diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-27 22:06:21 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-27 22:06:21 -0800 |
| commit | 9f0fcac58a746e2d82fdfaf02640d63f7ae12234 (patch) | |
| tree | 0731fc5c5ddedf97047826ae19142b701f41d5ae | |
| parent | e5df36f21ebfdd837459ba1dd19cb1231f680143 (diff) | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/61326-8.txt | 26988 | ||||
| -rw-r--r-- | old/61326-8.zip | bin | 580307 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/61326-h.zip | bin | 763075 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/61326-h/61326-h.htm | 24175 | ||||
| -rw-r--r-- | old/61326-h/images/book.png | bin | 217 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/61326-h/images/box.png | bin | 2371 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/61326-h/images/card.png | bin | 230 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/61326-h/images/cover.jpg | bin | 112844 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/61326-h/images/external.png | bin | 151 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/61326-h/images/seriestitle1918.png | bin | 12969 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/61326-h/images/titlepage.png | bin | 16599 -> 0 bytes |
14 files changed, 17 insertions, 51163 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..7507a14 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #61326 (https://www.gutenberg.org/ebooks/61326) diff --git a/old/61326-8.txt b/old/61326-8.txt deleted file mode 100644 index f58d884..0000000 --- a/old/61326-8.txt +++ /dev/null @@ -1,26988 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of De drie steden: Rome, by Emile Zola - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - -Title: De drie steden: Rome - -Author: Emile Zola - -Translator: Willem Jacob Aarland Roldanus, Jr. - -Release Date: February 5, 2020 [EBook #61326] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DRIE STEDEN: ROME *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - - - - - - - - - DE DRIE STEDEN - - - - ROME - - - - ROMAN - - DOOR - - EMILE ZOLA - - VERTALING VAN - - W. J. A. ROLDANUS Jr. - - - - UITGEGEVEN DOOR J. M. MEULENHOFF - - TE AMSTERDAM AAN HET DAMRAK 88 - - - - - - - - -EERSTE HOOFDSTUK - - -Door verschillende vertragingen tusschen Pisa en Civita-Vecchia -kwam abbé Pierre Froment na een moeilijke en vermoeiende reis -van vijf-en-twintig uur eerst tegen negen uur 's ochtends te Rome -aan. Hij had slechts een handkoffertje bij zich, sprong, te midden -van het gedrang der aankomst, vlug uit de coupé, ontweek, daar hij -gaarne alleen zijn en zien wilde, de op hem toeschietende witkielen -en droeg zelf zijn lichte bagage. Voor het station, op het Plein der -Vijfhonderd, stapte hij in een der langs het trottoir gestationneerde -open rijtuigen, zette zijn handkoffertje naast zich en riep den -koetsier het adres toe: - -"Villa Giulia, palazzo Boccanera." - -Het was 3 September, een Maandag, de hemel was helder, mild en -wondermooi-doorschijnend. De koetsier, een klein, rond mannetje, -met schitterende oogen en witte tanden, glimlachte, toen hij aan het -accent een Franschen priester herkende. Hij legde de zweep over zijn -paard en het rijtuig schoot dadelijk voort in den vluggen gang, die -deze zoo zindelijke en vroolijke Romeinsche rijtuigjes kenmerkt. Maar -bijna onmiddellijk nadat zij de boompjes van het kleine pleintje -voorbijgereden en op het plein der Thermen [1] gekomen waren, keerde -hij zich om en wees, nog steeds glimlachend, wet zijn zweep op de -bouwvallen. - -"De Thermen van Diocletianus," zeide hij, als voorkomend koetsier, die -er steeds op uit was bij de vreemdelingen in een goed blaadje te komen, -ten einde zich van hun clientèle te verzekeren, in slecht Fransch. - -Van de hoogten van den Viminalis, waarop het station staat, reed -het rijtuigje in snelle vaart de sterk-hellende Via Nazionale af. En -van dat oogenblik hield hij niet op, bij ieder monument zijn hoofd -om te draaien en er met de zweep op te wijzen. In dat gedeelte van -de lange straat waren slechts nieuwe gebouwen. Iets verderop rechts -verhieven zich met groen bedekte heuvels, waarop een eindeloos geel -en kaal gebouw, een klooster of een kazerne, oprees. - -"Het Quirinaal, het paleis van den koning," zeide de koetsier. - -Sedert, een week geleden, tot de reis besloten was, had Pierre -alle dagen ijverig op plattegronden en in boeken de topographie van -Rome bestudeerd, zoodat hij zich uitstekend had kunnen oriënteeren, -zonder naar den weg te vragen. De aanwijzingen van den koetsier had -hij dan ook volstrekt niet noodig. Doch de plotselinge dalingen, -de onophoudelijke stijgingen, die sommige wijken als in etagevormige -terrassen verdeelden, brachten hem toch telkens even in de war. Maar -de stem van den koetsier verhief zich, hoewel eenigszins ironisch, -en zijn zweep beschreef een wijderen kring, toen hij den naam van -een reusachtig, nieuw en nog vochtig gebouw aan den linkerkant -wees, een reusachtig blok van steenen, overladen met beeldhouwwerk, -gevelversieringen en beelden. - -"De Nationale Bank." - -Lager, toen het rijtuigje een driehoekig plein opreed, zag Pierre, -opkijkend, tot zijn verrukking op een hoogen, gladden muur een -hangenden tuin, waarin het elegante en krachtige profiel van een -honderdjarigen piniepijnboom zich in den helderen hemel verhief. Hij -voelde den vollen trots en de volle bekoring van Rome. - -"De villa Aldobrandini." - -Nog verder en lager deed een vlug en vluchtig visioen zijn geestdrift -nog meer ontvlammen. Weer maakte de straat een plotselinge bocht, -toen zich plotseling in den hoek een lichte opening toonde. Van boven -naar beneden gezien was het een wit plein als een zonneschacht, -gevuld met een verblindend goudstof; en in die ochtendpracht rees -een reusachtige marmeren zuil, die aan den kant, waar de dagvorstin -haar bij haar opkomst in haar stralen baadde, als verguld was. Hij -was verrast, toen de koetsier hem den naam noemde, want hij had zich -haar niet zoo voorgesteld in dat verblindend witte gat te midden der -naburige schaduwen. - -"De Trajanuszuil." - -Onder aan de helling maakte de straat een laatste kromming. Steeds -weer noemde in de snelle vaart de koetsier nieuwe namen: den palazzo -Colonna, welks tuin door slanke cypressen omgeven is; den palazzo -Torlonia, voor de helft met den grond gelijk gemaakt ter wille van -nieuwe verfraaiingen; den palazzo di Venezia kaal en angstaanjagend -door zijn met kanteelen voorziene muren en zijn tragische strengheid -van middeleeuwsche, in het hedendaagsche burgerlijke leven vergeten -vesting. Tegenover dat onverwachte aspect der dingen nam Pierre's -verbazing steeds toe. Maar vooral werd hij getroffen, toen de koetsier -hem triomphantelijk met zijn zweep den Corso wees, een lange, nauwe -straat, nauwelijks zoo breed als de Parijsche rue Saint-Honoré, -links in den vollen zonneschijn, rechts in donkere schaduwen liggend, -terwijl in de verte de piazza del Popolo als het ware een ster van -licht vormde: was dat nu het hart der stad, de beroemde promenade, -de levende hoofdader, waarheen al het bloed van Rome stroomde? - -Reeds sloeg het rijtuigje den corso Victor-Emanuele in, de -voortzetting van de Via Nazionale; dat zijn de twee openingen, die -van het eene einde der oude stad naar het andere, van het station -tot de Heilige-Engelenbrug gesneden zijn. Links lag de ronde apsis -van de kerk Il Gesù blond in de vroolijke ochtendzon. Tusschen de -kerk en den loggen palazzo Altieri, dien men niet tegen den grond -had durven werpen, werd de straat nauwer, kwam men in een vochtige, -koude donkerte. Doch daar voorbij, vóór den gevel van de kerk Il -Gesù, op het plein, scheen de zon weer verblindend en fel, terwijl -in de verte, op den achtergrond van de Via d'Aracoeli, die eveneens -in schaduw gehuld was, bezonde palmboomen opschoten. - -"Daar ginds ligt het Capitool," zeide de koetsier. - -De priester boog zich uit het rijtuigje, maar hij zag niets dan een -groene vlek aan het einde van de donkere steile helling. De plotselinge -overgangen van warm licht in koude schaduw deden hem huiveren. Voor -den palazzo di Venezia en voor de kerk Il Gesù had hij een gevoel -gehad alsof de geheele nacht van lang vervlogen dagen op hem drukte; -dan bij ieder plein, bij iedere verbreeding der nieuwe straten was -het als een terugkeer in het licht, in de vroolijke, milde warmte -van het leven. De stralen van de gele zon vielen langs de daken af -en teekenden duidelijk de violette schaduwen af. Tusschen de gevels -door zag men plekken diepblauwen, zeer helderen hemel. De lucht, -die hij inademde, gaf hem een bijzonderen, onbestemden smaak, een -vruchtensmaak, die in hem zijn reiskoorts verhoogde. - -Ondanks zijn onregelmatigheid is de corso Victor-Emanuele een -zeer mooie, moderne straat; en Pierre kon zich in de een of andere -groote stad met groote huurkazernes wanen. Maar toen hij langs de -Cancellaria, het meesterwerk van Bramante, het karakteristieke monument -in Romeinsche Renaissance, reed, kwam zijn verwondering weer en keerde -hij in zijn geest terug naar de reeds geziene paleizen, naar die kale, -kolossale en plompe architectuur, die reusachtige steenkubussen, -die denken deden aan hospitalen of gevangenissen. Nooit had hij -zich de beroemde Romeinsche paleizen zoo zonder gratie of phantasie, -zoo zonder uiterlijke pracht voorgesteld. Het was beslist heel mooi, -hij zou het ten slotte wel begrijpen, maar hij moest er aan wennen, -zich erin leven. - -Plotseling verliet het rijtuigje den drukken corso Victor-Emanuele -en sloeg kronkelende straatjes in, waarin het slechts met moeite -vooruitkwam. Na de heldere zon in de drukte der nieuwe stad kwam de -kalmte, de eenzaamheid der slapende en koude, oude stad. Hij riep de -plattegronden, die hij bestudeerd had, in zijn geheugen terug en zeide -tot zichzelf, dat hij nu in de nabijheid der Via Giulia zijn moest; -en zijn steeds grooter geworden nieuwsgierigheid nam nu zelfs zoo -toe, dat hij er pijn van begon te krijgen, wanhopig, dat hij er niet -dadelijk meer van zag, meer van wist. Zijn verbazing de dingen niet zóó -te vinden als hij ze verwacht had, en de schokken, die zijn phantasie -kreeg, deden den koortsachtigen toestand, waarin hij zich sedert zijn -vertrek bevond, nog erger worden, deden de vurige begeerte in hem -ontstaan, om zijn nieuwsgierigheid onmiddellijk te bevredigen. Het -was pas even over negenen, hij had den geheelen ochtend voor zich, -om zich aan den palazzo Boccanera aan te melden: waarom zou hij zich -niet dadelijk naar de klassieke plek, naar den heuveltop rijden laten, -vanwaar men geheel Rome op zijn zeven heuvelen zag liggen? Toen die -gedachte eenmaal bij hem opgekomen was, kwelde zij hem zóó, dat hij -ten slotte eraan toegaf. - -De koetsier keerde zich niet meer om en Pierre moest opstaan, om hem -het nieuwe adres te geven. - -"Naar San Pietro in Montorio." - -De man was verbaasd, scheen hem niet te begrijpen. Met zijn zweep -wees hij, dat het daarginds, heel in de verte was. Toen echter de -priester bleef volhouden, begon hij weer vriendelijk te glimlachen -en knikte amicaal met zijn hoofd. Goed, goed, hij had er niets tegen. - -Het paard draafde te midden van den doolhof der nauwe straten in -sneller tempo verder. Eerst volgden zij er een, dat als beklemd lag -tusschen hooge muren en waarin de zon als onder in een put scheen. Aan -het einde ervan werd het plotseling weder licht en staken zij over -de oude brug van Sixtus IV den Tiber over. Rechts en links strekten -zich in den ravage en tusschen het nieuwe cement der bouwwerken de -nieuwe kaden uit. Aan de overzijde was de Trastevere geheel tegen -den grond geworpen; het rijtuigje reed langs een breeden weg, die -zooals op groote borden te lezen was, den naam Garibaldi droeg, -de helling van den Janiculus op. Voor de laatste maal maakte de -koetsier zijn gemoedelijk-trotsch gebaar, toen hij den naam van de -triomfstraat noemde. - -"Via Garibaldi." - -Het paard moest zijn gang wat inhouden, en Pierre, aangegrepen door -een kinderlijk ongeduld, keerde zich om, om te zien, naarmate achter -hem de stad zich meer uitbreidde en ontrolde. Het stijgen duurde lang, -steeds weer rezen tot aan de verre heuvels nieuwe stadswijken op. Dan -vond hij in de toenemende opwinding, welke zijn hart deed kloppen, dat -hij de bevrediging van zijn begeerte bedierf door haar in deze langzame -en gedeeltelijke overwinning van den horizont te verbrokkelen. Hij -wilde in eens alles zien, geheel Rome, de heilige stad, in één blik -omvatten. En ondanks zijn hartstochtelijk verlangen had hij de kracht, -niet meer om te kijken. - -Boven bevindt zich een uitgestrekt terras. De kerk San Pietro in -Montorio bevindt zich daar op de plaats, waar volgens de overlevering -Petrus gekruisigd werd. De plaats is kaal en door te felle zomerzon -roodachtig gebrand, terwijl iets verder daarachter het heldere, -ruischende water der Acqua Paola in een eeuwige frischheid in dikke -bellen uit de drie bekkens van de monumentale fontein stroomt. Tegen -de borstwering, die langs het loodrecht op den Trastevere neerziende -terras loopt, rijen zich steeds touristen, magere Engelschen, -breedgeschouderde Duitschers, die, gapend van traditioneele -bewondering, hun reisgids, dien zij raadplegen, om de monumenten te -herkennen, in hun hand houden. - -Pierre sprong vlug uit zijn rijtuig, liet zijn handkoffertje op het -bankje liggen en gaf den koetsier een teeken om te wachten; deze -bracht zijn rijtuigje in de rij en bleef in wijsgeerige kalmte op den -bok zitten, in de volle zon, zijn hoofd voorovergebogen evenals zijn -paard, beiden bij voorbaat berustend in het lange wachten, dat zij -daar gewoonlijk doen moesten. - -Reeds stond Pierre in zijn nieuwe zwarte soutane, zijn bloote -handen zenuwachtig samengeknepen en brandend van koorts, tegen de -borstwering en keek, keek met zijn geheele ziel. Rome! Rome! De Stad -der Caesars, de Stad der Pausen, de Eeuwige Stad, die tweemaal de -wereld veroverd heeft, de uitverkoren Stad van den vurigen droom, -dien hij sedert maanden droomde! Daar was zij eindelijk, zag hij -haar! De onweersbuien der vorige dagen hadden de groote Augustushitte -verjaagd. De wondermooie Septemberochtend lag frisch onder den -doorzichtig-blauwen, vlekkeloozen, eindeloozen hemel. Het was een -in zachtheid badend Rome, een droom-Rome, dat zich in de heldere -ochtendzon scheen te vervluchtigen. Een fijn, blauwachtig waas, maar -nauwlijks zichtbaar en teer als gaas, zweefde over de dalen der lager -gelegen wijken, terwijl de uitgestrekte Campagna en de verre bergen -zich in een licht-rose verloren. - -In den beginne kon hij niets onderscheiden, wilde hij zich -tot geen enkele bijzonderheid bepalen, gaf hij zich aan geheel -Rome, aan den levenden kolos, die daar op dezen door het stof van -geslachten gevormden bodem voor hem lag. Iedere eeuw had als door de -groeikracht van een onsterfelijke jeugd zijn roem hernieuwd. Maar wat -hem vooral aangreep, wat zijn hart met groote slagen kloppen deed, -dat was, dat hij Rome vond, zooals hij ernaar verlangd had: in zijn -ochtend-frischheid en verjongd, licht en vroolijk, onlichamelijk -bijna en in dezen helderen dageraad van een mooien dag glimlachend -in de hoop op een nieuw leven. - -Toen doorleefde Pierre, onbeweeglijk staande voor den verheven -horizont, zijn brandende handen nog steeds saamgeknepen, in enkele -minuten opnieuw de drie laatste jaren van zijn leven. O, welk een -vreeselijk jaar was dat eerste geweest, dat hij in zijn klein huisje -te Neuilly doorgebracht had, de deuren en ramen steeds gesloten; -hij had zich ingegraven als een gewond dier, dat in doodsstrijd -verkeert. Hij was met een gestorven ziel, met bloedend hart uit -Lourdes teruggekomen; niets was in hem overgebleven dan asch. Stilte -en nacht waren op de puinhoopen van zijn liefde en van zijn geloof -neergedaald. Dagen en dagen verliepen zonder dat hij zijn aderen -hoorde kloppen, zonder dat een licht opkwam, dat het duister van zijn -verlatenheid verhelderde. Hij leefde als een machine, hij wachtte tot -zijn moed terugkeeren zou, om het leven in naam van de souvereine -rede, die hem alles had doen opofferen, weer op te vatten. Waarom -was hij niet veerkrachtiger en sterker, waarom paste hij zijn leven -niet kalm aan zijn nieuwe overtuigingen aan? Waarom wijdde hij zich, -nu hij, trouw aan een innige liefde en met afschuw voor een meineed, de -soutane niet wilde afleggen, niet aan een wetenschap, die den priester -veroorloofd is, de sterrenkunde of de archaeologie? Maar iemand in -hem weende, zijn moeder ongetwijfeld, een grenzenlooze teederheid -die nog nooit bevredigd was en eraan wanhoopte ooit bevrediging te -zullen vinden. Het was de voortdurende smart over zijn eenzaamheid, -de opengebleven wond in zijn ziel, ondanks den eerbied, dien zijn -herwonnen rede hem weer voor zichzelf had doen krijgen. - -Dan, op een herfstavond, bij een sombere regenlucht, bracht het toeval -hem in aanraking met een ouden priester, abbé Rose, vicaris aan de -Sainte-Marguerite in de voorstad Saint-Antoine. Hij zocht hem op in -zijn woning in de rue de Charonne, een vochtigen rez-de-chaussée, -bestaande uit drie vertrekken, welke hij in een asyl voor kleine -kinderen, die hij in de naburige straten vond, veranderd had. Van -dat oogenblik af kwam er een geheele omkeer in zijn leven, een -nieuw en machtig belang was er als het ware in binnengetreden, hij -werd langzamerhand de hartstochtelijk-ijverige helper van den ouden -priester. Van Neuilly naar de rue de Charonne was een lange weg. In -den beginne ging hij slechts tweemaal per week, later dagelijks al -'s morgens vroeg, om 's avonds pas naar huis terug te gaan. - -De drie vertrekken waren niet voldoende meer, hij had er de eerste -etage bij gehuurd en daar een kamer voor zich zelf gereserveerd, waar -hij dikwijls slapen bleef. Zijn geheele kleine rente ging met deze -hulp aan de arme kinderen, die onmiddellijk verleend moest worden, -weg; en de oude priester, verrukt en tot tranen toe geroerd door -deze jeugdige toewijding, die als het ware uit den hemel kwam vallen, -omhelsde hem weenend en noemde hem een kind Gods. - -Nu leerde Pierre de ellende, de misdadige, afschuwelijke ellende, -kennen, leefde twee jaar lang met en bij haar. Het begon met kleine -wezentjes, die hij op straat opraapte of die, nu het asyl in de geheele -wijk bekend was, medelijdende buren bij hem brachten: jongetjes en -meisjes, de allerkleinsten, die op straat terecht gekomen waren, -terwijl de vaders en moeders werkten, dronken of stierven. Dikwijls -was de vader verdwenen, gaf de moeder zich aan prostitutie over; -dronkenschap en ontucht waren met den stilstand van het werk de woning -binnengetreden. Dan kwam het nest op straat, de jongsten stierven van -koude en honger in de goot, terwijl de oudsten wegvlogen, ontucht en -misdaad tegemoet. - -Op een avond had hij in de rue de Charonne twee kleine jongetjes, -broertjes, die hem zelfs niet eens konden zeggen waar zij vandaan -kwamen, onder de wielen van een zwaren lastwagen gehaald. Een anderen -avond kwam hij met een klein meisje in zijn armen thuis, een blond -engeltje van een jaar of drie, dat hij huilende op een bank, waar -haar moeder haar te vondeling gelegd had, had gevonden. Later ging -hij van die magere en jammerlijke uit het nest getuimelde vogeltjes -als vanzelf tot de ouders over, drong hij van de straten de donkere -holen binnen, waagde hij zich iederen dag verder in die hel, waarvan -hij langzamerhand de vreeselijke verschrikking kennen leerde. Zijn -hart bloedde van angst en ontzetting in het diep-treurige bewustzijn, -dat zijn hulp vergeefsch was. - -O, welke verschrikkelijke tochten maakte hij gedurende die twee -jaar, welke zijn geheele wezen schokten, in die jammerlijke stad van -ellende, den bodemloozen afgrond van menschelijk verval en menschelijke -ellende! In deze wijk Sainte-Marguerite, midden in het hart van de -drukke en bedrijvige voorstad Saint-Antoine ontdekte hij smerige -huizen, geheele steegjes lucht- en lichtlooze woningen, vochtig -als kelders, waarin, vergiftigd, een geheele bevolking ongelukkigen -vervuilde en met den dood streed. Op de wankele trap gleed de voet -in het opgehoopte vuil uit. Op iedere verdieping begon steeds weer -dezelfde armoede, die tot de grootste onreinheid, tot de afschuwlijkste -manier van samenleven vervallen was. Ramen ontbraken, de wind joeg door -de vertrekken, de regen sloeg in stroomen binnen. Velen sliepen op den -kalen grond zonder zich ooit uit te kleeden. Geen meubels, geen linnen, -het was als het leven van dieren, zij zochten bevrediging en troost, -waar zij die vinden konden. - -Alle geslachten, alle leeftijden waren daar opgehoopt; al die -menschen keerden door gebrek aan het allernoodzakelijkste, door zulk -een armoede, dat men er om de kruimels, die van de tafels der rijken -geveegd werden, vocht, tot het dierlijke terug. Het ergste daar was -het zedelijk verval der menschelijke natuur: het was niet meer de -vrije wilde, die in de oerwouden naakt rondliep, joeg en zijn buit -opat, maar de geciviliseerde, weer tot het dier teruggekeerde mensch -met al de brandmerken van zijn verval, bezoedeld, verliederlijkt, -verzwakt te midden van de luxe en de verfijning van een stad, die de -koningin der wereld is. - -In iedere woning vond Pierre dezelfde geschiedenis terug. In den -beginne was er jeugd en vroolijkheid geweest, was de wet van den arbeid -moedig erkend. Daarna was de onvoldaanheid gekomen: waartoe diende -het altijd te werken, als men toch niet rijk werd. De man begon te -drinken, om ook zijn deel aan het geluk te hebben, de vrouw had haar -huishouden veronachtzaamd, dronk soms zelfs ook, liet de kinderen -in het wilde opgroeien. Het jammerlijke milieu, de onwetendheid en -het op elkaar wonen hadden het overige gedaan. Nog meer was echter -werkeloosheid de schuld van alles. Deze stelt er zich niet tevreden -mede het overgespaarde geld op te maken, maar zij put ook den moed uit, -went aan luiheid. Terwijl maandenlang de werkplaatsen leeg staan, -worden de armen slap. Onmogelijk in dat zoo koortsachtig drukke en -werkende Parijs het minste werk te vinden. - -'s Avonds komt de man huilend thuis; overal heeft hij zijn armen -aangeboden, het is hem zelfs niet gelukt voor straatveger in aanmerking -te komen, want het baantje is gewild en je hebt er protectie voor -noodig. Is het niet monsterachtig dat in deze groote stad, waar de -millioenen op het plaveisel fonkelen en rinkelen, een man, die werk -zoekt, dat niet vinden en daarom niet eten kan. De vrouw eet niet, -de kinderen eten niet. Dan komt de zwarte honger, de verdierlijking, -dan het verzet en de opstand; alle maatschappelijke banden worden -onder die schandelijke onrechtvaardigheid tegenover arme schepsels, -die hun zwakheid ter dood veroordeelde, verbroken. En op welk een -lijdenssponde valt de oude werkman, wiens armen door vijftig jaren van -zwaren arbeid geheel opgebruikt zijn, zonder dat hij een cent ter zijde -heeft kunnen leggen, neer om te sterven? Of moest men hem op den dag, -dat hij, daar hij niet meer werken kon, niet meer at, met een hamer -moeten afmaken als een tot niets nut meer zijnd lastdier? Bijna allen -sterven in het ziekenhuis. Anderen verdwijnen, zonder dat iemand zich -om hen bekommert, medegesleept door den modderstroom der straat. Op een -ochtend vond Pierre in een walgelijk krot op half vergaan stroo er een, -die verhongerd was, daar, terwijl de ratten zijn gezicht afgeknaagd -hadden, een week gelegen had, zonder dat iemand naar hem had omgekeken. - -Maar op een avond van den laatsten winter vloeide zijn hart van -medelijden over. 's Winters wordt het lijden der ongelukkigen in -die onverwarmde krotten, waar de sneeuw door de spleten dringt, -afzichtelijk. De Seine kruit, de grond is met ijs bedekt, verschillende -takken van industrie moeten stilliggen. In de wijken der voddenrapers, -die tot niets doen gedwongen zijn, loopen benden jongens blootsvoets en -nauwlijks gekleed, hongerig en hoestend rond en worden door plotselinge -windvlagen der tering weggemaaid. Hij vond heele huisgezinnen, -moeders met vijf of zes kinderen, op elkaar gedrukt, om het toch maar -'n beetje warm te hebben, en die in drie dagen niets gegeten hadden. - -En toen kwam die vreeselijke avond, toen hij achter in een donkere -gang doordrong in die jammerkamer, waar een moeder zich en haar vijf -kinderen uit wanhoop en honger gedood had, een drama van ellende, waar -heel Parijs eenige uren van zou huiveren. Geen meubelstuk meer, geen -stuk linnengoed meer, alles was stuk voor stuk in de naastbijzijnde -bank van leening gebracht. Alleen het fornuis rookte nog. Op een half -ledigen stroozak was de moeder neergevallen, toen zij haar jongste, -een zuigeling van drie maanden, voedde; een droppel bloed parelde nog -op haar borst, waarnaar de gulzige lippen van den kleinen doode zich -uitstrekten. De twee meisjes, drie en vijf jaar oud, twee aardige -blondinetjes, sliepen daar ook naast elkaar haar eeuwigen slaap, -terwijl van de beide oudere jongens de een met zijn hoofd tusschen -zijn handen, tegen den muur aangedrukt lag en de andere op den grond -zijn doodsstrijd gestreden had, als had hij zich op zijn knieën -voortgesleept, om het raam open te maken. - -Toegeschoten buren vertelden de alledaagsche, vreeselijke geschiedenis: -een langzame ondergang, de vader, die geen werk meer vond en misschien -aan den drank geraakt was; de huisbaas, die, het wachten moede, -dreigde het huisgezin op straat te zetten; de moeder, die, het -hoofd verliezend, wilde sterven en haar nest met haar sterven liet, -terwijl de vader vergeefs half Parijs afliep om werk te vinden. Toen -de commissaris van politie bezig was de doodsoorzaak vast te stellen, -kwam de ongelukkige juist thuis; en nadat hij gezien, nadat hij -begrepen had, sloeg hij als een gedold rund neer en begon hij te -brullen met zulke jammerlijke doodskreten, dat de geheele straat, -door ontzetting aangegrepen, mede weende. - -Deze vreeselijke kreet van een ter dood veroordeeld ras, dat in ellende -en honger ondergaat, bleef in Pierre's ooren, bleef in zijn hart -doorklinken; hij kon dien avond niet eten, den slaap niet vatten. Was -het mogelijk, dat een dergelijke gruwel, een zoo volslagen armoede, -een zoo zwarte, met den dood eindigende ellende voorkwam midden in -het groote, met rijkdommen pronkende, van genietingen en genot dronken -Parijs, dat voor zijn vermaak millioenen op straat smeet? Wat, aan den -eenen kant zooveel groote fortuinen, zooveel nuttelooze, bevredigde -grillen en luimen, zooveel levens vervuld met alle mogelijke geluk; -en aan den anderen kant een zoo hardnekkige armoede, zelfs geen brood, -geen enkele hoop, moeders, die zich dooden met haar zuigelingen, -waaraan zij niets meer te geven hadden dan het bloed van haar -uitgedroogde borsten! - -Een woest verzet kwam in hem op; een oogenblik drong het bewustzijn -tot hem door hoe belachelijk nutteloos weldadigheid en naastenliefde -was. Waartoe diende het te doen wat hij deed, waartoe diende het -de kleinen van de straat op te rapen, den ouders hulp te brengen, -het lijden der ouden te verlengen? Het maatschappelijk gebouw was -verrot tot in zijn grondvesten, alles moest in modder en bloed ten -onder gaan. Slechts een groote daad van gerechtigheid kon de oude -wereld wegvagen, om de nieuwe op te bouwen. En op dat oogenblik zag -hij zoo duidelijk de onherstelbare breuk, de ongeneeslijke kwaal, -den zeker doodelijken kanker der ellende, dat hij de heftige plannen -van geweldenaren begreep, dat hij zelf bereid was te erkennen, dat -een verwoestende en reinigende orkaan komen, dat de aarde door vuur -en zwaard herboren worden moest, zooals vroeger, toen de vreeselijke -God branden zond, om de vervloekte steden weer gezond te maken. - -Toen abbé Rose hem dien avond hoorde snikken, ging hij naar boven, -om hem op vaderlijke wijze te beknorren. Die man was een heilige -vol oneindige zachtheid en vertrouwen. Wat, wanhopig zijn, lieve -God, terwijl het Evangelie bestaat! Was de goddelijke grondstelling: -"Hebt elkander lief!" niet voldoende voor het heil der menschheid? Hij -had een afschuw van geweld en zeide, dat, hoe groot de ellende ook -zijn mocht, er toch snel een einde aan zou komen, zoodra men terug -zou keeren tot het tijdperk van eenvoud, deemoed en reinheid, toen -de Christenen als schuldelooze broeders met elkaar leefden. Welk -een heerlijke schildering gaf hij van de Evangelische maatschappij, -welker terugkeer hij met een rustige vroolijkheid opriep, alsof deze -zich den volgenden dag verwezenlijken zou. En Pierre moest ten slotte -glimlachen, behagen scheppen in dat mooie troostende sprookje, in zijn -behoefte om aan die vreeselijke nachtmerrie te ontkomen. Zij praatten -tot laat in den nacht en zetten de volgende dagen het gesprek over -dit onderwerp, dat den ouden priester zoo lief was, voort. Telkens -weer weidde hij uit over nieuwe bijzonderheden, sprak hij van het -komend koninkrijk van liefde en rechtvaardigheid met de ontroerende -overtuiging van een goed man, die zeker was niet te zullen sterven -zonder God op aarde gezien te hebben. - -Toen vond in Pierre een nieuwe omwenteling plaats. De uitoefening der -liefdadigheid in die arme wijk had hem met een eindelooze deernis -vervuld: zijn hart was door het zien van die ellende, aan welker -genezing hij wanhoopte, geschokt, verscheurd. En door het weder -ontwaken van zijn gevoeligheid voelde hij dikwijls, dat zijn rede naar -den achtergrond gedrongen werd; hij keerde tot zijn kindsheid terug, -tot die behoefte aan universeele liefde, welke zijn moeder in hem -gelegd had. Hij droomde van hersenschimmige opbeuring, verwachtte een -hulp van onbekende machten. Zijn vrees, zijn haat voor de brutaliteit -der feiten wierpen hem in een steeds grooter wordend verlangen naar -redding door liefde. Het was de hoogste tijd, om de vreeselijke, -onvermijdelijke catastrophe, den broederoorlog der klassen, die de -oude wereld zou wegvagen, welke veroordeeld was onder de opeenhooping -van misdaden te verdwijnen, te bezweren. Tot in het diepst van zijn -ziel overtuigd, dat de ongerechtigheid haar toppunt bereikt had, dat -het wraakuur spoedig slaan zou, waarop de armen de rijken dwingen -zouden om te deelen, gaf hij zich van dat oogenblik over aan zijn -droom van een vredige oplossing, van een broederkus tusschen alle -menschen, van den terugkeer tot de zuivere moraal van het Evangelie, -die Jezus gepredikt had. - -In den beginne werd hij door twijfel gekweld: was die verjonging van -het oude Katholicisme mogelijk, kon men tot de jeugd, tot de reinheid -van het primitieve Christendom terugkeeren? Hij begon studies te -maken, te lezen, te vragen, zich steeds meer op te winden voor die -groote vraag van het Katholieke socialisme, die sedert eenige jaren -zoo druk en luidruchtig besproken werd; en in zijn hem doorhuiverende -liefde voor de armen en geheel voorbereid als hij was op het wonder -der broederschap, verloor hij langzamerhand de scrupules van zijn -rede, dwong hij zich tot de overtuiging, dat de Christus een tweede -maal komen zou, om de lijdende menschheid te verlossen. Ten slotte -formuleerde dit alles zich in zijn geest tot de zekerheid, dat het -gelouterde Christendom, tot zijn oorsprong teruggebracht, de eenige -macht was, die de tegenwoordige maatschappij zou kunnen redden, -door de bloedige crisis, waarmede zij bedreigd werd, te bezweren. - -Toen hij twee jaren geleden Lourdes vol verzet tegen dien lagen -afgodendienst verlaten had, toen zijn geloof voor altijd gestorven -was, maar zijn hart toch door de eeuwige behoefte aan het goddelijke, -die alle schepselen kwelt, verontrust werd, was uit het diepst van -zijn ziel een kreet in hem opgestegen: "Een nieuwe godsdienst! Een -nieuwe godsdienst!" En nu meende hij dien nieuwen godsdienst of -liever dien hernieuwden godsdienst ontdekt te hebben. Zijn doel -was de maatschappelijke redding; tot het geluk der menschheid zou -hij de eenige nog krachtige moreele autoriteit gebruiken, de ver om -zich heen grijpende organisatie van het wonderbaarlijkste werktuig, -dat men ooit voor het regeeren van volkeren gesmeed heeft. - -Gedurende de langzame ontwikkelingsperiode, die Pierre doormaakte, -hadden, behalve abbé Rose, twee mannen een grooten invloed op -hem. Een goed werk had hem in aanraking gebracht met monseigneur -Bergerot, een bisschop, dien de paus, ter belooning van een heel -leven vol bewonderenswaardige liefdadigheid, onlangs tot kardinaal -verheven had, niettegenstaande het heimelijk verzet van zijn omgeving, -welke in den Franschen prelaat, die zijn diocees als vader regeerde, -een vrijgeest vermoedde. Pierre geraakte door den omgang met dezen -apostel, dezen zielenherder, een van die eenvoudige en goede leiders, -zooals hij ze voor de toekomstige gemeenschap wenschte, nog meer in -geestdrift. Maar zijn samenwerken met vicomte Philibert de la Choue, -dien hij in Katholieke werkliedenvereenigingen ontmoet had, was nog -beslissender voor zijn apostolaat. - -De vicomte, een knappe man met militaire allures en een lang, -edel gezicht, dat echter door een ingedrukten en te kleinen neus -ontsierd werd, wat het eindéchec van een slecht geëquilibreerde natuur -scheen aan te duiden, was een der ijverigste leiders van het Fransche -Katholieke socialisme. Hij bezat groote domeinen en een groot fortuin, -hoewel men beweerde, dat een mislukte landbouwonderneming het reeds -bijna tot op de helft verminderd had. In zijn departement had hij -getracht modelboerderijen op te richten, waar hij zijn denkbeelden -in zake Christelijk socialisme in toepassing bracht. Maar het succes -scheen hem ook daar niet aan te moedigen. Wel was het hem daardoor -gelukt afgevaardigde te worden. Hij sprak dikwijls in de Kamer en zette -in lange, schitterende redevoeringen het programma van zijn partij -uiteen. Onvermoeibaar in zijn ijver trad hij bovendien als leider van -pelgrimstochten naar Rome op, als voorzitter van vergaderingen, hield -lezingen, gaf zich geheel aan het volk, welks verovering, zooals hij -tot zijn vertrouwden zeide, alleen de triomf der Kerk verzekeren kon. - -Op die wijze oefende hij een grooten invloed uit op Pierre, die -naïevelijk in hem de eigenschappen bewonderde, welke hij voelde -zelf niet te bezitten, een organisatietalent, een strijdbaren, -eenigszins onrustigen wil, die er enkel en alleen op gericht was -om in Frankrijk de Christelijke maatschappij te hervormen. De jonge -priester leerde veel uit zijn omgang met dezen Christen-socialist, -maar hij bleef toch de man van het gevoel, de droomer, die, zonder -te letten op politieke noodzakelijkheden, regelrecht zijn vlucht -nam naar de toekomststad van het algemeen geluk, terwijl de vicomte -daarentegen de pretentie had de vernietiging der liberale idee van -'89 te willen voltooien door voor den terugkeer tot het verleden -gebruik te maken van de desillusie en den toorn der democratie. - -Pierre doorleefde eenige verrukkelijke maanden. Nog nooit had een -neophyt zoo geheel en al voor het geluk van anderen geleefd. Hij was -een en al liefde, hij brandde van hartstocht voor zijn apostolaat. Zijn -bezoeken bij het ongelukkige volk, bij de mannen, die geen werk hadden, -bij de moeders en kinderen zonder brood, gaven hem dagelijks een steeds -grootere zekerheid, dat een nieuwe godsdienst ontstaan moest, om een -ongerechtigheid te doen ophouden, waaraan de in opstand gekomen wereld -een gewelddadigen dood zou moeten sterven. En aan dit ingrijpen van -het goddelijke, aan die wedergeboorte van het primitieve Christendom -was hij vast besloten mede te werken; hij wilde alle krachten van -zijn geheele wezen geven, om die te verhaasten. - -Zijn Katholiek geloof bleef dood; hij geloofde niet meer aan dogma's, -mysteriën en wonderen. Maar één hoop bleef hem bij, n.l. dat de Kerk -nog iets goeds kon uitwerken, door de onweerstaanbare, moderne, -democratische beweging te leiden, ten einde de volkeren voor de -dreigende sociale catastrophe te behoeden. Sedert hij zich tot taak -gesteld had het Evangelie weer terug te brengen in het hart van het -hongerende en morrende volk der voorsteden, was in zijn ziel de rust -teruggekeerd. Hij was nu werkzaam, hij leed minder onder het vreeselijk -gevoel van het Niet, dat hij uit Lourdes had medegebracht, en daar hij -zich niet meer met vragen kwelde, verteerde de angst der onzekerheid -hem niet langer. Met de kalme opgewektheid, welke een eenvoudige -plichtsvervulling met zich brengt, bleef hij de mis lezen. Zelfs -begon hij tot de meening te komen, dat het mysterie, hetwelk hij aldus -celebreerde, dat alle mysteriën en alle dogma's ten slotte niets waren -dan symbolen, kerkelijke gebruiken, die noodig waren voor de kindsheid -der menschheid en waarvan men zich weer los zou kunnen maken, wanneer -de grooter geworden, gelouterde en beschaafde menschheid in staat -zijn zou den verblindenden glans der naakte waarheid te verdragen. - -In zijn drang om nuttig te zijn, in zijn hartstochtelijk verlangen, -om zijn geloof luide uit te schreeuwen, zette Pierre zich op een -ochtend aan zijn tafel en begon een boek te schrijven. Het was zoo -geheel natuurlijk gekomen; dat boek was als een hartekreet buiten -iedere letterkundige idee om. In een nacht, dat hij niet slapen kon, -was de titel in de duisternis plotseling voor hem opgevlamd: Het -Nieuwe Rome. Dat zeide alles, want moest niet van Rome, het eeuwige -en heilige Rome, de verlossing der volkeren uitgaan? De eenige, nog -bestaande autoriteit was dáár; de verjonging kon slechts geboren worden -uit de gewijde aarde, waarin de oude Katholieke eik opgegroeid was. - -In twee maanden schreef hij dit boek, dat hij sedert een jaar, zonder -er zich bewust van te zijn, door zijn studies over het hedendaagsche -socialisme voorbereid had. Het was in hem als een dichterlijke -opbruising; menigmaal scheen het hem toe alsof hij die bladzijden -droomde, terwijl een innerlijke en als uit de verte klinkende stem ze -hem dicteerde. Dikwijls gaf vicomte Philibert de la Choue, wanneer -hij hem het den vorigen dag geschrevene voorlas, levendig uit een -oogpunt van propaganda zijn goedkeuring te kennen, want, zeide hij, -men moet het volk ontroeren, om het te kunnen leiden. Ook moest men -vrome, maar tegelijk toch onderhoudende liederen componeeren, die in -de werkplaatsen gezongen behoorden te worden. - -Monseigneur Bergerot, dien het boek uit een oogpunt van dogmatiek vrij -koud liet, was daarentegen diep getroffen door de vurige inspiratie -van naastenliefde, die uit iedere bladzijde sprak. Ja zelfs beging -hij de onvoorzichtigheid den auteur een brief met verlof, om het -boek te drukken, te schrijven en hem toe te staan dien als voorwoord -daarin af te laten drukken. Dit werk nu, dat in Juni verschenen was, -had de Indexcongregatie verboden en ter verdediging van dat boek was -de jonge priester vol verbazing en geestdrift naar Rome gesneld; -hij brandde van verlangen om zijn overtuiging te doen zegevieren, -vastbesloten zijn zaak te verdedigen voor den Heiligen Vader zelf, -wiens denkbeelden hij meende uitgesproken te hebben. - -Terwijl Pierre aldus zijn drie laatste jaren herleefde, had hij zich -niet bewogen; hij stond nog steeds tegen de borstwering tegenover het -Rome van zijn droomen en van zijn begeerte. Achter hem reden nog steeds -rijtuigen af en aan; magere Engelschen en corpulente Duitschers liepen -langs hem heen, na aan den klassieken horizont de vijf in den reisgids -aangegeven minuten geschonken te hebben, terwijl de koetsier en het -paard van zijn rijtuig kalm met gebogen hoofd in de zon wachtten, -die het op het bankje staande handkoffertje stoofde. Pierre zelf -scheen in zijn zwarte soutane nog slanker, teerder, fijner geworden te -zijn, terwijl hij zich geheel onbeweeglijk overgaf aan het verheven -schouwspel. Na zijn terugkeer uit Lourdes was hij vermagerd, zijn -gezicht smaller geworden. Sedert zijn moeder weer de overwinning in -hem behaald had, scheen het groote, rechte voorhoofd--de toren der -rede, die hij aan zijn vader te danken had--af te nemen, terwijl de -goedige, ietwat groote mond, de teere, oneindig liefderijke kin nu -zijn gelaat beheerschten en zijn ziel verrieden, die ook in de milde -vlam van zijn oogen brandde. - -O, met welke liefderijke en vurige blikken aanschouwde hij het Rome van -zijn boek, het nieuwe Rome, waarvan hij droomde. Had in den beginne in -de eenigszins wazige zachtheid van den wondermooien ochtend het geheel -hem aangegrepen, thans kon hij de bijzonderheden onderscheiden. Met -een kinderlijke blijdschap herkende hij alle monumenten, die hij zoo -lang op plattegronden en in photographieënverzamelingen bestudeerd -had. Daar aan zijn voeten, beneden den Janiculus strekte de Trastevere -zich uit met zijn chaos van zijn oude, roodachtige huizen, wier door -de zon verbrande daken den loop van den Tiber verborgen. Het vlakke -uitzicht op de stad verbaasde hem eenigszins. Van af dit hooge terras -zag het er, zoo in vogelvlucht gezien, als het ware genivelleerd -uit: de zeven beroemde heuvelen vormden slechts kleine kopjes, een -ternauwernood merkbare deining in de breede zee der gevels. - -Ja, daar ginds rechts, tegen het blauwachtig verschiet der Albaansche -bergen donker-violet afstekend, lag wel de Aventinus met zijn -drie tusschen het groen half verscholen kerken; lag daar ook de -ontkroonde Palatinus, door een rij cypressen als met een donkere -franje omzoomd. De Coelius daarachter ging als het ware verloren, -liet slechts de in het goudstof der zon verbleekende boomen der -villa Mattei zien. Slechts de slanke klokketoren en de beide kleine -koepeltjes van Santa Maria Maggiore wezen heel in de verte aan den -anderen kant der stad, den Esquilinus aan, terwijl hij op den top -van den dichter bij gelegen Viminalis niets onderscheidde dan een in -het zonlicht badend gewirwar van witachtige, met kleine bruine lijnen -doorstreepte blokken, die denken deden aan een verlaten steengroeve. - -Langen tijd zocht hij naar den Capitolinus, zonder dien te kunnen -ontdekken. Hij trachtte zich te oriënteeren, en maakte zich ten -slotte wijs, dat hij wel den campanile [2] zag, daar in de laagte, -vóór de Santa Maria Maggiore, dat vierkante, zóó bescheiden torentje, -dat het te midden van de omgevende daken verloren ging. Links -kwam dan de Quirinalis, herkenbaar aan den langen gevel van het -koninklijk paleis, dien hospitaal- of kazernegevel, hardgeel, glad -en met een eindeloos aantal kleine raampjes doorboord. Toen hij zich -heelemaal omgekeerd had, deed een plotselinge aanblik hem onbeweeglijk -staan. Buiten de stad, boven de boomen van den tuin Corsini rees de -dom van St. Pieter voor hem op. Hij scheen op het groen te rusten en -leek in den helderblauwen hemel zelf zóó teer hemelsblauw, dat hij -met het eindelooze azuur scheen samen te smelten. - -Pierre werd niet moede te kijken en zijn blikken gingen onophoudelijk -van het eene einde van den horizont naar het andere. Lang staarde hij -naar de edele, uitgetande randen en de trotsche gratie der met steden -bezaaide Sabijnsche en Albaansche bergen, welker gordel den horizont -afsloot. Kaal en majestueus, als een doode woestijn, en blauwgroen als -een onbeweeglijke zee strekte de Campagna romana zich in reusachtige -slaglichten uit; eindelijk onderscheidde hij den lagen en ronden toren -van het graf van Caecilia Metella, waarachter een dunne, bleeke lijn de -oude Via Appia aanwees. Puinhoopen van waterleidingen bestrooiden het -gras met het stof van ingestorte werelden. Dan gingen zijn blikken weer -terug--en weer zag hij de nieuwe stad, het gewirwar van gebouwen. Hier -dichtbij herkende hij aan zijn naar de rivier gekeerde loggia den -grooten roodgelen kubus van den palazzo Farnese. Die lage, nauwlijks -zichtbare koepel daar verderop moest die van het Pantheon zijn. - -Dan herkende hij, met plotselinge sprongen, de pas weer gewitte muren -van San Paolo fuori le Mura, welke op die van een groote graanschuur -geleken; dan de standbeelden van San Giovanni in Laterano, licht en -nauwlijks zoo groot als insecten; vervolgens de ontelbare koepels, dien -van del Gesù, dien van San Carlo, dien van San Andrea della Valle, -dien van San Giovanni de Fiorentini; eindelijk zooveel andere met -herinneringen vervulde gebouwen nog, het kasteel der Heilige Engelen -met zijn fonkelend standbeeld, de villa Medici, die de geheele stad -beheerschte, het terras van den Pincio, waar tusschen enkele boomen -marmergroepen òplichtten, en in de verte de hooge loofdaken der villa -Borghese, die met hun groene toppen den horizont afsloten. - -Vergeefs zocht hij het Colosseum. Toch begon het zachte noordenwindje -de ochtendnevelen uiteen te jagen. In de wazige verte teekenden -geheele stadswijken zich krachtig af als voorgebergten in een door -de zon beschenen zee. Hier en daar lichtte tusschen de onduidelijke -massa der huizen een wit stuk muur òp, flikkerde een rij vensters, -wierp een tuin een groote vlek; alles tezamen vormde een verrassende -kleurenpracht. Het overige, het gewirwar van straten en pleinen, de -tallooze, in alle richtingen gezaaide eilanden, vermengden zich en -losten zich op in de levende glorie der zon, terwijl van de daken -hooge, witte rookkolommen opstegen en langzaam door de oneindige -reinheid der lucht trokken. - -Doch weldra concentreerde, door een heimlijk instinct, Pierre's geheele -aandacht zich op drie punten van den grenzenloozen horizont. De lijn -der slanke cypressen, die den top van den Palatinus zwart omzoomden, -ontroerde hem: daarachter was niets meer dan een ledige ruimte: de -paleizen der Caesars waren verdwenen, ingestort, door den tijd met -den grond gelijk gemaakt. Hij riep ze weer voor zijn geest op, hij -meende ze zich weer te zien oprichten als onbestemde en trillende -spoken van goud in het purper van den schitterenden ochtend. Dan -keerden zijn blikken terug naar de Sint Pieter; daar stond de dom -nog en beschermde het Vaticaan, dat, zooals Pierre wist, dicht tegen -de zijde van den kolos rustte; hij vond hem zoo triomphantelijk, -krachtig en groot, dat hij hem toescheen als een reuzenkoning, die -over de stad heerschte en eeuwig van overal zichtbaar was. Vervolgens -wendde hij zijn blikken weer naar den anderen heuvel tegenover zich, -naar den Quirinalis, waar het paleis des konings niets meer dan een -lage, platte, geel geverfde kazerne leek. - -De geheele eeuwenoude geschiedenis van Rome met haar voortdurende -omwentelingen, haar telkens weer terugkeerende wederopleving lag daar -in dien symbolischen driehoek, in die drie toppen, welke elkaar over -den Tiber heen aankeken, voor hem: het opbloeiende, oude Rome met -zijn paleizen en tempels, de monsterbloesem van keizerlijke macht -en pracht; het pauselijke Rome, dat in de Middeleeuwen de wereld -beheerschte en deze reusachtige kerk in al haar herwonnen schoonheid -op de Christenheid liet drukken; het hedendaagsche Rome, dat hij niet -kende, dat hij tot nu toe veronachtzaamd had, welks zoo kaal en koud -koninklijk paleis een armoedigen indruk op hem maakte, den indruk -van een jammerlijke, heiligschennende moderniseeringspoging op een -eenige stad, die men liever aan den droom der toekomst had moeten -overlaten. Hij zette het bijna pijnlijke gevoel van een hinderlijk -heden van zich af, hij wilde zich niet ophouden bij een geheel nieuwe -wijk, een klein, kleurloos, blijkbaar nog in aanbouw zijnd stadje, -dat hij duidelijk dicht naast de St. Pieter op den oever der rivier -zag. Hij had van een geheel ander nieuw Rome gedroomd, droomde er -nog van, zelfs tegenover den in het stof der eeuwen vernietigden -Palatinus, tegenover den dom van St. Pieter, in welks breede schaduw -het Vaticaan sliep, tegenover het paleis van den Quirinalis, dat geheel -nieuw opgebouwd en geverfd was en echt burgerlijk heerschte over de -nieuwe wijken, die overal opschoten en groote scheuren maakten in -het lichaam der oude stad met haar roode, in de heldere ochtendzon -schitterende daken. - -Het Nieuwe Rome! Weer vlamde voor Pierre's oogen de titel van zijn boek -op en deed hem in een nieuwe overpeinzing wegzinken. Hij doorleefde nog -eenmaal zijn boek, zooals hij daareven zijn leven doorleefd had. Hij -had het met geestdrift geschreven en daarvoor van de op goed geluk af -gemaakte aanteekeningen gebruik gemaakt. Een indeeling in drie deelen -had zich als vanzelf opgedrongen, het verleden, het heden, de toekomst. - -Het verleden was de buitengewone geschiedenis van het oorspronkelijke -Christendom, van de langzame evolutie, die van dat Christendom het -tegenwoordige Katholicisme gemaakt had. Hij toonde aan, dat onder -iedere godsdienstige evolutie zich een economische quaestie verborg, -en dat per slot van rekening de eeuwige kwaal niets anders is dan de -eeuwige strijd tusschen de armen en de rijken. Bij de Joden breekt -onmiddellijk na het nomadenleven, wanneer zij Kanaän veroverd hebben -en het bezit ontstaan is, de klassenstrijd uit. Er zijn rijken en er -zijn armen; van af dat oogenblik bestaat de sociale quaestie. - -De overgang had plotseling plaats gehad, de nieuwe stand van zaken -verergerde zoo snel, dat de armen, die zich nog de gouden eeuw van -het nomadenleven herinnerden, er dubbel onder leden en met des te meer -kracht hulp eischten. Tot aan Jezus toe zijn de propheten niets anders -dan opstandelingen, die uit de ellende van het volk opkomen, die zijn -lijden uitschreeuwen, de rijken met verwijten overstelpen, aan wie zij -alle rampen voorstellen als straf voor hun onrechtvaardigheid en hun -hardvochtigheid. Jezus zelf is slechts de laatste van hen; hij treedt -als het ware op als de levende opvordering van het recht der armen. De -propheten, socialisten en anarchisten, hadden de maatschappelijke -gelijkheid gepredikt door de vernietiging der wereld, als zij niet -rechtvaardig was, te eischen. Ook hij brengt den armen haat tegen de -rijken bij. Zijn geheele leer is een bedreiging tegen den rijkdom, -tegen het bezit; en wanneer men het Koninkrijk der Hemelen, dat -hij beloofde, als den vrede en de broederschap op deze aarde opvat, -dan zou het slechts een terugkeer zijn tot de gouden eeuw van het -herdersleven, dan de droom der Christelijke gemeenschap, zooals hij -na hem door zijn discipelen verwezenlijkt schijnt te zijn. - -Gedurende de drie eerste eeuwen was iedere kerk een communistische -poging, een echte gemeenschap, waarvan de leden alles gemeenschappelijk -bezaten, behalve de vrouwen. De apologeten en de eerste Kerkvaders -leggen er getuigenis van af; het Christendom was toen niets anders -dan de godsdienst der nederigen en der armen, een democratie, -een socialisme, dat de Romeinsche maatschappij bestreed. En toen -deze eindelijk, door het geld verrot en vermolmd, instortte, -toen bezweek zij meer nog dan onder den vloed der barbaren en het -heimelijke termietenwerk der Christenen onder de wormstekige banken -en den financieelen krach. De geldquaestie lag steeds aan alles ten -grondslag. Daarvoor kreeg men een nieuw bewijs, toen het Christendom, -dank zij de historische, maatschappelijke en menschelijke toestanden -eindelijk triompheerde en tot staatsgodsdienst verklaard werd. Om zijn -overwinning ten volle te verzekeren, zag het zich genoodzaakt steun -te zoeken bij de rijken en de machtigen; en het zou, als het niet zoo -treurig was, belachelijk zijn om te zien door welke spitsvondigheden -en sophismen de Kerkvaders ertoe komen in het Evangelie van Jezus de -verdediging van het bezit te ontdekken. Voor het Christendom was het -een politieke bestaansnoodzakelijkheid; slechts ten koste van dezen -prijs is het Katholicisme de universeele godsdienst geworden. - -Van af dat oogenblik richt de vreeselijke machine zich als veroverings- -en regeeringswapen steeds meer in de hoogte: bovenaan bevinden zich de -rijken, de machtigen, wier plicht het is met de armen te deelen, maar -die het niet doen; onderaan de armen, de werkers, wien men berusting en -gehoorzaamheid leert door hun het Rijk der toekomst, de goddelijke en -eeuwige schadeloosstelling te beloven. Het is een wonderbaar monument, -dat eeuwen geduurd heeft, waarin alles gebouwd is op de belofte van -het hiernamaals, op die onleschbare dorst naar onsterfelijkheid en -rechtvaardigheid, waardoor de mensch verteerd wordt. - -Dat eerste deel van zijn boek, die geschiedenis van het verleden, -had Pierre aangevuld met een in groote trekken ontworpen studie over -het Katholicisme tot aan onze dagen. Eerst was het de Heilige Petrus, -een onwetende, onrustige geest, die door een genialen inval naar Rome -kwam en de oude orakels, die den Capitolinus de eeuwigheid voorspeld -hadden, in verwezenlijking gaan deed. Daarna waren het de eerste -pausen, eenvoudige leiders van begrafenisvereenigingen. Hierna begon -het langzame opklimmen van het almachtige pausdom in een eeuwigen -veroveringsstrijd om de geheele wereld, zonder ophouden trachtend -zijn droom van universeele heerschappij te verwezenlijken. In de -Middeleeuwen onder de groote pausen geloofde het een oogenblik zijn -doel te bereiken, de souvereine heerscher der volkeren te zijn. Was de -absolute waarheid niet de paus, opperpriester en koning der aarde, -heerschend, als God zelf, wiens vertegenwoordiger hij is, over de -zielen en de lichamen van alle menschen. Deze bovenmatige, maar -volkomen logische eerzucht verwezenlijkte zich in Augustus, keizer -en pontifex, meester over de geheele wereld; en steeds weer is het -de uit de ruïnen van het oude Rome oprijzende figuur van Augustus, -die de pausen geen oogenblik losliet; het bloed van Augustus stroomde -door hun aderen. - -Maar daar na de instorting van het Romeinsche Rijk de macht -zich gehalveerd had, moest de paus aan den keizer de wereldlijke -heerschappij overlaten en kon hij voor zichzelf slechts het recht -behouden hen in opdracht van God te zalven. Het volk behoorde aan -God, de paus gaf in Gods naam het volk aan den keizer en kon het hem -weer afnemen: een grenzenlooze macht, waarvan de excommunicatie het -vreeselijke wapen was, een opperheerschappij, die voor het pausdom den -weg tot de werkelijke en definitieve inbezitneming van het keizerrijk -baande. In het kort, de eeuwige strijd tusschen paus en keizer ging om -het volk, dat zij elkander betwistten, om de lijdelijk toeziende massa -der eenvoudigen van geest en lijdenden, om het groote zwijgende volk, -welks ongeneeslijk lijden zich slechts nu en dan door een dof gemor -verried. Men beschikte, tot zijn welzijn, er over als over een kind; -maar de Kerk droeg werkelijk tot de beschaving bij, bewees diensten -aan de menschheid en gaf rijke aalmoezen. Steeds weer kwam, ten minste -in de kloosters, de oude droom der Christelijke gemeenschap terug: -een derde gedeelte der opgehoopte rijkdommen voor den eeredienst, een -derde voor de priesters en een derde voor de armen. Werd daardoor het -leven niet vereenvoudigd? Werd den geloovigen door het afstand doen -van aardsche wenschen en door de belofte van ongehoorde, hemelsche -vreugde het leven niet dragelijk gemaakt? Geeft ons de geheele wereld, -dan zullen wij alle aardsche goederen in drie deelen verdeelen, dan -zult gij zien welk een gouden eeuw te midden van aller berusting en -gehoorzaamheid heerschen zal. - -Maar vervolgens toonde Pierre aan hoe het pausdom bij het einde der -Middeleeuwen, den tijd van zijn almacht, door de grootste gevaren -bedreigd werd. De Renaissance met haar weelde en verwildering van -zeden, met haar overstroomende levenskracht, die uit de eeuwige, -gedurende eeuwen geminachte en voor dood verklaarde natuur ontsprong, -sleepte het bijna met zich mede. Maar nog dreigender was het onbewust -ontwaken van het volk, den grooten zwijger, wiens tong los scheen -te geraken. De Hervorming barstte los als een protest van de rede en -de gerechtigheid, als een herinnering aan de miskende waarheden van -het Evangelie; en Rome kon van een volkomen verdwijnen slechts gered -worden door de hardhandige verdediging der Inquisitie, het langzame -en hardnekkige werken van het Concilie van Trente, dat het dogma -sterker maakte en de wereldlijke macht bevestigde. - -Toen trad het pausdom in twee eeuwen van vrede en van bescheiden op -den achtergrond blijven, want de krachtige, absolute monarchieën, die -Europa onderling verdeeld hadden, konden het buiten de pausen stellen, -sidderden niet meer voor de onschadelijk geworden banbliksems, -aanvaardden den paus slechts als een ceremoniemeester, aan wien -sommige riten opgedragen waren. Onder de bezitters van het volk was het -evenwicht verstoord: de koningen hadden nog steeds het volk Gods in hun -macht, maar de paus moest er zich toe bepalen het geschenk voor eens -en voor altijd te registreeren, zonder zich ooit, welke gelegenheid -zich ook voordeed, in de regeering der staten te kunnen mengen. - -Nooit was Rome verder verwijderd geweest van de verwezenlijking van -zijn eeuwigen droom der wereldheerschappij. En toen de Fransche -Revolutie uitbrak, kon men gelooven, dat de verkondiging der -rechten van den mensch het pausdom, dat de bewaarder was van het -goddelijk recht, hetwelk God het over de volkeren had opgedragen, -dooden zou. Welk een angst in den beginne dan ook in het Vaticaan, -welk een woede, welk een wanhopige verdediging tegen het denkbeeld -van vrijheid, tegen het nieuwe Credo der bevrijde rede en der weer -meesteres over zichzelf geworden menschheid. Het was een schijnbare -ontknooping van den langen strijd tusschen keizer en paus om het bezit -van het volk: de keizer verdween, en het volk, vrij in den vervolge -over zichzelf te beschikken, wilde zich ook onttrekken aan den paus: -een onvoorziene oplossing, waarbij de geheele oude stelling van het -Katholicisme in puin scheen te moeten vallen. - -Hier eindigde Pierre het eerste gedeelte van zijn boek met een -herinnering aan het primitieve Christendom tegenover het hedendaagsche -Katholicisme, dat de triomf der rijken en machtigen is. Had het -Katholieke Rome de Romeinsche maatschappij, die Jezus in naam der -armen en eenvoudigen van geest was komen verwoesten, na eeuwen met -zijn geld- en hoogmoedspolitiek niet weer opnieuw opgebouwd? Welk een -treurige ironie, wanneer men na achttien eeuwen van het Evangelie nog -constateeren moest, dat de wereld voor de tweede maal instortte door -wormstekige banken, door een financieelen krach, door de schreeuwende -onrechtvaardigheid, dat een paar menschen zich vol konden proppen met -rijkdommen, terwijl duizenden van hun broeders van honger omkwamen! Het -geheele reddingswerk moest weer opnieuw begonnen worden. Maar Pierre -zeide die vreeselijke dingen met zoo zachte, zoo medelijdende, -zoo hoopvolle woorden, dat zij hun revolutionnair gevaar verloren -hadden. Trouwens nergens viel hij het dogma aan. Zijn boek was in zijn -sentimenteelen dichtvorm, waarin een vurige naastenliefde brandde, -niets dan de kreet van een apostel. - -Vervolgens kwam het tweede gedeelte van het werk, het heden, een studie -van de tegenwoordige Katholieke maatschappij. Daarin gaf Pierre een -vreeselijke beschrijving van de ellende der armen, van de ellende eener -groote stad, die hij uit eigen aanschouwing kende, waarvan zijn hart -nog bloedde, nu hij de vergiftigde wonden ervan aangeraakt had. De -onrechtvaardigheid was niet langer meer te dulden, de liefdadigheid -werd onmachtig, het lijden zoo verschrikkelijk, dat in het hart van -het volk alle hoop stierf. Had het monsterachtige schouwspel, dat -de Christenheid aan de wereld bood, er niet toe bijgedragen om het -geloof in het volk te dooden? Haar gruwelen bedierven het, maakten -het krankzinnig van haat en wraaklust. - -En onmiddellijk na dat beeld van een verrotte, op het punt van -instorten staande beschaving, vatte hij de geschiedenis weer op bij de -Fransche Revolutie, bij den grenzenloozen hoop, die de vrijheidsidee -aan de wereld gegeven had. Bij haar aan het bewind komen had de -bourgeoisie, de groote, liberale partij, op zich genomen eindelijk -het geluk van allen te verzekeren. Maar helaas schijnt de vrijheid, -zooals de ervaring van een eeuw leert, den onterfden niet meer -geluk gegeven te hebben. Op politiek gebied begint een desillusie -te ontstaan. In ieder geval lijdt, al moge de derde stand zich, -sedert hij regeert, voldaan verklaren, de vierde stand, de arbeiders, -blijft nog altijd zijn deel opeischen. Men heeft hen vrij verklaard, -men heeft hun politieke gelijkheid toegekend, maar dat zijn per -slot van rekening belachelijke geschenken, want zij hebben evenals -vroeger onder hun economische slavernij slechts de vrijheid om van -honger te sterven. Alle socialistische eischen komen daaruit voort, -van nu af aan is het verschrikkelijke probleem, welks oplossing de -tegenwoordige maatschappij dreigt te vernietigen, tusschen arbeid en -kapitaal gesteld. - -Toen de slavernij uit de oude wereld verdween, om plaats te maken -voor het loonstelsel, was de omwenteling ontzaglijk; en zonder eenigen -twijfel was de Christelijke idee een der machtigste factoren, die de -slavernij vernietigd hebben. Waarom zou dan thans, nu het er om gaat -het loonstelsel door iets anders te vervangen, misschien door het deel -krijgen van de arbeiders in de winst, het Christendom niet trachten -een nieuw aandeel daarin te hebben? Deze naderende, niet tegen te -houden opkomst der democratie is een nieuwe phase in de geschiedenis -der menschheid, de maatschappij van morgen, die zich aan het vormen -is. En Rome kan zich daartegenover niet lijdelijk houden, het pausdom -moest in dien strijd partij kiezen, als het niet van de wereld wilde -verdwijnen als een geheel en al nutteloos geworden raderwerk. - -Daaruit ontstond de rechtmatigheid van het Katholieke socialisme. Toen -van alle kanten de socialistische secten elkaar met hun oplossingen -het volksgeluk betwistten, moest de Kerk de hare geven. Hier nu -verscheen het nieuwe Rome, hier verbreedde de evolutie zich in een -herleving van onbegrensde hoop. Het stond vast, dat de Katholieke Kerk -in haar grondstellingen niets tegen de democratie had. Integendeel zij -behoefde slechts de Evangelische traditie weer op te vatten, opnieuw de -Kerk der armen en eenvoudigen van geest te worden, om de universeele -Christelijke gemeenschap te herstellen. Haar wezen is democratisch, -en dat zij zich aan de zijde der rijken en machtigen geschaard heeft, -toen het Christendom het Katholicisme werd, is alleen een gevolg van -het feit, dat zij, met opoffering van haar oorspronkelijke zuiverheid, -gehoorzamen moest aan de noodzakelijkheid van zelfverdediging, -zoodat zij, wanneer zij nu de zijde van de heerschende, maar tot -ondergang gedoemde klassen verlaat, om terug te keeren tot het volk der -ongelukkigen, zich eenvoudig dichter aansluit bij den Christus, een -verjongingskuur ondergaat, zich bevrijdt van politieke compromissen, -waaronder zij zich zoo lang heeft moeten bukken. - -In alle tijden heeft de Kerk zich, zonder in één enkel opzicht afstand -te doen van het absolute, weten te plooien naar de omstandigheden; -zij behoudt haar volkomen souvereiniteit, zij duldt eenvoudig wat -zij niet kan verhinderen, zij wacht, zelfs eeuwen lang, geduldig op -het oogenblik, dat zij weer de meesteresse der wereld worden zal. En -zou dat oogenblik niet nu, niet in de naderende crisis slaan? Weer -betwisten alle machten zich het bezit van het volk. Sedert vrijheid -en onderwijs het hebben opgevoed tot een macht, tot een wezen, -dat met volle bewustzijn en krachtigen wil zijn deel opeischt, -willen alle regeeringen het voor zich winnen, erdoor, ja zelfs ermede -regeeren. Het socialisme is de toekomst, het nieuwe regeeringswerktuig; -allen doen aan socialisme, de op hun troonen wankelende koningen, de -bourgeois-leiders van onrustige, woelige republieken, de eerzuchtige -volksmenners, die van macht droomen. Allen zijn het erover eens, dat -de kapitalistische staat de terugkeer tot de heidensche wereld, tot -de slavenmarkt is; allen willen de afschuwelijke ijzeren wet breken, -die van den arbeid een aan de wetten van vraag en aanbod onderworpen -koopwaar maakt, die het loon berekent naar het strikt noodzakelijke, -dat de arbeider noodig heeft, om niet van honger om te komen. - -Beneden verergeren de kwalen, worden de arbeiders door ellende en -wanhoop gekweld, terwijl over hun hoofden heen de discussies worden -voortgezet, de stelsels zich kruisen, de goede wil zich uitput in het -beproeven van niets uitwerkende middelen. Het is het rondtrappelen op -één plaats, het is de krankzinnige verbijstering, die aan naderende -catastrophen voorafgaat. En tusschen de andere is het Katholieke -socialisme, even vurig als het revolutionnaire socialisme, op zijn -beurt in den strijd getreden en tracht te overwinnen. - -Nu volgde een studie over de krachtsinspanning van het Katholieke -socialisme in de geheele Christenheid. Daarbij was bijzonder opvallend, -dat de strijd levendiger en succesvoller werd, zoodra hij geleverd werd -op een terrein, dat nog niet geheel gewonnen was voor het Christendom, -zooals bijvoorbeeld in die landen, waar het Katholicisme zich tegenover -het Protestantisme bevond. Daar streden de priesters met eene ongewone -heftigheid voor hun leven, betwistten zij den dominé's het bezit van -het volk door vermetel-democratische theorieën. - -In Duitschland, het klassieke land van het socialisme was monseigneur -Ketteler een der eersten, die den rijken belastingen wilde opleggen, -stichtte hij later een uitgebreide beweging, die thans met behulp van -talrijke vereenigingen en couranten door den geheelen clerus geleid -wordt. In Zwitserland verdedigde monseigneur Mermillod de zaak der -armen zoo krachtig, dat thans de bisschoppen bijna gemeene zaak maken -met de democratische socialisten, ongetwijfeld in de hoop hen op den -dag der verdeeling te bekeeren. - -In Engeland, waar het socialisme zoo langzaam doordringt, behaalde -kardinaal Manning belangrijke successen, koos hij tijdens een -reusachtige staking de zijde der werklieden, riep hij een volksbeweging -in het leven, die talrijke aanhangers kreeg. Maar vooral in Amerika, -in de Vereenigde Staten vierde het Katholieke socialisme triomfen in -die democratische omgeving, welke bisschoppen als monseigneur Ireland -ertoe noodzaakte zich aan het hoofd der arbeiderseischen te stellen: -een geheele nieuwe Kerk schijnt daar te ontkiemen, zonder vaste vormen -nog, maar overvloeiend van levenskracht en bezield met grootsche -verwachtingen, als stond zij reeds aan den dageraad van het verjongde -Christendom. Als men dan naar Oostenrijk en België, Katholieke landen, -oversteekt, ziet men, dat in het eerste het Katholieke socialisme -zich vermengt met het anti-semitisme, en dat het in het tweede geen -uitgesproken karakter bezit, terwijl de beweging minder wordt, ja -zelfs verdwijnt, zoodra men in Spanje en in Italië, die oude landen -van het geloof, komt; Spanje, geheel overgeleverd aan de gewelddaden -van revolutionnairen, met zijn stijfhoofdige bisschoppen, die er zich -mede vergenoegen als in de dagen der Inquisitie hun banbliksems naar de -ongeloovigen te slingeren; Italië verstard in de traditie, zonder eenig -initiatief, rondom den Heiligen Stoel tot zwijgen en eerbied gedwongen. - -In Frankrijk echter bleef de strijd levendig, maar was het vooral een -ideeënstrijd; de oorlog ging over het geheel tegen de Revolutie, en -het scheen voldoende te zijn de oude organisatie der monarchistische -tijden te herstellen, om tot de gouden eeuw terug te keeren. Op -die wijze werd het vraagstuk der werkliedencorporaties het punt, -waar alles om draaide, als ware dat de panacee voor alle kwalen der -arbeidende klassen. Maar omtrent de oplossing was men het allesbehalve -met elkaar eens: sommigen, de Katholieken, die de inmenging van -den Staat afwezen en een zuivere moreele actie voorstonden, wilden -vrije corporaties, terwijl anderen, de jongeren, de ongeduldigen, -die tot handelen besloten waren, verplichte, door den Staat erkende -en beschermde corporaties met voldoende eigen kapitaal wilden. - -Vicomte Philibert de la Choue vooral had in woord en geschrift een -vurige campagne ten gunste van de verplichte corporaties gevoerd; -en zijn grootste verdriet was, dat hij er den paus nog niet toe -had kunnen bewegen zich uit te spreken, of de corporaties open of -gesloten moesten zijn. Zijns inziens hing het lot der maatschappij, -de vreedzame oplossing der sociale quaestie of de gewelddadige -catastrophe, die alles met zich mede slepen zou, daarvan af. In -den grond der zaak was hij, hoewel hij het niet bekennen wilde, -ten slotte overgegaan tot het staatssocialisme. Ondanks het -gebrek aan overeenstemming bleef de agitatie bestaan, werden -pogingen gedaan, die echter weinig succes hadden: coöperatieve -verbruiksvereenigingen, arbeiderswoningvereenigingen, volksbanken, -louter min of meer gemaskeerde pogingen, om tot de oude Christelijke -gemeenschappen terug te keeren, terwijl te midden van de verwarring -van den tegenwoordigen tijd, te midden van de onrust der geesten en -de politieke moeilijkheden, die het land doormaakte, de militante -Katholieke partij haar hoop met den dag grooter voelde worden, tot -de blinde zekerheid toe, dat de wereldheerschappij spoedig weer in -haar handen zijn zou. - -Het tweede deel van het boek eindigde met een schildering van de -intellectueele en moreele malaise, waartegen het einde der eeuw -streed. De groote massa der arbeiders moge lijden onder de slechte -verdeeling en eischen, dat men hun bij een nieuwe deeling ten minste -het dagelijksch brood verzekert, de elite is evenmin meer tevreden: -zij is wanhopig over de leegte, die haar bevrijde rede, haar zich -uitgebreid hebbend begrip in haar achtergelaten hebben. Het is het -beruchte bankroet van het rationalisme, van het positivisme, van -de wetenschap zelf. De geesten, die verteerd worden door den drang -naar het absolute, worden het langzame tasten van die wetenschap -moede, welke alleen de bewezen waarheden aanvaardt; zij worden weer -aangegrepen door den angst voor het mysterie; zij hebben een volkomen -en onmiddellijke synthese noodig, om in vrede te kunnen slapen; -en gebroken, razend gemaakt door de gedachte, dat zij nooit alles -zullen weten, vallen zij onderweg weer op hun knieën, God, het in -een geloofsformule onthulde onbekende, verkiezend. - -Inderdaad ook thans nog stilt de wetenschap noch onzen dorst naar -gerechtigheid, noch onze begeerte naar zekerheid, noch de eeuwenoude -idee, die wij ons maken van het geluk, en die in een voortleven, -in eeuwige genietingen bestaat. Zij laat de wereld alleen nog maar -spellen, zij brengt voor een ieder slechts de strenge, solidaire -verplichting te leven, een eenvoudige factor in den universeelen arbeid -te zijn. Hoe begrijpelijk is dan ook de opstand, het verzet des harten, -het verlangen naar den Christelijken hemel met zijn mooie engelen, -vol licht en muziek en geuren. O, wanneer men zijn dooden kussen en -tot zichzelf zeggen kan, dat men ze terug zal vinden, dat men met hen -in een glorierijke onsterfelijkheid herleven zal! Wanneer men deze -zekerheid van een opperste gerechtigheid bezit, om de afschuwlijkheden -van dit aardsche bestaan te kunnen dragen! Wanneer men daardoor aan de -verschrikkelijke gedachte aan het Niet, aan de vreeselijke voorstelling -van het verdwijnen van het Ik ontsnappen en zoodoende eindelijk rust -vinden kan in het onwankelbare geloof, dat de gelukkige oplossing van -alle problemen van het levenslot verschuift naar den dag na den dood. - -Dien droom zullen de volkeren nog lang droomen. Dat verklaart ook, -waarom aan het einde dezer eeuw ten gevolge van de overwinning der -geesten, ten gevolge ook van de groote onrust, waarin zich de van -een nieuwe wereld zwanger gaande menschheid verkeert, het religieuse -gevoel weer ontwaakt is. Het is onrustig, snakt naar het ideale en het -oneindige, eischt een moreele wet en de zekerheid van een opperste -gerechtigheid. De godsdiensten kunnen verdwijnen, het religieuse -gevoel zal er nieuwe scheppen, zelfs met behulp van de wetenschap. Een -nieuwe godsdienst! Een nieuwe godsdienst! En was het niet het oude -Katholicisme, dat op het punt stond in deze hedendaagsche wereld, -waar alles dat wonder scheen te begunstigen, opnieuw zou ontkiemen, -weer groene loten zou doen ontspruiten en zich met een frisschen -bloemenpracht tooien zou? - -Eindelijk had, in het derde deel van zijn boek, Pierre met de vlammende -woorden van een apostel geschilderd hoe de toekomst, het verjongde -Katholicisme eruit zou zien, dat aan de in doodsangst verkeerende -volkeren vrede en gezondheid, de vergeten gouden eeuw van het -oorspronkelijke Christendom teruggeven zou. Hij begon met een roerende -en verheerlijkende beschrijving van Leo XIII, den idealen paus, den -uitverkorene, aan wien de redding der volkeren opgedragen was. Hij -had hem zich zoo voor den geest geroepen, hij had hem zoo gezien in -zijn brandend verlangen naar de komst van een herder, die een einde -maken zou aan de ellende. Het was geen buitengewoon gelijkend portret, -neen het was de onmisbare redder, de onuitputtelijke naastenliefde, -het groote hart en de breede geest, zooals hij zich die droomde. Toch -had hij de documenten, de encyclieken bestudeerd, de geheele figuur -op feiten opgebouwd: op zijn religieuse opvoeding te Rome, de korte -nuntiatuur te Brussel, zijn lang episcopaat in Perugia. - -Nauwlijks is Leo XIII in den moeilijken, door Pius IX achtergelaten -toestand, paus, of zijn dubbele natuur openbaart zich: hij is de -onwankelbare hoeder van het dogma, de soepele politicus, vast besloten, -de verdraagzaamheid zoo ver mogelijk door te drijven. Hij breekt -onmiddellijk met de moderne philosophie, gaat over de Renaissance -heen terug naar de Middeleeuwen, herstelt in de Katholieke scholen de -Christelijke wijsbegeerte in den geest van Thomas van Aquino. Nadat -het dogma op die wijze beschermd is, bereikt hij het evenwicht, -geeft aan alle mogendheden onderpanden van den vrede, tracht hij -alle gelegenheden te benutten. Men ziet hoe hij met ongekenden -ijver een verzoening tot stand brengt tusschen den Heiligen Stoel -en Duitschland, hoe hij toenadering zoekt tot Rusland, Zwitserland -bevredigt, in vriendschappelijke verhouding met Engeland tracht te -komen, aan den keizer van China vraagt de zendelingen en de Christenen -in zijn rijk bescherming te verleenen. Later zal hij tusschenbeide -komen in Frankrijk en de rechtmatigheid der Republiek erkennen. Van -den beginne af is in al zijn daden één gedachte duidelijk merkbaar, -de gedachte, die van hem een der eerste politieke personen maken -zal. En deze gedachte is niets anders dan het eeuwenoude ideaal -van het pausdom: alle zielen te veroveren, Rome het centrum en de -meesteres der wereld. Hij heeft slechts één wil, één doel: werken aan -de eenheid der Kerk, de afgescheiden gemeenten tot haar terugbrengen, -om haar in den komenden socialen strijd onoverwinlijk te maken. - -In Rusland tracht hij de moreele autoriteit van het Vaticaan tot -erkenning te brengen; hij droomt ervan in Engeland de Anglicaansche -Kerk te ontwapenen en haar tot een soort broedervrede te bewegen. Maar -vooral in het Oosten streeft hij naar een hereeniging met de afvallige -Kerken, die hij eenvoudig als gescheiden zusters behandelt, wier -terugkeer zijn vaderhart zoo vurig wenscht. Over welke overwinnende -kracht zou Rome niet beschikken, wanneer het zonder tegenspraak over -alle Christenen der geheele wereld heerschen zou? - -Hier kwam de sociale gedachte van Leo XIII terug. Nog als bisschop -van Perugia had hij een herderlijken brief geschreven, waarin een -nog wel vaag humanitair socialisme tot uiting kwam. Nauwlijks echter -heeft hij zich de tiara opgezet, of hij verandert van meening, -dreigt de revolutionnairen, wier vermetelheid toen geheel Italië -schrik aanjoeg, met zijn banbliksems. Onmiddellijk echter wijzigt -hij zijn koers, gewaarschuwd door de feiten, het doodelijk gevaar, -om het socialisme in de handen van de vijanden van het Katholicisme -te laten, inziende. Hij luistert naar de adviezen van de populaire -bisschoppen in de propagandalanden, mengt zich niet meer in de -Iersche quaestie, trekt den banvloek in, dien hij naar de Ridders -van den Arbeid in de Vereenigde Staten geslingerd had, verbiedt de -vermetele boeken van Katholiek-socialistische schrijvers op den Index -te plaatsen. Deze omzwenking naar de democratie vindt men in zijn -meest beroemde encyclieken terug: Immortale Dei over de constitutie -der staten; Libertas over de menschelijke vrijheid; Sapientiae over de -plichten van Christelijke burgers; Rerum novarum over den toestand der -arbeiders. Met name deze laatste schijnt de Kerk verjongd te hebben. De -paus constateert daarin de onverdiende ellende der arbeiders, den te -langen werktijd, het onvoldoende loon. Ieder mensch heeft het recht -om te leven; het door den honger afgeperste contract is onrechtvaardig. - -Op een andere plaats verklaart hij, dat men den arbeider niet -onbeschermd mag laten tegenover een uitbuiting, die de ellende -der groote meerderheid in het geluk van enkele anderen verkeeren -doet. Daar hij zich over de organisatiequaestie slechts zeer vaag kan -uiten, bepaalt hij er zich toe de vereenigingsbeweging, die hij onder -de bescherming van den Staat plaatst, aan te moedigen; en nadat hij -aldus de gedachte van het burgerlijk gezag hersteld heeft, brengt hij -God weer op zijn souvereine plaats terug. Hij verwacht voornamelijk -heil van moreele maatregelen, van den ouden eerbied voor familie -en eigendom. - -Maar was deze hulpvaardige hand, die de verheven stedehouder van -Christus openlijk aan de eenvoudigen van geest en de armen toestak, -niet het zeker teeken van een nieuwen bond, niet de aankondiging -van een nieuw koninkrijk van Jezus op aarde? Van nu af aan wist het -volk, dat het niet verlaten was. En tot welk een glorie steeg van dat -oogenblik af Leo XIII niet, wiens priester- en bisschopsjubilea door -de gezamenlijke Christenheid gevierd werden onder den toevloed van een -ontzaglijke menigte, van tallooze geschenken, van vleiende brieven, -door alle souvereinen gezonden. - -Vervolgens had Pierre de quaestie van de wereldlijke macht behandeld, -wat hij vrijuit meende te mogen doen. Natuurlijk wist hij, dat de paus -in zijn strijd met Italië even hardnekkig als op den eersten dag zijn -rechten op Rome bleef handhaven; maar hij meende, dat dit slechts -een noodzakelijke vormquaestie was, die door politieke overwegingen -opgedrongen werd en verdwijnen zou, zoodra het uur daarvoor sloeg. Hij -voor zich was overtuigd, dat de paus, die nog nooit zoo groot geweest -was als thans, die uitbreiding van zijn autoriteit, die zuivere -schittering van moreele almacht te danken had aan het verlies van zijn -wereldlijke macht. Welk een lange reeks van misslagen en conflicten -was sedert vijftien eeuwen niet de geschiedenis van het bezit van dit -kleine Romeinsche koninkrijk! In de vierde eeuw verlaat Constantijn -Rome, op den ledigen Palatinus blijven nog slechts enkele vergeten -functionarissen achter; de paus maakt zich natuurlijk van de macht -meester en het leven der stad gaat over naar den Lateranus. Maar eerst -vier eeuwen later erkent Karel de Groote het fait accompli door aan -den paus formeel den Kerkelijken Staat te schenken. - -Van dat oogenblik af houdt de oorlog tusschen de geestelijke macht -en de wereldlijke machten niet meer op, dikwijls in het verborgene, -meestal echter hevig, vol bloed en vlammen. Is het niet onverstandig -thans te droomen van een pausdom, dat te midden van het gewapende -Europa tegelijk koning van een lapje grond was, waar het blootgesteld -zou zijn aan alle kwellingen, waar het zich slechts met behulp van een -vreemd leger zou kunnen handhaven? Wat zou er van het pausdom worden -in het algemeene bloedbad, dat men dreigend naderen ziet? Hoeveel -veiliger, hoeveel waardiger en hooger is zijn positie, wanneer het, -bevrijd van alle aardsche zorgen, slechts over de wereld der zielen -regeert! - -In de eerste tijden der Kerk heeft het pausdom, oorspronkelijk -geheel locaal en zuiver Romeinsch, zich langzamerhand gekatholiseerd, -geüniversaliseerd, door zijn heerschappij over de geheele Christenheid -uit te breiden. Eveneens heeft het Heilig College, dat oorspronkelijk -niets anders was dan een voortzetting van den Romeinschen Senaat, -zich geïnternationaliseerd, zoodat het heden ten dage de meest -universeele van alle vereenigingen geworden is, waarin onderdanen van -alle naties zitting hebben. En is het niet duidelijk, dat de paus, -aldus door de kardinalen gesteund, de eenige groote internationale -autoriteit geworden is, des te machtiger nu hij bevrijd is van -monarchistische belangen en in naam der menschheid spreekt, ja zelfs -boven het begrip vaderland staat. De zoo vurig gezochte oplossing, -waarom zulke langdurige oorlogen gevoerd zijn, bestaat ongetwijfeld -hierin: of men moet den paus de wereldlijke macht over de geheele aarde -geven of hem slechts de geestelijke heerschappij laten. Wanneer hij, -die reeds de meester der zielen is, niet door alle volkeren als de -eenige meester der lichamen, als de koning der koningen erkend wordt, -dan moet hij als stedehouder Gods, als absoluut en onfeilbaar souverein -door goddelijke overdracht in zijn heiligdom blijven. - -Maar welk een vreemd avontuur was dit nieuwe ontspruiten van het -pausdom op het door de Fransche Revolutie bezaaide en bemeste -veld! Misschien baant dit het den weg naar de heerschappij, het -streven waarnaar het zooveel eeuwen staande gehouden heeft. Want -nu staat het alleen voor het volk; de koningen zijn neergeworpen; -aan het volk staat het thans vrij zich te geven aan wie het zelf wil; -waarom zou het zich niet geven aan het pausdom? De zekere afbrokkeling, -die de vrijheidsidee ondergaat, geeft het recht alles te hopen. Op -economisch terrein schijnt de liberale partij overwonnen. De arbeiders, -ontevreden over '89, klagen over hun steeds grooter geworden ellende, -roeren zich, zoeken wanhopig naar het geluk. Anderzijds hebben de -nieuwe regeeringsvormen de internationale macht der Kerk doen toenemen; -in de parlementen der republieken en constitutioneele monarchieën -zitten talrijke Katholieken. - -Alle omstandigheden schijnen dus het buitengewone geluk van het -verouderende, maar tot nieuwe jeugdkracht ontwakende Katholicisme te -begunstigen. Tot de wetenschap toe, die men bankroet verklaart, wat den -Syllabus van belachelijkheid redt, maakte de geesten ongerust, opent -weer het onbegrensde gebied van het mysterie en van het onmogelijke. En -dan herinnert men zich een prophetie, volgens welke het pausdom meester -der wereld zijn zou, zoodra het zich aan de spits der democratie zou -stellen, na al de afvallige Oostersche Kerken met de apostolische -Roomsch-Katholieke Kerk vereenigd te hebben. Die tijd was blijkbaar -gekomen, nu de paus, de machtigen en rijken dezer aarde van zich -stootend, de van hun troon gejaagde koningen in hun ballingschap liet, -om zich, zooals Jezus, aan de zijde van de arbeiders zonder brood en -de bedelaars te scharen. Misschien nog enkele jaren van vreeselijke -ellende, van verontrustende verwarring--en dan zal het volk, de groote -Zwijger, waarover men tot dusverre naar willekeur beschikt heeft, -zijn mond openen, terugkeeren naar de wieg, naar de geünifieerde Kerk -van Rome, om de dreigende verwoesting der menschelijke maatschappij -te voorkomen. - -En Pierre eindigde zijn boek met een hartstochtelijke evocatie van -het nieuwe Rome, het geestelijke Rome, dat weldra heerschen zou over -de verzoende, in een nieuwe gouden eeuw als broeders vereenigde -volkeren. Hij zag daarin zelfs het einde van het bijgeloof in, -hij had, zonder echter de dogma's direct aan te vallen, zich in -zijn dweperij zoozeer vergeten, dat hij van een uitgebreid, van alle -ceremoniën bevrijd, geheel in de bevrediging der naastenliefde opgaand, -religieus gevoel droomde. Nog gewond door zijn reis naar Lourdes, had -hij toegegeven aan den drang, om zijn hart te bevredigen. Was dat zoo -krasse bijgeloof van Lourdes niet het afschuwlijke symptoom van een -tijdvak van al te groot lijden? Den dag, dat het Evangelie over de -geheele wereld verbreid en in toepassing gebracht zou worden, zouden -de lijdenden niet meer zoo ver en onder zoo tragische omstandigheden -een illusoiren troost gaan zoeken, zeker als zij van af dat oogenblik -zouden zijn thuis hulp te vinden, getroost en genezen te worden. - -Te Lourdes had men een zondige verdraaiing van het lot, een -voortdurende reden tot strijd, die aan God deed twijfelen, maar -in de echt-Christelijke maatschappij van morgen verdwijnen zou. O, -deze christelijke maatschappij, deze christelijke gemeenschap; het -zwaartepunt van het geheele boek lag in het vurige verlangen naar de -komst daarvan! O, mocht de tijd gauw komen, dat het Christendom weer de -godsdienst van gerechtigheid en waarheid worden zou, die het vroeger -geweest was, voor het zich had laten veroveren door de machtigen -en rijken! De tijd, dat de kleinen en armen regeerden, de aardsche -goederen onderling deelden en slechts gehoorzaamden aan de alles gelijk -makende wet van den arbeid! De tijd, dat de paus alleen aan het hoofd -van de federatie der volkeren staan zou, als een vredesvorst, wiens -eenige en eenvoudige roeping was de regel der moraal, de band van -liefde en barmhartigheid te zijn, die alle wezens samenbindt. Was -dat niet de aanstaande verwezenlijking van Christus' beloften. De -tijden zouden in vervulling gaan, de burgerlijke maatschappij en de -religieuse maatschappij zouden elkaar zóó volkomen dekken, dat zij er -slechts één zouden vormen. Dat zou de door alle propheten voorspelde -eeuw van triomf en geluk zijn: geen strijd meer, geen antagonisme -tusschen lichaam en ziel, een wonderbaar evenwicht, dat de zonde zou -dooden, dat op aarde het koninkrijk Gods brengen zou. Het nieuwe Rome, -het centrum der wereld, dat aan de wereld den nieuwen godsdienst gaf! - -Pierre voelde, hoe de tranen hem in de oogen kwamen. Met een onbewust -gebaar en zonder de verbazing van de magere Engelschen en de corpulente -Duitschers, die over het terras heen en weer liepen, op te merken, -breidde hij zijn armen uit naar het werkelijke Rome, dat, badend in -de mooie zon, zich aan zijn voeten uitstrekte. Zou het zijn droom -goedgunstig gezind zijn? Zou hij, zooals hij gezegd had, werkelijk het -geneesmiddel voor al ons ongeduld, voor al onze smart vinden? Kon het -Katholicisme zich hernieuwen, tot den geest van het oorspronkelijke -Christendom terugkeeren, de godsdienst der democratie zijn, het geloof, -dat de in doodsgevaar verkeerende moderne maatschappij verwacht, om -tot kalmte te komen en verder te leven? Hij was vol edelen hartstocht, -vol geloof. Hij zag den goeden abbé Rose terug, zooals hij bij het -lezen van het boek van ontroering weende; hij hoorde vicomte Philibert -de la Choue tegen hem zeggen, dat een dergelijk boek met een leger -gelijk stond; hij voelde zich vooral sterk door de goedkeuring van -kardinaal Bergerot, den apostel van de onuitputtelijke naastenliefde. - -Waarom dreigde dan de congregatie zijn werk op den Index te -plaatsen? Sedert veertien dagen, sedert men hem officieus gewaarschuwd -had naar Rome te gaan, als hij zich verdedigen wilde, stelde hij zich -telkens weer die vraag, zonder te kunnen ontdekken, welke bladzijden -van zijn boek aanstoot konden geven. Het kwam hem voor, dat in alle het -zuiverste Christendom brandde. Maar hij kwam, bevend van geestdrift en -moed, hij verlangde vurig neer te knielen aan de voeten van den paus, -zich onder zijn verheven bescherming te stellen, hem te zeggen, dat hij -geen regel geschreven had, die niet door zijn geest geïnspireerd was, -die niet den triomf van zijn politiek beoogde. Was het mogelijk, dat -men een boek op den Index plaatste, waarin hij in volle oprechtheid -meende Leo XIII verheerlijkt te hebben door hem bij zijn werk van -Christelijke eenheid en algemeenen vrede te helpen? - -Een oogenblik bleef Pierre tegen de borstwering staan. Bijna een -uur lang stond hij daar reeds, zonder zich te kunnen verzadigen aan -den aanblik van Rome's grootheid, dat hij dadelijk ondanks al het -onbekende, dat het voor hem verborg, had willen bezitten. O, het -te grijpen, het te kennen, oogenblikkelijk de waarheid te ervaren, -die hij het vragen kwam! Het was een nieuw experiment, een nog -ernstiger dan Lourdes, een beslissend experiment, waaruit hij òf -gesterkt òf voor altijd verpletterd te voorschijn zou komen. Hij -vroeg niet meer het naïeve, absolute kindergeloof, maar het hoogere -geloof van den intellectueel, dat zich verheft boven ceremoniën en -symbolen en werkt aan het grootst mogelijke geluk der menschheid, -gebaseerd op zijn behoefte aan zekerheid. Zijn hart klopte in zijn -keel: wat zou Rome's antwoord zijn? De zon was verder geklommen, -de hooger gelegen stadswijken teekenden zich scherper tegen den in -vuur staanden achtergrond af. In de verte namen de heuvels gouden en -purperen tinten aan, terwijl de dichtst bij zijnde gevels helder en -duidelijk met hun duizenden vensters te zien waren. - -Maar de ochtendnevels waren nog niet geheel opgetrokken, lichte -sluiers schenen uit de lage straten op te stijgen en de toppen te -omhullen, waar zij zich dan in den vurigen, eindeloos blauwen hemel -vervluchtigden. Een oogenblik dacht hij, dat de Palatinus verdwenen -was; hij zag nauwlijks den donkeren zoom der cypressen, alsof hij -door het stof van zijn ruïnen verborgen werd. Voornamelijk echter was -de Quirinalis niet te onderscheiden, het koninklijk paleis met zijn -onbeteekenenden, vlakken en lagen gevel scheen zich teruggetrokken te -hebben en zag er in de verte zoo onbestemd en vaag uit, dat hij het -niet meer onderscheiden kon. Links echter, boven de boomen, stak de -dom van St. Pieter nog hooger uit in het heldere goud van de zon--nam -den geheelen hemel in, beheerschte de geheele stad. - -O, met welk een onbegrensde hoop vervulde hem deze eerste aanblik -van Rome--het ochtend-Rome, welks nieuwe wijken hij in de koorts van -zijn aankomst niet eens opgemerkt had, het Rome, dat hij hoopte zóó -te vinden als hij het gedroomd had. En toen hij daar in zijn dunne -zwarte soutane op dezen schitterenden morgen in aanschouwing verzonken -stond--toen meende hij een kreet van naderende verlossing uit de daken -te hooren oprijzen, een belofte van wereldvrede te hooren weerklinken -uit die heilige aarde, welke tweemaal koningin der wereld geweest -was. Dit was het derde Rome, het nieuwe Rome, welks vaderlijke liefde -over de grenzen heen uitging naar alle volkeren, om ze, getroost, -in één omarming aan zijn borst te drukken. Hij zag het, hij hoorde -het--het lag daar zoo verjongd, zoo kinderlijk-zacht onder den wijden -blauwen hemel, als opgeheven in den heerlijk-frisschen ochtend en de -hartstochtelijke reinheid van zijn droom. - -Eindelijk rukte Pierre zich van het verheven schouwspel los. Het paard -en de koetsier hadden zich niet bewogen, met gebogen hoofd stonden -zij in de volle zon. Op het bankje brandde het handkoffertje in de -stralen van de nu reeds hoog staande dagvorstinne. Hij stapte weer -in zijn rijtuigje, riep den koetsier opnieuw het adres toe: - -"Via Giulia, palazzo Boccanera." - - - - - - - - -TWEEDE HOOFDSTUK - - -Op dat uur baadde de Via Giulia, die in een rechte lijn van ongeveer -vijfhonderd meter van den palazzo Farnese naar de kerk San Giovanni de' -Fiorentini loopt, zich in het volle zonlicht. Het kleine vierkante -plaveisel van den rijweg--een trottoir was er niet--leek geheel -wit. Het rijtuigje reed bijna de geheele straat door tusschen de -oude, grauwe, als in slaap gevallen en ledige huizen met hun groote -getraliede vensters en hun diepe voorportalen, waardoor men op de -sombere, op putten gelijkende binnenplaatsen zien kon. Geopend door -paus Julius II, wiens droom het was haar met prachtige paleizen te -omzoomen, had de straat, in dien tijd de regelmatigste en mooiste van -Rome, in de zestiende eeuw als Corso gediend. Nu nog was te merken, -dat het eens een mooie wijk geweest was; thans echter was het tot -stille eenzaamheid vervallen en van een clericale rust en kalmte -vervuld. De eene oude gevel volgde op den anderen; de ramen waren -gesloten, een paar traliewerken met klimplanten begroeid, op de -drempels zaten katten, in de bijgebouwen waren eenvoudige, donkere -winkels ondergebracht, terwijl zich slechts weinig voorbijgangers -lieten zien: vrouwen, die kinderen achter zich aan trokken, een met -een muilezel bespannen hooiwagen, een monnik in een grove wollen pij, -een geruischloos voorbijsnellende wielrijder, wiens rijwiel in de -zon schitterde. - -Eindelijk keerde de koetsier zich om en wees met zijn zweep op een -groot vierkant gebouw op den hoek van een naar den Tiber loopend -steegje. - -"Palazzo Boccanera." - -Pierre keek op. Het streng-regelmatige, door den tijd zwart geworden, -kale en massieve gebouw benauwde hem een weinig. Evenals de palazzo -Farnese en de palazzo Sacchetti, zijn buren, was het omstreeks -1540 door Antonio da San Gallo gebouwd; ja zelfs beweerde men, dat, -evenals voor het eerste, de architect voor den bouw uit het Colosseum -en het Theatrum Marcelli gestolen steenen gebruikt had. De gevel, -in verhouding tot de straat te groot en te vierkant, bestond uit -drie verdiepingen, waarvan de eerste zeer hoog en voornaam was. Als -eenige versiering rustten de hooge vensters van den rez-de-chaussée, -die ongetwijfeld uit vrees voor een beleg met reusachtige, -vooruitspringende tralies voorzien waren, op groote consoles en -waren gekroond met attieken, die zelf weer op kleinere consoles -steunden. Boven de monumentale ingangspoort met zijn bronzen deuren -liep voor het middenraam een balcon. De gevel eindigde bovenaan in -een prachtige lijst, waarvan de fries bewonderenswaardig zuivere -en mooie versieringen had. Die fries, de consoles en de attieken -waren, evenals de deurlijsten, van wit marmer, dat echter zoo vuil -gevlekt en afgebrokkeld was, dat het er ruw en geel als zandsteen -uitzag. Links en rechts van de poort stonden twee oude, door draken -gedragen banken, eveneens van marmer; in een der hoeken zag men nog -een in den muur ingemetselde, prachtige Renaissance-fontein, een op -een dolfijn rijdende Amor, die echter nauwlijks meer te herkennen was, -zoo was het relief in den loop der tijden weggevreten. - -Maar Pierre's blikken werden vooral getrokken door een gebeeldhouwd -wapenschild boven een der ramen van de rez-de-chaussée: het wapenschild -der Boccanera's, een gevleugelde, vlammenspuwende draak; hij kon nog -heel duidelijk het intact gebleven devies lezen: Bocca nera, Alma -rossa--zwarte mond, roode ziel. Boven een ander raam bevond zich, -als pendant, een van die kleine kapelletjes, die men nog zoo veel -in Rome vindt, een in satijn gekleede Heilige Maagd, waarvoor in het -volle daglicht een lantaarntje brandde. - -De koetsier wilde, zooals dat gebruikelijk is, onder het donkere, -openstaande voorportaal rijden, toen de jonge priester in zijn -verlegenheid hem tegenhield: - -"Neen, neen, niet inrijden. Het is niet noodig." - -Hij stapte uit, betaalde en ging met zijn valiesje in zijn hand eerst -onder de poort door en dan de binnenplaats op, zonder een menschelijk -wezen te zien. - -Het was een vierkant, groot, als een klooster door een overdekte -zuilengang omgeven binnenplaats. Onder de arcaden waren tegen de muren -overblijfselen van opgedolven marmeren standbeelden geplaatst--een -Apollo zonder armen, een Venus, waarvan alleen de romp nog over was; -tusschen de kiezelsteenen, die den grond met een zwart en wit mozaïek -plaveiden, was fijn gras opgeschoten. Nooit scheen de zon tot dit -door vochtigheid verweerde plaveisel door te dringen. Er heerschte -daar een duisternis en een zwijgen als van een doode grootheid en -een eindelooze droefheid. - -Verbaasd door het ledige van dit zwijgende paleis, zocht Pierre -naar een portier of naar een knecht; toen hij een schim meende te -zien voorbijglijden, vermande hij zich onder een tweede gewelf door -te gaan, dat naar een klein aan den Tiber gelegen tuintje leidde. Aan -die zijde liet de hier geheel vlakke en onversierde gevel slechts zijn -drie rijen symmetrische vensters zien. Maar de totaal verwaarloosde -tuin benauwde hem nog meer. In het midden, in een toegegooid bassin, -waren groote taxisboomen opgeschoten. Tusschen het onkruid wezen -slechts de oranjeappelboomen met hun gouden vruchten de lijn der -paden aan. Tegen den rechtermuur stond tusschen twee reusachtige -laurierboomen een sarcophaag uit de tweede eeuw; het relief stelde -faunen voor, die vrouwen schoffeerden, een ongebreideld bacchanaal, -een van die wellustige liefdetooneelen, zooals het decadente Rome -uit dien tijd ze op de graven liet aanbrengen. - -Deze in een trog veranderde, afgebrokkelde, groen geworden, marmeren -sarcophaag ving het fijne waterstraaltje op, dat uit een in den muur -gemetseld, tragisch masker stroomde. Vroeger kwam hier een soort -loggia met een zuilengalerij op den Tiber uit, een terras, vanwaar -een dubbele trap naar de rivier stroomde. Maar de kadewerken brachten -ook een verhooging van den oever met zich mede; het terras lag nu al -lager dan de nieuwe grond, te midden van puin en gehouwen steenen, -die waren blijven liggen. - -Ditmaal was Pierre er zeker van de schim van een rok gezien te -hebben. Hij ging naar de binnenplaats terug en stond tegenover een -vrouw, die tegen de vijftig zijn moest, maar nog geen grijs haar had; -met haar wat korte gestalte maakte zij een vroolijken, levendigen -indruk. Toch kwam bij het zien van den priester iets als wantrouwen -op haar rond gezichtje met de kleine, heldere oogjes. - -Hij maakte zich dadelijk bekend, terwijl hij zijn beetje slecht -Italiaansch bij elkaar zocht. - -"Madame, ik ben abbé Pierre Froment..." - -Maar zij liet hem niet uitspreken, maar zeide in heel goed Fransch -met het eenigszins dikke en sleepende accent van Ile-de-France: - -"O, mijnheer de abbé, ik weet het, ik weet het... ik verwachtte u..." - -En toen hij haar verbaasd aankeek: - -"Ja, ik ben een Française... Ik woon hier nu al vijf-en-twintig jaar -in dit land, maar ik heb me nog steeds niet kunnen wennen aan hun -verduiveld koeterwaalsch." - -Toen herinnerde Pierre zich, dat vicomte Philibert de la Choue -hem gesproken had over deze dienstbode, Victorine Bosquet, eene -Beauceronnin uit Auneau, die op twee-en-twintigjarigen leeftijd -met een teringachtige dame naar Rome gekomen was. Haar meesteres -was plotseling gestorven en zij bleef wanhopig, als alleen midden -in een land van wilden achter. Zij had zich dan ook met lichaam en -ziel gegeven aan gravin Ernesta Brandini, geboren Boccanera, die pas -bevallen was en haar van de straat opgenomen had als kindermeisje -voor haar dochtertje Benedetta en in de hoop, dat zij haar zou helpen -Fransch te leeren. Victorine, die nu vijf-en-twintig jaar in de -familie was, had zich opgewerkt tot de rol van huishoudster, hoewel -zij nog even onbeschaafd gebleven was en een zoo weinig ontwikkeld -taalgevoel bezat, dat zij, wanneer zij voor het huishouden met het -verdere dienstpersoneel spreken moest, nog slechts een afschuwlijk -Italiaansch brabbelen kon. - -"En maakt mijnheer de vicomte het goed?" vroeg zij met haar vrijmoedige -familiariteit. "Hij is zoo aardig. Wij vinden het zoo prettig, dat -hij telkens als hij in Rome is, hier komt logeeren. Ik weet, dat de -prinses en de contessina gisteren een brief van hem gekregen hebben, -waarin hij uw bezoek meldde." - -Inderdaad had vicomte Philibert de la Choue alles voor het verblijf -van Pierre in orde gebracht. Van het oude, krachtige geslacht der -Boccanera's waren alleen nog over kardinaal Pio Boccanera, de prinses, -zijn zuster, een ongetrouwde dame, die men uit eerbied donna Serafina -noemde, hun nicht Benedetta, wier moeder, Ernesta, haar echtgenoot, -graaf Brandini in het graf gevolgd was, en eindelijk hun neef, prins -Dario Boccanera, wiens vader, prins Onofrio Boccanera gestorven en -wiens moeder, een Montefiori, hertrouwd was. De vicomte was door een -toevallig huwelijk aan deze familie geparenteerd: zijn jongste broer -was met een Brandini, de zuster van Benedetta's vader, getrouwd; op -die wijze had hij als oom-titulair tijdens het leven van den graaf -verschillende malen in het paleis in de Via Giulia gelogeerd. Hij -had zich zeer aan diens dochter gehecht, vooral sedert het intieme -drama van een ongelukkig huwelijk, dat zij thans ontbonden trachtte -te krijgen. - -Sedert zij weer naar haar tante Serafina en haar oom, den kardinaal, -teruggekeerd was, schreef hij haar dikwijls en zond haar Fransche -boeken. Onder andere had hij haar het boek van Pierre doen toekomen, -en daar nam de heele geschiedenis haar oorsprong: er werden brieven -over gewisseld, tot eindelijk Benedetta meldde, dat het werk bij de -congregatie van den Index aangegeven was, den schrijver aanraadde -onmiddellijk naar Rome te komen en hem op de allervriendelijkste -wijze gastvrijheid in het paleis aanbood. De vicomte, die even -verbaasd was als de jonge priester zelf, had de zaak niet goed -begrepen, maar toch uit een oogpunt van goede politiek en omdat -hij zich ook hartstochtelijk interesseerde voor een overwinning, -die hij bij voorbaat tot een eigen overwinning maakte, er bij Pierre -op aangedrongen om te gaan. Uit dit alles is zeer goed te begrijpen, -dat Pierre zich weinig op zijn gemak gevoelde, toen hij, gewikkeld in -een avontuur, waarvan de redenen en de voorwaarden hem onbekend waren, -in dit voor hem vreemde huis kwam. - -"Maar ik zou u zoo waar hier laten staan, mijnheer de abbé," begon -Victorine plotseling weer. "Ik zal u naar uw kamer brengen. Waar is -uw koffer?" - -Toen hij haar zijn handkoffertje, dat hij zoo lang naast zich neergezet -had, gewezen en haar uitgelegd had, dat hij voor de veertien dagen, -die hij blijven zou, alleen maar een schoone soutane en wat linnengoed -meegebracht had, scheen zij zeer verbaasd. - -"Veertien dagen? Denkt u maar veertien dagen te blijven? Enfin, -we zullen wel zien." - -Zij riep een langen slungel van een bediende, die eindelijk te -voorschijn gekomen was. - -"Giacomo, breng dat naar de roode kamer... Als mijnheer de abbé zoo -goed wil zijn mij te volgen." - -Pierre was door die onverwachte ontmoeting met een landgenoote, -en bovendien nog zoo'n vriendelijke, hartelijke vrouw, in dit -sombere Romeinsche paleis weer geheel opgevroolijkt en op zijn gemak -gebracht. Terwijl zij de binnenplaats overstaken, vertelde zij hem, -dat de prinses uit was en dat de contessina, zooals men ondanks haar -huwelijk Benedetta uit liefde was blijven noemen, zich niet erg wel -voelde en op haar kamer gebleven was. Maar men had haar opgedragen -voor hem te zorgen. - -De trap was in een hoek van de binnenplaats onder de zuilengang: -een monumentale trap met breede, lage en zoo zacht oploopende treden, -dat een paard haar makkelijk had kunnen opgaan; maar de steenen waren -zoo kaal, de trapportalen zóó leeg en zóó deftig, dat een doodsche -melancholie uit de hooge gewelven scheen te vallen. - -Op de eerste verdieping glimlachte Victorine even, toen zij de gedachte -van Pierre meende te raden. Het paleis scheen onbewoond te zijn, geen -geluid kwam uit de gesloten zalen. Zij wees op een groote eikenhouten -deur rechts. - -"Zijne Eminentie bewoont hier den vleugel, die op de binnenplaats -en op de rivier uitziet. O, nog niet het vierde gedeelte der -verdieping... Alle ontvangsalons, die op de straat uitzien, zijn -gesloten. Hoe zou men een dergelijke ruimte kunnen schoon houden? En -waarom trouwens? Daarvoor zouden er meer menschen hier moeten wonen." - -Zij bleef met haar stevigen pas doorloopen; ongetwijfeld was deze -omgeving haar nog steeds vreemd, was zij zelf te zeer verschillend -ervan, om door het milieu beïnvloed te worden. Op de tweede verdieping -begon zij weer: - -"Kijk, daar links is het appartement van donna Serafina, en daar -rechts dat van de contessina. Dit is het eenige hoekje van het huis, -waar het een beetje warm is en waar je tenminste leven kan... Trouwens -het is vandaag Maandag, de prinses ontvangt vanavond. U zult het dus -zelf kunnen zien." - -Dan opende zij een deur, die op een breede, heel nauwe trap uitkwam, -en zeide: - -"Wij wonen op de derde verdieping... Als ik mijnheer den abbé voor -mag gaan?" - -De groote monumentale trap eindigde op de tweede verdieping. Victorine -legde hem uit, dat de derde verdieping alleen langs deze trap te -bereiken was, die beneden uitkwam in het steegje, dat langs het -paleis naar den Tiber liep. Er was daar een afzonderlijke deur, -wat heel makkelijk was. - -Op de derde verdieping volgde zij een gang en wees zij hem opnieuw -verschillende deuren. - -"Dit is de kamer van don Vigilio, den secretaris van Zijne -Eminentie... Dit is de mijne... En hier hebt u uw kamer. Mijnheer de -vicomte wil, wanneer hij voor een paar dagen in Rome komt, nooit een -andere hebben. Hij zegt, dat hij hier vrijer is, uit kan gaan en thuis -kan komen, wanneer hij wil. Ik zal u, net als hem, een sleutel van -de deur beneden geven... En u zult eens zien, wat een mooi uitzicht -u hier hebt!" - -Zij was naar binnen gegaan. De voor Pierre bestemde woning bestond uit -twee vertrekken, een vrij grooten salon met een rood behang met veel -bladwerk, en een kleiner kamer met een vlaskleurig behang bezaaid met -verschoten blauwe bloemen. De salon lag op den hoek van het paleis en -zag dus op het steegje en op den Tiber uit. Victorine ging dadelijk -de beide ramen open zetten, waarvan het eene een ruim uitzicht gaf -op de rivier stroomafwaarts, het andere op den Trastevere en den -Janiculus aan de overzijde van het water. - -"Ja, het is hier heel mooi," zei Pierre, die haar gevolgd was en nu -naast haar stond. - -Zonder zich te haasten kwam Giacomo met het handkoffertje achter hem -aan. Het was nu even over elf. Victorine, die zag, dat de priester moe -was, en begreep, dat hij na zoo'n lange reis wel honger hebben zou, -bood hem aan dadelijk in den salon een ontbijt te laten brengen. Dan -zou hij daarna den namiddag hebben, om te rusten of uit te gaan; de -dames zou hij eerst 's avonds bij het diner zien. Hij protesteerde -daartegen; neen, hij zou beslist uitgaan en niet een heelen middag -verliezen. Maar heel graag wilde hij een ontbijt hebben, want hij -stierf werkelijk bijna van honger. - -Intusschen moest Pierre nog ruim een half uur geduld oefenen. Giacomo, -wien Victorine opgedragen had voor het ontbijt te zorgen, maakte -volstrekt geen haast. En deze verliet den gast niet eerder, voordat -zij zich overtuigd had, dat het hem aan niets meer ontbrak. - -"O, mijnheer de abbé, wat een menschen en wat voor een land! Daar kunt -u zich geen denkbeeld van vormen. Al woonde ik hier honderd jaar, -dan zou ik nog niet kunnen wennen... Maar de contessina is zoo mooi -en zoo goed!" - -En terwijl zij zelf een schotel met vijgen op tafel zette, deed zij -hem versteld staan door haar opmerking, dat een stad, waarin niets -dan geestelijken waren, geen goede stad zijn kon. Een ongeloovige, -zij het dan ook levendige en vroolijke, huishoudster in dit paleis! Hij -begon zich weer te verbazen. - -"Wat, u bent toch niet ongodsdienstig?" - -"Neen, neen, mijnheer de abbé, dat niet, maar van geestelijken moet ik -niet veel hebben. Ik had er al een in Frankrijk gekend, toen ik nog -klein was. En later, hier, heb ik er te veel gezien. Ik heb er meer -dan genoeg van... O, ik spreek niet van Zijne Eminentie, die is een -heilig en eerbiedwaardig man... En hier in huis weet men, dat ik een -fatsoenlijk meisje ben; nog nooit heb ik me slecht gedragen. Waarom zou -men mij ook niet met rust laten, daar ik heel veel van mijn meesters -houd en voor mijn werk sta? Ja, zeker," voegde zij er lachend aan toe, -"toen ze me vertelden, dat er een priester komen zou--net alsof we -er nog niet genoeg gehad hebben--toen heb ik vreeselijk in de hoekjes -zitten brommen... Maar u lijkt me een aardige, jonge man, ik geloof, -dat we het best zullen kunnen vinden... Ik weet waarachtig niet, -waarom ik u dat allemaal vertel! Zeker, omdat u uit Frankrijk komt, en -misschien ook wel, omdat de contessina zich voor u interesseert... U -neemt het mij niet kwalijk mijnheer de abbé, maar heusch, ik zou u -aanraden vanmiddag wat te rusten. Wees niet zoo dwaas in de stad te -gaan rondloopen. Wat u te zien krijgt, is bovendien lang zoo aardig -niet, als ze zeggen." - -Toen Pierre alleen was, voelde hij zich plotseling uitgeput. De -vermoeienis van de lange reis was nog toegenomen door den ochtend, -dien hij in koortsachtige geestdrift doorleefd had; en als bedwelmd -door de twee eieren en de cotelette, die hij in groote haast opgegeten -had, wierp hij zich, met het voornemen een half uurtje te rusten, op -bed. Hij sliep echter niet dadelijk in, maar dacht aan de Boccanera's, -wier geschiedenis hij gedeeltelijk kende, en over wier intiem leven -hij peinsde in dit verlaten en stille paleis, dat hem van een zoo -vervallen en zoo melancholieke grootschheid scheen. De verrassing van -de eerste oogenblikken deed hem alles nog grooter zien. Dan verwarden -zich zijn gedachten; hij sluimerde in te midden van een geheele schaar -van nu eens tragische, dan weer vriendelijke schimmen, van verwarde -gezichten, die hem met hun raadselachtige oogen aankeken. - - - -De Boccanera's hadden twee pausen in de familie gehad, een -in de dertiende en een in de vijftiende eeuw; en van deze twee -uitverkorenen, deze almachtige meesters, was hun vroeger reusachtig -vermogen afkomstig. Het bestond uit uitgestrekte landerijen in den -omtrek van Viterbo, verschillende paleizen in Rome, kunstvoorwerpen, -waarmede men musea, goud, waarmede men kelders zou kunnen vullen. De -familie ging door voor de vroomste van het Romeinsche patriciaat; haar -geloof was het vurigste en haar degen had zij altijd ter beschikking -van de Kerk gesteld. Ja, zij was de geloovigste, maar ook de heftigste, -de strijdlustigste, steeds in twist en oorlog, en zoo wild en woest, -dat de toorn der Boccanera's spreekwoordelijk geworden was. Vandaar was -ook hun wapenschild afkomstig, de gevleugelde, vlammen spuwende draak, -en ook het vurige devies, dat een woordspeling op hun naam vormde: -Bocca nera, Alma rossa, zwarte mond, roode ziel--de mond, in het donker -gehuld door gebrul, de ziel vlammend als een vuur van geloof en liefde. - -Nog steeds waren legenden van krankzinnige hartstochten en vreeselijke -wraaknemingen in omloop. Zoo vertelde men nog altijd van het duel -van Onfredo, den Boccanera, die tegen het midden der zestiende eeuw -op de plaats van een oud, vervallen gebouw het tegenwoordige paleis -had laten zetten. Onfredo, die wist, dat zijn vrouw zich door den -jongen graaf Costamagna op de lippen had laten kussen, liet hem -'s avonds ontvoeren en met touwen geboeid in zijn huis brengen; -en in een groote zaal daarvan dwong hij den graaf, alvorens hem te -bevrijden, aan een monnik te biechten. Daarna sneed hij de touwen -met een dolk door, wierp alle lampen om, riep den graaf toe den -dolk te houden en zich te verdedigen. Meer dan een uur lang zochten, -vermeden, omvatten de beide mannen elkaar in het donker, in de met -meubelen volgepropte zaal, en reten elkaar open met dolksteken. Toen -men eindelijk de deuren intrapte, vond men, te midden van bloedplassen, -van omgegooide tafels en gebroken stoelen, Costamagna met een afgereten -neus en twee-en-dertig wonden in zijn dijen, terwijl Onfredo twee -vingers van zijn rechterhand verloren had en zijn schouders gaten -hadden als een schietschijf. Het wonder was, dat zij geen van beiden -aan hun wonden stierven. - -Honderd jaar later had, op dienzelfden oever van den Tiber, -een Boccanera, een kind van zestien jaar nauwlijks, de mooie en -hartstochtelijke Cassia, Rome met schrik en bewondering vervuld. Zij -beminde Flavio Corradini, den zoon van een vijandige familie. Haar -vader, prins Boccanera, had ruw zijn toestemming geweigerd, terwijl -haar oudste broeder, Ercole, gezworen had hem te dooden, als hij hem -ooit met haar samen mocht vinden. De jonge man kwam altijd in een -bootje haar opzoeken en zij wachtte hem op bij het kleine trapje, -dat naar de rivier voerde. Maar Ercole, die op hen loerde, sprong op -een avond in het bootje en stak Flavio een mes in het hart. Eerst -later kon men de feiten vaststellen en begreep men, dat Cassia, -woedend van krankzinnigheid en wanhopig, en daar zij hem, dien zij -liefhad, niet wilde overleven, zelf wraak genomen had, zich op haar -broeder geworpen en het bootje had doen kantelen, terwijl zij den -moordenaar en diens slachtoffer met dezelfde onweerstaanbare kracht -omvatte. Toen men de drie lijken vond, hield Cassia nog steeds de -beide mannen omkneld en drukte met haar bloote armen, die sneeuwwit -gebleven waren, hun gezichten tegen elkaar. - -Doch dit alles behoorde tot het verleden. Thans scheen, ook al was -het geloof gebleven, bij de Boccanera's het heftige, woest stroomende -bloed tot kalmte gekomen te zijn. Hun groot fortuin was ook verdwenen -in het langzame verval, dat sedert een eeuw het Romeinsche patriciaat -met ondergang bedreigt. De landerijen moesten verkocht worden, het -paleis was leeg geworden en nam langzamerhand het kleinburgerlijke -karakter van de nieuwere tijden aan. Maar de Boccanera's, trotsch op -hun zuiver gebleven Romeinsch bloed, verzetten zich hardnekkig tegen -ieder huwlijk met een vreemdeling. Armoede beteekende voor hen niets; -zij hadden genoeg aan hun familietrots; zij leefden teruggetrokken, -zonder een klacht, in de stilte en in de vergetelheid, waarin hun -geslacht uitstierf. Aan prins Ascanio, die in 1848 gestorven was, -had zijn vrouw, een geboren Corvisieri, vier kinderen geschonken: Pio, -den kardinaal; Serafina, die niet getrouwd was, om bij haar broer te -kunnen blijven; Ernesta, die slechts een dochter had nagelaten, zoodat -de zoon van Onofrio, de thans dertigjarige Dario, de eenige mannelijke -erfgenaam was. Met hem zou, als hij zonder nakomelingschap stierf, -het krachtige geslacht der Boccanera's, wier daden de geschiedenis -vervuld hadden, uitsterven. - -Van hun jeugd af hadden Dario en zijn nicht Benedetta elkaar met -een glimlachenden, diepen en natuurlijken hartstocht lief gehad. Zij -waren voor elkander geboren en konden zich niet voorstellen, dat zij -voor iets anders op de wereld gekomen waren dan om man en vrouw te -worden, zoodra zij den huwbaren leeftijd bereikt zouden hebben. Toen -prins Onofrio, een beminlijk en in Rome zeer populair man, die -het kleine fortuintje, dat hij nog bezat, naar hartelust uitgaf, -op zijn veertigste jaar met de dochter van markiezin Montefiori, de -kleine markiezin Flavia, wier trotsche schoonheid hem dol gemaakt had, -trouwde, was hij in de villa Montefiori gaan wonen, het eenige bezit -van die dames. Zij lag dicht bij de Santa Agnese fuori le Mura in een -grooten tuin, een waar park met oude boomen, waarin de villa zelf, -een vrij onaanzienlijk gebouw uit de zeventiende eeuw, in een staat -van verval verkeerde. Allerlei praatjes deden over de dames de ronde: -de moeder was na den dood van haar man geheel beneden haar stand -geraakt; de te mooie dochter was veel te vrijmoedig in haar optreden. - -Het huwlijk was dan ook door de zeer strenge Serafina en door -zijn ouderen broeder Pio, die toentertijd geheim kamerheer van den -Heiligen Vader en canonicus van de Vaticaansche Basilica was, ten -sterkste afgekeurd. Alleen Ernesta was met haar broeder, dien zij om -zijn betooverende charme aanbad, blijven omgaan, zoodat het later -haar prettigste afleiding geworden was met haar dochter Benedetta -iedere week een dag op de villa Montefiori te gaan doorbrengen. En -wat een heerlijke dag was het altijd voor de tienjarige Benedetta en -den vijftienjarigen Dario--welk een gelukkigen dag brachten zij dan -door in den grooten, bijna verwaarloosden en verlaten tuin met zijn -piniepijnen, zijn reusachtige taxisboomen, zijn groene eikenboschjes, -waarin men als in een maagdelijk woud verdwalen kon. - -De arme, in haar levenslust verstikte Ernesta was een hartstochtelijke -lijdende ziel geworden. Zij was met een groote levenslust geboren -en smachtte naar zonneschijn, naar een gelukkig, vrij en druk leven -in het volle daglicht. Zij was beroemd om haar mooie, groote oogen, -om het bekoorlijke ovaal van haar zacht gezichtje. Zeer onwetend, -zooals alle jonge meisjes van den Italiaanschen adel, die het kleine -beetje, dat zij nog kenden, in een Fransch nonnenklooster geleerd -hadden, was zij, geheel afgesloten van het leven, opgevoed in den -somberen palazzo Boccanera, kende zij de wereld alleen maar van den -dagelijkschen wandelrit, dien zij met haar moeder over den Corso en den -Pincio maakte. Op haar vijf-en-twintigste jaar sloot zij, reeds moede -en wanhopig, het gewone huwlijk. Zij trouwde met graaf Brandini, den -laatst geborene van een zeer oud, talrijk en arm geslacht, die in het -paleis in de Via Giulia moest komen wonen, waar een geheele vleugel van -de tweede verdieping ter beschikking van het jonge paar gesteld werd. - -Verandering bracht dit niet met zich mede, Ernesta bleef in -dezelfde koude donkerte, in dat doode verleden, waarvan zij het -gewicht, als een zwaren grafsteen, steeds zwaarder op zich voelde -drukken, voortleven. Verder was het van beide kanten een zeer eervol -huwlijk. Graaf Brandini ging weldra voor den domsten en hoogmoedigsten -man van Rome door. Hij was streng godsdienstig, op de vormen gesteld -en onverdraagzaam, en hij triompheerde, toen het hem, na tallooze -intriges en kunstgrepen, na zes jaar gelukte tot opperstalmeester -van Zijne Heiligheid benoemd te worden. - -Van af dat oogenblik scheen met zijn ambt tegelijk de geheele sombere -majesteit van het Vaticaan in zijn huis gekomen te zijn. Onder -Pius IX, tot in 1870, was het leven van Ernesta nog draaglijk: -zij durfde de ramen, die op straat uitzagen, nog openen, ontving -openlijk enkele vriendinnen, nam uitnoodigingen voor feestelijkheden -aan. Maar toen de Italianen Rome veroverd en de paus zich tot -gevangene verklaard had, werd het paleis in de Via Giulia een -graf. De groote poort werd gesloten en gegrendeld, de deurvleugels -ten teeken van rouw dichtgespijkerd; gedurende twaalf jaar ging alles -langs het kleine trapje, dat naar het steegje leidde. Eveneens was -het verboden de jaloezieën aan den voorkant te openen. Dit was het -boudeeren, het protest der zwarte kringen. Het paleis zonk terug in -de onbeweeglijkheid van den dood en in een volkomen geïsoleerdheid: -recepties werden niet meer gehouden, en slechts zelden, op Maandagen, -slopen schimmen, vrienden van donna Serafina, door de nauwe, -openstaande deur. Gedurende die twaalf lugubere jaren weende de jonge -vrouw iederen nacht, haar arme ziel verteerde in stilte van wanhoop -over dit levend begraven zijn. - -Ernesta had haar dochtertje Benedetta vrij laat gekregen, eerst toen -zij al drie-en-dertig was. In den beginne was het kind een afleiding -voor haar. Dan geraakte zij echter weer in den doodenden sleur van -het geregelde leven; zij moest het meisje in het klooster bij de -Fransche nonnen doen, die haar zelf ook opgevoed hadden. Benedetta -kwam er op haar negentiende jaar als volwassen meisje vandaan met als -eenige kennis: Fransch, orthographie, wat rekenen, den catechismus en -een heel klein beetje geschiedenis. En het leven der beide vrouwen, -een leven in het vrouwenvertrek, dat reeds iets Oostersch had, werd -als altijd voortgezet: nooit ging de echtgenoot en vader met haar uit; -zij brachten den geheelen dag in de afgesloten kamers door, de eenige -afleiding was de dagelijksche verplichte wandelrit over den Corso en -den Pincio. - -Thuis heerschte er volkomen gehoorzaamheid; de familieband was -nog sterk en deed haar beiden buigen onder den wil van den graaf, -zonder dat verzet mogelijk was. Daarbij kwam nog de wil van donna -Serafina en van den kardinaal, die krachtige verdedigers van de -oude gewoonten waren. Sedert de paus in Rome niet meer uitging, -had de graaf als opperstalmeester veel vrijen tijd, want de stallen -waren sterk ingekrompen; toch bleef hij zijn dienst, die niet meer -dan een vorm was, met een groot vertoon van vromen ijver waarnemen -als een voortdurend protest tegen de usurpatorische monarchie, die -zich op het Quirinaal gevestigd had. Benedetta was twintig jaar, toen -haar vader op een avond hoestend en rillend van een ceremonie in de -St. Pieter thuis kwam. Acht dagen later stierf hij, weggerukt door -een longontsteking. Voor de beide vrouwen was het, ondanks haar rouw, -een opluchting, die zij echter niet bekennen wilden; zij voelden zich -nu vrij. - -Van af dat oogenblik had Ernesta nog slechts één gedachte, haar -dochter te vrijwaren voor dat vreeselijke, ingemetselde en begraven -bestaan. Zij had zich te zeer verveeld, voor haar was het te laat -weer op te leven, maar zij wilde niet, dat Benedetta op haar beurt een -tegennatuurlijk leven in een vrijwillig graf leven zou. Trouwens bij -enkele patricische families begonnen zich eveneens teekenen van moeheid -en verzet te toonen; na de eerste tijden van wrokken en boudeeren -gingen zij toenadering zoeken bij het Quirinaal. Waarom zouden de naar -werkzaamheid, vrijheid en buitenleven snakkende kinderen eeuwig den -strijd hunner ouders voortzetten? En zonder dat een verzoening tusschen -de zwarte en de witte kringen tot stand kon komen, begonnen toch de -nuances samen te smelten, werden onvoorziene huwlijken gesloten. - -De politieke quaestie liet Ernesta totaal onverschillig; zij wist er -eigenlijk niets van; het eenige wat zij hartstochtelijk begeerde, was, -dat haar familie eindelijk dat vervloekte graf, dat stomme, donkere -paleis Boccanera, waarin alle vreugden van haar vrouwenbestaan in -een zoo lang sterven verstard waren, verlaten zou. Als jong meisje, -als bruid, als echtgenoote had haar hart te veel geleden; zij gaf zich -geheel over aan de woede over haar verloren leven, dat zij in domme -berusting voorbij had laten gaan. Een nieuwe biechtvader, welken zij -in dien tijd koos, had nog meer invloed op haar begeerte, want zij -was heel vroom gebleven, vervulde trouw haar kerkelijke plichten en -volgde de raadgevingen van haar biechtvader trouw op. Om zich nog -vrijer te maken, biechtte zij niet meer bij den Jezuïetenpater, dien -haar man voor haar gekozen had, maar bij abbé Pisoni, den pastoor -van de Santa Brigittakerk op de piazza Farnese. - -Het was een zeer zachte en goede man van een jaar of vijftig, voor -Rome buitengewoon liefdadig, van wien de archaeologie en de liefde -voor de steenen een vurig patriot gemaakt hadden. Men vertelde, dat -hij ondanks zijn nederige positie meermalen in netelige quaesties -als bemiddelaar tusschen het Vaticaan en het Quirinaal opgetreden -was. Daar hij ook de biechtvader van Benedetta werd, sprak hij met -moeder en dochter graag over de grootheid der Italiaansche eenheid, -over de triompheerende heerschappij van Italië, wanneer de verzoening -tusschen den paus en den koning tot stand zou zijn gekomen. - -Benedetta en Dario hadden elkaar nog lief als op den eersten dag -met die krachtige en rustige liefde, welke hun de zekerheid gaf, -dat zij voor elkaar bestemd waren. Maar toen kwam Ernesta tusschen -beide en verzette zich halsstarrig tegen het huwlijk. Neen, neen, niet -Dario! Niet die neef, de laatste van den naam, die ook zijn vrouw zou -opsluiten in het donkere graf van het paleis Boccanera. Dat zou het -voortgezette begraven zijn beteekenen, een nog erger verval, dezelfde -hoogmoedige ellende, het eeuwige, neerdrukkende en in slaap wiegende -wrokken. Zij kende den jongen man goed, wist, dat hij een egoïst en -een zwakkeling was, niet in staat om te denken of te handelen, dat -hij voorbestemd was om zijn geslacht glimlachend te begraven en om -de laatste steenen van het huis boven zijn hoofd te laten instorten, -zonder een poging te doen om een nieuwe familie te stichten. En zij -wilde juist een ander lot voor haar kind, wilde het rijk en in het -leven van de overwinnaars en de machthebbers der toekomst tot nieuwen -bloei zien ontluiken. - -Van af dat oogenblik bleef de moeder er hardnekkig aan vasthouden -haar dochter tegen haar wil gelukkig te maken; zij vertelde haar haar -eigen lijden, bezwoer haar de jammerlijke geschiedenis niet opnieuw te -beginnen. Toch zouden haar pogingen mislukt zijn, zouden zij gestrand -zijn op den rustigen wil van het jonge meisje, dat zich voor altijd -gegeven had, wanneer bijzondere omstandigheden haar niet in aanraking -gebracht hadden met den schoonzoon van haar droomen. In dezelfde villa -Montefiori, waar Benedetta en Dario elkaar trouw beloofd hadden, maakte -zij kennis met graaf Prada, den zoon van Orlando, een der helden van -de Italiaansche eenheid. Op achttienjarigen leeftijd was hij na de -occupatie met zijn vader naar Rome gekomen en als eenvoudig ambtenaar -bij het ministerie van Financiën in staatsdienst getreden, terwijl -de oude held, die tot senator benoemd was, zeer bescheiden van een -kleine rente leefde, de laatste overblijfselen van een in den dienst -van het vaderland verdwenen kapitaal. Maar de edele krijgslust van -Garibaldi's ouden strijdmakker was, na de overwinning, bij den jongen -man in een woeste begeerte naar buit veranderd, en hij was een der -werkelijke veroveraars van Rome geworden, een der roofvogels, die de -stad in stukken scheurden en verslonden. In reusachtige bouwspeculaties -gewikkeld en, naar men beweerde, bovendien reeds zeer rijk, was hij -in aanraking gekomen met prins Onofrio, wien hij het hoofd op hol -gebracht had door hem het denkbeeld in te fluisteren het groote park -van de villa Montefiori te verkoopen, om daar een geheele nieuwe wijk -te doen verrijzen. Anderen beweerden, dat hij de minnaar der prinses, -de mooie Flavia, was, die, hoewel negen jaar ouder dan hij, nog steeds -een pracht van een vrouw bleef. - -En inderdaad werd hij beheerscht door woeste begeerte, een drang om -alles te veroveren, die hem voor niets deed terugdeinzen, als hij -het goed of de vrouw van een ander wilde bezitten. Vanaf het eerste -oogenblik wilde hij Benedetta. Haar kon hij niet als maîtresse -nemen, met haar moest hij trouwen. Hij aarzelde geen oogenblik, -brak op staanden voet met Flavia, plotseling hongerig naar die reine -maagdelijkheid, naar het oude patricische bloed, dat in een zoo -aanbiddelijk jong lichaam stroomde. Toen hij begreep, dat Ernesta, -de moeder, voor hem was, vroeg hij, zeker van zijn overwinning, om -haar hand. Het was een groote verrassing, want hij was vijftien jaar -ouder dan zij; maar hij was graaf, droeg een reeds historischen naam, -hoopte het eene millioen op het andere, was gezien op het Quirinaal -en had de beste vooruitzichten. Heel Rome sprak erover. - -Later heeft Benedetta zichzelf nooit kunnen verklaren, hoe zij ten -slotte had toegestemd. Een half jaar vroeger of een half jaar later zou -een dergelijk huwlijk wegens het vreeselijke schandaal, dat daardoor -in de zwarte kringen ontstaan zou, niet tot stand zijn gekomen. Een -Boccanera, de laatste van dit oude, pauselijke geslacht, gegeven aan -een Prada, aan een van die Kerkroovers! Dit krankzinnige plan had -juist moeten vallen op een zeer bijzonder en kortstondig oogenblik, -juist toen een uiterste toenaderingspoging tusschen het Vaticaan -en het Quirinaal gedaan werd. Het gerucht liep, dat men eindelijk -tot overeenstemming zou komen, dat de koning erin zou toestemmen de -souvereiniteit van den paus over de Leostad en over een smalle, tot aan -de zee loopende strook gronds te erkennen. Werd daardoor het huwlijk -van Benedetta en Prada als het ware niet het symbool van de nationale -verzoening? Was dit mooie meisje, de reine lelie der zwarte kringen, -niet het offer, het onderpand, dat men aan de witte kringen gaf? - -Gedurende veertien dagen sprak men over niets anders. Maar het jonge -meisje zelf bekommerde zich niet om die beweegredenen, luisterde -slechts naar haar hart, waarover zij niet meer beschikken kon, omdat -zij het reeds weggeschonken had. Doch van den vroegen ochtend tot -den laten avond smeekte haar moeder haar, bezwoer haar het geluk, -het leven, dat haar geboden werd, niet te weigeren. Vooral echter -werd zij bewerkt door haar biechtvader, den goeden abbé Pisoni, -wiens vaderlandslievende ijver bij deze gelegenheid tot volle uiting -kwam: hij oefende door het geheele gewicht van zijn geloof aan de -Christelijke bestemming van Italië een sterken druk op haar uit; -hij dankte de Voorzienigheid, dat zij een zijner biechtkinderen -uitverkoren had om een accoord te verhaasten, dat God in de geheele -wereld zou doen triompheeren. En ongetwijfeld was de invloed van haar -biechtvader een der beslissende oorzaken, die haar ten slotte deden -toestemmen, want zij was zeer vroom en wijdde vooral een bijzonderen -eerbied aan een Madonna, wier beeld zij iederen Zondag in de kleine -kerk op de piazza Farnese ging vereeren. - -Eén feit maakte vooral diepen indruk op haar: abbé Pisoni vertelde -haar, dat de vlam van de lamp, die voor het beeld brandde, telkens -wanneer hij zelf neerknielde, om de Heilige Maagd te smeeken zijn -biechtkind het verlossing brengende huwlijk aan te raden, wit -werd. Op die wijze werkten hoogere machten mede; en ten slotte gaf -zij uit gehoorzaamheid aan haar moeder toe. De kardinaal en donna -Serafina hadden zich eerst verzet, maar later, toen de religieuse -quaestie tusschen beide kwam, hun tegenstand laten varen. Zij was in -volkomen reinheid en in volkomen onschuld opgegroeid, wist niets van -zichzelf en was zoo onwetend omtrent de wereld, dat het huwlijk met -een ander dan Dario eenvoudig het verbreken van een lange belofte van -gemeenschappelijk leven, geen physieke losscheuring van haar lichaam -en van haar hart was. Zij weende veel en op een moedeloozen dag, toen -haar de wilskracht ontbrak, zich tegen de haren en tegen de geheele -wereld te verzetten, trouwde zij met Prada en sloot aldus een huwlijk, -waaraan geheel Rome medeplichtig geworden was. - -En toen, op den avond zelf van het huwlijk, sloeg plotseling de bliksem -in. Toonde Prada, de Piemontees, de Noord-Italiaan en veroveraar, -te veel de brutaliteit van den binnendringer, wilde hij de vrouw -behandelen, zooals hij de stad behandeld had, als een meester, die -zijn ongeduld, om zich te bevredigen, niet bedwingen kan? Of kwam de -onthulling voor Benedetta te onverwacht, vond zij haar te bezoedelend -van den kant van een man, dien zij niet lief had en aan wien zij -zich niet onderwerpen kon? Nooit heeft zij zich daaromtrent duidelijk -uitgesproken. Maar zij sloot heftig de deur van haar kamer, grendelde -die en weigerde hardnekkig die weer voor haar echtgenoot te openen. - -Een maand lang deed Prada, dien deze belemmering voor zijn hartstocht -dol maakte, wanhopige pogingen. Hij was diep beleedigd, zijn trots -bloedde, hij zwoer zijn vrouw te temmen, zooals men een onwillige -merrie temt, met zweepslagen. En al die zinnelijke woede van den -sterken man liep zich te pletter tegen den ontembaren wil, die in -één avond achter het smalle, bekoorlijke voorhoofd van Benedetta -opgeschoten was. De Boccanera's waren in haar ontwaakt: zij wilde -niet--heel eenvoudig--en niets ter wereld, zelfs de dood niet, zou -haar hebben kunnen dwingen, om te willen. Bovendien voelde zij, in deze -plotselinge kennis der liefde, de oude genegenheid voor Dario weer met -verdubbelde kracht terugkeeren; zij kwam tot de niet aan het wankelen -te brengen zekerheid, dat zij haar lichaam slechts aan hem geven mocht, -omdat zij het aan hem alleen beloofd had. Sedert het huwlijk, dat hij, -naar men zeide, als een sterfgeval had aanvaard, reisde de jonge man -in Frankrijk. Zij verborg hem niets, schreef hem, dat hij terug moest -komen, beloofde hem nogmaals nooit aan een ander te zullen toebehooren. - -Haar vroomheid was nog grooter geworden; de hardnekkige gedachte om -haar maagdelijkheid te bewaren voor den uitverkoren geliefde paarde -zich, in haar aanbidding, aan een gedachte van trouw aan Jezus. Een -vurig liefhebbend hart had zich in haar geopenbaard, bereid voor -het gegeven woord den marteldood te sterven. En toen haar moeder, -wanhopig, haar met gevouwen handen bezwoer zich aan haar echtelijke -plichten te onderwerpen, antwoordde zij, dat zij niets verplicht was, -omdat zij bij haar huwlijk niets wist. Bovendien waren de tijden weer -veranderd, de overeenkomst tusschen het Vaticaan en het Quirinaal -was mislukt, en wel in die mate, dat de bladen van beide partijen -met nieuwe heftigheid hun laster- en scheldcampagne weer begonnen -waren. Zoo stortte ook dit triomfhuwlijk, waartoe de geheele wereld -medegewerkt had als aan een onderpand van den vrede, met de algemeene -debacle in, was nog slechts een ruïne naast zoovele andere. - -Ernesta stierf eraan. Zij had zich vergist, haar mislukt bestaan, -haar vreugdeloos huwlijksleven vonden haar bekroning in deze laatste -dwaling als moeder. Het ergste was, dat zij geheel alleen bleef, -dat de geheele verantwoordelijkheid van de ramp op haar rustte, -want haar broer, de kardinaal, en haar zuster, donna Serafina, -overlaadden haar met verwijten. Haar eenige troost was de wanhoop -van abbé Pisoni, die dubbel getroffen werd: door het verlies van -zijn patriottische verwachtingen en door het berouw aan zulk een -catastrophe medegewerkt te hebben. En op een morgen vond men Ernesta -koud en wit in haar bed. Men sprak van een slagaderbreuk; maar het -verdriet alleen zou reeds een voldoende oorzaak geweest zijn, want -zij leed vreeselijk, in het geheim, zonder te klagen, zooals zij haar -geheele leven geleden had. - -Benedetta was nu reeds bijna een jaar getrouwd en weigerde zich -nog steeds aan haar echtgenoot, maar zij had de echtelijke woning -niet willen verlaten, om haar moeder den vreeselijken slag van een -publiek schandaal te besparen. Haar tante Serafina echter wendde al -haar invloed op haar aan, door haar hoop te geven op een mogelijke -ongeldigverklaring van het huwlijk, als zij zich voor de voeten -van den Heiligen Vader wilde werpen. Ten slotte gelukte het haar -haar te overtuigen, nadat zij--zelf gehoor gevend aan den raad van -anderen--haar in plaats van abbé Pisoni den Jezuïetenpater Lorenza, bij -wien zij zelf ook biechtte, als biechtvader gegeven had. Deze nauwlijks -vijf-en-dertigjarige Jezuïetenpater was een ernstig en vriendelijk -man met heldere oogen en een groote overredingskracht. Benedetta nam -echter eerst na den dood van haar moeder een besluit; eerst toen ging -zij weer in het paleis Boccanera de kamer bewonen, waar zij geboren -en haar moeder zoo juist gestorven was. Onmiddellijk werd het proces -tot nietigverklaring van het huwlijk tot eerste instructie voor den -kardinaal-vicaris, die met de leiding van het diocees Rome belast was, -gebracht. Men vertelde, dat de contessina er eerst toe overgegaan was, -nadat haar een geheime audiëntie verleend was bij den paus, die haar -zijn aanmoedigende deelneming betuigd had. - -Graaf Prada dacht er in den beginne over zijn vrouw met den sterken -arm van het gerecht te dwingen naar de echtelijke woning terug te -keeren. Op aandrang van zijn vader echter, die de geheele zaak met -leede oogen aanzag, gaf hij ten slotte toe, dat het proces voor de -kerkelijke autoriteit gevoerd werd. Het meest verbitterde hem het feit, -dat de eischeresse aanvoerde, dat het huwlijk door impotentie van den -man niet voltrokken was. Dat was een der motieven, die voor het Hof -van Rome altijd groote kracht bezaten. In zijn memorie verzuimde de -kerkelijke advocaat Morano, een der autoriteiten van de Romeinsche -balie, eenvoudig te zeggen, dat de eenige reden van die impotentie -de tegenstand van de vrouw was; een geheel debat ontspon zich over -dit teere punt, dat zoo scabreus werd, dat het onmogelijk scheen de -waarheid aan het daglicht te brengen; van beide zijden gaf men intieme -bijzonderheden in het Latijn, riep men getuigen voor, die allerlei -details over het samenwonen en de voorgevallen scènes moesten geven. - -Het meest beslissende stuk was een door twee vroedvrouwen onderteekende -verklaring, dat haar na onderzoek gebleken was, dat de maagdelijkheid -van het jonge meisje ongerept was. De vicaris had dus in zijn qualiteit -van bisschop van Rome, de zaak overgedragen aan de Conciliecongregatie, -wat voor Benedetta een eerste succes beteekende. Zoo stonden -thans de zaken; zij wachtte nu op de definitieve uitspraak van de -congregatie in de hoop, dat de kerkelijke nietigverklaring van het -huwlijk een onweerstaanbaar argument zou zijn tot verkrijging van -echtscheiding van de burgerlijke autoriteiten. In het kille vertrek, -waarin haar moeder Ernesta, onderworpen en wanhopig, gestorven was, -had de contessina haar jongemeisjesleven weer opgevat. Zij was heel -kalm en beheerschte volkomen haar hartstocht, want zij had gezworen, -dat zij zich aan niemand zou geven dan aan Dario, en ook aan hem -eerst op den dag, dat een priester hen heilig voor God verbonden had. - -Ook Dario was een half jaar vroeger ten gevolge van den dood van -zijn vader en van een catastrophe, die hem geruïneerd had, in het -paleis Boccanera komen wonen. Prins Onofrio had zich namelijk, nadat -hij op raad van Prada de villa Montefiori voor tien millioen aan een -financieele maatschappij verkocht had, in plaats van verstandig zijn -tien millioen in zijn zak te houden, zich laten medesleepen door -de speculatiekoorts, die Rome toen verteerde; hij begon zelfs zoo -te spelen, dat hij zijn eigen terrein terugkocht, en verloor alles -in den verschrikkelijken krach, die het vermogen der geheele stad -verslond. Geheel geruïneerd, ja zelfs niettegenstaande hij vele -schulden had, bleef de prins toch als populair man glimlachend -zijn wandelingen op den Corso voortzetten, totdat hij plotseling -ten gevolge van een val van zijn paard stierf. Elf maanden later -trouwde zijn weduwe, de nog steeds mooie Flavia--die het zoo had -weten aan te leggen, dat zij uit de ramp een moderne villa en een -rente van veertig duizend francs had opgevischt--met een prachtigen, -tien jaar jongeren man, een Zwitser, Jules Laporte, oud-sergeant van -de garde van St. Pieter, daarna beunhaas van een reliquieënhandel, -en thans markies Montefiori, daar hij door een speciale breve van den -paus tegelijk met de vrouw den titel veroverd had. Prinses Boccanera -was weer markiezin Montefiori geworden. - -Diep gekrenkt in zijn trots had kardinaal Boccanera toen van zijn -neef Dario geëischt, dat hij een paar kleine appartementen op de -eerste verdieping van het paleis in de Via Giulia zou betrekken. In -het hart van den heiligen man, die voor de wereld afgestorven scheen -te zijn, leefde nog de trots op den naam en een teedere liefde voor -dezen tengeren knaap, den laatste van het geslacht, den eenige, door -wien de oude wortel weer groen kon worden. Hij toonde zich volstrekt -niet afkeerig van een huwlijk met Benedetta, die hij eveneens met -vaderlijke toegenegenheid liefhad. Hij was zoo hooghartig en zoo ten -volle overtuigd van hun vroomheid, dat hij zich, toen hij hen beiden -bij zich aan huis nam, in het minst niet stoorde aan de gemeene -praatjes, die de vrienden van graaf Prada onder de witte kringen -rondstrooiden sedert neef en nicht onder één dak woonden. Donna -Serafina waakte over Benedetta, zooals hij zelf over Dario waakte, -en in de stilte en in de donkerte van het groote verlaten paleis, -dat vroeger door zulke tragische en bloedige gewelddaden bevlekt -was, leefden nu nog slechts deze vier met hun thans ingeslapen -hartstochten--de laatste overlevenden van een wereld, die op den -drempel van een nieuwe wereld ineenstortte. - - - -Toen abbé Pierre Froment plotseling met een zwaar hoofd uit zijn -benauwde droomen ontwaakte, zag hij tot zijn groote spijt, dat de dag -al ver gevorderd was. Zijn horloge wees zes uur. Hij, die hoogstens -een uur wilde rusten, had in een onoverwinnelijke uitputting bijna -zeven uur geslapen. En hoewel hij nu wakker was, bleef hij toch op bed -liggen, gebroken, als reeds overwonnen voor den strijd. Vanwaar kwam -toch die uitputting, die ongemotiveerde ontmoediging, die huivering van -twijfel, die zich in zijn slaap, hij wist niet hoe en waarom, van hem -meester gemaakt had en zijn heerlijk-jonge geestdrift van dien ochtend -geheel uitdoofde. Hadden de Boccanera's iets met deze plotselinge -zwakheid van ziel te maken? In het donker van zijn droomen had hij -zulke verwarde, zulke verontrustende gestalten gezien; zijn angst -bleef bestaan, hij riep ze zich nogmaals voor den geest, schrikkend -zoo in deze vreemde kamer wakker te worden, bang voor het onbekende. - -De dingen schenen hem zoo onbegrijpelijk toe; hij kon zich niet -verklaren waarom juist Benedetta aan vicomte de la Choue geschreven en -hem opgedragen had hem te zeggen, dat zijn boek bij de Indexcongregatie -aangegeven was. Welk belang kon zij erbij hebben, dat de schrijver -zich te Rome kwam verdedigen? Met welk doel had zij de vriendelijkheid -zoo ver gedreven, dat zij wilde, dat hij hier logeeren zou? Zijn -groote verbazing was, dat hij, een vreemdeling, zich in dit bed, in -dit vertrek, in dit paleis bevond, waarvan hij de diepe, doodsche -stilte om zich heen hoorde. Zijn ledematen waren als geradbraakt, -zijn hoofd leeg; plotseling echter zag hij duidelijk, begreep hij, -dat er dingen waren, die hem ontgingen, dat zich achter de schijnbaar -eenvoudige feiten een geheele complicatie verbergen moest. Maar dat -was slechts een lichtflits, zijn argwaan verdween weer; hij stond -op, schudde zich eens flink, zeide tot zichzelf, dat die trieste -schemering de eenige oorzaak van dien angst en die wanhoop was, -waarover hij zich nu reeds schaamde. - -Om zijn gedachten wat afleiding te geven, begon Pierre in zijn twee -kamers rond te kijken. Zij waren eenvoudig, bijna armoedig, van -ongelijksoortige mahoniehouten meubelen uit het begin der vorige -eeuw voorzien. Het bed had, evenmin als de ramen en deuren, geen -gordijnen. Op den kalen, roodgeverfden en geboenden grond lagen alleen -voor de stoelen kleine matjes. Bij het zien van die kille kaalheid -dacht hij terug aan de kamer, waarin hij, als kind, te Versailles -bij zijn grootmoeder geslapen had, die daar onder Louis Philippe een -garen- en bandwinkeltje gehad had. Maar aan den muur van het bed -hing tusschen kinderachtige en waardelooze gravures een oud doek, -dat zijn aandacht trok. Het stelde, nauwlijks door den stervenden dag -verlicht, een vrouwefiguur voor, die op den drempel van een groot en -streng gebouw zat, waaruit men haar weggejaagd scheen te hebben. De -bronzen vleugeldeuren hadden zich voor altijd achter haar gesloten -en zij zat daar, in een eenvoudig wit linnen kleed gehuld, terwijl -andere kleedingstukken, ruw weggeworpen, her en der op de granieten -treden lagen. Haar voeten en haar armen waren bloot, het gelaat rustte -in haar van smart krampachtig verwrongen handen--een gezicht, dat men -niet zag, dat, door de golven van haar prachtige lokken overstroomd, -als door een dofgouden sluier omhuld was. - -Welk een naamlooze smart, welk een vreeselijke schande, welk een -afschuwlijk aan haar lot overgelaten zijn verborg deze uitgestootene, -deze hardnekkig liefhebbende vrouw, over wier geschiedenis--de -geschiedenis van een heftig hart--men tot in het oneindige peinzen -kon? Men raadde, dat zij in haar ellende, in die om haar schouders -geworpen flarden linnen, aanbiddelijk jong en mooi was; maar al het -overige van haar--haar hartstocht en misschien haar ongeluk en haar -schuld wellicht--was gehuld in mysterie. Tenzij zij het symbool was van -alles, dat, zonder een eigen gelaat, rillend en weenend voor de eeuwig -gesloten deur van het onzienlijke staat. Lang keek hij naar haar, -zóó strak, dat hij zich ten slotte verbeeldde haar goddelijk rein, -lijdend profiel te onderscheiden. Doch het was slechts een illusie, -want het doek had veel geleden, was zwart geworden en verwaarloosd, -en hij vroeg zich af van welken onbekenden meester dit paneel, dat -hem zoo ontroerde, wel zijn kon? Aan den anderen kant irriteerde een -Heilige Maagd, een slechte copie van een doek uit de achttiende eeuw, -hem door haar banalen glimlach. - -Het daglicht werd al zwakker en zwakker. Pierre opende het raam en -ging er op zijn ellebogen uit liggen. Tegenover hem, aan de overzijde -van den Tiber, verhief zich de Janiculus, vanwaar hij 's ochtends -Rome gezien had. Maar thans, in dit doffe licht, was het niet meer -de stad van jeugd en droomen, die zich ophief in de ochtendzon. De -avond omsluierde alles met een aschgrauw: de horizont, onduidelijk en -droefgeestig-dof, zonk weg. Daarboven links, over de daken, raadde hij -nog den Palatinus: daarbeneden rechts stak de dom van de St. Pieter -nog steeds leikleurig tegen den loodgrijzen hemel af, terwijl achter -hem de Quirinalis, dien hij niet zien kon, ook wel in den mist zou -wegsomberen. Een paar minuten verliepen, en alles werd nog waziger; -hij voelde Rome verdwijnen, zich verliezen in zijn hem onbekende -onmetelijkheid. Opnieuw grepen twijfel en onrust hem zoo pijnlijk aan, -dat hij niet langer aan het raam kon blijven staan; hij sloot het weer, -ging zitten, liet zich door de duisternis met een eindelooze triestheid -omhullen. En aan zijn droef gepeins kwam eerst een einde, toen de deur -zacht openging en het schijnsel van een lamp het vertrek opvroolijkte. - -Het was Victorine, die voorzichtig het licht binnen bracht. - -"Zoo, mijnheer de abbé, al op! Om vier uur ben ik ook wezen kijken, -maar ik heb u laten slapen. Heel verstandig van u, om eens goed uit -te slapen!" - -Maar toen hij over pijn in zijn ledematen en over koude rillingen -klaagde, begon zij ongerust te worden. - -"Pas maar op, dat u die afschuwlijke koortsen niet krijgt. Dat vlak -bij de rivier wonen is niet gezond. Don Vigilio, de secretaris van -Zijne Eminentie, heeft ze ook, en ik verzeker u, dat dat alles behalve -lollig is." - -Zij gaf hem dan ook den raad niet naar beneden te gaan, maar weer -zijn bed op te zoeken. Zij zou hem wel excuseeren bij de prinses en -de contessina. Hij liet haar praten en doen wat zij wilde, want hij -was niet in staat zelf iets te willen. Op haar raad at hij echter -wel wat; hij gebruikte een bord soep, een stukje kip en appelmoes, -die Giacomo, de knecht, voor hem boven bracht. Dat deed hem goed; -hij voelde zich weer zoo veel beter, dat hij weigerde naar bed te -gaan en met alle geweld de dames vanavond nog voor haar hartelijke -gastvrijheid wilde bedanken. Daar donna Serafina 's Maandagsavonds -ontving, zou hij zich voorstellen. - -"Goed, goed!" zeide Victorine. "Als u u weer goed voelt, zal dat -een uitstekende afleiding voor u zijn... Het beste zal zijn dat don -Vigilio, die hiernaast zijn kamers heeft, u om negen uur komt halen -en met u naar beneden gaat. Wacht maar op hem!" - -Pierre had zich juist gewasschen en zijn nieuwe soutane aangetrokken, -toen er precies om negen uur bescheiden op de deur geklopt werd. Een -kleine, nauwlijks dertigjarige, magere en ziekelijk uitziende priester -met een lang, gerimpeld en saffraankleurig gelaat kwam binnen. Nu -al twee jaar lang werd hij dagelijks op hetzelfde uur door de koorts -verteerd. Maar in zijn geel gezicht brandden, door zijn vurige ziel -ontstoken, de vlammen van zijn zwarte oogen, wanneer hij vergat die -uit te dooven. - -Hij maakte een buiging en zeide, eenvoudig, in heel zuiver Fransch: - -"Mag ik mij even voorstellen, mijnheer de abbé? Don Vigilio, en geheel -tot uw dienst!... Als u het goed vindt, kunnen we naar beneden gaan." - -Pierre dankte hem voor zijn vriendelijkheid en volgde hem dadelijk. Don -Vigilio zeide echter verder niets meer en antwoordde alleen maar met -een glimlachje. Zij waren de kleine trap afgegaan en bevonden zich -nu op het groote portaal van de eeretrap. Pierre voelde zich bij de -armzalige verlichting droef te moede; op grooten afstand van elkaar -flikkerden enkele vleermuizen als in een verdacht hôtel garni; de -gele vlekken verlichtten nauwlijks de diepe duisternis van de hooge, -eindelooze gangen. Het was iets gigantisch en doodsch tegelijk. Zelfs -op het portaal, waarop, tegenover die van haar nicht, de appartementen -van donna Serafina uitkwamen, wees niets erop, dat het de ontvangavond -van de oude dame was. De deur bleef dicht, geen geluid drong uit -de vertrekken in de doodelijke stilte, die uit het geheele paleis -opsteeg. Zonder te bellen opende don Vigilio na een nieuwe buiging -de deur. - -Een enkele, op de tafel staande petroleumlamp verlichtte de -antichambre, een groot vertrek met kale muren, waarop al fresco een -behang in rood en goud geschilderd was. Op de stoelen lagen een paar -jassen en twee mantels, terwijl een wandtafeltje met hoeden bedekt -was. Tegen den muur zat een huisknecht te dommelen. - -Toen don Vigilio ter zijde trad, om Pierre den eersten salon, een met -rood brocaat behangen, half donker, schijnbaar leeg vertrek, te laten -binnengaan, stond deze plotseling tegenover een zwarte gedaante, een in -het zwart gekleede vrouw, wier trekken hij niet dadelijk onderscheiden -kon. Gelukkig hoorde hij, hoe don Vigilio met een buiging zeide: - -"Contessina, mag ik de eer hebben u abbé Pierre Froment, die vanochtend -uit Frankrijk gekomen is, voor te stellen?" - -Hij bleef een oogenblik alleen met Benedetta in het slapende licht der -twee met kant omsluierde lampen van den verlaten salon. Maar dan kwam -een geroezemoes van stemmen uit den salon ernaast, een grooten salon, -welks deur, waarvan de beide vleugels open stonden, een vierkant van -helderder licht afteekende. - -De jonge vrouw begroette hem met eenvoudige hartelijkheid. - -"Het is mij een groot genoegen u te zien, mijnheer de abbé! Ik was -werkelijk bang, dat u ernstig ongesteld zoudt zijn. Maar nu voelt u -zich weer beter, niet waar?" - -Dadelijk kwam hij onder de bekoring van haar langzame, ietwat -brouwende stem, waarin een diepe, bedwongen hartstocht over scheen -te gaan in veel gezond verstand. Nu eindelijk zag hij haar met haar -zware, bruine lokken, met haar witte, ivoorwitte huid. Zij had een -rond gezicht, eenigszins dikke lippen, een zeer fijngeteekenden neus -en bijna kinderlijk-zachte trekken. Maar vooral haar oogen leefden, -groote, eindeloos diepe oogen, waarin niemand met zekerheid lezen -kon. Sliep zij? Droomde zij? Verborg zij onder de onbeweeglijkheid -van haar gelaat de vurige spankracht der groote heiligen en der groote -amoureuses? Zij was zoo blank, zoo jong, zoo rustig, haar bewegingen -waren harmonisch, haar geheele manier van doen weloverwogen, zeer -edel en rhythmisch. In haar ooren droeg zij twee groote parelen van -het zuiverste water, parelen afkomstig van een beroemden collier van -haar moeder en die geheel Rome kende. - -Pierre excuseerde zich en dankte haar. - -"Madame, u maakt mij werkelijk verlegen, ik had u vanochtend al willen -zeggen, hoe zeer ik uw te groote goedheid op prijs stel." - -Hij had een oogenblik geaarzeld haar "Madame" te noemen, daar hij zich -het in haar eisch tot nietigverklaring van het huwlijk aangevoerde -motief herinnerde. Maar blijkbaar noemde iedereen haar zoo. Trouwens -haar gelaatsuitdrukking was kalm en welwillend gebleven, en zij wilde -hem op zijn gemak stellen. - -"U doet hier precies alsof u thuis was, mijnheer de abbé. Het is voor -ons voldoende, dat u de vriend bent van mijnheer de la Choue en dat -hij zich voor uw werk interesseert. Zooals u waarschijnlijk weten zult, -koester ik voor hem een groote genegenheid..." - -Zij hield verlegen op, begreep, dat zij over het boek moest spreken, -de eenige reden van de reis en de aangeboden gastvrijheid. - -"Ja, de vicomte heeft mij uw boek gezonden. Ik heb het met heel -veel genoegen gelezen. Het heeft mij zelfs zeer getroffen. Maar -ik ben slechts een onwetend meisje en heb zeker niet alles goed -begrepen. Wij moeten er samen eens over spreken en dan wilt u mij -zeker uw denkbeelden wel eens nader uitleggen, niet waar?" - -In haar groote, heldere oogen, die niet liegen konden, las hij -de verbazing, de ontroering van een kinderziel, die in aanraking -gebracht wordt met verontrustende problemen, welke zij nog nooit -onder de oogen gezien had. Zij was het dus niet, die zich voor zijn -boek geïnteresseerd had, die hem in haar nabijheid wilde hebben, om -hem te steunen, om zijn bondgenoot te zijn in de overwinning? Hij -vermoedde, en ditmaal zeer beslist, een geheimen invloed, iemand, -wiens hand alles naar een onbekend doel leidde. Maar hij kwam onder de -bekoring van zooveel eenvoud en zooveel openhartigheid in een zoo mooi, -zoo jong en zoo edel wezen; hij gaf zich geheel aan haar na de eerste -woorden, die zij tot hem gericht had. Hij wilde haar juist zeggen, -dat zij geheel over hem beschikken kon, toen hij daarin gestoord werd -door de komst van een andere, eveneens in het zwart gekleede vrouw, -wier hooge, slanke gestalte scherp tegen de lichte lijst der wijd -openstaande deur van den salon ernaast afstak. - -"Heb je aan Giacomo gezegd, dat hij boven moet gaan kijken, -Benedetta? Don Vigilo is juist gekomen, en hij is alleen. Dat past -niet." - -"Wel neen, tante, mijnheer de abbé is hier." - -En vlug stelde zij voor. - -"Mijnheer de abbé Pierre Froment... Prinses Boccanera!" - -Een ceremonieele begroeting volgde. Zij moest niet ver meer van de -zestig zijn, maar zij reeg zich zoo sterk, dat men haar van achteren -voor een jonge vrouw zou hebben aangezien. Dat was echter haar -laatste coquetterie; haar haar, nog dik en vol, was geheel grijs, -slechts de wenkbrauwen in haar lang gezicht met de diepe plooien en -den grooten, eigenzinnigen familieneus, waren nog zwart. Zij was nooit -mooi geweest en maagd gebleven; nooit was de wonde, welke de keus -van graaf Brandini, die zijn oog op Ernesta, haar jongere zuster, -had laten vallen, haar toegebracht had, genezen; van dat oogenblik -af had zij besloten al haar vreugde te zoeken in de bevrediging van -den overgeërfden trots op den naam, dien zij droeg. De Boccanera's -hadden reeds twee pausen in de familie gehad, en zij hoopte niet te -sterven, voordat haar broeder, de kardinaal, de derde was. Zij was -zijn geheime huishoudster geworden, zij had hem nooit verlaten, waakte -over hem, was zijn raadsvrouw, deed wonderen, om het langzame verval, -dat de plafonds van het huis boven hun hoofden deed ineenstorten, -te verbergen. Uit hooge politiek, om den salon van de zwarte kringen, -om een macht en een gevaar te blijven, ontving zij sedert dertig jaar -iederen Maandag enkele intieme vrienden, die allen tot de partij van -het Vaticaan behoorden. - -Uit haar ontvangst begreep Pierre onmiddellijk, hoe weinig hij, -de kleine vreemde priester, die niet eens prelaat was, voor haar -beteekende. En dat deed zijn verwondering nog grooter worden, deed -opnieuw de vraag in hem opkomen: waarom had men hem hier uitgenoodigd, -wat moest hij in deze voor de nederigen gesloten wereld doen? Hij wist, -dat zij uiterst vroom was, en meende ten slotte te moeten begrijpen, -dat zij hem alleen uit égard voor den vicomte ontving, want op haar -beurt wist zij niets anders te zeggen dan: - -"Het doet ons zoo'n genoegen goede berichten van mijnheer de la -Choue te ontvangen! Twee jaar geleden is hij hier met zoo'n mooien -pelgrimstocht geweest!" - -Zij ging den jongen priester voor naar den salon ernaast. Het was -een groot vierkant vertrek met oud, geel brocaat met groote Louis -XIV-bloemen behangen. Het zeer hooge plafond had een prachtige -bekleeding van gesneden en beschilderd hout en vakken met gouden -rosetten. De meubileering was zeer gemengd. Hooge spiegels, twee -prachtige, vergulde wandtafeltjes, een paar mooie fauteuils uit de -zeventiende eeuw; maar al het overige was jammerlijk-leelijk, een zware -empire-guéridon van God weet waarvandaan, allerlei vreemde dingen, -die uit den een of anderen bazar afkomstig moesten zijn, afschuwlijke -photographieën op het kostbare marmer der wandtafeltjes. Er was geen -enkel interessant kunstvoorwerp. Aan de muren hingen oude middelmatige -schilderijen, uitgezonderd een prachtige onbekende primitief: een -Visitatie uit de veertiende eeuw: de Heilige Maagd was heel klein -en had de teere reinheid van een tienjarig kind, terwijl de Engel -zeer groot en schitterend was en haar deed baden in de golven van -een verblindende, bovenmenschelijke liefde. Daartegenover hing een -oud familieportret, een zeer mooi jong meisje met een tulband op het -hoofd voorstellend, waarschijnlijk Cassia Boccanera, die zich met -haar broeder Ercole en het lijk van haar geliefde, Flavio Corradini, -in den Tiber geworpen had. Vier lampen verlichtten met haar sterk, -rustig licht het verwelkte, als door een melancholieken zonsondergang -geel bestraalde, ernstige, ledige en kale vertrek, waarin geen enkele -bloem te zien was. - -Dadelijk stelde donna Serafina Pierre met enkele woorden voor. In de -onmiddellijk daarop volgende stilte en het plotselinge staken der -gesprekken voelde hij hoe aller blikken zich tot hem wendden als -naar een beloofde en verwachte curiositeit. Er waren hoogstens een -tiental personen bijeen, waaronder Dario, die stond te praten met de -kleine prinses Celia Buongiovanni, welke hier gebracht was door een -oude bloedverwante, die in een donker hoekje zat te fluisteren met een -prelaat, monsignor Nani. Pierre was echter het meest getroffen door den -naam van den kerkelijken advocaat Morano, van wiens bijzondere positie -in dit huis de vicomte, toen hij Pierre naar Rome zond, gemeend had -hem op de hoogte te moeten brengen, opdat hij geen verkeerde dingen -zeggen of doen zou. - -Morano was sedert dertig jaar de vriend van donna Serafina. Deze -verhouding was vroeger strafbaar, daar de advocaat vrouw en kinderen -had, maar nadat hij weduwnaar geworden was en vooral onder den invloed -van den tijd werd het een door allen geëxcuseerde en aanvaarde -liaison, een van die langdurige natuurlijke huwlijken, welke door -de verdraagzaamheid der wereld gewijd worden. Daar beiden zeer -vroom waren, hadden zij zich ongetwijfeld van de noodige aflaten -verzekerd. Zoo zat Morano op de plaats, die hij sedert meer dan -een halve eeuw innam, naast den haard, hoewel er nog geen vuur -brandde. Toen donna Serafina zich van haar plicht als gastvrouw -gekweten had, ging zij op haar eigen plaatsje aan den anderen kant -van den haard tegenover hem zitten. - -Terwijl Pierre, zwijgend en bescheiden op een stoel naast don Vigilio -plaats nam, vertelde Dario op luideren toon het verhaal, dat hij -aan Celia deed, verder. Hij was een knappe jonge man van middelbare -grootte, slank en elegant, met een bruinen, zeer gesoigneerden baard, -een lang gezicht en den grooten neus der Boccanera's; maar zijn -gelaatstrekken waren zachter, als door de eeuwenlange verarming van -het bloed verslapt. - -"O, een schoonheid!" herhaalde hij met nadruk; "een buitengewone -schoonheid!" - -"Wie bedoel je toch?" vroeg Benedetta, die zich bij hen voegde. - -Celia, die op de boven haar hoofd hangende kleine Maagd van den -primitief leek, begon te lachen. - -"O, een arm meisje--een arbeidster, die Dario vandaag gezien heeft." - -En Dario moest zijn verhaal opnieuw beginnen. Hij liep in een smal -straatje, dicht bij de piazza Navona, toen hij op de treden van een -bordes een groot, krachtig meisje van een jaar of twintig zag, dat -vreeselijk zat te snikken. Getroffen door haar schoonheid, was hij -naar haar toegegaan en had eindelijk begrepen, dat zij in het huis, -een fabriek van wasparelen, werkte, maar dat de fabriek gesloten -was en zij nu niet naar huis durfde gaan, omdat daar toch al zoo'n -armoede heerschte. Onder den zondvloed van haar tranen had zij -zulke mooie oogen naar hem opgeslagen, dat hij ten slotte wat geld -uit zijn zak gehaald had. Toen was zij echter, rood en verlegen, -opgesprongen, had haar handen onder haar rok verborgen en niets -willen aannemen; als hij wilde, kon hij met haar medegaan en het aan -haar moeder geven. Vervolgens was zij weggeloopen in de richting van -de Engelenbrug. - -"O, een schoonheid," herhaalde hij met geestdriftige extase; -"een buitengewone schoonheid!... Grooter dan ik, maar desniettemin -toch slank, met een hals als van een godin! Een echte antieke, een -twintigjarige Venus--de kin iets te krachtig, mond en lippen zeldzaam -regelmatig, oogen--o, die reine, groote oogen! En blootshoofds, niets -dan de kroon van haar zware, zwarte lokken--een stralend gezicht, -als verguld door de zon!" - -Allen luisterden verrukt in dien hartstocht voor de schoonheid, -welken Rome trots alles bewaart. - -"Die mooie meisjes uit het volk beginnen zeldzaam te worden," zeide -Morano. "Je kan heel Trastevere doorloopen, zonder er een tegen te -komen. Maar dit bewijst, dat er tenminste nog één is." - -"En hoe heet je godin?" vroeg Benedetta, die even verrukt was als de -anderen, glimlachend. - -"Pierina," lachte hij terug. - -"En wat heb je gedaan?" - -Maar het gelaat van den jongen man kreeg een uitdrukking van onbehagen -en angst, als dat van een kind, dat onder het spelen een leelijk -dier ziet. - -"Praat me daar niet over, ik heb er spijt genoeg van... Een ellende, -een ellende, om er ziek van te worden." - -Hij was haar uit nieuwsgierigheid gevolgd naar den anderen kant -van de Engelenbrug tot in de nieuwe wijk, die op de oude Prati del -Castello gebouwd werd; en daar, op de eerste verdieping van een der -verwaarloosde, nauwlijks droge en toch reeds in verval verkeerende -huizen, was hij getuige geweest van een vreeselijk tooneel, waar -hij nu nog van walgde: een heele familie, vader, moeder, een oude -zwakke oom, kinderen, die bijna stierven van honger en in het vuil -vervuilden. Hij gebruikte bij zijn schildering de mooiste woorden, -verjoeg het vreeselijk visioen met een verschrikte handbeweging. - -"Enfin, ik maakte, dat ik wegkwam, en ik verzeker je, dat ik niet -meer terug ga." - -In de koude en verlegen stilte, die volgde, schudden allen afkeurend -hun hoofd. Morano verklaarde met bittere woorden, dat de roovers, -de mannen van het Quirinaal, de eenige oorzaak van al die ellende -van Rome waren. Liep niet het gerucht, dat men den afgevaardigde -Sacco, dien in allerlei verdachte zaken gecompromitteerden intrigant, -minister wilde maken? Dat zou het toppunt van onbeschaamdheid zijn, -het onvermijdelijke en nabije bankroet. - -Alleen Benedetta, wier blik zich op Pierre richtte, prevelde, denkend -aan zijn boek: - -"Die arme menschen! Hoe vreeselijk! Maar waarom niet naar hen -teruggaan?" - -Pierre, in den beginne verstrooid en zich niet op zijn gemak voelend, -was diep ontroerd door het verhaal van Dario. Hij doorleefde weer zijn -apostolaat te midden der ellenden van Parijs, en een innig medelijden -maakte zich van hem meester, nu hij bij zijn aankomst in Rome weer -dezelfde ellende terugvond. Zonder het te willen, verhief hij zijn -stem en zeide luid: - -"O, madame, laten we er samen heengaan! Breng mij er! Die quaesties -interesseeren mij zoo." - -De aandacht van allen werd daardoor weer op hem gevestigd. Men begon -hem vragen te stellen; hij voelde, dat zij nieuwsgierig waren naar -zijn eersten indruk, naar wat hij over hun stad en over hen zelf -dacht. Vooral moest hij Rome niet naar den uiterlijken schijn -beoordeelen. Wat had hij gezien, hoe vond hij de stad? Doch hij -verontschuldigde zich beleefd, zeide, dat hij daarop geen antwoord -geven kon, daar hij nog niets gezien had, zelfs nog niet uit geweest -was. Maar toch bleef men bij hem aandringen; hij kreeg het zeer -besliste gevoel, dat men een druk op hem wilde uitoefenen, hem met -geweld tot bewondering en liefde dwingen wilde. Men gaf hem van alle -kanten raad, bezwoer hem zich niet door teleurstellingen, die niet uit -konden blijven, te laten beïnvloeden, doch vol te houden, te wachten, -tot Rome hem zijn ziel openbaarde. - -"Hoe lang denkt u hier te blijven, mijnheer de abbé?" vroeg een -beleefde, zachte en heldere stem. - -Het was monsignor Nani. Hij zat nog steeds in hetzelfde donkere hoekje -en sprak nu voor het eerst met luide stem. Meermalen meende Pierre -reeds opgemerkt te hebben, dat de prelaat zijn blauwe, zeer levendige -oogen niet van hem af had, terwijl hij aandachtig scheen te luisteren -naar het langzame gepraat van Celia's tante. Voor hij antwoordde, -keek hij hem aan. In zijn soutane met de smalle karmijnroode zoom en -de violetzijden sjerp om zijn middel, zag hij er met zijn nog blond -haar, zijn rechten, fijngeteekenden neus, zijn krachtigen mond en -zijn schitterend-witte tanden, nog jong uit, ofschoon hij de vijftig -reeds gepasseerd was. - -"Een veertien dagen, monsignor, drie weken misschien." - -De geheele salon protesteerde. Wat? Drie weken? En verbeeldde hij zich -heusch Rome in drie weken te leeren kennen? Daar waren zes maanden, -een jaar, tien jaar voor noodig! De eerste indruk was altijd ongunstig, -en om dien te overwinnen was een langer verblijf beslist noodzakelijk. - -"Drie weken!" herhaalde donna Serafina met een minachtend gebaar. "Kan -men elkaar in drie weken leeren kennen en lief hebben?" - -Om de lippen van Nani, die zich met de anderen opgewonden had, -speelde slechts een flauw glimlachje. Met zijn fijne hand, die zijn -aristocratische geboorte verried, maakte hij een klein gebaar. En -toen Pierre zeer bescheiden uitlegde, dat hij alleen gekomen was, -om enkele stappen te doen, en weer terug zou gaan, zoodra die gedaan -waren, zeide de prelaat nog steeds glimlachend: - -"O, mijnheer de abbé zal langer blijven dan drie weken. Ik hoop, -dat we het genoegen zullen hebben hem nog lang in ons midden te zien." - -Hoewel deze woorden met rustige beleefdheid uitgesproken werden, -maakten zij op Pierre toch een zeer onaangenamen indruk. Wat wist -de prelaat? Wat wilde hij daarmede zeggen? Hij vroeg zacht aan don -Vigilio, die nog steeds zwijgend naast hem zat: - -"Wie is toch die monsignor Nani?" - -Maar de secretaris antwoordde niet dadelijk. Zijn koortsachtig gelaat -kreeg een nog grauwere tint. Zijn vurige oogen zagen rond, vergewisten -zich, dat niemand naar hem keek. Dan fluisterde hij: - -"De assessor van het Heilig College!" - -Die inlichting was voldoende, want Pierre wist heel goed, dat de -assessor, die zwijgend de vergaderingen van het Heilig College -bijwoonde, zich iederen Woensdagavond na de zitting naar den -Heiligen Vader begaf, om hem op de hoogte te brengen van de -dien middag behandelde zaken. Die wekelijksche audiëntie, dat -vertrouwlijke uurtje bij den paus, dat het mogelijk maakte allerlei -onderwerpen te bespreken, gaf aan den functionaris een bijzondere -positie en zeer uitgebreide macht. Bovendien leidde dit ambt tot de -kardinaalswaardigheid; de assessor kon later nog slechts tot kardinaal -benoemd worden. - -Monsignor Nani, die een zeer eenvoudig en vriendelijk man scheen te -zijn, bleef den jongen priester zoo aanmoedigend aankijken, dat deze -zich verplicht voelde plaats te nemen op den stoel, dien de oude tante -van Celia eindelijk naast hem vrij gemaakt had. Was deze kennismaking, -dadelijk op den eersten dag, met een machtig prelaat, wiens invloed -misschien alle deuren, voor hem zou openen, niet een voorteeken voor -de overwinning? Hij was dan ook zeer ontroerd, toen deze hem dadelijk -na de eerste woorden op zeer belangstellenden toon vroeg: - -"Dus hebt gij, mijn waarde zoon, een boek het licht doen zien?" - -En Pierre, weer geheel medegesleept door zijn geestdrift en geheel -vergetend, waar hij was, vertelde hem, hoe hij door de lijdenden en -ongelukkigen ingewijd was in brandende naastenliefde, droomde hardop -van den terugkeer tot de Christelijke gemeenschap, juichte over het -verjongde Katholicisme, dat de godsdienst der universeele democratie -geworden was. Langzamerhand was hij met stemverheffing gaan spreken -en in den ouden strengen salon ontstond een stilte; allen luisterden -te midden van een toenemende verbazing, een ijzige koude, die hij -echter niet voelde. - -Eindelijk viel Nani hem zacht in de rede met zijn eeuwig glimlachje, -waarin het ironisch trekje zelfs niet op te merken was: - -"Zeker, zeker, mijn waarde zoon, het is heel mooi, ongetwijfeld -heel mooi, de reine en edele phantasie van een Christen volkomen -waardig... Maar wat wilt ge nu doen?" - -"Regelrecht naar den Heiligen Vader gaan, om mij te verdedigen." - -Een zacht, onderdrukt lachje volgde en donna Serafina drukte aller -gevoelen uit, door te zeggen: - -"Maar dat gaat zoo maar niet!" - -Doch Pierre wond zich op. - -"Maar ik hoop hem toch te spreken. Heb ik geen uitdrukking gegeven -aan zijn denkbeelden? Heb ik zijn politiek niet verdedigd? Kan hij -mijn boek laten veroordeelen, waarin ik volgens mijn overtuiging door -het beste in hem zelf geïnspireerd ben?" - -"Zeer zeker, zeer zeker," haastte Nani zich te herhalen, alsof hij bang -was, dat men te heftig te werk ging met dezen jongen enthousiast. "De -Heilige Vader heeft zulke hooge en verheven denkbeelden! Ge moet -hem spreken... Maar, mijn lieve zoon, ge moet u niet zoo opwinden, -denk een weinig na en wacht uw tijd af." - -En zich dan tot Benedetta wendend: - -"Zijne Eminentie heeft mijnheer den abbé nog niet gezien, wel? Het -zou goed zijn, indien Zijne Eminentie hem morgenochtend zou willen -ontvangen, om hem met zijn wijze raadgevingen te leiden." - -Kardinaal Boccanera woonde nooit de ontvangavonden van zijn zuster -bij. Maar in den geest was hij altijd als afwezige, opperste gebieder -aanwezig. - -"Maar ik ben bang," antwoordde de contessina aarzelend, "dat mijn -oom niet medegaat met de denkbeelden van mijnheer den abbé." - -Nani begon weer te glimlachen. - -"Juist daarom zal hij hem des te beter kunnen raden." - -En onmiddellijk werd met don Vigilio afgesproken, dat deze Pierre voor -een audiëntie zou inschrijven voor den volgenden ochtend om tien uur. - -Doch op dat oogenblik kwam een kardinaal binnen, gekleed met den -rooden gordel en de roode kousen en de zwarte, roodomzoomde simarra -[3] met roode knoopen, de gewone dracht, die de kardinalen bij -bezoeken dragen. Het was kardinaal Sarno, een zeer oud vriend der -Boccanera's. Terwijl hij zich verontschuldigde, dat hij zoo laat kwam, -omdat hij lang had moeten werken, zwegen allen en omgaven hem vol -eerbied. Pierre echter, die voor het eerst een kardinaal zag, voelde -zich zeer teleurgesteld, want het was niet de majestueuze verschijning, -de mooie decoratieve aanblik, dien hij verwacht had. Deze kardinaal -leek klein en een weinig mismaakt, de linkerschouder was hooger dan de -rechter, het gezicht uitgeteerd en vaal, de oogen als dood. Hij maakte -op hem den indruk van een zeer afgeleefden, zeventigjarigen ambtenaar, -die, door een halve eeuw van bekrompen bureauleven afgestompt, zwaar -en misvormd geworden was, daar hij nooit den ronden leeren stoel -verlaten had, waarop hij zijn geheele leven doorgebracht had. - -En inderdaad was zijn geheele geschiedenis in het kort aldus weer -te geven: hij was het ziekelijke kind van een kleinburgerlijke -familie, werd in het Roomsche Seminarie opgevoed, was later tien jaar -professor in het kanonnieke recht aan datzelfde Seminarie, daarna -secretaris van de Propaganda en eindelijk sedert vijf-en-twintig jaar -kardinaal. Kort geleden had hij zijn kardinaalsjubileum gevierd. Te -Rome geboren, had hij nooit een enkelen dag buiten Rome doorgebracht; -hij was het type van den priester, opgegroeid in de schaduw van het -Vaticaan. Hoewel hij nooit een diplomatieke functie bekleed had, had -hij aan zijn methodische werkwijze aan de Propaganda te danken, dat hij -president geworden was van een der beide commissies, die onderling het -bestuur van de uitgestrekte, nog niet Katholieke landen in het Westen -verdeelden. Zoo kwam het, dat op den bodem van deze uitgestorven oogen, -in dezen lagen schedel de uitgebreide kaart der Christenheid lag. - -Zelfs Nani was vol heimelijken eerbied voor dien weinig op den -voorgrond tredenden en verschrikkelijken man opgestaan, die, zonder -ooit zijn bureau verlaten te hebben, tot in de verste hoeken der -aarde zijn invloed gelden liet. Hij wist, dat hij, ondanks zijn -schijnbare onbeduidendheid, door zijn langzamen, methodischen en -goed geregelden veroveringsarbeid een macht was, die rijken aan het -wankelen brengen kon. - -"Is de verkoudheid van Uwe Eminentie weer beter?" - -"Neen, neen, ik hoest nog altijd... Het is een gevaarlijke corridor. Ik -ril van de koude, zoodra ik uit mijn kabinet kom." - -Van af dat oogenblik voelde Pierre zich heel klein en nietig. Men -vergat zelfs hem aan den kardinaal voor te stellen. En hij moest nog -bijna een uur blijven, alleen rondkijkend en opmerkend. De geheele, -verouderde wereld kwam hem zoo kinderlijk voor, als waren zij allen -in een treurige kindsheid teruggevallen. Hij wist nu, dat zich onder -de trotsche terughoudendheid, onder de hoogmoedige ingetogenheid -een werkelijke schuchterheid, het onuitgesproken wantrouwen van een -groote onwetendheid verborg. Dat het gesprek niet algemeen werd, -was het gevolg van het feit, dat niemand durfde. In de hoeken echter -hoorde hij kinderachtige, eindelooze gesprekken, de onbeteekenende -historietjes van de week, de praatjes der sacristieën en salons. Men -zag elkaar slechts zelden, de kleinste gebeurtenissen namen ontzaglijke -afmetingen aan. - -Ten slotte kreeg hij het zeer duidelijke gevoel, dat hij verplaatst -was in een Franschen salon in een der groote bisschoppelijke -provinciesteden onder de regeering van Karel X. Ververschingen werden -niet rondgediend. De oude tante van Celia had zich meester gemaakt -van kardinaal Sarno, die haar geen antwoord gaf, doch slechts nu en -dan zijn kin optrok. Don Vigilio had den geheelen avond geen mond -opengedaan! Nani en Morano voerden reeds eenigen tijd een fluisterend -gesprek, terwijl donna Serafina, die zich over hen heen boog om te -kunnen luisteren, telkens goedkeurend knikte. Ongetwijfeld spraken -zij over de scheiding van Benedetta, want zij keken nu en dan met een -ernstig gezicht naar haar. En in het groote, door de lampen rustig -verlichte vertrek scheen alleen de door Benedetta, Dario en Celia -gevormde groep te leven. Zij praatten halfluid en hadden soms moeite -hun lachen in te houden. - -Plotseling viel Pierre de groote gelijkenis op, die hij zag tusschen -Benedetta en het aan den muur hangend portret van Cassia. Het was -dezelfde kinderlijke teerheid, dezelfde hartstochtelijke mond, -dezelfde groote oogen in hetzelfde kleine ronde, verstandige en -gezonde gezichtje. Beiden hadden ongetwijfeld een rechtschapen ziel -en een vurig hart. Dan flitste een herinnering door zijn brein: -de herinnering aan een portret van Guido Reni, de aanbiddelijke -kuische kop van Beatrice Cenci, waarvan het portret van Cassia hem -op dat oogenblik de nauwkeurige reproductie scheen te zijn. Die -dubbele gelijkenis ontroerde hem en deed hem met bange deelneming -naar Benedetta kijken, als zou het geweldige noodlot van het land -en van het ras op haar neerstorten. Maar zij was zoo kalm, zag er -zoo vastberaden en gelaten uit. Sedert hij in den salon was, had -hij tusschen haar en Dario geen ander dan een zuiver broederlijke -en geestelijke en opgewekte teederheid kunnen opmerken, vooral van -haar kant; haar gelaat behield de vroolijke uitdrukking van een groote -liefde, die voor de wereld niet verborgen behoefde te blijven. Eenmaal -had Dario schertsend haar handen in de zijne genomen en die gedrukt; -doch toen hij eenigszins zenuwachtig begon te lachen en vluchtige -vlammen onder zijn wimpers òplichtten, had zij kalm zijn vingers -losgemaakt als bij een spel van oude kameraden. Zij had hem lief, het -was duidelijk te zien, met haar geheele wezen, voor het geheele leven. - -Maar nadat Dario een geeuw onderdrukt, op zijn horloge gekeken en -zich uit de voeten gemaakt had, om naar zijn vrienden te gaan, die -bij een dame speelden, gingen Benedetta en Celia op een canapé zitten -naast den stoel van Pierre, die, zonder het te willen, enkele woorden -van haar gesprek opving. De kleine prinses was de oudste dochter van -prins Matteo Buongiovanni, vader van vijf kinderen reeds en getrouwd -met eene Mortimer, een Engelsche, die hem vijf millioen aangebracht -had. Trouwens de Buongiovanni's gingen door voor een der weinige -patricische families te Rome, die nog rijk waren en zich staande hadden -weten te houden te midden van de van alle kanten instortende ruïnes -van het verleden. Ook zij hadden twee pausen in de familie gehad, wat -echter voor Matteo geen beletsel geweest was zich bij het Quirinaal -aan te sluiten, zonder daarom nog met het Vaticaan te breken. In -zijn aderen vloeide, daar hij zelf de zoon van een Amerikaansche was, -niet meer het zuivere Romeinsche bloed; zijn politiek was soepeler; -ook zeide men, dat hij gierig was. Hij streed om als een der laatsten -den vroegeren rijkdom en de vroegere almacht, die, zooals hij voelde, -ten doode gedoemd waren, te behouden. In deze trotsche familie nu, -wier glans nog steeds de stad vervulde, was plotseling iets gebeurd, -dat eindelooze praatjes veroorzaakte: de plotselinge liefde van -Celia voor een jongen luitenant, dien zij nog nooit gesproken had; -de hartstochtelijke eensgezindheid der twee, die elkaar dagelijks op -den Corso zagen en alleen maar door hun blikken met elkaar spreken -konden; de taaie vasthoudendheid van het jonge meisje, dat aan haar -vader verklaard had, dat zij nooit een anderen man wilde hebben, -en nu onwrikbaar wachtte in de vaste overtuiging, dat men haar den -man van haar keuze geven zou. Het ergste was, dat deze luitenant, -Attilio Sacco, de zoon was van den afgevaardigde Sacco, een parvenu, -dien de zwarte kringen minachtten als verkocht aan het Quirinaal en -tot de gemeenste dingen in staat. - -"Dat gezegde van Morano daareven was natuurlijk voor mij bestemd," -fluisterde Celia Benedetta in. "Ja zeker, daarnet, toen hij den -vader van Attilio naar aanleiding van het ministerschap, waar men -het zoo druk over heeft, zoo uitmaakte... Hij heeft mij een lesje -willen geven." - -De twee jonge meisjes hadden elkaar in het nonnenklooster een eeuwige -vriendschap gezworen. Benedetta, die vijf jaar ouder was dan Celia, -speelde een beetje moedertje over haar. - -"Ben je nu nog niet verstandig geworden? Denk je nog altijd aan dien -jongen man?" - -"Begin jij nu ook al mee te doen? Attilio bevalt me en ik wil hem -hebben. Hem, versta je, en geen ander! Ik wil hem hebben en ik zal -hem hebben, omdat hij van mij houdt en ik van hem... Het is zoo -eenvoudig mogelijk." - -Pierre keek haar verbaasd aan. Met haar zacht, jonkvrouwelijk gezicht -was zij een witte, gesloten lelie. Een voorhoofd en een neus, zoo rein -als een bloem; een onschuldige mond, welks lippen zich vastberaden -over de witte tanden sloten; oogen, helder als bronwater en zonder -grond. Geen rilling liep over de als zijde zoo zachte wangen, niet de -minste onrust was in den naïeven blik te bespeuren. Dacht zij? Wist -zij? Wie zou het hebben kunnen zeggen? Zij was de maagd in al haar -angstig makende verborgenheid. - -"Kom, lieve kind," begon Benedetta weer, "ga mijn treurige geschiedenis -niet herhalen. Het gaat nu eenmaal niet, paus en koning trouwen -niet samen." - -"Maar," zeide Celia in alle kalmte, "jij hieldt niet van Prada en ik -wel van Attilio. En leven is nu eenmaal liefhebben." - -Dit woord uit den mond van dit onschuldige kind trof Pierre zóó zeer, -dat hij de tranen in zijn oogen voelde komen. De liefde, ja, dat -was de oplossing van alle geschillen, de band tusschen de volkeren, -de vrede en de vreugde in de geheele wereld. Maar donna Serafina, die -het gesprek van de twee vriendinnen niet geheel scheen te vertrouwen, -was opgestaan. Zij wierp don Vigilio een blik toe, dien deze dadelijk -scheen te begrijpen, want hij ging heel zacht tegen Pierre zeggen, -dat het tijd was om te gaan. Het sloeg elf uur, Celia vertrok met haar -tante. Blijkbaar wilde advocaat Morano, dat kardinaal Sarno en Nani nog -even bleven, om in den familiekring nog even te spreken over de een -of andere moeilijkheid, die zich ten opzichte van de echtscheiding -voorgedaan had. Toen Benedetta Celia op beide wangen gekust had, -nam zij in den eersten salon hartelijk afscheid van Pierre: - -"Morgenochtend zal ik den vicomte antwoorden en hem schrijven, hoe -prettig we het vinden u bij ons te hebben, en voor heel wat langer -dan u zelf gelooft... En vergeet vooral niet morgenochtend om tien -uur uw opwachting bij mijn oom, den kardinaal, te maken." - -Toen boven op de derde verdieping Pierre en don Vigilio, ieder met -een blaker, dien een knecht hun gegeven had, in de hand, elkaar voor -hun deuren goeden nacht zeiden, kon de eerste zich niet weerhouden -den ander een vraag te doen, die hem kwelde. - -"Is die monsignor Nani een invloedrijk iemand?" - -Don Vigilio schrok opnieuw. Hij maakte slechts een gebaar, waarbij -hij zijn beide armen uitbreidde, als wilde hij de wereld omarmen. - -"U hebt hem vroeger reeds gekend, niet waar?" vroeg hij zonder te -antwoorden. - -"Ik? Geen quaestie van!" - -"Dan begrijp ik er niets van!... Hij kent u heel goed. Ik heb hem -verleden Maandag over u hooren spreken in zulke termen, dat het mij -toescheen alsof hij op de hoogte was van de kleinste bijzonderheden -van uw leven en van uw karakter." - -"Ik heb zelfs zijn naam nooit hooren noemen." - -"Dan zal hij zeker naar u geïnformeerd hebben." - -Don Vigilio groette en ging zijn kamer binnen, terwijl Pierre, die -tot zijn verbazing de deur van zijn kamer open vond, er Victorine op -haar rustige manier uit zag komen. - -"O, mijnheer de abbé, ik heb mij persoonlijk willen overtuigen, -dat er niets ontbrak. U hebt uw kaars, u hebt suiker, water en -lucifers... Wat gebruikt u 's ochtends? Koffie? Neen? Alleen melk met -een broodje. Goed! Om acht uur zeker?... En rust u nu maar eens goed -uit! Ik heb de eerste nachten in dit oude paleis een vreeselijken angst -voor spoken gehad! Maar ik heb er nooit één gezien. Wanneer je dood -bent, dan ben je veel te blij, dat je het bent, en rust je lekker uit." - -Eindelijk was Pierre alleen. Hij was blij, dat hij uit de plooi -kon komen, dat hij kon ontsnappen aan het onbehaaglijk gevoel, dat -die onbekende omgeving, die salon, die menschen, welke zich in het -rustige licht der lampen als spoken vermengden en weer verdwenen, -hem gaven. De spoken, dat zijn de oude dooden van vroeger, wier -onrustige zielen terugkwamen om lief te hebben en te lijden in het -hart der levenden van thans. Ondanks zijn lange dagrust had hij zich -nooit zoo moe gevoeld, nooit zoo'n behoefte aan slaap; zijn hoofd was -geheel verward, hij was bang niets begrepen te hebben. Toen hij zich -begon uit te kleeden, maakte de verwondering, dat hij hier was, dat -hij hier naar bed ging, zich opnieuw met zulk een heftigheid van hem -meester, dat hij een oogenblik meende een ander te zijn. Wat dachten -al die menschen van zijn boek? Waarom had men hem in dit kille huis -laten komen, dat hem--hij voelde het--vijandig gezind was? Was het om -hem te helpen of om hem te overwinnen? En hij zag in het gele licht -van den salon niets meer dan donna Serafina en advocaat Morano, ieder -aan een kant van den haard, terwijl achter het hartstochtelijke en -rustige hoofd van Benedetta, het glimlachende gezicht van monsignor -Nani met zijn listige oogen en zijn van ontembare energie getuigende -lippen verscheen. - -Hij ging liggen, maar stond al heel gauw weer op; hij had het -benauwd, voelde zoo'n behoefte aan frissche, vrije lucht, dat -hij het raam geheel openzette en eruit leunde. Maar de nacht was -inktzwart, de horizont lag in het duister gedompeld. De sterren -aan het firmament werden waarschijnlijk door nevels bedekt, het -ondoorzichtige hemelgewelf hing loodzwaar neer. De huizen van den -tegenoverliggenden Trastevere sliepen reeds lang; geen enkel raam -was meer verlicht; slechts flikkerde in de verte een lantaarn als -een verloren ster. Vergeefs zocht hij den Janiculus. Alles ging -in dit meer van Niets onder, de vier-en-twintig eeuwen van Rome, -de oude Palatinus, de moderne Quirinalis, de reusachtige dom van de -St. Pieter, die in de schaduwgolf van den hemel verdrongen werd. En -onder zich zag hij zelfs niet, hoorde hij zelfs niet den Tiber, -de doode rivier in de doode stad. - - - - - - - - -DERDE HOOFDSTUK - - -Den volgenden ochtend om kwart voor tienen ging Pierre naar de eerste -verdieping van het paleis, om zich aan te melden voor de audiëntie -van kardinaal Boccanera. Vol moed was hij wakker geworden, vol naïeve -geestdrift van zijn geloof; niets was er meer overgebleven van zijn -ongewone terneergeslagenheid van den vorigen dag, van den twijfel, -van den argwaan, die hem na de vermoeienis van de reis bij het eerste -contact met Rome hadden aangegrepen. Het weer was zoo mooi, de hemel -zoo helder, dat zijn hart weer vol hoop was gaan kloppen. - -De op het groote portaal uitkomende deur van de eerste antichambre -stond wijd open. De kardinaal, een der laatste kardinalen van het -Romeinsche patriciaat, had, hoewel hij de op de straat uitkomende, -van ouderdom wegrottende gala-salons had gesloten, den ontvangsalon -van een zijner oud-ooms, die tegen het einde der achttiende eeuw -eveneens kardinaal geweest was, behouden. Het was een reeks van vier -groote, zes meter hooge vertrekken, die op het hellend, naar den Tiber -loopend steegje uitzagen. De zon, waaraan door de zwarte huizen aan den -overkant de weg versperd werd, drong er nooit in door. De inrichting -met al haar pracht en praal, die de vroegere hoogwaardigheidsbekleeders -der Kerk ten toon spreidden, was intact gebleven. Maar hersteld of -gerepareerd of onderhouden was er niets. Het behang hing aan flarden, -het stof vrat de meubelen op; in de volkomen verwaarloozing voelde -men den hautainen wensch den tijd tegen te houden. - -Toen Pierre het eerste vertrek, de antichambre der bedienden, -binnenging, werd hij door een lichte ontroering aangegrepen. Vroeger -stonden daar voortdurend twee pauselijke gendarmes in hun uniform -te midden van een groote schaar lakeien; thans echter verhoogde -één enkele bediende door zijn spookachtige aanwezigheid nog de -melancholie van dit groote, half donkere vertrek. In het bijzonder -viel tegenover het raam een met rood gedrapeerd altaar op onder -een eveneens rooden baldakijn met het wapen der Boccanera's, den -gevleugelden, vlammenspuwenden draak en het devies: Bocca nera, Alma -rossa. Ook de roode kardinaalshoed van den oud-oom, de oude, groote, -voor plechtige gelegenheden bestemde hoed, bevond zich hier, evenals de -twee kussens van roode zijde en de twee aan den muur hangende parasols, -die vroeger bij iederen uitgang in de karos werden medegenomen. In de -volkomen stilte meende men het zachte leven van de maden te hooren, -die sedert een eeuw aan dat geheele doode verleden knaagden, dat door -één streek van een plumeau in stof gevallen zou zijn. - -De tweede antichambre, waarin vroeger de secretaris zijn verblijf -hield, was leeg; Pierre vond don Vigilio eerst in de derde, de -eere-antichambre. Daar het personeel tot het strikt noodzakelijke -beperkt was, gaf de kardinaal er de voorkeur aan zijn secretaris vlak -bij de hand te hebben, dicht bij de deur van de voormalige troonzaal, -waarin hij audiënties verleende. Don Vigilio, zoo mager, zoo geel, -zoo rillend van koorts, zat daar als verloren aan een heel klein, -armoedig, zwart, met paperassen beladen tafeltje. Verdiept in een -dossier, keek hij op, herkende den bezoeker en zeide op fluisterenden -toon, zoodat het in de stilte als een gemompel klonk: - -"Zijne Eminentie is bezig... Wees zoo goed te wachten." - -Dan verdiepte hij zich weer in zijn lectuur, blijkbaar om iedere -poging tot een gesprek af te snijden. - -Pierre, die niet durfde gaan zitten, keek het vertrek rond. Het -verkeerde misschien in een nog meer vervallen toestand dan de twee -andere met zijn door ouderdom versleten behang van groen damast, dat -denken deed aan verkleurd mos op oude boomen. Maar het plafond was -nog prachtig, een schitterende decoratie, een fries met geschilderde -en vergulde versieringen, die een Triomf van Amphitrite, een fresco -van een van Raffaël's leerlingen, omgaven. Volgens oud gebruik lag -in dit vertrek de kardinaalshoed op een wandtafeltje aan den voet -van een groot crucifix van ebbenhout en ivoor. - -Toen Pierre wat aan het halfdonker gewend geraakt was, werd zijn -aandacht plotseling getrokken door een kort geleden geschilderd -levensgroot portret van den kardinaal. Hij was er afgebeeld in -groot gala, de soutane van rood moiré, het kanten koorhemd, de kappa -koninklijk om de schouders geworpen. En deze grijsaard van zeventig -jaar had in dat kerkelijke gewaad zijn trotsche, vorstelijke houding -bewaard: hij was geheel geschoren, zijn grijs haar was nog zóó -dik, dat het in zware lokken om zijn schouders golfde. Het was het -majestueuze gezicht der Boccanera's--de krachtige neus, de groote -mond met de dunne lippen, het lange, diepgerimpelde gezicht. Vooral -de oogen van zijn geslacht verhelderden het bleeke gezicht--bruine, -vurige oogen onder de dikke, nog zwarte wenkbrauwen. Wanneer zijn -hoofd met een lauwerkrans omgeven geweest was, zou men hem voor een -Romeinsch keizer gehouden hebben; hij was verheven en gebiedend, -alsof het bloed van Augustus in zijn aderen klopte. - -Pierre kende zijn geschiedenis, en zijn portret riep hem die -weer voor den geest. Opgevoed in het adellijke College, had Pio -Boccanera slechts éénmaal Rome verlaten, toen hij nog maar heel jong -en pas diaken was, om als pauselijk gezant een kardinaalshoed naar -Parijs te brengen. Daarna had zijn kerkelijke carrière zich zeer -geleidelijk ontwikkeld; de eere-ambten vielen hem als op natuurlijke -wijze ten deel, zooals trouwens in verband met zijn voorname afkomst -te verwachten was. Hij werd door Pius IX persoonlijk gewijd, later -tot canonicus aan de Vaticaansche Basilica en tot geheim kamerheer, -na de Italiaansche occupatie tot majordomo en eindelijk in 1874 tot -kardinaal benoemd. Sedert vier jaar was hij kardinaal-voorzitter van -de apostolische kamer, en men vertelde, dat Leo XIII hem voor dit ambt -uitverkoren had, zooals Pius IX hem zelf vroeger daartoe uitverkoren -had, om hem van de opvolging op den pauselijken troon uit te sluiten, -want, al was het conclave bij zijn keuze afgeweken van de traditie, -volgens welke de kardinaal-voorzitter niet tot paus gekozen kon -worden, voor een nieuwe inbreuk daarop zou het waarschijnlijk toch -terugschrikken. - -Ook vertelde men, dat, evenals onder de vroegere regeering, de -heimelijke strijd tusschen den paus en den kardinaal-voorzitter -voortgezet werd; deze laatste veroordeelde de politiek van den Heiligen -Stoel, was in alles van precies tegenovergestelde meening en wachtte -in de feitelijke onbeduidendheid van zijn ambt op den dood van den -paus, die hem tot aan de keuze van den nieuwen paus de interimaire -macht zou geven, de plicht om het conclave bijeen te roepen en over -den goeden tijdelijken gang van zaken der Kerk te waken. Lag het -eerzuchtige verlangen naar het pausschap, de droom, om het avontuur -van kardinaal Pecci, die kardinaal-voorzitter en toch paus was, -te herhalen, achter dit hooge, strenge voorhoofd, in de vlam zelf -van die donkere oogen. Zijn Romeinsche prinsentrots kende niets dan -Rome; hij stelde er bijna een eer in niets van de moderne wereld te -weten. Overigens was hij zeer vroom, streng godsdienstig, onwankelbaar -in zijn geloof, niet in staat den geringsten twijfel te koesteren. - -Maar een fluisteren rukte Pierre uit zijn overpeinzingen. Don Vigilio -vroeg hem te gaan zitten. - -"Het zal misschien een tijdje duren; neemt u zoo lang een tabouret." - -En hij begon een groot, geelachtig vel papier met een fijn schrift -te beschrijven, terwijl Pierre machinaal op een der eikenhouten -tabouretjes, die in een rij langs den muur tegenover het portret -stonden, plaats nam. Hij viel weer in zijn overpeinzingen terug en -meende om zich heen de vorstelijke pracht der vroegere kardinalen te -zien herleven en schitteren. In de eerste plaats gaf de kardinaal -op den dag, dat hij benoemd werd, groote feesten, volksvermaken, -waarvan er sommige thans nog door hun pracht en praal bekend -zijn. Gedurende drie dagen blijven de deuren der ontvangsalons wijd -openstaan; iedereen, die wilde, mocht binnenkomen, van zaal tot zaal -riepen de deurwachters elkaar de namen toe--namen van patriciërs, -van gezeten burgers, van het gewone volk, in het kort geheel Rome, -dat de kardinaal met de welwillendheid van een souverein ontving, -zooals een koning zijn onderdanen. - -Vervolgens werd een geheele koninklijke hofhouding georganiseerd, -sommige kardinalen brachten vroeger meer dan vijfhonderd personen -met zich mede, hadden een huishouding, die zestien bureaux telde, -leefden te midden van een waar Hof. Zelfs in lateren tijd, toen het -leven reeds veel eenvoudiger geworden was, had een kardinaal, als -hij van vorstelijken bloede was, het recht op een galastoet van vier -met zwarte paarden bespannen rijtuigen. Vier knechts, in de livrei -van zijn kleuren, gingen hem vooraf en droegen den hoed, de kussens -en de parasols. Bovendien was hij vergezeld van zijn secretaris in -een violetzijden mantel, van den sleepdrager in zijn croccia, een -soort gewatteerde jas van violette wol met zijden revers, en van den -gentiluomo in de kleederdracht van Henri II, die den kardinaalshoed -in zijn gehandschoende handen droeg. - -Hoewel reeds verminderd, omvatte de huishouding nog den auditor, die -met het werk der congregatie belast was, den secretaris, die zich -alleen met de correspondentie bezig hield, den kamerheer, die de -bezoekers aandiende, den gentiluomo, die den kardinaalshoed droeg, -den sleepdrager, den kapelaan, den hofmeester, den kamerdienaar, -ongerekend de schaar ondergeschikt personeel, koks, koetsiers en -stalknechten, een geheele bevolking, waarvan de reusachtige paleizen -gonsden. En met deze bevolking vulde Pierre in zijn gedachte de drie -groote antichambres van de troonzaal; deze vloed van lakeien in -blauwe livrei met tressen in de kleuren van het wapen, die wereld -van abbé's en prelaten in zijden mantels herleefde weer voor hem, -bracht weer een hartstochtelijk en schitterend leven onder de hooge, -ledige plafonds, in het halfdonker, dat zij met hun weder opgestane -pracht lichter maakten. - -Maar thans, vooral na den intocht der Italianen in Rome, waren bijna -alle groote vermogens van den Italiaanschen adel en de pracht en de -praal van de hoogwaardigheidsbekleeders der Kerk verdwenen. Het ten -gronde gerichte patriciaat onttrok zich aan de geestelijke ambten, -die slecht betaald werden en slechts weinig roem meer gaven; het liet -die over aan de eerzucht der kleine burgerij. Kardinaal Boccanera, de -laatste met het purper bekleede prins van ouden adel, had niet meer -dan ongeveer dertig duizend francs, om zijn rang op te houden--de -twee-en-twintig duizend francs van zijn salaris, vermeerderd met -wat enkele andere functies nog opbrachten; en nooit zou hij daarmede -alle kosten hebben kunnen bestrijden, indien donna Serafina hem niet -geholpen had met de kruimpjes van het vaderlijk erfdeel, waarvan hij -vroeger ten gunste van zijn beide zusters en zijn broeder afstand -gedaan had. Donna Serafina en Benedetta hielden beiden haar eigen -huishouden, hadden haar eigen personeel en droegen de kosten van haar -persoonlijke uitgaven. - -De kardinaal had alleen zijn neef Dario bij zich en gaf nooit een -diner of een receptie. Zijn grootste uitgave was zijn eenig rijtuig, -de zware karos met twee paarden, die het ceremonieel hem oplegde, -want een kardinaal kan in Rome niet te voet gaan. Zijn koetsier, -een oude knecht, spaarde hem ook nog een stalknecht uit, daar hij er -beslist op stond alleen voor de karos en de twee paarden te zorgen, -die, evenals hij, in de familie oud geworden waren. Verder waren er -twee lakeien, vader en zoon, van wie de laatste in het paleis geboren -was. De vrouw van den kok hielp in de keuken mede. Maar de inkrimping -betrof voornamelijk de eere-antichambre en de eerste antichambre, -het vroeger zoo schitterende en talrijke personeel bepaalde zich thans -tot twee priesters, don Vigilio, den secretaris, die tegelijk auditor -en majordomo was, en abbé Paparelli, den sleepdrager, die tevens als -kapelaan en kamerheer fungeerde. Waar vroeger een schaar van bezoldigd -personeel rondgeloopen en de zalen met hun schittering vervuld had, -daar zag men thans slechts die twee zwarte soutanes geruischloos -rondsluipen, twee bescheiden schimmen, die in de diepe duisternis -der doode vertrekken verloren gingen. - -Hoe begrijpelijk kwam Pierre thans de hooghartige zorgeloosheid van den -kardinaal voor, die den tijd zijn werk van verwoesting liet volbrengen -in dit paleis zijner voorvaderen, waaraan hij het glorierijke leven van -vroeger niet teruggeven kon. Gebouwd voor den hofstaat van een vorst -uit de zestiende eeuw, viel thans het huis, verlaten en donker, in op -het hoofd van zijn laatsten meester, die niet genoeg personeel meer -had om het te vullen, die niet geweten zou hebben, waar hij het geld -had moeten vinden voor de voor de reparatie benoodigde kalk. Waarom -zou men dus niet, nu de moderne wereld zich vijandig toonde, nu de -religie geen koningin meer was, nu de maatschappij veranderd was -en men, te midden van den haat en de onverschilligheid der nieuwe -generaties, het onbekende tegemoet ging, waarom zou men nu niet de -oude wereld met haar onzinnigen trots op haar eeuwenouden roem, in -stof laten vallen? Slechts helden stierven staande, zonder iets van -het verleden prijs te geven, tot aan hun laatsten ademtocht trouw aan -hetzelfde geloof, zonder iets anders te bezitten dan den smartelijken -moed om den langzamen doodsstrijd van hun God aan te zien. En in het -majestueuse portret van den kardinaal, op zijn bleek, zoo trotsch, -zoo wanhopig-dapper gelaat was de hardnekkige wil te lezen liever -onder de puinhoopen van het oude, sociale gebouw begraven te worden -dan er één steen aan te veranderen. - -Het ritselen van heimelijke voetstappen, zacht muizengetrippel, deed -den priester uit zijn gepeins opschrikken en omkijken. In het behang -was een deur opengegaan en tot zijn verbazing zag hij een gezetten en -korten, ongeveer veertigjarigen abbé voor zich staan; men zou hem voor -een oude in het zwart gekleede jongejuffrouw hebben kunnen aanzien, -heel oud reeds, zoo was zijn slap gezicht met rimpels doorgroefd. Het -was abbé Paparelli, de sleepdrager, de kamerheer, die in deze laatste -functie de bezoekers moest aandienen. Toen hij den jongen priester zag, -wilde hij hem zijn naam vragen, maar don Vigilio kwam tusschenbeide, -om hem op de hoogte te brengen. - -"O, ja, prachtig! Mijnheer de abbé Froment, wien het Zijne Eminentie -behaagt een audiëntie te verleenen... Wees zoo goed te wachten, -wees zoo goed te wachten!" - -En met zijn glijdenden, onhoorbaren stap ging hij weer terug naar de -tweede antichambre, waar hij zich gewoonlijk ophield. - -Pierre beviel dit door het celibaat verbleekte, door al te harde -godsdienstige oefeningen verwoeste, oude vromebesjesgezicht niet; -en daar don Vigilio, wiens hoofd moe was en wiens handen van koorts -brandden, niet weer aan het werk gegaan was, waagde hij het hem het -een en ander te vragen. O, abbé Paparelli! Een buitengewoon geloovig -man, die alleen uit eenvoud en deemoed op zijn bescheiden post bij -Zijne Eminentie bleef. Trouwens het behaagde dezen hem daarvoor -te beloonen, daar hij zich een enkele maal verwaardigde naar zijn -adviezen te luisteren. Bij die woorden lag er in de vurige oogen -van don Vigilio een heimelijke ironie, een nog bedekte woede. Hij -bleef Pierre aankijken; zijn gelaat kalmeerde zich wat; de zichtbare -rechtschapenheid van dezen vreemdeling, die blijkbaar tot geen partij -behoorde, stelde hem gerust. Hij liet dan ook zijn gewoon, ziekelijk -wantrouwen varen, ja vergat zich zelfs zoozeer, dat hij een oogenblik -bleef praten. - -"Ja, ja, er is soms veel en dikwijls moeilijk werk... Zijne Eminentie -heeft zitting in verscheidene congregaties: de Inquisitie-, de Index-, -de Riten- en de Consistoriecongregatie. En al die dossiers gaan door -mijn handen. Ik moet iedere zaak bestudeeren en een rapport daarover -samenstellen, om alles voor hem in orde te maken... En bovendien -heb ik voor de geheele correspondentie te zorgen. Gelukkig is Zijne -Eminentie een heilige, die noch voor de eene, noch voor de andere -partij intrigeert, zoodat we wat afgezonderd kunnen leven." - -Pierre interesseerde zich zeer voor die intieme bijzonderheden uit -het leven van een Kerkvorst, dat dikwijls zoo verborgen is en door de -legende misvormd wordt. Hij wist, dat de kardinaal, winter en zomer, -om zes uur opstond. Hij las de mis in zijn kapel, een klein vertrek -met een altaar van beschilderd hout, dat nooit iemand betrad. Verder -bestonden zijn particuliere appartementen slechts uit een slaapkamer, -een eetkamer en een studeerkamer, alle drie bescheiden, eenvoudige -vertrekken, die men door middel van beschotten uit een grooten salon -gemaakt had. Hij leefde er zeer teruggetrokken, zonder eenige luxe, -als een matig en arm man. Om acht uur ontbeet hij met een glas -koude melk. Vervolgens begaf hij zich op de zittingsdagen naar -de congregaties, waar hij lid van was, of wel bleef hij thuis, om -audiëntie te verleenen. - -Hij dineerde om één uur, dan volgde tot vier, in den zomer zelfs tot -vijf uur, de siësta, de Romeinsche siësta, het heilige oogenblik, -waarin geen bediende het gewaagd zou hebben zelfs maar op de deur te -kloppen. Daarna maakte hij op mooie dagen een wandelrit in den omtrek -van de oude Via Appia, waarvan hij bij het luiden van het Angelus -terug kwam. Na van zeven tot negen uur ontvangen te hebben, soupeerde -hij, trok zich in zijn kamer terug en vertoonde zich niet meer; hij -werkte alleen of begaf zich ter ruste. De kardinalen begaven zich twee -of drie maal per maand op vaste dagen naar het Vaticaan, om dienst -te doen. Doch nu in bijna een jaar al was den kardinaal-voorzitter -geen particuliere audiëntie verleend, wat een teeken van ongenade, -een bewijs van oorlog was, waarover in de zwarte kringen zacht en -voorzichtig gesproken werd. - -"Zijne Eminentie is wat stroef," ging don Vigilio, die blij was -zich eens te kunnen uiten, zacht voort: "maar u moet hem zien -glimlachen, wanneer zijn nicht, de contessina, die hij aanbidt, -hem komt omhelzen... Wanneer u goed ontvangen wordt, dan hebt u dat -alleen aan de contessina te danken." - -Op dat oogenblik werd hij in de rede gevallen. Uit de tweede -antichambre kwam een geroezemoes van stemmen. Hij stond vlug op en -maakte een diepe buiging, toen hij een dikken man in een zwarte -soutane met een rooden gordel, en een zwarten hoed met roode en -gouden troedels op, binnen zag komen, dien abbé Paparelli met tal -van nederige buigingen begeleidde. Hij had Pierre een teeken gegeven -eveneens op te staan en vond nog juist tijd, om hem in te fluisteren: - -"Kardinaal Sanguinetti, de praefect van de Indexcongregatie." - -Abbé Paparelli putte zich uit in dienstvaardigheid en herhaalde -telkens weer met een vroom-tevreden gebaar: - -"Uwe Eminentie wordt verwacht. Ik heb order Uwe Eminentie dadelijk -binnen te brengen... Zijne Eminentie, de groot-penitentiarius is -er reeds!" - -Sanguinetti, een man met een harde stem en een dreunenden stap, -kreeg plotseling een aanval van vertrouwelijkheid. - -"Ja, ja, ik ben ook zoo opgehouden; al die menschen waren zoo -lastig. Je kan nooit doen wat je wilt. Enfin, ik ben er nu!" - -Het was een man van zestig jaar, ineengedrongen en dik, met een rond, -opgeblazen gezicht, een grooten neus, dikke lippen, altijd even -onrustige oogen. Vooral echter viel hij op door zijn jeugdig, bijna -stormachtig-jong uiterlijk, zijn nog bruine haren, waarin nauwelijks -een grijs haartje te ontdekken viel en die in dikke lokken om zijn -slapen vielen. Hij was geboren te Viterbo, en had op het seminarie -van die stad gestudeerd, alvorens zijn studiën aan de Gregoriaansche -universiteit te Rome te gaan voltooien. Zijn geestelijke staat van -dienst bewees voldoende zijn vlugge opklimming, zijn soepelen geest: -eerst was hij secretaris van de nuntiatuur te Lissabon, daarna -titulair-bisschop van Thebe geweest en had men hem een moeilijke -zending naar Brazilië opgedragen. - -Na zijn terugkeer werd hij nuntius te Brussel, vervolgens te Weenen -en eindelijk kardinaal, ongerekend nog, dat hij het in de nabijheid -van Rome gelegen bisdom van Frascati gekregen had. Zeer ervaren in -allerlei zaken, daar hij geheel Europa afgereisd had, had hij alleen -zijn eerzucht tegen zich, die hij te veel blijken liet, en de intriges, -die hij steeds spon. Het heette thans, dat hij onverzoenlijk was en van -Italië de overgave van Rome eischte, hoewel hij vroeger toenadering -getoond had tot het Quirinaal. In zijn vurigen hartstocht om paus -te worden, veranderde hij ieder oogenblik van meening, gaf hij zich -eindelooze moeite, om menschen voor zich te winnen, die hij dan -later weer losliet. Reeds tweemaal had hij onaangenaamheden gehad -met Leo XIII, maar had het ten slotte politiek geoordeeld zich te -onderwerpen. De waarheid was, dat hij, de bijna erkende candidaat naar -het pausschap, zich uitputte in zijn voortdurende krachtinspanning, -door zich met te veel dingen en te veel menschen te bemoeien. - -Maar Pierre had in hem slechts den praefect der Indexcongregatie -gezien; slechts één gedachte hield hem bezig, n.l. dat deze man over -het lot van zijn boek zou beschikken. Hij kon zich dan ook, toen de -kardinaal verdwenen en abbé Paparelli teruggekeerd was in de tweede -antichambre, niet weerhouden te zeggen: - -"Zijn Hunne Eminenties de kardinaal Sanguinetti en kardinaal Boccanera -erg bevriend?" - -Een glimlach kwam om de lippen van den secretaris spelen, terwijl in -zijn oogen een ironie flikkerde, die hij nu niet meer verbergen kon. - -"Zeer bevriend? Neen, neen!... Zij bezoeken elkaar, wanneer het niet -anders kan!" - -En hij legde uit, dat men eerbied toonde voor de hooge geboorte -van kardinaal Boccanera, zoodat men zich gaarne vereenigde bij hem, -wanneer een ernstige zaak, zooals dien dag, een samenkomst buiten de -gewone zittingen noodzakelijk maakte. Kardinaal Sanguinetti was de -zoon van een geneesheer te Viterbo. - -"Neen, neen, Hunne Eminenties zijn in het geheel niet -bevriend... Wanneer men niet dezelfde denkbeelden en hetzelfde karakter -heeft, dan gaat dat zoo makkelijk niet. En vooral als daar nog bijkomt, -dat men elkaar in den weg staat." - -Hij had het zachter, als tot zichzelf gezegd. Trouwens Pierre, die -geheel met zichzelf bezig was, hoorde het nauwlijks. - -"Komen zij misschien voor de een of andere Index-aangelegenheid bij -elkaar?" vroeg hij. - -Don Vigilio moest weten waarom er vergaderd werd. Maar hij vergenoegde -zich met te antwoorden, dat voor een zaak van den Index de bijeenkomst -gehouden zou zijn bij den praefect der congregatie. In zijn ongeduld -kon Pierre zich niet weerhouden een directe vraag te stellen. - -"U kent mijn aangelegenheid--de zaak van mijn boek--niet waar? Daar -Zijne Eminentie deel uitmaakt van de congregatie en de dossiers door -uw handen gaan, zoudt u mij misschien een nuttige inlichting kunnen -geven. Ik weet er niets van en ik zou zoo gaarne wat willen weten!" - -Onmiddellijk werd don Vigilio weer door zijne angstige ongerustheid -aangegrepen. - -"Ik verzeker u, dat er nog geen stuk door mijn handen gegaan is. Ik -weet er absoluut niets van." - -Toen Pierre wilde aandringen, gaf hij hem een teeken te zwijgen en -begon weer te schrijven, terwijl hij telkens heimlijk een blik in -de tweede antichambre wierp, ongetwijfeld bang, dat abbé Paparelli -luisterde. Blijkbaar had hij reeds veel te veel gezegd. En hij maakte -zich weer klein aan zijn tafeltje, verdween als het ware geheel in -zijn donker hoekje. - -Pierre viel nu weer in zijn gepeins terug; weer maakte al dat -onbekende, de oude, ingeslapen triestheid, die hem omgaf, zich geheel -van hem meester. Eindeloos verliep de eene minuut na de andere, het -was bijna elf uur. Het opengaan van een deur, het geluid van stemmen -maakte hem weer wakker. Hij boog eerbiedig voor kardinaal Sanguinetti, -die weg ging met een anderen, zeer mageren en langen kardinaal met -een grauw, lang asketengezicht. Maar geen van beiden scheen zelfs -dien eenvoudigen, vreemden priester, die zoo voor hen boog, op te -merken. Zij spraken luid en vertrouwelijk met elkaar. - -"Ja, de wind gaat liggen, het is warmer dan gisteren." - -"We zullen morgen zeker een sirocco krijgen." - -Plechtig viel de stilte weer in het groote, donkere vertrek terug. Don -Vigilio schreef nog altijd, zonder dat men het gekras van zijn pen -op het harde, geelachtige papier hoorde. Het zachte tingelen van -een gebarsten belletje weerklonk. Abbé Paparelli kwam uit de tweede -antichambre toegesneld, verdween een oogenblik in de troonzaal en -kwam dan terug, om Pierre met een handgebaar te roepen. - -"Mijnheer de abbé Pierre Froment," diende hij met zachte stem aan. - -Ook deze groote zaal was een ruïne. Onder het prachtige plafond -van gebeeldhouwd en geschilderd hout hing het roode behang, geheel -van brocaat met groote palmen, in flarden. Op sommige plaatsen was -het als bijgewerkt, maar door het lange gebruik vlamde het donkere -purperrood der zijde, dat vroeger zoo schitterend geweest was, met -bleeke tinten. Het merkwaardige van het vertrek was de oude troon, -de fauteuil van rood fluweel, waarin vroeger de Paus, wanneer hij een -bezoek bracht aan den kardinaal, plaats nam. Een baldakijn, ook van -rood fluweel, stond erover heen, waaronder eveneens het portret van -den regeerenden paus hing. Volgens het voorschrift stond de fauteuil -naar den muur toe gekeerd, ten teeken, dat niemand er op mocht -gaan zitten. Verder waren er in het groote vertrek slechte canapés, -fauteuils, stoelen en een prachtige Louis XIV-tafel van verguld hout -met een mozaïekblad, voorstellend de ontvoering van Europa. - -Maar Pierre zag in den beginne niets dan kardinaal Boccanera, die -bij een andere tafel, welke hij als bureau gebruikte, stond. In -zijn eenvoudige zwarte soutane met roode zoomen en knoopen, scheen -hij hem nog grooter en trotscher toe dan op het portret in zijn -gala-kostuum. Het was wel hetzelfde grijze haar, hetzelfde lange -gezicht met de diepe rimpels, den grooten neus en de dunne lippen; -het waren dezelfde vurige oogen, die het bleeke gezicht onder de -dichte, zwart gebleven wenkbrauwen verhelderden. Maar het portret -gaf niet het van deze hooge gestalte uitgaande verheven en rustige -geloof weer, de vaste overtuiging te weten waar de waarheid lag, -den onwankelbaren wil zich daar eeuwig aan te houden. - -Boccanera bewoog zich niet, toen hij met zijn donkeren blik den -bezoeker naar zich toe zag komen; de priester, die het ceremonieel goed -kende, knielde neer en kuste den grooten smaragd, dien de kardinaal -aan zijn vinger droeg. Maar bijna onmiddellijk richtte de kardinaal -zich op. - -"Wees welkom bij ons, mijn lieve zoon... Mijn nicht heeft mij met -zooveel sympathie over u gesproken, dat ik mij gelukkig voel u te -ontvangen..." - -Hij was bij de tafel gaan zitten, zonder Pierre te vragen ook plaats -te nemen; hij bleef hem aankijken, terwijl hij op langzamen, zeer -beleefden toon verder sprak. - -"U is gisterenochtend gearriveerd, niet waar? En zeker heel moe?" - -"Uwe Eminentie is te vriendelijk... Ja, ik was gebroken, zoowel -van emotie als van vermoeienis. Deze reis is voor mij van zooveel -beteekenis." - -De kardinaal scheen niet dadelijk op die ernstige quaestie in te -willen gaan. - -"Zeker, dat begrijp ik. En bovendien is het een lange reis van Parijs -naar Rome. Tegenwoordig gaat het vrij snel, maar vroeger was het een -eindelooze reis!" - -Hij begon langzamer te spreken. - -"Ik ben éénmaal in Parijs geweest, o, al heel lang geleden, vijftig -jaar bijna al, en ik ben er geen week gebleven... Een groote, mooie -stad, ja zeker! Veel menschen in de straten, zeer goed opgevoede -menschen, een volk, dat wonderbare dingen gedaan heeft. Men mag het -zelfs in dezen droevigen tegenwoordigen tijd niet vergeten, Frankrijk -is de oudste dochter der Kerk geweest... Na die eenige reis heb ik -Rome nooit meer verlaten!" - -Met een gebaar van kalme minachting voltooide hij zijn gedachte. Waarom -reizen te ondernemen naar het land van twijfel en rebellie? Was Rome -niet voldoende, Rome, dat de wereld beheerschte, de eeuwige stad, die -eens, wanneer de tijden in vervulling zouden gaan, weer de hoofdstad -der wereld zou worden? - -Pierre, die zwijgen bleef, riep zich den gewelddadigen, strijdlustigen -prins weer voor den geest, die er thans toe genoodzaakt was deze -eenvoudige soutane te dragen; hij vond hem mooi in zijn trotsche -overtuiging, dat Rome aan zichzelf genoeg had. Maar deze koppige -onwetendheid, deze eigenzinnigheid, om andere naties slechts als -vazallen te beschouwen, maakten hem ongerust, toen hij weer dacht -aan het motief, dat hem hier bracht. Daar er een stilzwijgen ontstaan -was, meende Pierre met een paar eerbiedig-huldigende woorden op het -onderwerp te moeten terugkomen. - -"Alvorens verdere stappen te doen, heb ik mijn hulde aan de voeten van -Uwe Eminentie willen leggen, want Uwe Eminentie is mijn eenige hoop, -en ik smeek Uwe Eminentie mij wel te willen raden en leiden." - -Met een handbeweging noodigde Boccanera hem uit op een stoel tegenover -hem te gaan zitten. - -"Zeker, mijn lieve zoon, ik weiger volstrekt niet u met mijn raad ter -zijde te staan. Ik ben dat verschuldigd aan alle Christenen, die het -goede willen. Maar ge zoudt verkeerd doen op mijn invloed te rekenen: -die beteekent niets. Ik leef volkomen afgezonderd, ik kan en ik wil -niets vragen... Maar dat belet ons niet wat te praten." - -Hij ging zonder eenigen omweg op de quaestie in. Zijn onafhankelijke, -moedige geest schrikte voor de verantwoordelijkheid niet terug. - -"Ge hebt een boek geschreven, niet waar? Het nieuwe Rome, als ik -mij goed herinner; en ge zijt hierheen gekomen om dit boek, dat men -bij de Indexcongregatie aangegeven heeft, te verdedigen... Ik heb -het nog niet gelezen. Ge begrijpt, ik kan niet alles lezen. Ik lees -alleen de boeken, die de congregatie, waarvan ik sedert verleden -jaar deel uitmaak, mij zendt; en dikwijls stel ik mij zelfs tevreden -met het rapport, dat mijn secretaris voor mij opstelt... Maar mijn -nicht Benedetta heeft uw boek gelezen en mij gezegd, dat het niet -oninteressant is. Eerst was zij er een beetje verbaasd over geweest, -maar later heeft het haar zeer geroerd... Ik beloof u dus, dat ik -het door zal lezen en de geïncrimineerde passages met groote zorg -bestudeeren zal." - -Pierre greep de gelegenheid aan, om zijn zaak te verdedigen. Hij -meende, dat het maar het beste zou zijn zijn aanbevelingen uit Parijs -mede te deelen. - -"Uwe Eminentie zal begrijpen hoe verbaasd ik was, toen ik hoorde, -dat mijn boek vervolgd werd. Mijnheer de vicomte de la Choue, die -mij welwillend gezind is, zegt steeds weer, dat een dergelijk werk -voor den Heiligen Stoel even veel waard is als het beste leger." - -"O, de la Choue, de la Choue," herhaalde de kardinaal -welwillend-spottend; "ik weet heel goed, dat de la Choue denkt een -goed Katholiek te zijn... Hij is nog eenigszins aan ons geparenteerd, -zooals u niet onbekend zal zijn. Wanneer hij hier in het paleis -logeert, dan ontvang ik hem heel graag, op voorwaarde echter, dat over -bepaalde onderwerpen, waarover we het toch nooit eens zouden worden, -niet gesproken wordt. Maar per slot van rekening is het Katholicisme -van dien voortreffelijken en goeden de la Choue met zijn corporaties, -zijn werkliedenvereenigingen, zijn gezuiverde democratie en zijn vaag -socialisme niets anders dan litteratuur." - -Het woord trof Pierre onaangenaam, want hij voelde in de woorden -van den kardinaal zeer duidelijk de minachtende ironie, die ook op -hemzelf sloeg. Hij haastte zich dan ook zijn anderen repondant [4], -dien hij voor een onaantastbare autoriteit hield, te noemen. - -"Zijne Eminentie kardinaal Bergerot is wel zoo goed geweest zijn -volkomen goedkeuring aan mijn boek te hechten." - -Plotseling veranderde het gezicht van Boccanera heelemaal. Het was -niet meer de spottende blaam, het medelijden, dat de ondoordachte en -van te voren tot mislukking gedoemde daad van een kind te voorschijn -roept. Een vlam van woede lichtte op in zijn donkere oogen; zijn -gezicht werd hard van strijdlust. - -"Zeker," zeide hij langzaam; "kardinaal Bergerot heeft in Frankrijk -den naam heel vroom te zijn. Hier in Rome weten wij weinig van -hem. Persoonlijk heb ik hem éénmaal gezien, toen hij den kardinaalshoed -kwam halen. En ik zou mij niet veroorloven een oordeel over hem te -vellen, indien onlangs zijn geschriften en zijn handelingen mijn -ziel als geloovige niet hadden bedroefd. En, helaas, sta ik in dat -opzicht niet alleen; ge zult in het Heilig College niemand vinden, -die zijn daden goedkeurt." - -Hij hield even op en zeide dan op zeer beslisten toon: - -"Kardinaal Bergerot is een revolutionnair." - -Ditmaal kon Pierre van verbazing een oogenblik niet spreken. Een -revolutionnair, lieve God, die zachte zielenherder met zijn -onuitputtelijke naastenliefde, wiens droom-ideaal het was, dat -Jezus weer op aarde zou nederdalen, om eindelijk gerechtigheid -en vrede te doen heerschen! De woorden hadden dus niet overal -dezelfde beteekenis! En in welk een godsdienst kwam hij terecht, -dat de godsdienst der armen en lijdenden een verdoemenswaardige, -eenvoudig opstandige hartstocht werd? - -Zonder het nog duidelijk te begrijpen, voelde hij, dat een discussie -onbeleefd en nutteloos zijn zou; hij koesterde nog slechts den wensch -zijn boek te vertellen, het uit te leggen, het te rechtvaardigen. Maar -onmiddellijk na zijn eerste woorden viel de kardinaal hem al in -de rede. - -"Neen, neen mijn lieve zoon. Dat zou te veel tijd in beslag nemen, en -bovendien wil ik de passages lezen... Trouwens het is een regel zonder -uitzondering: ieder boek, dat het geloof aantast, is verderfelijk en -verdoemenswaardig. Eerbiedigt uw boek ten volle het dogma?" - -"Ik meen van wel, en ik verzeker Uwe Eminentie, dat het geen oogenblik -mijn bedoeling geweest is het dogma of het geloof te verloochenen." - -"Dat is zeer prijzenswaardig. En wanneer dat zoo is, zou ik met u -mede kunnen gaan... Doch in het tegenovergestelde geval zou ik u maar -één raad kunnen geven: uit eigen beweging uw boek terug te nemen, te -vernietigen, zonder te wachten, dat een besluit van de Indexcongregatie -u daartoe dwingt. Wie ergernis gegeven heeft, moet die onderdrukken -en ervoor boeten door in zijn eigen vleesch te snijden. Een priester -heeft geen andere plicht dan deemoed en gehoorzaamheid, de volkomen -vernedering en vernietiging van zijn eigen Ik, een geheel opgaan in -den wil der Kerk. Ja, ik vraag u, waartoe eigenlijk überhaupt te -schrijven? In de uiting van een eigen meening ligt in zekeren zin -al opstand en verzet; het is altijd een verzoeking van den duivel, -die u de pen in de hand drukt. Waarom de risico te loopen zichzelf te -verdoemen door toe te geven aan den hoogmoed van den geest... Uw boek, -mijn waarde zoon, is ook weer litteratuur, litteratuur!" - -Hij herhaalde het woord met zoo'n minachting, dat Pierre het gevaar, -dat de arme apostelbladzijden, welke hij geschreven had, liepen, -wanneer zij onder de oogen van dezen prins, die een heilige geworden -was, kwamen, onmiddellijk begreep. Hij luisterde naar hem en meende, -door toenemenden angst en bewondering aangegrepen, hem grooter te -zien worden. - -"O, het geloof, mijn lieve zoon, het onvoorwaardelijke, onbaatzuchtige -geloof, dat alleen gelooft voor het geluk om te gelooven! Welk een -rust, wanneer men zich voor de mysteries buigt, zonder te trachten -die te doorgronden, met de rustige overtuiging, dat men, door ze te -aanvaarden, eindelijk het zekere en het definitieve bezit! Is de meest -volkomen intellectueele bevrediging niet die, welke door het goddelijke -gegeven wordt, terwijl het de rede verovert, schoolt en vermeerdert, -zoodat zij als het ware gevuld en zonder verdere begeerte is? Wanneer -het onbekende niet door het goddelijke verklaard wordt, is er voor -den mensen geen duurzame vrede mogelijk. Men moet de waarheid en -de gerechtigheid in Gods hand geven, als men wil, dat zij op aarde -heerschen zullen. Wie niet gelooft is als een slagveld, dat bloot -staat aan alle rampen. Het geloof alleen bevrijdt en geeft vrede!" - -Pierre bleef een oogenblik zwijgen tegenover deze hooge gestalte, -die zich oprichtte. Te Lourdes had hij de lijdende menschheid zich -zien storten op de genezing van het lichaam en de vertroosting -der ziel. Hier was het de intelligente geloovige, de zekerheid -verlangende geest, die bevrediging vond door de hoogste genieting te -vinden in het niet meer twijfelen. Nog nooit had hij zoo'n kreet van -vreugde gehoord, om te leven in gehoorzaamheid en zonder vrees voor -dat wat na den dood volgt. Hij wist, dat Boccanera een eenigszins -hartstochtelijke jeugd gehad en zinnelijke crisissen doorgemaakt had, -waarin het heete bloed zijner voorouders opvlamde; en hij verwonderde -zich over de kalme majesteit, die het geloof dezen afstammeling van -een zoo heftig ras verleend had. Hoogmoed en trots waren zijn eenige -hartstochten gebleven. - -"En toch," waagde hij het eindelijk met zachte stem te zeggen: "ook -al blijft het wezen van het geloof onveranderlijk, is het mogelijk, -dat de vormen wisselen... Van uur tot uur ontwikkelt alles zich, -verandert de wereld." - -"Maar dat is juist niet waar!" riep de kardinaal uit, "de wereld -is onwrikbaar, eeuwig onwrikbaar!... Zij trappelt heen en weer, -zij verdwaalt, zij geraakt op de afschuwelijkste banen, men moet -haar ieder oogenblik weer op den rechten weg terugbrengen. Dat is -de waarheid... Moet de wereld, opdat de beloften van Christus in -vervulling kunnen gaan, niet terugkeeren tot haar punt van uitgang, -tot haar oorspronkelijke schuldeloosheid? Is het einde der dagen -niet vastgesteld op den triompheerenden dag, dat de menschen in het -volle bezit zijn der geheele waarheid, die het Evangelie gebracht -heeft?... Neen, neen, de waarheid ligt in het verleden. Men moet -zich steeds houden aan het verleden, wanneer men zich niet in het -verderf wil storten. Al die mooie nieuwigheden, die fata morgana -van den beroemden vooruitgang zijn niets anders dan valstrikken -voor de eeuwige verdoemenis. Waartoe nog meer te zoeken, waartoe -onophoudelijk het gevaar van dwalingen te loopen, waar de waarheid -reeds sedert achttien eeuwen bekend is? De waarheid, maar die ligt -in het roomsch-apostolisch Katholicisme, zooals de lange reeks van -generaties het geschapen heeft! Welk een dwaasheid het te willen -veranderen, daar zoovele groote geesten, zoovele vrome zielen er het -wonderbaarlijkste van alle gedenkteekenen, er het eenige middel tot -orde in deze en tot redding in de andere wereld van gemaakt hebben!" - -Pierre protesteerde niet meer. Zijn hart kromp ineen, want thans kon -hij niet langer meer twijfelen of hij had een onverzoenlijk vijand -van zijn liefste en dierbaarste denkbeelden tegenover zich. Hij boog -eerbiedig, maar tot een ijskoude verstard, hij voelde een zachten -ademtocht over zijn gelaat strijken, een wind, die van verre kwam en -de doodende hitte der graven met zich voerde. De kardinaal echter -richtte zijn hooge gestalte op en ging op zijn eigenzinnigen toon, -waaruit een trotsche moed klonk, door: - -"En wanneer, zooals zijn vijanden beweren, het Katholicisme doodelijk -getroffen is, dan moet het fier sterven, in zijn glorierijke -ongeschondenheid... Versta mij goed, mijnheer de abbé, geen enkele -concessie, geen toegeven, geen lafheid! Het is, zooals het is, anders -zou het niet kunnen zijn. De goddelijke zekerheid, de onvoorwaardelijke -waarheid is niet voor verandering, welke dan ook, vatbaar; de kleinste -steen, die aan het gebouw ontnomen wordt, is nooit iets anders dan -een oorzaak tot ineenstorting... dat is toch duidelijk, niet waar? De -oude huizen, waarin men, onder voorwendsel ze te willen herstellen, -de spade zet, zijn niet te redden. Men vergroot er de scheuren -slechts door. Als het waar was, dat Rome in puin dreigt te vallen, -dan hebben al die verbeteringen en reparaties geen ander resultaat dan -dat zij de onvermijdelijke catastrophe verhaasten. En in plaats van een -grootschen, verheven dood zou het een jammerlijke doodsstrijd worden, -het einde van een lafaard, die zich verweert en om genade smeekt... Ik -wacht af. Ik voor mij ben overtuigd, dat het schandelijke leugens -zijn, dat het Katholicisme nooit krachtiger geweest is, dat het zijn -eeuwigheid put uit de eenige bron des levens. Maar op den avond, -dat de hemel instort, zou ik hier staan te midden van deze oude, -afbrokkelende muren, onder deze oude plafonds, waarvan de balken door -de wormen weggevreten worden, en fier overeind staande zou ik onder -de puinhoopen sterven, mijn Credo voor een laatste maal uitsprekend." - -Hij was steeds langzamer gaan spreken, in zijn stem klonk een -hoogmoedige droefheid, terwijl hij met een breed gebaar naar het oude, -verlaten, zwijgende paleis wees, waaruit het leven zich iederen dag -iets meer terugtrok. Was het een onwillekeurig voorgevoel, streek -de zachte, koude ademtocht, die van de puinhoopen kwam, ook langs -hem heen? Dat zou verklaren, waarom de groote zalen zoo verwaarloosd -waren, het zijden behang in flarden hing, de wapenschilden door stof -verbleekt, de roode hoed door maden weggevreten werd. En deze prins en -kardinaal, deze intransigente Katholiek, die zich zoo in de toenemende -duisternis van het verleden terugtrok en met een dapper soldatenhart -de onvermijdelijke instorting der oude wereld trotseerde, stond te -midden van dit alles als iets wanhopig-grootsch en verhevens. - -Ontroerd wilde Pierre afscheid nemen, toen een kleine deur in het -behang openging. Boccanera maakte een ongeduldig gebaar. - -"Wat is er nu weer? Kan men mij dan geen oogenblik met rust laten?" - -Maar abbé Paparelli, de dikke, stille sleepdrager, kwam toch binnen, -zonder zich een oogenblik op te winden. Hij ging naar den kardinaal -toe en fluisterde hem iets in het oor. - -"Welke pastoor?... O, ja, Santobono, de pastoor van Frascati. Ik weet -het... Zeg, dat ik hem nu niet ontvangen kan." - -Weer begon Paparelli met zijn zacht stemmetje te fluisteren. Toch -kon Pierre enkele woorden hooren: een dringende zaak, de pastoor -moest weer vertrekken, hij had maar één woord te zeggen. En zonder de -toestemming van den kardinaal af te wachten, bracht hij den bezoeker, -een protégé van hem, dien hij achter de kleine deur gelaten had, -binnen. Dan verdween hij zelf met de kalmte van een ondergeschikte, -die, ondanks zijn nederige positie, zijn groote macht kent. - -Pierre, die geheel vergeten werd, zag een reusachtig langen priester -binnenkomen, grof gebouwd, een echten boerenzoon, die nog steeds in -nauwe aanraking met de aarde was. Hij had groote voeten, vingers vol -knobbels, een verweerd gezicht met litteekens, dat door donkere, zeer -heldere oogen verlevendigd werd. Voor zijn vijf-en-veertig jaar zag hij -er nog krachtig uit en geleek met zijn slecht verzorgden baard en zijn -mantel, die te wijd om zijn zware, vooruitspringende beenderen hing, -eenigszins op een vermomden bandiet. Maar zijn gelaatsuitdrukking -was trotsch gebleven, zonder iets gemeens. Hij had een klein mandje -bij zich, dat zorgvuldig met vijgeblaadjes toegedekt was. - -Onmiddellijk knielde Santobono neer en kuste den ring, doch met een -snel gebaar, als was het een eenvoudige, gewone beleefdheid. Dan zeide -hij met de eerbiedige familiariteit van het mindere volk tegenover -de grooten: - -"Ik smeek Uwe eerwaardige Eminentie om vergiffenis, dat ik zoo -indringerig ben. Er wachten nog vele anderen, en ik zou niet ontvangen -zijn, indien mijn oude vriend Paparelli niet op het denkbeeld gekomen -was mij door deze deur te laten gaan... Ik heb Uwe Eminentie een -grooten dienst te vragen, een zoo grooten dienst... Maar voor alles -veroorlove Uwe Eminentie mij, U een klein geschenk aan te bieden." - -Boccanera luisterde ernstig naar hem. In vroegere tijden, toen hij -den zomer ging doorbrengen in de villa, die de familie te Frascati -bezat, had hij hem goed gekend. Die villa was een in de zestiende -eeuw gerestaureerd huis met een prachtig park, waarvan het beroemde -terras uitzag op de uitgestrekte en als een zee zoo kale Campagna -romana. Thans was de villa verkocht en in de wijngaarden, die bij de -boedelscheiding aan Benedetta ten deel gevallen waren, was graaf Prada, -vóór den eisch tot echtscheiding, begonnen een geheele nieuwe wijk -van kleine lusthuizen te bouwen. Vroeger had de kardinaal het niet -beneden zijn waardigheid geacht op zijn wandelingen een oogenblik -te gaan uitrusten bij Santobono, die, buiten de stad in een oude aan -Santa Maria dei Campi gewijde kapel dienst deed. De priester bewoonde -een naast die kapel staand, half vervallen huisje, waarvan een door -muren omgeven tuin de grootste aantrekkelijkheid vormde. Dien tuin -onderhield hij zelf met den hartstocht van een echten boer. - -"Ik zou graag willen, dat Uwe Eminentie, zooals andere jaren, mijn -vijgen proefde," ging hij voort, terwijl hij het mandje op tafel -zette. "Het zijn de eerste vijgen van het seizoen, die ik vanochtend -voor Uwe Eminentie geplukt heb. Eminentie at ze zoo graag, toen het -Eminentie nog behaagde ze van den boom te komen eten. Eminentie was -dan wel zoo goed mij te zeggen, dat geen vijgeboom in de wereld zulke -vijgen droeg!" - -De kardinaal kon een glimlach niet onderdrukken. Hij was dol op vijgen, -en het was waar: de vijgeboom van Santobono was in het geheele land -beroemd. - -"Dank je zeer, mijn waarde pastoor; je herinnert je mijn kleine -gebreken nog goed... En wat kan ik voor je doen?" - -Hij was onmiddellijk weer ernstig geworden, want tusschen hem -en den pastoor bestonden oude meeningsverschillen, die hem -hinderden. Santobono, die uit Nemi, een zeer woeste streek, en -uit een heftige familie, waarvan de oudste zoon door een messteek -gedood was, afkomstig was, had zijn vurig-patriottische denkbeelden -nooit onder stoelen of banken gestoken. Men vertelde, dat het heel -weinig gescheeld had, of hij had zich bij de troepen van Garibaldi -aangesloten; en op den dag, dat de Italianen Rome binnentrokken, -had men hem moeten beletten de vlag der Italiaansche eenheid op zijn -dak te planten. Zijn hartstochtelijke droom was, Rome als meesteres -der wereld te zien, wanneer paus en koning, na zich verzoend te -hebben, gemeenschappelijk zouden optreden. De kardinaal hield hem -voor een gevaarlijken revolutionnair, een afvallig priester, die het -Katholicisme in gevaar bracht. - -"O, wat Uwe Eminentie voor mij doen kan? Wat Uwe Eminentie voor mij -doen kan, als het haar behaagt," herhaalde Santobono op vurigen toon, -terwijl hij zijn grove, knokkelige handen vouwde. - -Doch dan zich bedenkend: - -"Heeft Zijne Eminentie kardinaal Sanguinetti niet met een enkel woord -met Uwe eerwaardige Eminentie over mijn zaak gesproken?" - -"Neen, de kardinaal heeft mij alleen gezegd, dat ge me iets te -vragen hadt." - -Boccanera wachtte met een strenge gelaatsuitdrukking. Hij wist heel -goed, dat de priester een protégé van Sanguinetti geworden was, sedert -deze, als bisschop van Frascati, daar jaarlijks eenige weken ging -doorbrengen. Iedere kardinaal, die het pausschap ambieert, heeft een -aantal van die vrienden achter zich, die de geheele eerzucht van hun -leven op zijn mogelijke verkiezing stellen: wanneer hij eens paus is, -wanneer zij hem helpen het te worden, is de kans groot, dat zij in -de groote pauselijke huishouding opgenomen worden. Het gerucht ging, -dat Sanguinetti Santobono reeds uit een zeer moeilijk geval gered -had. Hij had een kind, dat fruit wilde stelen, juist op het oogenblik, -dat het over zijn muur klom, gesnapt, en het zoo'n geduchte afstraffing -toegediend, dat het aan de gevolgen gestorven was. Maar tot eer van -den priester moet gezegd worden, dat zijn fanatieke toewijding aan -den kardinaal voornamelijk het gevolg was van de hoop, dat hij de -verwachte paus zijn zou, de paus, die voorbestemd was om van Italië -de eerste natie te maken. - -"Nu, dan zal ik mijn ongeluk vertellen... Uwe Eminentie kent mijn broer -Agostino, die twee jaar tuinman bij u in de villa geweest is. Het is -een heele fatsoenlijke, zachte jongen, op wien nooit iemand iets te -zeggen gehad heeft... Nu is hem--niemand kan zich verklaren hoe--een -vreeselijk ongeluk overkomen; hij heeft in Genzano op een avond, dat -hij op straat aan het wandelen was, een man met een messteek gedood. Ik -vind het iets verschrikkelijks en ik zou graag twee vingers van mijn -hand geven, om hem uit de gevangenis te houden. En nu had ik gedacht, -dat Uwe Eminentie niet weigeren zou mij een getuigschrift te geven, -waarin staat, dat Agostino bij Uwe Eminentie in dienst geweest is, -en dat Uwe Eminentie altijd zeer tevreden over hem geweest is." - -"Ik ben heelemaal niet tevreden over Agostino geweest," protesteerde -de kardinaal. "Hij had een krankzinnig-heftige en opvliegende natuur, -en juist omdat hij altijd met de andere bedienden overhoop lag, -heb ik hem weg moeten sturen." - -"O, wat doet Uwe Eminentie mij een verdriet met dat te zeggen. Het is -dus waar, dat het karakter van mijn armen kleinen Agostino bedorven -is! Maar de zaak is toch wel te schikken, niet waar? Uwe Eminentie -kan mij daarom toch wel een getuigschrift geven--in andere woorden -vervat. Een getuigschrift van Uwe Eminentie zou voor de rechtbank -zoo'n goeden indruk maken." - -"Dat begrijp ik heel goed," antwoordde de kardinaal. "Maar ik geef -geen getuigschrift." - -"Wat? Uwe eerwaarde Eminentie weigert?" - -"Absoluut... Ik weet, dat gij een priester zijt, op wiens moraliteit -niets te zeggen valt, dat gij uw heilig ambt met ijver vervult, dat -gij een zeer aanbevelenswaardig iemand zijn zoudt zonder uw politieke -denkbeelden. Doch uw broederliefde brengt u op een dwaalspoor, ik -kan niet liegen, om u ter wille te zijn." - -Santobono keek hem verbaasd aan, begreep niet, dat een prins, een -almachtig kardinaal, zich met zulke onbeteekenende gewetensbezwaren -ophield, wanneer het om een messteek ging, de meest gewone en ieder -oogenblik voorkomende zaak in de nog woeste streken der Romeinsche -Kasteelen. - -"Liegen, liegen," prevelde hij; "wanneer je alleen het goede, dat -iemand heeft, zegt, is toch geen liegen! En Agostino heeft toch wel -wat goeds. In een getuigschrift hangt alles af van de zinnen, waarin -het gekleed is." - -Hij had het zich nu eenmaal in het hoofd gezet en hij kon niet -begrijpen, dat iemand weigeren kon den rechter door een handige -voorstelling van de zaken op een dwaalspoor te brengen. Toen hij -eindelijk inzag, dat hij niets krijgen zou, maakte hij een wanhopig -gebaar; zijn vaal gelaat kreeg een uitdrukking van heftigen wrok, -terwijl zijn donkere oogen vlamden van ingehouden toorn. - -"Goed, goed! Iedereen ziet de waarheid op zijn manier. Ik zal het aan -Zijne Eminentie kardinaal Sanguinetti gaan vertellen. En ik smeek Uwe -eerwaarde Eminentie mij niet kwalijk te nemen, dat ik haar voor niets -gestoord heb... Misschien zijn de vijgen nog niet heelemaal rijp, maar -ik zal de vrijheid nemen tegen het eind van het seizoen, wanneer zij -heelemaal goed en zoet zijn, nog een mandje te brengen... Duizendmaal -dank en duizendmaal heil en zegen aan Uwe eerwaarde Eminentie." - -Achteruit loopend ging hij weg met buigingen, die zijn knokige -gestalte in tweeën vouwden. Pierre, die met groote belangstelling -het tooneel gevolgd had, vond in hem de belichaming van de lagere -geestelijkheid van Rome en omgeving, waarover men hem voor zijn -reis zoo dikwijls gesproken had. Dat was niet de scagnozzo, de arme, -hongerige priester, die ten gevolge van de een of andere minder mooie -geschiedenis uit de provincie komt en zoekend naar zijn dagelijksch -brood door Rome zwerft. Deze soort vormt een schaar van bedelaars in -soutane, die in de kruimels der Kerk hun geluk zoeken, elkaar gulzig -de missen bestrijden en met het mindere volk in de meest beruchte -kroegen zitten. Ook was het niet de priester uit de ver afgelegen -provincies, die, volmaakt onwetend en kras bijgeloovig, boer met de -boeren was, die door zijn biechtkinderen als huns gelijke behandeld -werd, welke in hun groote vroomheid hem nooit verwisselden met God -en neerknielden voor den heilige van hun parochie, maar niet voor -den man, die van hem leefde. In Frascati kreeg de pastoor van een -kleine kerk negenhonderd francs en had geen andere uitgaven dan voor -vleesch en brood, wanneer hij den wijn, de vruchten en de groenten -uit zijn eigen tuin haalde. Deze priester was niet onontwikkeld, -wist iets van theologie, van geschiedenis, vooral de geschiedenis -van Rome's vroegere grootheid, die zijn patriotisme ontvlamd had, -zoodat hij steeds weer van de nabije wereldheerschappij droomde, -die voor het wedergeboren Rome, de hoofdstad van Italië, weggelegd -was. Maar welk een onafzienbare afstand nog tusschen deze dikwijls -zeer waardige en intelligente lagere geestelijkheid en den hoogeren -clerus, de hoogwaardigheidbekleeders van het Vaticaan! Alles wat niet -minstens prelaat was, bestond niet. - -"Duizendmaal dank en moge alles naar wensch van Uwe eerwaarde -Eminentie gaan." - -Toen Santobono eindelijk weg was, wendde de kardinaal zich weer tot -Pierre, die eveneens boog, om afscheid te nemen. - -"In één woord, mijnheer de abbé, het komt mij voor, dat de zaak van -uw boek slecht staat. Ik zeg u nog eens, dat ik niets precies weet, -dat ik het dossier niet gezien heb. Maar daar het mij bekend was, dat -mijn nicht Benedetta zich voor u interesseert, heb ik er met kardinaal -Sanguinetti, die daareven hier was, over gesproken. Maar hij zelf -weet er niet meer van dan ik, want het dossier bevindt zich nog in -handen van den secretaris. Het eenige, dat hij mij mededeelen kon, -was, dat de aanklacht van aanzienlijke, zeer invloedrijke personen -uitging, en dat zij liep over talrijke bladzijden, waarin men de -aanstoot gevende passages zoowel wat betreft de kerkelijke tucht als -het dogma naar voren gebracht heeft." - -Zeer ontroerd door de gedachte, dat verborgen vijanden hem in het -donker vervolgden, riep hij uit: - -"O, aangeklaagd, aangeklaagd! Als Uwe Eminentie eens wist, hoe dat -woord mij pijn doet. En aangeklaagd voor beslist onwillekeurige -misdaden, omdat ik enkel en alleen vurig den triomf der Kerk gewild -heb... Ik zal mij voor de voeten van den Heiligen Vader werpen en -mij verdedigen." - -Boccanera richtte zich plotseling in zijn volle lengte op. Een diepe -plooi groefde zich in zijn voorhoofd. - -"Zijne Heiligheid kan, wanneer het Haar goeddunkt, alles, zelfs u -ontvangen en u absolutie geven... Maar luister naar mij, ik raad u -nogmaals aan uit eigen beweging uw boek terug te nemen, het eenvoudig -en dapper te vernietigen, voor u te storten in een strijd, die u -slechts de schande brengen zal verpletterd te worden... Denk er -over na!" - -Onmiddellijk had Pierre berouw gehad, dat hij van een bezoek aan -den Paus gesproken had, want hij voelde, dat dit beroep op het -hoogste gezag den kardinaal moest kwetsen. Twijfel was echter niet -meer mogelijk: de kardinaal zou tegen zijn werk zijn. Hij had geen -andere hoop meer dan door zijn omgeving druk op hem uit te oefenen, -door hem te smeeken neutraal te blijven. Hij had hem openhartig, -vrijmoedig gevonden, ver verheven boven de heimelijke intriges, -die, zooals hij hoe langer hoe meer begon te begrijpen, om zijn boek -gespannen werden. Hij nam dan ook met grooten eerbied voor den persoon -van den kardinaal afscheid. - -"Ik dank Uwe Eminentie uit den grond van mijn hart en beloof alles, -wat Uwe Eminentie zoo goed is geweest tegen mij te zeggen, ernstig -te zullen overwegen." - -In de antichambre zag Pierre vijf of zes personen, die gedurende -zijn audiëntie gekomen waren en nu wachtten. Er waren een bisschop, -een prelaat en twee oude dames; en toen hij, alvorens weg te gaan, -don Vigilio wilde begroeten, zag hij dien tot zijn groote verbazing -in gesprek met een langen, blonden jongen man, een Franschman, die -even verbaasd uitriep: - -"Wat, u hier, mijnheer de abbé? U hier in Rome?" - -De priester aarzelde een oogenblik. - -"O, mijnheer Narcisse Habert, neem me niet kwalijk, dat ik u niet -dadelijk herkende. Het is werkelijk onvergeeflijk van mij, want ik -wist, dat u sinds een jaar aan het gezantschap geattacheerd bent." - -Slank, flink gebouwd, zeer elegant had Narcisse een mooien tint, -lichtblauwe, bijna malvekleurige oogen, een blonden, kroezenden baard -en droeg zijn blonde lokken op Florentijnsche wijze over het voorhoofd -weggeknipt. Hij stamde uit een zeer rijke, militant-Katholieke -rechtersfamilie en had een oom, die tot de diplomatie behoorde, wat -over zijn carrière beslist had. Zijn plaats te Rome was als het ware -aangewezen, waar hij over invloedrijke bloedverwanten beschikken kon: -hij was de aangetrouwde neef van kardinaal Sarno, wiens zuster te -Parijs getrouwd was met zijn oom, een notaris; germain neef van den -geheimen kamerheer, monseigneur Gamba del Zoppo, een zoon van een -zijner tantes, die in Italië met een kolonel getrouwd was. Om die -redenen had men hem geattacheerd aan het gezantschap bij den Heiligen -Stoel, waar men zijn eenigszins fantastische allures, zijn vurigen -hartstocht voor de kunst, die hem steeds weer tot zwerftochten door -Rome aanspoorde, duldde. Verder was hij een zeer beminlijk man en -zeer gedistingeerd, bovendien in den grond der zaak zeer practisch -en buitengewoon ervaren in financieele quaesties. Soms gebeurde het, -zooals dien ochtend, dat hij met zijn moede, eenigszins geheimzinnige -manier van doen in opdracht van den gezant bij een kardinaal over -een ernstige zaak kwam spreken. - -Onmiddellijk nam hij Pierre mede in een der groote vensternissen, -om op zijn gemak met hem te kunnen praten. - -"Mijn waarde abbé, wat ben ik blij u te zien! Herinnert u zich onze -prettige gesprekken nog uit den tijd, dat we elkaar bij kardinaal -Bergerot ontmoetten? Ik heb u nog schilderijen aangewezen voor uw -boek, miniaturen uit de veertiende en vijftiende eeuw. Voor vandaag -leg ik beslag op u; ik zal u Rome laten zien, zooals niemand anders -dat kan. Ik heb alles gezien, alles doorsnuffeld. Schatten zijn hier, -schatten! Doch feitelijk is er maar één ding hier, daar ga je altijd -weer naar terug: de Botticelli in de Sixtijnsche kapel!" - -Zijn stem stierf als het ware uit; hij maakte een uitgeput gebaar van -bewondering. En Pierre moest beloven zich aan hem toe te vertrouwen, -met hem naar de Sixtijnsche kapel te gaan. - -"U weet toch zeker wel, waarom ik hier ben?" zeide deze eindelijk. "Men -vervolgt mijn boek, men heeft het bij de Indexcongregatie aangegeven." - -"Uw boek? Dat is niet mogelijk!" riep Narcisse uit. "Een boek, -waarvan sommige bladzijden aan den verrukkelijken Franciscus van -Assisi herinneren." - -Hij stelde zich welwillend ter beschikking van den priester. - -"Maar onze gezant zal u van groot nut kunnen zijn. Er bestaat geen -beter mensch op de wereld; hij is zeer vriendelijk en welwillend, vol -oude Fransche bravoure. Vanmiddag of op zijn allerlaatst morgenochtend -zal ik u aan hem voorstellen, en daar u zoo spoedig mogelijk een -audiëntie bij den paus verlangt, zal hij probeeren die voor u te -verkrijgen... Maar ik moet eraan toevoegen, dat het niet altijd even -makkelijk is. De Heilige Vader doet hem gaarne een genoegen, maar toch -lukt het hem niet altijd, zoo moeilijk is het dikwijls hem te naderen." - -In werkelijkheid had Pierre er nog niet aan gedacht gebruik te maken -van de hulp van den ambassadeur; in zijn onnoozelheid had hij gemeend, -dat een aangeklaagde priester, die zich kwam verdedigen, van zelf -alle deuren voor zich zou zien open gaan. Hij was verrukt over het -aanbod van Narcisse en dankte hem zoo hartelijk alsof de audiëntie -reeds verkregen was. - -"En mochten er zich onverhoopt moeilijkheden voordoen," ging de jonge -man voort, "dan heb ik nog altijd bloedverwanten op het Vaticaan. Ik -bedoel niet mijn oom den kardinaal, die ons toch niet zou kunnen -helpen, want hij komt nooit uit zijn bureau van de Propaganda en wil -nooit een gunst vragen. Maar mijn neef, monsignor Gamba del Zoppo, -die tot de vertrouwde omgeving van den paus behoort en door zijn dienst -ieder oogenblik met hem in aanraking komt, is een zeer welwillend man; -als het noodig is, gaan we naar hem toe, en hij zal ongetwijfeld wel -een middel weten, om een audiëntie voor u te verkrijgen, hoewel zijn -groote voorzichtigheid hem een enkele maal bang doet zijn, dat hij -zich zal compromitteeren... Dus, dat is afgesproken, vertrouw in alle -dingen maar op mij." - -"Niets liever dan dat, waarde heer," riep Pierre verlicht en gelukkig -uit; "u weet niet welk een balsem u mij geeft, want sedert ik hier -ben, tracht iedereen mij te ontmoedigen; u bent de eerste, die mij -weer wat kracht geeft door de zaken op zijn Fransch te behandelen." - -Fluisterend vertelde hij hem zijn onderhoud met kardinaal Boccanera, -van wien hij niet de minste hulp te verwachten had, de slechte -tijdingen, die kardinaal Sanguinetti gebracht had, en ten slotte -den wedijver, die, zooals hij voelde, tusschen de beide kardinalen -bestond. Narcisse luisterde glimlachend naar hem en liet zich ook tot -vertrouwlijke mededeelingen bewegen. Die wedijver, die voorbarige -twist om de tiara, waarnaar beiden hartstochtelijk streefden, -bracht reeds lang de zwarte kringen in opwinding. Het waren allerlei -gecompliceerde dessous, niemand zou met zekerheid kunnen zeggen -wie de uitgebreide intriges leidde. In het algemeen wist men, -dat Boccanera het intransigente Katholicisme vertegenwoordigde, -dat van geen compromis met de moderne maatschappij weten wilde, -rustig afwachtte, dat God over Satan regeeren, het koninkrijk Rome -aan den Heiligen Vader teruggegeven worden, Italië berouwvol voor -zijn heiligschennis boete doen zou; Sanguinetti daarentegen, een -zeer soepel en politiek man, zou voorstander zijn van even nieuwe als -vermetele combinaties, een soort republikeinsche federatie van alle -oude kleine Italiaansche staten onder protectoraat van den paus. In -één woord het was de strijd tusschen twee tegengestelde richtingen: -de eene wilde de Kerk redden door een volmaakten eerbied voor de -oude traditie; de andere kondigt haar onvermijdelijken ondergang aan, -indien zij weigert de evolutie der komende eeuw mede te maken. Maar -dit alles was zoo vaag, zoo onbestemd, dat ten slotte de meening post -vatte, dat, wanneer de tegenwoordige paus nog eenige jaren leefde, -noch Boccanera, noch Sanguinetti hem zouden opvolgen. - -Plotseling viel Pierre Narcisse in de rede. - -"En monsignor Nani, kent u dien? Gisterenavond heb ik met hem -gesproken... Kijk, daar komt hij juist binnen!" - -Inderdaad kwam Nani met zijn eeuwigen glimlach en zijn blozend, -vriendelijk prelatengezicht binnen. Zijn fijne soutane en zijn -gordel van violette zijde schitterden in een voornaam-luxueusen en -zachten glans. Hij was zeer hoffelijk tegenover abbé Paparelli, die -hem eerbiedig te gemoet ging en hem vroeg wel te willen wachten tot -Zijne Eminentie hem ontvangen kon. - -"O," fluisterde Narcisse, die ernstig geworden was; "monsignor Nani -is iemand, dien men te vriend moet houden." - -Hij kende zijn geschiedenis en vertelde die Pierre half fluisterend. Te -Venetië uit een adellijk, maar geruïneerd geslacht, dat verscheidene -helden onder zijn leden geteld had, geboren, was hij, na zijn eerste -onderricht bij de Jezuïeten ontvangen te hebben, naar Rome gekomen, -om aan het Romeinsch College, dat onder leiding der Jezuïeten stond, in -de theologie en wijsbegeerte te studeeren. Op zijn drie-en-twintigste -jaar tot priester gewijd, was hij dadelijk als particulier secretaris -met een nuntius naar Beieren gegaan en vandaar als auditor naar Brussel -en Parijs, in welke laatste stad hij vijf jaar had gewoond. Alles, zijn -schitterend debuut, zijn vlug begrip--hij was een der veelzijdigste en -meest ontwikkelde geesten, die men zich denken kan--scheen hem voor de -diplomatie te bestemmen, toen hij plotseling naar Rome teruggeroepen -werd, waar men hem bijna onmiddellijk na zijn aankomst tot assessor -bij het Heilig College benoemde. Toenmaals ging het gerucht, dat dit op -uitdrukkelijk verlangen van den paus geschied was, die, daar hij zijn -capaciteiten kende en gaarne iemand bij het Heilig College had, op wien -hij kon vertrouwen, hem teruggeroepen had onder voorwendsel, dat hij -te Rome veel meer diensten bewijzen kon dan bij een nuntiatuur. Nani, -reeds sedert langen tijd huisprelaat, was sedert korten tijd kanunnik -van de St. Pieter en apostolisch protonotarius en had, wanneer op een -dag de paus een assessor vinden kon, die nog meer in zijn smaak viel, -groote kans kardinaal te worden. - -"O," ging Narcisse voort, "monsignor Nani! Een superieur man, die -het moderne Europa buitengewoon goed kent, en daarenboven een heilig -priester, een oprecht geloovige, volkomen toegewijd aan de Kerk, maar -van een geloof, dat geheel verschillend is van het bekrompen en vage -theologische geloof, zooals wij dat in Frankrijk kennen! Daarom zal -het u moeilijk vallen de menschen en dingen hier te begrijpen. Zij -laten God in Zijn heiligdom, zij regeeren in Zijn naam, ten volle -overtuigd, dat het Katholicisme de menschelijke organisatie van -het Godsbestuur, de eenige, eeuwige en volmaakte is, buiten welke -er slechts leugen en sociaal gevaar bestaat. Terwijl wij in onze -godsdienstige twistgesprekken nog steeds hartstochtelijk over het -bestaan van God discussieeren, geven zij niet eens toe, dat aan dat -bestaan getwijfeld worden kan, omdat zij de door God gezonden ministers -zijn; zij gaan geheel in hun rol van onafzetbare ministers op, oefenen -hun macht uit tot het grootst mogelijke welzijn der menschheid, -gebruiken al hun intelligentie, al hun energie om de door de volken -aanvaarde meesters te blijven. Bedenk eens, een man als monsignor Nani -is, na met de politiek der geheele wereld te doen gehad te hebben, -sedert tien jaar te Rome met de meest kiesche en moeilijke opdrachten -belast en daardoor met de meest verschillende en belangrijke zaken -vertrouwd. Hij blijft heel Europa, dat in Rome komt, zien, weet alles, -heeft in alles de hand. Daarenboven is hij buitengewoon bescheiden -en welwillend, zóó volmaakt bescheiden schijnbaar, dat men zich -onwillekeurig afvraagt, of hij met zijn zachten stap niet naar het -hoogste doel van 's menschen eerzucht, naar de tiara, schrijdt." - -"Nog een candidaat voor den Heiligen Stoel!" dacht Pierre, die zeer -aandachtig geluisterd had, want deze Nani interesseerde hem, gaf -hem een soort instinctieve onrust, alsof hij achter het blozende en -glimlachende gezicht iets beangstigend oneindigs voelde. Bovendien -begreep hij de verklaringen van zijn vriend maar half; de angst, -die hem bij zijn aankomst in deze nieuwe wereld, een wereld, -wier onverwachte aanblik al zijn verwachtingen den bodem insloeg, -aangegrepen had, maakte zich ook nu weer van hem meester. - -Maar monsignor Nani had de twee jonge mannen gezien en kwam hartelijk -en met uitgestoken hand naar hen toe. - -"Zoo, mijnheer de abbé Froment! Het is mij aangenaam u weer te -zien. Ik behoef u niet te vragen, of u goed geslapen hebt, want men -slaapt te Rome altijd goed... Dag, mijnheer Habert, nog altijd even -gezond als toen ik u vol bewondering aantrof voor de Heilige Theresia -van Bernini?... En ik zie, dat u elkaar kent. Prachtig! Mijnheer de -abbé, ik mag u zeker wel verraden, dat mijnheer Habert een van de -vurigste bewonderaars onzer stad is, die u de mooiste plekjes zal -kunnen laten zien." - -Dan wilde hij dadelijk weer hooren over het onderhoud tusschen Pierre -en den kardinaal. Hij luisterde zeer aandachtig naar het verhaal, -terwijl hij bij sommige bijzonderheden zijn hoofd schudde en dikwijls -zijn fijn glimlachje onderdrukken moest. De strenge ontvangst van den -kardinaal en de overtuiging van den priester, dat hij van dezen geen -hulp behoefde te verwachten, verwonderden hem in het minst niet, als -had hij geen ander resultaat verwacht. Maar bij den naam van kardinaal -Sanguinetti en toen hij hoorde, dat deze aan kardinaal Boccanera -gezegd had, dat die quaestie van het boek zeer ernstig was, scheen -hij zich een oogenblik te vergeten en sprak met plotselinge heftigheid: - -"Dan ben ik te laat gekomen, mijn waarde zoon! Zoodra ik van die -vervolging hoorde, ben ik dadelijk naar Zijne Eminentie kardinaal -Sanguinetti gegaan, om hem te zeggen, dat men voor uw werk een groote -reclame zou maken. Is dat verstandig? Waar is dat goed voor? Wij -weten, dat u wat geëxalteerd, geestdriftig en strijdlustig is. Wat -zouden wij erbij winnen, indien wij een jongen priester, die met een -boek, waarvan reeds duizenden exemplaren verkocht zijn, tegen ons -in het krijt zou kunnen treden, tegen ons in het harnas joegen? Van -den beginne af aan heb ik gewild, dat men het boek met rust liet, -en ik moet eerlijk zeggen, dat de kardinaal, die een verstandig man -is, dezelfde meening toegedaan is. Hij hief zijn armen ten hemel en -riep opgewonden uit, dat men hem nooit raadpleegde, dat de dwaasheid -nu begaan was en dat het onmogelijk was het proces tegen te houden, -nu het eenmaal ten gevolge van beschuldigingen, die van de meest -bevoegde zijden en om de ernstigste motieven ingebracht waren, -aanhangig gemaakt was. ...Enfin, zooals hij zeide, de domheid was -begaan, en ik moest iets anders bedenken." - -Maar hij hield op; hij zag, dat de vurige oogen van Pierre op de zijne -gericht waren en trachtten te begrijpen. Een bijna onmerkbare blos -kleurde zijn gezicht, terwijl hij, zonder het onaangename gevoel, dat -hij te veel gezegd had, te laten blijken, zeer onbevangen voortging: - -"Ja, ik wilde u met mijn zwakken invloed helpen, om u de -onaangenaamheden, waarin deze geschiedenis u ongetwijfeld brengen zal, -te besparen." - -In Pierre steeg bij het heimelijke besef, dat men misschien met hem -speelde, een verzet op. Waarom zou hij zijn geloof, dat zoo rein, zoo -geheel onbaatzuchtig, zóó brandend van Christelijke naastenliefde was, -niet bekennen? - -"Nooit," zeide hij, "nooit zal ik uit eigen beweging mijn boek -terugnemen of vernietigen, zooals men mij aanraadt. Het zou een -lafheid en een leugen zijn, want ik heb nergens berouw over, loochen -niets. Waar ik geloof, dat mijn werk eenige waarheid brengt, daar -kan ik het niet vernietigen, zonder een misdaad te begaan tegenover -mezelf en de anderen... Nooit, verstaat u, nooit!" - -Er volgde een stilte. En bijna onmiddellijk ging hij voort: - -"Aan de voeten van den Heiligen Vader zal ik hetzelfde zeggen. Hij -zal mij begrijpen, hij zal het met mij eens zijn!" - -Nani glimlachte niet meer. Zijn gelaat was thans onbeweeglijk en -als gesloten. Hij scheen de plotselinge heftigheid van den priester, -dien hij dan door zijn rustige welwillendheid trachtte te kalmeeren, -aandachtig te bestudeeren. - -"Zeker, zeker... Gehoorzaamheid en ootmoed hebben hun groote -bekoring. Maar ik begrijp heel goed, dat u vóór alles met Zijne -Heiligheid zoudt willen spreken. En dan kunt u verder zien, niet waar, -dan kunt u verder zien?" - -En hij interesseerde zich opnieuw voor de audiëntie. Hij betreurde -het zeer, dat Pierre de aanvrage niet van uit Parijs gedaan had, -vóór hij naar Rome kwam; dat zou de zekerste manier geweest zijn, om -die toegestaan te krijgen. Men hield in het Vaticaan niet van lawaai, -en wanneer het bericht van de aankomst van den jongen priester zich -verspreidde, en er over de motieven, die hem hier brachten, gesproken -werd, zou alles verloren zijn. - -Maar toen Nani hoorde, dat Narcisse aangeboden had Pierre voor te -stellen aan den Franschen gezant bij den Heiligen Stoel, scheen hij -weer ongerust te worden en protesteerde daar krachtig tegen. - -"Neen, neen, doe dat niet! dat zou uiterst onverstandig en -onvoorzichtig zijn!... In de eerste plaats loopt u gevaar den gezant, -wiens positie in die soort van zaken steeds zeer delicaat is, in -ongelegenheid te brengen. En als het hem mislukt, zou het uit zijn, -zoudt ge niet de minste kans hebben de gevraagde audiëntie door -bemiddeling van anderen te verkrijgen, want men zou de eigenliefde -van den gezant niet willen kwetsen door aan een ander wel toe te -staan wat men hem weigert." - -Angstig keek Pierre Narcisse aan, die weifelend en aarzelend zijn -hoofd schudde. - -"Inderdaad," begon Narcisse eindelijk, "hebben we onlangs -voor een hoogen Franschen politicus een audiëntie gevraagd, -die geweigerd is. Dat heeft een zeer onaangenamen indruk op ons -gemaakt... Monseigneur heeft gelijk. Wij moeten den gezant in -reserve houden en hem slechts gebruiken, wanneer alle andere middelen -uitgeput zijn." - -En toen hij de teleurstelling van Pierre zag, ging hij met zijn gewone -welwillendheid voort: - -"Ons eerste bezoek zal dus aan mijn neef op het Vaticaan zijn." - -Verbaasd keek Nani den jongen man opnieuw aan. - -"Op het Vaticaan? Hebt u daar een neef?" - -"Ja zeker, monsignor Gamba del Zoppo." - -"Gamba!... Gamba!... Ja, ja, neem me niet kwalijk, nu herinner ik het -me... Wilt u probeeren door Gamba toegang te krijgen bij den paus? Het -is ongetwijfeld een idee... We zullen zien... we zullen zien..." - -Verscheidene malen herhaalde hij den zin om zich tijd te geven het -denkbeeld bij zichzelf te overwegen. Monsignor Gamba del Zoppo was -een braaf man, speelde in het geheel geen rol; in het Vaticaan was -het reeds een legende geworden, dat hij een nul was. Hij amuseerde -met zijn praatjes den paus, dien hij op overdreven wijze vleide en die -graag aan zijn arm in de tuinen wandelde. Op die wandelingen kreeg hij -makkelijk allerlei kleine gunsten. Maar hij was buitengewoon bang, -hij vreesde zoo zeer zijn invloed te compromitteeren, dat hij geen -verzoek waagde, zonder lang en breed overwogen te hebben of er geen -schade voor hem zelf uit kon voortvloeien. - -"Het idee is niet kwaad," verklaarde Nani eindelijk. "Gamba zal zeker -een audiëntie voor u kunnen verkrijgen, als hij wil... Ik zal ook -met hem gaan spreken en hem de zaak uitleggen..." - -Ten slotte gaf hij nogmaals den raad uiterst voorzichtig te zijn. Hij -waagde het zelfs te zeggen, dat men tegenover de omgeving van den -paus niet wantrouwend genoeg kon zijn. Ach ja, Zijne Heiligheid -was zoo goed, geloofde zoo blindelings in het goede, dat zij niet -altijd haar vertrouwde gekozen had met die kritische zorgvuldigheid, -welke daartoe eigenlijk noodig was. Nooit wist men tot wien men zich -wendde noch in welke val men zijn voet zetten kon. Zelfs gaf hij te -verstaan, dat men zich in geen geval direct tot Zijne Eminentie den -Staatssecretaris wenden moest, omdat deze zelf niet vrij was en zich -in het middelpunt bevond van een haard van intriges, die zijn beste -bedoelingen verlamde. Terwijl hij langzaam en zalvend zoo sprak, -rees het Vaticaan voor de beide anderen op als een land, dat door -ijverzuchtige en verraderlijke draken bewaakt wordt, een land, waarin -men geen drempel overschrijden, geen pas wagen, geen hand uitsteken -kon, zonder zich van te voren vergewist te hebben, dat men er niet -zijn geheele lichaam bij verliezen zou. - -Meer en meer verkild en weer in onzekerheid terugvallend, bleef Pierre -naar hem luisteren. - -"Lieve God!" riep hij uit; "ik weet heusch niet meer wat ik doen -moet... U beneemt mij allen moed, monseigneur!" - -Nani vond zijn hartelijk glimlachje terug. - -"Ik, mijn waarde zoon? Dat zou mij zeer spijten... Ik wil u slechts -herhalen: wacht, denk na! En vooral geen overijling! Er is niets geen -haast bij, dat bezweer ik u, want eerst gisteren is een deskundige -benoemd, die rapport over uw boek moet uitbrengen. U hebt nog een -heele maand voor u... Vermijd zooveel mogelijk alle gezelschappen, -leef zonder dat men van uw bestaan iets weet, bezoek Rome kalm en -rustig, dat is de beste manier om uw zaak te bevorderen." - -En terwijl hij de hand van den priester in zijn beide aristocratische, -volle en zachte handen nam: - -"U begrijpt wel, dat ik mijn redenen heb, om zoo met u te spreken... Ik -zou mezelf aangeboden hebben, het zou me een eer geweest zijn u -regelrecht naar Zijne Heiligheid te brengen. Maar ik wil er mij op dit -oogenblik nog niet in mengen, ik geloof, dat zulks op dit oogenblik -nog niet goed zijn zou. Later, wanneer niemand geslaagd is, zal ik -voor u een audiëntie weten te verkrijgen. Daar verbind ik me plechtig -toe... Maar vermijd, wat ik u bidden mag, intusschen woorden als nieuwe -godsdienst, die ongelukkigerwijze in uw boek voorkomen en die ik u -gisterenavond nog heb hooren uitspreken. Er kan geen nieuwe godsdienst -zijn, mijn waarde zoon, er is slechts één eeuwige godsdienst, waarbij -geen compromis of vergelijk mogelijk is, de Katholieke, Apostolische, -Roomsche godsdienst. Laat eveneens uw Parijsche vrienden waar zij -zijn, en reken niet al te zeer op kardinaal Bergerot, wiens groote -godsvrucht hier te Rome niet genoeg gewaardeerd wordt... Ik verzeker u, -dat ik dat zeg als uw vriend." - -Toen hij echter zag, dat Pierre geheel overstuur en als gebroken -was en niet meer wist van welken kant hij de zaak moest aanvatten, -troostte hij hem opnieuw. - -"Kom, kom, het zal wel gaan. Alles zal zich ten goede schikken tot -heil van de Kerk en van u zelf. Maar nu moet ik u verlaten, ik zal -Zijne Eminentie vandaag niet meer zien, want het is mij onmogelijk -langer te wachten." - -Abbé Paparelli, dien Pierre loerend achter hen had zien rondsluipen, -snelde toe en zeide tot monsignor Nani, dat er nog slechts twee -personen voor hem waren. Maar de prelaat antwoordde zeer vriendelijk, -dat hij terug zou komen: de zaak, waarover hij Zijne Eminentie spreken -wilde, had volstrekt geen haast. En met een beleefden groet aan allen -ging hij heen. - -Bijna onmiddellijk daarna kwam de beurt aan Narcisse. Voor hij de -troonzaal binnenging, drukte hij Pierre de hand en zeide nogmaals: - -"Dus dat is afgesproken. Ik zal morgen met mijn neef op het Vaticaan -gaan spreken; en zoodra ik een antwoord heb, zal ik het u doen -weten. Tot ziens!" - -Het was over twaalven, er was niemand meer dan een der twee oude dames, -die ingeslapen scheen te zijn. Aan zijn klein tafeltje schreef don -Vigilio nog steeds met zijn krabbelschrift op de groote, geelachtige -vellen. Slechts nu en dan keek hij van het papier op als om zich in -zijn voortdurend wantrouwen te vergewissen, dat er geen gevaar voor -hem was. - -In de droefgeestige stilte, die weer neerviel, bleef Pierre nog een -oogenblik onbeweeglijk in de groote vensternis staan. Hoe vol angst -was zijn arme, gevoelige dwepersziel. Toen hij Parijs verliet, had -hij alles zoo eenvoudig, zoo natuurlijk gevonden! Men beschuldigde hem -onrechtvaardig: welnu, hij ging zich verdedigen, kwam aan, wierp zich -voor de voeten van den paus, die welwillend naar hem luisterde. Was -de paus niet de levende godsdienst, de geest, die begrijpt, de -gerechtigheid, die de waarheid maakt! En was hij niet vóór alles de -Vader, de afgezant van de eindelooze vergiffenis, van de goddelijke -barmhartigheid, wiens armen geopend bleven voor alle kinderen der -Kerk, zelfs de meest schuldigen? Moest hij zijn deur niet wijd open -laten staan, opdat de nederigsten van zijn kinderen zouden kunnen -binnentreden, om hem hun leed te klagen, hun schuld te bekennen, hun -gedrag te verklaren, uit de bron der eeuwige goedheid te drinken? En -op den eersten dag van zijn aankomst sloten zich alle deuren, viel -hij in een vijandige wereld, bezaaid met valstrikken en versperd -door afgronden. Allen riepen hem toe op zijn hoede te zijn, alsof -hij de ernstigste gevaren liep, wanneer hij zich daarin waagde. De -wensch den paus te spreken was een exorbitante aanmatiging, een zoo -moeilijke zaak, dat zij de belangen, de hartstochten en de invloeden -van het Vaticaan in beweging bracht. Het waren raadgevingen zonder -eind, handigheden, die lang besproken werden, taktieken van generaals, -die een leger ter overwinning leiden, onophoudelijk nieuw ontstaande -verwikkelingen te midden van duizenden intriges, die men onder zich -voelde voortwoekeren! Groote God, wat was dat alles heel anders dan -de verwachte liefderijke ontvangst, dan het huis van den herder aan -den weg, dat voor alle schapen, de gedweeë en de verdwaalde, openstaat! - -Wat Pierre echter het meest bang maakte was, dat hij voelde, -dat zich in de donkerte iets slechts bewoog. Kardinaal Bergerot -verdacht, aangezien voor een revolutionnair, zoo compromitteerend, -dat men hem aanried zijn naam niet meer te noemen! Hij zag weer den -minachtend-spottenden trek om den mond van kardinaal Boccanera, wanneer -hij over zijn collega sprak. En monsignor Nani, die hem waarschuwde -woorden als nieuwe godsdienst niet meer te gebruiken, alsof het -voor allen niet duidelijk was, dat die woorden den terugkeer van -het Katholicisme tot de oorspronkelijke reinheid van het Christendom -beteekenden? Was dat dan een der misdaden, die bij de Indexcongregatie -aangegeven waren? Hij begon langzamerhand te vermoeden, wie die -aanklagers waren, en hij werd bang, want hij was zich thans bewust, -dat een onderaardsche aanval, een krachtige poging gedaan werd om -zijn werk neer te slaan en te vernietigen. Alles wat hem omgaf, -scheen hem nu verdacht toe. Hij wilde zijn krachten verzamelen, om -zich heen zien en die zwarte kringen in Rome, die hij nooit verwacht -had daar te zullen aantreffen, bestudeeren. Maar in het verzet van -zijn apostelgeloof zwoer hij zichzelf een plechtigen eed, dat hij, -zooals hij reeds gezegd had, nooit zou wijken of toegeven, niets -zou veranderen, geen bladzijde, geen regel van zijn boek, dat hij -in het openbaar als het onwankelbare getuigenis van zijn geloof zou -handhaven. Wanneer het moest, zou hij de Kerk verlaten, een afvallige -worden, den nieuwen godsdienst blijven prediken, een nieuw boek -schrijven--het ware Rome thans, zooals hij het nu vaag begon te zien. - -Inmiddels was don Vigilio opgehouden met schrijven en keek Pierre met -zulk een strakken blik aan, dat deze eindelijk uit beleefdheid naar -hem toe ging, om afscheid te nemen. Ondanks zijn angst toegevend aan -een drang om te spreken, fluisterde de secretaris: - -"U begrijpt zeker wel, dat hij voor u alleen gekomen is, hij wilde -alleen het resultaat van uw onderhoud met Zijne Eminentie weten." - -De naam van monsignor Nani behoefde niet uitgesproken te worden. - -"Gelooft u dat werkelijk?" - -"Daaraan valt niet te twijfelen... En indien u van mij een goeden raad -wilt aannemen, doe dan onmiddellijk uit eigen beweging wat hij van u -verlangt, want het is absoluut zeker, dat u het later toch doen zult." - -Dat maakte Pierre nog angstiger en wanhopiger. Met een uitdagend gebaar -ging hij weg. Zij zouden wel merken, of hij gehoorzaamde. En de drie -antichambres, die hij weer doorging, schenen nu nog donkerder, nog -lediger, nog doodscher. In de tweede groette abbé Paparelli hem met -een kleine, zwijgende buiging; in de eerste scheen de ingedommelde -knecht hem zelfs niet te zien. Onder den baldakijn weefde tusschen de -kwasten van den grooten rooden hoed een spin zijn net. Zou het niet -beter geweest zijn het houweel te zetten in dat geheele rottende, -in puin vallende verleden, opdat de zon vrij binnen schijnen en aan -den gereinigden bodem de vruchtbaarheid der jeugd teruggeven kon? - - - - - - - - -VIERDE HOOFDSTUK - - -Den middag van dienzelfden dag wilde Pierre, daar hij toch niets anders -te doen had, onmiddellijk zijn zwerftochten door Rome beginnen met een -bezoek, dat hem na aan het hart lag. Onmiddellijk na de verschijning -van zijn boek had een brief, dien hij uit deze stad kreeg, hem diep -ontroerd en geïnteresseerd--een brief van den ouden graaf Orlando -Prada, den held der Italiaansche onafhankelijkheid en eenheid, die hem, -zonder hem te kennen, onder den indruk van de eerste lezing spontaan -geschreven had; en die vier bladzijden bevatten een vurig protest, een -kreet van het in dezen grijsaard nog jeugdige patriottische geloof, -hij beschuldigde hem in zijn werk Italië vergeten te hebben, eischte -Rome, het nieuwe Rome voor het één geworden en eindelijk vrije Italië -op. Daarop was een heele briefwisseling gevolgd, en de priester had, -hoewel hij zijn ideaal van een nieuw Katholicisme, dat de wereld redden -moest, niet opgaf, den man, die hem deze brieven schreef, waarin een -zoo groote vaderlands- en vrijheidsliefde brandden, van verre leeren -liefhebben. Hij had hem van zijn reis op de hoogte gebracht en beloofd -hem een bezoek te zullen brengen. Maar nu was de gastvrijheid, die hij -in het paleis Boccanera had aangenomen, daarvoor een sta-in-den-weg, -want het scheen hem na de zoo hartelijke ontvangst door Benedetta -moeilijk toe, den eersten dag reeds, zonder haar te waarschuwen, den -vader van den man te gaan bezoeken, van wien zij gevlucht was en tegen -wien zij een eisch tot echtscheiding had ingesteld; en dit te meer, -omdat de oude Orlando bij zijn zoon woonde in het kleine paleis, -dat deze in de Via Venti Settembre had laten bouwen. - -Vóór alles wilde Pierre dus zijn bezwaren aan de contessina zelf -mededeelen. Hij had trouwens van vicomte Philibert de la Choue gehoord, -dat zij voor den held een met bewondering vermengde dochterlijke -liefde behouden had. En inderdaad, toen hij haar na het ontbijt de -verlegenheid, waarin hij verkeerde, mededeelde, protesteerde zij -onmiddellijk. - -"Maar mijnheer de abbé, ga toch, ga toch gauw! U weet, dat de oude -Orlando een onzer nationale sieraden is. Verwonder u er niet over, -als u mij hem ook zoo hoort noemen, geheel Italië geeft hem uit -liefde en dankbaarheid dezen liefkoozenden bijnaam. Ik ben opgegroeid -in een wereld, die hem vervloekte, hem voor een Satan hield. Eerst -later heb ik hem leeren kennen en liefhebben. Hij is de zachtste en -rechtvaardigste man, die op aarde rondwandelt." - -Zij was begonnen te glimlachen, terwijl tranen haar oogen bevochtigden, -ongetwijfeld bij de herinnering aan het stormachtige jaar, dat zij -in dat huis doorgebracht had, waarin zij, behalve bij den ouden man, -geen rustig uur had gekend. En zachter en met eenigszins bevende stem -voegde zij eraan toe: - -"Als u toch naar hem toegaat, zeg hem dan uit mijn naam, dat ik hem -nog altijd liefheb en dat ik nooit, wat er ooit gebeuren moge, zijn -goedheid vergeten zal." - -Terwijl Pierre naar de Via Venti Settembre reed, riep hij zich de -geheele heldengeschiedenis van den ouden Orlando, die hij zich vroeger -had laten vertellen, voor den geest. Zij was een waar heldendicht en -voerde hem terug naar het geloof, de dapperheid en de onbaatzuchtigheid -van een ander tijdperk. - -Graaf Orlando Prada, de afstammeling van een oud-adellijk Milaneesch -geslacht, werd reeds in zijn jeugd door zulk een haat tegen den -vreemdeling verteerd, dat hij op zijn vijftiende jaar al deel -uitmaakte van een geheim genootschap, een der vertakkingen van het -oude carbonarisme. Die haat tegen de Oostenrijksche overheersching was -oud, stamde nog uit den tijd van de opstanden tegen de knechtschap, -toen de samenzweerders zich vereenigden in verlaten hutten diep in -de bosschen. En deze haat werd nog aangewakkerd door het oude ideaal -van een bevrijd, aan zichzelf teruggegeven Italië, dat eindelijk -weer de groote, heerschende natie, de waardige dochter van de oude -veroveraars en meesters der wereld worden zou. - -O, welk een vurige en heerlijke droom, om dat roemrijke land van -vroeger, dat verbrokkelde en versnipperde Italië, dat aan een -menigte kleine tyrannen was prijsgegeven en onophoudelijk door -naburige volkeren bezet en bezeten werd, uit zijn lange schande te -rukken. Den vreemdeling verslaan, de despoten wegjagen, het volk -wekken uit de vernederende ellende van zijn slavernij, Italië vrij, -Italië één verklaren, dat was de hartstocht, die toen in de geheele -jeugd met onbluschbare vlammen oplaaide, die het hart van den jongen -Orlando van geestdrift kloppen deed. Hij doorleefde zijn jeugd in -een heilige verontwaardiging, in het vurige ongeduld om zijn bloed -aan zijn vaderland te geven en daarvoor te sterven, als hij het niet -bevrijden kon. - -Orlando leefde teruggetrokken in zijn familiepaleis te Milaan, -bevende onder het juk en zijn tijd met nuttelooze samenzweringen -verspillend. Hij was juist getrouwd en vijf-en-twintig jaar, -toen de tijding kwam van de vlucht van Pius IX en de revolutie te -Rome. Onmiddellijk liet hij alles, huis en vrouw, in den steek, om, -als geroepen door de stem van zijn lot, naar Rome te snellen. Het -was de eerste maal, dat hij zoo uittrok, om de onafhankelijkheid te -veroveren. Hoe dikwijls zou hij dat nog moeten doen, zonder ooit moe -te worden. Toen leerde hij Mazzini kennen en geraakte een oogenblik -in geestdrift voor de mystieke figuur van dezen unitaristischen -republikein. Zelf droomend van een algemeene republiek, nam hij het -devies van Mazzini: "Dio e popolo" [5] aan, volgde hij de processie, -die met groote pracht en praal door het oproerige Rome trok. - -Het was een tijd vol grootsche verwachtingen, die reeds door de -behoefte aan een hernieuwing van het Katholicisme gekweld werd en -in afwachting leefde van een menschelijken Christus, wiens taak -het was de wereld een tweede maal te redden. Maar weldra trok een -man, Garibaldi, die aan den dageraad van zijn epischen roem stond, -hem geheel tot zich en maakte van hem een soldaat der vrijheid en -eenheid. Orlando hield van hem als van een God, streed als held -aan zijn zijde, maakte de overwinning bij Rieti op de Napolitanen -mede, volgde den hardnekkigen patriot op zijn terugtocht, toen hij, -gedwongen om Rome over te laten aan het Fransche leger van generaal -Oudinot, die er Pius IX kwam herstellen, Venetië te hulp snelde. En -welk een vermetel, dolzinnig waagstuk was dat! Dit Venetië, dat Manin, -een tweede groote patriot, een martelaar, weer tot republiek gemaakt -had en dat nu al maanden lang weerstand bood aan de Oostenrijkers! - -En Garibaldi, die met een handvol mannen uittrekt, om het te ontzetten, -en dertien visschersschepen huurt en er acht in de handen van zijn -vijand laten moet, is verplicht naar den Romeinschen oever terug -te keeren en verliest daar op jammerlijke wijze zijn vrouw Anita, -wier oogen hij sluit alvorens terug te keeren naar Amerika, waar -hij in afwachting van het uur van den opstand reeds gewoond had. O, -die Italiaansche bodem, waarin toen allerwegen het inwendige vuur van -het patriotisme gromde, waaruit in iedere stad mannen vol geloof en -moed opschoten, waaruit overal oproeren en opstanden losbarstten als -vulkanische erupties, en die ondanks alle tegenspoeden en tegenslagen, -toch, onoverwinlijk, den triomf tegemoet ging! - -Orlando keerde naar Milaan en naar zijn jonge vrouw terug en leefde -daar twee jaar lang in het verborgen, verteerd door zijn ongeduldig -verlangen naar den glorierijken dag, welks aanbreken zich zoo lang -wachten liet. Eén geluk stilde een weinig zijn vurige begeerte: een -zoon, Luigi, werd hem geboren, maar het kind kostte zijn moeder het -leven. Orlando werd daardoor met diepe droefheid vervuld, en daar hij -niet langer te Milaan blijven kon, waar de politie al zijn gangen -naging, en hij de overheersching door de vreemdelingen niet langer -dragen kon, besloot Orlando de overblijfselen van zijn vermogen te -realiseeren en begaf zich naar Turijn, naar een tante van zijn vrouw, -die het kind onder haar bescherming nam. Graaf Cavour, de groote -politicus, werkte vanaf dat oogenblik aan de onafhankelijkheid, -bereidde Piemont voor op de beslissende rol, die het spelen -moest. Het was het tijdperk, waarin koning Victor Emanuel met -vleiende vriendelijkheid de uit alle deelen van Italië toestroomende -vreemdelingen opnam, zelfs hen, van wie hij wist, dat zij republikeinen -waren en ten gevolge van opstanden de vlucht hadden moeten nemen. - -De droom, de Italiaansche eenheid ten gunste van de Piemonteesche -monarchie te verwezenlijken, bestond in het sluwe Huis van Savoye reeds -lang en rijpte sedert jaren. Orlando wist heel goed onder welken heer -hij dienst nam, maar reeds stond in zijn hart de republikein achter -bij den patriot: hij geloofde niet meer aan een in naam der republiek -geschapen en onder de bescherming van een liberalen paus geplaatst -Italië, zooals het een oogenblik Mazzini's ideaal geweest was. Was -het geen hersenschim, die generaties zou verslinden, indien men dat -ideaal bleef nastreven? Zelfs wanneer de vrijheid er gevaar bij liep, -wilde hij het vaderland weder opbouwen en het zijn plaats onder de -zon geven. Hoe koortsachtig gelukkig was hij dan ook, toen hij bij -het uitbreken van den oorlog in 1859 dienst nam; hoe klopte zijn hart -tot barstens toe, toen hij na Magenta met het Fransche leger Milaan -binnentrok, hetzelfde Milaan, dat hij acht jaar vroeger als wanhopig -balling verlaten had. Na Solferino was het verdrag van Villafranca -een bittere teleurstelling: Venetië bleef gevangen. Maar Milaan en -omgeving was toch heroverd, en ook Toscane, Parma en Modena traden -toe. Eindelijk vormde zich de kern van de ster, het vaderland bouwde -zich om het overwinnende Piemont op. - -Het volgend jaar keerde Orlando in het epos terug. Garibaldi -was weer uit Amerika terug, omgeven door een geheele legende, de -verhalen van zijn ridderlijke heldendaden in de pampa's van Uruguay, -een buitengewonen tocht van Canton naar Lima, gingen hem vooruit; -hij kwam terug, om in 1859 te vechten, het Fransche leger voor te -zijn, een Oostenrijksch maarschalk onder den voet te loopen, de -steden Como, Bergamo en Brescia binnen te trekken. Plotseling hoorde -men, dat hij met slechts duizend man te Marsala was--de duizend van -Marsala, het beroemde handjevol dapperen. Orlando streed in de voorste -gelederen. Palermo bood drie dagen tegenstand, werd dan genomen. Als -lievelingsluitenant van den dictator, hielp Orlando hem bij het -organiseeren van het bestuur, stak vervolgens met hem de landengte -over en nam aan zijn rechterhand deel aan den triomphantelijken -intocht in Napels, waaruit de koning gevlucht was. - -Het was een dolzinnig-vermetele en -dappere daad, de uitbarsting van -het onvermijdelijke; allerlei verhalen van bovenmenschelijke daden -deden de ronde: Garibaldi onkwetsbaar, beter door zijn rood hemd -beschermd dan door het dikste harnas; Garibaldi, die de vijandelijke -legers op de vlucht sloeg alleen door als een aartsengel zijn -vlammend zwaard te zwaaien. Van hun kant hadden de Piemonteezen, -na generaal Lamoricière bij Castelfidardo verslagen te hebben, de -Romeinsche staten veroverd. En Orlando was erbij, toen de dictator, -afstand doende van zijn macht, het besluit van de annexatie der beide -Siciliën bij de Kroon van Italië onderteekende; evenals hij bij den -heftigen kreet: "Rome of de dood!" deelnam aan de wanhopige poging, die -zoo tragisch bij Aspromonte eindigde: het kleine legertje verstrooid -door de Italiaansche troepen, Garibaldi gewond, gevangen genomen, -verbannen naar de eenzaamheid van zijn eiland Caprera, waar hij nog -slechts een eenvoudig landman bleef. - -De zes daarop volgende jaren van wachten bracht Orlando te Turijn door, -zelfs toen Florence als nieuwe hoofdstad gekozen werd. De senaat had -Victor Emanuel tot koning van Italië uitgeroepen, en inderdaad Italië -was geschapen, alleen Venetië en Rome ontbraken. Van dat oogenblik -af schenen de groote slagen geëindigd te zijn, was het tijdperk -der epiek afgesloten. Venetië werd aan Italië door een nederlaag -geschonken. Orlando maakte den ongelukkigen slag bij Custozza mede, -waarin hij tweemaal gewond werd; doch zijn hart werd nog pijnlijker -getroffen door de smartelijke gedachte, dat Oostenrijk zou kunnen -overwinnen. Maar in hetzelfde oogenblik verloor Oostenrijk, verslagen -bij Sadowa, Venetië, en vijf maanden later wilde hij in den triomfroes -te Venetië zijn, toen Victor-Emanuel onder het geestdriftige gejubel -van het volk zijn intocht deed. - -Rome alleen ontbrak nu nog, een koortsachtig ongeduld drong geheel -Italië daarheen, en slechts de eed van het bevriende Frankrijk den -paus te zullen handhaven, hield dien drang terug. Ten derden male -wilde Garibaldi de legendarische heldendaden hernieuwen; vrij van -alle banden wierp hij zich als een door vaderlandsliefde gedreven -vrijbuitershoofdman op Rome. En ten derden male nam Orlando deel -aan dien heldenwaanzin, die zich bij Mentana tegen de door een klein -Fransch corps geholpen pauselijke zouaven te pletter liep. Weer gewond, -keerde Orlando, bijna stervend, naar Turijn terug. Met bloedend -hart moest men berusten: de quaestie was niet op te lossen. Dan kwam -plotseling de donderslag van Sedan, de verplettering van Frankrijk; -de weg naar Rome werd vrij. Orlando, in het staand leger teruggekeerd, -maakte deel uit van de troepen, die stelling namen in de Campagna -romana, om, overeenkomstig de woorden in den brief van Victor Emanuel -aan Pius IX, de veiligheid van den Heiligen Stoel te verzekeren. - -Het was overigens slechts een schijngevecht: de pauselijke zouaven -onder generaal Kanzler moesten zich terugtrekken en Orlando was een der -eersten, die door de bres in de Porta Pia de stad binnendrong. O, die -twintigste September, die dag, waarop hij het grootste geluk van zijn -leven ondervond, een dag van geestdrift, een dag van volkomen triomf, -waarop de droom van zoovele jaren van bitteren strijd verwezenlijkt -werd, de droom, waarvoor hij zijn rust, zijn vermogen, zijn geest en -zijn lichaam gegeven had. - -Hierop volgden nog tien gelukkige jaren in het veroverde Rome, in -het Rome, dat als een vrouw, waarop men al zijn hoop gezet heeft, -aangebeden, ontzien en gevleid werd. Van Rome verwachtte hij een -zoo groote nationale kracht, een zoo wonderbaarlijke herleving van -sterkte en jeugd voor de jonge natie! De voormalige republikein, -de voormalige insurgent, die hij toch was, moest zich bukken en een -senaatszetel aannemen: ging Garibaldi zelf, zijn afgod, geen bezoek -afleggen bij den koning en zijn plaats innemen in het Parlement? Alleen -de intransigente Mazzini had niets van een onafhankelijk Italië, -dat niet tevens republiek was, willen weten. Ook een ander motief -had Orlando tot toegeven bewogen: de toekomst van zijn zoon Luigi, -die den dag na den intocht in Rome achttien geworden was. Al was hij -ook tevreden met de kruimels van zijn vroeger vermogen, dat geheel -opgegaan was in den dienst van het vaderland, hij droomde van een -beter lot van het kind, dat hij aanbad. - -Hij voelde heel goed, dat het heldentijdvak geëindigd was; hij wilde -van hem een groot staatsman, een groot bestuurder maken, een man, die -nuttig zijn zou voor de souvereine macht van morgen; en daarom had hij -het koninklijk gunstbewijs, het loon voor zijn lange toewijding, niet -geweigerd; hij wilde Luigi helpen, over hem waken, hem leiden. Was -hij dan zelf zoo oud, zoo afgeleefd, dat hij zich niet nuttig meer -maken kon bij de organisatie, zooals hij het meende geweest te zijn -bij de verovering? Hij had den jongen man ambtenaar laten worden aan -het Ministerie van Financiën, daar hem zijn vlug begrip van financieele -quaesties opgevallen was en ook misschien omdat hij intuïtief voelde, -dat de strijd thans voortgezet zou worden op financieel en economisch -gebied. En weer leefde hij in een droom, steeds geestdriftig geloovend -in een heerlijke toekomst; vol grenzenlooze verwachtingen zag hij hoe -de bevolking van Rome verdubbelde, hoe het zich door het dolzinnige -opschieten van nieuwe stadswijken uitbreidde. In zijn verrukte -minnaarsoogen werd de stad weer de koningin der wereld. - -Plotseling sloeg bij helderen hemel een bliksemstraal neer. Toen -Orlando op een ochtend naar beneden ging, werd hij door een beroerte -getroffen; zijn beide beenen waren als dood en zwaar als lood. Men -had hem naar boven moeten dragen en nooit zette hij meer een voet op -straat. Hij was toen zes-en-vijftig; sedert veertien jaar had hij zijn -fauteuil niet meer verlaten. Hij, die vroeger zoo dapper de slagvelden -van Italië afgeloopen had, was nu tot volslagen onbeweeglijkheid -gedoemd. Het was jammerlijk om aan te zien--de val van een held. En het -ergste was, dat de oude soldaat van uit de kamer, waarin hij gevangen -zat, getuige zijn moest van het langzame ineenstorten van al zijn -verwachtingen en in zijn onuitgesproken angst voor de toekomst door -een vreeselijke droefgeestigheid en zwaarmoedigheid aangegrepen werd. - -Sedert hij door den roes van het bezig zijn niet meer verblind werd -en hij zijn lange, ledige dagen met nadenken vulde, zag hij eindelijk -alles helder en duidelijk. Italië, dat hij zoo gaarne machtig in -zijn triomphantelijke eenheid gezien had, handelde dwaas, snelde -zijn ondergang, zijn bankroet misschien, tegemoet. Rome, dat voor hem -steeds de noodwendige hoofdstad, de roemrijke stad, die haars gelijke -niet had, geweest was, scheen de rol van groote moderne hoofdstad te -weigeren; het was zwaar als een doode, drukte met het gewicht der -eeuwen op de borst van de jonge natie. Bovendien bracht zijn zoon, -zijn Luigi, hem tot wanhoop; hij verzette zich tegen iedere leiding, -hij wierp zich als een der kinderen, die de verovering verslinden, -op den nog warmen buit, dit Italië, dit Rome, die zijn vader alleen -gewild scheen te hebben, opdat hij zelf het zou kunnen plunderen en -er zich mede vetmesten. - -Tevergeefs had hij zich verzet tegen het verlaten van het ministerie, -tegen het ongebreidelde speculeeren in bouwterreinen, dat door het -opschieten van al die nieuwe wijken ontstaan was. Toch bleef hij -hem aanbidden, was hij tot zwijgen gedoemd, vooral nadat hem de -meest gewaagde financieele operaties gelukt waren, zooals bijv. de -metamorphose van de villa Montefiori in een werkelijke stad, een -reusachtige zaak, waarin de rijksten zich geruïneerd hadden, doch -waaruit hij met millioenen tevoorschijn gekomen was. Maar zwijgend en -wanhopig had Orlando in het kleine paleis, dat Luigi Prada in de Via -Venti Settembre had laten bouwen, niet meer dan een klein kamertje -willen hebben, waarin hij zijn dagen in kloosterachtige afzondering -doorbracht met één enkelen knecht; hij wilde van zijn zoon niets -anders aannemen dan die gastvrijheid en leefde verder armzalig van -zijn kleine rente. - -Toen Pierre in die nieuwe, op de helling en den top van den -Viminalis aangelegde Via Venti Settembre kwam, werd hij getroffen -door de zware pracht der nieuwe huizen, waarin de overgeërfde smaak -voor het ontzaglijke duidelijk sprak. In het purperen goud van de -warme namiddagzon verried deze breede triomfstraat, deze dubbele -rij eindelooze en witte gevels de trotsche toekomstverwachtingen -van het nieuwe Rome, de begeerte naar overheersching, die deze -reusachtige gebouwen uit den grond had doen oprijzen. Doch vooral -viel het ministerie van Financiën hem op, een gigantische massa, -een cyclopische kubus, waarin zuilen, balkons, gevelversieringen -en beeldhouwwerken zich ophoopten, een geheele, onmatige wereld, -op een dag van overmoedigen trots door steenenwaanzin gebouwd. En -iets verder, aan de overzijde, voor men aan de villa Bonaparte kwam, -stond het kleine paleis van graaf Prada. - -Toen hij zijn koetsier betaald had, bleef hij een oogenblik verlegen -staan. Daar de deur openstond, was hij de vestibule binnengegaan, -maar hij zag daar niemand, geen conciërge en geen knecht. Hij liep -naar de eerste verdieping. De monumentale trap met marmeren leuning -was een nabootsing in het klein van de overdreven afmetingen der -eeretrap van het paleis Boccanera; het was dezelfde koude, kale -naaktheid, getemperd door een rooden looper en roode portières, die -schel afstaken tegen de witte kalk der muren. Op de eerste verdieping -bevonden zich de vijf meter hooge receptievertrekken; door een half -open staande deur zag hij twee in elkaar loopende salons, die, met -moderne pracht, met een overvloed van fluweel en zijde, vergulde -meubels, hooge spiegels, welke de weelderige consoles en tafels -weerkaatsten, ingericht waren. En nog steeds zag hij geen mensch, -geen levende ziel in dat verlaten huis, waarin nergens de invloed -der vrouw te bespeuren viel. Hij wilde weer naar beneden gaan om te -bellen, toen zich eindelijk een knecht vertoonde. - -"Ik zou gaarne graaf Prada spreken." - -De knecht keek den kleinen priester zwijgend aan en verwaardigde zich -te vragen: - -"Vader of zoon?" - -"De vader, graaf Orlando Prada!" - -"Gaat u dan maar naar de derde verdieping." - -Dan was hij nog wel zoo goed een naderen uitleg te geven: - -"De kleine deur rechts op het portaal. U moet hard kloppen, anders -doet men niet open." - -Inderdaad moest Pierre tweemaal kloppen. Een kleine, uitgedroogde -militair, een voormalig soldaat van den graaf, die in zijn dienst -gebleven was, kwam open doen en zeide bij wijze van verontschuldiging -niet eerder de deur geopend te hebben, daar hij juist bezig was de -beenen van zijn meester in de goede houding te leggen. Onmiddellijk -diende hij den bezoeker aan, en deze werd, toen hij een kleine donkere -antichambre doorgeloopen had, door het vertrek, dat hij binnenging, -ten zeerste getroffen. Het was een betrekkelijk kleine, geheel kale -kamer, die met een eenvoudig, blauwgebloemd papiertje behangen was. - -Achter een scherm stond een ijzeren ledikant, een echt soldatenbed; -verder was er geen meubelstuk te zien behalve de fauteuil, waarin de -invalide zijn dagen doorbracht, een zwarte houten tafel, die bedekt was -met couranten en boeken, en twee oude stoelen met stroozittingen voor -de enkele bezoekers. Tegen een der muren deden enkele planken dienst -als boekenkast. Maar het breede raam, waar geen gordijn voor hing, -zag uit op het prachtigste panorama van Rome, dat men zich denken kon. - -Dan verdween als het ware de kamer; Pierre zag in een plotselinge en -diepe ontroering niets meer dan den ouden Orlando. Hij geleek op een -ouden, witharigen, nog prachtigen, sterken, grooten leeuw. Een bosch -van grijze haren op een krachtigen kop met een dikken mond, een dikken, -platten neus, groote, donkere, fonkelende oogen. Een lange witte, nog -jeugdig-krachtige baard, kroezend als die van een god. Men zag, dat in -dezen leeuwenkop vreeselijke hartstochten gewoed moesten hebben; maar -al deze hartstochten, de zinnelijke zoowel als de geestelijke, hadden -hun uitbarsting gevonden in patriotisme, in dolzinnige bravoure en in -een onmatige onafhankelijkheidsliefde. En de oude, door den bliksem -getroffen held zat daar nu op zijn fauteuil genageld, de doode beenen -door een zwarten plaid bedekt. Alleen de armen, de handen leefden; -alleen het gelaat straalde van lichaams- en geestkracht. - -Orlando wendde zich tot zijn oppasser en zeide zacht: - -"Je kan wel gaan, Batista. Kom over een paar uur maar terug." - -Dan keek hij Pierre strak aan en riep met een ondanks zijn zeventig -jaar nog krachtige stem: - -"Eindelijk dus, beste mijnheer Froment; nu kunnen we eens op ons -gemak praten... Neem dien stoel daar en kom voor mij zitten." - -Maar hij had den verbaasden blik, waarmede de priester het kale -vertrek rond keek, gemerkt, en voegde er vroolijk aan toe: - -"Je moet me niet kwalijk nemen, dat ik je in mijn cel ontvang. Ja, -ik leef hier als een monnik, als een gepensionneerd oud soldaat, die -thans buiten het leven staat... Mijn zoon valt me nog steeds lastig -met zijn verlangen, dat ik een van de mooie kamers beneden neem. Maar -waarom zou ik dat doen? Ik heb geen enkele behoefte, ik houd niet -van veeren bedden, want mijn oude botten zijn gewend aan den harden -grond... En bovendien heb ik hier zoo'n prachtig uitzicht! Geheel -Rome komt naar mij--nu ik het niet meer bezoeken kan." - -Met een gebaar naar het raam had hij de verlegenheid en den lichten -blos verborgen, die steeds op zijn gelaat kwam, wanneer hij zijn zoon -op die wijze verontschuldigde, zonder de ware reden te willen bekennen, -die hem in zijn armelijke inrichting deed blijven. - -"Het is prachtig mooi!" verklaarde Pierre, om hem een genoegen te -doen. "Ook ik voel mij zoo gelukkig u eindelijk eens te zien; zoo -gelukkig uw dappere handen, die zooveel heldendaden verricht hebben, -te kunnen drukken." - -Met een nieuw gebaar scheen Orlando het verleden weg te willen -schuiven. - -"Kom, kom, dat alles ligt achter den rug en is begraven... Laten we -liever over u spreken, mijn waarde mijnheer Froment, over u, die nog -zoo jong is en het heden zijt, en laten we gauw over uw boek spreken, -dat de toekomst is... O, als u eens wist hoe woedend ik mij in den -beginne gemaakt heb over uw boek, over uw: Nieuw Rome!" - -Hij lachte nu en nam het boek, dat toevallig naast hem op de tafel -lag. Met zijn breede reuzenhand sloeg hij op den omslag. - -"Neen, u kunt u niet voorstellen hoe dikwijls ik onder het lezen tegen -u uitgevaren ben!... De paus, nog eens de paus, en altijd de paus! Het -nieuwe Rome voor den paus en door den paus! Het triompheerende Rome, -dat morgen, dank zij den paus, ontstaat, gegeven aan den paus, -zijn roem samensmeltend met dien van den paus!... En wij dan? En -Italië? En al de millioenen, die wij uitgegeven hebben, om van Rome -een grootsche hoofdstad te maken? Ja, men moet een Franschman, en nog -wel een Parijsche Franschman zijn, om zoo'n boek te schrijven. Maar -laat ik het u dan zeggen, als u het niet weet, waarde heer, dat Rome -de hoofdstad van het koninkrijk Italië geworden is; er is hier een -koning Humbert, en er zijn Italianen, een geheel volk, dat Rome, -het glorierijke, opgestane Rome, voor zich behouden wil!" - -Het jeugdige vuur van den grijsaard deed Pierre op zijn beurt lachen. - -"Ja, ja, dat heeft u mij geschreven. Maar wat heeft dat eigenlijk met -mijn standpunt te maken? Naar mijn meening is Italië slechts een natie, -een deel der menschheid, en ik wil de eendracht, de broederschap der -volkeren, een verzoend, geloovig, gelukkig menschdom. Wat komt de -regeeringsvorm, een monarchie of een republiek er op aan? Wat komt het -denkbeeld van een éénig en onafhankelijk vaderland erop aan, als er nog -slechts een vrij, in gerechtigheid en waarheid levend volk bestaat!" - -Van dezen geheelen geestdriftigen kreet had Orlando slechts één woord -in zich opgenomen. - -"De republiek! Ik heb er in mijn jeugd innig naar verlangd!" ging hij -zacht en met een peinzend gelaat voort. "Ik heb voor haar gestreden, -ik heb samengezworen met Mazzini, een heilige, een geloovige, die -zich tegen het absolute te pletter geloopen heeft. En daarna? Men -moest de praktische noodzakelijkheid aanvaarden, zelfs de meest -intransigenten hebben zich aangesloten... Zou thans de republiek -ons redden? In ieder geval zou zij maar weinig verschillen van onze -parlementaire monarchie: zie maar wat er in Frankrijk gebeurt. Waarom -dan een revolutie te wagen, die de macht misschien brengen zou in de -handen van de uiterste revolutionnairen, van de anarchisten? Daar zijn -wij allen bang voor, daar is onze berusting het bewijs voor... Ik weet -wel, dat sommigen de redding zien in een republikeinsche federatie; -alle oude kleine staatjes omgezet in even zoovele republieken onder -leiding van Rome. Het Vaticaan zou daarbij misschien heel wat kunnen -winnen. Men kan niet zeggen, dat het daarvoor werkt, het ziet alleen -niet zonder welgevallen de mogelijkheid ervan onder de oogen. Maar -het is een droom, een droom!" - -Hij vond zijn vroolijkheid, waarin zelfs een zweempje ironie doorklonk, -terug. - -"Weet u wat mij in uw boek zoo aangetrokken heeft? Want, ondanks al -mijn bedenkingen heb ik het tweemaal gelezen... Welnu, dat Mazzini -zelf het bijna geschreven kon hebben. Ja, ik heb er mijn jeugd in -teruggevonden, al de overdreven-dolle verwachtingen, die ik op mijn -vijf-en-twintigste jaar koesterde, de hoop, dat Christus' godsdienst de -pacificatie der wereld door het Evangelie tot stand brengen zou... Wist -u wel, dat, lang vóór u, Mazzini de hernieuwing van het Katholicisme -gewild heeft? Hij schoof het dogma en de discipline ter zijde, hield -slechts de moraal over. En het nieuwe Rome, het Rome van het volk, gaf -hij aan de algemeene Kerk, waarin alle andere Kerken van het verleden -zouden samensmelten: Rome, de eeuwige, de gepraedestineerde Stad, -de moeder en de koningin, wier heerschappij opnieuw ontstond tot het -definitieve geluk der menschheid!... Is het niet zonderling, dat het -tegenwoordige neo-Katholicisme, de nog onbestemde spiritualistische -herleving, de idee der Christelijke gemeenschap en der Christelijke -naastenliefde, waarover men het thans zoo druk heeft, in den grond der -zaak niets anders is dan een terugkeer tot de mystieke en humanitaire -denkbeelden van 1848? Ach, ik heb dat alles medegemaakt, ik heb erin -geloofd en ervoor gestreden, en ik weet in welk een treurige verwarring -die vluchten in het blauw van het mysterieuse ons gebracht hebben! Wat -zal ik u zeggen? Ik heb mijn vertrouwen verloren!" - -En toen Pierre zich van zijn kant ook opwond en antwoorden wilde, -viel hij hem dadelijk in de rede: - -"Neen, laat mij uitpraten... Ik heb u alleen willen overtuigen hoe -beslist noodzakelijk het voor ons was, Rome te veroveren en tot -hoofdstad van Italië te maken. Zonder Rome kon het nieuwe Italië -niet bestaan. Rome was de oude glorie; Rome bevatte in zijn stof -de souvereine macht, die wij herstellen wilden, het gaf aan hem, -die het bezat, kracht, schoonheid, eeuwigheid. In het middelpunt van -het land gelegen, was het het hart daarvan, moest het er het leven -van worden, zoodra men het uit den langen slaap van zijn puinhoopen -gewekt zou hebben... O, wat hebben wij ernaar verlangd te midden van -onze overwinningen en nederlagen, gedurende de jaren van afschuwlijk -ongeduldig wachten! Ik, ik heb het meer dan eenige vrouw liefgehad -en begeerd; mijn bloed brandde, ik werd wanhopiger naar mate ik -ouder werd. En toen wij het in ons bezit hadden, waren wij zoo dwaas -het weelderig, grootsch, tot heerscheres, tot de gelijke van andere -groote hoofdsteden, Berlijn, Parijs en Londen te willen maken... Kijk -er naar. Het is nog steeds mijn eenige liefde, mijn eenige troost, -nu ik dood ben, daar niets meer in mij leeft dan mijn oogen." - -Met hetzelfde gebaar had hij weer naar het raam gewezen. Onder den -diepen hemel strekte Rome, purper en goud in de schuin vallende -zonnestralen, zich in het oneindige uit. Heel in de verte sloten -de boomen van den Janiculus den horizont met hun groenen, helder -smaragdgroenen gordel af, terwijl meer naar links de dom van de -St. Pieter, bleek-blauw, op een in het felle licht doffen saphier -geleek. Dan kwam de lager gelegen stad, de oude stad, rood, als -verbrand door eeuwen van heete zomers; zij was zoo zacht voor het -oog, zoo mooi in het diepe leven van het verleden, een grenzenlooze -chaos van daken, gevelmuren, torens, campaniles en koepels. Maar -op het eerste plan, onder het raam, lag de nieuwe stad, die men in -de laatste vijf-en-twintig jaar gebouwd had, op elkaar gehoopte, -nog krijtachtige kubussen van metselwerk, die noch de zon noch de -geschiedenis in haar purper gehuld hadden. Vooral de daken van het -reusachtige ministerie van Financiën strekte zich in zijn afschuwlijke -leelijkheid als eindelooze, troosteloos-vale steppen uit. En op die -nieuwe gebouwen waren ten slotte de blikken van den ouden soldaat -uit den veroveringstijd blijven rusten. - -Er ontstond een stilte. Pierre voelde de lichte koude van de verborgen, -onuitgesproken droefheid langs zich strijken en wachtte beleefd. - -"Neem me niet kwalijk, dat ik u in de rede gevallen heb," ging Orlando -voort. "Maar ik geloof, dat we niet met vrucht over uw boek kunnen -spreken, zoolang u Rome niet van nabij gezien en bestudeerd hebt. U -bent gisteren pas hier gekomen, niet waar? Welnu, loop de stad door, -kijk en vraag, en ik geloof, dat vele van uw denkbeelden veranderen -zullen. Ik verwacht vooral veel van den indruk, dien het Vaticaan op -u maken zal, daar u toch alleen gekomen zijt om den paus te zien en -een werk voor de Indexcongregatie te verdedigen. Waarom zouden wij -ons thans in een nuttelooze discussie begeven, waar de feiten zelf u -tot geheel andere denkbeelden brengen zullen, veel beter, dan ik het -door de mooiste redevoeringen zou kunnen?... Dus afgesproken, u komt -nog eens terug, en dan zullen we weten waarover we spreken moeten, -en het misschien eens worden kunnen." - -"Zeker," antwoordde Pierre. "Ik was vandaag alleen maar gekomen, om -u dank te zeggen, dat u mijn boek met belangstelling gelezen hebt, -en om in u een der sieraden van Italië te begroeten." - -Orlando, verstrooid, luisterde niet, zijn blikken waren nog altijd op -Rome gevestigd. Hij wilde niet, dat erover gesproken werd, maar ondanks -zichzelf begon hij, geheel door een heimelijke onrust beheerscht, -met fluisterende stem als in een onwillekeurige biecht weer te spreken: - -"Ongetwijfeld zijn wij te hard van stapel geloopen. Er waren -onvermijdelijke, nuttige uitgaven: straten, havens, spoorwegen. En -gewapend moest het land ook worden; in den beginne heb ik me dan ook -tegen de zware militaire lasten niet verzet... Maar later, dat zware -oorlogsbudget--de lasten van een oorlog, die niet kwam, het wachten -waarop ons geruïneerd heeft. O, ik ben altijd een vriend van Frankrijk -geweest; het eenige, dat ik het verwijt, is, dat het den toestand, -die ons opgedrongen was, de beweegredenen, die wij hadden voor ons -verbond met Duitschland, niet begrepen heeft... En de milliarden, -die Rome ingeslikt heeft! Dat was waanzin; wij hebben gezondigd -uit geestdrift en hoogmoed. In de droomen, die ik, eenzame oude, -hier kon droomen, ben ik een der eersten geweest, die den afgrond, -de verschrikkelijke financieele crisis, het bankroet, waarin de -natie zou ondergaan, vooruitgezien heb. Ik heb het mijn zoon en -allen, die bij mij kwamen, toegeschreeuwd, maar wat hielp het? Zij -luisterden niet naar mij, zij waren krankzinnig, kochten, verkochten, -bouwden in hun speculatiewoede en hersenschimmige geldwoede. U zult -het zien, u zult het zien... Het ergste is, dat wij niet, zooals u, -in een dichte landbevolking een reserve aan goud en menschen hebben, -een spaarkas, die steeds gereed staat, om de door de catastrophes -geslagen gaten weer te vullen. Bij ons hernieuwt het opstijgen van -het volk, dat nog niets beteekent, het sociale bloed niet door een -gestadigen toevloed van nieuwe menschen, het is arm, het heeft geen -oude wollen kousen, die het ledigen kan. De ellende is vreeselijk, -waarom het te ontkennen? Zij, die geld hebben, verteren het liever -kleinzielig in de steden dan het te wagen in landbouw- en industrieele -ondernemingen. Fabrieken worden zoo goed als niet gebouwd. De bodem -wordt nog op dezelfde barbaarsche wijze als twee duizend jaar geleden -bebouwd... Daar ligt Rome, Rome, dat geen Italië geschapen heeft, dat -Italië door zijn vurigen hartstocht tot hoofdstad gemaakt heeft; Rome, -dat nog slechts het schitterende decor van den roem der eeuwen is, -Rome, dat ons met zijn ontaarde, hoogmoedige en nietsdoende pauselijke -bevolking niets gegeven heeft dan de schittering van dat decor! Ik heb -het te lief gehad, ik heb het nog te lief, dan dat ik er spijt over kan -hebben hier te zijn. Maar, groote God, tot welk een waanzin heeft het -ons gebracht, hoeveel millioenen heeft het ons gekost, wat drukt het -ons met zijn triomphantelijk gewicht!... Zie zelf, zie zelf slechts!" - -En hij wees op de kleurlooze daken van het ministerie van Financiën, -de eindelooze, troostelooze steppe, als had hij daar den bij voorbaat -gemaaiden oogst van roem, de afschuwlijke kaalheid van het dreigend -bankroet gezien. Zijn oogen werden omsluierd door heimelijke tranen; -hij zag er trotsch uit in zijn aan het wankelen gebrachte hoop, in zijn -hem pijnigenden angst, met zijn grooten, witharigen leeuwenkop. Nu -was hij machteloos, vastgenageld in die zoo kale en lichte, zoo -hoogmoedig armelijke kamer, die een protest scheen te zijn tegen den -monumentalen rijkdom van het geheele kwartier. Dat was het dus wat -men uit de verovering gemaakt had! En hij was nu door den bliksem -getroffen, niet in staat nog eenmaal zijn bloed en zijn ziel te geven. - -"Ja, ja," riep hij opnieuw uit; "wij gaven alles, ons hart en ons -hoofd, ons geheele bestaan, zoolang het erom ging het vaderland één en -onafhankelijk te maken. Maar wie interesseert zich, nu het vaderland -geschapen is, voor de reorganisatie van zijn financiën! Dàt is geen -ideaal! En dat is de reden, waarom, terwijl de ouden sterven, geen -nieuwe man onder de jongeren opstaat!" - -Plotseling hield hij, eenigszins verlegen en glimlachend over zijn -eigen onstuimigheid, op. - -"Neem me niet kwalijk, dat ik zoo doorsla! Ik ben nu eenmaal -onverbeterlijk... Maar nu zullen we er werkelijk over uitscheiden; -u komt terug, wanneer u alles gezien hebt, en dan praten we verder." - -Vanaf dat oogenblik was hij een innemend gastheer, en Pierre begreep -uit de vriendelijkheid en welwillendheid, waarmede hij hem omgaf, -hoe het hem speet te veel gesproken te hebben. Hij bezwoer hem lang -te Rome te blijven, het niet te vlug te veroordeelen, overtuigd te -zijn, dat Italië in den grond der zaak Frankrijk nog altijd liefhad; -hij wilde ook, dat men Italië liefhad, een ware angst greep hem aan -bij de gedachte, dat men het misschien niet meer liefhad. Evenals den -vorigen avond in het paleis Boccanera was de priester zich bewust, -dat men een soort druk op hem uitoefende om hem tot bewondering en -liefde te dwingen. Evenals een vrouw, die voelt, dat zij niet mooi is, -aan zich twijfelt en prikkelbaar is, was Italië bang voor den indruk, -dien het op zijn bezoekers zou maken, trachtte het ondanks alles al -hun liefde te behouden. - -Toen Orlando hoorde, dat Pierre in het paleis Boccanera logeerde, wond -hij zich opnieuw op; hij maakte een gebaar van levendige ergernis, -toen hij juist op hetzelfde oogenblik op de deur hoorde kloppen. Hij -riep binnen, maar hield tevens den priester terug. - -"Neen, ga niet weg, ik wil weten..." - -Een dame kwam binnen. Zij was de veertig gepasseerd, was klein en rond, -knap nog met haar poppengezichtje en haar vriendelijke glimlachjes, -blond en had groene, als bronwater heldere oogen. Tamelijk goed -gekleed zag zij er in haar reseda-kleurig toilet aardig, bescheiden -en bezadigd uit. "Ha, ben jij het, Stefana?" zeide de grijsaard, -terwijl hij zich liet omhelzen. - -"Ja, oom, ik kwam langs en wilde even zien hoe u het maakte." - -Het was mevrouw Sacco, een nicht van Orlando. Zij was te Napels -geboren, haar moeder een Milaneesche, was getrouwd met den -Napolitaanschen bankier Pagani, die later geheel geruïneerd werd. Na -de ruïne was Stefana getrouwd met Sacco, toen nog slechts een laag -ambtenaar bij de posterijen. Van dat oogenblik af had Sacco, die het -huis van zijn schoonvader weer in de hoogte wilde brengen, zich in -vreeselijke, gecompliceerde en verdachte zaken geworpen en ten slotte -het onverwachte geluk gehad tot Kamerlid gekozen te worden. Sedert -hij naar Rome gekomen was, om dat op zijn beurt te veroveren, had zijn -vrouw hem in zijn verterende eerzucht moeten helpen, toilet maken en -een salon openen; en al gedroeg zij zich daarbij wat onbeholpen, toch -bewees zij hem diensten, die niet te verachten waren, daar zij zeer -spaarzaam en voorzichtig was, en het huishouden op uitnemende wijze -bestuurde, alle uitstekende en goede Noord-Italiaansche eigenschappen, -die zij van haar moeder geërfd had en die een scherp contrast vormden -met het onrustige karakter en de liederlijkheid van haar man, in wien -Zuid-Italië met zijn wellustige hartstochten steeds weer opvlamde. - -De oude Orlando, die Sacco verachtte, had voor zijn nicht, in wie hij -zijn eigen bloed terugvond, een zekere toegenegenheid behouden. Hij -dankte haar voor haar vriendelijkheid en begon bijna onmiddellijk -over het bericht in de ochtendbladen, daar hij heel goed begreep, -dat de afgevaardigde zijn vrouw gezonden had om te hooren, hoe hij -erover dacht. - -"En hoe staat het met het ministerschap?" - -Zij was gaan zitten en keek, zonder zich te haasten, naar de couranten, -die op de tafel slingerden. - -"O, daaromtrent is nog niets bepaald, de couranten hebben te vroeg -gesproken. Sacco is bij den minister-president ontboden en zij hebben -samen een onderhoud gehad. Maar hij aarzelt, hij is bang niet genoeg -op de hoogte te zijn van Landbouw. O, als het Financiën was!... En -bovendien, hij zou nooit een besluit nemen zonder u te raadplegen. Hoe -denkt u erover, oom?" - -Hij viel haar met een heftig gebaar in de rede. - -"Neen, neen, met zulke zaken bemoei ik mij niet." - -Het vlugge succes van dien avonturier Sacco, die altijd in troebel -water vischte, was een gruwel in zijn oogen, het begin van het -eind. Zijn zoon Luigi bracht hem tot vertwijfeling; maar als men -bedacht, dat Luigi met zijn levendig begrip en zijn altijd nog goede -eigenschappen, niets was, terwijl Sacco, dat warhoofd, deze eeuwige -wellusteling, zich in de Kamer had weten te werken en nu op het punt -stond een portefeuille te bemachtigen! Een klein, donker, uitgedroogd -mannetje met groote, ronde oogen, uitstekende jukbeenderen en kin, -altijd dansend en schreeuwend, zeldzaam welsprekend, met een krachtige, -machtige en tevens streelende stem! Indringerig, van alles gebruik -makend, verleidend en heerschzuchtig! - -"Versta me goed, Stefana, zeg aan je man, dat de eenige raad, dien -ik hem geef, is zoo gauw mogelijk weer ambtenaar bij de Posterijen -te worden, waar hij misschien diensten bewijzen kan." - -Den oud-soldaat ergerde het voornamelijk, dat een kerel als Sacco als -een bandiet Rome binnengevallen was, Rome, welks verovering zooveel -edele krachtsinspanning gekost had. Op zijn beurt veroverde Sacco het, -ontnam het aan hen, die het zoo duur gekocht hadden, nam er bezit -van, doch alleen om er zijn ongebreideld verlangen naar macht te -bevredigen. Onder een vriendelijk uiterlijk was hij besloten alles te -verslinden. Na de overwinning waren, nu de buit daar nog warm lag, de -wolven gekomen. Het Noorden had Italië geschapen, het Zuiden ijlde nu -op den buit af, wierp zich daarop, leefde ervan als van een prooi. En -aan de woede van den verpletterden held lag vooral ten grondslag het -zich steeds duidelijker openbarende antagonisme tusschen het Noorden en -het Zuiden: het Noorden arbeidzaam en spaarzaam, politiek voorzichtig, -ontwikkeld en open voor moderne denkbeelden; het Zuiden onwetend en -lui, genotzuchtig, met de hinderlijke onordelijkheid in daden en den -ledigen glans van mooie, welluidende woorden. - -Stefana glimlachte kalm, terwijl zij naar Pierre, die bij het raam -was gaan staan, keek. - -"O, oom, dat zegt u wel, maar toch houdt u van ons, en meer dan -eens hebt u mij een goeden raad gegeven, waarvoor ik u nog dankbaar -ben... Onder andere in die geschiedenis met Attilio..." - -Zij bedoelde haar zoon, den luitenant, en zijn liefdesavontuur met -Celia, de kleine prinses Buongiovanni, waarover alle zwarte en witte -salons spraken. - -"Attilio--dat is heel wat anders!" riep Orlando uit. "Evenals jij, -is hij van mijn bloed, en het is wonderlijk, zooals ik mij in dien -kwajongen terugvind. Ja, hij is precies eender als ik, toen ik zoo -oud was, en mooi en dapper en enthousiast... Je ziet, dat ik mezelf -complimentjes maak. Maar werkelijk, ik mag Attilio heel graag, hij -ligt me aan het hart, want hij is de toekomst, hij geeft mij mijn -hoop terug... En hoe staat het met zijn geschiedenis?" - -"Och oom, die quaestie bezorgt ons heel wat verdriet. Ik heb er al -eens met u over gesproken, maar u haalde uw schouders op en zeide, -dat de ouders in dergelijke quaesties de jongelui hun liefdeszaken -zelf maar in orde moesten laten brengen... Maar wij willen toch niet, -dat men overal zegt, dat wij onzen zoon aansporen de kleine prinses -te schaken, om dan later haar geld en haar titel te trouwen." - -Orlando lachte hartelijk. - -"Dat is me ook een bezwaar! Je man heeft je zeker opgedragen dat -tegen me te zeggen? Ja, ik weet, dat hij in deze quaestie graag -den fijngevoelige speelt. Maar ik zeg je nog eens, ik houd me voor -minstens zoo netjes als hij is, en als ik een zoo openhartigen, zoo -goed en zoo naïef-verliefden zoon had als den jouwe, dan zou ik hem -laten trouwen met wie en zooals hij wilde... De Buongiovanni's! Lieve -God, het zou voor de Buongiovanni's met al hun adel en al het geld, -dat zij nog hebben, een groote eer zijn om een knappen jongen met -zoo'n goed hart tot schoonzoon te hebben." - -Weer kreeg Stefana's gelaat een uitdrukking van kalme voldaanheid. Zij -kwam zeker alleen, om dat te hooren. - -"Goed, oom, ik zal het aan mijn man zeggen en hij zal daar zeker -rekening mede houden, want, al is u streng voor hem, hij heeft een -ware vereering voor u. En wat dat ministerschap aangaat, daar komt -misschien niets van. Sacco zal naar omstandigheden handelen." - -Zij was opgestaan en nam afscheid van den grijsaard, terwijl zij hem, -evenals bij haar komst, teeder omarmde. Zij maakte hem een complimentje -over zijn goed uitzien, vond hem nog knap en deed hem glimlachen -door te zeggen, dat zij een dame kende, die nog dol op hem was. Na -met een kleine buiging den zwijgenden groet van den jongen priester -beantwoord te hebben, ging zij op haar bescheiden en kalme manier weg. - -Een oogenblik bleef Orlando zwijgen en hield, in zijn droefgeestige -stemming terugvallend, zijn blik gericht op de deur; hij dacht -ongetwijfeld aan het verdachte en pijnlijke heden, dat zoo zeer -verschillend is van het roemrijke verleden. Plotseling wendde hij -zich weer tot Pierre, die nog steeds wachtte. - -"Dus logeer je in het paleis Boccanera, vriendlief. Wat een ongeluk -ook daar!" - -Maar toen de priester hem zijn gesprek met Benedetta verteld had en -dus ook zei, dat zij nog altijd van hem hield en nooit zijn goedheid -vergeten zou, wat er ook gebeuren mocht, maakte een ontroering zich -van hem meester. Zijn stem beefde. - -"Ja, zij is een goede ziel, zij is niet slecht. Maar wat zal je eraan -doen? Zij hield niet van Luigi en hij zelf is misschien een beetje -heftig geweest... Die dingen zijn geen geheim meer, ik praat er vrij -met u over, daar tot mijn groot verdriet de geheele wereld ze kent." - -Orlando gaf zich geheel aan zijn herinneringen over en vertelde, hoe -gelukkig hij zich vóór het huwlijk gevoeld had bij de gedachte aan het -wondermooie schepseltje, dat zijn dochter worden en jeugd en bekoring -om zijn ziekestoel brengen zou. Hij had altijd een vereering gehad -voor de schoonheid, de hartstochtelijke vereering van een minnaar, -wiens eenige liefde steeds de vrouw gebleven zou zijn, indien het -vaderland niet het beste van zijn wezen tot zich getrokken had. En -Benedetta aanbad hem, vereerde hem, kwam steeds weer bij hem zitten -in zijn klein armoedig kamertje, dat dan schitterde door den glans -van goddelijke charme, die zij met zich bracht. Hij herleefde in -haar frisschen adem, in den zuiveren geur en de stralende teederheid, -waarmede hij haar omringde. Maar welk een vreeselijk drama onmiddellijk -daarna, wat had zijn hart gebloed, toen hij niet wist, hoe hij de -echtgenooten verzoenen moest. Hij kon zijn zoon geen ongelijk geven, -dat hij de erkende echtgenoot wilde zijn. - -In den beginne, na den eersten rampzaligen nacht, na die botsing -tusschen de beide echtgenooten, die beiden hardnekkig aan hun recht -vasthielden, had hij gehoopt Benedetta in de armen van haar man -terug te kunnen brengen. Maar toen zij hem weenend alles vertelde, -hem haar oude liefde voor Dario bekende, hem haar afschuw tegen de -daad, tegen het geven van haar maagdelijkheid aan een anderen man, -zeide, toen begreep hij, dat zij nooit toegeven zou. Een geheel jaar -was verloopen, hij had een jaar vastgenageld op zijn ziekestoel -doorgebracht, terwijl onder hem, in die weelderige vertrekken, -waarvan de geluiden zelfs niet tot zijn ooren doordrongen, dat -hartverscheurende drama afgespeeld werd. Hoe dikwijls had hij getracht -te luisteren, bang voor twisten, wanhopig zich niet meer nuttig te -kunnen maken. Van zijn zoon, die zweeg, vernam hij niets; hij hoorde -slechts nu en dan bijzonderheden van Benedetta. En dit huwlijk, -waarin hij eens den zoo vurig verlangden band tusschen het oude en -het nieuwe Rome gezien had, dat niet voltrokken huwlijk maakte hem -wanhopig; het was het echec van al zijn verwachtingen, de definitieve -ontgoocheling van zijn levensdroom. Hij zelf was ten slotte naar een -echtscheiding gaan verlangen, zoo ondragelijk was het lijden onder -een dergelijken toestand. - -"Ach, lieve vriend, nog nooit heb ik het fatale van zekere -tegenstellingen zoo goed begrepen--en hoe men met het meest -liefhebbende hart en het oprechtste karakter zijn ongeluk en dat van -anderen bewerken kan." - -Maar de deur ging opnieuw open en ditmaal kwam, zonder geklopt te -hebben, graaf Prada binnen. Onmiddellijk nam hij, na den bezoeker, -die opgestaan was, vluchtig gegroet te hebben, zacht de handen van zijn -vader en betastte die, bang, dat hij ze te warm of te koud vinden zou. - -"Ik kom juist van Frascati, waar ik heb moeten overnachten, zoo -druk heb ik het met dat onderbroken bouwen. Ze hebben me gezegd, -dat u een slechten nacht gehad hebt." - -"Wel neen, geen quaestie van." - -"O, u zoudt het nooit bekennen... Waarom blijft u er zoo hardnekkig -bij om hier te wonen, zonder eenig gemak? Dat gaat op uw jaren niet -meer. U zoudt me er zoo'n groot pleizier mede doen, als u een meer -comfortabele kamer nam, waar u beter zoudt kunnen slapen." - -"Neen, hoor, ik denk er niet aan... Ik weet, dat je het goed met mij -meent, beste Luigi. Maar laat ik mijn eigen zin nou maar doen. Dat -is de eenige manier, om mij gelukkig te maken." - -Pierre werd diep getroffen door de innige liefde, die uit de blikken -der beide mannen straalde, terwijl zij elkaar oog in oog aankeken. Het -scheen hem zoo aandoenlijk, zoo prachtig mooi toe, daar toch zooveel -tegenstrijdige denkbeelden en handelingen, zooveel verschillen, -die een moreele breuk veroorzaakt hadden, hen scheidden. - -Hij vergeleek hen met belangstelling. Graaf Prada, die korter en -gezetter was, had denzelfden energieken, krachtigen kop met borstelig -zwart haar, dezelfde openhartige, eenigszins harde oogen in een blozend -gezicht met dikke snor. Maar de mond verschilde, een zinnelijke, -vraatzuchtige mond met een wolfsgebit, een bloeddorstige mond, als -geschapen voor den avond na den slag, wanneer het er slechts nog om -gaat in de overwinning van anderen te bijten. Dat was dan ook de reden, -waarom men, wanneer zijn vrijmoedige oogen geprezen werden, zeide: -"Ja, maar zijn mond bevalt mij niet." Zijn voeten waren groot, zijn -handen dik en te breed, maar mooi. - -Pierre verwonderde er zich over, dat hij precies zoo was als hij -verwacht had. Hij kende zijn geschiedenis nauwkeurig genoeg, om zich -een beeld van den heldenzoon te kunnen vormen, dien de overwinning -bedorven had, die met vollen mond den door het roemrijke zwaard -van zijn vader gemaaiden oogst verslindt. Hij ging vooral na hoe de -deugden van zijn vader van den rechten weg afgeweken waren, zich in -het kind tot ondeugden vervormd hadden; de edelste eigenschappen -waren ontaard, de heldhaftige, onbaatzuchtige energie was woeste -genotzucht, de man van den slag de man van den buit geworden, sedert -de grootsche gevoelens van geestdrift sliepen, sedert men niet meer -vocht en te midden van den opgehoopten buit in alle kalmte plunderde -en roofde. En de held, de met lamheid geslagen, tot onbeweeglijkheid -gedoemde vader moest getuige zijn van de ontaarding van zijn zoon, -den met millioenen volgepropten zakenman. - -Maar Orlando stelde Pierre voor. - -"Mijnheer de abbé Pierre Froment, over wien ik je zoo dikwijls -gesproken heb, de schrijver van het boek, dat ik je heb laten lezen." - -Prada was dadelijk zeer vriendelijk en begon onmiddellijk met een -intelligenten hartstocht over Rome te spreken als iemand, die er een -groote moderne hoofdstad van maken wil. Hij had het na het tweede -keizerrijk gemetamorphoseerde Parijs, het na de overwinningen van -Duitschland vergroote en verfraaide Berlijn gezien; en volgens hem werd -Rome, als het zich bij die beweging niet aansloot, als het niet een -groote stad werd, die een groot volk bewonen kon, met een spoedigen -dood bedreigd. Of een ineenstortend museum of een nieuw-geschapen, -herboren stad. - -Vol belangstelling, reeds bijna gewonnen luisterde Pierre naar -dezen welsprekenden man, wiens krachtige en heldere geest hem -inpalmde. Hij wist hoe handig hij gemanoeuvreerd had in de zaak van -de villa Montefiori, waarbij hij rijk geworden was en zoovele anderen -zich geruïneerd hadden, daar hij ongetwijfeld de onvermijdelijke -catastrophe reeds voorzien had op het oogenblik, waarop de agiowoede -de geheele natie nog het hoofd op hol bracht. Toch ontdekte hij op -dit wilskrachtige, energieke gezicht reeds teekenen van moeheid, -vroegtijdige rimpels, afhangende lippen, alsof de man uitgeput -raakte van het voortdurende strijden tusschen al die instortingen -om hem heen, welke den grond ondermijnden en door den terugslag ook -de best belegde fortuinen dreigden mede te sleepen. Men vertelde, -dat Prada in den laatsten tijd ernstige zorgen gehad had; niets stond -meer vast, alles kon opgeslokt worden ten gevolge van de financieele -crisis, die van dag tot dag dreigender werd. Bij dezen ruwen zoon -van Noord-Italië ontstond onder den verweekelijkenden, verderfelijken -invloed van Rome een soort verval, een langzame verrotting. Al zijn -hartstochten hadden hun bevrediging gezocht, hij putte er zich in uit -door alles--zijn zucht naar geld, zijn passie voor vrouwen--hun volle -maat te geven. Vandaar de groote, zwijgende droefheid van Orlando, -als hij dit snelle verval van zijn veroveraarsras zag, terwijl Sacco, -de Zuid-Italiaan, door het klimaat geholpen en als geschapen voor -die wellustige lucht en voor die door de zon verbrande steden vol oud -stof, er zich ontwikkelde als de natuurlijke vegetatie van den door -de misdaden der geschiedenis gedrenkten bodem en zich er langzamerhand -van alles, van rijkdom en macht, meester maakte. - -Toen de naam Sacco genoemd werd, vertelde de vader den zoon van -Serafina's bezoek. Zonder verder iets te zeggen, keken zij beiden -elkaar met een glimlach aan. Het gerucht liep, dat de overleden -minister van Landbouw misschien niet dadelijk vervangen zou worden, -dat een andere minister het departement ad interim zou leiden en men -de opening der Kamer afwachten zou. - -Daarna kwam het gesprek op het paleis Boccanera, waarbij Pierre dubbel -aandachtig toeluisterde. - -"Zoo, logeert u in de Via Giulia," zeide de graaf tegen hem. "Daar -slaapt het heele oude Rome in de stilte der vergetelheid." - -Onbevangen sprak hij over den kardinaal en zelfs over Benedetta, de -contessina, zooals hij zeide, wanneer hij over zijn vrouw sprak. Hij -deed alles om geen toorn te laten blijken. Maar de jonge priester -voelde, dat hij inwendig beefde, dat zijn hart nog bloedde en gromde -van wrok. Bij hem brak de begeerte naar de vrouw los met de heftigheid -van een behoefte, die onmiddellijk bevredigd moest worden; ongetwijfeld -was dat weer een der ontaarde deugden van zijn vader: de dwepende -geestdrift, die op het doel toesnelde en tot onmiddellijk handelen -aanzette. Toen hij, na zijn liaison met prinses Flavia, Benedetta, -de goddelijke nicht van een zoo mooi gebleven tante, bezitten wilde, -had hij zich dan ook in alles geschikt; in een huwelijk, in den -strijd tegen dat jonge meisje, dat hem niet lief had, in het zekere -gevaar zijn geheele leven te bederven. Liever had hij Rome in brand -gestoken dan van haar afgezien. En dat, waaraan hij thans zonder hoop -op genezing leed, de steeds weer opengaande wonde in zijn borst was -het bewustzijn, dat hij haar niet bezeten had, dat hij zeggen moest, -dat zij de zijne was en zich aan hem geweigerd had. - -Nooit zou hij den smaad kunnen vergeten; de wond bleef in zijn -onbevredigden hartstocht, waar de minste ademtocht het branden weer -aanwakkerde. En onder het correcte uiterlijk verborg zich een razende, -jaloersche en wraakzuchtige wellusteling, die tot een misdaad in -staat was. - -"Mijnheer de abbé is op de hoogte," prevelde de oude Orlando met zijn -droevige stem. - -Prada maakte een gebaar als om te zeggen, dat iedereen op de hoogte -was. - -"O, vader, als ik niet naar u geluisterd had, zou ik mij nooit tot -dat nietigverklaringsproces geleend hebben. De contessina zou dan wel -verplicht geweest zijn weer in de echtelijke woning terug te keeren, -en zich thans niet met haar liefje, dien neef Dario van haar, vroolijk -over ons maken." - -Op zijn beurt wilde Orlando nu met een gebaar protesteeren. - -"Maar natuurlijk, vader. Waarom denkt u, dat zij van hier gevlucht -zou zijn als het niet is, om thuis in de armen van haar minnaar te -leven? En ik vind zelfs, dat het paleis in de Via Giulia met zijn -kardinaal vrij vuile zaakjes verbergt." - -Deze strafbare, volgens hem publieke, schaamtelooze liaison was -het gerucht, dat hij verspreidde, de beschuldiging, die hij overal -inbracht tegen zijn vrouw. Feitelijk geloofde hij er zelf niet aan, -daar hij het koele verstand van Benedetta, het bijgeloovige, bijna -mystieke begrip, dat zij in haar maagdelijkheid legde, haar vasten wil -om alleen toe te behooren aan den man, dien zij liefhad en die haar -echtgenoot voor God was, maar al te goed kende. Doch hij vond, dat -een dergelijke beschuldiging een goede en zeer handige politiek was. - -"Tusschen twee haakjes," riep hij plotseling uit, "weet u al, vader, -dat ik inzage gehad heb van de memorie van Morano. Het staat nu vast: -als het huwelijk niet voltrokken is kunnen worden, dan is dat ten -gevolge van de impotentie van den echtgenoot." - -Hij barstte in een luiden lach uit, als wilde hij daardoor te kennen -geven, dat hij dit het toppunt van het komische vond. Maar hij was -onder zijn heimelijke verbittering bleek geworden, zijn lachende mond -had een harden, wreed-moorddadigen trek; blijkbaar had slechts deze -valsche, voor een man van zijn viriliteit zoo smadelijke beschuldiging -van impotentie hem er toe gebracht zich in dit proces te verdedigen, -iets, waarvan hij in den beginne niets had willen weten. Hij zou -zich dus verzetten. Overigens was hij overtuigd, dat zijn vrouw de -nietigheidsverklaring niet verkrijgen zou. En nog altijd lachend gaf -hij enkele vrij brutale bijzonderheden over het gebeurde en legde uit, -dat het niet zoo gemakkelijk was met een vrouw, die zich verzet en -bijt en krabbelt, maar dat hij er geen eed op zou durven doen, dat -het hem niet gelukt was. In ieder geval zou hij het bewijs vragen, -het Godsoordeel, zooals hij, nog harder lachend om zijn grap, zeide, -en wel voor de verzamelde kardinalen. - -"Luigi," zeide Orlando zacht met een blik op den jongen priester. - -"Ja, ik zwijg al, u hebt gelijk, vader. Maar werkelijk het is zoo -afschuwlijk, zoo belachelijk... U weet toch wat Lisbeth gezegd heeft: -"Arme jongen, dan moet ik dus zeker van een kleinen Jezus bevallen."" - -Orlando kon wederom zijn misnoegen niet onderdrukken, want hij hield -er niet van, dat zijn zoon, wanneer er een bezoeker was, zoo openlijk -over zijn liaison sprak. Lisbeth Kauffmann, nauwlijks dertig jaar, -hoogblond, zeer blozend en steeds even lachend en vroolijk, behoorde -tot de vreemdelingenkolonie; zij was weduwe, haar man was twee jaar te -voren te Rome, waar hij genezing was komen zoeken voor een borstkwaal, -overleden. Daar zij rijk genoeg was, om niemands hulp noodig te hebben, -was zij, een hartstochtelijke kunstliefhebster en zelf een vrij goede -schilderes, te Rome gebleven; zij had in de Via Principe Amadeo, -in een der nieuwere wijken, een klein paleis gekocht, waarvan de -groote, in een atelier veranderde, in alle jaargetijden met bloemen -doorgeurde en met oude stoffen behangen zaal op de tweede verdieping -aan de beau monde van Rome heel goed bekend was. Daar bewoog zij -zich in lange blouses gekleed, in haar voortdurende vroolijkheid; -zij was een beetje overmoedig en kon gewaagde grappen vertellen, -doch had zich, behalve met Prada, nog niet gecompromitteerd. - -Hij viel blijkbaar in haar smaak en zij had zich eenvoudig aan hem -gegeven, toen zijn vrouw hem verliet. Zij was thans in de zevende -maand van haar zwangerschap, die zij volstrekt niet trachtte -te verbergen; integendeel zij zag er zoo kalm en gelukkig uit, -dat haar uitgebreide vriendenkring haar bleef bezoeken, als was -dat in dit vrije leven van groote kosmopolitische steden van geen -beteekenis. In de omstandigheden, waarin hij verkeerde, was Prada -met die zwangerschap natuurlijk ten zeerste ingenomen; zij was in -zijn oogen het beste argument tegen de beschuldiging, waaronder zijn -manlijke trots leed. Maar zonder dat hij het zichzelf bekennen wilde, -bloedde de ongeneeslijke wond in zijn hart er niet minder om; want -noch dit aanstaande vaderschap, noch het vleiende bezit van de knappe -Lisbeth wogen op tegen de bitterheid van Benedetta's weigering: haar -wilde hij met al den hartstocht, die in hem was, bezitten, haar had -hij vreeselijk willen straffen, omdat hij haar niet bezeten had. - -Pierre, die van deze liaison niet op de hoogte was, begreep niets -van het gesprek. Daar hij zich verlegen voelde en zich een houding -wilde geven, had hij een dik boek van de tafel genomen en zag tot -zijn verwondering, dat het een Fransch onderwijsboek was, een van die -handboeken voor het baccalaureaat, die een samenvatting van de in het -programma vereischte kennis bevatten. Het was slechts een eenvoudig -en practisch boek voor het lager onderwijs, maar het handelde over -de geheele wiskunde, de natuur- en scheikunde, zoodat het een korte -samenvatting was van de veroveringen der eeuw en van den tegenwoordigen -stand van het menschelijk weten. - -"Zoo," riep Orlando, blij over de afleiding, uit, "kijkt u het boek -van mijn ouden vriend Théophile Morin in. Zooals u wel weten zult, -was hij een der duizend van Marsala en heeft hij met ons Sicilië en -Napels veroverd. Een held!... En nu al meer dan dertig jaar geleden is -hij naar Frankrijk teruggekeerd als eenvoudig leeraar, wat hem ook al -niet rijk gemaakt heeft. Hij heeft dan ook een boek geschreven, dat, -naar het schijnt, zóó goed verkocht wordt, dat hij op het denkbeeld -gekomen is daar ook nog een voordeeltje uit te slaan door vertalingen, -o. a. een Italiaansche... Wij zijn broeders gebleven, en hij heeft -gedacht van mijn invloed, dien hij voor zeer gewichtig houdt, gebruik -te maken. Maar hij vergist zich, helaas; ik geloof niet, dat het mij -gelukken zal een uitgever ervoor te vinden." - -Prada, die weer correct en voorkomend geworden was, haalde zijn -schouders op, vol van het scepticisme van zijn tijdgenooten, die -er alleen maar op uit zijn de bestaande dingen te handhaven, om er -zooveel mogelijk nut uit te trekken. - -"Waarom ook?" prevelde hij. "Er zijn al veel te veel boeken." - -"Neen, neen, er zijn niet te veel boeken," antwoordde de oude man -hartstochtelijk. "We hebben boeken, steeds meer boeken noodig. Door -het boek en niet door het zwaard, zal de menschheid de leugen -en de ongerechtigheid overwinnen, den definitieven broedervrede -tusschen alle volkeren veroveren... Ja, je lacht, ik weet, dat je -dat mijn denkbeelden van 48 noemt, "vieille barbe", zooals men bij -u in Frankrijk zegt, nietwaar mijnheer Froment? Maar daarom staat -het niet minder vast, dat Italië dood is, als men zich niet haast -het probleem van onderen aan te vatten, dat wil zeggen, wanneer men -het volk niet maakt; en er bestaat maar één manier, om een volk te -maken en menschen te scheppen, en die is, dat men ze onderwijst, -dat men door het onderwijs de groote, verloren kracht ontwikkelt, -die thans in onwetendheid en luiheid ten onder gaat... Ja, ja, Italië -is geschapen, laten we thans Italianen scheppen. Boeken, boeken en nog -eens boeken! En steeds verder voorwaarts, steeds dieper de wetenschap, -de helderheid in, indien wij leven, goed, gezond en sterk zijn willen!" - -De oude Orlando, die zich half opgericht had, was met zijn machtigen -leeuwenkop heerlijk om aan te zien; het schitterende wit van zijn -baard en zijn hoofdhaar scheen te vlammen. En zijn kreet van hoop -had door dit reine, in zijn gewilde armoede zoo aandoenlijke vertrek -met zulk een hartstochtelijk vertrouwen weerklonken, dat de jonge -priester een andere gestalte voor zich zag oprijzen, die van kardinaal -Boccanera, geheel zwart, slechts het haar wit als sneeuw, eveneens -bewonderenswaardig in zijn heldhaftige schoonheid, hoog opgericht -midden in zijn in puin vallend paleis, waarvan de vergulde balken op -zijn schouders dreigden neer te storten. O, deze groote stijfkoppen, -die geloovigen, die ouders, die manlijker, hartstochtelijker blijven -dan de jongen! Deze twee stonden aan twee tegenover elkaar liggende -einden van meeningen, daar zij niet één gemeenschappelijke idee, niet -één gemeenschappelijke liefde hadden, en toch schenen zij alleen in -dit oude Rome, waar alles in stof vervloog, onverwoestbaar en als twee -gescheiden broeders onbeweeglijk aan den horizont te staan en over de -stad heen hun protest uit te schreeuwen. De aanblik van deze beiden -in hun grootschheid, in hun eenzaamheid, in hun verheven zijn boven -de dagelijksche laagheid, vulde een dag met een droom der eeuwigheid. - -Prada had dadelijk met kinderlijk-bezorgden druk de handen van den -ouden man in de zijne genomen, om hem te kalmeeren. - -"Ja, ja, vader, u hebt gelijk, gelijk zooals altijd, en ik ben een -domkop, om u tegen te spreken. Maar ik smeek u, beweeg u niet zoo, -uw plaid valt af en uw voeten zullen weer koud worden." - -Hij knielde naast zijn vader neer en legde de plaid met oneindige -zorg weer goed; daar bleef hij ondanks zijn vier-en-veertig jaar -als een kleine jongen op den grond zitten en sloeg zijn vochtige, in -zwijgende vereering smeekende oogen naar hem op, terwijl de oude man, -kalm nu en ontroerd, met bevende vingers zijn haar streelde. - -Pierre was langer dan twee uur daar geweest, toen hij eindelijk, -zeer getroffen en ontroerd door alles wat hij gezien en gehoord had, -afscheid nam. Opnieuw moest hij beloven terug te komen, om langer -te praten. Buiten gekomen, liep hij op goed geluk verder. Het was -nog geen vier uur; hij wilde in dit heerlijke uur, waarin de zon aan -den verfrischten, onmetelijk blauwen hemel daalde, zonder een vooraf -vastgesteld plan dwars door Rome slenteren. Maar bijna onmiddellijk -bevond hij zich in de Via Nazionale, die hij den vorigen dag bij zijn -aankomst doorgereden had; hij herkende de groene, naar het Quirinaal -loopende tuinen, de witachtige, buitensporig groote Bank, de pijnboomen -van de villa Aldobrandini; dan zag hij bij de kromming, toen hij staan -bleef, om de Trajanuszuil, die nu als een donkere schacht tegen den -achtergrond van het reeds door de schemering gevulde lage plein afstak, -nog eens te zien, plotseling tot zijn groote verbazing een victoria -stilhouden, waaruit een jonge man hem beleefd riep, terwijl hij hem -met zijn hand wenkte. - -"Mijnheer de abbé Froment! Mijnheer de abbé Froment!" - -Het was de jonge prins Dario Boccanera, die zijn dagelijkschen -wandelrit op den Corso ging maken. Bijna altijd à court d'argent, -leefde hij nog slechts van de vrijgevigheid van zijn oom, den -kardinaal. Maar evenals alle Romeinen zou hij, als het noodig was, -droog brood gegeten hebben, om zijn rijtuig, zijn paard en zijn -koetsier te kunnen houden. In Rome is een rijtuig een onontbeerlijke -luxe. - -"Als u wilt instappen, mijnheer de abbé, zal het mij een genoegen -zijn u iets van onze stad te laten zien." - -Ongetwijfeld wilde hij, door voorkomend te zijn jegens haar protégé, -Benedetta een pleizier doen. En bovendien vond hij het, daar hij niets -anders te doen had, aardig den jongen priester, die, naar men zeide, -zoo intelligent was, in te wijden in wat hij voor de bloem van Rome, -het onnavolgbare leven hield. - -Pierre moest het wel aannemen, ofschoon hij liever alleen zijn -wandeling voortgezet had. Toch interesseerde hem de jonge man, -deze laatstgeborene van een uitgeput ras; van wien hij voelde, -dat hij niet tot denken of handelen in staat was. doch die verder -ondanks zijn trots en zijn indolentie zeer innemend was. Veel meer -Romein dan patriot, had hij nooit de geringste neiging gehad zich te -rallieeren, hij leefde liever in afzondering en niets doen. Ondanks -zijn hartstochtelijk karakter deed hij geen dwaasheden, daar hij zeer -practisch en overleggend was, zooals trouwens de meesten van zijn -stadgenooten niettegenstaande hun schijnbare onstuimigheid. Zoodra het -rijtuig, na de piazza de Venezia overgestoken te zijn, op den Corso -gekomen was, liet hij zijn kinderlijke ijdelheid, zijn liefde voor -het gelukkige en vroolijke leven buitenshuis onder den mooien hemel -blijken. En dat alles drukte hij zoo duidelijk uit in het eenvoudige -gebaar, waarmede hij zeide: - -"De Corso!" - -Evenals den vorigen dag was Piere één en al verbazing. Weer strekte -de lange en smalle straat zich uit tot de piazza del Popolo, geheel -wit van licht, slechts met dit onderscheid, dat nu de huizen aan -den rechterkant in de zon baadden, terwijl die aan de linkerzijde in -de schaduw lagen. Wat, was dat de Corso? Deze halfdonkere, tusschen -hooge, zware gevels ingedrukte loopgraaf! Deze armoedige weg, waar -hoogstens drie rijtuigen naast elkaar konden rijden, die door dicht -op elkaar gedrongen winkels met hun etalages van klatergoud omzoomd -werd. Geen vrije ruimte, geen wijde horizonten, geen schaduwgevend, -verfrisschend groen. Niets dan een stooten, een dringen en een -bijna verstikken langs de kleine trottoirs onder een kleine reepje -hemel. Vergeefs noemde Dario hem de historische en weelderige paleizen: -palazzo Bonaparte, palazzo Doria, palazzo Odelscachi, palazzo Sciarra, -palazzo Chigi; vergeefs wees bij hem de piazza Colonna met de zuil van -Marcus Aurelius, het drukste plein der stad, waar steeds een groote -menigte pratend en kijkend rondslentert; vergeefs deed hij hem, tot -aan de piazza del Popolo, de kerken, de huizen, de dwarsstraten, de -via Candotti, aan het einde waarvan in de glorie van de ondergaande -zon, de Santa Trinità dei Monti als goud boven de triomphantelijke -Spaansche trap oprees, bewonderen,--Pierre bleef den teleurstellenden -indruk houden van een straat zonder breedte en zonder licht. De -paleizen schenen hem droefgeestige ziekenhuizen of kazernes toe; -de piazza Colonna toonde een jammerlijk gemis aan boomen; alleen -de Santa Trinità dei Monti had hem door haar schittering als in een -verre apotheose betooverd. - -Maar nu ging het van de piazza del Popolo weer naar de piazza de -Venezia terug, en weer terug, en nogmaals terug, twee-, drie-, -viermaal, onvermoeibaar. Dario was in zijn element, liet zich zien, -keek rond, groette, werd gegroet. Op de twee trottoirs slenterde een -dicht op elkaar gedrongen menigte, wier oogen zich tot achter in de -rijtuigen boorden, wier handen de handen van hen, die erin zaten, -hadden kunnen drukken. Langzamerhand werd het aantal rijtuigen zóó -groot, dat de ononderbroken, vast aaneengesloten dubbele rij verplicht -was stapvoets te gaan. Bij het voortdurend langs elkaar gaan van -degene, die heen-, en van degene, die terugreden, kon men elkaar -aanraken, elkaar goed opnemen. Geheel Rome drong zich hier samen, -hoopte zich op in de kleinst denkbare ruimte; het waren menschen, die -elkaar kenden en elkaar hier weer vonden als in de vertrouwelijkheid -van een salon; menschen, die niet op vertrouwelijken voet met elkaar -stonden en tot tegenovergestelde kringen behoorden, maar hier tegen -elkaar aan stieten en elkaar tot in de ziel kijken konden. Nu ging -Pierre een licht op; hij begreep den Corso, de oeroude gewoonte, -den hartstocht en de glorie der stad. Ja, het genot lag juist in de -nauwte van de straat, in dat gedwongen tegen elkaar stooten, waardoor -onverwachte ontmoetingen, de bevrediging van nieuwsgierigheid, het -ten toon spreiden van ijdelheid, het voeren van eindelooze gesprekken -mogelijk werd. De geheele stad zag hier elkaar dagelijks terug, liet -zich zien, loerde op elkaar, het was een op den duur zoo dringende -behoefte geworden om elkaar zóó te zien, dat een man van goede familie, -die den Corso meed, als een wilde beschouwd werd, die buiten zijn -kringen, zonder couranten leefde. - -Dario glimlachte steeds door, boog steeds weer ten groet; hij noemde -Pierre prinsen en prinsessen, hertogen en hertoginnen, klinkende -namen, wier glans de geschiedenis vulde, wier klankrijke lettergrepen -het op elkaar botsen van wapenrustingen in den slag, de pauselijke -processies met haar purper ornaat, haar gouden tiara's, haar heilige, -van juweelen fonkelende gewaden voor den geest riepen. Maar Pierre zag -tot zijn wanhoop dikke dames, kleine heeren, opgeblazen of ziekelijke -wezens, die door de moderne kleeding nog leelijker werden. Toch -vielen enkele knappe vrouwen op, vooral jonge meisjes, zwijgend, met -groote, heldere oogen. Toen Dario, hem het paleis Buongiovanni wees, -een grooten gevel uit de zeventiende eeuw met door lofwerk omgeven -ramen, voegde hij er lachend aan toe: - -"Kijk, daar staat Attilio op het trottoir... U weet wel, de jonge -luitenant Sacco!" - -Met een hoofdknikje antwoordde Pierre, dat hij op de hoogte -was. Attilio, in zijn uniform, jong met zijn levendig en flink -uiterlijk en zijn open gezicht, waarin de blauwe oogen van zijn moeder -liefdevol glansden, nam hem dadelijk voor zich in. Hij was inderdaad -de jeugd en de liefde in hun geestdriftige en zich om de toekomst -niet bekommerde hoop. - -"U zult zien," ging Dario voort, "dat hij, wanneer we terugkomen, -er nog staat. Let maar op, dan zal ik u tevens nog op iets anders -opmerkzaam maken ook." - -Hij sprak vroolijk over de jonge meisjes, die in den Sacré-Coeur in zoo -strenge afzondering opgevoede en verder meestal zoo onwetende jonge -prinsessen en hertoginnen, die daarna haar opvoeding voltooiden in -de rokken van haar moeder, met haar den verplichten wandelrit op den -Corso maakten en de eindelooze dagen verder leefden in de afzondering -der sombere paleizen. Maar welke stormen woedden in deze zwijgende -zielen, waarin niemand nog was afgedaald! Hoe wies onder die passieve -gehoorzaamheid, onder die schijnbare onwetendheid omtrent dat, wat -haar omringde, soms haar wilskracht op! Hoevelen wilden hardnekkig haar -leven zelf maken, den man, die in haar smaak vallen zou, zelf kiezen, -hem hebben tegen de geheele wereld in. En de geliefde werd onder -den stroom van jonge mannen op den Corso gezocht en uitverkoren; de -geliefde werd onder de wandeling met de oogen gevischt, met de reine -oogen, die spraken, wier blik voor de bekentenis, voor de algeheele -overgave voldoende waren, zonder dat één ademtocht over de kuisch -gesloten lippen behoefde te komen. Ten slotte kwamen dan de in de kerk -heimelijk overhandigde liefdesbrieven, maakte de omgekochte kamenier -de in den beginne zoo onschuldige ontmoetingen makkelijk. Ten slotte -volgde dan aan het eind dikwijls een huwlijk. - -Celia nu had Attilio gewild vanaf het eerste oogenblik, dat hun -blikken elkaar ontmoet hadden op een doodelijk vervelenden dag, dat -zij hem voor het eerst uit een raam van het paleis Buongiovanni had -gezien. Hij keek toevallig op en zij had, terwijl zij zichzelf met -haar groote, reine oogen, die in de zijne rusten bleven, gaf, hem -voor eeuwig gevangen. Zij was slechts een liefhebbende vrouw--niets -meer. Hij viel in haar smaak, zij wilde hèm, hèm en geen ander. Zij zou -desnoods twintig jaar op hem gewacht hebben, maar zij hoopte hem door -de kalme hardnekkigheid van haar wil dadelijk te veroveren. Allerlei -verhalen omtrent vreeselijke uitbarstingen van woede van haar vader, -die zich echter te pletter liepen tegen haar eerbiedig en halsstarrig -zwijgen, deden de rondte. De prins, van gemengd bloed, de zoon van -een Amerikaansche en zelf de echtgenoot van een Engelsche, streed -slechts, om te midden van de instortingen om hem heen, zijn naam en -zijn vermogen intact te houden. - -Het gerucht liep, dat tengevolge van een woordenwisseling, waarin hij -haar voor de voeten wierp niet voldoende over haar dochter gewaakt -te hebben, de prinses met al den hoogmoed en al het egoïsme van een -vreemdelinge, die vijf millioen medegebracht had, in verzet gekomen -was. Was het niet voldoende, dat zij hem vijf kinderen geschonken -had? Zij bracht haar dagen in aanbidding van zichzelf door, bemoeide -zich niet met Celia, liet het huishouden, waarin de storm woedde, -aan zichzelf over. - -Maar het rijtuig reed opnieuw langs het paleis en Dario waarschuwde -Pierre. - -"Ziet u, daar is Attilio weer... En kijk nu eens naar boven naar het -derde raam van de eerste verdieping." - -Het was een kort, maar charmant tooneeltje. Pierre zag een hoekje -van het gordijn wat ter zijde trekken en het zachte gezichtje van -Celia, een reine, gesloten lelie, werd zichtbaar. Zij glimlachte -niet, zij bewoog zich niet. Niets was uit dien kuischen mond en die -heldere oogen te lezen. Toch trok zij Attilio tot zich, gaf zij zich -onvoorwaardelijk aan hem. Het gordijn viel weer neer. - -"Die kleine heks!" prevelde Dario. "Wie kan ooit weten, wat er achter -zooveel onschuld verborgen ligt?" - -Toen Pierre omkeek, zag hij Attilio daar nog steeds met opgeheven -hoofd staan; ook zijn gezicht was bewegingloos en bleek, zijn mond -gesloten, zijn oogen wijd geopend. En deze grenzenlooze liefde in haar -plotselinge almacht, de ware, eeuwige en jonge liefde, die zich verhief -boven de eerzucht, en de berekeningen van de omgeving, trof hem diep. - -Dan gaf Dario zijn koetsier bevel naar den Pincio te rijden: den op -mooie middagen verplichten rit naar den Pincio. Eerst kwamen zij -de piazza del Popolo over, het ruimste en regelmatigste plein van -Rome, met zijn in aanleg zijnde straten, zijn symmetrische kerken, -zijn obelisk in het midden, zijn twee boomgroepen, die aan beide -zijden van den kleinen, witten rijweg, tusschen de ernstige, door de -zon vergulde gebouwen tegenover elkaar staan. Dan reed het rijtuig -rechts den oprit van den Pincio op, een prachtigen, met bas-reliefs, -standbeelden en fonteinen versierden zigzagweg, een apotheose van -marmer, een herinnering aan het oude Rome, die zich tusschen het groen -opricht. Maar de tuin bovenop kwam Pierre klein voor, niet veel meer -dan een groot plein, een vierkant met vier lanen, die noodig waren, -om de equipages eindeloos te kunnen laten keeren en draaien. Een -ononderbroken rij borstbeelden van beroemde mannen uit het oude en -nieuwe Italië liep langs de alleeën heen. Pierre bewonderde vooral -de boomen, de zeldzaamste, met groote zorg gekozen en onderhouden -boomsoorten, bijna alle met altijd groen loof, waardoor hier zoowel in -den zomer als in den winter een heerlijke, in alle tinten van groen -genuanceerde schaduw verkregen werd. Het rijtuig begon nu door de -mooie frissche lanen achter de andere equipages, die één onafgebroken -stroom vormden, te rijden. - -Pierre merkte in een donkerblauwe, elegant bespannen victoria een -jonge dame alleen op. Zij was knap, klein, kastanjebruin met een -matte tint, groote zachte oogen, en zag er bescheiden en verleidelijk -eenvoudig uit. Bij haar streng costuum van feuille-morte-zijde droeg -zij een grooten, eenigszins extravaganten hoed. Toen Dario haar vrij -onbeschaamd opnam, vroeg de priester hem haar naam, wat den jongen -prins deed glimlachen. O, niemand, Tonietta, een van de weinige -demi-mondaines, waarover Rome sprak. - -Dan vertelde hij, met de openhartige vrijmoedigheid van zijn ras -in liefdesquaesties, bijzonderheden: haar afkomst was niet met -volkomen zekerheid bekend; sommigen beweerden, dat zij de dochter -van een kroegbaas in Tivoli was, anderen daarentegen beweerden, -dat een Napolitaansche bankier haar vader was. Doch hoe dit zij, -in ieder geval was het een zeer intelligent meisje, dat zich een -zekere beschaving eigen gemaakt had en uitstekend wist te ontvangen -in haar klein paleis in de Via dei Mille, dat zij van den ouden, -thans overleden markies Manfredi gekregen had. Zij afficheerde zich -niet, had nooit meer dan één amant tegelijk, en de prinsessen en -hertoginnen, die dagelijks op den Corso door haar in onrust geraakten, -vonden haar fatsoenlijk. Een bijzondere eigenschap had haar vooral -beroemd gemaakt; meermalen maakte een zoo hartstochtelijke passie zich -van haar meester, dat zij zich voor niets aan haar geliefde gaf en -alleen iederen ochtend een ruiker witte rozen van hem wilde hebben, -zoodat de menschen, wanneer zij haar dikwijls weken achtereen met -deze reine rozen, dezen witten bruidsbouquet op den Pincio zagen, -met liefdevol welgevallen naar haar keken. - -Maar Dario viel zichzelf in de rede om plechtig een dame, die alleen -in gezelschap van een heer in een grooten landauer voorbij reed, -te groeten. En hij zeide eenvoudig tot den priester: - -"Mijn moeder." - -Pierre kende haar, althans vicomte de la Choue had hem het een en -ander over haar verteld: haar tweede huwelijk op vijftigjarigen -leeftijd na den dood van prins Onofrio Boccanera; de manier, waarop -de nog altijd mooie vrouw precies als een jong meisje op den Corso, -een knappen, vijftien jaar jongeren man, die in haar smaak viel, -met haar blikken gevischt had; en wie die man, die Jules Laporte, -was, een oud-sergeant der Zwitsersche garde, naar men beweerde, een -voormalige commis-voyageur in reliquieën, die gecompromitteerd was -geweest in een geruchtmakende zaak van valsche reliquieën; hoe zij -van hem een markies Montefiori gemaakt had van statig voorkomen--de -laatste van de geluksridders in het legendarische land, waar de -herders met koninginnen trouwen. - -Toen een volgende maal de groote landauer weer voorbij reed, -nam Pierre hen beiden goed op. De markiezin was werkelijk nog -verbazingwekkend in haar tot vollen bloei gekomen, klassiek-Romeinsche -schoonheid, groot, flink gebouwd, hoogblond, met een godinnekop -met regelmatige, eenigszins domme trekken; alleen het lichte dons, -waarmede haar bovenlip bedekt was, verried haar leeftijd. De markies, -deze geromaniseerde Zwitser uit Genève, maakte met zijn breede, -krachtige officiersschouders en zijn opgedraaide snor werkelijk -een imposanten indruk; hij was niet dom, heel vroolijk en plooibaar -en zeer onderhoudend in gezelschap van dames. Zij was zóó trotsch -op hem, dat zij hem overal medesleepte en ten toon stelde; zij was -met hem het leven opnieuw begonnen, alsof zij twintig jaar was, en -verteerde in zijn armen het kleine, uit de catastrophe van de villa -Montefiori geredde vermogen. Zij vergat haar zoon zóó volkomen, dat -zij hem menigmaal slechts op den wandelrit zag en als een toevallige -kennis groette. - -"Laten we naar den zonsondergang achter de St. Pieter gaan -kijken!" zeide Dario in zijn rol van consciëntieus vreemdelingengids. - -Het rijtuig keerde naar het terras terug, waar een militaire kapel met -vreeselijke uitbarstingen der koperinstrumenten speelde. Verschillende -equipages stonden reeds stil om te luisteren, terwijl een steeds -grooter wordende menigte voetgangers, eenvoudige wandelaars, zich om -de tent opgehoopt hadden. Van dat bewonderenswaardige, zeer hooge en -zeer breede terras ontrolde zich een der heerlijkste panorama's van -Rome. Aan de overzijde van den Tiber, boven den vaalbleeken chaos van -de nieuwe wijk der Prati del Castello, verrees de St. Pieter tusschen -het groen van den Monte Mario en den Janiculus. Dan kwam links de -geheele oude stad, een eindelooze vlakte van daken, een deinende, -onafzienbare zee van gebouwen. Doch steeds weer keerden de blikken -terug naar de St. Pieter, die in reine en majestueuse grootschheid in -het azuur troonde. En de langzame zonsondergangen achter den kolos, -achter in den grenzenloozen hemel maken, van af dit terras gezien, -een verheven indruk. - -Nu eens is het een ineenstorten van bloedroode wolken, zijn het -veldslagen van reuzen, die met bergen tegen elkander strijden en onder -de monsterachtige ruïnes van brandende steden verpletterd worden. Dan -weer teekenen zich tegen een donker meer slechts roode scheuren af, -alsof een lichtnet uitgeworpen was, om tusschen de algen de verdwenen -dagvorstin weer op te visschen. Weer een ander maal is het een rose -nevel, een zacht stof, dat een regenbui in de verte, waarvan het -gordijn over het mysterie van den horizont getrokken is, met paarlen -doorstreept heeft. Weer een ander maal is het een triomftocht van -purper en goud, wolkenwagens, die over een vuurstraat rijden, galeien, -die over een azuren zee trekken, prachtvolle en phantastische stoeten, -die in den geleidelijk dieper wordenden afgrond der schemering afdalen. - -Maar dien avond ontvouwde zich voor Pierre het schouwspel in een -kalme, verblindende grootschheid. Eerst, juist boven den dom van -de St. Pieter, was de zon, in een smetteloozen, diepblauwen hemel -ondergaande, nog zóó schitterend, dat het oog haar glans niet verdragen -kon. In die flikkering scheen de dom als witgloeiend, als een dom van -vloeibaar zilver, terwijl de wijk ernaast, de daken van den Borgo, -als in een zee van gloed veranderd was. Dan, naarmate de zon verder -daalde, nam haar gloed af, kon men haar aanschouwen; en weldra gleed -zij majestueus langzaam achter den dom, die zich diepblauw afteekende; -tot, geheel erachter schuilgaand, de dagvorstinne niets meer was dan -een aureool, een lichtkring, waaruit kroonvormige, vlammende stralen -schoten. En dan begon het droombeeld, de zeldzame belichting der -ramenrij, die zich onder den koepel uitstrekt; het licht veranderde -ze in de roodgloeiende openingen van een smeltoven, zoodat men -had kunnen gelooven, dat de dom een in de lucht hangend, door het -geweld der vlammen opgeheven en gedragen kolenvuur was. Dat duurde -nauwlijks drie minuten. Beneden doken de reeds niet meer duidelijk te -onderscheiden daken van den Borgo weg in violette dampen, terwijl de -horizont zich van den Janiculus tot den Monte Mario in een duidelijk -zwarte lijn afteekende; nu werd op zijn beurt de hemel purper en goud, -een oneindige rust van bovenaardsche helderheid over de verdwijnende -aarde. Het laatst gingen de ramen uit, ging de hemel uit, bleef alleen -nog in den invallenden nacht de onbestemde, steeds vager wordende -ronding van den dom van de St. Pieter. - -En door een heimelijke gedachtenverbinding zag Pierre op dat oogenblik -nogmaals de hooge, droefgeestige en ten ondergang neigende gestalten -van kardinaal Boccanera en den ouden Orlando voor zich oprijzen. Op den -avond van dien dag, waarop hij na elkaar deze in hun verwachtingen zoo -groote mannen had leeren kennen, stonden zij beiden aan den horizont -boven hun vernederde stad, aan den rand van den hemel, dien de dood -scheen te grijpen. Zou dan alles zoo met hen instorten, alles in den -nacht van den afgeloopen tijd uitgaan en verdwijnen? - - - - - - - - -VIJFDE HOOFDSTUK - - -Den volgenden dag kwam Narcisse wanhopig aan Pierre vertellen, dat -zijn neef, monsignor Gamba del Zoppe, de geheime kamerheer, onder -voorwendsel, dat hij ziek was, twee of drie dagen tijd gevraagd had, -voor hij den jongen priester ontvangen en zich met zijn audiëntie -bezig houden kon. Pierre was dus tot niets doen veroordeeld, daar -hij niet langs een anderen weg een poging durfde wagen om den paus -te spreken, want men had hem zóó bang gemaakt, dat hij vreesde door -een onhandigen stap alles te zullen bederven. En daar hij toch iets -doen moest, om den tijd te dooden, begon hij Rome te bezichtigen. - -Zijn eerste bezoek gold de ruïnes van den Palatinus. Reeds om acht -uur 's ochtends, bij een helderen hemel, ging hij alleen op weg en -begaf zich naar den in de Via Santo Teodoro gelegen ingang, een hek, -omgeven door de woningen der bewakers. Dadelijk kwam een van dezen -naar hem toe en bood zich als gids aan. Pierre had liever op goed -geluk af willen rondzwerven, maar hij vond het moeilijk het aanbod van -den man, die zeer vloeiend en met een vriendelijk glimlachje Fransch -sprak, te weigeren. Het was een klein, ineengedrongen mannetje, een -oud-soldaat van even boven de zestig, met een vierkant, opgeblazen, -door een dikke, grijze snor in tweeën gedeeld gezicht. - -"Als mijnheer de abbé zoo goed wil zijn mij te volgen... Ik zie, dat -mijnheer de abbé een Franschman is. Ik ben een Piemontees en ken de -Franschen goed: ik heb aan hun zijde bij Solferino gevochten. Ja, ja, -men kan zeggen wat men wil, maar je vergeet het niet zoo gauw, wanneer -je wapenbroeders geweest bent... Hier rechtsaf, als het u blieft!" - -Toen Pierre opkeek, zag hij de reeks cypressen, die het plateau -van den Palatinus omzoomen en die hij den dag van zijn aankomst van -af den Janiculus gezien had. In de zoo teerblauwe lucht maakte het -donkere groen van die boomen den indruk van zwarte franje. Behalve -deze zag men niets, de helling strekte zich kaal en naakt, vuil -stofgrijs uit, bestrooid met enkele kreupelboschjes, te midden waarvan -stukken van oude muren uitstaken. Het was de verwoesting, de vlekkige -troosteloosheid der opgravingen, waarvoor alleen de geleerden zich -kunnen opwinden. - -"De paleizen van Tiberius, Caligula en der Flavii liggen daar in de -hoogte," ging de gids voort. "Maar die bewaren wij voor het laatst, -we zullen eerst een rondgang maken." - -Toch ging hij wat links af en bleef voor een uitholling, een soort -grot in de helling van den berg, staan. - -"Dit is het wolvenhol, waar de wolvin Romulus en Remus zoogde. Vroeger -was aan den ingang nog de vijgeboom Rominalis te zien, die de -tweelingen tegen regen en zon beschermde." - -Pierre kon een glimlach niet onderdrukken, zoo eenvoudig en -vast overtuigd van de waarheid van wat hij zeide, gaf de man zijn -uitleggingen, zóó trotsch bovendien op al dien ouden roem, als ware -het de zijne. Maar toen de oud-soldaat hem bij de grot de sporen van -Roma quadrata gewezen had, overblijfselen van muren, die werkelijk uit -den tijd van Rome's stichting te stammen schenen, begon Pierre zich -te interesseeren, deed een eerste ontroering zijn hart kloppen. Dit -kwam natuurlijk niet, omdat het zoo'n wondermooi schouwspel was, want -het waren slechts enkele blokken gehouwen steen, die zonder cement of -kalk op elkaar gelegd waren, maar een verleden van zeven-en-twintig -eeuwen rees hier voor zijn geest op, en deze afgebrokkelde, zwart -geworden steenen, die een zoo machtig gebouw van pracht en almacht -gedragen hadden, kregen een buitengewone majesteit. - -Zij zetten hun rondgang voort en liepen nu naar rechts, steeds langs -de helling van den berg. De annexen der paleizen moesten tot hier -geloopen hebben: overblijfselen van portieken, ingestorte zalen, -nog staande gebleven zuilen en friezen omzoomden het hobbelige pad, -dat tusschen kerkhofgrassen slingerde; de gids, die dat, wat hij -wist, zoo goed vertelde, omdat hij het nu al tien jaar lang iederen -dag herhaald had, bleef de onzekerste hypothesen ten beste geven, -terwijl hij aan iederen puinhoop een verhaal toevoegde. - -"Het paleis van Augustus," zeide hij eindelijk met een gebaar van -zijn hand naar de aardophoopingen. - -Ditmaal waagde Pierre, die absoluut niets zag, te vragen: - -"Waar dan?" - -"O, mijnheer de abbé, het schijnt, dat aan het einde van de vorige -eeuw de gevels nog stonden. Je kwam er van den anderen kant, van -de Sacra Via, in. Aan dezen kant was er een groot balkon, dat den -grooten Circus Maximus beheerschte, en vanwaar men de spelen zien -kon. Overigens is het paleis, zooals u constateeren kunt, nog bijna -geheel begraven onder dien grooten tuin boven, den grooten tuin van de -villa Mills. Wanneer men geld genoeg voor de opgravingen hebben zal, -zal men het terugvinden, dat is zeker, evenals den tempel van Apollo -en dien van Vesta, welke ernaast stonden." - -Hij wendde zich nu naar links en ging het Stadium binnen, den kleinen -circus voor de wedloopen, die zich vlak langs de zijde van het paleis -van Augustus uitstrekte; nu begon ook de priester zich te interesseeren -en geestdriftig te worden. Niet dat zich hier een voldoende bewaard -gebleven ruïne, die een monumentalen aanblik opleverde, bevond; -geen zuil was op haar plaats gebleven en alleen de muren aan den -rechterkant stonden nog, maar men had het geheele plan teruggevonden, -de grenssteenen aan ieder einde, de zuilengang om de baan, de groote -loge van den keizer, die, nadat zij links in het paleis van Augustus -geweest was, vervolgens in het paleis van Septimius Severus ingemetseld -was en naar rechts uitkeek. En de gids liep nog steeds te midden van -die verstrooide puinhoopen, gaf uitvoerige en preciese uitleggingen, -verzekerde, dat de heeren der directie van de uitgravingen hun Stadium -tot in de kleinste bijzonderheden vastgesteld hadden, zoodat zij bezig -waren er een nauwkeurig plan van te maken met de juiste plaats der -zuilen, de standbeelden in hun nissen, het soort marmer, waarmede de -muren bedekt waren. - -"O, de heeren zijn volkomen op hun gemak," eindigde hij zijn -uitlegging, terwijl hij zelf een gelukzalig gezicht trok. "De -Duitschers zullen geen aanmerking kunnen maken en hier niet alles -ondersteboven gooien, zooals zij op het Forum gedaan hebben, waar -je niet meer weet, waar je bent, sedert zij er met hun wetenschap -gekomen zijn." - -Pierre glimlachte en zijn belangstelling nam nog toe, toen hij -langs gebroken trappen en over gaten geslagen houten bruggen in de -reusachtige ruïnes van het paleis van Septimius Severus gekomen -was. Het paleis verhief zich op de Zuidpunt van den Palatinus en -zag eindeloos ver uit op de Via Appia en de Campagna Romana. Alleen -de onderbouw ervan bestaat nog, de onderaardsche zalen, die onder de -bogen van het terras aangebracht zijn, waarmede men het te bekrompen -geworden plateau van den berg uitgebreid had. En deze blootgelegde -onderbouw was voldoende om een denkbeeld te geven van het prachtige -paleis, dat erop rustte, zoo reusachtig en machtig als deze in zijn -onverwoestbare massa gebleven is. Hier verhief zich het beroemde -Septizonium, de toren met zijn zeven verdiepingen, die eerst in -de veertiende eeuw verdwenen is. Hier bevindt zich nog een door -cyclopische arcaden gedragen terras, vanwaar men een schitterend -uitzicht heeft. Vervolgens komt niets dan een opeenhooping van dikke, -half ingestorte muren, gapende afgronden te midden van ingevallen -zolderingen, rijen van eindelooze gangen en reusachtige zalen, waarvan -de bestemming niet bekend is. Al deze door de nieuwe administratie goed -onderhouden, schoongeveegde en van onkruid bevrijde ruïnes hebben haar -romantische woestheid verloren, om een kale en sombere grootschheid aan -te nemen. Maar stralen van de levende zon verguldden de oude muren, -drongen door spleten tot achter in de donkere zalen door, brachten -met hun schitterend stof leven in de zwijgende droefgeestigheid van -deze doode majesteit, die uitgegraven was uit de aarde, waarin zij -sedert eeuwen geslapen had. Over de oude, roodachtige, van tegels -gemaakte en van hun prachtige marmerbekleeding beroofde muren legde -de purpermantel der zon opnieuw een vorstelijke glorie. - -Pierre liep nu reeds bijna anderhalf uur rond en nog moest hij de -menigte voorste paleizen op het plateau zelf bezichtigen. - -"Wij moeten teruggaan," zeide de gids. "Zooals u ziet, versperren -de tuinen der villa Mills en het klooster van Santa Bonaventura ons -den weg. We zullen er eerst door komen, wanneer de opgravingen hier -deze geheele zijde blootgelegd hebben. O, mijnheer de abbé, wanneer -u een kleine vijftig jaar geleden hier op den Palatinus gewandeld -hadt! Ik heb plattegronden uit dien tijd gezien. Het waren niets -dan wijngaarden, niets dan kleine, door heggen afgesloten tuinen, -een echte Campagna, een echte woestijn, waarin je geen levende ziel -ontmoette... En te moeten denken, dat al deze paleizen daaronder -sliepen!" - -Pierre volgde hem, zij liepen weer langs het paleis van Augustus, -gingen naar boven en betraden het paleis der Flavii. Het was reusachtig -groot, nog half onder de villa ernaast verborgen en bestond uit een -menigte groote en kleine zalen, over de bestemming waarvan men het nog -steeds niet eens is. De troonzaal, de rechtzaal, de eetzaal en het -peristylium schijnen echter vast te staan. Doch voor het overige is -alles slechts phantasie, vooral wat de kleine particuliere vertrekken -betreft. Trouwens geen muur staat meer overeind; men zag niets dan -uitstekende fundamenten, afgebrokkelde grondmuren, die op den grond -het plan van het gebouw aangaven. De eenige als door een wonder -gespaard gebleven ruïne is het paleis, dat volgens de overlevering -aan Livia toebehoord zou hebben; in vergelijking met de reusachtige -paleizen ernaast is het opvallend klein, drie zalen zijn met haar nog -wonderlijk frissche muurschilderingen, mythologische tooneelen, bloemen -en vruchten, intact gebleven. Van het paleis van Tiberius is zelfs -geen steen zichtbaar, de overblijfselen ervan liggen verborgen onder -het prachtige openbare park, dat op het plateau een voortzetting van de -oude Farnesische tuinen vormt; en van het paleis van Tiberius ernaast, -boven het Forum, bestaat, evenals van het paleis van Septimius Severus, -niets meer dan een reusachtige onderbouw, steunmuren, op elkaar -geplakte verdiepingen, hooge booggewelven, die het paleis droegen, -kolossale keldergewelven, waarin het dienstpersoneel en de wachtposten -woonden en zich overgaven aan voortdurende drinkgelagen. Deze geheele, -de stad beheerschende hoogte had dus niets dan nauwlijks herkenbare -sporen, groote, grijze en kale, door het houweel doorstoken terreinen, -waaruit enkele brokstukken van muren opstaken; en er was een groote -geleerdenphantasie voor noodig om de oude keizerlijke pracht, die -hier geheerscht had, weer te construeeren. - -De gids bleef desniettemin zijn explicaties geven met een rustige -overtuiging en naar het ledige wijzen, alsof de monumenten zich nog -voor hem oprichtten. - -"Hier zijn wij op de piazza Palatina. Links is de gevel van het paleis -van Domitianus, rechts die van het paleis van Caligula, en wanneer u -zich omkeert, hebt u den tempel van Juppiter Stator tegenover u... De -Sacra Via liep tot dit plein en ging onder de Porta Mugonia door, -een der drie oude poorten van het oorspronkelijke Rome." - -Hij hield op en wees met zijn hand naar de noordwestzijde van den berg. - -"U zult reeds opgemerkt hebben, dat aan die zijde de Caesars niet -gebouwd hebben. Blijkbaar moesten zij heel oude, nog uit den tijd -van vóór de stichting van Rome dateerende en door het volk vereerde -monumenten eerbiedigen. Daar bevonden zich de door Euander en zijn -Arcadiërs gebouwde tempel van Victoria, het wolvenhol, dat ik u heb -laten zien, de nederige, uit aarde en twijgen opgetrokken hut van -Romulus... Dat alles is teruggevonden, mijnheer de abbé, daar is geen -twijfel aan, wat de Duitschers ook beweren mogen." - -Maar plotseling riep hij op een manier, alsof hij het interressantste -vergeten had: - -"Ten slotte zullen we naar de onderaardsche gang gaan, waarin Caligula -vermoord is." - -Zij daalden af in een lange, overdekte gang, waarin thans de zon -door scheuren vroolijke stralen werpt. Enkele pleisterversieringen -en mozaiekfiguren zijn nog over. Doch daardoor is de plek niet -minder melancholiek en eenzaam, als gemaakt voor afschuwelijke -tragiek. De stem van den oud-soldaat was gedempter gaan klinken; -hij vertelde hoe Caligula, van de Palatijnsche spelen terugkeerend, -de gril kreeg alleen in die gang af te dalen, om de heilige dansen te -zien, die jonge Aziaten daar dien dag repeteerden. Op die wijze kon -de leider der samenzweerders, Chereas, in het donker hem het eerst -in zijn buik steken. De keizer, brullend, wilde vluchten. Maar toen -stortten de moordenaars, zijn creaturen, zijn meest geliefde vrienden, -zich op hem, wierpen hem op den grond en doorhakten hem met steken, -terwijl hij, waanzinnig van woede en angst, de donkere gang vulde met -zijn geloei als van een dier, dat geslacht wordt. Toen hij dood was, -viel de stilte weer neer, en de moordenaars vluchtten vol ontzetting. - -Het klassieke bezoek aan de ruïnes van den Palatinus was hiermede -geëindigd. Toen Pierre weer boven was, had hij nog slechts één wensch, -n.1. zich te bevrijden van zijn gids en alleen te blijven in dezen -stillen droomtuin, die den top van den Rome beheerschenden berg -besloeg. Drie uur liep hij nu rond, hoorde hij die zware, eentonige -stem in zijn ooren zoemen, zonder hem ook maar één enkelen steen -te sparen. Nu kwam de brave man weer terug op zijn vriendschap voor -Frankrijk en gaf een lang relaas over den slag bij Magenta. Met een -vriendelijken glimlach nam hij het zilverstuk, dat de priester hem gaf, -en begon dan aan den slag bij Solferino. Er dreigde geen einde aan -te komen, toen het toeval wilde, dat een dame een inlichting vragen -kwam. Dadelijk ging hij met haar mede. - -"Goeden dag, mijnheer de abbé. U kunt door het paleis van Caligula -naar beneden komen. En u weet waarschijnlijk, dat een geheime, in den -grond uitgegraven trap van dat paleis naar de woning der Vestaalsche -Maagden op het Forum leidde. Men heeft haar nog niet teruggevonden, -maar zij moet er zijn." - -Welk een heerlijke verlichting, toen Pierre, eindelijk alleen, -een oogenblik op een van de marmeren banken in den tuin kon gaan -zitten! Er waren daar slechts enkele boomgroepen, taxisboomen, -cypressen, palmen, maar de prachtige, steeneiken, waaronder de bank -stond, gaven een diepe, heerlijk frissche schaduw. Ook de droomerige -eenzaamheid had haar groote bekoring, de huiverende stilte, die van -dezen ouden bodem uitging, welke gedrenkt was door de geschiedenis, -de opzienbarendste, in de volle pracht van een bovenaardschen trots -schitterende geschiedenis. Eens hadden de Farnesische tuinen dit -deel van den berg in een heerlijk, met boschjes versierd lustplekje -veranderd; de sterk beschadigde gebouwen der villa bestaan nog, -en ongetwijfeld is een zekere bekoring gebleven; de ademtocht der -Renaissance strijkt nog steeds als een liefkoozing door het glanzende -loof der oude steeneiken. Men bevindt zich daar te midden van het -lichtgevleugelde volk der visioenen, onder den zwevenden adem van -tallooze generaties, die in de graszoden slapen. - -Maar het in de verte, rondom dezen verheven top verstrooide Rome, -lokte Pierre zóó onweerstaanbaar, dat hij niet kon blijven zitten. Hij -stond op en ging naar de balustrade van een terras. Onder hem breidde -het Forum zich uit en aan het einde verrees de Monte Capitolino. - -Het was niet meer dan een opeenhooping van grijze gebouwen, zonder -eenige voornaamheid of schoonheid. Men zag niets dan den achtergevel -van het Senatorenpaleis, een vlakken gevel met kleine ramen, bekroond -door een hoogen campanile. Deze groote, kale, roestkleurige muur -verborg de kerk Santa Maria di Aracoeli, den top, waarop de tempel van -Juppiter Capitolinus, goddelijke bescherming verleenend, in koninklijke -pracht geschitterd had. Verder links op de helling van den Monti -Caprino, waar in de Middeleeuwen geiten gegraasd hadden, verhieven -zich nu reeksen leelijke huizen, terwijl de enkele mooie boomen van -den palazzo Caffarelli, waarin het Duitsche gezantschap ondergebracht -was, met hun groen den top van de oude Tarpeïsche rots bedekten, -die thans, bijna onvindbaar, onder de stadsmuren verloren gaat. Dat -was dus die Monte Capitolino, de roemrijkste der zeven heuvelen, met -zijn vesting, met zijn tempel, waaraan de heerschappij van de wereld -beloofd was, de St. Pieter van het oude Rome!