensch, om aan de Kerk de moderne almacht
-van het grootkapitaal te geven, de werkelijke bewerker van de
-ramp geworden. Maar, zooals het altijd gaat, de kardinaal werd de
-eenige zondenbok. Hij had een heerschzuchtig en moeilijk karakter;
-de kardinalen van de commissie sympathiseerden niet met hem, vonden
-de zittingen volmaakt overbodig, omdat hij als onbeperkt heerscher
-handelde en men alleen bijeenkwam, om goed te keuren, wat hij wel zoo
-goed was omtrent zijn operaties mede te deelen. Toen de catastrophe
-losbrak, werd een complot gesmeed: de kardinalen maakten den paus
-bang met de praatjes, die de ronde deden en dwongen daarna monsignor
-Folchi aan de commissie rekening en verantwoording af te leggen. De
-toestand was buitengewoon zorgwekkend, reusachtige verliezen konden
-niet meer vermeden worden.
-
-Zoo viel hij in ongenade; van af dat oogenblik heeft hij steeds weer
-vergeefs om een audiëntie bij Leo XIII gevraagd, die, hardvochtig,
-steeds geweigerd heeft hem te ontvangen als om hem te straffen voor
-hun gemeenschappelijke fout, de hebzucht van hen beiden. Maar monsignor
-Folchi heeft zich nooit beklaagd: vroom, onderworpen en berustend heeft
-hij zijn geheim bewaard. Niemand zou het cijfer van de millioenen,
-die het erfgoed van den Heiligen Petrus in de catastrophe van het
-in een speelhol veranderde Rome gelaten heeft, met juistheid kunnen
-zeggen; sommigen beweren tien, anderen weer dertig millioen. Het meest
-aannemelijk is echter, dat er vijftien millioen verloren gegaan zijn.
-
-Na de coteletten met tomaten bracht de kellner een gebraden kip.
-
-"Het gat is nu gestopt," eindigde Narcisse zijn verhaal, "ik heb u al
-verteld van de reusachtige sommen, die de St. Pieterspenning opgebracht
-heeft en waarvan de paus, die over het geheele bedrag beschikt, alleen
-het juiste cijfer kent... De les is niet voldoende geweest om hem te
-verbeteren, want ik hoor uit goede bron, dat hij nog altijd speculeert,
-al is het dan ook voorzichtiger. Zijn vertrouwensman is thans weer
-een prelaat, monsignor Marzolini, geloof ik, die zijn geldzaken
-regelt... En hij heeft groot gelijk, je moet met je tijd medegaan."
-
-Pierre had met toenemende verbazing geluisterd, waarin zich een
-soort schrik en droefheid mengde. Dit alles was zeer natuurlijk,
-zelfs gerechtvaardigd, maar in zijn droom van een zielenherder, die
-hoog boven, ver en vrij van alle wereldlijke zorgen troonde, had
-hij nooit geloofd, dat zoo iets had kunnen bestaan. Wat, de paus,
-de geestelijke vader van armen en ongelukkigen, had gespeculeerd
-met bouwterreinen, met Beurswaarden! De opvolger van den Apostel,
-de pontifex van Christus, van den Jezus van het Evangelie, den
-goddelijken vriend der lijdenden, had gespeculeerd, zijn kapitaal
-belegd bij Joodsche bankiers, zooveel mogelijk geld uit zijn geld
-willen slaan! En dan, welk een pijnlijke tegenstelling: zooveel
-millioenen daarboven in de kamers van het Vaticaan, weggesloten
-in het een of andere geheime meubelstuk--zooveel millioenen, die
-vruchtdragend werkten, die onophoudelijk belegd en weer teruggenomen
-werden, om steeds maar meer op te brengen, die als gouden eieren met
-de hartstochtelijke teederheid van een vrek uitgebroed werden! En
-daar vlak bij, beneden, in de afschuwlijke, onvoltooide gebouwen
-van het nieuwe stadsgedeelte zooveel ellende, zooveel arme menschen,
-die in hun vuil van honger stierven, moeders zonder melk voor haar
-zuigelingen, mannen, door gebrek aan werk tot nietsdoen gedoemd,
-grijsaards, die zich afbeulden als lastdieren, welke men doodslaat,
-als zij tot niets meer nut zijn! O, God van barmhartigheid, God
-van liefde, was dat mogelijk? Ongetwijfeld had de Kerk materieele
-behoeften, zij kon niet zonder geld leven en het was een verstandige
-en zeer politieke gedachte om voor haar een schat bijeen te brengen,
-die haar in staat stellen zou haar tegenstanders te overwinnen! Maar
-hoe vernederend, hoe bezoedelend was dat alles! Zij daalde van haar
-goddelijke hoogte af, om niet meer te zijn dan een partij, een groote
-internationale vereeniging, die georganiseerd was met het doel om de
-wereld te veroveren en te bezitten!
-
-En deze zeldzame geschiedenis bracht Pierre tot nog grooter
-verbazing. Wie zou ooit een onverwachter, pakkender drama hebben
-kunnen uitdenken? Deze paus, die zich in zijn paleis opsloot, dat
-ongetwijfeld een gevangenis was, maar een gevangenis, waarvan de
-honderd ramen uitzagen op een eindelooze ruimte, op Rome, de Campagna,
-de ver verwijderde heuvels; deze paus, die uit zijn raam op alle uren
-van den dag en van den nacht het geheele jaar door, met één oogopslag
-zijn stad omvatten kon--zijn stad, die men hem ontstolen had, waarvan
-hij de teruggave met een ononderbroken jammerklacht eischte; deze paus,
-die van het begin der werken af, van dag tot dag, de veranderingen,
-die zijn stad onderging, aanschouwd had: het neerhalen van de oude
-wijken, het verkoopen van terreinen, het geleidelijk oprijzen van
-nieuwe gebouwen, die langzamerhand een witten gordel om de oude
-rossige daken vormden; deze paus, die bij het dagelijks zien van
-deze bouwwoede, welke hij van zijn opstaan tot zijn naar bed gaan
-volgen kon, ten slotte zelf medegesleept werd door den hartstocht
-voor het spel, die als een roes uit de geheele stad opsteeg; deze
-paus, die uit zijn op zoo stoïcijnsche manier gesloten kamer met de
-verfraaiingen van zijn oude stad begon te speculeeren, die trachtte
-zich te verrijken met de door de Italiaansche regeering, die hij voor
-roover uitmaakte, in het leven geroepen stadsuitbreiding en ten slotte
-plotseling in een geweldige catastrophe, die hij had moeten wenschen,
-maar die hij niet voorzien had, millioenen verloor! Neen, nooit nog
-had een onttroonde koning aan een vreemdere ingeving toegegeven, zich
-gewaagd in een tragischer avontuur, dat hem als een straf trof. En
-dit was geen koning, dit was de afgezant Gods, dit was God zelf,
-de onfeilbare in de oogen der aanbiddende Christenheid!
-
-Het dessert, geitenkaas en vruchten, was gebracht, en Narcisse was
-juist met een trosje druiven klaar, toen hij opkeek en uitriep:
-
-"Maar ge hebt groot gelijk, waarde vriend, ik zie nu ook die witte
-schim daarboven achter de ramen in de kamer van den Heiligen Vader
-heel duidelijk."
-
-Pierre, die zijn blikken niet van het raam af had, antwoordde langzaam:
-
-"Ja, zij was verdwenen, maar toen weer teruggekomen, en nu staat zij
-er nog steeds, wit en roerloos."
-
-"Maar wat zoudt ge dan willen, dat hij deed?" vroeg de jonge man op
-zijn kwijnenden toon, waaruit men niet opmaken kon, of hij spotte of
-niet. "Hij doet als iedereen en kijkt eens naar buiten, wanneer hij
-zich wat verzetten wil, en dat des te eerder, omdat hij werkelijk
-iets ziet, waarnaar je nooit moede wordt te kijken."
-
-Dat was het juist, wat Pierre in een toenemende opwinding bracht. Men
-sprak altijd van een gesloten Vaticaan, en hij had zich een somber,
-door hooge muren omgeven paleis voorgesteld, want niemand had hem
-gezegd, niemand scheen te weten, dat dit paleis Rome beheerschte en
-dat de paus van uit zijn raam de wereld zag. En de onmetelijkheid
-van dat uitzicht kende Pierre, hij had het gezien van af den top
-van den Janiculus; van uit de loggia's van Raffaël, van af den dom
-der Basilica. En waar Leo XIII, roerloos en wit achter zijn ramen,
-naar keek, dat riep Pierre voor zijn geestesoog op, zag het met
-hem. In het midden van de uitgestrekte vlakte der Campagna, die de
-Sabijnsche en Albaansche heuvelen begrensden, zag Leo XIII de zeven
-beroemde heuvels: den door de boomen der villa Pamphili gekroonden
-Janiculus; den Aventinus, waarvan niets overgebleven was dan de drie
-half in het groen schuil gaande kerken; dan iets verder afgelegen,
-den door zijn rijpe oranjeappelen der villa Mattei doorgeurden
-Coelius; den Palatinus, die een dunne, daar als op het graf der
-Caesars opgeschoten rij cypressen omzoomde; den Esquilinus, waarop
-zich de slanke klokkentoren van de Santa Maria Maggiore verhief; den
-Viminalis, die met zijn verwarde en witachtige opeenhooping van nieuwe
-gebouwen op een openliggende steengroeve geleek; den Capitolinus, dien
-de vierkante campanile van het Senatorenpaleis nauwlijks aanwees; den
-Quirinalis, waarop het paleis van den koning fel-geel afstak tegen de
-donkere schaduwen der tuinen. Hij zag behalve de Santa Maria Magggiore
-alle basilica's, S. Giovanni in Laterano, de wieg van het pausdom,
-S. Paola fuori le mura, S. Croce in Gerusalemme, S. Agnese, de dom
-van Il Gesù, van S. Andrea della Valle, van S. Carlo, van S. Giovanni
-del Fiorentini en al de vierhonderd kerken van Rome, die de stad in
-een met kruisen beplant, heilig veld veranderen. Hij zag de beroemde
-monumenten, de getuigen van den eeuwenouden hoogmoed, de Engelenburg,
-een in een pauselijke vesting veranderd keizersgraf, de witte lijn der
-andere graven langs de Via Appia, dan de verspreid liggende ruïnen van
-Caracalla, van het paleis van Septimius Severus, zuilen, gaanderijen,
-triomfbogen, de paleizen en de villa's van prachtlievende kardinalen
-der Renaissance, den palazzo Farnese, den palazzo Borghese, de villa
-Medicis en alle, alle andere--een gewemel van daken en gevels.
-
-Maar voor alles zag hij links, vlak onder zijn raam, den gruwel van
-de nieuwe, onvoltooide wijk der Prati del Castello. Wanneer hij
-'s middags in zijn tuinen wandelde, die als een citadel door den
-muur van Leo IV ingesloten was, had hij het vreeselijke uitzicht
-op het dal, dat men in den koortsachtigen tijd der bouwwoede in den
-voet van den monte Mario gegraven had, om er steenbakkerijen op te
-richten. De groene hellingen zijn opengehaald, geelachtige gangen
-loopen naar alle kanten, terwijl de thans gesloten fabrieken met haar
-hooge, doode schoorsteenen, waaruit geen rook meer opstijgt, niets
-meer dan armzalige ruïnes zijn. Op geen uur van den dag kon hij bij
-een raam komen zonder die verwaarloosde gebouwen, waarvoor zooveel
-steenbakkerijen gewerkt hebben, voor oogen te hebben, deze gebouwen,
-die dood waren voor zij geleefd hadden, waarin op dat oogenblik niets
-was dan de wriemelende ellende van Rome, dat hier als het cadaver
-van oude maatschappijen tot ontbinding lag over te gaan.
-
-Vóór alles echter beeldde Pierre zich in, dat Leo XIII, de witte
-schim daar boven, ten slotte de geheele overige stad vergat,
-om zijn droomenden blik op den Palatinus te richten, die nu
-ontkroond is en nog slechts zijn zwarte cypressen in den blauwen
-hemel opricht. Ongetwijfeld bouwde hij in gedachten de paleizen der
-Caesars weer op, en voor zijn blik verrezen dan hooge, geheel roode,
-met het purper bekleede schimmen op, zijn voorvaderen, de keizers en
-de pontifices, die hem alleen konden zeggen, hoe men als onbeperkt
-heerscher der wereld, over de wereld regeeren kon. Dan gingen zijn
-blikken naar den Quirinalis en bleven daar uren lang rusten in de
-aanschouwing van het koningschap tegenover hem. Welk een zonderling
-toeval, dat deze beide paleizen, het Quirinaal en het Vaticaan, elkaar
-aankijken, dat zij naast elkander boven het Rome der Middeleeuwen
-en der Renaissance uitsteken, welks door de gloeiende zon verbrande
-en vergulde daken aan den oever van den Tiber zich ophoopen en
-samenvloeien. Met een eenvoudigen verrekijker kunnen de paus en de
-koning, wanneer zij voor hun ramen gaan staan, elkander duidelijk
-zien. Zij zijn niets dan onbeteekenende, in de grenzenlooze ruimte
-verloren gaande punten; en welk een afgrond ligt er tusschen hen,
-hoeveel eeuwen van geschiedenis, hoeveel generaties, die gestreden
-en geleden hebben, hoeveel doode grootheid, hoeveel zaad voor de
-geheimzinnige toekomst! Zij zien elkaar en strijden nog steeds om het
-volk, dat voor hun oogen op- en neergolft. Wien zal de onbeperkte
-macht ten deel vallen, den pontifex, den herder der zielen, of den
-monarch, den meester der lichamen?
-
-Pierre vroeg zich af aan welke overpeinzingen, aan welke droomerijen
-Leo XIII zich over zou geven achter die ramen, waar hij nog altijd
-zijn bleeke, spookachtige schim meende te zien. Bij het zien van
-het nieuwe Rome, van de oude, gesloopte wijken, van de door een
-ongeluksstorm met den grond gelijk gemaakte stadsdeelen, moest
-hij zich ongetwijfeld verheugen over de reusachtige mislukking der
-Italiaansche regeering. Men had hem zijn stad ontstolen, men had
-hem als het ware willen laten zien, hoe men een groote hoofdstad
-in het leven roept, en dat was uitgeloopen op die catastrophe,
-op zooveel leelijke, nuttelooze bouwwerken, die men niet eens wist
-hoe af te maken. Het kon niet anders of hij moest zich verheugen
-in die vreeselijke ongelegenheden, waarin het usurpatorische gezag
-geraakt was, in de politieke, in de financieele crisis, in de steeds
-verder om zich heen grijpende nationale malaise, waarin dat gezag
-binnen niet al te langen tijd ten gronde dreigde te gaan; en toch,
-sloeg ook niet in zijn borst het hart van een patriot, was ook niet
-hij een liefhebbende zoon van dat Italië, welks genie en eeuwenoude
-eerzucht ook in zijn aderen stroomde? O neen, niets tegen Italië;
-integendeel, alles wilde hij doen, om te bewerken, dat het weer de
-wereldbeheerscher werd! Ongetwijfeld steeg te midden van zijn blijde
-hoop een smartelijk gevoel in hem op, wanneer hij zag hoe Rome ten
-gronde gericht, met een bankroet bedreigd werd, hoe het als het ware
-zijn onmacht in het openbaar ten toon stelde. Maar wanneer de dynastie
-van Savoye eens mocht worden weggevaagd, was hij er dan niet, om haar
-te vervangen en eindelijk weer in het bezit te treden van zijn stad,
-die hij sedert vijftien jaar slechts uit zijn venster zag, overgeleverd
-aan sloopers en metselaars? Dan werd hij weer de meester, regeerde
-hij over de wereld, troonde hij in de gepraedestineerde stad, waaraan
-de propheten de eeuwigheid en de wereldheerschappij toegezegd hadden.
-
-De horizont breidde zich uit en Pierre vroeg zich af wat Leo XIII
-wel aan gene zijde van Rome, aan gene zijde van de Campagna Romana,
-aan gene zijde van de Sabijnsche en Albaansche bergen, in de geheele
-Christenheid zag. Sedert achttien jaar had hij zich in zijn Vaticaan
-opgesloten, zag hij de wereld slechts door de ramen van zijn kamer. Wat
-aanschouwde hij van daarboven, welke waarheden en welke zekerheden
-drongen uit onze moderne maatschappijen tot hem door? Dikwijls toch
-moest van de hoogten van den Viminalis, waar het station lag, het
-langgerekte gefluit der locomotieven in zijn ooren klinken: dat was
-onze wetenschappelijke beschaving, de toenadering der volkeren, de
-vrije menschheid, die de toekomst tegemoet ging. Droomde hij zelf van
-vrijheid, wanneer hij zijn blik naar rechts wendde en daar in de verte,
-aan gene zijde van de graven aan de Via Appia, de zee vermoedde? Had
-hij ooit den wensch in zich voelen opkomen weg te gaan, Rome en zijn
-verleden te verlaten, om elders het pausdom der nieuwe democratieën
-te stichten?
-
-Men beweerde, dat hij zulk een scherpen, doordringenden blik had; dan
-had hij moeten begrijpen, dan had hij moeten beven, wanneer uit zekere
-strijdlustige landen een ver geluid tot hem doordrong--uit Amerika
-bijvoorbeeld, waar revolutionnaire bisschoppen op het punt stonden
-het volk te veroveren. Werkten zij voor hem of voor zichzelf? Was een
-breuk niet onvermijdelijk, wanneer hij hen niet volgen kon, wanneer
-hij, aan alle kanten door het dogma en de traditie gebonden, zich
-hardnekkig in zijn Vaticaan bleef opsluiten? Van uit de verte woei
-een dreigende, het schisma voorspellende wind, streek hem over zijn
-gelaat en vervulde zijn hart met steeds grooter wordenden angst. Om
-die reden waarschijnlijk was hij de verzoeningsdiplomaat geworden,
-die alle verspreide krachten der Kerk in zijn hand verzamelen wilde,
-die zijn oogen sloot voor de vermetelheid van sommige bisschoppen,
-voor zoover dat ten minste mogelijk was, die zelf het volk trachtte
-te veroveren, door zich aan zijn zijde tegen de gevallen monarchen te
-verklaren. Maar zou hij ooit verder gaan? Was hij niet ingemetseld
-achter de bronzen deur van het Vaticaan, in de strenge Katholieke
-formule, waaraan de eeuwen hem vastketenden? Hij moest daar blijven,
-het zou hem onmogelijk zijn zich tot zijn werkelijke almacht, tot
-die zuiver geestelijke macht, tot die moreele autoriteit van het
-hiernamaals te beperken, die de menschheid aan zijn voeten bracht,
-die bewerkte, dat de pelgrims neerknielden en vrouwen in onmacht
-vielen. Rome opgeven, afstand doen van de wereldlijke macht zou gelijk
-staan met het middelpunt der Katholieke wereld te veranderen. Dan
-zou de paus de paus niet meer zijn, niet meer het hoofd van het
-Katholicisme, maar een ander, het hoofd van iets anders. Welke
-onrustige gedachten moesten, terwijl hij daar aan het raam stond,
-door zijn brein gaan, wanneer de avondwind menigmaal het onduidelijke
-beeld van dien andere, de vrees voor den nieuwen, nog onbestemden
-godsdienst met zich bracht, die zich voorbereidde in het doffe stappen
-der voorwaarts marcheerende naties!
-
-Maar op dat oogenblik voelde Pierre, dat de witte, roerlooze
-schim achter de ramen staande gehouden werd door den trots, door de
-voortdurende zekerheid, dat hij zou overwinnen. Wanneer menschenhanden
-daartoe niet in staat zouden zijn, dan zou het wonder tusschenbeide
-treden. Hij had de vaste overtuiging, dat hij weer in het bezit zou
-komen van Rome; en zoo niet hij, dan zijn opvolger. Had de Kerk in
-haar onbedwingbare levenskracht en levensenergie niet de eeuwigheid
-voor zich? Trouwens, waarom zou hij zelf niet in het bezit van Rome
-komen? Vermocht God zelfs niet het onmogelijke? Morgen, als God het
-wilde, zou ondanks alle menschelijke redeneeringen, ondanks alle
-schijnbare logica der feiten, zijn stad hem door de een of andere
-plotselinge wending in de geschiedenis teruggegeven worden. O, welk een
-feestelijke ontvangst zou hij de verloren dochter, wier dubbelzinnige
-avonturen hij met zijn door tranen vochtige vaderoogen steeds gevolgd
-had, bereiden! Hoe gauw zou hij de uitspattingen vergeten, waarvan
-hij achttien jaar lang op alle uren en in alle jaargetijden getuige
-geweest was! Misschien peinsde hij, over wat hij doen zou met die
-nieuwe wijken, waarmede men haar bezoedeld had: zou hij ze sloopen
-of zou hij ze daar laten staan als een getuigenis van den waanzin der
-overweldigers? Zij zou weer de verheven en doode stad worden, die een
-souvereine minachting had voor alle ijdele zorgen van zindelijkheid
-en materieel welzijn, die als een reine ziel in den overgeleverden
-roem der vervlogen eeuwen over de wereld stralen zou.
-
-En hij peinsde verder, hij stelde zich voor hoe alles, ongetwijfeld
-reeds morgen, in zijn werk zou gaan. Alles was beter dan het Huis van
-Savoye, zelfs een republiek. Waarom niet een federatieve republiek,
-die Italië volgens de oude, nu afgeschafte, politieke indeeling
-verbrokkelen, hem Rome teruggeven, hem tot den beschermer van den
-op die wijze herstelden staat kiezen zou? Dan strekte zijn blik
-zich verder dan Rome, verder dan Italië uit; zijn droom breidde
-zich uit, steeds verder uit, omvatte het republikeinsche Frankrijk,
-Spanje, dat het weer worden kon, ja, zelfs Oostenrijk, dat eenmaal
-gewonnen zou worden--al de Katholieke naties, die dan de Vereenigde
-Staten van Europa worden en onder het hooge voorzitterschap van den
-Pontifex Maximus vreedzaam en in broederschap leven zouden. En dan
-de hoogste triomf, wanneer ten slotte alle andere Kerken verdwijnen,
-alle andersdenkende volkeren tot hem komen zouden als tot den eenigen
-herder, wanneer Jezus in zijn persoon over de universeele democratie
-regeeren zou.
-
-Plotseling werd Pierre in zijn droom, dien hij aan Leo XIII toeschreef,
-gestoord.
-
-"Mijn waarde abbé, kijk toch eens naar den toon van de standbeelden
-op de zuilengaanderij," zeide Narcisse.
-
-Hij had zich een kop koffie laten brengen en rookte, zich weer geheel
-overgevend aan zijn geraffineerde aesthetica, langzaam een sigaret
-
-"Zij zijn rose, niet waar? Een rose, dat langzaam overgaat in mauve,
-alsof het blauwe bloed der engelen in hun steenen aderen vloeide... Het
-is de zon van Rome, die hun dat bovenaardsche leven verleent, want
-zij leven, ik heb gezien hoe ze op sommige mooie avonden tegen
-me glimlachten en de armen naar mij uitstrekten... Ach, Rome, het
-wonderbare en verrukkelijke Rome! Men zou hier arm als Job willen
-leven in de bestendige vreugde zijn bekoring in te ademen!"
-
-Ditmaal kon Pierre zijn verbazing niet bedwingen, nu hij zich zijn
-nuchtere stem, zijn zoo helderen en drogen zakengeest herinnerde. Dan
-keerden zijn gedachten terug naar de Prati del Castello en een
-eindelooze droefheid maakte zich van hem meester, toen hij zich
-zooveel ellende en zooveel lijden voor den geest riep. Hij zag
-weer de schandelijke vuilheid, waarin zooveel schepsels ten gronde
-gingen, die vreeselijke sociale onrechtvaardigheid, welke de groote
-meerderheid veroordeelt tot een bestaan van vervloekte, vreugde-
-en broodlooze dieren. En toen zijn blikken weer teruggingen naar de
-vensters van het Vaticaan en hij meende te zien, hoe achter de ramen
-een witte hand zich ophief, dacht hij aan den pauselijken zegen,
-dien Leo XIII van deze hoogte over Rome, over de Campagna en de
-bergen aan de geloovigen der geheele Christenheid gaf. Maar deze
-zegen scheen hem plotseling belachelijk en onmachtig toe, daar hij
-in zoovele eeuwen niet in staat geweest was, één enkele smart der
-menschheid te onderdrukken, omdat hij zelfs niet in staat geweest
-was een weinig rechtvaardigheid te scheppen voor de ongelukkigen,
-die daar beneden, onder zijn venster, in doodsstrijd verkeerden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-NEGENDE HOOFDSTUK
-
-
-Daar Benedetta Pierre had laten zeggen, dat zij hem gaarne wilde
-spreken, ging hij dien avond bij het invallen van de schemering naar
-beneden en vond haar in den salon in een druk gesprek met Celia.
-
-"Ik heb jullie Pierina gezien," riep het jonge meisje, juist toen
-hij binnenkwam, uit. "Ja, ja, en nog wel met Dario. Dat wil zeggen,
-zij moet hem opgewacht hebben; hij zag, dat zij in een laan van den
-Pincio op hem stond te loeren, en glimlachte tegen haar. Toen begreep
-ik het dadelijk... Wat een zeldzame schoonheid!"
-
-Benedetta glimlachte zachtjes over haar geestdrift. Maar er kwam
-een pijnlijke, droevige plooi om haar mond, want, hoewel zij zeer
-verstandig was, begon deze hartstocht, die, zooals zij voelde, oprecht
-en sterk was, haar toch te hinderen. Dat Dario elders zijn genoegens
-zocht, kon zij begrijpen, daar zij zich niet aan hem geven wilde en
-hij jong en geen geestelijke was. Maar dit ongelukkige meisje hield te
-veel van hem en zij was bang, dat hij zich zou kunnen compromitteeren;
-een zoo groote schoonheid verontschuldigde alles. Zij verried dan ook
-het geheim van haar hart, door het gesprek een andere wending te geven.
-
-"Ga zitten, mijnheer de abbé... U ziet, we zijn aan het
-kwaadspreken. Mijn arme Dario wordt ervan beschuldigd, dat hij alle
-schoonheden van Rome in het ongeluk stort... Zoo vertelt men ook,
-dat men in hem den gelukkige zien moet, die de witte rozen geeft,
-waarmede Tonietta de laatste veertien dagen op den Corso rondrijdt."
-
-Celia vatte dadelijk vlam.
-
-"Maar dat is beslist zeker. In den beginne heeft men getwijfeld
-en den kleinen Pontecorvo en luitenant Moretti genoemd. Je kan je
-voorstellen, hoe er gekletst werd... Maar nu weet iedereen, dat de
-vlam van Tonietta Dario in eigen persoon is. Trouwens hij heeft in
-den Costanzi-schouwburg zijn opwachting in haar loge gemaakt."
-
-Toen Pierre haar zoo hoorde praten, herinnerde hij zich die Tonietta,
-die de jonge prins hem op den Pincio gewezen had, een der weinige
-demi-mondaines, waarover de hoogere Romeinsche kringen spraken. En hij
-herinnerde zich ook de galante bijzonderheid, die haar beroemd maakte,
-de onzelfzuchtige liefde, die zij meermalen voor een geliefde opvatte,
-van wien zij niets aannam dan iederen ochtend een ruiker witte rozen,
-zoodat, wanneer zij soms weken achtereen op den Corso met de reine
-bloemen rondreed, de dames der hoogere kringen brandend nieuwsgierig
-waren naar den naam van den uitverkoren en aangebeden man. Sedert den
-dood van den ouden markies Manfredi, die haar zijn klein paleis in de
-Via dei Mille nagelaten had, was Tonietta beroemd om haar onberispelijk
-rijtuig en haar elegante, maar eenvoudige toiletten, welke alleen
-door ietwat opzichtige hoeden ontsierd werden. De rijke Engelschman,
-die haar onderhield, was nu reeds sedert een maand op reis.
-
-"Zij is werkelijk heel mooi, heel mooi," herhaalde Celia overtuigd,
-met haar rein gezichtje van maagd, die zich slechts voor liefdeszaken
-interesseert. "En dan haar groote, zachte oogen; o, zij is niet zoo
-mooi als Pierina, dat is trouwens onmogelijk; maar toch prettig om
-naar te kijken, een echt feest voor je oogen!"
-
-Met een onwillekeurig gebaar scheen Benedetta Pierina weer ter zijde
-te schuiven, terwijl zij daarentegen Tonietta aanvaardde; zij wist
-heel goed, dat zij maar een eenvoudige afleiding, een tijdelijke
-streeling voor zijn oogen was.
-
-"Zoo," zeide zij glimlachend; "mijn arme Dario ruïneert zich dus
-met witte rozen! Daar moet ik hem eens mee plagen... Wanneer onze
-zaken niet gauw in orde komen, zullen zij hem mij ten slotte nog
-ontstelen... Gelukkig heb ik uitstekende berichten. Ja, het proces
-zal weer beginnen; tante is juist daarvoor uitgegaan!"
-
-Toen Celia opstond op het oogenblik dat Victorine een lamp bracht,
-wendde Benedetta zich tot Pierre, die eveneens opgestaan was.
-
-"Blijf nog even, ik wou u graag spreken."
-
-Maar Celia bleef ook nog: zij was nu een en al belangstelling voor
-de echtscheiding van haar vriendin, wilde weten hoe het met de zaak
-stond en of het huwlijk nu gauw plaats zou hebben. Zij omhelsde haar
-hartstochtelijk.
-
-"Dus heb je weer hoop? Geloof je, dat de Heilige Vader je je vrijheid
-terug zal geven? O, lieveling, wat ben ik blij voor je. Hoe heerlijk
-zal het zijn, als jij en Dario kunnen trouwen!... Ik van mijn kant heb
-ook geen reden tot klagen, want ik zie heel goed, dat mijn vader en
-mijn moeder genoeg krijgen van mijn koppigheid. Gisteren nog heb ik
-hun met mijn gewone kalmte gezegd: 'Ik wil Attilio hebben en u zult
-hem mij geven!' Toen is mijn vader verschrikkelijk woedend geworden,
-hij heeft me met beleedigingen overstelpt, me met zijn vuist gedreigd
-en geschreeuwd, dat, wanneer ik een even harden kop had als hij,
-hij den mijne toch zou breken. Plotseling begon hij woedend uit te
-varen tegen mijn moeder, die er zwijgend bij stond: 'Geef haar dan
-haar Attilio, dan laat zij ons ten minste met rust...' Neen, hoor,
-ik ben erg in mijn schik!"
-
-Pierre en Benedetta konden hun lachen niet bedwingen, zoo straalde
-haar lelierein madonnagezichtje van onschuldige en hemelsche
-vreugde. Eindelijk ging zij weg met haar kamenier, die in den eersten
-salon op haar zat te wachten.
-
-Zoodra zij alleen waren, vroeg Benedetta den priester weer te gaan
-zitten.
-
-"Waarde vriend, men heeft mij opgedragen u een zeer dringenden
-raad te geven... Het schijnt, dat uw aanwezigheid te Rome algemeen
-bekend geworden is en dat er zeer verontrustende praatjes over u
-in omloop zijn. Uw boek zou een vurige oproep tot het schisma zijn,
-u zelf slechts een eerzuchtige en oproerige afvallige, die na zijn
-werk te Parijs uitgegeven te hebben, naar Rome gekomen is, om er
-een vreeselijk schandaal over te ontketenen en het op die manier
-te lanceeren... Indien u er nog steeds op staat Zijne Heiligheid
-te spreken, om uw zaak te bepleiten, raadt men u aan gedurende twee
-of drie weken geheel te verdwijnen, zoodat men uw aanwezigheid hier
-vergeet."
-
-Pierre luisterde met de grootste verbazing. Ze zouden hem nog
-krankzinnig maken; ze zouden hem nog op het denkbeeld brengen zich
-af te scheiden en een schandaal te maken, wanneer zij zijn geduld nog
-langer op de proef wilden stellen, daar misbruik van wilden maken. Hij
-wilde zich verzetten, protesteeren. Dan echter maakte hij een gebaar
-van moeheid. Waarom zou hij dat doen tegenover deze jonge vrouw,
-die toch in ieder geval oprecht en hem goed gezind was?
-
-"Wie heeft u verzocht mij dien raad te geven?"
-
-Zij gaf geen antwoord, glimlachte slechts. Dan kreeg hij een
-plotselinge ingeving.
-
-"Het is monsignor Nani, niet waar?"
-
-Nu begon zij, zonder blijkbaar een direct antwoord op de vraag te
-willen geven, den lof van den prelaat te zingen. Ditmaal had hij
-erin toegestemd haar leidsman te zijn in het eindelooze proces over
-de nietigverklaring van haar huwlijk. Hij had er lang over gesproken
-met haar tante, donna Serafina, die nu juist naar het paleis van den
-S. Offizio was, om hem rapport uit te brengen over enkele stappen,
-die zij hadden gedaan. Pater Lorenza, de biechtvader van de tante
-en van de nicht, zou ook bij het onderhoud tegenwoordig zijn, want
-dit heele echtscheidingsproces was eigenlijk zijn werk: hij had er
-de twee vrouwen steeds toe aan gezet, als wilde hij den band, dien
-de patriottische pastoor Pisoni gelegd had, weer losmaken. Zij werd
-steeds meer opgewonden en zeide hem, waarom haar verwachtingen zoo
-hoog gespannen waren.
-
-"Monsignor Nani kan alles, juist daarom ben ik juist zoo gelukkig, dat
-mijn zaak in zijn handen is... Kom, beste vriend, wees ook verstandig,
-verzet u niet, laat u door hem leiden. Ik sta er u borg voor, dat
-gij u er goed bij bevinden zult!"
-
-Met gebogen hoofd dacht Pierre na. Rome had hem in zijn
-boeien geslagen; hij kon er ieder uur zijn nog steeds toenemende
-weetgierigheid bevredigen, en de gedachte, nog twee of drie weken hier
-te blijven, had volstrekt niets afstootelijks voor hem. Ongetwijfeld
-voelde hij, dat al dat telkens weer uitstellen zijn wilskracht zou
-kunnen verminderen, een slijtage zou kunnen veroorzaken, waaruit
-hij verzwakt, ontmoedigd en tot niets meer nut te voorschijn zou
-komen. Maar waarom behoefde hij eigenlijk bang te zijn, daar hij
-zich plechtig gezworen had en steeds nog zwoer niets van zijn boek te
-zullen terugtrekken en den Heiligen Vader slechts te willen spreken,
-om zijn nieuw geloof nog krachtiger te verkondigen? Zacht legde hij
-dien eed nogmaals voor zichzelf af en gaf dan toe. En toen hij zich
-verontschuldigde, dat hij in het paleis lastig zou worden, riep
-zij uit:
-
-"Neen, ik ben veel te blij u te hebben. Ik houd u vast; ik heb nu
-eenmaal de overtuiging, dat uw aanwezigheid hier ons aller geluk
-brengen zal, nu de kans schijnt te keeren."
-
-Zij spraken nu af, dat hij niet meer zou gaan ronddwalen om de
-St. Pieter en het Vaticaan, waar het voortdurend zien van zijn soutane
-de aandacht getrokken scheen te hebben. Hij beloofde zelfs de eerste
-acht dagen het paleis zoo goed als niet te zullen verlaten, daar hij
-toch nog gaarne enkele boeken in Rome zelf wilde lezen. Dan bleef hij
-nog een oogenblikje praten; hij voelde zich zoo gelukkig-kalm in de
-groote rust, die er in den salon heerschte, sedert de lamp hen met
-haar schemer verlichtte. Het had zes uur geslagen, op straat was het
-reeds geheel donker.
-
-"Voelde Zijne Eminentie zich vandaag niet wel?" vroeg hij.
-
-"Ja zeker," antwoordde de contessina; "alleen wat moe, maar volstrekt
-niets verontrustends... Mijn oom heeft mij door don Vigilio laten
-zeggen, dat hij zijn kamer zou houden en daar zijn secretaris enkele
-brieven zou dicteeren... Neen, het heeft niets te beteekenen."
-
-Weer viel een stilte in, geen geluid kwam van de eenzame straat of
-uit het oude, ledige, als een graf zoo stomme paleis. Maar op dat
-oogenblik kwam iemand met fladderende rokken en hijgend van schrik
-den zacht sluimerenden, met de mildheid van een hoopvollen droom
-vervulden salon binnenstormen. Het was Victorine.
-
-"Contessina, contessina..."
-
-Benedetta was doodsbleek en koud, als was een ongelukswind
-binnengewaaid, opgestaan.
-
-"Wat is er... Waarom loop je zoo hard en beef je zoo?"
-
-"Dario, mijnheer Dario, beneden... Ik was gaan kijken of ze de
-lamp onder de poort wel aangestoken hadden, dat vergeten ze zoo
-dikwijls... En daar, onder de poort, ben ik in den donker over mijnheer
-Dario gestruikeld... Hij ligt op den grond, hij schijnt met een mes
-gestoken te zijn..."
-
-Een kreet van wanhoop rees uit Benedetta's borst op.
-
-"Dood!"
-
-"Neen, neen, gewond!"
-
-Maar zij hoorde het niet, bleef steeds luider roepen:
-
-"Dood! Dood!"
-
-"Neen, neen, hij heeft tegen me gesproken... Om Godswil wees toch
-stil! Hij heeft mij ook bevolen te zwijgen, omdat hij niet wil, dat
-iedereen het weet; ik mocht alleen u, en niemand anders halen, maar
-nu mijnheer de abbé hier toch is, wil hij misschien wel helpen. We
-zullen hem best gebruiken kunnen."
-
-Pierre luisterde ontsteld. Toen zij de lamp wilde nemen, zagen zij,
-dat haar bevende rechterhand met bloed bevlekt was; blijkbaar had
-zij het op den grond liggende lichaam betast. Dat gezicht was zóó
-verschrikkelijk voor Benedetta, dat zij opnieuw begon te gillen.
-
-"Wees toch stil, om Godswil, wees toch stil!... Laten we zoo zacht
-mogelijk naar beneden gaan! Ik neem de lamp alleen maar mee, omdat
-we toch moeten kunnen zien... Gauw, gauw!"
-
-Beneden, dwars onder de poort, voor den ingang van den vestibule, lag
-Dario op de steenen, als had hij, na op straat aangevallen te zijn,
-nog slechts de kracht gehad enkele passen te doen, om daar neer te
-vallen. Hij was bewusteloos geworden en lag daar nu met een doodsbleek
-gezicht, op elkaar gedrukte lippen en gesloten oogen. Benedetta,
-die ondanks haar hevigen angst de energie van haar ras teruggevonden
-had, jammerde en gilde niet meer, doch keek, zonder te begrijpen,
-met haar groote, droge, wijdgeopende, waanzinnige oogen, naar hem. Het
-verschrikkelijke was het onverwachte, het onbegrijpelijke, het waarom
-en het hoe van dien moord te midden van de sombere stilte van het
-oude, verlaten, door het donker van den nacht vervulde paleis. De
-wond bloedde blijkbaar zeer weinig, want slechts zijn kleeren waren
-met bloed bevlekt.
-
-"Gauw, gauw!" herhaalde Victorine fluisterend, nadat zij de lamp wat
-had laten zakken, om het lichaam beter te kunnen zien. "De portier is
-er niet, die zit altijd hiernaast gekheid te maken met de vrouw van
-den schrijnwerker. U ziet, dat hij de lantaarn nog niet aangestoken
-heeft, maar hij kan natuurlijk ieder oogenblik terugkomen... Mijnheer
-de abbé en ik zullen den prins gauw naar zijn kamer dragen."
-
-Alleen zij met haar prachtige kalmte hield haar hoofd bij elkaar. De
-twee anderen luisterden in hun verdooving, die maar niet wijken wilde,
-zonder een woord te kunnen vinden, en gehoorzaamden haar als zoete
-kinderen.
-
-"U moet ons bijlichten, contessina. Houd de lamp een beetje laag,
-anders kunnen we de treden niet zien... Neem u hem bij zijn beenen,
-mijnheer de abbé, dan zal ik hem onder zijn armen dragen. Wees maar
-niet bang, de arme jongen is niet zoo zwaar!"
-
-Gelukkig lag het uit drie vertrekken, een slaapkamer, een toiletkamer
-en een salon, bestaande appartement van Dario op de eerste verdieping,
-naast dat van den kardinaal, in den vleugel, die op den Tiber
-uitzag. Nadat zij de trap waren opgegaan, behoefden zij slechts zoo
-zachtjes mogelijk de gang af te loopen en konden dan tot hun groote
-verlichting den gewonde op zijn bed leggen.
-
-Victorine kon een lachje van voldoening niet onderdrukken.
-
-"Zoo, dat is alweer klaar... Zet u de lamp nu maar neer,
-contessina. Daar, op die tafel... En ik verzeker u, dat niemand ons
-gehoord heeft; het is maar gelukkig, dat donna Serafina uit is en Zijn
-Eminentie don Vigilio bij zich gehouden heeft... Ik heb zijn schouders
-in mijn rok gewikkeld, zoodat er geen droppeltje bloed is gevallen;
-en strakjes zal ik zelf met de spons den drempel schoonmaken."
-
-Zij zweeg even en ging naar Dario kijken.
-
-"Hij ademt... Nu dan laat ik hem maar aan uw zorg over en ga ik gauw
-dien goeden dokter Giordano halen, die u op de wereld heeft zien
-komen en op wien we vertrouwen kunnen."
-
-Toen Benedetta en Pierre met den bewusteloozen gewonde alleen waren
-in deze half donkere kamer, waarin nu het vreeselijke schrikbeeld,
-dat in hen was, scheen te huiveren, bleven zij ieder aan een kant van
-het bed staan, zonder nog een woord te kunnen vinden. Zij had in de
-behoefte om haar smart te ontspannen en er lucht aan te geven, haar
-armen uitgebreid en steunde handenwringend. Dan boog zij zich voorover
-en keek op het bleeke gelaat met de gesloten oogen naar leven. Hij
-ademde inderdaad, maar zeer langzaam en nauwlijks merkbaar. Een flauwe
-blos kwam echter op zijn wangen en eindelijk sloeg hij zijn oogen op.
-
-Onmiddellijk had zij zijn hand gegrepen en gedrukt, als wilde zij
-den angst van haar hart in dien druk leggen; en een gevoel van groot
-geluk maakte zich van haar meester, toen zij voelde, dat hij dien
-beantwoordde:
-
-"Je ziet me toch, je hoort me toch?... Wat is er gebeurd, lieve God?"
-
-Maar hij antwoordde niet, de aanwezigheid van Pierre scheen hem
-onrustig te maken. Toen hij hem herkend had, scheen hij er zich bij
-neer te leggen, maar hij keek angstig rond, of er nog niet iemand
-anders in de kamer was. Eindelijk prevelde hij:
-
-"Niemand heeft het gezien; niemand weet..."
-
-"Neen, neen, stel je gerust. Wij hebben je met Victorine boven kunnen
-brengen, zonder dat iemand het gezien heeft. Tante is uit en oom
-heeft zich in zijn kamer opgesloten."
-
-Hij scheen nu verlicht te zijn, glimlachte.
-
-"Niemand mag het weten; het is zoo belachelijk."
-
-"Wat is er toch gebeurd, lieve God?" vroeg zij opnieuw.
-
-"Ik weet het niet, ik weet het niet!"
-
-Met een moe gebaar deed hij zijn oogen dicht, aldus trachtende aan
-de vraag te ontsnappen. Doch dan scheen hij te begrijpen, dat het
-beter was dadelijk een deel der waarheid te zeggen.
-
-"Een man, die zich onder de donkere poort verborgen had en daar op
-mij wachtte... En toen ik thuis kwam, heeft hij me met een mes in
-mijn schouder gestoken..."
-
-Bevend boog zij zich nog verder over hem heen, keek hem diep in zijn
-oogen en vroeg:
-
-"Maar wie was die man?"
-
-En toen hij met een steeds vermoeider stem stamelde, dat hij het niet
-wist, dat de man in het donker gevlucht was, zonder dat hij hem had
-kunnen herkennen, stiet zij een vreeselijken kreet uit.
-
-"Het is Prada, het is Prada; zeg het maar, ik weet het immers toch."
-
-Zij kon zich niet bedwingen.
-
-"Ik weet het, hoor je? Ik ben de zijne niet geweest en hij wil niet,
-dat ik de jouwe ben; hij zal je liever vermoorden op den dag, dat
-ik vrij zal zijn me aan jou te geven. Ik ken hem wel, nooit zal ik
-gelukkig zijn... Het is Prada, het is Prada!"
-
-Doch een plotselinge kracht bezielde den gewonde, hij protesteerde
-opgewonden:
-
-"Neen, neen, het is Prada niet en ook niet iemand, die het voor hem
-gedaan heeft... Dat zweer ik je. Ik heb den man niet herkend, maar
-het is Prada niet."
-
-Er lag zulk een klank van waarheid in Dario's stem, dat Benedetta
-wel overtuigd moest zijn. Trouwens de angst maakte zich van haar
-meester; zij voelde zijn hand, die zij nog steeds in de hare hield,
-slap en klam en krachteloos worden. Uitgeput door de inspanning,
-was hij weer met doodsbleek gelaat en gesloten oogen in onmacht
-gevallen. Hij scheen te sterven.
-
-Wanhopig bevoelde zij hem met haar handen.
-
-"Kijk toch eens, mijnheer de abbé, kijk toch eens... Hij sterft! Hij
-sterft! Hij is reeds heelemaal koud... O, groote God, hij sterft!"
-
-Pierre trachtte haar gerust te stellen.
-
-"Hij heeft te veel gesproken en daardoor zijn bewustzijn weer
-verloren, precies als daareven... Ik verzeker u, dat ik zijn hart
-voel kloppen. Leg uw hand maar hier... Om Godswil, wind u niet zoo op;
-de dokter komt dadelijk en alles loopt goed af."
-
-Maar zij luisterde niet naar hem, en hij was nu getuige van een
-tooneel, dat hem met de grootste verbazing vervulde. Plotseling had
-zij zich op het lichaam van den aangebeden man geworpen, drukte hem als
-waanzinnig tegen zich aan, overstroomde hem met haar tranen en bedekte
-hem met haar kussen, terwijl zij hartstochtelijke woorden stamelde:
-
-"O, als ik je verliezen moest, als ik je verliezen moest! En ik heb me
-niet aan hem gegeven, ik ben zoo dom geweest me aan hem te weigeren,
-toen het nog tijd was het geluk te kennen... Ja, om de Madonna, omdat
-ik dacht, dat zij maagdelijkheid op prijs stelde en dat men zich rein
-moet houden voor zijn echtgenoot, als men wil, dat zij het huwlijk
-zegent... Wat zou het haar gehinderd hebben, indien wij onmiddellijk
-gelukkig geweest waren? En dan, dan... als zij mij bedrogen had,
-wanneer zij je van mij wegnam, zonder dat we in elkaars armen gerust
-hadden, dan zou ik maar van één ding spijt hebben; dat ik niet gelijk
-met jou verdoemd ben! Ja, ja, liever de verdoemenis dan elkaar niet
-bezeten te hebben met ons bloed, met onze lippen!"
-
-Was dat de zoo kalme, zoo verstandige vrouw, die geduld oefende,
-om haar geluk beter in te richten! Pierre kende haar in zijn
-verbijstering niet meer. Tot dusver had hij haar nooit anders gekend
-dan gereserveerd, zoo natuurlijk-kuisch, dat de bijna kinderlijke
-bekoring daarvan als het ware uit haar natuur zelf scheen voort te
-komen. Ongetwijfeld was onder de bedreiging van het gevaar en van den
-angst het verschrikkelijke bloed der Boccanera's in haar ontwaakt,
-een geheel atavisme van heftigheid, hoogmoed, razende, wanhopige en
-ontketende begeerten. Zij wilde haar deel van het leven, haar deel
-van de liefde. Zij morde en raasde alsof de dood, wanneer hij haar
-haar geliefde ontnam, een stuk van haar eigen vleesch wegrukte.
-
-"Maar ik smeek u, mevrouw, wees toch kalm," herhaalde de priester. "Hij
-leeft, zijn hart klopt... U doet er u zelf zooveel kwaad mede."
-
-Maar zij wilde met hem sterven.
-
-"O, lieveling, neem mij met je mede, neem mij met je mede, wanneer je
-weggaat... Ik zal me op je hart nederleggen, ik zal je zoo vast in
-mijn armen drukken, dat zij één zullen worden met de jouwe, en dat
-ze ons samen zullen moeten begraven... Ja, ja, wij zullen dood en
-toch getrouwd zijn. Ik heb je beloofd aan niemand anders te zullen
-toebehooren dan aan jou; ik zal ondanks alles de jouwe zijn, als
-het moet in de aarde... O lieveling, doe je oogen, doe je mond open,
-kus me, wanneer je niet wilt, dat ook ik sterf, wanneer jij dood bent."
-
-Door de donkere kamer met de oude, ingeslapen muren was een vlam
-van woesten hartstocht, van vuur en bloed gestreken. Maar de tranen
-overweldigden Benedetta, diepe snikken putten haar uit en wierpen
-haar verblind en krachteloos op den rand van het bed. Gelukkig
-maakte de dokter, dien Victorine medegebracht had, een einde aan het
-verschrikkelijk tooneel.
-
-Dokter Giordano, die de zestig reeds voorbij was, was een klein,
-witharig, gladgeschoren mannetje met blozende wangen, wiens vaderlijke
-persoonlijkheid te midden van zijn kerkelijke praktijk de allures
-van een prelaat aangenomen had. Het was, naar algemeen beweerd werd,
-een goedhartig man, die de armen gratis behandelde en in delicate
-gevallen zoo gesloten en gereserveerd was als een priester. Sedert
-dertig jaar hadden al de Boccanera's, vrouwen, kinderen, ja zelfs de
-kardinaal, zich aan zijn voorzichtige handen toevertrouwd.
-
-Bijgelicht door Victorine en geholpen door Pierre, kleedde hij
-Dario, die door de pijn uit zijn bewusteloosheid ontwaakt was, zoo
-zachtjes mogelijk uit, onderzocht de wonde en verklaarde onmiddellijk
-glimlachend, dat er volstrekt geen gevaar bij was. Het zou niets
-beteekenen, hoogstens drie weken te bed, en voor complicaties
-behoefde men niet bang te zijn. Evenals alle Romeinsche artsen was
-hij een liefhebber van mooie messteken, die hij dagelijks onder het
-lagere volk te behandelen kreeg, hij bleef met welgevallen naar de
-wond kijken, bewonderde die als kenner en vond ongetwijfeld, dat het
-prachtig gedaan was. Hij fluisterde den prins in:
-
-"Wij noemen dat een waarschuwing... De man heeft u niet willen dooden,
-de steek is van boven naar beneden toegebracht, zoodat het mes door
-het vleesch gegaan is, zonder zelfs het been te raken... Een knappe
-kerel, die zoo steken kan!"
-
-"Ja, ja," prevelde Dario; "hij heeft me gespaard, anders zou hij me
-door en door gestoken hebben."
-
-Benedetta hoorde er niets van. Toen de dokter verklaard had, dat er
-absoluut geen gevaar was en de zwakte en de bezwijming alleen het
-gevolg waren van den heftigen zenuwschok, was zij in een toestand van
-volkomen uitputting op een stoel neergevallen. Het was de ontspanning
-der vrouw na den vreeselijken wanhoopsaanval. Zachte, stille tranen
-begonnen langzaam uit haar oogen te stroomen; dan stond zij weer
-op en omhelsde Dario in een ontboezeming van hartstochtelijke,
-stille vreugde.
-
-"Luister eens, beste dokter," ging hij voort; "niemand behoeft er
-iets van te weten. Deze geschiedenis is zoo belachelijk... Niemand
-heeft het blijkbaar gezien, behalve mijnheer de abbé, aan wien ik
-geheimhouding vraag... En laat men vooral den kardinaal of mijn
-tante--kortom, geen van de huisvrienden ongerust maken!"
-
-Dokter Giordano glimlachte kalm.
-
-"Goed, goed! Dat spreekt van zelf, maak je daar maar niet druk
-over... Voor alle anderen ben je van de trap gevallen en heb je je
-schouder verrekt... En nu je verbonden bent, moet je trachten wat
-te slapen en geen koorts te krijgen. Morgenochtend kom ik nog eens
-kijken."
-
-Nu vloten langzaam dagen vol groote kalmte voorbij; voor Pierre
-ontwikkelde zich een geheel nieuw leven. De eerste dagen verliet hij
-zelfs het oude, ingeslapen paleis niet; hij las en schreef en had geen
-andere afleiding dan dat hij iederen middag tot het invallen van de
-schemering in de kamer van Dario zat, waar hij zeker was ook Benedetta
-aan te treffen. Na een vrij hooge koorts van acht-en-veertig uren was
-het herstel zijn gewonen gang gegaan; alles liep zoo goed mogelijk,
-de geschiedenis van den verrekten schouder werd door iedereen geloofd,
-zoodat de kardinaal van de spaarzame donna Serafina eischte, dat
-een tweede lantaarn op het portaal aangestoken zou worden, opdat een
-dergelijk ongeluk niet weer gebeuren zou. De weer ontstane, monotone
-vrede werd slechts gestoord door een laatsten schok, of liever door
-het dreigen van een moeilijkheid, waarin Pierre op een avond, dat
-hij wat langer bij den herstellende bleef, gemengd werd.
-
-Toen Benedetta zich eenige oogenblikken verwijderd had, boog Victorine,
-die een kop bouillon was komen brengen, zich over den prins heen en
-fluisterde hem zacht in het oor:
-
-"Een jong meisje, u weet wel Pierina, komt iederen dag huilend naar
-u vragen... Ik kon haar niet wegsturen, zij dwaalt maar om het huis
-rond; en ik vind het beter u maar te waarschuwen."
-
-Ondanks zichzelf had Pierre het gehoord; plotseling begreep hij
-alles. Dario, die hem aankeek, zag heel goed, wat hij dacht. En zonder
-Victorine antwoord te geven, zeide hij:
-
-"Ja, abbé, het was die woesteling van een Tito... Nu vraag ik u,
-is het niet belachelijk?"
-
-Maar hoewel hij beweerde niets gedaan te hebben, waarom de broeder
-hem een waarschuwing moest geven, zijn zuster niet aan te raken,
-glimlachte hij toch verlegen, zelfs een beetje beschaamd over een
-dergelijke geschiedenis. Het was blijkbaar een heele opluchting voor
-hem, toen de priester beloofde, als zij weer terugkwam, met haar te
-praten en te trachten haar aan het verstand te brengen, dat zij thuis
-moest blijven.
-
-"Een belachelijke geschiedenis, belachelijk!" herhaalde de prins,
-terwijl hij, als om zichzelf te honen, zijn woede overdreef. "Het is
-waarachtig iets uit de vorige eeuw."
-
-Plotseling zweeg hij. Benedetta kwam terug en ging weer naast haar
-lieven zieke zitten. En het zoete waken duurde voort in de oude,
-slapende kamer, in het oude, doode paleis, waaruit geen zuchtje
-opsteeg.
-
-
-
-Toen Pierre weer uitging, waagde hij zich, om een beetje frissche lucht
-te scheppen, nauwlijks in de wijk zelf. De Via Giulia interesseerde
-hem: hij kende haar vroegere pracht uit den tijd van Julius II,
-die haar in een rechte lijn aanlegde en met grootsche paleizen wilde
-omzoomen. Gedurende het carneval werden er wedrennen gehouden: men
-begon, te voet of te paard, bij het paleis-Farnese en eindigde bij
-de piazza S. Pietro. Hij had pas gelezen, dat de Fransche gezant,
-d'Estrée, markies van Couré, die in den palazzo Saccheti woonde, daar
-in 1630 met pracht en praal de geboorte van den dauphin gevierd had;
-hij liet drie wedrennen houden van de Sixtusbrug tot de S. Giovanni di
-Fiorentini, waarbij een buitengewone weelde tentoongespreid werd: de
-straten waren bestrooid met bloemen, alle vensters met de kostbaarste
-tapijten behangen. Den tweeden avond werd een groot vuurwerk op den
-Tiber ontstoken, het schip Argo, waarmede Jason uitvoer om het Gulden
-Vlies te veroveren. Een andermaal stroomde uit de Farnesische fontein,
-den Mascherone, wijn.
-
-Hoe ver lagen die tijden nu al weg en wat waren zij veranderd! Hoe
-eenzaam en stil lag nu de straat in de treurige verwaarloosde
-grootschheid, breed en recht, door de zon beschenen of in diepe
-duisternis. Van 's ochtends negen uur af blakerde de zon op het
-plaveisel van den vlakken, trottoirloozen rijweg, terwijl aan de
-beide, afwisselend van het felle licht in diepe schaduw overgaande
-kanten, de oude paleizen, de zware, oude huizen, de antieke, met
-schilden en spijkers bedekte poorten, de met groote ijzeren staven
-getraliede vensters, geheele verdiepingen met gesloten vensters
-sluimerden. Zij waren als dichtgespijkerd, om het daglicht niet
-meer binnen te laten. Wanneer de poortdeuren open stonden, zag
-men diepe overwelvingen, vochtige en kille, met groene vlekken
-bedekte binnenplaatsen, die evenals kloosters met zuilengangen
-omgeven waren. In de dépendances, in de lage gebouwen, die ten slotte
-vooral aan de Tiberzijde kleine steegjes gevormd hadden, waren kleine
-winkeltjes en werkplaatsen gekomen, een kleermaker, een boekbinder,
-vruchtenkeldertjes met vier tomaten en vier kropjes salade, kleine
-wijndebieten, die producten van Frascati en Genzano hadden, en waarin
-de drinkers gestorven schenen te zijn.
-
-In het midden van de straat bracht de gevangenis met haar
-afschuwlijk gelen muur al heel weinig vroolijkheid. Een geheel net
-van telegraafdraden liep door deze lange grafachtige gang met haar
-weinige voorbijgangers, waarin het stof van het verleden neerviel,
-van het eene einde naar het andere, van de arcade van den palazzo
-Farnese tot aan het verre uitzicht over de rivier, over de boomen van
-het hospitaal van den Heiligen Geest. Maar vooral 's avonds, wanneer
-de duisternis gevallen was, werd Pierre getroffen door de eenzaamheid,
-door de soort gewijden afschuw, dien de straat dan kreeg. Geen levende
-ziel, geen licht van de ramen, niets dan de dubbele rij lantaarns,
-die ver van elkander staande, wel op nachtlichtjes geleken, welke
-opgeslokt werden door de duisternis. De poorten waren gegrendeld en
-gebarricadeerd, geen geluid, geen ademtocht drong eruit door. Slechts
-hier en daar een verlicht wijnwinkeltje, doffe ramen, Waarachter
-in volkomen onbeweeglijkheid een lamp brandde, geen geroezemoes van
-stemmen, geen gelach echter was te hooren! Alles wat leefde waren de
-schildwachten voor de gevangenis; één voor de poort, één op den hoek
-van het steegje rechts, beiden stijf en strak in de doode straat!
-
-Verder interesseerde hem het geheele stadsdeel, die oude, voorname
-wijk, welke nu in vergetelheid geraakt en ver van het moderne
-leven verwijderd was, en nu nog slechts een muffe kerklucht
-uitademde. Aan den kant van de S. Giovanni di Fiorentini, op de
-plek, waar de nieuwe Corso Victor Emanuele alles vernietigd heeft,
-bestond een groote tegenstelling tusschen de hooge, gebeeldhouwde,
-schitterende, nauwlijks voltooide huizen van vijf verdiepingen en de
-zwarte, ingezakte en armzalige hutten van de naburige steegjes. 's
-Avonds glommen electrische bollen in verblindende witheid, terwijl
-de enkele lantaarns van de Via Giulia en de andere straten niet meer
-dan walmende lampions waren. Het waren vroeger beroemde straten: de
-Via dei Banchi Vecchi, de Via del Pellegrino, de Via di Monserrato,
-verder tallooze dwarsstraten, die er doorheen liepen en ze onderling
-verbonden, alle op den Tiber uitkwamen en zoo nauw waren, dat wagens
-er slechts met moeite door konden. Iedere straat had haar eigen kerk,
-een menigte bijna gelijkvormige, rijk versierde, zwaar vergulde en
-geschilderde kerken, die alleen op de uren van den dienst geopend,
-en dan vol zon en wierook waren. In de Via Giulia stond behalve
-de S. Giovanni di Fiorentini, behalve de S. Biagio della Pagnotta,
-behalve de Sant' Eligio degli Orefici, achter den palazzo Farnese nog
-de Santa Maria delle Morte, waarin hij gaarne toefde, om te droomen van
-het onbewoonde Rome, van de boetepriesters, die den dienst in die kerk
-waarnamen en wier taak het was de hun gesignaleerde verlaten lijken
-in de Campagna te gaan halen. Op een avond woonde hij de zielemis
-van twee onbekende, reeds veertien dagen lang onbegraven lijken bij.
-
-Maar zijn lievelingswandeling werd al heel gauw de nieuwe Tiberkade
-aan den achterkant van den palazzo Boccanera. Hij behoefde slechts
-het nauwe straatje uit te loopen en kwam dan op een eenzaam plekje,
-waar alles hem met eindelooze gedachten vervulde. De kade was niet
-geheel afgemaakt, het werk scheen zelfs stil te liggen, het was een
-ontzaglijke, met puin en gehouwen steenen bedekte werkplaats met
-half gesloten palissaden en ingevallen loodsen. Het rivierbed was
-steeds hooger geworden, terwijl de onophoudelijke opgravingen den
-bodem der stad lager gemaakt hebben. Om haar tegen overstroomingen te
-beschermen, had men het water in die reusachtige vestingmuren gevangen
-gezet. Voor dat doel had men ook de oude oevers zóó moeten ophoogen,
-dat het terras van den kleinen tuin der Boccanera's met zijn dubbele
-trap, waaraan vroeger pleizierbootjes aanlegden, lager lag en gevaar
-liep begraven te worden en te verdwijnen, wanneer men weer aan het
-straatwerk beginnen zou. Er was nog niets genivelleerd, de aangevoerde
-aarde bleef er zoo liggen als de kipkarren die er uitstortten;
-te midden van het materiaal, dat was blijven liggen, was niets te
-zien dan modderkuilen en instortingen. Slechts armelui's-kinderen
-kwamen spelen tusschen die puinhoopen, waarin het paleis wegzonk,
-werklooze arbeiders sliepen er zwaar in de warme zon, terwijl vrouwen
-haar wasch op de hoopen kiezelsteenen te drogen legden. Toch was het
-voor Pierre een gelukkig toevluchtsoord, waar hij zeker was rust te
-zullen vinden en ongestoord droomen kon, wanneer hij hier uren lang
-kwam zitten kijken naar de rivier, de kaden en de stad.
-
-Van acht uur af verguldde de zon het onmetelijk gat met haar
-blond-geel licht. Wanneer hij naar links keek, zag hij in de verte
-de daken van Trastevere, die zich grijsblauw tegen den schitterenden
-hemel afteekenden. Rechts maakte de rivier voorbij de apsis van de
-S. Giovanni di Fiorentini een bocht. De populieren van het hospitaal
-van den Heiligen Geest drapeerden op den anderen oever hun donkergroen
-gordijn en lieten aan den horizont het duidelijke profiel van de
-Engelenburcht zien. Maar vooral kon hij zijn oogen bijna niet afhouden
-van den tegenoverliggenden oever, want daar was een stuk van het heel
-oude Rome ongeschonden gebleven. Van de Sixtusbrug tot de Engelenbrug
-bevond zich op den rechteroever het deel van den onvoltooid gebleven
-kade-aanleg, dat, wanneer deze eenmaal voltooid zou zijn, later
-de rivier in de reusachtig hooge en witte vestingmuren gevangen
-houden zou.
-
-En inderdaad deze buitengewone bezwering van den ouden tijd, van
-dien met een heel stuk der oude pauselijke stad bedekten oever had
-iets verrassends en betooverends. Aan de Via della Longara waren de
-gelijkvormige gevels blijkbaar opnieuw gepleisterd, maar hier bleven de
-achterzijden van de tot aan het water loopende huizen zooals zij waren:
-gescheurd, rosachtig, met vuil bedekt, als oude bronzen beelden door
-de heete zon met een groenen tint bedekt. En welk een opeenhooping,
-wat een ongelooflijke opeenstapeling! Onder donkere gewelven, waarin
-de rivier binnendrong, heiwerk, dat de muren schraagde, stukken
-oud-Romeinschen bouw, die loodrecht naar beneden liepen; dan steile,
-uit hun voegen geraakte, groen geworden trappen, die uit het oeverzand
-opstegen, boven elkaar liggende terrassen, verdiepingen met haar lange
-rijen onregelmatige kleine vensters, huizen, die boven andere huizen
-uitstaken--en dat alles in een fantastisch gewemel van balcons, houten
-galerijen, dwars over binnenplaatsen geslagen bruggen, boomgroepen,
-die uit de daken schenen te groeien, en bijgebouwde dakkamertjes,
-die midden in de rose dakpannen gezet waren. Een goot liep met groot
-lawaai uit een versleten en vervuild steenen bekken. Overal, waar de
-oever door de meer achteruitgelegen huizen zichtbaar werd, was hij
-met een wilde vegetatie, met onkruid, struiken en mantels van klimop,
-die in koninklijke plooien op den grond sleepten, bedekt. De ellende,
-de vervuiling verdween onder de glorie der zon, de oude, ingezonken,
-opeengehoopte gevels werden als van goud; de voor de ramen te drogen
-hangende wasch pavoiseerde ze met het purper van de roode rokken en de
-verblindende sneeuw van het linnen, terwijl verder weg, boven de wijk
-uit, de Janiculus zich met het fijne profiel van de S. Onofrio tusschen
-pijnboomen en cypressen verhief in de schittering der dagvorstinne.
-
-Dikwijls ging Pierre leunen over de borstwering van den reusachtigen
-kademuur en bleef daar dan lang met een hart, dat vol droefheid over
-de doode eeuwen was, staan kijken naar den onder hem stroomenden
-Tiber. Niets zou de groote moeheid van die oude wateren kunnen
-schilderen, hun somber langzaam voortkabbelen onder in die Babylonische
-gracht, die hen omsloot, tusschen de mateloos groote, rechte, gladde,
-kale, in hun nieuwe leelijkheid geheel grauwe gevangenismuren. In
-de zon nam de gele rivier een gulden tint aan en vlamde door de
-lichte schittering van zijn stroom in blauw en groen. Maar zoodra
-zij in het donker lag, werd zij ondoorzichtig, modderkleurig, zoo
-oud, zoo dik en zoo zwaar, dat de omringende huizen zich er niet
-eens in weerspiegelen konden. Welk een troostelooze verlatenheid,
-welk een rivier van stilte en eenzaamheid! Ook al mocht zij na de
-winterregens haar dreigenden vloed nog dikwijls voorwaarts stuwen,
-toch sliep zij gedurende de lange maanden, dat de hemel blauw is,
-en stroomde geruischloos door Rome.
-
-Men kon daar den geheelen langen dag staan, zonder dat een bark of een
-zeil er leven aan gaf. De enkele booten, de twee of drie stoombootjes,
-die van de zeekust kwamen, de tartanes [19], die wijn van Sicilië
-brachten, ankerden alle aan den voet van den Aventinus. Verder was
-het niet meer dan een woestijn, dood water, waarin hier en daar een
-onbeweeglijke visscher zijn hengel hangen liet. Pierre zag iets
-naar rechts onder aan den ouden oever nooit iets anders dan een
-soort oude, overdekte, platte schuit, een half verrotte Arke Noachs,
-misschien was het een waschschuit, maar hij zag er nooit een levende
-ziel. Verder lag er nog op een modderachtig punt een gestrande sloep
-met een gebarsten zijde als een armzalig symbool, dat alle scheepvaart
-hier onmogelijk en opgegeven was. O, deze rivierruïne, die even dood
-was als de beroemde ruïne, waarvan zij het stof zoovele eeuwen lang
-bespoeld had! Nu was zij het moede! En wat riep zij niet voor den
-geest op? Eeuwen van geschiedenis, zoovele dingen, zoovele menschen,
-die de gele wateren weerspiegeld hadden, wier moeheid en walging zij
-overgenomen hadden, tot zij, in hun vurig verlangen naar het Niet,
-zoo zwaar, zoo stil, zoo eenzaam geworden waren.
-
-Hier was het, dat Pierre op een ochtend Pierina achter een der houten
-loodsen, die tot bewaring van gereedschappen gediend hadden, zag
-staan. Zij rekte haar hals uit en keek, nu al uren lang misschien,
-strak naar het raam van Dario's kamer op den hoek van het steegje en
-de kade. Ongetwijfeld bang geworden door de strenge manier, waarop
-Victorine haar ontvangen had, had zij zich niet meer in het paleis
-durven vertoonen, om naar hem te informeeren, maar nadat zij van een
-knecht gehoord had, waar het raam was, ging zij daarheen en bracht er
-heele dagen door, om onvermoeibaar op een teeken van leven en redding
-te wachten. Alleen de hoop reeds dat te zullen zien deed haar hart
-woest kloppen. Diep ontroerd haar zich zoo ootmoedig, ondanks haar
-koninklijke schoonheid zoo bevend van aanbiddende vereering te zien
-verbergen, ging hij naar haar toe. In plaats van haar te beknorren en
-weg te jagen, zooals hem opgedragen was, praatte hij vriendelijk en
-opgewekt met haar, alsof er niets voorgevallen was, en richtte het
-gesprek zóó in, dat hij den naam van den prins kon noemen, om haar
-daarbij tevens te zeggen, dat hij binnen veertien dagen weer op den
-been zou zijn.
-
-Eerst was zij, schuw en wantrouwend, opgesprongen en wilde
-vluchten. Maar toen zij hem begrepen had, schoten de tranen in haar
-oogen, en toch lachend, wierp zij hem gelukkig een kushand toe en riep
-hem "Grazie, grazie!" [20] toe, terwijl zij zich zoo vlug mogelijk
-uit de voeten maakte. Nooit heeft hij haar meer teruggezien.
-
-Op een anderen ochtend zag Pierre, toen hij in de S. Brigitta op de
-piazza Farnese zijn mis wilde gaan lezen, tot zijn groote verbazing
-Benedetta, ondanks het vroege uur, reeds uit de kerk komen. Zij had
-een klein fleschje olie in haar hand. Zij toonde in het geheel geen
-verlegenheid daarover en vertelde hem, dat zij om de twee of drie
-dagen bij den koster een paar druppeltjes ging halen van de olie,
-welke de eeuwige lamp voedde voor een oud, houten beeld der Madonna,
-waarin zij groot vertrouwen stelde. Zij bekende zelfs, dat zij alleen
-in deze vertrouwen stelde, want zij had nooit iets verkregen van
-andere, zelfs niet van zeer beroemde Madonna's, van marmer of zilver,
-tot wie zij zich gewend had. In haar hart brandde dan ook voor dit
-heilige beeld, dat haar niets weigerde, een innige vereering, de
-eenige vereering, die zij in werkelijkheid bezat. En zij verzekerde
-heel eenvoudig, als ware het de natuurlijkste zaak van de wereld,
-waaraan geen twijfel mogelijk was, dat die enkele droppels olie,
-waarmede zij iederen ochtend en iederen avond de wond van Dario
-inwreef, de oorzaak waren van zijn zoo snelle, ja bijna wonderbaarlijke
-genezing. Een zoo kinderlijke vroomheid bij dit bewonderenswaardige
-wezen van verstand en hartstocht en aanminnigheid, trof Pierre diep
-en maakte hem wanhopig; glimlachen kon hij niet.
-
-Iederen avond, wanneer hij van zijn wandeling thuis kwam en een uurtje
-ging doorbrengen in de kamer van den genezenden Dario, wilde Benedetta,
-dat hij, om den zieke wat afleiding te geven, vertelde hoe hij zijn
-dagen doorgebracht had; en alles wat hij vertelde, zijn verbazing,
-zijn ontroering en dikwijls ook de woede, die in hem opgekomen was,
-dat alles kreeg, te midden van de groote, gedempte stilte van de kamer,
-een droeve bekoring. Maar vooral toen hij de wijk weer durfde verlaten,
-toen hij een groote liefde had opgevat voor de Romeinsche parken,
-waarheen hij zich 's morgens vroeg, wanneer de hekken geopend werden,
-reeds begaf, om zeker te zijn er niemand te zullen ontmoeten, bracht
-hij geestdriftige gevoelens mede naar huis--een verrukte liefde voor
-de mooie boomen, voor de fonteinen, voor de terrassen, vanwaar men
-zulk een heerlijk uitzicht had op breede horizonten.
-
-En niet de grootste van die vele parken vervulden zijn hart met de
-meeste geestdrift. In de Villa Borghese, het Bois de Boulogne van
-Rome, was majestueus volwassen hout, waren koninklijke alleeën, waar
-'s middags vóór den verplichten rit op den Corso de equipages kwamen
-defileeren, maar veel meer werd hij getroffen door den afgesloten
-tuin vóór de villa--deze villa vol verblindende pracht van marmer,
-waarin zich thans het mooiste museum der wereld bevindt. Daar was een
-eenvoudig, fijn tapijt van gras, een heel groot bekken in het midden,
-dat door de naakte blankheid van een Venus beheerscht wordt. Daar
-waren brokstukken van antieke vazen, beelden, zuilen, sarcophagen,
-symmetrisch in een vierkant opgesteld, en verder niets dan dat
-verlaten, bezonde, melancholieke gras. Op den Pincio, waarheen hij
-weer terugkeerde, bracht hij een heerlijken ochtend door; hij begreep
-thans de bekoring van dit smalle hoekje met zijn enkele, altijd-groene
-boomen, met zijn prachtig uitzicht: geheel Rome en de St. Pieter in
-de verte, in het zoo zachte, zoo helder, zoo bepoederde zonlicht.
-
-In de villa Albani en in de villa Pamphili vond hij de heerlijke,
-trotsche, slanke piniepijnen, de krachtige steeneiken met hun kromme
-takken en hun bijna zwart loof terug. In de laatste vooral dompelden
-de eiken de lanen in een heerlijk halfdonker; het kleine meertje met
-zijn treurwilgen en riettouffes was vol droomen; het dieper gelegen
-bloemperk vormde een mozaïek van barokken smaak, een samengesteld
-dessin van rozetten en arabesken, dat door een rijke verscheidenheid
-van bloemen en bladeren gekleurd werd. Wat hem echter in den tuin, den
-edelste, grootste, best verzorgde van al deze tuinen, in het bijzonder
-opviel, was, dat hij, toen hij langs een klein muurtje liep, weer de
-St. Pieter zag, maar nu onder een zóó nieuw en zoo onverwacht aspect,
-dat het symbolische beeld voor altijd in zijn geest gegrift was. Rome
-was geheel verdwenen; tusschen de hellingen van den Monte Mario en
-een anderen heuvel, die de stad aan het oog onttrok, zag men niets
-dan den reusachtigen dom, welks groote massa op verspreide, witte en
-rossige blokken scheen te rusten. Met zijn overmatig grooten, tegen het
-helle blauw van den hemel matblauw afstekenden koepel beheerschte hij,
-drukte hij de huizeneilandjes van den Borgo, de opgehoopte gebouwen
-van het Vaticaan dood.
-
-Maar Pierre voelde nog meer de ziel der dingen in de minder weelderige
-tuinen, die een meer gesloten lieftalligheid bezaten. O, die villa
-Mattei op de helling van den Coelius met haar terrasvormigen tuin,
-met haar intieme, door aloës, laurierboomen en groote kardinaalsmutsen
-omzoomde lanen, met haar priëelvormig geschoren taxisboomen, met
-haar oranjeappelen, haar rozen en haar fonteinen! Hij doorleefde er
-heerlijke uren! Een dergelijke bekoring vond hij alleen nog maar
-terug op den Aventinus, toen hij de drie kerken bezocht, die daar
-als verloren gingen in het groen; vooral in de S. Sabina, de wieg der
-Dominicanen, welker kleine, van alle kanten ingesloten tuin, zonder
-eenig uitzicht, in een lauwen, geurigen vrede slaapt, en beplant is
-met oranjeappelboomen, in het midden waarvan de eeuwenoude boom van
-den Heiligen Dominicus nog met rijpe vruchten beladen is. De tuin van
-de kloosterkerk der Malthezer ridders gaf een ruim uitzicht over een
-breeden horizont, die den loop van den Tiber, de gevels en daken,
-die zich langs de beide oevers ophoopen, tot aan den verren top
-van den Janiculus omvat. Overigens zag men in die tuinen van Rome
-steeds weer dezelfde geschoren taxisboomen, de eucalyptussen met
-hun witten stam en hun lichte, als menschenhaar zoo lange bladeren,
-de ineengedrongen, sombere steeneiken, de reusachtige pijnboomen,
-de groote cypressen, tusschen de rozenstruiken witte marmergroepen,
-onder de mantels van klimop ruischende fonteinen.
-
-Een teederder, smartelijke vreugde smaakte hij eerst in de villa
-van paus Julius, welker in den tuin uitkomenden zuilengang met zijn
-geschilderde decoratie, zijn gouden, met bloemen omrankt latwerk,
-waardoor glimlachende zwermen van kleine Amortjes vliegen, het geheele
-leven van een beminlijk en zinnelijk tijdvak verhaalt. Den avond
-eindelijk, dat hij uit de villa Farnese thuiskwam, zeide hij, dat hij
-de doode ziel van het oude Rome medebracht; niet de naar kartons van
-Raffaël uitgevoerde schilderingen hadden hem echter zoo getroffen,
-neen, de mooie zaal aan den rand van het water met haar zacht-blauwe,
-zacht-lila, zacht-rose, volstrekt niet geniale, maar zoo bekoorlijke
-en zoo echt-Romeinsche versiering--en nog meer de verwaarloosde tuin,
-die vroeger tot den Tiber liep en nu door de nieuwe kade afgesloten
-werd. Hij was verwaarloosd, verwoest, met onkruid doorwoekerd als
-een kerkhof, maar toch rijpten er nog steeds de gouden vruchten der
-oranjeappel- en citroenboomen.
-
-Nog eenmaal werd Pierre op een mooien avond, toen hij de villa
-Medici bezocht, door een hevige ontroering geschokt. Daar was hij
-op Franschen bodem. En welk een prachtige tuin was het weer met
-zijn taxisboomen, zijn pijnboomen en zijn alleeën vol pracht en
-bekoring! Welk een heerlijk toevluchtsoord voor droomerijen en gepeins
-over de Oudheid gaf dat oude en donkergroene bosch van steeneiken,
-waar de ondergaande zon gloeiende goudroode lichtstralen wierp in het
-glanzende brons der bladeren. Men moet een eindeloos hooge trap opgaan,
-om van uit de hoogte, van af den Belvédère met één blik geheel Rome te
-omvatten, als kon men het, wanneer men zijn armen uitbreidde, geheel
-nemen. Van uit de eetzaal, die de portretten van alle kunstenaars,
-die te Rome hun studies in de villa kwamen voortzetten, versieren,
-van uit de bibliotheek, een groote zaal vol diepe rust, heeft men
-hetzelfde bewonderenswaardige, grootste en medesleependste uitzicht,
-een uitzicht van mateloozen eerzucht welks oneindigheid den jongen
-daar verblijf houdenden mannen den wil moest ingeven de wereld te
-veroveren en te bezitten.
-
-Hij, die met vijandige gevoelens tegen het instituut van den
-prix de Rome, tegen deze traditioneele, éénvormige en voor de
-oorspronkelijkheid zoo gevaarlijke opleiding naar Rome gekomen was,
-werd nu een oogenblik door dezen lauwen vrede, door deze zachte
-eenzaamheid van den tuin, door dezen verheven horizont, waarin
-de vleugels van het genie schenen te klapwieken, geheel gevangen
-genomen. Hoe heerlijk moest het zijn, om op zijn twintigste jaar drie
-jaar in dezen zachten droom, te midden van de mooiste kunstwerken der
-menschheid te mogen leven, zich te mogen zeggen, dat men nog te jong
-is om reeds te kunnen scheppen, zichzelf te mogen zoeken, te mogen
-leeren genieten, lijden en liefhebben! Maar dan overwoog hij weer,
-dat het smaken van het goddelijk genot van zulk een kunst-retraite
-niet de zaak der jeugd is, maar van den rijperen leeftijd, van reeds
-behaalde overwinningen, van de beginnende moeheid nadat het werk
-voltooid is. Hij sprak met de inwonende kunstenaars en merkte op,
-dat, al mochten ook droomerige en contemplatieve jonge zielen en de
-eenvoudige middelmatigheid zich in dit in de kunst van het verleden
-opgesloten leven schikken kunnen, iedere strijdbare kunstenaar, ieder
-persoonlijk temperament hier van ongeduld stierf en, verteerd door
-de begeerte om dadelijk midden in den vurigen haard van scheppen en
-strijden te zijn, zijn oogen gericht hield op Parijs.
-
-En al die tuinen, waarvan Pierre hun 's avonds met verrukking vertelde,
-riepen in Benedetta en Dario de herinnering wakker aan den tuin van
-de villa Montefiori, die thans verwoest, maar vroeger zoo groen en met
-de mooiste oranjeappelboomen van Rome, een geheel bosch van eeuwenoude
-boomen, beplant was, en waarin zij elkaar hadden leeren liefhebben.
-
-"O, ik herinner het mij," zeide de contessina, "in den bloeitijd rook
-het er zóó heerlijk, zóó sterk, zóó bedwelmend, dat ik eenmaal in
-het gras ben blijven liggen en niet opstaan kon... Weet jij het nog,
-Dario? Je hebt me toen in je armen genomen en naar de fontein gedragen,
-waar het zoo lekker frisch was."
-
-Zij zat, zooals gewoonlijk, op den rand van het bed en hield de hand
-van den herstellende, die was begonnen te lachen, in de hare.
-
-"Ja zeker, ik heb je op je oogen gezoend en eindelijk heb je die
-geopend... Toen was je heel wat minder wreed, liet je me je oogen
-zoenen, zooveel als ik zelf wilde... Maar we waren kinderen, en
-indien we geen kinderen geweest waren, zouden we in dien grooten tuin,
-waarin het zoo heerlijk rook en we zoo vrij konden loopen, dadelijk
-man en vrouw geweest zijn!"
-
-Zij knikte toestemmend, overtuigd, dat de Madonna alleen hen beschermd
-had.
-
-"Dat is zoo, dat is zoo!... En welk een geluk, dat we nu elkander
-kunnen toebehooren, zonder de engelen te bedroeven!"
-
-Steeds weer kwam het gesprek daarop terug. Het proces tot
-nietigverklaring van het huwlijk liet zich steeds gunstiger aanzien en
-Pierre was iederen avond getuige van hun verrukking, hoorde hen slechts
-praten over hun aanstaande echtverbintenis, over hun plannen, over hun
-vreugde van verliefden in het paradijs. Ditmaal door een almachtige
-hand bestuurd, moest donna Serafina de zaak met kracht leiden, want
-er ging bijna geen dag voorbij, dat zij niet de een of andere blijde
-tijding medebracht. Zij wilde de zaak ter wille van het voortbestaan
-en de eer van den naam zooveel mogelijk bespoedigen, aangezien Dario
-met niemand dan met zijn nicht trouwen wilde en anderzijds dit huwlijk
-alles zou verklaren, alles zou verontschuldigen, aan een onhoudbaren
-toestand een einde maken zou.
-
-Het afschuwlijke schandaal, de vreeselijke kletspraatjes, die de zwarte
-en witte kringen opwonden, brachten haar geheel buiten zichzelf, te
-meer daar zij voor de eventueele mogelijkheid van een conclave, waarin
-zij wilde, dat de naam van haar broeder in onbevlekten, verheven glans
-schitteren zou, de noodzakelijkheid van een overwinning inzag. Nooit
-had de geheime eerzucht van haar geheele leven, de hoop er getuige van
-te zijn, dat haar geslacht een derden paus aan de Kerk schenken zou,
-haar met zulk een hartstocht vervuld; het was, alsof zij de behoefte
-voelde troost te zoeken voor haar koud celibaat, sedert haar eenige
-vreugde in deze wereld, advocaat Morano, haar zoo wreed in den steek
-gelaten had. Steeds in het donker gekleed, druk bezig en zóó slank
-en ingeregen, dat men haar, van achteren gezien, voor een jong meisje
-gehouden had, was zij als de donkere ziel van het oude paleis; Pierre
-ontmoette haar overal, terwijl zij als zorgzame huisvrouw door het
-huis sloop en ijverzuchtig over den kardinaal waakte.
-
-Hij groette haar zwijgend; telkens werd het hem koud om het hart,
-wanneer hij het uitgedroogde, met diepe plooien doorgroefde gelaat
-met den grooten, eigenzinnigen familieneus zag. Maar zij beantwoordde
-nauwlijks zijn groet, keek nog steeds minachtend neer op dien kleinen
-vreemden priester, dien zij slechts in haar naaste omgeving duldde
-ter wille van monsignor Nani en van vicomte Philibert de la Choue,
-die zoovele mooie bedevaarten naar Rome gebracht had.
-
-Langzamerhand begon Pierre, die iederen avond getuige was van de
-angstige vreugde en het liefde-ongeduld van Benedetta en Dario, met
-hen een spoedige oplossing te wenschen. Het proces zou weer gevoerd
-worden voor de concilie-congregatie, wier eerste beslissing ten gunste
-van de echtscheiding niet in kracht van gewijsde gegaan was, daar
-de verdediger van het huwlijk, monsignor Palma, in overeenstemming
-met zijn recht een aanvullend onderzoek geëischt had. Trouwens dat
-slechts met één stem meerderheid genomen besluit zou zeker niet door
-den Heiligen Vader bekrachtigd zijn. In het kort, het ging er nu om
-stemmen te krijgen onder de tien kardinalen, waaruit de congregatie
-samengesteld was, hen te overreden en een bijna volkomen eenstemmigheid
-te verkrijgen: een moeilijke taak, want de verwantschap van Benedetta
-met haar oom den kardinaal, welke alles makkelijker moest maken,
-compliceerde juist de zaak door al de intriges van het Vaticaan, al
-den wedijver, die door het doen voortduren van het schandaal ernaar
-streefde den mogelijken paus in hem te dooden.
-
-Op die verovering van stemmen ging donna Serafina iederen middag uit,
-waarbij zij geleid werd door haar biechtvader, pater Lorenza, dien
-zij dagelijks ging opzoeken in het Collegium Germanicum, het laatste
-toevluchtsoord der Jezuïeten te Rome, sedert zij niet langer de
-meesters van Il Gesù zijn. De hoop op succes baseerde zich vooral op
-de omstandigheid, dat Prada, de zaak moede en geprikkeld, verklaard
-had, niet meer te zullen verschijnen. Hij antwoordde niet eens op
-de herhaalde dagvaardingen, zoo hatelijk en belachelijk scheen hem
-de aanklacht van impotentie, sedert Lisbeth, zijn erkende maîtresse
-voor de oogen der geheele stad, zwanger van hem was.
-
-Hij zweeg dus, deed als was hij nooit getrouwd geweest, ofschoon
-de wond van zijn beleedigden mannetrots nog altijd bloedde en
-onophoudelijk door de praatjes, die bleven loopen, en den twijfel aan
-zijn vaderschap, welke in de zwarte kringen heerschen bleef, weder
-geopend werd. Daar dus de tegenpartij zich terugtrok en uit eigen
-beweging verdween, kon men de steeds toenemende hoop van Benedetta en
-Dario voorstellen, wanneer donna Serafina 's avonds bij haar thuiskomst
-vertellen kon, dat zij meende weer de stem van een kardinaal gewonnen
-te hebben.
-
-Maar de man, die hun den meesten angst bezorgde, was monsignor Palma,
-de door de congregatie van ambtswege aangestelde advocaat, om den
-heiligen band van het huwlijk te verdedigen. Hij bezat bijna onbeperkte
-rechten, kon nogmaals hooger beroep aanteekenen, in ieder geval het
-proces sleepende houden, zoolang als hij zelf wilde. Zijn eerste
-pleidooi in antwoord op dat van Morano, was reeds verschrikkelijk
-geweest, had den maagdelijken staat van Benedetta in twijfel getrokken,
-citeerde wetenschappelijk vastgestelde gevallen, waarin vrouwen
-nog de door vroedvrouwen beëedigde maagdelijke kenteekenen bezaten,
-eischte een nauwkeurig onderzoek van twee artsen en verklaarde ten
-slotte, dat, waar de eerste voorwaarde tot het verrichten van de
-daad gehoorzaamheid van de vrouw is, de eischeresse, zelfs al was
-zij maagd, niet gerechtigd was de nietigverklaring van het huwlijk
-te vragen, waarvan de volkomen voltrekking belemmerd was door haar
-herhaalde weigeringen. Het gerucht liep, dat het nieuwe pleidooi,
-hetwelk hij gereed maakte, nog onverbiddelijker en meedoogenloozer
-zou zijn, zóó vast stond zijn overtuiging. Het ergste zou zijn, dat
-tegenover die verheven energie van waarheid en logica de kardinalen,
-zelfs al waren zij nog zoo welwillend, het niet wagen zouden den
-Heiligen Vader tot nietigverklaring te adviseeren.
-
-Benedetta begon dan ook reeds weer moedeloos te worden, toen donna
-Serafina haar na een bezoek aan monsignor Nani weer wat gerust stelde
-met de mededeeling, dat een gemeenschappelijke vriend beloofd had met
-monsignor Palma te zullen spreken. Maar dat zou ongetwijfeld veel geld
-kosten. Monsignor Palma, een in kanonische aangelegenheden zeer ervaren
-en uiterst rechtschapen theoloog, had in zijn leven een groot verdriet
-gehad: op lateren leeftijd was hij als waanzinnig verliefd geworden op
-een zeldzaam mooie nicht en had haar, om een schandaal te vermijden,
-moeten uithuwlijken aan een spitsboef, die haar van af het eerste
-oogenblik arm maakte en mishandelde. De schijn bleef gered, maar op
-dat oogenblik maakte de prelaat een moeilijke crisis door: hij was
-het moe zich nog langer te laten plukken en bezat niet het noodige
-geld, om zijn neef, die valsch gespeeld had, uit die moeilijkheid
-te redden. De gelukkige vondst nu bestond hierin, dat men den jongen
-man wilde redden door voor hem te betalen en hem dan een positie te
-bezorgen, zonder iets aan den oom te vragen, die op een avond, nadat
-de duisternis volkomen ingevallen was, als was hij een medeplichtige,
-weenend donna Serafina voor haar goedheid danken kwam.
-
-Pierre was dien avond bij Dario, toen Benedetta dien avond lachend
-en in haar handen klappend van blijdschap de kamer binnenkwam.
-
-"Het is zoover! Het is zoover! Hij is juist bij tante geweest en
-heeft haar eeuwige trouw gezworen. Nu is hij wel verplicht vriendelijk
-te zijn."
-
-"Maar heeft men hem iets laten onderteekenen, heeft hij zich formeel
-verbonden?" vroeg Dario, die wantrouwender was.
-
-"Wel neen, hoe kon dat nu? Het is zoo'n delicate quaestie!... Men zegt,
-dat hij een buitengewoon eerlijk man is!"
-
-Toch was ook zij weer door een onrust aangegrepen. Als monsignor Palma
-ondanks den grooten dienst, dien men hem bewezen had, onomkoopbaar
-zou blijken te zijn? Die gedachte liet hen niet meer los. Het in
-spanning wachten begon opnieuw.
-
-"Dat heb ik nog niet verteld," begon zij weer na een vrij lange stilte;
-"ik heb me tot dat beroemde onderzoek vermand. Ja, ik ben vanochtend
-met tante naar twee doktoren geweest."
-
-Zij glimlachte weer, scheen in het geheel niet verlegen.
-
-"En?" vroeg hij met hetzelfde kalme gezicht.
-
-"Natuurlijk hebben zij gezien, dat ik niet loog. Zij hebben allebei een
-soort certificaat opgemaakt... Het was, naar het schijnt, absoluut
-noodzakelijk ten einde monsignor Palma in staat te stellen zijn
-vroegere woorden te herroepen."
-
-En zich vervolgens tot Pierre wendend:
-
-"O, dat vreeselijke Latijn, mijnheer de abbé!... Toch zou ik graag
-geweten hebben, wat erin stond, en daarom had ik gedacht, dat u zoo
-welwillend zoudt zijn het te vertalen. Maar tante heeft mij de stukken
-niet willen laten en ze onmiddellijk aan het dossier doen toevoegen."
-
-Heel verlegen knikte de priester slechts, want hij wist maar al te
-goed, dat die soorten certificaten een volledige beschrijving in
-technische termen waren van alle bijzonderheden van den toestand,
-tot van de kleur en den vorm toe. Zij schaamden zich er zonder
-eenigen twijfel niet voor, zóó natuurlijk en gelukkig zelfs scheen
-dit onderzoek, waarvan hun geheele levensgeluk afhing, hun toe.
-
-"Enfin," zeide Benedetta, "laten we hopen, dat monsignor Palma dankbaar
-zal zijn. En jij, Dario, maak nou maar gauw, dat je voor den mooien
-dag van ons geluk weer heelemaal beter bent."
-
-Maar hij was zoo onvoorzichtig geweest te vroeg op te staan,
-waardoor zijn wond weer open ging en hij nog eenige dagen het bed
-moest houden. Pierre bleef iederen avond bij hem komen en trachtte
-hem dan wat afleiding te bezorgen door hem van zijn wandelingen te
-vertellen. De laatste dagen was hij moediger geworden, doorkruiste
-hij geheel Rome en ontdekte met verrukking de merkwaardigheden,
-die in alle reisgidsen genoemd worden. Zoo begon hij op een avond
-met iets van ontroering in zijn stem te praten over de voornaamste
-pleinen der stad, die hij in den beginne banaal gevonden had, doch
-die nu in zijn oog zeer interessant waren en ieder hun eigenaardige
-bekoring hadden: de piazza del Popolo, zoo zonnig, zoo voornaam in
-haar monumentale symmetrie--de piazza di Spagna, de zoo drukke en
-levendige plaats van samenkomst der vreemdelingen met haar dubbele,
-door de zomerzon vergulde, breede en sierlijke trap van honderd
-twee-en-dertig treden--de groote, altijd van menschen wemelende
-piazza Colonna, de meest typisch Italiaansche door die nietsdoende
-en zorgelooze menigte, welke flaneert om de zuil van Marcus Aurelius
-in de hoop, dat het geluk hun wel uit den hemel in den schoot zal
-vallen--de lange, regelmatige piazza Navone, die stil en verlaten ligt,
-sedert er geen markt meer op gehouden wordt, doch de droefgeestige
-herinnering aan haar vroegere drukte bewaart--de piazza del Campo
-de' Fiori, welke iederen ochtend met het lawaai van de vruchten- en
-groentenmarkt vervuld wordt, een ware plantage van groote parapluies,
-stapels tomaten, Spaansche pepers en druiven te midden van den stroom
-der steeds maar door ratelende koop- en huisvrouwen. Het meest echter
-werd hij getroffen door de piazza del Capitolio, waaraan hij altijd
-dacht als aan een bergtop, aan een de stad en de wereld beheerschende
-open plek; nu vond hij haar echter klein, vierkant, eng tusschen de
-drie paleizen ingesloten, terwijl zij slechts uitzag op een kleinen,
-door daken begrensden horizont. Niemand komt hierlangs, vindt het de
-moeite waard de met palmen omzoomde toegangstrap op te gaan; alleen
-vreemdelingen maken een omweg om er heen te rijden. De rijtuigen
-wachten, de touristen blijven een oogenblik staan kijken naar het
-prachtige, oude, bronzen ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius, dat
-in het midden staat. Tegen vier uur, wanneer de zon het paleis aan
-den linkerkant verguldt en de fijne beelden van het lijstwerk zich
-tegen den blauwen hemel afteekenen, zou men haar met haar vrouwen,
-die onder de zuilengaanderij zitten te breien en de troepen havelooze
-kinderen, die daar losgelaten zijn als een school op een speelplaats,
-voor een lauw en stil provinciepleintje houden.
-
-Weer op een anderen avond gaf Pierre tegenover Benedetta en Dario
-uiting aan zijn bewondering voor de fonteinen van Rome, de stad,
-waar het water het rijkelijkst en overvloedigst in marmer en brons
-stroomt: van het "Scheepje" op de piazza di Spagna, den "Triton" op
-de piazza Barbarini, de "Schildpadden" op het pleintje, dat daarnaar
-genoemd is, af tot de drie fonteinen op de piazza Navona, waar in het
-midden het grootsche kunstwerk van Bernini prijkt, en de reusachtige
-en weelderige Fontana di Trevi, die door het tusschen de Gezondheid
-en de Vruchtbaarheid staande beeld van Neptunus beheerscht wordt, toe.
-
-Een anderen avond kwam hij gelukkig thuis en vertelde, dat hij zich
-eindelijk den typischen indruk had kunnen verklaren, die de straten
-van het oude Rome om den Capitolinus en op den linkeroever van den
-Tiber, daar waar oude krotten als het ware gekleefd stonden tegen de
-zijden van groote, vorstelijke paleizen, op hem maakten: het kwam,
-omdat zij geen trottoir hadden en de voetgangers heel op hun gemak
-tusschen de voertuigen in liepen, zonder ooit op de gedachte te komen
-langs de huizen te gaan. Het waren oude wijken, zooals hij ze gaarne
-zag: eindeloos draaiende straatjes; nauwe, onregelmatige pleintjes;
-reusachtige, vierkante paleizen, die in de op elkaar gedrongen menigte
-kleine huizen, welke ze van alle kanten overstroomden, als het ware
-verdwenen. Ook de wijk van den Esquilinus was zoo: overal met grijs
-kiezel bedekte trappen, waarvan iedere trede met witten steen omrand
-was; plotselinge bochten makende hellingen; boven elkander liggende
-terrassen; seminaria en kloosters met gesloten ramen als waren het
-doode huizen; een groote kale muur, waarachter zich een reusachtige
-palm in het smettelooze blauw van den hemel verheft.
-
-Weer een ander maal, nadat hij zijn wandeling nog verder uitgestrekt
-had tot in de Campagna, langs den Tiber, stroomopwaarts van af
-de Ponte Molli, kwam hij verrukt thuis, omdat hem een klassieke
-kunst, waarvoor hij tot dusverre geen gevoel gehad had, geopenbaard
-was. Langs den oever had hij zuivere Poussin's [21] gezien: de gele,
-langzaam stroomende rivier met haar met riet begroeide oevers; lage,
-gekartelde, rotsachtige oevers, waarvan de krijtachtige witheid
-afstak tegen den rosachtigen achtergrond van de eindelooze, golvende
-vlakte, die slechts door de blauwe heuvels van den horizont begrensd
-werd; enkele spichtige boomen; de ruïne van een zuilengaanderij; een
-troep achter elkaar loopende schapen, die gaan drinken, terwijl een
-herder, die met zijn schouder tegen den stam van een steeneik leunt,
-staat te kijken. Het was een speciale, vermetele en ruwe, uit niets
-bestaande, tot een rechte en vlakke lijn vereenvoudigde, maar door
-grootsche herinneringen veredelde schoonheid; steeds nog marcheerden
-de Romeinsche legioenen over de straatwegen door de kale Campagna,
-steeds nog was het de lange slaap der Middeleeuwen, dan het ontwaken
-der oude natuur in het Katholieke geloof, wat Rome voor de tweede
-maal tot den wereldheerscher gemaakt had.
-
-Op een dag, dat Pierre den Campo Verano, het groote kerkhof van
-Rome bezocht had, vond hij 's avonds aan het bed van Dario behalve
-Benedetta ook Celia.
-
-"Vindt u het zoo prettig naar de dooden te gaan kijken?" riep de
-kleine prinses uit.
-
-"O, die Franschen," viel Dario, die alleen bij de gedachte aan een
-kerkhof al huiverde, haar bij; "die Franschen bederven door hun liefde
-voor treurige tooneelen met opzet hun leven."
-
-"Maar," merkte Pierre zachtjes op, "je ontkomt nu eenmaal niet aan de
-werkelijkheid van den dood. Het beste is hem in het gezicht te zien."
-
-De prins werd plotseling boos.
-
-"De werkelijkheid, de werkelijkheid! Wat beteekent dat? Als de
-werkelijkheid niet mooi is, kijk ik er niet naar. Ik probeer zelfs
-niet er aan te denken."
-
-Desniettemin vertelde Pierre op zijn kalme, vriendelijke manier,
-wat hem getroffen had: het prachtige onderhoud van het kerkhof;
-het feestelijke, dat de herfstzon erin bracht; de buitengewone
-marmerpracht; de tallooze marmeren beelden op de graven; de marmeren
-kapellen; de marmeren gedenkteekenen. Ongetwijfeld was dat de
-uitwerking van het oude atavisme; de weelderige mausolea van de Via
-Appia, een pronk en praal, een matelooze hoogmoed tot in den dood toe
-herleefden daar. In het bijzonder in het hooger gelegen gedeelte,
-waar de Romeinsche adel haar aristocratische wijk had, was het
-een opeenhooping van ware tempels, van reusachtige figuren, van uit
-verschillende personen bestaande groepen, meest alle getuigend van een
-vreeselijken wansmaak, maar waaraan millioenen ten koste gelegd moesten
-zijn. Vooral was tusschen de taxisboomen en cypressen het zuiver wit
-gehouden marmer van een groote bekoring. De warme zon verguldde het,
-er was geen mosvlek op te zien, geen door den regen veroorzaakte
-scheuren, welke de standbeelden in het Noorden zoo droefgeestig maken.
-
-Benedetta, op wie het onbehagelijke gevoel van Dario aanstekelijk
-werkte, viel Pierre eindelijk in de rede door aan Celia te vragen:
-
-"En is de jacht interessant geweest?"
-
-Op het oogenblik, dat de priester binnenkwam, was de kleine prinses
-juist aan het vertellen over een vossenjacht, waarheen haar moeder
-haar medegenomen had.
-
-"Je kan je niets interessanters voorstellen!... Om een uur zouden
-we bij elkaar komen bij het graf van Caecilia Metella, waar in
-een tent een buffet ingericht was. En een menschen--de geheele
-vreemdelingenkolonie, de jongelui van de gezantschappen, officieren,
-ongerekend nog de heeren in rood jachtcostuum en de vele dames als
-amazones... Het sein van vertrek is om half twee gegeven en de jacht
-heeft meer dan twee uur geduurd, zoodat de vos zich eerst heel ver
-weg heeft laten vangen. Ik heb niet heelemaal kunnen volgen, maar ik
-heb toch heel interessante dingen gezien: een groote muur, waar alles
-overheen moest, greppels, hekken, in het kort een dolle jacht achter
-de honden aan... Er zijn twee ongelukken gebeurd, o, niet heel erg,
-een heer heeft zijn pols verrekt en een ander een been gebroken."
-
-Dario had met groote aandacht geluisterd, want deze vossenjachten
-behoorden tot de grootste genoegens van Rome. Welk een genot dat
-galoppeeren door de vlakke en toch met hindernissen als het ware
-bestrooide Campagna, dat verijdelen van de listen der door de honden
-opgejaagde vossen, dat voortdurend op zijwegen komen, dat plotselinge
-verdwijnen soms, dat vangen eindelijk, wanneer het dier door uitputting
-neervalt! Wat een genot, die jachten zonder geweer, dat jagen achter
-de staart van den vos, hem in snelheid te overtreffen en te overwinnen.
-
-"O," riep hij wanhopig uit, "wat een bezoeking om zoo aan je kamer
-gebonden te zijn! Ik zal nog sterven van verveling."
-
-Benedetta glimlachte slechts even, zonder een woord van verwijt of
-verdriet over dien naïeven uitroep van zelfzucht. En zij was zoo
-gelukkig hem in deze kamer, waar zij hem verpleegde, geheel voor
-zichzelf te hebben! Maar haar liefde, die zoo jong en zoo verstandig
-tegelijk was, had iets moederlijks in zich; en zij begreep heel
-goed, dat hij het alles behalve prettig vond zoo beroofd van zijn
-gewone genoegens en gescheiden te zijn van zijn vrienden, die hij
-uit vrees, dat het verhaal van dien verrekten schouder hun verdacht
-zou voorkomen, niet in de ziekenkamer toeliet. Geen feestmalen,
-geen schouwburgavonden, geen bezoeken aan dames meer! Vooral echter
-miste hij den Corso, het maakte hem ziek en wanhopig niets meer te
-zien of te hooren, nu hij heel Rome niet meer van vier tot vijf uur
-voorbijtrekken zag. Zoodra dan ook een enkele heel intieme vriend kwam,
-scheen er geen einde aan het vragen te komen; of hij dezen ontmoet had,
-of die weer verschenen was, hoe het met de amourette van een derde
-afgeloopen was, of niet het een of andere schandaaltje de geheele stad
-in beroering bracht: onbeteekenende verhalen, gewone babbelpraatjes,
-kinderlijke intriges van een uur, waaraan hij tot nog toe al zijn
-energie besteed had.
-
-Celia, die hem graag al die onschuldige praatjes kwam vertellen,
-begon, terwijl zij haar heldere oogen, haar diepe, raadselachtige
-meisjesoogen op hem richtte, na een kort zwijgen weer:
-
-"Wat duurt het toch een tijd, hé, eer zoo'n schouder beter is?"
-
-Had dit kind, dat alleen maar leefde voor de liefde, alles
-geraden? Verlegen keek Dario naar Benedetta, die kalm bleef
-glimlachen. Maar de kleine prinses begon al weer over iets anders.
-
-"Zeg, Dario, ik heb gisteren op den Corso een dame gezien..."
-
-Zij hield verlegen op, zelf verbaasd, dat die woorden haar
-ontsnapten. Dan ging zij heel dapper door als een jeugdvriendin,
-die in de kleine amourettes ingewijd is, door:
-
-"Ja, een knappe dame, die je heel goed kent. Zij had toch een ruiker
-witte rozen."
-
-Ditmaal liet Benedetta aan haar vroolijkheid den vrijen loop, terwijl
-ook Dario haar lachend aankeek. Zij had hem de eerste dagen geplaagd,
-dat een zekere dame in het geheel niet naar hem liet vragen. In den
-grond der zaak vond hij deze geheel natuurlijke breuk volstrekt niet
-onaangenaam, want de liaison begon lastig te worden; en hoewel hij er
-eenigszins door gekwetst werd in zijn ijdelheid, was hij toch blij te
-hooren, dat Tonietta reeds een plaatsvervanger voor hem gevonden had.
-
-"O," antwoordde hij, "de afwezigen hebben altijd ongelijk."
-
-"De man, dien men liefheeft, is nooit afwezig," zeide Celia met haar
-ernstig rein gezichtje.
-
-Maar Benedetta was opgestaan, om het kussen in den rug van den
-herstellende op te schudden.
-
-"Kom, kom, Dario, alle ellende is nu uit. Ik zal je houden; je zult
-niemand meer hebben om lief te hebben dan mij."
-
-Hij keek haar vol hartstocht aan en kuste haar op haar haren, want
-zij had de waarheid gezegd: hij had nooit een andere lief gehad dan
-haar, en zij vergiste zich evenmin, wanneer zij erop rekende, hem
-altijd voor zich te behouden, zoodra zij zich aan hem gegeven zou
-hebben. Sedert zij hem in deze kamer verpleegde, had zij tot haar
-groot geluk het kind weer in hem teruggevonden, dat zij vroeger
-onder de oranjeappelboomen der villa Montefiori in hem lief had
-gehad. Ongetwijfeld ten gevolge van de verzwakking van het ras had
-hij een zeldzame kinderlijkheid behouden, die soort terugkeer tot de
-kindsheid, welken men bij zeer oude volkeren aantreft; hij speelde
-op zijn bed met plaatjes, keek uren lang naar photographieën, die
-hem aan het lachen maakten. Zijn onmacht om te lijden was nog grooter
-geworden; hij wilde, dat zij vroolijk was en zong, en amuseerde haar
-op zijn beurt met zijn beminlijken zelfzucht, die hem ertoe bracht van
-een leven van voortdurende vreugde met haar te droomen. O, wat zou het
-heerlijk zijn steeds samen in den zonneschijn te leven, niets te doen,
-zich om niets te bekommeren, mocht ook de wereld ergens ineenstorten,
-zonder dat men zich de moeite gaf er naar te gaan kijken!
-
-"Maar het meest verheug ik mij er toch in," zeide Dario zonder eenigen
-overgang, "dat mijnheer de abbé verliefd geworden is op Rome."
-
-Pierre, die zwijgend geluisterd had, stemde toe.
-
-"Dat is zoo."
-
-"Ik heb het u wel gezegd," merkte Benedetta op; "er is tijd, veel
-tijd voor noodig, om Rome te begrijpen en lief te hebben. Als u maar
-veertien dagen gebleven was, zoudt u een heel slechte meening van ons
-medegenomen hebben, terwijl wij nu na twee lange maanden heel rustig
-zijn; nooit meer zult u zonder liefde aan ons denken."
-
-Zij was betooverend en bekoorlijk, terwijl zij het zeide, en hij
-knikte opnieuw. Maar hij had reeds over dat verschijnsel nagedacht
-en meende de oplossing ervan reeds gevonden te hebben. Wanneer
-men naar Rome komt, brengt men een eigen Rome mede, een gedroomd,
-door de phantasie zóó veredeld Rome, dat het echte Rome een bittere
-teleurstelling geeft. Men moet dan ook, om de phantasie tijd te geven
-nogmaals te werken en de dingen te zien zooals zij zijn, nog slechts
-door de wonderbare pracht van het verleden zien, tot men daaraan
-gewend raakt, tot de middelmatige werkelijkheid wat verzacht wordt.
-
-Celia stond op en nam afscheid.
-
-"Tot ziens... En is er nu gauw bruiloft, Dario?... Je weet, dat ik
-vóór het eind van de maand de bruid wil zijn. Ja, ja, ik zal mijn
-vader dwingen een groote soirée te geven... Wat zou het heerlijk zijn,
-als we tegelijk konden trouwen!"
-
-
-
-Twee dagen later na een lange wandeling door Trastevere, gevolgd
-door een bezoek aan den palazzo Farnese, voelde Pierre hoe de
-verschrikkelijke en droefgeestige waarheid omtrent Rome zich in
-hem openbaarde. Verschillende malen reeds had hij Trastevere, welks
-ellendige bevolking zijn liefde voor de armen en lijdenden aangetrokken
-had, doorkruist. O, dat riool van ellende en onwetendheid! Hij had
-te Parijs afschuwelijke voorstadshoeken gezien, geheele huizenreeksen
-van verschrikking, waarin de menschheid samenhokte en vervuilde. Maar
-niets haalde bij dezen stilstand in zorgeloosheid en vuilheid. Zelfs
-op de mooiste dagen van dit zonneland verkilde een vochtig donker
-deze bochtige, nauwe, kelderachtige steegjes; vooral de stank was
-onhoudbaar, een walgelijke stank, die den voorbijgangers op de keel
-sloeg, een stank van zure groenten, ranzige olie, menschelijk vee,
-dat daar opgesloten was in zijn mest en drek.
-
-Het waren oude, onregelmatige krotten, daar neergeworpen in een
-pêle-mêle, dat zoo geliefd was bij de kunstenaars, met donkere,
-gapende deuren, die onder den grond wegzonken, met buitentrappen,
-die naar de verschillende verdiepingen leidden, met houten balkons,
-die als door een wonder in de ruimte in evenwicht gehouden worden. Er
-waren half in elkaar gevallen gevels, die men met behulp van balken
-had moeten stutten; smerige woningen, door welker gebarsten ruiten
-men het vuil zien kon; allerlei treurige winkeltjes: de heele, in de
-open lucht zich bevindende keuken van een lui volk, dat zelf niet
-kookte; de vischbakkerijen met haar in stinkende olie zwemmende
-stukken polenta en visschen; de kooplieden in gekookte groenten,
-die koud geworden en kleverige rapen, bosjes selderie, bloemkool en
-spinazie uitstalden. Het slecht gesneden vleesch in de slagerswinkels
-was zwart; dierennekken waren met bloedklonters bezaaid, als waren
-zij zoo van de beesten afgerukt.
-
-De brooden van de bakkers lagen als ronde keisteenen op de planken;
-arme fruitvrouwen hadden voor hun met gedroogde en aan een draad
-geregen tomaten bekranste deuren niets dan Spaansche peper en
-pijnappels. De eenige aantrekkelijke winkels waren die van de
-delicatessenhandelaren, wier pekelvleesch en kaas met hun scherpen geur
-den stank van de goten wat verminderde. De loterijkantoren, waar de
-winnende nummers aangeplakt waren, wisselden af met kroegen; iedere
-dertig passen was een kroeg, die met groote letters aankondigde,
-dat daar de uitgelezen wijnen der Romeinsche kasteelen Genzano,
-Marino en Frascati te krijgen waren. De geheele wijk wemelde van een
-havelooze, door vervuiling zwarte bevolking, van troepen halfnaakte
-kinderen, die door ongedierte opgegeten werden, van gesticuleerende
-en schreeuwende vrouwen met loshangende haren, loshangende jakken
-en kakelbonte rokken, van grijsaards, die onder een zwerm zoemende
-muggen en vliegen onbeweeglijk op banken zaten.
-
-Het was een nietsdoend en toch druk leven te midden van het
-voortdurende heen en weer geloop van kleine ezeltjes, die karren
-trokken, van mannen, die met zweepen kalkoenen voortdreven,
-van enkele onrustige, zenuwachtige touristen, die dadelijk door
-troepen bedelaars bestormd werden. Schoenlappers zaten kalm op het
-trottoir te werken. Voor de deur van een kleermaker hing een oude,
-met aarde gevulde emmer, waarin een plant groeide. Van alle ramen,
-van alle balkons hing aan touwen, die van het eene huis naar het
-andere gespannen waren, over de straat de wasch te drogen, vodden en
-lompen zonder naam, die als het ware de symbolische vaandels van de
-afzichtelijke ellende waren.
-
-Pierre voelde, hoe zijn van naastenliefde overstroomende ziel
-ineenkromp van eindeloos medelijden. Ja, zeker, men moest die zieke
-en verpeste wijken, waarin het volk zoo lang gehokt had als in een
-vergiftigden kerker, met den grond gelijk maken. Ja, hij voelde
-alles voor gezondmaking, voor slooping, ook al moest het oude Rome
-tot groote ergernis der kunstenaars daardoor gedood worden. Reeds
-was Trastevere zeer veranderd, boorden nieuwe straten er luchtgaten,
-waar het zonlicht in breede stralen binnendrong. Wat ervan overbleef,
-scheen te midden van die gesloopte huizen en van die onlangs ontstane
-gaten, groote terreinen, waarop men nog niet had kunnen bouwen,
-nog zwarter en vuiler. De ontwikkeling van deze stad interesseerde
-hem. Later zou men ongetwijfeld verder gaan met bouwen; maar wat voor
-een opwindend oogenblik was het, dat de oude stad en de nieuwe te
-midden van zoovele moeilijkheden als het ware zieltoogde! Men had het
-vuile, onder excrementen, gootwater en groentenafval verdronken Rome
-moeten kennen. Het onlangs met den grond gelijk gemaakte Ghetto had
-sedert eeuwen den bodem met zulk een menschelijke vuilheid doordrenkt,
-dat het nog kale bouwterrein, dat vol bulten en modderkuilen was, nog
-steeds een vreeselijken peststank uitwasemde. Men deed er zeer goed
-aan het op die wijze lang te laten drogen en zich reinigen in de zon.
-
-In al deze wijken aan beide oevers van den Tiber, waar belangrijke
-openbare werken van wege de stad uitgevoerd worden, stoot men
-bij iederen stap op hetzelfde: men volgt een nauwe, stinkende,
-vochtig-kille straat met sombere gevels en daken, die elkaar
-bijna aanraken, en komt dan plotseling op een lichte, open plek,
-die de spaden en bijlen gehouwen hebben in het bosch van de oude,
-melaatsche krotten. Er zijn daar pleinen, breede trottoirs, hooge witte
-gebouwen, met beeldhouwwerk, een moderne hoofdstad in aanleg. Overal
-ziet men stukken van geprojecteerde wegen; het is een reusachtige
-werkplaats, die de financieele crisis thans dreigt te vereeuwigen;
-de stad van morgen is in haar groei belemmerd en blijft met haar
-matelooze, overhaaste en detoneerende beginwerken staan, als kon
-zij niet verder. Maar desniettemin was het een goed en hygienisch
-werk, dat voor een groote en moderne stad een absolute en sociale
-noodzakelijkheid was, als men ten minste het oude Rome niet wilde
-laten vervuilen als een merkwaardigheid uit lang vervlogen tijd,
-als een museumstuk, dat men onder glas bewaart.