--deze aan de zijde van -het Forum steile, aan den kant van den Campus Martius loodrechte berg -met zijn vreeselijken aanblik, die berg, welken de bliksem bezocht, -dien het asylbosch met zijn heilige eiken tot in het verste verleden -geheimzinnig maakte en huiveren deed voor het grimmige onbekende. - -Later had de Romeinsche grootheid hier haar tabularium, haar -staatsarchief. De triumphatoren beklommen hem, de keizers werden -er goden, hier stonden hun marmeren standbeelden. En thans, op -dit oogenblik vroeg het oog verwonderd hoe zooveel geschiedenis, -zooveel roem zich heeft kunnen ontwikkelen op zoo kleine ruimte, -op dit bergachtige, armzalige eilandje van armoedige daken, op een -molshoop, niet grooter en niet hooger dan een klein, tusschen twee -dalen in gelegen marktvlek. - -Een tweede verrassing was voor Pierre het bij den Capitolinus -beginnende en zich langs den Palatinus uitstrekkende Forum: een eng, -tusschen de naburige heuvels ingeperst plein, een laagliggend terrein, -waarop het zich uitbreidende Rome, daar er gebrek aan ruimte was, -zijn gebouwen als het ware op elkaar had moeten zetten. Men heeft -diep moeten graven om, onder de vijftien meter hooge, door de eeuwen -aangebrachte alluviale lagen, den eerbiedwaardigen bodem der Republiek -terug te vinden. Thans ziet men niet meer dan een lange, witachtige, -goed onderhouden groeve zonder struiken of klimop, waarin brokstukken -van het plaveisel, onderstukken van zuilen, grondmuren te voorschijn -komen. De in haar geheel weer opgebouwde Basilica Julia is niet veel -meer dan de projectie van een architectonisch plan. Aan dezen kant -heeft slechts de Arcus van Septimius Severus zijn breedte ongeschonden -weten te bewaren, terwijl de enkele van den tempel van Vespasianus -overgebleven en door een wonder te midden van de ineenstortingen -staande gebleven zuilen een trotsche elegance, een majestueuse -koenheid van evenwicht aangenomen hebben en fijn en verguld in den -blauwen hemel opstijgen. - -Ook de Phocas-zuil staat nog en van de rostra [6] ernaast ziet -men, wat daarvan met behulp van de in de omgeving gevonden stukken -gereconstrueerd is. Maar men moet verder gaan dan de twee of drie -zuilen van den tempel van Castor en Pollux, verder dan de sporen van -het paleis der Vestaalsche Maagden, verder dan den tempel van Faustina, -waarin de Christelijke San-Lorenzo-kerk het zich zoo gemakkelijk -gemaakt heeft, verder nog dan den ronden tempel van Romulus, om -de buitengewone gewaarwording van het enorme te ondergaan, die de -Basilica van Constantinus met haar drie reusachtige, gapende gewelven -geeft. Van den Palatinus af gezien zou men ze voor voorportalen kunnen -houden, die toegang geven tot een wereld van reuzen; zoo dik was het -metselwerk, dat een van de arcaden afgevallen stuk als een van een -berg losgeraakt blok op den grond ligt. En hier, op dat beroemde, -zoo enge en tevens zoo onbegrensde Forum heeft zich eeuwenlang -de geschiedenis afgespeeld van het grootste aller volkeren--vanaf -de legende der Sabijnsche Maagden, die de Romeinen met de Sabijnen -verzoenden, tot aan de afkondiging der volksrechten en volksvrijheden, -die de plebejers geleidelijk op de patriciërs hadden veroverd. - -Was het niet tegelijk de Markt, de Beurs, het Gerechtshof, de -Zaal der politieke vergaderingen, open, in de vrije lucht? De -Gracchen verdedigden er de zaak der kleine luiden, Sulla plakte -er zijn proscriptielijsten aan, Cicero sprak er en zijn bloedend -hoofd werd er vastgespijkerd. Daarna verdonkerden de keizers zijn -ouden glans, begroeven de eeuwen de monumenten en de tempels onder -hun stof, zoodat de Middeleeuwen er slechts plaats vonden voor een -veemarkt. De eerbied is thans teruggekomen, een grafschennende eerbied, -een weetgierigheids- en wetenschapskoorts, die door hypothesen nog -aangewakkerd wordt en op dezen historischen bodem, waar geslachten -boven elkaar liggen, op een dwaalweg raakt en weifelt tusschen de -vijftien of twintig reconstructies, welke men van het Forum gemaakt -heeft en waarvan de eene even aannemelijk is als de ander. Voor een -eenvoudig voorbijganger, die noch een archaeoloog noch een geleerde -van beroep is, die niet den vorigen dag zijn Romeinsche Geschiedenis -nagelezen heeft, verdwijnen de bijzonderheden; hij ziet in dit in alle -richtingen doorgraven en doorzochte terrein niets dan een stadskerkhof, -waar de uitgegraven oude steenen verbleeken en waaruit de groote -melancholie van gestorven volkeren oprijst. Van plek tot plek zag -Pierre het door de wielen der wagens uitgeholde plaveisel van de Sacra -Via, die telkens weer verschijnt, zich kronkelt, daalt en stijgt; en -hij dacht aan den triumphus, den zegetocht van den triomphator, dien -zijn wagen zoo hard deed schokken op het ruwe plaveisel van den roem. - -Maar naar het zuidoosten verbreedde zich de horizont en zag hij aan -gene zijde van den Titus- en van den Constantinusboog het groote -massief van het Colosseum. O, deze kolos, waarvan de eeuwen als met -een reusachtigen zwaai van een zeis nog slechts de helft afgerukt -hebben, blijft in zijn ontzaglijkheid, in zijn majesteit als steenen -kant bestaan met zijn honderden ledige, in het blauw des hemels -uitkijkende vensters. - -Het is een wereld van voorportalen, trappen en gangen, een wereld, -waarin men te midden van de eenzaamheid in de stilte van den dood -verdwaalt. Binnenin gelijken de afgebrokkelde, door de lucht verweerde -trappen op de vormenlooze treden van een ouden uitgedoofden krater, -een soort natuurlijken circus, dien de macht der elementen in de -onverwoestbare rotsen uitgehouwen hebben. Maar de heete zonnen van -achttienhonderd jaren hebben deze ruïne verbrand en rood gemaakt, -die tot den natuurstaat teruggekeerd is, kaal en verguld is als een -berghelling, sedert zij van haar planten beroofd is, die dit hoekje -tot een stuk oerwoud maakten. En thans, welk een visioen, wanneer de -phantasie dit doode gebeente weer vleesch, bloed en leven teruggeeft, -den circus weer vult met de negentig duizend toeschouwers, die er een -plaats vinden konden, de spelen en gevechten weer doet plaats hebben -en een geheele beschaving vanaf den keizer en zijn Hof tot aan de -deining van het plebs in de beweging en schittering van een geheel, -door hartstocht ontvlamd volk onder den rooden weerschijn van het -reusachtige, purperen velum ophoopt! - -Verder aan den horizont bevond zich nog een tweede cyclopische ruïne, -de thermen van Caracalla; ook zij zijn als een spoor van een van de -aarde verdwenen ras van reuzen achtergebleven: zalen van overdreven -en onverklaarbare grootte en hoogte, twee voorportalen, waarin men de -bevolking van een stad ontvangen kan; een frigidarium, welks bassin -vijfhonderd badenden tegelijk kon bevatten; een tepidarium en een -caldarium van gelijken omvang, alle ontstaan uit een zucht naar het -overweldigende! En het angstaanjagende massieve van het monument, -de dikte der zuilen en pilaren, zooals geen vesting die ooit gekend -heeft! Een oneindigheid, waarin de bezoekers eruit zien als verdwaalde -mieren! Het is een zoo buitengewoon zwelgen in cement en baksteenen, -dat men zich afvraagt, voor welke menschen, voor welke menigten dit -monsterachtige gebouw neergezet kan zijn! Thans zou men ze voor oude, -van een hoogte afgestorte rotsen houden, die hier opgehoopt liggen -voor den bouw van een titanenwoning... - -Pierre werd door het onmatige verleden, waarin hij onderdompelde, -overweldigd. Aan alle kanten, aan de vier windstreken van den wijden -horizont herleefde de geschiedenis en steeg als een hooge golf naar -hem op. Die blauwachtige, onafzienbare vlakten daar in het Noorden en -Westen waren het oude Etrurië; in het Oosten teekenden de getande -toppen der Sabijnsche bergen zich tegen den gezichtseinder af, -terwijl in het Zuiden de Albaansche bergen en Latium zich onder -den goudregen der zon uitstrekten. Alba Longa lag daar en de met -eiken bekroonde Monte Cavo met zijn klooster, dat den ouden tempel -van Juppiter vervangen heeft. Dan aan zijn voeten, aan gene zijde -van het Forum en van den Capitolinus, breidde Rome zelf zich uit, -de Esquilinus recht tegenover hem, de Coelius en de Aventinus rechts, -de andere, die hij niet kon zien, de Quirinalis en de Viminalis links -van hem. Achter hem aan den oever van den Tiber de Janiculus. En de -stad kreeg een stem en vertelde hem haar doode grootheid. - -Een onwillekeurige bezwering van het verleden, een opstanding -van het doode voltrok zich in hem. De Palatinus, dien hij zooeven -bezichtigd had, die grijze, melancholieke, als een verdoemde stad met -den grond gelijk gemaakte, met enkele instortende muren bestrooide -Palatinus, werd levend, bevolkt, rees opnieuw op met zijn paleizen -en tempels. Hier was de wieg zelf van Rome, Romulus had hier op -dezen top, die den Tiber beheerschte, zijn stad gesticht, terwijl -daartegenover de Sabijnen den Capitolinus bezetten. De zeven koningen -van de twee-en-een-halve eeuw geduurd hebbende monarchie hadden hem -zeker bewoond, ingesloten door hooge, sterke muren, waarin slechts -drie poorten gemaakt waren. Dan kwamen de vijf eeuwen der republiek, -de grootste, de roemrijkste, degene, die het Italiaansche schiereiland -en daarna de wereld aan Rome onderworpen hadden. - -Gedurende die overwinnende jaren vol socialen strijd en oorlog, had -het grooter wordende Rome de zeven heuvelen bevolkt, was de Palatinus -nog slechts de eerbiedwaardige wieg gebleven met zijn legendarische -tempels, hoewel ook hier langzamerhand particuliere gebouwen -oprezen. Maar dan triompheerde Caesar, de belichaming der almacht -van het ras, na Gallië en Pharsalos, in den naam van het geheele -Romeinsche volk; hij was dictator, keizer, nadat hij het geweldige -werk verricht had, waaraan de vijf eeuwen van het keizerrijk in den -galop van hun losgelaten lusten zich te goed gingen doen. En Augustus -kon de macht in handen nemen, de roem van Rome stond op zijn toppunt; -de milliarden lagen in de provincies te wachten om gestolen te worden; -de keizerlijke pracht begon zich in de hoofdstad der wereld voor de -oogen der verre, verblinde en overwonnen volkeren te ontvouwen. - -Hij was op den Palatinus geboren, en nadat de overwinning bij Actium -hem het keizerschap gegeven had, stelde hij er zijn eer en zijn trots -in om van dien heiligen, door het volk vereerden berg te regeeren. Hij -kocht er de particuliere huizen, bouwde er zijn paleis met een tot -nog toe ongekende weelde: een door vier pilasters en acht zuilen -gedragen atrium; een peristylium, dat door zes-en-vijftig Ionische -zuilen omgeven werd; particuliere vertrekken, geheel van marmer, -daaromheen; een verspilling van marmer, dat met groote kosten uit -het buitenland gehaald werd; de felste kleuren, schitterend als -edelgesteenten. En hij woonde met de goden samen: hij had naast zijn -paleis den grooten tempel van Apollo en een tempel van Vesta gebouwd, -om zich het eeuwige, goddelijke koningschap te verzekeren. Van nu af -was het zaad der keizerlijke paleizen uitgestrooid; zij groeiden en -woekerden en bedekten den geheelen Palatinus. - -O, deze almacht van Augustus, die vier-en-veertig jaren van een -volkomen, absolute, bovenmenschelijke heerschappij, zooals geen ander -despoot, zelfs in den waanzin zijner droomen, die gekend heeft. Hij -liet zich alle titels geven, hij had in zijn persoon alle ambten -vereenigd. Als imperator en consul stond hij aan het hoofd der -legers, oefende hij het uitvoerend gezag uit; als pro-consul bezat -hij de suprematie in de provinciën; als levenslang censor en princeps -heerschte hij over den senaat; als tribunus was hij de meester van -het volk. En hij liet zich uitroepen tot Augustus; hij was heilig, -god onder de menschen, had zijn tempel, zijn priesters, werd tijdens -zijn leven aangebeden als een op aarde wandelende godheid. En ten -slotte werd hij pontifex maximus, zoodat hij de religieuse macht met de -staatkundige vereenigde. Daar de pontifex maximus geen particulier huis -mocht bewonen, had hij zijn paleis tot staatseigendom verklaard. Daar -de pontifex maximus zich niet mocht verwijderen van den tempel van -Vesta, had hij in zijn paleis een tempel voor die godin gebouwd en liet -hij de bewaking van het oude altaar aan den voet van den Capitolinus -over aan de Vestaalsche Maagden. - -Niets was hem te duur, want hij voelde wel, dat in die in één persoon -vereenigde dubbele macht, in het tegelijk rex en pontifex, keizer en -paus zijn de menschelijke souvereiniteit, het in de hand houden van -de menschen en van de wereld lag. Al het levenssap van een krachtig -ras, al de opgehoopte overwinningen en al de nog verspreid liggende -rijkdommen ontplooiden zich bij Augustus in een éénige schittering, -zooals zij nooit meer in zulk een glans stralen zou. Hij was werkelijk -de meester der wereld; zijn voet rustte op het voorhoofd der veroverde -en tot vrede gedwongen volkeren; een onsterfelijke roem van kunst -en letterkunde omgaf hem. Het schijnt, dat op dat oogenblik in hem -de oude en gretig-begeerige eerzucht van zijn volk, de eeuwenlange -strijd, dien het gevoerd had, om het koningsvolk der aarde te zijn, -zijn bevrediging vond. - -Het is het Romeinsche bloed, het is het bloed van Augustus, dat -eindelijk in keizerlijk purper in de zon rood òplicht. Het is het -bloed van Augustus, den goddelijken, triompheerenden, onbeperkten -heerscher over zielen en lichamen, het bloed van een man, in wien -de erfenis van zeven lange eeuwen van nationalen trots haar toppunt -bereikt, van wien een ontelbare en eindelooze nakomelingschap van -universeelen trots door de eeuwen heen uitgaan zal. Want nu was het -beslist: het bloed van Augustus zou in de aderen van alle heerschers -over Rome weder ontwaken en kloppen, hen vervolgen met den zich eeuwig -vernieuwenden droom der wereldheerschappij. - -Eén oogenblik was deze droom werkelijkheid geworden. Augustus, -imperator en pontifex, heeft de menschheid bezeten, geheel, zonder -reserve, als een hem persoonlijk toebehoorend iets in zijn hand -gehouden. En later, na het verval, toen de macht zich gesplitst had -en weer tusschen rex en pontifex verdeeld was, hebben de pausen geen -anderen, hartstochtelijken wensch, geen andere, eeuwenlange politiek -gekend dan het staatkundig gezag, de wereldheerschappij weer terug -te veroveren. Het atavistische bloed, het roode, gretig-begeerige -bloed van den voorvader brandde in hun harten. - -Dan--nadat Augustus gestorven en zijn paleis gesloten, geheiligd -en een tempel geworden was--zag Pierre het paleis van Tiberius uit -den grond oprijzen. Het stond op deze plek zelf, onder zijn voeten, -onder de mooie steeneiken, die hem beschutting gaven. Men voelde, -dat het stevig en groot moest zijn met binnenplaatsen, zuilengangen -en zalen--ondanks het sombre humeur van den keizer, die ver van Rome -leefde te midden van een volk van verklikkers en wellustelingen, wiens -hart en brein tot aan misdaad en tot aan de vreeselijkste aanvallen -van krankzinnigheid door de macht vergiftigd waren. Dan rees het -paleis van Caligula op, een uitbreiding van het paleis van Tiberius. - -Men had booggewelven aangebracht om den bouw te kunnen vergrooten, -over het Forum een brug geslagen, die op den Capitolinus uitkwam, -daar de vorst in staat wilde zijn op zijn gemak met Juppiter te gaan -spreken, voor wiens zoon hij zich uitgaf. De troon had ook hem woest, -tot een tierenden, in zijn almacht ongebreidelden gek gemaakt. Dan, -na Claudius, Nero, die, alles overtreffend, den Palatinus niet -groot genoeg vond, een reusachtig paleis voor zichzelf eischte, -zich meester maakte van de heerlijke tuinen, welke tot aan den top -van den Esquilinus liepen, om daar zijn Gouden Paleis te bouwen, een -droom van ongekende weelde, dien hij niet ten volle verwezenlijken -kon en waarvan de puinhoopen weldra verdwenen tijdens de onlusten, -die op het leven en den dood van dit door hoogmoed krankzinnige -monster volgden. Dan vielen, binnen achttien maanden, Galba, Otho, -Vitellius op elkaar in de modder en in het bloed, nadat het purper ook -hen tot monsters en krankzinnigen gemaakt had, nadat ook zij zich aan -den keizerlijken trog als zwijnen met genietingen hadden volgestopt. - -Dan komt met de Flavii in den beginne de rust van de menschelijke rede -en goedheid. Titus en Vespasianus bouwen weinig op den Palatinus, doch -dan begint met Domitianus weer de vreeselijke waanzin der almacht, -onder de heerschappij van vrees en verklikkerij, van dwaze gruwelen, -misdaden, onnatuurlijke uitspattingen. Bouwwerken van waanzinnige -ijdelheid rijzen op, wier weelde wedijverde met die van de tempels -der goden, zooals het paleis van Domitianus, dat door een steegje van -dat van Tiberius gescheiden was, zich verheffend als een geweldige -apotheose met zijn audiëntiezaal met den gouden troon en de zestien -zuilen van Phrygisch en Numidisch marmer, de acht met prachtige -beelden versierde nissen, met zijn rechtszaal, zijn groote eetzaal, -zijn peristylium, zijn appartementen, die vol stonden met graniet, -porphier en albaster, bewerkt door beroemde kunstenaars, om de wereld -te verblinden. Dan, jaren later, werd nog een laatste paleis aan de -geweldige massa andere toegevoegd, het paleis van Septimius Severus, -een trotsch bouwwerk nog: booggewelven, die hooge zalen droegen; -verdiepingen, die zich op terrassen verhieven; torens, die de daken -beheerschten; een Babylonische opeenhooping daar op de uiterste -spits van den berg, tegenover de Via Appia, opdat, naar men zeide, -de landslieden van den keizer, de uit Afrika, zijn geboorteland, -gekomen provincialen reeds van den horizont af zich zouden kunnen -verbazen over zijn geluk en hem aanbidden in zijn roem. - -En nu zag Pierre al deze in het zonlicht opgeroepen en opgestane -paleizen hoog en schitterend om en voor zich staan. Zij waren als -het ware aan elkaar gesoldeerd, sommige slechts door kleine steegjes -gescheiden. Door den wensch der bewoners om geen duimbreed terrein -te verliezen op dien heiligen top, waren zij in een compacte massa -opgeschoten als een monsterachtige bloei van matelooze kracht en macht -en trots; slechts millioenen waren voor hen voldoende, de wereld moest -voor het genot van één enkeling bloeden. In werkelijkheid was het -slechts één paleis, dat steeds weer grooter werd als de gestorven -keizer god geworden was en de nieuwe keizer, de heilige woning, -die een tempel werd, waarin de schim van den doode hem misschien -angst aanjoeg, verlatend, de dringende behoefte voelde om een eigen -paleis te bouwen, om in de eeuwigheid van den steen de onverwoestbare -herinnering aan zijn regeering te houwen. Allen hadden die bouwwoede -bezeten; zij scheen onverbrekelijk verbonden te zijn met den bodem, -met den troon, waarop zij zaten, zij herleefde in ieder hunner met -steeds toenemende heftigheid, verteerde hen met den drang om elkaar -door steeds dikkere en hoogere muren, door nog grooter opeenstapelingen -van marmer, zuilen en beelden, te overtreffen. - -Allen beheerschte dezelfde gedachte aan een roemrijk overleven, om -aan het verbijsterde nageslacht het bewijs van hun grootheid na te -laten, om zich te vereeuwigen in onvergankelijke wonderwerken, om -voor altijd met het geheele gewicht van die kolossen op de aarde te -drukken, wanneer de wind reeds lang hun lichte asch verstrooid zou -hebben. Zoo was het plateau van den Palatinus niets meer geweest -dan de eerbiedwaardige ondergrond van een wonderbaar monument, -een dichte vegetatie van naast elkaar geplaatste en op elkaar -gestapelde gebouwen, waarin ieder nieuw woonhuis als een vulkanische -uitbarsting van hoogmoedskoorts was en wier geheele massa met haar -sneeuwschittering van wit marmer, met haar levendige tinten van het -gekleurde marmer, Rome en de geheele wereld gekroond had met het -ontzaglijkste en onbeschaamdste heerscherspaleis, woning, tempel, -basilica of kathedraal, dat zich ooit in den hemel heeft opgericht. - -Maar in deze buitensporige kracht, in dezen buitensporigen roem -lag de dood. Zeven-en-een-halve eeuw monarchie en republiek hadden -Rome groot gemaakt, en in de vijf eeuwen van het keizerrijk zou het -koningsvolk tot aan de laatste spier verteerd worden. Het ontzaglijke -territorium, de verst gelegen provinciën, werden langzamerhand -geplunderd en uitgeput; de fiscus verslond alles, groef den afgrond van -het onvermijdelijke bankroet; het volk ontaardde, gevoed als het werd -met het gif der spelen, en verviel tot het nietsdoen vol uitspattingen -der Caesars, terwijl huurlingen vochten en den grond bebouwden. - -Sedert Constantijn heeft Rome een mededinger, Byzantium. De -verbrokkeling begint met Honorius, en na hem zijn twaalf keizers -voldoende, om het vernietigingswerk te voltooien, de stervende -prooi te verscheuren, tot aan Romulus Augustulus, den laatsten, -den jammerlijken zwakkeling, wiens naam als het ware een bespotting -van de roemrijke geschiedenis, een dubbele hoon aan den stichter -van Rome en aan den stichter van het keizerrijk is. Op den verlaten -Palatinus triompheerde nog steeds de geweldige opstapeling van muren, -verdiepingen, terrassen en hooge daken. Toch had men er reeds sieraden -afgerukt, standbeelden verwijderd, om ze naar Byzantium te brengen. Het -Christelijk geworden keizerrijk sloot dan de tempels, doofde het vuur -van Vesta uit, maar eerbiedigde nog het oude palladium, het gouden -beeld van Victoria, het symbool van het eeuwige Rome, dat vroom in de -kamer van den keizer zelf bewaard werd. Tot in de vierde eeuw behield -het zijn eeredienst. Maar in de vijfde eeuw storten de Barbaren zich -op Rome, plunderen het, steken het in brand, nemen met karren vol den -door de vlammen gespaarden buit mede. Zoolang de stad van Byzantium -afhankelijk was, had een opper-intendant in de keizerlijke paleizen -gewoond en den Palatinus bewaakt. Dan gaat alles ten onder, verdwijnt -in den nacht der Middeleeuwen. - -Het schijnt, dat van dat oogenblik af de pausen langzamerhand de -plaats der Caesars ingenomen hebben, hun opvolgers geworden zijn in hun -verlaten marmeren huizen en in hun steeds levende heerschzucht. Zeker -hebben zij het paleis van Septimius Severus bewoond, is een concilie -gehouden in het Septizonium, evenals later paus Gelasius II in een -naburig klooster op dien vergoddelijkten berg gekozen is. Weer was -het Augustus, die uit het graf opstond, weer was hij het met zijn -Heilig College, die den Romeinschen Senaat tot nieuw leven wekte. In de -twaalfde eeuw behoorde het Septizonium aan Camaldulische monniken, die -het afstonden aan de machtige familie Frangipani, welke het versterkte, -zooals zij het Colosseum, de bogen van Constantinus en Titus versterkt -hadden tot een reusachtige vesting, die den eerbiedwaardigen berg, de -wieg, bijna in zijn geheel innam. De geweldenarijen der burgeroorlogen, -de verwoestingen der invasies woedden erover als orkanen, vernietigden -de muren, maakten de paleizen en de torens met den grond gelijk. Later -kwamen er generaties, die zich van de ruïnen meester maakten, en -zich met het recht van den vinder en van den veroveraar vestigden, -er kelders, zolders, stallen van maakten. - -Op de puinhoopen, die de mozaïekvloeren der keizerlijke paleizen -bedekten, werden moestuinen en wijngaarden aangelegd. Van alle kanten -schoten brandnetels en struiken op, die den toegang tot deze eenzame -velden versperden; de klimop vrat de reeds op den grond liggende -zuilenrijen weg. En er kwam een dag, waarop de reusachtige opeenhooping -van paleizen en tempels, waarop de triomphantelijke woning der Caesars, -die het marmer had moeten vereeuwigen, in het stof der aarde scheen -terug te keeren en onder den deinenden bodem in de vegetatie, welke -de gevoellooze Natuur erover heen stortte, verdwenen. In de brandende -zon was tusschen de wilde bloemen niets te zien dan dikke, gonzende -vliegen, terwijl troepen geiten vrij rondzwierven in de troonzaal -van Domitianus en het ingestorte heiligdom van Apollo. - -Pierre voelde een huivering door zich gaan. Zooveel kracht en -trots, zooveel grootheid!--en zoo spoedig vervallen en voor altijd -weggejaagd! Welke nieuwe, barbaarsche, wrekende adem had over die -schitterende beschaving moeten blazen, om haar aldus uit te dooven; -in welk een verkwikkenden slaap, in welke kinderlijke onwetendheid -moest zij gevallen zijn, om zoo plotseling met haar pracht en haar -meesterwerken onder te gaan. Hij vroeg zich af hoe het mogelijk was, -dat geheele paleizen met hun bewonderenswaardig beeldhouwwerk, hun -zuilen en standbeelden langzamerhand inzakken en verdwijnen konden, -zonder dat iemand op het denkbeeld kwam ze te beschermen. - -Deze meesterwerken, die men later onder een algemeenen kreet van -bewondering opgroef, waren niet door een catastrophe verzwolgen; -neen, zij waren als verdronken, door den stijgenden vloed om hun -voeten, dan om hun middel, eindelijk om hun hals gegrepen, totdat -eindelijk op een dag het hoofd wegzonk. Hoe is het te verklaren, -dat heele generaties het lijdelijk aanzagen, geen hand tot redding -uitstaken? Het schijnt, dat een zwart gordijn plotseling over de -aarde getrokken is: een nieuwe menschheid begint met een nieuw -brein, dat nieuw gevormd en uitgerust moet worden. Rome was als het -ware leeggeloopen; wat vuur en zwaard beschadigd hadden, werd niet -hersteld, een onbegrijpelijke onverschilligheid liet de te groote, -nutteloos geworden gebouwen instorten, ongerekend nog, dat de nieuwe -godsdienst den ouden vervolgde, hem zijn tempels ontstal, zijn goden -vernietigde. Ten slotte voltooiden ophoopingen en aanplempingen die -ramp, want de bodem steeg steeds meer, de alluviale lagen der jonge -Christelijke wereld bedekten en nivelleerden de oude, heidensche -maatschappij. En nadat men de tempels, de bronzen daken, de marmeren -zuilen gestolen had, werden uit het Colosseum en het theater van -Marcellus ook nog de steenen weggerukt, de beelden en bas-reliefs -met hamerslagen vernietigd en in den oven geworpen, om de kalk voor -de nieuwe monumenten van het Katholieke Rome te maken. - -Het was bijna een uur en Pierre ontwaakte als uit een droom. De zon -viel als een goudregen door het glanzende loof der steeneiken, Rome -was aan zijn voeten in de groote hitte ingesluimerd. Hij besloot den -tuin te verlaten; nog vervolgd door verblindende visioenen, liep hij -moeilijk over het ongelijke plaveisel der Via Triumphalis. Om den dag -vol te maken had hij zich voorgenomen des middags de oude Via Appia -te bezichtigen. Daar hij niet naar de Via Giulia terugkeeren wilde, -dejeuneerde hij in een restauratie in de voorstad in een groote, -half donkere zaal, waar hij geheel alleen, te midden van de zoemende -bromvliegen, meer dan twee uur bleef zitten wachten op het dalen -der zon. - -O, deze Via Appia, deze oude Koningin der wegen, die de Campagna in -een lange, rechte lijn met de dubbele rij van haar trotsche graven -doorsnijdt, was voor hem niets dan de triomphantelijke voortzetting -van den Palatinus! Dezelfde drang naar pracht en heerschappij, -dezelfde wil om in het marmer de herinnering aan de Romeinsche -grootheid te vereeuwigen. De vergetelheid was overwonnen, de dooden -wilden niets van rust weten, bleven aan beide zijden van dezen door -menschen uit de geheele wereld betreden weg tusschen de levenden -staan. De vergoddelijkte beelden van hen, die niet meer dan stof -waren, keken nog heden de voorbijgangers met hun ledige oogen aan; -de opschriften spraken nog, zeiden luid de namen en de titels. Van af -het graf van Caecilia Metella tot aan het graf Casale Rotondo strekte -zich vroeger die dubbele rij, onafgebroken, kilometers ver langs dien -vlakken, rechten weg uit; het was een soort in de lengte aangelegd -dubbelkerkhof, waarin de ijdelheid der rijken en machtigen met -elkaar wedijverde, wie het grootste, met de weelderigste verspilling -ingerichte mausoleum nalaten zou. - -Dit verlangen naar blijven leven, deze pronkachtige zucht naar -onsterfelijkheid, deze behoefte om den dood, door hem in tempels onder -te brengen, te vergoddelijken is blijven bestaan in de tegenwoordige -pracht van den Campo Santo in Genua en den Campo Verano in Rome -met hun monumentale graftomben. Welk een visioen van mateloos -groote graven links en rechts van den roemrijken weg, waarover de -Romeinsche legioenen bij haar terugkeer van de verovering der wereld -stampten. Daar het graf van Caecilia Metella met zijn reusachtige -klokken, zijn muren, die zoo dik waren, dat de Middeleeuwen er -een met tinnen gekroonden vestingtoren van gemaakt hebben. Dan alle -volgende moderne bouwwerken, die opgericht werden om de in de omgeving -gevonden marmeren fragmenten weer op hun oorspronkelijke plaats terug -te brengen, oude van hun beeldhouwwerken beroofde pilasters van cement -en baksteen, die als half-weggevreten rotsen zijn blijven staan, kale -blokken, die nog vormen aangeven, huisjes in den vorm van tempels, -cippen, [7] op sokkels rustende sarkophagen. Een wonderbare rij -van reliëfs stelde de portretten der dooden in groepen van drie of -vijf voor; staande beelden lieten de dooden in een apotheose opnieuw -herleven; in de nissen stonden banken, waarop de wandelaars konden -gaan zitten en de gastvrijheid der dooden prijzen; grafschriften -loofden de dooden, de bekende en de onbekende, de kinderen van Sextus -Pompeius Justus, Marcus Servilius Quartus, Hilarius Fuscus, Rabirius -Hermodorus, afgezien van de graven, die op goed geluk af aan Seneca, -de Horatii en Curiatii toegeschreven werden. En eindelijk, aan het -einde lag het meest bijzondere, het reusachtigste van alle graven, -de zoogenaamde Casale Rotondo. Het is zóó groot, dat men een hoeve -met een olijvenboschje heeft kunnen maken op den onderbouw, die een -dubbele, met Korinthische zuilen, groote kandelabers en tooneelmaskers -versierde rotonde droeg. - -Pierre, die zich in een rijtuig tot het graf van Caecilia Metella -had laten brengen, zette zijn wandeling te voet voort, liep langzaam -tot den Casale Rotondo. Hier en daar kwam het oude plaveisel nog -te voorschijn, groote platte steenen, lavastukken, die door den -tijd krom getrokken waren, en zelfs voor de best veerende wagens -hard waren. Rechts en links strekken zich twee randen gras uit, -die de ruïnes der graven omzoomen; verwaarloosd, door de zomerzon -verbrand kerkhofgras en met dikke lila distels en hooge, gele fenkel -bestrooid. Een klein, zonder cement opgetrokken muurtje, zóó laag, -dat men er met zijn arm op leunen kan, sluit aan beide zijden deze -rosachtige ruimten, waarin de krekels tsjirpen, af; en aan de andere -zijde daarvan strekt onafzienbaar de eindelooze, kale Campagna -Romana zich uit. Nauwlijks ziet men aan de randen hier en daar op -groote tusschenruimten een piniepijn, een eucalyptus, van stof witte -olijf- en vijgeboomen. Links steken de overblijfselen van de Acqua -Claudia zich met hun booggewelven roestkleurig af tegen de weiden; -onvruchtbare velden, wijngaarden met kleine hoeven, strekken zich in -de verte uit tot de Sabijnsche en de violet-blauwe Albaansche bergen, -waarin de lichte vlekken van Frascati, Rocca di Papa en Albano steeds -grooter en witter worden naar mate men er dichter bij komt. Rechts -daarentegen, aan den zeekant, verbreedt de vlakte zich en zet zich in -reusachtige, golvende lijnen voort, zonder één huis, zonder één boom, -in een eenvoudige, buitengewone grootschheid. Zij vormt één enkele -lijn, een oceaanachtigen horizont, dien een rechte lijn van het -eene einde naar het andere van den hemel scheidt. In het hartje van -den zomer brandt alles, vlamt de grenzenlooze prairie in een valen -gloed. Van af September begint deze oceaan van gras groen te worden -en verliest zich in de verte, in rose en mauve, in het verblindende, -met goud doorschoten blauw der mooie zonsondergangen. - -Zijn droomen verder spinnend, liep Pierre langzaam den eindeloozen -vlakken weg, welks melancholieke majesteit uit eenzaamheid en stilte -bestaat, af. Hij strekt zich, volkomen kaal, in een geheel rechte -lijn tot in het oneindige uit, in de oneindigheid der Campagna. In -hem herhaalde zich de opstanding van den Palatinus, richtten aan -beide zijden van den weg de graven zich weer op in den verblindenden -glans van hun marmer. Had men niet hier aan den voet van dezen -baksteenpilaster, die den zeldzamen vorm van een groote vaas heeft, -onder overblijfselen van enorme sphinxen het hoofd van een reusachtig -beeld gevonden? En hij zag het kolossale beeld weer tusschen de -enorme neergehurkte sphinxen staan. Verderop had men in de kleine -cel van een graftombe een mooi, hoofdloos vrouwenbeeld gevonden; -hij zag het nu weer in zijn geheel voor zich met een het leven vol -kracht en aanminnigheid toelachend gezicht. Van het eene einde naar -het andere vulden de opschriften elkander aan, hij las ze, begreep -ze zonder veel moeite, voelde zich als broeder met die twee duizend -jaar geleden gestorvenen herleven. Ook de weg werd weder bevolkt, -de wagens rolden dreunend voort, legerscharen trokken met zwaren -stap voorbij, het volk uit het naburige Rome verdrong zich in de -koortsachtige opwinding van groote steden. - -Onder de Flavii, de Antonini, in de groote jaren van het Keizerrijk -bereikte de Via Appia het toppunt van weelde in haar als tempels -gebeeldhouwde en vergulde reuzengraven. Welk een monumentale straat -van den dood, welk een monumentale entree was deze rechte weg, -waarop de groote dooden u met de buitengewone praal van hun de asch -overlevenden trots begroetten, u geleidden naar de levenden! Bij welk -groot, de wereld beheerschend volk moest men komen, dat het zijn dooden -de opdracht gegeven had den vreemdeling te zeggen, dat niets bij hen -een einde nam, zelfs de dooden niet, die in overgroote monumenten -glorievol vereeuwigd werden? Grondmuren als voor een citadel, een -toren van twintig meter middellijn om er een vrouw in te begraven! - -Pierre keerde zich om en zag duidelijk geheel aan het einde van den -prachtigen, verblindenden, door het marmer van zijn doodspaleizen -omzoomden weg den zich in de verte verheffenden Palatinus met het -glanzende marmer der keizerspaleizen, de enorme opeenstapeling der -paleizen, wier almacht de aarde beheerschte. - -Maar hij kreeg een kleine huivering: twee carabinieri, die hij in -deze woestijn niet gezien had, verschenen tusschen de puinhoopen. De -streek werd onveilig gemaakt, de autoriteiten zorgden daarom, zelfs -midden op den dag, discreet voor de veiligheid der toeristen. Iets -verder had hij een andere ontmoeting, die hem ontroerde. Het was een -geestelijke, een groote grijsaard met een zwarte soutane met rooden -zoom en rooden gordel, in wien hij tot zijn groote verbazing kardinaal -Boccanera herkende. Hij had den weg verlaten en liep langzaam in den -grasrand tusschen hooge fenkelplanten en groote distels; hij hield -zijn hoofd gebogen en was tusschen de grafruïnes, waarlangs zijn voet -streek, zóó in gedachten verzonken, dat hij den jongen priester zelfs -niet zag. Beleefd wendde deze zich af, verbaasd hem zoo alleen en -zoo ver van Rome aan te treffen. Maar hij begreep het onmiddellijk, -toen hij achter een groot gebouw een zwaren, met twee zwarte paarden -bespannen karos zag staan, waarnaast roerloos een lakei in donkere -livrei stond te wachten, terwijl de koetsier zelfs zijn plaats op den -bok niet verlaten had; hij herinnerde zich, dat de kardinalen, die -in Rome niet te voet mochten gaan, naar de Campagna moesten rijden, -als zij eenige lichaamsbeweging wilden nemen. - -Maar welk een trotsche triestheid, welke een eenzame en als het ware -afgezonderde grootschheid omgaf dezen grooten, peinzenden grijsaard, -die, een vorst voor God en voor de menschen, verplicht was naar de -woestijn, naar de graven te gaan, om een weinig frissche avondlucht -in te ademen. - -Pierre had reeds lange uren tusschen de graven doorgebracht, -de schemering viel en hij was nog getuige van een prachtigen -zonsondergang. Links van hem nam de door de roestkleurige -waterleidingbuizen doorsneden en in de verte door de in rose -nevels vervluchtigende Albaansche bergen afgesloten Campagna een -leisteenkleurige tint aan; rechts daarentegen, aan de zeezijde ging de -dagvorstin onder tusschen kleine wolkjes, een geheelen archipel van -goud in een oceaan van uitstervenden gloed. En niets anders, niets -dan die saphieren met robijnen bestrooide hemel over de eindelooze, -vlakke lijn der Campagna! Niets anders: geen heuveltje, geen kudde, -geen boom. Niets tusschen de graven dan de donkere silhouet van -kardinaal Boccanera, die zich groot tegen het laatste purper van de -zon afteekende. - - - -Den volgenden ochtend vroeg ging Pierre, aangegrepen door een koorts -om alles te zien, naar de Via Appia terug, om de katakomben van -St. Calixtus te bezichtigen. Het is het grootste en merkwaardigste -der christelijke kerkhoven, dat, waar verscheidene der eerste pausen -begraven zijn. Men gaat tusschen olijfboomen en cypressen een door de -zon half verbranden tuin door, komt aan een uit planken en pleisterwerk -opgetrokken hut, een armzalig winkeltje, waarin religieuse artikelen -verkocht worden, en staat dan voor een moderne, vrij makkelijke trap, -waarlangs men naar beneden gaat. Pierre vond hier tot zijn blijdschap -Fransche Trappisten, die deze katakomben bewaken en de touristen -rondleiden moesten. - -Juist stond een frater op het punt met twee dames, Françaises, moeder -en dochter, naar beneden te gaan. De dochter was bekoorlijk jong, de -moeder nog een knappe vrouw. Beiden glimlachten, hoewel zij toch wel -wat bang waren, toen de frater de dunne lange kaarsen aanstak. Hij had -een voorhoofd met vele deuken, de breede, krachtige jukbeenderen van -een streng geloovige; zijn lichte heldere oogen verrieden de onschuld -van zijn ziel. - -"Zoo, mijnheer de abbé, u komt juist op tijd... Als de dames het -goed vinden, kunt u u bij ons aansluiten, want drie fraters zijn -reeds beneden en u zoudt lang moeten wachten. We zitten midden in -het reisseizoen." - -De dames knikten hoffelijk en hij gaf den priester een der kleine -dunne kaarsen. Moeder en dochter schenen geen van beiden vroom te -zijn, want zij hadden een schuinschen blik op de soutane van Pierre -geworpen en waren plotseling angstig geworden. Ze gingen naar beneden -en kwamen bij een soort nauwe gang. - -"Past op, dames," zeide de frater telkens weer, terwijl hij den bodem -met zijn kaars verlichtte; "loopt langzaam, want er zijn hier heuvels -en dalen." - -En dan begon hij met een heldere stem en de kracht van een buitengewone -zekerheid zijn explicatie. Pierre was zwijgend afgedwaald, hij -had een gevoel, alsof er een prop in zijn keel zat, en zijn hart -klopte van opwinding. O, hoe dikwijls had hij in den onschuldigen -seminarietijd gedroomd van deze katakomben der eerste Christenen, deze -toevluchtsoorden van het oorspronkelijke geloof! En hoe dikwijls had -hij er kort geleden, toen hij zijn boek schreef, nog aan gedacht als -aan het oudste en eerbiedwaardigste spoor van de gemeente der armen en -eenvoudigen, welker terugkeer hij predikte! Maar zijn geest was geheel -vervuld van de schilderijen der dichters, de groote prozaschrijvers, -die de katakomben beschreven hadden. Hij zag ze door het vergrootglas -der phantasie, stelde ze zich groot voor, als onderaardsche steden -met breede avenuen en reusachtige zalen, die vele menschen bevatten -kunnen. En in welk een armzalige en nederige werkelijkheid kwam -hij terecht! - -"Ach ja," antwoordde de frater op de vragen van moeder en dochter, -"het is niet breeder dan een meter, twee menschen kunnen niet naast -elkaar loopen... En hoe men het gegraven heeft? O, dat is heel -eenvoudig. Een familie, een begrafenisvereeniging wilde een graf -hebben, niet waar? Welnu, dan groef zij met een houweel de eerste -gang in die zoogenaamde tufsteenlaag: een roodachtige, weeke en toch -taaie substantie, zooals u ziet, die makkelijk te bewerken en volkomen -waterdicht is; in het kort een grondsoort, die voor dit doel als het -ware geschapen is en de lijken prachtig geconserveerd heeft." - -Hij hield even op en liet bij het zwakke licht van zijn kaars de -rechts en links in de wanden gegraven nissen zien. - -"Kijk, dat zijn de loculi... Zij groeven dus een onderaardsche -gang, waarin zij aan beide kanten deze boven elkaar liggende nissen -aanbrachten, en legden daarin de meestal alleen in een doodskleed -gewikkelde lijken. Dan sloten zij de opening met een marmeren plaat af, -die zorgvuldig met cement vastgemaakt werd... Nu is alles duidelijk, -niet waar? Wanneer andere families zich bij de eerste aansloten, -wanneer de vereenigingen zich uitbreidden, maakten zij de gang, -naarmate deze vol raakte, grooter, groeven andere naar links en naar -rechts, ja zelfs legden zij een dieper gelegen tweede verdieping -aan. Kijk, hier zijn wij in een gang, die ruim vier meter hoog is. Nu -zult u vragen, hoe men de lijken zoo hoog krijgen kon. Welnu, zij -heschen de lijken niet in de hoogte, maar lieten ze juist zakken, -daar men steeds dieper graven ging, zoodra de onderste nissen vol -waren... Zoo hebben ze op deze plek bijvoorbeeld in nog geen vier -eeuwen gangen van zestien kilometer gegraven, waarin meer dan een -millioen Christenen begraven moeten zijn. En nu bestaan er dozijnen -van zulke katakomben, de geheele Campagna romana is op deze wijze -ondergraven. Denkt daar eens goed over na en maakt dan zelf uw -berekening maar!" - -Pierre luisterde met de grootste aandacht. Vroeger had hij in België -een kolenmijn bezocht, en hij vond hier dezelfde nauwe gangen, -dezelfde verstikkende zware lucht, een niets dan donkerte en zwijgen -terug. Slechts de kleine kaarsen flikkerden in de dichte duisternis, -die zij echter niet verlichtten. En nu begreep hij eindelijk den -arbeid van deze doodgraverstermieten, deze op goed geluk afgegraven -muizengaten, verder open gemaakt naar gelang van de behoeften, zonder -eenige kunst, zonder symmetrie, daar waar het houweel toevallig in den -grond gezet werd. De hobbelige bodem daalde en steeg bij iederen pas, -de wanden liepen scheef, er was in het geheel niet met een waterpas -of een schietlood gewerkt. Het was slechts een werk van noodzaak en -naastenliefde van naïeve, vrijwillige doodgravers, van onontwikkelde -werklieden, die in de onbeholpenheid der decadence vervallen waren. Dat -alles bleek vooral duidelijk uit de op de marmeren platen aangebrachte -opschriften en emblemen, die men voor kinderlijke teekeningen had -kunnen houden, zooals straatjongens die op muren maken. - -"Zooals u ziet," ging de trappist voort, "meestal is het slechts een -naam; dikwijls nog niet eens een naam, doch alleen maar de woorden in -pace... Een enkele maal vindt men een embleem: de duif der reinheid, -de palm van den martelaar, of wel de visch, waarvan het Grieksche -woord [8] uit vijf letters bestaat, die de initialen zijn der vijf -Grieksche woorden: Jezus Christus, zoon van God, redder der menschen." - -Weer bracht hij het kleine vlammetje dicht bij de wanden, en zij zagen -de palm, een enkele streep in het midden, waartegen kleinere streepjes -stelselmatig gezet waren, de duif of de visch, in een contour gevormd, -terwijl de staart voorgesteld werd door een zigzaglijn en het oog door -een ronde punt. De letters der korte opschriften waren scheef, ongelijk -en zonder vormen, het plompe schrift van onwetenden en eenvoudigen. - -Maar thans waren zij bij een krypt gekomen, een soort kleine zaal, -waarin men de graven van verscheidene pausen teruggevonden had, -o. a. van paus Sixtus II, een heiligen martelaar, ter eere van wien -paus Damasius een prachtig, metrisch opschrift had laten aanbrengen, -dat nog te lezen is. Verder liet men in een even kleine zaal ernaast, -een familiegraf, dat later met naïeve muurschilderingen was versierd, -de plek zien, waar men het lijk van de Heilige Caecilia gevonden -had. De trappist ging met zijn explicaties voort, gaf toelichtingen -bij de schilderijen, leidde daar de onweerlegbare bevestiging uit af -van alle sacramenten en van alle dogma's, den doop, het Avondmaal, -de opstanding, de opwekking van Lazarus, Jonas uitgespuwd door den -walvisch, Daniël in den leeuwenkuil, Mozes, die water uit de rotsen -sloeg, den wonderdoenden baardeloozen Christus van de eerste eeuwen. - -"U ziet," zeide hij telkens; "alles is er, er is niets van te voren -bedacht, alles is even authentiek." - -Op een vraag van Pierre, wiens verwondering steeds grooter werd, -erkende hij, dat de katakomben oorspronkelijke eenvoudige kerkhoven -waren en dat er geen enkele godsdienstige ceremonie gehouden -werd. Later eerst, in de vierde eeuw, toen men de martelaren vereerde, -gebruikte men de krypt voor den eeredienst. Eveneens werden zij -pas een toevluchtsoord tijdens de vervolgingen, in den tijd, dat -de Christenen genoodzaakt waren de toegangen te verbergen en te -maskeeren; tot op dat oogenblik hadden zij vrij en wettelijk open -gestaan. De ware geschiedenis was dus als volgt: vier eeuwen waren -zij kerkhoven, werden dan gedurende de troebelen toevluchtsoorden -en verwoest, vervolgens tot in de achtste eeuw vereerd, dan van hun -heilige reliquieën beroofd, om ten slotte gedurende meer dan zeven -eeuwen in vergetelheid te geraken, door de aarde verstopt en begraven -te zijn, zoodat de eerste opgravingen in de vijftiende eeuw ze als -een buitengewone vondst aan het licht brachten, als een historisch -probleem, waarover eerst in onze dagen het laatste woord gesproken is. - -"Weest zoo goed even te bukken, dames," ging de pater welwillend -en dienstvaardig voort. "Hier in deze nis bevindt zich een skelet, -dat men nog niet aangeraakt heeft. Het ligt hier nu zestien- of -zeventienhonderd jaar. U kunt dus wel begrijpen hoe zorgvuldig men -de lijken neerlegde. De geleerden zeggen, dat het een vrouw is, -ongetwijfeld een jong meisje... Het geraamte was verleden jaar -nog geheel ongeschonden, maar thans is de schedel ingevallen. Een -Amerikaan heeft er met een stok op geslagen, om zich te vergewissen, -dat het hoofd niet valsch was." - -De dames hadden zich voorover gebogen en haar bleeke gezichten drukten -in het zwakke dansende licht een met ontzetting vermengd medelijden -uit. Het jonge meisje vooral met haar rooden mond en haar groote, -donkere oogen scheen een oogenblik met medelijdende smart te zijn -vervuld. Dan viel alles weer in het donker terug; de kaarsen richtten -zich op en zetten in de diepe duisternis haar tocht door de gangen -voort. Een uur nog duurde het bezoek, want de gids spaarde hun geen -enkele bijzonderheid; zijn ijver dreef hem voort, als was hij werkzaam -voor het zieleheil van de touristen. - -Pierre liep nog steeds voort en een groote verandering voltrok zich in -hem. Langzamerhand, naarmate hij meer zag en begreep, veranderde zijn -eerste verbazing, dat hij de werkelijkheid zoo geheel verschillend -vond van wat de vertellers en dichters erover geschreven hadden, -zijn desillusie terecht te komen in deze zoo onbeholpen en ruw in -die roodachtige aarde gegraven mollegangen, in een broederlijke -ontroering, in een verteedering, die zijn hart week maakte. En dat -kwam niet door de gedachte aan de vijftienhonderd martelaren, wier -heilige gebeenten daar gerust hadden; neen, maar welk een zachte, -berustende en in den dood door hoop gewiegde menschheid lag daar! - -Voor de Christenen waren deze lage, donkere gangen slechts een -tijdelijke slaapplaats. Dat zij de lijken niet verbrandden, zooals de -heidenen dat deden, maar ze begroeven, was een gevolg van het feit, -dat zij van de Joden het geloof aan de opstanding des vleesches -overgenomen hadden; en die gelukkige gedachte aan een sluimeren, aan -een goede rust na een rechtvaardig leven in afwachting van de hemelsche -belooning, maakte den oneindigen vrede, de eindelooze bekoring van deze -diepe onderaardsche stad uit. Alles daarin sprak van een donkeren en -stillen nacht, alles sliep er in een verheerlijkte onbeweeglijkheid, -alles oefende er geduld tot het nog verre ontwaken. Kon men iets -ontroerenders denken dan die platen van terracotta of marmer, die -zelfs geen naam droegen, doch waarin alleen de woorden in pace, in -vrede, gegraveerd waren? Eindelijk in vrede zijn, in vrede slapen, -in vrede hopen op den toekomstigen hemel na volbrachte taak! En -deze vrede scheen te heerlijker, omdat hij in diepen ootmoed genoten -werd! Ongetwijfeld was iedere kunst hier verdwenen, de doodgravers -groeven op goed geluk af met de onregelmatigheid van onbeholpen -werklieden, de kunstenaars konden geen naam meer graveeren, geen palm -of geen visch meer beitelen. - -Doch welk een heldere stem van een jonge menschheid steeg uit deze -armzaligheid en deze onwetendheid op! Armen, eenvoudigen, onwetenden -rustten hier, sliepen hier onder de aarde, terwijl de zon daarboven -haar werk voortzette. Welk een naastenliefde, welk een broederschap -in den dood! Echtgenoot en echtgenoote lagen dikwijls bij elkaar met -het kind aan hun voeten; in den overstroomenden vloed der onbekenden -verdwenen de persoonlijkheid, de bisschop, de martelaar: de meest -ontroerende gelijkheid, die der bescheidenheid, heerschte onder in -al dat stof, in deze nissen, op deze platen. Dezelfde naïveteit, -dezelfde bescheidenheid deed de eindelooze rijen der sluimerende -hoofden één worden. Nauwlijks veroorloofden de opschriften zich een -lofprijzing, en dan nog hoe voorzichtig, hoe teergevoelig! De mannen -zijn zeer waardig, zeer vroom, de vrouwen zijn zeer zacht, zeer mooi, -zeer kuisch. Een geur van kindsheid stijgt hier op, een onbegrensde -en zoo echt menschelijke teederheid, de dood der eerste Christelijke -gemeente, die dood, welke zich verborg, om weer te herleven, en niet -meer droomde van het rijk van deze wereld. - -En plotseling zag Pierre in zijn herinnering de graven, die hij -den vorigen dag gezien had, weer voor zich oprijzen, die weelderige -graven, die hij zich aan beide kanten van de Via Appia voor den geest -geroepen had, die in het volle zonlicht den heerscherstrots over een -geheel volk ten toon spreidden. Met hun reusachtige afmetingen, hun -opeenstapeling van marmersoorten, hun onbescheiden inscripties, hun -meesterwerken van beeldhouwers, hun friezen, bas-reliefs en beelden -straalden zij in pralende pracht. O, welk een schril contrast vormde -die luisterrijke avenue van den dood midden in de vlakke Campagna -Romana, die als een triomfweg naar de koninklijke, eeuwige stad -voerde, met de onderaardsche stad der Christenen, die verborgen, -zachte, mooie, kuische doodenstad! Hier was niets meer dan slaap, -dan een gewilde en aanvaarde nacht, een verheven berusting, die -zich in de hoop op de zaligheid des hemels gaarne toevertrouwde -aan de goede rust in de duisternis; en alles, tot aan het stervend, -zijn schoonheid verliezend heidendom, tot aan de onbeholpenheid der -werklieden toe, verhoogde de bekoring van deze armoedige, ver van de -zon, in den nacht der aarde gegraven kerkhoven. - -Millioenen wezens hadden zich ootmoedig in deze als door voorzichtige -mieren doorboorde aarde ter ruste gelegd, hadden er eeuwen lang hun -slaap geslapen, zouden dien er nog slapen, gewiegd door de stilte en de -duisternis, wanneer niet de menschen hun begeerte naar vergetelheid -waren komen storen, vóór de bazuinen van het Jongste Gericht de -opstanding hadden verkondigd. De dood had nu van het leven gesproken; -er was niets, dat meer, dat intenser, dat aandoenlijker leefde dan deze -begraven steden van naamlooze, onbekende en ontelbare dooden. Eens was -een diepe ademtocht uit haar opgerezen--de ademtocht van een nieuwe -menschheid, die de wereld zou hernieuwen. Met den ootmoed, met de -minachting van het vleesch, met den angstigen haat tegen de natuur, -met het opgeven van aardsche genietingen, met het hartstochtelijk -verlangen naar den dood, die bevrijdt en het paradijs opent, begon -een andere wereld. En het bloed van Augustus, zoo trotsch in zijn -purper, zoo schitterend in zijn hoogste heerschappij, scheen een -oogenblik te verdwijnen, alsof de nieuwe aarde het had opgezogen in -haar donkere graven. - -De frater stond erop den dames de trap van Diocletianus te laten zien -en vertelde haar de legende daarvan. - -"Ja, een wonder... Onder dien keizer vervolgden de soldaten de -Christenen, die in deze katakomben een schuilplaats zochten; en toen -de soldaten hen daarin volgen wilden, brak de trap en stortten allen -naar beneden... De treden zijn thans nog gebroken. Gaat u maar kijken, -het is maar een paar stappen." - -Doch de dames waren doodmoe en bovendien gaven deze donkerte en al die -doodenverhalen haar een zoo onbehagelijk gevoel, dat zij erop stonden -dadelijk weer naar boven te gaan. Trouwens de dunne kaarsen waren -bijna opgebrand; en allen werden verblind, toen zij eindelijk weer -in het zonlicht voor het kleine winkeltje met religieuse artikelen -stonden. Het jonge meisje kocht een presse-papier, een stuk marmer, -waarin de visch gebeiteld was, het symbool van Jezus Christus, den -Zoon Gods, den Redder der menschen. - -Den namiddag van dienzelfden dag bezocht Pierre de Basilica van de -St. Pieter. Hij kende er nog niets van dan het groote plein met -zijn obelisk en zijn twee fonteinen, waar hij eens over gereden -was. De reusachtige lijst der zuilengang van Bernini, deze uit -zuilen en pilasters bestaande vierhoek, omgeeft het met een gordel -van monumentale majesteit. Op den achtergrond verheft zich de door -haar gevel gedrukte en zwaar gemaakte Basilica, wier verheven dom -den hemel vult. - -Onder de brandende zon strekten zich de met kiezelzand bestrooide, -eenzame hellingen uit, de eene lage, versleten en verbleekte trede -volgde op de andere. Geheel aan het einde trad Pierre binnen. Het -was drie uur; breede zonnestralen vielen door de hooge, vierkante -ramen; links in de Cappella Clementina begon een godsdienstoefening, -de vesper ongetwijfeld. Maar hij hoorde niets; slechts de ontzaglijke -grootte van het schip viel hem op. Met langzame stappen doorliep hij, -omhoog kijkend, de matelooze afmetingen. Daar waren dadelijk bij den -ingang de groote wijwaterbakken met hun Engelen, die zoo dik als Amors -waren; daar was het middenschip, het geweldige, met vakken versierde, -halfcirkelvormige gewelf; daar waren bij het kruis de vier cyclopische -pijlers, die den dom steunden; daar waren de kruisbeuken en de apsis, -die ieder afzonderlijk zoo groot zijn als een van onze kerken. Ook -de trotsche praal, de verblindende, neerdrukkende pracht trof hem: -de koepel, die als een ster schitterde in de levendige tinten en -het goud van zijn mozaïeken; de prachtige baldakijn, waarvan het -brons uit het Pantheon genomen is, en die het hoofdaltaar kroont, -dat over het graf van den Heiligen Petrus staat, waarheen de dubbele -trap der Confessie leidt, die door zeven-en-tachtig eeuwig brandende -lampen verlicht wordt; de marmersoorten ten slotte, een verkwisting -en verspilling van de zeldzaamste witte en gekleurde marmersoorten -naast en boven elkaar. - -O, dat polychrome marmer, waarin Bernini zwelgde! Uit marmer bestaat -de heerlijke vloer, waarin het geheele gebouw zich weerspiegelt; -van marmer is de bekleeding der pijlers, die versierd zijn met de -medaillons der pausen, afwisselend met de tiara en de sleutels, die -bolwangige Engelen dragen; van marmer zijn de met gecompliceerde -zinnebeelden overladen muren, waarop men telkens weer de duif -van Innocentius X terugvindt; van marmer zijn de nissen met haar -reusachtige beelden in barokstijl; van marmer de loggia's en haar -balkons; van marmer de dubbele trap der Confessie; van marmer de rijke -altaren en de nog rijkere graftomben! Alles, het groote middenschip, de -zijbeuken, de kruisbeuken, de apsis, alles was van marmer, schitterde -in rijkdom van marmer, zonder dat men een hoekje vinden kon, zoo groot -als de palm van een hand, dat niet de overmoedige pralerij van het -marmer toonde. En zoo triompheerde de Basilica, onbestreden erkend -en bewonderd als de grootste en rijkste kerk der wereld. - -Pierre liep maar steeds; hij dwaalde door de schepen, keek, zonder -echter iets te kunnen onderscheiden. Hij bleef een oogenblik voor -den bronzen Heiligen Petrus staan, die in zijn stijve, hiëratische -houding op zijn marmeren sokkel stond. Enkele geloovigen kwamen -den grooten teen van den rechtervoet kussen; sommigen veegden die, -alvorens haar te kussen af; anderen deden het, zonder haar af te -vegen, drukten er dan hun voorhoofd op, om haar vervolgens nogmaals -te kussen. Dan keerde hij naar de linker kruisbeuk terug, waarin zich -de biechtstoelen bevonden. Hier zitten steeds priesters gereed, om in -alle talen de biecht af te nemen. Anderen wachten, met een lang stokje -gewapend, en slaan zachtjes daarmede op het hoofd van de nederknielende -zondaars, die daarmede een aflaat van dertig dagen krijgen. Doch er -waren slechts weinig menschen; de priesters verdreven in hun kleine -houten kastjes de verveling van het wachten door, alsof ze thuis waren, -lezen of schrijven. - -En weer stond hij voor de Confessie, waar de zeven-en-tachtig als -sterren fonkelende lampen hem zoo imponeerden. Het hoofdaltaar, waarop -alleen de paus mag celebreeren, stond met den trotschen weemoed der -eenzaamheid onder den reusachtigen, met bloemen versierden baldakijn, -welks bewerking en vergulding meer dan een half millioen gekost -hebben. Dan herinnerde hij zich de ceremonie, die in de Cappella -Clementina gecelebreerd werd, en hij verwonderde zich in het geheel -niets meer te hooren. Hij vermoedde, dat zij reeds afgeloopen was, en -wilde zich daarvan overtuigen. Maar hoe dichter hij bij de kapel kwam, -des te sterker drong een geluid, dat aan verre tonen van een fluit -denken deed, tot zijn oor door. Hij hoorde het steeds duidelijker, -doch eerst toen hij voor de kapel zelf stond, herkende hij de -orgeltonen. Roode gordijnen, die voor de ramen getrokken waren, -dempten het zonlicht; zoo werd de kapel geheel door een helderen, -rooden vuurgloed en de diepe klanken van een ernstige muziek -vervuld. Maar hoe klein was zij, hoe ging zij als het ware verloren -in de reuzenruimte van het schip, dat men op zestig passen afstands -noch de stemmen noch het dreunen van het orgel onderscheiden kon! - -Bij het binnentreden had Pierre gedacht, dat de ontzaglijke kerk leeg -en dood was. Daarna had hij echter in de verte eenige wezens opgemerkt -Er waren menschen, maar zóó weinig en op zulke groote afstanden, dat -het den indruk maakte, alsof zij er niet waren. Toeristen slenterden -met hun reisgids in hun hand met moede beenen rond. In het midden van -het groote schip was een schilder aan zijn ezel bezig een gedeelte van -de kerk op het doek te brengen. Dan kwam een geheel Fransch seminarie -voorbij onder leiding van een prelaat, die een explicatie gaf omtrent -de graftomben. Maar die vijftig, die honderd personen telden niet, -maakten in de groote ruimte nauwlijks den indruk van enkele verdwaalde -zwarte mieren, die angstig den weg zoeken. - -Van dat oogenblik af had hij het duidelijke gevoel, dat hij zich -in een reuzengalazaal bevond, in de voorzaal van een onmatig -groot ontvangpaleis. De breede zonnestralen, die door de hooge, -vierkante ramen zonder gordijnen binnenvielen, wierpen in de kerk -een verblindend licht, vervulden haar in haar geheele ruimte als -met een glorie. Geen bank, geen stoel was te zien, niets dan de -prachtige, kale, eindelooze vloer, een vloer als in een museum, -die den dansenden regen der stralen weerkaatste. Nergens een hoekje -voor stille overpeinzing, nergens een mysterievol, donker hoekje -om neer te knielen en te bidden. Overal het felle licht, de glans, -de majesteit en de pracht van het volle daglicht. - -En in deze verlaten, in goud en purper vlammende operazaal kwam hij, -die slechts de huivering van onze Gotische kathedralen kende, waarin -in het donker onbestemde menigten snikken in het woud der pilasters; -hij, die de smartelijke herinnering aan de uitgeteerde architectuur en -beeldhouwkunst der Middeleeuwen, welke geheel ziel is, met zich bracht, -kwam nu midden in deze pronkende majesteit, in deze reusachtige, -leege praal, welke niets dan lichaam is! Vergeefs zocht hij naar een -arme, knielende vrouw, naar een geloovig of lijdend wezen, dat zich -in een halfdonker toevertrouwde aan den Ongekende, met gesloten mond -sprak met den Onzienlijke. Hij zag hier niets dan het moede komen en -gaan van toeristen, het gewichtige druk-doen van de prelaten, die de -jonge priesters naar de voorgeschreven staties brengen, terwijl in -de kapel links de vesper voortgezet werd, zonder dat één geluid tot -de ooren der bezoekers doordrong. - -Pierre begreep, dat dit het geraamte was van een monumentalen kolos, -uit wien het leven langzaam wegvlood. Om hem te vullen, om hem zijn -werkelijke ziel in te blazen, was de geheele pracht van de religieuse -praal noodig; waren de tachtig duizend geloovigen noodig, die het -schip kon bevatten, de groote pauselijke ceremoniën, de schittering -der Kerst- en Paaschfeesten, de optochten, die in een decor en -mise-en-scène van een grand opéra hun heilige luxe ontvouwen. En hij -riep zich voor den geest wat hij van deze pracht wist: een aanbiddende -menigte overstroomde de Basilica, de bovenmenschelijke stoet bewoog -zich te midden van de ter aarde gebogen hoofden, het kruis en het -zwaard openden de processie, de kardinalen schreden twee aan twee -voort als de goden der pleïade, gekleed in het kanten koorhemd, het -priesterkleed en den mantel van rood moiré, waarvan de sleep door -de sleepdragers vastgehouden werd. En eindelijk kwam de paus. Hij -zat als een machtige Juppiter op een schild van rood fluweel in een -leunstoel van rood fluweel en goud en was gekleed in wit fluweel met -den gouden koorrok, de gouden stola en de gouden tiara. De dragers -van de sedia gestatoria fonkelden in hun roode, met goud bestikte -tunica's, de flabelli bewogen boven het hoofd van den eenigen, -souvereinen pontifex de groote veeren waaiers, die men vroeger voor -de afgodsbeelden van het oude Rome zwaaide. - -En welk een verblindend en glorierijk Hof om dezen triomfzetel -heen! Het geheele pauselijke personeel, de stroom van assisteerende -prelaten, de patriarchen, de aartsbisschoppen en bisschoppen, -allen in gouden ornaat en met mijters! De geheime kamerheeren in -violette zijde, de werkelijke kamerheeren in zwart fluweel met den -gouden halskraag en ketting! Het ontelbare geestelijke en wereldlijke -gevolg, wier opsomming honderd bladzijden der Gerarchia zou beslaan, -de protonotarii, de kapelaans, de prelaten van alle klassen en alle -rangen, afgezien nog van het Militair Huis, de gendarmes met hun -berenmutsen, de Palatijnsche garden in blauwe broek en zwarte tunica, -de Zwitsersche garden in hun geel, zwart en rood gestreepte harnassen -van zilver, de garden der edelen, die in hun hooge laarzen, hun witte -broeken, hun roode, met goud bestikte mantels, hun gouden epauletten -en hun gouden helmen een schitterenden aanblik opleverden. - -Maar sedert Rome de hoofdstad van Italië was, werden de vleugeldeuren -niet meer wijd geopend, integendeel men hield ze zorgvuldig gesloten, -en de enkele malen, dat de paus de mis nog kwam celebreeren, zich -kwam vertoonen als de hoogste uitverkorene, als de belichaming Gods -op aarde, vulde de kerk zich slechts met genoodigden, moest men -een kaart hebben, om toegang te verkrijgen. Het was niet meer het -volk, de vijftig-, zestigduizend Christenen, die samenstroomden en -zich verdrongen, neen, het waren bevriende toeschouwers, die voor -particuliere en gesloten plechtigheden in het bijzonder uitgezocht -werden. En zelfs wanneer men erin slaagde er eenige duizenden bijeen -te krijgen, dan was het nog steeds een beperkt, tot een gala-concert -genoodigd publiek. - -Hoe langer Pierre door dit in den harden glans van het marmer -flikkerende, koude en majestueuse museum wandelde, des te meer werd -hij doordrongen van het gevoel, dat hij zich in een heidenschen tempel -bevond, opgericht ter eere van den god van licht en praal. Een groote -tempel van het oude Rome had er ongetwijfeld evenzoo uitgezien met -dezelfde met polychroom marmer bekleede muren, dezelfde kostbare -zuilen, dezelfde gewelven met vergulde vakken. Datzelfde gevoel -zou hij nog sterker krijgen bij het bezoeken van andere basilica's, -die ten slotte hem tot de kennis der onbetwistbare waarheid brengen -zouden. Daar was in de eerste plaats de Christelijke kerk, die het zich -in alle kalmte en vermetelheid makkelijk maakte in den heidenschen -tempel: zooals bijvoorbeeld San Lorenzo in Miranda, die zich in den -tempel van Antoninus en Faustina thuis voelde als in zijn eigen huis en -de zeldzame porticus van cipoline [9] en de mooie lijst van wit marmer -behouden had; of wel de Christelijke kerk, die uit den gevelden stam, -het oude verwoeste gebouw weer opgewassen was, zooals de tegenwoordige -San Clemente bijvoorbeeld, waaronder eeuwen van tegenstrijdige -godsdiensten lagen, een zeer oud monument uit den tijd der Republiek, -een ander uit den keizertijd, waarin men een Mithratempel herkend -heeft, en ten slotte een oud-Christelijke basilica. Vervolgens had -men de Christelijke kerk, zooals de Santa Agnese fuori le Mura, -die geheel naar het voorbeeld van de staatsbasilica der Romeinen, -het Gerechtshof of de Beurs, gebouwd was. Ten slotte en vooral had -men de Christelijke kerken, die met de uit in puinhoopen liggende -tempels gestolen materialen opgetrokken waren. - -Zoo bijvoorbeeld de zestien prachtige zuilen uit diezelfde Santa -Agnese fuori le Mura van verschillende marmersoorten, die blijkbaar -aan verschillende goden ontstolen waren; de een-en-twintig zuilen van -Santa Maria dei Trastevere, die uit een tempel van Isis en Serapis -afkomstig waren, wier afbeeldingen zich nog op de kapiteelen bevinden; -de zes-en-dertig wit marmeren Ionische zuilen van de Santa Maria -Maggiore, die uit den tempel van Juno Lucina komen, de twee-en-twintig -in materiaal, hoogte en bewerking geheel verschillende zuilen van Santa -Maria d'Aracoeli, waarvan de legende zegt, dat enkele aan Juppiter -zelf ontstolen zijn uit den tempel van Juppiter Capitolinus, die zich -op dezelfde plaats op den heiligen top verhief. Heden nog herleven -de tempels van het rijke keizertijdperk in de prachtige basilieken -van San Giovanni de Laterano en San Paolo fuori le Mura. Was niet de -basilica van San Giovanni, de Moeder en het Hoofd van alle kerken, met -haar vijf, door vier zuilenrijen gescheiden schepen, met haar twaalf -reusachtige Apostelbeelden, die als een dubbele rij van goden naar -den Heer der Goden voerden, met haar bas-reliefs, haar friesen, haar -lijsten, het eerepaleis van een heidensche godheid, wier koninkrijk -van deze wereld is? En vindt men niet in de pas voltooide San Paolo -in den glans van het nieuwe marmer de woning der Onsterfelijken van -den Olympus terug? - -Het is de typische tempel met de majestueuse zuilengaanderij onder het -vlakke, met vergulde vakken versierde gewelf, de marmeren vloer van -onvergelijkelijk mooi materiaal en onvergelijkelijk mooie bewerking, -de zuilen met de violette voeten en de witte kapiteelen, de witte -lijsten met violette friesen, de overal terugkeerende vermenging van -deze beide kleuren, die zulk een goddelijk vleeschelijke harmonie -vormen, welke denken doet aan de verheven, door den dageraad gebade -lichamen der groote godinnen. Nergens, evenmin als in de St. Pieter -een donker, een mysterievol voor den Onzienlijke geopend plekje. - -En toch bleef de St. Pieter, krachtens haar recht als kolos, nog het -grootste van deze groote monsters. Zij is het levende bewijs van dat, -wat de zucht naar het monsterachtig-groote vermag, wanneer de mensch -in zijn trotschen overmoed met behulp van verspilde en weggegooide -millioenen God onderbrengen wil in de te groote en te rijke woning -van steenen, waarin de mensch in Zijn naam triompheert. - -Tot dezen pronkkolos had dus na zoovele eeuwen de vrome ijver -van het oorspronkelijke geloof geleid. Men vond er het sap van den -Romeinschen bodem in terug, dat te allen tijd in onredelijke monumenten -is opgeschoten. Het schijnt, dat de onbeperkte heerschers, die er -achtereenvolgens geregeerd hebben, dien hartstocht voor cyclopischen -bouw met zich mede brachten, dien putten uit den geboortegrond, waarop -zij groot geworden zijn, want zij hebben dien zonder onderbreking -van beschaving op beschaving aan elkaar overgeleverd. Het is een -onophoudelijk opbloeien der menschelijke ijdelheid: allen hadden den -drang om hun naam op een muur te schrijven, om, nadat zij meesters -der wereld geweest zijn, het tastbare bewijs van hun ééndaagschen -roem achter te laten, het eeuwige gebouw van brons en marmer, dat -tot aan het einde der dagen van hen getuigen zal. - -In den grond van de zaak ligt daarin slechts de veroveringsgeest, de -trotsche eerzucht van het ras, dat steeds om de wereldheerschappij -strijdt; en wanneer alles ineen gestort is, wanneer een nieuwe -maatschappij uit de puinhoopen opstaat, en men meent, dat deze van -den hoogmoed genezen en tot den ootmoed teruggekeerd is, dan blijkt -dat opnieuw een dwaling te zijn; het oude bloed bruist in haar aderen, -zij geeft opnieuw toe aan den overmoedigen waanzin van haar voorouders -en wordt, zoodra zij groot en sterk geworden is, een prooi van al -de overgeërfde heftigheid. Er is geen beroemde paus, die niet heeft -willen bouwen, die niet de traditie der Caesars opgevat heeft, die -hun regeering in steen vereeuwigden, bij hun dood tempels voor zich -lieten oprichten, om over te gaan in de rij der goden. - -Dezelfde zorg voor aardsche onsterfelijkheid openbaart zich weer, -het is een wedijver, wie het grootste, het stevigste, het mooiste -monument zal achterlaten; en de ziekte is zoo hevig, dat de minder -rijken, die niet bouwen konden, zich tevreden hebben moeten stellen -met herstellingen, er een behagen in schepten de herinnering aan hun -bescheiden werken aan het nageslacht achter te laten door marmeren -tafels met praalzieke inscripties aan te brengen. Vandaar, dat men -steeds weer die tafels aantreft; geen muur heeft nieuwe fundamenten -gekregen of de paus heeft daarop zijn wapens gedrukt; geen ruïne is -hersteld, geen paleis weer in goeden staat gebracht, geen fontein -schoongemaakt, zonder dat de regeerende paus het werk teekent met -zijn Romeinschen titel Pontifex Maximus. - -Het is een nachtmerrie, een onvrijwillige uitspatting, de -onvermijdelijke opbloei uit deze sedert meer dan twee duizend jaar -uit puinhoopen gevormde humus. Onophoudelijk rijzen monumenten op -uit dit stof van monumenten. En men vraagt zich af, of Rome ooit -Christelijk geweest is. Rome in zijn verdorvenheid, waarmede de oude -Romeinsche bodem bijna dadelijk de leer van Jezus bevlekt heeft, -met zijn heerschzucht, zijn hartstochtelijk verlangen naar aardschen -roem, die, zonder acht te slaan op de zwakken en de reinen, op de -liefderijken en eenvoudigen van het oorspronkelijke Christendom, -den triomf van het Katholicisme bewerkt hebben. - -Toen, in een plotselinge ingeving, zag Pierre in een hooger licht de -waarheid stralen. Het was op het oogenblik, dat hij voor de tweede -maal door de reusachtige basilica liep en de graftomben der pausen -bewonderde. O, die graftomben! Daarginds in de vlakke Campagna, in -het volle zonlicht, aan beide zijden van de Via Appia, die was als een -triomphantelijk entree, welke den vreemdeling naar den verheven, door -een kroon van paleizen omgorden Palatinus leidde, daarginds verhieven -zich de gigantische graven der machtigen en rijken in een glans en -in een schittering, in een onvergelijkelijke pracht, die den trots -van een sterk, wereldbeheerschend ras in marmer vereeuwigde. Dan, -dicht daarbij, onder de aarde, in den donkeren, stillen nacht, onder -in armzalige molsgaten verborgen zich de andere graven, de kleinen, -de armen, de lijdenden, zonder kunst of rijkdom, wier bescheidenheid -verkondigde, dat een ademtocht van teederheid en berusting over -de aarde gestreken was, dat een mensch broederschap en liefde, -het opgeven van aardsche goederen voor de eeuwige vreugde van het -toekomstige leven was komen prediken en aan de nieuwe aarde het zaad -van zijn Evangelie toevertrouwd, de verjongde menschheid gezaaid had, -die de oude wereld zou hervormen. - -En nu waren uit dat eeuwen in den grond begraven zaad, nu waren uit die -zoo nederige, zoo onbekende graven, waarin de martelaars hun zachten -slaap sliepen, nu waren daaruit weer nieuwe graven opgeschoten, -even reusachtig, even praalvol als de verwoeste oude graven der -afgodendienaars. Hun marmer verhief zich in de heidensche pracht van -een tempel en verkondigde denzelfden bovenmenschelijken trots, dezelfde -waanzinnige zucht naar wereldoverheersching. In de Renaissance wordt -Rome weer heidensch, komt het oude keizerlijke bloed weer boven en -sleept het Christendom mede in den heftigsten aanval, dien het ooit te -doorstaan heeft gehad. O, die graven der pausen in de St. Pieter met -hun overmoedig-onbeschaamde verheerlijking, met hun zinnelijke praal, -hoe dagen zij den dood uit en willen zij de onsterfelijkheid op aarde -brengen! Het zijn reuzengroote pausen van brons, het zijn allegorische -figuren, het zijn dubbelzinnige engelen, mooi als mooie meisjes, -als begeerlijke vrouwen met heupen en boezems als van godinnen. - -Paulus III zit op een hoogen piedestal met de Gerechtigheid en de -Wijsheid half liggend aan zijn voeten; Urbanus VIII zit tusschen de -Wijsheid en den Godsdienst, Innocentius IX tusschen den Godsdienst -en de Gerechtigheid, Innocentius XII tusschen de Gerechtigheid -en de Naastenliefde, Gregorius XIII tusschen den Godsdienst en de -Kracht. De knielende Alexander VII heeft naast zich de Wijsheid en de -Gerechtigheid, voor zich de Naastenliefde en de Waarheid; daarnaast -staat een geraamte met een ledigen zandlooper. De eveneens knielende -Clemens XIII triompheert op een monumentalen sarkophaag, waarop de -Godsdienst, die een kruis draagt, steunt, terwijl onder den rechts zich -bevindenden Genius van den Dood twee reusachtige leeuwen liggen, het -symbool der almacht. Het brons verkondigde de eeuwigheid der figuren, -het witte marmer glansde als mooi, rijp vleesch, het polychrome -marmer viel neer in rijke draperieën en verhieven in het felle, -vergulde licht der reusachtige schepen de monumenten tot een apotheose. - -Pierre ging van de eene tombe naar de andere, steeds voortloopend in -de bezonde, trotsche, eenzame basilica. Ja, deze graven sloten zich -met keizerlijke praal bij die van de Via Appia aan. - -Het was ongetwijfeld Rome--de bodem van Rome, de bodem, waaruit -trots en heerschzucht opschoten als het gras uit de velden, de bodem, -die van het oorspronkelijke Christendom het overwinnend Katholicisme -gemaakt had den bondgenoot der machtigen en rijken, de reusachtige -regeeringsmachine, opgericht voor de verovering der volkeren. In de -pausen waren de Caesars weder ontwaakt. De herediteit werkte, het -bloed van Augustus was weer boven gekomen, bruiste door hun aderen, -verteerde hun brein met bovenmenschelijke eerzucht. Alleen Augustus -had de wereldheerschappij kunnen verwezenlijken, Augustus, imperator -en pontifex maximus, meester van lichamen en zielen. Vandaar de eeuwige -droom der pausen, die wanhopig zijn, omdat zij slechts het geestelijke -behouden kunnen en niets van het wereldlijke willen afstaan, want -zij koesteren nog steeds de eeuwenoude, nooit opgegeven hoop, dat de -droom zich nog eens verwezenlijken en van het Vaticaan een tweeden -Palatinus maken zal, vanwaaruit zij, als onbeperkte despoten, over -de veroverde volkeren heerschen zullen. - - - - - - - - -ZESDE HOOFDSTUK - - -Pierre bevond zich nu reeds veertien dagen te Rome, maar de zaak, -waarvoor hij gekomen was, de verdediging van zijn boek, vorderde -niet. Hij koesterde nog steeds den vurigen wensch den paus te spreken, -zonder dat ten gevolge van de verschillende uitstellen en van den -angst, dien monsignor Nani hem voor een onvoorzichtigen stap had -ingeboezemd, te voorzien was, wanneer of hoe die wensch bevredigd zou -worden. Daar hij begreep, dat zijn verblijf heel lang zou kunnen duren, -had hij besloten zijn celebret in het vicariaat te laten viseeren -en las nu iederen ochtend zijn mis in de Santa Brigittakerk op de -piazza Farnese, waar hij door abbé Pisoni, den vroegeren biechtvader -van Benedetta, zeer vriendelijk ontvangen was. - -Dien Maandag wilde hij vroeg naar de intieme receptie van donna -Serafina gaan, in de hoop daar nieuws te hooren en zijn zaak te kunnen -bespoedigen. Misschien zou monsignor Nani er zijn, misschien zou hij -het geluk hebben er den een of anderen prelaat of kardinaal te vinden, -die hem zou willen helpen. Vergeefs had hij getracht tenminste enkele -inlichtingen van don Vigilio te krijgen. Maar als opnieuw bevangen -door wantrouwen en vrees, na een oogenblik dienstvaardig geweest te -zijn, ontweek de secretaris van kardinaal Boccanera hem, verborg -zich, vastbesloten zich niet in te laten met een beslist verdacht -en gevaarlijk avontuur. Bovendien had hij twee dagen te voren zoo'n -hevigen aanval van koorts gekregen, dat hij zijn kamer moest houden. - -Zoo had Pierre geen anderen troost dan Victorine Bosquet, het tot -huishoudster opgeklommen vroegere kindermeisje, de Beauceronneesche, -die na een dertigjarig verblijf in Rome, dat zij nog niet kende, nog -steeds haar oud Fransch hart behouden had. Zij sprak met hem over -Auneau, als had zij het den vorigen dag nog gezien. Maar dien dag -was zij niet zoo levendig en opgewekt als anders; en toen zij hoorde, -dat hij 's avonds naar de receptie wilde gaan, schudde zij haar hoofd. - -"U zult de dames niet opgewekt aantreffen. Die arme Benedetta heeft -groot verdriet. Het schijnt, dat het er met haar echtscheiding niet -heel schitterend voor staat." - -Geheel Rome sprak erover. Het gepraat was opnieuw begonnen -en wond de zwarte en witte kringen beide op. Het was dan ook -volstrekt niet noodig, dat Victorine bang behoefde te zijn zich -aan onbescheidenheid schuldig te maken, als zij haar landgenoot -iets vertelde. In antwoord op de memorie van advocaat Morano, -die, steunend op getuigenverklaringen en schriftelijke bewijzen, -trachtte aan te toonen, dat het huwlijk wegens impotentie van den -echtgenoot niet voltrokken kon zijn, had monsignor Palma, de voor -deze aangelegenheid door de Conciliecongregatie als verdediger -van het huwlijk gekozen theoloog, een vreeselijke tegen-memorie -ingediend. In de eerste plaats trok hij de maagdelijkheid van de -eischeresse sterk in twijfel, terwijl hij de technische termen van -het certificaat der beide vroedvrouwen betwistte en een grondig -onderzoek door twee doktoren eischte, voor welke formaliteit het -schaamtegevoel der jonge vrouw teruggeschrikt was. Bovendien citeerde -hij wetenschappelijk vastgestelde, physiologische gevallen, waarin -jonge meisjes gemeenschap gehad hadden met mannen, zonder dat een -spoor van ontmaagding te vinden geweest was. - -Hij legde verder sterk den nadruk op het in de memorie van graaf -Prada voorkomende verhaal, waarin deze, zeer eerlijk, aarzelde te -zeggen of het huwlijk voltrokken was of niet, zóó had de gravin -zich verzet; hij had het wel gemeend op het oogenblik, dat de daad -in normale omstandigheden ten einde gebracht was, maar bij nadere -overweging durfde hij dat niet beslist te verzekeren, gaf hij toe, -dat hij, toegevend aan zijn heftige begeerte, zich misschien illusies -gemaakt had over een volkomen bezit. Monsignor Palma juichte over dien -twijfel, versterkte dien nog door al de spitsvondige redeneeringen, -die deze zaak mogelijk maakte, ja hij voerde zelfs tegen de echtgenoote -aan de verklaring der kamenier, die zij zelf als getuige had laten -dagvaarden, en die het lawaai van den strijd gehoord had en bevestigde, -dat na dezen eersten nacht mijnheer en mevrouw steeds afzonderlijk -geslapen hadden. Het hoofdargument van de memorie was echter, dat -het, zelfs, wanneer de eischeresse het onbetwistbare bewijs van haar -maagdelijkheid geven kon, daarom niet minder vast stond, dat haar -weigering alleen de voltrekking van het huwelijk belet had, daar de -eerste voorwaarde voor de voltrekking de gehoorzaamheid der vrouw -is. Na een vierde memorie, die van den rapporteur, waarin deze de drie -andere resumeerde en aan kritiek onderwierp, was de congregatie tot -stemming overgegaan en had met één stem meerderheid de nietigverklaring -van het huwlijk uitgesproken. Dit was een zoo precaire oplossing -der quaestie, dat monsignor Palma krachtens zijn recht onmiddellijk -een aanvullingsonderzoek geëischt had, waardoor het geheele proces -opnieuw behandeld moest worden en een nieuwe stemming noodig was. - -"Die arme contessina!" riep Victorine uit; "zij zal nog van verdriet -sterven, want ondanks haar kalm uiterlijk wordt het lieve kind door -liefde verteerd... Het schijnt, dat advocaat Palma meester is van den -toestand, dat hij de zaak net zoo lang kan rekken als hij zelf wil. En -bovendien heeft het al zooveel gekost en zal het nog meer kosten. Abbé -Pisoni--u kent hem nu goed--heeft waarachtig een prachtig idee gehad, -toen hij met dit huwelijk voor den dag kwam. En ik wil geen kwaad -zeggen van de nagedachtenis van mijn lieve mevrouw, gravin Ernesta, -die een heilige was, maar zij heeft haar dochter ongelukkig gemaakt -door haar aan graaf Prada te geven." - -Zij hield even op, om er dan in haar aangeboren rechtvaardigheidszin -aan toe te voegen: - -"Trouwens ik kan mij best begrijpen, dat graaf Prada met het heele -geval ook niet erg ingenomen is. Ze maken zich te vroolijk over -hem. Maar dat neemt niet weg, dat ik zeg, dat het van Benedetta toch -wel dwaas is, om zooveel poespas te maken. Als het van mij afhing, -dan zou zij vanavond nog haar Dario in haar kamer hebben; zij houdt -toch zooveel van hem en ze verlangen al zoolang naar elkaar. Wel -zeker, zonder burgemeester en zonder pastoor, zij zijn zoo jong en -zoo mooi en zouden zoo graag samen gelukkig zijn... Geluk, lieve God, -geluk is zoo zeldzaam!" - -Toen zij zag, dat Pierre haar verbaasd aankeek, begon zij vroolijk -met het kalme evenwicht van het lagere Fransche volk, dat alleen nog -maar gelooft aan een gelukkig, fatsoenlijk leven, te lachen. - -Dan klaagde zij op bescheiden wijze haar leed over een -andere onaangenaamheid, die over het heele huis haar schaduw -wierp. Het was eveneens een terugslag van die ongelukkige -echtscheidingsquaestie. Donna Serafina en advocaat Morano hadden een -woordenwisseling gehad. De laatste was zeer uit zijn humeur over het -echec, dat hij met zijn memorie geleden had, en verweet pater Lorenza, -den biechtvader van de tante en de nicht, haar aangezet te hebben -tot een proces, waaruit niets dan schandaal kon voortkomen. En hij -was niet meer in het paleis Boccanera teruggekomen. Het was het -afbreken van een meer dan dertigjarige liaison en bracht groote -beroering in alle Romeinsche salons, die Morano's handelwijze ten -sterkste afkeurden. Donna Serafina was des te meer verbitterd en -beleedigd, omdat zij vermoedde, dat hij de woordenwisseling slechts als -voorwendsel gebruikte, om haar voor iets geheel anders te verlaten, -om een plotselingen, bij een man van zijn positie en vroomheid -misdadigen hartstocht, dien een jong, intrigeerend burgermeisje hem -ingeboezemd had. - -Toen Pierre 's avonds den met geel Louis XIV brocaat behangen salon -binnentrad, bemerkte hij inderdaad, dat er een zekere zwaarmoedigheid -heerschte onder het gedempte licht van de door kant omsluierde -lampen. Er was niemand dan Benedetta en Celia, die met Dario op -de canapé zaten te praten, terwijl kardinaal Sarno, achter in een -fauteuil verscholen, zonder een woord te zeggen, naar het eindelooze, -onuitputtelijke gebabbel luisterde van de oude tante, die iederen -Maandag met de kleine prinses medekwam. Donna Serafina zat alleen op -haar gewone plekje aan de rechterzijde van den haard; een heimelijke -woede verteerde haar, dat zij de linkerzijde tegenover haar ledig -zag, het plekje, dat Morano gedurende de dertig jaar van zijn trouw -ingenomen had. Pierre merkte ook haar angstigen, daarna wanhopigen blik -op, dien zij bij zijn binnenkomen op hem wierp; zij loerde als het ware -op de deur, daar zij blijkbaar den wispelturige nog verwachtte. Zij -hield zich echter zeer flink en zag er met haar fijne, meer dan ooit in -haar corset geregen taille, met haar hard oude-jongejuffrouwengezicht, -haar sneeuwwit haar en haar zeer donkere wenkbrauwen nog trotsch uit. - -Nadat Pierre haar begroet had, liet hij dadelijk de hem geheel -beheerschende gedachte blijken door te vragen of hij dien avond niet -het genoegen zou hebben, monsignor Nani te zien. - -En zij kon zich niet weerhouden te zeggen: - -"O, monsignor Nani verlaat ons, evenals alle anderen. Wanneer je de -menschen noodig hebt, verdwijnen ze." - -Zij had ook een zekeren wrok tegen den prelaat, omdat hij zich ondanks -zijn vele beloften, bij de echtscheiding op den achtergrond gehouden -had. Ongetwijfeld verborg hij als altijd onder zijn buitengewoon -vleiende welwillendheid een ander plan. Zij had echter dadelijk berouw -over de bekentenis, die haar woede haar ontrukt had, en zeide: - -"Misschien komt hij nog. Hij is zoo goed en heeft zoo met ons op." - -Ondanks haar vurig bloed wilde zij politiek zijn, om het ongeluk zoo -mogelijk te kunnen overwinnen. Haar broeder, de kardinaal, had haar -gezegd, hoe de houding der Conciliecongregatie hem hinderde, want hij -twijfelde er geen oogenblik aan, of de koele ontvangst, die de eisch -van zijn nicht gevonden had, was gedeeltelijk het gevolg van het feit, -dat sommige van zijn medekardinalen het uit rancune tegenover hem -gedaan hadden. Zelf wenschte hij thans de scheiding, die alleen het -voortbestaan van het geslacht verzekeren kon, daar Dario het nu eenmaal -in zijn hoofd gezet had met niemand dan met zijn nicht te trouwen. Alle -ongelukken kwamen nu tegelijk en troffen de geheele familie; hij was -beleedigd in zijn trots, zijn zuster deelde in zijn verdriet en was -bovendien in haar hart gewond; Benedetta en Dario waren wanhopig, -dat hun verwachtingen nogmaals de bodem ingeslagen werd. - -Toen Pierre bij de canapé kwam, waar de jongelui zaten te praten, -hoorde hij, dat er fluisterend over niets dan over de catastrophe -gesproken werd. - -"Waarom ben je toch zoo wanhopig?" vroeg Celia. "Per slot van rekening -is de nietigverklaring van het huwlijk met één stem meerderheid -uitgesproken. Het proces wordt alleen nog eens gevoerd. Het is alleen -een quaestie van uitstel." - -Maar Benedetta schudde haar hoofd. - -"Neen, neen, als monsignor Palma zoo blijft aandringen, zal Zijne -Heiligheid nooit zijn toestemming geven. Het is uit." - -"O, als we maar rijk, heel rijk waren!" prevelde Dario met een vaste -overtuiging, die echter niemand lachen deed. - -Dan zacht fluisterend tegen zijn nicht: - -"Ik moet je beslist spreken; op deze manier kunnen we niet verder -leven." - -En zij antwoordde eveneens zacht fluisterend: - -"Kom morgenmiddag om vijf uur. Ik zal thuis blijven en zorgen alleen -te zijn." - -Dan sleepte de avond zich eindeloos verder. Pierre zag met diepe -ontroering de verslagenheid van de gewoonlijk zoo kalme en verstandige -Benedetta. Haar diepe oogen in haar rein, kinderlijk-teer gezicht -waren als omsluierd door ingehouden tranen. Hij had reeds een -groote genegenheid voor haar opgevat, daar hij haar steeds in een -zoo gelijkmatige, zij het ook eenigszins indolente stemming zag, -en wist hoe zij onder dezen schijn van kalmte den hartstocht van -haar vlammenziel verborg. Toch trachtte zij te glimlachen om de -vertrouwlijke mededeelingen van Celia, wier liefdesaangelegenheden -er beter voor stonden dan de hare. Een oogenblik slechts werd het -gesprek algemeen, toen de oude tante met verheffing van stem over -de onwaardige houding sprak, die de Italiaansche pers tegenover den -Heiligen Vader aannam. Nooit schenen de betrekkingen tusschen het -Quirinaal en het Vaticaan zoo slecht geweest te zijn. - -De anders zoo stille kardinaal Sarno deelde mede, dat de paus ter -gelegenheid van de heiligschennende feesten van 20 September ter -herinnering aan de inneming van Rome, een nieuw protest zou slingeren -naar alle Christelijke staten, die door hun onverschilligheid -medeplichtig waren aan den roof. - -"Ja, probeer maar den paus en den koning te laten trouwen!" zeide -donna Serafina op bitteren toon, zinspelend op het betreurenswaardige -huwlijk van haar nicht. - -Zij scheen geheel buiten zichzelf te zijn, het was te laat om monsignor -Nani of een ander nog te verwachten. Toch flikkerden haar oogen bij -een onverwacht lawaai van stappen op; met vlammende blikken keek -zij naar de deur, doch zag tot haar groote teleurstelling Narcisse -Habert binnentreden, die zich over zijn late komst bij haar kwam -verontschuldigen. Zijn aangetrouwde oom, kardinaal Sarno, had hem -in dezen zoo gesloten salon geïntroduceerd en hij was er ten gevolge -van zijn, naar men beweerde, intransigente godsdienstige denkbeelden -welwillend ontvangen. Dien avond echter kwam hij, ondanks het late uur, -slechts voor Pierre. Hij nam dezen dadelijk ter zijde. - -"Ik was er zeker van u hier te zullen vinden, ik heb met mijn neef, -monsignor Gamba del Zoppo, in de ambassade gedineerd en heb goed -nieuws voor u... Hij zal u morgenochtend in zijn appartement op het -Vaticaan ontvangen." - -Dan op nog meer fluisterenden toon: - -"Ik geloof wel, dat hij trachten zal u bij den Heiligen Vader te -introduceeren... In het kort, de audiëntie schijnt mij zeker." - -Pierre voelde een groote vreugde over dat nieuws, dat hij kreeg in -dezen droefgeestigen salon, waar hij nu reeds bijna twee uur in steeds -grooter wanhoop verviel. Eindelijk dus toch een oplossing! Na Dario de -hand gedrukt en Benedetta en Celia begroet te hebben, ging hij naar -zijn oom den kardinaal, die, nu hij eindelijk van de tante bevrijd -was, begon te spreken. Maar hij praatte over bijna niets anders dan -over zijn gezondheid en het weer en herhaalde enkele onbeteekenende -anecdotes, die men hem verteld had, zonder ooit één woord los te laten -over de dreigende ingewikkelde en verschrikkelijke dingen, die hij aan -de Propaganda onder handen had. Het was alsof hij, buiten zijn bureau, -in deze teruggetrokkenheid en in dit op den achtergrond treden een -bad nam, waarin hij uitrustte van de zorgen over de heerschappij der -wereld. Allen stonden nu op en namen afscheid. - -"Vergeet het vooral niet," zeide Narcisse nogmaals tot Pierre; -"morgenochtend om tien uur vindt u mij in de Sixtijnsche kapel. Voordat -mijn neef u ontvangt, zal ik u dan de Botticelli's laten zien." - - - -Den volgenden ochtend om half tien bevond Pierre, die te voet gekomen -was, zich op het groote plein. Voordat hij zich naar de bronzen deur -in den hoek van de zuilengaanderij rechts wendde, keek hij op en bleef -enkele minuten naar het Vaticaan staan kijken. Hij kon zich niets -minder monumentaals voorstellen dan deze opeenhooping van gebouwen, -die zonder eenige architectonische orde en zonder eenige regelmaat in -de schaduw van den dom der St. Pieter opgegroeid waren. Het eene dak -stapelde zich op het andere, de gevels strekten zich breed en vlak -uit, zoo, als de vleugels eraan toegevoegd en opgebouwd waren. Alleen -de drie zijden van den St. Damasiushof schenen symmetrisch boven -de zuilengaanderij; met de groote vensters der voormalige, thans -gesloten loggia's deden zij denken aan drie groote broeikassen, -waarvan de roodachtige steen in de zon glansde. Dat was dus het -mooiste, het grootste paleis der wereld met elfhonderd vertrekken, -die de schoonste kunstwerken van het menschelijk genie bevatten. Maar -in zijn teleurstelling interesseerde Pierre zich slechts voor den -hoogen rechtschen gevel, die uitziet op het plein, en waar hij wist, -dat de ramen van de particuliere vertrekken van den paus op de -tweede verdieping uitkwamen. Hij keek lang naar deze ramen, men had -hem verteld, dat het vijfde raam rechts dat van de slaapkamer was, -waarin men tot laat in den nacht een lamp branden zag. - -Wat bevond zich achter deze bronzen deur daar voor hem, die de heilige -drempel, de verbinding tusschen alle rijken der aarde en het koninkrijk -Gods was, Wiens verheven vertegenwoordiger zich tusschen deze hooge, -zwijgende muren ingekerkerd had? Hij keek uit de verte naar de met -dikke, vierkante spijkers beslagen, metalen paneelen en hij vroeg -zich af wat die streng-uitziende, oude vestingdeur verdedigde, -verborg, wegsloot. Welke wereld zou hij daarachter vinden, wat voor -een schat van ijverzuchtig in de donkerte bewaarde naastenliefde, wat -voor een wedergeboorte der hoop voor de nieuwe, naar broederschap en -gerechtigheid snakkende volkeren? Hij liet zich geheel door dien droom -wiegen: de eenige en heilige redder, wakend in dit gesloten paleis, -de heerschappij van Jezus voorbereidend, terwijl de oude, verrotte -beschavingen in stof vallen zouden; de herder, die op het punt stond -deze heerschappij af te kondigen door van onze democratieën de door -den Heiland beloofde groote Christelijke gemeenschap te maken. Ja, -de toekomst bereidde zich achter die bronzen deur voor, de toekomst -zou daar ongetwijfeld uit te voorschijn treden. - -Plotseling zag Pierre tot zijn groote verbazing monsignor Nani -tegenover zich staan, die juist het Vaticaan verliet, om zich te -voet te begeven naar het een paar passen verder gelegen paleis van -den Santo Offizio, waar hij in zijn qualiteit als assessor woonde. - -"O, monseigneur, ik ben zoo gelukkig. Mijn vriend, mijnheer Habert, zal -mij voorstellen aan zijn neef, monsignor Gamba del Zoppo, en ik geloof -werkelijk, dat ik de zoo vurig verlangde audiëntie verkrijgen zal." - -Op zijn vriendelijke en fijne manier glimlachte monsignor Nani. - -"Ja, ja, ik weet het!" - -Dan herstelde hij zich. - -"Ik ben er even blij om als gij, mijn waarde zoon. Maar nogmaals, -wees voorzichtig." - -Bang, dat de jonge priester mogelijk zou kunnen vermoeden, dat hij -juist van monsignor Gamba del Zoppo kwam, den prelaat, die van de -geheele toch al zoo angstige pauselijke hofhouding het makkelijkst bang -te maken was, vertelde hij, dat hij van 's morgens vroeg al moeite -deed voor twee Fransche dames, die eveneens van verlangen brandden, -om den paus te zien, maar dat hij erg bang was niet te zullen slagen. - -"Ik wil u eerlijk bekennen monseigneur," zeide Pierre, "dat ik den -moed al begon te verliezen. Ja, het is hoog tijd, dat ik wat getroost -word, want mijn verblijf hier is niet erg geschikt om je op te wekken." - -Hij sprak verder en liet doorschemeren hoe zeer Rome het geloof in hem -vernietigd had. Dagen, zooals hij ze op den Palatinus en op de Via -Appia, daarna in de katakomben en in de St. Pieter doorgemaakt had, -konden zijn onrust slechts grooter doen worden, zijn droom van een -verjongd en triompheerend Christendom slechts vernietigen. Hij was -door die bezoeken een prooi van den twijfel geworden. Een uitputting -maakte zich van hem meester, nu hij zooveel van zijn steeds tot verzet -bereid enthousiasme verloren had. - -Zonder dat het glimlachje van zijn lippen verdween, luisterde monsignor -Nani naar hem en schudde goedkeurend zijn hoofd. Blijkbaar was het -zoo goed, had het zoover moeten komen. Hij scheen het voorzien te -hebben en daarom tevreden te zijn. - -"Enfin, mijn waarde zoon, alles komt in orde, zoodra gij de zekerheid -hebt Zijne Heiligheid te zien." - -"Dat is zoo, monseigneur, al mijn hoop is gevestigd op den zeer -rechtvaardigen en helderzienden Leo XIII. Hij alleen kan over mij -richten, omdat hij alleen in mijn boek zijn denkbeelden, die ik geloof -zeer getrouw weergegeven te hebben, kan terugvinden... O, als hij wil, -zal hij in naam van Jezus door de democratie en de wetenschap de oude -wereld kunnen redden." - -Zijn oude geestdrift maakte zich weer van hem meester en Nani knikte -opnieuw goedkeurend, terwijl om zijn scherpe ogen en om zijn dunne -lippen een steeds vriendelijker wordende uitdrukking kwam. - -"Precies, precies, mijn waarde zoon... Gij zult met den Heiligen -Vader spreken--en dan zult gij verder zien." - -Toen hierop beiden opkeken naar den gevel van het Vaticaan, dreef hij -de vriendelijkheid zoover om hem van zijn dwaling te genezen. Neen, -het raam, waar men iederen avond licht zag, was niet van de slaapkamer -van den paus. Het was het raam van een trapportaal, dat den geheelen -nacht door gas verlicht werd. De kamer van den paus was twee ramen -verder. Dan vielen zij weer in hun zwijgen terug en bleven, beiden -nu ernstig geworden, naar den gevel kijken. - -"Nu, tot ziens mijn waarde zoon. Ge komt me zeker wel eens van de -audiëntie vertellen?" - -Zoodra Pierre weer alleen was, ging hij de bronzen deur door; -zijn hart klopte heftig, als had hij de heilige en vreeselijke -plaats betreden, waar het toekomstige geluk voorbereid werd. Een -schildwacht der Zwitsersche garde liep langzaam heen en weer; hij -was in een grijsblauwen mantel gehuld, die slechts de zwart, geel en -rood gestreepte broek liet zien; het scheen alsof deze mantel over -een vermomming geworpen was, om de nu hinderlijk geworden verkleeding -te bedekken. Onmiddellijk aan zijn rechterhand bevond zich de groote -overdekte trap, die naar den St. Damasiushof leidde. Maar om in de -Sixtijnsche kapel te komen, moest hij tusschen een dubbele rij zuilen -de lange gaanderij volgen en de Scala Regia opgaan. En Pierre begon -in deze reusachtige wereld, waarin alle afmetingen een overdreven, -neerdrukkende majesteit kregen, bij het oploopen van de breede treden -eenigszins te hijgen. - -Toen hij de Sixtijnsche kapel binnenkwam, voelde hij zich eerst -verbaasd. Zij kwam hem klein voor, een soort rechthoekige, zeer hooge -zaal. Een mooi marmeren schot scheidt tweederde gedeelten af, het deel, -waar bij groote plechtigheden de invités zich verzamelen; op het koor -zitten de kardinalen op eenvoudige houten banken, terwijl de prelaten -achter hen blijven staan. De pauselijke troon bevindt zich op een lage -estrade rechts van het sober versierde altaar. Links is in den muur de -smalle voor de zangers bestemde loggia met een marmeren balkon. Maar -men moet eerst opkijken, men moet zijn blikken van de reusachtige -fresco, die het Laatste Oordeel voorstelt en den geheelen achterwand -inneemt, laten dwalen naar de zolder-schilderijen, die tusschen de -twaalf lichte ramen--zes aan iederen kant--tot aan de kroonlijsten -loopen, om plotseling te zien, dat alles uit elkaar schuift, en zich -tot in het oneindige verbreedt. - -Er waren gelukkig slechts drie of vier stille toeristen. Pierre zag -onmiddellijk Narcisse Habert op een der kardinaalsbanken boven de -trede, waarop de sleepdragers zitten. Onbeweeglijk, het hoofd wat -achterover gebogen, scheen de jonge man in extase. Maar hij keek niet -naar het werk van Michelangelo. Zijn blikken waren als het ware niet -weg te krijgen van een der voorste fresco's onder de kroonlijst. Toen -hij den priester herkend had, prevelde hij slechts met tranen in -zijn oogen: - -"O, lieve vriend, zie toch dien Botticelli!" - -Dan viel hij weer in zijn extase terug. - -Pierre was geheel en al verdiept in een aandachtige beschouwing van -Michelangelo's bovenmenschelijk genie. Al het andere verdween, daar -in de hoogte bevond zich als in een onbegrensden hemel niets dan deze -buitengewoone kunstschepping. In den beginne sloeg het onverwachte -hem met stomheid, dat de schilder de eenige schepper van dit werk had -willen zijn; hij had geen hulp willen hebben, noch voor het marmer, -noch voor het brons, noch voor het verguldsel. Het penseel van den -schilder was voldoende geweest voor de pilasters, voor de zuilen, -voor de marmeren kroonlijsten, voor de standbeelden en de bronzen -ornamentiek, voor de gouden bloemen en rosetten, voor deze ongehoorde -rijke versiering, welke de fresco's omlijstte. Hij stelde zich voor hoe -het op den dag geweest was, toen men hem het kale gewelf ter bewerking -gegeven had--niets dan kalk, niets dan den vlakken en witten muur, de -honderden vierkante meters, die te bedekken waren. En hij zag hem voor -deze reusachtige taak staan, zonder hulp te willen, de nieuwsgierigen -wegjagen, zich geheel alleen opsluitend met zijn reuzenwerk. Vier -en een half jaar was hij in grimmige eenzaamheid met het baren van -dezen kolos bezig geweest. O, dit ontzaglijke werk, geschapen om een -leven te vullen, dit werk, dat hij had moeten beginnen in een rustig -vertrouwen in zijn wil en in zijn kracht--het was een geheele wereld, -die hij in een voortdurenden drang van zijn scheppende manlijke kracht, -in de volle ontplooiing van zijn almacht uit zijn hersens getrokken -en daar neergeworpen had. - -Dan echter doorrilde Pierre een siddering van bewondering, toen hij -deze door een zienersoog vergroote menschheid zag. Zij stroomde over -van een matelooze synthese, van een cyclopisch symbolisme. Als een -natuurlijke bloei lichtte iedere schoonheid op: koninklijke gratie -in koninklijken adel, verheven vrede in verheven geweld. En dan de -volkomen beheersching der stof, de meeste gewaagde verkortingen, -waarvan hij zeker was, dat zij slagen zouden, de voortdurende -overwinning op de technische moeilijkheden, die door de gewelfde -vlakken veroorzaakt werden! En vóór en boven alles de ongelooflijke -naïveteit en de aanwending der middelen: de stof bijna tot niets -teruggebracht, enkele kleuren rijkelijk gebruikt zonder eenig streven -naar het gekunstelde of naar praal! En dat was voldoende, het bloed -bruiste stormachtig, de spieren spanden zich onder de huid, de figuren -kregen leven en traden met zulk een krachtig élan uit de lijst te -voorschijn, dat daarboven over alles een vlam scheen te strijken, -die aan dat volk een bovenmenschelijk, onsterfelijk leven gaf. Ja, het -was het leven, het stralende, overwinnende leven--een ontzagwekkend, -woekerend leven, een levenswonder, dat een enkele hand verwezenlijkt -had; maar deze bezat dan ook de hoogste en verhevenste gave: eenvoud -en kracht. - -Men heeft daarin een geheele philosophie gezien, men heeft daarin -het geheele menschenlot, de schepping der wereld, van den man -en van de vrouw, de zondenval, de straf, de verzoening en ten -slotte de gerechtigheid Gods bij het Laatste Oordeel willen zien, -maar daarbij kon Pierre bij die eerste aanschouwing, in de stomme -verbijstering, waarin een dergelijk werk hem bracht, zijn gedachten -niet bepalen. Doch welk een verheerlijking van het menschelijk lichaam, -van zijn schoonheid, van zijn gratie was dit alles! O, die Jehova, deze -koninklijke, geweldige en vaderlijke grijsaard, medegesleurd in den -orkaan van zijn schepping, met uitgestrekte armen werelden barend! En -die heerlijke Adam met zoo adellijke lijnen en de uitgestoken hand, en -dien Jehova, zonder hem aan te raken, met een bewonderenswaardig gebaar -met den vinger bezielt! Een geheiligde ruimte ligt tusschen dien vinger -van den Schepper en dien van het schepsel, een kleine ruimte, die -echter de oneindigheid van het onzichtbare en het mysterievolle bevat! - -En deze machtige en aanbiddellijke Eva, deze Eva met haar krachtigen -schoot, die in staat is de toekomstige menschheid in zich te dragen, -met de trotsche, teere aanminnigheid der vrouw, die bemind zal willen -worden, al zou het tot haar verdoemenis leiden, de vrouw in haar -volheid met haar verleiding, haar vruchtbaarheid, haar macht. Zelfs de -in de vier hoeken der fresco's op pilasters zittende figuren vieren den -triomf van het vleesch: de over haar naaktheid gelukkige twintig jonge -mannen met hun prachtige torso's en hun bewonderenswaardige ledematen, -zoo vol leven, dat een waanzinnige zucht naar beweging hen medesleept, -buigt en in heldenhoudingen terugwerpt. En tusschen de vensters -troonden de reuzen, de Propheten en de Sibyllen, de goden geworden -man en vrouw, bovenmenschelijk in spierkracht en in hun intellectueele -uitdrukking: Jeremia met zijn elleboog op zijn knie en zijn kin in zijn -hand, verzonken in visioenen en droomen; de Sibylle van Erythrea met -het reine profiel en zoo jong in haar rijke schoonheid, een vinger -leggend op het open boek van het noodlot; Jesaja met den sterken -mond der waarheid, opgezwollen onder de gloeiende kolen, trotsch, het -gezicht half afgewend en een hand met bevelend gebaar omhoog geheven; -de Sibylle van Cumae, angstaanjagend door haar weten en haar ouderdom, -vast als een rots, met haar gerimpeld gezicht, haar roofvogelneus en -haar vierkante kin, die eigenzinnig vooruitsteekt; Jonas, uitgespuwd -door een walvisch en neergeworpen in een buitengewone verkorting, -den romp verrekt, de armen gekromd, het hoofd achterovergeworpen, den -grooten mond open en schreeuwend; en al de anderen, al de anderen, -allen van dezelfde groote en majestueuze familie, heerschend met de -souvereiniteit van eeuwige gezondheid en eeuwig intellect, den droom -van een onverwoestbare, grootere en hoogere menschheid verwezenlijkend. - -Ook in de vensterbogen en in de luchtgaten ontstonden en verdrongen -zich gestalten vol schoonheid, macht en aanminnigheid; het zijn de -voorvaderen van den Christus, peinzend-droomende moeders met mooie -naakte kinderen, mannen met vooruitzienden, in de toekomst starenden -blik, het gestrafte, uitgeputte, naar den beloofden Heiland snakkende -ras, terwijl in de overhangende gewelfbogen der vier hoeken bijbelsche -tooneelen naar voren treden, de overwinningen van Israël op den geest -van het Kwade. En eindelijk de reusachtige fresco van den achtergrond, -het Laatste Oordeel met zijn wemelende gestalten, die zoo talloos zijn, -dat er dagen en dagen noodig zijn, om ze goed te zien, een razende, -door den brandenden adem van het leven voortgesleepte menigte, -vanaf de dooden, die door de woest bazuinende engelen der Apokalypse -gewekt worden, vanaf de verdoemden, die de duivelen in de hel storten, -tot den door apostelen en heiligen omgeven, richtenden Jezus, tot de -stralende uitverkorenen, die door engelen gedragen, omhoog stijgen, -terwijl nog hooger andere engelen met de instrumenten van het lijden -triompheeren in volle glorie. En toch bewaart de zoldering boven -deze reusachtige schildering, die dertig jaar later de kunstenaar in -de volle rijpheid van zijn kunnen maakte, haar zekere superioriteit, -want daarin heeft hij zijn ongerepte kracht, al zijn jeugd, het eerste -opvlammen van zijn genie gegeven. - -Pierre kon geen woorden vinden. Michelangelo was het monster, -dat alles domineerde, alles terneer drukte. Om dat in te zien, -behoeft men slechts naast het geweldige van zijn werk de werken van -Perugino, Pinturicchio, Rosselli, Signorelli, Botticelli, al de andere -bewonderenswaardige fresco's te aanschouwen, die onder de kroonlijst -om de kapel loopen. - -Narcisse had zijn oogen niet opgeslagen naar de verpletterende pracht -van de zoldering. Geheel in extase verzonken, had hij zijn oogen -niet afgewend van Botticelli, die hier drie fresco's heeft. Eindelijk -sprak hij op fluisterenden toon: - -"O, Botticelli, Botticelli! De elegance en de gratie van den lijdenden -hartstocht, het diepe gevoel van de droefheid in de wellust! Hij heeft -onze geheele moderne ziel geraden en met de verleidelijkste bekoring -omgeven, die ooit van een kunstenaarsschepping is uitgegaan!" - -Verbaasd keek Pierre hem aan. Dan waagde hij het te vragen: - -"Maar komt u dan hier om Botticelli te zien?" - -"Natuurlijk," antwoordde de jonge man met zijn gewone kalmte. "Iedere -week kom ik eenige uren hier alleen voor hem en ik zie niets anders dan -hem... Zie toch dat blad eens: Mozes en de dochters van Jethro. Heeft -menschelijke teederheid en melancholie ooit iets aandoenlijkers -geschapen?" - -En met een zachte, vrome beving in zijn stem, als een priester, die -in de verrukkelijke en angstaanjagende huivering van het heiligdom -doordringt, ging hij voort: - -"O, Botticelli, de vrouwen van Botticelli met haar lang, zinnelijk -en rein gezicht, met haar onder de dunne kleeding iets te veel naar -voren tredenden buik, met haar hoogopgerichte, soepele en zwevende -houding, waarin haar geheele lichaam zich overgeeft. De jonge -mannen, de engelen van Botticelli, die zoo echt en toch zoo mooi -als vrouwen zijn, van een niet met zekerheid uit te maken geslacht, -waarin zich de kracht der spieren paart aan de fijnheid der lijnen, -allen omhoog gedragen door een vlam van verlangen, die zelfs de -toeschouwers brandt. O, de monden van Botticelli, die zinnelijke, -als vruchten zoo vaste, ironische of pijnlijk vertrokken monden, -raadselachtig in hun plooien, zonder dat men kan zeggen of zij reine -of afschuwlijke dingen verzwijgen. O, de oogen van Botticelli, -die vleiende, hartstochtelijke, mystiek of wellustig zwijmelende -oogen, soms vol van een zoo diepe smart in hun vreugde, dat er in -de wereld geen ondoorgrondelijkere bestaan. O, de zoo zorgvuldig -bewerkte handen van Botticelli, die als het ware een eigen intens -leven bezitten, vrij spelen, zich met elkander vereenigen en met zulk -een gezochte gratie elkaar kussen en met elkander spreken, dat zij er -soms gemaniereerd door zijn, maar ieder met haar eigen uitdrukking, -alle uitdrukkingen van genot en lijden der aanraking. En toch is er -niets verweekelijkts noch iets leugenachtigs te zien; overal is een -soort manlijke fierheid, een hartstochtelijke, prachtige beweging, -die de figuren leven inblaast en medesleept, een volmaakt streven -naar waarheid, een nauwkeurige waarneming, de grootste nauwkeurigheid, -een echt realisme, dat gecorrigeerd en gematigd wordt door de geniale -zeldzaamheid van het gevoel en het karakter en dat aan de leelijkheid -zelve de onvergetelijke verheerlijking van den charme geeft!" - -De verbazing van Pierre nam toe, terwijl hij luisterde naar Narcisse; -hij merkte voor het eerst diens ietwat bestudeerde distinctie op, -het gefriseerde, op Florentijnsche wijze geknipte haar, de blauwe, -bijna malvekleurige oogen, die in zijn enthousiasme nog lichter werden. - -"Zeker," zeide ten slotte Pierre, "Botticelli is een schitterend -kunstenaar... Maar het komt me voor, dat hier Michelangelo..." - -Met een bijna heftig gebaar viel Narcisse hem in de rede. - -"Ach neen, neen, praat me niet van dezen! Hij heeft alles bedorven, -alles in den grond bedorven! Een man, die zich als een stier voor het -werk spande, die zijn kunst tot een ambacht verlaagde, zoo en zooveel -meter per dag! En een mensch zonder eenig begrip of gevoel voor het -mysterievolle of ongekende, die alles zoo grof zag, dat je een walg -krijgt van de schoonheid, mannenlichamen als boomstammen, vrouwen -als reusachtige slagerinnen, klompen gevoelloos vleesch, zonder dat -daarachter iets van een goddelijke of duivelsche ziel spreekt!... Een -metselaar, en als gij wilt, een kolossaal metselaar, maar meer niet!" - -Onbewust kwam in dit verwarde, door de zucht naar het eigenaardige en -zeldzame verdorven ras van den moeden moderne de noodlottige haat tegen -gezondheid, kracht en flinkheid te voorschijn. Deze Michelangelo, -die zonder eenige moeite schiep, die het wondermooiste kunstwerk -achtergelaten heeft, ooit door een kunstenaar ter wereld gebracht, -was de booze vijand! Zijn misdaad bestond juist in dat scheppen, -dat leven geven, zoodat al die kleine kunstgewrochtjes der anderen, -zelfs de besten, in dezen overstroomenden vloed van levend in de zon -geworpen wezens verdronken en ondergingen. - -"Waarachtig," zeide Pierre moedig; "ik kan het niet met u eens -zijn. Ik heb zoo juist geleerd, dat in de kunst het leven alles is en -dat alleen de scheppers de onsterfelijkheid verdienen. Het geval van -Michelangelo lijkt mij beslissend, want alleen door dat buitengewone -verwekken van levend en prachtig vleesch, waaraan uw verweekelijktheid -aanstoot neemt, is hij de bovenmenschelijke meester, het monster, -dat al de anderen dooddrukt. Laten de op buitenissigheid belusten, -de intellectueele scherpzinnigen maar spitsvondig het equivoque en -onzichtbare uitpluizen, laten zij het hoogste der kunst maar leggen -in de keuze van een gezochte behandeling en het halfdonker van het -symbool, Michelangelo blijft de Almachtige, de Schepper van menschen, -de Meester van het licht, den eenvoud en de gezondheid, hij blijft -eeuwig als het leven zelf." - -Thans glimlachte Narcisse slechts met een medelijdend- en -hoffelijk-minachtend lachje. Och ja, niet iedereen ging uren lang in -de Sixtijnsche kapel voor een Botticelli zitten, zonder ooit zijn -blikken te richten naar de Michelangelo's. En kort brak hij het -gesprek af met de woorden: - -"Maar het is elf uur. Mijn neef zou me hier laten waarschuwen, zoodra -hij ons ontvangen kon. Ik begrijp niet, dat ik nog niemand gezien -heb... Willen we zoolang naar de Raffaëlgalerij gaan?" - -En boven in de galerij oordeelde hij weer heel helder en juist over -de werken; zijn onbevangen blik keerde terug, zoodra hij niet meer -bezeten werd door zijn haat tegen reusachtige werken en geniale decors. - -Maar ongelukkig kwam Pierre uit de Sixtijnsche kapel; hij moest zich -eerst uit de omarming van het monster rukken, vergeten wat hij gezien -had, wennen aan wat hij daar zag, voor hij de reine schoonheid hiervan -genieten kon. Het was, alsof hij eerst een te koppigen wijn gedronken -had, die hem bedwelmde en belette dezen anderen lichteren, maar toch -ook geurigen wijn lekker te vinden. Hier treft de bewondering niet -als een bliksemstraal, maar werkt de betoovering met langzame, doch -onweerstaanbare macht. Het is als Racine vergeleken bij Corneille, -Lamartine bij Hugo--het eeuwige paar, wijfje en mannetje, in de -eeuwen van den roem. Bij Raffaël triompheeren de adel, de gratie, -de exquise, onberispelijke, goddelijk harmonische lijn; het is niet -alleen meer het lichamelijke symbool, zooals Michelangelo het zoo -prachtig neergeworpen heeft, maar tevens een in de schilderkunst -overgebrachte psychologische analyse van groote scherpzinnigheid. Bij -Raffaël is de mensch meer veredeld, meer geïdealiseerd, meer van binnen -uit gezien. En ook wanneer daar iets sentimenteels, iets vrouwelijks, -waarvan men de teedere huivering voelt, in ligt, toch heerscht hier -een krachtige, bewonderenswaardige, grondige en groote techniek. - -Langzamerhand kwam Pierre onder de bekoring van deze hoogste -meesterschap; deze krachtige, elegante, jonge mannenschoonheid, deze -visie van de opperste schoonheid in de hoogste volmaaktheid roerde hem -tot in het diepst van zijn hart. Maar terwijl de vóór de schilderingen -in de Sixtijnsche kapel ontstane schilderijen "De Strijd om het Heilige -Sacrament" en "De School van Athene" hem de meesterwerken van Raffaël -toeschenen, voelde hij daarentegen, dat de kunstenaar in "De Brand -van den Borgo" en meer nog in "Heliodorus uit den tempel verjaagd" en -"Attila tegengehouden bij de poorten van Rome" den bloesem van zijn -goddelijke gratie verloren had, daar de verpletterende grootheid van -Michelangelo op hem inwerkte. Welk een inslaan als van den bliksem, -toen de Sixtijnsche kapel geopend werd en de rivalen binnentraden. Het -monster daar beneden had geschapen en zelfs de grootste onder de -stervelingen liet hier iets van zijn ziel, zonder dat hij zich ooit -meer van den onderganen invloed vrij maken kon. - -Dan bracht Narcisse Pierre naar de loggia's, naar de zoo lichte, zoo -smaakvol ingerichte glazen galerij. Maar Raffaël was dood; de kartons, -die hij achtergelaten had, waren slechts het werk van leerlingen. Het -was een plotseling, volkomen verval. Nooit had Pierre beter begrepen, -dat het genie alles is, dat met zijn verdwijnen de geheele school -ineenstort. De geniale mensch is als het ware een samenvatting van -het tijdvak, geeft op een bepaald oogenblik der beschaving al het sap -van den socialen bodem, dat dan menigmaal gedurende eeuwen uitgeput -blijft. Het prachtige uitzicht, dat men van uit de loggia's heeft, -interesseerde hem nog te meer, toen hij merkte, dat hij aan de andere -zijde van den St. Damasiushof de door den paus bewoonde verdieping -zag. Beneden lag de hof met zijn zuilengaanderij, zijn fontein, -zijn wit plaveisel, fel en kaal in de zon te branden. - -Hier was beslist niets van de schaduw, van het gedempt-vrome -mysterievolle, waarvan de omgeving der oude Noordelijke kathedralen -hem hadden doen droomen. Rechts en links van het bordes, dat toegang -gaf tot de vertrekken van den paus en den kardinaal-secretaris, stonden -vijf rijtuigen, de koetsier rechtop op den bok, de paarden onbeweeglijk -in het felle licht. En geen levende ziel bracht leven in de woestijn -van den grooten, vierkanten hof met de drie verdiepingen loggia's, -die met haar groote ramen aan reusachtige broeikassen denken deden; -de flikkering der ruiten en de roodachtige afstraling der steenen -schenen de kaalheid van het plaveisel en van de gevels in een soort -ernstige majesteit te vergulden als een heidenschen, aan den zonnegod -gewijden tempel. - -Maar nog meer trof Pierre het wondermooie panorama van Rome, dat zich -onder die ramen van het Vaticaan ontrolde. Hij had geen oogenblik -het vermoeden gehad, dat het zoo zijn zou, en plotseling maakte de -gedachte zich van hem meester, dat de paus van zijn ramen uit geheel -Rome voor zich uitgestrekt zag, samengedrongen, alsof hij slechts -zijn handen behoefde uit te steken, om het weer te nemen. Lang dronk -hij dat ongehoord-mooie schouwspel met zijn oogen en zijn hart in, -want hij wilde het met zich mede dragen, het bewaren. - -Een geluid van stemmen stoorde hem in zijn overpeinzingen en deed hem -omkijken; hij zag, hoe een lakei in zwarte livrei, nadat hij Narcisse -zijn boodschap medegedeeld had, diep groette. - -De jonge man kwam naar den priester toe. - -"Mijn neef, monsignor Gamba del Zoppo laat mij weten, dat hij ons -vanochtend niet zal kunnen ontvangen. Het schijnt, dat hij onverwacht -dienst moet doen." - -Maar zijn verlegenheid liet zien, dat hij niet aan dat excuus geloofde -en begon te vermoeden, dat zijn neef, gewaarschuwd en bang gemaakt -door een of andere goede ziel, er tegen opzag zich met deze zaak -in te laten. Dit hinderde hem, die zoo gaarne een ander een dienst -bewees en niet tegen moeite opzag. Maar hij glimlachte reeds weer, -toen hij eraan toevoegde: - -"Luister, misschien is er wel een middel om toch toegang te -krijgen. Indien u uw middag vrij hebt, zullen wij samen dejeuneeren en -dan hier terugkomen, om de Galleria degl' antichi te bezichtigen. Het -zal mij dan wel gelukken mijn neef te vinden, afgezien nog van het -feit, dat wij door een gelukkig toeval den paus zelf kunnen ontmoeten, -als hij naar de tuinen gaat." - -Bij het hooren, dat de audiëntie nogmaals uitgesteld was, had Pierre -eerst een zeer groote teleurstelling ondervonden. Hij nam dan ook, -daar hij over zijn geheelen dag beschikken kon, het aanbod van Narcisse -gaarne aan. - -"Ik ben werkelijk bang, dat ik misbruik begin te maken van uw -vriendelijkheid... Ik dank u van ganscher harte." - -Zij dejeuneerden tegenover de St. Pieter in een klein restaurant van -den Borgo, dat gewoonlijk alleen door pelgrims bezocht werd. Het eten -was er trouwens zeer slecht. Tegen twee uur liepen zij de Basilica -om over de piazza della Sagrestia en de piazza Santa Marta, om van -de achterzijde in de Galleria te komen. Het was een licht, verlaten -en warm stadsdeel, waar de jonge priester opnieuw en in veel sterker -mate het gevoel van kale, vale en als door de zon verbrande majesteit -kreeg, dat hij gehad had bij het zien van den St. Damasiushof. Toen -hij om de reusachtige apsis van den kolos heen liep, begreep hij -de ontzaglijkheid daarvan nog beter: een groote menigte gebouwen -is hier opgestapeld, die door de ledige ruimte van het plaveisel, -waarop een fijne grassoort groeit, omzoomd wordt. In die zwijgende -oneindigheid speelden slechts twee kinderen in de schaduw van een -muur. De oude Munt der pausen, de Zecca, die nu Italiaansch is en -door soldaten des konings bewaakt wordt, staat links van de naar de -Galleria leidende gang, terwijl rechts daartegenover zich een poort -van het Vaticaan bevindt, waar een schildwacht der Zwitsersche Garde -staat; door die poort komen de met twee paarden bespannen rijtuigen, -die volgens de etiquette de bezoekers van den kardinaal-secretaris -en van Zijn Heiligheid naar den St. Damasiushof brengen. - -Zij volgden de lange gang, de straat, die tusschen een vleugel van -het paleis en den muur der pauselijke tuinen loopt. Eindelijk kwamen -zij aan de Galleria degl' antichi. O, deze groote, uit eindelooze -zalen gevormde Galleria, de Galieria, die eigenlijk drie musea bevat, -de zeer oude Galleria Pio-Clementino, de Galleria Chiaramonte en den -Braccio-Nuovo; het is een geheele wereld, die in de aarde teruggevonden -en uitgegraven is en in het felle zonlicht verheerlijkt wordt. Meer dan -twee uur liep de jonge priester er door, ging van de eene zaal naar de -andere, verblind door deze meesterwerken, bedwelmd door zooveel genie -en zooveel schoonheid. Niet alleen de beroemde stukken sloegen hem met -verbazing, zooals de Laokoon en de Apollo van Belvédère, ook niet de -Meleager of zelfs de torso van Hercules; meer nog werd hij getroffen -door het ensemble, door de ontelbare beelden van Venus, Bacchus, -vergoddelijkte keizers en keizerinnen, door dezen prachtigen opbloei -van mooie lichamen, die de onsterfelijkheid van het leven uitjubelden. - -Drie dagen te voren had hij het museum van het Capitool bezocht, waar -hij de Venus, den Stervenden Galliër, de wondermooie, zwartmarmeren -Kentauren, de buitengewone verzameling busten bewonderd had. Maar hier -steeg door dezen onuitputtelijken rijkdom die bewondering tot stomme -verbijstering. En daar hij misschien nog meer naar leven dan naar -kunst zocht, bleef hij opnieuw in zelfvergetelheid voor de busten -staan, waarin zoo werkelijk en echt het historische Rome herleeft, -dat ongetwijfeld niet in staat was geweest zich op te werken tot de -ideale schoonheid van Griekenland, maar dat het leven schiep. Zij zijn -daar allen: de keizers, de wijsgeeren, de geleerden, de dichters, -zij herleven allen in een wonderbare intensiteit, zooals zij waren, -angstvallig door den kunstenaar bestudeerd en weergegeven met hun -mismaaktheden, hun gebreken, de kleinste bijzonderheden in hun trekken; -en uit dit overdreven streven naar waarheid kwam het karakter, een -herleving van onvergelijkelijke macht voort. Er bestaat niets hoogers; -het zijn de menschen zelf, die herleven, die de geschiedenis weer -doen opstaan, deze valsche geschiedenis, door het onderwijs waarvan -geslachten van leerlingen de oudheid verafschuwen. Maar hoe begrijpt -men haar, hoe gaat men sympathie ervoor voelen, als men dit alles -gezien heeft. En zoo kwam het, dat de kleinste marmeren brokstukken, -de afgebroken standbeelden, de verminkte bas-reliefs, een goddelijke -arm van een nymf, de gespierde dij van een satyr den glans van een -lichtende, groote en krachtige beschaving doen opleven. - -Narcisse bracht Pierre terug naar de honderd meter lange Galleria -dei Candelabri, waar prachtige beeldhouwwerken te vinden zijn. - -"Kijk eens, mijn waarde abbé, het is pas vier uur. Wij zullen hier een -oogenblik gaan zitten, want het gebeurt meermalen dat de Heilige Vader -hier door komt, om naar den tuin te gaan. Het zou een groot geluk zijn, -wanneer u hem zoudt kunnen zien, en wie weet misschien spreken!... In -ieder geval zult u wat uitrusten, want u zult wel doodmoe zijn..." - -Alle suppoosten kenden hem, zijn verwantschap met monsignor Gamba del -Zoppo opende alle deuren van het Vaticaan voor hem, waar hij dikwijls -geheele dagen doorbracht. Er stonden twee stoelen, zij gingen erop -zitten en Narcisse begon onmiddellijk weer over kunst te spreken. - -Welk een verwonderlijk lot, welk een verheven en geleende -koninklijkheid bezit Rome toch! Het schijnt een middelpunt te zijn, -waarin de geheele wereld samenkomt, maar waar niets uit den bodem zelf, -die van den beginne af met onvruchtbaarheid geslagen is, opschiet. De -kunsten moeten hier geacclimatiseerd, het genie van de omliggende -volkeren hierheen overgeplant worden; doch is dat eenmaal gedaan, -dan bloeien zij in volle pracht op. Onder de keizers, wanneer Rome -de koningin der aarde is, krijgt het van Griekenland de schoonheid -van zijn monumenten en beeldhouwwerken. Later, als het Christendom -ontstaat, is het in Rome nog geheel doordrenkt door het heidendom, -trouwens op een anderen bodem verwekt het de Gotische kunst, de -Christelijke kunst bij uitnemendheid. Nog later, in den tijd der -Renaissance, bloeit wel in Rome de eeuw van Julius II en Leo X, maar -deze beweging, welke het dien grooten opbloei bracht, werd voorbereid -door Toscaansche en Umbrische kunstenaars. - -Voor de tweede maal krijgt het zijn kunst van buiten, die het de -heerschappij over de wereld geeft en daar een triomphantelijke grootte -aanneemt. Toen had het ontwaken der oudheid plaats: Apollo en Venus -worden tot nieuw leven gewekt en door de pausen zelf aangebeden, -die, na Nicolaas V droomen het pauselijke Rome gelijk te maken aan -het keizerlijke. Na de zoo oprechte, teere en sterke voorloopers, -Fra Angelico, Perugino, Botticelli, en zoovele anderen, verschijnen -twee majesteiten: Michelangelo en Raffaël, de bovenmenschelijke en de -goddelijke. Dan volgt een plotselinge val: honderdvijftig jaren moeten -verloopen om te komen tot Caravaggio, tot alles wat de schilderkunst, -bij gebrek aan genie, aan krachtige kleur en uitbeelding bereiken -kon. Dan duurt het verval voort tot Bernini, die de vervormer, -de werkelijke schepper van het Rome der tegenwoordige pausen is, -het wonderkind, dat van zijn achttiende jaar af een geheel geslacht -van marmeren dochters verwekt, de alles omvattende architect, wiens -verbazingwekkende werkzaamheid den gevel van de St. Pieter voltooid, -de zuilengang gebouwd, het inwendige van de basilica versierd, -tallooze fonteinen, kerken en paleizen opgericht heeft. En dit was -het einde van alles, want van af dat oogenblik is Rome langzamerhand -uit het leven verdwenen, heeft het zich iederen dag wat meer uit de -moderne wereld teruggetrokken, alsof deze stad, die altijd van andere -steden geleefd heeft, eraan ten gronde ging, dat zij haar niets meer -kon afnemen, om zichzelf daaruit nieuwen roem te scheppen. - -"Bernini, o, die heerlijke Bernini!" ging Narcisse, in extase -wegzwijmelend, voort; "hij is zoo kráchtig en exquis, zijn -scherpzinnigheid is steeds wakker, hij bezit een vruchtbaarheid -vol gratie en pracht... En altijd weer komen zij aan met hun -Bramante, hun Bramante met zijn meesterwerk, zijn correcte en -koude Cancellaria! Nu, laten wij zeggen, dat hij de Michelangelo -en Raffaël van de architectuur is geweest, en verder niet over hem -praten!... Maar Bernini, de heerlijke Bernini, wiens zoogenaamde -slechte smaak uit meer fijnheid en verfijning bestaat dan de anderen -genie gelegd hebben in hun kolossaalheid en volmaaktheid. De rijke -en diepe ziel van Bernini, waarin onze tijd zich terugvinden moest, -is zoo triompheerend gezocht!... Kijk toch eens in de Villa Borghese -naar de Apollo en Daphné-groep, die hij op zijn achttiende jaar gemaakt -heeft, en vooral in de Santa Maria della Vittoria zijn Heilige Theresia -in extase! Ach, deze Heilige Theresia! Men ziet den hemel open, de -siddering, die het goddelijke genieten door het lichaam der vrouw -zendt, de tot krampen opgevoerde wellust van het geloof, het naar -adem snakkende schepsel, dat van overweldigende zaligheid in de armen -van haar God sterft!... Ik heb uren en uren voor haar doorgebracht, -zonder de kostbare, verterende oneindigheid van het symbool ooit te -hebben kunnen uitputten!" - -Zijn stem stierf weg, en Pierre, die zich over zijn onbewusten haat -tegen gezondheid, eenvoud en kracht niet langer verwonderde, luisterde -nauwlijks naar hem, overweldigd als hij werd door de gedachte, die zich -meer en meer van hem meester maakte: het heidensche Rome ontwaakte -weer in het Christelijke Rome en maakte daarvan het Katholieke Rome, -het nieuwe politieke, gehiërarchiseerde en beheerschende centrum -van de regeering der volkeren. Was het, met uitzondering dan van -den oorspronkelijken katakombentijd, ooit Christelijk geweest? Deze -gedachten waren als het ware een voortzetting, een bevestiging van -die, welke hij op den Palatinus, op de Via Appia, in de St. Pieter -gehad had. En dezen zelfden ochtend in de Sixtijnsche kapel en in -de Stanza della Segnatura, in de bedwelming, waarin de bewondering -hem gebracht had, had hij het nieuwe bewijs, dat het genie hem -gaf, wel begrepen. Weliswaar kwam in Michelangelo en Raffaël -het heidendom slechts terug in een door den Christelijken geest -bewerkte vervorming. Maar lag het er niet aan ten grondslag? Kwamen -de reusachtige naaktfiguren van den eersten niet uit den vreeselijken -hemel van Jehova, dien hij door den Olympus heen gezien had? Lieten -de ideale figuren van den tweede niet onder den kuischen sluier der -Heilige Maagd de heerlijke en begeerlijke Venuslichamen zien? Nu -was Pierre zich daar ten volle van bewust, en bij de verbazing, die -hem overstelpte, voegde zich een gevoel van verlegenheid, want die -tallooze, mooie lichamen, deze naaktfiguren, die de hartstochtelijke -levenslust verheerlijkten, gingen in tegen den droom, dien hij in -zijn boek gedroomd had: het verjongd Christendom, dat vrede gaf aan -de wereld, de terugkeer tot den eenvoud, tot de reinheid der eerste -tijden. - -Plotseling hoorde hij tot zijn verbazing hoe Narcisse, zonder dat hij -begrijpen kon door welken overgang van gedachten hij daartoe kwam, -hem bijzonderheden begon te vertellen over het dagelijksch leven van -Leo XIII. - -"Ja, mijn waarde abbé, op zijn vier-en-tachtigste jaar is hij nog zoo -werkzaam als een jonge man, leidt hij een leven van wilskracht en -arbeid, zooals wij het geen van beiden gaarne leven zouden!... Om -zes uur staat hij al op, leest zijn mis in zijn particuliere -kapel en ontbijt dan met wat melk. Van acht tot twaalf uur is het -vervolgens een onafgebroken défilé van kardinalen, prelaten, alle -congregatie-aangelegenheden, die hem onder de oogen komen moeten, -en ik verzeker u, dat er geen meer ingewikkelde bestaan. Om twaalf -uur hebben de openbare en gemeenschappelijke audiënties plaats. Om -twee uur dineert hij. Dan volgt een siësta, die hij wel verdiend -heeft, of een wandeling in den tuin tot zes uur. Menigmaal houden de -particuliere audiënties hem dan nog een paar uur bezig. Om negen uur -soupeert hij, maar hij eet bijna niets, leeft van niets, en dan altijd -alleen aan een klein tafeltje... Wat zegt u wel van de etiquette, -die hem tot een dergelijke eenzaamheid verplicht? Stel u voor: -een mensch, die in geen achttien jaar een dischgenoot gehad heeft, -altijd alleen zit in zijn grootheid?... Om tien uur zondert hij -zich, nadat hij met zijn vertrouwden de Rozenkrans gebeden heeft, -af in zijn kamer. Maar ook al gaat hij naar bed, hij slaapt weinig; -meermalen wordt hij bezocht door slapeloosheid; dan staat hij weer -op, roept een secretaris, om dezen aanteekeningen of brieven te -dicteeren. Wanneer een belangrijke zaak hem bezighoudt, dan geeft hij -zich daar geheel aan, denkt er onophoudelijk aan. Dat is zijn leven, -daarin ligt het geheim van zijn gezondheid: een voortdurend wakkere, -bezige geest, een kracht, die behoefte heeft zich te uiten... U weet -natuurlijk ook, dat hij langen tijd met liefde de Latijnsche poëzie -beoefend heeft. Men beweert ook, dat hij in dagen van strijd een waren -hartstocht voor de journalistiek heeft, zoozeer zelfs, dat hij de -artikelen in de bladen, die hij steunt, inspireert, ja ook dicteert, -wanneer zijn liefste denkbeelden op het spel staan." - -Er volgde een stilte. Ieder oogenblik keek Narcisse in deze groote, -verlaten en plechtige Galleria dei Candelabri te midden van de -roerlooze, spookachtig witte marmeren beelden, of het kleine gevolg -van den paus nog niet kwam, om zich naar den tuin te begeven. - -"Het zal u wel bekend zijn," ging Narcisse voort, "dat men hem -op een lagen stoel naar beneden draagt, die zoo smal is, dat -hij door alle deuren heen kan. Het is een heele tocht! Bijna twee -kilometers door de loggia's, de Stanza di Raffaeli, de schilderijen- -en beeldhouwwerkengalerijen, ongerekend de talrijke trappen. In het -kort een eindelooze tocht, voor men hem beneden neerzet in een allée, -waar een rijtuig met twee paarden staat te wachten.--Het is prachtig -weer vanavond. Hij zal zeker komen. Heb nog maar even geduld!" - -Terwijl Narcisse deze bijzonderheden vertelde, zag Pierre de -geheele geschiedenis voor zich herleven. Eerst kwamen de mondaine -en praallievende pausen der Renaissance, zij, die de Oudheid hadden -opgewekt en ervan droomden den Heiligen Stoel weer met het keizerlijk -purper te drapeeren: Paul II, de prachtlievende Venetiaan, die den -palazzo di Venezia had gebouwd; Sixtus V, wien wij de Sixtijnsche -kapel te danken hebben; Julius II en Leo X, die van Rome een stad -van theatralen pronk, van kostbare feesten, tournooien, balletten, -jachtpartijen, maskerades en festijnen maakten. Het pausdom had juist -onder den grond, in het stof der puinhoopen, den Olympus teruggevonden; -en als bedwelmd door den uit den ouden bodem opstijgenden levensstroom, -stichtte het de musea, maakte daarvan weer de prachtige, aan -den eeredienst der algemeene bewondering teruggegeven heidensche -tempels. Nooit had de Kerk zich nog in zoo'n doodsgevaar bevonden, -want al bleef men ook in de St. Pieter den Christus vereeren, zoo -troonden toch Juppiter en al de marmeren goden en godinnen met hun -triompheerende lichamen in de zalen van het Vaticaan. - -Vervolgens rees een ander visioen voor Pierre op, dat der moderne -pausen vóór de Italiaansche occupatie, Pius IX vrij nog en zich -dikwijls bewegend in zijn geliefd Rome. De groote, roode en gouden -koets werd door zes paarden getrokken, omgeven door de Zwitsersche -garde, gevolgd door een peloton edelgarden. Op den Corso verliet de -paus meermalen zijn rijtuig en zette zijn wandelrit te voet voort; -dan galoppeerde een bereden garde vooruit, om te waarschuwen en alles -te doen stilstaan. Onmiddellijk schaarden de rijtuigen zich in een rij; -de mannen stapten uit, om op straat neer te knielen, terwijl de vrouwen -eenvoudig bleven staan en het hoofd eerbiedig bogen bij de nadering van -den Heiligen Vader, die, glimlachend en zegenend, met langzamen stap -tot aan de piazza del Popolo ging. En nu kwam Leo XIII, de vrijwillige -gevangene. Achttien jaar lang nu al in het Vaticaan opgesloten, had -hij achter deze dikke, zwijgende muren, in dat onbekende, waarin het -bescheiden leven van al zijn dagen wegvloot, een hoogere majesteit, -iets heilig en huiveringwekkend mysterievols gekregen. - -O, deze paus, dien men niet meer ontmoet, dien men niet meer ziet, -die voor den gewonen mensch verborgen is als een dier vreeselijke -godheden, die alleen de priesters in het gelaat durven zien! Hij -heeft zich opgesloten in dat weelderige Capitool, dat zijn voorgangers -uit den Renaissance-tijd gebouwd en versierd hadden voor reusachtige -feesten; hij leeft daar, ver van de groote menigte, in een gevangenis, -met de mooie mannen en de mooie vrouwen van Michelangelo en Raffaël, -met de marmeren goden en godinnen, den schitterenden Olympus, die -den godsdienst van het licht en van het leven viert. Het geheele -pausdom baadt daar met hem in het paganisme. Welk een schouwspel, -wanneer deze tengere grijsaard met zijn sneeuwwitte haren, door -die zalen der Galleria degl' Antichi komt, om zich naar den tuin te -begeven. Rechts en links zien de standbeelden met al hun naakt vleesch -hem voorbijkomen: Juppiter en Apollo en Venus, de heerscheres, en Pan, -de universeele god, wiens lach de vreugden der aarde inluidt. Nereïden -baden zich in den doorzichtigen stroom, Bacchanten dartelen zonder -sluier in het warme gras. Kentauren dragen galoppeerend op hun -dampende flanken mooie, in wellust zwijmelende meisjes weg. Ariadne -wordt verrast door Bacchus, Ganymedes liefkoost den adelaar, Adonis -doet de paren in liefde ontvlammen. - -En de witte grijsaard wordt op zijn lagen stoel door dit triompheerende -vleesch, die pronkende, pralende, verheerlijkte naaktheid, die de -almacht der natuur, het eeuwige mysterie verkondigt, gedragen. Sedert -men haar teruggevonden, uitgegraven en geëerd heeft, heerscht zij -daar opnieuw onvergankelijk; en vergeefs heeft men wijnrankbladeren -aan de standbeelden aangebracht, evenals men de grootsche figuren van -Michelangelo gekleed heeft: het geslacht vlamt, het leven schuimt over, -het zaad stroomt wild-bruisend door de aderen der wereld. - -Dicht daarbij in de onvergelijkelijk rijke Vaticaansche Bibliotheek, -waarin het geheele menschelijke weten slaapt, zal het een nog -vreeselijker gevaar zijn, zal een ontploffing het Vaticaan en zelfs -de St. Pieter ten val brengen, wanneer ook die boeken eens ontwaken -en luide spreken, zooals de schoonheid der Venussen en de mannekracht -der Apollo's gesproken hebben. Maar de witte, zoo magere grijsaard -schijnt niets te zien, niets te hooren, en de Juppiterkoppen en de -Herculestorso's en de Antinoi met hun dubbelzinnige heupen, blijven -hem zwijgend voorbij zien gaan. - -In zijn ongeduld vroeg Narcisse een suppoost, die hem verzekerde, -dat Zijne Heiligheid reeds in den tuin was. De meeste keeren namelijk -ging men, om den weg te bekorten, door een kleine overdekte galerij, -die voor de Munt uitkwam. - -"We zullen ook gaan, als ge het goed vindt!" zeide hij tegen -Pierre. "Ik zal zien, dat we toegang tot de tuinen krijgen." - -Beneden in den vestibule, waar een deur uitkwam op een breede laan, -begon hij weer te praten met een anderen suppoost, een voormalig -pauselijk soldaat, dien hij speciaal kende. Onmiddellijk liet deze -hem met Pierre doorgaan; maar hij kon niet zeker zeggen of monsignor -Gamba del Zoppo met Zijne Heiligheid was. - -"Het komt er niet op aan," begon Narcisse weer, toen zij samen in de -allée waren; "ik geef nog steeds de hoop op een gelukkige ontmoeting -niet op... En nu zijn we in de beroemde tuinen van het Vaticaan." - -Deze tuinen zijn zeer uitgestrekt. De paus kan, wanneer hij door de -alleeën en dan door de wijngaard en den moestuin gaat, vier kilometer -loopen. Zij beslaan het plateau van den Vaticaanschen heuvel, die aan -alle zijden nog door den ouden muur van Leo IV omgeven wordt, wat hen -van de omliggende kleine dalen scheidt. Vroeger liep de muur door tot -den Engelenburg, waar de zoogenaamde Leostad was. Er is geen plek, -vanwaar men in die tuinen zien kan, geen enkele nieuwsgierige blik -zou erin kunnen doordringen, behalve van den dom van de St. Pieter, -en slechts haar reusachtige schaduw valt op brandend heete dagen in de -tuinen. Zij vormen als het ware een wereld op zichzelf, een gevariëerd -en volkomen geheel, dat iedere paus getracht heeft mooier te maken: -een groot grasperk met geometrische gazons met twee mooie palmen -beplant en met citroen- en oranjeappelboomen in potten versierd; -een vrijere, schaduwrijker tuin, waarin zich tusschen diepe heggen -en lanen de Aquilone, de fontein van Giovanni Vesanzio en het oude -Casino van Pius IV bevinden; de boschjes met de prachtige steeneiken, -die door breede alleeën doorsneden worden en als uitlokken tot langzame -wandelingen; en eindelijk, na nog andere boomgroepen, de moestuin en -de goed onderhouden wijngaard. - -Al loopend door de boschjes vertelde Narcisse aan Pierre bijzonderheden -over het leven van den Heiligen Vader in deze tuinen. Wanneer het -weer het toelaat, gaat hij er om den anderen dag wandelen. Vroeger -verhuisden de pausen in Mei van het Vaticaan naar het Quirinaal, -dat koeler en gezonder is, terwijl zij den tijd der grootste hitte -doorbrachten in Castel Gandolfo aan het Albaansche Meer. Tegenwoordig -heeft de Heilige Vader geen ander zomerverblijf dan de zoo goed als -ongedeerd gebleven toren van den ouden muur van Leo IV. Hij brengt -daar de warmste dagen door en heeft zelfs een soort paviljoen ernaast -laten bouwen voor zijn gevolg, om er langer verblijf te kunnen -houden. Narcisse, die hier bekend was, kon vrij naar binnen gaan -en Pierre een blik laten slaan in het eenige door Zijne Heiligheid -bewoonde vertrek, een groote ronde kamer met een half-kogelvormige -zoldering, waar de hemel op geschilderd is met de symbolische teekenen -der sterren, waarvan er een, de Leeuw, als oogen twee sterren heeft, -die door een bijzonder verlichtingssysteem 's nachts fonkelen. De muren -zijn zoo dik, dat men door een der ramen af te sluiten, in de nis een -soort kamer heeft kunnen maken, waarin zich een rustbed bevindt. Verder -bestond het meubilair uit een groote schrijftafel, een kleinere -eettafel en een grooten, geheel vergulden, koninklijken leunstoel, -een der geschenken ter gelegenheid van het bisschopsjubileum. En men -denkt aan de eenzame, stille dagen in deze lage torenkamer, koel als -een graf, wanneer de heete Juli- en Augustuszon in de verte op het -in slaap gevallen Rome brandt. - -Dan nog verdere bijzonderheden. In een anderen, door een kleinen, -witten koepel bekroonden toren, dien men tusschen het groen ziet, is -een sterrenwacht opgericht. Ook is er onder de boomen een Zwitsersch -chalet, waarin Leo XIII gaarne uitrust. Hij gaat meermalen te voet -naar den moestuin en stelt vooral belang in den wijngaard, dien hij -dikwijls bezoekt, om te zien, of de druiven rijpen en de oogst goed -worden zal. Maar wat den jongen priester het meest verbaasde was -te hooren, dat de Heilige Vader, toen hij jonger en sterker was, -een hartstochtelijk jager geweest was. In het bijzonder was hij een -vriend van den "roccolo". Aan den rand van een boschje worden langs -een allée netten met groote, breede mazen gespannen, zoodat die allée -aan beide zijden afgesloten is. In het midden zet men op den grond -de kooien met lokvogels, wier zang al heel spoedig de vogels uit de -buurt, de roodborstjes, grasvinken, nachtegalen en allerlei soorten -vijgeneters lokt. Wanneer er dan veel bij elkaar waren, klapte Leo -XIII, die verscholen op den loer zat, in zijn handen en verschrikte -de vogels, die opvlogen en met hun vleugels in de mazen van het net -bleven hangen. Men behoefde ze dan nog slechts uit te zoeken en met -een lichten druk van den duim te wurgen. Gebraden vijgeneters vormen -een groote delicatesse. - -Toen zij door het kreupelhout teruggingen, zag Pierre tot zijn groote -verbazing een kleine imitatie der Grot van Lourdes, die met behulp van -rotsjes en cementblokken gemaakt was. Zijn ontroering was zóó groot, -dat hij die voor Narcisse niet verbergen kon. - -"Dus is het toch waar?... Men had het mij verteld, maar ik dacht, -dat de paus breeder van opvatting en los van dat lage bijgeloof was." - -"O," antwoordde Narcisse, "ik geloof, dat de Grot uit den tijd van -Pius IX dateert, die voor Notre-Dame de Lourdes een dankbare vereering -had. In ieder geval is het een geschenk, en Leo XIII zorgt alleen maar, -dat de Grot niet in verval geraakt." - -Gedurende enkele minuten bleef Pierre roerloos en zwijgend -voor die nabootsing, voor dat kinderlijke, religieus -stuk speelgoed staan. Verscheidene bezoekers hadden uit -vromen ijver hun visitekaartjes in de spleten van het cement -achtergelaten. Teleurgesteld en droevig gestemd begon hij met -hangend hoofd en geheel verzonken in een troosteloos gepeins over de -jammerlijke dwaasheid der wereld, Narcisse weer te volgen. - -Lieve God, hoe heerlijk was ondanks alles dit einde van een -mooien dag, welk een alles overwinnende bekoring steeg in dit -aanbiddelijke gedeelte der tuinen uit de aarde op! Meer dan onder -de flauwe schaduw van het kreupelhout, meer zelfs dan tusschen -de vruchtbare wijngaardranken voelde hij hier midden op dit kale, -verlaten, trotsche en brandende grasperk de volle kracht der machtige -natuur. In het dunne gras, dat regelmatig de geometrische afdeelingen, -die door de alleeën gevormd werden, sierde, zag men nauwlijks eenige -lage struiken, dwergrozen, aloës en half verdroogde bloemperkjes, -terwijl in den barokken smaak van vroeger enkele groene heestertjes -nog het wapen van Pius IX vormden. - -Niets stoorde de warme stilte dan het zachte, kristallijnen -geruisch van de fontein in het midden, een regen van droppels, die -onophoudelijk uit een bekken vielen. Geheel Rome met zijn vurigen -hemel, zijn souvereine lieftalligheid, zijn veroverenden wellust scheen -dit vierkante mozaïek van groen te bezielen; half verwaarloosd en -geschroeid als het was, nam het in de oude huivering van een vlammenden -hartstocht, die nooit sterven kon, een zwaarmoedigen trots aan. Oude -vazen, oude standbeelden, naakt en wit in de ondergaande zon, stonden -om het grasperk heen. En sterker dan de geur der eucalyptussen en der -pijnboomen, sterker ook dan de geur der rijpende oranjeappelen steeg -de geur der groote taxisboomen op, zoo vol gulzig leven, dat hij als -de geur zelf der manlijke kracht van dezen ouden, door menschenstof -verzadigden bodem, de voorbijgangers als het ware bedwelmde. - -"Het is werkelijk wonderlijk, dat wij Zijne Heiligheid niet gezien -hebben," zeide Narcisse. "Het rijtuig is zeker de andere allée -doorgereden, toen wij in den toren van Leo IV waren." - -Hij begon nu over zijn neef, monsignor Gamba del Zoppo, en legde Pierre -uit, dat het ambt van "Copiere", van opperschenker, dat deze als een -der vier geheime kamerheeren moest vervullen, nog slechts een zuiver -eerebaantje was, vooral sedert de diplomatieke diners en de diners ter -eere van bisschopswijdingen gegeven werden bij den kardinaal-secretaris -in het staatssecretariaat. Monsignor Gamba del Zoppo, wiens blooheid -en onbeduidendheid spreekwoordelijk waren, scheen geen andere rol te -spelen dan Leo XIII, die hem om zijn voortdurende vleierijen en de -anecdotes, welke hij zoowel uit de zwarte als de witte kringen wist te -vertellen, gaarne mocht, op te vroolijken. Deze dikke, vriendelijke -en zelfs, wanneer zijn eigen belangen daardoor geen gevaar liepen, -dienstvaardige man, was een wandelende courant. Hij wist alles en -versmaadde zelfs keukenpraatjes niet. Op die wijze stevende hij kalm -op het kardinaalschap aan; hij was zeker van den kardinaalshoed, -zonder dat hij zich eenige andere moeite behoefde te geven dan op de -wandelingen nieuwtjes te vertellen. En God weet, dat hij daarvoor stof -genoeg vond in dat gesloten Vaticaan met zijn gewemel van prelaten -van alle soorten, onder dat pauselijk personeel, waarbij geen vrouwen -zijn en dat alleen uit oude jonggezellen in lange kleeren bestaat, die -slechts leven in matelooze eerzucht, in heimlijken en afschuwlijken -strijd en in woesten haat, welke, naar men zegt, soms nog wel grijpt -naar het goede, oude gif van vroeger tijden! - -Plotseling bleef Narcisse staan. - -"Kijk, ik wist het wel... Daar is de Heilige Vader... Maar wij -hebben geen geluk. Hij zal ons zelfs niet zien. Hij stapt weer in -zijn rijtuig." - -Inderdaad was de koets tot den rand van het kreupelhout gereden en -de kleine stoet, die uit een smalle allée kwam, liep erheen. - -Pierre had een schok in zijn hart gekregen. Onbeweeglijk stond -hij met Narcisse half verborgen achter den hoogen pot van een -citroenboom en kon slechts uit de verte den witten grijsaard, -zoo tenger in de fladderende plooien van zijn witte soutane, zeer -langzaam loopend met kleine pasjes, die over het zand schenen te -glijden, zien. Nauwlijks kon hij het magere, als uit oud, doorzichtig -ivoor gesneden gezicht, waarin vooral de groote neus boven de dunne -lippen opviel, onderscheiden. Maar de zeer donkere oogen glansden -nieuwsgierig glimlachend, terwijl hij zijn oor naar rechts gewend -hield, naar monsignor Gamba del Zoppo, die, dik en kort, met een bloem -in het knoopsgat en waardig, ongetwijfeld bezig was een verhaal te -vertellen. Aan de andere zijde liep een der edelgarden, terwijl twee -andere prelaten volgden. - -Het was slechts een alledaagsch tooneeltje; reeds stapte Leo XIII in -de gesloten koets. En te midden van dien grooten, brandend heeten, met -geuren bezwangerden tuin vond Pierre weer dezelfde vreemde ontroering -terug, die zich in de Galleria dei Candelabri van hem meester gemaakt -had, toen hij zich voor den geest had geroepen, hoe de paus tusschen -de hun triomphantelijke naaktheid ten toon spreidende Venussen en -Apollo's gedragen werd. Daar vierde slechts de heidensche kunst de -eeuwigheid van het leven, de prachtige en almachtige krachten der -natuur. Hier echter zag hij hem baden in de natuur zelf, in de mooiste, -wellustigste, hartstochtelijkste natuur. - -O, deze paus, deze witte grijsaard, die zijn God, den God van -smarten, ootmoed en verzaking, door de lanen van dezen liefdetuinen -leidde, wanneer na heete dagen mat de avond valt en de geuren van -pijnboomen en eucalyptussen, van rijpe oranjeappelen en taxisboomen -hem liefkoozen! Geheel en al omgaf Pan hem hier met de machtige -uitstroomingen van zijn manlijke kracht. Hoe heerlijk zou het zijn -daar te leven te midden van de pracht van den hemel en van de aarde, -de schoonheid van de vrouw er lief te hebben en zich te verblijden in -de algemeene vruchtbaarheid. Plotseling werd hij zich van de waarheid -bewust, dat uit het land van licht en vreugde slechts een wereldlijke, -op verovering en politieke macht beluste godsdienst kon ontsproten -zijn en niet de mystieke en lijdende godsdienst van het Noorden, -de religie der ziel. - -Maar Narcisse liep met den jongen priester verder, terwijl hij hem -nog meer bijzonderheden vertelde: over de gulle eenvoudigheid van Leo -XIII, die dikwijls bleef staan om met de tuinlieden te praten en te -vragen naar den stand der boomen, naar den verkoop der oranjeappelen; -over de liefde, welke hij gehad had voor twee gazellen, die hij uit -Afrika ten geschenke gekregen had, mooie, teere dieren, die hij graag -streelde en bij wier dood hij geweend had. Maar Pierre luisterde niet -meer; en toen zij zich weer op het plein voor de St. Pieter bevonden, -keerde hij zich om en keek nogmaals naar het Vaticaan. - -Zijn blikken vielen op de bronzen deur en hij herinnerde zich, hoe -hij zich 's ochtends afgevraagd had, wat er achter die metalen, met -groote spijkers beslagen spijlen verborgen was. Hij durfde zich nog -geen antwoord geven op die vraag; hij durfde nog niet te beslissen, -of de nieuwe, naar broederschap en gerechtigheid smachtende volkeren -er den door de toekomstige democratieën verwachten godsdienst -zouden vinden, want hij nam nog slechts een eersten indruk met zich -mede. Maar hoe sterk was die indruk en welk een beginnende ramp voor -zijn droom! Een bronzen deur--ja, het was een harde, onbedwingbare -deur, die het Vaticaan met haar oude paneelen dichtmetselde, -het zoo streng van de overige wereld scheidde, dat er sinds drie -eeuwen niets binnengekomen was. Zoo even had hij daarachter de -oude eeuwen, tot aan de zestiende toe, zien herleven. De tijd was -er als het ware stil blijven staan. Niets was er meer, dat leefde; -de uniformen zelfs der Zwitsersche garde, van de edelgarden, van de -prelaten waren niet veranderd; men vond er de wereld van driehonderd -jaar geleden terug met haar zelfde etiquette, haar zelfde kleeding, -haar zelfde denkbeelden. Want ook al sloten de pausen zich, als een -hautain protest, de laatste vijf-en-twintig jaar vrijwillig op, dat nam -niet weg, dat die inmetseling in het verleden, in de traditie van veel -langer geleden dateerde en een op andere wijze ernstig gevaar vormde. - -Het geheele Katholicisme was er evenals zij opgesloten, hardnekkig -vasthoudend aan zijn dogma's, in zijn starre onbeweeglijkheid nog -slechts levend door zijn wijde hiërarchische organisatie. Kon dan het -Katholicisme ondanks zijn schijnbare soepelheid in niets toegeven -zonder gevaar te loopen geheel medegesleept te worden? En dan--wat -voor een vreeselijke wereld vol trots, vol eerzucht, vol haat en -strijd! En welk een vreemde gevangenis, welke vreemde toenaderingen -daar achter die sloten en grendels: de Christus in gezelschap van -Juppiter Capitolinus, de geheele Christelijke Oudheid verbroederd met -de Apostelen, de herder van het Evangelie, die in naam der armen en -eenvoudigen regeert, omgeven door de geheele pracht der Renaissance! Op -het plein voor de St. Pieter ging de zon onder, de zachte wellust -van den Romeinschen avond zonk neer van den helderen hemel; en de -jonge priester bleef wanhopig na dien mooien dag, doorgebracht met -Michelangelo, Raffaël, de Oudheid en den Paus in het grootste paleis -der wereld. - -"En nu moet ik mij verder excuseeren, mijn waarde abbé!" zeide -Narcisse. "Ik wil u niet verhelen, dat ik bang ben, dat mijn dappere -neef zich niet in uw zaak wil compromitteeren... Ik zal nog wel eens -naar hem toe gaan, maar u zult verstandig doen niet te veel meer op -hem te rekenen." - -Het was bijna zes uur toen Pierre in den palazzo Boccanera -terugkwam. Gewoonlijk ging hij bescheiden door het steegje en liep -hij de kleine trap op, waarvan hij een sleutel had. Maar hij had -dien ochtend een brief van vicomte Philibert de la Choue ontvangen, -waarvan hij den inhoud aan Benedetta wilde mededeelen. Dus ging hij -de groote trap op. Tot zijn verwondering vond hij echter niemand in -de antichambre. Op gewone dagen ging Victorine, wanneer Giacomo uit -moest, daar aan een handwerkje zitten naaien. Haar stoel stond er wel, -hij zag zelfs op een tafeltje het linnen, dat zij aan het verstellen -was, liggen, zij was dus ongetwijfeld weggegaan. Hij nam de vrijheid -den eersten salon binnen te gaan. Het was er bijna reeds donker, -de schemering stierf er zacht weg. De priester bleef staan, durfde -niet verder gaan, toen hij uit den salon ernaast, den grooten gelen -salon, een stemmengeruisch, geritsel, bonsen hoorde. Eerst klonk een -dringend smeeken, dan woedend gebrom. Plotseling aarzelde hij niet -meer; hij werd ondanks zichzelf als medegesleept door de zekerheid, -dat iemand zich in dat vertrek verdedigde en op het punt stond het -onderspit te delven. - -Toen hij het vertrek binnenvloog, zag hij daar tot zijn groote -verbijstering Dario als dol, in een uitbarsting van wilden hartstocht, -waarin het ongebreidelde bloed der Boccanera's, ondanks de elegante -uitputting van het ras, weer boven kwam: hij hield Benedetta bij -haar schouders, had haar achterover op een canapé geworpen, wilde -haar met geweld bezitten, terwijl hij haar gezicht met zijn heete -woorden verzengde. - -"Om Gods wil, lieveling... Om Gods wil, als je niet wilt, dat ik en -jij sterven... Je zegt het toch zelf... het is uit... dat huwlijk zal -nooit vernietigd worden... Laten we toch niet langer ongelukkig zijn, -heb mij lief zooals ik jou liefheb... en laat mij je liefhebben, -laat mij je liefhebben!" - -Maar weenend, met een gelaat vol onuitsprekelijke liefde en -onuitsprekelijke smart stootte de contessina hem met haar uitgestrekte -armen van zich af. - -"Neen, neen, ik heb je lief, ik wil niet, ik wil niet!" - -Op dat oogenblik had Dario, terwijl hij een wanhopig gebrom uitstiet, -het gevoel, dat iemand binnenkwam. Hij richtte zich heftig op en -keek Pierre met een waanzinnig-starenden blik aan, zonder hem goed -te herkennen. Dan streek hij met zijn handen over zijn gezicht, over -zijn door tranen overstroomde wangen, over zijn met bloed doorloopen -oogen en vluchtte, terwijl hij een vreeselijk: "Ach" uitbrulde, -waarin zijn bedwongen begeerte nog in tranen en berouw streed. - -Benedetta was hijgend op den canapé blijven zitten; haar moed en -haar kracht waren gebroken. Maar toen Pierre, verlegen met zijn rol -en geen woorden kunnende vinden, zich ook wilde verwijderen, vroeg -zij hem met een stem, die al kalmer begon te worden: - -"Neen, neen, mijnheer de abbé, ga niet weg... Neem plaats wat ik u -smeeken mag, ik wou graag even met u praten." - -Hij meende zich echter voor zijn plotseling binnenkomen te moeten -verontschuldigen, zeide haar, dat de deur van den eersten salon half -open stond en hij in de antichambre alleen maar het verstelgoed van -Victorine gezien had. - -"Dat is waar!" riep de contessina uit; "Victorine moest er zijn, ik -heb haar zooeven nog gezien. Toen mijn arme Dario zijn zelfbeheersching -verloor, heb ik haar geroepen. Waarom is zij niet gekomen?" - -Dan voegde zij in een opwelling van vertrouwelijkheid, terwijl haar -gezicht nog brandde van den strijd, eraan toe: - -"Luister eens, mijnheer de abbé, ik zal u alles vertellen, want ik -wil niet, dat u een te laag idee van mijn armen Dario krijgt. Dat -zou me veel leed doen... Kijk u eens, wat er zooeven hier gebeurd is, -is ook eenigszins mijn eigen schuld. Gisteravond heeft hij mij om een -onderhoud in deze kamer gevraagd, om eens rustig en kalm te kunnen -praten; en daar ik wist, dat mijn tante op dit uur niet thuis zou -zijn, heb ik hem gezegd te komen... Het is heel natuurlijk, niet -waar, dat wij na het groote verdriet, dat het bericht, dat mijn -huwlijk ongetwijfeld nooit vernietigd zal worden, ons veroorzaakt -heeft, elkaar even spreken wilden? Wij lijden te veel, er moet een -besluit genomen worden... En toen hij kwam, begonnen wij te huilen, -hebben wij lang in elkaars armen gelegen, elkaar geliefkoosd en onze -tranen vermengd. Ik heb hem wel duizendmaal gekust en hem gezegd, -dat ik hem aanbad, dat ik er wanhopig onder was hem zoo ongelukkig -te maken, dat ik zeker aan mijn verdriet hem zoo ongelukkig te zien, -sterven zou. Misschien heeft hij daarin een aanmoediging gezien, -en bovendien hij is toch ook geen engel, ik had hem niet zoo lang -aan mijn hart moeten drukken... U begrijpt, mijnheer de abbé, ten -slotte is hij als dol geworden en heeft hij datgene gewild wat ik -aan de Heilige Maagd gezworen heb alleen aan mijn echtgenoot te geven." - -Zij zeide het kalm, eenvoudig, zonder eenige verlegenheid. Een flauw -glimlachje speelde om haar lippen, toen zij voortging: - -"O, ik ken mijn armen Dario heel goed. Maar dat belet niet, dat ik hem -liefheb, integendeel. Hij ziet er teer, ja zelfs een beetje ziekelijk -uit, maar in den grond der zaak is hij hartstochtelijk, moet hij zijn -zinnen bevredigen. Ja, het oude bloed bruist nog in hem, en ik weet wat -dat zeggen wil, want als klein meisje had ik soms aanvallen van woede, -waarin ik op den grond lag te stampen; en ook nu nog moet ik, wanneer -ik dergelijke aanvallen krijg, tegen me zelf strijden, me pijnigen, -om niet de grootst mogelijke dwaasheden uit te halen... Mijn arme -Dario! Hij kàn zoo moeilijk leed verdragen! Hij is precies een klein -kind, dat zijn luimen dadelijk ingewilligd zien wil; maar in den grond -der zaak is hij toch ook heel verstandig, wacht hij op mij, omdat -hij begrijpt, dat het ware geluk voor hem bij mij is, die hem aanbid." - -Nu kreeg Pierre een helder inzicht in het karakter van den jongen -prins, dat hij tot nog toe niet volkomen begrepen had. Hoewel -hij doodelijk veel van zijn nicht hield, had hij toch steeds door -elders zijn vermaken gezocht. Een volmaakte egoïst, maar toch een -vriendelijke, aardige jongen. Vooral was hij niet in staat leed te -verdragen, had hij een afschuw van lijden, leelijkheid en armoede, -zoowel bij hem als bij anderen. Met hart en ziel was hij voor vreugde, -schittering, uiterlijken schijn en leven in de open, vrije lucht. En -bovendien was hij uitgeput, bezat hij nog slechts kracht voor dit -leven van niets doen, kan hij zelfs niet meer denken of willen, -zoodat het nooit zelfs in hem opgekomen was zich aan te sluiten bij -het nieuwe regime. Daarbij kwam nog de matelooze Romeinsche trots, -een met scherpzinnigheid en een steeds levendig, praktisch begrip -der werkelijkheid verbonden luiheid, en bij de zachte lieftalligheid -van zijn eindigend geslacht, bij zijn voortdurende behoefte aan een -vrouw, aanvallen van woedende begeerte, een dierlijke, menigmaal -losbarstende zinnelijkheid. - -"Mijn arme Dario! Laat hij naar een andere vrouw gaan, ik neem het -hem niet kwalijk," voegde Benedetta er met haar mooi glimlachje zacht -aan toe. "Je moet niet het onmogelijke aan een man vragen, niet waar?" - -Toen Pierre, wiens denkbeelden omtrent Italiaansche jaloezie geheel -geschokt werden, haar verbaasd aankeek, riep zij, brandend van -hartstochtelijke aanbidding: - -"Neen, neen, daar ben ik niet jaloersch op. Hij vindt er genot in -en mij hindert het niet. Ik weet heel goed, dat hij steeds tot mij -zal terugkeeren, dat hij alleen nog maar aan mij zal toebehooren, -wanneer ik dat willen, wanneer ik dat kunnen zal." - -Er volgde een stilte. De salon begon zich in duisternis te hullen, -het goud aan de groote wandtafeltjes doofde uit, een eindelooze -droefgeestigheid viel van de hooge, donkere zoldering en het oude gele -behang met zijn herfsttinten. Spoedig daarna trad door een toevallige -belichting een schilderij boven den canapé, waarop de contessina -zat, uit de duisternis te voorschijn: het portret van het jonge, -mooie meisje, van Cassia Boccanera, die in haar liefde gerechtigheid -geoefend had. Weer trof hem de gelijkenis en hij dacht hardop: - -"De verzoeking is sterker dan de menschen, er komt altijd een -oogenblik, waarop men bezwijkt. Als ik daareven niet binnengekomen -was..." - -Heftig viel zij hem in de rede: - -"Ik, ik!... O, u kent mij niet. Ik zou liever gestorven zijn." - -En in een vreemde, vrome exaltatie, geheel opgeheven door haar liefde -en als had het bijgeloof den hartstocht tot extase opgevoerd, voegde -zij eraan toe: - -"Ik heb de Madonna gezworen mijn maagdelijkheid te geven aan den man, -dien ik liefheb, doch eerst op den dag, dat hij mijn man zal zijn; -en dien eed heb ik gehouden ten koste van mijn geluk, en ik zal hem -houden ten koste van mijn leven, als het moet... Ja, Dario en ik -zullen desnoods sterven, maar de Heilige Maagd heeft mijn woord en -de engelen in den hemel zullen niet weenen." - -Zij gaf zich geheel in al haar oprechtheid, met een eenvoud, die -eerst ingewikkeld, onverklaarbaar schijnen kon. Ongetwijfeld werd -zij beheerscht door die zonderlinge voorstelling van menschelijken -adel, welke het Christendom gelegd heeft in verzaking en reinheid, -die een protest is tegen de eeuwige materie, de krachten der natuur, -de oneindige vruchtbaarheid van het leven. Maar in haar was het nog -iets meer: voor haar had de maagdelijkheid een onschatbare waarde, -was zij een kostbaar goddelijk geschenk, dat zij aan den door haar -hart uitverkoren geliefde geven wilde, die, zoodra God hen verbonden -zou hebben, ook de meester van haar lichaam was. Voor haar bestond -er buiten het door den priester gewijde huwlijk slechts doodzonde -en gruwel. Dat alles verklaarde haar langen tegenstand aan Prada, -dien zij niet liefhad; haar wanhopigen, pijnlijken tegenstand aan -Dario, dien zij aanbad, maar aan wien zij zich slechts geven wilde in -een wettig huwlijk. Welk een marteling moest het voor die in liefde -ontvlamde ziel zijn weerstand te bieden aan die liefde! Welk een niet -eindigende strijd van haar plichtsgevoel en haar eed aan de Heilige -Maagd met den hartstocht, dien hartstocht van haar geslacht, welke -soms, zooals zij zelf bekende, in haar woedde als een storm! - -Pierre keek haar in de wegstervende schemering aan en het was hem, -alsof hij haar nu voor het eerst zag, voor het eerst begreep. Haar -dualiteit verried zich in haar eenigszins krachtige en zinnelijke -lippen, in haar groote, zwarte, ondoorgrondelijke oogen, in haar -zoo kalm, zoo verstandig, zoo kinderlijk-teer gezicht. Achter deze -vurige oogen, onder die lelie-reine huid raadde men de innerlijke -spankracht van de bijgeloovige, trotsche en eigenzinnige vrouw, -die zich hardnekkig bewaarde voor haar liefde, die slechts werkte, -om daarvan te genieten en er in haar beredeneerde bedachtzaamheid -steeds op voorbereid was, dat een hartstochtelijke dwaasheid haar -mede zou kunnen sleepen. O, hoe kon hij zich nu begrijpen, dat men -haar liefhad! Hoe voelde hij, dat een zoo aanbiddelijk wezen met haar -heerlijke oprechtheid, haar onstuimige terughouding, om zich beter -te kunnen geven, het leven van een man vervullen kon! Zij kwam hem -voor als de jongere zuster van die liefelijke en tragische Cassia, -die met haar voortaan nuttelooze maagdelijkheid niet langer leven -wilde en zich in den Tiber geworpen had, terwijl zij haar broeder -Ercolo en het lijk van Flavio, haar geliefde, met zich trok! - -In een liefdevolle opwelling greep Benedetta de beide handen van -Pierre. - -"Mijnheer de abbé, u bent nu een veertien dagen hier, en ik heb -al een groote genegenheid voor u opgevat, omdat ik voel, dat u een -vriend bent. Indien u ons niet dadelijk begrijpt, moet u toch niet -te slecht over ons oordeelen. Ik zweer u, dat ik, hoe onwetend ik -ook ben, altijd tracht zoo goed mogelijk te handelen." - -Hij werd diep geroerd door haar beminlijkheid en hij dankte haar -daarvoor, terwijl hij een oogenblik haar mooie handen in de zijne nam, -want ook hij had een groote genegenheid voor haar opgevat. Weer sleepte -een droom hem mede: haar opvoeder zijn, als hij den tijd daarvoor had, -in ieder geval niet weer te vertrekken, zonder deze ziel gewonnen te -hebben voor de denkbeelden van naastenliefde en broederschap, die -de zijne waren. Was dit bewonderenswaardige, indolente, onwetende, -niets omhanden hebbende schepseltje, dat slechts haar liefde -wist te verdedigen, niet het Italië van gisteren? Het zoo mooie, -sluimerende Italië van gisteren met haar uitstervende lieftalligheid, -zoo betooverend in haar sluimering, in wier diepe, donkere, -hartstochtelijk brandende oogen nog zoo veel ongekends verborgen -lag? Welk een heerlijke taak haar te wekken, haar te onderrichten, -haar te veroveren voor de waarheid, het volk der lijdenden en der -armen, het verjongde Italië van morgen, zooals hij zich dat droomde! - -In dat rampzalige huwlijk met graaf Prada, in dien breuk met -hem, wilde hij zelfs een eerste mislukte poging zien: het moderne -Noord-Italië ging te vlug te werk, was te ruw in zijn poging om het -zachte, achtergebleven, nog groote en trage Rome lief te hebben en te -hervormen! Maar kon hij de taak niet opnieuw opvatten, had hij niet -gemerkt, dat zijn boek na de verbazing, die de eerste lezing in haar -gewekt had, in de leegte van haar slechts door haar verdriet gevulde -dagen, haar gedachten bezig gehouden had, haar belang inboezemde. Wat, -zich voor anderen, zich voor de minderen dezer wereld, voor het geluk -der ongelukkigen te interesseeren? Was het mogelijk, dat daarin een -verzachting van eigen leed lag? Zij was reeds ontroerd; en hij nam -zich voor haar tranen te doen vloeien, terwijl hij zelf naast haar -beefde bij de gedachte aan de eindelooze liefde, die zij geven zou, -wanneer zij zou liefhebben. - -De nacht was geheel gevallen en Benedetta stond op om een lamp te -vragen. Toen Pierre afscheid nam, hield zij hem nog even terug in de -donkerte. Hij zag haar niet meer, hoorde haar nog slechts met haar -ernstige stem zeggen: - -"U zult toch geen al te slechte opinie van ons meenemen, mijnheer de -abbé? Dario en ik hebben elkaar lief, en dat is geen zonde, wanneer -men verstandig is. Ja zeker, ik heb hem al zoo lang lief! Stel u voor, -ik was nauwlijks dertien en hij achttien, toen we al zoo heel veel van -elkaar hielden in dien grooten tuin van de villa Montefiori, welken -men heelemaal verwoest heeft... O, wat voor dagen hebben wij daar -doorgebracht--heele middagen onder de boomen, uren lang in onvindbare -schuilhoekjes--en wat hebben wij elkaar als cherubijnen gekust! Wanneer -de tijd kwam, dat de oranjeappelen rijp werden, bedwelmde ons de geur -der vruchten. En de groote taxisboomen, wat omhulden ze ons met hun -geur, die onze harten sneller deed kloppen! Thans kan ik dien niet -meer inademen, zonder duizelig te worden." - -Giacomo bracht de lamp en Pierre ging naar zijn kamer. Op de kleine -trap vond hij Victorine, die even schrok, alsof zij daar was gaan -staan, om hem op te wachten, als hij uit den salon kwam. Zij volgde -hem, praatte, hoorde hem uit. En plotseling ging de priester een -licht op. - -"Waarom ben je niet gekomen, toen je meesteres je riep? Je zat toch -in de antichambre te naaien?" - -Eerst wilde zij verbaasde oogen opzetten, zeggen, dat zij niets -gehoord had. Maar haar open, gul gezicht kon niet liegen, lachte -ondanks alles. Ten slotte bekende zij dapper en vroolijk. - -"Wat ging mij dat aan? Waarom moest ik tusschenbeide komen? En -bovendien voelde ik mij heel rustig, ik weet, dat de prins veel te -veel van haar houdt, om mijn kleine Benedetta kwaad te doen." - -In werkelijkheid had zij, begrijpend waar het om ging, bij den -eersten hulproep haar werk op de tafel neergelegd en was zoo zacht -mogelijk weggeslopen, om de lieve kinderen, zooals zij ze noemde, -niet te moeten storen. - -"De arme kleine," begon zij weer, "hoe dom van haar om zich om het -hiernamaals zoo te kwellen. Groote God, wat voor kwaad zou erin -steken, wanneer zij elkaar wat geluk gaven, daar zij elkaar toch -liefhebben? Zoo lollig is het leven toch niet! En wat een wroeging -later, wanneer het te laat zou zijn!" - -Toen Pierre alleen in zijn kamer was, voelde hij zich duizelig -worden. De groote taxisboomen! Evenals hij, had zij bij hun scherpen, -krachtigen geur gehuiverd. En zij kwamen terug en riepen hem dien der -pauselijke tuinen in herinnering, de wellustige, verlaten en in de -hoogstaande zon brandende, Romeinsche tuinen. De beteekenis van den -geheelen dag werd hem nu duidelijk. Het was de vruchtbare ontwaking, -het eeuwige protest van de natuur en van het leven, de Venus en -de Hercules, die men gedurende eeuwen in den grond heeft kunnen -begraven, maar die er toch eens weer uit oprijzen; die men diep in -het heerschzuchtige, starre en koppige Vaticaan kan willen opsluiten, -maar die zelf daar regeeren en onbeperkt de wereld beheerschen. - - - - - - - - -ZEVENDE HOOFDSTUK - - -Toen Pierre den volgenden dag na een lange wandeling weer voor -het Vaticaan stond, waarheen een soort obsessie hem steeds weer -terugbracht, ontmoette hij opnieuw monsignor Nani. Het was een -Woensdagavond en de assessor bij het Heilig College had juist -zijn wekelijksche audiëntie bij den paus gehad, aan wien hij over -de zitting, die de Heilige Congregatie 's ochtends gehouden had, -rapport uitbracht. - -"Welk een gelukkig toeval, mijn waarde zoon! Ik dacht juist aan -u... Wilt ge Zijne Heiligheid in het openbaar zien, alvorens hem in -een particuliere audiëntie te spreken?" - -Hij had weer zijn gewone glimlachende welwillendheid, waarin men -nauwlijks de zachte ironie voelde van den man, die alles wist, alles -kon, alles voorbereidde. - -"Zeker, heel graag, monseigneur", antwoordde Pierre, een weinig -verbaasd door dat plotselinge aanbod. "Iedere afleiding is welkom, -wanneer je je dagen met wachten verspilt." - -"Neen, neen, ge verspilt uw dagen niet," viel de prelaat hem vlug in -de rede. "Ge ziet, ge denkt na, ge ontwikkelt u... Maar om op de zaak -terug te komen. Ongetwijfeld weet u, dat de groote internationale -bedevaart van den Pieterspenning Vrijdag te Rome komt en Zaterdag -door Zijne Heiligheid ontvangen wordt. Den volgenden dag, Zondag, is -er een andere plechtigheid. Zijne Heiligheid zal dan in de basilica -de mis lezen... Welnu, ik heb nog enkele kaarten over. Hier hebt u -nog zeer goede plaatsen voor de beide dagen." - -Hij had uit zijn zak een kleine elegante, met zijn gouden naamcijfer -voorziene portefeuille gehaald en nam daaruit twee kaarten, een rose -en een groene, die hij aan den jongen priester gaf. - -"Als u eens wist, hoe men er om vecht! U herinnert zich die twee -Fransche dames nog wel, die van verlangen branden om Zijne Heiligheid -te zien? Ik heb niet te veel willen aandringen, om een audiëntie voor -haar te krijgen; ook zij hebben zich tevreden moeten stellen met -de kaarten, die ik haar gegeven heb... Ja, de Heilige Vader voelt -zich wat vermoeid. Ik was zooeven bij hem en vond, dat hij er geel -en koortsachtig uitziet. Maar hij is zoo moedig, in hem leeft alleen -zijn ziel." - -Hij glimlachte weer zijn nauwlijks merkbaar spottend glimlachje. - -"Ja, hij is een voorbeeld voor de ongeduldigen, mijn waarde -zoon... Ik hoor, dat monsignor Gamba del Zoppo niets voor u heeft -kunnen doen. Maar u moet u dat niet al te zeer aantrekken. Laat -ik u nogmaals zeggen, dat dit lange wachten zeker een genade der -Voorzienigheid is. Het leert u, het dwingt u dingen te begrijpen, -die gij, Fransche priesters, ongelukkig niet voelt, wanneer gij in -Rome komt. En misschien zal u dit voor fouten behoeden... Kom, draag -het kalm en zeg tegen uzelf, dat alles in Gods hand ligt en geschiedt -op het door Zijn hooge wijsheid vastgestelde oogenblik." - -Hij stak hem zijn mooie, lenige hand toe. Het was als de hand van -een vrouw, maar haar druk had de kracht van een stalen schroef. Dan -stapte hij in het rijtuig, dat op hem stond te wachten. - -De brief, dien Pierre van vicomte Philibert de la Choue ontvangen -had, was toevallig een lange kreet van verbittering en wanhoop naar -aanleiding van de internationale bedevaart van den Pieterspenning. Hij -schreef van zijn bed af, waaraan hij door een hevigen jichtaanval -gekluisterd was, en kon niet komen. Het meest verdroot hem echter, -dat de president van het comité, die als zoodanig natuurlijk de -bedevaart aan den paus moest voorstellen, juist baron de Fouras was, -een van zijn meest verbitterde tegenstanders uit de oude conservatieve -Katholieke partij; en hij twijfelde er geen oogenblik aan, of de baron -zou van die gelegenheid gebruik maken, om den paus tot zijn theorie -van vrije corporaties over te halen, terwijl hij, de la Choue, slechts -heil voor het Katholicisme en voor de wereld verwachtte van gesloten, -verplichte corporaties. Hij smeekte Pierre dan ook zich tot de hem -gunstig gezinde kardinalen te wenden, niet te rusten voor hij door -den paus ontvangen was en Rome niet te verlaten zonder hem de hoogste -goedkeuring te brengen, die de overwinning beslissen kon. De brief -gaf bovendien interessante bijzonderheden over de bedevaart. Zij -bestond uit drie duizend uit alle landen saamgekomen pelgrims, uit -Frankrijk, België, Spanje, Oostenrijk, ja zelfs Duitschland, en werd -in kleine groepjes door bisschoppen en leiders der corporaties naar -Rome gebracht. Frankrijk was met drie duizend pelgrims het sterkst -vertegenwoordigd. Een internationaal comité was te Parijs werkzaam -geweest, om alles te organiseeren, een moeilijk werk, want het was een -zeer gemengd gezelschap, leden der aristocratie, damesvereenigingen, -arbeidersvereenigingen, alle klassen, leeftijden en geslachten, -als broeders in hetzelfde geloof. De vicomte voegde er nog aan toe, -dat de bedevaart, die millioenen aan den paus brengen zou, den datum -van zijn aankomst zóó gekozen had, dat zij als het ware het protest -van het algeheele Katholicisme was tegen de feesten van 20 September, -waarmede het Quirinaal den glorierijken verjaardag van de verheffing -van Rome tot hoofdstad vierde. - -Pierre meende, dat het vroeg genoeg zou zijn als hij tegen elf uur -kwam, want de plechtigheid zou eerst om twaalf uur beginnen. Zij zou -plaats vinden in de Sala dei Beatificazione, een groote, mooie zaal, -die boven de zuilengaanderij van de St. Pieter ligt en in 1890 in een -kapel veranderd is. Een der ramen ziet uit op de middelste loggia, -vanwaaraf vroeger de nieuw-gekozen paus het volk, Rome en de wereld -zegende. Twee andere zalen, de Sala regia en de Sala ducale lagen -ervoor. Toen Pierre echter naar de plaats, waarop zijn groene kaart -hem in de Sala dei Beneficazione zelf recht gaf, wilde gaan, vond hij -de drie zalen met een zóó dicht op elkaar gepakte menigte gevuld, -dat hij er zich slechts met de uiterste moeite een weg door kon -banen. Een uur lang verdrong men elkaar reeds op die manier in de -vurige koorts en de toenemende opwinding van de drie- of vierduizend -daar opgesloten personen. Eindelijk kon hij tot de deur der derde -zaal komen, maar bij het zien van die buitengewone opeenhooping van -hoofden ontzonk hem de moed en trachtte hij zelfs niet verder te gaan. - -De Sala dei Beatificazione, die hij, toen hij op zijn teenen ging -staan, met één enkelen blik overzag, was onder de hooge, strenge -zoldering rijk versierd, verguld en beschilderd. Tegenover den ingang, -waar anders het altaar stond, was op een lage estrade de pauselijke -troon geplaatst, een groote fauteuil van rood fluweel, welks rug -en armen van goud schitterden; de draperieën van den eveneens -roodfluweelen baldakijn vielen naar achter en ontplooiden zich als -twee groote purperen vleugels. Doch vooral trof Pierre die menigte, -die menigte vol ongebreidelden hartstocht, zooals hij ze nog nooit -vroeger gezien had, wier harten hij met luide slagen hoorde kloppen, -wier oogen het koortsachtige ongeduld van hun wachten trachtten te -misleiden door naar den ledigen troon te kijken, dien te aanbidden. - -O, die troon. Hij verblindde hen, hij bracht hen een onmacht nabij, -evenals de gouden monstrans, waarin het Gode behaagde persoonlijk -plaats te nemen. Men zag daar arbeiders in zondagskleeren met -heldere kinderblikken en ruwe, thans in extase vertrokken gezichten, -burgerjuffrouwen in haar voorgeschreven zwarte japonnen, bleek door -een soort heilige vrees en bovenmatig verlangen, heeren in gekleede -jas en witte das, stralend, vast overtuigd, dat zij de Kerk en -de volkeren redden. Maar in het bijzonder viel een groep van deze -laatsten, om den pauselijken troon, in het oog, de leden van het -internationale comité met baron de Fouras aan het hoofd, een groote, -corpulente, blonde vijftiger, die zich steeds heen en weer bewoog -en als een generaal op den ochtend van een beslissende overwinning -bevelen gaf. Hier en daar schitterde tusschen de grijze en zwarte -menigte de violette zijde van een bisschop, daar iedere herder bij -zijn kudde had willen blijven. De gebaarde of gladgeschoren hoofden -van de wereldlijke geestelijken en de ordebroeders in hun bruine, -zwarte of witte kleederen staken boven de menigte uit. Rechts en links -wapperden de banieren, die vereenigingen en congregaties als geschenk -voor den paus medebrachten. De deining steeg steeds hooger, het bruisen -der zee zwol steeds aan; de zweetende gezichten, de brandende oogen, -de versmachtende monden straalden een zoo ongeduldige liefde uit, een -zoo zware geur steeg uit die opgehoopte menigte op, dat de atmospheer -er als het ware dik en donker door werd. - -Maar plotseling zag Pierre naast den troon monsignor Nani, die, nadat -hij hem uit de verte opgemerkt had, hem een teeken gaf naderbij te -komen. En toen Pierre met een bescheiden gebaar te kennen gaf, dat -hij liever bleef waar hij was, gaf de prelaat het niet op, maar zond -een zaalwachter naar hem met bevel ruimte voor hem te maken. - -"Waarom kwam u niet naar uw plaats toe?" vroeg de prelaat, toen de -zaalwachter hem eindelijk bij den troon gebracht had. "Uw kaart geeft -u recht hier links van den troon te staan." - -"Ach, ik zou zooveel menschen lastig hebben moeten vallen, dat ik -dat niet wilde. En bovendien is het te veel eer voor mij." - -"Neen, neen, ik heb u deze plaats niet voor niets gegeven. Ik wil, -dat u vooraan staat, om alles goed te kunnen zien en niets van de -plechtigheid te verliezen." - -Pierre kon niets anders dan hem dankbaar zijn. Hij zag nu, dat -verschillende kardinalen en vele prelaten van het pauselijk Hof -eveneens aan beide zijden van den troon stonden te wachten. Tevergeefs -echter zocht hij naar kardinaal Boccanera, die nooit in de St. Pieter -of op het Vaticaan kwam dan wanneer zijn dienst hem daartoe -verplichtte. Maar wel zag hij kardinaal Sanguinetti, die in een -druk gesprek gewikkeld was met baron de Fouras. Even kwam monsignor -Nani nog naar hem toe, om hem twee andere Eminenties te wijzen, zeer -invloedrijke en machtige persoonlijkheden: den kardinaal-vicaris, een -corpulenten, kleinen man met een koortsachtig, door eerzucht verteerd -gelaat, en den kardinaal-secretaris, robuust, gespierd en met grove -trekken, het romantische type van een Siciliaanschen bandiet, die de -discrete en glimlachende kerkelijke diplomatie gekozen heeft. Nog -enkele passen verder stond, afgezonderd, de grootpenitentarius, -zwijgend, met een lijdend uiterlijk en een vaal, mager ascetengezicht. - -Het had twaalf uur geslagen. Er ontstond een ongegronde vreugde, -een beweging, die zich als een diepe golf uit de twee andere zalen -voortplantte. Doch het waren slechts de zaalwachters, die de menigte -achteruitdrongen om een doorgang voor den pauselijken stoet vrij te -maken. Plotseling echter klonken uit de eerste zaal toejuichingen, -kwamen naderbij, zwollen aan. Ditmaal was het de stoet. Voorop -een afdeeling der Zwitsersche garde in klein tenue onder bevel -van een sergeant; dan de in het rood gekleede dragers; vervolgens -de Hofprelaten, waaronder vier geheime kamerheeren. En eindelijk -liep tusschen twee pelotons edelgarden in half-gala de Heilige Vader -alleen, te voet, flauwtjes glimlachend, langzaam naar rechts en links -zegenend. Met hem was het gejuich, dat uit de zalen ernaast opsteeg, -binnengedrongen in de Sala dei Beatificazione: de hartstochtelijke -liefde wies tot waanzin aan; en onder de tengere witte handen, die -zich zegenend uitstrekten, waren al deze schepsels, die de onmacht -nabij waren, op hun beide knieën gevallen. Op den grond was niets -meer te zien dan een neergeworpen, als door de verschijning van God -verpletterd, vroom volk. - -Medegesleept door de geestdrift, was Pierre bevend met de anderen -op zijn knieën gevallen. O, deze almacht, deze onweerstaanbare -besmetting van het geloof, van den vreeselijken ademtocht uit het -onzienlijke, die zich in een pracht en een praal van majestueuse -grootte vertienvoudigden! Dan, toen Leo XIII, omgeven door de -kardinalen en zijn Hof, op den troon was gaan zitten, ontstond -er een diepe stilte, waarna de ceremonie zich volgens de gewone -ritueele gebruiken ontwikkelde. Eerst sprak, geknield, een bisschop -om de hulde van de getrouwen der geheele Christenheid aan de voeten -van Zijne Heiligheid te leggen. Op hem volgde de president van het -comité, baron de Fouras, die, staande, een lange redevoering voorlas, -waarin hij de bedevaart voorstelde, de bedoeling ervan uiteenzette en -op het ernstige karakter van het tegelijk politieke en godsdienstige -protest ervan wees. De corpulente man had een dunne, snijdende stem, -die als een drilboor knarste; hij zeide hoe smartelijk de Katholieke -wereld leed onder de berooving van den Heiligen Stoel, hoe gaarne -alle volkeren, die hier door pelgrims vertegenwoordigd waren, het -hooge en vereerde Hoofd der Kerk wilden troosten door hem de obool -der rijken en der armen, het penningske der nederigsten te brengen, -opdat de paus trotsch en onafhankelijk zou kunnen leven. Hij sprak ook -over Frankrijk, betreurde zijn dwalingen, voorspelde zijn terugkeer -tot gezonde tradities, gaf trotsch te verstaan, dat het het rijkste -en vrijgevigste land was, waaruit in een ononderbroken stroom goud -en geschenken naar Rome vloeiden. Eindelijk stond Leo XIII op en -beantwoordde den bisschop en den baron. Zijn stem was zwaar, had een -sterken neusklank. Uit een zoo tenger lichaam had men een dergelijke -stem niet verwacht. In enkele zinnen drukte hij zijn dankbaarheid -uit en zeide hoezeer zijn hart door deze toewijding der naties aan -het pausdom geroerd was. De tijden mochten slecht zijn, de eindtriomf -kon niet lang meer uitblijven. De teekenen wezen er duidelijk op, dat -het volk tot het geloof terugkeerde, dat de ongerechtigheden weldra -onder de algemeene heerschappij van Christus zouden ophouden. En -Frankrijk? Was Frankrijk niet de oudste dochter der Kerk, die aan -den Heiligen Stoel te veel bewijzen van liefde gegeven had dan dat -deze ooit op zou kunnen houden haar lief te hebben? Dan hief hij zijn -handen op en schonk aan alle aanwezige pelgrims, aan de vereenigingen -en congregaties, die zij vertegenwoordigden, aan hun huisgezinnen -en aan hun vrienden, aan Frankrijk, aan alle Katholieke naties zijn -apostolischen zegen, om hen te danken voor de kostbare hulp, die zij -hem zonden. Terwijl hij weer ging zitten, barstten toejuichingen -los, geestdriftige salvo's, die tien minuten duurden, gepaard met -vivatgeroep, met ongearticuleerde kreten, een storm van ontketenden -hartstocht, die de zaal deed beven. - -En terwijl deze woeste aanbidding woedde, keek Pierre naar Leo -XIII, die weer roerloos op zijn troon zat. Met de pauselijke muts -op en den rooden, met hermelijn afgezetten mantel had hij in zijn -lange witte soutane de hiëratische stijfheid van een afgodsbeeld, -dat door tweehonderdvijftig millioen Christenen aangebeden wordt. Op -den purperen achtergrond der gordijnen van den baldakijn, tusschen de -vleugelachtig uitgespreide draperieën, waarin iets als een gloed van -verheerlijking gloeide, nam hij een werkelijke majesteit aan. Het was -niet meer de zwakke grijsaard met zijn kleine, gesaccadeerde pasjes -en zijn tenger halsje van arm, ziek vogeltje. Het magere gezicht, -de te krachtige neus, de te groote mond verdwenen. In dat wasachtige -gelaat onderscheidde men niets dan de prachtige, donkere, diepe, -eeuwig jonge, scherpzinnige en doordringende oogen. - -Een onwillekeurig oprichten van zijn gestalte, een bewustzijn, dat -hij de eeuwigheid vertegenwoordigde, de koninklijke adeldom, die hem -omgaf, riepen den indruk te voorschijn, dat hij niet meer was dan een -ademtocht, een reine ziel in een lichaam van zóó doorzichtig ivoor, dat -men er die ziel reeds in zag, bevrijd van alle aardsche banden. En toen -begreep Pierre, wat zulk een man, de souvereine pontifex, de koning, -aan wien tweehonderdvijftig millioen onderdanen gehoorzamen, zijn -moest voor de vrome en lijdende schepsels, die, door de schittering -van de machten, die hij vertegenwoordigde, neergeslagen, hem van -zoo verre kwamen aanbidden. Achter hem, in het purper der gordijnen, -opende zich plotseling het onzichtbare, de oneindigheid van het ideale -en de verblindende verheerlijking! - -Hoeveel eeuwen van geschiedenis sedert den apostel Petrus, -hoeveel kracht, hoeveel genie, hoeveel strijd, hoeveel triomphen -vereenigden zich in één wezen, den Uitverkorene, den Eenige, den -Bovenmenschelijke! Welk een telkens hernieuwd wonder; de hemel, -die zich verwaardigde in dit menschelijk lichaam neer te dalen, God, -die woonde in den dienaar, dien hij uitverkoren had, dien hij wijdt en -heiligt boven de ontzaglijke menigte andere wezens door hem alle macht -en wetenschap te geven! Welk een heilige ontroering, welk een liefde, -God in een mensch, God, steeds ziende door zijn oogen, sprekend met -zijn stem, uit ieder van zijn zegenende gebaren uitstroomend. Wie kan -zich deze exorbitante, onbeperkte macht van een onfeilbaren monarch, -de volkomen macht in deze, het heil in de wereld hiernamaals, den -zichtbaren God voorstellen? En hoe begrijpelijk was het, dat de door de -behoefte om te gelooven verteerde zielen naar hem toe vlogen, dat deze -zielen, die eindelijk de zoo lang gezochte zekerheid, den troost zich -te geven en in God zelf te verdwijnen vonden, geheel in hem opgingen. - -Maar de plechtigheid liep ten einde, baron de Fouras stelde den -Heiligen Vader de leden van het comité en enkele andere voorname -deelnemers aan de bedevaart voor. Het was een langzaam voorbijtrekken, -een bevend buigen der knieën, de gulzige kus op de muil en op den -ring. Dan werden de banieren aangeboden; Pierre's hart kromp samen, -toen hij in de mooiste, de rijkste een banier van Lourdes herkende, -die ongetwijfeld door de paters der Onbevlekte Ontvangenis geschonken -werd. Op de witte, met goud geborduurde zijde was aan de eene zijde -de Heilige Maagd van Lourdes gestikt, terwijl de andere het portret -van Leo XIII vertoonde. Hij zag hem glimlachen tegen zijn beeltenis, -en een groote droefheid maakte zich van hem meester alsof zijn geheele -droom van een intellectueelen, Evangelischen, van laag bijgeloof -bevrijden paus ineenstortte. Op dat oogenblik ontmoette hij weer den -blik van monsignor Nani, die hem sedert het begin der plechtigheid -geen oogenblik uit het oog verloren had en met de nieuwsgierigheid -van iemand, die bezig is een proef te nemen, zijn minste indrukken -bestudeerde. - -De prelaat kwam naar hem toe en zeide: - -"Een prachtige banier! Wat zal Zijne Heiligheid zich verheugen, -dat hij zoo mooi afgebeeld is in gezelschap der Heilige Maagd." - -En toen de jonge priester, die bleek geworden was, niet antwoordde, -voegde hij er met een echt-Italiaansche, vrome blijdschap aan toe: - -"Hier in Rome houden wij veel van Lourdes! Die geschiedenis van -Bernadette is zoo bekoorlijk!" - -Wat nu gebeurde, was zoo iets buitengewoons, dat Pierre er lang door -van streek bleef. Hij had te Lourdes tooneelen van onvergetelijke -afgoderij gezien, tooneelen vol naïef geloof en tot waanzin opgevoerden -godsdiensthartstocht, die hem nu nog van onrust en smart deden -beven. Maar die menigten, welke zich naar de Grot stortten, de zieken, -die in liefdesrazernij wegzwijmelden voor het beeld der Heilige Maagd, -dat geheele volk, dat door de besmetting van het wonder waanzinnig -geworden was, niets, niets van dat alles evenaarde ook maar in het -minst den aanval van uitzinnigheid, die de pelgrims aangreep en voor -de voeten van den paus wierp. Bisschoppen, geestelijke leiders van -congregaties, afgevaardigden naderden, om bij den troon de offeranden -neer te leggen, die zij uit de geheele Katholieke wereld brachten, de -universeele collecte voor den Pieterspenning. Het was de vrijwillige -belasting van een volk aan zijn souverein, zilver, goud, bankpapier -in beurzen, in tasschen, in portefeuilles. Dan kwamen dames, die op -haar knieën vielen en zijden of fluweelen taschjes, die zij geborduurd -hadden, aanboden. Anderen hadden op portefeuilles het naamcijfer van -Leo XIII in diamanten laten aanbrengen. Eén oogenblik werd de extase -zóó groot, dat vrouwen zich geheel plunderden, haar beurzen tot -met den laatsten sou, dien zij hadden, wegwierpen. Een zeer mooie, -slanke en groote brunette ontdeed zich van haar horloge en ringen -en wierp die op het tapijt der estrade. Allen zouden haar vleesch -weggerukt hebben, om haar van liefde brandend hart uit te scheuren -en dat ook weg te werpen. Zij zouden zichzelf geheel hebben willen -wegwerpen, zonder iets van zich te behouden. Het was een regen van -geschenken, een volkomen zichzelf geven, de hartstocht, die zich -van alles berooft ter wille van het voorwerp van zijn vereering, de -hartstocht, die zijn geluk daarin vindt niets te bezitten, dat niet -tevens daaraan toebehoort. En dat alles speelde zich af te midden -van een steeds toenemend gejuich, van vivatgeroep, van uitgebrulde -aanbiddingskreten, terwijl een steeds heftiger gedrang ontstond, -daar allen, mannen en vrouwen, bezweken voor den onweerstaanbaren -drang om den afgod te kussen. - -Een signaal werd gegeven. Leo XIII daalde vlug van den troon af en -nam zijn plaats in den stoet in, om zich weer naar zijn appartementen -te begeven. De Zwitsersche garde hield de menigte krachtig in bedwang -en trachtte in de drie zalen zich een doortocht te banen. Maar toen -de menigte zag, dat Zijne Heiligheid vertrok, rees een reusachtige -kreet van wanhoop op, alsof de hemel zich plotseling gesloten had -voor hen, die hem nog niet hadden kunnen naderen. Welk een bittere -teleurstelling; God was zichtbaar voor hen geweest en zij hadden -hem verloren, voor zij allen door hem aan te raken, hun eeuwig -heil verkregen hadden! Het gedrang was zoo hevig, dat de grootste -verwarring begon te heerschen en de Zwitsersche garde wegvaagde. Men -zag een vrouw achter den paus aansnellen, op handen en voeten op de -marmeren tegels kruipen, om zijn voetsporen te kussen en het stof van -zijn schreden te drinken. De groote brunette, die aan den rand der -estrade neergevallen was, lag in onmacht; twee heeren van het comité -hielden haar vast, opdat zij zich niet wonden zou in den zenuwaanval, -die haar krampachtig trekken deed. Een andere, een dikke blondine, -klampte zich vast aan een der vergulde armen van den fauteuil, waarop -de tengere elboog van den grijsaard gerust had, en drukte er zoo -gulzig haar lippen op, alsof zij hem wilde opeten. Anderen zagen het, -kwamen haar den arm betwisten, maakten zich meester van den anderen, -van de rugleuning, van het fluweel, drukten haar lippen op het hout -en op de stof, terwijl haar lichamen schokten in diepe snikken. Men -moest geweld gebruiken, om haar eraf te rukken. - -Toen alles geëindigd was, ontwaakte Pierre als uit een pijnlijken -droom; zijn hart en zijn rede verzetten zich. En weer voelde hij den -blik van monsignor Nani, die niet van zijn zijde week, op zich rusten. - -"Een prachtige plechtigheid, niet waar?" vroeg de prelaat. "Dat geeft -voor heel wat ongerechtigheden troost." - -"Zeker, maar welk een afgoderij!" kon de priester niet nalaten -te zeggen. - -Monsignor glimlachte, maar ging niet verder op Pierre's gezegde in, -deed alsof hij het niet gehoord had. Op dat oogenblik kwamen de twee -Fransche dames, aan wie hij kaarten gegeven had, hem bedanken; en -tot zijn verbazing herkende Pierre in haar de twee bezoeksters der -katakomben, moeder en dochter, die beiden zoo mooi, zoo vroolijk, -zoo gezond waren. Zij waren blij het schouwspel gezien te hebben, -zeiden, dat een dergelijk iets op de wereld niet verder bestond. - -Plotseling voelde Pierre in de menigte, die zonder eenige haast de -zalen ontruimde, een hand op zijn schouders leggen. Hij keek om en -zag Narcisse Habert, die buitengewoon geestdriftig was. - -"Ik heb u verscheidene malen een teeken gegeven, mijn waarde abbé, maar -gij hebt mij niet gezien... De vrouw, die met haar armen in den vorm -van een kruis stijf neerviel, was wondermooi van uitdrukking. Een -meesterwerk der primitieven, een Cimabue, een Giotto, een Fra -Angelico! En die anderen, die de armen van den fauteuil met haar -kussen verslonden, wat een groep van lieftalligheid, schoonheid en -liefde!... Ik ontbreek bij dergelijke plechtigheden nooit: er zijn -altijd schilderijen, schouwspelen van zielen te zien." - -Langzaam vloeide de ontzaglijke stroom van pelgrims weg en ging in -de brandende koorts, die hen bleef doorhuiveren, de trap af. Pierre, -gevolgd door Monsignor Nani en Narcisse, die een gesprek begonnen -waren, dacht na, terwijl het oproer van zijn denkbeelden in zijn -hersens woedde. O zeker, er was iets grootsch en moois in dezen paus, -die zich in zijn Vaticaan had opgesloten, die steeds hooger steeg -in de aanbidding en den heiligen eerbied der menschen, naarmate hij -meer verdween, meer zuiver geest, meer een zuiver zedelijke macht -geworden was, vrij van alle wereldsche zorgen. Er lag daarin iets -vergeestelijkts, een vlucht in het ideale, waardoor hij diep geroerd -werd, want zijn droom van een verjongd Christendom berustte op die -gelouterde, zuiver geestelijke macht van het Hoofd der Kerk. Hij had -nu juist gezien wat die verheven pontifex van het hiernamaals daardoor -aan macht en majesteit won--deze paus, aan wiens voeten de vrouwen -flauw vielen, omdat zij achter hem God zagen. Maar in dezelfde minuut -had hij plotseling de geldvraag voor zich zien oprijzen, wat zijn -vreugde weer geheel bedierf, hem tot nadere overwegingen dwong. Al -had het gedwongen opgeven van de wereldlijke macht den paus grooter -gemaakt door hem te bevrijden van de moeilijkheden, die een kleinen -koning zonder ophouden bedreigen, toch bleef de behoefte aan geld -als een blok aan zijn been, dat hem aan de aarde bond. Daar hij den -geldelijken steun van het koninkrijk Italië niet kon aannemen, had -de werkelijk roerende idee van den Pieterspenning den Heiligen Stoel -van iedere materieele zorg kunnen bevrijden, op voorwaarde dat deze -penning in werkelijkheid de obool van den Katholiek, het penningske -van iederen geloovige was, dat, op het dagelijksch brood gespaard, -regelrecht naar Rome gezonden werd en van de nederige hand, die het -geeft, valt in de verheven hand, die het ontvangt; ongerekend, dat -een dergelijke vrijwillige belasting, door de kudde aan haar herder -betaald, voldoende zijn zou voor het onderhoud der Kerk, indien ieder -van de tweehonderdvijftig millioen Christenen eenvoudig wekelijks -zijn stuiver gaf. - -Op deze wijze zou de paus, die aan allen, aan ieder van zijn kinderen -verplichtingen had, aan niemand verplichtingen hebben. Het was zoo -weinig, een stuiver, zoo makkelijk en zoo roerend! Ongelukkig echter -ging de zaak geheel anders, de groote meerderheid der Katholieken -gaf niet, rijken zonden groote sommen uit politieken hartstocht, -en vooral werden de giften opgehoopt in de handen der bisschoppen en -van sommige congregaties, zoodat de ware gevers die bisschoppen, die -machtige congregaties schenen, welke openlijk de weldoeners van het -pausdom werden, de onmisbare kassen, waaruit het zijn leven putte. De -kleinen en nederigen, wier obolen het offerblok vulden, werden als -het ware gesupprimeerd; van de bemiddelaars, van de hooge geestelijke -of wereldlijke heeren hing de paus af, die daardoor genoodzaakt -was hen te ontzien, hun vertoogen aan te hooren, dikwijls zelfs aan -hun inzichten toe te geven, indien hij de aalmoezen niet wilde zien -opdrogen. Niettegenstaande hij van het doode gewicht der wereldlijke -macht bevrijd was, was hij toch niet volkomen vrij, was hij afhankelijk -van zijn clerus, daar hij met te veel belangen van eerzucht rekening -moest houden, om de trotsche, zuiver geestelijke meester te zijn, -die in staat was, om de wereld te redden. En Pierre herinnerde zich -de Grot van Lourdes in de tuinen, de banier van Lourdes, die hij -zooeven gezien had; hij wist, dat de paters van Lourdes jaarlijks -een som van tweehonderdduizend francs afzonderden van hun inkomsten, -om die aan den Heiligen Vader te zenden. Was dat niet de hoofdreden -van hun almacht? Hij beefde en werd zich plotseling bewust, dat hij, -ondanks zijn aanwezigheid te Rome, ondanks den steun van kardinaal -Bergerot, verslagen en zijn boek veroordeeld zou worden. - -Toen hij eindelijk in het laatste gedrang der menigte op het plein -voor de St. Pieter kwam, hoorde hij Narcisse vragen: - -"Gelooft u werkelijk, dat de giften vandaag dit bedrag overschreden -hebben?" - -"O meer dan drie millioen, daar ben ik ten stelligste van overtuigd," -antwoordde monsignor Nani. - -Met hun drieën bleven zij een oogenblik onder de rechtsche -zuilengaanderij staan kijken naar het in het zonlicht badende plein, -waarop de drie duizend pelgrims zich als kleine zwarte vlekjes -verspreidden, een wriemelende menigte, een in opstand gekomen -mierenhoop. - -Drie millioen! Het geld bleef in Pierre's ooren klinken. Hij keek naar -de gevels van het Vaticaan, die aan de andere zijde van het plein -geheel verguld in de zon lagen, alsof hij door de muren heen Leo -XIII wilde volgen, terwijl deze door de muren en de zalen naar zijn -appartementen ging, waarvan hij de ramen in de hoogte onderscheiden -kon. In zijn gedachten zag hij hem beladen met de drie millioenen, -hoe hij ze met zich droeg in zijn magere, tegen zijn borst gedrukte -armen, hoe hij met zich droeg het zilver, het goud, het bankpapier, -tot aan de juweelen, die de vrouwen hem toegeworpen hadden, toe. Dan -begon hij onbewust, hardop te spreken. - -"En wat gaat hij met die millioenen doen? Waarheen gaat hij ermede?" - -Narcisse en monsignor Nani konden bij het hooren van deze op die wijze -geuite nieuwsgierigheid hun vroolijkheid niet bedwingen. En de jonge -man antwoordde: - -"Maar die neemt Zijne Heiligheid mee naar zijn kamer of liever -hij laat ze voor zich uitdragen. Hebt u die twee personen uit zijn -gevolg niet gezien, die alles opraapten, al hun zakken en hun handen -vol hadden?... En nu heeft Zijne Heiligheid zich alleen opgesloten, -iedereen weggestuurd, alle knippen op de deur gedaan... Als u achter -die deur kon kijken, zoudt u zien hoe hij met gelukkige aandacht -zijn schatten telt en hertelt, de goudstukken netjes opstapelt, het -bankpapier in de couverten doet en dan alles op geheime plaatsen, -die hij alleen kent, wegbergt." - -Terwijl Narcisse sprak, had Pierre zijn blikken weer gericht naar de -ramen van den paus, alsof hij het tooneel gevolgd had. De jonge man -vertelde verder, zeide, dat er in de kamer tegen den rechtermuur een -meubelstuk stond, waarin het geld bewaard werd. Sommigen vertelden -ook van diepe laden in een schrijfbureau; anderen weer beweerden, -dat het geld achter in het groote alkoof in met zware sloten voorziene -koffers sliep. Links van de naar het Archief leidende gang was er wel -een groot vertrek, waarin de hoofdkassier met een groote brandkast -met drie afdeelingen huisde, maar daarin bevond zich het geld van -het erfgoed van den Heiligen Petrus, de administratieve inkomsten -uit Rome, terwijl het geld van de Pieterspenning, van de aalmoezen -der geheele Christenheid, in de handen van Leo XIII bleef, die alleen -het bedrag daarvan wist en alleen met die millioenen leefde, waarover -hij de onbeperkte beschikking had en waarvan hij niemand rekenschap -behoefde af te leggen. Hij verliet dan ook zijn kamer niet, wanneer de -bedienden haar kwamen doen. Nauwlijks liet hij zich overhalen even op -den drempel te gaan staan, om het stof niet in te ademen. Wanneer hij -zich voor enkele uren verwijderde, om in de tuinen te gaan wandelen, -deed hij de deuren op het nachtslot en nam de sleutels mede, die hij -nooit aan iemand toevertrouwde. - -Narcisse hield op en wendde zich dan tot monsignor Nani. - -"Dat zijn feiten, die geheel Rome kent, nietwaar monseigneur?" - -De prelaat, die, zonder zijn goed- of afkeuring uit te spreken, -glimlachend met zijn hoofd schudde, was weer begonnen op het gelaat -van Pierre den indruk, dien deze verhalen op hem maakten, te volgen. - -"Zeker, zeker, men zegt zooveel!... Ik voor mij weet het niet, maar -als u het zegt, mijnheer Habert!" - -"O!" antwoordde deze; "ik beschuldig Zijne Heiligheid niet zoo -schraperig gierig te zijn, als het gerucht wel wil. Er gaan heele -verhalen van met goud gevulde koffers, waarin hij uren lang zou zitten -graaien--van schatten, die in hoeken opgehoopt zijn alleen voor het -genot om ze te tellen en telkens weer te tellen... Maar wel kan men, -geloof ik, met recht beweren, dat de Heilige Vader eenigszins van -het geld houdt, dat hij het, als hij alleen is, prettig vindt het -aan te raken en het te ordenen; een manie, welke bij een ouden man, -die geen andere afleiding heeft, wel te verontschuldigen is... En ik -haast mij eraan toe te voegen, dat hij van het geld nog meer houdt -om de sociale kracht, die erin ligt, om den grooten steun, dien het -aan het pausdom van morgen geven moet, als het overwinnen wil." - -Toen rees voor Pierre de hooge gestalte van den voorzichtigen en -wijzen paus op, die zich de moderne behoeften besefte, geneigd was -de machten der eeuw te gebruiken, om deze te veroveren, die zaken -deed, ja zelfs in een financieele debacle den door Pius IX nagelaten -schat bijna verloren had, en nu de bres trachtte te stoppen en -den schat te herstellen, om hem grooter aan zijn opvolger na te -laten. Spaarzaam, ja, maar spaarzaam voor de behoeften der Kerk, -waarvan hij besefte, dat zij groot waren, iederen dag grooter werden, -voor haar een levensquaestie waren, indien zij het atheïsme op het -gebied van scholen, inrichtingen en allerlei vereenigingen bestrijden -wilde. Zonder geld was zij niets meer dan een vazal, overgeleverd -aan de genade der burgerlijke machten van het koninkrijk Italië en -andere Katholieke naties. Daardoor kwam het, dat hij, ondanks zijn -liefdadigheidszin, ondanks het feit, dat hij rijkelijk nuttige werken -steunde, welke den triomf van het Geloof konden verhaasten, een afschuw -had van nuttelooze uitgaven en voor zich zelf en voor anderen uiterst -spaarzaam was. Persoonlijke behoeften had hij niet. Van het begin -van zijn pausschap af had hij zijn klein particulier vermogen geheel -gescheiden van den grooten rijkdom van den Heiligen Stoel, had hij -geweigerd iets daarvan af te nemen, om de zijnen te helpen. Nooit -had een paus zoo weinig aan het nepotisme toegegeven; zijn drie -neven en zijn twee nichten waren arm gebleven en verkeerden in groote -financieele moeilijkheden. Hij luisterde noch naar praatjes, noch naar -klachten, noch naar beschuldigingen; hij bleef doof en ontoegankelijk -daarvoor, verdedigde energiek de millioenen van het pausdom tegen -de vele hardnekkige begeerige lusten, tegen zijn omgeving en tegen -zijn familie. Hij stelde er zijn trots in den toekomstigen pausen, -het onoverwinlijke wapen, het leven gevend geld, na te laten. - -"Maar waarin bestaan," vroeg Pierre, "eigenlijk de inkomsten en de -uitgaven van den Heiligen Stoel?" - -Monsignor Nani haastte zich zijn ontwijkend gebaar te herhalen. - -"O van die dingen weet ik absoluut niets... Wend u tot mijnheer Habert, -die zoo goed op de hoogte is." - -"Lieve God," begon deze; "ik weet wat iedereen in de ambassades weet -en wat overal verteld wordt... Wat de inkomsten betreft, moet men -wel een goed onderscheid maken... In de eerste plaats is er de door -Pius IX nagelaten schat, een twintig millioen, die op verschillende -wijzen belegd zijn en ongeveer een millioen rente geven; maar veel -is, zooals ik reeds gezegd heb, in een krach verloren gegaan, doch, -naar men beweert, weer teruggekomen ook. Bij de vaste inkomsten -van dat kapitaal komen dan nog een paar honderdduizend francs, -die door elkaar genomen de kanselarijrechten, de adellijke titels -en de duizenden kleine belastingen, die aan de congregaties betaald -worden, opleveren... Maar daar het budget der uitgaven zeven millioen -bedraagt, moet men er jaarlijks zes millioen bij zien te krijgen, -die de Pieterspenning ongetwijfeld verschaft heeft, niet alle zes -misschien, maar drie of vier, waarmede men gespeculeerd heeft om ze -te verdubbelen en de uitgaven te dekken... Het zou te lang duren, u -de geschiedenis der speculaties van den Heiligen Stoel in de laatste -vijftien jaar te vertellen, de reusachtige winsten in den beginne, -dan de catastrophe, die bijna alles medegesleept heeft, het hardnekkig -blijven volhouden, waardoor de gaten ten slotte weer gestopt zijn. Ik -zal het u later wel eens vertellen, als u er nieuwsgierig naar bent." - -Pierre luisterde zeer belangstellend. - -"Zes millioen!" riep hij uit. "Of ook vier! Wat brengt dan de -Pieterspenning op?" - -"Ik heb u al gezegd, niemand heeft dat ooit precies geweten. Vroeger -publiceerden de couranten lijsten, de cijfers van de giften, kon men -tenminste een raming maken. Maar ongetwijfeld heeft men dat verkeerd -gevonden, want er wordt geen enkel bericht meer gepubliceerd, -zoodat het te eenenmale onmogelijk is zich een voorstelling te -maken van wat de paus ontvangt. Hij alleen, ik zeg het u nogmaals, -kent het totale bedrag, bewaart het geld en beschikt erover als -onbeperkt heerscher. Aangenomen mag worden, dat in goede jaren de -giften vier à vijf millioen opgebracht hebben. Frankrijk droeg in den -beginne de helft van die som af, maar tegenwoordig geeft het beslist -minder. Amerika geeft eveneens veel. Dan komen België en Oostenrijk, -Engeland en Duitschland. Wat Spanje en Italië betreft... O, Italië..." - -Glimlachend keek hij monsignor Nani aan, die, als was hij verrukt -interessante dingen te hooren, waarvan hij niets wist, met zijn -hoofd schudde. - -"Ga voort, mijn waarde zoon!" - -"O, Italië slaat geen schitterend figuur. Als de paus alleen moest -leven van de Italiaansche giften, dan zou er gauw hongersnood heerschen -op het Vaticaan. Men kan zelfs zeggen, dat de Romeinsche adel, verre -van hem te helpen, hem veel gekost heeft, want een der voornaamste -oorzaken van zijn verliezen is het geld geweest, dat door hem aan -prinsen geleend is, die speculeeren wilden... Eigenlijk zijn Frankrijk -en Engeland de eenige landen, waar rijke particulieren en de hooge -adel den paus, gevangene en martelaar, koninklijke geschenken gegeven -hebben. Men noemt den naam van een Engelschen hertog, die jaarlijks, -om een gelofte, die hij gedaan had, ten einde van den hemel de genezing -van een ongelukkigen idioten zoon te verkrijgen, te vervullen, een -groote gift bracht... En nu spreek ik nog niet van den buitengewonen -oogst tijdens het priester- en bisschopsjubileum, van de veertig -millioen, die toen aan de voeten van Zijne Heiligheid neervielen." - -"En de uitgaven?" vroeg Pierre. - -"Dat heb ik u al gezegd, die bedragen ongeveer zeven millioen. Men kan -twee millioen rekenen voor de pensioenen, welke aan de voormalige -dienaren der pauselijke regeering betaald worden, die niet in -Italiaanschen dienst wilden overgaan. Het spreekt vanzelf, dat dit -bedrag jaarlijks vermindert door uitsterven... Laten we verder een -millioen nemen voor de Italiaansche diocesen, een millioen voor de -secretarie en de nuntii en een millioen voor het Vaticaan. Met dat -laatste bedoel ik de uitgaven voor het pauselijke Hof, de militaire -garde, de musea, het onderhoud van het paleis en van de Basilica... Dan -hebben we dus vijf millioen. Stel de overblijvende twee op rekening -van ondersteuning van goede werken, voor de Propaganda en vooral voor -de scholen, die Leo XIII met zijn breed praktisch inzicht altijd -zeer ruim subsidieert in de zeer juiste gedachte, dat de strijd en -de triomf van het geloof voornamelijk bij de kinderen ligt, die de -mannen van morgen zijn en hun moeder, de Kerk, zullen verdedigen, -indien men hun afschuw voor de verfoeilijke leerstellingen der eeuw -heeft weten in te boezemen." - -Er volgde een zwijgen. De drie mannen bleven onder de majestueuse -zuilengang staan, waarin zij langzaam op en neer gewandeld -hadden. Langzamerhand was het groote plein leeg geloopen, stonden nog -slechts de obelisk en de twee fonteinen op het verlaten, in de zon -brandende, symmetrische vierkant, terwijl tegen de kroonlijst van -de zuilengaanderij aan de overzijde de standbeelden zich in edele, -roerlooze rust afteekenden. - -Een oogenblik meende Pierre, die zijn blikken nog steeds op de ramen -van den paus gericht hield, nogmaals hem in dien stroom van goud te -zien, waarvan men hem vertelde--meende hij te zien, hoe zijn witte en -reine persoonlijkheid, zijn arm, mager, doorzichtig lichaam van was -in die millioenen baadde, die hij verstopte, die hij telde, die hij -alleen uitgaf tot Gods eere. - -"Dus," prevelde hij, "heeft hij geen zorgen, verkeert hij niet in -geldverlegenheid?" - -"In geldverlegenheid, in geldverlegenheid?" riep monsignor Nani uit, -dien dat woord zoo buiten zichzelf bracht, dat hij zijn diplomatieke -achterhoudendheid varen liet. "Maar, mijn waarde zoon!... Iedere -maand, dat de rentmeester, kardinaal Mocenni, naar Zijne Heiligheid -gaat, geeft de Heilige Vader hem de som, die hij vraagt, en hij zou -ze hem geven, ook al was zij nog zoo groot. Natuurlijk is hij zoo -verstandig geweest een flinke reserve te maken; de schatkist van -den Heiligen Petrus is rijker dan ooit... In geldverlegenheid! In -geldverlegenheid! Lieve God! Maar weet u wel, dat, als morgen -onverhoopt de paus een direct beroep moest doen op de liefde van -zijn kinderen, de Katholieken der geheele wereld, een milliard voor -zijn voeten neervallen zou juist zooals het goud en de juweelen, -die daareven op de treden van den troon regenden?" - -Doch zich dan weer kalmeerend en zijn vriendelijken glimlach -terugkrijgend: - -"Dat heb ik tenminste meermalen hooren zeggen, want ik persoonlijk -weet niets, absoluut niets. Het is maar heel gelukkig, dat mijnheer -Habert juist hier was, om u in te lichten... En ik dacht nog al, -mijnheer Habert, dat u geheel en al in de kunst opging en u verre -hieldt van al die vragen van aardsch belang! Waarachtig, u bent in -die dingen even goed thuis als een bankier of een notaris... U weet -letterlijk alles, ja zeker, alles! Het is wonderlijk!" - -Narcisse voelde blijkbaar de fijne ironie, want inderdaad stak in -hem onder den nagemaakten Florentijn, onder den engelachtigen jongen -met zijn lange, gelokte haren, zijn lichtblauwe oogen, die voor de -Botticelli's wegzwijmelden, een praktische, in zaken zeer ervaren -man, die zijn fortuin bewonderenswaardig, ja zelfs eenigszins gierig, -beheerde. Hij sloot half zijn oogen, die een kwijnende uitdrukking -aannamen. - -"Ach," prevelde hij, "dat alles zijn maar droomerijen; mijn ziel -is elders." - -"Enfin, ik ben blij," wendde monsignor zich tot Pierre, "heel blij, -dat u van zoo'n mooi schouwspel getuige hebt kunnen zijn. Nog een paar -dergelijke gelegenheden, en u zult zien en zelf begrijpen wat zeker -heel wat beter is dan alle redeneeringen van de wereld... Tot morgen, -en verzuim vooral de groote plechtigheid in de St. Pieter niet. Het -zal prachtig zijn en u stof tot nadenken geven, daar ben ik zeker -van... Doch nu moet ik u verlaten. Het verheugt mij inderdaad u in -zoo'n goede stemming te zien." - -Zijn onderzoekende oogen schenen met een laatsten blik de moeheid en -de onzekerheid, die zich op Pierre's bleek gelaat afteekenden, met -vreugde op te merken. Toen hij weg was en ook Narcisse met een zachten -handdruk afscheid genomen had, voelde de jonge priester een toornige -woede in zich opkomen. De goede stemming, waarin hij was! Wat voor -een goede stemming? Hoopte die Nani hem moe te maken, hem tot wanhoop -te brengen, door hem telkens nieuwe hinderpalen in den weg te leggen, -en hem ten slotte geheel te overwinnen? Voor de tweede maal kreeg hij -het plotselinge gevoel, dat om hem heen allerlei heimelijke pogingen -gedaan werden, om hem te omsingelen en te breken. Een opwellende -trots deed hem minachtend op dat alles neerzien, vast als hij aan zijn -weerstandskracht geloofde. Opnieuw legde hij voor zichzelf de plechtige -gelofte af, om nooit toe te geven, nooit zijn boek terug te nemen, -wat er ook gebeuren mocht. Wanneer men bij zijn besluit volhardt, -is men onoverwinlijk, baatten noch ontmoedigingen noch verbittering! - -Maar voor hij het plein overstak, richtte hij zijn blikken nog -eenmaal naar de ramen van het Vaticaan, en alles was voor hem hierin -samengevat: er bleef niets over dan dat geld, welks zwaar noodzakelijk -gewicht de laatste band was, die den paus, thans bevrijd van de -neerdrukkende zorgen van wereldlijke macht, nog aan de aarde bond; -dit geld, dat hem verplichtingen gaf, dat vooral door de wijze, waarop -het gegeven werd, slecht geworden was. Doch dan kwam, ondanks alles, -weer een blijde stemming in hem op, toen hij bedacht, dat, wanneer -daar alleen een begripsquaestie in lag, zijn droom van een zuiver -geestelijken paus, die de wet der liefde, het geestelijke hoofd -der wereld was, niet ernstig bedreigd werd. Hij wilde nog slechts -hopen in de gelukkige ontroering over het buitengewone schouwspel, -dat hij gezien had, dezen zwakken grijsaard, die straalde als het -symbool van de menschelijke bevrijding, gehoorzaamd en aangebeden -werd door de menigte, die alleen de moreele almacht in handen had, -om eindelijk op aarde liefde en vrede te doen heerschen. - - - -Gelukkig had Pierre voor de plechtigheid van den volgenden dag een -rose kaart, die hem een plaats op de gereserveerde tribune gaf; want -het gedrang bij de deuren der basilica was ontzettend van af zes uur -'s ochtends, het uur, waarop men zoo verstandig geweest was de hekken -te openen, ofschoon de mis, die de paus persoonlijk lezen zou, eerst -om tien uur beginnen moest. Het getal der drie duizend geloovigen, -waaruit de internationale bedevaart van de Pieterspenning bestond, werd -door de uit alle hoeken van Italië naar Rome gestroomde touristen, die -een van die in den laatsten tijd zoo weinig voorkomende pontificale -plechtigheid gaarne wilden zien, vertienvoudigd, ongerekend nog -de getrouwen van den Heiligen Stoel, die Rome-zelf en de overige -groote steden van Italië telden en die zich haastten om hun trouw -te manifesteeren, zoodra de gelegenheid zich daartoe aanbood. Naar -het aantal afgegeven kaarten rekende men op een veertig duizend -aanwezigen. Toen Pierre om negen uur het plein overging, om zich -door de Via Santa Maria naar de Porta Canonica te begeven, waar de -rose kaarten ingenomen werden, zag hij onder de zuilengaanderij nog -de eindelooze queue, die zich langzaam voortbewoog, terwijl heeren in -gekleede jas in de brandende zon op en neer vlogen, om met behulp van -een detachement pauselijke gendarmen de orde te handhaven. Meermalen -ontstonden er in de dichte menigte twisten, werden zelfs te midden -van onwillekeurig gedrang vuistslagen gewisseld. Er heerschte een -verstikkende hitte, twee vrouwen werden, half platgedrukt, weggedragen. - -Toen Pierre de basilica binnenkwam, werd hij zelf onaangenaam -getroffen. Het reusachtige schip was geheel bekleed. Overtrekken van -oud rood damast met goudgalon waren om de vijf-en-twintig meter hooge -zuilen en pilasters aangebracht, terwijl de omgang der zijbeuken met -dezelfde stof gedrapeerd was. Het bedekken van dit prachtige marmer, -van deze geheele schitterende decoratie onder deze oude, verbleekte -zijde bewees waarlijk een buitengewonen smaak en maakte den indruk -van een gekunstelden, armzaligen praal. Maar zijn verbazing werd nog -grooter, toen hij zag, dat ook het bronzen beeld van den Heiligen -Petrus als een levende paus met prachtige, pauselijke gewaden -bekleed en de tiara op zijn metalen hoofd geplaatst was. Nooit had -hij gedacht, dat men beelden kon aankleeden, om ze te eeren of een -feest voor de oogen te doen zijn; het resultaat scheen hem dan ook -zeer mager. De Heilige Vader zou de mis aan het pauselijk altaar -der Confessie, het hoofdaltaar onder den dom, lezen. Bij den ingang -van den linkerzijbeuk stond op een estrade de troon, waarop hij na -de mis plaats zou nemen. Aan de beide kanten van het middenschip -had men tribunes opgericht voor de zangers der Sixtijnsche kapel, -het corps diplomatique, de Malthezer ridders, den Romeinschen adel -en verdere genoodigden. In het midden voor het altaar stonden slechts -drie rijen roodbekleede banken, de eerste voor de kardinalen, de twee -andere voor de bisschoppen en de prelaten van het pauselijk Hof. De -overige aanwezigen moesten blijven staan. - -O, deze reusachtige menigte als op een monsterconcert, die dertig-, -veertigduizend van overal saamgestroomde geloovigen, die zich, -opgezweept door nieuwsgierigheid, hartstocht en geloof, heen en weer -bewogen, elkaar verdrongen, op hun teenen gingen staan om te midden -van het luide gebruis van den menschelijken vloed te zien. Alles -ging met God vertrouwelijk en vroolijk om, als bevond men zich in een -goddelijken schouwburg, waar het veroorloofd was luid te spreken en -zich in het schouwspel van vromen praal te vermeien. Pierre werd er in -den beginne onaangenaam door verrast, hij, die slechts het zwijgende -nederknielen in de donkere kathedralen kende, die niet gewend was -aan dezen godsdienst van licht, welks schittering een religieuse -plechtigheid in een openluchtfeest veranderde. In de tribune, waar -hij zijn plaats gevonden had, was hij omringd door heeren in gekleede -jas en dames in het zwart, die hun tooneelkijkers gebruikten, alsof -zij in de Opéra waren. Er waren vooral veel vreemde dames, Duitsche, -Engelsche, Amerikaansche, lieftallig als onbezonnen en luidruchtige -vogeltjes. Links van zich zag hij in de tribune van den Romeinschen -adel Benedetta en haar tante, donna Serafina; daar staken de groote -kanten sluiers scherp af tegen den voorgeschreven eenvoud der toiletten -en wedijverden in elegance en rijkdom. Aan zijn rechterhand stond de -tribune der Malthezer ridders, waar de grootmeester der orde te midden -van een groep commandeurs zat, terwijl hij in de tribune tegenover -zich, die van het corps diplomatique, de gezanten van alle Katholieke -naties in groot gala-costuum zag. Maar steeds keerde zijn blik weer -terug naar de groote, onbestemde menigte, waarin de drie duizend -pelgrims als verdronken tusschen de duizenden andere geloovigen. - -En toch was de basilica, die makkelijk tachtig duizend menschen -bevatten kon, nauwlijks half gevuld door deze menigte, die zich -vrijelijk door de zijschepen bewegen en ophoopen kon tusschen de -zuilen, vanwaar het schouwspel het makkelijkst te volgen zou zijn. Men -zag menschen, die gebaren maakten, en uit het voortdurend geroezemoes -der gesprekken steeg hier en daar geroep op. Door de hooge vensters -vielen breede zonnestralen, kleurden de rooddamasten overtrekken -bloedrood en belichtten de opgewonden, van ongeduld koortsachtige -gezichten als met den weerschijn van een brand. De kaarsen, de -zeven-en-tachtig lampen der Confessie verbleekten in dit verblindend -licht tot kleine nachtpitjes. Het was niets meer dan de wereldlijke -pracht van den keizerlijken God der Romeinsche praal. - -Plotseling ontstond er een valsch alarm. Kreten stegen op en plantten -zich door de menigte voort: "Eccolo, eccolo!" [10] Nu ontstond er een -gedrang; stroomen en tegenstroomen sleepten den menschelijken vloed -als in een draaikolk mede; allen rekten hun halzen uit, maakten zich -grooter, stormden weg als razenden, om Zijne Heiligheid en den stoet -te zien. Doch het was nog slechts een afdeeling van de edelgarden, die -zich rechts en links van het altaar gingen opstellen. Toch bewonderde -men hen, men bracht hun een ovatie, een vleiend gemompel volgde -hen om hun mooie houding, hun overdreven militaire stramheid. Een -Amerikaansche beweerde, dat het prachtkerels waren. Een Romeinsche gaf -aan een vriendin, een Engelsche, bijzonderheden over dit elitecorps -en vertelde, dat vroeger de jongelui der aristocratie er een eer -in stelden om er deel van uit te maken, om de mooie uniformen, -waarmede zij bij de dames konden geuren; nu echter werd de aanwerving -moeilijker, zoodat men zich tevreden stellen moest met knappe jongelui -uit den twijfelachtigen en geruïneerden adel, die nog blij waren -met de karige soldij, die hen in staat stelde te leven. Gedurende -een kwartier werden die particuliere gesprekken nog voortgezet en -vulden de hooge schepen met het geroezemoes van een ongeduldige zaal, -die zich den tijd bekort met het opnemen van het publiek en elkaar, -in afwachting van het schouwspel, nieuwtjes vertelt. - -Eindelijk trok de stoet voorbij. Dat was de groote, lang verwachte -bijzonderheid, de praal, waarnaar men zoo vurig verlangd had, -om hem in het voorbijgaan toe te juichen. Evenals wanneer in den -schouwburg de geliefde acteur in de groote rol van een jeune-premier, -die de harten verovert, op het tooneel komt, zoo barstte ook hier -een geestdriftige bijval los, die omhoog steeg en voortdreunde onder -de gewelven. Ook verder had men, alweer evenals in een schouwburg, -dit verschijnen handig en knap geregeld, opdat het te midden van het -prachtige decor niets van zijn uitwerking missen zou. De stoet had zich -in de coulissen, in de Cappella della Pieta, de eerste kapel rechts bij -het binnenkomen, gevormd; om die te bereiken, had de paus, die door de -Cappella del Sagramento uit zijn dichtbij gelegen vertrekken gekomen -was, achter de draperieën van het zijschip moeten gaan, die aldus als -een soort achtergrond dienst deden. Daar wachtten hem de kardinalen, -de aartsbisschoppen, de tot de hofhouding behoorende prelaten, -reeds volgens de hiërarchie in klassen en groepen gerangschikt en -gereed, om zich in beweging te zetten. Als op het signaal van een -balletmeester trad de stoet binnen, ging naar het hoofdschip en -doorliep dat triomphantelijk van de hoofddeur tot het altaar der -Confessie, tusschen de dubbele rij geloovigen, wier toejuichingen -bij het zien van zooveel pracht verdubbelden, naarmate het delireeren -van hun geestdrift steeg. - -Het was de feeststoet als van ouds, het kruis en het zwaard, de -Zwitsersche garde in groot tenue, de lakeien in een scharlaken cimarra -[11], de eerekamerheeren in Henri II-dracht, de kanunniken in kanten -koorhemden, de leiders der godsdienstige congregatie, de apostolische -protonotarii, de aartsbisschoppen en bisschoppen, het geheele pauselijk -hof in violette zijde, de kardinaals in purper en met de cappa magna, -op groote afstanden plechtig twee aan twee loopend. Vervolgens kwamen, -om Zijne Heiligheid geschaard, de officieren van het militaire Huis, -de prelaten van de geheime antichambre, de majordomus, de kamerheer en -alle hoogwaardigheidsbekleders van het Vaticaan, benevens de bij den -troon assisteerende Romeinsche vorst, de traditioneele en symbolische -verdediger der Kerk. Op de seda gestatoria, die de flabelli met -hun hooge veeren waaiers beschermden en dragers in roode met zijde -geborduurde tunica's droegen, zat Zijne Heiligheid, gekleed in de -heilige gewaden, die hij in de Cappella del Sagramento aangetrokken -had, den amictus [12], het miskleed, de stola, de witte, rijk met -goud geborduurde kazuifel en mijter, twee buitengewoon prachtige -geschenken uit Frankrijk. Bij zijn nadering gingen alle handen de -hoogte in en klapten nog luider in de golven van de felle zon, die -door de ramen vielen. - -Pierre kreeg toen een geheel nieuwen indruk van Leo XIII. Het -was niet meer de vertrouwelijke, moede en nieuwsgierige grijsaard, -die aan den arm van een praatzieken prelaat in den mooisten tuin der -wereld wandelde. Het was zelfs niet meer de Heilige Vader in den rooden -mantel en met de pauselijke muts, die vaderlijk een bedevaart ontving, -welke hem een vermogen bracht. Het was de souvereine Pontifex, de -almachtige Meester, de God, dien de Christenheid vereerde. Als in een -reliquieënkastje zat hij daar. Zijn mager, wasachtig lichaam scheen -in het witte, zwaar met goud geborduurde gewaad geheel stijf geworden -te zijn; hij bewaarde een hiëratische en trotsche onbeweeglijkheid -als een afgodsbeeld, dat in den loop der eeuwen door den rook der -offeranden uitgedroogd en bruin geworden is. De oogen alleen leefden -in de doode strakheid van het gezicht--oogen als een paar zwarte, -fonkelende diamanten, die in de verte, ver van de aarde, in het -oneindige staarden. Hij had geen blik voor de menigte, sloeg zijn -oogen noch naar links noch naar rechts, als was hij in den hemel en -wist hij niet, wat er aan zijn voeten gebeurde. En dat afgodsbeeld, dat -ondanks het schitteren der oogen als gebalsemd, doof en blind scheen, -dat door deze razende menigte gedragen werd, die het niet scheen -te zien of te hooren, nam een angstaanjagende majesteit, een vrees -inboezemende grootheid, de starheid van het dogma, de onbeweeglijkheid -der traditie aan. Men had het opgegraven met al zijn windselen, die het -nog samen en staande hielden. Toch meende Pierre op te merken, dat de -paus lijdend en moe was, zeker had hij een van die koortsaanvallen, -waarover monsignor Nani hem den vorigen dag gesproken had, toen hij -den moed, de groote ziel van dezen vier-en-tachtigjarigen grijsaard -verheerlijkte, dien slechts de wil om te leven in de hoogheid van -zijn zending leven deed. - -De plechtigheid begon. Nadat Zijne Heiligheid voor het altaar der -Confessie uit de seda gestatoria gestapt was, celebreerde hij, -bijgestaan door vier prelaten en den propraefect der ceremoniën, -een stille mis. Bij het Lavabo [13] sprenkelden de majordomus en de -kamerheer, begeleid door twee kardinalen, het water over de verheven -handen van den officiant, terwijl even voor de elevatie [14] alle -prelaten van het pauselijk Hof met een brandende kaars in de hand -voor het altaar gingen knielen. Het was een plechtig oogenblik, -de veertig duizend daar verzamelde getrouwen huiverden en voelden -den vreeselijken en toch heerlijken wind uit het onzienlijke over -zich strijken, toen gedurende de elevatie zilveren klaroenen het -beroemde engelenkoor aanhieven, waarbij steeds weer vrouwen in -onmacht vielen. Bijna onmiddellijk daarop klonk uit den dom, uit de -bovengalerij, waar honderdtwintig koorzangers verborgen waren, een -aetherisch-fijne zang: het was een wonder, een verrukking, alsof de -engelen zelf geantwoord hadden op de klaroenen. - -De stemmen daalden en vlogen licht als hemelsche harptonen onder het -gewelf; dan verdwenen zij in een zacht accoord, stegen zij op naar den -hemel met een zacht vleugelgeklap, dat langzaam wegstierf. Na de mis -hief Zijne Heiligheid zelf, nog steeds op het altaar staande, het Te -Deum aan, dat de jongeren der Sixtijnsche kapel en de koren herhaalden, -beurtelings een vers zingend. Maar weldra vielen alle aanwezigen in, -de veertig duizend stemmen verhieven zich in juichenden lofzang, -verbreidden zich met een onvergelijkelijke volheid in het onmetelijke -schip. Thans was het schouwspel buitengewoon prachtig: het door den -met bloemen versierden, vergulden baldakijn van Bernini omgeven altaar, -omringd door het pauselijke Hof, waartusschen de brandende kaarsen als -sterren flikkerden; in het midden de paus, schitterend als een zon in -zijn gouden kazuifel, daarvoor de banken der kardinalen in purper, -der aartsbisschoppen en bisschoppen in violette zijde, de tribunes, -waarop de galakostuums, de ridderkruisen van het corps diplomatique, -de uniformen schitterden; die van overal samenstroomende menigte, die -zee van hoofden, welke van uit de verste diepten der basilica opdeinde. - -En ook de reusachtige afmetingen van dit alles maakten indruk, -de zijschepen, waar een geheele parochie zich verzamelen kon, de -dwarsbeuken, groot als kerken in een volkrijke stad, een tempel, -dien duizenden en duizenden geloovigen nauwlijks vulden. Zelfs de -lofzang van dit volk werd iets geweldigs en steeg als een stormvlaag -op tusschen de groote graftomben, de bovenmenschelijke standbeelden, -langs de reusachtige zuilen tot den onmetelijken steenen hemel van -het gewelf, tot het firmament van den koepel, waar het oneindige zich -in den goudglans der mozaïeken opende. - -Na het Te Deum, terwijl Leo XIII in plaats van den mijter de tiara -opzette, den kazuifel voor den pauselijken koormantel verwisselde -en zijn troon op de bij den ingang van de linkerdwarsbeuk geplaatste -estrade besteeg, ontstond er een langdurig lawaai. Van af dezen troon -overzag en beheerschte hij de geheele menigte, die door een huivering -doorsidderd werd, als streek een ademtocht uit het onzienlijke over -haar heen, toen hij na de gebeden van het rituaal opstond. Hij scheen -grooter geworden onder de drievoudige-symbolische kroon, in zijn met -goud omzoomden mantel. Te midden van een plotselinge, diepe stilte, -die alleen verstoord werd door het kloppen der harten, hief hij met een -zeer edel gebaar zijn arm op en gaf langzaam den pauselijken zegen met -een luide en vaste stem, die de stem van God zelf scheen te zijn, zóó -verrassend klonk zij van deze waslippen, uit dit bloed- en levenlooze -lichaam. De uitwerking was verpletterend; en toen de stoet zich -opnieuw vormde, om denzelfden weg terug te gaan als hij gekomen was, -barstten de toejuichingen opnieuw los. De razernij van den geestdrift -had zulk een paroxysme bereikt, dat het klappen in de handen niet meer -voldoende was, doch zich toejuichingen en kreten daaronder mengden, -die zich langzamerhand over de geheele menigte verbreidden. Het begon -in een vurig-geestdriftigen groep bij het standbeeld van den Heiligen -Petrus: "Evviva il papa re! Evviva il papa re!" [15] Dan volgde het den -geheelen stoet als een lekkende vlam, die allengs de harten in brand -stak en eindelijk uit duizenden monden knetterde als een donderend -protest tegen de overweldiging der Kerkelijke Staten. Het geheele -geloof, de geheele liefde der geloovigen werd door het koninklijke -schouwspel van een zoo mooie ceremonie overprikkeld en keerde terug -tot den droom, tot het hartstochtelijk verlangen naar een paus, die -koning en pontifex was, meester der lichamen, zoowel als der zielen, -onbeperkt heerscher van de wereld. Daarin lag de eenige waarheid, -het eenige geluk, het eenige heil. Alles moest hem gegeven worden, -de menschheid en de wereld! Evviva il papa re! Evviva il papa re! - -O, deze kreet, deze krijgskreet, die zooveel fouten had doen begaan -en zooveel bloed had doen stroomen, die kreet van overgave en -verblinding, die, als hij werkelijkheid geworden was, de tijden van -lijden teruggebracht zou hebben! Hij wekte verzet in Pierre, deed -hem besluiten vlug de tribune te verlaten, om aan de besmetting van -die afgoderij te ontkomen. Terwijl de stoet nog door de kerk trok, -trachtte hij zich een weg te banen door den linkerzijbeuk in het -gedrang en lawaai der menigte; daar hij er echter aan wanhoopte -op die wijze de straat te bereiken en het woeste dringen bij den -uitgang vermijden wilde, kwam hij op de gedachte van een openstaande -zijdeur gebruik te maken en vluchtte hij in de vestibule, vanwaar een -trap naar den dom leidde. Een sacristijn, die bij de trap stond en -in verrukking was over de schitterende manifestatie, keek hem een -oogenblik aan en wist niet of hij hem tegenhouden moest of niet, -maar het zien van de soutane en de opwinding, waarin hij verkeerde, -deed hem besluiten hem maar door te laten. Met een gebaar liet hij -Pierre passeeren, die vlug de trap opliep, om steeds hooger, steeds -hooger te vluchten, naar den vrede en naar de stilte. - -En plotseling werd het geheel stil; de muren verstikten dien kreet, die -nu nog slechts in hem scheen te beven. Het was een makkelijke en lichte -trap met breede treden, die in een soort toren uitliepen. Toen hij -op het dak der schepen kwam, voelde hij het als een verlichting weer -de heldere zon, de zuivere, frissche lucht, die daar als in het vrije -veld woei, terug te vinden. Verwonderd dwaalden zijn blikken over deze -reusachtige ontplooiing van lood, zink en steen, een geheele luchtstad, -die hier onder den blauwen hemel een eigen leven leidde. Hij zag er -dommen, klokketorens, terrassen, ja zelfs huizen en tuinen, de met -bloemen opgevroolijkte huizen van enkele werklieden, die in verband -met de voortdurende herstellingswerken op de basilica wonen. Een -kleine bevolking leeft, werkt, eet en slaapt daar, heeft daar lief. - -Hij liep naar de borstwering, om de reusachtige standbeelden van den -Heiland en van de Apostelen boven op den gevel van nabij te kunnen -zien--gigantische beelden van zes meter hoog, die steeds hersteld -moeten worden en waarvan de door de buitenlucht half verweerde armen, -beenen en hoofden slechts samengehouden worden door cement, stangen -en klampen. Toen hij zich vooroverboog, om een blik te werpen op de -roodachtige opeenhooping der daken van het Vaticaan, kwam het hem -voor, alsof de kreet, waarvoor hij vluchtte, van het plein naar hem -oprees. Vlug klom hij verder naar boven tot den koepel. Tusschen de -twee wanden van den dubbelen koepel, den binnensten en den buitensten, -liep eerst een trap; dan kwamen nauwe, schuinsche gangen, hellende -vlakken met enkele treden. Eenmaal deed hij uit nieuwsgierigheid een -deur open, waardoor hij weer in de basilica terugkwam, doch nu een -zestig meter boven den beganen grond, in een smalle galerij, die om -den dom liep, juist boven de fries, waarop men in zeven voet hooge -letters las: "Tu es Petrus et super hanc petram..." [16] - -En toen hij op zijn elleboog leunde, om naar het vreeselijke gat -onder zich met het diepe uitzicht op de dwarsbeuken en de zijschepen -te kijken, sloeg hem weer die kreet in zijn gelaat, de razende kreet -der daar beneden wriemelende en wemelende menigte. Iets hooger opende -hij opnieuw een deur, en thans vond hij een tweede galerij, ditmaal -boven de ramen, bij het begin der schitterende mozaïeken; van daar -uit scheen de menigte hem kleiner, verder verwijderd, als verloren -in den duizelingwekkenden afgrond, waarin de reusachtige beelden, -het altaar der Confessie en de triomphantelijke baldakijn van Bernini -niet meer dan stukjes speelgoed geleken; en toch steeg de kreet op, -dezelfde krijgs- en aanbiddingskreet en striemde zijn gezicht met de -woede van een orkaan, die in zijn voortstormende vaart nog heftiger -wordt. Hij moest nog hooger stijgen, tot aan de buitenste galerij -van de traplantaarn om hem niet meer te hooren. - -Welk een heerlijke verlichting was in den beginne dat bad van licht en -zon voor hem! Boven zich had hij niets meer dan den verguld-bronzen -kogel, waarin, zooals pralende opschriften in de gangen verkondigen, -keizers en koningen opgestegen zijn--de holle kogel, waarin de stem als -de donder echoot, waarin ieder geluid van de ruimte weerkaatst. Hij -was aan den kant der apsis naar buiten gegaan en zag nu eerst de -pauselijke tuinen, welker boomgroepen hem van uit deze hoogten laag bij -den grond staande struiken toeschenen; hij dacht aan zijn wandeling van -enkele dagen geleden, aan het groote grasperk, dat aan een Smyrnaasch -verkleurd tapijt denken deed, aan het donkergroene, als een stilstaande -poel ondoorzichtige kreupelhout, aan de met zorg onderhouden moestuin -en wijngaard. De fonteinen, de toren van de Sterrenwacht, het Casino, -waarin de paus de warme zomerdagen doorbracht, vormden slechts kleine, -witte plekken te midden van deze onregelmatige, door den muur van -Leo IV ingesloten terreinen. - -Dan ging hij door een nauwe gang om de traplantaarn heen en bevond hij -zich plotseling tegenover Rome, dat zijn geheele ontzaglijke grootte -voor hem ontrolde: in het Westen de verre zee, in het Oosten en Zuiden -de onafgebroken bergketenen, de Campagna romana, die als een eentonige, -groenachtige woestijn den geheelen horizont beheerschte, en aan zijn -voeten de Stad, de Eeuwige stad. Nooit had hij een zoo majestueusen -indruk van uitgestrektheid gekregen. Daar lag Rome in vogelvlucht -voor hem, duidelijk als een geographisch reliefplan. Een dergelijk -verleden, een dergelijke geschiedenis, zooveel grootschheid--en dan -dit door de verte zoo verkleinde Rome, lilliputterachtige en als -speelgoed zoo aardige huisjes, nauwlijks een schimmelvlek op de wijde -aarde. Vooral voelde hij zich echter gelukkig, dat hij nu met één -oogopslag de indeeling der stad zag, daar beneden de oude stad met het -Capitool, het Forum, den Palatinus, de pauselijke stad in den Borgo, -en de St. Pieter en het Vaticaan, die op de moderne stad keken, het -Italiaansche Quirinaal boven de Middeleeuwsche stad, samengedrongen -in den rechterhoek, dien de Tiber vormde. Een ding viel hem in het -bijzonder op, n.l. de krijtachtige gordel, dien de nieuwe wijken om -den centralen kern van de oude, roodachtige, door de zon verbrande -stadsdeelen vormde, een waar symbool van een poging tot verjonging: -in het oude hart gaan de herstellingen slechts langzaam, terwijl de -uitwendige deelen zich als door een wonder hernieuwden. - -Maar in de heete middagzon kwam Rome Pierre niet zoo licht en -rein voor als op den ochtend van zijn aankomst in den lieflijken, -zachten zonsopgang. Het was niet meer het glimlachende, bescheiden -Rome, half omsluierd door een gouden nevel en als weggezonken in een -kinderdroom. Nu in dit felle licht had het een onbeweeglijke hardheid, -een doodelijke stilte. De achtergrond werd als door een te sterke -vlam verteerd, door een vurig stof overstroomd, waarin het scheen te -verdwijnen. De geheele stad teekende zich in groote massa's licht en -schaduw met plotselinge overgangen tegen deze verkleurde verten af. - -Men zou het voor een zeer oude, verlaten steengroeve hebben kunnen -houden, waarin de zonnestralen loodrecht neervielen en waarin hier -en daar een boomeneilandje een donkergroene vlek vormde. Van de oude -stad zag men den rossigen toren van het Capitool, de zwarte cypressen -van den Palatinus, de ruïnes van het paleis van Septimius Severus, -die op een geraamte van een door den zondvloed aangespoeld fossiel -denken deden. Daartegenover troonde de moderne stad met de lange, -gerestaureerde gebouwen van het Quirinaal, waarvan de fel-gele kleur -tusschen de krachtige toppen van den tuin heen schemerde; aan gene -zijde, op de hoogten van den Viminalis, lagen rechts en links de als -gips zoo witte nieuwe wijken, een stad van krijt, waarin de vensters -als het ware kleine inktstrepen vormden. - -Dan lagen hier en daar de Pincio als een slapende poel, de Villa -Medicis met haar dubbelen campanile, de oudroestkleurige Engelenburg, -de als een kaars brandende klokkentoren der Santa Maria Maggiore, -de drie onder de boomtakken sluimerende kerken van den Aventinus, -de palazzo Farnese met zijn door de zomerzon verbrande, oudgouden -pannen, de koepels van de Il Gesù, van de Santo Andrea della Valle, -van de Santo Giovanni de Fiorentini en steeds weer met koepels en -nog eens koepels, alle witgloeiend en als gesmolten in den vurigen -oven van den hemel. Toen voelde Pierre zijn hart weer samenkrimpen -bij het zien van dit heftige, harde, zoo weinig op het Rome van zijn -droom gelijkende Rome, het Rome der verjonging en der hoop, dat hij -den ochtend van zijn aankomst geloofd had te vinden, maar dat nu -verdween, om plaats te maken voor de onveranderlijke, tot in haar -dood hardnekkig dezelfde blijvende stad van trots en heerschzucht. - -Plotseling begreep Pierre, alleen daar in de hoogte, alles. Het -was alsof een lichtstraal hem daar in de vrije, grenzenlooze ruimte -trof. Kwam het door de plechtigheid, die hij bijgewoond had, door -den fanatieken kreet der slavernij, die nog steeds in zijn ooren -gonsde? Of was het niet eerder de aanblik van deze stad, welke daar -aan zijn voeten lag als een gebalsemde koningin, die nog steeds -uit het stof van haar graf regeert? Hij zou het niet kunnen zeggen: -ongetwijfeld deden beide oorzaken haar invloed op hem gelden. Maar -hij zag alles duidelijk, hij voelde, dat het Katholicisme niet zou -kunnen bestaan zonder wereldlijke macht, dat het den dag, waarop het -geen koning meer zijn zou, onvermijdelijk geheel verdwijnen zou. - -Het atavisme droeg daarvan in het bijzonder de schuld, de macht der -Geschiedenis, de lange reeks opvolgers der Caesars, de pausen, de -pontifices, in wier aderen het bloed van den de wereldheerschappij -eischenden Augustus steeds was blijven stroomen. Zij mochten thans -in het Vaticaan wonen; dat nam niet weg, dat zij uit de keizerlijke -paleizen van den Palatinus kwamen, uit het paleis van Septimius -Severus; hun politiek had in den loop van zooveel eeuwen niets -anders nagestreefd dan den droom van de Romeinsche overheersching: -alle volkeren overwonnen, onderworpen, gehoorzamend aan Rome. Zonder -dit wereldrijk, zonder dit volkomen bezit van lichamen en zielen -verloor het Katholicisme zijn reden van bestaan, want de Kerk kon het -bestaan van een keizer- of koninkrijk slechts om een politieke reden -erkennen, daar de keizer of de koning slechts eenvoudige, tijdelijke -gevolmachtigden zijn, die tot taak hebben de volkeren te besturen, -tot zij ze haar weer teruggeven. Alle natiën, de menschheid met de -geheele aarde, behooren aan de Kerk, die ze van God gekregen heeft. - -Wanneer zij haar niet altijd in werkelijk bezit heeft, dan vindt -dit zijn reden daarin, dat zij heeft moeten wijken voor geweld, -verplicht is de faits accomplis te aanvaarden, maar onder het -formeele voorbehoud, dat het een strafbare usurpatie is, dat men -haar haar goed onrechtmatig onthoudt; zij doet het in de verwachting -van de verwezenlijking der beloften van Christus, die haar op den -daarvoor bestemden dag voor eeuwig de wereld en de menschen, de -almacht teruggeven zal. Dat is de ware toekomststad, het Katholieke, -voor de tweede maal heerschende Rome. Rome behoort tot den droom, -aan Rome is dan ook de eeuwigheid voorspeld; de bodem zelf van Rome -heeft aan het Katholicisme den onleschbaren dorst naar onbeperkte macht -gegeven. Daarom was dan ook het lot van het pausdom met dat van Rome -zoo nauw verbonden, dat een paus buiten Rome niet meer een Katholieke -paus zijn zou. En plotseling voelde Pierre, terwijl hij daar tegen de -dunne ijzeren borstwering stond te leunen, zoo hoog verheven boven -den afgrond, waarin de donkere, harde stad zich in de brandende zon -verbrokkelde, hoe een groote rilling door zijn beenderen huiverde. - -Eén ding stond nu onomstootelijk vast. Dat Pius IX, dat Leo XIII -besloten hadden zich in het Vaticaan op te sluiten, vond slechts -hierin zijn oorzaak, dat zij aan Rome gebonden waren. Het staat -een paus niet vrij het te verlaten, elders het hoofd der Kerk te -zijn. Evenmin zou een paus, welk een goed inzicht hij ook in de -moderne maatschappij mocht hebben, het recht hebben afstand te doen -van de wereldlijke macht. Het is een onvervreemdbaar erfdeel, dat hij -verdedigen moet; het is bovendien een levensquaestie, waarover verder -niet te discussieeren valt. Daarom heeft Leo XIII dan ook den titel -van heer van het wereldlijk gebied der Kerk behouden, te meer daar hij -als kardinaal, evenals de andere leden van het Heilig College, bij hun -verkiezing in zijn eed gezworen had die heerschappij ongeschonden te -bewaren. Mocht Italië nog een eeuw lang Rome als hoofdstad behouden, -een eeuw lang zal de eene paus op den anderen volgen, niet ophouden te -protesteeren, niet ophouden hun koninkrijk op te eischen. Zelfs wanneer -er op een dag een overeenstemming tot stand mocht komen, dan zou die -ongetwijfeld gebaseerd moeten zijn op het afstaan van een stuk grond. - -Had men, toen er verzoeningsgeruchten liepen, niet gezegd, -dat de regeerende paus als besliste voorwaarde minstens het -bezit der Leostad met de neutraliteitsverklaring van een naar -zee loopenden weg stelde? Heelemaal niets is niet genoeg, men -kan niet van niets uitgaan, om ten slotte alles te hebben. Maar -de Leostad, dat kleine hoekje, is reeds een stukje koninklijke -aarde; men behoeft het overige dan nog slechts te veroveren, eerst -Rome, dan Italië, vervolgens de aangrenzende naties, eindelijk de -wereld. Nooit heeft de Kerk gewanhoopt, zelfs niet op oogenblikken, -dat zij, verslagen en geplunderd, stervende scheen. Nooit zal zij -afstand doen; nooit zal zij afzien van de beloften van Christus, -want zij gelooft aan haar onbegrensde toekomst, zij beschouwt zich -onverwoestbaar, eeuwig. Men geve haar den kiezelsteen, waarop zij -haar hoofd neerleggen kan--en zij hoopt reeds weldra het veld terug -te zullen hebben, waarop die kiezelsteen ligt, het rijk, waarin zich -dat veld bevindt. Als een paus het erfdeel niet terug kan krijgen, -dan zal een tweede paus, zullen tien, twintig andere pausen zich -daartoe aangorden. De eeuwen tellen niet meer. Deze gedachte was het, -die een vier-en-tachtigjarigen grijsaard ertoe bracht ontzaglijke -werken te ondernemen, die verscheidene menschenlevens vereischten, -zeker als hij was, dat opvolgers komen zouden en het werk ondanks -alles voortgezet en beëindigd zou worden. - -En Pierre kwam zich tegenover die oude stad van roem en -heerschersmacht, welke haar purper hardnekkig vasthield, met zijn -droom van een zuiver geestelijken paus belachelijk voor. Het scheen -hem zoo misplaatst toe, dat hij er een soort schaamtevolle wanhoop -over voelde. Een Romeinsch prelaat zou zeker niets voelen kunnen voor -den nieuwen Evangelischen paus, die een zuiver geestelijke, alleen -over zielen heerschende paus zou moeten zijn. Bij de herinnering aan -dat in ritus, trots en gezag verstarde, pauselijke Hof werd hij zich -den afschuw, den bijna om zoo te zeggen lichamelijken afkeer daarvan -bewust. O, hoe verbaasd en minachtend zouden zij neerzien op deze -wonderlijke phantasie van het Noorden: een paus zonder grondgebied en -zonder onderdanen, zonder militair Huis en koninklijke eerbewijzen, -zuiver geest, zuiver moreele autoriteit, opgesloten in zijn tempel, -de wereld slechts regeerend door zijn zegenend gebaar, door liefde -en goedheid! Dat was voor dezen Latijnschen clerus, priesters van -het licht en van de praal, slechts een Gotisch, door nevels omsluierd -phantasiebeeld. Zeker, zij waren wel vroom, deze priesters, bijgeloovig -zelfs, maar zij lieten God goed beschermd in den tabernakel achter, -om in Zijn naam te heerschen voor het heil der hemelsche belangen, -van dat oogenblik af natuurlijk allerlei listen gebruikend, in den -strijd van menschelijke begeerten en eerzucht tot alle middelen -hun toevlucht nemend, met zachte diplomatenstappen de aardsche, -definitieve overwinning van Christus tegemoet schrijdend, die eenmaal -in den persoon van den paus over de volkeren heerschen zou. - -Maar welk een verbijsterende schrik moest dat voor een Franschen -prelaat zijn, voor een monseigneur Bergerot, dien heiligen bisschop -van verzaking en naastenliefde, wanneer hij in die wereld van het -Vaticaan terecht kwam! Hoe moeilijk moest het hem vallen om dit alles -te begrijpen, zich in dat alles in te denken--hoe pijnlijk moest -hij de onmogelijkheid voelen één te zijn met deze vaderlandsloozen, -deze internationalen, die steeds over de kaart der beide werelddeelen -gebogen, steeds verdiept in berekeningen waren, welke hun de macht -verzekeren moesten. Daarvoor waren dagen en dagen noodig, moest men -te Rome leven; hij zelf had het eerst na een verblijf van een maand -begrepen onder de heftige crisis, die het aanschouwen der koninklijke -praal in de St. Pieter in hem teweeggebracht had, eerst bij het zien -der oude stad, die daar in de zon haar zwaren slaap sluimerde, haar -eeuwigheidsdroom droomde. - -Maar zijn blik viel op het plein voor de basilica en hij zag daar -den menschenstroom, de veertig duizend geloovigen, naar buiten komen, -die zich als een zwart gewriemel van insecten op het witte plaveisel -voortbewogen. Toen scheen het, dat opnieuw de kreet: "Evviva il papa -re! Evviva il papa re!" opsteeg. Toen hij even te voren de eindelooze -trappen opklom, was het hem voorgekomen, alsof de steenen kolos in -dezen waanzinnigen kreet, die onder zijn gewelven uitgestooten werd, -gebeefd had. En thans, nu hij tot bijna in de wolken gestegen was, -meende hij hem daar ook in de enge ruimte weer terug te vinden. Was -dat voortdurende beven van den kolos onder hem niet het laatste -opschieten van het sap langs zijn oude muren, een hernieuwing van -het Katholieke bloed, dat hem eens zoo mateloos groot tot koning -van alle tempels geschapen had en dat thans trachtte in het uur, -dat de dood voor zijn te groote en verlaten schepen kwam, hem een -krachtigen levensadem te geven? - -De menigte kwam nog steeds naar buiten en overstroomde het plein; -een groote droefheid snoerde zijn keel dicht, want met haar roep had -zij zijn laatste hoop weggevaagd. Den vorigen dag, na de ontvangst -der bedevaart, in de Sala dei Beneficazione had hij zich nog aan een -illusie over kunnen geven, door de noodzakelijkheid van het geld, -dat de paus aan de aarde vasthoudt, te vergeten en in hem slechts -den zwakken grijsaard, geheel ziel, stralend als het symbool van -moreel gezag te zien. Maar nu was het uit met zijn geloof in dezen -van alle aardsche goederen bevrijden herder van het Evangelie, -die slechts koning zijn moest van het koninkrijk der Hemelen. Niet -alleen het geld van den St. Pieterspenning legde Leo XIII een harde -slavernij op; neen, hij was bovendien de gevangene der traditie, -de eeuwige koning van Rome, die aan dezen grond vastgeklonken werd, -de stad niet kon verlaten, noch afstand doen van het wereldlijk gezag. - -En het einde daarvan was de dood ter plaatse, de instorting van -den dom van de St. Pieter, zooals de tempel van Juppiter Capitolinus -ingestort was; op de ruïnes van het Katholicisme zou het gras groeien, -terwijl elders het schisma schitteren zou als een nieuw geloof van -de nieuwe volkeren. Het grootsche en tragische visioen rees voor hem -op: hij zag zijn droom verwoest, zijn boek medegesleept in den kreet, -die zich uitbreidde, als wilde hij naar de vier hoeken der Katholieke -wereld vliegen: "Evviva il papa re! Evviva il papa re!" En onder zich -meende hij reeds te voelen, hoe de reus van marmer en goud bij het -instorten der oude verrotte maatschappij beefde. - -Eindelijk ging Pierre naar beneden en tot zijn groote verbazing -vond hij monsignor Nani, op de daken der schepen, in die bezonde -uitgestrektheid, welke zoo groot was, dat men er een stad zou kunnen -plaatsen. De prelaat was in gezelschap van de beide Fransche dames, -moeder en dochter, aan wie hij ongetwijfeld aangeboden had met haar -naar boven te gaan. Maar zoodra hij den jongen priester herkende, -sprak hij hem aan: - -"Welnu, mijn waarde zoon, zijt ge tevreden? Heeft het geen grooten -indruk op u gemaakt, heeft het u niet gesticht?" - -Met zijn onderzoekende blikken las hij tot in zijn ziel en zag hoe -het met de proef stond. Dan begon hij, voldaan, te glimlachen. - -"Ja, ja, ik zie het al... Kom, ge zijt toch ten slotte een verstandige -jongen. Ik begin werkelijk te gelooven, dat uw ongelukkige zaak hier -een zeer goed einde nemen zal." - - - - - - - - -ACHTSTE HOOFDSTUK - - -Pierre had de gewoonte aangenomen de ochtenden, dat hij in den palazzo -Boccanera bleef, uren door te brengen in den kleinen, verwaarloosden -tuin, die vroeger in een soort loggia met zuilengaanderij eindigde, van -waar men met een dubbele trap bij den Tiber kwam. Tegenwoordig was het -daar een verrukkelijk, eenzaam hoekje, waarin het heerlijk rook naar de -rijpe vruchten van de eeuwenoude oranjeappelboomen, welker symmetrische -rijen alleen nog de reeds lang onder het onkruid verdwenen voetpaden -aangaven. En hij vond er ook den geur der taxisboomen terug, die in -het oude, door puin opgevulde middelste bekken opgeschoten waren. - -Op die heldere, zoo heerlijk-zachte Octoberochtenden kon men zich -hier geheel geven aan een eindelooze levensvreugde. Maar de priester -bracht er zijn Noordelijk gepeins mede, zijn kommer om het lijden, -zijn voortdurend door naastenliefde gekwelde ziel, die de liefkoozing -van het heldere zonlicht in deze wellustige atmospheer voor hem nog -zachter maakte. Hij ging gewoonlijk tegen den achtermuur op een -stuk van een omgevallen zuil in de donkere, frissche schaduw van -een grooten laurierboom zitten. Naast hem liet in de oude, verweerde -sarcophaag, waarop wellustige faunen vrouwen schoffeerden, het dunne -waterstraaltje, dat uit het in den muur gemetselde tragische masker -viel, voortdurend zijn kristalheldere muziek weerklinken. Hij las -daar de couranten, zijn brieven, een uitgebreide correspondentie -met den goeden abbé Rose, die hem op de hoogte hield van zijn werk, -van de ongelukkigen in het sombere, reeds door nevels kille en -onder de modder liggende Parijs. O, hoe onbegrijpelijk klonken die -berichten over de ellenden van het koude land, over de ellende van -de moeders en van de kleinen, die weldra zouden rillen op hun slecht -afgesloten dakkamertjes, van de mannen, die straks door de strenge -vorst zonder werk zijn zouden, over dien doodsstrijd onder de sneeuw -van al die arme menschen, hoe onbegrijpelijk klonken zij in deze warme, -met heerlijke vruchtengeuren bezwangerde lucht, in dit land van den -blauwen hemel en het dolce far niente, waar men zelfs 's winters, -beschut voor den wind, zoo lekker op de warme steenen slapen kon! - -Maar op een ochtend vond Pierre Benedetta op het als bank dienende stuk -zuil zitten. Zij gaf een gilletje van verbazing en was een oogenblik -verlegen, want zij had toevallig het boek van den priester in haar -hand. Het Nieuwe Rome, dat zij reeds eenmaal gelezen had, zonder het -echter geheel te begrijpen. Dan echter wilde zij, dat hij naast haar -kwam zitten, en vertelde hem met haar gewone openhartigheid, dat zij -naar den tuin gekomen was, om alleen te zijn en als een onwetende -leerling zijn boek te bestudeeren. Zij praatten als vrienden; het -was voor Pierre een heerlijk uurtje. - -Hoewel zij het vermeed over zichzelf te praten, voelde hij toch, -dat haar verdriet haar nader tot hem bracht, als had het lijden haar -hart grooter gemaakt, zoodat zij zich nu het lot van allen, die leden, -aantrok. In haar patriciërstrots, die de hiërarchie als een goddelijke -wet beschouwde, had zij nooit aan die dingen gedacht. De gelukkigen -waren boven, de ongelukkigen beneden, zonder dat eenige verandering -daarin mogelijk was. En met welk een verbazing had zij bij sommige -bladzijden gevoeld, welk een moeite het haar kostte zich erin te -denken! Wat? Zich interesseeren voor het mindere volk, gelooven, dat -het dezelfde ziel, hetzelfde verdriet had, zich moeilijk maken voor -zijn vreugde als voor die van een broeder? Toch trachtte zij het, -maar zonder veel succes; heimelijk was zij bang een zonde te begaan, -want het is het beste niets te veranderen aan de door God ingestelde -en door de Kerk bekrachtigde maatschappelijke orde. Zeker was zij -weldadig, gaf de gewone kleine aalmoezen, maar zij gaf niet haar hart; -altruïsme en werkelijk medegevoel ontbraken haar te eenenmale. Zij was -geboren en opgegroeid in het atavisme van een geheel ander ras, dat -ook in den hemel zijn tronen boven het plebs der uitverkorenen bezit. - -Nog menigmaal vonden zij elkaar in de schaduw van den laurierboom dicht -bij de zingende fontein terug, en Pierre, die niets te doen had en het -moe werd te wachten op een oplossing, die van uur tot uur uitgesteld -scheen te worden, spande al zijn krachten in, om deze jonge, mooie, -in haar liefde stralende vrouw met zijn bevrijdende naastenliefde -te bezielen. In het bijzonder bleef één gedachte hem voortdurend -ontvlammen--de gedachte, dat hij Italië zelf zou bekeeren, de in -haar onwetendheid nog sluimerende koningin der schoonheid, die haar -vroegere grootte terug zou vinden, als zij met een grootere ziel, -vol medelijden voor de dingen en wezens, ontwaken zou tot het begrip -der nieuwere tijden. Hij las haar de brieven van den goeden abbé Rose -voor, hij deed haar beven onder den snik, die uit de groote steden -opsteeg. Waarom zou zij, daar zij toch zulke diep-teedere oogen had, -daar van haar geheele persoonlijkheid het geluk om te beminnen en -bemind te worden uitstroomde, niet met hem erkennen, dat de wet -der liefde het eenige heil der lijdende, door haat in doodsgevaar -geraakte menschheid was? Zij erkende het, zij wilde hem het genoegen -doen te gelooven aan de democratie, aan de broederlijke hervorming der -maatschappij, maar bij de andere volkeren, niet te Rome. Onwillekeurig -kwam een zacht glimlachje om haar lippen, zoodra hij het visioen voor -haar opriep, dat wat er van Trastevere over was broederlijk samen -gaan zou met wat er van de oude vorstelijke paleizen over was. Neen, -neen! Dat was al sedert te lang zoo, aan die dingen moest men niets -veranderen. In één woord de leerling maakte slechts weinig vorderingen, -zij werd alleen getroffen door den hartstocht van lief te hebben, die -in dezen priester zoo heftig brandde, en dien hij in zijn kuischheid -afgewend had van het schepsel, om hem over te brengen op de geheele -schepping. Gedurende die enkele zonnige Octoberochtenden werd er -tusschen deze twee een kostelijke band gelegd; in de groote liefde, -waardoor zij beiden verteerd werden, hadden zij elkaar lief met een -diepe, reine liefde. - -Dan op een dag begon Benedetta, die met haar elleboog op den sarcophaag -leunde, te spreken over Dario, wiens naam zij tot dusverre vermeden -had te noemen. O, wat had hij een berouw getoond na zijn aanval -van brutalen waanzin. Eerst was hij, om zijn schaamte te verbergen, -drie dagen naar Napels gegaan, waarheen, naar men beweerde, Tonietta, -het aanminnige meisje met de ruikers witte rozen, die dol verliefd -op hem geworden was, hem dadelijk gevolgd had. Na zijn terugkeer in -het paleis vermeed hij het alleen te zijn met zijn nicht, zag hij -haar eigenlijk alleen op de Maandagsche receptieavonden, wanneer zijn -oogen haar om vergiffenis smeekten. - -"Gisteren," vertelde zij verder, "ben ik hem op de trap -tegengekomen. Ik heb hem een hand gegeven, waaruit hij begreep, dat -ik niet boos meer ben. Hij was er zoo gelukkig door... Och, wat zal -ik u zeggen. Je moet niet zoo lang streng zijn. En bovendien ben ik -bang, dat hij zich ten slotte compromitteeren zou, als hij zich, om -afleiding te zoeken, te veel met haar afgaf. Hij moet weten, dat ik -hem nog altijd liefheb, dat ik nog altijd op hem wacht... O, hij is -van mij, van mij alleen. Hij zou dadelijk voor eeuwig in mijn armen -liggen, als ik één woord zeggen kon. Maar onze zaak staat er slecht, -heel slecht voor!" - -Zij zweeg, twee dikke tranen stonden in haar oogen. Inderdaad scheen -er in het proces tot nietigverklaring van het huwlijk geen voortgang -te komen, daar zich steeds weer nieuwe hinderpalen voordeden. - -Pierre werd zeer ontroerd door die tranen, welke bij haar zoo weinig -voorkwamen. Dikwijls erkende zij met haar kalmen glimlach, dat zij niet -huilen kon. Maar haar hart was nu week; een oogenblik leunde zij als -vernietigd op den bemosten, door het water weggevreten sarcophaag, -terwijl het dunne waterstraaltje met parelende fluittoontjes uit -den open mond van het tragische masker stroomde. Maar voor den geest -van den priester rees plotseling de gedachte aan den dood op, toen -hij haar, de jonge, van schoonheid stralende vrouw half bewusteloos -worden zag op den rand van den sarcophaag, waar de faunen, die zich -in een razend bacchanaal op de vrouwen wierpen, de almacht der liefde -verkondigden, het symbool waarvan de Ouden zoo gaarne op de graftomben -beeldhouwden als een bewijs van de eeuwigheid des levens. Een licht, -zacht briesje streek door de zonnige, stille eenzaamheid van den tuin -en voerde den doordringenden geur der oranjeappelen en taxisboomen -mede. - -"Wanneer men liefheeft, is men sterk!" prevelde hij. - -"Ja, ja, u hebt gelijk," antwoordde zij, reeds weer glimlachend. "Ik -ben nog maar een kind... Maar daar is uw boek de schuld van. Ik begrijp -het pas goed, wanneer ik lijd... Maar toch maak ik vorderingen, niet -waar? Laten, nu u het wilt, alle armen mijn broeders en alle vrouwen, -die verdriet hebben als ik, mijn zusters zijn!" - -Gewoonlijk ging Benedetta het eerst weer naar haar kamer terug en -bleef Pierre dan, alleen onder den laurierboom, nog wat toeven in den -zachten geur der jonge vrouw. Hij droomde dan verward van prettige -en droeve dingen. Wat was het leven hard voor arme wezens, die door -den eeuwigen dorst naar geluk gekweld worden! Over hem had de stilte -zich nog uitgebreid, het geheele oude paleis met de binnenplaats, -waarop het gras welig opschoot, en die omgeven was door haar doode -zuilengaanderij, waarin de opgegraven marmeren beelden, een armlooze -Apollo en de afgebroken romp van een Venus, verweerden, sliep zijn -zwaren ruïne-slaap, en deze doodsche stilte werd slechts nu en dan -verbroken door het plotselinge ratelen van den karos van een prelaat, -die een bezoek kwam brengen aan den kardinaal. - -Op een Maandag bevonden zich tegen kwart over tienen in den salon van -donna Serafina slechts de jongelui. Monsignor Nani had slechts even -zijn opwachting gemaakt, terwijl kardinaal Sarno juist vertrokken -was. Bij den schoorsteen zat donna Serafina op haar gewone plekje -als afgezonderd; haar blikken staarden naar de onbezette plaats -van advocaat Morano, die nog steeds weggebleven was. Voor de canapé, -waarop Benedetta en Celia zaten, stonden Dario, abbé Pierre en Narcisse -Habert te praten en te lachen. Narcisse plaagde voortdurend den jongen -prins, dien hij beweerde in gezelschap van een heel mooi meisje gezien -te hebben. - -"Maar ontken het toch niet, mijn waarde, zij was werkelijk een -prachtstuk... Zij liep naast je en jullie gingt samen een verlaten -straatje in, den Borgo Angelico geloof ik. Uit bescheidenheid ben ik -jullie niet verder nagegaan." - -"Zeker, zeker, ik was het, ik ontken het niet... Maar het is toch -heel iets anders dan je denkt." - -En zich tot Benedetta wendend, die eveneens zonder een zweempje van -ongeruste jaloezie glimlachte: - -"Het was dat arme meisje, je weet wel, dat ik onlangs in -tranen gevonden heb, een week of zes geleden, denk ik... Ja, die -parelenwerkster, die zoo huilde, omdat ze geen werk meer had, en toen -ik haar wat geld wilde geven, hard voor me uit liep, om me naar haar -ouders te brengen... Pierina, je herinnert je nog wel?" - -"Pierina, ja zeker!" - -"Welnu, stel je voor, na dien tijd ben ik haar een keer of vier, vijf -op straat tegengekomen. En het is zoo, zij is zóó zeldzaam mooi, dat -ik een oogenblikje met haar heb staan praten... Onlangs heb ik haar -bij een fabrikant gebracht. Maar zij heeft nog geen werk kunnen vinden -en zij begon weer te huilen, en waarachtig ik heb haar toen, om haar -wat te troosten, een zoen gegeven... Zij was er zoo gelukkig door!" - -Allen lachten om het verhaal. Celia was de eerste, die weer kalm -werd. En met een zeer ernstige stem zeide zij: - -"Dario, zij houdt van je, dat begrijp je toch. Je moet niet zoo -slecht zijn." - -Ongetwijfeld was Dario van dezelfde meening, want hij keek opnieuw -Benedetta aan en schudde vroolijk zijn hoofd, als wilde hij zeggen, -dat, al mocht zij van hem houden, hij niet van haar hield. Een -parelwerkster, een meisje uit het lagere volk, o, neen! Zij kon een -Venus zijn, maar een maîtresse, neen, dat was niet mogelijk! Hij -had zelf veel pleizier in het romantische avontuur, waarop Narcisse -dadelijk een sonnet maakte: "De schoone parelwerkster wordt tot -stervens toe verliefd op den jongen prins, die, mooi als de dag, -voorbijkomt en die haar, geroerd door haar ongeluk, een geldstuk -gegeven heeft; de schoone parelwerkster, diep in haar hart getroffen, -daar hij even milddadig als mooi is, droomt nog slechts van hem, -volgt hem overal, een vlammenband bindt haar aan zijn schreden; -de schoone parelwerkster, die het geldstuk geweigerd heeft, vraagt -met haar onderworpen, liefdevolle oogen als aalmoes het hart van den -jongen man, dat hij haar op een avond genadig schenkt." Het woordenspel -viel zeer in den smaak van Benedetta, maar Celia, die er met haar -engelachtig gezichtje als een klein meisje uitzag, dat eigenlijk nog -niets weten moest, bleef zeer ernstig en herhaalde droevig: - -"Dario, ze houdt van je, je moet haar niet laten lijden." - -Nu werd ook de contessina door medelijden bewogen. - -"Zij zijn niet gelukkig, die arme menschen!" - -"O," riep de prins uit, "een ellende, om niet te gelooven! Den dag, -dat zij me medegenomen heeft naar de Prati del Castello, dacht ik te -zullen stikken. Het is verschrikkelijk, ongelooflijk verschrikkelijk!" - -"Maar ik herinner me," antwoordde zij, "dat wij het plan gemaakt -hebben naar hen toe te gaan, het is heel slecht, dat we het nog niet -gedaan hebben... U wilde immers met ons mede gaan, mijnheer de abbé, -voor uw studies en om op die wijze de arme bevolking van Rome van -nabij te zien." - -Zij keek op naar Pierre, die sedert eenige oogenblikken zweeg. Het trof -hem zeer, dat deze barmhartige gedachte weer bij haar opkwam, want hij -voelde aan het even beven van haar stem, dat zij daarmede ook wilde -laten blijken, dat zij een gedweeë leerlinge was, die vorderingen -maakte in de liefde tot de ongelukkigen en armen. Onmiddellijk -trouwens had de hartstocht voor zijn apostolaat zich weer meester -van hem gemaakt. - -"O," zeide hij, "ik zal Rome niet verlaten, voordat ik het -lijdende, werk- en broodlooze volk gezien heb. Voor alle naties -ligt daarin de ziekte, en redding kan slechts komen van de genezing -der ellende. Wanneer de wortels van den boom geen voedsel krijgen, -sterft de boom." - -"Welnu, we zullen dadelijk afspreken, u gaat morgen met ons naar de -Prati del Castello... Dario zal ons er brengen." - -Deze, die met een verbijsterd gezicht naar den priester geluisterd -had, zonder het beeld van den boom en zijn wortels goed te begrijpen, -protesteerde. - -"Neen, neen, waarde nicht, leid jij er mijnheer den abbé rond, als -je daar lust in hebt... Ik ben er eens geweest, maar ik ga er nooit -meer naar terug. Toen ik weer thuis kwam, moest ik bijna naar bed, -zoo draaide alles in mij om... Neen, neen het is te vreeselijk, -zulke afschuwlijkheden zijn gewoon ongelooflijk." - -Op dat oogenblik kwam een ontevreden stem uit het hoekje bij den -schoorsteen. Donna Serafina verbrak haar lang stilzwijgen. - -"Dario heeft gelijk! Zend er je aalmoes naar toe, beste kind, ik zal er -graag de mijne bijvoegen... Er zijn heel wat bezienswaardiger plekken, -waar je mijnheer den abbé kunt brengen... Je zult waarachtig zorgen, -dat hij een mooie herinnering aan onze stad medeneemt!" - -De Romeinsche trots klonk uit haar slechte luim. Waartoe diende het de -wonden der stad te laten zien aan de vreemdelingen, die hier misschien -alleen met een vijandige nieuwsgierigheid kwamen. Rome moest altijd -mooi zijn, men moest Rome alleen in den praal van zijn roem laten zien. - -Maar Narcisse had zich van Pierre meester gemaakt. - -"Ja, mijn waarde, dat is waar ook, ik heb heelemaal vergeten u die -wandeling aan te raden... U moet beslist de nieuwe wijk zien, die -men in de Prati del Castello gemaakt heeft. Die is heel typisch en -als het ware een samenvatting van de andere; u zult zien, dat het -geen verloren tijd is, daar sta ik voor in, want niets ter wereld -kan u een beteren indruk van het tegenwoordige Rome geven. Het is -buitengewoon, buitengewoon." - -En zich dan tot Benedetta wendend: - -"Is het afgesproken? Vindt u morgenochtend goed?... U zult den abbé en -mij daar vinden, want ik sta erop hem eerst op de hoogte te brengen, -zoodat hij alles goed begrijpt... Om tien uur, kunt u dan?" - -Alvorens te antwoorden, wendde de contessina zich tot haar tante. - -"Kom, tante, mijnheer de abbé heeft genoeg bedelaars in onze straten -ontmoet; hij kan alles zien. En trouwens naar wat hij ons in zijn -boek vertelt, zal hij te Rome niet meer zien, dan hij in Parijs reeds -gezien heeft. Overal is, zooals hij ergens zegt, de honger dezelfde." - -Dan richtte zij zich kalm en zacht tot Dario. - -"Weet je wel, Dario, dat je me een heel groot pleizier zoudt doen, -als je met me meeging. Zonder jou zou het er te veel van hebben, -alsof we uit den hemel kwamen vallen. We zullen een rijtuig nemen -en dan de heeren daar aantreffen; het zal een heel aardige wandelrit -zijn... We zijn in geen tijd samen uit geweest." - -Ongetwijfeld was dat het, waarom zij het zoo prettig vond: zij had -nu een voorwendsel, om met hem samen te zijn en zich geheel met hem -te verzoenen. Hij voelde dat, hij kon er zich niet aan onttrekken. - -"O, lieve nicht," zeide hij schertsend, "het is jouw schuld, als ik -de geheele verdere week nachtmerries heb. Een dergelijk uitstapje -bederft voor acht dagen je levensvreugde." - -Hij rilde al bij voorbaat. De anderen begonnen weer te lachen, en -ondanks de zwijgende afkeuring van donna Serafina werd de samenkomst -bepaald op den volgenden ochtend tien uur. Het speet Celia zeer, -dat zij niet van de partij kon zijn. Maar zij met haar onschuld van -een lelieknop, interesseerde zich slechts voor Pierina. - -"Let goed op die schoonheid," fluisterde zij in de antichambre haar -vriendin in; "dan kan je me vertellen, of zij werkelijk zoo mooi is, -mooier dan alle anderen." - - - -Toen Pierre den volgenden ochtend om negen uur Narcisse bij de -Engelenburg vond, bemerkte hij tot zijn verbazing, dat deze weer in -zijn smachtende kunstdweperij vervallen was. In den beginne was er geen -sprake van de nieuwe wijken noch van den vreeselijken financieelen -krach, die er het gevolg van geweest was. De jonge man vertelde, dat -hij tegelijk met de zon was opgestaan, om nog een uur voor de Santa -Teresia van Bernini te kunnen vertoeven. Wanneer hij die in acht -dagen niet gezien had, zeide hij, leed zijn ziel daaronder, voelde -hij zich verdrietig, als moest hij een dierbare geliefde missen. Hij -had ook zijn uren, waarop hij haar op verschillende wijzen, anders -liefhad, al naar gelang der belichting van het doek. 