-
-Dien dag maakte Pierre, toen hij zich van Trastevere naar den palazzo
-Farnese, waar hij verwacht werd, begaf, een omweg door de Via di
-Pettinari en de Via di Giubbonari, waarvan de eerste zoo somber en
-tusschen den grooten, zwarten muur van het hospitaal en de ellendige
-krotten daartegenover samengedrukt is, terwijl de tweede één en
-al leven is door den voortdurenden menschenstroom en opgevroolijkt
-wordt door de etalages der juweliers met de dikke gouden kettingen
-en die van de modemagazijnen, waar groote blauwe, gele, groene en
-roode zijden banen in glanzende tinten schitteren. De arbeiderswijk,
-die hij pas doorloopen had, en de kleinhandelaarswijk, die hij nu
-doorging, riepen hem het stadsgedeelte vol afgrijselijke ellende voor
-den geest, dat hij reeds bezocht had, de beklagenswaardige massa der
-arbeiders, die door het stopzetten van het werk tot den bedelstaf
-gebracht waren en tusschen de prachtige en verwaarloosde gebouwen
-der Prati del Castello kampeerden; dat arme, dat ongelukkige, kind
-gebleven volk, dat, door eeuwen van theocratie in een onwetendheid en
-lichtgeloovigheid van wilden gehouden, aan den nacht van zijn geest,
-aan het lijden van zijn lichaam zóó gewend is geraakt, dat het ondanks
-alles thans buiten den maatschappelijken réveil blijft en gelukkig is,
-wanneer men het in vrede genieten laat van zijn trots, zijn luiheid en
-zijn zon. Het scheen blind en doof in zijn verval te zijn, het zette
-zijn leven van stilstand van vroeger te midden van de evolutie van het
-nieuwe Rome voort, zonder er iets anders van te merken dan de lasten,
-nu de oude wijken, waarin hij woonde, met den grond gelijk gemaakt,
-de gewoonten veranderd, de levensmiddelen duurder werden, alsof licht,
-reinheid en gezondheid het lastig vielen, daar men ze met een groote
-financieele en arbeidscrisis betalen moest.
-
-Maar, hetzij men er werkelijk die bedoeling mede gehad had of niet, in
-den grond der zaak werd Rome alleen ter wille van het volk gereinigd
-en met het doel, er een groote, moderne hoofdstad van te maken,
-opnieuw opgebouwd; want aan het einde van die veranderingen staat
-de democratie; het volk zal morgen de steden erven, waaruit men de
-vuilheid en de zieken verjaagt, waarin de wet van den arbeid zich
-ten slotte organiseert en de ellende doodt. En daarom moet men, ook
-al vervloekt men de rein gehouden ruïnen en het Colosseum, nu het
-van zijn klimop en zijn struiken en zijn wilde flora bevrijd is, die
-de jonge Engelsche dames in haar herbarium opnemen, ook al maakt men
-zich boos over de foei-leelijke vestingmuren, die den Tiber gevangen
-houden, ook al beweent men de zoo romantische oevers met hun groen
-en hun oude, in het water duikende huizen, toch tot zichzelf zeggen,
-dat het leven geboren wordt uit den dood en dat het morgen noodzakelijk
-opbloeien moet uit het stof van het gisteren.
-
-Terwijl Pierre deze dingen overdacht, was hij op de eenzame,
-regelmatige piazza Farnese met haar gesloten huizen en haar twee
-fonteinen gekomen, waarvan de eene in de volle zon te midden van de
-groote stilte een eindeloozen straal van paarlen vallen deed. Hij
-bleef een oogenblik staan kijken naar den kalen en monumentalen
-gevel van het zware, vierkante paleis, zijn hooge poort, waarop de
-driekleurige vlag wapperde, zijn dertien gevelramen, zijn beroemde,
-zoo kunstrijke fries. Dan ging hij naar binnen. Een vriend van Narcisse
-Habert, een der gezantschapsattachés, die hem aangeboden had hem het
-reusachtige paleis, het mooiste van Rome, en dat Frankrijk voor zijn
-gezant gehuurd had, te laten zien wachtte hem daar. O, dat geweldige,
-weelderige en doodsche paleis met zijn groote, vochtig-donkere, door
-een zuilengaanderij omgeven binnenplein, zijn reusachtige trap met
-de lage treden, zijn eindelooze gangen, zijn te groote galerijen en
-zalen. Het was de majestueuse praal van den dood; een ijskoude kilte
-viel van de muren en drong door tot in de beenderen van de menschelijke
-mieren, die zich onder de gewelven waagden.
-
-De attaché bekende met een discreet glimlachje, dat de ambassade er
-zich doodelijk verveelde; 's zomers werd zij gebraden, 's winters
-tot ijs verstijfd. Slechts het door den gezant bewoonde gedeelte,
-de eerste verdieping, die op den Tiber uitzag, was iets rianter en
-levendiger. Daar ziet men van uit de beroemde galerij der Carrachi
-den Janiculus, de Corsini-tuinen, de Acqua Paolo boven de S. Pietro in
-Montorio. Dan komt na een grooten salon het studeervertrek, waarin een
-stille, door de zon opgevroolijkte vrede heerscht. Maar de eetzaal,
-de woonkamers en de andere door het personeel bewoonde vertrekken
-vallen weer terug in het sombere donker van een zijstraat.
-
-Al die groote, zeven à acht meter hooge vertrekken hebben prachtige,
-geschilderde of gebeeldhouwde plafonds, kale muren, waarvan sommige
-met fresco's versierd zijn, verschillende stijlen van meubelen,
-prachtige wandtafeltjes tusschen allerlei moderne bric-à-brac. En
-die troosteloosheid der dingen werd iets afschuwlijks, wanneer men
-in de galavertrekken komt, de groote eerezalen, die aan den op de
-binnenplaats uitzienden gevel liggen. Geen meubel, geen behang meer,
-niets dan een ruïne, verlaten, aan spinnen en ratten prijsgegeven
-zalen. De ambassade gebruikte er slechts één, waarin zij op wit
-houten tafels, op den grond en in alle hoeken haar stoffige archieven
-opbergt. Daarnaast is de reusachtige, tien meter en twee verdiepingen
-hooge zaal, die de eigenaar, de voormalige koning van Napels, voor zich
-gereserveerd had, een ware rommelkamer, waar maquettes, onvoltooide
-beelden en een buitengewoon mooie sarcophaag rondslingeren te midden
-van een onzegbaren massa onherkenbare puinhoopen.
-
-En dat is nog slechts een gedeelte van het paleis; de rez-de-chaussée
-is geheel onbewoond, onze Ecole de Rome gebruikt een hoekje van de
-tweede verdieping, terwijl onze ambassade zich opeenhoopt in den
-meest bewoonbaren vleugel van de eerste, genoodzaakt als zij is het
-overige niet te gebruiken en de deuren te sluiten en te grendelen,
-om zich de onnoodige moeite van schoonhouden te besparen. Zeker het
-is koninklijk het door paus Paulus III gebouwde en meer dan een eeuw
-door kardinalen betrokken paleis Farnese te bewonen, maar welk een
-gruwlijke ongemaklijkheid, welk een afschuwlijke melancholie in die
-onmetelijke ruïne, waarvan drie vierden der vertrekken dood zijn,
-nutteloos, onbewoonbaar, van het leven afgesneden! En 's avonds, o,
-'s avonds! Dan worden de poort, de binnenplaats, de trap, de gangen
-in een dichte duisternis gevangen, strijden de enkele, walmende
-lantaarns vergeefs, moet men een eindeloozen tocht maken door die
-lugubere woestijn van steenen, om in den warmen, gezelligen salon
-van den gezant te komen!
-
-Gedrukt en met kloppende slapen verliet Pierre het paleis. En alle
-andere paleizen, al de groote paleizen, die hij op zijn wandelingen
-gezien had, richtten zich voor zijn geestesoog op; alle waren
-beroofd van hun pracht, de vorstelijke hofhoudingen van vroeger waren
-verdwenen, alle waren vervallen tot ongerieflijke huurhuizen. Wat
-moest men thans met die galerijen, met die grootsche zalen beginnen,
-nu geen vermogen groot genoeg was om daarin het weelderige leven te
-leiden, waarvoor men ze gebouwd had?
-
-Prinsen, die, als prins Aldobrandini met zijn talrijke nakomelingschap,
-hun paleis alleen bewoonden, waren zeldzaam. Bijna allen verhuurden de
-oude verblijven van hun voorouders aan maatschappijen of particulieren,
-terwijl zij voor zichzelf een verdieping of soms zelfs maar een
-reeks appartementen in het donkerste hoekje behielden. Verhuurd was
-de palazzo Chigi: de rez-de-chaussée aan banken, de eerste verdieping
-aan de Oostenrijksche ambassade, terwijl de prins en zijn familie de
-tweede met een kardinaal deelden. Verhuurd was de palazzo Sciarra:
-de eerste verdieping aan den minister van Buitenlandsche Zaken, de
-tweede aan een senator, terwijl de prins en zijn moeder zich met den
-rez-de-chaussée tevreden moesten stellen. Verhuurd was de palazzo
-Barberini: de rez-de-chaussée, de eerste en tweede verdieping aan
-verschillende families, terwijl de prins op de derde verdieping in
-de vroegere kamers van het dienstpersoneel huisde. Verhuurd was de
-palazzo Borghese: de rez-de-chaussée aan een koopman in oudheden, de
-eerste verdieping aan een vrijmetselaarsloge, de rest aan families,
-terwijl de prins zelf slechts een paar kamers van een klein burgerlijk
-huis had. Verhuurd was de palazzo Odelscachi, verhuurd de palazzo
-Colonna, verhuurd de palazzo Doria, terwijl de prinsen er nog slechts
-het bekrompen bestaan van goede huiseigenaars leidden en uit hun
-eigendom het grootst mogelijke profijt trokken, om rond te komen.
-
-Een verwoestende wind woei over het Romeinsche patriciaat, de grootste
-vermogens waren in de financieele crisis gebleven; slechts weinigen
-bleven rijk. En welk een rijkdom was dat nog! Een onbeweeglijke,
-doode rijkdom, dien handel noch industrie konden hernieuwen. De
-talrijke prinsen, die getracht hadden zaken te doen, waren van alles
-beroofd. Den anderen, die door dat voorbeeld afgeschrikt waren en
-bovendien gebukt gingen onder zware belastingen, welke hun bijna
-het derde gedeelte van hun inkomsten ontnamen, bleef niets anders
-over dan toe te zien, hoe hun laatste stilstaande millioenen door
-deelingen verbrokkeld werden en stierven, daar het geld, evenals
-al het andere, sterft, wanneer het geen vruchten meer draagt in een
-levenden bodem. Het was nog slechts een quaestie van tijd, want de
-ruïne was onvermijdelijk, een absoluut, historisch noodlot. Zij,
-die er zich toe verlaagden om te verhuren, streden nog om hun leven,
-trachtten zich te schikken in en te richten naar het tegenwoordige,
-door er zich toe te dwingen tenminste de eenzaamheid van hun al te
-groote paleizen te bevolken, terwijl de dood reeds woonde bij de
-koppigen en hoogmoedigen, die zich inmetselden in het graf van hun
-geslacht, zooals de angstaanjagende, in stof vallende, in donker en
-zwijgen verstarde palazzo Boccanera, waarin men slechts nu en dan den
-dof over het gras van de binnenplaats rollenden, ouden karos van den
-kardinaal hoorde, als hij uitreed of thuiskwam.
-
-Maar Pierre was vooral onder den indruk van die twee op elkaar volgende
-bezoeken aan Trastevere en aan den palazzo Farnese; het eene wierp
-een licht op het andere en beide leidden tot een slotsom, die zich nog
-nooit met een zoo vreeselijke helderheid in hem geformuleerd had: nog
-geen volk en weldra geen aristocratie meer. Dat liet hem niet meer los,
-vervolgde hem overal. Het volk, door de geschiedenis en het klimaat
-in een lange kindsheid gehouden, was, zooals hij gezien had, zóó
-ellendig, zóó onwetend, zóó berustend, dat er lange jaren van opvoeding
-en onderwijs noodig zouden zijn, om het te vormen tot een sterke,
-gezonde, werkzame, zich van haar rechten evenals van haar plichten
-bewuste democratie. De aristocratie stierf uit in haar instortende
-paleizen, zij was niet meer dan een uitgeput, ontaard ras, zóó vermengd
-bovendien met Amerikaansch, Oostenrijksch, Poolsch en Spaansch bloed,
-dat het zuivere Romeinsche bloed een zeldzame uitzondering werd,
-afgezien nog van het feit, dat zij opgehouden had in krijgsdienst of
-in dienst der kerk te staan, daar het haar tegen de borst stuitte het
-constitutioneele Italië te dienen en uit het Heilige College trad,
-waarin alleen parvenu's het purper aantrokken. En tusschen de kleinen
-beneden en de machtigen boven bestond nog geen stevig gegrondveste,
-door een nieuw sap sterke bourgeoisie, die verstandig en ontwikkeld
-genoeg was, om de overgangsopvoedster der natie te zijn.
-
-De bourgeoisie bestond uit voormalige bedienden, de voormalige
-beschermelingen van de prinsen, de pachters, die hun landgoederen
-huurden, de intendanten, notarissen of advocaten, die hun vermogens
-beheerden; zij bestond uit ambtenaren, employé's van iederen rang en
-stand, afgevaardigden en senatoren, die de regeering uit de provincies
-medegebracht had; zij bestond ten slotte uit de zwerm vraatzuchtige
-valken, die op Rome neerstreken, de Prada's en de Sacco's, de uit
-het geheele koninkrijk saamgestroomde roofmenschen, wier klauwen en
-bek alles, het volk en de aristocratie, verslonden. Voor wie had men
-dan gewerkt? Voor wie de reuzenwerken begonnen van het nieuwe Rome,
-die van een zóó matelooze hoop en hoogmoed getuigden, dat men ze niet
-afmaken kon? Over Rome woei een wind van verschrikking; een gekraak
-deed zich hooren, dat in alle liefhebbende harten onrust en tranen
-wakker riep! Ja, het einde van een wereld dreigde: nog geen volk en
-geen aristocratie meer, slechts een verslindende bourgeoisie, die de
-buit tusschen de puinhoopen zocht.
-
-En welk een verschrikkelijk symbool waren die nieuwe paleizen, welke
-men gebouwd had naar het reusachtige voorbeeld der vroegere paleizen,
-deze groote, weelderige paleizen, welke uit den grond opgerezen waren
-voor honderdduizenden zielen, waarop men gehoopt had, doch die niet
-gekomen waren; deze paleizen, waarin zich de toenemende rijkdom,
-de triompheerende luxe van de nieuwe wereldhoofdstad had moeten
-vestigen, en die nu de jammerlijke, bezoedelde en reeds wankele
-toevluchtsoorden voor de zwartste ellende van het volk, voor alle
-bedelaars en vagebonden geworden waren!
-
-Den avond van dien dag bracht Pierre, toen het reeds donker
-geworden was, een uur door op de kade van den Tiber voor den palazzo
-Boccanera. Er heerschte een plechtige stilte, een eenzaamheid, zooals
-men die nergens vindt, en waarin hij graag vertoefde, niettegenstaande
-Victorine beweerde, dat het er niet veilig was. En inderdaad, op
-zulke pikdonkere avonden als deze had geen moordenaarshol ooit een
-tragischer decor gehad.
-
-Geen levende ziel, geen voorbijganger; rechts en links en recht
-vooruit stilte, donkerte leegte. De palissaden, die aan alle kanten
-de reusachtige verlaten werkplaats insloten, versperden zelfs aan
-honden den toegang. Op den hoek van het in het donker verzonken
-paleis wierp een gaslantaarn, die sedert de ophooping dieper was
-komen te liggen vlak bij den grond een schemerlicht op de bultige
-kade; de materialen, die waren blijven slingeren, de hoopen steenen
-en tegels vormden groote, onbestemde schaduwen. Rechts plekten
-enkele lichtjes op de Ponte S. Giovanni de'Fiorentini en voor de
-ramen van het Heilige-Geest-hospitaal. Links verdwenen en zonken de
-verre stadswijken weg op den achtergrond van den rivierloop. Recht
-tegenover lag Trastevere; de huizen op den steilen oever, waar
-slechts enkele vensters door een dof schijnsel geel verlicht werden,
-maakten den indruk van bleeke, onduidelijke spookgestalten, terwijl
-daarboven een donkere streep de ligging aangaf van den Janiculus,
-waarop de lantaarns van de een of andere wandelplaats een driehoek van
-sterren deden fonkelen. De Tiber, die in de avonduren zoo melancholiek
-majestueus was, trok Pierre het meest aan. Hij bleef, op de steenen
-borstwering geleund, minuten lang kijken hoe hij tusschen zijn nieuwe
-muren stroomde, die 's avonds het zwarte en monsterachtige uiterlijk
-aannamen van een gevangenis, die men daar voor een reus gebouwd
-zou hebben.
-
-Zoolang in de huizen aan de overzijde lichten brandden, kon hij zien,
-hoe de zware wateren langzaam voorbij kabbelden in de reflexen,
-welker rimpeling hun een mysterievol leven gaf. En hij droomde
-eindeloos van het beroemde verleden dezer rivier; dikwijls riep
-hij zich de legende voor den geest, die beweert, dat fabelachtige
-rijkdommen in de modder van zijn bed begraven zijn. Bij iedere
-invasie der barbaren, en speciaal bij de plundering van Rome, zou
-men er de schatten der tempels en der paleizen in geworpen hebben,
-om ze aan de hebzucht der overwinnaars te onttrekken. Waren die
-gouden strepen, die daar in het ondoorzichtige water beefden, niet
-de gouden kandelaar met zeven armen, dien Titus medegebracht had uit
-Jeruzalem? En die witte schimmen, welke onophoudelijk door den wind
-van vorm veranderden, waren dat geen zuilen en standbeelden? En die
-diepe vlammige weerschijnen, waren dat geen kostbare bekers en vazen,
-geen met edelgesteenten bezette kleinodiën? Welk een droom was dat
-even geziene wemelen in den schoot der rivier, dat verborgen leven
-van die schatten, welke daar eeuwen lang geslapen zouden hebben! En
-welk een verwachtingen voor den trots en het weer rijk worden van
-een volk vormden die wonderdadige schatten, welke men in den Tiber
-zou vinden, wanneer men hem eenmaal droog zou kunnen leggen, waarvoor
-reeds plannen ontworpen waren. Misschien lag daar het geluk van Rome!
-
-Maar op dien zoo donkeren avond dacht Pierre, terwijl hij zoo over de
-borstwering leunde, slechts aan de strenge werkelijkheid. Hij zette
-zijn overpeinzingen van den dag, die zijn bezoek aan Trastevere in
-hem gewekt hadden, voort en kwam bij het zien van dat doode water
-tot de slotsom, dat de groote ramp, waaronder Italië leed, daarin
-bestond, dat men Rome gekozen had, om er een moderne hoofdstad van te
-maken. Hij wist zeer goed, dat die keuze onvermijdelijk was, daar Rome
-de koningin der glorie, de oude wereldheerscheresse was, de stad,
-aan welke de eeuwigheid beloofd was, zonder welke de nationale
-eenheid steeds onmogelijk geschenen was, zoodat een vreeselijk
-dilemma gesteld werd, daar zonder Rome Italië niet bestaan kon en
-dit met Rome zeer moeilijk bleek te zijn! O welk een onheilvolle
-stem nam deze doode rivier in den avond aan! Geen boot was te zien,
-geen beweging van handels- of industriedrukte, die leven brengt aan
-het hart van een groote stad. Ongetwijfeld had men mooie plannen
-gemaakt: Rome zeehaven, het rivierbed zóó diep uitgegraven, dat
-schepen met groote tonneninhoud tot den Aventinus zouden kunnen
-komen. Doch dat waren slechts hersenschimmen, nauwlijks had men den
-mond, die telkens weer verzandde, kunnen vrijmaken. En de andere
-reden van den doodsstrijd, de Campagna romana, de doodenwoestijn,
-waar de doode rivier door stroomde en die Rome met een gordel van
-onvruchtbaarheid omgaf? Men sprak er wel over haar te draineeren,
-haar te beplanten; men discussieerde tot in het eindelooze over de
-vraag, of zij onder de oude Romeinen vruchtbaar geweest was of niet;
-Rome bleef desniettemin midden in zijn groot kerkhof liggen als een
-stad van vroeger, die voor eeuwig van de overige wereld afgescheiden
-is door een steppe, waarin zich het stof van eeuwen opgehoopt heeft.
-
-De geographische oorzaken, die haar eens de wereldheerschappij gegeven
-hebben, bestaan thans niet meer. Het centrum der beschaving heeft
-zich opnieuw verplaatst, het bekken der Middellandsche Zee is onder
-machtige naties verdeeld. Alles gaat naar Milaan, de stad van handel
-en nijverheid, terwijl Rome in het vervolg slechts een doorgangsplaats
-is. De meest heldhaftige pogingen der laatste vijf-en-twintig jaar
-hebben de stad dan ook niet uit haar onoverwinlijken slaap kunnen
-rukken. De hoofdstad, die men te vlug heeft willen improviseeren, is
-stationnair gebleven en heeft de natie bijna geruïneerd. De nieuwe
-bewoners, de regeering, de Kamers, de ambtenaren doen er niet veel
-meer dan even hun tenten opslaan en vluchten bij de eerste warme
-dagen, om het doodende klimaat te vermijden; en dit geschiedt in
-zoo'n sterke mate, dat de hotels en magazijnen gesloten worden,
-de straten en parken als uitgestorven schijnen, daar de stad geen
-werkelijk leven bezit en onmiddellijk in den dood terugvalt, zoodra
-het kunstmatige leven, dat haar bezielt, haar weer verlaat.
-
-Zoo blijft dan alles stilstaan in deze hoofdstad, waarvan de bevolking
-thans af- noch toeneemt, waarin een nieuwe stuwkracht van geld en
-menschen noodig is, om de reusachtige, nuttelooze gebouwen der nieuwe
-wijken af te maken en te bevolken. En wanneer het waar was, dat het
-morgen steeds weer opbloeit uit het stof van het gisteren, dan moest
-men zich tot hoop dwingen. Maar was de bodem niet uitgeput? Was,
-nu zelfs de bouwwerken er niet meer opschieten wilden, het sap,
-dat gezonde individuen en krachtige naties schept, ook niet voor
-eeuwig opgedroogd?
-
-Naarmate het later werd, gingen de lichten in de tegenoverliggende
-huizen van Trastevere één voor één uit. En door wanhoop overmand,
-bleef Pierre nog lang gebogen staan over de nu zwarte wateren. Het
-was een eindelooze duisternis; in den diepen nacht van den Janiculus
-bleef niets over dan de sterrendriehoek van de gaslantaarns. Geen
-enkele weerschijn vlamde den Tiber meer met een rimpeling van goud,
-liet meer het tragische visioen der fabelachtige rijkdommen onder
-zijn mysterievollen loop dansen; het was nu uit met de legende,
-met den gouden, zevenarmigen kandelaar, met de gouden vazen, met de
-gouden kleinoodiën, met dezen geheelen droom van een ouden schat, die
-als de oude roem van Rome zelf, in den nacht weggezonken was. Geen
-lichtglans, geen geluid, de eindelooze slaap, niets dan het dikke,
-zware droppelen van een goot rechts, die men niet zien kon. Ook
-het water was verdwenen, Pierre voelde nog slechts het loodzware
-voortstroomen in de duisternis, den neerdrukkenden ouderdom, de
-eeuwenoude uitputting, de eindelooze triestheid van dezen oerouden
-en glorierijken Tiber, die naar het Niets verlangde en voortaan
-nog slechts den dood eener wereld scheen voort te stuwen. Alleen de
-groote, rijke hemel, de eeuwige, pralende hemel ontplooide nog boven de
-schaduwrivier, die de ruïnen van bijna drie duizend jaar voortstuwde,
-het schitterende leven van zijn millioenen sterren.
-
-Toen Pierre, alvorens naar zijn kamer te gaan, een oogenblik naar de
-kamer van Dario ging, vond hij daar Victorine, die bezig was alles
-in gereedheid te brengen voor den nacht.
-
-"Wat, mijnheer de abbé, bent u op dit uur weer op de kade gaan
-wandelen?" riep zij op verwijtenden toon, toen zij hoorde waar hij
-vandaan kwam. "Wilt u dan met alle geweld een messteek krijgen... Neen
-hoor, mij zouden zij er niet toe krijgen in deze vervloekte stad zoo
-laat versche lucht te gaan happen."
-
-Dan wendde zij zich met haar gewone familiariteit tot den prins,
-die op een fauteuil lag te glimlachen.
-
-"Zeg, dat meisje, die Pierina, is niet meer teruggeweest, maar ik
-heb haar tusschen de puinhoopen zien sluipen."
-
-Met een gebaar legde Dario haar het zwijgen op en wendde zich nu tot
-den priester.
-
-"Maar u hebt toch met haar gesproken. Het wordt toch eigenlijk te
-gek... Stel je voor, dat die woesteling van een Tito zijn mes in mijn
-anderen schouder komt steken!"
-
-Plotseling zweeg hij; hij zag Benedetta voor zich staan, die
-ongemerkt binnengekomen was, om hem goeden nacht te zeggen. Hij werd
-erg verlegen, wilde iets zeggen, een verklaring geven, haar zijn
-volkomen onschuld in dit avontuur bezweren. Maar zij glimlachte en
-zeide slechts liefdevol:
-
-"Ik ken je geschiedenis, Dario. Je begrijpt toch wel, dat ik niet
-zoo dom ben, of ik heb erover nagedacht en het begrepen... Dat ik er
-niet verder naar gevraagd heb, komt alleen, omdat ik alles wist en
-toch van je hield."
-
-Zij was zoo gelukkig; zij had dien avond vernomen, dat monsignor
-Palma, de verdediger van het huwlijk in haar echtscheidingsproces,
-zich voor den aan zijn neef bewezen dienst dankbaar had betoond door
-een voor haar gunstige memorie in te dienen. Niet dat de prelaat,
-die niet gaarne zijn eigen woorden herroepen wilde, zich geheel aan
-haar zijde geschaard had, maar de verklaringen der beide geneesheeren
-hadden hem toch in staat gesteld tot een zekeren maagdelijken staat
-te concludeeren, en hij had, heenglijdend over het feit, dat de niet
-voltrekking van het huwlijk haar oorzaak vond in den tegenstand der
-vrouw, de feiten zóó handig gegroepeerd, dat zij een nietigverklaring
-noodzakelijk maakten. Daar iedere hoop op toenadering vergeefsch
-was, stond het vast, dat de echtgenooten in voortdurend gevaar
-verkeerden tot onkuischheid te vervallen. Hij maakte een discrete
-toespeling op den echtgenoot, als om aan te toonen, dat deze reeds
-onder die verleiding bezweken was, om dan de hooge moraliteit der
-vrouw, haar vroomheid, alle deugden, die een waarborg vormden voor
-haar waarheidsliefde, te prijzen. Zonder het met zoovele woorden te
-zeggen, refereerde hij zich aan de wijsheid der congregatie. Maar daar
-monsignor Palma ongeveer de argumenten van advocaat Morano herhaalde
-en Prada er hardnekkig bij bleef niet te verschijnen, scheen het
-aan geen twijfel onderhevig of de congregatie zou met een groote
-meerderheid tot de nietigverklaring adviseeren, zoodat de Paus deze
-zou kunnen uitspreken.
-
-"Nu zijn we tenminste aan het eind van onzen lijdenstocht, Dario! Maar
-wat een geld heeft het gekost! Tante zegt, dat we nauwlijks droog
-brood en water over hebben!"
-
-Zij lachte met de heerlijke zorgeloosheid van een hartstochtelijk
-verliefde vrouw. Niet dat een proces voor de congregatie zoo kostbaar
-was, want in principe waren die kosteloos. Maar er waren oneindig veel
-kleine onkosten, alle ondergeschikte beambten, de medische deskundigen,
-de afschriften, de memories, de pleidooien. Bovendien, ook al kocht
-men natuurlijk de stemmen der kardinalen niet, zoo kwamen toch enkele
-stemmen op groote sommen te staan, wanneer men op de omgeving van Hunne
-Eminenties invloed wilde uitoefenen, afgezien nog van het feit, dat
-groote geldgeschenken in het Vaticaan, wanneer zij met takt gegeven
-worden, de grootste moeilijkheden uit den weg ruimen. En ten slotte
-had de neef van monsignor Palma veel gekost.
-
-"Als ze ons, nu je weer genezen bent, maar gauw laten trouwen, dat is
-het eenige, wat we hun vragen, niet waar, Dario?... Als ze willen, zal
-ik hun nog mijn paarlen geven, het eenige vermogen, dat ik nog bezit."
-
-Ook hij lachte, want geld had in zijn leven nooit een rol gespeeld. Hij
-had nooit zooveel gehad als hij wel wilde, hij hoopte eenvoudig
-steeds bij zijn oom, den kardinaal, te kunnen wonen, die het jonge
-paar niet op straat zetten zou. Bij hun ruïne beteekenden honderd, of
-tweehonderd duizend francs niets voor hem; hij had wel hooren zeggen,
-dat sommige echtscheidingen meer dan vijfhonderd duizend francs gekost
-hadden. Hij antwoordde dan ook schertsend:
-
-"Geef hun ook mijn ring, geef hun alles, lieveling; wij zullen in
-dit oude paleis heel gelukkig leven, ook al moesten wij de meubels
-verkoopen."
-
-In haar geestdrift nam zij zijn hoofd tusschen haar beide handen en
-kuste hem in een opwelling van grooten hartstocht op zijn beide oogen.
-
-Dan wendde zij zich plotseling tot Pierre:
-
-"O, neem me niet kwalijk, mijnheer de abbé, ik had nog een boodschap
-voor u ook... Ja, van monsignor Nani, die ons daarnet de blijde tijding
-gebracht heeft; hij heeft mij opgedragen u te zeggen, dat u u te veel
-op den achtergrond houdt, dat u meer moet werken voor de verdediging
-van uw boek."
-
-Verbaasd luisterde Pierre naar haar.
-
-"En juist hij heeft me aangeraden mij zoo weinig mogelijk te laten
-zien."
-
-"Dat is zoo. Maar het schijnt, dat het oogenblik nu gekomen is,
-dat u de menschen opzoeken, uw zaak bepleiten, u roeren moet in één
-woord! En nog iets: hij is ook den naam van den rapporteur te weten
-gekomen, aan wien men opgedragen heeft uw boek te onderzoeken. Het
-is monsignor Fornaro, die op de piazza Navona woont."
-
-Pierre voelde zijn verbazing grooter worden. Het gebeurde nooit,
-dat de naam van een rapporteur bekend werd, deze bleef geheim om het
-oordeel zoo vrij mogelijk te houden. Zou een nieuwe phase in zijn
-verblijf te Rome beginnen?
-
-"Ik dank u zeer," antwoordde hij eenvoudig. "Ik zal handelen en
-iedereen bezoeken."
-
-
-
-
-
-
-
-
-TIENDE HOOFDSTUK
-
-
-Pierre, die niets liever wilde dan zoo spoedig mogelijk een eind
-maken aan de zaak, trachtte den volgenden dag reeds aan het werk te
-gaan. Maar een twijfel had zich van hem meester gemaakt: bij wien
-moest hij het eerst aankloppen, wien moest hij het eerst bezoeken,
-wanneer hij in een zoo gecompliceerd en zoo ijdel milieu geen fout
-wilde begaan? Toen hij zijn kamer verliet, zag hij toevallig don
-Vigilio, den secretaris van den kardinaal, in de gang. Hij verzocht
-hem even binnen te komen.
-
-"U kunt mij een dienst bewijzen, mijnheer de abbé. Ik vertrouw me
-geheel aan u toe; ik heb een raad noodig."
-
-Hij voelde, dat deze kleine, magere man met zijn saffraan-kleurigen
-tint, die steeds rilde van koorts, ondanks zijn overdreven en bange
-omzichtigheid van alles op de hoogte, in alles betrokken was. Blijkbaar
-om het gevaar zich moeilijkheden op den hals te halen, te ontloopen,
-had hij Pierre tot dusverre, naar het scheen met opzet, vermeden. De
-laatste dagen echter was hij minder schuw, vlamden zijn zwarte oogen
-op, wanneer hij zijn buurman ontmoette, als had het ongeduld, waardoor
-Pierre verteerd moest worden, nu hij zoo lang tot niets doen gedoemd
-werd, zich ook van hem meester gemaakt. Hij trachtte dan ook niet
-zich aan het gesprek te onttrekken.
-
-"Neem me niet kwalijk," begon Pierre, "dat ik u in zoo'n wanorde
-laat. Maar ik heb van ochtend weer linnengoed en winterkleeren uit
-Parijs gekregen... Stel u voor, dat ik met een klein handkoffertje voor
-veertien dagen gekomen ben, en nu ben ik al drie maanden hier, zonder
-dat ik nog iets verder ben dan op den ochtend van mijn aankomst."
-
-Don Vigilio schudde zachtjes het hoofd.
-
-"Ja, ja, ik weet het."
-
-Toen legde Pierre hem uit, dat hij, nu monsignor Nani hem door de
-contessina had laten weten, dat hij, om zijn boek te verdedigen,
-moest gaan handelen en iedereen gaan opzoeken, in de grootste
-verlegenheid verkeerde, daar hij niet wist, hoe hij zijn bezoeken
-regelen moest. Moest hij bijvoorbeeld het eerst naar monsignor Fornaro
-gaan, die rapport over zijn boek moest uitbrengen?
-
-"Wat," riep don Vigilio bevend uit, "is monsignor Nani zoover
-gegaan, dat hij u dien naam genoemd heeft?... Dat is veel meer dan
-ik verwacht had!"
-
-Hij liet zich door zijn hartstocht medeslepen.
-
-"Neen, neen, begin niet met monsignor Fornaro. Ga eerst een zeer
-nederig bezoek brengen aan den praefect van de Indexcongregatie,
-aan Zijne Eminentie kardinaal Sanguinetti, omdat hij het u nooit
-vergeven zou, als hij te hooren kwam, dat u eerst bij een ander uw
-opwachting gemaakt hebt..."
-
-Hij hield even op en voegde er dan fluisterend en rillend van koorts,
-aan toe:
-
-"En hij zou het te hooren komen. Hier in Rome kom je alles te hooren."
-
-Dan nam hij, als maakte zijn sympathie hem plotseling dapper, de
-beide handen van den jongen, vreemden priester in de zijne.
-
-"Mijn beste mijnheer Froment, ik zweer u, dat ik mij zeer gelukkig
-voelen zal, wanneer ik u op de een of andere wijze kan helpen, want
-u hebt een oprechte, eenvoudige ziel en ik heb werkelijk met u te
-doen... Maar u moet mij niet het onmogelijke vragen. Wanneer u wist,
-wanneer ik u alle gevaren toevertrouwde, die ons omringen... Toch
-meen ik u op dit oogenblik nog te kunnen aanraden in geen enkel
-opzicht te rekenen op mijn meester, Zijne Eminentie kardinaal
-Boccanera. Verschillende malen heeft hij zich tegenover mij zeer
-afkeurend over uw boek uitgelaten... Maar hij is een heilige,
-een man van hoogen ziele-adel, en al verdedigt hij u niet, hij zal
-u niet aanvallen, maar uit égard voor zijn nicht, de contessina,
-die hij aanbidt en die u beschermt, neutraal blijven... Bepleit,
-wanneer u hem ziet, uw zaak niet, dat zou u geen voordeel brengen en
-hem slechts prikkelen."
-
-Pierre voelde door die woorden geen al te groote teleurstelling,
-want hij had na zijn eerste onderhoud met den kardinaal en later
-bij de enkele bezoeken, die hij hem gebracht had, dadelijk begrepen,
-dat hij in hem slechts een tegenstander vinden zou.
-
-"Ik zal hem dan een bezoek brengen," zeide hij, "om hem te bedanken
-voor zijn neutraliteit."
-
-Doch onmiddellijk kwam bij don Vigilio de angst weer boven.
-
-"Neen, neen, doe dat niet, hij zou misschien begrijpen, dat ik
-gepraat had, en dan zou mijn positie leelijk gevaar loopen... Ik heb
-niets gezegd, ik heb niets gezegd. Bezoek eerst de kardinalen, al de
-kardinalen. Maar verder heb ik u niets gezegd, dat is afgesproken?"
-
-Dien dag wilde hij niets meer zeggen. Bevend verliet hij de kamer,
-terwijl hij met zijn vlammende, onrustige oogen rechts en links in
-de gang rondkeek.
-
-Onmiddellijk verliet Pierre het paleis, om een bezoek aan kardinaal
-Sanguinetti te brengen. Het was tien uur; hij had dus kans hem thuis te
-treffen. De kardinaal bewoonde, naast de kerk S. Luigi dei Francesi, in
-een donkere, nauwe straat, de eerste verdieping van een klein paleis,
-dat thans als huurhuis ingericht was. Het was niet de reusachtige,
-vorstelijk-grootsche en zwaarmoedige ruïne, waarin kardinaal Boccanera
-zich opsloot. De vroegere, voorgeschreven galavertrekken waren,
-evenals de geheele huishouding, beperkt. Er was geen troonzaal meer,
-er hing geen groote, roode kardinaalshoed meer onder een baldakijn,
-geen tegen den muur gekeerde fauteuil stond meer op de komst van den
-paus te wachten. Twee in elkaar loopende, als antichambres dienende
-kamers, een salon, waarin de kardinaal ontving--en dat alles zonder
-eenigen luxe, zonder comfort zelfs. De meubelen waren in empire-stijl,
-de tapijten en het behang zaten vol stof en waren door het gebruik
-verkleurd.
-
-Het duurde lang, voordat er open gedaan werd, en toen eindelijk een
-knecht, die, zonder zich te haasten, zijn vest aantrok, de deur op
-een kiertje opende, antwoordde hij slechts, dat Zijne Eminentie den
-vorigen dag naar Frascati gegaan was.
-
-Toen herinnerde Pierre zich, dat kardinaal Sanguinetti in den omtrek
-van Rome een diocees had. Hij bezat in Frascati een villa, waarin
-hij meermalen een paar dagen ging doorbrengen, wanneer hij behoefte
-had aan rust of een politieke reden hem daartoe noopte.
-
-"En komt Zijne Eminentie gauw terug?"
-
-"Dat is niet te zeggen... Zijne Eminentie is ziek en heeft opdracht
-gegeven, niemand naar hem toe te sturen, die hem daar lastig zou
-kunnen vallen."
-
-Toen Pierre weer op straat was, voelde hij zich door dien eersten
-tegenslag geheel van streek. Zou hij zich, daar de zaken drongen,
-onmiddellijk naar Fornaro begeven, die hier vlak bij op de piazza
-Navona woonde? Maar hij herinnerde zich, dat don Vigilio hem aangeraden
-had eerst de kardinalen te bezoeken; hij kreeg een ingeving en
-besloot dadelijk naar kardinaal Sarno te gaan, met wien hij op de
-Maandagsche recepties van donna Serafina kennis gemaakt had. Ondanks
-zijn vrijwillig op den achtergrond blijven, beschouwde iedereen hem als
-een der machtigste en meest te duchten leden van het Heilig Concilie,
-wat zijn neef, Narcisse Habert, niet belette te verklaren, dat hij
-niemand kende, die voor vraagstukken, welke niet tot zijn gewone
-bezigheden behoorden, onverschilliger was dan zijn oom. Al maakte hij
-geen deel uit van de Indexcongregatie, toch zou hij hem goeden raad
-kunnen geven en zijn grooten invloed op zijn collega's doen gelden.
-
-Pierre begaf zich regelrecht naar het paleis der propaganda, waar hij
-zeker was den kardinaal te zullen aantreffen. Dit paleis, waarvan
-men den zwaren gevel van af de piazza di Spagna zien kan, is een
-reusachtig, kaal en plomp gebouw, dat een geheelen hoek tusschen
-twee straten inneemt. Pierre, die thans de nadeelen van zijn slecht
-Italiaansch voelde, raakte erin verdwaald en liep trappen op, die hij
-onmiddellijk daarop weer af moest gaan. Eindelijk had hij het geluk
-den secretaris van den kardinaal, een vriendelijken jongen priester,
-dien hij reeds in den palazzo Boccanera gezien had, te ontmoeten.
-
-"Zeker, zeker. Ik zou niet weten waarom Zijne Eminentie u niet zou
-willen ontvangen. U hebt er heel goed aan gedaan op dit uur te komen,
-want dan is hij altijd hier... Wees zoo goed mij te volgen."
-
-Het werd een nieuwe tocht. Kardinaal Sarno, die langen tijd secretaris
-der Propaganda was geweest, bekleedde nu in zijn qualiteit van
-kardinaal het voorzitterschap der commissie, die den eeredienst
-organiseerde in de voor het Katholicisme nieuw veroverde landen in
-Europa, Afrika, Amerika en Oceanië. Als zoodanig had hij daar een
-werkkamer, een bureau, een heele administratie, waar hij heerschte
-als een maniak ambtenaar, die oud geworden was op zijn leeren stoel
-zonder ooit buiten den engen kring van zijn groene dossiers te komen,
-zonder van de wereld iets anders te kennen dan de straat, waarin de
-voetgangers en rijtuigen onder zijn raam voorbijgingen.
-
-Aan het einde van een donkere gang, waarin zelfs bij vollen dag licht
-branden moest, verzocht de secretaris Pierre even op een bankje plaats
-te nemen. Na een groot kwartier kwam hij terug.
-
-"Zijne Eminentie is op het oogenblik in conferentie met zendelingen,
-die eerstdaags zullen vertrekken. Maar het zal niet lang duren. Hij
-heeft mij gevraagd u te verzoeken zoolang in zijn kabinet te wachten."
-
-Toen Pierre alleen in het kabinet was, nam hij nieuwsgierig de
-inrichting ervan op. Het was een tamelijk groot vertrek, zonder
-eenigen luxe, met een groen behang en groene damastmeubelen van
-zwart hout. De twee ramen, die op een smal zijstraatje uitzagen,
-verlichtten slechts half de sombere muren en het verschoten tapijt;
-behalve de twee wandtafeltjes stond er in het vertrek alleen maar een
-bureau, een eenvoudige houten tafel met een geheel versleten blad,
-dat bovendien geheel schuil ging onder dossiers en paperassen. Hij
-ging er wat dichter bij staan en keek naar den door het vele gebruik
-ingezakten bureaustoel, naar het scherm, dat ervoor stond, naar den
-met inktvlekken bespatten inktkoker. Dan begon hij in de zware, doode
-atmospheer, die op hem drukte, in de groote, angstaanjagende stilte,
-die alleen door de gedempte straatgeluiden gestoord werd, ongeduldig
-te worden.
-
-Al op en neer loopende, werd Pierre's aandacht getrokken door een
-kaart, die aan den muur hing en hem zóó met gedachten vervulde,
-dat hij al het andere vergat. Het was een gekleurde kaart van de
-Katholieke wereld, de geheele aarde, de afgerolde wereldkaart, waarop
-de verschillende kleuren de gebieden aangeven, al naar gelang zij tot
-het overwinnend, onbeperkt heerschend of aan het nog steeds in strijd
-met de ongeloovigen zijnde Katholicisme behoorden. De laatste landen
-waren naar gelang van de organisatie in vicariaten of praefecturen
-verdeeld. Was dit geheel eigenlijk niet een graphische voorstelling
-van het geheele, eeuwenoude streven van het Katholicisme naar de
-wereldheerschappij, die het van af het eerste oogenblik gewild had, die
-het door alle eeuwen heen nooit opgehouden heeft te willen? God heeft
-de wereld aan Zijn Kerk gegeven, maar zij moet die wel gewelddadig
-in bezit nemen, daar de dwaling nog steeds hardnekkig heerschen
-blijft. Vandaar de voortdurende strijd, vandaar dat de volkeren in onze
-dagen nog betwist worden aan vijandelijke godsdiensten, evenals in den
-tijd, dat de apostelen Judea verlieten, om het Evangelie te verbreiden.
-
-Gedurende de Middeleeuwen bestond de groote taak in het organiseeren
-van het veroverde Europa, zonder dat men zelfs een poging doen kon,
-om zich met de Oostersche afgescheiden Kerken te verzoenen. Daarna
-kwam de Hervorming, volgde het eene schisma op het andere--de
-Protestantsche helft van Europa en het geheele orthodoxe Oosten
-moesten heroverd worden. Maar met de ontdekking der Nieuwe Wereld
-ontwaakte de krijgslust weder, streefde Rome met al zijn eerzucht
-ernaar deze tweede helft der aarde ook in zijn bezit te krijgen, werden
-missies uitgezonden, om deze gisteren nog onbekende volkeren aan God te
-onderwerpen, want Hij had ze evenals de andere aan Rome geschonken. Zoo
-had zich de groote, tegenwoordige splitsing der Christenheid als van
-zelf gevormd: eenerzijds de Katholieke naties, bij wie het geloof
-slechts behoefde onderhouden te worden en die door het in het Vaticaan
-ondergebrachte Staatssecretariaat geleid werden; aan de andere zijde
-de schismatieke of nog eenvoudige heidensche naties, die in den
-schoot der Kerk gebracht of bekeerd moesten worden en waarover de
-congregatie der Propaganda trachtte te heerschen. Vervolgens had die
-congregatie zich op haar beurt in twee afdeelingen moeten splitsen,
-om het werk wat makkelijker te maken: de Oostersche afdeeling,
-die speciaal belast was met de dissidente secten in het Oosten,
-en de Latijnsche afdeeling, wier werkzaamheid zich over alle andere
-missielanden uitstrekt. Het is een grootsch ensemble van overwinnende
-organisatie, een reusachtig net met sterke dichte mazen, dat over de
-wereld geworpen wordt en geen enkele ziel moet laten ontsnappen.
-
-Eerst nu, vóór deze kaart, kreeg Pierre een duidelijke voorstelling
-van deze sedert eeuwen werkende en tot het opzuigen der menschheid
-vervaardigde machine. De door de pausen rijk begiftigde en over een
-reusachtig inkomen beschikkende Propaganda scheen hem als het ware
-een afzonderlijke macht, een pausdom in een pausdom; hij begreep nu
-waarom aan den praefect der congregatie de naam "roode paus" gegeven
-werd. Over welk een onbeperkte macht beschikte niet deze veroveraar
-en heerscher, wiens handen van het eene einde der wereld tot het
-andere reikten? Had hij, terwijl de kardinaal-secretaris Centraal
-Europa, dat zoo kleine stukje van de aardbol, bezat, niet de geheele
-rest, eindelooze ruimten, de verre, nog onbekende streken? De cijfers
-bevestigden het: Rome heerschte onbeperkt slechts over ruim tweehonderd
-millioen Roomsch-apostolische Katholieken, terwijl de schismatici,
-die van het Oosten en die der Hervorming, wanneer men ze optelde, dit
-getal reeds overschreden. En welk een reusachtig verschil werd het,
-indien men daarbij het milliard ongeloovigen voegde, wier bekeering
-nog volgen moest!
-
-Plotseling werd hij zoo door die cijfers getroffen, dat een rilling hem
-doorhuiverde. Was het dan waar? Er waren vijf millioen Joden, bijna
-tweehonderd millioen Mohammedanen, meer dan zevenhonderd millioen
-Brahmanen en Boeddhisten, ongerekend de honderd millioen andere
-heidenen van alle godsdiensten, te zamen een milliard, waartegenover
-de Christenen niets meer dan vierhonderd millioen konden stellen,
-en deze nog onderling verdeeld, in voortdurenden strijd--de eene
-helft met Rome, de andere tegen Rome! Was het mogelijk, dat Christus
-in achttien eeuwen nog niet het derde gedeelte van de menschheid,
-dat het eeuwige, almachtige Rome nog niet het zesde gedeelte der
-volkeren aan zich onderworpen had? Eén ziel van de zes gered, welk een
-verschrikkelijke verhouding! Maar de kaart sprak onomwonden; het met
-rood aangegeven rijk van Rome was slechts een in de ruimte verloren
-punt, wanneer men het vergeleek met het geel gekleurde rijk der andere
-goden, de eindelooze streken, die de Propaganda nog te onderwerpen had.
-
-De vraag drong zich nu op: hoeveel eeuwen zouden er moeten verloopen,
-vóórdat de beloften van Christus in vervulling zouden gaan, voor
-de geheele aarde aan zijn wet onderworpen zou zijn en de religieuse
-maatschappij de burgerlijke weer dekken en samen slechts één geloof en
-één rijk vormen zouden? En door welk een verbazing werd men bij deze
-vraag, bij deze reusachtige, nog te vervullen taak aangegrepen, wanneer
-men aan de kalme rust van Rome, aan zijn geduldige hardnekkigheid
-dacht, die nooit getwijfeld heeft, die thans minder dan ooit
-twijfelt. Het is door zijn bisschoppen en zijn zendelingen steeds
-aan den arbeid, wordt nooit moede en doet in de niet aan het wankelen
-te brengen overtuiging, dat slechts Rome alleen eens de meester der
-wereld zijn zal, zijn werk zonder onderbreking, evenals het oneindig
-kleine de wereld geschapen heeft!
-
-O, Pierre zag en hoorde, hoe dit zich voortdurend op marsch
-bevindend leger aan de overzijde der zeeën door alle landen heen
-de politieke verovering in naam van den godsdienst voorbereidde en
-verzekerde. Narcisse had hem verteld, hoe zorgvuldig de ambassades te
-Rome de handelingen der Propaganda moesten nagaan, want de missies
-in die verre landen waren dikwijls nationale werktuigen, die een
-grooten invloed uitoefenden. De geestelijke heerschappij verzekerde
-de wereldlijke, de veroverde zielen gaven de lichamen. Er werd dan
-ook een aanhoudende strijd gevoerd, waarin de congregatie aan de
-zijde stond der Italiaansche zendelingen of van die der verbonden
-naties, welker overwinning zij wenschte. Steeds was zij ijverzuchtig
-geweest op haar concurrent, de Propagation de la Foi te Lyon, die
-even rijk en even machtig is als zij, maar over meer energieke en
-dappere mannen beschikt. Zij stelde zich er niet mede tevreden haar
-reusachtige belastingen op te leggen, maar zij werkte haar tegen,
-offerde haar desnoods op, wanneer zij haar overwinning vreesde.
-
-Meermalen waren Fransche zendelingen en Fransche orden verjaagd en
-hadden plaats moeten maken voor Italiaansche of Duitsche monniken. En
-thans voelde Pierre dezen geheimen haard van politieke intrigues in dit
-sombere, stoffige vertrek, dat nooit door de zon opgevroolijkt werd. En
-weer doorrilde hem zijn oude huivering, die huivering voor dingen,
-die men weet, doch die u plotseling monsterachtig en angstaanjagend
-toeschijnen. Moest dit in de geheele wereld georganiseerde en met een
-eeuwige hardnekkigheid in tijd en ruimte functioneerend werktuig van
-verovering en geweld niet de verstandigsten in de war brengen, niet
-de dappersten doen verbleeken? Het was niet tevreden met de zielen,
-maar werkte aan zijn toekomstige heerschappij over alle menschen,
-beschikte over hen, daar het hen nog niet voor zichzelf kon nemen,
-en stond ze af aan den wereldlijken meester, die hen zoolang bewaren
-zou. Welk een wonderlijken droom: Rome wacht met glimlachende kalmte
-op de eeuw, dat het de tweehonderd millioen Mohammedanen en de
-zevenhonderd millioen Brahmanen en Boeddhisten opgezogen zal hebben
-in één enkel volk, waarvan het de geestelijke en wereldlijke koning
-zijn zal in naam van den triompheerenden Christus!
-
-Een gehoest deed Pierre omkijken; hij huiverde, toen hij kardinaal
-Sarno, dien hij niet had hooren binnenkomen, zag. Nu hij daar zoo
-voor die kaart staande aangetroffen werd, kreeg hij een gevoel,
-alsof men hem betrapte, terwijl hij bezig was iets kwaads te doen,
-een geheim te schenden. Een diepe blos kwam op zijn gelaat.
-
-Maar de kardinaal, die hem met zijn doffe oogen strak had aangekeken,
-liet zich, zonder een woord te zeggen, in zijn fauteuil vallen. Met
-een handbeweging had hij hem van den ringkus ontslagen.
-
-"Ik wilde mijn opwachting maken bij Uwe Eminentie... Voelt Uwe
-Eminentie zich ziek?"
-
-"Neen, neen, maar ik kan maar niet afkomen van die beroerde
-verkoudheid. En bovendien heb ik het op het oogenblik heel druk."
-
-Pierre keek hem aan; in het schemerlicht, dat door het raam binnenviel,
-zag hij er met zijn linkerschouder, die hooger was dan zijn rechter,
-zoo kwijnend en mismaakt uit. In zijn uitgemergeld, aardkleurig gelaat
-was niets levends meer, zelfs zijn blik niet. Hij dacht plotseling aan
-een van zijn ooms te Parijs, die, nadat hij dertig jaar in het bureau
-van een ministerie had doorgebracht, dienzelfden dooden blik, diezelfde
-perkamenten huid, diezelfde moede wezenloosheid had. Kon het eigenlijk
-wel mogelijk zijn, dat deze uitgedroogde en in zijn roodomzoomde,
-zwarte soutane als het ware zwemmende grijsaard de meester der wereld
-was en zonder Rome ooit verlaten te hebben, de kaart der Christenheid
-zóó in zich opgenomen had, dat de praefect der Propaganda geen enkel
-besluit nam, alvorens hij zijn advies ingewonnen had?
-
-"Ga een oogenblik zitten, mijnheer de abbé... U hebt mij zeker iets
-te vragen, dat u mij komt bezoeken..."
-
-En terwijl hij in een luisterende houding zitten ging, bladerde
-hij met zijn magere vingers in de voor hem opgestapelde dossiers,
-wierp een blik in ieder stuk als een generaal, als een ervaren en
-kundig tacticus, wiens leger zich ergens in de verte bevindt en die
-het uit zijn studievertrek ter overwinning voert, zonder ooit een
-minuut te verliezen.
-
-Pierre, die een oogenblik verlegen was, nu hij het zelfzuchtige doel
-van zijn bezoek zoo duidelijk geformuleerd hoorde worden, besloot
-met de deur in huis te vallen.
-
-"Inderdaad, ik ben zoo vrij van de groote wijsheid van Uwe Eminentie
-raad te komen vragen. Uwe Eminentie zal het niet onbekend zijn,
-dat ik te Rome ben, om mijn boek te verdedigen. Ik zou zeer gelukkig
-zijn, indien Uwe Eminentie mij zou willen leiden en met haar ervaring
-bijstaan."
-
-In enkele woorden vertelde hij hem, hoe het met zijn zaak, die hij
-tegelijk verdedigde, stond. Maar naar mate hij verder sprak, zag hij,
-hoe de kardinaal alle belangstelling verloor, aan iets anders dacht,
-hem niet meer verstond.
-
-"Ach ja, u hebt een boek geschreven; als ik mij goed herinner, is daar
-op een avond bij donna Serafina over gesproken... Dat is verkeerd,
-een priester moet niet schrijven. Waartoe dient dat?... En wanneer
-de Indexcongregatie het vervolgt, heeft zij daar zeker groot gelijk
-in. Wat kan ik in deze zaak doen? Ik ben geen lid der Congregatie,
-ik weet niets, absoluut niets."
-
-Vergeefs trachtte Pierre, die zijn teleurstelling den kardinaal
-zoo gesloten en onverschillig te vinden, niet bedwingen kon, hem
-belangstelling in te boezemen. Hij merkte, dat deze geest, die op het
-gebied, waarop hij zich sedert veertig jaar bewoog, zoo veelomvattend
-en scherpzinnig was, stomp werd, zoodra hij zich van dat speciale
-gebied verwijderde. Hij was noch nieuwsgierig noch soepel. Uit zijn
-oogen verdween alles wat op leven geleek, zijn schedel scheen nog
-dieper ingedrukt te worden, zijn geheele gelaatsuitdrukking kreeg
-iets imbeciels.
-
-"Ik weet niets, ik kan niets," herhaalde hij. "Ik beveel nooit
-iemand aan."
-
-Toch trachtte hij iets te doen.
-
-"Maar Nani zit erachter. Wat raadt Nani u aan te doen?"
-
-"Monsignor Nani is zoo vriendelijk geweest mij den naam van den
-rapporteur, monsignor Fornaro, te noemen en heeft mij aangeraden hem
-te bezoeken."
-
-De kardinaal scheen verbaasd en als het ware wakker te worden. Er
-kwam wat licht in zijn oogen terug.
-
-"Zoo, zoo, werkelijk... Als Nani dat gedaan heeft, dan zal hij daar
-zijn reden wel voor hebben. Ga naar monsignor Fornaro."
-
-Hij was opgestaan ten bewijze, dat de audiëntie afgeloopen was, waarop
-Pierre met een diepe buiging zijn dank betuigde. Zonder hem naar de
-deur te brengen, ging hij weer zitten en in het doode vertrek was
-niets meer te hooren dan het droge geluid van zijn knokige vingers,
-die in de dossiers bladerden.
-
-Gewillig volgde Pierre zijn raad op. Hij besloot op zijn terugweg naar
-de Via Giulia over de piazza Navona te gaan. Maar bij Monsignor Fornaro
-zeide een knecht hem, dat zijn heer was uitgegaan en dat hij zich,
-als hij hem spreken wilde, vroegtijdig, om tien uur, moest laten
-aandienen. Hij kon dan ook eerst den volgenden ochtend ontvangen
-worden. Hij had voordien zorg gedragen omtrent den prelaat iets te
-weten te komen, zoodat hij het voornaamste van hem wist: hij was in
-Napels geboren, was zijn studies begonnen bij de Barnabietenpaters
-in die stad en had die op het seminarie te Rome voltooid. Daarna
-was hij langen tijd professor aan de Gregoriaansche universiteit
-geweest. Thans was monsignor Fornaro raadgever bij verschillende
-congregaties, kanunnik van de S. Maria Maggiore, werd verteerd door de
-eerzucht eenmaal kanunnik van de St. Pieter te worden, en koesterde
-den droom eens secretaris van het consistorie te worden--een ambt,
-dat hem later het purper geven zou. Het eenige wat men hem, die voor
-een bijzonder knap theoloog doorging, verwijten kon, was, dat hij te
-veel aan litteratuur deed, hij schreef namelijk veel artikelen voor
-godsdienstige tijdschriften, die hij echter zoo verstandig was niet
-te teekenen. Ook zeide men, dat hij zeer mondain was.
-
-Zoodra Pierre zijn kaartje had laten overhandigen, werd hij ontvangen,
-en misschien zou het vermoeden bij hem opgekomen zijn, dat hij verwacht
-werd, wanneer de ontvangst, die hem van de zijde van den prelaat
-ten deel viel, niet getuigd had van de meest oprechte verrassing,
-gepaard met eenige ongerustheid.
-
-"Mijnheer de abbé Froment, mijnheer de abbé Froment," herhaalde de
-prelaat, terwijl hij naar het kaartje, dat hij in zijn hand gehouden
-had, keek. "Kom binnen, als het u blieft. Ik had eigenlijk niemand
-willen ontvangen, want ik heb zeer dringend werk... Maar het komt er
-niet op aan, ga zitten!"
-
-Maar Pierre bleef vol bewondering voor dezen knappen, grooten en
-sterken man, die in de kracht van zijn leven was, staan. Blozend,
-gladgeschoren, met nauwlijks grijzende haren had hij een vriendelijken
-neus, vochtige lippen, liefkoozende oogen, in het kort alles wat
-den Romeinschen prelaat verleidelijk en decoratief maken kan. In
-zijn zwarte soutane met lila kraag zag hij er zeer gesoigneerd en
-eenvoudig-elegant uit. Het groote vertrek, waarin hij ontving, en dat
-door twee op de piazza Navona uitziende ramen vroolijk verlicht en met
-een thans bij de Romeinsche geestelijkheid weinig voorkomenden smaak
-gemeubileerd was, was een waardige omlijsting voor den opgewekten en
-hartelijk ontvangenden prelaat.
-
-"Ga toch zitten, mijnheer Froment, en vertel me, waaraan ik de eer
-van uw bezoek te danken heb."
-
-Hij was zelf ook weer gaan zitten; en Pierre voelde zich bij die
-natuurlijke vraag, welke hij had moeten voorzien, plotseling verlegen
-worden. Zou hij onmiddellijk op de zaak ingaan, het teere motief van
-zijn bezoek bekennen? Hij voelde, dat het de snelste en waardigste
-weg was.
-
-"O, monsignor, ik weet heel goed, dat wat mij tot u voert, iets zeer
-ongewoons is. Maar men heeft mij aangeraden dezen stap te doen en
-het komt mij voor, dat het tusschen eerlijke menschen nooit kwaad
-kan zijn de waarheid in volle oprechtheid te zoeken."
-
-"Maar wat dan, wat dan?" vroeg de prelaat met een volkomen onschuldig
-gezicht, terwijl zijn glimlach hem geen oogenblik verliet.
-
-"Welnu dan, ik heb gehoord, dat de Indexcongregatie u opgedragen
-heeft rapport uit te brengen over mijn boek Het Nieuwe Rome; en nu
-neem ik de vrijheid mij te komen voorstellen voor het geval, dat u
-eenigen naderen uitleg aan mij te vragen hebt."
-
-Maar monsignor Fornaro scheen er niets verder over te willen
-hooren. Hij bracht zijn beide handen aan zijn hoofd en ging, hoewel
-nog altijd beleefd, wat achteruit.
-
-"Neen, neen, vertel me dat niet, zeg niets verder, daar zoudt u mij
-groot verdriet mede doen... Laten we aannemen, dat men u verkeerd
-heeft ingelicht, want men moet niets weten, weet ook niets, de
-anderen evenmin als ik... Laten we om Godswil niet meer over die
-dingen praten."
-
-Gelukkig kreeg Pierre, die de uitwerking gemerkt had, welke de naam
-van den assessor van het Heilig College gemaakt had, den inval te
-antwoorden:
-
-"Zeker, monsignor, ik ben niet van plan u den minsten overlast te
-veroorzaken, en ik herhaal u, dat ik mij nooit de vrijheid veroorloofd
-zou hebben u lastig te vallen, indien niet monsignor Nani zelf mij
-uw naam en uw adres gegeven had."
-
-Ook ditmaal liet de uitwerking niet op zich wachten, ook al gaf
-monsignor Fornaro niet dadelijk toe.
-
-"Wat, is monsignor Nani zoo onbescheiden geweest! Ik zal hem een
-standje moeten geven... En wat weet hij ervan? Hij behoort niet tot
-de congregatie, hij kan op een dwaalspoor gebracht zijn... Zeg hem,
-dat hij zich vergist heeft, dat ik niets met deze zaak te maken heb;
-dat zal hem leeren, dat hij geen geheimen, die door allen geëerbiedigd
-moeten worden, moet verraden."
-
-Dan voegde hij er vriendelijk met zijn liefkoozende oogen en zijn
-glimlachenden mond aan toe:
-
-"Enfin, nu monsignor Nani het wenscht, wil ik wel een oogenblik met u
-praten, mijnheer Froment, onder voorwaarde, dat u van mij niets zult
-hooren over mijn rapport, noch over wat in de congregatie gedaan of
-gezegd kan zijn."
-
-Op zijn beurt moest nu Pierre glimlachen, want hij verwonderde er
-zich over hoe makkelijk dadelijk alles werd, wanneer de schijn en de
-vormen maar gered werden. En hij begon nogmaals zijn geval uit te
-leggen, schilderde hem de groote verbazing, waarin het proces, dat
-zijn boek aangedaan was, hem geworpen had, de onwetendheid, waarin
-hij nog verkeerde omtrent de grieven, waarnaar hij nog altijd zocht,
-zonder ze te kunnen vinden.
-
-"Zoo, zoo!" zeide de prelaat, verbaasd over zooveel naïeveteit. "De
-congregatie is een rechtbank en kan niet handelen, wanneer een zaak
-niet aanhangig bij haar gemaakt wordt. Uw boek wordt vervolgd, omdat
-men het aangegeven heeft."
-
-"Ja, ik weet het, aangegeven."
-
-"Zeker, de klacht is door drie Fransche bisschoppen ingediend--u
-zult mij niet kwalijk nemen, dat ik de namen verzwijg--en dan moet
-de congregatie tot onderzoek van het geïncrimineerde werk overgaan."
-
-Pierre keek hem vol verbazing aan. Aangeklaagd door drie bisschoppen,
-en waarom, met welk doel?
-
-Dan dacht hij aan zijn beschermer.
-
-"Maar kardinaal Bergerot heeft mij een goedkeurenden brief geschreven,
-dien ik als voorwoord in mijn boek heb laten drukken. Was dat geen
-voldoende waarborg voor het Fransche episcopaat?"
-
-Fijntjes schudde monsignor Fornaro zijn hoofd, vóór hij antwoordde:
-
-"O, ja zeker! De brief van Zijne Eminentie, een heel mooie
-brief... Toch geloof ik, dat hij beter gedaan zou hebben dien niet
-te schrijven, zoowel voor hem zelf als vooral voor u."
-
-En toen de priester, wiens verbazing steeds toenam, hem tot een nadere
-verklaring dwingen wilde, voegde hij eraan toe:
-
-"Neen, neen, ik weet niets, ik zeg niets... Zijne Eminentie kardinaal
-Bergerot is een heilige, die door iedereen vereerd wordt, en wanneer
-hij zondigen kon, dan zou men daarvan alleen zijn hart een verwijt
-kunnen maken."
-
-Er volgde een stilte. Pierre had een gevoel, alsof zich een afgrond
-voor hem opende. Hij durfde niet aandringen, maar zeide met eenige
-heftigheid:
-
-"Maar waarom mijn boek en waarom niet de boeken der anderen? Ik denk
-er niet over op mijn beurt als aanklager op te treden, maar hoeveel
-boeken ken ik niet, waarvoor Rome de oogen sluit en die heel wat
-gevaarlijker zijn dan het mijne!"
-
-Ditmaal scheen monsignor blijde te zijn zich bij Pierre's meening te
-kunnen aansluiten.
-
-"U hebt groot gelijk, wij weten heel goed, dat wij niet alle slechte
-boeken kunnen bereiken, en dat spijt ons genoeg. Maar u moet eens
-denken aan het ontelbaar aantal boeken, dat wij gedwongen zouden zijn
-te lezen. Daarom veroordeelen wij de slechtste en bloc."
-
-Hij ging nader op die quaestie in. In principe moesten de drukkers geen
-boek op de pers leggen, zonder het van te voren aan de goedkeuring van
-den bisschop onderworpen te hebben. Maar in welke groote verlegenheid
-zouden de bisschoppen geraken, wanneer de drukkers zich bij de
-tegenwoordige reusachtige boekenproductie, plotseling naar dien regel
-gingen schikken. Men zou voor dat kolossale werk geen tijd, geen
-geld en niet genoeg geschikte menschen hebben. Daarom veroordeelde
-de Indexcongregatie de verschenen of nog te verschijnen boeken van
-sommige categorieën geheel en al, zonder ze te onderzoeken: in de
-eerste plaats alle voor de zeden gevaarlijke boeken, alle erotische
-boeken, alle romans; vervolgens alle Bijbels in de gewone talen,
-want de Heilige Boeken mogen maar niet zonder onderscheid toegestaan
-worden; ten slotte alle duivelskunstenboeken, alle wetenschappelijke,
-geschiedkundige en wijsgeerige boeken, die met het dogma in strijd
-zijn, alle boeken van ketters of eenvoudige geestelijken, die den
-godsdienst betreffen. Dat waren verstandige, door verschillende
-pausen overgenomen wetten, waarvan het exposé als voorrede diende
-voor den catalogus van verboden boeken, dien de congregatie uitgaf,
-en zonder welke deze catalogus, wilde men hem volledig hebben, alleen
-een heele bibliotheek gevuld zou hebben. In één woord, wanneer men
-hem doorbladerde, merkte men dadelijk, dat het interdict vooral werken
-van priesters betrof, daar Rome er zich, gezien de moeilijkheid en het
-reusachtige van de taak, slechts om bekommerde zorg te dragen voor de
-goede orde in de Kerk. Dat was ook het geval met Pierre en zijn boek.
-
-"U begrijpt," ging monsignor Fornaro voort, "dat we voor een hoop
-ongezonde boeken geen reclame gaan maken door ze de eer van een
-afzonderlijke veroordeeling aan te doen. Er zijn er legioenen bij
-alle volkeren, en wij zouden geen papier en geen inkt genoeg hebben,
-om ze alle te bereiken. Wij bepalen er ons toe er een te treffen,
-wanneer het door een beroemden naam geteekend is, wanneer er te veel
-over gesproken wordt of wanneer het ergerlijke aanvallen bevat tegen
-het geloof. Dat is voldoende om er de menschheid aan te herinneren,
-dat wij bestaan en ons verdedigen, zonder in het minst iets van onze
-rechten of van onze plichten prijs te geven."
-
-"Maar mijn boek, mijn boek?" riep Pierre uit; "waarom die vervolging
-tegen mijn boek?"
-
-"Maar dat leg ik u toch, voor zoover het mij geoorloofd is, uit,
-mijn beste mijnheer Froment. U is priester, uw boek heeft succes,
-u hebt een goedkoope editie gegeven, die goed verkocht wordt--en nu
-spreek ik niet over de letterkundige verdienste, die werkelijk zeer
-opmerkelijk is, want ik maak u mijn compliment over den dichterlijken
-ademtocht, die door het geheele werk gaat. Maar hoe zou het mogelijk
-zijn, dat wij in die omstandigheden onze oogen sloten voor een werk,
-waarin u concludeert tot de vernietiging van onzen heiligen godsdienst
-en tot de verwoesting van Rome?"
-
-Pierre bleef, als verstikt door verwondering, met open mond zitten.
-
-"De verwoesting van Rome? Groote God, maar ik wil Rome juist verjongd,
-eeuwig, de koningin der wereld!"
-
-En opnieuw aangegrepen door zijn brandende geestdrift, verdedigde hij
-zich, legde hij opnieuw zijn geloofsbekentenis af: het Katholicisme
-moest terugkeeren tot de oorspronkelijke Kerk, nieuwe krachten putten
-uit het broederlijke Christendom van Jezus, de paus moest, van alle
-aardsche hoogheid bevrijd, door barmhartigheid en liefde heerschen
-over de geheele menschheid, de wereld redden van de vreeselijke
-sociale crisis, die haar bedreigde, om haar te brengen tot het ware
-koninkrijk Gods, tot de Christelijke gemeenschap van alle tot één
-volk vereenigde volkeren.
-
-"Kan de Heilige Vader mijn boek veroordeelen? Zijn het niet zijn
-geheime ideeën, die men begint te raden? En zou het mijn eenige fout
-niet zijn, dat ik ze te vroeg en te vrij uitgesproken heb? Zou ik,
-indien men mij toestond hem te spreken, niet onmiddellijk van hem
-verkrijgen, dat de vervolging gestaakt werd?"
-
-Monsignor Fornaro zeide niets meer, schudde zijn hoofd,
-zonder zich boos te maken over de jeugdige onstuimigheid van
-den priester. Integendeel hij glimlachte met een toenemende
-vriendelijkheid, als schepte hij vermaak in zooveel onschuld en
-dweperij.
-
-"Vooruit maar, vooruit maar!" zeide hij eindelijk vroolijk. "Ik zal
-u niet tegenhouden. Het is mij verboden iets te zeggen... Maar het
-wereldlijk gezag, het wereldlijk gezag..."
-
-"En wat wil dat wereldlijk gezag?"
-
-Weer zeide de prelaat niets. Hij keek naar boven en speelde met zijn
-blanke handen. Toen hij weer begon te spreken, was het alleen om er
-aan toe te voegen:
-
-"En dan is er nog uw nieuwe godsdienst... Want het woord nieuwe
-godsdienst, nieuwe godsdienst komt tweemaal in uw boek voor..."
-
-Hij wond zich nog meer op, raakte zoo buiten zichzelf, dat Pierre,
-door ongeduld aangegrepen, uitriep:
-
-"Ik weet niet, hoe uw rapport luiden zal, monseigneur, maar ik
-verzeker u, dat het nooit in mijn bedoeling gelegen heeft het dogma
-aan te vallen. Dat blijkt waarachtig toch wel uit mijn heele werk,
-ik heb alleen een boek van erbarmen en redding willen geven. Het is
-niet meer dan billijk ook met de bedoelingen rekening te houden."
-
-Monsignor Fornaro was weer kalm geworden en zeide op vaderlijken toon:
-
-"O, de bedoelingen, de bedoelingen!"
-
-Hij stond op, ten teeken, dat hij het onderhoud als geëindigd
-beschouwde.
-
-"Wees ervan overtuigd, mijn waarde mijnheer Froment, dat ik mij zeer
-vereerd gevoel, dat u zich tot mij gewend heeft... Natuurlijk kan ik
-u niet zeggen, hoe mijn rapport zal uitvallen; wij hebben er trouwens
-al te veel over gesproken en ik had eigenlijk moeten weigeren naar
-uw verdediging te luisteren. Maar desniettemin ben ik gaarne bereid
-u in alles, wat niet indruischt tegen mijn plicht, te helpen... Maar
-ik vrees voor uw boek het ergste."
-
-En toen Pierre opnieuw beginnen wilde, voegde hij er aan toe:
-
-"Ach ja... De feiten worden beoordeeld en niet de bedoelingen. Iedere
-verdediging is dus nutteloos, het boek bestaat en is wat het is. U kunt
-het net zooveel verklaren en uitleggen als u wilt, maar veranderen
-kunt u het niet meer... Daarom hoort de congregatie de aangeklaagden
-nooit, aanvaardt zij van hen slechts de eenvoudige herroeping. Het
-verstandigste wat u nog doen kunt, is uw boek te herroepen, u te
-onderwerpen... Wilt u dat niet? Ach, wat zijt ge nog jong, vriendlief!"
-
-Hij lachte nog luider om het gebaar van verzet, van ontembaren trots,
-dat zijn jonge vriend, zooals hij hem noemde, niet bedwingen kon. Dan
-bij de deur, in een nieuwe opwelling van sympathie, terwijl hij zijn
-stem deed dalen:
-
-"Kom, vriendlief, ik wil iets voor u doen, ik zal u een goeden raad
-geven... Eerlijk gezegd, beteeken ik niets. Ik lever mijn rapport in,
-het wordt gedrukt, men leest het, zonder dat men er eenige waarde aan
-behoeft te hechten... De secretaris der Congregatie, pater Dangelis,
-daarentegen kan alles, zelfs het onmogelijke... Ga hem opzoeken in
-het klooster der Dominicanen achter de piazza di Spagna... Maar noem
-mijn naam niet. Tot ziens, waarde heer, tot ziens!"
-
-Als verdoofd stond Pierre weer op de piazza Navona; hij wist niet meer,
-wat hij gelooven en hopen moest. Een laffe gedachte maakt zich van
-hem meester: waarom dezen strijd, waarin de tegenstanders onbekend
-en ongrijpbaar bleven, voortzetten? Waarom nog langer blijven in dit
-bedriegelijke Rome? Hij zou vluchten, nog denzelfden avond naar Parijs
-terugkeeren, dan verdwijnen en er in de uitoefening van de nederigste
-naastenliefde troost zoeken voor zijn bittere teleurstellingen. Het
-was een van die oogenblikken van hulpeloosheid, waarin de zoo lang
-gedroomde taak onmogelijk schijnt. Maar ondanks zijn verwarring ging
-hij toch op zijn doel af. Toen hij op den Corso, dan in de Via dei
-Condotti en eindelijk op de piazza di Spagna gekomen was, besloot
-hij nog een bezoek te brengen aan pater Dangelis. Het klooster der
-Dominicanen ligt daar onder de S. Trinità dei Monti.
-
-O, die Dominicanen! Hij had nooit zonder een zekeren, met eenigen
-schrik vermengden eerbied aan hen gedacht. Welke een krachtigen
-steun hadden zij zich steeds voor de autoritaire en theocratische
-idee getoond! Hun dankte de Kerk haar meest krachtige autoriteit;
-zij waren de glorierijke soldaten van zijn overwinning. Terwijl de
-H. Franciscus van Assisi voor Rome de zielen der nederigen veroverde,
-onderwierp de H. Dominicus de zielen der intelligenten en machtigen. En
-dat alles vol hartstocht, met een vuur vol bewonderenswaardig geloof en
-wilskracht, door alle mogelijke middelen--door prediking, door boeken,
-door den druk van politie en gerecht. Al moge hij de Inquisitie niet
-ingesteld hebben, hij heeft daar een dankbaar gebruik van gemaakt;
-zijn zacht, broederlijk voelend hart bestreed het schisma te vuur en
-te zwaard. Levend in armoede, kuischheid en gehoorzaamheid, groote
-deugden in die tijden van hoogmoed en uitspattingen, trokken hij en
-zijn monniken door de steden, predikten voor de goddeloozen, trachtten
-hen terug te brengen tot de Kerk, klaagden hen aan bij de geestelijke
-rechtbanken, wanneer hun woord niet voldoende was. Hij viel ook op
-de wetenschap aan, trachtte die voor zich te winnen, koesterde het
-ideaal God te verdedigen met de wapenen der rede en der menschelijke
-kennis; hij was de voorvader van den Heiligen Thomas van Aquino,
-het licht der Middeleeuwen, die alles, de psychologie, de logica,
-de politiek en de moraal in zijn Summarium samenvatte.
-
-Op die wijze vulden de Dominicanen de wereld, terwijl zij de leer van
-Rome op de beroemdste kansels van alle volkeren verdedigden en bijna
-overal in strijd waren met den vrijen geest der Universiteiten; zij
-waren de trouwe wachters en hoeders van het dogma, de onvermoeide
-smeden van het fortuin der pausen, de machtigsten van alle
-wetenschappelijke en litteraire arbeiders, die het reusachtige gebouw
-van het Katholicisme, zooals het thans nog bestaat, hebben opgetrokken.
-
-Maar thans vroeg Pierre, die dit gebouw, dat men meende op vasten grond
-te hebben gebouwd om de eeuwigheid uit te dienen, voelde wankelen,
-zich af, welk nut die werklieden nog konden hebben. Hun politie en
-hun rechtbanken waren onder vervloekingen gestorven, naar hun woord
-werd niet meer geluisterd, hun boeken las men zoo goed als niet meer,
-hun rol van geleerden en beschavers was tegenover de hedendaagsche
-wetenschap, wier waarheden het dogma aan alle kanten steeds meer
-en meer doen kraken, uitgespeeld. Zeker, ook nu nog vormen zij een
-invloedrijke en bloeiende orde; maar hoe lang ligt de tijd reeds
-achter ons, dat hun generaal in Rome heerschte als heer van het heilige
-paleis, en in geheel Europa kloosters, scholen en onderdanen had! Van
-dat onmetelijke groote erfgoed hebben zij in de Romeinsche curie thans
-niets meer over dan eenige in hun orde gebleven betrekkingen, o. a. het
-secretariaat van de Indexcongregatie, een vroegere onderhoorigheid
-van het Heilig Officie, waarin zij oppermachtig heerschten.
-
-Pierre werd onmiddellijk bij pater Dangelis toegelaten. Het was een
-groote, kale, witte en door helder zonlicht overstroomde kamer. Men
-vond er niets dan een tafel en eenige lage stoeltjes, terwijl aan den
-muur een groot koperen crucifix hing. Bij de tafel stond de pater,
-een magere, in de strenge, wijde, zwarte en witte dracht gekleede man
-van ongeveer vijftig jaar. De grijze oogen in zijn lang ascetengezicht
-met den smallen mond, den spitsen neus en de magere kin hadden een
-hinderlijk-starenden blik. Overigens was zijn optreden beslist,
-eenvoudig en beleefd.
-
-"Mijnheer de abbé Froment, de schrijver van Het Nieuwe Rome, niet
-waar?"
-
-Hij ging op een laag stoeltje zitten, terwijl hij met zijn hand naar
-een ander voor Pierre wees.
-
-"Wees zoo goed, mijnheer de abbé, mij het doel van uw bezoek te
-zeggen."
-
-Pierre moest opnieuw met zijn uitleggingen en zijn verklaringen
-beginnen; en dit was des te pijnlijker voor hem, daar zijn woorden
-neervielen in een doodelijke stilte, in een doodelijke kilte. De pater
-bewoog zich niet, hij hield zijn handen op zijn knieën gekruist,
-terwijl zijn scherpe, doordringende oogen op die van den priester
-gericht waren.
-
-Toen deze eindelijk klaar was, zeide hij:
-
-"Mijnheer de abbé, ik heb gemeend u niet in de rede te moeten vallen,
-maar ik had eigenlijk niet naar dit alles mogen luisteren. Het proces
-tegen uw boek is begonnen, en geen macht ter wereld zou in staat zijn
-den loop daarvan tegen te houden. Ik begrijp dus eigenlijk niet goed,
-wat u van mij schijnt te verwachten."
-
-Met bevende stem waagde Pierre te antwoorden:
-
-"Ik verwacht goedheid en rechtvaardigheid."
-
-Een flauw glimlachje van trotschen ootmoed, speelde om de lippen van
-den monnik.
-
-"Wees niet bang, het heeft God altijd behaagd in mijn bescheiden
-ambt Zijn licht over mij te doen schijnen. Trouwens ik heb geen
-gerechtigheid te oefenen, ik ben maar een eenvoudige ambtenaar, die
-de processen moet ordenen en documenteeren. Alleen Hunne Eminenties,
-die leden zijn der congregatie, spreken een oordeel uit over uw
-boek... Zij zullen dat ongetwijfeld doen met de hulp van den Heiligen
-Geest, en u hebt niets te doen dan u te buigen voor haar uitspraak,
-zoodra die door Zijne Heiligheid bekrachtigd is."
-
-Hij stond op en dwong daardoor Pierre ook op te staan. Het waren dus
-bijna dezelfde woorden als bij monsignor Fornaro; slechts werden zij
-hier met een snijdende beslistheid, met een soort kalme bravoure
-uitgesproken. Overal stootte hij op dezelfde naamlooze kracht, op
-dezelfde machtige, steeds in werking zijnde machine, welker raderen
-elkaar onderling niet kennen wilden. Ongetwijfeld zou men hem nog
-langen tijd van den een naar den ander sturen, zonder dat hij ooit
-het hoofd, den beoordeelenden en handelenden wil, vinden zou. Hem
-bleef niets over dan zich erbij neer te leggen.
-
-Toch kwam hij, alvorens weg te gaan, op de gedachte nogmaals den
-naam van monsignor Nani, wiens macht hij thans begon te begrijpen,
-uit te spreken.
-
-"Ik vraag u wel excuus, dat ik u nutteloos lastig gevallen heb. Ik
-heb slechts den welwillenden raad van monsignor Nani gevolgd, die
-wel zoo goed is zich voor mij te interesseeren."
-
-Maar de uitwerking was geheel onverwacht. Weer kwam er een glimlachje
-op het magere gezicht van pater Dangelis; om zijn lippen verscheen
-een plooi, waarin een ironische minachting niet te miskennen viel. Hij
-was bleeker geworden; zijn vurige oogen vlamden.
-
-"O, zendt monsignor Nani u?... Nu, wanneer u meent protectie noodig
-te hebben, is het onnoodig u tot een ander dan tot hem te wenden. Hij
-is almachtig... Ga naar hem, ga naar hem!"
-
-Dat was de geheele bemoediging, die Pierre van dat bezoek medenam: de
-raad om terug te gaan tot hem, die hem zond. Hij voelde, dat de grond
-hem onder de voeten wegzonk, en besloot naar het paleis Boccanera terug
-te keeren, om na te denken en een duidelijk besef te krijgen van zijn
-toestand, vóór hij verdere stappen deed. Onmiddellijk was het denkbeeld
-in hem opgekomen raad te vragen aan don Vigilio: en het toeval wilde,
-dat hij dien avond na het souper den secretaris in de gang aantrof,
-toen deze met zijn kaars in de hand naar zijn slaapkamer wilde gaan.
-
-"Ik heb u zooveel te zeggen! Kom als het u blieft een oogenblik in
-mijn kamer!"
-
-Met een handgebaar legde de secretaris hem het zwijgen op. Dan op
-zacht-fluisterenden toon:
-
-"Hebt u abbé Paparelli niet op de eerste verdieping gezien? Hij liep
-achter ons."
-
-Dikwijls ontmoette Pierre in het paleis den sleepdrager, wiens
-slap gezicht en verdacht-snuffelende manier van doen Pierre steeds
-hinderden. Maar hij bekommerde zich er nooit om en was dan ook door die
-vraag zeer verrast. Doch reeds was don Vigilio, zonder het antwoord
-af te wachten, naar het einde van de gang teruggeloopen en bleef
-daar lang staan luisteren. Dan sloop hij weer naar Pierre's kamer,
-blies zijn kaars uit en sprong naar binnen.
-
-"Ziezoo, daar ben ik!" prevelde hij, toen de deur weer dicht was. "Als
-u het goed vindt, zullen wij niet in dezen salon blijven, maar naar
-uw slaapkamer gaan. Twee muren zijn beter dan een."
-
-Toen de lamp eindelijk op tafel stond en zij beiden in de vervelooze
-kamer zaten, welker vlaskleurig behang, ongelijksoortige meubelen,
-kale vloer en kale muren de melancholie van oude verwelkte dingen
-bezaten, merkte Pierre, dat de abbé aan een heftiger aanval van koorts
-ten prooi was dan gewoonlijk. Zijn klein mager lichaam huiverde van
-de koude, nog nooit hadden in zijn arm, geel, uitgeteerd gelaat zijn
-vurige oogen zoo donker gebrand.
-
-"Bent u ziek? Ik zou u niet graag vermoeien."
-
-"Ziek! Ach ja, mijn lichaam brandt als vuur. Maar ik wil juist heel
-graag praten. Ik kan het niet langer uithouden. Eens moet je je hart
-toch lucht geven."
-
-Wilde hij afleiding zoeken voor zijn kwaal? Wilde hij zijn lang
-zwijgen verbreken, om niet den verstikkingsdood te sterven? Hij liet
-Pierre onmiddellijk de stappen, die hij de laatste dagen gedaan had,
-vertellen en wond zich nog meer op, toen hij hoorde op welke wijze
-kardinaal Sarno, monsignor Fornaro en pater Dangelis den jongen
-priester ontvangen hadden.
-
-"Jawel, jawel, natuurlijk! Het verwondert me heelemaal niet, maar
-toch hindert het me voor u. O, ik weet wel, het gaat mij niet aan,
-maar het maakt me ziek, want het roept al mijn eigen ellende weer
-wakker!... Kardinaal Sarno, die met zijn gedachten elders leeft en
-nooit iemand geholpen heeft, moeten we niet mederekenen, maar die
-Fornaro, die Fornaro!"
-
-"Hij scheen mij heel vriendelijk, ja zelfs heel welwillend toe, en
-ik geloof werkelijk, dat hij naar aanleiding van ons onderhoud zijn
-rapport wel verzachten zal."
-
-"Hij! Hoe vriendelijker hij geweest is, des te zwarter zal hij u
-maken. Hij zal u opvreten, zich vetmesten aan die makkelijke prooi. O,
-u kent hem nog niet! Altijd ligt hij op de loer, om zijn geluk op te
-bouwen met het ongeluk van arme drommels, van wie hij weet, dat hun
-ondergang den machtigen behagen zal!... Neen, dan heb ik liever te
-doen met den andere, met pater Dangelis, een verschrikkelijk man,
-maar eerlijk en rechtuit ten minste, en bovendien iemand met een
-helderen kop. Ik wil u echter volstrekt niet verhelen, dat hij, als
-hij de baas was, u als een handjevol stroo zou verbranden... Als ik u
-alles kon zeggen, als ik u met mij mede kon nemen in de vreeselijke
-dessous van deze kringen, als ik u de monsterachtige eerzucht, de
-afschuwlijke intriges, de omkoopbaarheid, de lafheden, het verraad,
-ja zelfs de misdaden kon laten zien!"
-
-Nu Pierre zag, dat hij zich zoo door zijn wrok liet medesleepen,
-wilde hij trachtten de inlichtingen te krijgen, die hij tot dit
-oogenblik vergeefs gezocht had.
-
-"Zeg mij tenminste, hoever het met mijn zaak staat. Toen ik er bij mijn
-aankomst naar vroeg, hebt u mij geantwoord, dat de kardinaal nog geen
-enkel stuk gekregen had. Maar de processtukken zijn nu klaar, dat weet
-u toch zeker wel?... Tusschen twee haakjes, monsignor Fornaro heeft
-mij verteld, dat drie Fransche bisschoppen een aanklacht ingediend
-en een vervolging geëischt zouden hebben! Drie bisschoppen! Hoe is
-het mogelijk?"
-
-Don Vigilio haalde heftig zijn schouders op.
-
-"O, wat bent u toch nog goed van vertrouwen! Het verwondert mij,
-dat er maar drie zijn... Ja, verschillende stukken van uw proces
-zijn thans in onze handen, trouwens ik had al lang begrepen, wat
-voor een proces het zijn zou. De drie bisschoppen zijn de bisschop
-van Tarbes, die blijkbaar handelt op instigatie van de paters van
-Lourdes, en de bisschoppen van Poitiers en Evreux, beiden bekend om hun
-ultramontaansche onverdraagzaamheid en hartstochtelijke tegenstanders
-van kardinaal Bergerot. Deze laatste staat, zooals u weet, om zijn
-Gallicaansche denkbeelden en zijn werkelijk zeer liberalen geest
-op het Vaticaan slecht aangeschreven... U behoeft nergens anders
-te zoeken, de geheele zaak is daar te vinden. De almachtige paters
-van Lourdes eischen van den Heiligen Vader een executie, terwijl
-men bovendien door uw boek den kardinaal tracht te treffen voor een
-brief, dien hij voor u zoo onvoorzichtig geschreven heeft en welken
-gij als inleiding hebt laten afdrukken... In den laatsten tijd zijn
-de veroordeelingen van den Index dikwijls niets meer dan knotsslagen,
-die geestelijken elkander wederkeerig in het donker toebrengen. Het
-aanklagen en verklikken is aan de orde van den dag; het heerscht als
-onbeperkt gebieder en daarna komt de wet van de willekeur. Ik zou u
-ongelooflijke feiten kunnen noemen, onschuldige boeken, die men onder
-honderden andere uitgekozen heeft, om een gedachte of een mensch te
-dooden; want achter den auteur heeft men het meestal altijd op een
-hoogere en machtigere gemunt. Het is zulk een nest van intriges, zoo'n
-bron van misbruiken, waarin de laagste persoonlijke wraaknemingen
-uitgeoefend worden, dat de instelling van den Index wankelt en men
-zelfs hier in de omgeving van den paus de noodzakelijkheid voelt haar
-binnen korten tijd opnieuw te reglementeeren, indien men niet wil,
-dat zij geheel en al in diskrediet geraakt... O, ik begrijp heel goed,
-dat men er zoo lang mogelijk aan vasthoudt om de universeele macht te
-behouden, met alle wapenen te regeeren, maar dan moeten het mogelijke
-wapenen zijn, moeten zij niet door hun onbeschaamde onrechtvaardigheid
-prikkelen en door hun kinderachtigheid geen lachje opwekken."
-
-Pierre luisterde, een pijnlijke verwondering had zich van zijn hart
-meester gemaakt. O, hij had, sedert hij te Rome was, sedert hij zag,
-hoe de Paters der Grot daar ontzien en gevreesd werden en door de
-groote sommen, die zij voor den Pieterspenning zonden, er heer en
-meester waren, gevoeld, dat zij achter de vervolgingen stonden,
-geraden, dat hij zou moeten boeten voor de bladzijde in zijn boek,
-waarin hij constateerde, dat er te Lourdes een zondige verdraaiing
-van het fortuin, een verschrikkelijk schouwspel, dat aan God deed
-twijfelen, een voortdurende reden tot strijd waar te nemen was, die
-in de waarlijk Christelijke maatschappij van morgen zou ophouden
-te bestaan. Ook begreep hij heel goed de ergernis, die zijn niet
-verborgen vreugde over het verlies van de wereldlijke macht en
-vooral dat ongelukkig gekozen woord "nieuwe godsdienst", dat alleen
-reeds voldoende geweest zou zijn, om de aanklagers te wapenen, gewekt
-hadden. Maar wat hem voornamelijk verbaasde en tot wanhoop bracht, dat
-was het ongehoorde, onbegrijpelijke feit, dat de brief van kardinaal
-Bergerot als een misdaad beschouwd, dat zijn boek aangeklaagd en
-veroordeeld werd om daardoor den eerwaardigen herder, dien men van
-voren niet durfde aanvallen, in zijn rug te treffen. Het was voor hem
-een bittere en pijnlijke gedachte, dat hij in zijn vurige naastenliefde
-de oorzaak geworden was van de nederlaag van dien man. Welk een wanhoop
-op den achtergrond van die twisten, waarin alleen de liefde voor den
-arme moest strijden, de afschuwlijkste geldquaesties, de door razende
-zelfzucht ontketende hartstochten en begeerten te vinden!
-
-Dan rees in Pierre een verzet tegen dien gehaten en belachelijken
-Index op. Hij ging de werking na van af de aanklacht tot aan het
-openlijk afkondigen der verboden boeken. Hij had nu den secretaris
-der congregatie gesproken, pater Dangelis, in wiens handen de
-aanklacht kwam en die van af dat oogenblik met den hartstocht van den
-autoritairen en geleerden monnik en vervuld met den droom de geesten
-en het geweten als in den heroïschen tijd der Inquisities te regeeren,
-het proces instrueerde en het dossier samenstelde. Van de adviseerende
-prelaten had hij er een bezocht, die belast was met het rapport over
-zijn boek, den zoo eerzuchtigen en zóó vriendelijken monsignor Fornaro,
-een spitsvondig theoloog, die er niet tegen op gezien zou hebben om
-aanvallen op het geloof te vinden in een verhandeling over algebra,
-wanneer de zorg om zijn geluk dat eischte.
-
-Dan volgden de bijeenkomsten der kardinalen, die van tijd tot tijd
-stemden en in hun droef stemmende wanhoop niet alle boeken te kunnen
-treffen, er één onderdrukten. Ten slotte bekrachtigde de paus dan het
-besluit door zijn handteekening, een zuivere formaliteit--want waren
-niet alle boeken strafbaar? Maar welk een zeldzame en jammerlijke
-bastille uit het verleden was deze verouderde, bouwvallige, tot
-kindschheid vervallen Index geworden! Men voelde welk een vreeselijke
-macht hij eens geweest moest zijn, toen de boeken nog zeldzaam waren
-en de Kerk bloed- en vuurrechtbanken bezat, om haar vonnissen ten
-uitvoer te leggen. Daarna hadden de boeken zich zoo vermenigvuldigd,
-was de geschreven en gedrukte gedachte zoo'n diepe en zoo'n breede
-golf geworden, dat zij alles overstroomd, alles medegesleurd had. De
-ontaarde, met onmacht geslagen Index moest zich thans bepalen tot een
-ijdele demonstratie, om de reusachtige moderne productie en bloc te
-veroordeelen, kromp het veld van zijn werkzaamheden steeds meer in,
-hield zich alleen nog maar bezig met het onderzoek van werken van
-geestelijken. Maar zelfs in die rol was hij nog verdorven, bezoedeld
-door de laagste hartstochten, veranderd in een werktuig van intriges,
-haat en wraak. O, die treurige bekentenis van zwakken ouderdom, van
-toenemende verlamming te midden van de spottende onverschilligheid
-der volkeren!
-
-Het Katholicisme, de vroegere, roemrijke bemiddelaar der beschaving,
-had er toe moeten komen om de boeken in een hoop in het vuur van zijn
-hel te gooien! En welk een hoop was het! Bijna de geheele litteratuur,
-geschiedenis, philosophie en wetenschap der vorige eeuwen en der
-onze! Weinig boeken worden er thans gepubliceerd, die niet door de
-banbliksems der Kerk getroffen zouden worden. Dat zij haar oogen sluit
-is alleen het gevolg van het feit, om de onmogelijke taak alles te
-vervolgen en alles te vernietigen, uit den weg te gaan. Toch tracht
-zij hardnekkig den schijn van haar souverein gezag over de geesten
-te redden--als een zeer oude, van haar troon vervallen verklaarde
-koningin zonder rechters en beulen, die ondanks alles doorgaat ijdele
-vonnissen uit te spreken, welke slechts door een zeer kleine minderheid
-aanvaard worden.
-
-Maar men stelle zich een oogenblik voor, dat zij overwinnend en door
-een wonder meesteresse over de geheele wereld was; men vrage zich af
-wat zij met rechtbanken om vonnissen uit te spreken en gendarmes
-om die uit te voeren, maken zou van de menschelijke gedachte;
-men denke zich eens in, dat de regels van den Index streng werden
-toegepast, een drukker niets zonder goedkeuring van den bisschop op
-de pers kon leggen, alle boeken bij de congregaties aangebracht,
-het verleden gezuiverd, het heden gekneveld, aan een geestelijke
-Terreur onderworpen zou worden; zou dat niet gelijkstaan met het
-sluiten der bibliotheken, de gevangenzetting van het erfdeel der
-geschreven gedachte, de barricadeering van de toekomst, het volkomen
-stopzetten van iederen vooruitgang of iedere verovering beteekenen? Een
-vreeselijk voorbeeld van dit rampzalige experiment levert het Rome
-van onze dagen met zijn verkilden bodem, zijn gestorven, door eeuwen
-van pauselijk bestuur gedood sap, Rome, dat zóó onvruchtbaar geworden
-is, dat na vijf-en-twintig jaar van herleving en vrijheid nog geen
-enkele man, nog geen enkel werk daarin is ontstaan. Maar wie zou
-dat aanvaarden--niet onder de revolutionnaire geesten, maar onder
-de vrome geesten van eenige beschaving en eenig breed inzicht? Alles
-zou in het kinderlijke en absurde instorten.
-
-Er heerschte een diepe stilte, en Pierre, die door zijn overpeinzingen
-geheel van streek geraakt was, maakte een wanhopig gebaar, toen
-hij den zwijgenden don Vigilio voor zich zag zitten. Een oogenblik
-zwegen beiden in de onbeweeglijkheid van den dood, die uit het oude,
-ingesluimerde paleis oprees, te midden van deze gesloten kamer,
-welke door de lamp zoo rustig verlicht werd. Dan boog don Vigilio
-met zijn van koorts schitterenden blik wat voorover en fluisterde in
-een rilling.
-
-"Zij zitten altijd overal achter, altijd zij!"
-
-Pierre, die het niet begreep, geraakte door dit als het ware verdwaalde
-woord, dat schijnbaar zonder eenigen overgang uitgesproken werd,
-in een eenigszins ongeruste verbazing.
-
-"Wie zijn die zij?"
-
-"De Jezuïeten."
-
-De magere, geel geworden priester had in dien kreet de opgehoopte
-woede van zijn nu losbrekenden hartstocht gelegd. Wat kwam het erop
-aan, of hij een nieuwe dwaasheid beging. Eindelijk was het woord
-eruit! Toch wierp hij een laatsten blik vol wanhopig wantrouwen door
-de kamer. Dan gaf hij zijn hart lucht in een langen woordenstroom,
-die des te onweerstaanbaarder was, omdat hij dien zoo lang in den
-grond van zijn hart teruggedrongen had.
-
-"O, die Jezuïeten, die Jezuïeten!... U denkt ze te kennen, maar u
-hebt niet het flauwste besef van hun afschuwlijke daden of van hun
-onberekenbare macht. Overal zitten zij achter, zij en zij alleen. Zeg
-dat maar altijd tot u zelf, zoodra u niet meer begrijpen kunt en toch
-begrijpen wilt. Wanneer u een ramp overkomt, wanneer u lijdt, wanneer
-u weent, denk dan dadelijk: "Dat zijn zij, dat is hun werk!" Ik ben
-er niet zeker van, dat er niet een onder dit bed ligt, in die kast
-staat... O, die Jezuïeten, die Jezuïeten. Zij hebben mij opgegeten,
-eten me nog op; zij zullen niets meer van mijn vleesch of van mijn
-beenderen overlaten."
-
-Met zijn afgebroken stem vertelde hij zijn geschiedenis, zijn jeugd
-vol idealen. Hij behoorde tot den kleinen provincie-adel, bezat een
-vrij aardig inkomen en had een levendigen, soepelen, de toekomst
-toelachenden geest. Thans zou hij zeker prelaat en op den weg naar
-hooge waardigheden geweest zijn, indien hij niet de fout begaan had
-zijn afkeuring uit te spreken over de Jezuïeten en hen bij twee of
-drie gelegenheden tegen te werken. Vanaf dat oogenblik hadden zij,
-als men hem gelooven mocht, alle denkbare ongelukken op hem laten
-regenen: zijn vader en zijn moeder waren gestorven, zijn bankier was
-met de noorderzon vertrokken, de goede betrekkingen ontsnapten hem,
-zoodra hij zich gereed maakte ze te bekleeden, de ergste tegenspoeden
-troffen hem en zijn heilig ambt, zoodat het niet veel gescheeld
-had, of men had hem geschorst. Hij had eerst wat rust gevonden,
-toen kardinaal Boccanera, door zijn ongeluk getroffen, hem in zijn
-persoonlijken dienst genomen had.
-
-"Hier is mijn toevlucht, mijn asyl. Zij verwenschen Zijne Eminentie,
-die nooit op hun hand geweest is; maar zij hebben hem of zijn personeel
-nog niet durven aanvallen... O, ik maak mij volstrekt geen illusies,
-zij zullen mij toch wel te pakken krijgen. Misschien zullen ze
-ons gesprek van vanavond te weten komen en het mij leelijk betaald
-zetten, want het is verkeerd van me te spreken, maar ik spreek ondanks
-mezelf... Ze hebben me al mijn geluk ontstolen, zij hebben me alle
-mogelijke ongelukken bezorgd, alles, alles, hoort u!"
-
-Pierre begon zich hoe langer hoe minder op zijn gemak te voelen. Hij
-trachtte te schertsen:
-
-"Kom, kom, de Jezuïeten hebben u toch die koorts niet gegeven!"
-
-"Waarachtig wel," verzekerde don Vigilio heftig. "Ik heb die gekregen
-aan den Tiber, op een avond, dat ik in mijn groot verdriet, omdat
-ik uit de kleine kerk, waar ik dienst deed, gejaagd werd, ben gaan
-huilen."
-
-Tot dusverre had Pierre niet geloofd aan de vreeselijke legende
-der Jezuïeten. Hij behoorde tot een generatie, die glimlachte over
-weerwolven, en die de kleinburgerlijke vrees voor deze beruchte zwarte
-mannen, welke zich in muren verborgen en families terroriseerden, een
-beetje dwaas vond. Voor hem waren dat door religieuse en politieke
-hartstochten overdreven bakerpraatjes. Hij keek dan ook don Vigilio
-verbaasd aan, terwijl hij bang begon te worden met een maniak te doen
-te hebben.
-
-Toch riep hij zich de zoo belangwekkende geschiedenis der Jezuïeten
-voor den geest. Terwijl de Heilige Franciscus van Assisi en de Heilige
-Dominicus de ziel en de geest zelf, de meesters en de opvoeders der
-Middeleeuwen zijn, de eerste als de vertegenwoordiger van het vurige
-geloof der nederigen, de tweede als de verdediger van het dogma en
-vaststeller der leer voor intelligenten en machtigen, verschijnt
-Ignatius van Loyola op den drempel der moderne tijden, om de gevaar
-loopende erfenis te redden. Hij accomodeert den godsdienst aan de
-nieuwe maatschappijen en geeft hem opnieuw de heerschappij over de
-wereld, die bezig is zich te vormen. Van af dat oogenblik scheen het
-experiment genomen te zijn: God zou in zijn intransigenten strijd
-met de zonde overwonnen worden, want het was thans vrijwel zeker,
-dat de vroegere bedoeling om de natuur te onderdrukken, om in den
-mensch den mensch zelf met zijn begeerten, zijn hartstochten, zijn
-hart en zijn bloed te dooden, slechts op een fatale nederlaag kon
-uitloopen, waarbij de Kerk geheel dreigde te niet te gaan; op dat
-kritieke oogenblik redden de Jezuïeten haar uit dat gevaar, gaven
-haar terug aan het veroveraarsleven, door te beslissen, dat zij de
-wereld tegemoet moet gaan, nu de wereld niet meer tot haar schijnt
-te komen. Daarin ligt het geheele geheim.
-
-Zij beweren, dat er schikkingen te treffen zijn met den hemel; zij
-plooien zich naar de zeden, naar de vooroordeelen, naar de ondeugden
-zelfs; zij glimlachen, zijn vriendelijk, denken er niet aan streng te
-wezen, zijn diplomatiek, bereid om de ergste gruwelen zoo te draaien,
-dat zij tot de grootste eer van God gedaan schijnen te zijn. Dat
-is hun verzamelkreet, daaruit vloeit voort hun moraal--de moraal,
-die men hun zoo dikwijls voor de voeten geworpen heeft--dat alle
-middelen goed zijn om het doel te bereiken, wanneer dat doel is
-het koninkrijk Gods, vertegenwoordigd door dat der Kerk. Welk een
-reusachtig succes dan ook! Zij rijzen overal op, zij bedekken al
-heel spoedig de aarde, zijn al heel spoedig overal de onbetwiste
-heerschers. Zij nemen koningen de biecht af, zij vergaren ontzaglijke
-rijkdommen, zij vormen een zoo zegerijke macht, dat zij in geen land
-hun voet kunnen zetten, zonder het weldra geheel met zijn zielen,
-zijn lichamen, zijn invloed en zijn rijkdom, te bezitten. In de
-eerste plaats richten zij scholen op, zij zijn onvergelijkelijke
-hersenkneders, want zij hebben steeds begrepen, dat de macht altijd
-toebehoort aan het morgen, aan de opkomende geslachten, waarover men
-de baas blijven moet, indien men eeuwig wil heerschen.
-
-Hun op de noodzakelijkheid van een transactie met de op zonde
-gebaseerde macht is zóó groot, dat zij onmiddellijk na het Concilie
-van Trente den geest van het Katholicisme wijzigen, het doordringen
-en met zichzelf identificeeren, de onontbeerlijke soldaten worden
-van het pausdom, dat van hen en voor hen leeft. Van af dat oogenblik
-behoort Rome hun--Rome, waar hun generaal zoo lang bevolen heeft,
-Rome, vanwaar zoo lang het wachtwoord is uitgegaan van die geheime en
-geniale taktiek, die blindelings gevolgd werd door hun ontelbaar leger,
-welks handige organisatie de wereld bedekt met een ijzeren net onder
-de fluweelzachte handen, die zoo ervaren zijn in het leiden van de
-arme, lijdende menschheid.
-
-Maar het allerwonderbaarlijkste van alles was nog de verrassende
-levenskracht van die onophoudelijk vervolgde, veroordeelde en verdreven
-Jezuïeten, die ondanks alles nog het hoofd omhoog houden. Zoodra hun
-macht gevestigd is, begint hun impopulariteit, die langzamerhand
-algemeen wordt. Een gejouw vol verwenschingen, afschuwlijke
-aanklachten, schandelijke processen verheffen zich tegen hen,
-waarin zij als misdadigers en verdervers ontmaskerd worden. Pascal
-geeft ze aan de openbare verachting prijs, parlementen doemen hun
-boeken ten vure, universiteiten verwerpen hun leer en hun moraal als
-gif. In ieder rijk verwekten zij zulke onlusten en troebelen, dat een
-vervolging tegen hen georganiseerd wordt en zij weldra overal verjaagd
-worden. Meer dan een eeuw lang zijn zij zwervende, worden verdreven,
-dan weer teruggeroepen, gaan over de grenzen en komen weer terug,
-verlaten een land onder hoongelach en haatgeschreeuw om het weer te
-betreden, zoodra de rust zich hersteld heeft. Eindelijk zijn zij,
-nadat een paus hun orde opgeheven had--hun grootste ramp--weer door
-een ander hersteld en worden sedert dien tijd zoo goed en zoo kwaad
-als het gaat, geduld. Maar ondanks hun diplomatiek op den achtergrond
-blijven, ondanks het vrijwillige donker, waarin zij zoo voorzichtig
-zijn te leven, blijven zij, rustig en zeker van de overwinning,
-triompheeren als soldaten, die de wereld voor goed veroverd hebben.
-
-Pierre wist, dat zij thans, indien men alleen naar den uiterlijken
-schijn oordeelt, uit het bezit van Rome verdreven waren. Zij besturen
-de Jezuïetenkerk niet meer, hebben niet meer de leiding van het
-Collegium Romanum, waar zij zooveel zielen gemodelleerd hebben; zonder
-eigen huis en op gastvrijheid van vreemden aangewezen, hebben zij zich
-bescheiden in het Collegium Germanicum teruggetrokken, waarin zich een
-kleine kapel bevond. Daar predikten zij, namen zij nog de biecht af,
-maar zonder ophef, zonder de vrome pracht van de Il Gesù, zonder de
-roemrijke successen van het Collegium Romanum. Moet men dus gelooven,
-dat zij uit list, met opzet verdwijnen, om de geheime en almachtige
-meesters te blijven, de verborgen wil, die alles leidt. Men zeide
-immers, dat het dogma der Onfeilbaarheid van den paus hun werk was,
-het wapen, waarmede zij zichzelf gewapend hadden, terwijl zij het
-lieten voorkomen, alsof zij het pausschap ermede wapenden voor de
-toekomstige, zware taak, die hun genie aan den vooravond van groote
-sociale omwentelingen voorzag. Bestond dus werkelijk die geheime
-oppermacht, waarvan don Vigilio zoo geheimzinnig vertelde, die
-beslaglegging op het bestuur der Kerk, die onbekende, maar volkomen
-macht op het Vaticaan?
-
-Als gevolg van een plotselinge gedachtenassociatie vroeg Pierre
-plotseling:
-
-"Is monsignor Nani dan een Jezuïet?"
-
-Die naam scheen don Vigilio weer geheel van streek te brengen; zijn
-hand beefde van opwinding.
-
-"Hij? O, hij is veel te slim en veel te handig, om in de orde te
-gaan. Maar hij is een leerling van dat Collegium Romanum, waarop zijn
-generatie zijn opleiding gekregen heeft, en heeft daar het genie der
-Jezuïeten, dat zoo goed bij zijn eigen genie paste, ingedronken. Maar
-ook al heeft hij begrepen, hoe gevaarlijk het is zich in een impopulair
-en hinderlijk kostuum te steken, wanneer men vrij wil zijn, daarom is
-hij niet minder Jezuïet, o, Jezuïet in merg en been! Hij is blijkbaar
-de meening toegedaan, dat de Kerk niet kan triompheeren dan door de
-menschelijke hartstochten te exploiteeren; daarbij heeft hij haar
-oprecht lief; hij is in den grond der zaak heel vroom, een zeer
-goed priester en dient God zonder zwakheid om de onbeperkte macht,
-die Hij aan Zijn dienaren geeft. Bovendien is hij zeer charmant,
-niet in staat tot een ruwheid of een misstap, wordt hij begunstigd
-door de reeks adellijke Venetianen, die hij achter zich heeft, bezit
-hij door zijn wereldkennis, die hij in de nuntiaturen te Weenen en
-Parijs verkregen heeft, een breeden blik, weet hij alles, kent hij
-alles, dank zij de delicate functies, die hij hier, als assessor van
-het Heilig College, sedert tien jaar bekleedt... O, hij is almachtig
-en niet als een heimelijke Jezuïet, wiens zwart kleed te midden van
-het algemeene wantrouwen voortglijdt, maar als aanvoerder zonder een
-bepaalde uniform, als het hoofd, als het brein!"
-
-Deze woorden brachten Pierre tot ernstige overdenkingen, want het
-ging nu niet meer om mannen, die zich in muren verborgen, niet meer
-over donkere complotten van een romantische secte. Ook al kwam
-zijn scepticisme tegen dergelijke verhaaltjes in verzet, daarom
-kon hij toch zeer goed aannemen, dat een opportunistische, uit de
-behoeften van den strijd om het bestaan geboren moraal, zooals die
-van de Jezuïeten, zich geoculeerd had op de geheele Kerk en daarin nu
-onbeperkt heerschte. De Jezuïeten zelf konden verdwijnen, hun geest zou
-hen overleven, omdat hij het strijdwapen, de hoop op de overwinning,
-de eenige taktiek was, die de volkeren onder de heerschappij van Rome
-zou kunnen terugbrengen. In werkelijkheid lag die strijd in deze
-poging tot aanpassing, die zich tusschen den godsdienst en de eeuw
-voltrok. Van nu af begreep hij, hoe mannen als monsignor Nani zoo'n
-belangrijke, beslissende rol konden spelen.
-
-"O, als u het eens wist, als u het eens wist!" ging don Vigilio
-voort. "Hij is overal, heeft de hand in alles. Hier bij de Boccanera's
-bijvoorbeeld is niets gebeurd, of ik heb hem achter de schermen
-gevonden, of hij verwarde of ontwarde, al naar het noodig was--wat
-hij alleen weet--de draden."
-
-En in de onuitputtelijke koorts van mededeelzaamheid, die hem geheel en
-al verteerde, vertelde hij, hoe monsignor Nani ongetwijfeld ook in de
-echtscheiding van Benedetta betrokken was. De Jezuïeten hebben ondanks
-hun verzoenlijken geest steeds een onverzoenlijke houding aangenomen
-ten opzichte van Italië, hetzij omdat zij niet aan de herovering van
-Rome twijfelen, hetzij omdat zij het oogenblik afwachten om met den
-werkelijken overwinnaar te onderhandelen. Nani, die sedert lang een
-vertrouwde van donna Serafina was, had haar dan ook geholpen om haar
-nicht weer bij zich te nemen en de breuk met Prada te bespoedigen,
-zoodra Benedetta haar moeder verloren had. Hij was het geweest, die,
-om abbé Pisoni, den patriotischen geestelijke en den biechtvader
-van het jonge meisje, wien men verweet, dat hij het huwlijk in de
-hand gewerkt had, te verdringen, Benedetta aangespoord denzelfden
-biechtvader te nemen als haar tante, den Jezuïetenpater Lorenza, een
-knappen man met heldere en vriendelijke oogen, wiens biechtstoel in
-de kapel van het Collegium Germanicum bestormd werd.
-
-Het scheen vast te staan, dat deze manoeuvre over de heele quaestie
-beslist had: wat een pastoor voor Italië gedaan had, zou een pater
-tegen Italië weer ongedaan maken. Maar waarom scheen nu Nani, na
-eerst de breuk tot stand gebracht te hebben, een oogenblik zóó
-alle belangstelling in de zaak verloren te hebben, dat hij het
-verzoek om nietigverklaring van het huwlijk gevaar liet loopen? En
-waarom bemoeide hij er zich thans weer mede, door monsignor Palma
-te laten koopen, door donna Serafina aan het werk te zetten, door
-zelf zijn invloed op de kardinalen van de Conciliecongregatie te
-laten gelden? Er waren duistere punten in deze zaak, zooals in alle
-zaken, waarin hij betrokken was, want hij was vóór alles een man van
-verreikende combinaties. Maar men kon aannemen, dat hij het huwlijk
-van Benedetta en Dario wilde bespoedigen, om een einde te maken aan
-de schandelijke lasterpraatjes der witte kringen, die den neef en de
-nicht beschuldigden, dat zij in het paleis slechts één bed hadden,
-waarvoor hun oom, de kardinaal, welwillend zijn oogen sloot. Misschien
-was echter ook deze ten koste van veel geld en onder den druk van zeer
-bekende invloeden verkregen echtscheiding een met opzet uitgelokt,
-eerst op de lange baan geschoven en thans verhaast schandaal, om den
-kardinaal zelf te benadeelen, van wien de Jezuïeten voor een in de
-naaste toekomst liggende omstandigheid gaarne bevrijd wilden zijn.
-
-"Ik voor mij voel het meest voor deze laatste veronderstelling," ging
-don Vigilio voort; "te meer daar ik vanavond gehoord heb, dat de paus
-lijdende is. Bij een man van vier-en-tachtig jaar is ieder oogenblik
-het ergste te vreezen; de paus kan niet meer verkouden zijn, of het
-heele Heilige College en alle prelaten geraken in beweging... Nu
-hebben de Jezuïeten altijd de candidatuur van kardinaal Boccanera
-bestreden. Eigenlijk moesten zij om zijn rang, om zijn intransigente
-houding ten opzichte van Italië voor hem zijn, maar het denkbeeld
-zichzelf een dergelijken meester te geven, maakt hen bang; zij vinden,
-dat hij een te onstuimig karakter, een te heftig geloof heeft, te
-weinig soepel is in deze tijden, waarin de Kerk een diplomaat zoo hoog
-noodig heeft... En het zou me geen oogenblik verwonderen, wanneer men
-trachten zou hem in discrediet te brengen, zijn candidatuur door de
-gemeenste en schandelijkste middelen onmogelijk te maken."
-
-Een lichte rilling van vrees doorhuiverde Pierre. De besmetting van
-het onbekende, van de in het donker opgezette intriges werkte te
-midden van de nachtelijke stilte in het paleis aan den Tiber, in dat
-van legendarische tragedies zoo volle Rome nog sterker. En plotseling
-tot zichzelf, tot zijn persoonlijk geval terugkeerend, vroeg hij:
-
-"Maar ik, wat heb ik met dat alles uitstaande? Waarom schijnt monsignor
-Nani zich voor mij te interesseeren? Wat heeft hij te maken met het
-proces, dat mijn boek aangedaan is?"
-
-Don Vigilio maakte een groot gebaar.
-
-"O, dat weet je nooit, dat weet je nooit precies!... Wat ik u
-met zekerheid zeggen kan, is, dat hij eerst van de zaak kennis
-gekregen heeft, toen de aanklachten der bisschoppen van Tarbes,
-Poitiers en Evreux zich al in handen bevonden van pater Dangelis,
-den secretaris der Indexcongregatie; eveneens heb ik gehoord, dat
-hij alle mogelijke moeite gedaan heeft om het proces tegen te houden,
-daar hij het blijkbaar onnoodig en onpolitiek vindt. Maar wanneer een
-zaak eenmaal bij de congregatie aanhangig gemaakt is, is het bijna
-onmogelijk den verderen loop tegen te houden, te meer daar hij in dit
-geval pater Dangelis tegenover zich had, die, als trouw Dominicaan, een
-hartstochtelijk tegenstander der Jezuïeten is. In dien stand van zaken
-heeft hij de contessina aan mijnheer de la Choue laten schrijven, die
-u zeggen moest, dat gij zelf in Rome uw boek verdedigen en gedurende
-uw verblijf alhier de gastvrijheid van dit paleis aannemen moest."
-
-Deze onthulling bracht Pierre in groote opwinding.
-
-"Bent u daar zeker van?"
-
-"O, beslist zeker, ik heb hem op een Maandagavond over u hooren
-spreken, en reeds heb ik u gezegd, dat hij zeer goed van u op de
-hoogte schijnt te zijn, alsof hij een nauwkeurig onderzoek naar u
-had ingesteld. Naar mijn meening had hij uw boek gelezen en was hij
-daardoor zeer gepreoccupeerd."
-
-"Gelooft u dus, dat hij het met mijn denkbeelden eens is? Dat hij
-oprecht is en dat hij zichzelf verdedigt, terwijl hij mij tracht
-te verdedigen?"
-
-"O, neen, geen quaestie van... Hij vervloekt uw denkbeelden, uw boek en
-u zelf! U moest zijn minachting voor den zwakke, zijn haat tegen den
-arme, zijn liefde voor het gezag en de heerschappij eens kennen, die
-verborgen liggen onder zijn zoo beminnelijke vriendelijkheid. Lourdes
-zou hij u nog kunnen vergeven, hoewel dat een machtig wapen is. Maar
-nooit zal hij u vergeven, dat gij u aan de zijde der kleinen van
-deze wereld schaart en dat gij u tegen de wereldlijke macht verklaard
-hebt. Als u eens hoorde, met welk een aanminnig lijkende wreedheid hij
-zich vroolijk maakt over mijnheer de la Choue, dien hij de weemoedige
-treurwilg van het Neo-Katholicisme noemt."
-
-Pierre greep met beide handen naar zijn slapen en drukte zijn hoofd
-in wanhoop.
-
-"Maar waarom dan, waarom dan? Zeg het me, ik bezweer het u... Waarom
-liet hij mij hier komen, waarom wil hij mij in dit huis tot zijn
-beschikking hebben? Waarom laat hij mij nu maanden in Rome rondloopen,
-waarom laat hij mij allerlei hinderpalen ontmoeten, waarom wil hij mij
-moe maken, terwijl het hem in het geheel geen moeite kost mijn boek,
-als het hem hindert, op den Index te laten plaatsen? Zeker, het zou
-dan niet zoo kalm in zijn werk gegaan zijn, want ik was voornemens
-mij niet te onderwerpen, mijn nieuw geloof luid uit te bazuinen,
-zelfs tegen de beslissingen van Rome in."
-
-De zwarte oogen in het gele gelaat van don Vigilio fonkelden.
-
-"Misschien heeft hij dat juist niet gewild. Hij weet, dat u heel
-intelligent en vol geestdrift bent, en ik heb hem dikwijls hooren
-zeggen, dat men intelligentie en geestdrift niet van voren moet
-aanvallen."
-
-Maar Pierre was opgestaan en luisterde zelfs niet meer; als door zijn
-verwarde gedachten opgejaagd, liep hij in de kamer heen en weer.
-
-"Luister, ik moet alles weten en alles begrijpen, als ik den strijd
-wil voortzetten. U zult mij den dienst bewijzen mij tot in de kleinste
-bijzonderheden in te lichten, omtrent ieder van de personen, die met
-mijn proces te maken hebben... Jezuïeten, Jezuïeten overal! Lieve
-God, ik zie het in, u hebt misschien gelijk. Maar u moet mij de
-verschillende nuances geven... Die Fornaro bijvoorbeeld?"
-
-"Monsignor Fornaro? O, die is alles wat men wil. Maar hij heeft
-eveneens zijn opleiding in het Collegium Romanum gehad. U kunt ervan
-overtuigd zijn, dat hij een Jezuïet is, een Jezuïet door opvoeding,
-door zijn positie, door zijn eerzucht. Hij brandt van verlangen om
-kardinaal te worden, en wanneer hij eenmaal kardinaal is, zal hij
-van verlangen branden om paus te zijn. Allemaal candidaten naar het
-pausschap, van het seminarie af."
-
-"En kardinaal Sanguinetti?"
-
-"Jezuïet, Jezuïet!... Laten we elkaar goed begrijpen: hij is
-het geweest, toen is hij het niet meer geweest, en nu is hij
-het ongetwijfeld opnieuw. Sanguinetti heeft met alle machten
-gecoquetteerd. Langen tijd heeft men gedacht, dat hij voor een
-verzoening tusschen den Heiligen Stoel en Italië was; daarna is de
-toestand in een ander stadium gekomen en heeft hij heftig partij
-gekozen tegen de overweldigers. Eveneens is hij dikwijls in onmin
-geweest met Leo XIII en heeft zich dan weer met hem verzoend,
-terwijl hij thans met het Vaticaan op diplomatiek gereserveerden
-voet staat. In één woord, hij heeft slechts één doel, de tiara, maar
-hij laat dat te veel blijken, wat voor een candidaat niet gewenscht
-is... Maar voor het oogenblik schijnt de strijd te gaan tusschen hem en
-kardinaal Boccanera. Daarom heeft hij zich met de Jezuïeten verzoend,
-exploiteert hij nu hun haat tegen zijn concurrent en rekent erop,
-dat zij in hun verlangen om dezen van den Heiligen Stoel verwijderd
-te houden, genoodzaakt zullen zijn hem te steunen. Maar ik voor mij
-twijfel daaraan, want ik weet, dat ze daarvoor veel te slim zijn,
-zij zullen zich wel tweemaal bedenken voor zij een candidaat, die
-zich al zoo gecompromitteerd heeft, hun steun zullen verleenen. Hij,
-een hartstochtelijk, hoogmoedig warhoofd, is er echter geen oogenblik
-bang voor, en daar hij, zooals u zegt, in Frascati is, ben ik ervan
-overtuigd, dat hij onmiddellijk na het bericht van het ziek worden
-van den paus om de een of andere reden van taktiek daarheen gegaan is,
-om zich op te sluiten."
-
-"En de paus, Leo XIII zelf?"
-
-Don Vigilio aarzelde even en knipte met zijn oogleden.
-
-"Leo XIII? Jezuïet, Jezuïet!... O, ik weet heel goed, dat men beweert,
-dat hij het met de Dominicanen houdt, en dat is in zeker opzicht
-waar, want hij gelooft door hun geest bezield te zijn, heeft den
-Heiligen Thomas van Aquino weer tot eer gebracht en de opleiding
-der geestelijkheid weer ingericht naar zijn leerstellingen... Maar
-men kan ook zonder het te willen of te weten Jezuïet zijn, en de
-tegenwoordige paus zal er het beroemde voorbeeld van zijn. Bestudeer
-zijn handelingen, geef u rekenschap van zijn politiek en u zult
-daarin de uitstrooming, de werkzaamheid zelf van de Jezuïetenziel
-zien. Dat komt, omdat hij daar onbewust van doordrenkt is, omdat alle
-invloeden, die, direct of indirect, op hem werken, uitgaan van dien
-haard... Waarom gelooft u mij niet? Ik zeg u nogmaals, dat zij alles
-hebben veroverd, alles hebben opgezogen, dat Rome hun toebehoort van
-af den nederigsten kapelaan tot aan Zijne Heiligheid zelf toe!"
-
-Hij bleef iederen nieuwen naam, dien Pierre noemde, beantwoorden
-met denzelfden hardnekkigen en bijna waanzinnigen uitroep:
-Jezuïet, Jezuïet! Het scheen, alsof men in de Kerk niets anders
-meer zijn kon, alsof de waarheid van die bewering bewezen werd
-door een geestelijkheid, die gedwongen was zich te richten naar de
-nieuwe wereld, als zij God wilde redden. Het heldentijdvak van het
-Katholicisme was afgesloten, het kon voortaan slechts leven door
-diplomatie en listen, door concessies en schikkingen.
-
-"En die Paparelli--Jezuïet, Jezuïet!" ging don Vigilio,
-terwijl hij onwillekeurig begon te fluisteren, voort. "O, dat
-is de verschrikkelijke, kruiperige Jezuïet, de Jezuïet in zijn
-afschuwlijksten vorm als spion en verklikker! Ik zou er een eed op
-willen doen, dat men hem hier in het paleis gebracht heeft om Zijne
-Eminentie na te gaan, en u moet zien met welk een geniale handigheid
-en slimheid hij erin geslaagd is zijn taak te vervullen: zijn wil is
-almachtig, hij laat binnen wie hem lust, gebruikt zijn meester als
-iets, dat hem toebehoort, oefent vaak druk uit op ieder van zijn
-besluiten, heeft hem langzamerhand ieder uur meer in zijn macht
-gekregen... Ja, die zoo eenvoudige, geringe abbé, de sleepdrager,
-wiens werk het is als een trouwe hond aan de voeten van zijn meester
-te zitten, maar die in werkelijkheid over hem heerscht en hem drijft
-waarheen hij wil--dat is de overweldiging van den leeuw door het
-insect, dat is het oneindig kleine, dat beschikt over het oneindig
-groote... O, die Jezuïet, die Jezuïet! Neem u voor hem in acht,
-wanneer hij met zijn slap en gerimpeld gezicht als een oude vrouw
-in een zwarte rok geruischloos in zijn armzalige soutane langs u
-sluipt. Pas op, dat hij niet achter een deur of in een kast staat of
-onder een bed ligt. Ik zeg u, dat zij u zullen opeten, zooals zij mij
-opgegeten hebben, en dat zij u ook de koorts, de pest zullen geven,
-wanneer u u niet in acht neemt!"
-
-Plotseling bleef Pierre voor den priester staan. Hij verloor
-terrein. Vrees en toorn hadden zich van hem meester gemaakt. Waarom
-zouden ten slotte al die vreemde verhalen niet waar zijn?
-
-"Maar geef mij dan toch een raad!" riep hij uit. "Ik heb u juist
-gevraagd even bij mij te komen, omdat ik niet meer wist, wat ik
-doen moest en ik behoefte gevoelde weer op den goeden weg gebracht
-te worden."
-
-Hij hield op en begon, als door zijn hartstocht voortgedreven, weer
-gejaagd de kamer op en neer te loopen.
-
-"Of neen, zeg me toch maar niets. Het is uit, ik vertrek liever. Die
-gedachte is reeds eerder bij mij opgekomen, maar in een uur van
-lafheid, ik wilde toen verdwijnen, naar Parijs teruggaan, en in vrede
-in mijn eigen kring leven, terwijl ik, wanneer ik thans Rome verlaat,
-wegga als wreker, als rechter, om van Parijs uit te verkondigen,
-wat ik te Rome gezien, wat men er van het Christendom van Jezus
-gemaakt heeft--dat het Vaticaan op het punt staat ineen te storten,
-dat er reeds een lijkenlucht van uitgaat, dat het een belachelijke
-illusie is te hopen, eens uit dat graf, waarin de ontbinding van
-eeuwen slaapt, de moderne ziel herboren te zien opstaan... O, ik
-zal niet toegeven, ik zal mij niet onderwerpen, ik zal mijn boek
-door een nieuw boek verdedigen. En dat zal, daar sta ik u borg voor,
-in de wereld opzien baren, want het zal de doodsklok luiden over een
-stervenden godsdienst, dien men zoo spoedig mogelijk begraven moet,
-als men niet wil, dat zijn omhulsel de volkeren zal vergiftigen."
-
-Dit ging don Vigilio's begrip te boven. De Italiaansche priester met
-zijn bekrompen geloof, zijn laffen angst voor nieuwe denkbeelden,
-werd weer in hem wakker. Hij vouwde zijn handen.
-
-"Zwijg, zwijg, dat zijn godslasteringen... En bovendien u kunt niet
-zoo weggaan, zonder nog eenmaal getracht te hebben Zijne Heiligheid te
-spreken. Zij alleen is souverein. En ik weet wel, dat het u verbazen
-zal, maar pater Dangelis heeft, al schertsend, u nog den eenigen
-goeden raad gegeven: ga nogmaals naar monsignor Nani, hij alleen zal
-de deur van het Vaticaan voor u kunnen openen."
-
-Weer maakte een woede zich van Pierre meester.
-
-"Wat, ik zou bij monsignor Nani begonnen zijn, om weer bij monsignor
-Nani te eindigen? Wat is dat voor een spel? Dacht u, dat ik me laat
-behandelen als een bal, die van den een naar den ander gekaatst
-wordt? Ze zouden me maar uitlachen!"
-
-Uitgeput en wanhopig liet Pierre zich weer vallen op zijn stoel
-tegenover den abbé, die, met zijn door het lange opzitten vaalbleek
-gezicht en zijn altijd bevende handen, zich in het geheel niet
-bewoog. Er volgde een lange stilte. Dan kwam don Vigilio nog met
-een ander denkbeeld: hij kende den biechtvader van den paus, een
-zeer eenvoudigen Franciscaner monnik, en wilde Pierre bij dezen
-aanbevelen. Misschien zou die pater, ondanks zijn bescheiden op
-den achtergrond blijven, kunnen helpen. Het was in ieder geval
-te probeeren. Dan begon het zwijgen weer, en Pierre, wiens oogen
-strak op den muur gericht waren, onderscheidde ten slotte de oude
-schilderij, die hem op den dag van zijn aankomst zoo getroffen
-had. Langzamerhand zag hij haar in het schemerachtige licht als het
-ware naar voren treden en levend worden als de belichaming van zijn
-eigen geval, van zijn nuttelooze wanhoop voor de ruw gesloten deur
-der waarheid en der gerechtigheid. O, hoe geleek deze verstooten,
-in haar liefde volhardende vrouw, wier gezicht men niet zien kon,
-die, snikkend in haar haren, van smart op de treden van dit paleis,
-voor de meedoogenloos gesloten deur neergevallen was, op hem! In haar
-eenvoudig linnen kleed rilde zij van de koude, zij verried haar geheim,
-ongeluk of eigen schuld, haar groot verdriet, zoo verstooten te zijn,
-niet. En hij gaf haar achter die tegen haar gelaat gedrukte handen zijn
-gezicht, zij werd zijn zuster, evenals alle andere armen zonder dak en
-bescherming, die weenen, omdat zij naakt en alleen zijn, die het vel
-van haar vuisten rukken bij haar pogingen, om de deur der menschen
-te forceeren. Hij kon nooit naar haar kijken zonder medelijden met
-haar te krijgen, en dien avond werd hij zóó ontroerd, nu hij haar nog
-altijd onbekend, zonder naam en zonder gezicht, nog altijd badende
-in haar tranen terugvond, dat hij plotseling aan don Vigilio vroeg:
-
-"Weet u van wie die oude schilderij is? Zij ontroert mij tot in mijn
-ziel als een meesterwerk."
-
-Verbaasd over die onverwachte vraag, die zoo zonder eenigen overgang
-gedaan werd, keek de priester op; hij verwonderde zich nog meer, toen
-hij het zwart geworden, verwaarloosde doek en de armzalige lijst zag.
-
-"Weet u, waar die schilderij vandaan komt?" vroeg Pierre
-nogmaals. "Waarom heeft men het doek naar deze kamer verbannen?"
-
-"O!" zeide hij met een onverschillig gebaar, "dat is niets. Zulke
-oude, waardelooze schilderijen vindt je hier overal... Dit doek zal
-wel altijd hier gehangen hebben. Maar ik weet het niet, ik heb er
-vroeger nooit op gelet."
-
-Eindelijk stond hij voorzichtig op. Doch die enkele beweging gaf
-hem zoo'n rilling, dat hij nauwlijks iets zeggen kon. Zijn tanden
-klapperden van koorts.
-
-"Neen, ga niet mee, laat de lamp in deze kamer... En om nog even
-op ons gesprek terug te komen: het zal nog maar het beste zijn u
-toe te vertrouwen aan monsignor Nani, want dat is tenminste nog een
-hoogstaand iemand. Ik heb het bij uw komst hier al gezegd, of u wilt
-of niet, zult u ten slotte toch doen wat hij wil. Waartoe dient het
-dan eigenlijk nog te strijden?... En nooit één woord over ons gesprek
-van vannacht, dat zou mijn dood zijn!"
-
-Hij opende de deuren geruischloos, keek wantrouwend rechts en links
-de donkere gang in, verdween en ging zoo zacht naar zijn eigen kamer
-terug, dat men zelfs te midden van de grafstilte van het oude paleis
-het schuifelen van zijn voet niet hoorde.
-
-Den volgenden dag liet Pierre, die weer opnieuw door strijdlust bezield
-was en alles wilde probeeren, zich door don Vigilio een aanbeveling
-geven voor den biechtvader van den paus, den Franciscanerpater,
-dien de secretaris van den kardinaal kende. Maar deze monnik was een
-pijnlijk angstvallig man; blijkbaar had men een zeer bescheiden en
-eenvoudig iemand zonder eenigen invloed gekozen, die geen misbruik zou
-maken van zijn almachtige positie bij den paus. In de omstandigheid,
-dat deze slechts de deemoedigste orde, den vriend der armen, den
-heiligen bedelaar langs de wegen als biechtvader had willen hebben,
-lag ook een gehuichelde ootmoed. Toch stond deze pater bekend als een
-redenaar van groote geloofskracht; de paus zelf luisterde, volgens de
-etiquette achter een sluier verborgen, naar zijn preeken, want al kon
-de paus als onfeilbaar pontifex maximus van geen enkelen priester iets
-leeren, men erkende toch, dat hij, als mensch, voordeel kon trekken
-uit goede woorden. Afgezien van zijn natuurlijke welsprekendheid was
-deze goede monnik een eenvoudige bleeker van zielen, een biechtvader,
-die luistert en absolutie geeft, zonder zich de onreinheden, die hij
-in het water der boetedoening schoon wascht, te herinneren. Toen
-Pierre zag, dat hij werkelijk zoo onbeteekenend en zonder invloed
-was, drong hij niet aan op zijn bemiddeling, wat, zooals hij voelde,
-toch nutteloos zijn zou.
-
-Dien dag vervolgde het beeld van den schuchteren minnaar der Armoede,
-van den verrukkelijken Franciscus, zooals Narcisse Habert hem noemde,
-Pierre tot den avond. Hij had zich dikwijls verwonderd over de komst
-van dezen nieuwen Jezus, die zoo zacht voor menschen, dieren en dingen
-was en wiens hart brandde van een zoo vurige liefde voor de armen,
-in dit zelfzuchtige en genotzuchtige Italië, waarin slechts de vreugde
-over de schoonheid koningin gebleven is. Ongetwijfeld zijn de tijden
-veranderd, maar hoeveel liefdekracht moet er in die oude tijden,
-gedurende het groote lijden der Middeleeuwen, noodig geweest zijn dat
-een dergelijke uit den volksbodem opgeschoten trooster der nederigen de
-overgave van het eigen ik aan anderen, het afstand doen van rijkdom,
-den afschuw voor ruw geweld, de gelijkheid en gehoorzaamheid begon
-te preeken, die den wereldvrede verzekeren moest.
-
-Hij ging, gekleed als de armsten, langs de wegen; een touw hield
-het grijze kleed om zijn lendenen vast, zijn naakte voeten staken in
-sandalen; beurs of stok had hij niet. Hij en zijn broeders spraken
-een trotsche, vrije taal, vol verheven, poëtische kracht, vol dapper
-uitgesproken waarheid. Overal traden zij op als rechters, vielen zij
-de rijken en machtigen aan, waagden zij het de slechte priesters,
-de ontuchtige, zich aan simonie schuldig makende, meineedige
-bisschoppen, aan te wijzen. Met een langen kreet van verlichting
-werden zij ontvangen; het volk volgde hen in dichte scharen, zij
-waren de vrienden, de bevrijders van alle kleinen, die lijden.
-
-In den beginne maakte Rome zich dan ook niet weinig ongerust over
-dergelijke revolutionnairen; de pausen aarzelden lang vóórdat zij
-de orde erkenden; en toen zij ten slotte toegaven, geschiedde dat
-ongetwijfeld met de gedachte, deze nieuwe macht tot hun voordeel,
-tot de verovering van de lagere volksklassen, van de reusachtige,
-onbestemde massa te gebruiken, wier heimelijk dreigen door alle eeuwen
-heen, zelfs in de meest despotische tijden, gegromd en gebromd heeft.
-
-Van dat oogenblik af bezat het pausdom in de zonen van den Heiligen
-Franciscus een steeds overwinnend leger, een zwervend leger, dat
-zich overal, op alle wegen, in alle dorpen en steden verspreidde,
-dat doordrong tot den huiselijken haard van werkman en boer en de
-harten der eenvoudigen voor zich won. Dat men zich de democratische
-macht van een dergelijke orde, die uit het volk zelf voortgesproten
-was, voorstelle! Vandaar zijn zoo spoedig gevolgde bloei; het aantal
-broeders vermeerdert zich in enkele jaren aanzienlijk, overal worden
-scholen opgericht; de Franciscaner-orde trekt de leeken-bevolking
-zoo tot zich aan, dat zij haar doordrenkt en opzuigt.
-
-En dat men hier te doen heeft met een voortbrengsel van den bodem,
-met een krachtigen wasdom van den plebeïschen stam, bewijst wel het
-feit, dat een nationale kunst eruit opbloeide: de voorloopers van
-de Renaissance in de schilderkunst, en Dante zelf, de ziel van het
-Italiaansche genie.
-
-Sedert enkele dagen zag Pierre nu deze groote orde van vroeger en
-kwam met hen in het hedendaagsche Rome in aanraking. De Franciscanen
-en de Dominicanen, de door hetzelfde geloof bezielde mededingers,
-die zoo lang gemeenschappelijk voor de Kerk gestreden hadden, woonden
-nog altijd in hun groote, schijnbaar bloeiende kloosters tegenover
-elkaar. Maar het scheen, dat de Franciscanen op den langen duur door
-hun nederigheid op zijde gedrongen waren. Misschien kwam dat ook,
-omdat hun rol van volksvrienden en volksbevrijders uitgespeeld was,
-sedert het volk zich door zijn politieke en sociale veroveringen
-zelf bevrijdt.
-
-In ieder geval ging de strijd alleen nog tusschen de Dominicanen en
-de Jezuïeten, de predikers en de opvoeders, die beiden de pretentie
-behouden hebben de wereld te kneden naar het beeld van hun geloof. Men
-hoorde de verschillende invloeden dof grommen; het was een strijd,
-die geen uur ophield en waarvan Rome, de oppermacht in het Vaticaan,
-de inzet was. Het was voor de eerste van weinig nut, dat de Heilige
-Thomas van Aquino aan hun zijde streed; zij voelden hoe hun oude
-dogmatische wetenschap instortte, zij moesten dagelijks wat meer
-terrein afstaan aan de tweeden, die met behulp van den geest der eeuw
-overwonnen. Verder waren er nog de Karthuizers in hun witte pijen,
-de heilige, reine, zwijgende en contemplatieve monniken, die zich
-uit de wereld terugtrekken in hun kloosters met de stille cellen, de
-wanhopigen en getroosten, wier aantal gering kan zijn, maar die eeuwig
-zullen leven, zooals smart en behoefte aan eenzaamheid eeuwig zijn.
-
-Dan waren er de Benedictijnen, de kinderen van den Heiligen Benedictus,
-wiens bewonderenswaardige orderegel den arbeid geheiligd heeft, de
-hartstochtelijke letterkundige en wetenschappelijke werkers, die in
-hun tijd lang machtige werktuigen der beschaving waren en door hun
-reusachtigen historischen en kritischen arbeid zooveel bijgedragen
-hebben tot de algemeene ontwikkeling. Hen had Pierre lief, bij hen zou
-hij twee eeuwen vroeger zijn toevlucht en zijn troost gezocht hebben;
-maar toch verwonderde het hem ten zeerste, toen hij zag, dat zij op
-den Aventinus een groot huis voor zich bouwden, waarvoor Leo XIII
-reeds millioenen gegeven heeft, alsof de wetenschap van heden en
-morgen nog een veld was, waarop zij zouden kunnen oogsten. Waartoe
-diende dat? De arbeiders waren toch veranderd, de dogma's versperren
-toch den weg aan ieder, die ze eerbiedig moet voorbijgaan, zonder ze
-geheel tegen den grond te werpen.
-
-Verder krioelde het er nog van honderden minder beteekenende orden:
-de Carmelieten, de Trappisten, de Minnebroeders, de Barnabieten,
-de Lazaristen, de Eudisten, de Missionarissen, de Recoletten,
-de Broeders van de orde der Christelijke leer, de Bernardijnen,
-de Augustijnen, de Theatijnen, de Observantijnen, de Celestijnen,
-de Capucijnen, ongerekend de correspondeerende vrouwenorden,
-de Clarissen, de ontelbare nonnen, zooals de zusters van Maria
-Boodschap en van Golgotha. Iedere orde had haar meer bescheiden of
-meer weelderig ingericht huis, sommige wijken van Rome bestonden
-slechts uit kloosters, en achter die zwijgende gevels gonsde en
-intrigeerde dit volk in een voortdurenden strijd van belangen en
-hartstochten. De vroegere sociale evolutie, die hen voortgebracht
-had, werkte sedert langen tijd niet meer; toch bleven zij, steeds
-nutteloozer en zwakker wordend en als voorbestemd voor dien langen
-doodsstrijd, aan het leven hangen--tot den dag, waarop aan de borst
-der nieuwe maatschappij lucht en bodem voor hen ontbreken zou.
-
-Maar bij zijn stappen en bezoeken, die weer begonnen waren, kwam
-Pierre niet veel met die monniken in aanraking; hij had voornamelijk
-te maken met den wereldlijken clerus, den Romeinschen clerus, dien hij
-al heel spoedig leerde kennen. Een nog zeer strenge hiërarchie hield
-de klassen en rangen in stand. Op den top, om den paus, heerschte
-de pauselijke huishouding, de kardinalen en prelaten, die zeer
-trotsch, zeer verheven en ondanks hun schijnbaar vertrouwelijkheid
-zeer laatdunkend waren. Onder hen vormde de clerus der parochiën als
-het ware een waardige, verstandige en gematigde bourgeoisie, waarin
-patriotische geestelijken zelfs niet zeldzaam waren. De Italiaansche
-occupatie had, doordat zij een geheele wereld van zedelijk hoogstaande
-ambtenaren aangesteld had, na een kwart eeuw het merkwaardige resultaat
-gehad, dat zij loutering gebracht had in het huiselijk leven der
-Romeinsche priesters, waarin de vrouwen vroeger een zoo overwegende
-rol speelden, dat Rome in den letterlijken zin des woords een regeering
-van huishoudsters was, die troonden in de woningen van jonggezellen.
-
-Ten slotte kwam het plebs van den clerus, dat Pierre nauwkeurig
-bestudeerd had: een waar samenraapsel van ongelukkige, vuile, half
-naakte, als uitgehongerde dieren op een mis loerende priesters,
-die ten slotte met bedelaars en dieven in verdachte kroegen terecht
-kwamen. Maar nog meer interesseerde hem de menigte priesters, die uit
-de geheele Christenheid samengestroomd was, avonturiers, eerzuchtigen,
-geloovigen, krankzinnigen, die Rome aantrok, zooals 's avonds een
-lamp de insecten uit het donker aantrekt. Alle nationaliteiten,
-alle standen, alle leeftijden zijn er vertegenwoordigd, galoppeeren
-onder de zweep van hun hartstochten, verdringen zich van 's morgens
-vroeg tot 's avonds laat om het Vaticaan, om te bijten in den buit,
-waarvoor zij gekomen zijn. Overal vond hij ze weer en hij zeide een
-weinig beschaamd tot zichzelf, dat hij een hunner was, dat hij door
-zijn persoon dat ongelooflijk aantal soutanen vermeerderde, die men in
-de straten aantrof. O, die voortdurende ebbe en vloed van zwartrokken,
-van pijen in allerlei kleuren in dat Rome.
-
-De seminaries der verschillende naties met hun dikwijls uit wandelen
-gaande leerlingen zouden voldoende geweest zijn alle straten te
-pavoiseeren: de Franschen geheel in het zwart, de Zuid-Amerikanen
-in het zwart met een blauwe sjerp, de Noord-Amerikanen in het zwart
-met een roode sjerp; de Polen in het zwart met een groene sjerp,
-de Grieken in het blauw, de Duitschers in het rood, de Romeinen
-in het lila en al de anderen in op honderden manieren geborduurde
-en omzoomde soutanes. Verder waren er nog de broederschappen, de
-boetepriesters met witte, zwarte, blauwe, grijze pijen of mantels. Zoo
-scheen het pauselijke Rome nog dikwijls te herleven; men voelde, dat
-het nog levend en taai was, dat het streed om in het hedendaagsche
-kosmopolitische Rome niet te verdwijnen.
-
-Maar hoe Pierre ook van den eenen prelaat naar den anderen liep, hoe
-hij omging met priesters en kerken bezocht, hij kon zich aan dezen
-eeredienst, aan deze Romeinsche vroomheid, die hem verwonderde,
-wanneer zij hem niet wondde in het diepst van zijn ziel, niet
-wennen. Toen hij op een regenachtige Zondagochtend de S. Maria
-Maggiore binnenging, meende hij zich in een wachtkamer te bevinden,
-weliswaar van een ongehoorden rijkdom met haar zuilen en zoldering
-als van een tempel, met den weelderigen baldakijn van haar pauselijk
-altaar, met het schitterend marmer van zijn confessie en vooral met
-haar Borghesische kapel, waarin God echter niet scheen te wonen. In
-het middenschip was geen stoel of geen bank te zien; het was een
-voortdurend komen en gaan van geloovigen als in een station, terwijl
-zij met hun slijkschoenen den kostbaren mozaïekvloer nat maakten;
-mannen en vrouwen zaten vermoeid op de voetstukken van de zuilen,
-zooals men ze in het groote gedrang op perrons op de aankomst van
-treinen ziet wachten.
-
-Voor deze in het voorbijgaan binnengekomen, rondloopende, voornamelijk
-uit kleine luiden bestaande menigte las een priester een stille mis,
-achter in een zijkapel, waarvoor zich een lange, smalle rij gevormd
-had, die denken deed aan de queue voor een schouwburgloket. Bij de
-elevatie bogen allen zich met een vroom gebaar, dan verstrooide zich de
-menigte, de mis was afgeloopen. Overal, zoowel in de S. Paolo als in
-de S. Giovanni di Laterano, zoowel in alle oude basilica's als in de
-St. Pieter zelf was hetzelfde te zien: de menigte was gehaast, hield
-er niet van te zitten, bracht God, behalve op groote receptiedagen,
-slechts korte, familiare bezoeken. Slechts in de Jezuïetenkerk woonde
-hij op een anderen Zondagochtend een hoogmis bij, die hem denken deed
-aan de vrome menigten uit het Noorden: daar zag men banken en vrouwen,
-die zaten, daar heerschte een menschelijke warmte onder den luxe der
-met goud, beeldhouwwerk en schilderwerk overladen gewelven, die een
-wondermooi vaalrooden tint bezaten, sedert de tijd den barokken,
-al te fellen stijl wat verzacht had. Maar hoeveel ledige kerken
-waren er zelfs onder de oudste en eerwaardigste! In de S. Clemente,
-in de S. Agnese, in de S. Cuore di Gerusalemme zag men tijdens de
-godsdienstoefeningen slechts enkele menschen uit de buurt!
-
-Vierhonderd kerken te vullen was zelfs voor Rome te veel; verscheidene
-waren er, die slechts op bepaalde feestdagen bezocht werden;
-vele openden haar deuren slechts éénmaal per jaar, op den naamdag
-van haar Heilige. Andere leefden van de gelukkige omstandigheid,
-dat zij een fetisch, een afgodsbeeld bezaten, dat het menschelijk
-lijden verzachtte: de Aracoeli had een kleinen wonderdoenden Jezus
-"Il Bambino", die de zieke kinderen genas; de S. Agostino had een
-"Madonna del Parto", de Maagd, die zwangeren gelukkig verloste. Andere
-waren beroemd om haar wijwater, de olie van haar lampen, de macht
-van een houten heilige of een marmeren madonna. Andere schenen
-verwaarloosd, werden alleen bezocht door touristen, overgeleverd
-aan den kleinhandel van kosters, deden denken aan musea, die door
-doode goden bevolkt zijn. Nog andere waren storend, zooals de in het
-Pantheon ondergebrachte Santa Maria Rolanda, een ronde zaal, die op
-een circus gelijkt, en waarin de Heilige Maagd blijkbaar de huurster
-van den Olympus is.
-
-Ook had Pierre zich geïnteresseerd voor de kerken in de volkswijken:
-de S. Onofrio, de S. Cecilia, de S. Maria in Trastevere, zonder daarin
-echter het verwachte levende geloof, de gehoopte groote menigte te
-vinden. Op een middag hoorde hij in deze laatste, volkomen ledige
-kerk de zangers met een luide stem te midden van deze woestijn een
-litanie zingen. Toen hij een andermaal de S. Crisogono binnentrad,
-vond hij de kerk, blijkbaar voor een den volgenden dag plaats hebbend
-feest, geheel bekleed: de zuilen met overtrekken van rood damast, de
-portieken met afwisselend gele en blauwe, witte en roode draperieën
-en gordijnen. Hij vluchtte voor deze afschuwelijke decoratie, die
-denken deed aan het klatergoud van kermissen. O, wat was hij ver
-verwijderd van de kathedralen, waarin hij in zijn jeugd geloofd en
-gebeden had! Overal vond hij dezelfde kerk terug, de oude, antieke
-basilica, die door Bernini en zijn leerlingen pasklaar gemaakt was
-voor den smaak van het Rome der achttiende eeuw.
-
-In de S. Luigi de' Francesi, die een helderen, elegant-soberen stijl
-heeft, werd hij slechts ontroerd door de groote dooden, de heiligen
-en helden, die in vreemde aarde onder de vloertegels sliepen. Daar
-hij Gotiek zocht, ging hij ten slotte naar de Santa Maria sopra
-Minerva, die, naar men hem verteld had, het eenige staal van Gotische
-kunst te Rome was. Maar deze met marmer overdekte halfzuilen,
-deze spitsbogen, die zich niet durfden opheffen, verstikt als zij
-werden in de zoldering, die zich rondende, tot de zware majesteit
-van een dom veroordeelde gewelven, vormden voor hem een laatste
-teleurstelling. Neen, neen! Het geloof, waarvan de warme asch hier
-nog lag, was niet meer hetzelfde, welks gloed de geheele Christenheid
-tot in de verste uithoeken had doen branden. Monsignor Fornaro,
-dien hij toevallig bij het verlaten van de S. Maria sopra Minerva
-zag, schold tegen de Gotiek, die hij zuivere haeresie noemde. De
-eerste Christelijke kerk was de uit den tempel ontstane basilica;
-het was een godslastering, wanneer men de werkelijke, Christelijke
-kerk zag in de Gotische kathedraal, want de Gotiek was niets meer dan
-de vloekwaardige Angelsaksische geest, het oproerige genie van Luther.
-
-Pierre wilde den prelaat een heftig antwoord geven; dan zweeg
-hij uit vrees te veel te zullen zeggen. Was het in werkelijkheid
-niet het beslissende bewijs, dat het Katholicisme de vrucht van den
-Romeinschen bodem zelf was, het door het Christendom gemetamorphoseerde
-heidendom? Elders heeft datzelfde Christendom zich in een geheel
-anderen geest ontwikkeld, zoodat het in opstand gekomen is en zich
-op den dag van het schisma tegen de moederstad gekeerd heeft. Die
-afscheiding nam steeds grootere uitbreiding aan en in de evolutie der
-nieuwe maatschappijen teekenen zich ondanks de wanhopige pogingen om
-eenheid te verkrijgen, de geschillen steeds duidelijker af, zoodat het
-schisma nogmaals onvermijdelijk en nabij schijnt. Pierre, het vroeger
-zoo vrome en sentimenteele kind, had nog een anderen wrok tegen de
-basilica's: haar ontbraken de klokken, de mooie, groote klokken, die
-aan de nederigen zoo lief zijn. Voor klokken zijn klokkentorens noodig,
-en er zijn in Rome geen klokkentorens, slechts dommen. O, er viel
-niet aan te twijfelen, Rome was de luidklinkende en klokkenluidende
-stad van Jezus niet, waaruit het gebed in welluidende klankgolven
-tusschen de zwevende zwermen kraaien en zwaluwen hemelwaarts steeg.
-
-Toch bleef Pierre, aangegrepen door een heimelijke geprikkeldheid,
-die hem in zijn verzet stijfde, zijn bezoeken voortzetten;
-hij hield de belofte, die hij bij zichzelf gedaan had, en ging,
-ondanks de wonden, die zijn ziel er door geslagen werden, naar alle
-kardinalen der Indexcongregatie. En langzamerhand kwam hij ook met
-andere congregaties in aanraking, met de ministeries van de vroegere
-pauselijke regeering, welke heden ten dage minder talrijk zijn,
-maar nog steeds een buitengewoon gecompliceerd raderwerk bezitten,
-die ieder een kardinaal tot voorzitter, kardinalen tot leden hebben,
-vergaderingen houden en een groote menigte ambtenaren in dienst
-hebben. Hij moest meermalen naar de Cancellaria gaan, waarin zich
-de Indexcongregatie bevindt, en verdwaalde daar in het reusachtige
-labyrinth van trappen, gangen en zalen; dadelijk bij de zuilengaanderij
-van het binnenplein greep hem de ijzige rilling der oude muren aan;
-hij kon dat paleis, het meesterwerk van Bramante, het zuivere type der
-Romeinsche Renaissance, dat een zoo kale en kille schoonheid bezat,
-niet liefhebben.
-
-De congregatie der Propaganda, waar kardinaal Sarno hem ontvangen
-had, kende hij reeds en op zijn talrijke bezoeken, op die jacht naar
-invloedrijke beschermers, waarbij hij van den een naar den ander
-gezonden werd, leerde hij ook de congregatie der bisschoppen en
-ordegeestelijken, de riten- en de Conciliecongregatie kennen. Zelfs
-zag hij vluchtig de consistoriecongregatie, de Dateria, het Heilige
-Boetgericht. Het was het reusachtige mechanisme van de administratie
-der Kerk. De geheele wereld moet beheerscht, de veroveringen
-uitgebreid, de zaken der veroverde landen bestuurd, de geloofs-,
-zeden- en personenquaesties beoordeeld, delicten onderzocht en
-gestraft, dispensaties verleend en gunsten verkocht worden. Men
-kan zich het reusachtige aantal zaken, die iederen ochtend op het
-Vaticaan inkomen, niet voorstellen. Het zijn de ernstigste, teerste,
-ingewikkeldste vragen, welker oplossing tot tallooze onderzoekingen en
-studies aanleiding geeft. De groote menigte van uit alle deelen der
-Christenheid saamgestroomde en Rome verstoppende bezoekers, al die
-verzoekschriften, al die dossiers, welker vloed zich in alle bureaux
-verspreidde en opstapelde, moesten natuurlijk beantwoord worden.
-
-Wonderbaarlijk was de groote stilte, waarin dat reusachtige
-werk verricht werd; geen geluid drong tot de straat door; uit de
-gerechtshoven, de parlementen, de fabrieken, waarin men heiligen
-maakte, weerklonk zelfs niet het sidderen van het werk, het mechanisme
-was zóó goed geolied, dat het ondanks het roest der eeuwen, de groote
-en onherstelbare afslijting, functionneerde, zonder dat men vermoedde,
-dat het daar achter die muren aan het werk was.
-
-Lag hierin niet de geheele politiek der Kerk? Zwijgen, zoo weinig
-mogelijk schrijven, afwachten! Maar hoe wonderbaarlijk was dit zoo oude
-en toch nog zoo machtige mechanisme! En hoe was Pierre zich bewust,
-dat hij te midden van die congregaties gevangen was in het ijzeren
-net van de meest onbeperkte macht, die men ooit georganiseerd heeft
-om de menschheid te beheerschen!
-
-Hij kon scheuren en gaten en een hoogen ouderdom, die op een naderend
-einde wees, constateeren, dat nam niet weg, dat hij zichzelf niet meer
-toebehoorde, sedert hij er zich in gewaagd had: hij werd gegrepen,
-gekneusd, meegetrokken in dit onontwarbare net, in dit eindelooze
-labyrinth van invloeden en intriges, van ijdelheden en omkooperijen,
-van corruptie en eerzucht, van ellende en grootheid. Hoe ver was
-hij van het Rome, dat hij gedroomd had! Welk een toorn maakte zich
-meermalen van hem meester in zijn moeheid en zijn begeerte om zich
-te verdedigen!
-
-Plotseling ging voor Pierre een licht op omtrent de dingen, die hij tot
-nog toe nooit begrepen had. Op een dag, dat hij weer naar de Propaganda
-gegaan was, sprak kardinaal Sarno op een zoo koud-woedenden toon over
-de Vrijmetselarij, dat hij alles in een helder licht zag. Tot dusverre
-had hij moeten glimlachen om de Vrijmetselarij; hij geloofde er even
-weinig aan als aan de Jezuïeten, hij vond de belachelijke verhalen,
-die er de rondte over deden, kinderachtig, verwees die geheimzinnige
-mannen, die in het donker werkten en wier geheime, onberekenbare
-macht de wereld regeeren zou, naar het rijk der legenden. Vooral
-verwonderde hij zich over den blinden haat, die sommige menschen bijna
-krankzinnig maakte, zoodra het woord vrijmetselaar op hun lippen kwam;
-een prelaat, en dat nog wel een van de meest intelligenten en de meest
-ontwikkelden, had hem met den grootsten ernst verzekerd, dat iedere
-vrijmetselaarsloge minstens éénmaal per jaar gepresideerd werd door
-den duivel in hoogst eigen persoon. Een eenvoudig menschenverstand
-stond daarbij stil. Doch nu begreep hij de rivaliteit, den verwoeden
-strijd van de Roomsch-Katholieke Kerk tegen de andere, haar vijandige
-Kerk. De eerste mocht zich de overwinnaresse wanen, zij voelde toch in
-de andere een concurrente, een zeer oude vijandin, die zelfs beweerde
-nog ouder te zijn dan zij en wier overwinning altijd mogelijk bleef.
-
-De botsing kwam voornamelijk voort uit het feit, dat de beide secten
-hetzelfde eerzuchtige streven naar de wereldheerschappij, dezelfde
-internationale organisatie, hetzelfde net, dat over de volkeren
-geworpen werd, mysteriën, dogma's en riten bezaten. God tegen God,
-geloof tegen geloof, verovering tegen verovering. Op die wijze
-hinderden zij elkaar, zooals twee concurreerenden, aan beide kanten van
-een straat opgerichte magazijnen, en de een moest ten slotte de ander
-dooden. Maar al scheen het hem toe, alsof het Katholicisme wankelde
-en met ondergang bedreigd werd, toch bleef hij ook sceptisch gestemd
-ten opzichte van de macht der Vrijmetselarij. Hij had gevraagd en een
-onderzoek ingesteld, om zich rekenschap te geven van het werkelijk
-bestaan dezer macht in dit Rome, waar de beide hoogste machten
-tegenover elkander stonden, waar de grootmeester troonde tegenover
-den paus.
-
-Men had hem wel verteld, dat de laatste Romeinsche prinsen zich
-genoodzaakt voelden vrijmetselaars te worden, om hun leven niet al
-te zwaar te maken, hun toch al moeilijke positie niet te verergeren,
-de toekomst van hun zoons niet te bederven. Maar gaven zij daarbij
-niet alleen toe aan de onweerstaanbare macht der hedendaagsche
-sociale evolutie? Zou de Vrijmetselarij ook niet ondergaan in
-haar eigen triomf, den triomf der denkbeelden van gerechtigheid,
-waarheid en rede, die zij zoo lang te midden van de duisternis en de
-gewelddaden der geschiedenis verdedigd had? Het was een vaststaand
-feit, dat de zege van een idee de secte, die haar propageert, doodt
-en het apparaat, waarmede zij zich omgeven heeft, om de phantasie te
-treffen, nutteloos en eenigszins wonderlijk maakt. Het carbonarisme
-heeft de verovering der politieke vrijheden, die het eischte, niet
-kunnen overleven, en den dag, waarop de Katholieke Kerk, na haar
-beschavingswerk volbracht te hebben, ineenstort, zal óók de andere
-Kerk, de Vrijmetselaarskerk verdwijnen, daar haar bevrijdingstaak
-dan afgeloopen is. Thans zou de beroemde almacht der loges een
-armzalig, eveneens door tradities belemmerd, door een belachelijk
-ceremonieel bedorven veroveringswerktuig zijn, niets meer dan een
-band van onderlinge verstandhouding en hulpverleening, indien de
-sterke adem der wetenschap de volkeren niet wegrukte en medehielp
-aan de vernietiging van verouderde godsdiensten.
-
-Uitgeput door zooveel bezoeken en noodelooze stappen, kreeg Pierre,
-niettegenstaande hij als de soldaat van een hoop, die niet aan de
-nederlaag gelooven wil, hardnekkig erbij bleef Rome niet te verlaten
-zonder tot het einde toe gestreden te hebben, weer angst. Hij
-had alle kardinalen bezocht, wier invloed hem van eenig nut kon
-zijn. Hij had den vicaris-generaal bezocht, die het diocees Rome
-bestuurde, een ontwikkeld man, die met hem over Horatius gesproken
-had, een politiek warhoofd, dat hem gevraagd had naar Frankrijk,
-naar de Republiek, naar de oorlogs- en marinebudgetten, zonder
-zich in het minst te bekommeren over het vervolgde boek. Hij had
-den groot-penitentiarius bezocht, den kardinaal, dien hij eenmaal
-vluchtig in den palazzo Boccanera gezien had, een mageren ouden man
-met een uitgeteerd ascetengezicht, van wien hij een lang verwijt en
-strenge woorden tegen de jonge priesters, die, door den geest der eeuw
-bedorven, vloekwaardige boeken schreven, te hooren kreeg. Ten slotte
-had hij in het Vaticaan den kardinaal-secretaris bezocht, in zekeren
-zin den minister van Buitenlandsche Zaken van Zijne Heiligheid, de
-groote macht van den Heiligen Stoel, van wien men hem tot dusverre
-verwijderd gehouden had door hem bang te maken voor de gevolgen van
-een ongelukkig uitvallend bezoek.
-
-Hij had zich verontschuldigd, dat hij zich nu eerst tot hem wendde,
-en den beminlijksten man tegenover zich gevonden, die door een
-diplomatieke welwillendheid zijn eenigszins ruw uiterlijk optreden
-verzachtte, hem verzocht te gaan zitten, hem belangstellend uitvroeg,
-naar hem luisterde, hem moed insprak zelfs. Maar toen hij weer op het
-Sint Pietersplein stond, had hij heel goed begrepen, dat zijn zaak geen
-stap verder was gekomen en dat, wanneer het hem nog eens gelukken zou
-de deur van den paus te forceeren, dit zeker niet door toedoen van den
-kardinaal-secretaris geschieden zou. Dien avond keerde hij overspannen
-en overprikkeld, gebroken door de vele bezoeken aan zooveel menschen,
-naar de Via Giulia terug, zóó wanhopig, dat hij zich langzamerhand
-heelemaal door die machine met haar honderden raderen meegesleept
-voelde worden, dat hij zich met schrik afvroeg, wat hij den volgenden
-dag moest doen, daar hem niets meer overbleef dan gek te worden.
-
-Toevallig ontmoette hij don Vigilio in een gang; hij wilde hem even
-raadplegen, nog een goeden raad van hem vragen. Maar deze legde hem
-met een ongerust gebaar, zonder dat hij wist waarom, het zwijgen
-op. Hij had weer zijn gewone angstoogen en fluisterde hem in:
-
-"Hebt u monsignor Nani gesproken? Neen?... Ga dan naar hem toe, ga
-dan naar hem toe, ik zeg u nogmaals, dat u niets anders te doen hebt."
-
-Hij gaf toe. Waarom nog te weigeren? Afgezien van den hartstocht van
-vurige naastenliefde, die hem tot verdediging van zijn boek hierheen
-gevoerd had, was hij toch ook voor proefnemingen te Rome. Hij moest
-tot het einde toe volharden.
-
-Den volgenden ochtend bevond hij zich te vroeg onder de zuilengang
-van de St. Pieter en moest dus vrij lang wachten. Nog nooit had hij de
-ontzaglijkheid van deze vier zuilenrijen, van dit woud van gigantische
-steenen stammen, waarin echter niemand wandelt, zoo sterk gevoeld. Het
-is een indrukwekkende, sombere woestijn. Men vraagt zich af waartoe
-een zoo majestueuse zuilengaanderij dient. Ongetwijfeld slechts voor
-de majesteit alleen, voor de pracht der decoratie; en ook daarin
-ligt weer Rome. Dan ging hij door de Via del S. Offizio en kwam bij
-den achter de sacristie gelegen palazzo del S. Offizio. Het is een
-eenzame wijk, welker stilte slechts zelden gestoord wordt door den
-stap van een voetganger of het rollen van een wagen. De zon, die haar
-schuine stralen op het wit geworden plaveisel werpt, is het eenige
-levende hier. Men ruikt er de nabijheid van de basilica, den geur
-van den wierook, den kloostervrede in den sluimer der eeuwen. Op een
-hoek staat de palazzo del S. Offizio drukkend en angstaanjagend kaal:
-een hooge, gele gevel, die slechts door een enkele rij ramen verbroken
-wordt, terwijl de andere gevel, die op het zijstraatje uitziet, met
-zijn kleine vensters--kijkgaatjes met bijna ondoorzichtige raampjes,
-er nog verdachter uitziet. Deze geweldige, modderkleurige, naar buiten
-bijna vensterlooze en als een gevangenis afgesloten een geheimzinnige
-kubus van metselwerk, schijnt in het verblindende zonlicht te slapen.
-
-Een rilling, waarom hij dadelijk glimlachte als om een
-kinderachtigheid, doorhuiverde hem. De heilige, Romeinsche, algemeene
-Inquisitie, de heilige Congregatie van den S. Offizio, zooals men
-haar thans noemde, was niet meer die, waarvan de legende vertelt,
-de leverancier van brandstapels, het geheime gerecht, waartegen geen
-hooger beroep bestaat, dat recht had over de geheele menschheid de
-doodstraf uit te spreken. Toch bewaarde zij nog steeds het geheim van
-haar taak, kwam zij iederen Woensdag bijeen, oordeelde en veroordeelde,
-zonder dat er iets naar buiten van doordrong. Maar ook al bleef zij
-doorgaan de misdaad der haeresie te straffen, ook al bepaalde zij
-zich er niet alleen toe werken, maar ook menschen te treffen, toch
-bezat zij geen wapenen meer, geen kerker, geen zwaard en vuur; zij
-was beperkt tot protesteeren en kon zelfs den haren, den geestelijken,
-niets anders dan disciplinaire straffen opleggen.
-
-Toen hij in den salon van monsignor Nani, die in zijn qualiteit
-van assessor in dit paleis woonde, gelaten werd, voelde Pierre een
-blijde verrassing. Het was een groot, op het Zuiden gelegen, door
-een vroolijk zonlicht overstroomd vertrek: er heerschte ondanks de
-stijve meubelen en de donkere kleur van het behang een heerlijke
-zachtheid, als had er een vrouw geleefd, die het wonder verrichtte
-iets van haar bekoorlijkheid in al die strenge dingen te leggen. Er
-waren geen bloemen en toch rook het er heerlijk.
-
-Monsignor Nani met zijn blozend gezicht, de blauwe, levendige oogen
-en zijn blond, eenigszins grijzend haar, kwam hem met uitgestoken
-handen en glimlachend tegemoet.
-
-"O mijn waarde zoon, hoe aardig van u, om me te komen opzoeken... Ga
-zitten en laten we als twee vrienden praten."
-
-En onmiddellijk begon hij met blijkbaar groote belangstelling te
-vragen:
-
-"En hoe staat het met uw zaak? Vertel me eens precies wat u gedaan
-hebt!"
-
-En Pierre, ondanks de vertrouwelijke mededeeling van don Vigilio
-getroffen door de sympathie, die hij meende te voelen, biechtte
-alles zonder iets weg te laten. Hij vertelde van zijn bezoeken aan
-kardinaal Sarno, aan monsignor Fornaro, aan pater Dangelis, zijn
-stappen bij de invloedrijke kardinalen, bij alle kardinalen van den
-Index, bij den groot-penitentiarius, den kardinaal-vicaris en den
-kardinaal-secretaris, weidde uit over zijn eindelooze tochten van
-den een tot den ander door den geheelen clerus van Rome, door alle
-congregaties, door dezen reusachtigen, drukken en stillen bijenkorf,
-waardoor zijn beenen moede, zijn ledematen gebroken, zijn hersens
-stomp geworden waren.
-
-Maar Monsignor, die met verrukking naar hem scheen te luisteren,
-riep bij iedere lijdensstatie van dezen calvariënberg:
-
-"Maar dat is prachtig, het kan niet mooier. Uw zaak marcheert
-uitstekend. Wondermooi staat zij ervoor!"
-
-Hij jubelde, zonder eenige ongepaste ironie te doen blijken. Slechts
-zijn doordringende blik doorboorde den jongen priester, om te zien
-of hij hem eindelijk tot dat punt van gehoorzaamheid gebracht had,
-waarop hij hem wilde hebben. Was hij moe genoeg, had hij genoeg
-teleurstellingen ondervonden, wist hij voldoende hoe de toestanden
-in werkelijkheid waren, om tot de slotacte te kunnen overgaan? Waren
-drie maanden te Rome voldoende geweest, om van den overdreven dweper
-van de eerste dagen iemand te maken, die zijn verstand gebruikte of
-ten minste zich bij het onvermijdelijke neerlegde?
-
-Plotseling vroeg monsignor Nani hem:
-
-"Maar gij spreekt in het geheel niet over Zijne Eminentie, kardinaal
-Sanguinetti."
-
-"Zijne Eminentie is naar Frascati, ik heb hem niet kunnen spreken."
-
-Dan hief de prelaat, alsof hij met het heimelijke genot van een
-diplomaat de ontknooping nog wat uit wilde stellen, zijn kleine,
-mollige handen naar den hemel op op de ongeruste manier van iemand,
-die alles verloren waant, en riep uit:
-
-"O, maar ge moet Zijne Eminentie spreken, ge moet Zijne Eminentie
-spreken. Dat is absoluut noodzakelijk. Bedenk toch eens, de praefect
-der Congregatie! Wij zullen niet kunnen handelen voor na uw bezoek,
-want u hebt niemand gesproken, als u hem niet gesproken hebt... Ga
-naar Frascati, mijn zoon."
-
-Pierre kon niet anders dan den raad opvolgen.
-
-"Ik zal gaan, monsignor."
-
-
-
-
-
-
-
-
-ELFDE HOOFDSTUK
-
-
-Hoewel Pierre wist, dat hij zich niet voor elf uur bij kardinaal
-Sanguinetti kon laten aandienen, was hij toch met een vroegen trein
-gegaan en stapte reeds om negen uur aan het station Frascati uit. Reeds
-was hij er op een van zijn dagen van gedwongen nietsdoen geweest en
-had het klassieke uitstapje naar de Romeinsche Kasteelen gemaakt,
-die van Frascati naar Rocca di Papa en van Rocca di Papa naar Monte
-Cave loopen. Hij was er verrukt over geweest en verheugde zich thans
-reeds bij voorbaat op een kalmeerende wandeling van een paar uur op
-de dichtstbijzijnde heuvels van de Albaansche bergen, waarop Frascati
-tusschen riet, olijfboomen en wijngaarden gebouwd is. Het beheerscht
-de uitgestrekte rosachtige zee van de Campagna als van de hoogte van
-een voorgebergte, tot aan het in de verte liggende Rome, dat op een
-afstand van zes mijlen wit schittert als een eiland van marmer.
-
-O, dit op zijn groenen ronden heuvel liggende Frascati aan den voet
-van de dichtbegroeide hoogten van Tusculum, met zijn beroemd terras,
-vanwaar men het mooiste uitzicht der wereld heeft, met zijn oude
-patriciërsvilla's met de trotsche, elegante Renaissancegevels en
-prachtige, altijd groene, met cypressen, pijnboomen en eiken beplante
-tuinen! Het was een heerlijkheid, een oogenlust, een betoovering,
-die hij nooit moede zou worden. In verrukking over alles dwaalde
-hij reeds meer dan een uur langs de met oude, knoestige olijfboomen
-omzoomde wegen, langs de door groote boomen van de naburige tuinen
-beschaduwde straten, langs de geurige voetpaden, aan het einde waarvan
-bij iederen bocht de Campagna zich in het oneindige uitstrekte, toen
-hij een onverwachte ontmoeting had, die hem in den beginne hinderde.
-
-Hij was weer naar het lager gelegen station gegaan, dat gebouwd was op
-een plek, waar vroeger wijngaarden stonden en zich in de laatste jaren
-een geheele nieuwe wijk ontwikkeld had. Tot zijn groote verbazing
-zag hij een mooie, met twee paarden bespannen victoria, die uit de
-richting van Rome kwam, naast zich stilhouden en hoorde hij zich bij
-zijn naam roepen.
-
-"Wat, mijnheer de abbé, al zoo vroeg op de wandeling hier?"
-
-Nu herkende hij graaf Prada, die, na uitgestapt te zijn, het rijtuig
-verder liet rijden en de twee- of driehonderd meter naast den jongen
-priester te voet aflegde. Na een hartelijken handdruk zeide hij:
-
-"Ja, ik kom zelden met den trein, ik prefereer een rijtuig. Dat geeft
-tevens mijn paarden wat beweging... Zooals u weet, heb ik hier zaken,
-een heele bouwgeschiedenis, die ongelukkig niet erg marcheert. Daarom
-ben ik ondanks het ver gevorderde seizoen verplicht hier meer te
-komen dan mij lief is."
-
-Pierre kende inderdaad die geschiedenis. De Boccanera's hadden hun
-prachtige villa, die een van hun voorvaderen, ook een kardinaal,
-hier in de tweede helft der zestiende eeuw naar een ontwerp van
-Giacomo della Porta had laten bouwen, moeten verkoopen. Het was een
-koninklijk zomerverblijf met groote, schaduwrijke boomen, priëelen,
-fonteinen, bassins en een wereldberoemd terras, dat als een kaap
-uitstak boven de Campagna romana, welker onmetelijke vlakte zich
-van de Sabijnsche bergen tot aan de kust der Middellandsche Zee
-uitstrekt. Bij de boedelscheiding kreeg Benedetta van haar moeder
-de groote wijngaarden bij Frascati; zij had die als bruidsschat voor
-Prada medegebracht juist op het oogenblik, dat de bouwmanie van Rome
-naar de provincies oversloeg. Prada was toen op het denkbeeld gekomen
-hier een groote wijk burgerlijke villa's neer te zetten naar het model
-van die, welke men in de banlieue van Parijs zooveel vindt. Doch er
-hadden zich maar weinig koopers aangemeld, de financieele krach was
-er bovendien tusschen gekomen, en zoo moest hij deze onfortuinlijke
-onderneming liquideeren, nadat hij dadelijk bij hun scheiding zijn
-vrouw schadeloos gesteld had.
-
-"En bovendien," ging hij voort, "met een rijtuig kan je komen en gaan,
-wanneer je wilt, terwijl je een slaaf van het spoorboekje bent. Zoo heb
-ik vanochtend een conferentie met aannemers, deskundigen en advocaten,
-en ik weet niet hoe lang die duren zal... Een prachtige streek, niet
-waar? Ja, we kunnen er trotsch op zijn. En al heb ik op het oogenblik
-minder aangename zaken, dat neemt niet weg, dat ik hier niet komen kan,
-zonder dat mijn hart van vreugde klopt."
-
-Wat hij echter niet vertelde, was dat Lisbeth Kauffmann, zijn
-vriendin, zooals hij haar noemde, den zomer doorgebracht had in
-een der nieuwe villa's, waarin zij haar atelier had ingericht,
-dat bezocht werd door de geheele vreemdelingenkolonie, die dank zij
-haar vroolijkheid en haar schilderkunst, welke juist voldoende was,
-om haar onafhankelijk te maken, haar dubbelzinnige positie na den
-dood van haar man duldde. Zelfs haar zwangerschap nam men haar niet
-kwalijk. Veertien dagen geleden was zij naar Rome teruggegaan, om daar
-van een dikken jongen te bevallen, wiens komst de praatjes over de
-naderende scheiding van Benedetta en Prada in de zwarte en witte salons
-weer aangewakkerd had. De liefde van dezen laatste voor Frascati was
-ongetwijfeld grootendeels een gevolg van zijn teedere herinneringen en
-de groote trotsche vreugde, welke deze geboorte van een zoon hem gaf.
-
-Pierre, die in zijn instinctieven haat tegen hebzuchtige geldmenschen,
-in Prada's tegenwoordigheid steeds een zekere verlegenheid voelde,
-wilde toch zijn vriendelijkheid beantwoorden en vroeg hem naar zijn
-vader, den ouden Orlando, den held van de verovering.
-
-"O, afgezien van zijn beenen, maakt hij het uitstekend. Hij wordt
-zeker honderd jaar. Die arme vader! Ik had hem zoo graag dezen zomer
-in een van die kleine villa's willen hebben. Maar hij wil niet, hij
-weigert hardnekkig Rome te verlaten, alsof hij bang is, dat ze het
-hem in zijn afwezigheid zullen ontnemen."
-
-Hij barstte in een helderen lach uit en maakte zich alleen vroolijk
-met die grap over den heldhaftigen, uit de mode geraakten tijd der
-onafhankelijkheid. Dan voegde hij eraan toe:
-
-"Gisteren sprak hij nog over u, mijnheer de abbé. Het verwonderde hem,
-dat u hem nog niet eens was komen opzoeken."
-
-Dat verdriette Pierre, want hij had voor Orlando een eerbiedige liefde
-opgevat. Tweemaal was hij na zijn eerste bezoek nog bij hem geweest,
-en beide malen had de oude man geweigerd over Rome te spreken, zoolang
-zijn jonge vriend niet alles gezien, alles doorvoeld, alles begrepen
-had. Later, wanneer zij beiden tot een conclusie zouden kunnen komen,
-zou het pas tijd daarvoor zijn.
-
-"Zeg hem als het u blieft, dat ik hem niet vergeet, en dat ik, wanneer
-ik met mijn bezoek wat wacht, ik dat alleen doe, om hem tevreden te
-stellen. Maar ik zal niet vertrekken, zonder hem te komen zeggen,
-hoe ik door zijn ontvangst getroffen ben."
-
-Beiden liepen langzaam den zwak stijgenden weg op tusschen enkele
-nieuwe villa's, waarvan verscheidene nog niet afgebouwd waren. Toen
-Prada hoorde, dat de priester naar Frascati gekomen was, om een bezoek
-te brengen aan kardinaal Sanguinetti, begon hij weer te lachen--zijn
-vriendelijk wolfslachje, dat zijn witte tanden liet zien.
-
-"Dat is zoo, hij is hier, sedert de paus ziek is... Nu, u zult hem
-in een aardig opgewonden toestand vinden."
-
-"Hoe zoo?"
-
-"Omdat de berichten over de gezondheid van den Heiligen Vader alles
-behalve goed zijn van ochtend. Toen ik uit Rome ging, liep het gerucht,
-dat hij een heel slechten nacht gehad had."
-
-Hij was bij een kromming van den weg blijven staan, voor een oude
-kapel, een klein kerkje, dat eenzaam en triest aan den rand van een
-olijfboschje stond. Vlak daarbij bevond zich een vervallen gebouwtje,
-ongetwijfeld de vroegere pastorie, waaruit een groote, knokige priester
-met een plomp, aardkleurig gezicht kwam, die, voor hij verder ging,
-de deur op het nachtslot draaide.
-
-"Kijk!" spotte de graaf, "dat is er een, wiens hart even hard kloppen
-moet. Hij gaat nu ongetwijfeld bij uw kardinaal informeeren."
-
-Verbaasd had Pierre den priester aangekeken.
-
-"Ik ken hem," zeide hij. "Als ik mij niet vergis, heb ik hem den
-ochtend van mijn aankomst bij kardinaal Boccanera gezien, aan wien
-hij een mand vijgen bracht, toen hij hem om goede getuigen vroeg voor
-zijn jongeren broeder, die door het toebrengen van een messteek,
-geloof ik, in de gevangenis gekomen was. Maar de kardinaal heeft
-geweigerd zoo'n bewijs af te geven."
-
-"Hij is het, daar behoeft u niet aan te twijfelen, want hij kwam
-vroeger veel in den palazzo Boccanera, waar zijn broer tuinman
-geweest is. Maar tegenwoordig is hij de protégé van kardinaal
-Sanguinetti... Een merkwaardige figuur, die Santobono, zooals u ze
-in Frankrijk niet veel hebben zult. Hij woont heelemaal alleen in dat
-instortende gebouwtje en is pastoor van die heel oude kapel S. Maria
-dei Campi, waar men geen driemaal per jaar de mis komt hooren. Ja,
-een echte sinecure, die hem met zijn duizend francs salaris in staat
-stelt als een philosophische boer te leven en den vrij grooten tuin,
-die u daar tusschen die hooge muren ziet, te bebouwen."
-
-Inderdaad liep de ingesloten ruimte achter de pastorie om, aan alle
-kanten goed afgesloten, als een toevluchtsoord, waarin zelfs geen blik
-mocht doordringen. Boven den linkermuur uit zag men een prachtigen,
-reusachtigen vijgeboom, welks hoog loof zich zwart tegen den helderen
-hemel afteekende.
-
-Onder het loopen vertelde Prada verder over Santobono, die
-hem blijkbaar zeer interesseerde. Een patriotisch priester, een
-Garibaldiaan. In Nemi, een nog woest gebleven hoek van de Albaansche
-bergen, uit het volk geboren, voelde hij zich ook nu nog aan de aarde
-verwant; maar hij had gestudeerd en wist genoeg van de geschiedenis,
-om de grootheid van Rome te kennen en van een herstel van het
-Romeinsche Rijk ten voordeele van het jonge Italië te droomen. Hij
-geloofde vast en zeker, dat slechts een groote paus dien droom zou
-kunnen verwezenlijken door zich van de macht meester te maken en dan
-alle andere volkeren te veroveren. Wat was eenvoudiger, daar de paus
-immers over millioenen Katholieken beschikte?
-
-Was de helft van Europa niet van hem? Frankrijk, Spanje en Oostenrijk
-zouden toegeven, zoodra zij zagen dat hij machtig was en de wereld de
-wetten voorschreef. Duitschland en Engeland en alle Protestantsche
-naties zouden onvermijdelijk veroverd worden, daar het pausdom de
-eenige dam is, dien men tegen de dwaling kon oprichten en waartegen
-deze zich eenmaal te pletter zou loopen. Desniettemin had hij zich
-op politiek gebied voor Duitschland verklaard, want hij meende,
-dat Frankrijk verpletterd moest worden, om zich in de armen van den
-Heiligen Vader te werpen. Zoo botsten in dit warhoofd, waarin de
-gedachten brandden, en door de aangeboren ruwheid van het ras gauw
-tot geweld overgingen, al die tegenstrijdige ideeën en dolzinnige
-phantasieën tegen elkaar. Hij was een barbaar uit het Evangelie,
-een vriend van de nederigen en armen, een lid van de familie van
-die geëxalteerde sectarissen, die tot groote deugden en tot groote
-misdaden in staat zijn.
-
-"Ja," ging Prada voort, "hij heeft zich nu met hart en ziel aan
-kardinaal Sanguinetti gegeven, omdat hij in dezen den grooten paus, den
-paus van morgen zag, die van Rome de eenige hoofdstad van alle volken
-moet maken. En ook dat gaat natuurlijk met een eerzuchtige bedoeling
-gepaard, misschien kan hij bijvoorbeeld den titel van kanunnik
-veroveren of zich bij de kleine onaangenaamheden, die het leven nu
-eenmaal medebrengt, laten helpen, zooals wanneer hij zijn broeder
-uit de gevangenis redden moet. Men zet zijn kans op een kardinaal,
-zooals men op een terno [22] in een loterij zet; als de kardinaal er
-als paus uitkomt, win je een fortuin... Daarom ziet u hem daar met
-zulke groote passen loopen, hij wil zoo gauw mogelijk weten of Leo
-XIII sterven en zijn terno met Sanguinetti als paus eruit komen zal..."
-
-"Gelooft u werkelijk, dat de paus zoo ziek is?" vroeg Pierre ongerust.
-
-"Wie kan dat zeggen?" antwoordde de graaf glimlachend. "Zij zijn
-allemaal ziek, wanneer ze daar belang bij hebben. Maar ik geloof wel,
-dat hij ziek is, een ingewandsstoring zegt men, en op zijn leeftijd
-kan de minste ziekte noodlottig worden."
-
-Zwijgend liepen zij eenige passen verder; dan vroeg Pierre weer:
-
-"Zou dan, wanneer de Heilige Stoel vacant mocht worden, kardinaal
-Sanguinetti groote kans hebben?"
-
-"Groote kans! Groote kans! Dat is ook weer een van die dingen, die
-niemand weet. Waar is, dat hij tot de mogelijke candidaten behoort;
-en wanneer het verlangen om paus te worden voldoende was, dan zou
-Sanguinetti zeker de toekomstige paus zijn, want de eerzucht verteert
-hem tot op zijn beenderen. Het is zelfs zijn groote zwakheid, want hij
-raakt uitgeput en hij voelt dat. Hij moet dan ook voor de laatste dagen
-van den strijd tot alles besloten zijn. U kunt er zeker van zijn, dat,
-wanneer hij zich op dit kritieke oogenblik hier teruggetrokken heeft,
-hij dat alleen doet, om van verre beter den strijd te leiden."
-
-En hij weidde verder uit over Sanguinetti, voor wien hij om zijn
-intriges, zijn grimmigen veroveringslust en zijn buitengewoon
-groote activiteit een zekere sympathie koesterde. Hij had hem
-na zijn terugkeer van de nuntiatuur te Weenen leeren kennen als
-iemand, die buitengewoon ervaren en toen reeds vast besloten was
-de hand op de tiara te leggen. Deze eerzucht verklaarde alles,
-zijn oneenigheden en zijn verzoeningen met den regeerenden paus,
-zijn liefde voor Duitschland, die door een plotselinge zwenking naar
-Frankrijk gevolgd werd, zijn wisselende houding ten opzichte van
-Italië: eerst het verlangen naar een goede verstandhouding, dan een
-volmaakte intransigentie, waarbij hij van geen concessie wilde hooren,
-zoolang Rome niet ontruimd was. Daaraan scheen hij te willen blijven
-vasthouden, want hij deed, alsof hij de politiek van Leo XIII betreurde
-en een gloeiende bewondering koesterde voor Pius IX, den grooten,
-heldhaftigen paus van het verzet, wiens goed hart een onwankelbare
-vastheid van wil niet buitensloot. Dat moet beteekenen, dat hij in
-de Kerk, die van geen gevaarlijk, politiek schipperen mocht weten,
-de gulle eenvoudigheid zonder zwakheid zou herstellen. Toch droomde
-hij in den grond der zaak van niets dan politiek, hij moest al een
-heel programma opgemaakt hebben, dat hij opzettelijk vaag hield, maar
-dat door zijn beschermelingen en protégés met een soort mysterieuse
-extase verspreid werd.
-
-Sedert een vorige ongesteldheid van den paus, die reeds van het
-voorjaar dateerde, leefde hij in een doodelijke ongerustheid,
-want het gerucht ging, dat de Jezuïeten, hoewel kardinaal Boccanera
-volstrekt niet op hun hand was, er zich bij neergelegd hadden dezen
-te steunen. Ongetwijfeld was deze laatste overdreven en gevaarlijk
-vroom in deze eeuw van verdraagzaamheid; maar behoorde hij niet tot het
-patriciaat, zou zijn verkiezing niet een teeken zijn, dat het pausdom
-nooit af zou zien van de wereldlijke macht? Van dat oogenblik af was
-Boccanera in de oogen van Sanguinetti de meest te duchten man geworden;
-hij leefde bijna niet meer, voelde zich reeds beroofd, bracht zijn tijd
-met niets anders door dan met het zoeken naar combinaties, om zich
-van dien almachtigen tegenstander te ontdoen. Hij ontzag zich niet
-de lasterpraatjes te verspreiden, dat kardinaal Boccanera Benedetta
-en Dario één bed liet deelen, hield niet op hem af te schilderen als
-den Antichrist, wiens regeering de vernietiging van het pausdom ten
-gevolge zou hebben.
-
-Zijn laatste combinatie, om zich den steun der Jezuïeten te verzekeren,
-was, dat hij door zijn vrienden liet uitbazuinen, dat hij niet alleen
-het principe van de wereldlijke macht zou hooghouden, maar dat hij
-zich verbond die macht weer te heroveren. Hij had daarvoor al een
-heel plan, dat men elkaar in het oor fluisterde--een ondanks enkele
-schijnbare concessies tot een zekere overwinning leidend, in zijn
-resultaten verpletterend plan: hij wilde den Katholieken niet langer
-verbieden te stemmen en candidaten te zijn, naar de Kamer honderd,
-dan tweehonderd, eindelijk driehonderd leden zenden, vervolgens de
-monarchie van Savoye van den troon stooten, om een soort reusachtige
-federatie der Italiaansche provincies te vormen, waarvan de alsdan
-weer in het bezit van Rome gekomen paus de verheven en souvereine
-voorzitter worden zou.
-
-Toen Prada met zijn verhaal gereed was, begon hij weer te lachen,
-terwijl hij zijn witte tanden liet zien, die er al heel weinig
-uitzagen, om een buit los te laten.
-
-"U ziet, dat wij ons goed verdedigen moeten, want hij wil er ons
-uitwerpen. Gelukkig bestaan er nog hinderpalen voor dergelijke
-dingen. Maar zulke phantasieën hebben toch altijd een grooten
-invloed op sommige overspannen geesten zooals op dien van Santobono
-bijvoorbeeld. Dit is er een, dien Sanguinetti zou kunnen brengen waar
-hij wil... Hij heeft goede beenen. Kijk eens naar boven. Hij is al
-bij het kleine paleis van den kardinaal, die heele witte villa met
-gebeeldhouwde balkons."
-
-Inderdaad zag men het kleine paleis, een der eerste huizen van
-Frascati, een modern gebouw in Renaissance-stijl, dat uitzag op de
-uitgestrekte vlakte der Campagna romana.
-
-Het was elf uur en toen Pierre afscheid nam van den graaf, om zelf
-zijn opwachting te gaan maken bij den kardinaal, hield de graaf de
-hand van den jongen priester een oogenblik in de zijne.
-
-"Als u mij een genoegen wilt doen, dan moet u met mij
-dejeuneeren... Wilt u? Kom dan, zoodra u vrij bent, in het restaurant
-daar met dien rozen gevel. Binnen een uur ben ik klaar met mijn
-zaken en ik zou het prettig vinden, als ik niet alleen behoefde
-te dejeuneeren."
-
-Eerst weigerde Pierre, maar hij kon geen enkel geldig excuus vinden,
-zoodat hij eindelijk moest toegeven, ondanks zichzelf door de
-vriendelijke manieren van Prada ingepalmd. Pierre behoefde slechts
-een straat door te loopen, om bij het paleis van den kardinaal te
-komen. Deze was altijd makkelijk te naderen, deels uit een behoefte om
-zich te uiten, deels uit berekening, omdat hij gaarne den populairen
-man uit wilde hangen. Vooral te Frascati gingen de deuren wijd open,
-zelfs voor de eenvoudigste soutane. De jonge priester werd dan ook
-dadelijk toegelaten; hij was over die ontvangst een weinig verbaasd,
-daar hij zich nog den slecht geluimden knecht te Rome herinnerde,
-die hem de reis afgeraden had, daar Zijne Eminentie er niet van hield
-gestoord te worden, wanneer hij ziek was. Maar in werkelijkheid was
-er geen sprake van ziekte, want alles in die vriendelijke, door zon
-overstroomde villa glimlachte en glansde. De wachtkamer, waarin men
-hem alleen gelaten had, was met afschuwlijk rood fluweelen meubelen
-voorzien en zonder eenige luxe of comfort; maar zij werd opgevroolijkt
-door het mooiste licht der wereld en zag uit op die buitengewone, zoo
-kale en vlakke Campagna, die in de voortdurende luchtspiegeling van
-het verleden een onvergelijkelijke droomschoonheid bezat. Hij ging dan
-ook, in afwachting, dat hij bij den kardinaal toegelaten zou worden,
-voor een der wijd openstaande en op het balkon uitkomende ramen staan
-kijken naar de eindelooze zee van weiden tot aan het in de verte wit
-schemerende Rome, waarboven de dom van de St. Pieter als een kleine
-fonkelende vlek, niet grooter dan de nagel van een pink, uitstak.
-
-Hij stond er nauwlijks, toen enkele woorden van een gesprek,
-dat blijkbaar in de nabijheid gevoerd werd, duidelijk tot hem
-doordrongen. Hij boog zich wat voorover en begreep al heel gauw,
-dat het Zijne Eminentie zelf was, die op een balkon er naast met
-een priester, van wiens soutane hij slechts een stukje zag, stond
-te praten. Maar hij had onmiddellijk Santobono herkend. Zijn eerste
-opwelling was zich uit discretie te verwijderen, doch dan bleef hij
-door de woorden, die hij opving, toch staan.
-
-"Wij zullen het dadelijk hooren," zeide Zijne Eminentie met zijn
-brommende stem. "Ik heb Eufemio naar Rome gestuurd. Hij is de eenige,
-dien ik vertrouwen kan. Daar komt de trein al."
-
-Inderdaad was op de uitgestrekte vlakte een trein te zien, klein nog
-als een stuk kinderspeelgoed. Blijkbaar was kardinaal Sanguinetti op
-het balkon gaan staan, om ernaar te kijken.
-
-Santobono sprak hartstochtelijk eenige woorden, die Pierre slechts
-half verstaan kon. Maar onmiddellijk daarop ging de kardinaal
-duidelijk voort.
-
-"Ja zeker, mijn waarde, een catastrophe zou een groot ongeluk
-zijn. Moge God Zijne Heiligheid nog lang voor ons sparen..."
-
-Hij hield even op en voltooide dan, daar hij niet huichelen kon,
-zijn gedachte.
-
-"Tenminste in dit oogenblik, want het is een slechte tijd. Ik leef
-in verschrikkelijken angst, want de aanhangers van den Antichrist
-hebben in den laatsten tijd veel terrein gewonnen."
-
-Een kreet ontsnapte Santobono.
-
-"O, Uwe Eminentie zal handelen, zal overwinnen!"
-
-"Ik, mijn waarde? Maar wat wil je, dat ik doe? Ik stel mij slechts
-ter beschikking van mijn vrienden, van hen, die, alleen voor den
-triomf van den Heiligen Stoel, in mij gelooven. Zij moeten handelen,
-een ieder moet naar de krachten, die hem gegeven zijn, medewerken om
-den slechten den weg te versperren, zoodat de goeden overwinnen... O,
-als de Antichrist regeert..."
-
-Dit ook nu weer terugkeerend woord "Antichrist" maakte Pierre
-ongerust. Plotseling herinnerde hij zich, wat de graaf hem gezegd had:
-de Antichrist was kardinaal Boccanera.
-
-"Stel je voor, mijn waarde, de Antichrist op het Vaticaan! Hij
-zal met zijn onverzoenlijken trots, met zijn ijzeren wil, met zijn
-krankzinnigen zucht naar het Niet de verwoesting van den godsdienst
-voltooien; want er is geen twijfel mogelijk; hij is het door de
-profetieën voorspelde beest des doods, dat in zijn woesten loop naar
-de donkerte van den afgrond alles met zich dreigt te verslinden. Ik
-ken hem; hij heeft geen ander ideaal dan hardnekkig volhouden en
-vernietigen; hij zal de zuilen van den tempel omvatten en ze schudden
-en uit haar voegen rukken, om zich en het geheele Katholicisme
-daaronder te begraven. Ik geef hem geen zes maanden, dan is hij al
-uit Rome verjaagd, in onmin met alle volkeren, vervloekt door Italië,
-en sleept het wandelende spook van den laatsten paus door de wereld."
-
-Een dof gebrom, een gesmoorde vloek van Santobono was het antwoord
-op deze vreeselijke voorspelling. Maar de trein was aan het station
-aangekomen, en onder de weinige reizigers, die uitstapte, zag Pierre
-een kleinen abbé, die zoo hard liep, dat zijn soutane tegen zijn kuiten
-sloeg. Het was abbé Eufemio, de secretaris van den kardinaal. Toen
-hij dezen op het balcon zag staan, liet hij alle voorzichtigheid
-varen en begon hij hard de hellende straat af te loopen.
-
-"Ha, daar is Eufemio!" riep Zijne Eminentie bevend van angst
-uit. "Eindelijk zullen we het weten! Eindelijk zullen we het weten!"
-
-De secretaris was zoo hard de trappen opgevlogen, dat Pierre hem bijna
-onmiddellijk daarna ademloos door de wachtkamer zag stormen en in het
-vertrek van den kardinaal verdwijnen. Deze had het balkon verlaten,
-om zijn boodschapper tegemoet te gaan; maar dadelijk kwam hij er
-onder drukke vragen en haastige antwoorden weer terug.
-
-"Dus het is zoo, hij heeft een slechten nacht gehad. Zijne Heiligheid
-heeft geen oog dicht gedaan... Kolieken, zeggen ze? Maar dat kan op
-zijn leeftijd binnen twee uur den dood beteekenen... En wat zeggen
-de doktoren?"
-
-Het antwoord drong niet tot Pierre door, maar hij kon het opmaken
-uit de woorden van den kardinaal:
-
-"O, die doktoren weten nooit wat! Trouwens, wanneer zij niets meer
-zeggen willen, beteekent dit, dat de dood niet ver meer is... Lieve
-God, wat een ramp, wanneer de catastrophe niet enkele dagen uitgesteld
-kan worden!"
-
-Hij zweeg en Pierre voelde, hoe de oogen van den kardinaal weer
-rustten op Rome, hoe hij met al zijn eerzuchtigen angst staarde naar
-den dom van de St. Pieter, de kleine, fonkelende plek, niet grooter
-dan de nagel van een pink, te midden van de eindelooze, rossige
-vlakte. Welk een onrust, welk een opwinding, als de paus dood was. Hij
-had niets liever gewild dan zijn arm uitstrekken, om de Eeuwige Stad,
-de Heilige Stad, die aan den horizont niet meer plaats innam dan een
-door een kinderschop neergegooide hoop kiezelzand, in de holte van
-zijn hand te nemen. Reeds droomde hij van het conclave, wanneer de
-troonhemels van de andere kardinalen zouden dalen en de zijne alleen,
-onbeweeglijk en majestueus hem met het purper zou kronen.
-
-"Maar je hebt gelijk, mijn waarde," riep hij uit, "we moeten handelen,
-het is voor het heil van de Kerk... En bovendien, het is niet mogelijk,
-dat de hemel niet met ons is, die alleen zijn triomf willen. Als
-het moet, zal hij op het uiterste oogenblik den Antichrist weten
-te verpletteren."
-
-Toen voor het eerst verstond Pierre duidelijk Santobono, die met een
-ruwe stem en woeste vastberadenheid zeide:
-
-"O, als de hemel talmt, zullen wij hem helpen!"
-
-Dat was alles; daarna hoorde hij niets meer dan een verward
-gemompel. Het balkon was leeg en Pierre begon weer te wachten in den
-zonnigen, kalmen en kostelijk-vroolijken salon. Plotseling ging de
-deur van de studeerkamer wijd open en diende een knecht hem aan. Tot
-zijn verwondering vond hij den kardinaal alleen, zonder dat hij de
-beide priesters had zien vertrekken: zij waren door een andere deur
-weggegaan.
-
-In het heldere licht stond de kardinaal met zijn blozend gezicht,
-zijn grooten neus, zijn dikke lippen en zijn ondanks zijn zestig
-jaren jeugdig-flinke en krachtige gestalte bij een der ramen. Om
-zijn lippen speelde weer het vaderlijk glimlachje, waarmede hij uit
-politiek zelfs de meest eenvoudige menschen ontving. Zoodra Pierre
-gebogen en zijn ring gekust had, wees hij hem een stoel aan.
-
-"Ga zitten, mijn zoon, ga zitten... Ja, ge komt voor die ongelukkige
-geschiedenis met uw boek. Ik ben heel blij daar eens met u over te
-kunnen praten."
-
-Zelf was hij ook gaan zitten bij het op Rome uitziend raam, waarvan
-hij zich niet scheen te kunnen verwijderen. Toen de priester zich
-verontschuldigde, dat hij hem in zijn rust kwam storen, merkte hij op,
-dat de kardinaal nauwlijks naar hem luisterde, doch zijn blikken weer
-strak gericht hield op den zoo vurig begeerden buit. Toch behield
-hij den uiterlijken schijn, alsof hij een en al aandacht was, en
-Pierre was verwonderd over de wilskracht, die deze man moest hebben,
-om zoo kalm en belangstellend in de zaken van anderen te schijnen,
-terwijl zoo'n stormwind in hem loeide.
-
-"Uwe Eminentie is dus wel zoo goed, mij niet kwalijk te nemen..."
-
-"Integendeel, u hebt er heel goed aan gedaan hier te komen, nu mijn
-gezondheidstoestand mij vooreerst nog wel zal beletten naar Rome
-terug te gaan... Ik voel me al wat beter, en het is heel natuurlijk,
-dat u mij inlichtingen geven, uw boek verdedigen en mijn oordeel
-wat verhelderen wilt... Ik heb me er zelfs al over verwonderd, dat
-ik u niet eerder gezien heb, want ik weet, dat uw geloof krachtig is
-en dat u geen moeite ontziet, om uw rechters te bekeeren... Spreek,
-mijn zoon, ik luister naar u met al de vreugde, die het mij geven zou,
-als ik u vrij zou kunnen spreken."
-
-Pierre liet zich door die welwillende woorden vangen. Een nieuwe hoop
-ontwaakte in hem, dat hij den almachtigen praefect van den Index voor
-zich zou kunnen winnen. Hij beschouwde dezen voormaligen nuntius, die
-eerst te Brussel en later te Weenen de wereldlijke kunst geleerd had
-menschen tevreden van zich te laten gaan, door hun alles te beloven,
-maar nooit iets te doen, reeds als hoogst intelligent en buitengewoon
-goedhartig. Nog eenmaal vond hij dan ook zijn apostelgeestdrift terug,
-om zijn denkbeelden over het Rome van morgen, het Rome van zijn
-droomen, dat opnieuw de meesteres der wereld worden zou, wanneer het
-tot het Christendom van Jezus, tot de vurige liefde voor armen en
-nederigen zou terugkeeren.
-
-Sanguinetti glimlachte, schudde zacht zijn hoofd en riep verrukt uit:
-
-"Heel goed, heel goed! Voortreffelijk!... Ik denk als gij, mijn waarde
-zoon. Meer kan ik niet zeggen... Maar u bent hier in gezelschap van
-alle goede geesten."
-
-Bovendien werd hij zeer getroffen door den poëtischen kant der zaak,
-zooals hij zeide. Ongetwijfeld uit rivaliteit ging hij, evenals Leo
-XIII, graag voor een goed Latinist door; vooral voor Virgilius had
-hij een bijzondere liefde opgevat.
-
-"Ik weet het, ik weet het... o, ik heb die passage over de
-terugkeerende lente, die de door den winter verstijfde armen komt
-troosten, wel driemaal gelezen. Weet u wel, dat uw boek vol Latijnsche
-wendingen is? Ik heb bij u meer dan vijftig uitdrukkingen genoteerd,
-die men in de Eclogae [23] zou terugvinden. Een bekoorlijk boek,
-werkelijk bekoorlijk!"
-
-Daar hij allesbehalve dom was en heel goed voelde, dat er in dezen
-eenvoudigen priester een groot intellect stak, begon hij langzamerhand
-belang te stellen--niet in hem, maar in het voordeel, dat hij misschien
-uit hem zou kunnen trekken. In zijn intrigenwoede was de eenige
-gedachte, die hem steeds bezig hield, uit anderen, uit de creaturen,
-die God hem toezond, alles te halen, wat zij medebrachten, dat nuttig
-kon zijn voor zijn eigen triomf. Hij wendde een oogenblik zijn blikken
-van Rome af en keek zijn bezoeker aan, luisterde naar hem, terwijl
-hij zich afvroeg, waarvoor hij hem wel òf dadelijk, in de crisis, die
-hij nu doormaakte, òf later, wanneer hij paus zou zijn, zou kunnen
-gebruiken. Maar de priester beging nogmaals de fout een aanval te
-doen op de wereldlijke macht van de Kerk en de ongelukkige woorden:
-"nieuwe godsdienst" uit te spreken.
-
-De nog altijd glimlachende kardinaal viel hem met een gebaar in de
-rede, zonder iets van zijn vriendelijkheid te verliezen, ofschoon
-zijn reeds lang genomen besluit thans onherroepelijk vast stond.
-
-"Zeker, mijn zoon, gij hebt op verscheidene punten groot gelijk, en
-ik ben het in vele opzichten volkomen met u eens. Maar zie eens, gij
-weet blijkbaar niet, dat ik hier de beschermer van Lourdes ben. Hoe
-kunt u na de passage, die u over de Grot geschreven hebt, willen,
-dat ik mij voor u en tegen de Paters uitspreek?"
-
-Pierre werd door dit feit, dat hij inderdaad niet wist, geheel
-terneergeslagen. Niemand had de voorzorg genomen hem daaromtrent in
-te lichten. Te Rome hebben alle Katholieke werken als beschermers een
-door den Heiligen Vader daarvoor aangewezen kardinaal, die het moet
-vertegenwoordigen en zoo noodig als verdediger daarvan optreden moet.
-
-"Die goede Paters!" ging Sanguinetti op zachten toon voort; "u hebt
-hun veel verdriet gedaan. Werkelijk, onze handen zijn gebonden en wij
-kunnen hun kommer niet nog grooter maken... Als u eens wist hoeveel
-missen zij ons zenden! Zonder hen zou meer dan één van onze arme
-priesters van honger sterven."
-
-Er bleef niets anders over dan zich erbij neer te leggen. Weer
-stootte Pierre op die geldquaestie, op die noodzakelijkheid, waarin
-de Heilige Stad zich bevond, om zijn budget in goede en slechte jaren
-te verzekeren. Altijd was het weer de slavernij van den paus, dien het
-verlies van Rome van de regeeringszorgen bevrijd had, maar de gedwongen
-dankbaarheid voor de ontvangen aalmoezen toch nog steeds aan de aarde
-bond. De behoeften waren zoo groot, dat het geld alles beheerschte, de
-souvereine macht was, waarvoor alles aan het Romeinsche Hof zich boog.
-
-Sanguinetti stond op ten teeken, dat het onderhoud afgeloopen was.
-
-"Maar wanhoop niet, mijn zoon," ging hij met warmte voort. "Ik heb
-alleen maar over mijn eigen stem te beschikken, maar ik beloof u,
-dat ik rekening houden zal met de uitmuntende toelichting, die ge
-mij gegeven hebt... En wie weet? Als God met u is, zal Hij u redden,
-zelfs tegen onzen wil!"
-
-Dat was zijn gewone taktiek; hij had als principe de menschen
-nooit tot het uiterste te drijven door ze zonder eenige hoop weg te
-zenden. Waartoe diende het hem te zeggen, dat de veroordeeling van zijn
-boek een fait accompli was en dat het de verstandigste weg zijn zou het
-te verloochenen? Alleen een woesteling als die Boccanera blies de woede
-over deze vurige zielen en zette ze daardoor nog meer tot verzet aan.
-
-"Blijf hopen, blijf hopen!" herhaalde hij glimlachend, terwijl hij den
-schijn aannam, alsof hij zinspeelde op een menigte gelukkige dingen,
-die hij echter niet zeggen kon.
-
-Diep ontroerd, voelde Pierre zich als het ware herleven. Hij vergat
-zelfs het gesprek, dat hij afgeluisterd had, de grimmige eerzucht,
-de doffe woede tegen den gevreesden mededinger. En bovendien kon bij
-de machtigen de geest niet de plaats van het hart innemen? Indien
-deze eenmaal paus was en alles begrepen had, zou hij dan niet de
-verwachte paus kunnen zijn, die de taak op zich nam de Kerk der
-Vereenigde Staten van Europa, de geestelijke heerscheresse der wereld,
-te organiseeren? Hij dankte hem ontroerd, boog en liet hem voor dit
-wijdgeopende raam, vanwaar Rome hem uit de verte in den glans der
-herfstzon tegenflonkerde als een kostbaar kleinood, de tiara van goud
-en edelgesteenten, over aan zijn droomen.
-
-Het was bijna één uur, toen Pierre en graaf Prada eindelijk konden
-gaan dejeuneeren aan een der kleine tafeltjes van het restaurant,
-waar zij elkaar rendez-vous gegeven hadden. Beiden hadden zich door
-hun zaken verlaat. Maar de graaf scheen zeer opgewekt te zijn, daar
-hij moeilijke quaesties tot zijn voordeel geregeld had, terwijl de
-priester zelf, weer door nieuwe hoop vervuld, zich geheel overgaf aan
-de kostelijke levensvreugde van dezen laatsten mooien dag. Het dejeuner
-in de groote, lichte, in blauwe en rose tinten geschilderde, in dezen
-tijd van het jaar geheel verlaten zaal, was dan ook buitengewoon
-opgewekt. Amortjes vlogen over de zoldering, landschappen, die
-uit de verte aan de Romeinsche Kasteelen deden denken, versierden
-de muren. Zij aten alleen koude schotels en dronken den beroemden
-Frascatiwijn, die een brandenden grondsmaak had, alsof de vroegere
-vulkanen iets van hun vuur in den bodem achtergelaten hadden.
-
-Langen tijd liep het gesprek over de Albaansche bergen, welker
-woeste gratie de vlakke Campagna Romana als een lust voor de oogen
-beheerscht. Pierre, die het klassieke uitstapje van Frascati naar
-Nemi gemaakt had, was nog onder de bekoring daarvan en sprak er met
-geestdrift over. Eerst kwam de heerlijke, langs de heuvelhellingen
-dalende en rijzende, tusschen riet, olijfboomen en wijngaarden
-loopende weg van Frascati naar Albano, vanwaar af men voortdurend
-een prachtig uitzicht heeft op de eindeloosheid der Campagna. Links
-ligt wit het dorp Rocca di Papa amphitheatersgewijze op een ronden
-heuvel aan den voet van den door eeuwenoude groote boomen gekroonden
-Monte Cavo. Van af dat punt ziet men, als men zich weer omdraait in
-de richting van Frascati, hoog aan den rand van een pijnboombosch
-de ruïnen van Tusculum, groote rotsachtige ruïnes, door eeuwen
-van zon verbrand en vanwaar het onbegrensde uitzicht prachtig zijn
-moet. Vervolgens komt men door Marino met zijn groote, zacht hellende
-straat, zijn groote kerk, zijn oud, zwart geworden, half verweerd
-paleis der Colonna's. Dan, na een steeneikenbosch rijdt men langs
-het Albaansche meer, dat een schouwspel biedt, zooals men er weinig
-vindt: tegenover zich, aan de overzijde van de onbeweeglijke, als
-een spiegel zoo gladde wateren, de ruïnen van Alba Longa links de
-Monte Cavo met Rocca di Papa en Palazzola; rechts Castel-Gandolfo,
-als van de hoogte van een steile kust het meer beheerschend. In den
-uitgedoofden krater sliep, als op den grond van een reusachtige,
-groene schaal, het meer zwaar en dood; het geleek op een tafel van
-gesmolten metaal, die de zon aan de eene zijde met goud vlamde,
-terwijl de andere in de schaduw liggende zijde zwart was.
-
-Nu liep de weg vrij steil op naar Castel-Gandolfo, dat als een
-witte vogel tusschen het meer en de zee op zijn rots zit en steeds,
-zelfs gedurende de warmste zomeruren, door een briesje verfrischt
-wordt. Vroeger was het beroemd door zijn pauselijke villa, waarin
-Pius IX gaarne de warme dagen doorbracht, maar waar Leo XIII nooit
-geweest is. Daarna daalde de weg, begonnen de steeneiken weer, om
-hun grootte beroemde steeneiken, een dubbele rij van kolossen, twee-
-en driehonderdjarige monsters met knoestige ledematen. Eindelijk kwam
-men bij Albano, een kleine, minder reine en minder gemoderniseerde
-stad dan Frascati, een hoekje grond, dat nog iets van den geur van
-zijn vroegere woestheid behouden heeft. Dan kwamen nog Arricia met
-het paleis Chigi, met bosschen bedekte heuvels en bruggen, die over
-beschaduwde afgronden geslagen zijn; Gonzano en eindelijk nog Nemi,
-het eene nog meer afgelegen en woester dan het ander, verloren gaande
-tusschen rotsen en boomen.
-
-O, dit Nemi, welk een onuitwischbare herinnering had Pierre daaraan
-behouden! Dit Nemi aan den oever van zijn meer, dit uit de verte zoo
-mooie, zoo betooverende Nemi, dat oude legenden en in het groen der
-mysterieuse wateren ontstane feeënsteden voor den geest riep. Doch
-wanneer men het eindelijk betreedt, is het afstootend vuil, stort
-overal in en wordt nog door den Orsinitoren beheerscht als door
-een boozen geest van den ouden tijd, die daar woeste zeden, heftige
-hartstochten en messteken in stand schijnt te houden. Vandaar kwam
-die Santobono, wiens broeder een moord gepleegd had en in wien zelf
-een moorddadige vlam scheen te branden, terwijl zijn misdadigersoogen
-gloeiden als een kolenvuur. En het meer--dit meer, rond als een in
-dezen krater, deze schaal, gevallen uitgedoofde maan! Deze schaal
-zag er nog dieper en smaller uit dan het Albaansche meer en was
-met boomen van wonderbaarlijke kracht begroeid. Pijnboomen, olmen,
-wilgen loopen in een groenen stroom van elkaar verstikkende takken
-tot aan den oever. Deze ontzaglijke vruchtbaarheid spruit voort uit de
-voortdurende waterdampen, die zich hier onder de brandende inwerking
-van de zon, wier stralen zich in dit hol als in een smeltoven ophoopen,
-ontwikkelen.
-
-Het is een vochtige, zware warmte; de lanen der omliggende tuinen zijn
-met groen mos overdekt; dichte nevels vullen dikwijls 's ochtends de
-reusachtige schaal met een witten damp als met een rookende heksenmelk
-van verdachte tooverkracht. Pierre herinnerde zich nog heel goed
-het onaangename gevoel, dat hem aangegrepen had bij het zien van
-het meer, waarin te midden van de bewonderenswaardige omgeving oude
-gruweldaden, een geheele geheimzinnige godsdienst met afschuwlijke
-gebruiken scheen te slapen. Hij had het bij het vallen van den avond
-in de schaduw van zijn gordel van bosschen gezien als een dof zwarte
-en zilveren metalen plaat, en dit heldere, maar zoo diepe water,
-dit verlaten water zonder een bark, dit doode, verheven, grafachtige
-water had in hem een onbeschrijflijke treurigheid, een doodelijke
-zwaarmoedigheid achtergelaten.
-
-Het was de vertwijfeling der groote, eenzame bronstigheid, wanneer
-aarde en wateren door de stomme smart der kiemen in angstwekkende
-vruchtbaarheid opzwellen. O, die donkere, wegzinkende oevers, dat
-droefgeestige, zwarte meer, dat daar onder in de diepte rust!
-
-Graaf Prada begon te lachen om dien indruk.
-
-"Ja, ja, het is zoo, het Nemimeer is niet alle dagen vroolijk. Ik heb
-het bij somber weer gezien; het was loodkleurig, en zelfs de sterke
-zonnestralen kunnen er geen leven in brengen. Wat mij betreft, ik weet,
-dat ik van verveling zou sterven, wanneer ik tegenover dat kale water
-zou moeten leven. Maar het heeft een groote aantrekkingskracht voor
-dichters en romantische vrouwen, voor haar, die groote hartstochtelijke
-liefdes met tragische ontknoopingen aanbidden."
-
-Toen zij van tafel opgestaan waren, om op het terras een kop koffie
-te drinken, kwam het gesprek op een ander terrein.
-
-"Gaat u vanavond naar de receptie van prins Buongiovanni?" vroeg de
-graaf. "Dat zal voor een vreemdeling een interessant schouwspel zijn
-en ik zou u aanraden het niet te verzuimen."
-
-"Ja, ik heb een uitnoodiging," antwoordde Pierre. "Een van mijn
-vrienden, mijnheer Narcisse Habert, attaché aan ons gezantschap,
-heeft mij die bezorgd en zal er met mij heengaan."
-
-Inderdaad zou dien avond in den palazzo Buongiovanni op den Corso
-een groot feest gegeven worden, een van die galafeesten, zooals die
-slechts twee of driemaal per jaar plaats vinden. Er werd verteld, dat
-dit in pracht en praal alles overtreffen zou, want het werd gegeven
-ter eere van de verloving van Celia, het kleine prinsesje. Plotseling
-had de prins, zoo ging het gerucht, na eerst zijn dochter geslagen
-en zelf in een hevigen aanval van woede bijna een beroerte gekregen
-te hebben, toegegeven tegenover de kalme en zachte hardnekkigheid van
-het jonge meisje en toegestemd in haar huwlijk met luitenant Attilio,
-den zoon van minister Sacco; alle salons van Rome, zoowel de zwarte
-als de witte, waren er vol van.
-
-Weer werd graaf Prada vroolijk.
-
-"U zult iets schitterends zien, dat verzeker ik u. Ik ben erg blij
-voor mijn besten neef Attilio; hij is heusch een fatsoenlijke en
-charmante jongen. Voor geen geld ter wereld zou ik de entree van mijn
-waarden oom Sacco, die eindelijk de portefeuille van Landbouw gekregen
-heeft, in de oude salons der Buongiovanni's willen missen. Dat zal
-werkelijk iets buitengewoons zijn. Vanochtend heeft mijn vader, die
-alles ernstig opneemt, mij gezegd, dat hij er den heelen nacht niet
-van heeft kunnen slapen."
-
-Hij hield op, om dadelijk weer verder te gaan:
-
-"Luister eens, het is al half drie; u kunt geen trein krijgen voor
-vijf uur. Weet u wat u doen moest? Met mij naar Rome terugrijden!"
-
-Maar Pierre wilde daar niet van hooren.
-
-"Neen, neen, duizendmaal dank! Ik zou met mijn vriend Narcisse dineeren
-en mag niet te laat komen."
-
-"U zult niet te laat komen, integendeel! Wij rijden om drie uur af,
-dan zijn we voor vijven in Rome... Het is een prachtige rit met
-zonsondergang en ik verzeker u, dat die vandaag schitterend zal zijn."
-
-Hij drong zóó aan, dat de priester, door zooveel vriendelijkheid
-gewonnen, het voorstel wel moest aannemen. Zij praatten nog een uurtje
-gezellig over Rome, Italië en Frankrijk en liepen intusschen Frascati,
-waar de graaf nog een aannemer spreken wilde, even in. Toen het drie
-uur sloeg, reden zij eindelijk weg, naast elkaar zacht gewiegd op de
-kussens van de victoria, die in lichten draf door de twee paarden
-voortgetrokken werd. Inderdaad was deze terugrit naar Rome door de
-onmetelijke, kale Campagna onder den eindeloozen helderen hemel op
-dezen prachtigen herfstnamiddag verrukkelijk.
-
-Maar eerst moest de victoria in vollen draf tusschen wijngaarden en
-olijfboomboschjes de hellingen van Frascati afrijden. De bestrate
-weg kronkelde sterk en was heel stil: nauwlijks zag men hier en daar
-een boer met een vilten hoed, een witten muilezel, een met een ezel
-bespannen karretje; alleen 's Zondags was het vol in de kroegen en
-kwamen de handwerkslieden in de landhuisjes van den omtrek rustig
-hun geitenvleesch eten. Bij een kromming van den weg kwamen zij
-langs een monumentale fontein. Een groote kudde schapen belette de
-victoria een oogenblik verder te rijden. Op den achtergrond van de
-zachte golvingen der reusachtige rosachtige Campagna lag steeds het
-verre Rome in de violette avondnevels en scheen langzamerhand naar
-mate de victoria lager kwam, weg te zinken. Er kwam een oogenblik,
-dat het nog slechts een met den horizont evenwijdige, dunne, grijze
-streep vormde, die nauwlijks even wit gevlekt werd door de door de
-zon beschenen gevels. Dan verdween het in den grond, verdronk onder
-de deining der eindelooze velden.
-
-De victoria rolde nu door de vlakte en liet de Albaansche bergen
-achter zich, terwijl rechts en links en vooruit de zee van prairiën
-en stoppels begon. Dan boog de graaf zich wat voorover en riep:
-
-"Kijk, daar loopt onze man van vanochtend voor ons, Santobono in
-hoogst eigen persoon... Wat loopt die kerel, he? Mijn paarden zullen
-moeite hebben hem in te halen!"
-
-Op zijn beurt boog Pierre zich nu uit de victoria. Het was inderdaad
-de pastoor van S. Maria del Campi in zijn lange zwarte soutane, groot
-en knokig en grof gebouwd. In het fijne licht der blonde zon vormde
-hij een harde inktvlek. Aan zijn rechterarm hing iets; een voorwerp,
-dat zij moeilijk onderscheiden konden.
-
-Toen het rijtuig hem eindelijk ingehaald had, liet Prada den koetsier
-wat langzamer rijden, en knoopte een gesprek met den abbé aan.
-
-"Dag, abbé! Hoe gaat het?"
-
-"Heel goed, mijnheer de graaf. Dank u duizendmaal!"
-
-"Waar loopt u zoo dapper naar toe?"
-
-"Naar Rome, mijnheer de graaf!"
-
-"Wat, zoo laat nog naar Rome?"
-
-"O, ik ben er bijna even gauw als u. Ik zie niet op tegen een eindje
-loopen, en je spaart op die manier het reisgeld uit."
-
-Hij nam zijn passen wat grooter, zoodat hij het rijtuig bijhouden kon.
-
-"Wacht, hij zal ons aangenaam bezig houden," fluisterde Prada, die
-pleizier had in de ontmoeting, Pierre in.
-
-Dan luid:
-
-"Als u naar Rome gaat, kunt u net zoo goed instappen. Er is nog een
-plaatsje voor u."
-
-Santobono liet het zich geen tweemaal zeggen.
-
-"Heel graag, dank u duizendmaal... Dan verslijt ik gelijk mijn
-schoenen niet."
-
-Hij stapte in en ging op het klapbankje zitten, in een plotselinge
-opwelling van nederigheid de plaats, die Pierre hem beleefd naast den
-graaf aanbood, weigerend. Dezen hadden eindelijk in het voorwerp,
-dat hij droeg, een klein mandje met netjes naast elkaar gelegde en
-met bladeren bedekte vijgen herkend.
-
-De paarden hadden den draf weer aangenomen en vlug rolde het rijtuig
-over den mooien, vlakken weg.
-
-"Zoo, gaat u naar Rome?" vroeg de graaf weer, om den pastoor aan het
-praten te krijgen.
-
-"Ja, ik ga Zijne Eerwaarde Eminentie, kardinaal Boccanera, deze vijgen,
-de laatste van het seizoen, brengen. Dat heb ik hem indertijd beloofd."
-
-Hij had het mandje, dat hij als iets zeldzaams en breekbaars,
-voorzichtig tusschen zijn groote, knokige handen hield, op zijn
-knieën gezet.
-
-"O, de beroemde vijgen van uw vijgeboom! Dat is waar, zij zijn louter
-honig. Maar houd die mand toch niet op uw knieën. Geef maar hier,
-dan zet ik ze zoo lang in de kap."
-
-Maar hij verdedigde ze, wilde er absoluut niet van scheiden.
-
-"Duizendmaal dank, duizendmaal dank!... Die vijgen hinderen me
-heelemaal niet, zij staan hier heel goed; ik ben er tenminste nu
-zeker van, dat er niets mede gebeuren kan."
-
-Prada, die Pierre met zijn schouder een stootje gaf, had veel pleizier
-in dezen hartstocht van Santobono voor de vruchten van zijn tuin. Weer
-vroeg hij:
-
-"En houdt de kardinaal veel van uw vijgen?"
-
-"Ja, mijnheer de graaf, Zijne Eminentie is wel zoo goed ze heerlijk
-te vinden. Toen hij vroeger 's zomers in Frascati logeerde, wilde hij
-ze van geen anderen boom eten. U begrijpt wel, dat ik, nu ik eenmaal
-zijn smaak ken, hem graag een pleizier doe."
-
-Maar hij had een zoo scherpen blik op Pierre geworpen, dat de graaf
-zich verplicht gevoelde ze aan elkaar voor te stellen.
-
-"Mijnheer de abbé Froment logeert al een maand in den palazzo
-Boccanera."
-
-"Ik weet het, ik weet het!" zeide Santobono met de grootste kalmte. "Ik
-heb den abbé bij Zijne Eminentie gezien, toen ik de vorige maal vijgen
-bracht. Maar toen waren zij niet zoo rijp. Deze zijn prachtig."
-
-Hij wierp een liefdevollen blik op het mandje, dat hij nog steviger in
-zijn groote, met rosachtig haar bedekte vingers scheen te drukken. Er
-volgde een stilte. Dan vroeg, zonder eenigen overgang, heel plotseling
-Prada:
-
-"En is de paus al dood, mijnheer de pastoor?"
-
-Santobono schrok zelfs niet.
-
-"Ik hoop, dat Zijne Heiligheid nog vele dagen tot heil der Kerk leven
-zal," zeide hij eenvoudig.
-
-"Dan hebt u vanochtend zeker goede berichten gehoord bij uw bisschop,
-kardinaal Sanguinetti?"
-
-Ditmaal kon de pastoor een lichte rilling niet onderdrukken. Had men
-hem dan gezien? In zijn haast had hij 's ochtends de twee wandelaars,
-die achter hem geloopen hadden, niet eens opgemerkt.
-
-"O," antwoordde hij, zich dadelijk herstellend, "we weten nooit
-precies of de berichten goed of slecht zijn... Het schijnt, dat Zijne
-Heiligheid een vrij slechten nacht heeft gehad, en ik hoop vurig,
-dat de volgende beter zijn zal."
-
-Hij scheen even na te denken en voegde er dan aan toe:
-
-"Maar mocht God het oogenblik gekomen achten om Zijne Heiligheid tot
-zich te roepen, dan zou Hij zijn kudde niet zonder herder achterlaten,
-maar reeds den pontifex maximus van morgen aangewezen hebben."
-
-Dit antwoord scheen Prada nog vroolijker te maken.
-
-"U bent buitengewoon naïef, abbé... Gelooft u heusch, dat de pausen
-zoo door Gods genade ontstaan? De paus van morgen wordt boven benoemd,
-niet waar? En nou wacht hij heel kalm af! Ik voor mij dacht, dat ook
-de menschen zich er wel eens mede bemoeiden... Maar misschien weet
-u reeds wie de door de goddelijke genade vooruit gekozen paus is!"
-
-Hij ging met zijn goedkoope, ongeloovige grappen voort, die echter
-den priester volkomen kalm deden blijven. Hij begon zelfs te lachen,
-toen de graaf hem met een toespeling op den hartstocht, waarmede het
-speelzieke volk van Rome bij ieder conclave op den waarschijnlijk
-gekozene wedde, zeide, dat er voor hem een fortuin mede te winnen
-zou zijn, als hij het geheim van God kende. Dan spraken zij over
-de drie witte soutanes van verschillende grootte, die steeds in een
-kast van het Vaticaan hingen: zou men ditmaal de groote, de kleine
-of de middelste moeten gebruiken? Bij de minste ernstige ziekte van
-den regeerenden paus ontstond er een hevige opwinding, een opleven
-van alle eerzuchten, alle intriges, zoodat niet alleen in de zwarte
-kringen, maar in de geheele stad over niets anders gesproken, over
-niets anders gedacht werd dan over de kansen der kardinalen, die het
-meest in aanmerking kwamen. Aan voorspellingen omtrent den opvolger
-geen gebrek!
-
-"Nu u het weet, moet u mij beslist zeggen, wie het is!" begon Prada
-weer. "Is het kardinaal Moretta soms?"
-
-Ondanks zijn blijkbaren wil, om waardig en onpartijdig te blijven,
-zooals het een goed en vroom priester betaamt, wond Santobono zich
-langzamerhand op en liet hij zich door zijn hartstocht medesleepen. Dit
-uitvragen deed hem heelemaal zijn kalmte verliezen; hij kon zich niet
-meer inhouden.
-
-"Moretta, kom nou. Die is aan heel Europa verkocht!"
-
-"Kardinaal Bartolini dan?"
-
-"Hoe komt u er bij?... Bartolini! Die heeft zijn geheele leven niets
-anders gedaan dan willen en nooit iets krijgen!"
-
-"Dan zeker kardinaal Dozio?"
-
-"Dozio! Dozio! Wanneer Dozio paus werd, zou het met onze Heilige Kerk
-gedaan zijn, want er bestaat geen lagere en hoogere geest dan hij!"