's Morgens in het -ochtendlicht, dat haar als in een wit kleed hulde, had hij haar lief -met het mystieke élan van zijn ziel; 's middags wanneer de schuine -stralen der ondergaande zon op haar vielen, met den rooden hartstocht -van het bloed der martelaren. - -"O, mijn vriend," zeide hij met zijn moe gelaat, terwijl zijn -malvekleurige oogen bijna wegzonken, "ge kunt u niet voorstellen -welk een heerlijk, ontroerend ontwaken het dezen ochtend was... Een -onwetende, reine maagd, die, gebroken van wellust en nog zwijmelend -van het geluk door Jezus bezeten te zijn, haar oogen kwijnend -opslaat... Het is om erbij te sterven." - -Na een paar passen verder geloopen te hebben werd hij kalmer en ging -hij op den beslisten toon van een praktisch man vol levenservaring -voort: - -"Kom laten we langzaam opwandelen naar de Prati del Castello, -waarvan ge de gebouwen onder u ziet liggen; onderweg zal ik u -vertellen, wat ik ervan weet. O, het is een buitengewoon verhaal, -een van die krankzinnige aanvallen van speculatie, die mooi zijn als -het monsterachtige en mooie werk van het een of andere waanzinnige -genie... Ik heb het van familieleden van me gehoord, die hier gespeeld -en, waarachtig, aanzienlijke sommen gewonnen hebben." - -Toen vertelde hij Pierre de zeldzame geschiedenis met de duidelijkheid -en nauwkeurigheid van een financier, terwijl hij de technische termen -met volkomen zekerheid gebruikte. Na de verovering van Rome, toen -geheel Italië als uitzinnig van geestdrift was bij het denkbeeld -eindelijk de zoo lang begeerde hoofdstad, de oude, roemrijke stad, -de eeuwige, aan wie de wereldheerschappij was toegezegd, te bezitten, -barstte een zeer goed te begrijpen jubel van vreugde en hoop los -bij het jonge volk, dat eerst gisteren geboren was en nu zoo spoedig -mogelijk zijn macht wilde bewijzen. Men moest Rome in bezit nemen, het -tot een moderne, een groot rijk waardige hoofdstad maken, en daarvoor -was het in de allereerste plaats noodig haar gezond te maken, haar te -reinigen van het vuil, dat haar onteerde. Men kan zich niet voorstellen -in welk een staat van verontreiniging het Rome der pausen, la Roma -sporca, waar de kunstenaars nu nog naar terugverlangen, verkeerde: -er bestonden zelfs geen bestekamers, de openbare straat diende voor -alle behoeften, de verheven ruïnes waren in vuilnishoopen veranderd, -de omgeving van de oude vorstelijke paleizen met excrementen bevuild; -kortom, overal steeg een laag van afval, puin en tot verrotting -overgegane stoffen op, die de straten in vergiftigde goten veranderden, -welke telkens weer de vreeselijkste epidemieën veroorzaakten. Het -was dringend noodig daarin van stadswege verbetering te brengen. - -Deze maatregelen beteekenden inderdaad de redding, een verjonging, -een veilig verder leven. Even gerechtvaardigd was de gedachte nieuwe -huizen te bouwen voor de nieuwe bewoners, die van alle kanten zouden -toestroomen. Na de totstandkoming van het keizerrijk Duitschland had -men hetzelfde te Berlijn zien gebeuren: de stad had haar bevolking -bliksemsnel zien toenemen met honderdduizenden zielen. Rome zou zich -ook zeker verdubbelen, verdrie-, vervijfvoudigen, de levende krachten -der provincies tot zich trekken, het centrum van het nationale bestaan -worden. Ook de trots sprak een woordje mede: men moest aan de gevallen -regeering van het Vaticaan toonen, waartoe Italië in staat was, in -welken glans het nieuwe Rome stralen zou, het derde Rome, dat de beide -andere, het keizerlijke en het pauselijke, zou overtreffen door de -pracht van zijn straten en den overstroomenden vloed van zijn inwoners. - -Toch bleef de eerste jaren de bouwbeweging binnen de grenzen der -voorzichtigheid. Men was verstandig genoeg slechts te bouwen, wanneer -daaraan behoefte was. Met één sprong was de bevolking verdubbeld, van -tweehonderdduizend tot vierhonderdduizend zielen gestegen: de kleine -wereld van ambtenaren en employés, die met de verschillende takken -van algemeen bestuur kwamen, de geheele groote menigte, die van den -staat leeft of ervan hoopt te leven, ongerekend de nietsdoeners en -genotzoekers, die een Hof steeds na zich sleept. Dat was de eerste -oorzaak van den roes, niemand twijfelde eraan, of die toeneming zou -blijven doorgaan, ja zelfs sterker worden. Van af dat oogenblik was de -stad van gisteren niet voldoende meer, men moest zonder talmen rekening -houden met de eischen en behoeften van morgen, door Rome buiten Rome -over alle verlaten, oude voorsteden uit te breiden. Men sprak ook van -het Parijs van het tweede Keizerrijk, dat zooveel grooter geworden, -in een stad van licht en gezondheid veranderd was. Doch het ongeluk -wilde, dat er aan de oevers van den Tiber geen algemeen plan bestond, -dat er geen man was met een ruimen blik, die den toestand overzag en -op krachtige financieele instellingen steunen kon. - -Wat nu de trots, de eerzucht om het Rome der Caesars en der Pausen -in glans te overtreffen, de wil om van de eeuwige, gepraedestineerde -stad het centrum en de koningin der aarde te maken, begonnen was, -voltooide de speculatie, een van die buitengewone agiostormen, een -van die orkanen, welke, zonder dat iets ze aankondigt of tegenhoudt, -ontstaan, woeden, alles vernielen en met zich sleuren. Plotseling -liep het gerucht, dat terreinen, die vijf francs den meter gekost -hadden, voor honderd francs verkocht werden; toen brak de koorts uit, -de koorts van geheel een door speculatiewoede verhit volk. Een zwerm -van speculanten was uit Boven-Italië op Rome, de edelste en makkelijkst -te krijgen buit, neergestreken. - -Voor deze arme, hongerige bergbewoners begon in dit wellustige -zuiden, waarin het zoo heerlijk is om te leven, de drijfjacht der -begeerten, zoodat het verrukkelijke klimaat, op zichzelf reeds zoo -verderfelijk, de moreele ontbinding verhaastte. Bovendien behoefde -men zich in den beginne inderdaad slechts te bukken; het geld was -tusschen de puinhoopen der eerste gesloopte wijken met schoppen -vol op te rapen. Handige lieden, die het tracé der nieuwe straten -als het ware roken, hadden zich meester gemaakt van de terreinen, -die onteigend zouden moeten worden, en vertiendubbelden binnen twee -jaar hun vermogen. Nu greep de besmetting nog verder om zich heen -en vergiftigde langzamerhand de geheele stad; de bewoners werden op -hun beurt ook medegesleept, alle standen door waanzin aangegrepen, -de vorsten, de bourgeois, de kleine huiseigenaars tot winkeliers, -slagers, kruideniers toe. Zoo vertelde men later van een eenvoudigen -bakker, die een bankroet van vijf-en-veertig millioen geslagen had. - -Het was niets meer dan een wanhopige, schandelijke, koortsachtige -speculatie, die in de plaats van het geregelde pauselijke lotto -gekomen was, een speculatie met millioenen, waarbij de terreinen en -bouwwerken iets fictiefs, slechts een voorwendsel voor Beursoperaties -werden. De oude atavistische trots, die van Rome de hoofdstad der -wereld maken wilde, werd door deze speculatiekoorts opgezweept tot -hoogmoedswaanzin; er werd gekocht en gebouwd, om weer te verkoopen, -zonder maat, zonder ophouden, zooals aandeelen gelanceerd worden, -zoolang de persen er drukken willen. - -Nooit had een stad in haar evolutie een dergelijk schouwspel -geboden. Wanneer men het thans tracht te begrijpen, staat men gewoonweg -perplex. Het bevolkingscijfer was de vierhonderd duizend overschreden -en scheen dan stationnair te blijven; maar dit belette niet, dat -de nieuwe wijken steeds dichter uit den grond opschoten. Voor -welk toekomstig volk bouwde men met zooveel woede? Door welke -zinsverbijstering kwam men ertoe niet te wachten op de nieuwe bewoners, -om duizenden woningen gereed te maken voor families, die misschien -komen zouden? De eenige verontschuldiging was, dat bij voorbaat als -vaststaande aangenomen werd, dat het derde Rome, de triompheerende -hoofdstad van Italië, niet minder dan een millioen zielen tellen -kon. Zij waren niet gekomen, maar zij zouden zeker komen; daaraan kon -geen patriot twijfelen zonder vaderlandsschennis te begaan. En men -bouwde, bouwde, bouwde zonder ophouden voor de vijfhonderdduizend -onderweg zijnde burgers. Men bekommerde zich zelfs niet om den dag -van hun aankomst, het was voldoende, dat men op hen rekende. In Rome -waren ook maatschappijen tot het maken van groote wegen door de oude, -ongezonde, gesloopte wijken gevormd en deze verkochten of verhuurden -haar terreinen, waardoor zij groote winsten behaalden. - -Doch naarmate de waanzin steeg, werden er meer maatschappijen -opgericht, om den honger naar winst te bevredigen; zij hadden ten doel -om buiten Rome nog meer nieuwe wijken, steeds weer nieuwe wijken, ware -kleine steden, waaraan niet de minste behoefte bestond, te bouwen. Bij -de Porta S. Giovanni, bij de Porta S. Lorenzo rezen de voorsteden als -door een wonder op. Op de reusachtige terreinen der Villa Ludovisi, -van de Porta Salaria tot aan de Porta Pia, ontstond het ontwerp van -een stad, en op de Prati del Castello wilde men plotseling een stad -met kerk, school en markt uit den grond doen oprijzen. En dat waren -geen arbeiderswoningen, geen bescheiden huizen voor den middenstand -en de ambtenaren, neen, het waren groote bouwwerken, ware paleizen met -drie of vier verdiepingen, met gelijkvormige, overmatig groote gevels, -welke van deze nieuwe, excentrieke wijken Babylonische stadsdeelen -maakten, die alleen hoofdsteden met een krachtig industrieleven, zooals -Parijs en Londen, zouden kunnen bevolken. Het zijn de monsterachtige -voortbrengselen van den hoogmoed en van de speculatie. En welk een -droeve bladzijde uit de geschiedenis, welk een bittere les, wanneer het -thans ten gronde gerichte Rome zich bovendien nog onteerd ziet door -dien leelijken gordel van groote, ledige, grootendeels onafgemaakte -geraamten, welker puinhoopen nu reeds de met gras begroeide straten -bedekken! - -De onvermijdelijke instorting, de ramp was vreeselijk. Narcisse -gaf de redenen daarvoor op en lichtte de diverse stadia zoo -duidelijk toe, dat Pierre alles goed begreep. Natuurlijk waren -talrijke financieele maatschappijen uit die humus der speculatie -opgeschoten: de Immobiliere, de Società edilizia, de Fondiaria, -de Tiberina, l'Esquilino. Bijna alle lieten bouwen, richtten groote -huizen op, legden heele straten aan, om ze weer te verkoopen. Maar -zij speculeerden ook in bouwterreinen, stonden die met groote -winsten aan kleine speculanten af, die in de door de toenemende -agiokoorts verwekte kunstmatige hausse overal opschoten en eveneens -van ontzaglijke winsten droomden. Het ergste daarbij was, dat deze -kleine burgers, deze onervaren winkeliers zonder geld, zoo door de -speculatiewoede werden opgezweept, dat zij zelf ook lieten bouwen; -zij leenden van de banken en wendden zich tot de maatschappijen, -van wie zij de terreinen gekocht hadden, om het voor het voltooien -der gebouwen noodige geld te krijgen. - -In de meeste gevallen zagen de maatschappijen, om niet alles te -verliezen, zich op een goeden dag genoodzaakt de terreinen en de -gebouwen, zelfs al waren zij niet afgebouwd, terug te nemen, wat -een ontzaglijke opstopping veroorzaakte, waaraan zij ten gronde -moesten gaan. Wanneer het millioen inwoners de woningen, die men in -een zoo vreemden droom van hoop voor hen gebouwd had, waren komen -betrekken, dan hadden de winsten onberekenbaar kunnen zijn. Rome -was in tien jaar rijk en een der bloeiendste hoofdsteden der wereld -geworden. Maar de inwoners wilden niet komen, niets werd verhuurd, -de woningen stonden leeg. En toen barstte de krach met een ongekende -heftigheid los en wel om twee redenen. In de eerste plaats waren -de door de maatschappijen gebouwde huizen veel te groot en veel te -duur, waardoor het grootste gedeelte van de gewone, middelmatige -renteniers, die hun geld in grondbezit willen beleggen, afgeschrikt -werden. Het atavisme had zijn werk gedaan, de bouwers hadden in hun -grootheidswaanzin een reeks prachtige paleizen opgericht, bestemd, -om die van de twee vorige tijdperken in het niet te doen verzinken -en welke nu triest en verlaten als de meest ongehoorde getuigen van -den onmachtigen hoogmoed staan bleven. - -Er waren dus geen particuliere kapitalen te vinden, die de plaats -der maatschappijen durfden of konden innemen. Bovendien zijn elders, -in Parijs en in Berlijn, de nieuwe wijken en de verfraaiingen met -nationaal kapitaal, met gespaard geld gemaakt. In Rome daarentegen -werd alles gebouwd met crediet, met wissels op drie maanden en -vooral met buitenlandsch geld. Men schat de aldus verslonden som -op bijna een milliard, waarvan vier vijfden Fransch geld was. Het -was eenvoudig een zaken doen van bankier op bankier; de Fransche -bankiers leenden tegen 3 1/2 à 4 procent aan de Italiaansche, die -op hun beurt aan de speculanten, aan de bouwers te Rome tegen 6, 7, -ja zelfs 8 procent leenden. - -Men kan zich dan ook de ramp voorstellen, toen Frankrijk, dat het -verbond van Italië met Duitschland met leede oogen aanzag, binnen -twee jaar zijn achthonderd millioen terugtrok. Er ontstond een -reusachtige terugvloeiing, die de Italiaansche banken ledig maakte; -de grondmaatschappijen en al die maatschappijen, welke in terreinen en -bouwwerken speculeerden, werden nu eveneens genoodzaakt op haar beurt -terug te betalen en moesten zich wenden tot de emissiemaatschappijen, -die papier konden uitgeven. Tegelijkertijd dreigden zij den Staat de -werken stil te zullen leggen en veertig duizend werklieden op straat -te zetten, wanneer de Staat de emissiemaatschappijen niet dwong hun de -vijf of zes millioen, die zij noodig hadden, te leenen, wat de Staat, -bang voor een algemeen bankroet, ten slotte deed. Natuurlijk konden -de vijf of zes millioen op de vervaldagen niet terugbetaald worden, -omdat men de huizen niet kon verkoopen of verhuren, zoodat nu de -debacle steeds verder om zich heen greep en de eene puinhoop op de -andere stapelde: de kleine speculanten vielen op de bouwers, deze -op de grondmaatschappijen, deze op de emissiemaatschappijen, deze op -het openbaar krediet, wat de natie ruïneerde. Zoo kwam het, dat een -eenvoudige stedelijke crisis een ontzettende financieele ramp, een -nationaal gevaar werd. Een geheel milliard was zonder eenig nut in den -afgrond verdwenen, Rome leelijk gemaakt; het droeg nu de last van zijn -jonge, smadelijke ruïnes, van de gapende, ledige huizen voor de vijf -of zeshonderd duizend gedroomde inwoners, die men nog steeds wacht. - -Trouwens in den gierenden stormwind van den roem was ook de Staat zelfs -door grootheidswaanzin aangegrepen. Alles werd erop ingericht om een -triompheerend Italië te scheppen, om het land in vijf-en-twintig jaar -die eenheid en die grootte te doen bereiken, waarvoor andere volkeren -eeuwen hebben noodig gehad. Aan alle kanten werd dan ook met man en -macht gewerkt, reusachtige uitgaven gedaan voor kanalen, havens, wegen, -spoorwegen en openbare werken in alle groote steden. Men improviseerde, -organiseerde de natie zonder te tellen. Na het verbond met Duitschland -verslonden de oorlogs- en marinebudgetten noodeloos millioenen. En aan -al die steeds stijgende behoeften werd slechts het hoofd geboden door -emissies; de eene leening volgde op de andere. In Rome alleen kostte -de bouw van het ministerie van Oorlog tien, die van het ministerie -van Financiën vijftien millioen, terwijl meer dan tweehonderd millioen -voor verdedigingswerken om de stad uitgegeven werden. Het was steeds -en steeds weer het opvlammen van den noodlottigen hoogmoed, het sap -van den grond, die slechts in al te groote plannen bloeien kan, de -wil om de wereld te verblinden en te veroveren, die ontstaat zoodra -men den voet op het Capitool zet--zelfs in het opgehoopte stof van -alle menschenmachten, die daar na elkaar ingestort zijn. - -"Ja, mijn waarde vriend," vertelde Narcisse verder, "als ik wilde -afdalen tot praatjes, die in omloop zijn, die men elkaar in het -oor fluistert, als ik u enkele feiten noemde, dan zoudt u verbluft, -versteld staan over den graad van waanzin, waarin deze in den grond der -zaak zoo verstandige, zoo indolente en zoo zelfzuchtige stad door de -vreeselijke, besmettelijke koorts van speculatiewoede gebracht is. Niet -alleen de kleine luiden, de onwetenden en dommen hebben zich ten gronde -gericht, maar ook de groote families, bijna de geheele Romeinsche -adel heeft daarbij zijn oude vermogens, het goud, de paleizen en de -verzamelingen kunstwerken, die hij aan de vrijgevigheid der pausen -te danken had, verloren. Deze ontzaglijke rijkdommen, waarvoor eeuwen -van nepotisme noodig geweest zijn, om ze in de handen van enkelen op -te hoopen, zijn in nauwlijks tien jaar als was gesmolten." - -Dan vergat hij geheel, dat hij met een priester sprak, en vertelde -hij een van die equivoque geschiedenissen. - -"Laten we onzen goeden vriend Dario, prins Boccanera, even als -voorbeeld nemen. Hij is de laatste van zijn geslacht en verplicht te -leven van de kruimels van zijn oom, den kardinaal, die toch ook niet -heel veel meer dan zijn salaris heeft. Nu, hij zou zeker nog in zijn -karos rijden, als die vreemde geschiedenis van de villa Montefiori -er niet tusschen gekomen was... Men zal u wel reeds op de hoogte -gebracht hebben: de uitgestrekte terreinen van deze villa werden voor -tien millioen aan een financieele maatschappij afgestaan; daarna werd -prins Onofrio, de vader van Dario, door de speculatiewoede aangegrepen, -kocht zijn eigen terreinen duur terug, speculeerde en liet bouwen; -ten slotte sleurde de catastrophe behalve die tien millioen nog -alles mede, wat hij zelf bezat, de overblijfselen van het eertijds -zoo reusachtige fortuin der Boccanera's... - -"Maar wat men u ongetwijfeld niet verteld heeft, dat zijn de geheime -oorzaken, die daartoe medegewerkt hebben, de rol, die graaf Prada--ja -zeker, de gescheiden echtgenoot van de bekoorlijke contessina, op -wie wij nu wachten--in deze zaak gespeeld heeft. Hij was de minnaar -van prinses Boccanera, de mooie Flavia Montefiori, die de villa als -huwlijksgift medebracht, o, een pracht van een vrouw, veel jonger dan -haar man. Welnu, algemeen wordt beweerd, dat Prada den echtgenoot in -zijn macht had door die vrouw, zoodat deze weigerde zich 's avonds -aan den ouden prins te geven, indien deze aarzelde zijn handteekening -te zetten of zich verder in te laten in een avontuur, waarvan hij het -gevaar van te voren inzag. Prada heeft er millioenen mede verdiend, -die hij nu op een zeer verstandige manier verteert. En wat de mooie -Flavia betreft, u weet, dat zij, na een klein vermogen uit de debacle -gered te hebben, dapper afstand gedaan heeft van haar adellijken titel, -om zich een knappen man te koopen, den tweeden, ditmaal jonger dan zij, -van wien zij een markies Montefiori gemaakt heeft, die haar nu gezond -en mooi houdt, hoewel zij de vijftig nu al gepasseerd is. In deze heele -zaak is het eenige slachtoffer onze arme vriend Dario, die totaal -geruïneerd is en vastbesloten met zijn nicht te trouwen, die niet -veel rijker is dan hij. Weliswaar wil zij hem met alle geweld hebben -en is hij niet in staat haar zoo lief te hebben als zij hem. Anders -zou hij reeds lang de een of andere Amerikaansche genomen hebben, -een millionnairsdochter, zooals zooveel andere vorsten gedaan hebben; -ofschoon het ook zeer goed mogelijk is, dat de kardinaal en donna -Serafina er zich tegen verzet zouden hebben, want dat zijn helden -in hun genre, echte trotsche, koppige Romeinen, die hun bloed vrij -willen houden van vreemde smetten... Enfin laten we hopen, dat die -goede Dario en die bekoorlijke Benedetta samen gelukkig zullen zijn." - -Hij hield op, om na eenige passen, op bijna fluisterenden toon voort -te gaan. - -"Een van mijn bloedverwanten heeft met die affaire der villa Montefiori -een kleine drie millioen verdiend. Wat heb ik er toch dikwijls spijt -van gehad, dat ik pas na den heroëntijd van het agio gekomen ben! Wat -zal het hier toen amusant geweest zijn en wat was er toen een boel -te verdienen voor koelbloedige spelers!" - -Plotseling echter zag hij, opkijkend, voor zich het nieuwe stadsdeel -der Prati del Castello; zijn geheele gelaatsuitdrukking veranderde, -hij werd weer de kunstenaarsziel, die in verzet kwam tegen de moderne -gruwelen, waarmede men het pauselijke Rome bezoedeld had. De kleur -van zijn oogen werd bleeker, zijn blik drukte de bittere minachting -uit van den in zijn liefde voor de verdwenen eeuwen gewonden droomer. - -"Kijk toch eens, kijk toch eens! O, stad van Augustus, stad van Leo X, -stad van eeuwige macht en eeuwige schoonheid!" - -Pierre zelf kwam ook onder den indruk. Op deze plek strekten zich -vroeger langs den Tiber tot aan de hellingen van den Monte Marco -de vlakke, hier en daar met populieren begroeide weiden van de -Engelenburg uit, breede grasvlakten, die aan den Borgo en den verren -dom van de St. Pieter een groenen voorgrond gaven en die de schilders -graag vereeuwigden. Nu echter verhief zich midden op die omgewoelde, -rotsachtige vlakte een geheele stad, een stad van massieve, reusachtige -huizen, regelmatige steenen kubussen met breede, elkaar rechthoekig -snijdende straten, precies een groot dambord met symmetrische -vakken. Van het eene einde naar het andere zag men dezelfde gevels; -men zou het geheel voor een rij kloosters, kazernes of ziekenhuizen -hebben kunnen houden, waarvan de eenvormige lijnen zich tot in het -oneindige voortzetten. Maar de pijnlijke indruk, dien dit schouwspel -maakte, kwam hoofdzakelijk voort uit de in den beginne onverklaarbare -catastrophe, die deze stad midden in haar aanbouw verstard had, alsof -op een vervloekten ochtend een booze toovenaar zijn staf opgeheven, -het werk tot stilstand gebracht, de drukke werkplaatsen geledigd, -de gebouwen gelaten had in denzelfden droefgeestigen toestand als -waarin zij op dit oogenblik verkeerden. - -Alle stadia van aanbouw vond men nog terug--van het grondwerk, de -voor de fundamenten gegraven diepe gaten, welke open gebleven waren -en waarin onkruid woekerde, tot geheel voltooide en bewoonde huizen -toe. Er waren huizen, waarvan de muren nauwlijks boven den grond -uitkwamen; andere waren tot de tweede of derde verdieping gekomen, -maar door hun houten plafonds en door de open vensters stroomde -de regen naar binnen; andere, die geheel opgetrokken en met een dak -voorzien waren, stonden daar als geraamten, ten prooi aan de gevechten -der winden, en deden aan ledige kooien denken. Ook waren er geheel -afgebouwde huizen, waarvan men echter de buitenmuren niet had kunnen -pleisteren; bij nog andere ontbrak het houtwerk van de deuren en ramen; -weer andere hadden wel deuren en ramen, maar waren dichtgespijkerd -als doodkisten, in de doode kamers was geen levende ziel te ontdekken; -andere tenslotte waren bewoond, de meeste gedeeltelijk, slechts weinige -geheel, maar alle levend van een niet-verwachte bevolking. Niets -kan de vreeselijke triestheid van die dingen weergeven; het was een -Schoone-Slaapster-stad, die door een doodelijken slaap bezocht was, -nog voor zij geleefd had, en nu in afwachting van een ontwaken, -dat nooit scheen te zullen komen, in de heete zon ten gronde ging. - -Pierre ging met zijn gids door de breede, verlaten straten, die -de roerloosheid en stilte van een kerkhof hadden. Geen rijtuig, -geen voetganger kwam erdoor. Sommige hadden zelfs geen trottoir, -het gras woekerde op den nog niet bestraten rijweg als op een veld, -dat tot den natuurstaat terugkeert; toch stonden er reeds overal -sedert jaren voorloopige gaslantaarns. Aan beide zijden hadden de -huiseigenaren de vensteropeningen van den rez-de-chaussée en de -verschillende verdiepingen met dikke planken hermetisch gesloten, -om geen deur- en vensterbelasting te betalen. Andere huizen, waarvan -de bouw nauwlijks begonnen was, waren met staketsels afgesloten, -uit vrees, dat de kelders verzamelplaatsen voor alle bandieten uit -het land zouden worden. Maar den treurigsten indruk maakten toch de -jonge ruïnes, hooge, trotsche, onvoltooide, zelfs nog niet gepleisterde -gebouwen, die hun leven van steenen reuzen nog niet eens geleefd hadden -en nu reeds aan alle kanten scheurden, zoodat men ze met allerlei -gecompliceerde stellingen had moeten stutten, om te voorkomen, dat -zij zouden instorten. Je hart kromp ineen als in een stad, waaruit -de pest, de oorlog of een bombardement de inwoners weggevaagd heeft. - -Maar men werd door een nog grootere melancholie, door een grenzenlooze -wanhoop aangegrepen bij de gedachte, dat dit niet een dood, maar een -miskraam was, dat de verwoesting haar werk voltooien zou voordat de -gedroomde, vergeefs verwachte bewoners dezen doodgeboren huizen leven -zouden inblazen. Daarbij kwam nog de vreeselijke ironie, dat men op -iederen hoek marmeren platen met de straatnamen zag, beroemde, aan -de Geschiedenis ontleende namen, de Gracchen, de Scipio's, Plinius, -Pompeius, Julius Caesar, die als een hoon, als een slag, dien het -verleden de moderne onmacht in het gezicht gaf, op deze onvoltooide, -instortende muren prijkten. - -Wederom werd Pierre getroffen door de waarheid, dat ieder, die Rome -bezit, verteerd wordt door den marmerwaanzin, door den ijdelen drang -om te bouwen en aan de volkeren van morgen het gedenkteeken van zijn -roem na te laten. Na de Caesars, die hun paleizen op den Palatinus -ophoopten, na de pausen, die het Middeleeuwsche Rome weer opbouwden -en hun wapens daarop drukten, is de Italiaansche regeering nauwlijks -meester der stad, of zij wil haar onmiddellijk schitterender en grooter -dan zij ooit geweest was, herbouwen. De bodem zelf suggereerde die -gedachte; het bloed der Caesars steeg den nieuw aangekomenen naar het -hoofd en bracht hen tot het waanzinnige denkbeeld om van het derde -Rome de nieuwe koningin der aarde te maken. Vandaar de reusachtige -plannen, de cyclopische kadewerken, de ministeries, die wedijveren -met het Colosseum; vandaar die nieuwe wijken met hun reuzenhuizen, -die als evenveel kleine stadjes om de oude stad opgeschoten zijn. Hij -herinnerde zich den krijtachtigen gordel, welke de oude, rosachtige -daken omgaf en dien hij vanaf den dom van de St. Pieter uit de -verte als verlaten steengroeven gezien had; want niet alleen in de -Prati del Castello, maar ook bij de Porta S. Giovanni, bij de Porta -S. Lorenzo, bij de Villa Ludovisi, op de hoogten van den Viminalis -en den Quirinalis vielen de onvoltooide en ledige wijken reeds in het -gras der verlaten straten in. Ditmaal scheen het alsof na tweeduizend -jaar van wonderbare vruchtbaarheid de bodem eindelijk uitgeput scheen, -en de steen der monumenten daar niet meer groeien wilde. - -Evenals in zeer oude boomgaarden de pruime- en kerseboomen, die -men verplant, kwijnend opgroeien en sterven, zoo vonden blijkbaar -de nieuwe muren geen levensvoedsel meer in dat door de eeuwenlange -groei van een zoo groot aantal tempels, circussen, triomfbogen, -basilica's en kerken verarmde Romeinsche stof. De moderne huizen, -die men getracht had hier opnieuw tot vruchtbaarheid te brengen, -de tot niets nutte, al te groote, door hereditairen eerzucht -opgeblazen huizen, hadden niet tot rijpheid kunnen komen; de halve, -door geopende ramen doorboorde gevels bezaten geen kracht genoeg, -om op te stijgen tot het dak, waren daar onvruchtbaar blijven staan -als kwijnende struiken op een terrein, dat te veel voortgebracht -heeft. Het verschrikkelijk trieste lag voornamelijk hierin, dat een -voorbijgegane grootheid zóó vol scheppingskracht uitloopen moest -op een dergelijke bekentenis van tegenwoordige onmacht, dat Rome, -hetwelk vroeger de wereld met zijn onverwoestbare monumenten bedekt -had, thans niets meer dan ruïnes baarde. - -"Ze zullen eens wel afgebouwd worden!" riep Pierre uit. - -Narcisse keek hem verbaasd aan. - -"Voor wie dan?" - -Dat was juist het verschrikkelijke. Waar waren op dit oogenblik die -vijf of zeshonderd duizend inwoners, van wier komst men gedroomd -had, op wie men nog altijd wachtte; waar waren zij, in welke nabije -landstreken, in welke verafgelegen steden woonden zij? Waar in de -eerste dagen na de verovering een vurige patriotische geestdrift -alleen op een dergelijke bevolking had kunnen hopen, daar moest men -thans wel bijzonder verblind zijn, om nog te kunnen gelooven, dat -zij ooit komen zou. De proef scheen genomen te zijn, Rome's bevolking -bleef stationnair, er was geen enkele reden, die voorzien deed, dat -het aantal inwoners verdubbeld zou worden, noch de genoegens, die -de stad aanbood, noch de winst van een handel en van een industrie, -die zij niet bezat, noch een intens maatschappelijk en intellectueel -leven, waartoe zij niet meer in staat scheen. In ieder geval zouden -er jaren en jaren mede heengaan. Hoe dus moest men de gereed zijnde, -ledige huizen, die nog slechts op huurders wachtten, bevolken? Voor -wie moest men de in geraamte-toestand gebleven woningen, die in de zon -en in den regen afbrokkelden, afmaken? Zouden zij dus, gedeeltelijk -vleeschloos en open voor alle winden, gedeeltelijk dichtgespijkerd en -stil als graven, voor onafzienbaren tijd daar moeten blijven staan -in hun vreeselijke, nuttelooze en verwaarloosde leelijkheid? Welk -een verschrikkelijke getuigenis legden zij onder dien stralenden -hemel af! De nieuwe heeren van Rome hadden een slecht begin gemaakt, -maar zouden zij, indien zij thans wisten wat zij hadden moeten doen, -ooit wat zij gedaan hebben ongedaan durven maken? Daar het milliard, -dat hier ingestoken was, voorgoed verslonden en verloren scheen te -zijn, begon men te verlangen naar een Nero met een onbeperkte en -matelooze energie, die fakkel en spade grijpen en in naam van rede -en schoonheid alles verbranden en met den grond gelijk maken zou. - -"Ha!" riep Narcisse uit; "daar zijn de contessina en de prins!" - -Benedetta had het rijtuig bij een kruispunt van de eenzame straten -laten ophouden; en nu liep zij aan den arm van Dario door die breede, -stille, met onkruid begroeide wegen, die als voor verliefde paren -aangelegd zijn. Beiden waren verrukt over de wandeling, dachten niet -meer aan het treurige, waarvoor zij waren gekomen. - -"Wat een goddelijk weer!" zeide zij vroolijk, terwijl zij naar de -twee vrienden toe ging. "Wat schijnt de zon heerlijk!... Het doet je -goed een beetje te loopen net alsof je op het land bent!" - -Dario was de eerste, die ophield te lachen tegen den blauwen hemel, -zich te vermeien in de vreugde met zijn nicht aan zijn arm te wandelen. - -"Omdat je bij je gril blijft, die zeker onzen geheelen mooien dag -bederven zal, moeten we toch naar die menschen toe... Maar eerst moet -ik me even oriënteeren. Ik weet nooit goed den weg op plaatsen waar ik -niet gaarne kom... En bovendien is deze wijk met haar doode straten, -haar doode huizen zoo moeilijk; je ziet niets dat je je herinnert, -geen winkel, die je den weg aanwijst... Maar ik geloof, dat het hier -is. Ga maar mee, we zullen wel zien." - -De vier wandelaars gingen naar het middelste gedeelte van de wijk, -dat op den Tiber uitziet. Hier was zich een bevolking gaan vormen. De -eigenaars van sommige afgebouwde huizen, hebben daar zoo goed als -het kan voordeel van door ze tegen zeer lage prijzen te verhuren; -ze werden zelfs niet boos, wanneer de huur eens wat lang op zich -wachten liet. Ambtenaren met een klein inkomen en jonge huishoudens -zonder geld hadden zich dus gevestigd en betaalden wel langzaam, -maar toch altijd iets. Doch het ergste was, dat tengevolge van het -sloopen van het vroegere Ghetto en van de doorbraken, waarmede men -wat licht gebracht had in Trastevere, ware horden brood- en daklooze -haveloozen, die zelfs bijna geen kleeren hadden, in de onafgemaakte -huizen waren neergestreken en er met hun ellende en hun ongedierte -bezit van genomen hadden. Men had de oogen wel moeten sluiten, -deze brutale inbeslagneming moeten dulden, wanneer men niet wilde, -dat deze verschrikkelijke ellende zich op de openbare straat ten -toon spreidde. Aan deze vreeselijke gasten dus waren de groote -gedroomde paleizen ten deel gevallen, de reuzengebouwen van vier -of vijf verdiepingen, die men door monumentale deuren binnenging, -en die versierd waren met groote standbeelden en langs welker gevels -gebeeldhouwde, door cariatiden gesteunde balkons liepen. - -Het houtwerk van deuren en ramen ontbrak; iedere van deze ongelukkige -families had haar keuze gedaan, bewoonde of een geheele vorstelijke -verdieping of gaf de voorkeur aan kleinere vertrekken, waarin ze zich -konden ophoopen. De ramen waren meestal met planken dichtgespijkerd; de -deuren met behulp van lompen dichtgestopt. Armzalige stukken linnengoed -hingen op de gebeeldhouwde balkons te drogen, pavoiseerden met hun -vuile vlaggen deze doodgeboren, in hun trots verdeemoedigde gevels. Een -snelle slijtage, allerlei vuiligheden zonder naam bezoedelden reeds de -mooie witte gebouwen, bespatten en bestreepten ze met smerige vlekken; -door de prachtige deuren, die gemaakt waren voor het koninklijk -uitrijden van equipages, stroomde een vieze beek van afval en drek, -waarvan de poelen dan op den trottoirloozen rijweg vervuilden. - -Tot tweemaal toe had Dario hen denzelfden weg al laten loopen. Hij -verdwaalde steeds meer en meer en werd hoe langer hoe somberder. - -"Ik had links moeten afslaan. Maar hoe kan je dat ook weten in zoo'n -omgeving?" - -Nu zagen zij heele troepen kinderen vol ongedierte in het stof -kruipen. Zij waren buitengewoon vuil, bijna naakt; hun huid was -heelemaal zwart, hun haren borstelig als bosjes paardenhaar. Vrouwen -liepen rond in smerige rokken, haar openstaande jakken lieten borsten -en heupen als van overwerkte lastdieren zien. Velen stonden krijschend -met elkander te praten; anderen zaten, met haar handen op haar knieën, -op oude stoelen en bleven, zonder iets te doen, urenlang in dezelfde -houding zitten. Mannen zag men maar heel weinig. Slechts enkelen -lagen op hun buik zwaar tusschen het rossige gras in de zon te slapen. - -Maar vooral de geur was vreeselijk, een geur van vuile ellende; -het menschelijke vee leefde daar in zijn drek en die stank werd nog -erger door de uitwasemingen van een klein marktje, dat zij moesten -oversteken: bedorven vruchten, gekookte, zure groenten, reeds den -vorigen dag in gestolten en ranzig vet gebraden spijzen, die arme -koopvrouwen van den grond af verkochten, terwijl een troep hongerige -kinderen gulzig toekeek. - -"Kort en goed, ik weet het niet meer," zeide de prins tot zijn -nicht. "Wees verstandig, we hebben er nu genoeg van gezien; laten we -naar het rijtuig teruggaan." - -Inderdaad leed hij, en zooals Benedetta zelf gezegd had, hij kon niet -lijden. Het scheen hem een monsterachtige misdaad toe zijn leven door -een dergelijke wandeling somber te maken. Het leven was gemaakt, om -het licht en prettig in de volle zon te leven. Men moest het alleen -door mooie schouwspelen, gezang en dans opvroolijken. En in zijn naïef -egoïsme had hij een waren afschuw van het leelijke, van de armoede, -van het lijden, zoodat het zien alleen ervan hem reeds een onbehagelijk -gevoel, een soort lichamelijke en moreele uitputting gaf. - -Maar Benedetta, die evenals hij huiverde, wilde tegenover Pierre dapper -zijn. Zij keek hem aan en daar zij zag hoe geïnteresseerd hij was, -welk een hartstochtelijk medelijden zich van hem meester gemaakt had, -wilde zij haar poging om deelneming met de armen en ongelukkigen te -toonen, niet opgeven. - -"Neen, neen, we moeten blijven, beste Dario... De heeren willen alles -zien, niet waar?" - -"Ja, het tegenwoordige Rome ligt hier," zeide Pierre. "Dit hier zegt -meer dan alle klassieke wandelingen door ruïnes en monumenten." - -"Nu overdrijft ge, mijn waarde," zeide Narcisse op zijn beurt. "Maar -ik stem toe, dat het interessant, zeer interessant is... Vooral de -oude vrouwen zijn prachtig, vol uitdrukking..." - -Op dat oogenblik kon Benedetta, die een buitengewoon mooi jong meisje -voor zich zag, een kreet van gelukkige bewondering niet onderdrukken. - -"O che bellezza!" [17] - -Dario, die haar herkend had, riep met dezelfde verrukte uitdrukking -uit: - -"O, dat is Pierina... Zij zal ons den weg wijzen." - -Het kind liep de groep reeds een oogenblik na, zonder echter -dichterbij te durven komen. Haar blikken, die straalden van de -vreugde van een verliefde slavin, hadden zich vurig op den prins -gericht; dan nam zij de contessina op, doch zonder eenigen haat, -met een soort teedere onderworpenheid, een soort berustend geluk, -dat ook zij heel mooi was. En zij was in waarheid zooals de prins -haar afgeschilderd had: groot, sterk, met een godinnenhals, een echte -antieke, een twintigjarige Juno met een ietwat te krachtige kin, een -zeldzaam regelmatigen mond en neus, groote koeoogen en een stralend, -als door de zon verguld gelaat onder een kroon van zware, zwarte haren. - -"Wil jij ons den weg wijzen?" vroeg Benedetta vertrouwlijk glimlachend, -reeds getroost over het vele leelijke bij het denkbeeld, dat er -dergelijke wezens konden bestaan. - -"Ja zeker, mevrouw, ja zeker, dadelijk!" - -Zij liep voor hen uit met haar groote schoenen zonder gaten en in een -oude bruinwollen japon, die zij blijkbaar kort geleden had gewasschen -en gestopt. Men merkte aan alles, dat zij eenigszins coquet, dat zij -op reinheid gesteld was, wat van de anderen niet gezegd kon worden, -indien tenminste niet alleen haar groote schoonheid uit haar armzalige -kleederen straalde en een godin van haar maakte. - -"Che bellezza! che bellezza!" werd de contessina niet moede uit te -roepen. "Het is werkelijk een genot, dat meisje aan te kijken." - -"Ik wist wel, dat zij in je smaak vallen zou," antwoordde hij -eenvoudig, gevleid over zijn vondst; hij sprak niet meer over heengaan, -nu hij eindelijk zijn oogen kon laten rusten op iets, dat mooi was -om te zien. - -Achter hen kwam Pierre, eveneens verrukt, wien Narcisse, in wiens smaak -het zeldzame en gekunstelde slechts viel, zijn bezwaren mededeelde. - -"Zeker, zeker, zij is mooi... Maar in den grond der zaak is er niets -plompers en zielloozers dan dit Romeinsche type... Achter haar huid -is niets dan bloed, niets bovenaardsch." - -Maar Pierina was blijven staan en wees met een handbeweging op haar -moeder, die voor de hooge deur van een onafgebouwd paleis op een half -kapotte kist zat. Ook zij moest heel mooi geweest zijn, doch nu op haar -veertigste jaar reeds was zij vervallen; haar oogen waren uitgedoofd -door de ellende, haar mond met de zwarte tanden misvormd, haar gezicht -doorploegd met diepe, slappe rimpels, haar boezem buitengewoon groot en -afhangend. Bovendien was zij akelig-smerig; haar grijzende, ongekamde -haren fladderden in verwarde lokken, haar rok en jak zaten vol vlekken -en lieten het vuil op haar ledematen zien. Met haar beide handen hield -zij een slapenden zuigeling, haar jongste kind, op haar knieën. Zij -keek het wicht als terneergeslagen en moedeloos aan met de uitdrukking -van een in zijn lot berustend lastdier, als een moeder, die kinderen -op de wereld gebracht en gevoed heeft, zonder te weten waarom. - -"Ja, ja!" zeide zij opkijkend; "dat is de mijnheer, die me een daalder -is komen brengen, omdat hij je huilend aangetroffen had. En nu komt -hij met zijn vrienden nog eens naar ons kijken. Ja, ja, er zijn toch -nog goede zielen." - -Toen vertelde zij haar geschiedenis; maar onverschillig, zonder zelfs -te trachten hun medelijden op te wekken. Zij heette Giacinta en was -getrouwd met een metselaar, Tommaso Gozzo, bij wien zij zeven kinderen -gehad had, Pierina, dan Tito, een grooten jongen van achttien jaar, -en nog vier meisjes telkens na twee jaar, en nu eindelijk dit kind, -een jongen. Heel lang hadden zij in dezelfde woning in Trastevere -gewoond, een oud huis, dat echter gesloopt was. En het scheen, dat men -tezelfdertijd hun bestaan gesloopt had, want sedert zij hun toevlucht -gezocht hadden in de Prati del Castello, trof hen de eene ramp na de -andere, de vreeselijke crisis in de bouwvakken, die Tommaso en haar -zoon Tito werkeloos gemaakt had, de sluiting van de wasparelenfabriek, -waar Pierina tenminste nog twintig centesimi verdiende, zoodat zij -niet van honger behoefden om te komen. Maar nu werkte niemand, leefde -de heele familie van het toeval. - -"Als u soms liever naar boven wilt? Daar zult u Tommaso vinden met -zijn broer Ambrogio, dien we bij ons genomen hebben; zij zullen beter -met u kunnen praten en alles vertellen, wat gezegd moet worden... Wat -zal ik u zeggen? Tommaso rust uit net als Tito, hij slaapt, omdat -hij toch niets beters te doen heeft." - -Met haar hand wees zij naar een jongen, flinken kerel met een -grooten neus, een harden mond en dezelfde mooie oogen als Pierina, -die languit in het dorre gras lag. Al die menschen niet vertrouwend, -had hij even opgekeken. Een toornige plooi kwam op zijn voorhoofd, -toen hij merkte met welk een verrukten blik zijn zuster naar den -prins keek. Hij liet zijn hoofd weer achterover vallen, doch sloot -zijn oogleden niet, maar loerde eronder door naar hen. - -"Pierina, wijs jij mevrouw en den heeren den weg eens." - -Enkele andere vrouwen, wier naakte voeten in afgeloopen pantoffels -staken, waren dichterbij gekomen; troepen kinderen, halfgekleede -meisjes, waarbij ongetwijfeld de vier van Giacinta waren, wriemelden -om haar heen. Allen geleken met haar zwarte oogen onder de verwarde -kroesharen zoo op elkaar, dat alleen de moeders ze onderscheiden -konden; het was als een opschieten, als een kampeeren der ellende -in de volle zon midden in deze majestueuse ongeluksstraat, die door -onvoltooide en reeds in puin vallende paleizen omzoomd werd. - -"Neen, ga niet mee naar boven," zeide Benedetta zacht en met een -glimlachende teederheid tegen haar neef; "ik wil je dood niet, beste -Dario. Het is al heel lief van je, dat je tot hier meegegaan bent. Nu -mijnheer de abbé en mijnheer Habert met me medegaan, kan je best hier -buiten in de heerlijke zon wachten." - -Ook hij begon te lachen en gaf gaarne gevolg aan haar wensch; hij -stak een sigaret aan en ging met kleine pasjes op en neer loopen. - -Pierina was vlak onder de groote portiek doorgegaan. Deze had een hoog, -met rosetvormige vakken versierd gewelf; maar in de vestibule bedekte -een echte mestvaalt de marmeren tegels, die men reeds was begonnen -te leggen. Dan kwam de monumenteele steenen trap met de gescheurde -en gebeeldhouwde leuning; de treden waren reeds gebroken en met zulk -een dikke laag vuil bedekt, dat zij wel zwart geleken. Overal hadden -handen vettige sporen achtergelaten. - -Op het groote portaal van de tweede verdieping bleef Pierina staan -en riep door de opening van een groote, openstaande deur zonder lijst -of vleugels: - -"Vader, een dame en twee heeren willen u spreken." - -En zich dan tot de contessina wendend: - -"Heelemaal achteraan, in de derde kamer!" - -En zij maakte zich uit de voeten, liep veel vlugger de trap af dan -zij hem opgegaan was; zij wilde Dario weer zien. - -Benedetta en de twee heeren liepen twee zeer groote kamers door; de -grond vertoonde heuveltjes van afgevallen kalk, de ramen stonden wijd -open. Eindelijk kwamen zij in een kleineren salon, waar de geheele -familie Gozzo, met wat zij nog aan meubelen over had, huisde. Op den -grond lagen op de onbedekt gebleven ijzeren dwarsbalken vijf of zes -vuile, door zweet verteerde stroozakken. Een lange, nog goede tafel -stond in het midden, evenals een paar oude, met touwen vastgebonden -stoelen, waaruit echter de stroozittingen verdwenen waren. Maar het -zwaarste werk was toch geweest twee van de drie ramen met planken -dicht te spijkeren, terwijl het derde en de deur gesloten waren met -oud, vuil linnen vol gaten. - -Tommaso, de metselaar, scheen verbaasd, blijkbaar was hij dergelijke -liefdadigheidsbezoeken niet gewend. Hij zat met zijn beide ellebogen -en zijn kin tusschen zijn handen aan de tafel uit te rusten, -zooals zijn vrouw Giacinta gezegd had. Het was een flinke kerel -van een vijf-en-veertig jaar met een zwaren haar- en baardgroei, -een groot, lang gezicht en, ondanks zijn niets doen, de waardigheid -van een Romeinsch edelman. Bij het zien van de twee heeren, in wie -hij onmiddellijk vreemdelingen rook, stond hij met een plotselingen -aanval van wantrouwen op. Maar zoodra hij Benedetta herkende, begon -hij te glimlachen; en toen zij hem het doel van haar komst vertelde -en zeide, dat Dario beneden gebleven was, viel hij haar in de rede: - -"Ik weet het, ik weet het, contessina... Ik weet heel goed, wie u bent, -want ik heb, toen mijn vader nog leefde, in den palazzo Boccanera -eens een raam dichtgespijkerd." - -Dan liet hij zich gewillig uitvragen. Aan Pierre, die verbaasd -luisterde, antwoordde hij, dat er wel geen geluk heerschte, maar -dat zij toch zouden hebben kunnen leven, wanneer ze maar twee dagen -per week konden werken. Het was heel goed aan hem te merken, dat -hij heel graag de buikriem toehaalde, als hij maar op zijn gemak -leven kon. Het was weer precies de geschiedenis van den slotenmaker, -die, toen een reiziger hem liet roepen om het slot van een koffer te -openen, waarvan de sleutel was weggeraakt, absoluut weigerde in zijn -siësta-uurtje te komen. Daar er zooveel ledige paleizen voor de armen -openstonden, behoefde men geen huur meer te betalen, en ze waren zoo -gauw tevreden en stelden zulke lage eischen, dat enkele centisimi -voor voedsel voldoende geweest zouden zijn. - -"Ja, mijnheer, onder den paus ging alles beter... Mijn vader, die -evenals ik, metselaar was, heeft zijn geheele leven in het Vaticaan -gewerkt: trouwens, wanneer ik tegenwoordig nog werk heb, is het altijd -daar... Ziet u eens, wij zijn allemaal verwend door die tien jaar, dat -er zooveel werk was, dat je niet van den ladder kwam en verdiende wat -je wilde. Natuurlijk kon je beter eten, je beter kleeden en behoefde -je je geen pleiziertje te ontzeggen, en daarom is het des te harder -dat nu wel te moeten doen... Maar als u ons onder den paus eens hadt -kunnen zien! Geen belastingen, alles voor niets, je behoefde alleen -maar te leven!" - -Op dat oogenblik klonk van een der stroozakken in de schaduw der -dichtgespijkerde ramen, een gebrom. - -"Dat is mijn broer Ambrogio," ging de metselaar op zijn gelaten, -kalmen toon voort, "hij is het niet met me eens... In '49, toen hij -veertien was, heeft hij met de republikeinen medegedaan... Maar dat -hindert niets, we hebben hem toch bij ons genomen, toen we hoorden, -dat hij van honger en ellende in een kelder omkwam." - -De bezoekers doorhuiverde een rilling van medelijden. Ambrogio -was vijftien jaar ouder dan zijn broeder en, hoewel hij nauwlijks -zestig was, nog slechts een ruïne: hij werd door koorts verteerd en -zijn beenen waren zóó mager, dat hij zijn dagen op zijn stroomatras -doorbracht, zonder ooit uit te gaan. Hij was kleiner, magerder en -drukker dan zijn broeder en vroeger schrijnwerker geweest. Maar -ondanks zijn lichamelijk verval had hij nog een zeer helder hoofd, -het edele en tragische gelaat van een apostel en een martelaar. - -"De paus, de paus," bromde hij, "ik heb nooit iets kwaads gezegd -van den paus, maar het is toch zijn schuld, dat de tyrannie blijft -voortduren. Hij alleen had ons in '49 de republiek kunnen geven, en -dan zou het met ons niet zoo gesteld zijn, zooals het nu het geval is." - -Hij had Mazzini gekend en koesterde nog steeds diens onbestemd -ideaal van een republikeinschen paus, die vrijheid en broederschap op -aarde zou doen heerschen. Maar later verwarde zijn hartstocht voor -Garibaldi dit begrip; van af dat oogenblik hield hij het pausdom -voor onwaardig en niet in staat om te werken aan de bevrijding der -menschheid, zoodat hij zweefde tusschen het droombeeld van zijn jeugd -en zijn harde levenservaring. Verder had hij altijd gehandeld onder -den invloed van een heftige emotie en bleef het bij mooie woorden, -bij vage, onbestemde verlangens. - -"Ambrogio," begon Tommaso, nog altijd even kalm, weer; "de paus is -de paus, en wie verstandig is, kiest zijn partij, omdat hij altijd -de paus zijn zal, dat wil zeggen de sterkste. Als we morgen stemmen -moesten, zou ik voor hem stemmen." - -De oude werkman haastte zich niet met een antwoord. De bedachtzame -voorzichtigheid van zijn ras had hem kalm gemaakt. - -"Ik zou tegen hem stemmen, Tommaso, altijd tegen hem... En je weet heel -goed, dat wij altijd de meerderheid zouden hebben. Met den paus-koning -is het uit. De Borgo zelf zou daartegen in opstand komen... Maar dat -wil niet zeggen, dat we ons niet met hem verstaan moeten, opdat de -godsdienst van iedereen gerespecteerd wordt." - -Vol belangstelling luisterde Pierre. Hij waagde het een vraag te -stellen. - -"En zijn er in Rome veel socialisten onder het volk?" - -Ditmaal liet het antwoord zich nog langer wachten. - -"Socialisten, mijnheer de abbé, ja zeker, enkelen, maar lang -zooveel niet als in andere steden... Dat zijn nieuwigheden, -waarbij de ongeduldigen zich aansluiten zonder er heel veel van te -begrijpen... Wij, ouderen, waren voor de vrijheid, wij zijn niet voor -brandstichten en moorden." - -Waarschijnlijk was hij bang in tegenwoordigheid van die dame en die -heeren te veel te zeggen, want hij begon te steunen, terwijl hij -zich op zijn matras uitstrekte. Intusschen maakte de contessina, -die last begon te krijgen van den stank, aanstalten om weg te gaan, -na den priester gewaarschuwd te hebben, dat het beter zou zijn hun -aalmoes beneden aan de vrouw te geven. - -Reeds was Tommaso weer met zijn kin tusschen zijn handen aan de tafel -gaan zitten en groette zijn gasten zonder zich om hun weggaan meer -te bekommeren dan om hun komen. - -"Tot ziens! Het was mij een groot genoegen u van dienst te kunnen -zijn!" - -Maar op den drempel kon Narcisse zijn geestdrift niet meer -bedwingen. Hij keerde zich om, om nog eens den kop van den ouden -Ambrogio te bewonderen. - -"Mijn waarde abbé, wat een meesterwerk! Dat is heerlijk, dat -is schoon! Hoeveel minder banaal is dat dan het gezicht van dat -meisje... Hier ben ik er zeker van, dat een geslachtelijke valstrik -mij niet in een onreine verleiding brengt. Ik geraak om lage redenen -niet in verrukking... En bovendien, welk een oneindigheid is er -in die rimpels, welk een mysterie in die diepe oogen, welk een -geheimzinnigheid in die stoppelige haren en baard! Zoo stel je je -een profeet, God den Vader voor!" - -Beneden zat Giacinta nog met haar zuigeling op de half kapotte kist; -eenige passen verder stond Pierina voor Dario en keek met een verrukt -gezicht, hoe hij zijn sigaret oprookte, terwijl Tito nog als een dier -in het gras op den loer lag en hen geen oogenblik uit het oog verloor. - -"O, mevrouw," begon Giacinta met haar berustende en temende stem; -"nu hebt u het zelf gezien, het is bijna niet bewoonbaar! Het eenige -goede ervan is, dat je er werkelijk wat ruimte hebt. Maar aan den -anderen kant tocht het er altijd zóó, dat je er ieder oogenblik van -den dag een doodelijke kou kan vatten. En dan ben ik altijd bang voor -de kinderen met het oog op de gaten." - -Zij deed het verhaal van een vrouw, die, toen zij op het portaal -wilde gaan, een raam voor een deur aangezien had, op straat gevallen -en onmiddellijk dood was. Een meisje had haar armen gebroken door van -een trap te vallen, die geen leuning had. Bovendien zou je er kunnen -sterven, zonder dat iemand het wist of op het denkbeeld komen zou je -op te rapen. Den vorigen dag nog had men achter in een afgelegen kamer -het lijk van een ouden man gevonden, die minstens een week geleden -van honger gestorven moest zijn; hij zou er zeker nog langer blijven -zijn liggen, als de vreeselijke stank den buren zijn aanwezigheid -niet verraden had. - -"En als je nu nog maar te eten hadt!" ging Giacinta voort. "Maar -wanneer je niet eet en je een kind voeden moet, dan heb je geen -melk. De kleine zuigt je gewoon je bloed uit je lichaam! Hij wordt -boos, wil wat hebben--och, en dan begin ik te huilen, want het is -mijn schuld niet, dat er niets is." - -Inderdaad waren er tranen in haar oogen gekomen. Maar een plotselinge -woede maakte zich van haar meester, toen zij merkte, dat Tito nog -steeds als een beest in het zonnetje lag, wat zij al heel onbeleefd -vond voor die hooge dame en heeren, die haar zeker een aalmoes -zouden geven. - -"Hei, Tito, luilak, kan je niet opstaan, wanneer er menschen zijn?" - -Hij hield zich eerst doof, maar stond toch eindelijk kwaadgehumeurd -op. Pierre, die belang stelde in den jongen, trachtte hem aan het -praten te krijgen, zooals hem dat boven met den vader en den oom -gelukt was. Doch hij kreeg slechts korte, wantrouwende, gemelijke -antwoorden uit hem. Als je geen werk hadt, was slapen het eenige, dat -er overbleef. Met kwaad worden veranderde je de dingen toch niet. Het -beste was te leven zoo goed en zoo kwaad als het ging, zonder het -je moeilijk te maken. Wat de socialisten betreft, ja misschien -waren er enkelen, maar hij kende ze niet. En uit zijn indolente, -onverschillige houding bleek heel duidelijk, dat, ook al mocht de -vader voor den paus en de oom voor de republiek zijn, hij, de zoon, -voor niets was. Pierre voelde daarin het einde van een volk of liever -gezegd den slaap van een volk, waarin nog geen democratie ontwaakt was. - -Maar toen de priester door bleef vragen, hoe oud hij was, op welke -school hij geweest was, in welke wijk hij geboren was, viel Tito, -terwijl hij met zijn vinger op zijn borst wees, hem met een ernstige -stem in de rede: - -"Io son Romano di Roma!" - -Inderdaad, was dat niet het antwoord op alles? "Ik ben een Romein uit -Rome!" Pierre glimlachte droevig en zweeg. Nooit had hij beter den -hoogmoed van het ras, het oeroude, zoo zwaar op de schouders drukkende -erfdeel van den roem gevoeld. In dezen gedegenereerden jongen, die -nauwlijks lezen of schrijven kon, herleefde de onbeperkte ijdelheid -der Caesars. Deze hongerlijder kende de stad, zou instinctmatig de -mooiste bladzijden uit haar geschiedenis kunnen vertellen. Hij was -vertrouwd met de namen der groote keizers en groote pausen. Waarom -te werken, nadat men de meester der wereld geweest was? Waarom zou -men in de mooiste stad, onder den mooisten hemel, niet in voornaam -nietsdoen leven? - -"Io son Romano di Roma!" - -Benedetta had haar aalmoes in de hand der moeder laten glijden en -Pierre en Narcisse, die haar voorbeeld volgden, deden hetzelfde, -toen Dario, die Pierina niet wilde vergeten, maar haar toch geen -geld durfde geven, op een aardig denkbeeld kwam. Hij bracht zacht -zijn vingers aan zijn lippen en zeide met een vriendelijk lachje: - -"Voor de schoonheid!" - -Dit kushandje, dat eenigszins ermede spottende lachje, deze zoo -vertrouwlijke prins, dien de zwijgende vereering van de mooie -parelwerkster als in een liefdesgeschiedenis uit vroeger tijden trof, -dat alles had werkelijk iets bekorends en liefs. - -Pierina kreeg een kleur van blijdschap; zij raakte heelemaal haar hoofd -kwijt, nam plotseling de hand van Dario, drukte er haar warme lippen -op in een onberedeneerde opwelling, waarin zoowel groote dankbaarheid -als verliefde teederheid lag. Maar de oogen van Tito fonkelden van -woede; hij greep zijn zuster ruw bij haar rok en stiet haar met zijn -vuist op zijde, terwijl hij dreigend bromde: - -"Pas op hoor, ik vermoord jou en hem ook!" - -Het werd hoog tijd, om weg te gaan, want ook andere vrouwen, die het -geld blijkbaar geroken hadden, kwamen naderbij, staken haar hand uit -en lieten haar huilende kinderen zien. Een groote opwinding had zich -van de ellendige wijk met haar groote verwaarloosde gebouwen meester -gemaakt, een noodkreet rees op uit de doode straten met de op marmeren -bordjes prijkende namen. Wat te doen? Ze konden toch niet aan allen -geven. Er bleef niet anders over dan weg te vluchten. - -Toen Benedetta en Dario weer bij haar rijtuig waren, stapten zij -vlug in en drukten zich, blij aan deze nachtmerrie ontsnapt te zijn, -dicht tegen elkaar. Toch streelde het haar eigenliefde, dat zij zich in -tegenwoordigheid van Pierre dapper gehouden had, en drukte hem de hand -als een dappere leerling, toen Narcisse gezegd had, dat hij met den -priester wilde gaan dejeuneeren in het kleine restaurant op de piazza -S. Pietro, vanwaar men zoo'n interessant gezicht op het Vaticaan had. - -"Drinkt een glas witten Genzano," riep Dario, die zijn oude -vroolijkheid weer teruggekregen had, hun na. "Er bestaat niets beters -om zwartgallige ideeën te verjagen." - -Maar Pierre was onverzadigbaar, wilde meer bijzonderheden -weten. Onderweg vroeg hij Narcisse naar het volk van Rome, naar -zijn leven, zijn zeden en gewoonten. Het onderwijs beteekende zoo -goed als niets. Industrie en handel was er bijna niet te vinden. De -mannen oefenden de enkele nog bestaande handwerken uit, terwijl -het voortgebrachte alleen maar in Rome zelf verkocht werd. Onder -de vrouwen waren enkele parelwerksters en borduursters, terwijl -religieuze artikelen, medailles en rozenkransen, en het vervaardigen -van lokale snuisterijen altijd een zeker aantal menschen van werk -voorzagen. Maar zoodra de vrouw trouwde en moeder werd van een als -door een wonder opschietende kinderzwerm werkte zij niet meer. In het -kort gezegd, de bevolking leefde, zoo goed en zoo kwaad als het ging, -werkte juist genoeg om te eten, was tevreden met groenten, pap en -een beetje schapenvleesch, kwam niet in opstand, was zonder eenige -eerzucht voor de toekomst, zorgde slechts voor den dag van heden. De -twee eenige ondeugden waren het spel en de roode en witte wijn van -de Romeinsche Castelli, wijnen, die tot moord en doodslag aanzetten, -wijnen, die op avonden van feestdagen na het sluitingsuur der kroegen -de straten vulden met reutelende, met messteken doorboorde mannen. De -meisjes waren over het algemeen zeer fatsoenlijk; zij, die zich voor -het huwelijk aan een man overgaven, waren te tellen. Dat vond vooral -zijn oorzaak in het feit, dat de familieband zeer sterk was en het -vaderlijk gezag nog onbeperkt heerschte. - -De broers waakten over de eer van haar zusters, zooals Tito, -hoewel hij zoo ruw tegenover Pierina was, over haar waakte met een -woeste zorg, en dat niet om de een of andere geheime ijverzucht, -maar voor den goeden naam en de eer der familie. En toch heerschte -er geen werkelijke godsdienstigheid, maar wel een zeer kinderlijke -afgoderij: aller harten gingen uit tot Maria en de heiligen; dezen -alleen bestonden, tot hen alleen werd gebeden met achterstelling van -God, aan wien het niemand inviel te denken. - -Uit dit alles was het stilstaan van het lagere Romeinsche volk zeer -goed te verklaren. Eeuwen van aangemoedigd niets doen, gestreelde -ijdelheid en verweekelijkt leven lagen achter hen. Wanneer zij geen -metselaars, schrijnwerkers of bakkers waren, dan waren zij bedienden; -zij dienden bij priesters en waren daardoor min of meer aan den invloed -van het Vaticaan onderworpen. Vandaar twee streng gescheiden partijen: -de vroegere carbonari, de latere Mazzinianen en Garibaldianen, die -ongetwijfeld de meerderheid en de elite van Trastevere vormden; en de -aanhangers van het Vaticaan, al degenen, die van de Kerk leefden en -naar den paus-koning terug verlangden. Maar aan beide kanten bleef het -altijd bij denkbeelden, waarover men sprak, zonder dat ooit de gedachte -opkwam, zich eens voor het een of ander in te spannen, zich bloot te -stellen aan een gevaar. Er zou een zeer sterke hartstocht voor noodig -geweest zijn, om het koele verstand van het ras weg te vagen en hen -tot den een of anderen waanzin te brengen. Waartoe ook? De ellende -duurde al zooveel eeuwen, de hemel was zoo blauw, de siësta tijdens -de warmste uren was meer waard dan al het overige. Slechts een ding -scheen erbij gekomen te zijn, een fond van vaderlandsliefde. - -De meerderheid was beslist voor Rome als hoofdstad, voor dezen -heroverden roem, zelfs in dien mate, dat er in de Leostad bijna -een oproer uitgebroken was, toen er sprake was van een accoord -tusschen Italië en den paus, dat als grondslag het herstel van de -wereldlijke macht over die stad had. Dat de ellende toch grooter -scheen geworden te zijn en de Romeinsche werkman meer klaagde, vond -zijn oorzaak hierin, dat hij in werkelijkheid niets gewonnen had -bij de reusachtige werken, die de laatste vijftien jaar in zijn stad -waren uitgevoerd. In de eerste plaats hadden veertig duizend arbeiders -Rome overstroomd, arbeiders, die voor het grootste gedeelte uit het -Noorden gekomen waren, voor minder loon werkten, moediger waren en -meer weerstandsvermogen bezaten. In de tweede plaats had hij, toen -hij zelf zijn deel in het werk kreeg, beter geleefd, zonder echter -iets op zijde te leggen, zoodat, toen de crisis uitgebroken was en -men de veertig duizend arbeiders weer naar hun provincies had moeten -terugzenden, hij weer in dezelfde positie verkeerde als vroeger: in een -doode stad, waarin alle werkplaatsen ledig stonden en voorloopig geen -kans op werk was. Aldus viel hij weer terug tot zijn oude indolentie, -in den grond der zaak blij, dat hij niet door al te veel werk geplaagd -werd, en ging weer zoo goed mogelijk samenwonen met zijn oude liefde, -de ellende--zonder een cent, maar als een groote mijnheer. - -Vooral werd Pierre getroffen door het groote verschil in karakter -tusschen de ellende te Parijs en die te Rome. Ongetwijfeld was hier -de ontbering nog grooter, het voedsel nog vuiler, de smerigheid nog -afstootender. Maar hoe kwam het dan, dat deze verschrikkelijk-arme -menschen meer echte vroolijkheid bezaten, hun leed opgewekter -droegen? Wanneer hij zich een winter te Parijs, de krotten, die hij -zoo dikwijls bezocht had, waarin de sneeuw binnendwarrelde en heele -families zonder vuur of brood zaten te rillen, voor den geest riep, -dan werd zijn hart aangegrepen door een medelijden, dat hij in de -Prati del Castello lang niet zoo levendig gevoeld had. Nu eindelijk -begreep hij het: de ellende te Rome was een ellende, die geen koude -leed. Welk een heerlijke en eeuwige troost was die altijd warme zon, -die weldoende hemel, die uit medelijden met die ongelukkigen, steeds -blauw bleef. Wat beteekende een krot van een verblijf, wanneer men -buiten kon slapen en zich laten liefkoozen door de zoele winden? Wat -beteekende zelfs honger, wanneer het huishouden in zonnige straten, -in het droge gras op het geluk van het toeval wachten kon? Het klimaat -maakte de menschen sober: er waren geen nevels, die men met alcohol -trachtte te overwinnen. Het goddelijke nietsdoen vermeide zich in -de gulden avonden, de armoede werd in deze heerlijke lucht, waarin -het enkele levensgeluk voor het schepsel voldoende scheen te zijn, -een vrij genot. - -Te Napels, vertelde Narcisse, leefde in de nauwe, stinkende, met te -drogen hangend waschgoed gepavoiseerde straten aan de haven en in -Santa Lucia de bevolking heelemaal buiten. De vrouwen en de kinderen, -die niet beneden op straat waren, leefden op lichte houten balcons, -die voor alle ramen aangebracht waren. Hier werd genaaid, gezongen, -gewasschen. Maar de straat was eigenlijk de gemeenschappelijke -woonkamer; hier trokken de mannen hun broeken aan, reinigden -halfnaakte vrouwen haar kinderen van ongedierte en kamden zichzelf; -hier was voor het hongerige volk de tafel altijd gedekt. Op kleine -tafeltjes, op wagens werd een doorloopende markt gehouden van goedkoope -eetwaren, te rijpe granaatappels en watermeloenen, gekookte knoedels, -afgekookte groenten, gebakken visch, mosselen, alle heelemaal klaar -en gereed, zoodat men altijd in de open lucht kon eten, zonder ooit -vuur behoeven aan te maken. En wat voor een wriemelende menigte! De -vrouwen gesticuleerden aan één stuk door, de vaders zaten in een -lange rij langs de trottoirs, kinderen renden heen en weer te midden -van een oorverdoovend lawaai, geschreeuw, gezang, muziek. Ruwe -stemmen barstten in luid gelach uit, bruine, niet mooie gezichten -hadden prachtige oogen, die onder het inktzwarte, verwarde haar van -levensvreugde schitterden. O, arm, vroolijk, kinderlijk, onwetend volk, -welks eenige wensch zich tot de enkele centesimi bepaalde, die noodig -waren, om op deze eeuwigdurende markt zijn honger te stillen! - -Zeker, nog nooit was een democratie zich minder zichzelf bewust -geweest. Waar zij, zooals men zeide, terugverlangden naar de oude -monarchie, onder welke hun rechten op dit leven van zorgelooze armoede -beter verzekerd schenen te zijn, moest men zich wel afvragen, of het -noodzakelijk was zich om hunnentwil zooveel moeite te geven, voor hen, -tegen hun zin, meer kennis en bewustzijn, meer welvaart en waardigheid -te veroveren. Toch steeg in Pierre's hart bij deze vroolijkheid van -hongerlijders, die door de bedwelming van de zon in het leven geroepen -werd, een eindelooze droefheid op. Ja de mooie hemel, niets dan de -mooie hemel bewerkte deze langdurige jeugd van dat volk, verklaarde, -waarom de democratie niet vlugger ontwaakte. O, zeker, de armen van -Rome en Napels leden gebrek aan alles; maar in hun hart bleef niet -de wrok, dat zij van koude gerild hadden, terwijl de rijken zich -warmden voor groote vuren; zij kenden niet de woeste droomen in de -door sneeuw koude krotten voor een dun stukje kaars, dat dadelijk -uitgebrand zou zijn; zij kenden niet den dan opvlammenden drang, -om zichzelf gerechtigheid te verschaffen, kenden niet den plicht -van opstand, om vrouw en kinderen van de tering te redden, om zelf -ook een warm nestje te hebben, waarin leven mogelijk was. Ja, de -ellende, die koude lijdt, is het toppunt, neen het exces van sociale -onrechtvaardigheid, de vreeselijke school, waarin de arme zijn lijden -leert kennen, ertegen in opstand komt en zweert er een einde aan te -zullen maken, ook al moet de oude wereld daardoor ten gronde gaan! - -En in dezen milden hemel vond Pierre ook een verklaring voor -den Heiligen Franciscus van Assisi, dien goddelijken bedelaar -uit liefde, die langs de wegen trok en de heerlijke bekoring der -armoede bezong. Hij was ongetwijfeld een onbewust revolutionnair -en protesteerde, door dezen terugkeer tot de liefde voor de armen, -tot den eenvoud van de oorspronkelijke Kerk, op zijn wijze tegen -de overmatige weelde van het Romeinsche Hof. Maar nooit zou zulk -een ontwaken van onschuld en matigheid kunnen plaats hebben in een -Noordelijk land, dat verstart onder de December-vorsten. Daarvoor is de -betoovering der natuur, de matigheid van een door de zon gevoed volk, -de door de lauwe wegen steeds gezegende bedelarij noodig. Slechts op -die wijze had hij tot volkomen zelfvergetelheid en zelfverloochening -kunnen komen. En toen drong zich een eerst onoplosbaar schijnende -vraag aan hem op: hoe had een Heilige Franciscus, een ziel, die alle -schepselen, de dieren en de dingen, met een zoo vurige broederliefde -liefhad, eens kunnen ontstaan op deze aarde, die tegenwoordig zoo -liefdeloos, zoo hard voor de armen is, haar mindere volk veracht en -niet eens haar paus haar aalmoes geeft? Had de oude hoogmoed de harten -uitgedroogd of leidde de ervaring van zeer oude volkeren ten slotte -tot egoïsme, dat de ziel van Italië ingesluimerd scheen te zijn in -haar dogmatisch en pronkzuchtig Katholicisme, terwijl de terugkeer -tot het Evangelische ideaal, de liefde tot de armen en ongelukkigen, -in onze dagen ontwaakte in de sombere vlakten van het Noorden, onder -de van zon beroofde volkeren? Dat alles werkte samen, maar vooral -was het de reden, waarom de Heilige Franciscus, nadat hij zijn dame, -de Armoede, zoo vroolijk getrouwd had, haar blootsvoets en nauwlijks -gekleed in de heerlijke lente kon leiden te midden van bevolkingen, -waarin toen een vurige behoefte aan medelijden en liefde brandde. - -Al pratende waren Pierre en Narcisse op het plein voor de St. Pieter -gekomen. Zij gingen zitten voor de deur van het restaurant, waarin -zij reeds eenmaal gedejeuneerd hadden, aan een der kleine tafeltjes, -die met haar smoezelig linnengoed langs het trottoir stonden. Maar -het uitzicht was prachtig: tegenover hen de basilica, rechts boven de -majestueuze zuilengaanderij het Vaticaan. Dadelijk had Pierre opgekeken -naar het Vaticaan, dat hem als het ware niet losliet, vooral naar die -tweede verdieping met de altijd gesloten ramen, waar de paus woonde, -waar nooit iets levends te zien was. Toen de kellner de hors-d'oeuvre, -finocchi en ansjovis bracht, gaf de priester een klein gilletje, -om de aandacht van Narcisse te trekken. - -"Kijk toch eens, waarde vriend... Daar aan het raam, dat, naar men -zegt, dat van den Heiligen Vader is... Ziet u daar niet een witte, -onbeweeglijke gestalte staan?" - -De jonge man begon te lachen. - -"Dat moet de Heilige Vader in eigen persoon zijn, u verlangt zoo zeer -hem te zien, dat uw wensch hem als het ware bezweert." - -"Maar ik verzeker u," zei de Pierre nogmaals, "dat erachter de ramen -een witte gestalte staat, die naar ons kijkt." - -Narcisse, die trek had, at, maar bleef onder het eten door -schertsen. Dan plotseling ernstig: - -"Daar de paus naar ons kijkt, is het het geschikte oogenblik, om nog -eens over hem te praten... Ik heb u beloofd u te zullen vertellen hoe -hij de millioenen van het erfdeel van den Heiligen Petrus verloren -heeft in die verschrikkelijke financieele catastrophe, waarvan u de -puinhoopen zooeven gezien hebt, en een bezoek aan de nieuwe wijk in -de Prati del Castello zou niet volledig zijn, als het niet besloten -werd met dat verhaal." - -En zonder zich iets van het dejeuner te laten ontgaan, vertelde hij -de lange geschiedenis. Bij den dood van Pius IX bedroeg het erfgoed -van den Heiligen Petrus meer dan twintig millioen. Lang had kardinaal -Antonelli, die speculeerde en over het algemeen goede zaken maakte, -dat geld gedeeltelijk bij Rothschild en gedeeltelijk in de handen van -sommige nuntii gelaten, die in opdracht hadden het in het buitenland -goed te beleggen. Maar na den dood van kardinaal Antonelli vroeg -zijn opvolger, kardinaal Simeoni, het geld aan de nuntii terug, -om het in Rome te plaatsen. In dien tijd, onmiddellijk na zijn -troonsbestijging, riep Leo XIII met het doel het erfgoed te besturen, -een commissie van kardinalen in het leven, waarvan monsignor Folchi -tot secretaris benoemd werd. Deze prelaat, die gedurende twaalf jaar -een belangrijke rol speelde, was de zoon van een ambtenaar aan de -Daterie [18], die bij zijn dood een door handige speculatie bij elkaar -gekregen millioen naliet. Monsignor Folchi was in vele opzichten -het evenbeeld van zijn vader en liet zich weldra als een financier -van de eerste kracht kennen, zoodat de commissie hem langzamerhand -alle macht in handen gaf, hem volkomen de vrije hand liet en er zich -toe bepaalde het rapport, dat hij in elke zitting indiende, goed te -keuren. Het erfgoed gaf niet veel meer dan een millioen rente, en -daar de uitgaven tot zeven millioen opliepen, moesten de zes andere -elders gevonden worden. De paus gaf jaarlijks drie millioen van den -St. Pieterspenning aan monsignor Folchi, die gedurende de twaalf jaar, -dat hij het financieele beheer voerde, het wonder verrichtte die te -verdubbelen door zijn handige speculaties en beleggingen, zoodat men -den uitgaven het hoofd kon bieden zonder het erfgoed aan te spreken. - -Zoo behaalde hij in de eerste tijden groote winsten door zijn -grondspeculaties te Rome. Hij nam aandeelen in alle nieuwe -ondernemingen, speculeerde in molens, omnibussen en waterleidingen, -afgezien van een in overeenstemming met een Katholieke bank, -de Banca di Romana, gevoerden wisselhandel. De paus, die tot -dusverre zijnerzijds ook gespeculeerd had door bemiddeling van een -vertrouwensman, een zekeren Sterbini, was over monsignor Folchi's -handigheid zóó verbaasd, dat hij Sterbini ontsloeg en den kardinaal -opdroeg ook met zijn geld te speculeeren, zooals hij het met dat van -den Heiligen Stoel gedaan had. Dit was de tijd, dat monsignor Folchi -op het toppunt van zijn macht stond. Dan begonnen de slechte dagen: -de bodem kraakte reeds en als met donderslagen stortte alles in. - -Ongelukkigerwijze bestond een der operaties van Leo XIII hierin, -dat hij aan den Romeinschen adel, die, verteerd door den hartstocht -voor het spel en in grond- en bouwspeculaties gewikkeld, geen geld -had, groote sommen leende; deze gaf hem als borgstelling aandeelen, -zoodat, toen de debacle kwam, hij niets dan vodjes papier in handen -had. Bovendien was er nog een geheel andere, zeer rampspoedige -geschiedenis, n.l. de poging, om te Parijs een bank op te richten, -met het doel om obligaties, die Italië zelf niet hebben wilde, te -plaatsen onder de vrome, aristocratische clientèle in Frankrijk; als -lokaas zeide men, dat de paus daarin betrokken was, en het ergste was -inderdaad, dat hij bij die zaak drie millioen verloor. Kort en goed, -de toestand werd des te kritieker, daar hij ten slotte de millioenen, -waarover hij beschikte, in de vreeselijke speculatiepartijen gestoken -had, die in Rome onder de vensters van het Vaticaan afgespeeld werden. - -Ongetwijfeld werd ook hij door de speelwoede verteerd, misschien -ook koesterde hij heimelijk de hoop om door het geld de stad, -die men hem met geweld ontrukt had, terug te winnen. De geheele -verantwoordelijkheid van dat alles rustte op hem, want nooit stak -monsignor Folchi geld in een belangrijke onderneming, zonder -hem te raadplegen. Zoo was hij door zijn hebzucht en door zijn -zedelijk hooger staanden wensch, om aan de Kerk de moderne almacht -van het grootkapitaal te geven, de werkelijke bewerker van de -ramp geworden. Maar, zooals het altijd gaat, de kardinaal werd de -eenige zondenbok. Hij had een heerschzuchtig en moeilijk karakter; -de kardinalen van de commissie sympathiseerden niet met hem, vonden -de zittingen volmaakt overbodig, omdat hij als onbeperkt heerscher -handelde en men alleen bijeenkwam, om goed te keuren, wat hij wel zoo -goed was omtrent zijn operaties mede te deelen. Toen de catastrophe -losbrak, werd een complot gesmeed: de kardinalen maakten den paus -bang met de praatjes, die de ronde deden en dwongen daarna monsignor -Folchi aan de commissie rekening en verantwoording af te leggen. De -toestand was buitengewoon zorgwekkend, reusachtige verliezen konden -niet meer vermeden worden. - -Zoo viel hij in ongenade; van af dat oogenblik heeft hij steeds weer -vergeefs om een audiëntie bij Leo XIII gevraagd, die, hardvochtig, -steeds geweigerd heeft hem te ontvangen als om hem te straffen voor -hun gemeenschappelijke fout, de hebzucht van hen beiden. Maar monsignor -Folchi heeft zich nooit beklaagd: vroom, onderworpen en berustend heeft -hij zijn geheim bewaard. Niemand zou het cijfer van de millioenen, -die het erfgoed van den Heiligen Petrus in de catastrophe van het -in een speelhol veranderde Rome gelaten heeft, met juistheid kunnen -zeggen; sommigen beweren tien, anderen weer dertig millioen. Het meest -aannemelijk is echter, dat er vijftien millioen verloren gegaan zijn. - -Na de coteletten met tomaten bracht de kellner een gebraden kip. - -"Het gat is nu gestopt," eindigde Narcisse zijn verhaal, "ik heb u al -verteld van de reusachtige sommen, die de St. Pieterspenning opgebracht -heeft en waarvan de paus, die over het geheele bedrag beschikt, alleen -het juiste cijfer kent... De les is niet voldoende geweest om hem te -verbeteren, want ik hoor uit goede bron, dat hij nog altijd speculeert, -al is het dan ook voorzichtiger. Zijn vertrouwensman is thans weer -een prelaat, monsignor Marzolini, geloof ik, die zijn geldzaken -regelt... En hij heeft groot gelijk, je moet met je tijd medegaan." - -Pierre had met toenemende verbazing geluisterd, waarin zich een -soort schrik en droefheid mengde. Dit alles was zeer natuurlijk, -zelfs gerechtvaardigd, maar in zijn droom van een zielenherder, die -hoog boven, ver en vrij van alle wereldlijke zorgen troonde, had -hij nooit geloofd, dat zoo iets had kunnen bestaan. Wat, de paus, -de geestelijke vader van armen en ongelukkigen, had gespeculeerd -met bouwterreinen, met Beurswaarden! De opvolger van den Apostel, -de pontifex van Christus, van den Jezus van het Evangelie, den -goddelijken vriend der lijdenden, had gespeculeerd, zijn kapitaal -belegd bij Joodsche bankiers, zooveel mogelijk geld uit zijn geld -willen slaan! En dan, welk een pijnlijke tegenstelling: zooveel -millioenen daarboven in de kamers van het Vaticaan, weggesloten -in het een of andere geheime meubelstuk--zooveel millioenen, die -vruchtdragend werkten, die onophoudelijk belegd en weer teruggenomen -werden, om steeds maar meer op te brengen, die als gouden eieren met -de hartstochtelijke teederheid van een vrek uitgebroed werden! En -daar vlak bij, beneden, in de afschuwlijke, onvoltooide gebouwen -van het nieuwe stadsgedeelte zooveel ellende, zooveel arme menschen, -die in hun vuil van honger stierven, moeders zonder melk voor haar -zuigelingen, mannen, door gebrek aan werk tot nietsdoen gedoemd, -grijsaards, die zich afbeulden als lastdieren, welke men doodslaat, -als zij tot niets meer nut zijn! O, God van barmhartigheid, God -van liefde, was dat mogelijk? Ongetwijfeld had de Kerk materieele -behoeften, zij kon niet zonder geld leven en het was een verstandige -en zeer politieke gedachte om voor haar een schat bijeen te brengen, -die haar in staat stellen zou haar tegenstanders te overwinnen! Maar -hoe vernederend, hoe bezoedelend was dat alles! Zij daalde van haar -goddelijke hoogte af, om niet meer te zijn dan een partij, een groote -internationale vereeniging, die georganiseerd was met het doel om de -wereld te veroveren en te bezitten! - -En deze zeldzame geschiedenis bracht Pierre tot nog grooter -verbazing. Wie zou ooit een onverwachter, pakkender drama hebben -kunnen uitdenken? Deze paus, die zich in zijn paleis opsloot, dat -ongetwijfeld een gevangenis was, maar een gevangenis, waarvan de -honderd ramen uitzagen op een eindelooze ruimte, op Rome, de Campagna, -de ver verwijderde heuvels; deze paus, die uit zijn raam op alle uren -van den dag en van den nacht het geheele jaar door, met één oogopslag -zijn stad omvatten kon--zijn stad, die men hem ontstolen had, waarvan -hij de teruggave met een ononderbroken jammerklacht eischte; deze paus, -die van het begin der werken af, van dag tot dag, de veranderingen, -die zijn stad onderging, aanschouwd had: het neerhalen van de oude -wijken, het verkoopen van terreinen, het geleidelijk oprijzen van -nieuwe gebouwen, die langzamerhand een witten gordel om de oude -rossige daken vormden; deze paus, die bij het dagelijks zien van -deze bouwwoede, welke hij van zijn opstaan tot zijn naar bed gaan -volgen kon, ten slotte zelf medegesleept werd door den hartstocht -voor het spel, die als een roes uit de geheele stad opsteeg; deze -paus, die uit zijn op zoo stoïcijnsche manier gesloten kamer met de -verfraaiingen van zijn oude stad begon te speculeeren, die trachtte -zich te verrijken met de door de Italiaansche regeering, die hij voor -roover uitmaakte, in het leven geroepen stadsuitbreiding en ten slotte -plotseling in een geweldige catastrophe, die hij had moeten wenschen, -maar die hij niet voorzien had, millioenen verloor! Neen, nooit nog -had een onttroonde koning aan een vreemdere ingeving toegegeven, zich -gewaagd in een tragischer avontuur, dat hem als een straf trof. En -dit was geen koning, dit was de afgezant Gods, dit was God zelf, -de onfeilbare in de oogen der aanbiddende Christenheid! - -Het dessert, geitenkaas en vruchten, was gebracht, en Narcisse was -juist met een trosje druiven klaar, toen hij opkeek en uitriep: - -"Maar ge hebt groot gelijk, waarde vriend, ik zie nu ook die witte -schim daarboven achter de ramen in de kamer van den Heiligen Vader -heel duidelijk." - -Pierre, die zijn blikken niet van het raam af had, antwoordde langzaam: - -"Ja, zij was verdwenen, maar toen weer teruggekomen, en nu staat zij -er nog steeds, wit en roerloos." - -"Maar wat zoudt ge dan willen, dat hij deed?" vroeg de jonge man op -zijn kwijnenden toon, waaruit men niet opmaken kon, of hij spotte of -niet. "Hij doet als iedereen en kijkt eens naar buiten, wanneer hij -zich wat verzetten wil, en dat des te eerder, omdat hij werkelijk -iets ziet, waarnaar je nooit moede wordt te kijken." - -Dat was het juist, wat Pierre in een toenemende opwinding bracht. Men -sprak altijd van een gesloten Vaticaan, en hij had zich een somber, -door hooge muren omgeven paleis voorgesteld, want niemand had hem -gezegd, niemand scheen te weten, dat dit paleis Rome beheerschte en -dat de paus van uit zijn raam de wereld zag. En de onmetelijkheid -van dat uitzicht kende Pierre, hij had het gezien van af den top -van den Janiculus; van uit de loggia's van Raffaël, van af den dom -der Basilica. En waar Leo XIII, roerloos en wit achter zijn ramen, -naar keek, dat riep Pierre voor zijn geestesoog op, zag het met -hem. In het midden van de uitgestrekte vlakte der Campagna, die de -Sabijnsche en Albaansche heuvelen begrensden, zag Leo XIII de zeven -beroemde heuvels: den door de boomen der villa Pamphili gekroonden -Janiculus; den Aventinus, waarvan niets overgebleven was dan de drie -half in het groen schuil gaande kerken; dan iets verder afgelegen, -den door zijn rijpe oranjeappelen der villa Mattei doorgeurden -Coelius; den Palatinus, die een dunne, daar als op het graf der -Caesars opgeschoten rij cypressen omzoomde; den Esquilinus, waarop -zich de slanke klokkentoren van de Santa Maria Maggiore verhief; den -Viminalis, die met zijn verwarde en witachtige opeenhooping van nieuwe -gebouwen op een openliggende steengroeve geleek; den Capitolinus, dien -de vierkante campanile van het Senatorenpaleis nauwlijks aanwees; den -Quirinalis, waarop het paleis van den koning fel-geel afstak tegen de -donkere schaduwen der tuinen. Hij zag behalve de Santa Maria Magggiore -alle basilica's, S. Giovanni in Laterano, de wieg van het pausdom, -S. Paola fuori le mura, S. Croce in Gerusalemme, S. Agnese, de dom -van Il Gesù, van S. Andrea della Valle, van S. Carlo, van S. Giovanni -del Fiorentini en al de vierhonderd kerken van Rome, die de stad in -een met kruisen beplant, heilig veld veranderen. Hij zag de beroemde -monumenten, de getuigen van den eeuwenouden hoogmoed, de Engelenburg, -een in een pauselijke vesting veranderd keizersgraf, de witte lijn der -andere graven langs de Via Appia, dan de verspreid liggende ruïnen van -Caracalla, van het paleis van Septimius Severus, zuilen, gaanderijen, -triomfbogen, de paleizen en de villa's van prachtlievende kardinalen -der Renaissance, den palazzo Farnese, den palazzo Borghese, de villa -Medicis en alle, alle andere--een gewemel van daken en gevels. - -Maar voor alles zag hij links, vlak onder zijn raam, den gruwel van -de nieuwe, onvoltooide wijk der Prati del Castello. Wanneer hij -'s middags in zijn tuinen wandelde, die als een citadel door den -muur van Leo IV ingesloten was, had hij het vreeselijke uitzicht -op het dal, dat men in den koortsachtigen tijd der bouwwoede in den -voet van den monte Mario gegraven had, om er steenbakkerijen op te -richten. De groene hellingen zijn opengehaald, geelachtige gangen -loopen naar alle kanten, terwijl de thans gesloten fabrieken met haar -hooge, doode schoorsteenen, waaruit geen rook meer opstijgt, niets -meer dan armzalige ruïnes zijn. Op geen uur van den dag kon hij bij -een raam komen zonder die verwaarloosde gebouwen, waarvoor zooveel -steenbakkerijen gewerkt hebben, voor oogen te hebben, deze gebouwen, -die dood waren voor zij geleefd hadden, waarin op dat oogenblik niets -was dan de wriemelende ellende van Rome, dat hier als het cadaver -van oude maatschappijen tot ontbinding lag over te gaan. - -Vóór alles echter beeldde Pierre zich in, dat Leo XIII, de witte -schim daar boven, ten slotte de geheele overige stad vergat, -om zijn droomenden blik op den Palatinus te richten, die nu -ontkroond is en nog slechts zijn zwarte cypressen in den blauwen -hemel opricht. Ongetwijfeld bouwde hij in gedachten de paleizen der -Caesars weer op, en voor zijn blik verrezen dan hooge, geheel roode, -met het purper bekleede schimmen op, zijn voorvaderen, de keizers en -de pontifices, die hem alleen konden zeggen, hoe men als onbeperkt -heerscher der wereld, over de wereld regeeren kon. Dan gingen zijn -blikken naar den Quirinalis en bleven daar uren lang rusten in de -aanschouwing van het koningschap tegenover hem. Welk een zonderling -toeval, dat deze beide paleizen, het Quirinaal en het Vaticaan, elkaar -aankijken, dat zij naast elkander boven het Rome der Middeleeuwen -en der Renaissance uitsteken, welks door de gloeiende zon verbrande -en vergulde daken aan den oever van den Tiber zich ophoopen en -samenvloeien. Met een eenvoudigen verrekijker kunnen de paus en de -koning, wanneer zij voor hun ramen gaan staan, elkander duidelijk -zien. Zij zijn niets dan onbeteekenende, in de grenzenlooze ruimte -verloren gaande punten; en welk een afgrond ligt er tusschen hen, -hoeveel eeuwen van geschiedenis, hoeveel generaties, die gestreden -en geleden hebben, hoeveel doode grootheid, hoeveel zaad voor de -geheimzinnige toekomst! Zij zien elkaar en strijden nog steeds om het -volk, dat voor hun oogen op- en neergolft. Wien zal de onbeperkte -macht ten deel vallen, den pontifex, den herder der zielen, of den -monarch, den meester der lichamen? - -Pierre vroeg zich af aan welke overpeinzingen, aan welke droomerijen -Leo XIII zich over zou geven achter die ramen, waar hij nog altijd -zijn bleeke, spookachtige schim meende te zien. Bij het zien van -het nieuwe Rome, van de oude, gesloopte wijken, van de door een -ongeluksstorm met den grond gelijk gemaakte stadsdeelen, moest -hij zich ongetwijfeld verheugen over de reusachtige mislukking der -Italiaansche regeering. Men had hem zijn stad ontstolen, men had -hem als het ware willen laten zien, hoe men een groote hoofdstad -in het leven roept, en dat was uitgeloopen op die catastrophe, -op zooveel leelijke, nuttelooze bouwwerken, die men niet eens wist -hoe af te maken. Het kon niet anders of hij moest zich verheugen -in die vreeselijke ongelegenheden, waarin het usurpatorische gezag -geraakt was, in de politieke, in de financieele crisis, in de steeds -verder om zich heen grijpende nationale malaise, waarin dat gezag -binnen niet al te langen tijd ten gronde dreigde te gaan; en toch, -sloeg ook niet in zijn borst het hart van een patriot, was ook niet -hij een liefhebbende zoon van dat Italië, welks genie en eeuwenoude -eerzucht ook in zijn aderen stroomde? O neen, niets tegen Italië; -integendeel, alles wilde hij doen, om te bewerken, dat het weer de -wereldbeheerscher werd! Ongetwijfeld steeg te midden van zijn blijde -hoop een smartelijk gevoel in hem op, wanneer hij zag hoe Rome ten -gronde gericht, met een bankroet bedreigd werd, hoe het als het ware -zijn onmacht in het openbaar ten toon stelde. Maar wanneer de dynastie -van Savoye eens mocht worden weggevaagd, was hij er dan niet, om haar -te vervangen en eindelijk weer in het bezit te treden van zijn stad, -die hij sedert vijftien jaar slechts uit zijn venster zag, overgeleverd -aan sloopers en metselaars? Dan werd hij weer de meester, regeerde -hij over de wereld, troonde hij in de gepraedestineerde stad, waaraan -de propheten de eeuwigheid en de wereldheerschappij toegezegd hadden. - -De horizont breidde zich uit en Pierre vroeg zich af wat Leo XIII -wel aan gene zijde van Rome, aan gene zijde van de Campagna Romana, -aan gene zijde van de Sabijnsche en Albaansche bergen, in de geheele -Christenheid zag. Sedert achttien jaar had hij zich in zijn Vaticaan -opgesloten, zag hij de wereld slechts door de ramen van zijn kamer. Wat -aanschouwde hij van daarboven, welke waarheden en welke zekerheden -drongen uit onze moderne maatschappijen tot hem door? Dikwijls toch -moest van de hoogten van den Viminalis, waar het station lag, het -langgerekte gefluit der locomotieven in zijn ooren klinken: dat was -onze wetenschappelijke beschaving, de toenadering der volkeren, de -vrije menschheid, die de toekomst tegemoet ging. Droomde hij zelf van -vrijheid, wanneer hij zijn blik naar rechts wendde en daar in de verte, -aan gene zijde van de graven aan de Via Appia, de zee vermoedde? Had -hij ooit den wensch in zich voelen opkomen weg te gaan, Rome en zijn -verleden te verlaten, om elders het pausdom der nieuwe democratieën -te stichten? - -Men beweerde, dat hij zulk een scherpen, doordringenden blik had; dan -had hij moeten begrijpen, dan had hij moeten beven, wanneer uit zekere -strijdlustige landen een ver geluid tot hem doordrong--uit Amerika -bijvoorbeeld, waar revolutionnaire bisschoppen op het punt stonden -het volk te veroveren. Werkten zij voor hem of voor zichzelf? Was een -breuk niet onvermijdelijk, wanneer hij hen niet volgen kon, wanneer -hij, aan alle kanten door het dogma en de traditie gebonden, zich -hardnekkig in zijn Vaticaan bleef opsluiten? Van uit de verte woei -een dreigende, het schisma voorspellende wind, streek hem over zijn -gelaat en vervulde zijn hart met steeds grooter wordenden angst. Om -die reden waarschijnlijk was hij de verzoeningsdiplomaat geworden, -die alle verspreide krachten der Kerk in zijn hand verzamelen wilde, -die zijn oogen sloot voor de vermetelheid van sommige bisschoppen, -voor zoover dat ten minste mogelijk was, die zelf het volk trachtte -te veroveren, door zich aan zijn zijde tegen de gevallen monarchen te -verklaren. Maar zou hij ooit verder gaan? Was hij niet ingemetseld -achter de bronzen deur van het Vaticaan, in de strenge Katholieke -formule, waaraan de eeuwen hem vastketenden? Hij moest daar blijven, -het zou hem onmogelijk zijn zich tot zijn werkelijke almacht, tot -die zuiver geestelijke macht, tot die moreele autoriteit van het -hiernamaals te beperken, die de menschheid aan zijn voeten bracht, -die bewerkte, dat de pelgrims neerknielden en vrouwen in onmacht -vielen. Rome opgeven, afstand doen van de wereldlijke macht zou gelijk -staan met het middelpunt der Katholieke wereld te veranderen. Dan -zou de paus de paus niet meer zijn, niet meer het hoofd van het -Katholicisme, maar een ander, het hoofd van iets anders. Welke -onrustige gedachten moesten, terwijl hij daar aan het raam stond, -door zijn brein gaan, wanneer de avondwind menigmaal het onduidelijke -beeld van dien andere, de vrees voor den nieuwen, nog onbestemden -godsdienst met zich bracht, die zich voorbereidde in het doffe stappen -der voorwaarts marcheerende naties! - -Maar op dat oogenblik voelde Pierre, dat de witte, roerlooze -schim achter de ramen staande gehouden werd door den trots, door de -voortdurende zekerheid, dat hij zou overwinnen. Wanneer menschenhanden -daartoe niet in staat zouden zijn, dan zou het wonder tusschenbeide -treden. Hij had de vaste overtuiging, dat hij weer in het bezit zou -komen van Rome; en zoo niet hij, dan zijn opvolger. Had de Kerk in -haar onbedwingbare levenskracht en levensenergie niet de eeuwigheid -voor zich? Trouwens, waarom zou hij zelf niet in het bezit van Rome -komen? Vermocht God zelfs niet het onmogelijke? Morgen, als God het -wilde, zou ondanks alle menschelijke redeneeringen, ondanks alle -schijnbare logica der feiten, zijn stad hem door de een of andere -plotselinge wending in de geschiedenis teruggegeven worden. O, welk een -feestelijke ontvangst zou hij de verloren dochter, wier dubbelzinnige -avonturen hij met zijn door tranen vochtige vaderoogen steeds gevolgd -had, bereiden! Hoe gauw zou hij de uitspattingen vergeten, waarvan -hij achttien jaar lang op alle uren en in alle jaargetijden getuige -geweest was! Misschien peinsde hij, over wat hij doen zou met die -nieuwe wijken, waarmede men haar bezoedeld had: zou hij ze sloopen -of zou hij ze daar laten staan als een getuigenis van den waanzin der -overweldigers? Zij zou weer de verheven en doode stad worden, die een -souvereine minachting had voor alle ijdele zorgen van zindelijkheid -en materieel welzijn, die als een reine ziel in den overgeleverden -roem der vervlogen eeuwen over de wereld stralen zou. - -En hij peinsde verder, hij stelde zich voor hoe alles, ongetwijfeld -reeds morgen, in zijn werk zou gaan. Alles was beter dan het Huis van -Savoye, zelfs een republiek. Waarom niet een federatieve republiek, -die Italië volgens de oude, nu afgeschafte, politieke indeeling -verbrokkelen, hem Rome teruggeven, hem tot den beschermer van den -op die wijze herstelden staat kiezen zou? Dan strekte zijn blik -zich verder dan Rome, verder dan Italië uit; zijn droom breidde -zich uit, steeds verder uit, omvatte het republikeinsche Frankrijk, -Spanje, dat het weer worden kon, ja, zelfs Oostenrijk, dat eenmaal -gewonnen zou worden--al de Katholieke naties, die dan de Vereenigde -Staten van Europa worden en onder het hooge voorzitterschap van den -Pontifex Maximus vreedzaam en in broederschap leven zouden. En dan -de hoogste triomf, wanneer ten slotte alle andere Kerken verdwijnen, -alle andersdenkende volkeren tot hem komen zouden als tot den eenigen -herder, wanneer Jezus in zijn persoon over de universeele democratie -regeeren zou. - -Plotseling werd Pierre in zijn droom, dien hij aan Leo XIII toeschreef, -gestoord. - -"Mijn waarde abbé, kijk toch eens naar den toon van de standbeelden -op de zuilengaanderij," zeide Narcisse. - -Hij had zich een kop koffie laten brengen en rookte, zich weer geheel -overgevend aan zijn geraffineerde aesthetica, langzaam een sigaret - -"Zij zijn rose, niet waar? Een rose, dat langzaam overgaat in mauve, -alsof het blauwe bloed der engelen in hun steenen aderen vloeide... Het -is de zon van Rome, die hun dat bovenaardsche leven verleent, want -zij leven, ik heb gezien hoe ze op sommige mooie avonden tegen -me glimlachten en de armen naar mij uitstrekten... Ach, Rome, het -wonderbare en verrukkelijke Rome! Men zou hier arm als Job willen -leven in de bestendige vreugde zijn bekoring in te ademen!" - -Ditmaal kon Pierre zijn verbazing niet bedwingen, nu hij zich zijn -nuchtere stem, zijn zoo helderen en drogen zakengeest herinnerde. Dan -keerden zijn gedachten terug naar de Prati del Castello en een -eindelooze droefheid maakte zich van hem meester, toen hij zich -zooveel ellende en zooveel lijden voor den geest riep. Hij zag -weer de schandelijke vuilheid, waarin zooveel schepsels ten gronde -gingen, die vreeselijke sociale onrechtvaardigheid, welke de groote -meerderheid veroordeelt tot een bestaan van vervloekte, vreugde- -en broodlooze dieren. En toen zijn blikken weer teruggingen naar de -vensters van het Vaticaan en hij meende te zien, hoe achter de ramen -een witte hand zich ophief, dacht hij aan den pauselijken zegen, -dien Leo XIII van deze hoogte over Rome, over de Campagna en de -bergen aan de geloovigen der geheele Christenheid gaf. Maar deze -zegen scheen hem plotseling belachelijk en onmachtig toe, daar hij -in zoovele eeuwen niet in staat geweest was, één enkele smart der -menschheid te onderdrukken, omdat hij zelfs niet in staat geweest -was een weinig rechtvaardigheid te scheppen voor de ongelukkigen, -die daar beneden, onder zijn venster, in doodsstrijd verkeerden. - - - - - - - - -NEGENDE HOOFDSTUK - - -Daar Benedetta Pierre had laten zeggen, dat zij hem gaarne wilde -spreken, ging hij dien avond bij het invallen van de schemering naar -beneden en vond haar in den salon in een druk gesprek met Celia. - -"Ik heb jullie Pierina gezien," riep het jonge meisje, juist toen -hij binnenkwam, uit. "Ja, ja, en nog wel met Dario. Dat wil zeggen, -zij moet hem opgewacht hebben; hij zag, dat zij in een laan van den -Pincio op hem stond te loeren, en glimlachte tegen haar. Toen begreep -ik het dadelijk... Wat een zeldzame schoonheid!" - -Benedetta glimlachte zachtjes over haar geestdrift. Maar er kwam -een pijnlijke, droevige plooi om haar mond, want, hoewel zij zeer -verstandig was, begon deze hartstocht, die, zooals zij voelde, oprecht -en sterk was, haar toch te hinderen. Dat Dario elders zijn genoegens -zocht, kon zij begrijpen, daar zij zich niet aan hem geven wilde en -hij jong en geen geestelijke was. Maar dit ongelukkige meisje hield te -veel van hem en zij was bang, dat hij zich zou kunnen compromitteeren; -een zoo groote schoonheid verontschuldigde alles. Zij verried dan ook -het geheim van haar hart, door het gesprek een andere wending te geven. - -"Ga zitten, mijnheer de abbé... U ziet, we zijn aan het -kwaadspreken. Mijn arme Dario wordt ervan beschuldigd, dat hij alle -schoonheden van Rome in het ongeluk stort... Zoo vertelt men ook, -dat men in hem den gelukkige zien moet, die de witte rozen geeft, -waarmede Tonietta de laatste veertien dagen op den Corso rondrijdt." - -Celia vatte dadelijk vlam. - -"Maar dat is beslist zeker. In den beginne heeft men getwijfeld -en den kleinen Pontecorvo en luitenant Moretti genoemd. Je kan je -voorstellen, hoe er gekletst werd... Maar nu weet iedereen, dat de -vlam van Tonietta Dario in eigen persoon is. Trouwens hij heeft in -den Costanzi-schouwburg zijn opwachting in haar loge gemaakt." - -Toen Pierre haar zoo hoorde praten, herinnerde hij zich die Tonietta, -die de jonge prins hem op den Pincio gewezen had, een der weinige -demi-mondaines, waarover de hoogere Romeinsche kringen spraken. En hij -herinnerde zich ook de galante bijzonderheid, die haar beroemd maakte, -de onzelfzuchtige liefde, die zij meermalen voor een geliefde opvatte, -van wien zij niets aannam dan iederen ochtend een ruiker witte rozen, -zoodat, wanneer zij soms weken achtereen op den Corso met de reine -bloemen rondreed, de dames der hoogere kringen brandend nieuwsgierig -waren naar den naam van den uitverkoren en aangebeden man. Sedert den -dood van den ouden markies Manfredi, die haar zijn klein paleis in de -Via dei Mille nagelaten had, was Tonietta beroemd om haar onberispelijk -rijtuig en haar elegante, maar eenvoudige toiletten, welke alleen -door ietwat opzichtige hoeden ontsierd werden. De rijke Engelschman, -die haar onderhield, was nu reeds sedert een maand op reis. - -"Zij is werkelijk heel mooi, heel mooi," herhaalde Celia overtuigd, -met haar rein gezichtje van maagd, die zich slechts voor liefdeszaken -interesseert. "En dan haar groote, zachte oogen; o, zij is niet zoo -mooi als Pierina, dat is trouwens onmogelijk; maar toch prettig om -naar te kijken, een echt feest voor je oogen!" - -Met een onwillekeurig gebaar scheen Benedetta Pierina weer ter zijde -te schuiven, terwijl zij daarentegen Tonietta aanvaardde; zij wist -heel goed, dat zij maar een eenvoudige afleiding, een tijdelijke -streeling voor zijn oogen was. - -"Zoo," zeide zij glimlachend; "mijn arme Dario ruïneert zich dus -met witte rozen! Daar moet ik hem eens mee plagen... Wanneer onze -zaken niet gauw in orde komen, zullen zij hem mij ten slotte nog -ontstelen... Gelukkig heb ik uitstekende berichten. Ja, het proces -zal weer beginnen; tante is juist daarvoor uitgegaan!" - -Toen Celia opstond op het oogenblik dat Victorine een lamp bracht, -wendde Benedetta zich tot Pierre, die eveneens opgestaan was. - -"Blijf nog even, ik wou u graag spreken." - -Maar Celia bleef ook nog: zij was nu een en al belangstelling voor -de echtscheiding van haar vriendin, wilde weten hoe het met de zaak -stond en of het huwlijk nu gauw plaats zou hebben. Zij omhelsde haar -hartstochtelijk. - -"Dus heb je weer hoop? Geloof je, dat de Heilige Vader je je vrijheid -terug zal geven? O, lieveling, wat ben ik blij voor je. Hoe heerlijk -zal het zijn, als jij en Dario kunnen trouwen!... Ik van mijn kant heb -ook geen reden tot klagen, want ik zie heel goed, dat mijn vader en -mijn moeder genoeg krijgen van mijn koppigheid. Gisteren nog heb ik -hun met mijn gewone kalmte gezegd: 'Ik wil Attilio hebben en u zult -hem mij geven!' Toen is mijn vader verschrikkelijk woedend geworden, -hij heeft me met beleedigingen overstelpt, me met zijn vuist gedreigd -en geschreeuwd, dat, wanneer ik een even harden kop had als hij, -hij den mijne toch zou breken. Plotseling begon hij woedend uit te -varen tegen mijn moeder, die er zwijgend bij stond: 'Geef haar dan -haar Attilio, dan laat zij ons ten minste met rust...' Neen, hoor, -ik ben erg in mijn schik!" - -Pierre en Benedetta konden hun lachen niet bedwingen, zoo straalde -haar lelierein madonnagezichtje van onschuldige en hemelsche -vreugde. Eindelijk ging zij weg met haar kamenier, die in den eersten -salon op haar zat te wachten. - -Zoodra zij alleen waren, vroeg Benedetta den priester weer te gaan -zitten. - -"Waarde vriend, men heeft mij opgedragen u een zeer dringenden -raad te geven... Het schijnt, dat uw aanwezigheid te Rome algemeen -bekend geworden is en dat er zeer verontrustende praatjes over u -in omloop zijn. Uw boek zou een vurige oproep tot het schisma zijn, -u zelf slechts een eerzuchtige en oproerige afvallige, die na zijn -werk te Parijs uitgegeven te hebben, naar Rome gekomen is, om er -een vreeselijk schandaal over te ontketenen en het op die manier -te lanceeren... Indien u er nog steeds op staat Zijne Heiligheid -te spreken, om uw zaak te bepleiten, raadt men u aan gedurende twee -of drie weken geheel te verdwijnen, zoodat men uw aanwezigheid hier -vergeet." - -Pierre luisterde met de grootste verbazing. Ze zouden hem nog -krankzinnig maken; ze zouden hem nog op het denkbeeld brengen zich -af te scheiden en een schandaal te maken, wanneer zij zijn geduld nog -langer op de proef wilden stellen, daar misbruik van wilden maken. Hij -wilde zich verzetten, protesteeren. Dan echter maakte hij een gebaar -van moeheid. Waarom zou hij dat doen tegenover deze jonge vrouw, -die toch in ieder geval oprecht en hem goed gezind was? - -"Wie heeft u verzocht mij dien raad te geven?" - -Zij gaf geen antwoord, glimlachte slechts. Dan kreeg hij een -plotselinge ingeving. - -"Het is monsignor Nani, niet waar?" - -Nu begon zij, zonder blijkbaar een direct antwoord op de vraag te -willen geven, den lof van den prelaat te zingen. Ditmaal had hij -erin toegestemd haar leidsman te zijn in het eindelooze proces over -de nietigverklaring van haar huwlijk. Hij had er lang over gesproken -met haar tante, donna Serafina, die nu juist naar het paleis van den -S. Offizio was, om hem rapport uit te brengen over enkele stappen, -die zij hadden gedaan. Pater Lorenza, de biechtvader van de tante -en van de nicht, zou ook bij het onderhoud tegenwoordig zijn, want -dit heele echtscheidingsproces was eigenlijk zijn werk: hij had er -de twee vrouwen steeds toe aan gezet, als wilde hij den band, dien -de patriottische pastoor Pisoni gelegd had, weer losmaken. Zij werd -steeds meer opgewonden en zeide hem, waarom haar verwachtingen zoo -hoog gespannen waren. - -"Monsignor Nani kan alles, juist daarom ben ik juist zoo gelukkig, dat -mijn zaak in zijn handen is... Kom, beste vriend, wees ook verstandig, -verzet u niet, laat u door hem leiden. Ik sta er u borg voor, dat -gij u er goed bij bevinden zult!" - -Met gebogen hoofd dacht Pierre na. Rome had hem in zijn -boeien geslagen; hij kon er ieder uur zijn nog steeds toenemende -weetgierigheid bevredigen, en de gedachte, nog twee of drie weken hier -te blijven, had volstrekt niets afstootelijks voor hem. Ongetwijfeld -voelde hij, dat al dat telkens weer uitstellen zijn wilskracht zou -kunnen verminderen, een slijtage zou kunnen veroorzaken, waaruit -hij verzwakt, ontmoedigd en tot niets meer nut te voorschijn zou -komen. Maar waarom behoefde hij eigenlijk bang te zijn, daar hij -zich plechtig gezworen had en steeds nog zwoer niets van zijn boek te -zullen terugtrekken en den Heiligen Vader slechts te willen spreken, -om zijn nieuw geloof nog krachtiger te verkondigen? Zacht legde hij -dien eed nogmaals voor zichzelf af en gaf dan toe. En toen hij zich -verontschuldigde, dat hij in het paleis lastig zou worden, riep -zij uit: - -"Neen, ik ben veel te blij u te hebben. Ik houd u vast; ik heb nu -eenmaal de overtuiging, dat uw aanwezigheid hier ons aller geluk -brengen zal, nu de kans schijnt te keeren." - -Zij spraken nu af, dat hij niet meer zou gaan ronddwalen om de -St. Pieter en het Vaticaan, waar het voortdurend zien van zijn soutane -de aandacht getrokken scheen te hebben. Hij beloofde zelfs de eerste -acht dagen het paleis zoo goed als niet te zullen verlaten, daar hij -toch nog gaarne enkele boeken in Rome zelf wilde lezen. Dan bleef hij -nog een oogenblikje praten; hij voelde zich zoo gelukkig-kalm in de -groote rust, die er in den salon heerschte, sedert de lamp hen met -haar schemer verlichtte. Het had zes uur geslagen, op straat was het -reeds geheel donker. - -"Voelde Zijne Eminentie zich vandaag niet wel?" vroeg hij. - -"Ja zeker," antwoordde de contessina; "alleen wat moe, maar volstrekt -niets verontrustends... Mijn oom heeft mij door don Vigilio laten -zeggen, dat hij zijn kamer zou houden en daar zijn secretaris enkele -brieven zou dicteeren... Neen, het heeft niets te beteekenen." - -Weer viel een stilte in, geen geluid kwam van de eenzame straat of -uit het oude, ledige, als een graf zoo stomme paleis. Maar op dat -oogenblik kwam iemand met fladderende rokken en hijgend van schrik -den zacht sluimerenden, met de mildheid van een hoopvollen droom -vervulden salon binnenstormen. Het was Victorine. - -"Contessina, contessina..." - -Benedetta was doodsbleek en koud, als was een ongelukswind -binnengewaaid, opgestaan. - -"Wat is er... Waarom loop je zoo hard en beef je zoo?" - -"Dario, mijnheer Dario, beneden... Ik was gaan kijken of ze de -lamp onder de poort wel aangestoken hadden, dat vergeten ze zoo -dikwijls... En daar, onder de poort, ben ik in den donker over mijnheer -Dario gestruikeld... Hij ligt op den grond, hij schijnt met een mes -gestoken te zijn..." - -Een kreet van wanhoop rees uit Benedetta's borst op. - -"Dood!" - -"Neen, neen, gewond!" - -Maar zij hoorde het niet, bleef steeds luider roepen: - -"Dood! Dood!" - -"Neen, neen, hij heeft tegen me gesproken... Om Godswil wees toch -stil! Hij heeft mij ook bevolen te zwijgen, omdat hij niet wil, dat -iedereen het weet; ik mocht alleen u, en niemand anders halen, maar -nu mijnheer de abbé hier toch is, wil hij misschien wel helpen. We -zullen hem best gebruiken kunnen." - -Pierre luisterde ontsteld. Toen zij de lamp wilde nemen, zagen zij, -dat haar bevende rechterhand met bloed bevlekt was; blijkbaar had -zij het op den grond liggende lichaam betast. Dat gezicht was zóó -verschrikkelijk voor Benedetta, dat zij opnieuw begon te gillen. - -"Wees toch stil, om Godswil, wees toch stil!... Laten we zoo zacht -mogelijk naar beneden gaan! Ik neem de lamp alleen maar mee, omdat -we toch moeten kunnen zien... Gauw, gauw!" - -Beneden, dwars onder de poort, voor den ingang van den vestibule, lag -Dario op de steenen, als had hij, na op straat aangevallen te zijn, -nog slechts de kracht gehad enkele passen te doen, om daar neer te -vallen. Hij was bewusteloos geworden en lag daar nu met een doodsbleek -gezicht, op elkaar gedrukte lippen en gesloten oogen. Benedetta, -die ondanks haar hevigen angst de energie van haar ras teruggevonden -had, jammerde en gilde niet meer, doch keek, zonder te begrijpen, -met haar groote, droge, wijdgeopende, waanzinnige oogen, naar hem. Het -verschrikkelijke was het onverwachte, het onbegrijpelijke, het waarom -en het hoe van dien moord te midden van de sombere stilte van het -oude, verlaten, door het donker van den nacht vervulde paleis. De -wond bloedde blijkbaar zeer weinig, want slechts zijn kleeren waren -met bloed bevlekt. - -"Gauw, gauw!" herhaalde Victorine fluisterend, nadat zij de lamp wat -had laten zakken, om het lichaam beter te kunnen zien. "De portier is -er niet, die zit altijd hiernaast gekheid te maken met de vrouw van -den schrijnwerker. U ziet, dat hij de lantaarn nog niet aangestoken -heeft, maar hij kan natuurlijk ieder oogenblik terugkomen... Mijnheer -de abbé en ik zullen den prins gauw naar zijn kamer dragen." - -Alleen zij met haar prachtige kalmte hield haar hoofd bij elkaar. De -twee anderen luisterden in hun verdooving, die maar niet wijken wilde, -zonder een woord te kunnen vinden, en gehoorzaamden haar als zoete -kinderen. - -"U moet ons bijlichten, contessina. Houd de lamp een beetje laag, -anders kunnen we de treden niet zien... Neem u hem bij zijn beenen, -mijnheer de abbé, dan zal ik hem onder zijn armen dragen. Wees maar -niet bang, de arme jongen is niet zoo zwaar!" - -Gelukkig lag het uit drie vertrekken, een slaapkamer, een toiletkamer -en een salon, bestaande appartement van Dario op de eerste verdieping, -naast dat van den kardinaal, in den vleugel, die op den Tiber -uitzag. Nadat zij de trap waren opgegaan, behoefden zij slechts zoo -zachtjes mogelijk de gang af te loopen en konden dan tot hun groote -verlichting den gewonde op zijn bed leggen. - -Victorine kon een lachje van voldoening niet onderdrukken. - -"Zoo, dat is alweer klaar... Zet u de lamp nu maar neer, -contessina. Daar, op die tafel... En ik verzeker u, dat niemand ons -gehoord heeft; het is maar gelukkig, dat donna Serafina uit is en Zijn -Eminentie don Vigilio bij zich gehouden heeft... Ik heb zijn schouders -in mijn rok gewikkeld, zoodat er geen droppeltje bloed is gevallen; -en strakjes zal ik zelf met de spons den drempel schoonmaken." - -Zij zweeg even en ging naar Dario kijken. - -"Hij ademt... Nu dan laat ik hem maar aan uw zorg over en ga ik gauw -dien goeden dokter Giordano halen, die u op de wereld heeft zien -komen en op wien we vertrouwen kunnen." - -Toen Benedetta en Pierre met den bewusteloozen gewonde alleen waren -in deze half donkere kamer, waarin nu het vreeselijke schrikbeeld, -dat in hen was, scheen te huiveren, bleven zij ieder aan een kant van -het bed staan, zonder nog een woord te kunnen vinden. Zij had in de -behoefte om haar smart te ontspannen en er lucht aan te geven, haar -armen uitgebreid en steunde handenwringend. Dan boog zij zich voorover -en keek op het bleeke gelaat met de gesloten oogen naar leven. Hij -ademde inderdaad, maar zeer langzaam en nauwlijks merkbaar. Een flauwe -blos kwam echter op zijn wangen en eindelijk sloeg hij zijn oogen op. - -Onmiddellijk had zij zijn hand gegrepen en gedrukt, als wilde zij -den angst van haar hart in dien druk leggen; en een gevoel van groot -geluk maakte zich van haar meester, toen zij voelde, dat hij dien -beantwoordde: - -"Je ziet me toch, je hoort me toch?... Wat is er gebeurd, lieve God?" - -Maar hij antwoordde niet, de aanwezigheid van Pierre scheen hem -onrustig te maken. Toen hij hem herkend had, scheen hij er zich bij -neer te leggen, maar hij keek angstig rond, of er nog niet iemand -anders in de kamer was. Eindelijk prevelde hij: - -"Niemand heeft het gezien; niemand weet..." - -"Neen, neen, stel je gerust. Wij hebben je met Victorine boven kunnen -brengen, zonder dat iemand het gezien heeft. Tante is uit en oom -heeft zich in zijn kamer opgesloten." - -Hij scheen nu verlicht te zijn, glimlachte. - -"Niemand mag het weten; het is zoo belachelijk." - -"Wat is er toch gebeurd, lieve God?" vroeg zij opnieuw. - -"Ik weet het niet, ik weet het niet!" - -Met een moe gebaar deed hij zijn oogen dicht, aldus trachtende aan -de vraag te ontsnappen. Doch dan scheen hij te begrijpen, dat het -beter was dadelijk een deel der waarheid te zeggen. - -"Een man, die zich onder de donkere poort verborgen had en daar op -mij wachtte... En toen ik thuis kwam, heeft hij me met een mes in -mijn schouder gestoken..." - -Bevend boog zij zich nog verder over hem heen, keek hem diep in zijn -oogen en vroeg: - -"Maar wie was die man?" - -En toen hij met een steeds vermoeider stem stamelde, dat hij het niet -wist, dat de man in het donker gevlucht was, zonder dat hij hem had -kunnen herkennen, stiet zij een vreeselijken kreet uit. - -"Het is Prada, het is Prada; zeg het maar, ik weet het immers toch." - -Zij kon zich niet bedwingen. - -"Ik weet het, hoor je? Ik ben de zijne niet geweest en hij wil niet, -dat ik de jouwe ben; hij zal je liever vermoorden op den dag, dat -ik vrij zal zijn me aan jou te geven. Ik ken hem wel, nooit zal ik -gelukkig zijn... Het is Prada, het is Prada!" - -Doch een plotselinge kracht bezielde den gewonde, hij protesteerde -opgewonden: - -"Neen, neen, het is Prada niet en ook niet iemand, die het voor hem -gedaan heeft... Dat zweer ik je. Ik heb den man niet herkend, maar -het is Prada niet." - -Er lag zulk een klank van waarheid in Dario's stem, dat Benedetta -wel overtuigd moest zijn. Trouwens de angst maakte zich van haar -meester; zij voelde zijn hand, die zij nog steeds in de hare hield, -slap en klam en krachteloos worden. Uitgeput door de inspanning, -was hij weer met doodsbleek gelaat en gesloten oogen in onmacht -gevallen. Hij scheen te sterven. - -Wanhopig bevoelde zij hem met haar handen. - -"Kijk toch eens, mijnheer de abbé, kijk toch eens... Hij sterft! Hij -sterft! Hij is reeds heelemaal koud... O, groote God, hij sterft!" - -Pierre trachtte haar gerust te stellen. - -"Hij heeft te veel gesproken en daardoor zijn bewustzijn weer -verloren, precies als daareven... Ik verzeker u, dat ik zijn hart -voel kloppen. Leg uw hand maar hier... Om Godswil, wind u niet zoo op; -de dokter komt dadelijk en alles loopt goed af." - -Maar zij luisterde niet naar hem, en hij was nu getuige van een -tooneel, dat hem met de grootste verbazing vervulde. Plotseling had -zij zich op het lichaam van den aangebeden man geworpen, drukte hem als -waanzinnig tegen zich aan, overstroomde hem met haar tranen en bedekte -hem met haar kussen, terwijl zij hartstochtelijke woorden stamelde: - -"O, als ik je verliezen moest, als ik je verliezen moest! En ik heb me -niet aan hem gegeven, ik ben zoo dom geweest me aan hem te weigeren, -toen het nog tijd was het geluk te kennen... Ja, om de Madonna, omdat -ik dacht, dat zij maagdelijkheid op prijs stelde en dat men zich rein -moet houden voor zijn echtgenoot, als men wil, dat zij het huwlijk -zegent... Wat zou het haar gehinderd hebben, indien wij onmiddellijk -gelukkig geweest waren? En dan, dan... als zij mij bedrogen had, -wanneer zij je van mij wegnam, zonder dat we in elkaars armen gerust -hadden, dan zou ik maar van één ding spijt hebben; dat ik niet gelijk -met jou verdoemd ben! Ja, ja, liever de verdoemenis dan elkaar niet -bezeten te hebben met ons bloed, met onze lippen!" - -Was dat de zoo kalme, zoo verstandige vrouw, die geduld oefende, -om haar geluk beter in te richten! Pierre kende haar in zijn -verbijstering niet meer. Tot dusver had hij haar nooit anders gekend -dan gereserveerd, zoo natuurlijk-kuisch, dat de bijna kinderlijke -bekoring daarvan als het ware uit haar natuur zelf scheen voort te -komen. Ongetwijfeld was onder de bedreiging van het gevaar en van den -angst het verschrikkelijke bloed der Boccanera's in haar ontwaakt, -een geheel atavisme van heftigheid, hoogmoed, razende, wanhopige en -ontketende begeerten. Zij wilde haar deel van het leven, haar deel -van de liefde. Zij morde en raasde alsof de dood, wanneer hij haar -haar geliefde ontnam, een stuk van haar eigen vleesch wegrukte. - -"Maar ik smeek u, mevrouw, wees toch kalm," herhaalde de priester. "Hij -leeft, zijn hart klopt... U doet er u zelf zooveel kwaad mede." - -Maar zij wilde met hem sterven. - -"O, lieveling, neem mij met je mede, neem mij met je mede, wanneer je -weggaat... Ik zal me op je hart nederleggen, ik zal je zoo vast in -mijn armen drukken, dat zij één zullen worden met de jouwe, en dat -ze ons samen zullen moeten begraven... Ja, ja, wij zullen dood en -toch getrouwd zijn. Ik heb je beloofd aan niemand anders te zullen -toebehooren dan aan jou; ik zal ondanks alles de jouwe zijn, als -het moet in de aarde... O lieveling, doe je oogen, doe je mond open, -kus me, wanneer je niet wilt, dat ook ik sterf, wanneer jij dood bent." - -Door de donkere kamer met de oude, ingeslapen muren was een vlam -van woesten hartstocht, van vuur en bloed gestreken. Maar de tranen -overweldigden Benedetta, diepe snikken putten haar uit en wierpen -haar verblind en krachteloos op den rand van het bed. Gelukkig -maakte de dokter, dien Victorine medegebracht had, een einde aan het -verschrikkelijk tooneel. - -Dokter Giordano, die de zestig reeds voorbij was, was een klein, -witharig, gladgeschoren mannetje met blozende wangen, wiens vaderlijke -persoonlijkheid te midden van zijn kerkelijke praktijk de allures -van een prelaat aangenomen had. Het was, naar algemeen beweerd werd, -een goedhartig man, die de armen gratis behandelde en in delicate -gevallen zoo gesloten en gereserveerd was als een priester. Sedert -dertig jaar hadden al de Boccanera's, vrouwen, kinderen, ja zelfs de -kardinaal, zich aan zijn voorzichtige handen toevertrouwd. - -Bijgelicht door Victorine en geholpen door Pierre, kleedde hij -Dario, die door de pijn uit zijn bewusteloosheid ontwaakt was, zoo -zachtjes mogelijk uit, onderzocht de wonde en verklaarde onmiddellijk -glimlachend, dat er volstrekt geen gevaar bij was. Het zou niets -beteekenen, hoogstens drie weken te bed, en voor complicaties -behoefde men niet bang te zijn. Evenals alle Romeinsche artsen was -hij een liefhebber van mooie messteken, die hij dagelijks onder het -lagere volk te behandelen kreeg, hij bleef met welgevallen naar de -wond kijken, bewonderde die als kenner en vond ongetwijfeld, dat het -prachtig gedaan was. Hij fluisterde den prins in: - -"Wij noemen dat een waarschuwing... De man heeft u niet willen dooden, -de steek is van boven naar beneden toegebracht, zoodat het mes door -het vleesch gegaan is, zonder zelfs het been te raken... Een knappe -kerel, die zoo steken kan!" - -"Ja, ja," prevelde Dario; "hij heeft me gespaard, anders zou hij me -door en door gestoken hebben." - -Benedetta hoorde er niets van. Toen de dokter verklaard had, dat er -absoluut geen gevaar was en de zwakte en de bezwijming alleen het -gevolg waren van den heftigen zenuwschok, was zij in een toestand van -volkomen uitputting op een stoel neergevallen. Het was de ontspanning -der vrouw na den vreeselijken wanhoopsaanval. Zachte, stille tranen -begonnen langzaam uit haar oogen te stroomen; dan stond zij weer -op en omhelsde Dario in een ontboezeming van hartstochtelijke, -stille vreugde. - -"Luister eens, beste dokter," ging hij voort; "niemand behoeft er -iets van te weten. Deze geschiedenis is zoo belachelijk... Niemand -heeft het blijkbaar gezien, behalve mijnheer de abbé, aan wien ik -geheimhouding vraag... En laat men vooral den kardinaal of mijn -tante--kortom, geen van de huisvrienden ongerust maken!" - -Dokter Giordano glimlachte kalm. - -"Goed, goed! Dat spreekt van zelf, maak je daar maar niet druk -over... Voor alle anderen ben je van de trap gevallen en heb je je -schouder verrekt... En nu je verbonden bent, moet je trachten wat -te slapen en geen koorts te krijgen. Morgenochtend kom ik nog eens -kijken." - -Nu vloten langzaam dagen vol groote kalmte voorbij; voor Pierre -ontwikkelde zich een geheel nieuw leven. De eerste dagen verliet hij -zelfs het oude, ingeslapen paleis niet; hij las en schreef en had geen -andere afleiding dan dat hij iederen middag tot het invallen van de -schemering in de kamer van Dario zat, waar hij zeker was ook Benedetta -aan te treffen. Na een vrij hooge koorts van acht-en-veertig uren was -het herstel zijn gewonen gang gegaan; alles liep zoo goed mogelijk, -de geschiedenis van den verrekten schouder werd door iedereen geloofd, -zoodat de kardinaal van de spaarzame donna Serafina eischte, dat -een tweede lantaarn op het portaal aangestoken zou worden, opdat een -dergelijk ongeluk niet weer gebeuren zou. De weer ontstane, monotone -vrede werd slechts gestoord door een laatsten schok, of liever door -het dreigen van een moeilijkheid, waarin Pierre op een avond, dat -hij wat langer bij den herstellende bleef, gemengd werd. - -Toen Benedetta zich eenige oogenblikken verwijderd had, boog Victorine, -die een kop bouillon was komen brengen, zich over den prins heen en -fluisterde hem zacht in het oor: - -"Een jong meisje, u weet wel Pierina, komt iederen dag huilend naar -u vragen... Ik kon haar niet wegsturen, zij dwaalt maar om het huis -rond; en ik vind het beter u maar te waarschuwen." - -Ondanks zichzelf had Pierre het gehoord; plotseling begreep hij -alles. Dario, die hem aankeek, zag heel goed, wat hij dacht. En zonder -Victorine antwoord te geven, zeide hij: - -"Ja, abbé, het was die woesteling van een Tito... Nu vraag ik u, -is het niet belachelijk?" - -Maar hoewel hij beweerde niets gedaan te hebben, waarom de broeder -hem een waarschuwing moest geven, zijn zuster niet aan te raken, -glimlachte hij toch verlegen, zelfs een beetje beschaamd over een -dergelijke geschiedenis. Het was blijkbaar een heele opluchting voor -hem, toen de priester beloofde, als zij weer terugkwam, met haar te -praten en te trachten haar aan het verstand te brengen, dat zij thuis -moest blijven. - -"Een belachelijke geschiedenis, belachelijk!" herhaalde de prins, -terwijl hij, als om zichzelf te honen, zijn woede overdreef. "Het is -waarachtig iets uit de vorige eeuw." - -Plotseling zweeg hij. Benedetta kwam terug en ging weer naast haar -lieven zieke zitten. En het zoete waken duurde voort in de oude, -slapende kamer, in het oude, doode paleis, waaruit geen zuchtje -opsteeg. - - - -Toen Pierre weer uitging, waagde hij zich, om een beetje frissche lucht -te scheppen, nauwlijks in de wijk zelf. De Via Giulia interesseerde -hem: hij kende haar vroegere pracht uit den tijd van Julius II, -die haar in een rechte lijn aanlegde en met grootsche paleizen wilde -omzoomen. Gedurende het carneval werden er wedrennen gehouden: men -begon, te voet of te paard, bij het paleis-Farnese en eindigde bij -de piazza S. Pietro. Hij had pas gelezen, dat de Fransche gezant, -d'Estrée, markies van Couré, die in den palazzo Saccheti woonde, daar -in 1630 met pracht en praal de geboorte van den dauphin gevierd had; -hij liet drie wedrennen houden van de Sixtusbrug tot de S. Giovanni di -Fiorentini, waarbij een buitengewone weelde tentoongespreid werd: de -straten waren bestrooid met bloemen, alle vensters met de kostbaarste -tapijten behangen. Den tweeden avond werd een groot vuurwerk op den -Tiber ontstoken, het schip Argo, waarmede Jason uitvoer om het Gulden -Vlies te veroveren. Een andermaal stroomde uit de Farnesische fontein, -den Mascherone, wijn. - -Hoe ver lagen die tijden nu al weg en wat waren zij veranderd! Hoe -eenzaam en stil lag nu de straat in de treurige verwaarloosde -grootschheid, breed en recht, door de zon beschenen of in diepe -duisternis. Van 's ochtends negen uur af blakerde de zon op het -plaveisel van den vlakken, trottoirloozen rijweg, terwijl aan de -beide, afwisselend van het felle licht in diepe schaduw overgaande -kanten, de oude paleizen, de zware, oude huizen, de antieke, met -schilden en spijkers bedekte poorten, de met groote ijzeren staven -getraliede vensters, geheele verdiepingen met gesloten vensters -sluimerden. Zij waren als dichtgespijkerd, om het daglicht niet -meer binnen te laten. Wanneer de poortdeuren open stonden, zag -men diepe overwelvingen, vochtige en kille, met groene vlekken -bedekte binnenplaatsen, die evenals kloosters met zuilengangen -omgeven waren. In de dépendances, in de lage gebouwen, die ten slotte -vooral aan de Tiberzijde kleine steegjes gevormd hadden, waren kleine -winkeltjes en werkplaatsen gekomen, een kleermaker, een boekbinder, -vruchtenkeldertjes met vier tomaten en vier kropjes salade, kleine -wijndebieten, die producten van Frascati en Genzano hadden, en waarin -de drinkers gestorven schenen te zijn. - -In het midden van de straat bracht de gevangenis met haar -afschuwlijk gelen muur al heel weinig vroolijkheid. Een geheel net -van telegraafdraden liep door deze lange grafachtige gang met haar -weinige voorbijgangers, waarin het stof van het verleden neerviel, -van het eene einde naar het andere, van de arcade van den palazzo -Farnese tot aan het verre uitzicht over de rivier, over de boomen van -het hospitaal van den Heiligen Geest. Maar vooral 's avonds, wanneer -de duisternis gevallen was, werd Pierre getroffen door de eenzaamheid, -door de soort gewijden afschuw, dien de straat dan kreeg. Geen levende -ziel, geen licht van de ramen, niets dan de dubbele rij lantaarns, -die ver van elkander staande, wel op nachtlichtjes geleken, welke -opgeslokt werden door de duisternis. De poorten waren gegrendeld en -gebarricadeerd, geen geluid, geen ademtocht drong eruit door. Slechts -hier en daar een verlicht wijnwinkeltje, doffe ramen, Waarachter -in volkomen onbeweeglijkheid een lamp brandde, geen geroezemoes van -stemmen, geen gelach echter was te hooren! Alles wat leefde waren de -schildwachten voor de gevangenis; één voor de poort, één op den hoek -van het steegje rechts, beiden stijf en strak in de doode straat! - -Verder interesseerde hem het geheele stadsdeel, die oude, voorname -wijk, welke nu in vergetelheid geraakt en ver van het moderne -leven verwijderd was, en nu nog slechts een muffe kerklucht -uitademde. Aan den kant van de S. Giovanni di Fiorentini, op de -plek, waar de nieuwe Corso Victor Emanuele alles vernietigd heeft, -bestond een groote tegenstelling tusschen de hooge, gebeeldhouwde, -schitterende, nauwlijks voltooide huizen van vijf verdiepingen en de -zwarte, ingezakte en armzalige hutten van de naburige steegjes. 's -Avonds glommen electrische bollen in verblindende witheid, terwijl -de enkele lantaarns van de Via Giulia en de andere straten niet meer -dan walmende lampions waren. Het waren vroeger beroemde straten: de -Via dei Banchi Vecchi, de Via del Pellegrino, de Via di Monserrato, -verder tallooze dwarsstraten, die er doorheen liepen en ze onderling -verbonden, alle op den Tiber uitkwamen en zoo nauw waren, dat wagens -er slechts met moeite door konden. Iedere straat had haar eigen kerk, -een menigte bijna gelijkvormige, rijk versierde, zwaar vergulde en -geschilderde kerken, die alleen op de uren van den dienst geopend, -en dan vol zon en wierook waren. In de Via Giulia stond behalve -de S. Giovanni di Fiorentini, behalve de S. Biagio della Pagnotta, -behalve de Sant' Eligio degli Orefici, achter den palazzo Farnese nog -de Santa Maria delle Morte, waarin hij gaarne toefde, om te droomen van -het onbewoonde Rome, van de boetepriesters, die den dienst in die kerk -waarnamen en wier taak het was de hun gesignaleerde verlaten lijken -in de Campagna te gaan halen. Op een avond woonde hij de zielemis -van twee onbekende, reeds veertien dagen lang onbegraven lijken bij. - -Maar zijn lievelingswandeling werd al heel gauw de nieuwe Tiberkade -aan den achterkant van den palazzo Boccanera. Hij behoefde slechts -het nauwe straatje uit te loopen en kwam dan op een eenzaam plekje, -waar alles hem met eindelooze gedachten vervulde. De kade was niet -geheel afgemaakt, het werk scheen zelfs stil te liggen, het was een -ontzaglijke, met puin en gehouwen steenen bedekte werkplaats met -half gesloten palissaden en ingevallen loodsen. Het rivierbed was -steeds hooger geworden, terwijl de onophoudelijke opgravingen den -bodem der stad lager gemaakt hebben. Om haar tegen overstroomingen te -beschermen, had men het water in die reusachtige vestingmuren gevangen -gezet. Voor dat doel had men ook de oude oevers zóó moeten ophoogen, -dat het terras van den kleinen tuin der Boccanera's met zijn dubbele -trap, waaraan vroeger pleizierbootjes aanlegden, lager lag en gevaar -liep begraven te worden en te verdwijnen, wanneer men weer aan het -straatwerk beginnen zou. Er was nog niets genivelleerd, de aangevoerde -aarde bleef er zoo liggen als de kipkarren die er uitstortten; -te midden van het materiaal, dat was blijven liggen, was niets te -zien dan modderkuilen en instortingen. Slechts armelui's-kinderen -kwamen spelen tusschen die puinhoopen, waarin het paleis wegzonk, -werklooze arbeiders sliepen er zwaar in de warme zon, terwijl vrouwen -haar wasch op de hoopen kiezelsteenen te drogen legden. Toch was het -voor Pierre een gelukkig toevluchtsoord, waar hij zeker was rust te -zullen vinden en ongestoord droomen kon, wanneer hij hier uren lang -kwam zitten kijken naar de rivier, de kaden en de stad. - -Van acht uur af verguldde de zon het onmetelijk gat met haar -blond-geel licht. Wanneer hij naar links keek, zag hij in de verte -de daken van Trastevere, die zich grijsblauw tegen den schitterenden -hemel afteekenden. Rechts maakte de rivier voorbij de apsis van de -S. Giovanni di Fiorentini een bocht. De populieren van het hospitaal -van den Heiligen Geest drapeerden op den anderen oever hun donkergroen -gordijn en lieten aan den horizont het duidelijke profiel van de -Engelenburcht zien. Maar vooral kon hij zijn oogen bijna niet afhouden -van den tegenoverliggenden oever, want daar was een stuk van het heel -oude Rome ongeschonden gebleven. Van de Sixtusbrug tot de Engelenbrug -bevond zich op den rechteroever het deel van den onvoltooid gebleven -kade-aanleg, dat, wanneer deze eenmaal voltooid zou zijn, later -de rivier in de reusachtig hooge en witte vestingmuren gevangen -houden zou. - -En inderdaad deze buitengewone bezwering van den ouden tijd, van -dien met een heel stuk der oude pauselijke stad bedekten oever had -iets verrassends en betooverends. Aan de Via della Longara waren de -gelijkvormige gevels blijkbaar opnieuw gepleisterd, maar hier bleven de -achterzijden van de tot aan het water loopende huizen zooals zij waren: -gescheurd, rosachtig, met vuil bedekt, als oude bronzen beelden door -de heete zon met een groenen tint bedekt. En welk een opeenhooping, -wat een ongelooflijke opeenstapeling! Onder donkere gewelven, waarin -de rivier binnendrong, heiwerk, dat de muren schraagde, stukken -oud-Romeinschen bouw, die loodrecht naar beneden liepen; dan steile, -uit hun voegen geraakte, groen geworden trappen, die uit het oeverzand -opstegen, boven elkaar liggende terrassen, verdiepingen met haar lange -rijen onregelmatige kleine vensters, huizen, die boven andere huizen -uitstaken--en dat alles in een fantastisch gewemel van balcons, houten -galerijen, dwars over binnenplaatsen geslagen bruggen, boomgroepen, -die uit de daken schenen te groeien, en bijgebouwde dakkamertjes, -die midden in de rose dakpannen gezet waren. Een goot liep met groot -lawaai uit een versleten en vervuild steenen bekken. Overal, waar de -oever door de meer achteruitgelegen huizen zichtbaar werd, was hij -met een wilde vegetatie, met onkruid, struiken en mantels van klimop, -die in koninklijke plooien op den grond sleepten, bedekt. De ellende, -de vervuiling verdween onder de glorie der zon, de oude, ingezonken, -opeengehoopte gevels werden als van goud; de voor de ramen te drogen -hangende wasch pavoiseerde ze met het purper van de roode rokken en de -verblindende sneeuw van het linnen, terwijl verder weg, boven de wijk -uit, de Janiculus zich met het fijne profiel van de S. Onofrio tusschen -pijnboomen en cypressen verhief in de schittering der dagvorstinne. - -Dikwijls ging Pierre leunen over de borstwering van den reusachtigen -kademuur en bleef daar dan lang met een hart, dat vol droefheid over -de doode eeuwen was, staan kijken naar den onder hem stroomenden -Tiber. Niets zou de groote moeheid van die oude wateren kunnen -schilderen, hun somber langzaam voortkabbelen onder in die Babylonische -gracht, die hen omsloot, tusschen de mateloos groote, rechte, gladde, -kale, in hun nieuwe leelijkheid geheel grauwe gevangenismuren. In -de zon nam de gele rivier een gulden tint aan en vlamde door de -lichte schittering van zijn stroom in blauw en groen. Maar zoodra -zij in het donker lag, werd zij ondoorzichtig, modderkleurig, zoo -oud, zoo dik en zoo zwaar, dat de omringende huizen zich er niet -eens in weerspiegelen konden. Welk een troostelooze verlatenheid, -welk een rivier van stilte en eenzaamheid! Ook al mocht zij na de -winterregens haar dreigenden vloed nog dikwijls voorwaarts stuwen, -toch sliep zij gedurende de lange maanden, dat de hemel blauw is, -en stroomde geruischloos door Rome. - -Men kon daar den geheelen langen dag staan, zonder dat een bark of een -zeil er leven aan gaf. De enkele booten, de twee of drie stoombootjes, -die van de zeekust kwamen, de tartanes [19], die wijn van Sicilië -brachten, ankerden alle aan den voet van den Aventinus. Verder was -het niet meer dan een woestijn, dood water, waarin hier en daar een -onbeweeglijke visscher zijn hengel hangen liet. Pierre zag iets -naar rechts onder aan den ouden oever nooit iets anders dan een -soort oude, overdekte, platte schuit, een half verrotte Arke Noachs, -misschien was het een waschschuit, maar hij zag er nooit een levende -ziel. Verder lag er nog op een modderachtig punt een gestrande sloep -met een gebarsten zijde als een armzalig symbool, dat alle scheepvaart -hier onmogelijk en opgegeven was. O, deze rivierruïne, die even dood -was als de beroemde ruïne, waarvan zij het stof zoovele eeuwen lang -bespoeld had! Nu was zij het moede! En wat riep zij niet voor den -geest op? Eeuwen van geschiedenis, zoovele dingen, zoovele menschen, -die de gele wateren weerspiegeld hadden, wier moeheid en walging zij -overgenomen hadden, tot zij, in hun vurig verlangen naar het Niet, -zoo zwaar, zoo stil, zoo eenzaam geworden waren. - -Hier was het, dat Pierre op een ochtend Pierina achter een der houten -loodsen, die tot bewaring van gereedschappen gediend hadden, zag -staan. Zij rekte haar hals uit en keek, nu al uren lang misschien, -strak naar het raam van Dario's kamer op den hoek van het steegje en -de kade. Ongetwijfeld bang geworden door de strenge manier, waarop -Victorine haar ontvangen had, had zij zich niet meer in het paleis -durven vertoonen, om naar hem te informeeren, maar nadat zij van een -knecht gehoord had, waar het raam was, ging zij daarheen en bracht er -heele dagen door, om onvermoeibaar op een teeken van leven en redding -te wachten. Alleen de hoop reeds dat te zullen zien deed haar hart -woest kloppen. Diep ontroerd haar zich zoo ootmoedig, ondanks haar -koninklijke schoonheid zoo bevend van aanbiddende vereering te zien -verbergen, ging hij naar haar toe. In plaats van haar te beknorren en -weg te jagen, zooals hem opgedragen was, praatte hij vriendelijk en -opgewekt met haar, alsof er niets voorgevallen was, en richtte het -gesprek zóó in, dat hij den naam van den prins kon noemen, om haar -daarbij tevens te zeggen, dat hij binnen veertien dagen weer op den -been zou zijn. - -Eerst was zij, schuw en wantrouwend, opgesprongen en wilde -vluchten. Maar toen zij hem begrepen had, schoten de tranen in haar -oogen, en toch lachend, wierp zij hem gelukkig een kushand toe en riep -hem "Grazie, grazie!" [20] toe, terwijl zij zich zoo vlug mogelijk -uit de voeten maakte. Nooit heeft hij haar meer teruggezien. - -Op een anderen ochtend zag Pierre, toen hij in de S. Brigitta op de -piazza Farnese zijn mis wilde gaan lezen, tot zijn groote verbazing -Benedetta, ondanks het vroege uur, reeds uit de kerk komen. Zij had -een klein fleschje olie in haar hand. Zij toonde in het geheel geen -verlegenheid daarover en vertelde hem, dat zij om de twee of drie -dagen bij den koster een paar druppeltjes ging halen van de olie, -welke de eeuwige lamp voedde voor een oud, houten beeld der Madonna, -waarin zij groot vertrouwen stelde. Zij bekende zelfs, dat zij alleen -in deze vertrouwen stelde, want zij had nooit iets verkregen van -andere, zelfs niet van zeer beroemde Madonna's, van marmer of zilver, -tot wie zij zich gewend had. In haar hart brandde dan ook voor dit -heilige beeld, dat haar niets weigerde, een innige vereering, de -eenige vereering, die zij in werkelijkheid bezat. En zij verzekerde -heel eenvoudig, als ware het de natuurlijkste zaak van de wereld, -waaraan geen twijfel mogelijk was, dat die enkele droppels olie, -waarmede zij iederen ochtend en iederen avond de wond van Dario -inwreef, de oorzaak waren van zijn zoo snelle, ja bijna wonderbaarlijke -genezing. Een zoo kinderlijke vroomheid bij dit bewonderenswaardige -wezen van verstand en hartstocht en aanminnigheid, trof Pierre diep -en maakte hem wanhopig; glimlachen kon hij niet. - -Iederen avond, wanneer hij van zijn wandeling thuis kwam en een uurtje -ging doorbrengen in de kamer van den genezenden Dario, wilde Benedetta, -dat hij, om den zieke wat afleiding te geven, vertelde hoe hij zijn -dagen doorgebracht had; en alles wat hij vertelde, zijn verbazing, -zijn ontroering en dikwijls ook de woede, die in hem opgekomen was, -dat alles kreeg, te midden van de groote, gedempte stilte van de kamer, -een droeve bekoring. Maar vooral toen hij de wijk weer durfde verlaten, -toen hij een groote liefde had opgevat voor de Romeinsche parken, -waarheen hij zich 's morgens vroeg, wanneer de hekken geopend werden, -reeds begaf, om zeker te zijn er niemand te zullen ontmoeten, bracht -hij geestdriftige gevoelens mede naar huis--een verrukte liefde voor -de mooie boomen, voor de fonteinen, voor de terrassen, vanwaar men -zulk een heerlijk uitzicht had op breede horizonten. - -En niet de grootste van die vele parken vervulden zijn hart met de -meeste geestdrift. In de Villa Borghese, het Bois de Boulogne van -Rome, was majestueus volwassen hout, waren koninklijke alleeën, waar -'s middags vóór den verplichten rit op den Corso de equipages kwamen -defileeren, maar veel meer werd hij getroffen door den afgesloten -tuin vóór de villa--deze villa vol verblindende pracht van marmer, -waarin zich thans het mooiste museum der wereld bevindt. Daar was een -eenvoudig, fijn tapijt van gras, een heel groot bekken in het midden, -dat door de naakte blankheid van een Venus beheerscht wordt. Daar -waren brokstukken van antieke vazen, beelden, zuilen, sarcophagen, -symmetrisch in een vierkant opgesteld, en verder niets dan dat -verlaten, bezonde, melancholieke gras. Op den Pincio, waarheen hij -weer terugkeerde, bracht hij een heerlijken ochtend door; hij begreep -thans de bekoring van dit smalle hoekje met zijn enkele, altijd-groene -boomen, met zijn prachtig uitzicht: geheel Rome en de St. Pieter in -de verte, in het zoo zachte, zoo helder, zoo bepoederde zonlicht. - -In de villa Albani en in de villa Pamphili vond hij de heerlijke, -trotsche, slanke piniepijnen, de krachtige steeneiken met hun kromme -takken en hun bijna zwart loof terug. In de laatste vooral dompelden -de eiken de lanen in een heerlijk halfdonker; het kleine meertje met -zijn treurwilgen en riettouffes was vol droomen; het dieper gelegen -bloemperk vormde een mozaïek van barokken smaak, een samengesteld -dessin van rozetten en arabesken, dat door een rijke verscheidenheid -van bloemen en bladeren gekleurd werd. Wat hem echter in den tuin, den -edelste, grootste, best verzorgde van al deze tuinen, in het bijzonder -opviel, was, dat hij, toen hij langs een klein muurtje liep, weer de -St. Pieter zag, maar nu onder een zóó nieuw en zoo onverwacht aspect, -dat het symbolische beeld voor altijd in zijn geest gegrift was. Rome -was geheel verdwenen; tusschen de hellingen van den Monte Mario en -een anderen heuvel, die de stad aan het oog onttrok, zag men niets -dan den reusachtigen dom, welks groote massa op verspreide, witte en -rossige blokken scheen te rusten. Met zijn overmatig grooten, tegen het -helle blauw van den hemel matblauw afstekenden koepel beheerschte hij, -drukte hij de huizeneilandjes van den Borgo, de opgehoopte gebouwen -van het Vaticaan dood. - -Maar Pierre voelde nog meer de ziel der dingen in de minder weelderige -tuinen, die een meer gesloten lieftalligheid bezaten. O, die villa -Mattei op de helling van den Coelius met haar terrasvormigen tuin, -met haar intieme, door aloës, laurierboomen en groote kardinaalsmutsen -omzoomde lanen, met haar priëelvormig geschoren taxisboomen, met -haar oranjeappelen, haar rozen en haar fonteinen! Hij doorleefde er -heerlijke uren! Een dergelijke bekoring vond hij alleen nog maar -terug op den Aventinus, toen hij de drie kerken bezocht, die daar -als verloren gingen in het groen; vooral in de S. Sabina, de wieg der -Dominicanen, welker kleine, van alle kanten ingesloten tuin, zonder -eenig uitzicht, in een lauwen, geurigen vrede slaapt, en beplant is -met oranjeappelboomen, in het midden waarvan de eeuwenoude boom van -den Heiligen Dominicus nog met rijpe vruchten beladen is. De tuin van -de kloosterkerk der Malthezer ridders gaf een ruim uitzicht over een -breeden horizont, die den loop van den Tiber, de gevels en daken, -die zich langs de beide oevers ophoopen, tot aan den verren top -van den Janiculus omvat. Overigens zag men in die tuinen van Rome -steeds weer dezelfde geschoren taxisboomen, de eucalyptussen met -hun witten stam en hun lichte, als menschenhaar zoo lange bladeren, -de ineengedrongen, sombere steeneiken, de reusachtige pijnboomen, -de groote cypressen, tusschen de rozenstruiken witte marmergroepen, -onder de mantels van klimop ruischende fonteinen. - -Een teederder, smartelijke vreugde smaakte hij eerst in de villa -van paus Julius, welker in den tuin uitkomenden zuilengang met zijn -geschilderde decoratie, zijn gouden, met bloemen omrankt latwerk, -waardoor glimlachende zwermen van kleine Amortjes vliegen, het geheele -leven van een beminlijk en zinnelijk tijdvak verhaalt. Den avond -eindelijk, dat hij uit de villa Farnese thuiskwam, zeide hij, dat hij -de doode ziel van het oude Rome medebracht; niet de naar kartons van -Raffaël uitgevoerde schilderingen hadden hem echter zoo getroffen, -neen, de mooie zaal aan den rand van het water met haar zacht-blauwe, -zacht-lila, zacht-rose, volstrekt niet geniale, maar zoo bekoorlijke -en zoo echt-Romeinsche versiering--en nog meer de verwaarloosde tuin, -die vroeger tot den Tiber liep en nu door de nieuwe kade afgesloten -werd. Hij was verwaarloosd, verwoest, met onkruid doorwoekerd als -een kerkhof, maar toch rijpten er nog steeds de gouden vruchten der -oranjeappel- en citroenboomen. - -Nog eenmaal werd Pierre op een mooien avond, toen hij de villa -Medici bezocht, door een hevige ontroering geschokt. Daar was hij -op Franschen bodem. En welk een prachtige tuin was het weer met -zijn taxisboomen, zijn pijnboomen en zijn alleeën vol pracht en -bekoring! Welk een heerlijk toevluchtsoord voor droomerijen en gepeins -over de Oudheid gaf dat oude en donkergroene bosch van steeneiken, -waar de ondergaande zon gloeiende goudroode lichtstralen wierp in het -glanzende brons der bladeren. Men moet een eindeloos hooge trap opgaan, -om van uit de hoogte, van af den Belvédère met één blik geheel Rome te -omvatten, als kon men het, wanneer men zijn armen uitbreidde, geheel -nemen. Van uit de eetzaal, die de portretten van alle kunstenaars, -die te Rome hun studies in de villa kwamen voortzetten, versieren, -van uit de bibliotheek, een groote zaal vol diepe rust, heeft men -hetzelfde bewonderenswaardige, grootste en medesleependste uitzicht, -een uitzicht van mateloozen eerzucht welks oneindigheid den jongen -daar verblijf houdenden mannen den wil moest ingeven de wereld te -veroveren en te bezitten. - -Hij, die met vijandige gevoelens tegen het instituut van den -prix de Rome, tegen deze traditioneele, éénvormige en voor de -oorspronkelijkheid zoo gevaarlijke opleiding naar Rome gekomen was, -werd nu een oogenblik door dezen lauwen vrede, door deze zachte -eenzaamheid van den tuin, door dezen verheven horizont, waarin -de vleugels van het genie schenen te klapwieken, geheel gevangen -genomen. Hoe heerlijk moest het zijn, om op zijn twintigste jaar drie -jaar in dezen zachten droom, te midden van de mooiste kunstwerken der -menschheid te mogen leven, zich te mogen zeggen, dat men nog te jong -is om reeds te kunnen scheppen, zichzelf te mogen zoeken, te mogen -leeren genieten, lijden en liefhebben! Maar dan overwoog hij weer, -dat het smaken van het goddelijk genot van zulk een kunst-retraite -niet de zaak der jeugd is, maar van den rijperen leeftijd, van reeds -behaalde overwinningen, van de beginnende moeheid nadat het werk -voltooid is. Hij sprak met de inwonende kunstenaars en merkte op, -dat, al mochten ook droomerige en contemplatieve jonge zielen en de -eenvoudige middelmatigheid zich in dit in de kunst van het verleden -opgesloten leven schikken kunnen, iedere strijdbare kunstenaar, ieder -persoonlijk temperament hier van ongeduld stierf en, verteerd door -de begeerte om dadelijk midden in den vurigen haard van scheppen en -strijden te zijn, zijn oogen gericht hield op Parijs. - -En al die tuinen, waarvan Pierre hun 's avonds met verrukking vertelde, -riepen in Benedetta en Dario de herinnering wakker aan den tuin van -de villa Montefiori, die thans verwoest, maar vroeger zoo groen en met -de mooiste oranjeappelboomen van Rome, een geheel bosch van eeuwenoude -boomen, beplant was, en waarin zij elkaar hadden leeren liefhebben. - -"O, ik herinner het mij," zeide de contessina, "in den bloeitijd rook -het er zóó heerlijk, zóó sterk, zóó bedwelmend, dat ik eenmaal in -het gras ben blijven liggen en niet opstaan kon... Weet jij het nog, -Dario? Je hebt me toen in je armen genomen en naar de fontein gedragen, -waar het zoo lekker frisch was." - -Zij zat, zooals gewoonlijk, op den rand van het bed en hield de hand -van den herstellende, die was begonnen te lachen, in de hare. - -"Ja zeker, ik heb je op je oogen gezoend en eindelijk heb je die -geopend... Toen was je heel wat minder wreed, liet je me je oogen -zoenen, zooveel als ik zelf wilde... Maar we waren kinderen, en -indien we geen kinderen geweest waren, zouden we in dien grooten tuin, -waarin het zoo heerlijk rook en we zoo vrij konden loopen, dadelijk -man en vrouw geweest zijn!" - -Zij knikte toestemmend, overtuigd, dat de Madonna alleen hen beschermd -had. - -"Dat is zoo, dat is zoo!... En welk een geluk, dat we nu elkander -kunnen toebehooren, zonder de engelen te bedroeven!" - -Steeds weer kwam het gesprek daarop terug. Het proces tot -nietigverklaring van het huwlijk liet zich steeds gunstiger aanzien en -Pierre was iederen avond getuige van hun verrukking, hoorde hen slechts -praten over hun aanstaande echtverbintenis, over hun plannen, over hun -vreugde van verliefden in het paradijs. Ditmaal door een almachtige -hand bestuurd, moest donna Serafina de zaak met kracht leiden, want -er ging bijna geen dag voorbij, dat zij niet de een of andere blijde -tijding medebracht. Zij wilde de zaak ter wille van het voortbestaan -en de eer van den naam zooveel mogelijk bespoedigen, aangezien Dario -met niemand dan met zijn nicht trouwen wilde en anderzijds dit huwlijk -alles zou verklaren, alles zou verontschuldigen, aan een onhoudbaren -toestand een einde maken zou. - -Het afschuwlijke schandaal, de vreeselijke kletspraatjes, die de zwarte -en witte kringen opwonden, brachten haar geheel buiten zichzelf, te -meer daar zij voor de eventueele mogelijkheid van een conclave, waarin -zij wilde, dat de naam van haar broeder in onbevlekten, verheven glans -schitteren zou, de noodzakelijkheid van een overwinning inzag. Nooit -had de geheime eerzucht van haar geheele leven, de hoop er getuige van -te zijn, dat haar geslacht een derden paus aan de Kerk schenken zou, -haar met zulk een hartstocht vervuld; het was, alsof zij de behoefte -voelde troost te zoeken voor haar koud celibaat, sedert haar eenige -vreugde in deze wereld, advocaat Morano, haar zoo wreed in den steek -gelaten had. Steeds in het donker gekleed, druk bezig en zóó slank -en ingeregen, dat men haar, van achteren gezien, voor een jong meisje -gehouden had, was zij als de donkere ziel van het oude paleis; Pierre -ontmoette haar overal, terwijl zij als zorgzame huisvrouw door het -huis sloop en ijverzuchtig over den kardinaal waakte. - -Hij groette haar zwijgend; telkens werd het hem koud om het hart, -wanneer hij het uitgedroogde, met diepe plooien doorgroefde gelaat -met den grooten, eigenzinnigen familieneus zag. Maar zij beantwoordde -nauwlijks zijn groet, keek nog steeds minachtend neer op dien kleinen -vreemden priester, dien zij slechts in haar naaste omgeving duldde -ter wille van monsignor Nani en van vicomte Philibert de la Choue, -die zoovele mooie bedevaarten naar Rome gebracht had. - -Langzamerhand begon Pierre, die iederen avond getuige was van de -angstige vreugde en het liefde-ongeduld van Benedetta en Dario, met -hen een spoedige oplossing te wenschen. Het proces zou weer gevoerd -worden voor de concilie-congregatie, wier eerste beslissing ten gunste -van de echtscheiding niet in kracht van gewijsde gegaan was, daar -de verdediger van het huwlijk, monsignor Palma, in overeenstemming -met zijn recht een aanvullend onderzoek geëischt had. Trouwens dat -slechts met één stem meerderheid genomen besluit zou zeker niet door -den Heiligen Vader bekrachtigd zijn. In het kort, het ging er nu om -stemmen te krijgen onder de tien kardinalen, waaruit de congregatie -samengesteld was, hen te overreden en een bijna volkomen eenstemmigheid -te verkrijgen: een moeilijke taak, want de verwantschap van Benedetta -met haar oom den kardinaal, welke alles makkelijker moest maken, -compliceerde juist de zaak door al de intriges van het Vaticaan, al -den wedijver, die door het doen voortduren van het schandaal ernaar -streefde den mogelijken paus in hem te dooden. - -Op die verovering van stemmen ging donna Serafina iederen middag uit, -waarbij zij geleid werd door haar biechtvader, pater Lorenza, dien -zij dagelijks ging opzoeken in het Collegium Germanicum, het laatste -toevluchtsoord der Jezuïeten te Rome, sedert zij niet langer de -meesters van Il Gesù zijn. De hoop op succes baseerde zich vooral op -de omstandigheid, dat Prada, de zaak moede en geprikkeld, verklaard -had, niet meer te zullen verschijnen. Hij antwoordde niet eens op -de herhaalde dagvaardingen, zoo hatelijk en belachelijk scheen hem -de aanklacht van impotentie, sedert Lisbeth, zijn erkende maîtresse -voor de oogen der geheele stad, zwanger van hem was. - -Hij zweeg dus, deed als was hij nooit getrouwd geweest, ofschoon -de wond van zijn beleedigden mannetrots nog altijd bloedde en -onophoudelijk door de praatjes, die bleven loopen, en den twijfel aan -zijn vaderschap, welke in de zwarte kringen heerschen bleef, weder -geopend werd. Daar dus de tegenpartij zich terugtrok en uit eigen -beweging verdween, kon men de steeds toenemende hoop van Benedetta en -Dario voorstellen, wanneer donna Serafina 's avonds bij haar thuiskomst -vertellen kon, dat zij meende weer de stem van een kardinaal gewonnen -te hebben. - -Maar de man, die hun den meesten angst bezorgde, was monsignor Palma, -de door de congregatie van ambtswege aangestelde advocaat, om den -heiligen band van het huwlijk te verdedigen. Hij bezat bijna onbeperkte -rechten, kon nogmaals hooger beroep aanteekenen, in ieder geval het -proces sleepende houden, zoolang als hij zelf wilde. Zijn eerste -pleidooi in antwoord op dat van Morano, was reeds verschrikkelijk -geweest, had den maagdelijken staat van Benedetta in twijfel getrokken, -citeerde wetenschappelijk vastgestelde gevallen, waarin vrouwen -nog de door vroedvrouwen beëedigde maagdelijke kenteekenen bezaten, -eischte een nauwkeurig onderzoek van twee artsen en verklaarde ten -slotte, dat, waar de eerste voorwaarde tot het verrichten van de -daad gehoorzaamheid van de vrouw is, de eischeresse, zelfs al was -zij maagd, niet gerechtigd was de nietigverklaring van het huwlijk -te vragen, waarvan de volkomen voltrekking belemmerd was door haar -herhaalde weigeringen. Het gerucht liep, dat het nieuwe pleidooi, -hetwelk hij gereed maakte, nog onverbiddelijker en meedoogenloozer -zou zijn, zóó vast stond zijn overtuiging. Het ergste zou zijn, dat -tegenover die verheven energie van waarheid en logica de kardinalen, -zelfs al waren zij nog zoo welwillend, het niet wagen zouden den -Heiligen Vader tot nietigverklaring te adviseeren. - -Benedetta begon dan ook reeds weer moedeloos te worden, toen donna -Serafina haar na een bezoek aan monsignor Nani weer wat gerust stelde -met de mededeeling, dat een gemeenschappelijke vriend beloofd had met -monsignor Palma te zullen spreken. Maar dat zou ongetwijfeld veel geld -kosten. Monsignor Palma, een in kanonische aangelegenheden zeer ervaren -en uiterst rechtschapen theoloog, had in zijn leven een groot verdriet -gehad: op lateren leeftijd was hij als waanzinnig verliefd geworden op -een zeldzaam mooie nicht en had haar, om een schandaal te vermijden, -moeten uithuwlijken aan een spitsboef, die haar van af het eerste -oogenblik arm maakte en mishandelde. De schijn bleef gered, maar op -dat oogenblik maakte de prelaat een moeilijke crisis door: hij was -het moe zich nog langer te laten plukken en bezat niet het noodige -geld, om zijn neef, die valsch gespeeld had, uit die moeilijkheid -te redden. De gelukkige vondst nu bestond hierin, dat men den jongen -man wilde redden door voor hem te betalen en hem dan een positie te -bezorgen, zonder iets aan den oom te vragen, die op een avond, nadat -de duisternis volkomen ingevallen was, als was hij een medeplichtige, -weenend donna Serafina voor haar goedheid danken kwam. - -Pierre was dien avond bij Dario, toen Benedetta dien avond lachend -en in haar handen klappend van blijdschap de kamer binnenkwam. - -"Het is zoover! Het is zoover! Hij is juist bij tante geweest en -heeft haar eeuwige trouw gezworen. Nu is hij wel verplicht vriendelijk -te zijn." - -"Maar heeft men hem iets laten onderteekenen, heeft hij zich formeel -verbonden?" vroeg Dario, die wantrouwender was. - -"Wel neen, hoe kon dat nu? Het is zoo'n delicate quaestie!... Men zegt, -dat hij een buitengewoon eerlijk man is!" - -Toch was ook zij weer door een onrust aangegrepen. Als monsignor Palma -ondanks den grooten dienst, dien men hem bewezen had, onomkoopbaar -zou blijken te zijn? Die gedachte liet hen niet meer los. Het in -spanning wachten begon opnieuw. - -"Dat heb ik nog niet verteld," begon zij weer na een vrij lange stilte; -"ik heb me tot dat beroemde onderzoek vermand. Ja, ik ben vanochtend -met tante naar twee doktoren geweest." - -Zij glimlachte weer, scheen in het geheel niet verlegen. - -"En?" vroeg hij met hetzelfde kalme gezicht. - -"Natuurlijk hebben zij gezien, dat ik niet loog. Zij hebben allebei een -soort certificaat opgemaakt... Het was, naar het schijnt, absoluut -noodzakelijk ten einde monsignor Palma in staat te stellen zijn -vroegere woorden te herroepen." - -En zich vervolgens tot Pierre wendend: - -"O, dat vreeselijke Latijn, mijnheer de abbé!... Toch zou ik graag -geweten hebben, wat erin stond, en daarom had ik gedacht, dat u zoo -welwillend zoudt zijn het te vertalen. Maar tante heeft mij de stukken -niet willen laten en ze onmiddellijk aan het dossier doen toevoegen." - -Heel verlegen knikte de priester slechts, want hij wist maar al te -goed, dat die soorten certificaten een volledige beschrijving in -technische termen waren van alle bijzonderheden van den toestand, -tot van de kleur en den vorm toe. Zij schaamden zich er zonder -eenigen twijfel niet voor, zóó natuurlijk en gelukkig zelfs scheen -dit onderzoek, waarvan hun geheele levensgeluk afhing, hun toe. - -"Enfin," zeide Benedetta, "laten we hopen, dat monsignor Palma dankbaar -zal zijn. En jij, Dario, maak nou maar gauw, dat je voor den mooien -dag van ons geluk weer heelemaal beter bent." - -Maar hij was zoo onvoorzichtig geweest te vroeg op te staan, -waardoor zijn wond weer open ging en hij nog eenige dagen het bed -moest houden. Pierre bleef iederen avond bij hem komen en trachtte -hem dan wat afleiding te bezorgen door hem van zijn wandelingen te -vertellen. De laatste dagen was hij moediger geworden, doorkruiste -hij geheel Rome en ontdekte met verrukking de merkwaardigheden, -die in alle reisgidsen genoemd worden. Zoo begon hij op een avond -met iets van ontroering in zijn stem te praten over de voornaamste -pleinen der stad, die hij in den beginne banaal gevonden had, doch -die nu in zijn oog zeer interessant waren en ieder hun eigenaardige -bekoring hadden: de piazza del Popolo, zoo zonnig, zoo voornaam in -haar monumentale symmetrie--de piazza di Spagna, de zoo drukke en -levendige plaats van samenkomst der vreemdelingen met haar dubbele, -door de zomerzon vergulde, breede en sierlijke trap van honderd -twee-en-dertig treden--de groote, altijd van menschen wemelende -piazza Colonna, de meest typisch Italiaansche door die nietsdoende -en zorgelooze menigte, welke flaneert om de zuil van Marcus Aurelius -in de hoop, dat het geluk hun wel uit den hemel in den schoot zal -vallen--de lange, regelmatige piazza Navone, die stil en verlaten ligt, -sedert er geen markt meer op gehouden wordt, doch de droefgeestige -herinnering aan haar vroegere drukte bewaart--de piazza del Campo -de' Fiori, welke iederen ochtend met het lawaai van de vruchten- en -groentenmarkt vervuld wordt, een ware plantage van groote parapluies, -stapels tomaten, Spaansche pepers en druiven te midden van den stroom -der steeds maar door ratelende koop- en huisvrouwen. Het meest echter -werd hij getroffen door de piazza del Capitolio, waaraan hij altijd -dacht als aan een bergtop, aan een de stad en de wereld beheerschende -open plek; nu vond hij haar echter klein, vierkant, eng tusschen de -drie paleizen ingesloten, terwijl zij slechts uitzag op een kleinen, -door daken begrensden horizont. Niemand komt hierlangs, vindt het de -moeite waard de met palmen omzoomde toegangstrap op te gaan; alleen -vreemdelingen maken een omweg om er heen te rijden. De rijtuigen -wachten, de touristen blijven een oogenblik staan kijken naar het -prachtige, oude, bronzen ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius, dat -in het midden staat. Tegen vier uur, wanneer de zon het paleis aan -den linkerkant verguldt en de fijne beelden van het lijstwerk zich -tegen den blauwen hemel afteekenen, zou men haar met haar vrouwen, -die onder de zuilengaanderij zitten te breien en de troepen havelooze -kinderen, die daar losgelaten zijn als een school op een speelplaats, -voor een lauw en stil provinciepleintje houden. - -Weer op een anderen avond gaf Pierre tegenover Benedetta en Dario -uiting aan zijn bewondering voor de fonteinen van Rome, de stad, -waar het water het rijkelijkst en overvloedigst in marmer en brons -stroomt: van het "Scheepje" op de piazza di Spagna, den "Triton" op -de piazza Barbarini, de "Schildpadden" op het pleintje, dat daarnaar -genoemd is, af tot de drie fonteinen op de piazza Navona, waar in het -midden het grootsche kunstwerk van Bernini prijkt, en de reusachtige -en weelderige Fontana di Trevi, die door het tusschen de Gezondheid -en de Vruchtbaarheid staande beeld van Neptunus beheerscht wordt, toe. - -Een anderen avond kwam hij gelukkig thuis en vertelde, dat hij zich -eindelijk den typischen indruk had kunnen verklaren, die de straten -van het oude Rome om den Capitolinus en op den linkeroever van den -Tiber, daar waar oude krotten als het ware gekleefd stonden tegen de -zijden van groote, vorstelijke paleizen, op hem maakten: het kwam, -omdat zij geen trottoir hadden en de voetgangers heel op hun gemak -tusschen de voertuigen in liepen, zonder ooit op de gedachte te komen -langs de huizen te gaan. Het waren oude wijken, zooals hij ze gaarne -zag: eindeloos draaiende straatjes; nauwe, onregelmatige pleintjes; -reusachtige, vierkante paleizen, die in de op elkaar gedrongen menigte -kleine huizen, welke ze van alle kanten overstroomden, als het ware -verdwenen. Ook de wijk van den Esquilinus was zoo: overal met grijs -kiezel bedekte trappen, waarvan iedere trede met witten steen omrand -was; plotselinge bochten makende hellingen; boven elkander liggende -terrassen; seminaria en kloosters met gesloten ramen als waren het -doode huizen; een groote kale muur, waarachter zich een reusachtige -palm in het smettelooze blauw van den hemel verheft. - -Weer een ander maal, nadat hij zijn wandeling nog verder uitgestrekt -had tot in de Campagna, langs den Tiber, stroomopwaarts van af -de Ponte Molli, kwam hij verrukt thuis, omdat hem een klassieke -kunst, waarvoor hij tot dusverre geen gevoel gehad had, geopenbaard -was. Langs den oever had hij zuivere Poussin's [21] gezien: de gele, -langzaam stroomende rivier met haar met riet begroeide oevers; lage, -gekartelde, rotsachtige oevers, waarvan de krijtachtige witheid -afstak tegen den rosachtigen achtergrond van de eindelooze, golvende -vlakte, die slechts door de blauwe heuvels van den horizont begrensd -werd; enkele spichtige boomen; de ruïne van een zuilengaanderij; een -troep achter elkaar loopende schapen, die gaan drinken, terwijl een -herder, die met zijn schouder tegen den stam van een steeneik leunt, -staat te kijken. Het was een speciale, vermetele en ruwe, uit niets -bestaande, tot een rechte en vlakke lijn vereenvoudigde, maar door -grootsche herinneringen veredelde schoonheid; steeds nog marcheerden -de Romeinsche legioenen over de straatwegen door de kale Campagna, -steeds nog was het de lange slaap der Middeleeuwen, dan het ontwaken -der oude natuur in het Katholieke geloof, wat Rome voor de tweede -maal tot den wereldheerscher gemaakt had. - -Op een dag, dat Pierre den Campo Verano, het groote kerkhof van -Rome bezocht had, vond hij 's avonds aan het bed van Dario behalve -Benedetta ook Celia. - -"Vindt u het zoo prettig naar de dooden te gaan kijken?" riep de -kleine prinses uit. - -"O, die Franschen," viel Dario, die alleen bij de gedachte aan een -kerkhof al huiverde, haar bij; "die Franschen bederven door hun liefde -voor treurige tooneelen met opzet hun leven." - -"Maar," merkte Pierre zachtjes op, "je ontkomt nu eenmaal niet aan de -werkelijkheid van den dood. Het beste is hem in het gezicht te zien." - -De prins werd plotseling boos. - -"De werkelijkheid, de werkelijkheid! Wat beteekent dat? Als de -werkelijkheid niet mooi is, kijk ik er niet naar. Ik probeer zelfs -niet er aan te denken." - -Desniettemin vertelde Pierre op zijn kalme, vriendelijke manier, -wat hem getroffen had: het prachtige onderhoud van het kerkhof; -het feestelijke, dat de herfstzon erin bracht; de buitengewone -marmerpracht; de tallooze marmeren beelden op de graven; de marmeren -kapellen; de marmeren gedenkteekenen. Ongetwijfeld was dat de -uitwerking van het oude atavisme; de weelderige mausolea van de Via -Appia, een pronk en praal, een matelooze hoogmoed tot in den dood toe -herleefden daar. In het bijzonder in het hooger gelegen gedeelte, -waar de Romeinsche adel haar aristocratische wijk had, was het -een opeenhooping van ware tempels, van reusachtige figuren, van uit -verschillende personen bestaande groepen, meest alle getuigend van een -vreeselijken wansmaak, maar waaraan millioenen ten koste gelegd moesten -zijn. Vooral was tusschen de taxisboomen en cypressen het zuiver wit -gehouden marmer van een groote bekoring. De warme zon verguldde het, -er was geen mosvlek op te zien, geen door den regen veroorzaakte -scheuren, welke de standbeelden in het Noorden zoo droefgeestig maken. - -Benedetta, op wie het onbehagelijke gevoel van Dario aanstekelijk -werkte, viel Pierre eindelijk in de rede door aan Celia te vragen: - -"En is de jacht interessant geweest?" - -Op het oogenblik, dat de priester binnenkwam, was de kleine prinses -juist aan het vertellen over een vossenjacht, waarheen haar moeder -haar medegenomen had. - -"Je kan je niets interessanters voorstellen!... Om een uur zouden -we bij elkaar komen bij het graf van Caecilia Metella, waar in -een tent een buffet ingericht was. En een menschen--de geheele -vreemdelingenkolonie, de jongelui van de gezantschappen, officieren, -ongerekend nog de heeren in rood jachtcostuum en de vele dames als -amazones... Het sein van vertrek is om half twee gegeven en de jacht -heeft meer dan twee uur geduurd, zoodat de vos zich eerst heel ver -weg heeft laten vangen. Ik heb niet heelemaal kunnen volgen, maar ik -heb toch heel interessante dingen gezien: een groote muur, waar alles -overheen moest, greppels, hekken, in het kort een dolle jacht achter -de honden aan... Er zijn twee ongelukken gebeurd, o, niet heel erg, -een heer heeft zijn pols verrekt en een ander een been gebroken." - -Dario had met groote aandacht geluisterd, want deze vossenjachten -behoorden tot de grootste genoegens van Rome. Welk een genot dat -galoppeeren door de vlakke en toch met hindernissen als het ware -bestrooide Campagna, dat verijdelen van de listen der door de honden -opgejaagde vossen, dat voortdurend op zijwegen komen, dat plotselinge -verdwijnen soms, dat vangen eindelijk, wanneer het dier door uitputting -neervalt! Wat een genot, die jachten zonder geweer, dat jagen achter -de staart van den vos, hem in snelheid te overtreffen en te overwinnen. - -"O," riep hij wanhopig uit, "wat een bezoeking om zoo aan je kamer -gebonden te zijn! Ik zal nog sterven van verveling." - -Benedetta glimlachte slechts even, zonder een woord van verwijt of -verdriet over dien naïeven uitroep van zelfzucht. En zij was zoo -gelukkig hem in deze kamer, waar zij hem verpleegde, geheel voor -zichzelf te hebben! Maar haar liefde, die zoo jong en zoo verstandig -tegelijk was, had iets moederlijks in zich; en zij begreep heel -goed, dat hij het alles behalve prettig vond zoo beroofd van zijn -gewone genoegens en gescheiden te zijn van zijn vrienden, die hij -uit vrees, dat het verhaal van dien verrekten schouder hun verdacht -zou voorkomen, niet in de ziekenkamer toeliet. Geen feestmalen, -geen schouwburgavonden, geen bezoeken aan dames meer! Vooral echter -miste hij den Corso, het maakte hem ziek en wanhopig niets meer te -zien of te hooren, nu hij heel Rome niet meer van vier tot vijf uur -voorbijtrekken zag. Zoodra dan ook een enkele heel intieme vriend kwam, -scheen er geen einde aan het vragen te komen; of hij dezen ontmoet had, -of die weer verschenen was, hoe het met de amourette van een derde -afgeloopen was, of niet het een of andere schandaaltje de geheele stad -in beroering bracht: onbeteekenende verhalen, gewone babbelpraatjes, -kinderlijke intriges van een uur, waaraan hij tot nog toe al zijn -energie besteed had. - -Celia, die hem graag al die onschuldige praatjes kwam vertellen, -begon, terwijl zij haar heldere oogen, haar diepe, raadselachtige -meisjesoogen op hem richtte, na een kort zwijgen weer: - -"Wat duurt het toch een tijd, hé, eer zoo'n schouder beter is?" - -Had dit kind, dat alleen maar leefde voor de liefde, alles -geraden? Verlegen keek Dario naar Benedetta, die kalm bleef -glimlachen. Maar de kleine prinses begon al weer over iets anders. - -"Zeg, Dario, ik heb gisteren op den Corso een dame gezien..." - -Zij hield verlegen op, zelf verbaasd, dat die woorden haar -ontsnapten. Dan ging zij heel dapper door als een jeugdvriendin, -die in de kleine amourettes ingewijd is, door: - -"Ja, een knappe dame, die je heel goed kent. Zij had toch een ruiker -witte rozen." - -Ditmaal liet Benedetta aan haar vroolijkheid den vrijen loop, terwijl -ook Dario haar lachend aankeek. Zij had hem de eerste dagen geplaagd, -dat een zekere dame in het geheel niet naar hem liet vragen. In den -grond der zaak vond hij deze geheel natuurlijke breuk volstrekt niet -onaangenaam, want de liaison begon lastig te worden; en hoewel hij er -eenigszins door gekwetst werd in zijn ijdelheid, was hij toch blij te -hooren, dat Tonietta reeds een plaatsvervanger voor hem gevonden had. - -"O," antwoordde hij, "de afwezigen hebben altijd ongelijk." - -"De man, dien men liefheeft, is nooit afwezig," zeide Celia met haar -ernstig rein gezichtje. - -Maar Benedetta was opgestaan, om het kussen in den rug van den -herstellende op te schudden. - -"Kom, kom, Dario, alle ellende is nu uit. Ik zal je houden; je zult -niemand meer hebben om lief te hebben dan mij." - -Hij keek haar vol hartstocht aan en kuste haar op haar haren, want -zij had de waarheid gezegd: hij had nooit een andere lief gehad dan -haar, en zij vergiste zich evenmin, wanneer zij erop rekende, hem -altijd voor zich te behouden, zoodra zij zich aan hem gegeven zou -hebben. Sedert zij hem in deze kamer verpleegde, had zij tot haar -groot geluk het kind weer in hem teruggevonden, dat zij vroeger -onder de oranjeappelboomen der villa Montefiori in hem lief had -gehad. Ongetwijfeld ten gevolge van de verzwakking van het ras had -hij een zeldzame kinderlijkheid behouden, die soort terugkeer tot de -kindsheid, welken men bij zeer oude volkeren aantreft; hij speelde -op zijn bed met plaatjes, keek uren lang naar photographieën, die -hem aan het lachen maakten. Zijn onmacht om te lijden was nog grooter -geworden; hij wilde, dat zij vroolijk was en zong, en amuseerde haar -op zijn beurt met zijn beminlijken zelfzucht, die hem ertoe bracht van -een leven van voortdurende vreugde met haar te droomen. O, wat zou het -heerlijk zijn steeds samen in den zonneschijn te leven, niets te doen, -zich om niets te bekommeren, mocht ook de wereld ergens ineenstorten, -zonder dat men zich de moeite gaf er naar te gaan kijken! - -"Maar het meest verheug ik mij er toch in," zeide Dario zonder eenigen -overgang, "dat mijnheer de abbé verliefd geworden is op Rome." - -Pierre, die zwijgend geluisterd had, stemde toe. - -"Dat is zoo." - -"Ik heb het u wel gezegd," merkte Benedetta op; "er is tijd, veel -tijd voor noodig, om Rome te begrijpen en lief te hebben. Als u maar -veertien dagen gebleven was, zoudt u een heel slechte meening van ons -medegenomen hebben, terwijl wij nu na twee lange maanden heel rustig -zijn; nooit meer zult u zonder liefde aan ons denken." - -Zij was betooverend en bekoorlijk, terwijl zij het zeide, en hij -knikte opnieuw. Maar hij had reeds over dat verschijnsel nagedacht -en meende de oplossing ervan reeds gevonden te hebben. Wanneer -men naar Rome komt, brengt men een eigen Rome mede, een gedroomd, -door de phantasie zóó veredeld Rome, dat het echte Rome een bittere -teleurstelling geeft. Men moet dan ook, om de phantasie tijd te geven -nogmaals te werken en de dingen te zien zooals zij zijn, nog slechts -door de wonderbare pracht van het verleden zien, tot men daaraan -gewend raakt, tot de middelmatige werkelijkheid wat verzacht wordt. - -Celia stond op en nam afscheid. - -"Tot ziens... En is er nu gauw bruiloft, Dario?... Je weet, dat ik -vóór het eind van de maand de bruid wil zijn. Ja, ja, ik zal mijn -vader dwingen een groote soirée te geven... Wat zou het heerlijk zijn, -als we tegelijk konden trouwen!" - - - -Twee dagen later na een lange wandeling door Trastevere, gevolgd -door een bezoek aan den palazzo Farnese, voelde Pierre hoe de -verschrikkelijke en droefgeestige waarheid omtrent Rome zich in -hem openbaarde. Verschillende malen reeds had hij Trastevere, welks -ellendige bevolking zijn liefde voor de armen en lijdenden aangetrokken -had, doorkruist. O, dat riool van ellende en onwetendheid! Hij had -te Parijs afschuwelijke voorstadshoeken gezien, geheele huizenreeksen -van verschrikking, waarin de menschheid samenhokte en vervuilde. Maar -niets haalde bij dezen stilstand in zorgeloosheid en vuilheid. Zelfs -op de mooiste dagen van dit zonneland verkilde een vochtig donker -deze bochtige, nauwe, kelderachtige steegjes; vooral de stank was -onhoudbaar, een walgelijke stank, die den voorbijgangers op de keel -sloeg, een stank van zure groenten, ranzige olie, menschelijk vee, -dat daar opgesloten was in zijn mest en drek. - -Het waren oude, onregelmatige krotten, daar neergeworpen in een -pêle-mêle, dat zoo geliefd was bij de kunstenaars, met donkere, -gapende deuren, die onder den grond wegzonken, met buitentrappen, -die naar de verschillende verdiepingen leidden, met houten balkons, -die als door een wonder in de ruimte in evenwicht gehouden worden. Er -waren half in elkaar gevallen gevels, die men met behulp van balken -had moeten stutten; smerige woningen, door welker gebarsten ruiten -men het vuil zien kon; allerlei treurige winkeltjes: de heele, in de -open lucht zich bevindende keuken van een lui volk, dat zelf niet -kookte; de vischbakkerijen met haar in stinkende olie zwemmende -stukken polenta en visschen; de kooplieden in gekookte groenten, -die koud geworden en kleverige rapen, bosjes selderie, bloemkool en -spinazie uitstalden. Het slecht gesneden vleesch in de slagerswinkels -was zwart; dierennekken waren met bloedklonters bezaaid, als waren -zij zoo van de beesten afgerukt. - -De brooden van de bakkers lagen als ronde keisteenen op de planken; -arme fruitvrouwen hadden voor hun met gedroogde en aan een draad -geregen tomaten bekranste deuren niets dan Spaansche peper en -pijnappels. De eenige aantrekkelijke winkels waren die van de -delicatessenhandelaren, wier pekelvleesch en kaas met hun scherpen geur -den stank van de goten wat verminderde. De loterijkantoren, waar de -winnende nummers aangeplakt waren, wisselden af met kroegen; iedere -dertig passen was een kroeg, die met groote letters aankondigde, -dat daar de uitgelezen wijnen der Romeinsche kasteelen Genzano, -Marino en Frascati te krijgen waren. De geheele wijk wemelde van een -havelooze, door vervuiling zwarte bevolking, van troepen halfnaakte -kinderen, die door ongedierte opgegeten werden, van gesticuleerende -en schreeuwende vrouwen met loshangende haren, loshangende jakken -en kakelbonte rokken, van grijsaards, die onder een zwerm zoemende -muggen en vliegen onbeweeglijk op banken zaten. - -Het was een nietsdoend en toch druk leven te midden van het -voortdurende heen en weer geloop van kleine ezeltjes, die karren -trokken, van mannen, die met zweepen kalkoenen voortdreven, -van enkele onrustige, zenuwachtige touristen, die dadelijk door -troepen bedelaars bestormd werden. Schoenlappers zaten kalm op het -trottoir te werken. Voor de deur van een kleermaker hing een oude, -met aarde gevulde emmer, waarin een plant groeide. Van alle ramen, -van alle balkons hing aan touwen, die van het eene huis naar het -andere gespannen waren, over de straat de wasch te drogen, vodden en -lompen zonder naam, die als het ware de symbolische vaandels van de -afzichtelijke ellende waren. - -Pierre voelde, hoe zijn van naastenliefde overstroomende ziel -ineenkromp van eindeloos medelijden. Ja, zeker, men moest die zieke -en verpeste wijken, waarin het volk zoo lang gehokt had als in een -vergiftigden kerker, met den grond gelijk maken. Ja, hij voelde -alles voor gezondmaking, voor slooping, ook al moest het oude Rome -tot groote ergernis der kunstenaars daardoor gedood worden. Reeds -was Trastevere zeer veranderd, boorden nieuwe straten er luchtgaten, -waar het zonlicht in breede stralen binnendrong. Wat ervan overbleef, -scheen te midden van die gesloopte huizen en van die onlangs ontstane -gaten, groote terreinen, waarop men nog niet had kunnen bouwen, -nog zwarter en vuiler. De ontwikkeling van deze stad interesseerde -hem. Later zou men ongetwijfeld verder gaan met bouwen; maar wat voor -een opwindend oogenblik was het, dat de oude stad en de nieuwe te -midden van zoovele moeilijkheden als het ware zieltoogde! Men had het -vuile, onder excrementen, gootwater en groentenafval verdronken Rome -moeten kennen. Het onlangs met den grond gelijk gemaakte Ghetto had -sedert eeuwen den bodem met zulk een menschelijke vuilheid doordrenkt, -dat het nog kale bouwterrein, dat vol bulten en modderkuilen was, nog -steeds een vreeselijken peststank uitwasemde. Men deed er zeer goed -aan het op die wijze lang te laten drogen en zich reinigen in de zon. - -In al deze wijken aan beide oevers van den Tiber, waar belangrijke -openbare werken van wege de stad uitgevoerd worden, stoot men -bij iederen stap op hetzelfde: men volgt een nauwe, stinkende, -vochtig-kille straat met sombere gevels en daken, die elkaar -bijna aanraken, en komt dan plotseling op een lichte, open plek, -die de spaden en bijlen gehouwen hebben in het bosch van de oude, -melaatsche krotten. Er zijn daar pleinen, breede trottoirs, hooge witte -gebouwen, met beeldhouwwerk, een moderne hoofdstad in aanleg. Overal -ziet men stukken van geprojecteerde wegen; het is een reusachtige -werkplaats, die de financieele crisis thans dreigt te vereeuwigen; -de stad van morgen is in haar groei belemmerd en blijft met haar -matelooze, overhaaste en detoneerende beginwerken staan, als kon -zij niet verder. Maar desniettemin was het een goed en hygienisch -werk, dat voor een groote en moderne stad een absolute en sociale -noodzakelijkheid was, als men ten minste het oude Rome niet wilde -laten vervuilen als een merkwaardigheid uit lang vervlogen tijd, -als een museumstuk, dat men onder glas bewaart. - -Dien dag maakte Pierre, toen hij zich van Trastevere naar den palazzo -Farnese, waar hij verwacht werd, begaf, een omweg door de Via di -Pettinari en de Via di Giubbonari, waarvan de eerste zoo somber en -tusschen den grooten, zwarten muur van het hospitaal en de ellendige -krotten daartegenover samengedrukt is, terwijl de tweede één en -al leven is door den voortdurenden menschenstroom en opgevroolijkt -wordt door de etalages der juweliers met de dikke gouden kettingen -en die van de modemagazijnen, waar groote blauwe, gele, groene en -roode zijden banen in glanzende tinten schitteren. De arbeiderswijk, -die hij pas doorloopen had, en de kleinhandelaarswijk, die hij nu -doorging, riepen hem het stadsgedeelte vol afgrijselijke ellende voor -den geest, dat hij reeds bezocht had, de beklagenswaardige massa der -arbeiders, die door het stopzetten van het werk tot den bedelstaf -gebracht waren en tusschen de prachtige en verwaarloosde gebouwen -der Prati del Castello kampeerden; dat arme, dat ongelukkige, kind -gebleven volk, dat, door eeuwen van theocratie in een onwetendheid en -lichtgeloovigheid van wilden gehouden, aan den nacht van zijn geest, -aan het lijden van zijn lichaam zóó gewend is geraakt, dat het ondanks -alles thans buiten den maatschappelijken réveil blijft en gelukkig is, -wanneer men het in vrede genieten laat van zijn trots, zijn luiheid en -zijn zon. Het scheen blind en doof in zijn verval te zijn, het zette -zijn leven van stilstand van vroeger te midden van de evolutie van het -nieuwe Rome voort, zonder er iets anders van te merken dan de lasten, -nu de oude wijken, waarin hij woonde, met den grond gelijk gemaakt, -de gewoonten veranderd, de levensmiddelen duurder werden, alsof licht, -reinheid en gezondheid het lastig vielen, daar men ze met een groote -financieele en arbeidscrisis betalen moest. - -Maar, hetzij men er werkelijk die bedoeling mede gehad had of niet, in -den grond der zaak werd Rome alleen ter wille van het volk gereinigd -en met het doel, er een groote, moderne hoofdstad van te maken, -opnieuw opgebouwd; want aan het einde van die veranderingen staat -de democratie; het volk zal morgen de steden erven, waaruit men de -vuilheid en de zieken verjaagt, waarin de wet van den arbeid zich -ten slotte organiseert en de ellende doodt. En daarom moet men, ook -al vervloekt men de rein gehouden ruïnen en het Colosseum, nu het -van zijn klimop en zijn struiken en zijn wilde flora bevrijd is, die -de jonge Engelsche dames in haar herbarium opnemen, ook al maakt men -zich boos over de foei-leelijke vestingmuren, die den Tiber gevangen -houden, ook al beweent men de zoo romantische oevers met hun groen -en hun oude, in het water duikende huizen, toch tot zichzelf zeggen, -dat het leven geboren wordt uit den dood en dat het morgen noodzakelijk -opbloeien moet uit het stof van het gisteren. - -Terwijl Pierre deze dingen overdacht, was hij op de eenzame, -regelmatige piazza Farnese met haar gesloten huizen en haar twee -fonteinen gekomen, waarvan de eene in de volle zon te midden van de -groote stilte een eindeloozen straal van paarlen vallen deed. Hij -bleef een oogenblik staan kijken naar den kalen en monumentalen -gevel van het zware, vierkante paleis, zijn hooge poort, waarop de -driekleurige vlag wapperde, zijn dertien gevelramen, zijn beroemde, -zoo kunstrijke fries. Dan ging hij naar binnen. Een vriend van Narcisse -Habert, een der gezantschapsattachés, die hem aangeboden had hem het -reusachtige paleis, het mooiste van Rome, en dat Frankrijk voor zijn -gezant gehuurd had, te laten zien wachtte hem daar. O, dat geweldige, -weelderige en doodsche paleis met zijn groote, vochtig-donkere, door -een zuilengaanderij omgeven binnenplein, zijn reusachtige trap met -de lage treden, zijn eindelooze gangen, zijn te groote galerijen en -zalen. Het was de majestueuse praal van den dood; een ijskoude kilte -viel van de muren en drong door tot in de beenderen van de menschelijke -mieren, die zich onder de gewelven waagden. - -De attaché bekende met een discreet glimlachje, dat de ambassade er -zich doodelijk verveelde; 's zomers werd zij gebraden, 's winters -tot ijs verstijfd. Slechts het door den gezant bewoonde gedeelte, -de eerste verdieping, die op den Tiber uitzag, was iets rianter en -levendiger. Daar ziet men van uit de beroemde galerij der Carrachi -den Janiculus, de Corsini-tuinen, de Acqua Paolo boven de S. Pietro in -Montorio. Dan komt na een grooten salon het studeervertrek, waarin een -stille, door de zon opgevroolijkte vrede heerscht. Maar de eetzaal, -de woonkamers en de andere door het personeel bewoonde vertrekken -vallen weer terug in het sombere donker van een zijstraat. - -Al die groote, zeven à acht meter hooge vertrekken hebben prachtige, -geschilderde of gebeeldhouwde plafonds, kale muren, waarvan sommige -met fresco's versierd zijn, verschillende stijlen van meubelen, -prachtige wandtafeltjes tusschen allerlei moderne bric-à-brac. En -die troosteloosheid der dingen werd iets afschuwlijks, wanneer men -in de galavertrekken komt, de groote eerezalen, die aan den op de -binnenplaats uitzienden gevel liggen. Geen meubel, geen behang meer, -niets dan een ruïne, verlaten, aan spinnen en ratten prijsgegeven -zalen. De ambassade gebruikte er slechts één, waarin zij op wit -houten tafels, op den grond en in alle hoeken haar stoffige archieven -opbergt. Daarnaast is de reusachtige, tien meter en twee verdiepingen -hooge zaal, die de eigenaar, de voormalige koning van Napels, voor zich -gereserveerd had, een ware rommelkamer, waar maquettes, onvoltooide -beelden en een buitengewoon mooie sarcophaag rondslingeren te midden -van een onzegbaren massa onherkenbare puinhoopen. - -En dat is nog slechts een gedeelte van het paleis; de rez-de-chaussée -is geheel onbewoond, onze Ecole de Rome gebruikt een hoekje van de -tweede verdieping, terwijl onze ambassade zich opeenhoopt in den -meest bewoonbaren vleugel van de eerste, genoodzaakt als zij is het -overige niet te gebruiken en de deuren te sluiten en te grendelen, -om zich de onnoodige moeite van schoonhouden te besparen. Zeker het -is koninklijk het door paus Paulus III gebouwde en meer dan een eeuw -door kardinalen betrokken paleis Farnese te bewonen, maar welk een -gruwlijke ongemaklijkheid, welk een afschuwlijke melancholie in die -onmetelijke ruïne, waarvan drie vierden der vertrekken dood zijn, -nutteloos, onbewoonbaar, van het leven afgesneden! En 's avonds, o, -'s avonds! Dan worden de poort, de binnenplaats, de trap, de gangen -in een dichte duisternis gevangen, strijden de enkele, walmende -lantaarns vergeefs, moet men een eindeloozen tocht maken door die -lugubere woestijn van steenen, om in den warmen, gezelligen salon -van den gezant te komen! - -Gedrukt en met kloppende slapen verliet Pierre het paleis. En alle -andere paleizen, al de groote paleizen, die hij op zijn wandelingen -gezien had, richtten zich voor zijn geestesoog op; alle waren -beroofd van hun pracht, de vorstelijke hofhoudingen van vroeger waren -verdwenen, alle waren vervallen tot ongerieflijke huurhuizen. Wat -moest men thans met die galerijen, met die grootsche zalen beginnen, -nu geen vermogen groot genoeg was om daarin het weelderige leven te -leiden, waarvoor men ze gebouwd had? - -Prinsen, die, als prins Aldobrandini met zijn talrijke nakomelingschap, -hun paleis alleen bewoonden, waren zeldzaam. Bijna allen verhuurden de -oude verblijven van hun voorouders aan maatschappijen of particulieren, -terwijl zij voor zichzelf een verdieping of soms zelfs maar een -reeks appartementen in het donkerste hoekje behielden. Verhuurd was -de palazzo Chigi: de rez-de-chaussée aan banken, de eerste verdieping -aan de Oostenrijksche ambassade, terwijl de prins en zijn familie de -tweede met een kardinaal deelden. Verhuurd was de palazzo Sciarra: -de eerste verdieping aan den minister van Buitenlandsche Zaken, de -tweede aan een senator, terwijl de prins en zijn moeder zich met den -rez-de-chaussée tevreden moesten stellen. Verhuurd was de palazzo -Barberini: de rez-de-chaussée, de eerste en tweede verdieping aan -verschillende families, terwijl de prins op de derde verdieping in -de vroegere kamers van het dienstpersoneel huisde. Verhuurd was de -palazzo Borghese: de rez-de-chaussée aan een koopman in oudheden, de -eerste verdieping aan een vrijmetselaarsloge, de rest aan families, -terwijl de prins zelf slechts een paar kamers van een klein burgerlijk -huis had. Verhuurd was de palazzo Odelscachi, verhuurd de palazzo -Colonna, verhuurd de palazzo Doria, terwijl de prinsen er nog slechts -het bekrompen bestaan van goede huiseigenaars leidden en uit hun -eigendom het grootst mogelijke profijt trokken, om rond te komen. - -Een verwoestende wind woei over het Romeinsche patriciaat, de grootste -vermogens waren in de financieele crisis gebleven; slechts weinigen -bleven rijk. En welk een rijkdom was dat nog! Een onbeweeglijke, -doode rijkdom, dien handel noch industrie konden hernieuwen. De -talrijke prinsen, die getracht hadden zaken te doen, waren van alles -beroofd. Den anderen, die door dat voorbeeld afgeschrikt waren en -bovendien gebukt gingen onder zware belastingen, welke hun bijna -het derde gedeelte van hun inkomsten ontnamen, bleef niets anders -over dan toe te zien, hoe hun laatste stilstaande millioenen door -deelingen verbrokkeld werden en stierven, daar het geld, evenals -al het andere, sterft, wanneer het geen vruchten meer draagt in een -levenden bodem. Het was nog slechts een quaestie van tijd, want de -ruïne was onvermijdelijk, een absoluut, historisch noodlot. Zij, -die er zich toe verlaagden om te verhuren, streden nog om hun leven, -trachtten zich te schikken in en te richten naar het tegenwoordige, -door er zich toe te dwingen tenminste de eenzaamheid van hun al te -groote paleizen te bevolken, terwijl de dood reeds woonde bij de -koppigen en hoogmoedigen, die zich inmetselden in het graf van hun -geslacht, zooals de angstaanjagende, in stof vallende, in donker en -zwijgen verstarde palazzo Boccanera, waarin men slechts nu en dan den -dof over het gras van de binnenplaats rollenden, ouden karos van den -kardinaal hoorde, als hij uitreed of thuiskwam. - -Maar Pierre was vooral onder den indruk van die twee op elkaar volgende -bezoeken aan Trastevere en aan den palazzo Farnese; het eene wierp -een licht op het andere en beide leidden tot een slotsom, die zich nog -nooit met een zoo vreeselijke helderheid in hem geformuleerd had: nog -geen volk en weldra geen aristocratie meer. Dat liet hem niet meer los, -vervolgde hem overal. Het volk, door de geschiedenis en het klimaat -in een lange kindsheid gehouden, was, zooals hij gezien had, zóó -ellendig, zóó onwetend, zóó berustend, dat er lange jaren van opvoeding -en onderwijs noodig zouden zijn, om het te vormen tot een sterke, -gezonde, werkzame, zich van haar rechten evenals van haar plichten -bewuste democratie. De aristocratie stierf uit in haar instortende -paleizen, zij was niet meer dan een uitgeput, ontaard ras, zóó vermengd -bovendien met Amerikaansch, Oostenrijksch, Poolsch en Spaansch bloed, -dat het zuivere Romeinsche bloed een zeldzame uitzondering werd, -afgezien nog van het feit, dat zij opgehouden had in krijgsdienst of -in dienst der kerk te staan, daar het haar tegen de borst stuitte het -constitutioneele Italië te dienen en uit het Heilige College trad, -waarin alleen parvenu's het purper aantrokken. En tusschen de kleinen -beneden en de machtigen boven bestond nog geen stevig gegrondveste, -door een nieuw sap sterke bourgeoisie, die verstandig en ontwikkeld -genoeg was, om de overgangsopvoedster der natie te zijn. - -De bourgeoisie bestond uit voormalige bedienden, de voormalige -beschermelingen van de prinsen, de pachters, die hun landgoederen -huurden, de intendanten, notarissen of advocaten, die hun vermogens -beheerden; zij bestond uit ambtenaren, employé's van iederen rang en -stand, afgevaardigden en senatoren, die de regeering uit de provincies -medegebracht had; zij bestond ten slotte uit de zwerm vraatzuchtige -valken, die op Rome neerstreken, de Prada's en de Sacco's, de uit -het geheele koninkrijk saamgestroomde roofmenschen, wier klauwen en -bek alles, het volk en de aristocratie, verslonden. Voor wie had men -dan gewerkt? Voor wie de reuzenwerken begonnen van het nieuwe Rome, -die van een zóó matelooze hoop en hoogmoed getuigden, dat men ze niet -afmaken kon? Over Rome woei een wind van verschrikking; een gekraak -deed zich hooren, dat in alle liefhebbende harten onrust en tranen -wakker riep! Ja, het einde van een wereld dreigde: nog geen volk en -geen aristocratie meer, slechts een verslindende bourgeoisie, die de -buit tusschen de puinhoopen zocht. - -En welk een verschrikkelijk symbool waren die nieuwe paleizen, welke -men gebouwd had naar het reusachtige voorbeeld der vroegere paleizen, -deze groote, weelderige paleizen, welke uit den grond opgerezen waren -voor honderdduizenden zielen, waarop men gehoopt had, doch die niet -gekomen waren; deze paleizen, waarin zich de toenemende rijkdom, -de triompheerende luxe van de nieuwe wereldhoofdstad had moeten -vestigen, en die nu de jammerlijke, bezoedelde en reeds wankele -toevluchtsoorden voor de zwartste ellende van het volk, voor alle -bedelaars en vagebonden geworden waren! - -Den avond van dien dag bracht Pierre, toen het reeds donker -geworden was, een uur door op de kade van den Tiber voor den palazzo -Boccanera. Er heerschte een plechtige stilte, een eenzaamheid, zooals -men die nergens vindt, en waarin hij graag vertoefde, niettegenstaande -Victorine beweerde, dat het er niet veilig was. En inderdaad, op -zulke pikdonkere avonden als deze had geen moordenaarshol ooit een -tragischer decor gehad. - -Geen levende ziel, geen voorbijganger; rechts en links en recht -vooruit stilte, donkerte leegte. De palissaden, die aan alle kanten -de reusachtige verlaten werkplaats insloten, versperden zelfs aan -honden den toegang. Op den hoek van het in het donker verzonken -paleis wierp een gaslantaarn, die sedert de ophooping dieper was -komen te liggen vlak bij den grond een schemerlicht op de bultige -kade; de materialen, die waren blijven slingeren, de hoopen steenen -en tegels vormden groote, onbestemde schaduwen. Rechts plekten -enkele lichtjes op de Ponte S. Giovanni de'Fiorentini en voor de -ramen van het Heilige-Geest-hospitaal. Links verdwenen en zonken de -verre stadswijken weg op den achtergrond van den rivierloop. Recht -tegenover lag Trastevere; de huizen op den steilen oever, waar -slechts enkele vensters door een dof schijnsel geel verlicht werden, -maakten den indruk van bleeke, onduidelijke spookgestalten, terwijl -daarboven een donkere streep de ligging aangaf van den Janiculus, -waarop de lantaarns van de een of andere wandelplaats een driehoek van -sterren deden fonkelen. De Tiber, die in de avonduren zoo melancholiek -majestueus was, trok Pierre het meest aan. Hij bleef, op de steenen -borstwering geleund, minuten lang kijken hoe hij tusschen zijn nieuwe -muren stroomde, die 's avonds het zwarte en monsterachtige uiterlijk -aannamen van een gevangenis, die men daar voor een reus gebouwd -zou hebben. - -Zoolang in de huizen aan de overzijde lichten brandden, kon hij zien, -hoe de zware wateren langzaam voorbij kabbelden in de reflexen, -welker rimpeling hun een mysterievol leven gaf. En hij droomde -eindeloos van het beroemde verleden dezer rivier; dikwijls riep -hij zich de legende voor den geest, die beweert, dat fabelachtige -rijkdommen in de modder van zijn bed begraven zijn. Bij iedere -invasie der barbaren, en speciaal bij de plundering van Rome, zou -men er de schatten der tempels en der paleizen in geworpen hebben, -om ze aan de hebzucht der overwinnaars te onttrekken. Waren die -gouden strepen, die daar in het ondoorzichtige water beefden, niet -de gouden kandelaar met zeven armen, dien Titus medegebracht had uit -Jeruzalem? En die witte schimmen, welke onophoudelijk door den wind -van vorm veranderden, waren dat geen zuilen en standbeelden? En die -diepe vlammige weerschijnen, waren dat geen kostbare bekers en vazen, -geen met edelgesteenten bezette kleinodiën? Welk een droom was dat -even geziene wemelen in den schoot der rivier, dat verborgen leven -van die schatten, welke daar eeuwen lang geslapen zouden hebben! En -welk een verwachtingen voor den trots en het weer rijk worden van -een volk vormden die wonderdadige schatten, welke men in den Tiber -zou vinden, wanneer men hem eenmaal droog zou kunnen leggen, waarvoor -reeds plannen ontworpen waren. Misschien lag daar het geluk van Rome! - -Maar op dien zoo donkeren avond dacht Pierre, terwijl hij zoo over de -borstwering leunde, slechts aan de strenge werkelijkheid. Hij zette -zijn overpeinzingen van den dag, die zijn bezoek aan Trastevere in -hem gewekt hadden, voort en kwam bij het zien van dat doode water -tot de slotsom, dat de groote ramp, waaronder Italië leed, daarin -bestond, dat men Rome gekozen had, om er een moderne hoofdstad van te -maken. Hij wist zeer goed, dat die keuze onvermijdelijk was, daar Rome -de koningin der glorie, de oude wereldheerscheresse was, de stad, -aan welke de eeuwigheid beloofd was, zonder welke de nationale -eenheid steeds onmogelijk geschenen was, zoodat een vreeselijk -dilemma gesteld werd, daar zonder Rome Italië niet bestaan kon en -dit met Rome zeer moeilijk bleek te zijn! O welk een onheilvolle -stem nam deze doode rivier in den avond aan! Geen boot was te zien, -geen beweging van handels- of industriedrukte, die leven brengt aan -het hart van een groote stad. Ongetwijfeld had men mooie plannen -gemaakt: Rome zeehaven, het rivierbed zóó diep uitgegraven, dat -schepen met groote tonneninhoud tot den Aventinus zouden kunnen -komen. Doch dat waren slechts hersenschimmen, nauwlijks had men den -mond, die telkens weer verzandde, kunnen vrijmaken. En de andere -reden van den doodsstrijd, de Campagna romana, de doodenwoestijn, -waar de doode rivier door stroomde en die Rome met een gordel van -onvruchtbaarheid omgaf? Men sprak er wel over haar te draineeren, -haar te beplanten; men discussieerde tot in het eindelooze over de -vraag, of zij onder de oude Romeinen vruchtbaar geweest was of niet; -Rome bleef desniettemin midden in zijn groot kerkhof liggen als een -stad van vroeger, die voor eeuwig van de overige wereld afgescheiden -is door een steppe, waarin zich het stof van eeuwen opgehoopt heeft. - -De geographische oorzaken, die haar eens de wereldheerschappij gegeven -hebben, bestaan thans niet meer. Het centrum der beschaving heeft -zich opnieuw verplaatst, het bekken der Middellandsche Zee is onder -machtige naties verdeeld. Alles gaat naar Milaan, de stad van handel -en nijverheid, terwijl Rome in het vervolg slechts een doorgangsplaats -is. De meest heldhaftige pogingen der laatste vijf-en-twintig jaar -hebben de stad dan ook niet uit haar onoverwinlijken slaap kunnen -rukken. De hoofdstad, die men te vlug heeft willen improviseeren, is -stationnair gebleven en heeft de natie bijna geruïneerd. De nieuwe -bewoners, de regeering, de Kamers, de ambtenaren doen er niet veel -meer dan even hun tenten opslaan en vluchten bij de eerste warme -dagen, om het doodende klimaat te vermijden; en dit geschiedt in -zoo'n sterke mate, dat de hotels en magazijnen gesloten worden, -de straten en parken als uitgestorven schijnen, daar de stad geen -werkelijk leven bezit en onmiddellijk in den dood terugvalt, zoodra -het kunstmatige leven, dat haar bezielt, haar weer verlaat. - -Zoo blijft dan alles stilstaan in deze hoofdstad, waarvan de bevolking -thans af- noch toeneemt, waarin een nieuwe stuwkracht van geld en -menschen noodig is, om de reusachtige, nuttelooze gebouwen der nieuwe -wijken af te maken en te bevolken. En wanneer het waar was, dat het -morgen steeds weer opbloeit uit het stof van het gisteren, dan moest -men zich tot hoop dwingen. Maar was de bodem niet uitgeput? Was, -nu zelfs de bouwwerken er niet meer opschieten wilden, het sap, -dat gezonde individuen en krachtige naties schept, ook niet voor -eeuwig opgedroogd? - -Naarmate het later werd, gingen de lichten in de tegenoverliggende -huizen van Trastevere één voor één uit. En door wanhoop overmand, -bleef Pierre nog lang gebogen staan over de nu zwarte wateren. Het -was een eindelooze duisternis; in den diepen nacht van den Janiculus -bleef niets over dan de sterrendriehoek van de gaslantaarns. Geen -enkele weerschijn vlamde den Tiber meer met een rimpeling van goud, -liet meer het tragische visioen der fabelachtige rijkdommen onder -zijn mysterievollen loop dansen; het was nu uit met de legende, -met den gouden, zevenarmigen kandelaar, met de gouden vazen, met de -gouden kleinoodiën, met dezen geheelen droom van een ouden schat, die -als de oude roem van Rome zelf, in den nacht weggezonken was. Geen -lichtglans, geen geluid, de eindelooze slaap, niets dan het dikke, -zware droppelen van een goot rechts, die men niet zien kon. Ook -het water was verdwenen, Pierre voelde nog slechts het loodzware -voortstroomen in de duisternis, den neerdrukkenden ouderdom, de -eeuwenoude uitputting, de eindelooze triestheid van dezen oerouden -en glorierijken Tiber, die naar het Niets verlangde en voortaan -nog slechts den dood eener wereld scheen voort te stuwen. Alleen de -groote, rijke hemel, de eeuwige, pralende hemel ontplooide nog boven de -schaduwrivier, die de ruïnen van bijna drie duizend jaar voortstuwde, -het schitterende leven van zijn millioenen sterren. - -Toen Pierre, alvorens naar zijn kamer te gaan, een oogenblik naar de -kamer van Dario ging, vond hij daar Victorine, die bezig was alles -in gereedheid te brengen voor den nacht. - -"Wat, mijnheer de abbé, bent u op dit uur weer op de kade gaan -wandelen?" riep zij op verwijtenden toon, toen zij hoorde waar hij -vandaan kwam. "Wilt u dan met alle geweld een messteek krijgen... Neen -hoor, mij zouden zij er niet toe krijgen in deze vervloekte stad zoo -laat versche lucht te gaan happen." - -Dan wendde zij zich met haar gewone familiariteit tot den prins, -die op een fauteuil lag te glimlachen. - -"Zeg, dat meisje, die Pierina, is niet meer teruggeweest, maar ik -heb haar tusschen de puinhoopen zien sluipen." - -Met een gebaar legde Dario haar het zwijgen op en wendde zich nu tot -den priester. - -"Maar u hebt toch met haar gesproken. Het wordt toch eigenlijk te -gek... Stel je voor, dat die woesteling van een Tito zijn mes in mijn -anderen schouder komt steken!" - -Plotseling zweeg hij; hij zag Benedetta voor zich staan, die -ongemerkt binnengekomen was, om hem goeden nacht te zeggen. Hij werd -erg verlegen, wilde iets zeggen, een verklaring geven, haar zijn -volkomen onschuld in dit avontuur bezweren. Maar zij glimlachte en -zeide slechts liefdevol: - -"Ik ken je geschiedenis, Dario. Je begrijpt toch wel, dat ik niet -zoo dom ben, of ik heb erover nagedacht en het begrepen... Dat ik er -niet verder naar gevraagd heb, komt alleen, omdat ik alles wist en -toch van je hield." - -Zij was zoo gelukkig; zij had dien avond vernomen, dat monsignor -Palma, de verdediger van het huwlijk in haar echtscheidingsproces, -zich voor den aan zijn neef bewezen dienst dankbaar had betoond door -een voor haar gunstige memorie in te dienen. Niet dat de prelaat, -die niet gaarne zijn eigen woorden herroepen wilde, zich geheel aan -haar zijde geschaard had, maar de verklaringen der beide geneesheeren -hadden hem toch in staat gesteld tot een zekeren maagdelijken staat -te concludeeren, en hij had, heenglijdend over het feit, dat de niet -voltrekking van het huwlijk haar oorzaak vond in den tegenstand der -vrouw, de feiten zóó handig gegroepeerd, dat zij een nietigverklaring -noodzakelijk maakten. Daar iedere hoop op toenadering vergeefsch -was, stond het vast, dat de echtgenooten in voortdurend gevaar -verkeerden tot onkuischheid te vervallen. Hij maakte een discrete -toespeling op den echtgenoot, als om aan te toonen, dat deze reeds -onder die verleiding bezweken was, om dan de hooge moraliteit der -vrouw, haar vroomheid, alle deugden, die een waarborg vormden voor -haar waarheidsliefde, te prijzen. Zonder het met zoovele woorden te -zeggen, refereerde hij zich aan de wijsheid der congregatie. Maar daar -monsignor Palma ongeveer de argumenten van advocaat Morano herhaalde -en Prada er hardnekkig bij bleef niet te verschijnen, scheen het -aan geen twijfel onderhevig of de congregatie zou met een groote -meerderheid tot de nietigverklaring adviseeren, zoodat de Paus deze -zou kunnen uitspreken. - -"Nu zijn we tenminste aan het eind van onzen lijdenstocht, Dario! Maar -wat een geld heeft het gekost! Tante zegt, dat we nauwlijks droog -brood en water over hebben!" - -Zij lachte met de heerlijke zorgeloosheid van een hartstochtelijk -verliefde vrouw. Niet dat een proces voor de congregatie zoo kostbaar -was, want in principe waren die kosteloos. Maar er waren oneindig veel -kleine onkosten, alle ondergeschikte beambten, de medische deskundigen, -de afschriften, de memories, de pleidooien. Bovendien, ook al kocht -men natuurlijk de stemmen der kardinalen niet, zoo kwamen toch enkele -stemmen op groote sommen te staan, wanneer men op de omgeving van Hunne -Eminenties invloed wilde uitoefenen, afgezien nog van het feit, dat -groote geldgeschenken in het Vaticaan, wanneer zij met takt gegeven -worden, de grootste moeilijkheden uit den weg ruimen. En ten slotte -had de neef van monsignor Palma veel gekost. - -"Als ze ons, nu je weer genezen bent, maar gauw laten trouwen, dat is -het eenige, wat we hun vragen, niet waar, Dario?... Als ze willen, zal -ik hun nog mijn paarlen geven, het eenige vermogen, dat ik nog bezit." - -Ook hij lachte, want geld had in zijn leven nooit een rol gespeeld. Hij -had nooit zooveel gehad als hij wel wilde, hij hoopte eenvoudig -steeds bij zijn oom, den kardinaal, te kunnen wonen, die het jonge -paar niet op straat zetten zou. Bij hun ruïne beteekenden honderd, of -tweehonderd duizend francs niets voor hem; hij had wel hooren zeggen, -dat sommige echtscheidingen meer dan vijfhonderd duizend francs gekost -hadden. Hij antwoordde dan ook schertsend: - -"Geef hun ook mijn ring, geef hun alles, lieveling; wij zullen in -dit oude paleis heel gelukkig leven, ook al moesten wij de meubels -verkoopen." - -In haar geestdrift nam zij zijn hoofd tusschen haar beide handen en -kuste hem in een opwelling van grooten hartstocht op zijn beide oogen. - -Dan wendde zij zich plotseling tot Pierre: - -"O, neem me niet kwalijk, mijnheer de abbé, ik had nog een boodschap -voor u ook... Ja, van monsignor Nani, die ons daarnet de blijde tijding -gebracht heeft; hij heeft mij opgedragen u te zeggen, dat u u te veel -op den achtergrond houdt, dat u meer moet werken voor de verdediging -van uw boek." - -Verbaasd luisterde Pierre naar haar. - -"En juist hij heeft me aangeraden mij zoo weinig mogelijk te laten -zien." - -"Dat is zoo. Maar het schijnt, dat het oogenblik nu gekomen is, -dat u de menschen opzoeken, uw zaak bepleiten, u roeren moet in één -woord! En nog iets: hij is ook den naam van den rapporteur te weten -gekomen, aan wien men opgedragen heeft uw boek te onderzoeken. Het -is monsignor Fornaro, die op de piazza Navona woont." - -Pierre voelde zijn verbazing grooter worden. Het gebeurde nooit, -dat de naam van een rapporteur bekend werd, deze bleef geheim om het -oordeel zoo vrij mogelijk te houden. Zou een nieuwe phase in zijn -verblijf te Rome beginnen? - -"Ik dank u zeer," antwoordde hij eenvoudig. "Ik zal handelen en -iedereen bezoeken." - - - - - - - - -TIENDE HOOFDSTUK - - -Pierre, die niets liever wilde dan zoo spoedig mogelijk een eind -maken aan de zaak, trachtte den volgenden dag reeds aan het werk te -gaan. Maar een twijfel had zich van hem meester gemaakt: bij wien -moest hij het eerst aankloppen, wien moest hij het eerst bezoeken, -wanneer hij in een zoo gecompliceerd en zoo ijdel milieu geen fout -wilde begaan? Toen hij zijn kamer verliet, zag hij toevallig don -Vigilio, den secretaris van den kardinaal, in de gang. Hij verzocht -hem even binnen te komen. - -"U kunt mij een dienst bewijzen, mijnheer de abbé. Ik vertrouw me -geheel aan u toe; ik heb een raad noodig." - -Hij voelde, dat deze kleine, magere man met zijn saffraan-kleurigen -tint, die steeds rilde van koorts, ondanks zijn overdreven en bange -omzichtigheid van alles op de hoogte, in alles betrokken was. Blijkbaar -om het gevaar zich moeilijkheden op den hals te halen, te ontloopen, -had hij Pierre tot dusverre, naar het scheen met opzet, vermeden. De -laatste dagen echter was hij minder schuw, vlamden zijn zwarte oogen -op, wanneer hij zijn buurman ontmoette, als had het ongeduld, waardoor -Pierre verteerd moest worden, nu hij zoo lang tot niets doen gedoemd -werd, zich ook van hem meester gemaakt. Hij trachtte dan ook niet -zich aan het gesprek te onttrekken. - -"Neem me niet kwalijk," begon Pierre, "dat ik u in zoo'n wanorde -laat. Maar ik heb van ochtend weer linnengoed en winterkleeren uit -Parijs gekregen... Stel u voor, dat ik met een klein handkoffertje voor -veertien dagen gekomen ben, en nu ben ik al drie maanden hier, zonder -dat ik nog iets verder ben dan op den ochtend van mijn aankomst." - -Don Vigilio schudde zachtjes het hoofd. - -"Ja, ja, ik weet het." - -Toen legde Pierre hem uit, dat hij, nu monsignor Nani hem door de -contessina had laten weten, dat hij, om zijn boek te verdedigen, -moest gaan handelen en iedereen gaan opzoeken, in de grootste -verlegenheid verkeerde, daar hij niet wist, hoe hij zijn bezoeken -regelen moest. Moest hij bijvoorbeeld het eerst naar monsignor Fornaro -gaan, die rapport over zijn boek moest uitbrengen? - -"Wat," riep don Vigilio bevend uit, "is monsignor Nani zoover -gegaan, dat hij u dien naam genoemd heeft?... Dat is veel meer dan -ik verwacht had!" - -Hij liet zich door zijn hartstocht medeslepen. - -"Neen, neen, begin niet met monsignor Fornaro. Ga eerst een zeer -nederig bezoek brengen aan den praefect van de Indexcongregatie, -aan Zijne Eminentie kardinaal Sanguinetti, omdat hij het u nooit -vergeven zou, als hij te hooren kwam, dat u eerst bij een ander uw -opwachting gemaakt hebt..." - -Hij hield even op en voegde er dan fluisterend en rillend van koorts, -aan toe: - -"En hij zou het te hooren komen. Hier in Rome kom je alles te hooren." - -Dan nam hij, als maakte zijn sympathie hem plotseling dapper, de -beide handen van den jongen, vreemden priester in de zijne. - -"Mijn beste mijnheer Froment, ik zweer u, dat ik mij zeer gelukkig -voelen zal, wanneer ik u op de een of andere wijze kan helpen, want -u hebt een oprechte, eenvoudige ziel en ik heb werkelijk met u te -doen... Maar u moet mij niet het onmogelijke vragen. Wanneer u wist, -wanneer ik u alle gevaren toevertrouwde, die ons omringen... Toch -meen ik u op dit oogenblik nog te kunnen aanraden in geen enkel -opzicht te rekenen op mijn meester, Zijne Eminentie kardinaal -Boccanera. Verschillende malen heeft hij zich tegenover mij zeer -afkeurend over uw boek uitgelaten... Maar hij is een heilige, -een man van hoogen ziele-adel, en al verdedigt hij u niet, hij zal -u niet aanvallen, maar uit égard voor zijn nicht, de contessina, -die hij aanbidt en die u beschermt, neutraal blijven... Bepleit, -wanneer u hem ziet, uw zaak niet, dat zou u geen voordeel brengen en -hem slechts prikkelen." - -Pierre voelde door die woorden geen al te groote teleurstelling, -want hij had na zijn eerste onderhoud met den kardinaal en later -bij de enkele bezoeken, die hij hem gebracht had, dadelijk begrepen, -dat hij in hem slechts een tegenstander vinden zou. - -"Ik zal hem dan een bezoek brengen," zeide hij, "om hem te bedanken -voor zijn neutraliteit." - -Doch onmiddellijk kwam bij don Vigilio de angst weer boven. - -"Neen, neen, doe dat niet, hij zou misschien begrijpen, dat ik -gepraat had, en dan zou mijn positie leelijk gevaar loopen... Ik heb -niets gezegd, ik heb niets gezegd. Bezoek eerst de kardinalen, al de -kardinalen. Maar verder heb ik u niets gezegd, dat is afgesproken?" - -Dien dag wilde hij niets meer zeggen. Bevend verliet hij de kamer, -terwijl hij met zijn vlammende, onrustige oogen rechts en links in -de gang rondkeek. - -Onmiddellijk verliet Pierre het paleis, om een bezoek aan kardinaal -Sanguinetti te brengen. Het was tien uur; hij had dus kans hem thuis te -treffen. De kardinaal bewoonde, naast de kerk S. Luigi dei Francesi, in -een donkere, nauwe straat, de eerste verdieping van een klein paleis, -dat thans als huurhuis ingericht was. Het was niet de reusachtige, -vorstelijk-grootsche en zwaarmoedige ruïne, waarin kardinaal Boccanera -zich opsloot. De vroegere, voorgeschreven galavertrekken waren, -evenals de geheele huishouding, beperkt. Er was geen troonzaal meer, -er hing geen groote, roode kardinaalshoed meer onder een baldakijn, -geen tegen den muur gekeerde fauteuil stond meer op de komst van den -paus te wachten. Twee in elkaar loopende, als antichambres dienende -kamers, een salon, waarin de kardinaal ontving--en dat alles zonder -eenigen luxe, zonder comfort zelfs. De meubelen waren in empire-stijl, -de tapijten en het behang zaten vol stof en waren door het gebruik -verkleurd. - -Het duurde lang, voordat er open gedaan werd, en toen eindelijk een -knecht, die, zonder zich te haasten, zijn vest aantrok, de deur op -een kiertje opende, antwoordde hij slechts, dat Zijne Eminentie den -vorigen dag naar Frascati gegaan was. - -Toen herinnerde Pierre zich, dat kardinaal Sanguinetti in den omtrek -van Rome een diocees had. Hij bezat in Frascati een villa, waarin -hij meermalen een paar dagen ging doorbrengen, wanneer hij behoefte -had aan rust of een politieke reden hem daartoe noopte. - -"En komt Zijne Eminentie gauw terug?" - -"Dat is niet te zeggen... Zijne Eminentie is ziek en heeft opdracht -gegeven, niemand naar hem toe te sturen, die hem daar lastig zou -kunnen vallen." - -Toen Pierre weer op straat was, voelde hij zich door dien eersten -tegenslag geheel van streek. Zou hij zich, daar de zaken drongen, -onmiddellijk naar Fornaro begeven, die hier vlak bij op de piazza -Navona woonde? Maar hij herinnerde zich, dat don Vigilio hem aangeraden -had eerst de kardinalen te bezoeken; hij kreeg een ingeving en -besloot dadelijk naar kardinaal Sarno te gaan, met wien hij op de -Maandagsche recepties van donna Serafina kennis gemaakt had. Ondanks -zijn vrijwillig op den achtergrond blijven, beschouwde iedereen hem als -een der machtigste en meest te duchten leden van het Heilig Concilie, -wat zijn neef, Narcisse Habert, niet belette te verklaren, dat hij -niemand kende, die voor vraagstukken, welke niet tot zijn gewone -bezigheden behoorden, onverschilliger was dan zijn oom. Al maakte hij -geen deel uit van de Indexcongregatie, toch zou hij hem goeden raad -kunnen geven en zijn grooten invloed op zijn collega's doen gelden. - -Pierre begaf zich regelrecht naar het paleis der propaganda, waar hij -zeker was den kardinaal te zullen aantreffen. Dit paleis, waarvan -men den zwaren gevel van af de piazza di Spagna zien kan, is een -reusachtig, kaal en plomp gebouw, dat een geheelen hoek tusschen -twee straten inneemt. Pierre, die thans de nadeelen van zijn slecht -Italiaansch voelde, raakte erin verdwaald en liep trappen op, die hij -onmiddellijk daarop weer af moest gaan. Eindelijk had hij het geluk -den secretaris van den kardinaal, een vriendelijken jongen priester, -dien hij reeds in den palazzo Boccanera gezien had, te ontmoeten. - -"Zeker, zeker. Ik zou niet weten waarom Zijne Eminentie u niet zou -willen ontvangen. U hebt er heel goed aan gedaan op dit uur te komen, -want dan is hij altijd hier... Wees zoo goed mij te volgen." - -Het werd een nieuwe tocht. Kardinaal Sarno, die langen tijd secretaris -der Propaganda was geweest, bekleedde nu in zijn qualiteit van -kardinaal het voorzitterschap der commissie, die den eeredienst -organiseerde in de voor het Katholicisme nieuw veroverde landen in -Europa, Afrika, Amerika en Oceanië. Als zoodanig had hij daar een -werkkamer, een bureau, een heele administratie, waar hij heerschte -als een maniak ambtenaar, die oud geworden was op zijn leeren stoel -zonder ooit buiten den engen kring van zijn groene dossiers te komen, -zonder van de wereld iets anders te kennen dan de straat, waarin de -voetgangers en rijtuigen onder zijn raam voorbijgingen. - -Aan het einde van een donkere gang, waarin zelfs bij vollen dag licht -branden moest, verzocht de secretaris Pierre even op een bankje plaats -te nemen. Na een groot kwartier kwam hij terug. - -"Zijne Eminentie is op het oogenblik in conferentie met zendelingen, -die eerstdaags zullen vertrekken. Maar het zal niet lang duren. Hij -heeft mij gevraagd u te verzoeken zoolang in zijn kabinet te wachten." - -Toen Pierre alleen in het kabinet was, nam hij nieuwsgierig de -inrichting ervan op. Het was een tamelijk groot vertrek, zonder -eenigen luxe, met een groen behang en groene damastmeubelen van -zwart hout. De twee ramen, die op een smal zijstraatje uitzagen, -verlichtten slechts half de sombere muren en het verschoten tapijt; -behalve de twee wandtafeltjes stond er in het vertrek alleen maar een -bureau, een eenvoudige houten tafel met een geheel versleten blad, -dat bovendien geheel schuil ging onder dossiers en paperassen. Hij -ging er wat dichter bij staan en keek naar den door het vele gebruik -ingezakten bureaustoel, naar het scherm, dat ervoor stond, naar den -met inktvlekken bespatten inktkoker. Dan begon hij in de zware, doode -atmospheer, die op hem drukte, in de groote, angstaanjagende stilte, -die alleen door de gedempte straatgeluiden gestoord werd, ongeduldig -te worden. - -Al op en neer loopende, werd Pierre's aandacht getrokken door een -kaart, die aan den muur hing en hem zóó met gedachten vervulde, -dat hij al het andere vergat. Het was een gekleurde kaart van de -Katholieke wereld, de geheele aarde, de afgerolde wereldkaart, waarop -de verschillende kleuren de gebieden aangeven, al naar gelang zij tot -het overwinnend, onbeperkt heerschend of aan het nog steeds in strijd -met de ongeloovigen zijnde Katholicisme behoorden. De laatste landen -waren naar gelang van de organisatie in vicariaten of praefecturen -verdeeld. Was dit geheel eigenlijk niet een graphische voorstelling -van het geheele, eeuwenoude streven van het Katholicisme naar de -wereldheerschappij, die het van af het eerste oogenblik gewild had, die -het door alle eeuwen heen nooit opgehouden heeft te willen? God heeft -de wereld aan Zijn Kerk gegeven, maar zij moet die wel gewelddadig -in bezit nemen, daar de dwaling nog steeds hardnekkig heerschen -blijft. Vandaar de voortdurende strijd, vandaar dat de volkeren in onze -dagen nog betwist worden aan vijandelijke godsdiensten, evenals in den -tijd, dat de apostelen Judea verlieten, om het Evangelie te verbreiden. - -Gedurende de Middeleeuwen bestond de groote taak in het organiseeren -van het veroverde Europa, zonder dat men zelfs een poging doen kon, -om zich met de Oostersche afgescheiden Kerken te verzoenen. Daarna -kwam de Hervorming, volgde het eene schisma op het andere--de -Protestantsche helft van Europa en het geheele orthodoxe Oosten -moesten heroverd worden. Maar met de ontdekking der Nieuwe Wereld -ontwaakte de krijgslust weder, streefde Rome met al zijn eerzucht -ernaar deze tweede helft der aarde ook in zijn bezit te krijgen, werden -missies uitgezonden, om deze gisteren nog onbekende volkeren aan God te -onderwerpen, want Hij had ze evenals de andere aan Rome geschonken. Zoo -had zich de groote, tegenwoordige splitsing der Christenheid als van -zelf gevormd: eenerzijds de Katholieke naties, bij wie het geloof -slechts behoefde onderhouden te worden en die door het in het Vaticaan -ondergebrachte Staatssecretariaat geleid werden; aan de andere zijde -de schismatieke of nog eenvoudige heidensche naties, die in den -schoot der Kerk gebracht of bekeerd moesten worden en waarover de -congregatie der Propaganda trachtte te heerschen. Vervolgens had die -congregatie zich op haar beurt in twee afdeelingen moeten splitsen, -om het werk wat makkelijker te maken: de Oostersche afdeeling, -die speciaal belast was met de dissidente secten in het Oosten, -en de Latijnsche afdeeling, wier werkzaamheid zich over alle andere -missielanden uitstrekt. Het is een grootsch ensemble van overwinnende -organisatie, een reusachtig net met sterke dichte mazen, dat over de -wereld geworpen wordt en geen enkele ziel moet laten ontsnappen. - -Eerst nu, vóór deze kaart, kreeg Pierre een duidelijke voorstelling -van deze sedert eeuwen werkende en tot het opzuigen der menschheid -vervaardigde machine. De door de pausen rijk begiftigde en over een -reusachtig inkomen beschikkende Propaganda scheen hem als het ware -een afzonderlijke macht, een pausdom in een pausdom; hij begreep nu -waarom aan den praefect der congregatie de naam "roode paus" gegeven -werd. Over welk een onbeperkte macht beschikte niet deze veroveraar -en heerscher, wiens handen van het eene einde der wereld tot het -andere reikten? Had hij, terwijl de kardinaal-secretaris Centraal -Europa, dat zoo kleine stukje van de aardbol, bezat, niet de geheele -rest, eindelooze ruimten, de verre, nog onbekende streken? De cijfers -bevestigden het: Rome heerschte onbeperkt slechts over ruim tweehonderd -millioen Roomsch-apostolische Katholieken, terwijl de schismatici, -die van het Oosten en die der Hervorming, wanneer men ze optelde, dit -getal reeds overschreden. En welk een reusachtig verschil werd het, -indien men daarbij het milliard ongeloovigen voegde, wier bekeering -nog volgen moest! - -Plotseling werd hij zoo door die cijfers getroffen, dat een rilling hem -doorhuiverde. Was het dan waar? Er waren vijf millioen Joden, bijna -tweehonderd millioen Mohammedanen, meer dan zevenhonderd millioen -Brahmanen en Boeddhisten, ongerekend de honderd millioen andere -heidenen van alle godsdiensten, te zamen een milliard, waartegenover -de Christenen niets meer dan vierhonderd millioen konden stellen, -en deze nog onderling verdeeld, in voortdurenden strijd--de eene -helft met Rome, de andere tegen Rome! Was het mogelijk, dat Christus -in achttien eeuwen nog niet het derde gedeelte van de menschheid, -dat het eeuwige, almachtige Rome nog niet het zesde gedeelte der -volkeren aan zich onderworpen had? Eén ziel van de zes gered, welk een -verschrikkelijke verhouding! Maar de kaart sprak onomwonden; het met -rood aangegeven rijk van Rome was slechts een in de ruimte verloren -punt, wanneer men het vergeleek met het geel gekleurde rijk der andere -goden, de eindelooze streken, die de Propaganda nog te onderwerpen had. - -De vraag drong zich nu op: hoeveel eeuwen zouden er moeten verloopen, -vóórdat de beloften van Christus in vervulling zouden gaan, voor -de geheele aarde aan zijn wet onderworpen zou zijn en de religieuse -maatschappij de burgerlijke weer dekken en samen slechts één geloof en -één rijk vormen zouden? En door welk een verbazing werd men bij deze -vraag, bij deze reusachtige, nog te vervullen taak aangegrepen, wanneer -men aan de kalme rust van Rome, aan zijn geduldige hardnekkigheid -dacht, die nooit getwijfeld heeft, die thans minder dan ooit -twijfelt. Het is door zijn bisschoppen en zijn zendelingen steeds -aan den arbeid, wordt nooit moede en doet in de niet aan het wankelen -te brengen overtuiging, dat slechts Rome alleen eens de meester der -wereld zijn zal, zijn werk zonder onderbreking, evenals het oneindig -kleine de wereld geschapen heeft! - -O, Pierre zag en hoorde, hoe dit zich voortdurend op marsch -bevindend leger aan de overzijde der zeeën door alle landen heen -de politieke verovering in naam van den godsdienst voorbereidde en -verzekerde. Narcisse had hem verteld, hoe zorgvuldig de ambassades te -Rome de handelingen der Propaganda moesten nagaan, want de missies -in die verre landen waren dikwijls nationale werktuigen, die een -grooten invloed uitoefenden. De geestelijke heerschappij verzekerde -de wereldlijke, de veroverde zielen gaven de lichamen. Er werd dan -ook een aanhoudende strijd gevoerd, waarin de congregatie aan de -zijde stond der Italiaansche zendelingen of van die der verbonden -naties, welker overwinning zij wenschte. Steeds was zij ijverzuchtig -geweest op haar concurrent, de Propagation de la Foi te Lyon, die -even rijk en even machtig is als zij, maar over meer energieke en -dappere mannen beschikt. Zij stelde zich er niet mede tevreden haar -reusachtige belastingen op te leggen, maar zij werkte haar tegen, -offerde haar desnoods op, wanneer zij haar overwinning vreesde. - -Meermalen waren Fransche zendelingen en Fransche orden verjaagd en -hadden plaats moeten maken voor Italiaansche of Duitsche monniken. En -thans voelde Pierre dezen geheimen haard van politieke intrigues in dit -sombere, stoffige vertrek, dat nooit door de zon opgevroolijkt werd. En -weer doorrilde hem zijn oude huivering, die huivering voor dingen, -die men weet, doch die u plotseling monsterachtig en angstaanjagend -toeschijnen. Moest dit in de geheele wereld georganiseerde en met een -eeuwige hardnekkigheid in tijd en ruimte functioneerend werktuig van -verovering en geweld niet de verstandigsten in de war brengen, niet -de dappersten doen verbleeken? Het was niet tevreden met de zielen, -maar werkte aan zijn toekomstige heerschappij over alle menschen, -beschikte over hen, daar het hen nog niet voor zichzelf kon nemen, -en stond ze af aan den wereldlijken meester, die hen zoolang bewaren -zou. Welk een wonderlijken droom: Rome wacht met glimlachende kalmte -op de eeuw, dat het de tweehonderd millioen Mohammedanen en de -zevenhonderd millioen Brahmanen en Boeddhisten opgezogen zal hebben -in één enkel volk, waarvan het de geestelijke en wereldlijke koning -zijn zal in naam van den triompheerenden Christus! - -Een gehoest deed Pierre omkijken; hij huiverde, toen hij kardinaal -Sarno, dien hij niet had hooren binnenkomen, zag. Nu hij daar zoo -voor die kaart staande aangetroffen werd, kreeg hij een gevoel, -alsof men hem betrapte, terwijl hij bezig was iets kwaads te doen, -een geheim te schenden. Een diepe blos kwam op zijn gelaat. - -Maar de kardinaal, die hem met zijn doffe oogen strak had aangekeken, -liet zich, zonder een woord te zeggen, in zijn fauteuil vallen. Met -een handbeweging had hij hem van den ringkus ontslagen. - -"Ik wilde mijn opwachting maken bij Uwe Eminentie... Voelt Uwe -Eminentie zich ziek?" - -"Neen, neen, maar ik kan maar niet afkomen van die beroerde -verkoudheid. En bovendien heb ik het op het oogenblik heel druk." - -Pierre keek hem aan; in het schemerlicht, dat door het raam binnenviel, -zag hij er met zijn linkerschouder, die hooger was dan zijn rechter, -zoo kwijnend en mismaakt uit. In zijn uitgemergeld, aardkleurig gelaat -was niets levends meer, zelfs zijn blik niet. Hij dacht plotseling aan -een van zijn ooms te Parijs, die, nadat hij dertig jaar in het bureau -van een ministerie had doorgebracht, dienzelfden dooden blik, diezelfde -perkamenten huid, diezelfde moede wezenloosheid had. Kon het eigenlijk -wel mogelijk zijn, dat deze uitgedroogde en in zijn roodomzoomde, -zwarte soutane als het ware zwemmende grijsaard de meester der wereld -was en zonder Rome ooit verlaten te hebben, de kaart der Christenheid -zóó in zich opgenomen had, dat de praefect der Propaganda geen enkel -besluit nam, alvorens hij zijn advies ingewonnen had? - -"Ga een oogenblik zitten, mijnheer de abbé... U hebt mij zeker iets -te vragen, dat u mij komt bezoeken..." - -En terwijl hij in een luisterende houding zitten ging, bladerde -hij met zijn magere vingers in de voor hem opgestapelde dossiers, -wierp een blik in ieder stuk als een generaal, als een ervaren en -kundig tacticus, wiens leger zich ergens in de verte bevindt en die -het uit zijn studievertrek ter overwinning voert, zonder ooit een -minuut te verliezen. - -Pierre, die een oogenblik verlegen was, nu hij het zelfzuchtige doel -van zijn bezoek zoo duidelijk geformuleerd hoorde worden, besloot -met de deur in huis te vallen. - -"Inderdaad, ik ben zoo vrij van de groote wijsheid van Uwe Eminentie -raad te komen vragen. Uwe Eminentie zal het niet onbekend zijn, -dat ik te Rome ben, om mijn boek te verdedigen. Ik zou zeer gelukkig -zijn, indien Uwe Eminentie mij zou willen leiden en met haar ervaring -bijstaan." - -In enkele woorden vertelde hij hem, hoe het met zijn zaak, die hij -tegelijk verdedigde, stond. Maar naar mate hij verder sprak, zag hij, -hoe de kardinaal alle belangstelling verloor, aan iets anders dacht, -hem niet meer verstond. - -"Ach ja, u hebt een boek geschreven; als ik mij goed herinner, is daar -op een avond bij donna Serafina over gesproken... Dat is verkeerd, -een priester moet niet schrijven. Waartoe dient dat?... En wanneer -de Indexcongregatie het vervolgt, heeft zij daar zeker groot gelijk -in. Wat kan ik in deze zaak doen? Ik ben geen lid der Congregatie, -ik weet niets, absoluut niets." - -Vergeefs trachtte Pierre, die zijn teleurstelling den kardinaal -zoo gesloten en onverschillig te vinden, niet bedwingen kon, hem -belangstelling in te boezemen. Hij merkte, dat deze geest, die op het -gebied, waarop hij zich sedert veertig jaar bewoog, zoo veelomvattend -en scherpzinnig was, stomp werd, zoodra hij zich van dat speciale -gebied verwijderde. Hij was noch nieuwsgierig noch soepel. Uit zijn -oogen verdween alles wat op leven geleek, zijn schedel scheen nog -dieper ingedrukt te worden, zijn geheele gelaatsuitdrukking kreeg -iets imbeciels. - -"Ik weet niets, ik kan niets," herhaalde hij. "Ik beveel nooit -iemand aan." - -Toch trachtte hij iets te doen. - -"Maar Nani zit erachter. Wat raadt Nani u aan te doen?" - -"Monsignor Nani is zoo vriendelijk geweest mij den naam van den -rapporteur, monsignor Fornaro, te noemen en heeft mij aangeraden hem -te bezoeken." - -De kardinaal scheen verbaasd en als het ware wakker te worden. Er -kwam wat licht in zijn oogen terug. - -"Zoo, zoo, werkelijk... Als Nani dat gedaan heeft, dan zal hij daar -zijn reden wel voor hebben. Ga naar monsignor Fornaro." - -Hij was opgestaan ten bewijze, dat de audiëntie afgeloopen was, waarop -Pierre met een diepe buiging zijn dank betuigde. Zonder hem naar de -deur te brengen, ging hij weer zitten en in het doode vertrek was -niets meer te hooren dan het droge geluid van zijn knokige vingers, -die in de dossiers bladerden. - -Gewillig volgde Pierre zijn raad op. Hij besloot op zijn terugweg naar -de Via Giulia over de piazza Navona te gaan. Maar bij Monsignor Fornaro -zeide een knecht hem, dat zijn heer was uitgegaan en dat hij zich, -als hij hem spreken wilde, vroegtijdig, om tien uur, moest laten -aandienen. Hij kon dan ook eerst den volgenden ochtend ontvangen -worden. Hij had voordien zorg gedragen omtrent den prelaat iets te -weten te komen, zoodat hij het voornaamste van hem wist: hij was in -Napels geboren, was zijn studies begonnen bij de Barnabietenpaters -in die stad en had die op het seminarie te Rome voltooid. Daarna -was hij langen tijd professor aan de Gregoriaansche universiteit -geweest. Thans was monsignor Fornaro raadgever bij verschillende -congregaties, kanunnik van de S. Maria Maggiore, werd verteerd door de -eerzucht eenmaal kanunnik van de St. Pieter te worden, en koesterde -den droom eens secretaris van het consistorie te worden--een ambt, -dat hem later het purper geven zou. Het eenige wat men hem, die voor -een bijzonder knap theoloog doorging, verwijten kon, was, dat hij te -veel aan litteratuur deed, hij schreef namelijk veel artikelen voor -godsdienstige tijdschriften, die hij echter zoo verstandig was niet -te teekenen. Ook zeide men, dat hij zeer mondain was. - -Zoodra Pierre zijn kaartje had laten overhandigen, werd hij ontvangen, -en misschien zou het vermoeden bij hem opgekomen zijn, dat hij verwacht -werd, wanneer de ontvangst, die hem van de zijde van den prelaat -ten deel viel, niet getuigd had van de meest oprechte verrassing, -gepaard met eenige ongerustheid. - -"Mijnheer de abbé Froment, mijnheer de abbé Froment," herhaalde de -prelaat, terwijl hij naar het kaartje, dat hij in zijn hand gehouden -had, keek. "Kom binnen, als het u blieft. Ik had eigenlijk niemand -willen ontvangen, want ik heb zeer dringend werk... Maar het komt er -niet op aan, ga zitten!" - -Maar Pierre bleef vol bewondering voor dezen knappen, grooten en -sterken man, die in de kracht van zijn leven was, staan. Blozend, -gladgeschoren, met nauwlijks grijzende haren had hij een vriendelijken -neus, vochtige lippen, liefkoozende oogen, in het kort alles wat -den Romeinschen prelaat verleidelijk en decoratief maken kan. In -zijn zwarte soutane met lila kraag zag hij er zeer gesoigneerd en -eenvoudig-elegant uit. Het groote vertrek, waarin hij ontving, en dat -door twee op de piazza Navona uitziende ramen vroolijk verlicht en met -een thans bij de Romeinsche geestelijkheid weinig voorkomenden smaak -gemeubileerd was, was een waardige omlijsting voor den opgewekten en -hartelijk ontvangenden prelaat. - -"Ga toch zitten, mijnheer Froment, en vertel me, waaraan ik de eer -van uw bezoek te danken heb." - -Hij was zelf ook weer gaan zitten; en Pierre voelde zich bij die -natuurlijke vraag, welke hij had moeten voorzien, plotseling verlegen -worden. Zou hij onmiddellijk op de zaak ingaan, het teere motief van -zijn bezoek bekennen? Hij voelde, dat het de snelste en waardigste -weg was. - -"O, monsignor, ik weet heel goed, dat wat mij tot u voert, iets zeer -ongewoons is. Maar men heeft mij aangeraden dezen stap te doen en -het komt mij voor, dat het tusschen eerlijke menschen nooit kwaad -kan zijn de waarheid in volle oprechtheid te zoeken." - -"Maar wat dan, wat dan?" vroeg de prelaat met een volkomen onschuldig -gezicht, terwijl zijn glimlach hem geen oogenblik verliet. - -"Welnu dan, ik heb gehoord, dat de Indexcongregatie u opgedragen -heeft rapport uit te brengen over mijn boek Het Nieuwe Rome; en nu -neem ik de vrijheid mij te komen voorstellen voor het geval, dat u -eenigen naderen uitleg aan mij te vragen hebt." - -Maar monsignor Fornaro scheen er niets verder over te willen -hooren. Hij bracht zijn beide handen aan zijn hoofd en ging, hoewel -nog altijd beleefd, wat achteruit. - -"Neen, neen, vertel me dat niet, zeg niets verder, daar zoudt u mij -groot verdriet mede doen... Laten we aannemen, dat men u verkeerd -heeft ingelicht, want men moet niets weten, weet ook niets, de -anderen evenmin als ik... Laten we om Godswil niet meer over die -dingen praten." - -Gelukkig kreeg Pierre, die de uitwerking gemerkt had, welke de naam -van den assessor van het Heilig College gemaakt had, den inval te -antwoorden: - -"Zeker, monsignor, ik ben niet van plan u den minsten overlast te -veroorzaken, en ik herhaal u, dat ik mij nooit de vrijheid veroorloofd -zou hebben u lastig te vallen, indien niet monsignor Nani zelf mij -uw naam en uw adres gegeven had." - -Ook ditmaal liet de uitwerking niet op zich wachten, ook al gaf -monsignor Fornaro niet dadelijk toe. - -"Wat, is monsignor Nani zoo onbescheiden geweest! Ik zal hem een -standje moeten geven... En wat weet hij ervan? Hij behoort niet tot -de congregatie, hij kan op een dwaalspoor gebracht zijn... Zeg hem, -dat hij zich vergist heeft, dat ik niets met deze zaak te maken heb; -dat zal hem leeren, dat hij geen geheimen, die door allen geëerbiedigd -moeten worden, moet verraden." - -Dan voegde hij er vriendelijk met zijn liefkoozende oogen en zijn -glimlachenden mond aan toe: - -"Enfin, nu monsignor Nani het wenscht, wil ik wel een oogenblik met u -praten, mijnheer Froment, onder voorwaarde, dat u van mij niets zult -hooren over mijn rapport, noch over wat in de congregatie gedaan of -gezegd kan zijn." - -Op zijn beurt moest nu Pierre glimlachen, want hij verwonderde er -zich over hoe makkelijk dadelijk alles werd, wanneer de schijn en de -vormen maar gered werden. En hij begon nogmaals zijn geval uit te -leggen, schilderde hem de groote verbazing, waarin het proces, dat -zijn boek aangedaan was, hem geworpen had, de onwetendheid, waarin -hij nog verkeerde omtrent de grieven, waarnaar hij nog altijd zocht, -zonder ze te kunnen vinden. - -"Zoo, zoo!" zeide de prelaat, verbaasd over zooveel naïeveteit. "De -congregatie is een rechtbank en kan niet handelen, wanneer een zaak -niet aanhangig bij haar gemaakt wordt. Uw boek wordt vervolgd, omdat -men het aangegeven heeft." - -"Ja, ik weet het, aangegeven." - -"Zeker, de klacht is door drie Fransche bisschoppen ingediend--u -zult mij niet kwalijk nemen, dat ik de namen verzwijg--en dan moet -de congregatie tot onderzoek van het geïncrimineerde werk overgaan." - -Pierre keek hem vol verbazing aan. Aangeklaagd door drie bisschoppen, -en waarom, met welk doel? - -Dan dacht hij aan zijn beschermer. - -"Maar kardinaal Bergerot heeft mij een goedkeurenden brief geschreven, -dien ik als voorwoord in mijn boek heb laten drukken. Was dat geen -voldoende waarborg voor het Fransche episcopaat?" - -Fijntjes schudde monsignor Fornaro zijn hoofd, vóór hij antwoordde: - -"O, ja zeker! De brief van Zijne Eminentie, een heel mooie -brief... Toch geloof ik, dat hij beter gedaan zou hebben dien niet -te schrijven, zoowel voor hem zelf als vooral voor u." - -En toen de priester, wiens verbazing steeds toenam, hem tot een nadere -verklaring dwingen wilde, voegde hij eraan toe: - -"Neen, neen, ik weet niets, ik zeg niets... Zijne Eminentie kardinaal -Bergerot is een heilige, die door iedereen vereerd wordt, en wanneer -hij zondigen kon, dan zou men daarvan alleen zijn hart een verwijt -kunnen maken." - -Er volgde een stilte. Pierre had een gevoel, alsof zich een afgrond -voor hem opende. Hij durfde niet aandringen, maar zeide met eenige -heftigheid: - -"Maar waarom mijn boek en waarom niet de boeken der anderen? Ik denk -er niet over op mijn beurt als aanklager op te treden, maar hoeveel -boeken ken ik niet, waarvoor Rome de oogen sluit en die heel wat -gevaarlijker zijn dan het mijne!" - -Ditmaal scheen monsignor blijde te zijn zich bij Pierre's meening te -kunnen aansluiten. - -"U hebt groot gelijk, wij weten heel goed, dat wij niet alle slechte -boeken kunnen bereiken, en dat spijt ons genoeg. Maar u moet eens -denken aan het ontelbaar aantal boeken, dat wij gedwongen zouden zijn -te lezen. Daarom veroordeelen wij de slechtste en bloc." - -Hij ging nader op die quaestie in. In principe moesten de drukkers geen -boek op de pers leggen, zonder het van te voren aan de goedkeuring van -den bisschop onderworpen te hebben. Maar in welke groote verlegenheid -zouden de bisschoppen geraken, wanneer de drukkers zich bij de -tegenwoordige reusachtige boekenproductie, plotseling naar dien regel -gingen schikken. Men zou voor dat kolossale werk geen tijd, geen -geld en niet genoeg geschikte menschen hebben. Daarom veroordeelde -de Indexcongregatie de verschenen of nog te verschijnen boeken van -sommige categorieën geheel en al, zonder ze te onderzoeken: in de -eerste plaats alle voor de zeden gevaarlijke boeken, alle erotische -boeken, alle romans; vervolgens alle Bijbels in de gewone talen, -want de Heilige Boeken mogen maar niet zonder onderscheid toegestaan -worden; ten slotte alle duivelskunstenboeken, alle wetenschappelijke, -geschiedkundige en wijsgeerige boeken, die met het dogma in strijd -zijn, alle boeken van ketters of eenvoudige geestelijken, die den -godsdienst betreffen. Dat waren verstandige, door verschillende -pausen overgenomen wetten, waarvan het exposé als voorrede diende -voor den catalogus van verboden boeken, dien de congregatie uitgaf, -en zonder welke deze catalogus, wilde men hem volledig hebben, alleen -een heele bibliotheek gevuld zou hebben. In één woord, wanneer men -hem doorbladerde, merkte men dadelijk, dat het interdict vooral werken -van priesters betrof, daar Rome er zich, gezien de moeilijkheid en het -reusachtige van de taak, slechts om bekommerde zorg te dragen voor de -goede orde in de Kerk. Dat was ook het geval met Pierre en zijn boek. - -"U begrijpt," ging monsignor Fornaro voort, "dat we voor een hoop -ongezonde boeken geen reclame gaan maken door ze de eer van een -afzonderlijke veroordeeling aan te doen. Er zijn er legioenen bij -alle volkeren, en wij zouden geen papier en geen inkt genoeg hebben, -om ze alle te bereiken. Wij bepalen er ons toe er een te treffen, -wanneer het door een beroemden naam geteekend is, wanneer er te veel -over gesproken wordt of wanneer het ergerlijke aanvallen bevat tegen -het geloof. Dat is voldoende om er de menschheid aan te herinneren, -dat wij bestaan en ons verdedigen, zonder in het minst iets van onze -rechten of van onze plichten prijs te geven." - -"Maar mijn boek, mijn boek?" riep Pierre uit; "waarom die vervolging -tegen mijn boek?" - -"Maar dat leg ik u toch, voor zoover het mij geoorloofd is, uit, -mijn beste mijnheer Froment. U is priester, uw boek heeft succes, -u hebt een goedkoope editie gegeven, die goed verkocht wordt--en nu -spreek ik niet over de letterkundige verdienste, die werkelijk zeer -opmerkelijk is, want ik maak u mijn compliment over den dichterlijken -ademtocht, die door het geheele werk gaat. Maar hoe zou het mogelijk -zijn, dat wij in die omstandigheden onze oogen sloten voor een werk, -waarin u concludeert tot de vernietiging van onzen heiligen godsdienst -en tot de verwoesting van Rome?" - -Pierre bleef, als verstikt door verwondering, met open mond zitten. - -"De verwoesting van Rome? Groote God, maar ik wil Rome juist verjongd, -eeuwig, de koningin der wereld!" - -En opnieuw aangegrepen door zijn brandende geestdrift, verdedigde hij -zich, legde hij opnieuw zijn geloofsbekentenis af: het Katholicisme -moest terugkeeren tot de oorspronkelijke Kerk, nieuwe krachten putten -uit het broederlijke Christendom van Jezus, de paus moest, van alle -aardsche hoogheid bevrijd, door barmhartigheid en liefde heerschen -over de geheele menschheid, de wereld redden van de vreeselijke -sociale crisis, die haar bedreigde, om haar te brengen tot het ware -koninkrijk Gods, tot de Christelijke gemeenschap van alle tot één -volk vereenigde volkeren. - -"Kan de Heilige Vader mijn boek veroordeelen? Zijn het niet zijn -geheime ideeën, die men begint te raden? En zou het mijn eenige fout -niet zijn, dat ik ze te vroeg en te vrij uitgesproken heb? Zou ik, -indien men mij toestond hem te spreken, niet onmiddellijk van hem -verkrijgen, dat de vervolging gestaakt werd?" - -Monsignor Fornaro zeide niets meer, schudde zijn hoofd, -zonder zich boos te maken over de jeugdige onstuimigheid van -den priester. Integendeel hij glimlachte met een toenemende -vriendelijkheid, als schepte hij vermaak in zooveel onschuld en -dweperij. - -"Vooruit maar, vooruit maar!" zeide hij eindelijk vroolijk. "Ik zal -u niet tegenhouden. Het is mij verboden iets te zeggen... Maar het -wereldlijk gezag, het wereldlijk gezag..." - -"En wat wil dat wereldlijk gezag?" - -Weer zeide de prelaat niets. Hij keek naar boven en speelde met zijn -blanke handen. Toen hij weer begon te spreken, was het alleen om er -aan toe te voegen: - -"En dan is er nog uw nieuwe godsdienst... Want het woord nieuwe -godsdienst, nieuwe godsdienst komt tweemaal in uw boek voor..." - -Hij wond zich nog meer op, raakte zoo buiten zichzelf, dat Pierre, -door ongeduld aangegrepen, uitriep: - -"Ik weet niet, hoe uw rapport luiden zal, monseigneur, maar ik -verzeker u, dat het nooit in mijn bedoeling gelegen heeft het dogma -aan te vallen. Dat blijkt waarachtig toch wel uit mijn heele werk, -ik heb alleen een boek van erbarmen en redding willen geven. Het is -niet meer dan billijk ook met de bedoelingen rekening te houden." - -Monsignor Fornaro was weer kalm geworden en zeide op vaderlijken toon: - -"O, de bedoelingen, de bedoelingen!" - -Hij stond op, ten teeken, dat hij het onderhoud als geëindigd -beschouwde. - -"Wees ervan overtuigd, mijn waarde mijnheer Froment, dat ik mij zeer -vereerd gevoel, dat u zich tot mij gewend heeft... Natuurlijk kan ik -u niet zeggen, hoe mijn rapport zal uitvallen; wij hebben er trouwens -al te veel over gesproken en ik had eigenlijk moeten weigeren naar -uw verdediging te luisteren. Maar desniettemin ben ik gaarne bereid -u in alles, wat niet indruischt tegen mijn plicht, te helpen... Maar -ik vrees voor uw boek het ergste." - -En toen Pierre opnieuw beginnen wilde, voegde hij er aan toe: - -"Ach ja... De feiten worden beoordeeld en niet de bedoelingen. Iedere -verdediging is dus nutteloos, het boek bestaat en is wat het is. U kunt -het net zooveel verklaren en uitleggen als u wilt, maar veranderen -kunt u het niet meer... Daarom hoort de congregatie de aangeklaagden -nooit, aanvaardt zij van hen slechts de eenvoudige herroeping. Het -verstandigste wat u nog doen kunt, is uw boek te herroepen, u te -onderwerpen... Wilt u dat niet? Ach, wat zijt ge nog jong, vriendlief!" - -Hij lachte nog luider om het gebaar van verzet, van ontembaren trots, -dat zijn jonge vriend, zooals hij hem noemde, niet bedwingen kon. Dan -bij de deur, in een nieuwe opwelling van sympathie, terwijl hij zijn -stem deed dalen: - -"Kom, vriendlief, ik wil iets voor u doen, ik zal u een goeden raad -geven... Eerlijk gezegd, beteeken ik niets. Ik lever mijn rapport in, -het wordt gedrukt, men leest het, zonder dat men er eenige waarde aan -behoeft te hechten... De secretaris der Congregatie, pater Dangelis, -daarentegen kan alles, zelfs het onmogelijke... Ga hem opzoeken in -het klooster der Dominicanen achter de piazza di Spagna... Maar noem -mijn naam niet. Tot ziens, waarde heer, tot ziens!" - -Als verdoofd stond Pierre weer op de piazza Navona; hij wist niet meer, -wat hij gelooven en hopen moest. Een laffe gedachte maakt zich van -hem meester: waarom dezen strijd, waarin de tegenstanders onbekend -en ongrijpbaar bleven, voortzetten? Waarom nog langer blijven in dit -bedriegelijke Rome? Hij zou vluchten, nog denzelfden avond naar Parijs -terugkeeren, dan verdwijnen en er in de uitoefening van de nederigste -naastenliefde troost zoeken voor zijn bittere teleurstellingen. Het -was een van die oogenblikken van hulpeloosheid, waarin de zoo lang -gedroomde taak onmogelijk schijnt. Maar ondanks zijn verwarring ging -hij toch op zijn doel af. Toen hij op den Corso, dan in de Via dei -Condotti en eindelijk op de piazza di Spagna gekomen was, besloot -hij nog een bezoek te brengen aan pater Dangelis. Het klooster der -Dominicanen ligt daar onder de S. Trinità dei Monti. - -O, die Dominicanen! Hij had nooit zonder een zekeren, met eenigen -schrik vermengden eerbied aan hen gedacht. Welke een krachtigen -steun hadden zij zich steeds voor de autoritaire en theocratische -idee getoond! Hun dankte de Kerk haar meest krachtige autoriteit; -zij waren de glorierijke soldaten van zijn overwinning. Terwijl de -H. Franciscus van Assisi voor Rome de zielen der nederigen veroverde, -onderwierp de H. Dominicus de zielen der intelligenten en machtigen. En -dat alles vol hartstocht, met een vuur vol bewonderenswaardig geloof en -wilskracht, door alle mogelijke middelen--door prediking, door boeken, -door den druk van politie en gerecht. Al moge hij de Inquisitie niet -ingesteld hebben, hij heeft daar een dankbaar gebruik van gemaakt; -zijn zacht, broederlijk voelend hart bestreed het schisma te vuur en -te zwaard. Levend in armoede, kuischheid en gehoorzaamheid, groote -deugden in die tijden van hoogmoed en uitspattingen, trokken hij en -zijn monniken door de steden, predikten voor de goddeloozen, trachtten -hen terug te brengen tot de Kerk, klaagden hen aan bij de geestelijke -rechtbanken, wanneer hun woord niet voldoende was. Hij viel ook op -de wetenschap aan, trachtte die voor zich te winnen, koesterde het -ideaal God te verdedigen met de wapenen der rede en der menschelijke -kennis; hij was de voorvader van den Heiligen Thomas van Aquino, -het licht der Middeleeuwen, die alles, de psychologie, de logica, -de politiek en de moraal in zijn Summarium samenvatte. - -Op die wijze vulden de Dominicanen de wereld, terwijl zij de leer van -Rome op de beroemdste kansels van alle volkeren verdedigden en bijna -overal in strijd waren met den vrijen geest der Universiteiten; zij -waren de trouwe wachters en hoeders van het dogma, de onvermoeide -smeden van het fortuin der pausen, de machtigsten van alle -wetenschappelijke en litteraire arbeiders, die het reusachtige gebouw -van het Katholicisme, zooals het thans nog bestaat, hebben opgetrokken. - -Maar thans vroeg Pierre, die dit gebouw, dat men meende op vasten grond -te hebben gebouwd om de eeuwigheid uit te dienen, voelde wankelen, -zich af, welk nut die werklieden nog konden hebben. Hun politie en -hun rechtbanken waren onder vervloekingen gestorven, naar hun woord -werd niet meer geluisterd, hun boeken las men zoo goed als niet meer, -hun rol van geleerden en beschavers was tegenover de hedendaagsche -wetenschap, wier waarheden het dogma aan alle kanten steeds meer -en meer doen kraken, uitgespeeld. Zeker, ook nu nog vormen zij een -invloedrijke en bloeiende orde; maar hoe lang ligt de tijd reeds -achter ons, dat hun generaal in Rome heerschte als heer van het heilige -paleis, en in geheel Europa kloosters, scholen en onderdanen had! Van -dat onmetelijke groote erfgoed hebben zij in de Romeinsche curie thans -niets meer over dan eenige in hun orde gebleven betrekkingen, o. a. het -secretariaat van de Indexcongregatie, een vroegere onderhoorigheid -van het Heilig Officie, waarin zij oppermachtig heerschten. - -Pierre werd onmiddellijk bij pater Dangelis toegelaten. Het was een -groote, kale, witte en door helder zonlicht overstroomde kamer. Men -vond er niets dan een tafel en eenige lage stoeltjes, terwijl aan den -muur een groot koperen crucifix hing. Bij de tafel stond de pater, -een magere, in de strenge, wijde, zwarte en witte dracht gekleede man -van ongeveer vijftig jaar. De grijze oogen in zijn lang ascetengezicht -met den smallen mond, den spitsen neus en de magere kin hadden een -hinderlijk-starenden blik. Overigens was zijn optreden beslist, -eenvoudig en beleefd. - -"Mijnheer de abbé Froment, de schrijver van Het Nieuwe Rome, niet -waar?" - -Hij ging op een laag stoeltje zitten, terwijl hij met zijn hand naar -een ander voor Pierre wees. - -"Wees zoo goed, mijnheer de abbé, mij het doel van uw bezoek te -zeggen." - -Pierre moest opnieuw met zijn uitleggingen en zijn verklaringen -beginnen; en dit was des te pijnlijker voor hem, daar zijn woorden -neervielen in een doodelijke stilte, in een doodelijke kilte. De pater -bewoog zich niet, hij hield zijn handen op zijn knieën gekruist, -terwijl zijn scherpe, doordringende oogen op die van den priester -gericht waren. - -Toen deze eindelijk klaar was, zeide hij: - -"Mijnheer de abbé, ik heb gemeend u niet in de rede te moeten vallen, -maar ik had eigenlijk niet naar dit alles mogen luisteren. Het proces -tegen uw boek is begonnen, en geen macht ter wereld zou in staat zijn -den loop daarvan tegen te houden. Ik begrijp dus eigenlijk niet goed, -wat u van mij schijnt te verwachten." - -Met bevende stem waagde Pierre te antwoorden: - -"Ik verwacht goedheid en rechtvaardigheid." - -Een flauw glimlachje van trotschen ootmoed, speelde om de lippen van -den monnik. - -"Wees niet bang, het heeft God altijd behaagd in mijn bescheiden -ambt Zijn licht over mij te doen schijnen. Trouwens ik heb geen -gerechtigheid te oefenen, ik ben maar een eenvoudige ambtenaar, die -de processen moet ordenen en documenteeren. Alleen Hunne Eminenties, -die leden zijn der congregatie, spreken een oordeel uit over uw -boek... Zij zullen dat ongetwijfeld doen met de hulp van den Heiligen -Geest, en u hebt niets te doen dan u te buigen voor haar uitspraak, -zoodra die door Zijne Heiligheid bekrachtigd is." - -Hij stond op en dwong daardoor Pierre ook op te staan. Het waren dus -bijna dezelfde woorden als bij monsignor Fornaro; slechts werden zij -hier met een snijdende beslistheid, met een soort kalme bravoure -uitgesproken. Overal stootte hij op dezelfde naamlooze kracht, op -dezelfde machtige, steeds in werking zijnde machine, welker raderen -elkaar onderling niet kennen wilden. Ongetwijfeld zou men hem nog -langen tijd van den een naar den ander sturen, zonder dat hij ooit -het hoofd, den beoordeelenden en handelenden wil, vinden zou. Hem -bleef niets over dan zich erbij neer te leggen. - -Toch kwam hij, alvorens weg te gaan, op de gedachte nogmaals den -naam van monsignor Nani, wiens macht hij thans begon te begrijpen, -uit te spreken. - -"Ik vraag u wel excuus, dat ik u nutteloos lastig gevallen heb. Ik -heb slechts den welwillenden raad van monsignor Nani gevolgd, die -wel zoo goed is zich voor mij te interesseeren." - -Maar de uitwerking was geheel onverwacht. Weer kwam er een glimlachje -op het magere gezicht van pater Dangelis; om zijn lippen verscheen -een plooi, waarin een ironische minachting niet te miskennen viel. Hij -was bleeker geworden; zijn vurige oogen vlamden. - -"O, zendt monsignor Nani u?... Nu, wanneer u meent protectie noodig -te hebben, is het onnoodig u tot een ander dan tot hem te wenden. Hij -is almachtig... Ga naar hem, ga naar hem!" - -Dat was de geheele bemoediging, die Pierre van dat bezoek medenam: de -raad om terug te gaan tot hem, die hem zond. Hij voelde, dat de grond -hem onder de voeten wegzonk, en besloot naar het paleis Boccanera terug -te keeren, om na te denken en een duidelijk besef te krijgen van zijn -toestand, vóór hij verdere stappen deed. Onmiddellijk was het denkbeeld -in hem opgekomen raad te vragen aan don Vigilio: en het toeval wilde, -dat hij dien avond na het souper den secretaris in de gang aantrof, -toen deze met zijn kaars in de hand naar zijn slaapkamer wilde gaan. - -"Ik heb u zooveel te zeggen! Kom als het u blieft een oogenblik in -mijn kamer!" - -Met een handgebaar legde de secretaris hem het zwijgen op. Dan op -zacht-fluisterenden toon: - -"Hebt u abbé Paparelli niet op de eerste verdieping gezien? Hij liep -achter ons." - -Dikwijls ontmoette Pierre in het paleis den sleepdrager, wiens -slap gezicht en verdacht-snuffelende manier van doen Pierre steeds -hinderden. Maar hij bekommerde zich er nooit om en was dan ook door die -vraag zeer verrast. Doch reeds was don Vigilio, zonder het antwoord -af te wachten, naar het einde van de gang teruggeloopen en bleef -daar lang staan luisteren. Dan sloop hij weer naar Pierre's kamer, -blies zijn kaars uit en sprong naar binnen. - -"Ziezoo, daar ben ik!" prevelde hij, toen de deur weer dicht was. "Als -u het goed vindt, zullen wij niet in dezen salon blijven, maar naar -uw slaapkamer gaan. Twee muren zijn beter dan een." - -Toen de lamp eindelijk op tafel stond en zij beiden in de vervelooze -kamer zaten, welker vlaskleurig behang, ongelijksoortige meubelen, -kale vloer en kale muren de melancholie van oude verwelkte dingen -bezaten, merkte Pierre, dat de abbé aan een heftiger aanval van koorts -ten prooi was dan gewoonlijk. Zijn klein mager lichaam huiverde van -de koude, nog nooit hadden in zijn arm, geel, uitgeteerd gelaat zijn -vurige oogen zoo donker gebrand. - -"Bent u ziek? Ik zou u niet graag vermoeien." - -"Ziek! Ach ja, mijn lichaam brandt als vuur. Maar ik wil juist heel -graag praten. Ik kan het niet langer uithouden. Eens moet je je hart -toch lucht geven." - -Wilde hij afleiding zoeken voor zijn kwaal? Wilde hij zijn lang -zwijgen verbreken, om niet den verstikkingsdood te sterven? Hij liet -Pierre onmiddellijk de stappen, die hij de laatste dagen gedaan had, -vertellen en wond zich nog meer op, toen hij hoorde op welke wijze -kardinaal Sarno, monsignor Fornaro en pater Dangelis den jongen -priester ontvangen hadden. - -"Jawel, jawel, natuurlijk! Het verwondert me heelemaal niet, maar -toch hindert het me voor u. O, ik weet wel, het gaat mij niet aan, -maar het maakt me ziek, want het roept al mijn eigen ellende weer -wakker!... Kardinaal Sarno, die met zijn gedachten elders leeft en -nooit iemand geholpen heeft, moeten we niet mederekenen, maar die -Fornaro, die Fornaro!" - -"Hij scheen mij heel vriendelijk, ja zelfs heel welwillend toe, en -ik geloof werkelijk, dat hij naar aanleiding van ons onderhoud zijn -rapport wel verzachten zal." - -"Hij! Hoe vriendelijker hij geweest is, des te zwarter zal hij u -maken. Hij zal u opvreten, zich vetmesten aan die makkelijke prooi. O, -u kent hem nog niet! Altijd ligt hij op de loer, om zijn geluk op te -bouwen met het ongeluk van arme drommels, van wie hij weet, dat hun -ondergang den machtigen behagen zal!... Neen, dan heb ik liever te -doen met den andere, met pater Dangelis, een verschrikkelijk man, -maar eerlijk en rechtuit ten minste, en bovendien iemand met een -helderen kop. Ik wil u echter volstrekt niet verhelen, dat hij, als -hij de baas was, u als een handjevol stroo zou verbranden... Als ik u -alles kon zeggen, als ik u met mij mede kon nemen in de vreeselijke -dessous van deze kringen, als ik u de monsterachtige eerzucht, de -afschuwlijke intriges, de omkoopbaarheid, de lafheden, het verraad, -ja zelfs de misdaden kon laten zien!" - -Nu Pierre zag, dat hij zich zoo door zijn wrok liet medesleepen, -wilde hij trachtten de inlichtingen te krijgen, die hij tot dit -oogenblik vergeefs gezocht had. - -"Zeg mij tenminste, hoever het met mijn zaak staat. Toen ik er bij mijn -aankomst naar vroeg, hebt u mij geantwoord, dat de kardinaal nog geen -enkel stuk gekregen had. Maar de processtukken zijn nu klaar, dat weet -u toch zeker wel?... Tusschen twee haakjes, monsignor Fornaro heeft -mij verteld, dat drie Fransche bisschoppen een aanklacht ingediend -en een vervolging geëischt zouden hebben! Drie bisschoppen! Hoe is -het mogelijk?" - -Don Vigilio haalde heftig zijn schouders op. - -"O, wat bent u toch nog goed van vertrouwen! Het verwondert mij, -dat er maar drie zijn... Ja, verschillende stukken van uw proces -zijn thans in onze handen, trouwens ik had al lang begrepen, wat -voor een proces het zijn zou. De drie bisschoppen zijn de bisschop -van Tarbes, die blijkbaar handelt op instigatie van de paters van -Lourdes, en de bisschoppen van Poitiers en Evreux, beiden bekend om hun -ultramontaansche onverdraagzaamheid en hartstochtelijke tegenstanders -van kardinaal Bergerot. Deze laatste staat, zooals u weet, om zijn -Gallicaansche denkbeelden en zijn werkelijk zeer liberalen geest -op het Vaticaan slecht aangeschreven... U behoeft nergens anders -te zoeken, de geheele zaak is daar te vinden. De almachtige paters -van Lourdes eischen van den Heiligen Vader een executie, terwijl -men bovendien door uw boek den kardinaal tracht te treffen voor een -brief, dien hij voor u zoo onvoorzichtig geschreven heeft en welken -gij als inleiding hebt laten afdrukken... In den laatsten tijd zijn -de veroordeelingen van den Index dikwijls niets meer dan knotsslagen, -die geestelijken elkander wederkeerig in het donker toebrengen. Het -aanklagen en verklikken is aan de orde van den dag; het heerscht als -onbeperkt gebieder en daarna komt de wet van de willekeur. Ik zou u -ongelooflijke feiten kunnen noemen, onschuldige boeken, die men onder -honderden andere uitgekozen heeft, om een gedachte of een mensch te -dooden; want achter den auteur heeft men het meestal altijd op een -hoogere en machtigere gemunt. Het is zulk een nest van intriges, zoo'n -bron van misbruiken, waarin de laagste persoonlijke wraaknemingen -uitgeoefend worden, dat de instelling van den Index wankelt en men -zelfs hier in de omgeving van den paus de noodzakelijkheid voelt haar -binnen korten tijd opnieuw te reglementeeren, indien men niet wil, -dat zij geheel en al in diskrediet geraakt... O, ik begrijp heel goed, -dat men er zoo lang mogelijk aan vasthoudt om de universeele macht te -behouden, met alle wapenen te regeeren, maar dan moeten het mogelijke -wapenen zijn, moeten zij niet door hun onbeschaamde onrechtvaardigheid -prikkelen en door hun kinderachtigheid geen lachje opwekken." - -Pierre luisterde, een pijnlijke verwondering had zich van zijn hart -meester gemaakt. O, hij had, sedert hij te Rome was, sedert hij zag, -hoe de Paters der Grot daar ontzien en gevreesd werden en door de -groote sommen, die zij voor den Pieterspenning zonden, er heer en -meester waren, gevoeld, dat zij achter de vervolgingen stonden, -geraden, dat hij zou moeten boeten voor de bladzijde in zijn boek, -waarin hij constateerde, dat er te Lourdes een zondige verdraaiing -van het fortuin, een verschrikkelijk schouwspel, dat aan God deed -twijfelen, een voortdurende reden tot strijd waar te nemen was, die -in de waarlijk Christelijke maatschappij van morgen zou ophouden -te bestaan. Ook begreep hij heel goed de ergernis, die zijn niet -verborgen vreugde over het verlies van de wereldlijke macht en -vooral dat ongelukkig gekozen woord "nieuwe godsdienst", dat alleen -reeds voldoende geweest zou zijn, om de aanklagers te wapenen, gewekt -hadden. Maar wat hem voornamelijk verbaasde en tot wanhoop bracht, dat -was het ongehoorde, onbegrijpelijke feit, dat de brief van kardinaal -Bergerot als een misdaad beschouwd, dat zijn boek aangeklaagd en -veroordeeld werd om daardoor den eerwaardigen herder, dien men van -voren niet durfde aanvallen, in zijn rug te treffen. Het was voor hem -een bittere en pijnlijke gedachte, dat hij in zijn vurige naastenliefde -de oorzaak geworden was van de nederlaag van dien man. Welk een wanhoop -op den achtergrond van die twisten, waarin alleen de liefde voor den -arme moest strijden, de afschuwlijkste geldquaesties, de door razende -zelfzucht ontketende hartstochten en begeerten te vinden! - -Dan rees in Pierre een verzet tegen dien gehaten en belachelijken -Index op. Hij ging de werking na van af de aanklacht tot aan het -openlijk afkondigen der verboden boeken. Hij had nu den secretaris -der congregatie gesproken, pater Dangelis, in wiens handen de -aanklacht kwam en die van af dat oogenblik met den hartstocht van den -autoritairen en geleerden monnik en vervuld met den droom de geesten -en het geweten als in den heroïschen tijd der Inquisities te regeeren, -het proces instrueerde en het dossier samenstelde. Van de adviseerende -prelaten had hij er een bezocht, die belast was met het rapport over -zijn boek, den zoo eerzuchtigen en zóó vriendelijken monsignor Fornaro, -een spitsvondig theoloog, die er niet tegen op gezien zou hebben om -aanvallen op het geloof te vinden in een verhandeling over algebra, -wanneer de zorg om zijn geluk dat eischte. - -Dan volgden de bijeenkomsten der kardinalen, die van tijd tot tijd -stemden en in hun droef stemmende wanhoop niet alle boeken te kunnen -treffen, er één onderdrukten. Ten slotte bekrachtigde de paus dan het -besluit door zijn handteekening, een zuivere formaliteit--want waren -niet alle boeken strafbaar? Maar welk een zeldzame en jammerlijke -bastille uit het verleden was deze verouderde, bouwvallige, tot -kindschheid vervallen Index geworden! Men voelde welk een vreeselijke -macht hij eens geweest moest zijn, toen de boeken nog zeldzaam waren -en de Kerk bloed- en vuurrechtbanken bezat, om haar vonnissen ten -uitvoer te leggen. Daarna hadden de boeken zich zoo vermenigvuldigd, -was de geschreven en gedrukte gedachte zoo'n diepe en zoo'n breede -golf geworden, dat zij alles overstroomd, alles medegesleurd had. De -ontaarde, met onmacht geslagen Index moest zich thans bepalen tot een -ijdele demonstratie, om de reusachtige moderne productie en bloc te -veroordeelen, kromp het veld van zijn werkzaamheden steeds meer in, -hield zich alleen nog maar bezig met het onderzoek van werken van -geestelijken. Maar zelfs in die rol was hij nog verdorven, bezoedeld -door de laagste hartstochten, veranderd in een werktuig van intriges, -haat en wraak. O, die treurige bekentenis van zwakken ouderdom, van -toenemende verlamming te midden van de spottende onverschilligheid -der volkeren! - -Het Katholicisme, de vroegere, roemrijke bemiddelaar der beschaving, -had er toe moeten komen om de boeken in een hoop in het vuur van zijn -hel te gooien! En welk een hoop was het! Bijna de geheele litteratuur, -geschiedenis, philosophie en wetenschap der vorige eeuwen en der -onze! Weinig boeken worden er thans gepubliceerd, die niet door de -banbliksems der Kerk getroffen zouden worden. Dat zij haar oogen sluit -is alleen het gevolg van het feit, om de onmogelijke taak alles te -vervolgen en alles te vernietigen, uit den weg te gaan. Toch tracht -zij hardnekkig den schijn van haar souverein gezag over de geesten -te redden--als een zeer oude, van haar troon vervallen verklaarde -koningin zonder rechters en beulen, die ondanks alles doorgaat ijdele -vonnissen uit te spreken, welke slechts door een zeer kleine minderheid -aanvaard worden. - -Maar men stelle zich een oogenblik voor, dat zij overwinnend en door -een wonder meesteresse over de geheele wereld was; men vrage zich af -wat zij met rechtbanken om vonnissen uit te spreken en gendarmes -om die uit te voeren, maken zou van de menschelijke gedachte; -men denke zich eens in, dat de regels van den Index streng werden -toegepast, een drukker niets zonder goedkeuring van den bisschop op -de pers kon leggen, alle boeken bij de congregaties aangebracht, -het verleden gezuiverd, het heden gekneveld, aan een geestelijke -Terreur onderworpen zou worden; zou dat niet gelijkstaan met het -sluiten der bibliotheken, de gevangenzetting van het erfdeel der -geschreven gedachte, de barricadeering van de toekomst, het volkomen -stopzetten van iederen vooruitgang of iedere verovering beteekenen? Een -vreeselijk voorbeeld van dit rampzalige experiment levert het Rome -van onze dagen met zijn verkilden bodem, zijn gestorven, door eeuwen -van pauselijk bestuur gedood sap, Rome, dat zóó onvruchtbaar geworden -is, dat na vijf-en-twintig jaar van herleving en vrijheid nog geen -enkele man, nog geen enkel werk daarin is ontstaan. Maar wie zou -dat aanvaarden--niet onder de revolutionnaire geesten, maar onder -de vrome geesten van eenige beschaving en eenig breed inzicht? Alles -zou in het kinderlijke en absurde instorten. - -Er heerschte een diepe stilte, en Pierre, die door zijn overpeinzingen -geheel van streek geraakt was, maakte een wanhopig gebaar, toen -hij den zwijgenden don Vigilio voor zich zag zitten. Een oogenblik -zwegen beiden in de onbeweeglijkheid van den dood, die uit het oude, -ingesluimerde paleis oprees, te midden van deze gesloten kamer, -welke door de lamp zoo rustig verlicht werd. Dan boog don Vigilio -met zijn van koorts schitterenden blik wat voorover en fluisterde in -een rilling. - -"Zij zitten altijd overal achter, altijd zij!" - -Pierre, die het niet begreep, geraakte door dit als het ware verdwaalde -woord, dat schijnbaar zonder eenigen overgang uitgesproken werd, -in een eenigszins ongeruste verbazing. - -"Wie zijn die zij?" - -"De Jezuïeten." - -De magere, geel geworden priester had in dien kreet de opgehoopte -woede van zijn nu losbrekenden hartstocht gelegd. Wat kwam het erop -aan, of hij een nieuwe dwaasheid beging. Eindelijk was het woord -eruit! Toch wierp hij een laatsten blik vol wanhopig wantrouwen door -de kamer. Dan gaf hij zijn hart lucht in een langen woordenstroom, -die des te onweerstaanbaarder was, omdat hij dien zoo lang in den -grond van zijn hart teruggedrongen had. - -"O, die Jezuïeten, die Jezuïeten!... U denkt ze te kennen, maar u -hebt niet het flauwste besef van hun afschuwlijke daden of van hun -onberekenbare macht. Overal zitten zij achter, zij en zij alleen. Zeg -dat maar altijd tot u zelf, zoodra u niet meer begrijpen kunt en toch -begrijpen wilt. Wanneer u een ramp overkomt, wanneer u lijdt, wanneer -u weent, denk dan dadelijk: "Dat zijn zij, dat is hun werk!" Ik ben -er niet zeker van, dat er niet een onder dit bed ligt, in die kast -staat... O, die Jezuïeten, die Jezuïeten. Zij hebben mij opgegeten, -eten me nog op; zij zullen niets meer van mijn vleesch of van mijn -beenderen overlaten." - -Met zijn afgebroken stem vertelde hij zijn geschiedenis, zijn jeugd -vol idealen. Hij behoorde tot den kleinen provincie-adel, bezat een -vrij aardig inkomen en had een levendigen, soepelen, de toekomst -toelachenden geest. Thans zou hij zeker prelaat en op den weg naar -hooge waardigheden geweest zijn, indien hij niet de fout begaan had -zijn afkeuring uit te spreken over de Jezuïeten en hen bij twee of -drie gelegenheden tegen te werken. Vanaf dat oogenblik hadden zij, -als men hem gelooven mocht, alle denkbare ongelukken op hem laten -regenen: zijn vader en zijn moeder waren gestorven, zijn bankier was -met de noorderzon vertrokken, de goede betrekkingen ontsnapten hem, -zoodra hij zich gereed maakte ze te bekleeden, de ergste tegenspoeden -troffen hem en zijn heilig ambt, zoodat het niet veel gescheeld -had, of men had hem geschorst. Hij had eerst wat rust gevonden, -toen kardinaal Boccanera, door zijn ongeluk getroffen, hem in zijn -persoonlijken dienst genomen had. - -"Hier is mijn toevlucht, mijn asyl. Zij verwenschen Zijne Eminentie, -die nooit op hun hand geweest is; maar zij hebben hem of zijn personeel -nog niet durven aanvallen... O, ik maak mij volstrekt geen illusies, -zij zullen mij toch wel te pakken krijgen. Misschien zullen ze -ons gesprek van vanavond te weten komen en het mij leelijk betaald -zetten, want het is verkeerd van me te spreken, maar ik spreek ondanks -mezelf... Ze hebben me al mijn geluk ontstolen, zij hebben me alle -mogelijke ongelukken bezorgd, alles, alles, hoort u!" - -Pierre begon zich hoe langer hoe minder op zijn gemak te voelen. Hij -trachtte te schertsen: - -"Kom, kom, de Jezuïeten hebben u toch die koorts niet gegeven!" - -"Waarachtig wel," verzekerde don Vigilio heftig. "Ik heb die gekregen -aan den Tiber, op een avond, dat ik in mijn groot verdriet, omdat -ik uit de kleine kerk, waar ik dienst deed, gejaagd werd, ben gaan -huilen." - -Tot dusverre had Pierre niet geloofd aan de vreeselijke legende -der Jezuïeten. Hij behoorde tot een generatie, die glimlachte over -weerwolven, en die de kleinburgerlijke vrees voor deze beruchte zwarte -mannen, welke zich in muren verborgen en families terroriseerden, een -beetje dwaas vond. Voor hem waren dat door religieuse en politieke -hartstochten overdreven bakerpraatjes. Hij keek dan ook don Vigilio -verbaasd aan, terwijl hij bang begon te worden met een maniak te doen -te hebben. - -Toch riep hij zich de zoo belangwekkende geschiedenis der Jezuïeten -voor den geest. Terwijl de Heilige Franciscus van Assisi en de Heilige -Dominicus de ziel en de geest zelf, de meesters en de opvoeders der -Middeleeuwen zijn, de eerste als de vertegenwoordiger van het vurige -geloof der nederigen, de tweede als de verdediger van het dogma en -vaststeller der leer voor intelligenten en machtigen, verschijnt -Ignatius van Loyola op den drempel der moderne tijden, om de gevaar -loopende erfenis te redden. Hij accomodeert den godsdienst aan de -nieuwe maatschappijen en geeft hem opnieuw de heerschappij over de -wereld, die bezig is zich te vormen. Van af dat oogenblik scheen het -experiment genomen te zijn: God zou in zijn intransigenten strijd -met de zonde overwonnen worden, want het was thans vrijwel zeker, -dat de vroegere bedoeling om de natuur te onderdrukken, om in den -mensch den mensch zelf met zijn begeerten, zijn hartstochten, zijn -hart en zijn bloed te dooden, slechts op een fatale nederlaag kon -uitloopen, waarbij de Kerk geheel dreigde te niet te gaan; op dat -kritieke oogenblik redden de Jezuïeten haar uit dat gevaar, gaven -haar terug aan het veroveraarsleven, door te beslissen, dat zij de -wereld tegemoet moet gaan, nu de wereld niet meer tot haar schijnt -te komen. Daarin ligt het geheele geheim. - -Zij beweren, dat er schikkingen te treffen zijn met den hemel; zij -plooien zich naar de zeden, naar de vooroordeelen, naar de ondeugden -zelfs; zij glimlachen, zijn vriendelijk, denken er niet aan streng te -wezen, zijn diplomatiek, bereid om de ergste gruwelen zoo te draaien, -dat zij tot de grootste eer van God gedaan schijnen te zijn. Dat -is hun verzamelkreet, daaruit vloeit voort hun moraal--de moraal, -die men hun zoo dikwijls voor de voeten geworpen heeft--dat alle -middelen goed zijn om het doel te bereiken, wanneer dat doel is -het koninkrijk Gods, vertegenwoordigd door dat der Kerk. Welk een -reusachtig succes dan ook! Zij rijzen overal op, zij bedekken al -heel spoedig de aarde, zijn al heel spoedig overal de onbetwiste -heerschers. Zij nemen koningen de biecht af, zij vergaren ontzaglijke -rijkdommen, zij vormen een zoo zegerijke macht, dat zij in geen land -hun voet kunnen zetten, zonder het weldra geheel met zijn zielen, -zijn lichamen, zijn invloed en zijn rijkdom, te bezitten. In de -eerste plaats richten zij scholen op, zij zijn onvergelijkelijke -hersenkneders, want zij hebben steeds begrepen, dat de macht altijd -toebehoort aan het morgen, aan de opkomende geslachten, waarover men -de baas blijven moet, indien men eeuwig wil heerschen. - -Hun op de noodzakelijkheid van een transactie met de op zonde -gebaseerde macht is zóó groot, dat zij onmiddellijk na het Concilie -van Trente den geest van het Katholicisme wijzigen, het doordringen -en met zichzelf identificeeren, de onontbeerlijke soldaten worden -van het pausdom, dat van hen en voor hen leeft. Van af dat oogenblik -behoort Rome hun--Rome, waar hun generaal zoo lang bevolen heeft, -Rome, vanwaar zoo lang het wachtwoord is uitgegaan van die geheime en -geniale taktiek, die blindelings gevolgd werd door hun ontelbaar leger, -welks handige organisatie de wereld bedekt met een ijzeren net onder -de fluweelzachte handen, die zoo ervaren zijn in het leiden van de -arme, lijdende menschheid. - -Maar het allerwonderbaarlijkste van alles was nog de verrassende -levenskracht van die onophoudelijk vervolgde, veroordeelde en verdreven -Jezuïeten, die ondanks alles nog het hoofd omhoog houden. Zoodra hun -macht gevestigd is, begint hun impopulariteit, die langzamerhand -algemeen wordt. Een gejouw vol verwenschingen, afschuwlijke -aanklachten, schandelijke processen verheffen zich tegen hen, -waarin zij als misdadigers en verdervers ontmaskerd worden. Pascal -geeft ze aan de openbare verachting prijs, parlementen doemen hun -boeken ten vure, universiteiten verwerpen hun leer en hun moraal als -gif. In ieder rijk verwekten zij zulke onlusten en troebelen, dat een -vervolging tegen hen georganiseerd wordt en zij weldra overal verjaagd -worden. Meer dan een eeuw lang zijn zij zwervende, worden verdreven, -dan weer teruggeroepen, gaan over de grenzen en komen weer terug, -verlaten een land onder hoongelach en haatgeschreeuw om het weer te -betreden, zoodra de rust zich hersteld heeft. Eindelijk zijn zij, -nadat een paus hun orde opgeheven had--hun grootste ramp--weer door -een ander hersteld en worden sedert dien tijd zoo goed en zoo kwaad -als het gaat, geduld. Maar ondanks hun diplomatiek op den achtergrond -blijven, ondanks het vrijwillige donker, waarin zij zoo voorzichtig -zijn te leven, blijven zij, rustig en zeker van de overwinning, -triompheeren als soldaten, die de wereld voor goed veroverd hebben. - -Pierre wist, dat zij thans, indien men alleen naar den uiterlijken -schijn oordeelt, uit het bezit van Rome verdreven waren. Zij besturen -de Jezuïetenkerk niet meer, hebben niet meer de leiding van het -Collegium Romanum, waar zij zooveel zielen gemodelleerd hebben; zonder -eigen huis en op gastvrijheid van vreemden aangewezen, hebben zij zich -bescheiden in het Collegium Germanicum teruggetrokken, waarin zich een -kleine kapel bevond. Daar predikten zij, namen zij nog de biecht af, -maar zonder ophef, zonder de vrome pracht van de Il Gesù, zonder de -roemrijke successen van het Collegium Romanum. Moet men dus gelooven, -dat zij uit list, met opzet verdwijnen, om de geheime en almachtige -meesters te blijven, de verborgen wil, die alles leidt. Men zeide -immers, dat het dogma der Onfeilbaarheid van den paus hun werk was, -het wapen, waarmede zij zichzelf gewapend hadden, terwijl zij het -lieten voorkomen, alsof zij het pausschap ermede wapenden voor de -toekomstige, zware taak, die hun genie aan den vooravond van groote -sociale omwentelingen voorzag. Bestond dus werkelijk die geheime -oppermacht, waarvan don Vigilio zoo geheimzinnig vertelde, die -beslaglegging op het bestuur der Kerk, die onbekende, maar volkomen -macht op het Vaticaan? - -Als gevolg van een plotselinge gedachtenassociatie vroeg Pierre -plotseling: - -"Is monsignor Nani dan een Jezuïet?" - -Die naam scheen don Vigilio weer geheel van streek te brengen; zijn -hand beefde van opwinding. - -"Hij? O, hij is veel te slim en veel te handig, om in de orde te -gaan. Maar hij is een leerling van dat Collegium Romanum, waarop zijn -generatie zijn opleiding gekregen heeft, en heeft daar het genie der -Jezuïeten, dat zoo goed bij zijn eigen genie paste, ingedronken. Maar -ook al heeft hij begrepen, hoe gevaarlijk het is zich in een impopulair -en hinderlijk kostuum te steken, wanneer men vrij wil zijn, daarom is -hij niet minder Jezuïet, o, Jezuïet in merg en been! Hij is blijkbaar -de meening toegedaan, dat de Kerk niet kan triompheeren dan door de -menschelijke hartstochten te exploiteeren; daarbij heeft hij haar -oprecht lief; hij is in den grond der zaak heel vroom, een zeer -goed priester en dient God zonder zwakheid om de onbeperkte macht, -die Hij aan Zijn dienaren geeft. Bovendien is hij zeer charmant, -niet in staat tot een ruwheid of een misstap, wordt hij begunstigd -door de reeks adellijke Venetianen, die hij achter zich heeft, bezit -hij door zijn wereldkennis, die hij in de nuntiaturen te Weenen en -Parijs verkregen heeft, een breeden blik, weet hij alles, kent hij -alles, dank zij de delicate functies, die hij hier, als assessor van -het Heilig College, sedert tien jaar bekleedt... O, hij is almachtig -en niet als een heimelijke Jezuïet, wiens zwart kleed te midden van -het algemeene wantrouwen voortglijdt, maar als aanvoerder zonder een -bepaalde uniform, als het hoofd, als het brein!" - -Deze woorden brachten Pierre tot ernstige overdenkingen, want het -ging nu niet meer om mannen, die zich in muren verborgen, niet meer -over donkere complotten van een romantische secte. Ook al kwam -zijn scepticisme tegen dergelijke verhaaltjes in verzet, daarom -kon hij toch zeer goed aannemen, dat een opportunistische, uit de -behoeften van den strijd om het bestaan geboren moraal, zooals die -van de Jezuïeten, zich geoculeerd had op de geheele Kerk en daarin nu -onbeperkt heerschte. De Jezuïeten zelf konden verdwijnen, hun geest zou -hen overleven, omdat hij het strijdwapen, de hoop op de overwinning, -de eenige taktiek was, die de volkeren onder de heerschappij van Rome -zou kunnen terugbrengen. In werkelijkheid lag die strijd in deze -poging tot aanpassing, die zich tusschen den godsdienst en de eeuw -voltrok. Van nu af begreep hij, hoe mannen als monsignor Nani zoo'n -belangrijke, beslissende rol konden spelen. - -"O, als u het eens wist, als u het eens wist!" ging don Vigilio -voort. "Hij is overal, heeft de hand in alles. Hier bij de Boccanera's -bijvoorbeeld is niets gebeurd, of ik heb hem achter de schermen -gevonden, of hij verwarde of ontwarde, al naar het noodig was--wat -hij alleen weet--de draden." - -En in de onuitputtelijke koorts van mededeelzaamheid, die hem geheel en -al verteerde, vertelde hij, hoe monsignor Nani ongetwijfeld ook in de -echtscheiding van Benedetta betrokken was. De Jezuïeten hebben ondanks -hun verzoenlijken geest steeds een onverzoenlijke houding aangenomen -ten opzichte van Italië, hetzij omdat zij niet aan de herovering van -Rome twijfelen, hetzij omdat zij het oogenblik afwachten om met den -werkelijken overwinnaar te onderhandelen. Nani, die sedert lang een -vertrouwde van donna Serafina was, had haar dan ook geholpen om haar -nicht weer bij zich te nemen en de breuk met Prada te bespoedigen, -zoodra Benedetta haar moeder verloren had. Hij was het geweest, die, -om abbé Pisoni, den patriotischen geestelijke en den biechtvader -van het jonge meisje, wien men verweet, dat hij het huwlijk in de -hand gewerkt had, te verdringen, Benedetta aangespoord denzelfden -biechtvader te nemen als haar tante, den Jezuïetenpater Lorenza, een -knappen man met heldere en vriendelijke oogen, wiens biechtstoel in -de kapel van het Collegium Germanicum bestormd werd. - -Het scheen vast te staan, dat deze manoeuvre over de heele quaestie -beslist had: wat een pastoor voor Italië gedaan had, zou een pater -tegen Italië weer ongedaan maken. Maar waarom scheen nu Nani, na -eerst de breuk tot stand gebracht te hebben, een oogenblik zóó -alle belangstelling in de zaak verloren te hebben, dat hij het -verzoek om nietigverklaring van het huwlijk gevaar liet loopen? En -waarom bemoeide hij er zich thans weer mede, door monsignor Palma -te laten koopen, door donna Serafina aan het werk te zetten, door -zelf zijn invloed op de kardinalen van de Conciliecongregatie te -laten gelden? Er waren duistere punten in deze zaak, zooals in alle -zaken, waarin hij betrokken was, want hij was vóór alles een man van -verreikende combinaties. Maar men kon aannemen, dat hij het huwlijk -van Benedetta en Dario wilde bespoedigen, om een einde te maken aan -de schandelijke lasterpraatjes der witte kringen, die den neef en de -nicht beschuldigden, dat zij in het paleis slechts één bed hadden, -waarvoor hun oom, de kardinaal, welwillend zijn oogen sloot. Misschien -was echter ook deze ten koste van veel geld en onder den druk van zeer -bekende invloeden verkregen echtscheiding een met opzet uitgelokt, -eerst op de lange baan geschoven en thans verhaast schandaal, om den -kardinaal zelf te benadeelen, van wien de Jezuïeten voor een in de -naaste toekomst liggende omstandigheid gaarne bevrijd wilden zijn. - -"Ik voor mij voel het meest voor deze laatste veronderstelling," ging -don Vigilio voort; "te meer daar ik vanavond gehoord heb, dat de paus -lijdende is. Bij een man van vier-en-tachtig jaar is ieder oogenblik -het ergste te vreezen; de paus kan niet meer verkouden zijn, of het -heele Heilige College en alle prelaten geraken in beweging... Nu -hebben de Jezuïeten altijd de candidatuur van kardinaal Boccanera -bestreden. Eigenlijk moesten zij om zijn rang, om zijn intransigente -houding ten opzichte van Italië voor hem zijn, maar het denkbeeld -zichzelf een dergelijken meester te geven, maakt hen bang; zij vinden, -dat hij een te onstuimig karakter, een te heftig geloof heeft, te -weinig soepel is in deze tijden, waarin de Kerk een diplomaat zoo hoog -noodig heeft... En het zou me geen oogenblik verwonderen, wanneer men -trachten zou hem in discrediet te brengen, zijn candidatuur door de -gemeenste en schandelijkste middelen onmogelijk te maken." - -Een lichte rilling van vrees doorhuiverde Pierre. De besmetting van -het onbekende, van de in het donker opgezette intriges werkte te -midden van de nachtelijke stilte in het paleis aan den Tiber, in dat -van legendarische tragedies zoo volle Rome nog sterker. En plotseling -tot zichzelf, tot zijn persoonlijk geval terugkeerend, vroeg hij: - -"Maar ik, wat heb ik met dat alles uitstaande? Waarom schijnt monsignor -Nani zich voor mij te interesseeren? Wat heeft hij te maken met het -proces, dat mijn boek aangedaan is?" - -Don Vigilio maakte een groot gebaar. - -"O, dat weet je nooit, dat weet je nooit precies!... Wat ik u -met zekerheid zeggen kan, is, dat hij eerst van de zaak kennis -gekregen heeft, toen de aanklachten der bisschoppen van Tarbes, -Poitiers en Evreux zich al in handen bevonden van pater Dangelis, -den secretaris der Indexcongregatie; eveneens heb ik gehoord, dat -hij alle mogelijke moeite gedaan heeft om het proces tegen te houden, -daar hij het blijkbaar onnoodig en onpolitiek vindt. Maar wanneer een -zaak eenmaal bij de congregatie aanhangig gemaakt is, is het bijna -onmogelijk den verderen loop tegen te houden, te meer daar hij in dit -geval pater Dangelis tegenover zich had, die, als trouw Dominicaan, een -hartstochtelijk tegenstander der Jezuïeten is. In dien stand van zaken -heeft hij de contessina aan mijnheer de la Choue laten schrijven, die -u zeggen moest, dat gij zelf in Rome uw boek verdedigen en gedurende -uw verblijf alhier de gastvrijheid van dit paleis aannemen moest." - -Deze onthulling bracht Pierre in groote opwinding. - -"Bent u daar zeker van?" - -"O, beslist zeker, ik heb hem op een Maandagavond over u hooren -spreken, en reeds heb ik u gezegd, dat hij zeer goed van u op de -hoogte schijnt te zijn, alsof hij een nauwkeurig onderzoek naar u -had ingesteld. Naar mijn meening had hij uw boek gelezen en was hij -daardoor zeer gepreoccupeerd." - -"Gelooft u dus, dat hij het met mijn denkbeelden eens is? Dat hij -oprecht is en dat hij zichzelf verdedigt, terwijl hij mij tracht -te verdedigen?" - -"O, neen, geen quaestie van... Hij vervloekt uw denkbeelden, uw boek en -u zelf! U moest zijn minachting voor den zwakke, zijn haat tegen den -arme, zijn liefde voor het gezag en de heerschappij eens kennen, die -verborgen liggen onder zijn zoo beminnelijke vriendelijkheid. Lourdes -zou hij u nog kunnen vergeven, hoewel dat een machtig wapen is. Maar -nooit zal hij u vergeven, dat gij u aan de zijde der kleinen van -deze wereld schaart en dat gij u tegen de wereldlijke macht verklaard -hebt. Als u eens hoorde, met welk een aanminnig lijkende wreedheid hij -zich vroolijk maakt over mijnheer de la Choue, dien hij de weemoedige -treurwilg van het Neo-Katholicisme noemt." - -Pierre greep met beide handen naar zijn slapen en drukte zijn hoofd -in wanhoop. - -"Maar waarom dan, waarom dan? Zeg het me, ik bezweer het u... Waarom -liet hij mij hier komen, waarom wil hij mij in dit huis tot zijn -beschikking hebben? Waarom laat hij mij nu maanden in Rome rondloopen, -waarom laat hij mij allerlei hinderpalen ontmoeten, waarom wil hij mij -moe maken, terwijl het hem in het geheel geen moeite kost mijn boek, -als het hem hindert, op den Index te laten plaatsen? Zeker, het zou -dan niet zoo kalm in zijn werk gegaan zijn, want ik was voornemens -mij niet te onderwerpen, mijn nieuw geloof luid uit te bazuinen, -zelfs tegen de beslissingen van Rome in." - -De zwarte oogen in het gele gelaat van don Vigilio fonkelden. - -"Misschien heeft hij dat juist niet gewild. Hij weet, dat u heel -intelligent en vol geestdrift bent, en ik heb hem dikwijls hooren -zeggen, dat men intelligentie en geestdrift niet van voren moet -aanvallen." - -Maar Pierre was opgestaan en luisterde zelfs niet meer; als door zijn -verwarde gedachten opgejaagd, liep hij in de kamer heen en weer. - -"Luister, ik moet alles weten en alles begrijpen, als ik den strijd -wil voortzetten. U zult mij den dienst bewijzen mij tot in de kleinste -bijzonderheden in te lichten, omtrent ieder van de personen, die met -mijn proces te maken hebben... Jezuïeten, Jezuïeten overal! Lieve -God, ik zie het in, u hebt misschien gelijk. Maar u moet mij de -verschillende nuances geven... Die Fornaro bijvoorbeeld?" - -"Monsignor Fornaro? O, die is alles wat men wil. Maar hij heeft -eveneens zijn opleiding in het Collegium Romanum gehad. U kunt ervan -overtuigd zijn, dat hij een Jezuïet is, een Jezuïet door opvoeding, -door zijn positie, door zijn eerzucht. Hij brandt van verlangen om -kardinaal te worden, en wanneer hij eenmaal kardinaal is, zal hij -van verlangen branden om paus te zijn. Allemaal candidaten naar het -pausschap, van het seminarie af." - -"En kardinaal Sanguinetti?" - -"Jezuïet, Jezuïet!... Laten we elkaar goed begrijpen: hij is -het geweest, toen is hij het niet meer geweest, en nu is hij -het ongetwijfeld opnieuw. Sanguinetti heeft met alle machten -gecoquetteerd. Langen tijd heeft men gedacht, dat hij voor een -verzoening tusschen den Heiligen Stoel en Italië was; daarna is de -toestand in een ander stadium gekomen en heeft hij heftig partij -gekozen tegen de overweldigers. Eveneens is hij dikwijls in onmin -geweest met Leo XIII en heeft zich dan weer met hem verzoend, -terwijl hij thans met het Vaticaan op diplomatiek gereserveerden -voet staat. In één woord, hij heeft slechts één doel, de tiara, maar -hij laat dat te veel blijken, wat voor een candidaat niet gewenscht -is... Maar voor het oogenblik schijnt de strijd te gaan tusschen hem en -kardinaal Boccanera. Daarom heeft hij zich met de Jezuïeten verzoend, -exploiteert hij nu hun haat tegen zijn concurrent en rekent erop, -dat zij in hun verlangen om dezen van den Heiligen Stoel verwijderd -te houden, genoodzaakt zullen zijn hem te steunen. Maar ik voor mij -twijfel daaraan, want ik weet, dat ze daarvoor veel te slim zijn, -zij zullen zich wel tweemaal bedenken voor zij een candidaat, die -zich al zoo gecompromitteerd heeft, hun steun zullen verleenen. Hij, -een hartstochtelijk, hoogmoedig warhoofd, is er echter geen oogenblik -bang voor, en daar hij, zooals u zegt, in Frascati is, ben ik ervan -overtuigd, dat hij onmiddellijk na het bericht van het ziek worden -van den paus om de een of andere reden van taktiek daarheen gegaan is, -om zich op te sluiten." - -"En de paus, Leo XIII zelf?" - -Don Vigilio aarzelde even en knipte met zijn oogleden. - -"Leo XIII? Jezuïet, Jezuïet!... O, ik weet heel goed, dat men beweert, -dat hij het met de Dominicanen houdt, en dat is in zeker opzicht -waar, want hij gelooft door hun geest bezield te zijn, heeft den -Heiligen Thomas van Aquino weer tot eer gebracht en de opleiding -der geestelijkheid weer ingericht naar zijn leerstellingen... Maar -men kan ook zonder het te willen of te weten Jezuïet zijn, en de -tegenwoordige paus zal er het beroemde voorbeeld van zijn. Bestudeer -zijn handelingen, geef u rekenschap van zijn politiek en u zult -daarin de uitstrooming, de werkzaamheid zelf van de Jezuïetenziel -zien. Dat komt, omdat hij daar onbewust van doordrenkt is, omdat alle -invloeden, die, direct of indirect, op hem werken, uitgaan van dien -haard... Waarom gelooft u mij niet? Ik zeg u nogmaals, dat zij alles -hebben veroverd, alles hebben opgezogen, dat Rome hun toebehoort van -af den nederigsten kapelaan tot aan Zijne Heiligheid zelf toe!" - -Hij bleef iederen nieuwen naam, dien Pierre noemde, beantwoorden -met denzelfden hardnekkigen en bijna waanzinnigen uitroep: -Jezuïet, Jezuïet! Het scheen, alsof men in de Kerk niets anders -meer zijn kon, alsof de waarheid van die bewering bewezen werd -door een geestelijkheid, die gedwongen was zich te richten naar de -nieuwe wereld, als zij God wilde redden. Het heldentijdvak van het -Katholicisme was afgesloten, het kon voortaan slechts leven door -diplomatie en listen, door concessies en schikkingen. - -"En die Paparelli--Jezuïet, Jezuïet!" ging don Vigilio, -terwijl hij onwillekeurig begon te fluisteren, voort. "O, dat -is de verschrikkelijke, kruiperige Jezuïet, de Jezuïet in zijn -afschuwlijksten vorm als spion en verklikker! Ik zou er een eed op -willen doen, dat men hem hier in het paleis gebracht heeft om Zijne -Eminentie na te gaan, en u moet zien met welk een geniale handigheid -en slimheid hij erin geslaagd is zijn taak te vervullen: zijn wil is -almachtig, hij laat binnen wie hem lust, gebruikt zijn meester als -iets, dat hem toebehoort, oefent vaak druk uit op ieder van zijn -besluiten, heeft hem langzamerhand ieder uur meer in zijn macht -gekregen... Ja, die zoo eenvoudige, geringe abbé, de sleepdrager, -wiens werk het is als een trouwe hond aan de voeten van zijn meester -te zitten, maar die in werkelijkheid over hem heerscht en hem drijft -waarheen hij wil--dat is de overweldiging van den leeuw door het -insect, dat is het oneindig kleine, dat beschikt over het oneindig -groote... O, die Jezuïet, die Jezuïet! Neem u voor hem in acht, -wanneer hij met zijn slap en gerimpeld gezicht als een oude vrouw -in een zwarte rok geruischloos in zijn armzalige soutane langs u -sluipt. Pas op, dat hij niet achter een deur of in een kast staat of -onder een bed ligt. Ik zeg u, dat zij u zullen opeten, zooals zij mij -opgegeten hebben, en dat zij u ook de koorts, de pest zullen geven, -wanneer u u niet in acht neemt!" - -Plotseling bleef Pierre voor den priester staan. Hij verloor -terrein. Vrees en toorn hadden zich van hem meester gemaakt. Waarom -zouden ten slotte al die vreemde verhalen niet waar zijn? - -"Maar geef mij dan toch een raad!" riep hij uit. "Ik heb u juist -gevraagd even bij mij te komen, omdat ik niet meer wist, wat ik -doen moest en ik behoefte gevoelde weer op den goeden weg gebracht -te worden." - -Hij hield op en begon, als door zijn hartstocht voortgedreven, weer -gejaagd de kamer op en neer te loopen. - -"Of neen, zeg me toch maar niets. Het is uit, ik vertrek liever. Die -gedachte is reeds eerder bij mij opgekomen, maar in een uur van -lafheid, ik wilde toen verdwijnen, naar Parijs teruggaan, en in vrede -in mijn eigen kring leven, terwijl ik, wanneer ik thans Rome verlaat, -wegga als wreker, als rechter, om van Parijs uit te verkondigen, -wat ik te Rome gezien, wat men er van het Christendom van Jezus -gemaakt heeft--dat het Vaticaan op het punt staat ineen te storten, -dat er reeds een lijkenlucht van uitgaat, dat het een belachelijke -illusie is te hopen, eens uit dat graf, waarin de ontbinding van -eeuwen slaapt, de moderne ziel herboren te zien opstaan... O, ik -zal niet toegeven, ik zal mij niet onderwerpen, ik zal mijn boek -door een nieuw boek verdedigen. En dat zal, daar sta ik u borg voor, -in de wereld opzien baren, want het zal de doodsklok luiden over een -stervenden godsdienst, dien men zoo spoedig mogelijk begraven moet, -als men niet wil, dat zijn omhulsel de volkeren zal vergiftigen." - -Dit ging don Vigilio's begrip te boven. De Italiaansche priester met -zijn bekrompen geloof, zijn laffen angst voor nieuwe denkbeelden, -werd weer in hem wakker. Hij vouwde zijn handen. - -"Zwijg, zwijg, dat zijn godslasteringen... En bovendien u kunt niet -zoo weggaan, zonder nog eenmaal getracht te hebben Zijne Heiligheid te -spreken. Zij alleen is souverein. En ik weet wel, dat het u verbazen -zal, maar pater Dangelis heeft, al schertsend, u nog den eenigen -goeden raad gegeven: ga nogmaals naar monsignor Nani, hij alleen zal -de deur van het Vaticaan voor u kunnen openen." - -Weer maakte een woede zich van Pierre meester. - -"Wat, ik zou bij monsignor Nani begonnen zijn, om weer bij monsignor -Nani te eindigen? Wat is dat voor een spel? Dacht u, dat ik me laat -behandelen als een bal, die van den een naar den ander gekaatst -wordt? Ze zouden me maar uitlachen!" - -Uitgeput en wanhopig liet Pierre zich weer vallen op zijn stoel -tegenover den abbé, die, met zijn door het lange opzitten vaalbleek -gezicht en zijn altijd bevende handen, zich in het geheel niet -bewoog. Er volgde een lange stilte. Dan kwam don Vigilio nog met -een ander denkbeeld: hij kende den biechtvader van den paus, een -zeer eenvoudigen Franciscaner monnik, en wilde Pierre bij dezen -aanbevelen. Misschien zou die pater, ondanks zijn bescheiden op -den achtergrond blijven, kunnen helpen. Het was in ieder geval -te probeeren. Dan begon het zwijgen weer, en Pierre, wiens oogen -strak op den muur gericht waren, onderscheidde ten slotte de oude -schilderij, die hem op den dag van zijn aankomst zoo getroffen -had. Langzamerhand zag hij haar in het schemerachtige licht als het -ware naar voren treden en levend worden als de belichaming van zijn -eigen geval, van zijn nuttelooze wanhoop voor de ruw gesloten deur -der waarheid en der gerechtigheid. O, hoe geleek deze verstooten, -in haar liefde volhardende vrouw, wier gezicht men niet zien kon, -die, snikkend in haar haren, van smart op de treden van dit paleis, -voor de meedoogenloos gesloten deur neergevallen was, op hem! In haar -eenvoudig linnen kleed rilde zij van de koude, zij verried haar geheim, -ongeluk of eigen schuld, haar groot verdriet, zoo verstooten te zijn, -niet. En hij gaf haar achter die tegen haar gelaat gedrukte handen zijn -gezicht, zij werd zijn zuster, evenals alle andere armen zonder dak en -bescherming, die weenen, omdat zij naakt en alleen zijn, die het vel -van haar vuisten rukken bij haar pogingen, om de deur der menschen -te forceeren. Hij kon nooit naar haar kijken zonder medelijden met -haar te krijgen, en dien avond werd hij zóó ontroerd, nu hij haar nog -altijd onbekend, zonder naam en zonder gezicht, nog altijd badende -in haar tranen terugvond, dat hij plotseling aan don Vigilio vroeg: - -"Weet u van wie die oude schilderij is? Zij ontroert mij tot in mijn -ziel als een meesterwerk." - -Verbaasd over die onverwachte vraag, die zoo zonder eenigen overgang -gedaan werd, keek de priester op; hij verwonderde zich nog meer, toen -hij het zwart geworden, verwaarloosde doek en de armzalige lijst zag. - -"Weet u, waar die schilderij vandaan komt?" vroeg Pierre -nogmaals. "Waarom heeft men het doek naar deze kamer verbannen?" - -"O!" zeide hij met een onverschillig gebaar, "dat is niets. Zulke -oude, waardelooze schilderijen vindt je hier overal... Dit doek zal -wel altijd hier gehangen hebben. Maar ik weet het niet, ik heb er -vroeger nooit op gelet." - -Eindelijk stond hij voorzichtig op. Doch die enkele beweging gaf -hem zoo'n rilling, dat hij nauwlijks iets zeggen kon. Zijn tanden -klapperden van koorts. - -"Neen, ga niet mee, laat de lamp in deze kamer... En om nog even -op ons gesprek terug te komen: het zal nog maar het beste zijn u -toe te vertrouwen aan monsignor Nani, want dat is tenminste nog een -hoogstaand iemand. Ik heb het bij uw komst hier al gezegd, of u wilt -of niet, zult u ten slotte toch doen wat hij wil. Waartoe dient het -dan eigenlijk nog te strijden?... En nooit één woord over ons gesprek -van vannacht, dat zou mijn dood zijn!" - -Hij opende de deuren geruischloos, keek wantrouwend rechts en links -de donkere gang in, verdween en ging zoo zacht naar zijn eigen kamer -terug, dat men zelfs te midden van de grafstilte van het oude paleis -het schuifelen van zijn voet niet hoorde. - -Den volgenden dag liet Pierre, die weer opnieuw door strijdlust bezield -was en alles wilde probeeren, zich door don Vigilio een aanbeveling -geven voor den biechtvader van den paus, den Franciscanerpater, -dien de secretaris van den kardinaal kende. Maar deze monnik was een -pijnlijk angstvallig man; blijkbaar had men een zeer bescheiden en -eenvoudig iemand zonder eenigen invloed gekozen, die geen misbruik zou -maken van zijn almachtige positie bij den paus. In de omstandigheid, -dat deze slechts de deemoedigste orde, den vriend der armen, den -heiligen bedelaar langs de wegen als biechtvader had willen hebben, -lag ook een gehuichelde ootmoed. Toch stond deze pater bekend als een -redenaar van groote geloofskracht; de paus zelf luisterde, volgens de -etiquette achter een sluier verborgen, naar zijn preeken, want al kon -de paus als onfeilbaar pontifex maximus van geen enkelen priester iets -leeren, men erkende toch, dat hij, als mensch, voordeel kon trekken -uit goede woorden. Afgezien van zijn natuurlijke welsprekendheid was -deze goede monnik een eenvoudige bleeker van zielen, een biechtvader, -die luistert en absolutie geeft, zonder zich de onreinheden, die hij -in het water der boetedoening schoon wascht, te herinneren. Toen -Pierre zag, dat hij werkelijk zoo onbeteekenend en zonder invloed -was, drong hij niet aan op zijn bemiddeling, wat, zooals hij voelde, -toch nutteloos zijn zou. - -Dien dag vervolgde het beeld van den schuchteren minnaar der Armoede, -van den verrukkelijken Franciscus, zooals Narcisse Habert hem noemde, -Pierre tot den avond. Hij had zich dikwijls verwonderd over de komst -van dezen nieuwen Jezus, die zoo zacht voor menschen, dieren en dingen -was en wiens hart brandde van een zoo vurige liefde voor de armen, -in dit zelfzuchtige en genotzuchtige Italië, waarin slechts de vreugde -over de schoonheid koningin gebleven is. Ongetwijfeld zijn de tijden -veranderd, maar hoeveel liefdekracht moet er in die oude tijden, -gedurende het groote lijden der Middeleeuwen, noodig geweest zijn dat -een dergelijke uit den volksbodem opgeschoten trooster der nederigen de -overgave van het eigen ik aan anderen, het afstand doen van rijkdom, -den afschuw voor ruw geweld, de gelijkheid en gehoorzaamheid begon -te preeken, die den wereldvrede verzekeren moest. - -Hij ging, gekleed als de armsten, langs de wegen; een touw hield -het grijze kleed om zijn lendenen vast, zijn naakte voeten staken in -sandalen; beurs of stok had hij niet. Hij en zijn broeders spraken -een trotsche, vrije taal, vol verheven, poëtische kracht, vol dapper -uitgesproken waarheid. Overal traden zij op als rechters, vielen zij -de rijken en machtigen aan, waagden zij het de slechte priesters, -de ontuchtige, zich aan simonie schuldig makende, meineedige -bisschoppen, aan te wijzen. Met een langen kreet van verlichting -werden zij ontvangen; het volk volgde hen in dichte scharen, zij -waren de vrienden, de bevrijders van alle kleinen, die lijden. - -In den beginne maakte Rome zich dan ook niet weinig ongerust over -dergelijke revolutionnairen; de pausen aarzelden lang vóórdat zij -de orde erkenden; en toen zij ten slotte toegaven, geschiedde dat -ongetwijfeld met de gedachte, deze nieuwe macht tot hun voordeel, -tot de verovering van de lagere volksklassen, van de reusachtige, -onbestemde massa te gebruiken, wier heimelijk dreigen door alle eeuwen -heen, zelfs in de meest despotische tijden, gegromd en gebromd heeft. - -Van dat oogenblik af bezat het pausdom in de zonen van den Heiligen -Franciscus een steeds overwinnend leger, een zwervend leger, dat -zich overal, op alle wegen, in alle dorpen en steden verspreidde, -dat doordrong tot den huiselijken haard van werkman en boer en de -harten der eenvoudigen voor zich won. Dat men zich de democratische -macht van een dergelijke orde, die uit het volk zelf voortgesproten -was, voorstelle! Vandaar zijn zoo spoedig gevolgde bloei; het aantal -broeders vermeerdert zich in enkele jaren aanzienlijk, overal worden -scholen opgericht; de Franciscaner-orde trekt de leeken-bevolking -zoo tot zich aan, dat zij haar doordrenkt en opzuigt. - -En dat men hier te doen heeft met een voortbrengsel van den bodem, -met een krachtigen wasdom van den plebeïschen stam, bewijst wel het -feit, dat een nationale kunst eruit opbloeide: de voorloopers van -de Renaissance in de schilderkunst, en Dante zelf, de ziel van het -Italiaansche genie. - -Sedert enkele dagen zag Pierre nu deze groote orde van vroeger en -kwam met hen in het hedendaagsche Rome in aanraking. De Franciscanen -en de Dominicanen, de door hetzelfde geloof bezielde mededingers, -die zoo lang gemeenschappelijk voor de Kerk gestreden hadden, woonden -nog altijd in hun groote, schijnbaar bloeiende kloosters tegenover -elkaar. Maar het scheen, dat de Franciscanen op den langen duur door -hun nederigheid op zijde gedrongen waren. Misschien kwam dat ook, -omdat hun rol van volksvrienden en volksbevrijders uitgespeeld was, -sedert het volk zich door zijn politieke en sociale veroveringen -zelf bevrijdt. - -In ieder geval ging de strijd alleen nog tusschen de Dominicanen en -de Jezuïeten, de predikers en de opvoeders, die beiden de pretentie -behouden hebben de wereld te kneden naar het beeld van hun geloof. Men -hoorde de verschillende invloeden dof grommen; het was een strijd, -die geen uur ophield en waarvan Rome, de oppermacht in het Vaticaan, -de inzet was. Het was voor de eerste van weinig nut, dat de Heilige -Thomas van Aquino aan hun zijde streed; zij voelden hoe hun oude -dogmatische wetenschap instortte, zij moesten dagelijks wat meer -terrein afstaan aan de tweeden, die met behulp van den geest der eeuw -overwonnen. Verder waren er nog de Karthuizers in hun witte pijen, -de heilige, reine, zwijgende en contemplatieve monniken, die zich -uit de wereld terugtrekken in hun kloosters met de stille cellen, de -wanhopigen en getroosten, wier aantal gering kan zijn, maar die eeuwig -zullen leven, zooals smart en behoefte aan eenzaamheid eeuwig zijn. - -Dan waren er de Benedictijnen, de kinderen van den Heiligen Benedictus, -wiens bewonderenswaardige orderegel den arbeid geheiligd heeft, de -hartstochtelijke letterkundige en wetenschappelijke werkers, die in -hun tijd lang machtige werktuigen der beschaving waren en door hun -reusachtigen historischen en kritischen arbeid zooveel bijgedragen -hebben tot de algemeene ontwikkeling. Hen had Pierre lief, bij hen zou -hij twee eeuwen vroeger zijn toevlucht en zijn troost gezocht hebben; -maar toch verwonderde het hem ten zeerste, toen hij zag, dat zij op -den Aventinus een groot huis voor zich bouwden, waarvoor Leo XIII -reeds millioenen gegeven heeft, alsof de wetenschap van heden en -morgen nog een veld was, waarop zij zouden kunnen oogsten. Waartoe -diende dat? De arbeiders waren toch veranderd, de dogma's versperren -toch den weg aan ieder, die ze eerbiedig moet voorbijgaan, zonder ze -geheel tegen den grond te werpen. - -Verder krioelde het er nog van honderden minder beteekenende orden: -de Carmelieten, de Trappisten, de Minnebroeders, de Barnabieten, -de Lazaristen, de Eudisten, de Missionarissen, de Recoletten, -de Broeders van de orde der Christelijke leer, de Bernardijnen, -de Augustijnen, de Theatijnen, de Observantijnen, de Celestijnen, -de Capucijnen, ongerekend de correspondeerende vrouwenorden, -de Clarissen, de ontelbare nonnen, zooals de zusters van Maria -Boodschap en van Golgotha. Iedere orde had haar meer bescheiden of -meer weelderig ingericht huis, sommige wijken van Rome bestonden -slechts uit kloosters, en achter die zwijgende gevels gonsde en -intrigeerde dit volk in een voortdurenden strijd van belangen en -hartstochten. De vroegere sociale evolutie, die hen voortgebracht -had, werkte sedert langen tijd niet meer; toch bleven zij, steeds -nutteloozer en zwakker wordend en als voorbestemd voor dien langen -doodsstrijd, aan het leven hangen--tot den dag, waarop aan de borst -der nieuwe maatschappij lucht en bodem voor hen ontbreken zou. - -Maar bij zijn stappen en bezoeken, die weer begonnen waren, kwam -Pierre niet veel met die monniken in aanraking; hij had voornamelijk -te maken met den wereldlijken clerus, den Romeinschen clerus, dien hij -al heel spoedig leerde kennen. Een nog zeer strenge hiërarchie hield -de klassen en rangen in stand. Op den top, om den paus, heerschte -de pauselijke huishouding, de kardinalen en prelaten, die zeer -trotsch, zeer verheven en ondanks hun schijnbaar vertrouwelijkheid -zeer laatdunkend waren. Onder hen vormde de clerus der parochiën als -het ware een waardige, verstandige en gematigde bourgeoisie, waarin -patriotische geestelijken zelfs niet zeldzaam waren. De Italiaansche -occupatie had, doordat zij een geheele wereld van zedelijk hoogstaande -ambtenaren aangesteld had, na een kwart eeuw het merkwaardige resultaat -gehad, dat zij loutering gebracht had in het huiselijk leven der -Romeinsche priesters, waarin de vrouwen vroeger een zoo overwegende -rol speelden, dat Rome in den letterlijken zin des woords een regeering -van huishoudsters was, die troonden in de woningen van jonggezellen. - -Ten slotte kwam het plebs van den clerus, dat Pierre nauwkeurig -bestudeerd had: een waar samenraapsel van ongelukkige, vuile, half -naakte, als uitgehongerde dieren op een mis loerende priesters, -die ten slotte met bedelaars en dieven in verdachte kroegen terecht -kwamen. Maar nog meer interesseerde hem de menigte priesters, die uit -de geheele Christenheid samengestroomd was, avonturiers, eerzuchtigen, -geloovigen, krankzinnigen, die Rome aantrok, zooals 's avonds een -lamp de insecten uit het donker aantrekt. Alle nationaliteiten, -alle standen, alle leeftijden zijn er vertegenwoordigd, galoppeeren -onder de zweep van hun hartstochten, verdringen zich van 's morgens -vroeg tot 's avonds laat om het Vaticaan, om te bijten in den buit, -waarvoor zij gekomen zijn. Overal vond hij ze weer en hij zeide een -weinig beschaamd tot zichzelf, dat hij een hunner was, dat hij door -zijn persoon dat ongelooflijk aantal soutanen vermeerderde, die men in -de straten aantrof. O, die voortdurende ebbe en vloed van zwartrokken, -van pijen in allerlei kleuren in dat Rome. - -De seminaries der verschillende naties met hun dikwijls uit wandelen -gaande leerlingen zouden voldoende geweest zijn alle straten te -pavoiseeren: de Franschen geheel in het zwart, de Zuid-Amerikanen -in het zwart met een blauwe sjerp, de Noord-Amerikanen in het zwart -met een roode sjerp; de Polen in het zwart met een groene sjerp, -de Grieken in het blauw, de Duitschers in het rood, de Romeinen -in het lila en al de anderen in op honderden manieren geborduurde -en omzoomde soutanes. Verder waren er nog de broederschappen, de -boetepriesters met witte, zwarte, blauwe, grijze pijen of mantels. Zoo -scheen het pauselijke Rome nog dikwijls te herleven; men voelde, dat -het nog levend en taai was, dat het streed om in het hedendaagsche -kosmopolitische Rome niet te verdwijnen. - -Maar hoe Pierre ook van den eenen prelaat naar den anderen liep, hoe -hij omging met priesters en kerken bezocht, hij kon zich aan dezen -eeredienst, aan deze Romeinsche vroomheid, die hem verwonderde, -wanneer zij hem niet wondde in het diepst van zijn ziel, niet -wennen. Toen hij op een regenachtige Zondagochtend de S. Maria -Maggiore binnenging, meende hij zich in een wachtkamer te bevinden, -weliswaar van een ongehoorden rijkdom met haar zuilen en zoldering -als van een tempel, met den weelderigen baldakijn van haar pauselijk -altaar, met het schitterend marmer van zijn confessie en vooral met -haar Borghesische kapel, waarin God echter niet scheen te wonen. In -het middenschip was geen stoel of geen bank te zien; het was een -voortdurend komen en gaan van geloovigen als in een station, terwijl -zij met hun slijkschoenen den kostbaren mozaïekvloer nat maakten; -mannen en vrouwen zaten vermoeid op de voetstukken van de zuilen, -zooals men ze in het groote gedrang op perrons op de aankomst van -treinen ziet wachten. - -Voor deze in het voorbijgaan binnengekomen, rondloopende, voornamelijk -uit kleine luiden bestaande menigte las een priester een stille mis, -achter in een zijkapel, waarvoor zich een lange, smalle rij gevormd -had, die denken deed aan de queue voor een schouwburgloket. Bij de -elevatie bogen allen zich met een vroom gebaar, dan verstrooide zich de -menigte, de mis was afgeloopen. Overal, zoowel in de S. Paolo als in -de S. Giovanni di Laterano, zoowel in alle oude basilica's als in de -St. Pieter zelf was hetzelfde te zien: de menigte was gehaast, hield -er niet van te zitten, bracht God, behalve op groote receptiedagen, -slechts korte, familiare bezoeken. Slechts in de Jezuïetenkerk woonde -hij op een anderen Zondagochtend een hoogmis bij, die hem denken deed -aan de vrome menigten uit het Noorden: daar zag men banken en vrouwen, -die zaten, daar heerschte een menschelijke warmte onder den luxe der -met goud, beeldhouwwerk en schilderwerk overladen gewelven, die een -wondermooi vaalrooden tint bezaten, sedert de tijd den barokken, -al te fellen stijl wat verzacht had. Maar hoeveel ledige kerken -waren er zelfs onder de oudste en eerwaardigste! In de S. Clemente, -in de S. Agnese, in de S. Cuore di Gerusalemme zag men tijdens de -godsdienstoefeningen slechts enkele menschen uit de buurt! - -Vierhonderd kerken te vullen was zelfs voor Rome te veel; verscheidene -waren er, die slechts op bepaalde feestdagen bezocht werden; -vele openden haar deuren slechts éénmaal per jaar, op den naamdag -van haar Heilige. Andere leefden van de gelukkige omstandigheid, -dat zij een fetisch, een afgodsbeeld bezaten, dat het menschelijk -lijden verzachtte: de Aracoeli had een kleinen wonderdoenden Jezus -"Il Bambino", die de zieke kinderen genas; de S. Agostino had een -"Madonna del Parto", de Maagd, die zwangeren gelukkig verloste. Andere -waren beroemd om haar wijwater, de olie van haar lampen, de macht -van een houten heilige of een marmeren madonna. Andere schenen -verwaarloosd, werden alleen bezocht door touristen, overgeleverd -aan den kleinhandel van kosters, deden denken aan musea, die door -doode goden bevolkt zijn. Nog andere waren storend, zooals de in het -Pantheon ondergebrachte Santa Maria Rolanda, een ronde zaal, die op -een circus gelijkt, en waarin de Heilige Maagd blijkbaar de huurster -van den Olympus is. - -Ook had Pierre zich geïnteresseerd voor de kerken in de volkswijken: -de S. Onofrio, de S. Cecilia, de S. Maria in Trastevere, zonder daarin -echter het verwachte levende geloof, de gehoopte groote menigte te -vinden. Op een middag hoorde hij in deze laatste, volkomen ledige -kerk de zangers met een luide stem te midden van deze woestijn een -litanie zingen. Toen hij een andermaal de S. Crisogono binnentrad, -vond hij de kerk, blijkbaar voor een den volgenden dag plaats hebbend -feest, geheel bekleed: de zuilen met overtrekken van rood damast, de -portieken met afwisselend gele en blauwe, witte en roode draperieën -en gordijnen. Hij vluchtte voor deze afschuwelijke decoratie, die -denken deed aan het klatergoud van kermissen. O, wat was hij ver -verwijderd van de kathedralen, waarin hij in zijn jeugd geloofd en -gebeden had! Overal vond hij dezelfde kerk terug, de oude, antieke -basilica, die door Bernini en zijn leerlingen pasklaar gemaakt was -voor den smaak van het Rome der achttiende eeuw. - -In de S. Luigi de' Francesi, die een helderen, elegant-soberen stijl -heeft, werd hij slechts ontroerd door de groote dooden, de heiligen -en helden, die in vreemde aarde onder de vloertegels sliepen. Daar -hij Gotiek zocht, ging hij ten slotte naar de Santa Maria sopra -Minerva, die, naar men hem verteld had, het eenige staal van Gotische -kunst te Rome was. Maar deze met marmer overdekte halfzuilen, -deze spitsbogen, die zich niet durfden opheffen, verstikt als zij -werden in de zoldering, die zich rondende, tot de zware majesteit -van een dom veroordeelde gewelven, vormden voor hem een laatste -teleurstelling. Neen, neen! Het geloof, waarvan de warme asch hier -nog lag, was niet meer hetzelfde, welks gloed de geheele Christenheid -tot in de verste uithoeken had doen branden. Monsignor Fornaro, -dien hij toevallig bij het verlaten van de S. Maria sopra Minerva -zag, schold tegen de Gotiek, die hij zuivere haeresie noemde. De -eerste Christelijke kerk was de uit den tempel ontstane basilica; -het was een godslastering, wanneer men de werkelijke, Christelijke -kerk zag in de Gotische kathedraal, want de Gotiek was niets meer dan -de vloekwaardige Angelsaksische geest, het oproerige genie van Luther. - -Pierre wilde den prelaat een heftig antwoord geven; dan zweeg -hij uit vrees te veel te zullen zeggen. Was het in werkelijkheid -niet het beslissende bewijs, dat het Katholicisme de vrucht van den -Romeinschen bodem zelf was, het door het Christendom gemetamorphoseerde -heidendom? Elders heeft datzelfde Christendom zich in een geheel -anderen geest ontwikkeld, zoodat het in opstand gekomen is en zich -op den dag van het schisma tegen de moederstad gekeerd heeft. Die -afscheiding nam steeds grootere uitbreiding aan en in de evolutie der -nieuwe maatschappijen teekenen zich ondanks de wanhopige pogingen om -eenheid te verkrijgen, de geschillen steeds duidelijker af, zoodat het -schisma nogmaals onvermijdelijk en nabij schijnt. Pierre, het vroeger -zoo vrome en sentimenteele kind, had nog een anderen wrok tegen de -basilica's: haar ontbraken de klokken, de mooie, groote klokken, die -aan de nederigen zoo lief zijn. Voor klokken zijn klokkentorens noodig, -en er zijn in Rome geen klokkentorens, slechts dommen. O, er viel -niet aan te twijfelen, Rome was de luidklinkende en klokkenluidende -stad van Jezus niet, waaruit het gebed in welluidende klankgolven -tusschen de zwevende zwermen kraaien en zwaluwen hemelwaarts steeg. - -Toch bleef Pierre, aangegrepen door een heimelijke geprikkeldheid, -die hem in zijn verzet stijfde, zijn bezoeken voortzetten; -hij hield de belofte, die hij bij zichzelf gedaan had, en ging, -ondanks de wonden, die zijn ziel er door geslagen werden, naar alle -kardinalen der Indexcongregatie. En langzamerhand kwam hij ook met -andere congregaties in aanraking, met de ministeries van de vroegere -pauselijke regeering, welke heden ten dage minder talrijk zijn, -maar nog steeds een buitengewoon gecompliceerd raderwerk bezitten, -die ieder een kardinaal tot voorzitter, kardinalen tot leden hebben, -vergaderingen houden en een groote menigte ambtenaren in dienst -hebben. Hij moest meermalen naar de Cancellaria gaan, waarin zich -de Indexcongregatie bevindt, en verdwaalde daar in het reusachtige -labyrinth van trappen, gangen en zalen; dadelijk bij de zuilengaanderij -van het binnenplein greep hem de ijzige rilling der oude muren aan; -hij kon dat paleis, het meesterwerk van Bramante, het zuivere type der -Romeinsche Renaissance, dat een zoo kale en kille schoonheid bezat, -niet liefhebben. - -De congregatie der Propaganda, waar kardinaal Sarno hem ontvangen -had, kende hij reeds en op zijn talrijke bezoeken, op die jacht naar -invloedrijke beschermers, waarbij hij van den een naar den ander -gezonden werd, leerde hij ook de congregatie der bisschoppen en -ordegeestelijken, de riten- en de Conciliecongregatie kennen. Zelfs -zag hij vluchtig de consistoriecongregatie, de Dateria, het Heilige -Boetgericht. Het was het reusachtige mechanisme van de administratie -der Kerk. De geheele wereld moet beheerscht, de veroveringen -uitgebreid, de zaken der veroverde landen bestuurd, de geloofs-, -zeden- en personenquaesties beoordeeld, delicten onderzocht en -gestraft, dispensaties verleend en gunsten verkocht worden. Men -kan zich het reusachtige aantal zaken, die iederen ochtend op het -Vaticaan inkomen, niet voorstellen. Het zijn de ernstigste, teerste, -ingewikkeldste vragen, welker oplossing tot tallooze onderzoekingen en -studies aanleiding geeft. De groote menigte van uit alle deelen der -Christenheid saamgestroomde en Rome verstoppende bezoekers, al die -verzoekschriften, al die dossiers, welker vloed zich in alle bureaux -verspreidde en opstapelde, moesten natuurlijk beantwoord worden. - -Wonderbaarlijk was de groote stilte, waarin dat reusachtige -werk verricht werd; geen geluid drong tot de straat door; uit de -gerechtshoven, de parlementen, de fabrieken, waarin men heiligen -maakte, weerklonk zelfs niet het sidderen van het werk, het mechanisme -was zóó goed geolied, dat het ondanks het roest der eeuwen, de groote -en onherstelbare afslijting, functionneerde, zonder dat men vermoedde, -dat het daar achter die muren aan het werk was. - -Lag hierin niet de geheele politiek der Kerk? Zwijgen, zoo weinig -mogelijk schrijven, afwachten! Maar hoe wonderbaarlijk was dit zoo oude -en toch nog zoo machtige mechanisme! En hoe was Pierre zich bewust, -dat hij te midden van die congregaties gevangen was in het ijzeren -net van de meest onbeperkte macht, die men ooit georganiseerd heeft -om de menschheid te beheerschen! - -Hij kon scheuren en gaten en een hoogen ouderdom, die op een naderend -einde wees, constateeren, dat nam niet weg, dat hij zichzelf niet meer -toebehoorde, sedert hij er zich in gewaagd had: hij werd gegrepen, -gekneusd, meegetrokken in dit onontwarbare net, in dit eindelooze -labyrinth van invloeden en intriges, van ijdelheden en omkooperijen, -van corruptie en eerzucht, van ellende en grootheid. Hoe ver was -hij van het Rome, dat hij gedroomd had! Welk een toorn maakte zich -meermalen van hem meester in zijn moeheid en zijn begeerte om zich -te verdedigen! - -Plotseling ging voor Pierre een licht op omtrent de dingen, die hij tot -nog toe nooit begrepen had. Op een dag, dat hij weer naar de Propaganda -gegaan was, sprak kardinaal Sarno op een zoo koud-woedenden toon over -de Vrijmetselarij, dat hij alles in een helder licht zag. Tot dusverre -had hij moeten glimlachen om de Vrijmetselarij; hij geloofde er even -weinig aan als aan de Jezuïeten, hij vond de belachelijke verhalen, -die er de rondte over deden, kinderachtig, verwees die geheimzinnige -mannen, die in het donker werkten en wier geheime, onberekenbare -macht de wereld regeeren zou, naar het rijk der legenden. Vooral -verwonderde hij zich over den blinden haat, die sommige menschen bijna -krankzinnig maakte, zoodra het woord vrijmetselaar op hun lippen kwam; -een prelaat, en dat nog wel een van de meest intelligenten en de meest -ontwikkelden, had hem met den grootsten ernst verzekerd, dat iedere -vrijmetselaarsloge minstens éénmaal per jaar gepresideerd werd door -den duivel in hoogst eigen persoon. Een eenvoudig menschenverstand -stond daarbij stil. Doch nu begreep hij de rivaliteit, den verwoeden -strijd van de Roomsch-Katholieke Kerk tegen de andere, haar vijandige -Kerk. De eerste mocht zich de overwinnaresse wanen, zij voelde toch in -de andere een concurrente, een zeer oude vijandin, die zelfs beweerde -nog ouder te zijn dan zij en wier overwinning altijd mogelijk bleef. - -De botsing kwam voornamelijk voort uit het feit, dat de beide secten -hetzelfde eerzuchtige streven naar de wereldheerschappij, dezelfde -internationale organisatie, hetzelfde net, dat over de volkeren -geworpen werd, mysteriën, dogma's en riten bezaten. God tegen God, -geloof tegen geloof, verovering tegen verovering. Op die wijze -hinderden zij elkaar, zooals twee concurreerenden, aan beide kanten van -een straat opgerichte magazijnen, en de een moest ten slotte de ander -dooden. Maar al scheen het hem toe, alsof het Katholicisme wankelde -en met ondergang bedreigd werd, toch bleef hij ook sceptisch gestemd -ten opzichte van de macht der Vrijmetselarij. Hij had gevraagd en een -onderzoek ingesteld, om zich rekenschap te geven van het werkelijk -bestaan dezer macht in dit Rome, waar de beide hoogste machten -tegenover elkander stonden, waar de grootmeester troonde tegenover -den paus. - -Men had hem wel verteld, dat de laatste Romeinsche prinsen zich -genoodzaakt voelden vrijmetselaars te worden, om hun leven niet al -te zwaar te maken, hun toch al moeilijke positie niet te verergeren, -de toekomst van hun zoons niet te bederven. Maar gaven zij daarbij -niet alleen toe aan de onweerstaanbare macht der hedendaagsche -sociale evolutie? Zou de Vrijmetselarij ook niet ondergaan in -haar eigen triomf, den triomf der denkbeelden van gerechtigheid, -waarheid en rede, die zij zoo lang te midden van de duisternis en de -gewelddaden der geschiedenis verdedigd had? Het was een vaststaand -feit, dat de zege van een idee de secte, die haar propageert, doodt -en het apparaat, waarmede zij zich omgeven heeft, om de phantasie te -treffen, nutteloos en eenigszins wonderlijk maakt. Het carbonarisme -heeft de verovering der politieke vrijheden, die het eischte, niet -kunnen overleven, en den dag, waarop de Katholieke Kerk, na haar -beschavingswerk volbracht te hebben, ineenstort, zal óók de andere -Kerk, de Vrijmetselaarskerk verdwijnen, daar haar bevrijdingstaak -dan afgeloopen is. Thans zou de beroemde almacht der loges een -armzalig, eveneens door tradities belemmerd, door een belachelijk -ceremonieel bedorven veroveringswerktuig zijn, niets meer dan een -band van onderlinge verstandhouding en hulpverleening, indien de -sterke adem der wetenschap de volkeren niet wegrukte en medehielp -aan de vernietiging van verouderde godsdiensten. - -Uitgeput door zooveel bezoeken en noodelooze stappen, kreeg Pierre, -niettegenstaande hij als de soldaat van een hoop, die niet aan de -nederlaag gelooven wil, hardnekkig erbij bleef Rome niet te verlaten -zonder tot het einde toe gestreden te hebben, weer angst. Hij -had alle kardinalen bezocht, wier invloed hem van eenig nut kon -zijn. Hij had den vicaris-generaal bezocht, die het diocees Rome -bestuurde, een ontwikkeld man, die met hem over Horatius gesproken -had, een politiek warhoofd, dat hem gevraagd had naar Frankrijk, -naar de Republiek, naar de oorlogs- en marinebudgetten, zonder -zich in het minst te bekommeren over het vervolgde boek. Hij had -den groot-penitentiarius bezocht, den kardinaal, dien hij eenmaal -vluchtig in den palazzo Boccanera gezien had, een mageren ouden man -met een uitgeteerd ascetengezicht, van wien hij een lang verwijt en -strenge woorden tegen de jonge priesters, die, door den geest der eeuw -bedorven, vloekwaardige boeken schreven, te hooren kreeg. Ten slotte -had hij in het Vaticaan den kardinaal-secretaris bezocht, in zekeren -zin den minister van Buitenlandsche Zaken van Zijne Heiligheid, de -groote macht van den Heiligen Stoel, van wien men hem tot dusverre -verwijderd gehouden had door hem bang te maken voor de gevolgen van -een ongelukkig uitvallend bezoek. - -Hij had zich verontschuldigd, dat hij zich nu eerst tot hem wendde, -en den beminlijksten man tegenover zich gevonden, die door een -diplomatieke welwillendheid zijn eenigszins ruw uiterlijk optreden -verzachtte, hem verzocht te gaan zitten, hem belangstellend uitvroeg, -naar hem luisterde, hem moed insprak zelfs. Maar toen hij weer op het -Sint Pietersplein stond, had hij heel goed begrepen, dat zijn zaak geen -stap verder was gekomen en dat, wanneer het hem nog eens gelukken zou -de deur van den paus te forceeren, dit zeker niet door toedoen van den -kardinaal-secretaris geschieden zou. Dien avond keerde hij overspannen -en overprikkeld, gebroken door de vele bezoeken aan zooveel menschen, -naar de Via Giulia terug, zóó wanhopig, dat hij zich langzamerhand -heelemaal door die machine met haar honderden raderen meegesleept -voelde worden, dat hij zich met schrik afvroeg, wat hij den volgenden -dag moest doen, daar hem niets meer overbleef dan gek te worden. - -Toevallig ontmoette hij don Vigilio in een gang; hij wilde hem even -raadplegen, nog een goeden raad van hem vragen. Maar deze legde hem -met een ongerust gebaar, zonder dat hij wist waarom, het zwijgen -op. Hij had weer zijn gewone angstoogen en fluisterde hem in: - -"Hebt u monsignor Nani gesproken? Neen?... Ga dan naar hem toe, ga -dan naar hem toe, ik zeg u nogmaals, dat u niets anders te doen hebt." - -Hij gaf toe. Waarom nog te weigeren? Afgezien van den hartstocht van -vurige naastenliefde, die hem tot verdediging van zijn boek hierheen -gevoerd had, was hij toch ook voor proefnemingen te Rome. Hij moest -tot het einde toe volharden. - -Den volgenden ochtend bevond hij zich te vroeg onder de zuilengang -van de St. Pieter en moest dus vrij lang wachten. Nog nooit had hij de -ontzaglijkheid van deze vier zuilenrijen, van dit woud van gigantische -steenen stammen, waarin echter niemand wandelt, zoo sterk gevoeld. Het -is een indrukwekkende, sombere woestijn. Men vraagt zich af waartoe -een zoo majestueuse zuilengaanderij dient. Ongetwijfeld slechts voor -de majesteit alleen, voor de pracht der decoratie; en ook daarin -ligt weer Rome. Dan ging hij door de Via del S. Offizio en kwam bij -den achter de sacristie gelegen palazzo del S. Offizio. Het is een -eenzame wijk, welker stilte slechts zelden gestoord wordt door den -stap van een voetganger of het rollen van een wagen. De zon, die haar -schuine stralen op het wit geworden plaveisel werpt, is het eenige -levende hier. Men ruikt er de nabijheid van de basilica, den geur -van den wierook, den kloostervrede in den sluimer der eeuwen. Op een -hoek staat de palazzo del S. Offizio drukkend en angstaanjagend kaal: -een hooge, gele gevel, die slechts door een enkele rij ramen verbroken -wordt, terwijl de andere gevel, die op het zijstraatje uitziet, met -zijn kleine vensters--kijkgaatjes met bijna ondoorzichtige raampjes, -er nog verdachter uitziet. Deze geweldige, modderkleurige, naar buiten -bijna vensterlooze en als een gevangenis afgesloten een geheimzinnige -kubus van metselwerk, schijnt in het verblindende zonlicht te slapen. - -Een rilling, waarom hij dadelijk glimlachte als om een -kinderachtigheid, doorhuiverde hem. De heilige, Romeinsche, algemeene -Inquisitie, de heilige Congregatie van den S. Offizio, zooals men -haar thans noemde, was niet meer die, waarvan de legende vertelt, -de leverancier van brandstapels, het geheime gerecht, waartegen geen -hooger beroep bestaat, dat recht had over de geheele menschheid de -doodstraf uit te spreken. Toch bewaarde zij nog steeds het geheim van -haar taak, kwam zij iederen Woensdag bijeen, oordeelde en veroordeelde, -zonder dat er iets naar buiten van doordrong. Maar ook al bleef zij -doorgaan de misdaad der haeresie te straffen, ook al bepaalde zij -zich er niet alleen toe werken, maar ook menschen te treffen, toch -bezat zij geen wapenen meer, geen kerker, geen zwaard en vuur; zij -was beperkt tot protesteeren en kon zelfs den haren, den geestelijken, -niets anders dan disciplinaire straffen opleggen. - -Toen hij in den salon van monsignor Nani, die in zijn qualiteit -van assessor in dit paleis woonde, gelaten werd, voelde Pierre een -blijde verrassing. Het was een groot, op het Zuiden gelegen, door -een vroolijk zonlicht overstroomd vertrek: er heerschte ondanks de -stijve meubelen en de donkere kleur van het behang een heerlijke -zachtheid, als had er een vrouw geleefd, die het wonder verrichtte -iets van haar bekoorlijkheid in al die strenge dingen te leggen. Er -waren geen bloemen en toch rook het er heerlijk. - -Monsignor Nani met zijn blozend gezicht, de blauwe, levendige oogen -en zijn blond, eenigszins grijzend haar, kwam hem met uitgestoken -handen en glimlachend tegemoet. - -"O mijn waarde zoon, hoe aardig van u, om me te komen opzoeken... Ga -zitten en laten we als twee vrienden praten." - -En onmiddellijk begon hij met blijkbaar groote belangstelling te -vragen: - -"En hoe staat het met uw zaak? Vertel me eens precies wat u gedaan -hebt!" - -En Pierre, ondanks de vertrouwelijke mededeeling van don Vigilio -getroffen door de sympathie, die hij meende te voelen, biechtte -alles zonder iets weg te laten. Hij vertelde van zijn bezoeken aan -kardinaal Sarno, aan monsignor Fornaro, aan pater Dangelis, zijn -stappen bij de invloedrijke kardinalen, bij alle kardinalen van den -Index, bij den groot-penitentiarius, den kardinaal-vicaris en den -kardinaal-secretaris, weidde uit over zijn eindelooze tochten van -den een tot den ander door den geheelen clerus van Rome, door alle -congregaties, door dezen reusachtigen, drukken en stillen bijenkorf, -waardoor zijn beenen moede, zijn ledematen gebroken, zijn hersens -stomp geworden waren. - -Maar Monsignor, die met verrukking naar hem scheen te luisteren, -riep bij iedere lijdensstatie van dezen calvariënberg: - -"Maar dat is prachtig, het kan niet mooier. Uw zaak marcheert -uitstekend. Wondermooi staat zij ervoor!" - -Hij jubelde, zonder eenige ongepaste ironie te doen blijken. Slechts -zijn doordringende blik doorboorde den jongen priester, om te zien -of hij hem eindelijk tot dat punt van gehoorzaamheid gebracht had, -waarop hij hem wilde hebben. Was hij moe genoeg, had hij genoeg -teleurstellingen ondervonden, wist hij voldoende hoe de toestanden -in werkelijkheid waren, om tot de slotacte te kunnen overgaan? Waren -drie maanden te Rome voldoende geweest, om van den overdreven dweper -van de eerste dagen iemand te maken, die zijn verstand gebruikte of -ten minste zich bij het onvermijdelijke neerlegde? - -Plotseling vroeg monsignor Nani hem: - -"Maar gij spreekt in het geheel niet over Zijne Eminentie, kardinaal -Sanguinetti." - -"Zijne Eminentie is naar Frascati, ik heb hem niet kunnen spreken." - -Dan hief de prelaat, alsof hij met het heimelijke genot van een -diplomaat de ontknooping nog wat uit wilde stellen, zijn kleine, -mollige handen naar den hemel op op de ongeruste manier van iemand, -die alles verloren waant, en riep uit: - -"O, maar ge moet Zijne Eminentie spreken, ge moet Zijne Eminentie -spreken. Dat is absoluut noodzakelijk. Bedenk toch eens, de praefect -der Congregatie! Wij zullen niet kunnen handelen voor na uw bezoek, -want u hebt niemand gesproken, als u hem niet gesproken hebt... Ga -naar Frascati, mijn zoon." - -Pierre kon niet anders dan den raad opvolgen. - -"Ik zal gaan, monsignor." - - - - - - - - -ELFDE HOOFDSTUK - - -Hoewel Pierre wist, dat hij zich niet voor elf uur bij kardinaal -Sanguinetti kon laten aandienen, was hij toch met een vroegen trein -gegaan en stapte reeds om negen uur aan het station Frascati uit. Reeds -was hij er op een van zijn dagen van gedwongen nietsdoen geweest en -had het klassieke uitstapje naar de Romeinsche Kasteelen gemaakt, -die van Frascati naar Rocca di Papa en van Rocca di Papa naar Monte -Cave loopen. Hij was er verrukt over geweest en verheugde zich thans -reeds bij voorbaat op een kalmeerende wandeling van een paar uur op -de dichtstbijzijnde heuvels van de Albaansche bergen, waarop Frascati -tusschen riet, olijfboomen en wijngaarden gebouwd is. Het beheerscht -de uitgestrekte rosachtige zee van de Campagna als van de hoogte van -een voorgebergte, tot aan het in de verte liggende Rome, dat op een -afstand van zes mijlen wit schittert als een eiland van marmer. - -O, dit op zijn groenen ronden heuvel liggende Frascati aan den voet -van de dichtbegroeide hoogten van Tusculum, met zijn beroemd terras, -vanwaar men het mooiste uitzicht der wereld heeft, met zijn oude -patriciërsvilla's met de trotsche, elegante Renaissancegevels en -prachtige, altijd groene, met cypressen, pijnboomen en eiken beplante -tuinen! Het was een heerlijkheid, een oogenlust, een betoovering, -die hij nooit moede zou worden. In verrukking over alles dwaalde -hij reeds meer dan een uur langs de met oude, knoestige olijfboomen -omzoomde wegen, langs de door groote boomen van de naburige tuinen -beschaduwde straten, langs de geurige voetpaden, aan het einde waarvan -bij iederen bocht de Campagna zich in het oneindige uitstrekte, toen -hij een onverwachte ontmoeting had, die hem in den beginne hinderde. - -Hij was weer naar het lager gelegen station gegaan, dat gebouwd was op -een plek, waar vroeger wijngaarden stonden en zich in de laatste jaren -een geheele nieuwe wijk ontwikkeld had. Tot zijn groote verbazing -zag hij een mooie, met twee paarden bespannen victoria, die uit de -richting van Rome kwam, naast zich stilhouden en hoorde hij zich bij -zijn naam roepen. - -"Wat, mijnheer de abbé, al zoo vroeg op de wandeling hier?" - -Nu herkende hij graaf Prada, die, na uitgestapt te zijn, het rijtuig -verder liet rijden en de twee- of driehonderd meter naast den jongen -priester te voet aflegde. Na een hartelijken handdruk zeide hij: - -"Ja, ik kom zelden met den trein, ik prefereer een rijtuig. Dat geeft -tevens mijn paarden wat beweging... Zooals u weet, heb ik hier zaken, -een heele bouwgeschiedenis, die ongelukkig niet erg marcheert. Daarom -ben ik ondanks het ver gevorderde seizoen verplicht hier meer te -komen dan mij lief is." - -Pierre kende inderdaad die geschiedenis. De Boccanera's hadden hun -prachtige villa, die een van hun voorvaderen, ook een kardinaal, -hier in de tweede helft der zestiende eeuw naar een ontwerp van -Giacomo della Porta had laten bouwen, moeten verkoopen. Het was een -koninklijk zomerverblijf met groote, schaduwrijke boomen, priëelen, -fonteinen, bassins en een wereldberoemd terras, dat als een kaap -uitstak boven de Campagna romana, welker onmetelijke vlakte zich -van de Sabijnsche bergen tot aan de kust der Middellandsche Zee -uitstrekt. Bij de boedelscheiding kreeg Benedetta van haar moeder -de groote wijngaarden bij Frascati; zij had die als bruidsschat voor -Prada medegebracht juist op het oogenblik, dat de bouwmanie van Rome -naar de provincies oversloeg. Prada was toen op het denkbeeld gekomen -hier een groote wijk burgerlijke villa's neer te zetten naar het model -van die, welke men in de banlieue van Parijs zooveel vindt. Doch er -hadden zich maar weinig koopers aangemeld, de financieele krach was -er bovendien tusschen gekomen, en zoo moest hij deze onfortuinlijke -onderneming liquideeren, nadat hij dadelijk bij hun scheiding zijn -vrouw schadeloos gesteld had. - -"En bovendien," ging hij voort, "met een rijtuig kan je komen en gaan, -wanneer je wilt, terwijl je een slaaf van het spoorboekje bent. Zoo heb -ik vanochtend een conferentie met aannemers, deskundigen en advocaten, -en ik weet niet hoe lang die duren zal... Een prachtige streek, niet -waar? Ja, we kunnen er trotsch op zijn. En al heb ik op het oogenblik -minder aangename zaken, dat neemt niet weg, dat ik hier niet komen kan, -zonder dat mijn hart van vreugde klopt." - -Wat hij echter niet vertelde, was dat Lisbeth Kauffmann, zijn -vriendin, zooals hij haar noemde, den zomer doorgebracht had in -een der nieuwe villa's, waarin zij haar atelier had ingericht, -dat bezocht werd door de geheele vreemdelingenkolonie, die dank zij -haar vroolijkheid en haar schilderkunst, welke juist voldoende was, -om haar onafhankelijk te maken, haar dubbelzinnige positie na den -dood van haar man duldde. Zelfs haar zwangerschap nam men haar niet -kwalijk. Veertien dagen geleden was zij naar Rome teruggegaan, om daar -van een dikken jongen te bevallen, wiens komst de praatjes over de -naderende scheiding van Benedetta en Prada in de zwarte en witte salons -weer aangewakkerd had. De liefde van dezen laatste voor Frascati was -ongetwijfeld grootendeels een gevolg van zijn teedere herinneringen en -de groote trotsche vreugde, welke deze geboorte van een zoon hem gaf. - -Pierre, die in zijn instinctieven haat tegen hebzuchtige geldmenschen, -in Prada's tegenwoordigheid steeds een zekere verlegenheid voelde, -wilde toch zijn vriendelijkheid beantwoorden en vroeg hem naar zijn -vader, den ouden Orlando, den held van de verovering. - -"O, afgezien van zijn beenen, maakt hij het uitstekend. Hij wordt -zeker honderd jaar. Die arme vader! Ik had hem zoo graag dezen zomer -in een van die kleine villa's willen hebben. Maar hij wil niet, hij -weigert hardnekkig Rome te verlaten, alsof hij bang is, dat ze het -hem in zijn afwezigheid zullen ontnemen." - -Hij barstte in een helderen lach uit en maakte zich alleen vroolijk -met die grap over den heldhaftigen, uit de mode geraakten tijd der -onafhankelijkheid. Dan voegde hij eraan toe: - -"Gisteren sprak hij nog over u, mijnheer de abbé. Het verwonderde hem, -dat u hem nog niet eens was komen opzoeken." - -Dat verdriette Pierre, want hij had voor Orlando een eerbiedige liefde -opgevat. Tweemaal was hij na zijn eerste bezoek nog bij hem geweest, -en beide malen had de oude man geweigerd over Rome te spreken, zoolang -zijn jonge vriend niet alles gezien, alles doorvoeld, alles begrepen -had. Later, wanneer zij beiden tot een conclusie zouden kunnen komen, -zou het pas tijd daarvoor zijn. - -"Zeg hem als het u blieft, dat ik hem niet vergeet, en dat ik, wanneer -ik met mijn bezoek wat wacht, ik dat alleen doe, om hem tevreden te -stellen. Maar ik zal niet vertrekken, zonder hem te komen zeggen, -hoe ik door zijn ontvangst getroffen ben." - -Beiden liepen langzaam den zwak stijgenden weg op tusschen enkele -nieuwe villa's, waarvan verscheidene nog niet afgebouwd waren. Toen -Prada hoorde, dat de priester naar Frascati gekomen was, om een bezoek -te brengen aan kardinaal Sanguinetti, begon hij weer te lachen--zijn -vriendelijk wolfslachje, dat zijn witte tanden liet zien. - -"Dat is zoo, hij is hier, sedert de paus ziek is... Nu, u zult hem -in een aardig opgewonden toestand vinden." - -"Hoe zoo?" - -"Omdat de berichten over de gezondheid van den Heiligen Vader alles -behalve goed zijn van ochtend. Toen ik uit Rome ging, liep het gerucht, -dat hij een heel slechten nacht gehad had." - -Hij was bij een kromming van den weg blijven staan, voor een oude -kapel, een klein kerkje, dat eenzaam en triest aan den rand van een -olijfboschje stond. Vlak daarbij bevond zich een vervallen gebouwtje, -ongetwijfeld de vroegere pastorie, waaruit een groote, knokige priester -met een plomp, aardkleurig gezicht kwam, die, voor hij verder ging, -de deur op het nachtslot draaide. - -"Kijk!" spotte de graaf, "dat is er een, wiens hart even hard kloppen -moet. Hij gaat nu ongetwijfeld bij uw kardinaal informeeren." - -Verbaasd had Pierre den priester aangekeken. - -"Ik ken hem," zeide hij. "Als ik mij niet vergis, heb ik hem den -ochtend van mijn aankomst bij kardinaal Boccanera gezien, aan wien -hij een mand vijgen bracht, toen hij hem om goede getuigen vroeg voor -zijn jongeren broeder, die door het toebrengen van een messteek, -geloof ik, in de gevangenis gekomen was. Maar de kardinaal heeft -geweigerd zoo'n bewijs af te geven." - -"Hij is het, daar behoeft u niet aan te twijfelen, want hij kwam -vroeger veel in den palazzo Boccanera, waar zijn broer tuinman -geweest is. Maar tegenwoordig is hij de protégé van kardinaal -Sanguinetti... Een merkwaardige figuur, die Santobono, zooals u ze -in Frankrijk niet veel hebben zult. Hij woont heelemaal alleen in dat -instortende gebouwtje en is pastoor van die heel oude kapel S. Maria -dei Campi, waar men geen driemaal per jaar de mis komt hooren. Ja, -een echte sinecure, die hem met zijn duizend francs salaris in staat -stelt als een philosophische boer te leven en den vrij grooten tuin, -die u daar tusschen die hooge muren ziet, te bebouwen." - -Inderdaad liep de ingesloten ruimte achter de pastorie om, aan alle -kanten goed afgesloten, als een toevluchtsoord, waarin zelfs geen blik -mocht doordringen. Boven den linkermuur uit zag men een prachtigen, -reusachtigen vijgeboom, welks hoog loof zich zwart tegen den helderen -hemel afteekende. - -Onder het loopen vertelde Prada verder over Santobono, die -hem blijkbaar zeer interesseerde. Een patriotisch priester, een -Garibaldiaan. In Nemi, een nog woest gebleven hoek van de Albaansche -bergen, uit het volk geboren, voelde hij zich ook nu nog aan de aarde -verwant; maar hij had gestudeerd en wist genoeg van de geschiedenis, -om de grootheid van Rome te kennen en van een herstel van het -Romeinsche Rijk ten voordeele van het jonge Italië te droomen. Hij -geloofde vast en zeker, dat slechts een groote paus dien droom zou -kunnen verwezenlijken door zich van de macht meester te maken en dan -alle andere volkeren te veroveren. Wat was eenvoudiger, daar de paus -immers over millioenen Katholieken beschikte? - -Was de helft van Europa niet van hem? Frankrijk, Spanje en Oostenrijk -zouden toegeven, zoodra zij zagen dat hij machtig was en de wereld de -wetten voorschreef. Duitschland en Engeland en alle Protestantsche -naties zouden onvermijdelijk veroverd worden, daar het pausdom de -eenige dam is, dien men tegen de dwaling kon oprichten en waartegen -deze zich eenmaal te pletter zou loopen. Desniettemin had hij zich -op politiek gebied voor Duitschland verklaard, want hij meende, -dat Frankrijk verpletterd moest worden, om zich in de armen van den -Heiligen Vader te werpen. Zoo botsten in dit warhoofd, waarin de -gedachten brandden, en door de aangeboren ruwheid van het ras gauw -tot geweld overgingen, al die tegenstrijdige ideeën en dolzinnige -phantasieën tegen elkaar. Hij was een barbaar uit het Evangelie, -een vriend van de nederigen en armen, een lid van de familie van -die geëxalteerde sectarissen, die tot groote deugden en tot groote -misdaden in staat zijn. - -"Ja," ging Prada voort, "hij heeft zich nu met hart en ziel aan -kardinaal Sanguinetti gegeven, omdat hij in dezen den grooten paus, den -paus van morgen zag, die van Rome de eenige hoofdstad van alle volken -moet maken. En ook dat gaat natuurlijk met een eerzuchtige bedoeling -gepaard, misschien kan hij bijvoorbeeld den titel van kanunnik -veroveren of zich bij de kleine onaangenaamheden, die het leven nu -eenmaal medebrengt, laten helpen, zooals wanneer hij zijn broeder -uit de gevangenis redden moet. Men zet zijn kans op een kardinaal, -zooals men op een terno [22] in een loterij zet; als de kardinaal er -als paus uitkomt, win je een fortuin... Daarom ziet u hem daar met -zulke groote passen loopen, hij wil zoo gauw mogelijk weten of Leo -XIII sterven en zijn terno met Sanguinetti als paus eruit komen zal..." - -"Gelooft u werkelijk, dat de paus zoo ziek is?" vroeg Pierre ongerust. - -"Wie kan dat zeggen?" antwoordde de graaf glimlachend. "Zij zijn -allemaal ziek, wanneer ze daar belang bij hebben. Maar ik geloof wel, -dat hij ziek is, een ingewandsstoring zegt men, en op zijn leeftijd -kan de minste ziekte noodlottig worden." - -Zwijgend liepen zij eenige passen verder; dan vroeg Pierre weer: - -"Zou dan, wanneer de Heilige Stoel vacant mocht worden, kardinaal -Sanguinetti groote kans hebben?" - -"Groote kans! Groote kans! Dat is ook weer een van die dingen, die -niemand weet. Waar is, dat hij tot de mogelijke candidaten behoort; -en wanneer het verlangen om paus te worden voldoende was, dan zou -Sanguinetti zeker de toekomstige paus zijn, want de eerzucht verteert -hem tot op zijn beenderen. Het is zelfs zijn groote zwakheid, want hij -raakt uitgeput en hij voelt dat. Hij moet dan ook voor de laatste dagen -van den strijd tot alles besloten zijn. U kunt er zeker van zijn, dat, -wanneer hij zich op dit kritieke oogenblik hier teruggetrokken heeft, -hij dat alleen doet, om van verre beter den strijd te leiden." - -En hij weidde verder uit over Sanguinetti, voor wien hij om zijn -intriges, zijn grimmigen veroveringslust en zijn buitengewoon -groote activiteit een zekere sympathie koesterde. Hij had hem -na zijn terugkeer van de nuntiatuur te Weenen leeren kennen als -iemand, die buitengewoon ervaren en toen reeds vast besloten was -de hand op de tiara te leggen. Deze eerzucht verklaarde alles, -zijn oneenigheden en zijn verzoeningen met den regeerenden paus, -zijn liefde voor Duitschland, die door een plotselinge zwenking naar -Frankrijk gevolgd werd, zijn wisselende houding ten opzichte van -Italië: eerst het verlangen naar een goede verstandhouding, dan een -volmaakte intransigentie, waarbij hij van geen concessie wilde hooren, -zoolang Rome niet ontruimd was. Daaraan scheen hij te willen blijven -vasthouden, want hij deed, alsof hij de politiek van Leo XIII betreurde -en een gloeiende bewondering koesterde voor Pius IX, den grooten, -heldhaftigen paus van het verzet, wiens goed hart een onwankelbare -vastheid van wil niet buitensloot. Dat moet beteekenen, dat hij in -de Kerk, die van geen gevaarlijk, politiek schipperen mocht weten, -de gulle eenvoudigheid zonder zwakheid zou herstellen. Toch droomde -hij in den grond der zaak van niets dan politiek, hij moest al een -heel programma opgemaakt hebben, dat hij opzettelijk vaag hield, maar -dat door zijn beschermelingen en protégés met een soort mysterieuse -extase verspreid werd. - -Sedert een vorige ongesteldheid van den paus, die reeds van het -voorjaar dateerde, leefde hij in een doodelijke ongerustheid, -want het gerucht ging, dat de Jezuïeten, hoewel kardinaal Boccanera -volstrekt niet op hun hand was, er zich bij neergelegd hadden dezen -te steunen. Ongetwijfeld was deze laatste overdreven en gevaarlijk -vroom in deze eeuw van verdraagzaamheid; maar behoorde hij niet tot het -patriciaat, zou zijn verkiezing niet een teeken zijn, dat het pausdom -nooit af zou zien van de wereldlijke macht? Van dat oogenblik af was -Boccanera in de oogen van Sanguinetti de meest te duchten man geworden; -hij leefde bijna niet meer, voelde zich reeds beroofd, bracht zijn tijd -met niets anders door dan met het zoeken naar combinaties, om zich -van dien almachtigen tegenstander te ontdoen. Hij ontzag zich niet -de lasterpraatjes te verspreiden, dat kardinaal Boccanera Benedetta -en Dario één bed liet deelen, hield niet op hem af te schilderen als -den Antichrist, wiens regeering de vernietiging van het pausdom ten -gevolge zou hebben. - -Zijn laatste combinatie, om zich den steun der Jezuïeten te verzekeren, -was, dat hij door zijn vrienden liet uitbazuinen, dat hij niet alleen -het principe van de wereldlijke macht zou hooghouden, maar dat hij -zich verbond die macht weer te heroveren. Hij had daarvoor al een -heel plan, dat men elkaar in het oor fluisterde--een ondanks enkele -schijnbare concessies tot een zekere overwinning leidend, in zijn -resultaten verpletterend plan: hij wilde den Katholieken niet langer -verbieden te stemmen en candidaten te zijn, naar de Kamer honderd, -dan tweehonderd, eindelijk driehonderd leden zenden, vervolgens de -monarchie van Savoye van den troon stooten, om een soort reusachtige -federatie der Italiaansche provincies te vormen, waarvan de alsdan -weer in het bezit van Rome gekomen paus de verheven en souvereine -voorzitter worden zou. - -Toen Prada met zijn verhaal gereed was, begon hij weer te lachen, -terwijl hij zijn witte tanden liet zien, die er al heel weinig -uitzagen, om een buit los te laten. - -"U ziet, dat wij ons goed verdedigen moeten, want hij wil er ons -uitwerpen. Gelukkig bestaan er nog hinderpalen voor dergelijke -dingen. Maar zulke phantasieën hebben toch altijd een grooten -invloed op sommige overspannen geesten zooals op dien van Santobono -bijvoorbeeld. Dit is er een, dien Sanguinetti zou kunnen brengen waar -hij wil... Hij heeft goede beenen. Kijk eens naar boven. Hij is al -bij het kleine paleis van den kardinaal, die heele witte villa met -gebeeldhouwde balkons." - -Inderdaad zag men het kleine paleis, een der eerste huizen van -Frascati, een modern gebouw in Renaissance-stijl, dat uitzag op de -uitgestrekte vlakte der Campagna romana. - -Het was elf uur en toen Pierre afscheid nam van den graaf, om zelf -zijn opwachting te gaan maken bij den kardinaal, hield de graaf de -hand van den jongen priester een oogenblik in de zijne. - -"Als u mij een genoegen wilt doen, dan moet u met mij -dejeuneeren... Wilt u? Kom dan, zoodra u vrij bent, in het restaurant -daar met dien rozen gevel. Binnen een uur ben ik klaar met mijn -zaken en ik zou het prettig vinden, als ik niet alleen behoefde -te dejeuneeren." - -Eerst weigerde Pierre, maar hij kon geen enkel geldig excuus vinden, -zoodat hij eindelijk moest toegeven, ondanks zichzelf door de -vriendelijke manieren van Prada ingepalmd. Pierre behoefde slechts -een straat door te loopen, om bij het paleis van den kardinaal te -komen. Deze was altijd makkelijk te naderen, deels uit een behoefte om -zich te uiten, deels uit berekening, omdat hij gaarne den populairen -man uit wilde hangen. Vooral te Frascati gingen de deuren wijd open, -zelfs voor de eenvoudigste soutane. De jonge priester werd dan ook -dadelijk toegelaten; hij was over die ontvangst een weinig verbaasd, -daar hij zich nog den slecht geluimden knecht te Rome herinnerde, -die hem de reis afgeraden had, daar Zijne Eminentie er niet van hield -gestoord te worden, wanneer hij ziek was. Maar in werkelijkheid was -er geen sprake van ziekte, want alles in die vriendelijke, door zon -overstroomde villa glimlachte en glansde. De wachtkamer, waarin men -hem alleen gelaten had, was met afschuwlijk rood fluweelen meubelen -voorzien en zonder eenige luxe of comfort; maar zij werd opgevroolijkt -door het mooiste licht der wereld en zag uit op die buitengewone, zoo -kale en vlakke Campagna, die in de voortdurende luchtspiegeling van -het verleden een onvergelijkelijke droomschoonheid bezat. Hij ging dan -ook, in afwachting, dat hij bij den kardinaal toegelaten zou worden, -voor een der wijd openstaande en op het balkon uitkomende ramen staan -kijken naar de eindelooze zee van weiden tot aan het in de verte wit -schemerende Rome, waarboven de dom van de St. Pieter als een kleine -fonkelende vlek, niet grooter dan de nagel van een pink, uitstak. - -Hij stond er nauwlijks, toen enkele woorden van een gesprek, -dat blijkbaar in de nabijheid gevoerd werd, duidelijk tot hem -doordrongen. Hij boog zich wat voorover en begreep al heel gauw, -dat het Zijne Eminentie zelf was, die op een balkon er naast met -een priester, van wiens soutane hij slechts een stukje zag, stond -te praten. Maar hij had onmiddellijk Santobono herkend. Zijn eerste -opwelling was zich uit discretie te verwijderen, doch dan bleef hij -door de woorden, die hij opving, toch staan. - -"Wij zullen het dadelijk hooren," zeide Zijne Eminentie met zijn -brommende stem. "Ik heb Eufemio naar Rome gestuurd. Hij is de eenige, -dien ik vertrouwen kan. Daar komt de trein al." - -Inderdaad was op de uitgestrekte vlakte een trein te zien, klein nog -als een stuk kinderspeelgoed. Blijkbaar was kardinaal Sanguinetti op -het balkon gaan staan, om ernaar te kijken. - -Santobono sprak hartstochtelijk eenige woorden, die Pierre slechts -half verstaan kon. Maar onmiddellijk daarop ging de kardinaal -duidelijk voort. - -"Ja zeker, mijn waarde, een catastrophe zou een groot ongeluk -zijn. Moge God Zijne Heiligheid nog lang voor ons sparen..." - -Hij hield even op en voltooide dan, daar hij niet huichelen kon, -zijn gedachte. - -"Tenminste in dit oogenblik, want het is een slechte tijd. Ik leef -in verschrikkelijken angst, want de aanhangers van den Antichrist -hebben in den laatsten tijd veel terrein gewonnen." - -Een kreet ontsnapte Santobono. - -"O, Uwe Eminentie zal handelen, zal overwinnen!" - -"Ik, mijn waarde? Maar wat wil je, dat ik doe? Ik stel mij slechts -ter beschikking van mijn vrienden, van hen, die, alleen voor den -triomf van den Heiligen Stoel, in mij gelooven. Zij moeten handelen, -een ieder moet naar de krachten, die hem gegeven zijn, medewerken om -den slechten den weg te versperren, zoodat de goeden overwinnen... O, -als de Antichrist regeert..." - -Dit ook nu weer terugkeerend woord "Antichrist" maakte Pierre -ongerust. Plotseling herinnerde hij zich, wat de graaf hem gezegd had: -de Antichrist was kardinaal Boccanera. - -"Stel je voor, mijn waarde, de Antichrist op het Vaticaan! Hij -zal met zijn onverzoenlijken trots, met zijn ijzeren wil, met zijn -krankzinnigen zucht naar het Niet de verwoesting van den godsdienst -voltooien; want er is geen twijfel mogelijk; hij is het door de -profetieën voorspelde beest des doods, dat in zijn woesten loop naar -de donkerte van den afgrond alles met zich dreigt te verslinden. Ik -ken hem; hij heeft geen ander ideaal dan hardnekkig volhouden en -vernietigen; hij zal de zuilen van den tempel omvatten en ze schudden -en uit haar voegen rukken, om zich en het geheele Katholicisme -daaronder te begraven. Ik geef hem geen zes maanden, dan is hij al -uit Rome verjaagd, in onmin met alle volkeren, vervloekt door Italië, -en sleept het wandelende spook van den laatsten paus door de wereld." - -Een dof gebrom, een gesmoorde vloek van Santobono was het antwoord -op deze vreeselijke voorspelling. Maar de trein was aan het station -aangekomen, en onder de weinige reizigers, die uitstapte, zag Pierre -een kleinen abbé, die zoo hard liep, dat zijn soutane tegen zijn kuiten -sloeg. Het was abbé Eufemio, de secretaris van den kardinaal. Toen -hij dezen op het balcon zag staan, liet hij alle voorzichtigheid -varen en begon hij hard de hellende straat af te loopen. - -"Ha, daar is Eufemio!" riep Zijne Eminentie bevend van angst -uit. "Eindelijk zullen we het weten! Eindelijk zullen we het weten!" - -De secretaris was zoo hard de trappen opgevlogen, dat Pierre hem bijna -onmiddellijk daarna ademloos door de wachtkamer zag stormen en in het -vertrek van den kardinaal verdwijnen. Deze had het balkon verlaten, -om zijn boodschapper tegemoet te gaan; maar dadelijk kwam hij er -onder drukke vragen en haastige antwoorden weer terug. - -"Dus het is zoo, hij heeft een slechten nacht gehad. Zijne Heiligheid -heeft geen oog dicht gedaan... Kolieken, zeggen ze? Maar dat kan op -zijn leeftijd binnen twee uur den dood beteekenen... En wat zeggen -de doktoren?" - -Het antwoord drong niet tot Pierre door, maar hij kon het opmaken -uit de woorden van den kardinaal: - -"O, die doktoren weten nooit wat! Trouwens, wanneer zij niets meer -zeggen willen, beteekent dit, dat de dood niet ver meer is... Lieve -God, wat een ramp, wanneer de catastrophe niet enkele dagen uitgesteld -kan worden!" - -Hij zweeg en Pierre voelde, hoe de oogen van den kardinaal weer -rustten op Rome, hoe hij met al zijn eerzuchtigen angst staarde naar -den dom van de St. Pieter, de kleine, fonkelende plek, niet grooter -dan de nagel van een pink, te midden van de eindelooze, rossige -vlakte. Welk een onrust, welk een opwinding, als de paus dood was. Hij -had niets liever gewild dan zijn arm uitstrekken, om de Eeuwige Stad, -de Heilige Stad, die aan den horizont niet meer plaats innam dan een -door een kinderschop neergegooide hoop kiezelzand, in de holte van -zijn hand te nemen. Reeds droomde hij van het conclave, wanneer de -troonhemels van de andere kardinalen zouden dalen en de zijne alleen, -onbeweeglijk en majestueus hem met het purper zou kronen. - -"Maar je hebt gelijk, mijn waarde," riep hij uit, "we moeten handelen, -het is voor het heil van de Kerk... En bovendien, het is niet mogelijk, -dat de hemel niet met ons is, die alleen zijn triomf willen. Als -het moet, zal hij op het uiterste oogenblik den Antichrist weten -te verpletteren." - -Toen voor het eerst verstond Pierre duidelijk Santobono, die met een -ruwe stem en woeste vastberadenheid zeide: - -"O, als de hemel talmt, zullen wij hem helpen!" - -Dat was alles; daarna hoorde hij niets meer dan een verward -gemompel. Het balkon was leeg en Pierre begon weer te wachten in den -zonnigen, kalmen en kostelijk-vroolijken salon. Plotseling ging de -deur van de studeerkamer wijd open en diende een knecht hem aan. Tot -zijn verwondering vond hij den kardinaal alleen, zonder dat hij de -beide priesters had zien vertrekken: zij waren door een andere deur -weggegaan. - -In het heldere licht stond de kardinaal met zijn blozend gezicht, -zijn grooten neus, zijn dikke lippen en zijn ondanks zijn zestig -jaren jeugdig-flinke en krachtige gestalte bij een der ramen. Om -zijn lippen speelde weer het vaderlijk glimlachje, waarmede hij uit -politiek zelfs de meest eenvoudige menschen ontving. Zoodra Pierre -gebogen en zijn ring gekust had, wees hij hem een stoel aan. - -"Ga zitten, mijn zoon, ga zitten... Ja, ge komt voor die ongelukkige -geschiedenis met uw boek. Ik ben heel blij daar eens met u over te -kunnen praten." - -Zelf was hij ook gaan zitten bij het op Rome uitziend raam, waarvan -hij zich niet scheen te kunnen verwijderen. Toen de priester zich -verontschuldigde, dat hij hem in zijn rust kwam storen, merkte hij op, -dat de kardinaal nauwlijks naar hem luisterde, doch zijn blikken weer -strak gericht hield op den zoo vurig begeerden buit. Toch behield -hij den uiterlijken schijn, alsof hij een en al aandacht was, en -Pierre was verwonderd over de wilskracht, die deze man moest hebben, -om zoo kalm en belangstellend in de zaken van anderen te schijnen, -terwijl zoo'n stormwind in hem loeide. - -"Uwe Eminentie is dus wel zoo goed, mij niet kwalijk te nemen..." - -"Integendeel, u hebt er heel goed aan gedaan hier te komen, nu mijn -gezondheidstoestand mij vooreerst nog wel zal beletten naar Rome -terug te gaan... Ik voel me al wat beter, en het is heel natuurlijk, -dat u mij inlichtingen geven, uw boek verdedigen en mijn oordeel -wat verhelderen wilt... Ik heb me er zelfs al over verwonderd, dat -ik u niet eerder gezien heb, want ik weet, dat uw geloof krachtig is -en dat u geen moeite ontziet, om uw rechters te bekeeren... Spreek, -mijn zoon, ik luister naar u met al de vreugde, die het mij geven zou, -als ik u vrij zou kunnen spreken." - -Pierre liet zich door die welwillende woorden vangen. Een nieuwe hoop -ontwaakte in hem, dat hij den almachtigen praefect van den Index voor -zich zou kunnen winnen. Hij beschouwde dezen voormaligen nuntius, die -eerst te Brussel en later te Weenen de wereldlijke kunst geleerd had -menschen tevreden van zich te laten gaan, door hun alles te beloven, -maar nooit iets te doen, reeds als hoogst intelligent en buitengewoon -goedhartig. Nog eenmaal vond hij dan ook zijn apostelgeestdrift terug, -om zijn denkbeelden over het Rome van morgen, het Rome van zijn -droomen, dat opnieuw de meesteres der wereld worden zou, wanneer het -tot het Christendom van Jezus, tot de vurige liefde voor armen en -nederigen zou terugkeeren. - -Sanguinetti glimlachte, schudde zacht zijn hoofd en riep verrukt uit: - -"Heel goed, heel goed! Voortreffelijk!... Ik denk als gij, mijn waarde -zoon. Meer kan ik niet zeggen... Maar u bent hier in gezelschap van -alle goede geesten." - -Bovendien werd hij zeer getroffen door den poëtischen kant der zaak, -zooals hij zeide. Ongetwijfeld uit rivaliteit ging hij, evenals Leo -XIII, graag voor een goed Latinist door; vooral voor Virgilius had -hij een bijzondere liefde opgevat. - -"Ik weet het, ik weet het... o, ik heb die passage over de -terugkeerende lente, die de door den winter verstijfde armen komt -troosten, wel driemaal gelezen. Weet u wel, dat uw boek vol Latijnsche -wendingen is? Ik heb bij u meer dan vijftig uitdrukkingen genoteerd, -die men in de Eclogae [23] zou terugvinden. Een bekoorlijk boek, -werkelijk bekoorlijk!" - -Daar hij allesbehalve dom was en heel goed voelde, dat er in dezen -eenvoudigen priester een groot intellect stak, begon hij langzamerhand -belang te stellen--niet in hem, maar in het voordeel, dat hij misschien -uit hem zou kunnen trekken. In zijn intrigenwoede was de eenige -gedachte, die hem steeds bezig hield, uit anderen, uit de creaturen, -die God hem toezond, alles te halen, wat zij medebrachten, dat nuttig -kon zijn voor zijn eigen triomf. Hij wendde een oogenblik zijn blikken -van Rome af en keek zijn bezoeker aan, luisterde naar hem, terwijl -hij zich afvroeg, waarvoor hij hem wel òf dadelijk, in de crisis, die -hij nu doormaakte, òf later, wanneer hij paus zou zijn, zou kunnen -gebruiken. Maar de priester beging nogmaals de fout een aanval te -doen op de wereldlijke macht van de Kerk en de ongelukkige woorden: -"nieuwe godsdienst" uit te spreken. - -De nog altijd glimlachende kardinaal viel hem met een gebaar in de -rede, zonder iets van zijn vriendelijkheid te verliezen, ofschoon -zijn reeds lang genomen besluit thans onherroepelijk vast stond. - -"Zeker, mijn zoon, gij hebt op verscheidene punten groot gelijk, en -ik ben het in vele opzichten volkomen met u eens. Maar zie eens, gij -weet blijkbaar niet, dat ik hier de beschermer van Lourdes ben. Hoe -kunt u na de passage, die u over de Grot geschreven hebt, willen, -dat ik mij voor u en tegen de Paters uitspreek?" - -Pierre werd door dit feit, dat hij inderdaad niet wist, geheel -terneergeslagen. Niemand had de voorzorg genomen hem daaromtrent in -te lichten. Te Rome hebben alle Katholieke werken als beschermers een -door den Heiligen Vader daarvoor aangewezen kardinaal, die het moet -vertegenwoordigen en zoo noodig als verdediger daarvan optreden moet. - -"Die goede Paters!" ging Sanguinetti op zachten toon voort; "u hebt -hun veel verdriet gedaan. Werkelijk, onze handen zijn gebonden en wij -kunnen hun kommer niet nog grooter maken... Als u eens wist hoeveel -missen zij ons zenden! Zonder hen zou meer dan één van onze arme -priesters van honger sterven." - -Er bleef niets anders over dan zich erbij neer te leggen. Weer -stootte Pierre op die geldquaestie, op die noodzakelijkheid, waarin -de Heilige Stad zich bevond, om zijn budget in goede en slechte jaren -te verzekeren. Altijd was het weer de slavernij van den paus, dien het -verlies van Rome van de regeeringszorgen bevrijd had, maar de gedwongen -dankbaarheid voor de ontvangen aalmoezen toch nog steeds aan de aarde -bond. De behoeften waren zoo groot, dat het geld alles beheerschte, de -souvereine macht was, waarvoor alles aan het Romeinsche Hof zich boog. - -Sanguinetti stond op ten teeken, dat het onderhoud afgeloopen was. - -"Maar wanhoop niet, mijn zoon," ging hij met warmte voort. "Ik heb -alleen maar over mijn eigen stem te beschikken, maar ik beloof u, -dat ik rekening houden zal met de uitmuntende toelichting, die ge -mij gegeven hebt... En wie weet? Als God met u is, zal Hij u redden, -zelfs tegen onzen wil!" - -Dat was zijn gewone taktiek; hij had als principe de menschen -nooit tot het uiterste te drijven door ze zonder eenige hoop weg te -zenden. Waartoe diende het hem te zeggen, dat de veroordeeling van zijn -boek een fait accompli was en dat het de verstandigste weg zijn zou het -te verloochenen? Alleen een woesteling als die Boccanera blies de woede -over deze vurige zielen en zette ze daardoor nog meer tot verzet aan. - -"Blijf hopen, blijf hopen!" herhaalde hij glimlachend, terwijl hij den -schijn aannam, alsof hij zinspeelde op een menigte gelukkige dingen, -die hij echter niet zeggen kon. - -Diep ontroerd, voelde Pierre zich als het ware herleven. Hij vergat -zelfs het gesprek, dat hij afgeluisterd had, de grimmige eerzucht, -de doffe woede tegen den gevreesden mededinger. En bovendien kon bij -de machtigen de geest niet de plaats van het hart innemen? Indien -deze eenmaal paus was en alles begrepen had, zou hij dan niet de -verwachte paus kunnen zijn, die de taak op zich nam de Kerk der -Vereenigde Staten van Europa, de geestelijke heerscheresse der wereld, -te organiseeren? Hij dankte hem ontroerd, boog en liet hem voor dit -wijdgeopende raam, vanwaar Rome hem uit de verte in den glans der -herfstzon tegenflonkerde als een kostbaar kleinood, de tiara van goud -en edelgesteenten, over aan zijn droomen. - -Het was bijna één uur, toen Pierre en graaf Prada eindelijk konden -gaan dejeuneeren aan een der kleine tafeltjes van het restaurant, -waar zij elkaar rendez-vous gegeven hadden. Beiden hadden zich door -hun zaken verlaat. Maar de graaf scheen zeer opgewekt te zijn, daar -hij moeilijke quaesties tot zijn voordeel geregeld had, terwijl de -priester zelf, weer door nieuwe hoop vervuld, zich geheel overgaf aan -de kostelijke levensvreugde van dezen laatsten mooien dag. Het dejeuner -in de groote, lichte, in blauwe en rose tinten geschilderde, in dezen -tijd van het jaar geheel verlaten zaal, was dan ook buitengewoon -opgewekt. Amortjes vlogen over de zoldering, landschappen, die -uit de verte aan de Romeinsche Kasteelen deden denken, versierden -de muren. Zij aten alleen koude schotels en dronken den beroemden -Frascatiwijn, die een brandenden grondsmaak had, alsof de vroegere -vulkanen iets van hun vuur in den bodem achtergelaten hadden. - -Langen tijd liep het gesprek over de Albaansche bergen, welker -woeste gratie de vlakke Campagna Romana als een lust voor de oogen -beheerscht. Pierre, die het klassieke uitstapje van Frascati naar -Nemi gemaakt had, was nog onder de bekoring daarvan en sprak er met -geestdrift over. Eerst kwam de heerlijke, langs de heuvelhellingen -dalende en rijzende, tusschen riet, olijfboomen en wijngaarden -loopende weg van Frascati naar Albano, vanwaar af men voortdurend -een prachtig uitzicht heeft op de eindeloosheid der Campagna. Links -ligt wit het dorp Rocca di Papa amphitheatersgewijze op een ronden -heuvel aan den voet van den door eeuwenoude groote boomen gekroonden -Monte Cavo. Van af dat punt ziet men, als men zich weer omdraait in -de richting van Frascati, hoog aan den rand van een pijnboombosch -de ruïnen van Tusculum, groote rotsachtige ruïnes, door eeuwen -van zon verbrand en vanwaar het onbegrensde uitzicht prachtig zijn -moet. Vervolgens komt men door Marino met zijn groote, zacht hellende -straat, zijn groote kerk, zijn oud, zwart geworden, half verweerd -paleis der Colonna's. Dan, na een steeneikenbosch rijdt men langs -het Albaansche meer, dat een schouwspel biedt, zooals men er weinig -vindt: tegenover zich, aan de overzijde van de onbeweeglijke, als -een spiegel zoo gladde wateren, de ruïnen van Alba Longa links de -Monte Cavo met Rocca di Papa en Palazzola; rechts Castel-Gandolfo, -als van de hoogte van een steile kust het meer beheerschend. In den -uitgedoofden krater sliep, als op den grond van een reusachtige, -groene schaal, het meer zwaar en dood; het geleek op een tafel van -gesmolten metaal, die de zon aan de eene zijde met goud vlamde, -terwijl de andere in de schaduw liggende zijde zwart was. - -Nu liep de weg vrij steil op naar Castel-Gandolfo, dat als een -witte vogel tusschen het meer en de zee op zijn rots zit en steeds, -zelfs gedurende de warmste zomeruren, door een briesje verfrischt -wordt. Vroeger was het beroemd door zijn pauselijke villa, waarin -Pius IX gaarne de warme dagen doorbracht, maar waar Leo XIII nooit -geweest is. Daarna daalde de weg, begonnen de steeneiken weer, om -hun grootte beroemde steeneiken, een dubbele rij van kolossen, twee- -en driehonderdjarige monsters met knoestige ledematen. Eindelijk kwam -men bij Albano, een kleine, minder reine en minder gemoderniseerde -stad dan Frascati, een hoekje grond, dat nog iets van den geur van -zijn vroegere woestheid behouden heeft. Dan kwamen nog Arricia met -het paleis Chigi, met bosschen bedekte heuvels en bruggen, die over -beschaduwde afgronden geslagen zijn; Gonzano en eindelijk nog Nemi, -het eene nog meer afgelegen en woester dan het ander, verloren gaande -tusschen rotsen en boomen. - -O, dit Nemi, welk een onuitwischbare herinnering had Pierre daaraan -behouden! Dit Nemi aan den oever van zijn meer, dit uit de verte zoo -mooie, zoo betooverende Nemi, dat oude legenden en in het groen der -mysterieuse wateren ontstane feeënsteden voor den geest riep. Doch -wanneer men het eindelijk betreedt, is het afstootend vuil, stort -overal in en wordt nog door den Orsinitoren beheerscht als door -een boozen geest van den ouden tijd, die daar woeste zeden, heftige -hartstochten en messteken in stand schijnt te houden. Vandaar kwam -die Santobono, wiens broeder een moord gepleegd had en in wien zelf -een moorddadige vlam scheen te branden, terwijl zijn misdadigersoogen -gloeiden als een kolenvuur. En het meer--dit meer, rond als een in -dezen krater, deze schaal, gevallen uitgedoofde maan! Deze schaal -zag er nog dieper en smaller uit dan het Albaansche meer en was -met boomen van wonderbaarlijke kracht begroeid. Pijnboomen, olmen, -wilgen loopen in een groenen stroom van elkaar verstikkende takken -tot aan den oever. Deze ontzaglijke vruchtbaarheid spruit voort uit de -voortdurende waterdampen, die zich hier onder de brandende inwerking -van de zon, wier stralen zich in dit hol als in een smeltoven ophoopen, -ontwikkelen. - -Het is een vochtige, zware warmte; de lanen der omliggende tuinen zijn -met groen mos overdekt; dichte nevels vullen dikwijls 's ochtends de -reusachtige schaal met een witten damp als met een rookende heksenmelk -van verdachte tooverkracht. Pierre herinnerde zich nog heel goed -het onaangename gevoel, dat hem aangegrepen had bij het zien van -het meer, waarin te midden van de bewonderenswaardige omgeving oude -gruweldaden, een geheele geheimzinnige godsdienst met afschuwlijke -gebruiken scheen te slapen. Hij had het bij het vallen van den avond -in de schaduw van zijn gordel van bosschen gezien als een dof zwarte -en zilveren metalen plaat, en dit heldere, maar zoo diepe water, -dit verlaten water zonder een bark, dit doode, verheven, grafachtige -water had in hem een onbeschrijflijke treurigheid, een doodelijke -zwaarmoedigheid achtergelaten. - -Het was de vertwijfeling der groote, eenzame bronstigheid, wanneer -aarde en wateren door de stomme smart der kiemen in angstwekkende -vruchtbaarheid opzwellen. O, die donkere, wegzinkende oevers, dat -droefgeestige, zwarte meer, dat daar onder in de diepte rust! - -Graaf Prada begon te lachen om dien indruk. - -"Ja, ja, het is zoo, het Nemimeer is niet alle dagen vroolijk. Ik heb -het bij somber weer gezien; het was loodkleurig, en zelfs de sterke -zonnestralen kunnen er geen leven in brengen. Wat mij betreft, ik weet, -dat ik van verveling zou sterven, wanneer ik tegenover dat kale water -zou moeten leven. Maar het heeft een groote aantrekkingskracht voor -dichters en romantische vrouwen, voor haar, die groote hartstochtelijke -liefdes met tragische ontknoopingen aanbidden." - -Toen zij van tafel opgestaan waren, om op het terras een kop koffie -te drinken, kwam het gesprek op een ander terrein. - -"Gaat u vanavond naar de receptie van prins Buongiovanni?" vroeg de -graaf. "Dat zal voor een vreemdeling een interessant schouwspel zijn -en ik zou u aanraden het niet te verzuimen." - -"Ja, ik heb een uitnoodiging," antwoordde Pierre. "Een van mijn -vrienden, mijnheer Narcisse Habert, attaché aan ons gezantschap, -heeft mij die bezorgd en zal er met mij heengaan." - -Inderdaad zou dien avond in den palazzo Buongiovanni op den Corso -een groot feest gegeven worden, een van die galafeesten, zooals die -slechts twee of driemaal per jaar plaats vinden. Er werd verteld, dat -dit in pracht en praal alles overtreffen zou, want het werd gegeven -ter eere van de verloving van Celia, het kleine prinsesje. Plotseling -had de prins, zoo ging het gerucht, na eerst zijn dochter geslagen -en zelf in een hevigen aanval van woede bijna een beroerte gekregen -te hebben, toegegeven tegenover de kalme en zachte hardnekkigheid van -het jonge meisje en toegestemd in haar huwlijk met luitenant Attilio, -den zoon van minister Sacco; alle salons van Rome, zoowel de zwarte -als de witte, waren er vol van. - -Weer werd graaf Prada vroolijk. - -"U zult iets schitterends zien, dat verzeker ik u. Ik ben erg blij -voor mijn besten neef Attilio; hij is heusch een fatsoenlijke en -charmante jongen. Voor geen geld ter wereld zou ik de entree van mijn -waarden oom Sacco, die eindelijk de portefeuille van Landbouw gekregen -heeft, in de oude salons der Buongiovanni's willen missen. Dat zal -werkelijk iets buitengewoons zijn. Vanochtend heeft mijn vader, die -alles ernstig opneemt, mij gezegd, dat hij er den heelen nacht niet -van heeft kunnen slapen." - -Hij hield op, om dadelijk weer verder te gaan: - -"Luister eens, het is al half drie; u kunt geen trein krijgen voor -vijf uur. Weet u wat u doen moest? Met mij naar Rome terugrijden!" - -Maar Pierre wilde daar niet van hooren. - -"Neen, neen, duizendmaal dank! Ik zou met mijn vriend Narcisse dineeren -en mag niet te laat komen." - -"U zult niet te laat komen, integendeel! Wij rijden om drie uur af, -dan zijn we voor vijven in Rome... Het is een prachtige rit met -zonsondergang en ik verzeker u, dat die vandaag schitterend zal zijn." - -Hij drong zóó aan, dat de priester, door zooveel vriendelijkheid -gewonnen, het voorstel wel moest aannemen. Zij praatten nog een uurtje -gezellig over Rome, Italië en Frankrijk en liepen intusschen Frascati, -waar de graaf nog een aannemer spreken wilde, even in. Toen het drie -uur sloeg, reden zij eindelijk weg, naast elkaar zacht gewiegd op de -kussens van de victoria, die in lichten draf door de twee paarden -voortgetrokken werd. Inderdaad was deze terugrit naar Rome door de -onmetelijke, kale Campagna onder den eindeloozen helderen hemel op -dezen prachtigen herfstnamiddag verrukkelijk. - -Maar eerst moest de victoria in vollen draf tusschen wijngaarden en -olijfboomboschjes de hellingen van Frascati afrijden. De bestrate -weg kronkelde sterk en was heel stil: nauwlijks zag men hier en daar -een boer met een vilten hoed, een witten muilezel, een met een ezel -bespannen karretje; alleen 's Zondags was het vol in de kroegen en -kwamen de handwerkslieden in de landhuisjes van den omtrek rustig -hun geitenvleesch eten. Bij een kromming van den weg kwamen zij -langs een monumentale fontein. Een groote kudde schapen belette de -victoria een oogenblik verder te rijden. Op den achtergrond van de -zachte golvingen der reusachtige rosachtige Campagna lag steeds het -verre Rome in de violette avondnevels en scheen langzamerhand naar -mate de victoria lager kwam, weg te zinken. Er kwam een oogenblik, -dat het nog slechts een met den horizont evenwijdige, dunne, grijze -streep vormde, die nauwlijks even wit gevlekt werd door de door de -zon beschenen gevels. Dan verdween het in den grond, verdronk onder -de deining der eindelooze velden. - -De victoria rolde nu door de vlakte en liet de Albaansche bergen -achter zich, terwijl rechts en links en vooruit de zee van prairiën -en stoppels begon. Dan boog de graaf zich wat voorover en riep: - -"Kijk, daar loopt onze man van vanochtend voor ons, Santobono in -hoogst eigen persoon... Wat loopt die kerel, he? Mijn paarden zullen -moeite hebben hem in te halen!" - -Op zijn beurt boog Pierre zich nu uit de victoria. Het was inderdaad -de pastoor van S. Maria del Campi in zijn lange zwarte soutane, groot -en knokig en grof gebouwd. In het fijne licht der blonde zon vormde -hij een harde inktvlek. Aan zijn rechterarm hing iets; een voorwerp, -dat zij moeilijk onderscheiden konden. - -Toen het rijtuig hem eindelijk ingehaald had, liet Prada den koetsier -wat langzamer rijden, en knoopte een gesprek met den abbé aan. - -"Dag, abbé! Hoe gaat het?" - -"Heel goed, mijnheer de graaf. Dank u duizendmaal!" - -"Waar loopt u zoo dapper naar toe?" - -"Naar Rome, mijnheer de graaf!" - -"Wat, zoo laat nog naar Rome?" - -"O, ik ben er bijna even gauw als u. Ik zie niet op tegen een eindje -loopen, en je spaart op die manier het reisgeld uit." - -Hij nam zijn passen wat grooter, zoodat hij het rijtuig bijhouden kon. - -"Wacht, hij zal ons aangenaam bezig houden," fluisterde Prada, die -pleizier had in de ontmoeting, Pierre in. - -Dan luid: - -"Als u naar Rome gaat, kunt u net zoo goed instappen. Er is nog een -plaatsje voor u." - -Santobono liet het zich geen tweemaal zeggen. - -"Heel graag, dank u duizendmaal... Dan verslijt ik gelijk mijn -schoenen niet." - -Hij stapte in en ging op het klapbankje zitten, in een plotselinge -opwelling van nederigheid de plaats, die Pierre hem beleefd naast den -graaf aanbood, weigerend. Dezen hadden eindelijk in het voorwerp, -dat hij droeg, een klein mandje met netjes naast elkaar gelegde en -met bladeren bedekte vijgen herkend. - -De paarden hadden den draf weer aangenomen en vlug rolde het rijtuig -over den mooien, vlakken weg. - -"Zoo, gaat u naar Rome?" vroeg de graaf weer, om den pastoor aan het -praten te krijgen. - -"Ja, ik ga Zijne Eerwaarde Eminentie, kardinaal Boccanera, deze vijgen, -de laatste van het seizoen, brengen. Dat heb ik hem indertijd beloofd." - -Hij had het mandje, dat hij als iets zeldzaams en breekbaars, -voorzichtig tusschen zijn groote, knokige handen hield, op zijn -knieën gezet. - -"O, de beroemde vijgen van uw vijgeboom! Dat is waar, zij zijn louter -honig. Maar houd die mand toch niet op uw knieën. Geef maar hier, -dan zet ik ze zoo lang in de kap." - -Maar hij verdedigde ze, wilde er absoluut niet van scheiden. - -"Duizendmaal dank, duizendmaal dank!... Die vijgen hinderen me -heelemaal niet, zij staan hier heel goed; ik ben er tenminste nu -zeker van, dat er niets mede gebeuren kan." - -Prada, die Pierre met zijn schouder een stootje gaf, had veel pleizier -in dezen hartstocht van Santobono voor de vruchten van zijn tuin. Weer -vroeg hij: - -"En houdt de kardinaal veel van uw vijgen?" - -"Ja, mijnheer de graaf, Zijne Eminentie is wel zoo goed ze heerlijk -te vinden. Toen hij vroeger 's zomers in Frascati logeerde, wilde hij -ze van geen anderen boom eten. U begrijpt wel, dat ik, nu ik eenmaal -zijn smaak ken, hem graag een pleizier doe." - -Maar hij had een zoo scherpen blik op Pierre geworpen, dat de graaf -zich verplicht gevoelde ze aan elkaar voor te stellen. - -"Mijnheer de abbé Froment logeert al een maand in den palazzo -Boccanera." - -"Ik weet het, ik weet het!" zeide Santobono met de grootste kalmte. "Ik -heb den abbé bij Zijne Eminentie gezien, toen ik de vorige maal vijgen -bracht. Maar toen waren zij niet zoo rijp. Deze zijn prachtig." - -Hij wierp een liefdevollen blik op het mandje, dat hij nog steviger in -zijn groote, met rosachtig haar bedekte vingers scheen te drukken. Er -volgde een stilte. Dan vroeg, zonder eenigen overgang, heel plotseling -Prada: - -"En is de paus al dood, mijnheer de pastoor?" - -Santobono schrok zelfs niet. - -"Ik hoop, dat Zijne Heiligheid nog vele dagen tot heil der Kerk leven -zal," zeide hij eenvoudig. - -"Dan hebt u vanochtend zeker goede berichten gehoord bij uw bisschop, -kardinaal Sanguinetti?" - -Ditmaal kon de pastoor een lichte rilling niet onderdrukken. Had men -hem dan gezien? In zijn haast had hij 's ochtends de twee wandelaars, -die achter hem geloopen hadden, niet eens opgemerkt. - -"O," antwoordde hij, zich dadelijk herstellend, "we weten nooit -precies of de berichten goed of slecht zijn... Het schijnt, dat Zijne -Heiligheid een vrij slechten nacht heeft gehad, en ik hoop vurig, -dat de volgende beter zijn zal." - -Hij scheen even na te denken en voegde er dan aan toe: - -"Maar mocht God het oogenblik gekomen achten om Zijne Heiligheid tot -zich te roepen, dan zou Hij zijn kudde niet zonder herder achterlaten, -maar reeds den pontifex maximus van morgen aangewezen hebben." - -Dit antwoord scheen Prada nog vroolijker te maken. - -"U bent buitengewoon naïef, abbé... Gelooft u heusch, dat de pausen -zoo door Gods genade ontstaan? De paus van morgen wordt boven benoemd, -niet waar? En nou wacht hij heel kalm af! Ik voor mij dacht, dat ook -de menschen zich er wel eens mede bemoeiden... Maar misschien weet -u reeds wie de door de goddelijke genade vooruit gekozen paus is!" - -Hij ging met zijn goedkoope, ongeloovige grappen voort, die echter -den priester volkomen kalm deden blijven. Hij begon zelfs te lachen, -toen de graaf hem met een toespeling op den hartstocht, waarmede het -speelzieke volk van Rome bij ieder conclave op den waarschijnlijk -gekozene wedde, zeide, dat er voor hem een fortuin mede te winnen -zou zijn, als hij het geheim van God kende. Dan spraken zij over -de drie witte soutanes van verschillende grootte, die steeds in een -kast van het Vaticaan hingen: zou men ditmaal de groote, de kleine -of de middelste moeten gebruiken? Bij de minste ernstige ziekte van -den regeerenden paus ontstond er een hevige opwinding, een opleven -van alle eerzuchten, alle intriges, zoodat niet alleen in de zwarte -kringen, maar in de geheele stad over niets anders gesproken, over -niets anders gedacht werd dan over de kansen der kardinalen, die het -meest in aanmerking kwamen. Aan voorspellingen omtrent den opvolger -geen gebrek! - -"Nu u het weet, moet u mij beslist zeggen, wie het is!" begon Prada -weer. "Is het kardinaal Moretta soms?" - -Ondanks zijn blijkbaren wil, om waardig en onpartijdig te blijven, -zooals het een goed en vroom priester betaamt, wond Santobono zich -langzamerhand op en liet hij zich door zijn hartstocht medesleepen. Dit -uitvragen deed hem heelemaal zijn kalmte verliezen; hij kon zich niet -meer inhouden. - -"Moretta, kom nou. Die is aan heel Europa verkocht!" - -"Kardinaal Bartolini dan?" - -"Hoe komt u er bij?... Bartolini! Die heeft zijn geheele leven niets -anders gedaan dan willen en nooit iets krijgen!" - -"Dan zeker kardinaal Dozio?" - -"Dozio! Dozio! Wanneer Dozio paus werd, zou het met onze Heilige Kerk -gedaan zijn, want er bestaat geen lagere en hoogere geest dan hij!" - -Prada haalde zijn schouders op, alsof hij nu geen ernstige candidaten -meer kende. Hij schepte er een boosaardig genoegen in om kardinaal -Sanguinetti, ongetwijfeld den candidaat van den pastoor, niet te -noemen, om dezen nog meer op te winden. Dan scheen hij plotseling -het ware getroffen te hebben en riep vroolijk: - -"Ha, nu ben ik er achter. Ik weet uw man... Kardinaal Boccanera!" - -Santobono was midden in zijn hart, in zijn wrok, in zijn patriotisch -geloof getroffen. Reeds ging zijn vreeselijke mond open en wilde hij -een krachtig: "Neen, neen!" roepen, maar het gelukte hem nog juist dien -kreet in te houden; zwijgend hield hij op zijn knieën zijn geschenk, -het kleine mandje vijgen, dat zijn handen tot brekens toe drukten; -de krachtsinspanning, die hij zich getroosten moest, deed hem zóó -beven, dat hij even wachten moest, voor hij kalm antwoorden kon: - -"Zijne eerwaarde Eminentie kardinaal Boccanera is een vroom man, -die den troon zeker waardig is; alleen zou ik bang zijn, dat hij in -zijn haat tegen ons nieuw Italië een oorlog zou brengen." - -Maar Prada wilde de wonde nog erger maken. - -"Maar dezen aanvaardt u tenminste toch! U houdt te veel van hem, om u -niet over zijn kansen te verheugen. Ik geloof, dat we ditmaal dicht -bij de waarheid zijn, want iedereen is overtuigd, dat het conclave -geen anderen benoemen kan... Hij is heel lang, dus zal de groote -witte soutane dienst moeten doen." - -"De groote soutane, de groote soutane," bromde Santobono onwillekeurig, -"wanneer ten minste niet..." - -Hij voltooide zijn zin niet, was zijn hartstocht weer meester. Pierre, -die zwijgend luisterde, was ten hoogste verwonderd, want hij herinnerde -zich het gesprek, dat hij bij kardinaal Sanguinetti afgeluisterd -had. Blijkbaar waren de vijgen slechts een voorwendsel, om in den -palazzo Boccanera te komen, waar een vertrouwde, abbé Paparelli -ongetwijfeld, alleen zekere inlichtingen geven kon aan zijn ouden -kameraad. Maar welk een zelfbeheersching bezat deze geëxalteerde! - -De Campagna bleef aan beide zijden van den weg haar grasvlakten tot -in het oneindige voortzetten; Prada, die ernstig geworden was en -blijkbaar in gepeins was verzonken, keek ernaar, zonder echter iets -te zien. Hardop zette hij zijn gepeins voort. - -"Ik weet natuurlijk, wat men zeggen zal, als hij ditmaal sterft... Die -plotselinge ongesteldheid, die kolieken, dat geheimzinnige -zwijgen... Ja, zeker, vergif, net als bij alle anderen." - -Pierre schrok heftig. De paus vergiftigd! - -"Wat, vergif? Alweer?" riep hij uit. - -Ontzet keek hij de twee anderen aan. Vergif als in de tijden der -Borgia's, zooals in een romantisch drama! Het leek hem afschuwlijk -en belachelijk tegelijk! - -Santobono, wiens gezicht onbeweeglijk en ondoordringbaar geworden was, -antwoordde niet. Maar Prada schudde zijn hoofd en het gesprek ging -nu nog slechts tusschen hem en den jongen priester. - -"Ja zeker, weer vergif... Te Rome is de vrees daarvoor nog steeds -groot gebleven. Zoodra er voor een sterfgeval geen natuurlijke -verklaring te geven is, zoodra dat wat plotseling of onder tragische -omstandigheden plaats grijpt, is altijd de eerste gedachte, roept -iedereen altijd eerst: "Vergif!" Voeg daarbij, dat er, voor zoover ik -weet, geen enkele stad bestaat, waar zooveel plotselinge sterfgevallen -voorkomen--waarom dat weet ik niet, koorts zegt men... Ja zeker, -het vergif met zijn geheele legende, het vergif, dat doodt als een -bliksemstraal en geen spoor achterlaat, het beroemde recept, dat van -eeuw tot eeuw overgeleverd is--vanaf de keizers en de pausen tot in -onze democratische dagen..." - -Toch glimlachte hij ten slotte zelf een weinig skeptisch over -dezen heimelijken, uit ras en opvoeding voortvloeienden angst. De -Romeinsche matronen wisten zich indertijd door het vergif van een -rooden pad te bevrijden van haar echtgenooten of minnaars. Locusta [24] -was praktischer en kookte een vergif van planten, waarschijnlijk den -wolfswortel. Na de Borgia's verkocht Toffana te Napels in met het beeld -van den Heiligen Nicolaas van Bari versierde fleschjes een beroemd -water, waarvan het hoofdbestanddeel ongetwijfeld arsenicum was. Er -liepen verhalen omtrent naalden met plotseling doodende steken, -omtrent een beker wijn, dien men vergiftigde door er een roos in -te ontbladeren, omtrent een snip, die met een geprepareerd mes in -tweeën gesneden werd en waarvan de vergiftigde helft een der beide -dischgenooten doodde. - -"Ik zelf heb in mijn jeugd een vriend gehad, wiens bruid op haar -huwlijksdag in de kerk dood neergevallen is, alleen omdat zij aan -een bouquet rook... Waarom zouden we dan niet gelooven, dat het -beroemde recept werkelijk overgeleverd en aan eenige ingewijden bekend -gebleven is." - -"Omdat de scheikunde te groote vorderingen gemaakt heeft," antwoordde -Pierre. "De ouden geloofden alleen aan mysterieuse giffen, omdat zij -alle middelen voor analyse misten. Tegenwoordig zou het vergif der -Borgia's den onnoozele, die er zich van zou willen bedienen, regelrecht -naar de rechtbank brengen. Het zijn allemaal bakerpraatjes en zelfs -de eenvoudigste menschen dulden ze bijna niet meer in feuilletons." - -"Wat mij betreft," zeide de graaf met een verlegen glimlachje, "wil -ik graag toegeven, dat u gelijk hebt. Maar zeg datzelfde bijvoorbeeld -eens aan uw gastheer, kardinaal Boccanera, die een ouden, hartelijk -geliefden vriend van hem, monsignor Gallo, in zijn armen gehouden -heeft, toen hij verleden jaar binnen twee uren stierf." - -"Een beroerte kan in twee uur doodelijk zijn, een slagadergezwel -zelfs in twee minuten." - -"Dat is zoo, maar vraag hem eens, wat hij bij de lange rillingen, -het loodkleurige gelaat, de holle oogen, het door angst vertrokken -gelaat, waarin hij zijn vriend niet meer herkende, gedacht heeft. Hij -is er ten volle van overtuigd, dat monsignor Gallo vergiftigd is, -omdat hij zijn vertrouweling was, zijn raadsman, wiens verstandige -adviezen de overwinning waarborgden." - -Pierre's verbazing werd steeds grooter. Hij wendde zich direct tot -Santobono, wiens irriteerende onbeweeglijkheid hem prikkelde. - -Geen spier van den priester bewoog. Hij hield zijn dikke, heftige -lippen dicht op elkaar geklemd en wendde zijn donkere, vlammende -oogen geen oogenblik af van Prada, die steeds meer voorbeelden gaf. En -monsignor Nazzarelli dan, dien men verschrompeld en verkalkt als een -stuk kool in zijn bed gevonden had. En monsignor Brando, die onder -den Vesper in de sacristie, toen hij zijn priesterornaat nog aan had, -dood tegen den grond geslagen was? - -"Ach, lieve God!" zuchtte Pierre, "u zult mij nog zooveel vertellen, -dat ik ook bang word en niets anders dan zacht gekookte eieren in uw -verschrikkelijk Rome zal durven eten!" - -Deze boutade wekte den graaf en hem even op. Maar waarlijk door hun -gesprek rees een verschrikkelijk Rome voor hem op--de eeuwige stad -van de misdaad, van den dolk en van het gif, de stad, waarin sedert -meer dan twee duizend jaar, sedert den eersten steen van den muur, -de begeerte naar macht, de woeste bezit- en genotzucht de handen -gewapend, de straten met bloed gekleurd en slachtoffers in den Tiber of -in de aarde geworpen had. Moorden en vergiftigingen onder de keizers, -vergiftigingen en moorden onder de pausen--dezelfde vloed van gruwelen -stuwde de dooden in de verheven glorie der zon over dezen tragischen -bodem voort. - -"Hoe het zij," begon de graaf weer, "voorzichtig zijn kan nooit -kwaad. Men zegt, dat meer dan één kardinaal beeft en wantrouwen -koestert. Ik ken er een, die niets anders eet dan vleesch, dat zijn -kok koopt en klaar maakt. En wanneer de paus bang is..." - -Weer ontsnapte Pierre een kreet van schrik. - -"Wat, de paus zelfs? Is de paus bang voor vergif?" - -"Zeker, mijn waarde abbé, men zegt het tenminste. Er zijn zeker dagen, -waarop hij zich in de eerste plaats bedreigd waant. Weet u niet, -dat in Rome het oude geloof heerscht, dat een paus niet te oud mag -worden en men hem, wanneer hij met alle geweld niet op tijd sterven -wil, daarbij wat helpt? Zoodra een paus kindsch wordt en door zijn -ouderdomszwakte een hinderpaal, ja zelfs een gevaar wordt voor de Kerk, -is zijn plaats in den hemel. Maar alles gaat heel kalm in zijn werk; -de minste verkoudheid is een goed voorwendsel, dat hij niet langer -op den troon van den Heiligen Petrus zit." - -Hij gaf er nog interessante bijzonderheden bij ten beste. Zoo zeide -men, dat een prelaat, die den angst van Zijne Heiligheid wat wilde -kalmeeren, een geheel stelsel van voorzorgsmaatregelen uitgedacht had, -o. a. een klein, geheel afgesloten en gegrendeld wagentje voor de voor -de pauselijke tafel bestemde levensmiddelen. Maar met dit wagentje -is het bij het plan gebleven. - -"En dan, je moet toch eenmaal sterven," besloot hij lachend, "vooral -wanneer het voor het heil der Kerk is... Niet waar, abbé?" - -Sedert een oogenblik had Santobono, nog steeds even onbeweeglijk, -zijn blikken neergeslagen, als keek hij eindeloos naar het kleine -mandje vijgen, dat hij even voorzichtig als een Heilig Sacrament op -zijn knieën hield. Nu hij zoo direct in het gesprek betrokken werd, -moest hij wel opkijken. Maar hij liet zijn diep zwijgen niet varen, -knikte slechts toestemmend. - -"Alleen God en niet het vergif doet de menschen sterven, niet waar -abbé?... Men zegt, dat dat de laatste woorden van monsignor Gallo -geweest zijn, toen hij in de armen van zijn vriend, kardinaal -Boccanera, den laatsten adem uitblies." - -Weer knikte Santobono zonder een woord te zeggen toestemmend. Alle -drie vervielen in een zwijgend nadenken. - -"Matteo," riep eindelijk Prada tegen zijn koetsier, "houd even stil -bij de Osteria Romana." - -Dan tot de beide priesters: - -"Ik verzoek u mij even te excuseeren, ik wou even zien, of ik versche -eieren voor mijn vader kan krijgen. Daar is hij zoo dol op." - -Op de aangegeven plaats hield het rijtuig stil. Vlak aan den rand -van den weg stond een soort primitieve herberg met den welluidenden -en trotschen naam: Antica Osteria Romana. Het was een eenvoudige -pleisterplaats voor karrenvoerders, waar zich alleen jagers waagden, -die er een flesch witten wijn drinken en een ommelette met ham eten -gingen. Toch kwam het kleine volk van Rome 's Zondags meermalen -daarheen, om zich wat te vermaken. Maar door de week verliepen er -in de reusachtige, kale campagna dagen, zonder dat er een levende -ziel binnenkwam. - -Reeds sprong de graaf lenig uit het rijtuig en zeide: - -"Binnen een minuut ben ik weer terug." - -De osteria bestond slechts uit een lang, laag gebouw van één -verdieping, die men langs een uit groote steenen gemaakte en door de -zon verbrande buitentrap bereiken kon. Het geheele gebouw was verweerd -en had de kleur van oud goud. Op den rez-de-chaussée bevonden zich -een gelagkamer, een remise, een stal en loodsen. Aan de eene zijde -was naast een boschje piniepijnen--de eenige boom, die op dezen -onvruchtbaren bodem groeit--een priëel, waaronder vijf of zes houten, -met een bijl vierkant gehakte tafeltjes stonden. Daarachter verhief -zich, als ware het de achtergrond van dit armzalige en droefgeestige -brok leven, een brokstuk van een oude waterleiding, welker open en -half ingevallen bogen het eenige was, dat de vlakke lijn van den -grenzenloozen horizont doorsneed. - -Maar de graaf kwam dadelijk terug. - -"Zeg eens, abbé, ik mag u zeker wel een glas witten wijn offreeren! Ik -weet, dat u zelf een beetje wijnbouwer bent, en hier is een wijntje, -dat men kennen moet." - -Santobono liet het zich geen tweemaal zeggen en stapte op zijn -beurt uit. - -"Ik ken het, ik ken het. Het is een Marinowijntje, dat op een nog -magerder bodem verbouwd wordt dan bij ons in Frascati." - -Toen hij zijn mandje vijgen mede wilde nemen, werd de graaf ongeduldig. - -"Laat dat ding toch in het rijtuig staan. Wat hebt u daar hier mee -noodig?" - -De pastoor antwoordde niet, maar liep verder, terwijl Pierre, die -graag zoo'n osteria, een van die volksherbergen, waarover hij zoo -dikwijls had hooren praten, wilde zien, eveneens uitstapte. - -Prada was er bekend. Dadelijk vertoonde zich een oude, groote -uitgedroogde vrouw, ondanks haar armoedige rok een koninklijke -verschijning. De laatste maal had zij een half dozijn versche eieren -gevonden; ook nu zou zij kijken, zij kon echter niets beloven, want -zij wist het nooit, de kippen legden nu hier, dan daar. - -"Goed, goed, ga maar eens zoeken en laat in dien tusschentijd een -flesch wijn brengen." - -Alle drie gingen zij de gelagkamer binnen. Het was er reeds heelemaal -donker. Hoewel het warme seizoen reeds voorbij was, hoorden zij op -den drempel reeds het gegons van een zwerm vliegen. Een scherpe geur -van zuren wijn en ranzige olie sloeg hun op de keel. Zoodra hun oogen -wat aan het donker gewend waren, konden zij het ruime, zwart geworden -en door stank verpeste vertrek zien, waarin niets dan grove stoelen en -tafels van nauwlijks geschaafd hout stonden. Het scheen heelemaal leeg, -zoo stil was het er, uitgezonderd het gegons der vliegen. Toch zaten -er twee mannen, onbeweeglijk en zwijgend, voor hun volle glazen. Op -een lagen stoel dicht bij de deur rilde in het weinigje daglicht, -dat erdoor binnenviel, de dochter des huizes van koorts, een mager, -geel, jong meisje, haar twee handen samengedrukt op haar knieën. - -De graaf, die merkte, dat Pierre zich onbehaaglijk gevoelde, stelde -voor den wijn buiten te laten brengen. - -"Het zal daar veel lekkerder zijn, het is zacht weer." - -Daar de moeder naar de eieren zocht en de vader in een loods een wiel -aan het repareeren was, moest het van koorts rillende meisje opstaan, -om de flesch wijn en de drie glazen in het priëel te brengen. Zij -stak de zes centesimi voor de flesch in haar zak en ging dan, zonder -een woord te zeggen, met een knorrig gezicht, omdat zij zoo'n tocht -had moeten maken, naar haar plaats terug. - -Toen zij plaats genomen hadden, vulde Prada vroolijk de glazen -ondanks het verzoek van Pierre, die zeide, dat hij wijn tusschen twee -maaltijden in niet verdragen kon. - -"Kom, kom, u wilt toch wel even met me klinken! Het is een heerlijk -wijntje, niet waar, abbé?... Nu dan, op de gezondheid van den paus, -omdat hij ziek is." - -Santobono ledigde zijn glas in één teug en smakte met zijn tong. Hij -had het mandje vijgen heel voorzichtig naast zich op den grond gezet, -nam zijn hoed af en haalde diep adem. Het was werkelijk een prachtige -avond, een zeldzaam heldere, lichtgouden hemel boven die eindelooze -zee der Campagna, die op het punt stond in verheven rust en vrede in te -sluimeren. Het zachte windje, welks ademtocht te midden van de groote -stilte langs hen streek, geurde heerlijk naar kruiden en veldbloemen. - -"Lieve God, wat is het hier heerlijk!" prevelde Pierre betooverd. "Welk -een woestijn van eeuwige rust, waarin men de verdere wereld vergeet." - -Maar Prada, die de flesch in het glas van den pastoor leeggeschonken -had, vermaakte zich, zonder een woord te zeggen, met een tooneeltje, -dat hij in den beginne alleen scheen op te merken. Hij gaf den jongen -priester een knipoogje en van dat oogenblik af volgden beiden de -dramatische ontwikkelingen ervan. In het roodachtige gras om hen heen -waren een paar kippen aan het zoeken naar sprinkhanen. Nu had een van -die kippen, een klein, zwart, fijn glanzend, heel brutaal hennetje, -het mandje vijgen op den grond zien staan en ging er parmantig -op af. Toen het er dicht bij was, werd het echter bang en schrok -terug. Het rekte zijn hals uit, keerde zijn kop om en keek er met -zijn rond oogje naar. Eindelijk behaalde zijn hebzucht de overhand, -en daar er een vijg tusschen twee blaadjes uitstak, kwam het kalm -dichter bij en lichtte daarbij zijn pooten hoog op; dan stak het -plotseling zijn bek door de vijg, zoodat het sap eruit liep. - -Prada, die pleizier had als een kind, kon zijn lachen nu niet meer -bedwingen. - -"Pas op uw vijgen, abbé!" - -Santobono had juist met in zalige verrukking naar den hemel starende -oogen zijn tweede glas uitgedronken. Hij sprong op, keek rond en -begreep alles toen hij de kip zag. Er volgde een uitbarsting van -woede: heftige gebaren, verschrikkelijke scheldwoorden. Maar de kip -liet de vijg niet los en stormde er met klappende vleugels zoo vlug en -komisch mede weg, dat Prada en ook Pierre zich tranen lachten ondanks -de machtelooze woede van Santobono, die het dier een oogenblik met -dreigende vuist naliep. - -"Dat komt er nu van, dat u het mandje niet in het rijtuig hebt laten -staan," zeide de graaf. "Als ik u niet gewaarschuwd had, zou de kip -alles opgegeten hebben." - -Zonder iets te antwoorden en nog steeds binnensmonds verwenschingen -prevelend, had de pastoor het mandje op de tafel gezet; dan lichtte -hij de bladeren op en legde de overige vijgen handig zóó, dat het -gat gevuld werd. Toen de blaadjes weer op hun plaats lagen en de ramp -hersteld was, kalmeerde hij wat. - -Het was tijd, om weer weg te gaan, de zon was vlak aan den horizont -en de avond viel. De graaf werd dan ook ongeduldig. - -"Nu, waar blijven de eieren?" - -Daar hij de vrouw niet terug zag komen, ging hij haar zoeken. Eerst -liep hij den stal binnen, dan de remise. De vrouw was er -niet. Vervolgens liep hij achter het huis om, om in loodsen te -kijken. Iets onverwachts deed hem plotseling als aan den grond genageld -staan. Op den grond lag de kleine zwarte kip dood. Aan haar snavel -zag men slechts een dun, violet bloedstroompje, dat nog steeds vloeide. - -Eerst was hij slechts verwonderd. Dan bukte hij zich, om het diertje -te betasten. De kip was warm, soepel en slap als een lap. Zeker een -beroerte. Doch onmiddellijk daarop werd hij doodsbleek: de waarheid -flitste voor hem op en verstijfde hem. Als in een bliksemstraal -rees de zieke Leo XIII voor hem op--dan Santobono, zooals hij naar -kardinaal Sanguinetti vloog, om het laatste nieuws te hooren, en nu -naar Rome ging, om kardinaal Boccanera dat mandje vijgen ten geschenke -te geven. En hij herinnerde zich het gesprek in het rijtuig over den -eventueelen dood van den paus, over de mogelijke candidaten van de -tiara, over de legendarische vergiftigingsverhalen, die de omgeving -van het Vaticaan nog angst aanjoegen; hij zag den pastoor weer voor -zich met zijn mandje, dat hij vol vaderlijke zorg op zijn knieën hield; -hij zag de kleine, zwarte kip weer voor zich, die in het mandje pikte -en zich met een vijg uit de voeten maakte. En het kleine hennetje -lag daar dood. - -Zijn overtuiging stond onmiddellijk onwankelbaar vast. Maar hij had -zelfs den tijd niet om zich af te vragen wat hij doen moest, want -een stem achter hem riep: - -"Daar ligt het kleine kippetje. Wat heeft het dier?" - -Het was Pierre; hij had Santobono weer laten instappen en was zelf -het huis omgeloopen om het brokstuk van de tusschen de piniepijnen -ingevallen waterleiding van dichterbij te zien. - -Bevend, alsof hij zelf de schuldige was, antwoordde Prada, toegevend -aan zijn instinct, met een niet vooruit bedachte leugen: - -"Het is dood... Stel u voor, het is een heele vechtpartij geweest. Toen -ik hier kwam, vloog die kip daar op deze aan, om de vijg, die zij nog -in haar bek had, te krijgen, en heeft haar toen met een stoot van zijn -snavel de hersens ingeslagen... Kijk maar, het bloed stroomt eruit." - -Waarom zeide hij dat alles? Hij verwonderde er zich zelf over, terwijl -hij die dingen verzon. Wilde hij meester van den toestand blijven, -niemand in zijn vertrouwen nemen, ten einde te kunnen handelen, -zooals hij zelf wilde? Hij deed het zoowel uit een gevoel van -schaamte tegenover een vreemdeling, als uit een persoonlijke neiging -voor gewelddaden, die bij zijn verontwaardiging als fatsoenlijk man -toch iets als bewondering voegde, als uit een onbewusten drang om -de zaak uit een oogpunt van zijn persoonlijk belang te overwegen, -alvorens een besluit te nemen. Een eerlijk, fatsoenlijk man was hij, -hij zou zeker niet toelaten, dat men de menschen vergiftigde. - -Pierre, die steeds vol medelijden met dieren was, keek naar de hen -met de ontroering, die iedere plotselinge wegneming van het leven in -hem wekte. Hij twijfelde geen oogenblik. - -"Ja, die kippen zijn onderling zoo wreed, als menschen bijna niet -kunnen zijn. Ik had thuis een heel groot hoenderhok, en geen kip -daarvan kan een wondje aan haar poot hebben of de andere beginnen, -zoodra zij een droppel bloed zien, op haar te pikken, totdat er niets -meer dan beenderen over zijn." - -Prada verwijderde zich onmiddellijk. De vrouw was juist ook naar hem -aan het zoeken, om hem de vier eieren, die zij met groote moeite in -een paar hoekjes en gaatjes gevonden had, te geven. Hij betaalde gauw -en riep Pierre: - -"We moeten ons haasten, anders kunnen we niet in Rome terug zijn voor -het heelemaal donker is." - -In het rijtuig zat Santobono kalm te wachten. Hij had zijn oude -plaatsje op het klapbankje weer ingenomen, leunde met zijn rug tegen -de bok, had zijn groote beenen onder zich getrokken en hield weer -dat kleine mandje vijgen, dat hij met zijn knokige handen als iets -zeldzaams en breekbaars, dat door den minsten schok beschadigd kon -worden, op zijn knieën. Zijn soutane vormde een groote, zwarte vlek. In -zijn ruw, aardkleurig gezicht--het gezicht van een boer, die steeds -met den woesten bodem in aanraking is gebleven en door de paar jaar -theologische studiën maar weinig ontbolsterd is--schenen alleen zijn -oogen, die met een donkere, verterende vlam van hartstocht gloeiden, -te leven. - -Toen Prada hem daar zoo kalm en vierkant zitten zag, doorrilde hem een -kleine huivering. Zoodra de victoria weer voortrolde op den rechten, -eindeloozen weg, zeide hij: "Nu, abbé, dat is een glas wijn, dat ons -tegen de ongezonde lucht beschermen zal. Als de paus net zoo doen -kon als wij, zou hij gauw van zijn kolieken genezen zijn." - -Als eenig antwoord liet Santobono een dof gemompel hooren. Hij wilde -niet meer spreken en sloot zich, als door den langzaam naderenden avond -overmand, in een volkomen zwijgen op. Prada zweeg eveneens, terwijl hij -zijn blikken op hem gericht hield en zich afvroeg, wat hij doen moest. - -Links van hen ging de zon prachtig onder. Pierre kon er zijn blikken -niet aan verzadigen en gaf zich geheel aan het schitterende schouwspel -over. - -En in het peinzend zwijgen van zijn twee reisgenooten bleef Prada -zich afvragen, wat hij doen moest. Hij had zijn blikken niet af -van Santobono; het gezicht van den priester was langzamerhand in -duisternis gehuld, maar hij zat uiterst kalm op zijn bankje en liet -zijn groot lichaam door de victoria wiegen. Hij herhaalde bij zichzelf, -dat hij de menschen niet zoo kon laten vergiftigen. De vijgen waren -ongetwijfeld bestemd voor kardinaal Boccanera, en in den grond der -zaak liet een kardinaal meer of minder, een mogelijke paus, wiens -toekomstige historische werkzaamheid niet te voorspellen was, hem -vrij koud. Bij zijn wreede veroveraarsbegrippen en geheel opgaande -in den strijd om het bestaan, had hij het altijd het beste gevonden -het noodlot zijn gang te laten gaan; en afgezien daarvan zag hij er -absoluut geen kwaad in, wanneer de eene priester den anderen opvrat, -integendeel dat was een aangename prikkeling voor zijn atheïsme. Hij -overwoog ook, dat het gevaarlijk zijn kon zich in die afschuwelijke -zaak, in die gemeene, verdachte en ondoorgrondelijke intriges van -de zwarte kringen te mengen. Maar kardinaal Boccanera woonde niet -alleen in het paleis: de vijgen konden aan een verkeerd adres bezorgd, -bij andere personen komen, die men niet treffen wilde. - -Dit denkbeeld aan een noodlottig zich vergissend toeval liet hem niet -meer los, vervolgde hem. En zonder dat hij er zijn gedachte bij wilde -bepalen, rezen de gezichten van Benedetta en Dario voor hem op, kwamen -steeds weer terug, ondanks zijn poging om ze niet te zien, drongen -zich aan hem op. Als Benedetta, als Dario die vruchten aten? De -gedachte aan Benedetta kon hij onmiddellijk ter zijde schuiven, -want hij wist, dat zij afzonderlijk met haar tante at en het eten -niet uit dezelfde keuken kwam. Maar Dario dejeuneerde dagelijks met -zijn oom. Een oogenblik zag hij Dario voor zich, aangegrepen door een -kramp en evenals monsignor Gallo met een aschgrauw gezicht en holle -oogen binnen twee uur stervend in de armen van den kardinaal. - -Neen, neen, dat was afschuwlijk, hij kon een dergelijke gewelddaad -niet toelaten. Zijn besluit was nu genomen. Hij zou wachten, tot de -avond heelemaal gevallen was, dan heel eenvoudig het mandje van de -knieën van den priester nemen en het, zonder een woord te zeggen, -in het een of ander donker gat gooien. De pastoor zou het dan wel -begrijpen. De andere, de jonge priester, zou het misschien niet eens -merken. Trouwens dat kwam er minder op aan, want hij was vastbesloten -geen uitleg van zijn handeling te geven. En hij voelde zich heelemaal -gerust gesteld, toen hij op het denkbeeld kwam het mandje weg te -werpen, wanneer zij onder de Porta Furba, op enkele kilometers voor -Rome, zouden doorrijden. In de donkerte van de poort zou dat heel -goed gaan; zou men niets kunnen zien. - -"We hebben ons verlaat en zullen niet voor zes uur in Rome zijn," -zeide hij tot Pierre. "Maar u zult nog tijd genoeg hebben om u te -verkleeden en uw vriend op te zoeken." - -Dan richtte hij zich, zonder een antwoord af te wachten, tot Santobono. - -"Uw vijgen zullen wel laat komen." - -"O," antwoordde de pastoor; "Zijne Eminentie ontvangt tot acht uur. En -bovendien de vijgen zijn niet voor vanavond. 