-
-Prada haalde zijn schouders op, alsof hij nu geen ernstige candidaten
-meer kende. Hij schepte er een boosaardig genoegen in om kardinaal
-Sanguinetti, ongetwijfeld den candidaat van den pastoor, niet te
-noemen, om dezen nog meer op te winden. Dan scheen hij plotseling
-het ware getroffen te hebben en riep vroolijk:
-
-"Ha, nu ben ik er achter. Ik weet uw man... Kardinaal Boccanera!"
-
-Santobono was midden in zijn hart, in zijn wrok, in zijn patriotisch
-geloof getroffen. Reeds ging zijn vreeselijke mond open en wilde hij
-een krachtig: "Neen, neen!" roepen, maar het gelukte hem nog juist dien
-kreet in te houden; zwijgend hield hij op zijn knieën zijn geschenk,
-het kleine mandje vijgen, dat zijn handen tot brekens toe drukten;
-de krachtsinspanning, die hij zich getroosten moest, deed hem zóó
-beven, dat hij even wachten moest, voor hij kalm antwoorden kon:
-
-"Zijne eerwaarde Eminentie kardinaal Boccanera is een vroom man,
-die den troon zeker waardig is; alleen zou ik bang zijn, dat hij in
-zijn haat tegen ons nieuw Italië een oorlog zou brengen."
-
-Maar Prada wilde de wonde nog erger maken.
-
-"Maar dezen aanvaardt u tenminste toch! U houdt te veel van hem, om u
-niet over zijn kansen te verheugen. Ik geloof, dat we ditmaal dicht
-bij de waarheid zijn, want iedereen is overtuigd, dat het conclave
-geen anderen benoemen kan... Hij is heel lang, dus zal de groote
-witte soutane dienst moeten doen."
-
-"De groote soutane, de groote soutane," bromde Santobono onwillekeurig,
-"wanneer ten minste niet..."
-
-Hij voltooide zijn zin niet, was zijn hartstocht weer meester. Pierre,
-die zwijgend luisterde, was ten hoogste verwonderd, want hij herinnerde
-zich het gesprek, dat hij bij kardinaal Sanguinetti afgeluisterd
-had. Blijkbaar waren de vijgen slechts een voorwendsel, om in den
-palazzo Boccanera te komen, waar een vertrouwde, abbé Paparelli
-ongetwijfeld, alleen zekere inlichtingen geven kon aan zijn ouden
-kameraad. Maar welk een zelfbeheersching bezat deze geëxalteerde!
-
-De Campagna bleef aan beide zijden van den weg haar grasvlakten tot
-in het oneindige voortzetten; Prada, die ernstig geworden was en
-blijkbaar in gepeins was verzonken, keek ernaar, zonder echter iets
-te zien. Hardop zette hij zijn gepeins voort.
-
-"Ik weet natuurlijk, wat men zeggen zal, als hij ditmaal sterft... Die
-plotselinge ongesteldheid, die kolieken, dat geheimzinnige
-zwijgen... Ja, zeker, vergif, net als bij alle anderen."
-
-Pierre schrok heftig. De paus vergiftigd!
-
-"Wat, vergif? Alweer?" riep hij uit.
-
-Ontzet keek hij de twee anderen aan. Vergif als in de tijden der
-Borgia's, zooals in een romantisch drama! Het leek hem afschuwlijk
-en belachelijk tegelijk!
-
-Santobono, wiens gezicht onbeweeglijk en ondoordringbaar geworden was,
-antwoordde niet. Maar Prada schudde zijn hoofd en het gesprek ging
-nu nog slechts tusschen hem en den jongen priester.
-
-"Ja zeker, weer vergif... Te Rome is de vrees daarvoor nog steeds
-groot gebleven. Zoodra er voor een sterfgeval geen natuurlijke
-verklaring te geven is, zoodra dat wat plotseling of onder tragische
-omstandigheden plaats grijpt, is altijd de eerste gedachte, roept
-iedereen altijd eerst: "Vergif!" Voeg daarbij, dat er, voor zoover ik
-weet, geen enkele stad bestaat, waar zooveel plotselinge sterfgevallen
-voorkomen--waarom dat weet ik niet, koorts zegt men... Ja zeker,
-het vergif met zijn geheele legende, het vergif, dat doodt als een
-bliksemstraal en geen spoor achterlaat, het beroemde recept, dat van
-eeuw tot eeuw overgeleverd is--vanaf de keizers en de pausen tot in
-onze democratische dagen..."
-
-Toch glimlachte hij ten slotte zelf een weinig skeptisch over
-dezen heimelijken, uit ras en opvoeding voortvloeienden angst. De
-Romeinsche matronen wisten zich indertijd door het vergif van een
-rooden pad te bevrijden van haar echtgenooten of minnaars. Locusta [24]
-was praktischer en kookte een vergif van planten, waarschijnlijk den
-wolfswortel. Na de Borgia's verkocht Toffana te Napels in met het beeld
-van den Heiligen Nicolaas van Bari versierde fleschjes een beroemd
-water, waarvan het hoofdbestanddeel ongetwijfeld arsenicum was. Er
-liepen verhalen omtrent naalden met plotseling doodende steken,
-omtrent een beker wijn, dien men vergiftigde door er een roos in
-te ontbladeren, omtrent een snip, die met een geprepareerd mes in
-tweeën gesneden werd en waarvan de vergiftigde helft een der beide
-dischgenooten doodde.
-
-"Ik zelf heb in mijn jeugd een vriend gehad, wiens bruid op haar
-huwlijksdag in de kerk dood neergevallen is, alleen omdat zij aan
-een bouquet rook... Waarom zouden we dan niet gelooven, dat het
-beroemde recept werkelijk overgeleverd en aan eenige ingewijden bekend
-gebleven is."
-
-"Omdat de scheikunde te groote vorderingen gemaakt heeft," antwoordde
-Pierre. "De ouden geloofden alleen aan mysterieuse giffen, omdat zij
-alle middelen voor analyse misten. Tegenwoordig zou het vergif der
-Borgia's den onnoozele, die er zich van zou willen bedienen, regelrecht
-naar de rechtbank brengen. Het zijn allemaal bakerpraatjes en zelfs
-de eenvoudigste menschen dulden ze bijna niet meer in feuilletons."
-
-"Wat mij betreft," zeide de graaf met een verlegen glimlachje, "wil
-ik graag toegeven, dat u gelijk hebt. Maar zeg datzelfde bijvoorbeeld
-eens aan uw gastheer, kardinaal Boccanera, die een ouden, hartelijk
-geliefden vriend van hem, monsignor Gallo, in zijn armen gehouden
-heeft, toen hij verleden jaar binnen twee uren stierf."
-
-"Een beroerte kan in twee uur doodelijk zijn, een slagadergezwel
-zelfs in twee minuten."
-
-"Dat is zoo, maar vraag hem eens, wat hij bij de lange rillingen,
-het loodkleurige gelaat, de holle oogen, het door angst vertrokken
-gelaat, waarin hij zijn vriend niet meer herkende, gedacht heeft. Hij
-is er ten volle van overtuigd, dat monsignor Gallo vergiftigd is,
-omdat hij zijn vertrouweling was, zijn raadsman, wiens verstandige
-adviezen de overwinning waarborgden."
-
-Pierre's verbazing werd steeds grooter. Hij wendde zich direct tot
-Santobono, wiens irriteerende onbeweeglijkheid hem prikkelde.
-
-Geen spier van den priester bewoog. Hij hield zijn dikke, heftige
-lippen dicht op elkaar geklemd en wendde zijn donkere, vlammende
-oogen geen oogenblik af van Prada, die steeds meer voorbeelden gaf. En
-monsignor Nazzarelli dan, dien men verschrompeld en verkalkt als een
-stuk kool in zijn bed gevonden had. En monsignor Brando, die onder
-den Vesper in de sacristie, toen hij zijn priesterornaat nog aan had,
-dood tegen den grond geslagen was?
-
-"Ach, lieve God!" zuchtte Pierre, "u zult mij nog zooveel vertellen,
-dat ik ook bang word en niets anders dan zacht gekookte eieren in uw
-verschrikkelijk Rome zal durven eten!"
-
-Deze boutade wekte den graaf en hem even op. Maar waarlijk door hun
-gesprek rees een verschrikkelijk Rome voor hem op--de eeuwige stad
-van de misdaad, van den dolk en van het gif, de stad, waarin sedert
-meer dan twee duizend jaar, sedert den eersten steen van den muur,
-de begeerte naar macht, de woeste bezit- en genotzucht de handen
-gewapend, de straten met bloed gekleurd en slachtoffers in den Tiber of
-in de aarde geworpen had. Moorden en vergiftigingen onder de keizers,
-vergiftigingen en moorden onder de pausen--dezelfde vloed van gruwelen
-stuwde de dooden in de verheven glorie der zon over dezen tragischen
-bodem voort.
-
-"Hoe het zij," begon de graaf weer, "voorzichtig zijn kan nooit
-kwaad. Men zegt, dat meer dan één kardinaal beeft en wantrouwen
-koestert. Ik ken er een, die niets anders eet dan vleesch, dat zijn
-kok koopt en klaar maakt. En wanneer de paus bang is..."
-
-Weer ontsnapte Pierre een kreet van schrik.
-
-"Wat, de paus zelfs? Is de paus bang voor vergif?"
-
-"Zeker, mijn waarde abbé, men zegt het tenminste. Er zijn zeker dagen,
-waarop hij zich in de eerste plaats bedreigd waant. Weet u niet,
-dat in Rome het oude geloof heerscht, dat een paus niet te oud mag
-worden en men hem, wanneer hij met alle geweld niet op tijd sterven
-wil, daarbij wat helpt? Zoodra een paus kindsch wordt en door zijn
-ouderdomszwakte een hinderpaal, ja zelfs een gevaar wordt voor de Kerk,
-is zijn plaats in den hemel. Maar alles gaat heel kalm in zijn werk;
-de minste verkoudheid is een goed voorwendsel, dat hij niet langer
-op den troon van den Heiligen Petrus zit."
-
-Hij gaf er nog interessante bijzonderheden bij ten beste. Zoo zeide
-men, dat een prelaat, die den angst van Zijne Heiligheid wat wilde
-kalmeeren, een geheel stelsel van voorzorgsmaatregelen uitgedacht had,
-o. a. een klein, geheel afgesloten en gegrendeld wagentje voor de voor
-de pauselijke tafel bestemde levensmiddelen. Maar met dit wagentje
-is het bij het plan gebleven.
-
-"En dan, je moet toch eenmaal sterven," besloot hij lachend, "vooral
-wanneer het voor het heil der Kerk is... Niet waar, abbé?"
-
-Sedert een oogenblik had Santobono, nog steeds even onbeweeglijk,
-zijn blikken neergeslagen, als keek hij eindeloos naar het kleine
-mandje vijgen, dat hij even voorzichtig als een Heilig Sacrament op
-zijn knieën hield. Nu hij zoo direct in het gesprek betrokken werd,
-moest hij wel opkijken. Maar hij liet zijn diep zwijgen niet varen,
-knikte slechts toestemmend.
-
-"Alleen God en niet het vergif doet de menschen sterven, niet waar
-abbé?... Men zegt, dat dat de laatste woorden van monsignor Gallo
-geweest zijn, toen hij in de armen van zijn vriend, kardinaal
-Boccanera, den laatsten adem uitblies."
-
-Weer knikte Santobono zonder een woord te zeggen toestemmend. Alle
-drie vervielen in een zwijgend nadenken.
-
-"Matteo," riep eindelijk Prada tegen zijn koetsier, "houd even stil
-bij de Osteria Romana."
-
-Dan tot de beide priesters:
-
-"Ik verzoek u mij even te excuseeren, ik wou even zien, of ik versche
-eieren voor mijn vader kan krijgen. Daar is hij zoo dol op."
-
-Op de aangegeven plaats hield het rijtuig stil. Vlak aan den rand
-van den weg stond een soort primitieve herberg met den welluidenden
-en trotschen naam: Antica Osteria Romana. Het was een eenvoudige
-pleisterplaats voor karrenvoerders, waar zich alleen jagers waagden,
-die er een flesch witten wijn drinken en een ommelette met ham eten
-gingen. Toch kwam het kleine volk van Rome 's Zondags meermalen
-daarheen, om zich wat te vermaken. Maar door de week verliepen er
-in de reusachtige, kale campagna dagen, zonder dat er een levende
-ziel binnenkwam.
-
-Reeds sprong de graaf lenig uit het rijtuig en zeide:
-
-"Binnen een minuut ben ik weer terug."
-
-De osteria bestond slechts uit een lang, laag gebouw van één
-verdieping, die men langs een uit groote steenen gemaakte en door de
-zon verbrande buitentrap bereiken kon. Het geheele gebouw was verweerd
-en had de kleur van oud goud. Op den rez-de-chaussée bevonden zich
-een gelagkamer, een remise, een stal en loodsen. Aan de eene zijde
-was naast een boschje piniepijnen--de eenige boom, die op dezen
-onvruchtbaren bodem groeit--een priëel, waaronder vijf of zes houten,
-met een bijl vierkant gehakte tafeltjes stonden. Daarachter verhief
-zich, als ware het de achtergrond van dit armzalige en droefgeestige
-brok leven, een brokstuk van een oude waterleiding, welker open en
-half ingevallen bogen het eenige was, dat de vlakke lijn van den
-grenzenloozen horizont doorsneed.
-
-Maar de graaf kwam dadelijk terug.
-
-"Zeg eens, abbé, ik mag u zeker wel een glas witten wijn offreeren! Ik
-weet, dat u zelf een beetje wijnbouwer bent, en hier is een wijntje,
-dat men kennen moet."
-
-Santobono liet het zich geen tweemaal zeggen en stapte op zijn
-beurt uit.
-
-"Ik ken het, ik ken het. Het is een Marinowijntje, dat op een nog
-magerder bodem verbouwd wordt dan bij ons in Frascati."
-
-Toen hij zijn mandje vijgen mede wilde nemen, werd de graaf ongeduldig.
-
-"Laat dat ding toch in het rijtuig staan. Wat hebt u daar hier mee
-noodig?"
-
-De pastoor antwoordde niet, maar liep verder, terwijl Pierre, die
-graag zoo'n osteria, een van die volksherbergen, waarover hij zoo
-dikwijls had hooren praten, wilde zien, eveneens uitstapte.
-
-Prada was er bekend. Dadelijk vertoonde zich een oude, groote
-uitgedroogde vrouw, ondanks haar armoedige rok een koninklijke
-verschijning. De laatste maal had zij een half dozijn versche eieren
-gevonden; ook nu zou zij kijken, zij kon echter niets beloven, want
-zij wist het nooit, de kippen legden nu hier, dan daar.
-
-"Goed, goed, ga maar eens zoeken en laat in dien tusschentijd een
-flesch wijn brengen."
-
-Alle drie gingen zij de gelagkamer binnen. Het was er reeds heelemaal
-donker. Hoewel het warme seizoen reeds voorbij was, hoorden zij op
-den drempel reeds het gegons van een zwerm vliegen. Een scherpe geur
-van zuren wijn en ranzige olie sloeg hun op de keel. Zoodra hun oogen
-wat aan het donker gewend waren, konden zij het ruime, zwart geworden
-en door stank verpeste vertrek zien, waarin niets dan grove stoelen en
-tafels van nauwlijks geschaafd hout stonden. Het scheen heelemaal leeg,
-zoo stil was het er, uitgezonderd het gegons der vliegen. Toch zaten
-er twee mannen, onbeweeglijk en zwijgend, voor hun volle glazen. Op
-een lagen stoel dicht bij de deur rilde in het weinigje daglicht,
-dat erdoor binnenviel, de dochter des huizes van koorts, een mager,
-geel, jong meisje, haar twee handen samengedrukt op haar knieën.
-
-De graaf, die merkte, dat Pierre zich onbehaaglijk gevoelde, stelde
-voor den wijn buiten te laten brengen.
-
-"Het zal daar veel lekkerder zijn, het is zacht weer."
-
-Daar de moeder naar de eieren zocht en de vader in een loods een wiel
-aan het repareeren was, moest het van koorts rillende meisje opstaan,
-om de flesch wijn en de drie glazen in het priëel te brengen. Zij
-stak de zes centesimi voor de flesch in haar zak en ging dan, zonder
-een woord te zeggen, met een knorrig gezicht, omdat zij zoo'n tocht
-had moeten maken, naar haar plaats terug.
-
-Toen zij plaats genomen hadden, vulde Prada vroolijk de glazen
-ondanks het verzoek van Pierre, die zeide, dat hij wijn tusschen twee
-maaltijden in niet verdragen kon.
-
-"Kom, kom, u wilt toch wel even met me klinken! Het is een heerlijk
-wijntje, niet waar, abbé?... Nu dan, op de gezondheid van den paus,
-omdat hij ziek is."
-
-Santobono ledigde zijn glas in één teug en smakte met zijn tong. Hij
-had het mandje vijgen heel voorzichtig naast zich op den grond gezet,
-nam zijn hoed af en haalde diep adem. Het was werkelijk een prachtige
-avond, een zeldzaam heldere, lichtgouden hemel boven die eindelooze
-zee der Campagna, die op het punt stond in verheven rust en vrede in te
-sluimeren. Het zachte windje, welks ademtocht te midden van de groote
-stilte langs hen streek, geurde heerlijk naar kruiden en veldbloemen.
-
-"Lieve God, wat is het hier heerlijk!" prevelde Pierre betooverd. "Welk
-een woestijn van eeuwige rust, waarin men de verdere wereld vergeet."
-
-Maar Prada, die de flesch in het glas van den pastoor leeggeschonken
-had, vermaakte zich, zonder een woord te zeggen, met een tooneeltje,
-dat hij in den beginne alleen scheen op te merken. Hij gaf den jongen
-priester een knipoogje en van dat oogenblik af volgden beiden de
-dramatische ontwikkelingen ervan. In het roodachtige gras om hen heen
-waren een paar kippen aan het zoeken naar sprinkhanen. Nu had een van
-die kippen, een klein, zwart, fijn glanzend, heel brutaal hennetje,
-het mandje vijgen op den grond zien staan en ging er parmantig
-op af. Toen het er dicht bij was, werd het echter bang en schrok
-terug. Het rekte zijn hals uit, keerde zijn kop om en keek er met
-zijn rond oogje naar. Eindelijk behaalde zijn hebzucht de overhand,
-en daar er een vijg tusschen twee blaadjes uitstak, kwam het kalm
-dichter bij en lichtte daarbij zijn pooten hoog op; dan stak het
-plotseling zijn bek door de vijg, zoodat het sap eruit liep.
-
-Prada, die pleizier had als een kind, kon zijn lachen nu niet meer
-bedwingen.
-
-"Pas op uw vijgen, abbé!"
-
-Santobono had juist met in zalige verrukking naar den hemel starende
-oogen zijn tweede glas uitgedronken. Hij sprong op, keek rond en
-begreep alles toen hij de kip zag. Er volgde een uitbarsting van
-woede: heftige gebaren, verschrikkelijke scheldwoorden. Maar de kip
-liet de vijg niet los en stormde er met klappende vleugels zoo vlug en
-komisch mede weg, dat Prada en ook Pierre zich tranen lachten ondanks
-de machtelooze woede van Santobono, die het dier een oogenblik met
-dreigende vuist naliep.
-
-"Dat komt er nu van, dat u het mandje niet in het rijtuig hebt laten
-staan," zeide de graaf. "Als ik u niet gewaarschuwd had, zou de kip
-alles opgegeten hebben."
-
-Zonder iets te antwoorden en nog steeds binnensmonds verwenschingen
-prevelend, had de pastoor het mandje op de tafel gezet; dan lichtte
-hij de bladeren op en legde de overige vijgen handig zóó, dat het
-gat gevuld werd. Toen de blaadjes weer op hun plaats lagen en de ramp
-hersteld was, kalmeerde hij wat.
-
-Het was tijd, om weer weg te gaan, de zon was vlak aan den horizont
-en de avond viel. De graaf werd dan ook ongeduldig.
-
-"Nu, waar blijven de eieren?"
-
-Daar hij de vrouw niet terug zag komen, ging hij haar zoeken. Eerst
-liep hij den stal binnen, dan de remise. De vrouw was er
-niet. Vervolgens liep hij achter het huis om, om in loodsen te
-kijken. Iets onverwachts deed hem plotseling als aan den grond genageld
-staan. Op den grond lag de kleine zwarte kip dood. Aan haar snavel
-zag men slechts een dun, violet bloedstroompje, dat nog steeds vloeide.
-
-Eerst was hij slechts verwonderd. Dan bukte hij zich, om het diertje
-te betasten. De kip was warm, soepel en slap als een lap. Zeker een
-beroerte. Doch onmiddellijk daarop werd hij doodsbleek: de waarheid
-flitste voor hem op en verstijfde hem. Als in een bliksemstraal
-rees de zieke Leo XIII voor hem op--dan Santobono, zooals hij naar
-kardinaal Sanguinetti vloog, om het laatste nieuws te hooren, en nu
-naar Rome ging, om kardinaal Boccanera dat mandje vijgen ten geschenke
-te geven. En hij herinnerde zich het gesprek in het rijtuig over den
-eventueelen dood van den paus, over de mogelijke candidaten van de
-tiara, over de legendarische vergiftigingsverhalen, die de omgeving
-van het Vaticaan nog angst aanjoegen; hij zag den pastoor weer voor
-zich met zijn mandje, dat hij vol vaderlijke zorg op zijn knieën hield;
-hij zag de kleine, zwarte kip weer voor zich, die in het mandje pikte
-en zich met een vijg uit de voeten maakte. En het kleine hennetje
-lag daar dood.
-
-Zijn overtuiging stond onmiddellijk onwankelbaar vast. Maar hij had
-zelfs den tijd niet om zich af te vragen wat hij doen moest, want
-een stem achter hem riep:
-
-"Daar ligt het kleine kippetje. Wat heeft het dier?"
-
-Het was Pierre; hij had Santobono weer laten instappen en was zelf
-het huis omgeloopen om het brokstuk van de tusschen de piniepijnen
-ingevallen waterleiding van dichterbij te zien.
-
-Bevend, alsof hij zelf de schuldige was, antwoordde Prada, toegevend
-aan zijn instinct, met een niet vooruit bedachte leugen:
-
-"Het is dood... Stel u voor, het is een heele vechtpartij geweest. Toen
-ik hier kwam, vloog die kip daar op deze aan, om de vijg, die zij nog
-in haar bek had, te krijgen, en heeft haar toen met een stoot van zijn
-snavel de hersens ingeslagen... Kijk maar, het bloed stroomt eruit."
-
-Waarom zeide hij dat alles? Hij verwonderde er zich zelf over, terwijl
-hij die dingen verzon. Wilde hij meester van den toestand blijven,
-niemand in zijn vertrouwen nemen, ten einde te kunnen handelen,
-zooals hij zelf wilde? Hij deed het zoowel uit een gevoel van
-schaamte tegenover een vreemdeling, als uit een persoonlijke neiging
-voor gewelddaden, die bij zijn verontwaardiging als fatsoenlijk man
-toch iets als bewondering voegde, als uit een onbewusten drang om
-de zaak uit een oogpunt van zijn persoonlijk belang te overwegen,
-alvorens een besluit te nemen. Een eerlijk, fatsoenlijk man was hij,
-hij zou zeker niet toelaten, dat men de menschen vergiftigde.
-
-Pierre, die steeds vol medelijden met dieren was, keek naar de hen
-met de ontroering, die iedere plotselinge wegneming van het leven in
-hem wekte. Hij twijfelde geen oogenblik.
-
-"Ja, die kippen zijn onderling zoo wreed, als menschen bijna niet
-kunnen zijn. Ik had thuis een heel groot hoenderhok, en geen kip
-daarvan kan een wondje aan haar poot hebben of de andere beginnen,
-zoodra zij een droppel bloed zien, op haar te pikken, totdat er niets
-meer dan beenderen over zijn."
-
-Prada verwijderde zich onmiddellijk. De vrouw was juist ook naar hem
-aan het zoeken, om hem de vier eieren, die zij met groote moeite in
-een paar hoekjes en gaatjes gevonden had, te geven. Hij betaalde gauw
-en riep Pierre:
-
-"We moeten ons haasten, anders kunnen we niet in Rome terug zijn voor
-het heelemaal donker is."
-
-In het rijtuig zat Santobono kalm te wachten. Hij had zijn oude
-plaatsje op het klapbankje weer ingenomen, leunde met zijn rug tegen
-de bok, had zijn groote beenen onder zich getrokken en hield weer
-dat kleine mandje vijgen, dat hij met zijn knokige handen als iets
-zeldzaams en breekbaars, dat door den minsten schok beschadigd kon
-worden, op zijn knieën. Zijn soutane vormde een groote, zwarte vlek. In
-zijn ruw, aardkleurig gezicht--het gezicht van een boer, die steeds
-met den woesten bodem in aanraking is gebleven en door de paar jaar
-theologische studiën maar weinig ontbolsterd is--schenen alleen zijn
-oogen, die met een donkere, verterende vlam van hartstocht gloeiden,
-te leven.
-
-Toen Prada hem daar zoo kalm en vierkant zitten zag, doorrilde hem een
-kleine huivering. Zoodra de victoria weer voortrolde op den rechten,
-eindeloozen weg, zeide hij: "Nu, abbé, dat is een glas wijn, dat ons
-tegen de ongezonde lucht beschermen zal. Als de paus net zoo doen
-kon als wij, zou hij gauw van zijn kolieken genezen zijn."
-
-Als eenig antwoord liet Santobono een dof gemompel hooren. Hij wilde
-niet meer spreken en sloot zich, als door den langzaam naderenden avond
-overmand, in een volkomen zwijgen op. Prada zweeg eveneens, terwijl hij
-zijn blikken op hem gericht hield en zich afvroeg, wat hij doen moest.
-
-Links van hen ging de zon prachtig onder. Pierre kon er zijn blikken
-niet aan verzadigen en gaf zich geheel aan het schitterende schouwspel
-over.
-
-En in het peinzend zwijgen van zijn twee reisgenooten bleef Prada
-zich afvragen, wat hij doen moest. Hij had zijn blikken niet af
-van Santobono; het gezicht van den priester was langzamerhand in
-duisternis gehuld, maar hij zat uiterst kalm op zijn bankje en liet
-zijn groot lichaam door de victoria wiegen. Hij herhaalde bij zichzelf,
-dat hij de menschen niet zoo kon laten vergiftigen. De vijgen waren
-ongetwijfeld bestemd voor kardinaal Boccanera, en in den grond der
-zaak liet een kardinaal meer of minder, een mogelijke paus, wiens
-toekomstige historische werkzaamheid niet te voorspellen was, hem
-vrij koud. Bij zijn wreede veroveraarsbegrippen en geheel opgaande
-in den strijd om het bestaan, had hij het altijd het beste gevonden
-het noodlot zijn gang te laten gaan; en afgezien daarvan zag hij er
-absoluut geen kwaad in, wanneer de eene priester den anderen opvrat,
-integendeel dat was een aangename prikkeling voor zijn atheïsme. Hij
-overwoog ook, dat het gevaarlijk zijn kon zich in die afschuwelijke
-zaak, in die gemeene, verdachte en ondoorgrondelijke intriges van
-de zwarte kringen te mengen. Maar kardinaal Boccanera woonde niet
-alleen in het paleis: de vijgen konden aan een verkeerd adres bezorgd,
-bij andere personen komen, die men niet treffen wilde.
-
-Dit denkbeeld aan een noodlottig zich vergissend toeval liet hem niet
-meer los, vervolgde hem. En zonder dat hij er zijn gedachte bij wilde
-bepalen, rezen de gezichten van Benedetta en Dario voor hem op, kwamen
-steeds weer terug, ondanks zijn poging om ze niet te zien, drongen
-zich aan hem op. Als Benedetta, als Dario die vruchten aten? De
-gedachte aan Benedetta kon hij onmiddellijk ter zijde schuiven,
-want hij wist, dat zij afzonderlijk met haar tante at en het eten
-niet uit dezelfde keuken kwam. Maar Dario dejeuneerde dagelijks met
-zijn oom. Een oogenblik zag hij Dario voor zich, aangegrepen door een
-kramp en evenals monsignor Gallo met een aschgrauw gezicht en holle
-oogen binnen twee uur stervend in de armen van den kardinaal.
-
-Neen, neen, dat was afschuwlijk, hij kon een dergelijke gewelddaad
-niet toelaten. Zijn besluit was nu genomen. Hij zou wachten, tot de
-avond heelemaal gevallen was, dan heel eenvoudig het mandje van de
-knieën van den priester nemen en het, zonder een woord te zeggen,
-in het een of ander donker gat gooien. De pastoor zou het dan wel
-begrijpen. De andere, de jonge priester, zou het misschien niet eens
-merken. Trouwens dat kwam er minder op aan, want hij was vastbesloten
-geen uitleg van zijn handeling te geven. En hij voelde zich heelemaal
-gerust gesteld, toen hij op het denkbeeld kwam het mandje weg te
-werpen, wanneer zij onder de Porta Furba, op enkele kilometers voor
-Rome, zouden doorrijden. In de donkerte van de poort zou dat heel
-goed gaan; zou men niets kunnen zien.
-
-"We hebben ons verlaat en zullen niet voor zes uur in Rome zijn,"
-zeide hij tot Pierre. "Maar u zult nog tijd genoeg hebben om u te
-verkleeden en uw vriend op te zoeken."
-
-Dan richtte hij zich, zonder een antwoord af te wachten, tot Santobono.
-
-"Uw vijgen zullen wel laat komen."
-
-"O," antwoordde de pastoor; "Zijne Eminentie ontvangt tot acht uur. En
-bovendien de vijgen zijn niet voor vanavond. 's Avonds eet je geen
-vijgen. Ze zijn voor morgenochtend."
-
-Hij viel weer in zijn stilte terug en sprak niet meer.
-
-"Voor morgenochtend, ja, ja, dat spreekt!" herhaalde Prada. "Het
-zal een heele traktatie voor hem zijn, vooral als niemand met hem
-mede eet."
-
-Onbezonnen vertelde Pierre nu iets, dat hij wist.
-
-"Dat zal zeker wel het geval zijn, want zijn neef, prins Dario, zou
-vandaag naar Napels gaan--een klein herstellingsreisje na het ongeval,
-dat hem een maand te bed gehouden heeft."
-
-Plotseling bedacht hij tegen wien hij sprak, en zweeg. Maar de graaf
-had zijn verlegenheid opgemerkt.
-
-"Kom, kom, mijn waarde heer Froment, u kwetst mij heelemaal niet. Dat
-is al zoo'n oude geschiedenis... Zoo, is de jonge man vertrokken?"
-
-"Ja, als hij tenminste zijn reisje niet uitgesteld heeft. Maar ik
-geloof niet, dat ik hem nog in het paleis vinden zal."
-
-Gedurende een oogenblik hoorde men weer niets dan het voortdurende
-rollen der wielen. Prada zweeg; hij werd weer door onrust, door
-het onaangename gevoel, dat hij niet wist, wat hij doen moest,
-aangegrepen. Waarin wilde hij zich mengen, nu Dario er toch niet
-was. Al die overwegingen vermoeiden hem en ten slotte dacht hij hardop:
-
-"Als hij werkelijk naar Napels is, dan heeft hij dat uit convenance
-gedaan, om vanavond niet aanwezig behoeven te zijn op het feest der
-Buongiovanni's, want vanochtend heeft de Conciliecongregatie vergaderd,
-om definitief uitspraak te doen in het proces, dat de gravin mij
-aangedaan heeft... Ja ik zal dadelijk hooren, of de nietigverklaring
-van ons huwlijk door den Heiligen Vader geteekend zal worden."
-
-Zijn stem was wat heesch geworden; men voelde, dat de oude wond
-weer openging en bloedde--de wond, welke aan zijn mannentrots
-was toegebracht door deze vrouw, die de zijne was en zich aan hem
-geweigerd had, om haar maagdelijkheid voor een ander te bewaren. Het
-gaf niet, of zijn vriendin Lisbeth hem een kind geschonken had; de
-beschuldiging van impotentie, die beschimping van zijn manlijkheid
-herleefde steeds weer en deed zijn hart opzwellen van blinde woede. Een
-heftige plotselinge rilling doorhuiverde hem, als had een ijskoude
-wind over zijn lichaam geblazen, en, het gesprek een andere wending
-gevend, voegde hij eraan toe:
-
-"Het is heelemaal niet warm vanavond... Dit is het slechtste uur
-voor Rome, het uur na zonsondergang, waarin men heel makkelijk een
-flinke koorts kan oploopen, als men niet voorzichtig is... Trek de
-deken over uw voeten; pak u maar goed in."
-
-Dan ontstond, terwijl zij de Porta Furba naderden, weer een
-stilte, maar nu nog drukkender dan zooeven; zij geleek op den
-onbedwingbaren slaap, die de door den nacht overmande Campagna deed
-insluimeren. Eindelijk werd in het licht der heldere sterren de
-poort zichtbaar; het was niet meer dan een boog van de Acqua Felice,
-waaronder de straatweg doorliep. Uit de verte was het, alsof dat
-waterleiding-brokstuk met zijn reusachtige massa's oude, halfingevallen
-muren den weg trachtte te versperren. Dan echter vertoonde de groote,
-geheel met schaduw gevulde boog zich als een gapende poort, en de
-wagen reed er in volle duisternis met luider wielengeratel onder door.
-
-Toen zij aan den anderen kant waren, had Santobono nog steeds het
-mandje vijgen op zijn knieën; Prada keek hem verstoord aan en vroeg
-zich af tengevolge van welke plotselinge verlamming van zijn handen hij
-het mandje niet weggenomen en in het donker geslingerd had. Hij was er,
-alvorens onder het gewelf door te gaan, nog zoo vast toe besloten. Hij
-had er nog naar gekeken, om de beweging, die hij zou moeten maken,
-te berekenen. Wat had er in hem plaats gegrepen? Hij voelde zich ten
-prooi aan een steeds grooter wordende besluiteloosheid, dat hij niet
-in staat meer was, iets beslist te willen, daar hij in de onbewuste
-gedachte om voor alles zichzelf geheel te bevredigen, als het ware
-gedrongen werd om te wachten. Waarom zou hij zich haasten, nu Dario
-ongetwijfeld weg was en de vijgen toch zeker niet vóór den volgenden
-dag gegeten zouden worden? Dienzelfden avond nog zou hij hooren of de
-Conciliecongregatie zijn huwlijk nietig verklaard had, zou hij weten
-in hoeverre de gerechtigheid Gods te koop en leugenachtig was. Zeker,
-hij zou niemand laten vergiftigen, zelfs kardinaal Boccanera niet,
-wiens leven hem per slot van rekening toch volkomen koud liet. Maar
-was sedert hun vertrek uit Frascati dat kleine mandje als het ware
-niet het voortschrijdend noodlot? Gaf hij niet toe aan een genieten
-van onbeperkte macht, terwijl hij tegen zichzelf zeide, dat hij er
-heer en meester van was om het tegen te houden of het zijn doodelijk
-werk tot het einde toe te laten volbrengen? Bovendien ging hij geheel
-op in de geheimzinnigste van alle strijden; hij zocht niet meer
-naar redenen, zijn handen waren zóó gebonden, dat hij niet anders
-kon. Voor zichzelf vast besloten, dat hij, alvorens naar bed te gaan,
-een waarschuwingsbrief zou werpen in de brievenbus van het paleis,
-voelde hij zich toch gelukkig bij de gedachte, dat hij het niet zou
-doen, indien hij er belang bij hebben zou het niet te doen.
-
-Het laatste gedeelte van den rit werd te midden van die drukkende
-stilte, te midden van de avondrillingen, die de drie mannen verstijfd
-schenen te hebben, afgelegd. Tevergeefs begon de graaf, om aan den
-onderlingen strijd van zijn gedachten te ontkomen, weer over het
-groote feest bij de Buongiovanni's, vertelde bijzonderheden, beschreef
-de pracht, die men aanschouwen zou: zijn woorden klonken moeilijk,
-verlegen, verstrooid. Dan trachtte hij Pierre te troosten, hem moed
-in te spreken, door nogmaals over den vriendelijken, met beloften zoo
-kwistigen kardinaal Sanguinetti te beginnen; maar hoewel de priester
-heel gelukkig naar Rome terugkeerde in de gedachte, dat zijn boek nog
-niet veroordeeld was en hij, indien men hem hielp, misschien nog zou
-overwinnen, antwoordde hij toch nauwelijks, geheel als hij opging in
-zijn overpeinzingen. Santobono sprak niet, bewoog zich niet, was als
-verdwenen, zwart in den zwarten nacht.
-
-De lichten van Rome vermenigvuldigden zich; rechts en links verschenen
-weer huizen, eerst op groote afstanden van elkander, dan dichter
-opeen gebouwd. Het was de voorstad, in den beginne nog stoppelvelden,
-dan mooie hagen, olijfboomen, welker toppen boven de hooge tuinmuren
-uitstaken, groote gevels met door vazen gekroonde zuilen en eindelijk
-de stad met haar rijen kleine, grijze huizen, armzalige winkels,
-verdachte kroegen, waaruit dikwijls geschreeuw en twistlawaai opsteeg.
-
-Prada wilde met alle geweld zijn reisgenooten naar de Via Giulia,
-tot vijftig meter van het paleis, brengen.
-
-"Het is voor mij volstrekt geen last, werkelijk niet... U kunt heusch
-niet te voet gaan, nu u zoo'n haast hebt!"
-
-Reeds sliep de Via Giulia in haar honderdjarigen vrede; zij lag daar
-volkomen eenzaam met haar dubbele rij lantaarns, in de zwaarmoedigheid
-van haar verlatenheid. Toen Santobono uitgestapt was, wachtte hij
-niet op Pierre, die trouwens steeds van de kleine, in het steegje
-uitkomende trapje gebruik maakte.
-
-"Tot ziens, abbé!"
-
-"Tot ziens, mijnheer de graaf! Duizendmaal dank!"
-
-Zij konden hem met hun blik volgen tot den palazzo Boccanera, waarvan
-de oude monumentale poort nog wijd open stond. Even zagen zij zijn
-hooge gestalte die schaduw versperren. Dan ging hij met zijn klein
-mandje naar binnen. Hij droeg het noodlot.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWAALFDE HOOFDSTUK
-
-
-Het was tien uur, toen Pierre en Narcisse, die in het Café de Rome
-gedineerd en daarna in een lang gesprek hun tijd verpraat hadden,
-zich te voet naar den palazzo Buongiovanni op den Corso begaven. Het
-kostte hun veel moeite de deur te bereiken. De rijtuigen reden in
-een dichte file aan en de menigte nieuwsgierigen, die ondanks de
-aanwezigheid van de politie staan bleven en den rijweg in beslag
-namen, werd zóó dicht, dat de paarden bijna niet meer vooruit komen
-konden. Uit de tien hooge vensters der eerste verdieping van den
-langen monumentalen vleugel stroomde een zee van licht, een groot
-wit licht, het daglicht van de electrische lampen, die de straat,
-de in den menschenstroom als vastgeplakte equipages, de deining der
-opgewonden menschen te midden van een tumult van kreten en gebaren
-als met een zonneglans bestraalden.
-
-Het was niet de gewone nieuwsgierigheid, om uniformen en
-rijk-getoiletteerde dames uit de rijtuigen te zien stappen; Pierre
-hoorde al heel gauw, dat deze menigte op de komst van den koning en
-de koningin wachtte, die beloofd hadden te zullen verschijnen op het
-gala-bal, dat prins Buongiovanni gaf ter eere van de verloving van
-zijn dochter Celia met luitenant Attilio Sacco, den zoon van een der
-ministers van Zijne Majesteit. Bovendien was dit huwlijk de gelukkige
-ontknooping van een liefdesgeschiedenis, die de geheele stad in een
-hartstochtelijke opwinding bracht; het verhaal van den bliksemstraal
-der liefde, het jonge knappe paar, de standvastige, alle hinderpalen
-overwinnende trouw onder romantische omstandigheden ging van mond
-tot mond, bracht in aller oogen een traan, deed aller harten kloppen.
-
-Dit verhaal had Narcisse aan het dessert verteld aan Pierre, die
-het gedeeltelijk kende. Men verzekerde, dat de prins na een laatste
-vreeselijke scène eindelijk slechts toegegeven had, omdat hij bang was
-anders Celia op een goeden avond aan den arm van haar geliefde het
-paleis te zullen zien verlaten. Niet, dat zij hem daarmede gedreigd
-had, maar in haar maagdelijk-onwetende kalmte lag zulk een minachting
-voor alles, wat niet haar liefde was, dat hij haar ertoe in staat
-achtte in alle naïeveteit de ergste dwaasheden te begaan. De prinses,
-zijn vrouw, een flegmatieke, nog knappe Engelsche, was geheel neutraal
-gebleven; zij meende genoeg voor het huis gedaan te hebben, door haar
-man een bruidsschat van vijf millioen en vijf kinderen te schenken.
-
-De prins, bang en zwak ondanks al zijn heftigheid, waarin het oude,
-reeds door zijn vermenging met een vreemd ras bedorven Romeinsche bloed
-terug te vinden was, handelde nog slechts uit vrees, zijn tot dusverre
-te midden van de opgehoopte ruïnes van het patriciaat intact gebleven
-huis en vermogen ineen te zien storten; en toen hij ten slotte toegaf,
-had hij hoogstwaarschijnlijk gehoorzaamd aan het denkbeeld, dat hij
-door zijn dochter vasten voet zou kunnen krijgen op het Quirinaal,
-zonder zich daardoor van het Vaticaan terug te trekken. Ongetwijfeld
-was het een brandende smaad, zijn trots bloedde onder die toenadering
-tot de Sacco's, menschen van niets.
-
-Maar Sacco was minister; het eene succes was zoo snel gevolgd op
-het andere, dat hij op weg scheen nog hooger te stijgen en na de
-portefeuille van Landbouw die van Financiën, waarnaar hij reeds lang
-gestreefd had, te veroveren. Met hem kon men zeker zijn van de gunst
-des konings en van een veiligen terugtocht naar dien kant, wanneer het
-pausdom eens ten onder mocht gaan. Bovendien had de prins inlichtingen
-ingewonnen omtrent den zoon en hij voelde zich eenigszins ontwapend
-tegenover dezen zoo knappen, dapperen en rechtschapen Attilio, die
-de toekomst, misschien het glorierijke Italië van morgen was.
-
-Hij was soldaat, men zou hem tot de hoogste rangen kunnen
-pousseeren. En de boosaardige wereld voegde eraan toe, dat de laatste
-reden, welke den prins, die heel gierig was, en tot zijn wanhoop
-zijn vermogen onder zijn vijf kinderen zou moeten verbrokkelen,
-tot toegeven noopte, de gelukkige omstandigheid was, dat hij Celia
-een belachelijk kleinen bruidsschat kon medegeven. Nu hij eenmaal
-zijn toestemming tot het huwlijk gegeven had, wilde hij de verloving
-vieren met een schitterend feest, zooals er te Rome maar weinig gegeven
-werden. De deuren zouden voor ieder openstaan, het koninklijk echtpaar
-uitgenoodigd worden, het paleis stralen als in de roemrijke dagen van
-vroeger. Ook al zou het hem iets van zijn geld kosten, dat hij zoo
-grimmig verdedigde, hij wilde uit bravoure bewijzen, dat hij niet
-overwonnen was en dat de Buongiovanni's niets te verbergen hadden,
-zich voor niets behoefden schamen.
-
-De waarheid echter was, dat deze bravoure niet van hem kwam, doch hem,
-zonder dat hij het zich bewust was, ingeblazen werd door de kalme,
-onschuldige Celia, die haar geluk aan den arm van Attilio wilde laten
-zien aan geheel Rome, dat deze als in een mooi sprookje zoo gelukkig
-eindigende liefdesgeschiedenis luide toejuichte.
-
-"Alle duivels!" zeide Narcisse, die in den dichten menschenstroom
-niet verder kon; "wij zullen op die manier nooit boven komen. Zij
-hebben de heele stad blijkbaar geïnviteerd."
-
-En toen Pierre zijn verwondering te kennen gaf, dat hij een prelaat
-in zijn karos voorbij zag rijden, voegde hij er aan toe:
-
-"O, u zult er verscheidene aantreffen. De kardinalen zullen zich
-wegens de aanwezigheid van het koninklijk paar niet durven laten zien,
-maar de prelaten zullen zeker komen. Het is hier een neutrale salon,
-waarin wit en zwart zich verbroederen kunnen. En bovendien worden
-er zóó weinig feesten gegeven, dat men de enkele, die er nog zijn,
-niet graag verzuimt."
-
-Hij legde den priester uit, dat er met uitzondering van de twee groote
-bals, die het Hof iederen winter gaf, bijzondere omstandigheden noodig
-waren om het patriciaat tot zulke gala-avonden te bewegen. Twee of
-drie zwarte salons openden nog tegen het einde van het carnaval hun
-deuren maar overal waren de groote recepties vervangen door intieme
-danspartijen. Enkele prinsessen hielden slechts op bepaalde dagen
-haar jour. De weinige witte salons bewaarden een dergelijke, min of
-meer gemêleerde intimiteit, want geen enkele vrouw des huizes was de
-onbetwiste koningin der nieuwe wereld geworden.
-
-"Eindelijk," riep Narcisse uit, toen zij op de trap waren.
-
-"Laten we bij elkaar blijven," zeide Pierre, die een beetje ongerust
-was. "Ik ken alleen de bruid een weinig, en zou graag zien, dat u
-mij voorstelt."
-
-Maar het opgaan van de trap was nog een moeilijk en lang werk, zoo
-verdrong de menigte nieuw aangekomenen zich daar. Zelfs in de oude
-tijden van waskaarsen en olielampen was er nooit zoo'n lichtglans
-geweest. Electrische lampjes brandden in de prachtige bronzen
-kandelabres, die de portalen versierden, overgoten alles met een
-helder licht. De koude kalk van de muren was verborgen onder een
-reeks kostbare tapisserieën, die de geschiedenis van Amor en Psyche
-vertelden en sedert de Renaissance in het bezit der familie waren. Een
-dikke looper bedekte de uitgesleten treden en plantengroepen, palmen,
-die zoo groot als boomen waren, versierden de hoeken. Een nieuw bloed
-stroomde toe en verwarmde het oude huis; een nieuw ontstaand leven
-steeg met den stroom der lachende, welriekende vrouwen met haar bloote
-schouders en fonkelende diamanten, omhoog.
-
-Toen zij boven waren, zag Pierre onmiddellijk bij den ingang van den
-eersten salon prins en prinses Buongiovanni, naast elkaar staande,
-hun gasten ontvangen. De prins, een reeds grijzende, groote, slanke en
-blonde man, had het energieke gezicht van een voormaligen, pauselijken
-veldheer en de lichte Noordelijke oogen van zijn moeder. De prinses met
-haar rond en tenger gezichtje zag er niet ouder uit dan dertig, hoewel
-zij de vier kruisjes reeds achter den rug had; zij was nog altijd knap,
-had een glimlachende opgewektheid, welke door niets verstoord kon
-worden, voelde haar grootste geluk in haar zelfaanbidding. Zij droeg
-een toilet van rose zijde; een prachtige parure van groote robijnen
-scheen korte vlammetjes te ontsteken op haar fijne huid en in haar
-blonde lokken. Van de vijf kinderen was, daar de oudste zoon zich op
-reis bevond en de drie andere meisjes nog in het pensionaat waren,
-alleen Celia aanwezig... Celia in een wit zijden kostuum, eveneens
-blond, verrukkelijk met haar onschuldige oogen en haar reinen mond,
-tot het einde van haar liefdesavontuur haar uiterlijk van groote,
-gesloten, in haar maagdelijk mysterie ondoorgrondelijke lelie bewarend.
-
-De Sacco's waren juist gekomen; Attilio, die naast zijn bruid was
-blijven staan, droeg zijn eenvoudige luitenantsuniform, maar hij
-toonde zijn groot geluk zoo naïef, dat zijn knap gezicht met den
-liefdevollen mond en de dappere oogen in een buitengewonen glans van
-jeugd en kracht straalde. In dezen triomf van hun hartstochtelijke
-liefde naast elkaar staande, geleken zij reeds van den drempel af op
-de levensvreugde en levensgezondheid zelf, op de onbegrensde hoop op
-de beloften van morgen; en alle gasten, die hen bij hun binnenkomen
-daar zoo zagen staan, moesten glimlachen, werden ontroerd en vergaten
-hun boosaardige en babbelzieke nieuwsgierigheid zoo zeer, dat zij hun
-hart aan dit zoo mooi, in zijn geluk zoo verrukte liefdespaar gaven.
-
-Narcisse wilde Pierre voorstellen, maar Celia liet hem den tijd daar
-niet voor. Zij ging den priester tegemoet en bracht hem naar haar
-vader en haar moeder.
-
-"Mijnheer de abbé Pierre Froment. Een vriend van mijn lieve Benedetta."
-
-Een ceremonieele begroeting volgde. Pierre was zeer getroffen door
-de lieftalligheid van het jonge meisje, dat nog tegen hem zeide:
-
-"Benedetta komt straks met haar tante en Dario. Zij moet vanavond
-zoo gelukkig zijn! Nu zult u pas eens zien, hoe mooi zij is!"
-
-Pierre en Narcisse boden haar hun gelukwenschen aan. Doch zij konden
-daar niet blijven staan, de stroom dreef hen verder. De prins en de
-prinses hadden slechts den tijd met een vriendelijk hoofdknikje te
-groeten, dan werden zij overstroomd, en Celia moest, nadat zij de
-beide vrienden bij Attilio gebracht had, weer haar plaats als kleine
-koningin van het feest naast haar ouders innemen.
-
-Narcisse was met Attilio eenigszins bevriend. Weer volgden
-gelukwenschen en handdrukken. Dan manoeuvreerden beiden uit
-nieuwsgierigheid zóó, dat zij een oogenblik in den eersten salon
-konden blijven staan, welks aanblik werkelijk de moeite loonde. Het
-was een zeer groot, met groen, goudgebloemd fluweel behangen vertrek,
-dat de wapenzaal genoemd werd en inderdaad een zeer merkwaardige
-collectie wapenen bevatte--harnassen, strijdbijlen, degens, die in
-de vijftiende en zestiende eeuw aan de Buongiovanni's toebehoord
-hadden. En te midden van dat ruwe oorlogstuig zag men een prachtigen
-met het fijnste verguldsel en snijwerk versierden draagstoel uit
-de vorige eeuw, waarin de overgrootmoeder van den tegenwoordigen
-Buongiovanni, de beroemde Bettina, een legendarische schoonheid,
-zich naar de mis liet brengen. Verder vindt men aan de muren
-slechts historische schilderijen, veldslagen, onderteekeningen van
-vredesverdragen, koninklijke ontvangsten, waarbij de Buongiovanni's
-een rol gespeeld hadden; ongerekend de familieportretten--hooge,
-trotsche gestalten, veldheeren te land en ter zee, kerkelijke
-hoogwaardigheidsbekleeders, prelaten, kardinalen, waaronder, op de
-eereplaats, de paus, de in de witte soutane gekleede Buongiovanni
-triompheerde, wiens troonsbestijging de groote nakomelingschap rijk
-gemaakt had. Tusschen deze wapenen, naast den draagstoel, onder deze
-oude portretten, waren de Sacco's op enkele passen van den heer en
-de vrouw des huizes blijven staan, om hun deel in de gelukwenschen
-te ontvangen.
-
-"Kijk!" fluisterde Narcisse Pierre in; "daar tegenover ons staan de
-Sacco's, die kleine donkere man en de dame in malvekleurige zijde."
-
-Pierre herkende Stefana, die hij bij den ouden Orlando ontmoet had,
-aan haar opgewekt gezicht met het vriendelijk lachje en de fijne
-trekken. Maar vooral interesseerde hem de echtgenoot. Hij was
-donker en uitgedroogd, had groote oogen en een geel gezicht, een
-vooruitstekende kin en een neus als een gierensnavel, het vroolijke
-masker van een Napolitaanschen hansworst, en bezat een groote
-welsprekendheid en een stem, die een onvergelijkelijk betooverings-
-en veroveringswerktuig was. Alleen door hem daar in dien salon te
-zien kon men zijn groote successen in de brutale en zoo middelmatige
-wereld der politiek begrijpen. Voor het huwlijk van zijn zoon had hij
-met zeldzame handigheid gemanoeuvreerd; hij huichelde tegenover Celia,
-ja zelfs tegenover Attilio een overdreven teergevoeligheid en zeide,
-dat hij zijn toestemming weigerde, omdat hij bang was, dat men hem
-zou beschuldigen een bruidsschat en een titel te stelen. Hij had pas
-na de Buongiovanni's toegegeven en eerst het oordeel willen hooren
-van den ouden Orlando, wiens groote, heldhaftige ridderlijkheid in
-geheel Italië spreekwoordelijk was; en hij deed dat des te eerder,
-omdat hij bij voorbaat van diens goedkeuring zeker was, want de held
-geneerde zich niet luide te herhalen, dat de Buongiovanni's zich
-gelukkig mochten achten in hun familie zijn achterneef, een knappen,
-rechtschapen en dapperen jongen te krijgen, die hun uitgeput oud bloed
-zou regenereeren, door hun dochter mooie kinderen te geven. Sacco
-had in die zaak op bewonderenswaardige wijze gebruik gemaakt van
-den legendarischen naam van Orlando, door zijn verwantschap met hem
-uit te bazuinen, door een kinderlijke vereering te doen blijken voor
-den roemrijken stichter des vaderlands, zonder dat hij een oogenblik
-scheen te willen vermoeden hoe zeer deze hem verachtte en verwenschte,
-want Orlando twijfelde geen oogenblik of zijn ministerschap zou het
-land tot ondergang en schande leiden.
-
-"O," ging Narcisse voort, "een soepel en praktisch man, die er niet
-tegen opziet een paar klappen te krijgen. Het schijnt, dat er nu
-eenmaal in staten, die in nood geraakt zijn en politieke, financieele
-en moreele crisissen doormaken, mannen noodig zijn, die zich niet
-door gewetensbezwaren laten weerhouden. Men zegt, dat hij met zijn
-onverstoorbaar aplomb, zijn scherpzinnigen geest en zijn voor niets
-terugschrikkende hulpmiddelen de gunst van den koning geheel veroverd
-heeft... Kijk slechts, kijk slechts! Zou men hem te midden van dien
-vloed hovelingen, welke hem omgeeft, niet reeds voor den meester van
-dit paleis houden?"
-
-Inderdaad hoopten de gasten, die met een buiging langs de
-Buongiovanni's gingen, zich om Sacco op; want hij vertegenwoordigde
-de macht, goede posities, pensioenen, ordeteekenen; en ook al riep
-de aanwezigheid van den mageren, donkeren, druk doenden man tusschen
-de groote voorvaderen van dit huis nog een glimlach te voorschijn,
-toch vleide men hem als de nieuwe macht, de democratische macht,
-die overal, zelfs uit dezen ouden Romeinschen bodem, opsteeg, waarop
-het patriciaat in puin lag.
-
-"Lieve hemel, wat een volte!" prevelde Pierre. "Wie zijn toch al
-die menschen?"
-
-"O," antwoordde Narcisse, "het is een zeer gemengd gezelschap. Zij
-behooren niet meer tot de zwarte of tot de witte kringen, maar tot de
-grijze. De evolutie kon niet uitblijven, de starre onverdraagzaamheid
-van een kardinaal Boccanera kan niet die van een geheele stad, van een
-volk zijn. De paus alleen zal altijd neen zeggen en onveranderlijk
-blijven. Maar om hem heen schrijdt alles onoverwinlijk vooruit en
-verandert, zoodat, ondanks allen tegenstand, Rome binnen enkele jaren
-Italiaansch zijn zal... Zooals u weet, blijft tegenwoordig, wanneer
-een prins twee zoons heeft, een op het Vaticaan en gaat de ander naar
-het Quirinaal over. Men moet toch leven, niet waar? De groote families,
-die in doodsgevaar verkeeren, bezitten niet den heldenmoed hun koppige
-halsstarrigheid tot aan zelfmoord te drijven... Ik heb u reeds gezegd,
-dat we hier op een neutraal terrein waren, want prins Buongiovanni is
-een der eersten, die de noodzakelijkheid van een verzoening ingezien
-heeft. Hij voelt, dat zijn vermogen dood is; hij durft het noch in
-industrieele noch in financieele zaken te beleggen: hij ziet het
-reeds verbrokkeld tusschen zijn vijf kinderen, die het op hun beurt
-weer zullen verbrokkelen; daarom heeft hij zich aan de zijde van den
-koning geschaard, zonder met den paus te willen breken... U ziet dan
-ook in dezen salon het juiste beeld van de debacle, van den pêle-mêle,
-die in de meeningen en denkbeelden van den prins heerscht."
-
-Hij hield even op, om dan de namen der binnentredende personen
-te noemen.
-
-"Dat is een generaal, die na zijn laatste campagne in Afrika zeer
-populair is. U zult trouwens vanavond veel militairen zien, want
-alle superieuren van Attilio zijn uitgenoodigd om den jongen man
-een glorierijken entourage te geven... En kijk, daar is de Duitsche
-gezant. Waarschijnlijk zal door de aanwezigheid van Hunne Majesteiten
-het geheele corps diplomatique komen... En als tegenstelling
-ziet u daarginds dien corpulenten man. Dat is een zeer invloedrijk
-afgevaardigde, een parvenu van de nieuwe bourgeoisie. Een dertig jaar
-geleden was hij nog pachter van prins Albertini, een van die mercanti
-de campagna, die met hooge laarzen en slappen hoed de Campagna Romana
-afliepen... En kijk nu eens naar dien prelaat, die daar binnenkomt..."
-
-"Dien ken ik," antwoordde Pierre. "Het is monsignor Fornaro."
-
-"Precies, monsignor Fornaro, iemand, die wat in de melk te brokkelen
-heeft. Ja, dat is waar ook, u hebt mij verteld, dat hij rapporteur
-is in de zaak van uw boek... Een innemende persoonlijkheid! Hebt u
-gemerkt met welk een révérence hij de prinses begroette? Welk een
-edele houding, welk een gratie onder zijn violetzijden mantel!"
-
-Narcisse bleef op deze wijze prinsen en prinsessen, hertogen
-en hertoginnen, politici en ambtenaren, diplomaten en ministers,
-burgers en officieren opnoemen--een ongelooflijke warboel, ongerekend
-nog de vreemdelingenkolonie, Engelschen, Amerikanen, Duitschers,
-Spanjaarden, Russen, het oude Europa, Noord- en Zuid-Amerika. Dan
-begon hij plotseling weer over de Sacco's, de kleine mevrouw Sacco,
-en vertelde van haar heldhaftige pogingen, die zij, in de meening
-daarmede het eerzuchtige streven van haar man te bevorderen, gedaan
-had door een salon te openen.
-
-Deze zachte, uiterlijk zoo bescheiden vrouw was een zeer geslepen
-iemand met uitstekende karaktereigenschappen, echt-Piemonteesch
-geduld en weerstandsvermogen, zin voor orde en spaarzaamheid. In het
-dagelijksch leven herstelde zij het evenwicht, dat de man door zijn
-onstuimigheid ieder oogenblik in gevaar bracht. Zonder dat iemand het
-vermoedde, had hij haar veel te danken. Maar tot dusverre was haar
-poging om tegenover den laatsten zwarten salon een toonaangevenden
-witten salon te openen, mislukt.
-
-Zij vereenigde slechts lieden van haar eigen kringen om zich, geen
-vorst maakte er zijn opwachting, en op haar Maandagen werd gedanst
-zooals men in twintig andere kleine, burgerlijke salons zonder glans
-of heerlijkheid danste. De echte witte salon, die als meester van
-Rome voor menschen en dingen den toon aangeven zou, bevond zich nog
-in den toestand van een chimère.
-
-"Kijk eens naar haar flauw glimlachje, terwijl zij alles hier opneemt,"
-zeide Narcisse. "Ik ben er zeker van, dat zij al plannen maakt tot
-navolging. Als zij aan een prinselijke familie geparenteerd raakt,
-hoopt zij misschien eindelijk ook de hoogere kringen bij zich te
-zullen ontvangen."
-
-In het toch zoo groote vertrek werd de menigte zoo dicht, dat zij
-bijna stikten, weggedrongen en tegen een muur gedrukt werden. De
-gezantschapsattaché nam dan ook den priester mede, terwijl hij hem
-bijzonderheden vertelde over de eerste verdieping van het paleis,
-een der weelderigst ingerichte van Rome, en om de pracht van haar
-receptiesalon beroemd.
-
-Gedanst werd er in de schilderijengalerijen, een twintig meter lange,
-koninklijke, met kunstwerken gevulde zaal, waarvan de acht ramen
-op den Corso uitzagen. Het buffet was opgericht in de antieke zaal,
-een marmeren zaal, waarin men een bij den Tiber gevonden Venus zag,
-welke wedijveren kon met die van het Capitool. Dan volgde een reeks
-prachtige, nog in hun ouden luxe schitterende salons, behangen met
-de zeldzaamste stoffen, en die van de vroegere inrichting nog enkele
-bijzondere stukken bevatten, waarop de antiquairs in de hoop op een
-toekomstige, onvermijdelijke ruïne, reeds loerden. Van deze salons was
-er vooral één, de zoogenaamde spiegelzaal, beroemd, het was een rond
-vertrek in Louis XV-stijl, geheel behangen met spiegels in kostbare,
-gebeeldhouwde rococolijsten.
-
-"Straks zult u dat alles zien," zeide Narcisse. "Laten we nu hier even
-binnengaan, om wat uit te blazen... Hier heeft men de fauteuils uit
-de galerij hiernaast gebracht voor de dames, die graag willen zitten,
-gezien en gefêteerd worden."
-
-Het was een groote salon, behangen met het mooiste Genueesche fluweel,
-dat men zich denken kan; oud fluweel met licht-satijnen ondergrond
-en schitterende bloemen, waarvan het groen, blauw en rood echter
-goddelijk mooi verbleekt is en den zachten, doffen tint van oude
-liefdebloemen aangenomen heeft. Op de wandtafeltjes en in glazen
-kastjes stonden de kostbaarste kunstvoorwerpen van het paleis, ivoren
-kistjes, beschilderd en verguld houtsnijwerk, oud zilver.
-
-Inderdaad hadden reeds verschillende dames hun toevlucht gezocht op de
-talrijke stoelen en zaten in kleine groepjes te praten en te lachen met
-de enkele heeren, die dit bekoorlijke hoekje der galanterie ontdekt
-hadden. Er was moeilijk een lieflijker aanblik te denken dan het
-geplek van de bloote, als zijde zoo fijne schouders, dan die tengere
-nekken, waarom zich bruin of blond haar wond. De bloote armen kwamen
-als levende bloemen van vleesch uit het bekoorlijke gewirwar van
-lichte toiletten. De waaiers bewogen zich langzaam, als om het vuur
-der edelgesteenten nog te verhoogen en verspreidden bij ieder waaien
-een vrouwengeur, vermengd met een overheerschende viooltjesparfum.
-
-"Kijk, daar heb je onzen goeden vriend, monsignor Nani," riep Narcisse
-uit. "Hij begroet de vrouw van den Oostenrijkschen gezant."
-
-Zoodra Nani den priester en diens vriend zag, kwam hij naar hen toe,
-en met hun drieën gingen zij in een vensternis staan, om een oogenblik
-op hun gemak te kunnen praten. De prelaat glimlachte verrukt over
-het mooie feest, maar behield te midden van al die zich bloot gevende
-schouders de kalme rust van een driedubbel met onschuld gepantserde
-ziel, als had hij ze zelfs niet gezien.
-
-"Wat ben ik blij u weer te ontmoeten, mijn waarde zoon," zeide hij
-tot Pierre. "En wat zegt u wel van ons Rome, wanneer het een groot
-feest geeft?"
-
-"Het is prachtig, monsignor!"
-
-De prelaat sprak met iets van ontroering in zijn stem over de groote
-vroomheid van Celia en hield zich, als zag hij bij den prins en
-de prinses slechts de getrouwen van het Vaticaan, om dit met dit
-schitterende feest te eeren. Hij liet het zelfs voorkomen niet te
-weten, dat de koning en de koningin komen zouden. Dan plotseling:
-
-"Ik heb den geheelen dag aan u gedacht, mijn waarde zoon. Ja, ik heb
-gehoord, dat ge voor uw proces een bezoek gebracht hebt aan Zijne
-Eminentie kardinaal Sanguinetti.... Hoe heeft hij u ontvangen?"
-
-"O, op zeer vaderlijke wijze... Eerst wees hij mij op de moeilijkheid,
-waarin hij gebracht wordt, omdat hij de beschermer van Lourdes is. Maar
-toen ik wegging, was hij buitengewoon vriendelijk, hij heeft me
-formeel zijn hulp beloofd met een fijngevoeligheid, die mij zeer trof."
-
-"Zoo, mijn waarde zoon! Het verwondert me trouwens heelemaal niet. Zijn
-Eminentie is zoo goed!"
-
-"Ik moet u dan ook eerlijk bekennen, dat ik met een verlicht hart
-en vol goeden moed naar Rome teruggekeerd ben. Ik heb een gevoel,
-alsof ik mijn proces al half gewonnen heb."
-
-"Dat is heel natuurlijk. Ik begrijp het volkomen."
-
-Nani glimlachte nog steeds zijn fijn geestig glimlachje, waarin
-een zweem van ironie niet te miskennen viel, maar zoo gemaskeerd,
-dat men het scherpe ervan niet voelde. Na een kort zwijgen voegde
-hij er heel eenvoudig aan toe:
-
-"Maar het ongeluk wil, dat uw boek eergisteren veroordeeld is door
-de Indexcongregatie, die voor uw zaak speciaal na een oproeping van
-den secretaris bijeengekomen is. Zelfs zal het besluit overmorgen
-aan Zijne Heiligheid ter onderteekening voorgelegd worden."
-
-Verbijsterd keek Pierre hem aan. De instorting van het oude paleis
-boven zijn hoofd zou hem niet meer verstomd hebben doen staan. Het
-was dus beslist! De reis, die hij naar Rome gemaakt had liep dus
-uit op deze nederlaag, die hij zoo plotseling en bruusk midden onder
-dit feest vernam. En hij had zich zelfs niet kunnen verdedigen, hij
-had zijn tijd verloren, zonder iemand gevonden te hebben, met wien
-hij zijn zaak bespreken, voor wien hij zijn zaak bepleiten kon. Een
-woede rees in hem op en hij kon de halfgefluisterde bittere woorden,
-die in hem opkwamen, niet inhouden.
-
-"O, wat heeft men mij voor den gek gehouden! Die kardinaal, die
-vanochtend nog tegen mij zeide: "Als God met u is, zal Hij u redden,
-zelfs tegen onzen wil!" Ja, ja, nu begrijp ik het, hij speelde met
-woorden, hij wenschte me slechts een onheil toe, opdat ik door mijn
-onderwerping den hemel zou winnen... Me onderwerpen, o, dat kan
-ik niet, dat kan ik nog niet! Mijn hart is vol verontwaardiging
-en verdriet."
-
-Nani luisterde naar hem en sloeg hem oplettend gade.
-
-"Maar, mijn waarde zoon, niets staat nog vast, zoolang de paus niet
-geteekend heeft. Gij hebt den geheelen dag van morgen en den ochtend
-van overmorgen nog voor u. Een wonder is altijd mogelijk."
-
-En terwijl Narcisse, de op lange halzen en kinderlijke boezems
-verliefde aestheticus, naar de dames keek, nam hij Pierre ter zijde
-en fluisterde hem in:
-
-"Ik moet u onder de diepste geheimhouding iets mededeelen... Kom straks
-tijdens den cotillon even bij me in de kleine spiegelzaal. Daar zullen
-we op ons gemak kunnen spreken."
-
-Pierre beloofde het met een hoofdknikje; de prelaat verwijderde zich
-ongemerkt en verdween in de menigte. Maar de ooren van den priester
-gonsden, hij kon niet meer hopen. Wat zou hij in één dag kunnen doen,
-nu hij drie maanden verloren had zonder er in geslaagd te zijn door
-den paus ontvangen te worden. In zijn verdooving hoorde hij hoe
-plotseling Narcisse over kunst begon te spreken.
-
-"Het is verwonderlijk, zooals het vrouwenlichaam sedert onze
-verschrikkelijke democratische tijden verminderd is. Het wordt dik,
-akelig alledaagsch. Kijk zelf maar, geen enkele van al deze dames
-heeft de Florentijnsche lijn, de kleine borst, de slanke, koninklijke
-hals..."
-
-Hij viel zichzelf in de rede en riep:
-
-"Ja, toch een, die het vrijwel bereikt, die blonde daar met de
-bandeaux... Monsignor Fornaro spreekt haar juist aan!"
-
-Sedert enkele oogenblikken ging monsignor Fornaro met zijn vriendelijk
-veroveraarsgezicht van de eene dame naar de andere. Hij was dien avond
-met zijn groote, decoratieve figuur, zijn blozende wangen en zijn
-zegepralende lieftalligheid buitengewoon knap. Er deden geen verdachte
-praatjes de ronde omtrent hem; men beschouwde hem eenvoudig als een
-galanten prelaat, die gaarne in het gezelschap van dames verkeert. Hij
-bleef staan, praatte, boog zich over de bloote schouders, raakte die
-even aan en ademde haar geur met vochtige lippen en lachende oogen
-en een soort vrome verrukking in.
-
-Hij zag Narcisse, met wien hij veel omging, en kwam naar hem toe. De
-jonge man moest hem begroeten.
-
-"Gaat het goed, monsignor, sedert de laatste maal, dat ik de eer had
-u op de ambassade te zien?"
-
-"Uitstekend, uitstekend!... Een schitterend feest, niet?"
-
-Pierre had een buiging gemaakt. Dat was de man, wiens rapport tot de
-veroordeeling van zijn boek geleid had. Maar vooral nam hij hem zijn
-fleemende manieren, de leugenachtige beloften kwalijk, die hij hem bij
-zijn zoo vriendelijke ontvangst gedaan had. De sluwe prelaat scheen
-blijkbaar te voelen, dat hij het besluit der congregatie vernomen
-had, en vond het meer in overeenstemming met zijn waardigheid hem
-niet openlijk te herkennen. Glimlachend beantwoordde hij de buiging
-met een hoofdknikje.
-
-"Wat een menschen!" herhaalde hij. "En wat een mooie vrouwen! Je zal
-je straks in dezen salon niet meer kunnen roeren."
-
-Alle zitplaatsen waren nu door dames ingenomen; het begon in den
-viooltjesgeur, die door de uitwasemingen der blonde of bruine nekken
-verwarmd werd, benauwd te worden. De waaiers bewogen zich nu sneller,
-uit het toenemend lawaai steeg luid gelach op; in het geroezemoes
-der gesprekken hoorde men steeds weer dezelfde woorden. Blijkbaar was
-ergens een gerucht opgedoken, dat men elkaar influisterde en dat het
-eene groepje na het andere in koortsachtige opwinding bracht.
-
-Monsignor Fornaro, die uitstekend op de hoogte was, wilde zelf het
-nieuws, dat men nog niet hardop durfde zeggen, vertellen.
-
-"Weet u, wat de dames zoo opgewonden maakt?"
-
-"De gezondheidstoestand van den Heiligen Vader toch niet?" vroeg
-Pierre ongerust. "Die is toch niet erger geworden vanavond?"
-
-De prelaat keek hem verbaasd aan. Dan eenigszins ongeduldig:
-
-"O neen, geen quaestie van! Zijne Heiligheid voelt zich veel beter,
-Goddank! Iemand van het Vaticaan vertelde me zooeven, dat de paus
-vanmiddag opgestaan is en zooals gewoonlijk zijn intieme vrienden
-ontvangen heeft."
-
-"Maar men is toch bang geweest," mengde Narcisse zich in het
-gesprek. "Ik wil eerlijk bekennen, dat we op de ambassade allesbehalve
-gerust waren, want op dit oogenblik zou een conclave een ernstige zaak
-voor Frankrijk zijn. Het zou er in het geheel geen macht hebben. Het
-is een groote fout van onze republikeinsche regeering het pausschap
-als een quantité négligeable te beschouwen... Maar weet men eigenlijk
-ooit met zekerheid of de paus ziek is of niet? Ik heb uit zeer
-vertrouwbare bron gehoord, dat hij den vorigen winter, toen niemand
-er met één woord over sprak, op den rand van het graf geweest is,
-terwijl de vorige maal, toen alle couranten hem bijna dood waanden,
-ik persoonlijk hem heel opgewekt en vroolijk gezien heb... Hij is,
-geloof ik, ziek, wanneer het noodig is."
-
-Met een vlug gebaar schoof monsignor Fornaro dit lastige onderwerp
-ter zijde.
-
-"Neen, neen, men is weer heelemaal gerustgesteld, er wordt zelfs
-niet eens meer over gesproken. Neen, de dames winden zich zoo op,
-omdat vandaag de Conciliecongregatie zich in het proces-Prada met
-een groote meerderheid van stemmen voor de nietigverklaring van het
-huwelijk uitgesproken heeft."
-
-Dat was een nieuwe ontroering voor Pierre. Daar hij bij zijn terugkeer
-uit Frascati geen tijd gehad had om in den palazzo Boccanera iemand te
-spreken, was hij bang, dat het een valsch gerucht zou kunnen zijn. De
-prelaat meende er zijn woord van eer op te moeten geven.
-
-"Er is geen twijfel mogelijk, ik weet het van een van de leden der
-congregatie."
-
-Maar plotseling excuseerde hij zich.
-
-"Neem me niet kwalijk, maar ik zie daar een dame, die ik moet gaan
-begroeten!"
-
-Hij liep regelrecht naar haar toe. Daar hij niet kon gaan zitten,
-bleef hij staan, zijn hooge gestalte wat voorover buigend, als hulde
-hij de jonge, knappe, laag gedecolleteerde vrouw, die bij de zachte
-aanraking van den kleinen violetzijden mantel luid òplachte, in zijn
-galante hoffelijkheid.
-
-"U kent die dame toch wel?" vroeg Narcisse aan Pierre. "Niet?... Dat
-is de vriendin van graaf Prada, de allercharmantste Lisbeth Kauffmann,
-die hem zoo'n flinken jongen geschonken heeft en nu vanavond voor
-het eerst weer uitgaat... U weet, dat zij een Duitsche is, hier haar
-man verloren heeft en vrij aardig schildert. Er wordt hier van de
-dames der vreemdelingenkolonie veel door de vingers gezien, en deze
-is door de vriendelijkheid, waarmede zij in haar klein paleis in de
-Via Principe Amadeo ontvangt, bijzonder geliefd... U begrijpt wat een
-pleizier zij hebben zal in het gerucht omtrent de nietigverklaring
-van het huwelijk."
-
-De hoogblonde, blozende, zeer opgewekte Lisbeth met haar als satijn
-zoo zachte huid, haar blank gezichtje, haar lichtblauwe oogen,
-haar om zijn vriendelijk glimlachje beroemden mond, was inderdaad
-een bekoorlijk persoontje. En in haar witzijden kleed met gouden
-loovertjes zag zij er dien avond zóó levenslustig uit, zóó gelukkig
-in haar zekerheid vrij te zijn, lief te hebben en bemind te worden,
-dat het gerucht, dat men elkaar influisterde, de boosaardigheden,
-die achter de waaiers gezegd werden, zich in een triomf voor haar
-scheen te veranderen. Aller blikken waren een oogenblik op haar
-gericht. Men herhaalde haar woorden tegen Prada, toen zij zich
-zwanger voelde van een man, dien de Kerk heden impotent verklaarde:
-"Arme jongen, dan moet ik zeker van een kleinen Jezus bevallen!" Er
-klonk onderdrukt gelach, oneerbiedige grappen gingen van mond tot
-mond, terwijl zij stralend in haar opgewekte kalmte, met een blos
-van verrukking luisterde naar de galanterieën van monsignor Fornaro,
-die haar zijn compliment maakte over een doek, een Heilige Maagd met
-een lelie, dat zij tentoongesteld had.
-
-O, welk een opwinding verwekte deze nietigverklaring, welke sedert een
-jaar de chronique scandaleuse van Rome vormde, nog een laatste maal,
-nu de tijding daarvan midden in dit bal viel. De witte en de zwarte
-kringen hadden haar reeds lang als een slagveld uitgekozen, om elkaar
-met de ongelooflijkste lasterpraatjes, met eindelooze kwaadsprekerijen
-te bestoken. Ditmaal was het uit. Het onverzettelijke en onverstoorbare
-Vaticaan durfde de nietigverklaring uitspreken onder het voorwendsel,
-dat het huwlijk ten gevolge van de onmacht van den echtgenoot niet
-voltrokken had kunnen worden. Heel Rome zou erom lachen; zoodra het
-om de geldelijke aangelegenheden van de Kerk ging, stak het Romeinsche
-publiek zijn scepticisme niet onder stoelen of banken. Iedereen kende
-de verschillende phases van den strijd, iedereen wist, dat Prada zich,
-ondanks zijn heftige verontwaardiging, afzijdig gehouden had, dat de
-Boccanera's hemel en aarde bewogen hadden, dat onder de creaturen
-van de kardinalen geld rondgedeeld was, om hun invloed te koopen,
-dat men de gunstige memorie van monsignor Palma indirect met een
-groote som betaald had. Men sprak van meer dan honderdduizend francs
-bij elkaar, wat men niet te duur vond, daar de echtscheiding van een
-Fransche gravin bijna een millioen gekost had. De Heilige Vader heeft
-ook zooveel noodig! Niemand echter ergerde er zich aan, men bepaalde
-er zich toe er grappen over te maken.
-
-"Wat zal de contessina gelukkig zijn!" begon Pierre weer. "Ik begreep
-daareven niet, waarom haar kleine vriendin zeide, dat zij vanavond
-zoo gelukkig en mooi zou zijn... Zeker komt zij daarom--zij, die zich
-sedert het proces als in rouw beschouwde!"
-
-Maar Lisbeth had Narcisse, wiens blik zij ontmoet had, toegelachen
-en hij moest haar dus wel gaan begroeten, want hij kende haar, daar
-hij, evenals de geheele vreemdelingenkolonie, haar atelier bezocht
-had. Hij begaf zich weer terug naar Pierre, toen een nieuwe emotie
-de diamanten aigrettes en de bloemen van het kapsel der dames deed
-trillen. Men keek om, het geroezemoes der stemmen werd luider.
-
-Met onbevangen, vroolijken, bijna triompheerenden blik kwam Prada
-binnen. Met zijn open, harde oogen, zijn energieken kop met de zware,
-bruine snor boven het breede, witte plastron van zijn overhemd,
-dat door zijn smoking zwart omlijst werd, had hij, zooals Narcisse
-zeide, werkelijk iets van een roofdier over zich. Nog nooit had zijn
-vraatzuchtige mond zijn wolvengebit door zijn verrukt-zinnelijken
-lach zóó doen uitkomen. Met een vluggen blik ontkleedde hij alle
-vrouwen. Maar toen hij de zoo blozende en blonde Lisbeth zag,
-ontspanden zijn trekken zich wat en ging hij naar haar toe, zonder
-zich in het minst te bekommeren om de brandend-nieuwsgierige blikken,
-waarmede men hem opnam. Hij boog zich over haar heen en sprak
-zacht met haar, zoodra monsignor Fornaro hem zijn plaats afgestaan
-had. Ongetwijfeld werd het in omloop zijnde gerucht door de jonge
-vrouw bevestigd, want hij lachte, toen hij zich weer oprichtte,
-eenigszins gedwongen.
-
-Nu zag hij Pierre en hij voegde zich bij hem in de vensternis. Hij
-drukte ook Narcisse de hand en zeide dan onmiddellijk met zijn gewone
-bravoure tegen Pierre:
-
-"Nu, wat heb ik u gezegd, toen we vanmiddag uit Frascati
-terugreden... Het schijnt nu zeker te zijn, zij hebben mijn huwlijk
-nietig verklaard... Het is zoo grof, zoo onbeschaamd, zoo idioot-stom,
-dat ik er daareven nog aan twijfelde."
-
-"O, het is beslist zeker," veroorloofde Pierre zich te zeggen. "Het
-is ons zoo juist bevestigd door monsignor Fornaro, die het van een der
-leden van de Congregatie wist. En men zegt, dat de congregatie zich met
-een groote meerderheid voor de nietigverklaring uitgesproken heeft."
-
-Weer schudde Prada van het lachen.
-
-"Je kan je eigenlijk zoo'n klucht niet indenken. Het is, zoover ik
-weet, de mooiste klap, die men ooit aan de gerechtigheid en aan het
-gezonde verstand gegeven heeft. Wanneer het nu ook nog lukt om van de
-burgerlijke autoriteiten echtscheiding te krijgen en mijn vriendin,
-die u daar ziet, het wil, dan kan Rome pleizier hebben. Ja zeker,
-ik zal met alle pracht en praal met haar in de S. Maria Maggiore
-trouwen. En dan leeft er ergens een klein wezentje, dat op den arm
-van zijn min het feest zal meemaken!"
-
-Hij lachte bij deze toespeling op zijn kind, het levend bewijs van
-zijn manlijkheid, te luid en te brutaal. Leed hij nog onder den smaad,
-dat er een plooi om zijn lippen kwam, die deze wat optrok en zijn
-witte tanden liet zien? Men voelde, dat hij beefde, dat hij streed
-tegen het ontwaken van een heimelijken, stormachtigen hartstocht,
-dien hij niet eens aan zichzelf bekende.
-
-"En weet u ook het andere nieuws, waarde abbé?" ging hij druk doende
-voort. "Heeft men u al verteld, dat de gravin komen zal?"
-
-Zoo noemde hij Benedetta uit gewoonte; hij vergat, dat zij zijn vrouw
-niet meer was.
-
-"Ja, dat heeft men mij verteld," antwoordde Pierre.
-
-Een oogenblik aarzelde hij, voor hij in zijn behoefte om iedere
-pijnlijke verrassing te voorkomen, eraan toevoegde:
-
-"Ongetwijfeld zullen we ook prins Dario zien, want hij is niet naar
-Napels gegaan, zooals ik u vanmiddag zeide. Er is, geloof ik, op het
-laatste oogenblik wat tusschenbeide gekomen."
-
-Prada lachte niet meer, doch mompelde, terwijl zijn gezicht plotseling
-ernstig werd:
-
-"Zoo, komt de neef ook? Nu, dan zullen we ze beiden zien."
-
-En terwijl de beide vrienden hun gesprek voortzetten, zweeg hij,
-overweldigd door een stroom van ernstige gedachten, die hem tot
-nadenken dwongen. Dan maakte hij een verontschuldigend gebaar, ging
-nog wat dieper in de vensternis staan, haalde een notitieboekje uit
-zijn zak, scheurde er een blaadje uit, waarop hij met dikke letters
-met potlood de volgende regels schreef: "Een legende beweert, dat de
-vijgeboom van Judas, doodelijk voor ieder, die eenmaal paus worden
-wil, weer te Frascati groeit. Eet de vergiftigde vijgen ervan niet
-en geef ze noch aan uw personeel noch aan uw kippen". Dan vouwde hij
-het blaadje papier toe, plakte er een postzegel op en schreef het
-adres: "Aan Zijne Zeer Eerwaarde en Doorluchtige Eminentie kardinaal
-Boccanera". Toen hij dat alles weer in zijn zak gestoken had, haalde
-hij diep adem en vond zijn lach weer terug.
-
-Iets als een onoverwinlijk gevoel van vrees en van angst had hem
-verstijfd. Zonder dat hij het bepaald beredeneerde, voelde hij een
-drang om zich tegen de verleiding van een mogelijke gruweldaad te
-vrijwaren. Maar hij zou de ideeënverbinding, welke hem dwong die
-vier regels onmiddellijk en op de plaats zelf, waar hij zich bevond,
-te schrijven, niet hebben kunnen verklaren. Hij had slechts één
-vaststaande gedachte: hij zou den brief na het bal in de brievenbus
-van kardinaal Boccanera werpen. Nu was hij rustig.
-
-"Wat hebt u toch, waarde abbé?" vroeg hij, zich weer in het gesprek
-mengend. "U ziet er zoo somber uit."
-
-En toen Pierre hem de slechte tijding medegedeeld had, dat zijn boek
-veroordeeld was, dat hij nog maar één dag had, om te handelen, als
-hij niet wilde, dat zijn reis naar Rome een nederlaag werd, riep hij,
-alsof hij zelf een behoefte aan opwinding, aan verdooving voelde,
-om ondanks alles te kunnen hopen en leven:
-
-"Kom, kom, den moed niet verloren. Een dag is heel veel, je kunt in een
-dag heel wat doen! Een uur, een minuut is voldoende voor het noodlot
-om te handelen en een nederlaag in een overwinning te veranderen."
-
-En opgewonden voegde hij eraan toe:
-
-"Kom, laten we naar de balzaal gaan. Het moet daar prachtig zijn!"
-
-Terwijl Pierre en Narcisse hem volgden, wisselde hij een laatsten blik
-vol liefde met Lisbeth; met moeite drongen zij zich door de menigte
-heen en kwamen te midden van de zich haastende vrouwenrokken, de
-deining van nekken en schouders, waaruit de leven gevende hartstocht,
-de geur van liefde en dood opsteeg, in de galerij ernaast.
-
-De tien meter breede en twintig meter lange zaal ontvouwde zich
-in een schitterende pracht. De acht kale, noch met gordijnen noch
-met vitrage voorziene ramen, die op den Corso uitzagen, deden de
-tegenoverliggende huizen ontvlammen. Het was een verblindend licht;
-zeven paar reusachtige marmeren kandelabers werden door electrische
-lampen in reusachtige pekfakkels veranderd, terwijl in de hoogte
-langs de kroonlijsten andere in lichte bloemen opgesloten lampjes een
-wondermooie guirlande van vlammenbloemen, tulpen, pioenen en rozen
-vormden. Het oude, roode, met goud omzoomde fluweel van het behang,
-kreeg een gloed als van een vlammend kolenvuur. De draperieën aan
-de deuren en vensters waren van oude kant, die in gekleurde zijde
-eveneens met krachtig levende bloemen bestikt waren.
-
-Maar de weergalooze rijkdom, die eenig in de wereld was, werd gevormd
-door de verzameling meesterwerken onder het prachtige plafond
-met zijn met goudrosetten versierde vakken. Geen museum had een
-mooiere collectie. Er waren Raffaëls, Titiaans, Rembrandts, Rubens,
-Velasquez en Ribera's--wereldberoemde werken, welke in deze onverwachte
-belichting plotseling in triompheerende jeugd verschenen, als waren
-zij weder ontwaakt tot het onsterfelijke leven van het genie. Daar
-Hunne Majesteiten eerst tegen middernacht zouden komen, was het bal
-reeds geopend; een wals sleepte de paren mede, lichte toiletten
-vlogen door de menigte, één stroom van decoratie en kleinoodiën,
-met goud geborduurde uniformen en met parelen versierde japonnen.
-
-"Het is werkelijk schitterend," zeide Prada op zijn nog steeds
-opgewonden toon. "Kom hier, dan gaan we weer in een vensternis
-staan. Er is geen betere plaats om goed te zien, zonder te erg in
-het gedrang te komen."
-
-Zij hadden Narcisse verloren, zoodat Pierre en de graaf, toen zij
-eindelijk in hun nis kwamen, samen waren. Het op een kleine estrade
-achter in de zaal geplaatste orkest had de wals juist geëindigd
-en de dames liepen weer langzaam met verrukte gezichten door de
-steeds grooter wordende menigte, toen een paar personen verschenen,
-wier binnentreden allen deed omkijken. Donna Serafina, in een toilet
-van karmijnroode zijde, als droeg zij de kleuren van haar broeder,
-den kardinaal, maakte als een koningin haar entree aan den arm
-van advocaat Morano. Nooit had zij haar dunne, jongemeisjesachtige
-taille meer ingeregen, nog nooit had haar hard, met groote rimpels
-doorgroefd, door haar grijs haar nauwlijks verzacht gelaat een zoo
-koppige en zegepralende heerschzucht uitgedrukt. Een bescheiden,
-goedkeurend gemompel, een zucht van algemeene verlichting steeg op,
-want de Romeinsche kringen hadden het onwaardige gedrag van Morano,
-om een dertigjarige liaison, waaraan de salons zich gewend hadden
-als aan een wettig huwlijk, eenstemmig veroordeeld. Men sprak van een
-onmogelijke gril voor een burgermeisje, van een laag voorwendsel tot
-een breuk, die het gevolg zou zijn van een twist naar aanleiding van
-Benedetta's echtscheidingsproces. De breuk had ongeveer twee maanden
-geduurd tot groote ergernis van Rome, waar men nog steeds een groote
-vereering koestert voor lange, trouwe liefdeverhoudingen. De verzoening
-ontroerde dan ook alle harten als een der gelukkigste gevolgen van het
-dienzelfden dag voor de Conciliecongregatie gewonnen proces. Morano
-weer berouwvol verschijnend aan den arm van donna Serafina--dat was
-de overwinning der liefde, de redding der goede zeden, het herstel
-van de orde.
-
-Maar een nog grootere sensatie verwekte het binnentreden van Benedetta
-aan de zijde van Dario. Deze kalme onverschilligheid voor de gewone
-convenances, deze overwinning van haar in het openbaar beleden liefde
-op denzelfden dag, dat haar huwlijk nietig verklaard was, leek een
-zoo aantrekkelijke vermetelheid, een zoo kranige bravoure van jeugd
-en hoop, dat een algemeen gemompel van bewondering haar dadelijk
-vergiffenis schonk. Evenals zooeven naar Celia en Attilio, vlogen thans
-aller harten naar hen om den schoonheidsglans, waarin zij straalden,
-om het groote geluk, dat uitging van hun gezichten. Dario, nog wat
-bleek door zijn lange bedlegerigheid, had bij zijn eenigszins teere
-zwakheid, zijn mooie, heldere kinderoogen, zijn bruine baard, welke
-kroesde als die van een jongen god, toch iets fiers en trotsch, waarin
-men het oude, vorstelijke bloed der Boccanera's terugvond. Benedetta,
-blank onder haar kroon van donkere lokken, heel kalm, heel vastberaden,
-liet haar helder lachje hooren, dat bij haar zoo zeldzaam lachje,
-dat in zijn onweerstaanbaar verleidelijke bekoring, haar als het ware
-tot een ander wezen maakte, aan haar eenigszins krachtigen mond den
-charme van een bloem gaf en haar groote, donkere, ondoorgrondelijke
-oogen met de helderheid als van een onbewolkten hemel vulde.
-
-In haar terugkeerende, zoo vroolijke, zoo mooie jeugd had zij de
-kostelijke ingeving gekregen een witte japon aan te trekken, een heel
-eenvoudige jongemeisjesjapon, die als het ware het symbool was van
-haar maagdelijkheid, en verkondigde, dat zij de groote, reine lelie
-gebleven was voor den echtgenoot harer keuze. Niets van haar lichaam
-was te zien, zelfs was de toch aan ieder jong meisje veroorloofde
-uitsnijding aan haar hals niet in haar japon aangebracht. Het was
-het ondoordringbare, angstaanjagende liefdesmysterie, een verheven
-vrouwenschoonheid, die hier, in het wit gehuld sluimerde. Geen parure,
-geen juweel aan haar handen of in haar ooren. Alleen op haar corsage
-een collier, de collier van een koningin, de beroemde paarlencollier
-der Boccanera's, dien zij van haar moeder geërfd had en dien geheel
-Rome kende, fabelachtig groote parelen, die zij nonchalant om haar
-hals geworpen had, maar die, ondanks haar eenvoudige japon, voldoende
-waren haar een koningin te doen schijnen.
-
-"O," prevelde Pierre in extase; "wat is zij mooi, wat is zij gelukkig!"
-
-Onmiddellijk had hij er spijt van zoo hardop gedacht te hebben, want
-hij hoorde naast zich een doffen klaagtoon als van een wild dier,
-een onwillekeurig gebrom, dat hem er plotseling aan herinnerde,
-dat de graaf naast hem stond. Maar deze verstikte dadelijk den kreet
-van zijn zoo ruw weer geopende wond en vond zelfs nog de kracht een
-brutale vroolijkheid te huichelen.
-
-"Bliksems, zij durven. Straks zullen ze nog in tegenwoordigheid van
-ons allen trouwen en naar bed gaan!"
-
-Maar dan had hij spijt van die ruwe scherts, waarin de pijn van
-zijn onbevredigde mannelijke begeerte zich maar al te duidelijk deed
-gevoelen, en nam hij een onverschillige houding aan.
-
-"Zij is werkelijk mooi vanavond. U moet weten, dat zij de mooiste
-schouders van de wereld heeft; het is een groot succes voor haar,
-dat zij nog mooier lijkt, nu zij ze niet laat zien."
-
-Het gelukte hem onverschillig verder te praten en nog allerlei kleine
-bijzonderheden te vertellen omtrent haar, die hij hardnekkig "gravin"
-bleef noemen. Maar hij had zich, blijkbaar uit vrees, dat men zijn
-bleekheid en het zenuwachtige trekken van zijn lippen opmerken zou,
-wat dieper in de vensternis teruggetrokken. Hij was niet meer in
-staat te strijden, naast de zoo naïef ten toon gespreide vreugde van
-het jonge paar lachend en onbeschaamd op te treden, zoodat de komst
-van het koninklijk echtpaar een groote opluchting voor hem was.
-
-"Daar zijn Hunne Majesteiten," riep hij, terwijl hij door het raam
-keek. "Kijk eens wat een gedrang op straat!"
-
-Inderdaad drong, niettegenstaande de ramen gesloten waren, het tumult
-van een groote menigte in de zaal door. Toen Pierre naar buiten
-keek, zag hij in het licht der electrische lampen een deinende
-zee van menschenhoofden den rijweg overstroomen en om de koetsen
-heendringen. Reeds had hij op zijn dagelijksche wandelingen in de
-villa Borghese den koning ontmoet, die daar, als een eenvoudig burger,
-zonder gevolg of escorte, alleen vergezeld door een aide-de-camp,
-heen reed. Dikwijls was hij heelemaal alleen en stuurde zelf een
-lichten phaëton, waarin nog slechts een rijknecht in zwarte livrei
-zat. Zelfs had hij eenmaal de koningin medegenomen en beiden zaten
-naast elkaar als een gelukkig echtpaar, dat voor zijn pleizier uit
-is. Ook nog andere bijzonderheden omtrent het Quirinaal waren Pierre
-ter oore gekomen: men had hem verteld van de goedheid en den eenvoud
-van den koning, van zijn verlangen naar vrede, van zijn hartstocht
-voor de jacht, voor de eenzaamheid in het vrije veld, die hem in
-zijn afkeer voor de macht dikwijls van een ongedwongen leven deed
-droomen--ver van die autoritaire heerscherswerkzaamheden, waarvoor hij
-niet geschapen scheen te zijn. Maar vooral de koningin werd aangebeden;
-zij was zeer beschaafd, ontwikkeld, goed op de hoogte van talen en
-letterkunde en voelde zich gelukkig intelligent te zijn en ver boven
-haar omgeving uit te steken. Zij wist het en liet het gaarne met een
-volmaakte lieftalligheid blijken.
-
-Prada, die evenals Pierre zijn gezicht tegen het raam gedrukt hield,
-wees hem met een gebaar op de menigte.
-
-"Nu zij de koningin gezien hebben, zullen zij gelukkig en tevreden
-gaan slapen. En er is, dat verzeker ik u, daar beneden geen enkele
-politie-agent... O, bemind te worden, bemind te worden!"
-
-Zijn pijn overweldigde hem weer; hij wendde zich opnieuw naar de
-galerij.
-
-"Let goed op, waarde heer. De entree van Hunne Majesteiten mag u niet
-missen, dat is het mooiste van het geheele feest."
-
-Enkele minuten verliepen; dan hield het orkest plotseling midden in
-een polka op en zette met al de kracht van zijn koperen instrumenten
-de koningsmarsch in. De dansers maakten het midden van de zaal
-vrij. Begeleid door prins en prinses Buongiovanni, die hen beneden
-aan de trap ontvangen hadden, traden Hunne Majesteiten binnen. De
-koning was eenvoudig in rok, de koningin droeg een stroogele,
-met prachtige witte kant gegarneerde japon van satijn; onder den
-diadeem van brillanten, die haar mooi blond haar omgaf, straalde een
-rond, frisch, jeugdig gezichtje vol vriendelijkheid, zachtheid en
-geest. De muziek speelde nog steeds met geestdriftig-verwelkomende
-heftigheid. Achter haar vader en haar moeder kwam Celia, dan Attilio,
-de Sacco's, bloedverwanten en officieele persoonlijkheden.
-
-Eindelijk zweeg het orkest en kon men met het voorstellen
-beginnen. Hunne Majesteiten, die Celia reeds kenden, wenschten haar met
-ouderlijke vriendelijkheid geluk. Maar Sacco stond er, als minister
-zoowel als vader, op zijn zoon Attilio voor te stellen. De kleine
-man kromde zijn lenige ruggegraat, wist de passende mooie woorden te
-vinden, zoodat hij den luitenant voor den koning deed buigen, terwijl
-hij voor de koningin de huldiging van den knappen, zoo hartstochtelijk
-beminden jongen man reserveerde. Weer toonden Hunne Majesteiten een
-groote vriendelijkheid, zelfs tegenover mevrouw Sacco, die zich als
-altijd bescheiden op den achtergrond hield. Doch dan gebeurde iets,
-dat, van salon tot salon verder verteld, eindelooze commentaren zou
-verwekken. Toen de koningin Benedetta zag, die graaf Prada haar na zijn
-huwlijk voorgesteld had en voor wie zij om haar schoonheid en haar
-charme een bewonderende sympathie had opgevat, lachte zij haar toe,
-zoodat de jonge vrouw wel naar haar toe moest gaan en de buitengewone
-onderscheiding genoot eenige oogenblikken een gesprek te mogen voeren,
-waarin de koningin haar enkele vriendelijke woorden toevoegde, die
-alle omstanders konden hooren.
-
-Blijkbaar wist de koningin niets van de groote gebeurtenis van
-den dag, het nietig verklaarde huwlijk met Prada, de aanstaande
-echtverbintenis met Dario, die bij dit feest openlijk geannonceerd
-werd, zoodat dit thans als het ware gegeven werd voor een dubbele
-verloving. Maar de indruk was er niet minder om, men sprak
-over niets meer dan over de complimenten, die de deugdzaamste en
-intelligentste van alle koninginnen tot Benedetta gericht had. Haar
-triomf werd er des te grooter door; zij werd in dit geluk eindelijk
-den uitverkoren echtgenoot toe te behooren, nog mooier, nog trotscher,
-nog zegepralender.
-
-Het was voor Prada een onuitsprekelijke kwelling. Terwijl de
-souvereinen cercle bleven houden, de koningin van de dames, die haar
-kwamen begroeten, de koning voor de officieren, diplomaten en andere
-hoogwaardigheidsbekleeders, zag Prada niets anders dan Benedetta, die
-geluk gewenscht, gevleid, door liefde en roem omgeven werd. Dario stond
-naast haar, genoot en straalde met haar. Voor hen werd het bal gegeven,
-voor hen schitterden de lampen, voor hen speelde het orkest, hadden de
-mooie vrouwen van Rome zich gedecolleteerd, en prijkten nu met haar
-van diamanten fonkelende boezems; voor hen waren Hunne Majesteiten
-op de klanken van de koningsmarsch gekomen; voor hen veranderde dit
-feest in een apotheose; voor hen glimlachte een aangebeden vorstin;
-voor hen bracht zij als de goede fee uit de sprookjes, wier komst
-het geluk der jonggeborenen verzekert, aan dit verlovingsfeest het
-geschenk van haar aanwezigheid!
-
-Dit uur van buitengewone schittering beteekende het toppunt van geluk
-en jubel, de zege van deze vrouw, wier schoonheid de zijne geweest was,
-zonder dat hij haar had kunnen bezitten, de zege van dezen man, die
-haar hem nu ontrooven zou--een zoo openlijke, voor hem zoo smadelijke
-zege, dat zij hem, brandend als een kaakslag, midden in zijn gezicht
-trof. Maar niet alleen zijn hoogmoed en zijn hartstocht bloedden,
-door den triomf der Sacco's voelde hij zich ook in zijn vermogen
-bedreigd. Was het dus waar, dat het verschrikkelijke klimaat van Rome
-ten slotte de ruwe veroveraars van het Noorden bedierf, dat hij dit
-gevoel van moeheid en uitputting kreeg. Dezen zelfden dag had hij in
-Frascati bij die ongelukkige bouwgeschiedenis zijn fortuin hooren
-kraken, hoewel hij zich nog niet bekennen wilde, dat zijn zaken,
-zooals het gerucht wilde, slecht stonden.
-
-En nu zag hij dezen avond te midden van het feest het Zuiden
-overwinnen, zag hij Sacco de overhand krijgen als een, die op zijn
-gemak leeft van de warme buit, welke hij gulzig in de brandende zon
-gemaakt heeft. Sacco, de minister, Sacco, de vertrouwde des konings,
-Sacco, die zich door het huwlijk van zijn zoon verbond met een der
-edelste families van de Romeinsche aristocratie, die op weg was
-eenmaal de meester van Rome en Italië te worden, die nu reeds met
-volle handen in het geld en in het volk wroette--die Sacco was een
-nieuwe slag voor de ijdelheid, voor de altijd nog weer vraatzuchtige
-en gulzige begeerten van dezen genotzoeker, die zich vóór het einde
-van het feestgelag van de tafel gedrongen zag! Alles stortte ineen,
-niets bleef hem over: Sacco ontstal hem zijn millioenen, Benedetta
-liet in hem die vreeselijke wonde van onbevredigde zinsbegeerte achter,
-waarvan hij nooit meer genezen zou.
-
-Op dat oogenblik hoorde Pierre weer dien klaagtoon als van een wild
-dier, dat onwillekeurige en wanhopige gebrom, dat hem reeds eenmaal
-zoo onaangenaam getroffen had. Hij keek den graaf aan en vroeg:
-
-"Hebt u pijn?"
-
-Maar bij het zien van dezen bleeken man, die door een bovenmenschelijke
-krachtsinspanning een groote kalmte wist te bewaren, had hij
-onmiddellijk reeds spijt om die indiscrete vraag, welke trouwens
-onbeantwoord bleef. Om hem wat af te leiden, sprak hij luide de
-gedachten uit, die het zien van al die pracht en praal in hem opwekte.
-
-"Uw vader had wel gelijk! Wij Franschen met onze zelfs in deze dagen
-van algemeenen twijfel zoo streng Katholieke opvoeding zien in Rome nog
-steeds het eeuwenoude Rome der pausen, zonder van de diep-ingrijpende
-veranderingen, die er ieder jaar meer het Italiaansche Rome van heden
-van maken, iets te weten, iets te kunnen begrijpen. Als u eens wist hoe
-ik bij mijn aankomst den koning en zijn regeering en dit jonge volk,
-dat bezig is zich een groote hoofdstad te scheppen, als een quantité
-négligeable beschouwde! Ja, in mijn droom, om tot heil der volkeren
-Rome, een nieuw Christelijk en Evangelisch Rome tot nieuw leven te
-wekken, schoof ik dat alles ter zijde, hield ik er geen rekening mede."
-
-Hij lachte zachtjes, had medelijden met zijn onschuldige naïeveteit;
-met een gebaar wees hij naar de galerij, naar prins Buongiovanni,
-die op dat oogenblik voor den koning boog, naar de prinses, die naar
-de galanterieën van Sacco luisterde--naar de overwonnen pauselijke
-aristocratie, naar de parvenu's, die thans in de hoogste kringen werden
-toegelaten, naar de witte en de zwarte kringen, die zóó vermengd waren,
-dat er niets meer dan onderdanen waren, die op het punt stonden één
-eenig volk te vormen. Wezen bij het zien van de dagelijksche evolutie,
-van deze vroolijke, lachende, opgesierde mannen en vrouwen, de feiten,
-zoo niet de principes, erop, dat een verzoening tusschen het Quirinaal
-en het Vaticaan onmogelijk was? Men moest leven, liefhebben, bemind
-worden, nieuw leven scheppen! Het huwlijk van Celia en Attilio zou het
-symbool worden van de noodzakelijke vereeniging: jeugd en liefde zouden
-den ouden haat overwinnen, alle twisten zouden vergeten worden in de
-omarming van den mooien jongen man, die komt en het mooie veroverde
-meisje in zijn armen wegdraagt, opdat de wereld kan voortduren.
-
-"Kijk toch eens," zeide Pierre weer. "Hoe mooi, hoe jong, hoe vroolijk
-is het jonge paar, hoe lacht het de toekomst toe! Ik begrijp heel goed,
-dat uw koning hier gekomen is, om zijn minister een genoegen te doen
-en een der oudste Romeinsche families voor zijn troon te winnen. Dat
-is goede, flinke, vaderlijke politiek. Maar ik zou ook gaarne gelooven,
-dat hij de roerende beteekenis van dit huwlijk begrepen heeft: het oude
-Rome, dat zich in den persoon van dit mooie, zoo naïeve, zoo verliefde
-kind, geeft aan het jonge Italië, aan dezen zoo enthousiasten en zoo
-rechtschapen jongen man, die zoo kranig zijn uniform draagt. Moge
-hun huwlijk beslissend en vruchtbaar zijn, moge daaruit het groote
-land geboren worden, dat ik u, nu ik u begin te leeren kennen, zoo
-van harte gaarne zou zien worden."
-
-In zijn smart over het wankelen van zijn oud ideaal van een Evangelisch
-en universeel Rome had hij dien wensch voor een nieuw geluk van de
-eeuwige stad met een zóó diepe ontroering uitgesproken, dat Prada
-ondanks zichzelf antwoordde:
-
-"Ik dank u. Dat is een wensch, die in het hart van iederen goeden
-Italiaan leeft."
-
-Maar de woorden stokten in zijn keel. Terwijl hij naar Celia en Attilio
-keek, zag hij hoe Benedetta en Dario met hetzelfde glimlachje van
-onbeperkt geluk naar hen toe gingen. En toen hij de beide paren daar
-zoo stralend en triompheerend van geluk en levensvreugde samen zag,
-had hij niet meer de kracht daar te blijven, hen te zien en te lijden:
-
-"Ik heb een vreeselijke dorst," zeide hij. "Ga mee aan het buffet
-wat drinken."
-
-Hij manoeuvreerde achter de menigte door, langs de ramen, om niet
-gezien te worden, terwijl hij naar de aan het uiteinde der galerij
-gelegen deur van de antieken-zaal ging.
-
-Toen Pierre hem volgde, werden zij door een menigte menschen
-gescheiden; de priester werd medegevoerd in de richting van de twee
-paren, die nog steeds met elkaar stonden te praten. Celia, die hem
-zag, riep hem met een vriendschappelijk handgebaar. In haar vurige
-vereering voor de schoonheid stond zij in extase voor Benedetta en
-vouwde haar kleine lelie-handen voor haar als voor de Madonna.
-
-"O, mijnheer de abbé, doe mij eens het groote pleizier tegen haar te
-zeggen, dat zij mooi is, mooier dan het mooiste dat er op aarde is,
-mooier dan de zon, de maan en de sterren!... O, lieveling, ik krijg
-er gewoon het kippenvel van, je zoo mooi te zien als het geluk,
-zoo mooi als de liefde!"
-
-Benedetta begon te lachen, terwijl de jonge mannen elkaar vroolijk
-aankeken.
-
-"Jij bent even mooi als ik, lieveling... Wij zijn mooi, omdat we
-gelukkig zijn."
-
-"Ja, ja, gelukkig," herhaalde Celia zacht. "Herinner je je den avond
-nog wel, dat je tegen me zei, dat het niet mogelijk was den paus en
-den koning te laten trouwen. Nou doen Attilio en ik het en toch zijn
-we zóó gelukkig!"
-
-"Maar Dario en ik doen het niet," antwoordde Benedetta vroolijk;
-"integendeel! Maar herinner je nu ook jouw antwoord maar: Het is
-voldoende, als men elkaar liefheeft, dan redt men de wereld."
-
-Toen Pierre eindelijk in de antieken-zaal, waarin het buffet stond,
-komen kon, vond hij daar Prada onbeweeglijk staan. Hij stond als
-vastgenageld; zijn oogen dronken den vreeselijken aanblik in, dien hij
-had willen ontvluchten. Hij had zich moeten omdraaien, kijken, steeds
-weer kijken. Zoo zag hij met bloedend hart het weer beginnen van den
-dans, de eerste figuur van een quadrille, die het orkest met de volle
-klanken van zijn koperen instrumenten speelde. Benedetta en Dario,
-Celia en Attilio stonden vis-à-vis tegenover elkaar, en deze beide
-jonge, gelukkige paren zagen er in het schitterende licht en in de
-volheid en den geur van hun liefde zoo bekoorlijk, zoo aanbiddelijk
-uit, dat de koning en de koningin naderbij traden. Er weerklonken
-bewonderende bravo's, een oneindige teederheid vloeide uit alle harten.
-
-"Ik verga van de dorst, ga mee!" herhaalde Prada, die eindelijk de
-kracht vond zich uit zijn marteling los te rukken, ruw.
-
-Hij liet zich een glas ijslimonade geven en dronk het in één teug leeg
-op de gulzige manier van een koortslijder, die het inwendige vuur,
-waardoor hij verteerd wordt, niet blusschen kan.
-
-De antieken-zaal was een groot, met mozaïek ingelegd vertrek, waarin
-zich tegen de muren een beroemde collectie vasen, bas-reliefs
-en beelden bevond. Het marmer voerde den boventoon, hoewel er
-toch ook enkele bronzen waren, o. a. een stervende gladiator van
-onvergelijkelijke schoonheid. Maar het glanspunt vormde de beroemde
-Venus, een pendant van de Capitolijnsche Venus, doch fijner en slanker,
-terwijl de linkerarm in een gebaar van wellustige overgave afhing. Dien
-avond wierp een groote electrische reflector een verblindend daglicht
-op haar, en het marmer scheen in zijn goddelijke en reine naaktheid
-een bovenmenschelijk, onsterfelijk leven te bezitten.
-
-Tegen den achtermuur had men het buffet opgesteld, een lange,
-met een geborduurd laken bedekte tafel vol ooft, gebak en koud
-vleesch. Bloemruikers waren gezet tusschen champagneflesschen,
-warme punch, sorbets, een leger van glazen, kopjes en bekers,
-een grooten rijkdom van in het licht fonkelend kristal, porselein
-en zilverwerk. Een nieuwigheid was, dat men de eene helft der zaal
-gevuld had met rijen kleine tafeltjes, waaraan de gasten, in plaats van
-staande iets te gebruiken, konden gaan zitten en zich laten bedienen
-als in een café.
-
-Pierre zag aan een dier kleine tafeltjes Narcisse met een dame zitten:
-toen Prada Lisbeth herkende, ging hij naar haar toe.
-
-"U ziet, dat u mij in schoon gezelschap vindt," zeide de
-gezantschapsattaché galant. "Nadat ik u verloren had, kon ik niets
-beters doen dan mevrouw mijn arm aanbieden en haar hierheen brengen."
-
-"Een prachtig denkbeeld," zeide Lisbeth met haar beminlijk lachje;
-"te meer, daar ik een vreeselijken dorst had."
-
-Zij hadden zich café glacé laten brengen, die zij langzaam met kleine
-vermeillepeltjes aten.
-
-"Ik verga ook van dorst," zeide de graaf. "Ik kan niet genoeg
-drinken... U vindt het toch goed, dat we hier ook plaats nemen, waarde
-heer? De koffie zal me misschien wat kalmeeren... Lieve vriendin,
-mag ik je mijnheer den abbé Froment voorstellen, een der voornaamste
-jonge Fransche priesters?"
-
-Met hun vieren bleven zij lang zoo zitten; zij praatten en maakten
-zich vroolijk over de gasten, die nu en dan binnenkwamen. Maar Prada
-bleef ondanks zijn gewone galanterie voor zijn vriendin gepreoccupeerd;
-sommige oogenblikken vergat hij zelfs haar tegenwoordigheid en keerden
-zijn oogen terug naar de galerij ernaast, vanwaar de muziek en het
-dansen tot hem doordrong.
-
-"Waar zit je toch zoo aan te denken?" vroeg Lisbeth, toen zij hem
-zoo bleek en als in gedachten verzonken zitten zag. "Voel je je
-niet lekker?"
-
-Hij gaf er geen antwoord op, maar zeide plotseling:
-
-"Kijk, daar heb je nu het echte liefdespaar--dat is de liefde en
-het geluk."
-
-En hij wees met een bijna onmerkbaar handgebaar naar markiezin
-Montefiori, de moeder van Dario, en haar tweeden man Jules Laporte, den
-voormaligen sergeant der Zwitsersche garde, die vijftien jaar jonger
-was dan zij, dien zij met haar steeds nog prachtige vlammenoogen op den
-Corso opgevischt en van wien zij triomphantelijk een markies Montefiori
-gemaakt had, om hem geheel voor zich te bezitten. Op bals en soirées
-liet zij hem geen oogenblik los, hield hem tegen de etiquette in aan
-haar arm, liet zich door hem naar het buffet leiden, zoo gelukkig
-maakte het haar den mooien man, op wien zij trots was, te kunnen laten
-zien. Nu dronken zij beiden staande champagne en aten sandwiches--zij,
-ondanks haar vijftig jaar nog een buitengewone, krachtige schoonheid,
-hij, met zijn wapperende snor en zijn trotsche houding, een gelukkige
-avonturier, wiens vroolijke brutaalheid in den smaak der dames viel.
-
-"Zij heeft hem uit een penibele zaak moeten redden," ging de graaf
-op fluisterenden toon voort. "Hij handelde in reliquieën, kon met
-moeite zijn brood verdienen door als tusschenpersoon op te treden
-voor de Fransche en Belgische kloosters, en was een heelen handel
-in valsche reliquieën begonnen. Hier wonende Joden maakten kleine
-ouderwetsche reliquieën-kastjes met stukjes schapenbeen, alles met het
-zegel en de onderteekening van de meest authentieke autoriteiten. Men
-heeft de zaak, waarin eveneens drie prelaten betrokken waren, in den
-doofpot gestopt... Een gelukkige kerel! Kijk eens, hoe zij hem met
-haar oogen verslindt! En ziet hij er niet uit als een grand'seigneur,
-zooals hij het bord vasthoudt, waarvan zij een stukje kip eet."
-
-Dan bleef hij met bittere, grimmige ironie over de Romeinsche
-amourettes vertellen. De Romeinsche vrouwen waren onwetend, koppig en
-jaloersch. Wanneer een vrouw een man veroverd had, behield zij hem haar
-heele leven, werd hij haar eigendom, haar zaak, waarover zij op ieder
-uur naar welgevallen beschikte. En hij somde eindelooze liaisons op,
-o. a. die van donna Serafina en Morano, welke werkelijke huwlijken
-geworden waren; en hij spotte over het gemis aan phantasie, met die
-volkomen en al te drukkende overgave, met de burgerlijk makende zoenen,
-waaraan, wanneer er ooit een einde aan kwam, slechts een einde kon
-komen te midden van de onaangenaamste catastrophen.
-
-"Maar wat scheelt je toch, lieve vriend, wat scheelt je toch?" riep
-Lisbeth lachende uit. "Wat je ons daar vertelt is juist heel
-aardig. Wanneer je van elkaar houdt, moet je altijd van elkaar houden."
-
-Zij zag er met haar fijne, blonde, weerbarstige haren en in haar teere,
-blonde naaktheid werkelijk bekoorlijk uit; Narcisse, die haar met zijn
-half gesloten oogen kwijnend aankeek, vergeleek haar met een figuur
-van Botticelli, dat hij te Florence gezien had. Pierre was weer in
-zijn sombere overpeinzingen teruggevallen, toen hij een dame, die
-voorbijliep, hoorde zeggen, dat de cotillon reeds gedanst werd. Hij
-herinnerde zich plotseling de afspraak, die hij met monsignor Nani
-gemaakt had.