's Avonds eet je geen -vijgen. Ze zijn voor morgenochtend." - -Hij viel weer in zijn stilte terug en sprak niet meer. - -"Voor morgenochtend, ja, ja, dat spreekt!" herhaalde Prada. "Het -zal een heele traktatie voor hem zijn, vooral als niemand met hem -mede eet." - -Onbezonnen vertelde Pierre nu iets, dat hij wist. - -"Dat zal zeker wel het geval zijn, want zijn neef, prins Dario, zou -vandaag naar Napels gaan--een klein herstellingsreisje na het ongeval, -dat hem een maand te bed gehouden heeft." - -Plotseling bedacht hij tegen wien hij sprak, en zweeg. Maar de graaf -had zijn verlegenheid opgemerkt. - -"Kom, kom, mijn waarde heer Froment, u kwetst mij heelemaal niet. Dat -is al zoo'n oude geschiedenis... Zoo, is de jonge man vertrokken?" - -"Ja, als hij tenminste zijn reisje niet uitgesteld heeft. Maar ik -geloof niet, dat ik hem nog in het paleis vinden zal." - -Gedurende een oogenblik hoorde men weer niets dan het voortdurende -rollen der wielen. Prada zweeg; hij werd weer door onrust, door -het onaangename gevoel, dat hij niet wist, wat hij doen moest, -aangegrepen. Waarin wilde hij zich mengen, nu Dario er toch niet -was. Al die overwegingen vermoeiden hem en ten slotte dacht hij hardop: - -"Als hij werkelijk naar Napels is, dan heeft hij dat uit convenance -gedaan, om vanavond niet aanwezig behoeven te zijn op het feest der -Buongiovanni's, want vanochtend heeft de Conciliecongregatie vergaderd, -om definitief uitspraak te doen in het proces, dat de gravin mij -aangedaan heeft... Ja ik zal dadelijk hooren, of de nietigverklaring -van ons huwlijk door den Heiligen Vader geteekend zal worden." - -Zijn stem was wat heesch geworden; men voelde, dat de oude wond -weer openging en bloedde--de wond, welke aan zijn mannentrots -was toegebracht door deze vrouw, die de zijne was en zich aan hem -geweigerd had, om haar maagdelijkheid voor een ander te bewaren. Het -gaf niet, of zijn vriendin Lisbeth hem een kind geschonken had; de -beschuldiging van impotentie, die beschimping van zijn manlijkheid -herleefde steeds weer en deed zijn hart opzwellen van blinde woede. Een -heftige plotselinge rilling doorhuiverde hem, als had een ijskoude -wind over zijn lichaam geblazen, en, het gesprek een andere wending -gevend, voegde hij eraan toe: - -"Het is heelemaal niet warm vanavond... Dit is het slechtste uur -voor Rome, het uur na zonsondergang, waarin men heel makkelijk een -flinke koorts kan oploopen, als men niet voorzichtig is... Trek de -deken over uw voeten; pak u maar goed in." - -Dan ontstond, terwijl zij de Porta Furba naderden, weer een -stilte, maar nu nog drukkender dan zooeven; zij geleek op den -onbedwingbaren slaap, die de door den nacht overmande Campagna deed -insluimeren. Eindelijk werd in het licht der heldere sterren de -poort zichtbaar; het was niet meer dan een boog van de Acqua Felice, -waaronder de straatweg doorliep. Uit de verte was het, alsof dat -waterleiding-brokstuk met zijn reusachtige massa's oude, halfingevallen -muren den weg trachtte te versperren. Dan echter vertoonde de groote, -geheel met schaduw gevulde boog zich als een gapende poort, en de -wagen reed er in volle duisternis met luider wielengeratel onder door. - -Toen zij aan den anderen kant waren, had Santobono nog steeds het -mandje vijgen op zijn knieën; Prada keek hem verstoord aan en vroeg -zich af tengevolge van welke plotselinge verlamming van zijn handen hij -het mandje niet weggenomen en in het donker geslingerd had. Hij was er, -alvorens onder het gewelf door te gaan, nog zoo vast toe besloten. Hij -had er nog naar gekeken, om de beweging, die hij zou moeten maken, -te berekenen. Wat had er in hem plaats gegrepen? Hij voelde zich ten -prooi aan een steeds grooter wordende besluiteloosheid, dat hij niet -in staat meer was, iets beslist te willen, daar hij in de onbewuste -gedachte om voor alles zichzelf geheel te bevredigen, als het ware -gedrongen werd om te wachten. Waarom zou hij zich haasten, nu Dario -ongetwijfeld weg was en de vijgen toch zeker niet vóór den volgenden -dag gegeten zouden worden? Dienzelfden avond nog zou hij hooren of de -Conciliecongregatie zijn huwlijk nietig verklaard had, zou hij weten -in hoeverre de gerechtigheid Gods te koop en leugenachtig was. Zeker, -hij zou niemand laten vergiftigen, zelfs kardinaal Boccanera niet, -wiens leven hem per slot van rekening toch volkomen koud liet. Maar -was sedert hun vertrek uit Frascati dat kleine mandje als het ware -niet het voortschrijdend noodlot? Gaf hij niet toe aan een genieten -van onbeperkte macht, terwijl hij tegen zichzelf zeide, dat hij er -heer en meester van was om het tegen te houden of het zijn doodelijk -werk tot het einde toe te laten volbrengen? Bovendien ging hij geheel -op in de geheimzinnigste van alle strijden; hij zocht niet meer -naar redenen, zijn handen waren zóó gebonden, dat hij niet anders -kon. Voor zichzelf vast besloten, dat hij, alvorens naar bed te gaan, -een waarschuwingsbrief zou werpen in de brievenbus van het paleis, -voelde hij zich toch gelukkig bij de gedachte, dat hij het niet zou -doen, indien hij er belang bij hebben zou het niet te doen. - -Het laatste gedeelte van den rit werd te midden van die drukkende -stilte, te midden van de avondrillingen, die de drie mannen verstijfd -schenen te hebben, afgelegd. Tevergeefs begon de graaf, om aan den -onderlingen strijd van zijn gedachten te ontkomen, weer over het -groote feest bij de Buongiovanni's, vertelde bijzonderheden, beschreef -de pracht, die men aanschouwen zou: zijn woorden klonken moeilijk, -verlegen, verstrooid. Dan trachtte hij Pierre te troosten, hem moed -in te spreken, door nogmaals over den vriendelijken, met beloften zoo -kwistigen kardinaal Sanguinetti te beginnen; maar hoewel de priester -heel gelukkig naar Rome terugkeerde in de gedachte, dat zijn boek nog -niet veroordeeld was en hij, indien men hem hielp, misschien nog zou -overwinnen, antwoordde hij toch nauwelijks, geheel als hij opging in -zijn overpeinzingen. Santobono sprak niet, bewoog zich niet, was als -verdwenen, zwart in den zwarten nacht. - -De lichten van Rome vermenigvuldigden zich; rechts en links verschenen -weer huizen, eerst op groote afstanden van elkander, dan dichter -opeen gebouwd. Het was de voorstad, in den beginne nog stoppelvelden, -dan mooie hagen, olijfboomen, welker toppen boven de hooge tuinmuren -uitstaken, groote gevels met door vazen gekroonde zuilen en eindelijk -de stad met haar rijen kleine, grijze huizen, armzalige winkels, -verdachte kroegen, waaruit dikwijls geschreeuw en twistlawaai opsteeg. - -Prada wilde met alle geweld zijn reisgenooten naar de Via Giulia, -tot vijftig meter van het paleis, brengen. - -"Het is voor mij volstrekt geen last, werkelijk niet... U kunt heusch -niet te voet gaan, nu u zoo'n haast hebt!" - -Reeds sliep de Via Giulia in haar honderdjarigen vrede; zij lag daar -volkomen eenzaam met haar dubbele rij lantaarns, in de zwaarmoedigheid -van haar verlatenheid. Toen Santobono uitgestapt was, wachtte hij -niet op Pierre, die trouwens steeds van de kleine, in het steegje -uitkomende trapje gebruik maakte. - -"Tot ziens, abbé!" - -"Tot ziens, mijnheer de graaf! Duizendmaal dank!" - -Zij konden hem met hun blik volgen tot den palazzo Boccanera, waarvan -de oude monumentale poort nog wijd open stond. Even zagen zij zijn -hooge gestalte die schaduw versperren. Dan ging hij met zijn klein -mandje naar binnen. Hij droeg het noodlot. - - - - - - - - -TWAALFDE HOOFDSTUK - - -Het was tien uur, toen Pierre en Narcisse, die in het Café de Rome -gedineerd en daarna in een lang gesprek hun tijd verpraat hadden, -zich te voet naar den palazzo Buongiovanni op den Corso begaven. Het -kostte hun veel moeite de deur te bereiken. De rijtuigen reden in -een dichte file aan en de menigte nieuwsgierigen, die ondanks de -aanwezigheid van de politie staan bleven en den rijweg in beslag -namen, werd zóó dicht, dat de paarden bijna niet meer vooruit komen -konden. Uit de tien hooge vensters der eerste verdieping van den -langen monumentalen vleugel stroomde een zee van licht, een groot -wit licht, het daglicht van de electrische lampen, die de straat, -de in den menschenstroom als vastgeplakte equipages, de deining der -opgewonden menschen te midden van een tumult van kreten en gebaren -als met een zonneglans bestraalden. - -Het was niet de gewone nieuwsgierigheid, om uniformen en -rijk-getoiletteerde dames uit de rijtuigen te zien stappen; Pierre -hoorde al heel gauw, dat deze menigte op de komst van den koning en -de koningin wachtte, die beloofd hadden te zullen verschijnen op het -gala-bal, dat prins Buongiovanni gaf ter eere van de verloving van -zijn dochter Celia met luitenant Attilio Sacco, den zoon van een der -ministers van Zijne Majesteit. Bovendien was dit huwlijk de gelukkige -ontknooping van een liefdesgeschiedenis, die de geheele stad in een -hartstochtelijke opwinding bracht; het verhaal van den bliksemstraal -der liefde, het jonge knappe paar, de standvastige, alle hinderpalen -overwinnende trouw onder romantische omstandigheden ging van mond -tot mond, bracht in aller oogen een traan, deed aller harten kloppen. - -Dit verhaal had Narcisse aan het dessert verteld aan Pierre, die -het gedeeltelijk kende. Men verzekerde, dat de prins na een laatste -vreeselijke scène eindelijk slechts toegegeven had, omdat hij bang was -anders Celia op een goeden avond aan den arm van haar geliefde het -paleis te zullen zien verlaten. Niet, dat zij hem daarmede gedreigd -had, maar in haar maagdelijk-onwetende kalmte lag zulk een minachting -voor alles, wat niet haar liefde was, dat hij haar ertoe in staat -achtte in alle naïeveteit de ergste dwaasheden te begaan. De prinses, -zijn vrouw, een flegmatieke, nog knappe Engelsche, was geheel neutraal -gebleven; zij meende genoeg voor het huis gedaan te hebben, door haar -man een bruidsschat van vijf millioen en vijf kinderen te schenken. - -De prins, bang en zwak ondanks al zijn heftigheid, waarin het oude, -reeds door zijn vermenging met een vreemd ras bedorven Romeinsche bloed -terug te vinden was, handelde nog slechts uit vrees, zijn tot dusverre -te midden van de opgehoopte ruïnes van het patriciaat intact gebleven -huis en vermogen ineen te zien storten; en toen hij ten slotte toegaf, -had hij hoogstwaarschijnlijk gehoorzaamd aan het denkbeeld, dat hij -door zijn dochter vasten voet zou kunnen krijgen op het Quirinaal, -zonder zich daardoor van het Vaticaan terug te trekken. Ongetwijfeld -was het een brandende smaad, zijn trots bloedde onder die toenadering -tot de Sacco's, menschen van niets. - -Maar Sacco was minister; het eene succes was zoo snel gevolgd op -het andere, dat hij op weg scheen nog hooger te stijgen en na de -portefeuille van Landbouw die van Financiën, waarnaar hij reeds lang -gestreefd had, te veroveren. Met hem kon men zeker zijn van de gunst -des konings en van een veiligen terugtocht naar dien kant, wanneer het -pausdom eens ten onder mocht gaan. Bovendien had de prins inlichtingen -ingewonnen omtrent den zoon en hij voelde zich eenigszins ontwapend -tegenover dezen zoo knappen, dapperen en rechtschapen Attilio, die -de toekomst, misschien het glorierijke Italië van morgen was. - -Hij was soldaat, men zou hem tot de hoogste rangen kunnen -pousseeren. En de boosaardige wereld voegde eraan toe, dat de laatste -reden, welke den prins, die heel gierig was, en tot zijn wanhoop -zijn vermogen onder zijn vijf kinderen zou moeten verbrokkelen, -tot toegeven noopte, de gelukkige omstandigheid was, dat hij Celia -een belachelijk kleinen bruidsschat kon medegeven. Nu hij eenmaal -zijn toestemming tot het huwlijk gegeven had, wilde hij de verloving -vieren met een schitterend feest, zooals er te Rome maar weinig gegeven -werden. De deuren zouden voor ieder openstaan, het koninklijk echtpaar -uitgenoodigd worden, het paleis stralen als in de roemrijke dagen van -vroeger. Ook al zou het hem iets van zijn geld kosten, dat hij zoo -grimmig verdedigde, hij wilde uit bravoure bewijzen, dat hij niet -overwonnen was en dat de Buongiovanni's niets te verbergen hadden, -zich voor niets behoefden schamen. - -De waarheid echter was, dat deze bravoure niet van hem kwam, doch hem, -zonder dat hij het zich bewust was, ingeblazen werd door de kalme, -onschuldige Celia, die haar geluk aan den arm van Attilio wilde laten -zien aan geheel Rome, dat deze als in een mooi sprookje zoo gelukkig -eindigende liefdesgeschiedenis luide toejuichte. - -"Alle duivels!" zeide Narcisse, die in den dichten menschenstroom -niet verder kon; "wij zullen op die manier nooit boven komen. Zij -hebben de heele stad blijkbaar geïnviteerd." - -En toen Pierre zijn verwondering te kennen gaf, dat hij een prelaat -in zijn karos voorbij zag rijden, voegde hij er aan toe: - -"O, u zult er verscheidene aantreffen. De kardinalen zullen zich -wegens de aanwezigheid van het koninklijk paar niet durven laten zien, -maar de prelaten zullen zeker komen. Het is hier een neutrale salon, -waarin wit en zwart zich verbroederen kunnen. En bovendien worden -er zóó weinig feesten gegeven, dat men de enkele, die er nog zijn, -niet graag verzuimt." - -Hij legde den priester uit, dat er met uitzondering van de twee groote -bals, die het Hof iederen winter gaf, bijzondere omstandigheden noodig -waren om het patriciaat tot zulke gala-avonden te bewegen. Twee of -drie zwarte salons openden nog tegen het einde van het carnaval hun -deuren maar overal waren de groote recepties vervangen door intieme -danspartijen. Enkele prinsessen hielden slechts op bepaalde dagen -haar jour. De weinige witte salons bewaarden een dergelijke, min of -meer gemêleerde intimiteit, want geen enkele vrouw des huizes was de -onbetwiste koningin der nieuwe wereld geworden. - -"Eindelijk," riep Narcisse uit, toen zij op de trap waren. - -"Laten we bij elkaar blijven," zeide Pierre, die een beetje ongerust -was. "Ik ken alleen de bruid een weinig, en zou graag zien, dat u -mij voorstelt." - -Maar het opgaan van de trap was nog een moeilijk en lang werk, zoo -verdrong de menigte nieuw aangekomenen zich daar. Zelfs in de oude -tijden van waskaarsen en olielampen was er nooit zoo'n lichtglans -geweest. Electrische lampjes brandden in de prachtige bronzen -kandelabres, die de portalen versierden, overgoten alles met een -helder licht. De koude kalk van de muren was verborgen onder een -reeks kostbare tapisserieën, die de geschiedenis van Amor en Psyche -vertelden en sedert de Renaissance in het bezit der familie waren. Een -dikke looper bedekte de uitgesleten treden en plantengroepen, palmen, -die zoo groot als boomen waren, versierden de hoeken. Een nieuw bloed -stroomde toe en verwarmde het oude huis; een nieuw ontstaand leven -steeg met den stroom der lachende, welriekende vrouwen met haar bloote -schouders en fonkelende diamanten, omhoog. - -Toen zij boven waren, zag Pierre onmiddellijk bij den ingang van den -eersten salon prins en prinses Buongiovanni, naast elkaar staande, -hun gasten ontvangen. De prins, een reeds grijzende, groote, slanke en -blonde man, had het energieke gezicht van een voormaligen, pauselijken -veldheer en de lichte Noordelijke oogen van zijn moeder. De prinses met -haar rond en tenger gezichtje zag er niet ouder uit dan dertig, hoewel -zij de vier kruisjes reeds achter den rug had; zij was nog altijd knap, -had een glimlachende opgewektheid, welke door niets verstoord kon -worden, voelde haar grootste geluk in haar zelfaanbidding. Zij droeg -een toilet van rose zijde; een prachtige parure van groote robijnen -scheen korte vlammetjes te ontsteken op haar fijne huid en in haar -blonde lokken. Van de vijf kinderen was, daar de oudste zoon zich op -reis bevond en de drie andere meisjes nog in het pensionaat waren, -alleen Celia aanwezig... Celia in een wit zijden kostuum, eveneens -blond, verrukkelijk met haar onschuldige oogen en haar reinen mond, -tot het einde van haar liefdesavontuur haar uiterlijk van groote, -gesloten, in haar maagdelijk mysterie ondoorgrondelijke lelie bewarend. - -De Sacco's waren juist gekomen; Attilio, die naast zijn bruid was -blijven staan, droeg zijn eenvoudige luitenantsuniform, maar hij -toonde zijn groot geluk zoo naïef, dat zijn knap gezicht met den -liefdevollen mond en de dappere oogen in een buitengewonen glans van -jeugd en kracht straalde. In dezen triomf van hun hartstochtelijke -liefde naast elkaar staande, geleken zij reeds van den drempel af op -de levensvreugde en levensgezondheid zelf, op de onbegrensde hoop op -de beloften van morgen; en alle gasten, die hen bij hun binnenkomen -daar zoo zagen staan, moesten glimlachen, werden ontroerd en vergaten -hun boosaardige en babbelzieke nieuwsgierigheid zoo zeer, dat zij hun -hart aan dit zoo mooi, in zijn geluk zoo verrukte liefdespaar gaven. - -Narcisse wilde Pierre voorstellen, maar Celia liet hem den tijd daar -niet voor. Zij ging den priester tegemoet en bracht hem naar haar -vader en haar moeder. - -"Mijnheer de abbé Pierre Froment. Een vriend van mijn lieve Benedetta." - -Een ceremonieele begroeting volgde. Pierre was zeer getroffen door -de lieftalligheid van het jonge meisje, dat nog tegen hem zeide: - -"Benedetta komt straks met haar tante en Dario. Zij moet vanavond -zoo gelukkig zijn! Nu zult u pas eens zien, hoe mooi zij is!" - -Pierre en Narcisse boden haar hun gelukwenschen aan. Doch zij konden -daar niet blijven staan, de stroom dreef hen verder. De prins en de -prinses hadden slechts den tijd met een vriendelijk hoofdknikje te -groeten, dan werden zij overstroomd, en Celia moest, nadat zij de -beide vrienden bij Attilio gebracht had, weer haar plaats als kleine -koningin van het feest naast haar ouders innemen. - -Narcisse was met Attilio eenigszins bevriend. Weer volgden -gelukwenschen en handdrukken. Dan manoeuvreerden beiden uit -nieuwsgierigheid zóó, dat zij een oogenblik in den eersten salon -konden blijven staan, welks aanblik werkelijk de moeite loonde. Het -was een zeer groot, met groen, goudgebloemd fluweel behangen vertrek, -dat de wapenzaal genoemd werd en inderdaad een zeer merkwaardige -collectie wapenen bevatte--harnassen, strijdbijlen, degens, die in -de vijftiende en zestiende eeuw aan de Buongiovanni's toebehoord -hadden. En te midden van dat ruwe oorlogstuig zag men een prachtigen -met het fijnste verguldsel en snijwerk versierden draagstoel uit -de vorige eeuw, waarin de overgrootmoeder van den tegenwoordigen -Buongiovanni, de beroemde Bettina, een legendarische schoonheid, -zich naar de mis liet brengen. Verder vindt men aan de muren -slechts historische schilderijen, veldslagen, onderteekeningen van -vredesverdragen, koninklijke ontvangsten, waarbij de Buongiovanni's -een rol gespeeld hadden; ongerekend de familieportretten--hooge, -trotsche gestalten, veldheeren te land en ter zee, kerkelijke -hoogwaardigheidsbekleeders, prelaten, kardinalen, waaronder, op de -eereplaats, de paus, de in de witte soutane gekleede Buongiovanni -triompheerde, wiens troonsbestijging de groote nakomelingschap rijk -gemaakt had. Tusschen deze wapenen, naast den draagstoel, onder deze -oude portretten, waren de Sacco's op enkele passen van den heer en -de vrouw des huizes blijven staan, om hun deel in de gelukwenschen -te ontvangen. - -"Kijk!" fluisterde Narcisse Pierre in; "daar tegenover ons staan de -Sacco's, die kleine donkere man en de dame in malvekleurige zijde." - -Pierre herkende Stefana, die hij bij den ouden Orlando ontmoet had, -aan haar opgewekt gezicht met het vriendelijk lachje en de fijne -trekken. Maar vooral interesseerde hem de echtgenoot. Hij was -donker en uitgedroogd, had groote oogen en een geel gezicht, een -vooruitstekende kin en een neus als een gierensnavel, het vroolijke -masker van een Napolitaanschen hansworst, en bezat een groote -welsprekendheid en een stem, die een onvergelijkelijk betooverings- -en veroveringswerktuig was. Alleen door hem daar in dien salon te -zien kon men zijn groote successen in de brutale en zoo middelmatige -wereld der politiek begrijpen. Voor het huwlijk van zijn zoon had hij -met zeldzame handigheid gemanoeuvreerd; hij huichelde tegenover Celia, -ja zelfs tegenover Attilio een overdreven teergevoeligheid en zeide, -dat hij zijn toestemming weigerde, omdat hij bang was, dat men hem -zou beschuldigen een bruidsschat en een titel te stelen. Hij had pas -na de Buongiovanni's toegegeven en eerst het oordeel willen hooren -van den ouden Orlando, wiens groote, heldhaftige ridderlijkheid in -geheel Italië spreekwoordelijk was; en hij deed dat des te eerder, -omdat hij bij voorbaat van diens goedkeuring zeker was, want de held -geneerde zich niet luide te herhalen, dat de Buongiovanni's zich -gelukkig mochten achten in hun familie zijn achterneef, een knappen, -rechtschapen en dapperen jongen te krijgen, die hun uitgeput oud bloed -zou regenereeren, door hun dochter mooie kinderen te geven. Sacco -had in die zaak op bewonderenswaardige wijze gebruik gemaakt van -den legendarischen naam van Orlando, door zijn verwantschap met hem -uit te bazuinen, door een kinderlijke vereering te doen blijken voor -den roemrijken stichter des vaderlands, zonder dat hij een oogenblik -scheen te willen vermoeden hoe zeer deze hem verachtte en verwenschte, -want Orlando twijfelde geen oogenblik of zijn ministerschap zou het -land tot ondergang en schande leiden. - -"O," ging Narcisse voort, "een soepel en praktisch man, die er niet -tegen opziet een paar klappen te krijgen. Het schijnt, dat er nu -eenmaal in staten, die in nood geraakt zijn en politieke, financieele -en moreele crisissen doormaken, mannen noodig zijn, die zich niet -door gewetensbezwaren laten weerhouden. Men zegt, dat hij met zijn -onverstoorbaar aplomb, zijn scherpzinnigen geest en zijn voor niets -terugschrikkende hulpmiddelen de gunst van den koning geheel veroverd -heeft... Kijk slechts, kijk slechts! Zou men hem te midden van dien -vloed hovelingen, welke hem omgeeft, niet reeds voor den meester van -dit paleis houden?" - -Inderdaad hoopten de gasten, die met een buiging langs de -Buongiovanni's gingen, zich om Sacco op; want hij vertegenwoordigde -de macht, goede posities, pensioenen, ordeteekenen; en ook al riep -de aanwezigheid van den mageren, donkeren, druk doenden man tusschen -de groote voorvaderen van dit huis nog een glimlach te voorschijn, -toch vleide men hem als de nieuwe macht, de democratische macht, -die overal, zelfs uit dezen ouden Romeinschen bodem, opsteeg, waarop -het patriciaat in puin lag. - -"Lieve hemel, wat een volte!" prevelde Pierre. "Wie zijn toch al -die menschen?" - -"O," antwoordde Narcisse, "het is een zeer gemengd gezelschap. Zij -behooren niet meer tot de zwarte of tot de witte kringen, maar tot de -grijze. De evolutie kon niet uitblijven, de starre onverdraagzaamheid -van een kardinaal Boccanera kan niet die van een geheele stad, van een -volk zijn. De paus alleen zal altijd neen zeggen en onveranderlijk -blijven. Maar om hem heen schrijdt alles onoverwinlijk vooruit en -verandert, zoodat, ondanks allen tegenstand, Rome binnen enkele jaren -Italiaansch zijn zal... Zooals u weet, blijft tegenwoordig, wanneer -een prins twee zoons heeft, een op het Vaticaan en gaat de ander naar -het Quirinaal over. Men moet toch leven, niet waar? De groote families, -die in doodsgevaar verkeeren, bezitten niet den heldenmoed hun koppige -halsstarrigheid tot aan zelfmoord te drijven... Ik heb u reeds gezegd, -dat we hier op een neutraal terrein waren, want prins Buongiovanni is -een der eersten, die de noodzakelijkheid van een verzoening ingezien -heeft. Hij voelt, dat zijn vermogen dood is; hij durft het noch in -industrieele noch in financieele zaken te beleggen: hij ziet het -reeds verbrokkeld tusschen zijn vijf kinderen, die het op hun beurt -weer zullen verbrokkelen; daarom heeft hij zich aan de zijde van den -koning geschaard, zonder met den paus te willen breken... U ziet dan -ook in dezen salon het juiste beeld van de debacle, van den pêle-mêle, -die in de meeningen en denkbeelden van den prins heerscht." - -Hij hield even op, om dan de namen der binnentredende personen -te noemen. - -"Dat is een generaal, die na zijn laatste campagne in Afrika zeer -populair is. U zult trouwens vanavond veel militairen zien, want -alle superieuren van Attilio zijn uitgenoodigd om den jongen man -een glorierijken entourage te geven... En kijk, daar is de Duitsche -gezant. Waarschijnlijk zal door de aanwezigheid van Hunne Majesteiten -het geheele corps diplomatique komen... En als tegenstelling -ziet u daarginds dien corpulenten man. Dat is een zeer invloedrijk -afgevaardigde, een parvenu van de nieuwe bourgeoisie. Een dertig jaar -geleden was hij nog pachter van prins Albertini, een van die mercanti -de campagna, die met hooge laarzen en slappen hoed de Campagna Romana -afliepen... En kijk nu eens naar dien prelaat, die daar binnenkomt..." - -"Dien ken ik," antwoordde Pierre. "Het is monsignor Fornaro." - -"Precies, monsignor Fornaro, iemand, die wat in de melk te brokkelen -heeft. Ja, dat is waar ook, u hebt mij verteld, dat hij rapporteur -is in de zaak van uw boek... Een innemende persoonlijkheid! Hebt u -gemerkt met welk een révérence hij de prinses begroette? Welk een -edele houding, welk een gratie onder zijn violetzijden mantel!" - -Narcisse bleef op deze wijze prinsen en prinsessen, hertogen -en hertoginnen, politici en ambtenaren, diplomaten en ministers, -burgers en officieren opnoemen--een ongelooflijke warboel, ongerekend -nog de vreemdelingenkolonie, Engelschen, Amerikanen, Duitschers, -Spanjaarden, Russen, het oude Europa, Noord- en Zuid-Amerika. Dan -begon hij plotseling weer over de Sacco's, de kleine mevrouw Sacco, -en vertelde van haar heldhaftige pogingen, die zij, in de meening -daarmede het eerzuchtige streven van haar man te bevorderen, gedaan -had door een salon te openen. - -Deze zachte, uiterlijk zoo bescheiden vrouw was een zeer geslepen -iemand met uitstekende karaktereigenschappen, echt-Piemonteesch -geduld en weerstandsvermogen, zin voor orde en spaarzaamheid. In het -dagelijksch leven herstelde zij het evenwicht, dat de man door zijn -onstuimigheid ieder oogenblik in gevaar bracht. Zonder dat iemand het -vermoedde, had hij haar veel te danken. Maar tot dusverre was haar -poging om tegenover den laatsten zwarten salon een toonaangevenden -witten salon te openen, mislukt. - -Zij vereenigde slechts lieden van haar eigen kringen om zich, geen -vorst maakte er zijn opwachting, en op haar Maandagen werd gedanst -zooals men in twintig andere kleine, burgerlijke salons zonder glans -of heerlijkheid danste. De echte witte salon, die als meester van -Rome voor menschen en dingen den toon aangeven zou, bevond zich nog -in den toestand van een chimère. - -"Kijk eens naar haar flauw glimlachje, terwijl zij alles hier opneemt," -zeide Narcisse. "Ik ben er zeker van, dat zij al plannen maakt tot -navolging. Als zij aan een prinselijke familie geparenteerd raakt, -hoopt zij misschien eindelijk ook de hoogere kringen bij zich te -zullen ontvangen." - -In het toch zoo groote vertrek werd de menigte zoo dicht, dat zij -bijna stikten, weggedrongen en tegen een muur gedrukt werden. De -gezantschapsattaché nam dan ook den priester mede, terwijl hij hem -bijzonderheden vertelde over de eerste verdieping van het paleis, -een der weelderigst ingerichte van Rome, en om de pracht van haar -receptiesalon beroemd. - -Gedanst werd er in de schilderijengalerijen, een twintig meter lange, -koninklijke, met kunstwerken gevulde zaal, waarvan de acht ramen -op den Corso uitzagen. Het buffet was opgericht in de antieke zaal, -een marmeren zaal, waarin men een bij den Tiber gevonden Venus zag, -welke wedijveren kon met die van het Capitool. Dan volgde een reeks -prachtige, nog in hun ouden luxe schitterende salons, behangen met -de zeldzaamste stoffen, en die van de vroegere inrichting nog enkele -bijzondere stukken bevatten, waarop de antiquairs in de hoop op een -toekomstige, onvermijdelijke ruïne, reeds loerden. Van deze salons was -er vooral één, de zoogenaamde spiegelzaal, beroemd, het was een rond -vertrek in Louis XV-stijl, geheel behangen met spiegels in kostbare, -gebeeldhouwde rococolijsten. - -"Straks zult u dat alles zien," zeide Narcisse. "Laten we nu hier even -binnengaan, om wat uit te blazen... Hier heeft men de fauteuils uit -de galerij hiernaast gebracht voor de dames, die graag willen zitten, -gezien en gefêteerd worden." - -Het was een groote salon, behangen met het mooiste Genueesche fluweel, -dat men zich denken kan; oud fluweel met licht-satijnen ondergrond -en schitterende bloemen, waarvan het groen, blauw en rood echter -goddelijk mooi verbleekt is en den zachten, doffen tint van oude -liefdebloemen aangenomen heeft. Op de wandtafeltjes en in glazen -kastjes stonden de kostbaarste kunstvoorwerpen van het paleis, ivoren -kistjes, beschilderd en verguld houtsnijwerk, oud zilver. - -Inderdaad hadden reeds verschillende dames hun toevlucht gezocht op de -talrijke stoelen en zaten in kleine groepjes te praten en te lachen met -de enkele heeren, die dit bekoorlijke hoekje der galanterie ontdekt -hadden. Er was moeilijk een lieflijker aanblik te denken dan het -geplek van de bloote, als zijde zoo fijne schouders, dan die tengere -nekken, waarom zich bruin of blond haar wond. De bloote armen kwamen -als levende bloemen van vleesch uit het bekoorlijke gewirwar van -lichte toiletten. De waaiers bewogen zich langzaam, als om het vuur -der edelgesteenten nog te verhoogen en verspreidden bij ieder waaien -een vrouwengeur, vermengd met een overheerschende viooltjesparfum. - -"Kijk, daar heb je onzen goeden vriend, monsignor Nani," riep Narcisse -uit. "Hij begroet de vrouw van den Oostenrijkschen gezant." - -Zoodra Nani den priester en diens vriend zag, kwam hij naar hen toe, -en met hun drieën gingen zij in een vensternis staan, om een oogenblik -op hun gemak te kunnen praten. De prelaat glimlachte verrukt over -het mooie feest, maar behield te midden van al die zich bloot gevende -schouders de kalme rust van een driedubbel met onschuld gepantserde -ziel, als had hij ze zelfs niet gezien. - -"Wat ben ik blij u weer te ontmoeten, mijn waarde zoon," zeide hij -tot Pierre. "En wat zegt u wel van ons Rome, wanneer het een groot -feest geeft?" - -"Het is prachtig, monsignor!" - -De prelaat sprak met iets van ontroering in zijn stem over de groote -vroomheid van Celia en hield zich, als zag hij bij den prins en -de prinses slechts de getrouwen van het Vaticaan, om dit met dit -schitterende feest te eeren. Hij liet het zelfs voorkomen niet te -weten, dat de koning en de koningin komen zouden. Dan plotseling: - -"Ik heb den geheelen dag aan u gedacht, mijn waarde zoon. Ja, ik heb -gehoord, dat ge voor uw proces een bezoek gebracht hebt aan Zijne -Eminentie kardinaal Sanguinetti.... Hoe heeft hij u ontvangen?" - -"O, op zeer vaderlijke wijze... Eerst wees hij mij op de moeilijkheid, -waarin hij gebracht wordt, omdat hij de beschermer van Lourdes is. Maar -toen ik wegging, was hij buitengewoon vriendelijk, hij heeft me -formeel zijn hulp beloofd met een fijngevoeligheid, die mij zeer trof." - -"Zoo, mijn waarde zoon! Het verwondert me trouwens heelemaal niet. Zijn -Eminentie is zoo goed!" - -"Ik moet u dan ook eerlijk bekennen, dat ik met een verlicht hart -en vol goeden moed naar Rome teruggekeerd ben. Ik heb een gevoel, -alsof ik mijn proces al half gewonnen heb." - -"Dat is heel natuurlijk. Ik begrijp het volkomen." - -Nani glimlachte nog steeds zijn fijn geestig glimlachje, waarin -een zweem van ironie niet te miskennen viel, maar zoo gemaskeerd, -dat men het scherpe ervan niet voelde. Na een kort zwijgen voegde -hij er heel eenvoudig aan toe: - -"Maar het ongeluk wil, dat uw boek eergisteren veroordeeld is door -de Indexcongregatie, die voor uw zaak speciaal na een oproeping van -den secretaris bijeengekomen is. Zelfs zal het besluit overmorgen -aan Zijne Heiligheid ter onderteekening voorgelegd worden." - -Verbijsterd keek Pierre hem aan. De instorting van het oude paleis -boven zijn hoofd zou hem niet meer verstomd hebben doen staan. Het -was dus beslist! De reis, die hij naar Rome gemaakt had liep dus -uit op deze nederlaag, die hij zoo plotseling en bruusk midden onder -dit feest vernam. En hij had zich zelfs niet kunnen verdedigen, hij -had zijn tijd verloren, zonder iemand gevonden te hebben, met wien -hij zijn zaak bespreken, voor wien hij zijn zaak bepleiten kon. Een -woede rees in hem op en hij kon de halfgefluisterde bittere woorden, -die in hem opkwamen, niet inhouden. - -"O, wat heeft men mij voor den gek gehouden! Die kardinaal, die -vanochtend nog tegen mij zeide: "Als God met u is, zal Hij u redden, -zelfs tegen onzen wil!" Ja, ja, nu begrijp ik het, hij speelde met -woorden, hij wenschte me slechts een onheil toe, opdat ik door mijn -onderwerping den hemel zou winnen... Me onderwerpen, o, dat kan -ik niet, dat kan ik nog niet! Mijn hart is vol verontwaardiging -en verdriet." - -Nani luisterde naar hem en sloeg hem oplettend gade. - -"Maar, mijn waarde zoon, niets staat nog vast, zoolang de paus niet -geteekend heeft. Gij hebt den geheelen dag van morgen en den ochtend -van overmorgen nog voor u. Een wonder is altijd mogelijk." - -En terwijl Narcisse, de op lange halzen en kinderlijke boezems -verliefde aestheticus, naar de dames keek, nam hij Pierre ter zijde -en fluisterde hem in: - -"Ik moet u onder de diepste geheimhouding iets mededeelen... Kom straks -tijdens den cotillon even bij me in de kleine spiegelzaal. Daar zullen -we op ons gemak kunnen spreken." - -Pierre beloofde het met een hoofdknikje; de prelaat verwijderde zich -ongemerkt en verdween in de menigte. Maar de ooren van den priester -gonsden, hij kon niet meer hopen. Wat zou hij in één dag kunnen doen, -nu hij drie maanden verloren had zonder er in geslaagd te zijn door -den paus ontvangen te worden. In zijn verdooving hoorde hij hoe -plotseling Narcisse over kunst begon te spreken. - -"Het is verwonderlijk, zooals het vrouwenlichaam sedert onze -verschrikkelijke democratische tijden verminderd is. Het wordt dik, -akelig alledaagsch. Kijk zelf maar, geen enkele van al deze dames -heeft de Florentijnsche lijn, de kleine borst, de slanke, koninklijke -hals..." - -Hij viel zichzelf in de rede en riep: - -"Ja, toch een, die het vrijwel bereikt, die blonde daar met de -bandeaux... Monsignor Fornaro spreekt haar juist aan!" - -Sedert enkele oogenblikken ging monsignor Fornaro met zijn vriendelijk -veroveraarsgezicht van de eene dame naar de andere. Hij was dien avond -met zijn groote, decoratieve figuur, zijn blozende wangen en zijn -zegepralende lieftalligheid buitengewoon knap. Er deden geen verdachte -praatjes de ronde omtrent hem; men beschouwde hem eenvoudig als een -galanten prelaat, die gaarne in het gezelschap van dames verkeert. Hij -bleef staan, praatte, boog zich over de bloote schouders, raakte die -even aan en ademde haar geur met vochtige lippen en lachende oogen -en een soort vrome verrukking in. - -Hij zag Narcisse, met wien hij veel omging, en kwam naar hem toe. De -jonge man moest hem begroeten. - -"Gaat het goed, monsignor, sedert de laatste maal, dat ik de eer had -u op de ambassade te zien?" - -"Uitstekend, uitstekend!... Een schitterend feest, niet?" - -Pierre had een buiging gemaakt. Dat was de man, wiens rapport tot de -veroordeeling van zijn boek geleid had. Maar vooral nam hij hem zijn -fleemende manieren, de leugenachtige beloften kwalijk, die hij hem bij -zijn zoo vriendelijke ontvangst gedaan had. De sluwe prelaat scheen -blijkbaar te voelen, dat hij het besluit der congregatie vernomen -had, en vond het meer in overeenstemming met zijn waardigheid hem -niet openlijk te herkennen. Glimlachend beantwoordde hij de buiging -met een hoofdknikje. - -"Wat een menschen!" herhaalde hij. "En wat een mooie vrouwen! Je zal -je straks in dezen salon niet meer kunnen roeren." - -Alle zitplaatsen waren nu door dames ingenomen; het begon in den -viooltjesgeur, die door de uitwasemingen der blonde of bruine nekken -verwarmd werd, benauwd te worden. De waaiers bewogen zich nu sneller, -uit het toenemend lawaai steeg luid gelach op; in het geroezemoes -der gesprekken hoorde men steeds weer dezelfde woorden. Blijkbaar was -ergens een gerucht opgedoken, dat men elkaar influisterde en dat het -eene groepje na het andere in koortsachtige opwinding bracht. - -Monsignor Fornaro, die uitstekend op de hoogte was, wilde zelf het -nieuws, dat men nog niet hardop durfde zeggen, vertellen. - -"Weet u, wat de dames zoo opgewonden maakt?" - -"De gezondheidstoestand van den Heiligen Vader toch niet?" vroeg -Pierre ongerust. "Die is toch niet erger geworden vanavond?" - -De prelaat keek hem verbaasd aan. Dan eenigszins ongeduldig: - -"O neen, geen quaestie van! Zijne Heiligheid voelt zich veel beter, -Goddank! Iemand van het Vaticaan vertelde me zooeven, dat de paus -vanmiddag opgestaan is en zooals gewoonlijk zijn intieme vrienden -ontvangen heeft." - -"Maar men is toch bang geweest," mengde Narcisse zich in het -gesprek. "Ik wil eerlijk bekennen, dat we op de ambassade allesbehalve -gerust waren, want op dit oogenblik zou een conclave een ernstige zaak -voor Frankrijk zijn. Het zou er in het geheel geen macht hebben. Het -is een groote fout van onze republikeinsche regeering het pausschap -als een quantité négligeable te beschouwen... Maar weet men eigenlijk -ooit met zekerheid of de paus ziek is of niet? Ik heb uit zeer -vertrouwbare bron gehoord, dat hij den vorigen winter, toen niemand -er met één woord over sprak, op den rand van het graf geweest is, -terwijl de vorige maal, toen alle couranten hem bijna dood waanden, -ik persoonlijk hem heel opgewekt en vroolijk gezien heb... Hij is, -geloof ik, ziek, wanneer het noodig is." - -Met een vlug gebaar schoof monsignor Fornaro dit lastige onderwerp -ter zijde. - -"Neen, neen, men is weer heelemaal gerustgesteld, er wordt zelfs -niet eens meer over gesproken. Neen, de dames winden zich zoo op, -omdat vandaag de Conciliecongregatie zich in het proces-Prada met -een groote meerderheid van stemmen voor de nietigverklaring van het -huwelijk uitgesproken heeft." - -Dat was een nieuwe ontroering voor Pierre. Daar hij bij zijn terugkeer -uit Frascati geen tijd gehad had om in den palazzo Boccanera iemand te -spreken, was hij bang, dat het een valsch gerucht zou kunnen zijn. De -prelaat meende er zijn woord van eer op te moeten geven. - -"Er is geen twijfel mogelijk, ik weet het van een van de leden der -congregatie." - -Maar plotseling excuseerde hij zich. - -"Neem me niet kwalijk, maar ik zie daar een dame, die ik moet gaan -begroeten!" - -Hij liep regelrecht naar haar toe. Daar hij niet kon gaan zitten, -bleef hij staan, zijn hooge gestalte wat voorover buigend, als hulde -hij de jonge, knappe, laag gedecolleteerde vrouw, die bij de zachte -aanraking van den kleinen violetzijden mantel luid òplachte, in zijn -galante hoffelijkheid. - -"U kent die dame toch wel?" vroeg Narcisse aan Pierre. "Niet?... Dat -is de vriendin van graaf Prada, de allercharmantste Lisbeth Kauffmann, -die hem zoo'n flinken jongen geschonken heeft en nu vanavond voor -het eerst weer uitgaat... U weet, dat zij een Duitsche is, hier haar -man verloren heeft en vrij aardig schildert. Er wordt hier van de -dames der vreemdelingenkolonie veel door de vingers gezien, en deze -is door de vriendelijkheid, waarmede zij in haar klein paleis in de -Via Principe Amadeo ontvangt, bijzonder geliefd... U begrijpt wat een -pleizier zij hebben zal in het gerucht omtrent de nietigverklaring -van het huwelijk." - -De hoogblonde, blozende, zeer opgewekte Lisbeth met haar als satijn -zoo zachte huid, haar blank gezichtje, haar lichtblauwe oogen, -haar om zijn vriendelijk glimlachje beroemden mond, was inderdaad -een bekoorlijk persoontje. En in haar witzijden kleed met gouden -loovertjes zag zij er dien avond zóó levenslustig uit, zóó gelukkig -in haar zekerheid vrij te zijn, lief te hebben en bemind te worden, -dat het gerucht, dat men elkaar influisterde, de boosaardigheden, -die achter de waaiers gezegd werden, zich in een triomf voor haar -scheen te veranderen. Aller blikken waren een oogenblik op haar -gericht. Men herhaalde haar woorden tegen Prada, toen zij zich -zwanger voelde van een man, dien de Kerk heden impotent verklaarde: -"Arme jongen, dan moet ik zeker van een kleinen Jezus bevallen!" Er -klonk onderdrukt gelach, oneerbiedige grappen gingen van mond tot -mond, terwijl zij stralend in haar opgewekte kalmte, met een blos -van verrukking luisterde naar de galanterieën van monsignor Fornaro, -die haar zijn compliment maakte over een doek, een Heilige Maagd met -een lelie, dat zij tentoongesteld had. - -O, welk een opwinding verwekte deze nietigverklaring, welke sedert een -jaar de chronique scandaleuse van Rome vormde, nog een laatste maal, -nu de tijding daarvan midden in dit bal viel. De witte en de zwarte -kringen hadden haar reeds lang als een slagveld uitgekozen, om elkaar -met de ongelooflijkste lasterpraatjes, met eindelooze kwaadsprekerijen -te bestoken. Ditmaal was het uit. Het onverzettelijke en onverstoorbare -Vaticaan durfde de nietigverklaring uitspreken onder het voorwendsel, -dat het huwlijk ten gevolge van de onmacht van den echtgenoot niet -voltrokken had kunnen worden. Heel Rome zou erom lachen; zoodra het -om de geldelijke aangelegenheden van de Kerk ging, stak het Romeinsche -publiek zijn scepticisme niet onder stoelen of banken. Iedereen kende -de verschillende phases van den strijd, iedereen wist, dat Prada zich, -ondanks zijn heftige verontwaardiging, afzijdig gehouden had, dat de -Boccanera's hemel en aarde bewogen hadden, dat onder de creaturen -van de kardinalen geld rondgedeeld was, om hun invloed te koopen, -dat men de gunstige memorie van monsignor Palma indirect met een -groote som betaald had. Men sprak van meer dan honderdduizend francs -bij elkaar, wat men niet te duur vond, daar de echtscheiding van een -Fransche gravin bijna een millioen gekost had. De Heilige Vader heeft -ook zooveel noodig! Niemand echter ergerde er zich aan, men bepaalde -er zich toe er grappen over te maken. - -"Wat zal de contessina gelukkig zijn!" begon Pierre weer. "Ik begreep -daareven niet, waarom haar kleine vriendin zeide, dat zij vanavond -zoo gelukkig en mooi zou zijn... Zeker komt zij daarom--zij, die zich -sedert het proces als in rouw beschouwde!" - -Maar Lisbeth had Narcisse, wiens blik zij ontmoet had, toegelachen -en hij moest haar dus wel gaan begroeten, want hij kende haar, daar -hij, evenals de geheele vreemdelingenkolonie, haar atelier bezocht -had. Hij begaf zich weer terug naar Pierre, toen een nieuwe emotie -de diamanten aigrettes en de bloemen van het kapsel der dames deed -trillen. Men keek om, het geroezemoes der stemmen werd luider. - -Met onbevangen, vroolijken, bijna triompheerenden blik kwam Prada -binnen. Met zijn open, harde oogen, zijn energieken kop met de zware, -bruine snor boven het breede, witte plastron van zijn overhemd, -dat door zijn smoking zwart omlijst werd, had hij, zooals Narcisse -zeide, werkelijk iets van een roofdier over zich. Nog nooit had zijn -vraatzuchtige mond zijn wolvengebit door zijn verrukt-zinnelijken -lach zóó doen uitkomen. Met een vluggen blik ontkleedde hij alle -vrouwen. Maar toen hij de zoo blozende en blonde Lisbeth zag, -ontspanden zijn trekken zich wat en ging hij naar haar toe, zonder -zich in het minst te bekommeren om de brandend-nieuwsgierige blikken, -waarmede men hem opnam. Hij boog zich over haar heen en sprak -zacht met haar, zoodra monsignor Fornaro hem zijn plaats afgestaan -had. Ongetwijfeld werd het in omloop zijnde gerucht door de jonge -vrouw bevestigd, want hij lachte, toen hij zich weer oprichtte, -eenigszins gedwongen. - -Nu zag hij Pierre en hij voegde zich bij hem in de vensternis. Hij -drukte ook Narcisse de hand en zeide dan onmiddellijk met zijn gewone -bravoure tegen Pierre: - -"Nu, wat heb ik u gezegd, toen we vanmiddag uit Frascati -terugreden... Het schijnt nu zeker te zijn, zij hebben mijn huwlijk -nietig verklaard... Het is zoo grof, zoo onbeschaamd, zoo idioot-stom, -dat ik er daareven nog aan twijfelde." - -"O, het is beslist zeker," veroorloofde Pierre zich te zeggen. "Het -is ons zoo juist bevestigd door monsignor Fornaro, die het van een der -leden van de Congregatie wist. En men zegt, dat de congregatie zich met -een groote meerderheid voor de nietigverklaring uitgesproken heeft." - -Weer schudde Prada van het lachen. - -"Je kan je eigenlijk zoo'n klucht niet indenken. Het is, zoover ik -weet, de mooiste klap, die men ooit aan de gerechtigheid en aan het -gezonde verstand gegeven heeft. Wanneer het nu ook nog lukt om van de -burgerlijke autoriteiten echtscheiding te krijgen en mijn vriendin, -die u daar ziet, het wil, dan kan Rome pleizier hebben. Ja zeker, -ik zal met alle pracht en praal met haar in de S. Maria Maggiore -trouwen. En dan leeft er ergens een klein wezentje, dat op den arm -van zijn min het feest zal meemaken!" - -Hij lachte bij deze toespeling op zijn kind, het levend bewijs van -zijn manlijkheid, te luid en te brutaal. Leed hij nog onder den smaad, -dat er een plooi om zijn lippen kwam, die deze wat optrok en zijn -witte tanden liet zien? Men voelde, dat hij beefde, dat hij streed -tegen het ontwaken van een heimelijken, stormachtigen hartstocht, -dien hij niet eens aan zichzelf bekende. - -"En weet u ook het andere nieuws, waarde abbé?" ging hij druk doende -voort. "Heeft men u al verteld, dat de gravin komen zal?" - -Zoo noemde hij Benedetta uit gewoonte; hij vergat, dat zij zijn vrouw -niet meer was. - -"Ja, dat heeft men mij verteld," antwoordde Pierre. - -Een oogenblik aarzelde hij, voor hij in zijn behoefte om iedere -pijnlijke verrassing te voorkomen, eraan toevoegde: - -"Ongetwijfeld zullen we ook prins Dario zien, want hij is niet naar -Napels gegaan, zooals ik u vanmiddag zeide. Er is, geloof ik, op het -laatste oogenblik wat tusschenbeide gekomen." - -Prada lachte niet meer, doch mompelde, terwijl zijn gezicht plotseling -ernstig werd: - -"Zoo, komt de neef ook? Nu, dan zullen we ze beiden zien." - -En terwijl de beide vrienden hun gesprek voortzetten, zweeg hij, -overweldigd door een stroom van ernstige gedachten, die hem tot -nadenken dwongen. Dan maakte hij een verontschuldigend gebaar, ging -nog wat dieper in de vensternis staan, haalde een notitieboekje uit -zijn zak, scheurde er een blaadje uit, waarop hij met dikke letters -met potlood de volgende regels schreef: "Een legende beweert, dat de -vijgeboom van Judas, doodelijk voor ieder, die eenmaal paus worden -wil, weer te Frascati groeit. Eet de vergiftigde vijgen ervan niet -en geef ze noch aan uw personeel noch aan uw kippen". Dan vouwde hij -het blaadje papier toe, plakte er een postzegel op en schreef het -adres: "Aan Zijne Zeer Eerwaarde en Doorluchtige Eminentie kardinaal -Boccanera". Toen hij dat alles weer in zijn zak gestoken had, haalde -hij diep adem en vond zijn lach weer terug. - -Iets als een onoverwinlijk gevoel van vrees en van angst had hem -verstijfd. Zonder dat hij het bepaald beredeneerde, voelde hij een -drang om zich tegen de verleiding van een mogelijke gruweldaad te -vrijwaren. Maar hij zou de ideeënverbinding, welke hem dwong die -vier regels onmiddellijk en op de plaats zelf, waar hij zich bevond, -te schrijven, niet hebben kunnen verklaren. Hij had slechts één -vaststaande gedachte: hij zou den brief na het bal in de brievenbus -van kardinaal Boccanera werpen. Nu was hij rustig. - -"Wat hebt u toch, waarde abbé?" vroeg hij, zich weer in het gesprek -mengend. "U ziet er zoo somber uit." - -En toen Pierre hem de slechte tijding medegedeeld had, dat zijn boek -veroordeeld was, dat hij nog maar één dag had, om te handelen, als -hij niet wilde, dat zijn reis naar Rome een nederlaag werd, riep hij, -alsof hij zelf een behoefte aan opwinding, aan verdooving voelde, -om ondanks alles te kunnen hopen en leven: - -"Kom, kom, den moed niet verloren. Een dag is heel veel, je kunt in een -dag heel wat doen! Een uur, een minuut is voldoende voor het noodlot -om te handelen en een nederlaag in een overwinning te veranderen." - -En opgewonden voegde hij eraan toe: - -"Kom, laten we naar de balzaal gaan. Het moet daar prachtig zijn!" - -Terwijl Pierre en Narcisse hem volgden, wisselde hij een laatsten blik -vol liefde met Lisbeth; met moeite drongen zij zich door de menigte -heen en kwamen te midden van de zich haastende vrouwenrokken, de -deining van nekken en schouders, waaruit de leven gevende hartstocht, -de geur van liefde en dood opsteeg, in de galerij ernaast. - -De tien meter breede en twintig meter lange zaal ontvouwde zich -in een schitterende pracht. De acht kale, noch met gordijnen noch -met vitrage voorziene ramen, die op den Corso uitzagen, deden de -tegenoverliggende huizen ontvlammen. Het was een verblindend licht; -zeven paar reusachtige marmeren kandelabers werden door electrische -lampen in reusachtige pekfakkels veranderd, terwijl in de hoogte -langs de kroonlijsten andere in lichte bloemen opgesloten lampjes een -wondermooie guirlande van vlammenbloemen, tulpen, pioenen en rozen -vormden. Het oude, roode, met goud omzoomde fluweel van het behang, -kreeg een gloed als van een vlammend kolenvuur. De draperieën aan -de deuren en vensters waren van oude kant, die in gekleurde zijde -eveneens met krachtig levende bloemen bestikt waren. - -Maar de weergalooze rijkdom, die eenig in de wereld was, werd gevormd -door de verzameling meesterwerken onder het prachtige plafond -met zijn met goudrosetten versierde vakken. Geen museum had een -mooiere collectie. Er waren Raffaëls, Titiaans, Rembrandts, Rubens, -Velasquez en Ribera's--wereldberoemde werken, welke in deze onverwachte -belichting plotseling in triompheerende jeugd verschenen, als waren -zij weder ontwaakt tot het onsterfelijke leven van het genie. Daar -Hunne Majesteiten eerst tegen middernacht zouden komen, was het bal -reeds geopend; een wals sleepte de paren mede, lichte toiletten -vlogen door de menigte, één stroom van decoratie en kleinoodiën, -met goud geborduurde uniformen en met parelen versierde japonnen. - -"Het is werkelijk schitterend," zeide Prada op zijn nog steeds -opgewonden toon. "Kom hier, dan gaan we weer in een vensternis -staan. Er is geen betere plaats om goed te zien, zonder te erg in -het gedrang te komen." - -Zij hadden Narcisse verloren, zoodat Pierre en de graaf, toen zij -eindelijk in hun nis kwamen, samen waren. Het op een kleine estrade -achter in de zaal geplaatste orkest had de wals juist geëindigd -en de dames liepen weer langzaam met verrukte gezichten door de -steeds grooter wordende menigte, toen een paar personen verschenen, -wier binnentreden allen deed omkijken. Donna Serafina, in een toilet -van karmijnroode zijde, als droeg zij de kleuren van haar broeder, -den kardinaal, maakte als een koningin haar entree aan den arm -van advocaat Morano. Nooit had zij haar dunne, jongemeisjesachtige -taille meer ingeregen, nog nooit had haar hard, met groote rimpels -doorgroefd, door haar grijs haar nauwlijks verzacht gelaat een zoo -koppige en zegepralende heerschzucht uitgedrukt. Een bescheiden, -goedkeurend gemompel, een zucht van algemeene verlichting steeg op, -want de Romeinsche kringen hadden het onwaardige gedrag van Morano, -om een dertigjarige liaison, waaraan de salons zich gewend hadden -als aan een wettig huwlijk, eenstemmig veroordeeld. Men sprak van een -onmogelijke gril voor een burgermeisje, van een laag voorwendsel tot -een breuk, die het gevolg zou zijn van een twist naar aanleiding van -Benedetta's echtscheidingsproces. De breuk had ongeveer twee maanden -geduurd tot groote ergernis van Rome, waar men nog steeds een groote -vereering koestert voor lange, trouwe liefdeverhoudingen. De verzoening -ontroerde dan ook alle harten als een der gelukkigste gevolgen van het -dienzelfden dag voor de Conciliecongregatie gewonnen proces. Morano -weer berouwvol verschijnend aan den arm van donna Serafina--dat was -de overwinning der liefde, de redding der goede zeden, het herstel -van de orde. - -Maar een nog grootere sensatie verwekte het binnentreden van Benedetta -aan de zijde van Dario. Deze kalme onverschilligheid voor de gewone -convenances, deze overwinning van haar in het openbaar beleden liefde -op denzelfden dag, dat haar huwlijk nietig verklaard was, leek een -zoo aantrekkelijke vermetelheid, een zoo kranige bravoure van jeugd -en hoop, dat een algemeen gemompel van bewondering haar dadelijk -vergiffenis schonk. Evenals zooeven naar Celia en Attilio, vlogen thans -aller harten naar hen om den schoonheidsglans, waarin zij straalden, -om het groote geluk, dat uitging van hun gezichten. Dario, nog wat -bleek door zijn lange bedlegerigheid, had bij zijn eenigszins teere -zwakheid, zijn mooie, heldere kinderoogen, zijn bruine baard, welke -kroesde als die van een jongen god, toch iets fiers en trotsch, waarin -men het oude, vorstelijke bloed der Boccanera's terugvond. Benedetta, -blank onder haar kroon van donkere lokken, heel kalm, heel vastberaden, -liet haar helder lachje hooren, dat bij haar zoo zeldzaam lachje, -dat in zijn onweerstaanbaar verleidelijke bekoring, haar als het ware -tot een ander wezen maakte, aan haar eenigszins krachtigen mond den -charme van een bloem gaf en haar groote, donkere, ondoorgrondelijke -oogen met de helderheid als van een onbewolkten hemel vulde. - -In haar terugkeerende, zoo vroolijke, zoo mooie jeugd had zij de -kostelijke ingeving gekregen een witte japon aan te trekken, een heel -eenvoudige jongemeisjesjapon, die als het ware het symbool was van -haar maagdelijkheid, en verkondigde, dat zij de groote, reine lelie -gebleven was voor den echtgenoot harer keuze. Niets van haar lichaam -was te zien, zelfs was de toch aan ieder jong meisje veroorloofde -uitsnijding aan haar hals niet in haar japon aangebracht. Het was -het ondoordringbare, angstaanjagende liefdesmysterie, een verheven -vrouwenschoonheid, die hier, in het wit gehuld sluimerde. Geen parure, -geen juweel aan haar handen of in haar ooren. Alleen op haar corsage -een collier, de collier van een koningin, de beroemde paarlencollier -der Boccanera's, dien zij van haar moeder geërfd had en dien geheel -Rome kende, fabelachtig groote parelen, die zij nonchalant om haar -hals geworpen had, maar die, ondanks haar eenvoudige japon, voldoende -waren haar een koningin te doen schijnen. - -"O," prevelde Pierre in extase; "wat is zij mooi, wat is zij gelukkig!" - -Onmiddellijk had hij er spijt van zoo hardop gedacht te hebben, want -hij hoorde naast zich een doffen klaagtoon als van een wild dier, -een onwillekeurig gebrom, dat hem er plotseling aan herinnerde, -dat de graaf naast hem stond. Maar deze verstikte dadelijk den kreet -van zijn zoo ruw weer geopende wond en vond zelfs nog de kracht een -brutale vroolijkheid te huichelen. - -"Bliksems, zij durven. Straks zullen ze nog in tegenwoordigheid van -ons allen trouwen en naar bed gaan!" - -Maar dan had hij spijt van die ruwe scherts, waarin de pijn van -zijn onbevredigde mannelijke begeerte zich maar al te duidelijk deed -gevoelen, en nam hij een onverschillige houding aan. - -"Zij is werkelijk mooi vanavond. U moet weten, dat zij de mooiste -schouders van de wereld heeft; het is een groot succes voor haar, -dat zij nog mooier lijkt, nu zij ze niet laat zien." - -Het gelukte hem onverschillig verder te praten en nog allerlei kleine -bijzonderheden te vertellen omtrent haar, die hij hardnekkig "gravin" -bleef noemen. Maar hij had zich, blijkbaar uit vrees, dat men zijn -bleekheid en het zenuwachtige trekken van zijn lippen opmerken zou, -wat dieper in de vensternis teruggetrokken. Hij was niet meer in -staat te strijden, naast de zoo naïef ten toon gespreide vreugde van -het jonge paar lachend en onbeschaamd op te treden, zoodat de komst -van het koninklijk echtpaar een groote opluchting voor hem was. - -"Daar zijn Hunne Majesteiten," riep hij, terwijl hij door het raam -keek. "Kijk eens wat een gedrang op straat!" - -Inderdaad drong, niettegenstaande de ramen gesloten waren, het tumult -van een groote menigte in de zaal door. Toen Pierre naar buiten -keek, zag hij in het licht der electrische lampen een deinende -zee van menschenhoofden den rijweg overstroomen en om de koetsen -heendringen. Reeds had hij op zijn dagelijksche wandelingen in de -villa Borghese den koning ontmoet, die daar, als een eenvoudig burger, -zonder gevolg of escorte, alleen vergezeld door een aide-de-camp, -heen reed. Dikwijls was hij heelemaal alleen en stuurde zelf een -lichten phaëton, waarin nog slechts een rijknecht in zwarte livrei -zat. Zelfs had hij eenmaal de koningin medegenomen en beiden zaten -naast elkaar als een gelukkig echtpaar, dat voor zijn pleizier uit -is. Ook nog andere bijzonderheden omtrent het Quirinaal waren Pierre -ter oore gekomen: men had hem verteld van de goedheid en den eenvoud -van den koning, van zijn verlangen naar vrede, van zijn hartstocht -voor de jacht, voor de eenzaamheid in het vrije veld, die hem in -zijn afkeer voor de macht dikwijls van een ongedwongen leven deed -droomen--ver van die autoritaire heerscherswerkzaamheden, waarvoor hij -niet geschapen scheen te zijn. Maar vooral de koningin werd aangebeden; -zij was zeer beschaafd, ontwikkeld, goed op de hoogte van talen en -letterkunde en voelde zich gelukkig intelligent te zijn en ver boven -haar omgeving uit te steken. Zij wist het en liet het gaarne met een -volmaakte lieftalligheid blijken. - -Prada, die evenals Pierre zijn gezicht tegen het raam gedrukt hield, -wees hem met een gebaar op de menigte. - -"Nu zij de koningin gezien hebben, zullen zij gelukkig en tevreden -gaan slapen. En er is, dat verzeker ik u, daar beneden geen enkele -politie-agent... O, bemind te worden, bemind te worden!" - -Zijn pijn overweldigde hem weer; hij wendde zich opnieuw naar de -galerij. - -"Let goed op, waarde heer. De entree van Hunne Majesteiten mag u niet -missen, dat is het mooiste van het geheele feest." - -Enkele minuten verliepen; dan hield het orkest plotseling midden in -een polka op en zette met al de kracht van zijn koperen instrumenten -de koningsmarsch in. De dansers maakten het midden van de zaal -vrij. Begeleid door prins en prinses Buongiovanni, die hen beneden -aan de trap ontvangen hadden, traden Hunne Majesteiten binnen. De -koning was eenvoudig in rok, de koningin droeg een stroogele, -met prachtige witte kant gegarneerde japon van satijn; onder den -diadeem van brillanten, die haar mooi blond haar omgaf, straalde een -rond, frisch, jeugdig gezichtje vol vriendelijkheid, zachtheid en -geest. De muziek speelde nog steeds met geestdriftig-verwelkomende -heftigheid. Achter haar vader en haar moeder kwam Celia, dan Attilio, -de Sacco's, bloedverwanten en officieele persoonlijkheden. - -Eindelijk zweeg het orkest en kon men met het voorstellen -beginnen. Hunne Majesteiten, die Celia reeds kenden, wenschten haar met -ouderlijke vriendelijkheid geluk. Maar Sacco stond er, als minister -zoowel als vader, op zijn zoon Attilio voor te stellen. De kleine -man kromde zijn lenige ruggegraat, wist de passende mooie woorden te -vinden, zoodat hij den luitenant voor den koning deed buigen, terwijl -hij voor de koningin de huldiging van den knappen, zoo hartstochtelijk -beminden jongen man reserveerde. Weer toonden Hunne Majesteiten een -groote vriendelijkheid, zelfs tegenover mevrouw Sacco, die zich als -altijd bescheiden op den achtergrond hield. Doch dan gebeurde iets, -dat, van salon tot salon verder verteld, eindelooze commentaren zou -verwekken. Toen de koningin Benedetta zag, die graaf Prada haar na zijn -huwlijk voorgesteld had en voor wie zij om haar schoonheid en haar -charme een bewonderende sympathie had opgevat, lachte zij haar toe, -zoodat de jonge vrouw wel naar haar toe moest gaan en de buitengewone -onderscheiding genoot eenige oogenblikken een gesprek te mogen voeren, -waarin de koningin haar enkele vriendelijke woorden toevoegde, die -alle omstanders konden hooren. - -Blijkbaar wist de koningin niets van de groote gebeurtenis van -den dag, het nietig verklaarde huwlijk met Prada, de aanstaande -echtverbintenis met Dario, die bij dit feest openlijk geannonceerd -werd, zoodat dit thans als het ware gegeven werd voor een dubbele -verloving. Maar de indruk was er niet minder om, men sprak -over niets meer dan over de complimenten, die de deugdzaamste en -intelligentste van alle koninginnen tot Benedetta gericht had. Haar -triomf werd er des te grooter door; zij werd in dit geluk eindelijk -den uitverkoren echtgenoot toe te behooren, nog mooier, nog trotscher, -nog zegepralender. - -Het was voor Prada een onuitsprekelijke kwelling. Terwijl de -souvereinen cercle bleven houden, de koningin van de dames, die haar -kwamen begroeten, de koning voor de officieren, diplomaten en andere -hoogwaardigheidsbekleeders, zag Prada niets anders dan Benedetta, die -geluk gewenscht, gevleid, door liefde en roem omgeven werd. Dario stond -naast haar, genoot en straalde met haar. Voor hen werd het bal gegeven, -voor hen schitterden de lampen, voor hen speelde het orkest, hadden de -mooie vrouwen van Rome zich gedecolleteerd, en prijkten nu met haar -van diamanten fonkelende boezems; voor hen waren Hunne Majesteiten -op de klanken van de koningsmarsch gekomen; voor hen veranderde dit -feest in een apotheose; voor hen glimlachte een aangebeden vorstin; -voor hen bracht zij als de goede fee uit de sprookjes, wier komst -het geluk der jonggeborenen verzekert, aan dit verlovingsfeest het -geschenk van haar aanwezigheid! - -Dit uur van buitengewone schittering beteekende het toppunt van geluk -en jubel, de zege van deze vrouw, wier schoonheid de zijne geweest was, -zonder dat hij haar had kunnen bezitten, de zege van dezen man, die -haar hem nu ontrooven zou--een zoo openlijke, voor hem zoo smadelijke -zege, dat zij hem, brandend als een kaakslag, midden in zijn gezicht -trof. Maar niet alleen zijn hoogmoed en zijn hartstocht bloedden, -door den triomf der Sacco's voelde hij zich ook in zijn vermogen -bedreigd. Was het dus waar, dat het verschrikkelijke klimaat van Rome -ten slotte de ruwe veroveraars van het Noorden bedierf, dat hij dit -gevoel van moeheid en uitputting kreeg. Dezen zelfden dag had hij in -Frascati bij die ongelukkige bouwgeschiedenis zijn fortuin hooren -kraken, hoewel hij zich nog niet bekennen wilde, dat zijn zaken, -zooals het gerucht wilde, slecht stonden. - -En nu zag hij dezen avond te midden van het feest het Zuiden -overwinnen, zag hij Sacco de overhand krijgen als een, die op zijn -gemak leeft van de warme buit, welke hij gulzig in de brandende zon -gemaakt heeft. Sacco, de minister, Sacco, de vertrouwde des konings, -Sacco, die zich door het huwlijk van zijn zoon verbond met een der -edelste families van de Romeinsche aristocratie, die op weg was -eenmaal de meester van Rome en Italië te worden, die nu reeds met -volle handen in het geld en in het volk wroette--die Sacco was een -nieuwe slag voor de ijdelheid, voor de altijd nog weer vraatzuchtige -en gulzige begeerten van dezen genotzoeker, die zich vóór het einde -van het feestgelag van de tafel gedrongen zag! Alles stortte ineen, -niets bleef hem over: Sacco ontstal hem zijn millioenen, Benedetta -liet in hem die vreeselijke wonde van onbevredigde zinsbegeerte achter, -waarvan hij nooit meer genezen zou. - -Op dat oogenblik hoorde Pierre weer dien klaagtoon als van een wild -dier, dat onwillekeurige en wanhopige gebrom, dat hem reeds eenmaal -zoo onaangenaam getroffen had. Hij keek den graaf aan en vroeg: - -"Hebt u pijn?" - -Maar bij het zien van dezen bleeken man, die door een bovenmenschelijke -krachtsinspanning een groote kalmte wist te bewaren, had hij -onmiddellijk reeds spijt om die indiscrete vraag, welke trouwens -onbeantwoord bleef. Om hem wat af te leiden, sprak hij luide de -gedachten uit, die het zien van al die pracht en praal in hem opwekte. - -"Uw vader had wel gelijk! Wij Franschen met onze zelfs in deze dagen -van algemeenen twijfel zoo streng Katholieke opvoeding zien in Rome nog -steeds het eeuwenoude Rome der pausen, zonder van de diep-ingrijpende -veranderingen, die er ieder jaar meer het Italiaansche Rome van heden -van maken, iets te weten, iets te kunnen begrijpen. Als u eens wist hoe -ik bij mijn aankomst den koning en zijn regeering en dit jonge volk, -dat bezig is zich een groote hoofdstad te scheppen, als een quantité -négligeable beschouwde! Ja, in mijn droom, om tot heil der volkeren -Rome, een nieuw Christelijk en Evangelisch Rome tot nieuw leven te -wekken, schoof ik dat alles ter zijde, hield ik er geen rekening mede." - -Hij lachte zachtjes, had medelijden met zijn onschuldige naïeveteit; -met een gebaar wees hij naar de galerij, naar prins Buongiovanni, -die op dat oogenblik voor den koning boog, naar de prinses, die naar -de galanterieën van Sacco luisterde--naar de overwonnen pauselijke -aristocratie, naar de parvenu's, die thans in de hoogste kringen werden -toegelaten, naar de witte en de zwarte kringen, die zóó vermengd waren, -dat er niets meer dan onderdanen waren, die op het punt stonden één -eenig volk te vormen. Wezen bij het zien van de dagelijksche evolutie, -van deze vroolijke, lachende, opgesierde mannen en vrouwen, de feiten, -zoo niet de principes, erop, dat een verzoening tusschen het Quirinaal -en het Vaticaan onmogelijk was? Men moest leven, liefhebben, bemind -worden, nieuw leven scheppen! Het huwlijk van Celia en Attilio zou het -symbool worden van de noodzakelijke vereeniging: jeugd en liefde zouden -den ouden haat overwinnen, alle twisten zouden vergeten worden in de -omarming van den mooien jongen man, die komt en het mooie veroverde -meisje in zijn armen wegdraagt, opdat de wereld kan voortduren. - -"Kijk toch eens," zeide Pierre weer. "Hoe mooi, hoe jong, hoe vroolijk -is het jonge paar, hoe lacht het de toekomst toe! Ik begrijp heel goed, -dat uw koning hier gekomen is, om zijn minister een genoegen te doen -en een der oudste Romeinsche families voor zijn troon te winnen. Dat -is goede, flinke, vaderlijke politiek. Maar ik zou ook gaarne gelooven, -dat hij de roerende beteekenis van dit huwlijk begrepen heeft: het oude -Rome, dat zich in den persoon van dit mooie, zoo naïeve, zoo verliefde -kind, geeft aan het jonge Italië, aan dezen zoo enthousiasten en zoo -rechtschapen jongen man, die zoo kranig zijn uniform draagt. Moge -hun huwlijk beslissend en vruchtbaar zijn, moge daaruit het groote -land geboren worden, dat ik u, nu ik u begin te leeren kennen, zoo -van harte gaarne zou zien worden." - -In zijn smart over het wankelen van zijn oud ideaal van een Evangelisch -en universeel Rome had hij dien wensch voor een nieuw geluk van de -eeuwige stad met een zóó diepe ontroering uitgesproken, dat Prada -ondanks zichzelf antwoordde: - -"Ik dank u. Dat is een wensch, die in het hart van iederen goeden -Italiaan leeft." - -Maar de woorden stokten in zijn keel. Terwijl hij naar Celia en Attilio -keek, zag hij hoe Benedetta en Dario met hetzelfde glimlachje van -onbeperkt geluk naar hen toe gingen. En toen hij de beide paren daar -zoo stralend en triompheerend van geluk en levensvreugde samen zag, -had hij niet meer de kracht daar te blijven, hen te zien en te lijden: - -"Ik heb een vreeselijke dorst," zeide hij. "Ga mee aan het buffet -wat drinken." - -Hij manoeuvreerde achter de menigte door, langs de ramen, om niet -gezien te worden, terwijl hij naar de aan het uiteinde der galerij -gelegen deur van de antieken-zaal ging. - -Toen Pierre hem volgde, werden zij door een menigte menschen -gescheiden; de priester werd medegevoerd in de richting van de twee -paren, die nog steeds met elkaar stonden te praten. Celia, die hem -zag, riep hem met een vriendschappelijk handgebaar. In haar vurige -vereering voor de schoonheid stond zij in extase voor Benedetta en -vouwde haar kleine lelie-handen voor haar als voor de Madonna. - -"O, mijnheer de abbé, doe mij eens het groote pleizier tegen haar te -zeggen, dat zij mooi is, mooier dan het mooiste dat er op aarde is, -mooier dan de zon, de maan en de sterren!... O, lieveling, ik krijg -er gewoon het kippenvel van, je zoo mooi te zien als het geluk, -zoo mooi als de liefde!" - -Benedetta begon te lachen, terwijl de jonge mannen elkaar vroolijk -aankeken. - -"Jij bent even mooi als ik, lieveling... Wij zijn mooi, omdat we -gelukkig zijn." - -"Ja, ja, gelukkig," herhaalde Celia zacht. "Herinner je je den avond -nog wel, dat je tegen me zei, dat het niet mogelijk was den paus en -den koning te laten trouwen. Nou doen Attilio en ik het en toch zijn -we zóó gelukkig!" - -"Maar Dario en ik doen het niet," antwoordde Benedetta vroolijk; -"integendeel! Maar herinner je nu ook jouw antwoord maar: Het is -voldoende, als men elkaar liefheeft, dan redt men de wereld." - -Toen Pierre eindelijk in de antieken-zaal, waarin het buffet stond, -komen kon, vond hij daar Prada onbeweeglijk staan. Hij stond als -vastgenageld; zijn oogen dronken den vreeselijken aanblik in, dien hij -had willen ontvluchten. Hij had zich moeten omdraaien, kijken, steeds -weer kijken. Zoo zag hij met bloedend hart het weer beginnen van den -dans, de eerste figuur van een quadrille, die het orkest met de volle -klanken van zijn koperen instrumenten speelde. Benedetta en Dario, -Celia en Attilio stonden vis-à-vis tegenover elkaar, en deze beide -jonge, gelukkige paren zagen er in het schitterende licht en in de -volheid en den geur van hun liefde zoo bekoorlijk, zoo aanbiddelijk -uit, dat de koning en de koningin naderbij traden. Er weerklonken -bewonderende bravo's, een oneindige teederheid vloeide uit alle harten. - -"Ik verga van de dorst, ga mee!" herhaalde Prada, die eindelijk de -kracht vond zich uit zijn marteling los te rukken, ruw. - -Hij liet zich een glas ijslimonade geven en dronk het in één teug leeg -op de gulzige manier van een koortslijder, die het inwendige vuur, -waardoor hij verteerd wordt, niet blusschen kan. - -De antieken-zaal was een groot, met mozaïek ingelegd vertrek, waarin -zich tegen de muren een beroemde collectie vasen, bas-reliefs -en beelden bevond. Het marmer voerde den boventoon, hoewel er -toch ook enkele bronzen waren, o. a. een stervende gladiator van -onvergelijkelijke schoonheid. Maar het glanspunt vormde de beroemde -Venus, een pendant van de Capitolijnsche Venus, doch fijner en slanker, -terwijl de linkerarm in een gebaar van wellustige overgave afhing. Dien -avond wierp een groote electrische reflector een verblindend daglicht -op haar, en het marmer scheen in zijn goddelijke en reine naaktheid -een bovenmenschelijk, onsterfelijk leven te bezitten. - -Tegen den achtermuur had men het buffet opgesteld, een lange, -met een geborduurd laken bedekte tafel vol ooft, gebak en koud -vleesch. Bloemruikers waren gezet tusschen champagneflesschen, -warme punch, sorbets, een leger van glazen, kopjes en bekers, -een grooten rijkdom van in het licht fonkelend kristal, porselein -en zilverwerk. Een nieuwigheid was, dat men de eene helft der zaal -gevuld had met rijen kleine tafeltjes, waaraan de gasten, in plaats van -staande iets te gebruiken, konden gaan zitten en zich laten bedienen -als in een café. - -Pierre zag aan een dier kleine tafeltjes Narcisse met een dame zitten: -toen Prada Lisbeth herkende, ging hij naar haar toe. - -"U ziet, dat u mij in schoon gezelschap vindt," zeide de -gezantschapsattaché galant. "Nadat ik u verloren had, kon ik niets -beters doen dan mevrouw mijn arm aanbieden en haar hierheen brengen." - -"Een prachtig denkbeeld," zeide Lisbeth met haar beminlijk lachje; -"te meer, daar ik een vreeselijken dorst had." - -Zij hadden zich café glacé laten brengen, die zij langzaam met kleine -vermeillepeltjes aten. - -"Ik verga ook van dorst," zeide de graaf. "Ik kan niet genoeg -drinken... U vindt het toch goed, dat we hier ook plaats nemen, waarde -heer? De koffie zal me misschien wat kalmeeren... Lieve vriendin, -mag ik je mijnheer den abbé Froment voorstellen, een der voornaamste -jonge Fransche priesters?" - -Met hun vieren bleven zij lang zoo zitten; zij praatten en maakten -zich vroolijk over de gasten, die nu en dan binnenkwamen. Maar Prada -bleef ondanks zijn gewone galanterie voor zijn vriendin gepreoccupeerd; -sommige oogenblikken vergat hij zelfs haar tegenwoordigheid en keerden -zijn oogen terug naar de galerij ernaast, vanwaar de muziek en het -dansen tot hem doordrong. - -"Waar zit je toch zoo aan te denken?" vroeg Lisbeth, toen zij hem -zoo bleek en als in gedachten verzonken zitten zag. "Voel je je -niet lekker?" - -Hij gaf er geen antwoord op, maar zeide plotseling: - -"Kijk, daar heb je nu het echte liefdespaar--dat is de liefde en -het geluk." - -En hij wees met een bijna onmerkbaar handgebaar naar markiezin -Montefiori, de moeder van Dario, en haar tweeden man Jules Laporte, den -voormaligen sergeant der Zwitsersche garde, die vijftien jaar jonger -was dan zij, dien zij met haar steeds nog prachtige vlammenoogen op den -Corso opgevischt en van wien zij triomphantelijk een markies Montefiori -gemaakt had, om hem geheel voor zich te bezitten. Op bals en soirées -liet zij hem geen oogenblik los, hield hem tegen de etiquette in aan -haar arm, liet zich door hem naar het buffet leiden, zoo gelukkig -maakte het haar den mooien man, op wien zij trots was, te kunnen laten -zien. Nu dronken zij beiden staande champagne en aten sandwiches--zij, -ondanks haar vijftig jaar nog een buitengewone, krachtige schoonheid, -hij, met zijn wapperende snor en zijn trotsche houding, een gelukkige -avonturier, wiens vroolijke brutaalheid in den smaak der dames viel. - -"Zij heeft hem uit een penibele zaak moeten redden," ging de graaf -op fluisterenden toon voort. "Hij handelde in reliquieën, kon met -moeite zijn brood verdienen door als tusschenpersoon op te treden -voor de Fransche en Belgische kloosters, en was een heelen handel -in valsche reliquieën begonnen. Hier wonende Joden maakten kleine -ouderwetsche reliquieën-kastjes met stukjes schapenbeen, alles met het -zegel en de onderteekening van de meest authentieke autoriteiten. Men -heeft de zaak, waarin eveneens drie prelaten betrokken waren, in den -doofpot gestopt... Een gelukkige kerel! Kijk eens, hoe zij hem met -haar oogen verslindt! En ziet hij er niet uit als een grand'seigneur, -zooals hij het bord vasthoudt, waarvan zij een stukje kip eet." - -Dan bleef hij met bittere, grimmige ironie over de Romeinsche -amourettes vertellen. De Romeinsche vrouwen waren onwetend, koppig en -jaloersch. Wanneer een vrouw een man veroverd had, behield zij hem haar -heele leven, werd hij haar eigendom, haar zaak, waarover zij op ieder -uur naar welgevallen beschikte. En hij somde eindelooze liaisons op, -o. a. die van donna Serafina en Morano, welke werkelijke huwlijken -geworden waren; en hij spotte over het gemis aan phantasie, met die -volkomen en al te drukkende overgave, met de burgerlijk makende zoenen, -waaraan, wanneer er ooit een einde aan kwam, slechts een einde kon -komen te midden van de onaangenaamste catastrophen. - -"Maar wat scheelt je toch, lieve vriend, wat scheelt je toch?" riep -Lisbeth lachende uit. "Wat je ons daar vertelt is juist heel -aardig. Wanneer je van elkaar houdt, moet je altijd van elkaar houden." - -Zij zag er met haar fijne, blonde, weerbarstige haren en in haar teere, -blonde naaktheid werkelijk bekoorlijk uit; Narcisse, die haar met zijn -half gesloten oogen kwijnend aankeek, vergeleek haar met een figuur -van Botticelli, dat hij te Florence gezien had. Pierre was weer in -zijn sombere overpeinzingen teruggevallen, toen hij een dame, die -voorbijliep, hoorde zeggen, dat de cotillon reeds gedanst werd. Hij -herinnerde zich plotseling de afspraak, die hij met monsignor Nani -gemaakt had. - -"Gaat u al weg?" vroeg Prada, die zag, dat de priester afscheid nam -van Lisbeth. - -"Neen, neen, nog niet." - -"Dan is het goed. Ga niet weg zonder mij. Ik wil nog graag wat loopen, -dan breng ik u thuis... U vindt me hier terug!" - -Pierre moest twee salons doorgaan vóór hij, heelemaal aan het einde, -aan de kleine spiegelzaal kwam. Het was inderdaad een wondervertrek, -gehouden in een kostelijken rococostijl, en vormde een rotonde van -matte spiegels in prachtig verguld en gebeeldhouwde lijsten. Zelfs -aan de zoldering zetten de spiegels zich in hellende vakken voort, -zoodat aan alle kanten de beelden vermenigvuldigd en tot in het -oneindige teruggekaatst werden. Gelukkig waren hier geen electrische -lampen aangebracht; er brandden slechts twee met rose kaarsen beladen -kroonluchters. Het behang en de meubelen waren van lichtblauwe zijde. - -Pierre zag onmiddellijk monsignor Nani op een lagen canapé -zitten. Zooals de laatste gehoopt had, was hij geheel alleen, daar -de cotillon de menigte naar de galerij gelokt had. Er heerschte -een diepe stilte, nauwelijks hoorde men het orkest, dat hier in een -zachten fluittoon wegstierf. - -De priester excuseerde zich, dat hij op zich had laten wachten. - -"Volstrekt niet noodig," antwoordde monsignor met zijn onuitputtelijke -vriendelijkheid, "ik voelde mij in dit asyl heel rustig... Toen de -menigte mij te dreigend werd, ben ik hierheen gevlucht." - -Hij noemde het koninklijk echtpaar niet, maar gaf te verstaan, dat -hij uit beleefdheid hun aanwezigheid vermeden had. Hij was slechts -gekomen uit groote sympathie voor Celia--en ook uit een oogpunt van -diplomatie, opdat het niet den schijn zou hebben, alsof het Vaticaan -geheel brak met de Buongiovanni's, de oude, in de annalen van het -pausdom zoo beroemde familie. Ongetwijfeld kon het Vaticaan dit -huwelijk, dat het oude Rome met het jonge koninkrijk Italië scheen -te vereenigen, niet goedkeuren; maar toch wilde het niet den schijn -aannemen te verdwijnen en zijn belangstelling te verliezen door zijn -trouwste dienaren in den steek te laten. - -"Maar nu," ging de prelaat voort, "moeten we over u spreken, mijn -waarde zoon... Ik heb u reeds gezegd, dat, al moge de Indexcongregatie -tot de veroordeeling van uw boek besloten hebben, het vonnis eerst -overmorgen aan den Heiligen Vader voorgelegd en door hem geteekend -zal worden. Gij hebt dus nog aan geheelen dag voor u." - -Pierre kon zich niet weerhouden hem in de rede te vallen. - -"Maar wat moet ik doen, monsignor? Ik heb reeds nagedacht, maar -ik kan geen enkele manier, geen enkel middel vinden, om mij te -verdedigen. ... Zijne Heiligheid kan ik toch niet spreken, nu hij -ziek is!" - -"O ziek, ziek," prevelde Nani op zijn slimme manier. "Zijne -Heiligheid voelt zich reeds veel beter, want ik heb vandaag, zooals -alle Woensdagen, de eer gehad door hem ontvangen te worden. Wanneer -hij wat moe is en men dan zegt, dat hij ziek is, laat hij de menschen -praten, dat stelt hem in staat wat te rusten." - -Maar Pierre was te wanhopig, om aandachtig te kunnen luisteren. - -"Neen, het is uit," ging hij voort. "U hebt daareven over een wonder -gesproken, maar ik geloof niet meer aan wonderen. Nu ik te Rome -verslagen ben, ga ik weer terug naar Parijs, waar ik den strijd zal -voortzetten... Ja, mijn ziel kan er zich niet bij neerleggen, mijn -hoop op redding door liefde kan niet sterven; ik zal een nieuw boek -schrijven en daarin zeggen in welke nieuwe aarde de nieuwe godsdienst -opgroeien moet." - -Er volgde een stilte. Nani keek hem aan met zijn heldere oogen, -welker intelligente uitdrukking de scherpte van staal had. In de diepe -stilte, in de zware, heete atmospheer van de kleine zaal, waarvan -de spiegels de tallooze kaarsen weerkaatsten, drong plotseling een -luidere uitbarsting van het orkest door. Langzame, wiegende walstonen -klonken en stierven weer weg. - -"Mijn waarde zoon, toorn is altijd verkeerd... Herinnert ge u, dat -ik u bij uw aankomst beloofd heb, om, wanneer ge vergeefs getracht -zoudt hebben door den Heiligen Vader ontvangen te worden, zelf op -mijn beurt een poging te zullen doen? Neen, luister nu kalm en wind -u niet op," ging hij voort, toen hij zag, dat de priester zenuwachtig -werd. "Zijne Heiligheid krijgt, helaas, niet altijd even verstandige -adviezen. De paus heeft personen om zich heen, wier toewijding niet -steeds met de zoo gewenschte intelligentie gepaard gaat. Ik heb u -dat al meer gezegd en u voor onberaden stappen gewaarschuwd. Daarom -heb ik, reeds drie weken geleden, den voorzorgsmaatregel genomen om -zelf uw boek aan den Heiligen Vader ter hand te stellen, in de hoop, -dat het hem zou behagen een blik daarin te slaan. Ik vermoedde wel, -dat men dat nooit zou doen... En nu heb ik de opdracht gekregen u te -zeggen: De Heilige Vader, die de buitengewoon groote goedheid gehad -heeft uw boek te lezen, verlangt beslist u te spreken." - -Een kreet van vreugde en dank sprong uit Pierre's keel. - -"O, monsignor! O, monsignor!" - -Maar Nani legde hem het zwijgen op en keek ongerust rond, als was -hij bang, dat men hem zou kunnen hooren. - -"Stil, stil! Het is een geheim! Zijne Heiligheid wil u particulier -ontvangen, zonder iemand in het vertrouwen te nemen. Luister goed. Het -is nu twee uur in den ochtend, nietwaar? Welnu vanavond om negen -precies moet u zorgen aan het Vaticaan te zijn en aan iedere deur naar -mijnheer Squadra vragen. Overal zal men u dan laten passeeren. Boven -zal mijnheer Squadra u wachten en binnen brengen... Maar aan niemand -een woord hierover. Geen levende ziel mag er ook maar het minste -vermoeden van hebben!" - -Het geluk en de dankbaarheid van Pierre kenden geen grenzen meer; -hij greep de weeke, dikke handen van den prelaat. - -"O, monsignor, hoe moet ik aan mijn dankbaarheid uitdrukking geven? In -mijn ziel was nacht en verzet en opstand, sedert ik mij voelde als -een speelbal van die machtige Eminenties, die zich vroolijk over mij -maakten!... Maar u redt mij, ik ben weer zeker te zullen overwinnen, -nu ik mij eindelijk aan de voeten zal kunnen werpen van Zijne -Heiligheid, den Vader van alle waarheid en gerechtigheid. Hij moet mij -vrijspreken--mij, die hem liefheb, die hem bewonder, die overtuigd ben -nooit anders dan voor zijn politiek en voor zijn dierbaarste ideeën -gestreden te hebben... Neen, neen, het is onmogelijk, hij zal niet -teekenen, hij zal mijn boek niet veroordeelen!" - -Nani, die zijn handen losgemaakt had, trachtte hem met een vaderlijk -gebaar tot kalmte te brengen, zonder dat daarbij een minachtend -glimlachje over zooveel nutteloos verspilde geestdrift van zijn lippen -week. Het gelukte hem den priester te kalmeeren en hij verzocht hem -dan heen te gaan. Het orkest was weer begonnen te spelen. Toen de -priester, hem nogmaals dankend, wegging, zeide hij eenvoudig: - -"Herinner u, mijn waarde zoon, dat alleen gehoorzaamheid groot is." - -Pierre, die nu nog slechts aan weggaan dacht, vond bijna dadelijk -Prada in de wapenzaal terug. Hunne Majesteiten hadden juist, -uitgeleide gedaan door de Buongiovanni's en de Sacco's, het bal -verlaten. De koningin had Celia een moederlijken kus gegeven, -terwijl de koning Attilio de hand drukte, een eer, waarover de -beide families straalden. Vele gasten volgden het voorbeeld van het -koninklijk echtpaar en gingen reeds in kleine groepen weg. De graaf, -die buitengewoon opgewonden scheen en nog bitterder en grimmiger -geworden was, brandde eveneens van ongeduld om weg te gaan. - -"Bent u daar eindelijk? Ik heb op u gewacht. Laten we maken, dat -we wegkomen. Uw landgenoot, mijnheer Habert, heeft mij gevraagd -u te zeggen, dat u maar niet naar hem zoeken moet. Hij heeft mijn -vriendin Lisbeth naar haar rijtuig gebracht... Maar ik voel behoefte -aan frissche lucht; ik zal u naar de Via Giulia brengen." - -Toen zij in de garderobe hun jassen aantrokken, kon hij niet nalaten -te grijnslachen en er op ruwen toon aan toe te voegen: - -"Ik heb uw vrienden met hun vieren zien weggaan; en u hebt groot -gelijk, dat u te voet naar huis gaat, want er was geen plaats meer -voor u in de karos... Die donna Serafina! Wat een onbeschaamdheid -op haar leeftijd met haar Morano hier te komen, om te geuren met -den terugkeer van den trouwelooze... En die twee anderen, die twee -jongen! O, ik wil volstrekt niet ontkennen, dat het me moeilijk -valt kalm over hen te praten, want zij hebben vanavond door hier te -verschijnen een zeldzaam brutaal en onbeschaamd stukje uitgehaald!" - -Zijn handen beefden, terwijl hij nog mompelde: - -"Goede reis, goede reis, jonge man, wanneer je naar Napels gaat!... Ja, -ik heb gehoord, dat men tegen Celia zeide, dat hij vanavond om zes -uur vertrekt. Nu, mijn beste wenschen vergezellen hem! Goede reis!" - -Buiten, nu zij uit de benauwde hitte der zalen in de heldere, koele, -frissche nachtlucht kwamen, voelden beide mannen zich opgelucht. Het -was een prachtige vollemaannacht, een van die Romeinsche nachten, -waarin de stad, als door een droom der oneindigheid gewiegd, sluimert -onder den wijden hemel. Zij volgden den Corso en den Corso Victor -Emanuele. - -Prada was wat kalmer geworden, maar hij bleef ironisch, blijkbaar -om zich te bedwelmen begon hij met een koortsachtige luidruchtigheid -weer over de Romeinsche vrouwen, over het feest, dat hij schitterend -gevonden had en waarover hij zich nu vroolijk maakte. - -"Ja, zij hebben mooie japonnen, maar die haar niet staan, japonnen, -die zij uit Parijs laten komen, maar natuurlijk niet hebben kunnen -passen. Het is precies als met haar edelgesteenten, zij hebben nog -diamanten en vooral buitengewoon mooie paarlen, maar zoo zwaar en grof -gezet, dat zij per slot van rekening foei-leelijk zijn. En als u eens -wist hoe dom en triviaal zij onder haar schijnbaren trots zijn! Alles -ligt bij haar aan de oppervlakte, zelfs de godsdienst, daaronder is -niets dan een onpeilbare diepte. Ik heb haar aan het buffet gulzig -zien eten. Ja, eten, dat kunnen ze! Maar ik moet er u op wijzen, -dat zij zich vanavond netjes gedragen hebben, ze hebben niet te veel -naar binnen geschrokt. Doch als u eens een Hofbal bij kon wonen, dan -zoudt u eens een plundering zien: het buffet wordt dan belegerd, de -schotels verslonden, het is een gedrang van een ongekende vraatzucht!" - -Pierre antwoordde slechts met monosyllaben. Hij gaf zich geheel over -aan zijn groote vreugde over de audiëntie, die hij bij den paus zou -hebben, droomde er reeds van, bereidde haar voor tot in de kleinste -bijzonderheden, zonder er iemand deelgenoot van te kunnen maken. De -stappen der beide mannen weerklonken in de breede, verlaten, lichte -straat op het droge plaveisel, terwijl de maan de zwarte schaduwen -duidelijk afteekende. - -Plotseling zweeg Prada. Hij kon niet meer spreken; de vreeselijke -strijd, die in hem woedde, had hem geheel overmand en als het ware -verlamd. Tweemaal had hij reeds in zijn zak het met potlood geschreven -briefje aangeraakt, waarvan hij de vier regels voor zichzelf herhaalde: -"Een legende beweert, dat de vijgeboom van Judas, doodelijk voor -ieder, die eenmaal paus worden wil, weer te Frascati groeit. Eet -de vergiftigde vijgen ervan niet en geef ze noch aan uw personeel -noch aan uw kippen." Het briefje was er nog, hij voelde het, en hij -was slechts met Pierre medegegaan, om het in de brievenbus van den -palazzo Boccanera te werpen. Hij bleef met een flinken pas doorloopen, -binnen tien minuten zou het briefje in de bus zijn: geen macht ter -wereld zou hem kunnen beletten het erin te werpen, zijn besluit -stond onherroepelijk vast. Nooit zou hij de misdaad begaan menschen -te laten vergiftigen. - -Maar hij onderging een zoo vreeselijke marteling! Die Benedetta en die -Dario hadden zoo'n storm van ijverzuchtigen haat in hem ontketend. Hij -vergat er Lisbeth door, die hij liefhad, en het kind, dat kleine -wezentje van zijn vleesch en bloed, waarop hij zoo trotsch was. Altijd -had de vrouw de manlijke veroveringsbegeerte in hem wakker gemaakt; -alleen zij, die tegenstand boden, hadden hem echt, heftig zingenot -gegeven. En nu bestond er één in de wereld, die hij gewild had, die -hij gekocht had door een huwlijk, en die zich daarna niet had willen -geven. Die vrouw, die de zijne geweest was, had hij nooit gehad, zou -hij nooit hebben. Om haar te hebben, zou hij vroeger Rome in brand -gestoken hebben; nu vroeg hij zich af, wat hij doen moest, om te -verhinderen, dat zij van een ander was. Deze gedachte, de gedachte, -dat die andere zou genieten van wat hem toebehoorde, opende weer de -wond, die in zijn hart bloedde. Wat zouden zij zich samen vroolijk -maken over hem! Wat een genot had het hun reeds gegeven hem door -het rondstrooien van de leugen over zijn zoogenaamde impotentie -belachelijk te maken! Hij voelde zich ondanks alle bewijzen, -die hij voor zijn manlijkheid aanvoeren kon, daardoor in zijn eer -getast. Zonder het zelf te gelooven, had hij hen beschuldigd, dat -zij reeds sedert lang samen sliepen in dat sombere paleis Boccanera, -welks liefdesgeschiedenissen legendarisch waren. Thans nu zij vrij, -tenminste van de kerkelijke banden bevrijd waren, zou dat zeker het -geval zijn. Hij zag ze reeds naast elkaar in hetzelfde bed, hij riep -zich hartstochtelijke visioenen voor den geest, omarmingen, kussen, -de verrukkingen van hun wellust. Neen, neen, neen, het was onmogelijk; -eerder moest de hemel instorten! - -Toen Pierre en hij den Corso Victor Emanuele verlieten, om door de -oude, smalle, kronkelende straten in de Via Giulia te komen, zag hij -weer, hoe hij het briefje in de bus zou werpen. Dan stelde hij zich -voor hoe het verder zou gaan. Het briefje zou tot den ochtend in de -bus slapen. Don Vigilio, die op speciaal bevel van den kardinaal den -sleutel van de bus onder zijn berusting had, zou vroeg naar beneden -komen, den brief vinden en aan Zijne Eminentie geven, die niet wilde, -dat een ander de brieven opende. De vijgen zouden weggeworpen worden, -er zou geen misdaad meer mogelijk zijn, de zwarte wereld zou het -stilzwijgen erover bewaren. Maar wat zou er gebeuren, indien het -briefje niet in de bus was? Hij ging op die veronderstelling in en -zag duidelijk de zoo sierlijk met bladeren bedekte vijgen in haar -mooi mandje 's middags om één uur op tafel komen. Dario was, zooals -gewoonlijk, alleen met zijn oom, daar hij pas 's avonds naar Napels -zou gaan. Oom en neef zouden samen van de vijgen eten, of slechts een -van beiden--maar wie dan. Hier werd het visioen onduidelijk. Het was -opnieuw de loop van het noodlot, het noodlot, dat hij op den terugrit -van Frascati ontmoet had, toen het, zonder tegengehouden te worden, -door alle hinderpalen heen, zijn onbekend doel tegemoet ging. Het -kleine mandje vijgen ging verder, steeds verder naar de taak, die -het verrichten moest; geen hand ter wereld was sterk genoeg om het -te beletten. - -De Via Giulia strekte zich eindeloos in het witte maanlicht uit en -Pierre ontwaakte voor het zwart tegen den zilveren hemel afstekende -paleis Boccanera als uit een droom. Hij voelde een rilling, toen -hij naast zich dien smartelijken klaagtoon van een doodelijk gewond -wild dier hoorde, het onwillekeurige gebrom, dat de graaf in zijn -vreeselijken strijd zich weer ontvallen liet. - -Maar onmiddellijk lachte hij spottend, terwijl hij den priester de -hand drukte: - -"Neen, neen, ik ga niet verder mee... Als ze me op dit uur hier -zagen, zouden ze gaan denken, dat ik weer verliefd op mijn vrouw -geworden was." - -Hij stak een sigaar aan en ging dan verder in den lichten nacht, -zonder om te kijken. - - - - - - - - -DERTIENDE HOOFDSTUK - - -Toen Pierre wakker werd, hoorde hij het tot zijn groote verbazing elf -uur slaan. Na de vermoeienis van het bal, waar hij zoo lang gebleven -was, had hij als een kind in heerlijken vrede geslapen, als voelde -hij in zijn sluimering zijn geluk. Nauwelijks had hij zijn oogen -opgeslagen, of het door het raam binnenvallend zonlicht baadde hem -in hoop. Zijn eerste gedachte was, dat hij eindelijk dien avond om -negen uur den paus zou spreken. Nog tien uur! Wat moest hij dezen -gezegenden dag, welks prachtige en heldere hemel hem zoo'n gelukkig -voorteeken scheen, doen? - -Hij stond op, sloeg de ramen open en liet de warme lucht -binnenstroomen, die hem toescheen den vruchten- en bloemengeur te -hebben, welken hij reeds op den dag van zijn aankomst geroken had -en waarvan hij vergeefs getracht had de natuur te analyseeren: een -geur van oranjeappelen en rozen. Was het mogelijk, dat men reeds -in December was? Welk een heerlijk land, waarin op den drempel van -den winter April opnieuw scheen te ontbloeien! Toen hij, na zich -te hebben aangekleed, voor het raam ging staan, om naar de altijd -groene hellingen van den Janiculus aan de overzijde van den Tiber te -kijken, zag hij Benedetta bij de kleine fontein in het verwaarloosde -tuintje van het paleis zitten. En toegevend aan een drang naar leven, -vroolijkheid en schoonheid ging hij naar beneden. - -Benedetta, stralend van geluk, uitte, terwijl zij hem haar beide -handen toestak onmiddellijk den kreet, dien hij van haar verwacht had: - -"Mijn beste abbé, wat ben ik gelukkig! Wat ben ik gelukkig!" - -Dikwijls hadden zij zoo een ochtend in dit kalme, vergeten hoekje -samen doorgebracht. Maar welk een treurige ochtenden waren het, -toen zij beiden geen hoop meer durfden koesteren. Maar vandaag was -het alsof de verwaarloosde, met onkruid overwoekerde lanen, de in -het oude, volgegooide bassin opgegroeide taxis, de symmetrische -oranjeappelboomen, die alleen nog den vroegeren loop der paden -aanwijzen, een eindelooze bekoring, een droomerige en teedere -vertrouwelijkheid bezaten, waarin men zoo heerlijk kon uitrusten van -zijn vreugde. Vooral was het prettig warm naast den laurierboom in den -hoek, waar zich de fontein bevond. Het dunne waterstraaltje stroomde -met zijn fluittonen steeds maar door uit den wijdgeopenden mond van -het tragische masker. Een frissche koelte steeg op uit den grooten -marmeren sarkophaag, welks basrelief een tierend bacchanaal toonde -van faunen, die vrouwen meevoerden en onder hun gulzige kussen op -den grond wierpen. Men was daar, om zoo te zeggen, buiten ruimte -en tijd, in een zoo ver verwijderd verleden, dat de omgeving, de -nieuwe kadewerken, de tegen den grond geworpen, van het stof der, -puinhoopen nog grijze wijk, het door elkaar gegooide, van een nieuwe -wereld zwangere Rome verdwenen. - -"O," herhaalde Benedetta; "wat ben ik gelukkig!... Het werd mij te -benauwd in mijn kamer; ik moest naar buiten, zoo snakte mijn hart -naar ruimte, lucht en zon, om al zijn vreugde uit te kunnen kloppen!" - -Zij zat op het omgevallen, als bank dienende stuk zuil naast den -sarkophaag en wilde, dat de priester naast haar plaats nam. Nooit had -hij haar zoo mooi gezien met haar zwart haar, dat het reine, in de -volle zon zoo teer blozende gelaat omlijstte. Haar groote, onpeilbare -oogen waren in het licht als kolenvuur, waarin goud smolt, terwijl -haar kindermond, haar reine, verstandige mond glimlachte--zooals een -goedhartig schepsel glimlacht, dat vrij is eindelijk naar hartelust -lief te hebben, zonder aanstoot te geven aan God of menschen. En -hardop droomde zij haar toekomstplannen. - -"0, het is nu heel eenvoudig. Nu ik reeds de scheiding van tafel en -bed verkregen heb, zal het niet moeilijk vallen, nadat de Kerk mijn -huwlijk nietig verklaard had, de burgerlijke echtscheiding ook te -krijgen. En ik zal met Dario trouwen--ja, in het volgend voorjaar -en misschien wel eerder, wanneer het gelukt de formaliteiten wat -te bespoedigen... Vanavond om zes uur gaat hij naar Napels, waar -hij een paar zaken te regelen heeft. Wij bezitten daar nog een paar -eigendommen, die we hebben moeten verkoopen, want alles heeft veel geld -gekost. Maar wat hindert dat, nu we toch elkaar toebehooren!... Wat -een heerlijke uren zullen we binnen enkele dagen hebben, wanneer hij -weer terug is--wat zullen we lachen! Ik heb er na het heerlijk bal -heelemaal niet van kunnen slapen, zooveel plannen heb ik gemaakt. O, -prachtige plannen! U zult het eens zien, u zult het eens zien, want -ik wil beslist, dat u tot aan ons huwlijk in Rome blijft!" - -Hij begon met haar te lachen, zóó medegesleept door deze uitbarsting -van jeugd en geluk, dat hij zich slechts met de grootste moeite -bedwingen kon, om haar niet zijn geluk, de hoop, waarmede zijn -aanstaand onderhoud met den paus hem vervulde, mede te deelen. - -In de rillende stilte van den smallen, zonnigen tuin weerklonk met -geregelde tusschenpoozen dezelfde schreeuw van een vogel. Benedetta -keek naar boven en zag een kooi, die voor een raam op de eerste -verdieping hing. - -"Ja, ja, Tata, schreeuw maar hoor, wees maar blij. Iedereen in huis -moet blij zijn!" - -En zich dan weer als een uitgelaten schoolmeisje, dat vacantie heeft, -tot Pierre wendend: - -"U kent Tata toch?... Wat, kent u Tata niet?... Dat is de papegaai van -mijn oom den kardinaal! Ik heb hem in het voorjaar cadeau gegeven; -hij is er dol op en laat het dier de lekkere brokjes van zijn bord -eten. Hij zorgt er heelemaal voor, hangt hem buiten en haalt hem -binnen en is zoo bang, dat hij koude zal vatten, dat hij hem in de -eetkamer laat, het eenige vertrek, waarin het een beetje warm is." - -Pierre keek nu ook op naar den papegaai, een van die aardige -grijsgroene, zijdeachtige, kleine papegaaien. Hij hing met zijn snavel -aan de tralies van zijn kooi, schommelde heen en weer en sloeg in -zijn vreugde over de warme zon met zijn vleugels. - -"Spreekt hij?" vroeg Pierre. - -"O, neen, hij schreeuwt," antwoordde Benedetta lachend. "Maar oom -beweert, dat hij alles wat hij zegt verstaan kan en uitstekend met -hem kan praten." - -Plotseling begon zij weer over een ander onderwerp, als had een -onbewuste gedachtenassociatie haar doen denken aan haar anderen oom, -den aangetrouwden oom, dien zij te Parijs had. - -"U moet een brief van vicomte de la Choue gehad hebben... Hij heeft -mij gisteren geschreven, hoe het hem spijt, dat het u niet gelukt -door Zijne Heiligheid ontvangen te worden. Hij had voor de overwinning -van zijn denkbeelden zoo op u, op uw zege gerekend!" - -Inderdaad kreeg Pierre meermalen brieven van den vicomte, waarin -deze jammerde over den invloed, dien zijn tegenstander, baron de -Fouras, na het groote succes van zijn laatste campagne te Rome met de -internationale bedevaart van de Pieterspenning, gekregen had. Het -was het ontwaken van de oude, intransigente Katholieke partij; -alle liberale veroveringen van het Neo-Katholicisme werden bedreigd, -wanneer men niet van den paus een formeele adhaesie aan de verplichte -corporaties verkreeg, om een bres te slaan in de door de conservatieven -gesteunde vrije corporaties. In zijn ongeduld om Pierre eindelijk -een audiëntie bij den paus te zien krijgen, overstelpte hij dezen -met allerlei gecompliceerde plannen. - -"Ja," mompelde Pierre; "Zondag heb ik reeds een brief gekregen en toen -ik gisteren uit Frascati terugkwam, vond ik er weer een... O, ik zou -zoo gelukkig zijn als ik hem eens een gunstig antwoord geven kon." - -Bij de gedachte, dat hij den paus 's avonds spreken, hem zijn van -liefde brandende ziel openen, van hem de aanmoediging krijgen zou -voor zijn zending tot sociale redding in den broederlijken naam der -kleinen en armen, stroomde zijn hart opnieuw van vreugde over. Hij -kon zich niet langer inhouden, gaf zijn geheim, dat zijn hart deed -opzwellen, prijs. - -"Het is nu zeker, vanavond heb ik een audiëntie bij den paus." - -Benedetta begreep het niet dadelijk. - -"Hoe zoo?" - -"Ja, monsignor Nani is wel zoo goed geweest mij van ochtend op het -bal te zeggen, dat de Heilige Vader, aan wien hij mijn boek ter hand -gesteld had, mij wenscht te spreken... Vanavond om negen uur zal ik -ontvangen worden." - -Een blos van geluk kwam op haar wangen, zoo deelde zij in de vreugde -van den jongen priester, voor wien zij een innige vriendschap had -opgevat. En dit succes van een vriend, zoo samenvallend met haar eigen -geluk, kreeg in haar oogen een bijzondere beteekenis, als beteekende -dit het zekere, volkomen welslagen voor alles. Als een geëxalteerde -en verrukte bijgeloovige riep zij uit: - -"Lieve God, dat zal ons geluk aanbrengen!... Hoe heerlijk, vriendlief, -hoe heerlijk, dat het geluk tezelfdertijd komt tot u als tot mij, want -het is ook voor mij een geluk, een geluk, dat ge u niet voorstellen -kunt... Nu is het zeker, dat alles zich ten goede keeren zal, want -een huis, waarin zich iemand bevindt, die den paus gesproken heeft, -is gezegend en wordt niet meer door den bliksem getroffen." - -Zij begon nog luider te lachen, klapte in haar handen en was zoo -luidruchtig in haar vreugde, dat hij bang werd. - -"Stil toch, stil toch! Mij is volkomen geheimhouding opgelegd... Ik -smeek u, spreek er met niemand over, ook niet met uw tante, zelfs -niet met Zijne Eminentie... Monsignor Nani zou er erg boos over zijn." - -Toen beloofde zij te zullen zwijgen. Zij werd eenigszins week, -sprak over monsignor Nani als over een weldoener, want had zij het -ten slotte niet aan hem te danken, dat haar huwlijk nietig verklaard -was? Dan maakte haar uitgelaten vreugde zich weer van haar meester. - -"Vindt ge ook niet, dat het geluk het eenige is, dat goed -is?... Vandaag vraagt ge geen tranen van me, zelfs niet voor de armen, -die koude en honger lijden... Dat komt, omdat er feitelijk alleen -maar levensgeluk bestaat! Dat geneest alles! Je hebt het niet koud, -je lijdt geen honger, wanneer je gelukkig bent!" - -In zijn verbazing over deze zonderlinge oplossing van het vreeselijke -vraagstuk der ellende, keek hij haar verbijsterd aan. Plotseling -besefte hij, dat zijn geheele apostelarbeid bij deze dochter van een -mooien hemel, die het atavisme van zooveel eeuwen van souvereine -aristocratie in zich had, vergeefsch was geweest. Hij had haar -het Christendom in zijn waren vorm willen leeren, haar brengen -tot de Christelijke liefde van armen en nooddruftigen, haar willen -veroveren voor het nieuwe Italië, waarvan hij droomde--een Italië, -dat, vol medelijden voor menschen en dingen, ontwaakt was voor de -nieuwe tijden. Maar zie, zij, die met hem geweend had over het lijden -van het lijdende volk in de oogenblikken, dat zij zelf leed en haar -hart uit de vreeselijkste wonden bloedde, zij, het kind der brandende -zomers en lenteachtig-zachte winters, jubelde onmiddellijk na haar -genezing het geluk der geheele wereld uit. - -"Maar iedereen is niet gelukkig," zeide hij. - -"O ja, ja!" riep zij uit. "Dat zegt u, omdat u de armen niet kent. Geef -aan een meisje van ons Trastevere den jongen man, dien zij liefheeft, -en zij straalt als een koningin en vindt, wanneer zij 's avonds haar -droog brood eet, dat heerlijk lekker. De moeders, die een kind van -den dood redden, de mannen, die in een veldslag overwinnen of wel hun -nummers uit de loterij zien komen--allen zijn ze zoo, allen vragen -slechts geluk en genot... O, al tracht u nog zoo, om rechtvaardig te -zijn en het geluk beter te verdeelen, tevreden zullen alleen zij zijn, -wier hart, zelfs dikwijls zonder te weten waarom, zingt op een mooien, -zonnigen dag als vandaag!" - -Hij maakte slechts een gebaar, want hij wilde haar geluk niet verstoren -door nogmaals de zaak te bepleiten van zooveel arme schepsels, die in -deze zelfde minuut ergens in de verte den doodsstrijd streden, ten -onder gegaan door lichamelijke en geestelijke pijn. Maar plotseling -gleed door de zoo lichte en zoo zachte lucht een schaduw; hij voelde -de eindelooze triestheid der vreugde, de grenzenlooze wanhoop der zon, -alsof iemand, dien men niet kon zien, die schaduw had laten vallen. Was -het de te scherpe geur van den laurierboom, de bittere lucht der -oranjeappelen en taxisboomen, die hem zoo duizelig maakte? Was het de -huivering van zinnelijke warmte, die zijn aderen onder deze puinhoopen, -in dezen hoek vol oerouden hartstocht kloppen deed? Of wekte die -sarkophaag met zijn woest bacchanaal, zelfs te midden van de onbewuste -wellust der liefde, onder den onverzadigbaren kus der minnenden, de -gedachte op van den nabijën dood? Een oogenblik scheen het vroolijke -lied van den fontein hem een lange snik toe, had hij het gevoel, alsof -in die reusachtige, uit het onzienlijke gekomen schaduw alles verdween. - -Maar reeds had Benedetta zijn beide handen in de hare genomen en -deed hem weer terugkeeren tot het bekoorlijke bewustzijn hier in haar -tegenwoordigheid te zijn. - -"De leerling is niet erg makkelijk, wel, en zij heeft een harden -kop. Maar wat zal ik u zeggen? Er zijn van die denkbeelden, welke -er bij ons niet ingaan. Nooit, nooit zult u zoo iets een Romeinsch -meisje in het hoofd praten... Heb ons lief, stel u ermede tevreden -ons lief te hebben zooals wij zijn--mooi uit al onze kracht, zoo mooi -als wij zijn kunnen!" - -Zij was zóó mooi op dat oogenblik, zóó mooi in haar stralend geluk, -dat hij ervoor beefde als voor een God, als voor de almacht, die de -wereld leidt. - -"Ja, ja," stamelde hij, "de schoonheid, de schoonheid--zij is nog -altijd de heerscheresse, nog altijd de heerscheresse... O, waarom -kan zij niet den eeuwigen honger der arme menschen stillen?" - -"Kom, kom!" riep zij vroolijk, "het leven is mooi. Laten we naar -boven gaan, tante zal wel op ons wachten!" - -Er werd om één uur gedineerd. De enkele malen, dat Pierre niet -buitenshuis at, zat hij aan de tafel der beide dames in de kleine -eetzaal op de tweede verdieping, die op het binnenplein uitzag. Op -hetzelfde uur dineerde op de eerste verdieping in de zonnige, op -den Tiber uitziende eetkamer, de kardinaal, die altijd blij was zijn -neef Dario aan tafel te hebben, want zijn secretaris, don Vigilio, -zijn andere, geregelde dischgenoot, zeide slechts iets, wanneer men -hem iets vroeg. De twee huishoudingen waren geheel gescheiden; zij -hadden noch dezelfde keuken, noch hetzelfde personeel. - -Maar al was de eetkamer op de tweede verdieping somber, het dejeuner -van de dames en den jongen priester was er niet minder opgewekt -door. Zelfs de anders zoo gereserveerde donna Serafina scheen door een -groot innerlijk geluk bezield. Blijkbaar had zij de zaligheid van haar -triomf van den vorigen avond aan den arm van Morano nog niet ten volle -uitgenoten; zij begon het eerst over het bal; zij was er vol lof over, -hoewel de aanwezigheid van den koning en van de koningin, zooals zij -zeide, haar zeer gehinderd had. Zij vertelde, hoe zij door een handige -taktiek had weten te vermijden, dat zij voorgesteld werd. Trouwens zij -hoopte, dat haar algemeen bekende sympathie voor Celia, wier peet zij -geweest was, voldoende zijn zou om haar aanwezigheid in dezen neutralen -salon te verklaren. Toch scheen haar geweten zich er bezwaard door te -gevoelen, want zij zeide, dat zij van plan was onmiddellijk naar het -Vaticaan te gaan, om met den kardinaal-secretaris te spreken over een -werk, waarvan zij patrones was. Dit compensatie-bezoek op den dag na -de soirée bij de Buongiovanni's, scheen haar onvermijdelijk, beslist -noodzakelijk toe. Nooit had zij zich zoo ingespannen voor, nooit had -zij vuriger gehoopt op de spoedige verheffing van haar broeder, den -kardinaal, op den troon van St. Pieter: dat was voor haar de hoogste -triomf, de verheffing van haar geslacht, die haar familietrots voor -noodzakelijk en onvermijdelijk hield. Gedurende de laatste ziekte -van den regeerenden paus had zij zich al zenuwachtig gemaakt over den -uitzet, dien zij met het wapen van den nieuwen paus had willen merken. - -Benedetta hield niet op met schertsen, lachte over alles, sprak over -Celia en Attilio met de hartstochtelijke teederheid van een vrouw, wier -liefdesgeluk zich verheugt in het geluk van een bevriend paar. Toen -het dessert opgediend was, vroeg zij aan den knecht: - -"En waar blijven de vijgen, Giacomo?" - -Deze, met zijn langzame, als in slaap uitgevoerde bewegingen, keek -haar wezenloos aan. Gelukkig kwam Victorine juist de kamer binnen. - -"Waarom krijgen we de vijgen niet, Victorine?" - -"Welke vijgen bedoelt u, contessina?" - -"Wel, de vijgen, die ik vanochtend beneden gezien heb... Het waren -prachtige vijgen in een klein mandje. Ik wist heusch niet, dat er -in dezen tijd van het jaar nog zulke mooie zijn... Ik ben dol op -vijgen. Ik had er me bij voorbaat al op verheugd." - -Victorine begon te lachen. - -"O nu weet ik het al, contessina, nu weet ik het al... Het zijn de -vijgen, die de pastoor van Frascati gisteren avond persoonlijk voor -Zijne Eminentie gebracht heeft. Ik was toevallig beneden en hij heeft -zeker wel driemaal gezegd, dat het een cadeau was voor Zijne Eminentie, -dat men zoo, zonder een blaadje te verleggen, op de tafel van Zijne -Eminentie moest zetten... Nou, dat hebben we gedaan." - -"Nou, dat is prachtig," riep Benedetta in komische woede. "Die zitten -nu lekker te genieten zonder ons. We hadden toch best kunnen deelen!" - -Dan mengde donna Serafina zich in het gesprek en vroeg aan Victorine: - -"Je bedoelt zeker den pastoor, die vroeger dikwijls op de villa kwam?" - -"Ja, pastoor Santobono van de Santa Maria del Campi... Als hij komt, -vraagt hij altijd naar abbé Paparelli, met wien hij tegelijk op het -seminarie geweest is. Gisterenavond ook heeft abbé Paparelli hem -met zijn mandje bij ons in de keuken gebracht... Dat mandje! Stel -u voor, dat we heelemaal vergeten hadden het op de tafel van Zijne -Eminentie te zetten, zoodat niemand de vijgen gegeten zou hebben, als -abbé Paparelli ze niet was komen halen en ze met een ware vroomheid, -als droeg hij het Heilige Sacrament, naar boven gebracht had... Zijne -Eminentie houdt er ook zoo van!" - -"Nou, ik geloof niet, dat mijn broer er vanmiddag erg in zal happen, -want hij heeft last van zijn ingewanden." - -Bij het telkens weer terugkomen van den naam Paparelli was zij -nadenkend geworden. De sleepdrager met zijn slap en gerimpeld gezicht, -zijn dikke, korte gestalte als van een oude jongejuffrouw in een -zwarte rok, wekte haar wantrouwen op, sedert zij de groote macht, -die hij, ondanks zijn nederigheid en zijn op den achtergrond blijven, -op den kardinaal kreeg, opgemerkt had. Hij was niet meer dan een -bediende, schijnbaar de geringste, en toch heerschte hij; zij voelde, -dat hij haar eigen invloed bestreed en dikwijls ongedaan maakte, -wat zij voor den triomf der eerzucht van haar broeder tot stand -gebracht had. Het ergste was, dat zij hem reeds een jaar had moeten -verdenken hem tot handelingen aangezet te hebben, die zij als grove -fouten beschouwde. Misschien had zij zich vergist en zij liet hem de -gerechtigheid wedervaren te erkennen, dat hij enkele deugden had en -buitengewoon vroom was. - -Intusschen bleef Benedetta schertsen en lachen. Toen Victorine weg was, -riep zij den knecht: - -"Giacomo, je moet even een boodschap voor mij doen..." - -Zij viel zichzelf in de rede, om tegen haar tante te zeggen: - -"We zullen onze rechten laten gelden... Ik zie ze voor mij, zooals -ze daar bijna beneden ons aan tafel zitten. Zij moeten even als wij -aan het dessert zijn. Oom licht de blaadjes op, bedient zich met een -glimlachje, geeft het mandje aan Dario, die het weer aan don Vigilio -geeft. En nu eten ze alle drie met ernstig, nadenkend gelaat... Ziet -u ze niet? Ziet u ze niet?" - -Zij zag ze; het verlangen in de nabijheid van Dario te te zijn, haar -voortdurend naar hem toevliegende gedachten riepen hem zoo met de twee -anderen voor den geest. Haar hart was beneden, zij zag, zij hoorde, -zij voelde met al de fijngevoelige zintuigen van haar liefde. - -"Giacomo, ga naar beneden en zeg aan Zijne Eminentie, dat wij ook zoo -graag eens van de vijgen zouden proeven en dat het heel vriendelijk -van hem zijn zou, als hij degene, die hij niet meer lust, aan ons -wil geven." - -Maar weer kwam donna Serafina, die haar strenge stem teruggevonden -had, tusschenbeide: - -"Je blijft hier, Giacomo!" - -En zich dan tot haar nicht wendend: - -"En nu genoeg van die kinderachtigheden!... Ik houd volstrekt niet -van die flauwiteiten!" - -"Kom, tante, ik ben ook zoo gelukkig, ik heb in geen tijd zoo van -harte gelachen!" - -Pierre had tot dusverre slechts geluisterd; het maakte hem zelf -vroolijk haar zoo vroolijk te zien. Toen nu een kleine, kille stilte -ontstond, begon hij te spreken en vertelde, hoe hij zelf ook verbaasd -geweest was den vorigen dag, zoo laat in den tijd, nog vruchten gezien -te hebben aan den beroemden vijgeboom van Frascati. Het kwam zeker, -doordat de boom door dien hoogen muur beschermd werd. - -"Zoo, hebt u den beroemden vijgeboom gezien?" vroeg Benedetta. - -"Ja, en ik heb zelfs gereisd met de vijgen, waar u zoo'n trek in hebt!" - -"Gereisd met de vijgen?" - -Reeds speet het hem, dat hij zich die woorden had laten ontvallen, -maar hij vond het toch beter nu alles te zeggen. - -"Ja, ik ontmoette er iemand, die per rijtuig naar Frascati gekomen was -en met alle geweld wilde, dat ik met hem naar Rome terugreed. Onderweg -hebben we pastoor Santobono, die dapper met zijn mandje te voet naar -Rome ging, opgenomen... Zelfs hebben we nog een oogenblik in een -osteria gezeten..." - -Hij vertelde verder van den tocht en van zijn indrukken van de in -de avondschemering gehulde campagna. Maar Benedetta keek hem strak -aan, want zij wist heel goed, dat Prada ieder oogenblik voor zijn -bouwspeculaties naar Frascati ging. - -"Iemand, iemand?" prevelde zij; "de graaf zeker!" - -"Ja, mevrouw, de graaf!" antwoordde Pierre eenvoudig. "Vannacht heb ik -hem weer gesproken. Hij was geheel van streek, en men moet medelijden -met hem hebben." - -De jonge priester sprak deze barmhartige woorden in de overvloeiende -liefde, die hij over alle wezens en dingen had willen uitgieten, -met zoo diepe en natuurlijke ontroering uit, dat de beide dames er -zich niet beleedigd door gevoelden. Donna Serafina bleef roerloos -zitten en deed alsof zij het niet gehoord had, terwijl Benedetta door -een gebaar te kennen scheen te willen geven, dat zij noch haat noch -medelijden behoefde te gevoelen voor een man, die haar totaal vreemd -geworden was. Toch lachte zij niet meer en zeide eindelijk, terwijl -zij aan het mandje dacht, dat in het rijtuig van Prada medegekomen was: - -"Ik heb heelemaal geen trek meer in die vijgen en ben nu maar blij, -dat ik er niet van gegeten heb." - -Onmiddellijk na de koffie verliet donna Serafina hen in de haast, -die zij had, om naar het Vaticaan te gaan. Toen Benedetta en Pierre -alleen waren, bleven zij, weer vroolijk geworden, nog een oogenblik -als goede vrienden praten. De priester begon weer over zijn audiëntie -van dien avond. Het was nauwlijks twee uur, dus had hij nog zeven uur -voor zich. Hoe zou hij dien eindeloozen middag door moeten komen? Toen -kreeg zij een aardigen inval. - -"Weet u wat?" zeide zij. "Nu we allen zoo gelukkig zijn, moesten -we elkaar niet verlaten... Dario heeft zijn eigen rijtuig. Hij zal -nu wel klaar zijn met zijn dejeuner, ik zal hem zeggen, dat hij een -grooten rit langs den Tiber met ons moet gaan maken." - -Verrukt over dat mooie plan, klapte zij in haar handen. Maar juist -op dat oogenblik kwam don Vigilio met een verschrikt gezicht binnen. - -"Is de prinses niet hier?" - -"Neen, tante is uitgegaan... Wat is er?" - -"Zijne Eminentie stuurt me... De prins is na tafel onwel geworden... O -niets ernstigs natuurlijk." - -Zij gaf een gil, meer van verbazing dan van ongerustheid. - -"Wat, Dario?... Maar dan komen we allemaal beneden. Ga mee, mijnheer -de abbé! Hij mag niet ziek zijn, want hij moet met ons uit." - -Toen zij op de trap Victorine zag, moest deze ook mede. - -"Dario voelt zich niet lekker... We zullen je misschien noodig hebben." - -Alle vier gingen zij de groote, ouderwetsche, eenvoudige kamer binnen, -waarin de jonge man door zijn schouderwonde een maand lang aan het -ziekbed gekluisterd was geweest. Men kwam er door een kleinen salon, -een van de daarnaast liggende toiletkamer uitgaande gang verbond die -vertrekken met de appartementen van den kardinaal: de betrekkelijk -smalle eet-, slaap- en werkkamer, die men door het aanbrengen van -beschotten uit een van de vroeger groote zalen gemaakt had. Verder was -er nog de kapel, die met een deur op de gang uitkwam, een eenvoudig, -kaal vertrek, waarin zich een altaar van beschilderd hout bevond, -maar geen tapijt, geen stoel--niets dan de harde, koude vloer, om te -knielen en te bidden. - -Benedetta liep naar het bed, waarop Dario geheel gekleed lag. Naast -hem stond in vreeselijke zorg kardinaal Boccanera, die, ondanks zijn -beginnende ongerustheid zijn trotsche houding, de rust van een verheven -ziel, die zich niets te verwijten heeft, bewaarde. - -"Wat is er, Dario, wat scheel je?" - -Maar de prins, die haar wilde geruststellen, glimlachte. Hij zag -bleek en maakte den indruk van iemand, die dronken is. - -"O, het is niets, een flauwte... Stel je voor, ik heb precies een -gevoel, alsof ik te veel gedronken heb... Plotseling begon het voor -mijn oogen te draaien en was het, alsof ik zou vallen... Ik had nog -maar net den tijd, om naar mijn bed te komen." - -Hij ademde diep als iemand, die behoefte aan lucht heeft. Dan vertelde -de kardinaal op zijn beurt enkele bijzonderheden. - -"We waren juist klaar, ik gaf don Vigilio orders voor vanmiddag -en stond op het punt van tafel op te staan, toen ik Dario zag -wankelen... Hij wilde weer gaan zitten, maar liep met onzekere -stappen als een slaapwandelaar rond, terwijl hij tastend de deuren -openmaakte. Zonder er iets van te begrijpen, gingen we hem na. Ik -zoek nog steeds, maar begrijp het niet." - -Met een gebaar gaf hij zijn verbazing te kennen en wees op de kamer, -waardoor een plotselinge ongelukswind scheen gewaaid te hebben. Alle -deuren waren wijd open blijven staan, men zag achter elkaar de -toiletkamer, dan de gang en aan het eind daarvan de eetkamer in de -wanorde van een vertrek, dat men plotseling verlaten heeft, met de -nog gedekte tafel, de weggeworpen servetten, de achteruitgeschoven -stoelen. Toch was men nog niet bang. - -Hardop zeide Benedetta het in zulke gevallen gewone gezegde: - -"Als je maar niets verkeerds gegeten hebt!" - -Maar met een tweede gebaar zeide de kardinaal glimlachend: - -"Neen, dat kan niet. Eieren, lamscoteletten en een bord zuring zullen -zijn maag niet overladen hebben. Ik drink nooit iets anders dan water -en hij hoogstens een paar slokjes witte wijn... Neen, met het eten -heeft het niets te maken." - -Dario, die een oogenblik zijn oogen dicht gedaan had, sloeg ze weer -open, ademde opnieuw diep en trachtte te glimlachen. - -"Kom, kom, het zal niets zijn, ik voel me al weer veel beter. Ik moet -een beetje beweging hebben." - -"Luister dan even naar het plan, dat ik gemaakt heb... Je moet met -mij en den abbé een grooten toer gaan maken in de Campagna." - -"Graag, een prachtig idee... Victorine help me even!" - -Hij had zich opgericht, waarbij hij pijnlijk op zijn pols steunde. Maar -voor de huishoudster bij hem was, kreeg hij een kramp en viel hij, -als door een flauwte getroffen, weer neer. De kardinaal, die aan -den rand van het bed was blijven staan, ving hem in zijn armen op, -terwijl de contessina ditmaal haar hoofd verloor. - -"God, God, alweer... Ga gauw een dokter halen!" - -"Wil ik het doen?" vroeg Pierre, die zich ook ongerust begon te maken. - -"Neen, neen, u niet, u moet hier blijven... Victorine zal het doen, -die weet den dokter te wonen... Dokter Giordano, hoor Victorine!" - -De huishoudster ging weg en een zware stilte viel in het vertrek, -waarin een huivering van angst van minuut tot minuut sterker -werd. Benedetta was, doodelijk bleek, weer naar het bed gegaan, terwijl -de kardinaal, die Dario, wiens hoofd op zijn schouders gevallen was, in -zijn armen bleef houden, strak naar hem keek. Een vreeselijk vermoeden, -vaag en onbepaald nog, was in hem opgerezen: het kwam hem voor dat -Dario's gezicht grauw was en dezelfde verschrikt-angstige uitdrukking -had, die hij bij zijn besten vriend monsignor Gallo, had opgemerkt, -toen hij hem twee uur vóór zijn dood, op deze zelfde wijze aan zijn -borst gesteund had. Het was dezelfde flauwte, hetzelfde gevoel, dat hij -nog slechts het koud lichaam van een geliefd wezen, wiens hart niet -meer klopte, in zijn armen drukte, maar voor alles werd de gedachte -aan vergif sterk in hem, het vergif, dat uit het donker komt en als -een bliksemstraal in het donker treft. Langen tijd bleef hij zoo over -het gezicht van zijn neef, den laatste van zijn geslacht, gebogen -staan, zocht, ging na en vond de symptomen van het mysterieuse en -onverzoenlijke, dat hem reeds de helft van zijn eigen ik ontnomen had. - -Maar fluisterend smeekte Benedetta: - -"Oom, u zult zoo moe worden... Laat ik hem een poosje -vasthouden... Neen, u behoeft niet bang te zijn, ik zal het heel zacht -doen, hij zal voelen, dat ik het ben, en dat zal hem misschien weer -wakker doen worden." - -Eindelijk hief hij zijn hoofd op, keek haar aan en stond haar zijn -plaats af na haar met oogen vol tranen tegen zich aan gedrukt en gekust -te hebben. Een plotselinge ontroering had zich van hem meester gemaakt, -waarin de warme liefde, die hij voor haar voelde, de starre koude, -die hij gewoonlijk huichelde, smelten deed. - -"Mijn arm kind, mijn arm kind!" stamelde hij, bevend als een -ontwortelde eik. - -Onmiddellijk echter beheerschte hij zich weer, en terwijl Pierre en -Vigilio onbeweeglijk en zwijgend en wanhopig, dat zij niets konden -doen, wachtten of men hen misschien noodig zou kunnen hebben, begon -hij langzaam door de kamer op en neer te loopen. Dan scheen echter -de kamer voor de gedachten, die in zijn hoofd woelden, te klein te -worden, en liep hij achtereenvolgens de toiletkamer, de gang en de -eetkamer in. Steeds ging hij zoo op en neer, steeds kwam hij weer -terug, ernstig, zonder een spier op zijn gelaat te vertrekken, met -gebogen hoofd, verzonken in dezelfde sombere overpeinzing. Welk een -wereld van gedachten woelde in het brein van dezen geloovige, van -dezen hooghartigen prins, die zich aan God gegeven had en machteloos -was tegen het onvermijdelijke lot? Nu en dan ging hij naar het bed -terug, overtuigde zich van de vorderingen, die het vergif maakte, zag -aan het gelaat van Dario hoe ver het met de crisis stond, en ging dan -weer met dezelfden regelmatigen stap weg, verdween en kwam weer terug, -als voortgedreven door de monotone regelmatigheid der krachten, die -de mensch niet vermag tegen te houden. Misschien vergiste hij zich, -misschien was het maar een eenvoudige ongesteldheid, waarom de dokter -zou lachen. Hij moest hopen en verder afwachten. En zoo ging hij -steeds weer weg en kwam hij steeds weer terug, en niets kon te midden -der drukkende stilte, angstaanjagender klinken dan de rhythmische -stappen van dezen grooten grijsaard, die het noodlot wachtte. - -De deur ging weer open en Victorine kwam buiten adem binnen. - -"Ik heb den dokter gevonden, hier is hij!" - -Met zijn lachend gelaat, zijn klein blozend, door witte lokken -omlijst gezicht, zijn vaderlijke gestalte, die hem de allures van een -vriendelijken prelaat gaven, kwam dokter Giordano binnen. Maar zoodra -hij de kamer en alle deze angstige menschen, die op hem wachtten, -gezien had, werd hij ook ernstig en nam de gesloten houding, den -volkomen eerbied voor de kerkelijke geheimen aan, die hij door zijn -groote praktijk onder geestelijken geleerd had. Nauwelijks had hij -een blik op den zieke geworpen, of hij liet zich de gefluisterde -woorden ontvallen: - -"Alweer? Begint het nu opnieuw?" - -Ongetwijfeld zinspeelde hij op den messteek, dien hij onlangs behandeld -had. Wie had het toch zoo voorzien op dezen armen jongen man, die -niemand kwaad deed en niemand lastig viel? Niemand, behalve Pierre en -Benedetta, konden zijn woorden begrijpen; en deze laatste verkeerde -in zoo'n koortsachtig ongeduld, dat zij hem niet eens verstond. - -"Dokter," smeekte zij, "onderzoek hem gauw en zeg, dat het niets -te beteekenen heeft... Het kan niets zijn; daareven was hij nog zoo -gezond en vroolijk... Het is niets, het is niets, niet waar?" - -"Welneen, contessina, het zal zeker niets zijn... We zullen eens -kijken." - -Hij had zich omgedraaid en boog diep voor den kardinaal, die met zijn -gelijkmatigen droompas uit de eetkamer terugkwam en onbeweeglijk aan -het voeteneinde van het bed ging staan. Ongetwijfeld las hij in de -oogen, die zich op de zijne richtten, een doodelijke ongerustheid, -want hij zeide verder niets en begon als iemand, die de waarde der -minuten heeft leeren kennen, Dario te onderzoeken. En naarmate zijn -onderzoek vorderde, kreeg zijn vriendelijk optimistisch gezicht een -bleeken ernst, een doffen angst, die zich slechts verried in het beven -van zijn lippen. Hij was het ook geweest, die monsignor Gallo gedurende -den aanval bijgestaan had, waaraan deze gestorven was, een aanval -van infectiekoorts, zooals zijn diagnose voor de overlijdensaangifte -geluid had. Ongetwijfeld herkende ook hij dezelfde angstaanjagende -symptomen: het als lood zoo grijze gezicht, de wezenloosheid als van -een vreeselijke dronkenschap, en als oud Romeinsch geneesheer, die aan -plotselinge sterfgevallen gewend is, voelde hij de lucht langs zich -strijken, die doodt, zonder dat de wetenschap nog uitgemaakt heeft -of het de verpestende uitwasemingen van den Tiber of het eeuwenoude -vergif der legende is. - -Maar nu keek hij weer op en opnieuw ontmoette zijn blik den donkeren -blik van den kardinaal, die niet van hem week. - -"Mijnheer Giordano," vroeg deze eindelijk; "u maakt u toch, hoop ik, -niet al te ongerust... Het is zeker niets dan een indigestie?" - -De dokter boog een tweede maal. Aan het lichte beven van de stem -raadde hij den wreeden angst van dezen machtigen man, die opnieuw in -de gevoeligste plek van zijn hart getroffen werd. - -"Uwe Eminentie moet gelijk hebben, het is zeker een indigestie. Soms -zijn zulke gevallen, wanneer er koorts bij komt, gevaarlijk... Ik -behoef Uwe Eminentie niet te zeggen, dat u op mijn voorzichtigheid -en ijver rekenen kunt..." - -Hij hield even op, om dadelijk daarop op den beslisten toon van een -ervaren arts verder te gaan: - -"De tijd dringt; we moeten den prins ontkleeden en vlug handelen. Laat -me een oogenblik alleen, dat heb ik liever." - -Victorine hield hij echter om te helpen. Als hij nog iemand anders -noodig had, zou hij Giacomo roepen. Het bleek duidelijk, dat hij de -familie uit de kamer wilde verwijderen, om vrijer en zonder hinderlijke -getuigen te zijn. De kardinaal begreep het en leidde Benedetta zacht -naar de eetkamer, waarheen Pierre en don Vigilio hen volgden. - -Toen de deuren weer dicht waren, heerschte in deze eetkamer, die -de heldere winterzon met heerlijk licht en heerlijke warmte vulde, -de benauwendste en drukkendste stilte, die men zich denken kan. De -tafel was nog steeds gedekt; de borden stonden door elkaar, het laken -lag nog vol kruimels, een kop was nog half vol met koffie en in het -midden stond de mand met vijgen, waarvan de bladeren weggenomen waren, -doch waaruit slechts twee of drie vruchten ontbraken. Voor het raam -zat in een grooten, gelen zonnestraal, waarin zonnestofjes dansten, -Tata, de papegaai, die men uit zijn kooi gelaten had, verrukt en door -het licht verblind op zijn stok. Toch had zij, verwonderd zooveel -menschen te zien binnenkomen, opgehouden met schreeuwen en met haar -snavel haar veeren glad te strijken; heel verstandig keerde zij haar -kop half om, om de menschen met haar rond en onderzoekend oog beter -te kunnen opnemen. - -Minuten, waaraan geen einde scheen te komen, verstreken in het -koortsachtige wachten op wat daar in die kamer ernaast gebeurde. Don -Vigilio was zwijgend terzijde gaan zitten, terwijl Benedetta en Pierre -zwijgend en onbeweeglijk bleven staan. De kardinaal had zijn eindelooze -marsch hervat, dat instinctieve, in slaap wiegende heen en weer loopen, -waardoor hij zijn ongeduld scheen te willen verdrijven en eerder tot de -verklaring te komen, die hij te midden van de vreeselijke gedachten, -die hem bestormden, vergeefs zocht. Terwijl zijn rhythmische pas met -automatischen regelmaat weerklonk, heerschte in hem een doffe woede, -een wanhopig zoeken naar het waarom en hoe, een verwarring van de -meest tegenstrijdige en van het eene uiterste in het andere vallende -gemoedsaandoeningen. Maar reeds had hij in het voorbijloopen tweemaal -zijn blik laten gaan over de wanorde der tafel, als zocht hij daar -iets. Was het misschien die onuitgedronken koffie? Dat brood, waarvan -de kruimels nog rondslingerden? Die lamscoteletten, waarvan nog een -been over was? Toen hij voor de derde maal keek, zagen zijn blikken het -mandje met vijgen; hij bleef stokstijf staan, als door een plotselinge -onthulling getroffen. De gedachte had hem aangegrepen, zich van hem -meester gemaakt, zonder dat hij wist, welke proef hij moest nemen, -om te zien of zijn vermoeden waarheid was. Een oogenblik bleef hij -zoo, zoekend en niet vindend, met zijn blikken op het mandje gericht, -staan. Eindelijk nam hij een vijg en bracht die wat dichter bij zijn -oogen, als om de vrucht van dichtbij te bekijken. Doch er was niets -bijzonders aan te zien en hij wilde haar weer bij de andere leggen, -toen Tata, die dol op vijgen was, een schellen gil gaf. Het was een -openbaring voor hem; nu kon hij de proef nemen. - -Langzaam, op zijn bedachtzame manier, en met gebogen hoofd bracht -de kardinaal de vijg aan de papegaai en gaf haar die zonder eenige -aarzeling of spijt. Het was een heel aardig dier, het eenige, waar -hij ooit iets om gegeven had. Zijn fijn, soepel lichaam uitrekkend, -waarvan de grijsgroene zijde in de zon rose vlammen kreeg, had de -papegaai de vijg sierlijk in zijn poot genomen en haar dan met zijn -snavel opengemaakt. Maar hij at er slechts zeer weinig van en liet de -bijna volle schil vallen. Hij, altijd ernstig nog en zonder een spier -van zijn gelaat te vertrekken, keek, wachtte. Het wachten duurde drie -lange minuten. Een oogenblik was hij gerust en krauwde den kop van -den papegaai, die zich graag liet streelen, zijn kop omdraaide en -zijn klein, rond, als een robijn schitterend oogje naar zijn meester -opsloeg. Maar plotseling zakte hij in elkaar, viel, zonder zelfs met -zijn vleugels te klappen, achterover. Tata was dood. - -In zijn ontzetting over wat hij nu wist, had Boccanera slechts één -gebaar: hij hief zijn beide handen op, slingerde ze ten hemel. Groote -God, zoo'n misdaad, een zoo vreeselijke vergissing, een zoo afschuwlijk -spel van het noodlot! Geen kreet van smart kwam over zijn lippen, -de schaduw op zijn gezicht was grimmig en zwart geworden. - -Toch klonk een gil--een luide gil van Benedetta, die, evenals Pierre -en don Vigilio, de handelingen van den kardinaal eerst met verbazing -gevolgd hadden, die daarna in een schrik veranderd was. - -"Vergif! Vergif! Dario, mijn hart, mijn ziel!" - -Doch de kardinaal had krachtig den pols van zijn nicht omvat, terwijl -hij een schuinschen blik wierp op die twee priesters, zijn secretaris -en den vreemdeling, die getuigen geweest waren van het tooneel. - -"Zwijg, zwijg!" - -Zij rukte zich los, meegesleept door razenden toorn en haat. - -"Waarom zwijgen? Prada heeft het gedaan, ik zal hem aanklagen, ik wil, -dat hij ook sterft... Ik zeg u, dat Prada het gedaan heeft, ik weet het -zeker, want mijnheer Froment is gisteren in zijn rijtuig met pastoor -Santobono en dit mandje vijgen uit Frascati teruggereden... Ja, ja, -ik heb getuigen, het is Prada, het is Prada!" - -"Neen, neen, je bent krankzinnig, zwijg!" - -Hij had weer de handen van de jonge vrouw gegrepen en trachtte haar -met zijn volle souvereine autoriteit tot kalmte te brengen. Hij, die -den invloed kende, welken kardinaal Sanguinetti op dien geëxalteerden -Santobono uitoefende, had reeds een verklaring voor het heele geval -gevonden: het was geen directe medeplichtigheid, maar een heimelijke -druk, het dier werd getergd en dan op den hinderlijken mededinger -losgelaten op het oogenblik, dat de pauselijke troon naar alle -waarschijnlijkheid vrij zou worden. De waarschijnlijkheid, de zekerheid -van dit alles was plotseling voor zijn oogen opgeflitst, zonder dat -hij alles behoefde te begrijpen, ondanks de lacunes en de duisterheden. - -"Neen, versta je, het is Prada niet. Die man heeft geen enkele reden om -iets kwaads tegen mij in het schild te voeren, want ik was de bedoelde -persoon, aan mij zijn die vruchten gegeven... Denk toch zelf na! Een -toevallig mij niet lekker voelen is de reden geweest, dat ik mijn -deel ervan niet opgegeten heb, want men weet, dat ik er dol veel van -houd, en terwijl mijn arme Dario ze alleen at, plaagde ik hem nog en -zeide, dat hij de mooiste voor morgen voor mij moest bewaren... Dat -verschrikkelijke was voor mij bestemd en heeft hem, groote God, -getroffen door het gruwlijkste toeval, door de monsterachtige dwaasheid -van het noodlot... Heer, Heer, Gij hebt ons wel verlaten!" - -Tranen waren in zijn oogen gekomen, terwijl zij, rillend, nog steeds -niet overtuigd scheen te zijn. - -"Maar u hebt toch geen enkelen vijand, oom! Waarom zou die Santobono -u naar het leven staan?" - -Een oogenblik bleef hij zwijgen, zonder een geschikt antwoord te -kunnen vinden. Reeds vormde zich in hem in een verheven grootheid -de wil om deze zaak in stilte te hullen. Dan herinnerde hij zich -plotseling iets en hij berustte in een leugen. - -"Santobono is altijd een warhoofd geweest en ik weet, dat hij mij haat, -sedert ik geweigerd heb zijn broeder, een voormaligen tuinman van me, -uit de gevangenis te redden door hem een bewijs van goed gedrag te -geven, dat hij zeker niet verdiende... Zoo'n doodelijke haat heeft -dikwijls geen ernstiger oorzaak. Hij zal gedacht hebben, dat hij zich -op mij moest wreken." - -Toen liet Benedetta, gebroken, niet in staat verder te strijden, -zich met een gebaar van de uiterste wanhoop op een stoel vallen. - -"Mijn God, mijn God! Ik weet niet meer... En bovendien wat komt het -er eigenlijk ook op aan, nu mijn Dario al zoo ver weg is? Er bestaat -nog maar één ding: hij moet gered worden, ik wil, dat hij gered -wordt... Wat voeren ze daar toch zoo lang in die kamer uit? Waarom -komt Victorine ons niet halen?" - -Weer viel de stilte neer, drukkend, zwaar. Zonder een woord te zeggen, -nam de kardinaal het mandje vijgen van de tafel, zette het in een kast, -die hij tweemaal sloot, en stak den sleutel in zijn zak. Ongetwijfeld -lag het in zijn bedoeling, zoodra de avond gevallen was, zelf naar -beneden te gaan, om de vijgen in den Tiber te werpen. Maar toen hij -van de kast terugkwam, viel zijn blik op de twee eenvoudige priesters, -wier oogen hem gevolgd hadden. En hij zeide eenvoudig, maar grootsch: - -"Heeren, ik behoef u niet te verzoeken te zwijgen... Er zijn -schandalen, welke we de Kerk, die niet schuldig is, die niet schuldig -zijn kan, moeten besparen. Een der onzen, zelfs wanneer hij een -misdadiger is, aan de burgerlijke rechtbank overleveren staat gelijk -met de geheele Kerk te treffen, want de slechte hartstochten gebruiken -dan de zaak om de verantwoordelijkheid van de misdaad op haar te -schuiven. Onze eenige plicht is den moordenaar over te geven aan Gods -hand, die hem zekerder zal weten te straffen... Wat mij betreft, -al ben ik in mijn persoon of in mijn familie, in mijn dierbaarste -gevoelens getroffen, ik verklaar in den naam van Christus, die aan -het kruis gestorven is, dat ik noch toorn noch wraakzucht voel, dat -ik den naam van den moordenaar uit mijn geheugen verdelg, dat ik zijn -afschuwelijke daad in de eeuwige stilte van het graf begraaf." - -Zijn hooge gestalte scheen nog grooter geworden te zijn, terwijl hij, -zijn hand in een grootsch gebaar opgeheven, dien eed uitsprak, zijn -vijanden aan de gerechtigheid Gods overliet; want hij bedoelde niet -alleen Santobono, maar ook kardinaal Sanguinetti, wiens noodlottigen -invloed hij geraden had. En bij de gedachte aan den in het donker -gevoerden strijd om de tiara, aan al het gemeene en gulzige, dat -in den afgrond der duisternis woelde, doorhuiverde hem, ondanks het -heldhaftige van zijn trots, een eindelooze droefheid, een tragische -smart. - -Toen Pierre en don Vigilio hem met een hoofdknikje beloofden te zullen -zwijgen, kneep een onoverwinnelijke ontroering zijn keel dicht; de -snik, dien hij trachtte terug te dringen, ontwrong zich plotseling -aan zijn keel, terwijl hij stamelde: - -"Mijn arm kind! Mijn arm kind! Ach, de eenige zoon van ons geslacht, -de eenige liefde en de eenige hoop van mijn hart. Te moeten sterven, -zoo te moeten sterven!" - -Maar Benedetta was weer heftig opgestaan. - -"Sterven? Wie dan? Dario?... Ik wil het niet. We zullen hem verplegen, -we zullen weer naar hem toegaan, hem in onze armen nemen en hem -redden. Kom mee, oom, kom gauw mee... Ik wil niet, ik wil niet, -ik wil niet, dat hij sterft!" - -Zij liep naar de deur en niets zou haar verhinderd hebben naar de -kamer terug te gaan, toen op datzelfde oogenblik Victorine met een -door angst vertrokken gelaat binnenkwam. Zij had ondanks haar gewone -kalme opgeruimdheid allen moed verloren. - -"De dokter vraagt, of mevrouw en Zijne Eminentie onmiddellijk willen -komen, onmiddellijk." - -Verbijsterd en verdoofd door al die dingen, volgde Pierre hen niet, -maar bleef een oogenblik met don Vigilio in de zonnige eetkamer -achter. Wat, vergif? Vergif, netjes en sierlijk verborgen, als in den -tijd der Borgia's, met die vruchten toegediend door een lichtschuwen -verrader, welken men niet voor het gerecht durfde brengen. Hij -herinnerde zich zijn gesprek op den terugrit van Frascati, zijn -scepticisme als Parijzenaar ten opzichte van de legendarische -vergiftige mengsels, waarvan hij het bestaan slechts erkende in het -vijfde bedrijf van een romantisch drama. En nu waren zij toch waar, -die afschuwlijke geschiedenis van vergiftigde ruikers en messen, -van lastige prelaten en zelfs pausen, die men uit den weg ruimde met -hun ochtend-chocolade, want die hartstochtelijke, tragische Santobono -was een giftmenger, daaraan viel niet meer te twijfelen. En in dit -vreeselijk licht zag hij den geheelen vorigen dag weer aan zijn -geest voorbijtrekken: de eerzuchtige en dreigende woorden, die hij -bij kardinaal Sanguinetti afgeluisterd had; zijn haast om nog voor den -waarschijnlijken dood van den paus te handelen, zijn suggereeren van de -misdaad in den naam van het heil der Kerk; dan de ontmoeting op den weg -met den pastoor, die het mandje vijgen aan zijn arm droeg; het mandje, -dat, door den priester vroom en deemoedig op zijn knieën gehouden, -lang voortreed door de schemering van de melancholieke Campagna; -dat mandje, dat hem nu als een nachtmerrie vervolgde; dat mandje, -waarvan hij den vorm, de kleur en den geur steeds met een rilling -terugzien zou. Vergif! Vergif! Het was dus waar, zoo iets bestond! Zoo -iets was nog schering en inslag in het duister der zwarte kringen te -midden van den grimmigen veroverings- en heerschzucht. - -En plotseling richtte zich voor Pierre ook de gestalte van Prada -op. Daareven, toen Benedetta hem zoo heftig had beschuldigd, was hij -een oogenblik van plan geweest hem te verdedigen, om deze geschiedenis -van het vergif, die hij kende, uit te schreeuwen, te zeggen, waarin -dit alles zijn oorsprong had, te vertellen welke hand die vijgen -aangeboden had. Maar onmiddellijk daarop had een gedachte hem als -het ware tot ijs doen verstarren: Prada had de misdaad niet begaan, -maar had haar toch ook niet belet. Nog een herinnering, scherp als -een dolk, doorflitste hem; de herinnering aan de kleine, zwarte -kip in de sombere osteria, die, als door den bliksem getroffen, met -het dunne violetachtige bloedstroompje, dat uit zijn snavel vloeide, -dood onder de loods lag. En hier lag, onder zijn stok, eveneens Tata, -slap en warm, den snavel bezoedeld door een bloed-druppel. Waarom -had Prada gelogen en het verhaal van het gevecht verzonnen? Het -was een vreeselijke complicatie van hartstochten en in het duister -gevoerden strijd, waarin Pierre zich den grond onder den voet voelde -wegzakken. Hij kon zich den vreeselijken tweestrijd, welke in den nacht -van het bal in dien man gewoed moest hebben, niet voorstellen. Hij -kon hem niet meer aan zijn zijde terugdenken, hem zich niet meer voor -den geest terugroepen gedurende hun nachtelijke wandeling naar den -palazzo Boccanera, zonder te huiveren; want hij raadde, neen, wist met -zekerheid al het vreeselijke, waartoe vóór dit paleis besloten was. Of -hij uit haat tegen den kardinaal of in de hoop op een verdwaalde pijl, -die hem wreken zou, gehandeld had, wist Pierre niet; het feit stond, -ondanks alle onbegrijpelijkheden vast: Prada wist het, Prada zou -den loop van het noodlot tegengehouden kunnen hebben en hij had het -noodlot zijn blind doodenwerk laten voltooien. - -Toen Pierre opkeek, zag hij don Vigilio zóó ontdaan, zóó bleek en -zoo roerloos op een stoel zitten, dat hij een oogenblik meende, -dat ook deze een slachtoffer was. - -"Voelt u zich niet goed?" - -Eerst scheen de priester niet te kunnen antwoorden, zóó snoerden -angst en schrik hem de keel dicht. Dan zeide hij met zachte stem: - -"Neen, neen, ik heb er niet van gegeten... Lieve God, als ik nog -bedenk, dat ik er zoo'n trek in had en ik alleen uit deferentie voor -Zijne Eminentie, die ze niet at, ook niet gegeten heb!" - -Hij rilde over zijn geheele lichaam bij deze gedachte, dat alleen -zijn nederigheid hem gered had. Het was, alsof op zijn handen en op -zijn gezicht de koude van den dood, dien hij langs zich had voelen -strijken, achterbleef. - -Tweemaal zuchtte hij diep, terwijl hij het afschuwlijke met een gebaar -van zich schoof en prevelde: - -"O, Paparelli! Paparelli!" - -Ontroerd trachtte Pierre, die heel goed wist, hoe don Vigilio over -den sleepdrager dacht, hem verder uit te hooren. - -"Wat wilt u daarmede zeggen? Gelooft u, dat hij medeplichtig -is?... Denkt u, dat zij hem er toe aangedreven hebben, dat zij -het zijn?" - -Het woord "Jezuïeten" werd niet uitgesproken, maar de groote, zwarte -schaduw gleed door de zonnige eetkamer, die zij een oogenblik te -verduisteren scheen. - -"Ja, zij zijn het!" riep don Vigilio. "Zij zijn het overal, zij zijn -het altijd! Waar men weent en waar men sterft, zijn zij er bij. Het -was voor mij bestemd, en ik begrijp nog niet, dat ik leef!" - -En opnieuw jammerde hij vol haat, afschuw en toorn: - -"O, Paparelli! Paparelli!" - -Hij zweeg, wilde verder niets antwoorden, keek met angstig-gejaagde -blikken naar de muren, alsof hij daaruit den sleepdrager te voorschijn -zou zien komen met zijn slap oud-jongejuffrouwen-gezicht, met zijn -trippelpasjes als van een knagende muis, met zijn geheimzinnige -roovershanden, die in de keuken het vergeten mandje vijgen waren gaan -halen, om het op tafel te zetten. - -Toen besloten beiden naar de kamer terug te gaan, waar men hun hulp -misschien noodig zou hebben. Bij het binnentreden werd Pierre diep -aangegrepen door het vreeselijke schouwspel, dat zich aan zijn blikken -vertoonde. Het laatste half uur had dokter Giordano, die eveneens -vergiftiging vermoedde, vergeefs de gewone middelen, een braakmiddel -en daarna magnesia, toegepast. Zelfs had hij Victorine eiwit in -water laten kloppen. Doch de ziekte verergerde zóó bliksemsnel, -dat nu alle hulp nutteloos werd. Ontkleed op zijn rug liggend, het -bovenlichaam door kussens gesteund en de armen slap neerhangend langs -de dekens, was Dario vreeselijk om aan te zien in die soort angstige -dronkenschap, het symptoom van deze geheimzinnige, verschrikkelijke -kwaal, waaraan reeds monsignor Gallo en zooveel anderen ten gronde -gegaan waren. Hij scheen door een verdoovende duizeling overvallen te -zijn, zijn oogen zonken steeds dieper weg in de zwarte kassen, terwijl -het gezicht uitdroogde, zienderoogen ouder werd en door een grijze, -aardachtige kleur overtrokken werd. Sedert een oogenblik had hij, -geheel uitgeput, zijn oogen gesloten; niets levends was meer aan hem, -dan de benauwde, pijnlijke en moeilijke ademhalingen, die zijn borst -op- en neerbewogen. En over het arme, door den doodsstrijd vertrokken -gezicht gebogen stond Benedetta, zij leed met hem mede en was zelf door -zoo'n overmachtigen smart overmand, dat zij zelf zoo onherkenbaar, zóó -bleek was, als had de dood, ook haar, tegelijk met hem, aangegrepen. - -In de vensternis, waar kardinaal Boccanera dokter Giordano ter zijde -genomen had, werden fluisterend eenige woorden gewisseld. - -"Hij is verloren, niet waar?" - -De dokter, zelf tot in het diepst van zijn ziel geschokt, maakte het -wanhopige gebaar van een overwonnene. - -"Helaas ja! Ik moet Uwe Eminentie er op voorbereiden, dat binnen een -uur alles afgeloopen is." - -Er volgde een korte stilte. - -"Het is dezelfde ziekte als van Gallo zeker?" - -En toen de dokter niet antwoordde, voegde hij er, bevend en zijne -blikken afwendend, aan toe: - -"Een infectiekoorts?" - -Giordano begreep heel goed, wat de kardinaal van hem wilde. Hij eischte -stilzwijgendheid, een eeuwig begraven van de misdaad ter wille van -den goeden naam der Moederkerk. Men kon moeilijk iets grootschers, -iets dieps-tragischers denken dan dezen zeventigjarigen grijsaard, -nog zoo rechtop en verheven, die niet wilde, dat zijn geestelijke -familie vervallen zou evenmin als hij duldde, dat men zijn wereldlijke -familie door de onvermijdelijke modder van een opzienbarend proces -sleepen zou. Neen, neen! Zwijgen, eeuwig zwijgen, waarin alles in -vergetelheid rust! - -Op zijn zachte, clericaal-discrete manier knikte de dokter. - -"Zeker, een infectiekoorts, zooals Zijne Eminentie terecht opmerkt." - -Twee dikke tranen kwamen onmiddellijk weer in de oogen van -Boccanera. Nu hij God van alle bezoedeling gevrijwaard had, begon -zijn menschelijke natuur opnieuw te bloeden. Hij smeekte den dokter -een laatste poging te wagen, het bovenmenschelijke te beproeven, -maar deze schudde zijn hoofd en wees met zijn arme, bevende handen -naar den zieke. Voor zijn vader, voor zijn moeder had hij niet meer -kunnen doen. De dood was er. Waarom een stervende af te matten en te -kwellen; hij zou immers zijn lijden slechts erger kunnen maken? En -toen de kardinaal in het aangezicht van de naderende catastrophe -aan zijn zuster Serafina dacht en wanhopig zeide, dat zij haar neef -niet voor de laatste maal zou kunnen omhelzen, indien zij zich op -het Vaticaan verlaatte, bood de dokter aan haar in zijn rijtuig, -dat hij had laten wachten, te gaan halen. Het was een quaestie van -twintig minuten. Hij zou weer terug zijn, wanneer men zijn hulp in -de laatste oogenblikken noodig hebben mocht. - -Onbeweeglijk bleef de kardinaal nog een oogenblik in de vensternis -staan. Zijn door tranen verduisterde oogen keken naar den hemel; zijn -bevende armen strekten zich in een vurig smeekend gebaar uit. O God, -waarom doet Gij, waar de wetenschap der menschen zoo gering en ijdel -is, waar de geneesheer, blijde de verlegenheid over zijn onmacht te -kunnen bedekken, weggaat; waarom doet Gij geen wonder, om dezen glans -van uw grenzenlooze macht te toonen. Een wonder! Een wonder! Hij vroeg -het uit het diepst van zijn geloovige ziel, met den aandrang, met het -gebiedende gebed van een aardschen vorst, die meent door zijn geheel, -aan de Kerk gegeven leven, den hemel een grooten dienst bewezen te -hebben. Hij vroeg het voor de voortzetting van zijn geslacht, opdat -de laatste manlijke spruit niet zoo jammerlijk verdwijnen, opdat -hij met zijn teerbeminde, nu zoo bitter weenende en diep-ongelukkige -nicht zou kunnen trouwen. Een wonder! Een wonder ter wille van deze -twee hem zoo dierbare kinderen! Een wonder, dat het geslacht zou -doen herleven! Een wonder, dat den roemrijken naam der Boccanera's -vereeuwigen zou, doordat het uit deze jonge menschen een tallooze -reeks van dapperen en geloovigen voortkomen liet. - -Toen de kardinaal weer naar het midden der kamer terugkwam, scheen -hij geheel veranderd; het geloof had zijn tranen gedroogd, zijn ziel -was van nu af sterk en berustend, vrij van alle zwakten. Hij had -zich weer geheel toevertrouwd aan Gods hand en wilde zelfs Dario -het laatste oliesel geven. Hij wenkte don Vigilio tot zich en nam -hem mede naar het kleine, aangrenzende, als kapel dienende vertrek, -waarvan hij altijd den sleutel bij zich droeg. Dit kale vertrek, dat -niemand ooit betrad, dit vertrek, waar zich slechts een klein altaar -van geschilderd hout bevond, waarboven een groot koperen kruis hing, -stond in het paleis bekend als een heilige, onbekende en vreeselijke -plek, want men beweerde, dat Zijne Eminentie daar geheele nachten -op zijn knieën en in gesprek met God zelf doorbracht. Nu hij er zoo -openlijk binnen ging en de deur zoo wijd open liet doen, deed hij -het zeker, om, in zijn verlangen naar een wonder, God te dwingen er -met hem uit te komen. - -Achter het altaar had men een kast gemaakt, waaruit de kardinaal -de stola en het koorhemd nam. De doos met de heilige olie stond -daar eveneens, een zeer oude, zilveren doos met het wapen der -Boccanera's. Nadat don Vigilio achter den officiant in de kamer -teruggekeerd was, om hem te assisteeren, wisselden de Latijnsche -woorden elkaar dadelijk af. - -"Pax huic domui." - -"Et omnibus habitantibus in ea." [25] - -De dood naderde zoo dreigend en onverwacht, dat de gewone -voorbereidingen achterwege blijven moesten. Geen twee kaarsen, geen -met een wit laken bedekt tafeltje. Eveneens moest de officiant, -daar de assistent geen wijwaterbakje of -kwast had medegebracht, -zich vergenoegen met een gebaar de kamer en den stervende te zegenen -onder de woorden van het rituaal: - -"Asperges me, Domine, hyssopo, et mundabor; lavabis me, et super -nivem dealbabor." [26] - -Toen Benedetta den kardinaal met het heilige oliesel komen zag, was -zij in een hevige huivering aan het voeteneinde van het bed op haar -knieën gevallen, terwijl Pierre en Victorine, aangegrepen door de -smartelijke grootschheid van het schouwspel eveneens neerknielden. De -groote, thans in het sneeuwwitte gezicht nog grooter lijkende oogen -verlieten geen oogenblik haar Dario, dien zij met zijn vaal gezicht, -zijn verschrompelde en gerimpelde huid als van een grijsaard niet meer -herkende. Niet voor het door hem goedgekeurde en gewenschte huwlijk -bracht hun oom, de almachtige Kerkvorst, het Sacrament--neen, voor -de laatste scheiding, voor het menschelijk einde van iederen trots, -voor den dood, die de geslachten uitroeit en meesleurt, zooals de -wind het straatstof wegveegt. - -Hij kon niet wachten; vlug zeide hij half-fluisterend het Credo. - -"Credo in unum Deum..." [27] - -"Amen," viel don Vigilio in. - -Na de gebeden van het rituaal stamelde deze laatste de litanieën, opdat -de hemel zich zou erbarmen over den ellendigen mensch, die voor God -verschijnen zou, indien een wonder Gods hem geen genade schenken zou. - -Nu opende de kardinaal, zonder zich den tijd te gunnen zijn handen -te wasschen, de doos met de heilige olie; en zich bepalend tot één -zalving, zooals dat in dringende gevallen veroorloofd is, legde -hij met de punt van de zilveren naald, een enkelen droppel op zijn -uitgedroogden, reeds door den dood verbleekten mond. - -"Per istam sanctam unctionem, et suam plissimam misericordiam, -indulgeat tibi Dominus quidquid per visum, auditum, odoratum, gustum, -tactum, deliquisti." [28] - -O, met welk een van geloof brandend hart sprak hij deze smeekbeden om -vergiffenis uit, opdat de goddelijke barmhartigheid de door de vijf -zintuigen, die vijf eeuwig voor de verleiding open staande deuren der -ziel, begane zonden vergeven zou. Maar hij deed het nog in de hoop, -dat God, indien Hij het arme schepsel voor zijn zonden gestraft had, -misschien, na ze vergeven te hebben, nog de groote barmhartigheid -hebben zou, om hem zelfs aan het leven terug te geven. Het leven, -o Heer, het leven, opdat het oude geslacht der Boccanera's zich nog -zal kunnen vermeerderen, U door alle tijden heen zal kunnen dienen -in veldslagen en voor het altaar. - -Een oogenblik bleef de kardinaal met bevende handen, in afwachting -van het wonder, naar het zwijgende gezicht, de gesloten oogen van den -stervende staan kijken. Doch er gebeurde niets. Don Vigilio had met een -klein watje den mond afgeveegd, zonder dat een zucht van verlichting -van zijn lippen kwam. Toen het laatste gebed uitgesproken was, keerde -de officiant, door den assistent gevolgd, in de vreeselijke stilte, -die weer neerviel, naar de kapel terug. Dan knielden beiden neer en -verzonk de kardinaal, op den kalen vloer, in een vurig gebed. Zijn -oogen naar het koperen crucifix opgeheven, zag hij niets meer, hoorde -hij niets meer, gaf hij zich geheel aan God, smeekte Jezus hem weg te -nemen in plaats van zijn neef, indien een offer gebracht moest worden; -nog steeds hoopte hij de goddelijke toorn te kunnen vermurwen, zoolang -nog één ademtocht van het leven in Dario was, zoolang hij zelf hier -op zijn knieën lag en met God sprak. Hij was zoo ootmoedig en zoo -hooghartig tevens! Zou tusschen God en een Boccanera geen schikking -te treffen zijn? Wanneer het oude paleis ingestort was, zou hij het -vallen der balken niet gehoord hebben. - -Intusschen had zich in de kamer, onder den druk der tragische -majesteit, die de plechtigheid daar achtergelaten scheen te hebben, -niets bewogen. Nu eerst sloeg Dario zijn oogen op. Hij keek naar -zijn handen, zag, dat zij zoo ingeschrompeld, zoo verouderd geworden -waren, dat een groote smart over het wegvliedende leven zich in zijn -oogen afschilderde. Ongetwijfeld werd hij zich op dat oogenblik van -helderziendheid midden in deze soort roes, waarin het vergif hem -bracht, voor het eerst zijn toestand bewust. O, te moeten sterven -onder zulke pijnen, in zulk een verval van zijn geheele lichaam! Welk -een vreeselijke gruwel voor dit luchthartige, zelfzuchtige wezen, -van dezen minnaar van schoonheid, vroolijkheid en licht, die niet -lijden kon! Het wreede noodlot strafte zijn uitstervend geslacht wel -al te streng aan hem. Hij had een afschuw van zichzelf; een wanhoop; -een kinderlijke angst maakte zich van hem meester en gaven hem de -kracht rechtop te gaan zitten en wanhopig de kamer rond te kijken, -om te zien, of allen hem niet verlaten hadden. En toen zijn blik -Benedetta ontmoette, die nog steeds aan het voeteneinde van het bed -geknield lag, strekte hij zijn beide armen naar haar uit, als brandde -het verlangen in hem haar aan zijn hals mede te nemen. - -"Benedetta, Benedetta... Kom, kom; laat mij niet alleen sterven!" - -In de verstarring van haar wachten had zij, onbeweeglijk, geen blik -van hem afgehouden. De vreeselijke kwaal, die haar geliefde wegnam, -scheen, naar mate hij zwakker werd, hoe langer hoe meer haar in bezit -te nemen en te vernietigen. Haar gezicht werd onstoffelijk bleek, -door de openingen van haar pupillen begon men haar ziel te zien. Maar -toen zij hem als opstaande uit den dood, met uitgestrekte armen en -haar naam roepend zag, toen stond zij op haar beurt op, deed een paar -stappen vooruit en ging naast het bed staan. - -"Ik kom, Dario... Daar ben ik, daar ben ik!" - -En nu waren Pierre en Victorine, die nog steeds op hun knieën lagen, -getuigen van iets van zoo verheven grootschheid, dat zij aan den -grond genageld bleven als bij een buiten-aardsch schouwspel, waaraan -de menschen niet meer konden deel hebben. Benedetta zelf sprak en -handelde als een schepsel, dat bevrijd was van alle conventioneele -en maatschappelijke banden, dat reeds buiten het leven stond en de -wezens en dingen nog slechts uit een groote verte, uit de diepte van -het onbekende, waarin zij verdwijnen zou, zag en hoorde. - -"O, mijn Dario, men heeft ons willen scheiden. Ja, slechts opdat ik -mij niet aan je zou kunnen geven, opdat wij nooit gelukkig zouden -kunnen zijn in elkanders armen, heeft men tot uw dood besloten, heel -goed wetend, dat jouw leven het mijne medeneemt... Die man heeft je -gedood; ja, hij is je moordenaar, zelfs indien een ander je getroffen -heeft. Hij is de eerste oorzaak; hij heeft mij aan jou ontstolen, -toen ik op het punt stond de jouwe te worden; hij heeft ons beider -levens verwoest; hij heeft om ons en in ons het afschuwlijke vergif -geblazen, waaraan wij sterven... O wat haat ik hem, wat haat ik hem -met een haat, waarmede ik hem zou willen verpletteren, vóórdat ik -aan jouw hals deze wereld verlaat." - -Zij verhief haar stem niet, zeide al deze vreeselijke dingen in een -diep gefluister, eenvoudig, hartstochtelijk. Prada's naam werd zelfs -niet genoemd en zij keek nauwelijks den door verwondering aangegrepen -Pierre aan, toen zij er op bevelenden toon aan toevoegde: - -"U zult zijn vader nog spreken, ik draag u op hem te zeggen, dat -ik zijn zoon vervloekt heb. De held heeft mij liefgehad, ik heb hem -nog lief en dit woord, dat gij hem over moet brengen, zal zijn hart -verscheuren. Maar ik wil, dat hij het weet, hij moet het weten ter -wille van de waarheid en van de gerechtigheid." - -Waanzinnig van angst en snikkend strekte Dario opnieuw zijn armen -naar haar uit, toen hij voelde, dat zij niet meer naar hem keek, -dat haar heldere blikken niet meer op de zijne gericht waren. - -"Benedetta, Benedetta... Kom, kom! O, die zwarte nacht, ik wil dien -niet alleen binnengaan!" - -"Ik kom, ik kom, mijn Dario... Daar ben ik!" - -Zij was nog dichter bij gekomen, zij raakte hem nu bijna aan. - -"O, ik had de Heilige Maagd gezworen geen man toe te zullen behooren, -zelfs jou niet, voordat God dat door den zegen van een zijner priesters -geoorloofd had. Ik stelde er een hooge, goddelijke eer in onbevlekt, -maagd als de Heilige Maagd te zijn, de bezoedelingen en laagheden van -het vleesch niet te kennen. Maar het was ook een kostbaar en zeldzaam -liefdesgeschenk van onschatbare waarde, dat ik aan den door mijn hart -uitverkoren geliefde wilde geven, opdat hij voor altijd de meester -van mijn lichaam en mijn ziel zijn zou... Die maagdelijkheid, waarop -ik zoo trotsch was, heb ik tegen den ander verdedigd met mijn tanden -en nagels, verdedigd, zooals men zich tegen een wolf verdedigt; ik heb -haar onder tranen verdedigd tegen jou, opdat je niet in een oogenblik -van heiligschennenden hartstocht vóór het heilige uur der veroorloofde -verrukkingen den schat zoudt bezoedelen... Als je eens wist, welk een -vreeselijken strijd ik dikwijls tegen mezelf heb moeten voeren, om niet -toe te geven! Ik voelde een waanzinnige drang om je toe te schreeuwen -mij te nemen, mij te bezitten, mij weg te dragen... Want ik wilde jou -geheel bezitten, ik gaf mijzelf geheel, ja, zonder eenige reserve, -als vrouw, die de geheele liefde, de liefde, welke tot echtgenoote en -moeder maakt, kent, aanvaardt en eischt... O, welk een strijd heeft -het mij gekost den eed aan de Heilige Maagd te houden, wanneer het -oude bloed in mijn aderen woelde en kookte. En nu, welk een ramp!" - -Zij ging nog dichter bij hem staan, terwijl haar zachte stem nog -inniger en hartstochtelijker werd: - -"Herinner je je den avond nog, waarop je met een messteek thuis -kwam... Ik dacht, dat je dood was en gilde van woede bij de gedachte, -dat je heen zoudt gaan, dat ik je verliezen zou, voor we het geluk -hadden leeren kennen. Ik smaalde op de Heilige Maagd, ik had er op -dat oogenblik berouw van niet met jou vervloekt te worden, om in -een zóó vaste omarming, dat men ons samen had moeten begraven, te -sterven... En nu te moeten zeggen, dat deze vreeselijke waarschuwing -tot niets gediend zal hebben! Ik ben blind en dwaas genoeg geweest om -die les niet te begrijpen. En nu ben je weer getroffen--men ontsteelt -jou aan mijn liefde en nu ga je heen, voordat ik me eindelijk, zoo -lang het nog tijd was, gegeven heb... O, ellendige, trotsche vrouw, -dwaze droomster!" - -De toorn en woede van de praktische verstandsvrouw, die zij steeds -geweest was, tegen zichzelf gromden thans in haar verstikte stem. Wilde -de zoo moederlijke Maagd, het ongeluk der minnenden? In hoeverre zou -het haar bedroefd of vertoornd hebben hen zoo hartstochtelijk, zoo -gelukkig in elkanders armen te zien. Neen, neen, de engelen weenden -niet, wanneer teer minnenden, zelfs zonder de priesters, zich op -aarde aan elkaar gaven; integendeel, zij glimlachten, juichten en -jubelden. Zeker, het was een afschuwlijke bedriegerij, dat men het -genot niet tot den laatsten druppel uitputte, wanneer het levende -bloed nog in de aderen klopte. - -"Benedetta, Benedetta!" herhaalde de stervende vol kinderlijken angst, -dat hij zoo alleen den eeuwigen, donkeren nacht ingaan moest. - -"Hier ben ik, Dario, hier ben ik... Ik kom!" - -Toen zij zich verbeeldde, dat de huishoudster, die zich echter in -het geheel niet bewoog, een gebaar maakte, om op te staan en haar te -beletten haar daad te verhinderen: - -"Neen, neen, laat maar Victorine... Niets ter wereld zal het nu meer -kunnen verhinderen, omdat het sterker is dan alles, sterker dan de -dood. Toen ik daareven op mijn knieën lag, heeft iets mij opgericht, -mij voortgedreven. Ik weet waarheen ik ga... En bovendien, heb ik het -op den avond van de messteek niet gezworen? Heb ik niet beloofd hem -alleen toe te behooren, zelfs in de aarde, als dat zijn moest? Laat -ik hem kussen, laat hij mij medenemen! Wij zullen dood zijn, en toch -getrouwd, voor eeuwig getrouwd!" - -Zij ging naar den stervende terug en raakte hem nu aan. - -"Mijn Dario, mijn Dario, hier ben ik!" - -En dan gebeurde het ongehoorde. In een toenemende exaltatie, -gedragen door de opvlamming van haar liefde, begon zij zich te -ontkleeden. Eerst viel haar corsage en lichtten haar blanke armen -en haar blanke schouders op; dan gleden haar rokken af en de blanke -voeten en de blanke enkels bloeiden op het tapijt, nadat zij schoenen -en kousen uitgetrokken had; dan verdwenen de laatste kleedingstukken -één voor één en ontloken de blanke buik, de blanke boezem, de blanke -dijen in een weelde van blankheid. Met een naïeve vermetelheid, -met een verheven rust, alsof zij alleen was, had zij alles tot de -laatste omhulling uitgetrokken. Als een groote lelie stond zij daar in -haar kuische naaktheid, in haar zich om de blikken niet bekommerende -koninklijkheid. Zij verlichtte, doorgeurde de sombere kamers met de -schoonheid van haar lichaam, een wonder van schoonheid, de levende -volmaaktheid der mooiste marmeren beelden, de hals eener koningin, de -boezem van een krijgsgodin, de trotsche en soepele lijn van schouder -tot hiel, de heilige rondingen van ledematen en heupen. En zij was -zoo blank, dat geen marmeren beeld, geen duif, geen sneeuw zelfs -blanker zijn kon dan zij. - -"Hier ben ik, Dario, hier ben ik!" - -Als ter aarde geworpen door een geestverschijning, door het glorierijke -opvlammen van een heilig visioen, keken Pierre en Victorine haar -met verblinde oogen aan. De laatste had zelfs geen beweging gemaakt -om haar tegen te houden, geheel overmeesterd als zij was door dat -soort verschrikten eerbied, dien men voelt tegenover hartstochts- -en geloofswaanzin. En hij, verlamd, was zich bewust, dat hier zoo -iets verhevens geschiedde, dat nog slechts een rilling van vurige -bewondering hem doorhuiverde. Niets onreins, niets onkuisch kwam -hem tegemoet uit deze sneeuw- en lelieblankheid, van deze reine, -edele maagd, wier lichaam scheen te stralen van een eigen licht, -van de schittering zelf der machtige, daarin brandende liefde. Zij -gaf niet meer aanstoot dan een waarheidgetrouw, door het genie -verheerlijkt kunstwerk. - -"Mijn Dario, hier ben ik, hier ben ik!" - -En Benedetta nam, nadat zij zich naast hem had neergelegd, den -stervenden Dario in haar armen, wiens armen nog slechts de kracht -hadden zich om haar heen te sluiten. Dat was het, wat zij ten slotte -gewild had ondanks haar uiterlijke kalmte, ondanks de lelieachtige -reinheid van haar halsstarrigheid, waaronder de hartstocht als een -laaiend vuur gebrand heeft. Altijd, zelfs in de rustigste uren, -had deze heftigheid haar verteerd. Maar nu het afschuwlijke noodlot -haar haar geliefde ontnam, wilde zij zich niet langer nederleggen bij -die bedriegerij, wilde zij hem niet verliezen zonder zich gegeven te -hebben, omdat zij de dwaasheid begaan had zich niet te geven, toen -zij beiden nog in glimlachende teederheid en kracht straalden. In -haar liefdewaanzin barstte het verzet der natuur los, de onbewuste -kreet der vrouw, die niet onvruchtbaar sterven wilde, nutteloos als -een zaadkorrel, dien de wind medevoert en waaruit geen ander leven -meer zal ontkiemen. - -"Mijn Dario, hier ben ik, hier ben ik!" - -Zij drukte hem met haar naakte leden, met haar naakte ziel tegen zich -aan. Op dat oogenblik zag Pierre aan den muur boven het hoofdeinde van -het bed het wapen der Boccanera's, een oud, van goud en veelkleurige -zijde geborduurd panneau op violet fluweel. Ja, dat was de gevleugelde, -vlammenspuwende draak; dat was het woeste, vurige devies: "Bocca nera, -alma rossa", zwarte mond, roode ziel, de mond verduisterd door een -gebrul, de ziel een vlammende gloed van geloof en liefde. Dit geheele -oude, hartstochtelijke, heftige geslacht met de tragische legende -was weer opgestaan, om zijn laatste aanbiddelijke dochter tot deze -vreeselijke en wonderbare verloving in den dood te drijven. En het -zien van het geborduurde wapen riep een andere herinnering in hem -wakker, die aan het portret van Cassia Boccanera, de zelf recht -doende amoureuse, die zich met haar broeder Ercole en het lijk van -haar geliefde, Flavio Corradini in den Tiber geworpen had. Was dit -niet dezelfde wanhopige omarming, die den dood trachtte te overwinnen, -dezelfde heftigheid, die zich met het lichaam van den uitverkoren en -eenigen geliefde in den afgrond wierp. Beiden--zij, die daar boven op -het oude doek herleefde, en zij, die hier den dood van haar geliefde -mede-stierf--geleken op elkaar met haar zelfde kinderlijk-teere -trekken, denzelfden hartstochtelijk-begeerenden mond, dezelfde groote -droomoogen en hetzelfde kleine, ronde, verstandige en koppige gelaat, -alsof de laatste slechts het terugkeerende evenbeeld der eerste was. - -"Mijn Dario, hier ben ik, hier ben ik!" - -Een eeuwigheid, die misschien een seconde duurde, omhelsden zij -elkaar. Zij legde in haar overgave een razernij, een heilige razernij, -die aan gene zijde van het leven tot in de donkere oneindigheid van -het onbekende ging, dat voor hen begon. Zonder vrees voor of weerzin -tegen de kwaal, die hem onkenbaar maakte, smolt zij als het ware met -hem samen, ging zij in hem op; en hij, die onder dat groote geluk, -welks zaligheid eindelijk tot hem kwam, verscheiden was, bleef met -krampachtig om haar heen gesloten armen liggen, als droeg hij haar -met zich mede. Toen echter--was het uit smart over dit onvolkomen -bezit bij de gedachte aan haar nuttelooze maagdelijkheid, die niet -meer bevrucht kon worden, of geschiedde het te midden van de hoogste -vreugde over het met de geheele wilskracht van haar wezen ondanks -alles, voltrokken huwelijk?--toen echter steeg bij deze omhelzing -van den machteloozen dood zulk een bloedstroom naar haar hart, dat -het brak. Zij was gestorven aan den hals van haar gestorven geliefde; -vast tegen elkaar gedrukt lagen zij voor eeuwig in elkanders armen. - -Een snik weerklonk: Victorine was naderbij getreden en had begrepen, -terwijl Pierre, die ook opgestaan was, door den verheven aanblik -medegesleept werd en beefde van bewondering en tranen. - -"Kijk, kijk," stamelde de huishoudster met zeer zachte stem, "zij -beweegt zich niet meer, zij ademt niet meer. Mijn arm, arm kind; -zij is dood!" - -En de priester prevelde: - -"Mijn God, wat zijn ze mooi!" - -Het was waar; nooit nog had een zoo verheven, zoo glanzende schoonheid -op gezichten van dooden gestraald. Het zooeven nog aardkleurige -en verouderde gelaat van Dario had een bleekheid en een adel als -van marmer aangenomen; zijn trekken waren als in een opwelling van -onuitsprekelijken jubel verheerlijkt. Benedetta bleef ernstig: een -hartstochtelijk-energieke plooi lag om haar lippen, terwijl haar -geheele gelaat in een oneindige witheid een smartelijke, eindelooze -zaligheid uitdrukte. Hun haren strengelden zich door elkaar, hun wijd -geopende, diep in elkaar borende oogen, bleven elkaar aankijken in -een eeuwige, zachte liefkoozing. Zij waren het in de verrukking van -hun één-zijn de onsterfelijkheid binnengetreden paar, dat den dood -overwonnen had en waarvan de verrukte schoonheid der onsterfelijke -en overwinnende liefde uitstraalde. - -Maar het snikken van Victorine barstte eindelijk met zulke -jammerklachten los, dat er een geheele verwarring ontstond. Pierre, -die geheel van streek was, kon zich niet verklaren hoe de kamer -plotseling zoo vol menschen was, die zich zenuwachtig als in een soort -wanhopigen angst heen en weer bewogen. De kardinaal was natuurlijk -met don Vigilio uit de kapel toegesneld. Blijkbaar was op datzelfde -oogenblik ook dokter Giordano teruggekomen met donna Serafina, die -van den naderenden dood van haar neef op de hoogte gebracht was, -want zij stond daar als verdoofd door al die plotselinge, op elkaar -volgende slagen, welke het huis troffen. De dokter zelf was onrustig, -verbaasd als de meeste oudere doktoren, die ondanks hun ervaring, -toch steeds weer verbijsterd worden door de feiten. Hij trachtte een -verklaring te geven, sprak aarzelend van een mogelijk slagadergezwel, -misschien een embolie [29]. - -Maar Victorine, die haar smart tot de gelijke van haar meesteres -maakte, durfde hem in de rede vallen. - -"Maar mijnheer de dokter, zij hielden te veel van elkaar. Is dat niet -een voldoende reden, om samen te sterven?" - -Donna Serafina, wilde, nadat zij de dierbare kinderen op het voorhoofd -gekust had, hun oogen sluiten. Maar het gelukte haar niet, de oogleden -openden zich telkens weer, zoodra de vinger er niet meer op drukte, -en de oogen begonnen elkaar weer toe te lachen, elkaar weer met hun -eeuwigen blik te liefkoozen. En toen zij zeide welstandshalve de beide -lichamen te willen scheiden en de ledematen trachtte los te maken, -riep Victorine weer uit: - -"Maar, signora, signora! U zult hun armen eerder breken! Kijk toch -zelf, men zou denken, dat hun vingers in hun schouders gedrongen zijn; -nooit zullen zij elkaar meer loslaten!" - -Nu kwam de kardinaal tusschenbeide. God had geen wonder gewrocht. Hij -was doodsbleek, zonder tranen, in een ijzige wanhoop, die hem -grooter schijnen deed. Bij het zien van deze heerlijke liefde, tot -in het diepst van zijn ziel geroerd door het leed van hun leven en de -schoonheid van hun dood, maakte hij een verheven gebaar van absolutie -en zegening, alsof hij, de Kerkvorst, die over den wil des hemels -beschikt, goedkeurde, dat deze beide geliefden, elkaar omhelzend, -voor het laatste gericht verschenen. - -"Laat ze, laat ze, zuster! Stoor hen niet in hun slaap!... Laten -hun oogen open blijven, nu zij elkaar tot het einde der dagen willen -aanschouwen, zonder het ooit moede te worden. Laten zij in elkanders -armen slapen, nu zij gedurende hun leven niet gezondigd hebben en -zij zich slechts zóó omhelzen, om samen in de aarde te rusten." - -En weer de Romeinsche prins met het trotsche, door oude gevechten en -hartstochten nog warme bloed wordend, voegde hij er aan toe: - -"Twee Boccanera's kunnen zoo slapen; heel Rome zal ze bewonderen en -beweenen. Laat ze, laat ze, zuster. God kent ze en verwacht ze!" - -Alle aanwezigen waren neergeknield, de kardinaal zelf sprak de gebeden -der dooden. De avond kwam, en in een toenemende duisternis hulde zich -de kamer, waarin weldra twee kaarsvlammen als twee sterren schitterden. - -Zonder te weten hoe, bevond Pierre zich weer in het kleine, -verwaarloosde tuintje van het paleis aan den Tiber. Door moeheid -en verdriet benauwd en in een behoefte aan lucht was hij blijkbaar -naar beneden gegaan. De duisternis lag over het bekoorlijke hoekje, -over den ouden sarkophaag, waarin het dunne waterstraaltje, dat uit -het tragische masker stroomde, zijn schrille fluittonen zong; de -laurierboom, die hem overschaduwde, de taxis- en de oranjeappelboomen -waren onder den blauwzwarten hemel niet meer dan onduidelijke massa's. - -O, hoe verkwikkend en vroolijk was die heerlijke, melancholieke tuin -'s ochtends geweest! En welk een troosteloozen echo hadden de lachjes -van Benedetta nu achtergelaten, die heele uitgelaten vreugde over het -nabije geluk, dat daarboven nu in het Niet der dingen en schepselen -lag! En terwijl hij daar zat op dezelfde plaats, waar zij gezeten had, -op het omgevallen stuk zuil, in de lucht, welke zij ingeademd had en -die haar reinen geur van aanbiddelijke vrouw bewaarde, werd zijn keel -zóó pijnlijk dichtgesnoerd, dat hij in luide snikken uitbarstte. - -Plotseling sloeg een torenklok in de verte zes uur. Pierre schrok -op: hij herinnerde zich, dat hij dienzelfden avond om negen uur door -den paus ontvangen zou worden. Nog drie uur. Hij had er gedurende de -vreeselijke catastrophe niet aan gedacht; het was alsof er maanden en -maanden verloopen waren. Met moeite kwam hij weer tot zichzelf. Binnen -drie uur zou hij naar het Vaticaan gaan, zou hij eindelijk den paus -spreken. - - - - - - - - -VEERTIENDE HOOFDSTUK - - -Toen Pierre 's avonds uit den Borgo voor het Vaticaan kwam, liet in -de diepe stilte van de donkere en reeds sluimerende wijk de klok één -luiden, zwaren slag weerklinken: half negen. Hij was te vroeg en hij -besloot nog een twintig minuten te wachten, om niet voor negen uur, -het uur der audiëntie, boven bij de deur der appartementen te zijn. - -In de groote ontroering en droefheid, die zijn keel nog toesnoerden, -was dit uitstel een verlichting voor hem. Met gebroken ledematen en -totaal uitgeput door den tragischen middag, dien hij doorgebracht had -in die doodenkamer, waar Dario en Benedetta thans in elkanders armen -hun eeuwigen slaap sliepen, was hij hierheen gekomen. Hij had niet -kunnen eten, het wreed-smartelijke beeld van deze twee geliefden -liet hem geen oogenblik los en vervulde hem zóó, dat steeds weer -onwillekeurige zuchten aan zijn borst ontsnapten en tranen in zijn -oogen kwamen. O, hoe gaarne had hij zich ergens verborgen, om zijn -tranen, die hem verstikten en benauwden, den vrijen loop te kunnen -laten. Het was een ontroering, die al zijn denken beheerschte; de -jammerlijke dood van deze twee gelieven voegde zich in zijn geest -bij de klacht, die oprees uit zijn borst en doorhuiverde hem met een -nog grooter medelijden, met een bijna angstwekkende liefde voor alle -ongelukkigen dezer wereld. Deze bezwering van zooveel lichamelijke -en moreele wonden in Parijs, in Rome, waar hij zooveel onrechtvaardig -en monsterachtig lijden gezien had, maakte hem zóó wanhopig, dat hij -bang was bij iederen stap in snikken uit te barsten. - -Om zich wat te kalmeeren, begon hij langzaam op de piazza S. Pietro -heen en weer te wandelen, die op dit uur van den avond één onmetelijke -duisternis en eenzaamheid was. Toen hij er kwam, meende hij verdwaald -te zijn in een zee van donkerte. Maar langzamerhand geraakten zijn -oogen er aan gewend. De reusachtige ruimte was slechts verlicht door de -vier lantaarnpalen met zeven branders op de vier hoeken van de Obelisk -en de enkele lantaarns rechts en links langs de naar de basilica -loopende gebouwen. Onder de dubbele porticus van de zuilengaanderij -brandden eveneens lantaarns met een geel licht om het groote bosch -der vier rijen zuilen, welker voetstukken zich vreemd afteekenden. - -Op het plein was niets zichtbaar dan de kleurlooze, als een -spookgestalte oprijzende obelisk. Ook de gevel van de St. Pieter dook, -nauwlijks herkenbaar, als gesloten, uitgestorven, in een vreemde, -sluimerende, onbeweeglijke, zwijgende grootschheid op. Den dom zag hij -niet, het was nauwlijks een blauwachtige, groote ronding, die zich even -tegen den hemel afteekende. Zonder ze te zien, had hij ergens in de -diepte van dit onbestemde donker het ruischen der fonteinen gehoord; -eindelijk onderscheidde hij het dunne en bewegelijke spookbeeld der -voortdurend opspuitende waterstralen, die weer als regendroppels naar -beneden vielen. En boven het wijde plein welfde zich de wijde hemel, -maanloos, als donkerblauw fluweel, waarin de sterren de grootte en -de schittering van karbonkels schenen te hebben. De Wagen met zijn -gouden wielen en zijn gouden dissel lag omgekeerd op het dak van het -Vaticaan, en daaronder boven Rome, in de richting van de Via Giulia -stond de prachtige, met de drie gouden sterren van zijn bandelier -opgesmukte Orion. - -Pierre sloeg zijn blikken op naar het Vaticaan. Maar daar was slechts -een opeenhooping van verwarde gevels te zien, waarin slechts op de -verdieping der pauselijke appartementen het schijnsel van twee lampen -òplichtte. Alleen in het inwendig verlichte Damasiushof blonken helder -de achter- en linkervleugel in den witten weerschijn van hun groote -serre-ramen. En steeds geen geluid, geen beweging, zelfs niet de -verplaatsing van een schaduw. Twee personen staken de uitgestrektheid -van het plein over; dan een derde, die ook weer verdween, waarna -er niets meer overbleef dan in de verte de cadans der rhythmische -stappen. Het was een volmaakte woestijn, geen voorbijgangers, geen -wandelaars, zelfs niet de schim van een nachtelijk zwerver onder de -colonnade in het zuilenbosch, dat even leeg was als de eeuwenoude -oerwouden der eerste eeuwen. En welk een plechtige woestijn, welk -een trotsch-troostelooze stilte! Nog nooit had hij den indruk van een -zoo onmetelijke, zoo donkere sluimering vol van den majestueusen adel -des doods gekregen. - -Om tien minuten voor negen vermande Pierre zich en ging naar de -bronzen deur. Nog slechts één der vleugels aan het einde van de -rechtsche zuilengang stond open. Hij herinnerde zich de nauwkeurige -instructies, die monsignor Nani hem gegeven had: aan iedere deur naar -mijnheer Squadra vragen en er geen woord aan toevoegen--en iedere -deur zou zich openen; hij behoefde zich slechts te laten leiden. Nu -Benedetta niet meer leefde, wist niemand, dat hij hier was. Toen hij -de bronzen deur doorgegaan was en voor den onbeweeglijken soldaat -der Zwitsersche garde stond, die in een slapende houding de toegang -bewaakte, zeide hij eenvoudig het afgesproken woord: - -"Mijnheer Squadra." - -Daar de soldaat zich niet bewoog en hem doorliet, liep hij door en -sloeg dadelijk rechts af de groote vestibule van de Scala Pia in, naar -de steenen trap, die naar het Damasiushof leidt. En geen levende ziel, -niets dan de verstikte echo der stappen, niets dan het slapende licht -der vleermuizen, welker matglazen bollen het licht zacht temperden. - -Toen hij boven het Damasiushof door liep herinnerde hij zich, dat -hij dat reeds van uit de loggia's van Raffaël gezien had met zijn -porticus, zijn fontein, zijn wit, toen in de brandende zon liggend -plaveisel. Maar nu zag hij zelfs de vijf of zes rijtuigen niet, die -daar stonden met hun onbeweeglijke paarden en hun op hun bokken als -verstijfde koetsiers. Het was een woestijn, een groot, kaal, kleurloos -vierkant, als in de sluimering van een graf liggend onder het droeve -licht der lantaarns, welker weerkaatsingen de hooge vensters der drie -gevels verlichtten. Eenigszins onrustig en door een lichte rilling van -het leege en stille aangegrepen, liep hij snel verder in de richting -van het door een marquise beschermde bordes, dat met enkele treden -naar de trap van de appartementen leidde. - -Daar stond een reusachtige gendarm in groot tenue. - -"Mijnheer Squadra." - -Met een eenvoudig gebaar, zonder één woord, wees de gendarme op -de trap. - -Pierre ging naar boven. Het was een zeer breede trap met witmarmeren -leuning en lage treden. Het licht in de matglazen bollen scheen uit -wijze spaarzaamheid reeds laag gedraaid te zijn. Op ieder portaal -hield een soldaat der Zwitsersche garde met zijn hellebaard de wacht; -in den zwaren, diepen slaap, die het paleis bevangen had, hoorde men -niets dan de regelmatige stappen van deze mannen, die ongetwijfeld -steeds zoo op en neer liepen, om ook niet door de verdooving der -omgeving overmeesterd te worden. - -Aan het beklimmen van die trap te midden van de diepe, huiverende -stilte en de toenemende duisternis scheen geen einde te komen. Toen -hij eindelijk op het portaal der tweede verdieping kwam, was het -alsof hij reeds honderd jaar die trap opklom. Voor de glazen deur -der Sala Clementina, waarvan alleen de rechterdeurvleugel openstond, -hield een laatste soldaat der Zwitsersche garde de wacht. - -"Mijnheer Squadra." - -De man trad ter zijde en liet den jongen priester binnengaan. - -De reusachtige Sala Clementina scheen op dit uur in het schemerdonker -der lampen grenzenloos te zijn. De zoo rijke decoratie, de -beeldhouwwerken, de schilderijen, het verguldsel, alles zonk weg en -was niets meer dan een vage, vale massa, spookachtige muren, waarop -de terugkaatsingen van kleinoodiën en edelgesteenten sliepen. - -Eindelijk meende Pierre aan het andere einde van de zaal op een bank -gedaanten te onderscheiden. Het waren drie dommelende soldaten der -Zwitsersche garde. - -"Mijnheer Squadra." - -Langzaam stond een der mannen op en verdween. Pierre begreep, -dat hij moest wachten. Hij durfde zich niet bewegen: het geluid -van zijn stappen op de tegels maakte hem bang. Hij keek om zich -heen en trachtte zich de menigten voor den geest te roepen, welke -deze zaal bevolkt hadden. Thans nog was het een zaal, die voor allen -toegankelijk was, die allen moesten doorgaan, een eenvoudige zaal voor -de wachtposten, steeds vervuld door het lawaai van tallooze stappen, -van het onophoudelijke komen en gaan. Maar hoe zwaar drukte de dood -erop, wanneer de nacht haar in bezit had genomen--hoe moe en uitgeput -was zij door het voorbij zien gaan van zoovele dingen en menschen. - -Eindelijk kwam de soldaat terug en achter hem verscheen op den drempel -van het nevenvertrek een geheel in het zwart gekleede man van omstreeks -veertig jaar, die het midden hield tusschen den knecht van een groot -huis en den koster van een kathedraal. Hij had een mooi, gladgeschoren -gezicht met een eenigszins grooten neus tusschen een paar groote, -strakke en heldere oogen. - -"Mijnheer Squadra," zeide Pierre nogmaals. - -De man maakte een buiging, als om te zeggen, dat hij dat was. Met een -tweede buiging noodigde hij den priester uit hem te volgen. Achter -elkaar gingen zij dan de eindelooze reeks zalen door. - -Pierre, die, doordat hij er meermalen met Narcisse over gesproken had, -het ceremonieel kende, herkende de verschillende zalen, herinnerde -zich de bestemming daarvan, vulde ze in zijn geest met de personen, -die het recht hadden zich er op te houden. Iedere dignitaris mocht, -volgens zijn rang, niet verder dan een bepaalde deur gaan, zoodat de -personen, die door den paus ontvangen moeten worden, van hand tot hand -gaan, van die der bedienden in die der edelgarden, dan in die van de -eerekamerheeren, vervolgens in die der geheime kamerheeren. Maar van -acht uur af waren de zalen ledig; slechts weinige lampen branden op de -wandtafeltjes; het is niet meer dan een reeks verlaten, half donkere, -in slaap gevallen vertrekken, ingesloten in het verheven Niet, waarin -het geheele paleis verzinkt. - -Eerst kwam de zaal der bedienden, van de bussolanti, de eenvoudige -deurwachters, die, gekleed in rood, met het pauselijk wapen geborduurd -fluweel, de bezoekers tot aan de deur der eerekamer brengen. Op -dit late uur zat er nog slechts één op een bank in een zóó donker -hoekje, dat zijn purperen tunica zwart scheen. Hij keek op en liet -hen doorgaan in de donkerte, waarin de geheele verblindende pracht -van de zaal verdween. Dan gingen zij door de zaal der gendarmen, -waar de secretarissen van de kardinalen en andere hooge personnages -op de terugkomst van hun meesters wachtten; zij was nu geheel leeg, -geen enkele der mooie blauwe uniformen met het witte lederwerk, geen -enkele der fijne soutanes, die zich hier gedurende de receptie-uren -vermengden, was te zien. Leeg ook was de volgende, iets kleinere, -voor de Palatijnsche garde bestemde zaal; deze uit de Romeinsche -bourgeoisie gerecruteerde militie draagt een zwarte tunica met gouden -epauletten en een door een roode pluim bekroonden schako. - -Vervolgens sloegen zij rechtsaf in een nieuwe reeks zalen; ook -de eerste, die zij betraden, de tapijtenzaal was leeg; dit is een -wachtkamer met een prachtig geschilderd plafond en bewonderenswaardige -gobelins van Audran, den wonderdoenden Jezus en de Bruiloft van Kanaän -voorstellend. Leeg ook was de zaal der edelgarden met haar lage, houten -stoeltjes, haar wandtafeltje, waarboven een hoog crucifix tusschen -twee lampen hangt, haar breede deur op den achtergrond, die toegang -geeft tot een ander klein vertrek, een soort alkoof met een altaar, -waarvoor de paus geheel alleen de mis leest, terwijl de aanwezigen op -de marmeren tegels van de zaal der edelgarde geknield liggen. Leeg ten -slotte was ook de eere-antichambre, de troonzaal, waar de paus twee- en -driehonderd personen tegelijk in openbare audiëntie ontvangt. Tegenover -het venster staat op een lage estrade de troon, een vergulde fauteuil -van rood fluweel onder een rood-fluweelen baldakijn. Daarnaast ligt -het kussen voor den voetkus. Rechts en links staan twee wandtafeltjes; -op het eene ziet men een pendule, op het andere een crucifix tusschen -hooge, kaarsendragende armluchters met verguld-houten voeten. Het -behang van rood damast met de groote Louis XIV-palmen loopt tot aan -de prachtige fries, die het plafond met allegorische attributen en -figuren omlijst; de schitterende, koude marmeren vloer is alleen -voor den troon met een Smyrna-tapijt bedekt. Maar bij particuliere -audiënties, wanneer de paus in de kleine troonzaal of zelfs in zijn -kamer ontving, was de troonzaal eenvoudig de eere-antichambre, waar -de prelaten en andere hoogwaardigheidsbekleeders, gezanten en andere -hooge persoonlijkheden wachtten. - -De dienst werd waargenomen door twee eerekamerheeren, die de tot de -hooge eer van een particuliere audiëntie toegelaten personen van de -bussolanti overnamen, om ze zelf te brengen naar de deur der geheime -antichambre, waar zij ze overdragen aan de geheime kamerheeren. Dit -was de weelderigst ingerichte en levendigste zaal zoowel door de -schittering der uniformen als door de ontroering, die al grooter en -grooter werd naarmate men dichter kwam bij den door den Uitverkorene en -Eenige bewoonden tabernakel door die eindelooze reeks zalen, waarin het -hart steeds luider en luider klopte en tot stikkens toe samengeperst -werd door die handig aangebrachte stijging van geringere tot steeds -meer toenemende pracht. Op dit late uur echter was er geen levende -ziel te zien, geen beweging, geen stem te hooren--niets was er dan -de stilte, die van het donkere plafond over den rood-fluweelen troon -afdaalde; niets dan een walmende lamp, die in de ledige, sluimerende -zaal op den hoek van een wandtafeltje brandde. - -Mijnheer Squadra, die zich nog niet omgedraaid had, maar langzaam -en zwijgend verder schreed, bleef een oogenblik voor de deur der -geheime antichambre staan als om den bezoeker gelegenheid te geven -zich wat te herstellen, alvorens het heiligdom te betreden. Alleen -de geheime kamerheeren hadden het recht zich daar op te houden, -slechts de kardinalen mochten hier wachten tot het den paus behagen -zou hen te ontvangen. Aan zijn lichte, zenuwachtige huivering bemerkte -Pierre, nadat mijnheer Squadra hem er binnen gebracht had, dat hij -de andere zijde van deze lage, menschelijke wereld betrad. Overdag -bewaakte een op wacht staand edelgarde de deur; doch op dit uur was -deze vrij en het vertrek, evenals alle andere, ledig. Het was iets te -smal en gangvormig; twee ramen zagen uit op de nieuwe wijk der Prati -del Castello, een derde aan het einde dicht bij de naar de kleine -troonzaal leidende deur op het Pietersplein. Daar tusschen die deur en -dat venster zat gewoonlijk aan een klein tafeltje een thans afwezige -secretaris. En ook nu weer kwam hetzelfde wandtafeltje met hetzelfde -crucifix tusschen hetzelfde paar lampen terug. Een groot uurwerk in -een ebbenhouten met koper beslagen kast sloeg zwaar het uur. De eenige -merkwaardigheid onder het plafond met de gouden rosetten was het roode, -met gele schilden bezaaide, damasten behang. De twee sleutels en de -tiara wisselden af met den leeuw, die zijn klauw op den aardbol legt. - -Maar mijnheer Squadra had bemerkt, dat Pierre, in strijd met de -etiquette, nog steeds zijn hoed, dien hij in de zaal der bussolanti had -moeten achterlaten, in zijn hand hield. Alleen de kardinalen hebben het -recht hun hoofddeksel bij zich te houden. Met een bescheiden gebaar -nam hij hem zijn hoed af en legde dien zelf op het wandtafeltje, als -wilde hij zeggen, dat hij tenminste daar moest blijven. Dan, nog steeds -zonder een woord te zeggen, gaf hij Pierre met een eenvoudige buiging -te kennen, dat hij den bezoeker bij Zijne Heiligheid zou aandienen, -en hij een oogenblik in deze kamer wachten moest. - -Toen Pierre alleen was, haalde hij diep adem. Hij stikte, zijn hart -klopte, alsof het breken zou. Toch bleef zijn verstand helder; hij had -in dit halfdonker deze beroemde, deze prachtige pauselijke vertrekken -zeer goed beoordeeld. - -De ebbenhouten klok sloeg negen uur. Hij keek verbaasd op. Wat, waren -er pas tien minuten verloopen, sedert hij de bronzen deur doorgegaan -was? Hij had een gevoel, alsof hij al dagen en dagen geloopen had. Nu -wilde hij deze zenuwachtige drukking, die hem benauwde, bestrijden; -want hij was nog steeds niet zeker van zichzelf, was nog steeds bang -zijn kalmte, zijn rede in een tranenvloed te zien verdwijnen. Hij liep -op en neer en kwam langs de ebbenhouten klok, wierp een blik op het -crucifix van het wandtafeltje en keek naar den bol van de lamp, waarop -de vette vingers van een knecht hun sporen achtergelaten hadden. Zij -gaf een zóó geel en zóó zwak licht, dat hij de lust in zich voelde -opkomen haar wat op te draaien, maar hij durfde niet. Dan stond hij, -met zijn gezicht tegen het raam gedrukt, voor het venster, dat op het -St. Pietersplein uitzag. Even werden zijn gedachten geheel in beslag -genomen. Door de slechtsluitende jaloezieën strekte het reusachtige -Rome zich voor hem uit, Rome, zooals hij het reeds eenmaal gezien -had van uit de loggia's van Raffaël, zooals hij het zich gedacht had -op den dag, dat hij van uit het kleine restaurant op het paleis Leo -XIII voor het raam van zijn kamer had meenen zien te staan. - -Maar nu was het het nachtelijke Rome, het door de duisternis -nog grooter lijkende Rome, grenzenloos als de bestarde hemel. In -deze grenzenlooze zee met haar zwarte golven kon men slechts met -zekerheid de groote, door het witte licht der electrische verlichting -in melkwegen veranderde straten: den Corso Victor-Emanuele, de Via -Nazionale, den Corso, die ze rechthoekig sneed en zelf werd doorsneden -door de Via del Tritone, welke zich voortzette in de Via San Nicola -da Tolentino. Aan de andere zijde van den corso Victor-Emanuele en -de Via Nazionale in de richting van het oude Rome vlamden nog eenige -pleinen en eenige straatdeelen, maar de duisternis overstroomde reeds -alles. Overigens was het niets meer dan een gewemel van kleine, gele -lichtjes, van kleine brokjes van een half uitgedoofden hemel, die -over de aarde geveegd is. Enkele sterrenbeelden, enkele fonkelende, -mysterieuse en edele figuren vormende sterren trachtten vergeefs zich -los te maken. - -De zenuwachtige angst van Pierre werd ondanks dezen oceaan van donkerte -en verheven vrede, ondanks de pogingen, die hij deed om kalm te worden, -van seconde tot seconde grooter. Hij verwijderde zich van het venster -en huiverde over zijn geheele lichaam, toen hij een zacht geschuifel -van voetstappen hoorde en dacht, dat men hem kwam halen. Het geluid -kwam uit het vertrek ernaast, de kleine troonzaal, waarvan, zooals -hij nu merkte, de deur op een kier was blijven staan. Daar hij verder -niets meer hoorde, waagde hij zich in zijn koortsachtig ongeduld -wat dichter bij en rekte zijn hals uit om wat te zien. Het was weer -een met rood damast behangen zaal met een vergulden, roodfluweelen -fauteuil onder een rood-fluweelen baldakijn; ook hier vond men het -onvermijdelijke wandtafeltje, het hooge, ivoren crucifix, de klok, -het paar lampen, de kandelabres, twee groote vazen op sokkels en twee -andere van geringere grootte met het portret van den Heiligen Vader, -afkomstig uit de fabriek te Sèvres. Toch voelde men hier meer comfort, -het Smyrna-tapijt bedekte den geheelen vloer, enkele fauteuils stonden -er tegen den muur. - -De paus, wiens kamer in deze zaal uitkwam, ontving hier gewoonlijk -de personen, die hij met bijzondere onderscheiding behandelen -wilde. Pierre's zenuwachtigheid nam toe bij de gedachte, dat hij -nog maar één vertrek behoefde door te gaan, dat zoo dicht bij hem, -achter die eenvoudige houten deur, Leo XIII was. Waarom liet men hem -wachten? Maakte men zich gereed om hem in dat vertrek te ontvangen, -ten einde hem in een niet al te groote intimiteit toe te laten? Men -had hem verteld van geheimzinnige bezoeken op dit uur, van onbekenden, -die op dezelfde wijze zwijgend binnengelaten werden. Dat waren hooge -persoonlijkheden, wier namen men heel zacht fluisterde. Hem scheen -men voor compromitteerend te houden, dat men met hem buiten weten -der omgeving, kalm met hem wenschte te praten, zonder zich tot iets -te verbinden. - -Dan kon hij zich plotseling de oorzaak van het geritsel, dat hij -zooeven gehoord had, verklaren, hij zag op het wandtafeltje naast -de lamp een klein houten kistje, een soort diep bord met handvaten, -waarin zich het overschot van een avondmaaltijd, vaatwerk, een courant, -een flesch en een glas bevonden. Hij begreep, dat mijnheer Squadra, -nadat hij die overblijfselen in de kamer gezien had, deze in dit -vertrek gebracht had en toen weer naar binnen gegaan was, om verder -de tafel af te nemen. Hij wist, dat de paus zeer matig was; wist, -dat hij zijn maaltijden aan een klein tafeltje gebruikte, waarbij -alles tegelijk in dit kleine houten kistje binnengebracht werd: -één vleesch, één groente, een paar slokjes bordeaux op voorschrift -van den geneesheer, en voor alles bouillon, koppen bouillon, die hij -gaarne aan oude kardinalen, die tot zijn vrienden behoorden, aanbood. - -De gewone maaltijden van Leo XIII kostten niet meer dan acht francs -per dag. O, zwelgerijen van Alexander VI! O, festijnen en feestgelagen -van Julius II en Leo XI. Maar weer kwam er een geritsel uit de kamer, -dat hij niet uitleggen kon; hij schrok van zijn onbescheidenheid en -trok zijn hoofd terug, toen hij meende de geheele roode troonzaal in -den dooden vrede, waarin zij sliep, te zien opvlammen. - -Daar hij te zenuwachtig was, om onbeweeglijk te blijven, -begon hij met zachte stappen op en neer te loopen. Die mijnheer -Squadra--hij herinnerde zich nu plotseling het van Narcisse gehoord -te hebben--was een voorname persoonlijkheid, een zeer invloedrijk -man, de lievelingsdienaar van Zijne Heiligheid, de eenige, die hem -ertoe kon overhalen op ontvangdagen een schoone witte soutane aan -te trekken, wanneer degene, die hij droeg, vuil was van het vele -snuiven. Zijne Heiligheid stond er beslist op zich iederen nacht -geheel alleen in zijn kamer op te sluiten en niemand bij zich te -laten slapen; dit geschiedde uit een gevoel van onafhankelijkheid, -maar ook, naar men zeide, uit den angst van een vrek, die met zijn -schat alleen slapen wil. Dit gaf voortdurende reden tot ongerustheid, -want het was allesbehalve verstandig, dat een man van dien leeftijd -zich zoo barricadeerde; mijnheer Squadra sliep in een aangrenzend -vertrekje, steeds luisterend en gereed om bij het eerste alarm toe te -snellen. Hij was het ook, die, zij het met grooten eerbied, er Zijne -Heiligheid op wees, wanneer Zijne Heiligheid te laat op bleef zitten -of te veel werkte. Op dat punt echter was hij moeilijk tot rede te -brengen; dikwijls stond hij, wanneer hij niet slapen kon, weer op, -liet door Squadra een secretaris wekken, om hem een paar aanteekeningen -te dicteeren of een ontwerp-encycliek op papier te brengen. Wanneer -hij met een encycliek bezig was, zou hij er dag en nacht mede bezig -kunnen zijn, evenals vroeger, toen hij er zich nog op voor liet staan -mooie Latijnsche verzen te kunnen maken, de dageraad hem dikwijls -bij het schaven van een strophe verraste. Hij sliep heel weinig, daar -zijn hersenen steeds werkzaam waren en zijn geest altijd bezig was, -met de verwezenlijking van het een of ander oud plan. Alleen zijn -geheugen was in den laatsten tijd wat zwakker geworden. Misschien had -mijnheer Squadra Zijne Heiligheid weer minder goed gevonden tengevolge -van overmatig werken, daar hij, naar men zeide, den vorigen dag nog -vrij ernstig ziek geweest was en hij zich nooit ontzag. - -Terwijl Pierre zachtjes heen en weer bleef loopen, werd zijn geest -langzamerhand geheel door deze hooge en verheven figuur in beslag -genomen. Na de weinig beteekenende bijzonderheden van het dagelijksch -leven overdacht hij nu het intellectueele leven, de rol van den grooten -paus, die Leo XIII toch zeker wilde spelen. In de S. Paolo fuori le -Mura had hij den eindeloozen fries gezien, waarop de portretten der -tweehonderd twee-en-zestig pausen afgebeeld zijn; en hij vroeg zich -af op welken van die lange reeks middelmatige, heilige, misdadige en -geniale pausen Leo XIII het liefst zou willen gelijken. - -Was het een der eerste zoo nederige pausen, een van hen, die elkaar -gedurende de drie eerste eeuwen van verborgen leven opgevolgd waren, -die eenvoudige leiders van begrafenisvereenigingen, broederlijke -herders der Christelijke gemeenschap waren? Was het paus Damasius, -de eerste groote bouwmeester, de geleerde, die behagen schepte -in de dingen van den geest, den geloovige met zijn vurig geloof, -die voor de vromen de katakomben opende? Was het Leo III, wiens -vermetele hand door de zalving van Karel den Groote de breuk met het -Oosten, dat het groote schisma reeds afgescheiden had, voltooide, -die krachtens den eenigen en almachtigen wil van God en Zijne Kerk -aan het Westen de heerschappij gaf en van af dat oogenblik over -kronen beschikte? Was het de verschrikkelijke Gregorius VII, den -tempelreiniger, den beheerscher der koningen; was het Innocentius III, -was het Bonifacius VIII, de meesters van zielen, volkeren en tronen, -die met de grimmige banbliksems gewapend, met zulk een macht over de -Middeleeuwen heerschten, dat het Katholicisme nooit dichter bij de -verwezenlijking van zijn droom geweest is dan toen? Was het Urbanus -II, was het Gregorius IX of een der andere pausen, in wier hart de -brandende hartstocht voor de kruistochten, de drang naar heilige -avonturen opvlamde, welke de menigte medesleepte en aanzette tot de -verovering van het onbekende en het goddelijke? Was het Alexander III, -die het pausdom tegen het keizerrijk verdedigde, tot het einde toe -streed om niets af te staan van het hoogste gezag, waarmede God hen -bekleed had en ten slotte overwon door zijn voet triompheerend op den -nek van Frederik Barbarossa te zetten? Was het Julius II, die lang na -de treurige tijden van Avignon het pantser droeg en de politieke macht -van den Heiligen Stoel bevestigde? Was het Leo X, de prachtlievende, -roemrijke beschermer der Renaissance, van een groot kunsttijdperk, -maar die een bekrompen, niet vooruitzienden geest bezat en Luther -als een eenvoudigen, opstandigen monnik beschouwde? Was het Pius V, -de zwarte, wrekende reactie, de brandstapelvlam, die de weer heidensch -geworden aarde tuchtigde? Was het een der andere pausen, die na het -Concilie van Trente regeerden, toen het geloof in zijn integriteit -weer hersteld, de Kerk door haar trots, haar onverdraagzaamheid, haar -volharden in een volkomen eerbied voor de dogma's gered was? Was het -een paus uit den tijd van het verval van het pausdom, toen het niet -meer was dan een ceremoniemeester, die de galafeesten der groote -Europeesche monarchieën leidde? Was het Benedictus XIV, de groote -geest, de scherpzinnige theoloog, die, daar zijn handen gebonden waren -en hij niet meer over de koninkrijken dezer wereld beschikken kon, -zijn schoon leven doorgebracht had met het regelen der hemelsche zaken? - -Op die wijze ontrolde zich voor hem de geschiedenis van het pausdom, -de wonderbaarlijkste geschiedenis, die er bestaat: het had alle -wisselvalligheden der fortuin, de laagste en ellendigste zoowel -als de hoogste en schitterendste tijden, gekend; het bezat een -hardnekkigen wil om te leven, die het ondanks alles te midden -van branden, bloedbaden en instortingen staande gehouden heeft, -steeds strijdvaardig in den persoon van zijn pausen. Zij vormen -een buitengewone reeks van onbeperkte, veroverende en gebiedende -heerschers. Allen, zelfs de zwakke en nederige, waren de meesters der -wereld, allen straalden in den onvergankelijken roem van den hemel, -wanneer men ze zich voor den geest riep in dit eeuwenoude Vaticaan, -waar hun schimmen 's nachts ongetwijfeld ontwaakten en te midden -der doodelijke stilte door de eindelooze gangen, door de reusachtige -zalen slopen. - -Maar dan zeide Pierre tot zich zelf, dat hij den grooten paus, -die Leo XIII wilde zijn, kende. Het was, geheel in het begin -der Katholieke macht, Gregorius de Groote, de veroveraar en de -organisator. Deze stamde af uit een oud Romeinsch geslacht; iets van -het oude keizerbloed bruiste nog in zijn aderen. Hij bestuurde het -van de barbaren geredde Rome, liet de Kerkelijke domeinen bebouwen -en verdeelde de goederen dezer aarde: één deel voor de armen, één -deel voor de geestelijkheid en één deel voor de Kerk. Hij stichtte -de Propaganda, zond zijn priesters uit om de volkeren te beschaven en -te pacificeeren, onderwierp zelfs Groot-Brittannië aan de goddelijke -wet van Christus. Ook was het, na een tusschentijd van vele eeuwen, -Sixtus V, de financier en politicus, de tuinmanszoon, die zich onder -de tiara als een der meest omvattende en soepele geesten van een aan -diplomaten rijk tijdperk kennen deed. Hij vergaarde schatten en was -hard en gierig, om te regeeren als een vorst, die in zijn schatkist -steeds het voor oorlog en vrede noodige goud liggen heeft. Jaren -lang onderhandelde hij met koningen, nooit wanhoopte hij aan zijn -triomf. Evenmin verzette hij zich tegen den tijdgeest; hij aanvaardde -dien zooals hij was, en trachtte hem dan te wijzigen in het belang van -den Heiligen Stoel; hij was verdraagzaam in alles tegenover allen en -droomde reeds van een Europeesch evenwicht, waarvan hij het centrum en -de meester wilde worden. Bij dat alles was hij een zeer vrome paus, -een vurige mysticus, maar een paus, die de meest absolute, meest -onbeperkte geest en tevens een tot handelen vastbesloten staatsman was, -om het koninkrijk Gods op deze aarde te verzekeren. - -Maar in zijn geestdrift, die ondanks zijn wil om kalm te zijn, weer -in hem opsteeg en alle voorzichtigheid en allen twijfel wegvaagde, -vroeg Pierre zich af, waarom hij zoo het verleden naging. Was dan -de ware Leo XIII niet die van zijn boek, de groote paus, die zich -aan hem geopenbaard had, dien hij geschilderd had naar zijn hart, -zooals de zielen hem wenschten en verwachtten? Ongetwijfeld was -het geen sprekend gelijkend portret, maar de groote lijnen ervan -moesten toch juist zijn, wilde de menschheid niet wanhopen aan haar -redding. En talrijke bladzijden van zijn boek vlamden voor zijn -oogen op; hij zag Leo XIII weer voor zich, den wijzen staatsman, -den verzoenenden bemiddelaar, die aan de eenheid der Kerk werkte, -haar krachtig en onoverwinlijk maken wilde voor den nabijën dag van -den onvermijdelijken strijd. Hij zag hem weer voor zich, bevrijd van -de zorgen over de wereldlijke macht, grooter geworden, gelouterd, -schitterend in moreele pracht, als de eenige, boven de volkeren -staande autoriteit, die het doodelijke gevaar ingezien heeft, dat -erin gelegen is, de socialistische oplossing te laten in de handen -van de vijanden van het Christendom, en vanaf dat oogenblik vast -besloten was om in den hedendaagschen strijd, zooals Jezus vroeger, -in te grijpen ter verdediging van de armen en de lijdenden. - -Hij zag hem zich plaatsen aan de zijde der democratieën, de republiek -in Frankrijk erkennen, de van hun tronen gestooten koningen in -ballingschap laten, de voorspelling verwezenlijken, die Rome opnieuw -de wereldheerschappij zou verzekeren, wanneer het pausdom het geloof -weer één gemaakt hebben en aan de spits van het volk marcheeren -zou. De tijden gingen in vervulling: de Caesar was verpletterd, -de paus alleen bleef nog over. En zou het volk, het groote zwijgende -volk, dat de twee machten elkander zoo lang betwist hadden, zich niet -geven aan den Vader, nu het wist, dat deze rechtvaardig en liefderijk -was, dat deze de broodelooze arbeiders en de bedelaars van de straat -met een van liefde brandend hart en een uitgestoken hand tegemoet -kwam? Bij de vreeselijke catastrophe, die de verrotte maatschappij -bedreigde, bij de afschuwlijke ellende, die de steden teisterde, was -geen andere oplossing mogelijk als Leo XIII, de gepraedestineerde, -de noodwendige verlosser, de herder, gezonden om zijn schapen te -redden door de wederinstelling der Christelijke gemeenschap, de -vergeten gouden eeuw van het oorspronkelijke Christendom! Eindelijk -heerschte de gerechtigheid, schitterde de waarheid als de zon, waren -alle menschen verzoend, vormden slechts één volk, dat in vrede leefde -en gehoorzaamde aan de allen gelijkmakende wet van den arbeid onder -de hooge bescherming van den paus, den eenigen band van barmhartigheid -en liefde! - -Nu werd Pierre als opgelicht, gedragen, voortgedreven door een -vlam. Eindelijk, eindelijk zou hij hem zien, zijn hart lucht geven, -zijn ziel openen! Reeds sedert zoo vele dagen snakte hij vurig naar -deze minuut, streed hij met al zijn moed om die te verkrijgen. En hij -herinnerde zich de hinderpalen, welke men hem sedert zijn aankomst -te Rome telkens weer in den weg gelegd had; en deze lange strijd, dit -ongehoopte succes maakten zijn koorts heftiger, prikkelden zijn wensch -om te overwinnen. Ja, ja, hij zou overwinnen, hij zou de tegenstanders -van zijn boek doen verstommen en ten schande maken. Kon, zooals hij -tegen monsignor Fornaro gezegd had, de paus zijn boek desavoueeren? Had -hij niet zijn geheime denkbeelden uitgesproken? Misschien te vroeg, -maar dat was toch een vergeeflijke fout? En hij herinnerde zich ook -wat hij tegen monsignor Nani gezegd had op den dag, dat hij gezworen -had nooit uit eigen beweging zijn boek te zullen terugtrekken, want -dat hij nergens berouw over had, niets loochende. - -In deze minuut ging hij nogmaals met zichzelf te rade, en in de -heftige, zenuwachtige opwinding, waarin het wachten hem na zijn -eindeloozen gang door dit reusachtige Vaticaan, bracht, geloofde -hij in het volle bezit van zijn moed, van zijn geheele wilskracht te -zijn. Toch geraakte hij hoe langer hoe meer in verwarring, kwam er -toe zijn gedachten bij elkaar te zoeken, vroeg hij zich af, hoe hij -zou binnengaan, wat hij zeggen zou en in welke bewoordingen. - -Verwarde en zware dingen moesten zich in hem opgehoopt hebben, want -hun gewicht droeg veel tot zijn beklemming bij, zonder dat hij zich -daarvan rekenschap wilde geven. Feitelijk was hij reeds gebroken en -uitgeput, had hij geen veerkracht meer dan de vlucht van zijn droom en -zijn kreet van medelijden met de afschuwlijke ellende. Ja, ja, hij zou -vlug naar binnen gaan, zou op zijn knieën vallen, spreken zooals zijn -hart hem ingeven zou. En ongetwijfeld zou de Heilige Vader glimlachen, -hem laten gaan met de woorden, dat hij niet de veroordeeling van een -werk teekenen zou, waarin hij zichzelf met zijn dierbaarste gedachten -teruggevonden had. - -Pierre voelde zich zóó zwak worden, dat hij opnieuw naar het raam liep, -om zijn brandend voorhoofd tegen het koude glas te drukken. Zijn -ooren suisden, zijn knieën knikten, terwijl het bloed met zware -slagen in zijn hersens klopte. Hij trachtte aan niets meer te denken, -keek naar het in donkerte gedompelde Rome en vroeg het een weinig -van zijn slaap te schenken, waarin het zelf wegzonk. O, om kalm te -zijn, om eindelijk niet meer te denken, moet het nacht zijn, een -volkomen nacht, de nacht, waarin men, van ellende en lijden genezen, -voor eeuwig slaapt! Plotseling had hij het duidelijke gevoel, dat er -iemand onbeweeglijk achter hem stond; hij schrok en keerde zich om. - -Achter hem stond inderdaad mijnheer Squadra in zijn zwarte livrei -te wachten. Hij maakte weer een buiging als om den bezoeker uit te -noodigen hem te volgen. Dan ging hij weer voorop loopen, schreed -langzaam door de kleine troonzaal, opende zacht de deur van de -kamer, trad ter zijde, liet den bezoeker binnengaan, sloot de deur -geruischloos. - -Pierre was in de kamer van Zijne Heiligheid. Hij was bang geweest voor -een van die plotselinge gemoedsbewegingen, die krankzinnig maken of -verlammen; men had hem verteld, dat vrouwen stervend, in onmacht, -als dronken binnenkwamen, of wel als door onzichtbare vleugelen -gedragen, dansend binnenstormden. Maar plotseling eindigde de angst, -die hem tijdens het wachten aangegrepen had, zijn koorts van zooeven -in een soort reactie, die hem kalm maakte, hem alles met heldere -oogen deed zien. - -Toen hij binnentrad, was hij zich van de beslissende beteekenis -van deze audiëntie bewust geworden: hij, de eenvoudige priester, -verscheen voor den hoogepriester, het hoofd der Kerk, den heerscher der -zielen. Zijn geheele religieus en moreel leven zou van deze audiëntie -afhangen. Misschien was het deze gedachte, die hem op den drempel -van het heiligdom, waarnaar hij zoo bevend gegaan was als het ware -tot ijs verstarren deed, het heiligdom, dat hij gedacht had slechts -met een bevend hart en zijn kindergebeden stamelend te kunnen betreden. - -Toen Pierre later zijn herinneringen classeeren wilde, herinnerde hij -zich, dat hij Leo XIII het eerst gezien had, maar in de omlijsting, -die hem omgaf, in die groote, met geel damast behangen kamer met het -zoo diepe alkoof, dat het bed er in verdween, evenals een heel klein -meubilair, een chaise longue, een kast, koffers, de beroemde koffers, -waarin zich, naar men zeide, achter een driedubbel slot de schat -van den Pieterspenning bevond. Een meubelstuk, in Louis XIV-stijl, -een soort schrijfbureau met koper beslag stond tegenover een groote, -vergulde en beschilderde wandtafel, waarop naast een hoog crucifix -een lamp brandde. - -Verder was de kamer kaal; slechts drie fauteuils en vier of vijf -stoelen met trijp van lichte zijde, moesten de groote ruimte vullen. Op -den vloer lag een reeds zeer versleten tapijt. Op een dier fauteuils -zat naast een klein tafeltje, waarop men een tweede lamp met een -kap gezet had, Leo XIII. Op het tafeltje lagen drie couranten, twee -Fransche en een Italiaansche: deze laatste half opengevouwen, als -had de paus haar even neergelegd om met een lang verguld-zilveren -lepeltje een glas limonade, dat naast hem stond, om te roeren. - -Zooals Pierre de kamer gezien had, zag hij ook het costuum, de witte -soutane met witte knoopen, het witte kalotje, de witte pèlerine, -de witte ceintuur met gouden franje, waarvan de einden met gouden -sleutels geborduurd waren. De kousen waren wit, de pantoffels van rood, -eveneens met gouden sleutels geborduurd, fluweel. Het meest werd Pierre -echter getroffen door het gezicht, door de geheele persoonlijkheid, -die hem kleiner voorkwam en die hij nauwlijks herkende. Dit was nu de -vierde maal, dat hij den paus zag: de eerste maal op een mooien avond -in een heerlijken tuin, glimlachend en vertrouwelijk luisterend naar -het gebabbel van een lievelingsprelaat, terwijl hij met zijn kleine -oude-heeren-pasjes als een gewond vogeltje voorttrippelde. Hij had -hem gezien in de Sala dei Beatificazione als geliefd en ontroerd -paus, wiens wangen bloosden van tevredenheid, terwijl vrouwen hem -beurzen en met goud gevulde witte kalotjes brachten, haar juweelen -afrukten om ze aan zijn voeten te werpen. Hij had hem in de St. Pieter -gezien--hoog op het schild gedragen, in al zijn heerlijkheid van -zichtbaren God, dien de Christenheid aanbidt als een in zijn gouden -en met edelgesteenten versierde kast opgesloten afgod, terwijl zijn -strak gelaat onbeweeglijk als uit steen gehouwen bleef. En nu zag -hij hem hier in dezen fauteuil, in de intimiteit van zijn eigen kamer -terug, en hij vond hem zoo mager, zoo teer, dat hij een onrust voelde, -waaraan zich ontroering paarde. De hals vooral was onwaarschijnlijk -dun als een draad, de hals van een heel ouden, witten vogel. Het -albasten, bleeke gelaat was karakteristiek doorschijnend, men zag -het schijnsel van de lamp door den grooten, gebiedenden neus, als was -al het bloed daaruit weggevloeid. De groote mond met de sneeuwwitte -lippen doorsneed met een dunne lijn het onderste gedeelte van het -gelaat, de oogen alleen waren mooi en jong gebleven, prachtige, -donkere, als zwarte diamanten fonkelende, krachtige, doorborende -oogen, die de zielen openden en dwongen de waarheid met luide stem -te bekennen. Het weinige haar kwam in dunne, witte lokken uit het -witte kapje te voorschijn en legde een witte kroon om het magere, -witte gezicht, welks leelijkheid door al het wit gelouterd werd. - -Maar bij den eersten blik had Pierre opgemerkt, dat mijnheer Squadra -hem niet had laten wachten, omdat hij den Heiligen Vader had willen -dwingen een schoone soutane aan te trekken, want degene, die hij droeg, -was vuil door de vele snuif, die langs de knoopen gevallen was. En -echt burgerlijk had de Heilige Vader een zakdoek op zijn knieën, om -zich af te vegen. Verder scheen hij zeer welvarend en geheel hersteld -van zijn ziekte van den vorigen dag; hij was trouwens gewoonlijk gauw -beter, want hij leefde zeer sober en matig en had geen enkel organisch -gebrek. Door een natuurlijke uitputting verminderde hij dagelijks iets, -zooals een fakkel door het voortdurende branden eenmaal uitgaat. - -Reeds bij de deur had Pierre de twee fonkelende oogen, de twee zwarte -diamanten oogen op zich voelen rusten. De stilte was angstaanjagend, de -lampen brandden met een onbeweeglijke, bleeke vlam in deze grenzenlooze -rust van het ingeslapen Vaticaan, zonder dat men iets anders hoorde -dan in de verte het oude, in den nacht weggezonken oude Rome. Hij -moest naderbij komen, maakte de drie kniebuigingen en boog zich dan -voorover om de op een kussen rustende rood-fluweelen pantoffel te -kussen. Geen woord, geen beweging, geen gebaar van den paus. Toen -Pierre zich weer oprichtte, zag hij de twee zwarte diamanten, de -fonkelende oogen, nog steeds op zich gericht. - -Eindelijk begon Leo XIII, die hem den ootmoed van den voetkus niet -had willen besparen en hem nu liet staan, te spreken, zonder echter -zijn blik, die tot in het diepst van zijn ziel doordrong, van Pierre -af te wenden. - -"Mijn zoon, gij hebt vurig verlangd mij te spreken, en ik heb erin -toegestemd aan uw wensch gevolg te geven." - -Hij sprak Fransch, een eenigszins onzeker Fransch, dat hij op zijn -Italiaansch uitsprak, en zoo langzaam, dat men de zinnen als bij een -dictee had kunnen opschrijven. De nasale stem was sterk, een van die -zware, diepe stemmen, die men bij zulke zwakke, schijnbaar bloed- -en ademlooze lichamen niet verwacht. - -Pierre had zich wederom gebogen om zijn dankbaarheid te betuigen, -hij wist, dat de eerbied eischte, dat men niet sprak voor een direkte -vraag gedaan werd. - -"Gij woont te Parijs?" - -"Ja, Heilige Vader." - -"Behoort ge tot een der groote stedelijke parochieën?" - -"Neen, Heilige Vader, ik ben kapelaan in de kleine kerk te Neuilly." - -"O ja, ik weet al waar... dicht bij den Bois de Boulogne... En hoe -oud zijt gij, mijn zoon?" - -"Vier-en-dertig, Heilige Vader!" - -Er volgde een korte stilte. Leo XIII had eindelijk zijn oogen -neergeslagen. Met zijn teere, ivoorkleurige hand nam hij het glas -limonade weer, roerde er met den langen lepel in en dronk een slok. Hij -deed het langzaam, voorzichtig en bedachtzaam, zooals alles, wat hij -moest doen en denken. - -"Ik heb uw boek gelezen, mijn zoon. Ja, voor het grootste -gedeelte. Gewoonlijk legt men mij slechts brokstukken voor. Maar -iemand, die zich voor u interesseert, heeft mij het boek gegeven -en gesmeekt het door te lezen. Op die wijze heb ik er kennis van -kunnen nemen." - -Hij maakte een klein gebaar, waarin Pierre een protest meende te -moeten zien tegen de afzondering, waarin zijn omgeving hem hield--die -vloekwaardige omgeving, die er, volgens de woorden van monsignor -Nani zelf, goed voor waakte, dat niets verontrustends van uit de -buitenwereld hier doordrong. - -"Ik dank Uwe Heiligheid voor de zeer groote eer, die het haar behaagd -heeft mij te bewijzen," waagde de priester te zeggen. "Geen grooter -eer, geen vuriger verlangd geluk kon mij ten deel vallen." - -Hij was zoo gelukkig! Hij verbeeldde zich, dat zijn zaak reeds gewonnen -was, nu de paus kalm en zonder eenigen toorn, op dien toon met hem -sprak over zijn boek als iemand, die hem nu door en door kende. - -"Ge gaat veel om met mijnheer den vicomte Philibert de la Choue, niet -waar, mijn zoon? De overeenkomst tusschen sommige van uw denkbeelden -en die van dezen zeer toegewijden dienaar, die ons anderzijds kostbare -bewijzen van zijn goede gezindheid gegeven heeft, is mij opgevallen." - -"Inderdaad, Heilige Vader, mijnheer de la Choue is wel zoo goed belang -in mij te stellen. Wij hebben veel samen gepraat, zoodat het niet te -verwonderen is, dat ik verscheidene van zijn dierbaarste denkbeelden -weergegeven heb." - -"Natuurlijk, natuurlijk. Zoo bijvoorbeeld die quaesties van -de corporaties, waarmede hij zich veel, zelfs wel wat te veel, -bezighoudt. Bij zijn laatste reis heeft hij daar met grooten aandrang -met mij over gesproken; evenals trouwens een andere landgenoot van u, -een der beste en eminentste mannen, die ik ken, baron de Fouras, die -onlangs de mooie bedevaart van den Pieterspenning hier gebracht heeft, -niet rustte, voordat ik hem ontving, om er dan bijna een uur lang -over te praten. Maar men kan moeilijk zeggen, dat zij het eens zijn, -want de een smeekt mij te doen wat de ander niet wil, dat ik doe." - -Dadelijk bij het begin dwaalde het gesprek op zijpaden af. Pierre -voelde, dat het met zijn boek niets te maken had, maar hij herinnerde -zich zijn belofte aan den vicomte, dat hij, wanneer hij den paus zou -spreken en de gelegenheid zich daarbij voordeed, een poging wagen -zou een beslissende uitspraak te krijgen over de beroemde vraag -of de corporaties vrij of verplichtend, open of gesloten moesten -zijn. Sedert hij te Rome was, had hij brief op brief van den armen -vicomte gekregen, die door zijn jicht Parijs niet verlaten kon, -terwijl zijn tegenstander, de baron, van de prachtige gelegenheid der -bedevaart, waarvan hij de leider was, gebruik maakte om te trachten -van den paus een goedkeurend woord te krijgen, dat hij triompheerend -mee kon nemen naar Frankrijk. En de priester stond erop zijn belofte -consciëntieus te houden. - -"Uwe Heiligheid weet beter dan wij allen wat wijsheid is. Mijnheer -de Fouras gelooft, dat het heil, de oplossing der arbeidersquaestie -eenvoudig gelegen is in het weder in het leven roepen der oude, -vrije corporaties, terwijl mijnheer de la Choue die verplichtend wil -onder bescherming van den Staat en aan nieuwe regelen onderworpen. En -ongetwijfeld is deze laatste opvatting veel meer in overeenstemming met -de tegenwoordige sociale denkbeelden... Indien het Uwe Heiligheid mocht -behagen zich in dien zin uit te spreken, dan zou de jonge Katholieke -partij in Frankrijk daarmede zeker de schitterendste resultaten weten -te bereiken, een geheele arbeidersbeweging tot roem van de Kerk." - -"Maar dat kan ik niet," zeide Leo XIII op zijn gewone kalme -manier. "Men vraagt mij uit Frankrijk altijd dingen, die ik niet -kan en niet wil doen. Het eenige, wat ik u veroorloof uit mijn naam -tegen mijnheer de la Choue te zeggen is, dat, al kan ik hem in dezen -niet ter wille zijn, mijnheer de Fouras evenmin zijn wensch bevredigd -ziet. Ook hij heeft van mij slechts de verzekering gekregen van mijn -welwillendheid ten opzichte van de Fransche arbeiders, die zooveel -vermogen voor de wederopleving van het geloof. Maar men moet bij u -te lande ten slotte toch eens begrijpen, dat er detailquaesties, -die per slot van rekening toch de organisatie betreffen, zijn, -waarmede ik mij onmogelijk kan inlaten zonder mij bloot te stellen -aan het gevaar daaraan een gewicht te geven, dat zij niet hebben, -en sommigen een groote teleurstelling te bezorgen, indien ik anderen -een groot genoegen doe." - -Om zijn lippen verscheen een flauw glimlachje, waaruit duidelijk de -conciliante, bedachtzame politicus sprak, die vastbesloten is zijn -onfeilbaarheid niet in gevaar te brengen door onnoodige avonturen. Hij -dronk weer een slok limonade en veegde zich met zijn zakdoek af als -een heerscher, die nu zijn gala-dagtaak afgeloopen is, zich op zijn -gemak zet en dit uur van stilte en eenzaamheid gekozen had om langzaam -en zoo lang als hij er zelf lust in had, te spreken. - -Pierre trachtte het gesprek op het boek te brengen. - -"Mijnheer de vicomte Philibert de la Choue is zoo hartelijk voor mij, -hij wacht met even groote ontroering op het lot van mijn boek als -had hij het zelf geschreven. Daarom zou het mij zoo gelukkig gemaakt -hebben, wanneer ik hem een aanmoedigend woord van Uwe Heiligheid had -kunnen overbrengen." - -Maar de paus antwoordde niet. - -"Ik heb hem leeren kennen bij Zijne Eminentie, kardinaal Bergerot, -wiens vurige naastenliefde voldoende zijn moest, om weer een geloovig -Frankrijk te scheppen." - -"O ja, kardinaal Bergerot! Ik heb zijn brief, die als voorrede in uw -boek staat, gelezen. Hij was wel slecht geïnspireerd op den dag, dat -hij dien schreef, en gij, mijn zoon, hebt u met het publiceeren daarvan -aan een groote zonde schuldig gemaakt... Ik kan nog niet gelooven, -dat de kardinaal sommige van uw bladzijden gelezen heeft, toen hij u -zijn volkomen toestemming en goedkeuring gaf. Ik wil liever aannemen, -dat het een gevolg van onwetendheid en lichtzinnigheid is. Hoe zou -hij anders uw aanvallen tegen het dogma, uw revolutionnaire theorieën, -die tot de totale vernietiging van onzen heiligen godsdienst leiden, -hebben kunnen goedkeuren? Als hij uw boek gelezen heeft, heeft hij -geen ander excuus dan een plotselinge, onverklaarbare, onvergeeflijke -afdwaling... Weliswaar heerscht in een deel der Fransche geestelijkheid -een kwade geest. De Gallicaansche denkbeelden schieten steeds meer -als onkruid op, een bedilziek liberalisme, dat zich tegen ons gezag -verzet en niets liever wil dan vrij onderzoek en andere sentimenteele -avonturen." - -Hij geraakte opgewonden, Italiaansche woorden mengden zich onder zijn -aarzelend Fransch; zijn zware neusstem kwam luid-klinkend als een -koperinstrument uit zijn tenger, als uit sneeuw en was gemaakt lichaam. - -"En laat kardinaal Bergerot het goed weten: den dag, dat wij in -hem niet meer kunnen zien dan een opstandigen zoon, zullen wij hem -breken. Hij is ons het voorbeeld van gehoorzaamheid verschuldigd; wij -zullen hem onze misnoegen te kennen geven en hopen, dat hij zich zal -onderwerpen. Ongetwijfeld zijn ootmoed en naastenliefde groote deugden -en wij hebben die steeds gaarne in hem geëerd. Maar zij moeten niet de -toevlucht van een opstandig hart worden, want zij beteekenen niets, -indien niet gehoorzaamheid daarmede gepaard gaat, gehoorzaamheid, -het mooiste sieraad der groote heiligen!" - -Verbijsterd en ontsteld luisterde Pierre naar hem. Zichzelf vergat hij; -hij dacht alleen nog maar aan den man vol goedheid en verdraagzaamheid, -op wien hij dezen almachtigen toorn had doen nederdalen. Dus had -don Vigilio gelijk gehad: de beschuldigingen der bisschoppen van -Poitiers en Evreux zouden over zijn hoofd heen den tegenstander -van hun ultramontaansche onverdraagzaamheid, den zachtmoedigen, -goedhartigen Bergerot, de ziel, welke open stond voor al de ellende -en al het lijden der armen en der nederigen, treffen. - -Hij was er wanhopig onder: de aanklacht van den bisschop van Tarbes, -het werktuig van de Paters der Grot, welke slechts hem trof als -een antwoord op zijn bladzijde over Lourdes, kon hij nog begrijpen -en desnoods goedkeuren, maar de geniepige oorlog der beide anderen -verbitterde hem en vervulde hem met een pijnlijke verontwaardiging. Den -zwakken grijsaard met zijn dunne vogelhals, die kalm zijn limonade -dronk, zag hij een vertoornden, zoo grimmigen grijsaard worden, -dat hij ervan beefde. Hoe had hij zich bij zijn binnenkomen door -den schijn kunnen laten beetnemen, hoe had hij kunnen gelooven, -dat dit slechts een arme, door ouderdom uitgeputte man was, die naar -vrede verlangde en alles wilde toegeven? Een ademtocht was door de -sluimerende kamer gestreken en bracht weer zijn twijfel, zijn angst -mede. O, deze paus was precies zóó als men hem in Rome schilderde, -zooals hij hem zich niet had willen voorstellen, meer geest dan gevoel, -mateloos trotsch, van zijn jeugd af met den grootsten eerzucht vervuld, -zoodat hij aan zijn familie den triomf beloofd had, ten einde van haar -de noodige opofferingen te verkrijgen. Sedert hij den pauselijken -troon beklommen had, toonde hij overal en in alles slechts één wil: -heerschen, tot iederen prijs heerschen, als onbeperkt, almachtig -meester heerschen! De werkelijkheid drong zich met onweerstaanbare -kracht aan hem op; toch verzette hij zich, bleef hij hardnekkig -trachten zijn droom weer te grijpen. - -"O, Heilige Vader, het zou mij zoo vreeselijk verdrieten, indien -tengevolge van mijn ongelukkig boek Zijne Eminentie ook maar één -oogenblik in moeilijkheden zou moeten verkeeren! Ik, de schuldige, -kan voor mijn fout verantwoordelijk zijn--maar Zijne Eminentie, die -slechts gehoorzaamd heeft aan de ingeving van zijn hart, die slechts -door zijn te groote liefde voor de onterfden dezer wereld gezondigd -zou hebben! O, ik smeek u, Heilige Vader, wanneer er een waarschuwend -voorbeeld gesteld moet worden, straf dan geen ander dan mij. Ik ben -gekomen, hier ben ik, beslis over mijn lot, maar maak mijn straf niet -nog zwaarder door de wroeging een onschuldige in het verderf gestort -te hebben." - -Zonder te antwoorden bleef Leo XIII hem met zijn vurige oogen -aankijken. En Pierre zag nu niet meer Leo XIII, den tweehonderd -drie-en-zestigsten paus, den Stedehouder van Jezus Christus, den -opvolger van den prins der Apostelen, den souvereinen pontifex -der algemeene Kerk, den patriarch van het Oosten, den primaat van -Italië, den aartsbisschop en metropoliet der Romeinsche provincie, -den heerscher over de domeinen der Heilige Kerk--neen, hij zag Leo -XIII, zooals hij hem zich gedroomd had, als den verwachten Messias, -als den redder, gezonden om de vreeselijke sociale catastrophe te -bezweren, waarin de oude, verrotte maatschappij onderging. Hij zag -hem met zijn veelomvattenden, soepelen geest, met zijn broederlijke -verzoeningstaktiek, schokken vermijdend, met zijn van liefde -overvloeiend hart werkend aan de eenheid, direct sprekend tot het -hart der menigten, nog eenmaal, ten teeken van den nieuwen band, zijn -beste bloed gevend. Hij stelde zich hem voor als de eenige moreele -autoriteit, als den eenig mogelijken band van naastenliefde en vrede, -als den Vader, die alleen een einde maken kan aan de ongerechtigheid -onder zijn kinderen, de ellende dooden, de bevrijdende wet van den -arbeid weer instellen kan door de volkeren terug te brengen tot -het geloof der oorspronkelijke Kerk, tot de zachtheid en wijsheid -der Christelijke gemeenschap. En deze verheven gestalte nam in de -diepe stilte der kamer een onoverwinlijke almacht, een zeldzame -majesteit aan. - -"Om Gods wil, Heilige Vader, verhoor mij! Straf zelfs mij niet, -straf niemand, o, niemand, geen levend wezen, geen ding, niets, -dat op aarde lijden kan! Wees goed, o, wees goed met al de goedheid, -die het lijden der wereld in u gelegd moet hebben." - -Toen hij zag, dat Leo XIII nog steeds bleef zwijgen en hem voor zich -liet blijven staan, viel hij op zijn knieën, als verpletterd door -smart, een naamlooze smart, die geen bepaalde oorzaak had, een smart -om niemand en niets, een algemeene, onbegrensde smart, waarin hij -zich voelde ondergaan en verdrinken; misschien de smart te leven. - -"O, Heilige Vader, ik besta niet, mijn boek bestaat niet. Ik heb, o, -vurig en hartstochtelijk verlangd door Uwe Heiligheid ontvangen te -worden, om uitleg te geven van mijn gedrag, om mij te verdedigen. Maar -nu weet ik niets meer, ik vind niets meer van alles, wat ik had willen -zeggen, en ik heb slechts tranen, tranen, die mij verstikken... O, ik -ben maar een armzalig mensch, die geen anderen drang in zich voelt dan -om met u over de armen te spreken. O, die armen, die ongelukkigen, die -ik twee jaar lang in onze ellendige en treurige Parijsche voorsteden -gezien heb, arme kleinen, die ik in de sneeuw ging zoeken, arme -kleine engeltjes, die in geen twee dagen gegeten hadden; vrouwen, -die door de tering weggeknaagd worden en zonder brood of vuur in -vuile krotten hokten; mannen, die door het sluiten der werkplaatsen op -straat geworpen werden en het moe waren om werk te bedelen, zooals men -bedelt om een aalmoes, die dronken van woede naar hun donkere woningen -terugkeerden, alleen vervuld met de wraakgedachte de stad aan de vier -hoeken in brand te steken! En de avond, de verschrikkelijke avond, -dat ik een jammerkamer binnentrad, waarin ik een moeder vond, die zich -juist met haar vijf kinderen gedood had: de moeder was, haar jongste -nog zogend, op een matras gevallen, de twee kleine meisjes, lieve -aardige, jonge blondines, sliepen eveneens daar haar laatsten slaap, -de twee jongens lagen iets verder--de eene tegen den muur, de andere op -den grond, zich nog wringend in een laatst verzet... O, Heilige Vader, -ik ben niets meer dan hun afgezant, gezonden door hen, die lijden en -snikken, de deemoedige afgevaardigde der deemoedigen, die onder de -misdadige hardheid, onder de vreeselijke sociale onrechtvaardigheid -van ellende sterven. Ik breng aan Uwe Heiligheid hun tranen, ik leg -aan uwe voeten hun martelingen, ik laat u hun noodkreet hooren als -een kreet, die opstijgt uit den afgrond, die vraagt om gerechtigheid, -als men niet wil, dat de hemel instort... O wees goed, Heilige Vader, -wees goed!" - -Hij had zijn armen uitgestrekt, hij smeekte hem met een gebaar, -waarmede men het goddelijke medelijden aanroept. Dan ging hij voort: - -"En is, Heilige Vader, de ellende in dit eeuwige en schitterende Rome -ook niet verschrikkelijk? Sedert weken dwaal ik, wachtend, op goed -geluk af, door het beroemde stof van zijn ruïnen en ik heb niets -gezien dan ongeneeslijke kwalen, die mij met schrik vervullen. O, -alles stort ineen, alles verdwijnt. Het is de doodsstrijd van zooveel -glorie, van de vreeselijke zwaarmoedigheid eener wereld, die sterft van -uitputting en honger!... Heb ik onder de ramen van Uwe Heiligheid niet -een angstaanjagende wijk gezien, onvoltooide paleizen, welke met een -jammerlijke erfelijke ziekte belast zijn als rhachitische kinderen, -die niet door kunnen groeien, reeds in puin gevallen paleizen, welke -de toevluchtsoorden geworden zijn voor de geheele beklagenswaardige -ellende van Rome? En wat een vreeselijk lijdend volk, precies als in -Parijs! Maar hier spreidt zich dat lijden met nog meer onbeschaamdheid -in de open lucht ten toon en legt in zijn vreeselijke onbewustheid -de geheele sociale wonde, den wegvretenden kanker bloot. Geheele -families leven haar hongerig leven van nietsdoen onder de heerlijke -zon. De ouden zijn gebrekkig geworden, de vaders wachten tot er een -beetje werk voor hen uit den hemel vallen komt, de zoons slapen in -het droge gras; de moeders en dochters, voor haar tijd verwelkt, -lanterfanten en houden buurpraatjes... O, Heilige Vader, open morgen -dadelijk bij het aanbreken van den dag uw venster en wek met uw -zegen dit groote kind-volk, dat nog in zijn onwetendheid en armoede -slaapt! Geef het de ziel, die het mist, een ziel, die zich de geheele -menschelijke waardigheid, de noodzakelijke wet van den arbeid, het -vrije en broederlijke, alleen door rechtvaardigheid bestuurde leven -bewust is. Ja, Heilige Vader, maak een volk uit dit samenraapsel van -ongelukkigen, wier eenige verontschuldiging is, dat zij lichamelijk en -geestelijk zoo lijden, dat zij leven als het vee, dat leeft en sterft -zonder iets te weten of te begrijpen, en dat men met slagen ranselt!" - -Langzamerhand verstikten de snikken zijn stem; slechts met schokken -kon hij, medegesleept door zijn hartstocht, spreken. - -"En moet ik mij uit naam van die ellendigen niet wenden tot u, -Heilige Vader? Zijt gij de Vader niet? Moet de afgezant van de armen -en ongelukkigen niet neerknielen voor den Vader, zooals ik thans -voor u neergeknield lig? Moet het den zwaren last van zijn smarten -niet brengen tot den Vader en eindelijk medelijden, hulp en steun, -en gerechtigheid, ja vooral gerechtigheid vragen? O, open, waar gij -de Vader zijt, wijd de deur, opdat iedereen kan binnentreden, tot -het ongelukkigste, van uw kinderen toe--de geloovigen, de toevallig -voorbijkomenden, zelfs de opstandigen, de verdwaalden, zij, die -misschien binnen zullen treden, die Uwe Heiligheid zal redden van -algeheele verlatenheid. Wees het toevluchtsoord van de slechtbefaamde -wegen, wees de liefderijke ontvangst, die den reiziger wordt geboden, -wees de altijd brandende, van verre zichtbare, in den storm reddende -lamp der gastvrijheid... Wees, o Vader, waar gij de macht zijt, de -redding, het heil. Gij vermoogt alles, gij hebt eeuwen van macht achter -u, gij zijt heden ten dage gestegen tot een moreele autoriteit, die u -tot den scheidsrechter der wereld gemaakt heeft; gij staat hier voor -mij als de majesteit der licht en vruchtbaarheid gevende zon zelf! O, -wees de ster van goedheid en barmhartigheid, wees de verlosser, neem -het werk van Jezus weer op, dat men in den loop der eeuwen bedorven -heeft door het te laten in de handen der rijken en machtigen, die ten -slotte uit het Evangelie het vloekwaardigste monument van hoogmoed en -tyrannie gemaakt hebben. Begin het werk, nu het mislukt is, opnieuw, -stel u weer aan de zijde van de kleinen, de ongelukkigen, de armen, -breng ze terug tot den vrede, de broederliefde, de gerechtigheid der -Christelijke gemeenschap... En zeg, Vader, zeg, dat ik u begrepen -heb, dat ik slechts uitdrukking aan uw dierbaarste gedachten, aan den -eenigen vurigen wensch van uw regeering gegeven heb. De rest, de rest, -mijn boek, wat beteekent dat? Ik verdedig mij niet, ik wil slechts -uw roem en het geluk der menschen. Zeg, dat gij uit de diepte van -het Vaticaan het doffe kraken van de oude, verrotte maatschappijen -gehoord hebt. Zeg, dat een siddering van medelijden en ontroering -u doorhuiverd heeft; zeg, dat gij de verschrikkelijke catastrophe -wilt verhinderen door uw met krankzinnigheid geslagen kinderen aan -het Evangelie te herinneren, door hen terug te voeren naar de eeuw -van eenvoud en reinheid, toen de eerste Christenen als broeders -samenwoonden... Ja, daarom hebt gij u alleen weer aan de zijde der -armen gesteld, niet waar, Heilige Vader, daarom slechts ben ik hier, -om met mijne geheele ziel, ja met mijn geheele arme menschenziel, -aan u medelijden, goedheid, gerechtigheid te vragen!" - -Toen werd zijn ontroering hem te machtig en sloeg hij, uitbarstend -in luide snikken, tegen den grond. Zijn hart brak. Het was een -diep, een eindeloos snikken, een vreeselijke deining van snikken, -die uit zijn geheele wezen kwam, die van nog verder kwam, van alle -ongelukkige wezens, die kwam uit de wereld, wier aderen tegelijk met -het levensbloed de smart met zich voeren. Daar lag de afgezant van het -lijden, zooals hij zichzelf genoemd had, in zijn plotselinge zwakte als -van een zenuwachtig kind. En aan de voeten van den onbeweeglijken, -zwijgenden paus lag hij daar als de belichaming van de geheele -menschelijke, weenende ellende. - -Leo XIII, die graag sprak en wien het een groote zelfbeheersching -kostte anderen te hooren spreken, had in den beginne tweemaal een van -zijn bleeke handen opgeheven, als om hem tot zwijgen te brengen. Doch -langzamerhand door verbazing aangegrepen en zelfs door ontroering -bevangen, had hij Pierre in den onweerstaanbaren drang, die dezen -voortdreef, uitspreken, zijn noodkreet uitschreeuwen laten. Een -weinig bloed was opgestegen naar zijn sneeuwwit gelaat, zijn lippen -en zijn wangen hadden een lichtroode kleur gekregen, terwijl zijn -donkere oogen nog schitterender fonkelden. Toen hij hem sprakeloos en -geschokt door die diepe snikken, welke zijn hart schenen uit te rukken, -aan zijn voeten liggen zag, boog hij zich ongerust over hem heen. - -"Wees kalm, mijn zoon, sta op..." - -Maar het snikken hield niet op, sleepte, als de wanhoopsklacht van -een gewonde ziel, die lijdt en worstelt met den dood, alle verstand -en allen eerbied mede. - -"Sta op, mijn zoon, zoo iets past niet... Hier, neem dezen stoel!" - -En met een gebiedend gebaar noodigde hij hem eindelijk uit te gaan -zitten. - -Moeilijk stond Pierre op en ging zitten, om niet te vallen. Hij streek -de haren van zijn voorhoofd, veegde, als waanzinnig, met zijn handen -zijn brandende tranen af en trachtte zich weer te beheerschen. Wat -er gebeurd was kon hij niet begrijpen. - -"Gij doet een beroep op den Heiligen Vader. O zeker, wees overtuigd, -dat zijn hart vol medelijden en liefde is voor de ongelukkigen. Maar -dat is op het oogenblik de quaestie niet, het gaat om onzen heiligen -godsdienst... Ik heb uw boek gelezen, een slecht boek, dat wil ik -u dadelijk zeggen, het gevaarlijkste en vloekwaardigste boek, dat -bestaat, juist om zijn goede eigenschappen en om de bladzijden, die -mij zelf geïnteresseerd hebben. Ja, ik ben dikwijls onder de bekoring -ervan gekomen, en ik zou het niet verder gelezen hebben, als ik mij -niet meegesleept gevoeld had door den vurigen adem van uw geloof en -van uw geestdrift. Het onderwerp is zoo mooi en trekt mij zoo aan! Het -Nieuwe Rome! O, ongetwijfeld zou met dien titel een prachtig boek -geschreven kunnen worden, maar dan moet het in een geheel anderen -geest geschieden... Ge denkt, dat ge mij begrepen hebt, mijn zoon, -dat ge u zóó ingeleefd hebt in mijn geschriften en in mijn daden, dat -ge aan mijn dierbaarste denkbeelden uitdrukking gegeven hebt. Neen, -neen, gij hebt mij niet begrepen, en daarom heb ik u willen spreken, -om u op de hoogte te brengen, om u te overtuigen." - -Nu luisterde Pierre zwijgend en onbeweeglijk. Toch was hij -slechts gekomen om zich te verdedigen; hij had sedert drie maanden -zoo koortsachtig naar dit onderhoud verlangd en, zeker van zijn -overwinning, zijn argumenten gereed gemaakt. En nu hoorde hij zijn -boek gevaarlijk, vloekwaardig noemen, zonder dat hij protesteerde, -zonder dat hij alle goede gronden, waartegen hij meende, dat niets in -te brengen was, naar voren bracht. Een vreemde moeheid drukte hem neer, -als was hij door zijn tranen uitgeput. Straks zou hij weer dapper zijn, -zou hij zeggen, wat hij besloten had te zeggen. - -"Ik word niet begrepen, ik word niet begrepen," herhaalde Leo -XIII geprikkeld en ongeduldig. "In Frankrijk vooral niet. Het is -ongelooflijk zooveel moeite als het mij kost, mij daar begrijpelijk -te maken!... Daar heb je bijvoorbeeld de wereldlijke macht! Hoe hebt -gij kunnen gelooven, dat de Heilige Stoel ooit op dat punt tot een -schikking bereid zou zijn? Het is een taal, die een priester onwaardig -is, het is de hersenschim van een onwetende, die zich geen rekenschap -geeft van de voorwaarden, waaronder het pausdom tot nog toe geleefd -heeft en waarin het moet blijven voortleven, als het niet van de wereld -verdwijnen wil. Ziet ge niet in, dat het een sophisme is, wanneer ge -beweert, dat het des te hooger staat, naarmate het meer bevrijd is -van de zorgen van een aardsch rijk? Ja zeker, het zuiver geestelijke -koningschap, de souvereiniteit door barmhartigheid en liefde is een -prachtige phantasie. Maar wie zal ons doen eerbiedigen? Wie zal ons een -steen geven, om ons hoofd op neer te leggen, wanneer we verjaagd zijn -en langs de wegen zwerven? Wie zal onze onafhankelijkheid verzekeren, -wanneer wij aan de genade van alle Staten overgeleverd zijn?... Neen, -neen, de Romeinsche bodem behoort ons toe, want wij hebben dien als -erfdeel van een lange reeks van voorvaderen ontvangen; hij is de -onverwoestbare, eeuwige bodem, waarop de Heilige Kerk gebouwd is; hem -opgeven staat gelijk met den wensch de Roomsch-Katholiek-Apostolische -Kerk ineen te zien storten. Trouwens wij zouden het niet kunnen, -wij zijn gebonden door onzen eed voor God en voor de menschen." - -Hij zweeg een oogenblik, om Pierre gelegenheid tot antwoorden te -geven. Maar tot zijn groote verwondering voelde Pierre, dat hij niets -te antwoorden wist, want hij besefte, dat deze paus sprak, zooals hij -spreken moest. De verwarde en zware dingen, die zich in hem opgehoopt -hadden en die hij zooeven in de geheime antichambre op zich had voelen -drukken, verschenen nu voor hem in een helder licht, teekenden zich -met een steeds grootere duidelijkheid af. Het was alles, wat hij -sedert zijn aankomst in Rome gezien en begrepen had, de ophooping -van zijn desillusies, van de bestaande werkelijkheid, waaronder zijn -droom van een terugkeer tot het oorspronkelijke Christendom reeds -half gestorven, verpletterd was. Alles was ingestort in hem, toen -het ware Rome zich aan hem geopenbaard had, de eeuwenoude stad van -hoogmoed en heerschzucht, waarin het pausdom niet zou kunnen bestaan -zonder de wereldlijke macht. Te veel banden, het dogma, de traditie, -het milieu, de bodem zelf maakten het voor eeuwig onveranderlijk. Het -kon slechts schijnbaar toegeven; ondanks alles zou het uur komen, -waarop die concessies zouden moeten ophouden, onmogelijk als het was -verder te gaan zonder zelfmoord te plegen. - -Het nieuwe Rome zou mogelijk eenmaal werkelijkheid kunnen worden -buiten Rome; slechts daar zou het Christendom weder ontwaken, want -het Katholicisme moest te Rome sterven, wanneer de laatste paus, -vastgenageld aan dezen bodem van puinhoopen, onder het laatste kraken -van den dom van de St. Pieter verdwijnen zou, die instorten moest, -zooals de tempel van Juppiter Capitolinus ingestort was. Wat den -tegenwoordigen paus betreft, hij mocht zonder koninkrijk zijn, hij -mocht de ziekelijke zwakheid van zijn hoogen ouderdom, de kleurlooze -bleekte van een oud afgodsbeeld van was hebben, desniettemin brandde -de rood oplaaiende hartstocht naar de wereldheerschappij in hem, was -hij de halsstarrige zoon van den voorvader, den Pontifex Maximus, -den Caesar Imperator, in wiens aderen het bloed van Augustus, den -wereldheerscher, stroomde. - -"Het vurige verlangen naar eenheid, dat ons altijd bezield heeft, -hebt gij zeer goed ingezien," ging Leo XIII voort. "Den dag, dat wij -eenheid gebracht hebben in den ritus, door den Romeinschen ritus aan de -geheele Katholieke wereld op te leggen, waren wij zeer gelukkig. Dat is -een van onze dierbaarste overwinningen, omdat zij veel bijdraagt tot -ons gezag. Ik hoop ook, dat onze bemoeiingen in het Oosten ten slotte -onze lieve, verdwaalde broeders van de dissidente gemeenten tot ons -zullen terugbrengen, evenals ik er niet aan wanhoop de Anglicaansche -secten te overtuigen--afgezien van de Protestantsche secten, die in den -schoot van de Eenige Roomsch-Katholiek-Apostolische Kerk terugkeeren -moeten, zoodra de door Christus voorspelde tijden in vervulling -zullen gaan... Maar wat ge niet gezegd hebt, is, dat de Kerk niets -van het dogma kan opgeven. Integendeel schijnt gij gedacht te hebben, -dat een schikking tot stand zou kunnen komen door van beide zijden -tot concessies bereid te zijn; welnu, dat is een zeer te veroordeelen -gedachte, een taal, die een priester niet bezigen kan, zonder misdadig -te zijn. Neen, de waarheid is absoluut, geen steen van het gebouw mag -veranderd worden. O, in den vorm--zooveel als men wil. Wij zijn tot de -grootste toegeeflijkheid bereid, als het er slechts om gaat om zekere -moeilijkheden uit den weg te gaan, om zich voorzichtig uit te drukken, -ten einde het accoord te vergemakkelijken... Het is als met onze -rol in het hedendaagsche socialisme: wij moeten elkaar begrijpen. O -zeker, zij, die gij zoo terecht en juist de onterfden dezer wereld -genoemd hebt, zijn het voorwerp van onze voortdurende zorg. Indien het -socialisme eenvoudig een verlangen naar gerechtigheid, een wil, om den -zwakken te hulp te komen is, wie werkt er dan krachtiger en met meer -energie aan dan wij? Is de Kerk niet altijd de moeder der bedroefden, -de weldoenster der armen geweest? Wij zijn alleen voor verstandigen -vooruitgang, wij aanvaarden alle nieuwe maatschappelijke vormen, -die zullen medewerken tot den vrede en de broederschap... Maar het -socialisme, dat begint God weg te jagen, om het geluk der menschheid te -verzekeren, kunnen wij niet anders dan veroordeelen. Dat is eenvoudig -een toestand van woestheid, een afschuwlijke achteruitgang, waarbij -catastrophen, bloedbaden en brandstichtingen schering en inslag moeten -zijn. Dat is ook iets, dat gij niet met voldoenden nadruk gezegd hebt, -want gij hebt niet aangetoond, dat buiten de Kerk geen vooruitgang -mogelijk is, dat alles van haar uit moet gaan, dat zij de eenige -leidster is, aan wie men zich zonder vrees toevertrouwen kan. Zelfs, -en dat is nog een zeer groote fout van u, zelfs komt het me voor, -dat gij God geheel ter zijde stelt, dat de godsdienst voor u alleen -een zielstoestand, een opbloeien van liefde en barmhartigheid is. Een -verfoeilijke ketterij! God is altijd tegenwoordig, meester van de -zielen en van de lichamen; de godsdienst is en blijft de band, de wet -der menschheid, zonder welke er in deze wereld slechts barbaarschheid -en verdoeming in het hiernamaals mogelijk is. En nogmaals zeg ik u, -de vorm beteekent niets, indien het dogma slechts blijft bestaan. Zoo -bewijst bijvoorbeeld onze erkenning van de Republiek in Frankrijk, -dat wij het lot van den godsdienst niet binden willen aan een -regeeringsvorm, zelfs al is die eerbiedwaardig en oud. De dynastieën -mogen haar tijd gehad hebben, God is eeuwig! Mogen de koningen ten -gronde gaan, God leve! Trouwens de republikeinsche staatsvorm heeft -niets anti-Christelijks; integendeel, het schijnt, dat hij iets heeft -van een weder ontwaken der Christelijke gemeenschap, waarover gij in -werkelijk betooverende bewoordingen geschreven hebt. Het jammere is, -dat vrijheid dikwijls dadelijk in losbandigheid overslaat en dat -men meestal onzen wensch, om een verzoening tot stand te brengen, -zoo slecht beloont... O, mijn zoon, welk een slecht boek hebt gij -geschreven; o, met de beste bedoelingen, dàt neem ik gaarne aan. En -wat is uw zwijgen een bewijs, dat gij de noodlottige en rampzalige -gevolgen van uw fout begint in te zien!" - -Vernietigd bleef Pierre zwijgen; hij voelde inderdaad, dat zijn -eene argument na het andere te pletter viel op een doove, blinde, -ondoordringbare rots. Het zou nutteloos en belachelijk zijn, als -hij trachten wilde zijn argumenten daarin te drijven. Waartoe zou -het dienen? Hij had nog slechts één gedachte: hij vroeg zich met -verbazing af hoe het mogelijk was, dat een man met zijn begrip, -met zijn eerzucht zich geen juister denkbeeld gevormd had van de -moderne wereld. Blijkbaar was hij van alles op de hoogte, had hij de -onmetelijke kaart der Christenheid met haar behoeften, verwachtingen -en daden in zijn hoofd. Maar toch welk een lacunes! Dat moest zijn, -omdat hij van de wereld slechts wist, wat hij gedurende zijn kort -verblijf te Brussel als nuntius en te Perugia gezien had. En nu was -hij sedert achttien jaar opgesloten in het Vaticaan, afgezonderd van -de overige menschen, met de volkeren slechts verkeerende door middel -van zijn omgeving, die dikwijls zeer kortzichtig, leugenachtig en -verraderlijk was. - -Bovendien was hij een Italiaansch priester, een paus, bijgeloovig en -despotisch, gebonden aan de traditie, onderworpen aan de invloeden van -ras en omgeving, aan geld en politieke noodzakelijkheden; afgezien -van zijn mateloozen trots, van de zekerheid, dat hij de God was, -aan wien men moet gehoorzamen, de eenige wettige en redelijke -macht op aarde. Daarin lagen de oorzaken van de fatale misvorming -van dit verder toch zoo rijk begaafde hoofd met zijn vlug begrip, -zijn geduldigen wil, zijn onmetelijke kracht, die generaliseerde en -handelde. Vooral zijn intuïtie moest wonderbaarlijk zijn, want deze -toch liet hem in zijn vrijwillige gevangenschap de reusachtige evolutie -der tegenwoordige menschheid raden. Hij behoefde zich niet aan zijn -venster te plaatsen, om zich het vreeselijk gevaar bewust te zijn, -waarin hij zich bevond; hij zag den stijgenden vloed der democratie, -den grenzenloozen oceaan der wetenschap, die het kleine eilandje, -waarop nog de dom van de St. Pieter triomphantelijk omhoog stak, -dreigde te overstroomen. En zijn eenige politiek, zijn eenige drang -was te overwinnen, om te heerschen. - -Dat hij verzoening predikte, dat hij op vormquaesties toegaf, dat -hij het brutale optreden der Amerikaansche bisschoppen duldde, kwam -alleen voort uit zijn vrees, die hij zichzelf echter niet bekennen -wilde, voor een plotseling schisma, dat de uiteenspatting der Kerk zou -verhaasten. En hoe verklaarde die vrees zijn liefdevollen terugkeer tot -het volk, zijn zich bezig houden met het socialisme, de Christelijke -oplossing, die hij wilde geven aan de ellende hier op aarde. Was, -nu de Caesar ter aarde lag, de lange strijd, van wien van beiden het -volk zijn zou, niet opgelost door het feit, dat de paus alleen nog -bestond en dat het volk eindelijk gaan spreken en zich aan hem geven -zou? De proef was in Frankrijk genomen; hij liet daar de overwonnen -monarchie aan haar lot over, erkende daar de Republiek, die hij sterk -en krachtig wilde zien, want Frankrijk was steeds de oudste dochter -der Kerk, de eenige Katholieke natie, die nog machtig genoeg was, -om eenmaal misschien de wereldlijke macht van den Heiligen Stoel te -herstellen. Heerschen, heerschen over deze wereld, zooals Augustus -geheerscht had, dat was de eenige eerzucht van dezen stervenden -grijsaard! - -"En mijn zoon," ging Leo XIII voort, "uw groote fout is, dat -gij het gewaagd hebt een nieuwen godsdienst te vragen. Dat is -goddeloos, godslasterlijk, een heiligschennis. Er bestaat slechts -één godsdienst--onze heilige Roomsch-Katholiek-Apostolische -godsdienst. Buiten dezen kan er slechts nacht en verdoemenis -bestaan... Ik begrijp heel goed, dat ge u verbeeldt een terugkeer tot -het Christendom voor te staan. Maar de zoo misdadige, zoo rampzalige -Protestantsche dwaalleer gebruikte hetzelfde voorwendsel. Zoodra -men zich verwijdert van het in eere houden der dogma's, van -den onvoorwaardelijken eerbied van de tradities, valt men in de -vreeselijkste afgronden... Het schisma, mijn zoon, is een zonde, -waarvoor geen vergiffenis bestaat, het is een moord op den waren God, -het onreine dier der verzoeking, door de hel opgehitst om de geloovigen -ten verderve te voeren. Al stonden in uw boek niets anders dan die -woorden: nieuwe godsdienst, dan reeds zou men het moeten vernietigen, -verbranden als een vergif, dat doodelijk is voor de zielen." - -Nog langen tijd sprak hij door. Maar Pierre dacht aan wat don -Vigilio hem verteld had omtrent de Jezuïeten, die overal, zoowel in -het Vaticaan als elders, in het duister werken en de Kerk onbeperkt -regeeren. Was het dan waar, dat deze politieke, steeds opportunistische -paus, zonder dat hij het zelf wist, een der hunnen was, een gewillig -instrument in hun soepele veroveraarshanden? Ook hij schipperde met -den geest der eeuw, vleide de wereld, om haar te bezitten. Pierre -had nooit zoo pijnlijk-wreed gevoeld, dat de Kerk daar voortaan toe -gedwongen was, dat zij slechts door concessies en diplomatie leven -kon. En eindelijk ging hem een helder licht op over dien Romeinschen -clerus, die in den beginne voor een Fransch priester zoo moeilijk te -begrijpen is, over de regeering der Kerk, die vertegenwoordigd wordt -door den paus, zijn kardinalen, zijn prelaten, die God persoonlijk -belast heeft met het bestuur van zijn aardsch domein, de menschen en -de wereld. - -Zij beginnen God ter zijde te stellen achter in den tabernakel, dulden -niet meer, dat men over hem discussieert, dringen de dogma's op als aan -zijn wezen inhaerente waarheden, bekommeren zich niet meer over hem en -verliezen hun tijd niet met zijn bestaan door nuttelooze theologische -discussies te bewijzen. Blijkbaar bestaat hij, omdat zij in Zijn -naam regeeren. Dat is voldoende. Van af dat oogenblik zijn zij in den -naam van God de meesters, zeker, dat eenmaal de dag van hun volkomen -heerschappij komen zal. In afwachting van dien dag handelen zij als -diplomaten, organiseeren zij de langzame verovering als beambten van -den triompheerenden God van morgen, en is de godsdienst met de pracht -en de praal, die de groote menigte verblindt, niets dan de openlijke -hulde, die zij hem bewijzen met het doel alleen hem over de veroverde -menschheid te doen regeeren, of liever in zijn plaats en in zijn -naam te regeeren, omdat zij zijn zichtbare, door hem afgevaardigde -vertegenwoordigers zijn. Zij stammen af van het Romeinsche recht, zij -zijn nog steeds de kinderen van dezen ouden Romeinschen heidenschen -bodem, en wanneer zij nog voortbestaan, wanneer zij eeuwig, tot aan -het lang verbeide uur, dat de wereldheerschappij hem teruggegeven zal -worden, hopen te blijven voortbestaan, dan vindt dat zijn reden in -hun geloof, dat zij de rechtstreeksche erfgenamen der Caesars zijn, -dat zij, in hun purper gehuld, de afstammelingen zijn van het bloed -van Augustus. - -Pierre schaamde zich nu over zijn tranen, als had hij zijn naakte -ziel laten zien. Waartoe diende het? Het was nutteloos in deze kamer, -waarin nooit iets dergelijks gezegd was tegen dezen paus-koning, -die hem niet begrijpen kon. Die politieke gedachte des pausen om door -middel van de armen en ongelukkigen te regeeren, boezemde hem afschuw -in. Was die gedachte, om tot het thans van zijn oude meesters verloste -volk te gaan, ten einde zich op zijn beurt daarmede te voeden, niet -iets duivelachtigs? - -Maar Leo XIII sprak met zijn dikke, onuitputtelijke stem steeds -door. En de priester hoorde hem zeggen: - -"Waarom hebt gij die door een zoo slechten geest bevlekte bladzijde -over Lourdes geschreven? Lourdes, mijn zoon, heeft den godsdienst -groote diensten bewezen. Ik heb tegenover personen, die mij de -ontroerende, bijna dagelijks voorkomende wonderen der Grot kwamen -mededeelen, dikwijls mijn levendigen wensch te kennen gegeven die -door de strengste wetenschap bevestigd en vastgesteld te zien. En -te oordeelen naar wat ik gelezen heb, komt het mij voor, dat thans -zelfs de meest sceptisch gezinden niet meer kunnen twijfelen, want die -wonderen zijn op onweersprekelijke wijze wetenschappelijk bewezen... De -wetenschap, mijn zoon, moet de dienaresse van God zijn. Zij vermag -niets tegen Hem, door Hem alleen komt zij tot de waarheid. Alle -oplossingen, welke men tegenwoordig beweert te vinden en die de -dogma's schijnen te vernietigen, moeten vroeg of laat valsch blijken -te zijn, want de waarheid Gods zal zegepralen, zoodra de tijden in -vervulling zullen gaan. Het zijn toch heel eenvoudige zekerheden, -die reeds de kleine kinderen weten, die voor het heil en den vrede -der menschheid voldoende zouden zijn, als zij er zich mede tevreden -stellen wilde... En wees er van overtuigd, mijn zoon, dat het geloof -niet onvereenigbaar is met de rede. Heeft de Heilige Thomas van Aquino -niet alles vooruitgezien, uitgelegd en geregeld? Uw geloof is onder de -aanvallen van den geest tot onderzoek aan het wankelen gebracht, gij -hebt angsten en beproevingen gekend, die de Hemel aan mijn Italiaansche -priesters moge besparen. Maar wij vreezen den geest tot onderzoek -niet; studeer verder, lees den Heiligen Thomas nogmaals grondig door, -en uw geloof zal terugkeeren, krachtiger, vuriger, triompheerend." - -Verbijsterd, alsof stukken van het hemelgewelf op zijn hoofd -neerkwamen, luisterde Pierre. O, God van waarheid! De wonderen van -Lourdes wetenschappelijk bewezen, de wetenschap de dienaresse van God, -het geloof vereenigbaar met de rede! Wat te antwoorden, o God? En -waarom te antwoorden? - -"Het is het zondigste en gevaarlijkste boek, dat ik ken," ging Leo -XIII voort; "een boek, waarvan de titel: Het Nieuwe Rome alleen -reeds een leugen en vergif is, een boek, des te vloekwaardiger, -omdat het alle verleidingen van den stijl, alle valsche bekoringen -van hersenschimmen heeft, in één woord, een boek, dat een priester, -wanneer hij het in een oogenblik van afdwaling geschreven heeft, -tot straf en boete in het openbaar verbranden moet met dezelfde hand, -die deze ergerlijke bladzijden op het papier gebracht heeft." - -Pierre stond op, plotseling, in zijn volle lengte. - -"Het is waar," wilde hij uitroepen, "ik had het geloof verloren, -maar ik meende het teruggevonden te hebben in het medelijden, dat de -ellende der wereld in mijn hart gestort had. Gij waart mijn laatste -hoop, de verwachte verlosser. En nu blijkt ook dat een droom te zijn, -gij kunt geen nieuwe Jezus wezen, gij kunt op den vooravond van den -vreeselijken broederoorlog, die nabij is, geen vrede brengen aan de -menschheid. Gij kunt uw troon niet verlaten en met de ongelukkigen en -armen langs de wegen zwerven, om het verheven werk der broederliefde -uit te voeren. Welaan, het is uit met u, met uw Vaticaan, met uw -St. Pieter. Alles stort in onder den aanval van het volk en van -de wetenschap. Gij bestaat niet meer; hier zijn niets meer dan -puinhoopen." - -Maar hij sprak de woorden niet. Hij boog zijn hoofd en zeide: - -"Heilige Vader, ik onderwerp mij en verloochen mijn boek." - -Zijn stem beefde van bittere walging; zijn geopende handen maakten -een hulpeloos gebaar, alsof hij zijn ziel losgelaten had. Het was -de letterlijke formule der onderwerping: Auctor laudabiliter se -subiecit et opus reprobavit--de schrijver heeft zich loffelijkerwijze -onderworpen en zijn boek verloochend. Er was geen groote vertwijfeling, -geen verhevener grootheid denkbaar dan die bekentenis van een dwaling, -dan die zelfmoord van een hoopvolle verwachting! Maar welk een -bittere ironie! Dit boek, dat hij gezworen had nooit terug te zullen -nemen, voor den triomf waarvan hij zoo hartstochtelijk gestreden -had, ditzelfde boek verloochende hij nu plotseling, niet omdat hij -het als zondig beschouwde, maar omdat hij zooeven gevoeld had, dat -het nutteloos en hersenschimmig was als een dichtersdroom. Ach ja, -waarom te blijven volharden in de illusie van een ontwaken, dat toch -niet mogelijk was, nu hij zich vergist, nu hij gedroomd had, nu hij -hier noch den God noch den priester vond, dien hij voor het geluk der -menschheid zoo vurig wenschte. Dan was het maar beter, dat hij zijn -boek als een dood blad op den grond wierp, dat hij het verloochende, -dat hij het als een gestorven, voortaan nutteloos lid afsneed. - -Een weinig verbaasd over een zoo plotselinge overwinning, uitte Leo -XIII een kreet van blijdschap. - -"Zeer goed, zeer goed, mijn zoon! Gij hebt de eenige wijze en -verstandige woorden, die u als priester pasten, uitgesproken." - -En hij, die nooit iets aan het toeval overliet, die al zijn audiënties -met de woorden, die hij zeggen, met de gebaren, die hij maken zou, -van te voren overdacht, werd in zijn blijdschap wat vriendelijker en -zachter gestemd. Daar hij de ware motieven van de onderwerping niet -begrijpen kon en zich daarin dus vergiste, smaakte hij de trotsche -vreugde hem zoo makkelijk tot zwijgen gebracht te hebben, want -zijn omgeving had Pierre als een verschrikkelijken revolutionnair -afgeschilderd. Een dergelijke bekeering streelde dan ook zijn -ijdelheid zeer. - -"Ik verwachtte trouwens niet anders van uw verheven geest. Er bestaat -geen grooter voldoening dan zijn fout te erkennen, boete te doen en -zich te onderwerpen." - -Met een familiaar gebaar had hij weer zijn glas limonade van het -tafeltje genomen en roerde het, voor hij dronk, met den langen, -verguld-zilveren lepel nogmaals om. Het viel Pierre bijzonder op dat -hij er, evenals in den beginne, weer zoo ingekrompen en ontdaan van -zijn verheven majesteit uitzag; hij geleek op een ouden burgerman, -die zijn glas suikerwater dronk vóór hij naar bed ging. - -De audiëntie was afgeloopen, Pierre maakte een diepe buiging. - -"Ik dank Uwe Heiligheid voor de vaderlijke ontvangst, die u wel zoo -goed geweest is mij te willen bereiden." - -Maar Leo XIII wilde nog een oogenblik met hem spreken, begon weer over -Frankrijk en drukte nogmaals zijn vurigen wensch uit het tot het heil -der Kerk gelukkig, rustig en krachtig te zien. En gedurende dat laatste -oogenblik had Pierre een vreemd visioen, dat hem benauwde. Terwijl -hij naar het ivoren voorhoofd van den Heiligen Vader keek, terwijl -hij aan zijn hoogen ouderdom dacht, waarbij de geringste verkoudheid -zijn dood zou kunnen zijn, herinnerde hij zich door een onwillekeurige -gedachtenassociatie, het woest-grootsche tooneel: Pius IX, Giovanni -Mastaï, twee uur geleden gestorven, het gelaat met een stuk wit linnen -bedekt, omgeven door de geheele, van streek gebrachte pauselijke -omgeving; kardinaal Pecci, kardinaal-voorzitter, nadert het doodsbed, -laat het linnen verwijderen, klopt driemaal met zijn zilveren hamer -op het voorhoofd van het lijk en roept daarbij telkens: "Giovanni, -Giovanni, Giovanni!" En daar het lijk niet geantwoord heeft, draait de -kardinaal zich, na eenige oogenblikken gewacht te hebben, om en zegt: -"De paus is dood!" Tegelijkertijd zag Pierre in de Via Giulia kardinaal -Boccanera, den kardinaal-voorzitter, met zijn zilveren hamer wachten -en Leo XIII, Joachim Pecci, sedert twee uur overleden, het gezicht -bedekt met een stuk wit linnen, omgeven door zijn prelaten, in deze -zelfde kamer liggen. En hij zag hoe de kardinaal-voorzitter naar voren -trad, het linnen liet verwijderen, driemaal op het ivoorkleurige -voorhoofd klopte en telkens riep: "Joachim! Joachim, Joachim!" Dan -draaide hij, daar het lijk niet geantwoord had, zich om en zeide: -"De paus is dood!" Herinnerde Leo XIII zich de drie slagen, die hij -op het voorhoofd van Pius IX gegeven had--voelde hij dikwijls op -zijn voorhoofd het ijskoude zweet van de vrees voor de drie slagen, -de doodskilte van den hamer, waarmede hij den kardinaal-voorzitter, -den onverzoenlijken tegenstander, dien hij, naar hij wist, in kardinaal -Boccanera bezat, gewapend had: - -"Ga in vrede, mijn zoon," zeide Zijne Heiligheid eindelijk als -slotzegen. "Uw zonde zal u vergeven worden, daar gij haar erkend hebt -en berouw erover toont." - -Zonder te antwoorden en zielsbedroefd, verwijderde Pierre zich, -volgens de etiquette achterwaarts loopend. Driemaal boog hij diep; -dan ging hij, zonder zich om te keeren, de deur uit, gevolgd door -de donkere oogen van Leo XIII, die geen blik van hem af hadden. Toch -zag Pierre hoe hij de courant, in het lezen waarvan hij gestoord was, -om hem te ontvangen, weer van de tafel nam. De beide lampen brandden -met een zacht, onbeweeglijk licht, de kamer viel weer terug in haar -diepe stilte, in haar oneindigen vrede. - -In het midden der geheime antichambre stond mijnheer Squadra -onbeweeglijk en zwart te wachten. Toen hij bemerkte, dat Pierre in -zijn verdooving zijn hoed op het wandtafeltje vergat, nam hij dezen -en gaf hem Pierre met een zwijgende buiging. Dan begon hij, zonder -eenige haast, met denzelfden pas als daareven, voor hem uit te loopen, -om hem naar de Sala Clementina te geleiden. - -Nu volgde in tegenovergestelde richting, dezelfde wandeling, -de eindelooze tocht door de eindelooze zalen. En steeds nog geen -levende ziel, geen geluid, geen ademtocht. In ieder ledig vertrek -walmde de eenige, eenzame, als vergeten lamp en brandde nog zwakker -in de nog grootere stilte. De woestijn scheen nog grooter geworden -te zijn, nu het later geworden was en de nacht de enkele meubelen, -die verspreid stonden onder de hooge, vergulde plafonds, tronen, -lage, houten stoeltjes, wandtafeltjes, crucifixen, armluchters, -die in iedere zaal weer terugkeerden, in duisternis dompelde. Zoo -kwam na de eere-antichambre, waarin het damast rosachtig scheen, de -zaal der edelgarden, welke sluimerde in een zachten wierookgeur, -dien een 's morgens gelezen mis daar achtergelaten had; dan -kwamen de tapijtenzaal, de zaal der Palatijnsche garde, de zaal -der gendarmes, terwijl in de laatste zaal, die der bussolanti, de -laatste dienstdoende knecht op zijn bank zoo vast ingeslapen was, -dat hij niet wakker werd. De stappen echoden zwak op de vloertegels, -verstikten in de dikke atmospheer van dit gesloten, aan alle zijden -als een graf ingemetseld paleis. Eindelijk kwam de Sala Clementina, -die de post der Zwitsersche garde zoo juist verlaten had. - -Tot aan die zaal had mijnheer Squadra niet omgekeken. Nog steeds -zwijgend, trad hij zonder een gebaar ter zijde, om Pierre met een -laatste buiging te laten passeeren. Dan verdween hij. - -Pierre ging de beide verdiepingen der monumentale trap af, die -de matglazen bollen der vleermuizen als met een schijnsel van -nachtlichtjes verlichtten; er heerschte een vreemd-drukkende stilte, -nu de stappen der dienstdoende soldaten van de Zwitsersche garde niet -meer op de portalen weerklonken. Hij liep het onder het bleeke licht -der bordeslantaarns ledige en uitgestorven Damasiushof door, ging de -Scala Pia, die eveneens dood was in het halfdonker, af, en stapte -eindelijk de bronzen deur uit, die een portier langzaam achter hem -dichtschoof en sloot. Hoe knarste het harde metaal over alles, wat -deze deur afsloot: zooveel opgehoopte donkerte; zooveel toenemende -stilte; de onbeweeglijke eeuwen, die de traditie hier vereeuwigde; -de onverwoestbare afgoden der dogma's, die hier bewaard werden onder -hun windselen van mummies; al de ketenen, die drukken en boeien; -het geheele apparaat van de laagste slavernij en de onbeperkte -overheersching! - -Op het St. Pietersplein was hij te midden van die sombere -ontzaglijkheid geheel alleen. Geen wandelaar, die zich verlaat had, -geen levend wezen. Niets dan tusschen de vier armluchters de hooge, uit -het groote mozaïek van het grijze plaveisel opstijgende spookgestalte -der Obelisk. De gevel der Basilica rees op als een kleurlooze droom; -als twee reusachtige armen breidde zij de viervoudige rijen zuilen der -colonnade uit, die, in donkerte gedompeld, aan een steenen bosch denken -deden. Verder niets. De dom was slechts een matelooze ronding, die men -aan den maanloozen hemel nauwlijks raden kon. Alleen de waterstralen -der fonteinen, die men ten slotte als dunne, beweeglijke spookgestalten -onderscheidde, lieten hun stem, een eindeloos, treurig, klagend -gemurmel, hooren, waarvan men niet wist waar het vandaan kwam. O, -de zwaarmoedige grootschheid van dezen slaap! O, dit geheele beroemde -plein met het Vaticaan, met de St. Pieter, wanneer het 's nachts in -donkerte gedompeld was! Plotseling sloeg de klok tien uur--zóó langzaam -en zóó luid, dat het scheen alsof nooit een plechtiger, beslissender -uur in een diepere, zwartere, onfeilbaarder oneindigheid geslagen had! - -Onbeweeglijk stond Pierre te midden van deze groote ruimte en beefde -over zijn geheele, arm, gebroken wezen. Wat, had hij daarboven -nauwlijks drie kwartier met den bleeken grijsaard, die zijn ziel uit -hem gerukt had, gesproken? Ja, dat was het einde: het laatste geloof -was uit zijn bloedend brein gerukt. Het laatste experiment was genomen: -een wereld was in hem ingestort. Plotseling dacht hij aan monsignor -Nani en overwoog, dat deze alleen gelijk gehad had. Men had hem -wel gezegd, dat hij ten slotte doen zou, wat monsignor zou willen; -en tot zijn groote verbijstering merkte hij nu, dat hij het gedaan had. - -Maar een plotselinge wanhoop, een zóó vreeselijke angst greep hem aan, -dat hij van uit de diepte van den donkeren afgrond, waarin hij zich -bevond, zijn beide bevende armen in het Niet ophief en luide sprak: - -"Neen, hier zijt Gij niet, o God des levens en der liefde, God des -heils! O, kom toch, openbaar u, daar uwe kinderen sterven, omdat -zij niet weten, wie Gij zijt of waar Gij zijt in de oneindigheid -der werelden!" - -Boven het onmetelijke plein welfde zich de onmetelijke, -donkerblauw-fluweelen hemel, de zwijgende en angstaanjagende -oneindigheid, waarin de sterrenbeelden trilden. De Wagen op de daken -van het Vaticaan scheen nog verder omgevallen te zijn, zijn gouden -wielen waren als van den rechten weg afgeweken, zijn gouden dissel -stak in de lucht, terwijl Orion in de richting van de Via Giulia -verdween en nog slechts een der drie gouden sterren zien liet, die -zijn bandelier sierden. - - - - - - - - -VIJFTIENDE HOOFDSTUK - - -Gebroken van aandoening en brandend van koorts, was Pierre eerst tegen -het aanbreken van den dag in een lichte sluimering gevallen. Bij zijn -terugkeer in het paleis Boccanera in den laten avond had hij daar den -vreeselijken rouw om den dood van Dario en Benedetta teruggevonden. En -toen hij tegen negen uur opgestaan was, wilde hij, na ontbeten te -hebben, onmiddellijk naar het appartement van den kardinaal gaan, -waar men de twee lijken op een baar gelegd had, opdat de familie, -de vrienden en de protégés daar hun tranen en gebeden zouden brengen. - -Onder het ontbijt kwam Victorine, die, ondanks al haar wanhoop dapper -en flink, niet naar bed geweest was, hem de gebeurtenissen van den -nacht en van den ochtend vertellen. Donna Serafina had uit een soort -preutsch respect voor de convenance een nieuwe poging gedaan om de -beide lijken te scheiden. Deze naakte vrouw, die in den dood den -eveneens ontkleeden man omhelsde, kwetste haar schaamtegevoel. Maar -het was te laat geweest: de stijfheid des doods was ingetreden, -en wat men in het eerste oogenblik niet had kunnen doen, kon -nu niet meer geschieden zonder een vreeselijke ontheiliging. Hun -liefdesomhelzing was zoo krachtig, dat men, om hen van elkaar los te -maken, hun vleesch van hun lichaam had moeten rukken, hun ledematen -breken. En de kardinaal, die reeds niet gewild had, dat men hun slaap, -hun één-zijn voor eeuwig, stoorde, had bijna woorden gekregen met zijn -zuster. Onder zijn priesterkleed voelde hij zich een zoon van zijn ras, -trotsch op vroegere hartstochten, op de mooie, heftige liefde, op de -mooie dolksteken. Al had de familie twee pausen geteld, toch hadden ook -groote veldheeren en groote minnaars haar beroemd gemaakt. Nooit zou -hij toelaten, dat men aan deze, in hun smartvol leven zoo rein gebleven -kinderen, die het graf alleen vereenigd had, raken zou. Hij was heer en -meester in zijn paleis, men zou hen in hetzelfde doodshemd naaien, hen -in dezelfde kist bijzetten. Vervolgens zou de lijkdienst plaats hebben -in de nabijgelegen San Carlokerk, waarvan hij den kardinaalstitel -bezat en waar hij dus ook heer en meester was. Als het noodig was, -zou hij zelfs naar den paus gaan. En zoo souverein was zijn op luiden -toon uitgesproken wil, dat iedereen in het huis zich had moeten buigen, -zonder zich een gebaar of een woord te veroorloven. - -Toen had donna Serafina zich bezig gehouden met het laatste toilet der -dooden. Volgens het gebruik was het dienstpersoneel daarbij aanwezig; -Victorine, als de oudste, had de familie geholpen. Men had de beide -geliefden eerst in het losgeraakte haar van Benedetta moeten hullen, -het geurige, dikke, lange, op een koninklijken mantel gelijkende -haar; daarna had men hen in dezelfde witzijden lijkwade gewikkeld, -die vastgemaakt werd onder den hals en in den dood één enkel wezen -van hen gemaakt had. En weer had de kardinaal geëischt, dat zij -naar zijn vertrekken gebracht en in het midden der troonzaal op een -praalbed gelegd zouden worden, om hun daardoor een laatste eerbewijs -te geven, hun, den laatsten van hun naam, den tragischen geliefden, -met wie de eertijds zoo groote roem der Boccanera's tot het stof -terugkeerde. Donna Serafina had zich dadelijk bij dat plan neergelegd, -want zij vond het weinig passend, dat haar nicht, zelfs als doode, in -deze kamer op het bed van een jongen man gezien zou worden. De door -den kardinaal gemaakte voorstelling der feiten was reeds in omloop: -het plotselinge verscheiden van Dario, die in enkele uren door een -infectiekoorts weggerukt was; de waanzinnige smart van Benedetta, -die op zijn lijk den laatsten adem uitgeblazen had, toen zij hem -voor een laatste maal in haar armen drukte; de koninklijke eer, die -men hun bewees; de prachtige doodenbruiloft, die men hun bereidde, -terwijl zij beiden op hetzelfde eeuwige rustbed lagen. Geheel Rome -zou, door deze geschiedenis van liefde en dood geschokt, gedurende -twee weken over niets anders praten. - -In zijn haast, die hij had, om deze stad, waar hij het laatste -overschot van zijn geloof had verloren, te verlaten, zou Pierre nog -dienzelfden avond naar Frankrijk vertrokken zijn. Maar hij wilde de -begrafenis medemaken en had daarom zijn vertrek tot den volgenden -avond uitgesteld. Den geheelen dag nog zou hij hier doorbrengen In dit -paleis, dat instortte, dicht bij deze dooden, die hij had liefgehad, -en hij zou trachten voor hen de gebeden in de diepte van zijn leege, -gemartelde ziel terug te vinden. - -Toen hij voor de receptievertrekken van den kardinaal op de eerste -verdieping stond, kwam de herinnering in hem op aan den eersten dag, -dat hij zich hier voor de audiëntie bij den kerkvorst aangemeld -had. Het was dezelfde indruk van een oude, nu versleten en door het -stof van het verleden bedekte, vorstelijke pracht. De deuren der -drie groote antichambres stonden wijd open; de vertrekken met hun -hooge donkere plafonds waren in dit vroege ochtenduur nog geheel -ledig. In het eerste stond slechts Giacomo, onbeweeglijk in zijn -zwarte livrei, tegenover den ouden, rooden kardinaalshoed, die -met zijn half vergane kwasten, waartusschen de spinnen hun netten -weefden, onder den baldakijn hing. In het tweede, waarin zich vroeger -de secretaris ophield, wachtte abbé Paparelli, de sleepdrager, die -ook de functie van kamerheer vervulde, de bezoekers af en liep met -kleine, bijna onhoorbare passen heen en weer: nog nooit had hij met -zijn innemenden ootmoed, zijn verdacht uiterlijk van kruipende almacht, -meer op een oude, door al te strenge godsdienstige oefeningen vale en -gerimpelde, jongejuffrouw in een zwarten rok geleken. Ten slotte had -in de derde antichambre, de eere-antichambre, waar de baret op een -tafeltje tegenover het groote, gebiedende portret van den kardinaal -in gala-costuum lag, don Vigilio zijn schrijftafel verlaten en stond -nu aan de deur der troonzaal, om de personen, die deze betraden, -met een buiging te begroeten. En op dezen somberen winterochtend -schenen deze zalen nog droefgeestiger en meer vervallen; de behangsels -hingen aan flarden, de enkele meubelen waren vuil door het stof, het -oude houtwerk brokkelde af onder het aanhoudende knagen der wormen, -alleen de zolderingen behielden nog haar pronk van triomphantelijke -verguldingen en beschilderingen. - -Maar Pierre, dien abbé Paparelli met een overdreven diepe buiging -gegroet had, waarin een ironisch soort afscheid, zooals men dat aan een -overwonnene geeft, niet te miskennen viel, werd vooral getroffen door -de droefgeestige grootschheid van deze drie groote, in puin vallende -zalen, die dezen dag naar de in een doodsvertrek veranderde troonzaal -leidden, waarin de twee laatste kinderen des huizes sliepen. Welk een -prachtige en troostelooze doodenpraal! Al deze wijd geopende deuren, -al het ledige van deze te groote vertrekken, nu zij niet meer door -de vroegere menigten bevolkt werden, en die thans leidden tot den -diepen rouw over het einde van een geslacht! De kardinaal had zich -opgesloten in zijn studeerkamer, waar hij de familieleden en intieme -vrienden ontving, die erop stonden hem hun deelneming te betuigen, -terwijl donna Serafina harerzijds een vertrek ernaast gekozen had, -om haar vriendinnen te ontvangen. Pierre, die door Victorine van -het ceremonieel op de hoogte gebracht was, moest ertoe besluiten -onmiddellijk naar de troonzaal te gaan, waar hij opnieuw begroet -werd met een diepe buiging, ditmaal door don Vigilio, die, bleek en -zwijgend, hem zelfs niet scheen te herkennen. - -Hier wachtte den priester een verrassing. Hij had zich een volkomen -donkere chapelle ardente gedacht, waarin honderden kaarsen branden -zouden om een katafalk, die midden in de met zwarte draperieën -behangen zaal zou staan. Men had hem gezegd, dat de lijken hier op -het praalbed gelegd waren, omdat de oude kapel van het paleis, die -op den rez-de-chaussée lag, sedert vijftig jaren gesloten en buiten -gebruik was en de kleine particuliere kapel van den kardinaal te -klein voor een dergelijke plechtigheid zijn zou. Men had dan ook een -altaar in de troonzaal moeten oprichten, waar sedert den ochtend -de eene mis op de andere volgde. Bovendien moesten er eveneens -den geheelen dag missen gelezen worden in de particuliere kapel, -evenals men twee andere altaren opgeslagen had, een in een klein -naast de eere-antichambre gelegen vertrek en een in een soort alkoof, -dat uitkwam op de tweede antichambre. Zoo kwam het, dat priesters, -voornamelijk Franciscanen, en tot arme orden behoorende monniken op -deze vier altaren onafgebroken het heilige misoffer celebreerden. De -kardinaal had gewild, dat het goddelijk bloed geen oogenblik zou -ophouden in zijn huis te vloeien voor de verlossing der twee hem -zoo dierbare zielen. In het treurende paleis klonken onophoudelijk -door de rouwzalen de bellen bij de elevatie, zweeg het gemompel der -Latijnsche woorden geen oogenblik; hosties werden gebroken, kelken -geledigd, zoodat God zich geen oogenblik uit deze zware, naar den -dood ruikende atmospheer kon verwijderen. - -Tot zijn verbazing vond Pierre de zaal, zooals hij haar op den dag -van zijn eerste bezoek gezien had. De gordijnen der vier groote -vensters waren zelfs niet dichtgetrokken, de sombere winterochtend -viel met een zwak, vaal en koud licht binnen. Onder het plafond van -gebeeldhouwd en verguld hout waren nog het roode behang, een door -het lange gebruik verteerd brokaat met groote palmen, de oude troon, -de naar den muur gekeerde fauteuil, die vergeefs wachtte op den paus, -die nooit komen zou. Alleen het naast dien troon opgeslagen altaar -veranderde eenigszins den aanblik van het vertrek, waaruit de stoelen, -tafeltjes en wandtafeltjes verwijderd waren. In het midden had men op -een lage estrade het praalbed geplaatst, waarin Benedetta en Dario -onder een rijkdom van bloemen lagen. Aan het hoofdeinde brandden -eenvoudig twee kaarsen. Verder niets--niets dan bloemen en nog eens -bloemen, een zoo groote oogst van bloemen, dat men niet wist in -welken chimerischen tuin die geplukt konden zijn; vooral witte rozen, -rozenruikers op het bed, rozenruikers, die van het bed afvielen, -rozenruikers op de estrade, rozenruikers, die van de estrade op de -prachtige vloertegels der zaal vielen. - -Met een door een diepe ontroering geschokt hart was Pierre nader bij -het bed getreden. Die twee kaarsen, waarvan het gele licht half gedempt -werd door het vale daglicht, die voortdurend fluisterende, klagende -tonen van de mis, die doordringende, de atmospheer zwaar makende -geur der rozen vervulden de groote, ouderwetsche, stoffige zaal met -een grenzenlooze troosteloosheid. Geen beweging, geen ademhaling was -te hooren--niets anders dan van tijd tot tijd een zacht geluid van -verstikte snikken van een der weinige aanwezigen. De bedienden van -het huis wisselden elkaar onophoudelijk af; steeds stonden er vier als -trouwe en vertrouwde wachters onbeweeglijk aan het hoofdeinde. Nu en -dan kwam de kerkelijke advocaat Morano, die zich sedert den ochtend -met alles belastte, haastig en stil door het vertrek. Op de estrade -knielden allen, die binnenkwamen, neer, baden en weenden. Pierre zag -er drie dames, die haar gezicht in haar zakdoek drukten. Ook was er -een oude priester; hij beefde van verdriet en hield zijn hoofd diep -gebogen, zoodat men zijn gezicht niet onderscheiden kon. Maar vooral -werd hij ontroerd door den aanblik van een jong, armoedig gekleed -meisje, dat hij voor een dienstbode hield; het verdriet had haar zoo -verpletterd, dat zij, daar op de vloer, niet meer was dan een armzalig -hoopje ellende en leed. - -Nu knielde ook hij neer en trachtte in het beroepsmatig geprevel van -zijn lippen de Latijnsche woorden der heilige gebeden terug te vinden, -die hij, als priester, zoo dikwijls aan het doodsbed gebeden had. Zijn -steeds grooter wordende ontroering bracht zijn geheugen in de war; -hij ging geheel op in den heerlijken en vreeselijken aanblik der beide -gelieven, van wie hij zijn oogen niet afwenden kon. Onder de bloemen -waren de lijken in hun omhelzing bijna niet te onderscheiden, doch -de twee hoofden kwamen uit het aan den hals toegeknoopte doodskleed -te voorschijn. En hoe mooi waren zij nog, zooals zij daar, hun haar -vermengend, op hetzelfde kussen rustten. Het was de schoonheid van -eindelijk bevredigden hartstocht. Benedetta, liefhebbend en trouw -tot in de eeuwigheid, verrukt, omdat zij haar laatsten ademtocht -in een liefdeskus uitgeblazen had, had haar goddelijk lachend -gelaat behouden. Dario had, ondanks zijn laatste opperste geluk, -een smartelijker uitdrukking. Hun oogen, die tot in het diepst van -elkaars zielen blikten, stonden nog steeds open en bleven elkaar -aankijken met een liefkoozing, die nooit meer gestoord zou worden. - -God, was het dan waar, dat hij deze Benedetta liefgehad had met een -zoo reine, zoo van iedere zelfzuchtige gedachte vrije liefde? En Pierre -werd tot in het diepst van zijn ziel ontroerd door de heerlijke uren, -welke hij in een zoo reine vriendschap, die even zoet was als liefde, -in haar nabijheid had doorgebracht. Zij was zoo mooi, zoo verstandig, -zoo brandend van hartstocht! Hij zelf had zoo'n heerlijken droom -gedroomd: zijn bevrijdende broederliefde zou dit wonderbare wezen -met haar vurige ziel en haar indolente wijze van optreden tot leven -brengen: hij zag in haar het oude Rome, dat hij wilde wekken en -veroveren voor het Italië van morgen. Hij droomde ervan haar hart en -haar geest grooter te maken door haar liefde voor armen en ongelukkigen -te geven. Nu zou dit hem doen glimlachen, wanneer zijn oogen niet door -tranen overstroomd werden. Hoe bekoorlijk was zij geweest, toen zij -trachtte zijn zin te doen ondanks de onoverwinnelijke hinderpalen, als -afkomst, opvoeding en omgeving, die haar beletten hem te volgen. Eén -dag echter scheen zij nader tot hem gekomen te zijn, alsof het lijden -haar ziel voor alle barmhartigheid geopend had! Dan kwam de illusie -van het geluk en zij had de ellende der armen niet meer begrepen, was -geheel opgegaan in de zelfzucht van haar eigen hoop en vreugde. Groote -God, moest dit tot verdwijnen veroordeelde ras daarom zoo eindigen, -omdat het geheel gesloten was voor de liefde tot de armen, voor de -wet van barmhartigheid en gerechtigheid, die door de regeling van -den arbeid, voortaan alleen de wereld redden kon? - -Maar ook een andere wanhoop nog deed Pierre stamelen, zonder dat -de gebeden over zijn lippen kwamen. Hij dacht aan de gewelddaad, -die de beide kinderen door een verpletterende revanche der natuur -weggerukt had. Welk een hoon, dat zij de Heilige Maagd beloofd had -haar maagdelijkheid slechts te geven aan den uitverkoren echtgenoot; -welk een hoon, dat zij haar geheele leven onder dezen eed als onder een -boetegordel gebloed had, om zich ten slotte in den dood, wanhopig door -berouw, brandend van verlangen, om zich geheel te geven, in de armen -van den geliefde te werpen. En zij had zich gegeven in de razernij -van een laatste protest--het brutale feit der dreigende scheiding, -dat haar op haar vergissing opmerkzaam maakte en tot het instinct der -universeele liefde terugbracht, was voldoende daarvoor geweest. Dat -was een nieuwe nederlaag der Kerk, dat was Pan, de zaaier der kiemen, -die de paren met zijn voortdurend bevruchtend gebaar vereenigt. Al -mocht in den tijd der Renaissance de Kerk niet bezweken zijn onder den -aanval van de uit den ouden Romeinschen bodem opgegraven Venussen en -Herculessen, de strijd werd daarom niet minder verbitterd voortgezet -en ieder uur dreigden de nieuwe, van sap overloopende, naar het leven -snakkende volkeren in den strijd tegen een godsdienst, die slechts een -zucht naar den dood is, het oude Katholieke gebouw, welks muren reeds -aan alle kanten van onvruchtbaren ouderdom wankelen, neer te rukken. - -En op dat oogenblik had Pierre de gewaarwording, dat de dood van -deze aanbiddelijke Benedetta de grootste ramp was. Hij keek haar -nog steeds aan en tranen brandden in zijn oogen. Zij vernietigde -zijn droombeeld geheel. Evenals den vorigen avond in het Vaticaan -bij den paus voelde hij zijn hoop, zijn laatste hoop, de zoo vurig -verlangde wederopstanding van het oude Rome in een nieuw, jeugdig, -heilbrengend Rome, ineenstorten. Ditmaal was het voor goed uit: -Rome, het Katholieke, het vorstelijke Rome was dood, lag daar als -een marmeren beeld op het doodsbed. Het had niet kunnen gaan tot -de armen, tot de lijdenden van deze wereld; het was verscheiden in -den onmachtigen kreet van zijn zelfzuchtigen hartstocht, toen het te -laat was om lief te hebben en te baren. Nooit meer zou het kinderen -krijgen; het oude Romeinsche huis was voortaan ledig, onvruchtbaar, -zonder kans op herleving. En Pierre, wiens ziel de dierbare doode tot -weduwe gemaakt en in rouw om een zoo grootschen droom achtergelaten -had, werd, nu hij haar daar zoo onbeweeglijk en verstard liggen zag, -door een zoo groote smart aangegrepen, dat hij zich een onmacht nabij -gevoelde. Hij was bang dwars op de estrade te vallen, stond moeilijk -op en verwijderde zich. - -Toen hij in een vensternis vluchtte, om weer zichzelf meester te -worden, vond hij daar tot zijn verbazing Victorine, die op een half -verscholen bankje zat. Donna Serafina had het haar bevolen; zij waakte -van uit dat hoekje over haar dierbare kinderen, zooals zij ze noemde, -en had geen oog af van de personen, die kwamen en gingen. Toen zij -zag, dat de jonge priester zoo bleek en een flauwte nabij was, liet -zij hem onmiddellijk op haar plaats zitten. - -"O," zeide hij heel zacht, na diep adem gehaald te hebben; "mogen -zij tenminste het geluk smaken elders samen te zijn, in een andere -wereld herleven tot een nieuw leven." - -Zij haalde haar schouders op en zeide dan, ook op zacht fluisterenden -toon: - -"Herleven, mijnheer de abbé? Waarvoor? Kom, wanneer men dood is, is -het het beste nog maar dood te zijn en te slapen. De arme kinderen -hebben op aarde genoeg verdriet gehad, om nog te wenschen, dat zij -ergens anders opnieuw daarmede beginnen!" - -Dit zoo naïeve en diepe woord der onontwikkelde ongeloovige joeg -Pierre een rilling door zijn leden. Hij, hij had zoo dikwijls 's -nachts bij de plotselinge gedachte aan het Niet geklappertand! Zij -kwam hem in haar niet bang zijn voor de eeuwigheid en de oneindigheid -heldhaftig voor. O, als iedereen die kalme ongodsdienstigheid, die -zoo verstandige, zoo vroolijke zorgeloosheid van het gewone mindere -Fransche volk had, welk een plotselinge kalmte, welk een gelukkig -leven zou er dan onder de menschheid heerschen! - -En toen zij merkte hoe hij rilde, voegde zij eraan toe: - -"Wat wilt u dan toch, dat er na den dood is? Men heeft zijn slaap -heusch wel verdiend, en slapen is toch het meest begeerlijke en -troostende. Als God de goeden beloonen en de slechte straffen moest, -dan zou hij heusch veel te veel te doen hebben. Is een dergelijk -gericht mogelijk? Is het goede en het slechte in ieder onzer niet -zoo vermengd, dat het dan nog maar het beste zijn zou iedereen vrij -te spreken? - -"Maar die beiden daar," prevelde hij, "die zoo beminlijk waren en zoo -bemind werden, hebben niet geleefd. Waarom zou men zich dan niet het -geluk geven te gelooven, dat zij herleven en in elkaars armen elders -beloond worden?" - -Weer schudde zij haar hoofd. - -"Neen, neen!... Ik heb het immers altijd gezegd, dat Benedetta verkeerd -deed zich zoo te martelen met die gedachten aan een andere wereld, -en met zich niet te willen geven aan Dario, naar wien zij toch zoo -vurig verlangde! Als zij maar gewild had, dan zou ik hem wel in haar -kamer gebracht hebben, zonder burgemeester en zonder pastoor! Het -geluk is zoo zeldzaam! Later, wanneer het te laat is, heb je er des -te meer berouw over... Dat is de heele geschiedenis van die twee -arme lievelingen. Het is nu te laat voor hen; zij zijn dood en het -helpt niets, of je ze nu al in de sterren zet--want als je dood bent, -ziet u, dan ben je dood; en van al dat omhelzen worden zij niet koud -of warm meer." - -Nu werd zij op haar beurt door haar tranen overmand en snikte zij: - -"De arme lievelingen! De arme lievelingen! Te moeten denken, dat zij -niet eenmaal een gelukkigen nacht gehad hebben en dat nu de groote -nacht er is, die niet meer eindigen zal! Kijk toch eens hoe bleek -zij zijn. En stel u voor, wanneer er op het kussen niets meer over -zijn zal dan de beenderen van hun hoofden en wanneer alleen nog maar -de beenderen van hun armen elkaar zullen omhelzen?... O, laten zij -slapen, laten zij slapen! Dan weten zij tenminste, dan voelen zij -tenminste niets!" - -Een lange stilte volgde. In de huivering van zijn twijfel, in zijn -angstig willen, dat een leven hiernamaals bestaat, keek hij die -vrouw, die van de priesters "niets moest hebben", die ondanks haar -nederige positie van huishoudster sedert vijf-en-twintig jaar in -een vreemd land, welks taal zij zelfs niet had kunnen leeren, haar -Beauceronneesche vrijmoedigheid behouden had, die er zoo tevreden -en gelukkig uitzag in het bewustzijn, dat zij haar plicht gedaan -had. O, zoo te zijn als zij, haar heerlijk evenwicht te bezitten van -gezond, bekrompen wezen, dat tevreden is met de aarde, dat 's avonds, -na volbrachte dagtaak volkomen rustig slapen gaat en zich niet bang -maakt, niet meer wakker te zullen worden. - -Maar Pierre, die zijn blik weer op het doodsbed richtte, herkende -nu den ouden priester, die daar op de estrade geknield lag, en wiens -gezicht hij daareven niet had kunnen onderscheiden. - -"Is dat abbé Pisoni niet, de pastoor van de S. Brigitta, waar ik een -paar maal de mis gelezen heb? Wat heeft die arme man een verdriet!" - -"Daar heeft hij ook wel reden voor," antwoordde Victorine kalm, maar -met iets spijtigs in haar stem. "Den dag, dat hij op het denkbeeld -gekomen is mijn arme Benedetta met graaf Prada te laten trouwen, heeft -hij waarachtig wat moois uitgehaald. Er zou van al die ellendige dingen -niets gebeurd zijn, als men het lieve kind dadelijk haar Dario gegeven -had. Maar zij zijn in deze idiote stad met hun politiek allemaal even -gek; en deze, die toch werkelijk een heel braaf man is, dacht een -echt wonder te doen en de wereld te redden door den paus en den koning -samen te laten trouwen, zooals hij zeide met zijn zacht lachje van een -ouden geleerde, die nooit van iets anders dan van oude steenen gehouden -heeft! Kom, u weet wel, al die antikiteitenrommel, hun patriottische -ideeën van honderdduizend jaar geleden. En nu ziet u het zelf, vandaag -heeft hij geen tranen genoeg. Nog geen twintig minuten geleden is die -andere hier ook geweest, pater Lorenza, de Jezuïet, die na abbé Pisoni -de biechtvader van de contessina geweest is en ongedaan gemaakt heeft, -wat de ander gedaan had. Ja, een mooie kerel, zoo'n echte knoeier, die -haar belet heeft om gelukkig te zijn door al die gemeene complicaties, -die hij in de echtscheiding gebracht heeft!... Het zou me wat waard -zijn, als u er bij geweest was, om te zien, hoe hij eerst neerknielde -en dan een groot teeken des kruises maakte... Hij heeft niet gehuild, -geen traan heeft hij gelaten. Het was, alsof hij zeide, dat de zaak -zoo slecht eindigde, omdat God er zich heelemaal uit teruggetrokken -had. Daar komen de dooden wat verder mee!" - -Zij sprak zacht, aan één stuk door, als gaf het haar verlichting na -de vreeselijke uren van drukte en beklemdheid, die zij sedert den -vorigen dag doorgemaakt had, haar hart eens uit te kunnen storten. - -"En die daar," ging zij nog zachter voort; "herkent u haar niet?" - -Zij wees met haar blik op het armoedig gekleede jonge meisje, dat -hij voor een dienstbode gehouden had, en dat, verpletterd door -haar verdriet, voor het bed op den grond lag. Met een beweging -van radeloos lijden had zij zich juist opgericht en haar hoofd -achterovergeworpen--een buitengewoon mooi gezicht, overstroomd door -het mooiste zwarte haar, dat men zich denken kan. - -"Pierina!" zeide hij. "Het arme kind!" - -Victorine maakte een gebaar vol toegevend medelijden. - -"Wat zal ik u zeggen? Ik heb haar toegestaan hierheen te gaan... Ik -weet niet, hoe zij het ongeluk te weten is gekomen. Het is waar, zij -sluipt altijd in den omtrek van het paleis rond. Zij heeft mij laten -roepen... O, als u eens gehoord hadt, hoe zij mij smeekte, hoe zij -met luide snikken om de groote genade vroeg nog eenmaal haar prins -te mogen zien... Lieve God, zij doet er niemand kwaad mee, wanneer -ze met haar mooie verliefde oogen vol tranen naar hem kijkt. Zij is -hier nu al een half uur en ik heb mij voorgenomen haar weg te sturen, -wanneer zij zich niet netjes houdt. Maar nu zij verstandig is en zich -niet eens verroert, mag zij blijven en net zoo lang naar hen kijken, -als zij wil!" - -En waarlijk, Pierina, de dochter van onwetendheid, schoonheid en -hartstocht, leverde, zooals zij daar verpletterd en vernietigd aan den -voet van het bruidsbed, waarin de twee gelieven in den dood hun eersten -en eeuwigen nacht in een omhelzing sliepen, een verheven schouwspel -op. Zij liet haar armen met de geopende handen hangen, haar gezicht -was omhoog gericht, onbeweeglijk, als verstard in de extase van een -doodsstrijd, haar oogen hadden geen blik af van het aanbiddelijke -en tragische paar. Nooit nog had een menschelijk gelaat zoo schoon -gestraald in den glans van lijden en liefde; met haar koninklijk -voorhoofd, haar trotsch-bekoorlijke wangen, haar goddelijk volmaakten -mond was zij als een antieke, maar van leven trillende Smart. Waaraan -dacht zij, wat leed zij, terwijl zij zoo strak naar haar prins, die -voor eeuwig in de armen van haar mededingster lag, keek? Verstijfde -een ijverzucht, waaraan geen einde komen kon, het bloed in haar -aderen? Of was het alleen maar de smart hem verloren te hebben, -zich te moeten zeggen, dat zij hem voor de laatste maal zag--zonder -haat tegen deze andere vrouw, die vergeefs trachtte hem tegen haar -lichaam, dat even koud was als het zijne, te verwarmen? Haar door -tranen omsluierde oogen bleven echter zacht, haar lippen behielden hun -liefdevolle uitdrukking. Zij vond ze zoo kuisch, zoo mooi, zooals zij -daar onder die bloemenpracht lagen. En zij in haar eigen schoonheid, -haar koninklijke schoonheid, die zij zich niet bewust was, lag daar -ademloos als een nederige dienstmaagd, als een liefhebbende slavin, -wier hart haar meesters door hun dood uitgerukt en medegenomen hebben. - -Onophoudelijk kwamen nu met langzamen stap en rouwgezichten, menschen -binnen, knielden neer, baden eenige minuten en gingen dan weer -op dezelfde troostelooze, zwijgende wijze weg. Pierre voelde zijn -keel samensnoeren, toen hij de moeder van Dario, de nog altijd mooie -Flavia, binnenkomen zag. Zij was vergezeld door haar echtgenoot, den -mooien Jules Laporte, den voormaligen sergeant der Zwitsersche garde, -van wien zij een markies Montefiori gemaakt had. Zij was reeds den -vorigen avond, toen men haar den dood van haar zoon medegedeeld had, -gekomen, doch nu kwam zij officieel, in diepen rouw, prachtig nog -in al dat zwart, dat haar eenigszins gezette Juno-gestalte zoo goed -kleedde. Toen zij bij het bed gekomen was, bleef zij een oogenblik -staan; twee tranen, die niet naar beneden vielen, hingen aan den -rand van haar oogleden. Voor zij neerknielde, vergewiste zij zich of -Jules wel naast haar was, en beval hem met een blik eveneens naast -haar neer te knielen. Dan bleven beiden aan den rand der estrade den -daarvoor passenden tijd in gebed verzonken; zij zeer waardig en door -haar verdriet verpletterd, hij nog veel waardiger met de volmaakte -wanhoop van een man, die zich in alle levensomstandigheden, zelfs -de ernstigste, op zijn plaats gevoelt. Eindelijk stonden beiden op -en verdwenen door de deur der vertrekken, waar de kardinaal en donna -Serafina de familieleden en intieme kennissen ontvingen. - -Vijf dames traden achter elkaar binnen, terwijl twee Capucijners en -de Spaansche gezant bij den Heiligen Stoel weggingen. - -"Daar is de kleine prinses," riep plotseling Victorine, die eenige -oogenblikken gezwegen had. "Wat is zij bedroefd; zij hield ook zooveel -van onze Benedetta!" - -Inderdaad zag Pierre Celia, die zich voor dit vreeselijke -afscheidsbezoek in het zwart gekleed had, binnenkomen. Achter haar -hield de kamenier, die zij medegenomen had, in iederen arm een grooten -ruiker witte rozen. - -"De kleine schat!" prevelde Victorine weer. "Zij had zoo graag gewild, -dat haar huwlijk met Attilio tegelijk gesloten zou worden met dat -van de twee arme dooden, die daar in liefde rusten. Nu zijn zij haar -nog voor geweest; zij zijn al getrouwd en slapen daar al hun eersten -bruidsnacht." - -Onmiddellijk was Celia nedergeknield en had het teeken des kruises -gemaakt. Maar oogenschijnlijk bad zij niet; in wanhopige verbazing -keek zij naar de twee dierbare gelieven, die zij zoo wit, zoo koud, -in een zoo marmeren schoonheid terugvond. Waren enkele uren daarvoor -voldoende geweest? Was het leven ontvloden, zouden die lippen elkaar -nooit meer kussen? Zij zag ze weer voor zich, zooals zij op dien avond -van het bal in levende liefde triomphantelijk gestraald hadden! Een -woedend verzet rees uit haar jong, voor het leven openstaande, naar -vreugde en zonlicht dorstend hart op tegen den onredelijken dood. En -die woede, die afschuw, die smart in het aangezicht van het Niet, -waarin alle hartstocht verstart, waren duidelijk te lezen op haar -onschuldig gezichtje, dat op een reine, gesloten lelie geleek. Nooit -had haar onschuldige mond met de over de witte tanden gesloten lippen, -nooit hadden haar als bronwater heldere oogen een ondoorgrondelijker -mysterie, een dieper hartstochtsleven uitgedrukt, dat zij niet kende, -waarin zij nu binnentrad en dat dadelijk op den drempel tegen deze -twee geliefde dooden stootte, wier verlies haar hart schokte. - -Zacht sloot zij haar oogen en trachtte te bidden, terwijl nu dikke -tranen uit haar neergeslagen oogen vielen. Een oogenblik verliep te -midden van de huiverende stilte, die alleen door het zachte geluid -der mis verstoord werd. Eindelijk stond zij op, liet zich door de -kamenier de twee ruikers witte rozen geven, die zij zelf op het bed -leggen wilde. Op de estrade staande, aarzelde zij even; dan legde zij -ze rechts en links van het kussen, waarop de beide hoofden rustten, -als had zij deze met die bloemen gekroond. Zij legde ze in hun haren en -maakte hun jonge voorhoofden geurig met dien zoo zachten en sterken -geur. Maar toen haar handen ledig waren, ging zij niet weg; zij -bleef daar vlak bij hen staan, boog zich bevend over hen heen, vond -nog niet wat zij hun zeggen, voor eeuwig van haar op hen achterlaten -kon. Zij vond het: zij boog zich nog dieper over haar heen en drukte -twee lange kussen, haar geheele, diepe, liefhebbende ziel op de kille -voorhoofden der echtgenooten. - -"De dappere kleine," zeide Victorine, wier tranen begonnen te -stroomen. "Zij heeft hun een zoen gegeven; daar heeft nog niemand aan -gedacht, zelfs zijn moeder niet. Het dappere kind! Zij heeft daarbij -zeker aan haar Attilio gedacht!" - -Toen Celia zich omdraaide om van de estrade af te gaan, zag zij -Pierina, die in stomme, smartelijke aanbidding nog steeds half -achterover lag. Zij herkende haar en kreeg een diep medelijden -met haar, toen zij zag, dat zij weer zoo zwaar begon te snikken, -dat haar lichaam, haar heupen en haar godinne-boezem heftig -schokten. Deze liefdesmart trof haar tot in haar ziel als een ramp, -waarbij al het overige in het niet zonk. Men hoorde haar op zachten, -diep-medelijdenden toon zeggen: - -"Kalmeer je, kalmeer je toch!... Ik smeek je, wees toch verstandig!" - -Toen Pierina, maar nu van schrik, dat men haar zoo toesprak en -beklaagde, nog heviger begon te snikken, richtte Celia haar op -en steunde haar met haar beide armen uit vrees, dat zij vallen -zou. Toen leidde zij haar in een zusterlijke omarming als een zuster -in liefde en wanhoop uit de zaal, terwijl zij haar vriendelijke -woorden influisterde: - -"Ga haar toch na, ga toch kijken, wat er van haar wordt," zeide -Victorine tegen Pierre. "Ik wil hier niet vandaan; het geeft mij -zoo'n rust over die lieve kinderen te waken." - -Voor het geïmproviseerde altaar begon een andere priester een nieuwe -mis; weer begon het eentonig afzingen der Latijnsche woorden. De -bloemengeur werd in de onbeweeglijke, droefgeestige atmospheer van het -groote vertrek steeds sterker en drukkender en streelde bedwelmend -de zinnen. Op den achtergrond stonden de bedienden roerloos als bij -een gala-receptie. En voor het praalbed, dat de twee bleeke kaarsen -als sterren verlichtten, bleef het treurdéfilé geruischloos doorgaan: -vrouwen en mannen knielden een oogenblik neder en ging dan weer weg -met het onvergetelijke beeld der twee tragische gelieven, die hun -eeuwigen slaap sliepen. - -Pierre haalde Celia en Pierina in in de eere-antichambre, waar don -Vigilio zich bevond. Men had daar in een hoek de paar stoelen uit de -troonzaal gezet, en de kleine prinses had de arbeidster gedwongen op -een fauteuil te gaan zitten, om wat tot zichzelf te komen. In extase -stond zij voor haar, verrukt over haar schoonheid. Dan sprak zij -weer over de twee dooden, die haar ook zoo mooi toegeschenen waren: -van een trotsche, zachte, vreemde schoonheid. Ondanks haar tranen -werd zij geheel door haar bewondering medegesleept. Toen de priester -Pierina aan het praten kreeg, hoorde hij, dat Tito, haar broer, met -een door een messteek doorboorde heup in groot levensgevaar in het -ziekenhuis lag; in de Prati del Castello was sedert het begin van den -winter de toch al vreeselijke ellende nog grooter geworden. Iedereen -had groot verdriet; degenen, die de dood wegnam, moesten eigenlijk -blijde zijn. Maar met een gebaar van overwinlijke hoop verjoeg Celia -het lijden, den dood zelf. - -"Neen, neen, men moet leven. En om te leven, is het voldoende mooi -te zijn... Kom, lieve kind, blijf niet hier, huil niet meer, leef -voor het genot mooi te zijn!" - -Zij nam haar mede en Pierre bleef door een zoo moe makende droefheid -op een der fauteuils zitten, dat hij zich het liefst niet meer bewogen -had. Don Vigilio bleef iederen bezoeker met een buiging groeten. 