-
-"Gaat u al weg?" vroeg Prada, die zag, dat de priester afscheid nam
-van Lisbeth.
-
-"Neen, neen, nog niet."
-
-"Dan is het goed. Ga niet weg zonder mij. Ik wil nog graag wat loopen,
-dan breng ik u thuis... U vindt me hier terug!"
-
-Pierre moest twee salons doorgaan vóór hij, heelemaal aan het einde,
-aan de kleine spiegelzaal kwam. Het was inderdaad een wondervertrek,
-gehouden in een kostelijken rococostijl, en vormde een rotonde van
-matte spiegels in prachtig verguld en gebeeldhouwde lijsten. Zelfs
-aan de zoldering zetten de spiegels zich in hellende vakken voort,
-zoodat aan alle kanten de beelden vermenigvuldigd en tot in het
-oneindige teruggekaatst werden. Gelukkig waren hier geen electrische
-lampen aangebracht; er brandden slechts twee met rose kaarsen beladen
-kroonluchters. Het behang en de meubelen waren van lichtblauwe zijde.
-
-Pierre zag onmiddellijk monsignor Nani op een lagen canapé
-zitten. Zooals de laatste gehoopt had, was hij geheel alleen, daar
-de cotillon de menigte naar de galerij gelokt had. Er heerschte
-een diepe stilte, nauwelijks hoorde men het orkest, dat hier in een
-zachten fluittoon wegstierf.
-
-De priester excuseerde zich, dat hij op zich had laten wachten.
-
-"Volstrekt niet noodig," antwoordde monsignor met zijn onuitputtelijke
-vriendelijkheid, "ik voelde mij in dit asyl heel rustig... Toen de
-menigte mij te dreigend werd, ben ik hierheen gevlucht."
-
-Hij noemde het koninklijk echtpaar niet, maar gaf te verstaan, dat
-hij uit beleefdheid hun aanwezigheid vermeden had. Hij was slechts
-gekomen uit groote sympathie voor Celia--en ook uit een oogpunt van
-diplomatie, opdat het niet den schijn zou hebben, alsof het Vaticaan
-geheel brak met de Buongiovanni's, de oude, in de annalen van het
-pausdom zoo beroemde familie. Ongetwijfeld kon het Vaticaan dit
-huwelijk, dat het oude Rome met het jonge koninkrijk Italië scheen
-te vereenigen, niet goedkeuren; maar toch wilde het niet den schijn
-aannemen te verdwijnen en zijn belangstelling te verliezen door zijn
-trouwste dienaren in den steek te laten.
-
-"Maar nu," ging de prelaat voort, "moeten we over u spreken, mijn
-waarde zoon... Ik heb u reeds gezegd, dat, al moge de Indexcongregatie
-tot de veroordeeling van uw boek besloten hebben, het vonnis eerst
-overmorgen aan den Heiligen Vader voorgelegd en door hem geteekend
-zal worden. Gij hebt dus nog aan geheelen dag voor u."
-
-Pierre kon zich niet weerhouden hem in de rede te vallen.
-
-"Maar wat moet ik doen, monsignor? Ik heb reeds nagedacht, maar
-ik kan geen enkele manier, geen enkel middel vinden, om mij te
-verdedigen. ... Zijne Heiligheid kan ik toch niet spreken, nu hij
-ziek is!"
-
-"O ziek, ziek," prevelde Nani op zijn slimme manier. "Zijne
-Heiligheid voelt zich reeds veel beter, want ik heb vandaag, zooals
-alle Woensdagen, de eer gehad door hem ontvangen te worden. Wanneer
-hij wat moe is en men dan zegt, dat hij ziek is, laat hij de menschen
-praten, dat stelt hem in staat wat te rusten."
-
-Maar Pierre was te wanhopig, om aandachtig te kunnen luisteren.
-
-"Neen, het is uit," ging hij voort. "U hebt daareven over een wonder
-gesproken, maar ik geloof niet meer aan wonderen. Nu ik te Rome
-verslagen ben, ga ik weer terug naar Parijs, waar ik den strijd zal
-voortzetten... Ja, mijn ziel kan er zich niet bij neerleggen, mijn
-hoop op redding door liefde kan niet sterven; ik zal een nieuw boek
-schrijven en daarin zeggen in welke nieuwe aarde de nieuwe godsdienst
-opgroeien moet."
-
-Er volgde een stilte. Nani keek hem aan met zijn heldere oogen,
-welker intelligente uitdrukking de scherpte van staal had. In de diepe
-stilte, in de zware, heete atmospheer van de kleine zaal, waarvan
-de spiegels de tallooze kaarsen weerkaatsten, drong plotseling een
-luidere uitbarsting van het orkest door. Langzame, wiegende walstonen
-klonken en stierven weer weg.
-
-"Mijn waarde zoon, toorn is altijd verkeerd... Herinnert ge u, dat
-ik u bij uw aankomst beloofd heb, om, wanneer ge vergeefs getracht
-zoudt hebben door den Heiligen Vader ontvangen te worden, zelf op
-mijn beurt een poging te zullen doen? Neen, luister nu kalm en wind
-u niet op," ging hij voort, toen hij zag, dat de priester zenuwachtig
-werd. "Zijne Heiligheid krijgt, helaas, niet altijd even verstandige
-adviezen. De paus heeft personen om zich heen, wier toewijding niet
-steeds met de zoo gewenschte intelligentie gepaard gaat. Ik heb u
-dat al meer gezegd en u voor onberaden stappen gewaarschuwd. Daarom
-heb ik, reeds drie weken geleden, den voorzorgsmaatregel genomen om
-zelf uw boek aan den Heiligen Vader ter hand te stellen, in de hoop,
-dat het hem zou behagen een blik daarin te slaan. Ik vermoedde wel,
-dat men dat nooit zou doen... En nu heb ik de opdracht gekregen u te
-zeggen: De Heilige Vader, die de buitengewoon groote goedheid gehad
-heeft uw boek te lezen, verlangt beslist u te spreken."
-
-Een kreet van vreugde en dank sprong uit Pierre's keel.
-
-"O, monsignor! O, monsignor!"
-
-Maar Nani legde hem het zwijgen op en keek ongerust rond, als was
-hij bang, dat men hem zou kunnen hooren.
-
-"Stil, stil! Het is een geheim! Zijne Heiligheid wil u particulier
-ontvangen, zonder iemand in het vertrouwen te nemen. Luister goed. Het
-is nu twee uur in den ochtend, nietwaar? Welnu vanavond om negen
-precies moet u zorgen aan het Vaticaan te zijn en aan iedere deur naar
-mijnheer Squadra vragen. Overal zal men u dan laten passeeren. Boven
-zal mijnheer Squadra u wachten en binnen brengen... Maar aan niemand
-een woord hierover. Geen levende ziel mag er ook maar het minste
-vermoeden van hebben!"
-
-Het geluk en de dankbaarheid van Pierre kenden geen grenzen meer;
-hij greep de weeke, dikke handen van den prelaat.
-
-"O, monsignor, hoe moet ik aan mijn dankbaarheid uitdrukking geven? In
-mijn ziel was nacht en verzet en opstand, sedert ik mij voelde als
-een speelbal van die machtige Eminenties, die zich vroolijk over mij
-maakten!... Maar u redt mij, ik ben weer zeker te zullen overwinnen,
-nu ik mij eindelijk aan de voeten zal kunnen werpen van Zijne
-Heiligheid, den Vader van alle waarheid en gerechtigheid. Hij moet mij
-vrijspreken--mij, die hem liefheb, die hem bewonder, die overtuigd ben
-nooit anders dan voor zijn politiek en voor zijn dierbaarste ideeën
-gestreden te hebben... Neen, neen, het is onmogelijk, hij zal niet
-teekenen, hij zal mijn boek niet veroordeelen!"
-
-Nani, die zijn handen losgemaakt had, trachtte hem met een vaderlijk
-gebaar tot kalmte te brengen, zonder dat daarbij een minachtend
-glimlachje over zooveel nutteloos verspilde geestdrift van zijn lippen
-week. Het gelukte hem den priester te kalmeeren en hij verzocht hem
-dan heen te gaan. Het orkest was weer begonnen te spelen. Toen de
-priester, hem nogmaals dankend, wegging, zeide hij eenvoudig:
-
-"Herinner u, mijn waarde zoon, dat alleen gehoorzaamheid groot is."
-
-Pierre, die nu nog slechts aan weggaan dacht, vond bijna dadelijk
-Prada in de wapenzaal terug. Hunne Majesteiten hadden juist,
-uitgeleide gedaan door de Buongiovanni's en de Sacco's, het bal
-verlaten. De koningin had Celia een moederlijken kus gegeven,
-terwijl de koning Attilio de hand drukte, een eer, waarover de
-beide families straalden. Vele gasten volgden het voorbeeld van het
-koninklijk echtpaar en gingen reeds in kleine groepen weg. De graaf,
-die buitengewoon opgewonden scheen en nog bitterder en grimmiger
-geworden was, brandde eveneens van ongeduld om weg te gaan.
-
-"Bent u daar eindelijk? Ik heb op u gewacht. Laten we maken, dat
-we wegkomen. Uw landgenoot, mijnheer Habert, heeft mij gevraagd
-u te zeggen, dat u maar niet naar hem zoeken moet. Hij heeft mijn
-vriendin Lisbeth naar haar rijtuig gebracht... Maar ik voel behoefte
-aan frissche lucht; ik zal u naar de Via Giulia brengen."
-
-Toen zij in de garderobe hun jassen aantrokken, kon hij niet nalaten
-te grijnslachen en er op ruwen toon aan toe te voegen:
-
-"Ik heb uw vrienden met hun vieren zien weggaan; en u hebt groot
-gelijk, dat u te voet naar huis gaat, want er was geen plaats meer
-voor u in de karos... Die donna Serafina! Wat een onbeschaamdheid
-op haar leeftijd met haar Morano hier te komen, om te geuren met
-den terugkeer van den trouwelooze... En die twee anderen, die twee
-jongen! O, ik wil volstrekt niet ontkennen, dat het me moeilijk
-valt kalm over hen te praten, want zij hebben vanavond door hier te
-verschijnen een zeldzaam brutaal en onbeschaamd stukje uitgehaald!"
-
-Zijn handen beefden, terwijl hij nog mompelde:
-
-"Goede reis, goede reis, jonge man, wanneer je naar Napels gaat!... Ja,
-ik heb gehoord, dat men tegen Celia zeide, dat hij vanavond om zes
-uur vertrekt. Nu, mijn beste wenschen vergezellen hem! Goede reis!"
-
-Buiten, nu zij uit de benauwde hitte der zalen in de heldere, koele,
-frissche nachtlucht kwamen, voelden beide mannen zich opgelucht. Het
-was een prachtige vollemaannacht, een van die Romeinsche nachten,
-waarin de stad, als door een droom der oneindigheid gewiegd, sluimert
-onder den wijden hemel. Zij volgden den Corso en den Corso Victor
-Emanuele.
-
-Prada was wat kalmer geworden, maar hij bleef ironisch, blijkbaar
-om zich te bedwelmen begon hij met een koortsachtige luidruchtigheid
-weer over de Romeinsche vrouwen, over het feest, dat hij schitterend
-gevonden had en waarover hij zich nu vroolijk maakte.
-
-"Ja, zij hebben mooie japonnen, maar die haar niet staan, japonnen,
-die zij uit Parijs laten komen, maar natuurlijk niet hebben kunnen
-passen. Het is precies als met haar edelgesteenten, zij hebben nog
-diamanten en vooral buitengewoon mooie paarlen, maar zoo zwaar en grof
-gezet, dat zij per slot van rekening foei-leelijk zijn. En als u eens
-wist hoe dom en triviaal zij onder haar schijnbaren trots zijn! Alles
-ligt bij haar aan de oppervlakte, zelfs de godsdienst, daaronder is
-niets dan een onpeilbare diepte. Ik heb haar aan het buffet gulzig
-zien eten. Ja, eten, dat kunnen ze! Maar ik moet er u op wijzen,
-dat zij zich vanavond netjes gedragen hebben, ze hebben niet te veel
-naar binnen geschrokt. Doch als u eens een Hofbal bij kon wonen, dan
-zoudt u eens een plundering zien: het buffet wordt dan belegerd, de
-schotels verslonden, het is een gedrang van een ongekende vraatzucht!"
-
-Pierre antwoordde slechts met monosyllaben. Hij gaf zich geheel over
-aan zijn groote vreugde over de audiëntie, die hij bij den paus zou
-hebben, droomde er reeds van, bereidde haar voor tot in de kleinste
-bijzonderheden, zonder er iemand deelgenoot van te kunnen maken. De
-stappen der beide mannen weerklonken in de breede, verlaten, lichte
-straat op het droge plaveisel, terwijl de maan de zwarte schaduwen
-duidelijk afteekende.
-
-Plotseling zweeg Prada. Hij kon niet meer spreken; de vreeselijke
-strijd, die in hem woedde, had hem geheel overmand en als het ware
-verlamd. Tweemaal had hij reeds in zijn zak het met potlood geschreven
-briefje aangeraakt, waarvan hij de vier regels voor zichzelf herhaalde:
-"Een legende beweert, dat de vijgeboom van Judas, doodelijk voor
-ieder, die eenmaal paus worden wil, weer te Frascati groeit. Eet
-de vergiftigde vijgen ervan niet en geef ze noch aan uw personeel
-noch aan uw kippen." Het briefje was er nog, hij voelde het, en hij
-was slechts met Pierre medegegaan, om het in de brievenbus van den
-palazzo Boccanera te werpen. Hij bleef met een flinken pas doorloopen,
-binnen tien minuten zou het briefje in de bus zijn: geen macht ter
-wereld zou hem kunnen beletten het erin te werpen, zijn besluit
-stond onherroepelijk vast. Nooit zou hij de misdaad begaan menschen
-te laten vergiftigen.
-
-Maar hij onderging een zoo vreeselijke marteling! Die Benedetta en die
-Dario hadden zoo'n storm van ijverzuchtigen haat in hem ontketend. Hij
-vergat er Lisbeth door, die hij liefhad, en het kind, dat kleine
-wezentje van zijn vleesch en bloed, waarop hij zoo trotsch was. Altijd
-had de vrouw de manlijke veroveringsbegeerte in hem wakker gemaakt;
-alleen zij, die tegenstand boden, hadden hem echt, heftig zingenot
-gegeven. En nu bestond er één in de wereld, die hij gewild had, die
-hij gekocht had door een huwlijk, en die zich daarna niet had willen
-geven. Die vrouw, die de zijne geweest was, had hij nooit gehad, zou
-hij nooit hebben. Om haar te hebben, zou hij vroeger Rome in brand
-gestoken hebben; nu vroeg hij zich af, wat hij doen moest, om te
-verhinderen, dat zij van een ander was. Deze gedachte, de gedachte,
-dat die andere zou genieten van wat hem toebehoorde, opende weer de
-wond, die in zijn hart bloedde. Wat zouden zij zich samen vroolijk
-maken over hem! Wat een genot had het hun reeds gegeven hem door
-het rondstrooien van de leugen over zijn zoogenaamde impotentie
-belachelijk te maken! Hij voelde zich ondanks alle bewijzen,
-die hij voor zijn manlijkheid aanvoeren kon, daardoor in zijn eer
-getast. Zonder het zelf te gelooven, had hij hen beschuldigd, dat
-zij reeds sedert lang samen sliepen in dat sombere paleis Boccanera,
-welks liefdesgeschiedenissen legendarisch waren. Thans nu zij vrij,
-tenminste van de kerkelijke banden bevrijd waren, zou dat zeker het
-geval zijn. Hij zag ze reeds naast elkaar in hetzelfde bed, hij riep
-zich hartstochtelijke visioenen voor den geest, omarmingen, kussen,
-de verrukkingen van hun wellust. Neen, neen, neen, het was onmogelijk;
-eerder moest de hemel instorten!
-
-Toen Pierre en hij den Corso Victor Emanuele verlieten, om door de
-oude, smalle, kronkelende straten in de Via Giulia te komen, zag hij
-weer, hoe hij het briefje in de bus zou werpen. Dan stelde hij zich
-voor hoe het verder zou gaan. Het briefje zou tot den ochtend in de
-bus slapen. Don Vigilio, die op speciaal bevel van den kardinaal den
-sleutel van de bus onder zijn berusting had, zou vroeg naar beneden
-komen, den brief vinden en aan Zijne Eminentie geven, die niet wilde,
-dat een ander de brieven opende. De vijgen zouden weggeworpen worden,
-er zou geen misdaad meer mogelijk zijn, de zwarte wereld zou het
-stilzwijgen erover bewaren. Maar wat zou er gebeuren, indien het
-briefje niet in de bus was? Hij ging op die veronderstelling in en
-zag duidelijk de zoo sierlijk met bladeren bedekte vijgen in haar
-mooi mandje 's middags om één uur op tafel komen. Dario was, zooals
-gewoonlijk, alleen met zijn oom, daar hij pas 's avonds naar Napels
-zou gaan. Oom en neef zouden samen van de vijgen eten, of slechts een
-van beiden--maar wie dan. Hier werd het visioen onduidelijk. Het was
-opnieuw de loop van het noodlot, het noodlot, dat hij op den terugrit
-van Frascati ontmoet had, toen het, zonder tegengehouden te worden,
-door alle hinderpalen heen, zijn onbekend doel tegemoet ging. Het
-kleine mandje vijgen ging verder, steeds verder naar de taak, die
-het verrichten moest; geen hand ter wereld was sterk genoeg om het
-te beletten.
-
-De Via Giulia strekte zich eindeloos in het witte maanlicht uit en
-Pierre ontwaakte voor het zwart tegen den zilveren hemel afstekende
-paleis Boccanera als uit een droom. Hij voelde een rilling, toen
-hij naast zich dien smartelijken klaagtoon van een doodelijk gewond
-wild dier hoorde, het onwillekeurige gebrom, dat de graaf in zijn
-vreeselijken strijd zich weer ontvallen liet.
-
-Maar onmiddellijk lachte hij spottend, terwijl hij den priester de
-hand drukte:
-
-"Neen, neen, ik ga niet verder mee... Als ze me op dit uur hier
-zagen, zouden ze gaan denken, dat ik weer verliefd op mijn vrouw
-geworden was."
-
-Hij stak een sigaar aan en ging dan verder in den lichten nacht,
-zonder om te kijken.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERTIENDE HOOFDSTUK
-
-
-Toen Pierre wakker werd, hoorde hij het tot zijn groote verbazing elf
-uur slaan. Na de vermoeienis van het bal, waar hij zoo lang gebleven
-was, had hij als een kind in heerlijken vrede geslapen, als voelde
-hij in zijn sluimering zijn geluk. Nauwelijks had hij zijn oogen
-opgeslagen, of het door het raam binnenvallend zonlicht baadde hem
-in hoop. Zijn eerste gedachte was, dat hij eindelijk dien avond om
-negen uur den paus zou spreken. Nog tien uur! Wat moest hij dezen
-gezegenden dag, welks prachtige en heldere hemel hem zoo'n gelukkig
-voorteeken scheen, doen?
-
-Hij stond op, sloeg de ramen open en liet de warme lucht
-binnenstroomen, die hem toescheen den vruchten- en bloemengeur te
-hebben, welken hij reeds op den dag van zijn aankomst geroken had
-en waarvan hij vergeefs getracht had de natuur te analyseeren: een
-geur van oranjeappelen en rozen. Was het mogelijk, dat men reeds
-in December was? Welk een heerlijk land, waarin op den drempel van
-den winter April opnieuw scheen te ontbloeien! Toen hij, na zich
-te hebben aangekleed, voor het raam ging staan, om naar de altijd
-groene hellingen van den Janiculus aan de overzijde van den Tiber te
-kijken, zag hij Benedetta bij de kleine fontein in het verwaarloosde
-tuintje van het paleis zitten. En toegevend aan een drang naar leven,
-vroolijkheid en schoonheid ging hij naar beneden.
-
-Benedetta, stralend van geluk, uitte, terwijl zij hem haar beide
-handen toestak onmiddellijk den kreet, dien hij van haar verwacht had:
-
-"Mijn beste abbé, wat ben ik gelukkig! Wat ben ik gelukkig!"
-
-Dikwijls hadden zij zoo een ochtend in dit kalme, vergeten hoekje
-samen doorgebracht. Maar welk een treurige ochtenden waren het,
-toen zij beiden geen hoop meer durfden koesteren. Maar vandaag was
-het alsof de verwaarloosde, met onkruid overwoekerde lanen, de in
-het oude, volgegooide bassin opgegroeide taxis, de symmetrische
-oranjeappelboomen, die alleen nog den vroegeren loop der paden
-aanwijzen, een eindelooze bekoring, een droomerige en teedere
-vertrouwelijkheid bezaten, waarin men zoo heerlijk kon uitrusten van
-zijn vreugde. Vooral was het prettig warm naast den laurierboom in den
-hoek, waar zich de fontein bevond. Het dunne waterstraaltje stroomde
-met zijn fluittonen steeds maar door uit den wijdgeopenden mond van
-het tragische masker. Een frissche koelte steeg op uit den grooten
-marmeren sarkophaag, welks basrelief een tierend bacchanaal toonde
-van faunen, die vrouwen meevoerden en onder hun gulzige kussen op
-den grond wierpen. Men was daar, om zoo te zeggen, buiten ruimte
-en tijd, in een zoo ver verwijderd verleden, dat de omgeving, de
-nieuwe kadewerken, de tegen den grond geworpen, van het stof der,
-puinhoopen nog grijze wijk, het door elkaar gegooide, van een nieuwe
-wereld zwangere Rome verdwenen.
-
-"O," herhaalde Benedetta; "wat ben ik gelukkig!... Het werd mij te
-benauwd in mijn kamer; ik moest naar buiten, zoo snakte mijn hart
-naar ruimte, lucht en zon, om al zijn vreugde uit te kunnen kloppen!"
-
-Zij zat op het omgevallen, als bank dienende stuk zuil naast den
-sarkophaag en wilde, dat de priester naast haar plaats nam. Nooit had
-hij haar zoo mooi gezien met haar zwart haar, dat het reine, in de
-volle zon zoo teer blozende gelaat omlijstte. Haar groote, onpeilbare
-oogen waren in het licht als kolenvuur, waarin goud smolt, terwijl
-haar kindermond, haar reine, verstandige mond glimlachte--zooals een
-goedhartig schepsel glimlacht, dat vrij is eindelijk naar hartelust
-lief te hebben, zonder aanstoot te geven aan God of menschen. En
-hardop droomde zij haar toekomstplannen.
-
-"0, het is nu heel eenvoudig. Nu ik reeds de scheiding van tafel en
-bed verkregen heb, zal het niet moeilijk vallen, nadat de Kerk mijn
-huwlijk nietig verklaard had, de burgerlijke echtscheiding ook te
-krijgen. En ik zal met Dario trouwen--ja, in het volgend voorjaar
-en misschien wel eerder, wanneer het gelukt de formaliteiten wat
-te bespoedigen... Vanavond om zes uur gaat hij naar Napels, waar
-hij een paar zaken te regelen heeft. Wij bezitten daar nog een paar
-eigendommen, die we hebben moeten verkoopen, want alles heeft veel geld
-gekost. Maar wat hindert dat, nu we toch elkaar toebehooren!... Wat
-een heerlijke uren zullen we binnen enkele dagen hebben, wanneer hij
-weer terug is--wat zullen we lachen! Ik heb er na het heerlijk bal
-heelemaal niet van kunnen slapen, zooveel plannen heb ik gemaakt. O,
-prachtige plannen! U zult het eens zien, u zult het eens zien, want
-ik wil beslist, dat u tot aan ons huwlijk in Rome blijft!"
-
-Hij begon met haar te lachen, zóó medegesleept door deze uitbarsting
-van jeugd en geluk, dat hij zich slechts met de grootste moeite
-bedwingen kon, om haar niet zijn geluk, de hoop, waarmede zijn
-aanstaand onderhoud met den paus hem vervulde, mede te deelen.
-
-In de rillende stilte van den smallen, zonnigen tuin weerklonk met
-geregelde tusschenpoozen dezelfde schreeuw van een vogel. Benedetta
-keek naar boven en zag een kooi, die voor een raam op de eerste
-verdieping hing.
-
-"Ja, ja, Tata, schreeuw maar hoor, wees maar blij. Iedereen in huis
-moet blij zijn!"
-
-En zich dan weer als een uitgelaten schoolmeisje, dat vacantie heeft,
-tot Pierre wendend:
-
-"U kent Tata toch?... Wat, kent u Tata niet?... Dat is de papegaai van
-mijn oom den kardinaal! Ik heb hem in het voorjaar cadeau gegeven;
-hij is er dol op en laat het dier de lekkere brokjes van zijn bord
-eten. Hij zorgt er heelemaal voor, hangt hem buiten en haalt hem
-binnen en is zoo bang, dat hij koude zal vatten, dat hij hem in de
-eetkamer laat, het eenige vertrek, waarin het een beetje warm is."
-
-Pierre keek nu ook op naar den papegaai, een van die aardige
-grijsgroene, zijdeachtige, kleine papegaaien. Hij hing met zijn snavel
-aan de tralies van zijn kooi, schommelde heen en weer en sloeg in
-zijn vreugde over de warme zon met zijn vleugels.
-
-"Spreekt hij?" vroeg Pierre.
-
-"O, neen, hij schreeuwt," antwoordde Benedetta lachend. "Maar oom
-beweert, dat hij alles wat hij zegt verstaan kan en uitstekend met
-hem kan praten."
-
-Plotseling begon zij weer over een ander onderwerp, als had een
-onbewuste gedachtenassociatie haar doen denken aan haar anderen oom,
-den aangetrouwden oom, dien zij te Parijs had.
-
-"U moet een brief van vicomte de la Choue gehad hebben... Hij heeft
-mij gisteren geschreven, hoe het hem spijt, dat het u niet gelukt
-door Zijne Heiligheid ontvangen te worden. Hij had voor de overwinning
-van zijn denkbeelden zoo op u, op uw zege gerekend!"
-
-Inderdaad kreeg Pierre meermalen brieven van den vicomte, waarin
-deze jammerde over den invloed, dien zijn tegenstander, baron de
-Fouras, na het groote succes van zijn laatste campagne te Rome met de
-internationale bedevaart van de Pieterspenning, gekregen had. Het
-was het ontwaken van de oude, intransigente Katholieke partij;
-alle liberale veroveringen van het Neo-Katholicisme werden bedreigd,
-wanneer men niet van den paus een formeele adhaesie aan de verplichte
-corporaties verkreeg, om een bres te slaan in de door de conservatieven
-gesteunde vrije corporaties. In zijn ongeduld om Pierre eindelijk
-een audiëntie bij den paus te zien krijgen, overstelpte hij dezen
-met allerlei gecompliceerde plannen.
-
-"Ja," mompelde Pierre; "Zondag heb ik reeds een brief gekregen en toen
-ik gisteren uit Frascati terugkwam, vond ik er weer een... O, ik zou
-zoo gelukkig zijn als ik hem eens een gunstig antwoord geven kon."
-
-Bij de gedachte, dat hij den paus 's avonds spreken, hem zijn van
-liefde brandende ziel openen, van hem de aanmoediging krijgen zou
-voor zijn zending tot sociale redding in den broederlijken naam der
-kleinen en armen, stroomde zijn hart opnieuw van vreugde over. Hij
-kon zich niet langer inhouden, gaf zijn geheim, dat zijn hart deed
-opzwellen, prijs.
-
-"Het is nu zeker, vanavond heb ik een audiëntie bij den paus."
-
-Benedetta begreep het niet dadelijk.
-
-"Hoe zoo?"
-
-"Ja, monsignor Nani is wel zoo goed geweest mij van ochtend op het
-bal te zeggen, dat de Heilige Vader, aan wien hij mijn boek ter hand
-gesteld had, mij wenscht te spreken... Vanavond om negen uur zal ik
-ontvangen worden."
-
-Een blos van geluk kwam op haar wangen, zoo deelde zij in de vreugde
-van den jongen priester, voor wien zij een innige vriendschap had
-opgevat. En dit succes van een vriend, zoo samenvallend met haar eigen
-geluk, kreeg in haar oogen een bijzondere beteekenis, als beteekende
-dit het zekere, volkomen welslagen voor alles. Als een geëxalteerde
-en verrukte bijgeloovige riep zij uit:
-
-"Lieve God, dat zal ons geluk aanbrengen!... Hoe heerlijk, vriendlief,
-hoe heerlijk, dat het geluk tezelfdertijd komt tot u als tot mij, want
-het is ook voor mij een geluk, een geluk, dat ge u niet voorstellen
-kunt... Nu is het zeker, dat alles zich ten goede keeren zal, want
-een huis, waarin zich iemand bevindt, die den paus gesproken heeft,
-is gezegend en wordt niet meer door den bliksem getroffen."
-
-Zij begon nog luider te lachen, klapte in haar handen en was zoo
-luidruchtig in haar vreugde, dat hij bang werd.
-
-"Stil toch, stil toch! Mij is volkomen geheimhouding opgelegd... Ik
-smeek u, spreek er met niemand over, ook niet met uw tante, zelfs
-niet met Zijne Eminentie... Monsignor Nani zou er erg boos over zijn."
-
-Toen beloofde zij te zullen zwijgen. Zij werd eenigszins week,
-sprak over monsignor Nani als over een weldoener, want had zij het
-ten slotte niet aan hem te danken, dat haar huwlijk nietig verklaard
-was? Dan maakte haar uitgelaten vreugde zich weer van haar meester.
-
-"Vindt ge ook niet, dat het geluk het eenige is, dat goed
-is?... Vandaag vraagt ge geen tranen van me, zelfs niet voor de armen,
-die koude en honger lijden... Dat komt, omdat er feitelijk alleen
-maar levensgeluk bestaat! Dat geneest alles! Je hebt het niet koud,
-je lijdt geen honger, wanneer je gelukkig bent!"
-
-In zijn verbazing over deze zonderlinge oplossing van het vreeselijke
-vraagstuk der ellende, keek hij haar verbijsterd aan. Plotseling
-besefte hij, dat zijn geheele apostelarbeid bij deze dochter van een
-mooien hemel, die het atavisme van zooveel eeuwen van souvereine
-aristocratie in zich had, vergeefsch was geweest. Hij had haar
-het Christendom in zijn waren vorm willen leeren, haar brengen
-tot de Christelijke liefde van armen en nooddruftigen, haar willen
-veroveren voor het nieuwe Italië, waarvan hij droomde--een Italië,
-dat, vol medelijden voor menschen en dingen, ontwaakt was voor de
-nieuwe tijden. Maar zie, zij, die met hem geweend had over het lijden
-van het lijdende volk in de oogenblikken, dat zij zelf leed en haar
-hart uit de vreeselijkste wonden bloedde, zij, het kind der brandende
-zomers en lenteachtig-zachte winters, jubelde onmiddellijk na haar
-genezing het geluk der geheele wereld uit.
-
-"Maar iedereen is niet gelukkig," zeide hij.
-
-"O ja, ja!" riep zij uit. "Dat zegt u, omdat u de armen niet kent. Geef
-aan een meisje van ons Trastevere den jongen man, dien zij liefheeft,
-en zij straalt als een koningin en vindt, wanneer zij 's avonds haar
-droog brood eet, dat heerlijk lekker. De moeders, die een kind van
-den dood redden, de mannen, die in een veldslag overwinnen of wel hun
-nummers uit de loterij zien komen--allen zijn ze zoo, allen vragen
-slechts geluk en genot... O, al tracht u nog zoo, om rechtvaardig te
-zijn en het geluk beter te verdeelen, tevreden zullen alleen zij zijn,
-wier hart, zelfs dikwijls zonder te weten waarom, zingt op een mooien,
-zonnigen dag als vandaag!"
-
-Hij maakte slechts een gebaar, want hij wilde haar geluk niet verstoren
-door nogmaals de zaak te bepleiten van zooveel arme schepsels, die in
-deze zelfde minuut ergens in de verte den doodsstrijd streden, ten
-onder gegaan door lichamelijke en geestelijke pijn. Maar plotseling
-gleed door de zoo lichte en zoo zachte lucht een schaduw; hij voelde
-de eindelooze triestheid der vreugde, de grenzenlooze wanhoop der zon,
-alsof iemand, dien men niet kon zien, die schaduw had laten vallen. Was
-het de te scherpe geur van den laurierboom, de bittere lucht der
-oranjeappelen en taxisboomen, die hem zoo duizelig maakte? Was het de
-huivering van zinnelijke warmte, die zijn aderen onder deze puinhoopen,
-in dezen hoek vol oerouden hartstocht kloppen deed? Of wekte die
-sarkophaag met zijn woest bacchanaal, zelfs te midden van de onbewuste
-wellust der liefde, onder den onverzadigbaren kus der minnenden, de
-gedachte op van den nabijën dood? Een oogenblik scheen het vroolijke
-lied van den fontein hem een lange snik toe, had hij het gevoel, alsof
-in die reusachtige, uit het onzienlijke gekomen schaduw alles verdween.
-
-Maar reeds had Benedetta zijn beide handen in de hare genomen en
-deed hem weer terugkeeren tot het bekoorlijke bewustzijn hier in haar
-tegenwoordigheid te zijn.
-
-"De leerling is niet erg makkelijk, wel, en zij heeft een harden
-kop. Maar wat zal ik u zeggen? Er zijn van die denkbeelden, welke
-er bij ons niet ingaan. Nooit, nooit zult u zoo iets een Romeinsch
-meisje in het hoofd praten... Heb ons lief, stel u ermede tevreden
-ons lief te hebben zooals wij zijn--mooi uit al onze kracht, zoo mooi
-als wij zijn kunnen!"
-
-Zij was zóó mooi op dat oogenblik, zóó mooi in haar stralend geluk,
-dat hij ervoor beefde als voor een God, als voor de almacht, die de
-wereld leidt.
-
-"Ja, ja," stamelde hij, "de schoonheid, de schoonheid--zij is nog
-altijd de heerscheresse, nog altijd de heerscheresse... O, waarom
-kan zij niet den eeuwigen honger der arme menschen stillen?"
-
-"Kom, kom!" riep zij vroolijk, "het leven is mooi. Laten we naar
-boven gaan, tante zal wel op ons wachten!"
-
-Er werd om één uur gedineerd. De enkele malen, dat Pierre niet
-buitenshuis at, zat hij aan de tafel der beide dames in de kleine
-eetzaal op de tweede verdieping, die op het binnenplein uitzag. Op
-hetzelfde uur dineerde op de eerste verdieping in de zonnige, op
-den Tiber uitziende eetkamer, de kardinaal, die altijd blij was zijn
-neef Dario aan tafel te hebben, want zijn secretaris, don Vigilio,
-zijn andere, geregelde dischgenoot, zeide slechts iets, wanneer men
-hem iets vroeg. De twee huishoudingen waren geheel gescheiden; zij
-hadden noch dezelfde keuken, noch hetzelfde personeel.
-
-Maar al was de eetkamer op de tweede verdieping somber, het dejeuner
-van de dames en den jongen priester was er niet minder opgewekt
-door. Zelfs de anders zoo gereserveerde donna Serafina scheen door een
-groot innerlijk geluk bezield. Blijkbaar had zij de zaligheid van haar
-triomf van den vorigen avond aan den arm van Morano nog niet ten volle
-uitgenoten; zij begon het eerst over het bal; zij was er vol lof over,
-hoewel de aanwezigheid van den koning en van de koningin, zooals zij
-zeide, haar zeer gehinderd had. Zij vertelde, hoe zij door een handige
-taktiek had weten te vermijden, dat zij voorgesteld werd. Trouwens zij
-hoopte, dat haar algemeen bekende sympathie voor Celia, wier peet zij
-geweest was, voldoende zijn zou om haar aanwezigheid in dezen neutralen
-salon te verklaren. Toch scheen haar geweten zich er bezwaard door te
-gevoelen, want zij zeide, dat zij van plan was onmiddellijk naar het
-Vaticaan te gaan, om met den kardinaal-secretaris te spreken over een
-werk, waarvan zij patrones was. Dit compensatie-bezoek op den dag na
-de soirée bij de Buongiovanni's, scheen haar onvermijdelijk, beslist
-noodzakelijk toe. Nooit had zij zich zoo ingespannen voor, nooit had
-zij vuriger gehoopt op de spoedige verheffing van haar broeder, den
-kardinaal, op den troon van St. Pieter: dat was voor haar de hoogste
-triomf, de verheffing van haar geslacht, die haar familietrots voor
-noodzakelijk en onvermijdelijk hield. Gedurende de laatste ziekte
-van den regeerenden paus had zij zich al zenuwachtig gemaakt over den
-uitzet, dien zij met het wapen van den nieuwen paus had willen merken.
-
-Benedetta hield niet op met schertsen, lachte over alles, sprak over
-Celia en Attilio met de hartstochtelijke teederheid van een vrouw, wier
-liefdesgeluk zich verheugt in het geluk van een bevriend paar. Toen
-het dessert opgediend was, vroeg zij aan den knecht:
-
-"En waar blijven de vijgen, Giacomo?"
-
-Deze, met zijn langzame, als in slaap uitgevoerde bewegingen, keek
-haar wezenloos aan. Gelukkig kwam Victorine juist de kamer binnen.
-
-"Waarom krijgen we de vijgen niet, Victorine?"
-
-"Welke vijgen bedoelt u, contessina?"
-
-"Wel, de vijgen, die ik vanochtend beneden gezien heb... Het waren
-prachtige vijgen in een klein mandje. Ik wist heusch niet, dat er
-in dezen tijd van het jaar nog zulke mooie zijn... Ik ben dol op
-vijgen. Ik had er me bij voorbaat al op verheugd."
-
-Victorine begon te lachen.
-
-"O nu weet ik het al, contessina, nu weet ik het al... Het zijn de
-vijgen, die de pastoor van Frascati gisteren avond persoonlijk voor
-Zijne Eminentie gebracht heeft. Ik was toevallig beneden en hij heeft
-zeker wel driemaal gezegd, dat het een cadeau was voor Zijne Eminentie,
-dat men zoo, zonder een blaadje te verleggen, op de tafel van Zijne
-Eminentie moest zetten... Nou, dat hebben we gedaan."
-
-"Nou, dat is prachtig," riep Benedetta in komische woede. "Die zitten
-nu lekker te genieten zonder ons. We hadden toch best kunnen deelen!"
-
-Dan mengde donna Serafina zich in het gesprek en vroeg aan Victorine:
-
-"Je bedoelt zeker den pastoor, die vroeger dikwijls op de villa kwam?"
-
-"Ja, pastoor Santobono van de Santa Maria del Campi... Als hij komt,
-vraagt hij altijd naar abbé Paparelli, met wien hij tegelijk op het
-seminarie geweest is. Gisterenavond ook heeft abbé Paparelli hem
-met zijn mandje bij ons in de keuken gebracht... Dat mandje! Stel
-u voor, dat we heelemaal vergeten hadden het op de tafel van Zijne
-Eminentie te zetten, zoodat niemand de vijgen gegeten zou hebben, als
-abbé Paparelli ze niet was komen halen en ze met een ware vroomheid,
-als droeg hij het Heilige Sacrament, naar boven gebracht had... Zijne
-Eminentie houdt er ook zoo van!"
-
-"Nou, ik geloof niet, dat mijn broer er vanmiddag erg in zal happen,
-want hij heeft last van zijn ingewanden."
-
-Bij het telkens weer terugkomen van den naam Paparelli was zij
-nadenkend geworden. De sleepdrager met zijn slap en gerimpeld gezicht,
-zijn dikke, korte gestalte als van een oude jongejuffrouw in een
-zwarte rok, wekte haar wantrouwen op, sedert zij de groote macht,
-die hij, ondanks zijn nederigheid en zijn op den achtergrond blijven,
-op den kardinaal kreeg, opgemerkt had. Hij was niet meer dan een
-bediende, schijnbaar de geringste, en toch heerschte hij; zij voelde,
-dat hij haar eigen invloed bestreed en dikwijls ongedaan maakte,
-wat zij voor den triomf der eerzucht van haar broeder tot stand
-gebracht had. Het ergste was, dat zij hem reeds een jaar had moeten
-verdenken hem tot handelingen aangezet te hebben, die zij als grove
-fouten beschouwde. Misschien had zij zich vergist en zij liet hem de
-gerechtigheid wedervaren te erkennen, dat hij enkele deugden had en
-buitengewoon vroom was.
-
-Intusschen bleef Benedetta schertsen en lachen. Toen Victorine weg was,
-riep zij den knecht:
-
-"Giacomo, je moet even een boodschap voor mij doen..."
-
-Zij viel zichzelf in de rede, om tegen haar tante te zeggen:
-
-"We zullen onze rechten laten gelden... Ik zie ze voor mij, zooals
-ze daar bijna beneden ons aan tafel zitten. Zij moeten even als wij
-aan het dessert zijn. Oom licht de blaadjes op, bedient zich met een
-glimlachje, geeft het mandje aan Dario, die het weer aan don Vigilio
-geeft. En nu eten ze alle drie met ernstig, nadenkend gelaat... Ziet
-u ze niet? Ziet u ze niet?"
-
-Zij zag ze; het verlangen in de nabijheid van Dario te te zijn, haar
-voortdurend naar hem toevliegende gedachten riepen hem zoo met de twee
-anderen voor den geest. Haar hart was beneden, zij zag, zij hoorde,
-zij voelde met al de fijngevoelige zintuigen van haar liefde.
-
-"Giacomo, ga naar beneden en zeg aan Zijne Eminentie, dat wij ook zoo
-graag eens van de vijgen zouden proeven en dat het heel vriendelijk
-van hem zijn zou, als hij degene, die hij niet meer lust, aan ons
-wil geven."
-
-Maar weer kwam donna Serafina, die haar strenge stem teruggevonden
-had, tusschenbeide:
-
-"Je blijft hier, Giacomo!"
-
-En zich dan tot haar nicht wendend:
-
-"En nu genoeg van die kinderachtigheden!... Ik houd volstrekt niet
-van die flauwiteiten!"
-
-"Kom, tante, ik ben ook zoo gelukkig, ik heb in geen tijd zoo van
-harte gelachen!"
-
-Pierre had tot dusverre slechts geluisterd; het maakte hem zelf
-vroolijk haar zoo vroolijk te zien. Toen nu een kleine, kille stilte
-ontstond, begon hij te spreken en vertelde, hoe hij zelf ook verbaasd
-geweest was den vorigen dag, zoo laat in den tijd, nog vruchten gezien
-te hebben aan den beroemden vijgeboom van Frascati. Het kwam zeker,
-doordat de boom door dien hoogen muur beschermd werd.
-
-"Zoo, hebt u den beroemden vijgeboom gezien?" vroeg Benedetta.
-
-"Ja, en ik heb zelfs gereisd met de vijgen, waar u zoo'n trek in hebt!"
-
-"Gereisd met de vijgen?"
-
-Reeds speet het hem, dat hij zich die woorden had laten ontvallen,
-maar hij vond het toch beter nu alles te zeggen.
-
-"Ja, ik ontmoette er iemand, die per rijtuig naar Frascati gekomen was
-en met alle geweld wilde, dat ik met hem naar Rome terugreed. Onderweg
-hebben we pastoor Santobono, die dapper met zijn mandje te voet naar
-Rome ging, opgenomen... Zelfs hebben we nog een oogenblik in een
-osteria gezeten..."
-
-Hij vertelde verder van den tocht en van zijn indrukken van de in
-de avondschemering gehulde campagna. Maar Benedetta keek hem strak
-aan, want zij wist heel goed, dat Prada ieder oogenblik voor zijn
-bouwspeculaties naar Frascati ging.
-
-"Iemand, iemand?" prevelde zij; "de graaf zeker!"
-
-"Ja, mevrouw, de graaf!" antwoordde Pierre eenvoudig. "Vannacht heb ik
-hem weer gesproken. Hij was geheel van streek, en men moet medelijden
-met hem hebben."
-
-De jonge priester sprak deze barmhartige woorden in de overvloeiende
-liefde, die hij over alle wezens en dingen had willen uitgieten,
-met zoo diepe en natuurlijke ontroering uit, dat de beide dames er
-zich niet beleedigd door gevoelden. Donna Serafina bleef roerloos
-zitten en deed alsof zij het niet gehoord had, terwijl Benedetta door
-een gebaar te kennen scheen te willen geven, dat zij noch haat noch
-medelijden behoefde te gevoelen voor een man, die haar totaal vreemd
-geworden was. Toch lachte zij niet meer en zeide eindelijk, terwijl
-zij aan het mandje dacht, dat in het rijtuig van Prada medegekomen was:
-
-"Ik heb heelemaal geen trek meer in die vijgen en ben nu maar blij,
-dat ik er niet van gegeten heb."
-
-Onmiddellijk na de koffie verliet donna Serafina hen in de haast,
-die zij had, om naar het Vaticaan te gaan. Toen Benedetta en Pierre
-alleen waren, bleven zij, weer vroolijk geworden, nog een oogenblik
-als goede vrienden praten. De priester begon weer over zijn audiëntie
-van dien avond. Het was nauwlijks twee uur, dus had hij nog zeven uur
-voor zich. Hoe zou hij dien eindeloozen middag door moeten komen? Toen
-kreeg zij een aardigen inval.
-
-"Weet u wat?" zeide zij. "Nu we allen zoo gelukkig zijn, moesten
-we elkaar niet verlaten... Dario heeft zijn eigen rijtuig. Hij zal
-nu wel klaar zijn met zijn dejeuner, ik zal hem zeggen, dat hij een
-grooten rit langs den Tiber met ons moet gaan maken."
-
-Verrukt over dat mooie plan, klapte zij in haar handen. Maar juist
-op dat oogenblik kwam don Vigilio met een verschrikt gezicht binnen.
-
-"Is de prinses niet hier?"
-
-"Neen, tante is uitgegaan... Wat is er?"
-
-"Zijne Eminentie stuurt me... De prins is na tafel onwel geworden... O
-niets ernstigs natuurlijk."
-
-Zij gaf een gil, meer van verbazing dan van ongerustheid.
-
-"Wat, Dario?... Maar dan komen we allemaal beneden. Ga mee, mijnheer
-de abbé! Hij mag niet ziek zijn, want hij moet met ons uit."
-
-Toen zij op de trap Victorine zag, moest deze ook mede.
-
-"Dario voelt zich niet lekker... We zullen je misschien noodig hebben."
-
-Alle vier gingen zij de groote, ouderwetsche, eenvoudige kamer binnen,
-waarin de jonge man door zijn schouderwonde een maand lang aan het
-ziekbed gekluisterd was geweest. Men kwam er door een kleinen salon,
-een van de daarnaast liggende toiletkamer uitgaande gang verbond die
-vertrekken met de appartementen van den kardinaal: de betrekkelijk
-smalle eet-, slaap- en werkkamer, die men door het aanbrengen van
-beschotten uit een van de vroeger groote zalen gemaakt had. Verder was
-er nog de kapel, die met een deur op de gang uitkwam, een eenvoudig,
-kaal vertrek, waarin zich een altaar van beschilderd hout bevond,
-maar geen tapijt, geen stoel--niets dan de harde, koude vloer, om te
-knielen en te bidden.
-
-Benedetta liep naar het bed, waarop Dario geheel gekleed lag. Naast
-hem stond in vreeselijke zorg kardinaal Boccanera, die, ondanks zijn
-beginnende ongerustheid zijn trotsche houding, de rust van een verheven
-ziel, die zich niets te verwijten heeft, bewaarde.
-
-"Wat is er, Dario, wat scheel je?"
-
-Maar de prins, die haar wilde geruststellen, glimlachte. Hij zag
-bleek en maakte den indruk van iemand, die dronken is.
-
-"O, het is niets, een flauwte... Stel je voor, ik heb precies een
-gevoel, alsof ik te veel gedronken heb... Plotseling begon het voor
-mijn oogen te draaien en was het, alsof ik zou vallen... Ik had nog
-maar net den tijd, om naar mijn bed te komen."
-
-Hij ademde diep als iemand, die behoefte aan lucht heeft. Dan vertelde
-de kardinaal op zijn beurt enkele bijzonderheden.
-
-"We waren juist klaar, ik gaf don Vigilio orders voor vanmiddag
-en stond op het punt van tafel op te staan, toen ik Dario zag
-wankelen... Hij wilde weer gaan zitten, maar liep met onzekere
-stappen als een slaapwandelaar rond, terwijl hij tastend de deuren
-openmaakte. Zonder er iets van te begrijpen, gingen we hem na. Ik
-zoek nog steeds, maar begrijp het niet."
-
-Met een gebaar gaf hij zijn verbazing te kennen en wees op de kamer,
-waardoor een plotselinge ongelukswind scheen gewaaid te hebben. Alle
-deuren waren wijd open blijven staan, men zag achter elkaar de
-toiletkamer, dan de gang en aan het eind daarvan de eetkamer in de
-wanorde van een vertrek, dat men plotseling verlaten heeft, met de
-nog gedekte tafel, de weggeworpen servetten, de achteruitgeschoven
-stoelen. Toch was men nog niet bang.
-
-Hardop zeide Benedetta het in zulke gevallen gewone gezegde:
-
-"Als je maar niets verkeerds gegeten hebt!"
-
-Maar met een tweede gebaar zeide de kardinaal glimlachend:
-
-"Neen, dat kan niet. Eieren, lamscoteletten en een bord zuring zullen
-zijn maag niet overladen hebben. Ik drink nooit iets anders dan water
-en hij hoogstens een paar slokjes witte wijn... Neen, met het eten
-heeft het niets te maken."
-
-Dario, die een oogenblik zijn oogen dicht gedaan had, sloeg ze weer
-open, ademde opnieuw diep en trachtte te glimlachen.
-
-"Kom, kom, het zal niets zijn, ik voel me al weer veel beter. Ik moet
-een beetje beweging hebben."
-
-"Luister dan even naar het plan, dat ik gemaakt heb... Je moet met
-mij en den abbé een grooten toer gaan maken in de Campagna."
-
-"Graag, een prachtig idee... Victorine help me even!"
-
-Hij had zich opgericht, waarbij hij pijnlijk op zijn pols steunde. Maar
-voor de huishoudster bij hem was, kreeg hij een kramp en viel hij,
-als door een flauwte getroffen, weer neer. De kardinaal, die aan
-den rand van het bed was blijven staan, ving hem in zijn armen op,
-terwijl de contessina ditmaal haar hoofd verloor.
-
-"God, God, alweer... Ga gauw een dokter halen!"
-
-"Wil ik het doen?" vroeg Pierre, die zich ook ongerust begon te maken.
-
-"Neen, neen, u niet, u moet hier blijven... Victorine zal het doen,
-die weet den dokter te wonen... Dokter Giordano, hoor Victorine!"
-
-De huishoudster ging weg en een zware stilte viel in het vertrek,
-waarin een huivering van angst van minuut tot minuut sterker
-werd. Benedetta was, doodelijk bleek, weer naar het bed gegaan, terwijl
-de kardinaal, die Dario, wiens hoofd op zijn schouders gevallen was, in
-zijn armen bleef houden, strak naar hem keek. Een vreeselijk vermoeden,
-vaag en onbepaald nog, was in hem opgerezen: het kwam hem voor dat
-Dario's gezicht grauw was en dezelfde verschrikt-angstige uitdrukking
-had, die hij bij zijn besten vriend monsignor Gallo, had opgemerkt,
-toen hij hem twee uur vóór zijn dood, op deze zelfde wijze aan zijn
-borst gesteund had. Het was dezelfde flauwte, hetzelfde gevoel, dat hij
-nog slechts het koud lichaam van een geliefd wezen, wiens hart niet
-meer klopte, in zijn armen drukte, maar voor alles werd de gedachte
-aan vergif sterk in hem, het vergif, dat uit het donker komt en als
-een bliksemstraal in het donker treft. Langen tijd bleef hij zoo over
-het gezicht van zijn neef, den laatste van zijn geslacht, gebogen
-staan, zocht, ging na en vond de symptomen van het mysterieuse en
-onverzoenlijke, dat hem reeds de helft van zijn eigen ik ontnomen had.
-
-Maar fluisterend smeekte Benedetta:
-
-"Oom, u zult zoo moe worden... Laat ik hem een poosje
-vasthouden... Neen, u behoeft niet bang te zijn, ik zal het heel zacht
-doen, hij zal voelen, dat ik het ben, en dat zal hem misschien weer
-wakker doen worden."
-
-Eindelijk hief hij zijn hoofd op, keek haar aan en stond haar zijn
-plaats af na haar met oogen vol tranen tegen zich aan gedrukt en gekust
-te hebben. Een plotselinge ontroering had zich van hem meester gemaakt,
-waarin de warme liefde, die hij voor haar voelde, de starre koude,
-die hij gewoonlijk huichelde, smelten deed.
-
-"Mijn arm kind, mijn arm kind!" stamelde hij, bevend als een
-ontwortelde eik.
-
-Onmiddellijk echter beheerschte hij zich weer, en terwijl Pierre en
-Vigilio onbeweeglijk en zwijgend en wanhopig, dat zij niets konden
-doen, wachtten of men hen misschien noodig zou kunnen hebben, begon
-hij langzaam door de kamer op en neer te loopen. Dan scheen echter
-de kamer voor de gedachten, die in zijn hoofd woelden, te klein te
-worden, en liep hij achtereenvolgens de toiletkamer, de gang en de
-eetkamer in. Steeds ging hij zoo op en neer, steeds kwam hij weer
-terug, ernstig, zonder een spier op zijn gelaat te vertrekken, met
-gebogen hoofd, verzonken in dezelfde sombere overpeinzing. Welk een
-wereld van gedachten woelde in het brein van dezen geloovige, van
-dezen hooghartigen prins, die zich aan God gegeven had en machteloos
-was tegen het onvermijdelijke lot? Nu en dan ging hij naar het bed
-terug, overtuigde zich van de vorderingen, die het vergif maakte, zag
-aan het gelaat van Dario hoe ver het met de crisis stond, en ging dan
-weer met dezelfden regelmatigen stap weg, verdween en kwam weer terug,
-als voortgedreven door de monotone regelmatigheid der krachten, die
-de mensch niet vermag tegen te houden. Misschien vergiste hij zich,
-misschien was het maar een eenvoudige ongesteldheid, waarom de dokter
-zou lachen. Hij moest hopen en verder afwachten. En zoo ging hij
-steeds weer weg en kwam hij steeds weer terug, en niets kon te midden
-der drukkende stilte, angstaanjagender klinken dan de rhythmische
-stappen van dezen grooten grijsaard, die het noodlot wachtte.
-
-De deur ging weer open en Victorine kwam buiten adem binnen.
-
-"Ik heb den dokter gevonden, hier is hij!"
-
-Met zijn lachend gelaat, zijn klein blozend, door witte lokken
-omlijst gezicht, zijn vaderlijke gestalte, die hem de allures van een
-vriendelijken prelaat gaven, kwam dokter Giordano binnen. Maar zoodra
-hij de kamer en alle deze angstige menschen, die op hem wachtten,
-gezien had, werd hij ook ernstig en nam de gesloten houding, den
-volkomen eerbied voor de kerkelijke geheimen aan, die hij door zijn
-groote praktijk onder geestelijken geleerd had. Nauwelijks had hij
-een blik op den zieke geworpen, of hij liet zich de gefluisterde
-woorden ontvallen:
-
-"Alweer? Begint het nu opnieuw?"
-
-Ongetwijfeld zinspeelde hij op den messteek, dien hij onlangs behandeld
-had. Wie had het toch zoo voorzien op dezen armen jongen man, die
-niemand kwaad deed en niemand lastig viel? Niemand, behalve Pierre en
-Benedetta, konden zijn woorden begrijpen; en deze laatste verkeerde
-in zoo'n koortsachtig ongeduld, dat zij hem niet eens verstond.
-
-"Dokter," smeekte zij, "onderzoek hem gauw en zeg, dat het niets
-te beteekenen heeft... Het kan niets zijn; daareven was hij nog zoo
-gezond en vroolijk... Het is niets, het is niets, niet waar?"
-
-"Welneen, contessina, het zal zeker niets zijn... We zullen eens
-kijken."
-
-Hij had zich omgedraaid en boog diep voor den kardinaal, die met zijn
-gelijkmatigen droompas uit de eetkamer terugkwam en onbeweeglijk aan
-het voeteneinde van het bed ging staan. Ongetwijfeld las hij in de
-oogen, die zich op de zijne richtten, een doodelijke ongerustheid,
-want hij zeide verder niets en begon als iemand, die de waarde der
-minuten heeft leeren kennen, Dario te onderzoeken. En naarmate zijn
-onderzoek vorderde, kreeg zijn vriendelijk optimistisch gezicht een
-bleeken ernst, een doffen angst, die zich slechts verried in het beven
-van zijn lippen. Hij was het ook geweest, die monsignor Gallo gedurende
-den aanval bijgestaan had, waaraan deze gestorven was, een aanval
-van infectiekoorts, zooals zijn diagnose voor de overlijdensaangifte
-geluid had. Ongetwijfeld herkende ook hij dezelfde angstaanjagende
-symptomen: het als lood zoo grijze gezicht, de wezenloosheid als van
-een vreeselijke dronkenschap, en als oud Romeinsch geneesheer, die aan
-plotselinge sterfgevallen gewend is, voelde hij de lucht langs zich
-strijken, die doodt, zonder dat de wetenschap nog uitgemaakt heeft
-of het de verpestende uitwasemingen van den Tiber of het eeuwenoude
-vergif der legende is.
-
-Maar nu keek hij weer op en opnieuw ontmoette zijn blik den donkeren
-blik van den kardinaal, die niet van hem week.
-
-"Mijnheer Giordano," vroeg deze eindelijk; "u maakt u toch, hoop ik,
-niet al te ongerust... Het is zeker niets dan een indigestie?"
-
-De dokter boog een tweede maal. Aan het lichte beven van de stem
-raadde hij den wreeden angst van dezen machtigen man, die opnieuw in
-de gevoeligste plek van zijn hart getroffen werd.
-
-"Uwe Eminentie moet gelijk hebben, het is zeker een indigestie. Soms
-zijn zulke gevallen, wanneer er koorts bij komt, gevaarlijk... Ik
-behoef Uwe Eminentie niet te zeggen, dat u op mijn voorzichtigheid
-en ijver rekenen kunt..."
-
-Hij hield even op, om dadelijk daarop op den beslisten toon van een
-ervaren arts verder te gaan:
-
-"De tijd dringt; we moeten den prins ontkleeden en vlug handelen. Laat
-me een oogenblik alleen, dat heb ik liever."
-
-Victorine hield hij echter om te helpen. Als hij nog iemand anders
-noodig had, zou hij Giacomo roepen. Het bleek duidelijk, dat hij de
-familie uit de kamer wilde verwijderen, om vrijer en zonder hinderlijke
-getuigen te zijn. De kardinaal begreep het en leidde Benedetta zacht
-naar de eetkamer, waarheen Pierre en don Vigilio hen volgden.
-
-Toen de deuren weer dicht waren, heerschte in deze eetkamer, die
-de heldere winterzon met heerlijk licht en heerlijke warmte vulde,
-de benauwendste en drukkendste stilte, die men zich denken kan. De
-tafel was nog steeds gedekt; de borden stonden door elkaar, het laken
-lag nog vol kruimels, een kop was nog half vol met koffie en in het
-midden stond de mand met vijgen, waarvan de bladeren weggenomen waren,
-doch waaruit slechts twee of drie vruchten ontbraken. Voor het raam
-zat in een grooten, gelen zonnestraal, waarin zonnestofjes dansten,
-Tata, de papegaai, die men uit zijn kooi gelaten had, verrukt en door
-het licht verblind op zijn stok. Toch had zij, verwonderd zooveel
-menschen te zien binnenkomen, opgehouden met schreeuwen en met haar
-snavel haar veeren glad te strijken; heel verstandig keerde zij haar
-kop half om, om de menschen met haar rond en onderzoekend oog beter
-te kunnen opnemen.
-
-Minuten, waaraan geen einde scheen te komen, verstreken in het
-koortsachtige wachten op wat daar in die kamer ernaast gebeurde. Don
-Vigilio was zwijgend terzijde gaan zitten, terwijl Benedetta en Pierre
-zwijgend en onbeweeglijk bleven staan. De kardinaal had zijn eindelooze
-marsch hervat, dat instinctieve, in slaap wiegende heen en weer loopen,
-waardoor hij zijn ongeduld scheen te willen verdrijven en eerder tot de
-verklaring te komen, die hij te midden van de vreeselijke gedachten,
-die hem bestormden, vergeefs zocht. Terwijl zijn rhythmische pas met
-automatischen regelmaat weerklonk, heerschte in hem een doffe woede,
-een wanhopig zoeken naar het waarom en hoe, een verwarring van de
-meest tegenstrijdige en van het eene uiterste in het andere vallende
-gemoedsaandoeningen. Maar reeds had hij in het voorbijloopen tweemaal
-zijn blik laten gaan over de wanorde der tafel, als zocht hij daar
-iets. Was het misschien die onuitgedronken koffie? Dat brood, waarvan
-de kruimels nog rondslingerden? Die lamscoteletten, waarvan nog een
-been over was? Toen hij voor de derde maal keek, zagen zijn blikken het
-mandje met vijgen; hij bleef stokstijf staan, als door een plotselinge
-onthulling getroffen. De gedachte had hem aangegrepen, zich van hem
-meester gemaakt, zonder dat hij wist, welke proef hij moest nemen,
-om te zien of zijn vermoeden waarheid was. Een oogenblik bleef hij
-zoo, zoekend en niet vindend, met zijn blikken op het mandje gericht,
-staan. Eindelijk nam hij een vijg en bracht die wat dichter bij zijn
-oogen, als om de vrucht van dichtbij te bekijken. Doch er was niets
-bijzonders aan te zien en hij wilde haar weer bij de andere leggen,
-toen Tata, die dol op vijgen was, een schellen gil gaf. Het was een
-openbaring voor hem; nu kon hij de proef nemen.
-
-Langzaam, op zijn bedachtzame manier, en met gebogen hoofd bracht
-de kardinaal de vijg aan de papegaai en gaf haar die zonder eenige
-aarzeling of spijt. Het was een heel aardig dier, het eenige, waar
-hij ooit iets om gegeven had. Zijn fijn, soepel lichaam uitrekkend,
-waarvan de grijsgroene zijde in de zon rose vlammen kreeg, had de
-papegaai de vijg sierlijk in zijn poot genomen en haar dan met zijn
-snavel opengemaakt. Maar hij at er slechts zeer weinig van en liet de
-bijna volle schil vallen. Hij, altijd ernstig nog en zonder een spier
-van zijn gelaat te vertrekken, keek, wachtte. Het wachten duurde drie
-lange minuten. Een oogenblik was hij gerust en krauwde den kop van
-den papegaai, die zich graag liet streelen, zijn kop omdraaide en
-zijn klein, rond, als een robijn schitterend oogje naar zijn meester
-opsloeg. Maar plotseling zakte hij in elkaar, viel, zonder zelfs met
-zijn vleugels te klappen, achterover. Tata was dood.
-
-In zijn ontzetting over wat hij nu wist, had Boccanera slechts één
-gebaar: hij hief zijn beide handen op, slingerde ze ten hemel. Groote
-God, zoo'n misdaad, een zoo vreeselijke vergissing, een zoo afschuwlijk
-spel van het noodlot! Geen kreet van smart kwam over zijn lippen,
-de schaduw op zijn gezicht was grimmig en zwart geworden.
-
-Toch klonk een gil--een luide gil van Benedetta, die, evenals Pierre
-en don Vigilio, de handelingen van den kardinaal eerst met verbazing
-gevolgd hadden, die daarna in een schrik veranderd was.
-
-"Vergif! Vergif! Dario, mijn hart, mijn ziel!"
-
-Doch de kardinaal had krachtig den pols van zijn nicht omvat, terwijl
-hij een schuinschen blik wierp op die twee priesters, zijn secretaris
-en den vreemdeling, die getuigen geweest waren van het tooneel.
-
-"Zwijg, zwijg!"
-
-Zij rukte zich los, meegesleept door razenden toorn en haat.
-
-"Waarom zwijgen? Prada heeft het gedaan, ik zal hem aanklagen, ik wil,
-dat hij ook sterft... Ik zeg u, dat Prada het gedaan heeft, ik weet het
-zeker, want mijnheer Froment is gisteren in zijn rijtuig met pastoor
-Santobono en dit mandje vijgen uit Frascati teruggereden... Ja, ja,
-ik heb getuigen, het is Prada, het is Prada!"
-
-"Neen, neen, je bent krankzinnig, zwijg!"
-
-Hij had weer de handen van de jonge vrouw gegrepen en trachtte haar
-met zijn volle souvereine autoriteit tot kalmte te brengen. Hij, die
-den invloed kende, welken kardinaal Sanguinetti op dien geëxalteerden
-Santobono uitoefende, had reeds een verklaring voor het heele geval
-gevonden: het was geen directe medeplichtigheid, maar een heimelijke
-druk, het dier werd getergd en dan op den hinderlijken mededinger
-losgelaten op het oogenblik, dat de pauselijke troon naar alle
-waarschijnlijkheid vrij zou worden. De waarschijnlijkheid, de zekerheid
-van dit alles was plotseling voor zijn oogen opgeflitst, zonder dat
-hij alles behoefde te begrijpen, ondanks de lacunes en de duisterheden.
-
-"Neen, versta je, het is Prada niet. Die man heeft geen enkele reden om
-iets kwaads tegen mij in het schild te voeren, want ik was de bedoelde
-persoon, aan mij zijn die vruchten gegeven... Denk toch zelf na! Een
-toevallig mij niet lekker voelen is de reden geweest, dat ik mijn
-deel ervan niet opgegeten heb, want men weet, dat ik er dol veel van
-houd, en terwijl mijn arme Dario ze alleen at, plaagde ik hem nog en
-zeide, dat hij de mooiste voor morgen voor mij moest bewaren... Dat
-verschrikkelijke was voor mij bestemd en heeft hem, groote God,
-getroffen door het gruwlijkste toeval, door de monsterachtige dwaasheid
-van het noodlot... Heer, Heer, Gij hebt ons wel verlaten!"
-
-Tranen waren in zijn oogen gekomen, terwijl zij, rillend, nog steeds
-niet overtuigd scheen te zijn.
-
-"Maar u hebt toch geen enkelen vijand, oom! Waarom zou die Santobono
-u naar het leven staan?"
-
-Een oogenblik bleef hij zwijgen, zonder een geschikt antwoord te
-kunnen vinden. Reeds vormde zich in hem in een verheven grootheid
-de wil om deze zaak in stilte te hullen. Dan herinnerde hij zich
-plotseling iets en hij berustte in een leugen.
-
-"Santobono is altijd een warhoofd geweest en ik weet, dat hij mij haat,
-sedert ik geweigerd heb zijn broeder, een voormaligen tuinman van me,
-uit de gevangenis te redden door hem een bewijs van goed gedrag te
-geven, dat hij zeker niet verdiende... Zoo'n doodelijke haat heeft
-dikwijls geen ernstiger oorzaak. Hij zal gedacht hebben, dat hij zich
-op mij moest wreken."
-
-Toen liet Benedetta, gebroken, niet in staat verder te strijden,
-zich met een gebaar van de uiterste wanhoop op een stoel vallen.
-
-"Mijn God, mijn God! Ik weet niet meer... En bovendien wat komt het
-er eigenlijk ook op aan, nu mijn Dario al zoo ver weg is? Er bestaat
-nog maar één ding: hij moet gered worden, ik wil, dat hij gered
-wordt... Wat voeren ze daar toch zoo lang in die kamer uit? Waarom
-komt Victorine ons niet halen?"
-
-Weer viel de stilte neer, drukkend, zwaar. Zonder een woord te zeggen,
-nam de kardinaal het mandje vijgen van de tafel, zette het in een kast,
-die hij tweemaal sloot, en stak den sleutel in zijn zak. Ongetwijfeld
-lag het in zijn bedoeling, zoodra de avond gevallen was, zelf naar
-beneden te gaan, om de vijgen in den Tiber te werpen. Maar toen hij
-van de kast terugkwam, viel zijn blik op de twee eenvoudige priesters,
-wier oogen hem gevolgd hadden. En hij zeide eenvoudig, maar grootsch:
-
-"Heeren, ik behoef u niet te verzoeken te zwijgen... Er zijn
-schandalen, welke we de Kerk, die niet schuldig is, die niet schuldig
-zijn kan, moeten besparen. Een der onzen, zelfs wanneer hij een
-misdadiger is, aan de burgerlijke rechtbank overleveren staat gelijk
-met de geheele Kerk te treffen, want de slechte hartstochten gebruiken
-dan de zaak om de verantwoordelijkheid van de misdaad op haar te
-schuiven. Onze eenige plicht is den moordenaar over te geven aan Gods
-hand, die hem zekerder zal weten te straffen... Wat mij betreft,
-al ben ik in mijn persoon of in mijn familie, in mijn dierbaarste
-gevoelens getroffen, ik verklaar in den naam van Christus, die aan
-het kruis gestorven is, dat ik noch toorn noch wraakzucht voel, dat
-ik den naam van den moordenaar uit mijn geheugen verdelg, dat ik zijn
-afschuwelijke daad in de eeuwige stilte van het graf begraaf."
-
-Zijn hooge gestalte scheen nog grooter geworden te zijn, terwijl hij,
-zijn hand in een grootsch gebaar opgeheven, dien eed uitsprak, zijn
-vijanden aan de gerechtigheid Gods overliet; want hij bedoelde niet
-alleen Santobono, maar ook kardinaal Sanguinetti, wiens noodlottigen
-invloed hij geraden had. En bij de gedachte aan den in het donker
-gevoerden strijd om de tiara, aan al het gemeene en gulzige, dat
-in den afgrond der duisternis woelde, doorhuiverde hem, ondanks het
-heldhaftige van zijn trots, een eindelooze droefheid, een tragische
-smart.
-
-Toen Pierre en don Vigilio hem met een hoofdknikje beloofden te zullen
-zwijgen, kneep een onoverwinnelijke ontroering zijn keel dicht; de
-snik, dien hij trachtte terug te dringen, ontwrong zich plotseling
-aan zijn keel, terwijl hij stamelde:
-
-"Mijn arm kind! Mijn arm kind! Ach, de eenige zoon van ons geslacht,
-de eenige liefde en de eenige hoop van mijn hart. Te moeten sterven,
-zoo te moeten sterven!"
-
-Maar Benedetta was weer heftig opgestaan.
-
-"Sterven? Wie dan? Dario?... Ik wil het niet. We zullen hem verplegen,
-we zullen weer naar hem toegaan, hem in onze armen nemen en hem
-redden. Kom mee, oom, kom gauw mee... Ik wil niet, ik wil niet,
-ik wil niet, dat hij sterft!"
-
-Zij liep naar de deur en niets zou haar verhinderd hebben naar de
-kamer terug te gaan, toen op datzelfde oogenblik Victorine met een
-door angst vertrokken gelaat binnenkwam. Zij had ondanks haar gewone
-kalme opgeruimdheid allen moed verloren.
-
-"De dokter vraagt, of mevrouw en Zijne Eminentie onmiddellijk willen
-komen, onmiddellijk."
-
-Verbijsterd en verdoofd door al die dingen, volgde Pierre hen niet,
-maar bleef een oogenblik met don Vigilio in de zonnige eetkamer
-achter. Wat, vergif? Vergif, netjes en sierlijk verborgen, als in den
-tijd der Borgia's, met die vruchten toegediend door een lichtschuwen
-verrader, welken men niet voor het gerecht durfde brengen. Hij
-herinnerde zich zijn gesprek op den terugrit van Frascati, zijn
-scepticisme als Parijzenaar ten opzichte van de legendarische
-vergiftige mengsels, waarvan hij het bestaan slechts erkende in het
-vijfde bedrijf van een romantisch drama. En nu waren zij toch waar,
-die afschuwlijke geschiedenis van vergiftigde ruikers en messen,
-van lastige prelaten en zelfs pausen, die men uit den weg ruimde met
-hun ochtend-chocolade, want die hartstochtelijke, tragische Santobono
-was een giftmenger, daaraan viel niet meer te twijfelen. En in dit
-vreeselijk licht zag hij den geheelen vorigen dag weer aan zijn
-geest voorbijtrekken: de eerzuchtige en dreigende woorden, die hij
-bij kardinaal Sanguinetti afgeluisterd had; zijn haast om nog voor den
-waarschijnlijken dood van den paus te handelen, zijn suggereeren van de
-misdaad in den naam van het heil der Kerk; dan de ontmoeting op den weg
-met den pastoor, die het mandje vijgen aan zijn arm droeg; het mandje,
-dat, door den priester vroom en deemoedig op zijn knieën gehouden,
-lang voortreed door de schemering van de melancholieke Campagna;
-dat mandje, dat hem nu als een nachtmerrie vervolgde; dat mandje,
-waarvan hij den vorm, de kleur en den geur steeds met een rilling
-terugzien zou. Vergif! Vergif! Het was dus waar, zoo iets bestond! Zoo
-iets was nog schering en inslag in het duister der zwarte kringen te
-midden van den grimmigen veroverings- en heerschzucht.
-
-En plotseling richtte zich voor Pierre ook de gestalte van Prada
-op. Daareven, toen Benedetta hem zoo heftig had beschuldigd, was hij
-een oogenblik van plan geweest hem te verdedigen, om deze geschiedenis
-van het vergif, die hij kende, uit te schreeuwen, te zeggen, waarin
-dit alles zijn oorsprong had, te vertellen welke hand die vijgen
-aangeboden had. Maar onmiddellijk daarop had een gedachte hem als
-het ware tot ijs doen verstarren: Prada had de misdaad niet begaan,
-maar had haar toch ook niet belet. Nog een herinnering, scherp als
-een dolk, doorflitste hem; de herinnering aan de kleine, zwarte
-kip in de sombere osteria, die, als door den bliksem getroffen, met
-het dunne violetachtige bloedstroompje, dat uit zijn snavel vloeide,
-dood onder de loods lag. En hier lag, onder zijn stok, eveneens Tata,
-slap en warm, den snavel bezoedeld door een bloed-druppel. Waarom
-had Prada gelogen en het verhaal van het gevecht verzonnen? Het
-was een vreeselijke complicatie van hartstochten en in het duister
-gevoerden strijd, waarin Pierre zich den grond onder den voet voelde
-wegzakken. Hij kon zich den vreeselijken tweestrijd, welke in den nacht
-van het bal in dien man gewoed moest hebben, niet voorstellen. Hij
-kon hem niet meer aan zijn zijde terugdenken, hem zich niet meer voor
-den geest terugroepen gedurende hun nachtelijke wandeling naar den
-palazzo Boccanera, zonder te huiveren; want hij raadde, neen, wist met
-zekerheid al het vreeselijke, waartoe vóór dit paleis besloten was. Of
-hij uit haat tegen den kardinaal of in de hoop op een verdwaalde pijl,
-die hem wreken zou, gehandeld had, wist Pierre niet; het feit stond,
-ondanks alle onbegrijpelijkheden vast: Prada wist het, Prada zou
-den loop van het noodlot tegengehouden kunnen hebben en hij had het
-noodlot zijn blind doodenwerk laten voltooien.
-
-Toen Pierre opkeek, zag hij don Vigilio zóó ontdaan, zóó bleek en
-zoo roerloos op een stoel zitten, dat hij een oogenblik meende,
-dat ook deze een slachtoffer was.
-
-"Voelt u zich niet goed?"
-
-Eerst scheen de priester niet te kunnen antwoorden, zóó snoerden
-angst en schrik hem de keel dicht. Dan zeide hij met zachte stem:
-
-"Neen, neen, ik heb er niet van gegeten... Lieve God, als ik nog
-bedenk, dat ik er zoo'n trek in had en ik alleen uit deferentie voor
-Zijne Eminentie, die ze niet at, ook niet gegeten heb!"
-
-Hij rilde over zijn geheele lichaam bij deze gedachte, dat alleen
-zijn nederigheid hem gered had. Het was, alsof op zijn handen en op
-zijn gezicht de koude van den dood, dien hij langs zich had voelen
-strijken, achterbleef.
-
-Tweemaal zuchtte hij diep, terwijl hij het afschuwlijke met een gebaar
-van zich schoof en prevelde:
-
-"O, Paparelli! Paparelli!"
-
-Ontroerd trachtte Pierre, die heel goed wist, hoe don Vigilio over
-den sleepdrager dacht, hem verder uit te hooren.
-
-"Wat wilt u daarmede zeggen? Gelooft u, dat hij medeplichtig
-is?... Denkt u, dat zij hem er toe aangedreven hebben, dat zij
-het zijn?"
-
-Het woord "Jezuïeten" werd niet uitgesproken, maar de groote, zwarte
-schaduw gleed door de zonnige eetkamer, die zij een oogenblik te
-verduisteren scheen.
-
-"Ja, zij zijn het!" riep don Vigilio. "Zij zijn het overal, zij zijn
-het altijd! Waar men weent en waar men sterft, zijn zij er bij. Het
-was voor mij bestemd, en ik begrijp nog niet, dat ik leef!"
-
-En opnieuw jammerde hij vol haat, afschuw en toorn:
-
-"O, Paparelli! Paparelli!"
-
-Hij zweeg, wilde verder niets antwoorden, keek met angstig-gejaagde
-blikken naar de muren, alsof hij daaruit den sleepdrager te voorschijn
-zou zien komen met zijn slap oud-jongejuffrouwen-gezicht, met zijn
-trippelpasjes als van een knagende muis, met zijn geheimzinnige
-roovershanden, die in de keuken het vergeten mandje vijgen waren gaan
-halen, om het op tafel te zetten.
-
-Toen besloten beiden naar de kamer terug te gaan, waar men hun hulp
-misschien noodig zou hebben. Bij het binnentreden werd Pierre diep
-aangegrepen door het vreeselijke schouwspel, dat zich aan zijn blikken
-vertoonde. Het laatste half uur had dokter Giordano, die eveneens
-vergiftiging vermoedde, vergeefs de gewone middelen, een braakmiddel
-en daarna magnesia, toegepast. Zelfs had hij Victorine eiwit in
-water laten kloppen. Doch de ziekte verergerde zóó bliksemsnel,
-dat nu alle hulp nutteloos werd. Ontkleed op zijn rug liggend, het
-bovenlichaam door kussens gesteund en de armen slap neerhangend langs
-de dekens, was Dario vreeselijk om aan te zien in die soort angstige
-dronkenschap, het symptoom van deze geheimzinnige, verschrikkelijke
-kwaal, waaraan reeds monsignor Gallo en zooveel anderen ten gronde
-gegaan waren. Hij scheen door een verdoovende duizeling overvallen te
-zijn, zijn oogen zonken steeds dieper weg in de zwarte kassen, terwijl
-het gezicht uitdroogde, zienderoogen ouder werd en door een grijze,
-aardachtige kleur overtrokken werd. Sedert een oogenblik had hij,
-geheel uitgeput, zijn oogen gesloten; niets levends was meer aan hem,
-dan de benauwde, pijnlijke en moeilijke ademhalingen, die zijn borst
-op- en neerbewogen. En over het arme, door den doodsstrijd vertrokken
-gezicht gebogen stond Benedetta, zij leed met hem mede en was zelf door
-zoo'n overmachtigen smart overmand, dat zij zelf zoo onherkenbaar, zóó
-bleek was, als had de dood, ook haar, tegelijk met hem, aangegrepen.
-
-In de vensternis, waar kardinaal Boccanera dokter Giordano ter zijde
-genomen had, werden fluisterend eenige woorden gewisseld.
-
-"Hij is verloren, niet waar?"
-
-De dokter, zelf tot in het diepst van zijn ziel geschokt, maakte het
-wanhopige gebaar van een overwonnene.
-
-"Helaas ja! Ik moet Uwe Eminentie er op voorbereiden, dat binnen een
-uur alles afgeloopen is."
-
-Er volgde een korte stilte.
-
-"Het is dezelfde ziekte als van Gallo zeker?"
-
-En toen de dokter niet antwoordde, voegde hij er, bevend en zijne
-blikken afwendend, aan toe:
-
-"Een infectiekoorts?"
-
-Giordano begreep heel goed, wat de kardinaal van hem wilde. Hij eischte
-stilzwijgendheid, een eeuwig begraven van de misdaad ter wille van
-den goeden naam der Moederkerk. Men kon moeilijk iets grootschers,
-iets dieps-tragischers denken dan dezen zeventigjarigen grijsaard,
-nog zoo rechtop en verheven, die niet wilde, dat zijn geestelijke
-familie vervallen zou evenmin als hij duldde, dat men zijn wereldlijke
-familie door de onvermijdelijke modder van een opzienbarend proces
-sleepen zou. Neen, neen! Zwijgen, eeuwig zwijgen, waarin alles in
-vergetelheid rust!
-
-Op zijn zachte, clericaal-discrete manier knikte de dokter.
-
-"Zeker, een infectiekoorts, zooals Zijne Eminentie terecht opmerkt."
-
-Twee dikke tranen kwamen onmiddellijk weer in de oogen van
-Boccanera. Nu hij God van alle bezoedeling gevrijwaard had, begon
-zijn menschelijke natuur opnieuw te bloeden. Hij smeekte den dokter
-een laatste poging te wagen, het bovenmenschelijke te beproeven,
-maar deze schudde zijn hoofd en wees met zijn arme, bevende handen
-naar den zieke. Voor zijn vader, voor zijn moeder had hij niet meer
-kunnen doen. De dood was er. Waarom een stervende af te matten en te
-kwellen; hij zou immers zijn lijden slechts erger kunnen maken? En
-toen de kardinaal in het aangezicht van de naderende catastrophe
-aan zijn zuster Serafina dacht en wanhopig zeide, dat zij haar neef
-niet voor de laatste maal zou kunnen omhelzen, indien zij zich op
-het Vaticaan verlaatte, bood de dokter aan haar in zijn rijtuig,
-dat hij had laten wachten, te gaan halen. Het was een quaestie van
-twintig minuten. Hij zou weer terug zijn, wanneer men zijn hulp in
-de laatste oogenblikken noodig hebben mocht.
-
-Onbeweeglijk bleef de kardinaal nog een oogenblik in de vensternis
-staan. Zijn door tranen verduisterde oogen keken naar den hemel; zijn
-bevende armen strekten zich in een vurig smeekend gebaar uit. O God,
-waarom doet Gij, waar de wetenschap der menschen zoo gering en ijdel
-is, waar de geneesheer, blijde de verlegenheid over zijn onmacht te
-kunnen bedekken, weggaat; waarom doet Gij geen wonder, om dezen glans
-van uw grenzenlooze macht te toonen. Een wonder! Een wonder! Hij vroeg
-het uit het diepst van zijn geloovige ziel, met den aandrang, met het
-gebiedende gebed van een aardschen vorst, die meent door zijn geheel,
-aan de Kerk gegeven leven, den hemel een grooten dienst bewezen te
-hebben. Hij vroeg het voor de voortzetting van zijn geslacht, opdat
-de laatste manlijke spruit niet zoo jammerlijk verdwijnen, opdat
-hij met zijn teerbeminde, nu zoo bitter weenende en diep-ongelukkige
-nicht zou kunnen trouwen. Een wonder! Een wonder ter wille van deze
-twee hem zoo dierbare kinderen! Een wonder, dat het geslacht zou
-doen herleven! Een wonder, dat den roemrijken naam der Boccanera's
-vereeuwigen zou, doordat het uit deze jonge menschen een tallooze
-reeks van dapperen en geloovigen voortkomen liet.
-
-Toen de kardinaal weer naar het midden der kamer terugkwam, scheen
-hij geheel veranderd; het geloof had zijn tranen gedroogd, zijn ziel
-was van nu af sterk en berustend, vrij van alle zwakten. Hij had
-zich weer geheel toevertrouwd aan Gods hand en wilde zelfs Dario
-het laatste oliesel geven. Hij wenkte don Vigilio tot zich en nam
-hem mede naar het kleine, aangrenzende, als kapel dienende vertrek,
-waarvan hij altijd den sleutel bij zich droeg. Dit kale vertrek, dat
-niemand ooit betrad, dit vertrek, waar zich slechts een klein altaar
-van geschilderd hout bevond, waarboven een groot koperen kruis hing,
-stond in het paleis bekend als een heilige, onbekende en vreeselijke
-plek, want men beweerde, dat Zijne Eminentie daar geheele nachten
-op zijn knieën en in gesprek met God zelf doorbracht. Nu hij er zoo
-openlijk binnen ging en de deur zoo wijd open liet doen, deed hij
-het zeker, om, in zijn verlangen naar een wonder, God te dwingen er
-met hem uit te komen.
-
-Achter het altaar had men een kast gemaakt, waaruit de kardinaal
-de stola en het koorhemd nam. De doos met de heilige olie stond
-daar eveneens, een zeer oude, zilveren doos met het wapen der
-Boccanera's. Nadat don Vigilio achter den officiant in de kamer
-teruggekeerd was, om hem te assisteeren, wisselden de Latijnsche
-woorden elkaar dadelijk af.
-
-"Pax huic domui."
-
-"Et omnibus habitantibus in ea." [25]
-
-De dood naderde zoo dreigend en onverwacht, dat de gewone
-voorbereidingen achterwege blijven moesten. Geen twee kaarsen, geen
-met een wit laken bedekt tafeltje. Eveneens moest de officiant,
-daar de assistent geen wijwaterbakje of -kwast had medegebracht,
-zich vergenoegen met een gebaar de kamer en den stervende te zegenen
-onder de woorden van het rituaal:
-
-"Asperges me, Domine, hyssopo, et mundabor; lavabis me, et super
-nivem dealbabor." [26]
-
-Toen Benedetta den kardinaal met het heilige oliesel komen zag, was
-zij in een hevige huivering aan het voeteneinde van het bed op haar
-knieën gevallen, terwijl Pierre en Victorine, aangegrepen door de
-smartelijke grootschheid van het schouwspel eveneens neerknielden. De
-groote, thans in het sneeuwwitte gezicht nog grooter lijkende oogen
-verlieten geen oogenblik haar Dario, dien zij met zijn vaal gezicht,
-zijn verschrompelde en gerimpelde huid als van een grijsaard niet meer
-herkende. Niet voor het door hem goedgekeurde en gewenschte huwlijk
-bracht hun oom, de almachtige Kerkvorst, het Sacrament--neen, voor
-de laatste scheiding, voor het menschelijk einde van iederen trots,
-voor den dood, die de geslachten uitroeit en meesleurt, zooals de
-wind het straatstof wegveegt.
-
-Hij kon niet wachten; vlug zeide hij half-fluisterend het Credo.
-
-"Credo in unum Deum..." [27]
-
-"Amen," viel don Vigilio in.
-
-Na de gebeden van het rituaal stamelde deze laatste de litanieën, opdat
-de hemel zich zou erbarmen over den ellendigen mensch, die voor God
-verschijnen zou, indien een wonder Gods hem geen genade schenken zou.
-
-Nu opende de kardinaal, zonder zich den tijd te gunnen zijn handen
-te wasschen, de doos met de heilige olie; en zich bepalend tot één
-zalving, zooals dat in dringende gevallen veroorloofd is, legde
-hij met de punt van de zilveren naald, een enkelen droppel op zijn
-uitgedroogden, reeds door den dood verbleekten mond.
-
-"Per istam sanctam unctionem, et suam plissimam misericordiam,
-indulgeat tibi Dominus quidquid per visum, auditum, odoratum, gustum,
-tactum, deliquisti." [28]
-
-O, met welk een van geloof brandend hart sprak hij deze smeekbeden om
-vergiffenis uit, opdat de goddelijke barmhartigheid de door de vijf
-zintuigen, die vijf eeuwig voor de verleiding open staande deuren der
-ziel, begane zonden vergeven zou. Maar hij deed het nog in de hoop,
-dat God, indien Hij het arme schepsel voor zijn zonden gestraft had,
-misschien, na ze vergeven te hebben, nog de groote barmhartigheid
-hebben zou, om hem zelfs aan het leven terug te geven. Het leven,
-o Heer, het leven, opdat het oude geslacht der Boccanera's zich nog
-zal kunnen vermeerderen, U door alle tijden heen zal kunnen dienen
-in veldslagen en voor het altaar.
-
-Een oogenblik bleef de kardinaal met bevende handen, in afwachting
-van het wonder, naar het zwijgende gezicht, de gesloten oogen van den
-stervende staan kijken. Doch er gebeurde niets. Don Vigilio had met een
-klein watje den mond afgeveegd, zonder dat een zucht van verlichting
-van zijn lippen kwam. Toen het laatste gebed uitgesproken was, keerde
-de officiant, door den assistent gevolgd, in de vreeselijke stilte,
-die weer neerviel, naar de kapel terug. Dan knielden beiden neer en
-verzonk de kardinaal, op den kalen vloer, in een vurig gebed. Zijn
-oogen naar het koperen crucifix opgeheven, zag hij niets meer, hoorde
-hij niets meer, gaf hij zich geheel aan God, smeekte Jezus hem weg te
-nemen in plaats van zijn neef, indien een offer gebracht moest worden;
-nog steeds hoopte hij de goddelijke toorn te kunnen vermurwen, zoolang
-nog één ademtocht van het leven in Dario was, zoolang hij zelf hier
-op zijn knieën lag en met God sprak. Hij was zoo ootmoedig en zoo
-hooghartig tevens! Zou tusschen God en een Boccanera geen schikking
-te treffen zijn? Wanneer het oude paleis ingestort was, zou hij het
-vallen der balken niet gehoord hebben.
-
-Intusschen had zich in de kamer, onder den druk der tragische
-majesteit, die de plechtigheid daar achtergelaten scheen te hebben,
-niets bewogen. Nu eerst sloeg Dario zijn oogen op. Hij keek naar
-zijn handen, zag, dat zij zoo ingeschrompeld, zoo verouderd geworden
-waren, dat een groote smart over het wegvliedende leven zich in zijn
-oogen afschilderde. Ongetwijfeld werd hij zich op dat oogenblik van
-helderziendheid midden in deze soort roes, waarin het vergif hem
-bracht, voor het eerst zijn toestand bewust. O, te moeten sterven
-onder zulke pijnen, in zulk een verval van zijn geheele lichaam! Welk
-een vreeselijke gruwel voor dit luchthartige, zelfzuchtige wezen,
-van dezen minnaar van schoonheid, vroolijkheid en licht, die niet
-lijden kon! Het wreede noodlot strafte zijn uitstervend geslacht wel
-al te streng aan hem. Hij had een afschuw van zichzelf; een wanhoop;
-een kinderlijke angst maakte zich van hem meester en gaven hem de
-kracht rechtop te gaan zitten en wanhopig de kamer rond te kijken,
-om te zien, of allen hem niet verlaten hadden. En toen zijn blik
-Benedetta ontmoette, die nog steeds aan het voeteneinde van het bed
-geknield lag, strekte hij zijn beide armen naar haar uit, als brandde
-het verlangen in hem haar aan zijn hals mede te nemen.
-
-"Benedetta, Benedetta... Kom, kom; laat mij niet alleen sterven!"
-
-In de verstarring van haar wachten had zij, onbeweeglijk, geen blik
-van hem afgehouden. De vreeselijke kwaal, die haar geliefde wegnam,
-scheen, naar mate hij zwakker werd, hoe langer hoe meer haar in bezit
-te nemen en te vernietigen. Haar gezicht werd onstoffelijk bleek,
-door de openingen van haar pupillen begon men haar ziel te zien. Maar
-toen zij hem als opstaande uit den dood, met uitgestrekte armen en
-haar naam roepend zag, toen stond zij op haar beurt op, deed een paar
-stappen vooruit en ging naast het bed staan.
-
-"Ik kom, Dario... Daar ben ik, daar ben ik!"
-
-En nu waren Pierre en Victorine, die nog steeds op hun knieën lagen,
-getuigen van iets van zoo verheven grootschheid, dat zij aan den
-grond genageld bleven als bij een buiten-aardsch schouwspel, waaraan
-de menschen niet meer konden deel hebben. Benedetta zelf sprak en
-handelde als een schepsel, dat bevrijd was van alle conventioneele
-en maatschappelijke banden, dat reeds buiten het leven stond en de
-wezens en dingen nog slechts uit een groote verte, uit de diepte van
-het onbekende, waarin zij verdwijnen zou, zag en hoorde.
-
-"O, mijn Dario, men heeft ons willen scheiden. Ja, slechts opdat ik
-mij niet aan je zou kunnen geven, opdat wij nooit gelukkig zouden
-kunnen zijn in elkanders armen, heeft men tot uw dood besloten, heel
-goed wetend, dat jouw leven het mijne medeneemt... Die man heeft je
-gedood; ja, hij is je moordenaar, zelfs indien een ander je getroffen
-heeft. Hij is de eerste oorzaak; hij heeft mij aan jou ontstolen,
-toen ik op het punt stond de jouwe te worden; hij heeft ons beider
-levens verwoest; hij heeft om ons en in ons het afschuwlijke vergif
-geblazen, waaraan wij sterven... O wat haat ik hem, wat haat ik hem
-met een haat, waarmede ik hem zou willen verpletteren, vóórdat ik
-aan jouw hals deze wereld verlaat."
-
-Zij verhief haar stem niet, zeide al deze vreeselijke dingen in een
-diep gefluister, eenvoudig, hartstochtelijk. Prada's naam werd zelfs
-niet genoemd en zij keek nauwelijks den door verwondering aangegrepen
-Pierre aan, toen zij er op bevelenden toon aan toevoegde:
-
-"U zult zijn vader nog spreken, ik draag u op hem te zeggen, dat
-ik zijn zoon vervloekt heb. De held heeft mij liefgehad, ik heb hem
-nog lief en dit woord, dat gij hem over moet brengen, zal zijn hart
-verscheuren. Maar ik wil, dat hij het weet, hij moet het weten ter
-wille van de waarheid en van de gerechtigheid."
-
-Waanzinnig van angst en snikkend strekte Dario opnieuw zijn armen
-naar haar uit, toen hij voelde, dat zij niet meer naar hem keek,
-dat haar heldere blikken niet meer op de zijne gericht waren.
-
-"Benedetta, Benedetta... Kom, kom! O, die zwarte nacht, ik wil dien
-niet alleen binnengaan!"
-
-"Ik kom, ik kom, mijn Dario... Daar ben ik!"
-
-Zij was nog dichter bij gekomen, zij raakte hem nu bijna aan.
-
-"O, ik had de Heilige Maagd gezworen geen man toe te zullen behooren,
-zelfs jou niet, voordat God dat door den zegen van een zijner priesters
-geoorloofd had. Ik stelde er een hooge, goddelijke eer in onbevlekt,
-maagd als de Heilige Maagd te zijn, de bezoedelingen en laagheden van
-het vleesch niet te kennen. Maar het was ook een kostbaar en zeldzaam
-liefdesgeschenk van onschatbare waarde, dat ik aan den door mijn hart
-uitverkoren geliefde wilde geven, opdat hij voor altijd de meester
-van mijn lichaam en mijn ziel zijn zou... Die maagdelijkheid, waarop
-ik zoo trotsch was, heb ik tegen den ander verdedigd met mijn tanden
-en nagels, verdedigd, zooals men zich tegen een wolf verdedigt; ik heb
-haar onder tranen verdedigd tegen jou, opdat je niet in een oogenblik
-van heiligschennenden hartstocht vóór het heilige uur der veroorloofde
-verrukkingen den schat zoudt bezoedelen... Als je eens wist, welk een
-vreeselijken strijd ik dikwijls tegen mezelf heb moeten voeren, om niet
-toe te geven! Ik voelde een waanzinnige drang om je toe te schreeuwen
-mij te nemen, mij te bezitten, mij weg te dragen... Want ik wilde jou
-geheel bezitten, ik gaf mijzelf geheel, ja, zonder eenige reserve,
-als vrouw, die de geheele liefde, de liefde, welke tot echtgenoote en
-moeder maakt, kent, aanvaardt en eischt... O, welk een strijd heeft
-het mij gekost den eed aan de Heilige Maagd te houden, wanneer het
-oude bloed in mijn aderen woelde en kookte. En nu, welk een ramp!"
-
-Zij ging nog dichter bij hem staan, terwijl haar zachte stem nog
-inniger en hartstochtelijker werd:
-
-"Herinner je je den avond nog, waarop je met een messteek thuis
-kwam... Ik dacht, dat je dood was en gilde van woede bij de gedachte,
-dat je heen zoudt gaan, dat ik je verliezen zou, voor we het geluk
-hadden leeren kennen. Ik smaalde op de Heilige Maagd, ik had er op
-dat oogenblik berouw van niet met jou vervloekt te worden, om in
-een zóó vaste omarming, dat men ons samen had moeten begraven, te
-sterven... En nu te moeten zeggen, dat deze vreeselijke waarschuwing
-tot niets gediend zal hebben! Ik ben blind en dwaas genoeg geweest om
-die les niet te begrijpen. En nu ben je weer getroffen--men ontsteelt
-jou aan mijn liefde en nu ga je heen, voordat ik me eindelijk, zoo
-lang het nog tijd was, gegeven heb... O, ellendige, trotsche vrouw,
-dwaze droomster!"
-
-De toorn en woede van de praktische verstandsvrouw, die zij steeds
-geweest was, tegen zichzelf gromden thans in haar verstikte stem. Wilde
-de zoo moederlijke Maagd, het ongeluk der minnenden? In hoeverre zou
-het haar bedroefd of vertoornd hebben hen zoo hartstochtelijk, zoo
-gelukkig in elkanders armen te zien. Neen, neen, de engelen weenden
-niet, wanneer teer minnenden, zelfs zonder de priesters, zich op
-aarde aan elkaar gaven; integendeel, zij glimlachten, juichten en
-jubelden. Zeker, het was een afschuwlijke bedriegerij, dat men het
-genot niet tot den laatsten druppel uitputte, wanneer het levende
-bloed nog in de aderen klopte.
-
-"Benedetta, Benedetta!" herhaalde de stervende vol kinderlijken angst,
-dat hij zoo alleen den eeuwigen, donkeren nacht ingaan moest.
-
-"Hier ben ik, Dario, hier ben ik... Ik kom!"
-
-Toen zij zich verbeeldde, dat de huishoudster, die zich echter in
-het geheel niet bewoog, een gebaar maakte, om op te staan en haar te
-beletten haar daad te verhinderen:
-
-"Neen, neen, laat maar Victorine... Niets ter wereld zal het nu meer
-kunnen verhinderen, omdat het sterker is dan alles, sterker dan de
-dood. Toen ik daareven op mijn knieën lag, heeft iets mij opgericht,
-mij voortgedreven. Ik weet waarheen ik ga... En bovendien, heb ik het
-op den avond van de messteek niet gezworen? Heb ik niet beloofd hem
-alleen toe te behooren, zelfs in de aarde, als dat zijn moest? Laat
-ik hem kussen, laat hij mij medenemen! Wij zullen dood zijn, en toch
-getrouwd, voor eeuwig getrouwd!"
-
-Zij ging naar den stervende terug en raakte hem nu aan.
-
-"Mijn Dario, mijn Dario, hier ben ik!"
-
-En dan gebeurde het ongehoorde. In een toenemende exaltatie,
-gedragen door de opvlamming van haar liefde, begon zij zich te
-ontkleeden. Eerst viel haar corsage en lichtten haar blanke armen
-en haar blanke schouders op; dan gleden haar rokken af en de blanke
-voeten en de blanke enkels bloeiden op het tapijt, nadat zij schoenen
-en kousen uitgetrokken had; dan verdwenen de laatste kleedingstukken
-één voor één en ontloken de blanke buik, de blanke boezem, de blanke
-dijen in een weelde van blankheid. Met een naïeve vermetelheid,
-met een verheven rust, alsof zij alleen was, had zij alles tot de
-laatste omhulling uitgetrokken. Als een groote lelie stond zij daar in
-haar kuische naaktheid, in haar zich om de blikken niet bekommerende
-koninklijkheid. Zij verlichtte, doorgeurde de sombere kamers met de
-schoonheid van haar lichaam, een wonder van schoonheid, de levende
-volmaaktheid der mooiste marmeren beelden, de hals eener koningin, de
-boezem van een krijgsgodin, de trotsche en soepele lijn van schouder
-tot hiel, de heilige rondingen van ledematen en heupen. En zij was
-zoo blank, dat geen marmeren beeld, geen duif, geen sneeuw zelfs
-blanker zijn kon dan zij.
-
-"Hier ben ik, Dario, hier ben ik!"
-
-Als ter aarde geworpen door een geestverschijning, door het glorierijke
-opvlammen van een heilig visioen, keken Pierre en Victorine haar
-met verblinde oogen aan. De laatste had zelfs geen beweging gemaakt
-om haar tegen te houden, geheel overmeesterd als zij was door dat
-soort verschrikten eerbied, dien men voelt tegenover hartstochts-
-en geloofswaanzin. En hij, verlamd, was zich bewust, dat hier zoo
-iets verhevens geschiedde, dat nog slechts een rilling van vurige
-bewondering hem doorhuiverde. Niets onreins, niets onkuisch kwam
-hem tegemoet uit deze sneeuw- en lelieblankheid, van deze reine,
-edele maagd, wier lichaam scheen te stralen van een eigen licht,
-van de schittering zelf der machtige, daarin brandende liefde. Zij
-gaf niet meer aanstoot dan een waarheidgetrouw, door het genie
-verheerlijkt kunstwerk.
-
-"Mijn Dario, hier ben ik, hier ben ik!"
-
-En Benedetta nam, nadat zij zich naast hem had neergelegd, den
-stervenden Dario in haar armen, wiens armen nog slechts de kracht
-hadden zich om haar heen te sluiten. Dat was het, wat zij ten slotte
-gewild had ondanks haar uiterlijke kalmte, ondanks de lelieachtige
-reinheid van haar halsstarrigheid, waaronder de hartstocht als een
-laaiend vuur gebrand heeft. Altijd, zelfs in de rustigste uren,
-had deze heftigheid haar verteerd. Maar nu het afschuwlijke noodlot
-haar haar geliefde ontnam, wilde zij zich niet langer nederleggen bij
-die bedriegerij, wilde zij hem niet verliezen zonder zich gegeven te
-hebben, omdat zij de dwaasheid begaan had zich niet te geven, toen
-zij beiden nog in glimlachende teederheid en kracht straalden. In
-haar liefdewaanzin barstte het verzet der natuur los, de onbewuste
-kreet der vrouw, die niet onvruchtbaar sterven wilde, nutteloos als
-een zaadkorrel, dien de wind medevoert en waaruit geen ander leven
-meer zal ontkiemen.
-
-"Mijn Dario, hier ben ik, hier ben ik!"
-
-Zij drukte hem met haar naakte leden, met haar naakte ziel tegen zich
-aan. Op dat oogenblik zag Pierre aan den muur boven het hoofdeinde van
-het bed het wapen der Boccanera's, een oud, van goud en veelkleurige
-zijde geborduurd panneau op violet fluweel. Ja, dat was de gevleugelde,
-vlammenspuwende draak; dat was het woeste, vurige devies: "Bocca nera,
-alma rossa", zwarte mond, roode ziel, de mond verduisterd door een
-gebrul, de ziel een vlammende gloed van geloof en liefde. Dit geheele
-oude, hartstochtelijke, heftige geslacht met de tragische legende
-was weer opgestaan, om zijn laatste aanbiddelijke dochter tot deze
-vreeselijke en wonderbare verloving in den dood te drijven. En het
-zien van het geborduurde wapen riep een andere herinnering in hem
-wakker, die aan het portret van Cassia Boccanera, de zelf recht
-doende amoureuse, die zich met haar broeder Ercole en het lijk van
-haar geliefde, Flavio Corradini in den Tiber geworpen had. Was dit
-niet dezelfde wanhopige omarming, die den dood trachtte te overwinnen,
-dezelfde heftigheid, die zich met het lichaam van den uitverkoren en
-eenigen geliefde in den afgrond wierp. Beiden--zij, die daar boven op
-het oude doek herleefde, en zij, die hier den dood van haar geliefde
-mede-stierf--geleken op elkaar met haar zelfde kinderlijk-teere
-trekken, denzelfden hartstochtelijk-begeerenden mond, dezelfde groote
-droomoogen en hetzelfde kleine, ronde, verstandige en koppige gelaat,
-alsof de laatste slechts het terugkeerende evenbeeld der eerste was.
-
-"Mijn Dario, hier ben ik, hier ben ik!"
-
-Een eeuwigheid, die misschien een seconde duurde, omhelsden zij
-elkaar. Zij legde in haar overgave een razernij, een heilige razernij,
-die aan gene zijde van het leven tot in de donkere oneindigheid van
-het onbekende ging, dat voor hen begon. Zonder vrees voor of weerzin
-tegen de kwaal, die hem onkenbaar maakte, smolt zij als het ware met
-hem samen, ging zij in hem op; en hij, die onder dat groote geluk,
-welks zaligheid eindelijk tot hem kwam, verscheiden was, bleef met
-krampachtig om haar heen gesloten armen liggen, als droeg hij haar
-met zich mede. Toen echter--was het uit smart over dit onvolkomen
-bezit bij de gedachte aan haar nuttelooze maagdelijkheid, die niet
-meer bevrucht kon worden, of geschiedde het te midden van de hoogste
-vreugde over het met de geheele wilskracht van haar wezen ondanks
-alles, voltrokken huwelijk?--toen echter steeg bij deze omhelzing
-van den machteloozen dood zulk een bloedstroom naar haar hart, dat
-het brak. Zij was gestorven aan den hals van haar gestorven geliefde;
-vast tegen elkaar gedrukt lagen zij voor eeuwig in elkanders armen.
-
-Een snik weerklonk: Victorine was naderbij getreden en had begrepen,
-terwijl Pierre, die ook opgestaan was, door den verheven aanblik
-medegesleept werd en beefde van bewondering en tranen.
-
-"Kijk, kijk," stamelde de huishoudster met zeer zachte stem, "zij
-beweegt zich niet meer, zij ademt niet meer. Mijn arm, arm kind;
-zij is dood!"
-
-En de priester prevelde:
-
-"Mijn God, wat zijn ze mooi!"
-
-Het was waar; nooit nog had een zoo verheven, zoo glanzende schoonheid
-op gezichten van dooden gestraald. Het zooeven nog aardkleurige
-en verouderde gelaat van Dario had een bleekheid en een adel als
-van marmer aangenomen; zijn trekken waren als in een opwelling van
-onuitsprekelijken jubel verheerlijkt. Benedetta bleef ernstig: een
-hartstochtelijk-energieke plooi lag om haar lippen, terwijl haar
-geheele gelaat in een oneindige witheid een smartelijke, eindelooze
-zaligheid uitdrukte. Hun haren strengelden zich door elkaar, hun wijd
-geopende, diep in elkaar borende oogen, bleven elkaar aankijken in
-een eeuwige, zachte liefkoozing. Zij waren het in de verrukking van
-hun één-zijn de onsterfelijkheid binnengetreden paar, dat den dood
-overwonnen had en waarvan de verrukte schoonheid der onsterfelijke
-en overwinnende liefde uitstraalde.
-
-Maar het snikken van Victorine barstte eindelijk met zulke
-jammerklachten los, dat er een geheele verwarring ontstond. Pierre,
-die geheel van streek was, kon zich niet verklaren hoe de kamer
-plotseling zoo vol menschen was, die zich zenuwachtig als in een soort
-wanhopigen angst heen en weer bewogen. De kardinaal was natuurlijk
-met don Vigilio uit de kapel toegesneld. Blijkbaar was op datzelfde
-oogenblik ook dokter Giordano teruggekomen met donna Serafina, die
-van den naderenden dood van haar neef op de hoogte gebracht was,
-want zij stond daar als verdoofd door al die plotselinge, op elkaar
-volgende slagen, welke het huis troffen. De dokter zelf was onrustig,
-verbaasd als de meeste oudere doktoren, die ondanks hun ervaring,
-toch steeds weer verbijsterd worden door de feiten. Hij trachtte een
-verklaring te geven, sprak aarzelend van een mogelijk slagadergezwel,
-misschien een embolie [29].
-
-Maar Victorine, die haar smart tot de gelijke van haar meesteres
-maakte, durfde hem in de rede vallen.
-
-"Maar mijnheer de dokter, zij hielden te veel van elkaar. Is dat niet
-een voldoende reden, om samen te sterven?"
-
-Donna Serafina, wilde, nadat zij de dierbare kinderen op het voorhoofd
-gekust had, hun oogen sluiten. Maar het gelukte haar niet, de oogleden
-openden zich telkens weer, zoodra de vinger er niet meer op drukte,
-en de oogen begonnen elkaar weer toe te lachen, elkaar weer met hun
-eeuwigen blik te liefkoozen. En toen zij zeide welstandshalve de beide
-lichamen te willen scheiden en de ledematen trachtte los te maken,
-riep Victorine weer uit:
-
-"Maar, signora, signora! U zult hun armen eerder breken! Kijk toch
-zelf, men zou denken, dat hun vingers in hun schouders gedrongen zijn;
-nooit zullen zij elkaar meer loslaten!"
-
-Nu kwam de kardinaal tusschenbeide. God had geen wonder gewrocht. Hij
-was doodsbleek, zonder tranen, in een ijzige wanhoop, die hem
-grooter schijnen deed. Bij het zien van deze heerlijke liefde, tot
-in het diepst van zijn ziel geroerd door het leed van hun leven en de
-schoonheid van hun dood, maakte hij een verheven gebaar van absolutie
-en zegening, alsof hij, de Kerkvorst, die over den wil des hemels
-beschikt, goedkeurde, dat deze beide geliefden, elkaar omhelzend,
-voor het laatste gericht verschenen.
-
-"Laat ze, laat ze, zuster! Stoor hen niet in hun slaap!... Laten
-hun oogen open blijven, nu zij elkaar tot het einde der dagen willen
-aanschouwen, zonder het ooit moede te worden. Laten zij in elkanders
-armen slapen, nu zij gedurende hun leven niet gezondigd hebben en
-zij zich slechts zóó omhelzen, om samen in de aarde te rusten."
-
-En weer de Romeinsche prins met het trotsche, door oude gevechten en
-hartstochten nog warme bloed wordend, voegde hij er aan toe:
-
-"Twee Boccanera's kunnen zoo slapen; heel Rome zal ze bewonderen en
-beweenen. Laat ze, laat ze, zuster. God kent ze en verwacht ze!"
-
-Alle aanwezigen waren neergeknield, de kardinaal zelf sprak de gebeden
-der dooden. De avond kwam, en in een toenemende duisternis hulde zich
-de kamer, waarin weldra twee kaarsvlammen als twee sterren schitterden.
-
-Zonder te weten hoe, bevond Pierre zich weer in het kleine,
-verwaarloosde tuintje van het paleis aan den Tiber. Door moeheid
-en verdriet benauwd en in een behoefte aan lucht was hij blijkbaar
-naar beneden gegaan. De duisternis lag over het bekoorlijke hoekje,
-over den ouden sarkophaag, waarin het dunne waterstraaltje, dat uit
-het tragische masker stroomde, zijn schrille fluittonen zong; de
-laurierboom, die hem overschaduwde, de taxis- en de oranjeappelboomen
-waren onder den blauwzwarten hemel niet meer dan onduidelijke massa's.
-
-O, hoe verkwikkend en vroolijk was die heerlijke, melancholieke tuin
-'s ochtends geweest! En welk een troosteloozen echo hadden de lachjes
-van Benedetta nu achtergelaten, die heele uitgelaten vreugde over het
-nabije geluk, dat daarboven nu in het Niet der dingen en schepselen
-lag! En terwijl hij daar zat op dezelfde plaats, waar zij gezeten had,
-op het omgevallen stuk zuil, in de lucht, welke zij ingeademd had en
-die haar reinen geur van aanbiddelijke vrouw bewaarde, werd zijn keel
-zóó pijnlijk dichtgesnoerd, dat hij in luide snikken uitbarstte.
-
-Plotseling sloeg een torenklok in de verte zes uur. Pierre schrok
-op: hij herinnerde zich, dat hij dienzelfden avond om negen uur door
-den paus ontvangen zou worden. Nog drie uur. Hij had er gedurende de
-vreeselijke catastrophe niet aan gedacht; het was alsof er maanden en
-maanden verloopen waren. Met moeite kwam hij weer tot zichzelf. Binnen
-drie uur zou hij naar het Vaticaan gaan, zou hij eindelijk den paus
-spreken.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VEERTIENDE HOOFDSTUK
-
-
-Toen Pierre 's avonds uit den Borgo voor het Vaticaan kwam, liet in
-de diepe stilte van de donkere en reeds sluimerende wijk de klok één
-luiden, zwaren slag weerklinken: half negen. Hij was te vroeg en hij
-besloot nog een twintig minuten te wachten, om niet voor negen uur,
-het uur der audiëntie, boven bij de deur der appartementen te zijn.
-
-In de groote ontroering en droefheid, die zijn keel nog toesnoerden,
-was dit uitstel een verlichting voor hem. Met gebroken ledematen en
-totaal uitgeput door den tragischen middag, dien hij doorgebracht had
-in die doodenkamer, waar Dario en Benedetta thans in elkanders armen
-hun eeuwigen slaap sliepen, was hij hierheen gekomen. Hij had niet
-kunnen eten, het wreed-smartelijke beeld van deze twee geliefden
-liet hem geen oogenblik los en vervulde hem zóó, dat steeds weer
-onwillekeurige zuchten aan zijn borst ontsnapten en tranen in zijn
-oogen kwamen. O, hoe gaarne had hij zich ergens verborgen, om zijn
-tranen, die hem verstikten en benauwden, den vrijen loop te kunnen
-laten. Het was een ontroering, die al zijn denken beheerschte; de
-jammerlijke dood van deze twee gelieven voegde zich in zijn geest
-bij de klacht, die oprees uit zijn borst en doorhuiverde hem met een
-nog grooter medelijden, met een bijna angstwekkende liefde voor alle
-ongelukkigen dezer wereld. Deze bezwering van zooveel lichamelijke
-en moreele wonden in Parijs, in Rome, waar hij zooveel onrechtvaardig
-en monsterachtig lijden gezien had, maakte hem zóó wanhopig, dat hij
-bang was bij iederen stap in snikken uit te barsten.
-
-Om zich wat te kalmeeren, begon hij langzaam op de piazza S. Pietro
-heen en weer te wandelen, die op dit uur van den avond één onmetelijke
-duisternis en eenzaamheid was. Toen hij er kwam, meende hij verdwaald
-te zijn in een zee van donkerte. Maar langzamerhand geraakten zijn
-oogen er aan gewend. De reusachtige ruimte was slechts verlicht door de
-vier lantaarnpalen met zeven branders op de vier hoeken van de Obelisk
-en de enkele lantaarns rechts en links langs de naar de basilica
-loopende gebouwen. Onder de dubbele porticus van de zuilengaanderij
-brandden eveneens lantaarns met een geel licht om het groote bosch
-der vier rijen zuilen, welker voetstukken zich vreemd afteekenden.
-
-Op het plein was niets zichtbaar dan de kleurlooze, als een
-spookgestalte oprijzende obelisk. Ook de gevel van de St. Pieter dook,
-nauwlijks herkenbaar, als gesloten, uitgestorven, in een vreemde,
-sluimerende, onbeweeglijke, zwijgende grootschheid op. Den dom zag hij
-niet, het was nauwlijks een blauwachtige, groote ronding, die zich even
-tegen den hemel afteekende. Zonder ze te zien, had hij ergens in de
-diepte van dit onbestemde donker het ruischen der fonteinen gehoord;
-eindelijk onderscheidde hij het dunne en bewegelijke spookbeeld der
-voortdurend opspuitende waterstralen, die weer als regendroppels naar
-beneden vielen. En boven het wijde plein welfde zich de wijde hemel,
-maanloos, als donkerblauw fluweel, waarin de sterren de grootte en
-de schittering van karbonkels schenen te hebben. De Wagen met zijn
-gouden wielen en zijn gouden dissel lag omgekeerd op het dak van het
-Vaticaan, en daaronder boven Rome, in de richting van de Via Giulia
-stond de prachtige, met de drie gouden sterren van zijn bandelier
-opgesmukte Orion.
-
-Pierre sloeg zijn blikken op naar het Vaticaan. Maar daar was slechts
-een opeenhooping van verwarde gevels te zien, waarin slechts op de
-verdieping der pauselijke appartementen het schijnsel van twee lampen
-òplichtte. Alleen in het inwendig verlichte Damasiushof blonken helder
-de achter- en linkervleugel in den witten weerschijn van hun groote
-serre-ramen. En steeds geen geluid, geen beweging, zelfs niet de
-verplaatsing van een schaduw. Twee personen staken de uitgestrektheid
-van het plein over; dan een derde, die ook weer verdween, waarna
-er niets meer overbleef dan in de verte de cadans der rhythmische
-stappen. Het was een volmaakte woestijn, geen voorbijgangers, geen
-wandelaars, zelfs niet de schim van een nachtelijk zwerver onder de
-colonnade in het zuilenbosch, dat even leeg was als de eeuwenoude
-oerwouden der eerste eeuwen. En welk een plechtige woestijn, welk
-een trotsch-troostelooze stilte! Nog nooit had hij den indruk van een
-zoo onmetelijke, zoo donkere sluimering vol van den majestueusen adel
-des doods gekregen.
-
-Om tien minuten voor negen vermande Pierre zich en ging naar de
-bronzen deur. Nog slechts één der vleugels aan het einde van de
-rechtsche zuilengang stond open. Hij herinnerde zich de nauwkeurige
-instructies, die monsignor Nani hem gegeven had: aan iedere deur naar
-mijnheer Squadra vragen en er geen woord aan toevoegen--en iedere
-deur zou zich openen; hij behoefde zich slechts te laten leiden. Nu
-Benedetta niet meer leefde, wist niemand, dat hij hier was. Toen hij
-de bronzen deur doorgegaan was en voor den onbeweeglijken soldaat
-der Zwitsersche garde stond, die in een slapende houding de toegang
-bewaakte, zeide hij eenvoudig het afgesproken woord:
-
-"Mijnheer Squadra."
-
-Daar de soldaat zich niet bewoog en hem doorliet, liep hij door en
-sloeg dadelijk rechts af de groote vestibule van de Scala Pia in, naar
-de steenen trap, die naar het Damasiushof leidt. En geen levende ziel,
-niets dan de verstikte echo der stappen, niets dan het slapende licht
-der vleermuizen, welker matglazen bollen het licht zacht temperden.
-
-Toen hij boven het Damasiushof door liep herinnerde hij zich, dat
-hij dat reeds van uit de loggia's van Raffaël gezien had met zijn
-porticus, zijn fontein, zijn wit, toen in de brandende zon liggend
-plaveisel. Maar nu zag hij zelfs de vijf of zes rijtuigen niet, die
-daar stonden met hun onbeweeglijke paarden en hun op hun bokken als
-verstijfde koetsiers. Het was een woestijn, een groot, kaal, kleurloos
-vierkant, als in de sluimering van een graf liggend onder het droeve
-licht der lantaarns, welker weerkaatsingen de hooge vensters der drie
-gevels verlichtten. Eenigszins onrustig en door een lichte rilling van
-het leege en stille aangegrepen, liep hij snel verder in de richting
-van het door een marquise beschermde bordes, dat met enkele treden
-naar de trap van de appartementen leidde.
-
-Daar stond een reusachtige gendarm in groot tenue.
-
-"Mijnheer Squadra."
-
-Met een eenvoudig gebaar, zonder één woord, wees de gendarme op
-de trap.
-
-Pierre ging naar boven. Het was een zeer breede trap met witmarmeren
-leuning en lage treden. Het licht in de matglazen bollen scheen uit
-wijze spaarzaamheid reeds laag gedraaid te zijn. Op ieder portaal
-hield een soldaat der Zwitsersche garde met zijn hellebaard de wacht;
-in den zwaren, diepen slaap, die het paleis bevangen had, hoorde men
-niets dan de regelmatige stappen van deze mannen, die ongetwijfeld
-steeds zoo op en neer liepen, om ook niet door de verdooving der
-omgeving overmeesterd te worden.
-
-Aan het beklimmen van die trap te midden van de diepe, huiverende
-stilte en de toenemende duisternis scheen geen einde te komen. Toen
-hij eindelijk op het portaal der tweede verdieping kwam, was het
-alsof hij reeds honderd jaar die trap opklom. Voor de glazen deur
-der Sala Clementina, waarvan alleen de rechterdeurvleugel openstond,
-hield een laatste soldaat der Zwitsersche garde de wacht.
-
-"Mijnheer Squadra."
-
-De man trad ter zijde en liet den jongen priester binnengaan.
-
-De reusachtige Sala Clementina scheen op dit uur in het schemerdonker
-der lampen grenzenloos te zijn. De zoo rijke decoratie, de
-beeldhouwwerken, de schilderijen, het verguldsel, alles zonk weg en
-was niets meer dan een vage, vale massa, spookachtige muren, waarop
-de terugkaatsingen van kleinoodiën en edelgesteenten sliepen.
-
-Eindelijk meende Pierre aan het andere einde van de zaal op een bank
-gedaanten te onderscheiden. Het waren drie dommelende soldaten der
-Zwitsersche garde.
-
-"Mijnheer Squadra."
-
-Langzaam stond een der mannen op en verdween. Pierre begreep,
-dat hij moest wachten. Hij durfde zich niet bewegen: het geluid
-van zijn stappen op de tegels maakte hem bang. Hij keek om zich
-heen en trachtte zich de menigten voor den geest te roepen, welke
-deze zaal bevolkt hadden. Thans nog was het een zaal, die voor allen
-toegankelijk was, die allen moesten doorgaan, een eenvoudige zaal voor
-de wachtposten, steeds vervuld door het lawaai van tallooze stappen,
-van het onophoudelijke komen en gaan. Maar hoe zwaar drukte de dood
-erop, wanneer de nacht haar in bezit had genomen--hoe moe en uitgeput
-was zij door het voorbij zien gaan van zoovele dingen en menschen.
-
-Eindelijk kwam de soldaat terug en achter hem verscheen op den drempel
-van het nevenvertrek een geheel in het zwart gekleede man van omstreeks
-veertig jaar, die het midden hield tusschen den knecht van een groot
-huis en den koster van een kathedraal. Hij had een mooi, gladgeschoren
-gezicht met een eenigszins grooten neus tusschen een paar groote,
-strakke en heldere oogen.
-
-"Mijnheer Squadra," zeide Pierre nogmaals.
-
-De man maakte een buiging, als om te zeggen, dat hij dat was. Met een
-tweede buiging noodigde hij den priester uit hem te volgen. Achter
-elkaar gingen zij dan de eindelooze reeks zalen door.
-
-Pierre, die, doordat hij er meermalen met Narcisse over gesproken had,
-het ceremonieel kende, herkende de verschillende zalen, herinnerde
-zich de bestemming daarvan, vulde ze in zijn geest met de personen,
-die het recht hadden zich er op te houden. Iedere dignitaris mocht,
-volgens zijn rang, niet verder dan een bepaalde deur gaan, zoodat de
-personen, die door den paus ontvangen moeten worden, van hand tot hand
-gaan, van die der bedienden in die der edelgarden, dan in die van de
-eerekamerheeren, vervolgens in die der geheime kamerheeren. Maar van
-acht uur af waren de zalen ledig; slechts weinige lampen branden op de
-wandtafeltjes; het is niet meer dan een reeks verlaten, half donkere,
-in slaap gevallen vertrekken, ingesloten in het verheven Niet, waarin
-het geheele paleis verzinkt.
-
-Eerst kwam de zaal der bedienden, van de bussolanti, de eenvoudige
-deurwachters, die, gekleed in rood, met het pauselijk wapen geborduurd
-fluweel, de bezoekers tot aan de deur der eerekamer brengen. Op
-dit late uur zat er nog slechts één op een bank in een zóó donker
-hoekje, dat zijn purperen tunica zwart scheen. Hij keek op en liet
-hen doorgaan in de donkerte, waarin de geheele verblindende pracht
-van de zaal verdween. Dan gingen zij door de zaal der gendarmen,
-waar de secretarissen van de kardinalen en andere hooge personnages
-op de terugkomst van hun meesters wachtten; zij was nu geheel leeg,
-geen enkele der mooie blauwe uniformen met het witte lederwerk, geen
-enkele der fijne soutanes, die zich hier gedurende de receptie-uren
-vermengden, was te zien. Leeg ook was de volgende, iets kleinere,
-voor de Palatijnsche garde bestemde zaal; deze uit de Romeinsche
-bourgeoisie gerecruteerde militie draagt een zwarte tunica met gouden
-epauletten en een door een roode pluim bekroonden schako.
-
-Vervolgens sloegen zij rechtsaf in een nieuwe reeks zalen; ook
-de eerste, die zij betraden, de tapijtenzaal was leeg; dit is een
-wachtkamer met een prachtig geschilderd plafond en bewonderenswaardige
-gobelins van Audran, den wonderdoenden Jezus en de Bruiloft van Kanaän
-voorstellend. Leeg ook was de zaal der edelgarden met haar lage, houten
-stoeltjes, haar wandtafeltje, waarboven een hoog crucifix tusschen
-twee lampen hangt, haar breede deur op den achtergrond, die toegang
-geeft tot een ander klein vertrek, een soort alkoof met een altaar,
-waarvoor de paus geheel alleen de mis leest, terwijl de aanwezigen op
-de marmeren tegels van de zaal der edelgarde geknield liggen. Leeg ten
-slotte was ook de eere-antichambre, de troonzaal, waar de paus twee- en
-driehonderd personen tegelijk in openbare audiëntie ontvangt. Tegenover
-het venster staat op een lage estrade de troon, een vergulde fauteuil
-van rood fluweel onder een rood-fluweelen baldakijn. Daarnaast ligt
-het kussen voor den voetkus. Rechts en links staan twee wandtafeltjes;
-op het eene ziet men een pendule, op het andere een crucifix tusschen
-hooge, kaarsendragende armluchters met verguld-houten voeten. Het
-behang van rood damast met de groote Louis XIV-palmen loopt tot aan
-de prachtige fries, die het plafond met allegorische attributen en
-figuren omlijst; de schitterende, koude marmeren vloer is alleen
-voor den troon met een Smyrna-tapijt bedekt. Maar bij particuliere
-audiënties, wanneer de paus in de kleine troonzaal of zelfs in zijn
-kamer ontving, was de troonzaal eenvoudig de eere-antichambre, waar
-de prelaten en andere hoogwaardigheidsbekleeders, gezanten en andere
-hooge persoonlijkheden wachtten.
-
-De dienst werd waargenomen door twee eerekamerheeren, die de tot de
-hooge eer van een particuliere audiëntie toegelaten personen van de
-bussolanti overnamen, om ze zelf te brengen naar de deur der geheime
-antichambre, waar zij ze overdragen aan de geheime kamerheeren. Dit
-was de weelderigst ingerichte en levendigste zaal zoowel door de
-schittering der uniformen als door de ontroering, die al grooter en
-grooter werd naarmate men dichter kwam bij den door den Uitverkorene en
-Eenige bewoonden tabernakel door die eindelooze reeks zalen, waarin het
-hart steeds luider en luider klopte en tot stikkens toe samengeperst
-werd door die handig aangebrachte stijging van geringere tot steeds
-meer toenemende pracht. Op dit late uur echter was er geen levende
-ziel te zien, geen beweging, geen stem te hooren--niets was er dan
-de stilte, die van het donkere plafond over den rood-fluweelen troon
-afdaalde; niets dan een walmende lamp, die in de ledige, sluimerende
-zaal op den hoek van een wandtafeltje brandde.
-
-Mijnheer Squadra, die zich nog niet omgedraaid had, maar langzaam
-en zwijgend verder schreed, bleef een oogenblik voor de deur der
-geheime antichambre staan als om den bezoeker gelegenheid te geven
-zich wat te herstellen, alvorens het heiligdom te betreden. Alleen
-de geheime kamerheeren hadden het recht zich daar op te houden,
-slechts de kardinalen mochten hier wachten tot het den paus behagen
-zou hen te ontvangen. Aan zijn lichte, zenuwachtige huivering bemerkte
-Pierre, nadat mijnheer Squadra hem er binnen gebracht had, dat hij
-de andere zijde van deze lage, menschelijke wereld betrad. Overdag
-bewaakte een op wacht staand edelgarde de deur; doch op dit uur was
-deze vrij en het vertrek, evenals alle andere, ledig. Het was iets te
-smal en gangvormig; twee ramen zagen uit op de nieuwe wijk der Prati
-del Castello, een derde aan het einde dicht bij de naar de kleine
-troonzaal leidende deur op het Pietersplein. Daar tusschen die deur en
-dat venster zat gewoonlijk aan een klein tafeltje een thans afwezige
-secretaris. En ook nu weer kwam hetzelfde wandtafeltje met hetzelfde
-crucifix tusschen hetzelfde paar lampen terug. Een groot uurwerk in
-een ebbenhouten met koper beslagen kast sloeg zwaar het uur. De eenige
-merkwaardigheid onder het plafond met de gouden rosetten was het roode,
-met gele schilden bezaaide, damasten behang. De twee sleutels en de
-tiara wisselden af met den leeuw, die zijn klauw op den aardbol legt.
-
-Maar mijnheer Squadra had bemerkt, dat Pierre, in strijd met de
-etiquette, nog steeds zijn hoed, dien hij in de zaal der bussolanti had
-moeten achterlaten, in zijn hand hield. Alleen de kardinalen hebben het
-recht hun hoofddeksel bij zich te houden. Met een bescheiden gebaar
-nam hij hem zijn hoed af en legde dien zelf op het wandtafeltje, als
-wilde hij zeggen, dat hij tenminste daar moest blijven. Dan, nog steeds
-zonder een woord te zeggen, gaf hij Pierre met een eenvoudige buiging
-te kennen, dat hij den bezoeker bij Zijne Heiligheid zou aandienen,
-en hij een oogenblik in deze kamer wachten moest.
-
-Toen Pierre alleen was, haalde hij diep adem. Hij stikte, zijn hart
-klopte, alsof het breken zou. Toch bleef zijn verstand helder; hij had
-in dit halfdonker deze beroemde, deze prachtige pauselijke vertrekken
-zeer goed beoordeeld.
-
-De ebbenhouten klok sloeg negen uur. Hij keek verbaasd op. Wat, waren
-er pas tien minuten verloopen, sedert hij de bronzen deur doorgegaan
-was? Hij had een gevoel, alsof hij al dagen en dagen geloopen had. Nu
-wilde hij deze zenuwachtige drukking, die hem benauwde, bestrijden;
-want hij was nog steeds niet zeker van zichzelf, was nog steeds bang
-zijn kalmte, zijn rede in een tranenvloed te zien verdwijnen. Hij liep
-op en neer en kwam langs de ebbenhouten klok, wierp een blik op het
-crucifix van het wandtafeltje en keek naar den bol van de lamp, waarop
-de vette vingers van een knecht hun sporen achtergelaten hadden. Zij
-gaf een zóó geel en zóó zwak licht, dat hij de lust in zich voelde
-opkomen haar wat op te draaien, maar hij durfde niet. Dan stond hij,
-met zijn gezicht tegen het raam gedrukt, voor het venster, dat op het
-St. Pietersplein uitzag. Even werden zijn gedachten geheel in beslag
-genomen. Door de slechtsluitende jaloezieën strekte het reusachtige
-Rome zich voor hem uit, Rome, zooals hij het reeds eenmaal gezien
-had van uit de loggia's van Raffaël, zooals hij het zich gedacht had
-op den dag, dat hij van uit het kleine restaurant op het paleis Leo
-XIII voor het raam van zijn kamer had meenen zien te staan.
-
-Maar nu was het het nachtelijke Rome, het door de duisternis
-nog grooter lijkende Rome, grenzenloos als de bestarde hemel. In
-deze grenzenlooze zee met haar zwarte golven kon men slechts met
-zekerheid de groote, door het witte licht der electrische verlichting
-in melkwegen veranderde straten: den Corso Victor-Emanuele, de Via
-Nazionale, den Corso, die ze rechthoekig sneed en zelf werd doorsneden
-door de Via del Tritone, welke zich voortzette in de Via San Nicola
-da Tolentino. Aan de andere zijde van den corso Victor-Emanuele en
-de Via Nazionale in de richting van het oude Rome vlamden nog eenige
-pleinen en eenige straatdeelen, maar de duisternis overstroomde reeds
-alles. Overigens was het niets meer dan een gewemel van kleine, gele
-lichtjes, van kleine brokjes van een half uitgedoofden hemel, die
-over de aarde geveegd is. Enkele sterrenbeelden, enkele fonkelende,
-mysterieuse en edele figuren vormende sterren trachtten vergeefs zich
-los te maken.
-
-De zenuwachtige angst van Pierre werd ondanks dezen oceaan van donkerte
-en verheven vrede, ondanks de pogingen, die hij deed om kalm te worden,
-van seconde tot seconde grooter. Hij verwijderde zich van het venster
-en huiverde over zijn geheele lichaam, toen hij een zacht geschuifel
-van voetstappen hoorde en dacht, dat men hem kwam halen. Het geluid
-kwam uit het vertrek ernaast, de kleine troonzaal, waarvan, zooals
-hij nu merkte, de deur op een kier was blijven staan. Daar hij verder
-niets meer hoorde, waagde hij zich in zijn koortsachtig ongeduld
-wat dichter bij en rekte zijn hals uit om wat te zien. Het was weer
-een met rood damast behangen zaal met een vergulden, roodfluweelen
-fauteuil onder een rood-fluweelen baldakijn; ook hier vond men het
-onvermijdelijke wandtafeltje, het hooge, ivoren crucifix, de klok,
-het paar lampen, de kandelabres, twee groote vazen op sokkels en twee
-andere van geringere grootte met het portret van den Heiligen Vader,
-afkomstig uit de fabriek te Sèvres. Toch voelde men hier meer comfort,
-het Smyrna-tapijt bedekte den geheelen vloer, enkele fauteuils stonden
-er tegen den muur.
-
-De paus, wiens kamer in deze zaal uitkwam, ontving hier gewoonlijk
-de personen, die hij met bijzondere onderscheiding behandelen
-wilde. Pierre's zenuwachtigheid nam toe bij de gedachte, dat hij
-nog maar één vertrek behoefde door te gaan, dat zoo dicht bij hem,
-achter die eenvoudige houten deur, Leo XIII was. Waarom liet men hem
-wachten? Maakte men zich gereed om hem in dat vertrek te ontvangen,
-ten einde hem in een niet al te groote intimiteit toe te laten? Men
-had hem verteld van geheimzinnige bezoeken op dit uur, van onbekenden,
-die op dezelfde wijze zwijgend binnengelaten werden. Dat waren hooge
-persoonlijkheden, wier namen men heel zacht fluisterde. Hem scheen
-men voor compromitteerend te houden, dat men met hem buiten weten
-der omgeving, kalm met hem wenschte te praten, zonder zich tot iets
-te verbinden.
-
-Dan kon hij zich plotseling de oorzaak van het geritsel, dat hij
-zooeven gehoord had, verklaren, hij zag op het wandtafeltje naast
-de lamp een klein houten kistje, een soort diep bord met handvaten,
-waarin zich het overschot van een avondmaaltijd, vaatwerk, een courant,
-een flesch en een glas bevonden. Hij begreep, dat mijnheer Squadra,
-nadat hij die overblijfselen in de kamer gezien had, deze in dit
-vertrek gebracht had en toen weer naar binnen gegaan was, om verder
-de tafel af te nemen. Hij wist, dat de paus zeer matig was; wist,
-dat hij zijn maaltijden aan een klein tafeltje gebruikte, waarbij
-alles tegelijk in dit kleine houten kistje binnengebracht werd:
-één vleesch, één groente, een paar slokjes bordeaux op voorschrift
-van den geneesheer, en voor alles bouillon, koppen bouillon, die hij
-gaarne aan oude kardinalen, die tot zijn vrienden behoorden, aanbood.
-
-De gewone maaltijden van Leo XIII kostten niet meer dan acht francs
-per dag. O, zwelgerijen van Alexander VI! O, festijnen en feestgelagen
-van Julius II en Leo XI. Maar weer kwam er een geritsel uit de kamer,
-dat hij niet uitleggen kon; hij schrok van zijn onbescheidenheid en
-trok zijn hoofd terug, toen hij meende de geheele roode troonzaal in
-den dooden vrede, waarin zij sliep, te zien opvlammen.
-
-Daar hij te zenuwachtig was, om onbeweeglijk te blijven,
-begon hij met zachte stappen op en neer te loopen. Die mijnheer
-Squadra--hij herinnerde zich nu plotseling het van Narcisse gehoord
-te hebben--was een voorname persoonlijkheid, een zeer invloedrijk
-man, de lievelingsdienaar van Zijne Heiligheid, de eenige, die hem
-ertoe kon overhalen op ontvangdagen een schoone witte soutane aan
-te trekken, wanneer degene, die hij droeg, vuil was van het vele
-snuiven. Zijne Heiligheid stond er beslist op zich iederen nacht
-geheel alleen in zijn kamer op te sluiten en niemand bij zich te
-laten slapen; dit geschiedde uit een gevoel van onafhankelijkheid,
-maar ook, naar men zeide, uit den angst van een vrek, die met zijn
-schat alleen slapen wil. Dit gaf voortdurende reden tot ongerustheid,
-want het was allesbehalve verstandig, dat een man van dien leeftijd
-zich zoo barricadeerde; mijnheer Squadra sliep in een aangrenzend
-vertrekje, steeds luisterend en gereed om bij het eerste alarm toe te
-snellen. Hij was het ook, die, zij het met grooten eerbied, er Zijne
-Heiligheid op wees, wanneer Zijne Heiligheid te laat op bleef zitten
-of te veel werkte. Op dat punt echter was hij moeilijk tot rede te
-brengen; dikwijls stond hij, wanneer hij niet slapen kon, weer op,
-liet door Squadra een secretaris wekken, om hem een paar aanteekeningen
-te dicteeren of een ontwerp-encycliek op papier te brengen. Wanneer
-hij met een encycliek bezig was, zou hij er dag en nacht mede bezig
-kunnen zijn, evenals vroeger, toen hij er zich nog op voor liet staan
-mooie Latijnsche verzen te kunnen maken, de dageraad hem dikwijls
-bij het schaven van een strophe verraste. Hij sliep heel weinig, daar
-zijn hersenen steeds werkzaam waren en zijn geest altijd bezig was,
-met de verwezenlijking van het een of ander oud plan. Alleen zijn
-geheugen was in den laatsten tijd wat zwakker geworden. Misschien had
-mijnheer Squadra Zijne Heiligheid weer minder goed gevonden tengevolge
-van overmatig werken, daar hij, naar men zeide, den vorigen dag nog
-vrij ernstig ziek geweest was en hij zich nooit ontzag.
-
-Terwijl Pierre zachtjes heen en weer bleef loopen, werd zijn geest
-langzamerhand geheel door deze hooge en verheven figuur in beslag
-genomen. Na de weinig beteekenende bijzonderheden van het dagelijksch
-leven overdacht hij nu het intellectueele leven, de rol van den grooten
-paus, die Leo XIII toch zeker wilde spelen. In de S. Paolo fuori le
-Mura had hij den eindeloozen fries gezien, waarop de portretten der
-tweehonderd twee-en-zestig pausen afgebeeld zijn; en hij vroeg zich
-af op welken van die lange reeks middelmatige, heilige, misdadige en
-geniale pausen Leo XIII het liefst zou willen gelijken.
-
-Was het een der eerste zoo nederige pausen, een van hen, die elkaar
-gedurende de drie eerste eeuwen van verborgen leven opgevolgd waren,
-die eenvoudige leiders van begrafenisvereenigingen, broederlijke
-herders der Christelijke gemeenschap waren? Was het paus Damasius,
-de eerste groote bouwmeester, de geleerde, die behagen schepte
-in de dingen van den geest, den geloovige met zijn vurig geloof,
-die voor de vromen de katakomben opende? Was het Leo III, wiens
-vermetele hand door de zalving van Karel den Groote de breuk met het
-Oosten, dat het groote schisma reeds afgescheiden had, voltooide,
-die krachtens den eenigen en almachtigen wil van God en Zijne Kerk
-aan het Westen de heerschappij gaf en van af dat oogenblik over
-kronen beschikte? Was het de verschrikkelijke Gregorius VII, den
-tempelreiniger, den beheerscher der koningen; was het Innocentius III,
-was het Bonifacius VIII, de meesters van zielen, volkeren en tronen,
-die met de grimmige banbliksems gewapend, met zulk een macht over de
-Middeleeuwen heerschten, dat het Katholicisme nooit dichter bij de
-verwezenlijking van zijn droom geweest is dan toen? Was het Urbanus
-II, was het Gregorius IX of een der andere pausen, in wier hart de
-brandende hartstocht voor de kruistochten, de drang naar heilige
-avonturen opvlamde, welke de menigte medesleepte en aanzette tot de
-verovering van het onbekende en het goddelijke? Was het Alexander III,
-die het pausdom tegen het keizerrijk verdedigde, tot het einde toe
-streed om niets af te staan van het hoogste gezag, waarmede God hen
-bekleed had en ten slotte overwon door zijn voet triompheerend op den
-nek van Frederik Barbarossa te zetten? Was het Julius II, die lang na
-de treurige tijden van Avignon het pantser droeg en de politieke macht
-van den Heiligen Stoel bevestigde? Was het Leo X, de prachtlievende,
-roemrijke beschermer der Renaissance, van een groot kunsttijdperk,
-maar die een bekrompen, niet vooruitzienden geest bezat en Luther
-als een eenvoudigen, opstandigen monnik beschouwde? Was het Pius V,
-de zwarte, wrekende reactie, de brandstapelvlam, die de weer heidensch
-geworden aarde tuchtigde? Was het een der andere pausen, die na het
-Concilie van Trente regeerden, toen het geloof in zijn integriteit
-weer hersteld, de Kerk door haar trots, haar onverdraagzaamheid, haar
-volharden in een volkomen eerbied voor de dogma's gered was? Was het
-een paus uit den tijd van het verval van het pausdom, toen het niet
-meer was dan een ceremoniemeester, die de galafeesten der groote
-Europeesche monarchieën leidde? Was het Benedictus XIV, de groote
-geest, de scherpzinnige theoloog, die, daar zijn handen gebonden waren
-en hij niet meer over de koninkrijken dezer wereld beschikken kon,
-zijn schoon leven doorgebracht had met het regelen der hemelsche zaken?
-
-Op die wijze ontrolde zich voor hem de geschiedenis van het pausdom,
-de wonderbaarlijkste geschiedenis, die er bestaat: het had alle
-wisselvalligheden der fortuin, de laagste en ellendigste zoowel
-als de hoogste en schitterendste tijden, gekend; het bezat een
-hardnekkigen wil om te leven, die het ondanks alles te midden
-van branden, bloedbaden en instortingen staande gehouden heeft,
-steeds strijdvaardig in den persoon van zijn pausen. Zij vormen
-een buitengewone reeks van onbeperkte, veroverende en gebiedende
-heerschers. Allen, zelfs de zwakke en nederige, waren de meesters der
-wereld, allen straalden in den onvergankelijken roem van den hemel,
-wanneer men ze zich voor den geest riep in dit eeuwenoude Vaticaan,
-waar hun schimmen 's nachts ongetwijfeld ontwaakten en te midden
-der doodelijke stilte door de eindelooze gangen, door de reusachtige
-zalen slopen.
-
-Maar dan zeide Pierre tot zich zelf, dat hij den grooten paus,
-die Leo XIII wilde zijn, kende. Het was, geheel in het begin
-der Katholieke macht, Gregorius de Groote, de veroveraar en de
-organisator. Deze stamde af uit een oud Romeinsch geslacht; iets van
-het oude keizerbloed bruiste nog in zijn aderen. Hij bestuurde het
-van de barbaren geredde Rome, liet de Kerkelijke domeinen bebouwen
-en verdeelde de goederen dezer aarde: één deel voor de armen, één
-deel voor de geestelijkheid en één deel voor de Kerk. Hij stichtte
-de Propaganda, zond zijn priesters uit om de volkeren te beschaven en
-te pacificeeren, onderwierp zelfs Groot-Brittannië aan de goddelijke
-wet van Christus. Ook was het, na een tusschentijd van vele eeuwen,
-Sixtus V, de financier en politicus, de tuinmanszoon, die zich onder
-de tiara als een der meest omvattende en soepele geesten van een aan
-diplomaten rijk tijdperk kennen deed. Hij vergaarde schatten en was
-hard en gierig, om te regeeren als een vorst, die in zijn schatkist
-steeds het voor oorlog en vrede noodige goud liggen heeft. Jaren
-lang onderhandelde hij met koningen, nooit wanhoopte hij aan zijn
-triomf. Evenmin verzette hij zich tegen den tijdgeest; hij aanvaardde
-dien zooals hij was, en trachtte hem dan te wijzigen in het belang van
-den Heiligen Stoel; hij was verdraagzaam in alles tegenover allen en
-droomde reeds van een Europeesch evenwicht, waarvan hij het centrum en
-de meester wilde worden. Bij dat alles was hij een zeer vrome paus,
-een vurige mysticus, maar een paus, die de meest absolute, meest
-onbeperkte geest en tevens een tot handelen vastbesloten staatsman was,
-om het koninkrijk Gods op deze aarde te verzekeren.
-
-Maar in zijn geestdrift, die ondanks zijn wil om kalm te zijn, weer
-in hem opsteeg en alle voorzichtigheid en allen twijfel wegvaagde,
-vroeg Pierre zich af, waarom hij zoo het verleden naging. Was dan
-de ware Leo XIII niet die van zijn boek, de groote paus, die zich
-aan hem geopenbaard had, dien hij geschilderd had naar zijn hart,
-zooals de zielen hem wenschten en verwachtten? Ongetwijfeld was
-het geen sprekend gelijkend portret, maar de groote lijnen ervan
-moesten toch juist zijn, wilde de menschheid niet wanhopen aan haar
-redding. En talrijke bladzijden van zijn boek vlamden voor zijn
-oogen op; hij zag Leo XIII weer voor zich, den wijzen staatsman,
-den verzoenenden bemiddelaar, die aan de eenheid der Kerk werkte,
-haar krachtig en onoverwinlijk maken wilde voor den nabijën dag van
-den onvermijdelijken strijd. Hij zag hem weer voor zich, bevrijd van
-de zorgen over de wereldlijke macht, grooter geworden, gelouterd,
-schitterend in moreele pracht, als de eenige, boven de volkeren
-staande autoriteit, die het doodelijke gevaar ingezien heeft, dat
-erin gelegen is, de socialistische oplossing te laten in de handen
-van de vijanden van het Christendom, en vanaf dat oogenblik vast
-besloten was om in den hedendaagschen strijd, zooals Jezus vroeger,
-in te grijpen ter verdediging van de armen en de lijdenden.
-
-Hij zag hem zich plaatsen aan de zijde der democratieën, de republiek
-in Frankrijk erkennen, de van hun tronen gestooten koningen in
-ballingschap laten, de voorspelling verwezenlijken, die Rome opnieuw
-de wereldheerschappij zou verzekeren, wanneer het pausdom het geloof
-weer één gemaakt hebben en aan de spits van het volk marcheeren
-zou. De tijden gingen in vervulling: de Caesar was verpletterd,
-de paus alleen bleef nog over. En zou het volk, het groote zwijgende
-volk, dat de twee machten elkander zoo lang betwist hadden, zich niet
-geven aan den Vader, nu het wist, dat deze rechtvaardig en liefderijk
-was, dat deze de broodelooze arbeiders en de bedelaars van de straat
-met een van liefde brandend hart en een uitgestoken hand tegemoet
-kwam? Bij de vreeselijke catastrophe, die de verrotte maatschappij
-bedreigde, bij de afschuwlijke ellende, die de steden teisterde, was
-geen andere oplossing mogelijk als Leo XIII, de gepraedestineerde,
-de noodwendige verlosser, de herder, gezonden om zijn schapen te
-redden door de wederinstelling der Christelijke gemeenschap, de
-vergeten gouden eeuw van het oorspronkelijke Christendom! Eindelijk
-heerschte de gerechtigheid, schitterde de waarheid als de zon, waren
-alle menschen verzoend, vormden slechts één volk, dat in vrede leefde
-en gehoorzaamde aan de allen gelijkmakende wet van den arbeid onder
-de hooge bescherming van den paus, den eenigen band van barmhartigheid
-en liefde!
-
-Nu werd Pierre als opgelicht, gedragen, voortgedreven door een
-vlam. Eindelijk, eindelijk zou hij hem zien, zijn hart lucht geven,
-zijn ziel openen! Reeds sedert zoo vele dagen snakte hij vurig naar
-deze minuut, streed hij met al zijn moed om die te verkrijgen. En hij
-herinnerde zich de hinderpalen, welke men hem sedert zijn aankomst
-te Rome telkens weer in den weg gelegd had; en deze lange strijd, dit
-ongehoopte succes maakten zijn koorts heftiger, prikkelden zijn wensch
-om te overwinnen. Ja, ja, hij zou overwinnen, hij zou de tegenstanders
-van zijn boek doen verstommen en ten schande maken. Kon, zooals hij
-tegen monsignor Fornaro gezegd had, de paus zijn boek desavoueeren? Had
-hij niet zijn geheime denkbeelden uitgesproken? Misschien te vroeg,
-maar dat was toch een vergeeflijke fout? En hij herinnerde zich ook
-wat hij tegen monsignor Nani gezegd had op den dag, dat hij gezworen
-had nooit uit eigen beweging zijn boek te zullen terugtrekken, want
-dat hij nergens berouw over had, niets loochende.
-
-In deze minuut ging hij nogmaals met zichzelf te rade, en in de
-heftige, zenuwachtige opwinding, waarin het wachten hem na zijn
-eindeloozen gang door dit reusachtige Vaticaan, bracht, geloofde
-hij in het volle bezit van zijn moed, van zijn geheele wilskracht te
-zijn. Toch geraakte hij hoe langer hoe meer in verwarring, kwam er
-toe zijn gedachten bij elkaar te zoeken, vroeg hij zich af, hoe hij
-zou binnengaan, wat hij zeggen zou en in welke bewoordingen.
-
-Verwarde en zware dingen moesten zich in hem opgehoopt hebben, want
-hun gewicht droeg veel tot zijn beklemming bij, zonder dat hij zich
-daarvan rekenschap wilde geven. Feitelijk was hij reeds gebroken en
-uitgeput, had hij geen veerkracht meer dan de vlucht van zijn droom en
-zijn kreet van medelijden met de afschuwlijke ellende. Ja, ja, hij zou
-vlug naar binnen gaan, zou op zijn knieën vallen, spreken zooals zijn
-hart hem ingeven zou. En ongetwijfeld zou de Heilige Vader glimlachen,
-hem laten gaan met de woorden, dat hij niet de veroordeeling van een
-werk teekenen zou, waarin hij zichzelf met zijn dierbaarste gedachten
-teruggevonden had.
-
-Pierre voelde zich zóó zwak worden, dat hij opnieuw naar het raam liep,
-om zijn brandend voorhoofd tegen het koude glas te drukken. Zijn
-ooren suisden, zijn knieën knikten, terwijl het bloed met zware
-slagen in zijn hersens klopte. Hij trachtte aan niets meer te denken,
-keek naar het in donkerte gedompelde Rome en vroeg het een weinig
-van zijn slaap te schenken, waarin het zelf wegzonk. O, om kalm te
-zijn, om eindelijk niet meer te denken, moet het nacht zijn, een
-volkomen nacht, de nacht, waarin men, van ellende en lijden genezen,
-voor eeuwig slaapt! Plotseling had hij het duidelijke gevoel, dat er
-iemand onbeweeglijk achter hem stond; hij schrok en keerde zich om.
-
-Achter hem stond inderdaad mijnheer Squadra in zijn zwarte livrei
-te wachten. Hij maakte weer een buiging als om den bezoeker uit te
-noodigen hem te volgen. Dan ging hij weer voorop loopen, schreed
-langzaam door de kleine troonzaal, opende zacht de deur van de
-kamer, trad ter zijde, liet den bezoeker binnengaan, sloot de deur
-geruischloos.
-
-Pierre was in de kamer van Zijne Heiligheid. Hij was bang geweest voor
-een van die plotselinge gemoedsbewegingen, die krankzinnig maken of
-verlammen; men had hem verteld, dat vrouwen stervend, in onmacht,
-als dronken binnenkwamen, of wel als door onzichtbare vleugelen
-gedragen, dansend binnenstormden. Maar plotseling eindigde de angst,
-die hem tijdens het wachten aangegrepen had, zijn koorts van zooeven
-in een soort reactie, die hem kalm maakte, hem alles met heldere
-oogen deed zien.
-
-Toen hij binnentrad, was hij zich van de beslissende beteekenis
-van deze audiëntie bewust geworden: hij, de eenvoudige priester,
-verscheen voor den hoogepriester, het hoofd der Kerk, den heerscher der
-zielen. Zijn geheele religieus en moreel leven zou van deze audiëntie
-afhangen. Misschien was het deze gedachte, die hem op den drempel
-van het heiligdom, waarnaar hij zoo bevend gegaan was als het ware
-tot ijs verstarren deed, het heiligdom, dat hij gedacht had slechts
-met een bevend hart en zijn kindergebeden stamelend te kunnen betreden.
-
-Toen Pierre later zijn herinneringen classeeren wilde, herinnerde hij
-zich, dat hij Leo XIII het eerst gezien had, maar in de omlijsting,
-die hem omgaf, in die groote, met geel damast behangen kamer met het
-zoo diepe alkoof, dat het bed er in verdween, evenals een heel klein
-meubilair, een chaise longue, een kast, koffers, de beroemde koffers,
-waarin zich, naar men zeide, achter een driedubbel slot de schat
-van den Pieterspenning bevond. Een meubelstuk, in Louis XIV-stijl,
-een soort schrijfbureau met koper beslag stond tegenover een groote,
-vergulde en beschilderde wandtafel, waarop naast een hoog crucifix
-een lamp brandde.
-
-Verder was de kamer kaal; slechts drie fauteuils en vier of vijf
-stoelen met trijp van lichte zijde, moesten de groote ruimte vullen. Op
-den vloer lag een reeds zeer versleten tapijt. Op een dier fauteuils
-zat naast een klein tafeltje, waarop men een tweede lamp met een
-kap gezet had, Leo XIII. Op het tafeltje lagen drie couranten, twee
-Fransche en een Italiaansche: deze laatste half opengevouwen, als
-had de paus haar even neergelegd om met een lang verguld-zilveren
-lepeltje een glas limonade, dat naast hem stond, om te roeren.
-
-Zooals Pierre de kamer gezien had, zag hij ook het costuum, de witte
-soutane met witte knoopen, het witte kalotje, de witte pèlerine,
-de witte ceintuur met gouden franje, waarvan de einden met gouden
-sleutels geborduurd waren. De kousen waren wit, de pantoffels van rood,
-eveneens met gouden sleutels geborduurd, fluweel. Het meest werd Pierre
-echter getroffen door het gezicht, door de geheele persoonlijkheid,
-die hem kleiner voorkwam en die hij nauwlijks herkende. Dit was nu de
-vierde maal, dat hij den paus zag: de eerste maal op een mooien avond
-in een heerlijken tuin, glimlachend en vertrouwelijk luisterend naar
-het gebabbel van een lievelingsprelaat, terwijl hij met zijn kleine
-oude-heeren-pasjes als een gewond vogeltje voorttrippelde. Hij had
-hem gezien in de Sala dei Beatificazione als geliefd en ontroerd
-paus, wiens wangen bloosden van tevredenheid, terwijl vrouwen hem
-beurzen en met goud gevulde witte kalotjes brachten, haar juweelen
-afrukten om ze aan zijn voeten te werpen. Hij had hem in de St. Pieter
-gezien--hoog op het schild gedragen, in al zijn heerlijkheid van
-zichtbaren God, dien de Christenheid aanbidt als een in zijn gouden
-en met edelgesteenten versierde kast opgesloten afgod, terwijl zijn
-strak gelaat onbeweeglijk als uit steen gehouwen bleef. En nu zag
-hij hem hier in dezen fauteuil, in de intimiteit van zijn eigen kamer
-terug, en hij vond hem zoo mager, zoo teer, dat hij een onrust voelde,
-waaraan zich ontroering paarde. De hals vooral was onwaarschijnlijk
-dun als een draad, de hals van een heel ouden, witten vogel. Het
-albasten, bleeke gelaat was karakteristiek doorschijnend, men zag
-het schijnsel van de lamp door den grooten, gebiedenden neus, als was
-al het bloed daaruit weggevloeid. De groote mond met de sneeuwwitte
-lippen doorsneed met een dunne lijn het onderste gedeelte van het
-gelaat, de oogen alleen waren mooi en jong gebleven, prachtige,
-donkere, als zwarte diamanten fonkelende, krachtige, doorborende
-oogen, die de zielen openden en dwongen de waarheid met luide stem
-te bekennen. Het weinige haar kwam in dunne, witte lokken uit het
-witte kapje te voorschijn en legde een witte kroon om het magere,
-witte gezicht, welks leelijkheid door al het wit gelouterd werd.
-
-Maar bij den eersten blik had Pierre opgemerkt, dat mijnheer Squadra
-hem niet had laten wachten, omdat hij den Heiligen Vader had willen
-dwingen een schoone soutane aan te trekken, want degene, die hij droeg,
-was vuil door de vele snuif, die langs de knoopen gevallen was. En
-echt burgerlijk had de Heilige Vader een zakdoek op zijn knieën, om
-zich af te vegen. Verder scheen hij zeer welvarend en geheel hersteld
-van zijn ziekte van den vorigen dag; hij was trouwens gewoonlijk gauw
-beter, want hij leefde zeer sober en matig en had geen enkel organisch
-gebrek. Door een natuurlijke uitputting verminderde hij dagelijks iets,
-zooals een fakkel door het voortdurende branden eenmaal uitgaat.
-
-Reeds bij de deur had Pierre de twee fonkelende oogen, de twee zwarte
-diamanten oogen op zich voelen rusten. De stilte was angstaanjagend, de
-lampen brandden met een onbeweeglijke, bleeke vlam in deze grenzenlooze
-rust van het ingeslapen Vaticaan, zonder dat men iets anders hoorde
-dan in de verte het oude, in den nacht weggezonken oude Rome. Hij
-moest naderbij komen, maakte de drie kniebuigingen en boog zich dan
-voorover om de op een kussen rustende rood-fluweelen pantoffel te
-kussen. Geen woord, geen beweging, geen gebaar van den paus. Toen
-Pierre zich weer oprichtte, zag hij de twee zwarte diamanten, de
-fonkelende oogen, nog steeds op zich gericht.
-
-Eindelijk begon Leo XIII, die hem den ootmoed van den voetkus niet
-had willen besparen en hem nu liet staan, te spreken, zonder echter
-zijn blik, die tot in het diepst van zijn ziel doordrong, van Pierre
-af te wenden.
-
-"Mijn zoon, gij hebt vurig verlangd mij te spreken, en ik heb erin
-toegestemd aan uw wensch gevolg te geven."
-
-Hij sprak Fransch, een eenigszins onzeker Fransch, dat hij op zijn
-Italiaansch uitsprak, en zoo langzaam, dat men de zinnen als bij een
-dictee had kunnen opschrijven. De nasale stem was sterk, een van die
-zware, diepe stemmen, die men bij zulke zwakke, schijnbaar bloed-
-en ademlooze lichamen niet verwacht.
-
-Pierre had zich wederom gebogen om zijn dankbaarheid te betuigen,
-hij wist, dat de eerbied eischte, dat men niet sprak voor een direkte
-vraag gedaan werd.
-
-"Gij woont te Parijs?"
-
-"Ja, Heilige Vader."
-
-"Behoort ge tot een der groote stedelijke parochieën?"
-
-"Neen, Heilige Vader, ik ben kapelaan in de kleine kerk te Neuilly."
-
-"O ja, ik weet al waar... dicht bij den Bois de Boulogne... En hoe
-oud zijt gij, mijn zoon?"
-
-"Vier-en-dertig, Heilige Vader!"
-
-Er volgde een korte stilte. Leo XIII had eindelijk zijn oogen
-neergeslagen. Met zijn teere, ivoorkleurige hand nam hij het glas
-limonade weer, roerde er met den langen lepel in en dronk een slok. Hij
-deed het langzaam, voorzichtig en bedachtzaam, zooals alles, wat hij
-moest doen en denken.
-
-"Ik heb uw boek gelezen, mijn zoon. Ja, voor het grootste
-gedeelte. Gewoonlijk legt men mij slechts brokstukken voor. Maar
-iemand, die zich voor u interesseert, heeft mij het boek gegeven
-en gesmeekt het door te lezen. Op die wijze heb ik er kennis van
-kunnen nemen."
-
-Hij maakte een klein gebaar, waarin Pierre een protest meende te
-moeten zien tegen de afzondering, waarin zijn omgeving hem hield--die
-vloekwaardige omgeving, die er, volgens de woorden van monsignor
-Nani zelf, goed voor waakte, dat niets verontrustends van uit de
-buitenwereld hier doordrong.
-
-"Ik dank Uwe Heiligheid voor de zeer groote eer, die het haar behaagd
-heeft mij te bewijzen," waagde de priester te zeggen. "Geen grooter
-eer, geen vuriger verlangd geluk kon mij ten deel vallen."
-
-Hij was zoo gelukkig! Hij verbeeldde zich, dat zijn zaak reeds gewonnen
-was, nu de paus kalm en zonder eenigen toorn, op dien toon met hem
-sprak over zijn boek als iemand, die hem nu door en door kende.
-
-"Ge gaat veel om met mijnheer den vicomte Philibert de la Choue, niet
-waar, mijn zoon? De overeenkomst tusschen sommige van uw denkbeelden
-en die van dezen zeer toegewijden dienaar, die ons anderzijds kostbare
-bewijzen van zijn goede gezindheid gegeven heeft, is mij opgevallen."
-
-"Inderdaad, Heilige Vader, mijnheer de la Choue is wel zoo goed belang
-in mij te stellen. Wij hebben veel samen gepraat, zoodat het niet te
-verwonderen is, dat ik verscheidene van zijn dierbaarste denkbeelden
-weergegeven heb."
-
-"Natuurlijk, natuurlijk. Zoo bijvoorbeeld die quaesties van
-de corporaties, waarmede hij zich veel, zelfs wel wat te veel,
-bezighoudt. Bij zijn laatste reis heeft hij daar met grooten aandrang
-met mij over gesproken; evenals trouwens een andere landgenoot van u,
-een der beste en eminentste mannen, die ik ken, baron de Fouras, die
-onlangs de mooie bedevaart van den Pieterspenning hier gebracht heeft,
-niet rustte, voordat ik hem ontving, om er dan bijna een uur lang
-over te praten. Maar men kan moeilijk zeggen, dat zij het eens zijn,
-want de een smeekt mij te doen wat de ander niet wil, dat ik doe."
-
-Dadelijk bij het begin dwaalde het gesprek op zijpaden af. Pierre
-voelde, dat het met zijn boek niets te maken had, maar hij herinnerde
-zich zijn belofte aan den vicomte, dat hij, wanneer hij den paus zou
-spreken en de gelegenheid zich daarbij voordeed, een poging wagen
-zou een beslissende uitspraak te krijgen over de beroemde vraag
-of de corporaties vrij of verplichtend, open of gesloten moesten
-zijn. Sedert hij te Rome was, had hij brief op brief van den armen
-vicomte gekregen, die door zijn jicht Parijs niet verlaten kon,
-terwijl zijn tegenstander, de baron, van de prachtige gelegenheid der
-bedevaart, waarvan hij de leider was, gebruik maakte om te trachten
-van den paus een goedkeurend woord te krijgen, dat hij triompheerend
-mee kon nemen naar Frankrijk. En de priester stond erop zijn belofte
-consciëntieus te houden.
-
-"Uwe Heiligheid weet beter dan wij allen wat wijsheid is. Mijnheer
-de Fouras gelooft, dat het heil, de oplossing der arbeidersquaestie
-eenvoudig gelegen is in het weder in het leven roepen der oude,
-vrije corporaties, terwijl mijnheer de la Choue die verplichtend wil
-onder bescherming van den Staat en aan nieuwe regelen onderworpen. En
-ongetwijfeld is deze laatste opvatting veel meer in overeenstemming met
-de tegenwoordige sociale denkbeelden... Indien het Uwe Heiligheid mocht
-behagen zich in dien zin uit te spreken, dan zou de jonge Katholieke
-partij in Frankrijk daarmede zeker de schitterendste resultaten weten
-te bereiken, een geheele arbeidersbeweging tot roem van de Kerk."
-
-"Maar dat kan ik niet," zeide Leo XIII op zijn gewone kalme
-manier. "Men vraagt mij uit Frankrijk altijd dingen, die ik niet
-kan en niet wil doen. Het eenige, wat ik u veroorloof uit mijn naam
-tegen mijnheer de la Choue te zeggen is, dat, al kan ik hem in dezen
-niet ter wille zijn, mijnheer de Fouras evenmin zijn wensch bevredigd
-ziet. Ook hij heeft van mij slechts de verzekering gekregen van mijn
-welwillendheid ten opzichte van de Fransche arbeiders, die zooveel
-vermogen voor de wederopleving van het geloof. Maar men moet bij u
-te lande ten slotte toch eens begrijpen, dat er detailquaesties,
-die per slot van rekening toch de organisatie betreffen, zijn,
-waarmede ik mij onmogelijk kan inlaten zonder mij bloot te stellen
-aan het gevaar daaraan een gewicht te geven, dat zij niet hebben,
-en sommigen een groote teleurstelling te bezorgen, indien ik anderen
-een groot genoegen doe."
-
-Om zijn lippen verscheen een flauw glimlachje, waaruit duidelijk de
-conciliante, bedachtzame politicus sprak, die vastbesloten is zijn
-onfeilbaarheid niet in gevaar te brengen door onnoodige avonturen. Hij
-dronk weer een slok limonade en veegde zich met zijn zakdoek af als
-een heerscher, die nu zijn gala-dagtaak afgeloopen is, zich op zijn
-gemak zet en dit uur van stilte en eenzaamheid gekozen had om langzaam
-en zoo lang als hij er zelf lust in had, te spreken.
-
-Pierre trachtte het gesprek op het boek te brengen.
-
-"Mijnheer de vicomte Philibert de la Choue is zoo hartelijk voor mij,
-hij wacht met even groote ontroering op het lot van mijn boek als
-had hij het zelf geschreven. Daarom zou het mij zoo gelukkig gemaakt
-hebben, wanneer ik hem een aanmoedigend woord van Uwe Heiligheid had
-kunnen overbrengen."
-
-Maar de paus antwoordde niet.
-
-"Ik heb hem leeren kennen bij Zijne Eminentie, kardinaal Bergerot,
-wiens vurige naastenliefde voldoende zijn moest, om weer een geloovig
-Frankrijk te scheppen."
-
-"O ja, kardinaal Bergerot! Ik heb zijn brief, die als voorrede in uw
-boek staat, gelezen. Hij was wel slecht geïnspireerd op den dag, dat
-hij dien schreef, en gij, mijn zoon, hebt u met het publiceeren daarvan
-aan een groote zonde schuldig gemaakt... Ik kan nog niet gelooven,
-dat de kardinaal sommige van uw bladzijden gelezen heeft, toen hij u
-zijn volkomen toestemming en goedkeuring gaf. Ik wil liever aannemen,
-dat het een gevolg van onwetendheid en lichtzinnigheid is. Hoe zou
-hij anders uw aanvallen tegen het dogma, uw revolutionnaire theorieën,
-die tot de totale vernietiging van onzen heiligen godsdienst leiden,
-hebben kunnen goedkeuren? Als hij uw boek gelezen heeft, heeft hij
-geen ander excuus dan een plotselinge, onverklaarbare, onvergeeflijke
-afdwaling... Weliswaar heerscht in een deel der Fransche geestelijkheid
-een kwade geest. De Gallicaansche denkbeelden schieten steeds meer
-als onkruid op, een bedilziek liberalisme, dat zich tegen ons gezag
-verzet en niets liever wil dan vrij onderzoek en andere sentimenteele
-avonturen."
-
-Hij geraakte opgewonden, Italiaansche woorden mengden zich onder zijn
-aarzelend Fransch; zijn zware neusstem kwam luid-klinkend als een
-koperinstrument uit zijn tenger, als uit sneeuw en was gemaakt lichaam.
-
-"En laat kardinaal Bergerot het goed weten: den dag, dat wij in
-hem niet meer kunnen zien dan een opstandigen zoon, zullen wij hem
-breken. Hij is ons het voorbeeld van gehoorzaamheid verschuldigd; wij
-zullen hem onze misnoegen te kennen geven en hopen, dat hij zich zal
-onderwerpen. Ongetwijfeld zijn ootmoed en naastenliefde groote deugden
-en wij hebben die steeds gaarne in hem geëerd. Maar zij moeten niet de
-toevlucht van een opstandig hart worden, want zij beteekenen niets,
-indien niet gehoorzaamheid daarmede gepaard gaat, gehoorzaamheid,
-het mooiste sieraad der groote heiligen!"
-
-Verbijsterd en ontsteld luisterde Pierre naar hem. Zichzelf vergat hij;
-hij dacht alleen nog maar aan den man vol goedheid en verdraagzaamheid,
-op wien hij dezen almachtigen toorn had doen nederdalen. Dus had
-don Vigilio gelijk gehad: de beschuldigingen der bisschoppen van
-Poitiers en Evreux zouden over zijn hoofd heen den tegenstander
-van hun ultramontaansche onverdraagzaamheid, den zachtmoedigen,
-goedhartigen Bergerot, de ziel, welke open stond voor al de ellende
-en al het lijden der armen en der nederigen, treffen.
-
-Hij was er wanhopig onder: de aanklacht van den bisschop van Tarbes,
-het werktuig van de Paters der Grot, welke slechts hem trof als
-een antwoord op zijn bladzijde over Lourdes, kon hij nog begrijpen
-en desnoods goedkeuren, maar de geniepige oorlog der beide anderen
-verbitterde hem en vervulde hem met een pijnlijke verontwaardiging. Den
-zwakken grijsaard met zijn dunne vogelhals, die kalm zijn limonade
-dronk, zag hij een vertoornden, zoo grimmigen grijsaard worden,
-dat hij ervan beefde. Hoe had hij zich bij zijn binnenkomen door
-den schijn kunnen laten beetnemen, hoe had hij kunnen gelooven,
-dat dit slechts een arme, door ouderdom uitgeputte man was, die naar
-vrede verlangde en alles wilde toegeven? Een ademtocht was door de
-sluimerende kamer gestreken en bracht weer zijn twijfel, zijn angst
-mede. O, deze paus was precies zóó als men hem in Rome schilderde,
-zooals hij hem zich niet had willen voorstellen, meer geest dan gevoel,
-mateloos trotsch, van zijn jeugd af met den grootsten eerzucht vervuld,
-zoodat hij aan zijn familie den triomf beloofd had, ten einde van haar
-de noodige opofferingen te verkrijgen. Sedert hij den pauselijken
-troon beklommen had, toonde hij overal en in alles slechts één wil:
-heerschen, tot iederen prijs heerschen, als onbeperkt, almachtig
-meester heerschen! De werkelijkheid drong zich met onweerstaanbare
-kracht aan hem op; toch verzette hij zich, bleef hij hardnekkig
-trachten zijn droom weer te grijpen.
-
-"O, Heilige Vader, het zou mij zoo vreeselijk verdrieten, indien
-tengevolge van mijn ongelukkig boek Zijne Eminentie ook maar één
-oogenblik in moeilijkheden zou moeten verkeeren! Ik, de schuldige,
-kan voor mijn fout verantwoordelijk zijn--maar Zijne Eminentie, die
-slechts gehoorzaamd heeft aan de ingeving van zijn hart, die slechts
-door zijn te groote liefde voor de onterfden dezer wereld gezondigd
-zou hebben! O, ik smeek u, Heilige Vader, wanneer er een waarschuwend
-voorbeeld gesteld moet worden, straf dan geen ander dan mij. Ik ben
-gekomen, hier ben ik, beslis over mijn lot, maar maak mijn straf niet
-nog zwaarder door de wroeging een onschuldige in het verderf gestort
-te hebben."
-
-Zonder te antwoorden bleef Leo XIII hem met zijn vurige oogen
-aankijken. En Pierre zag nu niet meer Leo XIII, den tweehonderd
-drie-en-zestigsten paus, den Stedehouder van Jezus Christus, den
-opvolger van den prins der Apostelen, den souvereinen pontifex
-der algemeene Kerk, den patriarch van het Oosten, den primaat van
-Italië, den aartsbisschop en metropoliet der Romeinsche provincie,
-den heerscher over de domeinen der Heilige Kerk--neen, hij zag Leo
-XIII, zooals hij hem zich gedroomd had, als den verwachten Messias,
-als den redder, gezonden om de vreeselijke sociale catastrophe te
-bezweren, waarin de oude, verrotte maatschappij onderging. Hij zag
-hem met zijn veelomvattenden, soepelen geest, met zijn broederlijke
-verzoeningstaktiek, schokken vermijdend, met zijn van liefde
-overvloeiend hart werkend aan de eenheid, direct sprekend tot het
-hart der menigten, nog eenmaal, ten teeken van den nieuwen band, zijn
-beste bloed gevend. Hij stelde zich hem voor als de eenige moreele
-autoriteit, als den eenig mogelijken band van naastenliefde en vrede,
-als den Vader, die alleen een einde maken kan aan de ongerechtigheid
-onder zijn kinderen, de ellende dooden, de bevrijdende wet van den
-arbeid weer instellen kan door de volkeren terug te brengen tot
-het geloof der oorspronkelijke Kerk, tot de zachtheid en wijsheid
-der Christelijke gemeenschap. En deze verheven gestalte nam in de
-diepe stilte der kamer een onoverwinlijke almacht, een zeldzame
-majesteit aan.
-
-"Om Gods wil, Heilige Vader, verhoor mij! Straf zelfs mij niet,
-straf niemand, o, niemand, geen levend wezen, geen ding, niets,
-dat op aarde lijden kan! Wees goed, o, wees goed met al de goedheid,
-die het lijden der wereld in u gelegd moet hebben."
-
-Toen hij zag, dat Leo XIII nog steeds bleef zwijgen en hem voor zich
-liet blijven staan, viel hij op zijn knieën, als verpletterd door
-smart, een naamlooze smart, die geen bepaalde oorzaak had, een smart
-om niemand en niets, een algemeene, onbegrensde smart, waarin hij
-zich voelde ondergaan en verdrinken; misschien de smart te leven.
-
-"O, Heilige Vader, ik besta niet, mijn boek bestaat niet. Ik heb, o,
-vurig en hartstochtelijk verlangd door Uwe Heiligheid ontvangen te
-worden, om uitleg te geven van mijn gedrag, om mij te verdedigen. Maar
-nu weet ik niets meer, ik vind niets meer van alles, wat ik had willen
-zeggen, en ik heb slechts tranen, tranen, die mij verstikken... O, ik
-ben maar een armzalig mensch, die geen anderen drang in zich voelt dan
-om met u over de armen te spreken. O, die armen, die ongelukkigen, die
-ik twee jaar lang in onze ellendige en treurige Parijsche voorsteden
-gezien heb, arme kleinen, die ik in de sneeuw ging zoeken, arme
-kleine engeltjes, die in geen twee dagen gegeten hadden; vrouwen,
-die door de tering weggeknaagd worden en zonder brood of vuur in
-vuile krotten hokten; mannen, die door het sluiten der werkplaatsen op
-straat geworpen werden en het moe waren om werk te bedelen, zooals men
-bedelt om een aalmoes, die dronken van woede naar hun donkere woningen
-terugkeerden, alleen vervuld met de wraakgedachte de stad aan de vier
-hoeken in brand te steken! En de avond, de verschrikkelijke avond,
-dat ik een jammerkamer binnentrad, waarin ik een moeder vond, die zich
-juist met haar vijf kinderen gedood had: de moeder was, haar jongste
-nog zogend, op een matras gevallen, de twee kleine meisjes, lieve
-aardige, jonge blondines, sliepen eveneens daar haar laatsten slaap,
-de twee jongens lagen iets verder--de eene tegen den muur, de andere op
-den grond, zich nog wringend in een laatst verzet... O, Heilige Vader,
-ik ben niets meer dan hun afgezant, gezonden door hen, die lijden en
-snikken, de deemoedige afgevaardigde der deemoedigen, die onder de
-misdadige hardheid, onder de vreeselijke sociale onrechtvaardigheid
-van ellende sterven. Ik breng aan Uwe Heiligheid hun tranen, ik leg
-aan uwe voeten hun martelingen, ik laat u hun noodkreet hooren als
-een kreet, die opstijgt uit den afgrond, die vraagt om gerechtigheid,
-als men niet wil, dat de hemel instort... O wees goed, Heilige Vader,
-wees goed!"
-
-Hij had zijn armen uitgestrekt, hij smeekte hem met een gebaar,
-waarmede men het goddelijke medelijden aanroept. Dan ging hij voort:
-
-"En is, Heilige Vader, de ellende in dit eeuwige en schitterende Rome
-ook niet verschrikkelijk? Sedert weken dwaal ik, wachtend, op goed
-geluk af, door het beroemde stof van zijn ruïnen en ik heb niets
-gezien dan ongeneeslijke kwalen, die mij met schrik vervullen. O,
-alles stort ineen, alles verdwijnt. Het is de doodsstrijd van zooveel
-glorie, van de vreeselijke zwaarmoedigheid eener wereld, die sterft van
-uitputting en honger!... Heb ik onder de ramen van Uwe Heiligheid niet
-een angstaanjagende wijk gezien, onvoltooide paleizen, welke met een
-jammerlijke erfelijke ziekte belast zijn als rhachitische kinderen,
-die niet door kunnen groeien, reeds in puin gevallen paleizen, welke
-de toevluchtsoorden geworden zijn voor de geheele beklagenswaardige
-ellende van Rome? En wat een vreeselijk lijdend volk, precies als in
-Parijs! Maar hier spreidt zich dat lijden met nog meer onbeschaamdheid
-in de open lucht ten toon en legt in zijn vreeselijke onbewustheid
-de geheele sociale wonde, den wegvretenden kanker bloot. Geheele
-families leven haar hongerig leven van nietsdoen onder de heerlijke
-zon. De ouden zijn gebrekkig geworden, de vaders wachten tot er een
-beetje werk voor hen uit den hemel vallen komt, de zoons slapen in
-het droge gras; de moeders en dochters, voor haar tijd verwelkt,
-lanterfanten en houden buurpraatjes... O, Heilige Vader, open morgen
-dadelijk bij het aanbreken van den dag uw venster en wek met uw
-zegen dit groote kind-volk, dat nog in zijn onwetendheid en armoede
-slaapt! Geef het de ziel, die het mist, een ziel, die zich de geheele
-menschelijke waardigheid, de noodzakelijke wet van den arbeid, het
-vrije en broederlijke, alleen door rechtvaardigheid bestuurde leven
-bewust is. Ja, Heilige Vader, maak een volk uit dit samenraapsel van
-ongelukkigen, wier eenige verontschuldiging is, dat zij lichamelijk en
-geestelijk zoo lijden, dat zij leven als het vee, dat leeft en sterft
-zonder iets te weten of te begrijpen, en dat men met slagen ranselt!"
-
-Langzamerhand verstikten de snikken zijn stem; slechts met schokken
-kon hij, medegesleept door zijn hartstocht, spreken.
-
-"En moet ik mij uit naam van die ellendigen niet wenden tot u,
-Heilige Vader? Zijt gij de Vader niet? Moet de afgezant van de armen
-en ongelukkigen niet neerknielen voor den Vader, zooals ik thans
-voor u neergeknield lig? Moet het den zwaren last van zijn smarten
-niet brengen tot den Vader en eindelijk medelijden, hulp en steun,
-en gerechtigheid, ja vooral gerechtigheid vragen? O, open, waar gij
-de Vader zijt, wijd de deur, opdat iedereen kan binnentreden, tot
-het ongelukkigste, van uw kinderen toe--de geloovigen, de toevallig
-voorbijkomenden, zelfs de opstandigen, de verdwaalden, zij, die
-misschien binnen zullen treden, die Uwe Heiligheid zal redden van
-algeheele verlatenheid. Wees het toevluchtsoord van de slechtbefaamde
-wegen, wees de liefderijke ontvangst, die den reiziger wordt geboden,
-wees de altijd brandende, van verre zichtbare, in den storm reddende
-lamp der gastvrijheid... Wees, o Vader, waar gij de macht zijt, de
-redding, het heil. Gij vermoogt alles, gij hebt eeuwen van macht achter
-u, gij zijt heden ten dage gestegen tot een moreele autoriteit, die u
-tot den scheidsrechter der wereld gemaakt heeft; gij staat hier voor
-mij als de majesteit der licht en vruchtbaarheid gevende zon zelf! O,
-wees de ster van goedheid en barmhartigheid, wees de verlosser, neem
-het werk van Jezus weer op, dat men in den loop der eeuwen bedorven
-heeft door het te laten in de handen der rijken en machtigen, die ten
-slotte uit het Evangelie het vloekwaardigste monument van hoogmoed en
-tyrannie gemaakt hebben. Begin het werk, nu het mislukt is, opnieuw,
-stel u weer aan de zijde van de kleinen, de ongelukkigen, de armen,
-breng ze terug tot den vrede, de broederliefde, de gerechtigheid der
-Christelijke gemeenschap... En zeg, Vader, zeg, dat ik u begrepen
-heb, dat ik slechts uitdrukking aan uw dierbaarste gedachten, aan den
-eenigen vurigen wensch van uw regeering gegeven heb. De rest, de rest,
-mijn boek, wat beteekent dat? Ik verdedig mij niet, ik wil slechts
-uw roem en het geluk der menschen. Zeg, dat gij uit de diepte van
-het Vaticaan het doffe kraken van de oude, verrotte maatschappijen
-gehoord hebt. Zeg, dat een siddering van medelijden en ontroering
-u doorhuiverd heeft; zeg, dat gij de verschrikkelijke catastrophe
-wilt verhinderen door uw met krankzinnigheid geslagen kinderen aan
-het Evangelie te herinneren, door hen terug te voeren naar de eeuw
-van eenvoud en reinheid, toen de eerste Christenen als broeders
-samenwoonden... Ja, daarom hebt gij u alleen weer aan de zijde der
-armen gesteld, niet waar, Heilige Vader, daarom slechts ben ik hier,
-om met mijne geheele ziel, ja met mijn geheele arme menschenziel,
-aan u medelijden, goedheid, gerechtigheid te vragen!"
-
-Toen werd zijn ontroering hem te machtig en sloeg hij, uitbarstend
-in luide snikken, tegen den grond. Zijn hart brak. Het was een
-diep, een eindeloos snikken, een vreeselijke deining van snikken,
-die uit zijn geheele wezen kwam, die van nog verder kwam, van alle
-ongelukkige wezens, die kwam uit de wereld, wier aderen tegelijk met
-het levensbloed de smart met zich voeren. Daar lag de afgezant van het
-lijden, zooals hij zichzelf genoemd had, in zijn plotselinge zwakte als
-van een zenuwachtig kind. En aan de voeten van den onbeweeglijken,
-zwijgenden paus lag hij daar als de belichaming van de geheele
-menschelijke, weenende ellende.
-
-Leo XIII, die graag sprak en wien het een groote zelfbeheersching
-kostte anderen te hooren spreken, had in den beginne tweemaal een van
-zijn bleeke handen opgeheven, als om hem tot zwijgen te brengen. Doch
-langzamerhand door verbazing aangegrepen en zelfs door ontroering
-bevangen, had hij Pierre in den onweerstaanbaren drang, die dezen
-voortdreef, uitspreken, zijn noodkreet uitschreeuwen laten. Een
-weinig bloed was opgestegen naar zijn sneeuwwit gelaat, zijn lippen
-en zijn wangen hadden een lichtroode kleur gekregen, terwijl zijn
-donkere oogen nog schitterender fonkelden. Toen hij hem sprakeloos en
-geschokt door die diepe snikken, welke zijn hart schenen uit te rukken,
-aan zijn voeten liggen zag, boog hij zich ongerust over hem heen.
-
-"Wees kalm, mijn zoon, sta op..."
-
-Maar het snikken hield niet op, sleepte, als de wanhoopsklacht van
-een gewonde ziel, die lijdt en worstelt met den dood, alle verstand
-en allen eerbied mede.
-
-"Sta op, mijn zoon, zoo iets past niet... Hier, neem dezen stoel!"
-
-En met een gebiedend gebaar noodigde hij hem eindelijk uit te gaan
-zitten.
-
-Moeilijk stond Pierre op en ging zitten, om niet te vallen. Hij streek
-de haren van zijn voorhoofd, veegde, als waanzinnig, met zijn handen
-zijn brandende tranen af en trachtte zich weer te beheerschen. Wat
-er gebeurd was kon hij niet begrijpen.
-
-"Gij doet een beroep op den Heiligen Vader. O zeker, wees overtuigd,
-dat zijn hart vol medelijden en liefde is voor de ongelukkigen. Maar
-dat is op het oogenblik de quaestie niet, het gaat om onzen heiligen
-godsdienst... Ik heb uw boek gelezen, een slecht boek, dat wil ik
-u dadelijk zeggen, het gevaarlijkste en vloekwaardigste boek, dat
-bestaat, juist om zijn goede eigenschappen en om de bladzijden, die
-mij zelf geïnteresseerd hebben. Ja, ik ben dikwijls onder de bekoring
-ervan gekomen, en ik zou het niet verder gelezen hebben, als ik mij
-niet meegesleept gevoeld had door den vurigen adem van uw geloof en
-van uw geestdrift. Het onderwerp is zoo mooi en trekt mij zoo aan! Het
-Nieuwe Rome! O, ongetwijfeld zou met dien titel een prachtig boek
-geschreven kunnen worden, maar dan moet het in een geheel anderen
-geest geschieden... Ge denkt, dat ge mij begrepen hebt, mijn zoon,
-dat ge u zóó ingeleefd hebt in mijn geschriften en in mijn daden, dat
-ge aan mijn dierbaarste denkbeelden uitdrukking gegeven hebt. Neen,
-neen, gij hebt mij niet begrepen, en daarom heb ik u willen spreken,
-om u op de hoogte te brengen, om u te overtuigen."
-
-Nu luisterde Pierre zwijgend en onbeweeglijk. Toch was hij
-slechts gekomen om zich te verdedigen; hij had sedert drie maanden
-zoo koortsachtig naar dit onderhoud verlangd en, zeker van zijn
-overwinning, zijn argumenten gereed gemaakt. En nu hoorde hij zijn
-boek gevaarlijk, vloekwaardig noemen, zonder dat hij protesteerde,
-zonder dat hij alle goede gronden, waartegen hij meende, dat niets in
-te brengen was, naar voren bracht. Een vreemde moeheid drukte hem neer,
-als was hij door zijn tranen uitgeput. Straks zou hij weer dapper zijn,
-zou hij zeggen, wat hij besloten had te zeggen.
-
-"Ik word niet begrepen, ik word niet begrepen," herhaalde Leo
-XIII geprikkeld en ongeduldig. "In Frankrijk vooral niet. Het is
-ongelooflijk zooveel moeite als het mij kost, mij daar begrijpelijk
-te maken!... Daar heb je bijvoorbeeld de wereldlijke macht! Hoe hebt
-gij kunnen gelooven, dat de Heilige Stoel ooit op dat punt tot een
-schikking bereid zou zijn? Het is een taal, die een priester onwaardig
-is, het is de hersenschim van een onwetende, die zich geen rekenschap
-geeft van de voorwaarden, waaronder het pausdom tot nog toe geleefd
-heeft en waarin het moet blijven voortleven, als het niet van de wereld
-verdwijnen wil. Ziet ge niet in, dat het een sophisme is, wanneer ge
-beweert, dat het des te hooger staat, naarmate het meer bevrijd is
-van de zorgen van een aardsch rijk? Ja zeker, het zuiver geestelijke
-koningschap, de souvereiniteit door barmhartigheid en liefde is een
-prachtige phantasie. Maar wie zal ons doen eerbiedigen? Wie zal ons een
-steen geven, om ons hoofd op neer te leggen, wanneer we verjaagd zijn
-en langs de wegen zwerven? Wie zal onze onafhankelijkheid verzekeren,
-wanneer wij aan de genade van alle Staten overgeleverd zijn?... Neen,
-neen, de Romeinsche bodem behoort ons toe, want wij hebben dien als
-erfdeel van een lange reeks van voorvaderen ontvangen; hij is de
-onverwoestbare, eeuwige bodem, waarop de Heilige Kerk gebouwd is; hem
-opgeven staat gelijk met den wensch de Roomsch-Katholiek-Apostolische
-Kerk ineen te zien storten. Trouwens wij zouden het niet kunnen,
-wij zijn gebonden door onzen eed voor God en voor de menschen."
-
-Hij zweeg een oogenblik, om Pierre gelegenheid tot antwoorden te
-geven. Maar tot zijn groote verwondering voelde Pierre, dat hij niets
-te antwoorden wist, want hij besefte, dat deze paus sprak, zooals hij
-spreken moest. De verwarde en zware dingen, die zich in hem opgehoopt
-hadden en die hij zooeven in de geheime antichambre op zich had voelen
-drukken, verschenen nu voor hem in een helder licht, teekenden zich
-met een steeds grootere duidelijkheid af. Het was alles, wat hij
-sedert zijn aankomst in Rome gezien en begrepen had, de ophooping
-van zijn desillusies, van de bestaande werkelijkheid, waaronder zijn
-droom van een terugkeer tot het oorspronkelijke Christendom reeds
-half gestorven, verpletterd was. Alles was ingestort in hem, toen
-het ware Rome zich aan hem geopenbaard had, de eeuwenoude stad van
-hoogmoed en heerschzucht, waarin het pausdom niet zou kunnen bestaan
-zonder de wereldlijke macht. Te veel banden, het dogma, de traditie,
-het milieu, de bodem zelf maakten het voor eeuwig onveranderlijk. Het
-kon slechts schijnbaar toegeven; ondanks alles zou het uur komen,
-waarop die concessies zouden moeten ophouden, onmogelijk als het was
-verder te gaan zonder zelfmoord te plegen.
-
-Het nieuwe Rome zou mogelijk eenmaal werkelijkheid kunnen worden
-buiten Rome; slechts daar zou het Christendom weder ontwaken, want
-het Katholicisme moest te Rome sterven, wanneer de laatste paus,
-vastgenageld aan dezen bodem van puinhoopen, onder het laatste kraken
-van den dom van de St. Pieter verdwijnen zou, die instorten moest,
-zooals de tempel van Juppiter Capitolinus ingestort was. Wat den
-tegenwoordigen paus betreft, hij mocht zonder koninkrijk zijn, hij
-mocht de ziekelijke zwakheid van zijn hoogen ouderdom, de kleurlooze
-bleekte van een oud afgodsbeeld van was hebben, desniettemin brandde
-de rood oplaaiende hartstocht naar de wereldheerschappij in hem, was
-hij de halsstarrige zoon van den voorvader, den Pontifex Maximus,
-den Caesar Imperator, in wiens aderen het bloed van Augustus, den
-wereldheerscher, stroomde.
-
-"Het vurige verlangen naar eenheid, dat ons altijd bezield heeft,
-hebt gij zeer goed ingezien," ging Leo XIII voort. "Den dag, dat wij
-eenheid gebracht hebben in den ritus, door den Romeinschen ritus aan de
-geheele Katholieke wereld op te leggen, waren wij zeer gelukkig. Dat is
-een van onze dierbaarste overwinningen, omdat zij veel bijdraagt tot
-ons gezag. Ik hoop ook, dat onze bemoeiingen in het Oosten ten slotte
-onze lieve, verdwaalde broeders van de dissidente gemeenten tot ons
-zullen terugbrengen, evenals ik er niet aan wanhoop de Anglicaansche
-secten te overtuigen--afgezien van de Protestantsche secten, die in den
-schoot van de Eenige Roomsch-Katholiek-Apostolische Kerk terugkeeren
-moeten, zoodra de door Christus voorspelde tijden in vervulling
-zullen gaan... Maar wat ge niet gezegd hebt, is, dat de Kerk niets
-van het dogma kan opgeven. Integendeel schijnt gij gedacht te hebben,
-dat een schikking tot stand zou kunnen komen door van beide zijden
-tot concessies bereid te zijn; welnu, dat is een zeer te veroordeelen
-gedachte, een taal, die een priester niet bezigen kan, zonder misdadig
-te zijn. Neen, de waarheid is absoluut, geen steen van het gebouw mag
-veranderd worden. O, in den vorm--zooveel als men wil. Wij zijn tot de
-grootste toegeeflijkheid bereid, als het er slechts om gaat om zekere
-moeilijkheden uit den weg te gaan, om zich voorzichtig uit te drukken,
-ten einde het accoord te vergemakkelijken... Het is als met onze
-rol in het hedendaagsche socialisme: wij moeten elkaar begrijpen. O
-zeker, zij, die gij zoo terecht en juist de onterfden dezer wereld
-genoemd hebt, zijn het voorwerp van onze voortdurende zorg. Indien het
-socialisme eenvoudig een verlangen naar gerechtigheid, een wil, om den
-zwakken te hulp te komen is, wie werkt er dan krachtiger en met meer
-energie aan dan wij? Is de Kerk niet altijd de moeder der bedroefden,
-de weldoenster der armen geweest? Wij zijn alleen voor verstandigen
-vooruitgang, wij aanvaarden alle nieuwe maatschappelijke vormen,
-die zullen medewerken tot den vrede en de broederschap... Maar het
-socialisme, dat begint God weg te jagen, om het geluk der menschheid te
-verzekeren, kunnen wij niet anders dan veroordeelen. Dat is eenvoudig
-een toestand van woestheid, een afschuwlijke achteruitgang, waarbij
-catastrophen, bloedbaden en brandstichtingen schering en inslag moeten
-zijn. Dat is ook iets, dat gij niet met voldoenden nadruk gezegd hebt,
-want gij hebt niet aangetoond, dat buiten de Kerk geen vooruitgang
-mogelijk is, dat alles van haar uit moet gaan, dat zij de eenige
-leidster is, aan wie men zich zonder vrees toevertrouwen kan. Zelfs,
-en dat is nog een zeer groote fout van u, zelfs komt het me voor,
-dat gij God geheel ter zijde stelt, dat de godsdienst voor u alleen
-een zielstoestand, een opbloeien van liefde en barmhartigheid is. Een
-verfoeilijke ketterij! God is altijd tegenwoordig, meester van de
-zielen en van de lichamen; de godsdienst is en blijft de band, de wet
-der menschheid, zonder welke er in deze wereld slechts barbaarschheid
-en verdoeming in het hiernamaals mogelijk is. En nogmaals zeg ik u,
-de vorm beteekent niets, indien het dogma slechts blijft bestaan. Zoo
-bewijst bijvoorbeeld onze erkenning van de Republiek in Frankrijk,
-dat wij het lot van den godsdienst niet binden willen aan een
-regeeringsvorm, zelfs al is die eerbiedwaardig en oud. De dynastieën
-mogen haar tijd gehad hebben, God is eeuwig! Mogen de koningen ten
-gronde gaan, God leve! Trouwens de republikeinsche staatsvorm heeft
-niets anti-Christelijks; integendeel, het schijnt, dat hij iets heeft
-van een weder ontwaken der Christelijke gemeenschap, waarover gij in
-werkelijk betooverende bewoordingen geschreven hebt. Het jammere is,
-dat vrijheid dikwijls dadelijk in losbandigheid overslaat en dat
-men meestal onzen wensch, om een verzoening tot stand te brengen,
-zoo slecht beloont... O, mijn zoon, welk een slecht boek hebt gij
-geschreven; o, met de beste bedoelingen, dàt neem ik gaarne aan. En
-wat is uw zwijgen een bewijs, dat gij de noodlottige en rampzalige
-gevolgen van uw fout begint in te zien!"
-
-Vernietigd bleef Pierre zwijgen; hij voelde inderdaad, dat zijn
-eene argument na het andere te pletter viel op een doove, blinde,
-ondoordringbare rots. Het zou nutteloos en belachelijk zijn, als
-hij trachten wilde zijn argumenten daarin te drijven. Waartoe zou
-het dienen? Hij had nog slechts één gedachte: hij vroeg zich met
-verbazing af hoe het mogelijk was, dat een man met zijn begrip,
-met zijn eerzucht zich geen juister denkbeeld gevormd had van de
-moderne wereld. Blijkbaar was hij van alles op de hoogte, had hij de
-onmetelijke kaart der Christenheid met haar behoeften, verwachtingen
-en daden in zijn hoofd. Maar toch welk een lacunes! Dat moest zijn,
-omdat hij van de wereld slechts wist, wat hij gedurende zijn kort
-verblijf te Brussel als nuntius en te Perugia gezien had. En nu was
-hij sedert achttien jaar opgesloten in het Vaticaan, afgezonderd van
-de overige menschen, met de volkeren slechts verkeerende door middel
-van zijn omgeving, die dikwijls zeer kortzichtig, leugenachtig en
-verraderlijk was.
-
-Bovendien was hij een Italiaansch priester, een paus, bijgeloovig en
-despotisch, gebonden aan de traditie, onderworpen aan de invloeden van
-ras en omgeving, aan geld en politieke noodzakelijkheden; afgezien
-van zijn mateloozen trots, van de zekerheid, dat hij de God was,
-aan wien men moet gehoorzamen, de eenige wettige en redelijke
-macht op aarde. Daarin lagen de oorzaken van de fatale misvorming
-van dit verder toch zoo rijk begaafde hoofd met zijn vlug begrip,
-zijn geduldigen wil, zijn onmetelijke kracht, die generaliseerde en
-handelde. Vooral zijn intuïtie moest wonderbaarlijk zijn, want deze
-toch liet hem in zijn vrijwillige gevangenschap de reusachtige evolutie
-der tegenwoordige menschheid raden. Hij behoefde zich niet aan zijn
-venster te plaatsen, om zich het vreeselijk gevaar bewust te zijn,
-waarin hij zich bevond; hij zag den stijgenden vloed der democratie,
-den grenzenloozen oceaan der wetenschap, die het kleine eilandje,
-waarop nog de dom van de St. Pieter triomphantelijk omhoog stak,
-dreigde te overstroomen. En zijn eenige politiek, zijn eenige drang
-was te overwinnen, om te heerschen.
-
-Dat hij verzoening predikte, dat hij op vormquaesties toegaf, dat
-hij het brutale optreden der Amerikaansche bisschoppen duldde, kwam
-alleen voort uit zijn vrees, die hij zichzelf echter niet bekennen
-wilde, voor een plotseling schisma, dat de uiteenspatting der Kerk zou
-verhaasten. En hoe verklaarde die vrees zijn liefdevollen terugkeer tot
-het volk, zijn zich bezig houden met het socialisme, de Christelijke
-oplossing, die hij wilde geven aan de ellende hier op aarde. Was,
-nu de Caesar ter aarde lag, de lange strijd, van wien van beiden het
-volk zijn zou, niet opgelost door het feit, dat de paus alleen nog
-bestond en dat het volk eindelijk gaan spreken en zich aan hem geven
-zou? De proef was in Frankrijk genomen; hij liet daar de overwonnen
-monarchie aan haar lot over, erkende daar de Republiek, die hij sterk
-en krachtig wilde zien, want Frankrijk was steeds de oudste dochter
-der Kerk, de eenige Katholieke natie, die nog machtig genoeg was,
-om eenmaal misschien de wereldlijke macht van den Heiligen Stoel te
-herstellen. Heerschen, heerschen over deze wereld, zooals Augustus
-geheerscht had, dat was de eenige eerzucht van dezen stervenden
-grijsaard!
-
-"En mijn zoon," ging Leo XIII voort, "uw groote fout is, dat
-gij het gewaagd hebt een nieuwen godsdienst te vragen. Dat is
-goddeloos, godslasterlijk, een heiligschennis. Er bestaat slechts
-één godsdienst--onze heilige Roomsch-Katholiek-Apostolische
-godsdienst. Buiten dezen kan er slechts nacht en verdoemenis
-bestaan... Ik begrijp heel goed, dat ge u verbeeldt een terugkeer tot
-het Christendom voor te staan. Maar de zoo misdadige, zoo rampzalige
-Protestantsche dwaalleer gebruikte hetzelfde voorwendsel. Zoodra
-men zich verwijdert van het in eere houden der dogma's, van
-den onvoorwaardelijken eerbied van de tradities, valt men in de
-vreeselijkste afgronden... Het schisma, mijn zoon, is een zonde,
-waarvoor geen vergiffenis bestaat, het is een moord op den waren God,
-het onreine dier der verzoeking, door de hel opgehitst om de geloovigen
-ten verderve te voeren. Al stonden in uw boek niets anders dan die
-woorden: nieuwe godsdienst, dan reeds zou men het moeten vernietigen,
-verbranden als een vergif, dat doodelijk is voor de zielen."
-
-Nog langen tijd sprak hij door. Maar Pierre dacht aan wat don
-Vigilio hem verteld had omtrent de Jezuïeten, die overal, zoowel in
-het Vaticaan als elders, in het duister werken en de Kerk onbeperkt
-regeeren. Was het dan waar, dat deze politieke, steeds opportunistische
-paus, zonder dat hij het zelf wist, een der hunnen was, een gewillig
-instrument in hun soepele veroveraarshanden? Ook hij schipperde met
-den geest der eeuw, vleide de wereld, om haar te bezitten. Pierre
-had nooit zoo pijnlijk-wreed gevoeld, dat de Kerk daar voortaan toe
-gedwongen was, dat zij slechts door concessies en diplomatie leven
-kon. En eindelijk ging hem een helder licht op over dien Romeinschen
-clerus, die in den beginne voor een Fransch priester zoo moeilijk te
-begrijpen is, over de regeering der Kerk, die vertegenwoordigd wordt
-door den paus, zijn kardinalen, zijn prelaten, die God persoonlijk
-belast heeft met het bestuur van zijn aardsch domein, de menschen en
-de wereld.
-
-Zij beginnen God ter zijde te stellen achter in den tabernakel, dulden
-niet meer, dat men over hem discussieert, dringen de dogma's op als aan
-zijn wezen inhaerente waarheden, bekommeren zich niet meer over hem en
-verliezen hun tijd niet met zijn bestaan door nuttelooze theologische
-discussies te bewijzen. Blijkbaar bestaat hij, omdat zij in Zijn
-naam regeeren. Dat is voldoende. Van af dat oogenblik zijn zij in den
-naam van God de meesters, zeker, dat eenmaal de dag van hun volkomen
-heerschappij komen zal. In afwachting van dien dag handelen zij als
-diplomaten, organiseeren zij de langzame verovering als beambten van
-den triompheerenden God van morgen, en is de godsdienst met de pracht
-en de praal, die de groote menigte verblindt, niets dan de openlijke
-hulde, die zij hem bewijzen met het doel alleen hem over de veroverde
-menschheid te doen regeeren, of liever in zijn plaats en in zijn
-naam te regeeren, omdat zij zijn zichtbare, door hem afgevaardigde
-vertegenwoordigers zijn. Zij stammen af van het Romeinsche recht, zij
-zijn nog steeds de kinderen van dezen ouden Romeinschen heidenschen
-bodem, en wanneer zij nog voortbestaan, wanneer zij eeuwig, tot aan
-het lang verbeide uur, dat de wereldheerschappij hem teruggegeven zal
-worden, hopen te blijven voortbestaan, dan vindt dat zijn reden in
-hun geloof, dat zij de rechtstreeksche erfgenamen der Caesars zijn,
-dat zij, in hun purper gehuld, de afstammelingen zijn van het bloed
-van Augustus.
-
-Pierre schaamde zich nu over zijn tranen, als had hij zijn naakte
-ziel laten zien. Waartoe diende het? Het was nutteloos in deze kamer,
-waarin nooit iets dergelijks gezegd was tegen dezen paus-koning,
-die hem niet begrijpen kon. Die politieke gedachte des pausen om door
-middel van de armen en ongelukkigen te regeeren, boezemde hem afschuw
-in. Was die gedachte, om tot het thans van zijn oude meesters verloste
-volk te gaan, ten einde zich op zijn beurt daarmede te voeden, niet
-iets duivelachtigs?
-
-Maar Leo XIII sprak met zijn dikke, onuitputtelijke stem steeds
-door. En de priester hoorde hem zeggen:
-
-"Waarom hebt gij die door een zoo slechten geest bevlekte bladzijde
-over Lourdes geschreven? Lourdes, mijn zoon, heeft den godsdienst
-groote diensten bewezen. Ik heb tegenover personen, die mij de
-ontroerende, bijna dagelijks voorkomende wonderen der Grot kwamen
-mededeelen, dikwijls mijn levendigen wensch te kennen gegeven die
-door de strengste wetenschap bevestigd en vastgesteld te zien. En
-te oordeelen naar wat ik gelezen heb, komt het mij voor, dat thans
-zelfs de meest sceptisch gezinden niet meer kunnen twijfelen, want die
-wonderen zijn op onweersprekelijke wijze wetenschappelijk bewezen... De
-wetenschap, mijn zoon, moet de dienaresse van God zijn. Zij vermag
-niets tegen Hem, door Hem alleen komt zij tot de waarheid. Alle
-oplossingen, welke men tegenwoordig beweert te vinden en die de
-dogma's schijnen te vernietigen, moeten vroeg of laat valsch blijken
-te zijn, want de waarheid Gods zal zegepralen, zoodra de tijden in
-vervulling zullen gaan. Het zijn toch heel eenvoudige zekerheden,
-die reeds de kleine kinderen weten, die voor het heil en den vrede
-der menschheid voldoende zouden zijn, als zij er zich mede tevreden
-stellen wilde... En wees er van overtuigd, mijn zoon, dat het geloof
-niet onvereenigbaar is met de rede. Heeft de Heilige Thomas van Aquino
-niet alles vooruitgezien, uitgelegd en geregeld? Uw geloof is onder de
-aanvallen van den geest tot onderzoek aan het wankelen gebracht, gij
-hebt angsten en beproevingen gekend, die de Hemel aan mijn Italiaansche
-priesters moge besparen. Maar wij vreezen den geest tot onderzoek
-niet; studeer verder, lees den Heiligen Thomas nogmaals grondig door,
-en uw geloof zal terugkeeren, krachtiger, vuriger, triompheerend."
-
-Verbijsterd, alsof stukken van het hemelgewelf op zijn hoofd
-neerkwamen, luisterde Pierre. O, God van waarheid! De wonderen van
-Lourdes wetenschappelijk bewezen, de wetenschap de dienaresse van God,
-het geloof vereenigbaar met de rede! Wat te antwoorden, o God? En
-waarom te antwoorden?
-
-"Het is het zondigste en gevaarlijkste boek, dat ik ken," ging Leo
-XIII voort; "een boek, waarvan de titel: Het Nieuwe Rome alleen
-reeds een leugen en vergif is, een boek, des te vloekwaardiger,
-omdat het alle verleidingen van den stijl, alle valsche bekoringen
-van hersenschimmen heeft, in één woord, een boek, dat een priester,
-wanneer hij het in een oogenblik van afdwaling geschreven heeft,
-tot straf en boete in het openbaar verbranden moet met dezelfde hand,
-die deze ergerlijke bladzijden op het papier gebracht heeft."
-
-Pierre stond op, plotseling, in zijn volle lengte.
-
-"Het is waar," wilde hij uitroepen, "ik had het geloof verloren,
-maar ik meende het teruggevonden te hebben in het medelijden, dat de
-ellende der wereld in mijn hart gestort had. Gij waart mijn laatste
-hoop, de verwachte verlosser. En nu blijkt ook dat een droom te zijn,
-gij kunt geen nieuwe Jezus wezen, gij kunt op den vooravond van den
-vreeselijken broederoorlog, die nabij is, geen vrede brengen aan de
-menschheid. Gij kunt uw troon niet verlaten en met de ongelukkigen en
-armen langs de wegen zwerven, om het verheven werk der broederliefde
-uit te voeren. Welaan, het is uit met u, met uw Vaticaan, met uw
-St. Pieter. Alles stort in onder den aanval van het volk en van
-de wetenschap. Gij bestaat niet meer; hier zijn niets meer dan
-puinhoopen."
-
-Maar hij sprak de woorden niet. Hij boog zijn hoofd en zeide:
-
-"Heilige Vader, ik onderwerp mij en verloochen mijn boek."
-
-Zijn stem beefde van bittere walging; zijn geopende handen maakten
-een hulpeloos gebaar, alsof hij zijn ziel losgelaten had. Het was
-de letterlijke formule der onderwerping: Auctor laudabiliter se
-subiecit et opus reprobavit--de schrijver heeft zich loffelijkerwijze
-onderworpen en zijn boek verloochend. Er was geen groote vertwijfeling,
-geen verhevener grootheid denkbaar dan die bekentenis van een dwaling,
-dan die zelfmoord van een hoopvolle verwachting! Maar welk een
-bittere ironie! Dit boek, dat hij gezworen had nooit terug te zullen
-nemen, voor den triomf waarvan hij zoo hartstochtelijk gestreden
-had, ditzelfde boek verloochende hij nu plotseling, niet omdat hij
-het als zondig beschouwde, maar omdat hij zooeven gevoeld had, dat
-het nutteloos en hersenschimmig was als een dichtersdroom. Ach ja,
-waarom te blijven volharden in de illusie van een ontwaken, dat toch
-niet mogelijk was, nu hij zich vergist, nu hij gedroomd had, nu hij
-hier noch den God noch den priester vond, dien hij voor het geluk der
-menschheid zoo vurig wenschte. Dan was het maar beter, dat hij zijn
-boek als een dood blad op den grond wierp, dat hij het verloochende,
-dat hij het als een gestorven, voortaan nutteloos lid afsneed.
-
-Een weinig verbaasd over een zoo plotselinge overwinning, uitte Leo
-XIII een kreet van blijdschap.
-
-"Zeer goed, zeer goed, mijn zoon! Gij hebt de eenige wijze en
-verstandige woorden, die u als priester pasten, uitgesproken."
-
-En hij, die nooit iets aan het toeval overliet, die al zijn audiënties
-met de woorden, die hij zeggen, met de gebaren, die hij maken zou,
-van te voren overdacht, werd in zijn blijdschap wat vriendelijker en
-zachter gestemd. Daar hij de ware motieven van de onderwerping niet
-begrijpen kon en zich daarin dus vergiste, smaakte hij de trotsche
-vreugde hem zoo makkelijk tot zwijgen gebracht te hebben, want
-zijn omgeving had Pierre als een verschrikkelijken revolutionnair
-afgeschilderd. Een dergelijke bekeering streelde dan ook zijn
-ijdelheid zeer.
-
-"Ik verwachtte trouwens niet anders van uw verheven geest. Er bestaat
-geen grooter voldoening dan zijn fout te erkennen, boete te doen en
-zich te onderwerpen."
-
-Met een familiaar gebaar had hij weer zijn glas limonade van het
-tafeltje genomen en roerde het, voor hij dronk, met den langen,
-verguld-zilveren lepel nogmaals om. Het viel Pierre bijzonder op dat
-hij er, evenals in den beginne, weer zoo ingekrompen en ontdaan van
-zijn verheven majesteit uitzag; hij geleek op een ouden burgerman,
-die zijn glas suikerwater dronk vóór hij naar bed ging.
-
-De audiëntie was afgeloopen, Pierre maakte een diepe buiging.
-
-"Ik dank Uwe Heiligheid voor de vaderlijke ontvangst, die u wel zoo
-goed geweest is mij te willen bereiden."
-
-Maar Leo XIII wilde nog een oogenblik met hem spreken, begon weer over
-Frankrijk en drukte nogmaals zijn vurigen wensch uit het tot het heil
-der Kerk gelukkig, rustig en krachtig te zien. En gedurende dat laatste
-oogenblik had Pierre een vreemd visioen, dat hem benauwde. Terwijl
-hij naar het ivoren voorhoofd van den Heiligen Vader keek, terwijl
-hij aan zijn hoogen ouderdom dacht, waarbij de geringste verkoudheid
-zijn dood zou kunnen zijn, herinnerde hij zich door een onwillekeurige
-gedachtenassociatie, het woest-grootsche tooneel: Pius IX, Giovanni
-Mastaï, twee uur geleden gestorven, het gelaat met een stuk wit linnen
-bedekt, omgeven door de geheele, van streek gebrachte pauselijke
-omgeving; kardinaal Pecci, kardinaal-voorzitter, nadert het doodsbed,
-laat het linnen verwijderen, klopt driemaal met zijn zilveren hamer
-op het voorhoofd van het lijk en roept daarbij telkens: "Giovanni,
-Giovanni, Giovanni!" En daar het lijk niet geantwoord heeft, draait de
-kardinaal zich, na eenige oogenblikken gewacht te hebben, om en zegt:
-"De paus is dood!" Tegelijkertijd zag Pierre in de Via Giulia kardinaal
-Boccanera, den kardinaal-voorzitter, met zijn zilveren hamer wachten
-en Leo XIII, Joachim Pecci, sedert twee uur overleden, het gezicht
-bedekt met een stuk wit linnen, omgeven door zijn prelaten, in deze
-zelfde kamer liggen. En hij zag hoe de kardinaal-voorzitter naar voren
-trad, het linnen liet verwijderen, driemaal op het ivoorkleurige
-voorhoofd klopte en telkens riep: "Joachim! Joachim, Joachim!" Dan
-draaide hij, daar het lijk niet geantwoord had, zich om en zeide:
-"De paus is dood!" Herinnerde Leo XIII zich de drie slagen, die hij
-op het voorhoofd van Pius IX gegeven had--voelde hij dikwijls op
-zijn voorhoofd het ijskoude zweet van de vrees voor de drie slagen,
-de doodskilte van den hamer, waarmede hij den kardinaal-voorzitter,
-den onverzoenlijken tegenstander, dien hij, naar hij wist, in kardinaal
-Boccanera bezat, gewapend had:
-
-"Ga in vrede, mijn zoon," zeide Zijne Heiligheid eindelijk als
-slotzegen. "Uw zonde zal u vergeven worden, daar gij haar erkend hebt
-en berouw erover toont."
-
-Zonder te antwoorden en zielsbedroefd, verwijderde Pierre zich,
-volgens de etiquette achterwaarts loopend. Driemaal boog hij diep;
-dan ging hij, zonder zich om te keeren, de deur uit, gevolgd door
-de donkere oogen van Leo XIII, die geen blik van hem af hadden. Toch
-zag Pierre hoe hij de courant, in het lezen waarvan hij gestoord was,
-om hem te ontvangen, weer van de tafel nam. De beide lampen brandden
-met een zacht, onbeweeglijk licht, de kamer viel weer terug in haar
-diepe stilte, in haar oneindigen vrede.
-
-In het midden der geheime antichambre stond mijnheer Squadra
-onbeweeglijk en zwart te wachten. Toen hij bemerkte, dat Pierre in
-zijn verdooving zijn hoed op het wandtafeltje vergat, nam hij dezen
-en gaf hem Pierre met een zwijgende buiging. Dan begon hij, zonder
-eenige haast, met denzelfden pas als daareven, voor hem uit te loopen,
-om hem naar de Sala Clementina te geleiden.
-
-Nu volgde in tegenovergestelde richting, dezelfde wandeling,
-de eindelooze tocht door de eindelooze zalen. En steeds nog geen
-levende ziel, geen geluid, geen ademtocht. In ieder ledig vertrek
-walmde de eenige, eenzame, als vergeten lamp en brandde nog zwakker
-in de nog grootere stilte. De woestijn scheen nog grooter geworden
-te zijn, nu het later geworden was en de nacht de enkele meubelen,
-die verspreid stonden onder de hooge, vergulde plafonds, tronen,
-lage, houten stoeltjes, wandtafeltjes, crucifixen, armluchters,
-die in iedere zaal weer terugkeerden, in duisternis dompelde. Zoo
-kwam na de eere-antichambre, waarin het damast rosachtig scheen, de
-zaal der edelgarden, welke sluimerde in een zachten wierookgeur,
-dien een 's morgens gelezen mis daar achtergelaten had; dan
-kwamen de tapijtenzaal, de zaal der Palatijnsche garde, de zaal
-der gendarmes, terwijl in de laatste zaal, die der bussolanti, de
-laatste dienstdoende knecht op zijn bank zoo vast ingeslapen was,
-dat hij niet wakker werd. De stappen echoden zwak op de vloertegels,
-verstikten in de dikke atmospheer van dit gesloten, aan alle zijden
-als een graf ingemetseld paleis. Eindelijk kwam de Sala Clementina,
-die de post der Zwitsersche garde zoo juist verlaten had.
-
-Tot aan die zaal had mijnheer Squadra niet omgekeken. Nog steeds
-zwijgend, trad hij zonder een gebaar ter zijde, om Pierre met een
-laatste buiging te laten passeeren. Dan verdween hij.
-
-Pierre ging de beide verdiepingen der monumentale trap af, die
-de matglazen bollen der vleermuizen als met een schijnsel van
-nachtlichtjes verlichtten; er heerschte een vreemd-drukkende stilte,
-nu de stappen der dienstdoende soldaten van de Zwitsersche garde niet
-meer op de portalen weerklonken. Hij liep het onder het bleeke licht
-der bordeslantaarns ledige en uitgestorven Damasiushof door, ging de
-Scala Pia, die eveneens dood was in het halfdonker, af, en stapte
-eindelijk de bronzen deur uit, die een portier langzaam achter hem
-dichtschoof en sloot. Hoe knarste het harde metaal over alles, wat
-deze deur afsloot: zooveel opgehoopte donkerte; zooveel toenemende
-stilte; de onbeweeglijke eeuwen, die de traditie hier vereeuwigde;
-de onverwoestbare afgoden der dogma's, die hier bewaard werden onder
-hun windselen van mummies; al de ketenen, die drukken en boeien;
-het geheele apparaat van de laagste slavernij en de onbeperkte
-overheersching!
-
-Op het St. Pietersplein was hij te midden van die sombere
-ontzaglijkheid geheel alleen. Geen wandelaar, die zich verlaat had,
-geen levend wezen. Niets dan tusschen de vier armluchters de hooge, uit
-het groote mozaïek van het grijze plaveisel opstijgende spookgestalte
-der Obelisk. De gevel der Basilica rees op als een kleurlooze droom;
-als twee reusachtige armen breidde zij de viervoudige rijen zuilen der
-colonnade uit, die, in donkerte gedompeld, aan een steenen bosch denken
-deden. Verder niets. De dom was slechts een matelooze ronding, die men
-aan den maanloozen hemel nauwlijks raden kon. Alleen de waterstralen
-der fonteinen, die men ten slotte als dunne, beweeglijke spookgestalten
-onderscheidde, lieten hun stem, een eindeloos, treurig, klagend
-gemurmel, hooren, waarvan men niet wist waar het vandaan kwam. O,
-de zwaarmoedige grootschheid van dezen slaap! O, dit geheele beroemde
-plein met het Vaticaan, met de St. Pieter, wanneer het 's nachts in
-donkerte gedompeld was! Plotseling sloeg de klok tien uur--zóó langzaam
-en zóó luid, dat het scheen alsof nooit een plechtiger, beslissender
-uur in een diepere, zwartere, onfeilbaarder oneindigheid geslagen had!
-
-Onbeweeglijk stond Pierre te midden van deze groote ruimte en beefde
-over zijn geheele, arm, gebroken wezen. Wat, had hij daarboven
-nauwlijks drie kwartier met den bleeken grijsaard, die zijn ziel uit
-hem gerukt had, gesproken? Ja, dat was het einde: het laatste geloof
-was uit zijn bloedend brein gerukt. Het laatste experiment was genomen:
-een wereld was in hem ingestort. Plotseling dacht hij aan monsignor
-Nani en overwoog, dat deze alleen gelijk gehad had. Men had hem
-wel gezegd, dat hij ten slotte doen zou, wat monsignor zou willen;
-en tot zijn groote verbijstering merkte hij nu, dat hij het gedaan had.
-
-Maar een plotselinge wanhoop, een zóó vreeselijke angst greep hem aan,
-dat hij van uit de diepte van den donkeren afgrond, waarin hij zich
-bevond, zijn beide bevende armen in het Niet ophief en luide sprak:
-
-"Neen, hier zijt Gij niet, o God des levens en der liefde, God des
-heils! O, kom toch, openbaar u, daar uwe kinderen sterven, omdat
-zij niet weten, wie Gij zijt of waar Gij zijt in de oneindigheid
-der werelden!"
-
-Boven het onmetelijke plein welfde zich de onmetelijke,
-donkerblauw-fluweelen hemel, de zwijgende en angstaanjagende
-oneindigheid, waarin de sterrenbeelden trilden. De Wagen op de daken
-van het Vaticaan scheen nog verder omgevallen te zijn, zijn gouden
-wielen waren als van den rechten weg afgeweken, zijn gouden dissel
-stak in de lucht, terwijl Orion in de richting van de Via Giulia
-verdween en nog slechts een der drie gouden sterren zien liet, die
-zijn bandelier sierden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFTIENDE HOOFDSTUK
-
-
-Gebroken van aandoening en brandend van koorts, was Pierre eerst tegen
-het aanbreken van den dag in een lichte sluimering gevallen. Bij zijn
-terugkeer in het paleis Boccanera in den laten avond had hij daar den
-vreeselijken rouw om den dood van Dario en Benedetta teruggevonden. En
-toen hij tegen negen uur opgestaan was, wilde hij, na ontbeten te
-hebben, onmiddellijk naar het appartement van den kardinaal gaan,
-waar men de twee lijken op een baar gelegd had, opdat de familie,
-de vrienden en de protégés daar hun tranen en gebeden zouden brengen.
-
-Onder het ontbijt kwam Victorine, die, ondanks al haar wanhoop dapper
-en flink, niet naar bed geweest was, hem de gebeurtenissen van den
-nacht en van den ochtend vertellen. Donna Serafina had uit een soort
-preutsch respect voor de convenance een nieuwe poging gedaan om de
-beide lijken te scheiden. Deze naakte vrouw, die in den dood den
-eveneens ontkleeden man omhelsde, kwetste haar schaamtegevoel. Maar
-het was te laat geweest: de stijfheid des doods was ingetreden,
-en wat men in het eerste oogenblik niet had kunnen doen, kon
-nu niet meer geschieden zonder een vreeselijke ontheiliging. Hun
-liefdesomhelzing was zoo krachtig, dat men, om hen van elkaar los te
-maken, hun vleesch van hun lichaam had moeten rukken, hun ledematen
-breken. En de kardinaal, die reeds niet gewild had, dat men hun slaap,
-hun één-zijn voor eeuwig, stoorde, had bijna woorden gekregen met zijn
-zuster. Onder zijn priesterkleed voelde hij zich een zoon van zijn ras,
-trotsch op vroegere hartstochten, op de mooie, heftige liefde, op de
-mooie dolksteken. Al had de familie twee pausen geteld, toch hadden ook
-groote veldheeren en groote minnaars haar beroemd gemaakt. Nooit zou
-hij toelaten, dat men aan deze, in hun smartvol leven zoo rein gebleven
-kinderen, die het graf alleen vereenigd had, raken zou. Hij was heer en
-meester in zijn paleis, men zou hen in hetzelfde doodshemd naaien, hen
-in dezelfde kist bijzetten. Vervolgens zou de lijkdienst plaats hebben
-in de nabijgelegen San Carlokerk, waarvan hij den kardinaalstitel
-bezat en waar hij dus ook heer en meester was. Als het noodig was,
-zou hij zelfs naar den paus gaan. En zoo souverein was zijn op luiden
-toon uitgesproken wil, dat iedereen in het huis zich had moeten buigen,
-zonder zich een gebaar of een woord te veroorloven.
-
-Toen had donna Serafina zich bezig gehouden met het laatste toilet der
-dooden. Volgens het gebruik was het dienstpersoneel daarbij aanwezig;
-Victorine, als de oudste, had de familie geholpen. Men had de beide
-geliefden eerst in het losgeraakte haar van Benedetta moeten hullen,
-het geurige, dikke, lange, op een koninklijken mantel gelijkende
-haar; daarna had men hen in dezelfde witzijden lijkwade gewikkeld,
-die vastgemaakt werd onder den hals en in den dood één enkel wezen
-van hen gemaakt had. En weer had de kardinaal geëischt, dat zij
-naar zijn vertrekken gebracht en in het midden der troonzaal op een
-praalbed gelegd zouden worden, om hun daardoor een laatste eerbewijs
-te geven, hun, den laatsten van hun naam, den tragischen geliefden,
-met wie de eertijds zoo groote roem der Boccanera's tot het stof
-terugkeerde. Donna Serafina had zich dadelijk bij dat plan neergelegd,
-want zij vond het weinig passend, dat haar nicht, zelfs als doode, in
-deze kamer op het bed van een jongen man gezien zou worden. De door
-den kardinaal gemaakte voorstelling der feiten was reeds in omloop:
-het plotselinge verscheiden van Dario, die in enkele uren door een
-infectiekoorts weggerukt was; de waanzinnige smart van Benedetta,
-die op zijn lijk den laatsten adem uitgeblazen had, toen zij hem
-voor een laatste maal in haar armen drukte; de koninklijke eer, die
-men hun bewees; de prachtige doodenbruiloft, die men hun bereidde,
-terwijl zij beiden op hetzelfde eeuwige rustbed lagen. Geheel Rome
-zou, door deze geschiedenis van liefde en dood geschokt, gedurende
-twee weken over niets anders praten.
-
-In zijn haast, die hij had, om deze stad, waar hij het laatste
-overschot van zijn geloof had verloren, te verlaten, zou Pierre nog
-dienzelfden avond naar Frankrijk vertrokken zijn. Maar hij wilde de
-begrafenis medemaken en had daarom zijn vertrek tot den volgenden
-avond uitgesteld. Den geheelen dag nog zou hij hier doorbrengen In dit
-paleis, dat instortte, dicht bij deze dooden, die hij had liefgehad,
-en hij zou trachten voor hen de gebeden in de diepte van zijn leege,
-gemartelde ziel terug te vinden.
-
-Toen hij voor de receptievertrekken van den kardinaal op de eerste
-verdieping stond, kwam de herinnering in hem op aan den eersten dag,
-dat hij zich hier voor de audiëntie bij den kerkvorst aangemeld
-had. Het was dezelfde indruk van een oude, nu versleten en door het
-stof van het verleden bedekte, vorstelijke pracht. De deuren der
-drie groote antichambres stonden wijd open; de vertrekken met hun
-hooge donkere plafonds waren in dit vroege ochtenduur nog geheel
-ledig. In het eerste stond slechts Giacomo, onbeweeglijk in zijn
-zwarte livrei, tegenover den ouden, rooden kardinaalshoed, die
-met zijn half vergane kwasten, waartusschen de spinnen hun netten
-weefden, onder den baldakijn hing. In het tweede, waarin zich vroeger
-de secretaris ophield, wachtte abbé Paparelli, de sleepdrager, die
-ook de functie van kamerheer vervulde, de bezoekers af en liep met
-kleine, bijna onhoorbare passen heen en weer: nog nooit had hij met
-zijn innemenden ootmoed, zijn verdacht uiterlijk van kruipende almacht,
-meer op een oude, door al te strenge godsdienstige oefeningen vale en
-gerimpelde, jongejuffrouw in een zwarten rok geleken. Ten slotte had
-in de derde antichambre, de eere-antichambre, waar de baret op een
-tafeltje tegenover het groote, gebiedende portret van den kardinaal
-in gala-costuum lag, don Vigilio zijn schrijftafel verlaten en stond
-nu aan de deur der troonzaal, om de personen, die deze betraden,
-met een buiging te begroeten. En op dezen somberen winterochtend
-schenen deze zalen nog droefgeestiger en meer vervallen; de behangsels
-hingen aan flarden, de enkele meubelen waren vuil door het stof, het
-oude houtwerk brokkelde af onder het aanhoudende knagen der wormen,
-alleen de zolderingen behielden nog haar pronk van triomphantelijke
-verguldingen en beschilderingen.
-
-Maar Pierre, dien abbé Paparelli met een overdreven diepe buiging
-gegroet had, waarin een ironisch soort afscheid, zooals men dat aan een
-overwonnene geeft, niet te miskennen viel, werd vooral getroffen door
-de droefgeestige grootschheid van deze drie groote, in puin vallende
-zalen, die dezen dag naar de in een doodsvertrek veranderde troonzaal
-leidden, waarin de twee laatste kinderen des huizes sliepen. Welk een
-prachtige en troostelooze doodenpraal! Al deze wijd geopende deuren,
-al het ledige van deze te groote vertrekken, nu zij niet meer door
-de vroegere menigten bevolkt werden, en die thans leidden tot den
-diepen rouw over het einde van een geslacht! De kardinaal had zich
-opgesloten in zijn studeerkamer, waar hij de familieleden en intieme
-vrienden ontving, die erop stonden hem hun deelneming te betuigen,
-terwijl donna Serafina harerzijds een vertrek ernaast gekozen had,
-om haar vriendinnen te ontvangen. Pierre, die door Victorine van
-het ceremonieel op de hoogte gebracht was, moest ertoe besluiten
-onmiddellijk naar de troonzaal te gaan, waar hij opnieuw begroet
-werd met een diepe buiging, ditmaal door don Vigilio, die, bleek en
-zwijgend, hem zelfs niet scheen te herkennen.
-
-Hier wachtte den priester een verrassing. Hij had zich een volkomen
-donkere chapelle ardente gedacht, waarin honderden kaarsen branden
-zouden om een katafalk, die midden in de met zwarte draperieën
-behangen zaal zou staan. Men had hem gezegd, dat de lijken hier op
-het praalbed gelegd waren, omdat de oude kapel van het paleis, die
-op den rez-de-chaussée lag, sedert vijftig jaren gesloten en buiten
-gebruik was en de kleine particuliere kapel van den kardinaal te
-klein voor een dergelijke plechtigheid zijn zou. Men had dan ook een
-altaar in de troonzaal moeten oprichten, waar sedert den ochtend
-de eene mis op de andere volgde. Bovendien moesten er eveneens
-den geheelen dag missen gelezen worden in de particuliere kapel,
-evenals men twee andere altaren opgeslagen had, een in een klein
-naast de eere-antichambre gelegen vertrek en een in een soort alkoof,
-dat uitkwam op de tweede antichambre. Zoo kwam het, dat priesters,
-voornamelijk Franciscanen, en tot arme orden behoorende monniken op
-deze vier altaren onafgebroken het heilige misoffer celebreerden. De
-kardinaal had gewild, dat het goddelijk bloed geen oogenblik zou
-ophouden in zijn huis te vloeien voor de verlossing der twee hem
-zoo dierbare zielen. In het treurende paleis klonken onophoudelijk
-door de rouwzalen de bellen bij de elevatie, zweeg het gemompel der
-Latijnsche woorden geen oogenblik; hosties werden gebroken, kelken
-geledigd, zoodat God zich geen oogenblik uit deze zware, naar den
-dood ruikende atmospheer kon verwijderen.
-
-Tot zijn verbazing vond Pierre de zaal, zooals hij haar op den dag
-van zijn eerste bezoek gezien had. De gordijnen der vier groote
-vensters waren zelfs niet dichtgetrokken, de sombere winterochtend
-viel met een zwak, vaal en koud licht binnen. Onder het plafond van
-gebeeldhouwd en verguld hout waren nog het roode behang, een door
-het lange gebruik verteerd brokaat met groote palmen, de oude troon,
-de naar den muur gekeerde fauteuil, die vergeefs wachtte op den paus,
-die nooit komen zou. Alleen het naast dien troon opgeslagen altaar
-veranderde eenigszins den aanblik van het vertrek, waaruit de stoelen,
-tafeltjes en wandtafeltjes verwijderd waren. In het midden had men op
-een lage estrade het praalbed geplaatst, waarin Benedetta en Dario
-onder een rijkdom van bloemen lagen. Aan het hoofdeinde brandden
-eenvoudig twee kaarsen. Verder niets--niets dan bloemen en nog eens
-bloemen, een zoo groote oogst van bloemen, dat men niet wist in
-welken chimerischen tuin die geplukt konden zijn; vooral witte rozen,
-rozenruikers op het bed, rozenruikers, die van het bed afvielen,
-rozenruikers op de estrade, rozenruikers, die van de estrade op de
-prachtige vloertegels der zaal vielen.