's -Nachts had hij een hevigen koortsaanval gehad; hij rilde er nog -van, terwijl zijn brandende oogen onrustig rondkeken. Telkens weer -wierp hij een blik op Pierre, alsof hij zijn begeerte, om met hem -te spreken, niet bedwingen kon, maar de vrees, dat abbé Paparelli -het door de wijd openstaande deur der antichambre ernaast zien zou, -weerhield hem blijkbaar, want hij bleef den sleepdrager steeds in -het oog houden. Eindelijk moest deze zich een oogenblik verwijderen -en kwam don Vigilio naar den priester toe. - -"U is gisteren bij Zijn Heiligheid geweest?" - -Verbaasd keek Pierre hem aan. - -"Ik heb u toch al zoo dikwijls gezegd, dat je alles hoort. U hebt uw -boek heel eenvoudig teruggetrokken, niet waar?" - -De toenemende verbazing van den priester zeide hem genoeg, zoodat -hij hem niet eens den tijd tot antwoorden liet. - -"Ik vermoedde het, maar ik wilde er zekerheid van hebben. Dat is -natuurlijk weer allemaal hun werk. Gelooft u me nu, is u nu overtuigd, -dat zij hen, die zij niet vergiftigen, wurgen?" - -Hij bedoelde natuurlijk de Jezuïeten. Voorzichtig keek hij rond, -om te zien, of abbé Paparelli nog niet terug was. - -"En wat heeft monsignor Nani u gezegd?" - -"Pardon," antwoordde Pierre eindelijk; "ik heb monsignor Nani nog -niet gesproken." - -"O, ik dacht het... Hij is voor u door deze zaal gekomen. Als u hem -niet in de troonzaal gezien hebt, is hij zeker donna Serafina en -den kardinaal gaan condoleeren. Hij zal dadelijk wel terugkomen, -let maar op." - -En met zijn bitterheid van steeds geterroriseerd en overwonnen zwak -man voegde hij eraan toe: - -"Ik heb u wel voorspeld, dàt u ten slotte doen zoudt wat hij wilde." - -Maar hij meende het zachte getrippel van abbé Paparelli te hooren, ging -onmiddellijk naar zijn plaats terug en begroette twee oude dames, die -binnen kwamen, met zijn buiging. Pierre, die terneergedrukt en met half -gesloten oogen was blijven zitten, zag nu eindelijk Nani voor zich, -zooals hij in werkelijkheid was; een sluw diplomaat. Hij herinnerde -zich, wat don Vigilio in dien nacht, dat zij zoo vertrouwelijk gepraat -hadden, hem verteld had over dezen man, die veel te handig en te slim -was, om een impopulair kleed aan te trekken, maar verder zeer charmant -was, de wereld door zijn verschillende functies aan de nuntiatuur -en het H. College uitstekend kende, in alle zaken betrokken en van -alles op de hoogte, met één woord een der geestelijke leiders van het -moderne zwarte leger was, dat door zijn opportunisme den geest der -eeuw voor de Kerk wilde terugwinnen. En plotseling ging een alles -helder makend licht in hem op: hij zag in, door welke soepele en -bewonderenswaardig handige politiek die man hem gebracht had tot de -daad, die hij van zijn schijnbaar vrijen wil had willen verkrijgen: -het zonder reserve terugnemen van zijn boek. Bij het eerste bericht, -dat men het boek vervolgde, had zich een groote teleurstelling, een -plotselinge vrees van hem meester gemaakt, dat men den geëxalteerden -schrijver tot een verzet zou drijven, dat onaangename gevolgen hebben -kon; dadelijk stond zijn plan vast; inlichtingen omtrent dezen jongen -priester, die tot een schisma in staat was, werden ingewonnen, zijn -reis naar Rome bewerkt, een onderdak hem aangeboden in een oud paleis, -welks muren zelf hem verstarren en leeren zouden. Dan volgde de eene -hinderpaal op de andere, zijn verblijf werd verlengd, doordat men hem -belette den paus te spreken, door hem de zoo vurig begeerde audiëntie -te beloven, zoodra het uur daartoe gekomen was, nadat men hem van den -een naar den ander verwezen had: van monsignor Fornaro naar pater -Dangelis, van kardinaal Sarno naar kardinaal Sanguinetti. Dan kwam -eindelijk, toen alles--dingen en menschen--hem afgemat en uitgeput -gemaakt had, hem weer opnieuw aan den twijfel overgeleverd had, -de audiëntie, waarop men hem sedert drie maanden voorbereidde, dat -bezoek aan den paus, dat zijn droom geheel vernietigen moest. Nu zag -hij Nani weer voor zich met zijn fijn glimlachje, zijn heldere oogen -van sluwen diplomaat, die plezier heeft in een experiment; hij hoorde -hem met zijn licht spottende stem zeggen, dat het een ware genade der -Voorzienigheid was, wanneer deze hinderpalen hem in staat stelden -Rome te bezichtigen, na te denken, te begrijpen; een onderricht, -een opvoeding, die hem vele fouten besparen zou. En hij, die gekomen -was met zijn apostelgeestdrift, die van strijdlust gegloeid, die -gezworen had zijn boek nooit te zullen terugnemen! Was het niet de -hoogste diplomatie op die wijze zijn gevoel tegen zijn rede gebroken -te hebben door een beroep te doen op zijn intellect, opdat dit, -zonder ergernisgevenden strijd, het nuttelooze en leugenachtige boek -terugnemen zou--iets, wat van zelf gebeuren zou, zoodra het zich in -het aangezicht van het werkelijke Rome, rekenschap gegeven zou hebben -hoe reusachtig belachelijk het was van een nieuw Rome te droomen? - -Op dat oogenblik zag Pierre monsignor Nani uit de troonzaal komen; -maar hij voelde niet den wrok, dien hij verwacht had te zullen -voelen. Integendeel, hij was gelukkig, toen de prelaat, die op zijn -beurt Pierre ook gezien had, met uitgestoken hand naar hem toekwam. Hij -glimlachte echter niet, zooals gewoonlijk; zijn gelaat stond ernstig, -was smartelijk vertrokken. - -"O, wat een ontzettende catastrophe, mijn zoon! Ik kom zoo juist van -Zijne Eminentie. Het is vreeselijk om zijn verdriet te zien." - -Hij ging op een der stoelen zitten en noodigde met een handgebaar den -priester uit ook weer plaats te nemen; dan zweeg hij een oogenblik, -ongetwijfeld was hij moe van opwinding, en had hij enkele minuten -noodig om zich te herstellen van de smartelijke gedachten, die -zijn anders zoo opgewekt gezicht zoo versomberden. Dan scheen hij -die gedachten met een gebaar te verjagen en vond hij zijn gewone -vriendelijkheid terug. - -"Welnu, mijn zoon, hebt gij met Zijne Heiligheid gesproken?" - -"Ja, monsignor, gisterenavond, en ik dank u zeer voor de groote -goedheid, waarmede u mijn verlangen tegemoet gekomen zijt!" - -Nani keek hem strak aan, terwijl een onbedwingbaar glimlachje op zijn -lippen verscheen. - -"U bedankt mij... Ik zie wel, dat gij verstandig geweest zijt door -u voor de voeten van Zijne Heiligheid geheel te onderwerpen. Ik was -er zeker van, ik verwachtte niets anders van uw helder inzicht. Maar -toch maakt u mij zeer gelukkig, want ik constateer tot mijn groote -blijdschap, dat ik me niet in u vergist heb!" - -Hij liet zich gaan en voegde er aan toe: - -"Nooit heb ik met u gediscussieerd. Waartoe diende het, nu de feiten -er waren, om u te overtuigen. En nu gij uw boek teruggenomen hebt, -zou iedere verdere discussie nog nutteloozer zijn... Maar toch zou ik -u wel in overweging willen geven het volgende eens goed te overdenken: -wanneer het in uw macht was de Kerk terug te brengen tot haar begin, -tot die Christelijke gemeenschap, waarvan u een zoo bekoorlijke -schildering gegeven hebt, dan zou de Kerk zich toch slechts weer -in die banen kunnen bewegen, waarin God haar reeds eenmaal geleid -heeft... Neen, God heeft wat hij gedaan heeft, goed gedaan: de Kerk -moet, zooals zij is, de wereld regeeren, zooals zij is; het staat -aan haar alleen uit te maken hoe zij haar heerschappij hier op aarde -krachtig verzekeren wil. Daarom was een aanval op de wereldlijke -macht een onvergeeflijke fout, een misdaad, want door het pausdom van -zijn grondbezit te berooven, levert zij het over aan de genade der -volkeren... Uw nieuwe godsdienst is ten slotte niets anders dan het -ineenstorten van allen godsdienst, de moreele anarchie, de vrijheid tot -afscheiding, in één woord de vernietiging van het goddelijke gebouw, -van het eeuwenoude, aan wijsheid en kracht zoo rijke Katholicisme, -dat tot heden voldoende geweest is voor het heil der menschen, dat -alleen hen vermag te redden--morgen en in alle eeuwigheid." - -Pierre voelde, dat hij oprecht vroom was, een werkelijk onwrikbaar -geloof bezat en de Kerk als een dankbare zoon lief had, vast -overtuigd, dat zij de mooiste, de eenige sociale organisatie was, -die de menschheid gelukkig zou kunnen maken. Wanneer hij de wereld -wilde regeeren, dan was de vreugde om te heerschen in dien wil een -overheerschende factor, maar ook uit de overtuiging, dat niemand hem -beter regeeren zou dan hij. - -"O zeker, over de middelen valt te praten. Wat mij persoonlijk betreft, -ik zou die graag zoo zacht en humaan mogelijk willen zien, middelen, -die geheel in overeenstemming zijn met de geest der eeuw, die ons -schijnt te ontsnappen, juist omdat er een eenvoudig misverstand -tusschen hem en ons bestaat... Daarom ben ik zoo blij, mijn zoon, -u terug te zien keeren in den schoot der Kerk, denkend als wij, -bereid met ons te strijden." - -De priester vond in deze woorden als de argumenten van Leo XIII zelf -terug. Daar hij een direct antwoord vermijden wilde, boog hij nogmaals -en sprak langzamer, om het bittere beven van zijn stem te verbergen. - -"Ik herhaal, monsignor, hoe dankbaar ik u ben, dat u met de ervaren -hand van een volmaakt chirurg mij van mijn ijdele illusies bevrijd -hebt. Morgen, wanneer ik geen pijn meer hebben zal, zal ik u er eeuwig -dankbaar voor zijn." - -Monsignor Nani bleef hem glimlachend aankijken. Hij begreep wel, -dat deze jonge priester zich verder afzijdig houden zou, een voor de -Kerk verloren kracht was. Wat zou hij morgen doen? De een of andere -nieuwe dwaasheid natuurlijk. Maar de prelaat was reeds blijde, dat -hij hem geholpen had de eerste goed te maken; de toekomst kon hij -niet vooruitzien. - -"Mag ik u ten slotte nog een raad geven?" vroeg hij. "Wees verstandig; -uw geluk als mensch en priester ligt in deemoed. U zult vreeselijk -ongelukkig worden, indien gij de buitengewone intelligentie, die God -u gegeven heeft, tegen God gebruikt." - -Dan gaf hij met een nieuw gebaar te kennen, dat de zaak voor hem -afgeloopen, voor goed uit was. Nu maakte de andere zaak hem weer -somber, de andere zaak, die ook ten einde liep--maar op zoo tragische -wijze door den verpletterenden dood van die twee kinderen, die in de -zaal ernaast sliepen. - -"O," ging hij voort, "wat heb ik vreeselijk te doen met die arme -prinses en dien armen kardinaal. Nog nooit is een zoo verschrikkelijke -catastrophe op een huis neergekomen. Neen, neen, het is te veel! Het -ongeluk gaat te ver; de ziel komt daartegen in verzet!" - -Maar op dat oogenblik kwam een geluid van stemmen uit de tweede -antichambre en tot zijn groote verbazing zag Pierre kardinaal -Sanguinetti, dien abbé Paparelli met groote onderdanigheid begeleidde, -langs zich gaan. - -"Indien Uwe Eminentie de goedheid hebben wil mij te volgen, zal ik -Uwe Eminentie zelf brengen." - -"Ja, ik ben gisterenavond uit Frascati teruggekomen, en toen ik de -droeve tijding hoorde, heb ik dadelijk mijn troost en deelneming -willen brengen." - -"Indien het Uwe Eminentie moge behagen enkele oogenblikken bij de -lijken te vertoeven, dan zal ik u daarna bij Zijne Eminentie brengen." - -"Uitstekend. Ik sta er op, dat men weet hoezeer ik deel neem aan den -rouw, die dit illustere huis treft." - -Hij verdween in de troonzaal en Pierre bleef, verstomd over een -dergelijke kalme onbeschaamdheid, zitten. Hij beschuldigde hem niet van -directe medeplichtigheid, hij durfde niet nagaan hoever zijn moreele -medeplichtigheid ging. Maar nu hij hem daar met opgeheven hoofd en -zoo beslist sprekend langs zich zag gaan, kreeg hij de plotselinge, -vaste overtuiging, dat hij alles wist. Hoe? Door wien? Hij zou het -niet kunnen zeggen. Ongetwijfeld op de wijze, waarop misdaden in -deze duistere kringen, onder menschen, die er belang bij hebben ze -te weten, aan het licht komen. Een rilling doorhuiverde hem nu hij -nogmaals dacht aan het hautaine optreden van dezen man; hij kwam -misschien om kwade vermoedens in hun geboorte te verstikken, zeker, -om een handigen politieken zet te doen door zijn mededinger een -openlijk bewijs van achting en toegenegenheid te geven. - -"De kardinaal hier!" prevelde Pierre onwillekeurig. - -Monsignor Nani, die Pierre's gedachten in zijn kinderoogen, die -alles verrieden, las, deed, alsof hij de beteekenis van dien uitroep -anders opvatte. - -"Ja, ik had al gehoord, dat hij sedert gisterenavond weer in Rome -is. Hij wilde niet langer wegblijven, nu de Heilige Vader zich weer -beter gevoelt en hem misschien noodig hebben kan." - -Hoewel het met een volmaakt onschuldig gezicht gezegd werd, liet Pierre -er zich geen oogenblik door op een dwaalspoor brengen. En nadat hij op -zijn beurt den prelaat aangekeken had, kwam hij tot de overtuiging, -dat ook deze alles wist. Plotseling zag hij de geheele zaak in haar -vreeselijke gecompliceerdheid, in de geheele wreedheid, die het lot -eraan gegeven had. Nani, een zeer intiem vriend der Boccanera's, was -toch zeker geen man zonder hart en hield zeker veel van Benedetta, -door wier schoonheid en gratie hij ongetwijfeld bekoord was. Dat kon -verklaren, waarom hij op zoo zegepralende wijze de nietigverklaring van -het huwlijk had laten uitspreken. Maar volgens don Vigilio was deze -ten koste van veel geld en onder den druk van zeer bekende invloeden -verkregen scheiding een schandaal, dat hij in den beginne gerekt had -en dan tot een opzienbare oplossing verhaast had met het eenige doel -den kardinaal op den vooravond van het conclave, dat iedereen voor -aanstaande hield in discrediet te brengen en voor de tiara onmogelijk -te maken. - -Trouwens, het scheen niet te betwijfelen, dat de intransigente en -van alle diplomatie afkeerige kardinaal niet de candidaat van den -zoo soepelen Nani, die een overtuigde voorstander van een algemeene -vereeniging was, zijn kon; zoo kon de lange arbeid van dezen laatste in -het huis, niettegenstaande hij de lieve contessina gelukkig trachtte -te maken, niets anders geweest zijn dan een langzame, ononderbroken -vernietiging van het eerzuchtig streven van broeder en zuster, dat -hun geslacht aan de Kerk een derden paus zou geven. Maar ook al had -hij dat ook altijd gewild, ook al had hij misschien een oogenblik -voor kardinaal Sanguinetti gewerkt, ook al had hij op dezen zijn -hoop gesteld, toch was het nooit in hem opgekomen, dat men het tot -een misdaad zou laten komen, tot den afschuwlijken gruwel van een -aan een verkeerd adres komend en onschuldigen treffend vergif komen -zou. Neen, neen, het was te veel, zooals hij zeide, de ziel kwam -daartegen in opstand. Hij gebruikte zachtere wapenen; een dergelijke -ruwheid stootte hem tegen de borst. Op zijn zoo blozend en welgevormd -gezicht was nog de ernst van zijn woede te lezen, die hem bij het -zien van den treurenden kardinaal en die twee in zijn plaats getroffen -gelieven aangegrepen had. - -Pierre, die in de meening verkeerde, dat kardinaal Sanguinetti nog -altijd de heimlijke candidaat van den prelaat was, werd ondanks alles -nog steeds gekweld door de vraag hoe ver de moreele medeplichtigheid -van dezen laatste ging. Hij vatte het gesprek weer op. - -"Men zegt, dat Zijne Heiligheid het met Zijne Eminentie kardinaal -Sanguinetti niet bijster goed vinden kan. Trouwens dat is vrij -natuurlijk, want de regeerende paus kan den toekomstigen moeilijk -met een vriendelijk oog aanzien." - -Monsignor Nani liet zich een oogenblik in alle vrijmoedigheid gaan: - -"O, de kardinaal heeft reeds drie of viermaal met het Vaticaan op -gespannen voet gestaan, om zich dan weer met den paus te verzoenen. En -in ieder geval behoeft de Heilige Vader geen posthume jaloezie te -toonen; hij weet, dat hij Zijne Eminentie heel goed ontvangen kan." - -Doch dan speet het hem, zich zoo beslist uitgelaten te hebben en -verbeterde hij zich: - -"Ik scherts maar wat, Zijne Eminentie is het groote geluk, dat hem -misschien wacht, volkomen waard." - -Maar Pierre had nu zekerheid: kardinaal Sanguinetti was ongetwijfeld -monsignor Nani's candidaat niet meer. Blijkbaar vond hij, dat de -kardinaal door zijn ongeduldige eerzucht te zeer verzwakt en door -de dubbelzinnige bondgenootschappen, die hij in zijn koorts met -iedereen, ja zelfs met het jonge, patriottische Italië gesloten had, -ook te gevaarlijk was. De stand van zaken was duidelijk: kardinaal -Sanguinetti en kardinaal Boccanera waren bezig elkaar te verslinden, -elkaar uit den weg te ruimen: de een door zijn voortdurende intriges, -die voor geen enkel compromis terugdeinsden, en ervan droomend Rome -door verkiezingen te heroveren; de ander onbeweeglijk en onwrikbaar -in zijn intransigentie, den geest der eeuw met zijn banbliksems -treffend, het wonder, dat de Kerk redden moest, alleen van God -verwachtend. Waarom zou men die twee zoo tegenstrijdige theorieën -elkaar niet laten vernietigen. Al was Boccanera aan het vergif -ontsnapt, daarom was hij niet minder door de tragische gebeurtenis -getroffen en voortaan onmogelijk als candidaat, vernietigd als hij -was door de geschiedenissen, waarover geheel Rome praatte; en al kon -Sanguinetti meenen, dat hij eindelijk bevrijd was van zijn voornaamsten -mededinger, toch had hij niet ingezien, dat hij zichzelf trof, dat hij -tegelijkertijd zijn eigen candidatuur onmogelijk maakte. Monsignor -Nani zag dit alles blijkbaar met groot welgevallen: noch de een, -noch de ander, de plaats vrij. Het was de oude geschiedenis van -die twee legendarische wolven, die met elkaar gevochten en elkaar -opgegeten hadden, tot zelfs het puntje van de staart niet meer over -was. Maar een man als Nani was nooit werkeloos, moest een candidaat -hebben. Maar wie, wie zou de toekomstige paus zijn? - -Hij was opgestaan en nam hartelijk afscheid van den jongen priester. - -"Mijn zoon, ik betwijfel of ik u nog zien zal. Ik wensch u een goede -reis..." - -Toch ging hij niet weg, maar bleef Pierre met zijn doordringenden -blik aankijken; eindelijk ging hij weer zitten en wees Pierre ook -een stoel aan. - -"Gij zult natuurlijk dadelijk na uw aankomst in Frankrijk kardinaal -Bergerot gaan begroeten... Wees zoo goed hem mijn eerbiedige groeten -over te brengen. Ik heb hem toen hij hier was om zijn kardinaalshoed -te halen, leeren kennen. Hij is een der corypheeën van den Franschen -clerus... O, als een zoo verheven geest werken wilde voor de goede -verstandhouding in onze heilige Kerk! Maar helaas ben ik bang, dat -hij vooroordeelen van opvoeding en omgeving heeft; hij helpt ons -niet altijd." - -Pierre luisterde verbaasd; het verwonderde hem, dat de prelaat -juist in deze oogenblikken voor de eerste maal over den kardinaal -begon. Maar dan liet hij alle gereserveerdheid varen en antwoordde -met alle vrijmoedigheid: - -"Ja, Zijne Eminentie heeft over onze oude Kerk van Frankrijk zeer -vaststaande meeningen. Zoo steekt hij bijvoorbeeld zijn afschuw voor -de Jezuïeten niet onder stoelen of banken." - -"Wat, een afschuw van de Jezuïeten?" viel monsignor Nani hem in de -rede. "Waarmede kunnen de Jezuïeten hem verontrusten? Er bestaan -er niet meer, de geschiedenis met de Jezuïeten is nu uit! Hebt u er -te Rome gezien? Hebben die arme Jezuïeten, die er zelfs geen steen -bezitten, om hun hoofd op neer te leggen, u een stroo breed in den -weg gelegd?... Neen, dien vogelverschrikker moest men nu laten rusten, -dat is kinderpraat!..." - -Pierre keek nu op zijn beurt den prelaat aan: hij verwonderde zich -over diens ongedwongenheid, over diens kalme zelfverzekerdheid in zake -deze brandende quaestie. Monsignor Nani sloeg zijn blik niet neer, -maar liet in zijn oogen lezen, als waren die het boek der waarheid. - -"O, als gij onder Jezuïeten de verstandige priesters verstaat, -die, inplaats van met de moderne maatschappijen een onvruchtbaren, -gevaarlijken strijd aan te gaan, op humane wijze trachten deze tot -de Kerk terug te brengen, lieve Hemel, dan zijn we allen min of -meer Jezuïeten, want het zou krankzinnigenwerk zijn geen rekening -te houden met den tijd, waarin men leeft... Bovendien hang ik niet -aan woorden. Wat beteekenen die? Dus goed, Jezuïeten, voor mijn part -Jezuïeten, als u dat wilt!" - -Hij glimlachte reeds weer met zijn vriendelijk, fijn glimlachje, -waarin zooveel spot en geest lag. - -"Welnu zeg aan kardinaal Bergerot, wanneer u hem ziet, dat het -onredelijk is de Jezuïeten in Frankrijk te vervolgen, hen als vijanden -der natie te behandelen. Juist het tegendeel is waar: de Jezuïeten -zijn voor Frankrijk, omdat zij voor den rijkdom, voor de kracht -en den moed zijn. Frankrijk is de eenige groote Katholieke natie, -die staande gebleven is, de eenige, waaraan het pausdom eenmaal een -grooten steun hebben kan. Daarom heeft dan ook de Heilige Vader, -nadat hij een oogenblik gehoopt had dien steun van het overwinnende -Duitschland te krijgen, een verbond gesloten met het toch pas -overwonnen Frankrijk, want hij begreep, dat buiten dat land geen -heil voor de Kerk te wachten was. En in dat alles heeft hij slechts -de politiek gevolgd der Jezuïeten, van die afschuwlijke Jezuïeten, -die men in uw Parijs zoo verfoeit... Zeg bovendien aan kardinaal -Bergerot, dat het zeer mooi van hem zou zijn, wanneer hij mede -wilde werken aan de bevrediging door er op te wijzen, hoe verkeerd -het van uw Republiek is den paus niet krachtiger te steunen in zijn -vergevingswerk. Zij doet, alsof zij hem als een quantité négligeable -beschouwt; dat is een gevaarlijke fout voor bewindslieden, want al -schijnt het ook, dat hij van alle politieke actie beroofd is, toch -blijft hij desniettemin een ontzaglijke moreele kracht, die ieder uur -een religieuse agitatie van onberekenbare draagwijdte in het leven kan -roepen. Hij is het altijd nog, die over de volkeren beschikt, omdat -hij over de zielen beschikt; de Republiek handelt zeer lichtzinnig, -ja zelfs in zijn voordeel, door te laten blijken, dat zij dat niet -meer weet... En zeg hem ten slotte dat het jammerlijk is om te zien, -op welk een treurige wijze die Republiek haar bisschoppen kiest, -juist alsof zij met opzet haar episcopaat wil verzwakken. Afgezien -van enkele gelukkige uitzonderingen zijn uw bisschoppen armzalige -geesten en bijgevolg hebben uw kardinalen, middelmatige koppen, hier -niet den minsten invloed, spelen zij hier geen rol. Welk een treurig -figuur zult gij in het aanstaande conclave slaan! Waarom behandelt -gij dus de Jezuïeten, die politiek gesproken uw vrienden zijn, met -een zoo dwazen, zoo blinden haat? Waarom maakt gij geen gebruik van -hun intelligenten ijver, die bereid is u te dienen, om u zoodoende de -hulp van den toekomstigen paus te verzekeren? Gij hebt dien noodig, -hij moet bij u het werk van Leo XIII voortzetten, het werk dat zoo -verkeerd beoordeeld, zoo bestreden wordt; het werk, dat zich niet -bekommert om kleine, tijdelijke resultaten, dat voor alles arbeidt -voor de toekomst, voor de vereeniging van alle volkeren in hun heilige -moeder, de Kerk... Zeg dat aan kardinaal Bergerot, zeg hem, dat hij -aan onze zijde moet staan, dat hij voor zijn land werkt door voor ons -te werken. De toekomstige paus! Daarin ligt alles! En wee Frankrijk, -wanneer het in den paus van morgen niet een voortzetter vindt van -het werk van Leo XIII!" - -Hij was weer opgestaan en ditmaal ging hij werkelijk. Nooit nog had -hij zich op die wijze zoo lang uitgelaten. Maar ongetwijfeld had hij -slechts gezegd, wat hij wilde zeggen, en wel met een doel, dat hij -alleen kende, met een vastberaden langzaamheid en vriendelijkheid, -waarin men voelde, dat ieder woord van te voren rijpelijk overwogen -was. - -"Vaarwel, mijn zoon, en nogmaals raad ik u, denk over alles wat gij -te Rome gezien en gehoord hebt, goed na, wees verstandig en bederf -uw leven niet!" - -Pierre boog en drukte de kleine, gevulde hand, die de prelaat hem -toestak. - -"Ik dank u nogmaals voor al uw goedheid, monsignor, en wees overtuigd, -dat ik niets van mijn reis vergeten zal." - -Hij keek hem na en zag hem in zijn fijne soutane, met zijn lichten -veroveraarsstap, die alle overwinningen der toekomst tegemoet -meende te gaan, verdwijnen. Neen, neen, hij zou niets van zijn -reis vergeten. Hij kende die vereeniging van alle volkeren in hun -heilige moeder, de Kerk, die wereldlijke slavernij, waarin de wet van -Christus de dictatuur van Augustus werd. En wat de Jezuïeten betreft, -hij twijfelde er geen oogenblik aan, dat zij Frankrijk liefhadden, -de oudste dochter de Kerk, de eenige, die haar moeder nog helpen -kon om de wereldheerschappij te veroveren: maar zij hadden het lief, -zooals de zwarte sprinkhanen de oogstvelden liefhebben, waarop zij -neerstrijken en die zij verslinden. Een oneindige droefheid was weer in -zijn hart gekomen, want hij had het heimelijk gevoel, dat in dit oude, -vernietigde paleis, in dezen rouw en deze ineenstorting zij en niemand -anders dan zij de bewerkers van de smart en van het ongeluk waren. - -Juist op dat oogenblik zag hij don Vigilio, die voor het groote portret -van den kardinaal op het wandtafeltje leunde; hij hield zijn gezicht -in zijn handen, alsof hij voor eeuwig verdwijnen wilde, en beefde -over zijn geheele lichaam, zoowel van koorts als van angst. In een -oogenblik, dat er geen bezoekers kwamen, was hij bezweken aan een -aanval van angstige wanhoop. - -"Mijn God, wat hebt u?" vroeg Pierre, die naar hem toeging. "Bent u -ziek? Kan ik u helpen?" - -Maar don Vigilio drukte zijn vuisten in zijn oogen, stamelde tusschen -zijn samengeperste handen angstig: - -"O, Paparelli, Paparelli!" - -"Wat heeft hij u gedaan?" vroeg de priester verwonderd. - -Toen nam de secretaris zijn handen van zijn gezicht weg en gaf nog -eenmaal toe aan zijn behoefte om zich te uiten. - -"Wat hij mij gedaan heeft?... Maar voelt u dan niets? Ziet u dan -niets? Hebt u de manier opgemerkt, waarop hij zich van kardinaal -Sanguinetti meester maakte, om hem naar Zijne Eminentie te -brengen? Welk een vervloekte onbeschaamdheid, om Zijne Eminentie in -een dergelijk oogenblik dien verdachten, verwenschten mededinger op te -dringen! En hebt u niet gezien met wat voor een gemeene gluiperigheid -hij een paar minuten te voren een oude dame de deur gewezen heeft, -een heel oude vriendin, die slechts de hand van Zijne Eminentie -wilde kussen, een bewijs van liefde, dat haar zoo gelukkig gemaakt -zou hebben?... Ik zeg u, dat hij hier de meester is, dat hij de deur -opendoet en dichtmaakt, zooals hij dat verkiest, dat hij ons allen -tusschen zijn vingers houdt als een beetje stof, dat je in alle -windrichtingen wegblaast!" - -Pierre maakte zich ongerust, toen hij zag hoe hij beefde, hoe geel -zijn gezicht was. - -"Kom, kom, u overdrijft!" - -"Ik overdrijven?... Weet u wat er vannacht voorgevallen is, van -welk tooneel ik tegen mijn zin getuige geweest ben? Dan zal ik het -u vertellen." - -Hij vertelde, dat donna Serafina, toen zij den vorigen dag thuis -gekomen was, om midden in de vreeselijke catastrophe, die haar -wachtte, te vallen, reeds met een gebroken hart terugkeerde, geheel -van streek door de slechte berichten, die zij vernomen had. Bij den -kardinaal-secretaris en daarna bij de prelaten, die zij kende, had -zij de zekerheid gekregen, dat de vooruitzichten voor haar broeder -zeer slecht stonden, dat hij zich in het Heilig College steeds -talrijker vijanden gemaakt had, zoodat zijn verkiezing tot paus, -in het vorige jaar waarschijnlijk, thans zoo goed als onmogelijk -geworden was. Plotseling stortte de droom van haar leven in; -de eerzucht, die zij altijd gekoesterd had, lag in stof voor haar -voeten. Hoe? Waarom? Wanhopig had zij naar de motieven gevraagd, en nu -was zij allerlei fouten van den kardinaal te weten gekomen. Hij had -zich tot nuttelooze manifestaties laten verleiden, had menschen door -een woord, door een daad beleedigd, in het kort een zoo uitdagende -houding aangenomen, dat men meenen zou, dat hij het opzettelijk had -gedaan, om alles te bederven. Het ergste was, dat zij in ieder van -die fouten omstandigheden ontdekt had, die door haar afgeraden en -afgekeurd waren, maar die de kardinaal doorgedreven had onder den -invloed van abbé Paparelli, dien zoo nederigen, zoo deemoedigen -sleepdrager, in wien zij een noodlottige macht, een ondermijnen van -haar eigen zoo waakzamen en toegewijden invloed voelde. Ondanks den -rouw, waarin het huis verkeerde, had zij dan ook de executie van den -verrader niet willen uitstellen, te meer waar zijn oude vriendschap -met Santobono en de geschiedenis met het mandje vijgen, dat uit de -handen van den laatste in die van den eerste overgegaan was, in haar -een vreeselijk vermoeden gewekt had, waarvan zij zelfs geen nadere -opheldering wilde hebben. Maar dadelijk bij haar eerste woorden, toen -zij den formeelen eisch stelde den verrader onmiddellijk de deur te -wijzen, was zij bij haar broeder op een plotselingen, onoverwinlijken -tegenstand gestooten. Hij had zelfs niet naar haar willen luisteren, -was boos geworden, in een van die buien van hartstochtelijke woede -gevallen, die alle redelijkheid wegvaagde. Hij zeide, dat het slecht -van haar was een zoo bescheiden, zoo vromen heiligen man aan te vallen, -beschuldigde haar, dat zij in de kaart van zijn vijanden speelde, -die, na monsignor Gallo gedood te hebben, nu trachtten zijn laatste -genegenheid voor dien armen, onbeduidenden priester te vergiftigen. Hij -noemde al die verhalen afschuwlijke verzinsels en zwoer, dat hij hem -bij zich zou houden, al was het alleen om zijn minachting voor al -dien laster te toonen. - -Weer had don Vigilio, door een rilling aangegrepen, zijn gezicht met -zijn handen bedekt. - -"O, Paparelli, Paparelli!" - -Hij stamelde gesmoorde scheldwoorden: de gemeene smeerlap, die -bescheidenheid en deemoed huichelde; de lage spion, die in opdracht -had alles in het paleis te hooren, te zien, ten gronde te richten: -het onreine, verwoestende insect, dat zich meester maakte van den -edelsten buit en de manen van den leeuw wegvrat; de Jezuïet, de -echte Jezuïet, knecht en tyran tegelijk, in zijn minne gemeenheid, -in zijn triompheerend wormenwerk! - -"Houd u toch kalm, houd u toch kalm," herhaalde Pierre, die, hoewel -hij de waanzinnige overdrijving in aanmerking nam, toch zelf huiverde -voor het vreeselijke onbekende, voor de dreigende, onbestemde dingen, -die zich, zooals hij voelde, werkelijk in de diepte van het onbekende -bewogen. - -Maar sedert hij bijna die verschrikkelijke vijgen gegeten had, -sedert de bliksem vlak naast hem ingeslagen was, had don Vigilio dien -ontzettenden angst, welke door niets tot rust gebracht kon worden, -behouden. Zelfs wanneer hij alleen was, 's nachts, in bed, achter -de gesloten deur, greep die angst hem aan, deed hem onder de dekens -wegkruipen, alsof er door de muren menschen zouden komen, om hem -te wurgen. - -Ademloos en met een zwakke stem ging hij voort: - -"Ik heb het u wel gezegd op dien avond, toen we in uw kamer gepraat -hebben, hoewel de deur driedubbel gesloten was... Het was verkeerd van -mij, zoo vrij over hen te spreken, mijn hart eens te luchten door u -alles te vertellen, waartoe zij in staat zijn. Ik was er zeker van, -dat zij erachter zouden komen, en u ziet, dat zij erachter gekomen -zijn, want ze hebben mij willen dooden. Kijk, op dit oogenblik is het -verkeerd van mij u dit te zeggen, want zij zullen het te weten komen, -en ditmaal zullen ze het beter inrichten, om mij klein te krijgen... O, -het is uit, ik ben dood, dit edele huis, dat ik zoo veilig waande, -zal mijn graf worden!" - -Een diep medelijden met dezen koortsachtigen, door schrikbeelden en -waanvoorstellingen vervolgden zieke maakte zich van Pierre meester. - -"Maar vlucht u dan! Blijf niet hier! Ga naar Frankrijk of waarheen -gij wilt!" - -Verbijsterd keek don Vigilio, die een oogenblik kalm werd, hem aan. - -"Vluchten? Waarom? Daar zijn zij ook. Overal zijn zij. Vluchten helpt -me niets, altijd zou ik met hen, bij hen zijn... Neen, neen, ik blijf -liever hier. Liever sterf ik hier dadelijk, als Zijne Eminentie mij -niet meer verdedigen kan." - -Hij richtte een smeekenden blik, waarin nog een straal van -hoop trachtte òp te glanzen, op het levensgroote portret van den -kardinaal. Maar de aanval kwam terug en schokte hem met verdubbelde -kracht. - -"Laat mij alleen, laat mij alleen, ik smeek het u!... Laat mij niet -verder praten. O, Paparelli, Paparelli! Als hij terugkwam, als hij -ons zag, als hij mij hoorde praten... Nooit zal ik meer een woord -zeggen. Ik zal mijn tong vastbinden, ik zal mijn tong afsnijden... Laat -mij toch alleen! Ik zeg u, dat gij mij doodt, dat hij terug zal komen -en dat dat mijn dood is! Ga toch weg, om Godswil, ga toch weg!" - -En don Vigilio keerde zich naar den muur, als wilde hij daartegen zijn -gezicht verpletteren en zijn mond erin vastmetselen, zoodat hij zwijgen -zou als het graf. Pierre besloot heen te gaan, want hij was bang een -nog heviger aanval te provoceeren, als hij zijn hulp bleef opdringen. - -Pierre begreep, dat hij als huisgenoot, donna Serafina en den kardinaal -zijn deelneming moest gaan betuigen. Onmiddellijk liet hij zich naar -het aangrenzend vertrek brengen, waar de prinses ontving. Zij zat, -in het zwart gekleed, mager en rechtop in een fauteuil, waaruit -zij waardig en langzaam even opstond, om den groet van degenen, die -binnenkwamen, te beantwoorden. Met een strak gelaat en haar physieke -smart overwinnend, luisterde zij naar de betuigingen van deelneming, -doch antwoordde daarop in het geheel niet. Maar Pierre, die haar -had leeren kennen, kon uit haar ingevallen trekken, uit haar ledige -oogen, uit de bittere plooi om haar mond, de verschrikkingen raden, -die zij innerlijk onderging, alles wat in haar ingestort was, zonder -dat eenige hoop op herstel mogelijk scheen. Niet alleen haar geslacht -was uitgestorven, maar ook haar broeder zou nooit paus worden, de paus, -dien zij zoolang gehoopt had van hem te maken door haar toewijding, -haar zelfverloochening van vrouw, die aan dien droom haar hoofd en -haar hart, haar zorgen, haar vermogen, haar mislukt echtgenoote- -en moederleven gegeven had. Zij stond voor den jongen priester, haar -gast, op, zooals zij voor de anderen was opgestaan. Maar het gelukte -haar in de manier van haar opstaan een kleine schakeering te brengen; -hij voelde heel goed, dat hij in haar oogen nog steeds de kleine, -eenvoudige Fransche priester was, de laagste dienaar in God's dienst, -nu hij zich zelfs niet tot den rang van prelaat had weten op te werken. - -Toen, zij, na hem met een flauw hoofdknikje voor zijn betuiging -van deelneming bedankt te hebben, weer was gaan zitten, bleef hij -uit beleefdheid nog een oogenblik staan. Geen geluid, geen woord -verstoorde den droefgeestigen vrede van het vertrek. Toch waren er -vier of vijf dames, bezoeksters, aanwezig; zij zaten echter eveneens -in een troostelooze, zwijgende onbeweeglijkheid op haar stoelen. Het -meest werd Pierre echter getroffen door de aanwezigheid van kardinaal -Sarno, een der oude huisvrienden, die met zijn zwak lichaam en zijn -hoogeren linkerschouder met gesloten oogen in een fauteuil neergevallen -was. Nadat hij donna Serafina zijn deelneming betuigd had, was hij -onwillekeurig nog wat gebleven en toen, door de drukkende stilte en de -benauwend-warme atmospheer in slaap gevallen. En iedereen eerbiedigde -zijn slaap. Droomde hij in zijn sluimering van de kaart der geheele -Christenheid, die hij in zijn laaggebouwd hoofd met de stompzinnige -uitdrukking had? Zette hij, achter dat vale geloofsmasker van een -door een halve eeuw van bureauleven afgestompten, ouden ambtenaar, -in zijn droom zijn vreeselijk veroveringswerk voort, om de aarde van -uit de diepte van zijn somber bureau in het paleis der Propaganda te -onderwerpen en te regeeren? De dames richtten geroerde en eerbiedige -blikken op hem; men beknorde hem soms zacht, dat hij te veel werkte, -en zag in deze slaapzucht, die zich in den laatsten tijd overal van -hem meester maakte, het bewijs van zijn buitensporigen ijver en zijn -genie. Pierre echter zou van deze almachtige Eminentie slechts dit -laatste beeld met zich nemen: een uitgeputte grijsaard, uitrustend na -de aandoeningen van een catastrophe, slapend als een oud, onschuldig -kind, zonder dat men zien kon, of dit het begin van kindschheid was -of de uitputting na een in den dienst doorgebrachten nacht, om God -over het een of andere ver weg gelegen stuk land te laten heerschen. - -Twee dames gingen weg, drie andere kwamen binnen. Donna Serafina was -uit haar fauteuil opgestaan, had geknikt en dan haar strakke houding -hernomen. Kardinaal Sarno sliep nog altijd. Nu kreeg Pierre het te -benauwd; hij dacht te stikken; een duizeling beving hem, zijn hart -klopte met zware slagen. Hij boog en ging heen. Toen hij zich door de -eetkamer naar het studeerkamertje wilde begeven, waar de kardinaal -ontving, stond hij plotseling tegenover abbé Paparelli, die de deur -jaloersch bewaakte. - -Toen de sleepdrager hem herkende, begreep hij, dat hij hem den doorgang -niet weigeren kon. Trouwens, daar de binnendringer den volgenden dag, -verlegen en beschaamd, vertrekken zou, was er niets van hem te vreezen. - -"U wenscht Zijne Eminentie te spreken? Uitstekend... Dadelijk, wacht -maar even!" - -En toen hij vond, dat hij te dicht bij de deur kwam, drong hij hem -naar het andere gedeelte van het vertrek terug, ongetwijfeld bang, -dat hij een woord opvangen zou. - -"Zijne Eminentie is nog in gesprek met Zijne Eminentie kardinaal -Sanguinetti... Wacht daar, wacht daar!" - -Inderdaad was Sanguinetti voor den vorm zeer lang op zijn knieën voor -de beide dooden in de troonzaal blijven liggen. Vervolgens had hij -ook zijn bezoek aan donna Serafina gerekt, om goed te laten uitkomen -hoezeer hij deel nam in de rouw der familie. En nu was hij reeds meer -dan tien minuten bij den kardinaal, zonder dat men iets anders hoorde -dan nu en dan het gemurmel van hun stemmen. - -Nu Pierre Paparelli hier weer vond, werd hij opnieuw vervolgd door -alles wat don Vigilio hem verteld had. Hij nam hem op: hij was dik, -kort, ziekelijk opgeblazen door het vet en geleek met zijn slap -gezicht, dat op veertigjarigen leeftijd reeds door rimpels misvormd -was, en in zijn vuile soutane op een heel oude jongejuffrouw, waarvan -het celibaat een half slap geworden varkensblaas gemaakt heeft. En -Pierre vroeg zich met verwondering af, hoe kardinaal Boccanera, die -hoogmoedige prins, die in zijn onverwoestbaren trots op zijn naam het -hoofd zoo hoog droeg, zich had kunnen laten inpalmen en beheerschen -door een wezen, dat zoo foei-leelijk was en dat zijn laagheid zoo -aan te zien was. Of waren misschien juist het lichamelijke verval van -dit wezen, deze groote moreele deemoed hem opgevallen als zeldzame, -buitengewone gaven des heils, die hem ontbraken, en was hij daarna -onder de bekoring daarvan gekomen? Zij waren een hoon voor zijn -eigen schoonheid, voor zijn eigen trots. Hij, die niet zoo mismaakt -kon worden, die zijn eigen begeerte naar roem niet overwinnen kon, -moest er door een groote krachtsinspanning van zijn geloof in geslaagd -zijn dit eindeloos leelijke, eindeloos lage creatuur te benijden, te -bewonderen, als een hoogere, de poorten des hemels wijd open zettende -macht der boete en der menschelijke vernedering te dulden. Wie zal -ooit den invloed verklaren, dien het monster heeft op den held, dien -de met ongedierte bedekte, tot een voorwerp van afschuw geworden -heilige over de machtigen dezer wereld bezit, die bang zijn hun -aardsche vreugden te moeten boeten in het eeuwige vlammenvuur? Ja, -dat was wel de leeuw, die door het insect weggevreten wordt, nu -zooveel kracht en glans door het onzienlijke vernietigd werd. - -Samengedrongen in zijn vaal vet nam abbé Paparelli Pierre op met -zijn kleine, grijze oogen, die midden in de duizenden plooien van -zijn gezicht knipten. Deze begon een onrustig gevoel te krijgen, -terwijl hij zich afvroeg, wat die beide Eminenties elkaar toch -wel konden hebben te zeggen. Welk een pijnlijk gesprek moest dit -zijn, wanneer Boccanera in Sanguinetti den bisschop zag, tot wiens -protégé's Santobono behoorde. Welk een vermetele kalmte bezat de -een, dat hij zich hier durfde vertoonen; welk een zielskracht, -welk een zelfbeheersching bij den ander, dat hij in den naam van -den heiligen godsdienst een schandaal vermeed door te zwijgen, door -het bezoek als een eenvoudig bewijs van achting en toegenegenheid te -aanvaarden! Maar wat kunnen zij elkander te zeggen hebben? Wat zou het -opwindend-interessant zijn, hen tegenover elkander te zien, te hooren -welke diplomatieke woorden, die voor een dergelijk onderhoud pasten, -zij gebruikten, terwijl het in hun zielen gromde van woedenden haat! - -Plotseling ging de deur open en kwam kardinaal Sanguinetti uit de -kamer te voorschijn; zijn gezicht was kalm, niet rooder dan gewoonlijk, -zelfs iets bleeker. Slechts zijn onrustige, steeds rondloerende oogen -verrieden hoe blij hij was deze per slot van rekening toch zware -corvée achter den rug te hebben. En in de hoop, dat hij van nu af de -eenig mogelijke paus zijn zou, verwijderde hij zich. - -Abbé Paparelli was naar hem toegevlogen. - -"Als Zijne Eminentie zoo goed wil zijn mij te volgen... Ik zal Zijne -Eminentie uitlaten!" - -En zich dan tot Pierre wendend: - -"U kunt nu naar binnen gaan." - -Pierre keek hen na: de een zoo deemoedig, de ander zoo -triomphantelijk. Dan ging hij naar binnen en zag onmiddellijk midden in -de kleine, slechts met een tafel en drie stoelen voorziene studeerkamer -kardinaal Boccanera nog in de hautaine en edele houding staan, die -hij aangenomen had, om Sanguinetti, den gevreesden en verwenschten -mededinger naar den pauselijken troon, te groeten. En blijkbaar -waande Boccanera zich ook den eenig mogelijken paus, dengene, dien -het conclave van morgen kiezen moest. - -Maar toen de deur weer dichtgevallen was en hij den jongen priester, -zijn gast, die getuige geweest was van den dood van zijn twee lieve -kinderen, die nu voor eeuwig in de zaal ernaast sliepen, zag, werd -hij weer door een onuitsprekelijke ontroering, door een onverwachte -zwakheid, waarin al zijn energie onderging, aangegrepen. Het was de -revanche, die zijn mensch-zijn nam, nu zijn mededinger hem niet meer -zien kon. Hij wankelde als een boom, die trilt onder den bijlslag, -en viel, plotseling verstikt door diepe snikken, op een stoel -neer. Toen Pierre volgens het ceremonieel, den smaragd, dien hij aan -zijn ringvinger droeg, wilde kussen, richtte hij hem op en wees hem -recht voor zich een stoel aan, terwijl hij met gebroken stem stamelde: - -"Neen, neen, mijn zoon, ga daar zitten... Excuseer me een oogenblik, -mijn hart breekt in mij." - -Hij snikte in zijn gevouwen handen, hij vermocht zich niet te -beheerschen, zijn smart met zijn nog krachtige vingers, die hij tegen -zijn wangen en slapen drukte, in zich terug te dringen. - -Tranen kwamen nu ook in de oogen van Pierre, die eveneens het -verschrikkelijke drama doorleefde en diep ontroerd werd, nu hij -dien edelen grijsaard, dien gewoonlijk zoo trotschen en zichzelf -beheerschenden, vromen kerkvorst, die nu niet meer was dan een arm, -in doodsstrijd en smart worstelend wezen, zoo hulpeloos en zwak als -een kind, huilen zag. Hoewel tranen ook zijn stem verstikten, wilde -Pierre toch zijn deelneming betuigen en zocht hij naar een paar goede -woorden, om deze wanhoop wat te verzachten. - -"Ik smeek Uwe Eminentie aan mijn diep verdriet te gelooven. Ik ben -bij u met weldaden overstelpt en stel er prijs op u onmiddellijk te -zeggen, hoe dit onherstelbare verlies..." - -Maar met een moedig gebaar legde de kardinaal hem het zwijgen op. - -"Neen, neen, zeg niets, om Godswil, zeg niets!" - -En stilte heerschte. Geschokt door den inwendigen strijd, weende -hij nog steeds en wachtte hij tot hij weer sterk genoeg zijn zou, om -zich te beheerschen. Eindelijk wist hij zijn ontroering te bedwingen, -nam hij langzaam zijn handen van zijn gezicht weg, dat langzamerhand -weer dat van een door zijn geloof sterken, aan Gods wil onderworpen -geloovige geworden was. Nu God geweigerd had een wonder te doen, nu hij -zijn huis zoo wreed trof, had hij daar ongetwijfeld zijn redenen voor, -en hem, een van zijn dienaren, een der grootwaardigheidsbekleeders van -zijn aardsch Hof, bleef niets anders over dan zijn hoofd in ootmoed -te buigen. - -De stilte duurde nog een oogenblik voort--dan begon hij te spreken -en het gelukte hem zijn stem een natuurlijken, vriendelijken klank -te geven. - -"Gij verlaat ons, niet waar, mijn zoon? Gij vertrekt morgen?" - -"Ja, morgen, ik zal mij de vrijheid veroorloven afscheid te nemen -van Uwe Eminentie en u nogmaals te danken voor uw onuitputtelijke -welwillendheid." - -"Dus hebt u gehoord, dat de Indexcongregatie uw boek veroordeeld heeft, -wat trouwens onvermijdelijk was?" - -"Ja, de buitengewone eer is mij ten deel gevallen door den Heiligen -Vader ontvangen te worden, en aan zijn voeten heb ik mij onderworpen -en mijn boek verloochend." - -In de vochtige oogen van den kardinaal lichtte weer een vlam op. - -"Zoo hebt ge dat gedaan? Dan hebt ge goed gehandeld, mijn zoon! Het -was weliswaar niets meer dan uw eenvoudigen priesterplicht, maar -er zijn er helaas in onze dagen zoo velen, die zelfs hun plicht -niet doen... Als lid der Congregatie heb ik mijn belofte, die -ik u gegeven had, gehouden, uw boek gelezen en vooral de door de -aanklagers aangegeven bladzijden zorgvuldig bestudeerd. En dat ik -ten slotte neutraal gebleven ben, dat ik mij hield als had de zaak -voor mij niet het minste belang, zoodat ik zelfs de zitting, waarin -het geval behandeld is, niet bijgewoond heb, is alleen geweest, -omdat ik mijn arme lieve nicht, die van u hield, die u verdedigde, -een plezier wilde doen..." - -Weer overmanden zijn tranen hem; hij hield op, want hij voelde, dat -hij weer zwak zou worden, indien hij zich de aangebeden en beweende -Benedetta voor den geest riep. En met strijdlustige grimmigheid ging -hij dan ook voort: - -"Neem mij niet kwalijk, dat ik het u zeg, maar welk een vloekwaardig -boek, mijn zoon! Ge hadt mij verzekerd, dat ge het dogma respecteerde, -en ik vraag me nog steeds af, door welke dwaling ge zóó verblind -zijt geworden, dat ge zelfs het besef van uw misdaad verloren -hebt. Het dogma respecteeren--lieve God, terwijl het geheele boek één -doorloopende negatie van onzen heiligen godsdienst is!... Hebt ge dan -niet gevoeld, dat het vragen om een nieuwen godsdienst gelijk staat met -het veroordeelen van den ouden, den eenigen waren, den eenigen goeden, -den eenigen eeuwigen? Dat alleen reeds was voldoende, om van uw boek -een der doodelijkste giffen te maken, een van die infame boeken, die -men vroeger door beulshanden verbranden liet, maar die in onze dagen, -nadat ze op den Index geplaatst en juist daardoor aan de perverse -nieuwsgierigheid aangewezen zijn, in omloop gebracht worden, iets -waardoor de besmettelijke rotheid van onze eeuw maar al te goed wordt -verklaard... O, hoe goed heb ik in dit alles de denkbeelden van onzen -vereerden en poëtischen bloedverwant, vicomte Philibert de la Choue -teruggevonden! Een litterair ontwikkeld iemand, zeer zeker! Maar het -is litteratuur, niets dan litteratuur! Ik smeek God hem vergiffenis -te schenken, want hij weet ongetwijfeld niet, wat hij doet noch -waarheen hij gaat met zijn elegisch Christendom, dat bestemd is voor -mooi-pratende arbeiders en voor jonge menschen van beiderlei kunne, -wier ziel door de wetenschap toch reeds in het ijle zweeft. Neen, mijn -toorn richt zich alleen tegen Zijne Eminentie, kardinaal Bergerot, -want hij weet, wat hij doet, doet wat hij wil... Neen, zeg niets, -verdedig hem niet. Hij is de revolutie in de Kerk, hij is tegen God!" - -Hoewel hij zich voorgenomen had niet te antwoorden, niet te -discussieeren, had hij een gebaar van protest bij dezen aanval op -den man, dien hij op deze wereld het meest vereerde en liefhad, -niet kunnen onderdrukken. Dan echter boog hij nogmaals. - -"Ik kan mijn afschuw, ja mijn afschuw voor dezen heelen ledigen droom -van een nieuwen godsdienst niet genoeg zeggen," ging Boccanera ruw -voort. "Het is niets dan een speculatie op de gemeenste hartstochten, -die de armen tegen de rijken opzet, door hun God weet wat voor -een deeling, voor een thans onmogelijke gemeenschap, belooft! Het -is niets dan een lage vleierij van de lagere volksklassen, doordat -men hun, zonder het ooit te kunnen uitvoeren, een gelijkheid en een -gerechtigheid belooft, die alleen van God komt, die God alleen op -den door zijn almacht aangewezen dag zal kunnen doen heerschen! Het -is niets dan een zelfzuchtige naastenliefde, die men tegen den -hemel zelf misbruikt om hem aan te klagen van onrechtvaardigheid -en onverschilligheid! Het is niets dan larmoyante, verslappende, -krachtige en sterke harten onwaardige naastenliefde! Alsof het -menschelijk lijden niet noodzakelijk is voor zijn heil; alsof wij, -naarmate wij meer lijden, niet grooter, niet reiner worden, niet -dichter bij het oneindige geluk komen!" - -Hij wond zich op, zijn hart bloedde en hij verzette zich -daartegen. Zijn smart verbitterde hem; de bijlslag had hem een -oogenblik terneergeworpen, maar nu stond hij weer op, uitdagend tegen -de smart, koppig vasthoudend aan zijn stoïcijnsche voorstelling van -een almachtig God, die heer en meester over de menschen is en zijn -gelukzaligheid voor zijn uitverkorenen alleen bewaart. - -Toen deed hij weer een poging om kalmer te zijn, en zachter ging -hij voort: - -"Enfin, mijn zoon, de schaapskooi staat steeds open; en uit uw berouw -blijkt, dat ge erin teruggekeerd zijt. Ge kunt niet gelooven, hoe -gelukkig mij dat maakt!" - -Op zijn beurt trachtte Pierre verzoenend te zijn, om deze heftige, -door smart gewonde ziel nog niet meer te treffen. - -"Uwe Eminentie kan er zeker van zijn, dat ik trachten zal geen van -uw vriendelijke woorden te vergeten, evenmin als ik de vaderlijke -ontvangst van Zijne Heiligheid Leo XIII vergeten zal." - -Maar deze zin scheen Boccanera juist weer op te winden. Eerst uitte -hij slechts half uitgesproken woorden, als streed hij met zichzelf, -om den jongen priester niet direct uit te vragen. - -"O, ja, gij hebt den Heiligen Vader gesproken, gij hebt met hem -gepraat en hij heeft u zeker, zooals aan alle vreemdelingen, die hem -hun opwachting maken, gezegd, dat hij verzoening, vrede wil... Ik -zie Zijne Heiligheid nog slechts, wanneer het niet anders kan; het is -reeds meer dan een jaar geleden, dat ik tot een particuliere audiëntie -toegelaten ben..." - -Dit openlijke bewijs van ongenade, deze heimelijke strijd, die, -evenals ten tijde van Pius IX, tusschen den Heiligen Vader en -den kardinaal-voorzitter gevoerd werd, vervulde dezen laatste met -groote bitterheid. Het was hem onmogelijk zich te bedwingen; hij -bleef spreken, waarbij hij ongetwijfeld tot zichzelf zeide, dat hij -iemand voor zich had, op wien hij kon vertrouwen en die bovendien -den volgenden dag vertrekken zou. - -"Vrede, verzoening! Met die mooie woorden, waarmede zoo dikwijls het -gemis aan ware vrijheid en moed bemanteld wordt, komt men ver... De -vreeselijke waarheid echter is, dat de achttien jaar van Leo XIII's -concessies alles in de Kerk aan het wankelen gebracht hebben en dat -het Katholicisme, wanneer hij nog lang regeert, in puin zal vallen -als een gebouw, waarvan men de zuilen ondermijnd heeft." - -Pierre, wiens belangstelling nu ook weer geheel opgewekt was, kon -zich niet weerhouden eenige tegenwerpingen in het midden te brengen, -om daardoor den kardinaal nog meer aan het praten te krijgen. - -"Maar is hij niet altijd zeer voorzichtig opgetreden, heeft hij het -dogma niet in een oninneembare vesting ondergebracht? In één woord, -heeft hij, al schijnt hij op veel punten toegegeven te hebben, dat -niet altijd in vormquaesties gedaan?" - -"Ja natuurlijk, vormquaesties!" antwoordde de kardinaal in -toenemende opwinding. "Hij heeft u, zooals aan alle anderen gezegd, -dat hij, in principes op zijn stuk staan blijvend, gaarne toegaf -in vormquaesties! Een betreurenswaardig woord, een dubbelzinnige -diplomatie, wanneer het tenminste geen eenvoudige, lage huichelarij -is! Mijn ziel komt in opstand tegen dit opportunisme, tegen dit -Jezuïetengedoe, dat listen gebruikt tegen den geest der eeuw, dat -alleen bestemd is twijfel te brengen onder de geloovigen, de verwarring -van een overijlde vlucht, die de eerste oorzaak is van onherstelbare -nederlagen! Het is een lafheid, een lage lafheid, het neergooien -van de wapenen, om des te sneller te kunnen terugtrekken, het zich -schamen om zichzelf te zijn, het masker, dat men zich voorzet in de -hoop de wereld op een dwaalspoor te brengen, op verraderlijke wijze -bij den vijand binnen te dringen en hem te vernietigen. Neen, neen, -de vorm is alles bij een overgeleverden, onveranderlijken godsdienst, -die achttien eeuwen lang geweest is, thans nog is en altijd, tot aan -het einde der eeuwen, blijven zal de wet zelf van God!" - -Hij kon niet blijven zitten; stond op en begon door het kleine vertrek, -dat hij met zijn hooge gestalte geheel scheen te vullen, op en neer te -loopen. En nu bestreed, veroordeelde hij heftig de geheele regeering, -de geheele politiek van Leo XIII. - -"De eenheid, de beroemde eenheid, die hij, wat men hem als grooten -lof nageeft, in de Kerk wil herstellen, is niets dan de razende, -blinde eerzucht van een veroveraar, die zijn rijk uitbreidt, zonder -zich af te vragen, of de nieuw onderworpen volkeren zijn oud, tot -dusverre zoo trouw volk zullen desorganiseeren, bederven, besmetten -met alle zonden. En wanneer de Oostersche schismatici, wanneer de -schismatici van andere landen door hun terugkeer in de Katholieke Kerk -die zóó veranderen, dat zij haar dooden, dat zij er een nieuwe Kerk -van maken? Er bestaat maar één wijsheid: slechts dat zijn, wat men -is, maar het krachtig zijn! En is ook niet dat zoogenaamde verbond -met de democratie, een politiek, die voldoende is om den eeuwenouden -geest van het pausdom te veroordeelen, niet een gevaar en een schande -tegelijk? De monarchie is een goddelijk recht, haar opgeven staat -gelijk met in te gaan tegen God, met scharrelen met de Revolutie, met -het droomen van de monsterachtige oplossing, om gebruik te maken van de -verblindheid der menschheid, ten einde weer een groote macht over hen -te krijgen. Iedere republiek is een toestand van anarchie en daarom is -de erkenning der Republiek enkel en alleen met het doel, om den droom -van een onmogelijke verzoening te willen verwezenlijken, de misdadigste -fout, de eeuwige vernietiging van het denkbeeld van gezag, orde, ja -zelfs van godsdienst... Denk bijvoorbeeld eens na over hetgeen hij met -de wereldlijke macht gedaan heeft. Hij eischt die nog wel op, hij doet -wel, alsof hij op het punt van Rome's teruggave intransigent blijft, -maar heeft hij in werkelijkheid niet definitief afstand er van gedaan, -nu hij het recht der volkeren erkent om over zich zelf te beschikken, -hun koningen weg te jagen en als dieren vrij in de bosschen te leven?" - -Plotseling bleef hij staan en hief dan in een opwelling van heiligen -toorn zijn armen ten hemel. - -"O, die man, die man, die door zijn ijdelheid, door zijn zucht naar -succes de ondergang der Kerk geweest zal zijn! Deze man, die niet -opgehouden heeft alles te bederven, los te maken, te verbrokkelen, -om de wereld, welke hij op deze wijze denkt te heroveren, te -regeeren! Waarom, o, Almachtige, waarom hebt gij hem nog niet tot -u teruggeroepen?" - -En deze aanroeping van den dood had een zoo oprechten klank, de haat, -welke daarin lag, werd door het vurige verlangen om God, die hier op -aarde in gevaar verkeerde, te redden, zoo veredeld, dat Pierre door een -hevige rilling doorhuiverd werd. Nu eerst begreep hij ten volle dezen -kardinaal Boccanera, die Leo XIII vroom, hartstochtelijk haatte, hij -begreep, dat hij uit de diepte van zijn donker paleis reeds jaren lang -loerde op den dood van den paus--den dood, dien hij in zijn qualiteit -van kardinaal-voorzitter officieel vast zou moeten stellen. Hoe moest -hij daarop wachten, hoe verlangde hij met koortsachtig ongeduld naar -het gelukzalige uur, waarop hij, gewapend met zijn zilveren hamer, -de drie symbolische slagen op het hoofd van den koud en stijf op zijn -bed uitgestrekten Leo XIII zou gaan geven. O, kon hij eindelijk eens -kloppen op dien hersenwand, om zeker te zijn, dat er geen antwoord -meer kwam, dat er niets meer in was dan nacht en zwijgen! En de roep: -"Joachim! Joachim, Joachim!" zou driemaal weerklinken! En, wanneer -het lijk niet antwoordde, zou hij zich, na even gewacht te hebben, -omkeeren en zeggen: "De paus is dood!" - -"Maar toch," begon Pierre, die hem tot het heden wilde terugbrengen, -weer; "maar toch is verzoening een wapen van den tijd. Alleen om des -te zekerder te zijn van de overwinning, geeft de Heilige Vader in -vormquaesties toe." - -"Hij zal niet overwinnen, hij zal overwonnen worden!" riep -Boccanera. "Nog nooit heeft de Kerk een overwinning behaald, -wanneer zij niet volhardde in de onveranderlijke eeuwigheid van haar -goddelijk wezen. En het is zeker, dat zij op den dag, waarop zij -toelaten zal, dat aan één steen van haar gebouw geraakt wordt, in -puin vallen zal... Herinner u den vreeselijken tijd maar, dien zij -tijdens het Concilie van Trente doorgemaakt heeft. De Hervorming -had haar tot in haar grondvesten doen wankelen, de ontaarding -der discipline en der zeden werd steeds erger; het was een steeds -stijgende vloed van nieuwigheden, van door den geest van het kwade -ingeblazen denkbeelden, van ongezonde plannen, die de hoogmoed van -de in volle vrijheid toegelaten menschheid vormde. En in het concilie -zelf waren verscheidene leden onrustig geworden, besmet, bereid om de -dolzinnigste wijzigingen goed te keuren; het was een waar schisma, dat -zich bij de andere aansloot... En dat in die kritieke oogenblikken, -waarin een zoo groot gevaar dreigde, het Katholicisme van ondergang -gered is, is alleen een gevolg van het feit, dat de meerderheid, -voorgelicht door God, het oude gebouw intact gehandhaafd heeft, -dat zij de goddelijke hardnekkigheid bezat, om zich op te sluiten -in het enge dogma, dat zij in niets toegegeven heeft, in niets, -in niets, noch in principieele, noch in vormquaesties... O, zeker, -thans is de toestand niet erger dan ten tijde van het Concilie van -Trente. Laten wij aannemen, dat hij even moeilijk is, en zeg mij -dan eens eerlijk of het niet edeler, niet zekerder voor de Kerk is, -wanneer men, evenals vroeger, den moed bezit luide te zeggen, wat zij -is, wat zij geweest is, wat zij zijn zal. Voor haar is alleen heil te -vinden in haar volkomen, onbestrijdbare souvereiniteit; en daar zij -altijd door haar intransigentie overwonnen heeft, staat het gelijk met -haar te dooden, wanneer men haar met den geest der eeuw verzoenen wil." - -Hij begon weer door de kamer op en neer te loopen. - -"Neen, neen, geen schikkingen, geen opgeven, geen zwakheid! De muur uit -erts, die den weg verspert, de grenspaal van graniet, die een wereld -afbakent!... Ik heb het u op den dag van uw aankomst reeds gezegd, -mijn zoon! Het Katholicisme willen aanpassen aan de nieuwe tijden -staat gelijk met zijn einde verhaasten, wanneer het werkelijk, zooals -de atheïsten beweren, door een naderenden dood bedreigd wordt. En het -zou laag, schandelijk sterven zijn, in plaats van waardig en trotsch -in zijn oude, roemrijke koninklijkheid... O, waardig te sterven, -niets te verloochenen van zijn verleden, de toekomst trotseerend, -zijn geloof zonder vrees bekennend!" - -En deze grijsaard van zeventig jaar, die zonder vrees met het -gebaar van een held, welke de toekomstige eeuwen trotseert, -de finale vernietiging onder het oog zag, scheen nog grooter te -worden. Het geloof had hem dezen kalmen vrede gegeven, den vrede, -dien de verklaring van het onbekende door het goddelijke geeft aan -den geest, wiens behoefte aan zekerheid zij geheel bevredigt. Hij -geloofde, hij wist, was zonder twijfel omtrent en zonder vrees voor het -hiernamaals. Maar een trotsche zwaarmoedigheid klonk nu uit zijn stem. - -"God kan alles, zelfs zijn werk vernietigen, als hij het slecht -vindt. Wanneer morgen alles zou instorten, wanneer de heilige Kerk te -midden der puinhoopen verdwijnen zou en de meest vereerde heiligdommen -begraven worden zouden onder de invallende werelden, dan nog zou men -zijn hoofd in ootmoed moeten buigen en God aanbidden, wiens hand, na de -wereld geschapen te hebben, deze vernietigt tot grootere verheerlijking -van zijn naam... Ik wacht, ik onderwerp mij bij voorbaat aan zijn wil, -want niets geschiedt zonder zijn wil. Indien werkelijk de tempels aan -het wankelen gebracht zijn, indien het Katholicisme werkelijk morgen -in puin moet vallen, dan zal ik op mijn post staan, om de dienaar des -doods te zijn, zooals ik de dienaar des levens geweest ben... Zelfs, -waartoe zou ik het ontkennen, staat het vast, dat er oogenblikken zijn, -waarop vreeselijke teekenen mij treffen. Misschien is inderdaad het -einde der tijden nabij en zullen wij getuigen zijn van het instorten -der oude wereld, waarmede men ons dreigt. De waardigsten, de hoogst -staanden worden verpletterd, alsof de hemel zich vergiste en in hen -de misdaden der wereld strafte. Heb ik niet den ademtocht van den -afgrond, waarin alles ondergaan zal, gevoeld, sedert mijn huis voor -zonden, die ik niet ken, getroffen is door dezen vreeselijken rouw, -die het voor eeuwig in den nacht terug doet keeren." - -Hij riep zich de twee dierbare dooden, die daar in het vertrek naast -hem lagen, voor den geest. Snikken stegen weer op naar zijn keel; -zijn handen beefden, zijn geheele lichaam schokte van de opwelling van -smart, voor hij zich met inspanning van zijn krachten bedwong. Ja, -nu God zich veroorloofd had hem zoo wreed te treffen, zijn geslacht -deed uitsterven en aldus met zijn grootsten en trouwsten dienaar -begon, moest de wereld wel definitief verdoemd zijn. Het einde van -zijn huis, stond het niet gelijk met het naderend einde van alles? En -ondanks zijn hoogen vorsten- en priestertrots vond hij een kreet van -de grootste berusting. - -"O, almachtige God, Uw wil geschiede! Laat alles sterven, laat alles -ineenstorten, laat alles terugkeeren tot den nacht van den chaos. Ik -zal met opgeheven hoofd in dit verwoeste paleis blijven, ik zal -wachten tot ik onder de puinhoopen begraven ben. En indien uw wil er -mij toe roept, dat ik de verheven doodgraver zijn zal van uw heiligen -godsdienst, o, wees dan zonder vrees: ik zal niets onwaardigs doen, -om zijn leven met eenige dagen te verlengen. Ik zal hem hoog houden -zooals ik mijzelf hoog houd, even trotsch, even intransigent als in -den tijd van zijn almacht. Ik zal hem belijden met dezelfde dappere -hardnekkigheid, zonder iets prijs te geven van zijn discipline, -zijn riten, zijn dogma. En als de dag daarvoor gekomen is, zal ik -hem met mij begraven, zal ik hem liever geheel met mij in de aarde -nemen dan iets van hem af te staan, zal ik hem in mijn verstijfde -armen drukken, om hem aan u terug te geven zooals gij hem aan uw Kerk -in bewaring gegeven hebt. O almachtige God, o allerhoogste Meester, -beschik over mij, maak van mij, indien dat in uw plannen ligt, den -paus van de vernietiging, van den dood der wereld!" - -Ontroerd, beefde Pierre van vrees en bewondering bij het zien van -deze buitengewone figuur, die daar voor hem oprees--den laatsten -paus, die de begrafenis van het Katholicisme leidde. Hij begreep, -dat Boccanera daar dikwijls van gedroomd moest hebben; hij zag hem -voor zich, zooals hij in zijn Vaticaan, in zijn St. Pieter, die de -bliksem getroffen had, met opgeheven hoofd stond, alleen te midden der -reusachtige zalen, waaruit zijn bang en laf Hof gevlucht was. In zijn -witte soutane--op die wijze in het wit rouwend om zijn Kerk, daalde -hij nog eenmaal langzaam af naar het heiligdom, om daar te wachten, -tot de hemel op den avond der tijden naar beneden viel en de aarde -verpletterde. Driemaal hief hij het groote crucifix op, dat de laatste -krampachtige trekkingen van den bodem omvergeworpen hadden. Dan, -terwijl een laatste kraken den marmeren vloer spleet, drukte hij het -tegen zich aan en verdween ermede onder de instortende gewelven. Een -koninklijker, een woester grootschheid was niet te denken. - -Met een gebaar--tot spreken niet meer in staat--maar zonder zwakheid, -onoverwinlijk en ondanks alles zijn hooge gestalte recht opgericht, -gaf kardinaal Boccanera aan Pierre, die in zijn hartstochtelijke -liefde voor schoonheid en waarheid, vond, dat hij alleen groot was, -hij alleen gelijk had, te kennen, dat hij het onderhoud als afgeloopen -beschouwde. De jonge priester kuste de hand van den kerkvorst en -ging heen. - -'s Avonds, na afloop der bezoeken, na het invallen van den avond, -werden in de troonzaal de deuren gesloten en ging men over tot -het kisten. De missen waren afgeloopen, de klokjes der elevatie -weerklonken niet meer, het geprevel der Latijnsche woorden was -verstomd. Niets was meer over dan de sterke geur der rozen en der -twee waskaarsen. Daar deze het vertrek niet voldoende verlichtten, -had men eenige lampen gehaald, die bedienden als fakkels in hun hand -hielden. Naar oud gebruik was het geheele dienstpersoneel aanwezig, -om een laatste vaarwel te zeggen aan hun meesters, die men voor eeuwig -ter ruste zou leggen. - -Er ontstond een vertraging. Morano, die sedert den vroegen ochtend over -de talrijke bijzonderheden waakte, was wanhopig, dat de driedubbele -kist nog niet was gekomen. Eindelijk droegen de bedienden die naar -boven en kon men beginnen. Kardinaal Boccanera en donna Serafina -stonden naast elkaar bij het bed. Pierre en don Vigilio waren ook -aanwezig. Victorine begon de twee gelieven in hetzelfde doodskleed, -een groot stuk witte zijde te naaien; het was, als kleedde men hen -met hetzelfde bruidsgewaad. Dan traden twee bedienden naar voren en -hielpen Pierre en don Vigilio hen in de eerste, vurenhouten, met rose -zijde gecapitonneerde kist te leggen. Deze was nauwlijks grooter dan -gewone kisten--zoo één geworden waren zij in hun liefdesomhelzing. Toen -zij er lagen, zetten zij hun eeuwigen slaap voort, terwijl hun hoofden -half verdwenen onder het zich door elkaar strengelende haar. En toen de -eerste kist in de tweede, van lood, en dan in de derde, van eikenhout, -gesloten was, en de drie deksels gesoldeerd en dichtgeschroefd waren, -bleef men de gezichten der twee gelieven nog steeds zien door de -ronde, met een dik stuk glas voorziene opening, die men volgens de -Romeinsche gewoonte in de drie kisten had aangebracht. Voor eeuwig -van de levenden gescheiden, alleen in hun driedubbele kist, lachten -zij elkaar nog steeds toe, keken zij elkaar nog steeds aan met hun -onverzettelijk geopende oogen: zij hadden nu de oneindigheid voor -hun oneindige liefde. - - - - - - - - -ZESTIENDE HOOFDSTUK - - -Den volgenden dag dejeuneerde Pierre, na van de begrafenis teruggekeerd -te zijn, alleen in zijn kamer; in den namiddag wilde hij afscheid -nemen van den kardinaal en donna Serafina. Met den trein van 10.17 -zou hij Rome verlaten. Niets hield hem er meer terug; hij had nog -slechts een bezoek af te leggen aan den ouden Orlando, den held der -onafhankelijkheid, aan wien hij plechtig beloofd had niet naar Parijs -te zullen terugkeeren, voor hij nog een lang gesprek met hem gehad -had. Dus liet hij tegen twee uur een rijtuig voorkomen, om hem naar -de Via Venti Settembre te brengen. - -Den geheelen nacht was er een fijne motregen gevallen, welks -vochtigheid de stad nu nog in een grijzen nevel hulde. Regenen -deed het niet meer, maar de lucht bleef bewolkt en de gevels der -groote nieuwe paleizen van de Via Venti Settembre zagen er onder -dien somberen Decemberhemel met hun gelijkvormige balkons, hun -regelmatige ramenrijen, waaraan geen einde te komen scheen, vaal en -troosteloos zwaarmoedig uit. Met name het ministerie van Financiën, -die reusachtige opeenstapeling van metsel- en beeldhouwwerk, had geheel -het aanzien van een doode stad, de eindelooze triestheid van een groot, -bloedloos lichaam, waaruit het leven geweken is. De temperatuur was -door den regen zachter geworden, het was bijna warm: een vochtige, -klamme koortswarmte. - -In den vestibule van Prada's klein paleis zag Pierre tot zijn verbazing -vier of vijf heeren, die op het punt stonden hun overjassen uit te -trekken; een bediende zeide hem, dat de graaf een conferentie met -aannemers had. Maar daar mijnheer de abbé den vader van den graaf -een bezoek wilde brengen, moest hij maar naar de derde verdieping -gaan. De kleine deur rechts, op het portaal. - -Doch op de eerste verdieping stond Pierre plotseling tegenover Prada, -die zijn aannemers wilde ontvangen. Hij zag, dat de graaf, toen hij -hem herkende, doodsbleek werd. Na het verschrikkelijke drama hadden -zij elkaar niet gezien. De priester begreep dan ook heel goed, -welk een angst, welk een onaangename herinnering aan een moreele -medeplichtigheid, welk een doodelijke onrust zijn aanwezigheid dien -man veroorzaken moest. - -"Komt u voor mij? Hebt u mij iets te zeggen?" - -"Neen, ik vertrek, ik kom afscheid nemen van uw vader." - -Prada werd nog bleeker, een siddering ging over zijn gelaat. - -"O, komt u voor mijn vader? Hij voelt zich minder goed. Spaar hem." - -Zijn angst verried tegen zijn wil in duidelijk, waar hij bang voor was: -een onvoorzichtig woord, misschien zelfs een laatste opdracht, den -vloek van dien man en van die vrouw, die hij gedood had. Ongetwijfeld -zou dat ook de dood van zijn vader zijn. - -"Hoe vervelend, dat ik niet met u mede kan gaan. Maar die heeren -wachten me... Lieve hemel, wat spijt het mij. Zoodra ik kan, kom ik -ook, zoo gauw mogelijk!" - -Daar hij niet wist, hoe hij hem verder tegenhouden moest, kon hij niet -beletten, dat de jonge priester met zijn vader alleen was, terwijl -hij hier vastgehouden werd door zijn geldzaken, die steeds slechter -gingen. Maar met welke blikken vol angst zag hij hem naar boven gaan, -hoe smeekte als het ware zijn heele trillen hem. Zijn vader, de eenige -werkelijke liefde, de groote, reine, trouwe hartstocht van zijn leven! - -"Laat hem niet te veel praten, vroolijk hem wat op!" - -Boven werd de deur niet geopend door Batista, den zijn meester zoo -trouwen oud-gediende, maar door een nog heel jongen man, wat Pierre -in den beginne niet opmerkte. Hij vond het kale, witte, met een licht -papiertje behangen kamertje met het eenvoudige ijzeren ledikant achter -een scherm, zijn vier aan den muur gespijkerde en als bibliotheek -dienende planken, zijn donkerhouten tafel en zijn twee rieten stoelen -weer terug. En door het breede, lichte raam zonder gordijnen zag hij -weer hetzelfde bewonderenswaardige panorama van Rome--geheele Rome -tot aan de verre boomen van den Janiculus. De oude Orlando met zijn -prachtigen leeuwenkop en zijn nog jonge oogen, die nog fonkelden -van de hartstochten, welke in deze vurige ziel gegromd hadden, was -evenmin veranderd. Pierre vond hem terug op denzelfden fauteuil, -naast hetzelfde tafeltje, waarop dezelfde couranten slingerden, zijn -beenen gewikkeld in dezelfde zwarte deken, alsof die doode beenen -hem daar vasthielden in een steenen scheede, zoodat men er zeker -van zijn kon hem na maanden, ja na jaren, zonder eenige verandering, -met zijn levendig bovenlichaam en zijn van kracht en intelligentie -stralenden kop terug te vinden. - -Toch scheen hij op dezen somberen dag terneergeslagen. - -"Ha, bent u daar, waarde heer Froment! Sedert drie dagen denk ik -aan u, ik kan mij zoo levendig voorstellen, welke verschrikkelijke -dagen gij in dat tragische paleis hebt medegemaakt! Lieve God, hoe -vreeselijk! Ik ben er kapot van, en die couranten met hun steeds weer -nieuwe bijzonderheden maken me nog meer van streek." - -Hij wees naar de op de tafel liggende couranten. Dan verjoeg hij met -een gebaar de droevige geschiedenis, de figuur van de doode Benedetta, -die hem steeds vervolgde. - -"Nu, en jij?" - -"Ik vertrek van avond, maar ik heb Rome niet willen verlaten, zonder -nog eerst uw dappere handen te drukken." - -"Ga je weg? En je boek dan?" - -"Mijn boek... Ik ben ontvangen door den Heiligen Vader; ik heb mij -onderworpen en mijn boek teruggenomen." - -Orlando keek hem strak aan. Er volgde een korte stilte, waarin hun -oogen elkaar over dit punt alles zeiden, wat zij elkaar te zeggen -hadden. Geen van beiden voelden zij de noodzakelijkheid van een -langere verklaring. De oude man zeide slechts: - -"Je hebt gelijk, je boek was een hersenschim." - -"Ja, een hersenschim, een kinderachtigheid, en ik heb het zelf -veroordeeld uit naam van de waarheid en de rede." - -Een glimlach kwam om de smartelijke lippen van den verpletterden held. - -"Je hebt dus alles gezien en begrepen. Je weet nu alles?" - -"Ja, ik weet nu alles en daarom heb ik niet weg willen gaan zonder -nog eens openhartig en vrijmoedig met u te praten." - -Dat was een heele vreugde voor Orlando. Maar plotseling scheen hij -zich den jongen man te herinneren, die de deur geopend had en nu op -een stoel dicht bij het raam zat. Het was bijna nog een kind, twintig -jaar nauwlijks, zonder baard, blond, en mooi: een schoonheid, zooals -men die menigmaal in Napels aantreft. Hij had lang kroeshaar, een -lelie-achtige tint, een mond als een roos en droomerig-smachtende oogen -vol oneindige zachtheid. De oude man stelde hem op vaderlijke wijze -voor: Angiolo Mascara, den kleinzoon van een zijner krijgsmakkers, -den epischen Mascara van de Duizend, die, met tallooze wonden bedekt, -als een held gevallen was. - -"Ik heb hem hier laten komen, om hem een standje te geven," ging hij -voort. "Stel je voor, die kwajongen met zijn meisjesgezicht laat zich -met nieuwe denkbeelden in! Hij is anarchist, een van de twee of drie -dozijn anarchisten, die we in Italië hebben. In den grond der zaak -een aardige jongen, die alleen zijn moeder nog maar heeft, die hij, -dank zij een betrekkinkje, waaruit hij zich echter dezer dagen heeft -laten wegjagen, kon onderhouden... Kom, jongen, je moet me beloven -nu verder verstandig te zijn." - -Toen zeide Angiolo, wiens versleten, maar goed onderhouden kleeren -inderdaad de fatsoenlijke armoede verrieden, met een ernstige, -muzikale stem: - -"Ik ben verstandig, maar de anderen, al de anderen zijn het -niet. Wanneer alle menschen verstandig zullen zijn en de waarheid en -de gerechtigheid willen, zal de wereld gelukkig zijn." - -"Als je denken zoudt, dat hij toegeeft, dan vergis je je!" riep -Orlando uit. "Arme jongen, waarheid en gerechtigheid! Vraag maar -eens aan mijnheer den abbé, of men ooit weet waar die zijn. Enfin, -we moeten je tijd geven, om te leven, te zien en te begrijpen!" - -En zonder zich verder met hem te bemoeien, wendde hij zich tot -Pierre. Angiolo bleef heel bescheiden in zijn hoekje zitten, hield -zijn brandende oogen op de beide mannen gevestigd en verloor geen -van hun woorden. - -"Ik had je wel gezegd, mijn waarde heer Froment, dat je denkbeelden -zouden veranderen en dat een nadere kennismaking met Rome je -tot juistere gedachten brengen zou, veel beter dan de mooiste -redevoeringen, waarmede ik getracht zou hebben je te overtuigen. Zoo -heb ik er bijvoorbeeld nooit aan getwijfeld of je zoudt je boek uit -eigen beweging terugnemen als een treurige dwaling, zoodra het Vaticaan -je in zijn volle beteekenis bekend zou zijn... Maar het Vaticaan zullen -we verder maar laten rusten. Daar valt niets anders mede te beginnen -dan het in zijn langzame, maar onvermijdelijke ruïne ineen te laten -storten. Wat mij nog interesseert, is het Italiaansche Rome, ons Rome, -dat we met zooveel liefde veroverd, zoo koortsachtig tot nieuw leven -gewekt hebben, dat gij als een quantité négligeable behandeld hebt, -en waarover wij thans, nu gij het kent, kunnen praten als mannen, -die elkaar begrijpen." - -Als een intelligent man met een goed, helder verstand, die, door zijn -verlamming aan zijn kamer gebonden en ver van den strijd, geheele -dagen nadenken kon, gaf hij dadelijk vele dingen toe, erkende hij de -begane fouten, den deplorabelen toestand der financiën, de ernstige -moeilijkheden van verschillenden aard. O, in welk onzegbaar lijden was -zijn verovering, zijn aangebeden Italië, waarvoor hij gaarne nogmaals -het bloed van zijn aderen geven zou, weer teruggevallen! Zij hadden -gezondigd uit vergeeflijken hoogmoed, zij waren te hard van stapel -geloopen door een groot volk te willen improviseeren, door uit het -oude Rome als met een eenvoudigen tooverstaf, een groote moderne -hoofdstad te willen maken. Vandaar de waanzin van die nieuwe wijken, -die uitzinnige speculatie in bouwterreinen en bouwwerken, die de -natie op den rand van den afgrond gebracht had. - -Zacht viel Pierre hem in de rede, om hem te zeggen tot welke -denkbeelden zijn wandelingen en studies in Rome hem gebracht hadden. - -"O, die koorts, die vraatzucht van het eerste oogenblik, die -financieele debacle zijn het ergste nog niet. Wonden, die het geld -slaat, genezen weer. Maar het vreeselijke is, dat uw Italië nog -geschapen moet worden... Geen aristocratie meer en geen volk nog, -slechts een pas geboren, vraatzuchtige bourgeoisie, die bezig is den -rijken oogst tot den laatsten halm op te eten." - -Er volgde een stilte. Orlando schudde treurig zijn hoofd als een oude, -voortaan machtelooze leeuw. De besliste hardheid van Pierre's woorden -deed hem pijn. - -"Ja, ja, dat is het, je hebt goed gezien! Waarom het te loochenen en -te ontkennen, wanneer de feiten spreken... Mijn God, deze bourgeoisie, -deze middenklasse, waarvan ik reeds verteld heb, dat zij zoo tuk is -op betrekkingen, baantjes en onderscheidingen en daarbij zoo gierig -en zoo bang voor haar geld, dat zij het in banken plaatst en nooit -durft te wagen in industrieele of handelsondernemingen. Zij wordt -slechts verteerd door den drang te genieten, zonder iets te doen en -is zoo onintelligent, dat zij niet ziet, dat zij haar land doodt -door haar afkeer van werken, door laag neerzien op het volk, door -haar eenigen hartstocht, om kleinburgerlijk in de zon te leven om -tot het een of ander departement van bestuur te behooren... En onze -stervende aristocratie, dat onttroonde, geruïneerde, tot de ontaarding -van uitstervende geslachten vervallen patriciaat! Het grootste gedeelte -ervan is tot armoede gebracht; de hoogst enkelen, die hun geld behouden -hebben, worden verpletterd onder de zware belastingen, bezitten -nog slechts doode vermogens, die zich niet meer vernieuwen kunnen, -door voortdurende deelingen verminderen en bestemd zijn weldra met de -prinsen zelf en de ineenstorting van de oude, nu nutteloos geworden -paleizen te verdwijnen... En het volk eindelijk, dat arme volk, dat -zoo geleden heeft en nog lijdt, maar zoo gewend is aan het lijden, -dat het niet eens op de gedachte schijnt te komen zich daaruit los te -maken. Blind en doof drijft het de dingen zoover, dat het misschien -de vroegere slavernij terugwenscht, ligt het in stomme verdomming als -een dier op zijn mestvaalt, is het volkomen onwetend--de vreeselijke -onwetendheid, die de eenige oorzaak van zijn ellende is--heeft het -geen hoop, geen toekomst, zelfs den troost niet te beseffen, dat dit -Italië, dit Rome voor hen en voor hen alleen zijn, dat wij ze voor -hen veroverd hebben en tot nieuw leven trachten te wekken... Ja, ja, -geen aristocratie meer, geen volk nog, alleen die zoo angstaanjagende -bourgeoisie! Men moet bijna den pessimisten gelijk geven, die beweren, -dat al ons ongeluk nog niets is, dat wij nog veel erger catastrophes -tegemoet gaan, alsof wij pas bij de eerste symptomen van het einde -van ons ras, de voorloopers van de totale vernietiging waren!" - -Hij had zijn groote bevende armen naar het raam, naar het licht -opgeheven, en Pierre, die diep onder den indruk was, herinnerde zich -dit wanhopig smeekende gebaar, dat hij den vorigen dag kardinaal -Boccanera had zien maken in zijn aanroepen van de goddelijke -macht. Deze beide in hun geloof zoo tegengestelde mannen hadden -dezelfde wanhopig-woeste grootschheid. - -Hij sprak door, erkende alle ongelukkige eigenschappen van Rome -als hoofdstad. Het was een zuiver decoratieve stad, wier bodem -uitgeput was, een stad, die buiten het moderne leven was blijven -staan, een stad, waarin geen industrie en handel mogelijk waren, een -stad, die te midden van de onvruchtbare woestheid van haar Campagna -onherroepelijk ten doode opgeschreven was. Dan vergeleek hij haar bij -de andere steden, die haar benijden; Florence, dat zoo onverschillig -en skeptisch geworden was en een na de woeste hartstochten en de -bloedstroomen van zijn geschiedenis zoo gelukkige zorgeloosheid bezat; -Napels, dat nog genoeg heeft aan zijn vroolijke zon, Napels met zijn -kind-volk, waarvan men niet weet of men het beklagen moet over zijn -ellende en onwetendheid, waarin het zoo 'n groot behagen schijnt -te scheppen; Venetië, dat er zich bij neergelegd had niets meer te -zijn dan een wonder van oude kunst, dat men onder glas moest zetten, -om het ongeschonden te bewaren; Genua, geheel opgaand in zijn handel, -druk en luidruchtig, een der laatste koninginnen van de Middellandsche -Zee, dit thans zoo onbeteekenende meer, dat eenmaal de rijke zee was, -waarheen alle rijkdommen der wereld stroomden; Turijn en Milaan vooral, -de zóó levende en zóó gemoderniseerde industrie- en handelssteden, -dat de toeristen er minachtend op neer zien, als zijnde geen -Italiaansche steden meer, maar beide gered uit den slaap der ruïnen, -daar zij zich aangesloten hebben bij de Westersche evolutie, die de -komende eeuw voorbereidt. O, moet men dit oude Italië ter wille van -kunstenaarszielen als een stoffig museum laten ineenstorten, zooals -zijn kleine steden van Groot-Griekenland, Umbrië en Toscane bezig zijn -in te storten als prachtige bibelots, die men niet durft repareeren -uit vrees het karakter ervan te zullen bederven? Of de aanstaande, -onvermijdelijke dood dus, of het houweel der sloopers, het neerwerpen -der wankelende muren, het opbouwen van steden van arbeid, wetenschap -en gezondheid, in één woord, een geheel nieuw Italië, dat werkelijk -uit zijn asch verrijst en geschapen wordt voor de nieuwe beschaving, -die de menschheid binnen treedt! - -"Maar waarom wanhopen?" ging hij krachtig voort. "Rome moge op dit -oogenblik zwaar op onze schouders drukken, het blijft desniettemin -de top, dien wij hebben willen bereiken. Wij zijn er, wij zullen er -blijven en de gebeurtenissen afwachten... Al heeft in den laatsten -tijd de bevolking opgehouden toe te nemen, zij blijft stationnair met -haar vierhonderdduizend zielen, en den dag, dat de oorzaken, die den -aanvoer tegenhielden, verdwijnen, kan zij weer zeer goed de hoogte -ingaan. Wij hebben de fout begaan te gelooven, dat Rome een Berlijn -of een Parijs zou worden; allerlei maatschappelijke, historische, -ja, zelfs ethnische verhoudingen schijnen zich daar tot dusver tegen -te verzetten; maar wie kent de verrassingen, die de toekomst brengen -kan? Kan men ons verbieden te hopen, te gelooven in het bloed, dat -in onze aderen stroomt, het bloed der oude wereldveroveraars? Ik, -die met mijn twee doode beenen niet meer uit mijn kamer komen kan, -heb uren, waarin mijn oude overmoedige geestdrift mij weer aangrijpt, -waarin ik in Rome geloof als in mijn moeder, waarin ik geloof, -dat het onoverwinlijk, onsterflijk is, waarin ik de twee millioen -inwoners verwacht, welke deze jammerlijke, nieuwe wijken, die gij -bezocht hebt, bevolken moeten. O zeker, zij zullen komen. Waarom -zouden zij niet komen? Ge zult zien, ge zult zien, alles wordt vol, -men zal er nog bij moeten bouwen... En bovendien kan men een natie arm -noemen, die Lombardije bezit? Is ook ons Zuiden niet onuitputtelijk -rijk? Laat er vrede komen, het Zuiden samensmelten met het Noorden -en een geheel nieuwe generatie van arbeiders opgroeien, dan moet, -daar de zoo vruchtbare bodem aanwezig is, eenmaal de groote, verwachte -oogst opschieten en in de brandende zon rijp worden." - -Zijn geestdrift sleepte hem mede, een jeugdig vuur gloeide in zijn -oogen. Pierre glimlachte en zeide: - -"Men moet het probleem van onderen af, bij het volk, aanvatten. Men -moet menschen scheppen." - -"Juist, dat is het!" riep Orlando uit. "Dat herhaal ik steeds, we -moeten Italië scheppen. Men zou kunnen denken, dat een oostenwind het -menschelijke zaad, het zaad van krachtige volkeren elders heen, ver -van onze oude aarde, weggevoerd heeft. Ons volk is niet, zooals het -uwe in Frankrijk, een reservoir van menschen en geld, waaruit men met -volle handen putten kan. Dat onuitputtelijke reservoir zou ik bij ons -willen zien! Ja, van onder af aan moeten we beginnen te werken! Ja, -overal scholen! De onwetendheid moet verjaagd, de ruwheid en luiheid -met boeken bestreden worden, de intellectueele en moreele opvoeding -moet ons het arbeidende volk geven, dat wij noodig hebben, als wij -niet uit het concert der groote naties willen verdwijnen. Ik herhaal -het: voor wien anders hebben we gewerkt, toen wij Rome heroverden, -dan voor de democratie van morgen? En hoe verklaarbaar is het, dat -alles ineenstort, dat niets er krachtig opgroeien wil, zoolang die -democratie er totaal afwezig is!" - -Pierre waagde het niet te zeggen, dat een natie niet makkelijk -verandert, dat Italië was wat de bodem, de geschiedenis, het ras -ervan gemaakt hadden, en dat het een gevaarlijk werk zijn zou, -indien men het plotseling hervormen wilde. Hebben de volkeren niet, -evenals de menschen, een bloeienden middelbaren leeftijd, een meer -of minder langzamen ouderdom, die met den dood eindigde? Een modern, -democratisch Rome, groote God! De moderne Rome's heeten Parijs, -Londen, Chicago. Hij zeide dan ook slechts voorzichtig: - -"Maar gelooft u niet, dat gij, in afwachting van dat groote werk der -hernieuwing door het volk, goed zoudt doen door voorzichtig te zijn? Uw -financiën verkeeren in een zóó deplorabelen toestand, gij maakt zulke -groote sociale en economische moeilijkheden door, dat gij gevaar loopt -tot de ergste catastrophes te komen, alvorens menschen en geld te -hebben. O, waarom zegt niet een van uw ministers van af de tribune: -"Welnu, onze trots heeft zich vergist, wij deden verkeerd, toen wij -ons in een ommezien in een groote natie hervormen wilden; daarvoor is -meer tijd, meer werk, meer geduld noodig. Wij leggen er ons bij neer -voorloopig niets meer te zijn dan een jong volk, dat in zijn eigen -hoekje werkt, om zich krachtig te maken, zonder in den eersten tijd -een eerste rol te willen spelen. Wij ontwapenen, wij schrappen het -oorlogsbudget, het marinebudget, alle budgetten van uiterlijk vertoon, -om ons geheel te wijden aan de innerlijke welvaart, het onderwijs, -de lichamelijke en moreele opvoeding van het groote volk, dat wij ons -plechtig zweren binnen vijftig jaar te zijn? Schrappen, ja schrappen, -dat is uw redding!"" - -Orlando had naar hem geluisterd; langzamerhand was hij weer somber -geworden en in zijn droefgeestig peinzen teruggevallen. Hij maakte -een moe gebaar en zeide zacht: - -"Neen, neen, men zou een minister, die dergelijke dingen zeide, -uitjouwen. Dat is een bekentenis, die men van een volk niet verwachten -mag. De harten zouden uit de borsten springen. En bovendien, zou het -misschien nog niet veel gevaarlijker zijn, wanneer men alles, wat -reeds gedaan is, plotseling liet instorten? Hoeveel teleurgestelde -verwachtingen, hoeveel ruïnes, hoeveel onnut materiaal! Neen, wij -kunnen ons slechts redden door geduld en moed, terwijl wij voorwaarts, -steeds voorwaarts gaan. Wij zijn een heel jong volk, wij hebben in -vijftig jaar de eenheid willen veroveren, waarvoor andere naties twee -eeuwen noodig gehad hebben. Welnu, voor die overhaasting moeten wij -boeten, we moeten wachten, tot de oogst rijp is en onze schuren vult." - -En vol hoop weer ging hij voort: - -"Ge weet, dat ik altijd tegen het verbond met Duitschland geweest -ben. Ik heb het voorspeld, het heeft ons geruïneerd. Wij waren nog -niet groot genoeg, om gemeenschappelijk met een zoo rijke en machtige -persoonlijkheid op te trekken; slechts met het oog op den voortdurend -dreigenden, onvermijdelijk geoordeelden oorlog gaan wij nu gebukt -onder onze verpletterende budgetten van een groote natie. O, deze -oorlog, die niet gekomen is, heeft het beste van ons bloed, ons sap, -ons goud uitgeput, zonder dat we er eenig voordeel van hadden! Thans -blijft ons niets meer over dan te breken met een bondgenoot, die onzen -hoogmoed uitgebuit heeft, zonder dat hij ons in iets nuttig geweest -is, zonder dat we iets anders van hem gekregen hebben dan wantrouwen -en noodlottige raadgevingen... Maar dat alles was onvermijdelijk, -en dat wil men in Frankrijk niet toegeven. Ik mag daar vrijuit over -spreken, want ik ben altijd een vriend van Frankrijk geweest. Zeg -dus aan uw landgenooten, die maar niet begrijpen willen, dat wij -na de verovering van Rome in ons hartstochtelijk verlangen, om -onzen rang van vroeger in te nemen, wel onze rol in Europa spelen, -ons als een mogendheid, waarmede voortaan rekening te houden was, -opwerpen moesten. Aarzeling was buitengesloten, al onze belangen -schenen ons in de richting van Duitschland te drijven. De harde wet -van den strijd om het bestaan drukt even fataal op de volkeren als -op de menschen; en dat verklaart, dat rechtvaardigt de breuk tusschen -de beide zusters, het vergeten van zooveel gemeenschappelijke banden: -ras, handelsbetrekkingen, zelfs bewezen diensten... Twee zusters! Ja, -en nu verscheuren zij elkaar, vervolgen zij elkaar met zoo'n haat, -dat bij beiden het gezond verstand weg schijnt te zijn. Mijn arm, oud -hart bloedt, wanneer ik de artikelen lees, die uw bladen en de onze als -vergiftige pijlen op elkaar afschieten. Wanneer zal die broedermoord -ophouden? Wie van beiden zal het eerst de noodzakelijkheid van vrede -inzien en begrijpen hoe noodig het is dat de Latijnsche rassen zich -vereenigen, indien zij te midden van den steeds stijgenden vloed van -andere rassen staande willen blijven!" - -En met zijn gulle hartelijkheid van door de jaren ontwapenden held -ging hij voort: - -"Kom, mijnheer Froment, ge moet mij beloven ons te helpen, zoodra ge -in Parijs terug zijt. Zweer mij, dat gij op uw arbeidsveld, hoe klein -het ook zijn mag, voor den vrede tusschen Frankrijk en Italië zult -werken: een edeler taak bestaat er niet. Ge hebt nu drie maanden -onder ons geleefd, ge kunt, o in alle vrijmoedigheid, zeggen wat -ge gezien en gehoord hebt. Hebben wij onze fouten, gij hebt de uwe -ook. Familieruzies kunnen, voor den duivel, toch niet eeuwig duren." - -"Ongelukkig zijn het echter de langdurigste. Wanneer in de familie -het bloed zich verbittert tegen het bloed, dan komt het mes en het -vergif erbij te pas. Daar is geen vergiffenis mogelijk." - -Hij durfde niet alles zeggen, wat hij dacht. Sedert hij te Rome was -en zag en oordeelde, werd die twist tusschen Italië en Frankrijk voor -hem samengevat in een mooi tragisch sprookje. Er waren eens twee -prinsessen, die een machtige, de wereld beheerschende koningin tot -moeder hadden. De oudste, die het rijk van haar moeder geërfd had, -zag met leede oogen hoe haar jongste zuster, die in een naburig land -woonde, langzamerhand toenam in rijkdom, kracht en glans, terwijl zij -zelf, als het ware door ouderdom verzwakt, aftakelde en zoo uitgeput -was, dat zij den dag, waarop zij een laatste poging deed, om de -wereldheerschappij te heroveren, verslagen werd. Welk een bitterheid, -welk een altijd open en bloedende wonde was het voor haar, toen zij -zien moest, hoe haar zuster zich van de heftigste schokken herstelde, -haar verblindende pracht terugkreeg en door haar kracht, haar gratie -en haar geest over de aarde regeerde! Nooit zou zij het vergeven, -welke houding de benijde en vervloekte zuster ook tegen haar aannemen -zou! Dat was de onheelbare wonde in haar borst; het leven der eene -wordt door dat van de andere vergiftigd, de haat van het oude bloed -tegen het jonge zou eerst uitsterven met den dood. Misschien zou de -oudere zuster zelfs op den dag, dat vrede tusschen haar bestaan zou, -tegenover den triomf van de jongste in het diepst van haar hart het -oneindige verdriet bewaren de oudste en de vazalle te zijn. - -"Maar toch kunt u op mij rekenen," ging Pierre hartelijk voort. "Deze -verwoede strijd tusschen de beide volkeren is inderdaad een groot -gevaar. Maar ik zal aan u slechts zeggen, wat ik meen, dat de waarheid -is. Ik ben niet in staat iets anders te zeggen. En ik ben bang, dat u -die waarheid niet prettig zult vinden, dat u er noch door temperament -noch door gewoonte op voorbereid zijt. De dichters van alle naties, die -hierheen kwamen en met de traditioneele geestdrift van hun klassieke -opvoeding over Rome spraken, hebben u met zulke loftuitingen bedwelmd, -dat het mij voorkomt, dat u de echte waarheid over uw hedendaagsch -Rome niet gaarne hooren zult. Alle mooie woorden beteekenen niets, men -moet tot de werkelijkheid der dingen komen, en juist die werkelijkheid -weigert gij onder de oogen te zien, verliefd als gij zijt op het mooie -en lichtgeraakt als vrouwen, die zich bewust zijn niet mooi meer te -wezen en wanhopig worden bij de minste opmerking over haar rimpels." - -Orlando begon kinderlijk te lachen. - -"Zeker, je moet de dingen altijd wat mooier maken! Waarom over leelijke -gezichten praten? Wij houden in den schouwburg alleen van mooie muziek, -mooie dansen, mooie stukken, waar we plezier in hebben. De rest, -alles wat niet mooi is, moet verborgen blijven!" - -"Maar," ging de priester voort, "ik beken gaarne de kapitale fout -in mijn boek. Het Italiaansche Rome, dat ik over het hoofd zag, -om het op te offeren aan het pauselijke Rome, van welks herleving -ik droomde, bestaat, en wel zóó machtig reeds, dat zonder eenigen -twijfel het andere mettertijd verdwijnen zal. Zooals ik reeds gezegd -heb, de paus moge zich zoo koppig als hij wil in zijn Vaticaan, -dat meer en meer scheurt en in puin dreigt te vallen, tegen iedere -verandering verzetten--alles om hem heen deelt in de evolutie: de -zwarte kringen zijn reeds de grijze geworden, doordat zij zich met de -witte vermengd hebben. En nooit heb ik dat beter gevoeld dan op het -bal, dat prins Buongiovanni gegeven geeft ter eere van de verloving -van zijn dochter met uw achterneef. Toen heb ik gevoeld, dat ik voor -uw zaak gewonnen was." - -De oogen van den ouden man schitterden. - -"Zoo, was je daar ook? Nou, was het geen onvergetelijk schouwspel? Je -twijfelt nu toch zeker niet meer aan onze levenskracht, aan het volk, -dat we zijn moeten, wanneer de eerste moeilijkheden overwonnen zullen -zijn? Wat komt daarbij een kwart eeuw, een heele eeuw desnoods op -aan? Italië zal in zijn ouden roem herleven, zoodra het groote volk -van morgen uit de aarde opgeschoten zijn zal!... O zeker, ik haat dien -Sacco, omdat hij voor mij de verpersoonlijking is van de intriganten, -van de genotzoekers, wier begeerten alles hebben opgehouden, doordat -zij zich op den nog warmen buit van onze overwinning stortten, die ons -zooveel bloed en tranen gekost heeft. Maar ik herleef in mijn Attilio, -dat vleesch van mijn vleesch; hij is zoo zacht en toch zoo dapper, -hij zal de toekomst zijn, het geslacht der helden, wier komst het -land ontwikkelen en louteren zal... O, moge het groote volk van morgen -geboren worden uit hem en die Celia, de aanbiddelijke kleine prinses, -die mij onlangs met mijn nicht Melana, een verstandige vrouw in den -grond der zaak, is komen opzoeken. Als je eens gezien hadt, hoe dat -kind mij om den hals vloog, mij met de zoetste naampjes aansprak, -me zei, dat ik de peet zou zijn van haar eersten zoon, opdat hij -zou heeten als ik en een tweede maal Italië redden zou... Ja, ja, -moge om deze wieg de vrede ontstaan, moge de echtverbintenis van die -twee lieve kinderen het onverbrekelijke huwelijk zijn tusschen Rome -en de geheele natie, moge door hun liefde alles weer goed worden en -weer nieuwe schittering krijgen!" - -Tranen waren in zijn oogen gekomen. Diep getroffen door deze -vaderlandsliefde, die als een onuitbluschbare vlam in dezen -verpletterden held brandde, wilde Pierre hem moed inspreken. - -"Dat is de wensch, dien ik zelf ook op hun verlovingsfeest uitgesproken -heb tegenover uw zoon, aan wien ik toen ongeveer hetzelfde gezegd -heb. Ja, moge hun huwlijk eeuwig en vruchtbaar blijven, moge uit hen -het groote land, dat ik u met geheel mijn ziel toewensch te zijn, -sedert ik u heb leeren kennen, geboren worden!" - -"Heb je dat gezegd?" riep Orlando uit; "heb je dat gezegd? Dan vergeef -ik je je boek, want nu heb je eindelijk begrepen. En het nieuwe Rome, -daar ligt het! Het Rome, dat ons toebehoort, dat wij zijn roemrijk -verleden waardig, voor de derde maal tot koningin der wereld maken -willen!" - -En met een van zijn breede gebaren, waarin hij alles, wat er nog aan -leven in hem over was, legde, wees hij door het lichte, gordijnlooze -raam naar het panorama, dat zich voor hem ontrolde--naar Rome, -dat zich in de verte van het eene einde van den horizont naar het -andere uitstrekte. Onder den leikleurigen hemel, in dezen zoo weinig -voorkomenden winterrouw nam de stad een soort hoogere majesteit aan, -de melancholieke grootheid van een koninginnestad, die, thans nog -vervallen, zwijgend en onbeweeglijk in de droeve lucht wacht op haar -glorierijk ontwaken, op haar eindelijk door allen erkend koningschap, -dat men haar opnieuw beloofd heeft. Van de nieuwe wijken op den -Viminalis tot de verre boomen van den Janiculus, van de rosachtige -daken van den Capitolinus tot de groene toppen van den Pincio, lag de -deining der terrassen, der campanila's en der dommen als een breede -oceaan, welks diepe, grijze golven eindeloos heen en weer wiegden. - -Maar plotseling keek Orlando, door een vaderlijke verontwaardiging -aangegrepen, om en ging tegen den jongen Angiolo Mascara te keer. - -"En dat Rome wil jij, leelijke booswicht, met bommen verwoesten en -als een oud, wankel en half verrot huis met den grond gelijk maken, -om er de aarde voor altijd van te bevrijden." - -Angilio had tot nog toe zwijgend naar het gesprek geluisterd. Op zijn -baardeloos, blond, mooi meisjesgezicht verried zich de minste opwinding -door een plotselingen blos; vooral zijn groote, blauwe oogen hadden -gebrand, toen hij over het volk hoorde spreken, over het nieuwe volk, -dat men scheppen moest. - -"Ja," zeide hij langzaam met zijn heldere, muzikale stem; "ja, haar -met den grond gelijk maken, geen enkelen steen heel laten! Ja, maar -haar verwoesten, om haar weer op te bouwen!" - -"Dus je bent nog wel zoo goed haar weer op te bouwen!" viel Orlando -hem op spottenden toon in de rede. - -"Ik zou haar weer opbouwen," herhaalde het kind opstaande, met -bevende stem; "ik zou haar weer opbouwen, groot, mooi, edel! Heeft -de werelddemocratie van morgen, de eindelijk vrije menschheid niet -een éénige stad noodig, die de ark des verbonds, het centrum zelf -der wereld is? En is Rome niet de uitverkoren stad, de stad, die -door de prophetieën aangewezen is als de eeuwige, de onsterfelijke, -als degene, waarin zich het lot der volkeren voltrekken zal? Maar om -het blijvende heiligdom, de hoofdstad van de verwoeste koninkrijken -te worden, waarin zich eenmaal per jaar de wijzen van alle landen -vereenigen zullen, moet men haar eerst door het vuur reinigen en niets -van het vroegere vuil overlaten. Dan, wanneer de zon alle pestilenties -uit den ouden bodem weggezogen zal hebben, zullen wij hem tienmaal -mooier, tienmaal grooter dan zij ooit geweest is, opbouwen. En welk -een stad van waarheid en gerechtigheid zal dit sedert drie duizend -jaar voorspelde en verwachte Rome zijn--geheel van goud en van marmer, -de Campagna van de zee tot de Sabijnsche en Albaansche bergen vullend, -zóó bloeiend en zóó wijs, dat haar twintig millioen inwoners, na de -wet van den arbeid geregeld te hebben, in onvergelijkelijke vreugde -leven zullen." - -Met open mond luisterde Pierre. Wat, werkte het bloed van Augustus -zelfs daar door? In de Middeleeuwen hadden de pausen geen meesters -van Rome kunnen zijn, zonder in hun oud verlangen om opnieuw over de -wereld te regeeren, den dringenden drang in zich te voelen de stad -opnieuw op te bouwen. Onlangs, toen het jonge Italië zich van Rome -meester gemaakt had, bezweek het dadelijk onder den atavistischen -waanzin der wereldheerschappij, wilde het op zijn beurt er de grootste -stad van maken, bouwde het geheele wijken voor een bevolking, die -nog niet gekomen was. En nu waren zelfs de anarchisten, ondanks -hun vernielingswoede, bezeten door denzelfden hardnekkigen, ditmaal -mateloozen droom van het ras; zij wilden een vierde, monsterachtig -groot Rome, welks voorsteden ten slotte de continenten bezetten -zouden, om hun libertaire, tot één familie vereenigde menschheid -daarin onder te brengen. Dit was het toppunt: nooit zou er een -phantastischer bewijs gegeven kunnen worden voor het trotsche -en heerschzuchtige bloed, dat de aderen van dit ras verbrand had, -sedert Augustus het de erfenis van zijn onbeperkt rijk en het woeste -instinct, om te gelooven, dat het een wettig recht op de wereld bezat, -had nagelaten. Dat kwam voort uit den bodem zelf, het was een sap, -dat al de kinderen van dezen historischen bodem bedwelmd had en hen -aandreef uit hun stad de eenige stad te maken, degene, die geheerscht -had en die, schitterend, tot aan den door de orakelen voorspelden -tijd heerschen zou. En Pierre herinnerde zich de vier voorspellende -letters, het S. P. Q. R. [30] van het oude Rome, die hij overal in -het tegenwoordige Rome teruggevonden had. Zij stonden als een aan -het lot gegeven bevel op de muren, op alle uithangborden, tot op de -vuilniskarren der gemeentereiniging, die 's morgens het vuil kwamen -ophalen. En Pierre begreep nu de wonderbaarlijke ijdelheid van deze -menschen, die door de grootschheid van hun voorvaderen vervolgd en -door het verleden van hun Rome gehypnotiseerd werden, de ijdelheid, -waarvan zij beweerden, dat het alles in zich sluit, dat zij zelf er -niet in slagen het te kennen, dat het de sphinx is, die eenmaal de -verklaring van het wereldraadsel geven moet. Het is zoo groot en edel, -dat alles er groot en edel wordt, dat zij ertoe komen voor hun stad -den afgodischen eerbied der geheele aarde te eischen. - -"Maar ik ken jouw vierde Rome," begon Orlando, weer vroolijk wordend, -opnieuw. "Het is het Rome van het volk, de hoofdstad der universeele -Republiek, waarvan Mazzini reeds gedroomd heeft. Weliswaar voegde -deze den paus er aan toe... Zie je, mijn jongen, wanneer wij, oude -republikeinen, ons gerallieerd hebben, dan hebben wij dat gedaan, omdat -we bang waren, het land, in geval van revolutie, in handen te zien -vallen van de gevaarlijke gekken, die jou het hoofd op hol gebracht -hebben. Waarachtig, wij hebben ons bij de monarchie neergelegd, -die niet zoo heel veel verschilt van een goede, parlementaire -Republiek... Nu, tot ziens, wees verstandig en bedenk dat het de -dood van je arme moeder zijn zou, wanneer jou iets overkwam... Kom, -laat ik je maar een zoen geven!" - -Angiolo bloosde onder den liefdevollen kus van den held als een jong -meisje. Dan ging hij, na den priester beleefd met een hoofdknikje -gegroet te hebben, met zijn zacht dwepersgezicht weg. - -Er volgde een stilzwijgen. Toen de blikken van den ouden Orlando op -de couranten vielen, begon hij echter weer over het vreeselijke drama -in het paleis Boccanera. O, die Benedetta, die hij in de treurige -dagen, dat zij bij hem woonde, als een dochter vereerd en aangebeden -had! Welk een verpletterende daad, welk een tragisch lot, om zoo -medegesleurd te worden in den dood van den man, dien zij liefhad! En -daar de verhalen der couranten hem vreemd voorkwamen en hij gekweld en -gepijnigd werd door al het duistere, dat hij erin voelde, wilde hij -juist een paar bijzonderheden vragen, toen zijn zoon Prada met een -door onrust vertrokken gelaat en buiten adem van het hard naar boven -loopen, binnenkwam. Hij had zijn aannemers met ongeduldige ruwheid -afgescheept, zonder rekening te houden met zijn ernstigen toestand, -zijn gevaar loopend vermogen; hij werd door een zoo groot verlangen, -om boven bij zijn vader te zijn, gemarteld, dat hij bijna niet eens -naar hen luisterde, onverschillig ervoor of zijn huis boven hem zou -instorten of niet. Toen hij bij den ouden man was, gold zijn eerste -blik het gezicht van zijn vader, om zich te overtuigen, of de priester -hem niet door een onvoorzichtig woord doodelijk getroffen had. - -Hij begon te beven, toen hij zag, hoe de oude man door de -verschrikkelijke gebeurtenis, waarover hij sprak, tot tranen toe -bewogen was. Een oogenblik dacht hij, dat hij te laat kwam, dat het -ongeluk reeds geschied is. - -"Mijn God, vader, wat hèbt u? Waarom huilt u?" - -Hij had zich aan zijn voeten geworpen, nam zijn handen in de zijne, -keek hem in een zóó hartstochtelijke vereering aan, dat hij zijn -hartebloed scheen te willen geven, om hem het minste verdriet te -besparen. - -"Ach, het is de dood van die arme Benedetta," antwoordde Orlando -droevig. "Ik zeide juist aan mijnheer Froment, hoe diep bedroefd -ik erover ben en dat het heele geval mij zoo duister scheen... De -couranten spreken van een plotselingen dood en dat is altijd zoo -iets vreemds." - -Doodsbleek was Prada opgestaan. De priester had niet gesproken. Maar -welk een vreeselijk oogenblik. Als hij antwoordde, als hij sprak! - -"Je was erbij, niet waar?" vroeg de grijsaard weer. "Je hebt alles -medegemaakt?... Vertel me toch eens hoe alles in zijn werk is gegaan." - -Prada keek Pierre aan. Hun blikken boorden zich als het ware in -elkaar. Alles speelde zich nog eenmaal tusschen hen af. Weer schreed -het noodlot voort; weer ontmoetten zij aan den voet van de Frascatische -heuvelen Santobono met zijn mandje; weer spraken zij op hun terugrit -door de droefgeestige Campagna over het vergif, terwijl het mandje -zacht schommelde op de knieën van den pastoor; weer waren zij in de in -de wildernis sluimerende osteria, zagen zij het plotseling gestorven -doode hennetje met het violette bloedstraaltje uit zijn snavel. Dan -kwam denzelfden avond het bal der Buongiovanni's--één geur van vrouwen, -één triomf der liefde. Ten slotte stond voor het zich zwart tegen de -zilveren maan afteekenende paleis Boccanera de man, die zijn sigaar -aanstak, en langzaam, zonder om te kijken, zich verwijderde en het -noodlot zijn doodswerk verrichten liet. Deze geschiedenis kenden -zij beiden, doorleefden zij nogmaals, zij behoefden die niet luid te -herhalen, om zeker te zijn, dat zij elkander tot in het diepst van -hun ziel lazen. - -Pierre had den ouden man niet dadelijk geantwoord. - -"O, er zijn verschrikkelijke dingen gebeurd, verschrikkelijke dingen," -zeide hij eindelijk. - -"Dat had ik wel gedacht," antwoordde Orlando. "Ge kunt vrijuit -spreken... Mijn zoon heeft tegenover den dood alles vergeven." - -Weer zocht Prada's blik dien van Pierre en bleef zoo vurig smeekend -daarin rusten, dat de priester er diep door ontroerd werd. Hij -herinnerde zich den tweestrijd van dien man op het bal, de wreede -jaloersche martelingen, die hij ondergaan had, alvorens hij aan het -noodlot zijn wraak overliet. En hij stelde zich voor wat daarna, -na de vreeselijke ontknooping, in hem moest zijn omgegaan: eerst de -verbijstering over de ruwe snelheid, waarmede het wreede noodlot zijn -werk gedaan had, over de wraak, die gruwlijker uitgevallen was dan -hij gewild had; dan de ijzige kalmte van den koelbloedigen speler, -die de gebeurtenissen afwacht, de couranten leest en geen andere -wroeging kent dan de veldheer, wien de overwinning te veel manschappen -gekost heeft. Onmiddellijk had hij begrepen, dat de kardinaal ter -wille van de eer der Kerk de zaak zou begraven. Slechts één ding -drukte misschien nog zwaar op zijn hart--misschien het verlangen naar -die zoo vurig begeerde vrouw, die hij niet gehad had, die hij nooit -hebben zou--misschien ook een vreeselijke jaloezie, die hij zichzelf -niet bekende en waaronder hij altijd lijden zou, de jaloezie, nu hij -wist, dat zij, in het graf, voor eeuwig in de armen van een ander -lag. En nu rees uit deze laatste krachtsinspanning, om zijn kalmte -te bewaren, uit dat koelbloedige, wroeginglooze wachten de straf op, -de vrees, dat het met de vergiftigde vijgen voortschrijdende noodlot -nog op zijn tocht zou stilstaan en thans zijn vader treffen. Nog een -bliksemstraal, nog een slachtoffer, en nu het meest onverwachte, -het meest aangebedene. Zijn laatste weerstandsvermogen was in één -minuut ingestort; hulpeloozer en banger dan een kind stond hij daar -tegenover het afschuwlijke noodlot. - -"Maar," begon Pierre langzaam, alsof hij naar zijn woorden zocht; -"de couranten hebben u zeker toch verteld, dat de prins het eerst -bezweken en dat de contessina, toen zij hem voor het laatst omhelsde, -van smart gestorven is. En wat de oorzaak van den dood betreft, lieve -hemel, u weet even goed als ik, dat de doktoren zelf zich daarover -niet met beslistheid durven uitspreken..." - -Hij hield op: hij hoorde plotseling de stem van de stervende Benedetta -hem het vreeselijke bevel geven: "U, die zijn vader zien zult, u -draag ik op hem te zeggen, dat ik zijn zoon vervloekt heb. Ik wil, -dat hij het weet, hij moet het weten ter wille van de waarheid en de -gerechtigheid." Groote God, moest hij gehoorzamen? Was dit een van de -heilige bevelen, die men uitvoeren moet, ook al moesten daardoor tranen -en bloed bij stroomen vloeien? Gedurende enkele seconden woedde een -allerpijnlijkste tweestrijd in hem, verscheurd als hij werd tusschen -deze door de doode ingeroepen waarheid en gerechtigheid eener- en zijn -persoonlijk verlangen, om te vergeven, den afschuw, dien hij voor -zichzelf hebben zou, wanneer hij door zijn onverzoenlijke zending -te vervullen, dezen ouden man dooden zou, anderzijds. En zekerlijk -moest de andere, de zoon, begrijpen, dat een moeilijke strijd in hem -gevoerd werd, waarvan het lot van zijn vader afhangen zou, want zijn -blik werd nog dringender, nog smeekender. - -"Eerst heeft men gedacht aan een storing in de spijsvertering," ging -Pierre voort. "Maar het werd plotseling zooveel erger, dat men bang -werd en een dokter halen liet." - -O, de oogen, die oogen van Prada! Zij waren zoo wanhopig geworden, dat -de priester er alle beslissende redenen in las, die hem beletten zouden -te spreken. Neen, neen! Hij zou den onschuldigen grijsaard niet zoo -treffen, hij had niets beloofd, hij zou geloofd hebben de herinnering -van de doode met een misdaad te bezwaren, indien hij gehoorzaamd had -aan het laatste bevel, dat de haat haar had ingegeven. In die enkele -seconden van spanning had hij een geheel leven van zoo afschuwlijke -smart doorleden, dat ondanks alles reeds gerechtigheid geschied was. - -"De dokter," ging Pierre voort, "heeft onmiddellijk infectiekoortsen -geconstateerd. Er was geen twijfel mogelijk... Ik ben vanochtend bij -de begrafenis geweest, het was heel mooi en indrukwekkend." - -Orlando ging niet verder op de zaak in, zeide nog slechts, hoe hij den -geheelen ochtend met zijn gedachten bij de begrafenis geweest was. Toen -hij zich omkeerde en met zijn nog bevende handen de couranten op de -tafel recht legde, keek Prada, door het koude doodszweet verstard en, -om niet te vallen, zich aan den rug van een stoel vasthoudend, Pierre -nogmaals aan, maar nu met een zachteren blik vol vurige dankbaarheid. - -"Ik vertrek vanavond," zeide Pierre, die uitgeput als hij was, -een einde aan het gesprek wilde maken. "Ik moet nu afscheid van u -nemen... Hebt u geen boodschap voor mij in Parijs?" - -"Neen, neen, geen enkele," zeide Orlando. - -Doch dan plotseling: - -"Ja, toch, ik heb een boodschap... Je herinnert je zeker het boek -van mijn ouden strijdmakker Théophile Morin, een der Duizend van -Garibaldi, nog wel, het handboek voor het baccalaureaat, dat hij -wilde laten vertalen en bij ons invoeren. Tot mijn groote blijdschap -hebben ze mij beloofd, dat men het op onze scholen gebruiken wil, -als er enkele veranderingen in aangebracht worden... Luigi, geef mij -dat deel even aan, dat daar op de plank ligt." - -Toen zijn zoon hem het boek gegeven had, wees hij Pierre de -aanteekeningen, die hij met potlood op den rand der bladzijden gemaakt -had en legde hem de veranderingen, die men van den schrijver eischte, -uit. - -"Wees zoo vriendelijk zelf dat exemplaar aan Morin te brengen: zijn -adres staat op de binnenzijde van den band. Je zult me daardoor een -langen brief uitsparen en in tien minuten kan je het hem duidelijker -en beter uitleggen dan ik in tien bladzijden doen kan... Groet hem -hartelijk van mij en zeg hem, dat ik nog evenveel van hem houd als -vroeger, toen ik mijn beenen nog had en we beiden als duivels in den -kogelregen vochten!" - -Er volgde een stilte--de pijnlijke stilte vóór het vertrek. - -"Nu jongen, vaarwel! Geef me een zoen voor hem en voor jezelf; geef -me een zoen, zooals de kleine Angiolo mij zooeven een zoen gegeven -heeft... Ik ben zoo oud en zoo dicht bij den dood, dat je me zeker -wel toestaan wilt je mijn jongen te noemen en je als een grootvader, -die je den moed en den vrede en het geloof in het leven, dat alleen -helpt om te leven, toewenscht, een zoen te geven." - -Pierre was zóó ontroerd, dat de tranen hem in de oogen kwamen, en -toen hij den verpletterden held op beide wangen kuste, voelde hij, -dat deze ook weende. Met een hand, die nog bijna zoo krachtig was als -een schroef, hield hij hem nog een oogenblik bij zijn ziekenstoel, -terwijl hij met de andere in een wijdsch gebaar een laatste maal naar -Rome wees, dat in zijn rouw onder den aschgrauwen hemel lag. Zijn -stem begon te beven en te fluisteren. - -"En zweer mij, om Godswil, het ondanks alles lief te hebben, want onze -stad is de wieg, is de moeder! Heb haar lief, om wat zij niet meer -is, om wat zij wil zijn... Zeg niet, dat zij dood is, heb haar lief, -heb haar lief, opdat zij eeuwig bestaan blijve!" - -Zonder te kunnen antwoorden, omhelsde Pierre hem nogmaals, geheel -van streek door zooveel hartstocht bij dezen grijsaard, die over zijn -stad sprak zooals men op dertigjarigen leeftijd over een aangebeden -vrouw spreekt. En hij vond hem met zijn oude-leeuwe-manen, in zijn -hardnekkigen wensch naar een spoedige herleving zóó mooi, zóó verheven, -dat nog eenmaal de andere groote grijsaard, kardinaal Boccanera, -voor hem oprees. Ook deze volhardde halsstarrig in zijn geloof, gaf -niets prijs van zijn droom, ook al liep hij gevaar daarmede door den -instortenden hemel verpletterd te worden. Zij stonden nog steeds aan -de beide uiteinden van hun stad tegenover elkaar; slechts hunne hooge -gestalten beheerschten den horizont, wachtten op de toekomst. - -Toen Pierre van Prada afscheid genomen had en weer in de Via Venti -Settembre stond, haastte hij zich terug naar de Via Giulia, om zijn -koffer te pakken. Al zijn bezoeken waren achter den rug, hij behoefde -nog slechts afscheid te nemen van donna Serafina en van den kardinaal -en hen te danken voor hun hartelijke gastvrijheid. Hem alleen zouden -zij ontvangen, want, zoodra zij van de begrafenis teruggekomen waren, -hadden zij zich in hun kamers opgesloten en voor iedereen belet -gegeven. Van af het invallen van de schemering kon Pierre zich dus -alleen wanen in het groote, donkere paleis, waarin slechts Victorine -hem nog gezelschap zou houden. Toen hij den wensch te kennen gaf, -met don Vigilio te soupeeren, zeide zij hem, dat ook de abbé zich in -zijn kamer opgesloten had; en toen hij zelf aan diens kamer klopte, -om hem tenminste voor de laatste maal de hand te drukken, kreeg hij -zelfs geen antwoord. Hij vermoedde, dat de secretaris in een nieuwen -aanval van koorts en wantrouwen, hem, uit vrees zich nog aan nog -meer gevaar bloot te stellen, niet ontvangen wilde. Dus was nu alles -geregeld; zij spraken af, dat Victorine, daar de trein eerst om 10.17 -vertrekken zou, hem zijn avondeten, zooals gewoonlijk om acht uur, -in zijn kamer brengen zou. Zelf bracht zij een lamp en wilde voor zijn -linnengoed zorgen. Maar hij wilde volstrekt niet, dat zij hem hielp, -en zij moest hem rustig zijn koffer laten pakken. - -Hij had een klein kistje gekocht, want zijn handkoffertje was niet -voldoende, om het linnengoed en kleeren te bevatten, die hij, toen zijn -verblijf in Rome steeds langer duurde, uit Parijs had laten komen. Toch -duurde het werk niet lang: spoedig waren de kast en de laden ledig, -het kleine kistje en het handkoffertje vol en gesloten. Het was -eerst zeven uur, zoodat hij nog een uur voor het avondeten moest -wachten. Dan vielen zijn blikken, die de muren nog eens rondgingen, -om te zien of hij niets vergeten had, op de oude schilderij, het -doek van een onbekenden meester, dat hem gedurende zijn verblijf hier -zoo dikwijls ontroerd had. Toevallig viel het volle lamplicht erop; -en ook ditmaal trof het hem diep en dit des te meer, toen hij zich -in dit laatste uur verbeeldde in deze tragische vrouwefiguur, die -half naakt, in lompen bijna gekleed, op den drempel van het paleis, -waaruit men haar weggejaagd had, in haar gevouwen handen zat te weenen, -het symbool van zijn echec in Rome te zien. Was deze verworpelinge, -die daar zoo snikte, van wie men niets wist, noch hoe haar gezicht er -uitzag, noch vanwaar zij kwam, noch wat zij gedaan had, niet het beeld -van alle nuttelooze pogingen, om de deur der waarheid te forceeren, -van de vreeselijke hulpeloosheid, waarin de mensch vervalt, zoodra -hij zich stoot tegen den muur, die het onbekende afsluit. Lang keek -hij haar aan en opnieuw greep de smart hem aan, dat hij weg moest -gaan, zonder haar door haar lokken overstroomd gezicht te kennen, -dat--hij voelde het--schitterend van jeugd en verrukkelijk in haar -geheimzinnigheid zijn moest. Hij meende haar te kennen, hij stond -op het punt haar eindelijk geheel te begrijpen, toen er op de deur -geklopt werd. - -Tot zijn verbazing zag hij Narcisse Habert binnenkomen, die drie dagen -geleden naar Florence vertrokken was, een van die uitstapjes, welke -de jonge gezantschapsattaché gaarne maakte. Narcisse verontschuldigde -zich dadelijk voor zijn onverwacht bezoek. - -"Daar staat uw bagage, zie ik. Ja, ik weet, dat u vanavond vertrekt, -en ik wilde u niet uit Rome laten gaan, zonder u nog eenmaal de hand te -drukken... Wat een verschrikkelijke dingen zijn er gebeurd, sedert we -elkaar het laatst gesproken hebben. Ik ben vanmiddag pas teruggekomen, -zoodat ik niet bij de begrafenis kon zijn. Maar u begrijpt, hoe ik -schrok, toen ik die twee verschrikkelijke sterfgevallen hoorde." - -Hij vroeg hem uit, want als een, die het donkere, legendarische -Rome kende, vermoedde hij het een of ander duister drama. Maar hij -drong niet al te zeer aan, want in den grond der zaak was hij veel te -voorzichtig, om zich onnoodig met gevaarlijke geheimen te bezwaren. Hij -geraakte echter in groote geestdrift over hetgeen de priester vertelde -omtrent de twee gelieven, die, in den dood zoo bovenmenschelijk mooi, -in elkaars armen te ruste waren gelegd. Ja, hij maakte er zich boos -om, dat niemand er een schets van gemaakt had. - -"Gij zelf hadt het moeten doen. Dat ge niet kunt teekenen, is geen -verontschuldiging. U met uw naïveteit had er misschien een meesterwerk -van gemaakt." - -En dan, kalmer wordend: - -"Die arme contessina, die arme prins! Maar het komt er niet op aan, -in dit land kan alles instorten, zij hebben de schoonheid bezeten, -en de schoonheid blijft onverwoestbaar!" - -Pierre werd door dit woord getroffen. Zij spraken nog lang over -Italië, Rome, Napels en Florence. "O, Florence!" herhaalde Narcisse -dwepend. Hij had een sigaret aangestoken en sprak op langzamen toon, -terwijl hij zijn blikken door de kamer liet gaan. - -"U hadt hier een mooie, rustige kamer. Ik was nog nooit op deze -verdieping geweest." - -Zijn blikken bleven ronddwalen, tot zij vastgehouden werden door het -oude doek, dat de lamp verlichtte. Toen knipte hij verbaasd met zijn -oogen; dan stond hij plotseling op en ging ernaar toe. - -"Wat is dat? Wat is dat? Dat is heel goed, dat is heel mooi!" - -"Ja, vindt u niet?" vroeg Pierre. "Ik heb van die dingen weinig -verstand, maar van den eersten dag af aan heeft dit mij getroffen en -sedert heb ik er menigmaal met kloppend hart voor gestaan." - -Narcisse sprak niet meer, doch bekeek het doek van nabij met de -zorgvuldigheid van een kenner, van een deskundige, wiens scherpe blik -over de echtheid beslist en de waarde vaststelt. Een buitengewone -vreugde teekende zich af op zijn blond, dwepend gezicht, terwijl zijn -handen begonnen te beven. - -"Het is een Botticelli, het is een Botticelli, er valt niet aan te -twijfelen... Kijk die handen eens en die plooien in de kleeding. En -de tint van het haar, de geheele opzet, de vlucht van de geheele -compositie... Een Botticelli, lieve God, een Botticelli!" - -Hij viel bijna in onmacht en zwijmelde weg in een bewondering, -die grooter werd, naarmate hij verder in het zoo eenvoudige, maar -ontroerende onderwerp doordrong. Was het niet heftig modern? De -kunstenaar had onze geheele smartelijke eeuw, onzen angst voor het -onzienlijke, onze wanhoop nooit de voor eeuwig gesloten deur van het -mysterie te kunnen forceeren, voorzien. En welk een eeuwig symbool -van de ellende der wereld was deze vrouw, wier gelaat men niet zag -en die wanhopig snikte, zonder dat men haar tranen drogen kon. Een -onbekende Botticelli, een Botticelli, die in geen enkelen catalogus -voorkwam, welk een vondst! - -"Wist u, dat het een Botticelli was?" vroeg hij aan Pierre. - -"Waarachtig niet! Ik heb er don Vigilio eens naar gevraagd, maar hij -scheen weinig waarde te hechten aan het doek. En Victorine, met wie -ik er ook over gesproken heb, zeide, dat al die oude prullen niets -dan stofnesten waren!" - -"Wat, ze hebben in dit huis een Botticelli en zij weten het niet?" riep -Narcisse verbaasd uit. "O, hoe proef ik mijn Romeinsche prinsen daar -weer uit, die voor het meerendeel niet in staat zijn een meesterwerk -te herkennen, als er geen etiquet op geplakt is... Een Botticelli, die -ongetwijfeld een weinig geleden heeft, maar wanneer hij schoongemaakt -is, een wonder zal blijken. Ik geloof, dat ik te laag schat, als ik -zeg, dat een museum daarvoor..." - -Plotseling zweeg hij; hij noemde het cijfer niet, maar voltooide -zijn zin met een vaag gebaar. De avond verstreek en toen Victorine en -Giacomo binnenkwamen, om de tafel te dekken, ging hij met zijn rug naar -den Botticelli staan en sprak er geen woord meer over. Doch Pierre, -wiens aandacht wakker geworden was, raadde wat er in hem om moest -gaan, nu hij hem daar zoo koelbloedig staan en zijn malvekleurige -oogen staalblauw worden zag. Hij wist heel goed, dat er onder dien -engelachtigen jongeling, onder dien schijn-Florentijn een handige, -in zaken zeer ervaren man stak, die zijn vermogen bewonderenswaardig -bestuurde en, naar men zeide, zelfs eenigszins gierig was. Hij moest -glimlachen, toen hij zag, hoe Narcisse voor de foei-leelijke Heilige -Maagd, een slechte copie van een doek uit de achttiende eeuw, dat -naast het meesterwerk hing, ging staan en zeide: - -"Dat is heusch zoo slecht niet! Een vriend van me heeft me opgedragen -een paar oude schilderijen voor hem te koopen... Zeg Victorine, -geloof je, dat donna Serafina en de kardinaal, nu zij alleen zijn, -graag een paar van die waardelooze doeken kwijt zouden zijn?" - -De huishoudster hief haar beide armen op, als om te zeggen, dat men, -wanneer het van haar afhing, alles kon meenemen. - -"O, mijnheer, aan een koopman zouden ze niets geven om de praatjes, -die dan dadelijk zouden loopen; maar ik weet bijna zeker, dat zij -een vriend dat pleizier graag zouden doen. Het huishouden is duur; -een beetje geld zou zeer welkom zijn." - -Vergeefs trachtte Pierre Narcisse over te halen bij hem te blijven -soupeeren. De jonge man gaf zijn woord van eer, dat hij ergens anders -verwacht werd. Hij was zelfs al te laat. En na den priester de hand -gedrukt en hem hartelijk een goede reis gewenscht te hebben, ging -hij heen. - -Het sloeg acht uur. Zoodra hij alleen was, ging Pierre voor het -kleine tafeltje zitten. Victorine zond Giacomo, die het vaatwerk en -de schotels in een mand boven gebracht had, weg en bleef hem bedienen. - -"Die lui hier maken met hun langzaamheid mijn bloed aan het koken," -zeide zij. "En bovendien vond ik het heerlijk u bij uw laatsten -maaltijd te bedienen. Zooals u ziet, heb ik een Fransch dinertje voor -u laten klaar maken, een tong au gratin en een gebraden kip." - -Hij werd door deze attentie zeer getroffen en was blijde deze -landgenoote tot gezelschap te hebben, terwijl hij te midden van -de groote stilte, die in het oude, donkere en verlaten paleis -heerschte, at. Het was haar nog goed aan te zien, dat zij treurde om -haar lieve contessina, hoewel de dagelijksche bezigheden, die haar -geheel in beslag namen, haar reeds iets van haar gewone opgewektheid -teruggegeven hadden. Zij praatte dan ook bijna vroolijk, terwijl zij -de verschillende schotels voor hem neerzette. - -"En te denken, mijnheer de abbé, dat u overmorgen al weer in Parijs -bent. Ik voor mij heb net het gevoel, alsof ik gisteren Auneau pas -verlaten heb! Het is een heerlijk land daar--vet, geel als goud, niet -zooals die magere aarde hier, die naar zwavel ruikt! En de frissche, -mooie wilgen langs de beek! En het boschje, waarin zooveel mos is. Die -vindt je hier niet, hier hebben zij niets als blikken boomen onder -hun zon, die het gras schroeit. In den eersten tijd zou ik, ik weet -niet hoeveel gegeven hebben voor een fiksche regenbui, die al dat -vuile stof eens weggejaagd had. Nou nog krijg ik een hartklopping, -wanneer ik denk aan de heerlijke morgens bij ons, wanneer het den -vorigen dag geregend heeft en het heele land er zoo vriendelijk -en prettig uitziet, alsof het begon te lachen, na eerst gehuild te -hebben... Neen, neen, ik zal me in dat verduivelde Rome nooit thuis -voelen. Wat een menschen! Wat een land!" - -"Maar wat houdt je hier nog terug, nu je jonge meesteres er niet meer -is; waarom ga je niet met mij weg?" - -Verbaasd keek zij hem aan. - -"Ik met u weggaan, weer terug naar Frankrijk?... Neen, mijnheer de -abbé, dat is onmogelijk. In de eerste plaats zou dat te ondankbaar -zijn, want donna Serafina is aan mij gewend, en ik zou heel slecht -handelen haar en Zijne Eminentie, nu zij verdriet hebben, te -verlaten. En bovendien, wat zou ik ergens anders moeten doen? Mijn -leven moet ik verder hier slijten." - -"Dus je zal Auneau nooit terugzien?" - -"Neen, nooit, dat staat vast." - -"Maar vindt je het dan niet naar hier begraven te worden, te slapen -in deze aarde, die naar zwavel ruikt?" - -Zij begon hartelijk te lachen. - -"O, wanneer ik dood ben, is het mij onverschillig waar ik ben... Om te -slapen is het overal goed, mijnheer de abbé! Het is komiek, zooals de -menschen het zich druk maken met wat er na den dood is. Er is heelemaal -niets! De gedachte, dat het voor goed uit is en dat ik eens lekker -zal uitrusten, is juist zoo'n geruststelling voor me. De goede God -is dat ons, die zoo hard gewerkt hebben, wel verschuldigd. U weet, -dat ik niet vroom ben, heelemaal niet! Maar dat heeft mij niet belet, -om me fatsoenlijk te gedragen; zoo waar als u mij ziet, heb ik nooit -een vrijer gehad! Wanneer je zoo iets op mijn leeftijd zegt, dan klinkt -dat gek. Maar toch zeg ik het, omdat het de zuivere waarheid is." - -Zij bleef lachen als een brave vrouw, die "niets van de pastoors hebben -moest" en geen zonde op haar geweten had. En weer verwonderde Pierre -zich over dezen eenvoudigen levensmoed, over dit gezonde verstand -bij deze zoo toegewijde huishoudster. Zij belichaamde voor hem het -kleine, ongeloovige volk van Frankrijk, hen, die niet meer geloofden, -die nooit meer gelooven zouden. O, zijn als zij, zijn plicht doen en -gaan slapen voor den eeuwigen slaap in de vreugde zijn deel in het -werk gedaan te hebben! - -"Wil ik dan, wanneer ik ooit in Auneau kom, dat kleine boschje met -mos voor je goeden dag zeggen, Victorine?" - -"Graag, mijnheer de abbé. En zeg, dat ik er nog altijd aan denk." - -Toen Pierre klaar was, liet zij het overblijvende door Giacomo -weghalen. Daar het pas half negen was, ried zij den priester aan nog -rustig een uurtje in zijn kamer te blijven. Waarom zou hij te vroeg op -het station koude gaan lijden? Om half tien zou zij een rijtuig laten -komen, en zoodra het voor was, hem waarschuwen en de bagage beneden -laten halen. Hij kon dus gerust zijn; hij behoefde zich nergens mede -te bemoeien. - -Toen zij weggegaan en Pierre alleen was, kreeg hij inderdaad een gevoel -van leegte. Zijn bagage, zijn kist en zijn handkoffertje, stond op -den grond in een hoek van de kamer. En hoe stom, hoe uitgestorven, -hoe vreemd kwam die kamer hem reeds voor! Hem bleef niets over dan weg -te gaan; hij was reeds weg: Rome om hem heen was niets meer dan een -beeld--het beeld, dat hij in zijn herinnering zou medenemen. Een uur -nog. Hoe eindeloos lang scheen het hem toe! Onder hem sliep het oude, -donkere en verlaten paleis in de vernietiging van zijn stilte. Hij -was gaan zitten en verzonk in een diep gepeins. - -Zijn boek, Het Nieuwe Rome, rees voor hem op, zooals hij het geschreven -had, zooals hij het was komen verdedigen. Hij herinnerde zich zijn -eersten ochtend op den Janiculus, op den rand van het terras van San -Pietro in Montorio, tegenover het Rome, waarnaar hij zoo verlangd -had, dat zoo jong, zoo kinderlijk-zacht onder den wijden helderen -hemel lag, als opgeheven in den frisschen ochtend. Daar had hij zich -de beslissende vraag gesteld: kan het Katholicisme zich vernieuwen, -terugkeeren tot den geest van het oorspronkelijke Christendom, de -godsdienst der democratie zijn, het geloof, waarop de moderne, op -haar grondvesten bevende, in doodsgevaar verkeerende wereld wachtte, -om rustig verder te kunnen leven? Zijn hart klopte van geestdrift -en hoop; nauwlijks hersteld van zijn nederlaag in Lourdes, was hij -hier gekomen, om een tweede en laatste proef te nemen, om aan Rome een -antwoord te vragen. En nu was de proef mislukt: hij kende het antwoord, -dat Rome hem door zijn ruïnen, zijn monumenten, zijn bodem, zijn volk, -zijn prelaten, zijn kardinalen, zijn paus gegeven had. Neen, het -Katholicisme kon zich niet vernieuwen; neen, het kon niet terugkeeren -tot den geest van het oorspronkelijke Christendom; neen, het kon niet -de godsdienst der democratie zijn, het nieuwe geloof, dat de oude, -ineenvallende, in doodsgevaar verkeerende maatschappij redden zou. Al -scheen het ook van democratische afkomst te zijn, het was voortaan -aan dezen Romeinschen bodem vastgenageld, koning ondanks zichzelf, -genoodzaakt krampachtig vast te houden aan de wereldlijke macht, -als het geen zelfmoord plegen wilde, gebonden door de traditie, -geketend door het dogma, ontwikkelde zich slechts schijnbaar en was -in werkelijkheid gedoemd tot zulk een onbeweeglijkheid, dat, achter de -bronzen deur van het Vaticaan, het pausdom in zijn ononderbroken droom -van de wereldheerschappij de gevangene, het spook van achttien eeuwen -atavisme was. Daar, waar zijn door de liefde voor armen en lijdenden -verwarmd priestergeloof een herleving van de Christelijke gemeenschap -was komen zoeken, daar had hij den dood gevonden, het stof van een -uitgeputte wereld, waaruit nooit meer iets anders zou kunnen opgroeien -dan dit despotische pausdom, dat meester zijn wilde der lichamen, -zooals het reeds meester was der zielen. Op zijn wanhoopskreet, die om -een nieuwen godsdienst vroeg, had Rome geantwoord met de veroordeeling -van zijn boek, als was het met ketterij bevlekt; en hij zelf had het -in de bittere smart over zijn desillusie teruggenomen. Hij had gezien, -hij had begrepen, alles was ingestort, en hij zelf, zijn ziel en zijn -rede, lag onder de puinhoopen. - -Pierre kreeg het benauwd. Hij stond op en zette het op den Tiber -uitziende raam wijd open, om er een oogenblikje uit te leunen. Tegen -den avond was het weer gaan regenen, maar nu was het weer droog. Het -was zacht, klam, drukkend-loom. Aan den aschgrauwen hemel moest de -maan reeds opgegaan zijn, want men voelde haar als het ware achter -de wolken, die zij met een geel, dof, eindeloos triest schijnsel -verlichtte. Onder dit schijnsel als van een donker nachtlichtje leek -de horizont zwart en spookachtig: tegenover hem lag de Janiculus met -de op elkaar gestapelde huizen van Trastevere; links stroomde in de -richting van de onduidelijke helling van den Palatinus de Tiber; -rechts teekende de alles overheerschende ronding van den dom der -St. Pieter zich tegen den kleurloozen achtergrond af. Het Quirinaal -kon hij niet zien, maar hij wist, dat het achter hem lag en stelde -zich voor, hoe het in dezen zoo zwaarmoedigen en droomachtigen avond -met zijn eindeloozen gevel een hoek van den hemel afsloot. - -Hoe ten einde loopend zag dit door het duister half verteerde Rome -eruit! Hoe verschilde het van het Rome der jeugd en der chimère, -zooals hij het den eersten dag gezien en hartstochtelijk lief gehad -had van af den top van den Janiculus, welks in donkerte badende massa -hij thans nauwlijks onderscheiden kon. Een andere herinnering kwam in -hem op: de herinnering aan de drie hoogste punten, de drie symbolische -toppen, welke van af dien dag, voor hem de samenvatting geworden waren -van Rome's eeuwenoude geschiedenis: het oude, het pauselijke en het -Italiaansche Rome. Maar al mocht ook de Palatinus dezelfde ontkroonde -berg gebleven zijn, waarop zich niets verhief dan het spook van den -voorvader, van Augustus, keizer en pontifex en wereldbeheerscher, -met geheel andere oogen zag hij St. Pieter en het Quirinaal, die -als het ware van plaats verwisseld waren. Aan het koningspaleis, -dat hij toen als een quantité négligeable beschouwde en dat hem een -platte en lage kazerne toescheen, aan den nieuwen regeeringsvorm, -die toen op hem den indruk maakte van een heiligschennende poging tot -moderniseering van een uitverkoren stad, kende hij thans, zooals hij -tegen Orlando gezegd had, de voornaamste, steeds grooter wordende -plaats toe aan den horizont, dien zij weldra in zijn geheel zouden -innemen; de St. Pieter daarentegen, de dom, die hem triomphantelijk, -hemelsblauw, als een de stad beheerschende, door niets aan het wankelen -te brengen reuzenkoning toegeschenen was, kwam hem nu gescheurd en -kleiner voor, als een van die reusachtige oudheden, welker massa's -dikwijls tengevolge van het heimelijke slijten, het niet opgemerkte -afbrokkelen der getimmerten plotseling instorten. - -Een dof gemurmel rees op uit den gezwollen Tiber en Pierre rilde bij -den ijskouden ademtocht, die over zijn gezicht streek. Deze gedachte -aan de drie toppen, aan den symbolischen driehoek, wekte in hem de -herinnering aan het lange lijden van den grooten Zwijgende, van het -volk der kleinen en der armen, om wier bezit de paus en de koning zoo -lang gestreden hadden. Die strijd duurde reeds lang; van af den dag, -dat bij de verdeeling van Augustus' erfenis de keizer zich tevreden -had moeten stellen met de lichamen, en de zielen aan den paus had -moeten overlaten, die, van dat oogenblik af, geen andere begeerte -gekend had dan deze wereldlijke macht te heroveren, waarvan men God in -zijn persoon beroofde. De strijd had de middeleeuwen door grimmig en -bloedig voortgeduurd, zonder dat Kerk en Rijk het eens hadden kunnen -worden over den buit, die zij elkaar in lappen ontrukten. Eindelijk -wilde de groote Zwijgende, de kwellingen en de ellende moede, spreken, -schudde in den tijd der Hervorming het juk af en begon later in -zijn woedende uitbarsting van 1789, de koningen van hun troon te -stooten. En daarvan was, zooals Pierre in zijn boek geschreven had, -het buitengewone lot van het pausdom uitgegaan, een nieuw geluk, -dat den paus veroorloofde zijn eeuwenouden droom voort te zetten. De -paus liet de van hun troon gestooten monarchen aan hun lot over en -koos de zijde der ongelukkigen in de hoop het volk op die wijze te -veroveren en dan voor goed in zijn bezit te hebben. Was het niet -iets wonderbaarlijks dezen van zijn koningschap beroofden Leo XIII, -die zich socialist noemen liet, die de kudde der onterfden om zich -heen verzamelde, aan het hoofd van den vierden stand, aan wien de -komende eeuw zou toebehooren, tegen de koningen te zien optrekken? - -De eeuwige strijd om het bezit van dit volk duurde even verbitterd -voort, en wel in Rome zelf, in de kleinst denkbare ruimte, want het -Quirinaal lag tegenover het Vaticaan, en de koning en de paus konden -van uit hun vensters elkaar zien, streden steeds aan wien het rijk -zou toebehooren; voor hun blikken lagen de roode daken der oude stad, -het geringe volk, waarom zij nog altijd twistten, zooals de valk en -de sperwer elkaar de kleine vogels uit het bosch betwisten. En hierin -lag, volgens Pierre, de oorzaak, dat het Katholicisme veroordeeld, -tot een onvermijdelijken ondergang gedoemd was, omdat zijn wezen -monarchistisch was, en wel in dien mate, dat het Apostolische en -Roomsche pausdom geen afstand van de wereldlijke macht doen kon, -wanneer het niet anders zijn en verdwijnen wilde. Vergeefs huichelde -het een terugkeer tot het volk, vergeefs deed het, alsof het geheel -ziel was--te midden van onze democratieën was geen plaats voor de -volkomen en universeele souvereiniteit, die het van God gekregen -had. Steeds weer zag hij den imperator in den pontifex te voorschijn -komen, en dat in de allereerste plaats had zijn droom gedood, zijn -boek vernietigd, de puinhoopen opgestapeld, waarvoor hij wanhopig, -krachte- en moedeloos was blijven staan. - -Dit onder den aschgrauwen hemel liggende Rome, welks gebouwen hoe -langer hoe meer verdwenen, benauwde hem zoo, dat hij weer op zijn stoel -neerviel. Nooit nog had hij zoo'n diepe troosteloosheid gevoeld; het -was alsof zijn ziel stierf. Hij herinnerde zich welke beteekenis hij -aan deze reis naar Rome, aan deze nieuwe proef na zijn noodlottige -ondervindingen te Lourdes gehecht had. Hij was er niet het naïeve -geloof van het kleine kind komen vragen, maar het hoogere geloof van -den intellectueel, dat zich verheft boven riten en symbolen en werkt -voor het hoogst mogelijke geluk der menschheid. Wanneer dat instortte, -wanneer het Katholicisme niet de godsdienst, niet de zedelijke wet -van het nieuwe volk zijn kon, wanneer de paus in Rome, met Rome niet -de Vader, de ark des Verbonds, de geestelijke leider was, naar wien -alles luisterde en aan wien alles gehoorzaamde, dan beteekende dat -in zijn oogen de schipbreuk van de laatste hoop, het laatste kraken, -waarin de tegenwoordige maatschappij onderging. Al de steigers van het -Katholieke socialisme, die hem voor de versterkingen der oude Kerk -zoo gelukkig en voordeelig toeschenen, zag hij nu ter aarde liggen, -beschouwde hij thans streng als een eenvoudig overgangsmiddel, dat -misschien nog eenige jaren het wankelende gebouw zou kunnen stutten; -maar dat alles was slechts op een opzettelijk misverstand, op een -handige leugen, op politiek en diplomatie gebouwd. Neen, neen, zijn -rede kwam er tegen in verzet, dat het volk weer gewonnen en bedrogen, -gevleid en dan weer geknecht zou worden! Het geheele stelsel was -ontaard, gevaarlijk, tijdelijk, bestemd om tot de ergste catastrophes -te leiden. Het was dus het einde: niets bleef overeind staan, de -oude wereld moest verdwijnen in de vreeselijke, bloedige crisis, -welker nadering de teekenen verkondigden. Bij het zien van dezen -chaos voelde hij zijn ziel niet meer, want in deze, naar hij wist, -beslissende proef had hij zijn geloof verloren; van te voren was hij -overtuigd geweest, dat hij er versterkt of voor eeuwig verpletterd -uit te voorschijn komen zou. De bliksem was ingeslagen. Groote God, -wat moest hij nu doen? - -Zijn angst snoerde zijn keel zoo toe, dat hij opstond en in de kamer op -en neer begon te loopen, om wat kalmte te vinden. Groote God, wat moest -hij beginnen, nu hij weer ten prooi was aan den vreeselijken twijfel, -aan de smartelijke negatie, nu zijn soutane nog nooit zoo zwaar op zijn -schouders gedrukt had als thans. Hij herinnerde zich den kreet, toen -hij weigerde zich te onderwerpen en aan monsignor Nani zeide, dat zijn -ziel niet berusten, dat zijn hoop op redding door liefde niet sterven -kon, dat hij antwoorden zou met een nieuw boek, dat hij aangeven -zou in welken nieuwen grond de nieuwe godsdienst groeien moest. Ja, -een vlammend boek tegen Rome, waarin hij alles zou neerschrijven, -wat hij gezien en gehoord had, een boek, waarin hij het ware Rome -schilderen zou, het Rome zonder barmhartigheid, zonder liefde, het -Rome, dat bezig was in zijn purper te sterven! Hij wilde naar Parijs -terug, uit de Kerk treden, desnoods tot een schisma overgaan. - -Welnu, zijn bagage stond daar, hij ging weg, hij zou zijn boek -schrijven, zou de groote verwachte schismaticus zijn. O, kondigde niet -alles het schisma aan? Scheen het te midden van de groote beweging -der geesten, die de oude dogma's moede waren, maar toch hongerden -naar het goddelijke, niet nabij? Leo XIII besefte dat onbewust, want -zijn geheele politiek, zijn streven naar de Christelijke eenheid, -zijn liefde voor de democratie had geen ander doel dan de menschheid -om het pausdom te scharen, dat te versterken en krachtig te maken, -ten einde den paus in den komenden strijd onoverwinlijk te doen -zijn. Maar de tijden waren gekomen, het Katholicisme zou weldra aan -het einde van zijn politieke concessies zijn, niet meer in staat -nog verder toe te geven, zonder erdoor te sterven. Het was als een -oud hiëratisch beeld te Rome tot onbeweeglijkheid gedoemd, terwijl -het zich elders, in de propagandalanden, waar het in strijd was met -andere godsdiensten, ontwikkelen kon. Daarom was Rome tot ondergang -gedoemd, te meer daar de afschaffing van de wereldlijke macht, die den -geest aan het denkbeeld van een zuiver geestelijken paus gewend had, -het opstaan van een tegenpaus, terwijl de opvolger van den Heiligen -Petrus genoodzaakt zijn zou in zijn keizerlijke en Roomsche fictie -te volharden, scheen te begunstigen. Een bisschop, een priester zou -opstaan. Waar? Misschien daarginds in het vrije Amerika, onder de -priesters, waaruit de noodzakelijkheid van den strijd om het bestaan -overtuigde socialisten, vurige democraten gemaakt had, bereid met -de komende eeuw voorwaarts te schrijden. En terwijl Rome niets van -zijn verleden, van de mysteries en de dogma's zou kunnen loslaten, -zou deze priester van die dingen alles wat uit zichzelf in stof viel, -kunnen prijsgeven. Die priester, die groote hervormer, die redder -der moderne maatschappijen--welk een ontzaglijke droom! Het was de -rol van den verwachten, door de wanhopige volkeren geëischten Messias! - -Een oogenblik werd Pierre erdoor bedwelmd; een storm van hoop en triomf -hief hem op en droeg hem voort. En wanneer het niet in Frankrijk, niet -in Parijs zijn kon, dan zou het verder zijn, aan de andere zijde van -den Oceaan, of nog verder, het kwam er niet op aan waar ter wereld, -als het maar een land was, vruchtbaar genoeg, dat het nieuwe zaad -in een overvloedigen oogst opwies. Een nieuwe godsdienst! Een nieuwe -godsdienst! Zoo had hij reeds na Lourdes uitgeroepen. Een godsdienst, -die niet vóór alles een zucht naar den dood was! Een godsdienst, -die eindelijk het Koninkrijk Gods, waarvan het Evangelie spreekt, -verwezenlijkt, die den rijkdom gelijkelijk verdeelt, die, met de wet -van den arbeid, waarheid en gerechtigheid heerschen doet. - -En in de koorts van dezen nieuwen droom zag Pierre reeds de bladzijden -van zijn nieuw boek, waarin hij door de verkondiging der wet van het -verjongde en bevrijdende Christendom het oude Rome geheel vernietigen -zou, voor zich opvlammen, toen zijn blik viel op een voorwerp, -dat op een stoel was blijven liggen. Eerst vond hij het vreemd -het daar zoo te zien. Het was ook een boek, het deel van Théophile -Morin, dat de oude Orlando hem opgedragen had aan den schrijver te -overhandigen; hij werd eenigszins boos op zichzelf, toen hij het -herkende, want hij had het, zoo zeide hij tot zichzelf, zeer goed -daar kunnen vergeten. Voor hij zijn handkoffertje weer openmaakte, -om het erin te leggen, hield hij het een oogenblik in zijn hand -en bladerde het door; plotseling was hij van gedachte veranderd, -alsof er eensklaps een buitengewone gebeurtenis, een van die feiten -voorgevallen was, welke een wereld in oproer brengen. Toch was het -een zeer eenvoudig werkje, het handboek voor het baccalaureaat, -dat nauwlijks de beginselen van de wetenschappen bevatte; maar alle -wetenschappen waren erin vertegenwoordigd, zoodat het vrij nauwkeurig -den tegenwoordigen stand der menschelijke kennis resumeerde. In één -woord, het was de wetenschap, die plotseling met de onweerstaanbare -energie van een almachtige, souvereine kracht in Pierre's gepeins -binnendrong. Niet alleen het Katholicisme werd als het stof van -puinhoopen weggeveegd, maar ook alle godsdienstige begrippen, alle -hypothesen voor het goddelijke wankelden, stortten in. - -Dit eenvoudige uittreksel, dit oneindig kleine schoolboekje, de -begeerte tot weten, dit zich dagelijks uitbreidende, het geheele volk -omvattende onderwijs was voldoende om de mysteries belachelijk te doen -worden, om de dogma's ineen te doen storten, om te maken, dat niets -van het oude geloof overeind staan bleef. Een volk, dat gevoed is -met wetenschap, dat niet meer gelooft aan mysteries en dogma's, niet -meer gelooft aan het compensatiestelsel van straffen en belooningen, -is een volk, welks geloof voor eeuwig dood is; en zonder geloof -kan het Katholicisme niet bestaan. Dat is de snede van het hakmes, -het mes, dat valt en doorsnijdt. Al moge er een of twee eeuwen voor -noodig zijn, de wetenschap zal ze nemen. Zij alleen is eeuwig. Het -is een absurditeit, om te zeggen, dat de rede niet in strijd is met -het geloof en dat de wetenschap de dienaresse van God is. Waar is, -dat de Heilige Schrift van af dit oogenblik ten gronde gericht is, -en dat men haar, om de brokstukken ervan te redden, heeft moeten -aanpassen aan de nieuw-verkregen zekerheden, door zijn toevlucht te -nemen tot symbolen. En welk een vreemde houding neemt de Kerk aan, -als zij ieder, die een met de Heilige Boeken in strijd zijnde waarheid -ontdekt, verbiedt zich op een besliste wijze uit te spreken, in de -verwachting, dat deze waarheid eenmaal een dwaling zal blijken te zijn! - -De paus alleen is onfeilbaar, de wetenschap feilbaar; men buit haar -voortdurend tasten en zoeken tegen haar uit, men ligt op de loer, -om haar ontdekkingen van heden in tegenspraak te brengen met die van -gisteren. Wat bekommert een Katholiek zich om haar heiligschennende -beweringen, om de zekerheden, waarmede zij het geloof aantast, daar -het voor hem immers vaststaat, dat aan het einde der tijden wetenschap -en geloof zich vereenigen zullen, en wel zoo, dat de eerste in den -letterlijken zin des woords de slavin van het tweede geworden is? Was -deze vrijwillige verblinding, deze zelfs het zonlicht loochenende -houding niet iets wonderlijks? En het oneindig kleine werkje, het -handboekje der waarheid zette zijn werk voort, door ondanks alles -de dwaling te vernietigen en de toekomstige aarde op te bouwen, -zooals de oneindig kleine deeltjes, de levenskrachten langzamerhand -de continenten gebouwd hebben. - -In het heldere licht, dat hem nu omgaf, voelde Pierre eindelijk vasten -grond onder zijn voeten. Is de wetenschap ooit teruggedeinsd? Neen, -het Katholicisme is onophoudelijk voor haar teruggeweken en zal -genoodzaakt zijn altijd terug te wijken. Nooit staat zij stil, zij -verovert stap voor stap de waarheid op de dwaling, en wanneer men -zegt, dat zij bankroet slaat, omdat zij de wereld niet onmiddellijk -verklaren kan, dan is dat onredelijk. Wanneer zij aan het mysterie -een steeds kleiner wordend gebied laat en ongetwijfeld ook altijd -laten zal, wanneer een hypothese altijd zal kunnen trachten van dat -mysterie een verklaring te geven, dan is het daarom niet minder waar, -dat zij ieder uur meer de oude hypothesen, de hypothesen, die door de -veroverde waarheden ineenstorten, vernietigt en vernietigen zal. En -het Katholicisme bevindt zich in dien toestand, zal dat morgen nog meer -zijn dan heden. Evenals alle andere godsdiensten, is het in den grond -der zaak niet meer dan een wereldverklaring, den hoogere sociale en -politieke codex, die bestemd is den vrede en het grootst mogelijke -geluk op aarde te doen heerschen. Deze codex, die de gezamenlijke -dingen omvat, wordt daardoor menschelijk, sterfelijk, zooals alles wat -menschelijk is. Men kan het niet afzonderlijk plaatsen door te zeggen, -dat het aan de eene zijde door zichzelf bestaat, terwijl de wetenschap -aan de andere existeert. De wetenschap is volkomen en zij heeft dat -aan het Katholicisme zeer goed te verstaan gegeven en zal het te -verstaan blijven geven door het te noodzaken de voortdurende bressen, -die zij erin slaat, te herstellen. Het is belachelijk, wanneer men ziet -hoe menschen de wetenschap een ondergeschikte rol willen aanwijzen, -haar verbieden dit of dat terrein te betreden, haar voorspellen, -dat zij niet verder komen zal, beweren, dat zij, nu reeds moede, aan -het einde dezer eeuw afstand doen zal. O, gij kleine menschen, gij -beperkte of slecht gebouwde hersenen, gij politici van uitvluchten, -gij dogmatici in uw laatste stuiptrekkingen, gij, die maar steeds uw -oude droomen verder droomen wilt, de wetenschap zal ze wegvagen en -met zich voeren als droge bladeren! - -Pierre bleef in het eenvoudige boekje bladeren en luisterde naar wat -het hem vertelde van de souvereine wetenschap. Zij kan geen bankroet -slaan, omdat zij het absolute niet belooft en slechts de geleidelijke -verovering der waarheid is. Nooit heeft zij zich aangematigd in eens -de geheele waarheid te geven, daar dat systeem juist het systeem is van -de metaphysica, de openbaring en het geloof. De taak der wetenschap is -echter slechts om, hoe verder zij voortschrijdt en licht verspreidt, -de dwaling te vernietigen. En wel verre van bankroet te slaan blijft -zij in haar voortschrijden, dat door niets tegengehouden kan worden -voor evenwichtige en gezonde hersenen de eenig mogelijke waarheid. Zij, -die door haar niet bevredigd worden, die een behoefte tot onmiddellijk -en volkomen weten in zich voelen, kunnen nog altijd hun toevlucht -nemen tot de een of andere godsdienstige hypothese, onder voorwaarde -evenwel, dat zij, wanneer zij schijnbaar gelijk willen hebben, hun -hersenschimmen slechts op overwonnen zekerheden bouwen. Alles wat -gebouwd wordt op een bewezen dwaling, stort ineen. - -Wanneer het religieuse gevoel bij den mensch voortleven blijft, wanneer -de behoefte aan een godsdienst eeuwig blijft, dan volgt daar niet uit, -dat het Katholicisme eeuwig is, want het is per slot van rekening niets -dan een godsdienstvorm, die niet altijd bestaan heeft, waaraan andere -godsdienstvormen vooraf gegaan zijn en die nog door andere gevolgd -zullen worden. De godsdiensten kunnen verdwijnen, het godsdienstige -gevoel zal er, zelfs met behulp van de wetenschap, nieuwe scheppen. - -Pierre dacht aan dat zoogenaamde echec, dat de wetenschap geleden -zou hebben tegenover de tegenwoordige herleving van het mysticisme, -waarvan hij de oorzaken in zijn boek aangewezen had: in de eerste -plaats het verval van de vrijheidsidee onder het volk, dat men bij de -laatste deeling bedrogen heeft, in de tweede plaats het onbehaaglijke -gevoel der elite, die wanhopig is over de leegte, waarin haar bevrijde -rede, haar zich uitgebreid hebbend intellect haar achterlaten. Het -is de angst voor het onbekende, die herleeft, maar het is ook na -zooveel werk, een natuurlijke en tijdelijke reactie in het eerste -oogenblik, waarin de wetenschap noch onze dorst naar gerechtigheid, -noch ons verlangen naar waarheid, noch de eeuwenoude voorstelling, -die wij ons in een voortleven en in een eeuwig genieten van het geluk -maken, bevredigt. Om het Katholicisme weer te kunnen doen herleven, -moet de sociale bodem veranderd worden, deze echter kan zich niet meer -veranderen; hij bezit niet meer het noodige sap tot hernieuwing van -een bouwvallige formule, die door de scholen en laboratoria dagelijks -meer vernietigd wordt. De bodem heeft zich veranderd, een andere eik -zal er op groeien. Laat de wetenschap dus haar godsdienst hebben, -wanneer er een uit haar moet opschieten, want deze godsdienst zal -weldra de eenige mogelijke zijn voor de democratie van morgen, voor -de zich steeds meer ontwikkelende volkeren, bij wie het Katholieke -geloof reeds nu niet meer dan asch is. - -En plotseling kwam Pierre tot een conclusie, toen hij aan de -onnoozelheid der Indexcongregatie dacht. Zij had zijn boek -veroordeeld en zou zeker ook zijn nieuwe boek, waarvan hij het -plan reeds in groote trekken ontworpen had, veroordeelen, als hij -het ooit schreef. Een mooie taak voorwaar om arme boeken van een -geestdriftigen dweper te veroordeelen. En dit kleine schoolboekje, -dat hij hier in zijn hand had, den eenigen altijd gevaarlijken en -triompheerenden vijand, die zeker de Kerk omverwerpen zou, waren -zij zoo dwaas geweest niet op den Index te plaatsen! Al zag het er -in zijn armzalig schoolboekjes-uiterlijk nog zoo bescheiden uit, -het gevaar begon bij het alphabet, dat de kleine kinderen spelden, -het werd steeds grooter naarmate het leerplan zich uitbreidde, het -kwam tot uitbarsting met die resumé's der natuurkundige wetenschappen, -met de resultaten der physica en chemie, die de schepping van den God -der Heilige Schrift al zeer twijfelachtig gemaakt hebben. Maar het -ergste was, dat de reeds ontwapende Index deze bescheiden boekjes, -deze vreeselijke soldaten der waarheid, deze vernietigers van het -geloof, niet durfde onderdrukken. Welke waarde had dus al het geld, -dat Leo XIII van den verborgen schat van den Pieterspenning nam, om -het te geven aan de Katholieke scholen in de hoop daar de geloovige -generatie van morgen, die het pausdom noodig had, om te overwinnen, -te vormen? Welke waarde bezaten die kostbare giften, als zij slechts -dienden, om die oneindig kleine boekjes, die men nooit genoeg zou -kunnen zuiveren, die altijd te veel wetenschap zouden bevatten, -welke eenmaal het Vaticaan en de St. Pieter in de lucht zouden doen -vliegen, te koopen? O, wat een jammerlijke hoon was die idiote, -niets beteekenende Index? - -Toen Pierre het boek van Théophile Morin in zijn handkoffertje -geborgen had, ging hij weer voor het raam staan en had daar een vreemd -visioen. In den zoo zachten en triesten nacht hadden zich onder den -bewolkten, door de roestkleurige maan geelgekleurden hemel zwevende -nevels verheven, die de daken gedeeltelijk achter hun slepende, -op lijkwaden gelijkende flarden bedekten. Geheele gebouwen waren -van den horizont verdwenen. En hij stelde zich voor, dat de tijden -in vervulling waren gegaan, dat de waarheid den dom der St. Pieter -in de lucht had doen vliegen. Na honderd of duizend jaren zou hij -daar ongetwijfeld ingestort met den grond gelijk liggen. Reeds had -hij op den opwindenden dag, dat hij er een uur in doorgebracht had, -gevoeld, dat hij onder hem wankelde en scheurde: met wanhoop in zijn -hart had hij toen uit de hoogte naar het in zijn heerschersdroom -volhardende, pauselijke Rome gekeken, en toen voorzien, dat deze -tempel van den Katholieken God zou instorten, zooals de tempel -van Juppiter Capitolinus ingestort was. En nu was het uit: de dom -had den bodem met zijn puin bezaaid en niets was er meer van over -dan een stuk van de apsis met vijf zuilen van het middenschip, -die ieder nog een gedeelte van de bovenste muurlijst droegen. Met -name echter stonden nog de vier zuilen van het kruis, die den dom -gedragen hadden, de cyclopische zuilen, die zich eenzaam en trotsch -tusschen het puin eromheen verhieven. Dichte nevels zweefden aan; -nog duizend jaren zouden verloopen en dan was er niets meer over. Nu -waren ook de apsis, de laatste zuilen, ook de kruiszuilen met den -grond gelijk gemaakt. De wind had hun stof weggevoerd, men zou den -bodem hebben moeten uitgraven, om tusschen distels en doornen enkele -brokstukken van gebroken beelden, van marmeren platen met opschriften -te vinden, over de beteekenis waarvan de geleerden het niet eens konden -worden. Evenals vroeger op den Capitolinus tusschen het begraven puin -van den tempel van Juppiter, klauterden geiten in de eenzaamheid, -in de diepe, slechts door het zoemen der vliegen gestoorde stilte -van drukkende zomermiddagen en voedden zich met struiken. - -Toen eerst voelde Pierre hoe alles in hem ingestort was. Het was -geheel uit, de wetenschap was overwinnares, er bleef niets van de -oude wereld over. Waartoe diende het eigenlijk nog de schismaticus, -de verwachte hervormer te zijn? Stond het eigenlijk niet gelijk met -het opbouwen van een nieuwen droom? Slechts de eeuwige strijd der -wetenschap tegen het onbekende, haar onderzoek, dat in de menschen -de dorst naar het goddelijke steeds minder maakte, scheen hem nu van -belang toe en maakte hem nieuwsgierig of zij eens zoo triompheeren zou, -of zij eenmaal de menschheid door de bevrediging van al haar behoeften, -voldoening schenken zou. In het bankroet van zijn apostelgeestdrift -werd hij tegenover de ruïnen, die zijn geheele wezen, zijn dood geloof, -zijn doode hoop, om het oude Katholicisme voor de sociale en moreele -redding te gebruiken, bedekten, nog slechts staande gehouden door zijn -rede. Een oogenblik had zij gewankeld. Dat hij zijn boek gedroomd, dat -hij deze tweede en verschrikkelijke crisis doorgemaakt had, was een -gevolg hiervan, dat zijn gevoel opnieuw de overwinning op zijn rede -behaald had. Bij het zien van het lijden der ongelukkigen, in zijn -onweerstaanbare begeerte om die te verlichten, ten einde daardoor de -naderende bloedbaden te voorkomen, was zijn moeder in hem beginnen -te weenen, en zijn behoefte aan naastenliefde had de bezwaren van -zijn verstand het zwijgen opgelegd. Thans echter hoorde hij de stem -van zijn vader, de hooge rede, de grimmige rede--de rede, die een -oogenblik verduisterd kon worden, maar majestueus terugkeerde. Evenals -na Lourdes, protesteerde hij tegen de verheerlijking van het absurde -en het verval van het gezonde menschenverstand. Hij was de rede. Zij -alleen deed hem rechtop en krachtig voortschrijden te midden van de -puinhoopen van het oude geloof, zelfs te midden van de duisterheden en -misgeboorten der wetenschap. O, de rede, hij leed slechts door haar, -hij kon slechts vrede vinden door haar, hij zwoer haar, zijn eenige -meesteres, steeds meer te bevredigen, ook al zou hij zijn geluk daarom -op het spel zetten. - -Wat zou hij doen? Het zou vergeefsche moeite zijn, als hij trachtte -dit thans te weten te komen. Alles was nog zwevende; hij had de -geheele wereld voor zich. Zij was nog versperd door de ruïnes van -het verleden, die echter misschien morgen reeds uit den weg zouden -zijn geruimd. Daar, in de treurige voorstad, zou hij den goeden abbé -Rose terugvinden, die hem den vorigen dag nog geschreven had toch -heel gauw terug te komen, om zijn armen te redden, lief te hebben en -te verzorgen, daar dit uit de verte zoo schitterende Rome doof was -voor barmhartigheid. En om den vreedzamen priester zou hij ook den -voortdurend wassenden vloed der ongelukkigen terugvinden--de uit -het nest gevallen, van honger bleeke, van koude bevende kleinen, -die hij opraapte--de in ontzettenden nood verkeerende huishoudens, -waar de vader drinkt, de moeder zich prostitueert, de zoons en -dochters tot ontucht en misdaad vervallen--geheele huizen, waardoor -de honger blies--de afzichtelijkste vuilheid, het schandelijkste -samenhokken--geen meubelen, geen linnengoed--een dierlijk leven, -dat bevrediging zoekt, waar het die vinden kan. Dan zouden weer de -wintervorsten komen, de rampen van het sluiten der werkplaatsen, -de tering, die als een rukwind de zwakken wegrukte, terwijl de -sterken wraakgierig hun vuisten balden. Dan zou hij misschien op een -avond een kamer binnentreden, waarin een moeder zich met haar vijf -kleinen, haar jongst-geborene nog aan haar leege borst, de anderen -verspreid over den kalen vloer, gedood zou hebben. Neen, neen, deze -zwarte, tot zelfmoord leidende ellende te midden van het groote, -met rijkdommen opgepropte, van genot dronken Parijs, dat voor zijn -pleizier millioenen op straat wierp, was niet meer mogelijk. Het -sociale gebouw was in zijn grondvesten verrot, alles stortte neer in -modder en bloed. Nooit had hij zoozeer de belachelijke nutteloosheid -van de barmhartigheid gevoeld. En plotseling werd hij zich bewust, -dat het verwachte woord, het woord, dat eindelijk uit den mond van den -grooten, eeuwenouden Zwijgende, van het verpletterde en geknevelde -volk, opsteeg, het woord "Gerechtigheid" was. Ja, gerechtigheid, -geen barmhartigheid. De barmhartigheid had slechts de ellende tot in -het oneindige doen voortduren, de gerechtigheid zou deze misschien -genezen. Naar gerechtigheid hongerden de ongelukkigen, een daad van -gerechtigheid kon alleen de oude wereld wegvagen, om de nieuwe te -kunnen opbouwen. - -De groote Zwijgende zou noch aan het Vaticaan, noch aan het Quirinaal, -noch aan den paus noch aan den koning toebehooren; in zijn langen, -nu eens geheimen, dan weer open strijd door alle tijden heen had het -slechts gegromd en zich tusschen den paus en den keizer, die het ieder -voor zichzelf wilden, slechts verzet, om weer tot zichzelf te komen, -om op den dag, dat het "gerechtigheid" schreeuwen zou, te kennen te -geven, dat het aan niemand toebehooren wilde. Zou morgen misschien -reeds die dag van gerechtigheid en waarheid aanbreken? In zijn angst, -zwevende tusschen zijn behoefte aan het goddelijke, dat de menschen -kwelt, en de opperheerschappij der rede, die hem helpt staande te -blijven, was Pierre slechts van één ding zeker: hij wilde zijn eed -houden, als priester zonder geloof over het geloof van anderen waken, -kuisch en eerlijk zijn taak vervullen, vol trotsche droefheid, dat hij -geen afstand had kunnen doen van zijn rede, zooals hij afstand gedaan -had van zijn liefdeszinnelijkheid en van zijn droom de redder der -menschheid te worden. En weer, evenals na Lourdes, wilde hij wachten. - -Maar bij dit raam, tegenover dat in donkerte gedompelde Rome, waren -zijn overpeinzingen zóó diep geworden, dat hij niet eens hoorde hoe -een stem hem riep. Eerst toen een hand op zijn schouder gelegd werd, -verstond hij: - -"Mijnheer de abbé! Mijnheer de abbé..." - -En toen hij zich eindelijk omkeerde, zeide Victorine tegen hem: - -"Het is half tien, mijnheer de abbé. Het rijtuig staat voor. Giacomo -heeft de bagage al beneden gebracht... U moet gaan, mijnheer de abbé!" - -En toen zij zag, hoe hij nog verschrikt met zijn oogen knipte, -glimlachte zij. - -"Neemt u afscheid van Rome? Een leelijke lucht, niet?" - -"Ja, heel leelijk," zeide hij eenvoudig. - -Toen gingen zij naar beneden. Hij gaf haar een biljet van honderd -francs, om met het personeel te deelen. Zij nam de lamp en lichtte -hem voor, omdat het, zooals zij zeide, dien avond zoo pikdonker in -het paleis was. - -O, dit vertrek, deze laatste gang door het zwarte en ledige -paleis! Hoe werd Pierre erdoor van streek gebracht! Hij had een -laatsten afscheidsblik door zijn kamer geworpen, den afscheidsblik, -die hem steeds met wanhoop vervulde en een stuk van zijn ziel wegrukte, -zelfs wanneer hij een vertrek verliet, waarin hij geleden had. Voor -de kamer van don Vigilio, waaruit slechts een huiverende stilte kwam, -stelde hij zich voor hoe deze het hoofd in het kussen drukte, zijn -adem inhield, uit vrees, dat zijn adem nog spreken en hem de wraak van -de Jezuïeten op den hals halen zou. Maar vooral op de portalen der -tweede en eerste verdieping tegenover de gesloten deuren van donna -Serafina en van den kardinaal, doorhuiverde een rilling hem, toen -hij niets hoorde, zelfs geen zucht; het was, als liep hij langs graven. - -Na hun terugkeer van de begrafenis hadden zij geen levensteeken meer -gegeven; zij hadden zich opgesloten en daarmede het geheele huis -tot onbeweeglijkheid gebracht, waarin men zelfs niet het fluisteren -van een gesprek of het schuifelend sluipen van een bediende hoorde, -Victorine liep nog steeds met de lamp in haar hand voor hem uit -en Pierre volgde haar, steeds denkende aan deze twee, die alleen -bleven in het in puin vallende paleis, de laatsten van een reeds half -ingestorte, op den drempel van een nieuwe wereld staande wereld. Dario -en Benedetta hadden alle levenshoop met zich mede genomen; nog slechts -de oude ongetrouwde vrouw en de onvruchtbare priester waren er. Een -herleving was niet meer mogelijk. O, deze eindelooze, luguber-donkere -gangen, deze koude, reusachtige trap, die in het Niet scheen af te -dalen, deze groote zalen, welker muren van armoede en verwaarloozing -scheurden! En het op een kerkhof gelijkende binnenplein met zijn gras, -zijn vochtige zuilengaanderij, waaronder de torso's van Venus en Apollo -wegrotten! En de kleine tuin, doorgeurd door de rijpe oranjeappelen, -waarin niemand meer komen zou, nu men er onder den laurierboom bij den -sarkophaag de aanbiddelijke contessina niet meer zou ontmoeten. Dat -alles ging onder in den afschuwlijken rouw, in de doodsche stilte, -waarin de twee laatste Boccanera's in hun woeste grootschheid nog -slechts behoefden te wachten, tot hun paleis, evenals hun God, op hun -hoofden zou instorten. En Pierre hoorde niets anders dan een heel -zacht geluid, het geritsel van een muis zeker of de tanden van een -knaagdier, abbé Paparelli, die ergens in de afgelegen kamer bezig was -den muur af te brokkelen, het oude huis van onderen af weg te knagen, -om de instorting te verhaasten. - -Het rijtuig met zijn twee lantaarns, waarvan de twee gele stralen door -de donkerte der straat boorden, stond voor de deur. De bagage was er -reeds ingezet: het kistje naast den koetsier, het handkoffertje op -het bankje. En de priester stapte dadelijk in. - -"O, u hebt tijd genoeg," zeide Victorine, die op het trottoir was -blijven staan. "U hebt alles; ik ben blij, dat u zoo op uw gemak -vertrekken kunt." - -Het was een troost voor hem in deze laatste minuut deze landgenoote -bij zich te hebben, deze goede ziel, die hem bij zijn aankomst begroet -had en nu bij zijn vertrek hem uitgeleide deed. - -"Ik zeg niet tot ziens, mijnheer de abbé, want ik geloof niet, dat -u zoo gauw in deze verduivelde stad terug zult komen... Vaarwel, -mijnheer de abbé!" - -"Vaarwel, Victorine. En hartelijk, hartelijk dank." - -Reeds reed het rijtuig in vluggen draf weg en draaide door de nauwe en -kronkelende straten, die naar den Corso Victor-Emanuele leidden. Het -regende niet, de kap was niet opgeslagen; maar hoewel de vochtige -lucht zacht was, kreeg de jonge priester het toch koud. Hij wilde -echter geen tijd verliezen door den koetsier, ditmaal een, die geen -woord zeide en slechts haast scheen te hebben om aan het station te -komen, te laten ophouden. - -Toen Pierre in den Corso Victor-Emanuele kwam, vond hij dezen tot zijn -verbazing op het vroege uur al verlaten. De huizen waren gesloten, -de trottoirs leeg, de electrische lampen brandden alleen in de -melancholieke eenzaamheid. Het was inderdaad niet warm, de mist scheen -dikker te worden en de gevels nog meer te omhullen. Toen hij langs de -Cansellaria kwam, kreeg hij een gevoel alsof het strenge en reusachtige -monument achteruitweek en als in een droom verdween. Verderweg, rechts, -aan het einde van de door enkele lantaarns verlichte Via d'Aracoeli was -het Kapitool in volkomen donkerte gedompeld. Dan werd de breede Corso -smaller en reed het rijtuig tusschen de twee sombere massa's van de -donkere Il Gesù en den zwaren palazzo Altieri; en in deze nauwe gang, -waarin zelfs op mooie zonnige dagen de geheele vochtigheid der oude -tijden voelbaar was, gaf hij zich over aan een nieuw gepeins. - -Plotseling ontwaakte in hem weer de gedachte, die hem reeds zoo -menigmaal verontrust had, dat de van Azië uitgegane menschheid steeds -weer in de richting der zon voortgeschreden was. Een Oostenwind had -steeds gewaaid en het menschelijk zaad voor de toekomende oogsten -naar het Westen medegevoerd. En sedert lang hadden verwoesting en -dood de wieg getroffen, alsof de volkeren slechts etappegewijze -vooruit konden gaan, terwijl zij den uitgeputten bodem, de verwoeste -steden, de gedecimeerde en ontaarde bevolkingen achter zich lieten, -hoe verder zij van het Oosten naar het Westen, naar het onbekende -doel gingen. Ninive en Babylon aan de oevers van den Euphraat, -Thebe en Memphis op den oever van den Nijl, waren in puin gevallen, -van ouderdom en moeheid in een verdooving verzonken, waaruit geen -ontwaken mogelijk was. Vandaaruit had deze aftakeling de kusten van -het groote Middellandsche meer bereikt en Tyrus en Sidon onder het -stof der eeuwen begraven, om daarna het in zijn volle schittering door -ouderdomszwakte overvallen Carthago in slaap te wiegen. Deze voorwaarts -schrijdende menschheid, die door de verborgen kracht der beschavingen -zoo van het Oosten naar het Westen gedreven werd, gaf haar dagreizen -aan door bouwvallen. Welk een vreeselijke onvruchtbaarheid bezit -thans die wieg der geschiedenis, dit Azië, dit Egypte, die, tot het -stamelen van het kind teruggekeerd, onbeweeglijk, in onwetendheid en -verval neerliggen op de puinhoopen der oude hoofdsteden, die vroeger -de wereld beheerschten! - -In het voorbijrijden, midden in zijn gepeins, kreeg Pierre het gevoel, -dat de in donkerte gedompelde Palazzo di Venezia onder een aanval -uit het onzichtbare scheen in te storten. De nevel had zijn tinnen -bedekt, en de hooge, kale muren bogen onder den druk der toenemende -duisternis. Dan na het diepe gat van den Corso, die ook eenzaam in -het witachtig licht der booglampen lag, doemde rechts van hem de -palazzo Torlonia op, waarvan de eene vleugel door het houweel van -den slooper groote bressen vertoonde, terwijl links de donkere gevel -van den palazzo Colonna zijn gesloten ramen aan elkander rijde, alsof -hij, door zijn meesters verlaten en beroofd van zijn vroegere pracht, -op zijn beurt de sloopers verwachtte. - -Terwijl het rijtuig langzamer de Via Nazionale op begon te -rijden, zette Pierre zijn gepeins voort. Had de verwoesting, -die de voorwaarts schrijdende volkeren steeds achter zich lieten, -ook Rome niet aangegrepen? Was ook zijn uur niet gekomen, om te -verdwijnen? Griekenland, Athene en Sparta sliepen onder hun roemrijke -herinneringen, telden in de tegenwoordige wereld niet meer mede. Het -Zuiden van het Italiaansche schiereiland was reeds door de verlamming -aangetast. Nu was, tegelijk met Napels, Rome aan de beurt. Het -lag op de grens der besmetting, op den rand van de doodsvlek, die -zich steeds verder over het oude vasteland uitbreidt, op den rand, -waar de doodsstrijd begint, waar de uitgeputte bodem geen steden -meer voeden of dragen wil, waar de menschen zelf reeds bij hun -geboorte oud schijnen te zijn. Sedert twee eeuwen takelde Rome af, -trok het zich langzamerhand uit het moderne leven terug, had het -zijn handel en industrie verloren, bezat het zelfs geen wetenschap, -kunst en letterkunde meer. En het was niet alleen de St. Pieter, -die steeds meer afbrokkelde en, zooals vroeger de tempel van Juppiter -Capitolinus, het gras met zijn puin bezaaide, maar in zijn duister, -pijnlijk gedroom stortte geheel Rome met een laatste gekraak in en -bedekte de zeven heuvelen met den chaos van zijn kerken, paleizen en -nieuwe wijken, die onder distels en doornen sliepen. Evenals Ninive -en Babylon, evenals Thebe en Memphis was Rome niet meer dan een -kale, door bouwvallen hobbelig gemaakte vlakte, te midden waarvan -men vergeefs de plaats der gebouwen trachtte te herkennen en waarin -slechts kronkelende slangen en benden ratten huisden. - -Het rijtuig maakte een bocht en Pierre herkende rechts in een donker -gat de zuil van Trajanus. Maar in dit avonduur was zij geheel zwart, -als de doode stam van een reuzenboom, welks takken door zijn hoogen -ouderdom afgevallen zijn. En toen hij iets verder zijn blik omhoog -sloeg, kwam de echte boom, dien hij tegen den loodkleurigen hemel -onderscheidde--de piniepijn der villa Aldobrandini, die daar als -de gratie en de trots van Rome stond--hem voor als een vuile vlek, -als een kleine wolk van stof, die uit de volkomen ineenstorting der -stad opsteeg. - -Nu, aan het einde van zijn tragischen droom, werd zijn door -broederliefde vervuld hart door schrik aangegrepen. Wanneer de door de -verouderde wereld voortschrijdende verstijving Rome voorbij zou zijn, -wanneer zij zich meester gemaakt zou hebben van Lombardije en Genua, -Turijn en Milaan zouden inslapen, zooals thans Venetië reeds slaapt, -dan zou eindelijk de beurt aan Frankrijk komen! Zij zou de Alpen -overtrekken, Marseille zou zijn havens verzand zien als die van Tyrus -en Sydon, Lyon in eenzaamheid en slaap wegzinken, Parijs eindelijk -veranderd worden in een onvruchtbaar, met distelen bezaaid veld van -steenen en Rome, Ninive en Babylon in den dood volgen, terwijl de -volkeren met de eeuwige zon hun tocht van het Oosten naar het Westen -voortzetten zouden. Een luide kreet steeg op uit de duisternis, de -doodskreet der Latijnsche rassen. De Geschiedenis, die in het bekken -der Middellandsche Zee geboren scheen te zijn, verplaatste zich en -thans werd de Atlantische Oceaan het middelpunt der wereld. Hoe hoog -stond de zon der menschheid? Bevond de menschheid, die van haar wieg, -van het Oosten uitgegaan was en van etappe tot etappe haar weg met -bouwvallen bezaaide, zich reeds op het midden van den dag, wanneer de -middagzon brandt? Dan zou dus de andere helft van den dag beginnen, -dan kwam de Nieuwe Wereld in de plaats van de Oude, dan waren de -Amerikaansche steden, waar de democratie werd voorbereid, waar de -godsdienst van morgen kiemt, de onbeperkt heerschende koninginnen der -komende eeuw. En dan kwam, aan de overzijde van den anderen Oceaan, -de wieg weer dichter naderend, het onbeweeglijke Verre Oosten, het -geheimzinnige China en Japan, het dreigende gele gevaar. - -Maar hoe verder het rijtuig de Via Nazionale opklom, des te meer -voelde Pierre zijn beklemming wijken. Er woei een lichtere bries, -hoop en moed kwamen weer in zijn ziel terug. Toch maakte de Bank met -haar leelijke nieuwheid en haar nog vochtige kolossaalheid op hem den -indruk van een spook, dat in zijn lijkwade door den nacht wandelt, -terwijl boven de schemerachtige tuinen het Quirinaal niet meer was dan -een zwarte lijn tegen den nog zwarteren hemel. Maar de straat steeg -steeds hooger, en op den top van den Viminalis, op het Thermenplein, -toen Pierre langs de puinhoopen van de thermen van Diocletianus reed, -kon hij eindelijk uit volle borst adem halen. Neen, neen, de dag der -menschheid kon niet eindigen; hij was eeuwig, de etappes der beschaving -zouden elkaar zonder einde opvolgen. Wat beteekende die Oostenwind, die -de als door de kracht der zon voortgedreven volkeren naar het Westen -droeg? Wanneer het noodig was, zouden zij aan de andere zijde van de -aardbol terugkomen, zouden zij meermalen de reis om de wereld maken, -tot den dag, waarop zij zich in vrede, waarheid en gerechtigheid -blijvend zouden kunnen vestigen. Na de volgende beschaving om den -Atlantischen Oceaan, die dan het middelpunt en met groote steden -omzoomd zijn zou, zou weer een nieuwe beschaving ontstaan; haar -middelpunt zou de Stille Oceaan zijn met andere kusthoofdplaatsen, -die men nog niet voorspellen kon en wier kiemen nog aan onbekende -stranden sluimerden. Dan weer andere, nog andere, steeds andere! - -En in deze laatste minuut kwam de moedgevende en reddende gedachte -in hem op, dat de groote beweging der menschheid het instinct, de -drang zelf was, dien de volkeren voelden, om terug te keeren tot de -eenheid. Uitgegaan van één enkele familie, streefden zij, hoewel zij -zich later gescheiden en in stammen verdeeld en elkaar met haat en -broedermoord vervolgd hadden, ondanks alles ernaar weer één enkele -familie te worden. De provincies vereenigden zich tot volkeren, -de volkeren vereenigden zich tot rassen, de rassen zouden zich ten -slotte tot één onsterfelijke menschheid vereenigen. Eindelijk een -menschheid zonder grenzen, zonder oorlog--een menschheid, die van den -rechtvaardigen arbeid in algeheele gemeenschap van goederen leeft! Was -dat niet de evolutie, het doel van alle werk, de oplossing der -Geschiedenis. Moge dus Italië een gezond en krachtig volk zijn, moge -eendracht tusschen Italië en Frankrijk ontstaan, moge deze broederschap -der Latijnsche rassen het begin der universeele broederschap zijn! O, -een eenig vaderland, de aarde in vrede en gelukkig! Hoeveel eeuwen -nog? Welk een droom! - -In het station, te midden van het gedrang, dacht Pierre niet -meer. Hij moest zijn kaartje nemen, zijn bagage laten inschrijven. En -onmiddellijk stapte hij in zijn coupé. Overmorgen, bij het aanbreken -van den dag, zou hij weer terug zijn in Parijs. - - - - EINDE. - - - - - - - - -AANTEEKENINGEN - - -[1] Badhuizen der oude Romeinen. - -[2] Klokketorentje. - -[3] Een lang kleed. - -[4] Iemand, die zich borg stelt voor een leerling, een boek enz. - -[5] God en volk. - -[6] Het beroemde spreekgestoelte. - -[7] Halve, afgeknotte zuilen als symbool van den dood. - -[8] Het Grieksche woord ichthus, waarvan de vijf letters (ch en th -zijn beide één letter) de initialen zijn van Ièsous, Christos, Theou, -Uios, Soter. - -[9] Grijsachtig, geaderd marmer. - -[10] Daar is hij, daar is hij! - -[11] Lang kleed. - -[12] Een soort schouderbedekking. - -[13] Gedeelte van de mis, waarin de priester zijn handen wascht en -een psalm, aanvangende met dat woord, aanheft. - -[14] De opheffing der hostie. - -[15] Leve de paus-koning! - -[16] "Gij zijt Petrus (de steen) en op dezen steen zal ik mijn kerk -bouwen." - -[17] Hoe mooi! - -[18] Pauselijke kanselarij. - -[19] Overdekt bootje der Middellandsche Zee met een driehoekig zeil. - -[20] Dank, dank. - -[21] Poussin, een bekend Fransch schilder. - -[22] Groep van drie nummers, die alle drie bij één loting moeten -uitkomen, om te winnen. - -[23] Een der werken van Virgilius. - -[24] Een van de meest bekende giftmengsters te Rome. - -[25] "Vrede zij dit huis." "En allen, die daarin wonen." - -[26] "Gij besprenkelt mij met hysop, Heer, en ik zal gereinigd worden; -Gij wascht mij, en ik zal witter worden dan sneeuw." - -[27] Ik geloof in den eenigen God. - -[28] Moge God door deze heilige zalving en zijn Goddelijke -barmhartigheid u al wat gij door uw gezicht, uw gehoor, uw reuk, -uw smaak en uw gevoel gezondigd hebt, vergeven! - -[29] Verstopping van een bloedvat door geronnen bloed. - -[30] S(enatus) P(opulus) Q(ue) R(omanus). Senaat en volk van Rome. - - - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of De drie steden: Rome, by Emile Zola - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DRIE STEDEN: ROME *** - -***** This file should be named 61326-8.txt or 61326-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/6/1/3/2/61326/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - diff --git a/old/61326-8.zip b/old/61326-8.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 9c19667..0000000 --- a/old/61326-8.zip +++ /dev/null diff --git a/old/61326-h.zip b/old/61326-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 2dc8803..0000000 --- a/old/61326-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/61326-h/61326-h.htm b/old/61326-h/61326-h.htm deleted file mode 100644 index 4179d32..0000000 --- a/old/61326-h/61326-h.htm +++ /dev/null @@ -1,24175 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html -PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> -<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2020-02-03T14:03:27Z using SAXON HE 9.9.1.6 . --> -<html lang="nl"> -<head> -<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=iso-8859-1"> -<title>Rome (De Drie Steden, Deel 2 van 3)</title> -<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html"> -<meta name="author" content="Émile Zola (1840–1902)"> -<link rel="coverpage" href="images/cover.jpg"> -<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> -<meta name="DC.Creator" content="Émile Zola (1840–1902)"> -<meta name="DC.Title" content="Rome (De Drie Steden, Deel 2 van 3)"> -<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> -<meta name="DC.Format" content="text/html"> -<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> -<meta name="DC:Subject" content="French fiction -- 19th century"> -<style type="text/css"> -body { -font-family: "Times New Roman", Times, serif; -font-size: 100%; -line-height: 1.2em; -text-align: left; -} -.div0 { -padding-top: 5.6em; -} -.div1 { -padding-top: 4.8em; -} -.div2 { -padding-top: 3.6em; -} -.div3, .div4, .div5 { -padding-top: 2.4em; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 { -clear: both; -font-style: normal; -text-transform: none; -} -h3, .h3 { -font-size: 1.2em; -line-height: 1.2em; -} -h3.label { -font-size: 1em; -line-height: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h4, .h4 { -font-size: 1em; -line-height: 1.2em; -} -.alignleft { -text-align: left; -} -.alignright { -text-align: right; -} -.alignblock { -text-align: justify; -} -p.tb, hr.tb, .par.tb { -margin: 1.6em auto; -text-align: center; -} -p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument { -font-size: 0.9em; -line-height: 1.2em; -text-indent: 0; -} -p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { -margin: 1.58em 10%; -} -td.tocDivNum { -vertical-align: top; -} -td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -.opener, .address { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -} -.addrline { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.dateline { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -text-align: right; -} -.salute { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.signed { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.epigraph { -font-size: 0.9em; -line-height: 1.2em; -width: 60%; -margin-left: auto; -} -.epigraph span.bibl { -display: block; -text-align: right; -} -.trailer { -clear: both; -padding-top: 2.4em; -padding-bottom: 1.6em; -} -span.abbr, abbr { -white-space: nowrap; -} -span.parnum { -font-weight: bold; -} -span.corr, span.gap { -border-bottom: 1px dotted red; -} -span.num, span.trans, span.trans { -border-bottom: 1px dotted gray; -} -span.measure { -border-bottom: 1px dotted green; -} -.ex { -letter-spacing: 0.2em; -} -.sc { -font-variant: small-caps; -} -.asc { -font-variant: small-caps; -text-transform: lowercase; -} -.uc { -text-transform: uppercase; -} -.tt { -font-family: monospace; -} -.underline { -text-decoration: underline; -} -sup { -line-height: 6pt; -} -.overline, .overtilde { -text-decoration: overline; -} -.rm { -font-style: normal; -} -.red { -color: red; -} -hr { -clear: both; -height: 1px; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -margin-top: 1em; -text-align: center; -width: 45%; -} -.aligncenter { -text-align: center; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -font-size: 1.44em; -line-height: 1.5em; -} -h1.label, h2.label { -font-size: 1.2em; -line-height: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h5, h6 { -font-size: 1em; -font-style: italic; -line-height: 1em; -} -p, .par { -text-indent: 0; -} -p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { -text-transform: uppercase; -} -.hangq { -text-indent: -0.32em; -} -.hangqq { -text-indent: -0.40em; -} -.hangqqq { -text-indent: -0.71em; -} -p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { -float: left; -clear: left; -margin: 0 0.05em 0 0; -padding: 0; -line-height: 0.8em; -font-size: 420%; -vertical-align: super; -} -blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { -font-size: 0.9em; -line-height: 1.2em; -margin: 1.58em 5%; -} -.pagenum a, a.noteref:hover, a.pseudonoteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden { -text-decoration: none; -} -.advertisement, .advertisements { -background-color: #FFFEE0; -border: black 1px dotted; -color: #000; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.footnotes .body, .footnotes .div1 { -padding: 0; -} -.fnarrow { -color: #AAAAAA; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -} -a.noteref, a.pseudonoteref { -font-size: 80%; -text-decoration: none; -vertical-align: 0.25em; -} -.displayfootnote { -display: none; -} -div.footnotes { -font-size: 80%; -margin-top: 1em; -padding: 0; -} -hr.fnsep { -margin-left: 0; -margin-right: 0; -text-align: left; -width: 25%; -} -p.footnote, .par.footnote { -margin-bottom: 0.5em; -margin-top: 0.5em; -} -p.footnote .label, .par.footnote .label { -float: left; -width: 2em; -height: 12pt; -display: block; -} -.apparatusnote { -text-decoration: none; -} -table.tocList { -width: 100%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -border-width: 0; -border-collapse: collapse; -} -td.tocPageNum, td.tocDivNum { -text-align: right; -min-width: 10%; -border-width: 0; -} -td.tocDivNum { -padding-left: 0; -padding-right: 0.5em; -} -td.tocPageNum { -padding-left: 0.5em; -padding-right: 0; -} -td.tocDivTitle { -width: auto; -} -p.tocPart, .par.tocPart { -margin: 1.58em 0; -font-variant: small-caps; -} -p.tocChapter, .par.tocChapter { -margin: 1.58em 0; -} -p.tocSection, .par.tocSection { -margin: 0.7em 5%; -} -table.tocList td { -vertical-align: top; -} -table.tocList td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -table.inner { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -width: 100%; -} -td.itemNum { -text-align: right; -min-width: 5%; -padding-right: 0.8em; -} -td.innerContainer { -padding: 0; -margin: 0; -} -.index { -font-size: 80%; -} -.indexToc { -text-align: center; -} -.transcriberNote { -background-color: #DDE; -border: black 1px dotted; -color: #000; -font-family: sans-serif; -font-size: 80%; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.missingTarget { -text-decoration: line-through; -color: red; -} -.correctionTable { -width: 75%; -} -.width20 { -width: 20%; -} -.width40 { -width: 40%; -} -p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { -color: #666666; -font-size: 80%; -} -span.musictime { -vertical-align: middle; -display: inline-block; -text-align: center; -} -span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom { -padding: 1px 0.5px; -font-size: xx-small; -font-weight: bold; -line-height: 0.7em; -} -span.musictime span.bottom { -display: block; -} -ul { -list-style-type: none; -} -.splitListTable { -margin-left: 0; -} -.numberedItem { -text-indent: -3em; -margin-left: 3em; -} -.numberedItem .itemNumber { -float: left; -position: relative; -left: -3.5em; -width: 3em; -display: inline-block; -text-align: right; -} -.itemGroupTable { -border-collapse: collapse; -margin-left: 0; -} -.itemGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.itemGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -.titlePage { -border: #DDDDDD 2px solid; -margin: 3em 0 7em 0; -padding: 5em 10% 6em 10%; -text-align: center; -} -.titlePage .docTitle { -line-height: 3.5em; -margin: 2em 0 2em 0; -font-weight: bold; -} -.titlePage .docTitle .mainTitle { -font-size: 1.8em; -} -.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, -.titlePage .docTitle .volumeTitle { -font-size: 1.44em; -} -.titlePage .byline { -margin: 2em 0 2em 0; -font-size: 1.2em; -line-height: 1.72em; -} -.titlePage .byline .docAuthor { -font-size: 1.2em; -font-weight: bold; -} -.titlePage .figure { -margin: 2em auto; -} -.titlePage .docImprint { -margin: 4em 0 0 0; -font-size: 1.2em; -line-height: 1.72em; -} -.titlePage .docImprint .docDate { -font-size: 1.2em; -font-weight: bold; -} -div.figure { -text-align: center; -} -.figure { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.floatLeft { -float: left; -margin: 10px 10px 10px 0; -} -.floatRight { -float: right; -margin: 10px 0 10px 10px; -} -p.figureHead, .par.figureHead { -font-size: 100%; -text-align: center; -} -.figAnnotation { -font-size: 80%; -position: relative; -margin: 0 auto; -} -.figTopLeft, .figBottomLeft { -float: left; -} -.figTop, .figBottom { -} -.figTopRight, .figBottomRight { -float: right; -} -.figure p, .figure .par { -font-size: 80%; -margin-top: 0; -text-align: center; -} -img { -border-width: 0; -} -td.galleryFigure { -text-align: center; -vertical-align: middle; -} -td.galleryCaption { -text-align: center; -vertical-align: top; -} -body { -padding: 1.58em 16%; -} -.pagenum { -display: inline; -font-size: 70%; -font-style: normal; -margin: 0; -padding: 0; -position: absolute; -right: 1%; -text-align: right; -} -.marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -left: 1%; -line-height: 1.2em; -position: absolute; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -} -.cut-in-left-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -line-height: 1.2em; -float: left; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0; -} -.cut-in-right-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -line-height: 1.2em; -float: right; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: right; -padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em; -} -span.tocPageNum, span.flushright { -position: absolute; -right: 16%; -top: auto; -text-indent: 0; -} -.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink, .qurlink, .seclink { -background-repeat: no-repeat; -background-position: right center; -} -.pglink { -background-image: url(images/book.png); -padding-right: 18px; -} -.catlink { -background-image: url(images/card.png); -padding-right: 17px; -} -.exlink, .wplink, .biblink, .qurlink, .seclink { -background-image: url(images/external.png); -padding-right: 13px; -} -.pglink:hover { -background-color: #DCFFDC; -} -.catlink:hover { -background-color: #FFFFDC; -} -.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover { -background-color: #FFDCDC; -} -body { -background: #FFFFFF; -font-family: "Times New Roman", Times, serif; -} -body, a.hidden { -color: black; -} -h1, .h1 { -padding-bottom: 5em; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -text-align: center; -font-variant: small-caps; -font-weight: normal; -} -p.byline { -text-align: center; -font-style: italic; -margin-bottom: 2em; -} -.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .verseNum { -color: #660000; -} -.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a { -color: #AAAAAA; -} -a.hidden:hover, a.noteref:hover, a.pseudonoteref:hover { -color: red; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6 { -font-weight: normal; -} -table { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.tablecaption { -text-align: center; -} -.arab { font-family: Scheherazade, serif; } -.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; } -.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; } -.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; } -.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; } -.pagenum, .linenum { -speak: none; -}</style> -<style type="text/css"> -div.chapter > div.divHead { -background-image: url("images/box.png"); -background-repeat: no-repeat; -width: 484px; -height: 92px; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -div.chapter h2.main { -text-align: center; -padding-top: 26px; -} -/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ -.cover-imagewidth { -width:489px; -} -.seriestitle-imagewidth { -width:442px; -} -.titlepage-imagewidth { -width:442px; -} -.xd29e6239 { -text-align:center; -} -@media handheld { -} -/* CSS rules copied from @style attributes in TEI file */ -</style> -</head> -<body> - - -<pre> - -The Project Gutenberg EBook of De drie steden: Rome, by Emile Zola - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - -Title: De drie steden: Rome - -Author: Emile Zola - -Translator: Willem Jacob Aarland Roldanus, Jr. - -Release Date: February 5, 2020 [EBook #61326] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DRIE STEDEN: ROME *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - - - - - -</pre> - -<div class="front"> -<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/cover.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="489" height="720"></div><p> -</p> -</div> -</div> -<div class="div1 titlepage"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure seriestitle-imagewidth"><img src="images/seriestitle1918.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="442" height="720"></div><p> -</p> -</div> -</div> -<div class="titlePage"> -<div class="docTitle"> -<div class="mainTitle">DE MEULENHOFF-EDITIE</div> -<div class="subTitle">EEN ALGEMEENE BIBLIOTHEEK</div> -</div> -<div class="docImprint">UITGEGEVEN DOOR J. M. MEULENHOFF -<br> -TE AMSTERDAM IN HET JAAR MCMXVIII</div> -</div> -<p></p> -<div class="div1 titlepage"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src="images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="442" height="720"></div><p> -</p> -</div> -</div> -<div class="titlePage"> -<div class="docTitle"> -<div class="seriesTitle">DE DRIE STEDEN</div> -<div class="mainTitle">ROME</div> -</div> -<div class="byline">ROMAN -<br> -DOOR -<br> -<span class="docAuthor">EMILE ZOLA</span> -<br> -VERTALING VAN -<br> -<span class="docAuthor">W. J. A. ROLDANUS <span class="sc">Jr.</span></span></div> -<div class="docImprint">UITGEGEVEN DOOR J. M. MEULENHOFF -<br> -TE AMSTERDAM AAN HET DAMRAK 88</div> -</div> -<p><span class="pagenum">[<a id="pb1" href="#pb1">1</a>]</span></p> -</div> -<div class="body"> -<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">EERSTE HOOFDSTUK</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Door verschillende vertragingen tusschen Pisa en Civita-Vecchia kwam abbé Pierre Froment -na een moeilijke en vermoeiende reis van vijf-en-twintig uur eerst tegen negen uur -’s ochtends te Rome aan. Hij had slechts een handkoffertje bij zich, sprong, te midden -van het gedrang der aankomst, vlug uit de coupé, ontweek, daar hij gaarne alleen zijn -en zien wilde, de op hem toeschietende witkielen en droeg zelf zijn lichte bagage. -Voor het station, op het Plein der Vijfhonderd, stapte hij in een der langs het trottoir -gestationneerde open rijtuigen, zette zijn handkoffertje naast zich en riep den koetsier -het adres toe: -</p> -<p>“Villa Giulia, palazzo Boccanera.” -</p> -<p>Het was 3 September, een Maandag, de hemel was helder, mild en wondermooi-doorschijnend. -De koetsier, een klein, rond mannetje, met schitterende oogen en witte tanden, glimlachte, -toen hij aan het accent een Franschen priester herkende. Hij legde de zweep over zijn -paard en het rijtuig schoot dadelijk voort in den vluggen gang, die deze zoo zindelijke -en vroolijke Romeinsche rijtuigjes kenmerkt. Maar bijna onmiddellijk nadat zij de -boompjes van het kleine pleintje voorbijgereden en op het plein der Thermen<a class="noteref" id="xd29e167src" href="#xd29e167">1</a> gekomen waren, keerde hij zich om en wees, nog steeds glimlachend, wet zijn zweep -op de bouwvallen. -</p> -<p>“De Thermen van Diocletianus,” zeide hij, als voorkomend koetsier, die er steeds op -uit was bij de vreemdelingen in een goed blaadje te komen, ten einde zich van hun -clientèle te verzekeren, in slecht Fransch. -</p> -<p>Van de hoogten van den Viminalis, waarop het station staat, reed het rijtuigje in -snelle vaart de sterk-hellende Via <span class="pagenum">[<a id="pb2" href="#pb2">2</a>]</span>Nazionale af. En van dat oogenblik hield hij niet op, bij ieder monument zijn hoofd -om te draaien en er met de zweep op te wijzen. In dat gedeelte van de lange straat -waren slechts nieuwe gebouwen. Iets verderop rechts verhieven zich met groen bedekte -heuvels, waarop een eindeloos geel en kaal gebouw, een klooster of een kazerne, oprees. -</p> -<p>“Het Quirinaal, het paleis van den koning,” zeide de koetsier. -</p> -<p>Sedert, een week geleden, tot de reis besloten was, had Pierre alle dagen ijverig -op plattegronden en in boeken de topographie van Rome bestudeerd, zoodat hij zich -uitstekend had kunnen <span class="corr" id="xd29e178" title="Bron: orienteeren">oriënteeren</span>, zonder naar den weg te vragen. De aanwijzingen van den koetsier had hij dan ook -volstrekt niet noodig. Doch de plotselinge dalingen, de onophoudelijke stijgingen, -die sommige wijken als in etagevormige terrassen verdeelden, brachten hem toch telkens -even in de war. Maar de stem van den koetsier verhief zich, hoewel eenigszins ironisch, -en zijn zweep beschreef een wijderen kring, toen hij den naam van een reusachtig, -nieuw en <span class="corr" id="xd29e181" title="Bron: noch">nog</span> vochtig gebouw aan den linkerkant wees, een reusachtig blok van steenen, overladen -met beeldhouwwerk, gevelversieringen en beelden. -</p> -<p>“De Nationale Bank.” -</p> -<p>Lager, toen het rijtuigje een driehoekig plein opreed, zag Pierre, opkijkend, tot -zijn verrukking op een hoogen, gladden muur een hangenden tuin, waarin het elegante -en krachtige profiel van een honderdjarigen piniepijnboom zich in den helderen hemel -verhief. Hij voelde den vollen trots en de volle bekoring van Rome. -</p> -<p>“De villa Aldobrandini.” -</p> -<p>Nog verder en lager deed een vlug en vluchtig visioen zijn geestdrift nog meer ontvlammen. -Weer maakte de straat een plotselinge bocht, toen zich plotseling in den hoek een -lichte opening toonde. Van boven naar beneden gezien was het een wit plein als een -zonneschacht, gevuld met een verblindend goudstof; en in die ochtendpracht rees een -reusachtige marmeren zuil, die aan den kant, waar de dagvorstin haar bij haar opkomst -in haar stralen baadde, als verguld was. Hij was verrast, toen de koetsier hem den -naam noemde, want hij had zich haar niet zoo voorgesteld in dat verblindend witte -gat te midden der naburige schaduwen. -</p> -<p>“De Trajanuszuil.” -</p> -<p>Onder aan de helling maakte de straat een laatste kromming. Steeds weer noemde in -de snelle vaart de koetsier nieuwe namen: den palazzo Colonna, welks tuin door slanke -<span class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3">3</a>]</span>cypressen omgeven is; den palazzo Torlonia, voor de helft met den grond gelijk gemaakt -ter wille van nieuwe verfraaiingen; den palazzo di Venezia kaal en angstaanjagend -door zijn met kanteelen voorziene muren en zijn tragische strengheid van middeleeuwsche, -in het hedendaagsche burgerlijke leven vergeten vesting. Tegenover dat onverwachte -aspect der dingen nam Pierre’s verbazing steeds toe. Maar vooral werd hij getroffen, -toen de koetsier hem triomphantelijk met zijn zweep den Corso wees, een lange, nauwe -straat, nauwelijks zoo breed als de Parijsche rue Saint-Honoré, links in den vollen -zonneschijn, rechts in donkere schaduwen liggend, terwijl in de verte de piazza del -Popolo als het ware een ster van licht vormde: was dat nu het hart der stad, de beroemde -promenade, de levende hoofdader, waarheen al het bloed van Rome stroomde? -</p> -<p>Reeds sloeg het rijtuigje den corso Victor-Emanuele in, de voortzetting van de Via -Nazionale; dat zijn de twee openingen, die van het eene einde der oude stad naar het -andere, van het station tot de Heilige-Engelenbrug gesneden zijn. Links lag de ronde -apsis van de kerk Il Gesù blond in de vroolijke ochtendzon. Tusschen de kerk en den -loggen palazzo Altieri, dien men niet tegen den grond had durven werpen, werd de straat -nauwer, kwam men in een vochtige, koude donkerte. Doch daar voorbij, vóór den gevel -van de kerk Il Gesù, op het plein, scheen de zon weer verblindend en fel, terwijl -in de verte, op den achtergrond van de Via d’Aracoeli, die eveneens in schaduw gehuld -was, bezonde palmboomen opschoten. -</p> -<p>“Daar ginds ligt het Capitool,” zeide de koetsier. -</p> -<p>De priester boog zich uit het rijtuigje, maar hij zag niets dan een groene vlek aan -het einde van de donkere steile helling. De plotselinge overgangen van warm licht -in koude schaduw deden hem huiveren. Voor den palazzo di Venezia en voor de kerk Il -Gesù had hij een gevoel gehad alsof de geheele nacht van lang vervlogen dagen op hem -drukte; dan bij ieder plein, bij iedere verbreeding der nieuwe straten was het als -een terugkeer in het licht, in de vroolijke, milde warmte van het leven. De stralen -van de gele zon vielen langs de daken af en teekenden duidelijk de violette schaduwen -af. Tusschen de gevels door zag men plekken diepblauwen, zeer helderen hemel. De lucht, -die hij inademde, gaf hem een bijzonderen, onbestemden smaak, een vruchtensmaak, die -in hem zijn reiskoorts verhoogde. -<span class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4">4</a>]</span></p> -<p>Ondanks zijn onregelmatigheid is de corso Victor-Emanuele een zeer mooie, moderne -straat; en Pierre kon zich in de een of andere groote stad met groote huurkazernes -wanen. Maar toen hij langs de Cancellaria, het meesterwerk van Bramante, het karakteristieke -monument in Romeinsche Renaissance, reed, kwam zijn verwondering weer en keerde hij -in zijn geest terug naar de reeds geziene paleizen, naar die kale, kolossale en plompe -architectuur, die reusachtige steenkubussen, die denken deden aan hospitalen of gevangenissen. -Nooit had hij zich de beroemde Romeinsche paleizen zoo zonder gratie of phantasie, -zoo zonder uiterlijke pracht voorgesteld. Het was beslist heel mooi, hij zou het ten -slotte wel begrijpen, maar hij moest er aan wennen, zich erin leven. -</p> -<p>Plotseling verliet het rijtuigje den drukken corso Victor-Emanuele en sloeg kronkelende -straatjes in, waarin het slechts met moeite vooruitkwam. Na de heldere zon in de drukte -der nieuwe stad kwam de kalmte, de eenzaamheid der slapende en koude, oude stad. Hij -riep de plattegronden, die hij bestudeerd had, in zijn geheugen terug en zeide tot -zichzelf, dat hij nu in de nabijheid der Via Giulia zijn moest; en zijn steeds grooter -geworden nieuwsgierigheid nam nu zelfs zoo toe, dat hij er pijn van begon te krijgen, -wanhopig, dat hij er niet dadelijk meer van zag, meer van wist. Zijn verbazing de -dingen niet zóó te vinden als hij ze verwacht had, en de schokken, die zijn phantasie -kreeg, deden den koortsachtigen toestand, waarin hij zich sedert zijn vertrek bevond, -nog erger worden, deden de vurige begeerte in hem ontstaan, om zijn nieuwsgierigheid -onmiddellijk te bevredigen. Het was pas even over negenen, hij had den geheelen ochtend -voor zich, om zich aan den palazzo Boccanera aan te melden: waarom zou hij zich niet -dadelijk naar de klassieke plek, naar den heuveltop rijden laten, vanwaar men geheel -Rome op zijn zeven heuvelen zag liggen? Toen die gedachte eenmaal bij hem opgekomen -was, kwelde zij hem zóó, dat hij ten slotte eraan toegaf. -</p> -<p>De koetsier keerde zich niet meer om en Pierre moest opstaan, om hem het nieuwe adres -te geven. -</p> -<p>“Naar San Pietro in Montorio.” -</p> -<p>De man was verbaasd, scheen hem niet te begrijpen. Met zijn zweep wees hij, dat het -daarginds, heel in de verte was. Toen echter de priester bleef volhouden, begon hij -weer vriendelijk te glimlachen en knikte amicaal met zijn hoofd. Goed, goed, hij had -er niets tegen. -<span class="pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5">5</a>]</span></p> -<p>Het paard draafde te midden van den doolhof der nauwe straten in sneller tempo verder. -Eerst volgden zij er een, dat als beklemd lag tusschen hooge muren en waarin de zon -als onder in een put scheen. Aan het einde ervan werd het plotseling weder licht en -staken zij over de oude brug van Sixtus IV den Tiber over. Rechts en links strekten -zich in den ravage en tusschen het nieuwe cement der bouwwerken de nieuwe kaden uit. -Aan de overzijde was de Trastevere geheel tegen den grond geworpen; het rijtuigje -reed langs een breeden weg, die zooals op groote borden te lezen was, den naam Garibaldi -droeg, de helling van den Janiculus op. Voor de laatste maal maakte de koetsier zijn -gemoedelijk-trotsch gebaar, toen hij den naam van de triomfstraat noemde. -</p> -<p>“Via Garibaldi.” -</p> -<p>Het paard moest zijn gang wat inhouden, en Pierre, aangegrepen door een kinderlijk -ongeduld, keerde zich om, om te zien, naarmate achter hem de stad zich meer uitbreidde -en ontrolde. Het stijgen duurde lang, steeds weer rezen tot aan de verre heuvels nieuwe -stadswijken op. Dan vond hij in de toenemende opwinding, welke zijn hart deed kloppen, -dat hij de bevrediging van zijn begeerte bedierf door haar in deze langzame en gedeeltelijke -overwinning van den horizont te verbrokkelen. Hij wilde in eens alles zien, geheel -Rome, de heilige stad, in één blik omvatten. En ondanks zijn hartstochtelijk verlangen -had hij de kracht, niet meer om te kijken. -</p> -<p>Boven bevindt zich een uitgestrekt terras. De kerk San Pietro in Montorio bevindt -zich daar op de plaats, waar volgens de overlevering Petrus gekruisigd werd. De plaats -is kaal en door te felle zomerzon roodachtig gebrand, terwijl iets verder daarachter -het heldere, ruischende water der Acqua Paola in een eeuwige frischheid in dikke bellen -uit de drie bekkens van de monumentale fontein stroomt. Tegen de borstwering, die -langs het loodrecht op den Trastevere neerziende terras loopt, rijen zich steeds touristen, -magere Engelschen, breedgeschouderde Duitschers, die, gapend van traditioneele bewondering, -hun reisgids, dien zij raadplegen, om de monumenten te herkennen, in hun hand houden. -</p> -<p>Pierre sprong vlug uit zijn rijtuig, liet zijn handkoffertje op het bankje liggen -en gaf den koetsier een teeken om te wachten; deze bracht zijn rijtuigje in de rij -en bleef in wijsgeerige kalmte op den bok zitten, in de volle zon, zijn hoofd voorovergebogen -evenals zijn paard, beiden bij voorbaat <span class="pagenum">[<a id="pb6" href="#pb6">6</a>]</span>berustend in het lange wachten, dat zij daar gewoonlijk doen moesten. -</p> -<p>Reeds stond Pierre in zijn nieuwe zwarte soutane, zijn bloote handen zenuwachtig samengeknepen -en brandend van koorts, tegen de borstwering en keek, keek met zijn geheele ziel. -Rome! Rome! De Stad der Caesars, de Stad der Pausen, de Eeuwige Stad, die tweemaal -de wereld veroverd heeft, de uitverkoren Stad van den vurigen droom, dien hij sedert -maanden droomde! Daar was zij eindelijk, zag hij haar! De onweersbuien der vorige -dagen hadden de groote Augustushitte verjaagd. De wondermooie Septemberochtend lag -frisch onder den doorzichtig-blauwen, vlekkeloozen, eindeloozen hemel. Het was een -in zachtheid badend Rome, een droom-Rome, dat zich in de heldere ochtendzon scheen -te vervluchtigen. Een fijn, blauwachtig waas, maar nauwlijks zichtbaar en teer als -gaas, zweefde over de dalen der lager gelegen wijken, terwijl de uitgestrekte Campagna -en de verre bergen zich in een licht-rose verloren. -</p> -<p>In den beginne kon hij niets onderscheiden, wilde hij zich tot geen enkele bijzonderheid -bepalen, gaf hij zich aan geheel Rome, aan den levenden kolos, die daar op dezen door -het stof van geslachten gevormden bodem voor hem lag. Iedere eeuw had als door de -groeikracht van een onsterfelijke jeugd zijn roem hernieuwd. Maar wat hem vooral aangreep, -wat zijn hart met groote slagen kloppen deed, dat was, dat hij Rome vond, zooals hij -ernaar verlangd had: in zijn ochtend-frischheid en verjongd, licht en vroolijk, onlichamelijk -bijna en in dezen helderen dageraad van een mooien dag glimlachend in de hoop op een -nieuw leven. -</p> -<p>Toen doorleefde Pierre, onbeweeglijk staande voor den verheven horizont, zijn brandende -handen nog steeds saamgeknepen, in enkele minuten opnieuw de drie laatste jaren van -zijn leven. O, welk een vreeselijk jaar was dat eerste geweest, dat hij in zijn klein -huisje te Neuilly doorgebracht had, de deuren en ramen steeds gesloten; hij had zich -ingegraven als een gewond dier, dat in doodsstrijd verkeert. Hij was met een gestorven -ziel, met bloedend hart uit Lourdes teruggekomen; niets was in hem overgebleven dan -asch. Stilte en nacht waren op de puinhoopen van zijn liefde en van zijn geloof neergedaald. -Dagen en dagen verliepen zonder dat hij zijn aderen hoorde kloppen, zonder dat een -licht opkwam, dat het duister van zijn verlatenheid verhelderde. Hij leefde als een -machine, hij wachtte tot zijn moed <span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7">7</a>]</span>terugkeeren zou, om het leven in naam van de souvereine rede, die hem alles had doen -opofferen, weer op te vatten. Waarom was hij niet veerkrachtiger en sterker, waarom -paste hij zijn leven niet kalm aan zijn nieuwe overtuigingen aan? Waarom wijdde hij -zich, nu hij, trouw aan een innige liefde en met afschuw voor een meineed, de soutane -niet wilde afleggen, niet aan een wetenschap, die den priester veroorloofd is, de -sterrenkunde of de archaeologie? Maar iemand in hem weende, zijn moeder ongetwijfeld, -een grenzenlooze teederheid die nog nooit bevredigd was en eraan wanhoopte ooit bevrediging -te zullen vinden. Het was de voortdurende smart over zijn eenzaamheid, de opengebleven -wond in zijn ziel, ondanks den eerbied, dien zijn herwonnen rede hem weer voor zichzelf -had doen krijgen. -</p> -<p>Dan, op een herfstavond, bij een sombere regenlucht, bracht het toeval hem in aanraking -met een ouden priester, abbé Rose, vicaris aan de Sainte-Marguerite in de voorstad -Saint-Antoine. Hij zocht hem op in zijn woning in de rue de Charonne, een vochtigen -rez-de-chaussée, bestaande uit drie vertrekken, welke hij in een asyl voor kleine -kinderen, die hij in de naburige straten vond, veranderd had. Van dat oogenblik af -kwam er een geheele omkeer in zijn leven, een nieuw en machtig belang was er als het -ware in binnengetreden, hij werd langzamerhand de hartstochtelijk-ijverige helper -van den ouden priester. Van Neuilly naar de rue de Charonne was een lange weg. In -den beginne ging hij slechts tweemaal per week, later dagelijks al ’s morgens vroeg, -om ’s avonds pas naar huis terug te gaan. -</p> -<p>De drie vertrekken waren niet voldoende meer, hij had er de eerste etage bij gehuurd -en daar een kamer voor zich zelf gereserveerd, waar hij dikwijls slapen bleef. Zijn -geheele kleine rente ging met deze hulp aan de arme kinderen, die onmiddellijk verleend -moest worden, weg; en de oude priester, verrukt en tot tranen toe geroerd door deze -jeugdige toewijding, die als het ware uit den hemel kwam vallen, omhelsde hem weenend -en noemde hem een kind Gods. -</p> -<p>Nu leerde Pierre de ellende, de misdadige, afschuwelijke ellende, kennen, leefde twee -jaar lang met en bij haar. Het begon met kleine wezentjes, die hij op straat opraapte -of die, nu het asyl in de geheele wijk bekend was, medelijdende buren bij hem brachten: -jongetjes en meisjes, de allerkleinsten, die op straat terecht gekomen waren, terwijl -de vaders en moeders werkten, dronken of stierven. Dikwijls <span class="pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8">8</a>]</span>was de vader verdwenen, gaf de moeder zich aan prostitutie over; dronkenschap en ontucht -waren met den stilstand van het werk de woning binnengetreden. Dan kwam het nest op -straat, de jongsten stierven van koude en honger in de goot, terwijl de oudsten wegvlogen, -ontucht en misdaad tegemoet. -</p> -<p>Op een avond had hij in de rue de Charonne twee kleine jongetjes, broertjes, die hem -zelfs niet eens konden zeggen waar zij vandaan kwamen, onder de wielen van een zwaren -lastwagen gehaald. Een anderen avond kwam hij met een klein meisje in zijn armen thuis, -een blond engeltje van een jaar of drie, dat hij huilende op een bank, waar haar moeder -haar te vondeling gelegd had, had gevonden. Later ging hij van die magere en jammerlijke -uit het nest getuimelde vogeltjes als vanzelf tot de ouders over, drong hij van de -straten de donkere holen binnen, waagde hij zich iederen dag verder in die hel, waarvan -hij langzamerhand de vreeselijke verschrikking kennen leerde. Zijn hart bloedde van -angst en ontzetting in het diep-treurige bewustzijn, dat zijn hulp vergeefsch was. -</p> -<p>O, welke verschrikkelijke tochten maakte hij gedurende die twee jaar, welke zijn geheele -wezen schokten, in die jammerlijke stad van ellende, den bodemloozen afgrond van menschelijk -verval en menschelijke ellende! In deze wijk Sainte-Marguerite, midden in het hart -van de drukke en bedrijvige voorstad Saint-Antoine ontdekte hij smerige huizen, geheele -steegjes lucht- en lichtlooze woningen, vochtig als kelders, waarin, vergiftigd, een -geheele bevolking ongelukkigen vervuilde en met den dood streed. Op de wankele trap -gleed de voet in het opgehoopte vuil uit. Op iedere verdieping begon steeds weer dezelfde -armoede, die tot de grootste onreinheid, tot de afschuwlijkste manier van samenleven -vervallen was. Ramen ontbraken, de wind joeg door de vertrekken, de regen sloeg in -stroomen binnen. Velen sliepen op den kalen grond zonder zich ooit uit te kleeden. -Geen meubels, geen linnen, het was als het leven van dieren, zij zochten bevrediging -en troost, waar zij die vinden konden. -</p> -<p>Alle geslachten, alle leeftijden waren daar opgehoopt; al die menschen keerden door -gebrek aan het allernoodzakelijkste, door zulk een armoede, dat men er om de kruimels, -die van de tafels der rijken geveegd werden, vocht, tot het dierlijke terug. Het ergste -daar was het zedelijk verval der menschelijke natuur: het was niet meer de vrije wilde, -<span class="pagenum">[<a id="pb9" href="#pb9">9</a>]</span>die in de oerwouden naakt rondliep, joeg en zijn buit opat, maar de geciviliseerde, -weer tot het dier teruggekeerde mensch met al de brandmerken van zijn verval, bezoedeld, -verliederlijkt, verzwakt te midden van de luxe en de verfijning van een stad, die -de koningin der wereld is. -</p> -<p>In iedere woning vond Pierre dezelfde geschiedenis terug. In den beginne was er jeugd -en vroolijkheid geweest, was de wet van den arbeid moedig erkend. Daarna was de onvoldaanheid -gekomen: waartoe diende het altijd te werken, als men toch niet rijk werd. De man -begon te drinken, om ook zijn deel aan het geluk te hebben, de vrouw had haar huishouden -veronachtzaamd, dronk soms zelfs ook, liet de kinderen in het wilde opgroeien. Het -jammerlijke milieu, de onwetendheid en het op elkaar wonen hadden het overige gedaan. -Nog meer was echter werkeloosheid de schuld van alles. Deze stelt er zich niet tevreden -mede het overgespaarde geld op te maken, maar zij put ook den moed uit, went aan luiheid. -Terwijl maandenlang de werkplaatsen leeg staan, worden de armen slap. Onmogelijk in -dat zoo koortsachtig drukke en werkende Parijs het minste werk te vinden. -</p> -<p>’s Avonds komt de man huilend thuis; overal heeft hij zijn armen aangeboden, het is -hem zelfs niet gelukt voor straatveger in aanmerking te komen, want het baantje is -gewild en je hebt er protectie voor noodig. Is het niet monsterachtig dat in deze -groote stad, waar de millioenen op het plaveisel fonkelen en rinkelen, een man, die -werk zoekt, dat niet vinden en daarom niet eten kan. De vrouw eet niet, de kinderen -eten niet. Dan komt de zwarte honger, de verdierlijking, dan het verzet en de opstand; -alle maatschappelijke banden worden onder die schandelijke onrechtvaardigheid tegenover -arme schepsels, die hun zwakheid ter dood veroordeelde, verbroken. En op welk een -lijdenssponde valt de oude werkman, wiens armen door vijftig jaren van zwaren arbeid -geheel opgebruikt zijn, zonder dat hij een cent ter zijde heeft kunnen leggen, neer -om te sterven? Of moest men hem op den dag, dat hij, daar hij niet meer werken kon, -niet meer at, met een hamer moeten afmaken als een tot niets nut meer zijnd lastdier? -Bijna allen sterven in het ziekenhuis. Anderen verdwijnen, zonder dat iemand zich -om hen bekommert, medegesleept door den modderstroom der straat. Op een ochtend vond -Pierre in een walgelijk krot op half vergaan stroo er een, die verhongerd was, daar, -terwijl de ratten zijn gezicht afgeknaagd hadden, een week <span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10">10</a>]</span>gelegen had, zonder dat iemand naar hem had omgekeken. -</p> -<p>Maar op een avond van den laatsten winter vloeide zijn hart van medelijden over. ’s -Winters wordt het lijden der ongelukkigen in die onverwarmde krotten, waar de sneeuw -door de spleten dringt, afzichtelijk. De Seine kruit, de grond is met ijs bedekt, -verschillende takken van industrie moeten stilliggen. In de wijken der voddenrapers, -die tot niets doen gedwongen zijn, loopen benden jongens blootsvoets en nauwlijks -gekleed, hongerig en hoestend rond en worden door plotselinge windvlagen der tering -weggemaaid. Hij vond heele huisgezinnen, moeders met vijf of zes kinderen, op elkaar -gedrukt, om het toch maar ’n beetje warm te hebben, en die in drie dagen niets gegeten -hadden. -</p> -<p>En toen kwam die vreeselijke avond, toen hij achter in een donkere gang doordrong -in die jammerkamer, waar een moeder zich en haar vijf kinderen uit wanhoop en honger -gedood had, een drama van ellende, waar heel Parijs eenige uren van zou huiveren. -Geen meubelstuk meer, geen stuk linnengoed meer, alles was stuk voor stuk in de naastbijzijnde -bank van leening gebracht. Alleen het fornuis rookte nog. Op een half ledigen stroozak -was de moeder neergevallen, toen zij haar jongste, een zuigeling van drie maanden, -voedde; een droppel bloed parelde nog op haar borst, waarnaar de gulzige lippen van -den kleinen doode zich uitstrekten. De twee meisjes, drie en vijf jaar oud, twee aardige -blondinetjes, sliepen daar ook naast elkaar haar eeuwigen slaap, terwijl van de beide -oudere jongens de een met zijn hoofd tusschen zijn handen, tegen den muur aangedrukt -lag en de andere op den grond zijn doodsstrijd gestreden had, als had hij zich op -zijn knieën voortgesleept, om het raam open te maken. -</p> -<p>Toegeschoten buren vertelden de alledaagsche, vreeselijke geschiedenis: een langzame -ondergang, de vader, die geen werk meer vond en misschien aan den drank geraakt was; -de huisbaas, die, het wachten moede, dreigde het huisgezin op straat te zetten; de -moeder, die, het hoofd verliezend, wilde sterven en haar nest met haar sterven liet, -terwijl de vader vergeefs half Parijs afliep om werk te vinden. Toen de commissaris -van politie bezig was de doodsoorzaak vast te stellen, kwam de ongelukkige juist thuis; -en nadat hij gezien, nadat hij begrepen had, sloeg hij als een gedold rund neer en -begon hij te brullen met zulke jammerlijke doodskreten, dat de geheele straat, door -ontzetting aangegrepen, mede weende. -<span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11">11</a>]</span></p> -<p>Deze vreeselijke kreet van een ter dood veroordeeld ras, dat in ellende en honger -ondergaat, bleef in Pierre’s ooren, bleef in zijn hart doorklinken; hij kon dien avond -niet eten, den slaap niet vatten. Was het mogelijk, dat een dergelijke gruwel, een -zoo volslagen armoede, een zoo zwarte, met den dood eindigende ellende voorkwam midden -in het groote, met rijkdommen pronkende, van genietingen en genot dronken Parijs, -dat voor zijn vermaak millioenen op straat smeet? Wat, aan den eenen kant zooveel -groote fortuinen, zooveel nuttelooze, bevredigde grillen en luimen, zooveel levens -vervuld met alle mogelijke geluk; en aan den anderen kant een zoo hardnekkige armoede, -zelfs geen brood, geen enkele hoop, moeders, die zich dooden met haar zuigelingen, -waaraan zij niets meer te geven hadden dan het bloed van haar uitgedroogde borsten! -</p> -<p>Een woest verzet kwam in hem op; een oogenblik drong het bewustzijn tot hem door hoe -belachelijk nutteloos weldadigheid en naastenliefde was. Waartoe diende het te doen -wat hij deed, waartoe diende het de kleinen van de straat op te rapen, den ouders -hulp te brengen, het lijden der ouden te verlengen? Het maatschappelijk gebouw was -verrot tot in zijn grondvesten, alles moest in modder en bloed ten onder gaan. Slechts -een groote daad van gerechtigheid kon de oude wereld wegvagen, om de nieuwe op te -bouwen. En op dat oogenblik zag hij zoo duidelijk de onherstelbare breuk, de ongeneeslijke -kwaal, den zeker doodelijken kanker der ellende, dat hij de heftige plannen van geweldenaren -begreep, dat hij zelf bereid was te erkennen, dat een verwoestende en reinigende orkaan -komen, dat de aarde door vuur en zwaard herboren worden moest, zooals vroeger, toen -de vreeselijke God branden zond, om de vervloekte steden weer gezond te maken. -</p> -<p>Toen abbé Rose hem dien avond hoorde snikken, ging hij naar boven, om hem op vaderlijke -wijze te beknorren. Die man was een heilige vol oneindige zachtheid en vertrouwen. -Wat, wanhopig zijn, lieve God, terwijl het Evangelie bestaat! Was de goddelijke grondstelling: -“Hebt elkander lief!” niet voldoende voor het heil der menschheid? Hij had een afschuw -van geweld en zeide, dat, hoe groot de ellende ook zijn mocht, er toch snel een einde -aan zou komen, zoodra men terug zou keeren tot het tijdperk van eenvoud, deemoed en -reinheid, toen de Christenen als schuldelooze broeders met elkaar leefden. Welk een -heerlijke schildering gaf hij van <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12">12</a>]</span>de Evangelische maatschappij, welker terugkeer hij met een rustige vroolijkheid opriep, -alsof deze zich den volgenden dag verwezenlijken zou. En Pierre moest ten slotte glimlachen, -behagen scheppen in dat mooie troostende sprookje, in zijn behoefte om aan die vreeselijke -nachtmerrie te ontkomen. Zij praatten tot laat in den nacht en zetten de volgende -dagen het gesprek over dit onderwerp, dat den ouden priester zoo lief was, voort. -Telkens weer weidde hij uit over nieuwe bijzonderheden, sprak hij van het komend koninkrijk -van liefde en rechtvaardigheid met de ontroerende overtuiging van een goed man, die -zeker was niet te zullen sterven zonder God op aarde gezien te hebben. -</p> -<p>Toen vond in Pierre een nieuwe omwenteling plaats. De uitoefening der liefdadigheid -in die arme wijk had hem met een eindelooze deernis vervuld: zijn hart was door het -zien van die ellende, aan welker genezing hij wanhoopte, geschokt, verscheurd. En -door het weder ontwaken van zijn gevoeligheid voelde hij dikwijls, dat zijn rede naar -den achtergrond gedrongen werd; hij keerde tot zijn kindsheid terug, tot die behoefte -aan universeele liefde, welke zijn moeder in hem gelegd had. Hij droomde van hersenschimmige -opbeuring, verwachtte een hulp van onbekende machten. Zijn vrees, zijn haat voor de -brutaliteit der feiten wierpen hem in een steeds grooter wordend verlangen naar redding -door liefde. Het was de hoogste tijd, om de vreeselijke, onvermijdelijke catastrophe, -den broederoorlog der klassen, die de oude wereld zou wegvagen, welke veroordeeld -was onder de opeenhooping van misdaden te verdwijnen, te bezweren. Tot in het diepst -van zijn ziel overtuigd, dat de ongerechtigheid haar toppunt bereikt had, dat het -wraakuur spoedig slaan zou, waarop de armen de rijken dwingen zouden om te deelen, -gaf hij zich van dat oogenblik over aan zijn droom van een vredige oplossing, van -een broederkus tusschen alle menschen, van den terugkeer tot de zuivere moraal van -het Evangelie, die Jezus gepredikt had. -</p> -<p>In den beginne werd hij door twijfel gekweld: was die verjonging van het oude Katholicisme -mogelijk, kon men tot de jeugd, tot de reinheid van het primitieve Christendom terugkeeren? -Hij begon studies te maken, te lezen, te vragen, zich steeds meer op te winden voor -die groote vraag van het Katholieke socialisme, die sedert eenige jaren zoo druk en -luidruchtig besproken werd; en in zijn hem doorhuiverende liefde voor de armen en -geheel voorbereid als hij was <span class="pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13">13</a>]</span>op het wonder der broederschap, verloor hij langzamerhand de scrupules van zijn rede, -dwong hij zich tot de overtuiging, dat de Christus een tweede maal komen zou, om de -lijdende menschheid te verlossen. Ten slotte formuleerde dit alles zich in zijn geest -tot de zekerheid, dat het gelouterde Christendom, tot zijn oorsprong teruggebracht, -de eenige macht was, die de tegenwoordige maatschappij zou kunnen redden, door de -bloedige crisis, waarmede zij bedreigd werd, te bezweren. -</p> -<p>Toen hij twee jaren geleden Lourdes vol verzet tegen dien lagen afgodendienst verlaten -had, toen zijn geloof voor altijd gestorven was, maar zijn hart toch door de eeuwige -behoefte aan het goddelijke, die alle schepselen kwelt, verontrust werd, was uit het -diepst van zijn ziel een kreet in hem opgestegen: “Een nieuwe godsdienst! Een nieuwe -godsdienst!” En nu meende hij dien nieuwen godsdienst of liever dien hernieuwden godsdienst -ontdekt te hebben. Zijn doel was de maatschappelijke redding; tot het geluk der menschheid -zou hij de eenige nog krachtige moreele autoriteit gebruiken, de ver om zich heen -grijpende organisatie van het wonderbaarlijkste werktuig, dat men ooit voor het regeeren -van volkeren gesmeed heeft. -</p> -<p>Gedurende de langzame ontwikkelingsperiode, die Pierre doormaakte, hadden, behalve -abbé Rose, twee mannen een grooten invloed op hem. Een goed werk had hem in aanraking -gebracht met monseigneur Bergerot, een bisschop, dien de paus, ter belooning van een -heel leven vol bewonderenswaardige liefdadigheid, onlangs tot kardinaal verheven had, -niettegenstaande het heimelijk verzet van zijn omgeving, welke in den Franschen prelaat, -die zijn diocees als vader regeerde, een vrijgeest vermoedde. Pierre geraakte door -den omgang met dezen apostel, dezen zielenherder, een van die eenvoudige en goede -leiders, zooals hij ze voor de toekomstige gemeenschap wenschte, nog meer in geestdrift. -Maar zijn samenwerken met vicomte Philibert de la Choue, dien hij in Katholieke werkliedenvereenigingen -ontmoet had, was nog beslissender voor zijn apostolaat. -</p> -<p>De vicomte, een knappe man met militaire allures en een lang, edel gezicht, dat echter -door een ingedrukten en te kleinen neus ontsierd werd, wat het eindéchec van een slecht -geëquilibreerde natuur scheen aan te duiden, was een der ijverigste leiders van het -Fransche Katholieke socialisme. Hij bezat groote domeinen en een groot fortuin, hoewel -men <span class="pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14">14</a>]</span>beweerde, dat een mislukte landbouwonderneming het reeds bijna tot op de helft verminderd -had. In zijn departement had hij getracht modelboerderijen op te richten, waar hij -zijn denkbeelden in zake Christelijk socialisme in toepassing bracht. Maar het succes -scheen hem ook daar niet aan te moedigen. Wel was het hem daardoor gelukt afgevaardigde -te worden. Hij sprak dikwijls in de Kamer en zette in lange, schitterende redevoeringen -het programma van zijn partij uiteen. Onvermoeibaar in zijn ijver trad hij bovendien -als leider van pelgrimstochten naar Rome op, als voorzitter van vergaderingen, hield -lezingen, gaf zich geheel aan het volk, welks verovering, zooals hij tot zijn vertrouwden -zeide, alleen de triomf der Kerk verzekeren kon. -</p> -<p>Op die wijze oefende hij een grooten invloed uit op Pierre, die naïevelijk in hem -de eigenschappen bewonderde, welke hij voelde zelf niet te bezitten, een organisatietalent, -een strijdbaren, eenigszins onrustigen wil, die er enkel en alleen op gericht was -om in Frankrijk de Christelijke maatschappij te hervormen. De jonge priester leerde -veel uit zijn omgang met dezen Christen-socialist, maar hij bleef toch de man van -het gevoel, de droomer, die, zonder te letten op politieke noodzakelijkheden, regelrecht -zijn vlucht nam naar de toekomststad van het algemeen geluk, terwijl de vicomte daarentegen -de pretentie had de vernietiging der liberale <span class="corr" id="xd29e264" title="Bron: idée">idee</span> van ’89 te willen voltooien door voor den terugkeer tot het verleden gebruik te maken -van de desillusie en den toorn der democratie. -</p> -<p>Pierre doorleefde eenige verrukkelijke maanden. Nog nooit had een neophyt zoo geheel -en al voor het geluk van anderen geleefd. Hij was een en al liefde, hij brandde van -hartstocht voor zijn apostolaat. Zijn bezoeken bij het ongelukkige volk, bij de mannen, -die geen werk hadden, bij de moeders en kinderen zonder brood, gaven hem dagelijks -een steeds grootere zekerheid, dat een nieuwe godsdienst ontstaan moest, om een ongerechtigheid -te doen ophouden, waaraan de in opstand gekomen wereld een gewelddadigen dood zou -moeten sterven. En aan dit ingrijpen van het goddelijke, aan die wedergeboorte van -het primitieve Christendom was hij vast besloten mede te werken; hij wilde alle krachten -van zijn geheele wezen geven, om die te verhaasten. -</p> -<p>Zijn Katholiek geloof bleef dood; hij geloofde niet meer aan dogma’s, mysteriën en -wonderen. Maar één hoop bleef hem bij, <abbr title="namelijk">n.l.</abbr> dat de Kerk nog iets goeds kon uitwerken, door de onweerstaanbare, moderne, democratische -beweging te <span class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15">15</a>]</span>leiden, ten einde de volkeren voor de dreigende sociale catastrophe te behoeden. Sedert -hij zich tot taak gesteld had het Evangelie weer terug te brengen in het hart van -het hongerende en morrende volk der voorsteden, was in zijn ziel de rust teruggekeerd. -Hij was nu werkzaam, hij leed minder onder het vreeselijk gevoel van het Niet, dat -hij uit Lourdes had medegebracht, en daar hij zich niet meer met vragen kwelde, verteerde -de angst der onzekerheid hem niet langer. Met de kalme opgewektheid, welke een eenvoudige -plichtsvervulling met zich brengt, bleef hij de mis lezen. Zelfs begon hij tot de -meening te komen, dat het mysterie, hetwelk hij aldus celebreerde, dat alle mysteriën -en alle dogma’s ten slotte niets waren dan symbolen, kerkelijke gebruiken, die noodig -waren voor de kindsheid der menschheid en waarvan men zich weer los zou kunnen maken, -wanneer de grooter geworden, gelouterde en beschaafde menschheid in staat zijn zou -den verblindenden glans der naakte waarheid te verdragen. -</p> -<p>In zijn drang om nuttig te zijn, in zijn hartstochtelijk verlangen, om zijn geloof -luide uit te schreeuwen, zette Pierre zich op een ochtend aan zijn tafel en begon -een boek te schrijven. Het was zoo geheel natuurlijk gekomen; dat boek was als een -hartekreet buiten iedere letterkundige idee om. In een nacht, dat hij niet slapen -kon, was de titel in de duisternis plotseling voor hem opgevlamd: <i>Het Nieuwe Rome</i>. Dat zeide alles, want moest niet van Rome, het eeuwige en heilige Rome, de verlossing -der volkeren uitgaan? De eenige, nog bestaande autoriteit was dáár; de verjonging -kon slechts geboren worden uit de gewijde aarde, waarin de oude Katholieke eik opgegroeid -was. -</p> -<p>In twee maanden schreef hij dit boek, dat hij sedert een jaar, zonder er zich bewust -van te zijn, door zijn studies over het hedendaagsche socialisme voorbereid had. Het -was in hem als een dichterlijke opbruising; menigmaal scheen het hem toe alsof hij -die bladzijden droomde, terwijl een innerlijke en als uit de verte klinkende stem -ze hem dicteerde. Dikwijls gaf vicomte Philibert de la Choue, wanneer hij hem het -den vorigen dag geschrevene voorlas, levendig uit een oogpunt van propaganda zijn -goedkeuring te kennen, want, zeide hij, men moet het volk ontroeren, om het te kunnen -leiden. Ook moest men vrome, maar tegelijk toch onderhoudende liederen componeeren, -die in de werkplaatsen gezongen behoorden te worden. -<span class="pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16">16</a>]</span></p> -<p>Monseigneur Bergerot, dien het boek uit een oogpunt van dogmatiek vrij koud liet, -was daarentegen diep getroffen door de vurige inspiratie van naastenliefde, die uit -iedere bladzijde sprak. Ja zelfs beging hij de onvoorzichtigheid den auteur een brief -met verlof, om het boek te drukken, te schrijven en hem toe te staan dien als voorwoord -daarin af te laten drukken. Dit werk nu, dat in Juni verschenen was, had de <span class="corr" id="xd29e284" title="Bron: Index-congregatie">Indexcongregatie</span> verboden en ter verdediging van dat boek was de jonge priester vol verbazing en geestdrift -naar Rome gesneld; hij brandde van verlangen om zijn overtuiging te doen zegevieren, -vastbesloten zijn zaak te verdedigen voor den Heiligen Vader zelf, wiens denkbeelden -hij meende uitgesproken te hebben. -</p> -<p>Terwijl Pierre aldus zijn drie laatste jaren herleefde, had hij zich niet bewogen; -hij stond nog steeds tegen de borstwering tegenover het Rome van zijn droomen en van -zijn begeerte. Achter hem reden nog steeds rijtuigen af en aan; magere Engelschen -en corpulente Duitschers liepen langs hem heen, na aan den klassieken horizont de -vijf in den reisgids aangegeven minuten geschonken te hebben, terwijl de koetsier -en het paard van zijn rijtuig kalm met gebogen hoofd in de zon wachtten, die het op -het bankje staande handkoffertje stoofde. Pierre zelf scheen in zijn zwarte soutane -nog slanker, teerder, fijner geworden te zijn, terwijl hij zich geheel onbeweeglijk -overgaf aan het verheven schouwspel. Na zijn terugkeer uit Lourdes was hij vermagerd, -zijn gezicht smaller geworden. Sedert zijn moeder weer de overwinning in hem behaald -had, scheen het groote, rechte voorhoofd—de toren der rede, die hij aan zijn vader -te danken had—af te nemen, terwijl de goedige, ietwat groote mond, de teere, oneindig -liefderijke kin nu zijn gelaat beheerschten en zijn ziel verrieden, die ook in de -milde vlam van zijn oogen brandde. -</p> -<p>O, met welke liefderijke en vurige blikken aanschouwde hij het Rome van zijn boek, -het nieuwe Rome, waarvan hij droomde. Had in den beginne in de eenigszins wazige zachtheid -van den wondermooien ochtend het geheel hem aangegrepen, thans kon hij de bijzonderheden -onderscheiden. Met een kinderlijke blijdschap herkende hij alle monumenten, die hij -zoo lang op plattegronden en in photographieënverzamelingen bestudeerd had. Daar aan -zijn voeten, beneden den Janiculus strekte de Trastevere zich uit met zijn chaos van -zijn oude, roodachtige huizen, wier door de zon verbrande <span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17">17</a>]</span>daken den loop van den Tiber verborgen. Het vlakke uitzicht op de stad verbaasde hem -eenigszins. Van af dit hooge terras zag het er, zoo in vogelvlucht gezien, als het -ware genivelleerd uit: de zeven beroemde heuvelen vormden slechts kleine kopjes, een -ternauwernood merkbare deining in de breede zee der gevels. -</p> -<p>Ja, daar ginds rechts, tegen het blauwachtig verschiet der Albaansche bergen donker-violet -afstekend, lag wel de Aventinus met zijn drie tusschen het groen half verscholen kerken; -lag daar ook de ontkroonde Palatinus, door een rij cypressen als met een donkere franje -omzoomd. De Coelius daarachter ging als het ware verloren, liet slechts de in het -goudstof der zon verbleekende boomen der villa Mattei zien. Slechts de slanke klokketoren -en de beide kleine koepeltjes van Santa Maria Maggiore wezen heel in de verte aan -den anderen kant der stad, den Esquilinus aan, terwijl hij op den top van den dichter -bij gelegen Viminalis niets onderscheidde dan een in het zonlicht badend gewirwar -van witachtige, met kleine bruine lijnen doorstreepte blokken, die denken deden aan -een verlaten steengroeve. -</p> -<p>Langen tijd zocht hij naar den Capitolinus, zonder dien te kunnen ontdekken. Hij trachtte -zich te oriënteeren, en maakte zich ten slotte wijs, dat hij wel den campanile<a class="noteref" id="xd29e296src" href="#xd29e296">2</a> zag, daar in de laagte, vóór de Santa Maria Maggiore, dat vierkante, zóó bescheiden -torentje, dat het te midden van de omgevende daken verloren ging. Links kwam dan de -Quirinalis, herkenbaar aan den langen gevel van het koninklijk paleis, dien hospitaal- -of kazernegevel, hardgeel, glad en met een eindeloos aantal kleine raampjes doorboord. -Toen hij zich heelemaal omgekeerd had, deed een plotselinge aanblik hem onbeweeglijk -staan. Buiten de stad, boven de boomen van den tuin Corsini rees de dom van St. Pieter -voor hem op. Hij scheen op het groen te rusten en leek in den helderblauwen hemel -zelf zóó teer hemelsblauw, dat hij met het eindelooze azuur scheen samen te smelten. -</p> -<p>Pierre werd niet moede te kijken en zijn blikken gingen onophoudelijk van het eene -einde van den horizont naar het andere. Lang staarde hij naar de edele, uitgetande -randen en de trotsche gratie der met steden bezaaide Sabijnsche en Albaansche bergen, -welker gordel den horizont afsloot. Kaal en majestueus, als een doode woestijn, en -<span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18">18</a>]</span>blauwgroen als een onbeweeglijke zee strekte de Campagna romana zich in reusachtige -slaglichten uit; eindelijk onderscheidde hij den lagen en ronden toren van het graf -van Caecilia Metella, waarachter een dunne, bleeke lijn de oude Via Appia aanwees. -Puinhoopen van waterleidingen bestrooiden het gras met het stof van ingestorte werelden. -Dan gingen zijn blikken weer terug—en weer zag hij de nieuwe stad, het gewirwar van -gebouwen. Hier dichtbij herkende hij aan zijn naar de rivier gekeerde loggia den grooten -roodgelen kubus van den palazzo Farnese. Die lage, nauwlijks zichtbare koepel daar -verderop moest die van het Pantheon zijn. -</p> -<p>Dan herkende hij, met plotselinge sprongen, de pas weer gewitte muren van San Paolo -fuori le Mura, welke op die van een groote graanschuur geleken; dan de standbeelden -van San Giovanni in Laterano, licht en nauwlijks zoo groot als insecten; vervolgens -de ontelbare koepels, dien van del Gesù, dien van San Carlo, dien van San Andrea della -Valle, dien van San Giovanni de Fiorentini; eindelijk zooveel andere met herinneringen -vervulde gebouwen nog, het kasteel der Heilige Engelen met zijn fonkelend standbeeld, -de villa Medici, die de geheele stad beheerschte, het terras van den Pincio, waar -tusschen enkele boomen marmergroepen òplichtten, en in de verte de hooge loofdaken -der villa Borghese, die met hun groene toppen den horizont afsloten. -</p> -<p>Vergeefs zocht hij het Colosseum. Toch begon het zachte noordenwindje de ochtendnevelen -uiteen te jagen. In de wazige verte teekenden geheele stadswijken zich krachtig af -als voorgebergten in een door de zon beschenen zee. Hier en daar lichtte tusschen -de onduidelijke massa der huizen een wit stuk muur òp, flikkerde een rij vensters, -wierp een tuin een groote vlek; alles tezamen vormde een verrassende kleurenpracht. -Het overige, het gewirwar van straten en pleinen, de tallooze, in alle richtingen -gezaaide eilanden, vermengden zich en losten zich op in de levende glorie der zon, -terwijl van de daken hooge, witte rookkolommen opstegen en langzaam door de oneindige -reinheid der lucht trokken. -</p> -<p>Doch weldra concentreerde, door een heimlijk instinct, Pierre’s geheele aandacht zich -op drie punten van den grenzenloozen horizont. De lijn der slanke cypressen, die den -top van den Palatinus zwart omzoomden, ontroerde hem: daarachter was niets meer dan -een ledige ruimte: de <span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19">19</a>]</span>paleizen der Caesars waren verdwenen, ingestort, door den tijd met den grond gelijk -gemaakt. Hij riep ze weer voor zijn geest op, hij meende ze zich weer te zien oprichten -als onbestemde en trillende spoken van goud in het purper van den schitterenden ochtend. -Dan keerden zijn blikken terug naar de Sint Pieter; daar stond de dom nog en beschermde -het Vaticaan, dat, zooals Pierre wist, dicht tegen de zijde van den kolos rustte; -hij vond hem zoo triomphantelijk, krachtig en groot, dat hij hem toescheen als een -reuzenkoning, die over de stad heerschte en eeuwig van overal zichtbaar was. Vervolgens -wendde hij zijn blikken weer naar den anderen heuvel tegenover zich, naar den Quirinalis, -waar het paleis des konings niets meer dan een lage, platte, geel geverfde kazerne -leek. -</p> -<p>De geheele eeuwenoude geschiedenis van Rome met haar voortdurende omwentelingen, haar -telkens weer terugkeerende wederopleving lag daar in dien symbolischen driehoek, in -die drie toppen, welke elkaar over den Tiber heen aankeken, voor hem: het opbloeiende, -oude Rome met zijn paleizen en tempels, de monsterbloesem van keizerlijke macht en -pracht; het pauselijke Rome, dat in de Middeleeuwen de wereld beheerschte en deze -reusachtige kerk in al haar herwonnen schoonheid op de Christenheid liet drukken; -het hedendaagsche Rome, dat hij niet kende, dat hij tot nu toe veronachtzaamd had, -welks zoo kaal en koud koninklijk paleis een armoedigen indruk op hem maakte, den -indruk van een jammerlijke, heiligschennende moderniseeringspoging op een eenige stad, -die men liever aan den droom der toekomst had moeten overlaten. Hij zette het bijna -pijnlijke gevoel van een hinderlijk heden van zich af, hij wilde zich niet ophouden -bij een geheel nieuwe wijk, een klein, kleurloos, blijkbaar nog in aanbouw zijnd stadje, -dat hij duidelijk dicht naast de St. Pieter op den oever der rivier zag. Hij had van -een geheel ander nieuw Rome gedroomd, droomde er nog van, zelfs tegenover den in het -stof der eeuwen vernietigden Palatinus, tegenover den dom van St. Pieter, in welks -breede schaduw het Vaticaan sliep, tegenover het paleis van den Quirinalis, dat geheel -nieuw opgebouwd en geverfd was en echt burgerlijk heerschte over de nieuwe wijken, -die overal opschoten en groote scheuren maakten in het lichaam der oude stad met haar -roode, in de heldere ochtendzon schitterende daken. -</p> -<p><i>Het Nieuwe Rome!</i> Weer vlamde voor Pierre’s oogen de <span class="pagenum">[<a id="pb20" href="#pb20">20</a>]</span>titel van zijn boek op en deed hem in een nieuwe overpeinzing wegzinken. Hij doorleefde -nog eenmaal zijn boek, zooals hij daareven zijn leven doorleefd had. Hij had het met -geestdrift geschreven en daarvoor van de op goed geluk af gemaakte aanteekeningen -gebruik gemaakt. Een indeeling in drie deelen had zich als vanzelf opgedrongen, het -verleden, het heden, de toekomst. -</p> -<p>Het verleden was de buitengewone geschiedenis van het oorspronkelijke Christendom, -van de langzame evolutie, die van dat Christendom het tegenwoordige Katholicisme gemaakt -had. Hij toonde aan, dat onder iedere godsdienstige evolutie zich een economische -quaestie verborg, en dat per slot van rekening de eeuwige kwaal niets anders is dan -de eeuwige strijd tusschen de armen en de rijken. Bij de Joden breekt onmiddellijk -na het nomadenleven, wanneer zij Kanaän veroverd hebben en het bezit ontstaan is, -de klassenstrijd uit. Er zijn rijken en er zijn armen; van af dat oogenblik bestaat -de sociale quaestie. -</p> -<p>De overgang had plotseling plaats gehad, de nieuwe stand van zaken verergerde zoo -snel, dat de armen, die zich nog de gouden eeuw van het nomadenleven herinnerden, -er dubbel onder leden en met des te meer kracht hulp eischten. Tot aan Jezus toe zijn -de propheten niets anders dan opstandelingen, die uit de ellende van het volk opkomen, -die zijn lijden uitschreeuwen, de rijken met verwijten overstelpen, aan wie zij alle -rampen voorstellen als straf voor hun onrechtvaardigheid en hun hardvochtigheid. Jezus -zelf is slechts de laatste van hen; hij treedt als het ware op als de levende opvordering -van het recht der armen. De propheten, socialisten en anarchisten, hadden de maatschappelijke -gelijkheid gepredikt door de vernietiging der wereld, als zij niet rechtvaardig was, -te eischen. Ook hij brengt den armen haat tegen de rijken bij. Zijn geheele leer is -een bedreiging tegen den rijkdom, tegen het bezit; en wanneer men het Koninkrijk der -Hemelen, dat hij beloofde, als den vrede en de broederschap op deze aarde opvat, dan -zou het slechts een terugkeer zijn tot de gouden eeuw van het herdersleven, dan de -droom der Christelijke gemeenschap, zooals hij na hem door zijn discipelen verwezenlijkt -schijnt te zijn. -</p> -<p>Gedurende de drie eerste eeuwen was iedere kerk een communistische poging, een echte -gemeenschap, waarvan de leden alles gemeenschappelijk bezaten, behalve de vrouwen. -De apologeten en de eerste Kerkvaders leggen er getuigenis <span class="pagenum">[<a id="pb21" href="#pb21">21</a>]</span>van af; het Christendom was toen niets anders dan de godsdienst der nederigen en der -armen, een democratie, een socialisme, dat de Romeinsche maatschappij bestreed. En -toen deze eindelijk, door het geld verrot en vermolmd, instortte, toen bezweek zij -meer nog dan onder den vloed der barbaren en het heimelijke termietenwerk der Christenen -onder de wormstekige banken en den financieelen krach. De geldquaestie lag steeds -aan alles ten grondslag. Daarvoor kreeg men een nieuw bewijs, toen het Christendom, -dank zij de historische, maatschappelijke en menschelijke toestanden eindelijk triompheerde -en tot staatsgodsdienst verklaard werd. Om zijn overwinning ten volle te verzekeren, -zag het zich genoodzaakt steun te zoeken bij de rijken en de machtigen; en het zou, -als het niet zoo treurig was, belachelijk zijn om te zien door welke spitsvondigheden -en sophismen de Kerkvaders ertoe komen in het Evangelie van Jezus de verdediging van -het bezit te ontdekken. Voor het Christendom was het een politieke bestaansnoodzakelijkheid; -slechts ten koste van dezen prijs is het Katholicisme de universeele godsdienst geworden. -</p> -<p>Van af dat oogenblik richt de vreeselijke machine zich als veroverings- en regeeringswapen -steeds meer in de hoogte: bovenaan bevinden zich de rijken, de machtigen, wier plicht -het is met de armen te deelen, maar die het niet doen; onderaan de armen, de werkers, -wien men berusting en gehoorzaamheid leert door hun het Rijk der toekomst, de goddelijke -en eeuwige schadeloosstelling te beloven. Het is een wonderbaar monument, dat eeuwen -geduurd heeft, waarin alles gebouwd is op de belofte van het hiernamaals, op die onleschbare -dorst naar onsterfelijkheid en rechtvaardigheid, waardoor de mensch verteerd wordt. -</p> -<p>Dat eerste deel van zijn boek, die geschiedenis van het verleden, had Pierre aangevuld -met een in groote trekken ontworpen studie over het Katholicisme tot aan onze dagen. -Eerst was het de Heilige Petrus, een onwetende, onrustige geest, die door een genialen -inval naar Rome kwam en de oude orakels, die den Capitolinus de eeuwigheid voorspeld -hadden, in verwezenlijking gaan deed. Daarna waren het de eerste pausen, eenvoudige -leiders van begrafenisvereenigingen. Hierna begon het langzame opklimmen van het almachtige -pausdom in een eeuwigen veroveringsstrijd om de geheele wereld, zonder ophouden trachtend -zijn droom van universeele heerschappij te verwezenlijken. In de Middeleeuwen onder -de <span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22">22</a>]</span>groote pausen geloofde het een oogenblik zijn doel te bereiken, de souvereine heerscher -der volkeren te zijn. Was de absolute waarheid niet de paus, opperpriester en koning -der aarde, heerschend, als God zelf, wiens vertegenwoordiger hij is, over de zielen -en de lichamen van alle menschen. Deze bovenmatige, maar volkomen logische eerzucht -verwezenlijkte zich in Augustus, keizer en pontifex, meester over de geheele wereld; -en steeds weer is het de uit de ruïnen van het oude Rome oprijzende figuur van Augustus, -die de pausen geen oogenblik losliet; het bloed van Augustus stroomde door hun aderen. -</p> -<p>Maar daar na de instorting van het Romeinsche Rijk de macht zich gehalveerd had, moest -de paus aan den keizer de wereldlijke heerschappij overlaten en kon hij voor zichzelf -slechts het recht behouden hen in opdracht van God te zalven. Het volk behoorde aan -God, de paus gaf in Gods naam het volk aan den keizer en kon het hem weer afnemen: -een grenzenlooze macht, waarvan de excommunicatie het vreeselijke wapen was, een opperheerschappij, -die voor het pausdom den weg tot de werkelijke en definitieve inbezitneming van het -keizerrijk baande. In het kort, de eeuwige strijd tusschen paus en keizer ging om -het volk, dat zij elkander betwistten, om de lijdelijk toeziende massa der eenvoudigen -van geest en lijdenden, om het groote zwijgende volk, welks ongeneeslijk lijden zich -slechts nu en dan door een dof gemor verried. Men beschikte, tot zijn welzijn, er -over als over een kind; maar de Kerk droeg werkelijk tot de beschaving bij, bewees -diensten aan de menschheid en gaf rijke aalmoezen. Steeds weer kwam, ten minste in -de kloosters, de oude droom der Christelijke gemeenschap terug: een derde gedeelte -der opgehoopte rijkdommen voor den eeredienst, een derde voor de priesters en een -derde voor de armen. Werd daardoor het leven niet vereenvoudigd? Werd den geloovigen -door het afstand doen van aardsche wenschen en door de belofte van ongehoorde, hemelsche -vreugde het leven niet dragelijk gemaakt? Geeft ons de geheele wereld, dan zullen -wij alle aardsche goederen in drie deelen verdeelen, dan zult gij zien welk een gouden -eeuw te midden van aller berusting en gehoorzaamheid heerschen zal. -</p> -<p>Maar vervolgens toonde Pierre aan hoe het pausdom bij het einde der Middeleeuwen, -den tijd van zijn almacht, door de grootste gevaren bedreigd werd. De Renaissance -met haar weelde en verwildering van zeden, met haar overstroomende <span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23">23</a>]</span>levenskracht, die uit de eeuwige, gedurende eeuwen geminachte en voor dood verklaarde -natuur ontsprong, sleepte het bijna met zich mede. Maar nog dreigender was het onbewust -ontwaken van het volk, den grooten zwijger, wiens tong los scheen te geraken. De Hervorming -barstte los als een protest van de rede en de gerechtigheid, als een herinnering aan -de miskende waarheden van het Evangelie; en Rome kon van een volkomen verdwijnen slechts -gered worden door de hardhandige verdediging der Inquisitie, het langzame en hardnekkige -werken van het Concilie van Trente, dat het dogma sterker maakte en de wereldlijke -macht bevestigde. -</p> -<p>Toen trad het pausdom in twee eeuwen van vrede en van bescheiden op den achtergrond -blijven, want de krachtige, absolute monarchieën, die Europa onderling verdeeld hadden, -konden het buiten de pausen stellen, sidderden niet meer voor de onschadelijk geworden -banbliksems, aanvaardden den paus slechts als een ceremoniemeester, aan wien sommige -riten opgedragen waren. Onder de bezitters van het volk was het evenwicht verstoord: -de koningen hadden nog steeds het volk Gods in hun macht, maar de paus moest er zich -toe bepalen het geschenk voor eens en voor altijd te registreeren, zonder zich ooit, -welke gelegenheid zich ook voordeed, in de regeering der staten te kunnen mengen. -</p> -<p>Nooit was Rome verder verwijderd geweest van de verwezenlijking van zijn eeuwigen -droom der wereldheerschappij. En toen de Fransche Revolutie uitbrak, kon men gelooven, -dat de verkondiging der rechten van den mensch het pausdom, dat de bewaarder was van -het goddelijk recht, hetwelk God het over de volkeren had opgedragen, dooden zou. -Welk een angst in den beginne dan ook in het Vaticaan, welk een woede, welk een wanhopige -verdediging tegen het denkbeeld van vrijheid, tegen het nieuwe Credo der bevrijde -rede en der weer meesteres over zichzelf geworden menschheid. Het was een schijnbare -ontknooping van den langen strijd tusschen keizer en paus om het bezit van het volk: -de keizer verdween, en het volk, vrij in den vervolge over zichzelf te beschikken, -wilde zich ook onttrekken aan den paus: een onvoorziene oplossing, waarbij de geheele -oude stelling van het Katholicisme in puin scheen te moeten vallen. -</p> -<p>Hier eindigde Pierre het eerste gedeelte van zijn boek met een herinnering aan het -primitieve Christendom tegenover het hedendaagsche Katholicisme, dat de triomf der -rijken en machtigen is. Had het Katholieke Rome de Romeinsche <span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24">24</a>]</span>maatschappij, die Jezus in naam der armen en eenvoudigen van geest was komen verwoesten, -na eeuwen met zijn geld- en hoogmoedspolitiek niet weer opnieuw opgebouwd? Welk een -treurige ironie, wanneer men na achttien eeuwen van het Evangelie nog constateeren -moest, dat de wereld voor de tweede maal instortte door wormstekige banken, door een -financieelen krach, door de schreeuwende onrechtvaardigheid, dat een paar menschen -zich vol konden proppen met rijkdommen, terwijl duizenden van hun broeders van honger -omkwamen! Het geheele reddingswerk moest weer opnieuw begonnen worden. Maar Pierre -zeide die vreeselijke dingen met zoo zachte, zoo medelijdende, zoo hoopvolle woorden, -dat zij hun revolutionnair gevaar verloren hadden. Trouwens nergens viel hij het dogma -aan. Zijn boek was in zijn sentimenteelen dichtvorm, waarin een vurige naastenliefde -brandde, niets dan de kreet van een apostel. -</p> -<p>Vervolgens kwam het tweede gedeelte van het werk, het heden, een studie van de tegenwoordige -Katholieke maatschappij. Daarin gaf Pierre een vreeselijke beschrijving van de ellende -der armen, van de ellende eener groote stad, die hij uit eigen aanschouwing kende, -waarvan zijn hart nog bloedde, nu hij de vergiftigde wonden ervan aangeraakt had. -De onrechtvaardigheid was niet langer meer te dulden, de liefdadigheid werd onmachtig, -het lijden zoo verschrikkelijk, dat in het hart van het volk alle hoop stierf. Had -het monsterachtige schouwspel, dat de Christenheid aan de wereld bood, er niet toe -bijgedragen om het geloof in het volk te dooden? Haar gruwelen bedierven het, maakten -het krankzinnig van haat en wraaklust. -</p> -<p>En onmiddellijk na dat beeld van een verrotte, op het punt van instorten staande beschaving, -vatte hij de geschiedenis weer op bij de Fransche Revolutie, bij den grenzenloozen -hoop, die de vrijheidsidee aan de wereld gegeven had. Bij haar aan het bewind komen -had de bourgeoisie, de groote, liberale partij, op zich genomen eindelijk het geluk -van allen te verzekeren. Maar helaas schijnt de vrijheid, zooals de ervaring van een -eeuw leert, den onterfden niet meer geluk gegeven te hebben. Op politiek gebied begint -een desillusie te ontstaan. In ieder geval lijdt, al moge de derde stand zich, sedert -hij regeert, voldaan verklaren, de vierde stand, de arbeiders, blijft nog altijd zijn -deel opeischen. Men heeft hen vrij verklaard, men heeft hun politieke gelijkheid toegekend, -maar dat zijn per slot van rekening belachelijke geschenken, <span class="pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25">25</a>]</span>want zij hebben evenals vroeger onder hun economische slavernij slechts de vrijheid -om van honger te sterven. Alle socialistische eischen komen daaruit voort, van nu -af aan is het verschrikkelijke probleem, welks oplossing de tegenwoordige maatschappij -dreigt te vernietigen, tusschen arbeid en kapitaal gesteld. -</p> -<p>Toen de slavernij uit de oude wereld verdween, om plaats te maken voor het loonstelsel, -was de omwenteling ontzaglijk; en zonder eenigen twijfel was de Christelijke idee -een der machtigste factoren, die de slavernij vernietigd hebben. Waarom zou dan thans, -nu het er om gaat het loonstelsel door iets anders te vervangen, misschien door het -deel krijgen van de arbeiders in de winst, het Christendom niet trachten een nieuw -aandeel daarin te hebben? Deze naderende, niet tegen te houden opkomst der democratie -is een nieuwe phase in de geschiedenis der menschheid, de maatschappij van morgen, -die zich aan het vormen is. En Rome kan zich daartegenover niet lijdelijk houden, -het pausdom moest in dien strijd partij kiezen, als het niet van de wereld wilde verdwijnen -als een geheel en al nutteloos geworden raderwerk. -</p> -<p>Daaruit ontstond de rechtmatigheid van het Katholieke socialisme. Toen van alle kanten -de socialistische secten elkaar met hun oplossingen het volksgeluk betwistten, moest -de Kerk de hare geven. Hier nu verscheen het nieuwe Rome, hier verbreedde de evolutie -zich in een herleving van onbegrensde hoop. Het stond vast, dat de Katholieke Kerk -in haar grondstellingen niets tegen de democratie had. Integendeel zij behoefde slechts -de Evangelische traditie weer op te vatten, opnieuw de Kerk der armen en eenvoudigen -van geest te worden, om de universeele Christelijke gemeenschap te herstellen. Haar -wezen is democratisch, en dat zij zich aan de zijde der rijken en machtigen geschaard -heeft, toen het Christendom het Katholicisme werd, is alleen een gevolg van het feit, -dat zij, met opoffering van haar oorspronkelijke zuiverheid, gehoorzamen moest aan -de noodzakelijkheid van zelfverdediging, zoodat zij, wanneer zij nu de zijde van de -heerschende, maar tot ondergang gedoemde klassen verlaat, om terug te keeren tot het -volk der ongelukkigen, zich eenvoudig dichter aansluit bij den Christus, een verjongingskuur -ondergaat, zich bevrijdt van politieke compromissen, waaronder zij zich zoo lang heeft -moeten bukken. -<span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26">26</a>]</span></p> -<p>In alle tijden heeft de Kerk zich, zonder in één enkel opzicht afstand te doen van -het absolute, weten te plooien naar de omstandigheden; zij behoudt haar volkomen souvereiniteit, -zij duldt eenvoudig wat zij niet kan verhinderen, zij wacht, zelfs eeuwen lang, geduldig -op het oogenblik, dat zij weer de meesteresse der wereld worden zal. En zou dat oogenblik -niet nu, niet in de naderende crisis slaan? Weer betwisten alle machten zich het bezit -van het volk. Sedert vrijheid en onderwijs het hebben opgevoed tot een macht, tot -een wezen, dat met volle bewustzijn en krachtigen wil zijn deel opeischt, willen alle -regeeringen het voor zich winnen, erdoor, ja zelfs ermede regeeren. Het socialisme -is de toekomst, het nieuwe regeeringswerktuig; allen doen aan socialisme, de op hun -troonen wankelende koningen, de bourgeois-leiders van onrustige, woelige republieken, -de eerzuchtige volksmenners, die van macht droomen. Allen zijn het erover eens, dat -de kapitalistische staat de terugkeer tot de heidensche wereld, tot de slavenmarkt -is; allen willen de afschuwelijke ijzeren wet breken, die van den arbeid een aan de -wetten van vraag en aanbod onderworpen koopwaar maakt, die het loon berekent naar -het strikt noodzakelijke, dat de arbeider noodig heeft, om niet van honger om te komen. -</p> -<p>Beneden verergeren de kwalen, worden de arbeiders door ellende en wanhoop gekweld, -terwijl over hun hoofden heen de discussies worden voortgezet, de stelsels zich kruisen, -de goede wil zich uitput in het beproeven van niets uitwerkende middelen. Het is het -rondtrappelen op één plaats, het is de krankzinnige verbijstering, die aan naderende -catastrophen voorafgaat. En tusschen de andere is het Katholieke socialisme, even -vurig als het revolutionnaire socialisme, op zijn beurt in den strijd getreden en -tracht te overwinnen. -</p> -<p>Nu volgde een studie over de krachtsinspanning van het Katholieke socialisme in de -geheele Christenheid. Daarbij was bijzonder opvallend, dat de strijd levendiger en -succesvoller werd, zoodra hij geleverd werd op een terrein, dat nog niet geheel gewonnen -was voor het Christendom, zooals bijvoorbeeld in die landen, waar het Katholicisme -zich tegenover het Protestantisme bevond. Daar streden de priesters met eene ongewone -heftigheid voor hun leven, betwistten zij den dominé’s het bezit van het volk door -vermetel-democratische theorieën. -</p> -<p>In Duitschland, het klassieke land van het socialisme was <span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27">27</a>]</span>monseigneur Ketteler een der eersten, die den rijken belastingen wilde opleggen, stichtte -hij later een uitgebreide beweging, die thans met behulp van talrijke vereenigingen -en couranten door den geheelen clerus geleid wordt. In Zwitserland verdedigde monseigneur -Mermillod de zaak der armen zoo krachtig, dat thans de bisschoppen bijna gemeene zaak -maken met de democratische socialisten, ongetwijfeld in de hoop hen op den dag der -verdeeling te bekeeren. -</p> -<p>In Engeland, waar het socialisme zoo langzaam doordringt, behaalde kardinaal Manning -belangrijke successen, koos hij tijdens een reusachtige staking de zijde der werklieden, -riep hij een volksbeweging in het leven, die talrijke aanhangers kreeg. Maar vooral -in Amerika, in de Vereenigde Staten vierde het Katholieke socialisme triomfen in die -democratische omgeving, welke bisschoppen als monseigneur Ireland ertoe noodzaakte -zich aan het hoofd der arbeiderseischen te stellen: een geheele nieuwe Kerk schijnt -daar te ontkiemen, zonder vaste vormen nog, maar overvloeiend van levenskracht en -bezield met grootsche verwachtingen, als stond zij reeds aan den dageraad van het -verjongde Christendom. Als men dan naar Oostenrijk en België, Katholieke landen, oversteekt, -ziet men, dat in het eerste het Katholieke socialisme zich vermengt met het anti-semitisme, -en dat het in het tweede geen uitgesproken karakter bezit, terwijl de beweging minder -wordt, ja zelfs verdwijnt, zoodra men in Spanje en in Italië, die oude landen van -het geloof, komt; Spanje, geheel overgeleverd aan de gewelddaden van revolutionnairen, -met zijn stijfhoofdige bisschoppen, die er zich mede vergenoegen als in de dagen der -Inquisitie hun banbliksems naar de ongeloovigen te slingeren; Italië verstard in de -traditie, zonder eenig initiatief, rondom den Heiligen Stoel tot zwijgen en eerbied -gedwongen. -</p> -<p>In Frankrijk echter bleef de strijd levendig, maar was het vooral een ideeënstrijd; -de oorlog ging over het geheel tegen de Revolutie, en het scheen voldoende te zijn -de oude organisatie der monarchistische tijden te herstellen, om tot de gouden eeuw -terug te keeren. Op die wijze werd het vraagstuk der werkliedencorporaties het punt, -waar alles om draaide, als ware dat de panacee voor alle kwalen der arbeidende klassen. -Maar omtrent de oplossing was men het allesbehalve met elkaar eens: sommigen, de Katholieken, -die de inmenging van den Staat afwezen en een zuivere moreele actie voorstonden, wilden -vrije corporaties, terwijl anderen, <span class="pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28">28</a>]</span>de jongeren, de ongeduldigen, die tot handelen besloten waren, verplichte, door den -Staat erkende en beschermde corporaties met voldoende eigen kapitaal wilden. -</p> -<p>Vicomte Philibert de la Choue vooral had in woord en geschrift een vurige campagne -ten gunste van de verplichte corporaties gevoerd; en zijn grootste verdriet was, dat -hij er den paus nog niet toe had kunnen bewegen zich uit te spreken, of de corporaties -open of gesloten moesten zijn. Zijns inziens hing het lot der maatschappij, de vreedzame -oplossing der sociale quaestie of de gewelddadige catastrophe, die alles met zich -mede slepen zou, daarvan af. In den grond der zaak was hij, hoewel hij het niet bekennen -wilde, ten slotte overgegaan tot het staatssocialisme. Ondanks het gebrek aan overeenstemming -bleef de agitatie bestaan, werden pogingen gedaan, die echter weinig succes hadden: -coöperatieve verbruiksvereenigingen, arbeiderswoningvereenigingen, volksbanken, louter -min of meer gemaskeerde pogingen, om tot de oude Christelijke gemeenschappen terug -te keeren, terwijl te midden van de verwarring van den tegenwoordigen tijd, te midden -van de onrust der geesten en de politieke moeilijkheden, die het land doormaakte, -de militante Katholieke partij haar hoop met den dag grooter voelde worden, tot de -blinde zekerheid toe, dat de wereldheerschappij spoedig weer in haar handen zijn zou. -</p> -<p>Het tweede deel van het boek eindigde met een schildering van de intellectueele en -moreele malaise, waartegen het einde der eeuw streed. De groote massa der arbeiders -moge lijden onder de slechte verdeeling en eischen, dat men hun bij een nieuwe deeling -ten minste het dagelijksch brood verzekert, de elite is evenmin meer tevreden: zij -is wanhopig over de leegte, die haar bevrijde rede, haar zich uitgebreid hebbend begrip -in haar achtergelaten hebben. Het is het beruchte bankroet van het rationalisme, van -het positivisme, van de wetenschap zelf. De geesten, die verteerd worden door den -drang naar het absolute, worden het langzame tasten van die wetenschap moede, welke -alleen de bewezen waarheden aanvaardt; zij worden weer aangegrepen door den angst -voor het mysterie; zij hebben een volkomen en onmiddellijke synthese noodig, om in -vrede te kunnen slapen; en gebroken, razend gemaakt door de gedachte, dat zij nooit -alles zullen weten, vallen zij onderweg weer op hun knieën, God, het in een geloofsformule -onthulde onbekende, verkiezend. -<span class="pagenum">[<a id="pb29" href="#pb29">29</a>]</span></p> -<p>Inderdaad ook thans nog stilt de wetenschap noch onzen dorst naar gerechtigheid, noch -onze begeerte naar zekerheid, noch de eeuwenoude <span class="corr" id="xd29e366" title="Bron: idée">idee</span>, die wij ons maken van het geluk, en die in een voortleven, in eeuwige genietingen -bestaat. Zij laat de wereld alleen nog maar spellen, zij brengt voor een ieder slechts -de strenge, solidaire verplichting te leven, een eenvoudige factor in den universeelen -arbeid te zijn. Hoe begrijpelijk is dan ook de opstand, het verzet des harten, het -verlangen naar den Christelijken hemel met zijn mooie engelen, vol licht en muziek -en geuren. O, wanneer men zijn dooden kussen en tot zichzelf zeggen kan, dat men ze -terug zal vinden, dat men met hen in een glorierijke onsterfelijkheid herleven zal! -Wanneer men deze zekerheid van een opperste gerechtigheid bezit, om de afschuwlijkheden -van dit aardsche bestaan te kunnen dragen! Wanneer men daardoor aan de verschrikkelijke -gedachte aan het Niet, aan de vreeselijke voorstelling van het verdwijnen van het -Ik ontsnappen en zoodoende eindelijk rust vinden kan in het onwankelbare geloof, dat -de gelukkige oplossing van alle problemen van het levenslot verschuift naar den dag -na den dood. -</p> -<p>Dien droom zullen de volkeren nog lang droomen. Dat verklaart ook, waarom aan het -einde dezer eeuw ten gevolge van de overwinning der geesten, ten gevolge ook van de -groote onrust, waarin zich de van een nieuwe wereld zwanger gaande menschheid verkeert, -het religieuse gevoel weer ontwaakt is. Het is onrustig, snakt naar het ideale en -het oneindige, eischt een moreele wet en de zekerheid van een opperste gerechtigheid. -De godsdiensten kunnen verdwijnen, het religieuse gevoel zal er nieuwe scheppen, zelfs -met behulp van de wetenschap. Een nieuwe godsdienst! Een nieuwe godsdienst! En was -het niet het oude Katholicisme, dat op het punt stond in deze hedendaagsche wereld, -waar alles dat wonder scheen te begunstigen, opnieuw zou ontkiemen, weer groene loten -zou doen ontspruiten en zich met een frisschen bloemenpracht tooien zou? -</p> -<p>Eindelijk had, in het derde deel van zijn boek, Pierre met de vlammende woorden van -een apostel geschilderd hoe de toekomst, het verjongde Katholicisme eruit zou zien, -dat aan de in doodsangst verkeerende volkeren vrede en gezondheid, de vergeten gouden -eeuw van het oorspronkelijke Christendom teruggeven zou. Hij begon met een roerende -en verheerlijkende beschrijving van Leo XIII, den idealen <span class="pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30">30</a>]</span>paus, den uitverkorene, aan wien de redding der volkeren opgedragen was. Hij had hem -zich zoo voor den geest geroepen, hij had hem zoo gezien in zijn brandend verlangen -naar de komst van een herder, die een einde maken zou aan de ellende. Het was geen -buitengewoon gelijkend portret, neen het was de onmisbare redder, de onuitputtelijke -naastenliefde, het groote hart en de breede geest, zooals hij zich die droomde. Toch -had hij de documenten, de encyclieken bestudeerd, de geheele figuur op feiten opgebouwd: -op zijn religieuse opvoeding te Rome, de korte nuntiatuur te Brussel, zijn lang episcopaat -in Perugia. -</p> -<p>Nauwlijks is Leo XIII in den moeilijken, door Pius IX achtergelaten toestand, paus, -of zijn dubbele natuur openbaart zich: hij is de onwankelbare hoeder van het dogma, -de soepele politicus, vast besloten, de verdraagzaamheid zoo ver mogelijk door te -drijven. Hij breekt onmiddellijk met de moderne philosophie, gaat over de Renaissance -heen terug naar de Middeleeuwen, herstelt in de Katholieke scholen de Christelijke -wijsbegeerte in den geest van Thomas van Aquino. Nadat het dogma op die wijze beschermd -is, bereikt hij het evenwicht, geeft aan alle mogendheden onderpanden van den vrede, -tracht hij alle gelegenheden te benutten. Men ziet hoe hij met ongekenden ijver een -verzoening tot stand brengt tusschen den Heiligen Stoel en Duitschland, hoe hij toenadering -zoekt tot Rusland, Zwitserland bevredigt, in vriendschappelijke verhouding met Engeland -tracht te komen, aan den keizer van China vraagt de zendelingen en de Christenen in -zijn rijk bescherming te verleenen. Later zal hij tusschenbeide komen in Frankrijk -en de rechtmatigheid der Republiek erkennen. Van den beginne af is in al zijn daden -één gedachte duidelijk merkbaar, de gedachte, die van hem een der eerste politieke -personen maken zal. En deze gedachte is niets anders dan het eeuwenoude ideaal van -het pausdom: alle zielen te veroveren, Rome het centrum en de meesteres der wereld. -Hij heeft slechts één wil, één doel: werken aan de eenheid der Kerk, de afgescheiden -gemeenten tot haar terugbrengen, om haar in den komenden socialen strijd onoverwinlijk -te maken. -</p> -<p>In Rusland tracht hij de moreele autoriteit van het Vaticaan tot erkenning te brengen; -hij droomt ervan in Engeland de Anglicaansche Kerk te ontwapenen en haar tot een soort -broedervrede te bewegen. Maar vooral in het Oosten streeft hij naar een hereeniging -met de afvallige Kerken, die hij <span class="pagenum">[<a id="pb31" href="#pb31">31</a>]</span>eenvoudig als gescheiden zusters behandelt, wier terugkeer zijn vaderhart zoo vurig -wenscht. Over welke overwinnende kracht zou Rome niet beschikken, wanneer het zonder -tegenspraak over alle Christenen der geheele wereld heerschen zou? -</p> -<p>Hier kwam de sociale gedachte van Leo XIII terug. Nog als bisschop van Perugia had -hij een herderlijken brief geschreven, waarin een nog wel vaag humanitair socialisme -tot uiting kwam. Nauwlijks echter heeft hij zich de tiara opgezet, of hij verandert -van meening, dreigt de revolutionnairen, wier vermetelheid toen geheel Italië schrik -aanjoeg, met zijn banbliksems. Onmiddellijk echter wijzigt hij zijn koers, gewaarschuwd -door de feiten, het doodelijk gevaar, om het socialisme in de handen van de vijanden -van het Katholicisme te laten, inziende. Hij luistert naar de adviezen van de populaire -bisschoppen in de propagandalanden, mengt zich niet meer in de Iersche quaestie, trekt -den banvloek in, dien hij naar de Ridders van den Arbeid in de Vereenigde Staten geslingerd -had, verbiedt de vermetele boeken van Katholiek-socialistische schrijvers op den Index -te plaatsen. Deze omzwenking naar de democratie vindt men in zijn meest beroemde encyclieken -terug: <i>Immortale Dei</i> over de constitutie der staten; <i>Libertas</i> over de menschelijke vrijheid; <i>Sapientiae</i> over de plichten van Christelijke burgers; <i>Rerum novarum</i> over den toestand der arbeiders. Met name deze laatste schijnt de Kerk verjongd te -hebben. De paus constateert daarin de onverdiende ellende der arbeiders, den te langen -werktijd, het onvoldoende loon. Ieder mensch heeft het recht om te leven; het door -den honger afgeperste contract is onrechtvaardig. -</p> -<p>Op een andere plaats verklaart hij, dat men den arbeider niet onbeschermd mag laten -tegenover een uitbuiting, die de ellende der groote meerderheid in het geluk van enkele -anderen verkeeren doet. Daar hij zich over de organisatiequaestie slechts zeer vaag -kan uiten, bepaalt hij er zich toe de vereenigingsbeweging, die hij onder de bescherming -van den Staat plaatst, aan te moedigen; en nadat hij aldus de gedachte van het burgerlijk -gezag hersteld heeft, brengt hij God weer op zijn souvereine plaats terug. Hij verwacht -voornamelijk heil van moreele maatregelen, van den ouden eerbied voor familie en eigendom. -</p> -<p>Maar was deze hulpvaardige hand, die de verheven stedehouder van Christus openlijk -aan de eenvoudigen van geest en de armen toestak, niet het zeker teeken van een nieuwen -<span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32">32</a>]</span>bond, niet de aankondiging van een nieuw koninkrijk van Jezus op aarde? Van nu af -aan wist het volk, dat het niet verlaten was. En tot welk een glorie steeg van dat -oogenblik af Leo XIII niet, wiens priester- en bisschopsjubilea door de gezamenlijke -Christenheid gevierd werden onder den toevloed van een ontzaglijke menigte, van tallooze -geschenken, van vleiende brieven, door alle souvereinen gezonden. -</p> -<p>Vervolgens had Pierre de quaestie van de wereldlijke macht behandeld, wat hij vrijuit -meende te mogen doen. Natuurlijk wist hij, dat de paus in zijn strijd met Italië even -hardnekkig als op den eersten dag zijn rechten op Rome bleef handhaven; maar hij meende, -dat dit slechts een noodzakelijke vormquaestie was, die door politieke overwegingen -opgedrongen werd en verdwijnen zou, zoodra het uur daarvoor sloeg. Hij voor zich was -overtuigd, dat de paus, die nog nooit zoo groot geweest was als thans, die uitbreiding -van zijn autoriteit, die zuivere schittering van moreele almacht te danken had aan -het verlies van zijn wereldlijke macht. Welk een lange reeks van misslagen en conflicten -was sedert vijftien eeuwen niet de geschiedenis van het bezit van dit kleine Romeinsche -koninkrijk! In de vierde eeuw verlaat Constantijn Rome, op den ledigen Palatinus blijven -nog slechts enkele vergeten functionarissen achter; de paus maakt zich natuurlijk -van de macht meester en het leven der stad gaat over naar den Lateranus. Maar eerst -vier eeuwen later erkent Karel de Groote het fait accompli door aan den paus formeel -den Kerkelijken Staat te schenken. -</p> -<p>Van dat oogenblik af houdt de oorlog tusschen de geestelijke macht en de wereldlijke -machten niet meer op, dikwijls in het verborgene, meestal echter hevig, vol bloed -en vlammen. Is het niet onverstandig thans te droomen van een pausdom, dat te midden -van het gewapende Europa tegelijk koning van een lapje grond was, waar het blootgesteld -zou zijn aan alle kwellingen, waar het zich slechts met behulp van een vreemd leger -zou kunnen handhaven? Wat zou er van het pausdom worden in het algemeene bloedbad, -dat men dreigend naderen ziet? Hoeveel veiliger, hoeveel waardiger en hooger is zijn -positie, wanneer het, bevrijd van alle aardsche zorgen, slechts over de wereld der -zielen regeert! -</p> -<p>In de eerste tijden der Kerk heeft het pausdom, oorspronkelijk geheel locaal en zuiver -Romeinsch, zich langzamerhand gekatholiseerd, geüniversaliseerd, door zijn heerschappij -over de geheele Christenheid uit te breiden. Eveneens heeft het <span class="pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33">33</a>]</span>Heilig College, dat oorspronkelijk niets anders was dan een voortzetting van den Romeinschen -Senaat, zich geïnternationaliseerd, zoodat het heden ten dage de meest universeele -van alle vereenigingen geworden is, waarin onderdanen van alle naties zitting hebben. -En is het niet duidelijk, dat de paus, aldus door de kardinalen gesteund, de eenige -groote internationale autoriteit geworden is, des te machtiger nu hij bevrijd is van -monarchistische belangen en in naam der menschheid spreekt, ja zelfs boven het begrip -vaderland staat. De zoo vurig gezochte oplossing, waarom zulke langdurige oorlogen -gevoerd zijn, bestaat ongetwijfeld hierin: of men moet den paus de wereldlijke macht -over de geheele aarde geven of hem slechts de geestelijke heerschappij laten. Wanneer -hij, die reeds de meester der zielen is, niet door alle volkeren als de eenige meester -der lichamen, als de koning der koningen erkend wordt, dan moet hij als stedehouder -Gods, als absoluut en onfeilbaar souverein door goddelijke overdracht in zijn heiligdom -blijven. -</p> -<p>Maar welk een vreemd avontuur was dit nieuwe ontspruiten van het pausdom op het door -de Fransche Revolutie bezaaide en bemeste veld! Misschien baant dit het den weg naar -de heerschappij, het streven waarnaar het zooveel eeuwen staande gehouden heeft. Want -nu staat het alleen voor het volk; de koningen zijn neergeworpen; aan het volk staat -het thans vrij zich te geven aan wie het zelf wil; waarom zou het zich niet geven -aan het pausdom? De zekere afbrokkeling, die de vrijheidsidee ondergaat, geeft het -recht alles te hopen. Op economisch terrein schijnt de liberale partij overwonnen. -De arbeiders, ontevreden over ’89, klagen over hun steeds grooter geworden ellende, -roeren zich, zoeken wanhopig naar het geluk. Anderzijds hebben de nieuwe regeeringsvormen -de internationale macht der Kerk doen toenemen; in de parlementen der republieken -en constitutioneele monarchieën zitten talrijke Katholieken. -</p> -<p>Alle omstandigheden schijnen dus het buitengewone geluk van het verouderende, maar -tot nieuwe jeugdkracht ontwakende Katholicisme te begunstigen. Tot de wetenschap toe, -die men bankroet verklaart, wat den <i>Syllabus</i> van belachelijkheid redt, maakte de geesten ongerust, opent weer het onbegrensde -gebied van het mysterie en van het onmogelijke. En dan herinnert men zich een prophetie, -volgens welke het pausdom meester der wereld zijn zou, <span class="pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34">34</a>]</span>zoodra het zich aan de spits der democratie zou stellen, na al de afvallige Oostersche -Kerken met de apostolische Roomsch-Katholieke Kerk vereenigd te hebben. Die tijd was -blijkbaar gekomen, nu de paus, de machtigen en rijken dezer aarde van zich stootend, -de van hun troon gejaagde koningen in hun ballingschap liet, om zich, zooals Jezus, -aan de zijde van de arbeiders zonder brood en de bedelaars te scharen. Misschien nog -enkele jaren van vreeselijke ellende, van verontrustende verwarring—en dan zal het -volk, de groote Zwijger, waarover men tot dusverre naar willekeur beschikt heeft, -zijn mond openen, terugkeeren naar de wieg, naar de geünifieerde Kerk van Rome, om -de dreigende verwoesting der menschelijke maatschappij te voorkomen. -</p> -<p>En Pierre eindigde zijn boek met een hartstochtelijke evocatie van het nieuwe Rome, -het geestelijke Rome, dat weldra heerschen zou over de verzoende, in een nieuwe gouden -eeuw als broeders vereenigde volkeren. Hij zag daarin zelfs het einde van het bijgeloof -in, hij had, zonder echter de dogma’s direct aan te vallen, zich in zijn dweperij -zoozeer vergeten, dat hij van een uitgebreid, van alle ceremoniën bevrijd, geheel -in de bevrediging der naastenliefde opgaand, religieus gevoel droomde. Nog gewond -door zijn reis naar Lourdes, had hij toegegeven aan den drang, om zijn hart te bevredigen. -Was dat zoo krasse bijgeloof van Lourdes niet het afschuwlijke symptoom van een tijdvak -van al te groot lijden? Den dag, dat het Evangelie over de geheele wereld verbreid -en in toepassing gebracht zou worden, zouden de lijdenden niet meer zoo ver en onder -zoo tragische omstandigheden een illusoiren troost gaan zoeken, zeker als zij van -af dat oogenblik zouden zijn thuis hulp te vinden, getroost en genezen te worden. -</p> -<p>Te Lourdes had men een zondige verdraaiing van het lot, een voortdurende reden tot -strijd, die aan God deed twijfelen, maar in de echt-Christelijke maatschappij van -morgen verdwijnen zou. O, deze christelijke maatschappij, deze christelijke gemeenschap; -het zwaartepunt van het geheele boek lag in het vurige verlangen naar de komst daarvan! -O, mocht de tijd gauw komen, dat het Christendom weer de godsdienst van gerechtigheid -en waarheid worden zou, die het vroeger geweest was, voor het zich had laten veroveren -door de machtigen en rijken! De tijd, dat de kleinen en armen regeerden, de aardsche -goederen onderling deelden en slechts gehoorzaamden aan de alles gelijk makende wet -<span class="pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35">35</a>]</span>van den arbeid! De tijd, dat de paus alleen aan het hoofd van de federatie der volkeren -staan zou, als een vredesvorst, wiens eenige en eenvoudige roeping was de regel der -moraal, de band van liefde en barmhartigheid te zijn, die alle wezens samenbindt. -Was dat niet de aanstaande verwezenlijking van Christus’ beloften. De tijden zouden -in vervulling gaan, de burgerlijke maatschappij en de religieuse maatschappij zouden -elkaar zóó volkomen dekken, dat zij er slechts één zouden vormen. Dat zou de door -alle propheten voorspelde eeuw van triomf en geluk zijn: geen strijd meer, geen antagonisme -tusschen lichaam en ziel, een wonderbaar evenwicht, dat de zonde zou dooden, dat op -aarde het koninkrijk Gods brengen zou. Het nieuwe Rome, het centrum der wereld, dat -aan de wereld den nieuwen godsdienst gaf! -</p> -<p>Pierre voelde, hoe de tranen hem in de oogen kwamen. Met een onbewust gebaar en zonder -de verbazing van de magere Engelschen en de corpulente Duitschers, die over het terras -heen en weer liepen, op te merken, breidde hij zijn armen uit naar het werkelijke -Rome, dat, badend in de mooie zon, zich aan zijn voeten uitstrekte. Zou het zijn droom -goedgunstig gezind zijn? Zou hij, zooals hij gezegd had, werkelijk het geneesmiddel -voor al ons ongeduld, voor al onze smart vinden? Kon het Katholicisme zich hernieuwen, -tot den geest van het oorspronkelijke Christendom terugkeeren, de godsdienst der democratie -zijn, het geloof, dat de in doodsgevaar verkeerende moderne maatschappij verwacht, -om tot kalmte te komen en verder te leven? Hij was vol edelen hartstocht, vol geloof. -Hij zag den goeden abbé Rose terug, zooals hij bij het lezen van het boek van ontroering -weende; hij hoorde vicomte Philibert de la Choue tegen hem zeggen, dat een dergelijk -boek met een leger gelijk stond; hij voelde zich vooral sterk door de goedkeuring -van kardinaal Bergerot, den apostel van de onuitputtelijke naastenliefde. -</p> -<p>Waarom dreigde dan de <span class="corr" id="xd29e417" title="Bron: congegratie">congregatie</span> zijn werk op den Index te plaatsen? Sedert veertien dagen, sedert men hem officieus -gewaarschuwd had naar Rome te gaan, als hij zich verdedigen wilde, stelde hij zich -telkens weer die vraag, zonder te kunnen ontdekken, welke bladzijden van zijn boek -aanstoot konden geven. Het kwam hem voor, dat in alle het zuiverste Christendom brandde. -Maar hij kwam, bevend van geestdrift en moed, hij verlangde vurig neer te knielen -aan de voeten van den paus, zich onder zijn verheven bescherming <span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36">36</a>]</span>te stellen, hem te zeggen, dat hij geen regel geschreven had, die niet door zijn geest -geïnspireerd was, die niet den triomf van zijn politiek beoogde. Was het mogelijk, -dat men een boek op den Index plaatste, waarin hij in volle oprechtheid meende Leo -XIII verheerlijkt te hebben door hem bij zijn werk van Christelijke eenheid en algemeenen -vrede te helpen? -</p> -<p>Een oogenblik bleef Pierre tegen de borstwering staan. Bijna een uur lang stond hij -daar reeds, zonder zich te kunnen verzadigen aan den aanblik van Rome’s grootheid, -dat hij dadelijk ondanks al het onbekende, dat het voor hem verborg, had willen bezitten. -O, het te grijpen, het te kennen, oogenblikkelijk de waarheid te ervaren, die hij -het vragen kwam! Het was een nieuw experiment, een nog ernstiger dan Lourdes, een -beslissend experiment, waaruit hij òf gesterkt òf voor altijd verpletterd te voorschijn -zou komen. Hij vroeg niet meer het naïeve, absolute kindergeloof, maar het hoogere -geloof van den intellectueel, dat zich verheft boven ceremoniën en symbolen en werkt -aan het grootst mogelijke geluk der menschheid, gebaseerd op zijn behoefte aan zekerheid. -Zijn hart klopte in zijn keel: wat zou Rome’s antwoord zijn? De zon was verder geklommen, -de hooger gelegen stadswijken teekenden zich scherper tegen den in vuur staanden achtergrond -af. In de verte namen de heuvels gouden en purperen tinten aan, terwijl de dichtst -bij zijnde gevels helder en duidelijk met hun duizenden vensters te zien waren. -</p> -<p>Maar de ochtendnevels waren nog niet geheel opgetrokken, lichte sluiers schenen uit -de lage straten op te stijgen en de toppen te omhullen, waar zij zich dan in den vurigen, -eindeloos blauwen hemel vervluchtigden. Een oogenblik dacht hij, dat de Palatinus -verdwenen was; hij zag nauwlijks den donkeren zoom der cypressen, alsof hij door het -stof van zijn ruïnen verborgen werd. Voornamelijk echter was de Quirinalis niet te -onderscheiden, het koninklijk paleis met zijn onbeteekenenden, vlakken en lagen gevel -scheen zich teruggetrokken te hebben en zag er in de verte zoo onbestemd en vaag uit, -dat hij het niet meer onderscheiden kon. Links echter, boven de boomen, stak de dom -van St. Pieter nog hooger uit in het heldere goud van de zon—nam den geheelen hemel -in, beheerschte de geheele stad. -</p> -<p>O, met welk een <span class="corr" id="xd29e426" title="Bron: onbegresnde">onbegrensde</span> hoop vervulde hem deze eerste aanblik van Rome—het ochtend-Rome, welks nieuwe <span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37">37</a>]</span>wijken hij in de koorts van zijn aankomst niet eens opgemerkt had, het Rome, dat hij -hoopte zóó te vinden als hij het gedroomd had. En toen hij daar in zijn dunne zwarte -soutane op dezen schitterenden morgen in aanschouwing verzonken stond—toen meende -hij een kreet van naderende verlossing uit de daken te hooren oprijzen, een belofte -van wereldvrede te hooren weerklinken uit die heilige aarde, welke tweemaal koningin -der wereld geweest was. Dit was het derde Rome, het nieuwe Rome, welks vaderlijke -liefde over de grenzen heen uitging naar alle volkeren, om ze, getroost, in één omarming -aan zijn borst te drukken. Hij zag het, hij hoorde het—het lag daar zoo verjongd, -zoo kinderlijk-zacht onder den wijden blauwen hemel, als opgeheven in den heerlijk-frisschen -ochtend en de hartstochtelijke reinheid van zijn droom. -</p> -<p>Eindelijk rukte Pierre zich van het verheven schouwspel los. Het paard en de koetsier -hadden zich niet bewogen, met gebogen hoofd stonden zij in de volle zon. Op het bankje -brandde het handkoffertje in de stralen van de nu reeds hoog staande dagvorstinne. -Hij stapte weer in zijn rijtuigje, riep den koetsier opnieuw het adres toe: -</p> -<p>“Via Giulia, palazzo Boccanera.” -<span class="pagenum">[<a id="pb38" href="#pb38">38</a>]</span></p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e167" href="#xd29e167src">1</a></span> Badhuizen der oude Romeinen. <a class="fnarrow" href="#xd29e167src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e296" href="#xd29e296src">2</a></span> Klokketorentje. <a class="fnarrow" href="#xd29e296src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">TWEEDE HOOFDSTUK</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Op dat uur baadde de Via Giulia, die in een rechte lijn van ongeveer vijfhonderd meter -van den palazzo Farnese naar de kerk San Giovanni de’ Fiorentini loopt, zich in het -volle zonlicht. Het kleine vierkante plaveisel van den rijweg—een trottoir was er -niet—leek geheel wit. Het rijtuigje reed bijna de geheele straat door tusschen de -oude, grauwe, als in slaap gevallen en ledige huizen met hun groote getraliede vensters -en hun diepe voorportalen, waardoor men op de sombere, op putten gelijkende binnenplaatsen -zien kon. Geopend door paus Julius II, wiens droom het was haar met prachtige paleizen -te omzoomen, had de straat, in dien tijd de regelmatigste en mooiste van Rome, in -de zestiende eeuw als Corso gediend. Nu nog was te merken, dat het eens een mooie -wijk geweest was; thans echter was het tot stille eenzaamheid vervallen en van een -clericale rust en kalmte vervuld. De eene oude gevel volgde op den anderen; de ramen -waren gesloten, een paar traliewerken met klimplanten begroeid, op de drempels zaten -katten, in de bijgebouwen waren eenvoudige, donkere winkels ondergebracht, terwijl -zich slechts weinig voorbijgangers lieten zien: vrouwen, die kinderen achter zich -aan trokken, een met een muilezel bespannen hooiwagen, een monnik in een grove wollen -pij, een geruischloos voorbijsnellende wielrijder, wiens rijwiel in de zon schitterde. -</p> -<p>Eindelijk keerde de koetsier zich om en wees met zijn zweep op een groot vierkant -gebouw op den hoek van een naar den Tiber loopend steegje. -</p> -<p>“Palazzo Boccanera.” -</p> -<p>Pierre keek op. Het streng-regelmatige, door den tijd zwart geworden, kale en massieve -gebouw benauwde hem een weinig. Evenals de palazzo Farnese en de palazzo Sacchetti, -<span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39">39</a>]</span>zijn buren, was het omstreeks 1540 door Antonio da San Gallo gebouwd; ja zelfs beweerde -men, dat, evenals voor het eerste, de architect voor den bouw uit het Colosseum en -het Theatrum Marcelli gestolen steenen gebruikt had. De gevel, in verhouding tot de -straat te groot en te vierkant, bestond uit drie verdiepingen, waarvan de eerste zeer -hoog en voornaam was. Als eenige versiering rustten de hooge vensters van den rez-de-chaussée, -die ongetwijfeld uit vrees voor een beleg met reusachtige, vooruitspringende tralies -voorzien waren, op groote consoles en waren gekroond met attieken, die zelf weer op -kleinere consoles steunden. Boven de monumentale ingangspoort met zijn bronzen deuren -liep voor het middenraam een balcon. De gevel eindigde bovenaan in een prachtige lijst, -waarvan de fries bewonderenswaardig zuivere en mooie versieringen had. Die fries, -de consoles en de attieken waren, evenals de deurlijsten, van wit marmer, dat echter -zoo vuil gevlekt en afgebrokkeld was, dat het er ruw en geel als zandsteen uitzag. -Links en rechts van de poort stonden twee oude, door draken gedragen banken, eveneens -van marmer; in een der hoeken zag men nog een in den muur ingemetselde, prachtige -Renaissance-fontein, een op een dolfijn rijdende Amor, die echter nauwlijks meer te -herkennen was, zoo was het relief in den loop der tijden weggevreten. -</p> -<p>Maar Pierre’s blikken werden vooral getrokken door een gebeeldhouwd wapenschild boven -een der ramen van de rez-de-chaussée: het wapenschild der Boccanera’s, een gevleugelde, -vlammenspuwende draak; hij kon nog heel duidelijk het intact gebleven devies lezen: -<i>Bocca nera, Alma rossa</i>—zwarte mond, roode ziel. Boven een ander raam bevond zich, als pendant, een van die -kleine kapelletjes, die men nog zoo veel in Rome vindt, een in satijn gekleede Heilige -Maagd, waarvoor in het volle daglicht een lantaarntje brandde. -</p> -<p>De koetsier wilde, zooals dat gebruikelijk is, onder het donkere, openstaande voorportaal -rijden, toen de jonge priester in zijn verlegenheid hem tegenhield: -</p> -<p>“Neen, neen, niet inrijden. Het is niet noodig.” -</p> -<p>Hij stapte uit, betaalde en ging met zijn valiesje in zijn hand eerst onder de poort -door en dan de binnenplaats op, zonder een menschelijk wezen te zien. -</p> -<p>Het was een vierkant, groot, als een klooster door een overdekte zuilengang omgeven -binnenplaats. Onder de arcaden waren tegen de muren overblijfselen van opgedolven -<span class="pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40">40</a>]</span>marmeren standbeelden geplaatst—een Apollo zonder armen, een Venus, waarvan alleen -de romp nog over was; tusschen de kiezelsteenen, die den grond met een zwart en wit -mozaïek plaveiden, was fijn gras opgeschoten. Nooit scheen de zon tot dit door vochtigheid -verweerde plaveisel door te dringen. Er heerschte daar een duisternis en een zwijgen -als van een doode grootheid en een eindelooze droefheid. -</p> -<p>Verbaasd door het ledige van dit zwijgende paleis, zocht Pierre naar een portier of -naar een knecht; toen hij een schim meende te zien voorbijglijden, vermande hij zich -onder een tweede gewelf door te gaan, dat naar een klein aan den Tiber gelegen tuintje -leidde. Aan die zijde liet de hier geheel vlakke en onversierde gevel slechts zijn -drie rijen symmetrische vensters zien. Maar de totaal verwaarloosde tuin benauwde -hem nog meer. In het midden, in een toegegooid bassin, waren groote taxisboomen opgeschoten. -Tusschen het onkruid wezen slechts de oranjeappelboomen met hun gouden vruchten de -lijn der paden aan. Tegen den rechtermuur stond tusschen twee reusachtige laurierboomen -een sarcophaag uit de tweede eeuw; het relief stelde faunen voor, die vrouwen schoffeerden, -een ongebreideld bacchanaal, een van die wellustige liefdetooneelen, zooals het decadente -Rome uit dien tijd ze op de graven liet aanbrengen. -</p> -<p>Deze in een trog veranderde, afgebrokkelde, groen geworden, marmeren sarcophaag ving -het fijne waterstraaltje op, dat uit een in den muur gemetseld, tragisch masker stroomde. -Vroeger kwam hier een soort loggia met een zuilengalerij op den Tiber uit, een terras, -vanwaar een dubbele trap naar de rivier stroomde. Maar de kadewerken brachten ook -een verhooging van den oever met zich mede; het terras lag nu al lager dan de nieuwe -grond, te midden van puin en gehouwen steenen, die waren blijven liggen. -</p> -<p>Ditmaal was Pierre er zeker van de schim van een rok gezien te hebben. Hij ging naar -de binnenplaats terug en stond tegenover een vrouw, die tegen de vijftig zijn moest, -maar nog geen grijs haar had; met haar wat korte gestalte maakte zij een vroolijken, -levendigen indruk. Toch kwam bij het zien van den priester iets als wantrouwen op -haar rond gezichtje met de kleine, heldere oogjes. -</p> -<p>Hij maakte zich dadelijk bekend, terwijl hij zijn beetje slecht Italiaansch bij elkaar -zocht. -</p> -<p>“Madame, ik ben abbé Pierre Froment …” -</p> -<p>Maar zij liet hem niet uitspreken, maar zeide in heel goed <span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41">41</a>]</span>Fransch met het eenigszins dikke en sleepende accent van Ile-de-France: -</p> -<p>“O, mijnheer de abbé, ik weet het, ik weet het … ik verwachtte u …” -</p> -<p>En toen hij haar verbaasd aankeek: -</p> -<p>“Ja, ik ben een Française … Ik woon hier nu al vijf-en-twintig jaar in dit land, maar -ik heb me nog steeds niet kunnen wennen aan hun verduiveld koeterwaalsch.” -</p> -<p>Toen herinnerde Pierre zich, dat vicomte Philibert de la Choue hem gesproken had over -deze dienstbode, Victorine Bosquet, eene Beauceronnin uit Auneau, die op twee-en-twintigjarigen -leeftijd met een teringachtige dame naar Rome gekomen was. Haar meesteres was plotseling -gestorven en zij bleef wanhopig, als alleen midden in een land van wilden achter. -Zij had zich dan ook met lichaam en ziel gegeven aan gravin Ernesta Brandini, geboren -Boccanera, die pas bevallen was en haar van de straat opgenomen had als kindermeisje -voor haar dochtertje Benedetta en in de hoop, dat zij haar zou helpen Fransch te leeren. -Victorine, die nu vijf-en-twintig jaar in de familie was, had zich opgewerkt tot de -rol van huishoudster, hoewel zij nog even onbeschaafd gebleven was en een zoo weinig -ontwikkeld taalgevoel bezat, dat zij, wanneer zij voor het huishouden met het verdere -dienstpersoneel spreken moest, nog slechts een afschuwlijk Italiaansch brabbelen kon. -</p> -<p>“En maakt mijnheer de vicomte het goed?” vroeg zij met haar vrijmoedige familiariteit. -“Hij is zoo aardig. Wij vinden het zoo prettig, dat hij telkens als hij in Rome is, -hier komt logeeren. Ik weet, dat de prinses en de contessina gisteren een brief van -hem gekregen hebben, waarin hij uw bezoek meldde.” -</p> -<p>Inderdaad had vicomte Philibert de la Choue alles voor het verblijf van Pierre in -orde gebracht. Van het oude, krachtige geslacht der Boccanera’s waren alleen nog over -kardinaal Pio Boccanera, de prinses, zijn zuster, een ongetrouwde dame, die men uit -eerbied donna Serafina noemde, hun nicht Benedetta, wier moeder, Ernesta, haar echtgenoot, -graaf Brandini in het graf gevolgd was, en eindelijk hun neef, prins Dario Boccanera, -wiens vader, prins Onofrio Boccanera gestorven en wiens moeder, een Montefiori, hertrouwd -was. De vicomte was door een toevallig huwelijk aan deze familie geparenteerd: zijn -jongste broer was met een Brandini, de zuster van Benedetta’s vader, getrouwd; <span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42">42</a>]</span>op die wijze had hij als oom-titulair tijdens het leven van den graaf verschillende -malen in het paleis in de Via Giulia gelogeerd. Hij had zich zeer aan diens dochter -gehecht, vooral sedert het intieme drama van een ongelukkig huwelijk, dat zij thans -ontbonden trachtte te krijgen. -</p> -<p>Sedert zij weer naar haar tante Serafina en haar oom, den kardinaal, teruggekeerd -was, schreef hij haar dikwijls <span class="corr" id="xd29e477" title="Bron: en en">en</span> zond haar Fransche boeken. Onder andere had hij haar het boek van Pierre doen toekomen, -en daar nam de heele geschiedenis haar oorsprong: er werden brieven over gewisseld, -tot eindelijk Benedetta meldde, dat het werk bij de congregatie van den Index aangegeven -was, den schrijver aanraadde onmiddellijk naar Rome te komen en hem op de allervriendelijkste -wijze gastvrijheid in het paleis aanbood. De vicomte, die even verbaasd was als de -jonge priester zelf, had de zaak niet goed begrepen, maar toch uit een oogpunt van -goede politiek en omdat hij zich ook hartstochtelijk interesseerde voor een overwinning, -die hij bij voorbaat tot een eigen overwinning maakte, er bij Pierre op aangedrongen -om te gaan. Uit dit alles is zeer goed te begrijpen, dat Pierre zich weinig op zijn -gemak gevoelde, toen hij, gewikkeld in een avontuur, waarvan de redenen en de voorwaarden -hem onbekend waren, in dit voor hem vreemde huis kwam. -</p> -<p>“Maar ik zou u zoo waar hier laten staan, mijnheer de abbé,” begon Victorine plotseling -weer. “Ik zal u naar uw kamer brengen. Waar is uw koffer?” -</p> -<p>Toen hij haar zijn handkoffertje, dat hij zoo lang naast zich neergezet had, gewezen -en haar uitgelegd had, dat hij voor de veertien dagen, die hij blijven zou, alleen -maar een schoone soutane en wat linnengoed meegebracht had, scheen zij zeer verbaasd. -</p> -<p>“Veertien dagen? Denkt u maar veertien dagen te blijven? Enfin, we zullen wel zien.” -</p> -<p>Zij riep een langen slungel van een bediende, die eindelijk te voorschijn gekomen -was. -</p> -<p>“Giacomo, breng dat naar de roode kamer … Als mijnheer de abbé zoo goed wil zijn mij -te volgen.” -</p> -<p>Pierre was door die onverwachte ontmoeting met een landgenoote, en bovendien nog zoo’n -vriendelijke, hartelijke vrouw, in dit sombere Romeinsche paleis weer geheel opgevroolijkt -en op zijn gemak gebracht. Terwijl zij de binnenplaats overstaken, vertelde zij hem, -dat de prinses uit was <span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43">43</a>]</span>en dat de contessina, zooals men ondanks haar huwelijk Benedetta uit liefde was blijven -noemen, zich niet erg wel voelde en op haar kamer gebleven was. Maar men had haar -opgedragen voor hem te zorgen. -</p> -<p>De trap was in een hoek van de binnenplaats onder de zuilengang: een monumentale trap -met breede, lage en zoo zacht oploopende treden, dat een paard haar makkelijk had -kunnen opgaan; maar de steenen waren zoo kaal, de trapportalen zóó leeg en zóó deftig, -dat een doodsche melancholie uit de hooge gewelven scheen te vallen. -</p> -<p>Op de eerste verdieping glimlachte Victorine even, toen zij de gedachte van Pierre -meende te raden. Het paleis scheen onbewoond te zijn, geen geluid kwam uit de gesloten -zalen. Zij wees op een groote eikenhouten deur rechts. -</p> -<p>“Zijne Eminentie bewoont hier den vleugel, die op de binnenplaats en op de rivier -uitziet. O, nog niet het vierde gedeelte der verdieping … Alle ontvangsalons, die -op de straat uitzien, zijn gesloten. Hoe zou men een dergelijke ruimte kunnen schoon -houden? En waarom trouwens? Daarvoor zouden er meer menschen hier moeten wonen.” -</p> -<p>Zij bleef met haar stevigen pas doorloopen; ongetwijfeld was deze omgeving haar nog -steeds vreemd, was zij zelf te zeer verschillend ervan, om door het milieu beïnvloed -te worden. Op de tweede verdieping begon zij weer: -</p> -<p>“Kijk, daar links is het appartement van donna Serafina, en daar rechts dat van de -contessina. Dit is het eenige hoekje van het huis, waar het een beetje warm is en -waar je tenminste leven kan … Trouwens het is vandaag Maandag, de prinses ontvangt -vanavond. U zult het dus zelf kunnen zien.” -</p> -<p>Dan opende zij een deur, die op een breede, heel nauwe trap uitkwam, en zeide: -</p> -<p>“Wij wonen op de derde verdieping … Als ik mijnheer den abbé voor mag gaan?” -</p> -<p>De groote monumentale trap eindigde op de tweede verdieping. Victorine legde hem uit, -dat de derde verdieping alleen langs deze trap te bereiken was, die beneden uitkwam -in het steegje, dat langs het paleis naar den Tiber liep. Er was daar een afzonderlijke -deur, wat heel makkelijk was. -</p> -<p>Op de derde verdieping volgde zij een gang en wees zij hem opnieuw verschillende deuren. -</p> -<p>“Dit is de kamer van don Vigilio, den secretaris van Zijne Eminentie … Dit is de mijne … -En hier hebt u uw <span class="pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44">44</a>]</span>kamer. Mijnheer de vicomte wil, wanneer hij voor een paar dagen in Rome komt, nooit -een andere hebben. Hij zegt, dat hij hier vrijer is, uit kan gaan en thuis kan komen, -wanneer hij wil. Ik zal u, net als hem, een sleutel van de deur beneden geven … En -u zult eens zien, wat een mooi uitzicht u hier hebt!” -</p> -<p>Zij was naar binnen gegaan. De voor Pierre bestemde woning bestond uit twee vertrekken, -een vrij grooten salon met een rood behang met veel bladwerk, en een kleiner kamer -met een vlaskleurig behang bezaaid met verschoten blauwe bloemen. De salon lag op -den hoek van het paleis en zag dus op het steegje en op den Tiber uit. Victorine ging -dadelijk de beide ramen open zetten, waarvan het eene een ruim uitzicht gaf op de -rivier stroomafwaarts, het andere op den Trastevere en den Janiculus aan de overzijde -van het water. -</p> -<p>“Ja, het is hier heel mooi,” zei Pierre, die haar gevolgd was en nu naast haar stond. -</p> -<p>Zonder zich te haasten kwam Giacomo met het handkoffertje achter hem aan. Het was -nu even over elf. Victorine, die zag, dat de priester moe was, en begreep, dat hij -na zoo’n lange reis wel honger hebben zou, bood hem aan dadelijk in den salon een -ontbijt te laten brengen. Dan zou hij daarna den namiddag hebben, om te rusten of -uit te gaan; de dames zou hij eerst ’s avonds bij het diner zien. Hij protesteerde -daartegen; neen, hij zou beslist uitgaan en niet een heelen middag verliezen. Maar -heel graag wilde hij een ontbijt hebben, want hij stierf werkelijk bijna van honger. -</p> -<p>Intusschen moest Pierre nog ruim een half uur geduld oefenen. Giacomo, wien Victorine -opgedragen had voor het ontbijt te zorgen, maakte volstrekt geen haast. En deze verliet -den gast niet eerder, voordat zij zich overtuigd had, dat het hem aan niets meer ontbrak. -</p> -<p>“O, mijnheer de abbé, wat een menschen en wat voor een land! Daar kunt u zich geen -denkbeeld van vormen. Al woonde ik hier honderd jaar, dan zou ik nog niet kunnen wennen … -Maar de contessina is zoo mooi en zoo goed!” -</p> -<p>En terwijl zij zelf een schotel met vijgen op tafel zette, deed zij hem versteld staan -door haar opmerking, dat een stad, waarin niets dan geestelijken waren, geen goede -stad zijn kon. Een ongeloovige, zij het dan ook levendige en vroolijke, huishoudster -in dit paleis! Hij begon zich weer te verbazen. -<span class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45">45</a>]</span></p> -<p>“Wat, u bent toch niet ongodsdienstig?” -</p> -<p>“Neen, neen, mijnheer de abbé, dat niet, maar van geestelijken moet ik niet veel hebben. -Ik had er al een in Frankrijk gekend, toen ik nog klein was. En later, hier, heb ik -er te veel gezien. Ik heb er meer dan genoeg van … O, ik spreek niet van Zijne Eminentie, -die is een heilig en eerbiedwaardig man … En hier in huis weet men, dat ik een fatsoenlijk -meisje ben; nog nooit heb ik me slecht gedragen. Waarom zou men mij ook niet met rust -laten, daar ik heel veel van mijn meesters houd en voor mijn werk sta? Ja, zeker,” -voegde zij er lachend aan toe, “toen ze me vertelden, dat er een priester komen zou—net -alsof we er nog niet genoeg gehad hebben—toen heb ik vreeselijk in de hoekjes zitten -brommen … Maar u lijkt me een aardige, jonge man, ik geloof, dat we het best zullen -kunnen vinden … Ik weet waarachtig niet, waarom ik u dat allemaal vertel! Zeker, omdat -u uit Frankrijk komt, en misschien ook wel, omdat de contessina zich voor u interesseert … -U neemt het mij niet kwalijk mijnheer de abbé, maar heusch, ik zou u aanraden vanmiddag -wat te rusten. Wees niet zoo dwaas in de stad te gaan rondloopen. Wat u te zien krijgt, -is bovendien lang zoo aardig niet, als ze zeggen.” -</p> -<p>Toen Pierre alleen was, voelde hij zich plotseling uitgeput. De vermoeienis van de -lange reis was nog toegenomen door den ochtend, dien hij in koortsachtige geestdrift -doorleefd had; en als bedwelmd door de twee eieren en de cotelette, die hij in groote -haast opgegeten had, wierp hij zich, met het voornemen een half uurtje te rusten, -op bed. Hij sliep echter niet dadelijk in, maar dacht aan de Boccanera’s, wier geschiedenis -hij gedeeltelijk kende, en over wier intiem leven hij peinsde in dit verlaten en stille -paleis, dat hem van een zoo vervallen en zoo melancholieke grootschheid scheen. De -verrassing van de eerste oogenblikken deed hem alles nog grooter zien. Dan verwarden -zich zijn gedachten; hij sluimerde in te midden van een geheele schaar van nu eens -tragische, dan weer vriendelijke schimmen, van verwarde gezichten, die hem met hun -raadselachtige oogen aankeken. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>De Boccanera’s hadden twee pausen in de familie gehad, een in de dertiende en een -in de vijftiende eeuw; en van deze twee uitverkorenen, deze almachtige meesters, was -hun vroeger reusachtig vermogen afkomstig. Het bestond uit <span class="pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46">46</a>]</span>uitgestrekte landerijen in den omtrek van Viterbo, verschillende paleizen in Rome, -kunstvoorwerpen, waarmede men musea, goud, waarmede men kelders zou kunnen vullen. -De familie ging door voor de vroomste van het Romeinsche patriciaat; haar geloof was -het vurigste en haar degen had zij altijd ter beschikking van de Kerk gesteld. Ja, -zij was de geloovigste, maar ook de heftigste, de strijdlustigste, steeds in twist -en oorlog, en zoo wild en woest, dat de toorn der Boccanera’s spreekwoordelijk geworden -was. Vandaar was ook hun wapenschild afkomstig, de gevleugelde, vlammen spuwende draak, -en ook het vurige devies, dat een woordspeling op hun naam vormde: <i>Bocca nera, Alma rossa</i>, zwarte mond, roode ziel—de mond, in het donker gehuld door gebrul, de ziel vlammend -als een vuur van geloof en liefde. -</p> -<p>Nog steeds waren legenden van krankzinnige hartstochten en vreeselijke wraaknemingen -in omloop. Zoo vertelde men nog altijd van het duel van Onfredo, den Boccanera, die -tegen het midden der zestiende eeuw op de plaats van een oud, vervallen gebouw het -tegenwoordige paleis had laten zetten. Onfredo, die wist, dat zijn vrouw zich door -den jongen graaf Costamagna op de lippen had laten kussen, liet hem ’s avonds ontvoeren -en met touwen geboeid in zijn huis brengen; en in een groote zaal daarvan dwong hij -den graaf, alvorens hem te bevrijden, aan een monnik te biechten. Daarna sneed hij -de touwen met een dolk door, wierp alle lampen om, riep den graaf toe den dolk te -houden en zich te verdedigen. Meer dan een uur lang zochten, vermeden, omvatten de -beide mannen elkaar in het donker, in de met meubelen volgepropte zaal, en reten elkaar -open met dolksteken. Toen men eindelijk de deuren intrapte, vond men, te midden van -bloedplassen, van omgegooide tafels en gebroken stoelen, Costamagna met een afgereten -neus en twee-en-dertig wonden in zijn dijen, terwijl Onfredo twee vingers van zijn -rechterhand verloren had en zijn schouders gaten hadden als een schietschijf. Het -wonder was, dat zij geen van beiden aan hun wonden stierven. -</p> -<p>Honderd jaar later had, op dienzelfden oever van den Tiber, een Boccanera, een kind -van zestien jaar nauwlijks, de mooie en hartstochtelijke Cassia, Rome met schrik en -bewondering vervuld. Zij beminde Flavio Corradini, den zoon van een vijandige familie. -Haar vader, prins Boccanera, had ruw zijn toestemming geweigerd, terwijl haar oudste -broeder, Ercole, <span class="pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47">47</a>]</span>gezworen had hem te dooden, als hij hem ooit met haar samen mocht vinden. De jonge -man kwam altijd in een bootje haar opzoeken en zij wachtte hem op bij het kleine trapje, -dat naar de rivier voerde. Maar Ercole, die op hen loerde, sprong op een avond in -het bootje en stak Flavio een mes in het hart. Eerst later kon men de feiten vaststellen -en begreep men, dat Cassia, woedend van krankzinnigheid en wanhopig, en daar zij hem, -dien zij liefhad, niet wilde overleven, zelf wraak genomen had, zich op haar broeder -geworpen en het bootje had doen kantelen, terwijl zij den moordenaar en diens slachtoffer -met dezelfde onweerstaanbare kracht omvatte. Toen men de drie lijken vond, hield Cassia -nog steeds de beide mannen omkneld en drukte met haar bloote armen, die sneeuwwit -gebleven waren, hun gezichten tegen elkaar. -</p> -<p>Doch dit alles behoorde tot het verleden. Thans scheen, ook al was het geloof gebleven, -bij de Boccanera’s het heftige, woest stroomende bloed tot kalmte gekomen te zijn. -Hun groot fortuin was ook verdwenen in het langzame verval, dat sedert een eeuw het -Romeinsche patriciaat met ondergang bedreigt. De landerijen moesten verkocht worden, -het paleis was leeg geworden en nam langzamerhand het kleinburgerlijke karakter van -de nieuwere tijden aan. Maar de Boccanera’s, trotsch op hun zuiver gebleven Romeinsch -bloed, verzetten zich hardnekkig tegen ieder huwlijk met een vreemdeling. Armoede -beteekende voor hen niets; zij hadden genoeg aan hun familietrots; zij leefden teruggetrokken, -zonder een klacht, in de stilte en in de vergetelheid, waarin hun geslacht uitstierf. -Aan prins Ascanio, die in 1848 gestorven was, had zijn vrouw, een geboren Corvisieri, -vier kinderen geschonken: Pio, den kardinaal; Serafina, die niet getrouwd was, om -bij haar broer te kunnen blijven; Ernesta, die slechts een dochter had nagelaten, -zoodat de zoon van Onofrio, de thans dertigjarige Dario, de eenige mannelijke erfgenaam -was. Met hem zou, als hij zonder nakomelingschap stierf, het krachtige geslacht der -Boccanera’s, wier daden de geschiedenis vervuld hadden, uitsterven. -</p> -<p>Van hun jeugd af hadden Dario en zijn nicht Benedetta elkaar met een glimlachenden, -diepen en natuurlijken hartstocht lief gehad. Zij waren voor elkander geboren en konden -zich niet voorstellen, dat zij voor iets anders op de wereld gekomen waren dan om -man en vrouw te worden, zoodra zij den huwbaren leeftijd bereikt zouden hebben. Toen -prins <span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48">48</a>]</span>Onofrio, een beminlijk en in Rome zeer populair man, die het kleine fortuintje, dat -hij nog bezat, naar hartelust uitgaf, op zijn veertigste jaar met de dochter van markiezin -Montefiori, de kleine markiezin Flavia, wier trotsche schoonheid hem dol gemaakt had, -trouwde, was hij in de villa Montefiori gaan wonen, het eenige bezit van die dames. -Zij lag dicht bij de Santa Agnese fuori le Mura in een grooten tuin, een waar park -met oude boomen, waarin de villa zelf, een vrij onaanzienlijk gebouw uit de zeventiende -eeuw, in een staat van verval verkeerde. Allerlei praatjes deden over de dames de -ronde: de moeder was na den dood van haar man geheel beneden haar stand geraakt; de -te mooie dochter was veel te vrijmoedig in haar optreden. -</p> -<p>Het huwlijk was dan ook door de zeer strenge Serafina en door zijn ouderen broeder -Pio, die toentertijd geheim kamerheer van den Heiligen Vader en canonicus van de Vaticaansche -Basilica was, ten sterkste afgekeurd. Alleen Ernesta was met haar broeder, dien zij -om zijn betooverende charme aanbad, blijven omgaan, zoodat het later haar prettigste -afleiding geworden was met haar dochter Benedetta iedere week een dag op de villa -Montefiori te gaan doorbrengen. En wat een heerlijke dag was het altijd voor de tienjarige -Benedetta en den vijftienjarigen Dario—welk een gelukkigen dag brachten zij dan door -in den grooten, bijna verwaarloosden en verlaten tuin met zijn piniepijnen, zijn reusachtige -taxisboomen, zijn groene eikenboschjes, waarin men als in een maagdelijk woud verdwalen -kon. -</p> -<p>De arme, in haar levenslust verstikte Ernesta was een hartstochtelijke lijdende ziel -geworden. Zij was met een groote levenslust geboren en smachtte naar zonneschijn, -naar een gelukkig, vrij en druk leven in het volle daglicht. Zij was beroemd om haar -mooie, groote oogen, om het bekoorlijke ovaal van haar zacht gezichtje. Zeer onwetend, -zooals alle jonge meisjes van den Italiaanschen adel, die het kleine beetje, dat zij -nog kenden, in een Fransch nonnenklooster geleerd hadden, was zij, geheel afgesloten -van het leven, opgevoed in den somberen palazzo Boccanera, kende zij de wereld alleen -maar van den dagelijkschen wandelrit, dien zij met haar moeder over den Corso en den -Pincio maakte. Op haar vijf-en-twintigste jaar sloot zij, reeds moede en wanhopig, -het gewone huwlijk. Zij trouwde met graaf Brandini, den laatst geborene van een zeer -oud, talrijk en arm geslacht, die in het paleis in de Via Giulia moest komen <span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49">49</a>]</span>wonen, waar een geheele vleugel van de tweede verdieping ter beschikking van het jonge -paar gesteld werd. -</p> -<p>Verandering bracht dit niet met zich mede, Ernesta bleef in dezelfde koude donkerte, -in dat doode verleden, waarvan zij het gewicht, als een zwaren grafsteen, steeds zwaarder -op zich voelde drukken, voortleven. Verder was het van beide kanten een zeer eervol -huwlijk. Graaf Brandini ging weldra voor den domsten en hoogmoedigsten man van Rome -door. Hij was streng godsdienstig, op de vormen gesteld en onverdraagzaam, en hij -triompheerde, toen het hem, na tallooze intriges en kunstgrepen, na zes jaar gelukte -tot opperstalmeester van Zijne Heiligheid benoemd te worden. -</p> -<p>Van af dat oogenblik scheen met zijn ambt tegelijk de geheele sombere majesteit van -het Vaticaan in zijn huis gekomen te zijn. Onder Pius IX, tot in 1870, was het leven -van Ernesta nog draaglijk: zij durfde de ramen, die op straat uitzagen, nog openen, -ontving openlijk enkele vriendinnen, nam uitnoodigingen voor feestelijkheden aan. -Maar toen de Italianen Rome veroverd en de paus zich tot gevangene verklaard had, -werd het paleis in de Via Giulia een graf. De groote poort werd gesloten en gegrendeld, -de deurvleugels ten teeken van rouw dichtgespijkerd; gedurende twaalf jaar ging alles -langs het kleine trapje, dat naar het steegje leidde. Eveneens was het verboden de -jaloezieën aan den voorkant te openen. Dit was het boudeeren, het protest der zwarte -kringen. Het paleis zonk terug in de onbeweeglijkheid van den dood en in een volkomen -geïsoleerdheid: recepties werden niet meer gehouden, en slechts zelden, op Maandagen, -slopen schimmen, vrienden van donna Serafina, door de nauwe, openstaande deur. Gedurende -die twaalf lugubere jaren weende de jonge vrouw iederen nacht, haar arme ziel verteerde -in stilte van wanhoop over dit levend begraven zijn. -</p> -<p>Ernesta had haar dochtertje Benedetta vrij laat gekregen, eerst toen zij al drie-en-dertig -was. In den beginne was het kind een afleiding voor haar. Dan geraakte zij echter -weer in den doodenden sleur van het geregelde leven; zij moest het meisje in het klooster -bij de Fransche nonnen doen, die haar zelf ook opgevoed hadden. Benedetta kwam er -op haar negentiende jaar als volwassen meisje vandaan met als eenige kennis: Fransch, -orthographie, wat rekenen, den catechismus en een heel klein beetje geschiedenis. -En het leven der beide vrouwen, een leven in het vrouwenvertrek, dat reeds iets <span class="pagenum">[<a id="pb50" href="#pb50">50</a>]</span>Oostersch had, werd als altijd voortgezet: nooit ging de echtgenoot en vader met haar -uit; zij brachten den geheelen dag in de afgesloten kamers door, de eenige afleiding -was de dagelijksche verplichte wandelrit over den Corso en den Pincio. -</p> -<p>Thuis heerschte er volkomen gehoorzaamheid; de familieband was nog sterk en deed haar -beiden buigen onder den wil van den graaf, zonder dat verzet mogelijk was. Daarbij -kwam nog de wil van donna Serafina en van den kardinaal, die krachtige verdedigers -van de oude gewoonten waren. Sedert de paus in Rome niet meer uitging, had de graaf -als opperstalmeester veel vrijen tijd, want de stallen waren sterk ingekrompen; toch -bleef hij zijn dienst, die niet meer dan een vorm was, met een groot vertoon van vromen -ijver waarnemen als een voortdurend protest tegen de usurpatorische monarchie, die -zich op het Quirinaal gevestigd had. Benedetta was twintig jaar, toen haar vader op -een avond hoestend en rillend van een ceremonie in de St. Pieter thuis kwam. Acht -dagen later stierf hij, weggerukt door een longontsteking. Voor de beide vrouwen was -het, ondanks haar rouw, een opluchting, die zij echter niet bekennen wilden; zij voelden -zich nu vrij. -</p> -<p>Van af dat oogenblik had Ernesta nog slechts één gedachte, haar dochter te vrijwaren -voor dat vreeselijke, ingemetselde en begraven bestaan. Zij had zich te zeer verveeld, -voor haar was het te laat weer op te leven, maar zij wilde niet, dat Benedetta op -haar beurt een tegennatuurlijk leven in een vrijwillig graf leven zou. Trouwens bij -enkele patricische families begonnen zich eveneens teekenen van moeheid en verzet -te toonen; na de eerste tijden van wrokken en boudeeren gingen zij toenadering zoeken -bij het Quirinaal. Waarom zouden de naar werkzaamheid, vrijheid en buitenleven snakkende -kinderen eeuwig den strijd hunner ouders voortzetten? En zonder dat een verzoening -tusschen de zwarte en de witte kringen tot stand kon komen, begonnen toch de nuances -samen te smelten, werden onvoorziene huwlijken gesloten. -</p> -<p>De politieke quaestie liet Ernesta totaal onverschillig; zij wist er eigenlijk niets -van; het eenige wat zij hartstochtelijk begeerde, was, dat haar familie eindelijk -dat vervloekte graf, dat stomme, donkere paleis Boccanera, waarin alle vreugden van -haar vrouwenbestaan in een zoo lang sterven verstard waren, verlaten zou. Als jong -meisje, als bruid, als echtgenoote <span class="pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51">51</a>]</span>had haar hart te veel geleden; zij gaf zich geheel over aan de woede over haar verloren -leven, dat zij in domme berusting voorbij had laten gaan. Een nieuwe biechtvader, -welken zij in dien tijd koos, had nog meer invloed op haar begeerte, want zij was -heel vroom gebleven, vervulde trouw haar kerkelijke plichten en volgde de raadgevingen -van haar biechtvader trouw op. Om zich nog vrijer te maken, biechtte zij niet meer -bij den Jezuïetenpater, dien haar man voor haar gekozen had, maar bij abbé Pisoni, -den pastoor van de Santa Brigittakerk op de piazza Farnese. -</p> -<p>Het was een zeer zachte en goede man van een jaar of vijftig, voor Rome buitengewoon -liefdadig, van wien de archaeologie en de liefde voor de steenen een vurig patriot -gemaakt hadden. Men vertelde, dat hij ondanks zijn nederige positie meermalen in netelige -quaesties als bemiddelaar tusschen het Vaticaan en het Quirinaal opgetreden was. Daar -hij ook de biechtvader van Benedetta werd, sprak hij met moeder en dochter graag over -de grootheid der Italiaansche eenheid, over de triompheerende heerschappij van Italië, -wanneer de verzoening tusschen den paus en den koning tot stand zou zijn gekomen. -</p> -<p>Benedetta en Dario hadden elkaar nog lief als op den eersten dag met die krachtige -en rustige liefde, welke hun de zekerheid gaf, dat zij voor elkaar bestemd waren. -Maar toen kwam Ernesta tusschen beide en verzette zich halsstarrig tegen het huwlijk. -Neen, neen, niet Dario! Niet die neef, de laatste van den naam, die ook zijn vrouw -zou opsluiten in het donkere graf van het paleis Boccanera. Dat zou het voortgezette -begraven zijn beteekenen, een nog erger verval, dezelfde hoogmoedige ellende, het -eeuwige, neerdrukkende en in slaap wiegende wrokken. Zij kende den jongen man goed, -wist, dat hij een egoïst en een zwakkeling was, niet in staat om te denken of te handelen, -dat hij voorbestemd was om zijn geslacht glimlachend te begraven en om de laatste -steenen van het huis boven zijn hoofd te laten instorten, zonder een poging te doen -om een nieuwe familie te stichten. En zij wilde juist een ander lot voor haar kind, -wilde het rijk en in het leven van de overwinnaars en de machthebbers der toekomst -tot nieuwen bloei zien ontluiken. -</p> -<p>Van af dat oogenblik bleef de moeder er hardnekkig aan vasthouden haar dochter tegen -haar wil gelukkig te maken; zij vertelde haar haar eigen lijden, bezwoer haar de jammerlijke -<span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52">52</a>]</span>geschiedenis niet opnieuw te beginnen. Toch zouden haar pogingen mislukt zijn, zouden -zij gestrand zijn op den rustigen wil van het jonge meisje, dat zich voor altijd gegeven -had, wanneer bijzondere omstandigheden haar niet in aanraking gebracht hadden met -den schoonzoon van haar droomen. In dezelfde villa Montefiori, waar Benedetta en Dario -elkaar trouw beloofd hadden, maakte zij kennis met graaf Prada, den zoon van Orlando, -een der helden van de Italiaansche eenheid. Op achttienjarigen leeftijd was hij na -de occupatie met zijn vader naar Rome gekomen en als eenvoudig ambtenaar bij het ministerie -van Financiën in staatsdienst getreden, terwijl de oude held, die tot senator benoemd -was, zeer bescheiden van een kleine rente leefde, de laatste overblijfselen van een -in den dienst van het vaderland verdwenen kapitaal. Maar de edele krijgslust van Garibaldi’s -ouden strijdmakker was, na de overwinning, bij den jongen man in een woeste begeerte -naar buit veranderd, en hij was een der werkelijke veroveraars van Rome geworden, -een der roofvogels, die de stad in stukken scheurden en verslonden. In reusachtige -bouwspeculaties gewikkeld en, naar men beweerde, bovendien reeds zeer rijk, was hij -in aanraking gekomen met prins Onofrio, wien hij het hoofd op hol gebracht had door -hem het denkbeeld in te fluisteren het groote park van de villa Montefiori te verkoopen, -om daar een geheele nieuwe wijk te doen verrijzen. Anderen beweerden, dat hij de minnaar -der prinses, de mooie Flavia, was, die, hoewel negen jaar ouder dan hij, nog steeds -een pracht van een vrouw bleef. -</p> -<p>En inderdaad werd hij beheerscht door woeste begeerte, een drang om alles te veroveren, -die hem voor niets deed terugdeinzen, als hij het goed of de vrouw van een ander wilde -bezitten. Vanaf het eerste oogenblik wilde hij Benedetta. Haar kon hij niet als maîtresse -nemen, met haar moest hij trouwen. Hij aarzelde geen oogenblik, brak op staanden voet -met Flavia, plotseling hongerig naar die reine maagdelijkheid, naar het oude patricische -bloed, dat in een zoo aanbiddelijk jong lichaam stroomde. Toen hij begreep, dat Ernesta, -de moeder, voor hem was, vroeg hij, zeker van zijn overwinning, om haar hand. Het -was een groote verrassing, want hij was vijftien jaar ouder dan zij; maar hij was -graaf, droeg een reeds historischen naam, hoopte het eene millioen op het andere, -was gezien op het Quirinaal en had de beste vooruitzichten. Heel Rome sprak erover. -<span class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53">53</a>]</span></p> -<p>Later heeft Benedetta zichzelf nooit kunnen verklaren, hoe zij ten slotte had toegestemd. -Een half jaar vroeger of een half jaar later zou een dergelijk huwlijk wegens het -vreeselijke schandaal, dat daardoor in de zwarte kringen ontstaan zou, niet tot stand -zijn gekomen. Een Boccanera, de laatste van dit oude, pauselijke geslacht, gegeven -aan een Prada, aan een van die Kerkroovers! Dit krankzinnige plan had juist moeten -vallen op een zeer bijzonder en kortstondig oogenblik, juist toen een uiterste toenaderingspoging -tusschen het Vaticaan en het Quirinaal gedaan werd. Het gerucht liep, dat men eindelijk -tot overeenstemming zou komen, dat de koning erin zou toestemmen de souvereiniteit -van den paus over de Leostad en over een smalle, tot aan de zee loopende strook gronds -te erkennen. Werd daardoor het huwlijk van Benedetta en Prada als het ware niet het -symbool van de nationale verzoening? Was dit mooie meisje, de reine lelie der zwarte -kringen, niet het offer, het onderpand, dat men aan de witte kringen gaf? -</p> -<p>Gedurende veertien dagen sprak men over niets anders. Maar het jonge meisje zelf bekommerde -zich niet om die beweegredenen, luisterde slechts naar haar hart, waarover zij niet -meer beschikken kon, omdat zij het reeds weggeschonken had. Doch van den vroegen ochtend -tot den laten avond smeekte haar moeder haar, bezwoer haar het geluk, het leven, dat -haar geboden werd, niet te weigeren. Vooral echter werd zij bewerkt door haar biechtvader, -den goeden abbé Pisoni, wiens vaderlandslievende ijver bij deze gelegenheid tot volle -uiting kwam: hij oefende door het geheele gewicht van zijn geloof aan de Christelijke -bestemming van Italië een sterken druk op haar uit; hij dankte de Voorzienigheid, -dat zij een zijner biechtkinderen uitverkoren had om een accoord te verhaasten, dat -God in de geheele wereld zou doen triompheeren. En ongetwijfeld was de invloed van -haar biechtvader een der beslissende oorzaken, die haar ten slotte deden toestemmen, -want zij was zeer vroom en wijdde vooral een bijzonderen eerbied aan een Madonna, -wier beeld zij iederen Zondag in de kleine kerk op de piazza Farnese ging vereeren. -</p> -<p>Eén feit maakte vooral diepen indruk op haar: abbé Pisoni vertelde haar, dat de vlam -van de lamp, die voor het beeld brandde, telkens wanneer hij zelf neerknielde, om -de Heilige Maagd te smeeken zijn biechtkind het verlossing brengende huwlijk aan te -raden, wit werd. Op die wijze werkten hoogere <span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54">54</a>]</span>machten mede; en ten slotte gaf zij uit gehoorzaamheid aan haar moeder toe. De kardinaal -en donna Serafina hadden zich eerst verzet, maar later, toen de religieuse quaestie -tusschen beide kwam, hun tegenstand laten varen. Zij was in volkomen reinheid en in -volkomen onschuld opgegroeid, wist niets van zichzelf en was zoo onwetend omtrent -de wereld, dat het huwlijk met een ander dan Dario eenvoudig het verbreken van een -lange belofte van gemeenschappelijk leven, geen physieke losscheuring van haar lichaam -en van haar hart was. Zij weende veel en op een moedeloozen dag, toen haar de wilskracht -ontbrak, zich tegen de haren en tegen de geheele wereld te verzetten, trouwde zij -met Prada en sloot aldus een huwlijk, waaraan geheel Rome medeplichtig geworden was. -</p> -<p>En toen, op den avond zelf van het huwlijk, sloeg plotseling de bliksem in. Toonde -Prada, de Piemontees, de Noord-Italiaan en veroveraar, te veel de brutaliteit van -den binnendringer, wilde hij de vrouw behandelen, zooals hij de stad behandeld had, -als een meester, die zijn ongeduld, om zich te bevredigen, niet bedwingen kan? Of -kwam de onthulling voor Benedetta te onverwacht, vond zij haar te bezoedelend van -den kant van een man, dien zij niet lief had en aan wien zij zich niet onderwerpen -kon? Nooit heeft zij zich daaromtrent duidelijk uitgesproken. Maar zij sloot heftig -de deur van haar kamer, grendelde die en weigerde hardnekkig die weer voor haar echtgenoot -te openen. -</p> -<p>Een maand lang deed Prada, dien deze belemmering voor zijn hartstocht dol maakte, -wanhopige pogingen. Hij was diep beleedigd, zijn trots bloedde, hij zwoer zijn vrouw -te temmen, zooals men een onwillige merrie temt, met zweepslagen. En al die zinnelijke -woede van den sterken man liep zich te pletter tegen den ontembaren wil, die in één -avond achter het smalle, bekoorlijke voorhoofd van Benedetta opgeschoten was. De Boccanera’s -waren in haar ontwaakt: zij wilde niet—heel eenvoudig—en niets ter wereld, zelfs de -dood niet, zou haar hebben kunnen dwingen, om te willen. Bovendien voelde zij, in -deze plotselinge kennis der liefde, de oude genegenheid voor Dario weer met verdubbelde -kracht terugkeeren; zij kwam tot de niet aan het wankelen te brengen zekerheid, dat -zij haar lichaam slechts aan hem geven mocht, omdat zij het aan hem alleen beloofd -had. Sedert het huwlijk, dat hij, naar men zeide, als een sterfgeval had aanvaard, -reisde de jonge man in Frankrijk. Zij verborg hem niets, <span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55">55</a>]</span>schreef hem, dat hij terug moest komen, beloofde hem nogmaals nooit aan een ander -te zullen toebehooren. -</p> -<p>Haar vroomheid was nog grooter geworden; de hardnekkige gedachte om haar maagdelijkheid -te bewaren voor den uitverkoren geliefde paarde zich, in haar aanbidding, aan een -gedachte van trouw aan Jezus. Een vurig liefhebbend hart had zich in haar geopenbaard, -bereid voor het gegeven woord den marteldood te sterven. En toen haar moeder, wanhopig, -haar met gevouwen handen bezwoer zich aan haar echtelijke plichten te onderwerpen, -antwoordde zij, dat zij niets verplicht was, omdat zij bij haar huwlijk niets wist. -Bovendien waren de tijden weer veranderd, de overeenkomst tusschen het Vaticaan en -het Quirinaal was mislukt, en wel in die mate, dat de bladen van beide partijen met -nieuwe heftigheid hun laster- en scheldcampagne weer begonnen waren. Zoo stortte ook -dit triomfhuwlijk, waartoe de geheele wereld medegewerkt had als aan een onderpand -van den vrede, met de algemeene debacle in, was nog slechts een ruïne naast zoovele -andere. -</p> -<p>Ernesta stierf eraan. Zij had zich vergist, haar mislukt bestaan, haar vreugdeloos -huwlijksleven vonden haar bekroning in deze laatste dwaling als moeder. Het ergste -was, dat zij geheel alleen bleef, dat de geheele verantwoordelijkheid van de ramp -op haar rustte, want haar broer, de kardinaal, en haar zuster, donna Serafina, overlaadden -haar met verwijten. Haar eenige troost was de wanhoop van abbé Pisoni, die dubbel -getroffen werd: door het verlies van zijn patriottische verwachtingen en door het -berouw aan zulk een catastrophe medegewerkt te hebben. En op een morgen vond men Ernesta -koud en wit in haar bed. Men sprak van een slagaderbreuk; maar het verdriet alleen -zou reeds een voldoende oorzaak geweest zijn, want zij leed vreeselijk, in het geheim, -zonder te klagen, zooals zij haar geheele leven geleden had. -</p> -<p>Benedetta was nu reeds bijna een jaar getrouwd en weigerde zich nog steeds aan haar -echtgenoot, maar zij had de echtelijke woning niet willen verlaten, om haar moeder -den vreeselijken slag van een publiek schandaal te besparen. Haar tante Serafina echter -wendde al haar invloed op haar aan, door haar hoop te geven op een mogelijke ongeldigverklaring -van het huwlijk, als zij zich voor de voeten van den Heiligen Vader wilde werpen. -Ten slotte gelukte het haar haar te overtuigen, nadat zij—zelf gehoor gevend aan den -<span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56">56</a>]</span>raad van anderen—haar in plaats van abbé Pisoni den Jezuïetenpater Lorenza, bij wien -zij zelf ook biechtte, als biechtvader gegeven had. Deze nauwlijks vijf-en-dertigjarige -Jezuïetenpater was een ernstig en vriendelijk man met heldere oogen en een groote -overredingskracht. Benedetta nam echter eerst na den dood van haar moeder een besluit; -eerst toen ging zij weer in het paleis Boccanera de kamer bewonen, waar zij geboren -en haar moeder zoo juist gestorven was. Onmiddellijk werd het proces tot nietigverklaring -van het huwlijk tot eerste instructie voor den kardinaal-vicaris, die met de leiding -van het diocees Rome belast was, gebracht. Men vertelde, dat de contessina er eerst -toe overgegaan was, nadat haar een geheime audiëntie verleend was bij den paus, die -haar zijn aanmoedigende deelneming betuigd had. -</p> -<p>Graaf Prada dacht er in den beginne over zijn vrouw met den sterken arm van het gerecht -te dwingen naar de echtelijke woning terug te keeren. Op aandrang van zijn vader echter, -die de geheele zaak met leede oogen aanzag, gaf hij ten slotte toe, dat het proces -voor de kerkelijke autoriteit gevoerd werd. Het meest verbitterde hem het feit, dat -de eischeresse aanvoerde, dat het huwlijk door impotentie van den man niet voltrokken -was. Dat was een der motieven, die voor het Hof van Rome altijd groote kracht bezaten. -In zijn memorie verzuimde de kerkelijke advocaat Morano, een der autoriteiten van -de Romeinsche balie, eenvoudig te zeggen, dat de eenige reden van die impotentie de -tegenstand van de vrouw was; een geheel debat ontspon zich over dit teere punt, dat -zoo scabreus werd, dat het onmogelijk scheen de waarheid aan het daglicht te brengen; -van beide zijden gaf men intieme bijzonderheden in het Latijn, riep men getuigen voor, -die allerlei details over het samenwonen en de voorgevallen scènes moesten geven. -</p> -<p>Het meest beslissende stuk was een door twee vroedvrouwen onderteekende verklaring, -dat haar na onderzoek gebleken was, dat de maagdelijkheid van het jonge meisje ongerept -was. De vicaris had dus in zijn qualiteit van bisschop van Rome, de zaak overgedragen -aan de Conciliecongregatie, wat voor Benedetta een eerste succes beteekende. Zoo stonden -thans de zaken; zij wachtte nu op de definitieve uitspraak van de congregatie in de -hoop, dat de kerkelijke nietigverklaring van het huwlijk een onweerstaanbaar argument -zou zijn tot verkrijging van echtscheiding van de burgerlijke autoriteiten. In het -kille vertrek, waarin haar <span class="pagenum">[<a id="pb57" href="#pb57">57</a>]</span>moeder Ernesta, onderworpen en wanhopig, gestorven was, had de contessina haar jongemeisjesleven -weer opgevat. Zij was heel kalm en beheerschte volkomen haar hartstocht, want zij -had gezworen, dat zij zich aan niemand zou geven dan aan Dario, en ook aan hem eerst -op den dag, dat een priester hen heilig voor God verbonden had. -</p> -<p>Ook Dario was een half jaar vroeger ten gevolge van den dood van zijn vader en van -een catastrophe, die hem geruïneerd had, in het paleis Boccanera komen wonen. Prins -Onofrio had zich namelijk, nadat hij op raad van Prada de villa Montefiori voor tien -millioen aan een financieele maatschappij verkocht had, in plaats van verstandig zijn -tien millioen in zijn zak te houden, zich laten medesleepen door de speculatiekoorts, -die Rome toen verteerde; hij begon zelfs zoo te spelen, dat hij zijn eigen terrein -terugkocht, en verloor alles in den verschrikkelijken krach, die het vermogen der -geheele stad verslond. Geheel geruïneerd, ja zelfs niettegenstaande hij vele schulden -had, bleef de prins toch als populair man glimlachend zijn wandelingen op den Corso -voortzetten, totdat hij plotseling ten gevolge van een val van zijn paard stierf. -Elf maanden later trouwde zijn weduwe, de nog steeds mooie Flavia—die het zoo had -weten aan te leggen, dat zij uit de ramp een moderne villa en een rente van veertig -duizend francs had opgevischt—met een prachtigen, tien jaar jongeren man, een Zwitser, -Jules Laporte, oud-sergeant van de garde van St. Pieter, daarna beunhaas van een reliquieënhandel, -en thans markies Montefiori, daar hij door een speciale breve van den paus tegelijk -met de vrouw den titel veroverd had. Prinses Boccanera was weer markiezin Montefiori -geworden. -</p> -<p>Diep gekrenkt in zijn trots had kardinaal Boccanera toen van zijn neef Dario geëischt, -dat hij een paar kleine appartementen op de eerste verdieping van het paleis in de -Via Giulia zou betrekken. In het hart van den heiligen man, die voor de wereld afgestorven -scheen te zijn, leefde nog de trots op den naam en een teedere liefde voor dezen tengeren -knaap, den laatste van het geslacht, den eenige, door wien de oude wortel weer groen -kon worden. Hij toonde zich volstrekt niet afkeerig van een huwlijk met Benedetta, -die hij eveneens met vaderlijke toegenegenheid liefhad. Hij was zoo hooghartig en -zoo ten volle overtuigd van hun vroomheid, dat hij zich, toen hij hen beiden bij zich -aan huis nam, in het minst niet stoorde aan de gemeene praatjes, <span class="pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58">58</a>]</span>die de vrienden van graaf Prada onder de witte kringen rondstrooiden sedert neef en -nicht onder één dak woonden. Donna Serafina waakte over Benedetta, zooals hij zelf -over Dario waakte, en in de stilte en in de donkerte van het groote verlaten paleis, -dat vroeger door zulke tragische en bloedige gewelddaden bevlekt was, leefden nu nog -slechts deze vier met hun thans ingeslapen hartstochten—de laatste overlevenden van -een wereld, die op den drempel van een nieuwe wereld ineenstortte. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Toen abbé Pierre Froment plotseling met een zwaar hoofd uit zijn benauwde droomen -ontwaakte, zag hij tot zijn groote spijt, dat de dag al ver gevorderd was. Zijn horloge -wees zes uur. Hij, die hoogstens een uur wilde rusten, had in een onoverwinnelijke -uitputting bijna zeven uur geslapen. En hoewel hij nu wakker was, bleef hij toch op -bed liggen, gebroken, als reeds overwonnen voor den strijd. Vanwaar kwam toch die -uitputting, die ongemotiveerde ontmoediging, die huivering van twijfel, die zich in -zijn slaap, hij wist niet hoe en waarom, van hem meester gemaakt had en zijn heerlijk-jonge -geestdrift van dien ochtend geheel uitdoofde. Hadden de Boccanera’s iets met deze -plotselinge zwakheid van ziel te maken? In het donker van zijn droomen had hij zulke -verwarde, zulke verontrustende gestalten gezien; zijn angst bleef bestaan, hij riep -ze zich nogmaals voor den geest, schrikkend zoo in deze vreemde kamer wakker te worden, -bang voor het onbekende. -</p> -<p>De dingen schenen hem zoo onbegrijpelijk toe; hij kon zich niet verklaren waarom juist -Benedetta aan vicomte de la Choue geschreven en hem opgedragen had hem te zeggen, -dat zijn boek bij de <span class="corr" id="xd29e595" title="Bron: Index-congregatie">Indexcongregatie</span> aangegeven was. Welk belang kon zij erbij hebben, dat de schrijver zich te Rome kwam -verdedigen? Met welk doel had zij de vriendelijkheid zoo ver gedreven, dat zij wilde, -dat hij hier logeeren zou? Zijn groote verbazing was, dat hij, een vreemdeling, zich -in dit bed, in dit vertrek, in dit paleis bevond, waarvan hij de diepe, doodsche stilte -om zich heen hoorde. Zijn ledematen waren als geradbraakt, zijn hoofd leeg; plotseling -echter zag hij duidelijk, begreep hij, dat er dingen waren, die hem ontgingen, dat -zich achter de schijnbaar eenvoudige feiten een geheele complicatie verbergen moest. -Maar dat was slechts een lichtflits, zijn argwaan verdween weer; <span class="pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59">59</a>]</span>hij stond op, schudde zich eens flink, zeide tot zichzelf, dat die trieste schemering -de eenige oorzaak van dien angst en die wanhoop was, waarover hij zich nu reeds schaamde. -</p> -<p>Om zijn gedachten wat afleiding te geven, begon Pierre in zijn twee kamers rond te -kijken. Zij waren eenvoudig, bijna armoedig, van ongelijksoortige mahoniehouten meubelen -uit het begin der vorige eeuw voorzien. Het bed had, evenmin als de ramen en deuren, -geen gordijnen. Op den kalen, roodgeverfden en geboenden grond lagen alleen voor de -stoelen kleine matjes. Bij het zien van die kille kaalheid dacht hij terug aan de -kamer, waarin hij, als kind, te Versailles bij zijn grootmoeder geslapen had, die -daar onder Louis Philippe een garen- en bandwinkeltje gehad had. Maar aan den muur -van het bed hing tusschen kinderachtige en waardelooze gravures een oud doek, dat -zijn aandacht trok. Het stelde, nauwlijks door den stervenden dag verlicht, een vrouwefiguur -voor, die op den drempel van een groot en streng gebouw zat, waaruit men haar weggejaagd -scheen te hebben. De bronzen vleugeldeuren hadden zich voor altijd achter haar gesloten -en zij zat daar, in een eenvoudig wit linnen kleed gehuld, terwijl andere kleedingstukken, -ruw weggeworpen, her en der op de granieten treden lagen. Haar voeten en haar armen -waren bloot, het gelaat rustte in haar van smart krampachtig verwrongen handen—een -gezicht, dat men niet zag, dat, door de golven van haar prachtige lokken overstroomd, -als door een dofgouden sluier omhuld was. -</p> -<p>Welk een naamlooze smart, welk een vreeselijke schande, welk een afschuwlijk aan haar -lot overgelaten zijn verborg deze uitgestootene, deze hardnekkig liefhebbende vrouw, -over wier geschiedenis—de geschiedenis van een heftig hart—men tot in het oneindige -peinzen kon? Men raadde, dat zij in haar ellende, in die om haar schouders geworpen -flarden linnen, aanbiddelijk jong en mooi was; maar al het overige van haar—haar hartstocht -en misschien haar ongeluk en haar schuld wellicht—was gehuld in mysterie. Tenzij zij -het symbool was van alles, dat, zonder een eigen gelaat, rillend en weenend voor de -eeuwig gesloten deur van het onzienlijke staat. Lang keek hij naar haar, zóó strak, -dat hij zich ten slotte verbeeldde haar goddelijk rein, lijdend profiel te onderscheiden. -Doch het was slechts een illusie, want het doek had veel geleden, was zwart geworden -en verwaarloosd, en hij vroeg zich af van welken onbekenden meester dit paneel, dat -hem zoo ontroerde, wel zijn kon? Aan den anderen <span class="pagenum">[<a id="pb60" href="#pb60">60</a>]</span>kant irriteerde een Heilige Maagd, een slechte copie van een doek uit de achttiende -eeuw, hem door haar banalen glimlach. -</p> -<p>Het daglicht werd al zwakker en zwakker. Pierre opende het raam en ging er op zijn -ellebogen uit liggen. Tegenover hem, aan de overzijde van den Tiber, verhief zich -de Janiculus, vanwaar hij ’s ochtends Rome gezien had. Maar thans, in dit doffe licht, -was het niet meer de stad van jeugd en droomen, die zich ophief in de ochtendzon. -De avond omsluierde alles met een aschgrauw: de horizont, onduidelijk en droefgeestig-dof, -zonk weg. Daarboven links, over de daken, raadde hij nog den Palatinus: daarbeneden -rechts stak de dom van de St. Pieter nog steeds leikleurig tegen den loodgrijzen hemel -af, terwijl achter hem de Quirinalis, dien hij niet zien kon, ook wel in den mist -zou wegsomberen. Een paar minuten verliepen, en alles werd nog waziger; hij voelde -Rome verdwijnen, zich verliezen in zijn hem onbekende onmetelijkheid. Opnieuw grepen -twijfel en onrust hem zoo pijnlijk aan, dat hij niet langer aan het raam kon blijven -staan; hij sloot het weer, ging zitten, liet zich door de duisternis met een eindelooze -triestheid omhullen. En aan zijn droef gepeins kwam eerst een einde, toen de deur -zacht openging en het schijnsel van een lamp het vertrek opvroolijkte. -</p> -<p>Het was Victorine, die voorzichtig het licht binnen bracht. -</p> -<p>“Zoo, mijnheer de abbé, al op! Om vier uur ben ik ook wezen kijken, maar ik heb u -laten slapen. Heel verstandig van u, om eens goed uit te slapen!” -</p> -<p>Maar toen hij over pijn in zijn ledematen en over koude rillingen klaagde, begon zij -ongerust te worden. -</p> -<p>“Pas maar op, dat u die afschuwlijke koortsen niet krijgt. Dat vlak bij de rivier -wonen is niet gezond. Don Vigilio, de secretaris van Zijne Eminentie, heeft ze ook, -en ik verzeker u, dat dat alles behalve lollig is.” -</p> -<p>Zij gaf hem dan ook den raad niet naar beneden te gaan, maar weer zijn bed op te zoeken. -Zij zou hem wel excuseeren bij de prinses en de contessina. Hij liet haar praten en -doen wat zij wilde, want hij was niet in staat zelf iets te willen. Op haar raad at -hij echter wel wat; hij gebruikte een bord soep, een stukje kip en appelmoes, die -Giacomo, de knecht, voor hem boven bracht. Dat deed hem goed; hij voelde zich weer -zoo veel beter, dat hij weigerde naar bed te gaan en met alle geweld de dames vanavond -nog voor haar hartelijke <span class="pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61">61</a>]</span>gastvrijheid wilde bedanken. Daar donna Serafina ’s Maandagsavonds ontving, zou hij -zich voorstellen. -</p> -<p>“Goed, goed!” zeide Victorine. “Als u u weer goed voelt, zal dat een uitstekende afleiding -voor u zijn … Het beste zal zijn dat don Vigilio, die hiernaast zijn kamers heeft, -u om negen uur komt halen en met u naar beneden gaat. Wacht maar op hem!” -</p> -<p>Pierre had zich juist gewasschen en zijn nieuwe soutane aangetrokken, toen er precies -om negen uur bescheiden op de deur geklopt werd. Een kleine, nauwlijks dertigjarige, -magere en ziekelijk uitziende priester met een lang, gerimpeld en saffraankleurig -gelaat kwam binnen. Nu al twee jaar lang werd hij dagelijks op hetzelfde uur door -de koorts verteerd. Maar in zijn geel gezicht brandden, door zijn vurige ziel ontstoken, -de vlammen van zijn zwarte oogen, wanneer hij vergat die uit te dooven. -</p> -<p>Hij maakte een buiging en zeide, eenvoudig, in heel zuiver Fransch: -</p> -<p>“Mag ik mij even voorstellen, mijnheer de abbé? Don Vigilio, en geheel tot uw dienst!… -Als u het goed vindt, kunnen we naar beneden gaan.” -</p> -<p>Pierre dankte hem voor zijn vriendelijkheid en volgde hem dadelijk. Don Vigilio zeide -echter verder niets meer en antwoordde alleen maar met een glimlachje. Zij waren de -kleine trap afgegaan en bevonden zich nu op het groote portaal van de eeretrap. Pierre -voelde zich bij de armzalige verlichting droef te moede; op grooten afstand van elkaar -flikkerden enkele vleermuizen als in een verdacht hôtel garni; de gele vlekken verlichtten -nauwlijks de diepe duisternis van de hooge, eindelooze gangen. Het was iets gigantisch -en doodsch tegelijk. Zelfs op het portaal, waarop, tegenover die van haar nicht, de -appartementen van donna Serafina uitkwamen, wees niets erop, dat het de ontvangavond -van de oude dame was. De deur bleef dicht, geen geluid drong uit de vertrekken in -de doodelijke stilte, die uit het geheele paleis opsteeg. Zonder te bellen opende -don Vigilio na een nieuwe buiging de deur. -</p> -<p>Een enkele, op de tafel staande petroleumlamp verlichtte de antichambre, een groot -vertrek met kale muren, waarop <i>al fresco</i> een behang in rood en goud geschilderd was. Op de stoelen lagen een paar jassen en -twee mantels, terwijl een wandtafeltje met hoeden bedekt was. Tegen den muur zat een -huisknecht te dommelen. -</p> -<p>Toen don Vigilio ter zijde trad, om Pierre den eersten <span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62">62</a>]</span>salon, een met rood brocaat behangen, half donker, schijnbaar leeg vertrek, te laten -binnengaan, stond deze plotseling tegenover een zwarte gedaante, een in het zwart -gekleede vrouw, wier trekken hij niet dadelijk onderscheiden kon. Gelukkig hoorde -hij, hoe don Vigilio met een buiging zeide: -</p> -<p>“Contessina, mag ik de eer hebben u abbé Pierre Froment, die vanochtend uit Frankrijk -gekomen is, voor te stellen?” -</p> -<p>Hij bleef een oogenblik alleen met Benedetta in het slapende licht der twee met kant -omsluierde lampen van den verlaten salon. Maar dan kwam een geroezemoes van stemmen -uit den salon ernaast, een grooten salon, welks deur, waarvan de beide vleugels open -stonden, een vierkant van helderder licht afteekende. -</p> -<p>De jonge vrouw begroette hem met eenvoudige hartelijkheid. -</p> -<p>“Het is mij een groot genoegen u te zien, mijnheer de abbé! Ik was werkelijk bang, -dat u ernstig ongesteld zoudt zijn. Maar nu voelt u zich weer beter, niet waar?” -</p> -<p>Dadelijk kwam hij onder de bekoring van haar langzame, ietwat brouwende stem, waarin -een diepe, bedwongen hartstocht over scheen te gaan in veel gezond verstand. Nu eindelijk -zag hij haar met haar zware, bruine lokken, met haar witte, ivoorwitte huid. Zij had -een rond gezicht, eenigszins dikke lippen, een zeer fijngeteekenden neus en bijna -kinderlijk-zachte trekken. Maar vooral haar oogen leefden, groote, eindeloos diepe -oogen, waarin niemand met zekerheid lezen kon. Sliep zij? Droomde zij? Verborg zij -onder de onbeweeglijkheid van haar gelaat de vurige spankracht der groote heiligen -en der groote amoureuses? Zij was zoo blank, zoo jong, zoo rustig, haar bewegingen -waren harmonisch, haar geheele manier van doen weloverwogen, zeer edel en rhythmisch. -In haar ooren droeg zij twee groote parelen van het zuiverste water, parelen afkomstig -van een beroemden collier van haar moeder en die geheel Rome kende. -</p> -<p>Pierre excuseerde zich en dankte haar. -</p> -<p>“Madame, u maakt mij werkelijk verlegen, ik had u vanochtend al willen zeggen, hoe -zeer ik uw te groote goedheid op prijs stel.” -</p> -<p>Hij had een oogenblik geaarzeld haar “Madame” te noemen, daar hij zich het in haar -eisch tot nietigverklaring van het huwlijk aangevoerde motief herinnerde. Maar blijkbaar -noemde iedereen haar zoo. Trouwens haar gelaatsuitdrukking was kalm en welwillend -gebleven, en zij wilde hem op zijn gemak stellen. -<span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63">63</a>]</span></p> -<p>“U doet hier precies alsof u thuis was, mijnheer de abbé. Het is voor ons voldoende, -dat u de vriend bent van mijnheer de la Choue en dat hij zich voor uw werk interesseert. -Zooals u waarschijnlijk weten zult, koester ik voor hem een groote genegenheid …” -</p> -<p>Zij hield verlegen op, begreep, dat zij over het boek moest spreken, de eenige reden -van de reis en de aangeboden gastvrijheid. -</p> -<p>“Ja, de vicomte heeft mij uw boek gezonden. Ik heb het met heel veel genoegen gelezen. -Het heeft mij zelfs zeer getroffen. Maar ik ben slechts een onwetend meisje en heb -zeker niet alles goed begrepen. Wij moeten er samen eens over spreken en dan wilt -u mij zeker uw denkbeelden wel eens nader uitleggen, niet waar?” -</p> -<p>In haar groote, heldere oogen, die niet liegen konden, las hij de verbazing, de ontroering -van een kinderziel, die in aanraking gebracht wordt met verontrustende problemen, -welke zij nog nooit onder de oogen gezien had. Zij was het dus niet, die zich voor -zijn boek geïnteresseerd had, die hem in haar nabijheid wilde hebben, om hem te steunen, -om zijn bondgenoot te zijn in de overwinning? Hij vermoedde, en ditmaal zeer beslist, -een geheimen invloed, iemand, wiens hand alles naar een onbekend doel leidde. Maar -hij kwam onder de bekoring van zooveel eenvoud en zooveel openhartigheid in een zoo -mooi, zoo jong en zoo edel wezen; hij gaf zich geheel aan haar na de eerste woorden, -die zij tot hem gericht had. Hij wilde haar juist zeggen, dat zij geheel over hem -beschikken kon, toen hij daarin gestoord werd door de komst van een andere, eveneens -in het zwart gekleede vrouw, wier hooge, slanke gestalte scherp tegen de lichte lijst -der wijd openstaande deur van den salon ernaast afstak. -</p> -<p>“Heb je aan Giacomo gezegd, dat hij boven moet gaan kijken, Benedetta? Don Vigilo -is juist gekomen, en hij is alleen. Dat past niet.” -</p> -<p>“Wel neen, tante, mijnheer de abbé is hier.” -</p> -<p>En vlug stelde zij voor. -</p> -<p>“Mijnheer de abbé Pierre Froment … Prinses Boccanera!” -</p> -<p>Een <span class="corr" id="xd29e650" title="Bron: ceremoniëele">ceremonieele</span> begroeting volgde. Zij moest niet ver meer van de zestig zijn, maar zij reeg zich -zoo sterk, dat men haar van achteren voor een jonge vrouw zou hebben aangezien. Dat -was echter haar laatste coquetterie; haar haar, nog dik en vol, was geheel grijs, -slechts de wenkbrauwen <span class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64">64</a>]</span>in haar lang gezicht met de diepe plooien en den grooten, eigenzinnigen familieneus, -waren nog zwart. Zij was nooit mooi geweest en maagd gebleven; nooit was de wonde, -welke de keus van graaf Brandini, die zijn oog op Ernesta, haar jongere zuster, had -laten vallen, haar toegebracht had, genezen; van dat oogenblik af had zij besloten -al haar vreugde te zoeken in de bevrediging van den overgeërfden trots op den naam, -dien zij droeg. De Boccanera’s hadden reeds twee pausen in de familie gehad, en zij -hoopte niet te sterven, voordat haar broeder, de kardinaal, de derde was. Zij was -zijn geheime huishoudster geworden, zij had hem nooit verlaten, waakte over hem, was -zijn raadsvrouw, deed wonderen, om het langzame verval, dat de plafonds van het huis -boven hun hoofden deed ineenstorten, te verbergen. Uit hooge politiek, om den salon -van de zwarte kringen, om een macht en een gevaar te blijven, ontving zij sedert dertig -jaar iederen Maandag enkele intieme vrienden, die allen tot de partij van het Vaticaan -behoorden. -</p> -<p>Uit haar ontvangst begreep Pierre onmiddellijk, hoe weinig hij, de kleine vreemde -priester, die niet eens prelaat was, voor haar beteekende. En dat deed zijn verwondering -nog grooter worden, deed opnieuw de vraag in hem opkomen: waarom had men hem hier -uitgenoodigd, wat moest hij in deze voor de nederigen gesloten wereld doen? Hij wist, -dat zij uiterst vroom was, en meende ten slotte te moeten begrijpen, dat zij hem alleen -uit égard voor den vicomte ontving, want op haar beurt wist zij niets anders te zeggen -dan: -</p> -<p>“Het doet ons zoo’n genoegen goede berichten van mijnheer de la Choue te ontvangen! -Twee jaar geleden is hij hier met zoo’n mooien pelgrimstocht geweest!” -</p> -<p>Zij ging den jongen priester voor naar den salon ernaast. Het was een groot vierkant -vertrek met oud, geel brocaat met groote Louis XIV-bloemen behangen. Het zeer hooge -plafond had een prachtige bekleeding van gesneden en beschilderd hout en vakken met -gouden rosetten. De meubileering was zeer gemengd. Hooge spiegels, twee prachtige, -vergulde wandtafeltjes, een paar mooie fauteuils uit de zeventiende eeuw; maar al -het overige was jammerlijk-leelijk, een zware empire-guéridon van God weet waarvandaan, -allerlei vreemde dingen, die uit den een of anderen bazar afkomstig moesten zijn, -afschuwlijke photographieën op het kostbare marmer der wandtafeltjes. Er was geen -enkel interessant kunstvoorwerp. Aan de muren hingen oude middelmatige <span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65">65</a>]</span>schilderijen, uitgezonderd een prachtige onbekende primitief: een Visitatie uit de -veertiende eeuw: de Heilige Maagd was heel klein en had de teere reinheid van een -tienjarig kind, terwijl de Engel zeer groot en schitterend was en haar deed baden -in de golven van een verblindende, bovenmenschelijke liefde. Daartegenover hing een -oud familieportret, een zeer mooi jong meisje met een tulband op het hoofd voorstellend, -waarschijnlijk Cassia Boccanera, die zich met haar broeder Ercole en het lijk van -haar geliefde, Flavio Corradini, in den Tiber geworpen had. Vier lampen verlichtten -met haar sterk, rustig licht het verwelkte, als door een melancholieken zonsondergang -geel bestraalde, ernstige, ledige en kale vertrek, waarin geen enkele bloem te zien -was. -</p> -<p>Dadelijk stelde donna Serafina Pierre met enkele woorden voor. In de onmiddellijk -daarop volgende stilte en het plotselinge staken der gesprekken voelde hij hoe aller -blikken zich tot hem wendden als naar een beloofde en verwachte curiositeit. Er waren -hoogstens een tiental personen bijeen, waaronder Dario, die stond te praten met de -kleine prinses Celia Buongiovanni, welke hier gebracht was door een oude bloedverwante, -die in een donker hoekje zat te fluisteren met een prelaat, monsignor Nani. Pierre -was echter het meest getroffen door den naam van den kerkelijken advocaat Morano, -van wiens bijzondere positie in dit huis de vicomte, toen hij Pierre naar Rome zond, -gemeend had hem op de hoogte te moeten brengen, opdat hij geen verkeerde dingen zeggen -of doen zou. -</p> -<p>Morano was sedert dertig jaar de vriend van donna Serafina. Deze verhouding was vroeger -strafbaar, daar de advocaat vrouw en kinderen had, maar nadat hij weduwnaar geworden -was en vooral onder den invloed van den tijd werd het een door allen geëxcuseerde -en aanvaarde liaison, een van die langdurige natuurlijke huwlijken, welke door de -verdraagzaamheid der wereld gewijd worden. Daar beiden zeer vroom waren, hadden zij -zich ongetwijfeld van de noodige aflaten verzekerd. Zoo zat Morano op de plaats, die -hij sedert meer dan een halve eeuw innam, naast den haard, hoewel er nog geen vuur -brandde. Toen donna Serafina zich van haar plicht als gastvrouw gekweten had, ging -zij op haar eigen plaatsje aan den anderen kant van den haard tegenover hem zitten. -</p> -<p>Terwijl Pierre, zwijgend en bescheiden op een stoel naast don Vigilio plaats nam, -vertelde Dario op luideren toon het verhaal, dat hij aan Celia deed, verder. Hij was -een knappe <span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66">66</a>]</span>jonge man van middelbare grootte, slank en elegant, met een bruinen, zeer gesoigneerden -baard, een lang gezicht en den grooten neus der Boccanera’s; maar zijn gelaatstrekken -waren zachter, als door de eeuwenlange verarming van het bloed verslapt. -</p> -<p>“O, een schoonheid!” herhaalde hij met nadruk; “een buitengewone schoonheid!” -</p> -<p>“Wie bedoel je toch?” vroeg Benedetta, die zich bij hen voegde. -</p> -<p>Celia, die op de boven haar hoofd hangende kleine Maagd van den primitief leek, begon -te lachen. -</p> -<p>“O, een arm meisje—een arbeidster, die Dario vandaag gezien heeft.” -</p> -<p>En Dario moest zijn verhaal opnieuw beginnen. Hij liep in een smal straatje, dicht -bij de piazza Navona, toen hij op de treden van een bordes een groot, krachtig meisje -van een jaar of twintig zag, dat vreeselijk zat te snikken. Getroffen door haar schoonheid, -was hij naar haar toegegaan en had eindelijk begrepen, dat zij in het huis, een fabriek -van wasparelen, werkte, maar dat de fabriek gesloten was en zij nu niet naar huis -durfde gaan, omdat daar toch al zoo’n armoede heerschte. Onder den zondvloed van haar -tranen had zij zulke mooie oogen naar hem opgeslagen, dat hij ten slotte wat geld -uit zijn zak gehaald had. Toen was zij echter, rood en verlegen, opgesprongen, had -haar handen onder haar rok verborgen en niets willen aannemen; als hij wilde, kon -hij met haar medegaan en het aan haar moeder geven. Vervolgens was zij weggeloopen -in de richting van de Engelenbrug. -</p> -<p>“O, een schoonheid,” herhaalde hij met geestdriftige extase; “een buitengewone schoonheid!… -Grooter dan ik, maar desniettemin toch slank, met een hals als van een godin! Een -echte antieke, een twintigjarige Venus—de kin iets te krachtig, mond en lippen zeldzaam -regelmatig, oogen—o, die reine, groote oogen! En blootshoofds, niets dan de kroon -van haar zware, zwarte lokken—een stralend gezicht, als verguld door de zon!” -</p> -<p>Allen luisterden verrukt in dien hartstocht voor de schoonheid, welken Rome trots -alles bewaart. -</p> -<p>“Die mooie meisjes uit het volk beginnen zeldzaam te worden,” zeide Morano. “Je kan -heel Trastevere doorloopen, zonder er een tegen te komen. Maar dit bewijst, dat er -tenminste nog één is.” -<span class="pagenum">[<a id="pb67" href="#pb67">67</a>]</span></p> -<p>“En hoe heet je godin?” vroeg Benedetta, die even verrukt was als de anderen, glimlachend. -</p> -<p>“Pierina,” lachte hij terug. -</p> -<p>“En wat heb je gedaan?” -</p> -<p>Maar het gelaat van den jongen man kreeg een uitdrukking van onbehagen en angst, als -dat van een kind, dat onder het spelen een leelijk dier ziet. -</p> -<p>“Praat me daar niet over, ik heb er spijt genoeg van … Een ellende, een ellende, om -er ziek van te worden.” -</p> -<p>Hij was haar uit nieuwsgierigheid gevolgd naar den anderen kant van de Engelenbrug -tot in de nieuwe wijk, die op de oude Prati del Castello gebouwd werd; en daar, op -de eerste verdieping van een der verwaarloosde, nauwlijks droge en toch reeds in verval -verkeerende huizen, was hij getuige geweest van een vreeselijk tooneel, waar hij nu -nog van walgde: een heele familie, vader, moeder, een oude zwakke oom, kinderen, die -bijna stierven van honger en in het vuil vervuilden. Hij gebruikte bij zijn schildering -de mooiste woorden, verjoeg het vreeselijk visioen met een verschrikte handbeweging. -</p> -<p>“Enfin, ik maakte, dat ik wegkwam, en ik verzeker je, dat ik niet meer terug ga.” -</p> -<p>In de koude en verlegen stilte, die volgde, schudden allen afkeurend hun hoofd. Morano -verklaarde met bittere woorden, dat de roovers, de mannen van het Quirinaal, de eenige -oorzaak van al die ellende van Rome waren. Liep niet het gerucht, dat men den afgevaardigde -Sacco, dien in allerlei verdachte zaken gecompromitteerden intrigant, minister wilde -maken? Dat zou het toppunt van onbeschaamdheid zijn, het onvermijdelijke en nabije -bankroet. -</p> -<p>Alleen Benedetta, wier blik zich op Pierre richtte, prevelde, denkend aan zijn boek: -</p> -<p>“Die arme menschen! Hoe vreeselijk! Maar waarom niet naar hen teruggaan?” -</p> -<p>Pierre, in den beginne verstrooid en zich niet op zijn gemak voelend, was diep ontroerd -door het verhaal van Dario. Hij doorleefde weer zijn apostolaat te midden der ellenden -van Parijs, en een innig medelijden maakte zich van hem meester, nu hij bij zijn aankomst -in Rome weer dezelfde ellende terugvond. Zonder het te willen, verhief hij zijn stem -en zeide luid: -</p> -<p>“O, madame, laten we er samen heengaan! Breng mij er! Die quaesties interesseeren -mij zoo.” -<span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68">68</a>]</span></p> -<p>De aandacht van allen werd daardoor weer op hem gevestigd. Men begon hem vragen te -stellen; hij voelde, dat zij nieuwsgierig waren naar zijn eersten indruk, naar wat -hij over hun stad en over hen zelf dacht. Vooral moest hij Rome niet naar den uiterlijken -schijn beoordeelen. Wat had hij gezien, hoe vond hij de stad? Doch hij verontschuldigde -zich beleefd, zeide, dat hij daarop geen antwoord geven kon, daar hij nog niets gezien -had, zelfs nog niet uit geweest was. Maar toch bleef men bij hem aandringen; hij kreeg -het zeer besliste gevoel, dat men een druk op hem wilde uitoefenen, hem met geweld -tot bewondering en liefde dwingen wilde. Men gaf hem van alle kanten raad, bezwoer -hem zich niet door teleurstellingen, die niet uit konden blijven, te laten beïnvloeden, -doch vol te houden, te wachten, tot Rome hem zijn ziel openbaarde. -</p> -<p>“Hoe lang denkt u hier te blijven, mijnheer de abbé?” vroeg een beleefde, zachte en -heldere stem. -</p> -<p>Het was monsignor Nani. Hij zat nog steeds in hetzelfde donkere hoekje en sprak nu -voor het eerst met luide stem. Meermalen meende Pierre reeds opgemerkt te hebben, -dat de prelaat zijn blauwe, zeer levendige oogen niet van hem af had, terwijl hij -aandachtig scheen te luisteren naar het langzame gepraat van Celia’s tante. Voor hij -antwoordde, keek hij hem aan. In zijn soutane met de smalle karmijnroode zoom en de -violetzijden sjerp om zijn middel, zag hij er met zijn nog blond haar, zijn rechten, -fijngeteekenden neus, zijn krachtigen mond en zijn schitterend-witte tanden, nog jong -uit, ofschoon hij de vijftig reeds gepasseerd was. -</p> -<p>“Een veertien dagen, monsignor, drie weken misschien.” -</p> -<p>De geheele salon protesteerde. Wat? Drie weken? En verbeeldde hij zich heusch Rome -in drie weken te leeren kennen? Daar waren zes maanden, een jaar, tien jaar voor noodig! -De eerste indruk was altijd ongunstig, en om dien te overwinnen was een langer verblijf -beslist noodzakelijk. -</p> -<p>“Drie weken!” herhaalde donna Serafina met een minachtend gebaar. “Kan men elkaar -in drie weken leeren kennen en lief hebben?” -</p> -<p>Om de lippen van Nani, die zich met de anderen opgewonden had, speelde slechts een -flauw glimlachje. Met zijn fijne hand, die zijn aristocratische geboorte verried, -maakte hij een klein gebaar. En toen Pierre zeer bescheiden uitlegde, dat hij alleen -gekomen was, om enkele stappen te doen, en <span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69">69</a>]</span>weer terug zou gaan, zoodra die gedaan waren, zeide de prelaat nog steeds glimlachend: -</p> -<p>“O, mijnheer de abbé zal langer blijven dan drie weken. Ik hoop, dat we het genoegen -zullen hebben hem nog lang in ons midden te zien.” -</p> -<p>Hoewel deze woorden met rustige beleefdheid uitgesproken werden, maakten zij op Pierre -toch een zeer onaangenamen indruk. Wat wist de prelaat? Wat wilde hij daarmede zeggen? -Hij vroeg zacht aan don Vigilio, die nog steeds zwijgend naast hem zat: -</p> -<p>“Wie is toch die monsignor Nani?” -</p> -<p>Maar de secretaris antwoordde niet dadelijk. Zijn koortsachtig gelaat kreeg een nog -grauwere tint. Zijn vurige oogen zagen rond, vergewisten zich, dat niemand naar hem -keek. Dan fluisterde hij: -</p> -<p>“De assessor van het Heilig College!” -</p> -<p>Die inlichting was voldoende, want Pierre wist heel goed, dat de assessor, die zwijgend -de vergaderingen van het Heilig College bijwoonde, zich iederen Woensdagavond na de -zitting naar den Heiligen Vader begaf, om hem op de hoogte te brengen van de dien -middag behandelde zaken. Die wekelijksche audiëntie, dat vertrouwlijke uurtje bij -den paus, dat het mogelijk maakte allerlei onderwerpen te bespreken, gaf aan den functionaris -een bijzondere positie en zeer uitgebreide macht. Bovendien leidde dit ambt tot de -kardinaalswaardigheid; de assessor kon later nog slechts tot kardinaal benoemd worden. -</p> -<p>Monsignor Nani, die een zeer eenvoudig en vriendelijk man scheen te zijn, bleef den -jongen priester zoo aanmoedigend aankijken, dat deze zich verplicht voelde plaats -te nemen op den stoel, dien de oude tante van Celia eindelijk naast hem vrij gemaakt -had. Was deze kennismaking, dadelijk op den eersten dag, met een machtig prelaat, -wiens invloed misschien alle deuren, voor hem zou openen, niet een voorteeken voor -de overwinning? Hij was dan ook zeer ontroerd, toen deze hem dadelijk na de eerste -woorden op zeer belangstellenden toon vroeg: -</p> -<p>“Dus hebt gij, mijn waarde zoon, een boek het licht doen zien?” -</p> -<p>En Pierre, weer geheel medegesleept door zijn geestdrift en geheel vergetend, waar -hij was, vertelde hem, hoe hij door de lijdenden en ongelukkigen ingewijd was in brandende -naastenliefde, droomde hardop van den terugkeer tot <span class="pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70">70</a>]</span>de Christelijke gemeenschap, juichte over het verjongde Katholicisme, dat de godsdienst -der universeele democratie geworden was. Langzamerhand was hij met stemverheffing -gaan spreken en in den ouden strengen salon ontstond een stilte; allen luisterden -te midden van een toenemende verbazing, een ijzige koude, die hij echter niet voelde. -</p> -<p>Eindelijk viel Nani hem zacht in de rede met zijn eeuwig glimlachje, waarin het ironisch -trekje zelfs niet op te merken was: -</p> -<p>“Zeker, zeker, mijn waarde zoon, het is heel mooi, ongetwijfeld heel mooi, de reine -en edele phantasie van een Christen volkomen waardig … Maar wat wilt ge nu doen?” -</p> -<p>“Regelrecht naar den Heiligen Vader gaan, om mij te verdedigen.” -</p> -<p>Een zacht, onderdrukt lachje volgde en donna Serafina drukte aller gevoelen uit, door -te zeggen: -</p> -<p>“Maar dat gaat zoo maar niet!” -</p> -<p>Doch Pierre wond zich op. -</p> -<p>“Maar ik hoop hem toch te spreken. Heb ik geen uitdrukking gegeven aan zijn denkbeelden? -Heb ik zijn politiek niet verdedigd? Kan hij mijn boek laten veroordeelen, waarin -ik volgens mijn overtuiging door het beste in hem zelf geïnspireerd ben?” -</p> -<p>“Zeer zeker, zeer zeker,” haastte Nani zich te herhalen, alsof hij bang was, dat men -te heftig te werk ging met dezen jongen enthousiast. “De Heilige Vader heeft zulke -hooge en verheven denkbeelden! Ge moet hem spreken … Maar, mijn lieve zoon, ge moet -u niet zoo opwinden, denk een weinig na en wacht uw tijd af.” -</p> -<p>En zich dan tot Benedetta wendend: -</p> -<p>“Zijne Eminentie heeft mijnheer den abbé nog niet gezien, wel? Het zou goed zijn, -indien Zijne Eminentie hem morgenochtend zou willen ontvangen, om hem met zijn wijze -raadgevingen te leiden.” -</p> -<p>Kardinaal Boccanera woonde nooit de ontvangavonden van zijn zuster bij. Maar in den -geest was hij altijd als afwezige, opperste gebieder aanwezig. -</p> -<p>“Maar ik ben bang,” antwoordde de contessina aarzelend, “dat mijn oom niet medegaat -met de denkbeelden van mijnheer den abbé.” -</p> -<p>Nani begon weer te glimlachen. -</p> -<p>“Juist daarom zal hij hem des te beter kunnen raden.” -</p> -<p>En onmiddellijk werd met don Vigilio afgesproken, dat <span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71">71</a>]</span>deze Pierre voor een audiëntie zou inschrijven voor den volgenden ochtend om tien -uur. -</p> -<p>Doch op dat oogenblik kwam een kardinaal binnen, gekleed met den rooden gordel en -de roode kousen en de zwarte, roodomzoomde simarra<a class="noteref" id="xd29e738src" href="#xd29e738">1</a> met roode knoopen, de gewone dracht, die de kardinalen bij bezoeken dragen. Het was -kardinaal Sarno, een zeer oud vriend der Boccanera’s. Terwijl hij zich verontschuldigde, -dat hij zoo laat kwam, omdat hij lang had moeten werken, zwegen allen en omgaven hem -vol eerbied. Pierre echter, die voor het eerst een kardinaal zag, voelde zich zeer -teleurgesteld, want het was niet de majestueuze verschijning, de mooie decoratieve -aanblik, dien hij verwacht had. Deze kardinaal leek klein en een weinig mismaakt, -de linkerschouder was hooger dan de rechter, het gezicht uitgeteerd en vaal, de oogen -als dood. Hij maakte op hem den indruk van een zeer afgeleefden, zeventigjarigen ambtenaar, -die, door een halve eeuw van bekrompen bureauleven afgestompt, zwaar en misvormd geworden -was, daar hij nooit den ronden leeren stoel verlaten had, waarop hij zijn geheele -leven doorgebracht had. -</p> -<p>En inderdaad was zijn geheele geschiedenis in het kort aldus weer te geven: hij was -het ziekelijke kind van een <span class="corr" id="xd29e743" title="Bron: klein-burgerlijke">kleinburgerlijke</span> familie, werd in het Roomsche Seminarie opgevoed, was later tien jaar professor in -het kanonnieke recht aan datzelfde Seminarie, daarna secretaris van de Propaganda -en eindelijk sedert vijf-en-twintig jaar kardinaal. Kort geleden had hij zijn kardinaalsjubileum -gevierd. Te Rome geboren, had hij nooit een enkelen dag buiten Rome doorgebracht; -hij was het type van den priester, opgegroeid in de schaduw van het Vaticaan. Hoewel -hij nooit een diplomatieke functie bekleed had, had hij aan zijn methodische werkwijze -aan de Propaganda te danken, dat hij president geworden was van een der beide commissies, -die onderling het bestuur van de uitgestrekte, nog niet Katholieke landen in het Westen -verdeelden. Zoo kwam het, dat op den bodem van deze uitgestorven oogen, in dezen lagen -schedel de uitgebreide kaart der Christenheid lag. -</p> -<p>Zelfs Nani was vol heimelijken eerbied voor dien weinig op den voorgrond tredenden -en verschrikkelijken man opgestaan, die, zonder ooit zijn bureau verlaten te hebben, -tot in de verste hoeken der aarde zijn invloed gelden liet. Hij wist, <span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72">72</a>]</span>dat hij, ondanks zijn schijnbare onbeduidendheid, door zijn langzamen, methodischen -en goed geregelden veroveringsarbeid een macht was, die rijken aan het wankelen brengen -kon. -</p> -<p>“Is de verkoudheid van Uwe Eminentie weer beter?” -</p> -<p>“Neen, neen, ik hoest nog altijd … Het is een gevaarlijke corridor. Ik ril van de -koude, zoodra ik uit mijn kabinet kom.” -</p> -<p>Van af dat oogenblik voelde Pierre zich heel klein en nietig. Men vergat zelfs hem -aan den kardinaal voor te stellen. En hij moest nog bijna een uur blijven, alleen -rondkijkend en opmerkend. De geheele, verouderde wereld kwam hem zoo kinderlijk voor, -als waren zij allen in een treurige kindsheid teruggevallen. Hij wist nu, dat zich -onder de trotsche terughoudendheid, onder de hoogmoedige ingetogenheid een werkelijke -schuchterheid<span class="corr" id="xd29e754" title="Niet in bron">,</span> het onuitgesproken wantrouwen van een groote onwetendheid verborg. Dat het gesprek -niet algemeen werd, was het gevolg van het feit, dat niemand durfde. In de hoeken -echter hoorde hij kinderachtige, eindelooze gesprekken, de onbeteekenende historietjes -van de week, de praatjes der sacristieën en salons. Men zag elkaar slechts zelden, -de kleinste gebeurtenissen namen ontzaglijke afmetingen aan. -</p> -<p>Ten slotte kreeg hij het zeer duidelijke gevoel, dat hij verplaatst was in een Franschen -salon in een der groote bisschoppelijke provinciesteden onder de regeering van Karel -X. Ververschingen werden niet rondgediend. De oude tante van Celia had zich meester -gemaakt van kardinaal Sarno, die haar geen antwoord gaf, doch slechts nu en dan zijn -kin optrok. Don Vigilio had den geheelen avond geen mond opengedaan! Nani en Morano -voerden reeds eenigen tijd een fluisterend gesprek, terwijl donna Serafina, die zich -over hen heen boog om te kunnen luisteren, telkens goedkeurend knikte. Ongetwijfeld -spraken zij over de scheiding van Benedetta, want zij keken nu en dan met een ernstig -gezicht naar haar. En in het groote, door de lampen rustig verlichte vertrek scheen -alleen de door Benedetta, Dario en Celia gevormde groep te leven. Zij praatten halfluid -en hadden soms moeite hun lachen in te houden. -</p> -<p>Plotseling viel Pierre de groote gelijkenis op, die hij zag tusschen Benedetta en -het aan den muur hangend portret van Cassia. Het was dezelfde kinderlijke teerheid, -dezelfde hartstochtelijke mond, dezelfde groote oogen in hetzelfde kleine ronde, verstandige -en gezonde gezichtje. Beiden hadden ongetwijfeld een rechtschapen ziel en een vurig -<span class="pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73">73</a>]</span>hart. Dan flitste een herinnering door zijn brein: de herinnering aan een portret -van Guido Reni, de aanbiddelijke kuische kop van Beatrice Cenci, waarvan het portret -van Cassia hem op dat oogenblik de nauwkeurige reproductie scheen te zijn. Die dubbele -gelijkenis ontroerde hem en deed hem met bange deelneming naar Benedetta kijken, als -zou het geweldige noodlot van het land en van het ras op haar neerstorten. Maar zij -was zoo kalm, zag er zoo vastberaden en gelaten uit. Sedert hij in den salon was, -had hij tusschen haar en Dario geen ander dan een zuiver broederlijke en geestelijke -en opgewekte teederheid kunnen opmerken, vooral van haar kant; haar gelaat behield -de vroolijke uitdrukking van een groote liefde, die voor de wereld niet verborgen -behoefde te blijven. Eenmaal had Dario schertsend haar handen in de zijne genomen -en die gedrukt; doch toen hij eenigszins zenuwachtig begon te lachen en vluchtige -vlammen onder zijn wimpers òplichtten, had zij kalm zijn vingers losgemaakt als bij -een spel van oude kameraden. Zij had hem lief, het was duidelijk te zien, met haar -geheele wezen, voor het geheele leven. -</p> -<p>Maar nadat Dario een geeuw onderdrukt, op zijn horloge gekeken en zich uit de voeten -gemaakt had, om naar zijn vrienden te gaan, die bij een dame speelden, gingen Benedetta -en Celia op een canapé zitten naast den stoel van Pierre, die, zonder het te willen, -enkele woorden van haar gesprek opving. De kleine prinses was de oudste dochter van -prins Matteo Buongiovanni, vader van vijf kinderen reeds en getrouwd met eene Mortimer, -een Engelsche, die hem vijf millioen aangebracht had. Trouwens de Buongiovanni’s gingen -door voor een der weinige patricische families te Rome, die nog rijk waren en zich -staande hadden weten te houden te midden van de van alle kanten instortende ruïnes -van het verleden. Ook zij hadden twee pausen in de familie gehad, wat echter voor -Matteo geen beletsel geweest was zich bij het Quirinaal aan te sluiten, zonder daarom -nog met het Vaticaan te breken. In zijn aderen vloeide, daar hij zelf de zoon van -een Amerikaansche was, niet meer het zuivere Romeinsche bloed; zijn politiek was soepeler; -ook zeide men, dat hij gierig was. Hij streed om als een der laatsten den vroegeren -rijkdom en de vroegere almacht, die, zooals hij voelde, ten doode gedoemd waren, te -behouden. In deze trotsche familie nu, wier glans nog steeds de stad vervulde, was -plotseling iets gebeurd, dat eindelooze praatjes <span class="pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74">74</a>]</span>veroorzaakte: de plotselinge liefde van Celia voor een jongen luitenant, dien zij -nog nooit gesproken had; de hartstochtelijke eensgezindheid der twee, die elkaar dagelijks -op den Corso zagen en alleen maar door hun blikken met elkaar spreken konden; de taaie -vasthoudendheid van het jonge meisje, dat aan haar vader verklaard had, dat zij nooit -een anderen man wilde hebben, en nu onwrikbaar wachtte in de vaste overtuiging, dat -men haar den man van haar keuze geven zou. Het ergste was, dat deze luitenant, Attilio -Sacco, de zoon was van den afgevaardigde Sacco, een parvenu, dien de zwarte kringen -minachtten als verkocht aan het Quirinaal en tot de gemeenste dingen in staat. -</p> -<p>“Dat gezegde van Morano daareven was natuurlijk voor mij bestemd,” fluisterde Celia -Benedetta in. “Ja zeker, daarnet, toen hij den vader van Attilio naar aanleiding van -het ministerschap, waar men het zoo druk over heeft, zoo uitmaakte … Hij heeft mij -een lesje willen geven.” -</p> -<p>De twee jonge meisjes hadden elkaar in het nonnenklooster een eeuwige vriendschap -gezworen. Benedetta, die vijf jaar ouder was dan Celia, speelde een beetje moedertje -over haar. -</p> -<p>“Ben je nu nog niet verstandig geworden? Denk je nog altijd aan dien jongen man?” -</p> -<p>“Begin jij nu ook al mee te doen? Attilio bevalt me en ik wil hem hebben. Hem, versta -je, en geen ander! Ik wil hem hebben en ik zal hem hebben, omdat hij van mij houdt -en ik van hem … Het is zoo eenvoudig mogelijk.” -</p> -<p>Pierre keek haar verbaasd aan. Met haar zacht, jonkvrouwelijk gezicht was zij een -witte, gesloten lelie. Een voorhoofd en een neus, zoo rein als een bloem; een onschuldige -mond, welks lippen zich vastberaden over de witte tanden sloten; oogen, helder als -bronwater en zonder grond. Geen rilling liep over de als zijde zoo zachte wangen, -niet de minste onrust was in den naïeven blik te bespeuren. Dacht zij? Wist zij? Wie -zou het hebben kunnen zeggen? Zij was de maagd in al haar angstig makende verborgenheid. -</p> -<p>“Kom, lieve kind,” begon Benedetta weer, “ga mijn treurige geschiedenis niet herhalen. -Het gaat nu eenmaal niet, paus en koning trouwen niet samen.” -</p> -<p>“Maar,” zeide Celia in alle kalmte, “jij hieldt niet van Prada en ik wel van Attilio. -En leven is nu eenmaal liefhebben.” -</p> -<p>Dit woord uit den mond van dit onschuldige kind trof Pierre zóó zeer, dat hij de tranen -in zijn oogen voelde komen. <span class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75">75</a>]</span>De liefde, ja, dat was de oplossing van alle geschillen, de band tusschen de volkeren, -de vrede en de vreugde in de geheele wereld. Maar donna Serafina, die het gesprek -van de twee vriendinnen niet geheel scheen te vertrouwen, was opgestaan. Zij wierp -don Vigilio een blik toe, dien deze dadelijk scheen te begrijpen, want hij ging heel -zacht tegen Pierre zeggen, dat het tijd was om te gaan. Het sloeg elf uur, Celia vertrok -met haar tante. Blijkbaar wilde advocaat Morano, dat kardinaal Sarno en Nani nog even -bleven, om in den familiekring nog even te spreken over de een of andere moeilijkheid, -die zich ten opzichte van de echtscheiding voorgedaan had. Toen Benedetta Celia op -beide wangen gekust had, nam zij in den eersten salon hartelijk afscheid van Pierre: -</p> -<p>“Morgenochtend zal ik den vicomte antwoorden en hem schrijven, hoe prettig we het -vinden u bij ons te hebben, en voor heel wat langer dan u zelf gelooft … En vergeet -vooral niet morgenochtend om tien uur uw opwachting bij mijn oom, den kardinaal, te -maken.” -</p> -<p>Toen boven op de derde verdieping Pierre en don Vigilio, ieder met een blaker, dien -een knecht hun gegeven had, in de hand, elkaar voor hun deuren goeden nacht zeiden, -kon de eerste zich niet weerhouden den ander een vraag te doen, die hem kwelde. -</p> -<p>“Is die monsignor Nani een invloedrijk iemand?” -</p> -<p>Don Vigilio schrok opnieuw. Hij maakte slechts een gebaar, waarbij hij zijn beide -armen uitbreidde, als wilde hij de wereld omarmen. -</p> -<p>“U hebt hem vroeger reeds gekend, niet waar?” vroeg hij zonder te antwoorden. -</p> -<p>“Ik? Geen quaestie van!” -</p> -<p>“Dan begrijp ik er niets van!… Hij kent u heel goed. Ik heb hem verleden Maandag over -u hooren spreken in zulke termen, dat het mij toescheen alsof hij op de hoogte was -van de kleinste bijzonderheden van uw leven en van uw karakter.” -</p> -<p>“Ik heb zelfs zijn naam nooit hooren noemen.” -</p> -<p>“Dan zal hij zeker naar u geïnformeerd hebben.” -</p> -<p>Don Vigilio groette en ging zijn kamer binnen, terwijl Pierre, die tot zijn verbazing -de deur van zijn kamer open vond, er Victorine op haar rustige manier uit zag komen. -</p> -<p>“O, mijnheer de abbé, ik heb mij persoonlijk willen overtuigen, dat er niets ontbrak. -U hebt uw kaars, u hebt suiker, water en lucifers … Wat gebruikt u ’s ochtends? Koffie? -Neen? Alleen melk met een broodje. Goed! Om acht uur <span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76">76</a>]</span>zeker?… En rust u nu maar eens goed uit! Ik heb de eerste nachten in dit oude paleis -een vreeselijken angst voor spoken gehad! Maar ik heb er nooit één gezien. Wanneer -je dood bent, dan ben je veel te blij, dat je het bent, en rust je lekker uit.” -</p> -<p>Eindelijk was Pierre alleen. Hij was blij, dat hij uit de plooi kon komen, dat hij -kon ontsnappen aan het onbehaaglijk gevoel, dat die onbekende omgeving, die salon, -die menschen, welke zich in het rustige licht der lampen als spoken vermengden en -weer verdwenen, hem gaven. De spoken, dat zijn de oude dooden van vroeger, wier onrustige -zielen terugkwamen om lief te hebben en te lijden in het hart der levenden van thans. -Ondanks zijn lange dagrust had hij zich nooit zoo moe gevoeld, nooit zoo’n behoefte -aan slaap; zijn hoofd was geheel verward, hij was bang niets begrepen te hebben. Toen -hij zich begon uit te kleeden, maakte de verwondering, dat hij hier was, dat hij hier -naar bed ging, zich opnieuw met zulk een heftigheid van hem meester, dat hij een oogenblik -meende een ander te zijn. Wat dachten al die menschen van zijn boek? Waarom had men -hem in dit kille huis laten komen, dat hem—hij voelde het—vijandig gezind was? Was -het om hem te helpen of om hem te overwinnen? En hij zag in het gele licht van den -salon niets meer dan donna Serafina en advocaat Morano, ieder aan een kant van den -haard, terwijl achter het hartstochtelijke en rustige hoofd van Benedetta, het glimlachende -gezicht van monsignor Nani met zijn listige oogen en zijn van ontembare energie getuigende -lippen verscheen. -</p> -<p>Hij ging liggen, maar stond al heel gauw weer op; hij had het benauwd, voelde zoo’n -behoefte aan frissche, vrije lucht, dat hij het raam geheel openzette en eruit leunde. -Maar de nacht was inktzwart, de horizont lag in het duister gedompeld. De sterren -aan het firmament werden waarschijnlijk door nevels bedekt, het ondoorzichtige hemelgewelf -hing loodzwaar neer. De huizen van den tegenoverliggenden Trastevere sliepen reeds -lang; geen enkel raam was meer verlicht; slechts flikkerde in de verte een lantaarn -als een verloren ster. Vergeefs zocht hij den Janiculus. Alles ging in dit meer van -Niets onder, de vier-en-twintig eeuwen van Rome, de oude Palatinus, de moderne Quirinalis, -de reusachtige dom van de St. Pieter, die in de schaduwgolf van den hemel verdrongen -werd. En onder zich zag hij zelfs niet, hoorde hij zelfs niet den Tiber, de doode -rivier in de doode stad. -<span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77">77</a>]</span></p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e738" href="#xd29e738src">1</a></span> Een lang kleed. <a class="fnarrow" href="#xd29e738src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">DERDE HOOFDSTUK</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Den volgenden ochtend om kwart voor tienen ging Pierre naar de eerste verdieping van -het paleis, om zich aan te melden voor de <span class="corr" id="xd29e800" title="Bron: audientie">audiëntie</span> van kardinaal Boccanera. Vol moed was hij wakker geworden, vol naïeve geestdrift -van zijn geloof; niets was er meer overgebleven van zijn ongewone terneergeslagenheid -van den vorigen dag, van den twijfel, van den argwaan, die hem na de vermoeienis van -de reis bij het eerste contact met Rome hadden aangegrepen. Het weer was zoo mooi, -de hemel zoo helder, dat zijn hart weer vol hoop was gaan kloppen. -</p> -<p>De op het groote portaal uitkomende deur van de eerste antichambre stond wijd open. -De kardinaal, een der laatste kardinalen van het Romeinsche patriciaat, had, hoewel -hij de op de straat uitkomende, van ouderdom wegrottende gala-salons had gesloten, -den ontvangsalon van een zijner oud-ooms, die tegen het einde der achttiende eeuw -eveneens kardinaal geweest was, behouden. Het was een reeks van vier groote, zes meter -hooge vertrekken, die op het hellend, naar den Tiber loopend steegje uitzagen. De -zon, waaraan door de zwarte huizen aan den overkant de weg versperd werd, drong er -nooit in door. De inrichting met al haar pracht en praal, die de vroegere hoogwaardigheidsbekleeders -der Kerk ten toon spreidden, was intact gebleven. Maar hersteld of gerepareerd of -onderhouden was er niets. Het behang hing aan flarden, het stof vrat de meubelen op; -in de volkomen verwaarloozing voelde men den hautainen wensch den tijd tegen te houden. -</p> -<p>Toen Pierre het eerste vertrek, de antichambre der bedienden, binnenging, werd hij -door een lichte ontroering aangegrepen. Vroeger stonden daar voortdurend twee pauselijke -gendarmes in hun uniform te midden van een groote <span class="pagenum">[<a id="pb78" href="#pb78">78</a>]</span>schaar lakeien; thans echter verhoogde één enkele bediende door zijn spookachtige -aanwezigheid nog de melancholie van dit groote, half donkere vertrek. In het bijzonder -viel tegenover het raam een met rood gedrapeerd altaar op onder een eveneens rooden -baldakijn met het wapen der Boccanera’s, den gevleugelden, vlammenspuwenden draak -en het devies: <i>Bocca nera, Alma rossa</i>. Ook de roode kardinaalshoed van den oud-oom, de oude, groote, voor plechtige gelegenheden -bestemde hoed, bevond zich hier, evenals de twee kussens van roode zijde en de twee -aan den muur hangende parasols, die vroeger bij iederen uitgang in de karos werden -medegenomen. In de volkomen stilte meende men het zachte leven van de maden te hooren, -die sedert een eeuw aan dat geheele doode verleden knaagden, dat door één streek van -een plumeau in stof gevallen zou zijn. -</p> -<p>De tweede antichambre, waarin vroeger de secretaris zijn verblijf hield, was leeg; -Pierre vond don Vigilio eerst in de derde, de eere-antichambre. Daar het personeel -tot het strikt noodzakelijke beperkt was, gaf de kardinaal er de voorkeur aan zijn -secretaris vlak bij de hand te hebben, dicht bij de deur van de voormalige troonzaal, -waarin hij audiënties verleende. Don Vigilio, zoo mager, zoo geel, zoo rillend van -koorts, zat daar als verloren aan een heel klein, armoedig, zwart, met paperassen -beladen tafeltje. Verdiept in een dossier, keek hij op, herkende den bezoeker en zeide -op fluisterenden toon, zoodat het in de stilte als een gemompel klonk: -</p> -<p>“Zijne Eminentie is bezig … Wees zoo goed te wachten.” -</p> -<p>Dan verdiepte hij zich weer in zijn lectuur, blijkbaar om iedere poging tot een gesprek -af te snijden. -</p> -<p>Pierre, die niet durfde gaan zitten, keek het vertrek rond. Het verkeerde misschien -in een nog meer vervallen toestand dan de twee andere met zijn door ouderdom versleten -behang van groen damast, dat denken deed aan verkleurd mos op oude boomen. Maar het -plafond was nog prachtig, een schitterende decoratie, een fries met geschilderde en -vergulde versieringen, die een Triomf van Amphitrite, een fresco van een van Raffaël’s -leerlingen, omgaven. Volgens oud gebruik lag in dit vertrek de kardinaalshoed op een -wandtafeltje aan den voet van een groot crucifix van ebbenhout en ivoor. -</p> -<p>Toen Pierre wat aan het <span class="corr" id="xd29e816" title="Bron: half-donker">halfdonker</span> gewend geraakt was, werd zijn aandacht plotseling getrokken door een kort geleden -geschilderd levensgroot portret van den kardinaal. Hij <span class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79">79</a>]</span>was er afgebeeld in groot gala, de soutane van rood moiré, het kanten koorhemd, de -kappa koninklijk om de schouders geworpen. En deze grijsaard van zeventig jaar had -in dat kerkelijke gewaad zijn trotsche, vorstelijke houding bewaard: hij was geheel -geschoren, zijn grijs haar was nog zóó dik, dat het in zware lokken om zijn schouders -golfde. Het was het majestueuze gezicht der Boccanera’s—de krachtige neus, de groote -mond met de dunne lippen, het lange, diepgerimpelde gezicht. Vooral de oogen van zijn -geslacht verhelderden het bleeke gezicht—bruine, vurige oogen onder de dikke, nog -zwarte wenkbrauwen. Wanneer zijn hoofd met een lauwerkrans omgeven geweest was, zou -men hem voor een Romeinsch keizer gehouden hebben; hij was verheven en gebiedend, -alsof het bloed van Augustus in zijn aderen klopte. -</p> -<p>Pierre kende zijn geschiedenis, en zijn portret riep hem die weer voor den geest. -Opgevoed in het adellijke College, had Pio Boccanera slechts éénmaal Rome verlaten, -toen hij nog maar heel jong en pas diaken was, om als pauselijk gezant een kardinaalshoed -naar Parijs te brengen. Daarna had zijn kerkelijke carrière zich zeer geleidelijk -ontwikkeld; de eere-ambten vielen hem als op natuurlijke wijze ten deel, zooals trouwens -in verband met zijn voorname afkomst te verwachten was. Hij werd door Pius IX persoonlijk -gewijd, later tot canonicus aan de Vaticaansche Basilica en tot geheim kamerheer, -na de Italiaansche occupatie tot majordomo en eindelijk in 1874 tot kardinaal benoemd. -Sedert vier jaar was hij kardinaal-voorzitter van de apostolische kamer, en men vertelde, -dat Leo XIII hem voor dit ambt uitverkoren had, zooals Pius IX hem zelf vroeger daartoe -uitverkoren had, om hem van de opvolging op den pauselijken troon uit te sluiten, -want, al was het conclave bij zijn keuze afgeweken van de traditie, volgens welke -de kardinaal-voorzitter niet tot paus gekozen kon worden, voor een nieuwe inbreuk -daarop zou het waarschijnlijk toch terugschrikken. -</p> -<p>Ook vertelde men, dat, evenals onder de vroegere regeering, de heimelijke strijd tusschen -den paus en den kardinaal-voorzitter voortgezet werd; deze laatste veroordeelde de -politiek van den Heiligen Stoel, was in alles van precies tegenovergestelde meening -en wachtte in de feitelijke onbeduidendheid van zijn ambt op den dood van den paus, -die hem tot aan de keuze van den nieuwen paus de interimaire macht zou geven, de plicht -om het conclave bijeen te roepen <span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80">80</a>]</span>en over den goeden tijdelijken gang van zaken der Kerk te waken. Lag het eerzuchtige -verlangen naar het pausschap, de droom, om het avontuur van kardinaal Pecci, die kardinaal-voorzitter -en toch paus was, te herhalen, achter dit hooge, strenge voorhoofd, in de vlam zelf -van die donkere oogen. Zijn Romeinsche prinsentrots kende niets dan Rome; hij stelde -er bijna een eer in niets van de moderne wereld te weten. Overigens was hij zeer vroom, -streng godsdienstig, onwankelbaar in zijn geloof, niet in staat den geringsten twijfel -te koesteren. -</p> -<p>Maar een fluisteren rukte Pierre uit zijn overpeinzingen. Don Vigilio vroeg hem te -gaan zitten. -</p> -<p>“Het zal misschien een tijdje duren; neemt u zoo lang een tabouret.” -</p> -<p>En hij begon een groot, geelachtig vel papier met een fijn schrift te beschrijven, -terwijl Pierre machinaal op een der eikenhouten tabouretjes, die in een rij langs -den muur tegenover het portret stonden, plaats nam. Hij viel weer in zijn overpeinzingen -terug en meende om zich heen de vorstelijke pracht der vroegere kardinalen te zien -herleven en schitteren<span class="corr" id="xd29e831" title="Niet in bron">.</span> In de eerste plaats gaf de kardinaal op den dag, dat hij benoemd werd, groote feesten, -volksvermaken, waarvan er sommige thans nog door hun pracht en praal bekend zijn. -Gedurende drie dagen blijven de deuren der ontvangsalons wijd openstaan; iedereen, -die wilde, mocht binnenkomen, van zaal tot zaal riepen de deurwachters elkaar de namen -toe—namen van patriciërs, van gezeten burgers, van het gewone volk, in het kort geheel -Rome, dat de kardinaal met de welwillendheid van een souverein ontving, zooals een -koning zijn onderdanen. -</p> -<p>Vervolgens werd een geheele koninklijke hofhouding georganiseerd, sommige kardinalen -brachten vroeger meer dan vijfhonderd personen met zich mede, hadden een huishouding, -die zestien bureaux telde, leefden te midden van een waar Hof. Zelfs in lateren tijd, -toen het leven reeds veel eenvoudiger geworden was, had een kardinaal, als hij van -vorstelijken bloede was, het recht op een galastoet van vier met zwarte paarden bespannen -rijtuigen. Vier knechts, in de livrei van zijn kleuren, gingen hem vooraf en droegen -den hoed, de kussens en de parasols. Bovendien was hij vergezeld van zijn secretaris -in een violetzijden mantel, van den sleepdrager in zijn croccia, een soort gewatteerde -jas van violette wol met zijden revers, en van den gentiluomo in de <span class="pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81">81</a>]</span>kleederdracht van Henri II, die den kardinaalshoed in zijn gehandschoende handen droeg. -</p> -<p>Hoewel reeds verminderd, omvatte de huishouding nog den auditor, die met het werk -der congregatie belast was, den secretaris, die zich alleen met de correspondentie -bezig hield, den kamerheer, die de bezoekers aandiende, den gentiluomo, die den kardinaalshoed -droeg, den sleepdrager, den kapelaan, den hofmeester, den kamerdienaar, ongerekend -de schaar ondergeschikt personeel, koks, koetsiers en stalknechten, een geheele bevolking, -waarvan de reusachtige paleizen gonsden. En met deze bevolking vulde Pierre in zijn -gedachte de drie groote antichambres van de troonzaal; deze vloed van lakeien in blauwe -livrei met tressen in de kleuren van het wapen, die wereld van abbé’s en prelaten -in zijden mantels herleefde weer voor hem, bracht weer een hartstochtelijk en schitterend -leven onder de hooge, ledige plafonds, in het <span class="corr" id="xd29e839" title="Bron: half-donker">halfdonker</span>, dat zij met hun weder opgestane pracht lichter maakten. -</p> -<p>Maar thans, vooral na den intocht der Italianen in Rome, waren bijna alle groote vermogens -van den Italiaanschen adel en de pracht en de praal van de hoogwaardigheidsbekleeders -der Kerk verdwenen. Het ten gronde gerichte patriciaat onttrok zich aan de geestelijke -ambten, die slecht betaald werden en slechts weinig roem meer gaven; het liet die -over aan de eerzucht der kleine burgerij. Kardinaal Boccanera, de laatste met het -purper bekleede prins van ouden adel, had niet meer dan ongeveer dertig duizend francs, -om zijn rang op te houden—de twee-en-twintig duizend francs van zijn salaris, vermeerderd -met wat enkele andere functies nog opbrachten; en nooit zou hij daarmede alle kosten -hebben kunnen bestrijden, indien donna Serafina hem niet geholpen had met de kruimpjes -van het vaderlijk erfdeel, waarvan hij vroeger ten gunste van zijn beide zusters en -zijn broeder afstand gedaan had. Donna Serafina en Benedetta hielden beiden haar eigen -huishouden, hadden haar eigen personeel en droegen de kosten van haar persoonlijke -uitgaven. -</p> -<p>De kardinaal had alleen zijn neef Dario bij zich en gaf nooit een diner of een receptie. -Zijn grootste uitgave was zijn eenig rijtuig, de zware karos met twee paarden, die -het ceremonieel hem oplegde, want een kardinaal kan in Rome niet te voet gaan. Zijn -koetsier, een oude knecht, spaarde hem ook nog een stalknecht uit, daar hij er beslist -op stond alleen voor de karos en de twee paarden te zorgen, die, <span class="pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82">82</a>]</span>evenals hij, in de familie oud geworden waren. Verder waren er twee lakeien, vader -en zoon, van wie de laatste in het paleis geboren was. De vrouw van den kok hielp -in de keuken mede. Maar de inkrimping betrof voornamelijk de eere-antichambre en de -eerste antichambre, het vroeger zoo schitterende en talrijke personeel bepaalde zich -thans tot twee priesters, don Vigilio, den secretaris, die tegelijk auditor en majordomo -was, en abbé Paparelli, den sleepdrager, die tevens als kapelaan en kamerheer fungeerde. -Waar vroeger een schaar van bezoldigd personeel rondgeloopen en de zalen met hun schittering -vervuld had, daar zag men thans slechts die twee zwarte soutanes geruischloos rondsluipen, -twee bescheiden schimmen, die in de diepe duisternis der doode vertrekken verloren -gingen. -</p> -<p>Hoe begrijpelijk kwam Pierre thans de hooghartige zorgeloosheid van den kardinaal -voor, die den tijd zijn werk van verwoesting liet volbrengen in dit paleis zijner -voorvaderen, waaraan hij het glorierijke leven van vroeger niet teruggeven kon. Gebouwd -voor den hofstaat van een vorst uit de zestiende eeuw, viel thans het huis, verlaten -en donker, in op het hoofd van zijn laatsten meester, die niet genoeg personeel meer -had om het te vullen, die niet geweten zou hebben, waar hij het geld had moeten vinden -voor de voor de reparatie benoodigde kalk. Waarom zou men dus niet, nu de moderne -wereld zich vijandig toonde, nu de religie geen koningin meer was, nu de maatschappij -veranderd was en men, te midden van den haat en de onverschilligheid der nieuwe generaties, -het onbekende tegemoet ging, waarom zou men nu niet de oude wereld met haar onzinnigen -trots op haar eeuwenouden roem, in stof laten vallen? Slechts helden stierven staande, -zonder iets van het verleden prijs te geven, tot aan hun laatsten ademtocht trouw -aan hetzelfde geloof, zonder iets anders te bezitten dan den smartelijken moed om -den langzamen doodsstrijd van hun God aan te zien. En in het majestueuse portret van -den kardinaal, op zijn bleek, zoo trotsch, zoo wanhopig-dapper gelaat was de hardnekkige -wil te lezen liever onder de puinhoopen van het oude, sociale gebouw begraven te worden -dan er één steen aan te veranderen. -</p> -<p>Het ritselen van heimelijke voetstappen, zacht muizengetrippel, deed den priester -uit zijn gepeins opschrikken en omkijken. In het behang was een deur opengegaan en -tot zijn verbazing zag hij een gezetten en korten, ongeveer <span class="pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83">83</a>]</span>veertigjarigen abbé voor zich staan; men zou hem voor een oude in het zwart gekleede -jongejuffrouw hebben kunnen aanzien, heel oud reeds, zoo was zijn slap gezicht met -rimpels doorgroefd. Het was abbé Paparelli, de sleepdrager, de kamerheer, die in deze -laatste functie de bezoekers moest aandienen. Toen hij den jongen priester zag, wilde -hij hem zijn naam vragen, maar don Vigilio kwam tusschenbeide, om hem op de hoogte -te brengen. -</p> -<p>“O, ja, prachtig! Mijnheer de abbé Froment, wien het Zijne Eminentie behaagt een audiëntie -te verleenen … Wees zoo goed te wachten, wees zoo goed te wachten!” -</p> -<p>En met zijn glijdenden, onhoorbaren stap ging hij weer terug naar de tweede antichambre, -waar hij zich gewoonlijk ophield. -</p> -<p>Pierre beviel dit door het <span class="corr" id="xd29e857" title="Bron: caelibaat">celibaat</span> verbleekte, door al te harde godsdienstige oefeningen verwoeste, oude vromebesjesgezicht -niet; en daar don Vigilio, wiens hoofd moe was en wiens handen van koorts brandden, -niet weer aan het werk gegaan was, waagde hij het hem het een en ander te vragen. -O, abbé Paparelli! Een buitengewoon geloovig man, die alleen uit eenvoud en deemoed -op zijn bescheiden post bij Zijne Eminentie bleef. Trouwens het behaagde dezen hem -daarvoor te beloonen, daar hij zich een enkele maal verwaardigde naar zijn adviezen -te luisteren. Bij die woorden lag er in de vurige oogen van don Vigilio een heimelijke -ironie, een nog bedekte woede. Hij bleef Pierre aankijken; zijn gelaat kalmeerde zich -wat; de zichtbare rechtschapenheid van dezen vreemdeling, die blijkbaar tot geen partij -behoorde, stelde hem gerust. Hij liet dan ook zijn gewoon, ziekelijk wantrouwen varen, -ja vergat zich zelfs zoozeer, dat hij een oogenblik bleef praten. -</p> -<p>“Ja, ja, er is soms veel en dikwijls moeilijk werk … Zijne Eminentie heeft zitting -in verscheidene congregaties: de Inquisitie-, de Index-, de Riten- en de Consistoriecongregatie. -En al die dossiers gaan door mijn handen. Ik moet iedere zaak bestudeeren en een rapport -daarover samenstellen, om alles voor hem in orde te maken … En bovendien heb ik voor -de geheele correspondentie te zorgen. Gelukkig is Zijne Eminentie een heilige, die -noch voor de eene, noch voor de andere partij intrigeert, zoodat we wat afgezonderd -kunnen leven.” -</p> -<p>Pierre interesseerde zich zeer voor die intieme bijzonderheden uit het leven van een -Kerkvorst, dat dikwijls zoo verborgen <span class="pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84">84</a>]</span>is en door de legende misvormd wordt. Hij wist, dat de kardinaal, winter en zomer, -om zes uur opstond. Hij las de mis in zijn kapel, een klein vertrek met een altaar -van beschilderd hout, dat nooit iemand betrad. Verder bestonden zijn particuliere -appartementen slechts uit een slaapkamer, een eetkamer en een studeerkamer, alle drie -bescheiden, eenvoudige vertrekken, die men door middel van beschotten uit een grooten -salon gemaakt had. Hij leefde er zeer teruggetrokken, zonder eenige luxe, als een -matig en arm man. Om acht uur ontbeet hij met een glas koude melk. Vervolgens begaf -hij zich op de zittingsdagen naar de congregaties, waar hij lid van was, of wel bleef -hij thuis, om <span class="corr" id="xd29e865" title="Bron: audientie">audiëntie</span> te verleenen. -</p> -<p>Hij dineerde om één uur, dan volgde tot vier, in den zomer zelfs tot vijf uur, de -siësta, de Romeinsche siësta, het heilige oogenblik, waarin geen bediende het gewaagd -zou hebben zelfs maar op de deur te kloppen. Daarna maakte hij op mooie dagen een -wandelrit in den omtrek van de oude Via Appia, waarvan hij bij het luiden van het -Angelus terug kwam. Na van zeven tot negen uur ontvangen te hebben, soupeerde hij, -trok zich in zijn kamer terug en vertoonde zich niet meer; hij werkte alleen of begaf -zich ter ruste. De kardinalen begaven zich twee of drie maal per maand op vaste dagen -naar het <span class="corr" id="xd29e870" title="Bron: Vatikaan">Vaticaan</span>, om dienst te doen. Doch nu in bijna een jaar al was den kardinaal-voorzitter geen -particuliere <span class="corr" id="xd29e873" title="Bron: audientie">audiëntie</span> verleend, wat een teeken van ongenade, een bewijs van oorlog was, waarover in de -zwarte kringen zacht en voorzichtig gesproken werd. -</p> -<p>“Zijne Eminentie is wat stroef,” ging don Vigilio, die blij was zich eens te kunnen -uiten, zacht voort: “maar u moet hem zien glimlachen, wanneer zijn nicht, de contessina, -die hij aanbidt, hem komt omhelzen … Wanneer u goed ontvangen wordt, dan hebt u dat -alleen aan de contessina te danken.” -</p> -<p>Op dat oogenblik werd hij in de rede gevallen. Uit de tweede antichambre kwam een -geroezemoes van stemmen. Hij stond vlug op en maakte een diepe buiging, toen hij een -dikken man in een zwarte soutane met een rooden gordel, en een zwarten hoed met roode -en gouden troedels op, binnen zag komen, dien abbé Paparelli met tal van nederige -buigingen begeleidde. Hij had Pierre een teeken gegeven eveneens op te staan en vond -nog juist tijd, om hem in te fluisteren: -</p> -<p>“Kardinaal Sanguinetti, de praefect van de Indexcongregatie.” -<span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85">85</a>]</span></p> -<p>Abbé Paparelli putte zich uit in dienstvaardigheid en herhaalde telkens weer met een -vroom-tevreden gebaar: -</p> -<p>“Uwe Eminentie wordt verwacht. Ik heb order Uwe Eminentie dadelijk binnen te brengen … -Zijne Eminentie, de groot-penitentiarius is er reeds!” -</p> -<p>Sanguinetti, een man met een harde stem en een dreunenden stap, kreeg plotseling een -aanval van vertrouwelijkheid. -</p> -<p>“Ja, ja, ik ben ook zoo opgehouden; al die menschen waren zoo lastig. Je kan nooit -doen wat je wilt. Enfin, ik ben er nu!” -</p> -<p>Het was een man van zestig jaar, ineengedrongen en dik, met een rond, opgeblazen gezicht, -een grooten neus, dikke lippen, altijd even onrustige oogen. Vooral echter viel hij -op door zijn jeugdig, bijna stormachtig-jong uiterlijk, zijn nog bruine haren, waarin -nauwelijks een grijs haartje te ontdekken viel en die in dikke lokken om zijn slapen -vielen. Hij was geboren te Viterbo, en had op het seminarie van die stad gestudeerd, -alvorens zijn studiën aan de Gregoriaansche universiteit te Rome te gaan voltooien. -Zijn geestelijke staat van dienst bewees voldoende zijn vlugge opklimming, zijn soepelen -geest: eerst was hij secretaris van de nuntiatuur te Lissabon, daarna titulair-bisschop -van Thebe geweest en had men hem een moeilijke zending naar Brazilië opgedragen. -</p> -<p>Na zijn terugkeer werd hij nuntius te Brussel, vervolgens te Weenen en eindelijk kardinaal, -ongerekend nog, dat hij het in de nabijheid van Rome gelegen bisdom van Frascati gekregen -had. Zeer ervaren in allerlei zaken, daar hij geheel Europa afgereisd had, had hij -alleen zijn eerzucht tegen zich, die hij te veel blijken liet, en de intriges, die -hij steeds spon. Het heette thans, dat hij onverzoenlijk was en van Italië de overgave -van Rome eischte, hoewel hij vroeger toenadering getoond had tot het Quirinaal. In -zijn vurigen hartstocht om paus te worden, veranderde hij ieder oogenblik van meening, -gaf hij zich eindelooze moeite, om menschen voor zich te winnen, die hij dan later -weer losliet. Reeds tweemaal had hij onaangenaamheden gehad met Leo XIII, maar had -het ten slotte politiek geoordeeld zich te onderwerpen. De waarheid was, dat hij, -de bijna erkende candidaat naar het pausschap, zich uitputte in zijn voortdurende -krachtinspanning, door zich met te veel dingen en te veel menschen te bemoeien. -</p> -<p>Maar Pierre had in hem slechts den praefect der Indexcongregatie gezien; slechts één -gedachte hield hem bezig, n.l. dat deze man over het lot van zijn boek zou beschikken. -<span class="pagenum">[<a id="pb86" href="#pb86">86</a>]</span>Hij kon zich dan ook, toen de kardinaal verdwenen en abbé Paparelli teruggekeerd was -in de tweede antichambre, niet weerhouden te zeggen: -</p> -<p>“Zijn Hunne Eminenties de <span class="corr" id="xd29e894" title="Bron: kardinaals">kardinaal</span> Sanguinetti en kardinaal Boccanera erg bevriend?” -</p> -<p>Een glimlach kwam om de lippen van den secretaris spelen, terwijl in zijn oogen een -ironie flikkerde, die hij nu niet meer verbergen kon. -</p> -<p>“Zeer bevriend? Neen, neen!… Zij bezoeken elkaar, wanneer het niet anders kan!” -</p> -<p>En hij legde uit, dat men eerbied toonde voor de hooge geboorte van kardinaal Boccanera, -zoodat men zich gaarne vereenigde bij hem, wanneer een ernstige zaak, zooals dien -dag, een samenkomst buiten de gewone zittingen noodzakelijk maakte. Kardinaal Sanguinetti -was de zoon van een geneesheer te Viterbo. -</p> -<p>“Neen, neen, Hunne Eminenties zijn in het geheel niet bevriend … Wanneer men niet -dezelfde denkbeelden en hetzelfde karakter heeft, dan gaat dat zoo makkelijk niet. -En vooral als daar nog bijkomt, dat men elkaar in den weg staat.” -</p> -<p>Hij had het zachter, als tot zichzelf gezegd. Trouwens Pierre, die geheel met zichzelf -bezig was, hoorde het nauwlijks. -</p> -<p>“Komen zij misschien voor de een of andere Index-aangelegenheid bij elkaar?” vroeg -hij. -</p> -<p>Don Vigilio moest weten waarom er vergaderd werd. Maar hij vergenoegde zich met te -antwoorden, dat voor een zaak van den Index de bijeenkomst gehouden zou zijn bij den -praefect der <span class="corr" id="xd29e905" title="Bron: congregratie">congregatie</span>. In zijn ongeduld kon Pierre zich niet weerhouden een directe vraag te stellen. -</p> -<p>“U kent mijn aangelegenheid—de zaak van mijn boek—niet waar? Daar Zijne Eminentie -deel uitmaakt van de congregatie en de dossiers door uw handen gaan, zoudt u mij misschien -een nuttige inlichting kunnen geven. Ik weet er niets van en ik zou zoo gaarne wat -willen weten!” -</p> -<p>Onmiddellijk werd don Vigilio weer door zijne angstige ongerustheid aangegrepen. -</p> -<p>“Ik verzeker u, dat er nog geen stuk door mijn handen gegaan is. Ik weet er absoluut -niets van.” -</p> -<p>Toen Pierre wilde aandringen, gaf hij hem een teeken te zwijgen en begon weer te schrijven, -terwijl hij telkens heimlijk een blik in de tweede antichambre wierp, ongetwijfeld -<span class="pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87">87</a>]</span>bang, dat abbé Paparelli luisterde. Blijkbaar had hij reeds veel te veel gezegd. En -hij maakte zich weer klein aan zijn tafeltje, verdween als het ware geheel in zijn -donker hoekje. -</p> -<p>Pierre viel nu weer in zijn gepeins terug; weer maakte al dat onbekende, de oude, -ingeslapen triestheid, die hem omgaf, zich geheel van hem meester. Eindeloos verliep -de eene minuut na de andere, het was bijna elf uur. Het opengaan van een deur, het -geluid van stemmen maakte hem weer wakker. Hij boog eerbiedig voor kardinaal Sanguinetti, -die weg ging met een anderen, zeer mageren en langen kardinaal met een grauw, lang -asketengezicht. Maar geen van beiden scheen zelfs dien eenvoudigen, vreemden priester, -die zoo voor hen boog, op te merken. Zij spraken luid en vertrouwelijk met elkaar. -</p> -<p>“Ja, de wind gaat liggen, het is warmer dan gisteren.” -</p> -<p>“We zullen morgen zeker een sirocco krijgen.” -</p> -<p>Plechtig viel de stilte weer in het groote, donkere vertrek terug. Don Vigilio schreef -nog altijd, zonder dat men het gekras van zijn pen op het harde, geelachtige papier -hoorde. Het zachte tingelen van een gebarsten belletje weerklonk. Abbé Paparelli kwam -uit de tweede antichambre toegesneld, verdween een oogenblik in de troonzaal en kwam -dan terug, om Pierre met een handgebaar te roepen. -</p> -<p>“Mijnheer de abbé Pierre Froment,” diende hij met zachte stem aan. -</p> -<p>Ook deze groote zaal was een ruïne. Onder het prachtige plafond van gebeeldhouwd en -geschilderd hout hing het roode behang, geheel van brocaat met groote palmen, in flarden. -Op sommige plaatsen was het als bijgewerkt, maar door het lange gebruik vlamde het -donkere purperrood der zijde, dat vroeger zoo schitterend geweest was, met bleeke -tinten. Het merkwaardige van het vertrek was de oude troon, de fauteuil van rood fluweel, -waarin vroeger de Paus, wanneer hij een bezoek bracht aan den kardinaal, plaats nam. -Een baldakijn, ook van rood fluweel, stond erover heen, waaronder eveneens het portret -van den regeerenden paus hing. Volgens het voorschrift stond de fauteuil naar den -muur toe gekeerd, ten teeken, dat niemand er op mocht gaan zitten. Verder waren er -in het groote vertrek slechte canapés, fauteuils, stoelen en een prachtige Louis XIV-tafel -van verguld hout met een mozaïekblad, voorstellend de ontvoering van Europa. -<span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88">88</a>]</span></p> -<p>Maar Pierre zag in den beginne niets dan kardinaal Boccanera, die bij een andere tafel, -welke hij als bureau gebruikte, stond. In zijn eenvoudige zwarte soutane met roode -zoomen en knoopen, scheen hij hem nog grooter en trotscher toe dan op het portret -in zijn gala-kostuum. Het was wel hetzelfde grijze haar, hetzelfde lange gezicht met -de diepe rimpels, den grooten neus en de dunne lippen; het waren dezelfde vurige oogen, -die het bleeke gezicht onder de dichte, zwart gebleven wenkbrauwen verhelderden. Maar -het portret gaf niet het van deze hooge gestalte uitgaande verheven en rustige geloof -weer, de vaste overtuiging te weten waar de waarheid lag, den onwankelbaren wil zich -daar eeuwig aan te houden. -</p> -<p>Boccanera bewoog zich niet, toen hij met zijn donkeren blik den bezoeker naar zich -toe zag komen; de priester, die het ceremonieel goed kende, knielde neer en kuste -den grooten smaragd, dien de kardinaal aan zijn vinger droeg. Maar bijna onmiddellijk -richtte de kardinaal zich op. -</p> -<p>“Wees welkom bij ons, mijn lieve zoon … Mijn nicht heeft mij met zooveel sympathie -over u gesproken, dat ik mij gelukkig voel u te ontvangen …” -</p> -<p>Hij was bij de tafel gaan zitten, zonder Pierre te vragen ook plaats te nemen; hij -bleef hem aankijken, terwijl hij op langzamen, zeer beleefden toon verder sprak. -</p> -<p>“U is gisterenochtend gearriveerd, niet waar? En zeker heel moe?” -</p> -<p>“Uwe Eminentie is te vriendelijk … Ja, ik was gebroken, zoowel van emotie als van -vermoeienis. Deze reis is voor mij van zooveel beteekenis.” -</p> -<p>De kardinaal scheen niet dadelijk op die ernstige quaestie in te willen gaan. -</p> -<p>“Zeker, dat begrijp ik. En bovendien is het een lange reis van Parijs naar Rome. Tegenwoordig -gaat het vrij snel, maar vroeger was het een eindelooze reis!” -</p> -<p>Hij begon langzamer te spreken. -</p> -<p>“Ik ben éénmaal in Parijs geweest, o, al heel lang geleden, vijftig jaar bijna al, -en ik ben er geen week gebleven … Een groote, mooie stad, ja zeker! Veel menschen -in de straten, zeer goed opgevoede menschen, een volk, dat wonderbare dingen gedaan -heeft. Men mag het zelfs in dezen droevigen tegenwoordigen tijd niet vergeten, Frankrijk -is de oudste dochter der Kerk geweest … Na die eenige reis heb ik Rome nooit meer -verlaten!” -<span class="pagenum">[<a id="pb89" href="#pb89">89</a>]</span></p> -<p>Met een gebaar van kalme minachting voltooide hij zijn gedachte. Waarom reizen te -ondernemen naar het land van twijfel en rebellie? Was Rome niet voldoende, Rome, dat -de wereld beheerschte, de eeuwige stad, die eens, wanneer de tijden in vervulling -zouden gaan, weer de hoofdstad der wereld zou worden? -</p> -<p>Pierre, die zwijgen bleef, riep zich den gewelddadigen, strijdlustigen prins weer -voor den geest, die er thans toe genoodzaakt was deze eenvoudige soutane te dragen; -hij vond hem mooi in zijn trotsche overtuiging, dat Rome aan zichzelf genoeg had. -Maar deze koppige onwetendheid, deze eigenzinnigheid, om andere naties slechts als -vazallen te beschouwen, maakten hem ongerust, toen hij weer dacht aan het motief, -dat hem hier bracht. Daar er een stilzwijgen ontstaan was, meende Pierre met een paar -eerbiedig-huldigende woorden op het onderwerp te moeten terugkomen. -</p> -<p>“Alvorens verdere stappen te doen, heb ik mijn hulde aan de voeten van Uwe Eminentie -willen leggen, want Uwe Eminentie is mijn eenige hoop, en ik smeek Uwe Eminentie mij -wel te willen raden en leiden.” -</p> -<p>Met een handbeweging noodigde Boccanera hem uit op een stoel tegenover hem te gaan -zitten. -</p> -<p>“Zeker, mijn lieve zoon, ik weiger volstrekt niet u met mijn raad ter zijde te staan. -Ik ben dat verschuldigd aan alle Christenen, die het goede willen. Maar ge zoudt verkeerd -doen op mijn invloed te rekenen: die beteekent niets. Ik leef volkomen afgezonderd, -ik kan en ik wil niets vragen … Maar dat belet ons niet wat te praten.” -</p> -<p>Hij ging zonder eenigen omweg op de quaestie in. Zijn onafhankelijke, moedige geest -schrikte voor de verantwoordelijkheid niet terug. -</p> -<p>“Ge hebt een boek geschreven, niet waar? <i>Het nieuwe Rome</i>, als ik mij goed herinner; en ge zijt hierheen gekomen om dit boek, dat men bij de -<span class="corr" id="xd29e948" title="Bron: Index-congregatie">Indexcongregatie</span> aangegeven heeft, te verdedigen … Ik heb het nog niet gelezen. Ge begrijpt, ik kan -niet alles lezen. Ik lees alleen de boeken, die de congregatie, waarvan ik sedert -verleden jaar deel uitmaak, mij zendt; en dikwijls stel ik mij zelfs tevreden met -het rapport, dat mijn secretaris voor mij opstelt … Maar mijn nicht Benedetta heeft -uw boek gelezen en mij gezegd, dat het niet oninteressant is. Eerst was zij er een -beetje verbaasd over geweest, maar later heeft het haar zeer geroerd … Ik beloof u -dus, dat ik het door zal lezen en de <span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90">90</a>]</span>geïncrimineerde passages met groote zorg bestudeeren zal.” -</p> -<p>Pierre greep de gelegenheid aan, om zijn zaak te verdedigen. Hij meende, dat het maar -het beste zou zijn zijn aanbevelingen uit Parijs mede te deelen. -</p> -<p>“Uwe Eminentie zal begrijpen hoe verbaasd ik was, toen ik hoorde, dat mijn boek vervolgd -werd. Mijnheer de vicomte de la Choue, die mij welwillend gezind is, zegt steeds weer, -dat een dergelijk werk voor den Heiligen Stoel even veel waard is als het beste leger.” -</p> -<p>“O, de la Choue, de la Choue,” herhaalde de kardinaal welwillend-spottend; “ik weet -heel goed, dat de la Choue denkt een goed Katholiek te zijn … Hij is nog eenigszins -aan ons geparenteerd, zooals u niet onbekend zal zijn. Wanneer hij hier in het paleis -logeert, dan ontvang ik hem heel graag, op voorwaarde echter, dat over bepaalde onderwerpen, -waarover we het toch nooit eens zouden worden, niet gesproken wordt. Maar per slot -van rekening is het Katholicisme van dien voortreffelijken en goeden de la Choue met -zijn corporaties, zijn werkliedenvereenigingen, zijn gezuiverde democratie en zijn -vaag socialisme niets anders dan litteratuur.” -</p> -<p>Het woord trof Pierre onaangenaam, want hij voelde in de woorden van den kardinaal -zeer duidelijk de minachtende ironie, die ook op hemzelf sloeg. Hij haastte zich dan -ook zijn anderen repondant<a class="noteref" id="xd29e958src" href="#xd29e958">1</a>, dien hij voor een onaantastbare autoriteit hield, te noemen. -</p> -<p>“Zijne Eminentie kardinaal Bergerot is wel zoo goed geweest zijn volkomen goedkeuring -aan mijn boek te hechten.” -</p> -<p>Plotseling veranderde het gezicht van Boccanera heelemaal. Het was niet meer de spottende -blaam, het medelijden, dat de ondoordachte en van te voren tot mislukking gedoemde -daad van een kind te voorschijn roept. Een vlam van woede lichtte op in zijn donkere -oogen; zijn gezicht werd hard van strijdlust. -</p> -<p>“Zeker,” zeide hij langzaam; “kardinaal Bergerot heeft in Frankrijk den naam heel -vroom te zijn. Hier in Rome weten wij weinig van hem. Persoonlijk heb ik hem éénmaal -gezien, toen hij den kardinaalshoed kwam halen. En ik zou mij niet veroorloven een -oordeel over hem te vellen, indien onlangs zijn geschriften en zijn handelingen mijn -ziel als geloovige niet hadden bedroefd. En, helaas, sta ik in dat opzicht niet <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91">91</a>]</span>alleen; ge zult in het Heilig College niemand vinden, die zijn daden goedkeurt.” -</p> -<p>Hij hield even op en zeide dan op zeer beslisten toon: -</p> -<p>“Kardinaal Bergerot is een revolutionnair.” -</p> -<p>Ditmaal kon Pierre van verbazing een oogenblik niet spreken. Een revolutionnair, lieve -God, die zachte zielenherder met zijn onuitputtelijke naastenliefde, wiens droom-ideaal -het was, dat Jezus weer op aarde zou nederdalen, om eindelijk gerechtigheid en vrede -te doen heerschen! De woorden hadden dus niet overal dezelfde beteekenis! En in welk -een godsdienst kwam hij terecht, dat de godsdienst der armen en lijdenden een verdoemenswaardige, -eenvoudig opstandige hartstocht werd? -</p> -<p>Zonder het nog duidelijk te begrijpen, voelde hij, dat een discussie onbeleefd en -nutteloos zijn zou; hij koesterde nog slechts den wensch zijn boek te vertellen, het -uit te leggen, het te rechtvaardigen. Maar onmiddellijk na zijn eerste woorden viel -de kardinaal hem al in de rede. -</p> -<p>“Neen, neen mijn lieve zoon. Dat zou te veel tijd in beslag nemen, en bovendien wil -ik de passages lezen … Trouwens het is een regel zonder uitzondering: ieder boek, -dat het geloof aantast, is verderfelijk en verdoemenswaardig. Eerbiedigt uw boek ten -volle het dogma?” -</p> -<p>“Ik meen van wel, en ik verzeker Uwe Eminentie, dat het geen oogenblik mijn bedoeling -geweest is het dogma of het geloof te verloochenen.” -</p> -<p>“Dat is zeer prijzenswaardig. En wanneer dat zoo is, zou ik met u mede kunnen gaan … -Doch in het tegenovergestelde geval zou ik u maar één raad kunnen geven: uit eigen -beweging uw boek terug te nemen, te vernietigen, zonder te wachten, dat een besluit -van de Indexcongregatie u daartoe dwingt. Wie ergernis gegeven heeft, moet die onderdrukken -en ervoor boeten door in zijn eigen vleesch te snijden. Een priester heeft geen andere -plicht dan deemoed en gehoorzaamheid, de volkomen vernedering en vernietiging van -zijn eigen Ik, een geheel opgaan in den wil der Kerk. Ja, ik vraag u, waartoe eigenlijk -überhaupt te schrijven? In de uiting van een eigen meening ligt in zekeren zin al -opstand en verzet; het is altijd een verzoeking van den duivel, die u de pen in de -hand drukt. Waarom de risico te loopen zichzelf te verdoemen door toe te geven aan -den hoogmoed van den geest … Uw boek, mijn waarde zoon, is ook weer litteratuur, litteratuur!” -<span class="pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92">92</a>]</span></p> -<p>Hij herhaalde het woord met zoo’n minachting, dat Pierre het gevaar, dat de arme apostelbladzijden, -welke hij geschreven had, liepen, wanneer zij onder de oogen van dezen prins, die -een heilige geworden was, kwamen, onmiddellijk begreep. Hij luisterde naar hem en -meende, door toenemenden angst en bewondering aangegrepen, hem grooter te zien worden. -</p> -<p>“O, het geloof, mijn lieve zoon, het onvoorwaardelijke, onbaatzuchtige geloof, dat -alleen gelooft voor het geluk om te gelooven! Welk een rust, wanneer men zich voor -de mysteries buigt, zonder te trachten die te doorgronden, met de rustige overtuiging, -dat men, door ze te aanvaarden, eindelijk het zekere en het definitieve bezit! Is -de meest volkomen intellectueele bevrediging niet die, welke door het goddelijke gegeven -wordt, terwijl het de rede verovert, schoolt en vermeerdert, zoodat zij als het ware -gevuld en zonder verdere begeerte is? Wanneer het onbekende niet door het goddelijke -verklaard wordt, is er voor den mensen geen duurzame vrede mogelijk. Men moet de waarheid -en de gerechtigheid in Gods hand geven, als men wil, dat zij op aarde heerschen zullen. -Wie niet gelooft is als een slagveld, dat bloot staat aan alle rampen. Het geloof -alleen bevrijdt en geeft vrede!” -</p> -<p>Pierre bleef een oogenblik zwijgen tegenover deze hooge gestalte, die zich oprichtte. -Te Lourdes had hij de lijdende menschheid zich zien storten op de genezing van het -lichaam en de vertroosting der ziel. Hier was het de intelligente geloovige, de zekerheid -verlangende geest, die bevrediging vond door de hoogste genieting te vinden in het -niet meer twijfelen. Nog nooit had hij zoo’n kreet van vreugde gehoord, om te leven -in gehoorzaamheid en zonder vrees voor dat wat na den dood volgt. Hij wist, dat Boccanera -een eenigszins hartstochtelijke jeugd gehad en zinnelijke crisissen doorgemaakt had, -waarin het heete bloed zijner voorouders opvlamde; en hij verwonderde zich over de -kalme majesteit, die het geloof dezen afstammeling van een zoo heftig ras verleend -had. Hoogmoed en trots waren zijn eenige hartstochten gebleven. -</p> -<p>“En toch,” waagde hij het eindelijk met zachte stem te zeggen: “ook al blijft het -wezen van het geloof onveranderlijk, is het mogelijk, dat de vormen wisselen … Van -uur tot uur ontwikkelt alles zich, verandert de wereld.” -</p> -<p>“Maar dat is juist niet waar!” riep de kardinaal uit, “de wereld is onwrikbaar, eeuwig -onwrikbaar!… Zij trappelt <span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93">93</a>]</span>heen en weer, zij verdwaalt, zij geraakt op de afschuwelijkste banen, men moet haar -ieder oogenblik weer op den rechten weg terugbrengen. Dat is de waarheid … Moet de -wereld, opdat de beloften van Christus in vervulling kunnen gaan, niet terugkeeren -tot haar punt van uitgang, tot haar oorspronkelijke schuldeloosheid? Is het einde -der dagen niet vastgesteld op den triompheerenden dag, dat de menschen in het volle -bezit zijn der geheele waarheid, die het Evangelie gebracht heeft?… Neen, neen, de -waarheid ligt in het verleden. Men moet zich steeds houden aan het verleden, wanneer -men zich niet in het verderf wil storten. Al die mooie nieuwigheden, die fata morgana -van den beroemden vooruitgang zijn niets anders dan valstrikken voor de eeuwige verdoemenis. -Waartoe nog meer te zoeken, waartoe onophoudelijk het gevaar van dwalingen te loopen, -waar de waarheid reeds sedert achttien eeuwen bekend is? De waarheid, maar die ligt -in het roomsch-apostolisch Katholicisme, zooals de lange reeks van generaties het -geschapen heeft! Welk een dwaasheid het te willen veranderen, daar zoovele groote -geesten, zoovele vrome zielen er het wonderbaarlijkste van alle gedenkteekenen, er -het eenige middel tot orde in deze en tot redding in de andere wereld van gemaakt -hebben!” -</p> -<p>Pierre protesteerde niet meer. Zijn hart kromp ineen, want thans kon hij niet langer -meer twijfelen of hij had een onverzoenlijk vijand van zijn liefste en dierbaarste -denkbeelden tegenover zich. Hij boog eerbiedig, maar tot een ijskoude verstard, hij -voelde een zachten ademtocht over zijn gelaat strijken, een wind, die van verre kwam -en de doodende hitte der graven met zich voerde. De kardinaal echter richtte zijn -hooge gestalte op en ging op zijn eigenzinnigen toon, waaruit een trotsche moed klonk, -door: -</p> -<p>“En wanneer, zooals zijn vijanden beweren, het Katholicisme doodelijk getroffen is, -dan moet het fier sterven, in zijn glorierijke ongeschondenheid … Versta mij goed, -mijnheer de abbé, geen enkele concessie, geen toegeven, geen lafheid! Het is, zooals -het is, anders zou het niet kunnen zijn. De goddelijke zekerheid, de onvoorwaardelijke -waarheid is niet voor verandering, welke dan ook, vatbaar; de kleinste steen, die -aan het gebouw ontnomen wordt, is nooit iets anders dan een oorzaak tot ineenstorting … -dat is toch duidelijk, niet waar? De oude huizen, waarin men, onder voorwendsel ze -te willen herstellen, de spade zet, zijn niet te redden. Men vergroot er de scheuren -slechts door. Als <span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94">94</a>]</span>het waar was, dat Rome in puin dreigt te vallen, dan hebben al die verbeteringen en -reparaties geen ander resultaat dan dat zij de onvermijdelijke catastrophe verhaasten. -En in plaats van een grootschen, verheven dood zou het een jammerlijke doodsstrijd -worden, het einde van een lafaard, die zich verweert en om genade smeekt … Ik wacht -af. Ik voor mij ben overtuigd, dat het schandelijke leugens zijn, dat het Katholicisme -nooit krachtiger geweest is, dat het zijn eeuwigheid put uit de eenige bron des levens. -Maar op den avond, dat de hemel instort, zou ik hier staan te midden van deze oude, -afbrokkelende muren, onder deze oude plafonds, waarvan de balken door de wormen weggevreten -worden, en fier overeind staande zou ik onder de puinhoopen sterven, mijn <i>Credo</i> voor een laatste maal uitsprekend.” -</p> -<p>Hij was steeds langzamer gaan spreken, in zijn stem klonk een hoogmoedige droefheid, -terwijl hij met een breed gebaar naar het oude, verlaten, zwijgende paleis wees, waaruit -het leven zich iederen dag iets meer terugtrok. Was het een onwillekeurig voorgevoel, -streek de zachte, koude ademtocht, die van de puinhoopen kwam, ook langs hem heen? -Dat zou verklaren, waarom de groote zalen zoo verwaarloosd waren, het zijden behang -in flarden hing, de wapenschilden door stof verbleekt, de roode hoed door maden weggevreten -werd. En deze prins en kardinaal, deze intransigente Katholiek, die zich zoo in de -toenemende duisternis van het verleden terugtrok en met een dapper soldatenhart de -onvermijdelijke instorting der oude wereld trotseerde, stond te midden van dit alles -als iets wanhopig-grootsch en verhevens. -</p> -<p>Ontroerd wilde Pierre afscheid nemen, toen een kleine deur in het behang openging. -Boccanera maakte een ongeduldig gebaar. -</p> -<p>“Wat is er nu weer? Kan men mij dan geen oogenblik met rust laten?” -</p> -<p>Maar abbé Paparelli, de dikke, stille sleepdrager, kwam toch binnen, zonder zich een -oogenblik op te winden. Hij ging naar den kardinaal toe en fluisterde hem iets in -het oor. -</p> -<p>“Welke pastoor?… O, ja, Santobono, de pastoor van Frascati. Ik weet het … Zeg, dat -ik hem nu niet ontvangen kan.” -</p> -<p>Weer begon Paparelli met zijn zacht stemmetje te fluisteren. Toch kon Pierre enkele -woorden hooren: een dringende zaak, de pastoor moest weer vertrekken, hij had maar -één <span class="pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95">95</a>]</span>woord te zeggen. En zonder de toestemming van den kardinaal af te wachten, bracht -hij den bezoeker, een protégé van hem, dien hij achter de kleine deur gelaten had, -binnen. Dan verdween hij zelf met de kalmte van een ondergeschikte, die, ondanks zijn -nederige positie, zijn groote macht kent. -</p> -<p>Pierre, die geheel vergeten werd, zag een reusachtig langen priester binnenkomen, -grof gebouwd, een echten boerenzoon, die nog steeds in nauwe aanraking met de aarde -was. Hij had groote voeten, vingers vol knobbels, een verweerd gezicht met litteekens, -dat door donkere, zeer heldere oogen verlevendigd werd. Voor zijn vijf-en-veertig -jaar zag hij er nog krachtig uit en geleek met zijn slecht verzorgden baard en zijn -mantel, die te wijd om zijn zware, vooruitspringende beenderen hing, eenigszins op -een vermomden bandiet. Maar zijn gelaatsuitdrukking was trotsch gebleven, zonder iets -gemeens. Hij had een klein mandje bij zich, dat zorgvuldig met vijgeblaadjes toegedekt -was. -</p> -<p>Onmiddellijk knielde Santobono neer en kuste den ring, doch met een snel gebaar, als -was het een eenvoudige, gewone beleefdheid. Dan zeide hij met de eerbiedige familiariteit -van het mindere volk tegenover de grooten: -</p> -<p>“Ik smeek Uwe eerwaardige Eminentie om vergiffenis, dat ik zoo indringerig ben. Er -wachten nog vele anderen, en ik zou niet ontvangen zijn, indien mijn oude vriend Paparelli -niet op het denkbeeld gekomen was mij door deze deur te laten gaan … Ik heb Uwe Eminentie -een grooten dienst te vragen, een zoo grooten dienst … Maar voor alles veroorlove -Uwe Eminentie mij, U een klein geschenk aan te bieden.” -</p> -<p>Boccanera luisterde ernstig naar hem. In vroegere tijden, toen hij den zomer ging -doorbrengen in de villa, die de familie te Frascati bezat, had hij hem goed gekend. -Die villa was een in de zestiende eeuw gerestaureerd huis met een prachtig park, waarvan -het beroemde terras uitzag op de uitgestrekte en als een zee zoo kale Campagna romana. -Thans was de villa verkocht en in de wijngaarden, die bij de boedelscheiding aan Benedetta -ten deel gevallen waren, was graaf Prada, vóór den eisch tot echtscheiding, begonnen -een geheele nieuwe wijk van kleine lusthuizen te bouwen. Vroeger had de kardinaal -het niet beneden zijn waardigheid geacht op zijn wandelingen een oogenblik te gaan -uitrusten bij Santobono, die, buiten de stad in een oude aan Santa Maria dei Campi -gewijde kapel dienst deed. De priester bewoonde een naast die kapel staand, half vervallen -huisje, <span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96">96</a>]</span>waarvan een door muren omgeven tuin de grootste aantrekkelijkheid vormde. Dien tuin -onderhield hij zelf met den hartstocht van een echten boer. -</p> -<p>“Ik zou graag willen, dat Uwe Eminentie, zooals andere jaren, mijn vijgen proefde,” -ging hij voort, terwijl hij het mandje op tafel zette. “Het zijn de eerste vijgen -van het seizoen, die ik vanochtend voor Uwe Eminentie geplukt heb. Eminentie at ze -zoo graag, toen het Eminentie nog behaagde ze van den boom te komen eten. Eminentie -was dan wel zoo goed mij te zeggen, dat geen vijgeboom in de wereld zulke vijgen droeg!” -</p> -<p>De kardinaal kon een glimlach niet onderdrukken. Hij was dol op vijgen, en het was -waar: de vijgeboom van Santobono was in het geheele land beroemd. -</p> -<p>“Dank je zeer, mijn waarde pastoor; je herinnert je mijn kleine gebreken nog goed … -En wat kan ik voor je doen?” -</p> -<p>Hij was onmiddellijk weer ernstig geworden, want tusschen hem en den pastoor bestonden -oude meeningsverschillen, die hem hinderden. Santobono, die uit Nemi, een zeer woeste -streek, en uit een heftige familie, waarvan de oudste zoon door een messteek gedood -was, afkomstig was, had zijn vurig-patriottische denkbeelden nooit onder stoelen of -banken gestoken. Men vertelde, dat het heel weinig gescheeld had, of hij had zich -bij de troepen van Garibaldi aangesloten; en op den dag, dat de Italianen Rome binnentrokken, -had men hem moeten beletten de vlag der Italiaansche eenheid op zijn dak te planten. -Zijn hartstochtelijke droom was, Rome als meesteres der wereld te zien, wanneer paus -en koning, na zich verzoend te hebben, gemeenschappelijk zouden optreden. De kardinaal -hield hem voor een gevaarlijken revolutionnair, een afvallig priester, die het Katholicisme -in gevaar bracht. -</p> -<p>“O, wat Uwe Eminentie voor mij doen kan? Wat Uwe Eminentie voor mij doen kan, als -het haar behaagt,” herhaalde Santobono op vurigen toon, terwijl hij zijn grove, knokkelige -handen vouwde. -</p> -<p>Doch dan zich bedenkend: -</p> -<p>“Heeft Zijne Eminentie kardinaal Sanguinetti niet met een enkel woord met Uwe eerwaardige -Eminentie over mijn zaak gesproken?” -</p> -<p>“Neen, de kardinaal heeft mij alleen gezegd, dat ge me iets te vragen hadt.” -</p> -<p>Boccanera wachtte met een strenge gelaatsuitdrukking. <span class="pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97">97</a>]</span>Hij wist heel goed, dat de priester een protégé van Sanguinetti geworden was, sedert -deze, als bisschop van Frascati, daar jaarlijks eenige weken ging doorbrengen. Iedere -kardinaal, die het pausschap ambieert, heeft een aantal van die vrienden achter zich, -die de geheele eerzucht van hun leven op zijn mogelijke verkiezing stellen: wanneer -hij eens paus is, wanneer zij hem helpen het te worden, is de kans groot, dat zij -in de groote pauselijke huishouding opgenomen worden. Het gerucht ging, dat Sanguinetti -Santobono reeds uit een zeer moeilijk geval gered had. Hij had een kind, dat fruit -wilde stelen, juist op het oogenblik, dat het over zijn muur klom, gesnapt, en het -zoo’n geduchte afstraffing toegediend, dat het aan de gevolgen gestorven was. Maar -tot eer van den priester moet gezegd worden, dat zijn fanatieke toewijding aan den -kardinaal voornamelijk het gevolg was van de hoop, dat hij de verwachte paus zijn -zou, de paus, die voorbestemd was om van Italië de eerste natie te maken. -</p> -<p>“Nu, dan zal ik mijn ongeluk vertellen … Uwe Eminentie kent mijn broer Agostino, die -twee jaar tuinman bij u in de villa geweest is. Het is een heele fatsoenlijke, zachte -jongen, op wien nooit iemand iets te zeggen gehad heeft … Nu is hem—niemand kan zich -verklaren hoe—een vreeselijk ongeluk overkomen; hij heeft in Genzano op een avond, -dat hij op straat aan het wandelen was, een man met een messteek gedood. Ik vind het -iets verschrikkelijks en ik zou graag twee vingers van mijn hand geven, om hem uit -de gevangenis te houden. En nu had ik gedacht, dat Uwe Eminentie niet weigeren zou -mij een getuigschrift te geven, waarin staat, dat Agostino bij Uwe Eminentie in dienst -geweest is, en dat Uwe Eminentie altijd zeer tevreden over hem geweest is.” -</p> -<p>“Ik ben heelemaal niet tevreden over Agostino geweest,” protesteerde de kardinaal. -“Hij had een krankzinnig-heftige en opvliegende natuur, en juist omdat hij altijd -met de andere bedienden overhoop lag, heb ik hem weg moeten sturen.” -</p> -<p>“O, wat doet Uwe Eminentie mij een verdriet met dat te zeggen. Het is dus waar, dat -het karakter van mijn armen kleinen Agostino bedorven is! Maar de zaak is toch wel -te schikken, niet waar? Uwe Eminentie kan mij daarom toch wel een getuigschrift geven—in -andere woorden vervat. Een getuigschrift van Uwe Eminentie zou voor de rechtbank zoo’n -goeden indruk maken.” -<span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98">98</a>]</span></p> -<p>“Dat begrijp ik heel goed,” antwoordde de kardinaal. “Maar ik geef geen getuigschrift.” -</p> -<p>“Wat? Uwe eerwaarde Eminentie weigert?” -</p> -<p>“Absoluut … Ik weet, dat gij een priester zijt, op wiens moraliteit niets te zeggen -valt, dat gij uw heilig ambt met ijver vervult, dat gij een zeer aanbevelenswaardig -iemand zijn zoudt zonder uw politieke denkbeelden. Doch uw broederliefde brengt u -op een dwaalspoor, ik kan niet liegen, om u ter wille te zijn.” -</p> -<p>Santobono keek hem verbaasd aan, begreep niet, dat een prins, een almachtig kardinaal, -zich met zulke onbeteekenende gewetensbezwaren ophield, wanneer het om een messteek -ging, de meest gewone en ieder oogenblik voorkomende zaak in de nog woeste streken -der Romeinsche Kasteelen. -</p> -<p>“Liegen, liegen,” prevelde hij; “wanneer je alleen het goede, dat iemand heeft, zegt, -is toch geen liegen! En Agostino heeft toch wel wat goeds. In een getuigschrift hangt -alles af van de zinnen, waarin het gekleed is.” -</p> -<p>Hij had het zich nu eenmaal in het hoofd gezet en hij kon niet begrijpen, dat iemand -weigeren kon den rechter door een handige voorstelling van de zaken op een dwaalspoor -te brengen. Toen hij eindelijk inzag, dat hij niets krijgen zou, maakte hij een wanhopig -gebaar; zijn vaal gelaat kreeg een uitdrukking van heftigen wrok, terwijl zijn donkere -oogen vlamden van ingehouden toorn. -</p> -<p>“Goed, goed! Iedereen ziet de waarheid op zijn manier. Ik zal het aan Zijne Eminentie -kardinaal Sanguinetti gaan vertellen. En ik smeek Uwe eerwaarde Eminentie mij niet -kwalijk te nemen, dat ik haar voor niets gestoord heb … Misschien zijn de vijgen nog -niet heelemaal rijp, maar ik zal de vrijheid nemen tegen het eind van het seizoen, -wanneer zij heelemaal goed en zoet zijn, nog een mandje te brengen … Duizendmaal dank -en duizendmaal heil en zegen aan Uwe eerwaarde Eminentie.” -</p> -<p>Achteruit loopend ging hij weg met buigingen, die zijn knokige gestalte in tweeën -vouwden. Pierre, die met groote belangstelling het tooneel gevolgd had, vond in hem -de belichaming van de lagere geestelijkheid van Rome en omgeving, waarover men hem -voor zijn reis zoo dikwijls gesproken had. Dat was niet de <i>scagnozzo</i>, de arme, hongerige priester, die ten gevolge van de een of andere minder mooie geschiedenis -uit de provincie komt en zoekend naar zijn dagelijksch brood door Rome zwerft. Deze -soort vormt een <span class="pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99">99</a>]</span>schaar van bedelaars in soutane, die in de kruimels der Kerk hun geluk zoeken, elkaar -gulzig de missen bestrijden en met het mindere volk in de meest beruchte kroegen zitten. -Ook was het niet de priester uit de ver afgelegen provincies, die, volmaakt onwetend -en kras bijgeloovig, boer met de boeren was, die door zijn biechtkinderen als huns -gelijke behandeld werd, welke in hun groote vroomheid hem nooit verwisselden met God -en neerknielden voor den heilige van hun parochie, maar niet voor den man, die van -hem leefde. In Frascati kreeg de pastoor van een kleine kerk negenhonderd francs en -had geen andere uitgaven dan voor vleesch en brood, wanneer hij den wijn, de vruchten -en de groenten uit zijn eigen tuin haalde. Deze priester was niet onontwikkeld, wist -iets van theologie, van geschiedenis, vooral de geschiedenis van Rome’s vroegere grootheid, -die zijn patriotisme ontvlamd had, zoodat hij steeds weer van de nabije wereldheerschappij -droomde, die voor het wedergeboren Rome, de hoofdstad van Italië, weggelegd was. Maar -welk een onafzienbare afstand nog tusschen deze dikwijls zeer waardige en intelligente -lagere geestelijkheid en den hoogeren clerus, de hoogwaardigheidbekleeders van het -Vaticaan! Alles wat niet minstens prelaat was, bestond niet. -</p> -<p>“Duizendmaal dank en moge alles naar wensch van Uwe eerwaarde Eminentie gaan.” -</p> -<p>Toen Santobono eindelijk weg was, wendde de kardinaal zich weer tot Pierre, die eveneens -boog, om afscheid te nemen. -</p> -<p>“In één woord, mijnheer de abbé, het komt mij voor, dat de zaak van uw boek slecht -staat. Ik zeg u nog eens, dat ik niets precies weet, dat ik het dossier niet gezien -heb. Maar daar het mij bekend was, dat mijn nicht Benedetta zich voor u interesseert, -heb ik er met kardinaal Sanguinetti, die daareven hier was, over gesproken. Maar hij -zelf weet er niet meer van dan ik, want het dossier bevindt zich nog in handen van -den secretaris. Het eenige, dat hij mij mededeelen kon, was, dat de aanklacht van -aanzienlijke, zeer invloedrijke personen uitging, en dat zij liep over talrijke bladzijden, -waarin men de aanstoot gevende passages zoowel wat betreft de kerkelijke tucht als -het dogma naar voren gebracht heeft.” -</p> -<p>Zeer ontroerd door de gedachte, dat verborgen vijanden hem in het donker vervolgden, -riep hij uit: -</p> -<p>“O, aangeklaagd, aangeklaagd! Als Uwe Eminentie eens <span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100">100</a>]</span>wist, hoe dat woord mij pijn doet. En aangeklaagd voor beslist onwillekeurige misdaden, -omdat ik enkel en alleen vurig den triomf der Kerk gewild heb … Ik zal mij voor de -voeten van den Heiligen Vader werpen en mij verdedigen.” -</p> -<p>Boccanera richtte zich plotseling in zijn volle lengte op. Een diepe plooi groefde -zich in zijn voorhoofd. -</p> -<p>“Zijne Heiligheid kan, wanneer het Haar goeddunkt, alles, zelfs u ontvangen en u absolutie -geven … Maar luister naar mij, ik raad u nogmaals aan uit eigen beweging uw boek terug -te nemen, het eenvoudig en dapper te vernietigen, voor u te storten in een strijd, -die u slechts de schande brengen zal verpletterd te worden … Denk er over na!” -</p> -<p>Onmiddellijk had Pierre berouw gehad, dat hij van een bezoek aan den Paus gesproken -had, want hij voelde, dat dit beroep op het hoogste gezag den kardinaal moest kwetsen. -Twijfel was echter niet meer mogelijk: de kardinaal zou tegen zijn werk zijn. Hij -had geen andere hoop meer dan door zijn omgeving druk op hem uit te oefenen, door -hem te smeeken neutraal te blijven. Hij had hem openhartig, vrijmoedig gevonden, ver -verheven boven de heimelijke intriges, die, zooals hij hoe langer hoe meer begon te -begrijpen, om zijn boek gespannen werden. Hij nam dan ook met grooten eerbied voor -den persoon van den kardinaal afscheid. -</p> -<p>“Ik dank Uwe Eminentie uit den grond van mijn hart en beloof alles, wat Uwe Eminentie -zoo goed is geweest tegen mij te zeggen, ernstig te zullen overwegen.” -</p> -<p>In de antichambre zag Pierre vijf of zes personen, die gedurende zijn <span class="corr" id="xd29e1056" title="Bron: audientie">audiëntie</span> gekomen waren en nu wachtten. Er waren een bisschop, een prelaat en twee oude dames; -en toen hij, alvorens weg te gaan, don Vigilio wilde begroeten, zag hij dien tot zijn -groote verbazing in gesprek met een langen, blonden jongen man, een Franschman, die -even verbaasd uitriep: -</p> -<p>“Wat, u hier, mijnheer de abbé? U hier in Rome?” -</p> -<p>De priester aarzelde een oogenblik. -</p> -<p>“O, mijnheer Narcisse Habert, neem me niet kwalijk, dat ik u niet dadelijk herkende. -Het is werkelijk onvergeeflijk van mij, want ik wist, dat u sinds een jaar aan het -gezantschap geattacheerd bent.” -</p> -<p>Slank, flink gebouwd, zeer elegant had Narcisse een mooien tint, lichtblauwe, bijna -malvekleurige oogen, een blonden, kroezenden baard en droeg zijn blonde lokken op -<span class="pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101">101</a>]</span>Florentijnsche wijze over het voorhoofd weggeknipt. Hij stamde uit een zeer rijke, -militant-Katholieke rechtersfamilie en had een oom, die tot de diplomatie behoorde, -wat over zijn carrière beslist had. Zijn plaats te Rome was als het ware aangewezen, -waar hij over invloedrijke bloedverwanten beschikken kon: hij was de aangetrouwde -neef van kardinaal Sarno, wiens zuster te Parijs getrouwd was met zijn oom, een notaris; -germain neef van den geheimen kamerheer, monseigneur Gamba del Zoppo, een zoon van -een zijner tantes, die in Italië met een kolonel getrouwd was. Om die redenen had -men hem geattacheerd aan het gezantschap bij den Heiligen Stoel, waar men zijn eenigszins -fantastische allures, zijn vurigen hartstocht voor de kunst, die hem steeds weer tot -zwerftochten door Rome aanspoorde, duldde. Verder was hij een zeer beminlijk man en -zeer gedistingeerd, bovendien in den grond der zaak zeer practisch en buitengewoon -ervaren in financieele quaesties. Soms gebeurde het, zooals dien ochtend, dat hij -met zijn moede, eenigszins geheimzinnige manier van doen in opdracht van den gezant -bij een kardinaal over een ernstige zaak kwam spreken. -</p> -<p>Onmiddellijk nam hij Pierre mede in een der groote vensternissen, om op zijn gemak -met hem te kunnen praten. -</p> -<p>“Mijn waarde abbé, wat ben ik blij u te zien! Herinnert u zich onze prettige gesprekken -nog uit den tijd, dat we elkaar bij kardinaal Bergerot ontmoetten? Ik heb u nog schilderijen -aangewezen voor uw boek, miniaturen uit de veertiende en vijftiende eeuw. Voor vandaag -leg ik beslag op u; ik zal u Rome laten zien, zooals niemand anders dat kan. Ik heb -alles gezien, alles doorsnuffeld. Schatten zijn hier, schatten! Doch feitelijk is -er maar één ding hier, daar ga je altijd weer naar terug: de Botticelli in de Sixtijnsche -kapel!” -</p> -<p>Zijn stem stierf als het ware uit; hij maakte een uitgeput gebaar van bewondering. -En Pierre moest beloven zich aan hem toe te vertrouwen, met hem naar de Sixtijnsche -kapel te gaan. -</p> -<p>“U weet toch zeker wel, waarom ik hier ben?” zeide deze eindelijk. “Men vervolgt mijn -boek, men heeft het bij de Indexcongregatie aangegeven.” -</p> -<p>“Uw boek? Dat is niet mogelijk!” riep Narcisse uit. “Een boek, waarvan sommige bladzijden -aan den verrukkelijken Franciscus van Assisi herinneren.” -<span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102">102</a>]</span></p> -<p>Hij stelde zich welwillend ter beschikking van den priester. -</p> -<p>“Maar onze gezant zal u van groot nut kunnen zijn. Er bestaat geen beter mensch op -de wereld; hij is zeer vriendelijk en welwillend, vol oude Fransche bravoure. Vanmiddag -of op zijn allerlaatst morgenochtend zal ik u aan hem voorstellen, en daar u zoo spoedig -mogelijk een <span class="corr" id="xd29e1077" title="Bron: audientie">audiëntie</span> bij den paus verlangt, zal hij probeeren die voor u te verkrijgen … Maar ik moet -eraan toevoegen, dat het niet altijd even makkelijk is. De Heilige Vader doet hem -gaarne een genoegen, maar toch lukt het hem niet altijd, zoo moeilijk is het dikwijls -hem te naderen.” -</p> -<p>In werkelijkheid had Pierre er nog niet aan gedacht gebruik te maken van de hulp van -den ambassadeur; in zijn onnoozelheid had hij gemeend, dat een aangeklaagde priester, -die zich kwam verdedigen, van zelf alle deuren voor zich zou zien open gaan. Hij was -verrukt over het aanbod van Narcisse en dankte hem zoo hartelijk alsof de <span class="corr" id="xd29e1083" title="Bron: audientie">audiëntie</span> reeds verkregen was. -</p> -<p>“En mochten er zich onverhoopt moeilijkheden voordoen,” ging de jonge man voort, “dan -heb ik nog altijd bloedverwanten op het Vaticaan. Ik bedoel niet mijn oom den kardinaal, -die ons toch niet zou kunnen helpen, want hij komt nooit uit zijn bureau van de Propaganda -en wil nooit een gunst vragen. Maar mijn neef, monsignor Gamba del Zoppo, die tot -de vertrouwde omgeving van den paus behoort en door zijn dienst ieder oogenblik met -hem in aanraking komt, is een zeer welwillend man; als het noodig is, gaan we naar -hem toe, en hij zal ongetwijfeld wel een middel weten, om een <span class="corr" id="xd29e1088" title="Bron: audientie">audiëntie</span> voor u te verkrijgen, hoewel zijn groote voorzichtigheid hem een enkele maal bang -doet zijn, dat hij zich zal compromitteeren … Dus, dat is afgesproken, vertrouw in -alle dingen maar op mij.” -</p> -<p>“Niets liever dan dat, waarde heer,” riep Pierre verlicht en gelukkig uit; “u weet -niet welk een balsem u mij geeft, want sedert ik hier ben, tracht iedereen mij te -ontmoedigen; u bent de eerste, die mij weer wat kracht geeft door de zaken op zijn -Fransch te behandelen.” -</p> -<p>Fluisterend vertelde hij hem zijn onderhoud met kardinaal Boccanera, van wien hij -niet de minste hulp te verwachten had, de slechte tijdingen, die kardinaal Sanguinetti -gebracht had, en ten slotte den wedijver, die, zooals hij voelde, tusschen de beide -kardinalen bestond. Narcisse luisterde glimlachend naar hem en liet zich ook tot vertrouwlijke -mededeelingen <span class="pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103">103</a>]</span>bewegen. Die wedijver, die voorbarige twist om de tiara, waarnaar beiden hartstochtelijk -streefden, bracht reeds lang de zwarte kringen in opwinding. Het waren allerlei gecompliceerde -dessous, niemand zou met zekerheid kunnen zeggen wie de uitgebreide intriges leidde. -In het algemeen wist men, dat Boccanera het intransigente Katholicisme vertegenwoordigde, -dat van geen compromis met de moderne maatschappij weten wilde, rustig afwachtte, -dat God over Satan regeeren, het koninkrijk Rome aan den Heiligen Vader teruggegeven -worden, Italië berouwvol voor zijn heiligschennis boete doen zou; Sanguinetti daarentegen, -een zeer soepel en politiek man, zou voorstander zijn van even nieuwe als vermetele -combinaties, een soort republikeinsche federatie van alle oude kleine Italiaansche -staten onder protectoraat van den paus. In één woord het was de strijd tusschen twee -tegengestelde richtingen: de eene wilde de Kerk redden door een volmaakten eerbied -voor de oude traditie; de andere kondigt haar onvermijdelijken ondergang aan, indien -zij weigert de evolutie der komende eeuw mede te maken. Maar dit alles was zoo vaag, -zoo onbestemd, dat ten slotte de meening post vatte, dat, wanneer de tegenwoordige -paus nog eenige jaren leefde, noch Boccanera, noch Sanguinetti hem zouden opvolgen. -</p> -<p>Plotseling viel Pierre Narcisse in de rede. -</p> -<p>“En monsignor Nani, kent u dien? Gisterenavond heb ik met hem gesproken … Kijk, daar -komt hij juist binnen!” -</p> -<p>Inderdaad kwam Nani met zijn eeuwigen glimlach en zijn blozend, vriendelijk prelatengezicht -binnen. Zijn fijne soutane en zijn gordel van violette zijde schitterden in een voornaam-luxueusen -en zachten glans. Hij was zeer hoffelijk tegenover abbé Paparelli, die hem eerbiedig -te gemoet ging en hem vroeg wel te willen wachten tot Zijne Eminentie hem ontvangen -kon. -</p> -<p>“O,” fluisterde Narcisse, die ernstig geworden was; “monsignor Nani is iemand, dien -men te vriend moet houden.” -</p> -<p>Hij kende zijn geschiedenis en vertelde die Pierre half fluisterend. Te Venetië uit -een adellijk, maar geruïneerd geslacht, dat verscheidene helden onder zijn leden geteld -had, geboren, was hij, na zijn eerste onderricht bij de Jezuïeten ontvangen te hebben, -naar Rome gekomen, om aan het Romeinsch College, dat onder leiding der Jezuïeten stond, -in de theologie en wijsbegeerte te studeeren. Op zijn drie-en-twintigste jaar tot -priester gewijd, was hij dadelijk als particulier <span class="pagenum">[<a id="pb104" href="#pb104">104</a>]</span>secretaris met een nuntius naar Beieren gegaan en vandaar als auditor naar Brussel -en Parijs, in welke laatste stad hij vijf jaar had gewoond. Alles, zijn schitterend -debuut, zijn vlug begrip—hij was een der veelzijdigste en meest ontwikkelde geesten, -die men zich denken kan—scheen hem voor de diplomatie te bestemmen, toen hij plotseling -naar Rome teruggeroepen werd, waar men hem bijna onmiddellijk na zijn aankomst tot -assessor bij het Heilig College benoemde. Toenmaals ging het gerucht, dat dit op uitdrukkelijk -verlangen van den paus geschied was, die, daar hij zijn capaciteiten kende en gaarne -iemand bij het Heilig College had, op wien hij kon vertrouwen, hem teruggeroepen had -onder voorwendsel, dat hij te Rome veel meer diensten bewijzen kon dan bij een nuntiatuur. -Nani, reeds sedert langen tijd huisprelaat, was sedert korten tijd kanunnik van de -St. Pieter en apostolisch protonotarius en had, wanneer op een dag de paus een assessor -vinden kon, die nog meer in zijn smaak viel, groote kans kardinaal te worden. -</p> -<p>“O,” ging Narcisse voort, “monsignor Nani! Een superieur man, die het moderne Europa -buitengewoon goed kent, en daarenboven een heilig priester, een oprecht geloovige, -volkomen toegewijd aan de Kerk, maar van een geloof, dat geheel verschillend is van -het bekrompen en vage theologische geloof, zooals wij dat in Frankrijk kennen! Daarom -zal het u moeilijk vallen de menschen en dingen hier te begrijpen. Zij laten God in -Zijn heiligdom, zij regeeren in Zijn naam, ten volle overtuigd, dat het Katholicisme -de menschelijke organisatie van het Godsbestuur, de eenige, eeuwige en volmaakte is, -buiten welke er slechts leugen en sociaal gevaar bestaat. Terwijl wij in onze godsdienstige -twistgesprekken nog steeds hartstochtelijk over het bestaan van God discussieeren, -geven zij niet eens toe, dat aan dat bestaan getwijfeld worden kan, omdat zij de door -God gezonden ministers zijn; zij gaan geheel in hun rol van onafzetbare ministers -op, oefenen hun macht uit tot het grootst mogelijke welzijn der menschheid, gebruiken -al hun intelligentie, al hun energie om de door de volken aanvaarde meesters te blijven. -Bedenk eens, een man als monsignor Nani is, na met de politiek der geheele wereld -te doen gehad te hebben, sedert tien jaar te Rome met de meest kiesche en moeilijke -opdrachten belast en daardoor met de meest verschillende en belangrijke zaken vertrouwd. -Hij blijft heel Europa, dat in Rome komt, zien, weet alles, heeft in alles de hand. -Daarenboven <span class="pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105">105</a>]</span>is hij buitengewoon bescheiden en welwillend, zóó volmaakt bescheiden schijnbaar, -dat men zich onwillekeurig afvraagt, of hij met zijn zachten stap niet naar het hoogste -doel van ’s menschen eerzucht, naar de tiara, schrijdt.” -</p> -<p>“Nog een candidaat voor den Heiligen Stoel!” dacht Pierre, die zeer aandachtig geluisterd -had, want deze Nani interesseerde hem, gaf hem een soort instinctieve onrust, alsof -hij achter het blozende en glimlachende gezicht iets beangstigend oneindigs voelde. -Bovendien begreep hij de verklaringen van zijn vriend maar half; de angst, die hem -bij zijn aankomst in deze nieuwe wereld, een wereld, wier onverwachte aanblik al zijn -<span class="corr" id="xd29e1110" title="Bron: verwachtigen">verwachtingen</span> den bodem insloeg, aangegrepen had, maakte zich ook nu weer van hem meester. -</p> -<p>Maar monsignor Nani had de twee jonge mannen gezien en kwam hartelijk en met uitgestoken -hand naar hen toe. -</p> -<p>“Zoo, mijnheer de abbé Froment! Het is mij aangenaam u weer te zien. Ik behoef u niet -te vragen, of u goed geslapen hebt, want men slaapt te Rome altijd goed … Dag, mijnheer -Habert, nog altijd even gezond als toen ik u vol bewondering aantrof voor de Heilige -Theresia van Bernini?… En ik zie, dat u elkaar kent. Prachtig! Mijnheer de abbé, ik -mag u zeker wel verraden, dat mijnheer Habert een van de vurigste bewonderaars onzer -stad is, die u de mooiste plekjes zal kunnen laten zien.” -</p> -<p>Dan wilde hij dadelijk weer hooren over het onderhoud tusschen Pierre en den kardinaal. -Hij luisterde zeer aandachtig naar het verhaal, terwijl hij bij sommige bijzonderheden -zijn hoofd schudde en dikwijls zijn fijn glimlachje onderdrukken moest. De strenge -ontvangst van den kardinaal en de overtuiging van den priester, dat hij van dezen -geen hulp behoefde te verwachten, verwonderden hem in het minst niet, als had hij -geen ander resultaat verwacht. Maar bij den naam van kardinaal Sanguinetti en toen -hij hoorde, dat deze aan kardinaal Boccanera gezegd had, dat die quaestie van het -boek zeer ernstig was, scheen hij zich een oogenblik te vergeten en sprak met plotselinge -heftigheid: -</p> -<p>“Dan ben ik te laat gekomen, mijn waarde zoon! Zoodra ik van die vervolging hoorde, -ben ik dadelijk naar Zijne Eminentie kardinaal Sanguinetti gegaan, om hem te zeggen, -dat men voor uw werk een groote reclame zou maken. Is dat verstandig? Waar is dat -goed voor? Wij weten, dat u wat geëxalteerd, geestdriftig en strijdlustig is. Wat -zouden wij erbij winnen, indien wij een jongen priester, die met een <span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106">106</a>]</span>boek, waarvan reeds duizenden exemplaren verkocht zijn, tegen ons in het krijt zou -kunnen treden, tegen ons in het harnas joegen? Van den beginne af aan heb ik gewild, -dat men het boek met rust liet, en ik moet eerlijk zeggen, dat de kardinaal, die een -verstandig man is, dezelfde meening toegedaan is. Hij hief zijn armen ten hemel en -riep opgewonden uit, dat men hem nooit raadpleegde, dat de dwaasheid nu begaan was -en dat het onmogelijk was het proces tegen te houden, nu het eenmaal ten gevolge van -beschuldigingen, die van de meest bevoegde zijden en om de ernstigste motieven ingebracht -waren, aanhangig gemaakt was. … Enfin, zooals hij zeide, de domheid was begaan, en -ik moest iets anders bedenken.” -</p> -<p>Maar hij hield op; hij zag, dat de vurige oogen van Pierre op de zijne gericht waren -en trachtten te begrijpen. Een bijna onmerkbare blos kleurde zijn gezicht, terwijl -hij, zonder het onaangename gevoel, dat hij te veel gezegd had, te laten blijken, -zeer onbevangen voortging: -</p> -<p>“Ja, ik wilde u met mijn zwakken invloed helpen, om u de onaangenaamheden, waarin -deze geschiedenis u ongetwijfeld brengen zal, te besparen.” -</p> -<p>In Pierre steeg bij het heimelijke besef, dat men misschien met hem speelde, een verzet -op. Waarom zou hij zijn geloof, dat zoo rein, zoo geheel onbaatzuchtig, zóó brandend -van Christelijke naastenliefde was, niet bekennen? -</p> -<p>“Nooit,” zeide hij, “nooit zal ik uit eigen beweging mijn boek terugnemen of vernietigen, -zooals men mij aanraadt. Het zou een lafheid en een leugen zijn, want ik heb nergens -berouw over, loochen niets. Waar ik geloof, dat mijn werk eenige waarheid brengt, -daar kan ik het niet vernietigen, zonder een misdaad te begaan tegenover mezelf en -de anderen … Nooit, verstaat u, nooit!” -</p> -<p>Er volgde een stilte. En bijna onmiddellijk ging hij voort: -</p> -<p>“Aan de voeten van den Heiligen Vader zal ik hetzelfde zeggen. Hij zal mij begrijpen, -hij zal het met mij eens zijn!” -</p> -<p>Nani glimlachte niet meer. Zijn gelaat was thans onbeweeglijk en als gesloten. Hij -scheen de plotselinge heftigheid van den priester, dien hij dan door zijn rustige -welwillendheid trachtte te kalmeeren, aandachtig te bestudeeren. -</p> -<p>“Zeker, zeker … Gehoorzaamheid en ootmoed hebben hun groote bekoring. Maar ik begrijp -heel goed, dat u vóór alles met Zijne Heiligheid zoudt willen spreken. En dan kunt -u verder zien, niet waar, dan kunt u verder zien?” -<span class="pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107">107</a>]</span></p> -<p>En hij interesseerde zich opnieuw voor de <span class="corr" id="xd29e1134" title="Bron: audientie">audiëntie</span>. Hij betreurde het zeer, dat Pierre de aanvrage niet van uit Parijs gedaan had, vóór -hij naar Rome kwam; dat zou de zekerste manier geweest zijn, om die toegestaan te -krijgen. Men hield in het Vaticaan niet van lawaai, en wanneer het bericht van de -aankomst van den jongen priester zich verspreidde, en er over de motieven, die hem -hier brachten, gesproken werd, zou alles verloren zijn. -</p> -<p>Maar toen Nani hoorde, dat Narcisse aangeboden had Pierre voor te stellen aan den -Franschen gezant bij den Heiligen Stoel, scheen hij weer ongerust te worden en protesteerde -daar krachtig tegen. -</p> -<p>“Neen, neen, doe dat niet! dat zou uiterst onverstandig en onvoorzichtig zijn!… In -de eerste plaats loopt u gevaar den gezant, wiens positie in die soort van zaken steeds -zeer delicaat is, in ongelegenheid te brengen. En als het hem mislukt, zou het uit -zijn, zoudt ge niet de minste kans hebben de gevraagde audiëntie door bemiddeling -van anderen te verkrijgen, want men zou de eigenliefde van den gezant niet willen -kwetsen door aan een ander wel toe te staan wat men hem weigert.” -</p> -<p>Angstig keek Pierre Narcisse aan, die weifelend en aarzelend zijn hoofd schudde. -</p> -<p>“Inderdaad,” begon Narcisse eindelijk, “hebben we onlangs voor een hoogen Franschen -politicus een <span class="corr" id="xd29e1142" title="Bron: audientie">audiëntie</span> gevraagd, die geweigerd is. Dat heeft een zeer onaangenamen indruk op ons gemaakt … -Monseigneur heeft gelijk. Wij moeten den gezant in reserve houden en hem slechts gebruiken, -wanneer alle andere middelen uitgeput zijn.” -</p> -<p>En toen hij de teleurstelling van Pierre zag, ging hij met zijn gewone welwillendheid -voort: -</p> -<p>“Ons eerste bezoek zal dus aan mijn neef op het Vaticaan zijn.” -</p> -<p>Verbaasd keek Nani den jongen man opnieuw aan. -</p> -<p>“Op het Vaticaan? Hebt u daar een neef?” -</p> -<p>“Ja zeker, monsignor Gamba del Zoppo.” -</p> -<p>“Gamba!… Gamba!… Ja, ja, neem me niet kwalijk, nu herinner ik het me … Wilt u probeeren -door Gamba toegang te krijgen bij den paus? Het is ongetwijfeld een idee … We zullen -zien … we zullen zien …” -</p> -<p>Verscheidene malen herhaalde hij den zin om zich tijd te geven het denkbeeld bij zichzelf -te overwegen. Monsignor Gamba del Zoppo was een braaf man, speelde in het geheel <span class="pagenum">[<a id="pb108" href="#pb108">108</a>]</span>geen rol; in het Vaticaan was het reeds een legende geworden, dat hij een nul was. -Hij amuseerde met zijn praatjes den paus, dien hij op overdreven wijze vleide en die -graag aan zijn arm in de tuinen wandelde. Op die wandelingen kreeg hij makkelijk allerlei -kleine gunsten. Maar hij was buitengewoon bang, hij vreesde zoo zeer zijn invloed -te compromitteeren, dat hij geen verzoek waagde, zonder lang en breed overwogen te -hebben of er geen schade voor hem zelf uit kon voortvloeien. -</p> -<p>“Het idee is niet kwaad,” verklaarde Nani eindelijk. “Gamba zal zeker een audiëntie -voor u kunnen verkrijgen, als hij wil … Ik zal ook met hem gaan spreken en hem de -zaak uitleggen …” -</p> -<p>Ten slotte gaf hij nogmaals den raad uiterst voorzichtig te zijn. Hij waagde het zelfs -te zeggen, dat men tegenover de omgeving van den paus niet wantrouwend genoeg kon -zijn. Ach ja, Zijne Heiligheid was zoo goed, geloofde zoo blindelings in het goede, -dat zij niet altijd haar vertrouwde gekozen had met die kritische zorgvuldigheid, -welke daartoe eigenlijk noodig was. Nooit wist men tot wien men zich wendde noch in -welke val men zijn voet zetten kon. Zelfs gaf hij te verstaan, dat men zich in geen -geval direct tot Zijne Eminentie den Staatssecretaris wenden moest, omdat deze zelf -niet vrij was en zich in het middelpunt bevond van een haard van intriges, die zijn -beste bedoelingen verlamde. Terwijl hij langzaam en zalvend zoo sprak, rees het Vaticaan -voor de beide anderen op als een land, dat door ijverzuchtige en <span class="corr" id="xd29e1159" title="Bron: verradelijke">verraderlijke</span> draken bewaakt wordt, een land, waarin men geen drempel overschrijden, geen pas wagen, -geen hand uitsteken kon, zonder zich van te voren vergewist te hebben, dat men er -niet zijn geheele lichaam bij verliezen zou. -</p> -<p>Meer en meer verkild en weer in onzekerheid terugvallend, bleef Pierre naar hem luisteren. -</p> -<p>“Lieve God!” riep hij uit; “ik weet heusch niet meer wat ik doen moet … U beneemt -mij allen moed, monseigneur!” -</p> -<p>Nani vond zijn hartelijk glimlachje terug. -</p> -<p>“Ik, mijn waarde zoon? Dat zou mij zeer spijten … Ik wil u slechts herhalen: wacht, -denk na! En vooral geen overijling! Er is niets geen haast bij, dat bezweer ik u, -want eerst gisteren is een deskundige benoemd, die rapport over uw boek moet uitbrengen. -U hebt nog een heele maand voor u … Vermijd zooveel mogelijk alle gezelschappen, leef -<span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109">109</a>]</span>zonder dat men van uw bestaan iets weet, bezoek Rome kalm en rustig, dat is de beste -manier om uw zaak te bevorderen.” -</p> -<p>En terwijl hij de hand van den priester in zijn beide aristocratische, volle en zachte -handen nam: -</p> -<p>“U begrijpt wel, dat ik mijn redenen heb, om zoo met u te spreken … Ik zou mezelf -aangeboden hebben, het zou me een eer geweest zijn u regelrecht naar Zijne Heiligheid -te brengen. Maar ik wil er mij op dit oogenblik nog niet in mengen, ik geloof, dat -zulks op dit oogenblik nog niet goed zijn zou. Later, wanneer niemand geslaagd is, -zal ik voor u een <span class="corr" id="xd29e1172" title="Bron: audientie">audiëntie</span> weten te verkrijgen. Daar verbind ik me plechtig toe … Maar vermijd, wat ik u bidden -mag, intusschen woorden als nieuwe godsdienst, die ongelukkigerwijze in uw boek voorkomen -en die ik u gisterenavond nog heb hooren uitspreken. Er kan geen nieuwe godsdienst -zijn, mijn waarde zoon, er is slechts één eeuwige godsdienst, waarbij geen compromis -of vergelijk mogelijk is, de Katholieke, Apostolische, Roomsche godsdienst. Laat eveneens -uw Parijsche vrienden waar zij zijn, en reken niet al te zeer op kardinaal Bergerot, -wiens groote godsvrucht hier te Rome niet genoeg gewaardeerd wordt … Ik verzeker u, -dat ik dat zeg als uw vriend.” -</p> -<p>Toen hij echter zag, dat Pierre geheel overstuur en als gebroken was en niet meer -wist van welken kant hij de zaak moest aanvatten, troostte hij hem opnieuw. -</p> -<p>“Kom, kom, het zal wel gaan. Alles zal zich ten goede schikken tot heil van de Kerk -en van u zelf. Maar nu moet ik u verlaten, ik zal Zijne Eminentie vandaag niet meer -zien, want het is mij onmogelijk langer te wachten.” -</p> -<p>Abbé Paparelli, dien Pierre loerend achter hen had zien rondsluipen, snelde toe en -zeide tot monsignor Nani, dat er nog slechts twee personen voor hem waren. Maar de -prelaat antwoordde zeer vriendelijk, dat hij terug zou komen: de zaak, waarover hij -Zijne Eminentie spreken wilde, had volstrekt geen haast. En met een beleefden groet -aan allen ging hij <span class="corr" id="xd29e1180" title="Bron: geen">heen</span>. -</p> -<p>Bijna onmiddellijk daarna kwam de beurt aan Narcisse. Voor hij de troonzaal binnenging, -drukte hij Pierre de hand en zeide nogmaals: -</p> -<p>“Dus dat is afgesproken. Ik zal morgen met mijn neef op het Vaticaan gaan spreken; -en zoodra ik een antwoord heb, zal ik het u doen weten. Tot ziens!” -<span class="pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110">110</a>]</span></p> -<p>Het was over twaalven, er was niemand meer dan een der twee oude dames, die ingeslapen -scheen te zijn. Aan zijn klein tafeltje schreef don Vigilio nog steeds met zijn krabbelschrift -op de groote, geelachtige vellen. Slechts nu en dan keek hij van het papier op als -om zich in zijn voortdurend wantrouwen te vergewissen, dat er geen gevaar voor hem -was. -</p> -<p>In de droefgeestige stilte, die weer neerviel, bleef Pierre nog een oogenblik onbeweeglijk -in de groote vensternis staan. Hoe vol angst was zijn arme, gevoelige dwepersziel. -Toen hij Parijs verliet, had hij alles zoo eenvoudig, zoo natuurlijk gevonden! Men -beschuldigde hem onrechtvaardig: welnu, hij ging zich verdedigen, kwam aan, wierp -zich voor de voeten van den paus, die welwillend naar hem luisterde. Was de paus niet -de levende godsdienst, de geest, die begrijpt, de gerechtigheid, die de waarheid maakt! -En was hij niet vóór alles de Vader, de afgezant van de eindelooze vergiffenis, van -de goddelijke barmhartigheid, wiens armen geopend bleven voor alle kinderen der Kerk, -zelfs de meest schuldigen? Moest hij zijn deur niet wijd open laten staan, opdat de -nederigsten van zijn kinderen zouden kunnen binnentreden, om hem hun leed te klagen, -hun schuld te bekennen, hun gedrag te verklaren, uit de bron der eeuwige goedheid -te drinken? En op den eersten dag van zijn aankomst sloten zich alle deuren, viel -hij in een vijandige wereld, bezaaid met valstrikken en versperd door afgronden. Allen -riepen hem toe op zijn hoede te zijn, alsof hij de ernstigste gevaren liep, wanneer -hij zich daarin waagde. De wensch den paus te spreken was een exorbitante aanmatiging, -een zoo moeilijke zaak, dat zij de belangen, de hartstochten en de invloeden van het -Vaticaan in beweging bracht. Het waren raadgevingen zonder eind, handigheden, die -lang besproken werden, taktieken van generaals, die een leger ter overwinning leiden, -onophoudelijk nieuw ontstaande verwikkelingen te midden van duizenden intriges, die -men onder zich voelde voortwoekeren! Groote God, wat was dat alles heel anders dan -de verwachte liefderijke ontvangst, dan het huis van den herder aan den weg, dat voor -alle schapen, de gedweeë en de verdwaalde, openstaat! -</p> -<p>Wat Pierre echter het meest bang maakte was, dat hij voelde, dat zich in de donkerte -iets slechts bewoog. Kardinaal Bergerot verdacht, aangezien voor een revolutionnair, -zoo compromitteerend, dat men hem aanried zijn naam niet meer te noemen! Hij zag weer -den minachtend-spottenden <span class="pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111">111</a>]</span>trek om den mond van kardinaal Boccanera, wanneer hij over zijn collega sprak. En -monsignor Nani, die hem waarschuwde woorden als nieuwe godsdienst niet meer te gebruiken, -alsof het voor allen niet duidelijk was, dat die woorden den terugkeer van het Katholicisme -tot de oorspronkelijke reinheid van het Christendom beteekenden? Was dat dan een der -misdaden, die bij de <span class="corr" id="xd29e1193" title="Bron: Index-congregatie">Indexcongregatie</span> aangegeven waren? Hij begon langzamerhand te vermoeden, wie die aanklagers waren, -en hij werd bang, want hij was zich thans bewust, dat een onderaardsche aanval, een -krachtige poging gedaan werd om zijn werk neer te slaan en te vernietigen. Alles wat -hem omgaf, scheen hem nu verdacht toe. Hij wilde zijn krachten verzamelen, om zich -heen zien en die zwarte kringen in Rome, die hij nooit verwacht had daar te zullen -aantreffen, bestudeeren. Maar in het verzet van zijn apostelgeloof zwoer hij zichzelf -een plechtigen eed, dat hij, zooals hij reeds gezegd had, nooit zou wijken of toegeven, -niets zou veranderen, geen bladzijde, geen regel van zijn boek, dat hij in het openbaar -als het onwankelbare getuigenis van zijn geloof zou handhaven. Wanneer het moest, -zou hij de Kerk verlaten, een afvallige worden, den nieuwen godsdienst blijven prediken, -een nieuw boek schrijven—<i>het ware Rome</i> thans, zooals hij het nu vaag begon te zien. -</p> -<p>Inmiddels was don Vigilio opgehouden met schrijven en keek Pierre met zulk een strakken -blik aan, dat deze eindelijk uit beleefdheid naar hem toe ging, om afscheid te nemen. -Ondanks zijn angst toegevend aan een drang om te spreken, fluisterde de secretaris: -</p> -<p>“U begrijpt zeker wel, dat hij voor u alleen gekomen is, hij wilde alleen het resultaat -van uw onderhoud met Zijne Eminentie weten.” -</p> -<p>De naam van monsignor Nani behoefde niet uitgesproken te worden. -</p> -<p>“Gelooft u dat werkelijk?” -</p> -<p>“Daaraan valt niet te twijfelen … En indien u van mij een goeden raad wilt aannemen, -doe dan onmiddellijk uit eigen beweging wat hij van u verlangt, want het is absoluut -zeker, dat u het later toch doen zult.” -</p> -<p>Dat maakte Pierre nog angstiger en wanhopiger. Met een uitdagend gebaar ging hij weg. -Zij zouden wel merken, of hij gehoorzaamde. En de drie antichambres, die hij weer -doorging, schenen nu nog donkerder, nog lediger, nog <span class="pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112">112</a>]</span>doodscher. In de tweede groette abbé Paparelli hem met een kleine, zwijgende buiging; -in de eerste scheen de ingedommelde knecht hem zelfs niet te zien. Onder den baldakijn -weefde tusschen de kwasten van den grooten rooden hoed een spin zijn net. Zou het -niet beter geweest zijn het houweel te zetten in dat geheele rottende, in puin vallende -verleden, opdat de zon vrij binnen schijnen en aan den gereinigden bodem de vruchtbaarheid -der jeugd teruggeven kon? -<span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113">113</a>]</span></p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e958" href="#xd29e958src">1</a></span> Iemand, die zich borg stelt voor een leerling, een boek enz. <a class="fnarrow" href="#xd29e958src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">VIERDE HOOFDSTUK</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Den middag van dienzelfden dag wilde Pierre, daar hij toch niets anders te doen had, -onmiddellijk zijn zwerftochten door Rome beginnen met een bezoek, dat hem na aan het -hart lag. Onmiddellijk na de verschijning van zijn boek had een brief, dien hij uit -deze stad kreeg, hem diep ontroerd en geïnteresseerd—een brief van den ouden graaf -Orlando Prada, den held der Italiaansche onafhankelijkheid en eenheid, die hem, zonder -hem te kennen, onder den indruk van de eerste lezing spontaan geschreven had; en die -vier bladzijden bevatten een vurig protest, een kreet van het in dezen grijsaard nog -jeugdige patriottische geloof, hij beschuldigde hem in zijn werk Italië vergeten te -hebben, eischte Rome, het nieuwe Rome voor het één geworden en eindelijk vrije Italië -op. Daarop was een heele briefwisseling gevolgd, en de priester had, hoewel hij zijn -ideaal van een nieuw Katholicisme, dat de wereld redden moest, niet opgaf, den man, -die hem deze brieven schreef, waarin een zoo groote vaderlands- en vrijheidsliefde -brandden, van verre leeren liefhebben. Hij had hem van zijn reis op de hoogte gebracht -en beloofd hem een bezoek te zullen brengen. Maar nu was de gastvrijheid, die hij -in het paleis Boccanera had aangenomen, daarvoor een sta-in-den-weg, want het scheen -hem na de zoo hartelijke ontvangst door Benedetta moeilijk toe, den eersten dag reeds, -zonder haar te waarschuwen, den vader van den man te gaan bezoeken, van wien zij gevlucht -was en tegen wien zij een eisch tot echtscheiding had ingesteld; en dit te meer, omdat -de oude Orlando bij zijn zoon woonde in het kleine paleis, dat deze in de Via Venti -Settembre had laten bouwen. -</p> -<p>Vóór alles wilde Pierre dus zijn bezwaren aan de contessina zelf mededeelen. Hij had -trouwens van vicomte Philibert <span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114">114</a>]</span>de la Choue gehoord, dat zij voor den held een met bewondering vermengde dochterlijke -liefde behouden had. En inderdaad, toen hij haar na het ontbijt de verlegenheid, waarin -hij verkeerde, mededeelde, protesteerde zij onmiddellijk. -</p> -<p>“Maar mijnheer de abbé, ga toch, ga toch gauw! U weet, dat de oude Orlando een onzer -nationale sieraden is. Verwonder u er niet over, als u mij hem ook zoo hoort noemen, -geheel Italië geeft hem uit liefde en dankbaarheid dezen liefkoozenden bijnaam. Ik -ben opgegroeid in een wereld, die hem vervloekte, hem voor een Satan hield. Eerst -later heb ik hem leeren kennen en liefhebben. Hij is de zachtste en rechtvaardigste -man, die op aarde rondwandelt.” -</p> -<p>Zij was begonnen te glimlachen, terwijl tranen haar oogen bevochtigden, ongetwijfeld -bij de herinnering aan het stormachtige jaar, dat zij in dat huis doorgebracht had, -waarin zij, behalve bij den ouden man, geen rustig uur had gekend. En zachter en met -eenigszins bevende stem voegde zij eraan toe: -</p> -<p>“Als u toch naar hem toegaat, zeg hem dan uit mijn naam, dat ik hem nog altijd liefheb -en dat ik nooit, wat er ooit gebeuren moge, zijn goedheid vergeten zal.” -</p> -<p>Terwijl Pierre naar de Via Venti Settembre reed, riep hij zich de geheele heldengeschiedenis -van den ouden Orlando, die hij zich vroeger had laten vertellen, voor den geest. Zij -was een waar heldendicht en voerde hem terug naar het geloof, de dapperheid en de -onbaatzuchtigheid van een ander tijdperk. -</p> -<p>Graaf Orlando Prada, de afstammeling van een oud-adellijk Milaneesch geslacht, werd -reeds in zijn jeugd door zulk een haat tegen den vreemdeling verteerd, dat hij op -zijn vijftiende jaar al deel uitmaakte van een geheim genootschap, een der vertakkingen -van het oude carbonarisme. Die haat tegen de Oostenrijksche overheersching was oud, -stamde nog uit den tijd van de opstanden tegen de knechtschap, toen de samenzweerders -zich vereenigden in verlaten hutten diep in de bosschen. En deze haat werd nog aangewakkerd -door het oude ideaal van een bevrijd, aan zichzelf teruggegeven Italië, dat eindelijk -weer de groote, heerschende natie, de waardige dochter van de oude veroveraars en -meesters der wereld worden zou. -</p> -<p>O, welk een vurige en heerlijke droom, om dat roemrijke land van vroeger, dat verbrokkelde -en versnipperde Italië, dat aan een menigte kleine tyrannen was prijsgegeven en <span class="pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115">115</a>]</span>onophoudelijk door naburige volkeren bezet en bezeten werd, uit zijn lange schande -te rukken. Den vreemdeling verslaan, de despoten wegjagen, het volk wekken uit de -vernederende ellende van zijn slavernij, Italië vrij, Italië één verklaren, dat was -de hartstocht, die toen in de geheele jeugd met onbluschbare vlammen oplaaide, die -het hart van den jongen Orlando van geestdrift kloppen deed. Hij doorleefde zijn jeugd -in een heilige verontwaardiging, in het vurige ongeduld om zijn bloed aan zijn vaderland -te geven en daarvoor te sterven, als hij het niet bevrijden kon. -</p> -<p>Orlando leefde teruggetrokken in zijn familiepaleis te Milaan, bevende onder het juk -en zijn tijd met nuttelooze samenzweringen verspillend. Hij was juist getrouwd en -vijf-en-twintig jaar, toen de tijding kwam van de vlucht van Pius IX en de revolutie -te Rome. Onmiddellijk liet hij alles, huis en vrouw, in den steek, om, als geroepen -door de stem van zijn lot, naar Rome te snellen. Het was de eerste maal, dat hij zoo -uittrok, om de onafhankelijkheid te veroveren. Hoe dikwijls zou hij dat nog moeten -doen, zonder ooit moe te worden. Toen leerde hij Mazzini kennen en geraakte een oogenblik -in geestdrift voor de mystieke figuur van dezen unitaristischen republikein. Zelf -droomend van een algemeene republiek, nam hij het devies van Mazzini: “<i lang="it">Dio e popolo</i>”<a class="noteref" id="xd29e1230src" href="#xd29e1230">1</a> aan, volgde hij de processie, die met groote pracht en praal door het oproerige Rome -trok. -</p> -<p>Het was een tijd vol grootsche verwachtingen, die reeds door de behoefte aan een hernieuwing -van het Katholicisme gekweld werd en in afwachting leefde van een menschelijken Christus, -wiens taak het was de wereld een tweede maal te redden. Maar weldra trok een man, -Garibaldi, die aan den dageraad van zijn epischen roem stond, hem geheel tot zich -en maakte van hem een soldaat der vrijheid en eenheid. Orlando hield van hem als van -een God, streed als held aan zijn zijde, maakte de overwinning bij Rieti op de Napolitanen -mede, volgde den hardnekkigen patriot op zijn terugtocht, toen hij, gedwongen om Rome -over te laten aan het Fransche leger van generaal Oudinot, die er Pius IX kwam herstellen, -Venetië te hulp snelde. En welk een vermetel, dolzinnig waagstuk was dat! Dit Venetië, -dat Manin, een tweede groote patriot, een martelaar, weer tot republiek gemaakt <span class="pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116">116</a>]</span>had en dat nu al maanden lang weerstand bood aan de Oostenrijkers! -</p> -<p>En Garibaldi, die met een handvol mannen uittrekt, om het te ontzetten, en dertien -visschersschepen huurt en er acht in de handen van zijn vijand laten moet, is verplicht -naar den Romeinschen oever terug te keeren en verliest daar op jammerlijke wijze zijn -vrouw Anita, wier oogen hij sluit alvorens terug te keeren naar Amerika, waar hij -in afwachting van het uur van den opstand reeds gewoond had. O, die Italiaansche bodem, -waarin toen allerwegen het inwendige vuur van het patriotisme gromde, waaruit in iedere -stad mannen vol geloof en moed opschoten, waaruit overal oproeren en opstanden <span class="corr" id="xd29e1240" title="Bron: losbarsten">losbarstten</span> als vulkanische erupties, en die ondanks alle tegenspoeden en tegenslagen, toch, -onoverwinlijk, den triomf tegemoet ging! -</p> -<p>Orlando keerde naar Milaan en naar zijn jonge vrouw terug en leefde daar twee jaar -lang in het verborgen, verteerd door zijn ongeduldig verlangen naar den glorierijken -dag, welks aanbreken zich zoo lang wachten liet. Eén geluk stilde een weinig zijn -vurige begeerte: een zoon, Luigi, werd hem geboren, maar het kind kostte zijn moeder -het leven. Orlando werd daardoor met diepe droefheid vervuld, en daar hij niet langer -te Milaan blijven kon, waar de politie al zijn gangen naging, en hij de overheersching -door de vreemdelingen niet langer dragen kon, besloot Orlando de overblijfselen van -zijn vermogen te realiseeren en begaf zich naar Turijn, naar een tante van zijn vrouw, -die het kind onder haar bescherming nam. Graaf Cavour, de groote politicus, werkte -vanaf dat oogenblik aan de onafhankelijkheid, bereidde Piemont voor op de beslissende -rol, die het spelen moest. Het was het tijdperk, waarin koning Victor Emanuel met -vleiende vriendelijkheid de uit alle deelen van Italië toestroomende vreemdelingen -opnam, zelfs hen, van wie hij wist, dat zij republikeinen waren en ten gevolge van -opstanden de vlucht hadden moeten nemen. -</p> -<p>De droom, de Italiaansche eenheid ten gunste van de Piemonteesche monarchie te verwezenlijken, -bestond in het sluwe Huis van Savoye reeds lang en rijpte sedert jaren. Orlando wist -heel goed onder welken heer hij dienst nam, maar reeds stond in zijn hart de republikein -achter bij den patriot: hij geloofde niet meer aan een in naam der republiek geschapen -en onder de bescherming van een liberalen paus geplaatst Italië, zooals het een oogenblik -Mazzini’s ideaal <span class="pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117">117</a>]</span>geweest was. Was het geen hersenschim, die generaties zou verslinden, indien men dat -ideaal bleef nastreven? Zelfs wanneer de vrijheid er gevaar bij liep, wilde hij het -vaderland weder opbouwen en het zijn plaats onder de zon geven. Hoe koortsachtig gelukkig -was hij dan ook, toen hij bij het uitbreken van den oorlog in 1859 dienst nam; hoe -klopte zijn hart tot barstens toe, toen hij na Magenta met het Fransche leger Milaan -binnentrok, hetzelfde Milaan, dat hij acht jaar vroeger als wanhopig balling verlaten -had. Na Solferino was het verdrag van Villafranca een bittere teleurstelling: Venetië -bleef gevangen. Maar Milaan en omgeving was toch heroverd, en ook Toscane, Parma en -Modena traden toe. Eindelijk vormde zich de kern van de ster, het vaderland bouwde -zich om het overwinnende Piemont op. -</p> -<p>Het volgend jaar keerde Orlando in het epos terug. Garibaldi was weer uit Amerika -terug, omgeven door een geheele legende, de verhalen van zijn ridderlijke heldendaden -in de pampa’s van Uruguay, een buitengewonen tocht van Canton naar Lima, gingen hem -vooruit; hij kwam terug, om in 1859 te vechten, het Fransche leger voor te zijn, een -Oostenrijksch maarschalk onder den voet te loopen, de steden Como, Bergamo en Brescia -binnen te trekken. Plotseling hoorde men, dat hij met slechts duizend man te Marsala -was—de duizend van Marsala, het beroemde handjevol dapperen. Orlando streed in de -voorste gelederen. Palermo bood drie dagen tegenstand, werd dan genomen. Als lievelingsluitenant -van den dictator, hielp Orlando hem bij het organiseeren van het bestuur, stak vervolgens -met hem de landengte over en nam aan zijn rechterhand deel aan den triomphantelijken -intocht in Napels, waaruit de koning gevlucht was. -</p> -<p>Het was een dolzinnig-vermetele en -dappere daad, de uitbarsting van het onvermijdelijke; -allerlei verhalen van bovenmenschelijke daden deden de ronde: Garibaldi onkwetsbaar, -beter door zijn rood hemd beschermd dan door het dikste harnas; Garibaldi, die de -vijandelijke legers op de vlucht sloeg alleen door als een aartsengel zijn vlammend -zwaard te zwaaien. Van hun kant hadden de Piemonteezen, na generaal Lamoricière bij -Castelfidardo verslagen te hebben, de Romeinsche staten veroverd. En Orlando was erbij, -toen de dictator, afstand doende van zijn macht, het besluit van de annexatie der -beide Siciliën bij de Kroon van Italië onderteekende; <span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118">118</a>]</span>evenals hij bij den heftigen kreet: “Rome of de dood!” deelnam aan de wanhopige poging, -die zoo tragisch bij Aspromonte eindigde: het kleine legertje verstrooid door de Italiaansche -troepen, Garibaldi gewond, gevangen genomen, verbannen naar de eenzaamheid van zijn -eiland Caprera, waar hij nog slechts een eenvoudig landman bleef. -</p> -<p>De zes daarop volgende jaren van wachten bracht Orlando te Turijn door, zelfs toen -Florence als nieuwe hoofdstad gekozen werd. De senaat had Victor Emanuel tot koning -van Italië uitgeroepen, en inderdaad Italië was geschapen, alleen Venetië en Rome -ontbraken. Van dat oogenblik af schenen de groote slagen geëindigd te zijn, was het -tijdperk der epiek afgesloten. Venetië werd aan Italië door een nederlaag geschonken. -Orlando maakte den ongelukkigen slag bij Custozza mede, waarin hij tweemaal gewond -werd; doch zijn hart werd nog pijnlijker getroffen door de smartelijke gedachte, dat -Oostenrijk zou kunnen overwinnen. Maar in hetzelfde oogenblik verloor Oostenrijk, -verslagen bij Sadowa, Venetië, en vijf maanden later wilde hij in den triomfroes te -Venetië zijn, toen Victor-Emanuel onder het geestdriftige gejubel van het volk zijn -intocht deed. -</p> -<p>Rome alleen ontbrak nu nog, een koortsachtig ongeduld drong geheel Italië daarheen, -en slechts de eed van het bevriende Frankrijk den paus te zullen handhaven, hield -dien drang terug. Ten derden male wilde Garibaldi de legendarische heldendaden hernieuwen; -vrij van alle banden wierp hij zich als een door vaderlandsliefde gedreven vrijbuitershoofdman -op Rome. En ten derden male nam Orlando deel aan dien heldenwaanzin, die zich bij -Mentana tegen de door een klein Fransch corps geholpen pauselijke zouaven te pletter -liep. Weer gewond, keerde Orlando, bijna stervend, naar Turijn terug. Met bloedend -hart moest men berusten: de quaestie was niet op te lossen. Dan kwam plotseling de -donderslag van Sedan, de verplettering van Frankrijk; de weg naar Rome werd vrij. -Orlando, in het staand leger teruggekeerd, maakte deel uit van de troepen, die stelling -namen in de Campagna romana, om, overeenkomstig de woorden in den brief van Victor -Emanuel aan Pius IX, de veiligheid van den Heiligen Stoel te verzekeren. -</p> -<p>Het was overigens slechts een schijngevecht: de pauselijke zouaven onder generaal -Kanzler moesten zich terugtrekken en Orlando was een der eersten, die door de bres -in de Porta Pia de stad binnendrong. O, die twintigste <span class="pagenum">[<a id="pb119" href="#pb119">119</a>]</span>September, die dag, waarop hij het grootste geluk van zijn leven ondervond, een dag -van geestdrift, een dag van volkomen triomf, waarop de droom van zoovele jaren van -bitteren strijd verwezenlijkt werd, de droom, waarvoor hij zijn rust, zijn vermogen, -zijn geest en zijn lichaam gegeven had. -</p> -<p>Hierop volgden nog tien gelukkige jaren in het veroverde Rome, in het Rome, dat als -een vrouw, waarop men al zijn hoop gezet heeft, aangebeden, ontzien en gevleid werd. -Van Rome verwachtte hij een zoo groote nationale kracht, een zoo wonderbaarlijke herleving -van sterkte en jeugd voor de jonge natie! De voormalige republikein, de voormalige -insurgent, die hij toch was, moest zich bukken en een senaatszetel aannemen: ging -Garibaldi zelf, zijn afgod, geen bezoek afleggen bij den koning en zijn plaats innemen -in het Parlement? Alleen de intransigente Mazzini had niets van een onafhankelijk -Italië, dat niet tevens republiek was, willen weten. Ook een ander motief had Orlando -tot toegeven bewogen: de toekomst van zijn zoon Luigi, die den dag na den intocht -in Rome achttien geworden was. Al was hij ook tevreden met de kruimels van zijn vroeger -vermogen, dat geheel opgegaan was in den dienst van het vaderland, hij droomde van -een beter lot van het kind, dat hij aanbad. -</p> -<p>Hij voelde heel goed, dat het heldentijdvak geëindigd was; hij wilde van hem een groot -staatsman, een groot bestuurder maken, een man, die nuttig zijn zou voor de souvereine -macht van morgen; en daarom had hij het koninklijk gunstbewijs, het loon voor zijn -lange toewijding, niet geweigerd; hij wilde Luigi helpen, over hem waken, hem leiden. -Was hij dan zelf zoo oud, zoo afgeleefd, dat hij zich niet nuttig meer maken kon bij -de organisatie, zooals hij het meende geweest te zijn bij de verovering? Hij had den -jongen man ambtenaar laten worden aan het Ministerie van Financiën, daar hem zijn -vlug begrip van financieele quaesties opgevallen was en ook misschien omdat hij intuïtief -voelde, dat de strijd thans voortgezet zou worden op financieel en economisch gebied. -En weer leefde hij in een droom, steeds geestdriftig geloovend in een heerlijke toekomst; -vol grenzenlooze verwachtingen zag hij hoe de bevolking van Rome verdubbelde, hoe -het zich door het dolzinnige opschieten van nieuwe stadswijken uitbreidde. In zijn -verrukte minnaarsoogen werd de stad weer de koningin der wereld. -</p> -<p>Plotseling sloeg bij helderen hemel een bliksemstraal neer. <span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120">120</a>]</span>Toen Orlando op een ochtend naar beneden ging, werd hij door een beroerte getroffen; -zijn beide beenen waren als dood en zwaar als lood. Men had hem naar boven moeten -dragen en nooit zette hij meer een voet op straat. Hij was toen zes-en-vijftig; sedert -veertien jaar had hij zijn fauteuil niet meer verlaten. Hij, die vroeger zoo dapper -de slagvelden van Italië afgeloopen had, was nu tot volslagen onbeweeglijkheid gedoemd. -Het was jammerlijk om aan te zien—de val van een held. En het ergste was, dat de oude -soldaat van uit de kamer, waarin hij gevangen zat, getuige zijn moest van het langzame -ineenstorten van al zijn verwachtingen en in zijn onuitgesproken angst voor de toekomst -door een vreeselijke droefgeestigheid en zwaarmoedigheid aangegrepen werd. -</p> -<p>Sedert hij door den roes van het bezig zijn niet meer verblind werd en hij zijn lange, -ledige dagen met nadenken vulde, zag hij eindelijk alles helder en duidelijk. Italië, -dat hij zoo gaarne machtig in zijn triomphantelijke eenheid gezien had, handelde dwaas, -snelde zijn ondergang, zijn bankroet misschien, tegemoet. Rome, dat voor hem steeds -de noodwendige hoofdstad, de roemrijke stad, die haars gelijke niet had, geweest was, -scheen de rol van groote moderne hoofdstad te weigeren; het was zwaar als een doode, -drukte met het gewicht der eeuwen op de borst van de jonge natie. Bovendien bracht -zijn zoon, zijn Luigi, hem tot wanhoop; hij verzette zich tegen iedere leiding, hij -wierp zich als een der kinderen, die de verovering verslinden, op den nog warmen buit, -dit Italië, dit Rome, die zijn vader alleen gewild scheen te hebben, opdat hij zelf -het zou kunnen plunderen en er zich mede vetmesten. -</p> -<p>Tevergeefs had hij zich verzet tegen het verlaten van het ministerie, tegen het ongebreidelde -speculeeren in bouwterreinen, dat door het opschieten van al die nieuwe wijken ontstaan -was. Toch bleef hij hem aanbidden, was hij tot zwijgen gedoemd, vooral nadat hem de -meest gewaagde financieele operaties gelukt waren, zooals bijv. de metamorphose van -de villa Montefiori in een werkelijke stad, een reusachtige zaak, waarin de rijksten -zich geruïneerd hadden, doch waaruit hij met millioenen tevoorschijn gekomen was. -Maar zwijgend en wanhopig had Orlando in het kleine paleis, dat Luigi Prada in de -Via Venti Settembre had laten bouwen, niet meer dan een klein kamertje willen hebben, -waarin hij zijn dagen in kloosterachtige afzondering doorbracht met <span class="pagenum">[<a id="pb121" href="#pb121">121</a>]</span>één enkelen knecht; hij wilde van zijn zoon niets anders aannemen dan die gastvrijheid -en leefde verder armzalig van zijn kleine rente. -</p> -<p>Toen Pierre in die nieuwe, op de helling en den top van den Viminalis aangelegde Via -Venti Settembre kwam, werd hij getroffen door de zware pracht der nieuwe huizen, waarin -de overgeërfde smaak voor het ontzaglijke duidelijk sprak. In het purperen goud van -de warme namiddagzon verried deze breede triomfstraat, deze dubbele rij eindelooze -en witte gevels de trotsche toekomstverwachtingen van het nieuwe Rome, de begeerte -naar overheersching, die deze reusachtige gebouwen uit den grond had doen oprijzen. -Doch vooral viel het ministerie van Financiën hem op, een gigantische massa, een cyclopische -kubus, waarin zuilen, balkons, gevelversieringen en beeldhouwwerken zich ophoopten, -een geheele, onmatige wereld, op een dag van overmoedigen trots door steenenwaanzin -gebouwd. En iets verder, aan de overzijde, voor men aan de villa Bonaparte kwam, stond -het kleine paleis van graaf Prada. -</p> -<p>Toen hij zijn koetsier betaald had, bleef hij een oogenblik verlegen staan. Daar de -deur openstond, was hij de vestibule binnengegaan, maar hij zag daar niemand, geen -conciërge en geen knecht. Hij liep naar de eerste verdieping. De monumentale trap -met marmeren leuning was een nabootsing in het klein van de overdreven afmetingen -der <span class="corr" id="xd29e1274" title="Bron: eere-trap">eeretrap</span> van het paleis Boccanera; het was dezelfde koude, kale naaktheid, getemperd door -een rooden looper en roode portières, die schel afstaken tegen de witte kalk der muren. -Op de eerste verdieping bevonden zich de vijf meter hooge receptievertrekken; door -een half open staande deur zag hij twee in elkaar loopende salons, die, met moderne -pracht, met een overvloed van fluweel en zijde, vergulde meubels, hooge spiegels, -welke de weelderige consoles en tafels weerkaatsten, ingericht waren. En nog steeds -zag hij geen mensch, geen levende ziel in dat verlaten huis, waarin nergens de invloed -der vrouw te bespeuren viel. Hij wilde weer naar beneden gaan om te bellen, toen zich -eindelijk een knecht vertoonde. -</p> -<p>“Ik zou gaarne graaf Prada spreken.” -</p> -<p>De knecht keek den kleinen priester zwijgend aan en verwaardigde zich te vragen: -</p> -<p>“Vader of zoon?” -</p> -<p>“De vader, graaf Orlando Prada!” -</p> -<p>“Gaat u dan maar naar de derde verdieping.” -<span class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122">122</a>]</span></p> -<p>Dan was hij nog wel zoo goed een naderen uitleg te geven: -</p> -<p>“De kleine deur rechts op het portaal. U moet hard kloppen, anders doet men niet open.” -</p> -<p>Inderdaad moest Pierre tweemaal kloppen. Een kleine, uitgedroogde militair, een voormalig -soldaat van den graaf, die in zijn dienst gebleven was, kwam open doen en zeide bij -wijze van verontschuldiging niet eerder de deur geopend te hebben, daar hij juist -bezig was de beenen van zijn meester in de goede houding te leggen. Onmiddellijk diende -hij den bezoeker aan, en deze werd, toen hij een kleine donkere antichambre doorgeloopen -had, door het vertrek, dat hij binnenging, ten zeerste getroffen. Het was een betrekkelijk -kleine, geheel kale kamer, die met een eenvoudig, blauwgebloemd papiertje behangen -was. -</p> -<p>Achter een scherm stond een ijzeren ledikant, een echt soldatenbed; verder was er -geen meubelstuk te zien behalve de fauteuil, waarin de invalide zijn dagen doorbracht, -een zwarte houten tafel, die bedekt was met couranten en boeken, en twee oude stoelen -met <span class="corr" id="xd29e1290" title="Bron: stroo-zittingen">stroozittingen</span> voor de enkele bezoekers. Tegen een der muren deden enkele planken dienst als boekenkast. -Maar het breede raam, waar geen gordijn voor hing, zag uit op het prachtigste panorama -van Rome, dat men zich denken kon. -</p> -<p>Dan verdween als het ware de kamer; Pierre zag in een plotselinge en diepe ontroering -niets meer dan den ouden Orlando. Hij geleek op een ouden, witharigen, nog prachtigen, -sterken, grooten leeuw. Een bosch van grijze haren op een krachtigen kop met een dikken -mond, een dikken, platten neus, groote, donkere, fonkelende oogen. Een lange witte, -nog jeugdig-krachtige baard, kroezend als die van een god. Men zag, dat in dezen leeuwenkop -vreeselijke hartstochten gewoed moesten hebben; maar al deze hartstochten, de zinnelijke -zoowel als de geestelijke, hadden hun uitbarsting gevonden in patriotisme, in dolzinnige -bravoure en in een onmatige onafhankelijkheidsliefde. En de oude, door den bliksem -getroffen held zat daar nu op zijn fauteuil genageld, de doode beenen door een zwarten -plaid bedekt. Alleen de armen, de handen leefden; alleen het gelaat straalde van lichaams- -en geestkracht. -</p> -<p>Orlando wendde zich tot zijn oppasser en zeide zacht: -</p> -<p>“Je kan wel gaan, Batista. Kom over een paar uur maar terug.” -</p> -<p>Dan keek hij Pierre strak aan en riep met een ondanks zijn zeventig jaar nog krachtige -stem: -<span class="pagenum">[<a id="pb123" href="#pb123">123</a>]</span></p> -<p>“Eindelijk dus, beste mijnheer Froment; nu kunnen we eens op ons gemak praten … Neem -dien stoel daar en kom voor mij zitten.” -</p> -<p>Maar hij had den verbaasden blik, waarmede de priester het kale vertrek rond keek, -gemerkt, en voegde er vroolijk aan toe: -</p> -<p>“Je moet me niet kwalijk nemen, dat ik je in mijn cel ontvang. Ja, ik leef hier als -een monnik, als een gepensionneerd oud soldaat, die thans buiten het leven staat … -Mijn zoon valt me nog steeds lastig met zijn verlangen, dat ik een van de mooie kamers -beneden neem. Maar waarom zou ik dat doen? Ik heb geen enkele behoefte, ik houd niet -van veeren bedden, want mijn oude botten zijn gewend aan den harden grond … En bovendien -heb ik hier zoo’n prachtig uitzicht! Geheel Rome komt naar mij—nu ik het niet meer -bezoeken kan.” -</p> -<p>Met een gebaar naar het raam had hij de verlegenheid en den lichten blos verborgen, -die steeds op zijn gelaat kwam, wanneer hij zijn zoon op die wijze verontschuldigde, -zonder de ware reden te willen bekennen, die hem in zijn armelijke inrichting deed -blijven. -</p> -<p>“Het is prachtig mooi!” verklaarde Pierre, om hem een genoegen te doen. “Ook ik voel -mij zoo gelukkig u eindelijk eens te zien; zoo gelukkig uw dappere handen, die zooveel -heldendaden verricht hebben, te kunnen drukken.” -</p> -<p>Met een nieuw gebaar scheen Orlando het verleden weg te willen schuiven. -</p> -<p>“Kom, kom, dat alles ligt achter den rug en is begraven … Laten we liever over u spreken, -mijn waarde mijnheer Froment, over u, die nog zoo jong is en het heden zijt, en laten -we gauw over uw boek spreken, dat de toekomst is … O, als u eens wist hoe woedend -ik mij in den beginne gemaakt heb over uw boek, over uw: Nieuw Rome!” -</p> -<p>Hij lachte nu en nam het boek, dat toevallig naast hem op de tafel lag. Met zijn breede -reuzenhand sloeg hij op den omslag. -</p> -<p>“Neen, u kunt u niet voorstellen hoe dikwijls ik onder het lezen tegen u uitgevaren -ben!… De paus, nog eens de paus, en altijd de paus! Het nieuwe Rome voor den paus -en door den paus! Het triompheerende Rome, dat morgen, dank zij den paus, ontstaat, -gegeven aan den paus, zijn roem samensmeltend met dien van den paus!… En wij dan? -En Italië? En al de millioenen, die wij uitgegeven hebben, om van <span class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124">124</a>]</span>Rome een grootsche hoofdstad te maken? Ja, men moet een Franschman, en nog wel een -Parijsche Franschman zijn, om zoo’n boek te schrijven. Maar laat ik het u dan zeggen, -als u het niet weet, waarde heer, dat Rome de hoofdstad van het koninkrijk Italië -geworden is; er is hier een koning Humbert, en er zijn Italianen, een geheel volk, -dat Rome, het glorierijke, opgestane Rome, voor zich behouden wil!” -</p> -<p>Het jeugdige vuur van den grijsaard deed Pierre op zijn beurt lachen. -</p> -<p>“Ja, ja, dat heeft u mij geschreven. Maar wat heeft dat eigenlijk met mijn standpunt -te maken? Naar mijn meening is Italië slechts een natie, een deel der menschheid, -en ik wil de eendracht, de broederschap der volkeren, een verzoend, geloovig, gelukkig -menschdom. Wat komt de regeeringsvorm, een monarchie of een republiek er op aan? Wat -komt het denkbeeld van een éénig en onafhankelijk vaderland erop aan, als er nog slechts -een vrij, in gerechtigheid en waarheid levend volk bestaat!” -</p> -<p>Van dezen geheelen geestdriftigen kreet had Orlando slechts één woord in zich opgenomen. -</p> -<p>“De republiek! Ik heb er in mijn jeugd innig naar verlangd!” ging hij zacht en met -een peinzend gelaat voort. “Ik heb voor haar gestreden, ik heb samengezworen met Mazzini, -een heilige, een geloovige, die zich tegen het absolute te pletter geloopen heeft. -En daarna? Men moest de praktische noodzakelijkheid aanvaarden, zelfs de meest intransigenten -hebben zich aangesloten … Zou thans de republiek ons redden? In ieder geval zou zij -maar weinig verschillen van onze parlementaire monarchie: zie maar wat er in Frankrijk -gebeurt. Waarom dan een revolutie te wagen, die de macht misschien brengen zou in -de handen van de uiterste revolutionnairen, van de anarchisten? Daar zijn wij allen -bang voor, daar is onze berusting het bewijs voor … Ik weet wel, dat sommigen de redding -zien in een republikeinsche federatie; alle oude kleine staatjes omgezet in even zoovele -republieken onder leiding van Rome. Het Vaticaan zou daarbij misschien heel wat kunnen -winnen. Men kan niet zeggen, dat het daarvoor werkt, het ziet alleen niet zonder welgevallen -de mogelijkheid ervan onder de oogen. Maar het is een droom, een droom!” -</p> -<p>Hij vond zijn vroolijkheid, waarin zelfs een zweempje ironie doorklonk, terug. -</p> -<p>“Weet u wat mij in uw boek zoo aangetrokken heeft? <span class="pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125">125</a>]</span>Want, ondanks al mijn bedenkingen heb ik het tweemaal gelezen … Welnu, dat Mazzini -zelf het bijna geschreven kon hebben. Ja, ik heb er mijn jeugd in teruggevonden, al -de overdreven-dolle verwachtingen, die ik op mijn vijf-en-twintigste jaar koesterde, -de hoop, dat Christus’ godsdienst de pacificatie der wereld door het Evangelie tot -stand brengen zou … Wist u wel, dat, lang vóór u, Mazzini de hernieuwing van het Katholicisme -gewild heeft? Hij schoof het dogma en de discipline ter zijde, hield slechts de moraal -over. En het nieuwe Rome, het Rome van het volk, gaf hij aan de algemeene Kerk, waarin -alle andere Kerken van het verleden zouden samensmelten: Rome, de eeuwige, de gepraedestineerde -Stad, de moeder en de koningin, wier heerschappij opnieuw ontstond tot het definitieve -geluk der menschheid!… Is het niet zonderling, dat het tegenwoordige neo-Katholicisme, -de nog onbestemde spiritualistische herleving, de idee der Christelijke gemeenschap -en der Christelijke naastenliefde, waarover men het thans zoo druk heeft, in den grond -der zaak niets anders is dan een terugkeer tot de mystieke en humanitaire denkbeelden -van 1848? Ach, ik heb dat alles medegemaakt, ik heb erin geloofd en ervoor gestreden, -en ik weet in welk een treurige verwarring die vluchten in het blauw van het mysterieuse -ons gebracht hebben! Wat zal ik u zeggen? Ik heb mijn vertrouwen verloren!” -</p> -<p>En toen Pierre zich van zijn kant ook opwond en antwoorden wilde, viel hij hem dadelijk -in de rede: -</p> -<p>“Neen, laat mij uitpraten … Ik heb u alleen willen overtuigen hoe beslist noodzakelijk -het voor ons was, Rome te veroveren en tot hoofdstad van Italië te maken. Zonder Rome -kon het nieuwe Italië niet bestaan. Rome was de oude glorie; Rome bevatte in zijn -stof de souvereine macht, die wij herstellen wilden, het gaf aan hem, die het bezat, -kracht, schoonheid, eeuwigheid. In het middelpunt van het land gelegen, was het het -hart daarvan, moest het er het leven van worden, zoodra men het uit den langen slaap -van zijn puinhoopen gewekt zou hebben … O, wat hebben wij ernaar verlangd te midden -van onze overwinningen en nederlagen, gedurende de jaren van afschuwlijk ongeduldig -wachten! Ik, ik heb het meer dan eenige vrouw liefgehad en begeerd; mijn bloed brandde, -ik werd wanhopiger naar mate ik ouder werd. En toen wij het in ons bezit hadden, waren -wij zoo dwaas het weelderig, grootsch, tot heerscheres, tot de gelijke van andere -groote hoofdsteden, Berlijn, Parijs en Londen te <span class="pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126">126</a>]</span>willen maken … Kijk er naar. Het is nog steeds mijn eenige liefde, mijn eenige troost, -nu ik dood ben, daar niets meer in mij leeft dan mijn oogen.” -</p> -<p>Met hetzelfde gebaar had hij weer naar het raam gewezen. Onder den diepen hemel strekte -Rome, purper en goud in de schuin vallende zonnestralen, zich in het oneindige uit. -Heel in de verte sloten de boomen van den Janiculus den horizont met hun groenen, -helder smaragdgroenen gordel af, terwijl meer naar links de dom van de St. Pieter, -bleek-blauw, op een in het felle licht doffen saphier geleek. Dan kwam de lager gelegen -stad, de oude stad, rood, als verbrand door eeuwen van heete zomers; zij was zoo zacht -voor het oog, zoo mooi in het diepe leven van het verleden, een grenzenlooze chaos -van daken, gevelmuren, torens, campaniles en koepels. Maar op het eerste plan, onder -het raam, lag de nieuwe stad, die men in de laatste vijf-en-twintig jaar gebouwd had, -op elkaar gehoopte, nog krijtachtige kubussen van metselwerk, die noch de zon noch -de geschiedenis in haar purper gehuld hadden. Vooral de daken van het reusachtige -ministerie van Financiën strekte zich in zijn afschuwlijke leelijkheid als eindelooze, -troosteloos-vale steppen uit. En op die nieuwe gebouwen waren ten slotte de blikken -van den ouden soldaat uit den veroveringstijd blijven rusten. -</p> -<p>Er ontstond een stilte. Pierre voelde de lichte koude van de verborgen, onuitgesproken -droefheid langs zich strijken en wachtte beleefd. -</p> -<p>“Neem me niet kwalijk, dat ik u in de rede gevallen heb,” ging Orlando voort. “Maar -ik geloof, dat we niet met vrucht over uw boek kunnen spreken, zoolang u Rome niet -van nabij gezien en bestudeerd hebt. U bent gisteren pas hier gekomen, niet waar? -Welnu, loop de stad door, kijk en vraag, en ik geloof, dat vele van uw denkbeelden -veranderen zullen. Ik verwacht vooral veel van den indruk, dien het Vaticaan op u -maken zal, daar u toch alleen gekomen zijt om den paus te zien en een werk voor de -<span class="corr" id="xd29e1331" title="Bron: Index-congregatie">Indexcongregatie</span> te verdedigen. Waarom zouden wij ons thans in een nuttelooze discussie begeven, waar -de feiten zelf u tot geheel andere denkbeelden brengen zullen, veel beter, dan ik -het door de mooiste redevoeringen zou kunnen?… Dus afgesproken, u komt nog eens terug, -en dan zullen we weten waarover we spreken moeten, en het misschien eens worden kunnen.” -<span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127">127</a>]</span></p> -<p>“Zeker,” antwoordde Pierre. “Ik was vandaag alleen maar gekomen, om u dank te zeggen, -dat u mijn boek met belangstelling gelezen hebt, en om in u een der sieraden van Italië -te begroeten.” -</p> -<p>Orlando, verstrooid, luisterde niet, zijn blikken waren nog altijd op Rome gevestigd. -Hij wilde niet, dat erover gesproken werd, maar ondanks zichzelf begon hij, geheel -door een heimelijke onrust beheerscht, met fluisterende stem als in een onwillekeurige -biecht weer te spreken: -</p> -<p>“Ongetwijfeld zijn wij te hard van stapel geloopen. Er waren onvermijdelijke, nuttige -uitgaven: straten, havens, spoorwegen. En gewapend moest het land ook worden; in den -beginne heb ik me dan ook tegen de zware militaire lasten niet verzet … Maar later, -dat zware oorlogsbudget—de lasten van een oorlog, die niet kwam, het wachten waarop -ons geruïneerd heeft. O, ik ben altijd een vriend van Frankrijk geweest; het eenige, -dat ik het verwijt, is, dat het den toestand, die ons opgedrongen was, de beweegredenen, -die wij hadden voor ons verbond met Duitschland, niet begrepen heeft … En de milliarden, -die Rome ingeslikt heeft! Dat was waanzin; wij hebben gezondigd uit geestdrift en -hoogmoed. In de droomen, die ik, eenzame oude, hier kon droomen, ben ik een der eersten -geweest, die den afgrond, de verschrikkelijke financieele crisis, het bankroet, waarin -de natie zou ondergaan, vooruitgezien heb. Ik heb het mijn zoon en allen, die bij -mij kwamen, toegeschreeuwd, maar wat hielp het? Zij luisterden niet naar mij, zij -waren krankzinnig, kochten, verkochten, bouwden in hun speculatiewoede en hersenschimmige -geldwoede. U zult het zien, u zult het zien … Het ergste is, dat wij niet, zooals -u, in een dichte landbevolking een reserve aan goud en menschen hebben, een spaarkas, -die steeds gereed staat, om de door de catastrophes geslagen gaten weer te vullen. -Bij ons hernieuwt het opstijgen van het volk, dat nog niets beteekent, het sociale -bloed niet door een gestadigen toevloed van nieuwe menschen, het is arm, het heeft -geen oude wollen kousen, die het ledigen kan. De ellende is vreeselijk, waarom het -te ontkennen? Zij, die geld hebben, verteren het liever kleinzielig in de steden dan -het te wagen in landbouw- en industrieele ondernemingen. Fabrieken worden zoo goed -als niet gebouwd. De bodem wordt nog op dezelfde barbaarsche wijze als twee duizend -jaar geleden bebouwd … Daar ligt Rome, Rome, dat geen Italië geschapen heeft, dat -Italië door zijn vurigen hartstocht <span class="pagenum">[<a id="pb128" href="#pb128">128</a>]</span>tot hoofdstad gemaakt heeft; Rome, dat nog slechts het schitterende decor van den -roem der eeuwen is, Rome, dat ons met zijn ontaarde, hoogmoedige en nietsdoende pauselijke -bevolking niets gegeven heeft dan de schittering van dat decor! Ik heb het te lief -gehad, ik heb het nog te lief, dan dat ik er spijt over kan hebben hier te zijn. Maar, -groote God, tot welk een waanzin heeft het ons gebracht, hoeveel millioenen heeft -het ons gekost, wat drukt het ons met zijn triomphantelijk gewicht!… Zie zelf, zie -zelf slechts!” -</p> -<p>En hij wees op de kleurlooze daken van het ministerie van Financiën, de eindelooze, -troostelooze steppe, als had hij daar den bij voorbaat gemaaiden oogst van roem, de -afschuwlijke kaalheid van het dreigend bankroet gezien. Zijn oogen werden omsluierd -door heimelijke tranen; hij zag er trotsch uit in zijn aan het wankelen gebrachte -hoop, in zijn hem pijnigenden angst, met zijn grooten, witharigen leeuwenkop. Nu was -hij machteloos, vastgenageld in die zoo kale en lichte, zoo hoogmoedig armelijke kamer, -die een protest scheen te zijn tegen den monumentalen rijkdom van het geheele kwartier. -Dat was het dus wat men uit de verovering gemaakt had! En hij was nu door den bliksem -getroffen, niet in staat nog eenmaal zijn bloed en zijn ziel te geven. -</p> -<p>“Ja, ja,” riep hij opnieuw uit; “wij gaven alles, ons hart en ons hoofd, ons geheele -bestaan, zoolang het erom ging het vaderland één en onafhankelijk te maken. Maar wie -interesseert zich, nu het vaderland geschapen is, voor de reorganisatie van zijn financiën! -Dàt is geen ideaal! En dat is de reden, waarom, terwijl de ouden sterven, geen nieuwe -man onder de jongeren opstaat!” -</p> -<p>Plotseling hield hij, eenigszins verlegen en glimlachend over zijn eigen onstuimigheid, -op. -</p> -<p>“Neem me niet kwalijk, dat ik zoo doorsla! Ik ben nu eenmaal onverbeterlijk … Maar -nu zullen we er werkelijk over uitscheiden; u komt terug, wanneer u alles gezien hebt, -en dan praten we verder.” -</p> -<p>Vanaf dat oogenblik was hij een innemend gastheer, en Pierre begreep uit de vriendelijkheid -en welwillendheid, waarmede hij hem omgaf, hoe het hem speet te veel gesproken te -hebben. Hij bezwoer hem lang te Rome te blijven, het niet te vlug te veroordeelen, -overtuigd te zijn, dat Italië in den grond der zaak Frankrijk nog altijd liefhad; -hij wilde ook, dat men Italië liefhad, een ware angst greep hem aan bij de gedachte, -dat men het misschien niet meer liefhad. Evenals <span class="pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129">129</a>]</span>den vorigen avond in het paleis Boccanera was de priester zich bewust, dat men een -soort druk op hem uitoefende om hem tot bewondering en liefde te dwingen. Evenals -een vrouw, die voelt, dat zij niet mooi is, aan zich twijfelt en prikkelbaar is, was -Italië bang voor den indruk, dien het op zijn bezoekers zou maken, trachtte het ondanks -alles al hun liefde te behouden. -</p> -<p>Toen Orlando hoorde, dat Pierre in het paleis Boccanera logeerde, wond hij zich opnieuw -op; hij maakte een gebaar van levendige ergernis, toen hij juist op hetzelfde oogenblik -op de deur hoorde kloppen. Hij riep binnen, maar hield tevens den priester terug. -</p> -<p>“Neen, ga niet weg, ik wil weten …” -</p> -<p>Een dame kwam binnen. Zij was de veertig gepasseerd, was klein en rond, knap nog met -haar poppengezichtje en haar vriendelijke glimlachjes, blond en had groene, als bronwater -heldere oogen. Tamelijk goed gekleed zag zij er in haar reseda-kleurig toilet aardig, -bescheiden en bezadigd uit. “Ha, ben jij het, Stefana?” zeide de grijsaard, terwijl -hij zich liet omhelzen. -</p> -<p>“Ja, oom, ik kwam langs en wilde even zien hoe u het maakte.” -</p> -<p>Het was mevrouw Sacco, een nicht van Orlando. Zij was te Napels geboren, haar moeder -een Milaneesche, was getrouwd met den Napolitaanschen bankier Pagani, die later geheel -geruïneerd werd. Na de ruïne was Stefana getrouwd met Sacco, toen nog slechts een -laag ambtenaar bij de posterijen. Van dat oogenblik af had Sacco, die het huis van -zijn schoonvader weer in de hoogte wilde brengen, zich in vreeselijke, gecompliceerde -en verdachte zaken geworpen en ten slotte het onverwachte geluk gehad tot Kamerlid -gekozen te worden. Sedert hij naar Rome gekomen was, om dat op zijn beurt te veroveren, -had zijn vrouw hem in zijn verterende eerzucht moeten helpen, toilet maken en een -salon openen; en al gedroeg zij zich daarbij wat onbeholpen, toch bewees zij hem diensten, -die niet te verachten waren, daar zij zeer spaarzaam en voorzichtig was, en het huishouden -op uitnemende wijze bestuurde, alle uitstekende en goede Noord-Italiaansche eigenschappen, -die zij van haar moeder geërfd had en die een scherp contrast vormden met het onrustige -karakter en de liederlijkheid van haar man, in wien Zuid-Italië met zijn wellustige -hartstochten steeds weer opvlamde. -<span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130">130</a>]</span></p> -<p>De oude Orlando, die Sacco verachtte, had voor zijn nicht, in wie hij zijn eigen bloed -terugvond, een zekere toegenegenheid behouden. Hij dankte haar voor haar vriendelijkheid -en begon bijna onmiddellijk over het bericht in de ochtendbladen, daar hij heel goed -begreep, dat de afgevaardigde zijn vrouw gezonden had om te hooren, hoe hij erover -dacht. -</p> -<p>“En hoe staat het met het ministerschap?” -</p> -<p>Zij was gaan zitten en keek, zonder zich te haasten, naar de couranten, die op de -tafel slingerden. -</p> -<p>“O, daaromtrent is nog niets bepaald, de couranten hebben te vroeg gesproken. Sacco -is bij den minister-president ontboden en zij hebben samen een onderhoud gehad. Maar -hij aarzelt, hij is bang niet genoeg op de hoogte te zijn van Landbouw. O, als het -Financiën was!… En bovendien, hij zou nooit een besluit nemen zonder u te raadplegen. -Hoe denkt u erover, oom?” -</p> -<p>Hij viel haar met een heftig gebaar in de rede. -</p> -<p>“Neen, neen, met zulke zaken bemoei ik mij niet.” -</p> -<p>Het vlugge succes van dien avonturier Sacco, die altijd in troebel water vischte, -was een gruwel in zijn oogen, het begin van het eind. Zijn zoon Luigi bracht hem tot -vertwijfeling; maar als men bedacht, dat Luigi met zijn levendig begrip en zijn altijd -nog goede eigenschappen, niets was, terwijl Sacco, dat warhoofd, deze eeuwige wellusteling, -zich in de Kamer had weten te werken en nu op het punt stond een portefeuille te bemachtigen! -Een klein, donker, uitgedroogd mannetje met groote, ronde oogen, uitstekende jukbeenderen -en kin, altijd dansend en schreeuwend, zeldzaam welsprekend, met een krachtige, machtige -en tevens streelende stem! Indringerig, van alles gebruik makend, verleidend en heerschzuchtig! -</p> -<p>“Versta me goed, Stefana, zeg aan je man, dat de eenige raad, dien ik hem geef, is -zoo gauw mogelijk weer ambtenaar bij de Posterijen te worden, waar hij misschien diensten -bewijzen kan.” -</p> -<p>Den oud-soldaat ergerde het voornamelijk, dat een kerel als Sacco als een bandiet -Rome binnengevallen was, Rome, welks verovering zooveel edele krachtsinspanning gekost -had. Op zijn beurt veroverde Sacco het, ontnam het aan hen, die het zoo duur gekocht -hadden, nam er bezit van, doch alleen om er zijn ongebreideld verlangen naar macht -te bevredigen. Onder een vriendelijk uiterlijk was hij besloten alles te verslinden. -Na de overwinning waren, nu de buit daar nog warm <span class="pagenum">[<a id="pb131" href="#pb131">131</a>]</span>lag, de wolven gekomen. Het Noorden had Italië geschapen, het Zuiden ijlde nu op den -buit af, wierp zich daarop, leefde ervan als van een prooi. En aan de woede van den -verpletterden held lag vooral ten grondslag het zich steeds duidelijker openbarende -antagonisme tusschen het Noorden en het Zuiden: het Noorden arbeidzaam en spaarzaam, -politiek voorzichtig, ontwikkeld en open voor moderne denkbeelden; het Zuiden onwetend -en lui, genotzuchtig, met de hinderlijke onordelijkheid in daden en den ledigen glans -van mooie, welluidende woorden. -</p> -<p>Stefana glimlachte kalm, terwijl zij naar Pierre, die bij het raam was gaan staan, -keek. -</p> -<p>“O, oom, dat zegt u wel, maar toch houdt u van ons, en meer dan eens hebt u mij een -goeden raad gegeven, waarvoor ik u nog dankbaar ben … Onder andere in die geschiedenis -met Attilio …” -</p> -<p>Zij bedoelde haar zoon, den luitenant, en zijn liefdesavontuur met Celia, de kleine -prinses Buongiovanni, waarover alle zwarte en witte salons spraken. -</p> -<p>“Attilio—dat is heel wat anders!” riep Orlando uit. “Evenals jij, is hij van mijn -bloed, en het is wonderlijk, zooals ik mij in dien kwajongen terugvind. Ja, hij is -precies eender als ik, toen ik zoo oud was, en mooi en dapper en enthousiast … Je -ziet, dat ik mezelf complimentjes maak. Maar werkelijk, ik mag Attilio heel graag, -hij ligt me aan het hart, want hij is de toekomst, hij geeft mij mijn hoop terug … -En hoe staat het met zijn geschiedenis?” -</p> -<p>“Och oom, die quaestie bezorgt ons heel wat verdriet. Ik heb er al eens met u over -gesproken, maar u haalde uw schouders op en zeide, dat de ouders in dergelijke quaesties -de jongelui hun liefdeszaken zelf maar in orde moesten laten brengen … Maar wij willen -toch niet, dat men overal zegt, dat wij onzen zoon aansporen de kleine prinses te -schaken, om dan later haar geld en haar titel te trouwen.” -</p> -<p>Orlando lachte hartelijk. -</p> -<p>“Dat is me ook een bezwaar! Je man heeft je zeker opgedragen dat tegen me te zeggen? -Ja, ik weet, dat hij in deze quaestie graag den fijngevoelige speelt. Maar ik zeg -je nog eens, ik houd me voor minstens zoo netjes als hij is, en als ik een zoo openhartigen, -zoo goed en zoo naïef-verliefden zoon had als den jouwe, dan zou ik hem laten trouwen -met wie en zooals hij wilde … De Buongiovanni’s! Lieve God, het zou voor de Buongiovanni’s -met al hun adel <span class="pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132">132</a>]</span>en al het geld, dat zij nog hebben, een groote eer zijn om een knappen jongen met -zoo’n goed hart tot schoonzoon te hebben.” -</p> -<p>Weer kreeg Stefana’s gelaat een uitdrukking van kalme voldaanheid. Zij kwam zeker -alleen, om dat te hooren. -</p> -<p>“Goed, oom, ik zal het aan mijn man zeggen en hij zal daar zeker rekening mede houden, -want, al is u streng voor hem, hij heeft een ware vereering voor u. En wat dat ministerschap -aangaat, daar komt misschien niets van. Sacco zal naar omstandigheden handelen.” -</p> -<p>Zij was opgestaan en nam afscheid van den grijsaard, terwijl zij hem, evenals bij -haar komst, teeder omarmde. Zij maakte hem een complimentje over zijn goed uitzien, -vond hem nog knap en deed hem glimlachen door te zeggen, dat zij een dame kende, die -nog dol op hem was. Na met een kleine buiging den zwijgenden groet van den jongen -priester beantwoord te hebben, ging zij op haar bescheiden en kalme manier weg. -</p> -<p>Een oogenblik bleef Orlando zwijgen en hield, in zijn droefgeestige stemming terugvallend, -zijn blik gericht op de deur; hij dacht ongetwijfeld aan het verdachte en pijnlijke -heden, dat zoo zeer verschillend is van het roemrijke verleden. Plotseling wendde -hij zich weer tot Pierre, die nog steeds wachtte. -</p> -<p>“Dus logeer je in het paleis Boccanera, vriendlief. Wat een ongeluk ook daar!” -</p> -<p>Maar toen de priester hem zijn gesprek met Benedetta verteld had en dus ook zei, dat -zij nog altijd van hem hield en nooit zijn goedheid vergeten zou, wat er ook gebeuren -mocht, maakte een ontroering zich van hem meester. Zijn stem beefde. -</p> -<p>“Ja, zij is een goede ziel, zij is niet slecht. Maar wat zal je eraan doen? Zij hield -niet van Luigi en hij zelf is misschien een beetje heftig geweest … Die dingen zijn -geen geheim meer, ik praat er vrij met u over, daar tot mijn groot verdriet de geheele -wereld ze kent.” -</p> -<p>Orlando gaf zich geheel aan zijn herinneringen over en vertelde, hoe gelukkig hij -zich vóór het huwlijk gevoeld had bij de gedachte aan het wondermooie schepseltje, -dat zijn dochter worden en jeugd en bekoring om zijn ziekestoel brengen zou. Hij had -altijd een vereering gehad voor de schoonheid, de hartstochtelijke vereering van een -minnaar, wiens eenige liefde steeds de vrouw gebleven zou zijn, <span class="pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133">133</a>]</span>indien het vaderland niet het beste van zijn wezen tot zich getrokken had. En Benedetta -aanbad hem, vereerde hem, kwam steeds weer bij hem zitten in zijn klein armoedig kamertje, -dat dan schitterde door den glans van goddelijke charme, die zij met zich bracht. -Hij herleefde in haar frisschen adem, in den zuiveren geur en de stralende teederheid, -waarmede hij haar omringde. Maar welk een vreeselijk drama onmiddellijk daarna, wat -had zijn hart gebloed, toen hij niet wist, hoe hij de echtgenooten verzoenen moest. -Hij kon zijn zoon geen ongelijk geven, dat hij de erkende echtgenoot wilde zijn. -</p> -<p>In den beginne, na den eersten rampzaligen nacht, na die botsing tusschen de beide -echtgenooten, die beiden hardnekkig aan hun recht vasthielden, had hij gehoopt Benedetta -in de armen van haar man terug te kunnen brengen. Maar toen zij hem weenend alles -vertelde, hem haar oude liefde voor Dario bekende, hem haar afschuw tegen de daad, -tegen het geven van haar maagdelijkheid aan een anderen man, zeide, toen begreep hij, -dat zij nooit toegeven zou. Een geheel jaar was verloopen, hij had een jaar vastgenageld -op zijn ziekestoel doorgebracht, terwijl onder hem, in die weelderige vertrekken, -waarvan de geluiden zelfs niet tot zijn ooren doordrongen, dat hartverscheurende drama -afgespeeld werd. Hoe dikwijls had hij getracht te luisteren, bang voor twisten, wanhopig -zich niet meer nuttig te kunnen maken. Van zijn zoon, die zweeg, vernam hij niets; -hij hoorde slechts nu en dan bijzonderheden van Benedetta. En dit huwlijk, waarin -hij eens den zoo vurig verlangden band tusschen het oude en het nieuwe Rome gezien -had, dat niet voltrokken huwlijk maakte hem wanhopig; het was het echec van al zijn -verwachtingen, de definitieve ontgoocheling van zijn levensdroom. Hij zelf was ten -slotte naar een echtscheiding gaan verlangen, zoo ondragelijk was het lijden onder -een dergelijken toestand. -</p> -<p>“Ach, lieve vriend, nog nooit heb ik het fatale van zekere tegenstellingen zoo goed -begrepen—en hoe men met het meest liefhebbende hart en het oprechtste karakter zijn -ongeluk en dat van anderen bewerken kan.” -</p> -<p>Maar de deur ging opnieuw open en ditmaal kwam, zonder geklopt te hebben, graaf Prada -binnen. Onmiddellijk nam hij, na den bezoeker, die opgestaan was, vluchtig gegroet -te hebben, zacht de handen van zijn vader en betastte die, bang, dat hij ze te warm -of te koud vinden zou. -<span class="pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134">134</a>]</span></p> -<p>“Ik kom juist van Frascati, waar ik heb moeten overnachten, zoo druk heb ik het met -dat onderbroken bouwen. Ze hebben me gezegd, dat u een slechten nacht gehad hebt.” -</p> -<p>“Wel neen, geen quaestie van.” -</p> -<p>“O, u zoudt het nooit bekennen … Waarom blijft u er zoo hardnekkig bij om hier te -wonen, zonder eenig gemak? Dat gaat op uw jaren niet meer. U zoudt me er zoo’n groot -pleizier mede doen, als u een meer comfortabele kamer nam, waar u beter zoudt kunnen -slapen.” -</p> -<p>“Neen, hoor, ik denk er niet aan … Ik weet, dat je het goed met mij meent, beste Luigi. -Maar laat ik mijn eigen zin nou maar doen. Dat is de eenige manier, om mij gelukkig -te maken.” -</p> -<p>Pierre werd diep getroffen door de innige liefde, die uit de blikken der beide mannen -straalde, terwijl zij elkaar oog in oog aankeken. Het scheen hem zoo aandoenlijk, -zoo prachtig mooi toe, daar toch zooveel tegenstrijdige denkbeelden en handelingen, -zooveel verschillen, die een moreele breuk veroorzaakt hadden, hen scheidden. -</p> -<p>Hij vergeleek hen met belangstelling. Graaf Prada, die korter en gezetter was, had -denzelfden energieken, krachtigen kop met borstelig zwart haar, dezelfde openhartige, -eenigszins harde oogen in een blozend gezicht met dikke snor. Maar de mond verschilde, -een zinnelijke, vraatzuchtige mond met een wolfsgebit, een bloeddorstige mond, als -geschapen voor den avond na den slag, wanneer het er slechts nog om gaat in de overwinning -van anderen te bijten. Dat was dan ook de reden, waarom men, wanneer zijn vrijmoedige -oogen geprezen werden, zeide: “Ja, maar zijn mond bevalt mij niet.” Zijn voeten waren -groot, zijn handen dik en te breed, maar mooi. -</p> -<p>Pierre verwonderde er zich over, dat hij precies zoo was als hij verwacht had. Hij -kende zijn geschiedenis nauwkeurig genoeg, om zich een beeld van den heldenzoon te -kunnen vormen, dien de overwinning bedorven had, die met vollen mond den door het -roemrijke zwaard van zijn vader gemaaiden oogst verslindt. Hij ging vooral na hoe -de deugden van zijn vader van den rechten weg afgeweken waren, zich in het kind tot -ondeugden vervormd hadden; de edelste eigenschappen waren ontaard, de heldhaftige, -onbaatzuchtige energie was woeste genotzucht, de man van den slag de man van den buit -geworden, sedert de grootsche gevoelens van geestdrift sliepen, sedert men niet meer -vocht en te midden van <span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135">135</a>]</span>den opgehoopten buit in alle kalmte plunderde en roofde. En de held, de met lamheid -geslagen, tot onbeweeglijkheid gedoemde vader moest getuige zijn van de ontaarding -van zijn zoon, den met millioenen volgepropten zakenman. -</p> -<p>Maar Orlando stelde Pierre voor. -</p> -<p>“Mijnheer de abbé Pierre Froment, over wien ik je zoo dikwijls gesproken heb, de schrijver -van het boek, dat ik je heb laten lezen.” -</p> -<p>Prada was dadelijk zeer vriendelijk en begon onmiddellijk met een intelligenten hartstocht -over Rome te spreken als iemand, die er een groote moderne hoofdstad van maken wil. -Hij had het na het tweede keizerrijk gemetamorphoseerde Parijs, het na de overwinningen -van Duitschland vergroote en verfraaide Berlijn gezien; en volgens hem werd Rome, -als het zich bij die beweging niet aansloot, als het niet een groote stad werd, die -een groot volk bewonen kon, met een spoedigen dood bedreigd. Of een ineenstortend -museum of een nieuw-geschapen, herboren stad. -</p> -<p>Vol belangstelling, reeds bijna gewonnen luisterde Pierre naar dezen welsprekenden -man, wiens krachtige en heldere geest hem inpalmde. Hij wist hoe handig hij gemanoeuvreerd -had in de zaak van de villa Montefiori, waarbij hij rijk geworden was en zoovele anderen -zich geruïneerd hadden, daar hij ongetwijfeld de onvermijdelijke catastrophe reeds -voorzien had op het oogenblik, waarop de agiowoede de geheele natie nog het hoofd -op hol bracht. Toch ontdekte hij op dit wilskrachtige, energieke gezicht reeds teekenen -van moeheid, vroegtijdige rimpels, afhangende lippen, alsof de man uitgeput raakte -van het voortdurende strijden tusschen al die instortingen om hem heen, welke den -grond ondermijnden en door den terugslag ook de best belegde fortuinen dreigden mede -te sleepen. Men vertelde, dat Prada in den laatsten tijd ernstige zorgen gehad had; -niets stond meer vast, alles kon opgeslokt worden ten gevolge van de financieele crisis, -die van dag tot dag dreigender werd. Bij dezen ruwen zoon van Noord-Italië ontstond -onder den verweekelijkenden, verderfelijken invloed van Rome een soort verval, een -langzame verrotting. Al zijn hartstochten hadden hun bevrediging gezocht, hij putte -er zich in uit door alles—zijn zucht naar geld, zijn passie voor vrouwen—hun volle -maat te geven. Vandaar de groote, zwijgende droefheid van Orlando, als hij dit snelle -verval van zijn veroveraarsras zag, terwijl Sacco, de Zuid-Italiaan, door het klimaat -geholpen en als geschapen <span class="pagenum">[<a id="pb136" href="#pb136">136</a>]</span>voor die wellustige lucht en voor die door de zon verbrande steden vol oud stof, er -zich ontwikkelde als de natuurlijke vegetatie van den door de misdaden der geschiedenis -gedrenkten bodem en zich er langzamerhand van alles, van rijkdom en macht, meester -maakte. -</p> -<p>Toen de naam Sacco genoemd werd, vertelde de vader den zoon van Serafina’s bezoek. -Zonder verder iets te zeggen, keken zij beiden elkaar met een glimlach aan. Het gerucht -liep, dat de overleden minister van Landbouw misschien niet dadelijk vervangen zou -worden, dat een andere minister het departement ad interim zou leiden en men de opening -der Kamer afwachten zou. -</p> -<p>Daarna kwam het gesprek op het paleis Boccanera, waarbij Pierre dubbel aandachtig -toeluisterde. -</p> -<p>“Zoo, logeert u in de Via Giulia,” zeide de graaf tegen hem. “Daar slaapt het heele -oude Rome in de stilte der vergetelheid.” -</p> -<p>Onbevangen sprak hij over den kardinaal en zelfs over Benedetta, de contessina, zooals -hij zeide, wanneer hij over zijn vrouw sprak. Hij deed alles om geen toorn te laten -blijken. Maar de jonge priester voelde, dat hij inwendig beefde, dat zijn hart nog -bloedde en gromde van wrok. Bij hem brak de begeerte naar de vrouw los met de heftigheid -van een behoefte, die onmiddellijk bevredigd moest worden; ongetwijfeld was dat weer -een der ontaarde deugden van zijn vader: de dwepende geestdrift, die op het doel toesnelde -en tot onmiddellijk handelen aanzette. Toen hij, na zijn liaison met prinses Flavia, -Benedetta, de goddelijke nicht van een zoo mooi gebleven tante, bezitten wilde, had -hij zich dan ook in alles geschikt; in een huwelijk, in den strijd tegen dat jonge -meisje, dat hem niet lief had, in het zekere gevaar zijn geheele leven te bederven. -Liever had hij Rome in brand gestoken dan van haar afgezien. En dat, waaraan hij thans -zonder hoop op genezing leed, de steeds weer opengaande wonde in zijn borst was het -bewustzijn, dat hij haar niet bezeten had, dat hij zeggen moest, dat zij de zijne -was en zich aan hem geweigerd had. -</p> -<p>Nooit zou hij den smaad kunnen vergeten; de wond bleef in zijn onbevredigden hartstocht, -waar de minste ademtocht het branden weer aanwakkerde. En onder het correcte uiterlijk -verborg zich een razende, jaloersche en wraakzuchtige wellusteling, die tot een misdaad -in staat was. -</p> -<p>“Mijnheer de abbé is op de hoogte,” prevelde de oude Orlando met zijn droevige stem. -<span class="pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137">137</a>]</span></p> -<p>Prada maakte een gebaar als om te zeggen, dat iedereen op de hoogte was. -</p> -<p>“O, vader, als ik niet naar u geluisterd had, zou ik mij nooit tot dat nietigverklaringsproces -geleend hebben. De contessina zou dan wel verplicht geweest zijn weer in de echtelijke -woning terug te keeren, en zich thans niet met haar liefje, dien neef Dario van haar, -vroolijk over ons maken.” -</p> -<p>Op zijn beurt wilde Orlando nu met een gebaar protesteeren. -</p> -<p>“Maar natuurlijk, vader. Waarom denkt u, dat zij van hier gevlucht zou zijn als het -niet is, om thuis in de armen van haar minnaar te leven? En ik vind zelfs, dat het -paleis in de Via Giulia met zijn kardinaal vrij vuile zaakjes verbergt.” -</p> -<p>Deze strafbare, volgens hem publieke, schaamtelooze liaison was het gerucht, dat hij -verspreidde, de beschuldiging, die hij overal inbracht tegen zijn vrouw. Feitelijk -geloofde hij er zelf niet aan, daar hij het koele verstand van Benedetta, het bijgeloovige, -bijna mystieke begrip, dat zij in haar maagdelijkheid legde, haar vasten wil om alleen -toe te behooren aan den man, dien zij liefhad en die haar echtgenoot voor God was, -maar al te goed kende. Doch hij vond, dat een dergelijke beschuldiging een goede en -zeer handige politiek was. -</p> -<p>“Tusschen twee haakjes,” riep hij plotseling uit, “weet u al, vader, dat ik inzage -gehad heb van de memorie van Morano. Het staat nu vast: als het huwelijk niet voltrokken -is kunnen worden, dan is dat ten gevolge van de impotentie van den echtgenoot.” -</p> -<p>Hij barstte in een luiden lach uit, als wilde hij daardoor te kennen geven, dat hij -dit het toppunt van het komische vond. Maar hij was onder zijn heimelijke verbittering -bleek geworden, zijn lachende mond had een harden, wreed-moorddadigen trek; blijkbaar -had slechts deze valsche, voor een man van zijn viriliteit zoo smadelijke beschuldiging -van impotentie hem er toe gebracht zich in dit proces te verdedigen, iets, waarvan -hij in den beginne niets had willen weten. Hij zou zich dus verzetten. Overigens was -hij overtuigd, dat zijn vrouw de nietigheidsverklaring niet verkrijgen zou. En nog -altijd lachend gaf hij enkele vrij brutale bijzonderheden over het gebeurde en legde -uit, dat het niet zoo gemakkelijk was met een vrouw, die zich verzet en bijt en krabbelt, -maar dat hij er geen eed op zou durven doen, dat het hem niet gelukt was. In ieder -geval zou hij het bewijs <span class="pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138">138</a>]</span>vragen, het Godsoordeel, zooals hij, nog harder lachend om zijn grap, zeide, en wel -voor de verzamelde kardinalen. -</p> -<p>“Luigi,” zeide Orlando zacht met een blik op den jongen priester. -</p> -<p>“Ja, ik zwijg al, u hebt gelijk, vader. Maar werkelijk het is zoo afschuwlijk, zoo -belachelijk … U weet toch wat Lisbeth gezegd heeft: “Arme jongen, dan moet ik dus -zeker van een kleinen Jezus bevallen.”<span class="corr" id="xd29e1438" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>Orlando kon wederom zijn misnoegen niet onderdrukken, want hij hield er niet van, -dat zijn zoon, wanneer er een bezoeker was, zoo openlijk over zijn liaison sprak. -Lisbeth Kauffmann, nauwlijks dertig jaar, hoogblond, zeer blozend en steeds even lachend -en vroolijk, behoorde tot de vreemdelingenkolonie; zij was weduwe, haar man was twee -jaar te voren te Rome, waar hij genezing was komen zoeken voor een borstkwaal, overleden. -Daar zij rijk genoeg was, om niemands hulp noodig te hebben, was zij, een hartstochtelijke -kunstliefhebster en zelf een vrij goede schilderes, te Rome gebleven; zij had in de -Via Principe Amadeo, in een der nieuwere wijken, een klein paleis gekocht, waarvan -de groote, in een atelier veranderde, in alle jaargetijden met bloemen doorgeurde -en met oude stoffen behangen zaal op de tweede verdieping aan de beau monde van Rome -heel goed bekend was. Daar bewoog zij zich in lange blouses gekleed, in haar voortdurende -vroolijkheid; zij was een beetje overmoedig en kon gewaagde grappen vertellen, doch -had zich, behalve met Prada, nog niet gecompromitteerd. -</p> -<p>Hij viel blijkbaar in haar smaak en zij had zich eenvoudig aan hem gegeven, toen zijn -vrouw hem verliet. Zij was thans in de zevende maand van haar zwangerschap, die zij -volstrekt niet trachtte te verbergen; integendeel zij zag er zoo kalm en gelukkig -uit, dat haar uitgebreide vriendenkring haar bleef bezoeken, als was dat in dit vrije -leven van groote kosmopolitische steden van geen beteekenis. In de omstandigheden, -waarin hij verkeerde, was Prada met die zwangerschap natuurlijk ten zeerste ingenomen; -zij was in zijn oogen het beste argument tegen de beschuldiging, waaronder zijn manlijke -trots leed. Maar zonder dat hij het zichzelf bekennen wilde, bloedde de ongeneeslijke -wond in zijn hart er niet minder om; want noch dit aanstaande vaderschap, noch het -vleiende bezit van de knappe Lisbeth wogen op tegen de bitterheid van Benedetta’s -weigering: haar wilde hij met al den hartstocht, die in hem was, bezitten, <span class="pagenum">[<a id="pb139" href="#pb139">139</a>]</span>haar had hij vreeselijk willen straffen, omdat hij haar niet bezeten had. -</p> -<p>Pierre, die van deze liaison niet op de hoogte was, begreep niets van het gesprek. -Daar hij zich verlegen voelde en zich een houding wilde geven, had hij een dik boek -van de tafel genomen en zag tot zijn verwondering, dat het een Fransch onderwijsboek -was, een van die handboeken voor het baccalaureaat, die een samenvatting van de in -het programma vereischte kennis bevatten. Het was slechts een eenvoudig en practisch -boek voor het lager onderwijs, maar het handelde over de geheele wiskunde, de natuur- -en scheikunde, zoodat het een korte samenvatting was van de veroveringen der eeuw -en van den tegenwoordigen stand van het menschelijk weten. -</p> -<p>“Zoo,” riep Orlando, blij over de afleiding, uit, “kijkt u het boek van mijn ouden -vriend Théophile Morin in. Zooals u wel weten zult, was hij een der duizend van Marsala -en heeft hij met ons Sicilië en Napels veroverd. Een held!… En nu al meer dan dertig -jaar geleden is hij naar Frankrijk teruggekeerd als eenvoudig leeraar, wat hem ook -al niet rijk gemaakt heeft. Hij heeft dan ook een boek geschreven, dat, naar het schijnt, -zóó goed verkocht wordt, dat hij op het denkbeeld gekomen is daar ook nog een voordeeltje -uit te slaan door vertalingen, o. a. een Italiaansche … Wij zijn broeders gebleven, -en hij heeft gedacht van mijn invloed, dien hij voor zeer gewichtig houdt, gebruik -te maken. Maar hij vergist zich, helaas; ik geloof niet, dat het mij gelukken zal -een uitgever ervoor te vinden.” -</p> -<p>Prada, die weer correct en voorkomend geworden was, haalde zijn schouders op, vol -van het scepticisme van zijn tijdgenooten, die er alleen maar op uit zijn de bestaande -dingen te handhaven, om er zooveel mogelijk nut uit te trekken. -</p> -<p>“Waarom ook?” prevelde hij. “Er zijn al veel te veel boeken.” -</p> -<p>“Neen, neen, er zijn niet te veel boeken,” antwoordde de oude man hartstochtelijk. -“We hebben boeken, steeds meer boeken noodig. Door het boek en niet door het zwaard, -zal de menschheid de leugen en de ongerechtigheid overwinnen, den definitieven broedervrede -tusschen alle volkeren veroveren … Ja, je lacht, ik weet, dat je dat mijn denkbeelden -van 48 noemt, “<i lang="fr">vieille barbe</i>”, zooals men bij u in Frankrijk zegt, nietwaar mijnheer Froment? Maar daarom staat -het <span class="pagenum">[<a id="pb140" href="#pb140">140</a>]</span>niet minder vast, dat Italië dood is, als men zich niet haast het probleem van onderen -aan te vatten, dat wil zeggen, wanneer men het volk niet maakt; en er bestaat maar -één manier, om een volk te maken en menschen te scheppen, en die is, dat men ze onderwijst, -dat men door het onderwijs de groote, verloren kracht ontwikkelt, die thans in onwetendheid -en luiheid ten onder gaat … Ja, ja, Italië is geschapen, laten we thans Italianen -scheppen. Boeken, boeken en nog eens boeken! En steeds verder voorwaarts, steeds dieper -de wetenschap, de helderheid in, indien wij leven, goed, gezond en sterk zijn willen!” -</p> -<p>De oude Orlando, die zich half opgericht had, was met zijn machtigen leeuwenkop heerlijk -om aan te zien; het schitterende wit van zijn baard en zijn hoofdhaar scheen te vlammen. -En zijn kreet van hoop had door dit reine, in zijn gewilde armoede zoo aandoenlijke -vertrek met zulk een hartstochtelijk vertrouwen weerklonken, dat de jonge priester -een andere gestalte voor zich zag oprijzen, die van kardinaal Boccanera, geheel zwart, -slechts het haar wit als sneeuw, eveneens bewonderenswaardig in zijn heldhaftige schoonheid, -hoog opgericht midden in zijn in puin vallend paleis, waarvan de vergulde balken op -zijn schouders dreigden neer te storten. O, deze groote stijfkoppen, die geloovigen, -die ouders, die manlijker, hartstochtelijker blijven dan de jongen! Deze twee stonden -aan twee tegenover elkaar liggende einden van meeningen, daar zij niet één gemeenschappelijke -idee, niet één gemeenschappelijke liefde hadden, en toch schenen zij alleen in dit -oude Rome, waar alles in stof vervloog, onverwoestbaar en als twee gescheiden broeders -onbeweeglijk aan den horizont te staan en over de stad heen hun protest uit te schreeuwen. -De aanblik van deze beiden in hun grootschheid, in hun eenzaamheid, in hun verheven -zijn boven de dagelijksche laagheid, vulde een dag met een droom der eeuwigheid. -</p> -<p>Prada had dadelijk met kinderlijk-bezorgden druk de handen van den ouden man in de -zijne genomen, om hem te kalmeeren. -</p> -<p>“Ja, ja, vader, u hebt gelijk, gelijk zooals altijd, en ik ben een domkop, om u tegen -te spreken. Maar ik smeek u, beweeg u niet zoo, uw plaid valt af en uw voeten zullen -weer koud worden.” -</p> -<p>Hij knielde naast zijn vader neer en legde de plaid met oneindige zorg weer goed; -daar bleef hij ondanks zijn vier-en-veertig <span class="pagenum">[<a id="pb141" href="#pb141">141</a>]</span>jaar als een kleine jongen op den grond zitten en sloeg zijn vochtige, in zwijgende -vereering smeekende oogen naar hem op, terwijl de oude man, kalm nu en ontroerd, met -bevende vingers zijn haar streelde. -</p> -<p>Pierre was langer dan twee uur daar geweest, toen hij eindelijk, zeer getroffen en -ontroerd door alles wat hij gezien en gehoord had, afscheid nam. Opnieuw moest hij -beloven terug te komen, om langer te praten. Buiten gekomen, liep hij op goed geluk -verder. Het was nog geen vier uur; hij wilde in dit heerlijke uur, waarin de zon aan -den verfrischten, onmetelijk blauwen hemel daalde, zonder een vooraf vastgesteld plan -dwars door Rome slenteren. Maar bijna onmiddellijk bevond hij zich in de Via Nazionale, -die hij den vorigen dag bij zijn aankomst doorgereden had; hij herkende de groene, -naar het Quirinaal loopende tuinen, de witachtige, buitensporig groote Bank, de pijnboomen -van de villa Aldobrandini; dan zag hij bij de kromming, toen hij staan bleef, om de -Trajanuszuil, die nu als een donkere schacht tegen den achtergrond van het reeds door -de schemering gevulde lage plein afstak, nog eens te zien, plotseling tot zijn groote -verbazing een victoria stilhouden, waaruit een jonge man hem beleefd riep, terwijl -hij hem met zijn hand wenkte. -</p> -<p>“Mijnheer de abbé Froment! Mijnheer de abbé Froment!” -</p> -<p>Het was de jonge prins Dario Boccanera, die zijn dagelijkschen wandelrit op den Corso -ging maken. Bijna altijd à court d’argent, leefde hij nog slechts van de vrijgevigheid -van zijn oom, den kardinaal. Maar evenals alle Romeinen zou hij, als het noodig was, -droog brood gegeten hebben, om zijn rijtuig, zijn paard en zijn koetsier te kunnen -houden. In Rome is een rijtuig een onontbeerlijke luxe. -</p> -<p>“Als u wilt instappen, mijnheer de abbé, zal het mij een genoegen zijn u iets van -onze stad te laten zien.” -</p> -<p>Ongetwijfeld wilde hij, door voorkomend te zijn jegens haar protégé, Benedetta een -pleizier doen. En bovendien vond hij het, daar hij niets anders te doen had, aardig -den jongen priester, die, naar men zeide, zoo intelligent was, in te wijden in wat -hij voor de bloem van Rome, het onnavolgbare leven hield. -</p> -<p>Pierre moest het wel aannemen, ofschoon hij liever alleen zijn wandeling voortgezet -had. Toch interesseerde hem de jonge man, deze laatstgeborene van een uitgeput ras; -van wien hij voelde, dat hij niet tot denken of handelen in staat was. <span class="pagenum">[<a id="pb142" href="#pb142">142</a>]</span>doch die verder ondanks zijn trots en zijn indolentie zeer innemend was. Veel meer -Romein dan patriot, had hij nooit de geringste neiging gehad zich te rallieeren, hij -leefde liever in afzondering en niets doen. Ondanks zijn hartstochtelijk karakter -deed hij geen dwaasheden, daar hij zeer practisch en overleggend was, zooals trouwens -de meesten van zijn stadgenooten niettegenstaande hun schijnbare onstuimigheid. Zoodra -het rijtuig, na de piazza de Venezia overgestoken te zijn, op den Corso gekomen was, -liet hij zijn kinderlijke ijdelheid, zijn liefde voor het gelukkige en vroolijke leven -buitenshuis onder den mooien hemel blijken. En dat alles drukte hij zoo duidelijk -uit in het eenvoudige gebaar, waarmede hij zeide: -</p> -<p>“De Corso!” -</p> -<p>Evenals den vorigen dag was Piere één en al verbazing. Weer strekte de lange en smalle -straat zich uit tot de piazza del Popolo, geheel wit van licht, slechts met dit onderscheid, -dat nu de huizen aan den rechterkant in de zon baadden, terwijl die aan de linkerzijde -in de schaduw lagen. Wat, was dat de Corso? Deze halfdonkere, tusschen hooge, zware -gevels ingedrukte loopgraaf! Deze armoedige weg, waar hoogstens drie rijtuigen naast -elkaar konden rijden, die door dicht op elkaar gedrongen winkels met hun etalages -van klatergoud omzoomd werd. Geen vrije ruimte, geen wijde horizonten, geen schaduwgevend, -verfrisschend groen. Niets dan een stooten, een dringen en een bijna verstikken langs -de kleine trottoirs onder een kleine reepje hemel. Vergeefs noemde Dario hem de historische -en weelderige paleizen: palazzo Bonaparte, palazzo Doria, palazzo Odelscachi, palazzo -Sciarra, palazzo Chigi; vergeefs wees bij hem de piazza Colonna met de zuil van Marcus -Aurelius, het drukste plein der stad, waar steeds een groote menigte pratend en kijkend -rondslentert; vergeefs deed hij hem, tot aan de piazza del Popolo, de kerken, de huizen, -de dwarsstraten, de via Candotti, aan het einde waarvan in de glorie van de ondergaande -zon, de Santa <span class="corr" id="xd29e1477" title="Bron: Trinita de Monti">Trinità dei Monti</span> als goud boven de triomphantelijke Spaansche trap oprees, bewonderen,—Pierre bleef -den teleurstellenden indruk houden van een straat zonder breedte en zonder licht. -De paleizen schenen hem droefgeestige ziekenhuizen of kazernes toe; de piazza Colonna -toonde een jammerlijk gemis aan boomen; alleen de Santa <span class="corr" id="xd29e1480" title="Bron: Trinita de Monti">Trinità dei Monti</span> had hem door haar schittering als in een verre apotheose betooverd. -</p> -<p>Maar nu ging het van de piazza del Popolo weer naar de <span class="pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143">143</a>]</span>piazza de Venezia terug, en weer terug, en nogmaals terug, twee-, drie-, viermaal, -onvermoeibaar. Dario was in zijn element, liet zich zien, keek rond, groette, werd -gegroet. Op de twee trottoirs slenterde een dicht op elkaar gedrongen menigte, wier -oogen zich tot achter in de rijtuigen boorden, wier handen de handen van hen, die -erin zaten, hadden kunnen drukken. Langzamerhand werd het aantal rijtuigen zóó groot, -dat de ononderbroken, vast aaneengesloten dubbele rij verplicht was stapvoets te gaan. -Bij het voortdurend langs elkaar gaan van degene, die heen-, en van degene, die terugreden, -kon men elkaar aanraken, elkaar goed opnemen. Geheel Rome drong zich hier samen, hoopte -zich op in de kleinst denkbare ruimte; het waren menschen, die elkaar kenden en elkaar -hier weer vonden als in de vertrouwelijkheid van een salon; menschen, die niet op -vertrouwelijken voet met elkaar stonden en tot tegenovergestelde kringen behoorden, -maar hier tegen elkaar aan stieten en elkaar tot in de ziel kijken konden. Nu ging -Pierre een licht op; hij begreep den Corso, de oeroude gewoonte, den hartstocht en -de glorie der stad. Ja, het genot lag juist in de nauwte van de straat, in dat gedwongen -tegen elkaar stooten, waardoor onverwachte ontmoetingen, de bevrediging van nieuwsgierigheid, -het ten toon spreiden van ijdelheid, het voeren van eindelooze gesprekken mogelijk -werd. De geheele stad zag hier elkaar dagelijks terug, liet zich zien, loerde op elkaar, -het was een op den duur zoo dringende behoefte geworden om elkaar zóó te zien, dat -een man van goede familie, die den Corso meed, als een wilde beschouwd werd, die buiten -zijn kringen, zonder couranten leefde. -</p> -<p>Dario glimlachte steeds door, boog steeds weer ten groet; hij noemde Pierre prinsen -en prinsessen, hertogen en hertoginnen, klinkende namen, wier glans de geschiedenis -vulde, wier klankrijke lettergrepen het op elkaar botsen van wapenrustingen in den -slag, de pauselijke processies met haar purper ornaat, haar gouden tiara’s, haar heilige, -van juweelen fonkelende gewaden voor den geest riepen. Maar Pierre zag tot zijn wanhoop -dikke dames, kleine heeren, opgeblazen of ziekelijke wezens, die door de moderne kleeding -nog leelijker werden. Toch vielen enkele knappe vrouwen op, vooral jonge meisjes, -zwijgend, met groote, heldere oogen. Toen Dario, hem het paleis Buongiovanni wees, -een grooten gevel uit de zeventiende eeuw met door lofwerk omgeven ramen, voegde hij -er lachend aan toe: -<span class="pagenum">[<a id="pb144" href="#pb144">144</a>]</span></p> -<p>“Kijk, daar staat Attilio op het <span class="corr" id="xd29e1492" title="Bron: troittoir">trottoir</span>… U weet wel, de jonge luitenant Sacco!” -</p> -<p>Met een hoofdknikje antwoordde Pierre, dat hij op de hoogte was. Attilio, in zijn -uniform, jong met zijn levendig en flink uiterlijk en zijn open gezicht, waarin de -blauwe oogen van zijn moeder liefdevol glansden, nam hem dadelijk voor zich in. Hij -was inderdaad de jeugd en de liefde in hun geestdriftige en zich om de toekomst niet -bekommerde hoop. -</p> -<p>“U zult zien,” ging Dario voort, “dat hij, wanneer we terugkomen, er nog staat. Let -maar op, dan zal ik u tevens nog op iets anders opmerkzaam maken ook.<span class="corr" id="xd29e1498" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>Hij sprak vroolijk over de jonge meisjes, die in den Sacré-Coeur in zoo strenge afzondering -opgevoede en verder meestal zoo onwetende jonge prinsessen en hertoginnen, die daarna -haar opvoeding voltooiden in de rokken van haar moeder, met haar den verplichten wandelrit -op den Corso maakten en de eindelooze dagen verder leefden in de afzondering der sombere -paleizen. Maar welke stormen woedden in deze zwijgende zielen, waarin niemand nog -was afgedaald! Hoe wies onder die passieve gehoorzaamheid, onder die schijnbare onwetendheid -omtrent dat, wat haar omringde, soms haar wilskracht op! Hoevelen wilden hardnekkig -haar leven zelf maken, den man, die in haar smaak vallen zou, zelf kiezen, hem hebben -tegen de geheele wereld in. En de geliefde werd onder den stroom van jonge mannen -op den Corso gezocht en uitverkoren; de geliefde werd onder de wandeling met de oogen -gevischt, met de reine oogen, die spraken, wier blik voor de bekentenis, voor de algeheele -overgave voldoende waren, zonder dat één ademtocht over de kuisch gesloten lippen -behoefde te komen. Ten slotte kwamen dan de in de kerk heimelijk overhandigde liefdesbrieven, -maakte de omgekochte kamenier de in den beginne zoo onschuldige ontmoetingen makkelijk. -Ten slotte volgde dan aan het eind dikwijls een huwlijk. -</p> -<p>Celia nu had Attilio gewild vanaf het eerste oogenblik, dat hun blikken elkaar ontmoet -hadden op een doodelijk vervelenden dag, dat zij hem voor het eerst uit een raam van -het paleis Buongiovanni had gezien. Hij keek toevallig op en zij had, terwijl zij -zichzelf met haar groote, reine oogen, die in de zijne rusten bleven, gaf, hem voor -eeuwig gevangen. Zij was slechts een liefhebbende vrouw—niets meer. Hij viel in haar -smaak, zij wilde hèm, hèm en geen <span class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145">145</a>]</span>ander. Zij zou desnoods twintig jaar op hem gewacht hebben, maar zij hoopte hem door -de kalme hardnekkigheid van haar wil dadelijk te veroveren. Allerlei verhalen omtrent -vreeselijke uitbarstingen van woede van haar vader, die zich echter te pletter liepen -tegen haar eerbiedig en halsstarrig zwijgen, deden de rondte. De prins, van gemengd -bloed, de zoon van een Amerikaansche en zelf de echtgenoot van een Engelsche, streed -slechts, om te midden van de instortingen om hem heen, zijn naam en zijn vermogen -intact te houden. -</p> -<p>Het gerucht liep, dat tengevolge van een woordenwisseling, waarin hij haar voor de -voeten wierp niet voldoende over haar dochter gewaakt te hebben, de prinses met al -den hoogmoed en al het egoïsme van een vreemdelinge, die vijf millioen medegebracht -had, in verzet gekomen was. Was het niet voldoende, dat zij hem vijf kinderen geschonken -had? Zij bracht haar dagen in aanbidding van zichzelf door, bemoeide zich niet met -Celia, liet het huishouden, waarin de storm woedde, aan zichzelf over. -</p> -<p>Maar het rijtuig reed opnieuw langs het paleis en Dario waarschuwde Pierre. -</p> -<p>“Ziet u, daar is Attilio weer … En kijk nu eens naar boven naar het derde raam van -de eerste verdieping.” -</p> -<p>Het was een kort, maar charmant tooneeltje. Pierre zag een hoekje van het gordijn -wat ter zijde trekken en het zachte gezichtje van Celia, een reine, gesloten lelie, -werd zichtbaar. Zij glimlachte niet, zij bewoog zich niet. Niets was uit dien kuischen -mond en die heldere oogen te lezen. Toch trok zij Attilio tot zich, gaf zij zich onvoorwaardelijk -aan hem. Het gordijn viel weer neer. -</p> -<p>“Die kleine heks!” prevelde Dario. “Wie kan ooit weten, wat er achter zooveel onschuld -verborgen ligt?” -</p> -<p>Toen Pierre omkeek, zag hij Attilio daar nog steeds met opgeheven hoofd staan; ook -zijn gezicht was bewegingloos en bleek, zijn mond gesloten, zijn oogen wijd geopend. -En deze grenzenlooze liefde in haar plotselinge almacht, de ware, eeuwige en jonge -liefde, die zich verhief boven de eerzucht, en de berekeningen van de omgeving, trof -hem diep. -</p> -<p>Dan gaf Dario zijn koetsier bevel naar den Pincio te rijden: den op mooie middagen -verplichten rit naar den Pincio. Eerst kwamen zij de piazza del Popolo over, het ruimste -en regelmatigste plein van Rome, met zijn in aanleg zijnde straten, zijn symmetrische -kerken, zijn obelisk in het midden, zijn twee <span class="pagenum">[<a id="pb146" href="#pb146">146</a>]</span>boomgroepen, die aan beide zijden van den kleinen, witten rijweg, tusschen de ernstige, -door de zon vergulde gebouwen tegenover elkaar staan. Dan reed het rijtuig rechts -den oprit van den Pincio op, een prachtigen, met bas-reliefs, standbeelden en fonteinen -versierden zigzagweg, een apotheose van marmer, een herinnering aan het oude Rome, -die zich tusschen het groen opricht. Maar de tuin bovenop kwam Pierre klein voor, -niet veel meer dan een groot plein, een vierkant met vier lanen, die noodig waren, -om de equipages eindeloos te kunnen laten keeren en draaien. Een ononderbroken rij -borstbeelden van beroemde mannen uit het oude en nieuwe Italië liep langs de alleeën -heen. Pierre bewonderde vooral de boomen, de zeldzaamste, met groote zorg gekozen -en onderhouden boomsoorten, bijna alle met altijd groen loof, waardoor hier zoowel -in den zomer als in den winter een heerlijke, in alle tinten van groen genuanceerde -schaduw verkregen werd. Het rijtuig begon nu door de mooie frissche lanen achter de -andere equipages, die één onafgebroken stroom vormden, te rijden. -</p> -<p>Pierre merkte in een donkerblauwe, elegant bespannen victoria een jonge dame alleen -op. Zij was knap, klein, kastanjebruin met een matte tint, groote zachte oogen, en -zag er bescheiden en verleidelijk eenvoudig uit. Bij haar streng costuum van feuille-morte-zijde -droeg zij een grooten, eenigszins extravaganten hoed. Toen Dario haar vrij onbeschaamd -opnam, vroeg de priester hem haar naam, wat den jongen prins deed glimlachen. O, niemand, -Tonietta, een van de weinige demi-mondaines, waarover Rome sprak. -</p> -<p>Dan vertelde hij, met de openhartige vrijmoedigheid van zijn ras in liefdesquaesties, -bijzonderheden: haar afkomst was niet met volkomen zekerheid bekend; sommigen beweerden, -dat zij de dochter van een kroegbaas in Tivoli was, anderen daarentegen beweerden, -dat een Napolitaansche bankier haar vader was. Doch hoe dit zij, in ieder geval was -het een zeer intelligent meisje, dat zich een zekere beschaving eigen gemaakt had -en uitstekend wist te ontvangen in haar klein paleis in de Via dei Mille, dat zij -van den ouden, thans overleden markies Manfredi gekregen had. Zij afficheerde zich -niet, had nooit meer dan één amant tegelijk, en de prinsessen en hertoginnen, die -dagelijks op den Corso door haar in onrust geraakten, vonden haar fatsoenlijk. Een -bijzondere eigenschap had haar vooral beroemd gemaakt; meermalen maakte een zoo hartstochtelijke -passie zich van haar meester, <span class="pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147">147</a>]</span>dat zij zich voor niets aan haar geliefde gaf en alleen iederen ochtend een ruiker -witte rozen van hem wilde hebben, zoodat de menschen, wanneer zij haar dikwijls weken -achtereen met deze reine rozen, dezen witten bruidsbouquet op den Pincio zagen, met -liefdevol welgevallen naar haar keken. -</p> -<p>Maar Dario viel zichzelf in de rede om plechtig een dame, die alleen in gezelschap -van een heer in een grooten landauer voorbij reed, te groeten. En hij zeide eenvoudig -tot den priester: -</p> -<p>“Mijn moeder.” -</p> -<p>Pierre kende haar, althans vicomte de la Choue had hem het een en ander over haar -verteld: haar tweede huwelijk op vijftigjarigen leeftijd na den dood van prins Onofrio -Boccanera; de manier, waarop de nog altijd mooie vrouw precies als een jong meisje -op den Corso, een knappen, vijftien jaar jongeren man, die in haar smaak viel, met -haar blikken gevischt had; en wie die man, die Jules Laporte, was, een oud-sergeant -der Zwitsersche garde, naar men beweerde, een voormalige commis-voyageur in reliquieën, -die gecompromitteerd was geweest in een geruchtmakende zaak van valsche reliquieën; -hoe zij van hem een markies Montefiori gemaakt had van statig voorkomen—de laatste -van de geluksridders in het legendarische land, waar de herders met koninginnen trouwen. -</p> -<p>Toen een volgende maal de groote landauer weer voorbij reed, nam Pierre hen beiden -goed op. De markiezin was werkelijk nog verbazingwekkend in haar tot vollen bloei -gekomen, klassiek-Romeinsche schoonheid, groot, flink gebouwd, hoogblond, met een -godinnekop met regelmatige, eenigszins domme trekken; alleen het lichte dons, waarmede -haar bovenlip bedekt was, verried haar leeftijd. De markies, deze geromaniseerde Zwitser -uit Genève, maakte met zijn breede, krachtige officiersschouders en zijn opgedraaide -snor werkelijk een imposanten indruk; hij was niet dom, heel vroolijk en plooibaar -en zeer onderhoudend in gezelschap van dames. Zij was zóó trotsch op hem, dat zij -hem overal medesleepte en ten toon stelde; zij was met hem het leven opnieuw begonnen, -alsof zij twintig jaar was, en verteerde in zijn armen het kleine, uit de catastrophe -van de villa Montefiori geredde vermogen. Zij vergat haar zoon zóó volkomen, dat zij -hem menigmaal slechts op den wandelrit zag en als een toevallige kennis groette. -</p> -<p>“Laten we naar den zonsondergang achter de St. Pieter <span class="pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148">148</a>]</span>gaan kijken!” zeide Dario in zijn rol van <span class="corr" id="xd29e1529" title="Bron: conscentieus">consciëntieus</span> vreemdelingengids. -</p> -<p>Het rijtuig keerde naar het terras terug, waar een militaire kapel met vreeselijke -uitbarstingen der koperinstrumenten speelde. Verschillende equipages stonden reeds -stil om te luisteren, terwijl een steeds grooter wordende menigte voetgangers, eenvoudige -wandelaars, zich om de tent opgehoopt hadden. Van dat bewonderenswaardige, zeer hooge -en zeer breede terras ontrolde zich een der heerlijkste panorama’s van Rome. Aan de -overzijde van den Tiber, boven den vaalbleeken chaos van de nieuwe wijk der Prati -del Castello, verrees de St. Pieter tusschen het groen van den Monte Mario en den -Janiculus. Dan kwam links de geheele oude stad, een eindelooze vlakte van daken, een -deinende, onafzienbare zee van gebouwen. Doch steeds weer keerden de blikken terug -naar de St. Pieter, die in reine en majestueuse grootschheid in het azuur troonde. -En de langzame zonsondergangen achter den kolos, achter in den grenzenloozen hemel -maken, van af dit terras gezien, een verheven indruk. -</p> -<p>Nu eens is het een ineenstorten van bloedroode wolken, zijn het veldslagen van reuzen, -die met bergen tegen elkander strijden en onder de monsterachtige ruïnes van brandende -steden verpletterd worden. Dan weer teekenen zich tegen een donker meer slechts roode -scheuren af, alsof een lichtnet uitgeworpen was, om tusschen de algen de verdwenen -dagvorstin weer op te visschen. Weer een ander maal is het een rose nevel, een zacht -stof, dat een regenbui in de verte, waarvan het gordijn over het mysterie van den -horizont getrokken is, met paarlen doorstreept heeft. Weer een ander maal is het een -triomftocht van purper en goud, wolkenwagens, die over een vuurstraat rijden, galeien, -die over een azuren zee trekken, prachtvolle en phantastische stoeten, die in den -geleidelijk dieper wordenden afgrond der schemering afdalen. -</p> -<p>Maar dien avond ontvouwde zich voor Pierre het schouwspel in een kalme, verblindende -grootschheid. Eerst, juist boven den dom van de St. Pieter, was de zon, in een smetteloozen, -diepblauwen hemel ondergaande, nog zóó schitterend, dat het oog haar glans niet verdragen -kon. In die flikkering scheen de dom als witgloeiend, als een dom van vloeibaar zilver, -terwijl de wijk ernaast, de daken van den Borgo, als in een zee van gloed veranderd -was. Dan, naarmate de zon verder daalde, nam haar gloed af, kon men <span class="pagenum">[<a id="pb149" href="#pb149">149</a>]</span>haar aanschouwen; en weldra gleed zij majestueus langzaam achter den dom, die zich -diepblauw afteekende; tot, geheel erachter schuilgaand, de dagvorstinne niets meer -was dan een aureool, een lichtkring, waaruit kroonvormige, vlammende stralen schoten. -En dan begon het droombeeld, de zeldzame belichting der ramenrij, die zich onder den -koepel uitstrekt; het licht veranderde ze in de roodgloeiende openingen van een smeltoven, -zoodat men had kunnen gelooven, dat de dom een in de lucht hangend, door het geweld -der vlammen opgeheven en gedragen kolenvuur was. Dat duurde nauwlijks drie minuten. -Beneden doken de reeds niet meer duidelijk te onderscheiden daken van den Borgo weg -in violette dampen, terwijl de horizont zich van den Janiculus tot den Monte Mario -in een duidelijk zwarte lijn afteekende; nu werd op zijn beurt de hemel purper en -goud, een oneindige rust van bovenaardsche helderheid over de verdwijnende aarde. -Het laatst gingen de ramen uit, ging de hemel uit, bleef alleen nog in den invallenden -nacht de onbestemde, steeds vager wordende ronding van den dom van de St. Pieter. -</p> -<p>En door een heimelijke gedachtenverbinding zag Pierre op dat oogenblik nogmaals de -hooge, droefgeestige en ten ondergang neigende gestalten van kardinaal Boccanera en -den ouden Orlando voor zich oprijzen. Op den avond van dien dag, waarop hij na elkaar -deze in hun verwachtingen zoo groote mannen had leeren kennen, stonden zij beiden -aan den horizont boven hun vernederde stad, aan den rand van den hemel, dien de dood -scheen te grijpen. Zou dan alles zoo met hen instorten, alles in den nacht van den -afgeloopen tijd uitgaan en verdwijnen? -<span class="pagenum">[<a id="pb150" href="#pb150">150</a>]</span></p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e1230" href="#xd29e1230src">1</a></span> God en volk. <a class="fnarrow" href="#xd29e1230src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">VIJFDE HOOFDSTUK</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Den volgenden dag kwam Narcisse wanhopig aan Pierre vertellen, dat zijn neef, monsignor -Gamba del Zoppe, de geheime kamerheer, onder voorwendsel, dat hij ziek was, twee of -drie dagen tijd gevraagd had, voor hij den jongen priester ontvangen en zich met zijn -audiëntie bezig houden kon. Pierre was dus tot niets doen veroordeeld, daar hij niet -langs een anderen weg een poging durfde wagen om den paus te spreken, want men had -hem zóó bang gemaakt, dat hij vreesde door een onhandigen stap alles te zullen bederven. -En daar hij toch iets doen moest, om den tijd te dooden, begon hij Rome te bezichtigen. -</p> -<p>Zijn eerste bezoek gold de ruïnes van den Palatinus. Reeds om acht uur ’s ochtends, -bij een helderen hemel, ging hij alleen op weg en begaf zich naar den in de Via Santo -Teodoro gelegen ingang, een hek, omgeven door de woningen der bewakers. Dadelijk kwam -een van dezen naar hem toe en bood zich als gids aan. Pierre had liever op goed geluk -af willen rondzwerven, maar hij vond het moeilijk het aanbod van den man, die zeer -vloeiend en met een vriendelijk glimlachje Fransch sprak, te weigeren. Het was een -klein, ineengedrongen mannetje, een oud-soldaat van even boven de zestig, met een -vierkant, opgeblazen, door een dikke, grijze snor in tweeën gedeeld gezicht. -</p> -<p>“Als mijnheer de abbé zoo goed wil zijn mij te volgen … Ik zie, dat mijnheer de abbé -een Franschman is. Ik ben een Piemontees en ken de Franschen goed: ik heb aan hun -zijde bij Solferino gevochten. Ja, ja, men kan zeggen wat men wil, maar je vergeet -het niet zoo gauw, wanneer je wapenbroeders geweest bent … Hier rechtsaf, als het -u blieft!” -</p> -<p>Toen Pierre opkeek, zag hij de reeks cypressen, die het plateau van den Palatinus -omzoomen en die hij den dag van <span class="pagenum">[<a id="pb151" href="#pb151">151</a>]</span>zijn aankomst van af den Janiculus gezien had. In de zoo teerblauwe lucht maakte het -donkere groen van die boomen den indruk van zwarte franje. Behalve deze zag men niets, -de helling strekte zich kaal en naakt, vuil stofgrijs uit, bestrooid met enkele kreupelboschjes, -te midden waarvan stukken van oude muren uitstaken. Het was de verwoesting, de vlekkige -troosteloosheid der opgravingen, waarvoor alleen de geleerden zich kunnen opwinden. -</p> -<p>“De paleizen van Tiberius, Caligula en der Flavii liggen daar in de hoogte,” ging -de gids voort. “Maar die bewaren wij voor het laatst, we zullen eerst een rondgang -maken.” -</p> -<p>Toch ging hij wat links af en bleef voor een uitholling, een soort grot in de helling -van den berg, staan. -</p> -<p>“Dit is het wolvenhol, waar de wolvin Romulus en Remus zoogde. Vroeger was aan den -ingang nog de vijgeboom Rominalis te zien, die de tweelingen tegen regen en zon beschermde.” -</p> -<p>Pierre kon een glimlach niet onderdrukken, zoo eenvoudig en vast overtuigd van de -waarheid van wat hij zeide, gaf de man zijn uitleggingen, zóó trotsch bovendien op -al dien ouden roem, als ware het de zijne. Maar toen de oud-soldaat hem bij de grot -de sporen van Roma quadrata gewezen had, overblijfselen van muren, die werkelijk uit -den tijd van Rome’s stichting te stammen schenen, begon Pierre zich te interesseeren, -deed een eerste ontroering zijn hart kloppen. Dit kwam natuurlijk niet, omdat het -zoo’n wondermooi schouwspel was, want het waren slechts enkele blokken gehouwen steen, -die zonder cement of kalk op elkaar gelegd waren, maar een verleden van zeven-en-twintig -eeuwen rees hier voor zijn geest op, en deze afgebrokkelde, zwart geworden steenen, -die een zoo machtig gebouw van pracht en almacht gedragen hadden, kregen een buitengewone -majesteit. -</p> -<p>Zij zetten hun rondgang voort en liepen nu naar rechts, steeds langs de helling van -den berg. De annexen der paleizen moesten tot hier geloopen hebben: overblijfselen -van portieken, ingestorte zalen, nog staande gebleven zuilen en friezen omzoomden -het hobbelige pad, dat tusschen kerkhofgrassen slingerde; de gids, die dat, wat hij -wist, zoo goed vertelde, omdat hij het nu al tien jaar lang iederen dag herhaald had, -bleef de onzekerste hypothesen ten beste geven, terwijl hij aan iederen puinhoop een -verhaal toevoegde. -</p> -<p>“Het paleis van Augustus,” zeide hij eindelijk met een gebaar van zijn hand naar de -aardophoopingen. -<span class="pagenum">[<a id="pb152" href="#pb152">152</a>]</span></p> -<p>Ditmaal waagde Pierre, die absoluut niets zag, te vragen: -</p> -<p>“Waar dan?” -</p> -<p>“O, mijnheer de abbé, het schijnt, dat aan het einde van de vorige eeuw de gevels -nog stonden. Je kwam er van den anderen kant, van de Sacra Via, in. Aan dezen kant -was er een groot balkon, dat den grooten Circus Maximus beheerschte, en vanwaar men -de spelen zien kon. Overigens is het paleis, zooals u constateeren kunt, nog bijna -geheel begraven onder dien grooten tuin boven, den grooten tuin van de villa Mills. -Wanneer men geld genoeg voor de opgravingen hebben zal, zal men het terugvinden, dat -is zeker, evenals den tempel van Apollo en dien van Vesta, welke ernaast stonden.” -</p> -<p>Hij wendde zich nu naar links en ging het Stadium binnen, den kleinen circus voor -de wedloopen, die zich vlak langs de zijde van het paleis van Augustus uitstrekte; -nu begon ook de priester zich te interesseeren en geestdriftig te worden. Niet dat -zich hier een voldoende bewaard gebleven ruïne, die een monumentalen aanblik opleverde, -bevond; geen zuil was op haar plaats gebleven en alleen de muren aan den rechterkant -stonden nog, maar men had het geheele plan teruggevonden, de grenssteenen aan ieder -einde, de zuilengang om de baan, de groote loge van den keizer, die, nadat zij links -in het paleis van Augustus geweest was, vervolgens in het paleis van Septimius Severus -ingemetseld was en naar rechts uitkeek. En de gids liep nog steeds te midden van die -verstrooide puinhoopen, gaf uitvoerige en preciese uitleggingen, verzekerde, dat de -heeren der directie van de uitgravingen hun Stadium tot in de kleinste bijzonderheden -vastgesteld hadden, zoodat zij bezig waren er een nauwkeurig plan van te maken met -de juiste plaats der zuilen, de standbeelden in hun nissen, het soort marmer, waarmede -de muren bedekt waren. -</p> -<p>“O, de heeren zijn volkomen op hun gemak,” eindigde hij zijn uitlegging, terwijl hij -zelf een gelukzalig gezicht trok. “De Duitschers zullen geen aanmerking kunnen maken -en hier niet alles ondersteboven gooien, zooals zij op het Forum gedaan hebben, waar -je niet meer weet, waar je bent, sedert zij er met hun wetenschap gekomen zijn.” -</p> -<p>Pierre glimlachte en zijn belangstelling nam nog toe, toen hij langs gebroken trappen -en over gaten geslagen houten bruggen in de reusachtige ruïnes van het paleis van -Septimius Severus gekomen was. Het paleis verhief zich op de Zuidpunt van den Palatinus -en zag eindeloos ver uit op de <span class="pagenum">[<a id="pb153" href="#pb153">153</a>]</span>Via Appia en de Campagna Romana. Alleen de onderbouw ervan bestaat nog, de onderaardsche -zalen, die onder de bogen van het terras aangebracht zijn, waarmede men het te bekrompen -geworden plateau van den berg uitgebreid had. En deze blootgelegde onderbouw was voldoende -om een denkbeeld te geven van het prachtige paleis, dat erop rustte, zoo reusachtig -en machtig als deze in zijn onverwoestbare massa gebleven is. Hier verhief zich het -beroemde Septizonium, de toren met zijn zeven verdiepingen, die eerst in de veertiende -eeuw verdwenen is. Hier bevindt zich nog een door cyclopische arcaden gedragen terras, -vanwaar men een schitterend uitzicht heeft. Vervolgens komt niets dan een opeenhooping -van dikke, half ingestorte muren, gapende afgronden te midden van ingevallen zolderingen, -rijen van eindelooze gangen en reusachtige zalen, waarvan de bestemming niet bekend -is. Al deze door de nieuwe administratie goed onderhouden, schoongeveegde en van onkruid -bevrijde ruïnes hebben haar romantische woestheid verloren, om een kale en sombere -grootschheid aan te nemen. Maar stralen van de levende zon verguldden de oude muren, -drongen door spleten tot achter in de donkere zalen door, brachten met hun schitterend -stof leven in de zwijgende droefgeestigheid van deze doode majesteit, die uitgegraven -was uit de aarde, waarin zij sedert eeuwen geslapen had. Over de oude, roodachtige, -van tegels gemaakte en van hun prachtige marmerbekleeding beroofde muren legde de -purpermantel der zon opnieuw een vorstelijke glorie. -</p> -<p>Pierre liep nu reeds bijna anderhalf uur rond en nog moest hij de menigte voorste -paleizen op het plateau zelf bezichtigen. -</p> -<p>“Wij moeten teruggaan,” zeide de gids. “Zooals u ziet, versperren de tuinen der villa -Mills en het klooster van Santa Bonaventura ons den weg. We zullen er eerst door komen, -wanneer de opgravingen hier deze geheele zijde blootgelegd hebben. O, mijnheer de -abbé, wanneer u een kleine vijftig jaar geleden hier op den Palatinus gewandeld hadt! -Ik heb plattegronden uit dien tijd gezien. Het waren niets dan wijngaarden, niets -dan kleine, door heggen afgesloten tuinen, een echte Campagna, een echte woestijn, -waarin je geen levende ziel ontmoette … En te moeten denken, dat al deze paleizen -daaronder sliepen!” -</p> -<p>Pierre volgde hem, zij liepen weer langs het paleis van Augustus, gingen naar boven -en betraden het paleis der Flavii. Het was reusachtig groot, nog half onder de villa -<span class="pagenum">[<a id="pb154" href="#pb154">154</a>]</span>ernaast verborgen en bestond uit een menigte groote en kleine zalen, over de bestemming -waarvan men het nog steeds niet eens is. De troonzaal, de rechtzaal, de eetzaal en -het peristylium schijnen echter vast te staan. Doch voor het overige is alles slechts -phantasie, vooral wat de kleine particuliere vertrekken betreft. Trouwens geen muur -staat meer overeind; men zag niets dan uitstekende fundamenten, afgebrokkelde grondmuren, -die op den grond het plan van het gebouw aangaven. De eenige als door een wonder gespaard -gebleven ruïne is het paleis, dat volgens de overlevering aan Livia toebehoord zou -hebben; in vergelijking met de reusachtige paleizen ernaast is het opvallend klein, -drie zalen zijn met haar nog wonderlijk frissche muurschilderingen, mythologische -tooneelen, bloemen en vruchten, intact gebleven. Van het paleis van Tiberius is zelfs -geen steen zichtbaar, de overblijfselen ervan liggen verborgen onder het prachtige -openbare park, dat op het plateau een voortzetting van de oude Farnesische tuinen -vormt; en van het paleis van Tiberius ernaast, boven het Forum, bestaat, evenals van -het paleis van Septimius Severus, niets meer dan een reusachtige onderbouw, steunmuren, -op elkaar geplakte verdiepingen, hooge booggewelven, die het paleis droegen, kolossale -keldergewelven, waarin het dienstpersoneel en de wachtposten woonden en zich overgaven -aan voortdurende drinkgelagen. Deze geheele, de stad beheerschende hoogte had dus -niets dan nauwlijks herkenbare sporen, groote, grijze en kale, door het houweel doorstoken -terreinen, waaruit enkele brokstukken van muren opstaken; en er was een groote geleerdenphantasie -voor noodig om de oude keizerlijke pracht, die hier geheerscht had, weer te construeeren. -</p> -<p>De gids bleef desniettemin zijn explicaties geven met een rustige overtuiging en naar -het ledige wijzen, alsof de monumenten zich nog voor hem oprichtten. -</p> -<p>“Hier zijn wij op de piazza Palatina. Links is de gevel van het paleis van Domitianus, -rechts die van het paleis van Caligula, en wanneer u zich omkeert, hebt u den tempel -van Juppiter Stator tegenover u … De Sacra Via liep tot dit plein en ging onder de -Porta Mugonia door, een der drie oude poorten van het oorspronkelijke Rome.” -</p> -<p>Hij hield op en wees met zijn hand naar de noordwestzijde van den berg. -</p> -<p>“U zult reeds opgemerkt hebben, dat aan die zijde de <span class="pagenum">[<a id="pb155" href="#pb155">155</a>]</span>Caesars niet gebouwd hebben. Blijkbaar moesten zij heel oude, nog uit den tijd van -vóór de stichting van Rome dateerende en door het volk vereerde monumenten eerbiedigen. -Daar bevonden zich de door Euander en zijn Arcadiërs gebouwde tempel van Victoria, -het wolvenhol, dat ik u heb laten zien, de nederige, uit aarde en twijgen opgetrokken -hut van Romulus … Dat alles is teruggevonden, mijnheer de abbé, daar is geen twijfel -aan, wat de Duitschers ook beweren mogen.” -</p> -<p>Maar plotseling riep hij op een manier, alsof hij het interressantste vergeten had: -</p> -<p>“Ten slotte zullen we naar de onderaardsche gang gaan, waarin Caligula vermoord is.” -</p> -<p>Zij daalden af in een lange, overdekte gang, waarin thans de zon door scheuren vroolijke -stralen werpt. Enkele pleisterversieringen en mozaiekfiguren zijn nog over. Doch daardoor -is de plek niet minder melancholiek en eenzaam, als gemaakt voor afschuwelijke tragiek. -De stem van den oud-soldaat was gedempter gaan klinken; hij vertelde hoe Caligula, -van de Palatijnsche spelen terugkeerend, de gril kreeg alleen in die gang af te dalen, -om de heilige dansen te zien, die jonge Aziaten daar dien dag repeteerden. Op die -wijze kon de leider der samenzweerders, Chereas, in het donker hem het eerst in zijn -buik steken. De keizer, brullend, wilde vluchten. Maar toen stortten de moordenaars, -zijn creaturen, zijn meest geliefde vrienden, zich op hem, wierpen hem op den grond -en doorhakten hem met steken, terwijl hij, waanzinnig van woede en angst, de donkere -gang vulde met zijn geloei als van een dier, dat geslacht wordt. Toen hij dood was, -viel de stilte weer neer, en de moordenaars vluchtten vol ontzetting. -</p> -<p>Het klassieke bezoek aan de ruïnes van den Palatinus was hiermede geëindigd. Toen -Pierre weer boven was, had hij nog slechts één wensch, n.1. zich te bevrijden van -zijn gids en alleen te blijven in dezen stillen droomtuin, die den top van den Rome -beheerschenden berg besloeg. Drie uur liep hij nu rond, hoorde hij die zware, eentonige -stem in zijn ooren zoemen, zonder hem ook maar één enkelen steen te sparen. Nu kwam -de brave man weer terug op zijn vriendschap voor Frankrijk en gaf een lang relaas -over den slag bij Magenta. Met een vriendelijken glimlach nam hij het zilverstuk, -dat de priester hem gaf, en begon dan aan den slag bij Solferino. Er dreigde geen -einde aan te komen, toen <span class="pagenum">[<a id="pb156" href="#pb156">156</a>]</span>het toeval wilde, dat een dame een inlichting vragen kwam. Dadelijk ging hij met haar -mede. -</p> -<p>“Goeden dag, mijnheer de abbé. U kunt door het paleis van Caligula naar beneden komen. -En u weet waarschijnlijk, dat een geheime, in den grond uitgegraven trap van dat paleis -naar de woning der Vestaalsche Maagden op het Forum leidde. Men heeft haar nog niet -teruggevonden, maar zij moet er zijn.” -</p> -<p>Welk een heerlijke verlichting, toen Pierre, eindelijk alleen, een oogenblik op een -van de marmeren banken in den tuin kon gaan zitten! Er waren daar slechts enkele boomgroepen, -taxisboomen, cypressen, palmen, maar de prachtige, steeneiken, waaronder de bank stond, -gaven een diepe, heerlijk frissche schaduw. Ook de droomerige eenzaamheid had haar -groote bekoring, de huiverende stilte, die van dezen ouden bodem uitging, welke gedrenkt -was door de geschiedenis<span class="corr" id="xd29e1593" title="Niet in bron">,</span> de opzienbarendste, in de volle pracht van een bovenaardschen trots schitterende -geschiedenis. Eens hadden de Farnesische tuinen dit deel van den berg in een heerlijk, -met boschjes versierd lustplekje veranderd; de sterk beschadigde gebouwen der villa -bestaan nog, en ongetwijfeld is een zekere bekoring gebleven; de ademtocht der Renaissance -strijkt nog steeds als een liefkoozing door het glanzende loof der oude steeneiken. -Men bevindt zich daar te midden van het lichtgevleugelde volk der visioenen, onder -den zwevenden adem van tallooze generaties, die in de graszoden slapen. -</p> -<p>Maar het in de verte, rondom dezen verheven top verstrooide Rome, lokte Pierre zóó -onweerstaanbaar, dat hij niet kon blijven zitten. Hij stond op en ging naar de balustrade -van een terras. Onder hem breidde het Forum zich uit en aan het einde verrees de Monte -Capitolino. -</p> -<p>Het was niet meer dan een opeenhooping van grijze gebouwen, zonder eenige voornaamheid -of schoonheid. Men zag niets dan den achtergevel van het Senatorenpaleis, een vlakken -gevel met kleine ramen, bekroond door een hoogen campanile. Deze groote, kale, roestkleurige -muur verborg de kerk Santa Maria di Aracoeli, den top, waarop de tempel van Juppiter -Capitolinus, goddelijke bescherming verleenend, in koninklijke pracht geschitterd -had. Verder links op de helling van den Monti Caprino, waar in de Middeleeuwen geiten -gegraasd hadden, verhieven zich nu reeksen leelijke huizen, terwijl de enkele mooie -boomen van den palazzo Caffarelli, waarin het Duitsche gezantschap ondergebracht was, -met hun groen den top van de oude Tarpeïsche rots bedekten, <span class="pagenum">[<a id="pb157" href="#pb157">157</a>]</span>die thans, bijna onvindbaar, onder de stadsmuren verloren gaat. Dat was dus die Monte -Capitolino, de roemrijkste der zeven heuvelen, met zijn vesting, met zijn tempel, -waaraan de heerschappij van de wereld beloofd was, de St. Pieter van het oude Rome!—deze -aan de zijde van het Forum steile, aan den kant van den Campus Martius loodrechte -berg met zijn vreeselijken aanblik, die berg, welken de bliksem bezocht, dien het -asylbosch met zijn heilige eiken tot in het verste verleden geheimzinnig maakte en -huiveren deed voor het grimmige onbekende. -</p> -<p>Later had de Romeinsche grootheid hier haar tabularium, haar staatsarchief. De triumphatoren -beklommen hem, de keizers werden er goden, hier stonden hun marmeren standbeelden. -En thans, op dit oogenblik vroeg het oog verwonderd hoe zooveel geschiedenis, zooveel -roem zich heeft kunnen ontwikkelen op zoo kleine ruimte, op dit bergachtige, armzalige -eilandje van armoedige daken, op een molshoop, niet grooter en niet hooger dan een -klein, tusschen twee dalen in gelegen marktvlek. -</p> -<p>Een tweede verrassing was voor Pierre het bij den Capitolinus beginnende en zich langs -den Palatinus uitstrekkende Forum: een eng, tusschen de naburige heuvels ingeperst -plein, een laagliggend terrein, waarop het zich uitbreidende Rome, daar er gebrek -aan ruimte was, zijn gebouwen als het ware op elkaar had moeten zetten. Men heeft -diep moeten graven om, onder de vijftien meter hooge, door de eeuwen aangebrachte -alluviale lagen, den eerbiedwaardigen bodem der Republiek terug te vinden. Thans ziet -men niet meer dan een lange, witachtige, goed onderhouden groeve zonder struiken of -klimop, waarin brokstukken van het plaveisel, onderstukken van zuilen, grondmuren -te voorschijn komen. De in haar geheel weer opgebouwde Basilica Julia is niet veel -meer dan de projectie van een architectonisch plan. Aan dezen kant heeft slechts de -Arcus van Septimius Severus zijn breedte ongeschonden weten te bewaren, terwijl de -enkele van den tempel van Vespasianus overgebleven en door een wonder te midden van -de ineenstortingen staande gebleven zuilen een trotsche elegance, een majestueuse -koenheid van evenwicht aangenomen hebben en fijn en verguld in den blauwen hemel opstijgen. -</p> -<p>Ook de Phocas-zuil staat nog en van de rostra<a class="noteref" id="xd29e1605src" href="#xd29e1605">1</a> ernaast <span class="pagenum">[<a id="pb158" href="#pb158">158</a>]</span>ziet men, wat daarvan met behulp van de in de omgeving gevonden stukken <span class="corr" id="xd29e1610" title="Bron: gereconstueerd">gereconstrueerd</span> is. Maar men moet verder gaan dan de twee of drie zuilen van den tempel van Castor -en Pollux, verder dan de sporen van het paleis der Vestaalsche Maagden, verder dan -den tempel van Faustina, waarin de Christelijke San-Lorenzo-kerk het zich zoo gemakkelijk -gemaakt heeft, verder nog dan den ronden tempel van Romulus, om de buitengewone gewaarwording -van het enorme te ondergaan, die de Basilica van Constantinus met haar drie reusachtige, -gapende gewelven geeft. Van den Palatinus af gezien zou men ze voor voorportalen kunnen -houden, die toegang geven tot een wereld van reuzen; zoo dik was het metselwerk, dat -een van de arcaden afgevallen stuk als een van een berg losgeraakt blok op den grond -ligt. En hier, op dat beroemde, zoo enge en tevens zoo onbegrensde Forum heeft zich -eeuwenlang de geschiedenis afgespeeld van het grootste aller volkeren—vanaf de legende -der Sabijnsche Maagden, die de Romeinen met de Sabijnen verzoenden, tot aan de afkondiging -der volksrechten en volksvrijheden, die de plebejers geleidelijk op de patriciërs -hadden veroverd. -</p> -<p>Was het niet tegelijk de Markt, de Beurs, het Gerechtshof, de Zaal der politieke vergaderingen, -open, in de vrije lucht? De Gracchen verdedigden er de zaak der kleine luiden, Sulla -plakte er zijn proscriptielijsten aan, Cicero sprak er en zijn bloedend hoofd werd -er vastgespijkerd. Daarna verdonkerden de keizers zijn ouden glans, begroeven de eeuwen -de monumenten en de tempels onder hun stof, zoodat de Middeleeuwen er slechts plaats -vonden voor een veemarkt. De eerbied is thans teruggekomen, een grafschennende eerbied, -een weetgierigheids- en wetenschapskoorts, die door hypothesen nog aangewakkerd wordt -en op dezen historischen bodem, waar geslachten boven elkaar liggen, op een dwaalweg -raakt en weifelt tusschen de vijftien of twintig reconstructies, welke men van het -Forum gemaakt heeft en waarvan de eene even aannemelijk is als de ander. Voor een -eenvoudig voorbijganger, die noch een archaeoloog noch een geleerde van beroep is, -die niet den vorigen dag zijn Romeinsche Geschiedenis nagelezen heeft, verdwijnen -de bijzonderheden; hij ziet in dit in alle richtingen doorgraven en doorzochte terrein -niets dan een stadskerkhof, waar de uitgegraven oude steenen verbleeken en waaruit -de groote melancholie van gestorven volkeren oprijst. Van plek tot plek zag Pierre -het door de wielen der wagens uitgeholde plaveisel van de Sacra <span class="pagenum">[<a id="pb159" href="#pb159">159</a>]</span>Via, die telkens weer verschijnt, zich kronkelt, daalt en stijgt; en hij dacht aan -den triumphus, den zegetocht van den triomphator, dien zijn wagen zoo hard deed schokken -op het ruwe plaveisel van den roem. -</p> -<p>Maar naar het zuidoosten verbreedde zich de horizont en zag hij aan gene zijde van -den Titus- en van den Constantinusboog het groote massief van het Colosseum. O, deze -kolos, waarvan de eeuwen als met een reusachtigen zwaai van een zeis nog slechts de -helft afgerukt hebben, blijft in zijn ontzaglijkheid, in zijn majesteit als steenen -kant bestaan met zijn honderden ledige, in het blauw des hemels uitkijkende vensters. -</p> -<p>Het is een wereld van voorportalen, trappen en gangen, een wereld, waarin men te midden -van de eenzaamheid in de stilte van den dood verdwaalt. Binnenin gelijken de afgebrokkelde, -door de lucht verweerde trappen op de vormenlooze treden van een ouden uitgedoofden -krater, een soort natuurlijken circus, dien de macht der elementen in de onverwoestbare -rotsen uitgehouwen hebben. Maar de heete zonnen van achttienhonderd jaren hebben deze -ruïne verbrand en rood gemaakt, die tot den natuurstaat teruggekeerd is, kaal en verguld -is als een berghelling, sedert zij van haar planten beroofd is, die dit hoekje tot -een stuk oerwoud maakten. En thans, welk een visioen, wanneer de phantasie dit doode -gebeente weer vleesch, bloed en leven teruggeeft, den circus weer vult met de negentig -duizend toeschouwers, die er een plaats vinden konden, de spelen en gevechten weer -doet plaats hebben en een geheele beschaving vanaf den keizer en zijn Hof tot aan -de deining van het plebs in de beweging en schittering van een geheel, door hartstocht -ontvlamd volk onder den rooden weerschijn van het reusachtige, purperen velum ophoopt! -</p> -<p>Verder aan den horizont bevond zich nog een tweede cyclopische ruïne, de thermen van -Caracalla; ook zij zijn als een spoor van een van de aarde verdwenen ras van reuzen -achtergebleven: zalen van overdreven en onverklaarbare grootte en hoogte, twee voorportalen, -waarin men de bevolking van een stad ontvangen kan; een frigidarium, welks bassin -vijfhonderd badenden tegelijk kon bevatten; een tepidarium en een caldarium van gelijken -omvang, alle ontstaan uit een zucht naar het overweldigende! En het angstaanjagende -massieve van het monument, de dikte der zuilen en pilaren, zooals geen vesting die -ooit gekend heeft! <span class="pagenum">[<a id="pb160" href="#pb160">160</a>]</span>Een oneindigheid, waarin de bezoekers eruit zien als verdwaalde mieren! Het is een -zoo buitengewoon zwelgen in cement en baksteenen, dat men zich afvraagt, voor welke -menschen, voor welke menigten dit monsterachtige gebouw neergezet kan zijn! Thans -zou men ze voor oude, van een hoogte afgestorte rotsen houden, die hier opgehoopt -liggen voor den bouw van een titanenwoning … -</p> -<p>Pierre werd door het onmatige verleden, waarin hij onderdompelde, overweldigd. Aan -alle kanten, aan de vier windstreken van den wijden horizont herleefde de geschiedenis -en steeg als een hooge golf naar hem op. Die blauwachtige, onafzienbare vlakten daar -in het Noorden en Westen waren het oude Etrurië; in het Oosten teekenden de getande -toppen der Sabijnsche bergen zich tegen den gezichtseinder af, terwijl in het Zuiden -de Albaansche bergen en Latium zich onder den goudregen der zon uitstrekten. Alba -Longa lag daar en de met eiken bekroonde Monte Cavo met zijn klooster, dat den ouden -tempel van Juppiter vervangen heeft. Dan aan zijn voeten, aan gene zijde van het Forum -en van den Capitolinus, breidde Rome zelf zich uit, de Esquilinus recht tegenover -hem, de Coelius en de Aventinus rechts, de andere, die hij niet kon zien, de Quirinalis -en de Viminalis links van hem. Achter hem aan den oever van den Tiber de Janiculus. -En de stad kreeg een stem en vertelde hem haar doode grootheid. -</p> -<p>Een onwillekeurige bezwering van het verleden, een opstanding van het doode voltrok -zich in hem. De Palatinus, dien hij zooeven bezichtigd had, die grijze, melancholieke, -als een verdoemde stad met den grond gelijk gemaakte, met enkele instortende muren -bestrooide Palatinus, werd levend, bevolkt, rees opnieuw op met zijn paleizen en tempels. -Hier was de wieg zelf van Rome, Romulus had hier op dezen top, die den Tiber beheerschte, -zijn stad gesticht, terwijl daartegenover de Sabijnen den Capitolinus bezetten. De -zeven koningen van de twee-en-een-halve eeuw geduurd hebbende monarchie hadden hem -zeker bewoond, ingesloten door hooge, sterke muren, waarin slechts drie poorten gemaakt -waren. Dan kwamen de vijf eeuwen der republiek, de grootste, de roemrijkste, degene, -die het Italiaansche schiereiland en daarna de wereld aan Rome onderworpen hadden. -</p> -<p>Gedurende die overwinnende jaren vol socialen strijd en oorlog, had het grooter wordende -Rome de zeven heuvelen <span class="pagenum">[<a id="pb161" href="#pb161">161</a>]</span>bevolkt, was de Palatinus nog slechts de eerbiedwaardige wieg gebleven met zijn legendarische -tempels, hoewel ook hier langzamerhand particuliere gebouwen oprezen. Maar dan triompheerde -Caesar, de belichaming der almacht van het ras, na Gallië en Pharsalos, in den naam -van het geheele Romeinsche volk; hij was dictator, keizer, nadat hij het geweldige -werk verricht had, waaraan de vijf eeuwen van het keizerrijk in den galop van hun -losgelaten lusten zich te goed gingen doen. En Augustus kon de macht in handen nemen, -de roem van Rome stond op zijn toppunt; de milliarden lagen in de provincies te wachten -om gestolen te worden; de keizerlijke pracht begon zich in de hoofdstad der wereld -voor de oogen der verre, verblinde en overwonnen volkeren te ontvouwen. -</p> -<p>Hij was op den Palatinus geboren, en nadat de overwinning bij Actium hem het keizerschap -gegeven had, stelde hij er zijn eer en zijn trots in om van dien heiligen, door het -volk vereerden berg te regeeren. Hij kocht er de particuliere huizen, bouwde er zijn -paleis met een tot nog toe ongekende weelde: een door vier pilasters en acht zuilen -gedragen atrium; een peristylium, dat door zes-en-vijftig Ionische zuilen omgeven -werd; particuliere vertrekken, geheel van marmer, daaromheen; een verspilling van -marmer, dat met groote kosten uit het buitenland gehaald werd; de felste kleuren, -schitterend als edelgesteenten. En hij woonde met de goden samen: hij had naast zijn -paleis den grooten tempel van Apollo en een tempel van Vesta gebouwd, om zich het -eeuwige, goddelijke koningschap te verzekeren. Van nu af was het zaad der keizerlijke -paleizen uitgestrooid; zij groeiden en woekerden en bedekten den geheelen Palatinus. -</p> -<p>O, deze almacht van Augustus, die vier-en-veertig jaren van een volkomen, absolute, -bovenmenschelijke heerschappij, zooals geen ander despoot, zelfs in den waanzin zijner -droomen, die gekend heeft. Hij liet zich alle titels geven, hij had in zijn persoon -alle ambten vereenigd. Als imperator en consul stond hij aan het hoofd der legers, -oefende hij het uitvoerend gezag uit; als pro-consul bezat hij de suprematie in de -provinciën; als levenslang censor en princeps heerschte hij over den senaat; als tribunus -was hij de meester van het volk. En hij liet zich uitroepen tot Augustus; hij was -heilig, god onder de menschen, had zijn tempel, zijn priesters, werd tijdens zijn -leven aangebeden als een op aarde wandelende godheid. En ten slotte werd hij pontifex -<span class="pagenum">[<a id="pb162" href="#pb162">162</a>]</span>maximus, zoodat hij de religieuse macht met de staatkundige vereenigde. Daar de pontifex -maximus geen particulier huis mocht bewonen, had hij zijn paleis tot staatseigendom -verklaard. Daar de pontifex maximus zich niet mocht verwijderen van den tempel van -Vesta, had hij in zijn paleis een tempel voor die godin gebouwd en liet hij de bewaking -van het oude altaar aan den voet van den Capitolinus over aan de Vestaalsche Maagden. -</p> -<p>Niets was hem te duur, want hij voelde wel, dat in die in één persoon vereenigde dubbele -macht, in het tegelijk rex en pontifex, keizer en paus zijn de menschelijke souvereiniteit, -het in de hand houden van de menschen en van de wereld lag. Al het levenssap van een -krachtig ras, al de opgehoopte overwinningen en al de nog verspreid liggende rijkdommen -ontplooiden zich bij Augustus in een éénige schittering, zooals zij nooit meer in -zulk een glans stralen zou. Hij was werkelijk de meester der wereld; zijn voet rustte -op het voorhoofd der veroverde en tot vrede gedwongen volkeren; een onsterfelijke -roem van kunst en letterkunde omgaf hem. Het schijnt, dat op dat oogenblik in hem -de oude en gretig-begeerige eerzucht van zijn volk, de eeuwenlange strijd, dien het -gevoerd had, om het koningsvolk der aarde te zijn, zijn bevrediging vond. -</p> -<p>Het is het Romeinsche bloed, het is het bloed van Augustus, dat eindelijk in keizerlijk -purper in de zon rood òplicht. Het is het bloed van Augustus, den goddelijken, triompheerenden, -onbeperkten heerscher over zielen en lichamen, het bloed van een man, in wien de erfenis -van zeven lange eeuwen van nationalen trots haar toppunt bereikt, van wien een ontelbare -en eindelooze nakomelingschap van universeelen trots door de eeuwen heen uitgaan zal. -Want nu was het beslist: het bloed van Augustus zou in de aderen van alle heerschers -over Rome weder ontwaken en kloppen, hen vervolgen met den zich eeuwig vernieuwenden -droom der wereldheerschappij. -</p> -<p>Eén oogenblik was deze droom werkelijkheid geworden. Augustus, imperator en pontifex, -heeft de menschheid bezeten, geheel, zonder reserve, als een hem persoonlijk toebehoorend -iets in zijn hand gehouden. En later, na het verval, toen de macht zich gesplitst -had en weer tusschen rex en pontifex verdeeld was, hebben de pausen geen anderen, -hartstochtelijken wensch, geen andere, eeuwenlange politiek gekend dan het staatkundig -gezag, de wereldheerschappij weer terug te veroveren. Het atavistische bloed, het -roode, <span class="pagenum">[<a id="pb163" href="#pb163">163</a>]</span>gretig-begeerige bloed van den voorvader brandde in hun harten. -</p> -<p>Dan—nadat Augustus gestorven en zijn paleis gesloten, geheiligd en een tempel geworden -was—zag Pierre het paleis van Tiberius uit den grond oprijzen. Het stond op deze plek -zelf, onder zijn voeten, onder de mooie steeneiken, die hem beschutting gaven. Men -voelde, dat het stevig en groot moest zijn met binnenplaatsen, zuilengangen en zalen—ondanks -het sombre humeur van den keizer, die ver van Rome leefde te midden van een volk van -verklikkers en wellustelingen, wiens hart en brein tot aan misdaad en tot aan de vreeselijkste -aanvallen van krankzinnigheid door de macht vergiftigd waren. Dan rees het paleis -van Caligula op, een uitbreiding van het paleis van Tiberius. -</p> -<p>Men had booggewelven aangebracht om den bouw te kunnen vergrooten, over het Forum -een brug geslagen, die op den Capitolinus uitkwam, daar de vorst in staat wilde zijn -op zijn gemak met Juppiter te gaan spreken, voor wiens zoon hij zich uitgaf. De troon -had ook hem woest, tot een tierenden, in zijn almacht ongebreidelden gek gemaakt. -Dan, na Claudius, Nero, die, alles overtreffend, den Palatinus niet groot genoeg vond, -een reusachtig paleis voor zichzelf eischte, zich meester maakte van de heerlijke -tuinen, welke tot aan den top van den Esquilinus liepen, om daar zijn Gouden Paleis -te bouwen, een droom van ongekende weelde, dien hij niet ten volle verwezenlijken -kon en waarvan de puinhoopen weldra verdwenen tijdens de onlusten, die op het leven -en den dood van dit door hoogmoed krankzinnige monster volgden. Dan vielen, binnen -achttien maanden, Galba, Otho, Vitellius op elkaar in de modder en in het bloed, nadat -het purper ook hen tot monsters en krankzinnigen gemaakt had, nadat ook zij zich aan -den keizerlijken trog als zwijnen met genietingen hadden volgestopt. -</p> -<p>Dan komt met de Flavii in den beginne de rust van de menschelijke rede en goedheid. -Titus en Vespasianus bouwen weinig op den Palatinus, doch dan begint met Domitianus -weer de vreeselijke waanzin der almacht, onder de heerschappij van vrees en verklikkerij, -van dwaze gruwelen, misdaden, onnatuurlijke uitspattingen. Bouwwerken van waanzinnige -ijdelheid rijzen op, wier weelde wedijverde met die van de tempels der goden, zooals -het paleis van Domitianus, dat door een steegje van dat van Tiberius gescheiden was, -zich verheffend als een geweldige apotheose met zijn audiëntiezaal <span class="pagenum">[<a id="pb164" href="#pb164">164</a>]</span>met den gouden troon en de zestien zuilen van Phrygisch en Numidisch marmer, de acht -met prachtige beelden versierde nissen, met zijn rechtszaal, zijn groote eetzaal, -zijn peristylium, zijn appartementen, die vol stonden met graniet, porphier en albaster, -bewerkt door beroemde kunstenaars, om de wereld te verblinden. Dan, jaren later, werd -nog een laatste paleis aan de geweldige massa andere toegevoegd, het paleis van Septimius -Severus, een trotsch bouwwerk nog: booggewelven, die hooge zalen droegen; verdiepingen, -die zich op terrassen verhieven; torens, die de daken beheerschten; een Babylonische -opeenhooping daar op de uiterste spits van den berg, tegenover de Via Appia, opdat, -naar men zeide, de landslieden van den keizer, de uit Afrika, zijn geboorteland, gekomen -provincialen reeds van den horizont af zich zouden kunnen verbazen over zijn geluk -en hem aanbidden in zijn roem. -</p> -<p>En nu zag Pierre al deze in het zonlicht opgeroepen en opgestane paleizen hoog en -schitterend om en voor zich staan. Zij waren als het ware aan elkaar gesoldeerd, sommige -slechts door kleine steegjes gescheiden. Door den wensch der bewoners om geen duimbreed -terrein te verliezen op dien heiligen top, waren zij in een compacte massa opgeschoten -als een monsterachtige bloei van matelooze kracht en macht en trots; slechts millioenen -waren voor hen voldoende, de wereld moest voor het genot van één enkeling bloeden. -In werkelijkheid was het slechts één paleis, dat steeds weer grooter werd als de gestorven -keizer god geworden was en de nieuwe keizer, de heilige woning, die een tempel werd, -waarin de schim van den doode hem misschien angst aanjoeg, verlatend, de dringende -behoefte voelde om een eigen paleis te bouwen, om in de eeuwigheid van den steen de -onverwoestbare herinnering aan zijn regeering te houwen. Allen hadden die bouwwoede -bezeten; zij scheen onverbrekelijk verbonden te zijn met den bodem, met den troon, -waarop zij zaten, zij herleefde in ieder hunner met steeds toenemende heftigheid, -verteerde hen met den drang om elkaar door steeds dikkere en hoogere muren, door nog -grooter opeenstapelingen van marmer, zuilen en beelden, te overtreffen. -</p> -<p>Allen beheerschte dezelfde gedachte aan een roemrijk overleven, om aan het verbijsterde -nageslacht het bewijs van hun grootheid na te laten, om zich te vereeuwigen in onvergankelijke -wonderwerken, om voor altijd met het geheele <span class="pagenum">[<a id="pb165" href="#pb165">165</a>]</span>gewicht van die kolossen op de aarde te drukken, wanneer de wind reeds lang hun lichte -asch verstrooid zou hebben. Zoo was het plateau van den Palatinus niets meer geweest -dan de eerbiedwaardige ondergrond van een wonderbaar monument, een dichte vegetatie -van naast elkaar geplaatste en op elkaar gestapelde gebouwen, waarin ieder nieuw woonhuis -als een vulkanische uitbarsting van hoogmoedskoorts was en wier geheele massa met -haar sneeuwschittering van wit marmer, met haar levendige tinten van het gekleurde -marmer, Rome en de geheele wereld gekroond had met het ontzaglijkste en onbeschaamdste -heerscherspaleis, woning, tempel, basilica of kathedraal, dat zich ooit in den hemel -heeft opgericht. -</p> -<p>Maar in deze buitensporige kracht, in dezen buitensporigen roem lag de dood. Zeven-en-een-halve -eeuw monarchie en republiek hadden Rome groot gemaakt, en in de vijf eeuwen van het -keizerrijk zou het koningsvolk tot aan de laatste spier verteerd worden. Het ontzaglijke -territorium, de verst gelegen provinciën, werden langzamerhand geplunderd en uitgeput; -de fiscus verslond alles, groef den afgrond van het onvermijdelijke bankroet; het -volk ontaardde, gevoed als het werd met het gif der spelen, en verviel tot het nietsdoen -vol uitspattingen der Caesars, terwijl huurlingen vochten en den grond bebouwden. -</p> -<p>Sedert Constantijn heeft Rome een mededinger, Byzantium. De verbrokkeling begint met -Honorius, en na hem zijn twaalf keizers voldoende, om het vernietigingswerk te voltooien, -de stervende prooi te verscheuren, tot aan Romulus Augustulus, den laatsten, den jammerlijken -zwakkeling, wiens naam als het ware een bespotting van de roemrijke geschiedenis, -een dubbele hoon aan den stichter van Rome en aan den stichter van het keizerrijk -is. Op den verlaten Palatinus triompheerde nog steeds de geweldige opstapeling van -muren, verdiepingen, terrassen en hooge daken. Toch had men er reeds sieraden afgerukt, -standbeelden verwijderd, om ze naar Byzantium te brengen. Het Christelijk geworden -keizerrijk sloot dan de tempels, doofde het vuur van Vesta uit, maar eerbiedigde nog -het oude palladium, het gouden beeld van Victoria, het symbool van het eeuwige Rome, -dat vroom in de kamer van den keizer zelf bewaard werd. Tot in de vierde eeuw behield -het zijn eeredienst. Maar in de vijfde eeuw storten de Barbaren zich op Rome, plunderen -het, steken het in brand, nemen met karren vol den door de vlammen gespaarden <span class="pagenum">[<a id="pb166" href="#pb166">166</a>]</span>buit mede. Zoolang de stad van Byzantium afhankelijk was, had een opper-intendant -in de keizerlijke paleizen gewoond en den Palatinus bewaakt. Dan gaat alles ten onder, -verdwijnt in den nacht der Middeleeuwen. -</p> -<p>Het schijnt, dat van dat oogenblik af de pausen langzamerhand de plaats der Caesars -ingenomen hebben, hun opvolgers geworden zijn in hun verlaten marmeren huizen en in -hun steeds levende heerschzucht. Zeker hebben zij het paleis van Septimius Severus -bewoond, is een concilie gehouden in het Septizonium, evenals later paus Gelasius -II in een naburig klooster op dien vergoddelijkten berg gekozen is. Weer was het Augustus, -die uit het graf opstond, weer was hij het met zijn Heilig College, die den Romeinschen -Senaat tot nieuw leven wekte. In de twaalfde eeuw behoorde het Septizonium aan Camaldulische -monniken, die het afstonden aan de machtige familie Frangipani, welke het versterkte, -zooals zij het Colosseum, de bogen van Constantinus en Titus versterkt hadden tot -een reusachtige vesting, die den eerbiedwaardigen berg, de wieg, bijna in zijn geheel -innam. De geweldenarijen der burgeroorlogen, de verwoestingen der invasies woedden -erover als orkanen, vernietigden de muren, maakten de paleizen en de torens met den -grond gelijk. Later kwamen er generaties, die zich van de ruïnen meester maakten, -en zich met het recht van den vinder en van den veroveraar vestigden, er kelders, -zolders, stallen van maakten. -</p> -<p>Op de puinhoopen, die de mozaïekvloeren der keizerlijke paleizen bedekten, werden -moestuinen en wijngaarden aangelegd. Van alle kanten schoten brandnetels en struiken -op, die den toegang tot deze eenzame velden versperden; de klimop vrat de reeds op -den grond liggende zuilenrijen weg. En er kwam een dag, waarop de reusachtige opeenhooping -van paleizen en tempels, waarop de triomphantelijke woning der Caesars, die het marmer -had moeten vereeuwigen, in het stof der aarde scheen terug te keeren en onder den -deinenden bodem in de vegetatie, welke de gevoellooze Natuur erover heen stortte, -verdwenen. In de brandende zon was tusschen de wilde bloemen niets te zien dan dikke, -gonzende vliegen, terwijl troepen geiten vrij rondzwierven in de troonzaal van Domitianus -en het ingestorte heiligdom van Apollo. -</p> -<p>Pierre voelde een huivering door zich gaan. Zooveel kracht en trots, zooveel grootheid!—en -zoo spoedig vervallen en <span class="pagenum">[<a id="pb167" href="#pb167">167</a>]</span>voor altijd weggejaagd! Welke nieuwe, barbaarsche, wrekende adem had over die schitterende -beschaving moeten blazen, om haar aldus uit te dooven; in welk een verkwikkenden slaap, -in welke kinderlijke onwetendheid moest zij gevallen zijn, om zoo plotseling met haar -pracht en haar meesterwerken onder te gaan. Hij vroeg zich af hoe het mogelijk was, -dat geheele paleizen met hun bewonderenswaardig beeldhouwwerk, hun zuilen en standbeelden -langzamerhand inzakken en verdwijnen konden, zonder dat iemand op het denkbeeld kwam -ze te beschermen. -</p> -<p>Deze meesterwerken, die men later onder een algemeenen kreet van bewondering opgroef, -waren niet door een catastrophe verzwolgen; neen, zij waren als verdronken, door den -stijgenden vloed om hun voeten, dan om hun middel, eindelijk om hun hals gegrepen, -totdat eindelijk op een dag het hoofd wegzonk. Hoe is het te verklaren, dat heele -generaties het lijdelijk aanzagen, geen hand tot redding uitstaken? Het schijnt, dat -een zwart gordijn plotseling over de aarde getrokken is: een nieuwe menschheid begint -met een nieuw brein, dat nieuw gevormd en uitgerust moet worden. Rome was als het -ware leeggeloopen; wat vuur en zwaard beschadigd hadden, werd niet hersteld, een onbegrijpelijke -onverschilligheid liet de te groote, nutteloos geworden gebouwen instorten, ongerekend -nog, dat de nieuwe godsdienst den ouden vervolgde, hem zijn tempels ontstal, zijn -goden vernietigde. Ten slotte voltooiden ophoopingen en aanplempingen die ramp, want -de bodem steeg steeds meer, de alluviale lagen der jonge Christelijke wereld bedekten -en nivelleerden de oude, heidensche maatschappij. En nadat men de tempels, de bronzen -daken, de marmeren zuilen gestolen had, werden uit het Colosseum en het theater van -Marcellus ook nog de steenen weggerukt, de beelden en bas-reliefs met hamerslagen -vernietigd en in den oven geworpen, om de kalk voor de nieuwe monumenten van het Katholieke -Rome te maken. -</p> -<p>Het was bijna een uur en Pierre ontwaakte als uit een droom. De zon viel als een goudregen -door het glanzende loof der steeneiken, Rome was aan zijn voeten in de groote hitte -ingesluimerd. Hij besloot den tuin te verlaten; nog vervolgd door verblindende visioenen, -liep hij moeilijk over het ongelijke plaveisel der Via Triumphalis. Om den dag vol -te maken had hij zich voorgenomen des middags de oude Via Appia te bezichtigen. Daar -hij niet naar de Via <span class="pagenum">[<a id="pb168" href="#pb168">168</a>]</span>Giulia terugkeeren wilde, dejeuneerde hij in een restauratie in de voorstad in een -groote, half donkere zaal, waar hij geheel alleen, te midden van de zoemende bromvliegen, -meer dan twee uur bleef zitten wachten op het dalen der zon. -</p> -<p>O, deze Via Appia, deze oude Koningin der wegen, die de Campagna in een lange, rechte -lijn met de <span class="corr" id="xd29e1671" title="Bron: dubbe">dubbele</span> rij van haar trotsche graven doorsnijdt, was voor hem niets dan de triomphantelijke -voortzetting van den Palatinus! Dezelfde drang naar pracht en heerschappij, dezelfde -wil om in het marmer de herinnering aan de Romeinsche grootheid te vereeuwigen. De -vergetelheid was overwonnen, de dooden wilden niets van rust weten, bleven aan beide -zijden van dezen door menschen uit de geheele wereld betreden weg tusschen de levenden -staan. De vergoddelijkte beelden van hen, die niet meer dan stof waren, keken nog -heden de voorbijgangers met hun ledige oogen aan; de opschriften spraken nog, zeiden -luid de namen en de titels. Van af het graf van Caecilia Metella tot aan het graf -Casale Rotondo strekte zich vroeger die dubbele rij, onafgebroken, kilometers ver -langs dien vlakken, rechten weg uit; het was een soort in de lengte aangelegd dubbelkerkhof, -waarin de ijdelheid der rijken en machtigen met elkaar wedijverde, wie het grootste, -met de weelderigste verspilling ingerichte mausoleum nalaten zou. -</p> -<p>Dit verlangen naar blijven leven, deze pronkachtige zucht naar onsterfelijkheid, deze -behoefte om den dood, door hem in tempels onder te brengen, te vergoddelijken is blijven -bestaan in de tegenwoordige pracht van den Campo Santo in Genua en den Campo Verano -in Rome met hun monumentale graftomben. Welk een visioen van mateloos groote graven -links en rechts van den roemrijken weg, waarover de Romeinsche legioenen bij haar -terugkeer van de verovering der wereld stampten. Daar het graf van Caecilia Metella -met zijn reusachtige klokken, zijn muren, die zoo dik waren, dat de Middeleeuwen er -een met tinnen gekroonden vestingtoren van gemaakt hebben. Dan alle volgende moderne -bouwwerken, die opgericht werden om de in de omgeving gevonden marmeren fragmenten -weer op hun oorspronkelijke plaats terug te brengen, oude van hun beeldhouwwerken -beroofde pilasters van cement en baksteen, die als half-weggevreten rotsen zijn blijven -staan, kale blokken, die nog vormen aangeven, huisjes in den vorm van tempels, cippen,<a class="noteref" id="xd29e1676src" href="#xd29e1676">2</a> <span class="pagenum">[<a id="pb169" href="#pb169">169</a>]</span>op sokkels rustende sarkophagen. Een wonderbare rij van reliëfs stelde de portretten -der dooden in groepen van drie of vijf voor; staande beelden lieten de dooden in een -apotheose opnieuw herleven; in de nissen stonden banken, waarop de wandelaars konden -gaan zitten en de gastvrijheid der dooden prijzen; grafschriften loofden de dooden, -de bekende en de onbekende, de kinderen van Sextus Pompeius Justus, Marcus Servilius -Quartus, Hilarius Fuscus, Rabirius Hermodorus, afgezien van de graven, die op goed -geluk af aan Seneca, de Horatii en Curiatii toegeschreven werden. En eindelijk, aan -het einde lag het meest bijzondere, het reusachtigste van alle graven, de zoogenaamde -Casale Rotondo. Het is zóó groot, dat men een hoeve met een olijvenboschje heeft kunnen -maken op den onderbouw, die een dubbele, met Korinthische zuilen, groote kandelabers -en tooneelmaskers versierde rotonde droeg. -</p> -<p>Pierre, die zich in een rijtuig tot het graf van Caecilia Metella had laten brengen, -zette zijn wandeling te voet voort, liep langzaam tot den Casale Rotondo. Hier en -daar kwam het oude plaveisel nog te voorschijn, groote platte steenen, lavastukken, -die door den tijd krom getrokken waren, en zelfs voor de best veerende wagens hard -waren. Rechts en links strekken zich twee randen gras uit, die de ruïnes der graven -omzoomen; verwaarloosd, door de zomerzon verbrand kerkhofgras en met dikke lila distels -en hooge, gele fenkel bestrooid. Een klein, zonder cement opgetrokken muurtje, zóó -laag, dat men er met zijn arm op leunen kan, sluit aan beide zijden deze rosachtige -ruimten, waarin de krekels tsjirpen, af; en aan de andere zijde daarvan strekt onafzienbaar -de eindelooze, kale Campagna Romana zich uit. Nauwlijks ziet men aan de randen hier -en daar op groote tusschenruimten een piniepijn, een eucalyptus, van stof witte olijf- -en vijgeboomen. Links steken de overblijfselen van de Acqua Claudia zich met hun booggewelven -roestkleurig af tegen de weiden; onvruchtbare velden, wijngaarden met kleine hoeven, -strekken zich in de verte uit tot de Sabijnsche en de violet-blauwe Albaansche bergen, -waarin de lichte vlekken van Frascati, Rocca di Papa en Albano steeds grooter en witter -worden naar mate men er dichter bij komt. Rechts daarentegen, aan den zeekant, verbreedt -de vlakte zich en zet zich in reusachtige, golvende lijnen voort, zonder één huis, -zonder één boom, in een eenvoudige, buitengewone grootschheid. Zij vormt één enkele -lijn, een oceaanachtigen <span class="pagenum">[<a id="pb170" href="#pb170">170</a>]</span>horizont, dien een rechte lijn van het eene einde naar het andere van den hemel scheidt. -In het hartje van den zomer brandt alles, vlamt de grenzenlooze prairie in een valen -gloed. Van af September begint deze oceaan van gras groen te worden en verliest zich -in de verte, in rose en mauve, in het verblindende, met goud doorschoten blauw der -mooie zonsondergangen. -</p> -<p>Zijn droomen verder spinnend, liep Pierre langzaam den eindeloozen vlakken weg, welks -melancholieke majesteit uit eenzaamheid en stilte bestaat, af. Hij strekt zich, volkomen -kaal, in een geheel rechte lijn tot in het oneindige uit, in de oneindigheid der Campagna. -In hem herhaalde zich de opstanding van den Palatinus, richtten aan beide zijden van -den weg de graven zich weer op in den verblindenden glans van hun marmer. Had men -niet hier aan den voet van dezen baksteenpilaster, die den zeldzamen vorm van een -groote vaas heeft, onder overblijfselen van enorme sphinxen het hoofd van een reusachtig -beeld gevonden? En hij zag het kolossale beeld weer tusschen de enorme neergehurkte -sphinxen staan. Verderop had men in de kleine cel van een graftombe een mooi, hoofdloos -vrouwenbeeld gevonden; hij zag het nu weer in zijn geheel voor zich met een het leven -vol kracht en aanminnigheid toelachend gezicht. Van het eene einde naar het andere -vulden de opschriften elkander aan, hij las ze, begreep ze zonder veel moeite, voelde -zich als broeder met die twee duizend jaar geleden gestorvenen herleven. Ook de weg -werd weder bevolkt, de wagens rolden dreunend voort, legerscharen trokken met zwaren -stap voorbij, het volk uit het naburige Rome verdrong zich in de koortsachtige opwinding -van groote steden. -</p> -<p>Onder de Flavii, de Antonini, in de groote jaren van het Keizerrijk bereikte de Via -Appia het toppunt van weelde in haar als tempels gebeeldhouwde en vergulde reuzengraven. -Welk een monumentale straat van den dood, welk een monumentale entree was deze rechte -weg, waarop de groote dooden u met de buitengewone praal van hun de asch overlevenden -trots begroetten, u geleidden naar de levenden! Bij welk groot, de wereld beheerschend -volk moest men komen, dat het zijn dooden de opdracht gegeven had den vreemdeling -te zeggen, dat niets bij hen een einde nam, zelfs de dooden niet, die in overgroote -monumenten glorievol vereeuwigd werden? Grondmuren als voor een citadel, een toren -van twintig meter middellijn om er een vrouw in te begraven! -<span class="pagenum">[<a id="pb171" href="#pb171">171</a>]</span></p> -<p>Pierre keerde zich om en zag duidelijk geheel aan het einde van den prachtigen, verblindenden, -door het marmer van zijn doodspaleizen omzoomden weg den zich in de verte verheffenden -Palatinus met het glanzende marmer der keizerspaleizen, de enorme opeenstapeling der -paleizen, wier almacht de aarde beheerschte. -</p> -<p>Maar hij kreeg een kleine huivering: twee carabinieri, die hij in deze woestijn niet -gezien had, verschenen tusschen de puinhoopen. De streek werd onveilig gemaakt, de -autoriteiten zorgden daarom, zelfs midden op den dag, discreet voor de veiligheid -der toeristen. Iets verder had hij een andere ontmoeting, die hem ontroerde. Het was -een geestelijke, een groote grijsaard met een zwarte soutane met rooden zoom en rooden -gordel, in wien hij tot zijn groote verbazing kardinaal Boccanera herkende. Hij had -den weg verlaten en liep langzaam in den grasrand tusschen hooge fenkelplanten en -groote distels; hij hield zijn hoofd gebogen en was tusschen de grafruïnes, waarlangs -zijn voet streek, zóó in gedachten verzonken, dat hij den jongen priester zelfs niet -zag. Beleefd wendde deze zich af, verbaasd hem zoo alleen en zoo ver van Rome aan -te treffen. Maar hij begreep het onmiddellijk, toen hij achter een groot gebouw een -zwaren, met twee zwarte paarden bespannen karos zag staan, waarnaast roerloos een -lakei in donkere livrei stond te wachten, terwijl de koetsier zelfs zijn plaats op -den bok niet verlaten had; hij herinnerde zich, dat de kardinalen, die in Rome niet -te voet mochten gaan, naar de Campagna moesten rijden, als zij eenige lichaamsbeweging -wilden nemen. -</p> -<p>Maar welk een trotsche triestheid, welke een eenzame en als het ware afgezonderde -grootschheid omgaf dezen grooten, peinzenden grijsaard, die, een vorst voor God en -voor de menschen, verplicht was naar de woestijn, naar de graven te gaan, om een weinig -frissche avondlucht in te ademen. -</p> -<p>Pierre had reeds lange uren tusschen de graven doorgebracht, de schemering viel en -hij was nog getuige van een prachtigen zonsondergang. Links van hem nam de door de -roestkleurige waterleidingbuizen doorsneden en in de verte door de in rose nevels -vervluchtigende Albaansche bergen afgesloten Campagna een leisteenkleurige tint aan; -rechts daarentegen, aan de zeezijde ging de dagvorstin onder tusschen kleine wolkjes, -een geheelen archipel van goud in een oceaan van uitstervenden gloed. En niets anders, -niets dan die saphieren met robijnen bestrooide hemel over de <span class="pagenum">[<a id="pb172" href="#pb172">172</a>]</span>eindelooze, vlakke lijn der Campagna! Niets anders: geen heuveltje, geen kudde, geen -boom. Niets tusschen de graven dan de donkere silhouet van kardinaal Boccanera, die -zich groot tegen het laatste purper van de zon afteekende. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Den volgenden ochtend vroeg ging Pierre, aangegrepen door een koorts om alles te zien, -naar de Via Appia terug, om de katakomben van St. Calixtus te bezichtigen. Het is -het grootste en merkwaardigste der christelijke kerkhoven, dat, waar verscheidene -der eerste pausen begraven zijn. Men gaat tusschen olijfboomen en cypressen een door -de zon half verbranden tuin door, komt aan een uit planken en pleisterwerk opgetrokken -hut, een armzalig winkeltje, waarin religieuse artikelen verkocht worden, en staat -dan voor een moderne, vrij makkelijke trap, waarlangs men naar beneden gaat. Pierre -vond hier tot zijn blijdschap Fransche Trappisten, die deze katakomben bewaken en -de touristen rondleiden moesten. -</p> -<p>Juist stond een frater op het punt met twee dames, Françaises, moeder en dochter, -naar beneden te gaan. De dochter was bekoorlijk jong, de moeder nog een knappe vrouw. -Beiden glimlachten, hoewel zij toch wel wat bang waren, toen de frater de dunne lange -kaarsen aanstak. Hij had een voorhoofd met vele deuken, de breede, krachtige jukbeenderen -van een streng geloovige; zijn lichte heldere oogen verrieden de onschuld van zijn -ziel. -</p> -<p>“Zoo, mijnheer de abbé, u komt juist op tijd … Als de dames het goed vinden, kunt -u u bij ons aansluiten, want drie fraters zijn reeds beneden en u zoudt lang moeten -wachten. We zitten midden in het reisseizoen.” -</p> -<p>De dames knikten hoffelijk en hij gaf den priester een der kleine dunne kaarsen. Moeder -en dochter schenen geen van beiden vroom te zijn, want zij hadden een schuinschen -blik op de soutane van Pierre geworpen en waren plotseling angstig geworden. Ze gingen -naar beneden en kwamen bij een soort nauwe gang. -</p> -<p>“Past op, dames,” zeide de frater telkens weer, terwijl hij den bodem met zijn kaars -verlichtte; “loopt langzaam, want er zijn hier heuvels en dalen.” -</p> -<p>En dan begon hij met een heldere stem en de kracht van een buitengewone zekerheid -zijn explicatie. Pierre was zwijgend afgedwaald, hij had een gevoel, alsof er een -prop in <span class="pagenum">[<a id="pb173" href="#pb173">173</a>]</span>zijn keel zat, en zijn hart klopte van opwinding. O, hoe dikwijls had hij in den onschuldigen -seminarietijd gedroomd van deze katakomben der eerste Christenen, deze toevluchtsoorden -van het oorspronkelijke geloof! En hoe dikwijls had hij er kort geleden, toen hij -zijn boek schreef, nog aan gedacht als aan het oudste en eerbiedwaardigste spoor van -de gemeente der armen en eenvoudigen, welker terugkeer hij predikte! Maar zijn geest -was geheel vervuld van de schilderijen der dichters, de groote prozaschrijvers, die -de katakomben beschreven hadden. Hij zag ze door het vergrootglas der phantasie, stelde -ze zich groot voor, als onderaardsche steden met breede avenuen en reusachtige zalen, -die vele menschen bevatten kunnen. En in welk een armzalige en nederige werkelijkheid -kwam hij terecht! -</p> -<p>“Ach ja,” antwoordde de frater op de vragen van moeder en dochter, “het is niet breeder -dan een meter, twee menschen kunnen niet naast elkaar loopen … En hoe men het gegraven -heeft? O, dat is heel eenvoudig. Een familie, een begrafenisvereeniging wilde een -graf hebben, niet waar? Welnu, dan groef zij met een houweel de eerste gang in die -zoogenaamde tufsteenlaag: een roodachtige, weeke en toch taaie substantie, zooals -u ziet, die makkelijk te bewerken en volkomen waterdicht is; in het kort een grondsoort, -die voor dit doel als het ware geschapen is en de lijken prachtig geconserveerd heeft.” -</p> -<p>Hij hield even op en liet bij het zwakke licht van zijn kaars de rechts en links in -de wanden gegraven nissen zien. -</p> -<p>“Kijk, dat zijn de <i>loculi</i>… Zij groeven dus een onderaardsche gang, waarin zij aan beide kanten deze boven elkaar -liggende nissen aanbrachten, en legden daarin de meestal alleen in een doodskleed -gewikkelde lijken. Dan sloten zij de opening met een marmeren plaat af, die zorgvuldig -met cement vastgemaakt werd … Nu is alles duidelijk, niet waar? Wanneer andere families -zich bij de eerste aansloten, wanneer de vereenigingen zich uitbreidden, maakten zij -de gang, naarmate deze vol raakte, grooter, groeven andere naar links en naar rechts, -ja zelfs legden zij een dieper gelegen tweede verdieping aan. Kijk, hier zijn wij -in een gang, die ruim vier meter hoog is. Nu zult u vragen, hoe men de lijken zoo -hoog krijgen kon. Welnu, zij heschen de lijken niet in de hoogte, maar lieten ze juist -zakken, daar men steeds dieper graven ging, zoodra de onderste nissen vol waren … -Zoo hebben ze op deze plek bijvoorbeeld in nog geen vier eeuwen <span class="pagenum">[<a id="pb174" href="#pb174">174</a>]</span>gangen van zestien kilometer gegraven, waarin meer dan een millioen Christenen begraven -moeten zijn. En nu bestaan er dozijnen van zulke katakomben, de geheele Campagna romana -is op deze wijze ondergraven. Denkt daar eens goed over na en maakt dan zelf uw berekening -maar!” -</p> -<p>Pierre luisterde met de grootste aandacht. Vroeger had hij in België een kolenmijn -bezocht, en hij vond hier dezelfde nauwe gangen, dezelfde verstikkende zware lucht, -een niets <span class="corr" id="xd29e1719" title="Bron: van">dan</span> donkerte en zwijgen terug. Slechts de kleine kaarsen flikkerden in de dichte duisternis, -die zij echter niet verlichtten. En nu begreep hij eindelijk den arbeid van deze doodgraverstermieten, -deze op goed geluk afgegraven muizengaten, verder open gemaakt naar gelang van de -behoeften, zonder eenige kunst, zonder symmetrie, daar waar het houweel toevallig -in den grond gezet werd. De hobbelige bodem daalde en steeg bij iederen pas, de wanden -liepen scheef, er was in het geheel niet met een waterpas of een schietlood gewerkt. -Het was slechts een werk van noodzaak en naastenliefde van naïeve, vrijwillige doodgravers, -van onontwikkelde werklieden, die in de onbeholpenheid der decadence vervallen waren. -Dat alles bleek vooral duidelijk uit de op de marmeren platen aangebrachte opschriften -en emblemen, die men voor kinderlijke teekeningen had kunnen houden, zooals straatjongens -die op muren maken. -</p> -<p>“Zooals u ziet,” ging de trappist voort, “meestal is het slechts een naam; dikwijls -nog niet eens een naam, doch alleen maar de woorden <i>in pace</i>… Een enkele maal vindt men een embleem: de duif der reinheid, de palm van den martelaar, -of wel de visch, waarvan het Grieksche woord<a class="noteref" id="xd29e1726src" href="#xd29e1726">3</a> uit vijf letters bestaat, die de initialen zijn der vijf Grieksche woorden: Jezus -Christus, zoon van God, redder der menschen.” -</p> -<p>Weer bracht hij het kleine vlammetje dicht bij de wanden, en zij zagen de palm, een -enkele streep in het midden, waartegen kleinere streepjes stelselmatig gezet waren, -de duif of de visch, in een contour gevormd, terwijl de staart voorgesteld werd door -een zigzaglijn en het oog door een ronde punt. De letters der korte opschriften waren -scheef, ongelijk en zonder vormen, het plompe schrift van onwetenden en eenvoudigen. -<span class="pagenum">[<a id="pb175" href="#pb175">175</a>]</span></p> -<p>Maar thans waren zij bij een krypt gekomen, een soort kleine zaal, waarin men de graven -van verscheidene pausen teruggevonden had, o. a. van paus Sixtus II, een heiligen -martelaar, ter eere van wien paus Damasius een prachtig, metrisch opschrift had laten -aanbrengen, dat nog te lezen is. Verder liet men in een even kleine zaal ernaast, -een familiegraf, dat later met naïeve muurschilderingen was versierd, de plek zien, -waar men het lijk van de Heilige Caecilia gevonden had. De trappist ging met zijn -explicaties voort, gaf toelichtingen bij de schilderijen, leidde daar de onweerlegbare -bevestiging uit af van alle sacramenten en van alle dogma’s, den doop, het Avondmaal, -de opstanding, de opwekking van Lazarus, Jonas uitgespuwd door den walvisch, Daniël -in den leeuwenkuil, Mozes, die water uit de rotsen sloeg, den wonderdoenden baardeloozen -Christus van de eerste eeuwen. -</p> -<p>“U ziet,” zeide hij telkens; “alles is er, er is niets van te voren bedacht, alles -is even authentiek.” -</p> -<p>Op een vraag van Pierre, wiens verwondering steeds grooter werd, erkende hij, dat -de katakomben oorspronkelijke eenvoudige kerkhoven waren en dat er geen enkele godsdienstige -ceremonie gehouden werd. Later eerst, in de vierde eeuw, toen men de martelaren vereerde, -gebruikte men de krypt voor den eeredienst. Eveneens werden zij pas een toevluchtsoord -tijdens de vervolgingen, in den tijd, dat de Christenen genoodzaakt waren de toegangen -te verbergen en te maskeeren; tot op dat oogenblik hadden zij vrij en wettelijk open -gestaan. De ware geschiedenis was dus als volgt: vier eeuwen waren zij kerkhoven, -werden dan gedurende de troebelen toevluchtsoorden en verwoest, vervolgens tot in -de achtste eeuw vereerd, dan van hun heilige reliquieën beroofd, om ten slotte gedurende -meer dan zeven eeuwen in vergetelheid te geraken, door de aarde verstopt en begraven -te zijn, zoodat de eerste opgravingen in de vijftiende eeuw ze als een buitengewone -vondst aan het licht brachten, als een historisch probleem, waarover eerst in onze -dagen het laatste woord gesproken is. -</p> -<p>“Weest zoo goed even te bukken, dames,” ging de pater welwillend en dienstvaardig -voort. “Hier in deze nis bevindt zich een skelet, dat men nog niet aangeraakt heeft. -Het ligt hier nu zestien<span class="corr" id="xd29e1737" title="Niet in bron">-</span> of zeventienhonderd jaar. U kunt dus wel begrijpen hoe zorgvuldig men de lijken neerlegde. -De geleerden zeggen, dat het een vrouw is, ongetwijfeld een jong <span class="pagenum">[<a id="pb176" href="#pb176">176</a>]</span>meisje … Het geraamte was verleden jaar nog geheel ongeschonden, maar thans is de -schedel ingevallen. Een Amerikaan heeft er met een stok op geslagen, om zich te vergewissen, -dat het hoofd niet valsch was.” -</p> -<p>De dames hadden zich voorover gebogen en haar bleeke gezichten drukten in het zwakke -dansende licht een met ontzetting vermengd medelijden uit. Het jonge meisje vooral -met haar rooden mond en haar groote, donkere oogen scheen een oogenblik met medelijdende -smart te zijn vervuld. Dan viel alles weer in het donker terug; de kaarsen richtten -zich op en zetten in de diepe duisternis haar tocht door de gangen voort. Een uur -nog duurde het bezoek, want de gids spaarde hun geen enkele bijzonderheid; zijn ijver -dreef hem voort, als was hij werkzaam voor het zieleheil van de touristen. -</p> -<p>Pierre liep nog steeds voort en een groote verandering voltrok zich in hem. Langzamerhand, -naarmate hij meer zag en begreep, veranderde zijn eerste verbazing, dat hij de werkelijkheid -zoo geheel verschillend vond van wat de vertellers en dichters erover geschreven hadden, -zijn desillusie terecht te komen in deze zoo onbeholpen en ruw in die roodachtige -aarde gegraven mollegangen, in een broederlijke ontroering, in een verteedering, die -zijn hart week maakte. En dat kwam niet door de gedachte aan de vijftienhonderd martelaren, -wier heilige gebeenten daar gerust hadden; neen, maar welk een zachte, berustende -en in den dood door hoop gewiegde menschheid lag daar! -</p> -<p>Voor de Christenen waren deze lage, donkere gangen slechts een tijdelijke slaapplaats. -Dat zij de lijken niet verbrandden, zooals de heidenen dat deden, maar ze begroeven, -was een gevolg van het feit, dat zij van de Joden het geloof aan de opstanding des -vleesches overgenomen hadden; en die gelukkige gedachte aan een sluimeren, aan een -goede rust na een rechtvaardig leven in afwachting van de hemelsche belooning, maakte -den oneindigen vrede, de eindelooze bekoring van deze diepe onderaardsche stad uit. -Alles daarin sprak van een donkeren en stillen nacht, alles sliep er in een verheerlijkte -onbeweeglijkheid, alles oefende er geduld tot het nog verre ontwaken. Kon men iets -ontroerenders denken dan die platen van terracotta of marmer, die zelfs geen naam -droegen, doch waarin alleen de woorden <i>in pace</i>, in vrede, gegraveerd waren? Eindelijk in vrede zijn, in vrede slapen, in vrede hopen -op den toekomstigen hemel <span class="pagenum">[<a id="pb177" href="#pb177">177</a>]</span>na volbrachte taak! En deze vrede scheen te heerlijker, omdat hij in diepen ootmoed -genoten werd! Ongetwijfeld was iedere kunst hier verdwenen, de doodgravers groeven -op goed geluk af met de onregelmatigheid van onbeholpen werklieden, de kunstenaars -konden geen naam meer graveeren, geen palm of geen visch meer beitelen. -</p> -<p>Doch welk een heldere stem van een jonge menschheid steeg uit deze armzaligheid en -deze onwetendheid op! Armen, eenvoudigen, onwetenden rustten hier, sliepen hier onder -de aarde, terwijl de zon daarboven haar werk voortzette. Welk een naastenliefde, welk -een broederschap in den dood! Echtgenoot en echtgenoote lagen dikwijls bij elkaar -met het kind aan hun voeten; in den overstroomenden vloed der onbekenden verdwenen -de persoonlijkheid, de bisschop, de martelaar: de meest ontroerende gelijkheid, die -der bescheidenheid, heerschte onder in al dat stof, in deze nissen, op deze platen. -Dezelfde naïveteit, dezelfde bescheidenheid deed de eindelooze rijen der sluimerende -hoofden één worden. Nauwlijks veroorloofden de opschriften zich een lofprijzing, en -dan nog hoe voorzichtig, hoe teergevoelig! De mannen zijn zeer waardig, zeer vroom, -de vrouwen zijn zeer zacht, zeer mooi, zeer kuisch. Een geur van kindsheid stijgt -hier op, een onbegrensde en zoo echt menschelijke teederheid, de dood der eerste Christelijke -gemeente, die dood, welke zich verborg, om weer te herleven, en niet meer droomde -van het rijk van deze wereld. -</p> -<p>En plotseling zag Pierre in zijn herinnering de graven, die hij den vorigen dag gezien -had, weer voor zich oprijzen, die weelderige graven, die hij zich aan beide kanten -van de Via Appia voor den geest geroepen had, die in het volle zonlicht den heerscherstrots -over een geheel volk ten toon spreidden. Met hun reusachtige afmetingen, hun opeenstapeling -van marmersoorten, hun onbescheiden inscripties, hun meesterwerken van beeldhouwers, -hun friezen, bas-reliefs en beelden straalden zij in pralende pracht. O, welk een -schril contrast vormde die luisterrijke avenue van den dood midden in de vlakke Campagna -Romana, die als een triomfweg naar de koninklijke, eeuwige stad voerde, met de onderaardsche -stad der Christenen, die verborgen, zachte, mooie, kuische doodenstad! Hier was niets -meer dan slaap, dan een gewilde en aanvaarde nacht, een verheven berusting, die zich -in de hoop op de zaligheid des hemels gaarne toevertrouwde aan de goede rust in de -duisternis; en alles, <span class="pagenum">[<a id="pb178" href="#pb178">178</a>]</span>tot aan het stervend, zijn schoonheid verliezend heidendom, tot aan de onbeholpenheid -der werklieden toe, verhoogde de bekoring van deze armoedige, ver van de zon, in den -nacht der aarde gegraven kerkhoven. -</p> -<p>Millioenen wezens hadden zich ootmoedig in deze als door voorzichtige mieren doorboorde -aarde ter ruste gelegd, hadden er eeuwen lang hun slaap geslapen, zouden dien er nog -slapen, gewiegd door de stilte en de duisternis, wanneer niet de menschen hun begeerte -naar vergetelheid waren komen storen, vóór de bazuinen van het Jongste Gericht de -opstanding hadden verkondigd. De dood had nu van het leven gesproken; er was niets, -dat meer, dat intenser, dat aandoenlijker leefde dan deze begraven steden van naamlooze, -onbekende en ontelbare dooden. Eens was een diepe ademtocht uit haar opgerezen—de -ademtocht van een nieuwe menschheid, die de wereld zou hernieuwen. Met den ootmoed, -met de minachting van het vleesch, met den angstigen haat tegen de natuur, met het -opgeven van aardsche genietingen, met het hartstochtelijk verlangen naar den dood, -die bevrijdt en het paradijs opent, begon een andere wereld. En het bloed van Augustus, -zoo trotsch in zijn purper, zoo schitterend in zijn hoogste heerschappij, scheen een -oogenblik te verdwijnen, alsof de nieuwe aarde het had opgezogen in haar donkere graven. -</p> -<p>De frater stond erop den dames de trap van Diocletianus te laten zien en vertelde -haar de legende daarvan. -</p> -<p>“Ja, een wonder … Onder dien keizer vervolgden de soldaten de Christenen, die in deze -katakomben een schuilplaats zochten; en toen de soldaten hen daarin volgen wilden, -brak de trap en stortten allen naar beneden … De treden zijn thans nog gebroken. Gaat -u maar kijken, het is maar een paar stappen.” -</p> -<p>Doch de dames waren doodmoe en bovendien gaven deze donkerte en al die doodenverhalen -haar een zoo onbehagelijk gevoel, dat zij erop stonden dadelijk weer naar boven te -gaan. Trouwens de dunne kaarsen waren bijna opgebrand; en allen werden verblind, toen -zij eindelijk weer in het zonlicht voor het kleine winkeltje met religieuse artikelen -stonden. Het jonge meisje kocht een presse-papier, een stuk marmer, waarin de visch -gebeiteld was, het symbool van Jezus Christus, den Zoon Gods, den Redder der menschen. -<span class="pagenum">[<a id="pb179" href="#pb179">179</a>]</span></p> -<p>Den namiddag van dienzelfden dag bezocht Pierre de Basilica van de St. Pieter. Hij -kende er nog niets van dan het groote plein met zijn obelisk en zijn twee fonteinen, -waar hij eens over gereden was. De reusachtige lijst der zuilengang van Bernini, deze -uit zuilen en pilasters bestaande vierhoek, omgeeft het met een gordel van monumentale -majesteit. Op den achtergrond verheft zich de door haar gevel gedrukte en zwaar gemaakte -Basilica, wier verheven dom den hemel vult. -</p> -<p>Onder de brandende zon strekten zich de met kiezelzand bestrooide, eenzame hellingen -uit, de eene lage, versleten en verbleekte trede volgde op de andere. Geheel aan het -einde trad Pierre binnen. Het was drie uur; breede zonnestralen vielen door de hooge, -vierkante ramen; links in de Cappella Clementina begon een godsdienstoefening, de -vesper ongetwijfeld. Maar hij hoorde niets; slechts de ontzaglijke grootte van het -schip viel hem op. Met langzame stappen doorliep hij, omhoog kijkend, de matelooze -afmetingen. Daar waren dadelijk bij den ingang de groote wijwaterbakken met hun Engelen, -die zoo dik als Amors waren; daar was het middenschip, het geweldige, met vakken versierde, -halfcirkelvormige gewelf; daar waren bij het kruis de vier cyclopische pijlers, die -den dom steunden; daar waren de kruisbeuken en de apsis, die ieder afzonderlijk zoo -groot zijn als een van onze kerken. Ook de trotsche praal, de verblindende, neerdrukkende -pracht trof hem: de koepel, die als een ster schitterde in de levendige tinten en -het goud van zijn mozaïeken; de prachtige baldakijn, waarvan het brons uit het Pantheon -genomen is, en die het hoofdaltaar kroont, dat over het graf van den Heiligen Petrus -staat, waarheen de dubbele trap der Confessie leidt, die door zeven-en-tachtig eeuwig -brandende lampen verlicht wordt; de marmersoorten ten slotte, een verkwisting en verspilling -van de zeldzaamste witte en gekleurde marmersoorten naast en boven elkaar. -</p> -<p>O, dat polychrome marmer, waarin Bernini zwelgde! Uit marmer bestaat de heerlijke -vloer, waarin het geheele gebouw zich weerspiegelt; van marmer is de bekleeding der -pijlers, die versierd zijn met de medaillons der pausen, afwisselend met de tiara -en de sleutels, die bolwangige Engelen dragen; van marmer zijn de met gecompliceerde -zinnebeelden overladen muren, waarop men telkens weer de duif van Innocentius X terugvindt; -van marmer zijn de nissen met haar reusachtige <span class="pagenum">[<a id="pb180" href="#pb180">180</a>]</span>beelden in barokstijl; van marmer de loggia’s en haar balkons; van marmer de dubbele -trap der Confessie; van marmer de rijke altaren en de nog rijkere graftomben! Alles, -het groote middenschip, de zijbeuken, de kruisbeuken, de apsis, alles was van marmer, -schitterde in rijkdom van marmer, zonder dat men een hoekje vinden kon, zoo groot -als de palm van een hand, dat niet de overmoedige pralerij van het marmer toonde. -En zoo triompheerde de Basilica, onbestreden erkend en bewonderd als de grootste en -rijkste kerk der wereld. -</p> -<p>Pierre liep maar steeds; hij dwaalde door de schepen, keek, zonder echter iets te -kunnen onderscheiden. Hij bleef een oogenblik voor den bronzen Heiligen Petrus staan, -die in zijn stijve, hiëratische houding op zijn marmeren sokkel stond. Enkele geloovigen -kwamen den grooten teen van den rechtervoet kussen; sommigen veegden die, alvorens -haar te kussen af; anderen deden het, zonder haar af te vegen, drukten er dan hun -voorhoofd op, om haar vervolgens nogmaals te kussen. Dan keerde hij naar de linker -kruisbeuk terug, waarin zich de biechtstoelen bevonden. Hier zitten steeds priesters -gereed, om in alle talen de biecht af te nemen. Anderen wachten, met een lang stokje -gewapend, en slaan zachtjes daarmede op het hoofd van de nederknielende zondaars, -die daarmede een aflaat van dertig dagen krijgen. Doch er waren slechts weinig menschen; -de priesters verdreven in hun kleine houten kastjes de verveling van het wachten door, -alsof ze thuis waren, lezen of schrijven. -</p> -<p>En weer stond hij voor de Confessie, waar de zeven-en-tachtig als sterren fonkelende -lampen hem zoo imponeerden. Het hoofdaltaar, waarop alleen de paus mag celebreeren, -stond met den trotschen weemoed der eenzaamheid onder den reusachtigen, met bloemen -versierden baldakijn, welks bewerking en vergulding meer dan een half millioen gekost -hebben. Dan herinnerde hij zich de ceremonie, die in de Cappella Clementina gecelebreerd -werd, en hij verwonderde zich in het geheel niets meer te hooren. Hij vermoedde, dat -zij reeds afgeloopen was, en wilde zich daarvan overtuigen. Maar hoe dichter hij bij -de kapel kwam, des te sterker drong een geluid, dat aan verre tonen van een fluit -denken deed, tot zijn oor door. Hij hoorde het steeds duidelijker, doch eerst toen -hij voor de kapel zelf stond, herkende hij de orgeltonen. Roode gordijnen, die voor -de ramen getrokken waren, dempten het zonlicht; zoo werd de kapel geheel door <span class="pagenum">[<a id="pb181" href="#pb181">181</a>]</span>een helderen, rooden vuurgloed en de diepe klanken van een ernstige muziek vervuld. -Maar hoe klein was zij, hoe ging zij als het ware verloren in de reuzenruimte van -het schip, dat men op zestig passen afstands noch de stemmen noch het dreunen van -het orgel onderscheiden kon! -</p> -<p>Bij het binnentreden had Pierre gedacht, dat de ontzaglijke kerk leeg en dood was. -Daarna had hij echter in de verte eenige wezens opgemerkt Er waren menschen, maar -zóó weinig en op zulke groote afstanden, dat het den indruk maakte, alsof zij er niet -waren. Toeristen slenterden met hun reisgids in hun hand met moede beenen rond. In -het midden van het groote schip was een schilder aan zijn ezel bezig een gedeelte -van de kerk op het doek te brengen. Dan kwam een geheel Fransch seminarie voorbij -onder leiding van een prelaat, die een explicatie gaf omtrent de graftomben. Maar -die vijftig, die honderd personen telden niet, maakten in de groote ruimte nauwlijks -den indruk van enkele verdwaalde zwarte mieren, die angstig den weg zoeken. -</p> -<p>Van dat oogenblik af had hij het duidelijke gevoel, dat hij zich in een reuzengalazaal -bevond, in de voorzaal van een onmatig groot ontvangpaleis. De breede zonnestralen, -die door de hooge, vierkante ramen zonder gordijnen binnenvielen, wierpen in de kerk -een verblindend licht, vervulden haar in haar geheele ruimte als met een glorie. Geen -bank, geen stoel was te zien, niets dan de prachtige, kale, eindelooze vloer, een -vloer als in een museum, die den dansenden regen der stralen weerkaatste. Nergens -een hoekje voor stille overpeinzing, nergens een mysterievol, donker hoekje om neer -te knielen en te bidden. Overal het felle licht, de glans, de majesteit en de pracht -van het volle daglicht. -</p> -<p>En in deze verlaten, in goud en purper vlammende operazaal kwam hij, die slechts de -huivering van onze Gotische kathedralen kende, waarin in het donker onbestemde menigten -snikken in het woud der pilasters; hij, die de smartelijke herinnering aan de uitgeteerde -architectuur en beeldhouwkunst der Middeleeuwen, welke geheel ziel is, met zich bracht, -kwam nu midden in deze pronkende majesteit, in deze reusachtige, leege praal, welke -niets dan lichaam is! Vergeefs zocht hij naar een arme, knielende vrouw, naar een -geloovig of lijdend wezen, dat zich in een halfdonker toevertrouwde aan den Ongekende, -met gesloten mond sprak met den Onzienlijke. Hij zag hier niets dan het moede komen -en gaan van toeristen, het gewichtige druk-doen van de <span class="pagenum">[<a id="pb182" href="#pb182">182</a>]</span>prelaten, die de jonge priesters naar de voorgeschreven staties brengen, terwijl in -de kapel links de vesper voortgezet werd, zonder dat één geluid tot de ooren der bezoekers -doordrong. -</p> -<p>Pierre begreep, dat dit het geraamte was van een monumentalen kolos, uit wien het -leven langzaam wegvlood. Om hem te vullen, om hem zijn werkelijke ziel in te blazen, -was de geheele pracht van de religieuse praal noodig; waren de tachtig duizend geloovigen -noodig, die het schip kon bevatten, de groote pauselijke ceremoniën, de schittering -der Kerst- en Paaschfeesten, de optochten, die in een decor en mise-en-scène van een -grand opéra hun heilige luxe ontvouwen. En hij riep zich voor den geest wat hij van -deze pracht wist: een aanbiddende menigte overstroomde de Basilica, de bovenmenschelijke -stoet bewoog zich te midden van de ter aarde gebogen hoofden, het kruis en het zwaard -openden de processie, de kardinalen schreden twee aan twee voort als de goden der -pleïade, gekleed in het kanten koorhemd, het priesterkleed en den mantel van rood -moiré, waarvan de sleep door de sleepdragers vastgehouden werd. En eindelijk kwam -de paus. Hij zat als een machtige Juppiter op een schild van rood fluweel in een leunstoel -van rood fluweel en goud en was gekleed in wit fluweel met den gouden koorrok, de -gouden stola en de gouden tiara. De dragers van de <i>sedia gestatoria</i> fonkelden in hun roode, met goud bestikte tunica’s, de flabelli bewogen boven het -hoofd van den eenigen, souvereinen pontifex de groote veeren waaiers, die men vroeger -voor de afgodsbeelden van het oude Rome zwaaide. -</p> -<p>En welk een verblindend en glorierijk Hof om dezen triomfzetel heen! Het geheele pauselijke -personeel, de stroom van assisteerende prelaten, de patriarchen, de aartsbisschoppen -en bisschoppen, allen in gouden ornaat en met mijters! De geheime kamerheeren in violette -zijde, de werkelijke kamerheeren in zwart fluweel met den gouden halskraag en ketting! -Het ontelbare geestelijke en wereldlijke gevolg, wier opsomming honderd bladzijden -der <i>Gerarchia</i> zou beslaan, de protonotarii, de kapelaans, de prelaten van alle klassen en alle -rangen, afgezien nog van het Militair Huis, de gendarmes met hun berenmutsen, de Palatijnsche -garden in blauwe broek en zwarte tunica, de Zwitsersche garden in hun geel, zwart -en rood gestreepte harnassen van zilver, de garden der edelen, die in hun hooge laarzen, -hun witte broeken, hun roode, <span class="pagenum">[<a id="pb183" href="#pb183">183</a>]</span>met goud bestikte mantels, hun gouden epauletten en hun gouden helmen een schitterenden -aanblik opleverden. -</p> -<p>Maar sedert Rome de hoofdstad van Italië was, werden de vleugeldeuren niet meer wijd -geopend, integendeel men hield ze zorgvuldig gesloten, en de enkele malen, dat de -paus de mis nog kwam celebreeren, zich kwam vertoonen als de hoogste uitverkorene, -als de belichaming Gods op aarde, vulde de kerk zich slechts met genoodigden, moest -men een kaart hebben, om toegang te verkrijgen. Het was niet meer het volk, de vijftig-, -zestigduizend Christenen, die samenstroomden en zich verdrongen, neen, het waren bevriende -toeschouwers, die voor particuliere en gesloten plechtigheden in het bijzonder uitgezocht -werden. En zelfs wanneer men erin slaagde er eenige duizenden bijeen te krijgen, dan -was het nog steeds een beperkt, tot een gala-concert genoodigd publiek. -</p> -<p>Hoe langer Pierre door dit in den harden glans van het marmer flikkerende, koude en -majestueuse museum wandelde, des te meer werd hij doordrongen van het gevoel, dat -hij zich in een heidenschen tempel bevond, opgericht ter eere van den god van licht -en praal. Een groote tempel van het oude Rome had er ongetwijfeld evenzoo uitgezien -met dezelfde met polychroom marmer bekleede muren, dezelfde kostbare zuilen, dezelfde -gewelven met vergulde vakken. Datzelfde gevoel zou hij nog sterker krijgen bij het -bezoeken van andere basilica’s, die ten slotte hem tot de kennis der onbetwistbare -waarheid brengen zouden. Daar was in de eerste plaats de Christelijke kerk, die het -zich in alle kalmte en vermetelheid makkelijk maakte in den heidenschen tempel: zooals -bijvoorbeeld San Lorenzo in Miranda, die zich in den tempel van Antoninus en Faustina -thuis voelde als in zijn eigen huis en de zeldzame porticus van cipoline<a class="noteref" id="xd29e1792src" href="#xd29e1792">4</a> en de mooie lijst van wit marmer behouden had; of wel de Christelijke kerk, die uit -den gevelden stam, het oude verwoeste gebouw weer opgewassen was, zooals de tegenwoordige -San Clemente bijvoorbeeld, waaronder eeuwen van tegenstrijdige godsdiensten lagen, -een zeer oud monument uit den tijd der Republiek, een ander uit den keizertijd, waarin -men een Mithratempel herkend heeft, en ten slotte een oud-Christelijke basilica. Vervolgens -had men de Christelijke kerk, zooals de Santa Agnese fuori le Mura, die geheel naar -het voorbeeld <span class="pagenum">[<a id="pb184" href="#pb184">184</a>]</span>van de staatsbasilica der Romeinen, het Gerechtshof of de Beurs, gebouwd was. Ten -slotte en vooral had men de Christelijke kerken, die met de uit in puinhoopen liggende -tempels gestolen materialen opgetrokken waren. -</p> -<p>Zoo bijvoorbeeld de zestien prachtige zuilen uit diezelfde Santa Agnese fuori le Mura -van verschillende marmersoorten, die blijkbaar aan verschillende goden ontstolen waren; -de een-en-twintig zuilen van Santa Maria dei Trastevere, die uit een tempel van Isis -en Serapis afkomstig waren, wier afbeeldingen zich nog op de kapiteelen bevinden; -de zes-en-dertig wit marmeren Ionische zuilen van de Santa Maria Maggiore, die uit -den tempel van Juno Lucina komen, de twee-en-twintig in materiaal, hoogte en bewerking -geheel verschillende zuilen van Santa Maria d’Aracoeli, waarvan de legende zegt, dat -enkele aan Juppiter zelf ontstolen zijn uit den tempel van Juppiter Capitolinus, die -zich op dezelfde plaats op den heiligen top verhief. Heden nog herleven de tempels -van het rijke keizertijdperk in de prachtige basilieken van San Giovanni de Laterano -en San Paolo fuori le Mura. Was niet de basilica van San Giovanni, de Moeder en het -Hoofd van alle kerken, met haar vijf, door vier zuilenrijen gescheiden schepen, met -haar twaalf reusachtige Apostelbeelden, die als een dubbele rij van goden naar den -Heer der Goden voerden, met haar bas-reliefs, haar friesen, haar lijsten, het eerepaleis -van een heidensche godheid, wier koninkrijk van deze wereld is? En vindt men niet -in de pas voltooide San Paolo in den glans van het nieuwe marmer de woning der Onsterfelijken -van den Olympus terug? -</p> -<p>Het is de typische tempel met de majestueuse zuilengaanderij onder het vlakke, met -vergulde vakken versierde gewelf, de marmeren vloer van onvergelijkelijk mooi materiaal -en onvergelijkelijk mooie bewerking, de zuilen met de violette voeten en de witte -kapiteelen, de witte lijsten met violette friesen, de overal terugkeerende vermenging -van deze beide kleuren, die zulk een goddelijk vleeschelijke harmonie vormen, welke -denken doet aan de verheven, door den dageraad gebade lichamen der groote godinnen. -Nergens, evenmin als in de St. Pieter een donker, een mysterievol voor den Onzienlijke -geopend plekje. -</p> -<p>En toch bleef de St. Pieter, krachtens haar recht als kolos, nog het grootste van -deze groote monsters. Zij is het levende bewijs van dat, wat de zucht naar het monsterachtig-groote -vermag, wanneer de mensch in zijn trotschen overmoed met <span class="pagenum">[<a id="pb185" href="#pb185">185</a>]</span>behulp van verspilde en weggegooide millioenen God onderbrengen wil in de te groote -en te rijke woning van steenen, waarin de mensch in Zijn naam triompheert. -</p> -<p>Tot dezen pronkkolos had dus na zoovele eeuwen de vrome ijver van het oorspronkelijke -geloof geleid. Men vond er het sap van den Romeinschen bodem in terug, dat te allen -tijd in onredelijke monumenten is opgeschoten. Het schijnt, dat de onbeperkte heerschers, -die er achtereenvolgens geregeerd hebben, dien hartstocht voor cyclopischen bouw met -zich mede brachten, dien putten uit den geboortegrond, waarop zij groot geworden zijn, -want zij hebben dien zonder onderbreking van beschaving op beschaving aan elkaar overgeleverd. -Het is een onophoudelijk opbloeien der menschelijke ijdelheid: allen hadden den drang -om hun naam op een muur te schrijven, om, nadat zij meesters der wereld geweest zijn, -het tastbare bewijs van hun ééndaagschen roem achter te laten, het eeuwige gebouw -van brons en marmer, dat tot aan het einde der dagen van hen getuigen zal. -</p> -<p>In den grond van de zaak ligt daarin slechts de veroveringsgeest, de trotsche eerzucht -van het ras, dat steeds om de wereldheerschappij strijdt; en wanneer alles ineen gestort -is, wanneer een nieuwe maatschappij uit de puinhoopen opstaat, en men meent, dat deze -van den hoogmoed genezen en tot den ootmoed teruggekeerd is, dan blijkt dat opnieuw -een dwaling te zijn; het oude bloed bruist in haar aderen, zij geeft opnieuw toe aan -den overmoedigen waanzin van haar voorouders en wordt, zoodra zij groot en sterk geworden -is, een prooi van al de overgeërfde heftigheid. Er is geen beroemde paus, die niet -heeft willen bouwen, die niet de traditie der Caesars opgevat heeft, die hun regeering -in steen vereeuwigden, bij hun dood tempels voor zich lieten oprichten, om over te -gaan in de rij der goden. -</p> -<p>Dezelfde zorg voor aardsche onsterfelijkheid openbaart zich weer, het is een wedijver, -wie het grootste, het stevigste, het mooiste monument zal achterlaten; en de ziekte -is zoo hevig, dat de minder rijken, die niet bouwen konden, zich tevreden hebben moeten -stellen met herstellingen, er een behagen in schepten de herinnering aan hun bescheiden -werken aan het nageslacht achter te laten door marmeren tafels met praalzieke inscripties -aan te brengen. Vandaar, dat men steeds weer die tafels aantreft; geen muur heeft -nieuwe fundamenten gekregen of de paus heeft daarop zijn wapens gedrukt; geen ruïne -is hersteld, geen paleis weer in goeden <span class="pagenum">[<a id="pb186" href="#pb186">186</a>]</span>staat gebracht, geen fontein schoongemaakt, zonder dat de regeerende paus het werk -teekent met zijn Romeinschen titel Pontifex Maximus. -</p> -<p>Het is een nachtmerrie, een onvrijwillige uitspatting, de onvermijdelijke opbloei -uit deze sedert meer dan twee duizend jaar uit puinhoopen gevormde humus. Onophoudelijk -rijzen monumenten op uit dit stof van monumenten. En men vraagt zich af, of Rome ooit -Christelijk geweest is. Rome in zijn verdorvenheid, waarmede de oude Romeinsche bodem -bijna dadelijk de leer van Jezus bevlekt heeft, met zijn heerschzucht, zijn hartstochtelijk -verlangen naar aardschen roem, die, zonder acht te slaan op de zwakken en de reinen, -op de liefderijken en eenvoudigen van het oorspronkelijke Christendom, den triomf -van het Katholicisme bewerkt hebben. -</p> -<p>Toen, in een plotselinge ingeving, zag Pierre in een hooger licht de waarheid stralen. -Het was op het oogenblik, dat hij voor de tweede maal door de reusachtige basilica -liep en de graftomben der pausen bewonderde. O, die graftomben! Daarginds in de vlakke -Campagna, in het volle zonlicht, aan beide zijden van de Via Appia, die was als een -triomphantelijk entree, welke den vreemdeling naar den verheven, door een kroon van -paleizen omgorden Palatinus leidde, daarginds verhieven zich de gigantische graven -der machtigen en rijken in een glans en in een schittering, in een onvergelijkelijke -pracht, die den trots van een sterk, wereldbeheerschend ras in marmer vereeuwigde. -Dan, dicht daarbij, onder de aarde, in den donkeren, stillen nacht, onder in armzalige -molsgaten verborgen zich de andere graven, de kleinen, de armen, de lijdenden, zonder -kunst of rijkdom, wier bescheidenheid verkondigde, dat een ademtocht van teederheid -en berusting over de aarde gestreken was, dat een mensch broederschap en liefde, het -opgeven van aardsche goederen voor de eeuwige vreugde van het toekomstige leven was -komen prediken en aan de nieuwe aarde het zaad van zijn Evangelie toevertrouwd, de -verjongde menschheid gezaaid had, die de oude wereld zou hervormen. -</p> -<p>En nu waren uit dat eeuwen in den grond begraven zaad, nu waren uit die zoo nederige, -zoo onbekende graven, waarin de martelaars hun zachten slaap sliepen, nu waren daaruit -weer nieuwe graven opgeschoten, even reusachtig, even praalvol als de verwoeste oude -graven der afgodendienaars. Hun marmer verhief zich in de heidensche pracht <span class="pagenum">[<a id="pb187" href="#pb187">187</a>]</span>van een tempel en verkondigde denzelfden bovenmenschelijken trots, dezelfde waanzinnige -zucht naar wereldoverheersching. In de Renaissance wordt Rome weer heidensch, komt -het oude keizerlijke bloed weer boven en sleept het Christendom mede in den heftigsten -aanval, dien het ooit te doorstaan heeft gehad. O, die graven der pausen in de St. -Pieter met hun overmoedig-onbeschaamde verheerlijking, met hun zinnelijke praal, hoe -dagen zij den dood uit en willen zij de onsterfelijkheid op aarde brengen! Het zijn -reuzengroote pausen van brons, het zijn allegorische figuren, het zijn dubbelzinnige -engelen, mooi als mooie meisjes, als begeerlijke vrouwen met heupen en boezems als -van godinnen. -</p> -<p>Paulus III zit op een hoogen piedestal met de Gerechtigheid en de Wijsheid half liggend -aan zijn voeten; Urbanus VIII zit tusschen de Wijsheid en den Godsdienst, Innocentius -IX tusschen den Godsdienst en de Gerechtigheid, Innocentius XII tusschen de Gerechtigheid -en de Naastenliefde, Gregorius XIII tusschen den Godsdienst en de Kracht. De knielende -Alexander VII heeft naast zich de Wijsheid en de Gerechtigheid, voor zich de Naastenliefde -en de Waarheid; daarnaast staat een geraamte met een ledigen zandlooper. De eveneens -knielende Clemens XIII triompheert op een monumentalen sarkophaag, waarop de Godsdienst, -die een kruis draagt, steunt, terwijl onder den rechts zich bevindenden Genius van -den Dood twee reusachtige leeuwen liggen, het symbool der almacht. Het brons verkondigde -de eeuwigheid der figuren, het witte marmer glansde als mooi, rijp vleesch, het polychrome -marmer viel neer in rijke draperieën en verhieven in het felle, vergulde licht der -reusachtige schepen de monumenten tot een apotheose. -</p> -<p>Pierre ging van de eene tombe naar de andere, steeds voortloopend in de bezonde, trotsche, -eenzame basilica. Ja, deze graven sloten zich met keizerlijke praal bij die van de -Via Appia aan. -</p> -<p>Het was ongetwijfeld Rome—de bodem van Rome, de bodem, waaruit trots en heerschzucht -opschoten als het gras uit de velden, de bodem, die van het oorspronkelijke Christendom -het overwinnend Katholicisme gemaakt had den bondgenoot der machtigen en rijken, de -reusachtige regeeringsmachine, opgericht voor de verovering der volkeren. In de pausen -waren de Caesars weder ontwaakt. De herediteit werkte, het bloed van Augustus was -weer boven gekomen, <span class="pagenum">[<a id="pb188" href="#pb188">188</a>]</span>bruiste door hun aderen, verteerde hun brein met bovenmenschelijke eerzucht. Alleen -Augustus had de wereldheerschappij kunnen verwezenlijken, Augustus, imperator en pontifex -maximus, meester van lichamen en zielen. Vandaar de eeuwige droom der pausen, die -wanhopig zijn, omdat zij slechts het geestelijke behouden kunnen en niets van het -wereldlijke willen afstaan, want zij koesteren nog steeds de eeuwenoude, nooit opgegeven -hoop, dat de droom zich nog eens verwezenlijken en van het Vaticaan een tweeden Palatinus -maken zal, vanwaaruit zij, als onbeperkte despoten, over de veroverde volkeren heerschen -zullen. -<span class="pagenum">[<a id="pb189" href="#pb189">189</a>]</span></p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e1605" href="#xd29e1605src">1</a></span> Het beroemde spreekgestoelte. <a class="fnarrow" href="#xd29e1605src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e1676" href="#xd29e1676src">2</a></span> Halve, afgeknotte zuilen als symbool van den dood. <a class="fnarrow" href="#xd29e1676src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e1726" href="#xd29e1726src">3</a></span> Het Grieksche woord ichthus, waarvan de vijf letters (ch en th zijn beide één letter) -de initialen zijn van Ièsous, Christos, Theou, Uios, Soter. <a class="fnarrow" href="#xd29e1726src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e1792" href="#xd29e1792src">4</a></span> Grijsachtig, geaderd marmer. <a class="fnarrow" href="#xd29e1792src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">ZESDE HOOFDSTUK</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Pierre bevond zich nu reeds veertien dagen te Rome, maar de zaak, waarvoor hij gekomen -was, de verdediging van zijn boek, vorderde niet. Hij koesterde nog steeds den vurigen -wensch den paus te spreken, zonder dat ten gevolge van de verschillende uitstellen -en van den angst, dien monsignor Nani hem voor een onvoorzichtigen stap had ingeboezemd, -te voorzien was, wanneer of hoe die wensch bevredigd zou worden. Daar hij begreep, -dat zijn verblijf heel lang zou kunnen duren, had hij besloten zijn <i>celebret</i> in het vicariaat te laten viseeren en las nu iederen ochtend zijn mis in de Santa -Brigittakerk op de piazza Farnese, waar hij door abbé Pisoni, den vroegeren biechtvader -van Benedetta, zeer vriendelijk ontvangen was. -</p> -<p>Dien Maandag wilde hij vroeg naar de intieme receptie van donna Serafina gaan, in -de hoop daar nieuws te hooren en zijn zaak te kunnen bespoedigen. Misschien zou monsignor -Nani er zijn, misschien zou hij het geluk hebben er den een of anderen prelaat of -kardinaal te vinden, die hem zou willen helpen. Vergeefs had hij getracht tenminste -enkele inlichtingen van don Vigilio te krijgen. Maar als opnieuw bevangen door wantrouwen -en vrees, na een oogenblik dienstvaardig geweest te zijn, ontweek de secretaris van -kardinaal Boccanera hem, verborg zich, vastbesloten zich niet in te laten met een -beslist verdacht en gevaarlijk avontuur. Bovendien had hij twee dagen te voren zoo’n -hevigen aanval van koorts gekregen, dat hij zijn kamer moest houden. -</p> -<p>Zoo had Pierre geen anderen troost dan Victorine Bosquet, het tot huishoudster opgeklommen -vroegere kindermeisje, de Beauceronneesche, die na een dertigjarig verblijf in Rome, -dat zij nog niet kende, nog steeds haar oud Fransch hart behouden had. Zij sprak met -hem over Auneau, als had zij <span class="pagenum">[<a id="pb190" href="#pb190">190</a>]</span>het den vorigen dag nog gezien. Maar dien dag was zij niet zoo levendig en opgewekt -als anders; en toen zij hoorde, dat hij ’s avonds naar de receptie wilde gaan, schudde -zij haar hoofd. -</p> -<p>“U zult de dames niet opgewekt aantreffen. Die arme Benedetta heeft groot verdriet. -Het schijnt, dat het er met haar echtscheiding niet heel schitterend voor staat.” -</p> -<p>Geheel Rome sprak erover. Het gepraat was opnieuw begonnen en wond de zwarte en witte -kringen beide op. Het was dan ook volstrekt niet noodig, dat Victorine bang behoefde -te zijn zich aan onbescheidenheid schuldig te maken, als zij haar landgenoot iets -vertelde. In antwoord op de memorie van advocaat Morano, die, steunend op getuigenverklaringen -en schriftelijke bewijzen, trachtte aan te toonen, dat het huwlijk wegens impotentie -van den echtgenoot niet voltrokken kon zijn, had monsignor Palma, de voor deze aangelegenheid -door de <span class="corr" id="xd29e1837" title="Bron: Concilie-congregatie">Conciliecongregatie</span> als verdediger van het huwlijk gekozen theoloog, een vreeselijke tegen-memorie ingediend. -In de eerste plaats trok hij de maagdelijkheid van de eischeresse sterk in twijfel, -terwijl hij de technische termen van het certificaat der beide vroedvrouwen betwistte -en een grondig onderzoek door twee doktoren eischte, voor welke formaliteit het schaamtegevoel -der jonge vrouw teruggeschrikt was. Bovendien citeerde hij wetenschappelijk vastgestelde, -physiologische gevallen, waarin jonge meisjes gemeenschap gehad hadden met mannen, -zonder dat een spoor van ontmaagding te vinden geweest was. -</p> -<p>Hij legde verder sterk den nadruk op het in de memorie van graaf Prada voorkomende -verhaal, waarin deze, zeer eerlijk, aarzelde te zeggen of het huwlijk voltrokken was -of niet, zóó had de gravin zich verzet; hij had het wel gemeend op het oogenblik, -dat de daad in normale omstandigheden ten einde gebracht was, maar bij nadere overweging -durfde hij dat niet beslist te verzekeren, gaf hij toe, dat hij, toegevend aan zijn -heftige begeerte, zich misschien illusies gemaakt had over een volkomen bezit. Monsignor -Palma juichte over dien twijfel, versterkte dien nog door al de spitsvondige redeneeringen, -die deze zaak mogelijk maakte, ja hij voerde zelfs tegen de echtgenoote aan de verklaring -der kamenier, die zij zelf als getuige had laten dagvaarden, en die het lawaai van -den strijd gehoord had en bevestigde, dat na dezen eersten nacht mijnheer en mevrouw -steeds afzonderlijk geslapen hadden. Het hoofdargument van de <span class="pagenum">[<a id="pb191" href="#pb191">191</a>]</span>memorie was echter, dat het, zelfs, wanneer de eischeresse het onbetwistbare bewijs -van haar maagdelijkheid geven kon, daarom niet minder vast stond, dat haar weigering -alleen de voltrekking van het huwelijk belet had, daar de eerste voorwaarde voor de -voltrekking de gehoorzaamheid der vrouw is. Na een vierde memorie, die van den rapporteur, -waarin deze de drie andere resumeerde en aan kritiek onderwierp, was de congregatie -tot stemming overgegaan en had met één stem meerderheid de nietigverklaring van het -huwlijk uitgesproken. Dit was een zoo precaire oplossing der quaestie, dat monsignor -Palma krachtens zijn recht onmiddellijk een aanvullingsonderzoek geëischt had, waardoor -het geheele proces opnieuw behandeld moest worden en een nieuwe stemming noodig was. -</p> -<p>“Die arme contessina!” riep Victorine uit; “zij zal nog van verdriet sterven, want -ondanks haar kalm uiterlijk wordt het lieve kind door liefde verteerd … Het schijnt, -dat advocaat Palma meester is van den toestand, dat hij de zaak net zoo lang kan rekken -als hij zelf wil. En bovendien heeft het al zooveel gekost en zal het nog meer kosten. -Abbé Pisoni—u kent hem nu goed—heeft waarachtig een prachtig <span class="corr" id="xd29e1846" title="Bron: idée">idee</span> gehad, toen hij met dit huwelijk voor den dag kwam. En ik wil geen kwaad zeggen van -de nagedachtenis van mijn lieve mevrouw, gravin Ernesta, die een heilige was, maar -zij heeft haar dochter ongelukkig gemaakt door haar aan graaf Prada te geven.” -</p> -<p>Zij hield even op, om er dan in haar aangeboren rechtvaardigheidszin aan toe te voegen: -</p> -<p>“Trouwens ik kan mij best begrijpen, dat graaf Prada met het heele geval ook niet -erg ingenomen is. Ze maken zich te vroolijk over hem. Maar dat neemt niet weg, dat -ik zeg, dat het van Benedetta toch wel dwaas is, om zooveel poespas te maken. Als -het van mij afhing, dan zou zij vanavond nog haar Dario in haar kamer hebben; zij -houdt toch zooveel van hem en ze verlangen al zoolang naar elkaar. Wel zeker, zonder -burgemeester en zonder pastoor, zij zijn zoo jong en zoo mooi en zouden zoo graag -samen gelukkig zijn … Geluk, lieve God, geluk is zoo zeldzaam!” -</p> -<p>Toen zij zag, dat Pierre haar verbaasd aankeek, begon zij vroolijk met het kalme evenwicht -van het lagere Fransche volk, dat alleen nog maar gelooft aan een gelukkig, fatsoenlijk -leven, te lachen. -</p> -<p>Dan klaagde zij op bescheiden wijze haar leed over een <span class="pagenum">[<a id="pb192" href="#pb192">192</a>]</span>andere onaangenaamheid, die over het heele huis haar schaduw wierp. Het was eveneens -een terugslag van die ongelukkige echtscheidingsquaestie. Donna Serafina en advocaat -Morano hadden een woordenwisseling gehad. De laatste was zeer uit zijn humeur over -het echec, dat hij met zijn memorie geleden had, en verweet pater Lorenza, den biechtvader -van de tante en de nicht, haar aangezet te hebben tot een proces, waaruit niets dan -schandaal kon voortkomen. En hij was niet meer in het paleis Boccanera teruggekomen. -Het was het afbreken van een meer dan dertigjarige liaison en bracht groote beroering -in alle Romeinsche salons, die Morano’s handelwijze ten sterkste afkeurden. Donna -Serafina was des te meer verbitterd en beleedigd, omdat zij vermoedde, dat hij de -woordenwisseling slechts als voorwendsel gebruikte, om haar voor iets geheel anders -te verlaten, om een plotselingen, bij een man van zijn positie en vroomheid misdadigen -hartstocht, dien een jong, intrigeerend burgermeisje hem ingeboezemd had. -</p> -<p>Toen Pierre ’s avonds den met geel Louis XIV brocaat behangen salon binnentrad, bemerkte -hij inderdaad, dat er een zekere zwaarmoedigheid heerschte onder het gedempte licht -van de door kant omsluierde lampen. Er was niemand dan Benedetta en Celia, die met -Dario op de canapé zaten te praten, terwijl kardinaal Sarno, achter in een fauteuil -verscholen, zonder een woord te zeggen, naar het eindelooze, onuitputtelijke gebabbel -luisterde van de oude tante, die iederen Maandag met de kleine prinses medekwam. Donna -Serafina zat alleen op haar gewone plekje aan de rechterzijde van den haard; een heimelijke -woede verteerde haar, dat zij de linkerzijde tegenover haar ledig zag, het plekje, -dat Morano gedurende de dertig jaar van zijn trouw ingenomen had. Pierre merkte ook -haar angstigen, daarna wanhopigen blik op, dien zij bij zijn binnenkomen op hem wierp; -zij loerde als het ware op de deur, daar zij blijkbaar den wispelturige nog verwachtte. -Zij hield zich echter zeer flink en zag er met haar fijne, meer dan ooit in haar corset -geregen taille, met haar hard oude-jongejuffrouwengezicht, haar sneeuwwit haar en -haar zeer donkere wenkbrauwen nog trotsch uit. -</p> -<p>Nadat Pierre haar begroet had, liet hij dadelijk de hem geheel beheerschende gedachte -blijken door te vragen of hij dien avond niet het genoegen zou hebben, monsignor Nani -te zien. -</p> -<p>En zij kon zich niet weerhouden te zeggen: -<span class="pagenum">[<a id="pb193" href="#pb193">193</a>]</span></p> -<p>“O, monsignor Nani verlaat ons, evenals alle anderen. Wanneer je de menschen noodig -hebt, verdwijnen ze.” -</p> -<p>Zij had ook een zekeren wrok tegen den prelaat, omdat hij zich ondanks zijn vele beloften, -bij de echtscheiding op den achtergrond gehouden had. Ongetwijfeld verborg hij als -altijd onder zijn buitengewoon vleiende welwillendheid een ander plan. Zij had echter -dadelijk berouw over de bekentenis, die haar woede haar ontrukt had, en zeide: -</p> -<p>“Misschien komt hij nog. Hij is zoo goed en heeft zoo met ons op.” -</p> -<p>Ondanks haar vurig bloed wilde zij politiek zijn, om het ongeluk zoo mogelijk te kunnen -overwinnen. Haar broeder, de kardinaal, had haar gezegd, hoe de houding der Conciliecongregatie -hem hinderde, want hij twijfelde er geen oogenblik aan, of de koele ontvangst, die -de eisch van zijn nicht gevonden had, was gedeeltelijk het gevolg van het feit, dat -sommige van zijn medekardinalen het uit rancune tegenover hem gedaan hadden. Zelf -wenschte hij thans de scheiding, die alleen het voortbestaan van het geslacht verzekeren -kon, daar Dario het nu eenmaal in zijn hoofd gezet had met niemand dan met zijn nicht -te trouwen. Alle ongelukken kwamen nu tegelijk en troffen de geheele familie; hij -was beleedigd in zijn trots, zijn zuster deelde in zijn verdriet en was bovendien -in haar hart gewond; Benedetta en Dario waren wanhopig, dat hun verwachtingen nogmaals -de bodem ingeslagen werd. -</p> -<p>Toen Pierre bij de canapé kwam, waar de jongelui zaten te praten, hoorde hij, dat -er fluisterend over niets dan over de catastrophe gesproken werd. -</p> -<p>“Waarom ben je toch zoo wanhopig?” vroeg Celia. “Per slot van rekening is de nietigverklaring -van het huwlijk met één stem meerderheid uitgesproken. Het proces wordt alleen nog -eens gevoerd. Het is alleen een quaestie van uitstel.” -</p> -<p>Maar Benedetta schudde haar hoofd. -</p> -<p>“Neen, neen, als monsignor Palma zoo blijft aandringen, zal Zijne Heiligheid nooit -zijn toestemming geven. Het is uit.” -</p> -<p>“O, als we maar rijk, heel rijk waren!” prevelde Dario met een vaste overtuiging, -die echter niemand lachen deed. -</p> -<p>Dan zacht fluisterend tegen zijn nicht: -</p> -<p>“Ik moet je beslist spreken; op deze manier kunnen we niet verder leven.” -</p> -<p>En zij antwoordde eveneens zacht fluisterend: -<span class="pagenum">[<a id="pb194" href="#pb194">194</a>]</span></p> -<p>“Kom morgenmiddag om vijf uur. Ik zal thuis blijven en zorgen alleen te zijn.” -</p> -<p>Dan sleepte de avond zich eindeloos verder. Pierre zag met diepe ontroering de verslagenheid -van de gewoonlijk zoo kalme en verstandige Benedetta. Haar diepe oogen in haar rein, -kinderlijk-teer gezicht waren als omsluierd door ingehouden tranen. Hij had reeds -een groote genegenheid voor haar opgevat, daar hij haar steeds in een zoo gelijkmatige, -zij het ook eenigszins indolente stemming zag, en wist hoe zij onder dezen schijn -van kalmte den hartstocht van haar vlammenziel verborg. Toch trachtte zij te glimlachen -om de vertrouwlijke mededeelingen van Celia, wier liefdesaangelegenheden er beter -voor stonden dan de hare. Een oogenblik slechts werd het gesprek algemeen, toen de -oude tante met verheffing van stem over de onwaardige houding sprak, die de Italiaansche -pers tegenover den Heiligen Vader aannam. Nooit schenen de betrekkingen tusschen het -Quirinaal en het Vaticaan zoo slecht geweest te zijn. -</p> -<p>De anders zoo stille kardinaal Sarno deelde mede, dat de paus ter gelegenheid van -de heiligschennende feesten van 20 September ter herinnering aan de inneming van Rome, -een nieuw protest zou slingeren naar alle Christelijke staten, die door hun onverschilligheid -medeplichtig waren aan den roof. -</p> -<p>“Ja, probeer maar den paus en den koning te laten trouwen!” zeide donna Serafina op -bitteren toon, zinspelend op het betreurenswaardige huwlijk van haar nicht. -</p> -<p>Zij scheen geheel buiten zichzelf te zijn, het was te laat om monsignor Nani of een -ander nog te verwachten. Toch flikkerden haar oogen bij een onverwacht lawaai van -stappen op; met vlammende blikken keek zij naar de deur, doch zag tot haar groote -teleurstelling Narcisse Habert binnentreden, die zich over zijn late komst bij haar -kwam verontschuldigen. Zijn aangetrouwde oom, kardinaal Sarno, had hem in dezen zoo -gesloten salon geïntroduceerd en hij was er ten gevolge van zijn, naar men beweerde, -intransigente godsdienstige denkbeelden welwillend ontvangen. Dien avond echter kwam -hij, ondanks het late uur, slechts voor Pierre. Hij nam dezen dadelijk ter zijde. -</p> -<p>“Ik was er zeker van u hier te zullen vinden, ik heb met mijn neef, monsignor Gamba -del Zoppo, in de ambassade gedineerd en heb goed nieuws voor u … Hij zal u morgenochtend -in zijn appartement op het Vaticaan ontvangen.” -<span class="pagenum">[<a id="pb195" href="#pb195">195</a>]</span></p> -<p>Dan op nog meer fluisterenden toon: -</p> -<p>“Ik geloof wel, dat hij trachten zal u bij den Heiligen Vader te introduceeren … In -het kort, de audiëntie schijnt mij zeker.” -</p> -<p>Pierre voelde een groote vreugde over dat nieuws, dat hij kreeg in dezen droefgeestigen -salon, waar hij nu reeds bijna twee uur in steeds grooter wanhoop verviel. Eindelijk -dus toch een oplossing! Na Dario de hand gedrukt en Benedetta en Celia begroet te -hebben, ging hij naar zijn oom den kardinaal, die, nu hij eindelijk van de tante bevrijd -was, begon te spreken. Maar hij praatte over bijna niets anders dan over zijn gezondheid -en het weer en herhaalde enkele onbeteekenende anecdotes, die men hem verteld had, -zonder ooit één woord los te laten over de dreigende ingewikkelde en verschrikkelijke -dingen, die hij aan de Propaganda onder handen had. Het was alsof hij, buiten zijn -bureau, in deze teruggetrokkenheid en in dit op den achtergrond treden een bad nam, -waarin hij uitrustte van de zorgen over de heerschappij der wereld. Allen stonden -nu op en namen afscheid. -</p> -<p>“Vergeet het vooral niet,” zeide Narcisse nogmaals tot Pierre; “morgenochtend om tien -uur vindt u mij in de Sixtijnsche kapel. Voordat mijn neef u ontvangt, zal ik u dan -de Botticelli’s laten zien.” -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Den volgenden ochtend om half tien bevond Pierre, die te voet gekomen was, zich op -het groote plein. Voordat hij zich naar de bronzen deur in den hoek van de zuilengaanderij -rechts wendde, keek hij op en bleef enkele minuten naar het Vaticaan staan kijken. -Hij kon zich niets minder monumentaals voorstellen dan deze opeenhooping van gebouwen, -die zonder eenige architectonische orde en zonder eenige regelmaat in de schaduw van -den dom der St. Pieter opgegroeid waren. Het eene dak stapelde zich op het andere, -de gevels strekten zich breed en vlak uit, zoo, als de vleugels eraan toegevoegd en -opgebouwd waren. Alleen de drie zijden van den St. Damasiushof schenen symmetrisch -boven de zuilengaanderij; met de groote vensters der voormalige, thans gesloten loggia’s -deden zij denken aan drie groote broeikassen, waarvan de roodachtige steen in de zon -glansde. Dat was dus het mooiste, het grootste paleis der wereld met elfhonderd vertrekken, -die de schoonste kunstwerken van het menschelijk genie bevatten. Maar in zijn teleurstelling -<span class="pagenum">[<a id="pb196" href="#pb196">196</a>]</span>interesseerde Pierre zich slechts voor den hoogen rechtschen gevel, die uitziet op -het plein, en waar hij wist, dat de ramen van de particuliere vertrekken van den paus -op de tweede verdieping uitkwamen. Hij keek lang naar deze ramen, men had hem verteld, -dat het vijfde raam rechts dat van de slaapkamer was, waarin men tot laat in den nacht -een lamp branden zag. -</p> -<p>Wat bevond zich achter deze bronzen deur daar voor hem, die de heilige drempel, de -verbinding tusschen alle rijken der aarde en het koninkrijk Gods was, Wiens verheven -vertegenwoordiger zich tusschen deze hooge, zwijgende muren ingekerkerd had? Hij keek -uit de verte naar de met dikke, vierkante spijkers beslagen, metalen paneelen en hij -vroeg zich af wat die streng-uitziende, oude vestingdeur verdedigde, verborg, wegsloot. -Welke wereld zou hij daarachter vinden, wat voor een schat van ijverzuchtig in de -donkerte bewaarde naastenliefde, wat voor een wedergeboorte der hoop voor de nieuwe, -naar broederschap en gerechtigheid snakkende volkeren? Hij liet zich geheel door dien -droom wiegen: de eenige en heilige redder, wakend in dit gesloten paleis, de heerschappij -van Jezus voorbereidend, terwijl de oude, verrotte beschavingen in stof vallen zouden; -de herder, die op het punt stond deze heerschappij af te kondigen door van onze democratieën -de door den Heiland beloofde groote Christelijke gemeenschap te maken. Ja, de toekomst -bereidde zich achter die bronzen deur voor, de toekomst zou daar ongetwijfeld uit -te voorschijn treden. -</p> -<p>Plotseling zag Pierre tot zijn groote verbazing monsignor Nani tegenover zich staan, -die juist het Vaticaan verliet, om zich te voet te begeven naar het een paar passen -verder gelegen paleis van den Santo Offizio, waar hij in zijn qualiteit als assessor -woonde. -</p> -<p>“O, monseigneur, ik ben zoo gelukkig. Mijn vriend, mijnheer Habert, zal mij voorstellen -aan zijn neef, monsignor Gamba del Zoppo, en ik geloof werkelijk, dat ik de zoo vurig -verlangde audiëntie verkrijgen zal.” -</p> -<p>Op zijn vriendelijke en fijne manier glimlachte monsignor Nani. -</p> -<p>“Ja, ja, ik weet het!” -</p> -<p>Dan herstelde hij zich. -</p> -<p>“Ik ben er even blij om als gij, mijn waarde zoon. Maar nogmaals, wees voorzichtig.” -</p> -<p>Bang, dat de jonge priester mogelijk zou kunnen vermoeden, <span class="pagenum">[<a id="pb197" href="#pb197">197</a>]</span>dat hij juist van monsignor Gamba del Zoppo kwam, den prelaat, die van de geheele -toch al zoo angstige pauselijke hofhouding het makkelijkst bang te maken was, vertelde -hij, dat hij van ’s morgens vroeg al moeite deed voor twee Fransche dames, die eveneens -van verlangen brandden, om den paus te zien, maar dat hij erg bang was niet te zullen -slagen. -</p> -<p>“Ik wil u eerlijk bekennen monseigneur,” zeide Pierre, “dat ik den moed al begon te -verliezen. Ja, het is hoog tijd, dat ik wat getroost word, want mijn verblijf hier -is niet erg geschikt om je op te wekken.” -</p> -<p>Hij sprak verder en liet doorschemeren hoe zeer Rome het geloof in hem vernietigd -had. Dagen, zooals hij ze op den Palatinus en op de Via Appia, daarna in de katakomben -en in de St. Pieter doorgemaakt had, konden zijn onrust slechts grooter doen worden, -zijn droom van een verjongd en triompheerend Christendom slechts vernietigen. Hij -was door die bezoeken een prooi van den twijfel geworden. Een uitputting maakte zich -van hem meester, nu hij zooveel van zijn steeds tot verzet bereid enthousiasme verloren -had. -</p> -<p>Zonder dat het glimlachje van zijn lippen verdween, luisterde monsignor Nani naar -hem en schudde goedkeurend zijn hoofd. Blijkbaar was het zoo goed, had het zoover -moeten komen. Hij scheen het voorzien te hebben en daarom tevreden te zijn. -</p> -<p>“Enfin, mijn waarde zoon, alles komt in orde, zoodra gij de zekerheid hebt Zijne Heiligheid -te zien.” -</p> -<p>“Dat is zoo, monseigneur, al mijn hoop is gevestigd op den zeer rechtvaardigen en -helderzienden Leo XIII. Hij alleen kan over mij richten, omdat hij alleen in mijn -boek zijn denkbeelden, die ik geloof zeer getrouw weergegeven te hebben, kan terugvinden … -O, als hij wil, zal hij in naam van Jezus door de democratie en de wetenschap de oude -wereld kunnen redden.” -</p> -<p>Zijn oude geestdrift maakte zich weer van hem meester en Nani knikte opnieuw goedkeurend, -terwijl om zijn scherpe ogen en om zijn dunne lippen een steeds vriendelijker wordende -uitdrukking kwam. -</p> -<p>“Precies, precies, mijn waarde zoon … Gij zult met den Heiligen Vader spreken—en dan -zult gij verder zien.” -</p> -<p>Toen hierop beiden opkeken naar den gevel van het Vaticaan, dreef hij de vriendelijkheid -zoover om hem van zijn dwaling te genezen. Neen, het raam, waar men iederen <span class="pagenum">[<a id="pb198" href="#pb198">198</a>]</span>avond licht zag, was niet van de slaapkamer van den paus. Het was het raam van een -trapportaal, dat den geheelen nacht door gas verlicht werd. De kamer van den paus -was twee ramen verder. Dan vielen zij weer in hun zwijgen terug en bleven, beiden -nu ernstig geworden, naar den gevel kijken. -</p> -<p>“Nu, tot ziens mijn waarde zoon. Ge komt me zeker wel eens van de audiëntie vertellen?” -</p> -<p>Zoodra Pierre weer alleen was, ging hij de bronzen deur door; zijn hart klopte heftig, -als had hij de heilige en vreeselijke plaats betreden, waar het toekomstige geluk -voorbereid werd. Een schildwacht der Zwitsersche garde liep langzaam heen en weer; -hij was in een grijsblauwen mantel gehuld, die slechts de zwart, geel en rood gestreepte -broek liet zien; het scheen alsof deze mantel over een vermomming geworpen was, om -de nu hinderlijk geworden verkleeding te bedekken. Onmiddellijk aan zijn rechterhand -bevond zich de groote overdekte trap, die naar den St. Damasiushof leidde. Maar om -in de Sixtijnsche kapel te komen, moest hij tusschen een dubbele rij zuilen de lange -gaanderij volgen en de Scala Regia opgaan. En Pierre begon in deze reusachtige wereld, -waarin alle afmetingen een overdreven, neerdrukkende majesteit kregen, bij het oploopen -van de breede treden eenigszins te hijgen. -</p> -<p>Toen hij de Sixtijnsche kapel binnenkwam, voelde hij zich eerst verbaasd. Zij kwam -hem klein voor, een soort rechthoekige, zeer hooge zaal. Een mooi marmeren schot scheidt -tweederde gedeelten af, het deel, waar bij groote plechtigheden de invités zich verzamelen; -op het koor zitten de kardinalen op eenvoudige houten banken, terwijl de prelaten -achter hen blijven staan. De pauselijke troon bevindt zich op een lage estrade rechts -van het sober versierde altaar. Links is in den muur de smalle voor de zangers bestemde -loggia met een marmeren balkon. Maar men moet eerst opkijken, men moet zijn blikken -van de reusachtige fresco, die het Laatste Oordeel voorstelt en den geheelen achterwand -inneemt, laten dwalen naar de zolder-schilderijen, die tusschen de twaalf lichte ramen—zes -aan iederen kant—tot aan de kroonlijsten loopen, om plotseling te zien, dat alles -uit elkaar schuift, en zich tot in het oneindige verbreedt. -</p> -<p>Er waren gelukkig slechts drie of vier stille toeristen. Pierre zag onmiddellijk Narcisse -Habert op een der kardinaalsbanken boven de trede, waarop de sleepdragers zitten. -<span class="pagenum">[<a id="pb199" href="#pb199">199</a>]</span>Onbeweeglijk, het hoofd wat achterover gebogen, scheen de jonge man in extase. Maar -hij keek niet naar het werk van Michelangelo. Zijn blikken waren als het ware niet -weg te krijgen van een der voorste fresco’s onder de kroonlijst. Toen hij den priester -herkend had, prevelde hij slechts met tranen in zijn oogen: -</p> -<p>“O, lieve vriend, zie toch dien Botticelli!” -</p> -<p>Dan viel hij weer in zijn extase terug. -</p> -<p>Pierre was geheel en al verdiept in een aandachtige beschouwing van Michelangelo’s -bovenmenschelijk genie. Al het andere verdween, daar in de hoogte bevond zich als -in een onbegrensden hemel niets dan deze buitengewoone kunstschepping. In den beginne -sloeg het onverwachte hem met stomheid, dat de schilder de eenige schepper van dit -werk had willen zijn; hij had geen hulp willen hebben, noch voor het marmer, noch -voor het brons, noch voor het verguldsel. Het penseel van den schilder was voldoende -geweest voor de pilasters, voor de zuilen, voor de marmeren kroonlijsten, voor de -standbeelden en de bronzen ornamentiek, voor de gouden bloemen en rosetten, voor deze -ongehoorde rijke versiering, welke de fresco’s omlijstte. Hij stelde zich voor hoe -het op den dag geweest was, toen men hem het kale gewelf ter bewerking gegeven had—niets -dan kalk, niets dan den vlakken en witten muur, de honderden vierkante meters, die -te bedekken waren. En hij zag hem voor deze reusachtige taak staan, zonder hulp te -willen, de nieuwsgierigen wegjagen, zich geheel alleen opsluitend met zijn reuzenwerk. -Vier en een half jaar was hij in grimmige eenzaamheid met het baren van dezen kolos -bezig geweest. O, dit ontzaglijke werk, geschapen om een leven te vullen, dit werk, -dat hij had moeten beginnen in een rustig vertrouwen in zijn wil en in zijn kracht—het -was een geheele wereld, die hij in een voortdurenden drang van zijn scheppende manlijke -kracht, in de volle <span class="corr" id="xd29e1932" title="Bron: ontplooiïng">ontplooiing</span> van zijn almacht uit zijn hersens getrokken en daar neergeworpen had. -</p> -<p>Dan echter doorrilde Pierre een siddering van bewondering, toen hij deze door een -zienersoog vergroote menschheid zag. Zij stroomde over van een matelooze synthese, -van een cyclopisch symbolisme. Als een natuurlijke bloei lichtte iedere schoonheid -op: koninklijke gratie in koninklijken adel, verheven vrede in verheven geweld. En -dan de volkomen beheersching der stof, de meeste gewaagde verkortingen, waarvan hij -zeker was, dat zij slagen zouden, de voortdurende <span class="pagenum">[<a id="pb200" href="#pb200">200</a>]</span>overwinning op de technische moeilijkheden, die door de gewelfde vlakken veroorzaakt -werden! En vóór en boven alles de ongelooflijke naïveteit en de aanwending der middelen: -de stof bijna tot niets teruggebracht, enkele kleuren rijkelijk gebruikt zonder eenig -streven naar het gekunstelde of naar praal! En dat was voldoende, het bloed bruiste -stormachtig, de spieren spanden zich onder de huid, de figuren kregen leven en traden -met zulk een krachtig élan uit de lijst te voorschijn, dat daarboven over alles een -vlam scheen te strijken, die aan dat volk een bovenmenschelijk, onsterfelijk leven -gaf. Ja, het was het leven, het stralende, overwinnende leven—een ontzagwekkend, woekerend -leven, een levenswonder, dat een enkele hand verwezenlijkt had; maar deze bezat dan -ook de hoogste en verhevenste gave: eenvoud en kracht. -</p> -<p>Men heeft daarin een geheele philosophie gezien, men heeft daarin het geheele menschenlot, -de schepping der wereld, van den man en van de vrouw, de zondenval, de straf, de verzoening -en ten slotte de gerechtigheid Gods bij het Laatste Oordeel willen zien, maar daarbij -kon Pierre bij die eerste aanschouwing, in de stomme verbijstering, waarin een dergelijk -werk hem bracht, zijn gedachten niet bepalen. Doch welk een verheerlijking van het -menschelijk lichaam, van zijn schoonheid, van zijn gratie was dit alles! O, die Jehova, -deze koninklijke, geweldige en vaderlijke grijsaard, medegesleurd in den orkaan van -zijn schepping, met uitgestrekte armen werelden barend! En die heerlijke Adam met -zoo adellijke lijnen en de uitgestoken hand, en dien Jehova, zonder hem aan te raken, -met een bewonderenswaardig gebaar met den vinger bezielt! Een geheiligde ruimte ligt -tusschen dien vinger van den Schepper en dien van het schepsel, een kleine ruimte, -die echter de oneindigheid van het onzichtbare en het mysterievolle bevat! -</p> -<p>En deze machtige en aanbiddellijke Eva, deze Eva met haar krachtigen schoot, die in -staat is de toekomstige menschheid in zich te dragen, met de trotsche, teere aanminnigheid -der vrouw, die bemind zal willen worden, al zou het tot haar verdoemenis leiden, de -vrouw in haar volheid met haar verleiding, haar vruchtbaarheid, haar macht. Zelfs -de in de vier hoeken der fresco’s op pilasters zittende figuren vieren den triomf -van het vleesch: de over haar naaktheid gelukkige twintig jonge mannen met hun prachtige -torso’s en hun bewonderenswaardige ledematen, zoo vol leven, dat een waanzinnige <span class="pagenum">[<a id="pb201" href="#pb201">201</a>]</span>zucht naar beweging hen medesleept, buigt en in heldenhoudingen terugwerpt. En tusschen -de vensters troonden de reuzen, de Propheten en de Sibyllen, de goden geworden man -en vrouw, bovenmenschelijk in spierkracht en in hun intellectueele uitdrukking: Jeremia -met zijn elleboog op zijn knie en zijn kin in zijn hand, verzonken in visioenen en -droomen; de Sibylle van Erythrea met het reine profiel en zoo jong in haar rijke schoonheid, -een vinger leggend op het open boek van het noodlot; Jesaja met den sterken mond der -waarheid, opgezwollen onder de gloeiende kolen, trotsch, het gezicht half afgewend -en een hand met bevelend gebaar omhoog geheven; de Sibylle van Cumae, <span class="corr" id="xd29e1944" title="Bron: angst-aanjagend">angstaanjagend</span> door haar weten en haar ouderdom, vast als een rots, met haar gerimpeld gezicht, -haar roofvogelneus en haar vierkante kin, die eigenzinnig vooruitsteekt; Jonas, uitgespuwd -door een walvisch en neergeworpen in een buitengewone verkorting, den romp verrekt, -de armen gekromd, het hoofd achterovergeworpen, den grooten mond open en schreeuwend; -en al de anderen, al de anderen, allen van dezelfde groote en majestueuze familie, -heerschend met de souvereiniteit van eeuwige gezondheid en eeuwig intellect, den droom -van een onverwoestbare, grootere en hoogere menschheid verwezenlijkend. -</p> -<p>Ook in de vensterbogen en in de luchtgaten ontstonden en verdrongen zich gestalten -vol schoonheid, macht en aanminnigheid; het zijn de voorvaderen van den Christus, -peinzend-droomende moeders met mooie naakte kinderen, mannen met vooruitzienden, in -de toekomst starenden blik, het gestrafte, uitgeputte, naar den beloofden Heiland -snakkende ras, terwijl in de overhangende gewelfbogen der vier hoeken bijbelsche tooneelen -naar voren treden, de overwinningen van Israël op den geest van het Kwade. En eindelijk -de reusachtige fresco van den achtergrond, het Laatste Oordeel met zijn wemelende -gestalten, die zoo talloos zijn, dat er dagen en dagen noodig zijn, om ze goed te -zien, een razende, door den brandenden adem van het leven voortgesleepte menigte, -vanaf de dooden, die door de woest bazuinende engelen der Apokalypse gewekt worden, -vanaf de verdoemden, die de duivelen in de hel storten, tot den door apostelen en -heiligen omgeven, richtenden Jezus, tot de stralende uitverkorenen, die door engelen -gedragen, omhoog stijgen, terwijl nog hooger andere engelen met de instrumenten van -het lijden triompheeren in volle glorie. En toch bewaart de <span class="pagenum">[<a id="pb202" href="#pb202">202</a>]</span>zoldering boven deze reusachtige schildering, die dertig jaar later de kunstenaar -in de volle rijpheid van zijn kunnen maakte, haar zekere superioriteit, want daarin -heeft hij zijn ongerepte kracht, al zijn jeugd, het eerste opvlammen van zijn genie -gegeven. -</p> -<p>Pierre kon geen woorden vinden. Michelangelo was het monster, dat alles domineerde, -alles terneer drukte. Om dat in te zien, behoeft men slechts naast het geweldige van -zijn werk de werken van Perugino, Pinturicchio, Rosselli, Signorelli, Botticelli, -al de andere bewonderenswaardige fresco’s te aanschouwen, die onder de kroonlijst -om de kapel loopen. -</p> -<p>Narcisse had zijn oogen niet opgeslagen naar de verpletterende pracht van de zoldering. -Geheel in extase verzonken, had hij zijn oogen niet afgewend van Botticelli, die hier -drie fresco’s heeft. Eindelijk sprak hij op fluisterenden toon: -</p> -<p>“O, Botticelli, Botticelli! De elegance en de gratie van den lijdenden hartstocht, -het diepe gevoel van de droefheid in de wellust! Hij heeft onze geheele moderne ziel -geraden en met de verleidelijkste bekoring omgeven, die ooit van een kunstenaarsschepping -is uitgegaan!” -</p> -<p>Verbaasd keek Pierre hem aan. Dan waagde hij het te vragen: -</p> -<p>“Maar komt u dan hier om Botticelli te zien?” -</p> -<p>“Natuurlijk,” antwoordde de jonge man met zijn gewone kalmte. “Iedere week kom ik -eenige uren hier alleen voor hem en ik zie niets anders dan hem … Zie toch dat blad -eens: Mozes en de dochters van Jethro. Heeft menschelijke teederheid en melancholie -ooit iets aandoenlijkers geschapen?” -</p> -<p>En met een zachte, vrome beving in zijn stem, als een priester, die in de verrukkelijke -en <span class="corr" id="xd29e1960" title="Bron: angst-aanjagende">angstaanjagende</span> huivering van het heiligdom doordringt, ging hij voort: -</p> -<p>“O, Botticelli, de vrouwen van Botticelli met haar lang, zinnelijk en rein gezicht, -met haar onder de dunne kleeding iets te veel naar voren tredenden buik, met haar -hoogopgerichte, soepele en zwevende houding, waarin haar geheele lichaam zich overgeeft. -De jonge mannen, de engelen van Botticelli, die zoo echt en toch zoo mooi als vrouwen -zijn, van een niet met zekerheid uit te maken geslacht, waarin zich de kracht der -spieren paart aan de fijnheid der lijnen, allen omhoog gedragen door een vlam van -verlangen, die zelfs de toeschouwers brandt. O, de monden van Botticelli, die zinnelijke, -als vruchten zoo vaste, ironische of pijnlijk vertrokken monden, raadselachtig in -hun plooien, zonder dat men kan zeggen of zij reine of afschuwlijke dingen verzwijgen. -<span class="pagenum">[<a id="pb203" href="#pb203">203</a>]</span>O, de oogen van Botticelli, die vleiende, hartstochtelijke, mystiek of wellustig zwijmelende -oogen, soms vol van een zoo diepe smart in hun vreugde, dat er in de wereld geen ondoorgrondelijkere -bestaan. O, de zoo zorgvuldig bewerkte handen van Botticelli, die als het ware een -eigen intens leven bezitten, vrij spelen, zich met elkander vereenigen en met zulk -een gezochte gratie elkaar kussen en met elkander spreken, dat zij er soms gemaniereerd -door zijn, maar ieder met haar eigen uitdrukking, alle uitdrukkingen van genot en -lijden der aanraking. En toch is er niets verweekelijkts noch iets leugenachtigs te -zien; overal is een soort manlijke fierheid, een hartstochtelijke, prachtige beweging, -die de figuren leven inblaast en medesleept, een volmaakt streven naar waarheid, een -nauwkeurige waarneming, de grootste nauwkeurigheid, een echt realisme, dat gecorrigeerd -en gematigd wordt door de geniale zeldzaamheid van het gevoel en het karakter en dat -aan de leelijkheid zelve de onvergetelijke verheerlijking van den charme geeft!” -</p> -<p>De verbazing van Pierre nam toe, terwijl hij luisterde naar Narcisse; hij merkte voor -het eerst diens ietwat bestudeerde distinctie op, het gefriseerde, op Florentijnsche -wijze geknipte haar, de blauwe, bijna malvekleurige oogen, die in zijn enthousiasme -nog lichter werden. -</p> -<p>“Zeker,” zeide ten slotte Pierre, “Botticelli is een schitterend kunstenaar … Maar -het komt me voor, dat hier Michelangelo …” -</p> -<p>Met een bijna heftig gebaar viel Narcisse hem in de rede. -</p> -<p>“Ach neen, neen, praat me niet van dezen! Hij heeft alles bedorven, alles in den grond -bedorven! Een man, die zich als een stier voor het werk spande, die zijn kunst tot -een ambacht verlaagde, zoo en zooveel meter per dag! En een mensch zonder eenig begrip -of gevoel voor het mysterievolle of ongekende, die alles zoo grof zag, dat je een -walg krijgt van de schoonheid, mannenlichamen als boomstammen, vrouwen als reusachtige -slagerinnen, klompen gevoelloos vleesch, zonder dat daarachter iets van een goddelijke -of duivelsche ziel spreekt!… Een metselaar, en als gij wilt, een kolossaal metselaar, -maar meer niet!” -</p> -<p>Onbewust kwam in dit verwarde, door de zucht naar het eigenaardige en zeldzame verdorven -ras van den moeden moderne de noodlottige haat tegen gezondheid, kracht en flinkheid -te voorschijn. Deze Michelangelo, die zonder eenige moeite schiep, die het wondermooiste -kunstwerk achtergelaten <span class="pagenum">[<a id="pb204" href="#pb204">204</a>]</span>heeft, ooit door een kunstenaar ter wereld gebracht, was de booze vijand! Zijn misdaad -bestond juist in dat scheppen, dat leven geven, zoodat al die kleine kunstgewrochtjes -der anderen, zelfs de besten, in dezen overstroomenden vloed van levend in de zon -geworpen wezens verdronken en ondergingen. -</p> -<p>“Waarachtig,” zeide Pierre moedig; “ik kan het niet met u eens zijn. Ik heb zoo juist -geleerd, dat in de kunst het leven alles is en dat alleen de scheppers de onsterfelijkheid -verdienen. Het geval van Michelangelo lijkt mij beslissend, want alleen door dat buitengewone -verwekken van levend en prachtig vleesch, waaraan uw verweekelijktheid aanstoot neemt, -is hij de bovenmenschelijke meester, het monster, dat al de anderen dooddrukt. Laten -de op buitenissigheid belusten, de intellectueele scherpzinnigen maar spitsvondig -het equivoque en onzichtbare uitpluizen, laten zij het hoogste der kunst maar leggen -in de keuze van een gezochte behandeling en het halfdonker van het symbool, Michelangelo -blijft de Almachtige, de Schepper van menschen, de Meester van het licht, den eenvoud -en de gezondheid, hij blijft eeuwig als het leven zelf.” -</p> -<p>Thans glimlachte Narcisse slechts met een medelijdend- en hoffelijk-minachtend lachje. -Och ja, niet iedereen ging uren lang in de Sixtijnsche kapel voor een Botticelli zitten, -zonder ooit zijn blikken te richten naar de Michelangelo’s. En kort brak hij het gesprek -af met de woorden: -</p> -<p>“Maar het is elf uur. Mijn neef zou me hier laten waarschuwen, zoodra hij ons ontvangen -kon. Ik begrijp niet, dat ik nog niemand gezien heb … Willen we zoolang naar de Raffaëlgalerij -gaan?” -</p> -<p>En boven in de galerij oordeelde hij weer heel helder en juist over de werken; zijn -onbevangen blik keerde terug, zoodra hij niet meer bezeten werd door zijn haat tegen -reusachtige werken en geniale decors. -</p> -<p>Maar ongelukkig kwam Pierre uit de Sixtijnsche kapel; hij moest zich eerst uit de -omarming van het monster rukken, vergeten wat hij gezien had, wennen aan wat hij daar -zag, voor hij de reine schoonheid hiervan genieten kon. Het was, alsof hij eerst een -te koppigen wijn gedronken had, die hem bedwelmde en belette dezen anderen lichteren, -maar toch ook geurigen wijn lekker te vinden. Hier treft de bewondering niet als een -bliksemstraal, maar werkt de betoovering met langzame, doch onweerstaanbare macht. -Het <span class="pagenum">[<a id="pb205" href="#pb205">205</a>]</span>is als Racine vergeleken bij Corneille, Lamartine bij Hugo—het eeuwige paar, wijfje -en mannetje, in de eeuwen van den roem. Bij Raffaël triompheeren de adel, de gratie, -de exquise, onberispelijke, goddelijk harmonische lijn; het is niet alleen meer het -lichamelijke symbool, zooals Michelangelo het zoo prachtig neergeworpen heeft, maar -tevens een in de schilderkunst overgebrachte psychologische analyse van groote scherpzinnigheid. -Bij Raffaël is de mensch meer veredeld, meer geïdealiseerd, meer van binnen uit gezien. -En ook wanneer daar iets sentimenteels, iets vrouwelijks, waarvan men de teedere huivering -voelt, in ligt, toch heerscht hier een krachtige, bewonderenswaardige, grondige en -groote techniek. -</p> -<p>Langzamerhand kwam Pierre onder de bekoring van deze hoogste meesterschap; deze krachtige, -elegante, jonge mannenschoonheid, deze visie van de opperste schoonheid in de hoogste -volmaaktheid roerde hem tot in het diepst van zijn hart. Maar terwijl de vóór de schilderingen -in de Sixtijnsche kapel ontstane schilderijen “De Strijd om het Heilige Sacrament” -en “De School van Athene” hem de meesterwerken van Raffaël toeschenen, voelde hij -daarentegen, dat de kunstenaar in “De Brand van den Borgo” en meer nog in “Heliodorus -uit den tempel verjaagd” en “Attila tegengehouden bij de poorten van Rome” den bloesem -van zijn goddelijke gratie verloren had, daar de verpletterende grootheid van Michelangelo -op hem inwerkte. Welk een inslaan als van den bliksem, toen de Sixtijnsche kapel geopend -werd en de rivalen binnentraden. Het monster daar beneden had geschapen en zelfs de -grootste onder de stervelingen liet hier iets van zijn ziel, zonder dat hij zich ooit -meer van den onderganen invloed vrij maken kon. -</p> -<p>Dan bracht Narcisse Pierre naar de loggia’s, naar de zoo lichte, zoo smaakvol ingerichte -glazen galerij. Maar Raffaël was dood; de kartons, die hij achtergelaten had, waren -slechts het werk van leerlingen. Het was een plotseling, volkomen verval. Nooit had -Pierre beter begrepen, dat het genie alles is, dat met zijn verdwijnen de geheele -school ineenstort. De geniale mensch is als het ware een samenvatting van het tijdvak, -geeft op een bepaald oogenblik der beschaving al het sap van den socialen bodem, dat -dan menigmaal gedurende eeuwen uitgeput blijft. Het prachtige uitzicht, dat men van -uit de loggia’s heeft, interesseerde hem nog te meer, toen hij merkte, dat hij aan -de andere <span class="pagenum">[<a id="pb206" href="#pb206">206</a>]</span>zijde van den St. Damasiushof de door den paus bewoonde verdieping zag. Beneden lag -de hof met zijn zuilengaanderij, zijn fontein, zijn wit plaveisel, fel en kaal in -de zon te branden. -</p> -<p>Hier was beslist niets van de schaduw, van het gedempt-vrome mysterievolle, waarvan -de omgeving der oude Noordelijke kathedralen hem hadden doen droomen. Rechts en links -van het bordes, dat toegang gaf tot de vertrekken van den paus en den kardinaal-secretaris, -stonden vijf rijtuigen, de koetsier rechtop op den bok, de paarden onbeweeglijk in -het felle licht. En geen levende ziel bracht leven in de woestijn van den grooten, -vierkanten hof met de drie verdiepingen loggia’s, die met haar groote ramen aan reusachtige -broeikassen denken deden; de flikkering der ruiten en de roodachtige afstraling der -steenen schenen de kaalheid van het plaveisel en van de gevels in een soort ernstige -majesteit te vergulden als een heidenschen, aan den zonnegod gewijden tempel. -</p> -<p>Maar nog meer trof Pierre het wondermooie panorama van Rome, dat zich onder die ramen -van het Vaticaan ontrolde. Hij had geen oogenblik het vermoeden gehad, dat het zoo -zijn zou, en plotseling maakte de gedachte zich van hem meester, dat de paus van zijn -ramen uit geheel Rome voor zich uitgestrekt zag, samengedrongen, alsof hij slechts -zijn handen behoefde uit te steken, om het weer te nemen. Lang dronk hij dat ongehoord-mooie -schouwspel met zijn oogen en zijn hart in, want hij wilde het met zich mede dragen, -het bewaren. -</p> -<p>Een geluid van stemmen stoorde hem in zijn overpeinzingen en deed hem omkijken; hij -zag, hoe een lakei in zwarte livrei, nadat hij Narcisse zijn boodschap medegedeeld -had, diep groette. -</p> -<p>De jonge man kwam naar den priester toe. -</p> -<p>“Mijn neef, monsignor Gamba del Zoppo laat mij weten, dat hij ons vanochtend niet -zal kunnen ontvangen. Het schijnt, dat hij onverwacht dienst moet doen.” -</p> -<p>Maar zijn verlegenheid liet zien, dat hij niet aan dat excuus geloofde en begon te -vermoeden, dat zijn neef, gewaarschuwd en bang gemaakt door een of andere goede ziel, -er tegen opzag zich met deze zaak in te laten. Dit hinderde hem, die zoo gaarne een -ander een dienst bewees en niet tegen moeite opzag. Maar hij glimlachte reeds weer, -toen hij eraan toevoegde: -<span class="pagenum">[<a id="pb207" href="#pb207">207</a>]</span></p> -<p>“Luister, misschien is er wel een middel om toch toegang te krijgen. Indien u uw middag -vrij hebt, zullen wij samen dejeuneeren en dan hier terugkomen, om de Galleria degl’ -antichi te bezichtigen. Het zal mij dan wel gelukken mijn neef te vinden, afgezien -nog van het feit, dat wij door een gelukkig toeval den paus zelf kunnen ontmoeten, -als hij naar de tuinen gaat.” -</p> -<p>Bij het hooren, dat de audiëntie nogmaals uitgesteld was, had Pierre eerst een zeer -groote teleurstelling ondervonden. Hij nam dan ook, daar hij over zijn geheelen dag -beschikken kon, het aanbod van Narcisse gaarne aan. -</p> -<p>“Ik ben werkelijk bang, dat ik misbruik begin te maken van uw vriendelijkheid … Ik -dank u van ganscher harte.” -</p> -<p>Zij dejeuneerden tegenover de St. Pieter in een klein restaurant van den Borgo, dat -gewoonlijk alleen door pelgrims bezocht werd. Het eten was er trouwens zeer slecht. -Tegen twee uur liepen zij de Basilica om over de piazza della Sagrestia en de piazza -Santa Marta, om van de achterzijde in de Galleria te komen. Het was een licht, verlaten -en warm stadsdeel, waar de jonge priester opnieuw en in veel sterker mate het gevoel -van kale, vale en als door de zon verbrande majesteit kreeg, dat hij gehad had bij -het zien van den St. Damasiushof. Toen hij om de reusachtige apsis van den kolos heen -liep, begreep hij de ontzaglijkheid daarvan nog beter: een groote menigte gebouwen -is hier opgestapeld, die door de ledige ruimte van het plaveisel, waarop een fijne -grassoort groeit, omzoomd wordt. In die zwijgende oneindigheid speelden slechts twee -kinderen in de schaduw van een muur. De oude Munt der pausen, de Zecca, die nu Italiaansch -is en door soldaten des konings bewaakt wordt, staat links van de naar de Galleria -leidende gang, terwijl rechts daartegenover zich een poort van het Vaticaan bevindt, -waar een schildwacht der Zwitsersche Garde staat; door die poort komen de met twee -paarden bespannen rijtuigen, die volgens de etiquette de bezoekers van den kardinaal-secretaris -en van Zijn Heiligheid naar den St. Damasiushof brengen. -</p> -<p>Zij volgden de lange gang, de straat, die tusschen een vleugel van het paleis en den -muur der pauselijke tuinen loopt. Eindelijk kwamen zij aan de Galleria degl’ antichi. -O, deze groote, uit eindelooze zalen gevormde Galleria, de Galieria, die eigenlijk -drie musea bevat, de zeer oude Galleria Pio-Clementino, de Galleria Chiaramonte en -den Braccio-Nuovo; het is een geheele wereld, die in de aarde teruggevonden <span class="pagenum">[<a id="pb208" href="#pb208">208</a>]</span>en uitgegraven is en in het felle zonlicht verheerlijkt wordt. Meer dan twee uur liep -de jonge priester er door, ging van de eene zaal naar de andere, verblind door deze -meesterwerken, bedwelmd door zooveel genie en zooveel schoonheid. Niet alleen de beroemde -stukken sloegen hem met verbazing, zooals de Laokoon en de Apollo van <span class="corr" id="xd29e2006" title="Bron: Belvédere">Belvédère</span>, ook niet de Meleager of zelfs de torso van Hercules; meer nog werd hij getroffen -door het ensemble, door de ontelbare beelden van Venus, Bacchus, vergoddelijkte keizers -en keizerinnen, door dezen prachtigen opbloei van mooie lichamen, die de onsterfelijkheid -van het leven uitjubelden. -</p> -<p>Drie dagen te voren had hij het museum van het Capitool bezocht, waar hij de Venus, -den Stervenden Galliër, de wondermooie, zwartmarmeren Kentauren, de buitengewone verzameling -busten bewonderd had. Maar hier steeg door dezen onuitputtelijken rijkdom die bewondering -tot stomme verbijstering. En daar hij misschien nog meer naar leven dan naar kunst -zocht, bleef hij opnieuw in zelfvergetelheid voor de busten staan, waarin zoo werkelijk -en echt het historische Rome herleeft, dat ongetwijfeld niet in staat was geweest -zich op te werken tot de ideale schoonheid van Griekenland, maar dat het leven schiep. -Zij zijn daar allen: de keizers, de wijsgeeren, de geleerden, de dichters, zij herleven -allen in een wonderbare intensiteit, zooals zij waren, angstvallig door den kunstenaar -bestudeerd en weergegeven met hun mismaaktheden, hun gebreken, de kleinste bijzonderheden -in hun trekken; en uit dit overdreven streven naar waarheid kwam het karakter, een -herleving van onvergelijkelijke macht voort. Er bestaat niets hoogers; het zijn de -menschen zelf, die herleven, die de geschiedenis weer doen opstaan, deze valsche geschiedenis, -door het onderwijs waarvan geslachten van leerlingen de oudheid verafschuwen. Maar -hoe begrijpt men haar, hoe gaat men sympathie ervoor voelen, als men dit alles gezien -heeft. En zoo kwam het, dat de kleinste marmeren brokstukken, de afgebroken standbeelden, -de verminkte bas-reliefs, een goddelijke arm van een nymf, de gespierde dij van een -satyr den glans van een lichtende, groote en krachtige beschaving doen opleven. -</p> -<p>Narcisse bracht Pierre terug naar de honderd meter lange Galleria dei Candelabri, -waar prachtige beeldhouwwerken te vinden zijn. -</p> -<p>“Kijk eens, mijn waarde abbé, het is pas vier uur. Wij zullen hier een oogenblik gaan -zitten, want het gebeurt <span class="pagenum">[<a id="pb209" href="#pb209">209</a>]</span>meermalen dat de Heilige Vader hier door komt, om naar den tuin te gaan. Het zou een -groot geluk zijn, wanneer u hem zoudt kunnen zien, en wie weet misschien spreken!… -In ieder geval zult u wat uitrusten, want u zult wel doodmoe zijn …” -</p> -<p>Alle suppoosten kenden hem, zijn verwantschap met monsignor Gamba del Zoppo opende -alle deuren van het Vaticaan voor hem, waar hij dikwijls geheele dagen doorbracht. -Er stonden twee stoelen, zij gingen erop zitten en Narcisse begon onmiddellijk weer -over kunst te spreken. -</p> -<p>Welk een verwonderlijk lot, welk een verheven en geleende koninklijkheid bezit Rome -toch! Het schijnt een middelpunt te zijn, waarin de geheele wereld samenkomt, maar -waar niets uit den bodem zelf, die van den beginne af met onvruchtbaarheid geslagen -is, opschiet. De kunsten moeten hier geacclimatiseerd, het genie van de omliggende -volkeren hierheen overgeplant worden; doch is dat eenmaal gedaan, dan bloeien zij -in volle pracht op. Onder de keizers, wanneer Rome de koningin der aarde is, krijgt -het van Griekenland de schoonheid van zijn monumenten en beeldhouwwerken. Later, als -het Christendom ontstaat, is het in Rome nog geheel doordrenkt door het heidendom, -trouwens op een anderen bodem verwekt het de Gotische kunst, de Christelijke kunst -bij uitnemendheid. Nog later, in den tijd der Renaissance, bloeit wel in Rome de eeuw -van Julius II en Leo X, maar deze beweging, welke het dien grooten opbloei bracht, -werd voorbereid door Toscaansche en Umbrische kunstenaars. -</p> -<p>Voor de tweede maal krijgt het zijn kunst van buiten, die het de heerschappij over -de wereld geeft en daar een triomphantelijke grootte aanneemt. Toen had het ontwaken -der oudheid plaats: Apollo en Venus worden tot nieuw leven gewekt en door de pausen -zelf aangebeden, die, na Nicolaas V droomen het pauselijke Rome gelijk te maken aan -het keizerlijke. Na de zoo oprechte, teere en sterke voorloopers, Fra Angelico, Perugino, -Botticelli, en zoovele anderen, verschijnen twee majesteiten: Michelangelo en Raffaël, -de bovenmenschelijke en de goddelijke. Dan volgt een plotselinge val: honderdvijftig -jaren moeten verloopen om te komen tot Caravaggio, tot alles wat de schilderkunst, -bij gebrek aan genie, aan krachtige kleur en uitbeelding bereiken kon. Dan duurt het -verval voort tot Bernini, die de vervormer, de werkelijke schepper van het Rome der -tegenwoordige pausen is, het wonderkind, dat van zijn achttiende jaar af <span class="pagenum">[<a id="pb210" href="#pb210">210</a>]</span>een geheel geslacht van marmeren dochters verwekt, de alles omvattende architect, -wiens verbazingwekkende werkzaamheid den gevel van de St. Pieter voltooid, de zuilengang -gebouwd, het inwendige van de basilica versierd, tallooze fonteinen, kerken en paleizen -opgericht heeft. En dit was het einde van alles, want van af dat oogenblik is Rome -langzamerhand uit het leven verdwenen, heeft het zich iederen dag wat meer uit de -moderne wereld teruggetrokken, alsof deze stad, die altijd van andere steden geleefd -heeft, eraan ten gronde ging, dat zij haar niets meer kon afnemen, om zichzelf daaruit -nieuwen roem te scheppen. -</p> -<p>“Bernini, o, die heerlijke Bernini!” ging Narcisse, in extase wegzwijmelend, voort; -“hij is zoo kráchtig en exquis, zijn scherpzinnigheid is steeds wakker, hij bezit -een vruchtbaarheid vol gratie en pracht … En altijd weer komen zij aan met hun Bramante, -hun Bramante met zijn meesterwerk, zijn correcte en koude Cancellaria! Nu, laten wij -zeggen, dat hij de Michelangelo en Raffaël van de architectuur is geweest, en verder -niet over hem praten!… Maar Bernini, de heerlijke Bernini, wiens zoogenaamde slechte -smaak uit meer fijnheid en verfijning bestaat dan de anderen genie gelegd hebben in -hun kolossaalheid en volmaaktheid. De rijke en diepe ziel van Bernini, waarin onze -tijd zich terugvinden moest, is zoo triompheerend gezocht!… Kijk toch eens in de Villa -Borghese naar de Apollo en Daphné-groep, die hij op zijn achttiende jaar gemaakt heeft, -en vooral in de Santa Maria della Vittoria zijn Heilige Theresia in extase! Ach, deze -Heilige Theresia! Men ziet den hemel open, de siddering, die het goddelijke genieten -door het lichaam der vrouw zendt, de tot krampen opgevoerde wellust van het geloof, -het naar adem snakkende schepsel, dat van overweldigende zaligheid in de armen van -haar God sterft!… Ik heb uren en uren voor haar doorgebracht, zonder de kostbare, -verterende oneindigheid van het symbool ooit te hebben kunnen uitputten!” -</p> -<p>Zijn stem stierf weg, en Pierre, die zich over zijn onbewusten haat tegen gezondheid, -eenvoud en kracht niet langer verwonderde, luisterde nauwlijks naar hem, overweldigd -als hij werd door de gedachte, die zich meer en meer van hem meester maakte: het heidensche -Rome ontwaakte weer in het Christelijke Rome en maakte daarvan het Katholieke Rome, -het nieuwe politieke, gehiërarchiseerde en beheerschende centrum van de regeering -der volkeren. Was <span class="pagenum">[<a id="pb211" href="#pb211">211</a>]</span>het, met uitzondering dan van den oorspronkelijken katakombentijd, ooit Christelijk -geweest? Deze gedachten waren als het ware een voortzetting, een bevestiging van die, -welke hij op den Palatinus, op de Via Appia, in de St. Pieter gehad had. En dezen -zelfden ochtend in de Sixtijnsche kapel en in de Stanza della Segnatura, in de bedwelming, -waarin de bewondering hem gebracht had, had hij het nieuwe bewijs, dat het genie hem -gaf, wel begrepen. Weliswaar kwam in Michelangelo en Raffaël het heidendom slechts -terug in een door den Christelijken geest bewerkte vervorming. Maar lag het er niet -aan ten grondslag? Kwamen de reusachtige naaktfiguren van den eersten niet uit den -vreeselijken hemel van Jehova, dien hij door den Olympus heen gezien had? Lieten de -ideale figuren van den tweede niet onder den kuischen sluier der Heilige Maagd de -heerlijke en begeerlijke Venuslichamen zien? Nu was Pierre zich daar ten volle van -bewust, en bij de verbazing, die hem overstelpte, voegde zich een gevoel van verlegenheid, -want die tallooze, mooie lichamen, deze naaktfiguren, die de hartstochtelijke levenslust -verheerlijkten, gingen in tegen den droom, dien hij in zijn boek gedroomd had: het -verjongd Christendom, dat vrede gaf aan de wereld, de terugkeer tot den eenvoud, tot -de reinheid der eerste tijden. -</p> -<p>Plotseling hoorde hij tot zijn verbazing hoe Narcisse, zonder dat hij begrijpen kon -door welken overgang van gedachten hij daartoe kwam, hem bijzonderheden begon te vertellen -over het dagelijksch leven van Leo XIII. -</p> -<p>“Ja, mijn waarde abbé, op zijn vier-en-tachtigste jaar is hij nog zoo werkzaam als -een jonge man, leidt hij een leven van wilskracht en arbeid, zooals wij het geen van -beiden gaarne leven zouden!… Om zes uur staat hij al op, leest zijn mis in zijn particuliere -kapel en ontbijt dan met wat melk. Van acht tot twaalf uur is het vervolgens een onafgebroken -défilé van kardinalen, prelaten, alle congregatie-aangelegenheden, die hem onder de -oogen komen moeten, en ik verzeker u, dat er geen meer ingewikkelde bestaan. Om twaalf -uur hebben de openbare en gemeenschappelijke audiënties plaats. Om twee uur dineert -hij. Dan volgt een siësta, die hij wel verdiend heeft, of een wandeling in den tuin -tot zes uur. Menigmaal houden de particuliere audiënties hem dan nog een paar uur -bezig. Om negen uur soupeert hij, maar hij eet bijna niets, leeft van niets, en dan -altijd alleen aan een klein tafeltje … Wat zegt u wel van de <span class="pagenum">[<a id="pb212" href="#pb212">212</a>]</span>etiquette, die hem tot een dergelijke eenzaamheid verplicht? Stel u voor: een mensch, -die in geen achttien jaar een dischgenoot gehad heeft, altijd alleen zit in zijn grootheid?… -Om tien uur zondert hij zich, nadat hij met zijn vertrouwden de Rozenkrans gebeden -heeft, af in zijn kamer. Maar ook al gaat hij naar bed, hij slaapt weinig; meermalen -wordt hij bezocht door slapeloosheid; dan staat hij weer op, roept een secretaris, -om dezen aanteekeningen of brieven te dicteeren. Wanneer een belangrijke zaak hem -bezighoudt, dan geeft hij zich daar geheel aan, denkt er onophoudelijk aan. Dat is -zijn leven, daarin ligt het geheim van zijn gezondheid: een voortdurend wakkere, bezige -geest, een kracht, die behoefte heeft zich te uiten … U weet natuurlijk ook, dat hij -langen tijd met liefde de Latijnsche poëzie beoefend heeft. Men beweert ook, dat hij -in dagen van strijd een waren hartstocht voor de journalistiek heeft, zoozeer zelfs, -dat hij de artikelen in de bladen, die hij steunt, inspireert, ja ook dicteert, wanneer -zijn liefste denkbeelden op het spel staan.” -</p> -<p>Er volgde een stilte. Ieder oogenblik keek Narcisse in deze groote, verlaten en plechtige -Galleria dei Candelabri te midden van de roerlooze, spookachtig witte marmeren beelden, -of het kleine gevolg van den paus nog niet kwam, om zich naar den tuin te begeven. -</p> -<p>“Het zal u wel bekend zijn,” ging Narcisse voort, “dat men hem op een lagen stoel -naar beneden draagt, die zoo smal is, dat hij door alle deuren heen kan. Het is een -heele tocht! Bijna twee kilometers door de loggia’s, de Stanza di Raffaeli, de schilderijen- -en beeldhouwwerkengalerijen, ongerekend de talrijke trappen. In het kort een eindelooze -tocht, voor men hem beneden neerzet in een allée, waar een rijtuig met twee paarden -staat te wachten.—Het is prachtig weer vanavond. Hij zal zeker komen. Heb nog maar -even geduld!” -</p> -<p>Terwijl Narcisse deze bijzonderheden vertelde, zag Pierre de geheele geschiedenis -voor zich herleven. Eerst kwamen de mondaine en praallievende pausen der Renaissance, -zij, die de Oudheid hadden opgewekt en ervan droomden den Heiligen Stoel weer met -het keizerlijk purper te drapeeren: Paul II, de prachtlievende Venetiaan, die den -palazzo di Venezia had gebouwd; Sixtus V, wien wij de Sixtijnsche kapel te danken -hebben; Julius II en Leo X, die van Rome een stad van theatralen pronk, van kostbare -feesten, tournooien, balletten, jachtpartijen, maskerades en festijnen maakten. Het -pausdom had juist onder den grond, in het stof der <span class="pagenum">[<a id="pb213" href="#pb213">213</a>]</span>puinhoopen, den Olympus teruggevonden; en als bedwelmd door den uit den ouden bodem -opstijgenden levensstroom, stichtte het de musea, maakte daarvan weer de prachtige, -aan den eeredienst der algemeene bewondering teruggegeven heidensche tempels. Nooit -had de Kerk zich nog in zoo’n doodsgevaar bevonden, want al bleef men ook in de St. -Pieter den Christus vereeren, zoo troonden toch Juppiter en al de marmeren goden en -godinnen met hun triompheerende lichamen in de zalen van het Vaticaan. -</p> -<p>Vervolgens rees een ander visioen voor Pierre op, dat der moderne pausen vóór de Italiaansche -occupatie, Pius IX vrij nog en zich dikwijls bewegend in zijn geliefd Rome. De groote, -roode en gouden koets werd door zes paarden getrokken, omgeven door de Zwitsersche -garde, gevolgd door een peloton edelgarden. Op den Corso verliet de paus meermalen -zijn rijtuig en zette zijn wandelrit te voet voort; dan galoppeerde een bereden garde -vooruit, om te waarschuwen en alles te doen stilstaan. Onmiddellijk schaarden de rijtuigen -zich in een rij; de mannen stapten uit, om op straat neer te knielen, terwijl de vrouwen -eenvoudig bleven staan en het hoofd eerbiedig bogen bij de nadering van den Heiligen -Vader, die, glimlachend en zegenend, met langzamen stap tot aan de piazza del Popolo -ging. En nu kwam Leo XIII, de vrijwillige gevangene. Achttien jaar lang nu al in het -Vaticaan opgesloten, had hij achter deze dikke, zwijgende muren, in dat onbekende, -waarin het bescheiden leven van al zijn dagen wegvloot, een hoogere majesteit, iets -heilig en huiveringwekkend mysterievols gekregen. -</p> -<p>O, deze paus, dien men niet meer ontmoet, dien men niet meer ziet, die voor den gewonen -mensch verborgen is als een dier vreeselijke godheden, die alleen de priesters in -het gelaat durven zien! Hij heeft zich opgesloten in dat weelderige Capitool, dat -zijn voorgangers uit den Renaissance-tijd gebouwd en versierd hadden voor reusachtige -feesten; hij leeft daar, ver van de groote menigte, in een gevangenis, met de mooie -mannen en de mooie vrouwen van Michelangelo en Raffaël, met de marmeren goden en godinnen, -den schitterenden Olympus, die den godsdienst van het licht en van het leven viert. -Het geheele pausdom baadt daar met hem in het paganisme. Welk een schouwspel, wanneer -deze tengere grijsaard met zijn sneeuwwitte haren, door die zalen der Galleria degl’ -Antichi komt, om zich naar den tuin te begeven. Rechts en links zien de standbeelden -met al hun <span class="pagenum">[<a id="pb214" href="#pb214">214</a>]</span>naakt vleesch hem voorbijkomen: Juppiter en Apollo en Venus, de heerscheres, en Pan, -de universeele god, wiens lach de vreugden der aarde inluidt. Nereïden baden zich -in den doorzichtigen stroom, Bacchanten dartelen zonder sluier in het warme gras. -Kentauren dragen galoppeerend op hun dampende flanken mooie, in wellust zwijmelende -meisjes weg. Ariadne wordt verrast door Bacchus, Ganymedes liefkoost den adelaar, -Adonis doet de paren in liefde ontvlammen. -</p> -<p>En de witte grijsaard wordt op zijn lagen stoel door dit triompheerende vleesch, die -pronkende, pralende, verheerlijkte naaktheid, die de almacht der natuur, het eeuwige -mysterie verkondigt, gedragen. Sedert men haar teruggevonden, uitgegraven en geëerd -heeft, heerscht zij daar opnieuw onvergankelijk; en vergeefs heeft men wijnrankbladeren -aan de standbeelden aangebracht, evenals men de grootsche figuren van Michelangelo -gekleed heeft: het geslacht vlamt, het leven schuimt over, het zaad stroomt wild-bruisend -door de aderen der wereld. -</p> -<p>Dicht daarbij in de onvergelijkelijk rijke Vaticaansche Bibliotheek, waarin het geheele -menschelijke weten slaapt, zal het een nog vreeselijker gevaar zijn, zal een ontploffing -het Vaticaan en zelfs de St. Pieter ten val brengen, wanneer ook die boeken eens ontwaken -en luide spreken, zooals de schoonheid der Venussen en de mannekracht der Apollo’s -gesproken hebben. Maar de witte, zoo magere grijsaard schijnt niets te zien, niets -te hooren, en de Juppiterkoppen en de Herculestorso’s en de Antinoi met hun dubbelzinnige -heupen, blijven hem zwijgend voorbij zien gaan. -</p> -<p>In zijn ongeduld vroeg Narcisse een suppoost, die hem verzekerde, dat Zijne Heiligheid -reeds in den tuin was. De meeste keeren namelijk ging men, om den weg te bekorten, -door een kleine overdekte galerij, die voor de Munt uitkwam. -</p> -<p>“We zullen ook gaan, als ge het goed vindt!” zeide hij tegen Pierre. “Ik zal zien, -dat we toegang tot de tuinen krijgen.” -</p> -<p>Beneden in den vestibule, waar een deur uitkwam op een breede laan, begon hij weer -te praten met een anderen suppoost, een voormalig pauselijk soldaat, dien hij speciaal -kende. Onmiddellijk liet deze hem met Pierre doorgaan; maar hij kon niet zeker zeggen -of monsignor Gamba del Zoppo met Zijne Heiligheid was. -</p> -<p>“Het komt er niet op aan,” begon Narcisse weer, toen zij samen in de allée waren; -“ik geef nog steeds de hoop op een gelukkige ontmoeting niet op … En nu zijn we in -de beroemde tuinen van het Vaticaan.” -<span class="pagenum">[<a id="pb215" href="#pb215">215</a>]</span></p> -<p>Deze tuinen zijn zeer uitgestrekt. De paus kan, wanneer hij door de alleeën en dan -door de wijngaard en den moestuin gaat, vier kilometer loopen. Zij beslaan het plateau -van den Vaticaanschen heuvel, die aan alle zijden nog door den ouden muur van Leo -IV omgeven wordt, wat hen van de omliggende kleine dalen scheidt. Vroeger liep de -muur door tot den Engelenburg, waar de zoogenaamde Leostad was. Er is geen plek, vanwaar -men in die tuinen zien kan, geen enkele nieuwsgierige blik zou erin kunnen doordringen, -behalve van den dom van de St. Pieter, en slechts haar reusachtige schaduw valt op -brandend heete dagen in de tuinen. Zij vormen als het ware een wereld op zichzelf, -een gevariëerd en volkomen geheel, dat iedere paus getracht heeft mooier te maken: -een groot grasperk met geometrische gazons met twee mooie palmen beplant en met citroen- -en oranjeappelboomen in potten versierd; een vrijere, schaduwrijker tuin, waarin zich -tusschen diepe heggen en lanen de Aquilone, de fontein van Giovanni Vesanzio en het -oude Casino van Pius IV bevinden; de boschjes met de prachtige steeneiken, die door -breede alleeën doorsneden worden en als uitlokken tot langzame wandelingen; en eindelijk, -na nog andere boomgroepen, de moestuin en de goed onderhouden wijngaard. -</p> -<p>Al loopend door de boschjes vertelde Narcisse aan Pierre bijzonderheden over het leven -van den Heiligen Vader in deze tuinen. Wanneer het weer het toelaat, gaat hij er om -den anderen dag wandelen. Vroeger verhuisden de pausen in Mei van het Vaticaan naar -het Quirinaal, dat koeler en gezonder is, terwijl zij den tijd der grootste hitte -doorbrachten in Castel Gandolfo aan het Albaansche Meer. Tegenwoordig heeft de Heilige -Vader geen ander zomerverblijf dan de zoo goed als ongedeerd gebleven toren van den -ouden muur van Leo IV. Hij brengt daar de warmste dagen door en heeft zelfs een soort -paviljoen ernaast laten bouwen voor zijn gevolg, om er langer verblijf te kunnen houden. -Narcisse, die hier bekend was, kon vrij naar binnen gaan en Pierre een blik laten -slaan in het eenige door Zijne Heiligheid bewoonde vertrek, een groote ronde kamer -met een half-kogelvormige zoldering, waar de hemel op geschilderd is met de symbolische -teekenen der sterren, waarvan er een, de Leeuw, als oogen twee sterren heeft, die -door een bijzonder verlichtingssysteem ’s nachts fonkelen. De muren zijn zoo dik, -dat men door een der ramen af te sluiten, in de nis een soort kamer heeft kunnen maken, -waarin zich een rustbed <span class="pagenum">[<a id="pb216" href="#pb216">216</a>]</span>bevindt. Verder bestond het meubilair uit een groote schrijftafel, een kleinere eettafel -en een grooten, geheel vergulden, koninklijken leunstoel, een der geschenken ter gelegenheid -van het bisschopsjubileum. En men denkt aan de eenzame, stille dagen in deze lage -torenkamer, koel als een graf, wanneer de heete Juli- en Augustuszon in de verte op -het in slaap gevallen Rome brandt. -</p> -<p>Dan nog verdere bijzonderheden. In een anderen, door een kleinen, witten koepel bekroonden -toren, dien men tusschen het groen ziet, is een sterrenwacht opgericht. Ook is er -onder de boomen een Zwitsersch chalet, waarin Leo XIII gaarne uitrust. Hij gaat meermalen -te voet naar den moestuin en stelt vooral belang in den wijngaard, dien hij dikwijls -bezoekt, om te zien, of de druiven rijpen en de oogst goed worden zal. Maar wat den -jongen priester het meest verbaasde was te hooren, dat de Heilige Vader, toen hij -jonger en sterker was, een hartstochtelijk jager geweest was. In het bijzonder was -hij een vriend van den “<i>roccolo</i>”. Aan den rand van een boschje worden langs een allée netten met groote, breede mazen -gespannen, zoodat die allée aan beide zijden afgesloten is. In het midden zet men -op den grond de kooien met lokvogels, wier zang al heel spoedig de vogels uit de buurt, -de roodborstjes, grasvinken, nachtegalen en allerlei soorten vijgeneters lokt. Wanneer -er dan veel bij elkaar waren, klapte Leo XIII, die verscholen op den loer zat, in -zijn handen en verschrikte de vogels, die opvlogen en met hun vleugels in de mazen -van het net bleven hangen. Men behoefde ze dan nog slechts uit te zoeken en met een -lichten druk van den duim te wurgen. Gebraden vijgeneters vormen een groote delicatesse. -</p> -<p>Toen zij door het kreupelhout teruggingen, zag Pierre tot zijn groote verbazing een -kleine imitatie der Grot van Lourdes, die met behulp van rotsjes en cementblokken -gemaakt was. Zijn ontroering was zóó groot, dat hij die voor Narcisse niet verbergen -kon. -</p> -<p>“Dus is het toch waar?… Men had het mij verteld, maar ik dacht, dat de paus breeder -van opvatting en los van dat lage bijgeloof was.” -</p> -<p>“O,” antwoordde Narcisse, “ik geloof, dat de Grot uit den tijd van Pius IX dateert, -die voor Notre-Dame de Lourdes een dankbare vereering had. In ieder geval is het een -geschenk, en Leo XIII zorgt alleen maar, dat de Grot niet in verval geraakt.” -<span class="pagenum">[<a id="pb217" href="#pb217">217</a>]</span></p> -<p>Gedurende enkele minuten bleef Pierre roerloos en zwijgend voor die nabootsing, voor -dat kinderlijke, religieus stuk speelgoed staan. Verscheidene bezoekers hadden uit -vromen ijver hun visitekaartjes in de spleten van het cement achtergelaten. Teleurgesteld -en droevig gestemd begon hij met hangend hoofd en geheel verzonken in een troosteloos -gepeins over de jammerlijke dwaasheid der wereld, Narcisse weer te volgen. -</p> -<p>Lieve God, hoe heerlijk was ondanks alles dit einde van een mooien dag, welk een alles -overwinnende bekoring steeg in dit aanbiddelijke gedeelte der tuinen uit de aarde -op! Meer dan onder de flauwe schaduw van het kreupelhout, meer zelfs dan tusschen -de vruchtbare wijngaardranken voelde hij hier midden op dit kale, verlaten, trotsche -en brandende grasperk de volle kracht der machtige natuur. In het dunne gras, dat -regelmatig de geometrische afdeelingen, die door de alleeën gevormd werden, sierde, -zag men nauwlijks eenige lage struiken, dwergrozen, aloës en half verdroogde bloemperkjes, -terwijl in den barokken smaak van vroeger enkele groene heestertjes nog het wapen -van Pius IX vormden. -</p> -<p>Niets stoorde de warme stilte dan het zachte, kristallijnen geruisch van de fontein -in het midden, een regen van droppels, die onophoudelijk uit een bekken vielen. Geheel -Rome met zijn vurigen hemel, zijn souvereine lieftalligheid, zijn veroverenden wellust -scheen dit vierkante mozaïek van groen te bezielen; half verwaarloosd en geschroeid -als het was, nam het in de oude huivering van een vlammenden hartstocht, die nooit -sterven kon, een zwaarmoedigen trots aan. Oude vazen, oude standbeelden, naakt en -wit in de ondergaande zon, stonden om het grasperk heen. En sterker dan de geur der -eucalyptussen en der pijnboomen, sterker ook dan de geur der rijpende <span class="corr" id="xd29e2071" title="Bron: oranje-appelen">oranjeappelen</span> steeg de geur der groote taxisboomen op, zoo vol gulzig leven, dat hij als de geur -zelf der manlijke kracht van dezen ouden, door menschenstof verzadigden bodem, de -voorbijgangers als het ware bedwelmde. -</p> -<p>“Het is werkelijk wonderlijk, dat wij Zijne Heiligheid niet gezien hebben,” zeide -Narcisse. “Het rijtuig is zeker de andere allée doorgereden, toen wij in den toren -van Leo IV waren.” -</p> -<p>Hij begon nu over zijn neef, monsignor Gamba del Zoppo, en legde Pierre uit, dat het -ambt van “<i>Copiere</i>”, van opperschenker, dat deze als een der vier geheime kamerheeren <span class="pagenum">[<a id="pb218" href="#pb218">218</a>]</span>moest vervullen, nog slechts een zuiver eerebaantje was, vooral sedert de diplomatieke -diners en de diners ter eere van bisschopswijdingen gegeven werden bij den kardinaal-secretaris -in het staatssecretariaat. Monsignor Gamba del Zoppo, wiens blooheid en onbeduidendheid -spreekwoordelijk waren, scheen geen andere rol te spelen dan Leo XIII, die hem om -zijn voortdurende vleierijen en de anecdotes, welke hij zoowel uit de zwarte als de -witte kringen wist te vertellen, gaarne mocht, op te vroolijken. Deze dikke, vriendelijke -en zelfs, wanneer zijn eigen belangen daardoor geen gevaar liepen, dienstvaardige -man, was een wandelende courant. Hij wist alles en versmaadde zelfs keukenpraatjes -niet. Op die wijze stevende hij kalm op het kardinaalschap aan; hij was zeker van -den kardinaalshoed, zonder dat hij zich eenige andere moeite behoefde te geven dan -op de wandelingen nieuwtjes te vertellen. En God weet, dat hij daarvoor stof genoeg -vond in dat gesloten Vaticaan met zijn gewemel van prelaten van alle soorten, onder -dat pauselijk personeel, waarbij geen vrouwen zijn en dat alleen uit oude jonggezellen -in lange kleeren bestaat, die slechts leven in matelooze eerzucht, in heimlijken en -afschuwlijken strijd en in woesten haat, welke, naar men zegt, soms nog wel grijpt -naar het goede, oude gif van vroeger tijden! -</p> -<p>Plotseling bleef Narcisse staan. -</p> -<p>“Kijk, ik wist het wel … Daar is de Heilige Vader … Maar wij hebben geen geluk. Hij -zal ons zelfs niet zien. Hij stapt weer in zijn rijtuig.” -</p> -<p>Inderdaad was de koets tot den rand van het kreupelhout gereden en de kleine stoet, -die uit een smalle allée kwam, liep erheen. -</p> -<p>Pierre had een schok in zijn hart gekregen. Onbeweeglijk stond hij met Narcisse half -verborgen achter den hoogen pot van een citroenboom en kon slechts uit de verte den -witten grijsaard, zoo tenger in de fladderende plooien van zijn witte soutane, zeer -langzaam loopend met kleine pasjes, die over het zand schenen te glijden, zien. Nauwlijks -kon hij het magere, als uit oud, doorzichtig ivoor gesneden gezicht, waarin vooral -de groote neus boven de dunne lippen opviel, onderscheiden. Maar de zeer donkere oogen -glansden nieuwsgierig glimlachend, terwijl hij zijn oor naar rechts gewend hield, -naar monsignor Gamba del Zoppo, die, dik en kort, met een bloem in het knoopsgat en -waardig, ongetwijfeld bezig was een verhaal te vertellen. Aan de andere <span class="pagenum">[<a id="pb219" href="#pb219">219</a>]</span>zijde liep een der edelgarden, terwijl twee andere prelaten volgden. -</p> -<p>Het was slechts een alledaagsch tooneeltje; reeds stapte Leo XIII in de gesloten koets. -En te midden van dien grooten, brandend heeten, met geuren bezwangerden tuin vond -Pierre weer dezelfde vreemde ontroering terug, die zich in de Galleria dei Candelabri -van hem meester gemaakt had, toen hij zich voor den geest had geroepen, hoe de paus -tusschen de hun triomphantelijke naaktheid ten toon spreidende Venussen en Apollo’s -gedragen werd. Daar vierde slechts de heidensche kunst de eeuwigheid van het leven, -de prachtige en almachtige krachten der natuur. Hier echter zag hij hem baden in de -natuur zelf, in de mooiste, wellustigste, hartstochtelijkste natuur. -</p> -<p>O, deze paus, deze witte grijsaard, die zijn God, den God van smarten, ootmoed en -verzaking, door de lanen van dezen liefdetuinen leidde, wanneer na heete dagen mat -de avond valt en de geuren van pijnboomen en eucalyptussen, van rijpe oranjeappelen -en taxisboomen hem liefkoozen! Geheel en al omgaf Pan hem hier met de machtige uitstroomingen -van zijn manlijke kracht. Hoe heerlijk zou het zijn daar te leven te midden van de -pracht van den hemel en van de aarde, de schoonheid van de vrouw er lief te hebben -en zich te verblijden in de algemeene vruchtbaarheid. Plotseling werd hij zich van -de waarheid bewust, dat uit het land van licht en vreugde slechts een wereldlijke, -op verovering en politieke macht beluste godsdienst kon ontsproten zijn en niet de -mystieke en lijdende godsdienst van het Noorden, de religie der ziel. -</p> -<p>Maar Narcisse liep met den jongen priester verder, terwijl hij hem nog meer bijzonderheden -vertelde: over de gulle eenvoudigheid van Leo XIII, die dikwijls bleef staan om met -de tuinlieden te praten en te vragen naar den stand der boomen, naar den verkoop der -oranjeappelen; over de liefde, welke hij gehad had voor twee gazellen, die hij uit -Afrika ten geschenke gekregen had, mooie, teere dieren, die hij graag streelde en -bij wier dood hij geweend had. Maar Pierre luisterde niet meer; en toen zij zich weer -op het plein voor de St. Pieter bevonden, keerde hij zich om en keek nogmaals naar -het Vaticaan. -</p> -<p>Zijn blikken vielen op de bronzen deur en hij herinnerde zich, hoe hij zich ’s ochtends -afgevraagd had, wat er achter die metalen, met groote spijkers beslagen spijlen verborgen -<span class="pagenum">[<a id="pb220" href="#pb220">220</a>]</span>was. Hij durfde zich nog geen antwoord geven op die vraag; hij durfde nog niet te -beslissen, of de nieuwe, naar broederschap en gerechtigheid smachtende volkeren er -den door de toekomstige democratieën verwachten godsdienst zouden vinden, want hij -nam nog slechts een eersten indruk met zich mede. Maar hoe sterk was die indruk en -welk een beginnende ramp voor zijn droom! Een bronzen deur—ja, het was een harde, -onbedwingbare deur, die het Vaticaan met haar oude paneelen dichtmetselde, het zoo -streng van de overige wereld scheidde, dat er sinds drie eeuwen niets binnengekomen -was. Zoo even had hij daarachter de oude eeuwen, tot aan de zestiende toe, zien herleven. -De tijd was er als het ware stil blijven staan. Niets was er meer, dat leefde; de -uniformen zelfs der Zwitsersche garde, van de edelgarden, van de prelaten waren niet -veranderd; men vond er de wereld van driehonderd jaar geleden terug met haar zelfde -etiquette, haar zelfde kleeding, haar zelfde denkbeelden. Want ook al sloten de pausen -zich, als een hautain protest, de laatste vijf-en-twintig jaar vrijwillig op, dat -nam niet weg, dat die inmetseling in het verleden, in de traditie van veel langer -geleden dateerde en een op andere wijze ernstig gevaar vormde. -</p> -<p>Het geheele Katholicisme was er evenals zij opgesloten, hardnekkig vasthoudend aan -zijn dogma’s, in zijn starre onbeweeglijkheid nog slechts levend door zijn wijde hiërarchische -organisatie. Kon dan het Katholicisme ondanks zijn schijnbare soepelheid in niets -toegeven zonder gevaar te loopen geheel medegesleept te worden? En dan—wat voor een -vreeselijke wereld vol trots, vol eerzucht, vol haat en strijd! En welk een vreemde -gevangenis, welke vreemde toenaderingen daar achter die sloten en grendels: de Christus -in gezelschap van Juppiter Capitolinus, de geheele Christelijke Oudheid verbroederd -met de Apostelen, de herder van het Evangelie, die in naam der armen en eenvoudigen -regeert, omgeven door de geheele pracht der Renaissance! Op het plein voor de St. -Pieter ging de zon onder, de zachte wellust van den Romeinschen avond zonk neer van -den helderen hemel; en de jonge priester bleef wanhopig na dien mooien dag, doorgebracht -met Michelangelo, Raffaël, de Oudheid en den Paus in het grootste paleis der wereld. -</p> -<p>“En nu moet ik mij verder excuseeren, mijn waarde abbé!” zeide Narcisse. “Ik wil u -niet verhelen, dat ik bang ben, dat mijn dappere neef zich niet in uw zaak wil compromitteeren … -<span class="pagenum">[<a id="pb221" href="#pb221">221</a>]</span>Ik zal nog wel eens naar hem toe gaan, maar u zult verstandig doen niet te veel meer -op hem te rekenen.” -</p> -<p>Het was bijna zes uur toen Pierre in den palazzo Boccanera terugkwam. Gewoonlijk ging -hij bescheiden door het steegje en liep hij de kleine trap op, waarvan hij een sleutel -had. Maar hij had dien ochtend een brief van vicomte Philibert de la Choue ontvangen, -waarvan hij den inhoud aan Benedetta wilde mededeelen. Dus ging hij de groote trap -op. Tot zijn verwondering vond hij echter niemand in de antichambre. Op gewone dagen -ging Victorine, wanneer Giacomo uit moest, daar aan een handwerkje zitten naaien. -Haar stoel stond er wel, hij zag zelfs op een tafeltje het linnen, dat zij aan het -verstellen was, liggen, zij was dus ongetwijfeld weggegaan. Hij nam de vrijheid den -eersten salon binnen te gaan. Het was er bijna reeds donker, de schemering stierf -er zacht weg. De priester bleef staan, durfde niet verder gaan, toen hij uit den salon -ernaast, den grooten gelen salon, een stemmengeruisch, geritsel, bonsen hoorde. Eerst -klonk een dringend smeeken, dan woedend gebrom. Plotseling aarzelde hij niet meer; -hij werd ondanks zichzelf als medegesleept door de zekerheid, dat iemand zich in dat -vertrek verdedigde en op het punt stond het onderspit te delven. -</p> -<p>Toen hij het vertrek binnenvloog, zag hij daar tot zijn groote verbijstering Dario -als dol, in een uitbarsting van wilden hartstocht, waarin het ongebreidelde bloed -der Boccanera’s, ondanks de elegante uitputting van het ras, weer boven kwam: hij -hield Benedetta bij haar schouders, had haar achterover op een canapé geworpen, wilde -haar met geweld bezitten, terwijl hij haar gezicht met zijn heete woorden verzengde. -</p> -<p>“Om Gods wil, lieveling … Om Gods wil, als je niet wilt, dat ik en jij sterven … Je -zegt het toch zelf … het is uit … dat huwlijk zal nooit vernietigd worden … Laten -we toch niet langer ongelukkig zijn, heb mij lief zooals ik jou liefheb … en laat -mij je liefhebben, laat mij je liefhebben!” -</p> -<p>Maar weenend, met een gelaat vol onuitsprekelijke liefde en onuitsprekelijke smart -stootte de contessina hem met haar uitgestrekte armen van zich af. -</p> -<p>“Neen, neen, ik heb je lief, ik wil niet, ik wil niet!” -</p> -<p>Op dat oogenblik had Dario, terwijl hij een wanhopig gebrom uitstiet, het gevoel, -dat iemand binnenkwam. Hij richtte zich heftig op en keek Pierre met een waanzinnig-starenden -<span class="pagenum">[<a id="pb222" href="#pb222">222</a>]</span>blik aan, zonder hem goed te herkennen. Dan streek hij met zijn handen over zijn gezicht, -over zijn door tranen overstroomde wangen, over zijn met bloed doorloopen oogen en -vluchtte, terwijl hij een vreeselijk: “Ach” uitbrulde, waarin zijn bedwongen begeerte -nog in tranen en berouw streed. -</p> -<p>Benedetta was hijgend op den canapé blijven zitten; haar moed en haar kracht waren -gebroken. Maar toen Pierre, verlegen met zijn rol en geen woorden kunnende vinden, -zich ook wilde verwijderen, vroeg zij hem met een stem, die al kalmer begon te worden: -</p> -<p>“Neen, neen, mijnheer de abbé, ga niet weg … Neem plaats wat ik u smeeken mag, ik -wou graag even met u praten.” -</p> -<p>Hij meende zich echter voor zijn plotseling binnenkomen te moeten verontschuldigen, -zeide haar, dat de deur van den eersten salon half open stond en hij in de antichambre -alleen maar het verstelgoed van Victorine gezien had. -</p> -<p>“Dat is waar!” riep de contessina uit; “Victorine moest er zijn, ik heb haar zooeven -nog gezien. Toen mijn arme Dario zijn zelfbeheersching verloor, heb ik haar geroepen. -Waarom is zij niet gekomen?” -</p> -<p>Dan voegde zij in een opwelling van vertrouwelijkheid, terwijl haar gezicht nog brandde -van den strijd, eraan toe: -</p> -<p>“Luister eens, mijnheer de abbé, ik zal u alles vertellen, want ik wil niet, dat u -een te laag <span class="corr" id="xd29e2118" title="Bron: idée">idee</span> van mijn armen Dario krijgt. Dat zou me veel leed doen … Kijk u eens, wat er zooeven -hier gebeurd is, is ook eenigszins mijn eigen schuld. Gisteravond heeft hij mij om -een onderhoud in deze kamer gevraagd, om eens rustig en kalm te kunnen praten; en -daar ik wist, dat mijn tante op dit uur niet thuis zou zijn, heb ik hem gezegd te -komen … Het is heel natuurlijk, niet waar, dat wij na het groote verdriet, dat het -bericht, dat mijn huwlijk ongetwijfeld nooit vernietigd zal worden, ons veroorzaakt -heeft, elkaar even spreken wilden? Wij lijden te veel, er moet een besluit genomen -worden … En toen hij kwam, begonnen wij te huilen, hebben wij lang in elkaars armen -gelegen, elkaar geliefkoosd en onze tranen vermengd. Ik heb hem wel duizendmaal gekust -en hem gezegd, dat ik hem aanbad, dat ik er wanhopig onder was hem zoo ongelukkig -te maken, dat ik zeker aan mijn verdriet hem zoo ongelukkig te zien, sterven zou. -Misschien heeft hij daarin een aanmoediging gezien, en bovendien hij is toch ook geen -engel, ik had hem niet zoo lang aan mijn hart moeten drukken … <span class="pagenum">[<a id="pb223" href="#pb223">223</a>]</span>U begrijpt, mijnheer de abbé, ten slotte is hij als dol geworden en heeft hij datgene -gewild wat ik aan de Heilige Maagd gezworen heb alleen aan mijn echtgenoot te geven.” -</p> -<p>Zij zeide het kalm, eenvoudig, zonder eenige verlegenheid. Een flauw glimlachje speelde -om haar lippen, toen zij voortging: -</p> -<p>“O, ik ken mijn armen Dario heel goed. Maar dat belet niet, dat ik hem liefheb, integendeel. -Hij ziet er teer, ja zelfs een beetje ziekelijk uit, maar in den grond der zaak is -hij hartstochtelijk, moet hij zijn zinnen bevredigen. Ja, het oude bloed bruist nog -in hem, en ik weet wat dat zeggen wil, want als klein meisje had ik soms aanvallen -van woede, waarin ik op den grond lag te stampen; en ook nu nog moet ik, wanneer ik -dergelijke aanvallen krijg, tegen me zelf strijden, me pijnigen, om niet de grootst -mogelijke dwaasheden uit te halen … Mijn arme Dario! Hij kàn zoo moeilijk leed verdragen! -Hij is precies een klein kind, dat zijn luimen dadelijk ingewilligd zien wil; maar -in den grond der zaak is hij toch ook heel verstandig, wacht hij op mij, omdat hij -begrijpt, dat het ware geluk voor hem bij mij is, die hem aanbid.” -</p> -<p>Nu kreeg Pierre een helder inzicht in het karakter van den jongen prins, dat hij tot -nog toe niet volkomen begrepen had. Hoewel hij doodelijk veel van zijn nicht hield, -had hij toch steeds door elders zijn vermaken gezocht. Een volmaakte egoïst, maar -toch een vriendelijke, aardige jongen. Vooral was hij niet in staat leed te verdragen, -had hij een afschuw van lijden, leelijkheid en armoede, zoowel bij hem als bij anderen. -Met hart en ziel was hij voor vreugde, schittering, uiterlijken schijn en leven in -de open, vrije lucht. En bovendien was hij uitgeput, bezat hij nog slechts kracht -voor dit leven van niets doen, kan hij zelfs niet meer denken of willen, zoodat het -nooit zelfs in hem opgekomen was zich aan te sluiten bij het nieuwe regime. Daarbij -kwam nog de matelooze Romeinsche trots, een met scherpzinnigheid en een steeds levendig, -praktisch begrip der werkelijkheid verbonden luiheid, en bij de zachte lieftalligheid -van zijn eindigend geslacht, bij zijn voortdurende behoefte aan een vrouw, aanvallen -van woedende begeerte, een dierlijke, menigmaal losbarstende zinnelijkheid. -</p> -<p>“Mijn arme Dario! Laat hij naar een andere vrouw gaan, ik neem het hem niet kwalijk,” -voegde Benedetta er met haar mooi glimlachje zacht aan toe. “Je moet niet het onmogelijke -aan een man vragen, niet waar?” -<span class="pagenum">[<a id="pb224" href="#pb224">224</a>]</span></p> -<p>Toen Pierre, wiens denkbeelden omtrent Italiaansche jaloezie geheel geschokt werden, -haar verbaasd aankeek, riep zij, brandend van hartstochtelijke aanbidding: -</p> -<p>“Neen, neen, daar ben ik niet jaloersch op. Hij vindt er genot in en mij hindert het -niet. Ik weet heel goed, dat hij steeds tot mij zal terugkeeren, dat hij alleen nog -maar aan mij zal toebehooren, wanneer ik dat willen, wanneer ik dat kunnen zal.” -</p> -<p>Er volgde een stilte. De salon begon zich in duisternis te hullen, het goud aan de -groote wandtafeltjes doofde uit, een eindelooze droefgeestigheid viel van de hooge, -donkere zoldering en het oude gele behang met zijn herfsttinten. Spoedig daarna trad -door een toevallige belichting een schilderij boven den canapé, waarop de contessina -zat, uit de duisternis te voorschijn: het portret van het jonge, mooie meisje, van -Cassia Boccanera, die in haar liefde gerechtigheid geoefend had. Weer trof hem de -gelijkenis en hij dacht hardop: -</p> -<p>“De verzoeking is sterker dan de menschen, er komt altijd een oogenblik, waarop men -bezwijkt. Als ik daareven niet binnengekomen was …” -</p> -<p>Heftig viel zij hem in de rede: -</p> -<p>“Ik, ik!… O, u kent mij niet. Ik zou liever gestorven zijn.” -</p> -<p>En in een vreemde, vrome exaltatie, geheel opgeheven door haar liefde en als had het -bijgeloof den hartstocht tot extase opgevoerd, voegde zij eraan toe: -</p> -<p>“Ik heb de Madonna gezworen mijn maagdelijkheid te geven aan den man, dien ik liefheb, -doch eerst op den dag, dat hij mijn man zal zijn; en dien eed heb ik gehouden ten -koste van mijn geluk, en ik zal hem houden ten koste van mijn leven, als het moet … -Ja, Dario en ik zullen desnoods sterven, maar de Heilige Maagd heeft mijn woord en -de engelen in den hemel zullen niet weenen.” -</p> -<p>Zij gaf zich geheel in al haar oprechtheid, met een eenvoud, die eerst ingewikkeld, -onverklaarbaar schijnen kon. Ongetwijfeld werd zij beheerscht door die zonderlinge -voorstelling van menschelijken adel, welke het Christendom gelegd heeft in verzaking -en reinheid, die een protest is tegen de eeuwige materie, de krachten der natuur, -de oneindige vruchtbaarheid van het leven. Maar in haar was het nog iets meer: voor -haar had de maagdelijkheid een onschatbare waarde, was zij een kostbaar goddelijk -geschenk, dat zij aan den door haar hart uitverkoren geliefde geven wilde, die, <span class="pagenum">[<a id="pb225" href="#pb225">225</a>]</span>zoodra God hen verbonden zou hebben, ook de meester van haar lichaam was. Voor haar -bestond er buiten het door den priester gewijde huwlijk slechts doodzonde en gruwel. -Dat alles verklaarde haar langen tegenstand aan Prada, dien zij niet liefhad; haar -wanhopigen, pijnlijken tegenstand aan Dario, dien zij aanbad, maar aan wien zij zich -slechts geven wilde in een wettig huwlijk. Welk een marteling moest het voor die in -liefde ontvlamde ziel zijn weerstand te bieden aan die liefde! Welk een niet eindigende -strijd van haar plichtsgevoel en haar eed aan de Heilige Maagd met den hartstocht, -dien hartstocht van haar geslacht, welke soms, zooals zij zelf bekende, in haar woedde -als een storm! -</p> -<p>Pierre keek haar in de wegstervende schemering aan en het was hem, alsof hij haar -nu voor het eerst zag, voor het eerst begreep. Haar dualiteit verried zich in haar -eenigszins krachtige en zinnelijke lippen, in haar groote, zwarte, ondoorgrondelijke -oogen, in haar zoo kalm, zoo verstandig, zoo kinderlijk-teer gezicht. Achter deze -vurige oogen, onder die lelie-reine huid raadde men de innerlijke spankracht van de -bijgeloovige, trotsche en eigenzinnige vrouw, die zich hardnekkig bewaarde voor haar -liefde, die slechts werkte, om daarvan te genieten en er in haar beredeneerde bedachtzaamheid -steeds op voorbereid was, dat een hartstochtelijke dwaasheid haar mede zou kunnen -sleepen. O, hoe kon hij zich nu begrijpen, dat men haar liefhad! Hoe voelde hij, dat -een zoo aanbiddelijk wezen met haar heerlijke oprechtheid, haar onstuimige terughouding, -om zich beter te kunnen geven, het leven van een man vervullen kon! Zij kwam hem voor -als de jongere zuster van die liefelijke en tragische Cassia, die met haar voortaan -nuttelooze maagdelijkheid niet langer leven wilde en zich in den Tiber geworpen had, -terwijl zij haar broeder Ercolo en het lijk van Flavio, haar geliefde, met zich trok! -</p> -<p>In een liefdevolle opwelling greep Benedetta de beide handen van Pierre. -</p> -<p>“Mijnheer de abbé, u bent nu een veertien dagen hier, en ik heb al een groote genegenheid -voor u opgevat, omdat ik voel, dat u een vriend bent. Indien u ons niet dadelijk begrijpt, -moet u toch niet te slecht over ons oordeelen. Ik zweer u, dat ik, hoe onwetend ik -ook ben, altijd tracht zoo goed mogelijk te handelen.” -</p> -<p>Hij werd diep geroerd door haar beminlijkheid en hij dankte haar daarvoor, terwijl -hij een oogenblik haar mooie <span class="pagenum">[<a id="pb226" href="#pb226">226</a>]</span>handen in de zijne nam, want ook hij had een groote genegenheid voor haar opgevat. -Weer sleepte een droom hem mede: haar opvoeder zijn, als hij den tijd daarvoor had, -in ieder geval niet weer te vertrekken, zonder deze ziel gewonnen te hebben voor de -denkbeelden van naastenliefde en broederschap, die de zijne waren. Was dit bewonderenswaardige, -indolente, onwetende, niets omhanden hebbende schepseltje, dat slechts haar liefde -wist te verdedigen, niet het Italië van gisteren? Het zoo mooie, sluimerende Italië -van gisteren met haar uitstervende lieftalligheid, zoo betooverend in haar sluimering, -in wier diepe, donkere, hartstochtelijk brandende oogen nog zoo veel ongekends verborgen -lag? Welk een heerlijke taak haar te wekken, haar te onderrichten, haar te veroveren -voor de waarheid, het volk der lijdenden en der armen, het verjongde Italië van morgen, -zooals hij zich dat droomde! -</p> -<p>In dat rampzalige huwlijk met graaf Prada, in dien breuk met hem, wilde hij zelfs -een eerste mislukte poging zien: het moderne Noord-Italië ging te vlug te werk, was -te ruw in zijn poging om het zachte, achtergebleven, nog groote en trage Rome lief -te hebben en te hervormen! Maar kon hij de taak niet opnieuw opvatten, had hij niet -gemerkt, dat zijn boek na de verbazing, die de eerste lezing in haar gewekt had, in -de leegte van haar slechts door haar verdriet gevulde dagen, haar gedachten bezig -gehouden had, haar belang inboezemde. Wat, zich voor anderen, zich voor de minderen -dezer wereld, voor het geluk der ongelukkigen te interesseeren? Was het mogelijk, -dat daarin een verzachting van eigen leed lag? Zij was reeds ontroerd; en hij nam -zich voor haar tranen te doen vloeien, terwijl hij zelf naast haar beefde bij de gedachte -aan de eindelooze liefde, die zij geven zou, wanneer zij zou liefhebben. -</p> -<p>De nacht was geheel gevallen en Benedetta stond op om een lamp te vragen. Toen Pierre -afscheid nam, hield zij hem nog even terug in de donkerte. Hij zag haar niet meer, -hoorde haar nog slechts met haar ernstige stem zeggen: -</p> -<p>“U zult toch geen al te slechte opinie van ons meenemen, mijnheer de abbé? Dario en -ik hebben elkaar lief, en dat is geen zonde, wanneer men verstandig is. Ja zeker, -ik heb hem al zoo lang lief! Stel u voor, ik was nauwlijks dertien en hij achttien, -toen we al zoo heel veel van elkaar hielden in dien grooten tuin van de villa Montefiori, -welken men heelemaal verwoest heeft … O, wat voor dagen hebben wij daar <span class="pagenum">[<a id="pb227" href="#pb227">227</a>]</span>doorgebracht—heele middagen onder de boomen, uren lang in onvindbare schuilhoekjes—en -wat hebben wij elkaar als cherubijnen gekust! Wanneer de tijd kwam, dat de oranjeappelen -rijp werden, bedwelmde ons de geur der vruchten. En de groote taxisboomen, wat omhulden -ze ons met hun geur, die onze harten sneller deed kloppen! Thans kan ik dien niet -meer inademen, zonder duizelig te worden.” -</p> -<p>Giacomo bracht de lamp en Pierre ging naar zijn kamer. Op de kleine trap vond hij -Victorine, die even schrok, alsof zij daar was gaan staan, om hem op te wachten, als -hij uit den salon kwam. Zij volgde hem, praatte, hoorde hem uit. En plotseling ging -de priester een licht op. -</p> -<p>“Waarom ben je niet gekomen, toen je meesteres je riep? Je zat toch in de <span class="corr" id="xd29e2159" title="Bron: anti-chambre">antichambre</span> te naaien?” -</p> -<p>Eerst wilde zij verbaasde oogen opzetten, zeggen, dat zij niets gehoord had. Maar -haar open, gul gezicht kon niet liegen, lachte ondanks alles. Ten slotte bekende zij -dapper en vroolijk. -</p> -<p>“Wat ging mij dat aan? Waarom moest ik tusschenbeide komen? En bovendien voelde ik -mij heel rustig, ik weet, dat de prins veel te veel van haar houdt, om mijn kleine -Benedetta kwaad te doen.” -</p> -<p>In werkelijkheid had zij, begrijpend waar het om ging, bij den eersten hulproep haar -werk op de tafel neergelegd en was zoo zacht mogelijk weggeslopen, om de lieve kinderen, -zooals zij ze noemde, niet te moeten storen. -</p> -<p>“De arme kleine,” begon zij weer, “hoe dom van haar om zich om het hiernamaals zoo -te kwellen. Groote God, wat voor kwaad zou erin steken, wanneer zij elkaar wat geluk -gaven, daar zij elkaar toch liefhebben? Zoo lollig is het leven toch niet! En wat -een wroeging later, wanneer het te laat zou zijn!” -</p> -<p>Toen Pierre alleen in zijn kamer was, voelde hij zich duizelig worden. De groote taxisboomen! -Evenals hij, had zij bij hun scherpen, krachtigen geur gehuiverd. En zij kwamen terug -en riepen hem dien der pauselijke tuinen in herinnering, de wellustige, verlaten en -in de hoogstaande zon brandende, Romeinsche tuinen. De beteekenis van den geheelen -dag werd hem nu duidelijk. Het was de vruchtbare ontwaking, het eeuwige protest van -de natuur en van het leven, de Venus en de Hercules, die men gedurende eeuwen in den -grond heeft kunnen begraven, maar die er toch eens weer uit oprijzen; die men diep -in het heerschzuchtige, starre en koppige Vaticaan kan willen opsluiten, maar die -zelf daar regeeren en onbeperkt de wereld beheerschen. -<span class="pagenum">[<a id="pb228" href="#pb228">228</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">ZEVENDE HOOFDSTUK</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Toen Pierre den volgenden dag na een lange wandeling weer voor het Vaticaan stond, -waarheen een soort obsessie hem steeds weer terugbracht, ontmoette hij opnieuw monsignor -Nani. Het was een Woensdagavond en de assessor bij het Heilig College had juist zijn -wekelijksche <span class="corr" id="xd29e2174" title="Bron: audientie">audiëntie</span> bij den paus gehad, aan wien hij over de zitting, die de Heilige Congregatie ’s ochtends -gehouden had, rapport uitbracht. -</p> -<p>“Welk een gelukkig toeval, mijn waarde zoon! Ik dacht juist aan u … Wilt ge Zijne -Heiligheid in het openbaar zien, alvorens hem in een particuliere <span class="corr" id="xd29e2179" title="Bron: audientie">audiëntie</span> te spreken?” -</p> -<p>Hij had weer zijn gewone glimlachende welwillendheid, waarin men nauwlijks de zachte -ironie voelde van den man, die alles wist, alles kon, alles voorbereidde. -</p> -<p>“Zeker, heel graag, monseigneur”, antwoordde Pierre, een weinig verbaasd door dat -plotselinge aanbod. “Iedere afleiding is welkom, wanneer je je dagen met wachten verspilt.” -</p> -<p>“Neen, neen, ge verspilt uw dagen niet,” viel de prelaat hem vlug in de rede. “Ge -ziet, ge denkt na, ge ontwikkelt u … Maar om op de zaak terug te komen. Ongetwijfeld -weet u, dat de groote internationale bedevaart van den Pieterspenning Vrijdag te Rome -komt en Zaterdag door Zijne Heiligheid ontvangen wordt. Den volgenden dag, Zondag, -is er een andere plechtigheid. Zijne Heiligheid zal dan in de basilica de mis lezen … -Welnu, ik heb nog enkele kaarten over. Hier hebt u nog zeer goede plaatsen voor de -beide dagen.” -</p> -<p>Hij had uit zijn zak een kleine elegante, met zijn gouden naamcijfer voorziene portefeuille -gehaald en nam daaruit twee kaarten, een rose en een groene, die hij aan den jongen -priester gaf. -</p> -<p>“Als u eens wist, hoe men er om vecht! U herinnert zich <span class="pagenum">[<a id="pb229" href="#pb229">229</a>]</span>die twee Fransche dames nog wel, die van verlangen branden om Zijne Heiligheid te -zien? Ik heb niet te veel willen aandringen, om een audiëntie voor haar te krijgen; -ook zij hebben zich tevreden moeten stellen met de kaarten, die ik haar gegeven heb … -Ja, de Heilige Vader voelt zich wat vermoeid. Ik was zooeven bij hem en vond, dat -hij er geel en koortsachtig uitziet. Maar hij is zoo moedig, in hem leeft alleen zijn -ziel.” -</p> -<p>Hij glimlachte weer zijn nauwlijks merkbaar spottend glimlachje. -</p> -<p>“Ja, hij is een voorbeeld voor de ongeduldigen, mijn waarde zoon … Ik hoor, dat monsignor -Gamba del Zoppo niets voor u heeft kunnen doen. Maar u moet u dat niet al te zeer -aantrekken. Laat ik u nogmaals zeggen, dat dit lange wachten zeker een genade der -Voorzienigheid is. Het leert u, het dwingt u dingen te begrijpen, die gij, Fransche -priesters, ongelukkig niet voelt, wanneer gij in Rome komt. En misschien zal u dit -voor fouten behoeden … Kom, draag het kalm en zeg tegen uzelf, dat alles in Gods hand -ligt en geschiedt op het door Zijn hooge wijsheid vastgestelde oogenblik.” -</p> -<p>Hij stak hem zijn mooie, lenige hand toe. Het was als de hand van een vrouw, maar -haar druk had de kracht van een stalen schroef. Dan stapte hij in het rijtuig, dat -op hem stond te wachten. -</p> -<p>De brief, dien Pierre van vicomte Philibert de la Choue ontvangen had, was toevallig -een lange kreet van verbittering en wanhoop naar aanleiding van de internationale -bedevaart van den Pieterspenning. Hij schreef van zijn bed af, waaraan hij door een -hevigen jichtaanval gekluisterd was, en kon niet komen. Het meest verdroot hem echter, -dat de president van het comité, die als zoodanig natuurlijk de bedevaart aan den -paus moest voorstellen, juist baron de Fouras was, een van zijn meest verbitterde -tegenstanders uit de oude conservatieve Katholieke partij; en hij twijfelde er geen -oogenblik aan, of de baron zou van die gelegenheid gebruik maken, om den paus tot -zijn theorie van vrije corporaties over te halen, terwijl hij, de la Choue, slechts -heil voor het Katholicisme en voor de wereld verwachtte van gesloten, verplichte corporaties. -Hij smeekte Pierre dan ook zich tot de hem gunstig gezinde kardinalen te wenden, niet -te rusten voor hij door den paus ontvangen was en Rome niet te verlaten zonder hem -de hoogste goedkeuring te brengen, die de overwinning beslissen kon. De brief gaf -bovendien interessante bijzonderheden <span class="pagenum">[<a id="pb230" href="#pb230">230</a>]</span>over de bedevaart. Zij bestond uit drie duizend uit alle landen saamgekomen pelgrims, -uit Frankrijk, België, Spanje, Oostenrijk, ja zelfs Duitschland, en werd in kleine -groepjes door bisschoppen en leiders der <span class="corr" id="xd29e2198" title="Bron: corporaiies">corporaties</span> naar Rome gebracht. Frankrijk was met drie duizend pelgrims het sterkst vertegenwoordigd. -Een internationaal comité was te Parijs werkzaam geweest, om alles te organiseeren, -een moeilijk werk, want het was een zeer gemengd gezelschap, leden der aristocratie, -damesvereenigingen, arbeidersvereenigingen, alle klassen, leeftijden en geslachten, -als broeders in hetzelfde geloof. De vicomte voegde er nog aan toe, dat de bedevaart, -die millioenen aan den paus brengen zou, den datum van zijn aankomst zóó gekozen had, -dat zij als het ware het protest van het algeheele Katholicisme was tegen de feesten -van 20 September, waarmede het Quirinaal den glorierijken verjaardag van de verheffing -van Rome tot hoofdstad vierde. -</p> -<p>Pierre meende, dat het vroeg genoeg zou zijn als hij tegen elf uur kwam, want de plechtigheid -zou eerst om twaalf uur beginnen. Zij zou plaats vinden in de Sala dei Beatificazione, -een groote, mooie zaal, die boven de zuilengaanderij van de St. Pieter ligt en in -1890 in een kapel veranderd is. Een der ramen ziet uit op de middelste loggia, vanwaaraf -vroeger de nieuw-gekozen paus het volk, Rome en de wereld zegende. Twee andere zalen, -de Sala regia en de Sala ducale lagen ervoor. Toen Pierre echter naar de plaats, waarop -zijn groene kaart hem in de Sala dei Beneficazione zelf recht gaf, wilde gaan, vond -hij de drie zalen met een zóó dicht op elkaar gepakte menigte gevuld, dat hij er zich -slechts met de uiterste moeite een weg door kon banen. Een uur lang verdrong men elkaar -reeds op die manier in de vurige koorts en de toenemende opwinding van de drie- of -<span class="corr" id="xd29e2203" title="Bron: vier duizend">vierduizend</span> daar opgesloten personen. Eindelijk kon hij tot de deur der derde zaal komen, maar -bij het zien van die buitengewone opeenhooping van hoofden ontzonk hem de moed en -trachtte hij zelfs niet verder te gaan. -</p> -<p>De Sala dei Beatificazione, die hij, toen hij op zijn teenen ging staan, met één enkelen -blik overzag, was onder de hooge, strenge zoldering rijk versierd, verguld en beschilderd. -Tegenover den ingang, waar anders het altaar stond, was op een lage estrade de pauselijke -troon geplaatst, een groote fauteuil van rood fluweel, welks rug en armen van goud -schitterden; de draperieën van den eveneens roodfluweelen <span class="pagenum">[<a id="pb231" href="#pb231">231</a>]</span>baldakijn vielen naar achter en ontplooiden zich als twee groote purperen vleugels<span class="corr" id="xd29e2210" title="Bron: ,">.</span> Doch vooral trof Pierre die menigte, die menigte vol ongebreidelden hartstocht, zooals -hij ze nog nooit vroeger gezien had, wier harten hij met luide slagen hoorde kloppen, -wier oogen het koortsachtige ongeduld van hun wachten trachtten te misleiden door -naar den ledigen troon te kijken, dien te aanbidden. -</p> -<p>O, die troon. Hij verblindde hen, hij bracht hen een onmacht nabij, evenals de gouden -monstrans, waarin het Gode behaagde persoonlijk plaats te nemen. Men zag daar arbeiders -in zondagskleeren met heldere kinderblikken en ruwe, thans in extase vertrokken gezichten, -burgerjuffrouwen in haar voorgeschreven zwarte japonnen, bleek door een soort heilige -vrees en bovenmatig verlangen, heeren in gekleede jas en witte das, stralend, vast -overtuigd, dat zij de Kerk en de volkeren redden. Maar in het bijzonder viel een groep -van deze laatsten, om den pauselijken troon, in het oog, de leden van het internationale -comité met baron de Fouras aan het hoofd, een groote, corpulente, blonde vijftiger, -die zich steeds heen en weer bewoog en als een generaal op den ochtend van een beslissende -overwinning bevelen gaf. Hier en daar schitterde tusschen de grijze en zwarte menigte -de violette zijde van een bisschop, daar iedere herder bij zijn kudde had willen blijven. -De gebaarde of gladgeschoren hoofden van de wereldlijke geestelijken en de ordebroeders -in hun bruine, zwarte of witte kleederen staken boven de menigte uit. Rechts en links -wapperden de banieren, die vereenigingen en congregaties als geschenk voor den paus -medebrachten. De deining steeg steeds hooger, het bruisen der zee zwol steeds aan; -de zweetende gezichten, de brandende oogen, de versmachtende monden straalden een -zoo ongeduldige liefde uit, een zoo zware geur steeg uit die opgehoopte menigte op, -dat de atmospheer er als het ware dik en donker door werd. -</p> -<p>Maar plotseling zag Pierre naast den troon monsignor Nani, die, nadat hij hem uit -de verte opgemerkt had, hem een teeken gaf naderbij te komen. En toen Pierre met een -bescheiden gebaar te kennen gaf, dat hij liever bleef waar hij was, gaf de prelaat -het niet op, maar zond een zaalwachter naar hem met bevel ruimte voor hem te maken. -</p> -<p>“Waarom kwam u niet naar uw plaats toe?” vroeg de prelaat, toen de zaalwachter hem -eindelijk bij den troon gebracht had. “Uw kaart geeft u recht hier links van den troon -te staan.” -<span class="pagenum">[<a id="pb232" href="#pb232">232</a>]</span></p> -<p>“Ach, ik zou zooveel menschen lastig hebben moeten vallen, dat ik dat niet wilde. -En bovendien is het te veel eer voor mij.” -</p> -<p>“Neen, neen, ik heb u deze plaats niet voor niets gegeven. Ik wil, dat u vooraan staat, -om alles goed te kunnen zien en niets van de plechtigheid te verliezen.” -</p> -<p>Pierre kon niets anders dan hem dankbaar zijn. Hij zag nu, dat verschillende kardinalen -en vele prelaten van het pauselijk Hof eveneens aan beide zijden van den troon stonden -te wachten. Tevergeefs echter zocht hij naar kardinaal Boccanera, die nooit in de -St. Pieter of op het Vaticaan kwam dan wanneer zijn dienst hem daartoe verplichtte. -Maar wel zag hij kardinaal Sanguinetti, die in een druk gesprek gewikkeld was met -baron de Fouras. Even kwam monsignor Nani nog naar hem toe, om hem twee andere Eminenties -te wijzen, zeer invloedrijke en machtige persoonlijkheden: den kardinaal-vicaris, -een corpulenten, kleinen man met een koortsachtig, door eerzucht verteerd gelaat, -en den kardinaal-secretaris, robuust, gespierd en met grove trekken, het romantische -type van een Siciliaanschen bandiet, die de discrete en glimlachende kerkelijke diplomatie -gekozen heeft. Nog enkele passen verder stond, afgezonderd, de grootpenitentarius, -zwijgend, met een lijdend uiterlijk en een vaal, mager ascetengezicht. -</p> -<p>Het had twaalf uur geslagen. Er ontstond een ongegronde vreugde, een beweging, die -zich als een diepe golf uit de twee andere zalen voortplantte. Doch het waren slechts -de zaalwachters, die de menigte achteruitdrongen om een doorgang voor den pauselijken -stoet vrij te maken. Plotseling echter klonken uit de eerste zaal toejuichingen, kwamen -naderbij, zwollen aan. Ditmaal was het de stoet. Voorop een afdeeling der Zwitsersche -garde in klein tenue onder bevel van een sergeant; dan de in het rood gekleede dragers; -vervolgens de Hofprelaten, waaronder vier geheime kamerheeren. En eindelijk liep tusschen -twee pelotons edelgarden in half-gala de Heilige Vader alleen, te voet, flauwtjes -glimlachend, langzaam naar rechts en links zegenend. Met hem was het gejuich, dat -uit de zalen ernaast opsteeg, binnengedrongen in de Sala dei Beatificazione: de hartstochtelijke -liefde wies tot waanzin aan; en onder de tengere witte handen, die zich zegenend uitstrekten, -waren al deze schepsels, die de onmacht nabij waren, op hun beide knieën gevallen. -Op den grond was niets meer te zien dan een neergeworpen, als door de verschijning -van God verpletterd, vroom volk. -<span class="pagenum">[<a id="pb233" href="#pb233">233</a>]</span></p> -<p>Medegesleept door de geestdrift, was Pierre bevend met de anderen op zijn knieën gevallen. -O, deze almacht, deze onweerstaanbare besmetting van het geloof, van den vreeselijken -ademtocht uit het onzienlijke, die zich in een pracht en een praal van majestueuse -grootte vertienvoudigden! Dan, toen Leo XIII, omgeven door de kardinalen en zijn Hof, -op den troon was gaan zitten, ontstond er een diepe stilte, waarna de ceremonie zich -volgens de gewone ritueele gebruiken ontwikkelde. Eerst sprak, geknield, een bisschop -om de hulde van de getrouwen der geheele Christenheid aan de voeten van Zijne Heiligheid -te leggen. Op hem volgde de president van het comité, baron de Fouras, die, staande, -een lange redevoering voorlas, waarin hij de bedevaart voorstelde, de bedoeling ervan -uiteenzette en op het ernstige karakter van het tegelijk politieke en godsdienstige -protest ervan wees. De corpulente man had een dunne, snijdende stem, die als een drilboor -knarste; hij zeide hoe smartelijk de Katholieke wereld leed onder de berooving van -den Heiligen Stoel, hoe gaarne alle volkeren, die hier door pelgrims vertegenwoordigd -waren, het hooge en vereerde Hoofd der Kerk wilden troosten door hem de obool der -rijken en der armen, het penningske der nederigsten te brengen, opdat de paus trotsch -en onafhankelijk zou kunnen leven. Hij sprak ook over Frankrijk, betreurde zijn dwalingen, -voorspelde zijn terugkeer tot gezonde tradities, gaf trotsch te verstaan, dat het -het rijkste en vrijgevigste land was, waaruit in een ononderbroken stroom goud en -geschenken naar Rome vloeiden. Eindelijk stond Leo XIII op en beantwoordde den bisschop -en den baron. Zijn stem was zwaar, had een sterken neusklank. Uit een zoo tenger lichaam -had men een dergelijke stem niet verwacht. In enkele zinnen drukte hij zijn dankbaarheid -uit en zeide hoezeer zijn hart door deze toewijding der naties aan het pausdom geroerd -was. De tijden mochten slecht zijn, de eindtriomf kon niet lang meer uitblijven. De -teekenen wezen er duidelijk op, dat het volk tot het geloof terugkeerde, dat de ongerechtigheden -weldra onder de algemeene heerschappij van Christus zouden ophouden. En Frankrijk? -Was Frankrijk niet de oudste dochter der Kerk, die aan den Heiligen Stoel te veel -bewijzen van liefde gegeven had dan dat deze ooit op zou kunnen houden haar lief te -hebben? Dan hief hij zijn handen op en schonk aan alle aanwezige pelgrims, aan de -vereenigingen en congregaties, die zij vertegenwoordigden, aan hun huisgezinnen <span class="pagenum">[<a id="pb234" href="#pb234">234</a>]</span>en aan hun vrienden, aan Frankrijk, aan alle Katholieke naties zijn apostolischen -zegen, om hen te danken voor de kostbare hulp, die zij hem zonden. Terwijl hij weer -ging zitten, barstten toejuichingen los, geestdriftige salvo’s, die tien minuten duurden, -gepaard met vivatgeroep, met ongearticuleerde kreten, een storm van ontketenden hartstocht, -die de zaal deed beven. -</p> -<p>En terwijl deze woeste aanbidding woedde, keek Pierre naar Leo XIII, die weer roerloos -op zijn troon zat. Met de pauselijke muts op en den rooden, met hermelijn afgezetten -mantel had hij in zijn lange witte soutane de hiëratische stijfheid van een afgodsbeeld, -dat door tweehonderdvijftig millioen Christenen aangebeden wordt. Op den purperen -achtergrond der gordijnen van den baldakijn, tusschen de vleugelachtig uitgespreide -draperieën, waarin iets als een gloed van verheerlijking gloeide, nam hij een werkelijke -majesteit aan. Het was niet meer de zwakke grijsaard met zijn kleine, gesaccadeerde -pasjes en zijn tenger halsje van arm, ziek vogeltje. Het magere gezicht, de te krachtige -neus, de te groote mond verdwenen. In dat wasachtige gelaat onderscheidde men niets -dan de prachtige, donkere, diepe, eeuwig jonge, scherpzinnige en doordringende oogen. -</p> -<p>Een onwillekeurig oprichten van zijn gestalte, een bewustzijn, dat hij de eeuwigheid -vertegenwoordigde, de koninklijke adeldom, die hem omgaf, riepen den indruk te voorschijn, -dat hij niet meer was dan een ademtocht, een reine ziel in een lichaam van zóó doorzichtig -ivoor, dat men er die ziel reeds in zag, bevrijd van alle aardsche banden. En toen -begreep Pierre, wat zulk een man, de souvereine pontifex, de koning, aan wien tweehonderdvijftig -millioen onderdanen gehoorzamen, zijn moest voor de vrome en lijdende schepsels, die, -door de schittering van de machten, die hij vertegenwoordigde, neergeslagen, hem van -zoo verre kwamen aanbidden. Achter hem, in het purper der gordijnen, opende zich plotseling -het onzichtbare, de oneindigheid van het ideale en de verblindende verheerlijking! -</p> -<p>Hoeveel eeuwen van geschiedenis sedert den apostel Petrus, hoeveel kracht, hoeveel -genie, hoeveel strijd, hoeveel triomphen vereenigden zich in één wezen, den Uitverkorene, -den Eenige, den Bovenmenschelijke! Welk een telkens hernieuwd wonder; de hemel, die -zich verwaardigde in dit menschelijk lichaam neer te dalen, God, die woonde in den -dienaar, dien hij uitverkoren had, dien hij wijdt en heiligt boven de ontzaglijke -<span class="pagenum">[<a id="pb235" href="#pb235">235</a>]</span>menigte andere wezens door hem alle macht en wetenschap te geven! Welk een heilige -ontroering, welk een liefde, God in een mensch, God, steeds ziende door zijn oogen, -sprekend met zijn stem, uit ieder van zijn zegenende gebaren uitstroomend. Wie kan -zich deze exorbitante, onbeperkte macht van een onfeilbaren monarch, de volkomen macht -in deze, het heil in de wereld hiernamaals, den zichtbaren God voorstellen? En hoe -begrijpelijk was het, dat de door de behoefte om te gelooven verteerde zielen naar -hem toe vlogen, dat deze zielen, die eindelijk de zoo lang gezochte zekerheid, den -troost zich te geven en in God zelf te verdwijnen vonden, geheel in hem opgingen. -</p> -<p>Maar de plechtigheid liep ten einde, baron de Fouras stelde den Heiligen Vader de -leden van het comité en enkele andere voorname deelnemers aan de bedevaart voor. Het -was een langzaam voorbijtrekken, een bevend buigen der knieën, de gulzige kus op de -muil en op den ring. Dan werden de banieren aangeboden; Pierre’s hart kromp samen, -toen hij in de mooiste, de rijkste een banier van Lourdes herkende, die ongetwijfeld -door de paters der Onbevlekte Ontvangenis geschonken werd. Op de witte, met goud geborduurde -zijde was aan de eene zijde de Heilige Maagd van Lourdes gestikt, terwijl de andere -het portret van Leo XIII vertoonde. Hij zag hem glimlachen tegen zijn beeltenis, en -een groote droefheid maakte zich van hem meester alsof zijn geheele droom van een -intellectueelen, Evangelischen, van laag bijgeloof bevrijden paus ineenstortte. Op -dat oogenblik ontmoette hij weer den blik van monsignor Nani, die hem sedert het begin -der plechtigheid geen oogenblik uit het oog verloren had en met de nieuwsgierigheid -van iemand, die bezig is een proef te nemen, zijn minste indrukken bestudeerde. -</p> -<p>De prelaat kwam naar hem toe en zeide: -</p> -<p>“Een prachtige banier! Wat zal Zijne Heiligheid zich verheugen, dat hij zoo mooi afgebeeld -is in gezelschap der Heilige Maagd.” -</p> -<p>En toen de jonge priester, die bleek geworden was, niet antwoordde, voegde hij er -met een echt-Italiaansche, vrome blijdschap aan toe: -</p> -<p>“Hier in Rome houden wij veel van Lourdes! Die geschiedenis van Bernadette is zoo -bekoorlijk!” -</p> -<p>Wat nu gebeurde, was zoo iets buitengewoons, dat Pierre er lang door van streek bleef. -Hij had te Lourdes tooneelen van onvergetelijke afgoderij gezien, tooneelen vol naïef -geloof <span class="pagenum">[<a id="pb236" href="#pb236">236</a>]</span>en tot waanzin opgevoerden godsdiensthartstocht, die hem nu nog van onrust en smart -deden beven. Maar die menigten, welke zich naar de Grot stortten, de zieken, die in -liefdesrazernij wegzwijmelden voor het beeld der Heilige Maagd, dat geheele volk, -dat door de besmetting van het wonder waanzinnig geworden was, niets, niets van dat -alles evenaarde ook maar in het minst den aanval van uitzinnigheid, die de pelgrims -aangreep en voor de voeten van den paus wierp. Bisschoppen, geestelijke leiders van -congregaties, afgevaardigden naderden, om bij den troon de offeranden neer te leggen, -die zij uit de geheele Katholieke wereld brachten, de universeele collecte voor den -Pieterspenning. Het was de vrijwillige belasting van een volk aan zijn souverein, -zilver, goud, bankpapier in beurzen, in tasschen, in portefeuilles. Dan kwamen dames, -die op haar knieën vielen en zijden of fluweelen taschjes, die zij geborduurd hadden, -aanboden. Anderen hadden op portefeuilles het naamcijfer van Leo XIII in diamanten -laten aanbrengen. Eén oogenblik werd de extase zóó groot, dat vrouwen zich geheel -plunderden, haar beurzen tot met den laatsten sou, dien zij hadden, wegwierpen. Een -zeer mooie, slanke en groote brunette ontdeed zich van haar horloge en ringen en wierp -die op het tapijt der estrade. Allen zouden haar vleesch weggerukt hebben, om haar -van liefde brandend hart uit te scheuren en dat ook weg te werpen. Zij zouden zichzelf -geheel hebben willen wegwerpen, zonder iets van zich te behouden. Het was een regen -van geschenken, een volkomen zichzelf geven, de hartstocht, die zich van alles berooft -ter wille van het voorwerp van zijn vereering, de hartstocht, die zijn geluk daarin -vindt niets te bezitten, dat niet tevens daaraan toebehoort. En dat alles speelde -zich af te midden van een steeds toenemend gejuich, van vivatgeroep, van uitgebrulde -aanbiddingskreten, terwijl een steeds heftiger gedrang ontstond, daar allen, mannen -en vrouwen, bezweken voor den onweerstaanbaren drang om den afgod te kussen. -</p> -<p>Een signaal werd gegeven. Leo XIII daalde vlug van den troon af en nam zijn plaats -in den stoet in, om zich weer naar zijn appartementen te begeven. De Zwitsersche garde -hield de menigte krachtig in bedwang en trachtte in de drie zalen zich een doortocht -te banen. Maar toen de menigte zag, dat Zijne Heiligheid vertrok, rees een reusachtige -kreet van wanhoop op, alsof de hemel zich plotseling gesloten had voor hen, die hem -nog niet hadden kunnen naderen. Welk een bittere <span class="pagenum">[<a id="pb237" href="#pb237">237</a>]</span>teleurstelling; God was zichtbaar voor hen geweest en zij hadden hem verloren, voor -zij allen door hem aan te raken, hun eeuwig heil verkregen hadden! Het gedrang was -zoo hevig, dat de grootste verwarring begon te heerschen en de Zwitsersche garde wegvaagde. -Men zag een vrouw achter den paus aansnellen, op handen en voeten op de marmeren tegels -kruipen, om zijn voetsporen te kussen en het stof van zijn schreden te drinken. De -groote brunette, die aan den rand der estrade neergevallen was, lag in onmacht; twee -heeren van het comité hielden haar vast, opdat zij zich niet wonden zou in den zenuwaanval, -die haar krampachtig trekken deed. Een andere, een dikke blondine, klampte zich vast -aan een der vergulde armen van den fauteuil, waarop de tengere elboog van den grijsaard -gerust had, en drukte er zoo gulzig haar lippen op, alsof zij hem wilde opeten. Anderen -zagen het, kwamen haar den arm betwisten, maakten zich meester van den anderen, van -de rugleuning, van het fluweel, drukten haar lippen op het hout en op de stof, terwijl -haar lichamen schokten in diepe snikken. Men moest geweld gebruiken, om haar eraf -te rukken. -</p> -<p>Toen alles geëindigd was, ontwaakte Pierre als uit een pijnlijken droom; zijn hart -en zijn rede verzetten zich. En weer voelde hij den blik van monsignor Nani, die niet -van zijn zijde week, op zich rusten. -</p> -<p>“Een prachtige plechtigheid, niet waar?” vroeg de prelaat. “Dat geeft voor heel wat -ongerechtigheden troost.” -</p> -<p>“Zeker, maar welk een afgoderij!” kon de priester niet nalaten te zeggen. -</p> -<p>Monsignor glimlachte, maar ging niet verder op Pierre’s gezegde in, deed alsof hij -het niet gehoord had. Op dat oogenblik kwamen de twee Fransche dames, aan wie hij -kaarten gegeven had, hem bedanken; en tot zijn verbazing herkende Pierre in haar de -twee bezoeksters der katakomben, moeder en dochter, die beiden zoo mooi, zoo vroolijk, -zoo gezond waren. Zij waren blij het schouwspel gezien te hebben, zeiden, dat een -dergelijk iets op de wereld niet verder bestond. -</p> -<p>Plotseling voelde Pierre in de menigte, die zonder eenige haast de zalen ontruimde, -een hand op zijn schouders leggen. Hij keek om en zag Narcisse Habert, die buitengewoon -geestdriftig was. -</p> -<p>“Ik heb u verscheidene malen een teeken gegeven, mijn waarde abbé, maar gij hebt mij -niet gezien … De vrouw, die met haar armen in den vorm van een kruis stijf neerviel, -<span class="pagenum">[<a id="pb238" href="#pb238">238</a>]</span>was wondermooi van uitdrukking. Een meesterwerk der primitieven, een Cimabue, een -Giotto, een Fra Angelico! En die anderen, die de armen van den fauteuil met haar kussen -verslonden, wat een groep van lieftalligheid, schoonheid en liefde!… Ik ontbreek bij -dergelijke plechtigheden nooit: er zijn altijd schilderijen, schouwspelen van zielen -te zien.” -</p> -<p>Langzaam vloeide de ontzaglijke stroom van pelgrims weg en ging in de brandende koorts, -die hen bleef doorhuiveren, de trap af. Pierre, gevolgd door Monsignor Nani en Narcisse, -die een gesprek begonnen waren, dacht na, terwijl het oproer van zijn denkbeelden -in zijn hersens woedde. O zeker, er was iets grootsch en moois in dezen paus, die -zich in zijn Vaticaan had opgesloten, die steeds hooger steeg in de aanbidding en -den heiligen eerbied der menschen, naarmate hij meer verdween, meer zuiver geest, -meer een zuiver zedelijke macht geworden was, vrij van alle wereldsche zorgen. Er -lag daarin iets vergeestelijkts, een vlucht in het ideale, waardoor hij diep geroerd -werd, want zijn droom van een verjongd Christendom berustte op die gelouterde, zuiver -geestelijke macht van het Hoofd der Kerk. Hij had nu juist gezien wat die verheven -pontifex van het hiernamaals daardoor aan macht en majesteit won—deze paus, aan wiens -voeten de vrouwen flauw vielen, omdat zij achter hem God zagen. Maar in dezelfde minuut -had hij plotseling de geldvraag voor zich zien oprijzen, wat zijn vreugde weer geheel -bedierf, hem tot nadere overwegingen dwong. Al had het gedwongen opgeven van de wereldlijke -macht den paus grooter gemaakt door hem te bevrijden van de moeilijkheden, die een -kleinen koning zonder ophouden bedreigen, toch bleef de behoefte aan geld als een -blok aan zijn been, dat hem aan de aarde bond. Daar hij den geldelijken steun van -het koninkrijk Italië niet kon aannemen, had de werkelijk roerende idee van den Pieterspenning -den Heiligen Stoel van iedere materieele zorg kunnen bevrijden, op voorwaarde dat -deze penning in werkelijkheid de obool van den Katholiek, het penningske van iederen -geloovige was, dat, op het dagelijksch brood gespaard, regelrecht naar Rome gezonden -werd en van de nederige hand, die het geeft, valt in de verheven hand, die het ontvangt; -ongerekend, dat een dergelijke vrijwillige belasting, door de kudde aan haar herder -betaald, voldoende zijn zou voor het onderhoud der Kerk, indien ieder van de tweehonderdvijftig -millioen Christenen eenvoudig wekelijks zijn stuiver gaf. -<span class="pagenum">[<a id="pb239" href="#pb239">239</a>]</span></p> -<p>Op deze wijze zou de paus, die aan allen, aan ieder van zijn kinderen verplichtingen -had, aan niemand verplichtingen hebben. Het was zoo weinig, een stuiver, zoo makkelijk -en zoo roerend! Ongelukkig echter ging de zaak geheel anders, de groote meerderheid -der Katholieken gaf niet, rijken zonden groote sommen uit politieken hartstocht, en -vooral werden de giften opgehoopt in de handen der bisschoppen en van sommige congregaties, -zoodat de ware gevers die bisschoppen, die machtige congregaties schenen, welke openlijk -de weldoeners van het pausdom werden, de onmisbare kassen, waaruit het zijn leven -putte. De kleinen en nederigen, wier obolen het offerblok vulden, werden als het ware -gesupprimeerd; van de bemiddelaars, van de hooge geestelijke of wereldlijke heeren -hing de paus af, die daardoor genoodzaakt was hen te ontzien, hun vertoogen aan te -hooren, dikwijls zelfs aan hun inzichten toe te geven, indien hij de aalmoezen niet -wilde zien opdrogen. Niettegenstaande hij van het doode gewicht der wereldlijke macht -bevrijd was, was hij toch niet volkomen vrij, was hij afhankelijk van zijn clerus, -daar hij met te veel belangen van eerzucht rekening moest houden, om de trotsche, -zuiver geestelijke meester te zijn, die in staat was, om de wereld te redden. En Pierre -herinnerde zich de Grot van Lourdes in de tuinen, de banier van Lourdes, die hij zooeven -gezien had; hij wist, dat de paters van Lourdes jaarlijks een som van tweehonderdduizend -francs afzonderden van hun inkomsten, om die aan den Heiligen Vader te zenden. Was -dat niet de hoofdreden van hun almacht? Hij beefde en werd zich plotseling bewust, -dat hij, ondanks zijn aanwezigheid te Rome, ondanks den steun van kardinaal Bergerot, -verslagen en zijn boek veroordeeld zou worden. -</p> -<p>Toen hij eindelijk in het laatste gedrang der menigte op het plein voor de St. Pieter -kwam, hoorde hij Narcisse vragen: -</p> -<p>“Gelooft u werkelijk, dat de giften vandaag dit bedrag overschreden hebben?” -</p> -<p>“O meer dan drie millioen, daar ben ik ten stelligste van overtuigd,” antwoordde monsignor -Nani. -</p> -<p>Met hun drieën bleven zij een oogenblik onder de rechtsche zuilengaanderij staan kijken -naar het in het zonlicht badende plein, waarop de drie duizend pelgrims zich als kleine -zwarte vlekjes verspreidden, een wriemelende menigte, een in opstand gekomen mierenhoop. -</p> -<p>Drie millioen! Het geld bleef in Pierre’s ooren klinken. <span class="pagenum">[<a id="pb240" href="#pb240">240</a>]</span>Hij keek naar de gevels van het Vaticaan, die aan de andere zijde van het plein geheel -verguld in de zon lagen, alsof hij door de muren heen Leo XIII wilde volgen, terwijl -deze door de muren en de zalen naar zijn appartementen ging, waarvan hij de ramen -in de hoogte onderscheiden kon. In zijn gedachten zag hij hem beladen met de drie -millioenen, hoe hij ze met zich droeg in zijn magere, tegen zijn borst gedrukte armen, -hoe hij met zich droeg het zilver, het goud, het bankpapier, tot aan de juweelen, -die de vrouwen hem toegeworpen hadden, toe. Dan begon hij onbewust, hardop te spreken. -</p> -<p>“En wat gaat hij met die millioenen doen? Waarheen gaat hij ermede?” -</p> -<p>Narcisse en monsignor Nani konden bij het hooren van deze op die wijze geuite nieuwsgierigheid -hun vroolijkheid niet bedwingen. En de jonge man antwoordde: -</p> -<p>“Maar die neemt Zijne Heiligheid mee naar zijn kamer of liever hij laat ze voor zich -uitdragen. Hebt u die twee personen uit zijn gevolg niet gezien, die alles opraapten, -al hun zakken en hun handen vol hadden?… En nu heeft Zijne Heiligheid zich alleen -opgesloten, iedereen weggestuurd, alle knippen op de deur gedaan … Als u achter die -deur kon kijken, zoudt u zien hoe hij met gelukkige aandacht zijn schatten telt en -hertelt, de goudstukken netjes opstapelt, het bankpapier in de couverten doet en dan -alles op geheime plaatsen, die hij alleen kent, wegbergt.<span class="corr" id="xd29e2275" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>Terwijl Narcisse sprak, had Pierre zijn blikken weer gericht naar de ramen van den -paus, alsof hij het tooneel gevolgd had. De jonge man vertelde verder, zeide, dat -er in de kamer tegen den rechtermuur een meubelstuk stond, waarin het geld bewaard -werd. Sommigen vertelden ook van diepe laden in een schrijfbureau; anderen weer beweerden, -dat het geld achter in het groote alkoof in met zware sloten voorziene koffers sliep. -Links van de naar het Archief leidende gang was er wel een groot vertrek, waarin de -hoofdkassier met een groote brandkast met drie afdeelingen huisde, maar daarin bevond -zich het geld van het erfgoed van den Heiligen Petrus, de administratieve inkomsten -uit Rome, terwijl het geld van de Pieterspenning, van de aalmoezen der geheele Christenheid, -in de handen van Leo XIII bleef, die alleen het bedrag daarvan wist en alleen met -die millioenen leefde, waarover hij de onbeperkte beschikking had en waarvan hij niemand -rekenschap behoefde af te leggen. <span class="pagenum">[<a id="pb241" href="#pb241">241</a>]</span>Hij verliet dan ook zijn kamer niet, wanneer de bedienden haar kwamen doen. Nauwlijks -liet hij zich overhalen even op den drempel te gaan staan, om het stof niet in te -ademen. Wanneer hij zich voor enkele uren verwijderde, om in de tuinen te gaan wandelen, -deed hij de deuren op het nachtslot en nam de sleutels mede, die hij nooit aan iemand -toevertrouwde. -</p> -<p>Narcisse hield op en wendde zich dan tot monsignor Nani. -</p> -<p>“Dat zijn feiten, die geheel Rome kent, nietwaar monseigneur?” -</p> -<p>De prelaat, die, zonder zijn goed- of afkeuring uit te spreken, glimlachend met zijn -hoofd schudde, was weer begonnen op het gelaat van Pierre den indruk, dien deze verhalen -op hem maakten, te volgen. -</p> -<p>“Zeker, zeker, men zegt zooveel!… Ik voor mij weet het niet, maar als u het zegt, -mijnheer Habert!” -</p> -<p>“O!” antwoordde deze; “ik beschuldig Zijne Heiligheid niet zoo schraperig gierig te -zijn, als het gerucht wel wil. Er gaan heele verhalen van met goud gevulde koffers, -waarin hij uren lang zou zitten graaien—van schatten, die in hoeken opgehoopt zijn -alleen voor het genot om ze te tellen en telkens weer te tellen … Maar wel kan men, -geloof ik, met recht beweren, dat de Heilige Vader eenigszins van het geld houdt, -dat hij het, als hij alleen is, prettig vindt het aan te raken en het te ordenen; -een manie, welke bij een ouden man, die geen andere afleiding heeft, wel te verontschuldigen -is … En ik haast mij eraan toe te voegen, dat hij van het geld nog meer houdt om de -sociale kracht, die erin ligt, om den grooten steun, dien het aan het pausdom van -morgen geven moet, als het overwinnen wil.” -</p> -<p>Toen rees voor Pierre de hooge gestalte van den voorzichtigen en wijzen paus op, die -zich de moderne behoeften besefte, geneigd was de machten der eeuw te gebruiken, om -deze te veroveren, die zaken deed, ja zelfs in een financieele debacle den door Pius -IX nagelaten schat bijna verloren had, en nu de bres trachtte te stoppen en den schat -te herstellen, om hem grooter aan zijn opvolger na te laten. Spaarzaam, ja, maar spaarzaam -voor de behoeften der Kerk, waarvan hij besefte, dat zij groot waren, iederen dag -grooter werden, voor haar een levensquaestie waren, indien zij het atheïsme op het -gebied van scholen, inrichtingen en allerlei vereenigingen bestrijden wilde. Zonder -geld was zij niets meer dan een vazal, overgeleverd aan de genade der burgerlijke -machten van het koninkrijk Italië en andere Katholieke <span class="pagenum">[<a id="pb242" href="#pb242">242</a>]</span>naties. Daardoor kwam het, dat hij, ondanks zijn liefdadigheidszin, ondanks het feit, -dat hij rijkelijk nuttige werken steunde, welke den triomf van het Geloof konden verhaasten, -een afschuw had van nuttelooze uitgaven en voor zich zelf en voor anderen uiterst -spaarzaam was. Persoonlijke behoeften had hij niet. Van het begin van zijn pausschap -af had hij zijn klein particulier vermogen geheel gescheiden van den grooten rijkdom -van den Heiligen Stoel, had hij geweigerd iets daarvan af te nemen, om de zijnen te -helpen. Nooit had een paus zoo weinig aan het nepotisme toegegeven; zijn drie neven -en zijn twee nichten waren arm gebleven en verkeerden in groote financieele moeilijkheden. -Hij luisterde noch naar praatjes, noch naar klachten, noch naar beschuldigingen; hij -bleef doof en ontoegankelijk daarvoor, verdedigde energiek de millioenen van het pausdom -tegen de vele hardnekkige begeerige lusten, tegen zijn omgeving en tegen zijn familie. -Hij stelde er zijn trots in den toekomstigen pausen, het onoverwinlijke wapen, het -leven gevend geld, na te laten. -</p> -<p>“Maar waarin bestaan,” vroeg Pierre, “eigenlijk de inkomsten en de uitgaven van den -Heiligen Stoel?” -</p> -<p>Monsignor Nani haastte zich zijn ontwijkend gebaar te herhalen. -</p> -<p>“O van die dingen weet ik absoluut niets … Wend u tot mijnheer Habert, die zoo goed -op de hoogte is.” -</p> -<p>“Lieve God,” begon deze; “ik weet wat iedereen in de ambassades weet en wat overal -verteld wordt … Wat de inkomsten betreft, moet men wel een goed onderscheid maken … -In de eerste plaats is er de door Pius IX nagelaten schat, een twintig millioen, die -op verschillende wijzen belegd zijn en ongeveer een millioen rente geven; maar veel -is, zooals ik reeds gezegd heb, in een krach verloren gegaan, doch, naar men beweert, -weer teruggekomen ook. Bij de vaste inkomsten van dat kapitaal komen dan nog een paar -honderdduizend francs, die door elkaar genomen de kanselarijrechten, de adellijke -titels en de duizenden kleine belastingen, die aan de congregaties betaald worden, -opleveren … Maar daar het budget der uitgaven zeven millioen bedraagt, moet men er -jaarlijks zes millioen bij zien te krijgen, die de Pieterspenning ongetwijfeld verschaft -heeft, niet alle zes misschien, maar drie of vier, waarmede men gespeculeerd heeft -om ze te verdubbelen en de uitgaven te dekken … Het zou te lang duren, u de geschiedenis -der speculaties van den Heiligen <span class="pagenum">[<a id="pb243" href="#pb243">243</a>]</span>Stoel in de laatste vijftien jaar te vertellen, de reusachtige winsten in den beginne, -dan de catastrophe, die bijna alles medegesleept heeft, het hardnekkig blijven volhouden, -waardoor de gaten ten slotte weer gestopt zijn. Ik zal het u later wel eens vertellen, -als u er nieuwsgierig naar bent.” -</p> -<p>Pierre luisterde zeer belangstellend. -</p> -<p>“Zes millioen!” riep hij uit. “Of ook vier! Wat brengt dan de Pieterspenning op?” -</p> -<p>“Ik heb u al gezegd, niemand heeft dat ooit precies geweten. Vroeger publiceerden -de couranten lijsten, de cijfers van de giften, kon men tenminste een raming maken. -Maar ongetwijfeld heeft men dat verkeerd gevonden, want er wordt geen enkel bericht -meer gepubliceerd, zoodat het te eenenmale onmogelijk is zich een voorstelling te -maken van wat de paus ontvangt. Hij alleen, ik zeg het u nogmaals, kent het totale -bedrag, bewaart het geld en beschikt erover als onbeperkt heerscher. Aangenomen mag -worden, dat in goede jaren de giften vier à vijf millioen opgebracht hebben. Frankrijk -droeg in den beginne de helft van die som af, maar tegenwoordig geeft het beslist -minder. Amerika geeft eveneens veel. Dan komen België en Oostenrijk, Engeland en Duitschland. -Wat Spanje en Italië betreft … O, Italië …” -</p> -<p>Glimlachend keek hij monsignor Nani aan, die, als was hij verrukt interessante dingen -te hooren, waarvan hij niets wist, met zijn hoofd schudde. -</p> -<p>“Ga voort, mijn waarde zoon!” -</p> -<p>“O, Italië slaat geen schitterend figuur. Als de paus alleen moest leven van de Italiaansche -giften, dan zou er gauw hongersnood heerschen op het Vaticaan. Men kan zelfs zeggen, -dat de Romeinsche adel, verre van hem te helpen, hem veel gekost heeft, want een der -voornaamste oorzaken van zijn verliezen is het geld geweest, dat door hem aan prinsen -geleend is, die speculeeren wilden … Eigenlijk zijn Frankrijk en Engeland de eenige -landen, waar rijke particulieren en de hooge adel den paus, gevangene en martelaar, -koninklijke geschenken gegeven hebben. Men noemt den naam van een Engelschen hertog, -die jaarlijks, om een gelofte, die hij gedaan had, ten einde van den hemel de genezing -van een ongelukkigen idioten zoon te verkrijgen, te vervullen, een groote gift bracht … -En nu spreek ik nog niet van den buitengewonen oogst tijdens het priester- en bisschopsjubileum, -van de veertig millioen, die toen aan de voeten van Zijne Heiligheid neervielen.” -<span class="pagenum">[<a id="pb244" href="#pb244">244</a>]</span></p> -<p>“En de uitgaven?” vroeg Pierre. -</p> -<p>“Dat heb ik u al gezegd, die bedragen ongeveer zeven millioen. Men kan twee millioen -rekenen voor de pensioenen, welke aan de voormalige dienaren der pauselijke regeering -betaald worden, die niet in Italiaanschen dienst wilden overgaan. Het spreekt vanzelf, -dat dit bedrag jaarlijks vermindert door uitsterven … Laten we verder een millioen -nemen voor de Italiaansche diocesen, een millioen voor de secretarie en de nuntii -en een millioen voor het Vaticaan. Met dat laatste bedoel ik de uitgaven voor het -pauselijke Hof, de militaire garde, de musea, het onderhoud van het paleis en van -de Basilica … Dan hebben we dus vijf millioen. Stel de overblijvende twee op rekening -van ondersteuning van goede werken, voor de Propaganda en vooral voor de scholen, -die Leo XIII met zijn breed praktisch inzicht altijd zeer ruim subsidieert in de zeer -juiste gedachte, dat de strijd en de triomf van het geloof voornamelijk bij de kinderen -ligt, die de mannen van morgen zijn en hun moeder, de Kerk, zullen verdedigen, indien -men hun afschuw voor de verfoeilijke leerstellingen der eeuw heeft weten in te boezemen.” -</p> -<p>Er volgde een zwijgen. De drie mannen bleven onder de majestueuse zuilengang staan, -waarin zij langzaam op en neer gewandeld hadden. Langzamerhand was het groote plein -leeg geloopen, stonden nog slechts de obelisk en de twee fonteinen op het verlaten, -in de zon brandende, symmetrische vierkant, terwijl tegen de kroonlijst van de zuilengaanderij -aan de overzijde de standbeelden zich in edele, roerlooze rust afteekenden. -</p> -<p>Een oogenblik meende Pierre, die zijn blikken nog steeds op de ramen van den paus -gericht hield, nogmaals hem in dien stroom van goud te zien, waarvan men hem vertelde—meende -hij te zien, hoe zijn witte en reine persoonlijkheid, zijn arm, mager, doorzichtig -lichaam van was in die millioenen baadde, die hij verstopte, die hij telde, die hij -alleen uitgaf tot Gods eere. -</p> -<p>“Dus,” prevelde hij, “heeft hij geen zorgen, verkeert hij niet in geldverlegenheid?” -</p> -<p>“In geldverlegenheid, in geldverlegenheid?” riep monsignor Nani uit, dien dat woord -zoo buiten zichzelf bracht, dat hij zijn diplomatieke achterhoudendheid varen liet. -“Maar, mijn waarde zoon!… Iedere maand, dat de rentmeester, kardinaal Mocenni, naar -Zijne Heiligheid gaat, geeft de Heilige Vader hem de som, die hij vraagt, en hij zou -ze <span class="pagenum">[<a id="pb245" href="#pb245">245</a>]</span>hem geven, ook al was zij nog zoo groot. Natuurlijk is hij zoo verstandig geweest -een flinke reserve te maken; de schatkist van den Heiligen Petrus is rijker dan ooit … -In geldverlegenheid! In geldverlegenheid! Lieve God! Maar weet u wel, dat, als morgen -onverhoopt de paus een direct beroep moest doen op de liefde van zijn kinderen, de -Katholieken der geheele wereld, een milliard voor zijn voeten neervallen zou juist -zooals het goud en de juweelen, die daareven op de treden van den troon regenden?” -</p> -<p>Doch zich dan weer kalmeerend en zijn vriendelijken glimlach terugkrijgend: -</p> -<p>“Dat heb ik tenminste meermalen hooren zeggen, want ik persoonlijk weet niets, absoluut -niets. Het is maar heel gelukkig, dat mijnheer Habert juist hier was, om u in te lichten … -En ik dacht nog al, mijnheer Habert, dat u geheel en al in de kunst opging en u verre -hieldt van al die vragen van aardsch belang! Waarachtig, u bent in die dingen even -goed thuis als een bankier of een notaris … U weet letterlijk alles, ja zeker, alles! -Het is wonderlijk!” -</p> -<p>Narcisse voelde blijkbaar de fijne ironie, want inderdaad stak in hem onder den nagemaakten -Florentijn, onder den engelachtigen jongen met zijn lange, gelokte haren, zijn lichtblauwe -oogen, die voor de Botticelli’s wegzwijmelden, een praktische, in zaken zeer ervaren -man, die zijn fortuin bewonderenswaardig, ja zelfs eenigszins gierig, beheerde. Hij -sloot half zijn oogen, die een kwijnende uitdrukking aannamen. -</p> -<p>“Ach,” prevelde hij, “dat alles zijn maar droomerijen; mijn ziel is elders.” -</p> -<p>“Enfin, ik ben blij,” wendde monsignor zich tot Pierre, “heel blij, dat u van zoo’n -mooi schouwspel getuige hebt kunnen zijn. Nog een paar dergelijke gelegenheden, en -u zult zien en zelf begrijpen wat zeker heel wat beter is dan alle redeneeringen van -de wereld … Tot morgen, en verzuim vooral de groote plechtigheid in de St. Pieter -niet. Het zal prachtig zijn en u stof tot nadenken geven, daar ben ik zeker van … -Doch nu moet ik u verlaten. Het verheugt mij inderdaad u in zoo’n goede stemming te -zien.” -</p> -<p>Zijn onderzoekende oogen schenen met een laatsten blik de moeheid en de onzekerheid, -die zich op Pierre’s bleek gelaat afteekenden, met vreugde op te merken. Toen hij -weg was en ook Narcisse met een zachten handdruk afscheid genomen had, voelde de jonge -priester een toornige woede <span class="pagenum">[<a id="pb246" href="#pb246">246</a>]</span>in zich opkomen. De goede stemming, waarin hij was! Wat voor een goede stemming? Hoopte -die Nani hem moe te maken, hem tot wanhoop te brengen, door hem telkens nieuwe hinderpalen -in den weg te leggen, en hem ten slotte geheel te overwinnen? Voor de tweede maal -kreeg hij het plotselinge gevoel, dat om hem heen allerlei heimelijke pogingen gedaan -werden, om hem te omsingelen en te breken. Een opwellende trots deed hem minachtend -op dat alles neerzien, vast als hij aan zijn weerstandskracht geloofde. Opnieuw legde -hij voor zichzelf de plechtige gelofte af, om nooit toe te geven, nooit zijn boek -terug te nemen, wat er ook gebeuren mocht. Wanneer men bij zijn besluit volhardt, -is men onoverwinlijk, baatten noch ontmoedigingen noch verbittering! -</p> -<p>Maar voor hij het plein overstak, richtte hij zijn blikken nog eenmaal naar de ramen -van het Vaticaan, en alles was voor hem hierin samengevat: er bleef niets over dan -dat geld, welks zwaar noodzakelijk gewicht de laatste band was, die den paus, thans -bevrijd van de neerdrukkende zorgen van wereldlijke macht, nog aan de aarde bond; -dit geld, dat hem verplichtingen gaf, dat vooral door de wijze, waarop het gegeven -werd, slecht geworden was. Doch dan kwam, ondanks alles, weer een blijde stemming -in hem op, toen hij bedacht, dat, wanneer daar alleen een begripsquaestie in lag, -zijn droom van een zuiver geestelijken paus, die de wet der liefde, het geestelijke -hoofd der wereld was, niet ernstig bedreigd werd. Hij wilde nog slechts hopen in de -gelukkige ontroering over het buitengewone schouwspel, dat hij gezien had, dezen zwakken -grijsaard, die straalde als het symbool van de menschelijke bevrijding, gehoorzaamd -en aangebeden werd door de menigte, die alleen de moreele almacht in handen had, om -eindelijk op aarde liefde en vrede te doen heerschen. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Gelukkig had Pierre voor de plechtigheid van den volgenden dag een rose kaart, die -hem een plaats op de gereserveerde tribune gaf; want het gedrang bij de deuren der -basilica was ontzettend van af zes uur ’s ochtends, het uur, waarop men zoo verstandig -geweest was de hekken te openen, ofschoon de mis, die de paus persoonlijk lezen zou, -eerst om tien uur beginnen moest. Het getal der drie duizend geloovigen, waaruit de -internationale bedevaart van de <span class="pagenum">[<a id="pb247" href="#pb247">247</a>]</span>Pieterspenning bestond, werd door de uit alle hoeken van Italië naar Rome gestroomde -touristen, die een van die in den laatsten tijd zoo weinig voorkomende pontificale -plechtigheid gaarne wilden zien, vertienvoudigd, ongerekend nog de getrouwen van den -Heiligen Stoel, die Rome-zelf en de overige groote steden van Italië telden en die -zich haastten om hun trouw te manifesteeren, zoodra de gelegenheid zich daartoe aanbood. -Naar het aantal afgegeven kaarten rekende men op een veertig duizend aanwezigen. Toen -Pierre om negen uur het plein overging, om zich door de Via Santa Maria naar de Porta -Canonica te begeven, waar de rose kaarten ingenomen werden, zag hij onder de zuilengaanderij -nog de eindelooze queue, die zich langzaam voortbewoog, terwijl heeren in gekleede -jas in de brandende zon op en neer vlogen, om met behulp van een detachement pauselijke -gendarmen de orde te handhaven. Meermalen ontstonden er in de dichte menigte twisten, -werden zelfs te midden van onwillekeurig gedrang vuistslagen gewisseld. Er heerschte -een verstikkende hitte, twee vrouwen werden, half platgedrukt, weggedragen. -</p> -<p>Toen Pierre de basilica binnenkwam, werd hij zelf onaangenaam getroffen. Het reusachtige -schip was geheel bekleed. Overtrekken van oud rood damast met goudgalon waren om de -vijf-en-twintig meter hooge zuilen en pilasters aangebracht, terwijl de omgang der -zijbeuken met dezelfde stof gedrapeerd was. Het bedekken van dit prachtige marmer, -van deze geheele schitterende decoratie onder deze oude, verbleekte zijde bewees waarlijk -een buitengewonen smaak en maakte den indruk van een gekunstelden, armzaligen praal. -Maar zijn verbazing werd nog grooter, toen hij zag, dat ook het bronzen beeld van -den Heiligen Petrus als een levende paus met prachtige, pauselijke gewaden bekleed -en de tiara op zijn metalen hoofd geplaatst was. Nooit had hij gedacht, dat men beelden -kon aankleeden, om ze te eeren of een feest voor de oogen te doen zijn; het resultaat -scheen hem dan ook zeer mager. De Heilige Vader zou de mis aan het pauselijk altaar -der Confessie, het hoofdaltaar onder den dom, lezen. Bij den ingang van den linkerzijbeuk -stond op een estrade de troon, waarop hij na de mis plaats zou nemen. Aan de beide -kanten van het middenschip had men tribunes opgericht voor de zangers der Sixtijnsche -kapel, het corps diplomatique, de Malthezer ridders, den Romeinschen adel en verdere -genoodigden. In het midden voor het altaar stonden slechts <span class="pagenum">[<a id="pb248" href="#pb248">248</a>]</span>drie rijen roodbekleede banken, de eerste voor de kardinalen, de twee andere voor -de bisschoppen en de prelaten van het pauselijk Hof. De overige aanwezigen moesten -blijven staan. -</p> -<p>O, deze reusachtige menigte als op een monsterconcert, die dertig-, <span class="corr" id="xd29e2340" title="Bron: veertig duizend">veertigduizend</span> van overal saamgestroomde geloovigen, die zich, opgezweept door nieuwsgierigheid, -hartstocht en geloof, heen en weer bewogen, elkaar verdrongen, op hun teenen gingen -staan om te midden van het luide gebruis van den menschelijken vloed te zien. Alles -ging met God vertrouwelijk en vroolijk om, als bevond men zich in een goddelijken -schouwburg, waar het veroorloofd was luid te spreken en zich in het schouwspel van -vromen praal te vermeien. Pierre werd er in den beginne onaangenaam door verrast, -hij, die slechts het zwijgende nederknielen in de donkere kathedralen kende, die niet -gewend was aan dezen godsdienst van licht, welks schittering een religieuse plechtigheid -in een openluchtfeest veranderde. In de tribune, waar hij zijn plaats gevonden had, -was hij omringd door heeren in gekleede jas en dames in het zwart, die hun tooneelkijkers -gebruikten, alsof zij in de Opéra waren. Er waren vooral veel vreemde dames, Duitsche, -Engelsche, Amerikaansche, lieftallig als onbezonnen en luidruchtige vogeltjes. Links -van zich zag hij in de tribune van den Romeinschen adel Benedetta en haar tante, donna -Serafina; daar staken de groote kanten sluiers scherp af tegen den voorgeschreven -eenvoud der toiletten en wedijverden in elegance en rijkdom. Aan zijn rechterhand -stond de tribune der Malthezer ridders, waar de grootmeester der orde te midden van -een groep commandeurs zat, terwijl hij in de tribune tegenover zich, die van het corps -diplomatique, de gezanten van alle Katholieke naties in groot gala-costuum zag. Maar -steeds keerde zijn blik weer terug naar de groote, onbestemde menigte, waarin de drie -duizend pelgrims als verdronken tusschen de duizenden andere geloovigen. -</p> -<p>En toch was de basilica, die makkelijk tachtig duizend menschen bevatten kon, nauwlijks -half gevuld door deze menigte, die zich vrijelijk door de zijschepen bewegen en ophoopen -kon tusschen de zuilen, vanwaar het schouwspel het makkelijkst te volgen zou zijn. -Men zag menschen, die gebaren maakten, en uit het voortdurend geroezemoes der gesprekken -steeg hier en daar geroep op. Door de hooge vensters vielen breede zonnestralen, kleurden -de rooddamasten <span class="pagenum">[<a id="pb249" href="#pb249">249</a>]</span>overtrekken bloedrood en belichtten de opgewonden, van ongeduld koortsachtige gezichten -als met den weerschijn van een brand. De kaarsen, de zeven-en-tachtig lampen der Confessie -verbleekten in dit verblindend licht tot kleine nachtpitjes. Het was niets meer dan -de wereldlijke pracht van den keizerlijken God der Romeinsche praal. -</p> -<p>Plotseling ontstond er een valsch alarm. Kreten stegen op en plantten zich door de -menigte voort: “<i lang="it">Eccolo, eccolo!</i>”<a class="noteref" id="xd29e2352src" href="#xd29e2352">1</a> Nu ontstond er een gedrang; stroomen en tegenstroomen sleepten den menschelijken -vloed als in een draaikolk mede; allen rekten hun halzen uit, maakten zich grooter, -stormden weg als razenden, om Zijne Heiligheid en den stoet te zien. Doch het was -nog slechts een afdeeling van de edelgarden, die zich rechts en links van het altaar -gingen opstellen. Toch bewonderde men hen, men bracht hun een ovatie, een vleiend -gemompel volgde hen om hun mooie houding, hun overdreven militaire stramheid. Een -Amerikaansche beweerde, dat het prachtkerels waren. Een Romeinsche gaf aan een vriendin, -een Engelsche, bijzonderheden over dit elitecorps en vertelde, dat vroeger de jongelui -der aristocratie er een eer in stelden om er deel van uit te maken, om de mooie uniformen, -waarmede zij bij de dames konden geuren; nu echter werd de aanwerving moeilijker, -zoodat men zich tevreden stellen moest met knappe jongelui uit den twijfelachtigen -en geruïneerden adel, die nog blij waren met de karige soldij, die hen in staat stelde -te leven. Gedurende een kwartier werden die particuliere gesprekken nog voortgezet -en vulden de hooge schepen met het geroezemoes van een ongeduldige zaal, die zich -den tijd bekort met het opnemen van het publiek en elkaar, in afwachting van het schouwspel, -nieuwtjes vertelt. -</p> -<p>Eindelijk trok de stoet voorbij. Dat was de groote, lang verwachte bijzonderheid, -de praal, waarnaar men zoo vurig verlangd had, om hem in het voorbijgaan toe te juichen. -Evenals wanneer in den schouwburg de geliefde acteur in de groote rol van een jeune-premier, -die de harten verovert, op het tooneel komt, zoo barstte ook hier een geestdriftige -bijval los, die omhoog steeg en voortdreunde onder de gewelven. Ook verder had men, -alweer evenals in een schouwburg, dit verschijnen handig en knap geregeld, opdat het -te midden van het prachtige decor niets van zijn uitwerking <span class="pagenum">[<a id="pb250" href="#pb250">250</a>]</span>missen zou. De stoet had zich in de coulissen, in de Cappella della Pieta, de eerste -kapel rechts bij het binnenkomen, gevormd; om die te bereiken, had de paus, die door -de Cappella del Sagramento uit zijn dichtbij gelegen vertrekken gekomen was, achter -de draperieën van het zijschip moeten gaan, die aldus als een soort achtergrond dienst -deden. Daar wachtten hem de kardinalen, de aartsbisschoppen, de tot de hofhouding -behoorende prelaten, reeds volgens de <span class="corr" id="xd29e2359" title="Bron: hierarchie">hiërarchie</span> in klassen en groepen gerangschikt en gereed, om zich in beweging te zetten. Als -op het signaal van een balletmeester trad de stoet binnen, ging naar het hoofdschip -en doorliep dat triomphantelijk van de hoofddeur tot het altaar der Confessie, tusschen -de dubbele rij geloovigen, wier toejuichingen bij het zien van zooveel pracht verdubbelden, -naarmate het delireeren van hun geestdrift steeg. -</p> -<p>Het was de feeststoet als van ouds, het kruis en het zwaard, de Zwitsersche garde -in groot tenue, de lakeien in een scharlaken cimarra<a class="noteref" id="xd29e2364src" href="#xd29e2364">2</a>, de <span class="corr" id="xd29e2367" title="Bron: eere-kamerheeren">eerekamerheeren</span> in Henri II-dracht, de kanunniken in kanten koorhemden, de leiders der godsdienstige -congregatie, de apostolische protonotarii, de aartsbisschoppen en bisschoppen, het -geheele pauselijk hof in violette zijde, de kardinaals in purper en met de cappa magna, -op groote afstanden plechtig twee aan twee loopend. Vervolgens kwamen, om Zijne Heiligheid -geschaard, de officieren van het militaire Huis, de prelaten van de geheime antichambre, -de majordomus, de kamerheer en alle hoogwaardigheidsbekleders van het Vaticaan, benevens -de bij den troon assisteerende Romeinsche vorst, de <span class="corr" id="xd29e2370" title="Bron: traditionneele">traditioneele</span> en symbolische verdediger der Kerk. Op de seda gestatoria, die de flabelli met hun -hooge veeren waaiers beschermden en dragers in roode met zijde geborduurde tunica’s -droegen, zat Zijne Heiligheid, gekleed in de heilige gewaden, die hij in de Cappella -del Sagramento aangetrokken had, den amictus<a class="noteref" id="xd29e2373src" href="#xd29e2373">3</a>, het miskleed, de stola, de witte, rijk met goud geborduurde kazuifel en mijter, -twee buitengewoon prachtige geschenken uit Frankrijk. Bij zijn nadering gingen alle -handen de hoogte in en klapten nog luider in de golven van de felle zon, die door -de ramen vielen. -</p> -<p>Pierre kreeg toen een geheel nieuwen indruk van Leo XIII. Het was niet meer de vertrouwelijke, -moede en nieuwsgierige <span class="pagenum">[<a id="pb251" href="#pb251">251</a>]</span>grijsaard, die aan den arm van een praatzieken prelaat in den mooisten tuin der wereld -wandelde. Het was zelfs niet meer de Heilige Vader in den rooden mantel en met de -pauselijke muts, die vaderlijk een bedevaart ontving, welke hem een vermogen bracht. -Het was de souvereine Pontifex, de almachtige Meester, de God, dien de Christenheid -vereerde. Als in een reliquieënkastje zat hij daar. Zijn mager, wasachtig lichaam -scheen in het witte, zwaar met goud geborduurde gewaad geheel stijf geworden te zijn; -hij bewaarde een hiëratische en trotsche onbeweeglijkheid als een afgodsbeeld, dat -in den loop der eeuwen door den rook der offeranden uitgedroogd en bruin geworden -is. De oogen alleen leefden in de doode strakheid van het gezicht—oogen als een paar -zwarte, fonkelende diamanten, die in de verte, ver van de aarde, in het oneindige -staarden. Hij had geen blik voor de menigte, sloeg zijn oogen noch naar links noch -naar rechts, als was hij in den hemel en wist hij niet, wat er aan zijn voeten gebeurde. -En dat afgodsbeeld, dat ondanks het schitteren der oogen als gebalsemd, doof en blind -scheen, dat door deze razende menigte gedragen werd, die het niet scheen te zien of -te hooren, nam een angstaanjagende majesteit, een vrees inboezemende grootheid, de -starheid van het dogma, de onbeweeglijkheid der traditie aan. Men had het opgegraven -met al zijn windselen, die het nog samen en staande hielden. Toch meende Pierre op -te merken, dat de paus lijdend en moe was, zeker had hij een van die koortsaanvallen, -waarover monsignor Nani hem den vorigen dag gesproken had, toen hij den moed, de groote -ziel van dezen vier-en-tachtigjarigen grijsaard verheerlijkte, dien slechts de wil -om te leven in de hoogheid van zijn zending leven deed. -</p> -<p>De plechtigheid begon. Nadat Zijne Heiligheid voor het altaar der Confessie uit de -seda gestatoria gestapt was, celebreerde hij, bijgestaan door vier prelaten en den -propraefect der <span class="corr" id="xd29e2382" title="Bron: ceremonieën">ceremoniën</span>, een stille mis. Bij het <i>Lavabo</i><a class="noteref" id="xd29e2386src" href="#xd29e2386">4</a> sprenkelden de majordomus en de kamerheer, begeleid door twee kardinalen, het water -over de verheven handen van den officiant, terwijl even voor de elevatie<a class="noteref" id="xd29e2389src" href="#xd29e2389">5</a> alle prelaten van het pauselijk Hof met een brandende kaars in de hand <span class="pagenum">[<a id="pb252" href="#pb252">252</a>]</span>voor het altaar gingen knielen. Het was een plechtig oogenblik, de veertig duizend -daar verzamelde getrouwen huiverden en voelden den vreeselijken en toch heerlijken -wind uit het onzienlijke over zich strijken, toen gedurende de elevatie zilveren klaroenen -het beroemde engelenkoor aanhieven, waarbij steeds weer vrouwen in onmacht vielen. -Bijna onmiddellijk daarop klonk uit den dom, uit de bovengalerij, waar honderdtwintig -koorzangers verborgen waren, een aetherisch-fijne zang: het was een wonder, een verrukking, -alsof de engelen zelf geantwoord hadden op de klaroenen. -</p> -<p>De stemmen daalden en vlogen licht als hemelsche harptonen onder het gewelf; dan verdwenen -zij in een zacht accoord, stegen zij op naar den hemel met een zacht vleugelgeklap, -dat langzaam wegstierf. Na de mis hief Zijne Heiligheid zelf, nog steeds op het altaar -staande, het <i>Te Deum</i> aan, dat de jongeren der Sixtijnsche kapel en de koren herhaalden, beurtelings een -vers zingend. Maar weldra vielen alle aanwezigen in, de veertig duizend stemmen verhieven -zich in juichenden lofzang, verbreidden zich met een onvergelijkelijke volheid in -het onmetelijke schip. Thans was het schouwspel buitengewoon prachtig: het door den -met bloemen versierden, vergulden baldakijn van Bernini omgeven altaar, omringd door -het pauselijke Hof, waartusschen de brandende kaarsen als sterren flikkerden; in het -midden de paus, schitterend als een zon in zijn gouden kazuifel, daarvoor de banken -der kardinalen in purper, der aartsbisschoppen en bisschoppen in violette zijde, de -tribunes, waarop de galakostuums, de ridderkruisen van het corps diplomatique, de -uniformen schitterden; die van overal samenstroomende menigte, die zee van hoofden, -welke van uit de verste diepten der basilica opdeinde. -</p> -<p>En ook de reusachtige afmetingen van dit alles maakten indruk, de zijschepen, waar -een geheele parochie zich verzamelen kon, de dwarsbeuken, groot als kerken in een -volkrijke stad, een tempel, dien duizenden en duizenden geloovigen nauwlijks vulden. -Zelfs de lofzang van dit volk werd iets geweldigs en steeg als een stormvlaag op tusschen -de groote graftomben, de bovenmenschelijke standbeelden, langs de reusachtige zuilen -tot den onmetelijken steenen hemel van het gewelf, tot het firmament van den koepel, -waar het oneindige zich in den goudglans der mozaïeken opende. -</p> -<p>Na het Te Deum, terwijl Leo XIII in plaats van den mijter de tiara opzette, den kazuifel -voor den pauselijken koormantel <span class="pagenum">[<a id="pb253" href="#pb253">253</a>]</span>verwisselde en zijn troon op de bij den ingang van de linkerdwarsbeuk geplaatste estrade -besteeg, ontstond er een langdurig lawaai. Van af dezen troon overzag en beheerschte -hij de geheele menigte, die door een huivering doorsidderd werd, als streek een ademtocht -uit het onzienlijke over haar heen, toen hij na de gebeden van het rituaal opstond. -Hij scheen grooter geworden onder de drievoudige-symbolische kroon, in zijn met goud -omzoomden mantel. Te midden van een plotselinge, diepe stilte, die alleen verstoord -werd door het kloppen der harten, hief hij met een zeer edel gebaar zijn arm op en -gaf langzaam den pauselijken zegen met een luide en vaste stem, die de stem van God -zelf scheen te zijn, zóó verrassend klonk zij van deze waslippen, uit dit bloed- en -levenlooze lichaam. De uitwerking was verpletterend; en toen de stoet zich opnieuw -vormde, om denzelfden weg terug te gaan als hij gekomen was, barstten de toejuichingen -opnieuw los. De razernij van den geestdrift had zulk een paroxysme bereikt, dat het -klappen in de handen niet meer voldoende was, doch zich toejuichingen en kreten daaronder -mengden, die zich langzamerhand over de geheele menigte verbreidden. Het begon in -een vurig-geestdriftigen groep bij het standbeeld van den Heiligen Petrus: “<i lang="it">Evviva il papa re! Evviva il papa re!</i>”<a class="noteref" id="xd29e2407src" href="#xd29e2407">6</a> Dan volgde het den geheelen stoet als een lekkende vlam, die allengs de harten in -brand stak en eindelijk uit duizenden monden knetterde als een donderend protest tegen -de overweldiging der Kerkelijke Staten. Het geheele geloof, de geheele liefde der -geloovigen werd door het koninklijke schouwspel van een zoo mooie ceremonie overprikkeld -en <span class="corr" id="xd29e2410" title="Bron: keerden">keerde</span> terug tot den droom, tot het hartstochtelijk verlangen naar een paus, die koning -en pontifex was, meester der lichamen, zoowel als der zielen, onbeperkt heerscher -van de wereld. Daarin lag de eenige waarheid, het eenige geluk, het eenige heil. Alles -moest hem gegeven worden, de menschheid en de wereld! <i>Evviva il papa re! Evviva il papa re!</i> -</p> -<p>O, deze kreet, deze krijgskreet, die zooveel fouten had doen begaan en zooveel bloed -had doen stroomen, die kreet van overgave en verblinding, die, als hij werkelijkheid -geworden was, de tijden van lijden teruggebracht zou hebben! Hij wekte verzet in Pierre, -deed hem besluiten vlug de tribune te verlaten, om aan de besmetting van die afgoderij -te ontkomen. <span class="pagenum">[<a id="pb254" href="#pb254">254</a>]</span>Terwijl de stoet nog door de kerk trok, trachtte hij zich een weg te banen door den -linkerzijbeuk in het gedrang en lawaai der menigte; daar hij er echter aan wanhoopte -op die wijze de straat te bereiken en het woeste dringen bij den uitgang vermijden -wilde, kwam hij op de gedachte van een openstaande zijdeur gebruik te maken en vluchtte -hij in de vestibule, vanwaar een trap naar den dom leidde. Een sacristijn, die bij -de trap stond en in verrukking was over de schitterende manifestatie, keek hem een -oogenblik aan en wist niet of hij hem tegenhouden moest of niet, maar het zien van -de soutane en de opwinding, waarin hij verkeerde, deed hem besluiten hem maar door -te laten. Met een gebaar liet hij Pierre passeeren, die vlug de trap opliep, om steeds -hooger, steeds hooger te vluchten, naar den vrede en naar de stilte. -</p> -<p>En plotseling werd het geheel stil; de muren verstikten dien kreet, die nu nog slechts -in hem scheen te beven. Het was een makkelijke en lichte trap met breede treden, die -in een soort toren uitliepen. Toen hij op het dak der schepen kwam, voelde hij het -als een verlichting weer de heldere zon, de zuivere, frissche lucht, die daar als -in het vrije veld woei, terug te vinden. Verwonderd dwaalden zijn blikken over deze -reusachtige ontplooiing van lood, zink en steen, een geheele luchtstad, die hier onder -den blauwen hemel een eigen leven leidde. Hij zag er dommen, klokketorens, terrassen, -ja zelfs huizen en tuinen, de met bloemen opgevroolijkte huizen van enkele werklieden, -die in verband met de voortdurende herstellingswerken op de basilica wonen. Een kleine -bevolking leeft, werkt, eet en slaapt daar, heeft daar lief. -</p> -<p>Hij liep naar de borstwering, om de reusachtige standbeelden van den Heiland en van -de Apostelen boven op den gevel van nabij te kunnen zien—gigantische beelden van zes -meter hoog, die steeds hersteld moeten worden en waarvan de door de buitenlucht half -verweerde armen, beenen en hoofden slechts samengehouden worden door cement, stangen -en klampen. Toen hij zich vooroverboog, om een blik te werpen op de roodachtige opeenhooping -der daken van het Vaticaan, kwam het hem voor, alsof de kreet, waarvoor hij vluchtte, -van het plein naar hem oprees. Vlug klom hij verder naar boven tot den koepel. Tusschen -de twee wanden van den dubbelen koepel, den binnensten en den buitensten, liep eerst -een trap; dan kwamen nauwe, <span class="pagenum">[<a id="pb255" href="#pb255">255</a>]</span>schuinsche gangen, hellende vlakken met enkele treden. Eenmaal deed hij uit nieuwsgierigheid -een deur open, waardoor hij weer in de basilica terugkwam, doch nu een zestig meter -boven den beganen grond, in een smalle galerij, die om den dom liep, juist boven de -fries, waarop men in zeven voet hooge letters las: “<i lang="la">Tu es Petrus et super hanc petram …</i>”<a class="noteref" id="xd29e2427src" href="#xd29e2427">7</a> -</p> -<p>En toen hij op zijn elleboog leunde, om naar het vreeselijke gat onder zich met het -diepe uitzicht op de dwarsbeuken en de zijschepen te kijken, sloeg hem weer die kreet -in zijn gelaat, de razende kreet der daar beneden wriemelende en wemelende menigte. -Iets hooger opende hij opnieuw een deur, en thans vond hij een tweede galerij, ditmaal -boven de ramen, bij het begin der schitterende mozaïeken; van daar uit scheen de menigte -hem kleiner, verder verwijderd, als verloren in den duizelingwekkenden afgrond, waarin -de reusachtige beelden, het altaar der Confessie en de triomphantelijke baldakijn -van Bernini niet meer dan stukjes speelgoed geleken; en toch steeg de kreet op, dezelfde -krijgs- en aanbiddingskreet en striemde zijn gezicht met de woede van een orkaan, -die in zijn voortstormende vaart nog heftiger wordt. Hij moest nog hooger stijgen, -tot aan de buitenste galerij van de traplantaarn om hem niet meer te hooren. -</p> -<p>Welk een heerlijke verlichting was in den beginne dat bad van licht en zon voor hem! -Boven zich had hij niets meer dan den verguld-bronzen kogel, waarin, zooals pralende -opschriften in de gangen verkondigen, keizers en koningen opgestegen zijn—de holle -kogel, waarin de stem als de donder echoot, waarin ieder geluid van de ruimte weerkaatst. -Hij was aan den kant der apsis naar buiten gegaan en zag nu eerst de pauselijke tuinen, -welker boomgroepen hem van uit deze hoogten laag bij den grond staande struiken toeschenen; -hij dacht aan zijn wandeling van enkele dagen geleden, aan het groote grasperk, dat -aan een Smyrnaasch verkleurd tapijt denken deed, aan het donkergroene, als een stilstaande -poel ondoorzichtige kreupelhout, aan de met zorg onderhouden moestuin en wijngaard. -De fonteinen, de toren van de Sterrenwacht, het Casino, waarin de paus de warme zomerdagen -doorbracht, vormden slechts kleine, witte plekken <span class="pagenum">[<a id="pb256" href="#pb256">256</a>]</span>te midden van deze onregelmatige, door den muur van Leo IV ingesloten terreinen. -</p> -<p>Dan ging hij door een nauwe gang om de traplantaarn heen en bevond hij zich plotseling -tegenover Rome, dat zijn geheele ontzaglijke grootte voor hem ontrolde: in het Westen -de verre zee, in het Oosten en Zuiden de onafgebroken bergketenen, de Campagna romana, -die als een eentonige, groenachtige woestijn den geheelen horizont beheerschte, en -aan zijn voeten de Stad, de Eeuwige stad. Nooit had hij een zoo majestueusen indruk -van uitgestrektheid gekregen. Daar lag Rome in vogelvlucht voor hem, duidelijk als -een geographisch reliefplan. Een dergelijk verleden, een dergelijke geschiedenis, -zooveel grootschheid—en dan dit door de verte zoo verkleinde Rome, lilliputterachtige -en als speelgoed zoo aardige huisjes, nauwlijks een schimmelvlek op de wijde aarde. -Vooral voelde hij zich echter gelukkig, dat hij nu met één oogopslag de indeeling -der stad zag, daar beneden de oude stad met het Capitool, het Forum, den Palatinus, -de pauselijke stad in den Borgo, en de St. Pieter en het Vaticaan, die op de moderne -stad keken, het Italiaansche Quirinaal boven de Middeleeuwsche stad, samengedrongen -in den rechterhoek, dien de Tiber vormde. Een ding viel hem in het bijzonder op, n.l. -de krijtachtige gordel, dien de nieuwe wijken om den centralen kern van de oude, roodachtige, -door de zon verbrande stadsdeelen vormde, een waar symbool van een poging tot verjonging: -in het oude hart gaan de herstellingen slechts langzaam, terwijl de uitwendige deelen -zich als door een wonder hernieuwden. -</p> -<p>Maar in de heete middagzon kwam Rome Pierre niet zoo licht en rein voor als op den -ochtend van zijn aankomst in den lieflijken, zachten zonsopgang. Het was niet meer -het glimlachende, bescheiden Rome, half omsluierd door een gouden nevel en als weggezonken -in een kinderdroom. Nu in dit felle licht had het een onbeweeglijke hardheid, een -doodelijke stilte. De achtergrond werd als door een te sterke vlam verteerd, door -een vurig stof overstroomd, waarin het scheen te verdwijnen. De geheele stad teekende -zich in groote massa’s licht en schaduw met plotselinge overgangen tegen deze verkleurde -verten af. -</p> -<p>Men zou het voor een zeer oude, verlaten steengroeve hebben kunnen houden, waarin -de zonnestralen loodrecht neervielen en waarin hier en daar een boomeneilandje een -donkergroene vlek vormde. Van de oude stad zag men den <span class="pagenum">[<a id="pb257" href="#pb257">257</a>]</span>rossigen toren van het Capitool, de zwarte cypressen van den Palatinus, de ruïnes -van het paleis van Septimius Severus, die op een geraamte van een door den zondvloed -aangespoeld fossiel denken deden. Daartegenover troonde de moderne stad met de lange, -gerestaureerde gebouwen van het Quirinaal, waarvan de fel-gele kleur tusschen de krachtige -toppen van den tuin heen schemerde; aan gene zijde, op de hoogten van den Viminalis, -lagen rechts en links de als gips zoo witte nieuwe wijken, een stad van krijt, waarin -de vensters als het ware kleine inktstrepen vormden. -</p> -<p>Dan lagen hier en daar de Pincio als een slapende poel, de Villa Medicis met haar -dubbelen campanile, de oudroestkleurige Engelenburg, de als een kaars brandende klokkentoren -der Santa Maria Maggiore, de drie onder de boomtakken sluimerende kerken van den Aventinus, -de palazzo Farnese met zijn door de zomerzon verbrande, oudgouden pannen, de koepels -van de Il Gesù, van de Santo Andrea della Valle, van de Santo Giovanni de Fiorentini -en steeds weer met koepels en nog eens koepels, alle witgloeiend en als gesmolten -in den vurigen oven van den hemel. Toen voelde Pierre zijn hart weer samenkrimpen -bij het zien van dit heftige, harde, zoo weinig op het Rome van zijn droom gelijkende -Rome, het Rome der verjonging en der hoop, dat hij den ochtend van zijn aankomst geloofd -had te vinden, maar dat nu verdween, om plaats te maken voor de onveranderlijke, tot -in haar dood hardnekkig dezelfde blijvende stad van trots en heerschzucht. -</p> -<p>Plotseling begreep Pierre, alleen daar in de hoogte, alles. Het was alsof een lichtstraal -hem daar in de vrije, grenzenlooze ruimte trof. Kwam het door de plechtigheid, die -hij bijgewoond had, door den fanatieken kreet der slavernij, die nog steeds in zijn -ooren gonsde? Of was het niet eerder de aanblik van deze stad, welke daar aan zijn -voeten lag als een gebalsemde koningin, die nog steeds uit het stof van haar graf -regeert? Hij zou het niet kunnen zeggen: ongetwijfeld deden beide oorzaken haar invloed -op hem gelden. Maar hij zag alles duidelijk, hij voelde, dat het Katholicisme niet -zou kunnen bestaan zonder wereldlijke macht, dat het den dag, waarop het geen koning -meer zijn zou, onvermijdelijk geheel verdwijnen zou. -</p> -<p>Het atavisme droeg daarvan in het bijzonder de schuld, de macht der Geschiedenis, -de lange reeks opvolgers der Caesars, de pausen, de pontifices, in wier aderen het -bloed <span class="pagenum">[<a id="pb258" href="#pb258">258</a>]</span>van den de wereldheerschappij eischenden Augustus steeds was blijven stroomen. Zij -mochten thans in het Vaticaan wonen; dat nam niet weg, dat zij uit de keizerlijke -paleizen van den Palatinus kwamen, uit het paleis van Septimius Severus; hun politiek -had in den loop van zooveel eeuwen niets anders nagestreefd dan den droom van de Romeinsche -overheersching: alle volkeren overwonnen, onderworpen, gehoorzamend aan Rome. Zonder -dit wereldrijk, zonder dit volkomen bezit van lichamen en zielen verloor het Katholicisme -zijn reden van bestaan, want de Kerk kon het bestaan van een keizer- of koninkrijk -slechts om een politieke reden erkennen, daar de keizer of de koning slechts eenvoudige, -tijdelijke gevolmachtigden zijn, die tot taak hebben de volkeren te besturen, tot -zij ze haar weer teruggeven. Alle natiën, de menschheid met de geheele aarde, behooren -aan de Kerk, die ze van God gekregen heeft. -</p> -<p>Wanneer zij haar niet altijd in werkelijk bezit heeft, dan vindt dit zijn reden daarin, -dat zij heeft moeten wijken voor geweld, verplicht is de faits accomplis te aanvaarden, -maar onder het formeele voorbehoud, dat het een strafbare usurpatie is, dat men haar -haar goed onrechtmatig onthoudt; zij doet het in de verwachting van de verwezenlijking -der beloften van Christus, die haar op den daarvoor bestemden dag voor eeuwig de wereld -en de menschen, de almacht teruggeven zal. Dat is de ware toekomststad, het Katholieke, -voor de tweede maal heerschende Rome. Rome behoort tot den droom, aan Rome is dan -ook de eeuwigheid voorspeld; de bodem zelf van Rome heeft aan het Katholicisme den -onleschbaren dorst naar onbeperkte macht gegeven. Daarom was dan ook het lot van het -pausdom met dat van Rome zoo nauw verbonden, dat een paus buiten Rome niet meer een -Katholieke paus zijn zou. En plotseling voelde Pierre, terwijl hij daar tegen de dunne -ijzeren borstwering stond te leunen, zoo hoog verheven boven den afgrond, waarin de -donkere, harde stad zich in de brandende zon verbrokkelde, hoe een groote rilling -door zijn beenderen huiverde. -</p> -<p>Eén ding stond nu onomstootelijk vast. Dat Pius IX, dat Leo XIII besloten hadden zich -in het Vaticaan op te sluiten, vond slechts hierin zijn oorzaak, dat zij aan Rome -gebonden waren. Het staat een paus niet vrij het te verlaten, elders het hoofd der -Kerk te zijn. Evenmin zou een paus, welk een goed inzicht hij ook in de moderne maatschappij -mocht hebben, het recht hebben afstand te doen van de wereldlijke <span class="pagenum">[<a id="pb259" href="#pb259">259</a>]</span>macht. Het is een onvervreemdbaar erfdeel, dat hij verdedigen moet; het is bovendien -een levensquaestie, waarover verder niet te discussieeren valt. Daarom heeft Leo XIII -dan ook den titel van heer van het wereldlijk gebied der Kerk behouden, te meer daar -hij als kardinaal, evenals de andere leden van het Heilig College, bij hun verkiezing -in zijn eed gezworen had die heerschappij ongeschonden te bewaren. Mocht Italië nog -een eeuw lang Rome als hoofdstad behouden, een eeuw lang zal de eene paus op den anderen -volgen, niet ophouden te protesteeren, niet ophouden hun koninkrijk op te eischen. -Zelfs wanneer er op een dag een overeenstemming tot stand mocht komen, dan zou die -ongetwijfeld gebaseerd moeten zijn op het afstaan van een stuk grond. -</p> -<p>Had men, toen er verzoeningsgeruchten liepen, niet gezegd, dat de regeerende paus -als besliste voorwaarde minstens het bezit der Leostad met de neutraliteitsverklaring -van een naar zee loopenden weg stelde? Heelemaal niets is niet genoeg, men kan niet -van niets uitgaan, om ten slotte alles te hebben. Maar de Leostad, dat kleine hoekje, -is reeds een stukje koninklijke aarde; men behoeft het overige dan nog slechts te -veroveren, eerst Rome, dan Italië, vervolgens de aangrenzende naties, eindelijk de -wereld. Nooit heeft de Kerk gewanhoopt, zelfs niet op oogenblikken, dat zij, verslagen -en geplunderd, stervende scheen. Nooit zal zij afstand doen; nooit zal zij afzien -van de beloften van Christus, want zij gelooft aan haar onbegrensde toekomst, zij -beschouwt zich onverwoestbaar, eeuwig. Men geve haar den kiezelsteen, waarop zij haar -hoofd neerleggen kan—en zij hoopt reeds weldra het veld terug te zullen hebben, waarop -die kiezelsteen ligt, het rijk, waarin zich dat veld bevindt. Als een paus het erfdeel -niet terug kan krijgen, dan zal een tweede paus, zullen tien, twintig andere pausen -zich daartoe aangorden. De eeuwen tellen niet meer. Deze gedachte was het, die een -vier-en-tachtigjarigen grijsaard ertoe bracht ontzaglijke werken te ondernemen, die -verscheidene menschenlevens vereischten, zeker als hij was, dat opvolgers komen zouden -en het werk ondanks alles voortgezet en beëindigd zou worden. -</p> -<p>En Pierre kwam zich tegenover die oude stad van roem en heerschersmacht, welke haar -purper hardnekkig vasthield, met zijn droom van een zuiver geestelijken paus belachelijk -voor. Het scheen hem zoo misplaatst toe, dat hij er een soort schaamtevolle wanhoop -over voelde. Een Romeinsch prelaat zou zeker niets voelen kunnen voor den nieuwen -Evangelischen <span class="pagenum">[<a id="pb260" href="#pb260">260</a>]</span>paus, die een zuiver geestelijke, alleen over zielen heerschende paus zou moeten zijn. -Bij de herinnering aan dat in ritus, trots en gezag verstarde, pauselijke Hof werd -hij zich den afschuw, den bijna om zoo te zeggen lichamelijken afkeer daarvan bewust. -O, hoe verbaasd en minachtend zouden zij neerzien op deze wonderlijke phantasie van -het Noorden: een paus zonder grondgebied en zonder onderdanen, zonder militair Huis -en koninklijke eerbewijzen, zuiver geest, zuiver moreele autoriteit, opgesloten in -zijn tempel, de wereld slechts regeerend door zijn zegenend gebaar, door liefde en -goedheid! Dat was voor dezen Latijnschen clerus, priesters van het licht en van de -praal, slechts een Gotisch, door nevels omsluierd phantasiebeeld. Zeker, zij waren -wel vroom, deze priesters, bijgeloovig zelfs, maar zij lieten God goed beschermd in -den tabernakel achter, om in Zijn naam te heerschen voor het heil der hemelsche belangen, -van dat oogenblik af natuurlijk allerlei listen gebruikend, in den strijd van menschelijke -begeerten en eerzucht tot alle middelen hun toevlucht nemend, met zachte diplomatenstappen -de aardsche, definitieve overwinning van Christus tegemoet schrijdend, die eenmaal -in den persoon van den paus over de volkeren heerschen zou. -</p> -<p>Maar welk een verbijsterende schrik moest dat voor een Franschen prelaat zijn, voor -een monseigneur Bergerot, dien heiligen bisschop van verzaking en naastenliefde, wanneer -hij in die wereld van het Vaticaan terecht kwam! Hoe moeilijk moest het hem vallen -om dit alles te begrijpen, zich in dat alles in te denken—hoe pijnlijk moest hij de -onmogelijkheid voelen één te zijn met deze vaderlandsloozen, deze internationalen, -die steeds over de kaart der beide werelddeelen gebogen, steeds verdiept in berekeningen -waren, welke hun de macht verzekeren moesten. Daarvoor waren dagen en dagen noodig, -moest men te Rome leven; hij zelf had het eerst na een verblijf van een maand begrepen -onder de heftige crisis, die het aanschouwen der koninklijke praal in de St. Pieter -in hem teweeggebracht had, eerst bij het zien der oude stad, die daar in de zon haar -zwaren slaap sluimerde, haar eeuwigheidsdroom droomde. -</p> -<p>Maar zijn blik viel op het plein voor de basilica en hij zag daar den menschenstroom, -de veertig duizend geloovigen, naar buiten komen, die zich als een zwart gewriemel -van insecten op het witte plaveisel voortbewogen. Toen scheen het, dat opnieuw de -kreet: “<i lang="it">Evviva il papa re! Evviva il <span class="pagenum">[<a id="pb261" href="#pb261">261</a>]</span>papa re!</i>” opsteeg. Toen hij even te voren de eindelooze trappen opklom, was het hem voorgekomen, -alsof de steenen kolos in dezen waanzinnigen kreet, die onder zijn gewelven uitgestooten -werd, gebeefd had. En thans, nu hij tot bijna in de wolken gestegen was, meende hij -hem daar ook in de enge ruimte weer terug te vinden. Was dat voortdurende beven van -den kolos onder hem niet het laatste opschieten van het sap langs zijn oude muren, -een hernieuwing van het Katholieke bloed, dat hem eens zoo mateloos groot tot koning -van alle tempels geschapen had en dat thans trachtte in het uur, dat de dood voor -zijn te groote en verlaten schepen kwam, hem een krachtigen levensadem te geven? -</p> -<p>De menigte kwam nog steeds naar buiten en overstroomde het plein; een groote droefheid -snoerde zijn keel dicht, want met haar roep had zij zijn laatste hoop weggevaagd. -Den vorigen dag, na de ontvangst der bedevaart, in de Sala dei Beneficazione had hij -zich nog aan een illusie over kunnen geven, door de noodzakelijkheid van het geld, -dat de paus aan de aarde vasthoudt, te vergeten en in hem slechts den zwakken grijsaard, -geheel ziel, stralend als het symbool van moreel gezag te zien. Maar nu was het uit -met zijn geloof in dezen van alle aardsche goederen bevrijden herder van het Evangelie, -die slechts koning zijn moest van het koninkrijk der Hemelen. Niet alleen het geld -van den St. Pieterspenning legde Leo XIII een harde slavernij op; neen, hij was bovendien -de gevangene der traditie, de eeuwige koning van Rome, die aan dezen grond vastgeklonken -werd, de stad niet kon verlaten, noch afstand doen van het wereldlijk gezag. -</p> -<p>En het einde daarvan was de dood ter plaatse, de instorting van den dom van de St. -Pieter, zooals de tempel van Juppiter Capitolinus ingestort was; op de ruïnes van -het Katholicisme zou het gras groeien, terwijl elders het schisma schitteren zou als -een nieuw geloof van de nieuwe volkeren. Het grootsche en tragische visioen rees voor -hem op: hij zag zijn droom verwoest, zijn boek medegesleept in den kreet, die zich -uitbreidde, als wilde hij naar de vier hoeken der Katholieke wereld vliegen: “<i lang="it">Evviva il papa re! Evviva il papa re!</i>” En onder zich meende hij reeds te voelen, hoe de reus van marmer en goud bij het -instorten der oude verrotte maatschappij beefde. -</p> -<p>Eindelijk ging Pierre naar beneden en tot zijn groote verbazing vond hij monsignor -Nani, op de daken der schepen, <span class="pagenum">[<a id="pb262" href="#pb262">262</a>]</span>in die bezonde uitgestrektheid, welke zoo groot was, dat men er een stad zou kunnen -plaatsen. De prelaat was in gezelschap van de beide Fransche dames, moeder en dochter, -aan wie hij ongetwijfeld aangeboden had met haar naar boven te gaan. Maar zoodra hij -den jongen priester herkende, sprak hij hem aan: -</p> -<p>“Welnu, mijn waarde zoon, zijt ge tevreden? Heeft het geen grooten indruk op u gemaakt, -heeft het u niet gesticht?” -</p> -<p>Met zijn onderzoekende blikken las hij tot in zijn ziel en zag hoe het met de proef -stond. Dan begon hij, voldaan, te glimlachen. -</p> -<p>“Ja, ja, ik zie het al … Kom, ge zijt toch ten slotte een verstandige jongen. Ik begin -werkelijk te gelooven, dat uw ongelukkige zaak hier een zeer goed einde nemen zal.” -<span class="pagenum">[<a id="pb263" href="#pb263">263</a>]</span></p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e2352" href="#xd29e2352src">1</a></span> Daar is hij, daar is hij! <a class="fnarrow" href="#xd29e2352src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e2364" href="#xd29e2364src">2</a></span> Lang kleed. <a class="fnarrow" href="#xd29e2364src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e2373" href="#xd29e2373src">3</a></span> Een soort schouderbedekking. <a class="fnarrow" href="#xd29e2373src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e2386" href="#xd29e2386src">4</a></span> Gedeelte van de mis, waarin de priester zijn handen wascht en een psalm, aanvangende -met dat woord, aanheft. <a class="fnarrow" href="#xd29e2386src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e2389" href="#xd29e2389src">5</a></span> De opheffing der hostie. <a class="fnarrow" href="#xd29e2389src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e2407" href="#xd29e2407src">6</a></span> Leve de paus-koning! <a class="fnarrow" href="#xd29e2407src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e2427" href="#xd29e2427src">7</a></span> “Gij zijt Petrus (de steen) en op dezen steen zal ik mijn kerk bouwen.” <a class="fnarrow" href="#xd29e2427src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch8" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">ACHTSTE HOOFDSTUK</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Pierre had de gewoonte aangenomen de ochtenden, dat hij in den palazzo Boccanera bleef, -uren door te brengen in den kleinen, verwaarloosden tuin, die vroeger in een soort -loggia met zuilengaanderij eindigde, van waar men met een dubbele trap bij den Tiber -kwam. Tegenwoordig was het daar een verrukkelijk, eenzaam hoekje, waarin het heerlijk -rook naar de rijpe vruchten van de eeuwenoude oranjeappelboomen, welker symmetrische -rijen alleen nog de reeds lang onder het onkruid verdwenen voetpaden aangaven. En -hij vond er ook den geur der taxisboomen terug, die in het oude, door puin opgevulde -middelste bekken opgeschoten waren. -</p> -<p>Op die heldere, zoo heerlijk-zachte Octoberochtenden kon men zich hier geheel geven -aan een eindelooze levensvreugde. Maar de priester bracht er zijn Noordelijk gepeins -mede, zijn kommer om het lijden, zijn voortdurend door naastenliefde gekwelde ziel, -die de liefkoozing van het heldere zonlicht in deze wellustige atmospheer voor hem -nog zachter maakte. Hij ging gewoonlijk tegen den achtermuur op een stuk van een omgevallen -zuil in de donkere, frissche schaduw van een grooten laurierboom zitten. Naast hem -liet in de oude, verweerde sarcophaag, waarop wellustige faunen vrouwen schoffeerden, -het dunne waterstraaltje, dat uit het in den muur gemetselde tragische masker viel, -voortdurend zijn kristalheldere muziek weerklinken. Hij las daar de couranten, zijn -brieven, een uitgebreide correspondentie met den goeden abbé Rose, die hem op de hoogte -hield van zijn werk, van de ongelukkigen in het sombere, reeds door nevels kille en -onder de modder liggende Parijs. O, hoe onbegrijpelijk klonken die berichten over -de ellenden van het koude land, over de ellende van de moeders en van de kleinen, -die <span class="pagenum">[<a id="pb264" href="#pb264">264</a>]</span>weldra zouden rillen op hun slecht afgesloten dakkamertjes, van de mannen, die straks -door de strenge vorst zonder werk zijn zouden, over dien doodsstrijd onder de sneeuw -van al die arme menschen, hoe onbegrijpelijk klonken zij in deze warme, met heerlijke -vruchtengeuren bezwangerde lucht, in dit land van den blauwen hemel en het dolce far -niente, waar men zelfs ’s winters, beschut voor den wind, zoo lekker op de warme steenen -slapen kon! -</p> -<p>Maar op een ochtend vond Pierre Benedetta op het als bank dienende stuk zuil zitten. -Zij gaf een gilletje van verbazing en was een oogenblik verlegen, want zij had toevallig -het boek van den priester in haar hand. Het Nieuwe Rome, dat zij reeds eenmaal gelezen -had, zonder het echter geheel te begrijpen. Dan echter wilde zij, dat hij naast haar -kwam zitten, en vertelde hem met haar gewone openhartigheid, dat zij naar den tuin -gekomen was, om alleen te zijn en als een onwetende leerling zijn boek te bestudeeren. -Zij praatten als vrienden; het was voor Pierre een heerlijk uurtje. -</p> -<p>Hoewel zij het vermeed over zichzelf te praten, voelde hij toch, dat haar verdriet -haar nader tot hem bracht, als had het lijden haar hart grooter gemaakt, zoodat zij -zich nu het lot van allen, die leden, aantrok. In haar patriciërstrots, die de hiërarchie -als een goddelijke wet beschouwde, had zij nooit aan die dingen gedacht. De gelukkigen -waren boven, de ongelukkigen beneden, zonder dat eenige verandering daarin mogelijk -was. En met welk een verbazing had zij bij sommige bladzijden gevoeld, welk een moeite -het haar kostte zich erin te denken! Wat? Zich interesseeren voor het mindere volk, -gelooven, dat het dezelfde ziel, hetzelfde verdriet had, zich moeilijk maken voor -zijn vreugde als voor die van een broeder? Toch trachtte zij het, maar zonder veel -succes; heimelijk was zij bang een zonde te begaan, want het is het beste niets te -veranderen aan de door God ingestelde en door de Kerk bekrachtigde maatschappelijke -orde. Zeker was zij weldadig, gaf de gewone kleine aalmoezen, maar zij gaf niet haar -hart; altruïsme en werkelijk medegevoel ontbraken haar te eenenmale. Zij was geboren -en opgegroeid in het atavisme van een geheel ander ras, dat ook in den hemel zijn -tronen boven het plebs der uitverkorenen bezit. -</p> -<p>Nog menigmaal vonden zij elkaar in de schaduw van den laurierboom dicht bij de zingende -fontein terug, en Pierre, die niets te doen had en het moe werd te wachten op een -<span class="pagenum">[<a id="pb265" href="#pb265">265</a>]</span>oplossing, die van uur tot uur uitgesteld scheen te worden, spande al zijn krachten -in, om deze jonge, mooie, in haar liefde stralende vrouw met zijn bevrijdende naastenliefde -te bezielen. In het bijzonder bleef één gedachte hem voortdurend ontvlammen—de gedachte, -dat hij Italië zelf zou bekeeren, de in haar onwetendheid nog sluimerende koningin -der schoonheid, die haar vroegere grootte terug zou vinden, als zij met een grootere -ziel, vol medelijden voor de dingen en wezens, ontwaken zou tot het begrip der nieuwere -tijden. Hij las haar de brieven van den goeden abbé Rose voor, hij deed haar beven -onder den snik, die uit de groote steden opsteeg. Waarom zou zij, daar zij toch zulke -diep-teedere oogen had, daar van haar geheele persoonlijkheid het geluk om te beminnen -en bemind te worden uitstroomde, niet met hem erkennen, dat de wet der liefde het -eenige heil der lijdende, door haat in doodsgevaar geraakte menschheid was? Zij erkende -het, zij wilde hem het genoegen doen te gelooven aan de democratie, aan de broederlijke -hervorming der maatschappij, maar bij de andere volkeren, niet te Rome. Onwillekeurig -kwam een zacht glimlachje om haar lippen, zoodra hij het visioen voor haar opriep, -dat wat er van Trastevere over was broederlijk samen gaan zou met wat er van de oude -vorstelijke paleizen over was. Neen, neen! Dat was al sedert te lang zoo, aan die -dingen moest men niets veranderen. In één woord de leerling maakte slechts weinig -vorderingen, zij werd alleen getroffen door den hartstocht van lief te hebben, die -in dezen priester zoo heftig brandde, en dien hij in zijn kuischheid afgewend had -van het schepsel, om hem over te brengen op de geheele schepping. Gedurende die enkele -zonnige Octoberochtenden werd er tusschen deze twee een kostelijke band gelegd; in -de groote liefde, waardoor zij beiden verteerd werden, hadden zij elkaar lief met -een diepe, reine liefde. -</p> -<p>Dan op een dag begon Benedetta, die met haar elleboog op den sarcophaag leunde, te -spreken over Dario, wiens naam zij tot dusverre vermeden had te noemen. O, wat had -hij een berouw getoond na zijn aanval van brutalen waanzin. Eerst was hij, om zijn -schaamte te verbergen, drie dagen naar Napels gegaan, waarheen, naar men beweerde, -Tonietta, het aanminnige meisje met de ruikers witte rozen, die dol verliefd op hem -geworden was, hem dadelijk gevolgd had. Na zijn terugkeer in het paleis vermeed hij -het alleen te zijn met zijn nicht, zag hij haar eigenlijk alleen op de <span class="pagenum">[<a id="pb266" href="#pb266">266</a>]</span>Maandagsche receptieavonden, wanneer zijn oogen haar om vergiffenis smeekten. -</p> -<p>“Gisteren,” vertelde zij verder, “ben ik hem op de trap tegengekomen. Ik heb hem een -hand gegeven, waaruit hij begreep, dat ik niet boos meer ben. Hij was er zoo gelukkig -door … Och, wat zal ik u zeggen. Je moet niet zoo lang streng zijn. En bovendien ben -ik bang, dat hij zich ten slotte compromitteeren zou, als hij zich, om afleiding te -zoeken, te veel met haar afgaf. Hij moet weten, dat ik hem nog altijd liefheb, dat -ik nog altijd op hem wacht … O, hij is van mij, van mij alleen. Hij zou dadelijk voor -eeuwig in mijn armen liggen, als ik één woord zeggen kon. Maar onze zaak staat er -slecht, heel slecht voor!” -</p> -<p>Zij zweeg, twee dikke tranen stonden in haar oogen. Inderdaad scheen er in het proces -tot nietigverklaring van het huwlijk geen voortgang te komen, daar zich steeds weer -nieuwe hinderpalen voordeden. -</p> -<p>Pierre werd zeer ontroerd door die tranen, welke bij haar zoo weinig voorkwamen. Dikwijls -erkende zij met haar kalmen glimlach, dat zij niet huilen kon. Maar haar hart was -nu week; een oogenblik leunde zij als vernietigd op den bemosten, door het water weggevreten -sarcophaag, terwijl het dunne waterstraaltje met parelende fluittoontjes uit den open -mond van het tragische masker stroomde. Maar voor den geest van den priester rees -plotseling de gedachte aan den dood op, toen hij haar, de jonge, van schoonheid stralende -vrouw half bewusteloos worden zag op den rand van den sarcophaag, waar de faunen, -die zich in een razend bacchanaal op de vrouwen wierpen, de almacht der liefde verkondigden, -het symbool waarvan de Ouden zoo gaarne op de graftomben beeldhouwden als een bewijs -van de eeuwigheid des levens. Een licht, zacht briesje streek door de zonnige, stille -eenzaamheid van den tuin en voerde den doordringenden geur der oranjeappelen en taxisboomen -mede. -</p> -<p>“Wanneer men liefheeft, is men sterk!” prevelde hij. -</p> -<p>“Ja, ja, u hebt gelijk,” antwoordde zij, reeds weer glimlachend. “Ik ben nog maar -een kind … Maar daar is uw boek de schuld van. Ik begrijp het pas goed, wanneer ik -lijd … Maar toch maak ik vorderingen, niet waar? Laten, nu u het wilt, alle armen -mijn broeders en alle vrouwen, die verdriet hebben als ik, mijn zusters zijn!” -</p> -<p>Gewoonlijk ging Benedetta het eerst weer naar haar kamer <span class="pagenum">[<a id="pb267" href="#pb267">267</a>]</span>terug en bleef Pierre dan, alleen onder den laurierboom, nog wat toeven in den zachten -geur der jonge vrouw. Hij droomde dan verward van prettige en droeve dingen. Wat was -het leven hard voor arme wezens, die door den eeuwigen dorst naar geluk gekweld worden! -Over hem had de stilte zich nog uitgebreid, het geheele oude paleis met de binnenplaats, -waarop het gras welig opschoot, en die omgeven was door haar doode zuilengaanderij, -waarin de opgegraven marmeren beelden, een armlooze Apollo en de afgebroken romp van -een Venus, verweerden, sliep zijn zwaren ruïne-slaap, en deze doodsche stilte werd -slechts nu en dan verbroken door het plotselinge ratelen van den karos van een prelaat, -die een bezoek kwam brengen aan den kardinaal. -</p> -<p>Op een Maandag bevonden zich tegen kwart over tienen in den salon van donna Serafina -slechts de jongelui. Monsignor Nani had slechts even zijn opwachting gemaakt, terwijl -kardinaal Sarno juist vertrokken was. Bij den schoorsteen zat donna Serafina op haar -gewone plekje als afgezonderd; haar blikken staarden naar de onbezette plaats van -advocaat Morano, die nog steeds weggebleven was. Voor de canapé, waarop Benedetta -en Celia zaten, stonden Dario, abbé Pierre en Narcisse Habert te praten en te lachen. -Narcisse plaagde voortdurend den jongen prins, dien hij beweerde in gezelschap van -een heel mooi meisje gezien te hebben. -</p> -<p>“Maar ontken het toch niet, mijn waarde, zij was werkelijk een prachtstuk … Zij liep -naast je en jullie gingt samen een verlaten straatje in, den Borgo Angelico geloof -ik. Uit bescheidenheid ben ik jullie niet verder nagegaan.” -</p> -<p>“Zeker, zeker, ik was het, ik ontken het niet … Maar het is toch heel iets anders -dan je denkt.” -</p> -<p>En zich tot Benedetta wendend, die eveneens zonder een zweempje van ongeruste jaloezie -glimlachte: -</p> -<p>“Het was dat arme meisje, je weet wel, dat ik onlangs in tranen gevonden heb, een -week of zes geleden, denk ik … Ja, die parelenwerkster, die zoo huilde, omdat ze geen -werk meer had, en toen ik haar wat geld wilde geven, hard voor me uit liep, om me -naar haar ouders te brengen … Pierina, je herinnert je nog wel?” -</p> -<p>“Pierina, ja zeker!” -</p> -<p>“Welnu, stel je voor, na dien tijd ben ik haar een keer of vier, vijf op straat tegengekomen. -En het is zoo, zij is zóó zeldzaam mooi, dat ik een oogenblikje met haar heb staan -<span class="pagenum">[<a id="pb268" href="#pb268">268</a>]</span>praten … Onlangs heb ik haar bij een fabrikant gebracht. Maar zij heeft nog geen werk -kunnen vinden en zij begon weer te huilen, en waarachtig ik heb haar toen, om haar -wat te troosten, een zoen gegeven … Zij was er zoo gelukkig door!” -</p> -<p>Allen lachten om het verhaal. Celia was de eerste, die weer kalm werd. En met een -zeer ernstige stem zeide zij: -</p> -<p>“Dario, zij houdt van je, dat begrijp je toch. Je moet niet zoo slecht zijn.” -</p> -<p>Ongetwijfeld was Dario van dezelfde meening, want hij keek opnieuw Benedetta aan en -schudde vroolijk zijn hoofd, als wilde hij zeggen, dat, al mocht zij van hem houden, -hij niet van haar hield. Een parelwerkster, een meisje uit het lagere volk, o, neen! -Zij kon een Venus zijn, maar een maîtresse, neen, dat was niet mogelijk! Hij had zelf -veel pleizier in het romantische avontuur, waarop Narcisse dadelijk een sonnet maakte: -“De schoone parelwerkster wordt tot stervens toe verliefd op den jongen prins, die, -mooi als de dag, voorbijkomt en die haar, geroerd door haar ongeluk, een geldstuk -gegeven heeft; de schoone parelwerkster, diep in haar hart getroffen, daar hij even -milddadig als mooi is, droomt nog slechts van hem, volgt hem overal, een vlammenband -bindt haar aan zijn schreden; de schoone parelwerkster, die het geldstuk geweigerd -heeft, vraagt met haar onderworpen, liefdevolle oogen als aalmoes het hart van den -jongen man, dat hij haar op een avond genadig schenkt.” Het woordenspel viel zeer -in den smaak van Benedetta, maar Celia, die er met haar engelachtig gezichtje als -een klein meisje uitzag, dat eigenlijk nog niets weten moest, bleef zeer ernstig en -herhaalde droevig: -</p> -<p>“Dario, ze houdt van je, je moet haar niet laten lijden.” -</p> -<p>Nu werd ook de contessina door medelijden bewogen. -</p> -<p>“Zij zijn niet gelukkig, die arme menschen!” -</p> -<p>“O,” riep de prins uit, “een ellende, om niet te gelooven! Den dag, dat zij me medegenomen -heeft naar de Prati del Castello, dacht ik te zullen stikken. Het is verschrikkelijk, -ongelooflijk verschrikkelijk!” -</p> -<p>“Maar ik herinner me,” antwoordde zij, “dat wij het plan gemaakt hebben naar hen toe -te gaan, het is heel slecht, dat we het nog niet gedaan hebben … U wilde immers met -ons mede gaan, mijnheer de abbé, voor uw studies en om op die wijze de arme bevolking -van Rome van nabij te zien.” -</p> -<p>Zij keek op naar Pierre, die sedert eenige oogenblikken <span class="pagenum">[<a id="pb269" href="#pb269">269</a>]</span>zweeg. Het trof hem zeer, dat deze barmhartige gedachte weer bij haar opkwam, want -hij voelde aan het even beven van haar stem, dat zij daarmede ook wilde laten blijken, -dat zij een gedweeë leerlinge was, die vorderingen maakte in de liefde tot de ongelukkigen -en armen. Onmiddellijk trouwens had de hartstocht voor zijn apostolaat zich weer meester -van hem gemaakt. -</p> -<p>“O,” zeide hij, “ik zal Rome niet verlaten, voordat ik het lijdende, werk- en broodlooze -volk gezien heb. Voor alle naties ligt daarin de ziekte, en redding kan slechts komen -van de genezing der ellende. Wanneer de wortels van den boom geen voedsel krijgen, -sterft de boom.” -</p> -<p>“Welnu, we zullen dadelijk afspreken, u gaat morgen met ons naar de Prati del Castello … -Dario zal ons er brengen.” -</p> -<p>Deze, die met een verbijsterd gezicht naar den priester geluisterd had, zonder het -beeld van den boom en zijn wortels goed te begrijpen, protesteerde. -</p> -<p>“Neen, neen, waarde nicht, leid jij er mijnheer den abbé rond, als je daar lust in -hebt … Ik ben er eens geweest, maar ik ga er nooit meer naar terug. Toen ik weer thuis -kwam, moest ik bijna naar bed, zoo draaide alles in mij om … Neen, neen het is te -vreeselijk, zulke afschuwlijkheden zijn gewoon ongelooflijk.” -</p> -<p>Op dat oogenblik kwam een ontevreden stem uit het hoekje bij den schoorsteen. Donna -Serafina verbrak haar lang stilzwijgen. -</p> -<p>“Dario heeft gelijk! Zend er je aalmoes naar toe, beste kind, ik zal er graag de mijne -bijvoegen … Er zijn heel wat bezienswaardiger plekken, waar je mijnheer den abbé kunt -brengen … Je zult waarachtig zorgen, dat hij een mooie herinnering aan onze stad medeneemt!” -</p> -<p>De Romeinsche trots klonk uit haar slechte luim. Waartoe diende het de wonden der -stad te laten zien aan de vreemdelingen, die hier misschien alleen met een vijandige -nieuwsgierigheid kwamen. Rome moest altijd mooi zijn, men moest Rome alleen in den -praal van zijn roem laten zien. -</p> -<p>Maar Narcisse had zich van Pierre meester gemaakt. -</p> -<p>“Ja, mijn waarde, dat is waar ook, ik heb heelemaal vergeten u die wandeling aan te -raden … U moet beslist de nieuwe wijk zien, die men in de Prati del Castello gemaakt -heeft. Die is heel typisch en als het ware een samenvatting van de andere; u zult -zien, dat het geen verloren tijd is, daar sta ik voor in, want niets ter wereld kan -u een <span class="pagenum">[<a id="pb270" href="#pb270">270</a>]</span>beteren indruk van het tegenwoordige Rome geven. Het is buitengewoon, buitengewoon.” -</p> -<p>En zich dan tot Benedetta wendend: -</p> -<p>“Is het afgesproken? Vindt u morgenochtend goed?… U zult den abbé en mij daar vinden, -want ik sta erop hem eerst op de hoogte te brengen, zoodat hij alles goed begrijpt … -Om tien uur, kunt u dan?” -</p> -<p>Alvorens te antwoorden, wendde de contessina zich tot haar tante. -</p> -<p>“Kom, tante, mijnheer de abbé heeft genoeg bedelaars in onze straten ontmoet; hij -kan alles zien. En trouwens naar wat hij ons in zijn boek vertelt, zal hij te Rome -niet meer zien, dan hij in Parijs reeds gezien heeft. Overal is, zooals hij ergens -zegt, de honger dezelfde.” -</p> -<p>Dan richtte zij zich kalm en zacht tot Dario. -</p> -<p>“Weet je wel, Dario, dat je me een heel groot pleizier zoudt doen, als je met me meeging. -Zonder jou zou het er te veel van hebben, alsof we uit den hemel kwamen vallen. We -zullen een rijtuig nemen en dan de heeren daar aantreffen; het zal een heel aardige -wandelrit zijn … We zijn in geen tijd samen uit geweest.” -</p> -<p>Ongetwijfeld was dat het, waarom zij het zoo prettig vond: zij had nu een voorwendsel, -om met hem samen te zijn en zich geheel met hem te verzoenen. Hij voelde dat, hij -kon er zich niet aan onttrekken. -</p> -<p>“O, lieve nicht,” zeide hij schertsend, “het is jouw schuld, als ik de geheele verdere -week nachtmerries heb. Een dergelijk uitstapje bederft voor acht dagen je levensvreugde.” -</p> -<p>Hij rilde al bij voorbaat. De anderen begonnen weer te lachen, en ondanks de zwijgende -afkeuring van donna Serafina werd de samenkomst bepaald op den volgenden ochtend tien -uur. Het speet Celia zeer, dat zij niet van de partij kon zijn. Maar zij met haar -onschuld van een lelieknop, interesseerde zich slechts voor Pierina. -</p> -<p>“Let goed op die schoonheid,” fluisterde zij in de antichambre haar vriendin in; “dan -kan je me vertellen, of zij werkelijk zoo mooi is, mooier dan alle anderen.” -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Toen Pierre den volgenden ochtend om negen uur Narcisse bij de Engelenburg vond, bemerkte -hij tot zijn verbazing, dat deze weer in zijn smachtende kunstdweperij vervallen was. -In den beginne was er geen sprake van de nieuwe <span class="pagenum">[<a id="pb271" href="#pb271">271</a>]</span>wijken noch van den vreeselijken financieelen krach, die er het gevolg van geweest -was. De jonge man vertelde, dat hij tegelijk met de zon was opgestaan, om nog een -uur voor de Santa Teresia van Bernini te kunnen vertoeven. Wanneer hij die in acht -dagen niet gezien had, zeide hij, leed zijn ziel daaronder, voelde hij zich verdrietig, -als moest hij een dierbare geliefde missen. Hij had ook zijn uren, waarop hij haar -op verschillende wijzen, anders liefhad, al naar gelang der belichting van het doek. -’s Morgens in het ochtendlicht, dat haar als in een wit kleed hulde, had hij haar -lief met het mystieke élan van zijn ziel; ’s middags wanneer de schuine stralen der -ondergaande zon op haar vielen, met den rooden hartstocht van het bloed der martelaren. -</p> -<p>“O, mijn vriend,” zeide hij met zijn moe gelaat, terwijl zijn malvekleurige oogen -bijna wegzonken, “ge kunt u niet voorstellen welk een heerlijk, ontroerend ontwaken -het dezen ochtend was … Een onwetende, reine maagd, die, gebroken van wellust en nog -zwijmelend van het geluk door Jezus bezeten te zijn, haar oogen kwijnend opslaat … -Het is om erbij te sterven.” -</p> -<p>Na een paar passen verder geloopen te hebben werd hij kalmer en ging hij op den beslisten -toon van een praktisch man vol levenservaring voort: -</p> -<p>“Kom laten we langzaam opwandelen naar de Prati del Castello, waarvan ge de gebouwen -onder u ziet liggen; onderweg zal ik u vertellen, wat ik ervan weet. O, het is een -buitengewoon verhaal, een van die krankzinnige aanvallen van speculatie, die mooi -zijn als het monsterachtige en mooie werk van het een of andere waanzinnige genie … -Ik heb het van familieleden van me gehoord, die hier gespeeld en, waarachtig, aanzienlijke -sommen gewonnen hebben.” -</p> -<p>Toen vertelde hij Pierre de zeldzame geschiedenis met de duidelijkheid en nauwkeurigheid -van een financier, terwijl hij de technische termen met volkomen zekerheid gebruikte. -Na de verovering van Rome, toen geheel Italië als uitzinnig van geestdrift was bij -het denkbeeld eindelijk de zoo lang begeerde hoofdstad, de oude, roemrijke stad, de -eeuwige, aan wie de wereldheerschappij was toegezegd, te bezitten, barstte een zeer -goed te begrijpen jubel van vreugde en hoop los bij het jonge volk, dat eerst gisteren -geboren was en nu zoo spoedig mogelijk zijn macht wilde bewijzen. Men moest Rome in -bezit nemen, het tot een moderne, een groot rijk waardige hoofdstad maken, en daarvoor -was het in de <span class="pagenum">[<a id="pb272" href="#pb272">272</a>]</span>allereerste plaats noodig haar gezond te maken, haar te reinigen van het vuil, dat -haar onteerde. Men kan zich niet voorstellen in welk een staat van verontreiniging -het Rome der pausen, <i lang="it">la Roma sporca</i>, waar de kunstenaars nu nog naar terugverlangen, verkeerde: er bestonden zelfs geen -bestekamers, de openbare straat diende voor alle behoeften, de verheven ruïnes waren -in vuilnishoopen veranderd, de omgeving van de oude vorstelijke paleizen met excrementen -bevuild; kortom, overal steeg een laag van afval, puin en tot verrotting overgegane -stoffen op, die de straten in vergiftigde goten veranderden, welke telkens weer de -vreeselijkste epidemieën veroorzaakten. Het was dringend noodig daarin van stadswege -verbetering te brengen. -</p> -<p>Deze maatregelen beteekenden inderdaad de redding, een verjonging, een veilig verder -leven. Even gerechtvaardigd was de gedachte nieuwe huizen te bouwen voor de nieuwe -bewoners, die van alle kanten zouden toestroomen. Na de totstandkoming van het keizerrijk -Duitschland had men hetzelfde te Berlijn zien gebeuren: de stad had haar bevolking -bliksemsnel zien toenemen met honderdduizenden zielen. Rome zou zich ook zeker verdubbelen, -verdrie-, vervijfvoudigen, de levende krachten der provincies tot zich trekken, het -centrum van het nationale bestaan worden. Ook de trots sprak een woordje mede: men -moest aan de gevallen regeering van het Vaticaan toonen, waartoe Italië in staat was, -in welken glans het nieuwe Rome stralen zou, het derde Rome, dat de beide andere, -het keizerlijke en het pauselijke, zou overtreffen door de pracht van zijn straten -en den overstroomenden vloed van zijn inwoners. -</p> -<p>Toch bleef de eerste jaren de bouwbeweging binnen de grenzen der voorzichtigheid. -Men was verstandig genoeg slechts te bouwen, wanneer daaraan behoefte was. Met één -sprong was de bevolking verdubbeld, van tweehonderdduizend tot <span class="corr" id="xd29e2576" title="Bron: vierhondderdduizend">vierhonderdduizend</span> zielen gestegen: de kleine wereld van ambtenaren en employés, die met de verschillende -takken van algemeen bestuur kwamen, de geheele groote menigte, die van den staat leeft -of ervan hoopt te leven, ongerekend de nietsdoeners en genotzoekers, die een Hof steeds -na zich sleept. Dat was de eerste oorzaak van den roes, niemand twijfelde eraan, of -die toeneming zou blijven doorgaan, ja zelfs sterker worden. Van af dat oogenblik -was de stad van gisteren niet voldoende meer, men moest zonder talmen rekening houden -met de eischen <span class="pagenum">[<a id="pb273" href="#pb273">273</a>]</span>en behoeften van morgen, door Rome buiten Rome over alle verlaten, oude voorsteden -uit te breiden. Men sprak ook van het Parijs van het tweede Keizerrijk, dat zooveel -grooter geworden, in een stad van licht en gezondheid veranderd was. Doch het ongeluk -wilde, dat er aan de oevers van den Tiber geen algemeen plan bestond, dat er geen -man was met een ruimen blik, die den toestand overzag en op krachtige financieele -instellingen steunen kon. -</p> -<p>Wat nu de trots, de eerzucht om het Rome der Caesars en der Pausen in glans te overtreffen, -de wil om van de eeuwige, gepraedestineerde stad het centrum en de koningin der aarde -te maken, begonnen was, voltooide de speculatie, een van die buitengewone agiostormen, -een van die orkanen, welke, zonder dat iets ze aankondigt of tegenhoudt, ontstaan, -woeden, alles vernielen en met zich sleuren. Plotseling liep het gerucht, dat terreinen, -die vijf francs den meter gekost hadden, voor honderd francs verkocht werden; toen -brak de koorts uit, de koorts van geheel een door speculatiewoede verhit volk. Een -zwerm van speculanten was uit Boven-Italië op Rome, de edelste en makkelijkst te krijgen -buit, neergestreken. -</p> -<p>Voor deze arme, hongerige bergbewoners begon in dit wellustige zuiden, waarin het -zoo heerlijk is om te leven, de drijfjacht der begeerten, zoodat het verrukkelijke -klimaat, op zichzelf reeds zoo verderfelijk, de moreele ontbinding verhaastte. Bovendien -behoefde men zich in den beginne inderdaad slechts te bukken; het geld was tusschen -de puinhoopen der eerste gesloopte wijken met schoppen vol op te rapen. Handige lieden, -die het tracé der nieuwe straten als het ware roken, hadden zich meester gemaakt van -de terreinen, die onteigend zouden moeten worden, en vertiendubbelden binnen twee -jaar hun vermogen. Nu greep de besmetting nog verder om zich heen en vergiftigde langzamerhand -de geheele stad; de bewoners werden op hun beurt ook medegesleept, alle standen door -waanzin aangegrepen, de vorsten, de bourgeois, de kleine huiseigenaars tot winkeliers, -slagers, kruideniers toe. Zoo vertelde men later van een eenvoudigen bakker, die een -bankroet van vijf-en-veertig millioen geslagen had. -</p> -<p>Het was niets meer dan een wanhopige, schandelijke, koortsachtige speculatie, die -in de plaats van het geregelde pauselijke lotto gekomen was, een speculatie met millioenen, -waarbij de terreinen en bouwwerken iets fictiefs, slechts <span class="pagenum">[<a id="pb274" href="#pb274">274</a>]</span>een voorwendsel voor Beursoperaties werden. De oude atavistische trots, die van Rome -de hoofdstad der wereld maken wilde, werd door deze speculatiekoorts opgezweept tot -hoogmoedswaanzin; er werd gekocht en gebouwd, om weer te verkoopen, zonder maat, zonder -ophouden, zooals aandeelen gelanceerd worden, zoolang de persen er drukken willen. -</p> -<p>Nooit had een stad in haar evolutie een dergelijk schouwspel geboden. Wanneer men -het thans tracht te begrijpen, staat men gewoonweg perplex. Het bevolkingscijfer was -de vierhonderd duizend overschreden en scheen dan stationnair te blijven; maar dit -belette niet, dat de nieuwe wijken steeds dichter uit den grond opschoten. Voor welk -toekomstig volk bouwde men met zooveel woede? Door welke zinsverbijstering kwam men -ertoe niet te wachten op de nieuwe bewoners, om duizenden woningen gereed te maken -voor families, die misschien komen zouden? De eenige verontschuldiging was, dat bij -voorbaat als vaststaande aangenomen werd, dat het derde Rome, de triompheerende hoofdstad -van Italië, niet minder dan een millioen zielen tellen kon. Zij waren niet gekomen, -maar zij zouden zeker komen; daaraan kon geen patriot twijfelen zonder vaderlandsschennis -te begaan. En men bouwde, bouwde, bouwde zonder ophouden voor de <span class="corr" id="xd29e2590" title="Bron: vijfhonderd duizend">vijfhonderdduizend</span> onderweg zijnde burgers. Men bekommerde zich zelfs niet om den dag van hun aankomst, -het was voldoende, dat men op hen rekende. In Rome waren ook maatschappijen tot het -maken van groote wegen door de oude, ongezonde, gesloopte wijken gevormd en deze verkochten -of verhuurden haar terreinen, waardoor zij groote winsten behaalden. -</p> -<p>Doch naarmate de waanzin steeg, werden er meer maatschappijen opgericht, om den honger -naar winst te bevredigen; zij hadden ten doel om buiten Rome nog meer nieuwe wijken, -steeds weer nieuwe wijken, ware kleine steden, waaraan niet de minste behoefte bestond, -te bouwen. Bij de Porta S. Giovanni, bij de Porta S. Lorenzo rezen de voorsteden als -door een wonder op. Op de reusachtige terreinen der Villa Ludovisi, van de Porta Salaria -tot aan de Porta Pia, ontstond het ontwerp van een stad, en op de Prati del Castello -wilde men plotseling een stad met kerk, school en markt uit den grond doen oprijzen. -En dat waren geen arbeiderswoningen, geen bescheiden huizen voor den middenstand en -de ambtenaren, neen, het waren groote bouwwerken, ware paleizen met drie of vier verdiepingen, -met gelijkvormige, <span class="pagenum">[<a id="pb275" href="#pb275">275</a>]</span>overmatig groote gevels, welke van deze nieuwe, excentrieke wijken Babylonische stadsdeelen -maakten, die alleen hoofdsteden met een krachtig industrieleven, zooals Parijs en -Londen, zouden kunnen bevolken. Het zijn de monsterachtige voortbrengselen van den -hoogmoed en van de speculatie. En welk een droeve bladzijde uit de geschiedenis, welk -een bittere les, wanneer het thans ten gronde gerichte Rome zich bovendien nog onteerd -ziet door dien leelijken gordel van groote, ledige, grootendeels onafgemaakte geraamten, -welker puinhoopen nu reeds de met gras begroeide straten bedekken! -</p> -<p>De onvermijdelijke instorting, de ramp was vreeselijk. Narcisse gaf de redenen daarvoor -op en lichtte de diverse stadia zoo duidelijk toe, dat Pierre alles goed begreep. -Natuurlijk waren talrijke financieele maatschappijen uit die humus der speculatie -opgeschoten: de Immobiliere, de Società edilizia, de Fondiaria, de Tiberina, l’Esquilino. -Bijna alle lieten bouwen, richtten groote huizen op, legden heele straten aan, om -ze weer te verkoopen. Maar zij speculeerden ook in bouwterreinen, stonden die met -groote winsten aan kleine speculanten af, die in de door de toenemende agiokoorts -verwekte kunstmatige hausse overal opschoten en eveneens van ontzaglijke winsten droomden. -Het ergste daarbij was, dat deze kleine burgers, deze onervaren winkeliers zonder -geld, zoo door de speculatiewoede werden opgezweept, dat zij zelf ook lieten bouwen; -zij leenden van de banken en wendden zich tot de maatschappijen, van wie zij de terreinen -gekocht hadden, om het voor het voltooien der gebouwen noodige geld te krijgen. -</p> -<p>In de meeste gevallen zagen de maatschappijen, om niet alles te verliezen, zich op -een goeden dag genoodzaakt de terreinen en de gebouwen, zelfs al waren zij niet afgebouwd, -terug te nemen, wat een ontzaglijke opstopping veroorzaakte, waaraan zij ten gronde -moesten gaan. Wanneer het millioen inwoners de woningen, die men in een zoo vreemden -droom van hoop voor hen gebouwd had, waren komen betrekken, dan hadden de winsten -onberekenbaar kunnen zijn. Rome was in tien jaar rijk en een der bloeiendste hoofdsteden -der wereld geworden. Maar de inwoners wilden niet komen, niets werd verhuurd, de woningen -stonden leeg. En toen barstte de krach met een ongekende heftigheid los en wel om -twee redenen. In de eerste plaats waren de door de maatschappijen gebouwde huizen -veel te groot en veel te duur, waardoor <span class="pagenum">[<a id="pb276" href="#pb276">276</a>]</span>het grootste gedeelte van de gewone, middelmatige renteniers, die hun geld in grondbezit -willen beleggen, afgeschrikt werden. Het atavisme had zijn werk gedaan, de bouwers -hadden in hun grootheidswaanzin een reeks prachtige paleizen opgericht, bestemd, om -die van de twee vorige tijdperken in het niet te doen verzinken en welke nu triest -en verlaten als de meest ongehoorde getuigen van den onmachtigen hoogmoed staan bleven. -</p> -<p>Er waren dus geen particuliere kapitalen te vinden, die de plaats der maatschappijen -durfden of konden innemen. Bovendien zijn elders, in Parijs en in Berlijn, de nieuwe -wijken en de <span class="corr" id="xd29e2604" title="Bron: verfraaiïngen">verfraaiingen</span> met nationaal kapitaal, met gespaard geld gemaakt. In Rome daarentegen werd alles -gebouwd met crediet, met wissels op drie maanden en vooral met buitenlandsch geld. -Men schat de aldus verslonden som op bijna een milliard, waarvan vier vijfden Fransch -geld was. Het was eenvoudig een zaken doen van bankier op bankier; de Fransche bankiers -leenden tegen 3½ à 4 procent aan de Italiaansche, die op hun beurt aan de speculanten, -aan de bouwers te Rome tegen 6, 7, ja zelfs 8 procent leenden. -</p> -<p>Men kan zich dan ook de ramp voorstellen, toen Frankrijk, dat het verbond van Italië -met Duitschland met leede oogen aanzag, binnen twee jaar zijn achthonderd millioen -terugtrok. Er ontstond een reusachtige <span class="corr" id="xd29e2609" title="Bron: terugvloeiïng">terugvloeiing</span>, die de Italiaansche banken ledig maakte; de grondmaatschappijen en al die maatschappijen, -welke in terreinen en bouwwerken speculeerden, werden nu eveneens genoodzaakt op haar -beurt terug te betalen en moesten zich wenden tot de emissiemaatschappijen, die papier -konden uitgeven. Tegelijkertijd dreigden zij den Staat de werken stil te zullen leggen -en veertig duizend werklieden op straat te zetten, wanneer de Staat de emissiemaatschappijen -niet dwong hun de vijf of zes millioen, die zij noodig hadden, te leenen, wat de Staat, -bang voor een algemeen bankroet, ten slotte deed. Natuurlijk konden de vijf of zes -millioen op de vervaldagen niet terugbetaald worden, omdat men de huizen niet kon -verkoopen of verhuren, zoodat nu de <span class="corr" id="xd29e2612" title="Bron: débâcle">debacle</span> steeds verder om zich heen greep en de eene puinhoop op de andere stapelde: de kleine -speculanten vielen op de bouwers, deze op de grondmaatschappijen, deze op de emissiemaatschappijen, -deze op het openbaar krediet, wat de natie ruïneerde. Zoo kwam het, dat een eenvoudige -stedelijke crisis een ontzettende financieele ramp, een nationaal gevaar werd. Een -<span class="pagenum">[<a id="pb277" href="#pb277">277</a>]</span>geheel <span class="corr" id="xd29e2617" title="Bron: millard">milliard</span> was zonder eenig nut in den afgrond verdwenen, Rome leelijk gemaakt; het droeg nu -de last van zijn jonge, smadelijke ruïnes, van de gapende, ledige huizen voor de vijf -of zeshonderd duizend gedroomde inwoners, die men nog steeds wacht. -</p> -<p>Trouwens in den gierenden stormwind van den roem was ook de Staat zelfs door grootheidswaanzin -aangegrepen. Alles werd erop ingericht om een triompheerend Italië te scheppen, om -het land in vijf-en-twintig jaar die eenheid en die grootte te doen bereiken, waarvoor -andere volkeren eeuwen hebben noodig gehad. Aan alle kanten werd dan ook met man en -macht gewerkt, reusachtige uitgaven gedaan voor kanalen, havens, wegen, spoorwegen -en openbare werken in alle groote steden. Men improviseerde, organiseerde de natie -zonder te tellen. Na het verbond met Duitschland verslonden de oorlogs- en marinebudgetten -noodeloos millioenen. En aan al die steeds stijgende behoeften werd slechts het hoofd -geboden door emissies; de eene leening volgde op de andere. In Rome alleen kostte -de bouw van het ministerie van Oorlog tien, die van het ministerie van Financiën vijftien -millioen, terwijl meer dan tweehonderd millioen voor verdedigingswerken om de stad -uitgegeven werden. Het was steeds en steeds weer het opvlammen van den noodlottigen -hoogmoed, het sap van den grond, die slechts in al te groote plannen bloeien kan, -de wil om de wereld te verblinden en te veroveren, die ontstaat zoodra men den voet -op het Capitool zet—zelfs in het opgehoopte stof van alle menschenmachten, die daar -na elkaar ingestort zijn. -</p> -<p>“Ja, mijn waarde vriend,” vertelde Narcisse verder, “als ik wilde afdalen tot praatjes, -die in omloop zijn, die men elkaar in het oor fluistert, als ik u enkele feiten noemde, -dan zoudt u verbluft, versteld staan over den graad van waanzin, waarin deze in den -grond der zaak zoo verstandige, zoo indolente en zoo zelfzuchtige stad door de vreeselijke, -besmettelijke koorts van speculatiewoede gebracht is. Niet alleen de kleine luiden, -de onwetenden en dommen hebben zich ten gronde gericht, maar ook de groote families, -bijna de geheele Romeinsche adel heeft daarbij zijn oude vermogens, het goud, de paleizen -en de verzamelingen kunstwerken, die hij aan de vrijgevigheid der pausen te danken -had, verloren. Deze ontzaglijke rijkdommen, waarvoor eeuwen van nepotisme noodig geweest -zijn, om ze in de handen van enkelen op te hoopen, zijn in nauwlijks tien jaar als -was gesmolten.” -<span class="pagenum">[<a id="pb278" href="#pb278">278</a>]</span></p> -<p>Dan vergat hij geheel, dat hij met een priester sprak, en vertelde hij een van die -equivoque geschiedenissen. -</p> -<p>“Laten we onzen goeden vriend Dario, prins Boccanera, even als voorbeeld nemen. Hij -is de laatste van zijn geslacht en verplicht te leven van de kruimels van zijn oom, -den kardinaal, die toch ook niet heel veel meer dan zijn salaris heeft. Nu, hij zou -zeker nog in zijn karos rijden, als die vreemde geschiedenis van de villa Montefiori -er niet tusschen gekomen was … Men zal u wel reeds op de hoogte gebracht hebben: de -uitgestrekte terreinen van deze villa werden voor tien millioen aan een financieele -maatschappij afgestaan; daarna werd prins Onofrio, de vader van Dario, door de speculatiewoede -aangegrepen, kocht zijn eigen terreinen duur terug, speculeerde en liet bouwen; ten -slotte sleurde de catastrophe behalve die tien millioen nog alles mede, wat hij zelf -bezat, de overblijfselen van het eertijds zoo reusachtige fortuin der Boccanera’s … -</p> -<p>“Maar wat men u ongetwijfeld niet verteld heeft, dat zijn de geheime oorzaken, die -daartoe medegewerkt hebben, de rol, die graaf Prada—ja zeker, de gescheiden echtgenoot -van de bekoorlijke contessina, op wie wij nu wachten—in deze zaak gespeeld heeft. -Hij was de minnaar van prinses Boccanera, de mooie Flavia Montefiori, die de villa -als huwlijksgift medebracht, o, een pracht van een vrouw, veel jonger dan haar man. -Welnu, algemeen wordt beweerd, dat Prada den echtgenoot in zijn macht had door die -vrouw, zoodat deze weigerde zich ’s avonds aan den ouden prins te geven, indien deze -aarzelde zijn handteekening te zetten of zich verder in te laten in een avontuur, -waarvan hij het gevaar van te voren inzag. Prada heeft er millioenen mede verdiend, -die hij nu op een zeer verstandige manier verteert. En wat de mooie Flavia betreft, -u weet, dat zij, na een klein vermogen uit de <span class="corr" id="xd29e2629" title="Bron: débâcle">debacle</span> gered te hebben, dapper afstand gedaan heeft van haar adellijken titel, om zich een -knappen man te koopen, den tweeden, ditmaal jonger dan zij, van wien zij een markies -Montefiori gemaakt heeft, die haar nu gezond en mooi houdt, hoewel zij de vijftig -nu al gepasseerd is. In deze heele zaak is het eenige slachtoffer onze arme vriend -Dario, die totaal geruïneerd is en vastbesloten met zijn nicht te trouwen, die niet -veel rijker is dan hij. Weliswaar wil zij hem met alle geweld hebben en is hij niet -in staat haar zoo lief te hebben als zij hem. Anders zou hij reeds lang de een of -andere Amerikaansche genomen <span class="pagenum">[<a id="pb279" href="#pb279">279</a>]</span>hebben, een millionnairsdochter, zooals <a id="xd29e2634"></a>zooveel andere vorsten gedaan hebben; ofschoon het ook zeer goed mogelijk is, dat -de kardinaal en donna Serafina er zich tegen verzet zouden hebben, want dat zijn helden -in hun genre, echte trotsche, koppige Romeinen, die hun bloed vrij willen houden van -vreemde smetten … Enfin laten we hopen, dat die goede Dario en die bekoorlijke Benedetta -samen gelukkig zullen zijn.” -</p> -<p>Hij hield op, om na eenige passen, op bijna fluisterenden toon voort te gaan. -</p> -<p>“Een van mijn bloedverwanten heeft met die affaire der villa Montefiori een kleine -drie millioen verdiend. Wat heb ik er toch dikwijls spijt van gehad, dat ik pas na -den heroëntijd van het agio gekomen ben! Wat zal het hier toen amusant geweest zijn -en wat was er toen een boel te verdienen voor koelbloedige spelers!” -</p> -<p>Plotseling echter zag hij, opkijkend, voor zich het nieuwe stadsdeel der Prati del -Castello; zijn geheele gelaatsuitdrukking veranderde, hij werd weer de kunstenaarsziel, -die in verzet kwam tegen de moderne gruwelen, waarmede men het pauselijke Rome bezoedeld -had. De kleur van zijn oogen werd bleeker, zijn blik drukte de bittere minachting -uit van den in zijn liefde voor de verdwenen eeuwen gewonden droomer. -</p> -<p>“Kijk toch eens, kijk toch eens! O, stad van Augustus, stad van Leo X, stad van eeuwige -macht en eeuwige schoonheid!” -</p> -<p>Pierre zelf kwam ook onder den indruk. Op deze plek strekten zich vroeger langs den -Tiber tot aan de hellingen van den Monte Marco de vlakke, hier en daar met populieren -begroeide weiden van de Engelenburg uit, breede grasvlakten, die aan den Borgo en -den verren dom van de St. Pieter een groenen voorgrond gaven en die de schilders graag -vereeuwigden. Nu echter verhief zich midden op die omgewoelde, rotsachtige vlakte -een geheele stad, een stad van massieve, reusachtige huizen, regelmatige steenen kubussen -met breede, elkaar rechthoekig snijdende straten, precies een groot dambord met symmetrische -vakken. Van het eene einde naar het andere zag men dezelfde gevels; men zou het geheel -voor een rij kloosters, kazernes of ziekenhuizen hebben kunnen houden, waarvan de -eenvormige lijnen zich tot in het oneindige voortzetten. Maar de pijnlijke indruk, -dien dit schouwspel maakte, kwam hoofdzakelijk voort uit de in den beginne onverklaarbare -catastrophe, die deze stad midden in haar aanbouw verstard had, alsof op een vervloekten -<span class="pagenum">[<a id="pb280" href="#pb280">280</a>]</span>ochtend een booze toovenaar zijn staf opgeheven, het werk tot stilstand gebracht, -de drukke werkplaatsen geledigd, de gebouwen gelaten had in denzelfden droefgeestigen -toestand als waarin zij op dit oogenblik verkeerden. -</p> -<p>Alle stadia van aanbouw vond men nog terug—van het grondwerk, de voor de fundamenten -gegraven diepe gaten, welke open gebleven waren en waarin onkruid woekerde, tot geheel -voltooide en bewoonde huizen toe. Er waren huizen, waarvan de muren nauwlijks boven -den grond uitkwamen; andere waren tot de tweede of derde verdieping gekomen, maar -door hun houten plafonds en door de open vensters stroomde de regen naar binnen; andere, -die geheel opgetrokken en met een dak voorzien waren, stonden daar als geraamten, -ten prooi aan de gevechten der winden, en deden aan ledige kooien denken. Ook waren -er geheel afgebouwde huizen, waarvan men echter de buitenmuren niet had kunnen pleisteren; -bij nog andere ontbrak het houtwerk van de deuren en ramen; weer andere hadden wel -deuren en ramen, maar waren dichtgespijkerd als doodkisten, in de doode kamers was -geen levende ziel te ontdekken; andere tenslotte waren bewoond, de meeste gedeeltelijk, -slechts weinige geheel, maar alle levend van een niet-verwachte bevolking. Niets kan -de vreeselijke triestheid van die dingen weergeven; het was een Schoone-Slaapster-stad, -die door een doodelijken slaap bezocht was, nog voor zij geleefd had, en nu in afwachting -van een ontwaken, dat nooit scheen te zullen komen, in de heete zon ten gronde ging. -</p> -<p>Pierre ging met zijn gids door de breede, verlaten straten, die de roerloosheid en -stilte van een kerkhof hadden. Geen rijtuig, geen voetganger kwam erdoor. Sommige -hadden zelfs geen trottoir, het gras woekerde op den nog niet bestraten rijweg als -op een veld, dat tot den natuurstaat terugkeert; toch stonden er reeds overal sedert -jaren voorloopige gaslantaarns. Aan beide zijden hadden de huiseigenaren de vensteropeningen -van den rez-de-chaussée en de verschillende verdiepingen met dikke planken hermetisch -gesloten, om geen deur- en vensterbelasting te betalen. Andere huizen, waarvan de -bouw nauwlijks begonnen was, waren met staketsels afgesloten, uit vrees, dat de kelders -verzamelplaatsen voor alle bandieten uit het land zouden worden. Maar den treurigsten -indruk maakten toch de jonge ruïnes, hooge, trotsche, onvoltooide, zelfs nog niet -gepleisterde gebouwen, die hun leven van steenen reuzen nog niet eens geleefd <span class="pagenum">[<a id="pb281" href="#pb281">281</a>]</span>hadden en nu reeds aan alle kanten scheurden, zoodat men ze met allerlei gecompliceerde -stellingen had moeten stutten, om te voorkomen, dat zij zouden instorten. Je hart -kromp ineen als in een stad, waaruit de pest, de oorlog of een bombardement de inwoners -weggevaagd heeft. -</p> -<p>Maar men werd door een nog grootere melancholie, door een grenzenlooze wanhoop aangegrepen -bij de gedachte, dat dit niet een dood, maar een miskraam was, dat de verwoesting -haar werk voltooien zou voordat de gedroomde, vergeefs verwachte bewoners dezen doodgeboren -huizen leven zouden inblazen. Daarbij kwam nog de vreeselijke ironie, dat men op iederen -hoek marmeren platen met de straatnamen zag, beroemde, aan de Geschiedenis ontleende -namen, de Gracchen, de Scipio’s, Plinius, Pompeius, Julius Caesar, die als een hoon, -als een slag, dien het verleden de moderne onmacht in het gezicht gaf, op deze onvoltooide, -instortende muren prijkten. -</p> -<p>Wederom werd Pierre getroffen door de waarheid, dat ieder, die Rome bezit, verteerd -wordt door den marmerwaanzin, door den ijdelen drang om te bouwen en aan de volkeren -van morgen het gedenkteeken van zijn roem na te laten. Na de Caesars, die hun paleizen -op den Palatinus ophoopten, na de pausen, die het Middeleeuwsche Rome weer opbouwden -en hun wapens daarop drukten, is de Italiaansche regeering nauwlijks meester der stad, -of zij wil haar onmiddellijk schitterender en grooter dan zij ooit geweest was, herbouwen. -De bodem zelf suggereerde die gedachte; het bloed der Caesars steeg den nieuw aangekomenen -naar het hoofd en bracht hen tot het waanzinnige denkbeeld om van het derde Rome de -nieuwe koningin der aarde te maken. Vandaar de reusachtige plannen, de cyclopische -kadewerken, de ministeries, die wedijveren met het Colosseum; vandaar die nieuwe wijken -met hun reuzenhuizen, die als evenveel kleine stadjes om de oude stad opgeschoten -zijn. Hij herinnerde zich den krijtachtigen gordel, welke de oude, rosachtige daken -omgaf en dien hij vanaf den dom van de St. Pieter uit de verte als verlaten steengroeven -gezien had; want niet alleen in de Prati del Castello, maar ook bij de Porta S. Giovanni, -bij de Porta S. Lorenzo, bij de Villa Ludovisi, op de hoogten van den Viminalis en -den Quirinalis vielen de onvoltooide en ledige wijken reeds in het gras der verlaten -straten in. Ditmaal scheen het alsof na tweeduizend jaar van wonderbare vruchtbaarheid -de bodem eindelijk uitgeput scheen, <span class="pagenum">[<a id="pb282" href="#pb282">282</a>]</span>en de steen der monumenten daar niet meer groeien wilde. -</p> -<p>Evenals in zeer oude boomgaarden de pruime- en kerseboomen, die men verplant, kwijnend -opgroeien en sterven, zoo vonden blijkbaar de nieuwe muren geen levensvoedsel meer -in dat door de eeuwenlange groei van een zoo groot aantal tempels, circussen, triomfbogen, -basilica’s en kerken verarmde Romeinsche stof. De moderne huizen, die men getracht -had hier opnieuw tot vruchtbaarheid te brengen, de tot niets nutte, al te groote, -door hereditairen eerzucht opgeblazen huizen, hadden niet tot rijpheid kunnen komen; -de halve, door geopende ramen doorboorde gevels bezaten geen kracht genoeg, om op -te stijgen tot het dak, waren daar onvruchtbaar blijven staan als kwijnende struiken -op een terrein, dat te veel voortgebracht heeft. Het verschrikkelijk trieste lag voornamelijk -hierin, dat een voorbijgegane grootheid zóó vol scheppingskracht uitloopen moest op -een dergelijke bekentenis van tegenwoordige onmacht, dat Rome, hetwelk vroeger de -wereld met zijn onverwoestbare monumenten bedekt had, thans niets meer dan ruïnes -baarde. -</p> -<p>“Ze zullen eens wel afgebouwd worden!” riep Pierre uit. -</p> -<p>Narcisse keek hem verbaasd aan. -</p> -<p>“Voor wie dan?” -</p> -<p>Dat was juist het verschrikkelijke. Waar waren op dit oogenblik die vijf of zeshonderd -duizend inwoners, van wier komst men gedroomd had, op wie men nog altijd wachtte; -waar waren zij, in welke nabije landstreken, in welke verafgelegen steden woonden -zij? Waar in de eerste dagen na de verovering een vurige patriotische geestdrift alleen -op een dergelijke bevolking had kunnen hopen, daar moest men thans wel bijzonder verblind -zijn, om nog te kunnen gelooven, dat zij ooit komen zou. De proef scheen genomen te -zijn, Rome’s bevolking bleef stationnair, er was geen enkele reden, die voorzien deed, -dat het aantal inwoners verdubbeld zou worden, noch de genoegens, die de stad aanbood, -noch de winst van een handel en van een industrie, die zij niet bezat, noch een intens -maatschappelijk en intellectueel leven, waartoe zij niet meer in staat scheen. In -ieder geval zouden er jaren en jaren mede heengaan. Hoe dus moest men de gereed zijnde, -ledige huizen, die nog slechts op huurders wachtten, bevolken? Voor wie moest men -de in geraamte-toestand gebleven woningen, die in de zon en in den regen afbrokkelden, -afmaken? Zouden zij dus, gedeeltelijk vleeschloos en open voor alle winden, gedeeltelijk -dichtgespijkerd en stil als <span class="pagenum">[<a id="pb283" href="#pb283">283</a>]</span>graven, voor onafzienbaren tijd daar moeten blijven staan in hun vreeselijke, nuttelooze -en verwaarloosde leelijkheid? Welk een verschrikkelijke getuigenis legden zij onder -dien stralenden hemel af! De nieuwe heeren van Rome hadden een slecht begin gemaakt, -maar zouden zij, indien zij thans wisten wat zij hadden moeten doen, ooit wat zij -gedaan hebben ongedaan durven maken? Daar het milliard, dat hier ingestoken was, voorgoed -verslonden en verloren scheen te zijn, begon men te verlangen naar een Nero met een -onbeperkte en matelooze energie, die fakkel en spade grijpen en in naam van rede en -schoonheid alles verbranden en met den grond gelijk maken zou. -</p> -<p>“Ha!” riep Narcisse uit; “daar zijn de contessina en de prins!” -</p> -<p>Benedetta had het rijtuig bij een kruispunt van de eenzame straten laten ophouden; -en nu liep zij aan den arm van Dario door die breede, stille, met onkruid begroeide -wegen, die als voor verliefde paren aangelegd zijn. Beiden waren verrukt over de wandeling, -dachten niet meer aan het treurige, waarvoor zij waren gekomen. -</p> -<p>“Wat een goddelijk weer!” zeide zij vroolijk, terwijl zij naar de twee vrienden toe -ging. “Wat schijnt de zon heerlijk!… Het doet je goed een beetje te loopen net alsof -je op het land bent!” -</p> -<p>Dario was de eerste, die ophield te lachen tegen den blauwen hemel, zich te vermeien -in de vreugde met zijn nicht aan zijn arm te wandelen. -</p> -<p>“Omdat je bij je gril blijft, die zeker onzen geheelen mooien dag bederven zal, moeten -we toch naar die menschen toe … Maar eerst moet ik me even oriënteeren. Ik weet nooit -goed den weg op plaatsen waar ik niet gaarne kom … En bovendien is deze wijk met haar -doode straten, haar doode huizen zoo moeilijk; je ziet niets dat je je herinnert, -geen winkel, die je den weg aanwijst … Maar ik geloof, dat het hier is. Ga maar mee, -we zullen wel zien.” -</p> -<p>De vier wandelaars gingen naar het middelste gedeelte van de wijk, dat op den Tiber -uitziet. Hier was zich een bevolking gaan vormen. De eigenaars van sommige afgebouwde -huizen, hebben daar zoo goed als het kan voordeel van door ze tegen zeer lage prijzen -te verhuren; ze werden zelfs niet boos, wanneer de huur eens wat lang op zich wachten -liet. Ambtenaren met een klein inkomen en jonge huishoudens zonder geld hadden zich -dus gevestigd en betaalden <span class="pagenum">[<a id="pb284" href="#pb284">284</a>]</span>wel langzaam, maar toch altijd iets. Doch het ergste was, dat tengevolge van het sloopen -van het vroegere Ghetto en van de doorbraken, waarmede men wat licht gebracht had -in Trastevere, ware horden brood- en daklooze haveloozen, die zelfs bijna geen kleeren -hadden, in de onafgemaakte huizen waren neergestreken en er met hun ellende en hun -ongedierte bezit van genomen hadden. Men had de oogen wel moeten sluiten, deze brutale -inbeslagneming moeten dulden, wanneer men niet wilde, dat deze verschrikkelijke ellende -zich op de openbare straat ten toon spreidde. Aan deze vreeselijke gasten dus waren -de groote gedroomde paleizen ten deel gevallen, de reuzengebouwen van vier of vijf -verdiepingen, die men door monumentale deuren binnenging, en die versierd waren met -groote standbeelden en langs welker gevels gebeeldhouwde, door cariatiden gesteunde -balkons liepen. -</p> -<p>Het houtwerk van deuren en ramen ontbrak; iedere van deze ongelukkige families had -haar keuze gedaan, bewoonde of een geheele vorstelijke verdieping of gaf de voorkeur -aan kleinere vertrekken, waarin ze zich konden ophoopen. De ramen waren meestal met -planken dichtgespijkerd; de deuren met behulp van lompen dichtgestopt. Armzalige stukken -linnengoed hingen op de gebeeldhouwde balkons te drogen, pavoiseerden met hun vuile -vlaggen deze doodgeboren, in hun trots verdeemoedigde gevels. Een snelle slijtage, -allerlei vuiligheden zonder naam bezoedelden reeds de mooie witte gebouwen, bespatten -en bestreepten ze met smerige vlekken; door de prachtige deuren, die gemaakt waren -voor het koninklijk uitrijden van equipages, stroomde een vieze beek van afval en -drek, waarvan de poelen dan op den trottoirloozen rijweg vervuilden. -</p> -<p>Tot tweemaal toe had Dario hen denzelfden weg al laten loopen. Hij verdwaalde steeds -meer en meer en werd hoe langer hoe somberder. -</p> -<p>“Ik had links moeten afslaan. Maar hoe kan je dat ook weten in zoo’n omgeving?” -</p> -<p>Nu zagen zij heele troepen kinderen vol ongedierte in het stof kruipen. Zij waren -buitengewoon vuil, bijna naakt; hun huid was heelemaal zwart, hun haren borstelig -als bosjes paardenhaar. Vrouwen liepen rond in smerige rokken, haar openstaande jakken -lieten borsten en heupen als van overwerkte lastdieren zien. Velen stonden krijschend -met elkander te praten; anderen zaten, met haar handen op haar knieën, <span class="pagenum">[<a id="pb285" href="#pb285">285</a>]</span>op oude stoelen en bleven, zonder iets te doen, urenlang in dezelfde houding zitten. -Mannen zag men maar heel weinig. Slechts enkelen lagen op hun buik zwaar tusschen -het rossige gras in de zon te slapen. -</p> -<p>Maar vooral de geur was vreeselijk, een geur van vuile ellende; het menschelijke vee -leefde daar in zijn drek en die stank werd nog erger door de uitwasemingen van een -klein marktje, dat zij moesten oversteken: bedorven vruchten, gekookte, zure groenten, -reeds den vorigen dag in gestolten en ranzig vet gebraden spijzen, die arme koopvrouwen -van den grond af verkochten, terwijl een troep hongerige kinderen gulzig toekeek. -</p> -<p>“Kort en goed, ik weet het niet meer,” zeide de prins tot zijn nicht. “Wees verstandig, -we hebben er nu genoeg van gezien; laten we naar het rijtuig teruggaan.” -</p> -<p>Inderdaad leed hij, en zooals Benedetta zelf gezegd had, hij kon niet lijden. Het -scheen hem een monsterachtige misdaad toe zijn leven door een dergelijke wandeling -somber te maken. Het leven was gemaakt, om het licht en prettig in de volle zon te -leven. Men moest het alleen door mooie schouwspelen, gezang en dans opvroolijken. -En in zijn naïef egoïsme had hij een waren afschuw van het leelijke, van de armoede, -van het lijden, zoodat het zien alleen ervan hem reeds een onbehagelijk gevoel, een -soort lichamelijke en moreele uitputting gaf. -</p> -<p>Maar Benedetta, die evenals hij huiverde, wilde tegenover Pierre dapper zijn. Zij -keek hem aan en daar zij zag hoe geïnteresseerd hij was, welk een hartstochtelijk -medelijden zich van hem meester gemaakt had, wilde zij haar poging om deelneming met -de armen en ongelukkigen te toonen, niet opgeven. -</p> -<p>“Neen, neen, we moeten blijven, beste Dario … De heeren willen alles zien, niet waar?” -</p> -<p>“Ja, het tegenwoordige Rome ligt hier,” zeide Pierre. “Dit hier zegt meer dan alle -klassieke wandelingen door ruïnes en monumenten.” -</p> -<p>“Nu overdrijft ge, mijn waarde,” zeide Narcisse op zijn beurt. “Maar ik stem toe, -dat het interessant, zeer interessant is … Vooral de oude vrouwen zijn prachtig, vol -uitdrukking …” -</p> -<p>Op dat oogenblik kon Benedetta, die een buitengewoon mooi jong meisje voor zich zag, -een kreet van gelukkige bewondering niet onderdrukken. -<span class="pagenum">[<a id="pb286" href="#pb286">286</a>]</span></p> -<p>“O che bellezza!”<a class="noteref" id="xd29e2693src" href="#xd29e2693">1</a> -</p> -<p>Dario, die haar herkend had, riep met dezelfde verrukte uitdrukking uit: -</p> -<p>“O, dat is Pierina … Zij zal ons den weg wijzen.” -</p> -<p>Het kind liep de groep reeds een oogenblik na, zonder echter dichterbij te durven -komen. Haar blikken, die straalden van de vreugde van een verliefde slavin, hadden -zich vurig op den prins gericht; dan nam zij de contessina op, doch zonder eenigen -haat, met een soort teedere onderworpenheid, een soort berustend geluk, dat ook zij -heel mooi was. En zij was in waarheid zooals de prins haar afgeschilderd had: groot, -sterk, met een godinnenhals, een echte antieke, een twintigjarige Juno met een ietwat -te krachtige kin, een zeldzaam regelmatigen mond en neus, groote koeoogen en een stralend, -als door de zon verguld gelaat onder een kroon van zware, zwarte haren. -</p> -<p>“Wil jij ons den weg wijzen?” vroeg Benedetta vertrouwlijk glimlachend, reeds getroost -over het vele leelijke bij het denkbeeld, dat er dergelijke wezens konden bestaan. -</p> -<p>“Ja zeker, mevrouw, ja zeker, dadelijk!” -</p> -<p>Zij liep voor hen uit met haar groote schoenen zonder gaten en in een oude bruinwollen -japon, die zij blijkbaar kort geleden had gewasschen en gestopt. Men merkte aan alles, -dat zij eenigszins coquet, dat zij op reinheid gesteld was, wat van de anderen niet -gezegd kon worden, indien tenminste niet alleen haar groote schoonheid uit haar armzalige -kleederen straalde en een godin van haar maakte. -</p> -<p>“Che bellezza! che bellezza!” werd de contessina niet moede uit te roepen. “Het is -werkelijk een genot, dat meisje aan te kijken.” -</p> -<p>“Ik wist wel, dat zij in je smaak vallen zou,” antwoordde hij eenvoudig, gevleid over -zijn vondst; hij sprak niet meer over heengaan, nu hij eindelijk zijn oogen kon laten -rusten op iets, dat mooi was om te zien. -</p> -<p>Achter hen kwam Pierre, eveneens verrukt, wien Narcisse, in wiens smaak het zeldzame -en gekunstelde slechts viel, zijn bezwaren mededeelde. -</p> -<p>“Zeker, zeker, zij is mooi … Maar in den grond der zaak is er niets plompers en zielloozers -<span class="corr" id="xd29e2708" title="Bron: dat">dan</span> dit Romeinsche type … Achter haar huid is niets dan bloed, niets bovenaardsch.” -<span class="pagenum">[<a id="pb287" href="#pb287">287</a>]</span></p> -<p>Maar Pierina was blijven staan en wees met een handbeweging op haar moeder, die voor -de hooge deur van een onafgebouwd paleis op een half kapotte kist zat. Ook zij moest -heel mooi geweest zijn, doch nu op haar veertigste jaar reeds was zij vervallen; haar -oogen waren uitgedoofd door de ellende, haar mond met de zwarte tanden misvormd, haar -gezicht doorploegd met diepe, slappe rimpels, haar boezem buitengewoon groot en afhangend. -Bovendien was zij akelig-smerig; haar grijzende, ongekamde haren fladderden in verwarde -lokken, haar rok en jak zaten vol vlekken en lieten het vuil op haar ledematen zien. -Met haar beide handen hield zij een slapenden zuigeling, haar jongste kind, op haar -knieën. Zij keek het wicht als terneergeslagen en moedeloos aan met de uitdrukking -van een in zijn lot berustend lastdier, als een moeder, die kinderen op de wereld -gebracht en gevoed heeft, zonder te weten waarom. -</p> -<p>“Ja, ja!” zeide zij opkijkend; “dat is de mijnheer, die me een daalder is komen brengen, -omdat hij je huilend aangetroffen had. En nu komt hij met zijn vrienden nog eens naar -ons kijken. Ja, ja, er zijn toch nog goede zielen.” -</p> -<p>Toen vertelde zij haar geschiedenis; maar onverschillig, zonder zelfs te trachten -hun medelijden op te wekken. Zij heette Giacinta en was getrouwd met een metselaar, -Tommaso Gozzo, bij wien zij zeven kinderen gehad had, Pierina, dan Tito, een grooten -jongen van achttien jaar, en nog vier meisjes telkens na twee jaar, en nu eindelijk -dit kind, een jongen. Heel lang hadden zij in dezelfde woning in Trastevere gewoond, -een oud huis, dat echter gesloopt was<span class="corr" id="xd29e2716" title="Niet in bron">.</span> En het scheen, dat men tezelfdertijd hun bestaan gesloopt had, want sedert zij hun -toevlucht gezocht hadden in de Prati del Castello, trof hen de eene ramp na de andere, -de vreeselijke crisis in de bouwvakken, die Tommaso en haar zoon Tito werkeloos gemaakt -had, de sluiting van de wasparelenfabriek, waar Pierina tenminste nog twintig centesimi -verdiende, zoodat zij niet van honger behoefden om te komen. Maar nu werkte niemand, -leefde de heele familie van het toeval. -</p> -<p>“Als u soms liever naar boven wilt? Daar zult u Tommaso vinden met zijn broer Ambrogio, -dien we bij ons genomen hebben; zij zullen beter met u kunnen praten en alles vertellen, -wat gezegd moet worden … Wat zal ik u zeggen? Tommaso rust uit net als Tito, hij slaapt, -omdat hij toch niets beters te doen heeft.” -<span class="pagenum">[<a id="pb288" href="#pb288">288</a>]</span></p> -<p>Met haar hand wees zij naar een jongen, flinken kerel met een grooten neus, een harden -mond en dezelfde mooie oogen als Pierina, die languit in het dorre gras lag. Al die -menschen niet vertrouwend, had hij even opgekeken. Een toornige plooi kwam op zijn -voorhoofd, toen hij merkte met welk een verrukten blik zijn zuster naar den prins -keek. Hij liet zijn hoofd weer achterover vallen, doch sloot zijn oogleden niet, maar -loerde eronder door naar hen. -</p> -<p>“Pierina, wijs jij mevrouw en den heeren den weg eens.” -</p> -<p>Enkele andere vrouwen, wier naakte voeten in afgeloopen pantoffels staken, waren dichterbij -gekomen; troepen kinderen, halfgekleede meisjes, waarbij ongetwijfeld de vier van -Giacinta waren, wriemelden om haar heen. Allen geleken met haar zwarte oogen onder -de verwarde kroesharen zoo op elkaar, dat alleen de moeders ze onderscheiden konden; -het was als een opschieten, als een kampeeren der ellende in de volle zon midden in -deze majestueuse ongeluksstraat, die door onvoltooide en reeds in puin vallende paleizen -omzoomd werd. -</p> -<p>“Neen, ga niet mee naar boven,” zeide Benedetta zacht en met een glimlachende teederheid -tegen haar neef; “ik wil je dood niet, beste Dario. Het is al heel lief van je, dat -je tot hier meegegaan bent. Nu mijnheer de abbé en mijnheer Habert met me medegaan, -kan je best hier buiten in de heerlijke zon wachten.” -</p> -<p>Ook hij begon te lachen en gaf gaarne gevolg aan haar wensch; hij stak een sigaret -aan en ging met kleine pasjes op en neer loopen. -</p> -<p>Pierina was vlak onder de groote portiek doorgegaan. Deze had een hoog, met rosetvormige -vakken versierd gewelf; maar in de vestibule bedekte een echte mestvaalt de marmeren -tegels, die men reeds was begonnen te leggen. Dan kwam de monumenteele steenen trap -met de gescheurde en gebeeldhouwde leuning; de treden waren reeds gebroken en met -zulk een dikke laag vuil bedekt, dat zij wel zwart geleken. Overal hadden handen vettige -sporen achtergelaten. -</p> -<p>Op het groote portaal van de tweede verdieping bleef Pierina staan en riep door de -opening van een groote, openstaande deur zonder lijst of vleugels: -</p> -<p>“Vader, een dame en twee heeren willen u spreken.” -</p> -<p>En zich dan tot de contessina wendend: -</p> -<p>“Heelemaal achteraan, in de derde kamer!” -</p> -<p>En zij maakte zich uit de voeten, liep veel vlugger de <span class="pagenum">[<a id="pb289" href="#pb289">289</a>]</span>trap af dan zij hem opgegaan was; zij wilde Dario weer zien. -</p> -<p>Benedetta en de twee heeren liepen twee zeer groote kamers door; de grond vertoonde -heuveltjes van afgevallen kalk, de ramen stonden wijd open. Eindelijk kwamen zij in -een kleineren salon, waar de geheele familie Gozzo, met wat zij nog aan meubelen over -had, huisde. Op den grond lagen op de onbedekt gebleven ijzeren dwarsbalken vijf of -zes vuile, door zweet verteerde stroozakken. Een lange, nog goede tafel stond in het -midden, evenals een paar oude, met touwen vastgebonden stoelen, waaruit echter de -stroozittingen verdwenen waren. Maar het zwaarste werk was toch geweest twee van de -drie ramen met planken dicht te spijkeren, terwijl het derde en de deur gesloten waren -met oud, vuil linnen vol gaten. -</p> -<p>Tommaso, de metselaar, scheen verbaasd, blijkbaar was hij dergelijke liefdadigheidsbezoeken -niet gewend. Hij zat met zijn beide ellebogen en zijn kin tusschen zijn handen aan -de tafel uit te rusten, zooals zijn vrouw Giacinta gezegd had. Het was een flinke -kerel van een vijf-en-veertig jaar met een zwaren haar- en baardgroei, een groot, -lang gezicht en, ondanks zijn niets doen, de waardigheid van een Romeinsch edelman. -Bij het zien van de twee heeren, in wie hij onmiddellijk vreemdelingen rook, stond -hij met een plotselingen aanval van wantrouwen op. Maar zoodra hij Benedetta herkende, -begon hij te glimlachen; en toen zij hem het doel van haar komst vertelde en zeide, -dat Dario beneden gebleven was, viel hij haar in de rede: -</p> -<p>“Ik weet het, ik weet het, contessina … Ik weet heel goed, wie u bent, want ik heb, -toen mijn vader nog leefde, in den palazzo Boccanera eens een raam dichtgespijkerd.” -</p> -<p>Dan liet hij zich gewillig uitvragen. Aan Pierre, die verbaasd luisterde, antwoordde -hij, dat er wel geen geluk heerschte, maar dat zij toch zouden hebben kunnen leven, -wanneer ze maar twee dagen per week konden werken. Het was heel goed aan hem te merken, -dat hij heel graag de buikriem toehaalde, als hij maar op zijn gemak leven kon. Het -was weer precies de geschiedenis van den slotenmaker, die, toen een reiziger hem liet -roepen om het slot van een koffer te openen, waarvan de sleutel was weggeraakt, absoluut -weigerde in zijn <span class="corr" id="xd29e2741" title="Bron: siesta-uurtje">siësta-uurtje</span> te komen. Daar er zooveel ledige paleizen voor de armen openstonden, behoefde men -geen huur meer te betalen, en ze waren zoo gauw tevreden en stelden zulke <span class="pagenum">[<a id="pb290" href="#pb290">290</a>]</span>lage eischen, dat enkele centisimi voor voedsel voldoende geweest zouden zijn. -</p> -<p>“Ja, mijnheer, onder den paus ging alles beter … Mijn vader, die evenals ik, metselaar -was, heeft zijn geheele leven in het Vaticaan gewerkt: trouwens, wanneer ik tegenwoordig -nog werk heb, is het altijd daar … Ziet u eens, wij zijn allemaal verwend door die -tien jaar, dat er zooveel werk was, dat je niet van den ladder kwam en verdiende wat -je wilde. Natuurlijk kon je beter eten, je beter kleeden en behoefde je je geen pleiziertje -te ontzeggen, en daarom is het des te harder dat nu wel te moeten doen … Maar als -u ons onder den paus eens hadt kunnen zien! Geen belastingen, alles voor niets, je -behoefde alleen maar te leven!” -</p> -<p>Op dat oogenblik klonk van een der stroozakken in de schaduw der dichtgespijkerde -ramen, een gebrom. -</p> -<p>“Dat is mijn broer Ambrogio,” ging de metselaar op zijn gelaten, kalmen toon voort, -“hij is het niet met me eens … In ’49, toen hij veertien was, heeft hij met de republikeinen -medegedaan … Maar dat hindert niets, we hebben hem toch bij ons genomen, toen we hoorden, -dat hij van honger en ellende in een kelder omkwam.” -</p> -<p>De bezoekers doorhuiverde een rilling van medelijden. Ambrogio was vijftien jaar ouder -dan zijn broeder en, hoewel hij nauwlijks zestig was, nog slechts een ruïne: hij werd -door koorts verteerd en zijn beenen waren zóó mager, dat hij zijn dagen op zijn stroomatras -doorbracht, zonder ooit uit te gaan. Hij was kleiner, magerder en drukker dan zijn -broeder en vroeger schrijnwerker geweest. Maar ondanks zijn lichamelijk verval had -hij nog een zeer helder hoofd, het edele en tragische gelaat van een apostel en een -martelaar. -</p> -<p>“De paus, de paus,” bromde hij, “ik heb nooit iets kwaads gezegd van den paus, maar -het is toch zijn schuld, dat de tyrannie blijft voortduren. Hij alleen had ons in -’49 de republiek kunnen geven, en dan zou het met ons niet zoo gesteld zijn, zooals -het nu het geval is.” -</p> -<p>Hij had Mazzini gekend en koesterde nog steeds diens onbestemd ideaal van een republikeinschen -paus, die vrijheid en broederschap op aarde zou doen heerschen. Maar later verwarde -zijn hartstocht voor Garibaldi dit begrip; van af dat oogenblik hield hij het pausdom -voor onwaardig en niet in staat om te werken aan de bevrijding der menschheid, zoodat -hij zweefde tusschen het droombeeld van zijn jeugd <span class="pagenum">[<a id="pb291" href="#pb291">291</a>]</span>en zijn harde levenservaring. Verder had hij altijd gehandeld onder den invloed van -een heftige emotie en bleef het bij mooie woorden, bij vage, onbestemde verlangens. -</p> -<p>“Ambrogio,” begon Tommaso, nog altijd even kalm, weer; “de paus is de paus, en wie -verstandig is, kiest zijn partij, omdat hij altijd de paus zijn zal, dat wil zeggen -de sterkste. Als we morgen stemmen moesten, zou ik voor hem stemmen.” -</p> -<p>De oude werkman haastte zich niet met een antwoord. De bedachtzame voorzichtigheid -van zijn ras had hem kalm gemaakt. -</p> -<p>“Ik zou tegen hem stemmen, Tommaso, altijd tegen hem … En je weet heel goed, dat wij -altijd de meerderheid zouden hebben. Met den paus-koning is het uit. De Borgo zelf -zou daartegen in opstand komen … Maar dat wil niet zeggen, dat we ons niet met hem -verstaan moeten, opdat de godsdienst van iedereen gerespecteerd wordt.” -</p> -<p>Vol belangstelling luisterde Pierre. Hij waagde het een vraag te stellen. -</p> -<p>“En zijn er in Rome veel socialisten onder het volk?” -</p> -<p>Ditmaal liet het antwoord zich nog langer wachten. -</p> -<p>“Socialisten, mijnheer de abbé, ja zeker, enkelen, maar lang zooveel niet als in andere -steden … Dat zijn nieuwigheden, waarbij de ongeduldigen zich aansluiten zonder er -heel veel van te begrijpen … Wij, ouderen, waren voor de vrijheid, wij zijn niet voor -brandstichten en moorden.” -</p> -<p>Waarschijnlijk was hij bang in tegenwoordigheid van die dame en die heeren te veel -te zeggen, want hij begon te steunen, terwijl hij zich op zijn matras uitstrekte. -Intusschen maakte de contessina, die last begon te krijgen van den stank, aanstalten -om weg te gaan, na den priester gewaarschuwd te hebben, dat het beter zou zijn hun -aalmoes beneden aan de vrouw te geven. -</p> -<p>Reeds was Tommaso weer met zijn kin tusschen zijn handen aan de tafel gaan zitten -en groette zijn gasten zonder zich om hun weggaan meer te bekommeren dan om hun komen. -</p> -<p>“Tot ziens! Het was mij een groot genoegen u van dienst te kunnen zijn!” -</p> -<p>Maar op den drempel kon Narcisse zijn geestdrift niet meer bedwingen. Hij keerde zich -om, om nog eens den kop van den ouden Ambrogio te bewonderen. -</p> -<p>“Mijn waarde abbé, wat een meesterwerk! Dat is heerlijk, dat is schoon! Hoeveel minder -banaal is dat dan het gezicht <span class="pagenum">[<a id="pb292" href="#pb292">292</a>]</span>van dat meisje … Hier ben ik er zeker van, dat een geslachtelijke valstrik mij niet -in een onreine verleiding brengt. Ik geraak om lage redenen niet in verrukking … En -bovendien, welk een oneindigheid is er in die rimpels, welk een mysterie in die diepe -oogen, welk een geheimzinnigheid in die stoppelige haren en baard! Zoo stel je je -een profeet, God den Vader voor!” -</p> -<p>Beneden zat Giacinta nog met haar zuigeling op de half kapotte kist; eenige passen -verder stond Pierina voor Dario en keek met een verrukt gezicht, hoe hij zijn sigaret -oprookte, terwijl Tito nog als een dier in het gras op den loer lag en hen geen oogenblik -uit het oog verloor. -</p> -<p>“O, mevrouw,” begon Giacinta met haar berustende en temende stem; “nu hebt u het zelf -gezien, het is bijna niet bewoonbaar! Het eenige goede ervan is, dat je er werkelijk -wat ruimte hebt. Maar aan den anderen kant tocht het er altijd zóó, dat je er ieder -oogenblik van den dag een doodelijke kou kan vatten. En dan ben ik altijd bang voor -de kinderen met het oog op de gaten.” -</p> -<p>Zij deed het verhaal van een vrouw, die, toen zij op het portaal wilde gaan, een raam -voor een deur aangezien had, op straat gevallen en onmiddellijk dood was. Een meisje -had haar armen gebroken door van een trap te vallen, die geen leuning had. Bovendien -zou je er kunnen sterven, zonder dat iemand het wist of op het denkbeeld komen zou -je op te rapen. Den vorigen dag nog had men achter in een afgelegen kamer het lijk -van een ouden man gevonden, die minstens een week geleden van honger gestorven moest -zijn; hij zou er zeker nog langer blijven zijn liggen, als de vreeselijke stank den -buren zijn aanwezigheid niet verraden had. -</p> -<p>“En als je nu nog maar te eten hadt!” ging Giacinta voort. “Maar wanneer je niet eet -en je een kind voeden moet, dan heb je geen melk. De kleine zuigt je gewoon je bloed -uit je lichaam! Hij wordt boos, wil wat hebben—och, en dan begin ik te huilen, want -het is mijn schuld niet, dat er niets is.” -</p> -<p>Inderdaad waren er tranen in haar oogen gekomen. Maar een plotselinge woede maakte -zich van haar meester, toen zij merkte, dat Tito nog steeds als een beest in het zonnetje -lag, wat zij al heel onbeleefd vond voor die hooge dame en heeren, die haar zeker -een aalmoes zouden geven. -</p> -<p>“Hei, Tito, luilak, kan je niet opstaan, wanneer er menschen zijn?” -<span class="pagenum">[<a id="pb293" href="#pb293">293</a>]</span></p> -<p>Hij hield zich eerst doof, maar stond toch eindelijk kwaadgehumeurd op. Pierre, die -belang stelde in den jongen, trachtte hem aan het praten te krijgen, zooals hem dat -boven met den vader en den oom gelukt was. Doch hij kreeg slechts korte, wantrouwende, -gemelijke antwoorden uit hem. Als je geen werk hadt, was slapen het eenige, dat er -overbleef. Met kwaad worden veranderde je de dingen toch niet. Het beste was te leven -zoo goed en zoo kwaad als het ging, zonder het je moeilijk te maken. Wat de socialisten -betreft, ja misschien waren er enkelen, maar hij kende ze niet. En uit zijn indolente, -onverschillige houding bleek heel duidelijk, dat, ook al mocht de vader voor den paus -en de oom voor de republiek zijn, hij, de zoon, voor niets was. Pierre voelde daarin -het einde van een volk of liever gezegd den slaap van een volk, waarin nog geen democratie -ontwaakt was. -</p> -<p>Maar toen de priester door bleef vragen, hoe oud hij was, op welke school hij geweest -was, in welke wijk hij geboren was, viel Tito, terwijl hij met zijn vinger op zijn -borst wees, hem met een ernstige stem in de rede: -</p> -<p>“<i lang="la">Io son Romano di Roma!</i>” -</p> -<p>Inderdaad, was dat niet het antwoord op alles? “Ik ben een Romein uit Rome!” Pierre -glimlachte droevig en zweeg. Nooit had hij beter den hoogmoed van het ras, het oeroude, -zoo zwaar op de schouders drukkende erfdeel van den roem gevoeld. In dezen gedegenereerden -jongen, die nauwlijks lezen of schrijven kon, herleefde de onbeperkte ijdelheid der -Caesars. Deze hongerlijder kende de stad, zou instinctmatig de mooiste bladzijden -uit haar geschiedenis kunnen vertellen. Hij was vertrouwd met de namen der groote -keizers en groote pausen. Waarom te werken, nadat men de meester der wereld geweest -was? Waarom zou men in de mooiste stad, onder den mooisten hemel, niet in voornaam -nietsdoen leven? -</p> -<p>“<i lang="la">Io son Romano di Roma!</i>” -</p> -<p>Benedetta had haar aalmoes in de hand der moeder laten glijden en Pierre en Narcisse, -die haar voorbeeld volgden, deden hetzelfde, toen Dario, die Pierina niet wilde vergeten, -maar haar toch geen geld durfde geven, op een aardig denkbeeld kwam. Hij bracht zacht -zijn vingers aan zijn lippen en zeide met een vriendelijk lachje: -</p> -<p>“Voor de schoonheid!” -</p> -<p>Dit kushandje, dat eenigszins ermede spottende lachje, deze zoo vertrouwlijke prins, -dien de zwijgende vereering <span class="pagenum">[<a id="pb294" href="#pb294">294</a>]</span>van de mooie parelwerkster als in een liefdesgeschiedenis uit vroeger tijden trof, -dat alles had werkelijk iets bekorends en liefs. -</p> -<p>Pierina kreeg een kleur van blijdschap; zij raakte heelemaal haar hoofd kwijt, nam -plotseling de hand van Dario, drukte er haar warme lippen op in een onberedeneerde -opwelling, waarin zoowel groote dankbaarheid als verliefde teederheid lag. Maar de -oogen van Tito fonkelden van woede; hij greep zijn zuster ruw bij haar rok en stiet -haar met zijn vuist op zijde, terwijl hij dreigend bromde: -</p> -<p>“Pas op hoor, ik vermoord jou en hem ook!” -</p> -<p>Het werd hoog tijd, om weg te gaan, want ook andere vrouwen, die het geld blijkbaar -geroken hadden, kwamen naderbij, staken haar hand uit en lieten haar huilende kinderen -zien. Een groote opwinding had zich van de ellendige wijk met haar groote verwaarloosde -gebouwen meester gemaakt, een noodkreet rees op uit de doode straten met de op marmeren -bordjes prijkende namen. Wat te doen? Ze konden toch niet aan allen geven. Er bleef -niet anders over dan weg te vluchten. -</p> -<p>Toen Benedetta en Dario weer bij haar rijtuig waren, stapten zij vlug in en drukten -zich, blij aan deze nachtmerrie ontsnapt te zijn, dicht tegen elkaar. Toch streelde -het haar eigenliefde, dat zij zich in tegenwoordigheid van Pierre dapper gehouden -had, en drukte hem de hand als een dappere leerling, toen Narcisse gezegd had, dat -hij met den priester wilde gaan dejeuneeren in het kleine restaurant op de piazza -S. Pietro, vanwaar men zoo’n interessant gezicht op het Vaticaan had. -</p> -<p>“Drinkt een glas witten Genzano,” riep Dario, die zijn oude vroolijkheid weer teruggekregen -had, hun na. “Er bestaat niets beters om zwartgallige ideeën te verjagen.<span class="corr" id="xd29e2807" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>Maar Pierre was onverzadigbaar, wilde meer bijzonderheden weten. Onderweg vroeg hij -Narcisse naar het volk van Rome, naar zijn leven, zijn zeden en gewoonten. Het onderwijs -beteekende zoo goed als niets. Industrie en handel was er bijna niet te vinden. De -mannen oefenden de enkele nog bestaande handwerken uit, terwijl het voortgebrachte -alleen maar in Rome zelf verkocht werd. Onder de vrouwen waren enkele parelwerksters -en borduursters, terwijl religieuze artikelen, medailles en rozenkransen, en het vervaardigen -van lokale snuisterijen altijd een zeker aantal menschen van werk voorzagen. Maar -zoodra de vrouw trouwde en moeder werd <span class="pagenum">[<a id="pb295" href="#pb295">295</a>]</span>van een als door een wonder opschietende kinderzwerm werkte zij niet meer. In het -kort gezegd, de bevolking leefde, zoo goed en zoo kwaad als het ging, werkte juist -genoeg om te eten, was tevreden met groenten, pap en een beetje schapenvleesch, kwam -niet in opstand, was zonder eenige eerzucht voor de toekomst, zorgde slechts voor -den dag van heden. De twee eenige ondeugden waren het spel en de roode en witte wijn -van de Romeinsche Castelli, wijnen, die tot moord en doodslag aanzetten, wijnen, die -op avonden van feestdagen na het sluitingsuur der kroegen de straten vulden met reutelende, -met messteken doorboorde mannen. De meisjes waren over het algemeen zeer fatsoenlijk; -zij, die zich voor het huwelijk aan een man overgaven, waren te tellen. Dat vond vooral -zijn oorzaak in het feit, dat de familieband zeer sterk was en het vaderlijk gezag -nog onbeperkt heerschte. -</p> -<p>De broers waakten over de eer van haar zusters, zooals Tito, hoewel hij zoo ruw tegenover -Pierina was, over haar waakte met een woeste zorg, en dat niet om de een of andere -geheime ijverzucht, maar voor den goeden naam en de eer der familie. En toch heerschte -er geen werkelijke godsdienstigheid, maar wel een zeer kinderlijke afgoderij: aller -harten gingen uit tot Maria en de heiligen; dezen alleen bestonden, tot hen alleen -werd gebeden met achterstelling van God, aan wien het niemand inviel te denken. -</p> -<p>Uit dit alles was het stilstaan van het lagere Romeinsche volk zeer goed te verklaren. -Eeuwen van aangemoedigd niets doen, gestreelde ijdelheid en verweekelijkt leven lagen -achter hen. Wanneer zij geen metselaars, schrijnwerkers of bakkers waren, dan waren -zij bedienden; zij dienden bij priesters en waren daardoor min of meer aan den invloed -van het Vaticaan onderworpen. Vandaar twee streng gescheiden partijen: de vroegere -carbonari, de latere Mazzinianen en Garibaldianen, die ongetwijfeld de meerderheid -en de elite van Trastevere vormden; en de aanhangers van het Vaticaan, al degenen, -die van de Kerk leefden en naar den paus-koning terug verlangden. Maar aan beide kanten -bleef het altijd bij denkbeelden, waarover men sprak, zonder dat ooit de gedachte -opkwam, zich eens voor het een of ander in te spannen, zich bloot te stellen aan een -gevaar. Er zou een zeer sterke hartstocht voor noodig geweest zijn, om het koele verstand -van het ras weg te vagen en hen tot den een of anderen waanzin te brengen. Waartoe -ook? De <span class="pagenum">[<a id="pb296" href="#pb296">296</a>]</span>ellende duurde al zooveel eeuwen, de hemel was zoo blauw, de <span class="corr" id="xd29e2818" title="Bron: siesta">siësta</span> tijdens de warmste uren was meer waard dan al het overige. Slechts een ding scheen -erbij gekomen te zijn, een fond van vaderlandsliefde. -</p> -<p>De meerderheid was beslist voor Rome als hoofdstad, voor dezen heroverden roem, zelfs -in dien mate, dat er in de Leostad bijna een oproer uitgebroken was, toen er sprake -was van een accoord tusschen Italië en den paus, dat als grondslag het herstel van -de wereldlijke macht over die stad had. Dat de ellende toch grooter scheen geworden -te zijn en de Romeinsche werkman meer klaagde, vond zijn oorzaak hierin, dat hij in -werkelijkheid niets gewonnen had bij de reusachtige werken, die de laatste vijftien -jaar in zijn stad waren uitgevoerd. In de eerste plaats hadden veertig duizend arbeiders -Rome overstroomd, arbeiders, die voor het grootste gedeelte uit het Noorden gekomen -waren, voor minder loon werkten, moediger waren en meer weerstandsvermogen bezaten. -In de tweede plaats had hij, toen hij zelf zijn deel in het werk kreeg, beter geleefd, -zonder echter iets op zijde te leggen, zoodat, toen de crisis uitgebroken was en men -de veertig duizend arbeiders weer naar hun provincies had moeten terugzenden, hij -weer in dezelfde positie verkeerde als vroeger: in een doode stad, waarin alle werkplaatsen -ledig stonden en voorloopig geen kans op werk was. Aldus viel hij weer terug tot zijn -oude indolentie, in den grond der zaak blij, dat hij niet door al te veel werk geplaagd -werd, en ging weer zoo goed mogelijk samenwonen met zijn oude liefde, de ellende—zonder -een cent, maar als een groote mijnheer. -</p> -<p>Vooral werd Pierre getroffen door het groote verschil in karakter tusschen de ellende -te Parijs en die te Rome. Ongetwijfeld was hier de ontbering nog grooter, het voedsel -nog vuiler, de smerigheid nog afstootender. Maar hoe kwam het dan, dat deze verschrikkelijk-arme -menschen meer echte vroolijkheid bezaten, hun leed opgewekter droegen? Wanneer hij -zich een winter te Parijs, de krotten, die hij zoo dikwijls bezocht had, waarin de -sneeuw binnendwarrelde en heele families zonder vuur of brood zaten te rillen, voor -den geest riep, dan werd zijn hart aangegrepen door een medelijden, dat hij in de -Prati del Castello lang niet zoo levendig gevoeld had. Nu eindelijk begreep hij het: -de ellende te Rome was een ellende, die geen koude leed. Welk een heerlijke en eeuwige -troost was die altijd warme <span class="pagenum">[<a id="pb297" href="#pb297">297</a>]</span>zon, die weldoende hemel, die uit medelijden met die ongelukkigen, steeds blauw bleef. -Wat beteekende een krot van een verblijf, wanneer men buiten kon slapen en zich laten -liefkoozen door de zoele winden? Wat beteekende zelfs honger, wanneer het huishouden -in zonnige straten, in het droge gras op het geluk van het toeval wachten kon? Het -klimaat maakte de menschen sober: er waren geen nevels, die men met alcohol trachtte -te overwinnen. Het goddelijke nietsdoen vermeide zich in de gulden avonden, de armoede -werd in deze heerlijke lucht, waarin het enkele levensgeluk voor het schepsel voldoende -scheen te zijn, een vrij genot. -</p> -<p>Te Napels, vertelde Narcisse, leefde in de nauwe, stinkende, met te drogen hangend -waschgoed gepavoiseerde straten aan de haven en in Santa Lucia de bevolking heelemaal -buiten. De vrouwen en de kinderen, die niet beneden op straat waren, leefden op lichte -houten balcons, die voor alle ramen aangebracht waren. Hier werd genaaid, gezongen, -gewasschen. Maar de straat was eigenlijk de gemeenschappelijke woonkamer; hier trokken -de mannen hun broeken aan, reinigden <span class="corr" id="xd29e2828" title="Bron: half-naakte">halfnaakte</span> vrouwen haar kinderen van ongedierte en kamden zichzelf; hier was voor het hongerige -volk de tafel altijd gedekt. Op kleine tafeltjes, op wagens werd een doorloopende -markt gehouden van goedkoope eetwaren, te rijpe granaatappels en watermeloenen, gekookte -knoedels, afgekookte groenten, gebakken visch, mosselen, alle heelemaal klaar en gereed, -zoodat men altijd in de open lucht kon eten, zonder ooit vuur behoeven aan te maken. -En wat voor een wriemelende menigte! De vrouwen gesticuleerden aan één stuk door, -de vaders zaten in een lange rij langs de trottoirs, kinderen renden heen en weer -te midden van een oorverdoovend lawaai, geschreeuw, gezang, muziek. Ruwe stemmen barstten -in luid gelach uit, bruine, niet mooie gezichten hadden prachtige oogen, die onder -het inktzwarte, verwarde haar van levensvreugde schitterden. O, arm, vroolijk, kinderlijk, -onwetend volk, welks eenige wensch zich tot de enkele centesimi bepaalde, die noodig -waren, om op deze eeuwigdurende markt zijn honger te stillen! -</p> -<p>Zeker, nog nooit was een democratie zich minder zichzelf bewust geweest. Waar zij, -zooals men zeide, terugverlangden naar de oude monarchie, onder welke hun rechten -op dit leven van zorgelooze armoede beter verzekerd schenen te zijn, moest men zich -wel afvragen, of het noodzakelijk <span class="pagenum">[<a id="pb298" href="#pb298">298</a>]</span>was zich om hunnentwil zooveel moeite te geven, voor hen, tegen hun zin, meer kennis -en bewustzijn, meer welvaart en waardigheid te veroveren. Toch steeg in Pierre’s hart -bij deze vroolijkheid van hongerlijders, die door de bedwelming van de zon in het -leven geroepen werd, een eindelooze droefheid op. Ja de mooie hemel, niets dan de -mooie hemel bewerkte deze langdurige jeugd van dat volk, verklaarde, waarom de democratie -niet vlugger ontwaakte. O, zeker, de armen van Rome en Napels leden gebrek aan alles; -maar in hun hart bleef niet de wrok, dat zij van koude gerild hadden, terwijl de rijken -zich warmden voor groote vuren; zij kenden niet de woeste droomen in de door sneeuw -koude krotten voor een dun stukje kaars, dat dadelijk uitgebrand zou zijn; zij kenden -niet den dan opvlammenden drang, om zichzelf gerechtigheid te verschaffen, kenden -niet den plicht van opstand, om vrouw en kinderen van de tering te redden, om zelf -ook een warm nestje te hebben, waarin leven mogelijk was. Ja, de ellende, die koude -lijdt, is het toppunt, neen het exces van sociale onrechtvaardigheid, de vreeselijke -school, waarin de arme zijn lijden leert kennen, ertegen in opstand komt en zweert -er een einde aan te zullen maken, ook al moet de oude wereld daardoor ten gronde gaan! -</p> -<p>En in dezen milden hemel vond Pierre ook een verklaring voor den Heiligen Franciscus -van Assisi, dien goddelijken bedelaar uit liefde, die langs de wegen trok en de heerlijke -bekoring der armoede bezong. Hij was ongetwijfeld een onbewust revolutionnair en protesteerde, -door dezen terugkeer tot de liefde voor de armen, tot den eenvoud van de oorspronkelijke -Kerk, op zijn wijze tegen de overmatige weelde van het Romeinsche Hof. Maar nooit -zou zulk een ontwaken van onschuld en matigheid kunnen plaats hebben in een Noordelijk -land, dat verstart onder de December-vorsten. Daarvoor is de betoovering der natuur, -de matigheid van een door de zon gevoed volk, de door de lauwe wegen steeds gezegende -bedelarij noodig. Slechts op die wijze had hij tot volkomen zelfvergetelheid en zelfverloochening -kunnen komen. En toen drong zich een eerst onoplosbaar schijnende vraag aan hem op: -hoe had een Heilige Franciscus, een ziel, die alle schepselen, de dieren en de dingen, -met een zoo vurige broederliefde liefhad, eens kunnen ontstaan op deze aarde, die -tegenwoordig zoo liefdeloos, zoo hard voor de armen is, haar mindere volk veracht -en niet eens haar paus haar aalmoes geeft? Had de oude hoogmoed de harten uitgedroogd -<span class="pagenum">[<a id="pb299" href="#pb299">299</a>]</span>of leidde de ervaring van zeer oude volkeren ten slotte tot egoïsme, dat de ziel van -Italië ingesluimerd scheen te zijn in haar dogmatisch en pronkzuchtig Katholicisme, -terwijl de terugkeer tot het Evangelische ideaal, de liefde tot de armen en ongelukkigen, -in onze dagen ontwaakte in de sombere vlakten van het Noorden, onder de van zon beroofde -volkeren? Dat alles werkte samen, maar vooral was het de reden, waarom de Heilige -Franciscus, nadat hij zijn dame, de Armoede, zoo vroolijk getrouwd had, haar blootsvoets -en nauwlijks gekleed in de heerlijke lente kon leiden te midden van bevolkingen, waarin -toen een vurige behoefte aan medelijden en liefde brandde. -</p> -<p>Al pratende waren Pierre en Narcisse op het plein voor de St. Pieter gekomen. Zij -gingen zitten voor de deur van het restaurant, waarin zij reeds eenmaal gedejeuneerd -hadden, aan een der kleine tafeltjes, die met haar smoezelig linnengoed langs het -<span class="corr" id="xd29e2842" title="Bron: troittoir">trottoir</span> stonden. Maar het uitzicht was prachtig: tegenover hen de basilica, rechts boven -de majestueuze zuilengaanderij het Vaticaan. Dadelijk had Pierre opgekeken naar het -Vaticaan, dat hem als het ware niet losliet, vooral naar die tweede verdieping met -de altijd gesloten ramen, waar de paus woonde, waar nooit iets levends te zien was. -Toen de kellner de hors-d’oeuvre, finocchi en ansjovis bracht, gaf de priester een -klein gilletje, om de aandacht van Narcisse te trekken. -</p> -<p>“Kijk toch eens, waarde vriend … Daar aan het raam, dat, naar men zegt, dat van den -Heiligen Vader is … Ziet u daar niet een witte, onbeweeglijke gestalte staan?” -</p> -<p>De jonge man begon te lachen. -</p> -<p>“Dat moet de Heilige Vader in eigen persoon zijn, u verlangt zoo zeer hem te zien, -dat uw wensch hem als het ware bezweert.” -</p> -<p>“Maar ik verzeker u,” zei de Pierre nogmaals, “dat erachter de ramen een witte gestalte -staat, die naar ons kijkt.” -</p> -<p>Narcisse, die trek had, at, maar bleef onder het eten door schertsen. Dan plotseling -ernstig: -</p> -<p>“Daar de paus naar ons kijkt, is het het geschikte oogenblik, om nog eens over hem -te praten … Ik heb u beloofd u te zullen vertellen hoe hij de millioenen van het erfdeel -van den Heiligen Petrus verloren heeft in die verschrikkelijke financieele catastrophe, -waarvan u de puinhoopen zooeven gezien hebt, en een bezoek aan de nieuwe wijk in de -Prati del Castello zou niet volledig zijn, als het niet besloten werd met dat verhaal.” -<span class="pagenum">[<a id="pb300" href="#pb300">300</a>]</span></p> -<p>En zonder zich iets van het dejeuner te laten ontgaan, vertelde hij de lange geschiedenis. -Bij den dood van Pius IX bedroeg het erfgoed van den Heiligen Petrus meer dan twintig -<span class="corr" id="xd29e2855" title="Bron: miilioen">millioen</span>. Lang had kardinaal Antonelli, die speculeerde en over het algemeen goede zaken maakte, -dat geld gedeeltelijk bij Rothschild en gedeeltelijk in de handen van sommige nuntii -gelaten, die in opdracht hadden het in het buitenland goed te beleggen. Maar na den -dood van kardinaal Antonelli vroeg zijn opvolger, kardinaal Simeoni, het geld aan -de nuntii terug, om het in Rome te plaatsen. In dien tijd, onmiddellijk na zijn troonsbestijging, -riep Leo XIII met het doel het erfgoed te besturen, een commissie van kardinalen in -het leven, waarvan monsignor Folchi tot secretaris benoemd werd. Deze prelaat, die -gedurende twaalf jaar een belangrijke rol speelde, was de zoon van een ambtenaar aan -de Daterie<a class="noteref" id="xd29e2858src" href="#xd29e2858">2</a>, die bij zijn dood een door handige speculatie bij elkaar gekregen millioen naliet. -Monsignor Folchi was in vele opzichten het evenbeeld van zijn vader en liet zich weldra -als een financier van de eerste kracht kennen, zoodat de commissie hem langzamerhand -alle macht in handen gaf, hem volkomen de vrije hand liet en er zich toe bepaalde -het rapport, dat hij in elke zitting indiende, goed te keuren. Het erfgoed gaf niet -veel meer dan een millioen rente, en daar de uitgaven tot zeven millioen opliepen, -moesten de zes andere elders gevonden worden. De paus gaf jaarlijks drie millioen -van den St. Pieterspenning aan monsignor Folchi, die gedurende de twaalf jaar, dat -hij het financieele beheer voerde, het wonder verrichtte die te verdubbelen door zijn -handige speculaties en beleggingen, zoodat men den uitgaven het hoofd kon bieden zonder -het erfgoed aan te spreken. -</p> -<p>Zoo behaalde hij in de eerste tijden groote winsten door zijn grondspeculaties te -Rome. Hij nam aandeelen in alle nieuwe ondernemingen, speculeerde in molens, omnibussen -en waterleidingen, afgezien van een in overeenstemming met een Katholieke bank, de -Banca di Romana, gevoerden wisselhandel. De paus, die tot dusverre zijnerzijds ook -gespeculeerd had door bemiddeling van een vertrouwensman, een zekeren Sterbini, was -over monsignor Folchi’s handigheid zóó verbaasd, dat hij Sterbini ontsloeg en den -kardinaal opdroeg ook met zijn geld te speculeeren, zooals hij het met dat van den -Heiligen Stoel gedaan had. Dit was de tijd, <span class="pagenum">[<a id="pb301" href="#pb301">301</a>]</span>dat monsignor Folchi op het toppunt van zijn macht stond. Dan begonnen de slechte -dagen: de bodem kraakte reeds en als met donderslagen stortte alles in. -</p> -<p>Ongelukkigerwijze bestond een der operaties van Leo XIII hierin, dat hij aan den Romeinschen -adel, die, verteerd door den hartstocht voor het spel en in grond- en bouwspeculaties -gewikkeld, geen geld had, groote sommen leende; deze gaf hem als borgstelling aandeelen, -zoodat, toen de <span class="corr" id="xd29e2867" title="Bron: débâcle">debacle</span> kwam, hij niets dan vodjes papier in handen had. Bovendien was er nog een geheel -andere, zeer rampspoedige geschiedenis, n.l. de poging, om te Parijs een bank op te -richten, met het doel om obligaties, die Italië zelf niet hebben wilde, te plaatsen -onder de vrome, aristocratische clientèle in Frankrijk; als lokaas zeide men, dat -de paus daarin betrokken was, en het ergste was inderdaad, dat hij bij die zaak drie -millioen verloor. Kort en goed, de toestand werd des te kritieker, daar hij ten slotte -de millioenen, waarover hij beschikte, in de vreeselijke speculatiepartijen gestoken -had, die in Rome onder de vensters van het <span class="corr" id="xd29e2870" title="Bron: Vatikaan">Vaticaan</span> afgespeeld werden. -</p> -<p>Ongetwijfeld werd ook hij door de speelwoede verteerd, misschien ook koesterde hij -heimelijk de hoop om door het geld de stad, die men hem met geweld ontrukt had, terug -te winnen. De geheele verantwoordelijkheid van dat alles rustte op hem, want nooit -stak monsignor Folchi geld in een belangrijke onderneming, zonder hem te raadplegen. -Zoo was hij door zijn hebzucht en door zijn zedelijk hooger staanden wensch, om aan -de Kerk de moderne almacht van het grootkapitaal te geven, de werkelijke bewerker -van de ramp geworden. Maar, zooals het altijd gaat, de kardinaal werd de eenige zondenbok. -Hij had een heerschzuchtig en moeilijk karakter; de kardinalen van de commissie sympathiseerden -niet met hem, vonden de zittingen volmaakt overbodig, omdat hij als onbeperkt heerscher -handelde en men alleen bijeenkwam, om goed te keuren, wat hij wel zoo goed was omtrent -zijn operaties mede te deelen. Toen de catastrophe losbrak, werd een complot gesmeed: -de kardinalen maakten den paus bang met de praatjes, die de ronde deden en dwongen -daarna monsignor Folchi aan de commissie rekening en verantwoording af te leggen. -De toestand was buitengewoon zorgwekkend, reusachtige verliezen konden niet meer vermeden -worden. -</p> -<p>Zoo viel hij in ongenade; van af dat oogenblik heeft hij <span class="pagenum">[<a id="pb302" href="#pb302">302</a>]</span>steeds weer vergeefs om een audiëntie bij Leo XIII gevraagd, die, hardvochtig, steeds -geweigerd heeft hem te ontvangen als om hem te straffen voor hun gemeenschappelijke -fout, de hebzucht van hen beiden. Maar monsignor Folchi heeft zich nooit beklaagd: -vroom, onderworpen en berustend heeft hij zijn geheim bewaard. Niemand zou het cijfer -van de millioenen, die het erfgoed van den Heiligen Petrus in de catastrophe van het -in een speelhol veranderde Rome gelaten heeft, met juistheid kunnen zeggen; sommigen -beweren tien, anderen weer dertig millioen. Het meest aannemelijk is echter, dat er -vijftien millioen verloren gegaan zijn. -</p> -<p>Na de coteletten met tomaten bracht de kellner een gebraden kip. -</p> -<p>“Het gat is nu gestopt,” eindigde Narcisse zijn verhaal, “ik heb u al verteld van -de reusachtige sommen, die de St. Pieterspenning opgebracht heeft en waarvan de paus, -die over het geheele bedrag beschikt, alleen het juiste cijfer kent … De les is niet -voldoende geweest om hem te verbeteren, want ik hoor uit goede bron, dat hij nog altijd -speculeert, al is het dan ook voorzichtiger. Zijn vertrouwensman is thans weer een -prelaat, monsignor Marzolini, geloof ik, die zijn geldzaken regelt … En hij heeft -groot gelijk, je moet met je tijd medegaan.” -</p> -<p>Pierre had met toenemende verbazing geluisterd, waarin zich een soort schrik en droefheid -mengde. Dit alles was zeer natuurlijk, zelfs gerechtvaardigd, maar in zijn droom van -een zielenherder, die hoog boven, ver en vrij van alle wereldlijke zorgen troonde, -had hij nooit geloofd, dat zoo iets had kunnen bestaan. Wat, de paus, de geestelijke -vader van armen en ongelukkigen, had gespeculeerd met bouwterreinen, met Beurswaarden! -De opvolger van den Apostel, de pontifex van Christus, van den Jezus van het Evangelie, -den goddelijken vriend der lijdenden, had gespeculeerd, zijn kapitaal belegd bij Joodsche -bankiers, zooveel mogelijk geld uit zijn geld willen slaan! En dan, welk een pijnlijke -tegenstelling: zooveel millioenen daarboven in de kamers van het Vaticaan, weggesloten -in het een of andere geheime meubelstuk—zooveel millioenen, die vruchtdragend werkten, -die onophoudelijk belegd en weer teruggenomen werden, om steeds maar meer op te brengen, -die als gouden eieren met de hartstochtelijke teederheid van een vrek uitgebroed werden! -En daar vlak bij, beneden, in de afschuwlijke, onvoltooide gebouwen van het nieuwe -stadsgedeelte zooveel <span class="pagenum">[<a id="pb303" href="#pb303">303</a>]</span>ellende, zooveel arme menschen, die in hun vuil van honger stierven, moeders zonder -melk voor haar zuigelingen, mannen, door gebrek aan werk tot nietsdoen gedoemd, grijsaards, -die zich afbeulden als lastdieren, welke men doodslaat, als zij tot niets meer nut -zijn! O, God van barmhartigheid, God van liefde, was dat mogelijk? Ongetwijfeld had -de Kerk materieele behoeften, zij kon niet zonder geld leven en het was een verstandige -en zeer politieke gedachte om voor haar een schat bijeen te brengen, die haar in staat -stellen zou haar tegenstanders te overwinnen! Maar hoe vernederend, hoe bezoedelend -was dat alles! Zij daalde van haar goddelijke hoogte af, om niet meer te zijn dan -een partij, een groote internationale vereeniging, die georganiseerd was met het doel -om de wereld te veroveren en te bezitten! -</p> -<p>En deze zeldzame geschiedenis bracht Pierre tot nog grooter verbazing. Wie zou ooit -een onverwachter, pakkender drama hebben kunnen uitdenken? Deze paus, die zich in -zijn paleis opsloot, dat ongetwijfeld een gevangenis was, maar een gevangenis, waarvan -de honderd ramen uitzagen op een eindelooze ruimte, op Rome, de Campagna, de ver verwijderde -heuvels; deze paus, die uit zijn raam op alle uren van den dag en van den nacht het -geheele jaar door, met één oogopslag zijn stad omvatten kon—zijn stad, die men hem -ontstolen had, waarvan hij de teruggave met een ononderbroken jammerklacht eischte; -deze paus, die van het begin der werken af, van dag tot dag, de veranderingen, die -zijn stad onderging, aanschouwd had: het neerhalen van de oude wijken, het verkoopen -van terreinen, het geleidelijk oprijzen van nieuwe gebouwen, die langzamerhand een -witten gordel om de oude rossige daken vormden; deze paus, die bij het dagelijks zien -van deze bouwwoede, welke hij van zijn opstaan tot zijn naar bed gaan volgen kon, -ten slotte zelf medegesleept werd door den hartstocht voor het spel, die als een roes -uit de geheele stad opsteeg; deze paus, die uit zijn op zoo stoïcijnsche manier gesloten -kamer met de verfraaiingen van zijn oude stad begon te speculeeren, die <span class="corr" id="xd29e2887" title="Bron: trachtie">trachtte</span> zich te verrijken met de door de Italiaansche regeering, die hij voor roover uitmaakte, -in het leven geroepen stadsuitbreiding en ten slotte plotseling in een geweldige catastrophe, -die hij had moeten wenschen, maar die hij niet voorzien had, millioenen verloor! Neen, -nooit nog had een onttroonde koning aan een vreemdere ingeving toegegeven, zich gewaagd -in een tragischer avontuur, <span class="pagenum">[<a id="pb304" href="#pb304">304</a>]</span>dat hem als een straf trof. En dit was geen koning, dit was de afgezant Gods, dit -was God zelf, de onfeilbare in de oogen der aanbiddende Christenheid! -</p> -<p>Het dessert, geitenkaas en vruchten, was gebracht, en Narcisse was juist met een trosje -druiven klaar, toen hij opkeek en uitriep: -</p> -<p>“Maar ge hebt groot gelijk, waarde vriend, ik zie nu ook die witte schim daarboven -achter de ramen in de kamer van den Heiligen Vader heel duidelijk.” -</p> -<p>Pierre, die zijn blikken niet van het raam af had, antwoordde langzaam: -</p> -<p>“Ja, zij was verdwenen, maar toen weer teruggekomen, en nu staat zij er nog steeds, -wit en roerloos.” -</p> -<p>“Maar wat zoudt ge dan willen, dat hij deed?” vroeg de jonge man op zijn kwijnenden -toon, waaruit men niet opmaken kon, of hij spotte of niet. “Hij doet als iedereen -en kijkt eens naar buiten, wanneer hij zich wat verzetten wil, en dat des te eerder, -omdat hij werkelijk iets ziet, waarnaar je nooit moede wordt te kijken.” -</p> -<p>Dat was het juist, wat Pierre in een toenemende opwinding bracht. Men sprak altijd -van een gesloten Vaticaan, en hij had zich een somber, door hooge muren omgeven paleis -voorgesteld, want niemand had hem gezegd, niemand scheen te weten, dat dit paleis -Rome beheerschte en dat de paus van uit zijn raam de wereld zag. En de onmetelijkheid -van dat uitzicht kende Pierre, hij had het gezien van af den top van den Janiculus; -van uit de loggia’s van Raffaël, van af den dom der Basilica. En waar Leo XIII, roerloos -en wit achter zijn ramen, naar keek, dat riep Pierre voor zijn geestesoog op, zag -het met hem. In het midden van de uitgestrekte vlakte der Campagna, die de Sabijnsche -en Albaansche heuvelen begrensden, zag Leo XIII de zeven beroemde heuvels: den door -de boomen der villa Pamphili gekroonden Janiculus; den Aventinus, waarvan niets overgebleven -was dan de drie half in het groen schuil gaande kerken; dan iets verder afgelegen, -den door zijn rijpe oranjeappelen der villa Mattei doorgeurden Coelius; den Palatinus, -die een dunne, daar als op het graf der Caesars opgeschoten rij cypressen omzoomde; -den Esquilinus, waarop zich de slanke klokkentoren van de Santa Maria Maggiore verhief; -den Viminalis, die met zijn verwarde en witachtige opeenhooping van nieuwe gebouwen -op een openliggende steengroeve geleek; den Capitolinus, dien de vierkante campanile -<span class="pagenum">[<a id="pb305" href="#pb305">305</a>]</span>van het Senatorenpaleis nauwlijks aanwees; den Quirinalis, waarop het paleis van den -koning fel-geel afstak tegen de donkere schaduwen der tuinen. Hij zag behalve de Santa -Maria Magggiore alle basilica’s, S. Giovanni in Laterano, de wieg van het pausdom, -S. Paola fuori le mura, S. Croce in Gerusalemme, S. Agnese, de dom van Il Gesù, van -S. Andrea della Valle, van S. Carlo, van S. Giovanni del Fiorentini en al de vierhonderd -kerken van Rome, die de stad in een met kruisen beplant, heilig veld veranderen. Hij -zag de beroemde monumenten, de getuigen van den eeuwenouden hoogmoed, de Engelenburg, -een in een pauselijke vesting veranderd keizersgraf, de witte lijn der andere graven -langs de Via Appia, dan de verspreid liggende ruïnen van Caracalla, van het paleis -van Septimius Severus, zuilen, gaanderijen, triomfbogen, de paleizen en de villa’s -van prachtlievende kardinalen der Renaissance, den palazzo Farnese, den palazzo Borghese, -de villa Medicis en alle, alle andere—een gewemel van daken en gevels. -</p> -<p>Maar voor alles zag hij links, vlak onder zijn raam, den gruwel van de nieuwe, onvoltooide -wijk der Prati del Castello. Wanneer hij ’s middags in zijn tuinen wandelde, die als -een citadel door den muur van Leo IV ingesloten was, had hij het vreeselijke uitzicht -op het dal, dat men in den koortsachtigen tijd der bouwwoede in den voet van den monte -Mario gegraven had, om er steenbakkerijen op te richten. De groene hellingen zijn -opengehaald, geelachtige gangen loopen naar alle kanten, terwijl de thans gesloten -fabrieken met haar hooge, doode schoorsteenen, waaruit geen rook meer opstijgt, niets -meer dan armzalige ruïnes zijn. Op geen uur van den dag kon hij bij een raam komen -zonder die verwaarloosde gebouwen, waarvoor zooveel steenbakkerijen gewerkt hebben, -voor oogen te hebben, deze gebouwen, die dood waren voor zij geleefd hadden, waarin -op dat oogenblik niets was dan de wriemelende ellende van Rome, dat hier als het cadaver -van oude maatschappijen tot ontbinding lag over te gaan. -</p> -<p>Vóór alles echter beeldde Pierre zich in, dat Leo XIII, de witte schim daar boven, -ten slotte de geheele overige stad vergat, om zijn droomenden blik op den Palatinus -te richten, die nu ontkroond is en nog slechts zijn zwarte cypressen in den blauwen -hemel opricht. Ongetwijfeld bouwde hij in gedachten de paleizen der Caesars weer op, -en voor zijn blik verrezen dan hooge, geheel roode, met het purper bekleede <span class="pagenum">[<a id="pb306" href="#pb306">306</a>]</span>schimmen op, zijn voorvaderen, de keizers en de pontifices, die hem alleen konden -zeggen, hoe men als onbeperkt heerscher der wereld, over de wereld regeeren kon. Dan -gingen zijn blikken naar den Quirinalis en bleven daar uren lang rusten in de aanschouwing -van het koningschap tegenover hem. Welk een zonderling toeval, dat deze beide paleizen, -het Quirinaal en het Vaticaan, elkaar aankijken, dat zij naast elkander boven het -Rome der Middeleeuwen en der Renaissance uitsteken, welks door de gloeiende zon verbrande -en vergulde daken aan den oever van den Tiber zich ophoopen en samenvloeien. Met een -eenvoudigen verrekijker kunnen de paus en de koning, wanneer zij voor hun ramen gaan -staan, elkander duidelijk zien. Zij zijn niets dan onbeteekenende, in de grenzenlooze -ruimte verloren gaande punten; en welk een afgrond ligt er tusschen hen, hoeveel eeuwen -van geschiedenis, hoeveel generaties, die gestreden en geleden hebben, hoeveel doode -grootheid, hoeveel zaad voor de geheimzinnige toekomst! Zij zien elkaar en strijden -nog steeds om het volk, dat voor hun oogen op- en neergolft. Wien zal de onbeperkte -macht ten deel vallen, den pontifex, den herder der zielen, of den monarch, den meester -der lichamen? -</p> -<p>Pierre vroeg zich af aan welke overpeinzingen, aan welke droomerijen Leo XIII zich -over zou geven achter die ramen, waar hij nog altijd zijn bleeke, spookachtige schim -meende te zien. Bij het zien van het nieuwe Rome, van de oude, gesloopte wijken, van -de door een ongeluksstorm met den grond gelijk gemaakte stadsdeelen, moest hij zich -ongetwijfeld verheugen over de reusachtige mislukking der Italiaansche regeering. -Men had hem zijn stad ontstolen, men had hem als het ware willen laten zien, hoe men -een groote hoofdstad in het leven roept, en dat was uitgeloopen op die catastrophe, -op zooveel leelijke, nuttelooze bouwwerken, die men niet eens wist hoe af te maken. -Het kon niet anders of hij moest zich verheugen in die vreeselijke ongelegenheden, -waarin het usurpatorische gezag geraakt was, in de politieke, in de financieele crisis, -in de steeds verder om zich heen grijpende nationale malaise, waarin dat gezag binnen -niet al te langen tijd ten gronde dreigde te gaan; en toch, sloeg ook niet in zijn -borst het hart van een patriot, was ook niet hij een liefhebbende zoon van dat Italië, -welks genie en eeuwenoude eerzucht ook in zijn aderen stroomde? O neen, niets tegen -Italië; integendeel, alles wilde hij doen, om te <span class="pagenum">[<a id="pb307" href="#pb307">307</a>]</span>bewerken, dat het weer de wereldbeheerscher werd! Ongetwijfeld steeg te midden van -zijn blijde hoop een smartelijk gevoel in hem op, wanneer hij zag hoe Rome ten gronde -gericht, met een bankroet bedreigd werd, hoe het als het ware zijn onmacht in het -openbaar ten toon stelde. Maar wanneer de dynastie van Savoye eens mocht worden weggevaagd, -was hij er dan niet, om haar te vervangen en eindelijk weer in het bezit te treden -van zijn stad, die hij sedert vijftien jaar slechts uit zijn venster zag, overgeleverd -aan sloopers en metselaars? Dan werd hij weer de meester, regeerde hij over de wereld, -troonde hij in de gepraedestineerde stad, waaraan de propheten de eeuwigheid en de -wereldheerschappij toegezegd hadden. -</p> -<p>De horizont breidde zich uit en Pierre vroeg zich af wat Leo XIII wel aan gene zijde -van Rome, aan gene zijde van de Campagna Romana, aan gene zijde van de Sabijnsche -en Albaansche bergen, in de geheele Christenheid zag. Sedert achttien jaar had hij -zich in zijn Vaticaan opgesloten, zag hij de wereld slechts door de ramen van zijn -kamer. Wat aanschouwde hij van daarboven, welke waarheden en welke zekerheden drongen -uit onze moderne maatschappijen tot hem door? Dikwijls toch moest van de hoogten van -den Viminalis, waar het station lag, het langgerekte gefluit der locomotieven in zijn -ooren klinken: dat was onze wetenschappelijke beschaving, de toenadering der volkeren, -de vrije menschheid, die de toekomst tegemoet ging. Droomde hij zelf van vrijheid, -wanneer hij zijn blik naar rechts wendde en daar in de verte, aan gene zijde van de -graven aan de Via Appia, de zee vermoedde? Had hij ooit den wensch in zich voelen -opkomen weg te gaan, Rome en zijn verleden te verlaten, om elders het pausdom der -nieuwe democratieën te stichten? -</p> -<p>Men beweerde, dat hij zulk een scherpen, doordringenden blik had; dan had hij moeten -begrijpen, dan had hij moeten beven, wanneer uit zekere strijdlustige landen een ver -geluid tot hem doordrong—uit Amerika bijvoorbeeld, waar revolutionnaire bisschoppen -op het punt stonden het volk te veroveren. Werkten zij voor hem of voor zichzelf? -Was een breuk niet onvermijdelijk, wanneer hij hen niet volgen kon, wanneer hij, aan -alle kanten door het dogma en de traditie gebonden, zich hardnekkig in zijn Vaticaan -bleef opsluiten? Van uit de verte woei een dreigende, het schisma voorspellende wind, -streek hem over zijn gelaat en vervulde zijn <span class="pagenum">[<a id="pb308" href="#pb308">308</a>]</span>hart met steeds grooter wordenden angst. Om die reden waarschijnlijk was hij de verzoeningsdiplomaat -geworden, die alle verspreide krachten der Kerk in zijn hand verzamelen wilde, die -zijn oogen sloot voor de vermetelheid van sommige bisschoppen, voor zoover dat ten -minste mogelijk was, die zelf het volk trachtte te veroveren, door zich aan zijn zijde -tegen de gevallen monarchen te verklaren. Maar zou hij ooit verder gaan? Was hij niet -ingemetseld achter de bronzen deur van het Vaticaan, in de strenge Katholieke formule, -waaraan de eeuwen hem vastketenden? Hij moest daar blijven, het zou hem onmogelijk -zijn zich tot zijn werkelijke almacht, tot die zuiver geestelijke macht, tot die moreele -autoriteit van het hiernamaals te beperken, die de menschheid aan zijn voeten bracht, -die bewerkte, dat de pelgrims neerknielden en vrouwen in onmacht vielen. Rome opgeven, -afstand doen van de wereldlijke macht zou gelijk staan met het middelpunt der Katholieke -wereld te veranderen. Dan zou de paus de paus niet meer zijn, niet meer het hoofd -van het Katholicisme, maar een ander, het hoofd van iets anders. Welke onrustige gedachten -moesten, terwijl hij daar aan het raam stond, door zijn brein gaan, wanneer de avondwind -menigmaal het onduidelijke beeld van dien andere, de vrees voor den nieuwen, nog onbestemden -godsdienst met zich bracht, die zich voorbereidde in het doffe stappen der voorwaarts -marcheerende naties! -</p> -<p>Maar op dat oogenblik voelde Pierre, dat de witte, roerlooze schim achter de ramen -staande gehouden werd door den trots, door de voortdurende zekerheid, dat hij zou -overwinnen. Wanneer menschenhanden daartoe niet in staat zouden zijn, dan zou het -wonder tusschenbeide treden. Hij had de vaste overtuiging, dat hij weer in het bezit -zou komen van Rome; en zoo niet hij, dan zijn opvolger. Had de Kerk in haar onbedwingbare -levenskracht en levensenergie niet de eeuwigheid voor zich? Trouwens, waarom zou hij -zelf niet in het bezit van Rome komen? Vermocht God zelfs niet het onmogelijke? Morgen, -als God het wilde, zou ondanks alle menschelijke redeneeringen, ondanks alle schijnbare -logica der feiten, zijn stad hem door de een of andere plotselinge wending in de geschiedenis -teruggegeven worden. O, welk een feestelijke ontvangst zou hij de verloren dochter, -wier dubbelzinnige avonturen hij met zijn door tranen vochtige vaderoogen steeds gevolgd -had, bereiden! Hoe gauw zou hij de uitspattingen vergeten, waarvan hij achttien jaar -lang <span class="pagenum">[<a id="pb309" href="#pb309">309</a>]</span>op alle uren en in alle jaargetijden getuige geweest was! Misschien peinsde hij, over -wat hij doen zou met die nieuwe wijken, waarmede men haar bezoedeld had: zou hij ze -sloopen of zou hij ze daar laten staan als een getuigenis van den waanzin der overweldigers? -Zij zou weer de verheven en doode stad worden, die een souvereine minachting had voor -alle ijdele zorgen van zindelijkheid en materieel welzijn, die als een reine ziel -in den overgeleverden roem der vervlogen eeuwen over de wereld stralen zou. -</p> -<p>En hij peinsde verder, hij stelde zich voor hoe alles, ongetwijfeld reeds morgen, -in zijn werk zou gaan. Alles was beter dan het Huis van Savoye, zelfs een republiek. -Waarom niet een federatieve republiek, die Italië volgens de oude, nu afgeschafte, -politieke indeeling verbrokkelen, hem Rome teruggeven, hem tot den beschermer van -den op die wijze herstelden staat kiezen zou? Dan strekte zijn blik zich verder dan -Rome, verder dan Italië uit; zijn droom breidde zich uit, steeds verder uit, omvatte -het republikeinsche Frankrijk, Spanje, dat het weer worden kon, ja, zelfs Oostenrijk, -dat eenmaal gewonnen zou worden—al de Katholieke naties, die dan de Vereenigde Staten -van Europa worden en onder het hooge voorzitterschap van den Pontifex Maximus vreedzaam -en in broederschap leven zouden. En dan de hoogste triomf, wanneer ten slotte alle -andere Kerken verdwijnen, alle andersdenkende volkeren tot hem komen zouden als tot -den eenigen herder, wanneer Jezus in zijn persoon over de universeele democratie regeeren -zou. -</p> -<p>Plotseling werd Pierre in zijn droom, dien hij aan Leo XIII toeschreef, gestoord. -</p> -<p>“Mijn waarde abbé, kijk toch eens naar den toon van de standbeelden op de zuilengaanderij,” -zeide Narcisse. -</p> -<p>Hij had zich een kop koffie laten brengen en rookte, zich weer geheel overgevend aan -zijn geraffineerde aesthetica, langzaam een sigaret -</p> -<p>“Zij zijn rose, niet waar? Een rose, dat langzaam overgaat in mauve, alsof het blauwe -bloed der engelen in hun steenen aderen vloeide … Het is de zon van Rome, die hun -dat bovenaardsche leven verleent, want zij leven, ik heb gezien hoe ze op sommige -mooie avonden tegen me glimlachten en de armen naar mij uitstrekten … Ach, Rome, het -wonderbare en verrukkelijke Rome! Men zou hier arm als Job willen leven in de bestendige -vreugde zijn bekoring in te ademen!” -</p> -<p>Ditmaal kon Pierre zijn verbazing niet bedwingen, nu hij <span class="pagenum">[<a id="pb310" href="#pb310">310</a>]</span>zich zijn nuchtere stem, zijn zoo helderen en drogen zakengeest herinnerde. Dan keerden -zijn gedachten terug naar de Prati del Castello en een eindelooze droefheid maakte -zich van hem meester, toen hij zich zooveel ellende en zooveel lijden voor den geest -riep. Hij zag weer de schandelijke vuilheid, waarin zooveel schepsels ten gronde gingen, -die vreeselijke sociale onrechtvaardigheid, welke de groote meerderheid veroordeelt -tot een bestaan van vervloekte, vreugde- en broodlooze dieren. En toen zijn blikken -weer teruggingen naar de vensters van het Vaticaan en hij meende te zien, hoe achter -de ramen een witte hand zich ophief, dacht hij aan den pauselijken zegen, dien Leo -XIII van deze hoogte over Rome, over de Campagna en de bergen aan de geloovigen der -geheele Christenheid gaf. Maar deze zegen scheen hem plotseling belachelijk en onmachtig -toe, daar hij in zoovele eeuwen niet in staat geweest was, één enkele smart der menschheid -te onderdrukken, omdat hij zelfs niet in staat geweest was een weinig rechtvaardigheid -te scheppen voor de ongelukkigen, die daar beneden, onder zijn venster, in doodsstrijd -verkeerden. -<span class="pagenum">[<a id="pb311" href="#pb311">311</a>]</span></p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e2693" href="#xd29e2693src">1</a></span> Hoe mooi! <a class="fnarrow" href="#xd29e2693src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e2858" href="#xd29e2858src">2</a></span> Pauselijke kanselarij. <a class="fnarrow" href="#xd29e2858src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch9" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">NEGENDE HOOFDSTUK</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Daar Benedetta Pierre had laten zeggen, dat zij hem gaarne wilde spreken, ging hij -dien avond bij het invallen van de schemering naar beneden en vond haar in den salon -in een druk gesprek met Celia. -</p> -<p>“Ik heb jullie Pierina gezien,” riep het jonge meisje, juist toen hij binnenkwam, -uit. “Ja, ja, en nog wel met Dario. Dat wil zeggen, zij moet hem opgewacht hebben; -hij zag, dat zij in een laan van den Pincio op hem stond te loeren, en glimlachte -tegen haar. Toen begreep ik het dadelijk … Wat een zeldzame schoonheid!” -</p> -<p>Benedetta glimlachte zachtjes over haar geestdrift. Maar er kwam een pijnlijke, droevige -plooi om haar mond, want, hoewel zij zeer verstandig was, begon deze hartstocht, die, -zooals zij voelde, oprecht en sterk was, haar toch te hinderen. Dat Dario elders zijn -genoegens zocht, kon zij begrijpen, daar zij zich niet aan hem geven wilde en hij -jong en geen geestelijke was. Maar dit ongelukkige meisje hield te veel van hem en -zij was bang, dat hij zich zou kunnen compromitteeren; een zoo groote schoonheid verontschuldigde -alles. Zij verried dan ook het geheim van haar hart, door het gesprek een andere wending -te geven. -</p> -<p>“Ga zitten, mijnheer de abbé … U ziet, we zijn aan het kwaadspreken. Mijn arme Dario -wordt ervan beschuldigd, dat hij alle schoonheden van Rome in het ongeluk stort … -Zoo vertelt men ook, dat men in hem den gelukkige zien moet, die de witte rozen geeft, -waarmede Tonietta de laatste veertien dagen op den Corso rondrijdt.” -</p> -<p>Celia vatte dadelijk vlam. -</p> -<p>“Maar dat is beslist zeker. In den beginne heeft men getwijfeld en den kleinen Pontecorvo -en luitenant Moretti genoemd. Je kan je voorstellen, hoe er gekletst werd … <span class="pagenum">[<a id="pb312" href="#pb312">312</a>]</span>Maar nu weet iedereen, dat de vlam van Tonietta Dario in eigen persoon is. Trouwens -hij heeft in den Costanzi-schouwburg zijn opwachting in haar loge gemaakt.” -</p> -<p>Toen Pierre haar zoo hoorde praten, herinnerde hij zich die Tonietta, die de jonge -prins hem op den Pincio gewezen had, een der weinige demi-mondaines, waarover de hoogere -Romeinsche kringen spraken. En hij herinnerde zich ook de galante bijzonderheid, die -haar beroemd maakte, de onzelfzuchtige liefde, die zij meermalen voor een geliefde -opvatte, van wien zij niets aannam dan iederen ochtend een ruiker witte rozen, zoodat, -wanneer zij soms weken achtereen op den Corso met de reine bloemen rondreed, de dames -der hoogere kringen brandend nieuwsgierig waren naar den naam van den uitverkoren -en aangebeden man. Sedert den dood van den ouden markies Manfredi, die haar zijn klein -paleis in de Via dei Mille nagelaten had, was Tonietta beroemd om haar onberispelijk -rijtuig en haar elegante, maar eenvoudige toiletten, welke alleen door ietwat opzichtige -hoeden ontsierd werden. De rijke Engelschman, die haar onderhield, was nu reeds sedert -een maand op reis. -</p> -<p>“Zij is werkelijk heel mooi, heel mooi,” herhaalde Celia overtuigd, met haar rein -gezichtje van maagd, die zich slechts voor liefdeszaken interesseert. “En dan haar -groote, zachte oogen; o, zij is niet zoo mooi als Pierina, dat is trouwens onmogelijk; -maar toch prettig om naar te kijken, een echt feest voor je oogen!” -</p> -<p>Met een onwillekeurig gebaar scheen Benedetta Pierina weer ter zijde te schuiven, -terwijl zij daarentegen Tonietta aanvaardde; zij wist heel goed, dat zij maar een -eenvoudige afleiding, een tijdelijke streeling voor zijn oogen was. -</p> -<p>“Zoo,” zeide zij glimlachend; “mijn arme Dario ruïneert zich dus met witte rozen! -Daar moet ik hem eens mee plagen … Wanneer onze zaken niet gauw in orde komen, zullen -zij hem mij ten slotte nog ontstelen … Gelukkig heb ik uitstekende berichten. Ja, -het proces zal weer beginnen; tante is juist daarvoor uitgegaan!” -</p> -<p>Toen Celia opstond op het oogenblik dat Victorine een lamp bracht, wendde Benedetta -zich tot Pierre, die eveneens opgestaan was. -</p> -<p>“Blijf nog even, ik wou u graag spreken.” -</p> -<p>Maar Celia bleef ook nog: zij was nu een en al belangstelling voor de echtscheiding -van haar vriendin, wilde weten hoe het met de zaak stond en of het huwlijk nu <span class="pagenum">[<a id="pb313" href="#pb313">313</a>]</span>gauw plaats zou hebben. Zij omhelsde haar hartstochtelijk. -</p> -<p>“Dus heb je weer hoop? Geloof je, dat de Heilige Vader je je vrijheid terug zal geven? -O, lieveling, wat ben ik blij voor je. Hoe heerlijk zal het zijn, als jij en Dario -kunnen trouwen!… Ik van mijn kant heb ook geen reden tot klagen, want ik zie heel -goed, dat mijn vader en mijn moeder genoeg krijgen van mijn koppigheid. Gisteren nog -heb ik hun met mijn gewone kalmte gezegd: ‘Ik wil Attilio hebben en u zult hem mij -geven!’ Toen is mijn vader verschrikkelijk woedend geworden, hij heeft me met beleedigingen -overstelpt, me met zijn vuist gedreigd en geschreeuwd, dat, wanneer ik een even harden -kop had als hij, hij den mijne toch zou breken. Plotseling begon hij woedend uit te -varen tegen mijn moeder, die er zwijgend bij stond: ‘Geef haar dan haar Attilio, dan -laat zij ons ten minste met rust …’ Neen, hoor, ik ben erg in mijn schik!” -</p> -<p>Pierre en Benedetta konden hun lachen niet bedwingen, zoo straalde haar lelierein -madonnagezichtje van onschuldige en hemelsche vreugde. Eindelijk ging zij weg met -haar kamenier, die in den eersten salon op haar zat te wachten. -</p> -<p>Zoodra zij alleen waren, vroeg Benedetta den priester weer te gaan zitten. -</p> -<p>“Waarde vriend, men heeft mij opgedragen u een zeer dringenden raad te geven … Het -schijnt, dat uw aanwezigheid te Rome algemeen bekend geworden is en dat er zeer verontrustende -praatjes over u in omloop zijn. Uw boek zou een vurige oproep tot het schisma zijn, -u zelf slechts een eerzuchtige en oproerige afvallige, die na zijn werk te Parijs -uitgegeven te hebben, naar Rome gekomen is, om er een vreeselijk schandaal over te -ontketenen en het op die manier te lanceeren … Indien u er nog steeds op staat Zijne -Heiligheid te spreken, om uw zaak te bepleiten, raadt men u aan gedurende twee of -drie weken geheel te verdwijnen, zoodat men uw aanwezigheid hier vergeet.” -</p> -<p>Pierre luisterde met de grootste verbazing. Ze zouden hem nog krankzinnig maken; ze -zouden hem nog op het denkbeeld brengen zich af te scheiden en een schandaal te maken, -wanneer zij zijn geduld nog langer op de proef wilden stellen, daar misbruik van wilden -maken. Hij wilde zich verzetten, protesteeren. Dan echter maakte hij een gebaar van -moeheid. Waarom zou hij dat doen tegenover deze jonge vrouw, die toch in ieder geval -oprecht en hem goed gezind was? -<span class="pagenum">[<a id="pb314" href="#pb314">314</a>]</span></p> -<p>“Wie heeft u verzocht mij dien raad te geven?” -</p> -<p>Zij gaf geen antwoord, glimlachte slechts. Dan kreeg hij een plotselinge ingeving. -</p> -<p>“Het is monsignor Nani, niet waar?” -</p> -<p>Nu begon zij, zonder blijkbaar een direct antwoord op de vraag te willen geven, den -lof van den prelaat te zingen. Ditmaal had hij erin toegestemd haar leidsman te zijn -in het eindelooze proces over de nietigverklaring van haar huwlijk. Hij had er lang -over gesproken met haar tante, donna Serafina, die nu juist naar het paleis van den -S. Offizio was, om hem rapport uit te brengen over enkele stappen, die zij hadden -gedaan. Pater Lorenza, de biechtvader van de tante en van de nicht, zou ook bij het -onderhoud tegenwoordig zijn, want dit heele echtscheidingsproces was eigenlijk zijn -werk: hij had er de twee vrouwen steeds toe aan gezet, als wilde hij den band, dien -de patriottische pastoor Pisoni gelegd had, weer losmaken. Zij werd steeds meer opgewonden -en zeide hem, waarom haar verwachtingen zoo hoog gespannen waren. -</p> -<p>“Monsignor Nani kan alles, juist daarom ben ik juist zoo gelukkig, dat mijn zaak in -zijn handen is … Kom, beste vriend, wees ook verstandig, verzet u niet, laat u door -hem leiden. Ik sta er u borg voor, dat gij u er goed bij bevinden zult!” -</p> -<p>Met gebogen hoofd dacht Pierre na. Rome had hem in zijn boeien geslagen; hij kon er -ieder uur zijn nog steeds toenemende weetgierigheid bevredigen, en de gedachte, nog -twee of drie weken hier te blijven, had volstrekt niets afstootelijks voor hem. Ongetwijfeld -voelde hij, dat al dat telkens weer uitstellen zijn wilskracht zou kunnen verminderen, -een slijtage zou kunnen veroorzaken, waaruit hij verzwakt, ontmoedigd en tot niets -meer nut te voorschijn zou komen. Maar waarom behoefde hij eigenlijk bang te zijn, -daar hij zich plechtig gezworen had en steeds nog zwoer niets van zijn boek te zullen -terugtrekken en den Heiligen Vader slechts te willen spreken, om zijn nieuw geloof -nog krachtiger te verkondigen? Zacht legde hij dien eed nogmaals voor zichzelf af -en gaf dan toe. En toen hij zich verontschuldigde, dat hij in het paleis lastig zou -worden, riep zij uit: -</p> -<p>“Neen, ik ben veel te blij u te hebben. Ik houd u vast; ik heb nu eenmaal de overtuiging, -dat uw aanwezigheid hier ons aller geluk brengen zal, nu de kans schijnt te keeren.” -<span class="pagenum">[<a id="pb315" href="#pb315">315</a>]</span></p> -<p>Zij spraken nu af, dat hij niet meer zou gaan ronddwalen om de St. Pieter en het Vaticaan, -waar het voortdurend zien van zijn soutane de aandacht getrokken scheen te hebben. -Hij beloofde zelfs de eerste acht dagen het paleis zoo goed als niet te zullen verlaten, -daar hij toch nog gaarne enkele boeken in Rome zelf wilde lezen. Dan bleef hij nog -een oogenblikje praten; hij voelde zich zoo gelukkig-kalm in de groote rust, die er -in den salon heerschte, sedert de lamp hen met haar schemer verlichtte. Het had zes -uur geslagen, op straat was het reeds geheel donker. -</p> -<p>“Voelde Zijne Eminentie zich vandaag niet wel?” vroeg hij. -</p> -<p>“Ja zeker,” antwoordde de contessina; “alleen wat moe, maar volstrekt niets verontrustends … -Mijn oom heeft mij door don Vigilio laten zeggen, dat hij zijn kamer zou houden en -daar zijn secretaris enkele brieven zou dicteeren … Neen, het heeft niets te beteekenen.” -</p> -<p>Weer viel een stilte in, geen geluid kwam van de eenzame straat of uit het oude, ledige, -als een graf zoo stomme paleis. Maar op dat oogenblik kwam iemand met fladderende -rokken en hijgend van schrik den zacht sluimerenden, met de mildheid van een hoopvollen -droom vervulden salon binnenstormen. Het was Victorine. -</p> -<p>“Contessina, contessina …” -</p> -<p>Benedetta was doodsbleek en koud, als was een ongelukswind binnengewaaid, opgestaan. -</p> -<p>“Wat is er … Waarom loop je zoo hard en beef je zoo?” -</p> -<p>“Dario, mijnheer Dario, beneden … Ik was gaan kijken of ze de lamp onder de poort -wel aangestoken hadden, dat vergeten ze zoo dikwijls … En daar, onder de poort, ben -ik in den donker over mijnheer Dario gestruikeld … Hij ligt op den grond, hij schijnt -met een mes gestoken te zijn …” -</p> -<p>Een kreet van wanhoop rees uit Benedetta’s borst op. -</p> -<p>“Dood!” -</p> -<p>“Neen, neen, gewond!” -</p> -<p>Maar zij hoorde het niet, bleef steeds luider roepen: -</p> -<p>“Dood! Dood!” -</p> -<p>“Neen, neen, hij heeft tegen me gesproken … Om Godswil wees toch stil! Hij heeft mij -ook bevolen te zwijgen, omdat hij niet wil, dat iedereen het weet; ik mocht alleen -u, en niemand anders halen, maar nu mijnheer de abbé hier toch is, wil hij misschien -wel helpen. We zullen hem best gebruiken kunnen.” -</p> -<p>Pierre luisterde ontsteld. Toen zij de lamp wilde nemen, <span class="pagenum">[<a id="pb316" href="#pb316">316</a>]</span>zagen zij, dat haar bevende rechterhand met bloed bevlekt was; blijkbaar had zij het -op den grond liggende lichaam betast. Dat gezicht was zóó verschrikkelijk voor Benedetta, -dat zij opnieuw begon te gillen. -</p> -<p>“Wees toch stil, om Godswil, wees toch stil!… Laten we zoo zacht mogelijk naar beneden -gaan! Ik neem de lamp alleen maar mee, omdat we toch moeten kunnen zien … Gauw, gauw!” -</p> -<p>Beneden, dwars onder de poort, voor den ingang van den vestibule, lag Dario op de -steenen, als had hij, na op straat aangevallen te zijn, nog slechts de kracht gehad -enkele passen te doen, om daar neer te vallen. Hij was bewusteloos geworden en lag -daar nu met een doodsbleek gezicht, op elkaar gedrukte lippen en gesloten oogen. Benedetta, -die ondanks haar hevigen angst de energie van haar ras teruggevonden had, jammerde -en gilde niet meer, doch keek, zonder te begrijpen, met haar groote, droge, wijdgeopende, -waanzinnige oogen, naar hem. Het verschrikkelijke was het onverwachte, het onbegrijpelijke, -het waarom en het hoe van dien moord te midden van de sombere stilte van het oude, -verlaten, door het donker van den nacht vervulde paleis. De wond bloedde blijkbaar -zeer weinig, want slechts zijn kleeren waren met bloed bevlekt. -</p> -<p>“Gauw, gauw!” herhaalde Victorine fluisterend, nadat zij de lamp wat had laten zakken, -om het lichaam beter te kunnen zien. “De portier is er niet, die zit altijd hiernaast -gekheid te maken met de vrouw van den schrijnwerker. U ziet, dat hij de lantaarn nog -niet aangestoken heeft, maar hij kan natuurlijk ieder oogenblik terugkomen … Mijnheer -de abbé en ik zullen den prins gauw naar zijn kamer dragen.” -</p> -<p>Alleen zij met haar prachtige kalmte hield haar hoofd bij elkaar. De twee anderen -luisterden in hun verdooving, die maar niet wijken wilde, zonder een woord te kunnen -vinden, en gehoorzaamden haar als zoete kinderen. -</p> -<p>“U moet ons bijlichten, contessina. Houd de lamp een beetje laag, anders kunnen we -de treden niet zien … Neem u hem bij zijn beenen, mijnheer de abbé, dan zal ik hem -onder zijn armen dragen. Wees maar niet bang, de arme jongen is niet zoo zwaar!” -</p> -<p>Gelukkig lag het uit drie vertrekken, een slaapkamer, een toiletkamer en een salon, -bestaande appartement van Dario op de eerste verdieping, naast dat van den kardinaal, -in den vleugel, die op den Tiber uitzag. Nadat zij de trap waren <span class="pagenum">[<a id="pb317" href="#pb317">317</a>]</span>opgegaan, behoefden zij slechts zoo zachtjes mogelijk de gang af te loopen en konden -dan tot hun groote verlichting den gewonde op zijn bed leggen. -</p> -<p>Victorine kon een lachje van voldoening niet onderdrukken. -</p> -<p>“Zoo, dat is alweer klaar … Zet u de lamp nu maar neer, contessina. Daar, op die tafel … -En ik verzeker u, dat niemand ons gehoord heeft; het is maar gelukkig, dat donna Serafina -uit is en Zijn Eminentie don Vigilio bij zich gehouden heeft … Ik heb zijn schouders -in mijn rok gewikkeld, zoodat er geen droppeltje bloed is gevallen; en strakjes zal -ik zelf met de spons den drempel schoonmaken.” -</p> -<p>Zij zweeg even en ging naar Dario kijken. -</p> -<p>“Hij ademt … Nu dan laat ik hem maar aan uw zorg over en ga ik gauw dien goeden dokter -Giordano halen, die u op de wereld heeft zien komen en op wien we vertrouwen kunnen.” -</p> -<p>Toen Benedetta en Pierre met den bewusteloozen gewonde alleen waren in deze half donkere -kamer, waarin nu het vreeselijke schrikbeeld, dat in hen was, scheen te huiveren, -bleven zij ieder aan een kant van het bed staan, zonder nog een woord te <span class="corr" id="xd29e3005" title="Bron: knnnen">kunnen</span> vinden. Zij had in de behoefte om haar smart te ontspannen en er lucht aan te geven<span class="corr" id="xd29e3008" title="Bron: ;">,</span> haar armen uitgebreid en steunde handenwringend. Dan boog zij zich voorover en keek -op het bleeke gelaat met de gesloten oogen naar leven. Hij ademde inderdaad, maar -zeer langzaam en nauwlijks merkbaar. Een flauwe blos kwam echter op zijn wangen en -eindelijk sloeg hij zijn oogen op. -</p> -<p>Onmiddellijk had zij zijn hand gegrepen en gedrukt, als wilde zij den angst van haar -hart in dien druk leggen; en een gevoel van groot geluk maakte zich van haar meester, -toen zij voelde, dat hij dien beantwoordde: -</p> -<p>“Je ziet me toch, je hoort me toch?… Wat is er gebeurd, lieve God?” -</p> -<p>Maar hij antwoordde niet, de aanwezigheid van Pierre scheen hem onrustig te maken. -Toen hij hem <span class="corr" id="xd29e3015" title="Bron: erkend">herkend</span> had, scheen hij er zich bij neer te leggen, maar hij keek angstig rond, of er nog -niet iemand anders in de kamer was. Eindelijk prevelde hij: -</p> -<p>“Niemand heeft het gezien; niemand weet …” -</p> -<p>“Neen, neen, stel je gerust. Wij hebben je met Victorine boven kunnen brengen, zonder -dat iemand het gezien heeft. Tante is uit en oom heeft zich in zijn kamer opgesloten.” -</p> -<p>Hij scheen nu verlicht te zijn, glimlachte. -<span class="pagenum">[<a id="pb318" href="#pb318">318</a>]</span></p> -<p>“Niemand mag het weten; het is zoo belachelijk.” -</p> -<p>“Wat is er toch gebeurd, lieve God?” vroeg zij opnieuw. -</p> -<p>“Ik weet het niet, ik weet het niet!” -</p> -<p>Met een moe gebaar deed hij zijn oogen dicht, aldus trachtende aan de vraag te ontsnappen. -Doch dan scheen hij te begrijpen, dat het beter was dadelijk een deel der waarheid -te zeggen. -</p> -<p>“Een man, die zich onder de donkere poort verborgen had en daar op mij wachtte … En -toen ik thuis kwam, heeft hij me met een mes in mijn schouder gestoken …” -</p> -<p>Bevend boog zij zich nog verder over hem heen, keek hem diep in zijn oogen en vroeg: -</p> -<p>“Maar wie was die man?” -</p> -<p>En toen hij met een steeds vermoeider stem stamelde, dat hij het niet wist, dat de -man in het donker gevlucht was, zonder dat hij hem had kunnen herkennen, stiet zij -een vreeselijken kreet uit. -</p> -<p>“Het is Prada, het is Prada; zeg het maar, ik weet het immers toch.” -</p> -<p>Zij kon zich niet bedwingen. -</p> -<p>“Ik weet het, hoor je? Ik ben de zijne niet geweest en hij wil niet, dat ik de jouwe -ben; hij zal je liever vermoorden op den dag, dat ik vrij zal zijn me aan jou te geven. -Ik ken hem wel, nooit zal ik gelukkig zijn … Het is Prada, het is Prada!” -</p> -<p>Doch een plotselinge kracht bezielde den gewonde, hij protesteerde opgewonden: -</p> -<p>“Neen, neen, het is Prada niet en ook niet iemand, die het voor hem gedaan heeft … -Dat zweer ik je. Ik heb den man niet herkend, maar het is Prada niet.” -</p> -<p>Er lag zulk een klank van waarheid in Dario’s stem, dat Benedetta wel overtuigd moest -zijn. Trouwens de angst maakte zich van haar meester; zij voelde zijn hand, die zij -nog steeds in de hare hield, slap en klam en krachteloos worden. Uitgeput door de -inspanning, was hij weer met doodsbleek gelaat en gesloten oogen in onmacht gevallen. -Hij scheen te sterven. -</p> -<p>Wanhopig bevoelde zij hem met haar handen. -</p> -<p>“Kijk toch eens, mijnheer de abbé, kijk toch eens … Hij sterft! Hij sterft! Hij is -reeds heelemaal koud … O, groote God, hij sterft!” -</p> -<p>Pierre trachtte haar gerust te stellen. -</p> -<p>“Hij heeft te veel gesproken en daardoor zijn bewustzijn <span class="pagenum">[<a id="pb319" href="#pb319">319</a>]</span>weer verloren, precies als daareven … Ik verzeker u, dat ik zijn hart voel kloppen. -Leg uw hand maar hier … Om Godswil, wind u niet zoo op; de dokter komt dadelijk en -alles loopt goed af.” -</p> -<p>Maar zij luisterde niet naar hem, en hij was nu getuige van een tooneel, dat hem met -de grootste verbazing vervulde. Plotseling had zij zich op het lichaam van den aangebeden -man geworpen, drukte hem als waanzinnig tegen zich aan, overstroomde hem met haar -tranen en bedekte hem met haar kussen, terwijl zij hartstochtelijke woorden stamelde: -</p> -<p>“O, als ik je verliezen moest, als ik je verliezen moest! En ik heb me niet aan hem -gegeven, ik ben zoo dom geweest me aan hem te weigeren, toen het nog tijd was het -geluk te kennen … Ja, om de Madonna, omdat ik dacht, dat zij maagdelijkheid op prijs -stelde en dat men zich rein moet houden voor zijn echtgenoot, als men wil, dat zij -het huwlijk zegent … Wat zou het haar gehinderd hebben, indien wij onmiddellijk gelukkig -geweest waren? En dan, dan … als zij mij bedrogen had, wanneer zij je van mij wegnam, -zonder dat we in elkaars armen gerust hadden, dan zou ik maar van één ding spijt hebben; -dat ik niet gelijk met jou verdoemd ben! Ja, ja, liever de verdoemenis dan elkaar -niet bezeten te hebben met ons bloed, met onze lippen!” -</p> -<p>Was dat de zoo kalme, zoo verstandige vrouw, die geduld oefende, om haar geluk beter -in te richten! Pierre kende haar in zijn verbijstering niet meer. Tot dusver had hij -haar nooit anders gekend dan gereserveerd, zoo natuurlijk-kuisch, dat de bijna kinderlijke -bekoring daarvan als het ware uit haar natuur zelf scheen voort te komen. Ongetwijfeld -was onder de bedreiging van het gevaar en van den angst het verschrikkelijke bloed -der Boccanera’s in haar ontwaakt, een geheel atavisme van heftigheid, hoogmoed, razende, -wanhopige en ontketende begeerten. Zij wilde haar deel van het leven, haar deel van -de liefde. Zij morde en raasde alsof de dood, wanneer hij haar haar geliefde ontnam, -een stuk van haar eigen vleesch wegrukte. -</p> -<p>“Maar ik smeek u, mevrouw, wees toch kalm,” herhaalde de priester. “Hij leeft, zijn -hart klopt … U doet er u zelf zooveel kwaad mede.” -</p> -<p>Maar zij wilde met hem sterven. -</p> -<p>“O, lieveling, neem mij met je mede, neem mij met je mede, wanneer je weggaat … Ik -zal me op je hart nederleggen, ik zal je zoo vast in mijn armen drukken, dat zij <span class="pagenum">[<a id="pb320" href="#pb320">320</a>]</span>één zullen worden met de jouwe, en dat ze ons samen zullen moeten begraven … Ja, ja, -wij zullen dood en toch getrouwd zijn. Ik heb je beloofd aan niemand anders te zullen -toebehooren dan aan jou; ik zal ondanks alles de jouwe zijn, als het moet in de aarde … -O lieveling, doe je oogen, doe je mond open, kus me, wanneer je niet wilt, dat ook -ik sterf, wanneer jij dood bent.” -</p> -<p>Door de donkere kamer met de oude, ingeslapen muren was een vlam van woesten hartstocht, -van vuur en bloed gestreken. Maar de tranen overweldigden Benedetta, diepe snikken -putten haar uit en wierpen haar verblind en krachteloos op den rand van het bed. Gelukkig -maakte de dokter, dien Victorine medegebracht had, een einde aan het verschrikkelijk -tooneel. -</p> -<p>Dokter Giordano, die de zestig reeds voorbij was, was een klein, witharig, gladgeschoren -mannetje met blozende wangen, wiens vaderlijke persoonlijkheid te midden van zijn -kerkelijke praktijk de allures van een prelaat aangenomen had. Het was, naar algemeen -beweerd werd, een goedhartig man, die de armen gratis behandelde en in delicate gevallen -zoo gesloten en gereserveerd was als een priester. Sedert dertig jaar hadden al de -Boccanera’s, vrouwen, kinderen, ja zelfs de kardinaal, zich aan zijn voorzichtige -handen toevertrouwd. -</p> -<p>Bijgelicht door Victorine en geholpen door Pierre, kleedde hij Dario, die door de -pijn uit zijn bewusteloosheid ontwaakt was, zoo zachtjes mogelijk uit, onderzocht -de wonde en verklaarde onmiddellijk glimlachend, dat er volstrekt geen gevaar bij -was. Het zou niets beteekenen, hoogstens drie weken te bed, en voor complicaties behoefde -men niet bang te zijn. Evenals alle Romeinsche artsen was hij een liefhebber van mooie -messteken, die hij dagelijks onder het lagere volk te behandelen kreeg, hij bleef -met welgevallen naar de wond kijken, bewonderde die als kenner en vond ongetwijfeld, -dat het prachtig gedaan was. Hij fluisterde den prins in: -</p> -<p>“Wij noemen dat een waarschuwing … De man heeft u niet willen dooden, de steek is -van boven naar beneden toegebracht, zoodat het mes door het vleesch gegaan is, zonder -zelfs het been te raken … Een knappe kerel, die zoo steken kan!” -</p> -<p>“Ja, ja,” prevelde Dario; “hij heeft me gespaard, anders zou hij me door en door gestoken -hebben.” -<span class="pagenum">[<a id="pb321" href="#pb321">321</a>]</span></p> -<p>Benedetta hoorde er niets van. Toen de dokter verklaard had, dat er absoluut geen -gevaar was en de zwakte en de bezwijming alleen het gevolg waren van den heftigen -zenuwschok, was zij in een toestand van volkomen uitputting op een stoel neergevallen. -Het was de ontspanning der vrouw na den vreeselijken wanhoopsaanval. Zachte, stille -tranen begonnen langzaam uit haar oogen te stroomen; dan stond zij weer op en omhelsde -Dario in een ontboezeming van hartstochtelijke, stille vreugde. -</p> -<p>“Luister eens, beste dokter,” ging hij voort; “niemand behoeft er iets van te weten. -Deze geschiedenis is zoo belachelijk … Niemand heeft het blijkbaar gezien, behalve -mijnheer de abbé, aan wien ik geheimhouding vraag … En laat men vooral den kardinaal -of mijn tante—kortom, geen van de huisvrienden ongerust maken!” -</p> -<p>Dokter Giordano glimlachte kalm. -</p> -<p>“Goed, goed! Dat spreekt van zelf, maak je daar maar niet druk over … Voor alle anderen -ben je van de trap gevallen en heb je je schouder verrekt … En nu je verbonden bent, -moet je trachten wat te slapen en geen koorts te krijgen. Morgenochtend kom ik nog -eens kijken.” -</p> -<p>Nu vloten langzaam dagen vol groote kalmte voorbij; voor Pierre ontwikkelde zich een -geheel nieuw leven. De eerste dagen verliet hij zelfs het oude, ingeslapen paleis -niet; hij las en schreef en had geen andere afleiding dan dat hij iederen middag tot -het invallen van de schemering in de kamer van Dario zat, waar hij zeker was ook Benedetta -aan te treffen. Na een vrij hooge koorts van acht-en-veertig uren was het herstel -zijn gewonen gang gegaan; alles liep zoo goed mogelijk, de geschiedenis van den verrekten -schouder werd door iedereen geloofd, zoodat de kardinaal van de spaarzame donna Serafina -eischte, dat een tweede lantaarn op het portaal aangestoken zou worden, opdat een -dergelijk ongeluk niet weer gebeuren zou. De weer ontstane, monotone vrede werd slechts -gestoord door een laatsten schok, of liever door het dreigen van een moeilijkheid, -waarin Pierre op een avond, dat hij wat langer bij den herstellende bleef, gemengd -werd. -</p> -<p>Toen Benedetta zich eenige oogenblikken verwijderd had, boog Victorine, die een kop -bouillon was komen brengen, zich over den prins heen en fluisterde hem zacht in het -oor: -</p> -<p>“Een jong meisje, u weet wel Pierina, komt iederen dag huilend naar u vragen … Ik -kon haar niet wegsturen, zij <span class="pagenum">[<a id="pb322" href="#pb322">322</a>]</span>dwaalt maar om het huis rond; en ik vind het beter u maar te waarschuwen.” -</p> -<p>Ondanks zichzelf had Pierre het gehoord; plotseling begreep hij alles. Dario, die -hem aankeek, zag heel goed, wat hij dacht. En zonder Victorine antwoord te geven, -zeide hij: -</p> -<p>“Ja, abbé, het was die woesteling van een Tito … Nu vraag ik u, is het niet belachelijk?” -</p> -<p>Maar hoewel hij beweerde niets gedaan te hebben, waarom de broeder hem een waarschuwing -moest geven, zijn zuster niet aan te raken, glimlachte hij toch verlegen, zelfs een -beetje beschaamd over een dergelijke geschiedenis. Het was blijkbaar een heele opluchting -voor hem, toen de priester beloofde, als zij weer terugkwam, met haar te praten en -te trachten haar aan het verstand te brengen, dat zij thuis moest blijven. -</p> -<p>“Een belachelijke geschiedenis, belachelijk!” herhaalde de prins, terwijl hij, als -om zichzelf te honen, zijn woede overdreef. “Het is waarachtig iets uit de vorige -eeuw.” -</p> -<p>Plotseling zweeg hij. Benedetta kwam terug en ging weer naast haar lieven zieke zitten. -En het zoete waken duurde voort in de oude, slapende kamer, in het oude, doode paleis, -waaruit geen zuchtje opsteeg. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Toen Pierre weer uitging, waagde hij zich, om een beetje frissche lucht te scheppen, -nauwlijks in de wijk zelf. De Via Giulia interesseerde hem: hij kende haar vroegere -pracht uit den tijd van Julius II, die haar in een rechte lijn aanlegde en met grootsche -paleizen wilde omzoomen. Gedurende het carneval werden er wedrennen gehouden: men -begon, te voet of te paard, bij het paleis-Farnese en eindigde bij de piazza S. Pietro. -Hij had pas gelezen, dat de Fransche gezant, d’Estrée, markies van Couré, die in den -palazzo Saccheti woonde, daar in 1630 met pracht en praal de geboorte van den dauphin -gevierd had; hij liet drie wedrennen houden van de Sixtusbrug tot de S. Giovanni di -Fiorentini, waarbij een buitengewone weelde tentoongespreid werd: de straten waren -bestrooid met bloemen, alle vensters met de kostbaarste tapijten behangen. Den tweeden -avond werd een groot vuurwerk op den Tiber ontstoken, het schip Argo, waarmede Jason -uitvoer om het Gulden Vlies te veroveren. Een andermaal stroomde uit de Farnesische -fontein, den Mascherone, wijn. -<span class="pagenum">[<a id="pb323" href="#pb323">323</a>]</span></p> -<p>Hoe ver lagen die tijden nu al weg en wat waren zij veranderd! Hoe eenzaam en stil -lag nu de straat in de treurige verwaarloosde grootschheid, breed en recht, door de -zon beschenen of in diepe duisternis. Van ’s ochtends negen uur af blakerde de zon -op het plaveisel van den vlakken, trottoirloozen rijweg, terwijl aan de beide, afwisselend -van het felle licht in diepe schaduw overgaande kanten, de oude paleizen, de zware, -oude huizen, de antieke, met schilden en spijkers bedekte poorten, de met groote ijzeren -staven getraliede vensters, geheele verdiepingen met gesloten vensters sluimerden. -Zij waren als dichtgespijkerd, om het daglicht niet meer binnen te laten. Wanneer -de poortdeuren open stonden, zag men diepe overwelvingen, vochtige en kille, met groene -vlekken bedekte binnenplaatsen, die evenals kloosters met zuilengangen omgeven waren. -In de dépendances, in de lage gebouwen, die ten slotte vooral aan de Tiberzijde kleine -steegjes gevormd hadden, waren kleine winkeltjes en werkplaatsen gekomen, een kleermaker, -een boekbinder, vruchtenkeldertjes met vier tomaten en vier kropjes salade, kleine -wijndebieten, die producten van Frascati en Genzano hadden, en waarin de drinkers -gestorven schenen te zijn. -</p> -<p>In het midden van de straat bracht de gevangenis met haar afschuwlijk gelen muur al -heel weinig vroolijkheid. Een geheel net van telegraafdraden liep door deze lange -grafachtige gang met haar weinige voorbijgangers, waarin het stof van het verleden -neerviel, van het eene einde naar het andere, van de arcade van den palazzo Farnese -tot aan het verre uitzicht over de rivier, over de boomen van het hospitaal van den -Heiligen Geest. Maar vooral ’s avonds, wanneer de duisternis gevallen was, werd Pierre -getroffen door de eenzaamheid, door de soort gewijden afschuw, dien de straat dan -kreeg. Geen levende ziel, geen licht van de ramen, niets dan de dubbele rij lantaarns, -die ver van elkander staande, wel op nachtlichtjes geleken, welke opgeslokt werden -door de duisternis. De poorten waren gegrendeld en gebarricadeerd, geen geluid, geen -ademtocht drong eruit door. Slechts hier en daar een verlicht wijnwinkeltje, doffe -ramen, Waarachter in volkomen onbeweeglijkheid een lamp brandde, geen geroezemoes -van stemmen, geen gelach echter was te hooren! Alles wat leefde waren de schildwachten -voor de gevangenis; één voor de poort, één op den hoek van het steegje rechts, beiden -stijf en strak in de doode straat! -<span class="pagenum">[<a id="pb324" href="#pb324">324</a>]</span></p> -<p>Verder interesseerde hem het geheele stadsdeel, die oude, voorname wijk, welke nu -in vergetelheid geraakt en ver van het moderne leven verwijderd was, en nu nog slechts -een muffe kerklucht uitademde. Aan den kant van de S. Giovanni di Fiorentini, op de -plek, waar de nieuwe Corso Victor Emanuele alles vernietigd heeft, bestond een groote -tegenstelling tusschen de hooge, gebeeldhouwde, schitterende, nauwlijks voltooide -huizen van vijf verdiepingen en de zwarte, ingezakte en armzalige hutten van de naburige -steegjes. ’s Avonds glommen electrische bollen in verblindende witheid, terwijl de -enkele lantaarns van de Via Giulia en de andere straten niet meer dan walmende lampions -waren. Het waren vroeger beroemde straten: de Via dei Banchi Vecchi, de Via del Pellegrino, -de Via di Monserrato, verder tallooze dwarsstraten, die er doorheen liepen en ze onderling -verbonden, alle op den Tiber uitkwamen en zoo nauw waren, dat wagens er slechts met -moeite door konden. Iedere straat had haar eigen kerk, een menigte bijna gelijkvormige, -rijk versierde, zwaar vergulde en geschilderde kerken, die alleen op de uren van den -dienst geopend, en dan vol zon en wierook waren. In de Via Giulia stond behalve de -S. Giovanni di Fiorentini, behalve de S. Biagio della Pagnotta, behalve de Sant’ Eligio -degli Orefici, achter den palazzo Farnese nog de Santa Maria delle Morte, waarin hij -gaarne toefde, om te droomen van het onbewoonde Rome, van de boetepriesters, die den -dienst in die kerk waarnamen en wier taak het was de hun gesignaleerde verlaten lijken -in de Campagna te gaan halen. Op een avond woonde hij de zielemis van twee onbekende, -reeds veertien dagen lang onbegraven lijken bij. -</p> -<p>Maar zijn lievelingswandeling werd al heel gauw de nieuwe Tiberkade aan den achterkant -van den palazzo Boccanera. Hij behoefde slechts het nauwe straatje uit te loopen en -kwam dan op een eenzaam plekje, waar alles hem met eindelooze gedachten vervulde. -De kade was niet geheel afgemaakt, het werk scheen zelfs stil te liggen, het was een -ontzaglijke, met puin en gehouwen steenen bedekte werkplaats met half gesloten palissaden -en ingevallen loodsen. Het rivierbed was steeds hooger geworden, terwijl de onophoudelijke -opgravingen den bodem der stad lager gemaakt hebben. Om haar tegen overstroomingen -te beschermen, had men het water in die reusachtige vestingmuren gevangen gezet. Voor -dat doel had men ook de oude oevers zóó moeten <span class="pagenum">[<a id="pb325" href="#pb325">325</a>]</span>ophoogen, dat het terras van den kleinen tuin der Boccanera’s met zijn dubbele trap, -waaraan vroeger pleizierbootjes aanlegden, lager lag en gevaar liep begraven te worden -en te verdwijnen, wanneer men weer aan het straatwerk beginnen zou. Er was nog niets -genivelleerd, de aangevoerde aarde bleef er zoo liggen als de kipkarren die er uitstortten; -te midden van het materiaal, dat was blijven liggen, was niets te zien dan modderkuilen -en instortingen. Slechts armelui’s-kinderen kwamen spelen tusschen die puinhoopen, -waarin het paleis wegzonk, werklooze arbeiders sliepen er zwaar in de warme zon, terwijl -vrouwen haar wasch op de hoopen kiezelsteenen te drogen legden. Toch was het voor -Pierre een gelukkig toevluchtsoord, waar hij zeker was rust te zullen vinden en ongestoord -droomen kon, wanneer hij hier uren lang kwam zitten kijken naar de rivier, de kaden -en de stad. -</p> -<p>Van acht uur af verguldde de zon het onmetelijk gat met haar blond-geel licht. Wanneer -hij naar links keek, zag hij in de verte de daken van Trastevere, die zich grijsblauw -tegen den schitterenden hemel afteekenden. Rechts maakte de rivier voorbij de apsis -van de S. Giovanni di Fiorentini een bocht. De populieren van het hospitaal van den -Heiligen Geest drapeerden op den anderen oever hun donkergroen gordijn en lieten aan -den horizont het duidelijke profiel van de Engelenburcht zien. Maar vooral kon hij -zijn oogen bijna niet afhouden van den tegenoverliggenden oever, want daar was een -stuk van het heel oude Rome ongeschonden gebleven. Van de Sixtusbrug tot de Engelenbrug -bevond zich op den rechteroever het deel van den onvoltooid gebleven kade-aanleg, -dat, wanneer deze eenmaal voltooid zou zijn, later de rivier in de reusachtig hooge -en witte vestingmuren gevangen houden zou. -</p> -<p>En inderdaad deze buitengewone bezwering van den ouden tijd, van dien met een heel -stuk der oude pauselijke stad bedekten oever had iets verrassends en betooverends. -Aan de Via della Longara waren de gelijkvormige gevels blijkbaar opnieuw gepleisterd, -maar hier bleven de achterzijden van de tot aan het water loopende huizen zooals zij -waren: gescheurd, rosachtig, met vuil bedekt, als oude bronzen beelden door de heete -zon met een groenen tint bedekt. En welk een opeenhooping, wat een ongelooflijke opeenstapeling! -Onder donkere gewelven, waarin de rivier binnendrong, heiwerk, dat de muren schraagde, -stukken oud-Romeinschen <span class="pagenum">[<a id="pb326" href="#pb326">326</a>]</span>bouw, die loodrecht naar beneden liepen; dan steile, uit hun voegen geraakte, groen -geworden trappen, die uit het oeverzand opstegen, boven elkaar liggende terrassen, -verdiepingen met haar lange rijen onregelmatige kleine vensters, huizen, die boven -andere huizen uitstaken—en dat alles in een fantastisch gewemel van balcons, houten -galerijen, dwars over binnenplaatsen geslagen bruggen, boomgroepen, die uit de daken -schenen te groeien, en bijgebouwde dakkamertjes, die midden in de rose dakpannen gezet -waren. Een goot liep met groot lawaai uit een versleten en vervuild steenen bekken. -Overal, waar de oever door de meer achteruitgelegen huizen zichtbaar werd, was hij -met een wilde vegetatie, met onkruid, struiken en mantels van klimop, die in koninklijke -plooien op den grond sleepten, bedekt. De ellende, de vervuiling verdween onder de -glorie der zon, de oude, ingezonken, opeengehoopte gevels werden als van goud; de -voor de ramen te drogen hangende wasch pavoiseerde ze met het purper van de roode -rokken en de verblindende sneeuw van het linnen, terwijl verder weg, boven de wijk -uit, de Janiculus zich met het fijne profiel van de S. Onofrio tusschen pijnboomen -en cypressen verhief in de schittering der dagvorstinne. -</p> -<p>Dikwijls ging Pierre leunen over de borstwering van den reusachtigen kademuur en bleef -daar dan lang met een hart, dat vol droefheid over de doode eeuwen was, staan kijken -naar den onder hem stroomenden Tiber. Niets zou de groote moeheid van die oude wateren -kunnen schilderen, hun somber langzaam voortkabbelen onder in die Babylonische gracht, -die hen omsloot, tusschen de mateloos groote, rechte, gladde, kale, in hun nieuwe -leelijkheid geheel grauwe gevangenismuren. In de zon nam de gele rivier een gulden -tint aan en vlamde door de lichte schittering van zijn stroom in blauw en groen. Maar -zoodra zij in het donker lag, werd zij ondoorzichtig, modderkleurig, zoo oud, zoo -dik en zoo zwaar, dat de omringende huizen zich er niet eens in weerspiegelen konden. -Welk een troostelooze verlatenheid, welk een rivier van stilte en eenzaamheid! Ook -al mocht zij na de winterregens haar dreigenden vloed nog dikwijls voorwaarts stuwen, -toch sliep zij gedurende de lange maanden, dat de hemel blauw is, en stroomde geruischloos -door Rome. -</p> -<p>Men kon daar den geheelen langen dag staan, zonder dat een bark of een zeil er leven -aan gaf. De enkele booten, de twee of drie stoombootjes, die van de zeekust kwamen, -de <span class="pagenum">[<a id="pb327" href="#pb327">327</a>]</span>tartanes<a class="noteref" id="xd29e3105src" href="#xd29e3105">1</a>, die wijn van Sicilië brachten, ankerden alle aan den voet van den Aventinus. Verder -was het niet meer dan een woestijn, dood water, waarin hier en daar een onbeweeglijke -visscher zijn hengel hangen liet. Pierre zag iets naar rechts onder aan den ouden -oever nooit iets anders dan een soort oude, overdekte, platte schuit, een half verrotte -Arke Noachs, misschien was het een waschschuit, maar hij zag er nooit een levende -ziel. Verder lag er nog op een modderachtig punt een gestrande sloep met een gebarsten -zijde als een armzalig symbool, dat alle scheepvaart hier onmogelijk en opgegeven -was. O, deze rivierruïne, die even dood was als de beroemde ruïne, waarvan zij het -stof zoovele eeuwen lang bespoeld had! Nu was zij het moede! En wat riep zij niet -voor den geest op? Eeuwen van geschiedenis, zoovele dingen, zoovele menschen, die -de gele wateren weerspiegeld hadden, wier moeheid en walging zij overgenomen hadden, -tot zij, in hun vurig verlangen naar het Niet, zoo zwaar, zoo stil, zoo eenzaam geworden -waren. -</p> -<p>Hier was het, dat Pierre op een ochtend Pierina achter een der houten loodsen, die -tot bewaring van gereedschappen gediend hadden, zag staan. Zij rekte haar hals uit -en keek, nu al uren lang misschien, strak naar het raam van Dario’s kamer op den hoek -van het steegje en de kade. Ongetwijfeld bang geworden door de strenge manier, waarop -Victorine haar ontvangen had, had zij zich niet meer in het paleis durven vertoonen, -om naar hem te informeeren, maar nadat zij van een knecht gehoord had, waar het raam -was, ging zij daarheen en bracht er heele dagen door, om onvermoeibaar op een teeken -van leven en redding te wachten. Alleen de hoop reeds dat te zullen zien deed haar -hart woest kloppen. Diep ontroerd haar zich zoo ootmoedig, ondanks haar koninklijke -schoonheid zoo bevend van aanbiddende vereering te zien verbergen, ging hij naar haar -toe. In plaats van haar te beknorren en weg te jagen, zooals hem opgedragen was, praatte -hij vriendelijk en opgewekt met haar, alsof er niets voorgevallen was, en richtte -het gesprek zóó in, dat hij den naam van den prins kon noemen, om haar daarbij tevens -te zeggen, dat hij binnen veertien dagen weer op den been zou zijn. -</p> -<p>Eerst was zij, schuw en wantrouwend, opgesprongen en wilde vluchten. Maar toen zij -hem begrepen had, schoten de <span class="pagenum">[<a id="pb328" href="#pb328">328</a>]</span>tranen in haar oogen, en toch lachend, wierp zij hem gelukkig een kushand toe en riep -hem “Grazie, grazie!”