-
-Met een door een diepe ontroering geschokt hart was Pierre nader bij
-het bed getreden. Die twee kaarsen, waarvan het gele licht half gedempt
-werd door het vale daglicht, die voortdurend fluisterende, klagende
-tonen van de mis, die doordringende, de atmospheer zwaar makende
-geur der rozen vervulden de groote, ouderwetsche, stoffige zaal met
-een grenzenlooze troosteloosheid. Geen beweging, geen ademhaling was
-te hooren--niets anders dan van tijd tot tijd een zacht geluid van
-verstikte snikken van een der weinige aanwezigen. De bedienden van
-het huis wisselden elkaar onophoudelijk af; steeds stonden er vier als
-trouwe en vertrouwde wachters onbeweeglijk aan het hoofdeinde. Nu en
-dan kwam de kerkelijke advocaat Morano, die zich sedert den ochtend
-met alles belastte, haastig en stil door het vertrek. Op de estrade
-knielden allen, die binnenkwamen, neer, baden en weenden. Pierre zag
-er drie dames, die haar gezicht in haar zakdoek drukten. Ook was er
-een oude priester; hij beefde van verdriet en hield zijn hoofd diep
-gebogen, zoodat men zijn gezicht niet onderscheiden kon. Maar vooral
-werd hij ontroerd door den aanblik van een jong, armoedig gekleed
-meisje, dat hij voor een dienstbode hield; het verdriet had haar zoo
-verpletterd, dat zij, daar op de vloer, niet meer was dan een armzalig
-hoopje ellende en leed.
-
-Nu knielde ook hij neer en trachtte in het beroepsmatig geprevel van
-zijn lippen de Latijnsche woorden der heilige gebeden terug te vinden,
-die hij, als priester, zoo dikwijls aan het doodsbed gebeden had. Zijn
-steeds grooter wordende ontroering bracht zijn geheugen in de war;
-hij ging geheel op in den heerlijken en vreeselijken aanblik der beide
-gelieven, van wie hij zijn oogen niet afwenden kon. Onder de bloemen
-waren de lijken in hun omhelzing bijna niet te onderscheiden, doch
-de twee hoofden kwamen uit het aan den hals toegeknoopte doodskleed
-te voorschijn. En hoe mooi waren zij nog, zooals zij daar, hun haar
-vermengend, op hetzelfde kussen rustten. Het was de schoonheid van
-eindelijk bevredigden hartstocht. Benedetta, liefhebbend en trouw
-tot in de eeuwigheid, verrukt, omdat zij haar laatsten ademtocht
-in een liefdeskus uitgeblazen had, had haar goddelijk lachend
-gelaat behouden. Dario had, ondanks zijn laatste opperste geluk,
-een smartelijker uitdrukking. Hun oogen, die tot in het diepst van
-elkaars zielen blikten, stonden nog steeds open en bleven elkaar
-aankijken met een liefkoozing, die nooit meer gestoord zou worden.
-
-God, was het dan waar, dat hij deze Benedetta liefgehad had met een
-zoo reine, zoo van iedere zelfzuchtige gedachte vrije liefde? En Pierre
-werd tot in het diepst van zijn ziel ontroerd door de heerlijke uren,
-welke hij in een zoo reine vriendschap, die even zoet was als liefde,
-in haar nabijheid had doorgebracht. Zij was zoo mooi, zoo verstandig,
-zoo brandend van hartstocht! Hij zelf had zoo'n heerlijken droom
-gedroomd: zijn bevrijdende broederliefde zou dit wonderbare wezen
-met haar vurige ziel en haar indolente wijze van optreden tot leven
-brengen: hij zag in haar het oude Rome, dat hij wilde wekken en
-veroveren voor het Italië van morgen. Hij droomde ervan haar hart en
-haar geest grooter te maken door haar liefde voor armen en ongelukkigen
-te geven. Nu zou dit hem doen glimlachen, wanneer zijn oogen niet door
-tranen overstroomd werden. Hoe bekoorlijk was zij geweest, toen zij
-trachtte zijn zin te doen ondanks de onoverwinnelijke hinderpalen, als
-afkomst, opvoeding en omgeving, die haar beletten hem te volgen. Eén
-dag echter scheen zij nader tot hem gekomen te zijn, alsof het lijden
-haar ziel voor alle barmhartigheid geopend had! Dan kwam de illusie
-van het geluk en zij had de ellende der armen niet meer begrepen, was
-geheel opgegaan in de zelfzucht van haar eigen hoop en vreugde. Groote
-God, moest dit tot verdwijnen veroordeelde ras daarom zoo eindigen,
-omdat het geheel gesloten was voor de liefde tot de armen, voor de
-wet van barmhartigheid en gerechtigheid, die door de regeling van
-den arbeid, voortaan alleen de wereld redden kon?
-
-Maar ook een andere wanhoop nog deed Pierre stamelen, zonder dat
-de gebeden over zijn lippen kwamen. Hij dacht aan de gewelddaad,
-die de beide kinderen door een verpletterende revanche der natuur
-weggerukt had. Welk een hoon, dat zij de Heilige Maagd beloofd had
-haar maagdelijkheid slechts te geven aan den uitverkoren echtgenoot;
-welk een hoon, dat zij haar geheele leven onder dezen eed als onder een
-boetegordel gebloed had, om zich ten slotte in den dood, wanhopig door
-berouw, brandend van verlangen, om zich geheel te geven, in de armen
-van den geliefde te werpen. En zij had zich gegeven in de razernij
-van een laatste protest--het brutale feit der dreigende scheiding,
-dat haar op haar vergissing opmerkzaam maakte en tot het instinct der
-universeele liefde terugbracht, was voldoende daarvoor geweest. Dat
-was een nieuwe nederlaag der Kerk, dat was Pan, de zaaier der kiemen,
-die de paren met zijn voortdurend bevruchtend gebaar vereenigt. Al
-mocht in den tijd der Renaissance de Kerk niet bezweken zijn onder den
-aanval van de uit den ouden Romeinschen bodem opgegraven Venussen en
-Herculessen, de strijd werd daarom niet minder verbitterd voortgezet
-en ieder uur dreigden de nieuwe, van sap overloopende, naar het leven
-snakkende volkeren in den strijd tegen een godsdienst, die slechts een
-zucht naar den dood is, het oude Katholieke gebouw, welks muren reeds
-aan alle kanten van onvruchtbaren ouderdom wankelen, neer te rukken.
-
-En op dat oogenblik had Pierre de gewaarwording, dat de dood van
-deze aanbiddelijke Benedetta de grootste ramp was. Hij keek haar
-nog steeds aan en tranen brandden in zijn oogen. Zij vernietigde
-zijn droombeeld geheel. Evenals den vorigen avond in het Vaticaan
-bij den paus voelde hij zijn hoop, zijn laatste hoop, de zoo vurig
-verlangde wederopstanding van het oude Rome in een nieuw, jeugdig,
-heilbrengend Rome, ineenstorten. Ditmaal was het voor goed uit:
-Rome, het Katholieke, het vorstelijke Rome was dood, lag daar als
-een marmeren beeld op het doodsbed. Het had niet kunnen gaan tot
-de armen, tot de lijdenden van deze wereld; het was verscheiden in
-den onmachtigen kreet van zijn zelfzuchtigen hartstocht, toen het te
-laat was om lief te hebben en te baren. Nooit meer zou het kinderen
-krijgen; het oude Romeinsche huis was voortaan ledig, onvruchtbaar,
-zonder kans op herleving. En Pierre, wiens ziel de dierbare doode tot
-weduwe gemaakt en in rouw om een zoo grootschen droom achtergelaten
-had, werd, nu hij haar daar zoo onbeweeglijk en verstard liggen zag,
-door een zoo groote smart aangegrepen, dat hij zich een onmacht nabij
-gevoelde. Hij was bang dwars op de estrade te vallen, stond moeilijk
-op en verwijderde zich.
-
-Toen hij in een vensternis vluchtte, om weer zichzelf meester te
-worden, vond hij daar tot zijn verbazing Victorine, die op een half
-verscholen bankje zat. Donna Serafina had het haar bevolen; zij waakte
-van uit dat hoekje over haar dierbare kinderen, zooals zij ze noemde,
-en had geen oog af van de personen, die kwamen en gingen. Toen zij
-zag, dat de jonge priester zoo bleek en een flauwte nabij was, liet
-zij hem onmiddellijk op haar plaats zitten.
-
-"O," zeide hij heel zacht, na diep adem gehaald te hebben; "mogen
-zij tenminste het geluk smaken elders samen te zijn, in een andere
-wereld herleven tot een nieuw leven."
-
-Zij haalde haar schouders op en zeide dan, ook op zacht fluisterenden
-toon:
-
-"Herleven, mijnheer de abbé? Waarvoor? Kom, wanneer men dood is, is
-het het beste nog maar dood te zijn en te slapen. De arme kinderen
-hebben op aarde genoeg verdriet gehad, om nog te wenschen, dat zij
-ergens anders opnieuw daarmede beginnen!"
-
-Dit zoo naïeve en diepe woord der onontwikkelde ongeloovige joeg
-Pierre een rilling door zijn leden. Hij, hij had zoo dikwijls 's
-nachts bij de plotselinge gedachte aan het Niet geklappertand! Zij
-kwam hem in haar niet bang zijn voor de eeuwigheid en de oneindigheid
-heldhaftig voor. O, als iedereen die kalme ongodsdienstigheid, die
-zoo verstandige, zoo vroolijke zorgeloosheid van het gewone mindere
-Fransche volk had, welk een plotselinge kalmte, welk een gelukkig
-leven zou er dan onder de menschheid heerschen!
-
-En toen zij merkte hoe hij rilde, voegde zij eraan toe:
-
-"Wat wilt u dan toch, dat er na den dood is? Men heeft zijn slaap
-heusch wel verdiend, en slapen is toch het meest begeerlijke en
-troostende. Als God de goeden beloonen en de slechte straffen moest,
-dan zou hij heusch veel te veel te doen hebben. Is een dergelijk
-gericht mogelijk? Is het goede en het slechte in ieder onzer niet
-zoo vermengd, dat het dan nog maar het beste zijn zou iedereen vrij
-te spreken?
-
-"Maar die beiden daar," prevelde hij, "die zoo beminlijk waren en zoo
-bemind werden, hebben niet geleefd. Waarom zou men zich dan niet het
-geluk geven te gelooven, dat zij herleven en in elkaars armen elders
-beloond worden?"
-
-Weer schudde zij haar hoofd.
-
-"Neen, neen!... Ik heb het immers altijd gezegd, dat Benedetta verkeerd
-deed zich zoo te martelen met die gedachten aan een andere wereld,
-en met zich niet te willen geven aan Dario, naar wien zij toch zoo
-vurig verlangde! Als zij maar gewild had, dan zou ik hem wel in haar
-kamer gebracht hebben, zonder burgemeester en zonder pastoor! Het
-geluk is zoo zeldzaam! Later, wanneer het te laat is, heb je er des
-te meer berouw over... Dat is de heele geschiedenis van die twee
-arme lievelingen. Het is nu te laat voor hen; zij zijn dood en het
-helpt niets, of je ze nu al in de sterren zet--want als je dood bent,
-ziet u, dan ben je dood; en van al dat omhelzen worden zij niet koud
-of warm meer."
-
-Nu werd zij op haar beurt door haar tranen overmand en snikte zij:
-
-"De arme lievelingen! De arme lievelingen! Te moeten denken, dat zij
-niet eenmaal een gelukkigen nacht gehad hebben en dat nu de groote
-nacht er is, die niet meer eindigen zal! Kijk toch eens hoe bleek
-zij zijn. En stel u voor, wanneer er op het kussen niets meer over
-zijn zal dan de beenderen van hun hoofden en wanneer alleen nog maar
-de beenderen van hun armen elkaar zullen omhelzen?... O, laten zij
-slapen, laten zij slapen! Dan weten zij tenminste, dan voelen zij
-tenminste niets!"
-
-Een lange stilte volgde. In de huivering van zijn twijfel, in zijn
-angstig willen, dat een leven hiernamaals bestaat, keek hij die
-vrouw, die van de priesters "niets moest hebben", die ondanks haar
-nederige positie van huishoudster sedert vijf-en-twintig jaar in
-een vreemd land, welks taal zij zelfs niet had kunnen leeren, haar
-Beauceronneesche vrijmoedigheid behouden had, die er zoo tevreden
-en gelukkig uitzag in het bewustzijn, dat zij haar plicht gedaan
-had. O, zoo te zijn als zij, haar heerlijk evenwicht te bezitten van
-gezond, bekrompen wezen, dat tevreden is met de aarde, dat 's avonds,
-na volbrachte dagtaak volkomen rustig slapen gaat en zich niet bang
-maakt, niet meer wakker te zullen worden.
-
-Maar Pierre, die zijn blik weer op het doodsbed richtte, herkende
-nu den ouden priester, die daar op de estrade geknield lag, en wiens
-gezicht hij daareven niet had kunnen onderscheiden.
-
-"Is dat abbé Pisoni niet, de pastoor van de S. Brigitta, waar ik een
-paar maal de mis gelezen heb? Wat heeft die arme man een verdriet!"
-
-"Daar heeft hij ook wel reden voor," antwoordde Victorine kalm, maar
-met iets spijtigs in haar stem. "Den dag, dat hij op het denkbeeld
-gekomen is mijn arme Benedetta met graaf Prada te laten trouwen, heeft
-hij waarachtig wat moois uitgehaald. Er zou van al die ellendige dingen
-niets gebeurd zijn, als men het lieve kind dadelijk haar Dario gegeven
-had. Maar zij zijn in deze idiote stad met hun politiek allemaal even
-gek; en deze, die toch werkelijk een heel braaf man is, dacht een
-echt wonder te doen en de wereld te redden door den paus en den koning
-samen te laten trouwen, zooals hij zeide met zijn zacht lachje van een
-ouden geleerde, die nooit van iets anders dan van oude steenen gehouden
-heeft! Kom, u weet wel, al die antikiteitenrommel, hun patriottische
-ideeën van honderdduizend jaar geleden. En nu ziet u het zelf, vandaag
-heeft hij geen tranen genoeg. Nog geen twintig minuten geleden is die
-andere hier ook geweest, pater Lorenza, de Jezuïet, die na abbé Pisoni
-de biechtvader van de contessina geweest is en ongedaan gemaakt heeft,
-wat de ander gedaan had. Ja, een mooie kerel, zoo'n echte knoeier, die
-haar belet heeft om gelukkig te zijn door al die gemeene complicaties,
-die hij in de echtscheiding gebracht heeft!... Het zou me wat waard
-zijn, als u er bij geweest was, om te zien, hoe hij eerst neerknielde
-en dan een groot teeken des kruises maakte... Hij heeft niet gehuild,
-geen traan heeft hij gelaten. Het was, alsof hij zeide, dat de zaak
-zoo slecht eindigde, omdat God er zich heelemaal uit teruggetrokken
-had. Daar komen de dooden wat verder mee!"
-
-Zij sprak zacht, aan één stuk door, als gaf het haar verlichting na
-de vreeselijke uren van drukte en beklemdheid, die zij sedert den
-vorigen dag doorgemaakt had, haar hart eens uit te kunnen storten.
-
-"En die daar," ging zij nog zachter voort; "herkent u haar niet?"
-
-Zij wees met haar blik op het armoedig gekleede jonge meisje, dat
-hij voor een dienstbode gehouden had, en dat, verpletterd door
-haar verdriet, voor het bed op den grond lag. Met een beweging
-van radeloos lijden had zij zich juist opgericht en haar hoofd
-achterovergeworpen--een buitengewoon mooi gezicht, overstroomd door
-het mooiste zwarte haar, dat men zich denken kan.
-
-"Pierina!" zeide hij. "Het arme kind!"
-
-Victorine maakte een gebaar vol toegevend medelijden.
-
-"Wat zal ik u zeggen? Ik heb haar toegestaan hierheen te gaan... Ik
-weet niet, hoe zij het ongeluk te weten is gekomen. Het is waar, zij
-sluipt altijd in den omtrek van het paleis rond. Zij heeft mij laten
-roepen... O, als u eens gehoord hadt, hoe zij mij smeekte, hoe zij
-met luide snikken om de groote genade vroeg nog eenmaal haar prins
-te mogen zien... Lieve God, zij doet er niemand kwaad mee, wanneer
-ze met haar mooie verliefde oogen vol tranen naar hem kijkt. Zij is
-hier nu al een half uur en ik heb mij voorgenomen haar weg te sturen,
-wanneer zij zich niet netjes houdt. Maar nu zij verstandig is en zich
-niet eens verroert, mag zij blijven en net zoo lang naar hen kijken,
-als zij wil!"
-
-En waarlijk, Pierina, de dochter van onwetendheid, schoonheid en
-hartstocht, leverde, zooals zij daar verpletterd en vernietigd aan den
-voet van het bruidsbed, waarin de twee gelieven in den dood hun eersten
-en eeuwigen nacht in een omhelzing sliepen, een verheven schouwspel
-op. Zij liet haar armen met de geopende handen hangen, haar gezicht
-was omhoog gericht, onbeweeglijk, als verstard in de extase van een
-doodsstrijd, haar oogen hadden geen blik af van het aanbiddelijke
-en tragische paar. Nooit nog had een menschelijk gelaat zoo schoon
-gestraald in den glans van lijden en liefde; met haar koninklijk
-voorhoofd, haar trotsch-bekoorlijke wangen, haar goddelijk volmaakten
-mond was zij als een antieke, maar van leven trillende Smart. Waaraan
-dacht zij, wat leed zij, terwijl zij zoo strak naar haar prins, die
-voor eeuwig in de armen van haar mededingster lag, keek? Verstijfde
-een ijverzucht, waaraan geen einde komen kon, het bloed in haar
-aderen? Of was het alleen maar de smart hem verloren te hebben,
-zich te moeten zeggen, dat zij hem voor de laatste maal zag--zonder
-haat tegen deze andere vrouw, die vergeefs trachtte hem tegen haar
-lichaam, dat even koud was als het zijne, te verwarmen? Haar door
-tranen omsluierde oogen bleven echter zacht, haar lippen behielden hun
-liefdevolle uitdrukking. Zij vond ze zoo kuisch, zoo mooi, zooals zij
-daar onder die bloemenpracht lagen. En zij in haar eigen schoonheid,
-haar koninklijke schoonheid, die zij zich niet bewust was, lag daar
-ademloos als een nederige dienstmaagd, als een liefhebbende slavin,
-wier hart haar meesters door hun dood uitgerukt en medegenomen hebben.
-
-Onophoudelijk kwamen nu met langzamen stap en rouwgezichten, menschen
-binnen, knielden neer, baden eenige minuten en gingen dan weer
-op dezelfde troostelooze, zwijgende wijze weg. Pierre voelde zijn
-keel samensnoeren, toen hij de moeder van Dario, de nog altijd mooie
-Flavia, binnenkomen zag. Zij was vergezeld door haar echtgenoot, den
-mooien Jules Laporte, den voormaligen sergeant der Zwitsersche garde,
-van wien zij een markies Montefiori gemaakt had. Zij was reeds den
-vorigen avond, toen men haar den dood van haar zoon medegedeeld had,
-gekomen, doch nu kwam zij officieel, in diepen rouw, prachtig nog
-in al dat zwart, dat haar eenigszins gezette Juno-gestalte zoo goed
-kleedde. Toen zij bij het bed gekomen was, bleef zij een oogenblik
-staan; twee tranen, die niet naar beneden vielen, hingen aan den
-rand van haar oogleden. Voor zij neerknielde, vergewiste zij zich of
-Jules wel naast haar was, en beval hem met een blik eveneens naast
-haar neer te knielen. Dan bleven beiden aan den rand der estrade den
-daarvoor passenden tijd in gebed verzonken; zij zeer waardig en door
-haar verdriet verpletterd, hij nog veel waardiger met de volmaakte
-wanhoop van een man, die zich in alle levensomstandigheden, zelfs
-de ernstigste, op zijn plaats gevoelt. Eindelijk stonden beiden op
-en verdwenen door de deur der vertrekken, waar de kardinaal en donna
-Serafina de familieleden en intieme kennissen ontvingen.
-
-Vijf dames traden achter elkaar binnen, terwijl twee Capucijners en
-de Spaansche gezant bij den Heiligen Stoel weggingen.
-
-"Daar is de kleine prinses," riep plotseling Victorine, die eenige
-oogenblikken gezwegen had. "Wat is zij bedroefd; zij hield ook zooveel
-van onze Benedetta!"
-
-Inderdaad zag Pierre Celia, die zich voor dit vreeselijke
-afscheidsbezoek in het zwart gekleed had, binnenkomen. Achter haar
-hield de kamenier, die zij medegenomen had, in iederen arm een grooten
-ruiker witte rozen.
-
-"De kleine schat!" prevelde Victorine weer. "Zij had zoo graag gewild,
-dat haar huwlijk met Attilio tegelijk gesloten zou worden met dat
-van de twee arme dooden, die daar in liefde rusten. Nu zijn zij haar
-nog voor geweest; zij zijn al getrouwd en slapen daar al hun eersten
-bruidsnacht."
-
-Onmiddellijk was Celia nedergeknield en had het teeken des kruises
-gemaakt. Maar oogenschijnlijk bad zij niet; in wanhopige verbazing
-keek zij naar de twee dierbare gelieven, die zij zoo wit, zoo koud,
-in een zoo marmeren schoonheid terugvond. Waren enkele uren daarvoor
-voldoende geweest? Was het leven ontvloden, zouden die lippen elkaar
-nooit meer kussen? Zij zag ze weer voor zich, zooals zij op dien avond
-van het bal in levende liefde triomphantelijk gestraald hadden! Een
-woedend verzet rees uit haar jong, voor het leven openstaande, naar
-vreugde en zonlicht dorstend hart op tegen den onredelijken dood. En
-die woede, die afschuw, die smart in het aangezicht van het Niet,
-waarin alle hartstocht verstart, waren duidelijk te lezen op haar
-onschuldig gezichtje, dat op een reine, gesloten lelie geleek. Nooit
-had haar onschuldige mond met de over de witte tanden gesloten lippen,
-nooit hadden haar als bronwater heldere oogen een ondoorgrondelijker
-mysterie, een dieper hartstochtsleven uitgedrukt, dat zij niet kende,
-waarin zij nu binnentrad en dat dadelijk op den drempel tegen deze
-twee geliefde dooden stootte, wier verlies haar hart schokte.
-
-Zacht sloot zij haar oogen en trachtte te bidden, terwijl nu dikke
-tranen uit haar neergeslagen oogen vielen. Een oogenblik verliep te
-midden van de huiverende stilte, die alleen door het zachte geluid
-der mis verstoord werd. Eindelijk stond zij op, liet zich door de
-kamenier de twee ruikers witte rozen geven, die zij zelf op het bed
-leggen wilde. Op de estrade staande, aarzelde zij even; dan legde zij
-ze rechts en links van het kussen, waarop de beide hoofden rustten,
-als had zij deze met die bloemen gekroond. Zij legde ze in hun haren en
-maakte hun jonge voorhoofden geurig met dien zoo zachten en sterken
-geur. Maar toen haar handen ledig waren, ging zij niet weg; zij
-bleef daar vlak bij hen staan, boog zich bevend over hen heen, vond
-nog niet wat zij hun zeggen, voor eeuwig van haar op hen achterlaten
-kon. Zij vond het: zij boog zich nog dieper over haar heen en drukte
-twee lange kussen, haar geheele, diepe, liefhebbende ziel op de kille
-voorhoofden der echtgenooten.
-
-"De dappere kleine," zeide Victorine, wier tranen begonnen te
-stroomen. "Zij heeft hun een zoen gegeven; daar heeft nog niemand aan
-gedacht, zelfs zijn moeder niet. Het dappere kind! Zij heeft daarbij
-zeker aan haar Attilio gedacht!"
-
-Toen Celia zich omdraaide om van de estrade af te gaan, zag zij
-Pierina, die in stomme, smartelijke aanbidding nog steeds half
-achterover lag. Zij herkende haar en kreeg een diep medelijden
-met haar, toen zij zag, dat zij weer zoo zwaar begon te snikken,
-dat haar lichaam, haar heupen en haar godinne-boezem heftig
-schokten. Deze liefdesmart trof haar tot in haar ziel als een ramp,
-waarbij al het overige in het niet zonk. Men hoorde haar op zachten,
-diep-medelijdenden toon zeggen:
-
-"Kalmeer je, kalmeer je toch!... Ik smeek je, wees toch verstandig!"
-
-Toen Pierina, maar nu van schrik, dat men haar zoo toesprak en
-beklaagde, nog heviger begon te snikken, richtte Celia haar op
-en steunde haar met haar beide armen uit vrees, dat zij vallen
-zou. Toen leidde zij haar in een zusterlijke omarming als een zuster
-in liefde en wanhoop uit de zaal, terwijl zij haar vriendelijke
-woorden influisterde:
-
-"Ga haar toch na, ga toch kijken, wat er van haar wordt," zeide
-Victorine tegen Pierre. "Ik wil hier niet vandaan; het geeft mij
-zoo'n rust over die lieve kinderen te waken."
-
-Voor het geïmproviseerde altaar begon een andere priester een nieuwe
-mis; weer begon het eentonig afzingen der Latijnsche woorden. De
-bloemengeur werd in de onbeweeglijke, droefgeestige atmospheer van het
-groote vertrek steeds sterker en drukkender en streelde bedwelmend
-de zinnen. Op den achtergrond stonden de bedienden roerloos als bij
-een gala-receptie. En voor het praalbed, dat de twee bleeke kaarsen
-als sterren verlichtten, bleef het treurdéfilé geruischloos doorgaan:
-vrouwen en mannen knielden een oogenblik neder en ging dan weer weg
-met het onvergetelijke beeld der twee tragische gelieven, die hun
-eeuwigen slaap sliepen.
-
-Pierre haalde Celia en Pierina in in de eere-antichambre, waar don
-Vigilio zich bevond. Men had daar in een hoek de paar stoelen uit de
-troonzaal gezet, en de kleine prinses had de arbeidster gedwongen op
-een fauteuil te gaan zitten, om wat tot zichzelf te komen. In extase
-stond zij voor haar, verrukt over haar schoonheid. Dan sprak zij
-weer over de twee dooden, die haar ook zoo mooi toegeschenen waren:
-van een trotsche, zachte, vreemde schoonheid. Ondanks haar tranen
-werd zij geheel door haar bewondering medegesleept. Toen de priester
-Pierina aan het praten kreeg, hoorde hij, dat Tito, haar broer, met
-een door een messteek doorboorde heup in groot levensgevaar in het
-ziekenhuis lag; in de Prati del Castello was sedert het begin van den
-winter de toch al vreeselijke ellende nog grooter geworden. Iedereen
-had groot verdriet; degenen, die de dood wegnam, moesten eigenlijk
-blijde zijn. Maar met een gebaar van overwinlijke hoop verjoeg Celia
-het lijden, den dood zelf.
-
-"Neen, neen, men moet leven. En om te leven, is het voldoende mooi
-te zijn... Kom, lieve kind, blijf niet hier, huil niet meer, leef
-voor het genot mooi te zijn!"
-
-Zij nam haar mede en Pierre bleef door een zoo moe makende droefheid
-op een der fauteuils zitten, dat hij zich het liefst niet meer bewogen
-had. Don Vigilio bleef iederen bezoeker met een buiging groeten. 's
-Nachts had hij een hevigen koortsaanval gehad; hij rilde er nog
-van, terwijl zijn brandende oogen onrustig rondkeken. Telkens weer
-wierp hij een blik op Pierre, alsof hij zijn begeerte, om met hem
-te spreken, niet bedwingen kon, maar de vrees, dat abbé Paparelli
-het door de wijd openstaande deur der antichambre ernaast zien zou,
-weerhield hem blijkbaar, want hij bleef den sleepdrager steeds in
-het oog houden. Eindelijk moest deze zich een oogenblik verwijderen
-en kwam don Vigilio naar den priester toe.
-
-"U is gisteren bij Zijn Heiligheid geweest?"
-
-Verbaasd keek Pierre hem aan.
-
-"Ik heb u toch al zoo dikwijls gezegd, dat je alles hoort. U hebt uw
-boek heel eenvoudig teruggetrokken, niet waar?"
-
-De toenemende verbazing van den priester zeide hem genoeg, zoodat
-hij hem niet eens den tijd tot antwoorden liet.
-
-"Ik vermoedde het, maar ik wilde er zekerheid van hebben. Dat is
-natuurlijk weer allemaal hun werk. Gelooft u me nu, is u nu overtuigd,
-dat zij hen, die zij niet vergiftigen, wurgen?"
-
-Hij bedoelde natuurlijk de Jezuïeten. Voorzichtig keek hij rond,
-om te zien, of abbé Paparelli nog niet terug was.
-
-"En wat heeft monsignor Nani u gezegd?"
-
-"Pardon," antwoordde Pierre eindelijk; "ik heb monsignor Nani nog
-niet gesproken."
-
-"O, ik dacht het... Hij is voor u door deze zaal gekomen. Als u hem
-niet in de troonzaal gezien hebt, is hij zeker donna Serafina en
-den kardinaal gaan condoleeren. Hij zal dadelijk wel terugkomen,
-let maar op."
-
-En met zijn bitterheid van steeds geterroriseerd en overwonnen zwak
-man voegde hij eraan toe:
-
-"Ik heb u wel voorspeld, dàt u ten slotte doen zoudt wat hij wilde."
-
-Maar hij meende het zachte getrippel van abbé Paparelli te hooren, ging
-onmiddellijk naar zijn plaats terug en begroette twee oude dames, die
-binnen kwamen, met zijn buiging. Pierre, die terneergedrukt en met half
-gesloten oogen was blijven zitten, zag nu eindelijk Nani voor zich,
-zooals hij in werkelijkheid was; een sluw diplomaat. Hij herinnerde
-zich, wat don Vigilio in dien nacht, dat zij zoo vertrouwelijk gepraat
-hadden, hem verteld had over dezen man, die veel te handig en te slim
-was, om een impopulair kleed aan te trekken, maar verder zeer charmant
-was, de wereld door zijn verschillende functies aan de nuntiatuur
-en het H. College uitstekend kende, in alle zaken betrokken en van
-alles op de hoogte, met één woord een der geestelijke leiders van het
-moderne zwarte leger was, dat door zijn opportunisme den geest der
-eeuw voor de Kerk wilde terugwinnen. En plotseling ging een alles
-helder makend licht in hem op: hij zag in, door welke soepele en
-bewonderenswaardig handige politiek die man hem gebracht had tot de
-daad, die hij van zijn schijnbaar vrijen wil had willen verkrijgen:
-het zonder reserve terugnemen van zijn boek. Bij het eerste bericht,
-dat men het boek vervolgde, had zich een groote teleurstelling, een
-plotselinge vrees van hem meester gemaakt, dat men den geëxalteerden
-schrijver tot een verzet zou drijven, dat onaangename gevolgen hebben
-kon; dadelijk stond zijn plan vast; inlichtingen omtrent dezen jongen
-priester, die tot een schisma in staat was, werden ingewonnen, zijn
-reis naar Rome bewerkt, een onderdak hem aangeboden in een oud paleis,
-welks muren zelf hem verstarren en leeren zouden. Dan volgde de eene
-hinderpaal op de andere, zijn verblijf werd verlengd, doordat men hem
-belette den paus te spreken, door hem de zoo vurig begeerde audiëntie
-te beloven, zoodra het uur daartoe gekomen was, nadat men hem van den
-een naar den ander verwezen had: van monsignor Fornaro naar pater
-Dangelis, van kardinaal Sarno naar kardinaal Sanguinetti. Dan kwam
-eindelijk, toen alles--dingen en menschen--hem afgemat en uitgeput
-gemaakt had, hem weer opnieuw aan den twijfel overgeleverd had,
-de audiëntie, waarop men hem sedert drie maanden voorbereidde, dat
-bezoek aan den paus, dat zijn droom geheel vernietigen moest. Nu zag
-hij Nani weer voor zich met zijn fijn glimlachje, zijn heldere oogen
-van sluwen diplomaat, die plezier heeft in een experiment; hij hoorde
-hem met zijn licht spottende stem zeggen, dat het een ware genade der
-Voorzienigheid was, wanneer deze hinderpalen hem in staat stelden
-Rome te bezichtigen, na te denken, te begrijpen; een onderricht,
-een opvoeding, die hem vele fouten besparen zou. En hij, die gekomen
-was met zijn apostelgeestdrift, die van strijdlust gegloeid, die
-gezworen had zijn boek nooit te zullen terugnemen! Was het niet de
-hoogste diplomatie op die wijze zijn gevoel tegen zijn rede gebroken
-te hebben door een beroep te doen op zijn intellect, opdat dit,
-zonder ergernisgevenden strijd, het nuttelooze en leugenachtige boek
-terugnemen zou--iets, wat van zelf gebeuren zou, zoodra het zich in
-het aangezicht van het werkelijke Rome, rekenschap gegeven zou hebben
-hoe reusachtig belachelijk het was van een nieuw Rome te droomen?
-
-Op dat oogenblik zag Pierre monsignor Nani uit de troonzaal komen;
-maar hij voelde niet den wrok, dien hij verwacht had te zullen
-voelen. Integendeel, hij was gelukkig, toen de prelaat, die op zijn
-beurt Pierre ook gezien had, met uitgestoken hand naar hem toekwam. Hij
-glimlachte echter niet, zooals gewoonlijk; zijn gelaat stond ernstig,
-was smartelijk vertrokken.
-
-"O, wat een ontzettende catastrophe, mijn zoon! Ik kom zoo juist van
-Zijne Eminentie. Het is vreeselijk om zijn verdriet te zien."
-
-Hij ging op een der stoelen zitten en noodigde met een handgebaar den
-priester uit ook weer plaats te nemen; dan zweeg hij een oogenblik,
-ongetwijfeld was hij moe van opwinding, en had hij enkele minuten
-noodig om zich te herstellen van de smartelijke gedachten, die
-zijn anders zoo opgewekt gezicht zoo versomberden. Dan scheen hij
-die gedachten met een gebaar te verjagen en vond hij zijn gewone
-vriendelijkheid terug.
-
-"Welnu, mijn zoon, hebt gij met Zijne Heiligheid gesproken?"
-
-"Ja, monsignor, gisterenavond, en ik dank u zeer voor de groote
-goedheid, waarmede u mijn verlangen tegemoet gekomen zijt!"
-
-Nani keek hem strak aan, terwijl een onbedwingbaar glimlachje op zijn
-lippen verscheen.
-
-"U bedankt mij... Ik zie wel, dat gij verstandig geweest zijt door
-u voor de voeten van Zijne Heiligheid geheel te onderwerpen. Ik was
-er zeker van, ik verwachtte niets anders van uw helder inzicht. Maar
-toch maakt u mij zeer gelukkig, want ik constateer tot mijn groote
-blijdschap, dat ik me niet in u vergist heb!"
-
-Hij liet zich gaan en voegde er aan toe:
-
-"Nooit heb ik met u gediscussieerd. Waartoe diende het, nu de feiten
-er waren, om u te overtuigen. En nu gij uw boek teruggenomen hebt,
-zou iedere verdere discussie nog nutteloozer zijn... Maar toch zou ik
-u wel in overweging willen geven het volgende eens goed te overdenken:
-wanneer het in uw macht was de Kerk terug te brengen tot haar begin,
-tot die Christelijke gemeenschap, waarvan u een zoo bekoorlijke
-schildering gegeven hebt, dan zou de Kerk zich toch slechts weer
-in die banen kunnen bewegen, waarin God haar reeds eenmaal geleid
-heeft... Neen, God heeft wat hij gedaan heeft, goed gedaan: de Kerk
-moet, zooals zij is, de wereld regeeren, zooals zij is; het staat
-aan haar alleen uit te maken hoe zij haar heerschappij hier op aarde
-krachtig verzekeren wil. Daarom was een aanval op de wereldlijke
-macht een onvergeeflijke fout, een misdaad, want door het pausdom van
-zijn grondbezit te berooven, levert zij het over aan de genade der
-volkeren... Uw nieuwe godsdienst is ten slotte niets anders dan het
-ineenstorten van allen godsdienst, de moreele anarchie, de vrijheid tot
-afscheiding, in één woord de vernietiging van het goddelijke gebouw,
-van het eeuwenoude, aan wijsheid en kracht zoo rijke Katholicisme,
-dat tot heden voldoende geweest is voor het heil der menschen, dat
-alleen hen vermag te redden--morgen en in alle eeuwigheid."
-
-Pierre voelde, dat hij oprecht vroom was, een werkelijk onwrikbaar
-geloof bezat en de Kerk als een dankbare zoon lief had, vast
-overtuigd, dat zij de mooiste, de eenige sociale organisatie was,
-die de menschheid gelukkig zou kunnen maken. Wanneer hij de wereld
-wilde regeeren, dan was de vreugde om te heerschen in dien wil een
-overheerschende factor, maar ook uit de overtuiging, dat niemand hem
-beter regeeren zou dan hij.
-
-"O zeker, over de middelen valt te praten. Wat mij persoonlijk betreft,
-ik zou die graag zoo zacht en humaan mogelijk willen zien, middelen,
-die geheel in overeenstemming zijn met de geest der eeuw, die ons
-schijnt te ontsnappen, juist omdat er een eenvoudig misverstand
-tusschen hem en ons bestaat... Daarom ben ik zoo blij, mijn zoon,
-u terug te zien keeren in den schoot der Kerk, denkend als wij,
-bereid met ons te strijden."
-
-De priester vond in deze woorden als de argumenten van Leo XIII zelf
-terug. Daar hij een direct antwoord vermijden wilde, boog hij nogmaals
-en sprak langzamer, om het bittere beven van zijn stem te verbergen.
-
-"Ik herhaal, monsignor, hoe dankbaar ik u ben, dat u met de ervaren
-hand van een volmaakt chirurg mij van mijn ijdele illusies bevrijd
-hebt. Morgen, wanneer ik geen pijn meer hebben zal, zal ik u er eeuwig
-dankbaar voor zijn."
-
-Monsignor Nani bleef hem glimlachend aankijken. Hij begreep wel,
-dat deze jonge priester zich verder afzijdig houden zou, een voor de
-Kerk verloren kracht was. Wat zou hij morgen doen? De een of andere
-nieuwe dwaasheid natuurlijk. Maar de prelaat was reeds blijde, dat
-hij hem geholpen had de eerste goed te maken; de toekomst kon hij
-niet vooruitzien.
-
-"Mag ik u ten slotte nog een raad geven?" vroeg hij. "Wees verstandig;
-uw geluk als mensch en priester ligt in deemoed. U zult vreeselijk
-ongelukkig worden, indien gij de buitengewone intelligentie, die God
-u gegeven heeft, tegen God gebruikt."
-
-Dan gaf hij met een nieuw gebaar te kennen, dat de zaak voor hem
-afgeloopen, voor goed uit was. Nu maakte de andere zaak hem weer
-somber, de andere zaak, die ook ten einde liep--maar op zoo tragische
-wijze door den verpletterenden dood van die twee kinderen, die in de
-zaal ernaast sliepen.
-
-"O," ging hij voort, "wat heb ik vreeselijk te doen met die arme
-prinses en dien armen kardinaal. Nog nooit is een zoo verschrikkelijke
-catastrophe op een huis neergekomen. Neen, neen, het is te veel! Het
-ongeluk gaat te ver; de ziel komt daartegen in verzet!"
-
-Maar op dat oogenblik kwam een geluid van stemmen uit de tweede
-antichambre en tot zijn groote verbazing zag Pierre kardinaal
-Sanguinetti, dien abbé Paparelli met groote onderdanigheid begeleidde,
-langs zich gaan.
-
-"Indien Uwe Eminentie de goedheid hebben wil mij te volgen, zal ik
-Uwe Eminentie zelf brengen."
-
-"Ja, ik ben gisterenavond uit Frascati teruggekomen, en toen ik de
-droeve tijding hoorde, heb ik dadelijk mijn troost en deelneming
-willen brengen."
-
-"Indien het Uwe Eminentie moge behagen enkele oogenblikken bij de
-lijken te vertoeven, dan zal ik u daarna bij Zijne Eminentie brengen."
-
-"Uitstekend. Ik sta er op, dat men weet hoezeer ik deel neem aan den
-rouw, die dit illustere huis treft."
-
-Hij verdween in de troonzaal en Pierre bleef, verstomd over een
-dergelijke kalme onbeschaamdheid, zitten. Hij beschuldigde hem niet van
-directe medeplichtigheid, hij durfde niet nagaan hoever zijn moreele
-medeplichtigheid ging. Maar nu hij hem daar met opgeheven hoofd en
-zoo beslist sprekend langs zich zag gaan, kreeg hij de plotselinge,
-vaste overtuiging, dat hij alles wist. Hoe? Door wien? Hij zou het
-niet kunnen zeggen. Ongetwijfeld op de wijze, waarop misdaden in
-deze duistere kringen, onder menschen, die er belang bij hebben ze
-te weten, aan het licht komen. Een rilling doorhuiverde hem nu hij
-nogmaals dacht aan het hautaine optreden van dezen man; hij kwam
-misschien om kwade vermoedens in hun geboorte te verstikken, zeker,
-om een handigen politieken zet te doen door zijn mededinger een
-openlijk bewijs van achting en toegenegenheid te geven.
-
-"De kardinaal hier!" prevelde Pierre onwillekeurig.
-
-Monsignor Nani, die Pierre's gedachten in zijn kinderoogen, die
-alles verrieden, las, deed, alsof hij de beteekenis van dien uitroep
-anders opvatte.
-
-"Ja, ik had al gehoord, dat hij sedert gisterenavond weer in Rome
-is. Hij wilde niet langer wegblijven, nu de Heilige Vader zich weer
-beter gevoelt en hem misschien noodig hebben kan."
-
-Hoewel het met een volmaakt onschuldig gezicht gezegd werd, liet Pierre
-er zich geen oogenblik door op een dwaalspoor brengen. En nadat hij op
-zijn beurt den prelaat aangekeken had, kwam hij tot de overtuiging,
-dat ook deze alles wist. Plotseling zag hij de geheele zaak in haar
-vreeselijke gecompliceerdheid, in de geheele wreedheid, die het lot
-eraan gegeven had. Nani, een zeer intiem vriend der Boccanera's, was
-toch zeker geen man zonder hart en hield zeker veel van Benedetta,
-door wier schoonheid en gratie hij ongetwijfeld bekoord was. Dat kon
-verklaren, waarom hij op zoo zegepralende wijze de nietigverklaring van
-het huwlijk had laten uitspreken. Maar volgens don Vigilio was deze
-ten koste van veel geld en onder den druk van zeer bekende invloeden
-verkregen scheiding een schandaal, dat hij in den beginne gerekt had
-en dan tot een opzienbare oplossing verhaast had met het eenige doel
-den kardinaal op den vooravond van het conclave, dat iedereen voor
-aanstaande hield in discrediet te brengen en voor de tiara onmogelijk
-te maken.
-
-Trouwens, het scheen niet te betwijfelen, dat de intransigente en
-van alle diplomatie afkeerige kardinaal niet de candidaat van den
-zoo soepelen Nani, die een overtuigde voorstander van een algemeene
-vereeniging was, zijn kon; zoo kon de lange arbeid van dezen laatste in
-het huis, niettegenstaande hij de lieve contessina gelukkig trachtte
-te maken, niets anders geweest zijn dan een langzame, ononderbroken
-vernietiging van het eerzuchtig streven van broeder en zuster, dat
-hun geslacht aan de Kerk een derden paus zou geven. Maar ook al had
-hij dat ook altijd gewild, ook al had hij misschien een oogenblik
-voor kardinaal Sanguinetti gewerkt, ook al had hij op dezen zijn
-hoop gesteld, toch was het nooit in hem opgekomen, dat men het tot
-een misdaad zou laten komen, tot den afschuwlijken gruwel van een
-aan een verkeerd adres komend en onschuldigen treffend vergif komen
-zou. Neen, neen, het was te veel, zooals hij zeide, de ziel kwam
-daartegen in opstand. Hij gebruikte zachtere wapenen; een dergelijke
-ruwheid stootte hem tegen de borst. Op zijn zoo blozend en welgevormd
-gezicht was nog de ernst van zijn woede te lezen, die hem bij het
-zien van den treurenden kardinaal en die twee in zijn plaats getroffen
-gelieven aangegrepen had.
-
-Pierre, die in de meening verkeerde, dat kardinaal Sanguinetti nog
-altijd de heimlijke candidaat van den prelaat was, werd ondanks alles
-nog steeds gekweld door de vraag hoe ver de moreele medeplichtigheid
-van dezen laatste ging. Hij vatte het gesprek weer op.
-
-"Men zegt, dat Zijne Heiligheid het met Zijne Eminentie kardinaal
-Sanguinetti niet bijster goed vinden kan. Trouwens dat is vrij
-natuurlijk, want de regeerende paus kan den toekomstigen moeilijk
-met een vriendelijk oog aanzien."
-
-Monsignor Nani liet zich een oogenblik in alle vrijmoedigheid gaan:
-
-"O, de kardinaal heeft reeds drie of viermaal met het Vaticaan op
-gespannen voet gestaan, om zich dan weer met den paus te verzoenen. En
-in ieder geval behoeft de Heilige Vader geen posthume jaloezie te
-toonen; hij weet, dat hij Zijne Eminentie heel goed ontvangen kan."
-
-Doch dan speet het hem, zich zoo beslist uitgelaten te hebben en
-verbeterde hij zich:
-
-"Ik scherts maar wat, Zijne Eminentie is het groote geluk, dat hem
-misschien wacht, volkomen waard."
-
-Maar Pierre had nu zekerheid: kardinaal Sanguinetti was ongetwijfeld
-monsignor Nani's candidaat niet meer. Blijkbaar vond hij, dat de
-kardinaal door zijn ongeduldige eerzucht te zeer verzwakt en door
-de dubbelzinnige bondgenootschappen, die hij in zijn koorts met
-iedereen, ja zelfs met het jonge, patriottische Italië gesloten had,
-ook te gevaarlijk was. De stand van zaken was duidelijk: kardinaal
-Sanguinetti en kardinaal Boccanera waren bezig elkaar te verslinden,
-elkaar uit den weg te ruimen: de een door zijn voortdurende intriges,
-die voor geen enkel compromis terugdeinsden, en ervan droomend Rome
-door verkiezingen te heroveren; de ander onbeweeglijk en onwrikbaar
-in zijn intransigentie, den geest der eeuw met zijn banbliksems
-treffend, het wonder, dat de Kerk redden moest, alleen van God
-verwachtend. Waarom zou men die twee zoo tegenstrijdige theorieën
-elkaar niet laten vernietigen. Al was Boccanera aan het vergif
-ontsnapt, daarom was hij niet minder door de tragische gebeurtenis
-getroffen en voortaan onmogelijk als candidaat, vernietigd als hij
-was door de geschiedenissen, waarover geheel Rome praatte; en al kon
-Sanguinetti meenen, dat hij eindelijk bevrijd was van zijn voornaamsten
-mededinger, toch had hij niet ingezien, dat hij zichzelf trof, dat hij
-tegelijkertijd zijn eigen candidatuur onmogelijk maakte. Monsignor
-Nani zag dit alles blijkbaar met groot welgevallen: noch de een,
-noch de ander, de plaats vrij. Het was de oude geschiedenis van
-die twee legendarische wolven, die met elkaar gevochten en elkaar
-opgegeten hadden, tot zelfs het puntje van de staart niet meer over
-was. Maar een man als Nani was nooit werkeloos, moest een candidaat
-hebben. Maar wie, wie zou de toekomstige paus zijn?
-
-Hij was opgestaan en nam hartelijk afscheid van den jongen priester.
-
-"Mijn zoon, ik betwijfel of ik u nog zien zal. Ik wensch u een goede
-reis..."
-
-Toch ging hij niet weg, maar bleef Pierre met zijn doordringenden
-blik aankijken; eindelijk ging hij weer zitten en wees Pierre ook
-een stoel aan.
-
-"Gij zult natuurlijk dadelijk na uw aankomst in Frankrijk kardinaal
-Bergerot gaan begroeten... Wees zoo goed hem mijn eerbiedige groeten
-over te brengen. Ik heb hem toen hij hier was om zijn kardinaalshoed
-te halen, leeren kennen. Hij is een der corypheeën van den Franschen
-clerus... O, als een zoo verheven geest werken wilde voor de goede
-verstandhouding in onze heilige Kerk! Maar helaas ben ik bang, dat
-hij vooroordeelen van opvoeding en omgeving heeft; hij helpt ons
-niet altijd."
-
-Pierre luisterde verbaasd; het verwonderde hem, dat de prelaat
-juist in deze oogenblikken voor de eerste maal over den kardinaal
-begon. Maar dan liet hij alle gereserveerdheid varen en antwoordde
-met alle vrijmoedigheid:
-
-"Ja, Zijne Eminentie heeft over onze oude Kerk van Frankrijk zeer
-vaststaande meeningen. Zoo steekt hij bijvoorbeeld zijn afschuw voor
-de Jezuïeten niet onder stoelen of banken."
-
-"Wat, een afschuw van de Jezuïeten?" viel monsignor Nani hem in de
-rede. "Waarmede kunnen de Jezuïeten hem verontrusten? Er bestaan
-er niet meer, de geschiedenis met de Jezuïeten is nu uit! Hebt u er
-te Rome gezien? Hebben die arme Jezuïeten, die er zelfs geen steen
-bezitten, om hun hoofd op neer te leggen, u een stroo breed in den
-weg gelegd?... Neen, dien vogelverschrikker moest men nu laten rusten,
-dat is kinderpraat!..."
-
-Pierre keek nu op zijn beurt den prelaat aan: hij verwonderde zich
-over diens ongedwongenheid, over diens kalme zelfverzekerdheid in zake
-deze brandende quaestie. Monsignor Nani sloeg zijn blik niet neer,
-maar liet in zijn oogen lezen, als waren die het boek der waarheid.
-
-"O, als gij onder Jezuïeten de verstandige priesters verstaat,
-die, inplaats van met de moderne maatschappijen een onvruchtbaren,
-gevaarlijken strijd aan te gaan, op humane wijze trachten deze tot
-de Kerk terug te brengen, lieve Hemel, dan zijn we allen min of
-meer Jezuïeten, want het zou krankzinnigenwerk zijn geen rekening
-te houden met den tijd, waarin men leeft... Bovendien hang ik niet
-aan woorden. Wat beteekenen die? Dus goed, Jezuïeten, voor mijn part
-Jezuïeten, als u dat wilt!"
-
-Hij glimlachte reeds weer met zijn vriendelijk, fijn glimlachje,
-waarin zooveel spot en geest lag.
-
-"Welnu zeg aan kardinaal Bergerot, wanneer u hem ziet, dat het
-onredelijk is de Jezuïeten in Frankrijk te vervolgen, hen als vijanden
-der natie te behandelen. Juist het tegendeel is waar: de Jezuïeten
-zijn voor Frankrijk, omdat zij voor den rijkdom, voor de kracht
-en den moed zijn. Frankrijk is de eenige groote Katholieke natie,
-die staande gebleven is, de eenige, waaraan het pausdom eenmaal een
-grooten steun hebben kan. Daarom heeft dan ook de Heilige Vader,
-nadat hij een oogenblik gehoopt had dien steun van het overwinnende
-Duitschland te krijgen, een verbond gesloten met het toch pas
-overwonnen Frankrijk, want hij begreep, dat buiten dat land geen
-heil voor de Kerk te wachten was. En in dat alles heeft hij slechts
-de politiek gevolgd der Jezuïeten, van die afschuwlijke Jezuïeten,
-die men in uw Parijs zoo verfoeit... Zeg bovendien aan kardinaal
-Bergerot, dat het zeer mooi van hem zou zijn, wanneer hij mede
-wilde werken aan de bevrediging door er op te wijzen, hoe verkeerd
-het van uw Republiek is den paus niet krachtiger te steunen in zijn
-vergevingswerk. Zij doet, alsof zij hem als een quantité négligeable
-beschouwt; dat is een gevaarlijke fout voor bewindslieden, want al
-schijnt het ook, dat hij van alle politieke actie beroofd is, toch
-blijft hij desniettemin een ontzaglijke moreele kracht, die ieder uur
-een religieuse agitatie van onberekenbare draagwijdte in het leven kan
-roepen. Hij is het altijd nog, die over de volkeren beschikt, omdat
-hij over de zielen beschikt; de Republiek handelt zeer lichtzinnig,
-ja zelfs in zijn voordeel, door te laten blijken, dat zij dat niet
-meer weet... En zeg hem ten slotte dat het jammerlijk is om te zien,
-op welk een treurige wijze die Republiek haar bisschoppen kiest,
-juist alsof zij met opzet haar episcopaat wil verzwakken. Afgezien
-van enkele gelukkige uitzonderingen zijn uw bisschoppen armzalige
-geesten en bijgevolg hebben uw kardinalen, middelmatige koppen, hier
-niet den minsten invloed, spelen zij hier geen rol. Welk een treurig
-figuur zult gij in het aanstaande conclave slaan! Waarom behandelt
-gij dus de Jezuïeten, die politiek gesproken uw vrienden zijn, met
-een zoo dwazen, zoo blinden haat? Waarom maakt gij geen gebruik van
-hun intelligenten ijver, die bereid is u te dienen, om u zoodoende de
-hulp van den toekomstigen paus te verzekeren? Gij hebt dien noodig,
-hij moet bij u het werk van Leo XIII voortzetten, het werk dat zoo
-verkeerd beoordeeld, zoo bestreden wordt; het werk, dat zich niet
-bekommert om kleine, tijdelijke resultaten, dat voor alles arbeidt
-voor de toekomst, voor de vereeniging van alle volkeren in hun heilige
-moeder, de Kerk... Zeg dat aan kardinaal Bergerot, zeg hem, dat hij
-aan onze zijde moet staan, dat hij voor zijn land werkt door voor ons
-te werken. De toekomstige paus! Daarin ligt alles! En wee Frankrijk,
-wanneer het in den paus van morgen niet een voortzetter vindt van
-het werk van Leo XIII!"
-
-Hij was weer opgestaan en ditmaal ging hij werkelijk. Nooit nog had
-hij zich op die wijze zoo lang uitgelaten. Maar ongetwijfeld had hij
-slechts gezegd, wat hij wilde zeggen, en wel met een doel, dat hij
-alleen kende, met een vastberaden langzaamheid en vriendelijkheid,
-waarin men voelde, dat ieder woord van te voren rijpelijk overwogen
-was.
-
-"Vaarwel, mijn zoon, en nogmaals raad ik u, denk over alles wat gij
-te Rome gezien en gehoord hebt, goed na, wees verstandig en bederf
-uw leven niet!"
-
-Pierre boog en drukte de kleine, gevulde hand, die de prelaat hem
-toestak.
-
-"Ik dank u nogmaals voor al uw goedheid, monsignor, en wees overtuigd,
-dat ik niets van mijn reis vergeten zal."
-
-Hij keek hem na en zag hem in zijn fijne soutane, met zijn lichten
-veroveraarsstap, die alle overwinningen der toekomst tegemoet
-meende te gaan, verdwijnen. Neen, neen, hij zou niets van zijn
-reis vergeten. Hij kende die vereeniging van alle volkeren in hun
-heilige moeder, de Kerk, die wereldlijke slavernij, waarin de wet van
-Christus de dictatuur van Augustus werd. En wat de Jezuïeten betreft,
-hij twijfelde er geen oogenblik aan, dat zij Frankrijk liefhadden,
-de oudste dochter de Kerk, de eenige, die haar moeder nog helpen
-kon om de wereldheerschappij te veroveren: maar zij hadden het lief,
-zooals de zwarte sprinkhanen de oogstvelden liefhebben, waarop zij
-neerstrijken en die zij verslinden. Een oneindige droefheid was weer in
-zijn hart gekomen, want hij had het heimelijk gevoel, dat in dit oude,
-vernietigde paleis, in dezen rouw en deze ineenstorting zij en niemand
-anders dan zij de bewerkers van de smart en van het ongeluk waren.
-
-Juist op dat oogenblik zag hij don Vigilio, die voor het groote portret
-van den kardinaal op het wandtafeltje leunde; hij hield zijn gezicht
-in zijn handen, alsof hij voor eeuwig verdwijnen wilde, en beefde
-over zijn geheele lichaam, zoowel van koorts als van angst. In een
-oogenblik, dat er geen bezoekers kwamen, was hij bezweken aan een
-aanval van angstige wanhoop.
-
-"Mijn God, wat hebt u?" vroeg Pierre, die naar hem toeging. "Bent u
-ziek? Kan ik u helpen?"
-
-Maar don Vigilio drukte zijn vuisten in zijn oogen, stamelde tusschen
-zijn samengeperste handen angstig:
-
-"O, Paparelli, Paparelli!"
-
-"Wat heeft hij u gedaan?" vroeg de priester verwonderd.
-
-Toen nam de secretaris zijn handen van zijn gezicht weg en gaf nog
-eenmaal toe aan zijn behoefte om zich te uiten.
-
-"Wat hij mij gedaan heeft?... Maar voelt u dan niets? Ziet u dan
-niets? Hebt u de manier opgemerkt, waarop hij zich van kardinaal
-Sanguinetti meester maakte, om hem naar Zijne Eminentie te
-brengen? Welk een vervloekte onbeschaamdheid, om Zijne Eminentie in
-een dergelijk oogenblik dien verdachten, verwenschten mededinger op te
-dringen! En hebt u niet gezien met wat voor een gemeene gluiperigheid
-hij een paar minuten te voren een oude dame de deur gewezen heeft,
-een heel oude vriendin, die slechts de hand van Zijne Eminentie
-wilde kussen, een bewijs van liefde, dat haar zoo gelukkig gemaakt
-zou hebben?... Ik zeg u, dat hij hier de meester is, dat hij de deur
-opendoet en dichtmaakt, zooals hij dat verkiest, dat hij ons allen
-tusschen zijn vingers houdt als een beetje stof, dat je in alle
-windrichtingen wegblaast!"
-
-Pierre maakte zich ongerust, toen hij zag hoe hij beefde, hoe geel
-zijn gezicht was.
-
-"Kom, kom, u overdrijft!"
-
-"Ik overdrijven?... Weet u wat er vannacht voorgevallen is, van
-welk tooneel ik tegen mijn zin getuige geweest ben? Dan zal ik het
-u vertellen."
-
-Hij vertelde, dat donna Serafina, toen zij den vorigen dag thuis
-gekomen was, om midden in de vreeselijke catastrophe, die haar
-wachtte, te vallen, reeds met een gebroken hart terugkeerde, geheel
-van streek door de slechte berichten, die zij vernomen had. Bij den
-kardinaal-secretaris en daarna bij de prelaten, die zij kende, had
-zij de zekerheid gekregen, dat de vooruitzichten voor haar broeder
-zeer slecht stonden, dat hij zich in het Heilig College steeds
-talrijker vijanden gemaakt had, zoodat zijn verkiezing tot paus,
-in het vorige jaar waarschijnlijk, thans zoo goed als onmogelijk
-geworden was. Plotseling stortte de droom van haar leven in;
-de eerzucht, die zij altijd gekoesterd had, lag in stof voor haar
-voeten. Hoe? Waarom? Wanhopig had zij naar de motieven gevraagd, en nu
-was zij allerlei fouten van den kardinaal te weten gekomen. Hij had
-zich tot nuttelooze manifestaties laten verleiden, had menschen door
-een woord, door een daad beleedigd, in het kort een zoo uitdagende
-houding aangenomen, dat men meenen zou, dat hij het opzettelijk had
-gedaan, om alles te bederven. Het ergste was, dat zij in ieder van
-die fouten omstandigheden ontdekt had, die door haar afgeraden en
-afgekeurd waren, maar die de kardinaal doorgedreven had onder den
-invloed van abbé Paparelli, dien zoo nederigen, zoo deemoedigen
-sleepdrager, in wien zij een noodlottige macht, een ondermijnen van
-haar eigen zoo waakzamen en toegewijden invloed voelde. Ondanks den
-rouw, waarin het huis verkeerde, had zij dan ook de executie van den
-verrader niet willen uitstellen, te meer waar zijn oude vriendschap
-met Santobono en de geschiedenis met het mandje vijgen, dat uit de
-handen van den laatste in die van den eerste overgegaan was, in haar
-een vreeselijk vermoeden gewekt had, waarvan zij zelfs geen nadere
-opheldering wilde hebben. Maar dadelijk bij haar eerste woorden, toen
-zij den formeelen eisch stelde den verrader onmiddellijk de deur te
-wijzen, was zij bij haar broeder op een plotselingen, onoverwinlijken
-tegenstand gestooten. Hij had zelfs niet naar haar willen luisteren,
-was boos geworden, in een van die buien van hartstochtelijke woede
-gevallen, die alle redelijkheid wegvaagde. Hij zeide, dat het slecht
-van haar was een zoo bescheiden, zoo vromen heiligen man aan te vallen,
-beschuldigde haar, dat zij in de kaart van zijn vijanden speelde,
-die, na monsignor Gallo gedood te hebben, nu trachtten zijn laatste
-genegenheid voor dien armen, onbeduidenden priester te vergiftigen. Hij
-noemde al die verhalen afschuwlijke verzinsels en zwoer, dat hij hem
-bij zich zou houden, al was het alleen om zijn minachting voor al
-dien laster te toonen.
-
-Weer had don Vigilio, door een rilling aangegrepen, zijn gezicht met
-zijn handen bedekt.
-
-"O, Paparelli, Paparelli!"
-
-Hij stamelde gesmoorde scheldwoorden: de gemeene smeerlap, die
-bescheidenheid en deemoed huichelde; de lage spion, die in opdracht
-had alles in het paleis te hooren, te zien, ten gronde te richten:
-het onreine, verwoestende insect, dat zich meester maakte van den
-edelsten buit en de manen van den leeuw wegvrat; de Jezuïet, de
-echte Jezuïet, knecht en tyran tegelijk, in zijn minne gemeenheid,
-in zijn triompheerend wormenwerk!
-
-"Houd u toch kalm, houd u toch kalm," herhaalde Pierre, die, hoewel
-hij de waanzinnige overdrijving in aanmerking nam, toch zelf huiverde
-voor het vreeselijke onbekende, voor de dreigende, onbestemde dingen,
-die zich, zooals hij voelde, werkelijk in de diepte van het onbekende
-bewogen.
-
-Maar sedert hij bijna die verschrikkelijke vijgen gegeten had,
-sedert de bliksem vlak naast hem ingeslagen was, had don Vigilio dien
-ontzettenden angst, welke door niets tot rust gebracht kon worden,
-behouden. Zelfs wanneer hij alleen was, 's nachts, in bed, achter
-de gesloten deur, greep die angst hem aan, deed hem onder de dekens
-wegkruipen, alsof er door de muren menschen zouden komen, om hem
-te wurgen.
-
-Ademloos en met een zwakke stem ging hij voort:
-
-"Ik heb het u wel gezegd op dien avond, toen we in uw kamer gepraat
-hebben, hoewel de deur driedubbel gesloten was... Het was verkeerd van
-mij, zoo vrij over hen te spreken, mijn hart eens te luchten door u
-alles te vertellen, waartoe zij in staat zijn. Ik was er zeker van,
-dat zij erachter zouden komen, en u ziet, dat zij erachter gekomen
-zijn, want ze hebben mij willen dooden. Kijk, op dit oogenblik is het
-verkeerd van mij u dit te zeggen, want zij zullen het te weten komen,
-en ditmaal zullen ze het beter inrichten, om mij klein te krijgen... O,
-het is uit, ik ben dood, dit edele huis, dat ik zoo veilig waande,
-zal mijn graf worden!"
-
-Een diep medelijden met dezen koortsachtigen, door schrikbeelden en
-waanvoorstellingen vervolgden zieke maakte zich van Pierre meester.
-
-"Maar vlucht u dan! Blijf niet hier! Ga naar Frankrijk of waarheen
-gij wilt!"
-
-Verbijsterd keek don Vigilio, die een oogenblik kalm werd, hem aan.
-
-"Vluchten? Waarom? Daar zijn zij ook. Overal zijn zij. Vluchten helpt
-me niets, altijd zou ik met hen, bij hen zijn... Neen, neen, ik blijf
-liever hier. Liever sterf ik hier dadelijk, als Zijne Eminentie mij
-niet meer verdedigen kan."
-
-Hij richtte een smeekenden blik, waarin nog een straal van
-hoop trachtte òp te glanzen, op het levensgroote portret van den
-kardinaal. Maar de aanval kwam terug en schokte hem met verdubbelde
-kracht.
-
-"Laat mij alleen, laat mij alleen, ik smeek het u!... Laat mij niet
-verder praten. O, Paparelli, Paparelli! Als hij terugkwam, als hij
-ons zag, als hij mij hoorde praten... Nooit zal ik meer een woord
-zeggen. Ik zal mijn tong vastbinden, ik zal mijn tong afsnijden... Laat
-mij toch alleen! Ik zeg u, dat gij mij doodt, dat hij terug zal komen
-en dat dat mijn dood is! Ga toch weg, om Godswil, ga toch weg!"
-
-En don Vigilio keerde zich naar den muur, als wilde hij daartegen zijn
-gezicht verpletteren en zijn mond erin vastmetselen, zoodat hij zwijgen
-zou als het graf. Pierre besloot heen te gaan, want hij was bang een
-nog heviger aanval te provoceeren, als hij zijn hulp bleef opdringen.
-
-Pierre begreep, dat hij als huisgenoot, donna Serafina en den kardinaal
-zijn deelneming moest gaan betuigen. Onmiddellijk liet hij zich naar
-het aangrenzend vertrek brengen, waar de prinses ontving. Zij zat,
-in het zwart gekleed, mager en rechtop in een fauteuil, waaruit
-zij waardig en langzaam even opstond, om den groet van degenen, die
-binnenkwamen, te beantwoorden. Met een strak gelaat en haar physieke
-smart overwinnend, luisterde zij naar de betuigingen van deelneming,
-doch antwoordde daarop in het geheel niet. Maar Pierre, die haar
-had leeren kennen, kon uit haar ingevallen trekken, uit haar ledige
-oogen, uit de bittere plooi om haar mond, de verschrikkingen raden,
-die zij innerlijk onderging, alles wat in haar ingestort was, zonder
-dat eenige hoop op herstel mogelijk scheen. Niet alleen haar geslacht
-was uitgestorven, maar ook haar broeder zou nooit paus worden, de paus,
-dien zij zoolang gehoopt had van hem te maken door haar toewijding,
-haar zelfverloochening van vrouw, die aan dien droom haar hoofd en
-haar hart, haar zorgen, haar vermogen, haar mislukt echtgenoote-
-en moederleven gegeven had. Zij stond voor den jongen priester, haar
-gast, op, zooals zij voor de anderen was opgestaan. Maar het gelukte
-haar in de manier van haar opstaan een kleine schakeering te brengen;
-hij voelde heel goed, dat hij in haar oogen nog steeds de kleine,
-eenvoudige Fransche priester was, de laagste dienaar in God's dienst,
-nu hij zich zelfs niet tot den rang van prelaat had weten op te werken.
-
-Toen, zij, na hem met een flauw hoofdknikje voor zijn betuiging
-van deelneming bedankt te hebben, weer was gaan zitten, bleef hij
-uit beleefdheid nog een oogenblik staan. Geen geluid, geen woord
-verstoorde den droefgeestigen vrede van het vertrek. Toch waren er
-vier of vijf dames, bezoeksters, aanwezig; zij zaten echter eveneens
-in een troostelooze, zwijgende onbeweeglijkheid op haar stoelen. Het
-meest werd Pierre echter getroffen door de aanwezigheid van kardinaal
-Sarno, een der oude huisvrienden, die met zijn zwak lichaam en zijn
-hoogeren linkerschouder met gesloten oogen in een fauteuil neergevallen
-was. Nadat hij donna Serafina zijn deelneming betuigd had, was hij
-onwillekeurig nog wat gebleven en toen, door de drukkende stilte en de
-benauwend-warme atmospheer in slaap gevallen. En iedereen eerbiedigde
-zijn slaap. Droomde hij in zijn sluimering van de kaart der geheele
-Christenheid, die hij in zijn laaggebouwd hoofd met de stompzinnige
-uitdrukking had? Zette hij, achter dat vale geloofsmasker van een
-door een halve eeuw van bureauleven afgestompten, ouden ambtenaar,
-in zijn droom zijn vreeselijk veroveringswerk voort, om de aarde van
-uit de diepte van zijn somber bureau in het paleis der Propaganda te
-onderwerpen en te regeeren? De dames richtten geroerde en eerbiedige
-blikken op hem; men beknorde hem soms zacht, dat hij te veel werkte,
-en zag in deze slaapzucht, die zich in den laatsten tijd overal van
-hem meester maakte, het bewijs van zijn buitensporigen ijver en zijn
-genie. Pierre echter zou van deze almachtige Eminentie slechts dit
-laatste beeld met zich nemen: een uitgeputte grijsaard, uitrustend na
-de aandoeningen van een catastrophe, slapend als een oud, onschuldig
-kind, zonder dat men zien kon, of dit het begin van kindschheid was
-of de uitputting na een in den dienst doorgebrachten nacht, om God
-over het een of andere ver weg gelegen stuk land te laten heerschen.
-
-Twee dames gingen weg, drie andere kwamen binnen. Donna Serafina was
-uit haar fauteuil opgestaan, had geknikt en dan haar strakke houding
-hernomen. Kardinaal Sarno sliep nog altijd. Nu kreeg Pierre het te
-benauwd; hij dacht te stikken; een duizeling beving hem, zijn hart
-klopte met zware slagen. Hij boog en ging heen. Toen hij zich door de
-eetkamer naar het studeerkamertje wilde begeven, waar de kardinaal
-ontving, stond hij plotseling tegenover abbé Paparelli, die de deur
-jaloersch bewaakte.
-
-Toen de sleepdrager hem herkende, begreep hij, dat hij hem den doorgang
-niet weigeren kon. Trouwens, daar de binnendringer den volgenden dag,
-verlegen en beschaamd, vertrekken zou, was er niets van hem te vreezen.
-
-"U wenscht Zijne Eminentie te spreken? Uitstekend... Dadelijk, wacht
-maar even!"
-
-En toen hij vond, dat hij te dicht bij de deur kwam, drong hij hem
-naar het andere gedeelte van het vertrek terug, ongetwijfeld bang,
-dat hij een woord opvangen zou.
-
-"Zijne Eminentie is nog in gesprek met Zijne Eminentie kardinaal
-Sanguinetti... Wacht daar, wacht daar!"
-
-Inderdaad was Sanguinetti voor den vorm zeer lang op zijn knieën voor
-de beide dooden in de troonzaal blijven liggen. Vervolgens had hij
-ook zijn bezoek aan donna Serafina gerekt, om goed te laten uitkomen
-hoezeer hij deel nam in de rouw der familie. En nu was hij reeds meer
-dan tien minuten bij den kardinaal, zonder dat men iets anders hoorde
-dan nu en dan het gemurmel van hun stemmen.
-
-Nu Pierre Paparelli hier weer vond, werd hij opnieuw vervolgd door
-alles wat don Vigilio hem verteld had. Hij nam hem op: hij was dik,
-kort, ziekelijk opgeblazen door het vet en geleek met zijn slap
-gezicht, dat op veertigjarigen leeftijd reeds door rimpels misvormd
-was, en in zijn vuile soutane op een heel oude jongejuffrouw, waarvan
-het celibaat een half slap geworden varkensblaas gemaakt heeft. En
-Pierre vroeg zich met verwondering af, hoe kardinaal Boccanera, die
-hoogmoedige prins, die in zijn onverwoestbaren trots op zijn naam het
-hoofd zoo hoog droeg, zich had kunnen laten inpalmen en beheerschen
-door een wezen, dat zoo foei-leelijk was en dat zijn laagheid zoo
-aan te zien was. Of waren misschien juist het lichamelijke verval van
-dit wezen, deze groote moreele deemoed hem opgevallen als zeldzame,
-buitengewone gaven des heils, die hem ontbraken, en was hij daarna
-onder de bekoring daarvan gekomen? Zij waren een hoon voor zijn
-eigen schoonheid, voor zijn eigen trots. Hij, die niet zoo mismaakt
-kon worden, die zijn eigen begeerte naar roem niet overwinnen kon,
-moest er door een groote krachtsinspanning van zijn geloof in geslaagd
-zijn dit eindeloos leelijke, eindeloos lage creatuur te benijden, te
-bewonderen, als een hoogere, de poorten des hemels wijd open zettende
-macht der boete en der menschelijke vernedering te dulden. Wie zal
-ooit den invloed verklaren, dien het monster heeft op den held, dien
-de met ongedierte bedekte, tot een voorwerp van afschuw geworden
-heilige over de machtigen dezer wereld bezit, die bang zijn hun
-aardsche vreugden te moeten boeten in het eeuwige vlammenvuur? Ja,
-dat was wel de leeuw, die door het insect weggevreten wordt, nu
-zooveel kracht en glans door het onzienlijke vernietigd werd.
-
-Samengedrongen in zijn vaal vet nam abbé Paparelli Pierre op met
-zijn kleine, grijze oogen, die midden in de duizenden plooien van
-zijn gezicht knipten. Deze begon een onrustig gevoel te krijgen,
-terwijl hij zich afvroeg, wat die beide Eminenties elkaar toch
-wel konden hebben te zeggen. Welk een pijnlijk gesprek moest dit
-zijn, wanneer Boccanera in Sanguinetti den bisschop zag, tot wiens
-protégé's Santobono behoorde. Welk een vermetele kalmte bezat de
-een, dat hij zich hier durfde vertoonen; welk een zielskracht,
-welk een zelfbeheersching bij den ander, dat hij in den naam van
-den heiligen godsdienst een schandaal vermeed door te zwijgen, door
-het bezoek als een eenvoudig bewijs van achting en toegenegenheid te
-aanvaarden! Maar wat kunnen zij elkander te zeggen hebben? Wat zou het
-opwindend-interessant zijn, hen tegenover elkander te zien, te hooren
-welke diplomatieke woorden, die voor een dergelijk onderhoud pasten,
-zij gebruikten, terwijl het in hun zielen gromde van woedenden haat!
-
-Plotseling ging de deur open en kwam kardinaal Sanguinetti uit de
-kamer te voorschijn; zijn gezicht was kalm, niet rooder dan gewoonlijk,
-zelfs iets bleeker. Slechts zijn onrustige, steeds rondloerende oogen
-verrieden hoe blij hij was deze per slot van rekening toch zware
-corvée achter den rug te hebben. En in de hoop, dat hij van nu af de
-eenig mogelijke paus zijn zou, verwijderde hij zich.
-
-Abbé Paparelli was naar hem toegevlogen.
-
-"Als Zijne Eminentie zoo goed wil zijn mij te volgen... Ik zal Zijne
-Eminentie uitlaten!"
-
-En zich dan tot Pierre wendend:
-
-"U kunt nu naar binnen gaan."
-
-Pierre keek hen na: de een zoo deemoedig, de ander zoo
-triomphantelijk. Dan ging hij naar binnen en zag onmiddellijk midden in
-de kleine, slechts met een tafel en drie stoelen voorziene studeerkamer
-kardinaal Boccanera nog in de hautaine en edele houding staan, die
-hij aangenomen had, om Sanguinetti, den gevreesden en verwenschten
-mededinger naar den pauselijken troon, te groeten. En blijkbaar
-waande Boccanera zich ook den eenig mogelijken paus, dengene, dien
-het conclave van morgen kiezen moest.
-
-Maar toen de deur weer dichtgevallen was en hij den jongen priester,
-zijn gast, die getuige geweest was van den dood van zijn twee lieve
-kinderen, die nu voor eeuwig in de zaal ernaast sliepen, zag, werd
-hij weer door een onuitsprekelijke ontroering, door een onverwachte
-zwakheid, waarin al zijn energie onderging, aangegrepen. Het was de
-revanche, die zijn mensch-zijn nam, nu zijn mededinger hem niet meer
-zien kon. Hij wankelde als een boom, die trilt onder den bijlslag,
-en viel, plotseling verstikt door diepe snikken, op een stoel
-neer. Toen Pierre volgens het ceremonieel, den smaragd, dien hij aan
-zijn ringvinger droeg, wilde kussen, richtte hij hem op en wees hem
-recht voor zich een stoel aan, terwijl hij met gebroken stem stamelde:
-
-"Neen, neen, mijn zoon, ga daar zitten... Excuseer me een oogenblik,
-mijn hart breekt in mij."
-
-Hij snikte in zijn gevouwen handen, hij vermocht zich niet te
-beheerschen, zijn smart met zijn nog krachtige vingers, die hij tegen
-zijn wangen en slapen drukte, in zich terug te dringen.
-
-Tranen kwamen nu ook in de oogen van Pierre, die eveneens het
-verschrikkelijke drama doorleefde en diep ontroerd werd, nu hij
-dien edelen grijsaard, dien gewoonlijk zoo trotschen en zichzelf
-beheerschenden, vromen kerkvorst, die nu niet meer was dan een arm,
-in doodsstrijd en smart worstelend wezen, zoo hulpeloos en zwak als
-een kind, huilen zag. Hoewel tranen ook zijn stem verstikten, wilde
-Pierre toch zijn deelneming betuigen en zocht hij naar een paar goede
-woorden, om deze wanhoop wat te verzachten.
-
-"Ik smeek Uwe Eminentie aan mijn diep verdriet te gelooven. Ik ben
-bij u met weldaden overstelpt en stel er prijs op u onmiddellijk te
-zeggen, hoe dit onherstelbare verlies..."
-
-Maar met een moedig gebaar legde de kardinaal hem het zwijgen op.
-
-"Neen, neen, zeg niets, om Godswil, zeg niets!"
-
-En stilte heerschte. Geschokt door den inwendigen strijd, weende
-hij nog steeds en wachtte hij tot hij weer sterk genoeg zijn zou, om
-zich te beheerschen. Eindelijk wist hij zijn ontroering te bedwingen,
-nam hij langzaam zijn handen van zijn gezicht weg, dat langzamerhand
-weer dat van een door zijn geloof sterken, aan Gods wil onderworpen
-geloovige geworden was. Nu God geweigerd had een wonder te doen, nu hij
-zijn huis zoo wreed trof, had hij daar ongetwijfeld zijn redenen voor,
-en hem, een van zijn dienaren, een der grootwaardigheidsbekleeders van
-zijn aardsch Hof, bleef niets anders over dan zijn hoofd in ootmoed
-te buigen.
-
-De stilte duurde nog een oogenblik voort--dan begon hij te spreken
-en het gelukte hem zijn stem een natuurlijken, vriendelijken klank
-te geven.
-
-"Gij verlaat ons, niet waar, mijn zoon? Gij vertrekt morgen?"
-
-"Ja, morgen, ik zal mij de vrijheid veroorloven afscheid te nemen
-van Uwe Eminentie en u nogmaals te danken voor uw onuitputtelijke
-welwillendheid."
-
-"Dus hebt u gehoord, dat de Indexcongregatie uw boek veroordeeld heeft,
-wat trouwens onvermijdelijk was?"
-
-"Ja, de buitengewone eer is mij ten deel gevallen door den Heiligen
-Vader ontvangen te worden, en aan zijn voeten heb ik mij onderworpen
-en mijn boek verloochend."
-
-In de vochtige oogen van den kardinaal lichtte weer een vlam op.
-
-"Zoo hebt ge dat gedaan? Dan hebt ge goed gehandeld, mijn zoon! Het
-was weliswaar niets meer dan uw eenvoudigen priesterplicht, maar
-er zijn er helaas in onze dagen zoo velen, die zelfs hun plicht
-niet doen... Als lid der Congregatie heb ik mijn belofte, die
-ik u gegeven had, gehouden, uw boek gelezen en vooral de door de
-aanklagers aangegeven bladzijden zorgvuldig bestudeerd. En dat ik
-ten slotte neutraal gebleven ben, dat ik mij hield als had de zaak
-voor mij niet het minste belang, zoodat ik zelfs de zitting, waarin
-het geval behandeld is, niet bijgewoond heb, is alleen geweest,
-omdat ik mijn arme lieve nicht, die van u hield, die u verdedigde,
-een plezier wilde doen..."
-
-Weer overmanden zijn tranen hem; hij hield op, want hij voelde, dat
-hij weer zwak zou worden, indien hij zich de aangebeden en beweende
-Benedetta voor den geest riep. En met strijdlustige grimmigheid ging
-hij dan ook voort:
-
-"Neem mij niet kwalijk, dat ik het u zeg, maar welk een vloekwaardig
-boek, mijn zoon! Ge hadt mij verzekerd, dat ge het dogma respecteerde,
-en ik vraag me nog steeds af, door welke dwaling ge zóó verblind
-zijt geworden, dat ge zelfs het besef van uw misdaad verloren
-hebt. Het dogma respecteeren--lieve God, terwijl het geheele boek één
-doorloopende negatie van onzen heiligen godsdienst is!... Hebt ge dan
-niet gevoeld, dat het vragen om een nieuwen godsdienst gelijk staat met
-het veroordeelen van den ouden, den eenigen waren, den eenigen goeden,
-den eenigen eeuwigen? Dat alleen reeds was voldoende, om van uw boek
-een der doodelijkste giffen te maken, een van die infame boeken, die
-men vroeger door beulshanden verbranden liet, maar die in onze dagen,
-nadat ze op den Index geplaatst en juist daardoor aan de perverse
-nieuwsgierigheid aangewezen zijn, in omloop gebracht worden, iets
-waardoor de besmettelijke rotheid van onze eeuw maar al te goed wordt
-verklaard... O, hoe goed heb ik in dit alles de denkbeelden van onzen
-vereerden en poëtischen bloedverwant, vicomte Philibert de la Choue
-teruggevonden! Een litterair ontwikkeld iemand, zeer zeker! Maar het
-is litteratuur, niets dan litteratuur! Ik smeek God hem vergiffenis
-te schenken, want hij weet ongetwijfeld niet, wat hij doet noch
-waarheen hij gaat met zijn elegisch Christendom, dat bestemd is voor
-mooi-pratende arbeiders en voor jonge menschen van beiderlei kunne,
-wier ziel door de wetenschap toch reeds in het ijle zweeft. Neen, mijn
-toorn richt zich alleen tegen Zijne Eminentie, kardinaal Bergerot,
-want hij weet, wat hij doet, doet wat hij wil... Neen, zeg niets,
-verdedig hem niet. Hij is de revolutie in de Kerk, hij is tegen God!"
-
-Hoewel hij zich voorgenomen had niet te antwoorden, niet te
-discussieeren, had hij een gebaar van protest bij dezen aanval op
-den man, dien hij op deze wereld het meest vereerde en liefhad,
-niet kunnen onderdrukken. Dan echter boog hij nogmaals.
-
-"Ik kan mijn afschuw, ja mijn afschuw voor dezen heelen ledigen droom
-van een nieuwen godsdienst niet genoeg zeggen," ging Boccanera ruw
-voort. "Het is niets dan een speculatie op de gemeenste hartstochten,
-die de armen tegen de rijken opzet, door hun God weet wat voor
-een deeling, voor een thans onmogelijke gemeenschap, belooft! Het
-is niets dan een lage vleierij van de lagere volksklassen, doordat
-men hun, zonder het ooit te kunnen uitvoeren, een gelijkheid en een
-gerechtigheid belooft, die alleen van God komt, die God alleen op
-den door zijn almacht aangewezen dag zal kunnen doen heerschen! Het
-is niets dan een zelfzuchtige naastenliefde, die men tegen den
-hemel zelf misbruikt om hem aan te klagen van onrechtvaardigheid
-en onverschilligheid! Het is niets dan larmoyante, verslappende,
-krachtige en sterke harten onwaardige naastenliefde! Alsof het
-menschelijk lijden niet noodzakelijk is voor zijn heil; alsof wij,
-naarmate wij meer lijden, niet grooter, niet reiner worden, niet
-dichter bij het oneindige geluk komen!"
-
-Hij wond zich op, zijn hart bloedde en hij verzette zich
-daartegen. Zijn smart verbitterde hem; de bijlslag had hem een
-oogenblik terneergeworpen, maar nu stond hij weer op, uitdagend tegen
-de smart, koppig vasthoudend aan zijn stoïcijnsche voorstelling van
-een almachtig God, die heer en meester over de menschen is en zijn
-gelukzaligheid voor zijn uitverkorenen alleen bewaart.
-
-Toen deed hij weer een poging om kalmer te zijn, en zachter ging
-hij voort:
-
-"Enfin, mijn zoon, de schaapskooi staat steeds open; en uit uw berouw
-blijkt, dat ge erin teruggekeerd zijt. Ge kunt niet gelooven, hoe
-gelukkig mij dat maakt!"
-
-Op zijn beurt trachtte Pierre verzoenend te zijn, om deze heftige,
-door smart gewonde ziel nog niet meer te treffen.
-
-"Uwe Eminentie kan er zeker van zijn, dat ik trachten zal geen van
-uw vriendelijke woorden te vergeten, evenmin als ik de vaderlijke
-ontvangst van Zijne Heiligheid Leo XIII vergeten zal."
-
-Maar deze zin scheen Boccanera juist weer op te winden. Eerst uitte
-hij slechts half uitgesproken woorden, als streed hij met zichzelf,
-om den jongen priester niet direct uit te vragen.
-
-"O, ja, gij hebt den Heiligen Vader gesproken, gij hebt met hem
-gepraat en hij heeft u zeker, zooals aan alle vreemdelingen, die hem
-hun opwachting maken, gezegd, dat hij verzoening, vrede wil... Ik
-zie Zijne Heiligheid nog slechts, wanneer het niet anders kan; het is
-reeds meer dan een jaar geleden, dat ik tot een particuliere audiëntie
-toegelaten ben..."
-
-Dit openlijke bewijs van ongenade, deze heimelijke strijd, die,
-evenals ten tijde van Pius IX, tusschen den Heiligen Vader en
-den kardinaal-voorzitter gevoerd werd, vervulde dezen laatste met
-groote bitterheid. Het was hem onmogelijk zich te bedwingen; hij
-bleef spreken, waarbij hij ongetwijfeld tot zichzelf zeide, dat hij
-iemand voor zich had, op wien hij kon vertrouwen en die bovendien
-den volgenden dag vertrekken zou.
-
-"Vrede, verzoening! Met die mooie woorden, waarmede zoo dikwijls het
-gemis aan ware vrijheid en moed bemanteld wordt, komt men ver... De
-vreeselijke waarheid echter is, dat de achttien jaar van Leo XIII's
-concessies alles in de Kerk aan het wankelen gebracht hebben en dat
-het Katholicisme, wanneer hij nog lang regeert, in puin zal vallen
-als een gebouw, waarvan men de zuilen ondermijnd heeft."
-
-Pierre, wiens belangstelling nu ook weer geheel opgewekt was, kon
-zich niet weerhouden eenige tegenwerpingen in het midden te brengen,
-om daardoor den kardinaal nog meer aan het praten te krijgen.
-
-"Maar is hij niet altijd zeer voorzichtig opgetreden, heeft hij het
-dogma niet in een oninneembare vesting ondergebracht? In één woord,
-heeft hij, al schijnt hij op veel punten toegegeven te hebben, dat
-niet altijd in vormquaesties gedaan?"
-
-"Ja natuurlijk, vormquaesties!" antwoordde de kardinaal in
-toenemende opwinding. "Hij heeft u, zooals aan alle anderen gezegd,
-dat hij, in principes op zijn stuk staan blijvend, gaarne toegaf
-in vormquaesties! Een betreurenswaardig woord, een dubbelzinnige
-diplomatie, wanneer het tenminste geen eenvoudige, lage huichelarij
-is! Mijn ziel komt in opstand tegen dit opportunisme, tegen dit
-Jezuïetengedoe, dat listen gebruikt tegen den geest der eeuw, dat
-alleen bestemd is twijfel te brengen onder de geloovigen, de verwarring
-van een overijlde vlucht, die de eerste oorzaak is van onherstelbare
-nederlagen! Het is een lafheid, een lage lafheid, het neergooien
-van de wapenen, om des te sneller te kunnen terugtrekken, het zich
-schamen om zichzelf te zijn, het masker, dat men zich voorzet in de
-hoop de wereld op een dwaalspoor te brengen, op verraderlijke wijze
-bij den vijand binnen te dringen en hem te vernietigen. Neen, neen,
-de vorm is alles bij een overgeleverden, onveranderlijken godsdienst,
-die achttien eeuwen lang geweest is, thans nog is en altijd, tot aan
-het einde der eeuwen, blijven zal de wet zelf van God!"
-
-Hij kon niet blijven zitten; stond op en begon door het kleine vertrek,
-dat hij met zijn hooge gestalte geheel scheen te vullen, op en neer te
-loopen. En nu bestreed, veroordeelde hij heftig de geheele regeering,
-de geheele politiek van Leo XIII.
-
-"De eenheid, de beroemde eenheid, die hij, wat men hem als grooten
-lof nageeft, in de Kerk wil herstellen, is niets dan de razende,
-blinde eerzucht van een veroveraar, die zijn rijk uitbreidt, zonder
-zich af te vragen, of de nieuw onderworpen volkeren zijn oud, tot
-dusverre zoo trouw volk zullen desorganiseeren, bederven, besmetten
-met alle zonden. En wanneer de Oostersche schismatici, wanneer de
-schismatici van andere landen door hun terugkeer in de Katholieke Kerk
-die zóó veranderen, dat zij haar dooden, dat zij er een nieuwe Kerk
-van maken? Er bestaat maar één wijsheid: slechts dat zijn, wat men
-is, maar het krachtig zijn! En is ook niet dat zoogenaamde verbond
-met de democratie, een politiek, die voldoende is om den eeuwenouden
-geest van het pausdom te veroordeelen, niet een gevaar en een schande
-tegelijk? De monarchie is een goddelijk recht, haar opgeven staat
-gelijk met in te gaan tegen God, met scharrelen met de Revolutie, met
-het droomen van de monsterachtige oplossing, om gebruik te maken van de
-verblindheid der menschheid, ten einde weer een groote macht over hen
-te krijgen. Iedere republiek is een toestand van anarchie en daarom is
-de erkenning der Republiek enkel en alleen met het doel, om den droom
-van een onmogelijke verzoening te willen verwezenlijken, de misdadigste
-fout, de eeuwige vernietiging van het denkbeeld van gezag, orde, ja
-zelfs van godsdienst... Denk bijvoorbeeld eens na over hetgeen hij met
-de wereldlijke macht gedaan heeft. Hij eischt die nog wel op, hij doet
-wel, alsof hij op het punt van Rome's teruggave intransigent blijft,
-maar heeft hij in werkelijkheid niet definitief afstand er van gedaan,
-nu hij het recht der volkeren erkent om over zich zelf te beschikken,
-hun koningen weg te jagen en als dieren vrij in de bosschen te leven?"
-
-Plotseling bleef hij staan en hief dan in een opwelling van heiligen
-toorn zijn armen ten hemel.
-
-"O, die man, die man, die door zijn ijdelheid, door zijn zucht naar
-succes de ondergang der Kerk geweest zal zijn! Deze man, die niet
-opgehouden heeft alles te bederven, los te maken, te verbrokkelen,
-om de wereld, welke hij op deze wijze denkt te heroveren, te
-regeeren! Waarom, o, Almachtige, waarom hebt gij hem nog niet tot
-u teruggeroepen?"
-
-En deze aanroeping van den dood had een zoo oprechten klank, de haat,
-welke daarin lag, werd door het vurige verlangen om God, die hier op
-aarde in gevaar verkeerde, te redden, zoo veredeld, dat Pierre door een
-hevige rilling doorhuiverd werd. Nu eerst begreep hij ten volle dezen
-kardinaal Boccanera, die Leo XIII vroom, hartstochtelijk haatte, hij
-begreep, dat hij uit de diepte van zijn donker paleis reeds jaren lang
-loerde op den dood van den paus--den dood, dien hij in zijn qualiteit
-van kardinaal-voorzitter officieel vast zou moeten stellen. Hoe moest
-hij daarop wachten, hoe verlangde hij met koortsachtig ongeduld naar
-het gelukzalige uur, waarop hij, gewapend met zijn zilveren hamer,
-de drie symbolische slagen op het hoofd van den koud en stijf op zijn
-bed uitgestrekten Leo XIII zou gaan geven. O, kon hij eindelijk eens
-kloppen op dien hersenwand, om zeker te zijn, dat er geen antwoord
-meer kwam, dat er niets meer in was dan nacht en zwijgen! En de roep:
-"Joachim! Joachim, Joachim!" zou driemaal weerklinken! En, wanneer
-het lijk niet antwoordde, zou hij zich, na even gewacht te hebben,
-omkeeren en zeggen: "De paus is dood!"
-
-"Maar toch," begon Pierre, die hem tot het heden wilde terugbrengen,
-weer; "maar toch is verzoening een wapen van den tijd. Alleen om des
-te zekerder te zijn van de overwinning, geeft de Heilige Vader in
-vormquaesties toe."
-
-"Hij zal niet overwinnen, hij zal overwonnen worden!" riep
-Boccanera. "Nog nooit heeft de Kerk een overwinning behaald,
-wanneer zij niet volhardde in de onveranderlijke eeuwigheid van haar
-goddelijk wezen. En het is zeker, dat zij op den dag, waarop zij
-toelaten zal, dat aan één steen van haar gebouw geraakt wordt, in
-puin vallen zal... Herinner u den vreeselijken tijd maar, dien zij
-tijdens het Concilie van Trente doorgemaakt heeft. De Hervorming
-had haar tot in haar grondvesten doen wankelen, de ontaarding
-der discipline en der zeden werd steeds erger; het was een steeds
-stijgende vloed van nieuwigheden, van door den geest van het kwade
-ingeblazen denkbeelden, van ongezonde plannen, die de hoogmoed van
-de in volle vrijheid toegelaten menschheid vormde. En in het concilie
-zelf waren verscheidene leden onrustig geworden, besmet, bereid om de
-dolzinnigste wijzigingen goed te keuren; het was een waar schisma, dat
-zich bij de andere aansloot... En dat in die kritieke oogenblikken,
-waarin een zoo groot gevaar dreigde, het Katholicisme van ondergang
-gered is, is alleen een gevolg van het feit, dat de meerderheid,
-voorgelicht door God, het oude gebouw intact gehandhaafd heeft,
-dat zij de goddelijke hardnekkigheid bezat, om zich op te sluiten
-in het enge dogma, dat zij in niets toegegeven heeft, in niets,
-in niets, noch in principieele, noch in vormquaesties... O, zeker,
-thans is de toestand niet erger dan ten tijde van het Concilie van
-Trente. Laten wij aannemen, dat hij even moeilijk is, en zeg mij
-dan eens eerlijk of het niet edeler, niet zekerder voor de Kerk is,
-wanneer men, evenals vroeger, den moed bezit luide te zeggen, wat zij
-is, wat zij geweest is, wat zij zijn zal. Voor haar is alleen heil te
-vinden in haar volkomen, onbestrijdbare souvereiniteit; en daar zij
-altijd door haar intransigentie overwonnen heeft, staat het gelijk met
-haar te dooden, wanneer men haar met den geest der eeuw verzoenen wil."
-
-Hij begon weer door de kamer op en neer te loopen.
-
-"Neen, neen, geen schikkingen, geen opgeven, geen zwakheid! De muur uit
-erts, die den weg verspert, de grenspaal van graniet, die een wereld
-afbakent!... Ik heb het u op den dag van uw aankomst reeds gezegd,
-mijn zoon! Het Katholicisme willen aanpassen aan de nieuwe tijden
-staat gelijk met zijn einde verhaasten, wanneer het werkelijk, zooals
-de atheïsten beweren, door een naderenden dood bedreigd wordt. En het
-zou laag, schandelijk sterven zijn, in plaats van waardig en trotsch
-in zijn oude, roemrijke koninklijkheid... O, waardig te sterven,
-niets te verloochenen van zijn verleden, de toekomst trotseerend,
-zijn geloof zonder vrees bekennend!"
-
-En deze grijsaard van zeventig jaar, die zonder vrees met het
-gebaar van een held, welke de toekomstige eeuwen trotseert,
-de finale vernietiging onder het oog zag, scheen nog grooter te
-worden. Het geloof had hem dezen kalmen vrede gegeven, den vrede,
-dien de verklaring van het onbekende door het goddelijke geeft aan
-den geest, wiens behoefte aan zekerheid zij geheel bevredigt. Hij
-geloofde, hij wist, was zonder twijfel omtrent en zonder vrees voor het
-hiernamaals. Maar een trotsche zwaarmoedigheid klonk nu uit zijn stem.
-
-"God kan alles, zelfs zijn werk vernietigen, als hij het slecht
-vindt. Wanneer morgen alles zou instorten, wanneer de heilige Kerk te
-midden der puinhoopen verdwijnen zou en de meest vereerde heiligdommen
-begraven worden zouden onder de invallende werelden, dan nog zou men
-zijn hoofd in ootmoed moeten buigen en God aanbidden, wiens hand, na de
-wereld geschapen te hebben, deze vernietigt tot grootere verheerlijking
-van zijn naam... Ik wacht, ik onderwerp mij bij voorbaat aan zijn wil,
-want niets geschiedt zonder zijn wil. Indien werkelijk de tempels aan
-het wankelen gebracht zijn, indien het Katholicisme werkelijk morgen
-in puin moet vallen, dan zal ik op mijn post staan, om de dienaar des
-doods te zijn, zooals ik de dienaar des levens geweest ben... Zelfs,
-waartoe zou ik het ontkennen, staat het vast, dat er oogenblikken zijn,
-waarop vreeselijke teekenen mij treffen. Misschien is inderdaad het
-einde der tijden nabij en zullen wij getuigen zijn van het instorten
-der oude wereld, waarmede men ons dreigt. De waardigsten, de hoogst
-staanden worden verpletterd, alsof de hemel zich vergiste en in hen
-de misdaden der wereld strafte. Heb ik niet den ademtocht van den
-afgrond, waarin alles ondergaan zal, gevoeld, sedert mijn huis voor
-zonden, die ik niet ken, getroffen is door dezen vreeselijken rouw,
-die het voor eeuwig in den nacht terug doet keeren."
-
-Hij riep zich de twee dierbare dooden, die daar in het vertrek naast
-hem lagen, voor den geest. Snikken stegen weer op naar zijn keel;
-zijn handen beefden, zijn geheele lichaam schokte van de opwelling van
-smart, voor hij zich met inspanning van zijn krachten bedwong. Ja,
-nu God zich veroorloofd had hem zoo wreed te treffen, zijn geslacht
-deed uitsterven en aldus met zijn grootsten en trouwsten dienaar
-begon, moest de wereld wel definitief verdoemd zijn. Het einde van
-zijn huis, stond het niet gelijk met het naderend einde van alles? En
-ondanks zijn hoogen vorsten- en priestertrots vond hij een kreet van
-de grootste berusting.
-
-"O, almachtige God, Uw wil geschiede! Laat alles sterven, laat alles
-ineenstorten, laat alles terugkeeren tot den nacht van den chaos. Ik
-zal met opgeheven hoofd in dit verwoeste paleis blijven, ik zal
-wachten tot ik onder de puinhoopen begraven ben. En indien uw wil er
-mij toe roept, dat ik de verheven doodgraver zijn zal van uw heiligen
-godsdienst, o, wees dan zonder vrees: ik zal niets onwaardigs doen,
-om zijn leven met eenige dagen te verlengen. Ik zal hem hoog houden
-zooals ik mijzelf hoog houd, even trotsch, even intransigent als in
-den tijd van zijn almacht. Ik zal hem belijden met dezelfde dappere
-hardnekkigheid, zonder iets prijs te geven van zijn discipline,
-zijn riten, zijn dogma. En als de dag daarvoor gekomen is, zal ik
-hem met mij begraven, zal ik hem liever geheel met mij in de aarde
-nemen dan iets van hem af te staan, zal ik hem in mijn verstijfde
-armen drukken, om hem aan u terug te geven zooals gij hem aan uw Kerk
-in bewaring gegeven hebt. O almachtige God, o allerhoogste Meester,
-beschik over mij, maak van mij, indien dat in uw plannen ligt, den
-paus van de vernietiging, van den dood der wereld!"
-
-Ontroerd, beefde Pierre van vrees en bewondering bij het zien van
-deze buitengewone figuur, die daar voor hem oprees--den laatsten
-paus, die de begrafenis van het Katholicisme leidde. Hij begreep,
-dat Boccanera daar dikwijls van gedroomd moest hebben; hij zag hem
-voor zich, zooals hij in zijn Vaticaan, in zijn St. Pieter, die de
-bliksem getroffen had, met opgeheven hoofd stond, alleen te midden der
-reusachtige zalen, waaruit zijn bang en laf Hof gevlucht was. In zijn
-witte soutane--op die wijze in het wit rouwend om zijn Kerk, daalde
-hij nog eenmaal langzaam af naar het heiligdom, om daar te wachten,
-tot de hemel op den avond der tijden naar beneden viel en de aarde
-verpletterde. Driemaal hief hij het groote crucifix op, dat de laatste
-krampachtige trekkingen van den bodem omvergeworpen hadden. Dan,
-terwijl een laatste kraken den marmeren vloer spleet, drukte hij het
-tegen zich aan en verdween ermede onder de instortende gewelven. Een
-koninklijker, een woester grootschheid was niet te denken.
-
-Met een gebaar--tot spreken niet meer in staat--maar zonder zwakheid,
-onoverwinlijk en ondanks alles zijn hooge gestalte recht opgericht,
-gaf kardinaal Boccanera aan Pierre, die in zijn hartstochtelijke
-liefde voor schoonheid en waarheid, vond, dat hij alleen groot was,
-hij alleen gelijk had, te kennen, dat hij het onderhoud als afgeloopen
-beschouwde. De jonge priester kuste de hand van den kerkvorst en
-ging heen.
-
-'s Avonds, na afloop der bezoeken, na het invallen van den avond,
-werden in de troonzaal de deuren gesloten en ging men over tot
-het kisten. De missen waren afgeloopen, de klokjes der elevatie
-weerklonken niet meer, het geprevel der Latijnsche woorden was
-verstomd. Niets was meer over dan de sterke geur der rozen en der
-twee waskaarsen. Daar deze het vertrek niet voldoende verlichtten,
-had men eenige lampen gehaald, die bedienden als fakkels in hun hand
-hielden. Naar oud gebruik was het geheele dienstpersoneel aanwezig,
-om een laatste vaarwel te zeggen aan hun meesters, die men voor eeuwig
-ter ruste zou leggen.
-
-Er ontstond een vertraging. Morano, die sedert den vroegen ochtend over
-de talrijke bijzonderheden waakte, was wanhopig, dat de driedubbele
-kist nog niet was gekomen. Eindelijk droegen de bedienden die naar
-boven en kon men beginnen. Kardinaal Boccanera en donna Serafina
-stonden naast elkaar bij het bed. Pierre en don Vigilio waren ook
-aanwezig. Victorine begon de twee gelieven in hetzelfde doodskleed,
-een groot stuk witte zijde te naaien; het was, als kleedde men hen
-met hetzelfde bruidsgewaad. Dan traden twee bedienden naar voren en
-hielpen Pierre en don Vigilio hen in de eerste, vurenhouten, met rose
-zijde gecapitonneerde kist te leggen. Deze was nauwlijks grooter dan
-gewone kisten--zoo één geworden waren zij in hun liefdesomhelzing. Toen
-zij er lagen, zetten zij hun eeuwigen slaap voort, terwijl hun hoofden
-half verdwenen onder het zich door elkaar strengelende haar. En toen de
-eerste kist in de tweede, van lood, en dan in de derde, van eikenhout,
-gesloten was, en de drie deksels gesoldeerd en dichtgeschroefd waren,
-bleef men de gezichten der twee gelieven nog steeds zien door de
-ronde, met een dik stuk glas voorziene opening, die men volgens de
-Romeinsche gewoonte in de drie kisten had aangebracht. Voor eeuwig
-van de levenden gescheiden, alleen in hun driedubbele kist, lachten
-zij elkaar nog steeds toe, keken zij elkaar nog steeds aan met hun
-onverzettelijk geopende oogen: zij hadden nu de oneindigheid voor
-hun oneindige liefde.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZESTIENDE HOOFDSTUK
-
-
-Den volgenden dag dejeuneerde Pierre, na van de begrafenis teruggekeerd
-te zijn, alleen in zijn kamer; in den namiddag wilde hij afscheid
-nemen van den kardinaal en donna Serafina. Met den trein van 10.17
-zou hij Rome verlaten. Niets hield hem er meer terug; hij had nog
-slechts een bezoek af te leggen aan den ouden Orlando, den held der
-onafhankelijkheid, aan wien hij plechtig beloofd had niet naar Parijs
-te zullen terugkeeren, voor hij nog een lang gesprek met hem gehad
-had. Dus liet hij tegen twee uur een rijtuig voorkomen, om hem naar
-de Via Venti Settembre te brengen.
-
-Den geheelen nacht was er een fijne motregen gevallen, welks
-vochtigheid de stad nu nog in een grijzen nevel hulde. Regenen
-deed het niet meer, maar de lucht bleef bewolkt en de gevels der
-groote nieuwe paleizen van de Via Venti Settembre zagen er onder
-dien somberen Decemberhemel met hun gelijkvormige balkons, hun
-regelmatige ramenrijen, waaraan geen einde te komen scheen, vaal en
-troosteloos zwaarmoedig uit. Met name het ministerie van Financiën,
-die reusachtige opeenstapeling van metsel- en beeldhouwwerk, had geheel
-het aanzien van een doode stad, de eindelooze triestheid van een groot,
-bloedloos lichaam, waaruit het leven geweken is. De temperatuur was
-door den regen zachter geworden, het was bijna warm: een vochtige,
-klamme koortswarmte.
-
-In den vestibule van Prada's klein paleis zag Pierre tot zijn verbazing
-vier of vijf heeren, die op het punt stonden hun overjassen uit te
-trekken; een bediende zeide hem, dat de graaf een conferentie met
-aannemers had. Maar daar mijnheer de abbé den vader van den graaf
-een bezoek wilde brengen, moest hij maar naar de derde verdieping
-gaan. De kleine deur rechts, op het portaal.
-
-Doch op de eerste verdieping stond Pierre plotseling tegenover Prada,
-die zijn aannemers wilde ontvangen. Hij zag, dat de graaf, toen hij
-hem herkende, doodsbleek werd. Na het verschrikkelijke drama hadden
-zij elkaar niet gezien. De priester begreep dan ook heel goed,
-welk een angst, welk een onaangename herinnering aan een moreele
-medeplichtigheid, welk een doodelijke onrust zijn aanwezigheid dien
-man veroorzaken moest.
-
-"Komt u voor mij? Hebt u mij iets te zeggen?"
-
-"Neen, ik vertrek, ik kom afscheid nemen van uw vader."
-
-Prada werd nog bleeker, een siddering ging over zijn gelaat.
-
-"O, komt u voor mijn vader? Hij voelt zich minder goed. Spaar hem."
-
-Zijn angst verried tegen zijn wil in duidelijk, waar hij bang voor was:
-een onvoorzichtig woord, misschien zelfs een laatste opdracht, den
-vloek van dien man en van die vrouw, die hij gedood had. Ongetwijfeld
-zou dat ook de dood van zijn vader zijn.
-
-"Hoe vervelend, dat ik niet met u mede kan gaan. Maar die heeren
-wachten me... Lieve hemel, wat spijt het mij. Zoodra ik kan, kom ik
-ook, zoo gauw mogelijk!"
-
-Daar hij niet wist, hoe hij hem verder tegenhouden moest, kon hij niet
-beletten, dat de jonge priester met zijn vader alleen was, terwijl
-hij hier vastgehouden werd door zijn geldzaken, die steeds slechter
-gingen. Maar met welke blikken vol angst zag hij hem naar boven gaan,
-hoe smeekte als het ware zijn heele trillen hem. Zijn vader, de eenige
-werkelijke liefde, de groote, reine, trouwe hartstocht van zijn leven!
-
-"Laat hem niet te veel praten, vroolijk hem wat op!"
-
-Boven werd de deur niet geopend door Batista, den zijn meester zoo
-trouwen oud-gediende, maar door een nog heel jongen man, wat Pierre
-in den beginne niet opmerkte. Hij vond het kale, witte, met een licht
-papiertje behangen kamertje met het eenvoudige ijzeren ledikant achter
-een scherm, zijn vier aan den muur gespijkerde en als bibliotheek
-dienende planken, zijn donkerhouten tafel en zijn twee rieten stoelen
-weer terug. En door het breede, lichte raam zonder gordijnen zag hij
-weer hetzelfde bewonderenswaardige panorama van Rome--geheele Rome
-tot aan de verre boomen van den Janiculus. De oude Orlando met zijn
-prachtigen leeuwenkop en zijn nog jonge oogen, die nog fonkelden
-van de hartstochten, welke in deze vurige ziel gegromd hadden, was
-evenmin veranderd. Pierre vond hem terug op denzelfden fauteuil,
-naast hetzelfde tafeltje, waarop dezelfde couranten slingerden, zijn
-beenen gewikkeld in dezelfde zwarte deken, alsof die doode beenen
-hem daar vasthielden in een steenen scheede, zoodat men er zeker
-van zijn kon hem na maanden, ja na jaren, zonder eenige verandering,
-met zijn levendig bovenlichaam en zijn van kracht en intelligentie
-stralenden kop terug te vinden.
-
-Toch scheen hij op dezen somberen dag terneergeslagen.
-
-"Ha, bent u daar, waarde heer Froment! Sedert drie dagen denk ik
-aan u, ik kan mij zoo levendig voorstellen, welke verschrikkelijke
-dagen gij in dat tragische paleis hebt medegemaakt! Lieve God, hoe
-vreeselijk! Ik ben er kapot van, en die couranten met hun steeds weer
-nieuwe bijzonderheden maken me nog meer van streek."
-
-Hij wees naar de op de tafel liggende couranten. Dan verjoeg hij met
-een gebaar de droevige geschiedenis, de figuur van de doode Benedetta,
-die hem steeds vervolgde.
-
-"Nu, en jij?"
-
-"Ik vertrek van avond, maar ik heb Rome niet willen verlaten, zonder
-nog eerst uw dappere handen te drukken."
-
-"Ga je weg? En je boek dan?"
-
-"Mijn boek... Ik ben ontvangen door den Heiligen Vader; ik heb mij
-onderworpen en mijn boek teruggenomen."
-
-Orlando keek hem strak aan. Er volgde een korte stilte, waarin hun
-oogen elkaar over dit punt alles zeiden, wat zij elkaar te zeggen
-hadden. Geen van beiden voelden zij de noodzakelijkheid van een
-langere verklaring. De oude man zeide slechts:
-
-"Je hebt gelijk, je boek was een hersenschim."
-
-"Ja, een hersenschim, een kinderachtigheid, en ik heb het zelf
-veroordeeld uit naam van de waarheid en de rede."
-
-Een glimlach kwam om de smartelijke lippen van den verpletterden held.
-
-"Je hebt dus alles gezien en begrepen. Je weet nu alles?"
-
-"Ja, ik weet nu alles en daarom heb ik niet weg willen gaan zonder
-nog eens openhartig en vrijmoedig met u te praten."
-
-Dat was een heele vreugde voor Orlando. Maar plotseling scheen hij
-zich den jongen man te herinneren, die de deur geopend had en nu op
-een stoel dicht bij het raam zat. Het was bijna nog een kind, twintig
-jaar nauwlijks, zonder baard, blond, en mooi: een schoonheid, zooals
-men die menigmaal in Napels aantreft. Hij had lang kroeshaar, een
-lelie-achtige tint, een mond als een roos en droomerig-smachtende oogen
-vol oneindige zachtheid. De oude man stelde hem op vaderlijke wijze
-voor: Angiolo Mascara, den kleinzoon van een zijner krijgsmakkers,
-den epischen Mascara van de Duizend, die, met tallooze wonden bedekt,
-als een held gevallen was.
-
-"Ik heb hem hier laten komen, om hem een standje te geven," ging hij
-voort. "Stel je voor, die kwajongen met zijn meisjesgezicht laat zich
-met nieuwe denkbeelden in! Hij is anarchist, een van de twee of drie
-dozijn anarchisten, die we in Italië hebben. In den grond der zaak
-een aardige jongen, die alleen zijn moeder nog maar heeft, die hij,
-dank zij een betrekkinkje, waaruit hij zich echter dezer dagen heeft
-laten wegjagen, kon onderhouden... Kom, jongen, je moet me beloven
-nu verder verstandig te zijn."
-
-Toen zeide Angiolo, wiens versleten, maar goed onderhouden kleeren
-inderdaad de fatsoenlijke armoede verrieden, met een ernstige,
-muzikale stem:
-
-"Ik ben verstandig, maar de anderen, al de anderen zijn het
-niet. Wanneer alle menschen verstandig zullen zijn en de waarheid en
-de gerechtigheid willen, zal de wereld gelukkig zijn."
-
-"Als je denken zoudt, dat hij toegeeft, dan vergis je je!" riep
-Orlando uit. "Arme jongen, waarheid en gerechtigheid! Vraag maar
-eens aan mijnheer den abbé, of men ooit weet waar die zijn. Enfin,
-we moeten je tijd geven, om te leven, te zien en te begrijpen!"
-
-En zonder zich verder met hem te bemoeien, wendde hij zich tot
-Pierre. Angiolo bleef heel bescheiden in zijn hoekje zitten, hield
-zijn brandende oogen op de beide mannen gevestigd en verloor geen
-van hun woorden.
-
-"Ik had je wel gezegd, mijn waarde heer Froment, dat je denkbeelden
-zouden veranderen en dat een nadere kennismaking met Rome je
-tot juistere gedachten brengen zou, veel beter dan de mooiste
-redevoeringen, waarmede ik getracht zou hebben je te overtuigen. Zoo
-heb ik er bijvoorbeeld nooit aan getwijfeld of je zoudt je boek uit
-eigen beweging terugnemen als een treurige dwaling, zoodra het Vaticaan
-je in zijn volle beteekenis bekend zou zijn... Maar het Vaticaan zullen
-we verder maar laten rusten. Daar valt niets anders mede te beginnen
-dan het in zijn langzame, maar onvermijdelijke ruïne ineen te laten
-storten. Wat mij nog interesseert, is het Italiaansche Rome, ons Rome,
-dat we met zooveel liefde veroverd, zoo koortsachtig tot nieuw leven
-gewekt hebben, dat gij als een quantité négligeable behandeld hebt,
-en waarover wij thans, nu gij het kent, kunnen praten als mannen,
-die elkaar begrijpen."
-
-Als een intelligent man met een goed, helder verstand, die, door zijn
-verlamming aan zijn kamer gebonden en ver van den strijd, geheele
-dagen nadenken kon, gaf hij dadelijk vele dingen toe, erkende hij de
-begane fouten, den deplorabelen toestand der financiën, de ernstige
-moeilijkheden van verschillenden aard. O, in welk onzegbaar lijden was
-zijn verovering, zijn aangebeden Italië, waarvoor hij gaarne nogmaals
-het bloed van zijn aderen geven zou, weer teruggevallen! Zij hadden
-gezondigd uit vergeeflijken hoogmoed, zij waren te hard van stapel
-geloopen door een groot volk te willen improviseeren, door uit het
-oude Rome als met een eenvoudigen tooverstaf, een groote moderne
-hoofdstad te willen maken. Vandaar de waanzin van die nieuwe wijken,
-die uitzinnige speculatie in bouwterreinen en bouwwerken, die de
-natie op den rand van den afgrond gebracht had.
-
-Zacht viel Pierre hem in de rede, om hem te zeggen tot welke
-denkbeelden zijn wandelingen en studies in Rome hem gebracht hadden.
-
-"O, die koorts, die vraatzucht van het eerste oogenblik, die
-financieele debacle zijn het ergste nog niet. Wonden, die het geld
-slaat, genezen weer. Maar het vreeselijke is, dat uw Italië nog
-geschapen moet worden... Geen aristocratie meer en geen volk nog,
-slechts een pas geboren, vraatzuchtige bourgeoisie, die bezig is den
-rijken oogst tot den laatsten halm op te eten."
-
-Er volgde een stilte. Orlando schudde treurig zijn hoofd als een oude,
-voortaan machtelooze leeuw. De besliste hardheid van Pierre's woorden
-deed hem pijn.
-
-"Ja, ja, dat is het, je hebt goed gezien! Waarom het te loochenen en
-te ontkennen, wanneer de feiten spreken... Mijn God, deze bourgeoisie,
-deze middenklasse, waarvan ik reeds verteld heb, dat zij zoo tuk is
-op betrekkingen, baantjes en onderscheidingen en daarbij zoo gierig
-en zoo bang voor haar geld, dat zij het in banken plaatst en nooit
-durft te wagen in industrieele of handelsondernemingen. Zij wordt
-slechts verteerd door den drang te genieten, zonder iets te doen en
-is zoo onintelligent, dat zij niet ziet, dat zij haar land doodt
-door haar afkeer van werken, door laag neerzien op het volk, door
-haar eenigen hartstocht, om kleinburgerlijk in de zon te leven om
-tot het een of ander departement van bestuur te behooren... En onze
-stervende aristocratie, dat onttroonde, geruïneerde, tot de ontaarding
-van uitstervende geslachten vervallen patriciaat! Het grootste gedeelte
-ervan is tot armoede gebracht; de hoogst enkelen, die hun geld behouden
-hebben, worden verpletterd onder de zware belastingen, bezitten
-nog slechts doode vermogens, die zich niet meer vernieuwen kunnen,
-door voortdurende deelingen verminderen en bestemd zijn weldra met de
-prinsen zelf en de ineenstorting van de oude, nu nutteloos geworden
-paleizen te verdwijnen... En het volk eindelijk, dat arme volk, dat
-zoo geleden heeft en nog lijdt, maar zoo gewend is aan het lijden,
-dat het niet eens op de gedachte schijnt te komen zich daaruit los te
-maken. Blind en doof drijft het de dingen zoover, dat het misschien
-de vroegere slavernij terugwenscht, ligt het in stomme verdomming als
-een dier op zijn mestvaalt, is het volkomen onwetend--de vreeselijke
-onwetendheid, die de eenige oorzaak van zijn ellende is--heeft het
-geen hoop, geen toekomst, zelfs den troost niet te beseffen, dat dit
-Italië, dit Rome voor hen en voor hen alleen zijn, dat wij ze voor
-hen veroverd hebben en tot nieuw leven trachten te wekken... Ja, ja,
-geen aristocratie meer, geen volk nog, alleen die zoo angstaanjagende
-bourgeoisie! Men moet bijna den pessimisten gelijk geven, die beweren,
-dat al ons ongeluk nog niets is, dat wij nog veel erger catastrophes
-tegemoet gaan, alsof wij pas bij de eerste symptomen van het einde
-van ons ras, de voorloopers van de totale vernietiging waren!"
-
-Hij had zijn groote bevende armen naar het raam, naar het licht
-opgeheven, en Pierre, die diep onder den indruk was, herinnerde zich
-dit wanhopig smeekende gebaar, dat hij den vorigen dag kardinaal
-Boccanera had zien maken in zijn aanroepen van de goddelijke
-macht. Deze beide in hun geloof zoo tegengestelde mannen hadden
-dezelfde wanhopig-woeste grootschheid.
-
-Hij sprak door, erkende alle ongelukkige eigenschappen van Rome
-als hoofdstad. Het was een zuiver decoratieve stad, wier bodem
-uitgeput was, een stad, die buiten het moderne leven was blijven
-staan, een stad, waarin geen industrie en handel mogelijk waren, een
-stad, die te midden van de onvruchtbare woestheid van haar Campagna
-onherroepelijk ten doode opgeschreven was. Dan vergeleek hij haar bij
-de andere steden, die haar benijden; Florence, dat zoo onverschillig
-en skeptisch geworden was en een na de woeste hartstochten en de
-bloedstroomen van zijn geschiedenis zoo gelukkige zorgeloosheid bezat;
-Napels, dat nog genoeg heeft aan zijn vroolijke zon, Napels met zijn
-kind-volk, waarvan men niet weet of men het beklagen moet over zijn
-ellende en onwetendheid, waarin het zoo 'n groot behagen schijnt
-te scheppen; Venetië, dat er zich bij neergelegd had niets meer te
-zijn dan een wonder van oude kunst, dat men onder glas moest zetten,
-om het ongeschonden te bewaren; Genua, geheel opgaand in zijn handel,
-druk en luidruchtig, een der laatste koninginnen van de Middellandsche
-Zee, dit thans zoo onbeteekenende meer, dat eenmaal de rijke zee was,
-waarheen alle rijkdommen der wereld stroomden; Turijn en Milaan vooral,
-de zóó levende en zóó gemoderniseerde industrie- en handelssteden,
-dat de toeristen er minachtend op neer zien, als zijnde geen
-Italiaansche steden meer, maar beide gered uit den slaap der ruïnen,
-daar zij zich aangesloten hebben bij de Westersche evolutie, die de
-komende eeuw voorbereidt. O, moet men dit oude Italië ter wille van
-kunstenaarszielen als een stoffig museum laten ineenstorten, zooals
-zijn kleine steden van Groot-Griekenland, Umbrië en Toscane bezig zijn
-in te storten als prachtige bibelots, die men niet durft repareeren
-uit vrees het karakter ervan te zullen bederven? Of de aanstaande,
-onvermijdelijke dood dus, of het houweel der sloopers, het neerwerpen
-der wankelende muren, het opbouwen van steden van arbeid, wetenschap
-en gezondheid, in één woord, een geheel nieuw Italië, dat werkelijk
-uit zijn asch verrijst en geschapen wordt voor de nieuwe beschaving,
-die de menschheid binnen treedt!
-
-"Maar waarom wanhopen?" ging hij krachtig voort. "Rome moge op dit
-oogenblik zwaar op onze schouders drukken, het blijft desniettemin
-de top, dien wij hebben willen bereiken. Wij zijn er, wij zullen er
-blijven en de gebeurtenissen afwachten... Al heeft in den laatsten
-tijd de bevolking opgehouden toe te nemen, zij blijft stationnair met
-haar vierhonderdduizend zielen, en den dag, dat de oorzaken, die den
-aanvoer tegenhielden, verdwijnen, kan zij weer zeer goed de hoogte
-ingaan. Wij hebben de fout begaan te gelooven, dat Rome een Berlijn
-of een Parijs zou worden; allerlei maatschappelijke, historische,
-ja, zelfs ethnische verhoudingen schijnen zich daar tot dusver tegen
-te verzetten; maar wie kent de verrassingen, die de toekomst brengen
-kan? Kan men ons verbieden te hopen, te gelooven in het bloed, dat
-in onze aderen stroomt, het bloed der oude wereldveroveraars? Ik,
-die met mijn twee doode beenen niet meer uit mijn kamer komen kan,
-heb uren, waarin mijn oude overmoedige geestdrift mij weer aangrijpt,
-waarin ik in Rome geloof als in mijn moeder, waarin ik geloof,
-dat het onoverwinlijk, onsterflijk is, waarin ik de twee millioen
-inwoners verwacht, welke deze jammerlijke, nieuwe wijken, die gij
-bezocht hebt, bevolken moeten. O zeker, zij zullen komen. Waarom
-zouden zij niet komen? Ge zult zien, ge zult zien, alles wordt vol,
-men zal er nog bij moeten bouwen... En bovendien kan men een natie arm
-noemen, die Lombardije bezit? Is ook ons Zuiden niet onuitputtelijk
-rijk? Laat er vrede komen, het Zuiden samensmelten met het Noorden
-en een geheel nieuwe generatie van arbeiders opgroeien, dan moet,
-daar de zoo vruchtbare bodem aanwezig is, eenmaal de groote, verwachte
-oogst opschieten en in de brandende zon rijp worden."
-
-Zijn geestdrift sleepte hem mede, een jeugdig vuur gloeide in zijn
-oogen. Pierre glimlachte en zeide:
-
-"Men moet het probleem van onderen af, bij het volk, aanvatten. Men
-moet menschen scheppen."
-
-"Juist, dat is het!" riep Orlando uit. "Dat herhaal ik steeds, we
-moeten Italië scheppen. Men zou kunnen denken, dat een oostenwind het
-menschelijke zaad, het zaad van krachtige volkeren elders heen, ver
-van onze oude aarde, weggevoerd heeft. Ons volk is niet, zooals het
-uwe in Frankrijk, een reservoir van menschen en geld, waaruit men met
-volle handen putten kan. Dat onuitputtelijke reservoir zou ik bij ons
-willen zien! Ja, van onder af aan moeten we beginnen te werken! Ja,
-overal scholen! De onwetendheid moet verjaagd, de ruwheid en luiheid
-met boeken bestreden worden, de intellectueele en moreele opvoeding
-moet ons het arbeidende volk geven, dat wij noodig hebben, als wij
-niet uit het concert der groote naties willen verdwijnen. Ik herhaal
-het: voor wien anders hebben we gewerkt, toen wij Rome heroverden,
-dan voor de democratie van morgen? En hoe verklaarbaar is het, dat
-alles ineenstort, dat niets er krachtig opgroeien wil, zoolang die
-democratie er totaal afwezig is!"
-
-Pierre waagde het niet te zeggen, dat een natie niet makkelijk
-verandert, dat Italië was wat de bodem, de geschiedenis, het ras
-ervan gemaakt hadden, en dat het een gevaarlijk werk zijn zou,
-indien men het plotseling hervormen wilde. Hebben de volkeren niet,
-evenals de menschen, een bloeienden middelbaren leeftijd, een meer
-of minder langzamen ouderdom, die met den dood eindigde? Een modern,
-democratisch Rome, groote God! De moderne Rome's heeten Parijs,
-Londen, Chicago. Hij zeide dan ook slechts voorzichtig:
-
-"Maar gelooft u niet, dat gij, in afwachting van dat groote werk der
-hernieuwing door het volk, goed zoudt doen door voorzichtig te zijn? Uw
-financiën verkeeren in een zóó deplorabelen toestand, gij maakt zulke
-groote sociale en economische moeilijkheden door, dat gij gevaar loopt
-tot de ergste catastrophes te komen, alvorens menschen en geld te
-hebben. O, waarom zegt niet een van uw ministers van af de tribune:
-"Welnu, onze trots heeft zich vergist, wij deden verkeerd, toen wij
-ons in een ommezien in een groote natie hervormen wilden; daarvoor is
-meer tijd, meer werk, meer geduld noodig. Wij leggen er ons bij neer
-voorloopig niets meer te zijn dan een jong volk, dat in zijn eigen
-hoekje werkt, om zich krachtig te maken, zonder in den eersten tijd
-een eerste rol te willen spelen. Wij ontwapenen, wij schrappen het
-oorlogsbudget, het marinebudget, alle budgetten van uiterlijk vertoon,
-om ons geheel te wijden aan de innerlijke welvaart, het onderwijs,
-de lichamelijke en moreele opvoeding van het groote volk, dat wij ons
-plechtig zweren binnen vijftig jaar te zijn? Schrappen, ja schrappen,
-dat is uw redding!""
-
-Orlando had naar hem geluisterd; langzamerhand was hij weer somber
-geworden en in zijn droefgeestig peinzen teruggevallen. Hij maakte
-een moe gebaar en zeide zacht:
-
-"Neen, neen, men zou een minister, die dergelijke dingen zeide,
-uitjouwen. Dat is een bekentenis, die men van een volk niet verwachten
-mag. De harten zouden uit de borsten springen. En bovendien, zou het
-misschien nog niet veel gevaarlijker zijn, wanneer men alles, wat
-reeds gedaan is, plotseling liet instorten? Hoeveel teleurgestelde
-verwachtingen, hoeveel ruïnes, hoeveel onnut materiaal! Neen, wij
-kunnen ons slechts redden door geduld en moed, terwijl wij voorwaarts,
-steeds voorwaarts gaan. Wij zijn een heel jong volk, wij hebben in
-vijftig jaar de eenheid willen veroveren, waarvoor andere naties twee
-eeuwen noodig gehad hebben. Welnu, voor die overhaasting moeten wij
-boeten, we moeten wachten, tot de oogst rijp is en onze schuren vult."
-
-En vol hoop weer ging hij voort:
-
-"Ge weet, dat ik altijd tegen het verbond met Duitschland geweest
-ben. Ik heb het voorspeld, het heeft ons geruïneerd. Wij waren nog
-niet groot genoeg, om gemeenschappelijk met een zoo rijke en machtige
-persoonlijkheid op te trekken; slechts met het oog op den voortdurend
-dreigenden, onvermijdelijk geoordeelden oorlog gaan wij nu gebukt
-onder onze verpletterende budgetten van een groote natie. O, deze
-oorlog, die niet gekomen is, heeft het beste van ons bloed, ons sap,
-ons goud uitgeput, zonder dat we er eenig voordeel van hadden! Thans
-blijft ons niets meer over dan te breken met een bondgenoot, die onzen
-hoogmoed uitgebuit heeft, zonder dat hij ons in iets nuttig geweest
-is, zonder dat we iets anders van hem gekregen hebben dan wantrouwen
-en noodlottige raadgevingen... Maar dat alles was onvermijdelijk,
-en dat wil men in Frankrijk niet toegeven. Ik mag daar vrijuit over
-spreken, want ik ben altijd een vriend van Frankrijk geweest. Zeg
-dus aan uw landgenooten, die maar niet begrijpen willen, dat wij
-na de verovering van Rome in ons hartstochtelijk verlangen, om
-onzen rang van vroeger in te nemen, wel onze rol in Europa spelen,
-ons als een mogendheid, waarmede voortaan rekening te houden was,
-opwerpen moesten. Aarzeling was buitengesloten, al onze belangen
-schenen ons in de richting van Duitschland te drijven. De harde wet
-van den strijd om het bestaan drukt even fataal op de volkeren als
-op de menschen; en dat verklaart, dat rechtvaardigt de breuk tusschen
-de beide zusters, het vergeten van zooveel gemeenschappelijke banden:
-ras, handelsbetrekkingen, zelfs bewezen diensten... Twee zusters! Ja,
-en nu verscheuren zij elkaar, vervolgen zij elkaar met zoo'n haat,
-dat bij beiden het gezond verstand weg schijnt te zijn. Mijn arm, oud
-hart bloedt, wanneer ik de artikelen lees, die uw bladen en de onze als
-vergiftige pijlen op elkaar afschieten. Wanneer zal die broedermoord
-ophouden? Wie van beiden zal het eerst de noodzakelijkheid van vrede
-inzien en begrijpen hoe noodig het is dat de Latijnsche rassen zich
-vereenigen, indien zij te midden van den steeds stijgenden vloed van
-andere rassen staande willen blijven!"
-
-En met zijn gulle hartelijkheid van door de jaren ontwapenden held
-ging hij voort:
-
-"Kom, mijnheer Froment, ge moet mij beloven ons te helpen, zoodra ge
-in Parijs terug zijt. Zweer mij, dat gij op uw arbeidsveld, hoe klein
-het ook zijn mag, voor den vrede tusschen Frankrijk en Italië zult
-werken: een edeler taak bestaat er niet. Ge hebt nu drie maanden
-onder ons geleefd, ge kunt, o in alle vrijmoedigheid, zeggen wat
-ge gezien en gehoord hebt. Hebben wij onze fouten, gij hebt de uwe
-ook. Familieruzies kunnen, voor den duivel, toch niet eeuwig duren."
-
-"Ongelukkig zijn het echter de langdurigste. Wanneer in de familie
-het bloed zich verbittert tegen het bloed, dan komt het mes en het
-vergif erbij te pas. Daar is geen vergiffenis mogelijk."
-
-Hij durfde niet alles zeggen, wat hij dacht. Sedert hij te Rome was
-en zag en oordeelde, werd die twist tusschen Italië en Frankrijk voor
-hem samengevat in een mooi tragisch sprookje. Er waren eens twee
-prinsessen, die een machtige, de wereld beheerschende koningin tot
-moeder hadden. De oudste, die het rijk van haar moeder geërfd had,
-zag met leede oogen hoe haar jongste zuster, die in een naburig land
-woonde, langzamerhand toenam in rijkdom, kracht en glans, terwijl zij
-zelf, als het ware door ouderdom verzwakt, aftakelde en zoo uitgeput
-was, dat zij den dag, waarop zij een laatste poging deed, om de
-wereldheerschappij te heroveren, verslagen werd. Welk een bitterheid,
-welk een altijd open en bloedende wonde was het voor haar, toen zij
-zien moest, hoe haar zuster zich van de heftigste schokken herstelde,
-haar verblindende pracht terugkreeg en door haar kracht, haar gratie
-en haar geest over de aarde regeerde! Nooit zou zij het vergeven,
-welke houding de benijde en vervloekte zuster ook tegen haar aannemen
-zou! Dat was de onheelbare wonde in haar borst; het leven der eene
-wordt door dat van de andere vergiftigd, de haat van het oude bloed
-tegen het jonge zou eerst uitsterven met den dood. Misschien zou de
-oudere zuster zelfs op den dag, dat vrede tusschen haar bestaan zou,
-tegenover den triomf van de jongste in het diepst van haar hart het
-oneindige verdriet bewaren de oudste en de vazalle te zijn.
-
-"Maar toch kunt u op mij rekenen," ging Pierre hartelijk voort. "Deze
-verwoede strijd tusschen de beide volkeren is inderdaad een groot
-gevaar. Maar ik zal aan u slechts zeggen, wat ik meen, dat de waarheid
-is. Ik ben niet in staat iets anders te zeggen. En ik ben bang, dat u
-die waarheid niet prettig zult vinden, dat u er noch door temperament
-noch door gewoonte op voorbereid zijt. De dichters van alle naties, die
-hierheen kwamen en met de traditioneele geestdrift van hun klassieke
-opvoeding over Rome spraken, hebben u met zulke loftuitingen bedwelmd,
-dat het mij voorkomt, dat u de echte waarheid over uw hedendaagsch
-Rome niet gaarne hooren zult. Alle mooie woorden beteekenen niets, men
-moet tot de werkelijkheid der dingen komen, en juist die werkelijkheid
-weigert gij onder de oogen te zien, verliefd als gij zijt op het mooie
-en lichtgeraakt als vrouwen, die zich bewust zijn niet mooi meer te
-wezen en wanhopig worden bij de minste opmerking over haar rimpels."
-
-Orlando begon kinderlijk te lachen.
-
-"Zeker, je moet de dingen altijd wat mooier maken! Waarom over leelijke
-gezichten praten? Wij houden in den schouwburg alleen van mooie muziek,
-mooie dansen, mooie stukken, waar we plezier in hebben. De rest,
-alles wat niet mooi is, moet verborgen blijven!"
-
-"Maar," ging de priester voort, "ik beken gaarne de kapitale fout
-in mijn boek. Het Italiaansche Rome, dat ik over het hoofd zag,
-om het op te offeren aan het pauselijke Rome, van welks herleving
-ik droomde, bestaat, en wel zóó machtig reeds, dat zonder eenigen
-twijfel het andere mettertijd verdwijnen zal. Zooals ik reeds gezegd
-heb, de paus moge zich zoo koppig als hij wil in zijn Vaticaan,
-dat meer en meer scheurt en in puin dreigt te vallen, tegen iedere
-verandering verzetten--alles om hem heen deelt in de evolutie: de
-zwarte kringen zijn reeds de grijze geworden, doordat zij zich met de
-witte vermengd hebben. En nooit heb ik dat beter gevoeld dan op het
-bal, dat prins Buongiovanni gegeven geeft ter eere van de verloving
-van zijn dochter met uw achterneef. Toen heb ik gevoeld, dat ik voor
-uw zaak gewonnen was."
-
-De oogen van den ouden man schitterden.
-
-"Zoo, was je daar ook? Nou, was het geen onvergetelijk schouwspel? Je
-twijfelt nu toch zeker niet meer aan onze levenskracht, aan het volk,
-dat we zijn moeten, wanneer de eerste moeilijkheden overwonnen zullen
-zijn? Wat komt daarbij een kwart eeuw, een heele eeuw desnoods op
-aan? Italië zal in zijn ouden roem herleven, zoodra het groote volk
-van morgen uit de aarde opgeschoten zijn zal!... O zeker, ik haat dien
-Sacco, omdat hij voor mij de verpersoonlijking is van de intriganten,
-van de genotzoekers, wier begeerten alles hebben opgehouden, doordat
-zij zich op den nog warmen buit van onze overwinning stortten, die ons
-zooveel bloed en tranen gekost heeft. Maar ik herleef in mijn Attilio,
-dat vleesch van mijn vleesch; hij is zoo zacht en toch zoo dapper,
-hij zal de toekomst zijn, het geslacht der helden, wier komst het
-land ontwikkelen en louteren zal... O, moge het groote volk van morgen
-geboren worden uit hem en die Celia, de aanbiddelijke kleine prinses,
-die mij onlangs met mijn nicht Melana, een verstandige vrouw in den
-grond der zaak, is komen opzoeken. Als je eens gezien hadt, hoe dat
-kind mij om den hals vloog, mij met de zoetste naampjes aansprak,
-me zei, dat ik de peet zou zijn van haar eersten zoon, opdat hij
-zou heeten als ik en een tweede maal Italië redden zou... Ja, ja,
-moge om deze wieg de vrede ontstaan, moge de echtverbintenis van die
-twee lieve kinderen het onverbrekelijke huwelijk zijn tusschen Rome
-en de geheele natie, moge door hun liefde alles weer goed worden en
-weer nieuwe schittering krijgen!"
-
-Tranen waren in zijn oogen gekomen. Diep getroffen door deze
-vaderlandsliefde, die als een onuitbluschbare vlam in dezen
-verpletterden held brandde, wilde Pierre hem moed inspreken.
-
-"Dat is de wensch, dien ik zelf ook op hun verlovingsfeest uitgesproken
-heb tegenover uw zoon, aan wien ik toen ongeveer hetzelfde gezegd
-heb. Ja, moge hun huwlijk eeuwig en vruchtbaar blijven, moge uit hen
-het groote land, dat ik u met geheel mijn ziel toewensch te zijn,
-sedert ik u heb leeren kennen, geboren worden!"
-
-"Heb je dat gezegd?" riep Orlando uit; "heb je dat gezegd? Dan vergeef
-ik je je boek, want nu heb je eindelijk begrepen. En het nieuwe Rome,
-daar ligt het! Het Rome, dat ons toebehoort, dat wij zijn roemrijk
-verleden waardig, voor de derde maal tot koningin der wereld maken
-willen!"
-
-En met een van zijn breede gebaren, waarin hij alles, wat er nog aan
-leven in hem over was, legde, wees hij door het lichte, gordijnlooze
-raam naar het panorama, dat zich voor hem ontrolde--naar Rome,
-dat zich in de verte van het eene einde van den horizont naar het
-andere uitstrekte. Onder den leikleurigen hemel, in dezen zoo weinig
-voorkomenden winterrouw nam de stad een soort hoogere majesteit aan,
-de melancholieke grootheid van een koninginnestad, die, thans nog
-vervallen, zwijgend en onbeweeglijk in de droeve lucht wacht op haar
-glorierijk ontwaken, op haar eindelijk door allen erkend koningschap,
-dat men haar opnieuw beloofd heeft. Van de nieuwe wijken op den
-Viminalis tot de verre boomen van den Janiculus, van de rosachtige
-daken van den Capitolinus tot de groene toppen van den Pincio, lag de
-deining der terrassen, der campanila's en der dommen als een breede
-oceaan, welks diepe, grijze golven eindeloos heen en weer wiegden.
-
-Maar plotseling keek Orlando, door een vaderlijke verontwaardiging
-aangegrepen, om en ging tegen den jongen Angiolo Mascara te keer.
-
-"En dat Rome wil jij, leelijke booswicht, met bommen verwoesten en
-als een oud, wankel en half verrot huis met den grond gelijk maken,
-om er de aarde voor altijd van te bevrijden."
-
-Angilio had tot nog toe zwijgend naar het gesprek geluisterd. Op zijn
-baardeloos, blond, mooi meisjesgezicht verried zich de minste opwinding
-door een plotselingen blos; vooral zijn groote, blauwe oogen hadden
-gebrand, toen hij over het volk hoorde spreken, over het nieuwe volk,
-dat men scheppen moest.
-
-"Ja," zeide hij langzaam met zijn heldere, muzikale stem; "ja, haar
-met den grond gelijk maken, geen enkelen steen heel laten! Ja, maar
-haar verwoesten, om haar weer op te bouwen!"
-
-"Dus je bent nog wel zoo goed haar weer op te bouwen!" viel Orlando
-hem op spottenden toon in de rede.
-
-"Ik zou haar weer opbouwen," herhaalde het kind opstaande, met
-bevende stem; "ik zou haar weer opbouwen, groot, mooi, edel! Heeft
-de werelddemocratie van morgen, de eindelijk vrije menschheid niet
-een éénige stad noodig, die de ark des verbonds, het centrum zelf
-der wereld is? En is Rome niet de uitverkoren stad, de stad, die
-door de prophetieën aangewezen is als de eeuwige, de onsterfelijke,
-als degene, waarin zich het lot der volkeren voltrekken zal? Maar om
-het blijvende heiligdom, de hoofdstad van de verwoeste koninkrijken
-te worden, waarin zich eenmaal per jaar de wijzen van alle landen
-vereenigen zullen, moet men haar eerst door het vuur reinigen en niets
-van het vroegere vuil overlaten. Dan, wanneer de zon alle pestilenties
-uit den ouden bodem weggezogen zal hebben, zullen wij hem tienmaal
-mooier, tienmaal grooter dan zij ooit geweest is, opbouwen. En welk
-een stad van waarheid en gerechtigheid zal dit sedert drie duizend
-jaar voorspelde en verwachte Rome zijn--geheel van goud en van marmer,
-de Campagna van de zee tot de Sabijnsche en Albaansche bergen vullend,
-zóó bloeiend en zóó wijs, dat haar twintig millioen inwoners, na de
-wet van den arbeid geregeld te hebben, in onvergelijkelijke vreugde
-leven zullen."
-
-Met open mond luisterde Pierre. Wat, werkte het bloed van Augustus
-zelfs daar door? In de Middeleeuwen hadden de pausen geen meesters
-van Rome kunnen zijn, zonder in hun oud verlangen om opnieuw over de
-wereld te regeeren, den dringenden drang in zich te voelen de stad
-opnieuw op te bouwen. Onlangs, toen het jonge Italië zich van Rome
-meester gemaakt had, bezweek het dadelijk onder den atavistischen
-waanzin der wereldheerschappij, wilde het op zijn beurt er de grootste
-stad van maken, bouwde het geheele wijken voor een bevolking, die
-nog niet gekomen was. En nu waren zelfs de anarchisten, ondanks
-hun vernielingswoede, bezeten door denzelfden hardnekkigen, ditmaal
-mateloozen droom van het ras; zij wilden een vierde, monsterachtig
-groot Rome, welks voorsteden ten slotte de continenten bezetten
-zouden, om hun libertaire, tot één familie vereenigde menschheid
-daarin onder te brengen. Dit was het toppunt: nooit zou er een
-phantastischer bewijs gegeven kunnen worden voor het trotsche
-en heerschzuchtige bloed, dat de aderen van dit ras verbrand had,
-sedert Augustus het de erfenis van zijn onbeperkt rijk en het woeste
-instinct, om te gelooven, dat het een wettig recht op de wereld bezat,
-had nagelaten. Dat kwam voort uit den bodem zelf, het was een sap,
-dat al de kinderen van dezen historischen bodem bedwelmd had en hen
-aandreef uit hun stad de eenige stad te maken, degene, die geheerscht
-had en die, schitterend, tot aan den door de orakelen voorspelden
-tijd heerschen zou. En Pierre herinnerde zich de vier voorspellende
-letters, het S. P. Q. R. [30] van het oude Rome, die hij overal in
-het tegenwoordige Rome teruggevonden had. Zij stonden als een aan
-het lot gegeven bevel op de muren, op alle uithangborden, tot op de
-vuilniskarren der gemeentereiniging, die 's morgens het vuil kwamen
-ophalen. En Pierre begreep nu de wonderbaarlijke ijdelheid van deze
-menschen, die door de grootschheid van hun voorvaderen vervolgd en
-door het verleden van hun Rome gehypnotiseerd werden, de ijdelheid,
-waarvan zij beweerden, dat het alles in zich sluit, dat zij zelf er
-niet in slagen het te kennen, dat het de sphinx is, die eenmaal de
-verklaring van het wereldraadsel geven moet. Het is zoo groot en edel,
-dat alles er groot en edel wordt, dat zij ertoe komen voor hun stad
-den afgodischen eerbied der geheele aarde te eischen.
-
-"Maar ik ken jouw vierde Rome," begon Orlando, weer vroolijk wordend,
-opnieuw. "Het is het Rome van het volk, de hoofdstad der universeele
-Republiek, waarvan Mazzini reeds gedroomd heeft. Weliswaar voegde
-deze den paus er aan toe... Zie je, mijn jongen, wanneer wij, oude
-republikeinen, ons gerallieerd hebben, dan hebben wij dat gedaan, omdat
-we bang waren, het land, in geval van revolutie, in handen te zien
-vallen van de gevaarlijke gekken, die jou het hoofd op hol gebracht
-hebben. Waarachtig, wij hebben ons bij de monarchie neergelegd,
-die niet zoo heel veel verschilt van een goede, parlementaire
-Republiek... Nu, tot ziens, wees verstandig en bedenk dat het de
-dood van je arme moeder zijn zou, wanneer jou iets overkwam... Kom,
-laat ik je maar een zoen geven!"
-
-Angiolo bloosde onder den liefdevollen kus van den held als een jong
-meisje. Dan ging hij, na den priester beleefd met een hoofdknikje
-gegroet te hebben, met zijn zacht dwepersgezicht weg.
-
-Er volgde een stilzwijgen. Toen de blikken van den ouden Orlando op
-de couranten vielen, begon hij echter weer over het vreeselijke drama
-in het paleis Boccanera. O, die Benedetta, die hij in de treurige
-dagen, dat zij bij hem woonde, als een dochter vereerd en aangebeden
-had! Welk een verpletterende daad, welk een tragisch lot, om zoo
-medegesleurd te worden in den dood van den man, dien zij liefhad! En
-daar de verhalen der couranten hem vreemd voorkwamen en hij gekweld en
-gepijnigd werd door al het duistere, dat hij erin voelde, wilde hij
-juist een paar bijzonderheden vragen, toen zijn zoon Prada met een
-door onrust vertrokken gelaat en buiten adem van het hard naar boven
-loopen, binnenkwam. Hij had zijn aannemers met ongeduldige ruwheid
-afgescheept, zonder rekening te houden met zijn ernstigen toestand,
-zijn gevaar loopend vermogen; hij werd door een zoo groot verlangen,
-om boven bij zijn vader te zijn, gemarteld, dat hij bijna niet eens
-naar hen luisterde, onverschillig ervoor of zijn huis boven hem zou
-instorten of niet. Toen hij bij den ouden man was, gold zijn eerste
-blik het gezicht van zijn vader, om zich te overtuigen, of de priester
-hem niet door een onvoorzichtig woord doodelijk getroffen had.
-
-Hij begon te beven, toen hij zag, hoe de oude man door de
-verschrikkelijke gebeurtenis, waarover hij sprak, tot tranen toe
-bewogen was. Een oogenblik dacht hij, dat hij te laat kwam, dat het
-ongeluk reeds geschied is.
-
-"Mijn God, vader, wat hèbt u? Waarom huilt u?"
-
-Hij had zich aan zijn voeten geworpen, nam zijn handen in de zijne,
-keek hem in een zóó hartstochtelijke vereering aan, dat hij zijn
-hartebloed scheen te willen geven, om hem het minste verdriet te
-besparen.
-
-"Ach, het is de dood van die arme Benedetta," antwoordde Orlando
-droevig. "Ik zeide juist aan mijnheer Froment, hoe diep bedroefd
-ik erover ben en dat het heele geval mij zoo duister scheen... De
-couranten spreken van een plotselingen dood en dat is altijd zoo
-iets vreemds."
-
-Doodsbleek was Prada opgestaan. De priester had niet gesproken. Maar
-welk een vreeselijk oogenblik. Als hij antwoordde, als hij sprak!
-
-"Je was erbij, niet waar?" vroeg de grijsaard weer. "Je hebt alles
-medegemaakt?... Vertel me toch eens hoe alles in zijn werk is gegaan."
-
-Prada keek Pierre aan. Hun blikken boorden zich als het ware in
-elkaar. Alles speelde zich nog eenmaal tusschen hen af. Weer schreed
-het noodlot voort; weer ontmoetten zij aan den voet van de Frascatische
-heuvelen Santobono met zijn mandje; weer spraken zij op hun terugrit
-door de droefgeestige Campagna over het vergif, terwijl het mandje
-zacht schommelde op de knieën van den pastoor; weer waren zij in de in
-de wildernis sluimerende osteria, zagen zij het plotseling gestorven
-doode hennetje met het violette bloedstraaltje uit zijn snavel. Dan
-kwam denzelfden avond het bal der Buongiovanni's--één geur van vrouwen,
-één triomf der liefde. Ten slotte stond voor het zich zwart tegen de
-zilveren maan afteekenende paleis Boccanera de man, die zijn sigaar
-aanstak, en langzaam, zonder om te kijken, zich verwijderde en het
-noodlot zijn doodswerk verrichten liet. Deze geschiedenis kenden
-zij beiden, doorleefden zij nogmaals, zij behoefden die niet luid te
-herhalen, om zeker te zijn, dat zij elkander tot in het diepst van
-hun ziel lazen.
-
-Pierre had den ouden man niet dadelijk geantwoord.
-
-"O, er zijn verschrikkelijke dingen gebeurd, verschrikkelijke dingen,"
-zeide hij eindelijk.
-
-"Dat had ik wel gedacht," antwoordde Orlando. "Ge kunt vrijuit
-spreken... Mijn zoon heeft tegenover den dood alles vergeven."
-
-Weer zocht Prada's blik dien van Pierre en bleef zoo vurig smeekend
-daarin rusten, dat de priester er diep door ontroerd werd. Hij
-herinnerde zich den tweestrijd van dien man op het bal, de wreede
-jaloersche martelingen, die hij ondergaan had, alvorens hij aan het
-noodlot zijn wraak overliet. En hij stelde zich voor wat daarna,
-na de vreeselijke ontknooping, in hem moest zijn omgegaan: eerst de
-verbijstering over de ruwe snelheid, waarmede het wreede noodlot zijn
-werk gedaan had, over de wraak, die gruwlijker uitgevallen was dan
-hij gewild had; dan de ijzige kalmte van den koelbloedigen speler,
-die de gebeurtenissen afwacht, de couranten leest en geen andere
-wroeging kent dan de veldheer, wien de overwinning te veel manschappen
-gekost heeft. Onmiddellijk had hij begrepen, dat de kardinaal ter
-wille van de eer der Kerk de zaak zou begraven. Slechts één ding
-drukte misschien nog zwaar op zijn hart--misschien het verlangen naar
-die zoo vurig begeerde vrouw, die hij niet gehad had, die hij nooit
-hebben zou--misschien ook een vreeselijke jaloezie, die hij zichzelf
-niet bekende en waaronder hij altijd lijden zou, de jaloezie, nu hij
-wist, dat zij, in het graf, voor eeuwig in de armen van een ander
-lag. En nu rees uit deze laatste krachtsinspanning, om zijn kalmte
-te bewaren, uit dat koelbloedige, wroeginglooze wachten de straf op,
-de vrees, dat het met de vergiftigde vijgen voortschrijdende noodlot
-nog op zijn tocht zou stilstaan en thans zijn vader treffen. Nog een
-bliksemstraal, nog een slachtoffer, en nu het meest onverwachte,
-het meest aangebedene. Zijn laatste weerstandsvermogen was in één
-minuut ingestort; hulpeloozer en banger dan een kind stond hij daar
-tegenover het afschuwlijke noodlot.
-
-"Maar," begon Pierre langzaam, alsof hij naar zijn woorden zocht;
-"de couranten hebben u zeker toch verteld, dat de prins het eerst
-bezweken en dat de contessina, toen zij hem voor het laatst omhelsde,
-van smart gestorven is. En wat de oorzaak van den dood betreft, lieve
-hemel, u weet even goed als ik, dat de doktoren zelf zich daarover
-niet met beslistheid durven uitspreken..."
-
-Hij hield op: hij hoorde plotseling de stem van de stervende Benedetta
-hem het vreeselijke bevel geven: "U, die zijn vader zien zult, u
-draag ik op hem te zeggen, dat ik zijn zoon vervloekt heb. Ik wil,
-dat hij het weet, hij moet het weten ter wille van de waarheid en de
-gerechtigheid." Groote God, moest hij gehoorzamen? Was dit een van de
-heilige bevelen, die men uitvoeren moet, ook al moesten daardoor tranen
-en bloed bij stroomen vloeien? Gedurende enkele seconden woedde een
-allerpijnlijkste tweestrijd in hem, verscheurd als hij werd tusschen
-deze door de doode ingeroepen waarheid en gerechtigheid eener- en zijn
-persoonlijk verlangen, om te vergeven, den afschuw, dien hij voor
-zichzelf hebben zou, wanneer hij door zijn onverzoenlijke zending
-te vervullen, dezen ouden man dooden zou, anderzijds. En zekerlijk
-moest de andere, de zoon, begrijpen, dat een moeilijke strijd in hem
-gevoerd werd, waarvan het lot van zijn vader afhangen zou, want zijn
-blik werd nog dringender, nog smeekender.
-
-"Eerst heeft men gedacht aan een storing in de spijsvertering," ging
-Pierre voort. "Maar het werd plotseling zooveel erger, dat men bang
-werd en een dokter halen liet."
-
-O, de oogen, die oogen van Prada! Zij waren zoo wanhopig geworden, dat
-de priester er alle beslissende redenen in las, die hem beletten zouden
-te spreken. Neen, neen! Hij zou den onschuldigen grijsaard niet zoo
-treffen, hij had niets beloofd, hij zou geloofd hebben de herinnering
-van de doode met een misdaad te bezwaren, indien hij gehoorzaamd had
-aan het laatste bevel, dat de haat haar had ingegeven. In die enkele
-seconden van spanning had hij een geheel leven van zoo afschuwlijke
-smart doorleden, dat ondanks alles reeds gerechtigheid geschied was.
-
-"De dokter," ging Pierre voort, "heeft onmiddellijk infectiekoortsen
-geconstateerd. Er was geen twijfel mogelijk... Ik ben vanochtend bij
-de begrafenis geweest, het was heel mooi en indrukwekkend."
-
-Orlando ging niet verder op de zaak in, zeide nog slechts, hoe hij den
-geheelen ochtend met zijn gedachten bij de begrafenis geweest was. Toen
-hij zich omkeerde en met zijn nog bevende handen de couranten op de
-tafel recht legde, keek Prada, door het koude doodszweet verstard en,
-om niet te vallen, zich aan den rug van een stoel vasthoudend, Pierre
-nogmaals aan, maar nu met een zachteren blik vol vurige dankbaarheid.
-
-"Ik vertrek vanavond," zeide Pierre, die uitgeput als hij was,
-een einde aan het gesprek wilde maken. "Ik moet nu afscheid van u
-nemen... Hebt u geen boodschap voor mij in Parijs?"
-
-"Neen, neen, geen enkele," zeide Orlando.
-
-Doch dan plotseling:
-
-"Ja, toch, ik heb een boodschap... Je herinnert je zeker het boek
-van mijn ouden strijdmakker Théophile Morin, een der Duizend van
-Garibaldi, nog wel, het handboek voor het baccalaureaat, dat hij
-wilde laten vertalen en bij ons invoeren. Tot mijn groote blijdschap
-hebben ze mij beloofd, dat men het op onze scholen gebruiken wil,
-als er enkele veranderingen in aangebracht worden... Luigi, geef mij
-dat deel even aan, dat daar op de plank ligt."
-
-Toen zijn zoon hem het boek gegeven had, wees hij Pierre de
-aanteekeningen, die hij met potlood op den rand der bladzijden gemaakt
-had en legde hem de veranderingen, die men van den schrijver eischte,
-uit.
-
-"Wees zoo vriendelijk zelf dat exemplaar aan Morin te brengen: zijn
-adres staat op de binnenzijde van den band. Je zult me daardoor een
-langen brief uitsparen en in tien minuten kan je het hem duidelijker
-en beter uitleggen dan ik in tien bladzijden doen kan... Groet hem
-hartelijk van mij en zeg hem, dat ik nog evenveel van hem houd als
-vroeger, toen ik mijn beenen nog had en we beiden als duivels in den
-kogelregen vochten!"
-
-Er volgde een stilte--de pijnlijke stilte vóór het vertrek.
-
-"Nu jongen, vaarwel! Geef me een zoen voor hem en voor jezelf; geef
-me een zoen, zooals de kleine Angiolo mij zooeven een zoen gegeven
-heeft... Ik ben zoo oud en zoo dicht bij den dood, dat je me zeker
-wel toestaan wilt je mijn jongen te noemen en je als een grootvader,
-die je den moed en den vrede en het geloof in het leven, dat alleen
-helpt om te leven, toewenscht, een zoen te geven."
-
-Pierre was zóó ontroerd, dat de tranen hem in de oogen kwamen, en
-toen hij den verpletterden held op beide wangen kuste, voelde hij,
-dat deze ook weende. Met een hand, die nog bijna zoo krachtig was als
-een schroef, hield hij hem nog een oogenblik bij zijn ziekenstoel,
-terwijl hij met de andere in een wijdsch gebaar een laatste maal naar
-Rome wees, dat in zijn rouw onder den aschgrauwen hemel lag. Zijn
-stem begon te beven en te fluisteren.
-
-"En zweer mij, om Godswil, het ondanks alles lief te hebben, want onze
-stad is de wieg, is de moeder! Heb haar lief, om wat zij niet meer
-is, om wat zij wil zijn... Zeg niet, dat zij dood is, heb haar lief,
-heb haar lief, opdat zij eeuwig bestaan blijve!"
-
-Zonder te kunnen antwoorden, omhelsde Pierre hem nogmaals, geheel
-van streek door zooveel hartstocht bij dezen grijsaard, die over zijn
-stad sprak zooals men op dertigjarigen leeftijd over een aangebeden
-vrouw spreekt. En hij vond hem met zijn oude-leeuwe-manen, in zijn
-hardnekkigen wensch naar een spoedige herleving zóó mooi, zóó verheven,
-dat nog eenmaal de andere groote grijsaard, kardinaal Boccanera,
-voor hem oprees. Ook deze volhardde halsstarrig in zijn geloof, gaf
-niets prijs van zijn droom, ook al liep hij gevaar daarmede door den
-instortenden hemel verpletterd te worden. Zij stonden nog steeds aan
-de beide uiteinden van hun stad tegenover elkaar; slechts hunne hooge
-gestalten beheerschten den horizont, wachtten op de toekomst.
-
-Toen Pierre van Prada afscheid genomen had en weer in de Via Venti
-Settembre stond, haastte hij zich terug naar de Via Giulia, om zijn
-koffer te pakken. Al zijn bezoeken waren achter den rug, hij behoefde
-nog slechts afscheid te nemen van donna Serafina en van den kardinaal
-en hen te danken voor hun hartelijke gastvrijheid. Hem alleen zouden
-zij ontvangen, want, zoodra zij van de begrafenis teruggekomen waren,
-hadden zij zich in hun kamers opgesloten en voor iedereen belet
-gegeven. Van af het invallen van de schemering kon Pierre zich dus
-alleen wanen in het groote, donkere paleis, waarin slechts Victorine
-hem nog gezelschap zou houden. Toen hij den wensch te kennen gaf,
-met don Vigilio te soupeeren, zeide zij hem, dat ook de abbé zich in
-zijn kamer opgesloten had; en toen hij zelf aan diens kamer klopte,
-om hem tenminste voor de laatste maal de hand te drukken, kreeg hij
-zelfs geen antwoord. Hij vermoedde, dat de secretaris in een nieuwen
-aanval van koorts en wantrouwen, hem, uit vrees zich nog aan nog
-meer gevaar bloot te stellen, niet ontvangen wilde. Dus was nu alles
-geregeld; zij spraken af, dat Victorine, daar de trein eerst om 10.17
-vertrekken zou, hem zijn avondeten, zooals gewoonlijk om acht uur,
-in zijn kamer brengen zou. Zelf bracht zij een lamp en wilde voor zijn
-linnengoed zorgen. Maar hij wilde volstrekt niet, dat zij hem hielp,
-en zij moest hem rustig zijn koffer laten pakken.
-
-Hij had een klein kistje gekocht, want zijn handkoffertje was niet
-voldoende, om het linnengoed en kleeren te bevatten, die hij, toen zijn
-verblijf in Rome steeds langer duurde, uit Parijs had laten komen. Toch
-duurde het werk niet lang: spoedig waren de kast en de laden ledig,
-het kleine kistje en het handkoffertje vol en gesloten. Het was
-eerst zeven uur, zoodat hij nog een uur voor het avondeten moest
-wachten. Dan vielen zijn blikken, die de muren nog eens rondgingen,
-om te zien of hij niets vergeten had, op de oude schilderij, het
-doek van een onbekenden meester, dat hem gedurende zijn verblijf hier
-zoo dikwijls ontroerd had. Toevallig viel het volle lamplicht erop;
-en ook ditmaal trof het hem diep en dit des te meer, toen hij zich
-in dit laatste uur verbeeldde in deze tragische vrouwefiguur, die
-half naakt, in lompen bijna gekleed, op den drempel van het paleis,
-waaruit men haar weggejaagd had, in haar gevouwen handen zat te weenen,
-het symbool van zijn echec in Rome te zien. Was deze verworpelinge,
-die daar zoo snikte, van wie men niets wist, noch hoe haar gezicht er
-uitzag, noch vanwaar zij kwam, noch wat zij gedaan had, niet het beeld
-van alle nuttelooze pogingen, om de deur der waarheid te forceeren,
-van de vreeselijke hulpeloosheid, waarin de mensch vervalt, zoodra
-hij zich stoot tegen den muur, die het onbekende afsluit. Lang keek
-hij haar aan en opnieuw greep de smart hem aan, dat hij weg moest
-gaan, zonder haar door haar lokken overstroomd gezicht te kennen,
-dat--hij voelde het--schitterend van jeugd en verrukkelijk in haar
-geheimzinnigheid zijn moest. Hij meende haar te kennen, hij stond
-op het punt haar eindelijk geheel te begrijpen, toen er op de deur
-geklopt werd.
-
-Tot zijn verbazing zag hij Narcisse Habert binnenkomen, die drie dagen
-geleden naar Florence vertrokken was, een van die uitstapjes, welke
-de jonge gezantschapsattaché gaarne maakte. Narcisse verontschuldigde
-zich dadelijk voor zijn onverwacht bezoek.
-
-"Daar staat uw bagage, zie ik. Ja, ik weet, dat u vanavond vertrekt,
-en ik wilde u niet uit Rome laten gaan, zonder u nog eenmaal de hand te
-drukken... Wat een verschrikkelijke dingen zijn er gebeurd, sedert we
-elkaar het laatst gesproken hebben. Ik ben vanmiddag pas teruggekomen,
-zoodat ik niet bij de begrafenis kon zijn. Maar u begrijpt, hoe ik
-schrok, toen ik die twee verschrikkelijke sterfgevallen hoorde."
-
-Hij vroeg hem uit, want als een, die het donkere, legendarische
-Rome kende, vermoedde hij het een of ander duister drama. Maar hij
-drong niet al te zeer aan, want in den grond der zaak was hij veel te
-voorzichtig, om zich onnoodig met gevaarlijke geheimen te bezwaren. Hij
-geraakte echter in groote geestdrift over hetgeen de priester vertelde
-omtrent de twee gelieven, die, in den dood zoo bovenmenschelijk mooi,
-in elkaars armen te ruste waren gelegd. Ja, hij maakte er zich boos
-om, dat niemand er een schets van gemaakt had.
-
-"Gij zelf hadt het moeten doen. Dat ge niet kunt teekenen, is geen
-verontschuldiging. U met uw naïveteit had er misschien een meesterwerk
-van gemaakt."
-
-En dan, kalmer wordend:
-
-"Die arme contessina, die arme prins! Maar het komt er niet op aan,
-in dit land kan alles instorten, zij hebben de schoonheid bezeten,
-en de schoonheid blijft onverwoestbaar!"
-
-Pierre werd door dit woord getroffen. Zij spraken nog lang over
-Italië, Rome, Napels en Florence. "O, Florence!" herhaalde Narcisse
-dwepend. Hij had een sigaret aangestoken en sprak op langzamen toon,
-terwijl hij zijn blikken door de kamer liet gaan.
-
-"U hadt hier een mooie, rustige kamer. Ik was nog nooit op deze
-verdieping geweest."
-
-Zijn blikken bleven ronddwalen, tot zij vastgehouden werden door het
-oude doek, dat de lamp verlichtte. Toen knipte hij verbaasd met zijn
-oogen; dan stond hij plotseling op en ging ernaar toe.
-
-"Wat is dat? Wat is dat? Dat is heel goed, dat is heel mooi!"
-
-"Ja, vindt u niet?" vroeg Pierre. "Ik heb van die dingen weinig
-verstand, maar van den eersten dag af aan heeft dit mij getroffen en
-sedert heb ik er menigmaal met kloppend hart voor gestaan."
-
-Narcisse sprak niet meer, doch bekeek het doek van nabij met de
-zorgvuldigheid van een kenner, van een deskundige, wiens scherpe blik
-over de echtheid beslist en de waarde vaststelt. Een buitengewone
-vreugde teekende zich af op zijn blond, dwepend gezicht, terwijl zijn
-handen begonnen te beven.
-
-"Het is een Botticelli, het is een Botticelli, er valt niet aan te
-twijfelen... Kijk die handen eens en die plooien in de kleeding. En
-de tint van het haar, de geheele opzet, de vlucht van de geheele
-compositie... Een Botticelli, lieve God, een Botticelli!"
-
-Hij viel bijna in onmacht en zwijmelde weg in een bewondering,
-die grooter werd, naarmate hij verder in het zoo eenvoudige, maar
-ontroerende onderwerp doordrong. Was het niet heftig modern? De
-kunstenaar had onze geheele smartelijke eeuw, onzen angst voor het
-onzienlijke, onze wanhoop nooit de voor eeuwig gesloten deur van het
-mysterie te kunnen forceeren, voorzien. En welk een eeuwig symbool
-van de ellende der wereld was deze vrouw, wier gelaat men niet zag
-en die wanhopig snikte, zonder dat men haar tranen drogen kon. Een
-onbekende Botticelli, een Botticelli, die in geen enkelen catalogus
-voorkwam, welk een vondst!
-
-"Wist u, dat het een Botticelli was?" vroeg hij aan Pierre.
-
-"Waarachtig niet! Ik heb er don Vigilio eens naar gevraagd, maar hij
-scheen weinig waarde te hechten aan het doek. En Victorine, met wie
-ik er ook over gesproken heb, zeide, dat al die oude prullen niets
-dan stofnesten waren!"
-
-"Wat, ze hebben in dit huis een Botticelli en zij weten het niet?" riep
-Narcisse verbaasd uit. "O, hoe proef ik mijn Romeinsche prinsen daar
-weer uit, die voor het meerendeel niet in staat zijn een meesterwerk
-te herkennen, als er geen etiquet op geplakt is... Een Botticelli, die
-ongetwijfeld een weinig geleden heeft, maar wanneer hij schoongemaakt
-is, een wonder zal blijken. Ik geloof, dat ik te laag schat, als ik
-zeg, dat een museum daarvoor..."
-
-Plotseling zweeg hij; hij noemde het cijfer niet, maar voltooide
-zijn zin met een vaag gebaar. De avond verstreek en toen Victorine en
-Giacomo binnenkwamen, om de tafel te dekken, ging hij met zijn rug naar
-den Botticelli staan en sprak er geen woord meer over. Doch Pierre,
-wiens aandacht wakker geworden was, raadde wat er in hem om moest
-gaan, nu hij hem daar zoo koelbloedig staan en zijn malvekleurige
-oogen staalblauw worden zag. Hij wist heel goed, dat er onder dien
-engelachtigen jongeling, onder dien schijn-Florentijn een handige,
-in zaken zeer ervaren man stak, die zijn vermogen bewonderenswaardig
-bestuurde en, naar men zeide, zelfs eenigszins gierig was. Hij moest
-glimlachen, toen hij zag, hoe Narcisse voor de foei-leelijke Heilige
-Maagd, een slechte copie van een doek uit de achttiende eeuw, dat
-naast het meesterwerk hing, ging staan en zeide:
-
-"Dat is heusch zoo slecht niet! Een vriend van me heeft me opgedragen
-een paar oude schilderijen voor hem te koopen... Zeg Victorine,
-geloof je, dat donna Serafina en de kardinaal, nu zij alleen zijn,
-graag een paar van die waardelooze doeken kwijt zouden zijn?"
-
-De huishoudster hief haar beide armen op, als om te zeggen, dat men,
-wanneer het van haar afhing, alles kon meenemen.
-
-"O, mijnheer, aan een koopman zouden ze niets geven om de praatjes,
-die dan dadelijk zouden loopen; maar ik weet bijna zeker, dat zij
-een vriend dat pleizier graag zouden doen. Het huishouden is duur;
-een beetje geld zou zeer welkom zijn."
-
-Vergeefs trachtte Pierre Narcisse over te halen bij hem te blijven
-soupeeren. De jonge man gaf zijn woord van eer, dat hij ergens anders
-verwacht werd. Hij was zelfs al te laat. En na den priester de hand
-gedrukt en hem hartelijk een goede reis gewenscht te hebben, ging
-hij heen.
-
-Het sloeg acht uur. Zoodra hij alleen was, ging Pierre voor het
-kleine tafeltje zitten. Victorine zond Giacomo, die het vaatwerk en
-de schotels in een mand boven gebracht had, weg en bleef hem bedienen.
-
-"Die lui hier maken met hun langzaamheid mijn bloed aan het koken,"
-zeide zij. "En bovendien vond ik het heerlijk u bij uw laatsten
-maaltijd te bedienen. Zooals u ziet, heb ik een Fransch dinertje voor
-u laten klaar maken, een tong au gratin en een gebraden kip."
-
-Hij werd door deze attentie zeer getroffen en was blijde deze
-landgenoote tot gezelschap te hebben, terwijl hij te midden van
-de groote stilte, die in het oude, donkere en verlaten paleis
-heerschte, at. Het was haar nog goed aan te zien, dat zij treurde om
-haar lieve contessina, hoewel de dagelijksche bezigheden, die haar
-geheel in beslag namen, haar reeds iets van haar gewone opgewektheid
-teruggegeven hadden. Zij praatte dan ook bijna vroolijk, terwijl zij
-de verschillende schotels voor hem neerzette.
-
-"En te denken, mijnheer de abbé, dat u overmorgen al weer in Parijs
-bent. Ik voor mij heb net het gevoel, alsof ik gisteren Auneau pas
-verlaten heb! Het is een heerlijk land daar--vet, geel als goud, niet
-zooals die magere aarde hier, die naar zwavel ruikt! En de frissche,
-mooie wilgen langs de beek! En het boschje, waarin zooveel mos is. Die
-vindt je hier niet, hier hebben zij niets als blikken boomen onder
-hun zon, die het gras schroeit. In den eersten tijd zou ik, ik weet
-niet hoeveel gegeven hebben voor een fiksche regenbui, die al dat
-vuile stof eens weggejaagd had. Nou nog krijg ik een hartklopping,
-wanneer ik denk aan de heerlijke morgens bij ons, wanneer het den
-vorigen dag geregend heeft en het heele land er zoo vriendelijk
-en prettig uitziet, alsof het begon te lachen, na eerst gehuild te
-hebben... Neen, neen, ik zal me in dat verduivelde Rome nooit thuis
-voelen. Wat een menschen! Wat een land!"
-
-"Maar wat houdt je hier nog terug, nu je jonge meesteres er niet meer
-is; waarom ga je niet met mij weg?"
-
-Verbaasd keek zij hem aan.
-
-"Ik met u weggaan, weer terug naar Frankrijk?... Neen, mijnheer de
-abbé, dat is onmogelijk. In de eerste plaats zou dat te ondankbaar
-zijn, want donna Serafina is aan mij gewend, en ik zou heel slecht
-handelen haar en Zijne Eminentie, nu zij verdriet hebben, te
-verlaten. En bovendien, wat zou ik ergens anders moeten doen? Mijn
-leven moet ik verder hier slijten."
-
-"Dus je zal Auneau nooit terugzien?"
-
-"Neen, nooit, dat staat vast."
-
-"Maar vindt je het dan niet naar hier begraven te worden, te slapen
-in deze aarde, die naar zwavel ruikt?"
-
-Zij begon hartelijk te lachen.
-
-"O, wanneer ik dood ben, is het mij onverschillig waar ik ben... Om te
-slapen is het overal goed, mijnheer de abbé! Het is komiek, zooals de
-menschen het zich druk maken met wat er na den dood is. Er is heelemaal
-niets! De gedachte, dat het voor goed uit is en dat ik eens lekker
-zal uitrusten, is juist zoo'n geruststelling voor me. De goede God
-is dat ons, die zoo hard gewerkt hebben, wel verschuldigd. U weet,
-dat ik niet vroom ben, heelemaal niet! Maar dat heeft mij niet belet,
-om me fatsoenlijk te gedragen; zoo waar als u mij ziet, heb ik nooit
-een vrijer gehad! Wanneer je zoo iets op mijn leeftijd zegt, dan klinkt
-dat gek. Maar toch zeg ik het, omdat het de zuivere waarheid is."
-
-Zij bleef lachen als een brave vrouw, die "niets van de pastoors hebben
-moest" en geen zonde op haar geweten had. En weer verwonderde Pierre
-zich over dezen eenvoudigen levensmoed, over dit gezonde verstand
-bij deze zoo toegewijde huishoudster. Zij belichaamde voor hem het
-kleine, ongeloovige volk van Frankrijk, hen, die niet meer geloofden,
-die nooit meer gelooven zouden. O, zijn als zij, zijn plicht doen en
-gaan slapen voor den eeuwigen slaap in de vreugde zijn deel in het
-werk gedaan te hebben!
-
-"Wil ik dan, wanneer ik ooit in Auneau kom, dat kleine boschje met
-mos voor je goeden dag zeggen, Victorine?"
-
-"Graag, mijnheer de abbé. En zeg, dat ik er nog altijd aan denk."
-
-Toen Pierre klaar was, liet zij het overblijvende door Giacomo
-weghalen. Daar het pas half negen was, ried zij den priester aan nog
-rustig een uurtje in zijn kamer te blijven. Waarom zou hij te vroeg op
-het station koude gaan lijden? Om half tien zou zij een rijtuig laten
-komen, en zoodra het voor was, hem waarschuwen en de bagage beneden
-laten halen. Hij kon dus gerust zijn; hij behoefde zich nergens mede
-te bemoeien.
-
-Toen zij weggegaan en Pierre alleen was, kreeg hij inderdaad een gevoel
-van leegte. Zijn bagage, zijn kist en zijn handkoffertje, stond op
-den grond in een hoek van de kamer. En hoe stom, hoe uitgestorven,
-hoe vreemd kwam die kamer hem reeds voor! Hem bleef niets over dan weg
-te gaan; hij was reeds weg: Rome om hem heen was niets meer dan een
-beeld--het beeld, dat hij in zijn herinnering zou medenemen. Een uur
-nog. Hoe eindeloos lang scheen het hem toe! Onder hem sliep het oude,
-donkere en verlaten paleis in de vernietiging van zijn stilte. Hij
-was gaan zitten en verzonk in een diep gepeins.
-
-Zijn boek, Het Nieuwe Rome, rees voor hem op, zooals hij het geschreven
-had, zooals hij het was komen verdedigen. Hij herinnerde zich zijn
-eersten ochtend op den Janiculus, op den rand van het terras van San
-Pietro in Montorio, tegenover het Rome, waarnaar hij zoo verlangd
-had, dat zoo jong, zoo kinderlijk-zacht onder den wijden helderen
-hemel lag, als opgeheven in den frisschen ochtend. Daar had hij zich
-de beslissende vraag gesteld: kan het Katholicisme zich vernieuwen,
-terugkeeren tot den geest van het oorspronkelijke Christendom, de
-godsdienst der democratie zijn, het geloof, waarop de moderne, op
-haar grondvesten bevende, in doodsgevaar verkeerende wereld wachtte,
-om rustig verder te kunnen leven? Zijn hart klopte van geestdrift
-en hoop; nauwlijks hersteld van zijn nederlaag in Lourdes, was hij
-hier gekomen, om een tweede en laatste proef te nemen, om aan Rome een
-antwoord te vragen. En nu was de proef mislukt: hij kende het antwoord,
-dat Rome hem door zijn ruïnen, zijn monumenten, zijn bodem, zijn volk,
-zijn prelaten, zijn kardinalen, zijn paus gegeven had. Neen, het
-Katholicisme kon zich niet vernieuwen; neen, het kon niet terugkeeren
-tot den geest van het oorspronkelijke Christendom; neen, het kon niet
-de godsdienst der democratie zijn, het nieuwe geloof, dat de oude,
-ineenvallende, in doodsgevaar verkeerende maatschappij redden zou. Al
-scheen het ook van democratische afkomst te zijn, het was voortaan
-aan dezen Romeinschen bodem vastgenageld, koning ondanks zichzelf,
-genoodzaakt krampachtig vast te houden aan de wereldlijke macht,
-als het geen zelfmoord plegen wilde, gebonden door de traditie,
-geketend door het dogma, ontwikkelde zich slechts schijnbaar en was
-in werkelijkheid gedoemd tot zulk een onbeweeglijkheid, dat, achter de
-bronzen deur van het Vaticaan, het pausdom in zijn ononderbroken droom
-van de wereldheerschappij de gevangene, het spook van achttien eeuwen
-atavisme was. Daar, waar zijn door de liefde voor armen en lijdenden
-verwarmd priestergeloof een herleving van de Christelijke gemeenschap
-was komen zoeken, daar had hij den dood gevonden, het stof van een
-uitgeputte wereld, waaruit nooit meer iets anders zou kunnen opgroeien
-dan dit despotische pausdom, dat meester zijn wilde der lichamen,
-zooals het reeds meester was der zielen. Op zijn wanhoopskreet, die om
-een nieuwen godsdienst vroeg, had Rome geantwoord met de veroordeeling
-van zijn boek, als was het met ketterij bevlekt; en hij zelf had het
-in de bittere smart over zijn desillusie teruggenomen. Hij had gezien,
-hij had begrepen, alles was ingestort, en hij zelf, zijn ziel en zijn
-rede, lag onder de puinhoopen.
-
-Pierre kreeg het benauwd. Hij stond op en zette het op den Tiber
-uitziende raam wijd open, om er een oogenblikje uit te leunen. Tegen
-den avond was het weer gaan regenen, maar nu was het weer droog. Het
-was zacht, klam, drukkend-loom. Aan den aschgrauwen hemel moest de
-maan reeds opgegaan zijn, want men voelde haar als het ware achter
-de wolken, die zij met een geel, dof, eindeloos triest schijnsel
-verlichtte. Onder dit schijnsel als van een donker nachtlichtje leek
-de horizont zwart en spookachtig: tegenover hem lag de Janiculus met
-de op elkaar gestapelde huizen van Trastevere; links stroomde in de
-richting van de onduidelijke helling van den Palatinus de Tiber;
-rechts teekende de alles overheerschende ronding van den dom der
-St. Pieter zich tegen den kleurloozen achtergrond af. Het Quirinaal
-kon hij niet zien, maar hij wist, dat het achter hem lag en stelde
-zich voor, hoe het in dezen zoo zwaarmoedigen en droomachtigen avond
-met zijn eindeloozen gevel een hoek van den hemel afsloot.
-
-Hoe ten einde loopend zag dit door het duister half verteerde Rome
-eruit! Hoe verschilde het van het Rome der jeugd en der chimère,
-zooals hij het den eersten dag gezien en hartstochtelijk lief gehad
-had van af den top van den Janiculus, welks in donkerte badende massa
-hij thans nauwlijks onderscheiden kon. Een andere herinnering kwam in
-hem op: de herinnering aan de drie hoogste punten, de drie symbolische
-toppen, welke van af dien dag, voor hem de samenvatting geworden waren
-van Rome's eeuwenoude geschiedenis: het oude, het pauselijke en het
-Italiaansche Rome. Maar al mocht ook de Palatinus dezelfde ontkroonde
-berg gebleven zijn, waarop zich niets verhief dan het spook van den
-voorvader, van Augustus, keizer en pontifex en wereldbeheerscher,
-met geheel andere oogen zag hij St. Pieter en het Quirinaal, die
-als het ware van plaats verwisseld waren. Aan het koningspaleis,
-dat hij toen als een quantité négligeable beschouwde en dat hem een
-platte en lage kazerne toescheen, aan den nieuwen regeeringsvorm,
-die toen op hem den indruk maakte van een heiligschennende poging tot
-moderniseering van een uitverkoren stad, kende hij thans, zooals hij
-tegen Orlando gezegd had, de voornaamste, steeds grooter wordende
-plaats toe aan den horizont, dien zij weldra in zijn geheel zouden
-innemen; de St. Pieter daarentegen, de dom, die hem triomphantelijk,
-hemelsblauw, als een de stad beheerschende, door niets aan het wankelen
-te brengen reuzenkoning toegeschenen was, kwam hem nu gescheurd en
-kleiner voor, als een van die reusachtige oudheden, welker massa's
-dikwijls tengevolge van het heimelijke slijten, het niet opgemerkte
-afbrokkelen der getimmerten plotseling instorten.
-
-Een dof gemurmel rees op uit den gezwollen Tiber en Pierre rilde bij
-den ijskouden ademtocht, die over zijn gezicht streek. Deze gedachte
-aan de drie toppen, aan den symbolischen driehoek, wekte in hem de
-herinnering aan het lange lijden van den grooten Zwijgende, van het
-volk der kleinen en der armen, om wier bezit de paus en de koning zoo
-lang gestreden hadden. Die strijd duurde reeds lang; van af den dag,
-dat bij de verdeeling van Augustus' erfenis de keizer zich tevreden
-had moeten stellen met de lichamen, en de zielen aan den paus had
-moeten overlaten, die, van dat oogenblik af, geen andere begeerte
-gekend had dan deze wereldlijke macht te heroveren, waarvan men God in
-zijn persoon beroofde. De strijd had de middeleeuwen door grimmig en
-bloedig voortgeduurd, zonder dat Kerk en Rijk het eens hadden kunnen
-worden over den buit, die zij elkaar in lappen ontrukten. Eindelijk
-wilde de groote Zwijgende, de kwellingen en de ellende moede, spreken,
-schudde in den tijd der Hervorming het juk af en begon later in
-zijn woedende uitbarsting van 1789, de koningen van hun troon te
-stooten. En daarvan was, zooals Pierre in zijn boek geschreven had,
-het buitengewone lot van het pausdom uitgegaan, een nieuw geluk,
-dat den paus veroorloofde zijn eeuwenouden droom voort te zetten. De
-paus liet de van hun troon gestooten monarchen aan hun lot over en
-koos de zijde der ongelukkigen in de hoop het volk op die wijze te
-veroveren en dan voor goed in zijn bezit te hebben. Was het niet
-iets wonderbaarlijks dezen van zijn koningschap beroofden Leo XIII,
-die zich socialist noemen liet, die de kudde der onterfden om zich
-heen verzamelde, aan het hoofd van den vierden stand, aan wien de
-komende eeuw zou toebehooren, tegen de koningen te zien optrekken?
-
-De eeuwige strijd om het bezit van dit volk duurde even verbitterd
-voort, en wel in Rome zelf, in de kleinst denkbare ruimte, want het
-Quirinaal lag tegenover het Vaticaan, en de koning en de paus konden
-van uit hun vensters elkaar zien, streden steeds aan wien het rijk
-zou toebehooren; voor hun blikken lagen de roode daken der oude stad,
-het geringe volk, waarom zij nog altijd twistten, zooals de valk en
-de sperwer elkaar de kleine vogels uit het bosch betwisten. En hierin
-lag, volgens Pierre, de oorzaak, dat het Katholicisme veroordeeld,
-tot een onvermijdelijken ondergang gedoemd was, omdat zijn wezen
-monarchistisch was, en wel in dien mate, dat het Apostolische en
-Roomsche pausdom geen afstand van de wereldlijke macht doen kon,
-wanneer het niet anders zijn en verdwijnen wilde. Vergeefs huichelde
-het een terugkeer tot het volk, vergeefs deed het, alsof het geheel
-ziel was--te midden van onze democratieën was geen plaats voor de
-volkomen en universeele souvereiniteit, die het van God gekregen
-had. Steeds weer zag hij den imperator in den pontifex te voorschijn
-komen, en dat in de allereerste plaats had zijn droom gedood, zijn
-boek vernietigd, de puinhoopen opgestapeld, waarvoor hij wanhopig,
-krachte- en moedeloos was blijven staan.
-
-Dit onder den aschgrauwen hemel liggende Rome, welks gebouwen hoe
-langer hoe meer verdwenen, benauwde hem zoo, dat hij weer op zijn stoel
-neerviel. Nooit nog had hij zoo'n diepe troosteloosheid gevoeld; het
-was alsof zijn ziel stierf. Hij herinnerde zich welke beteekenis hij
-aan deze reis naar Rome, aan deze nieuwe proef na zijn noodlottige
-ondervindingen te Lourdes gehecht had. Hij was er niet het naïeve
-geloof van het kleine kind komen vragen, maar het hoogere geloof van
-den intellectueel, dat zich verheft boven riten en symbolen en werkt
-voor het hoogst mogelijke geluk der menschheid. Wanneer dat instortte,
-wanneer het Katholicisme niet de godsdienst, niet de zedelijke wet
-van het nieuwe volk zijn kon, wanneer de paus in Rome, met Rome niet
-de Vader, de ark des Verbonds, de geestelijke leider was, naar wien
-alles luisterde en aan wien alles gehoorzaamde, dan beteekende dat
-in zijn oogen de schipbreuk van de laatste hoop, het laatste kraken,
-waarin de tegenwoordige maatschappij onderging. Al de steigers van het
-Katholieke socialisme, die hem voor de versterkingen der oude Kerk
-zoo gelukkig en voordeelig toeschenen, zag hij nu ter aarde liggen,
-beschouwde hij thans streng als een eenvoudig overgangsmiddel, dat
-misschien nog eenige jaren het wankelende gebouw zou kunnen stutten;
-maar dat alles was slechts op een opzettelijk misverstand, op een
-handige leugen, op politiek en diplomatie gebouwd. Neen, neen, zijn
-rede kwam er tegen in verzet, dat het volk weer gewonnen en bedrogen,
-gevleid en dan weer geknecht zou worden! Het geheele stelsel was
-ontaard, gevaarlijk, tijdelijk, bestemd om tot de ergste catastrophes
-te leiden. Het was dus het einde: niets bleef overeind staan, de
-oude wereld moest verdwijnen in de vreeselijke, bloedige crisis,
-welker nadering de teekenen verkondigden. Bij het zien van dezen
-chaos voelde hij zijn ziel niet meer, want in deze, naar hij wist,
-beslissende proef had hij zijn geloof verloren; van te voren was hij
-overtuigd geweest, dat hij er versterkt of voor eeuwig verpletterd
-uit te voorschijn komen zou. De bliksem was ingeslagen. Groote God,
-wat moest hij nu doen?
-
-Zijn angst snoerde zijn keel zoo toe, dat hij opstond en in de kamer op
-en neer begon te loopen, om wat kalmte te vinden. Groote God, wat moest
-hij beginnen, nu hij weer ten prooi was aan den vreeselijken twijfel,
-aan de smartelijke negatie, nu zijn soutane nog nooit zoo zwaar op zijn
-schouders gedrukt had als thans. Hij herinnerde zich den kreet, toen
-hij weigerde zich te onderwerpen en aan monsignor Nani zeide, dat zijn
-ziel niet berusten, dat zijn hoop op redding door liefde niet sterven
-kon, dat hij antwoorden zou met een nieuw boek, dat hij aangeven
-zou in welken nieuwen grond de nieuwe godsdienst groeien moest. Ja,
-een vlammend boek tegen Rome, waarin hij alles zou neerschrijven,
-wat hij gezien en gehoord had, een boek, waarin hij het ware Rome
-schilderen zou, het Rome zonder barmhartigheid, zonder liefde, het
-Rome, dat bezig was in zijn purper te sterven! Hij wilde naar Parijs
-terug, uit de Kerk treden, desnoods tot een schisma overgaan.
-
-Welnu, zijn bagage stond daar, hij ging weg, hij zou zijn boek
-schrijven, zou de groote verwachte schismaticus zijn. O, kondigde niet
-alles het schisma aan? Scheen het te midden van de groote beweging
-der geesten, die de oude dogma's moede waren, maar toch hongerden
-naar het goddelijke, niet nabij? Leo XIII besefte dat onbewust, want
-zijn geheele politiek, zijn streven naar de Christelijke eenheid,
-zijn liefde voor de democratie had geen ander doel dan de menschheid
-om het pausdom te scharen, dat te versterken en krachtig te maken,
-ten einde den paus in den komenden strijd onoverwinlijk te doen
-zijn. Maar de tijden waren gekomen, het Katholicisme zou weldra aan
-het einde van zijn politieke concessies zijn, niet meer in staat
-nog verder toe te geven, zonder erdoor te sterven. Het was als een
-oud hiëratisch beeld te Rome tot onbeweeglijkheid gedoemd, terwijl
-het zich elders, in de propagandalanden, waar het in strijd was met
-andere godsdiensten, ontwikkelen kon. Daarom was Rome tot ondergang
-gedoemd, te meer daar de afschaffing van de wereldlijke macht, die den
-geest aan het denkbeeld van een zuiver geestelijken paus gewend had,
-het opstaan van een tegenpaus, terwijl de opvolger van den Heiligen
-Petrus genoodzaakt zijn zou in zijn keizerlijke en Roomsche fictie
-te volharden, scheen te begunstigen. Een bisschop, een priester zou
-opstaan. Waar? Misschien daarginds in het vrije Amerika, onder de
-priesters, waaruit de noodzakelijkheid van den strijd om het bestaan
-overtuigde socialisten, vurige democraten gemaakt had, bereid met
-de komende eeuw voorwaarts te schrijden. En terwijl Rome niets van
-zijn verleden, van de mysteries en de dogma's zou kunnen loslaten,
-zou deze priester van die dingen alles wat uit zichzelf in stof viel,
-kunnen prijsgeven. Die priester, die groote hervormer, die redder
-der moderne maatschappijen--welk een ontzaglijke droom! Het was de
-rol van den verwachten, door de wanhopige volkeren geëischten Messias!
-
-Een oogenblik werd Pierre erdoor bedwelmd; een storm van hoop en triomf
-hief hem op en droeg hem voort. En wanneer het niet in Frankrijk, niet
-in Parijs zijn kon, dan zou het verder zijn, aan de andere zijde van
-den Oceaan, of nog verder, het kwam er niet op aan waar ter wereld,
-als het maar een land was, vruchtbaar genoeg, dat het nieuwe zaad
-in een overvloedigen oogst opwies. Een nieuwe godsdienst! Een nieuwe
-godsdienst! Zoo had hij reeds na Lourdes uitgeroepen. Een godsdienst,
-die niet vóór alles een zucht naar den dood was! Een godsdienst,
-die eindelijk het Koninkrijk Gods, waarvan het Evangelie spreekt,
-verwezenlijkt, die den rijkdom gelijkelijk verdeelt, die, met de wet
-van den arbeid, waarheid en gerechtigheid heerschen doet.
-
-En in de koorts van dezen nieuwen droom zag Pierre reeds de bladzijden
-van zijn nieuw boek, waarin hij door de verkondiging der wet van het
-verjongde en bevrijdende Christendom het oude Rome geheel vernietigen
-zou, voor zich opvlammen, toen zijn blik viel op een voorwerp,
-dat op een stoel was blijven liggen. Eerst vond hij het vreemd
-het daar zoo te zien. Het was ook een boek, het deel van Théophile
-Morin, dat de oude Orlando hem opgedragen had aan den schrijver te
-overhandigen; hij werd eenigszins boos op zichzelf, toen hij het
-herkende, want hij had het, zoo zeide hij tot zichzelf, zeer goed
-daar kunnen vergeten. Voor hij zijn handkoffertje weer openmaakte,
-om het erin te leggen, hield hij het een oogenblik in zijn hand
-en bladerde het door; plotseling was hij van gedachte veranderd,
-alsof er eensklaps een buitengewone gebeurtenis, een van die feiten
-voorgevallen was, welke een wereld in oproer brengen. Toch was het
-een zeer eenvoudig werkje, het handboek voor het baccalaureaat,
-dat nauwlijks de beginselen van de wetenschappen bevatte; maar alle
-wetenschappen waren erin vertegenwoordigd, zoodat het vrij nauwkeurig
-den tegenwoordigen stand der menschelijke kennis resumeerde. In één
-woord, het was de wetenschap, die plotseling met de onweerstaanbare
-energie van een almachtige, souvereine kracht in Pierre's gepeins
-binnendrong. Niet alleen het Katholicisme werd als het stof van
-puinhoopen weggeveegd, maar ook alle godsdienstige begrippen, alle
-hypothesen voor het goddelijke wankelden, stortten in.
-
-Dit eenvoudige uittreksel, dit oneindig kleine schoolboekje, de
-begeerte tot weten, dit zich dagelijks uitbreidende, het geheele volk
-omvattende onderwijs was voldoende om de mysteries belachelijk te doen
-worden, om de dogma's ineen te doen storten, om te maken, dat niets
-van het oude geloof overeind staan bleef. Een volk, dat gevoed is
-met wetenschap, dat niet meer gelooft aan mysteries en dogma's, niet
-meer gelooft aan het compensatiestelsel van straffen en belooningen,
-is een volk, welks geloof voor eeuwig dood is; en zonder geloof
-kan het Katholicisme niet bestaan. Dat is de snede van het hakmes,
-het mes, dat valt en doorsnijdt. Al moge er een of twee eeuwen voor
-noodig zijn, de wetenschap zal ze nemen. Zij alleen is eeuwig. Het
-is een absurditeit, om te zeggen, dat de rede niet in strijd is met
-het geloof en dat de wetenschap de dienaresse van God is. Waar is,
-dat de Heilige Schrift van af dit oogenblik ten gronde gericht is,
-en dat men haar, om de brokstukken ervan te redden, heeft moeten
-aanpassen aan de nieuw-verkregen zekerheden, door zijn toevlucht te
-nemen tot symbolen. En welk een vreemde houding neemt de Kerk aan,
-als zij ieder, die een met de Heilige Boeken in strijd zijnde waarheid
-ontdekt, verbiedt zich op een besliste wijze uit te spreken, in de
-verwachting, dat deze waarheid eenmaal een dwaling zal blijken te zijn!
-
-De paus alleen is onfeilbaar, de wetenschap feilbaar; men buit haar
-voortdurend tasten en zoeken tegen haar uit, men ligt op de loer,
-om haar ontdekkingen van heden in tegenspraak te brengen met die van
-gisteren. Wat bekommert een Katholiek zich om haar heiligschennende
-beweringen, om de zekerheden, waarmede zij het geloof aantast, daar
-het voor hem immers vaststaat, dat aan het einde der tijden wetenschap
-en geloof zich vereenigen zullen, en wel zoo, dat de eerste in den
-letterlijken zin des woords de slavin van het tweede geworden is? Was
-deze vrijwillige verblinding, deze zelfs het zonlicht loochenende
-houding niet iets wonderlijks? En het oneindig kleine werkje, het
-handboekje der waarheid zette zijn werk voort, door ondanks alles
-de dwaling te vernietigen en de toekomstige aarde op te bouwen,
-zooals de oneindig kleine deeltjes, de levenskrachten langzamerhand
-de continenten gebouwd hebben.
-
-In het heldere licht, dat hem nu omgaf, voelde Pierre eindelijk vasten
-grond onder zijn voeten. Is de wetenschap ooit teruggedeinsd? Neen,
-het Katholicisme is onophoudelijk voor haar teruggeweken en zal
-genoodzaakt zijn altijd terug te wijken. Nooit staat zij stil, zij
-verovert stap voor stap de waarheid op de dwaling, en wanneer men
-zegt, dat zij bankroet slaat, omdat zij de wereld niet onmiddellijk
-verklaren kan, dan is dat onredelijk. Wanneer zij aan het mysterie
-een steeds kleiner wordend gebied laat en ongetwijfeld ook altijd
-laten zal, wanneer een hypothese altijd zal kunnen trachten van dat
-mysterie een verklaring te geven, dan is het daarom niet minder waar,
-dat zij ieder uur meer de oude hypothesen, de hypothesen, die door de
-veroverde waarheden ineenstorten, vernietigt en vernietigen zal. En
-het Katholicisme bevindt zich in dien toestand, zal dat morgen nog meer
-zijn dan heden. Evenals alle andere godsdiensten, is het in den grond
-der zaak niet meer dan een wereldverklaring, den hoogere sociale en
-politieke codex, die bestemd is den vrede en het grootst mogelijke
-geluk op aarde te doen heerschen. Deze codex, die de gezamenlijke
-dingen omvat, wordt daardoor menschelijk, sterfelijk, zooals alles wat
-menschelijk is. Men kan het niet afzonderlijk plaatsen door te zeggen,
-dat het aan de eene zijde door zichzelf bestaat, terwijl de wetenschap
-aan de andere existeert. De wetenschap is volkomen en zij heeft dat
-aan het Katholicisme zeer goed te verstaan gegeven en zal het te
-verstaan blijven geven door het te noodzaken de voortdurende bressen,
-die zij erin slaat, te herstellen. Het is belachelijk, wanneer men ziet
-hoe menschen de wetenschap een ondergeschikte rol willen aanwijzen,
-haar verbieden dit of dat terrein te betreden, haar voorspellen,
-dat zij niet verder komen zal, beweren, dat zij, nu reeds moede, aan
-het einde dezer eeuw afstand doen zal. O, gij kleine menschen, gij
-beperkte of slecht gebouwde hersenen, gij politici van uitvluchten,
-gij dogmatici in uw laatste stuiptrekkingen, gij, die maar steeds uw
-oude droomen verder droomen wilt, de wetenschap zal ze wegvagen en
-met zich voeren als droge bladeren!
-
-Pierre bleef in het eenvoudige boekje bladeren en luisterde naar wat
-het hem vertelde van de souvereine wetenschap. Zij kan geen bankroet
-slaan, omdat zij het absolute niet belooft en slechts de geleidelijke
-verovering der waarheid is. Nooit heeft zij zich aangematigd in eens
-de geheele waarheid te geven, daar dat systeem juist het systeem is van
-de metaphysica, de openbaring en het geloof. De taak der wetenschap is
-echter slechts om, hoe verder zij voortschrijdt en licht verspreidt,
-de dwaling te vernietigen. En wel verre van bankroet te slaan blijft
-zij in haar voortschrijden, dat door niets tegengehouden kan worden
-voor evenwichtige en gezonde hersenen de eenig mogelijke waarheid. Zij,
-die door haar niet bevredigd worden, die een behoefte tot onmiddellijk
-en volkomen weten in zich voelen, kunnen nog altijd hun toevlucht
-nemen tot de een of andere godsdienstige hypothese, onder voorwaarde
-evenwel, dat zij, wanneer zij schijnbaar gelijk willen hebben, hun
-hersenschimmen slechts op overwonnen zekerheden bouwen. Alles wat
-gebouwd wordt op een bewezen dwaling, stort ineen.
-
-Wanneer het religieuse gevoel bij den mensch voortleven blijft, wanneer
-de behoefte aan een godsdienst eeuwig blijft, dan volgt daar niet uit,
-dat het Katholicisme eeuwig is, want het is per slot van rekening niets
-dan een godsdienstvorm, die niet altijd bestaan heeft, waaraan andere
-godsdienstvormen vooraf gegaan zijn en die nog door andere gevolgd
-zullen worden. De godsdiensten kunnen verdwijnen, het godsdienstige
-gevoel zal er, zelfs met behulp van de wetenschap, nieuwe scheppen.
-
-Pierre dacht aan dat zoogenaamde echec, dat de wetenschap geleden
-zou hebben tegenover de tegenwoordige herleving van het mysticisme,
-waarvan hij de oorzaken in zijn boek aangewezen had: in de eerste
-plaats het verval van de vrijheidsidee onder het volk, dat men bij de
-laatste deeling bedrogen heeft, in de tweede plaats het onbehaaglijke
-gevoel der elite, die wanhopig is over de leegte, waarin haar bevrijde
-rede, haar zich uitgebreid hebbend intellect haar achterlaten. Het
-is de angst voor het onbekende, die herleeft, maar het is ook na
-zooveel werk, een natuurlijke en tijdelijke reactie in het eerste
-oogenblik, waarin de wetenschap noch onze dorst naar gerechtigheid,
-noch ons verlangen naar waarheid, noch de eeuwenoude voorstelling,
-die wij ons in een voortleven en in een eeuwig genieten van het geluk
-maken, bevredigt. Om het Katholicisme weer te kunnen doen herleven,
-moet de sociale bodem veranderd worden, deze echter kan zich niet meer
-veranderen; hij bezit niet meer het noodige sap tot hernieuwing van
-een bouwvallige formule, die door de scholen en laboratoria dagelijks
-meer vernietigd wordt. De bodem heeft zich veranderd, een andere eik
-zal er op groeien. Laat de wetenschap dus haar godsdienst hebben,
-wanneer er een uit haar moet opschieten, want deze godsdienst zal
-weldra de eenige mogelijke zijn voor de democratie van morgen, voor
-de zich steeds meer ontwikkelende volkeren, bij wie het Katholieke
-geloof reeds nu niet meer dan asch is.
-
-En plotseling kwam Pierre tot een conclusie, toen hij aan de
-onnoozelheid der Indexcongregatie dacht. Zij had zijn boek
-veroordeeld en zou zeker ook zijn nieuwe boek, waarvan hij het
-plan reeds in groote trekken ontworpen had, veroordeelen, als hij
-het ooit schreef. Een mooie taak voorwaar om arme boeken van een
-geestdriftigen dweper te veroordeelen. En dit kleine schoolboekje,
-dat hij hier in zijn hand had, den eenigen altijd gevaarlijken en
-triompheerenden vijand, die zeker de Kerk omverwerpen zou, waren
-zij zoo dwaas geweest niet op den Index te plaatsen! Al zag het er
-in zijn armzalig schoolboekjes-uiterlijk nog zoo bescheiden uit,
-het gevaar begon bij het alphabet, dat de kleine kinderen spelden,
-het werd steeds grooter naarmate het leerplan zich uitbreidde, het
-kwam tot uitbarsting met die resumé's der natuurkundige wetenschappen,
-met de resultaten der physica en chemie, die de schepping van den God
-der Heilige Schrift al zeer twijfelachtig gemaakt hebben. Maar het
-ergste was, dat de reeds ontwapende Index deze bescheiden boekjes,
-deze vreeselijke soldaten der waarheid, deze vernietigers van het
-geloof, niet durfde onderdrukken. Welke waarde had dus al het geld,
-dat Leo XIII van den verborgen schat van den Pieterspenning nam, om
-het te geven aan de Katholieke scholen in de hoop daar de geloovige
-generatie van morgen, die het pausdom noodig had, om te overwinnen,
-te vormen? Welke waarde bezaten die kostbare giften, als zij slechts
-dienden, om die oneindig kleine boekjes, die men nooit genoeg zou
-kunnen zuiveren, die altijd te veel wetenschap zouden bevatten,
-welke eenmaal het Vaticaan en de St. Pieter in de lucht zouden doen
-vliegen, te koopen? O, wat een jammerlijke hoon was die idiote,
-niets beteekenende Index?
-
-Toen Pierre het boek van Théophile Morin in zijn handkoffertje
-geborgen had, ging hij weer voor het raam staan en had daar een vreemd
-visioen. In den zoo zachten en triesten nacht hadden zich onder den
-bewolkten, door de roestkleurige maan geelgekleurden hemel zwevende
-nevels verheven, die de daken gedeeltelijk achter hun slepende,
-op lijkwaden gelijkende flarden bedekten. Geheele gebouwen waren
-van den horizont verdwenen. En hij stelde zich voor, dat de tijden
-in vervulling waren gegaan, dat de waarheid den dom der St. Pieter
-in de lucht had doen vliegen. Na honderd of duizend jaren zou hij
-daar ongetwijfeld ingestort met den grond gelijk liggen. Reeds had
-hij op den opwindenden dag, dat hij er een uur in doorgebracht had,
-gevoeld, dat hij onder hem wankelde en scheurde: met wanhoop in zijn
-hart had hij toen uit de hoogte naar het in zijn heerschersdroom
-volhardende, pauselijke Rome gekeken, en toen voorzien, dat deze
-tempel van den Katholieken God zou instorten, zooals de tempel
-van Juppiter Capitolinus ingestort was. En nu was het uit: de dom
-had den bodem met zijn puin bezaaid en niets was er meer van over
-dan een stuk van de apsis met vijf zuilen van het middenschip,
-die ieder nog een gedeelte van de bovenste muurlijst droegen. Met
-name echter stonden nog de vier zuilen van het kruis, die den dom
-gedragen hadden, de cyclopische zuilen, die zich eenzaam en trotsch
-tusschen het puin eromheen verhieven. Dichte nevels zweefden aan;
-nog duizend jaren zouden verloopen en dan was er niets meer over. Nu
-waren ook de apsis, de laatste zuilen, ook de kruiszuilen met den
-grond gelijk gemaakt. De wind had hun stof weggevoerd, men zou den
-bodem hebben moeten uitgraven, om tusschen distels en doornen enkele
-brokstukken van gebroken beelden, van marmeren platen met opschriften
-te vinden, over de beteekenis waarvan de geleerden het niet eens konden
-worden. Evenals vroeger op den Capitolinus tusschen het begraven puin
-van den tempel van Juppiter, klauterden geiten in de eenzaamheid,
-in de diepe, slechts door het zoemen der vliegen gestoorde stilte
-van drukkende zomermiddagen en voedden zich met struiken.
-
-Toen eerst voelde Pierre hoe alles in hem ingestort was. Het was
-geheel uit, de wetenschap was overwinnares, er bleef niets van de
-oude wereld over. Waartoe diende het eigenlijk nog de schismaticus,
-de verwachte hervormer te zijn? Stond het eigenlijk niet gelijk met
-het opbouwen van een nieuwen droom? Slechts de eeuwige strijd der
-wetenschap tegen het onbekende, haar onderzoek, dat in de menschen
-de dorst naar het goddelijke steeds minder maakte, scheen hem nu van
-belang toe en maakte hem nieuwsgierig of zij eens zoo triompheeren zou,
-of zij eenmaal de menschheid door de bevrediging van al haar behoeften,
-voldoening schenken zou. In het bankroet van zijn apostelgeestdrift
-werd hij tegenover de ruïnen, die zijn geheele wezen, zijn dood geloof,
-zijn doode hoop, om het oude Katholicisme voor de sociale en moreele
-redding te gebruiken, bedekten, nog slechts staande gehouden door zijn
-rede. Een oogenblik had zij gewankeld. Dat hij zijn boek gedroomd, dat
-hij deze tweede en verschrikkelijke crisis doorgemaakt had, was een
-gevolg hiervan, dat zijn gevoel opnieuw de overwinning op zijn rede
-behaald had. Bij het zien van het lijden der ongelukkigen, in zijn
-onweerstaanbare begeerte om die te verlichten, ten einde daardoor de
-naderende bloedbaden te voorkomen, was zijn moeder in hem beginnen
-te weenen, en zijn behoefte aan naastenliefde had de bezwaren van
-zijn verstand het zwijgen opgelegd. Thans echter hoorde hij de stem
-van zijn vader, de hooge rede, de grimmige rede--de rede, die een
-oogenblik verduisterd kon worden, maar majestueus terugkeerde. Evenals
-na Lourdes, protesteerde hij tegen de verheerlijking van het absurde
-en het verval van het gezonde menschenverstand. Hij was de rede. Zij
-alleen deed hem rechtop en krachtig voortschrijden te midden van de
-puinhoopen van het oude geloof, zelfs te midden van de duisterheden en
-misgeboorten der wetenschap. O, de rede, hij leed slechts door haar,
-hij kon slechts vrede vinden door haar, hij zwoer haar, zijn eenige
-meesteres, steeds meer te bevredigen, ook al zou hij zijn geluk daarom
-op het spel zetten.
-
-Wat zou hij doen? Het zou vergeefsche moeite zijn, als hij trachtte
-dit thans te weten te komen. Alles was nog zwevende; hij had de
-geheele wereld voor zich. Zij was nog versperd door de ruïnes van
-het verleden, die echter misschien morgen reeds uit den weg zouden
-zijn geruimd. Daar, in de treurige voorstad, zou hij den goeden abbé
-Rose terugvinden, die hem den vorigen dag nog geschreven had toch
-heel gauw terug te komen, om zijn armen te redden, lief te hebben en
-te verzorgen, daar dit uit de verte zoo schitterende Rome doof was
-voor barmhartigheid. En om den vreedzamen priester zou hij ook den
-voortdurend wassenden vloed der ongelukkigen terugvinden--de uit
-het nest gevallen, van honger bleeke, van koude bevende kleinen,
-die hij opraapte--de in ontzettenden nood verkeerende huishoudens,
-waar de vader drinkt, de moeder zich prostitueert, de zoons en
-dochters tot ontucht en misdaad vervallen--geheele huizen, waardoor
-de honger blies--de afzichtelijkste vuilheid, het schandelijkste
-samenhokken--geen meubelen, geen linnengoed--een dierlijk leven,
-dat bevrediging zoekt, waar het die vinden kan. Dan zouden weer de
-wintervorsten komen, de rampen van het sluiten der werkplaatsen,
-de tering, die als een rukwind de zwakken wegrukte, terwijl de
-sterken wraakgierig hun vuisten balden. Dan zou hij misschien op een
-avond een kamer binnentreden, waarin een moeder zich met haar vijf
-kleinen, haar jongst-geborene nog aan haar leege borst, de anderen
-verspreid over den kalen vloer, gedood zou hebben. Neen, neen, deze
-zwarte, tot zelfmoord leidende ellende te midden van het groote,
-met rijkdommen opgepropte, van genot dronken Parijs, dat voor zijn
-pleizier millioenen op straat wierp, was niet meer mogelijk. Het
-sociale gebouw was in zijn grondvesten verrot, alles stortte neer in
-modder en bloed. Nooit had hij zoozeer de belachelijke nutteloosheid
-van de barmhartigheid gevoeld. En plotseling werd hij zich bewust,
-dat het verwachte woord, het woord, dat eindelijk uit den mond van den
-grooten, eeuwenouden Zwijgende, van het verpletterde en geknevelde
-volk, opsteeg, het woord "Gerechtigheid" was. Ja, gerechtigheid,
-geen barmhartigheid. De barmhartigheid had slechts de ellende tot in
-het oneindige doen voortduren, de gerechtigheid zou deze misschien
-genezen. Naar gerechtigheid hongerden de ongelukkigen, een daad van
-gerechtigheid kon alleen de oude wereld wegvagen, om de nieuwe te
-kunnen opbouwen.
-
-De groote Zwijgende zou noch aan het Vaticaan, noch aan het Quirinaal,
-noch aan den paus noch aan den koning toebehooren; in zijn langen,
-nu eens geheimen, dan weer open strijd door alle tijden heen had het
-slechts gegromd en zich tusschen den paus en den keizer, die het ieder
-voor zichzelf wilden, slechts verzet, om weer tot zichzelf te komen,
-om op den dag, dat het "gerechtigheid" schreeuwen zou, te kennen te
-geven, dat het aan niemand toebehooren wilde. Zou morgen misschien
-reeds die dag van gerechtigheid en waarheid aanbreken? In zijn angst,
-zwevende tusschen zijn behoefte aan het goddelijke, dat de menschen
-kwelt, en de opperheerschappij der rede, die hem helpt staande te
-blijven, was Pierre slechts van één ding zeker: hij wilde zijn eed
-houden, als priester zonder geloof over het geloof van anderen waken,
-kuisch en eerlijk zijn taak vervullen, vol trotsche droefheid, dat hij
-geen afstand had kunnen doen van zijn rede, zooals hij afstand gedaan
-had van zijn liefdeszinnelijkheid en van zijn droom de redder der
-menschheid te worden. En weer, evenals na Lourdes, wilde hij wachten.
-
-Maar bij dit raam, tegenover dat in donkerte gedompelde Rome, waren
-zijn overpeinzingen zóó diep geworden, dat hij niet eens hoorde hoe
-een stem hem riep. Eerst toen een hand op zijn schouder gelegd werd,
-verstond hij:
-
-"Mijnheer de abbé! Mijnheer de abbé..."
-
-En toen hij zich eindelijk omkeerde, zeide Victorine tegen hem:
-
-"Het is half tien, mijnheer de abbé. Het rijtuig staat voor. Giacomo
-heeft de bagage al beneden gebracht... U moet gaan, mijnheer de abbé!"
-
-En toen zij zag, hoe hij nog verschrikt met zijn oogen knipte,
-glimlachte zij.
-
-"Neemt u afscheid van Rome? Een leelijke lucht, niet?"
-
-"Ja, heel leelijk," zeide hij eenvoudig.
-
-Toen gingen zij naar beneden. Hij gaf haar een biljet van honderd
-francs, om met het personeel te deelen. Zij nam de lamp en lichtte
-hem voor, omdat het, zooals zij zeide, dien avond zoo pikdonker in
-het paleis was.
-
-O, dit vertrek, deze laatste gang door het zwarte en ledige
-paleis! Hoe werd Pierre erdoor van streek gebracht! Hij had een
-laatsten afscheidsblik door zijn kamer geworpen, den afscheidsblik,
-die hem steeds met wanhoop vervulde en een stuk van zijn ziel wegrukte,
-zelfs wanneer hij een vertrek verliet, waarin hij geleden had. Voor
-de kamer van don Vigilio, waaruit slechts een huiverende stilte kwam,
-stelde hij zich voor hoe deze het hoofd in het kussen drukte, zijn
-adem inhield, uit vrees, dat zijn adem nog spreken en hem de wraak van
-de Jezuïeten op den hals halen zou. Maar vooral op de portalen der
-tweede en eerste verdieping tegenover de gesloten deuren van donna
-Serafina en van den kardinaal, doorhuiverde een rilling hem, toen
-hij niets hoorde, zelfs geen zucht; het was, als liep hij langs graven.
-
-Na hun terugkeer van de begrafenis hadden zij geen levensteeken meer
-gegeven; zij hadden zich opgesloten en daarmede het geheele huis
-tot onbeweeglijkheid gebracht, waarin men zelfs niet het fluisteren
-van een gesprek of het schuifelend sluipen van een bediende hoorde,
-Victorine liep nog steeds met de lamp in haar hand voor hem uit
-en Pierre volgde haar, steeds denkende aan deze twee, die alleen
-bleven in het in puin vallende paleis, de laatsten van een reeds half
-ingestorte, op den drempel van een nieuwe wereld staande wereld. Dario
-en Benedetta hadden alle levenshoop met zich mede genomen; nog slechts
-de oude ongetrouwde vrouw en de onvruchtbare priester waren er. Een
-herleving was niet meer mogelijk. O, deze eindelooze, luguber-donkere
-gangen, deze koude, reusachtige trap, die in het Niet scheen af te
-dalen, deze groote zalen, welker muren van armoede en verwaarloozing
-scheurden! En het op een kerkhof gelijkende binnenplein met zijn gras,
-zijn vochtige zuilengaanderij, waaronder de torso's van Venus en Apollo
-wegrotten! En de kleine tuin, doorgeurd door de rijpe oranjeappelen,
-waarin niemand meer komen zou, nu men er onder den laurierboom bij den
-sarkophaag de aanbiddelijke contessina niet meer zou ontmoeten. Dat
-alles ging onder in den afschuwlijken rouw, in de doodsche stilte,
-waarin de twee laatste Boccanera's in hun woeste grootschheid nog
-slechts behoefden te wachten, tot hun paleis, evenals hun God, op hun
-hoofden zou instorten. En Pierre hoorde niets anders dan een heel
-zacht geluid, het geritsel van een muis zeker of de tanden van een
-knaagdier, abbé Paparelli, die ergens in de afgelegen kamer bezig was
-den muur af te brokkelen, het oude huis van onderen af weg te knagen,
-om de instorting te verhaasten.
-
-Het rijtuig met zijn twee lantaarns, waarvan de twee gele stralen door
-de donkerte der straat boorden, stond voor de deur. De bagage was er
-reeds ingezet: het kistje naast den koetsier, het handkoffertje op
-het bankje. En de priester stapte dadelijk in.
-
-"O, u hebt tijd genoeg," zeide Victorine, die op het trottoir was
-blijven staan. "U hebt alles; ik ben blij, dat u zoo op uw gemak
-vertrekken kunt."
-
-Het was een troost voor hem in deze laatste minuut deze landgenoote
-bij zich te hebben, deze goede ziel, die hem bij zijn aankomst begroet
-had en nu bij zijn vertrek hem uitgeleide deed.
-
-"Ik zeg niet tot ziens, mijnheer de abbé, want ik geloof niet, dat
-u zoo gauw in deze verduivelde stad terug zult komen... Vaarwel,
-mijnheer de abbé!"
-
-"Vaarwel, Victorine. En hartelijk, hartelijk dank."
-
-Reeds reed het rijtuig in vluggen draf weg en draaide door de nauwe en
-kronkelende straten, die naar den Corso Victor-Emanuele leidden. Het
-regende niet, de kap was niet opgeslagen; maar hoewel de vochtige
-lucht zacht was, kreeg de jonge priester het toch koud. Hij wilde
-echter geen tijd verliezen door den koetsier, ditmaal een, die geen
-woord zeide en slechts haast scheen te hebben om aan het station te
-komen, te laten ophouden.
-
-Toen Pierre in den Corso Victor-Emanuele kwam, vond hij dezen tot zijn
-verbazing op het vroege uur al verlaten. De huizen waren gesloten,
-de trottoirs leeg, de electrische lampen brandden alleen in de
-melancholieke eenzaamheid. Het was inderdaad niet warm, de mist scheen
-dikker te worden en de gevels nog meer te omhullen. Toen hij langs de
-Cansellaria kwam, kreeg hij een gevoel alsof het strenge en reusachtige
-monument achteruitweek en als in een droom verdween. Verderweg, rechts,
-aan het einde van de door enkele lantaarns verlichte Via d'Aracoeli was
-het Kapitool in volkomen donkerte gedompeld. Dan werd de breede Corso
-smaller en reed het rijtuig tusschen de twee sombere massa's van de
-donkere Il Gesù en den zwaren palazzo Altieri; en in deze nauwe gang,
-waarin zelfs op mooie zonnige dagen de geheele vochtigheid der oude
-tijden voelbaar was, gaf hij zich over aan een nieuw gepeins.
-
-Plotseling ontwaakte in hem weer de gedachte, die hem reeds zoo
-menigmaal verontrust had, dat de van Azië uitgegane menschheid steeds
-weer in de richting der zon voortgeschreden was. Een Oostenwind had
-steeds gewaaid en het menschelijk zaad voor de toekomende oogsten
-naar het Westen medegevoerd. En sedert lang hadden verwoesting en
-dood de wieg getroffen, alsof de volkeren slechts etappegewijze
-vooruit konden gaan, terwijl zij den uitgeputten bodem, de verwoeste
-steden, de gedecimeerde en ontaarde bevolkingen achter zich lieten,
-hoe verder zij van het Oosten naar het Westen, naar het onbekende
-doel gingen. Ninive en Babylon aan de oevers van den Euphraat,
-Thebe en Memphis op den oever van den Nijl, waren in puin gevallen,
-van ouderdom en moeheid in een verdooving verzonken, waaruit geen
-ontwaken mogelijk was. Vandaaruit had deze aftakeling de kusten van
-het groote Middellandsche meer bereikt en Tyrus en Sidon onder het
-stof der eeuwen begraven, om daarna het in zijn volle schittering door
-ouderdomszwakte overvallen Carthago in slaap te wiegen. Deze voorwaarts
-schrijdende menschheid, die door de verborgen kracht der beschavingen
-zoo van het Oosten naar het Westen gedreven werd, gaf haar dagreizen
-aan door bouwvallen. Welk een vreeselijke onvruchtbaarheid bezit
-thans die wieg der geschiedenis, dit Azië, dit Egypte, die, tot het
-stamelen van het kind teruggekeerd, onbeweeglijk, in onwetendheid en
-verval neerliggen op de puinhoopen der oude hoofdsteden, die vroeger
-de wereld beheerschten!
-
-In het voorbijrijden, midden in zijn gepeins, kreeg Pierre het gevoel,
-dat de in donkerte gedompelde Palazzo di Venezia onder een aanval
-uit het onzichtbare scheen in te storten. De nevel had zijn tinnen
-bedekt, en de hooge, kale muren bogen onder den druk der toenemende
-duisternis. Dan na het diepe gat van den Corso, die ook eenzaam in
-het witachtig licht der booglampen lag, doemde rechts van hem de
-palazzo Torlonia op, waarvan de eene vleugel door het houweel van
-den slooper groote bressen vertoonde, terwijl links de donkere gevel
-van den palazzo Colonna zijn gesloten ramen aan elkander rijde, alsof
-hij, door zijn meesters verlaten en beroofd van zijn vroegere pracht,
-op zijn beurt de sloopers verwachtte.
-
-Terwijl het rijtuig langzamer de Via Nazionale op begon te
-rijden, zette Pierre zijn gepeins voort. Had de verwoesting,
-die de voorwaarts schrijdende volkeren steeds achter zich lieten,
-ook Rome niet aangegrepen? Was ook zijn uur niet gekomen, om te
-verdwijnen? Griekenland, Athene en Sparta sliepen onder hun roemrijke
-herinneringen, telden in de tegenwoordige wereld niet meer mede. Het
-Zuiden van het Italiaansche schiereiland was reeds door de verlamming
-aangetast. Nu was, tegelijk met Napels, Rome aan de beurt. Het
-lag op de grens der besmetting, op den rand van de doodsvlek, die
-zich steeds verder over het oude vasteland uitbreidt, op den rand,
-waar de doodsstrijd begint, waar de uitgeputte bodem geen steden
-meer voeden of dragen wil, waar de menschen zelf reeds bij hun
-geboorte oud schijnen te zijn. Sedert twee eeuwen takelde Rome af,
-trok het zich langzamerhand uit het moderne leven terug, had het
-zijn handel en industrie verloren, bezat het zelfs geen wetenschap,
-kunst en letterkunde meer. En het was niet alleen de St. Pieter,
-die steeds meer afbrokkelde en, zooals vroeger de tempel van Juppiter
-Capitolinus, het gras met zijn puin bezaaide, maar in zijn duister,
-pijnlijk gedroom stortte geheel Rome met een laatste gekraak in en
-bedekte de zeven heuvelen met den chaos van zijn kerken, paleizen en
-nieuwe wijken, die onder distels en doornen sliepen. Evenals Ninive
-en Babylon, evenals Thebe en Memphis was Rome niet meer dan een
-kale, door bouwvallen hobbelig gemaakte vlakte, te midden waarvan
-men vergeefs de plaats der gebouwen trachtte te herkennen en waarin
-slechts kronkelende slangen en benden ratten huisden.
-
-Het rijtuig maakte een bocht en Pierre herkende rechts in een donker
-gat de zuil van Trajanus. Maar in dit avonduur was zij geheel zwart,
-als de doode stam van een reuzenboom, welks takken door zijn hoogen
-ouderdom afgevallen zijn. En toen hij iets verder zijn blik omhoog
-sloeg, kwam de echte boom, dien hij tegen den loodkleurigen hemel
-onderscheidde--de piniepijn der villa Aldobrandini, die daar als
-de gratie en de trots van Rome stond--hem voor als een vuile vlek,
-als een kleine wolk van stof, die uit de volkomen ineenstorting der
-stad opsteeg.
-
-Nu, aan het einde van zijn tragischen droom, werd zijn door
-broederliefde vervuld hart door schrik aangegrepen. Wanneer de door de
-verouderde wereld voortschrijdende verstijving Rome voorbij zou zijn,
-wanneer zij zich meester gemaakt zou hebben van Lombardije en Genua,
-Turijn en Milaan zouden inslapen, zooals thans Venetië reeds slaapt,
-dan zou eindelijk de beurt aan Frankrijk komen! Zij zou de Alpen
-overtrekken, Marseille zou zijn havens verzand zien als die van Tyrus
-en Sydon, Lyon in eenzaamheid en slaap wegzinken, Parijs eindelijk
-veranderd worden in een onvruchtbaar, met distelen bezaaid veld van
-steenen en Rome, Ninive en Babylon in den dood volgen, terwijl de
-volkeren met de eeuwige zon hun tocht van het Oosten naar het Westen
-voortzetten zouden. Een luide kreet steeg op uit de duisternis, de
-doodskreet der Latijnsche rassen. De Geschiedenis, die in het bekken
-der Middellandsche Zee geboren scheen te zijn, verplaatste zich en
-thans werd de Atlantische Oceaan het middelpunt der wereld. Hoe hoog
-stond de zon der menschheid? Bevond de menschheid, die van haar wieg,
-van het Oosten uitgegaan was en van etappe tot etappe haar weg met
-bouwvallen bezaaide, zich reeds op het midden van den dag, wanneer de
-middagzon brandt? Dan zou dus de andere helft van den dag beginnen,
-dan kwam de Nieuwe Wereld in de plaats van de Oude, dan waren de
-Amerikaansche steden, waar de democratie werd voorbereid, waar de
-godsdienst van morgen kiemt, de onbeperkt heerschende koninginnen der
-komende eeuw. En dan kwam, aan de overzijde van den anderen Oceaan,
-de wieg weer dichter naderend, het onbeweeglijke Verre Oosten, het
-geheimzinnige China en Japan, het dreigende gele gevaar.
-
-Maar hoe verder het rijtuig de Via Nazionale opklom, des te meer
-voelde Pierre zijn beklemming wijken. Er woei een lichtere bries,
-hoop en moed kwamen weer in zijn ziel terug. Toch maakte de Bank met
-haar leelijke nieuwheid en haar nog vochtige kolossaalheid op hem den
-indruk van een spook, dat in zijn lijkwade door den nacht wandelt,
-terwijl boven de schemerachtige tuinen het Quirinaal niet meer was dan
-een zwarte lijn tegen den nog zwarteren hemel. Maar de straat steeg
-steeds hooger, en op den top van den Viminalis, op het Thermenplein,
-toen Pierre langs de puinhoopen van de thermen van Diocletianus reed,
-kon hij eindelijk uit volle borst adem halen. Neen, neen, de dag der
-menschheid kon niet eindigen; hij was eeuwig, de etappes der beschaving
-zouden elkaar zonder einde opvolgen. Wat beteekende die Oostenwind, die
-de als door de kracht der zon voortgedreven volkeren naar het Westen
-droeg? Wanneer het noodig was, zouden zij aan de andere zijde van de
-aardbol terugkomen, zouden zij meermalen de reis om de wereld maken,
-tot den dag, waarop zij zich in vrede, waarheid en gerechtigheid
-blijvend zouden kunnen vestigen. Na de volgende beschaving om den
-Atlantischen Oceaan, die dan het middelpunt en met groote steden
-omzoomd zijn zou, zou weer een nieuwe beschaving ontstaan; haar
-middelpunt zou de Stille Oceaan zijn met andere kusthoofdplaatsen,
-die men nog niet voorspellen kon en wier kiemen nog aan onbekende
-stranden sluimerden. Dan weer andere, nog andere, steeds andere!
-
-En in deze laatste minuut kwam de moedgevende en reddende gedachte
-in hem op, dat de groote beweging der menschheid het instinct, de
-drang zelf was, dien de volkeren voelden, om terug te keeren tot de
-eenheid. Uitgegaan van één enkele familie, streefden zij, hoewel zij
-zich later gescheiden en in stammen verdeeld en elkaar met haat en
-broedermoord vervolgd hadden, ondanks alles ernaar weer één enkele
-familie te worden. De provincies vereenigden zich tot volkeren,
-de volkeren vereenigden zich tot rassen, de rassen zouden zich ten
-slotte tot één onsterfelijke menschheid vereenigen. Eindelijk een
-menschheid zonder grenzen, zonder oorlog--een menschheid, die van den
-rechtvaardigen arbeid in algeheele gemeenschap van goederen leeft! Was
-dat niet de evolutie, het doel van alle werk, de oplossing der
-Geschiedenis. Moge dus Italië een gezond en krachtig volk zijn, moge
-eendracht tusschen Italië en Frankrijk ontstaan, moge deze broederschap
-der Latijnsche rassen het begin der universeele broederschap zijn! O,
-een eenig vaderland, de aarde in vrede en gelukkig! Hoeveel eeuwen
-nog? Welk een droom!
-
-In het station, te midden van het gedrang, dacht Pierre niet
-meer. Hij moest zijn kaartje nemen, zijn bagage laten inschrijven. En
-onmiddellijk stapte hij in zijn coupé. Overmorgen, bij het aanbreken
-van den dag, zou hij weer terug zijn in Parijs.
-
-
-
- EINDE.
-
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN
-
-
-[1] Badhuizen der oude Romeinen.
-
-[2] Klokketorentje.
-
-[3] Een lang kleed.
-
-[4] Iemand, die zich borg stelt voor een leerling, een boek enz.
-
-[5] God en volk.
-
-[6] Het beroemde spreekgestoelte.
-
-[7] Halve, afgeknotte zuilen als symbool van den dood.
-
-[8] Het Grieksche woord ichthus, waarvan de vijf letters (ch en th
-zijn beide één letter) de initialen zijn van Ièsous, Christos, Theou,
-Uios, Soter.
-
-[9] Grijsachtig, geaderd marmer.
-
-[10] Daar is hij, daar is hij!
-
-[11] Lang kleed.
-
-[12] Een soort schouderbedekking.
-
-[13] Gedeelte van de mis, waarin de priester zijn handen wascht en
-een psalm, aanvangende met dat woord, aanheft.
-
-[14] De opheffing der hostie.
-
-[15] Leve de paus-koning!
-
-[16] "Gij zijt Petrus (de steen) en op dezen steen zal ik mijn kerk
-bouwen."
-
-[17] Hoe mooi!
-
-[18] Pauselijke kanselarij.
-
-[19] Overdekt bootje der Middellandsche Zee met een driehoekig zeil.
-
-[20] Dank, dank.
-
-[21] Poussin, een bekend Fransch schilder.
-
-[22] Groep van drie nummers, die alle drie bij één loting moeten
-uitkomen, om te winnen.
-
-[23] Een der werken van Virgilius.
-
-[24] Een van de meest bekende giftmengsters te Rome.
-
-[25] "Vrede zij dit huis." "En allen, die daarin wonen."
-
-[26] "Gij besprenkelt mij met hysop, Heer, en ik zal gereinigd worden;
-Gij wascht mij, en ik zal witter worden dan sneeuw."
-
-[27] Ik geloof in den eenigen God.
-
-[28] Moge God door deze heilige zalving en zijn Goddelijke
-barmhartigheid u al wat gij door uw gezicht, uw gehoor, uw reuk,
-uw smaak en uw gevoel gezondigd hebt, vergeven!
-
-[29] Verstopping van een bloedvat door geronnen bloed.
-
-[30] S(enatus) P(opulus) Q(ue) R(omanus). Senaat en volk van Rome.
-
-
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of De drie steden: Rome, by Emile Zola
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DRIE STEDEN: ROME ***
-
-***** This file should be named 61326-8.txt or 61326-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/6/1/3/2/61326/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-