<a class="noteref" id="xd29e3113src" href="#xd29e3113">2</a> toe, terwijl zij zich zoo vlug mogelijk uit de voeten maakte. Nooit heeft hij haar -meer teruggezien. -</p> -<p>Op een anderen ochtend zag Pierre, toen hij in de S. Brigitta op de piazza Farnese -zijn mis wilde gaan lezen, tot zijn groote verbazing Benedetta, ondanks het vroege -uur, reeds uit de kerk komen. Zij had een klein fleschje olie in haar hand. Zij toonde -in het geheel geen verlegenheid daarover en vertelde hem, dat zij om de twee of drie -dagen bij den koster een paar druppeltjes ging halen van de olie, welke de eeuwige -lamp voedde voor een oud, houten beeld der Madonna, waarin zij groot vertrouwen stelde. -Zij bekende zelfs, dat zij alleen in deze vertrouwen stelde, want zij had nooit iets -verkregen van andere, zelfs niet van zeer beroemde Madonna’s, van marmer of zilver, -tot wie zij zich gewend had. In haar hart brandde dan ook voor dit heilige beeld, -dat haar niets weigerde, een innige vereering, de eenige vereering, die zij in werkelijkheid -bezat. En zij verzekerde heel eenvoudig, als ware het de natuurlijkste zaak van de -wereld, waaraan geen twijfel mogelijk was, dat die enkele droppels olie, waarmede -zij iederen ochtend en iederen avond de wond van Dario inwreef, de oorzaak waren van -zijn zoo snelle, ja bijna wonderbaarlijke genezing. Een zoo kinderlijke vroomheid -bij dit bewonderenswaardige wezen van verstand en hartstocht en aanminnigheid, trof -Pierre diep en maakte hem wanhopig; glimlachen kon hij niet. -</p> -<p>Iederen avond, wanneer hij van zijn wandeling thuis kwam en een uurtje ging doorbrengen -in de kamer van den genezenden Dario, wilde Benedetta, dat hij, om den zieke wat afleiding -te geven, vertelde hoe hij zijn dagen doorgebracht had; en alles wat hij vertelde, -zijn verbazing, zijn ontroering en dikwijls ook de woede, die in hem opgekomen was, -dat alles kreeg, te midden van de groote, gedempte stilte van de kamer, een droeve -bekoring. Maar vooral toen hij de wijk weer durfde verlaten, toen hij een groote liefde -had opgevat voor de Romeinsche parken, waarheen hij zich ’s morgens vroeg, wanneer -de hekken geopend werden, reeds begaf, om zeker te zijn er niemand te zullen ontmoeten, -bracht hij geestdriftige gevoelens mede naar huis—een verrukte liefde voor de mooie -boomen, voor de fonteinen, voor de terrassen, <span class="pagenum">[<a id="pb329" href="#pb329">329</a>]</span>vanwaar men zulk een heerlijk uitzicht had op breede horizonten. -</p> -<p>En niet de grootste van die vele parken vervulden zijn hart met de meeste geestdrift. -In de Villa Borghese, het Bois de Boulogne van Rome, was majestueus volwassen hout, -waren koninklijke alleeën, waar ’s middags vóór den verplichten rit op den Corso de -equipages kwamen defileeren, maar veel meer werd hij getroffen door den afgesloten -tuin vóór de villa—deze villa vol verblindende pracht van marmer, waarin zich thans -het mooiste museum der wereld bevindt. Daar was een eenvoudig, fijn tapijt van gras, -een heel groot bekken in het midden, dat door de naakte blankheid van een Venus beheerscht -wordt. Daar waren brokstukken van antieke vazen, beelden, zuilen, sarcophagen, symmetrisch -in een vierkant opgesteld, en verder niets dan dat verlaten, bezonde, melancholieke -gras. Op den Pincio, waarheen hij weer terugkeerde, bracht hij een heerlijken ochtend -door; hij begreep thans de bekoring van dit smalle hoekje met zijn enkele, altijd-groene -boomen, met zijn prachtig uitzicht: geheel Rome en de St. Pieter in de verte, in het -zoo zachte, zoo helder, zoo bepoederde zonlicht. -</p> -<p>In de villa Albani en in de villa Pamphili vond hij de heerlijke, trotsche, slanke -piniepijnen, de krachtige steeneiken met hun kromme takken en hun bijna zwart loof -terug. In de laatste vooral dompelden de eiken de lanen in een heerlijk <span class="corr" id="xd29e3125" title="Bron: half-donker">halfdonker</span>; het kleine meertje met zijn treurwilgen en riettouffes was vol droomen; het dieper -gelegen bloemperk vormde een mozaïek van barokken smaak, een samengesteld dessin van -rozetten en arabesken, dat door een rijke verscheidenheid van bloemen en bladeren -gekleurd werd. Wat hem echter in den tuin, den edelste, grootste, best verzorgde van -al deze tuinen, in het bijzonder opviel, was, dat hij, toen hij langs een klein muurtje -liep, weer de St. Pieter zag, maar nu onder een zóó nieuw en zoo onverwacht aspect, -dat het symbolische beeld voor altijd in zijn geest gegrift was. Rome was geheel verdwenen; -tusschen de hellingen van den Monte Mario en een anderen heuvel, die de stad aan het -oog onttrok, zag men niets dan den reusachtigen dom, welks groote massa op verspreide, -witte en rossige blokken scheen te rusten. Met zijn overmatig grooten, tegen het helle -blauw van den hemel matblauw afstekenden koepel beheerschte hij, drukte hij de huizeneilandjes -van den Borgo, de opgehoopte gebouwen van het Vaticaan dood. -<span class="pagenum">[<a id="pb330" href="#pb330">330</a>]</span></p> -<p>Maar Pierre voelde nog meer de ziel der dingen in de minder weelderige tuinen, die -een meer gesloten lieftalligheid bezaten. O, die villa Mattei op de helling van den -Coelius met haar terrasvormigen tuin, met haar intieme, door aloës, laurierboomen -en groote kardinaalsmutsen omzoomde lanen, met haar priëelvormig geschoren taxisboomen, -met haar <span class="corr" id="xd29e3131" title="Bron: oranje-appelen">oranjeappelen</span>, haar rozen en haar fonteinen! Hij doorleefde er heerlijke uren! Een dergelijke bekoring -vond hij alleen nog maar terug op den Aventinus, toen hij de drie kerken bezocht, -die daar als verloren gingen in het groen; vooral in de S. Sabina, de wieg der Dominicanen, -welker kleine, van alle kanten ingesloten tuin, zonder eenig uitzicht, in een lauwen, -geurigen vrede slaapt, en beplant is met <span class="corr" id="xd29e3134" title="Bron: oranje-appelboomen">oranjeappelboomen</span>, in het midden waarvan de eeuwenoude boom van den Heiligen Dominicus nog met rijpe -vruchten beladen is. De tuin van de kloosterkerk der Malthezer ridders gaf een ruim -uitzicht over een breeden horizont, die den loop van den Tiber, de gevels en daken, -die zich langs de beide oevers ophoopen, tot aan den verren top van den Janiculus -omvat. Overigens zag men in die tuinen van Rome steeds weer dezelfde geschoren taxisboomen, -de eucalyptussen met hun witten stam en hun lichte, als menschenhaar zoo lange bladeren, -de ineengedrongen, sombere steeneiken, de reusachtige pijnboomen, de groote cypressen, -tusschen de rozenstruiken witte marmergroepen, onder de mantels van klimop ruischende -fonteinen. -</p> -<p>Een teederder, smartelijke vreugde smaakte hij eerst in de villa van paus Julius, -welker in den tuin uitkomenden zuilengang met zijn geschilderde decoratie, zijn gouden, -met bloemen omrankt latwerk, waardoor glimlachende zwermen van kleine Amortjes vliegen, -het geheele leven van een beminlijk en zinnelijk tijdvak verhaalt. Den avond eindelijk, -dat hij uit de villa Farnese thuiskwam, zeide hij, dat hij de doode ziel van het oude -Rome medebracht; niet de naar kartons van Raffaël uitgevoerde schilderingen hadden -hem echter zoo getroffen, neen, de mooie zaal aan den rand van het water met haar -zacht-blauwe, zacht-lila, zacht-rose, volstrekt niet geniale, maar zoo bekoorlijke -en zoo echt-Romeinsche versiering—en nog meer de verwaarloosde tuin, die vroeger tot -den Tiber liep en nu door de nieuwe kade afgesloten werd. Hij was verwaarloosd, verwoest, -met onkruid doorwoekerd als een kerkhof, maar toch rijpten er nog steeds de gouden -vruchten der oranjeappel- en citroenboomen. -<span class="pagenum">[<a id="pb331" href="#pb331">331</a>]</span></p> -<p>Nog eenmaal werd Pierre op een mooien avond, toen hij de villa Medici bezocht, door -een hevige ontroering geschokt. Daar was hij op Franschen bodem. En welk een prachtige -tuin was het weer met zijn taxisboomen, zijn pijnboomen en zijn alleeën vol pracht -en bekoring! Welk een heerlijk toevluchtsoord voor droomerijen en gepeins over de -Oudheid gaf dat oude en donkergroene bosch van steeneiken, waar de ondergaande zon -gloeiende goudroode lichtstralen wierp in het glanzende brons der bladeren. Men moet -een eindeloos hooge trap opgaan, om van uit de hoogte, van af den <span class="corr" id="xd29e3142" title="Bron: Belvedere">Belvédère</span> met één blik geheel Rome te omvatten, als kon men het, wanneer men zijn armen uitbreidde, -geheel nemen. Van uit de eetzaal, die de portretten van alle kunstenaars, die te Rome -hun studies in de villa kwamen voortzetten, versieren, van uit de bibliotheek, een -groote zaal vol diepe rust, heeft men hetzelfde bewonderenswaardige, grootste en medesleependste -uitzicht, een uitzicht van mateloozen eerzucht welks oneindigheid den jongen daar -verblijf houdenden mannen den wil moest ingeven de wereld te veroveren en te bezitten. -</p> -<p>Hij, die met vijandige gevoelens tegen het instituut van den prix de Rome, tegen deze -<span class="corr" id="xd29e3147" title="Bron: traditionneele">traditioneele</span>, éénvormige en voor de oorspronkelijkheid zoo gevaarlijke opleiding naar Rome gekomen -was, werd nu een oogenblik door dezen lauwen vrede, door deze zachte eenzaamheid van -den tuin, door dezen verheven horizont, waarin de vleugels van het genie schenen te -klapwieken, geheel gevangen genomen. Hoe heerlijk moest het zijn, om op zijn twintigste -jaar drie jaar in dezen zachten droom, te midden van de mooiste kunstwerken der menschheid -te mogen leven, zich te mogen zeggen, dat men nog te jong is om reeds te kunnen scheppen, -zichzelf te mogen zoeken, te mogen leeren genieten, lijden en liefhebben! Maar dan -overwoog hij weer, dat het smaken van het goddelijk genot van zulk een kunst-retraite -niet de zaak der jeugd is, maar van den rijperen leeftijd, van reeds behaalde overwinningen, -van de beginnende moeheid nadat het werk voltooid is. Hij sprak met de inwonende kunstenaars -en merkte op, dat, al mochten ook droomerige en contemplatieve jonge zielen en de -eenvoudige middelmatigheid zich in dit in de kunst van het verleden opgesloten leven -schikken kunnen, iedere strijdbare kunstenaar, ieder persoonlijk temperament hier -van ongeduld stierf en, verteerd door de begeerte om dadelijk midden in <span class="pagenum">[<a id="pb332" href="#pb332">332</a>]</span>den vurigen haard van scheppen en strijden te zijn, zijn oogen gericht hield op Parijs. -</p> -<p>En al die tuinen, waarvan Pierre hun ’s avonds met verrukking vertelde, riepen in -Benedetta en Dario de herinnering wakker aan den tuin van de villa Montefiori, die -thans verwoest, maar vroeger zoo groen en met de mooiste oranjeappelboomen van Rome, -een geheel bosch van eeuwenoude boomen, beplant was, en waarin zij elkaar hadden leeren -liefhebben. -</p> -<p>“O, ik herinner het mij,” zeide de contessina, “in den bloeitijd rook het er zóó heerlijk, -zóó sterk, zóó bedwelmend, dat ik eenmaal in het gras ben blijven liggen en niet opstaan -kon … Weet jij het nog, Dario? Je hebt me toen in je armen genomen en naar de fontein -gedragen, waar het zoo lekker frisch was.” -</p> -<p>Zij zat, zooals gewoonlijk, op den rand van het bed en hield de hand van den herstellende, -die was begonnen te lachen, in de hare. -</p> -<p>“Ja zeker, ik heb je op je oogen gezoend en eindelijk heb je die geopend … Toen was -je heel wat minder wreed, liet je me je oogen zoenen, zooveel als ik zelf wilde … -Maar we waren kinderen, en indien we geen kinderen geweest waren, zouden we in dien -grooten tuin, waarin het zoo heerlijk rook en we zoo vrij konden loopen, dadelijk -man en vrouw geweest zijn!” -</p> -<p>Zij knikte toestemmend, overtuigd, dat de Madonna alleen hen beschermd had. -</p> -<p>“Dat is zoo, dat is zoo!… En welk een geluk, dat we nu elkander kunnen toebehooren, -zonder de engelen te bedroeven!” -</p> -<p>Steeds weer kwam het gesprek daarop terug. Het proces tot <span class="corr" id="xd29e3161" title="Bron: nietig-verklaring">nietigverklaring</span> van het huwlijk liet zich steeds gunstiger aanzien en Pierre was iederen avond getuige -van hun verrukking, hoorde hen slechts praten over hun aanstaande echtverbintenis, -over hun plannen, over hun vreugde van verliefden in het paradijs. Ditmaal door een -almachtige hand bestuurd, moest donna Serafina de zaak met kracht leiden, want er -ging bijna geen dag voorbij, dat zij niet de een of andere blijde tijding medebracht. -Zij wilde de zaak ter wille van het voortbestaan en de eer van den naam zooveel mogelijk -bespoedigen, aangezien Dario met niemand dan met zijn nicht trouwen wilde en anderzijds -dit huwlijk alles zou verklaren, alles zou verontschuldigen, aan een onhoudbaren toestand -een einde maken zou. -<span class="pagenum">[<a id="pb333" href="#pb333">333</a>]</span></p> -<p>Het afschuwlijke schandaal, de vreeselijke kletspraatjes, die de zwarte en witte kringen -opwonden, brachten haar geheel buiten zichzelf, te meer daar zij voor de eventueele -mogelijkheid van een conclave, waarin zij wilde, dat de naam van haar broeder in onbevlekten, -verheven glans schitteren zou, de noodzakelijkheid van een overwinning inzag. Nooit -had de geheime eerzucht van haar geheele leven, de hoop er getuige van te zijn, dat -haar geslacht een derden paus aan de Kerk schenken zou, haar met zulk een hartstocht -vervuld; het was, alsof zij de behoefte voelde troost te zoeken voor haar koud celibaat, -sedert haar eenige vreugde in deze wereld, advocaat Morano, haar zoo wreed in den -steek gelaten had. Steeds in het donker gekleed, druk bezig en zóó slank en ingeregen, -dat men haar, van achteren gezien, voor een jong meisje gehouden had, was zij als -de donkere ziel van het oude paleis; Pierre ontmoette haar overal, terwijl zij als -zorgzame huisvrouw door het huis sloop en ijverzuchtig over den kardinaal waakte. -</p> -<p>Hij groette haar zwijgend; telkens werd het hem koud om het hart, wanneer hij het -uitgedroogde, met diepe plooien doorgroefde gelaat met den grooten, eigenzinnigen -familieneus zag. Maar zij beantwoordde nauwlijks zijn groet, keek nog steeds minachtend -neer op dien kleinen vreemden priester, dien zij slechts in haar naaste omgeving duldde -ter wille van monsignor Nani en van vicomte Philibert de la Choue, die zoovele mooie -bedevaarten naar Rome gebracht had. -</p> -<p>Langzamerhand begon Pierre, die iederen avond getuige was van de angstige vreugde -en het liefde-ongeduld van Benedetta en Dario, met hen een spoedige oplossing te wenschen. -Het proces zou weer gevoerd worden voor de concilie-congregatie, wier eerste beslissing -ten gunste van de echtscheiding niet in kracht van gewijsde gegaan was, daar de verdediger -van het huwlijk, monsignor Palma, in overeenstemming met zijn recht een aanvullend -onderzoek geëischt had. Trouwens dat slechts met één stem meerderheid genomen besluit -zou zeker niet door den Heiligen Vader bekrachtigd zijn. In het kort, het ging er -nu om stemmen te krijgen onder de tien kardinalen, waaruit de congregatie samengesteld -was, hen te overreden en een bijna volkomen eenstemmigheid te verkrijgen: een moeilijke -taak, want de verwantschap van Benedetta met haar oom den kardinaal, welke alles makkelijker -moest maken, compliceerde juist de zaak door al de intriges van het Vaticaan, al den -wedijver, <span class="pagenum">[<a id="pb334" href="#pb334">334</a>]</span>die door het doen voortduren van het schandaal ernaar streefde den mogelijken paus -in hem te dooden. -</p> -<p>Op die verovering van stemmen ging donna Serafina iederen middag uit, waarbij zij -geleid werd door haar biechtvader, pater Lorenza, dien zij dagelijks ging opzoeken -in het Collegium Germanicum, het laatste toevluchtsoord der Jezuïeten te Rome, sedert -zij niet langer de meesters van Il Gesù zijn. De hoop op succes baseerde zich vooral -op de omstandigheid, dat Prada, de zaak moede en geprikkeld, verklaard had, niet meer -te zullen verschijnen. Hij antwoordde niet eens op de herhaalde dagvaardingen, zoo -hatelijk en belachelijk scheen hem de aanklacht van impotentie, sedert Lisbeth, zijn -erkende maîtresse voor de oogen der geheele stad, zwanger van hem was. -</p> -<p>Hij zweeg dus, deed als was hij nooit getrouwd geweest, ofschoon de wond van zijn -beleedigden mannetrots nog altijd bloedde en onophoudelijk door de praatjes, die bleven -loopen, en den twijfel aan zijn vaderschap, welke in de zwarte kringen heerschen bleef, -weder geopend werd. Daar dus de tegenpartij zich terugtrok en uit eigen beweging verdween, -kon men de steeds toenemende hoop van Benedetta en Dario voorstellen, wanneer donna -Serafina ’s avonds bij haar thuiskomst vertellen kon, dat zij meende weer de stem -van een kardinaal gewonnen te hebben. -</p> -<p>Maar de man, die hun den meesten angst bezorgde, was monsignor Palma, de door de congregatie -van ambtswege aangestelde advocaat, om den heiligen band van het huwlijk te verdedigen. -Hij bezat bijna onbeperkte rechten, kon nogmaals hooger beroep aanteekenen, in ieder -geval het proces sleepende houden, zoolang als hij zelf wilde. Zijn eerste pleidooi -in antwoord op dat van Morano, was reeds verschrikkelijk geweest, had den maagdelijken -staat van Benedetta in twijfel getrokken, citeerde wetenschappelijk vastgestelde gevallen, -waarin vrouwen nog de door vroedvrouwen beëedigde maagdelijke kenteekenen bezaten, -eischte een nauwkeurig onderzoek van twee artsen en verklaarde ten slotte, dat, waar -de eerste voorwaarde tot het verrichten van de daad gehoorzaamheid van de vrouw is, -de eischeresse, zelfs al was zij maagd, niet gerechtigd was de nietigverklaring van -het huwlijk te vragen, waarvan de volkomen voltrekking belemmerd was door haar herhaalde -weigeringen. Het gerucht liep, dat het nieuwe pleidooi, hetwelk hij gereed maakte, -nog onverbiddelijker en meedoogenloozer zou zijn, <span class="pagenum">[<a id="pb335" href="#pb335">335</a>]</span>zóó vast stond zijn overtuiging. Het ergste zou zijn, dat tegenover die verheven energie -van waarheid en logica de kardinalen, zelfs al waren zij nog zoo welwillend, het niet -wagen zouden den Heiligen Vader tot nietigverklaring te adviseeren. -</p> -<p>Benedetta begon dan ook reeds weer moedeloos te worden, toen donna Serafina haar na -een bezoek aan monsignor Nani weer wat gerust stelde met de mededeeling, dat een gemeenschappelijke -vriend beloofd had met monsignor Palma te zullen spreken. Maar dat zou ongetwijfeld -veel geld kosten. Monsignor Palma, een in kanonische aangelegenheden zeer ervaren -en uiterst rechtschapen theoloog, had in zijn leven een groot verdriet gehad: op lateren -leeftijd was hij als waanzinnig verliefd geworden op een zeldzaam mooie nicht en had -haar, om een schandaal te vermijden, moeten uithuwlijken aan een spitsboef, die haar -van af het eerste oogenblik arm maakte en mishandelde. De schijn bleef gered, maar -op dat oogenblik maakte de prelaat een moeilijke crisis door: hij was het moe zich -nog langer te laten plukken en bezat niet het noodige geld, om zijn neef, die valsch -gespeeld had, uit die moeilijkheid te redden. De gelukkige vondst nu bestond hierin, -dat men den jongen man wilde redden door voor hem te betalen en hem dan een positie -te bezorgen, zonder iets aan den oom te vragen, die op een avond, nadat de duisternis -volkomen ingevallen was, als was hij een medeplichtige, weenend donna Serafina voor -haar goedheid danken kwam. -</p> -<p>Pierre was dien avond bij Dario, toen Benedetta dien avond lachend en in haar handen -klappend van blijdschap de kamer binnenkwam. -</p> -<p>“Het is zoover! Het is zoover! Hij is juist bij tante geweest en heeft haar eeuwige -trouw gezworen. Nu is hij wel verplicht vriendelijk te zijn.” -</p> -<p>“Maar heeft men hem iets laten onderteekenen, heeft hij zich formeel verbonden?” vroeg -Dario, die wantrouwender was. -</p> -<p>“Wel neen, hoe kon dat nu? Het is zoo’n delicate quaestie!… Men zegt, dat hij een -buitengewoon eerlijk man is!” -</p> -<p>Toch was ook zij weer door een onrust aangegrepen. Als monsignor Palma ondanks den -grooten dienst, dien men hem bewezen had, onomkoopbaar zou blijken te zijn? Die gedachte -liet hen niet meer los. Het in spanning wachten begon opnieuw. -<span class="pagenum">[<a id="pb336" href="#pb336">336</a>]</span></p> -<p>“Dat heb ik nog niet verteld,” begon zij weer na een vrij lange stilte; “ik heb me -tot dat beroemde onderzoek vermand. Ja, ik ben vanochtend met tante naar twee doktoren -geweest.” -</p> -<p>Zij glimlachte weer, scheen in het geheel niet verlegen. -</p> -<p>“En?” vroeg hij met hetzelfde kalme gezicht. -</p> -<p>“Natuurlijk hebben zij gezien, dat ik niet loog. Zij hebben allebei een soort certificaat -opgemaakt … Het was, naar het schijnt, absoluut noodzakelijk ten einde monsignor Palma -in staat te stellen zijn vroegere woorden te herroepen.” -</p> -<p>En zich vervolgens tot Pierre wendend: -</p> -<p>“O, dat vreeselijke Latijn, mijnheer de abbé!… Toch zou ik graag geweten hebben, wat -erin stond, en daarom had ik gedacht, dat u zoo welwillend zoudt zijn het te vertalen. -Maar tante heeft mij de stukken niet willen laten en ze onmiddellijk aan het dossier -doen toevoegen.” -</p> -<p>Heel verlegen knikte de priester slechts, want hij wist maar al te goed, dat die soorten -certificaten een volledige beschrijving in technische termen waren van alle bijzonderheden -van den toestand, tot van de kleur en den vorm toe. Zij schaamden zich er zonder eenigen -twijfel niet voor, zóó natuurlijk en gelukkig zelfs scheen dit onderzoek, waarvan -hun geheele levensgeluk afhing, hun toe. -</p> -<p>“Enfin,” zeide Benedetta, “laten we hopen, dat monsignor Palma dankbaar zal zijn. -En jij, Dario, maak nou maar gauw, dat je voor den mooien dag van ons geluk weer heelemaal -beter bent.” -</p> -<p>Maar hij was zoo onvoorzichtig geweest te vroeg op te staan, waardoor zijn wond weer -open ging en hij nog eenige dagen het bed moest houden. Pierre bleef iederen avond -bij hem komen en trachtte hem dan wat afleiding te bezorgen door hem van zijn wandelingen -te vertellen. De laatste dagen was hij moediger geworden, doorkruiste hij geheel Rome -en ontdekte met verrukking de merkwaardigheden, die in alle reisgidsen genoemd worden. -Zoo begon hij op een avond met iets van ontroering in zijn stem te praten over de -voornaamste pleinen der stad, die hij in den beginne banaal gevonden had, doch die -nu in zijn oog zeer interessant waren en ieder hun eigenaardige bekoring hadden: de -piazza del Popolo, zoo zonnig, zoo voornaam in haar monumentale symmetrie—de piazza -di Spagna, de zoo drukke en levendige plaats van samenkomst der vreemdelingen met -haar dubbele, door de zomerzon vergulde, breede <span class="pagenum">[<a id="pb337" href="#pb337">337</a>]</span>en sierlijke trap van honderd twee-en-dertig treden—de groote, altijd van menschen -wemelende piazza Colonna, de meest typisch Italiaansche door die nietsdoende en zorgelooze -menigte, welke flaneert om de zuil van Marcus Aurelius in de hoop, dat het geluk hun -wel uit den hemel in den schoot zal vallen—de lange, regelmatige piazza Navone, die -stil en verlaten ligt, sedert er geen markt meer op gehouden wordt, doch de droefgeestige -herinnering aan haar vroegere drukte bewaart—de piazza del Campo de’ Fiori, welke -iederen ochtend met het lawaai van de vruchten- en groentenmarkt vervuld wordt, een -ware plantage van groote parapluies, stapels tomaten, Spaansche pepers en druiven -te midden van den stroom der steeds maar door ratelende koop- en huisvrouwen. Het -meest echter werd hij getroffen door de piazza del Capitolio, waaraan hij altijd dacht -als aan een bergtop, aan een de stad en de wereld beheerschende open plek; nu vond -hij haar echter klein, vierkant, eng tusschen de drie paleizen ingesloten, terwijl -zij slechts uitzag op een kleinen, door daken begrensden horizont. Niemand komt hierlangs, -vindt het de moeite waard de met palmen omzoomde toegangstrap op te gaan; alleen vreemdelingen -maken een omweg om er heen te rijden. De rijtuigen wachten, de touristen blijven een -oogenblik staan kijken naar het prachtige, oude, bronzen ruiterstandbeeld van Marcus -Aurelius, dat in het midden staat. Tegen vier uur, wanneer de zon het paleis aan den -linkerkant verguldt en de fijne beelden van het lijstwerk zich tegen den blauwen hemel -afteekenen, zou men haar met haar vrouwen, die onder de zuilengaanderij zitten te -breien en de troepen havelooze kinderen, die daar losgelaten zijn als een school op -een speelplaats, voor een lauw en stil provinciepleintje houden. -</p> -<p>Weer op een anderen avond gaf Pierre tegenover Benedetta en Dario uiting aan zijn -bewondering voor de fonteinen van Rome, de stad, waar het water het rijkelijkst en -overvloedigst in marmer en brons stroomt: van het “Scheepje” op de piazza di Spagna, -den “Triton” op de piazza Barbarini, de “Schildpadden” op het pleintje, dat daarnaar -genoemd is, af tot de drie fonteinen op de piazza Navona, waar in het midden het grootsche -kunstwerk van Bernini prijkt, en de reusachtige en weelderige Fontana di Trevi, die -door het tusschen de Gezondheid en de Vruchtbaarheid staande beeld van Neptunus beheerscht -wordt, toe. -</p> -<p>Een anderen avond kwam hij gelukkig thuis en vertelde, <span class="pagenum">[<a id="pb338" href="#pb338">338</a>]</span>dat hij zich eindelijk den typischen indruk had kunnen verklaren, die de straten van -het oude Rome om den Capitolinus en op den linkeroever van den Tiber, daar waar oude -krotten als het ware gekleefd stonden tegen de zijden van groote, vorstelijke paleizen, -op hem maakten: het kwam, omdat zij geen trottoir hadden en de voetgangers heel op -hun gemak tusschen de voertuigen in liepen, zonder ooit op de gedachte te komen langs -de huizen te gaan. Het waren oude wijken, zooals hij ze gaarne zag: eindeloos draaiende -straatjes; nauwe, onregelmatige pleintjes; reusachtige, vierkante paleizen, die in -de op elkaar gedrongen menigte kleine huizen, welke ze van alle kanten overstroomden, -als het ware verdwenen. Ook de wijk van den Esquilinus was zoo: overal met grijs kiezel -bedekte trappen, waarvan iedere trede met witten steen omrand was; plotselinge bochten -makende hellingen; boven elkander liggende terrassen; seminaria en kloosters met gesloten -ramen als waren het doode huizen; een groote kale muur, waarachter zich een reusachtige -palm in het smettelooze blauw van den hemel verheft. -</p> -<p>Weer een ander maal, nadat hij zijn wandeling nog verder uitgestrekt had tot in de -Campagna, langs den Tiber, stroomopwaarts van af de Ponte Molli, kwam hij verrukt -thuis, omdat hem een klassieke kunst, waarvoor hij tot dusverre geen gevoel gehad -had, geopenbaard was. Langs den oever had hij zuivere Poussin’s<a class="noteref" id="xd29e3206src" href="#xd29e3206">3</a> gezien: de gele, langzaam stroomende rivier met haar met riet begroeide oevers; lage, -gekartelde, rotsachtige oevers, waarvan de krijtachtige witheid afstak tegen den rosachtigen -achtergrond van de eindelooze, golvende vlakte, die slechts door de blauwe heuvels -van den horizont begrensd werd; enkele spichtige boomen; de ruïne van een zuilengaanderij; -een troep achter elkaar loopende schapen, die gaan drinken, terwijl een herder, die -met zijn schouder tegen den stam van een steeneik leunt, staat te kijken. Het was -een speciale, vermetele en ruwe, uit niets bestaande, tot een rechte en vlakke lijn -vereenvoudigde, maar door grootsche herinneringen veredelde schoonheid; steeds nog -marcheerden de Romeinsche legioenen over de straatwegen door de kale Campagna, steeds -nog was het de lange slaap der Middeleeuwen, dan het ontwaken der oude natuur in het -Katholieke geloof, wat Rome voor de tweede maal tot den wereldheerscher gemaakt had. -<span class="pagenum">[<a id="pb339" href="#pb339">339</a>]</span></p> -<p>Op een dag, dat Pierre den Campo Verano, het groote kerkhof van Rome bezocht had, -vond hij ’s avonds aan het bed van Dario behalve Benedetta ook Celia. -</p> -<p>“Vindt u het zoo prettig naar de dooden te gaan kijken?” riep de kleine prinses uit. -</p> -<p>“O, die Franschen,” viel Dario, die alleen bij de gedachte aan een kerkhof al huiverde, -haar bij; “die Franschen bederven door hun liefde voor treurige tooneelen met opzet -hun leven.” -</p> -<p>“Maar,” merkte Pierre zachtjes op, “je ontkomt nu eenmaal niet aan de werkelijkheid -van den dood. Het beste is hem in het gezicht te zien.” -</p> -<p>De prins werd plotseling boos. -</p> -<p>“De werkelijkheid, de werkelijkheid! Wat beteekent dat? Als de werkelijkheid niet -mooi is, kijk ik er niet naar. Ik probeer zelfs niet er aan te denken.” -</p> -<p>Desniettemin vertelde Pierre op zijn kalme, vriendelijke manier, wat hem getroffen -had: het prachtige onderhoud van het kerkhof; het feestelijke, dat de herfstzon erin -bracht; de buitengewone marmerpracht; de tallooze marmeren beelden op de graven; de -marmeren kapellen; de marmeren gedenkteekenen. Ongetwijfeld was dat de uitwerking -van het oude atavisme; de weelderige mausolea van de Via Appia, een pronk en praal, -een matelooze hoogmoed tot in den dood toe herleefden daar. In het bijzonder in het -hooger gelegen gedeelte, waar de Romeinsche adel haar aristocratische wijk had, was -het een opeenhooping van ware tempels, van reusachtige figuren, van uit verschillende -personen bestaande groepen, meest alle getuigend van een vreeselijken wansmaak, maar -waaraan millioenen ten koste gelegd moesten zijn. Vooral was tusschen de taxisboomen -en cypressen het zuiver wit gehouden marmer van een groote bekoring. De warme zon -verguldde het, er was geen mosvlek op te zien, geen door den regen veroorzaakte scheuren, -welke de standbeelden in het Noorden zoo droefgeestig maken. -</p> -<p>Benedetta, op wie het onbehagelijke gevoel van Dario aanstekelijk werkte, viel Pierre -eindelijk in de rede door aan Celia te vragen: -</p> -<p>“En is de jacht interessant geweest?” -</p> -<p>Op het oogenblik, dat de priester binnenkwam, was de kleine prinses juist aan het -vertellen over een vossenjacht, waarheen haar moeder haar medegenomen had. -</p> -<p>“Je kan je niets interessanters voorstellen!… Om een uur <span class="pagenum">[<a id="pb340" href="#pb340">340</a>]</span>zouden we bij elkaar komen bij het graf van Caecilia Metella, waar in een tent een -buffet ingericht was. En een menschen—de geheele vreemdelingenkolonie, de jongelui -van de gezantschappen, officieren, ongerekend nog de heeren in rood jachtcostuum en -de vele dames als amazones … Het sein van vertrek is om half twee gegeven en de jacht -heeft meer dan twee uur geduurd, zoodat de vos zich eerst heel ver weg heeft laten -vangen. Ik heb niet heelemaal kunnen volgen, maar ik heb toch heel interessante dingen -gezien: een groote muur, waar alles overheen moest, greppels, hekken, in het kort -een dolle jacht achter de honden aan … Er zijn twee ongelukken gebeurd, o, niet heel -erg, een heer heeft zijn pols verrekt en een ander een been gebroken.” -</p> -<p>Dario had met groote aandacht geluisterd, want deze vossenjachten behoorden tot de -grootste genoegens van Rome. Welk een genot dat galoppeeren door de vlakke en toch -met hindernissen als het ware bestrooide Campagna, dat verijdelen van de listen der -door de honden opgejaagde vossen, dat voortdurend op zijwegen komen, dat plotselinge -verdwijnen soms, dat vangen eindelijk, wanneer het dier door uitputting neervalt! -Wat een genot, die jachten zonder geweer, dat jagen achter de staart van den vos, -hem in snelheid te overtreffen en te overwinnen. -</p> -<p>“O,” riep hij wanhopig uit, “wat een bezoeking om zoo aan je kamer gebonden te zijn! -Ik zal nog sterven van verveling.” -</p> -<p>Benedetta glimlachte slechts even, zonder een woord van verwijt of verdriet over dien -naïeven uitroep van zelfzucht. En zij was zoo gelukkig hem in deze kamer, waar zij -hem verpleegde, geheel voor zichzelf te hebben! Maar haar liefde, die zoo jong en -zoo verstandig tegelijk was, had iets moederlijks in zich; en zij begreep heel goed, -dat hij het alles behalve prettig vond zoo beroofd van zijn gewone genoegens en gescheiden -te zijn van zijn vrienden, die hij uit vrees, dat het verhaal van dien verrekten schouder -hun verdacht zou voorkomen, niet in de ziekenkamer toeliet. Geen feestmalen, geen -schouwburgavonden, geen bezoeken aan dames meer! Vooral echter miste hij den Corso, -het maakte hem ziek en wanhopig niets meer te zien of te hooren, nu hij heel Rome -niet meer van vier tot vijf uur voorbijtrekken zag. Zoodra dan ook een enkele heel -intieme vriend kwam, scheen er geen einde aan het vragen te komen; of hij dezen ontmoet -had, of die weer verschenen was, hoe het met de <span class="pagenum">[<a id="pb341" href="#pb341">341</a>]</span>amourette van een derde afgeloopen was, of niet het een of andere schandaaltje de -geheele stad in beroering bracht: onbeteekenende verhalen, gewone babbelpraatjes, -kinderlijke intriges van een uur, waaraan hij tot nog toe al zijn energie besteed -had. -</p> -<p>Celia, die hem graag al die onschuldige praatjes kwam vertellen, begon, terwijl zij -haar heldere oogen, haar diepe, raadselachtige meisjesoogen op hem richtte, na een -kort zwijgen weer: -</p> -<p>“Wat duurt het toch een tijd, hé, eer zoo’n schouder beter is?” -</p> -<p>Had dit kind, dat alleen maar leefde voor de liefde, alles geraden? Verlegen keek -Dario naar Benedetta, die kalm bleef glimlachen. Maar de kleine prinses begon al weer -over iets anders. -</p> -<p>“Zeg, Dario, ik heb gisteren op den Corso een dame gezien …” -</p> -<p>Zij hield verlegen op, zelf verbaasd, dat die woorden haar ontsnapten. Dan ging zij -heel dapper door als een jeugdvriendin, die in de kleine amourettes ingewijd is, door: -</p> -<p>“Ja, een knappe dame, die je heel goed kent. Zij had toch een ruiker witte rozen.” -</p> -<p>Ditmaal liet <span class="corr" id="xd29e3240" title="Bron: Benedeta">Benedetta</span> aan haar vroolijkheid den vrijen loop, terwijl ook Dario haar lachend aankeek. Zij -had hem de eerste dagen geplaagd, dat een zekere dame in het geheel niet naar hem -liet vragen. In den grond der zaak vond hij deze geheel natuurlijke breuk volstrekt -niet onaangenaam, want de liaison begon lastig te worden; en hoewel hij er eenigszins -door gekwetst werd in zijn ijdelheid, was hij toch blij te hooren, dat Tonietta reeds -een plaatsvervanger voor hem gevonden had. -</p> -<p>“O,” antwoordde hij, “de afwezigen hebben altijd ongelijk.” -</p> -<p>“De man, dien men liefheeft, is nooit afwezig,” zeide Celia met haar ernstig rein -gezichtje. -</p> -<p>Maar Benedetta was opgestaan, om het kussen in den rug van den herstellende op te -schudden. -</p> -<p>“Kom, kom, Dario, alle ellende is nu uit. Ik zal je houden; je zult niemand meer hebben -om lief te hebben dan mij.” -</p> -<p>Hij keek haar vol hartstocht aan en kuste haar op haar haren, want zij had de waarheid -gezegd: hij had nooit een andere lief gehad dan haar, en zij vergiste zich evenmin, -wanneer zij erop rekende, hem altijd voor zich te behouden, <span class="pagenum">[<a id="pb342" href="#pb342">342</a>]</span>zoodra zij zich aan hem gegeven zou hebben. Sedert zij hem in deze kamer verpleegde, -had zij tot haar groot geluk het kind weer in hem teruggevonden, dat zij vroeger onder -de <span class="corr" id="xd29e3251" title="Bron: oranje-appelboomen">oranjeappelboomen</span> der villa Montefiori in hem lief had gehad. Ongetwijfeld ten gevolge van de verzwakking -van het ras had hij een zeldzame kinderlijkheid behouden, die soort terugkeer tot -de kindsheid, welken men bij zeer oude volkeren aantreft; hij speelde op zijn bed -met plaatjes, keek uren lang naar photographieën, die hem aan het lachen maakten. -Zijn onmacht om te lijden was nog grooter geworden; hij wilde, dat zij vroolijk was -en zong, en amuseerde haar op zijn beurt met zijn beminlijken zelfzucht, die hem ertoe -bracht van een leven van voortdurende vreugde met haar te droomen. O, wat zou het -heerlijk zijn steeds samen in den zonneschijn te leven, niets te doen, zich om niets -te bekommeren, mocht ook de wereld ergens ineenstorten, zonder dat men zich de moeite -gaf er naar te gaan kijken! -</p> -<p>“Maar het meest verheug ik mij er toch in,” zeide Dario zonder eenigen overgang, “dat -mijnheer de abbé verliefd geworden is op Rome.” -</p> -<p>Pierre, die zwijgend geluisterd had, stemde toe. -</p> -<p>“Dat is zoo.” -</p> -<p>“Ik heb het u wel gezegd,” merkte Benedetta op; “er is tijd, veel tijd voor noodig, -om Rome te begrijpen en lief te hebben. Als u maar veertien dagen gebleven was, zoudt -u een heel slechte meening van ons medegenomen hebben, terwijl wij nu na twee lange -maanden heel rustig zijn; nooit meer zult u zonder liefde aan ons denken.” -</p> -<p>Zij was betooverend en bekoorlijk, terwijl zij het zeide, en hij knikte opnieuw. Maar -hij had reeds over dat verschijnsel nagedacht en meende de oplossing ervan reeds gevonden -te hebben. Wanneer men naar Rome komt, brengt men een eigen Rome mede, een gedroomd, -door de phantasie zóó veredeld Rome, dat het echte Rome een bittere teleurstelling -geeft. Men moet dan ook, om de phantasie tijd te geven nogmaals te werken en de dingen -te zien zooals zij zijn, nog slechts door de wonderbare pracht van het verleden zien, -tot men daaraan gewend raakt, tot de middelmatige werkelijkheid wat verzacht wordt. -</p> -<p>Celia stond op en nam afscheid. -</p> -<p>“Tot ziens … En is er nu gauw bruiloft, Dario?… Je weet, dat ik vóór het eind van -de maand de bruid wil zijn. Ja, ja, ik zal mijn vader dwingen een groote soirée te -<span class="pagenum">[<a id="pb343" href="#pb343">343</a>]</span>geven … Wat zou het heerlijk zijn, als we tegelijk konden trouwen!” -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Twee dagen later na een lange wandeling door Trastevere, gevolgd door een bezoek aan -den palazzo Farnese, voelde Pierre hoe de verschrikkelijke en droefgeestige waarheid -omtrent Rome zich in hem openbaarde. Verschillende malen reeds had hij Trastevere, -welks ellendige bevolking zijn liefde voor de armen en lijdenden aangetrokken had, -doorkruist. O, dat riool van ellende en onwetendheid! Hij had te Parijs afschuwelijke -voorstadshoeken gezien, geheele huizenreeksen van verschrikking, waarin de menschheid -samenhokte en vervuilde. Maar niets haalde bij dezen stilstand in zorgeloosheid en -vuilheid. Zelfs op de mooiste dagen van dit zonneland verkilde een vochtig donker -deze bochtige, nauwe, kelderachtige steegjes; vooral de stank was onhoudbaar, een -walgelijke stank, die den voorbijgangers op de keel sloeg, een stank van zure groenten, -ranzige olie, menschelijk vee, dat daar opgesloten was in zijn mest en drek. -</p> -<p>Het waren oude, onregelmatige krotten, daar neergeworpen in een pêle-mêle, dat zoo -geliefd was bij de kunstenaars, met donkere, gapende deuren, die onder den grond wegzonken, -met buitentrappen, die naar de verschillende verdiepingen leidden, met houten balkons, -die als door een wonder in de ruimte in evenwicht gehouden worden. Er waren half in -elkaar gevallen gevels, die men met behulp van balken had moeten stutten; smerige -woningen, door welker gebarsten ruiten men het vuil zien kon; allerlei treurige winkeltjes: -de heele, in de open lucht zich bevindende keuken van een lui volk, dat zelf niet -kookte; de vischbakkerijen met haar in stinkende olie zwemmende stukken polenta en -visschen; de kooplieden in gekookte groenten, die koud geworden en kleverige rapen, -bosjes selderie, bloemkool en spinazie uitstalden. Het slecht gesneden vleesch in -de slagerswinkels was zwart; dierennekken waren met bloedklonters bezaaid, als waren -zij zoo van de beesten afgerukt. -</p> -<p>De brooden van de bakkers lagen als ronde keisteenen op de planken; arme fruitvrouwen -hadden voor hun met gedroogde en aan een draad geregen tomaten bekranste deuren niets -dan Spaansche peper en pijnappels. De eenige aantrekkelijke winkels waren die van -de delicatessenhandelaren, wier pekelvleesch en kaas met hun scherpen geur den <span class="pagenum">[<a id="pb344" href="#pb344">344</a>]</span>stank van de goten wat verminderde. De loterijkantoren, waar de winnende nummers aangeplakt -waren, wisselden af met kroegen; iedere dertig passen was een kroeg, die met groote -letters aankondigde, dat daar de uitgelezen wijnen der Romeinsche kasteelen Genzano, -Marino en Frascati te krijgen waren. De geheele wijk wemelde van een havelooze, door -vervuiling zwarte bevolking, van troepen halfnaakte kinderen, die door ongedierte -opgegeten werden, van gesticuleerende en schreeuwende vrouwen met loshangende haren, -loshangende jakken en kakelbonte rokken, van grijsaards, die onder een zwerm zoemende -muggen en vliegen onbeweeglijk op banken zaten. -</p> -<p>Het was een nietsdoend en toch druk leven te midden van het voortdurende heen en weer -geloop van kleine ezeltjes, die karren trokken, van mannen, die met zweepen kalkoenen -voortdreven, van enkele onrustige, zenuwachtige touristen, die dadelijk door troepen -bedelaars bestormd werden. Schoenlappers zaten kalm op het trottoir te werken. Voor -de deur van een kleermaker hing een oude, met aarde gevulde emmer, waarin een plant -groeide. Van alle ramen, van alle balkons hing aan touwen, die van het eene huis naar -het andere gespannen waren, over de straat de wasch te drogen, vodden en lompen zonder -naam, die als het ware de symbolische vaandels van de afzichtelijke ellende waren. -</p> -<p>Pierre voelde, hoe zijn van naastenliefde overstroomende ziel ineenkromp van eindeloos -medelijden. Ja, zeker, men moest die zieke en verpeste wijken, waarin het volk zoo -lang gehokt had als in een vergiftigden kerker, met den grond gelijk maken. Ja, hij -voelde alles voor gezondmaking, voor slooping, ook al moest het oude Rome tot groote -ergernis der kunstenaars daardoor gedood worden. Reeds was Trastevere zeer veranderd, -boorden nieuwe straten er luchtgaten, waar het zonlicht in breede stralen binnendrong. -Wat ervan overbleef, scheen te midden van die gesloopte huizen en van die onlangs -ontstane gaten, groote terreinen, waarop men nog niet had kunnen bouwen, nog zwarter -en vuiler. De ontwikkeling van deze stad interesseerde hem. Later zou men ongetwijfeld -verder gaan met bouwen; maar wat voor een opwindend oogenblik was het, dat de oude -stad en de nieuwe te midden van zoovele moeilijkheden als het ware zieltoogde! Men -had het vuile, onder excrementen, gootwater en groentenafval verdronken Rome moeten -kennen. Het onlangs met den grond gelijk gemaakte Ghetto <span class="pagenum">[<a id="pb345" href="#pb345">345</a>]</span>had sedert eeuwen den bodem met zulk een menschelijke vuilheid doordrenkt, dat het -nog kale bouwterrein, dat vol bulten en modderkuilen was, nog steeds een vreeselijken -peststank uitwasemde. Men deed er zeer goed aan het op die wijze lang te laten drogen -en zich reinigen in de zon. -</p> -<p>In al deze wijken aan beide oevers van den Tiber, waar belangrijke openbare werken -van wege de stad uitgevoerd worden, stoot men bij iederen stap op hetzelfde: men volgt -een nauwe, stinkende, vochtig-kille straat met sombere gevels en daken, die elkaar -bijna aanraken, en komt dan plotseling op een lichte, open plek, die de spaden en -bijlen gehouwen hebben in het bosch van de oude, melaatsche krotten. Er zijn daar -pleinen, breede trottoirs, hooge witte gebouwen, met beeldhouwwerk, een moderne hoofdstad -in aanleg. Overal ziet men stukken van geprojecteerde wegen; het is een reusachtige -werkplaats, die de financieele crisis thans dreigt te vereeuwigen; de stad van morgen -is in haar groei belemmerd en blijft met haar matelooze, overhaaste en detoneerende -beginwerken staan, als kon zij niet verder. Maar desniettemin was het een goed en -hygienisch werk, dat voor een groote en moderne stad een absolute en sociale noodzakelijkheid -was, als men ten minste het oude Rome niet wilde laten vervuilen als een merkwaardigheid -uit lang vervlogen tijd, als een museumstuk, dat men onder glas bewaart. -</p> -<p>Dien dag maakte Pierre, toen hij zich van Trastevere naar den palazzo Farnese, waar -hij verwacht werd, begaf, een omweg door de Via di Pettinari en de Via di Giubbonari, -waarvan de eerste zoo somber en tusschen den grooten, zwarten muur van het hospitaal -en de ellendige krotten daartegenover samengedrukt is, terwijl de tweede één en al -leven is door den voortdurenden menschenstroom en opgevroolijkt wordt door de etalages -der juweliers met de dikke gouden kettingen en die van de modemagazijnen, waar groote -blauwe, gele, groene en roode zijden banen in glanzende tinten schitteren. De arbeiderswijk, -die hij pas doorloopen had, en de kleinhandelaarswijk, die hij nu doorging, riepen -hem het stadsgedeelte vol afgrijselijke ellende voor den geest, dat hij reeds bezocht -had, de beklagenswaardige massa der arbeiders, die door het stopzetten van het werk -tot den bedelstaf gebracht waren en tusschen de prachtige en verwaarloosde gebouwen -der Prati del Castello kampeerden; dat arme, dat ongelukkige, kind gebleven volk, -dat, door eeuwen van theocratie in een onwetendheid en lichtgeloovigheid van wilden -<span class="pagenum">[<a id="pb346" href="#pb346">346</a>]</span>gehouden, aan den nacht van zijn geest, aan het lijden van zijn lichaam zóó gewend -is geraakt, dat het ondanks alles thans buiten den maatschappelijken réveil blijft -en gelukkig is, wanneer men het in vrede genieten laat van zijn trots, zijn luiheid -en zijn zon. Het scheen blind en doof in zijn verval te zijn, het zette zijn leven -van stilstand van vroeger te midden van de evolutie van het nieuwe Rome voort, zonder -er iets anders van te merken dan de lasten, nu de oude wijken, waarin hij woonde, -met den grond gelijk gemaakt, de gewoonten veranderd, de levensmiddelen duurder werden, -alsof licht, reinheid en gezondheid het lastig vielen, daar men ze met een groote -financieele en arbeidscrisis betalen moest. -</p> -<p>Maar, hetzij men er werkelijk die bedoeling mede gehad had of niet, in den grond der -zaak werd Rome alleen ter wille van het volk gereinigd en met het doel, er een groote, -moderne hoofdstad van te maken, opnieuw opgebouwd; want aan het einde van die veranderingen -staat de democratie; het volk zal morgen de steden erven, waaruit men de vuilheid -en de zieken verjaagt, waarin de wet van den arbeid zich ten slotte organiseert en -de ellende doodt. En daarom moet men, ook al vervloekt men de rein gehouden ruïnen -en het Colosseum, nu het van zijn klimop en zijn struiken en zijn wilde flora bevrijd -is, die de jonge Engelsche dames in haar herbarium opnemen, ook al maakt men zich -boos over de foei-leelijke vestingmuren, die den Tiber gevangen houden, ook al beweent -men de zoo romantische oevers met hun groen en hun oude, in het water duikende huizen, -toch tot zichzelf zeggen, dat het leven geboren wordt uit den dood en dat het morgen -noodzakelijk opbloeien moet uit het stof van het gisteren. -</p> -<p>Terwijl Pierre deze dingen overdacht, was hij op de eenzame, regelmatige piazza Farnese -met haar gesloten huizen en haar twee fonteinen gekomen, waarvan de eene in de volle -zon te midden van de groote stilte een eindeloozen straal van paarlen vallen deed. -Hij bleef een oogenblik staan kijken naar den kalen en monumentalen gevel van het -zware, vierkante paleis, zijn hooge poort, waarop de driekleurige vlag wapperde, zijn -dertien gevelramen, zijn beroemde, zoo kunstrijke fries. Dan ging hij naar binnen. -Een vriend van Narcisse Habert, een der <span class="corr" id="xd29e3287" title="Bron: gezantscahpsattachés">gezantschapsattachés</span>, die hem aangeboden had hem het reusachtige paleis, het mooiste van Rome, en dat -Frankrijk voor zijn gezant gehuurd had, te laten zien <span class="pagenum">[<a id="pb347" href="#pb347">347</a>]</span>wachtte hem daar. O, dat geweldige, weelderige en doodsche paleis met zijn groote, -vochtig-donkere, door een zuilengaanderij omgeven binnenplein, zijn reusachtige trap -met de lage treden, zijn eindelooze gangen, zijn te groote galerijen en zalen. Het -was de majestueuse praal van den dood; een ijskoude kilte viel van de muren en drong -door tot in de beenderen van de menschelijke mieren, die zich onder de gewelven waagden. -</p> -<p>De attaché bekende met een discreet glimlachje, dat de ambassade er zich doodelijk -verveelde; ’s zomers werd zij gebraden, ’s winters tot ijs verstijfd. Slechts het -door den gezant bewoonde gedeelte, de eerste verdieping, die op den Tiber uitzag, -was <span class="corr" id="xd29e3294" title="Bron: lets">iets</span> rianter en levendiger. Daar ziet men van <span class="corr" id="xd29e3297" title="Bron: utt">uit</span> de beroemde galerij der Carrachi den Janiculus, de Corsini-tuinen, de Acqua Paolo -boven de S. Pietro in Montorio. Dan komt na een grooten salon het studeervertrek, -waarin een stille, door de zon opgevroolijkte vrede heerscht. Maar de <span class="corr" id="xd29e3300" title="Bron: eetzaaf">eetzaal</span>, de woonkamers en de andere door het personeel bewoonde vertrekken vallen weer terug -in het sombere donker van een zijstraat. -</p> -<p>Al die groote, zeven à acht meter hooge vertrekken hebben prachtige, geschilderde -of gebeeldhouwde plafonds, kale muren, waarvan sommige met fresco’s versierd zijn, -verschillende stijlen van meubelen, prachtige wandtafeltjes tusschen allerlei moderne -bric-à-brac. En die troosteloosheid der dingen werd iets afschuwlijks, wanneer men -in de galavertrekken komt, de groote eerezalen, die aan den op de binnenplaats uitzienden -gevel liggen. Geen meubel, geen behang meer, niets dan een ruïne, verlaten, aan spinnen -en ratten prijsgegeven zalen. De ambassade gebruikte er slechts één, waarin zij op -wit houten tafels, op den grond en in alle hoeken haar stoffige archieven opbergt. -Daarnaast is de reusachtige, tien meter en twee verdiepingen hooge zaal, die de eigenaar, -de voormalige koning van Napels, voor zich gereserveerd had, een ware rommelkamer, -waar maquettes, onvoltooide beelden en een buitengewoon mooie sarcophaag rondslingeren -te midden van een onzegbaren massa onherkenbare puinhoopen. -</p> -<p>En dat is nog slechts een gedeelte van het paleis; de rez-de-chaussée is geheel onbewoond, -onze Ecole de Rome gebruikt een hoekje van de tweede verdieping, terwijl onze ambassade -zich opeenhoopt in den meest bewoonbaren vleugel van de eerste, genoodzaakt als zij -is het overige niet te gebruiken en de deuren te sluiten en te grendelen, om zich -de <span class="pagenum">[<a id="pb348" href="#pb348">348</a>]</span>onnoodige moeite van schoonhouden te besparen. Zeker het is koninklijk het door paus -Paulus III gebouwde en meer dan een eeuw door kardinalen betrokken paleis Farnese -te bewonen, maar welk een gruwlijke ongemaklijkheid, welk een afschuwlijke melancholie -in die onmetelijke ruïne, waarvan drie vierden der vertrekken dood zijn, nutteloos, -onbewoonbaar, van het leven afgesneden! En ’s avonds, o, ’s avonds! Dan worden de -poort, de binnenplaats, de trap, de gangen in een dichte duisternis gevangen, strijden -de enkele, walmende lantaarns vergeefs, moet men een eindeloozen tocht maken door -die lugubere woestijn van steenen, om in den warmen, gezelligen salon van den gezant -te komen! -</p> -<p>Gedrukt en met kloppende slapen verliet Pierre het paleis. En alle andere paleizen, -al de groote paleizen, die hij op zijn wandelingen gezien had, richtten zich voor -zijn geestesoog op; alle waren beroofd van hun pracht, de vorstelijke hofhoudingen -van vroeger waren verdwenen, alle waren vervallen tot ongerieflijke huurhuizen. Wat -moest men thans met die galerijen, met die grootsche zalen beginnen, nu geen vermogen -groot genoeg was om daarin het weelderige leven te leiden, waarvoor men ze gebouwd -had? -</p> -<p>Prinsen, die, als prins Aldobrandini met zijn talrijke nakomelingschap, hun paleis -alleen bewoonden, waren zeldzaam. Bijna allen verhuurden de oude verblijven van hun -voorouders aan maatschappijen of particulieren, terwijl zij voor zichzelf een verdieping -of soms zelfs maar een reeks appartementen in het donkerste hoekje behielden. Verhuurd -was de palazzo Chigi: de rez-de-chaussée aan banken, de eerste verdieping aan de Oostenrijksche -ambassade, terwijl de prins en zijn familie de tweede met een kardinaal deelden. Verhuurd -was de palazzo Sciarra: de eerste verdieping aan den minister van Buitenlandsche Zaken, -de tweede aan een senator, terwijl de prins en zijn moeder zich met den rez-de-chaussée -tevreden moesten stellen. Verhuurd was de palazzo Barberini: de rez-de-chaussée, de -eerste en tweede verdieping aan verschillende families, terwijl de prins op de derde -verdieping in de vroegere kamers van het dienstpersoneel huisde. Verhuurd was de palazzo -Borghese: de rez-de-chaussée aan een koopman in oudheden, de eerste verdieping aan -een vrijmetselaarsloge, de rest aan families, terwijl de prins zelf slechts een paar -kamers van een klein burgerlijk huis had. Verhuurd was de palazzo Odelscachi, <span class="pagenum">[<a id="pb349" href="#pb349">349</a>]</span>verhuurd de palazzo Colonna, verhuurd de palazzo Doria, terwijl de prinsen er nog -slechts het bekrompen bestaan van goede huiseigenaars <span class="corr" id="xd29e3313" title="Bron: leiden">leidden</span> en uit hun eigendom het grootst mogelijke profijt trokken, om rond te komen. -</p> -<p>Een verwoestende wind woei over het Romeinsche patriciaat, de grootste vermogens waren -in de financieele crisis gebleven; slechts weinigen bleven rijk. En welk een rijkdom -was dat nog! Een onbeweeglijke, doode rijkdom, dien handel noch industrie konden hernieuwen. -De talrijke prinsen, die getracht hadden zaken te doen, waren van alles beroofd. Den -anderen, die door dat voorbeeld afgeschrikt waren en bovendien gebukt gingen onder -zware belastingen, welke hun bijna het derde gedeelte van hun inkomsten ontnamen, -bleef niets anders over dan toe te zien, hoe hun laatste stilstaande millioenen door -deelingen verbrokkeld werden en stierven, daar het geld, evenals al het andere, sterft, -wanneer het geen vruchten meer draagt in een levenden bodem. Het was nog slechts een -quaestie van tijd, want de ruïne was onvermijdelijk, een absoluut, historisch noodlot. -Zij, die er zich toe verlaagden om te verhuren, streden nog om hun leven, trachtten -zich te schikken in en te richten naar het tegenwoordige, door er zich toe te dwingen -tenminste de eenzaamheid van hun al te groote paleizen te bevolken, terwijl de dood -reeds woonde bij de koppigen en hoogmoedigen, die zich inmetselden in het graf van -hun geslacht, zooals de angstaanjagende, in stof vallende, in donker en zwijgen verstarde -palazzo Boccanera, waarin men slechts nu en dan den dof over het gras van de binnenplaats -rollenden, ouden karos van den kardinaal hoorde, als hij uitreed of thuiskwam. -</p> -<p>Maar Pierre was vooral onder den indruk van die twee op elkaar volgende bezoeken aan -Trastevere en aan den palazzo Farnese; het eene wierp een licht op het andere en beide -leidden tot een slotsom, die zich nog nooit met een zoo vreeselijke helderheid in -hem geformuleerd had: nog geen volk en weldra geen aristocratie meer. Dat liet hem -niet meer los, vervolgde hem overal. Het volk, door de geschiedenis en het klimaat -in een lange kindsheid gehouden, was, zooals hij gezien had, zóó ellendig, zóó onwetend, -zóó berustend, dat er lange jaren van opvoeding en onderwijs noodig zouden zijn, om -het te vormen tot een sterke, gezonde, werkzame, zich van haar rechten evenals van -haar plichten bewuste democratie. De aristocratie stierf uit in haar instortende <span class="pagenum">[<a id="pb350" href="#pb350">350</a>]</span>paleizen, zij was niet meer dan een uitgeput, ontaard ras, zóó vermengd bovendien -met Amerikaansch, Oostenrijksch, Poolsch en Spaansch bloed, dat het zuivere Romeinsche -bloed een zeldzame uitzondering werd, afgezien nog van het feit, dat zij opgehouden -had in krijgsdienst of in dienst der kerk te staan, daar het haar tegen de borst stuitte -het constitutioneele Italië te dienen en uit het Heilige College trad, waarin alleen -parvenu’s het purper aantrokken. En tusschen de kleinen beneden en de machtigen boven -bestond nog geen stevig gegrondveste, door een nieuw sap sterke bourgeoisie, die verstandig -en ontwikkeld genoeg was, om de overgangsopvoedster der natie te zijn. -</p> -<p>De bourgeoisie bestond uit voormalige bedienden, de voormalige beschermelingen van -de prinsen, de pachters, die hun landgoederen huurden, de intendanten, notarissen -of advocaten, die hun vermogens beheerden; zij bestond uit ambtenaren, employé’s van -iederen rang en stand, afgevaardigden en senatoren, die de regeering uit de provincies -medegebracht had; zij bestond ten slotte uit de zwerm vraatzuchtige valken, die op -Rome neerstreken, de Prada’s en de Sacco’s, de uit het geheele koninkrijk saamgestroomde -roofmenschen, wier klauwen en bek alles, het volk en de aristocratie, verslonden. -Voor wie had men dan gewerkt? Voor wie de reuzenwerken begonnen van het nieuwe Rome, -die van een zóó matelooze hoop en hoogmoed getuigden, dat men ze niet afmaken kon? -Over Rome woei een wind van verschrikking; een gekraak deed zich hooren, dat in alle -liefhebbende harten onrust en tranen wakker riep! Ja, het einde van een wereld dreigde: -nog geen volk en geen aristocratie meer, slechts een verslindende bourgeoisie, die -de buit tusschen de puinhoopen zocht. -</p> -<p>En welk een verschrikkelijk symbool waren die nieuwe paleizen, welke men gebouwd had -naar het reusachtige voorbeeld der vroegere paleizen, deze groote, weelderige paleizen, -welke uit den grond opgerezen waren voor honderdduizenden zielen, waarop men gehoopt -had, doch die niet gekomen waren; deze paleizen, waarin zich de toenemende rijkdom, -de triompheerende luxe van de nieuwe wereldhoofdstad had moeten vestigen, en die nu -de jammerlijke, bezoedelde en reeds wankele toevluchtsoorden voor de zwartste ellende -van het volk, voor alle bedelaars en vagebonden geworden waren! -</p> -<p>Den avond van dien dag bracht Pierre, toen het reeds donker geworden was, een uur -door op de kade van den <span class="pagenum">[<a id="pb351" href="#pb351">351</a>]</span>Tiber voor den palazzo Boccanera. Er heerschte een plechtige stilte, een eenzaamheid, -zooals men die nergens vindt, en waarin hij graag vertoefde, niettegenstaande Victorine -beweerde, dat het er niet veilig was. En inderdaad, op zulke pikdonkere avonden als -deze had geen moordenaarshol ooit een tragischer decor gehad. -</p> -<p>Geen levende ziel, geen voorbijganger; rechts en links en recht vooruit stilte, donkerte -leegte. De palissaden, die aan alle kanten de reusachtige verlaten werkplaats insloten, -versperden zelfs aan honden den toegang. Op den hoek van het in het donker verzonken -paleis wierp een gaslantaarn, die sedert de ophooping dieper was komen te liggen vlak -bij den grond een schemerlicht op de bultige kade; de materialen, die waren blijven -slingeren, de hoopen steenen en tegels vormden groote, onbestemde schaduwen. Rechts -plekten enkele lichtjes op de Ponte S. Giovanni de’Fiorentini en voor de ramen van -het Heilige-Geest-hospitaal. Links verdwenen en zonken de verre stadswijken weg op -den achtergrond van den rivierloop. Recht tegenover lag Trastevere; de huizen op den -steilen oever, waar slechts enkele vensters door een dof schijnsel geel verlicht werden, -maakten den indruk van bleeke, onduidelijke spookgestalten, terwijl daarboven een -donkere streep de ligging aangaf van den Janiculus, waarop de lantaarns van de een -of andere wandelplaats een driehoek van sterren deden fonkelen. De Tiber, die in de -avonduren zoo melancholiek majestueus was, trok Pierre het meest aan. Hij bleef, op -de steenen borstwering geleund, minuten lang kijken hoe hij tusschen zijn nieuwe muren -stroomde, die ’s avonds het zwarte en monsterachtige uiterlijk aannamen van een gevangenis, -die men daar voor een reus gebouwd zou hebben. -</p> -<p>Zoolang in de huizen aan de overzijde lichten brandden, kon hij zien, hoe de zware -wateren langzaam voorbij kabbelden in de reflexen, welker rimpeling hun een mysterievol -leven gaf. En hij droomde eindeloos van het beroemde verleden dezer rivier; dikwijls -riep hij zich de legende voor den geest, die beweert, dat fabelachtige rijkdommen -in de modder van zijn bed begraven zijn. Bij iedere invasie der barbaren, en speciaal -bij de plundering van Rome, zou men er de schatten der tempels en der paleizen in -geworpen hebben, om ze aan de hebzucht der overwinnaars te onttrekken. Waren die gouden -strepen, die daar in het ondoorzichtige water beefden, niet de gouden kandelaar met -zeven <span class="pagenum">[<a id="pb352" href="#pb352">352</a>]</span>armen, dien Titus medegebracht had uit Jeruzalem? En die witte schimmen, welke onophoudelijk -door den wind van vorm veranderden, waren dat geen zuilen en standbeelden? En die -diepe vlammige weerschijnen, waren dat geen kostbare bekers en vazen, geen met edelgesteenten -bezette kleinodiën? Welk een droom was dat even geziene wemelen in den schoot der -rivier, dat verborgen leven van die schatten, welke daar eeuwen lang geslapen zouden -hebben! En welk een verwachtingen voor den trots en het weer rijk worden van een volk -vormden die wonderdadige schatten, welke men in den Tiber zou vinden, wanneer men -hem eenmaal droog zou kunnen leggen, waarvoor reeds plannen ontworpen waren. Misschien -lag daar het geluk van Rome! -</p> -<p>Maar op dien zoo donkeren avond dacht Pierre, terwijl hij zoo over de borstwering -leunde, slechts aan de strenge werkelijkheid. Hij zette zijn overpeinzingen van den -dag, die zijn bezoek aan Trastevere in hem gewekt hadden, voort en kwam bij het zien -van dat doode water tot de slotsom, dat de groote ramp, waaronder Italië leed, daarin -bestond, dat men Rome gekozen had, om er een moderne hoofdstad van te maken. Hij wist -zeer goed, dat die keuze onvermijdelijk was, daar Rome de koningin der glorie, de -oude wereldheerscheresse was, de stad, aan welke de eeuwigheid beloofd was, zonder -welke de nationale eenheid steeds onmogelijk geschenen was, zoodat een vreeselijk -dilemma gesteld werd, daar zonder Rome Italië niet bestaan kon en dit met Rome zeer -moeilijk bleek te zijn! O welk een onheilvolle stem nam deze doode rivier in den avond -aan! Geen boot was te zien, geen beweging van handels- of industriedrukte, die leven -brengt aan het hart van een groote stad. Ongetwijfeld had men mooie plannen gemaakt: -Rome zeehaven, het rivierbed zóó diep uitgegraven, dat schepen met groote tonneninhoud -tot den Aventinus zouden kunnen komen. Doch dat waren slechts hersenschimmen, nauwlijks -had men den mond, die telkens weer verzandde, kunnen vrijmaken. En de andere reden -van den doodsstrijd, de Campagna romana, de doodenwoestijn, waar de doode rivier door -stroomde en die Rome met een gordel van onvruchtbaarheid omgaf? Men sprak er wel over -haar te draineeren, haar te beplanten; men discussieerde tot in het eindelooze over -de vraag, of zij onder de oude Romeinen vruchtbaar geweest was of niet; Rome bleef -desniettemin midden in zijn groot kerkhof liggen als een stad van vroeger, die voor -<span class="pagenum">[<a id="pb353" href="#pb353">353</a>]</span>eeuwig van de overige wereld afgescheiden is door een steppe, waarin zich het stof -van eeuwen opgehoopt heeft. -</p> -<p>De geographische oorzaken, die haar eens de wereldheerschappij gegeven hebben, bestaan -thans niet meer. Het centrum der beschaving heeft zich opnieuw verplaatst, het bekken -der Middellandsche Zee is onder machtige naties verdeeld. Alles gaat naar Milaan, -de stad van handel en nijverheid, terwijl Rome in het vervolg slechts een doorgangsplaats -is. De meest heldhaftige pogingen der laatste vijf-en-twintig jaar hebben de stad -dan ook niet uit haar onoverwinlijken slaap kunnen rukken. De hoofdstad, die men te -vlug heeft willen improviseeren, is stationnair gebleven en heeft de natie bijna geruïneerd. -De nieuwe bewoners, de regeering, de Kamers, de ambtenaren doen er niet veel meer -dan even hun tenten opslaan en vluchten bij de eerste warme dagen, om het doodende -klimaat te vermijden; en dit geschiedt in zoo’n sterke mate, dat de hotels en magazijnen -gesloten worden, de straten en parken als uitgestorven schijnen, daar de stad geen -werkelijk leven bezit en onmiddellijk in den dood terugvalt, zoodra het kunstmatige -leven, dat haar bezielt, haar weer verlaat. -</p> -<p>Zoo blijft dan alles stilstaan in deze hoofdstad, waarvan de bevolking thans af- noch -toeneemt, waarin een nieuwe stuwkracht van geld en menschen noodig is, om de reusachtige, -nuttelooze gebouwen der nieuwe wijken af te maken en te bevolken. En wanneer het waar -was, dat het morgen steeds weer opbloeit uit het stof van het gisteren, dan moest -men zich tot hoop dwingen. Maar was de bodem niet uitgeput? Was, nu zelfs de bouwwerken -er niet meer opschieten wilden, het sap, dat gezonde individuen en krachtige naties -schept, ook niet voor eeuwig opgedroogd? -</p> -<p>Naarmate het later werd, gingen de lichten in de tegenoverliggende huizen van Trastevere -één voor één uit. En door wanhoop overmand, bleef Pierre nog lang gebogen staan over -de nu zwarte wateren. Het was een eindelooze duisternis; in den diepen nacht van den -Janiculus bleef niets over dan de sterrendriehoek van de gaslantaarns. Geen enkele -weerschijn vlamde den Tiber meer met een rimpeling van goud, liet meer het tragische -visioen der fabelachtige rijkdommen onder zijn mysterievollen loop dansen; het was -nu uit met de legende, met den gouden, zevenarmigen kandelaar, met de gouden vazen, -met de gouden kleinoodiën, met dezen geheelen droom van een ouden schat, die als de -oude roem <span class="pagenum">[<a id="pb354" href="#pb354">354</a>]</span>van Rome zelf, in den nacht weggezonken was. Geen lichtglans, geen geluid, de eindelooze -slaap, niets dan het dikke, zware droppelen van een goot rechts, die men niet zien -kon. Ook het water was verdwenen, Pierre voelde nog slechts het loodzware voortstroomen -in de duisternis, den neerdrukkenden ouderdom, de eeuwenoude uitputting, de eindelooze -triestheid van dezen oerouden en glorierijken Tiber, die naar het Niets verlangde -en voortaan nog slechts den dood eener wereld scheen voort te stuwen. Alleen de groote, -rijke hemel, de eeuwige, pralende hemel ontplooide nog boven de schaduwrivier, die -de ruïnen van bijna drie duizend jaar voortstuwde, het schitterende leven van zijn -millioenen sterren. -</p> -<p>Toen Pierre, alvorens naar zijn kamer te gaan, een oogenblik naar de kamer van Dario -ging, vond hij daar Victorine, die bezig was alles in gereedheid te brengen voor den -nacht. -</p> -<p>“Wat, mijnheer de abbé, bent u op dit uur weer op de kade gaan wandelen?” riep zij -op verwijtenden toon, toen zij hoorde waar hij vandaan kwam. “Wilt u dan met alle -geweld een messteek krijgen … Neen hoor, mij zouden zij er niet toe krijgen in deze -vervloekte stad zoo laat versche lucht te gaan happen.” -</p> -<p>Dan wendde zij zich met haar gewone familiariteit tot den prins, die op een fauteuil -lag te glimlachen. -</p> -<p>“Zeg, dat meisje, die Pierina, is niet meer teruggeweest, maar ik heb haar tusschen -de puinhoopen zien sluipen.” -</p> -<p>Met een gebaar legde Dario haar het zwijgen op en wendde zich nu tot den priester. -</p> -<p>“Maar u hebt toch met haar gesproken. Het wordt toch eigenlijk te gek … Stel je voor, -dat die woesteling van een Tito zijn mes in mijn anderen schouder komt steken!” -</p> -<p>Plotseling zweeg hij; hij zag Benedetta voor zich staan, die ongemerkt binnengekomen -was, om hem goeden nacht te zeggen. Hij werd erg verlegen, wilde iets zeggen, een -verklaring geven, haar zijn volkomen onschuld in dit avontuur bezweren. Maar zij glimlachte -en zeide slechts liefdevol: -</p> -<p>“Ik ken je geschiedenis, Dario. Je begrijpt toch wel, dat ik niet zoo dom ben, of -ik heb erover nagedacht en het begrepen … Dat ik er niet verder naar gevraagd heb, -komt alleen, omdat ik alles wist en toch van je hield.” -</p> -<p>Zij was zoo gelukkig; zij had dien avond vernomen, dat monsignor Palma, de verdediger -van het huwlijk in haar echtscheidingsproces, zich voor den aan zijn neef bewezen -<span class="pagenum">[<a id="pb355" href="#pb355">355</a>]</span>dienst dankbaar had betoond door een voor haar gunstige memorie in te dienen. Niet -dat de prelaat, die niet gaarne zijn eigen woorden herroepen wilde, zich geheel aan -haar zijde geschaard had, maar de verklaringen der beide geneesheeren hadden hem toch -in staat gesteld tot een zekeren maagdelijken staat te concludeeren, en hij had, heenglijdend -over het feit, dat de niet voltrekking van het huwlijk haar oorzaak vond in den tegenstand -der vrouw, de feiten zóó handig gegroepeerd, dat zij een nietigverklaring noodzakelijk -maakten. Daar iedere hoop op toenadering vergeefsch was, stond het vast, dat de echtgenooten -in voortdurend gevaar verkeerden tot onkuischheid te vervallen. Hij maakte een discrete -toespeling op den echtgenoot, als om aan te toonen, dat deze reeds onder die verleiding -bezweken was, om dan de hooge <span class="corr" id="xd29e3356" title="Bron: moralitit">moraliteit</span> der vrouw, haar vroomheid, alle deugden, die een waarborg vormden voor haar waarheidsliefde, -te prijzen. Zonder het met zoovele woorden te zeggen, refereerde hij zich aan de wijsheid -der congregatie. Maar daar monsignor Palma ongeveer de argumenten van advocaat Morano -herhaalde en Prada er hardnekkig bij bleef niet te verschijnen, scheen het aan geen -twijfel onderhevig of de congregatie zou met een groote meerderheid tot de nietigverklaring -adviseeren, zoodat de Paus deze zou kunnen uitspreken. -</p> -<p>“Nu zijn we tenminste aan het eind van onzen lijdenstocht, Dario! Maar wat een geld -heeft het gekost! Tante zegt, dat we nauwlijks droog brood en water over hebben!” -</p> -<p>Zij lachte met de heerlijke zorgeloosheid van een hartstochtelijk verliefde vrouw. -Niet dat een proces voor de congregatie zoo kostbaar was, want in principe waren die -kosteloos. Maar er waren oneindig veel kleine onkosten, alle ondergeschikte beambten, -de medische deskundigen, de afschriften, de memories, de pleidooien. Bovendien, ook -al kocht men natuurlijk de stemmen der kardinalen niet, zoo kwamen toch enkele stemmen -op groote sommen te staan, wanneer men op de omgeving van Hunne Eminenties invloed -wilde uitoefenen, afgezien nog van het feit, dat groote geldgeschenken in het Vaticaan, -wanneer zij met takt gegeven worden, de grootste moeilijkheden uit den weg ruimen. -En ten slotte had de neef van monsignor Palma veel gekost. -</p> -<p>“Als ze ons, nu je weer genezen bent, maar gauw laten trouwen, dat is het eenige, -wat we hun vragen, niet waar, Dario?… Als ze willen, zal ik hun nog mijn paarlen geven, -het eenige vermogen, dat ik nog bezit.” -<span class="pagenum">[<a id="pb356" href="#pb356">356</a>]</span></p> -<p>Ook hij lachte, want geld had in zijn leven nooit een rol gespeeld. Hij had nooit -zooveel gehad als hij wel wilde, hij hoopte eenvoudig steeds bij zijn oom, den kardinaal, -te kunnen wonen, die het jonge paar niet op straat zetten zou. Bij hun ruïne beteekenden -honderd, of tweehonderd duizend francs niets voor hem; hij had wel hooren zeggen, -dat sommige echtscheidingen meer dan vijfhonderd duizend francs gekost hadden. Hij -antwoordde dan ook schertsend: -</p> -<p>“Geef hun ook mijn ring, geef hun alles, lieveling; wij zullen in dit oude paleis -heel gelukkig leven, ook al moesten wij de meubels verkoopen.” -</p> -<p>In haar geestdrift nam zij zijn hoofd tusschen haar beide handen en kuste hem in een -opwelling van grooten hartstocht op zijn beide oogen. -</p> -<p>Dan wendde zij zich plotseling tot Pierre: -</p> -<p>“O, neem me niet kwalijk, mijnheer de abbé, ik had nog een boodschap voor u ook … -Ja, van monsignor Nani, die ons daarnet de blijde tijding gebracht heeft; hij heeft -mij opgedragen u te zeggen, dat u u te veel op den achtergrond houdt, dat u meer moet -werken voor de verdediging van uw boek.” -</p> -<p>Verbaasd luisterde Pierre naar haar. -</p> -<p>“En juist hij heeft me aangeraden mij zoo weinig mogelijk te laten zien.” -</p> -<p>“Dat is zoo. Maar het schijnt, dat het oogenblik nu gekomen is, dat u de menschen -opzoeken, uw zaak bepleiten, u roeren moet in één woord! En nog iets: hij is ook den -naam van den rapporteur te weten gekomen, aan wien men opgedragen heeft uw boek te -onderzoeken. Het is monsignor Fornaro, die op de piazza Navona woont.” -</p> -<p>Pierre voelde zijn verbazing grooter worden. Het gebeurde nooit, dat de naam van een -rapporteur bekend werd, deze bleef geheim om het oordeel zoo vrij mogelijk te houden. -Zou een nieuwe phase in zijn verblijf te Rome beginnen? -</p> -<p>“Ik dank u zeer,” antwoordde hij eenvoudig. “Ik zal handelen en iedereen bezoeken.” -<span class="pagenum">[<a id="pb357" href="#pb357">357</a>]</span></p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e3105" href="#xd29e3105src">1</a></span> Overdekt bootje der Middellandsche Zee met een driehoekig zeil. <a class="fnarrow" href="#xd29e3105src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e3113" href="#xd29e3113src">2</a></span> Dank, dank. <a class="fnarrow" href="#xd29e3113src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e3206" href="#xd29e3206src">3</a></span> Poussin, een bekend Fransch schilder. <a class="fnarrow" href="#xd29e3206src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch10" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">TIENDE HOOFDSTUK</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Pierre, die niets liever wilde dan zoo spoedig mogelijk een eind maken aan de zaak, -trachtte den volgenden dag reeds aan het werk te gaan. Maar een twijfel had zich van -hem meester gemaakt: bij wien moest hij het eerst aankloppen, wien moest hij het eerst -bezoeken, wanneer hij in een zoo gecompliceerd en zoo ijdel milieu geen fout wilde -begaan? Toen hij zijn kamer verliet, zag hij toevallig don Vigilio, den secretaris -van den kardinaal, in de gang. Hij verzocht hem even binnen te komen. -</p> -<p>“U kunt mij een dienst bewijzen, mijnheer de abbé. Ik vertrouw me geheel aan u toe; -ik heb een raad noodig.” -</p> -<p>Hij voelde, dat deze kleine, magere man met zijn saffraan-kleurigen tint, die steeds -rilde van koorts, ondanks zijn overdreven en bange omzichtigheid van alles op de hoogte, -in alles betrokken was. Blijkbaar om het gevaar zich moeilijkheden op den hals te -halen, te ontloopen, had hij Pierre tot dusverre, naar het scheen met opzet, vermeden. -De laatste dagen echter was hij minder schuw, vlamden zijn zwarte oogen op, wanneer -hij zijn buurman ontmoette, als had het ongeduld, waardoor Pierre verteerd moest worden, -nu hij zoo lang tot niets doen gedoemd werd, zich ook van hem meester gemaakt. Hij -trachtte dan ook niet zich aan het gesprek te onttrekken. -</p> -<p>“Neem me niet kwalijk,” begon Pierre, “dat ik u in zoo’n wanorde laat. Maar ik heb -van ochtend weer linnengoed en winterkleeren uit Parijs gekregen … Stel u voor, dat -ik met een klein handkoffertje voor veertien dagen gekomen ben, en nu ben ik al drie -maanden hier, zonder dat ik nog iets verder ben dan op den ochtend van mijn aankomst.” -</p> -<p>Don Vigilio schudde zachtjes het hoofd. -</p> -<p>“Ja, ja, ik weet het.” -<span class="pagenum">[<a id="pb358" href="#pb358">358</a>]</span></p> -<p>Toen legde Pierre hem uit, dat hij, nu monsignor Nani hem door de contessina had laten -weten, dat hij, om zijn boek te verdedigen, moest gaan handelen en iedereen gaan opzoeken, -in de grootste verlegenheid verkeerde, daar hij niet wist, hoe hij zijn bezoeken regelen -moest. Moest hij bijvoorbeeld het eerst naar monsignor Fornaro gaan, die rapport over -zijn boek moest uitbrengen?<a id="xd29e3389"></a> -</p> -<p>“Wat,” riep don Vigilio bevend uit, “is monsignor Nani zoover gegaan, dat hij u dien -naam genoemd heeft?… Dat is veel meer dan ik verwacht had!” -</p> -<p>Hij liet zich door zijn hartstocht medeslepen. -</p> -<p>“Neen, neen, begin niet met monsignor Fornaro. Ga eerst een zeer nederig bezoek brengen -aan den praefect van de Indexcongregatie, aan Zijne Eminentie kardinaal Sanguinetti, -omdat hij het u nooit vergeven zou, als hij te hooren kwam, dat u eerst bij een ander -uw opwachting gemaakt hebt …” -</p> -<p>Hij hield even op en voegde er dan fluisterend en rillend van koorts, aan toe: -</p> -<p>“En hij zou het te hooren komen. Hier in Rome kom je alles te hooren.” -</p> -<p>Dan nam hij, als maakte zijn sympathie hem plotseling dapper, de beide handen van -den jongen, vreemden priester in de zijne. -</p> -<p>“Mijn beste mijnheer Froment, ik zweer u, dat ik mij zeer gelukkig voelen zal, wanneer -ik u op de een of andere wijze kan helpen, want u hebt een oprechte, eenvoudige ziel -en ik heb werkelijk met u te doen … Maar u moet mij niet het onmogelijke vragen. Wanneer -u wist, wanneer ik u alle gevaren toevertrouwde, die ons omringen … Toch meen ik u -op dit oogenblik nog te kunnen aanraden in geen enkel opzicht te rekenen op mijn meester, -Zijne Eminentie kardinaal Boccanera. Verschillende malen heeft hij zich tegenover -mij zeer afkeurend over uw boek uitgelaten … Maar hij is een heilige, een man van -hoogen ziele-adel, en al verdedigt hij u niet, hij zal u niet aanvallen, maar uit -égard voor zijn nicht, de contessina, die hij aanbidt en die u beschermt, neutraal -blijven … Bepleit, wanneer u hem ziet, uw zaak niet, dat zou u geen voordeel brengen -en hem slechts prikkelen.” -</p> -<p>Pierre voelde door die woorden geen al te groote teleurstelling, want hij had na zijn -eerste onderhoud met den kardinaal en later bij de enkele bezoeken, die hij hem gebracht -had, dadelijk begrepen, dat hij in hem slechts een tegenstander vinden zou. -<span class="pagenum">[<a id="pb359" href="#pb359">359</a>]</span></p> -<p>“Ik zal hem dan een bezoek brengen,” zeide hij, “om hem te bedanken voor zijn neutraliteit.” -</p> -<p>Doch onmiddellijk kwam bij don Vigilio de angst weer boven. -</p> -<p>“Neen, neen, doe dat niet, hij zou misschien begrijpen, dat ik gepraat had, en dan -zou mijn positie leelijk gevaar loopen … Ik heb niets gezegd, ik heb niets gezegd. -Bezoek eerst de kardinalen, al de kardinalen. Maar verder heb ik u niets gezegd, dat -is afgesproken?” -</p> -<p>Dien dag wilde hij niets meer zeggen. Bevend verliet hij de kamer, terwijl hij met -zijn vlammende, onrustige oogen rechts en links in de gang rondkeek. -</p> -<p>Onmiddellijk verliet Pierre het paleis, om een bezoek aan kardinaal Sanguinetti te -brengen. Het was tien uur; hij had dus kans hem thuis te treffen. De kardinaal bewoonde, -naast de kerk S. Luigi dei Francesi, in een donkere, nauwe straat, de eerste verdieping -van een klein paleis, dat thans als huurhuis ingericht was. Het was niet de reusachtige, -vorstelijk-grootsche en zwaarmoedige ruïne, waarin kardinaal Boccanera zich opsloot. -De vroegere, voorgeschreven galavertrekken waren, evenals de geheele huishouding, -beperkt. Er was geen troonzaal meer, er hing geen groote, roode kardinaalshoed meer -onder een baldakijn, geen tegen den muur gekeerde fauteuil stond meer op de komst -van den paus te wachten. Twee in elkaar loopende, als antichambres dienende kamers, -een salon, waarin de kardinaal ontving—en dat alles zonder eenigen luxe, zonder comfort -zelfs. De meubelen waren in empire-stijl, de tapijten en het behang zaten vol stof -en waren door het gebruik verkleurd. -</p> -<p>Het duurde lang, voordat er open gedaan werd, en toen eindelijk een knecht, die, zonder -zich te haasten, zijn vest aantrok, de deur op een kiertje opende, antwoordde hij -slechts, dat Zijne Eminentie den vorigen dag naar Frascati gegaan was. -</p> -<p>Toen herinnerde Pierre zich, dat kardinaal Sanguinetti in den omtrek van Rome een -diocees had. Hij bezat in Frascati een villa, waarin hij meermalen een paar dagen -ging doorbrengen, wanneer hij behoefte had aan rust of een politieke reden hem daartoe -noopte. -</p> -<p>“En komt Zijne Eminentie gauw terug?” -</p> -<p>“Dat is niet te zeggen … Zijne Eminentie is ziek en heeft opdracht gegeven, niemand -naar hem toe te sturen, die hem daar lastig zou kunnen vallen.” -</p> -<p>Toen Pierre weer op straat was, voelde hij zich door dien <span class="pagenum">[<a id="pb360" href="#pb360">360</a>]</span>eersten tegenslag geheel van streek. Zou hij zich, daar de zaken drongen, onmiddellijk -naar Fornaro begeven, die hier vlak bij op de piazza Navona woonde? Maar hij herinnerde -zich, dat don Vigilio hem aangeraden had eerst de kardinalen te bezoeken; hij kreeg -een ingeving en besloot dadelijk naar kardinaal Sarno te gaan, met wien hij op de -Maandagsche recepties van donna Serafina kennis gemaakt had. Ondanks zijn vrijwillig -op den achtergrond blijven, beschouwde iedereen hem als een der machtigste en meest -te duchten leden van het Heilig Concilie, wat zijn neef, Narcisse Habert, niet belette -te verklaren, dat hij niemand kende, die voor vraagstukken, welke niet tot zijn gewone -bezigheden behoorden, onverschilliger was dan zijn oom. Al maakte hij geen deel uit -van de Indexcongregatie, toch zou hij hem goeden raad kunnen geven en zijn grooten -invloed op zijn collega’s doen gelden. -</p> -<p>Pierre begaf zich regelrecht naar het paleis der propaganda, waar hij zeker was den -kardinaal te zullen aantreffen. Dit paleis, waarvan men den zwaren gevel van af de -piazza di Spagna zien kan, is een reusachtig, kaal en plomp gebouw, dat een geheelen -hoek tusschen twee straten inneemt. Pierre, die thans de nadeelen van zijn slecht -Italiaansch voelde, raakte erin verdwaald en liep trappen op, die hij onmiddellijk -daarop weer af moest gaan. Eindelijk had hij het geluk den secretaris van den kardinaal, -een vriendelijken jongen priester, dien hij reeds in den palazzo Boccanera gezien -had, te ontmoeten. -</p> -<p>“Zeker, zeker. Ik zou niet weten waarom Zijne Eminentie u niet zou willen ontvangen. -U hebt er heel goed aan gedaan op dit uur te komen, want dan is hij altijd hier … -Wees zoo goed mij te volgen.” -</p> -<p>Het werd een nieuwe tocht. Kardinaal Sarno, die langen tijd secretaris der Propaganda -was geweest, bekleedde nu in zijn qualiteit van kardinaal het voorzitterschap der -commissie, die den eeredienst organiseerde in de voor het Katholicisme nieuw veroverde -landen in Europa, Afrika, Amerika en Oceanië. Als zoodanig had hij daar een werkkamer, -een bureau, een heele administratie, waar hij heerschte als een maniak ambtenaar, -die oud geworden was op zijn leeren stoel zonder ooit buiten den engen kring van zijn -groene dossiers te komen, zonder van de wereld iets anders te kennen dan de straat, -waarin de voetgangers en rijtuigen onder zijn raam voorbijgingen. -<span class="pagenum">[<a id="pb361" href="#pb361">361</a>]</span></p> -<p>Aan het einde van een donkere gang, waarin zelfs bij vollen dag licht branden moest, -verzocht de secretaris Pierre even op een bankje plaats te nemen. Na een groot kwartier -kwam hij terug. -</p> -<p>“Zijne Eminentie is op het oogenblik in conferentie met zendelingen, die eerstdaags -zullen vertrekken. Maar het zal niet lang duren. Hij heeft mij gevraagd u te verzoeken -zoolang in zijn kabinet te wachten.” -</p> -<p>Toen Pierre alleen in het kabinet was, nam hij nieuwsgierig de inrichting ervan op. -Het was een tamelijk groot vertrek, zonder eenigen luxe, met een groen behang en groene -damastmeubelen van zwart hout. De twee ramen, die op een smal zijstraatje uitzagen, -verlichtten slechts half de sombere muren en het verschoten tapijt; behalve de twee -wandtafeltjes stond er in het vertrek alleen maar een bureau, een eenvoudige houten -tafel met een geheel versleten blad, dat bovendien geheel schuil ging onder dossiers -en paperassen. Hij ging er wat dichter bij staan en keek naar den door het vele gebruik -ingezakten bureaustoel, naar het scherm, dat ervoor stond, naar den met inktvlekken -bespatten inktkoker. Dan begon hij in de zware, doode atmospheer, die op hem drukte, -in de groote, angstaanjagende stilte, die alleen door de gedempte straatgeluiden gestoord -werd, ongeduldig te worden. -</p> -<p>Al op en neer loopende, werd Pierre’s aandacht getrokken door een kaart, die aan den -muur hing en hem zóó met gedachten vervulde, dat hij al het andere vergat. Het was -een gekleurde kaart van de Katholieke wereld, de geheele aarde, de afgerolde wereldkaart, -waarop de verschillende kleuren de gebieden aangeven, al naar gelang zij tot het overwinnend, -onbeperkt heerschend of aan het nog steeds in strijd met de ongeloovigen zijnde Katholicisme -behoorden. De laatste landen waren naar gelang van de organisatie in vicariaten of -praefecturen verdeeld. Was dit geheel eigenlijk niet een graphische voorstelling van -het geheele, eeuwenoude streven van het Katholicisme naar de wereldheerschappij, die -het van af het eerste oogenblik gewild had, die het door alle eeuwen heen nooit opgehouden -heeft te willen? God heeft de wereld aan Zijn Kerk gegeven, maar zij moet die wel -gewelddadig in bezit nemen, daar de dwaling nog steeds <span class="corr" id="xd29e3426" title="Bron: hardnekking">hardnekkig</span> heerschen blijft. Vandaar de voortdurende strijd, vandaar dat de volkeren in onze -dagen nog betwist worden aan vijandelijke godsdiensten, evenals in den tijd, dat <span class="pagenum">[<a id="pb362" href="#pb362">362</a>]</span>de apostelen Judea verlieten, om het Evangelie te verbreiden. -</p> -<p>Gedurende de Middeleeuwen bestond de groote taak in het organiseeren van het veroverde -Europa, zonder dat men zelfs een poging doen kon, om zich met de Oostersche afgescheiden -Kerken te verzoenen. Daarna kwam de Hervorming, volgde het eene schisma op het andere—de -Protestantsche helft van Europa en het geheele orthodoxe Oosten moesten heroverd worden. -Maar met de ontdekking der Nieuwe Wereld ontwaakte de krijgslust weder, streefde Rome -met al zijn eerzucht ernaar deze tweede helft der aarde ook in zijn bezit te krijgen, -werden missies uitgezonden, om deze gisteren nog onbekende volkeren aan God te onderwerpen, -want Hij had ze evenals de andere aan Rome geschonken. Zoo had zich de groote, tegenwoordige -splitsing der Christenheid als van zelf gevormd: eenerzijds de Katholieke naties, -bij wie het geloof slechts behoefde onderhouden te worden en die door het in het Vaticaan -ondergebrachte Staatssecretariaat geleid werden; aan de andere zijde de schismatieke -of nog eenvoudige heidensche naties, die in den schoot der Kerk gebracht of bekeerd -moesten worden en waarover de <span class="corr" id="xd29e3434" title="Bron: congregratie">congregatie</span> der Propaganda trachtte te heerschen. Vervolgens had die congregatie zich op haar -beurt in twee afdeelingen moeten splitsen, om het werk wat makkelijker te maken: de -Oostersche afdeeling, die speciaal belast was met de dissidente secten in het Oosten, -en de Latijnsche afdeeling, wier werkzaamheid zich over alle andere missielanden uitstrekt. -Het is een grootsch ensemble van overwinnende organisatie, een reusachtig net met -sterke dichte mazen, dat over de wereld geworpen wordt en geen enkele ziel moet laten -ontsnappen. -</p> -<p>Eerst nu, vóór deze kaart, kreeg Pierre een duidelijke voorstelling van deze sedert -eeuwen werkende en tot het opzuigen der menschheid vervaardigde machine. De door de -pausen rijk begiftigde en over een reusachtig inkomen beschikkende Propaganda scheen -hem als het ware een afzonderlijke macht, een pausdom in een pausdom; hij begreep -nu waarom aan den praefect der congregatie de naam “roode paus” gegeven werd. Over -welk een onbeperkte macht beschikte niet deze veroveraar en heerscher, wiens handen -van het eene einde der wereld tot het andere reikten? Had hij, terwijl de kardinaal-secretaris -Centraal Europa, dat zoo kleine stukje van de aardbol, bezat, niet de geheele rest, -eindelooze ruimten, de verre, nog onbekende streken? De cijfers bevestigden <span class="pagenum">[<a id="pb363" href="#pb363">363</a>]</span>het: Rome heerschte onbeperkt slechts over ruim tweehonderd millioen Roomsch-apostolische -Katholieken, terwijl de schismatici, die van het Oosten en die der Hervorming, wanneer -men ze optelde, dit getal reeds overschreden. En welk een reusachtig verschil werd -het, indien men daarbij het milliard ongeloovigen voegde, wier bekeering nog volgen -moest! -</p> -<p>Plotseling werd hij zoo door die cijfers getroffen, dat een rilling hem doorhuiverde. -Was het dan waar? Er waren vijf millioen Joden, bijna tweehonderd millioen Mohammedanen, -meer dan zevenhonderd millioen Brahmanen en Boeddhisten, ongerekend de honderd millioen -andere heidenen van alle godsdiensten, te zamen een milliard, waartegenover de Christenen -niets meer dan vierhonderd millioen konden stellen, en deze nog onderling verdeeld, -in voortdurenden strijd—de eene helft met Rome, de andere tegen Rome! Was het mogelijk, -dat Christus in achttien eeuwen nog niet het derde gedeelte van de menschheid, dat -het eeuwige, almachtige Rome nog niet het zesde gedeelte der volkeren aan zich onderworpen -had? Eén ziel van de zes gered, welk een verschrikkelijke verhouding! Maar de kaart -sprak onomwonden; het met rood aangegeven rijk van Rome was slechts een in de ruimte -verloren punt, wanneer men het vergeleek met het geel gekleurde rijk der andere goden, -de eindelooze streken, die de Propaganda nog te onderwerpen had. -</p> -<p>De vraag drong zich nu op: hoeveel eeuwen zouden er moeten verloopen, vóórdat de beloften -van Christus in vervulling zouden gaan, voor de geheele aarde aan zijn wet onderworpen -zou zijn en de religieuse maatschappij de burgerlijke weer dekken en samen slechts -één geloof en één rijk vormen zouden? En door welk een verbazing werd men bij deze -vraag, bij deze reusachtige, nog te vervullen taak aangegrepen, wanneer men aan de -kalme rust van Rome, aan zijn geduldige hardnekkigheid dacht, die nooit getwijfeld -heeft, die thans minder dan ooit twijfelt. Het is door zijn bisschoppen en zijn zendelingen -steeds aan den arbeid, wordt nooit moede en doet in de niet aan het wankelen te brengen -overtuiging, dat slechts Rome alleen eens de meester der wereld zijn zal, zijn werk -zonder onderbreking, evenals het oneindig kleine de wereld geschapen heeft! -</p> -<p>O, Pierre zag en hoorde, hoe dit zich voortdurend op marsch bevindend leger aan de -overzijde der zeeën door alle landen heen de politieke verovering in naam van den -<span class="pagenum">[<a id="pb364" href="#pb364">364</a>]</span>godsdienst voorbereidde en verzekerde. Narcisse had hem verteld, hoe zorgvuldig de -ambassades te Rome de handelingen der Propaganda moesten nagaan, want de missies in -die verre landen waren dikwijls nationale werktuigen, die een grooten invloed uitoefenden. -De geestelijke heerschappij verzekerde de wereldlijke, de veroverde zielen gaven de -lichamen. Er werd dan ook een aanhoudende strijd gevoerd, waarin de congregatie aan -de zijde stond der Italiaansche zendelingen of van die der verbonden naties, welker -overwinning zij wenschte. Steeds was zij ijverzuchtig geweest op haar concurrent, -de Propagation de la Foi te Lyon, die even rijk en even machtig is als zij, maar over -meer energieke en dappere mannen beschikt. Zij stelde zich er niet mede tevreden haar -reusachtige belastingen op te leggen, maar zij werkte haar tegen, offerde haar desnoods -op, wanneer zij haar overwinning vreesde. -</p> -<p>Meermalen waren Fransche zendelingen en Fransche orden verjaagd en hadden plaats moeten -maken voor Italiaansche of Duitsche monniken. En thans voelde Pierre dezen geheimen -haard van politieke intrigues in dit sombere, stoffige vertrek, dat nooit door de -zon opgevroolijkt werd. En weer doorrilde hem zijn oude huivering, die huivering voor -dingen, die men weet, doch die u plotseling monsterachtig en angstaanjagend toeschijnen. -Moest dit in de geheele wereld georganiseerde en met een eeuwige hardnekkigheid in -tijd en ruimte functioneerend werktuig van verovering en geweld niet de verstandigsten -in de war brengen, niet de dappersten doen verbleeken? Het was niet tevreden met de -zielen, maar werkte aan zijn toekomstige heerschappij over alle menschen, beschikte -over hen, daar het hen nog niet voor zichzelf kon nemen, en stond ze af aan den wereldlijken -meester, die hen zoolang bewaren zou. Welk een wonderlijken droom: Rome wacht met -glimlachende kalmte op de eeuw, dat het de tweehonderd millioen Mohammedanen en de -zevenhonderd millioen Brahmanen en Boeddhisten opgezogen zal hebben in één enkel volk, -waarvan het de geestelijke en wereldlijke koning zijn zal in naam van den triompheerenden -Christus! -</p> -<p>Een gehoest deed Pierre omkijken; hij huiverde, toen hij kardinaal Sarno, dien hij -niet had hooren binnenkomen, zag. Nu hij daar zoo voor die kaart staande aangetroffen -werd, kreeg hij een gevoel, alsof men hem betrapte, terwijl hij bezig was iets kwaads -te doen, een geheim te schenden. Een diepe blos kwam op zijn gelaat. -<span class="pagenum">[<a id="pb365" href="#pb365">365</a>]</span></p> -<p>Maar de kardinaal, die hem met zijn doffe oogen strak had aangekeken, liet zich, zonder -een woord te zeggen, in zijn fauteuil vallen. Met een handbeweging had hij hem van -den ringkus ontslagen. -</p> -<p>“Ik wilde mijn opwachting maken bij Uwe Eminentie … Voelt Uwe Eminentie zich ziek?” -</p> -<p>“Neen, neen, maar ik kan maar niet afkomen van die beroerde verkoudheid. En bovendien -heb ik het op het oogenblik heel druk.” -</p> -<p>Pierre keek hem aan; in het schemerlicht, dat door het raam binnenviel, zag hij er -met zijn linkerschouder, die hooger was dan zijn rechter, zoo kwijnend en mismaakt -uit. In zijn uitgemergeld, aardkleurig gelaat was niets levends meer, zelfs zijn blik -niet. Hij dacht plotseling aan een van zijn ooms te Parijs, die, nadat hij dertig -jaar in het bureau van een ministerie had doorgebracht, dienzelfden dooden blik, diezelfde -perkamenten huid, diezelfde moede wezenloosheid had. Kon het eigenlijk wel mogelijk -zijn, dat deze uitgedroogde en in zijn roodomzoomde, zwarte soutane als het ware zwemmende -grijsaard de meester der wereld was en zonder Rome ooit verlaten te hebben, de kaart -der Christenheid zóó in zich opgenomen had, dat de praefect der Propaganda geen enkel -besluit nam, alvorens hij zijn advies ingewonnen had? -</p> -<p>“Ga een oogenblik zitten, mijnheer de abbé … U hebt mij zeker iets te vragen, dat -u mij komt bezoeken …” -</p> -<p>En terwijl hij in een luisterende houding zitten ging, bladerde hij met zijn magere -vingers in de voor hem opgestapelde dossiers, wierp een blik in ieder stuk als een -generaal, als een ervaren en kundig tacticus, wiens leger zich ergens in de verte -bevindt en die het uit zijn studievertrek ter overwinning voert, zonder ooit een minuut -te verliezen. -</p> -<p>Pierre, die een oogenblik verlegen was, nu hij het zelfzuchtige doel van zijn bezoek -zoo duidelijk geformuleerd hoorde worden, besloot met de deur in huis te vallen. -</p> -<p>“Inderdaad, ik ben zoo vrij van de groote wijsheid van Uwe Eminentie raad te komen -vragen. Uwe Eminentie zal het niet onbekend zijn, dat ik te Rome ben, om mijn boek -te verdedigen. Ik zou zeer gelukkig zijn, indien Uwe Eminentie mij zou willen leiden -en met haar ervaring bijstaan.” -</p> -<p>In enkele woorden vertelde hij hem, hoe het met zijn zaak, die hij tegelijk verdedigde, -stond. Maar naar mate hij verder sprak, zag hij, hoe de kardinaal alle belangstelling -verloor, aan iets anders dacht, hem niet meer verstond. -<span class="pagenum">[<a id="pb366" href="#pb366">366</a>]</span></p> -<p>“Ach ja, u hebt een boek geschreven; als ik mij goed herinner, is daar op een avond -bij donna <span class="corr" id="xd29e3465" title="Bron: Serafine">Serafina</span> over gesproken … Dat is verkeerd, een priester moet niet schrijven. Waartoe dient -dat?… En wanneer de Indexcongregatie het vervolgt, heeft zij daar zeker groot gelijk -in. Wat kan ik in deze zaak doen? Ik ben geen lid der Congregatie, ik weet niets, -absoluut niets.” -</p> -<p>Vergeefs trachtte Pierre, die zijn teleurstelling den kardinaal zoo gesloten en onverschillig -te vinden, niet bedwingen kon, hem belangstelling in te boezemen. Hij merkte, dat -deze geest, die op het gebied, waarop hij zich sedert veertig jaar bewoog, zoo veelomvattend -en scherpzinnig was, stomp werd, zoodra hij zich van dat speciale gebied verwijderde. -Hij was noch nieuwsgierig noch soepel. Uit zijn oogen verdween alles wat op leven -geleek, zijn schedel scheen nog dieper ingedrukt te worden, zijn geheele gelaatsuitdrukking -kreeg iets imbeciels. -</p> -<p>“Ik weet niets, ik kan niets,” herhaalde hij. “Ik beveel nooit iemand aan.” -</p> -<p>Toch trachtte hij iets te doen. -</p> -<p>“Maar Nani zit erachter. Wat raadt Nani u aan te doen?” -</p> -<p>“Monsignor Nani is zoo vriendelijk geweest mij den naam van den rapporteur, monsignor -Fornaro, te noemen en heeft mij aangeraden hem te bezoeken.” -</p> -<p>De kardinaal scheen verbaasd en als het ware wakker te worden. Er kwam wat licht in -zijn oogen terug. -</p> -<p>“Zoo, zoo, werkelijk … Als Nani dat gedaan heeft, dan zal hij daar zijn reden wel -voor hebben. Ga naar monsignor Fornaro.” -</p> -<p>Hij was opgestaan ten bewijze, dat de audiëntie afgeloopen was, waarop Pierre met -een diepe buiging zijn dank betuigde. Zonder hem naar de deur te brengen, ging hij -weer zitten en in het doode vertrek was niets meer te hooren dan het droge geluid -van zijn knokige vingers, die in de dossiers bladerden. -</p> -<p>Gewillig volgde Pierre zijn raad op. Hij besloot op zijn terugweg naar de Via Giulia -over de piazza Navona te gaan. Maar bij Monsignor Fornaro zeide een knecht hem, dat -zijn heer was uitgegaan en dat hij zich, als hij hem spreken wilde, vroegtijdig, om -tien uur, moest laten aandienen. Hij kon dan ook eerst den volgenden ochtend ontvangen -worden. Hij had voordien zorg gedragen omtrent den prelaat iets te weten te komen, -zoodat hij het voornaamste van hem wist: <span class="pagenum">[<a id="pb367" href="#pb367">367</a>]</span>hij was in Napels geboren, was zijn studies begonnen bij de Barnabietenpaters in die -stad en had die op het seminarie te Rome voltooid. Daarna was hij langen tijd professor -aan de Gregoriaansche universiteit geweest. Thans was monsignor Fornaro raadgever -bij verschillende congregaties, kanunnik van de S. Maria Maggiore, werd verteerd door -de eerzucht eenmaal kanunnik van de St. Pieter te worden, en koesterde den droom eens -secretaris van het consistorie te worden—een ambt, dat hem later het purper geven -zou. Het eenige wat men hem, die voor een bijzonder knap theoloog doorging, verwijten -kon, was, dat hij te veel aan litteratuur deed, hij schreef namelijk veel artikelen -voor godsdienstige tijdschriften, die hij echter zoo verstandig was niet te teekenen. -Ook zeide men, dat hij zeer mondain was. -</p> -<p>Zoodra Pierre zijn kaartje had laten overhandigen, werd hij ontvangen, en misschien -zou het vermoeden bij hem opgekomen zijn, dat hij verwacht werd, wanneer de ontvangst, -die hem van de zijde van den prelaat ten deel viel, niet getuigd had van de meest -oprechte verrassing, gepaard met eenige ongerustheid. -</p> -<p>“Mijnheer de abbé Froment, mijnheer de abbé Froment,” herhaalde de prelaat, terwijl -hij naar het kaartje, dat hij in zijn hand gehouden had, keek. “Kom binnen, als het -u blieft. Ik had eigenlijk niemand willen ontvangen, want ik heb zeer dringend werk … -Maar het komt er niet op aan, ga zitten!” -</p> -<p>Maar Pierre bleef vol bewondering voor dezen knappen, grooten en sterken man, die -in de kracht van zijn leven was, staan. Blozend, gladgeschoren, met nauwlijks grijzende -haren had hij een vriendelijken neus, vochtige lippen, liefkoozende oogen, in het -kort alles wat den Romeinschen prelaat verleidelijk en decoratief maken kan. In zijn -zwarte soutane met lila kraag zag hij er zeer gesoigneerd en eenvoudig-elegant uit. -Het groote vertrek, waarin hij ontving, en dat door twee op de piazza Navona uitziende -ramen vroolijk verlicht en met een thans bij de Romeinsche geestelijkheid weinig voorkomenden -smaak gemeubileerd was, was een waardige omlijsting voor den opgewekten en hartelijk -ontvangenden prelaat. -</p> -<p>“Ga toch zitten, mijnheer Froment, en vertel me, waaraan ik de eer van uw bezoek te -danken heb.” -</p> -<p>Hij was zelf ook weer gaan zitten; en Pierre voelde zich bij die natuurlijke vraag, -welke hij had moeten voorzien, <span class="pagenum">[<a id="pb368" href="#pb368">368</a>]</span>plotseling verlegen worden. Zou hij onmiddellijk op de zaak ingaan, het teere motief -van zijn bezoek bekennen? Hij voelde, dat het de snelste en waardigste weg was. -</p> -<p>“O, monsignor, ik weet heel goed, dat wat mij tot u voert, iets zeer ongewoons is. -Maar men heeft mij aangeraden dezen stap te doen en het komt mij voor, dat het tusschen -eerlijke menschen nooit kwaad kan zijn de waarheid in volle oprechtheid te zoeken.” -</p> -<p>“Maar wat dan, wat dan?” vroeg de prelaat met een volkomen onschuldig gezicht, terwijl -zijn glimlach hem geen oogenblik verliet. -</p> -<p>“Welnu dan, ik heb gehoord, dat de Indexcongregatie u opgedragen heeft rapport uit -te brengen over mijn boek <i>Het Nieuwe Rome</i>; en nu neem ik de vrijheid mij te komen voorstellen voor het geval, dat u eenigen -naderen uitleg aan mij te vragen hebt.” -</p> -<p>Maar monsignor Fornaro scheen er niets verder over te willen hooren. Hij bracht zijn -beide handen aan zijn hoofd en ging, hoewel nog altijd beleefd, wat achteruit. -</p> -<p>“Neen, neen, vertel me dat niet, zeg niets verder, daar zoudt u mij groot verdriet -mede doen … Laten we aannemen, dat men u verkeerd heeft ingelicht, want men moet niets -weten, weet ook niets, de anderen evenmin als ik … Laten we om Godswil niet meer over -die dingen praten.” -</p> -<p>Gelukkig kreeg Pierre, die de uitwerking gemerkt had, welke de naam van den assessor -van het Heilig College gemaakt had, den inval te antwoorden: -</p> -<p>“Zeker, monsignor, ik ben niet van plan u den minsten overlast te veroorzaken, en -ik herhaal u, dat ik mij nooit de vrijheid veroorloofd zou hebben u lastig te vallen, -indien niet monsignor Nani zelf mij uw naam en uw adres gegeven had.” -</p> -<p>Ook ditmaal liet de uitwerking niet op zich wachten, ook al gaf monsignor Fornaro -niet dadelijk toe. -</p> -<p>“Wat, is monsignor Nani zoo onbescheiden geweest! Ik zal hem een standje moeten geven … -En wat weet hij ervan? Hij behoort niet tot de congregatie, hij kan op een dwaalspoor -gebracht zijn … Zeg hem, dat hij zich vergist heeft, dat ik niets met deze zaak te -maken heb; dat zal hem leeren, dat hij geen geheimen, die door allen geëerbiedigd -moeten worden, moet verraden.” -</p> -<p>Dan voegde hij er vriendelijk met zijn liefkoozende oogen en zijn glimlachenden mond -aan toe: -<span class="pagenum">[<a id="pb369" href="#pb369">369</a>]</span></p> -<p>“Enfin, nu monsignor Nani het wenscht, wil ik wel een oogenblik met u praten, mijnheer -Froment, onder voorwaarde, dat u van mij niets zult hooren over mijn rapport, noch -over wat in de congregatie gedaan of gezegd kan zijn.” -</p> -<p>Op zijn beurt moest nu Pierre glimlachen, want hij verwonderde er zich over hoe makkelijk -dadelijk alles werd, wanneer de schijn en de vormen maar gered werden. En hij begon -nogmaals zijn geval uit te leggen, schilderde hem de groote verbazing, waarin het -proces, dat zijn boek aangedaan was, hem geworpen had, de onwetendheid, waarin hij -nog verkeerde omtrent de grieven, waarnaar hij nog altijd zocht, zonder ze te kunnen -vinden. -</p> -<p>“Zoo, zoo!” zeide de prelaat, verbaasd over zooveel naïeveteit. “De congregatie is -een rechtbank en kan niet handelen, wanneer een zaak niet aanhangig bij haar gemaakt -wordt. Uw boek wordt vervolgd, omdat men het aangegeven heeft.” -</p> -<p>“Ja, ik weet het, aangegeven.” -</p> -<p>“Zeker, de klacht is door drie Fransche bisschoppen ingediend—u zult mij niet kwalijk -nemen, dat ik de namen verzwijg—en dan moet de congregatie tot onderzoek van het geïncrimineerde -werk overgaan.” -</p> -<p>Pierre keek hem vol verbazing aan. Aangeklaagd door drie bisschoppen, en waarom, met -welk doel? -</p> -<p>Dan dacht hij aan zijn beschermer. -</p> -<p>“Maar kardinaal Bergerot heeft mij een goedkeurenden brief geschreven, dien ik als -voorwoord in mijn boek heb laten drukken. Was dat geen voldoende waarborg voor het -Fransche episcopaat?” -</p> -<p>Fijntjes schudde monsignor Fornaro zijn hoofd, vóór hij antwoordde: -</p> -<p>“O, ja zeker! De brief van Zijne Eminentie, een heel mooie brief … Toch geloof ik, -dat hij beter gedaan zou hebben dien niet te schrijven, zoowel voor hem zelf als vooral -voor u.” -</p> -<p>En toen de priester, wiens verbazing steeds toenam, hem tot een nadere verklaring -dwingen wilde, voegde hij eraan toe: -</p> -<p>“Neen, neen, ik weet niets, ik zeg niets … Zijne Eminentie kardinaal Bergerot is een -heilige, die door iedereen vereerd wordt, en wanneer hij zondigen kon, dan zou men -daarvan alleen zijn hart een verwijt kunnen maken.” -</p> -<p>Er volgde een stilte. Pierre had een gevoel, alsof zich een afgrond voor hem opende. -Hij durfde niet aandringen, maar zeide met eenige heftigheid: -</p> -<p>“Maar waarom mijn boek en waarom niet de boeken der <span class="pagenum">[<a id="pb370" href="#pb370">370</a>]</span>anderen? Ik denk er niet over op mijn beurt als aanklager op te treden, maar hoeveel -boeken ken ik niet, waarvoor Rome de oogen sluit en die heel wat gevaarlijker zijn -dan het mijne!” -</p> -<p>Ditmaal scheen monsignor blijde te zijn zich bij Pierre’s meening te kunnen aansluiten. -</p> -<p>“U hebt groot gelijk, wij weten heel goed, dat wij niet alle slechte boeken kunnen -bereiken, en dat spijt ons genoeg. Maar u moet eens denken aan het ontelbaar aantal -boeken, dat wij gedwongen zouden zijn te lezen. Daarom veroordeelen wij de slechtste -en bloc.” -</p> -<p>Hij ging nader op die quaestie in. In principe moesten de drukkers geen boek op de -pers leggen, zonder het van te voren aan de goedkeuring van den bisschop onderworpen -te hebben. Maar in welke groote verlegenheid zouden de bisschoppen geraken, wanneer -de drukkers zich bij de tegenwoordige reusachtige boekenproductie, plotseling naar -dien regel gingen schikken. Men zou voor dat kolossale werk geen tijd, geen geld en -niet genoeg geschikte menschen hebben. Daarom veroordeelde de Indexcongregatie de -verschenen of nog te verschijnen boeken van sommige categorieën geheel en al, zonder -ze te onderzoeken: in de eerste plaats alle voor de zeden gevaarlijke boeken, alle -erotische boeken, alle romans; vervolgens alle Bijbels in de gewone talen, want de -Heilige Boeken mogen maar niet zonder onderscheid toegestaan worden; ten slotte alle -duivelskunstenboeken, alle wetenschappelijke, geschiedkundige en wijsgeerige boeken, -die met het dogma in strijd zijn, alle boeken van ketters of eenvoudige geestelijken, -die den godsdienst betreffen. Dat waren verstandige, door verschillende pausen overgenomen -wetten, waarvan het exposé als voorrede diende voor den catalogus van verboden boeken, -dien de congregatie uitgaf, en zonder welke deze catalogus, wilde men hem volledig -hebben, alleen een heele bibliotheek gevuld zou hebben. In één woord, wanneer men -hem doorbladerde, merkte men dadelijk, dat het interdict vooral werken van priesters -betrof, daar Rome er zich, gezien de moeilijkheid en het reusachtige van de taak, -slechts om bekommerde zorg te dragen voor de goede orde in de Kerk. Dat was ook het -geval met Pierre en zijn boek. -</p> -<p>“U begrijpt,” ging monsignor Fornaro voort, “dat we voor een hoop ongezonde boeken -geen reclame gaan maken door ze de eer van een afzonderlijke veroordeeling aan te -doen. <span class="pagenum">[<a id="pb371" href="#pb371">371</a>]</span>Er zijn er legioenen bij alle volkeren, en wij zouden geen papier en geen inkt genoeg -hebben, om ze alle te bereiken. Wij bepalen er ons toe er een te treffen, wanneer -het door een beroemden naam geteekend is, wanneer er te veel over gesproken wordt -of wanneer het ergerlijke aanvallen bevat tegen het geloof. Dat is voldoende om er -de menschheid aan te herinneren, dat wij bestaan en ons verdedigen, zonder in het -minst iets van onze rechten of van onze plichten prijs te geven.” -</p> -<p>“Maar mijn boek, mijn boek?” riep Pierre uit; “waarom die vervolging tegen mijn boek?” -</p> -<p>“Maar dat leg ik u toch, voor zoover het mij geoorloofd is, uit, mijn beste mijnheer -Froment. U is priester, uw boek heeft succes, u hebt een goedkoope editie gegeven, -die goed verkocht wordt—en nu spreek ik niet over de letterkundige verdienste, die -werkelijk zeer opmerkelijk is, want ik maak u mijn compliment over den dichterlijken -ademtocht, die door het geheele werk gaat. Maar hoe zou het mogelijk zijn, dat wij -in die omstandigheden onze oogen sloten voor een werk, waarin u concludeert tot de -vernietiging van onzen heiligen godsdienst en tot de verwoesting van Rome?” -</p> -<p>Pierre bleef, als verstikt door verwondering, met open mond zitten. -</p> -<p>“De verwoesting van Rome? Groote God, maar ik wil Rome juist verjongd, eeuwig, de -koningin der wereld!” -</p> -<p>En opnieuw aangegrepen door zijn brandende geestdrift, verdedigde hij zich, legde -hij opnieuw zijn geloofsbekentenis af: het Katholicisme moest terugkeeren tot de oorspronkelijke -Kerk, nieuwe krachten putten uit het broederlijke Christendom van Jezus, de paus moest, -van alle aardsche hoogheid bevrijd, door barmhartigheid en liefde heerschen over de -geheele menschheid, de wereld redden van de vreeselijke sociale crisis, die haar bedreigde, -om haar te brengen tot het ware koninkrijk Gods, tot de Christelijke gemeenschap van -alle tot één volk vereenigde volkeren. -</p> -<p>“Kan de Heilige Vader mijn boek veroordeelen? Zijn het niet zijn geheime ideeën, die -men begint te raden? En zou het mijn eenige fout niet zijn, dat ik ze te vroeg en -te vrij uitgesproken heb? Zou ik, indien men mij toestond hem te spreken, niet onmiddellijk -van hem verkrijgen, dat de vervolging gestaakt werd?” -</p> -<p>Monsignor Fornaro zeide niets meer, schudde zijn hoofd, zonder zich boos te maken -over de jeugdige onstuimigheid <span class="pagenum">[<a id="pb372" href="#pb372">372</a>]</span>van den priester. Integendeel hij glimlachte met een toenemende vriendelijkheid, als -schepte hij vermaak in zooveel onschuld en dweperij. -</p> -<p>“Vooruit maar, vooruit maar!” zeide hij eindelijk vroolijk. “Ik zal u niet tegenhouden. -Het is mij verboden iets te zeggen … Maar het wereldlijk gezag, het wereldlijk gezag …” -</p> -<p>“En wat wil dat wereldlijk gezag?” -</p> -<p>Weer zeide de prelaat niets. Hij keek naar boven en speelde met zijn blanke handen. -Toen hij weer begon te spreken, was het alleen om er aan toe te voegen: -</p> -<p>“En dan is er nog uw nieuwe godsdienst … Want het woord nieuwe godsdienst, nieuwe -godsdienst komt tweemaal in uw boek voor …” -</p> -<p>Hij wond zich nog meer op, raakte zoo buiten zichzelf, dat Pierre, door ongeduld aangegrepen, -uitriep: -</p> -<p>“Ik weet niet, hoe uw rapport luiden zal, monseigneur, maar ik verzeker u, dat het -nooit in mijn bedoeling gelegen heeft het dogma aan te vallen. Dat blijkt waarachtig -toch wel uit mijn heele werk, ik heb alleen een boek van erbarmen en redding willen -geven. Het is niet meer dan billijk ook met de bedoelingen rekening te houden.” -</p> -<p>Monsignor Fornaro was weer kalm geworden en zeide op vaderlijken toon: -</p> -<p>“O, de bedoelingen, de bedoelingen!” -</p> -<p>Hij stond op, ten teeken, dat hij het onderhoud als geëindigd beschouwde. -</p> -<p>“Wees ervan overtuigd, mijn waarde mijnheer Froment, dat ik mij zeer vereerd gevoel, -dat u zich tot mij gewend heeft … Natuurlijk kan ik u niet zeggen, hoe mijn rapport -zal uitvallen; wij hebben er trouwens al te veel over gesproken en ik had eigenlijk -moeten weigeren naar uw verdediging te luisteren. Maar desniettemin ben ik gaarne -bereid u in alles, wat niet indruischt tegen mijn plicht, te helpen … Maar ik vrees -voor uw boek het ergste.” -</p> -<p>En toen Pierre opnieuw beginnen wilde, voegde hij er aan toe: -</p> -<p>“Ach ja … De feiten worden beoordeeld en niet de bedoelingen. Iedere verdediging is -dus nutteloos, het boek bestaat en is wat het is. U kunt het net zooveel verklaren -en uitleggen als u wilt, maar veranderen kunt u het niet meer … Daarom hoort de congregatie -de aangeklaagden nooit, aanvaardt zij van hen slechts de eenvoudige herroeping. Het -verstandigste wat u nog doen kunt, is uw boek <span class="pagenum">[<a id="pb373" href="#pb373">373</a>]</span>te herroepen, u te onderwerpen … Wilt u dat niet? Ach, wat zijt ge nog jong, vriendlief!” -</p> -<p>Hij lachte nog luider om het gebaar van verzet, van ontembaren trots, dat zijn jonge -vriend, zooals hij hem noemde, niet bedwingen kon. Dan bij de deur, in een nieuwe -opwelling van sympathie, terwijl hij zijn stem deed dalen: -</p> -<p>“Kom, vriendlief, ik wil iets voor u doen, ik zal u een goeden raad geven … Eerlijk -gezegd, beteeken ik niets. Ik lever mijn rapport in, het wordt gedrukt, men leest -het, zonder dat men er eenige waarde aan behoeft te hechten … De secretaris der Congregatie, -pater Dangelis, daarentegen kan alles, zelfs het onmogelijke … Ga hem opzoeken in -het klooster der Dominicanen achter de piazza di Spagna … Maar noem mijn naam niet. -Tot ziens, waarde heer, tot ziens!” -</p> -<p>Als verdoofd stond Pierre weer op de piazza Navona; hij wist niet meer, wat hij gelooven -en hopen moest. Een laffe gedachte maakt zich van hem meester: waarom dezen strijd, -waarin de tegenstanders onbekend en ongrijpbaar bleven, voortzetten? Waarom nog langer -blijven in dit bedriegelijke Rome? Hij zou vluchten, nog denzelfden avond naar Parijs -terugkeeren, dan verdwijnen en er in de uitoefening van de nederigste naastenliefde -troost zoeken voor zijn bittere teleurstellingen. Het was een van die oogenblikken -van hulpeloosheid, waarin de zoo lang gedroomde taak onmogelijk schijnt. Maar ondanks -zijn verwarring ging hij toch op zijn doel af. Toen hij op den Corso, dan in de Via -dei Condotti en eindelijk op de piazza di Spagna gekomen was, besloot hij nog een -bezoek te brengen aan pater Dangelis. Het klooster der Dominicanen ligt daar onder -de S. Trinità dei Monti. -</p> -<p>O, die Dominicanen! Hij had nooit zonder een zekeren, met eenigen schrik vermengden -eerbied aan hen gedacht. Welke een krachtigen steun hadden zij zich steeds voor de -autoritaire en theocratische idee getoond! Hun dankte de Kerk haar meest krachtige -autoriteit; zij waren de glorierijke soldaten van zijn overwinning. Terwijl de H. -Franciscus van Assisi voor Rome de zielen der nederigen veroverde, onderwierp de H. -Dominicus de zielen der intelligenten en machtigen. En dat alles vol hartstocht, met -een vuur vol bewonderenswaardig geloof en wilskracht, door alle mogelijke middelen—door -prediking, door boeken, door den druk van politie en gerecht. Al moge hij de Inquisitie -niet ingesteld hebben, hij heeft daar een dankbaar gebruik <span class="pagenum">[<a id="pb374" href="#pb374">374</a>]</span>van gemaakt; zijn zacht, broederlijk voelend hart bestreed het schisma te vuur en -te zwaard. Levend in armoede, kuischheid en gehoorzaamheid, groote deugden in die -tijden van hoogmoed en uitspattingen, trokken hij en zijn monniken door de steden, -predikten voor de goddeloozen, trachtten hen terug te brengen tot de Kerk, klaagden -hen aan bij de geestelijke rechtbanken, wanneer hun woord niet voldoende was. Hij -viel ook op de wetenschap aan, trachtte die voor zich te winnen, koesterde het ideaal -God te verdedigen met de wapenen der rede en der menschelijke kennis; hij was de voorvader -van den Heiligen Thomas van Aquino, het licht der Middeleeuwen, die alles, de psychologie, -de logica, de politiek en de moraal in zijn Summarium samenvatte. -</p> -<p>Op die wijze vulden de Dominicanen de wereld, terwijl zij de leer van Rome op de beroemdste -kansels van alle volkeren verdedigden en bijna overal in strijd waren met den vrijen -geest der Universiteiten; zij waren de trouwe wachters en hoeders van het dogma, de -onvermoeide smeden van het fortuin der pausen, de machtigsten van alle wetenschappelijke -en litteraire arbeiders, die het reusachtige gebouw van het Katholicisme, zooals het -thans nog bestaat, hebben opgetrokken. -</p> -<p>Maar thans vroeg Pierre, die dit gebouw, dat men meende op vasten grond te hebben -gebouwd om de eeuwigheid uit te dienen, voelde wankelen, zich af, welk nut die werklieden -nog konden hebben. Hun politie en hun rechtbanken waren onder vervloekingen gestorven, -naar hun woord werd niet meer geluisterd, hun boeken las men zoo goed als niet meer, -hun rol van geleerden en beschavers was tegenover de hedendaagsche wetenschap, wier -waarheden het dogma aan alle kanten steeds meer en meer doen kraken, uitgespeeld. -Zeker, ook nu nog vormen zij een invloedrijke en bloeiende orde; maar hoe lang ligt -de tijd reeds achter ons, dat hun generaal in Rome heerschte als heer van het heilige -paleis, en in geheel Europa kloosters, scholen en onderdanen had! Van dat onmetelijke -groote erfgoed hebben zij in de Romeinsche curie thans niets meer over dan eenige -in hun orde gebleven betrekkingen, o. a. het secretariaat van de Indexcongregatie, -een vroegere onderhoorigheid van het Heilig Officie, waarin zij oppermachtig heerschten. -</p> -<p>Pierre werd onmiddellijk bij pater Dangelis toegelaten. Het was een groote, kale, -witte en door helder zonlicht overstroomde kamer. Men vond er niets dan een tafel -en <span class="pagenum">[<a id="pb375" href="#pb375">375</a>]</span>eenige lage stoeltjes, terwijl aan den muur een groot koperen crucifix hing. Bij de -tafel stond de pater, een magere, in de strenge, wijde, zwarte en witte dracht gekleede -man van ongeveer vijftig jaar. De grijze oogen in zijn lang ascetengezicht met den -smallen mond, den spitsen neus en de magere kin hadden een hinderlijk-starenden blik. -Overigens was zijn optreden beslist, eenvoudig en beleefd. -</p> -<p>“Mijnheer de abbé Froment, de schrijver van <i>Het Nieuwe Rome</i>, niet waar?” -</p> -<p>Hij ging op een laag stoeltje zitten, terwijl hij met zijn hand naar een ander voor -Pierre wees. -</p> -<p>“Wees zoo goed, mijnheer de abbé, mij het doel van uw bezoek te zeggen.” -</p> -<p>Pierre moest opnieuw met zijn uitleggingen en zijn verklaringen beginnen; en dit was -des te pijnlijker voor hem, daar zijn woorden neervielen in een doodelijke stilte, -in een doodelijke kilte. De pater bewoog zich niet, hij hield zijn handen op zijn -knieën gekruist, terwijl zijn scherpe, doordringende oogen op die van den priester -gericht waren. -</p> -<p>Toen deze eindelijk klaar was, zeide hij: -</p> -<p>“Mijnheer de abbé, ik heb gemeend u niet in de rede te moeten vallen, maar ik had -eigenlijk niet naar dit alles mogen luisteren. Het proces tegen uw boek is begonnen, -en geen macht ter wereld zou in staat zijn den loop daarvan tegen te houden. Ik begrijp -dus eigenlijk niet goed, wat u van mij schijnt te verwachten.” -</p> -<p>Met bevende stem waagde Pierre te antwoorden: -</p> -<p>“Ik verwacht goedheid en rechtvaardigheid.” -</p> -<p>Een flauw glimlachje van trotschen ootmoed, speelde om de lippen van den monnik. -</p> -<p>“Wees niet bang, het heeft God altijd behaagd in mijn bescheiden ambt Zijn licht over -mij te doen schijnen. Trouwens ik heb geen gerechtigheid te oefenen, ik ben maar een -eenvoudige ambtenaar, die de processen moet ordenen en documenteeren. Alleen Hunne -Eminenties, die leden zijn der congregatie, spreken een oordeel uit over uw boek … -Zij zullen dat ongetwijfeld doen met de hulp van den Heiligen Geest, en u hebt niets -te doen dan u te buigen voor haar uitspraak, zoodra die door Zijne Heiligheid bekrachtigd -is.” -</p> -<p>Hij stond op en dwong daardoor Pierre ook op te staan. Het waren dus bijna dezelfde -woorden als bij monsignor Fornaro; slechts werden zij hier met een snijdende beslistheid, -<span class="pagenum">[<a id="pb376" href="#pb376">376</a>]</span>met een soort kalme bravoure uitgesproken. Overal stootte hij op dezelfde naamlooze -kracht, op dezelfde machtige, steeds in werking zijnde machine, welker raderen elkaar -onderling niet kennen wilden. Ongetwijfeld zou men hem nog langen tijd van den een -naar den ander sturen, zonder dat hij ooit het hoofd, den beoordeelenden en handelenden -wil, vinden zou. Hem bleef niets over dan zich erbij neer te leggen. -</p> -<p>Toch kwam hij, alvorens weg te gaan, op de gedachte nogmaals den naam van monsignor -Nani, wiens macht hij thans begon te begrijpen, uit te spreken. -</p> -<p>“Ik vraag u wel excuus, dat ik u nutteloos lastig gevallen heb. Ik heb slechts den -welwillenden raad van monsignor Nani gevolgd, die wel zoo goed is zich voor mij te -interesseeren.” -</p> -<p>Maar de uitwerking was geheel onverwacht. Weer kwam er een glimlachje op het magere -gezicht van pater Dangelis; om zijn lippen verscheen een plooi, waarin een ironische -minachting niet te miskennen viel. Hij was bleeker geworden; zijn vurige oogen vlamden. -</p> -<p>“O, zendt monsignor Nani u?… Nu, wanneer u meent protectie noodig te hebben, is het -onnoodig u tot een ander dan tot hem te wenden. Hij is almachtig … Ga naar hem, ga -naar hem!” -</p> -<p>Dat was de geheele bemoediging, die Pierre van dat bezoek medenam: de raad om terug -te gaan tot hem, die hem zond. Hij voelde, dat de grond hem onder de voeten wegzonk, -en besloot naar het paleis Boccanera terug te keeren, om na te denken en een duidelijk -besef te krijgen van zijn toestand, vóór hij verdere stappen deed. Onmiddellijk was -het denkbeeld in hem opgekomen raad te vragen aan don Vigilio: en het toeval wilde, -dat hij dien avond na het souper den secretaris in de gang aantrof, toen deze met -zijn kaars in de hand naar zijn slaapkamer wilde gaan. -</p> -<p>“Ik heb u zooveel te zeggen! Kom als het u blieft een oogenblik in mijn kamer!” -</p> -<p>Met een handgebaar legde de secretaris hem het zwijgen op. Dan op zacht-fluisterenden -toon: -</p> -<p>“Hebt u abbé Paparelli niet op de eerste verdieping gezien? Hij liep achter ons.” -</p> -<p>Dikwijls ontmoette Pierre in het paleis den sleepdrager, wiens slap gezicht en verdacht-snuffelende -manier van doen Pierre steeds hinderden. Maar hij bekommerde zich er nooit <span class="pagenum">[<a id="pb377" href="#pb377">377</a>]</span>om en was dan ook door die vraag zeer verrast. Doch reeds was don Vigilio, zonder -het antwoord af te wachten, naar het einde van de gang teruggeloopen en bleef daar -lang staan luisteren. Dan sloop hij weer naar Pierre’s kamer, blies zijn kaars uit -en sprong naar binnen. -</p> -<p>“Ziezoo, daar ben ik!” prevelde hij, toen de deur weer dicht was. “Als u het goed -vindt, zullen wij niet in dezen salon blijven, maar naar uw slaapkamer gaan. Twee -muren zijn beter dan een.” -</p> -<p>Toen de lamp eindelijk op tafel stond en zij beiden in de vervelooze kamer zaten, -welker vlaskleurig behang, ongelijksoortige meubelen, kale vloer en kale muren de -melancholie van oude verwelkte dingen bezaten, merkte Pierre, dat de abbé aan een -heftiger aanval van koorts ten prooi was dan gewoonlijk. Zijn klein mager lichaam -huiverde van de koude, nog nooit hadden in zijn arm, geel, uitgeteerd gelaat zijn -vurige oogen zoo donker gebrand. -</p> -<p>“Bent u ziek? Ik zou u niet graag vermoeien.” -</p> -<p>“Ziek! Ach ja, mijn lichaam brandt als vuur. Maar ik wil juist heel graag praten. -Ik kan het niet langer uithouden. Eens moet je je hart toch lucht geven.” -</p> -<p>Wilde hij afleiding zoeken voor zijn kwaal? Wilde hij zijn lang zwijgen verbreken, -om niet den verstikkingsdood te sterven? Hij liet Pierre onmiddellijk de stappen, -die hij de laatste dagen gedaan had, vertellen en wond zich nog meer op, toen hij -hoorde op welke wijze kardinaal Sarno, monsignor Fornaro en pater Dangelis den jongen -priester ontvangen hadden. -</p> -<p>“Jawel, jawel, natuurlijk! Het verwondert me heelemaal niet, maar toch hindert het -me voor u. O, ik weet wel, het gaat mij niet aan, maar het maakt me ziek, want het -roept al mijn eigen ellende weer wakker!… Kardinaal Sarno, die met zijn gedachten -elders leeft en nooit iemand geholpen heeft, moeten we niet mederekenen, maar die -Fornaro, die Fornaro!” -</p> -<p>“Hij scheen mij heel vriendelijk, ja zelfs heel welwillend toe, en ik geloof werkelijk, -dat hij naar aanleiding van ons onderhoud zijn rapport wel verzachten zal.” -</p> -<p>“Hij! Hoe vriendelijker hij geweest is, des te zwarter zal hij u maken. Hij zal u -opvreten, zich vetmesten aan die makkelijke prooi. O, u kent hem nog niet! Altijd -ligt hij op de loer, om zijn geluk op te bouwen met het ongeluk van arme drommels, -van wie hij weet, dat hun ondergang den <span class="pagenum">[<a id="pb378" href="#pb378">378</a>]</span>machtigen behagen zal!… Neen, dan heb ik liever te doen met den andere, met pater -Dangelis, een verschrikkelijk man, maar eerlijk en rechtuit ten minste, en bovendien -iemand met een helderen kop. Ik wil u echter volstrekt niet verhelen, dat hij, als -hij de baas was, u als een handjevol stroo zou verbranden … Als ik u alles kon zeggen, -als ik u met mij mede kon nemen in de vreeselijke dessous van deze kringen, als ik -u de monsterachtige eerzucht, de afschuwlijke intriges, de omkoopbaarheid, de lafheden, -het verraad, ja zelfs de misdaden kon laten zien!” -</p> -<p>Nu Pierre zag, dat hij zich zoo door zijn wrok liet medesleepen, wilde hij trachtten -de inlichtingen te krijgen, die hij tot dit oogenblik vergeefs gezocht had. -</p> -<p>“Zeg mij tenminste, hoever het met mijn zaak staat. Toen ik er bij mijn aankomst naar -vroeg, hebt u mij geantwoord, dat de kardinaal nog geen enkel stuk gekregen had. Maar -de processtukken zijn nu klaar, dat weet u toch zeker wel?… Tusschen twee haakjes, -monsignor Fornaro heeft mij verteld, dat drie Fransche bisschoppen een aanklacht ingediend -en een vervolging geëischt zouden hebben! Drie bisschoppen! Hoe is het mogelijk?” -</p> -<p>Don Vigilio haalde heftig zijn schouders op. -</p> -<p>“O, wat bent u toch nog goed van vertrouwen! Het verwondert mij, dat er maar drie -zijn … Ja, verschillende stukken van uw proces zijn thans in onze handen, trouwens -ik had al lang begrepen, wat voor een proces het zijn zou. De drie bisschoppen zijn -de bisschop van Tarbes, die blijkbaar handelt op instigatie van de paters van Lourdes, -en de bisschoppen van Poitiers en Evreux, beiden bekend om hun ultramontaansche onverdraagzaamheid -en hartstochtelijke tegenstanders van kardinaal Bergerot. Deze laatste staat, zooals -u weet, om zijn Gallicaansche denkbeelden en zijn werkelijk zeer liberalen geest op -het Vaticaan slecht aangeschreven … U behoeft nergens anders te zoeken, de geheele -zaak is daar te vinden. De almachtige paters van Lourdes eischen van den Heiligen -Vader een executie, terwijl men bovendien door uw boek den kardinaal tracht te treffen -voor een brief, dien hij voor u zoo onvoorzichtig geschreven heeft en welken gij als -inleiding hebt laten afdrukken … In den laatsten tijd zijn de veroordeelingen van -den Index dikwijls niets meer dan knotsslagen, die geestelijken elkander wederkeerig -in het donker toebrengen. Het aanklagen en verklikken is aan de orde van den dag; -het heerscht als <span class="pagenum">[<a id="pb379" href="#pb379">379</a>]</span>onbeperkt gebieder en daarna komt de wet van de willekeur. Ik zou u ongelooflijke -feiten kunnen noemen, onschuldige boeken, die men onder honderden andere uitgekozen -heeft, om een gedachte of een mensch te dooden; want achter den auteur heeft men het -meestal altijd op een hoogere en machtigere gemunt. Het is zulk een nest van intriges, -zoo’n bron van misbruiken, waarin de laagste persoonlijke wraaknemingen uitgeoefend -worden, dat de instelling van den Index wankelt en men zelfs hier in de omgeving van -den paus de noodzakelijkheid voelt haar binnen korten tijd opnieuw te reglementeeren, -indien men niet wil, dat zij geheel en al in diskrediet geraakt … O, ik begrijp heel -goed, dat men er zoo lang mogelijk aan vasthoudt om de universeele macht te behouden, -met alle wapenen te regeeren, maar dan moeten het mogelijke wapenen zijn, moeten zij -niet door hun onbeschaamde onrechtvaardigheid prikkelen en door hun kinderachtigheid -geen lachje opwekken.” -</p> -<p>Pierre luisterde, een pijnlijke verwondering had zich van zijn hart meester gemaakt. -O, hij had, sedert hij te Rome was, sedert hij zag, hoe de Paters der Grot daar ontzien -en gevreesd werden en door de groote sommen, die zij voor den Pieterspenning zonden, -er heer en meester waren, gevoeld, dat zij achter de vervolgingen stonden, geraden, -dat hij zou moeten boeten voor de bladzijde in zijn boek, waarin hij constateerde, -dat er te Lourdes een zondige <span class="corr" id="xd29e3623" title="Bron: verdraaiïng">verdraaiing</span> van het fortuin, een verschrikkelijk schouwspel, dat aan God deed twijfelen, een -voortdurende reden tot strijd waar te nemen was, die in de waarlijk Christelijke maatschappij -van morgen zou ophouden te bestaan. Ook begreep hij heel goed de ergernis, die zijn -niet verborgen vreugde over het verlies van de wereldlijke macht en vooral dat ongelukkig -gekozen woord “nieuwe godsdienst”, dat alleen reeds voldoende geweest zou zijn, om -de aanklagers te wapenen, gewekt hadden. Maar wat hem voornamelijk verbaasde en tot -wanhoop bracht, dat was het ongehoorde, onbegrijpelijke feit, dat de brief van kardinaal -Bergerot als een misdaad beschouwd, dat zijn boek aangeklaagd en veroordeeld werd -om daardoor den eerwaardigen herder, dien men van voren niet durfde aanvallen, in -zijn rug te treffen. Het was voor hem een bittere en pijnlijke gedachte, dat hij in -zijn vurige naastenliefde de oorzaak geworden was van de nederlaag van dien man. Welk -een wanhoop op den achtergrond van die twisten, waarin alleen de liefde voor den arme -moest strijden, de <span class="pagenum">[<a id="pb380" href="#pb380">380</a>]</span>afschuwlijkste geldquaesties, de door razende zelfzucht ontketende hartstochten en -begeerten te vinden! -</p> -<p>Dan rees in Pierre een verzet tegen dien gehaten en belachelijken Index op. Hij ging -de werking na van af de aanklacht tot aan het openlijk afkondigen der verboden boeken. -Hij had nu den secretaris der congregatie gesproken, pater Dangelis, in wiens handen -de aanklacht kwam en die van af dat oogenblik met den hartstocht van den autoritairen -en geleerden monnik en vervuld met den droom de geesten en het geweten als in den -heroïschen tijd der Inquisities te regeeren, het proces instrueerde en het dossier -samenstelde. Van de adviseerende prelaten had hij er een bezocht, die belast was met -het rapport over zijn boek, den zoo eerzuchtigen en zóó vriendelijken monsignor Fornaro, -een spitsvondig theoloog, die er niet tegen op gezien zou hebben om aanvallen op het -geloof te vinden in een verhandeling over algebra, wanneer de zorg om zijn geluk dat -eischte. -</p> -<p>Dan volgden de bijeenkomsten der kardinalen, die van tijd tot tijd stemden en in hun -droef stemmende wanhoop niet alle boeken te kunnen treffen, er één onderdrukten. Ten -slotte bekrachtigde de paus dan het besluit door zijn handteekening, een zuivere formaliteit—want -waren niet alle boeken strafbaar? Maar welk een zeldzame en jammerlijke bastille uit -het verleden was deze verouderde, bouwvallige, tot kindschheid vervallen Index geworden! -Men voelde welk een vreeselijke macht hij eens geweest moest zijn, toen de boeken -nog zeldzaam waren en de Kerk bloed- en vuurrechtbanken bezat, om haar vonnissen ten -uitvoer te leggen. Daarna hadden de boeken zich zoo vermenigvuldigd, was de geschreven -en gedrukte gedachte zoo’n diepe en zoo’n breede golf geworden, dat zij alles overstroomd, -alles medegesleurd had. De ontaarde, met onmacht geslagen Index moest zich thans bepalen -tot een ijdele demonstratie, om de reusachtige moderne productie en bloc te veroordeelen, -kromp het veld van zijn werkzaamheden steeds meer in, hield zich alleen nog maar bezig -met het onderzoek van werken van geestelijken. Maar zelfs in die rol was hij nog verdorven, -bezoedeld door de laagste hartstochten, veranderd in een werktuig van intriges, haat -en wraak. O, die treurige bekentenis van zwakken ouderdom, van toenemende verlamming -te midden van de spottende onverschilligheid der volkeren! -<span class="pagenum">[<a id="pb381" href="#pb381">381</a>]</span></p> -<p>Het Katholicisme, de vroegere, roemrijke bemiddelaar der beschaving, had er toe moeten -komen om de boeken in een hoop in het vuur van zijn hel te gooien! En welk een hoop -was het! Bijna de geheele litteratuur, geschiedenis, philosophie en wetenschap der -vorige eeuwen en der onze! Weinig boeken worden er thans gepubliceerd, die niet door -de banbliksems der Kerk getroffen zouden worden. Dat zij haar oogen sluit is alleen -het gevolg van het feit, om de onmogelijke taak alles te vervolgen en alles te vernietigen, -uit den weg te gaan. Toch tracht zij hardnekkig den schijn van haar souverein gezag -over de geesten te redden—als een zeer oude, van haar troon vervallen verklaarde koningin -zonder rechters en beulen, die ondanks alles doorgaat ijdele vonnissen uit te spreken, -welke slechts door een zeer kleine minderheid aanvaard worden. -</p> -<p>Maar men stelle zich een oogenblik voor, dat zij overwinnend en door een wonder meesteresse -over de geheele wereld was; men vrage zich af wat zij met rechtbanken om vonnissen -uit te spreken en gendarmes om die uit te voeren, maken zou van de menschelijke gedachte; -men denke zich eens in, dat de regels van den Index streng werden toegepast, een drukker -niets zonder goedkeuring van den bisschop op de pers kon leggen, alle boeken bij de -congregaties aangebracht, het verleden gezuiverd, het heden gekneveld, aan een geestelijke -Terreur onderworpen zou worden; zou dat niet gelijkstaan met het sluiten der bibliotheken, -de gevangenzetting van het erfdeel der geschreven gedachte, de barricadeering van -de toekomst, het volkomen stopzetten van iederen vooruitgang of iedere verovering -beteekenen? Een vreeselijk voorbeeld van dit rampzalige experiment levert het Rome -van onze dagen met zijn verkilden bodem, zijn gestorven, door eeuwen van pauselijk -bestuur gedood sap, Rome, dat zóó onvruchtbaar geworden is, dat na vijf-en-twintig -jaar van herleving en vrijheid nog geen enkele man, nog geen enkel werk daarin is -ontstaan. Maar wie zou dat aanvaarden—niet onder de revolutionnaire geesten, maar -onder de vrome geesten van eenige beschaving en eenig breed inzicht? Alles zou in -het kinderlijke en absurde instorten. -</p> -<p>Er heerschte een diepe stilte, en Pierre, die door zijn overpeinzingen geheel van -streek geraakt was, maakte een wanhopig gebaar, toen hij den zwijgenden don Vigilio -voor zich zag zitten. Een oogenblik zwegen beiden in de onbeweeglijkheid <span class="pagenum">[<a id="pb382" href="#pb382">382</a>]</span>van den dood, die uit het oude, ingesluimerde paleis oprees, te midden van deze gesloten -kamer, welke door de lamp zoo rustig verlicht werd. Dan boog don Vigilio met zijn -van koorts schitterenden blik wat voorover en fluisterde in een rilling. -</p> -<p>“Zij zitten altijd overal achter, altijd zij!” -</p> -<p>Pierre, die het niet begreep, geraakte door dit als het ware verdwaalde woord, dat -schijnbaar zonder eenigen overgang uitgesproken werd, in een eenigszins ongeruste -verbazing. -</p> -<p>“Wie zijn die zij?” -</p> -<p>“De Jezuïeten.” -</p> -<p>De magere, geel geworden priester had in dien kreet de opgehoopte woede van zijn nu -losbrekenden hartstocht gelegd. Wat kwam het erop aan, of hij een nieuwe dwaasheid -beging. Eindelijk was het woord eruit! Toch wierp hij een laatsten blik vol wanhopig -wantrouwen door de kamer. Dan gaf hij zijn hart lucht in een langen woordenstroom, -die des te onweerstaanbaarder was, omdat hij dien zoo lang in den grond van zijn hart -teruggedrongen had. -</p> -<p>“O, die Jezuïeten, die Jezuïeten!… U denkt ze te kennen, maar u hebt niet het flauwste -besef van hun afschuwlijke daden of van hun onberekenbare macht. Overal zitten zij -achter, zij en zij alleen. Zeg dat maar altijd tot u zelf, zoodra u niet meer begrijpen -kunt en toch begrijpen wilt. Wanneer u een ramp overkomt, wanneer u lijdt, wanneer -u weent, denk dan dadelijk: “Dat zijn zij, dat is hun werk!” Ik ben er niet zeker -van, dat er niet een onder dit bed ligt, in die kast staat … O, die Jezuïeten, die -Jezuïeten. Zij hebben mij opgegeten, eten me nog op; zij zullen niets meer van mijn -vleesch of van mijn beenderen overlaten.” -</p> -<p>Met zijn afgebroken stem vertelde hij zijn geschiedenis, zijn jeugd vol idealen. Hij -behoorde tot den kleinen provincie-adel, bezat een vrij aardig inkomen en had een -levendigen, soepelen, de toekomst toelachenden geest. Thans zou hij zeker prelaat -en op den weg naar hooge waardigheden geweest zijn, indien hij niet de fout begaan -had zijn afkeuring uit te spreken over de Jezuïeten en hen bij twee of drie gelegenheden -tegen te werken. Vanaf dat oogenblik hadden zij, als men hem gelooven mocht, alle -denkbare ongelukken op hem laten regenen: zijn vader en zijn moeder waren gestorven, -zijn bankier was met de noorderzon vertrokken, de goede betrekkingen ontsnapten <span class="pagenum">[<a id="pb383" href="#pb383">383</a>]</span>hem, zoodra hij zich gereed maakte ze te bekleeden, de ergste tegenspoeden troffen -hem en zijn heilig ambt, zoodat het niet veel gescheeld had, of men had hem geschorst. -Hij had eerst wat rust gevonden, toen kardinaal Boccanera, door zijn ongeluk getroffen, -hem in zijn persoonlijken dienst genomen had. -</p> -<p>“Hier is mijn toevlucht, mijn asyl. Zij verwenschen Zijne Eminentie, die nooit op -hun hand geweest is; maar zij hebben hem of zijn personeel nog niet durven aanvallen … -O, ik maak mij volstrekt geen <span class="corr" id="xd29e3651" title="Bron: ilusies">illusies</span>, zij zullen mij toch wel te pakken krijgen. <span class="corr" id="xd29e3654" title="Bron: Misschen">Misschien</span> zullen ze ons gesprek van vanavond te weten komen en het mij leelijk betaald zetten, -want het is verkeerd van me te spreken, maar ik spreek ondanks mezelf … Ze hebben -me al mijn geluk ontstolen, zij hebben me alle mogelijke ongelukken bezorgd, alles, -alles, hoort u!<span class="corr" id="xd29e3657" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>Pierre begon zich hoe langer hoe minder op zijn gemak te voelen. Hij trachtte te schertsen: -</p> -<p>“Kom, kom, de Jezuïeten hebben u toch die koorts niet gegeven!” -</p> -<p>“Waarachtig wel,” verzekerde don Vigilio heftig. “Ik heb die gekregen aan den Tiber, -op een avond, dat ik in mijn groot verdriet, omdat ik uit de kleine kerk, waar ik -dienst deed, gejaagd werd, ben gaan huilen.” -</p> -<p>Tot dusverre had Pierre niet geloofd aan de vreeselijke legende der Jezuïeten. Hij -behoorde tot een generatie, die glimlachte over weerwolven, en die de kleinburgerlijke -vrees voor deze beruchte zwarte mannen, welke zich in muren verborgen en families -terroriseerden, een beetje dwaas vond. Voor hem waren dat door religieuse en politieke -hartstochten overdreven bakerpraatjes. Hij keek dan ook don Vigilio verbaasd aan, -terwijl hij bang begon te worden met een maniak te doen te hebben. -</p> -<p>Toch riep hij zich de zoo belangwekkende geschiedenis der Jezuïeten voor den geest. -Terwijl de Heilige Franciscus van Assisi en de Heilige Dominicus de ziel en de geest -zelf, de meesters en de opvoeders der Middeleeuwen zijn, de eerste als de vertegenwoordiger -van het vurige geloof der nederigen, de tweede als de verdediger van het dogma en -vaststeller der leer voor intelligenten en machtigen, verschijnt Ignatius van Loyola -op den drempel der moderne tijden, om de gevaar loopende erfenis te redden. Hij accomodeert -den godsdienst aan de nieuwe maatschappijen en <span class="pagenum">[<a id="pb384" href="#pb384">384</a>]</span>geeft hem opnieuw de heerschappij over de wereld, die bezig is zich te vormen. Van -af dat oogenblik scheen het experiment genomen te zijn: God zou in zijn intransigenten -strijd met de zonde overwonnen worden, want het was thans vrijwel zeker, dat de vroegere -bedoeling om de natuur te onderdrukken, om in den mensch den mensch zelf met zijn -begeerten, zijn hartstochten, zijn hart en zijn bloed te dooden, slechts op een fatale -nederlaag kon uitloopen, waarbij de Kerk geheel dreigde te niet te gaan; op dat kritieke -oogenblik redden de Jezuïeten haar uit dat gevaar, gaven haar terug aan het veroveraarsleven, -door te beslissen, dat zij de wereld tegemoet moet gaan, nu de wereld niet meer tot -haar schijnt te komen. Daarin ligt het geheele geheim. -</p> -<p>Zij beweren, dat er schikkingen te treffen zijn met den hemel; zij plooien zich naar -de zeden, naar de vooroordeelen, naar de ondeugden zelfs; zij glimlachen, zijn vriendelijk, -denken er niet aan streng te wezen, zijn diplomatiek, bereid om de ergste gruwelen -zoo te draaien, dat zij tot de grootste eer van God gedaan schijnen te zijn. Dat is -hun verzamelkreet, daaruit vloeit voort hun moraal—de moraal, die men hun zoo dikwijls -voor de voeten geworpen heeft—dat alle middelen goed zijn om het doel te bereiken, -wanneer dat doel is het koninkrijk Gods, vertegenwoordigd door dat der Kerk. Welk -een reusachtig succes dan ook! Zij rijzen overal op, zij bedekken al heel spoedig -de aarde, zijn al heel spoedig overal de onbetwiste heerschers. Zij nemen koningen -de biecht af, zij vergaren ontzaglijke rijkdommen, zij vormen een zoo zegerijke macht, -dat zij in geen land hun voet kunnen zetten, zonder het weldra geheel met zijn zielen, -zijn lichamen, zijn invloed en zijn rijkdom, te bezitten. In de eerste plaats richten -zij scholen op, zij zijn onvergelijkelijke hersenkneders, want zij hebben steeds begrepen, -dat de macht altijd toebehoort aan het morgen, aan de opkomende geslachten, waarover -men de baas blijven moet, indien men eeuwig wil heerschen. -</p> -<p>Hun op de noodzakelijkheid van een transactie met de <span class="corr" id="xd29e3671" title="Niet in bron">op </span>zonde gebaseerde macht is zóó groot, dat zij onmiddellijk na het Concilie van Trente -den geest van het Katholicisme wijzigen, het doordringen en met zichzelf identificeeren, -de onontbeerlijke soldaten worden van het pausdom, dat van hen en voor hen leeft. -Van af dat oogenblik behoort Rome hun—Rome, waar hun generaal zoo lang bevolen heeft, -Rome, vanwaar zoo lang het wachtwoord is uitgegaan van <span class="pagenum">[<a id="pb385" href="#pb385">385</a>]</span>die geheime en geniale taktiek, die blindelings gevolgd werd door hun ontelbaar leger, -welks handige organisatie de wereld bedekt met een ijzeren net onder de fluweelzachte -handen, die zoo ervaren zijn in het leiden van de arme, lijdende menschheid. -</p> -<p>Maar het allerwonderbaarlijkste van alles was nog de verrassende levenskracht van -die onophoudelijk vervolgde, veroordeelde en verdreven Jezuïeten, die ondanks alles -nog het hoofd omhoog houden. Zoodra hun macht gevestigd is, begint hun impopulariteit, -die langzamerhand algemeen wordt. Een gejouw vol verwenschingen, afschuwlijke aanklachten, -schandelijke processen verheffen zich tegen hen, waarin zij als misdadigers en verdervers -ontmaskerd worden. Pascal geeft ze aan de openbare verachting prijs, parlementen doemen -hun boeken ten vure, universiteiten verwerpen hun leer en hun moraal als gif. In ieder -rijk verwekten zij zulke onlusten en troebelen, dat een vervolging tegen hen georganiseerd -wordt en zij weldra overal verjaagd worden. Meer dan een eeuw lang zijn zij zwervende, -worden verdreven, dan weer teruggeroepen, gaan over de grenzen en komen weer terug, -verlaten een land onder hoongelach en haatgeschreeuw om het weer te betreden, zoodra -de rust zich hersteld heeft. Eindelijk zijn zij, nadat een paus hun orde opgeheven -had—hun grootste ramp—weer door een ander hersteld en worden sedert dien tijd zoo -goed en zoo kwaad als het gaat, geduld. Maar ondanks hun diplomatiek op den achtergrond -blijven, ondanks het vrijwillige donker, waarin zij zoo voorzichtig zijn te leven, -blijven zij, rustig en zeker van de overwinning, triompheeren als soldaten, die de -wereld voor goed veroverd hebben. -</p> -<p>Pierre wist, dat zij thans, indien men alleen naar den uiterlijken schijn oordeelt, -uit het bezit van Rome verdreven waren. Zij besturen de Jezuïetenkerk niet meer, hebben -niet meer de leiding van het Collegium Romanum, waar zij zooveel zielen gemodelleerd -hebben; zonder eigen huis en op gastvrijheid van vreemden aangewezen, hebben zij zich -bescheiden in het Collegium Germanicum teruggetrokken, waarin zich een kleine kapel -bevond. Daar predikten zij, namen zij nog de biecht af, maar zonder ophef, zonder -de vrome pracht van de Il Gesù, zonder de roemrijke successen van het Collegium Romanum. -Moet men dus gelooven, dat zij uit list, met opzet verdwijnen, om de geheime en almachtige -meesters te blijven, de verborgen wil, die alles leidt. Men <span class="pagenum">[<a id="pb386" href="#pb386">386</a>]</span>zeide immers, dat het dogma der Onfeilbaarheid van den paus hun werk was, het wapen, -waarmede zij zichzelf gewapend hadden, terwijl zij het lieten voorkomen, alsof zij -het pausschap ermede wapenden voor de toekomstige, zware taak, die hun genie aan den -vooravond van groote sociale omwentelingen voorzag. Bestond dus werkelijk die geheime -oppermacht, waarvan don Vigilio zoo geheimzinnig vertelde, die beslaglegging op het -bestuur der Kerk, die onbekende, maar volkomen macht op het Vaticaan? -</p> -<p>Als gevolg van een plotselinge gedachtenassociatie vroeg Pierre plotseling: -</p> -<p>“Is monsignor Nani dan een Jezuïet?” -</p> -<p>Die naam scheen don Vigilio weer geheel van streek te brengen; zijn hand beefde van -opwinding. -</p> -<p>“Hij? O, hij is veel te slim en veel te handig, om in de orde te gaan. Maar hij is -een leerling van dat Collegium Romanum, waarop zijn generatie zijn opleiding gekregen -heeft, en heeft daar het genie der Jezuïeten, dat zoo goed bij zijn eigen genie paste, -ingedronken. Maar ook al heeft hij begrepen, hoe gevaarlijk het is zich in een impopulair -en hinderlijk kostuum te steken, wanneer men vrij wil zijn, daarom is hij niet minder -Jezuïet, o, Jezuïet in merg en been! Hij is blijkbaar de meening toegedaan, dat de -Kerk niet kan triompheeren dan door de menschelijke hartstochten te exploiteeren; -daarbij heeft hij haar oprecht lief; hij is in den grond der zaak heel vroom, een -zeer goed priester en dient God zonder zwakheid om de onbeperkte macht, die Hij aan -Zijn dienaren geeft. Bovendien is hij zeer charmant, niet in staat tot een ruwheid -of een misstap, wordt hij begunstigd door de reeks adellijke Venetianen, die hij achter -zich heeft, bezit hij door zijn wereldkennis, die hij in de nuntiaturen te Weenen -en Parijs verkregen heeft, een breeden blik, weet hij alles, kent hij alles, dank -zij de delicate functies, die hij hier, als assessor van het Heilig College, sedert -tien jaar bekleedt … O, hij is almachtig en niet als een heimelijke Jezuïet, wiens -zwart kleed te midden van het algemeene wantrouwen voortglijdt, maar als aanvoerder -zonder een bepaalde uniform, als het hoofd, als het brein!” -</p> -<p>Deze woorden brachten Pierre tot ernstige overdenkingen, want het ging nu niet meer -om mannen, die zich in muren verborgen, niet meer over donkere complotten van een -romantische secte. Ook al kwam zijn scepticisme tegen dergelijke verhaaltjes in verzet, -daarom kon hij toch zeer <span class="pagenum">[<a id="pb387" href="#pb387">387</a>]</span>goed aannemen, dat een opportunistische, uit de behoeften van den strijd om het bestaan -geboren moraal, zooals die van de Jezuïeten, zich geoculeerd had op de geheele Kerk -en daarin nu onbeperkt heerschte. De Jezuïeten zelf konden verdwijnen, hun geest zou -hen overleven, omdat hij het strijdwapen, de hoop op de overwinning, de eenige taktiek -was, die de volkeren onder de heerschappij van Rome zou kunnen terugbrengen. In werkelijkheid -lag die strijd in deze poging tot aanpassing, die zich tusschen den godsdienst en -de eeuw voltrok. Van nu af begreep hij, hoe mannen als monsignor Nani zoo’n belangrijke, -beslissende rol konden spelen. -</p> -<p>“O, als u het eens wist, als u het eens wist!” ging don Vigilio voort. “Hij is overal, -heeft de hand in alles. Hier bij de Boccanera’s bijvoorbeeld is niets gebeurd, of -ik heb hem achter de schermen gevonden, of hij verwarde of ontwarde, al naar het noodig -was—wat hij alleen weet—de draden.” -</p> -<p>En in de onuitputtelijke koorts van mededeelzaamheid, die hem geheel en al verteerde, -vertelde hij, hoe monsignor Nani ongetwijfeld ook in de echtscheiding van Benedetta -betrokken was. De Jezuïeten hebben ondanks hun verzoenlijken geest steeds een onverzoenlijke -houding aangenomen ten opzichte van Italië, hetzij omdat zij niet aan de herovering -van Rome twijfelen, hetzij omdat zij het oogenblik afwachten om met den werkelijken -overwinnaar te onderhandelen. Nani, die sedert lang een vertrouwde van donna Serafina -was, had haar dan ook geholpen om haar nicht weer bij zich te nemen en de breuk met -Prada te bespoedigen, zoodra Benedetta haar moeder verloren had. Hij was het geweest, -die, om abbé Pisoni, den patriotischen geestelijke en den biechtvader van het jonge -meisje, wien men verweet, dat hij het huwlijk in de hand gewerkt had, te verdringen, -Benedetta aangespoord denzelfden biechtvader te nemen als haar tante, den Jezuïetenpater -Lorenza, een knappen man met heldere en vriendelijke oogen, wiens biechtstoel in de -kapel van het <span class="corr" id="xd29e3692" title="Bron: Collegicum">Collegium</span> Germanicum bestormd werd. -</p> -<p>Het scheen vast te staan, dat deze manoeuvre over de heele quaestie beslist had: wat -een pastoor voor Italië gedaan had, zou een pater tegen Italië weer ongedaan maken. -Maar waarom scheen nu Nani, na eerst de breuk tot stand gebracht te hebben, een oogenblik -zóó alle belangstelling in de zaak verloren te hebben, dat hij het verzoek om nietigverklaring -<span class="pagenum">[<a id="pb388" href="#pb388">388</a>]</span>van het huwlijk gevaar liet loopen? En waarom bemoeide hij er zich thans weer mede, -door monsignor Palma te laten koopen, door donna Serafina aan het werk te zetten, -door zelf zijn invloed op de kardinalen van de Conciliecongregatie te laten gelden? -Er waren duistere punten in deze zaak, zooals in alle zaken, waarin hij betrokken -was, want hij was vóór alles een man van verreikende combinaties. Maar men kon aannemen, -dat hij het huwlijk van Benedetta en Dario wilde bespoedigen, om een einde te maken -aan de schandelijke lasterpraatjes der witte kringen, die den neef en de nicht beschuldigden, -dat zij in het paleis slechts één bed hadden, waarvoor hun oom, de kardinaal, welwillend -zijn oogen sloot. Misschien was echter ook deze ten koste van veel geld en onder den -druk van zeer bekende invloeden verkregen echtscheiding een met opzet uitgelokt, eerst -op de lange baan geschoven en thans verhaast schandaal, om den kardinaal zelf te benadeelen, -van wien de Jezuïeten voor een in de naaste toekomst liggende omstandigheid gaarne -bevrijd wilden zijn. -</p> -<p>“Ik voor mij voel het meest voor deze laatste veronderstelling,” ging don Vigilio -voort; “te meer daar ik vanavond gehoord heb, dat de paus lijdende is. Bij een man -van vier-en-tachtig jaar is ieder oogenblik het ergste te vreezen; de paus kan niet -meer verkouden zijn, of het heele Heilige College en alle prelaten geraken in beweging … -Nu hebben de Jezuïeten altijd de candidatuur van kardinaal Boccanera bestreden. Eigenlijk -moesten zij om zijn rang, om zijn intransigente houding ten opzichte van Italië voor -hem zijn, maar het denkbeeld zichzelf een dergelijken meester te geven, maakt hen -bang; zij vinden, dat hij een te onstuimig karakter, een te heftig geloof heeft, te -weinig soepel is in deze tijden, waarin de Kerk een diplomaat zoo hoog noodig heeft … -En het zou me geen oogenblik verwonderen, wanneer men trachten zou hem in discrediet -te brengen, zijn candidatuur door de gemeenste en schandelijkste middelen onmogelijk -te maken.” -</p> -<p>Een lichte rilling van vrees doorhuiverde Pierre. De besmetting van het onbekende, -van de in het donker opgezette intriges werkte te midden van de nachtelijke stilte -in het paleis aan den Tiber, in dat van legendarische tragedies zoo volle Rome nog -sterker. En plotseling tot zichzelf, tot zijn persoonlijk geval terugkeerend, vroeg -hij: -<span class="pagenum">[<a id="pb389" href="#pb389">389</a>]</span></p> -<p>“Maar ik, wat heb ik met dat alles uitstaande? Waarom schijnt monsignor Nani zich -voor mij te interesseeren? Wat heeft hij te maken met het proces, dat mijn boek aangedaan -is?” -</p> -<p>Don Vigilio maakte een groot gebaar. -</p> -<p>“O, dat weet je nooit, dat weet je nooit precies!… Wat ik u met zekerheid zeggen kan, -is, dat hij eerst van de zaak kennis gekregen heeft, toen de aanklachten der bisschoppen -van Tarbes, Poitiers en Evreux zich al in handen bevonden van pater Dangelis, den -secretaris der Indexcongregatie; eveneens heb ik gehoord, dat hij alle mogelijke moeite -gedaan heeft om het proces tegen te houden, daar hij het blijkbaar onnoodig en onpolitiek -vindt. Maar wanneer een zaak eenmaal bij de congregatie aanhangig gemaakt is, is het -bijna onmogelijk den verderen loop tegen te houden, te meer daar hij in dit geval -pater Dangelis tegenover zich had, die, als trouw Dominicaan, een hartstochtelijk -tegenstander der Jezuïeten is. In dien stand van zaken heeft hij de contessina aan -mijnheer de la Choue laten schrijven, die u zeggen moest, dat gij zelf in Rome uw -boek verdedigen en gedurende uw verblijf alhier de gastvrijheid van dit paleis aannemen -moest.” -</p> -<p>Deze onthulling bracht Pierre in groote opwinding. -</p> -<p>“Bent u daar zeker van?” -</p> -<p>“O, beslist zeker, ik heb hem op een Maandagavond over u hooren spreken, en reeds -heb ik u gezegd, dat hij zeer goed van u op de hoogte schijnt te zijn, alsof hij een -nauwkeurig onderzoek naar u had ingesteld. Naar mijn meening had hij uw boek gelezen -en was hij daardoor zeer gepreoccupeerd.” -</p> -<p>“Gelooft u dus, dat hij het met mijn denkbeelden eens is? Dat hij oprecht is en dat -hij zichzelf verdedigt, terwijl hij mij tracht te verdedigen?” -</p> -<p>“O, neen, geen quaestie van … Hij vervloekt uw denkbeelden, uw boek en u zelf! U moest -zijn minachting voor den zwakke, zijn haat tegen den arme, zijn liefde voor het gezag -en de heerschappij eens kennen, die verborgen liggen onder zijn zoo beminnelijke vriendelijkheid. -Lourdes zou hij u nog kunnen vergeven, hoewel dat een machtig wapen is. Maar nooit -zal hij u vergeven, dat gij u aan de zijde der kleinen van deze wereld schaart en -dat gij u tegen de wereldlijke macht verklaard hebt. Als u eens hoorde, met welk een -aanminnig lijkende wreedheid hij zich vroolijk maakt <span class="pagenum">[<a id="pb390" href="#pb390">390</a>]</span>over mijnheer de la Choue, dien hij de weemoedige treurwilg van het Neo-Katholicisme -noemt.” -</p> -<p>Pierre greep met beide handen naar zijn slapen en drukte zijn hoofd in wanhoop. -</p> -<p>“Maar waarom dan, waarom dan? Zeg het me, ik bezweer het u … Waarom liet hij mij hier -komen, waarom wil hij mij in dit huis tot zijn beschikking hebben? Waarom laat hij -mij nu maanden in Rome rondloopen, waarom laat hij mij allerlei hinderpalen ontmoeten, -waarom wil hij mij moe maken, terwijl het hem in het geheel geen moeite kost mijn -boek, als het hem hindert, op den Index te laten plaatsen? Zeker, het zou dan niet -zoo kalm in zijn werk gegaan zijn, want ik was voornemens mij niet te onderwerpen, -mijn nieuw geloof luid uit te bazuinen, zelfs tegen de beslissingen van Rome in.” -</p> -<p>De zwarte oogen in het gele gelaat van don Vigilio fonkelden. -</p> -<p>“Misschien heeft hij dat juist niet gewild. Hij weet, dat u heel intelligent en vol -geestdrift bent, en ik heb hem dikwijls hooren zeggen, dat men intelligentie en geestdrift -niet van voren moet aanvallen.” -</p> -<p>Maar Pierre was opgestaan en luisterde zelfs niet meer; als door zijn verwarde gedachten -opgejaagd, liep hij in de kamer heen en weer. -</p> -<p>“Luister, ik moet alles weten en alles begrijpen, als ik den strijd wil voortzetten. -U zult mij den dienst bewijzen mij tot in de kleinste bijzonderheden in te lichten, -omtrent ieder van de personen, die met mijn proces te maken hebben … Jezuïeten, Jezuïeten -overal! Lieve God, ik zie het in, u hebt misschien gelijk. Maar u moet mij de verschillende -nuances geven … Die Fornaro bijvoorbeeld?” -</p> -<p>“Monsignor Fornaro? O, die is alles wat men wil. Maar hij heeft eveneens zijn opleiding -in het Collegium Romanum gehad. U kunt ervan overtuigd zijn, dat hij een Jezuïet is, -een Jezuïet door opvoeding, door zijn positie, door zijn eerzucht. Hij brandt van -verlangen om kardinaal te worden, en wanneer hij eenmaal kardinaal is, zal hij van -verlangen branden om paus te zijn. Allemaal candidaten naar het pausschap, van het -seminarie af.” -</p> -<p>“En kardinaal Sanguinetti?” -</p> -<p>“Jezuïet, Jezuïet!… Laten we elkaar goed begrijpen: hij is het geweest, toen is hij -het niet meer geweest, en nu is hij het ongetwijfeld opnieuw. Sanguinetti heeft met -alle <span class="pagenum">[<a id="pb391" href="#pb391">391</a>]</span>machten gecoquetteerd. Langen tijd heeft men gedacht, dat hij voor een verzoening -tusschen den Heiligen Stoel en Italië was; daarna is de toestand in een ander stadium -gekomen en heeft hij heftig partij gekozen tegen de overweldigers. Eveneens is hij -dikwijls in onmin geweest met Leo XIII en heeft zich dan weer met hem verzoend, terwijl -hij thans met het Vaticaan op diplomatiek gereserveerden voet staat. In één woord, -hij heeft slechts één doel, de tiara, maar hij laat dat te veel blijken, wat voor -een candidaat niet gewenscht is … Maar voor het oogenblik schijnt de strijd te gaan -tusschen hem en kardinaal Boccanera. Daarom heeft hij zich met de Jezuïeten verzoend, -exploiteert hij nu hun haat tegen zijn concurrent en rekent erop, dat zij in hun verlangen -om dezen van den Heiligen Stoel verwijderd te houden, genoodzaakt zullen zijn hem -te steunen. Maar ik voor mij twijfel daaraan, want ik weet, dat ze daarvoor veel te -slim zijn, zij zullen zich wel tweemaal bedenken voor zij een candidaat, die zich -al zoo gecompromitteerd heeft, hun steun zullen verleenen. Hij, een hartstochtelijk, -hoogmoedig warhoofd, is er echter geen oogenblik bang voor, en daar hij, zooals u -zegt, in Frascati is, ben ik ervan overtuigd, dat hij onmiddellijk na het bericht -van het ziek worden van den paus om de een of andere reden van taktiek daarheen gegaan -is, om zich op te sluiten.” -</p> -<p>“En de paus, Leo XIII zelf?” -</p> -<p>Don Vigilio aarzelde even en knipte met zijn oogleden. -</p> -<p>“Leo XIII? Jezuïet, Jezuïet!… O, ik weet heel goed, dat men beweert, dat hij het met -de Dominicanen houdt, en dat is in zeker opzicht waar, want hij gelooft door hun geest -bezield te zijn, heeft den Heiligen Thomas van Aquino weer tot eer gebracht en de -opleiding der geestelijkheid weer ingericht naar zijn leerstellingen … Maar men kan -ook zonder het te willen of te weten Jezuïet zijn, en de tegenwoordige paus zal er -het beroemde voorbeeld van zijn. Bestudeer zijn handelingen, geef u rekenschap van -zijn politiek en u zult daarin de uitstrooming, de werkzaamheid zelf van de Jezuïetenziel -zien. Dat komt, omdat hij daar onbewust van doordrenkt is, omdat alle invloeden, die, -direct of indirect, op hem werken, uitgaan van dien haard … Waarom gelooft u mij niet? -Ik zeg u nogmaals, dat zij alles hebben veroverd, alles hebben opgezogen, dat Rome -hun toebehoort van af den nederigsten kapelaan tot aan Zijne Heiligheid zelf toe!” -</p> -<p>Hij bleef iederen nieuwen naam, dien Pierre noemde, beantwoorden <span class="pagenum">[<a id="pb392" href="#pb392">392</a>]</span>met denzelfden hardnekkigen en bijna waanzinnigen uitroep: Jezuïet, Jezuïet! Het scheen, -alsof men in de Kerk niets anders meer zijn kon, alsof de waarheid van die bewering -bewezen werd door een geestelijkheid, die gedwongen was zich te richten naar de nieuwe -wereld, als zij God wilde redden. Het heldentijdvak van het Katholicisme was afgesloten, -het kon voortaan slechts leven door diplomatie en listen, door concessies en schikkingen. -</p> -<p>“En die Paparelli—Jezuïet, Jezuïet!” ging don Vigilio, terwijl hij onwillekeurig begon -te fluisteren, voort. “O, dat is de verschrikkelijke, kruiperige Jezuïet, de Jezuïet -in zijn afschuwlijksten vorm als spion en verklikker! Ik zou er een eed op willen -doen, dat men hem hier in het paleis gebracht heeft om Zijne Eminentie na te gaan, -en u moet zien met welk een geniale handigheid en slimheid hij erin geslaagd is zijn -taak te vervullen: zijn wil is almachtig, hij laat binnen wie hem lust, gebruikt zijn -meester als iets, dat hem toebehoort, oefent vaak druk uit op ieder van zijn besluiten, -heeft hem langzamerhand ieder uur meer in zijn macht gekregen … Ja, die zoo eenvoudige, -geringe abbé, de sleepdrager, wiens werk het is als een trouwe hond aan de voeten -van zijn meester te zitten, maar die in werkelijkheid over hem heerscht en hem drijft -waarheen hij wil—dat is de overweldiging van den leeuw door het insect, dat is het -oneindig kleine, dat beschikt over het oneindig groote … O, die Jezuïet, die Jezuïet! -Neem u voor hem in acht, wanneer hij met zijn slap en gerimpeld gezicht als een oude -vrouw in een zwarte rok geruischloos in zijn armzalige soutane langs u sluipt. Pas -op, dat hij niet achter een deur of in een kast staat of onder een bed ligt. Ik zeg -u, dat zij u zullen opeten, zooals zij mij opgegeten hebben, en dat zij u ook de koorts, -de pest zullen geven, wanneer u u niet in acht neemt!” -</p> -<p>Plotseling bleef Pierre voor den priester staan. Hij verloor terrein. Vrees en toorn -hadden zich van hem meester gemaakt. Waarom zouden ten slotte al die vreemde verhalen -niet waar zijn? -</p> -<p>“Maar geef mij dan toch een raad!” riep hij uit. “Ik heb u juist gevraagd even bij -mij te komen, omdat ik niet meer wist, wat ik doen moest en ik behoefte gevoelde weer -op den goeden weg gebracht te worden.” -</p> -<p>Hij hield op en begon, als door zijn hartstocht voortgedreven, weer gejaagd de kamer -op en neer te loopen. -<span class="pagenum">[<a id="pb393" href="#pb393">393</a>]</span></p> -<p>“Of neen, zeg me toch maar niets. Het is uit, ik vertrek liever. Die gedachte is reeds -eerder bij mij opgekomen, maar in een uur van lafheid, ik wilde toen verdwijnen, naar -Parijs teruggaan, en in vrede in mijn eigen kring leven, terwijl ik, wanneer ik thans -Rome verlaat, wegga als wreker, als rechter, om van Parijs uit te verkondigen, wat -ik te Rome gezien, wat men er van het Christendom van Jezus gemaakt heeft—dat het -Vaticaan op het punt staat ineen te storten, dat er reeds een lijkenlucht van uitgaat, -dat het een belachelijke illusie is te hopen, eens uit dat graf, waarin de ontbinding -van eeuwen slaapt, de moderne ziel herboren te zien opstaan … O, ik zal niet toegeven, -ik zal mij niet onderwerpen, ik zal mijn boek door een nieuw boek verdedigen. En dat -zal, daar sta ik u borg voor, in de wereld opzien baren, want het zal de doodsklok -luiden over een stervenden godsdienst, dien men zoo spoedig mogelijk begraven moet, -als men niet wil, dat zijn omhulsel de volkeren zal vergiftigen.” -</p> -<p>Dit ging don Vigilio’s begrip te boven. De Italiaansche priester met zijn bekrompen -geloof, zijn laffen angst voor nieuwe denkbeelden, werd weer in hem wakker. Hij vouwde -zijn handen. -</p> -<p>“Zwijg, zwijg, dat zijn godslasteringen … En bovendien u kunt niet zoo weggaan, zonder -nog eenmaal getracht te hebben Zijne Heiligheid te spreken. Zij alleen is souverein. -En ik weet wel, dat het u verbazen zal, maar pater Dangelis heeft, al schertsend, -u nog den eenigen goeden raad gegeven: ga nogmaals naar monsignor Nani, hij alleen -zal de deur van het Vaticaan voor u kunnen openen.” -</p> -<p>Weer maakte een woede zich van Pierre meester. -</p> -<p>“Wat, ik zou bij <span class="corr" id="xd29e3748" title="Bron: Monsignor">monsignor</span> Nani begonnen zijn, om weer bij <span class="corr" id="xd29e3751" title="Bron: monsegnor">monsignor</span> Nani te eindigen? Wat is dat voor een spel? Dacht u, dat ik me laat behandelen als -een bal, die van den een naar den ander gekaatst wordt? Ze zouden me maar uitlachen!” -</p> -<p>Uitgeput en wanhopig liet Pierre zich weer vallen op zijn stoel tegenover den abbé, -die, met zijn door het lange opzitten vaalbleek gezicht en zijn altijd bevende handen, -zich in het geheel niet bewoog. Er volgde een lange stilte. Dan kwam don Vigilio nog -met een ander denkbeeld: hij kende den biechtvader van den paus, een zeer eenvoudigen -Franciscaner monnik, en wilde Pierre bij dezen aanbevelen. Misschien zou die pater, -ondanks zijn bescheiden op den achtergrond <span class="pagenum">[<a id="pb394" href="#pb394">394</a>]</span>blijven, kunnen helpen. Het was in ieder geval te probeeren. Dan begon het zwijgen -weer, en Pierre, wiens oogen strak op den muur gericht waren, onderscheidde ten slotte -de oude schilderij, die hem op den dag van zijn aankomst zoo getroffen had. Langzamerhand -zag hij haar in het schemerachtige licht als het ware naar voren treden en levend -worden als de belichaming van zijn eigen geval, van zijn nuttelooze wanhoop voor de -ruw gesloten deur der waarheid en der gerechtigheid. O, hoe geleek deze verstooten, -in haar liefde volhardende vrouw, wier gezicht men niet zien kon, die, snikkend in -haar haren, van smart op de treden van dit paleis, voor de meedoogenloos gesloten -deur neergevallen was, op hem! In haar eenvoudig linnen kleed rilde zij van de koude, -zij verried haar geheim, ongeluk of eigen schuld, haar groot verdriet, zoo verstooten -te zijn, niet. En hij gaf haar achter die tegen haar gelaat gedrukte handen zijn gezicht, -zij werd zijn zuster, evenals alle andere armen zonder dak en bescherming, die weenen, -omdat zij naakt en alleen zijn, die het vel van haar vuisten rukken bij haar pogingen, -om de deur der menschen te forceeren. Hij kon nooit naar haar kijken zonder medelijden -met haar te krijgen, en dien avond werd hij zóó ontroerd, nu hij haar nog altijd onbekend, -zonder naam en zonder gezicht, nog altijd badende in haar tranen terugvond, dat hij -plotseling aan don Vigilio vroeg: -</p> -<p>“Weet u van wie die oude schilderij is? Zij ontroert mij tot in mijn ziel als een -meesterwerk.” -</p> -<p>Verbaasd over die onverwachte vraag, die zoo zonder eenigen overgang gedaan werd, -keek de priester op; hij verwonderde zich nog meer, toen hij het zwart geworden, verwaarloosde -doek en de armzalige lijst zag. -</p> -<p>“Weet u, waar die schilderij vandaan komt?” vroeg Pierre nogmaals. “Waarom heeft men -het doek naar deze kamer verbannen?” -</p> -<p>“O!” zeide hij met een onverschillig gebaar, “dat is niets. Zulke oude, waardelooze -schilderijen vindt je hier overal … Dit doek zal wel altijd hier gehangen hebben. -Maar ik weet het niet, ik heb er vroeger nooit op gelet.” -</p> -<p>Eindelijk stond hij voorzichtig op. Doch die enkele beweging gaf hem zoo’n rilling, -dat hij nauwlijks iets zeggen kon. Zijn tanden klapperden van koorts. -</p> -<p>“Neen, ga niet mee, laat de lamp in deze kamer … En om nog even op ons gesprek terug -te komen: het zal nog maar het beste zijn u toe te vertrouwen aan monsignor <span class="pagenum">[<a id="pb395" href="#pb395">395</a>]</span>Nani, want dat is tenminste nog een hoogstaand iemand. Ik heb het bij uw komst hier -al gezegd, of u wilt of niet, zult u ten slotte toch doen wat hij wil. Waartoe dient -het dan eigenlijk nog te strijden?… En nooit één woord over ons gesprek van vannacht, -dat zou mijn dood zijn!” -</p> -<p>Hij opende de deuren geruischloos, keek wantrouwend rechts en links de donkere gang -in, verdween en ging zoo zacht naar zijn eigen kamer terug, dat men zelfs te midden -van de grafstilte van het oude paleis het schuifelen van zijn voet niet hoorde. -</p> -<p>Den volgenden dag liet Pierre, die weer opnieuw door strijdlust bezield was en alles -wilde probeeren, zich door don Vigilio een aanbeveling geven voor den biechtvader -van den paus, den Franciscanerpater, dien de secretaris van den kardinaal kende. Maar -deze monnik was een pijnlijk angstvallig man; blijkbaar had men een zeer bescheiden -en eenvoudig iemand zonder eenigen invloed gekozen, die geen misbruik zou maken van -zijn almachtige positie bij den paus. In de omstandigheid, dat deze slechts de deemoedigste -orde, den vriend der armen, den heiligen bedelaar langs de wegen als biechtvader had -willen hebben, lag ook een gehuichelde ootmoed. Toch stond deze pater bekend als een -redenaar van groote geloofskracht; de paus zelf luisterde, volgens de etiquette achter -een sluier verborgen, naar zijn preeken, want al kon de paus als onfeilbaar pontifex -maximus van geen enkelen priester iets leeren, men erkende toch, dat hij, als mensch, -voordeel kon trekken uit goede woorden. Afgezien van zijn natuurlijke welsprekendheid -was deze goede monnik een eenvoudige bleeker van zielen, een biechtvader, die luistert -en absolutie geeft, zonder zich de onreinheden, die hij in het water der boetedoening -schoon wascht, te herinneren. Toen Pierre zag, dat hij werkelijk zoo onbeteekenend -en zonder invloed was, drong hij niet aan op zijn bemiddeling, wat, zooals hij voelde, -toch nutteloos zijn zou. -</p> -<p>Dien dag vervolgde het beeld van den schuchteren minnaar der Armoede, van den verrukkelijken -Franciscus, zooals Narcisse Habert hem noemde, Pierre tot den avond. Hij had zich -dikwijls verwonderd over de komst van dezen nieuwen Jezus, die zoo zacht voor menschen, -dieren en dingen was en wiens hart brandde van een zoo vurige liefde voor de armen, -in dit zelfzuchtige en genotzuchtige Italië, waarin slechts de vreugde over de schoonheid -koningin gebleven <span class="pagenum">[<a id="pb396" href="#pb396">396</a>]</span>is. Ongetwijfeld zijn de tijden veranderd, maar hoeveel liefdekracht moet er in die -oude tijden, gedurende het groote lijden der Middeleeuwen, noodig geweest zijn dat -een dergelijke uit den volksbodem opgeschoten trooster der nederigen de overgave van -het eigen ik aan anderen, het afstand doen van rijkdom, den afschuw voor ruw geweld, -de gelijkheid en gehoorzaamheid begon te preeken, die den wereldvrede verzekeren moest. -</p> -<p>Hij ging, gekleed als de armsten, langs de wegen; een touw hield het grijze kleed -om zijn lendenen vast, zijn naakte voeten staken in sandalen; beurs of stok had hij -niet. Hij en zijn broeders spraken een trotsche, vrije taal, vol verheven, poëtische -kracht, vol dapper uitgesproken waarheid. Overal traden zij op als rechters, vielen -zij de rijken en machtigen aan, waagden zij het de slechte priesters, de ontuchtige, -zich aan simonie schuldig makende, meineedige bisschoppen, aan te wijzen. Met een -langen kreet van verlichting werden zij ontvangen; het volk volgde hen in dichte scharen, -zij waren de vrienden, de bevrijders van alle kleinen, die lijden. -</p> -<p>In den beginne maakte Rome zich dan ook niet weinig ongerust over dergelijke revolutionnairen; -de pausen aarzelden lang vóórdat zij de orde erkenden; en toen zij ten slotte toegaven, -geschiedde dat ongetwijfeld met de gedachte, deze nieuwe macht tot hun voordeel, tot -de verovering van de lagere volksklassen, van de reusachtige, onbestemde <span class="corr" id="xd29e3777" title="Bron: masa">massa</span> te gebruiken, wier heimelijk dreigen door alle eeuwen heen, zelfs in de meest despotische -tijden, gegromd en gebromd heeft. -</p> -<p>Van dat oogenblik af bezat het pausdom in de zonen van den Heiligen Franciscus een -steeds overwinnend leger, een zwervend leger, dat zich overal, op alle wegen, in alle -dorpen en steden verspreidde, dat doordrong tot den huiselijken haard van werkman -en boer en de harten der eenvoudigen voor zich won. Dat men zich de democratische -macht van een dergelijke orde, die uit het volk zelf voortgesproten was, voorstelle! -Vandaar zijn zoo spoedig gevolgde bloei; het aantal broeders vermeerdert zich in enkele -jaren aanzienlijk, overal worden scholen opgericht; de Franciscaner-orde trekt de -leeken-bevolking zoo tot zich aan, dat zij haar doordrenkt en opzuigt. -</p> -<p>En dat men hier te doen heeft met een voortbrengsel van den bodem, met een krachtigen -wasdom van den plebeïschen <span class="pagenum">[<a id="pb397" href="#pb397">397</a>]</span>stam, bewijst wel het feit, dat een nationale kunst eruit opbloeide: de voorloopers -van de Renaissance in de schilderkunst, en Dante zelf, de ziel van het Italiaansche -genie. -</p> -<p>Sedert enkele dagen zag Pierre nu deze groote orde van vroeger en kwam met hen in -het hedendaagsche Rome in aanraking. De Franciscanen en de Dominicanen, de door hetzelfde -geloof bezielde mededingers, die zoo lang gemeenschappelijk voor de Kerk gestreden -hadden, woonden nog altijd in hun groote, schijnbaar bloeiende kloosters tegenover -elkaar. Maar het scheen, dat de Franciscanen op den langen duur door hun nederigheid -op zijde gedrongen waren. Misschien kwam dat ook, omdat hun rol van volksvrienden -en volksbevrijders uitgespeeld was, sedert het volk zich door zijn politieke en sociale -veroveringen zelf bevrijdt. -</p> -<p>In ieder geval ging de strijd alleen nog tusschen de Dominicanen en de Jezuïeten, -de predikers en de opvoeders, die beiden de pretentie behouden hebben de wereld te -kneden naar het beeld van hun geloof. Men hoorde de verschillende invloeden dof grommen; -het was een strijd, die geen uur ophield en waarvan Rome, de oppermacht in het Vaticaan, -de inzet was. Het was voor de eerste van weinig nut, dat de Heilige Thomas van Aquino -aan hun zijde streed; zij voelden hoe hun oude dogmatische wetenschap instortte, zij -moesten dagelijks wat meer terrein afstaan aan de tweeden, die met behulp van den -geest der eeuw overwonnen. Verder waren er nog de Karthuizers in hun witte pijen, -de heilige, reine, zwijgende en contemplatieve monniken, die zich uit de wereld terugtrekken -in hun kloosters met de stille cellen, de wanhopigen en getroosten, wier aantal gering -kan zijn, maar die eeuwig zullen leven, zooals smart en behoefte aan eenzaamheid eeuwig -zijn. -</p> -<p>Dan waren er de Benedictijnen, de kinderen van den Heiligen Benedictus, wiens bewonderenswaardige -orderegel den arbeid geheiligd heeft, de hartstochtelijke letterkundige en wetenschappelijke -werkers, die in hun tijd lang machtige werktuigen der beschaving waren en door hun -reusachtigen historischen en kritischen arbeid zooveel bijgedragen hebben tot de algemeene -ontwikkeling. Hen had Pierre lief, bij hen zou hij twee eeuwen vroeger zijn toevlucht -en zijn troost gezocht hebben; maar toch verwonderde het hem ten zeerste, toen hij -zag, dat zij op den Aventinus een groot huis voor zich bouwden, waarvoor Leo XIII -reeds millioenen gegeven heeft, alsof de wetenschap van heden en morgen nog een <span class="pagenum">[<a id="pb398" href="#pb398">398</a>]</span>veld was, waarop zij zouden kunnen oogsten. Waartoe diende dat? De arbeiders waren -toch veranderd, de dogma’s versperren toch den weg aan ieder, die ze eerbiedig moet -voorbijgaan, zonder ze geheel tegen den grond te werpen. -</p> -<p>Verder krioelde het er nog van honderden minder beteekenende orden: de Carmelieten, -de Trappisten, de Minnebroeders, de Barnabieten, de Lazaristen, de Eudisten, de Missionarissen, -de Recoletten, de Broeders van de orde der Christelijke leer, de Bernardijnen, de -Augustijnen, de Theatijnen, de Observantijnen, de Celestijnen, de Capucijnen, ongerekend -de correspondeerende vrouwenorden, de Clarissen, de ontelbare nonnen, zooals de zusters -van Maria Boodschap en van Golgotha. Iedere orde had haar meer bescheiden of meer -weelderig ingericht huis, sommige wijken van Rome bestonden slechts uit kloosters, -en achter die zwijgende gevels gonsde en intrigeerde dit volk in een voortdurenden -strijd van belangen en hartstochten. De vroegere sociale evolutie, die hen voortgebracht -had, werkte sedert langen tijd niet meer; toch bleven zij, steeds nutteloozer en zwakker -wordend en als voorbestemd voor dien langen doodsstrijd, aan het leven hangen—tot -den dag, waarop aan de borst der nieuwe maatschappij lucht en bodem voor hen ontbreken -zou. -</p> -<p>Maar bij zijn stappen en bezoeken, die weer begonnen waren, kwam Pierre niet veel -met die monniken in aanraking; hij had voornamelijk te maken met den wereldlijken -clerus, den Romeinschen clerus, dien hij al heel spoedig leerde kennen. Een nog zeer -strenge hiërarchie hield de klassen en rangen in stand. Op den top, om den paus, heerschte -de pauselijke huishouding, de kardinalen en prelaten, die zeer trotsch, zeer verheven -en ondanks hun schijnbaar vertrouwelijkheid zeer laatdunkend waren. Onder hen vormde -de clerus der parochiën als het ware een waardige, verstandige en gematigde bourgeoisie, -waarin patriotische geestelijken zelfs niet zeldzaam waren. De Italiaansche occupatie -had, doordat zij een geheele wereld van zedelijk hoogstaande ambtenaren aangesteld -had, na een kwart eeuw het merkwaardige resultaat gehad, dat zij loutering gebracht -had in het huiselijk leven der Romeinsche priesters, waarin de vrouwen vroeger een -zoo overwegende rol speelden, dat Rome in den letterlijken zin des woords een regeering -van huishoudsters was, die troonden in de woningen van jonggezellen. -<span class="pagenum">[<a id="pb399" href="#pb399">399</a>]</span></p> -<p>Ten slotte kwam het plebs van den clerus, dat Pierre nauwkeurig bestudeerd had: een -waar samenraapsel van ongelukkige, vuile, half naakte, als uitgehongerde dieren op -een mis loerende priesters, die ten slotte met bedelaars en dieven in verdachte kroegen -terecht kwamen. Maar nog meer interesseerde hem de menigte priesters, die uit de geheele -Christenheid samengestroomd was, avonturiers, eerzuchtigen, geloovigen, krankzinnigen, -die Rome aantrok, zooals ’s avonds een lamp de insecten uit het donker aantrekt. Alle -nationaliteiten, alle standen, alle leeftijden zijn er vertegenwoordigd, galoppeeren -onder de zweep van hun hartstochten, verdringen zich van ’s morgens vroeg tot ’s avonds -laat om het Vaticaan, om te bijten in den buit, waarvoor zij gekomen zijn. Overal -vond hij ze weer en hij zeide een weinig beschaamd tot zichzelf, dat hij een hunner -was, dat hij door zijn persoon dat ongelooflijk aantal soutanen vermeerderde, die -men in de straten aantrof. O, die voortdurende ebbe en vloed van zwartrokken, van -pijen in allerlei kleuren in dat Rome. -</p> -<p>De seminaries der verschillende naties met hun dikwijls uit wandelen gaande leerlingen -zouden voldoende geweest zijn alle straten te pavoiseeren: de Franschen geheel in -het zwart, de Zuid-Amerikanen in het zwart met een blauwe sjerp, de Noord-Amerikanen -in het zwart met een roode sjerp; de Polen in het zwart met een groene sjerp, de Grieken -in het blauw, de Duitschers in het rood, de Romeinen in het lila en al de anderen -in op honderden manieren geborduurde en omzoomde soutanes. Verder waren er nog de -broederschappen, de boetepriesters met witte, zwarte, blauwe, grijze pijen of mantels. -Zoo scheen het pauselijke Rome nog dikwijls te herleven; men voelde, dat het nog levend -en taai was, dat het streed om in het hedendaagsche kosmopolitische Rome niet te verdwijnen. -</p> -<p>Maar hoe Pierre ook van den eenen prelaat naar den anderen liep, hoe hij omging met -priesters en kerken bezocht, hij kon zich aan dezen eeredienst, aan deze Romeinsche -vroomheid, die hem verwonderde, wanneer zij hem niet wondde in het diepst van zijn -ziel, niet wennen. Toen hij op een regenachtige Zondagochtend de S. Maria Maggiore -binnenging, meende hij zich in een wachtkamer te bevinden, weliswaar van een ongehoorden -rijkdom met haar zuilen en zoldering als van een tempel, met den weelderigen baldakijn -van haar pauselijk altaar, met het schitterend marmer van <span class="pagenum">[<a id="pb400" href="#pb400">400</a>]</span>zijn confessie en vooral met haar Borghesische kapel, waarin God echter niet scheen -te wonen. In het middenschip was geen stoel of geen bank te zien; het was een voortdurend -komen en gaan van geloovigen als in een station, terwijl zij met hun slijkschoenen -den kostbaren mozaïekvloer nat maakten; mannen en vrouwen zaten vermoeid op de voetstukken -van de zuilen, zooals men ze in het groote gedrang op perrons op de aankomst van treinen -ziet wachten. -</p> -<p>Voor deze in het voorbijgaan binnengekomen, rondloopende, voornamelijk uit kleine -luiden bestaande menigte las een priester een stille mis, achter in een zijkapel, -waarvoor zich een lange, smalle rij gevormd had, die denken deed aan de queue voor -een schouwburgloket. Bij de elevatie bogen allen zich met een vroom gebaar, dan verstrooide -zich de menigte, de mis was afgeloopen. Overal, zoowel in de S. Paolo als in de S. -Giovanni di Laterano, zoowel in alle oude basilica’s als in de St. Pieter zelf was -hetzelfde te zien: de menigte was gehaast, hield er niet van te zitten, bracht God, -behalve op groote receptiedagen, slechts korte, familiare bezoeken. Slechts in de -Jezuïetenkerk woonde hij op een anderen Zondagochtend een hoogmis bij, die hem denken -deed aan de vrome menigten uit het Noorden: daar zag men banken en vrouwen, die zaten, -daar heerschte een menschelijke warmte onder den luxe der met goud, beeldhouwwerk -en schilderwerk overladen gewelven, die een wondermooi vaalrooden tint bezaten, sedert -de tijd den barokken, al te fellen stijl wat verzacht had. Maar hoeveel ledige kerken -waren er zelfs onder de oudste en eerwaardigste! In de S. Clemente, in de S. Agnese, -in de S. Cuore di Gerusalemme zag men tijdens de godsdienstoefeningen slechts enkele -menschen uit de buurt! -</p> -<p>Vierhonderd kerken te vullen was zelfs voor Rome te veel; verscheidene waren er, die -slechts op bepaalde feestdagen bezocht werden; vele openden haar deuren slechts éénmaal -per jaar, op den naamdag van haar Heilige. Andere leefden van de gelukkige omstandigheid, -dat zij een fetisch, een afgodsbeeld bezaten, dat het menschelijk lijden verzachtte: -de Aracoeli had een kleinen wonderdoenden Jezus “Il Bambino”, die de zieke kinderen -genas; de S. Agostino had een “<span class="corr" id="xd29e3805" title="Bron: Madona">Madonna</span> del Parto”, de Maagd, die zwangeren gelukkig verloste. Andere waren beroemd om haar -wijwater, de olie van haar lampen, de macht van een houten heilige of een marmeren -madonna. Andere schenen verwaarloosd, <span class="pagenum">[<a id="pb401" href="#pb401">401</a>]</span>werden alleen bezocht door touristen, overgeleverd aan den kleinhandel van kosters, -deden denken aan musea, die door doode goden bevolkt zijn. Nog andere waren storend, -zooals de in het Pantheon ondergebrachte Santa Maria Rolanda, een ronde zaal, die -op een circus gelijkt, en waarin de Heilige Maagd blijkbaar de huurster van den Olympus -is. -</p> -<p>Ook had Pierre zich geïnteresseerd voor de kerken in de volkswijken: de S. Onofrio, -de S. Cecilia, de S. Maria in Trastevere, zonder daarin echter het verwachte levende -geloof, de gehoopte groote menigte te vinden. Op een middag hoorde hij in deze laatste, -volkomen ledige kerk de zangers met een luide stem te midden van deze woestijn een -litanie zingen. Toen hij een andermaal de S. Crisogono binnentrad, vond hij de kerk, -blijkbaar voor een den volgenden dag plaats hebbend feest, geheel bekleed: de zuilen -met overtrekken van rood damast, de portieken met afwisselend gele en blauwe, witte -en roode draperieën en gordijnen. Hij vluchtte voor deze afschuwelijke decoratie, -die denken deed aan het klatergoud van kermissen. O, wat was hij ver verwijderd van -de kathedralen, waarin hij in zijn jeugd geloofd en gebeden had! Overal vond hij dezelfde -kerk terug, de oude, antieke basilica, die door Bernini en zijn leerlingen pasklaar -gemaakt was voor den smaak van het Rome der achttiende eeuw. -</p> -<p>In de S. Luigi de’ Francesi, die een helderen, elegant-soberen stijl heeft, werd hij -slechts ontroerd door de groote dooden, de heiligen en helden, die in vreemde aarde -onder de vloertegels sliepen. Daar hij Gotiek zocht, ging hij ten slotte naar de Santa -Maria sopra Minerva, die, naar men hem verteld had, het eenige staal van Gotische -kunst te Rome was. Maar deze met marmer overdekte halfzuilen, deze spitsbogen, die -zich niet durfden opheffen, verstikt als zij werden in de zoldering, die zich rondende, -tot de zware majesteit van een dom veroordeelde gewelven, vormden voor hem een laatste -teleurstelling<span class="corr" id="xd29e3813" title="Bron: ,">.</span> Neen, neen! Het geloof, waarvan de warme asch hier nog lag, was niet meer hetzelfde, -welks gloed de geheele Christenheid tot in de verste uithoeken had doen branden. Monsignor -Fornaro, dien hij toevallig bij het verlaten van de S. Maria sopra Minerva zag, schold -tegen de Gotiek, die hij zuivere haeresie noemde. De eerste Christelijke kerk was -de uit den tempel ontstane basilica; het was een godslastering, wanneer men de werkelijke, -Christelijke kerk zag in de Gotische kathedraal, want de <span class="pagenum">[<a id="pb402" href="#pb402">402</a>]</span>Gotiek was niets meer dan de vloekwaardige Angelsaksische geest, het oproerige genie -van Luther. -</p> -<p>Pierre wilde den prelaat een heftig antwoord geven; dan zweeg hij uit vrees te veel -te zullen zeggen. Was het in werkelijkheid niet het beslissende bewijs, dat het Katholicisme -de vrucht van den Romeinschen bodem zelf was, het door het Christendom gemetamorphoseerde -heidendom? Elders heeft datzelfde Christendom zich in een geheel anderen geest ontwikkeld, -zoodat het in opstand gekomen is en zich op den dag van het schisma tegen de moederstad -gekeerd heeft. Die afscheiding nam steeds grootere uitbreiding aan en in de evolutie -der nieuwe maatschappijen teekenen zich ondanks de wanhopige pogingen om eenheid te -verkrijgen, de geschillen steeds duidelijker af, zoodat het schisma nogmaals onvermijdelijk -en nabij schijnt. Pierre, het vroeger zoo vrome en sentimenteele kind, had nog een -anderen wrok tegen de basilica’s: haar ontbraken de klokken, de mooie, groote klokken, -die aan de nederigen zoo lief zijn. Voor klokken zijn klokkentorens noodig, en er -zijn in Rome geen klokkentorens, slechts dommen. O, er viel niet aan te twijfelen, -Rome was de luidklinkende en klokkenluidende stad van Jezus niet, waaruit het gebed -in welluidende klankgolven tusschen de zwevende zwermen kraaien en zwaluwen hemelwaarts -steeg. -</p> -<p>Toch bleef Pierre, aangegrepen door een heimelijke geprikkeldheid, die hem in zijn -verzet stijfde, zijn bezoeken voortzetten; hij hield de belofte, die hij bij zichzelf -gedaan had, en ging, ondanks de wonden, die zijn ziel er door geslagen werden, naar -alle kardinalen der Indexcongregatie. En langzamerhand kwam hij ook met andere congregaties -in aanraking, met de ministeries van de vroegere pauselijke regeering, welke heden -ten dage minder talrijk zijn, maar nog steeds een buitengewoon gecompliceerd raderwerk -bezitten, die ieder een kardinaal tot voorzitter, kardinalen tot leden hebben, vergaderingen -houden en een groote menigte ambtenaren in dienst hebben. Hij moest meermalen naar -de Cancellaria gaan, waarin zich de Indexcongregatie bevindt, en verdwaalde daar in -het reusachtige labyrinth van trappen, gangen en zalen; dadelijk bij de zuilengaanderij -van het binnenplein greep hem de ijzige rilling der oude muren aan; hij kon dat paleis, -het meesterwerk van Bramante, het zuivere type der Romeinsche Renaissance, dat een -zoo kale en kille schoonheid bezat, niet liefhebben. -<span class="pagenum">[<a id="pb403" href="#pb403">403</a>]</span></p> -<p>De congregatie der Propaganda, waar kardinaal Sarno hem ontvangen had, kende hij reeds -en op zijn talrijke bezoeken, op die jacht naar invloedrijke beschermers, waarbij -hij van den een naar den ander gezonden werd, leerde hij ook de congregatie der bisschoppen -en ordegeestelijken, de riten- en de Conciliecongregatie kennen. Zelfs zag hij vluchtig -de <span class="corr" id="xd29e3824" title="Bron: consistoriecongregratie">consistoriecongregatie</span>, de Dateria, het Heilige Boetgericht. Het was het reusachtige mechanisme van de administratie -der Kerk. De geheele wereld moet beheerscht, de veroveringen uitgebreid, de zaken -der veroverde landen bestuurd, de geloofs-, zeden- en personenquaesties beoordeeld, -delicten onderzocht en gestraft, dispensaties verleend en gunsten verkocht worden. -Men kan zich het reusachtige aantal zaken, die iederen ochtend op het Vaticaan inkomen, -niet voorstellen. Het zijn de ernstigste, teerste, ingewikkeldste vragen, welker oplossing -tot tallooze onderzoekingen en studies aanleiding geeft. De groote menigte van uit -alle deelen der Christenheid saamgestroomde en Rome verstoppende bezoekers, al die -verzoekschriften, al die dossiers, welker vloed zich in alle bureaux verspreidde en -opstapelde, moesten natuurlijk beantwoord worden. -</p> -<p>Wonderbaarlijk was de groote stilte, waarin dat reusachtige werk verricht werd; geen -geluid drong tot de straat door; uit de gerechtshoven, de parlementen, de fabrieken, -waarin men heiligen maakte, weerklonk zelfs niet het sidderen van het werk, het mechanisme -was zóó goed geolied, dat het ondanks het roest der eeuwen, de groote en onherstelbare -afslijting, functionneerde, zonder dat men vermoedde, dat het daar achter die muren -aan het werk was. -</p> -<p>Lag hierin niet de geheele politiek der Kerk? Zwijgen, zoo weinig mogelijk schrijven, -afwachten! Maar hoe wonderbaarlijk was dit zoo oude en toch nog zoo machtige mechanisme! -En hoe was Pierre zich bewust, dat hij te midden van die congregaties gevangen was -in het ijzeren net van de meest onbeperkte macht, die men ooit georganiseerd heeft -om de menschheid te beheerschen! -</p> -<p>Hij kon scheuren en gaten en een hoogen ouderdom, die op een naderend einde wees, -constateeren, dat nam niet weg, dat hij zichzelf niet meer toebehoorde, sedert hij -er zich in gewaagd had: hij werd gegrepen, gekneusd, meegetrokken in dit onontwarbare -net, in dit eindelooze labyrinth van invloeden en intriges, van ijdelheden en omkooperijen, -van corruptie en eerzucht, van ellende en grootheid. Hoe <span class="pagenum">[<a id="pb404" href="#pb404">404</a>]</span>ver was hij van het Rome, dat hij gedroomd had! Welk een toorn maakte zich meermalen -van hem meester in zijn moeheid en zijn begeerte om zich te verdedigen! -</p> -<p>Plotseling ging voor Pierre een licht op omtrent de dingen, die hij tot nog toe nooit -begrepen had. Op een dag, dat hij weer naar de Propaganda gegaan was, sprak kardinaal -Sarno op een zoo koud-woedenden toon over de Vrijmetselarij, dat hij alles in een -helder licht zag. Tot dusverre had hij moeten glimlachen om de Vrijmetselarij; hij -geloofde er even weinig aan als aan de Jezuïeten, hij vond de belachelijke verhalen, -die er de rondte over deden, kinderachtig, verwees die geheimzinnige mannen, die in -het donker werkten en wier geheime, onberekenbare macht de wereld regeeren zou, naar -het rijk der legenden. Vooral verwonderde hij zich over den blinden haat, die sommige -menschen bijna krankzinnig maakte, zoodra het woord vrijmetselaar op hun lippen kwam; -een prelaat, en dat nog wel een van de meest intelligenten en de meest ontwikkelden, -had hem met den grootsten ernst verzekerd, dat iedere vrijmetselaarsloge minstens -éénmaal per jaar gepresideerd werd door den duivel in hoogst eigen persoon. Een eenvoudig -menschenverstand stond daarbij stil. Doch nu begreep hij de rivaliteit, den verwoeden -strijd van de Roomsch-Katholieke Kerk tegen de andere, haar vijandige Kerk. De eerste -mocht zich de overwinnaresse wanen, zij voelde toch in de andere een concurrente, -een zeer oude vijandin, die zelfs beweerde nog ouder te zijn dan zij en wier overwinning -altijd mogelijk bleef. -</p> -<p>De botsing kwam voornamelijk voort uit het feit, dat de beide secten hetzelfde eerzuchtige -streven naar de wereldheerschappij, dezelfde internationale organisatie, hetzelfde -net, dat over de volkeren geworpen werd, mysteriën, dogma’s en riten bezaten. God -tegen God, geloof tegen geloof, verovering tegen verovering. Op die wijze hinderden -zij elkaar, zooals twee concurreerenden, aan beide kanten van een straat opgerichte -magazijnen, en de een moest ten slotte de ander dooden. Maar al scheen het hem toe, -alsof het Katholicisme wankelde en met ondergang bedreigd werd, toch bleef hij ook -sceptisch gestemd ten opzichte van de macht der Vrijmetselarij. Hij had gevraagd en -een onderzoek ingesteld, om zich rekenschap te geven van het werkelijk bestaan dezer -macht in dit Rome, waar de beide hoogste machten tegenover elkander stonden, waar -de grootmeester troonde tegenover den paus. -<span class="pagenum">[<a id="pb405" href="#pb405">405</a>]</span></p> -<p>Men had hem wel verteld, dat de laatste Romeinsche prinsen zich genoodzaakt voelden -vrijmetselaars te worden, om hun leven niet al te zwaar te maken, hun toch al moeilijke -positie niet te verergeren, de toekomst van hun zoons niet te bederven. Maar gaven -zij daarbij niet alleen toe aan de onweerstaanbare macht der hedendaagsche sociale -evolutie? Zou de Vrijmetselarij ook niet ondergaan in haar eigen triomf, den triomf -der denkbeelden van gerechtigheid, waarheid en rede, die zij zoo lang te midden van -de duisternis en de gewelddaden der geschiedenis verdedigd had? Het was een vaststaand -feit, dat de zege van een idee de secte, die haar propageert, doodt en het apparaat, -waarmede zij zich omgeven heeft, om de phantasie te treffen, nutteloos en eenigszins -wonderlijk maakt. Het carbonarisme heeft de verovering der politieke vrijheden, die -het eischte, niet kunnen overleven, en den dag, waarop de Katholieke Kerk, na haar -beschavingswerk volbracht te hebben, ineenstort, zal óók de andere Kerk, de Vrijmetselaarskerk -verdwijnen, daar haar bevrijdingstaak dan afgeloopen is. Thans zou de beroemde almacht -der loges een armzalig, eveneens door tradities belemmerd, door een belachelijk ceremonieel -bedorven veroveringswerktuig zijn, niets meer dan een band van onderlinge verstandhouding -en hulpverleening, indien de sterke adem der wetenschap de volkeren niet wegrukte -en medehielp aan de vernietiging van verouderde godsdiensten. -</p> -<p>Uitgeput door zooveel bezoeken en noodelooze stappen, kreeg Pierre, niettegenstaande -hij als de soldaat van een hoop, die niet aan de nederlaag gelooven wil, hardnekkig -erbij bleef Rome niet te verlaten zonder tot het einde toe gestreden te hebben, weer -angst. Hij had alle kardinalen bezocht, wier invloed hem van eenig nut kon zijn. Hij -had den vicaris-generaal bezocht, die het diocees Rome bestuurde, een ontwikkeld man, -die met hem over Horatius gesproken had, een politiek warhoofd, dat hem gevraagd had -naar Frankrijk, naar de Republiek, naar de oorlogs- en marinebudgetten, zonder zich -in het minst te bekommeren over het vervolgde boek. Hij had den groot-penitentiarius -bezocht, den kardinaal, dien hij eenmaal vluchtig in den palazzo Boccanera gezien -had, een mageren ouden man met een uitgeteerd ascetengezicht, van wien hij een lang -verwijt en strenge woorden tegen de jonge priesters, die, door den geest der eeuw -bedorven, vloekwaardige boeken schreven, <span class="pagenum">[<a id="pb406" href="#pb406">406</a>]</span>te hooren kreeg. Ten slotte had hij in het Vaticaan den kardinaal-secretaris bezocht, -in zekeren zin den minister van Buitenlandsche Zaken van Zijne Heiligheid, de groote -macht van den Heiligen Stoel, van wien men hem tot dusverre verwijderd gehouden had -door hem bang te maken voor de gevolgen van een ongelukkig uitvallend bezoek. -</p> -<p>Hij had zich verontschuldigd, dat hij zich nu eerst tot hem wendde, en den beminlijksten -man tegenover zich gevonden, die door een diplomatieke welwillendheid zijn eenigszins -ruw uiterlijk optreden verzachtte, hem verzocht te gaan zitten, hem belangstellend -uitvroeg, naar hem luisterde, hem moed insprak zelfs. Maar toen hij weer op het Sint -Pietersplein stond, had hij heel goed begrepen, dat zijn zaak geen stap verder was -gekomen en dat, wanneer het hem nog eens gelukken zou de deur van den paus te forceeren, -dit zeker niet door toedoen van den kardinaal-secretaris geschieden zou. Dien avond -keerde hij overspannen en overprikkeld, gebroken door de vele bezoeken aan zooveel -menschen, naar de Via Giulia terug, zóó wanhopig, dat hij zich langzamerhand heelemaal -door die machine met haar honderden raderen meegesleept voelde worden, dat hij zich -met schrik afvroeg, wat hij den volgenden dag moest doen, daar hem niets meer overbleef -dan gek te worden. -</p> -<p>Toevallig ontmoette hij don Vigilio in een gang; hij wilde hem even raadplegen, nog -een goeden raad van hem vragen. Maar deze legde hem met een ongerust gebaar, zonder -dat hij wist waarom, het zwijgen op. Hij had weer zijn gewone angstoogen en fluisterde -hem in: -</p> -<p>“Hebt u monsignor Nani gesproken? Neen?… Ga dan naar hem toe, ga dan naar hem toe, -ik zeg u nogmaals, dat u niets anders te doen hebt.” -</p> -<p>Hij gaf toe. Waarom nog te weigeren? Afgezien van den hartstocht van vurige naastenliefde, -die hem tot verdediging van zijn boek hierheen gevoerd had, was hij toch ook voor -proefnemingen te Rome. Hij moest tot het einde toe volharden. -</p> -<p>Den volgenden ochtend bevond hij zich te vroeg onder de zuilengang van de St. Pieter -en moest dus vrij lang wachten. Nog nooit had hij de ontzaglijkheid van deze vier -zuilenrijen, van dit woud van gigantische steenen stammen, waarin echter niemand wandelt, -zoo sterk gevoeld. Het is een indrukwekkende, sombere woestijn. Men vraagt zich af -waartoe een zoo majestueuse zuilengaanderij dient. Ongetwijfeld <span class="pagenum">[<a id="pb407" href="#pb407">407</a>]</span>slechts voor de majesteit alleen, voor de pracht der decoratie; en ook daarin ligt -weer Rome. Dan ging hij door de Via del S. Offizio en kwam bij den achter de sacristie -gelegen palazzo del S. Offizio. Het is een eenzame wijk, welker stilte slechts zelden -gestoord wordt door den stap van een voetganger of het rollen van een wagen. De zon, -die haar schuine stralen op het wit geworden plaveisel werpt, is het eenige levende -hier. Men ruikt er de nabijheid van de basilica, den geur van den wierook, den kloostervrede -in den sluimer der eeuwen. Op een hoek staat de palazzo del S. Offizio drukkend en -angstaanjagend kaal: een hooge, gele gevel, die slechts door een enkele rij ramen -verbroken wordt, terwijl de andere gevel, die op het zijstraatje uitziet, met zijn -kleine vensters—kijkgaatjes met bijna ondoorzichtige raampjes, er nog verdachter uitziet. -Deze geweldige, modderkleurige, naar buiten bijna vensterlooze en als een gevangenis -afgesloten een geheimzinnige kubus van metselwerk, schijnt in het verblindende zonlicht -te slapen. -</p> -<p>Een rilling, waarom hij dadelijk glimlachte als om een kinderachtigheid, doorhuiverde -hem. De heilige, Romeinsche, algemeene Inquisitie, de heilige Congregatie van den -S. Offizio, zooals men haar thans noemde, was niet meer die, waarvan de legende vertelt, -de leverancier van brandstapels, het geheime gerecht, waartegen geen hooger beroep -bestaat, dat recht had over de geheele menschheid de doodstraf uit te spreken. Toch -bewaarde zij nog steeds het geheim van haar taak, kwam zij iederen Woensdag bijeen, -oordeelde en veroordeelde, zonder dat er iets naar buiten van doordrong. Maar ook -al bleef zij doorgaan de misdaad der haeresie te straffen, ook al bepaalde zij zich -er niet alleen toe werken, maar ook menschen te treffen, toch bezat zij geen wapenen -meer, geen kerker, geen zwaard en vuur; zij was beperkt tot protesteeren en kon zelfs -den haren, den geestelijken, niets anders dan disciplinaire straffen opleggen. -</p> -<p>Toen hij in den salon van monsignor Nani, die in zijn qualiteit van assessor in dit -paleis woonde, gelaten werd, voelde Pierre een blijde verrassing. Het was een groot, -op het Zuiden gelegen, door een vroolijk zonlicht overstroomd vertrek: er heerschte -ondanks de stijve meubelen en de donkere kleur van het behang een heerlijke zachtheid, -als had er een vrouw geleefd, die het wonder verrichtte iets van haar bekoorlijkheid -in al die strenge dingen te leggen. Er waren geen bloemen en toch rook het er heerlijk. -<span class="pagenum">[<a id="pb408" href="#pb408">408</a>]</span></p> -<p>Monsignor Nani met zijn blozend gezicht, de blauwe, levendige oogen en zijn blond, -eenigszins grijzend haar, kwam hem met uitgestoken handen en glimlachend tegemoet. -</p> -<p>“O mijn waarde zoon, hoe aardig van u, om me te komen opzoeken … Ga zitten en laten -we als twee vrienden praten.” -</p> -<p>En onmiddellijk begon hij met blijkbaar groote belangstelling te vragen: -</p> -<p>“En hoe staat het met uw zaak? Vertel me eens precies wat u gedaan hebt!” -</p> -<p>En Pierre, ondanks de vertrouwelijke mededeeling van don Vigilio getroffen door de -sympathie, die hij meende te voelen, biechtte alles zonder iets weg te laten. Hij -vertelde van zijn bezoeken aan kardinaal Sarno, aan monsignor Fornaro, aan pater Dangelis, -zijn stappen bij de invloedrijke kardinalen, bij alle kardinalen van den Index, bij -den groot-penitentiarius, den kardinaal-vicaris en den kardinaal-secretaris, weidde -uit over zijn eindelooze tochten van den een tot den ander door den geheelen clerus -van Rome, door alle congregaties, door dezen reusachtigen, drukken en stillen bijenkorf, -waardoor zijn beenen moede, zijn ledematen gebroken, zijn hersens stomp geworden waren. -</p> -<p>Maar Monsignor, die met verrukking naar hem scheen te luisteren, riep bij iedere lijdensstatie -van dezen calvariënberg: -</p> -<p>“Maar dat is prachtig, het kan niet mooier. Uw zaak marcheert uitstekend. Wondermooi -staat zij ervoor!” -</p> -<p>Hij jubelde, zonder eenige ongepaste ironie te doen blijken. Slechts zijn doordringende -blik doorboorde den jongen priester, om te zien of hij hem eindelijk tot dat punt -van gehoorzaamheid gebracht had, waarop hij hem wilde hebben. Was hij moe genoeg, -had hij genoeg teleurstellingen ondervonden, wist hij voldoende hoe de toestanden -in werkelijkheid waren, om tot de slotacte te kunnen overgaan? Waren drie maanden -te Rome voldoende geweest, om van den overdreven dweper van de eerste dagen iemand -te maken, die zijn verstand gebruikte of ten minste zich bij het onvermijdelijke neerlegde? -</p> -<p>Plotseling vroeg monsignor Nani hem: -</p> -<p>“Maar gij spreekt in het geheel niet over Zijne Eminentie, kardinaal Sanguinetti.” -</p> -<p>“Zijne Eminentie is naar Frascati, ik heb hem niet kunnen spreken.” -</p> -<p>Dan hief de prelaat, alsof hij met het heimelijke genot van een diplomaat de ontknooping -nog wat uit wilde stellen, <span class="pagenum">[<a id="pb409" href="#pb409">409</a>]</span>zijn kleine, mollige handen naar den hemel op op de ongeruste manier van iemand, die -alles verloren waant, en riep uit: -</p> -<p>“O, maar ge moet Zijne Eminentie spreken, ge moet Zijne Eminentie spreken. Dat is -absoluut noodzakelijk. Bedenk toch eens, de praefect der Congregatie! Wij zullen niet -kunnen handelen voor na uw bezoek, want u hebt niemand gesproken, als u hem niet gesproken -hebt … Ga naar Frascati, mijn zoon.” -</p> -<p>Pierre kon niet anders dan den raad opvolgen. -</p> -<p>“Ik zal gaan, monsignor.” -<span class="pagenum">[<a id="pb410" href="#pb410">410</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch11" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">ELFDE HOOFDSTUK</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Hoewel Pierre wist, dat hij zich niet voor elf uur bij kardinaal Sanguinetti kon laten -aandienen, was hij toch met een vroegen trein gegaan en stapte reeds om negen uur -aan het station Frascati uit. Reeds was hij er op een van zijn dagen van gedwongen -nietsdoen geweest en had het klassieke uitstapje naar de Romeinsche Kasteelen gemaakt, -die van Frascati naar Rocca di Papa en van Rocca di Papa naar Monte Cave loopen. Hij -was er verrukt over geweest en verheugde zich thans reeds bij voorbaat op een kalmeerende -wandeling van een paar uur op de dichtstbijzijnde heuvels van de Albaansche bergen, -waarop Frascati tusschen riet, olijfboomen en wijngaarden gebouwd is. Het beheerscht -de uitgestrekte rosachtige zee van de Campagna als van de hoogte van een voorgebergte, -tot aan het in de verte liggende Rome, dat op een afstand van zes mijlen wit schittert -als een eiland van marmer. -</p> -<p>O, dit op zijn groenen ronden heuvel liggende Frascati aan den voet van de dichtbegroeide -hoogten van Tusculum, met zijn beroemd terras, vanwaar men het mooiste uitzicht der -wereld heeft, met zijn oude patriciërsvilla’s met de trotsche, elegante Renaissancegevels -en prachtige, altijd groene, met cypressen, pijnboomen en eiken beplante tuinen! Het -was een heerlijkheid, een oogenlust, een betoovering, die hij nooit moede zou worden. -In verrukking over alles dwaalde hij reeds meer dan een uur langs de met oude, knoestige -olijfboomen omzoomde wegen, langs de door groote boomen van de naburige tuinen beschaduwde -straten, langs de geurige voetpaden, aan het einde waarvan bij iederen bocht de Campagna -zich in het oneindige uitstrekte, toen hij een onverwachte ontmoeting had, die hem -in den beginne hinderde. -<span class="pagenum">[<a id="pb411" href="#pb411">411</a>]</span></p> -<p>Hij was weer naar het lager gelegen station gegaan, dat gebouwd was op een plek, waar -vroeger wijngaarden stonden en zich in de laatste jaren een geheele nieuwe wijk ontwikkeld -had. Tot zijn groote verbazing zag hij een mooie, met twee paarden bespannen victoria, -die uit de richting van Rome kwam, naast zich stilhouden en hoorde hij zich bij zijn -naam roepen. -</p> -<p>“Wat, mijnheer de abbé, al zoo vroeg op de wandeling hier?<span class="corr" id="xd29e3886" title="Bron: ’">”</span> -</p> -<p>Nu herkende hij graaf Prada, die, na uitgestapt te zijn, het rijtuig verder liet rijden -en de twee- of driehonderd meter naast den jongen priester te voet aflegde. Na een -hartelijken handdruk zeide hij: -</p> -<p>“Ja, ik kom zelden met den trein, ik prefereer een rijtuig. Dat geeft tevens mijn -paarden wat beweging … Zooals u weet, heb ik hier zaken, een heele bouwgeschiedenis, -die ongelukkig niet erg marcheert. Daarom ben ik ondanks het ver gevorderde seizoen -verplicht hier meer te komen dan mij lief is.” -</p> -<p>Pierre kende inderdaad die geschiedenis. De Boccanera’s hadden hun prachtige villa, -die een van hun voorvaderen, ook een kardinaal, hier in de tweede helft der zestiende -eeuw naar een ontwerp van Giacomo della Porta had laten bouwen, moeten verkoopen. -Het was een koninklijk zomerverblijf met groote, schaduwrijke boomen, priëelen, fonteinen, -bassins en een wereldberoemd terras, dat als een kaap uitstak boven de Campagna romana, -welker onmetelijke vlakte zich van de Sabijnsche bergen tot aan de kust der Middellandsche -Zee uitstrekt. Bij de boedelscheiding kreeg Benedetta van haar moeder de groote wijngaarden -bij Frascati; zij had die als <span class="corr" id="xd29e3893" title="Bron: bruidschat">bruidsschat</span> voor Prada medegebracht juist op het oogenblik, dat de bouwmanie van Rome naar de -provincies oversloeg. Prada was toen op het denkbeeld gekomen hier een groote wijk -burgerlijke villa’s neer te zetten naar het model van die, welke men in de banlieue -van Parijs zooveel vindt. Doch er hadden zich maar weinig koopers aangemeld, de <span class="corr" id="xd29e3896" title="Bron: financiëele">financieele</span> krach was er bovendien tusschen gekomen, en zoo moest hij deze onfortuinlijke onderneming -liquideeren, nadat hij dadelijk bij hun scheiding zijn vrouw schadeloos gesteld had. -</p> -<p>“En bovendien,” ging hij voort, “met een rijtuig kan je komen en gaan, wanneer je -wilt, terwijl je een slaaf van het spoorboekje bent. Zoo heb ik vanochtend een conferentie -met aannemers, deskundigen en advocaten, en ik weet niet <span class="pagenum">[<a id="pb412" href="#pb412">412</a>]</span>hoe lang die duren zal … Een prachtige streek, niet waar? Ja, we kunnen er trotsch -op zijn. En al heb ik op het oogenblik minder aangename zaken, dat neemt niet weg, -dat ik hier niet komen kan, zonder dat mijn hart van vreugde klopt.” -</p> -<p>Wat hij echter niet vertelde, was dat Lisbeth Kauffmann, zijn vriendin, zooals hij -haar noemde, den zomer doorgebracht had in een der nieuwe villa’s, waarin zij haar -atelier had ingericht, dat bezocht werd door de geheele vreemdelingenkolonie, die -dank zij haar vroolijkheid en haar schilderkunst, welke juist voldoende was, om haar -onafhankelijk te maken, haar dubbelzinnige positie na den dood van haar man duldde. -Zelfs haar zwangerschap nam men haar niet kwalijk. Veertien dagen geleden was zij -naar Rome teruggegaan, om daar van een dikken jongen te bevallen, wiens komst de praatjes -over de naderende scheiding van Benedetta en Prada in de zwarte en witte salons weer -aangewakkerd had. De liefde van dezen laatste voor Frascati was ongetwijfeld grootendeels -een gevolg van zijn teedere herinneringen en de groote trotsche vreugde, welke deze -geboorte van een zoon hem gaf. -</p> -<p>Pierre, die in zijn instinctieven haat tegen hebzuchtige geldmenschen, in Prada’s -tegenwoordigheid steeds een zekere verlegenheid voelde, wilde toch zijn vriendelijkheid -beantwoorden en vroeg hem naar zijn vader, den ouden Orlando, den held van de verovering. -</p> -<p>“O, afgezien van zijn beenen, maakt hij het uitstekend. Hij wordt zeker honderd jaar. -Die arme vader! Ik had hem zoo graag dezen zomer in een van die kleine villa’s willen -hebben. Maar hij wil niet, hij weigert hardnekkig Rome te verlaten, alsof hij bang -is, dat ze het hem in zijn afwezigheid zullen ontnemen.” -</p> -<p>Hij barstte in een helderen lach uit en maakte zich alleen vroolijk met die grap over -den heldhaftigen, uit de mode geraakten tijd der onafhankelijkheid. Dan voegde hij -eraan toe: -</p> -<p>“Gisteren sprak hij nog over u, mijnheer de abbé. Het verwonderde hem, dat u hem nog -niet eens was komen opzoeken.” -</p> -<p>Dat verdriette Pierre, want hij had voor Orlando een eerbiedige liefde opgevat. Tweemaal -was hij na zijn eerste bezoek nog bij hem geweest, en beide malen had de oude man -geweigerd over Rome te spreken, zoolang zijn jonge vriend niet alles gezien, alles -doorvoeld, alles begrepen had. Later, wanneer zij beiden tot een conclusie zouden -kunnen komen, zou het pas tijd daarvoor zijn. -<span class="pagenum">[<a id="pb413" href="#pb413">413</a>]</span></p> -<p>“Zeg hem als het u blieft, dat ik hem niet vergeet, en dat ik, wanneer ik met mijn -bezoek wat wacht, ik dat alleen doe, om hem tevreden te stellen. Maar ik zal niet -vertrekken, zonder hem te komen zeggen, hoe ik door zijn ontvangst getroffen ben.” -</p> -<p>Beiden liepen langzaam den zwak stijgenden weg op tusschen enkele nieuwe villa’s, -waarvan verscheidene nog niet afgebouwd waren. Toen Prada hoorde, dat de priester -naar Frascati gekomen was, om een bezoek te brengen aan kardinaal Sanguinetti, begon -hij weer te lachen—zijn vriendelijk wolfslachje, dat zijn witte tanden liet zien. -</p> -<p>“Dat is zoo, hij is hier, sedert de paus ziek is … Nu, u zult hem in een aardig opgewonden -toestand vinden.” -</p> -<p>“Hoe zoo?” -</p> -<p>“Omdat de berichten over de gezondheid van den Heiligen Vader alles behalve goed zijn -van ochtend. Toen ik uit Rome ging, liep het gerucht, dat hij een heel slechten nacht -gehad had.” -</p> -<p>Hij was bij een kromming van den weg blijven staan, voor een oude kapel, een klein -kerkje, dat eenzaam en triest aan den rand van een olijfboschje stond. Vlak daarbij -bevond zich een vervallen gebouwtje, ongetwijfeld de vroegere pastorie, waaruit een -groote, knokige priester met een plomp, aardkleurig gezicht kwam, die, voor hij verder -ging, de deur op het nachtslot draaide. -</p> -<p>“Kijk!” spotte de graaf, “dat is er een, wiens hart even hard kloppen moet. Hij gaat -nu ongetwijfeld bij uw kardinaal informeeren.” -</p> -<p>Verbaasd had Pierre den priester aangekeken. -</p> -<p>“Ik ken hem,” zeide hij. “Als ik mij niet vergis, heb ik hem den ochtend van mijn -aankomst bij kardinaal Boccanera gezien, aan wien hij een mand vijgen bracht, toen -hij hem om goede getuigen vroeg voor zijn jongeren broeder, die door het toebrengen -van een messteek, geloof ik, in de gevangenis gekomen was. Maar de kardinaal heeft -geweigerd zoo’n bewijs af te geven.” -</p> -<p>“Hij is het, daar behoeft u niet aan te twijfelen, want hij kwam vroeger veel in den -palazzo Boccanera, waar zijn broer tuinman geweest is. Maar tegenwoordig is hij de -protégé van kardinaal Sanguinetti … Een merkwaardige figuur, die Santobono, zooals -u ze in Frankrijk niet veel hebben zult. Hij woont heelemaal alleen in dat instortende -gebouwtje en is pastoor van die heel oude kapel S. Maria dei Campi, waar <span class="pagenum">[<a id="pb414" href="#pb414">414</a>]</span>men geen driemaal per jaar de mis komt hooren. Ja, een echte sinecure, die hem met -zijn duizend francs salaris in staat stelt als een philosophische boer te leven en -den vrij grooten tuin, die u daar tusschen die hooge muren ziet, te bebouwen.” -</p> -<p>Inderdaad liep de ingesloten ruimte achter de pastorie om, aan alle kanten goed afgesloten, -als een toevluchtsoord, waarin zelfs geen blik mocht doordringen. Boven den linkermuur -uit zag men een prachtigen, reusachtigen vijgeboom, welks hoog loof zich zwart tegen -den helderen hemel afteekende. -</p> -<p>Onder het loopen vertelde Prada verder over Santobono, die hem blijkbaar zeer interesseerde. -Een patriotisch priester, een Garibaldiaan. In Nemi, een nog woest gebleven hoek van -de Albaansche bergen, uit het volk geboren, voelde hij zich ook nu nog aan de aarde -verwant; maar hij had gestudeerd en wist genoeg van de geschiedenis, om de grootheid -van Rome te kennen en van een herstel van het Romeinsche Rijk ten voordeele van het -jonge Italië te droomen. Hij geloofde vast en zeker, dat slechts een groote paus dien -droom zou kunnen verwezenlijken door zich van de macht meester te maken en dan alle -andere volkeren te veroveren. Wat was eenvoudiger, daar de paus immers over millioenen -Katholieken beschikte? -</p> -<p>Was de helft van Europa niet van hem? Frankrijk, Spanje en Oostenrijk zouden toegeven, -zoodra zij zagen dat hij machtig was en de wereld de wetten voorschreef. Duitschland -en Engeland en alle Protestantsche naties zouden onvermijdelijk veroverd worden, daar -het pausdom de eenige dam is, dien men tegen de dwaling kon oprichten en waartegen -deze zich eenmaal te pletter zou loopen. Desniettemin had hij zich op politiek gebied -voor Duitschland verklaard, want hij meende, dat Frankrijk verpletterd moest worden, -om zich in de armen van den Heiligen Vader te werpen. Zoo botsten in dit warhoofd, -waarin de gedachten brandden, en door de aangeboren ruwheid van het ras gauw tot geweld -overgingen, al die tegenstrijdige ideeën en dolzinnige phantasieën tegen elkaar. Hij -was een barbaar uit het Evangelie, een vriend van de nederigen en armen, een lid van -de familie van die geëxalteerde sectarissen, die tot groote deugden en tot groote -misdaden in staat zijn. -</p> -<p>“Ja,” ging Prada voort, “hij heeft zich nu met hart en ziel aan kardinaal Sanguinetti -gegeven, omdat hij in dezen <span class="pagenum">[<a id="pb415" href="#pb415">415</a>]</span>den grooten paus, den paus van morgen zag, die van Rome de eenige hoofdstad van alle -volken moet maken. En ook dat gaat natuurlijk met een eerzuchtige bedoeling gepaard, -misschien kan hij bijvoorbeeld den titel van kanunnik veroveren of zich bij de kleine -onaangenaamheden, die het leven nu eenmaal medebrengt, laten helpen, zooals wanneer -hij zijn broeder uit de gevangenis redden moet. Men zet zijn kans op een kardinaal, -zooals men op een terno<a class="noteref" id="xd29e3933src" href="#xd29e3933">1</a> in een loterij zet; als de kardinaal er als paus uitkomt, win je een fortuin … Daarom -ziet u hem daar met zulke groote passen loopen, hij wil zoo gauw mogelijk weten of -Leo XIII sterven en zijn terno met Sanguinetti als paus eruit komen zal …” -</p> -<p>“Gelooft u werkelijk, dat de paus zoo ziek is?” vroeg Pierre ongerust. -</p> -<p>“Wie kan dat zeggen?” antwoordde de graaf glimlachend. “Zij zijn allemaal ziek, wanneer -ze daar belang bij hebben. Maar ik geloof wel, dat hij ziek is, een ingewandsstoring -zegt men, en op zijn leeftijd kan de minste ziekte noodlottig worden.” -</p> -<p>Zwijgend liepen zij eenige passen verder; dan vroeg Pierre weer: -</p> -<p>“Zou dan, wanneer de Heilige Stoel vacant mocht worden, kardinaal Sanguinetti groote -kans hebben?” -</p> -<p>“Groote kans! Groote kans! Dat is ook weer een van die dingen, die niemand weet. Waar -is, dat hij tot de mogelijke candidaten behoort; en wanneer het verlangen om paus -te worden voldoende was, dan zou Sanguinetti zeker de toekomstige paus zijn, want -de eerzucht verteert hem tot op zijn beenderen. Het is zelfs zijn groote zwakheid, -want hij raakt uitgeput en hij voelt dat. Hij moet dan ook voor de laatste dagen van -den strijd tot alles besloten zijn. U kunt er zeker van zijn, dat, wanneer hij zich -op dit kritieke oogenblik hier teruggetrokken heeft, hij dat alleen doet, om van verre -beter den strijd te leiden.” -</p> -<p>En hij weidde verder uit over Sanguinetti, voor wien hij om zijn intriges, zijn grimmigen -veroveringslust en zijn buitengewoon groote activiteit een zekere sympathie koesterde. -Hij had hem na zijn terugkeer van de nuntiatuur te Weenen leeren kennen als iemand, -die buitengewoon ervaren <span class="pagenum">[<a id="pb416" href="#pb416">416</a>]</span>en toen reeds vast besloten was de hand op de tiara te leggen. Deze eerzucht verklaarde -alles, zijn oneenigheden en zijn verzoeningen met den regeerenden paus, zijn liefde -voor Duitschland, die door een plotselinge zwenking naar Frankrijk gevolgd werd, zijn -wisselende houding ten opzichte van Italië: eerst het verlangen naar een goede verstandhouding, -dan een volmaakte intransigentie, waarbij hij van geen concessie wilde hooren, zoolang -Rome niet ontruimd was. Daaraan scheen hij te willen blijven vasthouden, want hij -deed, alsof hij de politiek van Leo XIII betreurde en een gloeiende bewondering koesterde -voor Pius IX, den grooten, heldhaftigen paus van het verzet, wiens goed hart een onwankelbare -vastheid van wil niet buitensloot. Dat moet beteekenen, dat hij in de Kerk, die van -geen gevaarlijk, politiek schipperen mocht weten, de gulle eenvoudigheid zonder zwakheid -zou herstellen. Toch droomde hij in den grond der zaak van niets dan politiek, hij -moest al een heel programma opgemaakt hebben, dat hij opzettelijk vaag hield, maar -dat door zijn beschermelingen en protégés met een soort mysterieuse extase verspreid -werd. -</p> -<p>Sedert een vorige ongesteldheid van den paus, die reeds van het voorjaar dateerde, -leefde hij in een doodelijke ongerustheid, want het gerucht ging, dat de Jezuïeten, -hoewel kardinaal Boccanera volstrekt niet op hun hand was, er zich bij neergelegd -hadden dezen te steunen. Ongetwijfeld was deze laatste overdreven en gevaarlijk vroom -in deze eeuw van verdraagzaamheid; maar behoorde hij niet tot het patriciaat, zou -zijn verkiezing niet een teeken zijn, dat het pausdom nooit af zou zien van de wereldlijke -macht? Van dat oogenblik af was Boccanera in de oogen van Sanguinetti de meest te -duchten man geworden; hij leefde bijna niet meer, voelde zich reeds beroofd, bracht -zijn tijd met niets anders door dan met het zoeken naar combinaties, om zich van dien -almachtigen tegenstander te ontdoen. Hij ontzag zich niet de lasterpraatjes te verspreiden, -dat kardinaal Boccanera Benedetta en Dario één bed liet deelen, hield niet op hem -af te schilderen als den Antichrist, wiens regeering de vernietiging van het pausdom -ten gevolge zou hebben. -</p> -<p>Zijn laatste combinatie, om zich den steun der Jezuïeten te verzekeren, was, dat hij -door zijn vrienden liet uitbazuinen, dat hij niet alleen het principe van de wereldlijke -macht zou hooghouden, maar dat hij zich verbond die macht weer te heroveren. Hij had -daarvoor al een heel plan, dat men <span class="pagenum">[<a id="pb417" href="#pb417">417</a>]</span>elkaar in het oor fluisterde—een ondanks enkele schijnbare concessies tot een zekere -overwinning leidend, in zijn resultaten verpletterend plan: hij wilde den Katholieken -niet langer verbieden te stemmen en candidaten te zijn, naar de Kamer honderd, dan -tweehonderd, eindelijk driehonderd leden zenden, vervolgens de monarchie van Savoye -van den troon stooten, om een soort reusachtige federatie der Italiaansche provincies -te vormen, waarvan de alsdan weer in het bezit van Rome gekomen paus de verheven en -souvereine voorzitter worden zou. -</p> -<p>Toen Prada met zijn verhaal gereed was, begon hij weer te lachen, terwijl hij zijn -witte tanden liet zien, die er al heel weinig uitzagen, om een buit los te laten. -</p> -<p>“U ziet, dat wij ons goed verdedigen moeten, want hij wil er ons uitwerpen. Gelukkig -bestaan er nog hinderpalen voor dergelijke dingen. Maar zulke phantasieën hebben toch -altijd een grooten invloed op sommige overspannen geesten zooals op dien van Santobono -bijvoorbeeld. Dit is er een, dien Sanguinetti zou kunnen brengen waar hij wil … Hij -heeft goede beenen. Kijk eens naar boven. Hij is al bij het kleine paleis van den -kardinaal, die heele witte villa met gebeeldhouwde balkons.” -</p> -<p>Inderdaad zag men het kleine paleis, een der eerste huizen van Frascati, een modern -gebouw in Renaissance-stijl, dat uitzag op de uitgestrekte vlakte der Campagna romana. -</p> -<p>Het was elf uur en toen Pierre afscheid nam van den graaf, om zelf zijn opwachting -te gaan maken bij den kardinaal, hield de graaf de hand van den jongen priester een -oogenblik in de zijne. -</p> -<p>“Als u mij een genoegen wilt doen, dan moet u met mij dejeuneeren … Wilt u? Kom dan, -zoodra u vrij bent, in het restaurant daar met dien rozen gevel. Binnen een uur ben -ik klaar met mijn zaken en ik zou het prettig vinden, als ik niet alleen behoefde -te dejeuneeren.” -</p> -<p>Eerst weigerde Pierre, maar hij kon geen enkel geldig excuus vinden, zoodat hij eindelijk -moest toegeven, ondanks zichzelf door de vriendelijke manieren van Prada ingepalmd. -Pierre behoefde slechts een straat door te loopen, om bij het paleis van den kardinaal -te komen. Deze was altijd makkelijk te naderen, deels uit een behoefte om zich te -uiten, deels uit berekening, omdat hij gaarne den populairen man uit wilde hangen. -Vooral te Frascati gingen de deuren wijd open, zelfs voor de eenvoudigste soutane. -De jonge priester werd <span class="pagenum">[<a id="pb418" href="#pb418">418</a>]</span>dan ook dadelijk toegelaten; hij was over die ontvangst een weinig verbaasd, daar -hij zich nog den slecht geluimden knecht te Rome herinnerde, die hem de reis afgeraden -had, daar Zijne Eminentie er niet van hield gestoord te worden, wanneer hij ziek was. -Maar in werkelijkheid was er geen sprake van ziekte, want alles in die vriendelijke, -door zon overstroomde villa glimlachte en glansde. De wachtkamer, waarin men hem alleen -gelaten had, was met afschuwlijk rood fluweelen meubelen voorzien en zonder eenige -luxe of comfort; maar zij werd opgevroolijkt door het mooiste licht der wereld en -zag uit op die buitengewone, zoo kale en vlakke Campagna, die in de voortdurende luchtspiegeling -van het verleden een onvergelijkelijke droomschoonheid bezat. Hij ging dan ook, in -afwachting, dat hij bij den kardinaal toegelaten zou worden, voor een der wijd openstaande -en op het balkon uitkomende ramen staan kijken naar de eindelooze zee van weiden tot -aan het in de verte wit schemerende Rome, waarboven de dom van de St. Pieter als een -kleine fonkelende vlek, niet grooter dan de nagel van een pink, uitstak. -</p> -<p>Hij stond er nauwlijks, toen enkele woorden van een gesprek, dat blijkbaar in de nabijheid -gevoerd werd, duidelijk tot hem doordrongen. Hij boog zich wat voorover en begreep -al heel gauw, dat het Zijne Eminentie zelf was, die op een balkon er naast met een -priester, van wiens soutane hij slechts een stukje zag, stond te praten. Maar hij -had onmiddellijk Santobono herkend. Zijn eerste opwelling was zich uit discretie te -verwijderen, doch dan bleef hij door de woorden, die hij opving, toch staan. -</p> -<p>“Wij zullen het dadelijk hooren,” zeide Zijne Eminentie met zijn brommende stem. “Ik -heb Eufemio naar Rome gestuurd. Hij is de eenige, dien ik vertrouwen kan. Daar komt -de trein al.” -</p> -<p>Inderdaad was op de uitgestrekte vlakte een trein te zien, klein nog als een stuk -kinderspeelgoed. Blijkbaar was kardinaal Sanguinetti op het balkon gaan staan, om -ernaar te kijken. -</p> -<p>Santobono sprak hartstochtelijk eenige woorden, die Pierre slechts half verstaan kon. -Maar onmiddellijk daarop ging de kardinaal duidelijk voort. -</p> -<p>“Ja zeker, mijn waarde, een catastrophe zou een groot ongeluk zijn. Moge God Zijne -Heiligheid nog lang voor ons sparen …” -<span class="pagenum">[<a id="pb419" href="#pb419">419</a>]</span></p> -<p>Hij hield even op en voltooide dan, daar hij niet huichelen kon, zijn gedachte. -</p> -<p>“Tenminste in dit oogenblik, want het is een slechte tijd. Ik leef in verschrikkelijken -angst, want de aanhangers van den Antichrist hebben in den laatsten tijd veel terrein -gewonnen.” -</p> -<p>Een kreet ontsnapte Santobono. -</p> -<p>“O, Uwe Eminentie zal handelen, zal overwinnen!” -</p> -<p>“Ik, mijn waarde? Maar wat wil je, dat ik doe? Ik stel mij slechts ter beschikking -van mijn vrienden, van hen, die, alleen voor den triomf van den Heiligen Stoel, in -mij gelooven. Zij moeten handelen, een ieder moet naar de krachten, die hem gegeven -zijn, medewerken om den slechten den weg te versperren, zoodat de goeden overwinnen … -O, als de Antichrist regeert …” -</p> -<p>Dit ook nu weer terugkeerend woord “Antichrist” maakte Pierre ongerust. Plotseling -herinnerde hij zich, wat de graaf hem gezegd had: de Antichrist was kardinaal Boccanera. -</p> -<p>“Stel je voor, mijn waarde, de Antichrist op het Vaticaan! Hij zal met zijn onverzoenlijken -trots, met zijn ijzeren wil, met zijn krankzinnigen zucht naar het Niet de verwoesting -van den godsdienst voltooien; want er is geen twijfel mogelijk; hij is het door de -profetieën voorspelde beest des doods, dat in zijn woesten loop naar de donkerte van -den afgrond alles met zich dreigt te verslinden. Ik ken hem; hij heeft geen ander -ideaal dan hardnekkig volhouden en vernietigen; hij zal de zuilen van den tempel omvatten -en ze schudden en uit haar voegen rukken, om zich en het geheele Katholicisme daaronder -te begraven. Ik geef hem geen zes maanden, dan is hij al uit Rome verjaagd, in onmin -met alle volkeren, vervloekt door Italië, en sleept het wandelende spook van den laatsten -paus door de wereld.” -</p> -<p>Een dof gebrom, een gesmoorde vloek van Santobono was het antwoord op deze vreeselijke -voorspelling. Maar de trein was aan het station aangekomen, en onder de weinige reizigers, -die uitstapte, zag Pierre een kleinen abbé, die zoo hard liep, dat zijn soutane tegen -zijn kuiten sloeg. Het was abbé Eufemio, de secretaris van den kardinaal. Toen hij -dezen op het balcon zag staan, liet hij alle voorzichtigheid varen en begon hij hard -de hellende straat af te loopen. -</p> -<p>“Ha, daar is Eufemio!” riep Zijne Eminentie bevend van angst uit. “Eindelijk zullen -we het weten! Eindelijk zullen we het weten!” -<span class="pagenum">[<a id="pb420" href="#pb420">420</a>]</span></p> -<p>De secretaris was zoo hard de trappen opgevlogen, dat Pierre hem bijna onmiddellijk -daarna ademloos door de wachtkamer zag stormen en in het vertrek van den kardinaal -verdwijnen. Deze had het balkon verlaten, om zijn boodschapper tegemoet te gaan; maar -dadelijk kwam hij er onder drukke vragen en haastige antwoorden weer terug. -</p> -<p>“Dus het is zoo, hij heeft een slechten nacht gehad. Zijne Heiligheid heeft geen oog -dicht gedaan … Kolieken, zeggen ze? Maar dat kan op zijn leeftijd binnen twee uur -den dood beteekenen … En wat zeggen de doktoren?” -</p> -<p>Het antwoord drong niet tot Pierre door, maar hij kon het opmaken uit de woorden van -den kardinaal: -</p> -<p>“O, die doktoren weten nooit wat! Trouwens, wanneer zij niets meer zeggen willen, -beteekent dit, dat de dood niet ver meer is … Lieve God, wat een ramp, wanneer de -catastrophe niet enkele dagen uitgesteld kan worden!” -</p> -<p>Hij zweeg en Pierre voelde, hoe de oogen van den kardinaal weer rustten op Rome, hoe -hij met al zijn eerzuchtigen angst staarde naar den dom van de St. Pieter, de kleine, -fonkelende plek, niet grooter dan de nagel van een pink, te midden van de eindelooze, -rossige vlakte. Welk een onrust, welk een opwinding, als de paus dood was. Hij had -niets liever gewild dan zijn arm uitstrekken, om de Eeuwige Stad, de Heilige Stad, -die aan den horizont niet meer plaats innam dan een door een kinderschop neergegooide -hoop kiezelzand, in de holte van zijn hand te nemen. Reeds droomde hij van het conclave, -wanneer de troonhemels van de andere kardinalen zouden dalen en de zijne alleen, onbeweeglijk -en majestueus hem met het purper zou kronen. -</p> -<p>“Maar je hebt gelijk, mijn waarde,” riep hij uit, “we moeten handelen, het is voor -het heil van de Kerk … En bovendien, het is niet mogelijk, dat de hemel niet met ons -is, die alleen zijn triomf willen. Als het moet, zal hij op het uiterste oogenblik -den Antichrist weten te verpletteren.” -</p> -<p>Toen voor het eerst verstond Pierre duidelijk Santobono, die met een ruwe stem en -woeste vastberadenheid zeide: -</p> -<p>“O, als de hemel talmt, zullen wij hem helpen!” -</p> -<p>Dat was alles; daarna hoorde hij niets meer dan een verward gemompel. Het balkon was -leeg en Pierre begon weer te wachten in den zonnigen, kalmen en kostelijk-vroolijken -salon. Plotseling ging de deur van de studeerkamer wijd open en diende een knecht -hem aan. Tot zijn verwondering vond hij den kardinaal alleen, zonder dat hij de beide -priesters <span class="pagenum">[<a id="pb421" href="#pb421">421</a>]</span>had zien vertrekken: zij waren door een andere deur weggegaan. -</p> -<p>In het heldere licht stond de kardinaal met zijn blozend gezicht, zijn grooten neus, -zijn dikke lippen en zijn ondanks zijn zestig jaren jeugdig-flinke en krachtige gestalte -bij een der ramen. Om zijn lippen speelde weer het vaderlijk glimlachje, waarmede -hij uit politiek zelfs de meest eenvoudige menschen ontving. Zoodra Pierre gebogen -en zijn ring gekust had, wees hij hem een stoel aan. -</p> -<p>“Ga zitten, mijn zoon, ga zitten … Ja, ge komt voor die ongelukkige geschiedenis met -uw boek. Ik ben heel blij daar eens met u over te kunnen praten.” -</p> -<p>Zelf was hij ook gaan zitten bij het op Rome uitziend raam, waarvan hij zich niet -scheen te kunnen verwijderen. Toen de priester zich verontschuldigde, dat hij hem -in zijn rust kwam storen, merkte hij op, dat de kardinaal nauwlijks naar hem luisterde, -doch zijn blikken weer strak gericht hield op den zoo vurig begeerden buit. Toch behield -hij den uiterlijken schijn, alsof hij een en al aandacht was, en Pierre was verwonderd -over de wilskracht, die deze man moest hebben, om zoo kalm en belangstellend in de -zaken van anderen te schijnen, terwijl zoo’n stormwind in hem loeide. -</p> -<p>“Uwe Eminentie is dus wel zoo goed, mij niet kwalijk te nemen …” -</p> -<p>“Integendeel, u hebt er heel goed aan gedaan hier te komen, nu mijn gezondheidstoestand -mij vooreerst nog wel zal beletten naar Rome terug te gaan … Ik voel me al wat beter, -en het is heel natuurlijk, dat u mij inlichtingen geven, uw boek verdedigen en mijn -oordeel wat verhelderen wilt … Ik heb me er zelfs al over verwonderd, dat ik u niet -eerder gezien heb, want ik weet, dat uw geloof krachtig is en dat u geen moeite ontziet, -om uw rechters te bekeeren … Spreek, mijn zoon, ik luister naar u met al de vreugde, -die het mij geven zou, als ik u vrij zou kunnen spreken.” -</p> -<p>Pierre liet zich door die welwillende woorden vangen. Een nieuwe hoop ontwaakte in -hem, dat hij den almachtigen praefect van den Index voor zich zou kunnen winnen. Hij -beschouwde dezen voormaligen nuntius, die eerst te Brussel en later te Weenen de wereldlijke -kunst geleerd had menschen tevreden van zich te laten gaan, door hun alles te beloven, -maar nooit iets te doen, reeds als hoogst intelligent en buitengewoon goedhartig. -Nog eenmaal vond hij dan ook zijn apostelgeestdrift terug, om zijn denkbeelden over -het <span class="pagenum">[<a id="pb422" href="#pb422">422</a>]</span>Rome van morgen, het Rome van zijn droomen, dat opnieuw de meesteres der wereld worden -zou, wanneer het tot het Christendom van Jezus, tot de vurige liefde voor armen en -nederigen zou terugkeeren. -</p> -<p>Sanguinetti glimlachte, schudde zacht zijn hoofd en riep verrukt uit: -</p> -<p>“Heel goed, heel goed! Voortreffelijk!… Ik denk als gij, mijn waarde zoon. Meer kan -ik niet zeggen … Maar u bent hier in gezelschap van alle goede geesten.” -</p> -<p>Bovendien werd hij zeer getroffen door den poëtischen kant der zaak, zooals hij zeide. -Ongetwijfeld uit rivaliteit ging hij, evenals Leo XIII, graag voor een goed Latinist -door; vooral voor Virgilius had hij een bijzondere liefde opgevat. -</p> -<p>“Ik weet het, ik weet het … o, ik heb die passage over de terugkeerende lente, die -de door den winter verstijfde armen komt troosten, wel driemaal gelezen. Weet u wel, -dat uw boek vol Latijnsche wendingen is? Ik heb bij u meer dan vijftig uitdrukkingen -genoteerd, die men in de Eclogae<a class="noteref" id="xd29e4007src" href="#xd29e4007">2</a> zou terugvinden. Een bekoorlijk boek, werkelijk bekoorlijk!” -</p> -<p>Daar hij allesbehalve dom was en heel goed voelde, dat er in dezen eenvoudigen priester -een groot intellect stak, begon hij langzamerhand belang te stellen—niet in hem, maar -in het voordeel, dat hij misschien uit hem zou kunnen trekken. In zijn intrigenwoede -was de eenige gedachte, die hem steeds bezig hield, uit anderen, uit de creaturen, -die God hem toezond, alles te halen, wat zij medebrachten, dat nuttig kon zijn voor -zijn eigen triomf. Hij wendde een oogenblik zijn blikken van Rome af en keek zijn -bezoeker aan, luisterde naar hem, terwijl hij zich afvroeg, waarvoor hij hem wel òf -dadelijk, in de crisis, die hij nu doormaakte, òf later, wanneer hij paus zou zijn, -zou kunnen gebruiken. Maar de priester beging nogmaals de fout een aanval te doen -op de wereldlijke macht van de Kerk en de ongelukkige woorden: “nieuwe godsdienst” -uit te spreken. -</p> -<p>De nog altijd glimlachende kardinaal viel hem met een gebaar in de rede, zonder iets -van zijn vriendelijkheid te verliezen, ofschoon zijn reeds lang genomen besluit thans -onherroepelijk vast stond. -</p> -<p>“Zeker, mijn zoon, gij hebt op verscheidene punten groot gelijk, en ik ben het in -vele opzichten volkomen met u eens. <span class="pagenum">[<a id="pb423" href="#pb423">423</a>]</span>Maar zie eens, gij weet blijkbaar niet, dat ik hier de beschermer van Lourdes ben. -Hoe kunt u na de passage, die u over de Grot geschreven hebt, willen, dat ik mij voor -u en tegen de Paters uitspreek?” -</p> -<p>Pierre werd door dit feit, dat hij inderdaad niet wist, geheel terneergeslagen. Niemand -had de voorzorg genomen hem daaromtrent in te lichten. Te Rome hebben alle Katholieke -werken als beschermers een door den Heiligen Vader daarvoor aangewezen kardinaal, -die het moet vertegenwoordigen en zoo noodig als verdediger daarvan optreden moet. -</p> -<p>“Die goede Paters!” ging Sanguinetti op zachten toon voort; “u hebt hun veel verdriet -gedaan. Werkelijk, onze handen zijn gebonden en wij kunnen hun kommer niet nog grooter -maken … Als u eens wist hoeveel missen zij ons zenden! Zonder hen zou meer dan één -van onze arme priesters van honger sterven.” -</p> -<p>Er bleef niets anders over dan zich erbij neer te leggen. Weer stootte Pierre op die -geldquaestie, op die noodzakelijkheid, waarin de Heilige Stad zich bevond, om zijn -budget in goede en slechte jaren te verzekeren. Altijd was het weer de slavernij van -den paus, dien het verlies van Rome van de regeeringszorgen bevrijd had, maar de gedwongen -dankbaarheid voor de ontvangen aalmoezen toch nog steeds aan de aarde bond. De behoeften -waren zoo groot, dat het geld alles beheerschte, de souvereine macht was, waarvoor -alles aan het Romeinsche Hof zich boog. -</p> -<p>Sanguinetti stond op ten teeken, dat het onderhoud afgeloopen was. -</p> -<p>“Maar wanhoop niet, mijn zoon,” ging hij met warmte voort. “Ik heb alleen maar over -mijn eigen stem te beschikken, maar ik beloof u, dat ik rekening houden zal met de -uitmuntende toelichting, die ge mij gegeven hebt … En wie weet? Als God met u is, -zal Hij u redden, zelfs tegen onzen wil!” -</p> -<p>Dat was zijn gewone taktiek; hij had als principe de menschen nooit tot het uiterste -te drijven door ze zonder eenige hoop weg te zenden. Waartoe diende het hem te zeggen, -dat de veroordeeling van zijn boek een fait accompli was en dat het de verstandigste -weg zijn zou het te verloochenen? Alleen een woesteling als die Boccanera blies de -woede over deze vurige zielen en zette ze daardoor nog meer tot verzet aan. -</p> -<p>“Blijf hopen, blijf hopen!” herhaalde hij glimlachend, terwijl <span class="pagenum">[<a id="pb424" href="#pb424">424</a>]</span>hij den schijn aannam, alsof hij zinspeelde op een menigte gelukkige dingen, die hij -echter niet zeggen kon. -</p> -<p>Diep ontroerd, voelde Pierre zich als het ware herleven. Hij vergat zelfs het gesprek, -dat hij afgeluisterd had, de grimmige eerzucht, de doffe woede tegen den gevreesden -mededinger. En bovendien kon bij de machtigen de geest niet de plaats van het hart -innemen? Indien deze eenmaal paus was en alles begrepen had, zou hij dan niet de verwachte -paus kunnen zijn, die de taak op zich nam de Kerk der Vereenigde Staten van Europa, -de geestelijke heerscheresse der wereld, te organiseeren? Hij dankte hem ontroerd, -boog en liet hem voor dit wijdgeopende raam, vanwaar Rome hem uit de verte in den -glans der herfstzon tegenflonkerde als een kostbaar kleinood, de tiara van goud en -edelgesteenten, over aan zijn droomen. -</p> -<p>Het was bijna één uur, toen Pierre en graaf Prada eindelijk konden gaan dejeuneeren -aan een der kleine tafeltjes van het restaurant, waar zij elkaar rendez-vous gegeven -hadden. Beiden hadden zich door hun zaken verlaat. Maar de graaf scheen zeer opgewekt -te zijn, daar hij moeilijke quaesties tot zijn voordeel geregeld had, terwijl de priester -zelf, weer door nieuwe hoop vervuld, zich geheel overgaf aan de kostelijke levensvreugde -van dezen laatsten mooien dag. Het dejeuner in de groote, lichte, in blauwe en rose -tinten geschilderde, in dezen tijd van het jaar geheel verlaten zaal, was dan ook -buitengewoon opgewekt. Amortjes vlogen over de zoldering, landschappen, die uit de -verte aan de Romeinsche Kasteelen deden denken, versierden de muren. Zij aten alleen -koude schotels en dronken den beroemden Frascatiwijn, die een brandenden grondsmaak -had, alsof de vroegere vulkanen iets van hun vuur in den bodem achtergelaten hadden. -</p> -<p>Langen tijd liep het gesprek over de Albaansche bergen, welker woeste gratie de vlakke -<span class="corr" id="xd29e4032" title="Bron: Compagna">Campagna</span> Romana als een lust voor de oogen beheerscht. Pierre, die het klassieke uitstapje -van Frascati naar Nemi gemaakt had, was nog onder de bekoring daarvan en sprak er -met geestdrift over. Eerst kwam de heerlijke, langs de heuvelhellingen dalende en -rijzende, tusschen riet, olijfboomen en wijngaarden loopende weg van Frascati naar -Albano, vanwaar af men voortdurend een prachtig uitzicht heeft op de eindeloosheid -der Campagna. Links ligt wit het dorp Rocca di Papa amphitheatersgewijze op een ronden -heuvel aan den voet van den door eeuwenoude groote boomen gekroonden Monte Cavo. Van -<span class="pagenum">[<a id="pb425" href="#pb425">425</a>]</span>af dat punt ziet men, als men zich weer omdraait in de richting van Frascati, hoog -aan den rand van een pijnboombosch de ruïnen van Tusculum, groote <span class="corr" id="xd29e4037" title="Bron: rosachtige">rotsachtige</span> ruïnes, door eeuwen van zon verbrand en vanwaar het onbegrensde uitzicht prachtig -zijn moet. Vervolgens komt men door Marino met zijn groote, zacht hellende straat, -zijn groote kerk, zijn oud, zwart geworden, half verweerd paleis der Colonna’s. Dan, -na een steeneikenbosch rijdt men langs het Albaansche meer, dat een schouwspel biedt, -zooals men er weinig vindt: tegenover zich, aan de overzijde van de onbeweeglijke, -als een spiegel zoo gladde wateren, de ruïnen van Alba Longa links de Monte Cavo met -Rocca di Papa en Palazzola; rechts Castel-Gandolfo, als van de hoogte van een steile -kust het meer beheerschend. In den uitgedoofden krater sliep, als op den grond van -een reusachtige, groene schaal, het meer zwaar en dood; het geleek op een tafel van -gesmolten metaal, die de zon aan de eene zijde met goud vlamde, terwijl de andere -in de schaduw liggende zijde zwart was. -</p> -<p>Nu liep de weg vrij steil op naar Castel-Gandolfo, dat als een witte vogel tusschen -het meer en de zee op zijn rots zit en steeds, zelfs gedurende de warmste zomeruren, -door een briesje verfrischt wordt. Vroeger was het beroemd door zijn pauselijke villa, -waarin Pius IX gaarne de warme dagen doorbracht, maar waar Leo XIII nooit geweest -is. Daarna daalde de weg, begonnen de steeneiken weer, om hun grootte beroemde steeneiken, -een dubbele rij van kolossen, twee- en driehonderdjarige monsters met knoestige ledematen. -Eindelijk kwam men bij Albano, een kleine, minder reine en minder gemoderniseerde -stad dan Frascati, een hoekje grond, dat nog iets van den geur van zijn vroegere woestheid -behouden heeft. Dan kwamen nog Arricia met het paleis Chigi, met bosschen bedekte -heuvels en bruggen, die over beschaduwde afgronden geslagen zijn; Gonzano en eindelijk -nog Nemi, het eene nog meer afgelegen en woester dan het ander, verloren gaande tusschen -rotsen en boomen. -</p> -<p>O, dit Nemi, welk een onuitwischbare herinnering had Pierre daaraan behouden! Dit -Nemi aan den oever van zijn meer, dit uit de verte zoo mooie, zoo betooverende Nemi, -dat oude legenden en in het groen der mysterieuse wateren ontstane feeënsteden voor -den geest riep. Doch wanneer men het eindelijk betreedt, is het afstootend vuil, stort -overal in en wordt nog door den Orsinitoren beheerscht als door een boozen geest van -den ouden tijd, die daar <span class="pagenum">[<a id="pb426" href="#pb426">426</a>]</span>woeste zeden, heftige hartstochten en messteken in stand schijnt te houden. Vandaar -kwam die Santobono, wiens broeder een moord gepleegd had en in wien zelf een moorddadige -vlam scheen te branden, terwijl zijn misdadigersoogen gloeiden als een kolenvuur. -En het meer—dit meer, rond als een in dezen krater, deze schaal, gevallen uitgedoofde -maan! Deze schaal zag er nog dieper en smaller uit dan het Albaansche meer en was -met boomen van wonderbaarlijke kracht begroeid. Pijnboomen, olmen, wilgen loopen in -een groenen stroom van elkaar verstikkende takken tot aan den oever. Deze ontzaglijke -vruchtbaarheid spruit voort uit de voortdurende waterdampen, die zich hier onder de -brandende inwerking van de zon, wier stralen zich in dit hol als in een smeltoven -ophoopen, ontwikkelen. -</p> -<p>Het is een vochtige, zware warmte; de lanen der omliggende tuinen zijn met groen mos -overdekt; dichte nevels vullen dikwijls ’s ochtends de reusachtige schaal met een -witten damp als met een rookende heksenmelk van verdachte tooverkracht. Pierre herinnerde -zich nog heel goed het onaangename gevoel, dat hem aangegrepen had bij het zien van -het meer, waarin te midden van de bewonderenswaardige omgeving oude gruweldaden, een -geheele geheimzinnige godsdienst met afschuwlijke gebruiken scheen te slapen. Hij -had het bij het vallen van den avond in de schaduw van zijn gordel van bosschen gezien -als een dof zwarte en zilveren metalen plaat, en dit heldere, maar zoo diepe water, -dit verlaten water zonder een bark, dit doode, verheven, grafachtige water had in -hem een onbeschrijflijke treurigheid, een doodelijke zwaarmoedigheid achtergelaten. -</p> -<p>Het was de vertwijfeling der groote, eenzame bronstigheid, wanneer aarde en wateren -door de stomme smart der kiemen in angstwekkende vruchtbaarheid opzwellen. O, die -donkere, wegzinkende oevers, dat droefgeestige, zwarte meer, dat daar onder in de -diepte rust! -</p> -<p>Graaf Prada begon te lachen om dien indruk. -</p> -<p>“Ja, ja, het is zoo, het Nemimeer is niet alle dagen vroolijk. Ik heb het bij somber -weer gezien; het was loodkleurig, en zelfs de sterke zonnestralen kunnen er geen leven -in brengen. Wat mij betreft, ik weet, dat ik van verveling zou sterven, wanneer ik -tegenover dat kale water zou moeten leven. Maar het heeft een groote aantrekkingskracht -voor dichters en romantische vrouwen, voor haar, die groote hartstochtelijke liefdes -met tragische ontknoopingen aanbidden.” -<span class="pagenum">[<a id="pb427" href="#pb427">427</a>]</span></p> -<p>Toen zij van tafel opgestaan waren, om op het terras een kop koffie te drinken, kwam -het gesprek op een ander terrein. -</p> -<p>“Gaat u vanavond naar de receptie van prins Buongiovanni?” vroeg de graaf. “Dat zal -voor een vreemdeling een interessant schouwspel zijn en ik zou u aanraden het niet -te verzuimen.” -</p> -<p>“Ja, ik heb een uitnoodiging,” antwoordde Pierre. “Een van mijn vrienden, mijnheer -Narcisse Habert, attaché aan ons gezantschap, heeft mij die bezorgd en zal er met -mij heengaan.” -</p> -<p>Inderdaad zou dien avond in den palazzo Buongiovanni op den Corso een groot feest -gegeven worden, een van die galafeesten, zooals die slechts twee of driemaal per jaar -plaats vinden. Er werd verteld, dat dit in pracht en praal alles overtreffen zou, -want het werd gegeven ter eere van de verloving van Celia, het kleine prinsesje. Plotseling -had de prins, zoo ging het gerucht, na eerst zijn dochter geslagen en zelf in een -hevigen aanval van woede bijna een beroerte gekregen te hebben, toegegeven tegenover -de kalme en zachte hardnekkigheid van het jonge meisje en toegestemd in haar huwlijk -met luitenant Attilio, den zoon van minister Sacco; alle salons van Rome, zoowel de -zwarte als de witte, waren er vol van. -</p> -<p>Weer werd graaf Prada vroolijk. -</p> -<p>“U zult iets schitterends zien, dat verzeker ik u. Ik ben erg blij voor mijn besten -neef Attilio; hij is heusch een fatsoenlijke en charmante jongen. Voor geen geld ter -wereld zou ik de entree van mijn waarden oom Sacco, die eindelijk de portefeuille -van Landbouw gekregen heeft, in de oude salons der Buongiovanni’s willen missen. Dat -zal werkelijk iets buitengewoons zijn. Vanochtend heeft mijn vader, die alles ernstig -opneemt, mij gezegd, dat hij er den heelen nacht niet van heeft kunnen slapen.” -</p> -<p>Hij hield op, om dadelijk weer verder te gaan: -</p> -<p>“Luister eens, het is al half drie; u kunt geen trein krijgen voor vijf uur. Weet -u wat u doen moest? Met mij naar Rome terugrijden!” -</p> -<p>Maar Pierre wilde daar niet van hooren. -</p> -<p>“Neen, neen, duizendmaal dank! Ik zou met mijn vriend Narcisse dineeren en mag niet -te laat komen.” -</p> -<p>“U zult niet te laat komen, integendeel! Wij rijden om drie uur af, dan zijn we voor -vijven in Rome … Het is een prachtige rit met zonsondergang en ik verzeker u, dat -die vandaag schitterend zal zijn.” -<span class="pagenum">[<a id="pb428" href="#pb428">428</a>]</span></p> -<p>Hij drong zóó aan, dat de priester, door zooveel vriendelijkheid gewonnen, het voorstel -wel moest aannemen. Zij praatten nog een uurtje gezellig over Rome, Italië en Frankrijk -en liepen intusschen Frascati, waar de graaf nog een aannemer spreken wilde, even -in. Toen het drie uur sloeg, reden zij eindelijk weg, naast elkaar zacht gewiegd op -de kussens van de victoria, die in lichten draf door de twee paarden voortgetrokken -werd. Inderdaad was deze terugrit naar Rome door de onmetelijke, kale Campagna onder -den eindeloozen helderen hemel op dezen prachtigen herfstnamiddag verrukkelijk. -</p> -<p>Maar eerst moest de victoria in vollen draf tusschen wijngaarden en olijfboomboschjes -de hellingen van Frascati afrijden. De bestrate weg kronkelde sterk en was heel stil: -nauwlijks zag men hier en daar een boer met een vilten hoed, een witten muilezel, -een met een ezel bespannen karretje; alleen ’s Zondags was het vol in de kroegen en -kwamen de handwerkslieden in de landhuisjes van den omtrek rustig hun geitenvleesch -eten. Bij een kromming van den weg kwamen zij langs een monumentale fontein. Een groote -kudde schapen belette de victoria een oogenblik verder te rijden. Op den achtergrond -van de zachte golvingen der reusachtige rosachtige Campagna lag steeds het verre Rome -in de violette avondnevels en scheen langzamerhand naar mate de victoria lager kwam, -weg te zinken. Er kwam een oogenblik, dat het nog slechts een met den horizont evenwijdige, -dunne, grijze streep vormde, die nauwlijks even wit gevlekt werd door de door de zon -beschenen gevels. Dan verdween het in den grond, verdronk onder de deining der eindelooze -velden. -</p> -<p>De victoria rolde nu door de vlakte en liet de Albaansche bergen achter zich, terwijl -rechts en links en vooruit de zee van prairiën en stoppels begon. Dan boog de graaf -zich wat voorover en riep: -</p> -<p>“Kijk, daar loopt onze man van vanochtend voor ons, Santobono in hoogst eigen persoon … -Wat loopt die kerel, he? Mijn paarden zullen moeite hebben hem in te halen!” -</p> -<p>Op zijn beurt boog Pierre zich nu uit de victoria. Het was inderdaad de pastoor van -S. Maria del Campi in zijn lange zwarte soutane, groot en knokig en grof gebouwd. -In het fijne licht der blonde zon vormde hij een harde inktvlek. Aan zijn rechterarm -hing iets; een voorwerp, dat zij moeilijk onderscheiden konden. -<span class="pagenum">[<a id="pb429" href="#pb429">429</a>]</span></p> -<p>Toen het rijtuig hem eindelijk ingehaald had, liet Prada den koetsier wat langzamer -rijden, en knoopte een gesprek met den abbé aan. -</p> -<p>“Dag, abbé! Hoe gaat het?” -</p> -<p>“Heel goed, mijnheer de graaf. Dank u duizendmaal!” -</p> -<p>“Waar loopt u zoo dapper naar toe?” -</p> -<p>“Naar Rome, mijnheer de graaf!” -</p> -<p>“Wat, zoo laat nog naar Rome?” -</p> -<p>“O, ik ben er bijna even gauw als u. Ik zie niet op tegen een eindje loopen, en je -spaart op die manier het reisgeld uit.” -</p> -<p>Hij nam zijn passen wat grooter, zoodat hij het rijtuig bijhouden kon. -</p> -<p>“Wacht, hij zal ons aangenaam bezig houden,” fluisterde Prada, die pleizier had in -de ontmoeting, Pierre in. -</p> -<p>Dan luid: -</p> -<p>“Als u naar Rome gaat, kunt u net zoo goed instappen. Er is nog een plaatsje voor -u.” -</p> -<p>Santobono liet het zich geen tweemaal zeggen. -</p> -<p>“Heel graag, dank u duizendmaal … Dan verslijt ik gelijk mijn schoenen niet.” -</p> -<p>Hij stapte in en ging op het klapbankje zitten, in een plotselinge opwelling van nederigheid -de plaats, die Pierre hem beleefd naast den graaf aanbood, weigerend. Dezen hadden -eindelijk in het voorwerp, dat hij droeg, een klein mandje met netjes naast elkaar -gelegde en met bladeren bedekte vijgen herkend. -</p> -<p>De paarden hadden den draf weer aangenomen en vlug rolde het rijtuig over den mooien, -vlakken weg. -</p> -<p>“Zoo, gaat u naar Rome?” vroeg de graaf weer, om den pastoor aan het praten te krijgen. -</p> -<p>“Ja, ik ga Zijne Eerwaarde Eminentie, kardinaal Boccanera, deze vijgen, de laatste -van het seizoen, brengen. Dat heb ik hem indertijd beloofd.” -</p> -<p>Hij had het mandje, dat hij als iets zeldzaams en breekbaars, voorzichtig tusschen -zijn groote, knokige handen hield, op zijn knieën gezet. -</p> -<p>“O, de beroemde vijgen van uw vijgeboom! Dat is waar, zij zijn louter honig. Maar -houd die mand toch niet op uw knieën. Geef maar hier, dan zet ik ze zoo lang in de -kap.<span class="corr" id="xd29e4094" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>Maar hij verdedigde ze, wilde er absoluut niet van scheiden. -</p> -<p>“Duizendmaal dank, duizendmaal dank!… Die vijgen hinderen me heelemaal niet, zij staan -hier heel goed; ik ben er tenminste nu zeker van, dat er niets mede gebeuren kan.” -<span class="pagenum">[<a id="pb430" href="#pb430">430</a>]</span></p> -<p>Prada, die Pierre met zijn schouder een stootje gaf, had veel pleizier in dezen hartstocht -van Santobono voor de vruchten van zijn tuin. Weer vroeg hij: -</p> -<p>“En houdt de kardinaal veel van uw vijgen?” -</p> -<p>“Ja, mijnheer de graaf, Zijne Eminentie is wel zoo goed ze heerlijk te vinden. Toen -hij vroeger ’s zomers in Frascati logeerde, wilde hij ze van geen anderen boom eten. -U begrijpt wel, dat ik, nu ik eenmaal zijn smaak ken, hem graag een pleizier doe.” -</p> -<p>Maar hij had een zoo scherpen blik op Pierre geworpen, dat de graaf zich verplicht -gevoelde ze aan elkaar voor te stellen. -</p> -<p>“Mijnheer de abbé Froment logeert al een maand in den palazzo Boccanera.” -</p> -<p>“Ik weet het, ik weet het!” zeide Santobono met de grootste kalmte. “Ik heb den abbé -bij Zijne Eminentie gezien, toen ik de vorige maal vijgen bracht. Maar toen waren -zij niet zoo rijp. Deze zijn prachtig.” -</p> -<p>Hij wierp een liefdevollen blik op het mandje, dat hij nog steviger in zijn groote, -met rosachtig haar bedekte vingers scheen te drukken. Er volgde een stilte. Dan vroeg, -zonder eenigen overgang, heel plotseling Prada: -</p> -<p>“En is de paus al dood, mijnheer de pastoor?” -</p> -<p>Santobono schrok zelfs niet. -</p> -<p>“Ik hoop, dat Zijne Heiligheid nog vele dagen tot heil der Kerk leven zal,” zeide -hij eenvoudig. -</p> -<p>“Dan hebt u vanochtend zeker goede berichten gehoord bij uw bisschop, kardinaal Sanguinetti?” -</p> -<p>Ditmaal kon de pastoor een lichte rilling niet onderdrukken. Had men hem dan gezien? -In zijn haast had hij ’s ochtends de twee wandelaars, die achter hem geloopen hadden, -niet eens opgemerkt. -</p> -<p>“O,” antwoordde hij, zich dadelijk herstellend, “we weten nooit precies of de berichten -goed of slecht zijn … Het schijnt, dat Zijne Heiligheid een vrij slechten nacht heeft -gehad, en ik hoop vurig, dat de volgende beter zijn zal.” -</p> -<p>Hij scheen even na te denken en voegde er dan aan toe: -</p> -<p>“Maar mocht God het oogenblik gekomen achten om Zijne Heiligheid tot zich te roepen, -dan zou Hij zijn kudde niet zonder herder achterlaten, maar reeds den pontifex maximus -van morgen aangewezen hebben.” -</p> -<p>Dit antwoord scheen Prada nog vroolijker te maken. -</p> -<p>“U bent buitengewoon naïef, abbé … Gelooft u heusch, <span class="pagenum">[<a id="pb431" href="#pb431">431</a>]</span>dat de pausen zoo door Gods genade ontstaan? De paus van morgen wordt boven benoemd, -niet waar? En nou wacht hij heel kalm af! Ik voor mij dacht, dat ook de menschen zich -er wel eens mede bemoeiden … Maar misschien weet u reeds wie de door de goddelijke -genade vooruit gekozen paus is!” -</p> -<p>Hij ging met zijn goedkoope, ongeloovige grappen voort, die echter den priester volkomen -kalm deden blijven. Hij begon zelfs te lachen, toen de graaf hem met een toespeling -op den hartstocht, waarmede het speelzieke volk van Rome bij ieder conclave op den -waarschijnlijk gekozene wedde, zeide, dat er voor hem een fortuin mede te winnen zou -zijn, als hij het geheim van God kende. Dan spraken zij over de drie witte soutanes -van verschillende grootte, die steeds in een kast van het Vaticaan hingen: zou men -ditmaal de groote, de kleine of de middelste moeten gebruiken? Bij de minste ernstige -ziekte van den regeerenden paus ontstond er een hevige opwinding, een opleven van -alle eerzuchten, alle intriges, zoodat niet alleen in de zwarte kringen, maar in de -geheele stad over niets anders gesproken, over niets anders gedacht werd dan over -de kansen der kardinalen, die het meest in aanmerking kwamen. Aan voorspellingen omtrent -den opvolger geen gebrek! -</p> -<p>“Nu u het weet, moet u mij beslist zeggen, wie het is!” begon Prada weer. “Is het -kardinaal Moretta soms?” -</p> -<p>Ondanks zijn blijkbaren wil, om waardig en onpartijdig te blijven, zooals het een -goed en vroom priester betaamt, wond Santobono zich langzamerhand op en liet hij zich -door zijn hartstocht medesleepen. Dit uitvragen deed hem heelemaal zijn kalmte verliezen; -hij kon zich niet meer inhouden. -</p> -<p>“Moretta, kom nou. Die is aan heel Europa verkocht!” -</p> -<p>“Kardinaal Bartolini dan?” -</p> -<p>“Hoe komt u er bij?… Bartolini! Die heeft zijn geheele leven niets anders gedaan dan -willen en nooit iets krijgen!” -</p> -<p>“Dan zeker kardinaal Dozio?” -</p> -<p>“Dozio! Dozio! Wanneer Dozio paus werd, zou het met onze Heilige Kerk gedaan zijn, -want er bestaat geen lagere en hoogere geest dan hij!” -</p> -<p>Prada haalde zijn schouders op, alsof hij nu geen ernstige candidaten meer kende. -Hij schepte er een boosaardig genoegen in om kardinaal Sanguinetti, ongetwijfeld den -candidaat van den pastoor, niet te noemen, om dezen nog meer <span class="pagenum">[<a id="pb432" href="#pb432">432</a>]</span>op te winden. Dan scheen hij plotseling het ware getroffen te hebben en riep vroolijk: -</p> -<p>“Ha, nu ben ik er achter. Ik weet uw man … Kardinaal Boccanera!” -</p> -<p>Santobono was midden in zijn hart, in zijn wrok, in zijn patriotisch geloof getroffen. -Reeds ging zijn vreeselijke mond open en wilde hij een krachtig: “Neen, neen!” roepen, -maar het gelukte hem nog juist dien kreet in te houden; zwijgend hield hij op zijn -knieën zijn geschenk, het kleine mandje vijgen, dat zijn handen tot brekens toe drukten; -de krachtsinspanning, die hij zich getroosten moest, deed hem zóó beven, dat hij even -wachten moest, voor hij kalm antwoorden kon: -</p> -<p>“Zijne eerwaarde Eminentie kardinaal Boccanera is een vroom man, die den troon zeker -waardig is; alleen zou ik bang zijn, dat hij in zijn haat tegen ons nieuw Italië een -oorlog zou brengen.” -</p> -<p>Maar Prada wilde de wonde nog erger maken. -</p> -<p>“Maar dezen aanvaardt u tenminste toch! U houdt te veel van hem, om u niet over zijn -kansen te verheugen. Ik geloof, dat we ditmaal dicht bij de waarheid zijn, want iedereen -is overtuigd, dat het conclave geen anderen benoemen kan … Hij is heel lang, dus zal -de groote witte soutane dienst moeten doen.” -</p> -<p>“De groote soutane, de groote soutane,” bromde Santobono onwillekeurig, “wanneer ten -minste niet …” -</p> -<p>Hij voltooide zijn zin niet, was zijn hartstocht weer meester. Pierre, die zwijgend -luisterde, was ten hoogste verwonderd, want hij herinnerde zich het gesprek, dat hij -bij kardinaal Sanguinetti afgeluisterd had. Blijkbaar waren de vijgen slechts een -voorwendsel, om in den palazzo Boccanera te komen, waar een vertrouwde, abbé Paparelli -ongetwijfeld, alleen zekere inlichtingen geven kon aan zijn ouden kameraad. Maar welk -een zelfbeheersching bezat deze geëxalteerde! -</p> -<p>De Campagna bleef aan beide zijden van den weg haar grasvlakten tot in het oneindige -voortzetten; Prada, die ernstig geworden was en blijkbaar in gepeins was verzonken, -keek ernaar, zonder echter iets te zien. Hardop zette hij zijn gepeins voort. -</p> -<p>“Ik weet natuurlijk, wat men zeggen zal, als hij ditmaal sterft … Die plotselinge -ongesteldheid, die kolieken, dat geheimzinnige zwijgen … Ja, zeker, vergif, net als -bij alle anderen.” -<span class="pagenum">[<a id="pb433" href="#pb433">433</a>]</span></p> -<p>Pierre schrok heftig. De paus vergiftigd! -</p> -<p>“Wat, vergif? Alweer?” riep hij uit. -</p> -<p>Ontzet keek hij de twee anderen aan. Vergif als in de tijden der Borgia’s, zooals -in een romantisch drama! Het leek hem afschuwlijk en belachelijk tegelijk! -</p> -<p>Santobono, wiens gezicht onbeweeglijk en ondoordringbaar geworden was, antwoordde -niet. Maar Prada schudde zijn hoofd en het gesprek ging nu nog slechts tusschen hem -en den jongen priester. -</p> -<p>“Ja zeker, weer vergif … Te Rome is de vrees daarvoor nog steeds groot gebleven. Zoodra -er voor een sterfgeval geen natuurlijke verklaring te geven is, zoodra dat wat plotseling -of onder tragische omstandigheden plaats grijpt, is altijd de eerste gedachte, roept -iedereen altijd eerst: “Vergif!” Voeg daarbij, dat er, voor zoover ik weet, geen enkele -stad bestaat, waar zooveel plotselinge sterfgevallen voorkomen—waarom dat weet ik -niet, koorts zegt men … Ja zeker, het vergif met zijn geheele legende, het vergif, -dat doodt als een bliksemstraal en geen spoor achterlaat, het beroemde recept, dat -van eeuw tot eeuw overgeleverd is—vanaf de keizers en de pausen tot in onze democratische -dagen …” -</p> -<p>Toch glimlachte hij ten slotte zelf een weinig skeptisch over dezen heimelijken, uit -ras en opvoeding voortvloeienden angst. De Romeinsche matronen wisten zich indertijd -door het vergif van een rooden pad te bevrijden van haar echtgenooten of minnaars. -Locusta<a class="noteref" id="xd29e4154src" href="#xd29e4154">3</a> was praktischer en kookte een vergif van planten, waarschijnlijk den wolfswortel. -Na de Borgia’s verkocht Toffana te Napels in met het beeld van den Heiligen Nicolaas -van Bari versierde fleschjes een beroemd water, waarvan het hoofdbestanddeel ongetwijfeld -arsenicum was. Er liepen verhalen omtrent naalden met plotseling doodende steken, -omtrent een beker wijn, dien men vergiftigde door er een roos in te ontbladeren, omtrent -een snip, die met een geprepareerd mes in tweeën gesneden werd en waarvan de vergiftigde -helft een der beide dischgenooten doodde. -</p> -<p>“Ik zelf heb in mijn jeugd een vriend gehad, wiens bruid op haar huwlijksdag in de -kerk dood neergevallen is, alleen omdat zij aan een bouquet rook … Waarom zouden we -dan niet gelooven, dat het beroemde recept werkelijk overgeleverd <span class="pagenum">[<a id="pb434" href="#pb434">434</a>]</span>en aan eenige ingewijden bekend gebleven is.” -</p> -<p>“Omdat de scheikunde te groote vorderingen gemaakt heeft,” antwoordde Pierre. “De -ouden geloofden alleen aan mysterieuse giffen, omdat zij alle middelen voor analyse -misten. Tegenwoordig zou het vergif der Borgia’s den onnoozele, die er zich van zou -willen bedienen, regelrecht naar de rechtbank brengen. Het zijn allemaal bakerpraatjes -en zelfs de eenvoudigste menschen dulden ze bijna niet meer in feuilletons.” -</p> -<p>“Wat mij betreft,” zeide de graaf met een verlegen glimlachje, “wil ik graag toegeven, -dat u gelijk hebt. Maar zeg datzelfde bijvoorbeeld eens aan uw gastheer, kardinaal -Boccanera, die een ouden, hartelijk geliefden vriend van hem, monsignor Gallo, in -zijn armen gehouden heeft, toen hij verleden jaar binnen twee uren stierf.” -</p> -<p>“Een beroerte kan in twee uur doodelijk zijn, een slagadergezwel zelfs in twee minuten.” -</p> -<p>“Dat is zoo, maar vraag hem eens, wat hij bij de lange rillingen, het loodkleurige -gelaat, de holle oogen, het door angst vertrokken gelaat, waarin hij zijn vriend niet -meer herkende, gedacht heeft. Hij is er ten volle van overtuigd, dat <span class="corr" id="xd29e4167" title="Bron: Monsignor">monsignor</span> Gallo vergiftigd is, omdat hij zijn vertrouweling was, zijn raadsman, wiens verstandige -adviezen de overwinning waarborgden.” -</p> -<p>Pierre’s verbazing werd steeds grooter. Hij wendde zich direct tot Santobono, wiens -irriteerende onbeweeglijkheid hem prikkelde. -</p> -<p>Geen spier van den priester bewoog. Hij hield zijn dikke, heftige lippen dicht op -elkaar geklemd en wendde zijn donkere, vlammende oogen geen oogenblik af van Prada, -die steeds meer voorbeelden gaf. En monsignor Nazzarelli dan, dien men verschrompeld -en verkalkt als een stuk kool in zijn bed gevonden had. En monsignor Brando, die onder -den Vesper in de sacristie, toen hij zijn priesterornaat nog aan had, dood tegen den -grond geslagen was? -</p> -<p>“Ach, lieve God!” zuchtte Pierre, “u zult mij nog zooveel vertellen, dat <span class="corr" id="xd29e4174" title="Bron: in">ik</span> ook bang word en niets anders dan zacht gekookte eieren in uw verschrikkelijk Rome -zal durven eten!” -</p> -<p>Deze boutade wekte den graaf en hem even op. Maar waarlijk door hun gesprek rees een -verschrikkelijk Rome voor hem op—de eeuwige stad van de misdaad, van den dolk en van -het gif, de stad, waarin sedert meer dan twee <span class="pagenum">[<a id="pb435" href="#pb435">435</a>]</span>duizend jaar, sedert den eersten steen van den muur, de begeerte naar macht, de woeste -bezit- en genotzucht de handen gewapend, de straten met bloed gekleurd en slachtoffers -in den Tiber of in de aarde geworpen had. Moorden en vergiftigingen onder de keizers, -vergiftigingen en moorden onder de pausen—dezelfde vloed van gruwelen stuwde de dooden -in de verheven glorie der zon over dezen tragischen bodem voort. -</p> -<p>“Hoe het zij,” begon de graaf weer, “voorzichtig zijn kan nooit kwaad. Men zegt, dat -meer dan één kardinaal beeft en wantrouwen koestert. Ik ken er een, die niets anders -eet dan vleesch, dat zijn kok koopt en klaar maakt. En wanneer de paus bang is …” -</p> -<p>Weer ontsnapte Pierre een kreet van schrik. -</p> -<p>“Wat, de paus zelfs? Is de paus bang voor vergif?” -</p> -<p>“Zeker, mijn waarde abbé, men zegt het tenminste. Er zijn zeker dagen, waarop hij -zich in de eerste plaats bedreigd waant. Weet u niet, dat in Rome het oude geloof -heerscht, dat een paus niet te oud mag worden en men hem, wanneer hij met alle geweld -niet op tijd sterven wil, daarbij wat helpt? Zoodra een paus kindsch wordt en door -zijn ouderdomszwakte een hinderpaal, ja zelfs een gevaar wordt voor de Kerk, is zijn -plaats in den hemel. Maar alles gaat heel kalm in zijn werk; de minste verkoudheid -is een goed voorwendsel, dat hij niet langer op den troon van den Heiligen Petrus -zit.” -</p> -<p>Hij gaf er nog interessante bijzonderheden bij ten beste. Zoo zeide men, dat een prelaat, -die den angst van Zijne Heiligheid wat wilde kalmeeren, een geheel stelsel van voorzorgsmaatregelen -uitgedacht had, o. a. een klein, geheel afgesloten en gegrendeld wagentje voor de -voor de pauselijke tafel bestemde levensmiddelen. Maar met dit wagentje is het bij -het plan gebleven. -</p> -<p>“En dan, je moet toch eenmaal sterven,” besloot hij lachend, “vooral wanneer het voor -het heil der Kerk is … Niet waar, abbé?” -</p> -<p>Sedert een oogenblik had Santobono, nog steeds even onbeweeglijk, zijn blikken neergeslagen, -als keek hij eindeloos naar het kleine mandje vijgen, dat hij even voorzichtig als -een Heilig Sacrament op zijn knieën hield. Nu hij zoo direct in het gesprek betrokken -werd, moest hij wel opkijken. Maar hij liet zijn diep zwijgen niet varen, knikte slechts -toestemmend. -</p> -<p>“Alleen God en niet het vergif doet de menschen sterven, <span class="pagenum">[<a id="pb436" href="#pb436">436</a>]</span>niet waar abbé?… Men zegt, dat dat de laatste woorden van monsignor Gallo geweest -zijn, toen hij in de armen van zijn vriend, kardinaal Boccanera, den laatsten adem -uitblies.” -</p> -<p>Weer knikte Santobono zonder een woord te zeggen toestemmend. Alle drie vervielen -in een zwijgend nadenken. -</p> -<p>“Matteo,” riep eindelijk Prada tegen zijn koetsier, “houd even stil bij de Osteria -Romana.” -</p> -<p>Dan tot de beide priesters: -</p> -<p>“Ik verzoek u mij even te excuseeren, ik wou even zien, of ik versche eieren voor -mijn vader kan krijgen. Daar is hij zoo dol op.” -</p> -<p>Op de aangegeven plaats hield het rijtuig stil. Vlak aan den rand van den weg stond -een soort primitieve herberg met den welluidenden en trotschen naam: Antica Osteria -Romana. Het was een eenvoudige pleisterplaats voor karrenvoerders, waar zich alleen -jagers waagden, die er een flesch witten wijn drinken en een ommelette met ham eten -gingen. Toch kwam het kleine volk van Rome ’s Zondags meermalen daarheen, om zich -wat te vermaken. Maar door de week verliepen er in de reusachtige, kale campagna dagen, -zonder dat er een levende ziel binnenkwam. -</p> -<p>Reeds sprong de graaf lenig uit het rijtuig en zeide: -</p> -<p>“Binnen een minuut ben ik weer terug.” -</p> -<p>De osteria bestond slechts uit een lang, laag gebouw van één verdieping, die men langs -een uit groote steenen gemaakte en door de zon verbrande buitentrap bereiken kon. -Het geheele gebouw was verweerd en had de kleur van oud goud. Op den rez-de-chaussée -bevonden zich een gelagkamer, een remise, een stal en loodsen. Aan de eene zijde was -naast een boschje piniepijnen—de eenige boom, die op dezen onvruchtbaren bodem groeit—een -priëel, waaronder vijf of zes houten, met een bijl vierkant gehakte tafeltjes stonden. -Daarachter verhief zich, als ware het de achtergrond van dit armzalige en droefgeestige -brok leven, een brokstuk van een oude waterleiding, welker open en half ingevallen -bogen het eenige was, dat de vlakke lijn van den grenzenloozen horizont doorsneed. -</p> -<p>Maar de graaf kwam dadelijk terug. -</p> -<p>“Zeg eens, abbé, ik mag u zeker wel een glas witten wijn offreeren! Ik weet, dat u -zelf een beetje wijnbouwer bent, en hier is een wijntje, dat men kennen moet.” -</p> -<p>Santobono liet het zich geen tweemaal zeggen en stapte op zijn beurt uit. -<span class="pagenum">[<a id="pb437" href="#pb437">437</a>]</span></p> -<p>“Ik ken het, ik ken het. Het is een Marinowijntje, dat op een nog magerder bodem verbouwd -wordt dan bij ons in Frascati.” -</p> -<p>Toen hij zijn mandje vijgen mede wilde nemen, werd de graaf ongeduldig. -</p> -<p>“Laat dat ding toch in het rijtuig staan. Wat hebt u daar hier mee noodig?” -</p> -<p>De pastoor antwoordde niet, maar liep verder, terwijl Pierre, die graag zoo’n osteria, -een van die volksherbergen, waarover hij zoo dikwijls had hooren praten, wilde zien, -eveneens uitstapte. -</p> -<p>Prada was er bekend. Dadelijk vertoonde zich een oude, groote uitgedroogde vrouw, -ondanks haar armoedige rok een koninklijke verschijning. De laatste maal had zij een -half dozijn versche eieren gevonden; ook nu zou zij kijken, zij kon echter niets beloven, -want zij wist het nooit, de kippen legden nu hier, dan daar. -</p> -<p>“Goed, goed, ga maar eens zoeken en laat in dien tusschentijd een flesch wijn brengen.” -</p> -<p>Alle drie gingen zij de gelagkamer binnen. Het was er reeds heelemaal donker. Hoewel -het warme seizoen reeds voorbij was, hoorden zij op den drempel reeds het gegons van -een zwerm vliegen. Een scherpe geur van zuren wijn en ranzige olie sloeg hun op de -keel. Zoodra hun oogen wat aan het donker gewend waren, konden zij het ruime, zwart -geworden en door stank verpeste vertrek zien, waarin niets dan grove stoelen en tafels -van nauwlijks geschaafd hout stonden. Het scheen heelemaal leeg, zoo stil was het -er, uitgezonderd het gegons der vliegen. Toch zaten er twee mannen, onbeweeglijk en -zwijgend, voor hun volle glazen. Op een lagen stoel dicht bij de deur rilde in het -weinigje daglicht, dat erdoor binnenviel, de dochter des huizes van koorts, een mager, -geel, jong meisje, haar twee handen samengedrukt op haar knieën. -</p> -<p>De graaf, die merkte, dat Pierre zich onbehaaglijk gevoelde, stelde voor den wijn -buiten te laten brengen. -</p> -<p>“Het zal daar veel lekkerder zijn, het is zacht weer.” -</p> -<p>Daar de moeder naar de eieren zocht en de vader in een loods een wiel aan het repareeren -was, moest het van koorts rillende meisje opstaan, om de flesch wijn en de drie glazen -in het priëel te brengen. Zij stak de zes centesimi voor de flesch in haar zak en -ging dan, zonder een woord te zeggen, met een knorrig gezicht, omdat zij zoo’n tocht -had moeten maken, naar haar plaats terug. -<span class="pagenum">[<a id="pb438" href="#pb438">438</a>]</span></p> -<p>Toen zij plaats genomen hadden, vulde Prada vroolijk de glazen ondanks het verzoek -van Pierre, die zeide, dat hij wijn tusschen twee maaltijden in niet verdragen kon. -</p> -<p>“Kom, kom, u wilt toch wel even met me klinken! Het is een heerlijk wijntje, niet -waar, abbé?… Nu dan, op de gezondheid van den paus, omdat hij ziek is.” -</p> -<p>Santobono ledigde zijn glas in één teug en smakte met zijn tong. Hij had het mandje -vijgen heel voorzichtig naast zich op den grond gezet, nam zijn hoed af en haalde -diep adem. Het was werkelijk een prachtige avond, een zeldzaam heldere, lichtgouden -hemel boven die eindelooze zee der Campagna, die op het punt stond in verheven rust -en vrede in te sluimeren. Het zachte windje, welks ademtocht te midden van de groote -stilte langs hen streek, geurde heerlijk naar kruiden en veldbloemen. -</p> -<p>“Lieve God, wat is het hier heerlijk!” prevelde Pierre betooverd. “Welk een woestijn -van eeuwige rust, waarin men de verdere wereld vergeet.” -</p> -<p>Maar Prada, die de flesch in het glas van den pastoor leeggeschonken had, vermaakte -zich, zonder een woord te zeggen, met een tooneeltje, dat hij in den beginne alleen -scheen op te merken. Hij gaf den jongen priester een knipoogje en van dat oogenblik -af volgden beiden de dramatische ontwikkelingen ervan. In het roodachtige gras om -hen heen waren een paar kippen aan het zoeken naar sprinkhanen. Nu had een van die -kippen, een klein, zwart, fijn glanzend, heel brutaal hennetje, het mandje vijgen -op den grond zien staan en ging er parmantig op af. Toen het er dicht bij was, werd -het echter bang en schrok terug. Het rekte zijn hals uit, keerde zijn kop om en keek -er met zijn rond oogje naar. Eindelijk behaalde zijn hebzucht de overhand, en daar -er een vijg tusschen twee blaadjes uitstak, kwam het kalm dichter bij en lichtte daarbij -zijn pooten hoog op; dan stak het plotseling zijn bek door de vijg, zoodat het sap -eruit liep. -</p> -<p>Prada, die pleizier had als een kind, kon zijn lachen nu niet meer bedwingen. -</p> -<p>“Pas op uw vijgen, abbé!” -</p> -<p>Santobono had juist met in zalige verrukking naar den hemel starende oogen zijn tweede -glas uitgedronken. Hij sprong op, keek rond en begreep alles toen hij de kip zag. -Er volgde een uitbarsting van woede: heftige gebaren, verschrikkelijke scheldwoorden. -Maar de kip liet de vijg niet los en stormde er met klappende vleugels zoo vlug en -komisch <span class="pagenum">[<a id="pb439" href="#pb439">439</a>]</span>mede weg, dat Prada en ook Pierre zich tranen lachten ondanks de machtelooze woede -van Santobono, die het dier een oogenblik met dreigende vuist naliep. -</p> -<p>“Dat komt er nu van, dat u het mandje niet in het rijtuig hebt laten staan,” zeide -de graaf. “Als ik u niet gewaarschuwd had, zou de kip alles opgegeten hebben.” -</p> -<p>Zonder iets te antwoorden en nog steeds binnensmonds verwenschingen prevelend, had -de pastoor het mandje op de tafel gezet; dan lichtte hij de bladeren op en legde de -overige vijgen handig zóó, dat het gat gevuld werd. Toen de blaadjes weer op hun plaats -lagen en de ramp hersteld was, kalmeerde hij wat. -</p> -<p>Het was tijd, om weer weg te gaan, de zon was vlak aan den horizont en de avond viel. -De graaf werd dan ook ongeduldig. -</p> -<p>“Nu, waar blijven de eieren?” -</p> -<p>Daar hij de vrouw niet terug zag komen, ging hij haar zoeken. Eerst liep hij den stal -binnen, dan de remise. De vrouw was er niet. Vervolgens liep hij achter het huis om, -om in loodsen te kijken. Iets onverwachts deed hem plotseling als aan den grond genageld -staan. Op den grond lag de kleine zwarte kip dood. Aan haar snavel zag men slechts -een dun, violet bloedstroompje, dat nog steeds vloeide. -</p> -<p>Eerst was hij slechts verwonderd. Dan bukte hij zich, om het diertje te betasten. -De kip was warm, soepel en slap als een lap. Zeker een beroerte. Doch onmiddellijk -daarop werd hij doodsbleek: de waarheid flitste voor hem op en verstijfde hem. Als -in een bliksemstraal rees de zieke Leo XIII voor hem op—dan Santobono, zooals hij -naar kardinaal Sanguinetti vloog, om het laatste nieuws te hooren, en nu naar Rome -ging, om kardinaal Boccanera dat mandje vijgen ten geschenke te geven. En hij herinnerde -zich het gesprek in het rijtuig over den eventueelen dood van den paus, over de mogelijke -candidaten van de tiara, over de legendarische vergiftigingsverhalen, die de omgeving -van het Vaticaan nog angst aanjoegen; hij zag den pastoor weer voor zich met zijn -mandje, dat hij vol vaderlijke zorg op zijn knieën hield; hij zag de kleine, zwarte -kip weer voor zich, die in het mandje pikte en zich met een vijg uit de voeten maakte. -En het kleine hennetje lag daar dood. -</p> -<p>Zijn overtuiging stond onmiddellijk onwankelbaar vast. Maar hij had zelfs den tijd -niet om zich af te vragen wat hij doen moest, want een stem achter hem riep: -<span class="pagenum">[<a id="pb440" href="#pb440">440</a>]</span></p> -<p>“Daar ligt het kleine kippetje. Wat heeft het dier?” -</p> -<p>Het was Pierre; hij had Santobono weer laten instappen en was zelf het huis omgeloopen -om het brokstuk van de tusschen de piniepijnen ingevallen waterleiding van dichterbij -te zien. -</p> -<p>Bevend, alsof hij zelf de schuldige was, antwoordde Prada, toegevend aan zijn instinct, -met een niet vooruit bedachte leugen: -</p> -<p>“Het is dood … Stel u voor, het is een heele vechtpartij geweest. Toen ik hier kwam, -vloog die kip daar op deze aan, om de vijg, die zij nog in haar bek had, te krijgen, -en heeft haar toen met een stoot van zijn snavel de hersens ingeslagen … Kijk maar, -het bloed stroomt eruit.” -</p> -<p>Waarom zeide hij dat alles? Hij verwonderde er zich zelf over, terwijl hij die dingen -verzon<span class="corr" id="xd29e4247" title="Niet in bron">.</span> Wilde hij meester van den toestand blijven, niemand in zijn vertrouwen nemen, ten -einde te kunnen handelen, zooals hij zelf wilde<span class="corr" id="xd29e4249" title="Bron: .">?</span> Hij deed het zoowel uit een gevoel van schaamte tegenover een vreemdeling, als uit -een persoonlijke neiging voor gewelddaden, die bij zijn verontwaardiging als fatsoenlijk -man toch iets als bewondering voegde, als uit een onbewusten drang om de zaak uit -een oogpunt van zijn persoonlijk belang te overwegen, alvorens een besluit te nemen. -Een eerlijk, fatsoenlijk man was hij, hij zou zeker niet toelaten, dat men de menschen -vergiftigde. -</p> -<p>Pierre, die steeds vol medelijden met dieren was, keek naar de hen met de ontroering, -die iedere plotselinge wegneming van het leven in hem wekte. Hij twijfelde geen oogenblik. -</p> -<p>“Ja, die kippen zijn onderling zoo wreed, als menschen bijna niet kunnen zijn. Ik -had thuis een heel groot hoenderhok, en geen kip daarvan kan een wondje aan haar poot -hebben of de andere beginnen, zoodra zij een droppel bloed zien, op haar te pikken, -totdat er niets meer dan beenderen over zijn.” -</p> -<p>Prada verwijderde zich onmiddellijk. De vrouw was juist ook naar hem aan het zoeken, -om hem de vier eieren, die zij met groote moeite in een paar hoekjes en gaatjes gevonden -had, te geven. Hij betaalde gauw en riep Pierre: -</p> -<p>“We moeten ons haasten, anders kunnen we niet in Rome terug zijn voor het heelemaal -donker is.” -</p> -<p>In het rijtuig zat Santobono kalm te wachten. Hij had zijn oude plaatsje op het klapbankje -weer ingenomen, leunde <span class="pagenum">[<a id="pb441" href="#pb441">441</a>]</span>met zijn rug tegen de bok, had zijn groote beenen onder zich getrokken en hield weer -dat kleine mandje vijgen, dat hij met zijn knokige handen als iets zeldzaams en breekbaars, -dat door den minsten schok beschadigd kon worden, op zijn knieën. Zijn soutane vormde -een groote, zwarte vlek. In zijn ruw, aardkleurig gezicht—het gezicht van een boer, -die steeds met den woesten bodem in aanraking is gebleven en door de paar jaar theologische -studiën maar weinig ontbolsterd is—schenen alleen zijn oogen, die met een donkere, -verterende vlam van hartstocht gloeiden, te leven. -</p> -<p>Toen Prada hem daar zoo kalm en vierkant zitten zag, doorrilde hem een kleine huivering. -Zoodra de victoria weer voortrolde op den rechten, eindeloozen weg, zeide hij: “Nu, -abbé, dat is een glas wijn, dat ons tegen de ongezonde lucht beschermen zal. Als de -paus net zoo doen kon als wij, zou hij gauw van zijn kolieken genezen zijn.” -</p> -<p>Als eenig antwoord liet Santobono een dof gemompel hooren. Hij wilde niet meer spreken -en sloot zich, als door den langzaam naderenden avond overmand, in een volkomen zwijgen -op. Prada zweeg eveneens, terwijl hij zijn blikken op hem gericht hield en zich afvroeg, -wat hij doen moest. -</p> -<p>Links van hen ging de zon prachtig onder. Pierre kon er zijn blikken niet aan verzadigen -en gaf zich geheel aan het schitterende schouwspel over. -</p> -<p>En in het peinzend zwijgen van zijn twee reisgenooten bleef Prada zich afvragen, wat -hij doen moest. Hij had zijn blikken niet af van Santobono; het gezicht van den priester -was langzamerhand in duisternis gehuld, maar hij zat uiterst kalm op zijn bankje en -liet zijn groot lichaam door de victoria wiegen. Hij herhaalde bij zichzelf, dat hij -de menschen niet zoo kon laten vergiftigen. De vijgen waren ongetwijfeld bestemd voor -kardinaal Boccanera, en in den grond der zaak liet een kardinaal meer of minder, een -mogelijke paus, wiens toekomstige historische werkzaamheid niet te voorspellen was, -hem vrij koud. Bij zijn wreede veroveraarsbegrippen en geheel opgaande in den strijd -om het bestaan, had hij het altijd het beste gevonden het noodlot zijn gang te laten -gaan; en afgezien daarvan zag hij er absoluut geen kwaad in, wanneer de eene priester -den anderen opvrat, integendeel dat was een aangename prikkeling voor zijn atheïsme. -Hij overwoog ook, dat het gevaarlijk zijn kon zich in die afschuwelijke zaak, in die -gemeene, verdachte en ondoorgrondelijke intriges van de zwarte kringen te mengen. -Maar <span class="pagenum">[<a id="pb442" href="#pb442">442</a>]</span>kardinaal Boccanera woonde niet alleen in het paleis: de vijgen konden aan een verkeerd -adres bezorgd, bij andere personen komen, die men niet treffen wilde. -</p> -<p>Dit denkbeeld aan een noodlottig zich vergissend toeval liet hem niet meer los, vervolgde -hem. En zonder dat hij er zijn gedachte bij wilde bepalen, rezen de gezichten van -Benedetta en Dario voor hem op, kwamen steeds weer terug, ondanks zijn poging om ze -niet te zien, drongen zich aan hem op. Als Benedetta, als Dario die vruchten aten? -De gedachte aan Benedetta kon hij onmiddellijk ter zijde schuiven, want hij wist, -dat zij afzonderlijk met haar tante at en het eten niet uit dezelfde keuken kwam. -Maar Dario dejeuneerde dagelijks met zijn oom. Een oogenblik zag hij Dario voor zich, -aangegrepen door een kramp en evenals monsignor Gallo met een aschgrauw gezicht en -holle oogen binnen twee uur stervend in de armen van den kardinaal. -</p> -<p>Neen, neen, dat was afschuwlijk, hij kon een dergelijke gewelddaad niet toelaten. -Zijn besluit was nu genomen. Hij zou wachten, tot de avond heelemaal gevallen was, -dan heel eenvoudig het mandje van de knieën van den priester nemen en het, zonder -een woord te zeggen, in het een of ander donker gat gooien. De pastoor zou het dan -wel begrijpen. De andere, de jonge priester, zou het misschien niet eens merken. Trouwens -dat kwam er minder op aan, want hij was vastbesloten geen uitleg van zijn handeling -te geven. En hij voelde zich heelemaal gerust gesteld, toen hij op het denkbeeld kwam -het mandje weg te werpen, wanneer zij onder de Porta Furba, op enkele kilometers voor -Rome, zouden doorrijden. In de donkerte van de poort zou dat heel goed gaan; zou men -niets kunnen zien. -</p> -<p>“We hebben ons verlaat en zullen niet voor zes uur in Rome zijn,” zeide hij tot Pierre. -“Maar u zult nog tijd genoeg hebben om u te verkleeden en uw vriend op te zoeken.” -</p> -<p>Dan richtte hij zich, zonder een antwoord af te wachten, tot Santobono. -</p> -<p>“Uw vijgen zullen wel laat komen.” -</p> -<p>“O,” antwoordde de pastoor; “Zijne Eminentie ontvangt tot acht uur. En bovendien de -vijgen zijn niet voor vanavond. ’s Avonds eet je geen vijgen. Ze zijn voor morgenochtend.” -</p> -<p>Hij viel weer in zijn stilte terug en sprak niet meer. -</p> -<p>“Voor morgenochtend, ja, ja, dat spreekt!” herhaalde Prada. “Het zal een heele traktatie -voor hem zijn, vooral als niemand met hem mede eet.” -<span class="pagenum">[<a id="pb443" href="#pb443">443</a>]</span></p> -<p>Onbezonnen vertelde Pierre nu iets, dat hij wist. -</p> -<p>“Dat zal zeker wel het geval zijn, want zijn neef, prins Dario, zou vandaag naar Napels -gaan—een klein herstellingsreisje na het ongeval, dat hem een maand te bed gehouden -heeft.” -</p> -<p>Plotseling bedacht hij tegen wien hij sprak, en zweeg. Maar de graaf had zijn verlegenheid -opgemerkt. -</p> -<p>“Kom, kom, mijn waarde heer Froment, u kwetst mij heelemaal niet. Dat is al zoo’n -oude geschiedenis … Zoo, is de jonge man vertrokken?” -</p> -<p>“Ja, als hij tenminste zijn reisje niet uitgesteld heeft. Maar ik geloof niet, dat -ik hem nog in het paleis vinden zal.” -</p> -<p>Gedurende een oogenblik hoorde men weer niets dan het voortdurende rollen der wielen. -Prada zweeg; hij werd weer door onrust, door het onaangename gevoel, dat hij niet -wist, wat hij doen moest, aangegrepen. Waarin wilde hij zich mengen, nu Dario er toch -niet was. Al die overwegingen vermoeiden hem en ten slotte dacht hij hardop: -</p> -<p>“Als hij werkelijk naar Napels is, dan heeft hij dat uit convenance gedaan, om vanavond -niet aanwezig behoeven te zijn op het feest der Buongiovanni’s, want vanochtend heeft -de Conciliecongregatie vergaderd, om definitief uitspraak te doen in het proces, dat -de gravin mij aangedaan heeft … Ja ik zal dadelijk hooren, of de nietigverklaring -van ons huwlijk door den Heiligen Vader geteekend zal worden.” -</p> -<p>Zijn stem was wat heesch geworden; men voelde, dat de oude wond weer openging en bloedde—de -wond, welke aan zijn mannentrots was toegebracht door deze vrouw, die de zijne was -en zich aan hem geweigerd had, om haar maagdelijkheid voor een ander te bewaren. Het -gaf niet, of zijn vriendin Lisbeth hem een kind geschonken had; de beschuldiging van -impotentie, die beschimping van zijn manlijkheid herleefde steeds weer en deed zijn -hart opzwellen van blinde woede. Een heftige plotselinge rilling doorhuiverde hem, -als had een ijskoude wind over zijn lichaam geblazen, en, het gesprek een andere wending -gevend, voegde hij eraan toe: -</p> -<p>“Het is heelemaal niet warm vanavond … Dit is het slechtste uur voor Rome, het uur -na zonsondergang, waarin men heel makkelijk een flinke koorts kan oploopen, als men -niet voorzichtig is … Trek de deken over uw voeten; pak u maar goed in.” -</p> -<p>Dan ontstond, terwijl zij de Porta Furba naderden, weer een stilte, maar nu nog drukkender -dan zooeven; zij geleek <span class="pagenum">[<a id="pb444" href="#pb444">444</a>]</span>op den onbedwingbaren slaap, die de door den nacht overmande Campagna deed insluimeren. -Eindelijk werd in het licht der heldere sterren de poort zichtbaar; het was niet meer -dan een boog van de Acqua Felice, waaronder de straatweg doorliep. Uit de verte was -het, alsof dat waterleiding-brokstuk met zijn reusachtige massa’s oude, halfingevallen -muren den weg trachtte te versperren. Dan echter vertoonde de groote, geheel met schaduw -gevulde boog zich als een gapende poort, en de wagen reed er in volle duisternis met -luider wielengeratel onder door. -</p> -<p>Toen zij aan den anderen kant waren, had Santobono nog steeds het mandje vijgen op -zijn knieën; Prada keek hem verstoord aan en vroeg zich af tengevolge van welke plotselinge -verlamming van zijn handen hij het mandje niet weggenomen en in het donker geslingerd -had. Hij was er, alvorens onder het gewelf door te gaan, nog zoo vast toe besloten. -Hij had er nog naar gekeken, om de beweging, die hij zou moeten maken, te berekenen. -Wat had er in hem plaats gegrepen? Hij voelde zich ten prooi aan een steeds grooter -wordende besluiteloosheid, dat hij niet in staat meer was, iets beslist te willen, -daar hij in de onbewuste gedachte om voor alles zichzelf geheel te bevredigen, als -het ware gedrongen werd om te wachten. Waarom zou hij zich haasten, nu Dario ongetwijfeld -weg was en de vijgen toch zeker niet vóór den volgenden dag gegeten zouden worden? -Dienzelfden avond nog zou hij hooren of de Conciliecongregatie zijn huwlijk nietig -verklaard had, zou hij weten in hoeverre de gerechtigheid Gods te koop en leugenachtig -was. Zeker, hij zou niemand laten vergiftigen, zelfs kardinaal Boccanera niet, wiens -leven hem per slot van rekening toch volkomen koud liet. Maar was sedert hun vertrek -uit Frascati dat kleine mandje als het ware niet het voortschrijdend noodlot? Gaf -hij niet toe aan een genieten van onbeperkte macht, terwijl hij tegen zichzelf zeide, -dat hij er heer en meester van was om het tegen te houden of het zijn doodelijk werk -tot het einde toe te laten volbrengen? Bovendien ging hij geheel op in de geheimzinnigste -van alle strijden; hij zocht niet meer naar redenen, zijn handen waren zóó gebonden, -dat hij niet anders kon. Voor zichzelf vast besloten, dat hij, alvorens naar bed te -gaan, een waarschuwingsbrief zou werpen in de brievenbus van het paleis, voelde hij -zich toch gelukkig bij de gedachte, dat hij het niet zou doen, indien hij er belang -bij hebben zou het niet te doen. -<span class="pagenum">[<a id="pb445" href="#pb445">445</a>]</span></p> -<p>Het laatste gedeelte van den rit werd te midden van die drukkende stilte, te midden -van de avondrillingen, die de drie mannen verstijfd schenen te hebben, afgelegd. Tevergeefs -begon de graaf, om aan den onderlingen strijd van zijn gedachten te ontkomen, weer -over het groote feest bij de Buongiovanni’s, vertelde bijzonderheden, beschreef de -pracht, die men aanschouwen zou: zijn woorden klonken moeilijk, verlegen, verstrooid. -Dan trachtte hij Pierre te troosten, hem moed in te spreken, door nogmaals over den -vriendelijken, met beloften zoo kwistigen kardinaal Sanguinetti te beginnen; maar -hoewel de priester heel gelukkig naar Rome terugkeerde in de gedachte, dat zijn boek -nog niet veroordeeld was en hij, indien men hem hielp, misschien nog zou overwinnen, -antwoordde hij toch nauwelijks, geheel als hij opging in zijn overpeinzingen. Santobono -sprak niet, bewoog zich niet, was als verdwenen, zwart in den zwarten nacht. -</p> -<p>De lichten van Rome vermenigvuldigden zich; rechts en links verschenen weer huizen, -eerst op groote afstanden van elkander, dan dichter opeen gebouwd. Het was de voorstad, -in den beginne nog stoppelvelden, dan mooie hagen, olijfboomen, welker toppen boven -de hooge tuinmuren uitstaken, groote gevels met door vazen gekroonde zuilen en eindelijk -de stad met haar rijen kleine, grijze huizen, armzalige winkels, verdachte kroegen, -waaruit dikwijls geschreeuw en twistlawaai opsteeg. -</p> -<p>Prada wilde met alle geweld zijn reisgenooten naar de Via Giulia, tot vijftig meter -van het paleis, brengen. -</p> -<p>“Het is voor mij volstrekt geen last, werkelijk niet … U kunt heusch niet te voet -gaan, nu u zoo’n haast hebt!” -</p> -<p>Reeds sliep de Via Giulia in haar honderdjarigen vrede; zij lag daar volkomen eenzaam -met haar dubbele rij lantaarns, in de zwaarmoedigheid van haar verlatenheid. Toen -Santobono uitgestapt was, wachtte hij niet op Pierre, die trouwens steeds van de kleine, -in het steegje uitkomende trapje gebruik maakte. -</p> -<p>“Tot ziens, abbé!” -</p> -<p>“Tot ziens, mijnheer de graaf! Duizendmaal dank!” -</p> -<p>Zij konden hem met hun blik volgen tot den palazzo Boccanera, waarvan de oude monumentale -poort nog wijd open stond. Even zagen zij zijn hooge gestalte die schaduw versperren. -Dan ging hij met zijn klein mandje naar binnen. Hij droeg het noodlot. -<span class="pagenum">[<a id="pb446" href="#pb446">446</a>]</span></p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e3933" href="#xd29e3933src">1</a></span> Groep van drie nummers, die alle drie bij één loting moeten uitkomen, om te winnen. <a class="fnarrow" href="#xd29e3933src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e4007" href="#xd29e4007src">2</a></span> Een der werken van Virgilius. <a class="fnarrow" href="#xd29e4007src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e4154" href="#xd29e4154src">3</a></span> Een van de meest bekende giftmengsters te Rome. <a class="fnarrow" href="#xd29e4154src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch12" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">TWAALFDE HOOFDSTUK</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het was tien uur, toen Pierre en Narcisse, die in het Café de Rome gedineerd en daarna -in een lang gesprek hun tijd verpraat hadden, zich te voet naar den palazzo Buongiovanni -op den Corso begaven. Het kostte hun veel moeite de deur te bereiken. De rijtuigen -reden in een dichte file aan en de menigte nieuwsgierigen, die ondanks de aanwezigheid -van de politie staan bleven en den rijweg in beslag namen, werd zóó dicht, dat de -paarden bijna niet meer vooruit komen konden. Uit de tien hooge vensters der eerste -verdieping van den langen monumentalen vleugel stroomde een zee van licht, een groot -wit licht, het daglicht van de electrische lampen, die de straat, de in den menschenstroom -als vastgeplakte equipages, de deining der opgewonden menschen te midden van een tumult -van kreten en gebaren als met een zonneglans bestraalden. -</p> -<p>Het was niet de gewone nieuwsgierigheid, om uniformen en rijk-getoiletteerde dames -uit de rijtuigen te zien stappen; Pierre hoorde al heel gauw, dat deze menigte op -de komst van den koning en de koningin wachtte, die beloofd hadden te zullen verschijnen -op het gala-bal, dat prins Buongiovanni gaf ter eere van de verloving van zijn dochter -Celia met luitenant Attilio Sacco, den zoon van een der ministers van Zijne Majesteit. -Bovendien was dit huwlijk de gelukkige ontknooping van een liefdesgeschiedenis, die -de geheele stad in een hartstochtelijke opwinding bracht; het verhaal van den bliksemstraal -der liefde, het jonge knappe paar, de standvastige, alle hinderpalen overwinnende -trouw onder romantische omstandigheden ging van mond tot mond, bracht in aller oogen -een traan, deed aller harten kloppen. -</p> -<p>Dit verhaal had Narcisse aan het dessert verteld aan Pierre, die het gedeeltelijk -kende. Men verzekerde, dat de <span class="pagenum">[<a id="pb447" href="#pb447">447</a>]</span>prins na een laatste vreeselijke scène eindelijk slechts toegegeven had, omdat hij -bang was anders Celia op een goeden avond aan den arm van haar geliefde het paleis -te zullen zien verlaten. Niet, dat zij hem daarmede gedreigd had, maar in haar maagdelijk-onwetende -kalmte lag zulk een minachting voor alles, wat niet haar liefde was, dat hij haar -ertoe in staat achtte in alle naïeveteit de ergste dwaasheden te begaan. De prinses, -zijn vrouw, een flegmatieke, nog knappe Engelsche, was geheel neutraal gebleven; zij -meende genoeg voor het huis gedaan te hebben, door haar man een <span class="corr" id="xd29e4316" title="Bron: bruidschat">bruidsschat</span> van vijf millioen en vijf kinderen te schenken. -</p> -<p>De prins, bang en zwak ondanks al zijn heftigheid, waarin het oude, reeds door zijn -vermenging met een vreemd ras bedorven Romeinsche bloed terug te vinden was, handelde -nog slechts uit vrees, zijn tot dusverre te midden van de opgehoopte ruïnes van het -patriciaat intact gebleven huis en vermogen ineen te zien storten; en toen hij ten -slotte toegaf, had hij hoogstwaarschijnlijk gehoorzaamd aan het denkbeeld, dat hij -door zijn dochter vasten voet zou kunnen krijgen op het Quirinaal, zonder zich daardoor -van het Vaticaan terug te trekken. Ongetwijfeld was het een brandende smaad, zijn -trots bloedde onder die toenadering tot de Sacco’s, menschen van niets. -</p> -<p>Maar Sacco was minister; het eene succes was zoo snel gevolgd op het andere, dat hij -op weg scheen nog hooger te stijgen en na de portefeuille van Landbouw die van Financiën, -waarnaar hij reeds lang gestreefd had, te veroveren. Met hem kon men zeker zijn van -de gunst des konings en van een veiligen terugtocht naar dien kant, wanneer het pausdom -eens ten onder mocht gaan. Bovendien had de prins inlichtingen ingewonnen omtrent -den zoon en hij voelde zich eenigszins ontwapend tegenover dezen zoo knappen, dapperen -en rechtschapen Attilio, die de toekomst, misschien het glorierijke Italië van morgen -was. -</p> -<p>Hij was soldaat, men zou hem tot de hoogste rangen kunnen pousseeren. En de boosaardige -wereld voegde eraan toe, dat de laatste reden, welke den prins, die heel gierig was, -en tot zijn wanhoop zijn vermogen onder zijn vijf kinderen zou moeten verbrokkelen, -tot toegeven noopte, de gelukkige omstandigheid was, dat hij Celia een belachelijk -kleinen bruidsschat kon medegeven. Nu hij eenmaal zijn toestemming tot het huwlijk -gegeven had, wilde hij de verloving vieren met een schitterend feest, zooals er te -Rome <span class="pagenum">[<a id="pb448" href="#pb448">448</a>]</span>maar weinig gegeven werden. De deuren zouden voor ieder openstaan, het koninklijk -echtpaar uitgenoodigd worden, het paleis stralen als in de roemrijke dagen van vroeger. -Ook al zou het hem iets van zijn geld kosten, dat hij zoo grimmig verdedigde, hij -wilde uit bravoure bewijzen, dat hij niet overwonnen was en dat de Buongiovanni’s -niets te verbergen hadden, zich voor niets behoefden schamen. -</p> -<p>De waarheid echter was, dat deze bravoure niet van hem kwam, doch hem, zonder dat -hij het zich bewust was, ingeblazen werd door de kalme, onschuldige Celia, die haar -geluk aan den arm van Attilio wilde laten zien aan geheel Rome, dat deze als in een -mooi sprookje zoo gelukkig eindigende liefdesgeschiedenis luide toejuichte. -</p> -<p>“Alle duivels!” zeide Narcisse, die in den dichten menschenstroom niet verder kon; -“wij zullen op die manier nooit boven komen. Zij hebben de heele stad blijkbaar geïnviteerd.<span class="corr" id="xd29e4328" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>En toen Pierre zijn verwondering te kennen gaf, dat hij een prelaat in zijn karos -voorbij zag rijden, voegde hij er aan toe: -</p> -<p>“O, u zult er verscheidene aantreffen. De kardinalen zullen zich wegens de aanwezigheid -van het koninklijk paar niet durven laten zien, maar de prelaten zullen zeker komen. -Het is hier een neutrale salon, waarin wit en zwart zich verbroederen kunnen. En bovendien -worden er zóó weinig feesten gegeven, dat men de enkele, die er nog zijn, niet graag -verzuimt.” -</p> -<p>Hij legde den priester uit, dat er met uitzondering van de twee groote bals, die het -Hof iederen winter gaf, bijzondere omstandigheden noodig waren om het patriciaat tot -zulke gala-avonden te bewegen. Twee of drie zwarte salons openden nog tegen het einde -van het carnaval hun deuren maar overal waren de groote recepties vervangen door intieme -danspartijen. Enkele prinsessen hielden slechts op bepaalde dagen haar jour. De weinige -witte salons bewaarden een dergelijke, min of meer gemêleerde intimiteit, want geen -enkele vrouw des huizes was de onbetwiste koningin der nieuwe wereld geworden. -</p> -<p>“Eindelijk,” riep Narcisse uit, toen zij op de trap waren. -</p> -<p>“Laten we bij elkaar blijven,” zeide Pierre, die een beetje ongerust was. “Ik ken -alleen de bruid een weinig, en zou graag zien, dat u mij voorstelt.” -</p> -<p>Maar het opgaan van de trap was nog een moeilijk en <span class="pagenum">[<a id="pb449" href="#pb449">449</a>]</span>lang werk, zoo verdrong de menigte nieuw aangekomenen zich daar. Zelfs in de oude -tijden van waskaarsen en olielampen was er nooit zoo’n lichtglans geweest. Electrische -lampjes brandden in de prachtige bronzen kandelabres, die de portalen versierden, -overgoten alles met een helder licht. De koude kalk van de muren was verborgen onder -een reeks kostbare tapisserieën, die de geschiedenis van Amor en Psyche vertelden -en sedert de Renaissance in het bezit der familie waren. Een dikke looper bedekte -de uitgesleten treden en plantengroepen, palmen, die zoo groot als boomen waren, versierden -de hoeken. Een nieuw bloed stroomde toe en verwarmde het oude huis; een nieuw ontstaand -leven steeg met den stroom der lachende, welriekende vrouwen met haar bloote schouders -en fonkelende diamanten, omhoog. -</p> -<p>Toen zij boven waren, zag Pierre onmiddellijk bij den ingang van den eersten salon -prins en prinses Buongiovanni, naast elkaar staande, hun gasten ontvangen. De prins, -een reeds grijzende, groote, slanke en blonde man, had het energieke gezicht van een -voormaligen, pauselijken veldheer en de lichte Noordelijke oogen van zijn moeder. -De prinses met haar rond en tenger gezichtje zag er niet ouder uit dan dertig, hoewel -zij de vier kruisjes reeds achter den rug had; zij was nog altijd knap, had een glimlachende -opgewektheid, welke door niets verstoord kon worden, voelde haar grootste geluk in -haar zelfaanbidding. Zij droeg een toilet van rose zijde; een prachtige parure van -groote robijnen scheen korte vlammetjes te ontsteken op haar fijne huid en in haar -blonde lokken. Van de vijf kinderen was, daar de oudste zoon zich op reis bevond en -de drie andere meisjes nog in het pensionaat waren, alleen Celia aanwezig … Celia -in een wit zijden kostuum, eveneens blond, verrukkelijk met haar onschuldige oogen -en haar reinen mond, tot het einde van haar liefdesavontuur haar uiterlijk van groote, -gesloten, in haar maagdelijk mysterie ondoorgrondelijke lelie bewarend. -</p> -<p>De Sacco’s waren juist gekomen; Attilio, die naast zijn bruid was blijven staan, droeg -zijn eenvoudige luitenantsuniform, maar hij toonde zijn groot geluk zoo naïef, dat -zijn knap gezicht met den liefdevollen mond en de dappere oogen in een buitengewonen -glans van jeugd en kracht straalde. In dezen triomf van hun hartstochtelijke liefde -naast elkaar staande, geleken zij reeds van den drempel af op de levensvreugde en -levensgezondheid zelf, op de onbegrensde hoop op de beloften van morgen; en alle gasten, -die hen <span class="pagenum">[<a id="pb450" href="#pb450">450</a>]</span>bij hun binnenkomen daar zoo zagen staan, moesten glimlachen, werden ontroerd en vergaten -hun boosaardige en babbelzieke nieuwsgierigheid zoo zeer, dat zij hun hart aan dit -zoo mooi, in zijn geluk zoo verrukte liefdespaar gaven. -</p> -<p>Narcisse wilde Pierre voorstellen, maar Celia liet hem den tijd daar niet voor. Zij -ging den priester tegemoet en bracht hem naar haar vader en haar moeder. -</p> -<p>“Mijnheer de abbé Pierre Froment. Een vriend van mijn lieve Benedetta.” -</p> -<p>Een ceremonieele begroeting volgde. Pierre was zeer getroffen door de lieftalligheid -van het jonge meisje, dat nog tegen hem zeide: -</p> -<p>“Benedetta komt straks met haar tante en Dario. Zij moet vanavond zoo gelukkig zijn! -Nu zult u pas eens zien, hoe mooi zij is!” -</p> -<p>Pierre en Narcisse boden haar hun gelukwenschen aan. Doch zij konden daar niet blijven -staan, de stroom dreef hen verder. De prins en de prinses hadden slechts den tijd -met een vriendelijk hoofdknikje te groeten, dan werden zij overstroomd, en Celia moest, -nadat zij de beide vrienden bij Attilio gebracht had, weer haar plaats als kleine -koningin van het feest naast haar ouders innemen. -</p> -<p>Narcisse was met Attilio eenigszins bevriend. Weer volgden gelukwenschen en handdrukken. -Dan manoeuvreerden beiden uit nieuwsgierigheid zóó, dat zij een oogenblik in den eersten -salon konden blijven staan, welks aanblik werkelijk de moeite loonde. Het was een -zeer groot, met groen, goudgebloemd fluweel behangen vertrek, dat de wapenzaal genoemd -werd en inderdaad een zeer merkwaardige collectie wapenen bevatte—harnassen, strijdbijlen, -degens, die in de vijftiende en zestiende eeuw aan de Buongiovanni’s toebehoord hadden. -En te midden van dat ruwe oorlogstuig zag men een prachtigen met het fijnste verguldsel -en snijwerk versierden draagstoel uit de vorige eeuw, waarin de overgrootmoeder van -den tegenwoordigen Buongiovanni, de beroemde Bettina, een legendarische schoonheid, -zich naar de mis liet brengen. Verder vindt men aan de muren slechts historische schilderijen, -veldslagen, onderteekeningen van vredesverdragen, koninklijke ontvangsten, waarbij -de Buongiovanni’s een rol gespeeld hadden; ongerekend de familieportretten—hooge, -trotsche gestalten, veldheeren te land en ter zee, kerkelijke hoogwaardigheidsbekleeders, -prelaten, kardinalen, waaronder, op de eereplaats, de paus, de in de <span class="pagenum">[<a id="pb451" href="#pb451">451</a>]</span>witte soutane gekleede Buongiovanni triompheerde, wiens troonsbestijging de groote -nakomelingschap rijk gemaakt had. Tusschen deze wapenen, naast den draagstoel, onder -deze oude portretten, waren de Sacco’s op enkele passen van den heer en de vrouw des -huizes blijven staan, om hun deel in de gelukwenschen te ontvangen. -</p> -<p>“Kijk!” fluisterde Narcisse Pierre in; “daar tegenover ons staan de Sacco’s, die kleine -donkere man en de dame in malvekleurige zijde.” -</p> -<p>Pierre herkende Stefana, die hij bij den ouden Orlando ontmoet had, aan haar opgewekt -gezicht met het vriendelijk lachje en de fijne trekken. Maar vooral interesseerde -hem de echtgenoot. Hij was donker en uitgedroogd, had groote oogen en een geel gezicht, -een vooruitstekende kin en een neus als een gierensnavel, het vroolijke masker van -een Napolitaanschen hansworst, en bezat een groote welsprekendheid en een stem, die -een onvergelijkelijk betooverings- en veroveringswerktuig was. Alleen door hem daar -in dien salon te zien kon men zijn groote successen in de brutale en zoo middelmatige -wereld der politiek begrijpen. Voor het huwlijk van zijn zoon had hij met zeldzame -handigheid gemanoeuvreerd; hij huichelde tegenover Celia, ja zelfs tegenover Attilio -een overdreven teergevoeligheid en zeide, dat hij zijn toestemming weigerde, omdat -hij bang was, dat men hem zou beschuldigen een bruidsschat en een titel te stelen. -Hij had pas na de Buongiovanni’s toegegeven en eerst het oordeel willen hooren van -den ouden Orlando, wiens groote, heldhaftige ridderlijkheid in geheel Italië spreekwoordelijk -was; en hij deed dat des te eerder, omdat hij bij voorbaat van diens goedkeuring zeker -was, want de held geneerde zich niet luide te herhalen, dat de Buongiovanni’s zich -gelukkig mochten achten in hun familie zijn achterneef, een knappen, rechtschapen -en dapperen jongen te krijgen, die hun uitgeput oud bloed zou regenereeren, door hun -dochter mooie kinderen te geven. Sacco had in die zaak op bewonderenswaardige wijze -gebruik gemaakt van den legendarischen naam van Orlando, door zijn verwantschap met -hem uit te bazuinen, door een kinderlijke vereering te doen blijken voor den roemrijken -stichter des vaderlands, zonder dat hij een oogenblik scheen te willen vermoeden hoe -zeer deze hem verachtte en verwenschte, want Orlando twijfelde geen oogenblik of zijn -ministerschap zou het land tot ondergang en schande leiden. -<span class="pagenum">[<a id="pb452" href="#pb452">452</a>]</span></p> -<p>“O,” ging Narcisse voort, “een soepel en praktisch man, die er niet tegen opziet een -paar klappen te krijgen. Het schijnt, dat er nu eenmaal in staten, die in nood geraakt -zijn en politieke, financieele en moreele crisissen doormaken, mannen noodig zijn, -die zich niet door gewetensbezwaren laten weerhouden. Men zegt, dat hij met zijn onverstoorbaar -aplomb, zijn scherpzinnigen geest en zijn voor niets terugschrikkende hulpmiddelen -de gunst van den koning geheel veroverd heeft … Kijk slechts, kijk slechts! Zou men -hem te midden van dien vloed hovelingen, welke hem omgeeft, niet reeds voor den meester -van dit paleis houden?” -</p> -<p>Inderdaad hoopten de gasten, die met een buiging langs de Buongiovanni’s gingen, zich -om Sacco op; want hij vertegenwoordigde de macht, goede posities, pensioenen, ordeteekenen; -en ook al riep de aanwezigheid van den mageren, donkeren, druk doenden man tusschen -de groote voorvaderen van dit huis nog een glimlach te voorschijn, toch vleide men -hem als de nieuwe macht, de democratische macht, die overal, zelfs uit dezen ouden -Romeinschen bodem, opsteeg, waarop het patriciaat in puin lag. -</p> -<p>“Lieve hemel, wat een volte!” prevelde Pierre. “Wie zijn toch al die menschen?” -</p> -<p>“O,” antwoordde Narcisse, “het is een zeer gemengd gezelschap. Zij behooren niet meer -tot de zwarte of tot de witte kringen, maar tot de grijze. De evolutie kon niet uitblijven, -de starre onverdraagzaamheid van een kardinaal Boccanera kan niet die van een geheele -stad, van een volk zijn. De paus alleen zal altijd neen zeggen en onveranderlijk blijven. -Maar om hem heen schrijdt alles onoverwinlijk vooruit en verandert, zoodat, ondanks -allen tegenstand, Rome binnen enkele jaren Italiaansch zijn zal … Zooals u weet, blijft -tegenwoordig, wanneer een prins twee zoons heeft, een op het Vaticaan en gaat de ander -naar het Quirinaal over. Men moet toch leven, niet waar? De groote families, die in -doodsgevaar verkeeren, bezitten niet den heldenmoed hun koppige halsstarrigheid tot -aan zelfmoord te drijven … Ik heb u reeds gezegd, dat we hier op een neutraal terrein -waren, want prins Buongiovanni is een der eersten, die de noodzakelijkheid van een -verzoening ingezien heeft. Hij voelt, dat zijn vermogen dood is; hij durft het noch -in industrieele noch in financieele zaken te beleggen: hij ziet het reeds verbrokkeld -tusschen zijn vijf kinderen, die het op hun beurt weer zullen verbrokkelen; <span class="pagenum">[<a id="pb453" href="#pb453">453</a>]</span>daarom heeft hij zich aan de zijde van den koning geschaard, zonder met den paus te -willen breken … U ziet dan ook in dezen salon het juiste beeld van de debacle, van -den pêle-mêle, die in de meeningen en denkbeelden van den prins heerscht.” -</p> -<p>Hij hield even op, om dan de namen der binnentredende personen te noemen. -</p> -<p>“Dat is een generaal, die na zijn laatste campagne in Afrika zeer populair is. U zult -trouwens vanavond veel militairen zien, want alle superieuren van Attilio zijn uitgenoodigd -om den jongen man een glorierijken entourage te geven … En kijk, daar is de Duitsche -gezant. Waarschijnlijk zal door de aanwezigheid van Hunne Majesteiten het geheele -corps diplomatique komen … En als tegenstelling ziet u daarginds dien corpulenten -man. Dat is een zeer invloedrijk afgevaardigde, een parvenu van de nieuwe bourgeoisie. -Een dertig jaar geleden was hij nog pachter van prins Albertini, een van die <i>mercanti de campagna</i>, die met hooge laarzen en slappen hoed de Campagna Romana afliepen … En kijk nu eens -naar dien prelaat, die daar binnenkomt …” -</p> -<p>“Dien ken ik,” antwoordde Pierre. “Het is monsignor Fornaro.” -</p> -<p>“Precies, monsignor Fornaro, iemand, die wat in de melk te brokkelen heeft. Ja, dat -is waar ook, u hebt mij verteld, dat hij rapporteur is in de zaak van uw boek … Een -innemende persoonlijkheid! Hebt u gemerkt met welk een révérence hij de prinses begroette? -Welk een edele houding, welk een gratie onder zijn violetzijden mantel!” -</p> -<p>Narcisse bleef op deze wijze prinsen en prinsessen, hertogen en hertoginnen, politici -en ambtenaren, diplomaten en ministers, burgers en officieren opnoemen—een ongelooflijke -warboel, ongerekend nog de vreemdelingenkolonie, Engelschen, Amerikanen, Duitschers, -Spanjaarden, Russen, het oude Europa, Noord- en Zuid-Amerika. Dan begon hij plotseling -weer over de Sacco’s, de kleine mevrouw Sacco, en vertelde van haar heldhaftige pogingen, -die zij, in de meening daarmede het eerzuchtige streven van haar man te bevorderen, -gedaan had door een salon te openen. -</p> -<p>Deze zachte, uiterlijk zoo bescheiden vrouw was een zeer geslepen iemand met uitstekende -karaktereigenschappen, echt-Piemonteesch geduld en weerstandsvermogen, zin voor orde -en spaarzaamheid. In het dagelijksch leven herstelde <span class="pagenum">[<a id="pb454" href="#pb454">454</a>]</span>zij het evenwicht, dat de man door zijn onstuimigheid ieder oogenblik in gevaar bracht. -Zonder dat iemand het vermoedde, had hij haar veel te danken. Maar tot dusverre was -haar poging om tegenover den laatsten zwarten salon een toonaangevenden witten salon -te openen, mislukt. -</p> -<p>Zij vereenigde slechts lieden van haar eigen kringen om zich, geen vorst maakte er -zijn opwachting, en op haar Maandagen werd gedanst zooals men in twintig andere kleine, -burgerlijke salons zonder glans of heerlijkheid danste. De echte witte salon, die -als meester van Rome voor menschen en dingen den toon aangeven zou, bevond zich nog -in den toestand van een chimère. -</p> -<p>“Kijk eens naar haar flauw glimlachje, terwijl zij alles hier opneemt,” zeide Narcisse. -“Ik ben er zeker van, dat zij al plannen maakt tot navolging. Als zij aan een prinselijke -familie geparenteerd raakt, hoopt zij misschien eindelijk ook de hoogere kringen bij -zich te zullen ontvangen.” -</p> -<p>In het toch zoo groote vertrek werd de menigte zoo dicht, dat zij bijna stikten, weggedrongen -en tegen een muur gedrukt werden. De gezantschapsattaché nam dan ook den priester -mede, terwijl hij hem bijzonderheden vertelde over de eerste verdieping van het paleis, -een der weelderigst ingerichte van Rome, en om de pracht van haar receptiesalon beroemd. -</p> -<p>Gedanst werd er in de schilderijengalerijen, een twintig meter lange, koninklijke, -met kunstwerken gevulde zaal, waarvan de acht ramen op den Corso uitzagen. Het buffet -was opgericht in de antieke zaal, een marmeren zaal, waarin men een bij den Tiber -gevonden Venus zag, welke wedijveren kon met die van het Capitool. Dan volgde een -reeks prachtige, nog in hun ouden luxe schitterende salons, behangen met de zeldzaamste -stoffen, en die van de vroegere inrichting nog enkele bijzondere stukken bevatten, -waarop de antiquairs in de hoop op een toekomstige, onvermijdelijke ruïne, reeds loerden. -Van deze salons was er vooral één, de zoogenaamde spiegelzaal, beroemd, het was een -rond vertrek in Louis XV-stijl, geheel behangen met spiegels in kostbare, gebeeldhouwde -rococolijsten. -</p> -<p>“Straks zult u dat alles zien,” zeide Narcisse. “Laten we nu hier even binnengaan, -om wat uit te blazen … Hier heeft men de fauteuils uit de galerij hiernaast gebracht -voor de dames, die graag willen zitten, gezien en <span class="corr" id="xd29e4385" title="Bron: gefiêteerd">gefêteerd</span> worden.<span class="corr" id="xd29e4388" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>Het was een groote salon, behangen met het mooiste Genueesche <span class="pagenum">[<a id="pb455" href="#pb455">455</a>]</span>fluweel, dat men zich denken kan; oud fluweel met licht-satijnen ondergrond en schitterende -bloemen, waarvan het groen, blauw en rood echter goddelijk mooi verbleekt is en den -zachten, doffen tint van oude liefdebloemen aangenomen heeft. Op de wandtafeltjes -en in glazen kastjes stonden de kostbaarste kunstvoorwerpen van het paleis, ivoren -kistjes, beschilderd en verguld houtsnijwerk, oud zilver. -</p> -<p>Inderdaad hadden reeds verschillende dames hun toevlucht gezocht op de talrijke stoelen -en zaten in kleine groepjes te praten en te lachen met de enkele heeren, die dit bekoorlijke -hoekje der galanterie ontdekt hadden. Er was moeilijk een lieflijker aanblik te denken -dan het geplek van de bloote, als zijde zoo fijne schouders, dan die tengere nekken, -waarom zich bruin of blond haar wond. De bloote armen kwamen als levende bloemen van -vleesch uit het bekoorlijke gewirwar van lichte toiletten. De waaiers bewogen zich -langzaam, als om het vuur der edelgesteenten nog te verhoogen en verspreidden bij -ieder waaien een vrouwengeur, vermengd met een overheerschende viooltjesparfum. -</p> -<p>“Kijk, daar heb je onzen goeden vriend, monsignor Nani,” riep Narcisse uit. “Hij begroet -de vrouw van den Oostenrijkschen gezant.” -</p> -<p>Zoodra Nani den priester en diens vriend zag, kwam hij naar hen toe, en met hun drieën -gingen zij in een vensternis staan, om een oogenblik op hun gemak te kunnen praten. -De prelaat glimlachte verrukt over het mooie feest, maar behield te midden van al -die zich bloot gevende schouders de kalme rust van een driedubbel met onschuld gepantserde -ziel, als had hij ze zelfs niet gezien. -</p> -<p>“Wat ben ik blij u weer te ontmoeten, mijn waarde zoon,” zeide hij tot Pierre. “En -wat zegt u wel van ons Rome, wanneer het een groot feest geeft?” -</p> -<p>“Het is prachtig, monsignor!” -</p> -<p>De prelaat sprak met iets van ontroering in zijn stem over de groote vroomheid van -Celia en hield zich, als zag hij bij den prins en de prinses slechts de getrouwen -van het Vaticaan, om dit met dit schitterende feest te eeren. Hij liet het zelfs voorkomen -niet te weten, dat de koning en de koningin komen zouden. Dan plotseling: -</p> -<p>“Ik heb den geheelen dag aan u gedacht, mijn waarde zoon. Ja, ik heb gehoord, dat -ge voor uw proces een bezoek gebracht hebt aan Zijne Eminentie kardinaal Sanguinetti.… -Hoe heeft hij u ontvangen?” -<span class="pagenum">[<a id="pb456" href="#pb456">456</a>]</span></p> -<p>“O, op zeer vaderlijke wijze … Eerst wees hij mij op de moeilijkheid, waarin hij gebracht -wordt, omdat hij de beschermer van Lourdes is. Maar toen ik wegging, was hij buitengewoon -vriendelijk, hij heeft me formeel zijn hulp beloofd met een fijngevoeligheid, die -mij zeer trof.” -</p> -<p>“Zoo, mijn waarde zoon! Het verwondert me trouwens heelemaal niet. Zijn Eminentie -is zoo goed!” -</p> -<p>“Ik moet u dan ook eerlijk bekennen, dat ik met een verlicht hart en vol goeden moed -naar Rome teruggekeerd ben. Ik heb een gevoel, alsof ik mijn proces al half gewonnen -heb.” -</p> -<p>“Dat is heel natuurlijk. Ik begrijp het volkomen.” -</p> -<p>Nani glimlachte nog steeds zijn fijn geestig glimlachje, waarin een zweem van ironie -niet te miskennen viel, maar zoo gemaskeerd, dat men het scherpe ervan niet voelde. -Na een kort zwijgen voegde hij er heel eenvoudig aan toe: -</p> -<p>“Maar het ongeluk wil, dat uw boek eergisteren veroordeeld is door de Indexcongregatie, -die voor uw zaak speciaal na een oproeping van den secretaris bijeengekomen is. Zelfs -zal het besluit overmorgen aan Zijne Heiligheid ter onderteekening voorgelegd worden.” -</p> -<p>Verbijsterd keek Pierre hem aan. De instorting van het oude paleis boven zijn hoofd -zou hem niet meer verstomd hebben doen staan. Het was dus beslist! De reis, die hij -naar Rome gemaakt had liep dus uit op deze nederlaag, die hij zoo plotseling en bruusk -midden onder dit feest vernam. En hij had zich zelfs niet kunnen verdedigen, hij had -zijn tijd verloren, zonder iemand gevonden te hebben, met wien hij zijn zaak bespreken, -voor wien hij zijn zaak bepleiten kon. Een woede rees in hem op en hij kon de halfgefluisterde -bittere woorden, die in hem opkwamen, niet inhouden. -</p> -<p>“O, wat heeft men mij voor den gek gehouden! Die kardinaal, die vanochtend nog tegen -mij zeide: “Als God met u is, zal Hij u redden, zelfs tegen onzen wil!” Ja, ja, nu -begrijp ik het, hij speelde met woorden, hij wenschte me slechts een onheil toe, opdat -ik door mijn onderwerping den hemel zou winnen … Me onderwerpen, o, dat kan ik niet, -dat kan ik nog niet! Mijn hart is vol verontwaardiging en verdriet.” -</p> -<p>Nani luisterde naar hem en sloeg hem oplettend gade. -</p> -<p>“Maar, mijn waarde zoon, niets staat nog vast, zoolang de paus niet geteekend heeft. -Gij hebt den geheelen dag van morgen en den ochtend van overmorgen nog voor u. Een -wonder is altijd mogelijk.” -<span class="pagenum">[<a id="pb457" href="#pb457">457</a>]</span></p> -<p>En terwijl Narcisse, de op lange halzen en kinderlijke boezems verliefde aestheticus, -naar de dames keek, nam hij Pierre ter zijde en fluisterde hem in: -</p> -<p>“Ik moet u onder de diepste geheimhouding iets mededeelen … Kom straks tijdens den -cotillon even bij me in de kleine spiegelzaal. Daar zullen we op ons gemak kunnen -spreken.” -</p> -<p>Pierre beloofde het met een hoofdknikje; de prelaat verwijderde zich ongemerkt en -verdween in de menigte. Maar de ooren van den priester gonsden, hij kon niet meer -hopen. Wat zou hij in één dag kunnen doen, nu hij drie maanden verloren had zonder -er in geslaagd te zijn door den paus ontvangen te worden. In zijn verdooving hoorde -hij hoe plotseling Narcisse over kunst begon te spreken. -</p> -<p>“Het is verwonderlijk, zooals het vrouwenlichaam sedert onze verschrikkelijke democratische -tijden verminderd is. Het wordt dik, akelig alledaagsch. Kijk zelf maar, geen enkele -van al deze dames heeft de Florentijnsche lijn, de kleine borst, de slanke, koninklijke -hals …” -</p> -<p>Hij viel zichzelf in de rede en riep: -</p> -<p>“Ja, toch een, die het vrijwel bereikt, die blonde daar met de bandeaux … Monsignor -Fornaro spreekt haar juist aan!” -</p> -<p>Sedert enkele oogenblikken ging monsignor Fornaro met zijn vriendelijk veroveraarsgezicht -van de eene dame naar de andere. Hij was dien avond met zijn groote, decoratieve figuur, -zijn blozende wangen en zijn zegepralende lieftalligheid buitengewoon knap. Er deden -geen verdachte praatjes de ronde omtrent hem; men beschouwde hem eenvoudig als een -galanten prelaat, die gaarne in het gezelschap van dames verkeert. Hij bleef staan, -praatte, boog zich over de bloote schouders, raakte die even aan en ademde haar geur -met vochtige lippen en lachende oogen en een soort vrome verrukking in. -</p> -<p>Hij zag Narcisse, met wien hij veel omging, en kwam naar hem toe. De jonge man moest -hem begroeten. -</p> -<p>“Gaat het goed, monsignor, sedert de laatste maal, dat ik de eer had u op de ambassade -te zien?” -</p> -<p>“Uitstekend, uitstekend!… Een schitterend feest, niet?” -</p> -<p>Pierre had een buiging gemaakt. Dat was de man, wiens rapport tot de veroordeeling -van zijn boek geleid had. Maar vooral nam hij hem zijn fleemende manieren, de leugenachtige -beloften kwalijk, die hij hem bij zijn zoo vriendelijke ontvangst gedaan had. De sluwe -prelaat scheen blijkbaar te <span class="pagenum">[<a id="pb458" href="#pb458">458</a>]</span>voelen, dat hij het besluit der congregatie vernomen had, en vond het meer in overeenstemming -met zijn waardigheid hem niet openlijk te herkennen. Glimlachend beantwoordde hij -de buiging met een hoofdknikje. -</p> -<p>“Wat een menschen!” herhaalde hij. “En wat een mooie vrouwen! Je zal je straks in -dezen salon niet meer kunnen roeren.” -</p> -<p>Alle zitplaatsen waren nu door dames ingenomen; het begon in den viooltjesgeur, die -door de uitwasemingen der blonde of bruine nekken verwarmd werd, benauwd te worden. -De waaiers bewogen zich nu sneller, uit het toenemend lawaai steeg luid gelach op; -in het geroezemoes der gesprekken hoorde men steeds weer dezelfde woorden. Blijkbaar -was ergens een gerucht opgedoken, dat men elkaar influisterde en dat het eene groepje -na het andere in koortsachtige opwinding bracht. -</p> -<p>Monsignor Fornaro, die uitstekend op de hoogte was, wilde zelf het nieuws, dat men -nog niet hardop durfde zeggen, vertellen. -</p> -<p>“Weet u, wat de dames zoo opgewonden maakt?” -</p> -<p>“De gezondheidstoestand van den Heiligen Vader toch niet?” vroeg Pierre ongerust. -“Die is toch niet erger geworden vanavond?” -</p> -<p>De prelaat keek hem verbaasd aan. Dan eenigszins ongeduldig: -</p> -<p>“O neen, geen quaestie van! Zijne Heiligheid voelt zich veel beter, Goddank! Iemand -van het Vaticaan vertelde me zooeven, dat de paus vanmiddag opgestaan is en zooals -gewoonlijk zijn intieme vrienden ontvangen heeft.” -</p> -<p>“Maar men is toch bang geweest,” mengde Narcisse zich in het gesprek. “Ik wil eerlijk -bekennen, dat we op de ambassade allesbehalve gerust waren, want op dit oogenblik -zou een conclave een ernstige zaak voor Frankrijk zijn. Het zou er in het geheel geen -macht hebben. Het is een groote fout van onze republikeinsche regeering het pausschap -als een <i lang="fr">quantité négligeable</i> te beschouwen … Maar weet men eigenlijk ooit met zekerheid of de paus ziek is of -niet? Ik heb uit zeer vertrouwbare bron gehoord, dat hij den vorigen winter, toen -niemand er met één woord over sprak, op den rand van het graf geweest is, terwijl -de vorige maal, toen alle couranten hem bijna dood waanden, ik persoonlijk hem heel -opgewekt en vroolijk gezien heb … Hij is, geloof ik, ziek, wanneer het noodig is.” -<span class="pagenum">[<a id="pb459" href="#pb459">459</a>]</span></p> -<p>Met een vlug gebaar schoof monsignor Fornaro dit lastige onderwerp ter zijde. -</p> -<p>“Neen, neen, men is weer heelemaal gerustgesteld, er wordt zelfs niet eens meer over -gesproken. Neen, de dames winden zich zoo op, omdat vandaag de Conciliecongregatie -zich in het proces-Prada met een groote meerderheid van stemmen voor de nietigverklaring -van het huwelijk uitgesproken heeft.” -</p> -<p>Dat was een nieuwe ontroering voor Pierre. Daar hij bij zijn terugkeer uit Frascati -geen tijd gehad had om in den palazzo Boccanera iemand te spreken, was hij bang, dat -het een valsch gerucht zou kunnen zijn. De prelaat meende er zijn woord van eer op -te moeten geven. -</p> -<p>“Er is geen twijfel mogelijk, ik weet het van een van de leden der congregatie.” -</p> -<p>Maar plotseling excuseerde hij zich. -</p> -<p>“Neem me niet kwalijk, maar ik zie daar een dame, die ik moet gaan begroeten!” -</p> -<p>Hij liep regelrecht naar haar toe. Daar hij niet kon gaan zitten, bleef hij staan, -zijn hooge gestalte wat voorover buigend, als hulde hij de jonge, knappe, laag gedecolleteerde -vrouw, die bij de zachte aanraking van den kleinen violetzijden mantel luid òplachte, -in zijn galante hoffelijkheid. -</p> -<p>“U kent die dame toch wel?” vroeg Narcisse aan Pierre. “Niet?… Dat is de vriendin -van graaf Prada, de allercharmantste Lisbeth Kauffmann, die hem zoo’n flinken jongen -geschonken heeft en nu vanavond voor het eerst weer uitgaat … U weet, dat zij een -Duitsche is, hier haar man verloren heeft en vrij aardig schildert. Er wordt hier -van de dames der vreemdelingenkolonie veel door de vingers gezien, en deze is door -de vriendelijkheid, waarmede zij in haar klein paleis in de Via Principe Amadeo ontvangt, -bijzonder geliefd … U begrijpt wat een pleizier zij hebben zal in het gerucht omtrent -de nietigverklaring van het huwelijk.” -</p> -<p>De hoogblonde, blozende, zeer opgewekte Lisbeth met haar als satijn zoo zachte huid, -haar blank gezichtje, haar lichtblauwe oogen, haar om zijn vriendelijk glimlachje -beroemden mond, was inderdaad een bekoorlijk persoontje. En in haar witzijden kleed -met gouden loovertjes zag zij er dien avond zóó levenslustig uit, zóó gelukkig in -haar zekerheid vrij te zijn, lief te hebben en bemind te worden, dat het gerucht, -dat men elkaar influisterde, de boosaardigheden, die achter de waaiers gezegd werden, -zich in een <span class="pagenum">[<a id="pb460" href="#pb460">460</a>]</span>triomf voor haar scheen te veranderen. Aller blikken waren een oogenblik op haar gericht. -Men herhaalde haar woorden tegen Prada, toen zij zich zwanger voelde van een man, -dien de Kerk heden impotent verklaarde: “Arme jongen, dan moet ik zeker van een kleinen -Jezus bevallen!” Er klonk onderdrukt gelach, oneerbiedige grappen gingen van mond -tot mond, terwijl zij stralend in haar opgewekte kalmte, met een blos van verrukking -luisterde naar de galanterieën van monsignor Fornaro, die haar zijn compliment maakte -over een doek, een Heilige Maagd met een lelie, dat zij tentoongesteld had. -</p> -<p>O, welk een opwinding verwekte deze nietigverklaring, welke sedert een jaar de chronique -scandaleuse van Rome vormde, nog een laatste maal, nu de tijding daarvan midden in -dit bal viel. De witte en de zwarte kringen hadden haar reeds lang als een slagveld -uitgekozen, om elkaar met de ongelooflijkste lasterpraatjes, met eindelooze kwaadsprekerijen -te bestoken. Ditmaal was het uit. Het onverzettelijke en onverstoorbare Vaticaan durfde -de nietigverklaring uitspreken onder het voorwendsel, dat het huwlijk ten gevolge -van de onmacht van den echtgenoot niet voltrokken had kunnen worden. Heel Rome zou -erom lachen; zoodra het om de geldelijke aangelegenheden van de Kerk ging, stak het -Romeinsche publiek zijn scepticisme niet onder stoelen of banken. Iedereen kende de -verschillende phases van den strijd, iedereen wist, dat Prada zich, ondanks zijn heftige -verontwaardiging, afzijdig gehouden had, dat de Boccanera’s hemel en aarde bewogen -hadden, dat onder de creaturen van de kardinalen geld rondgedeeld was, om hun invloed -te koopen, dat men de gunstige memorie van monsignor Palma indirect met een groote -som betaald had. Men sprak van meer dan honderdduizend francs bij elkaar, wat men -niet te duur vond, daar de echtscheiding van een Fransche gravin bijna een millioen -gekost had. De Heilige Vader heeft ook zooveel noodig! Niemand echter ergerde er zich -aan, men bepaalde er zich toe er grappen over te maken. -</p> -<p>“Wat zal de contessina gelukkig zijn!” begon Pierre weer. “Ik begreep daareven niet, -waarom haar kleine vriendin zeide, dat zij vanavond zoo gelukkig en mooi zou zijn … -Zeker komt zij daarom—zij, die zich sedert het proces als in rouw beschouwde!” -</p> -<p>Maar Lisbeth had Narcisse, wiens blik zij ontmoet had, toegelachen en hij moest haar -dus wel gaan begroeten, want <span class="pagenum">[<a id="pb461" href="#pb461">461</a>]</span>hij kende haar, daar hij, evenals de geheele vreemdelingenkolonie, haar atelier bezocht -had. Hij begaf zich weer terug naar Pierre, toen een nieuwe emotie de diamanten aigrettes -en de bloemen van het kapsel der dames deed trillen. Men keek om, het geroezemoes -der stemmen werd luider. -</p> -<p>Met onbevangen, vroolijken, bijna triompheerenden blik kwam Prada binnen. Met zijn -open, harde oogen, zijn energieken kop met de zware, bruine snor boven het breede, -witte plastron van zijn overhemd, dat door zijn smoking zwart omlijst werd, had hij, -zooals Narcisse zeide, werkelijk iets van een roofdier over zich. Nog nooit had zijn -vraatzuchtige mond zijn wolvengebit door zijn verrukt-zinnelijken lach zóó doen uitkomen. -Met een vluggen blik ontkleedde hij alle vrouwen. Maar toen hij de zoo blozende en -blonde Lisbeth zag, ontspanden zijn trekken zich wat en ging hij naar haar toe, zonder -zich in het minst te bekommeren om de brandend-nieuwsgierige blikken, waarmede men -hem opnam. Hij boog zich over haar heen en sprak zacht met haar, zoodra monsignor -Fornaro hem zijn plaats afgestaan had. Ongetwijfeld werd het in omloop zijnde gerucht -door de jonge vrouw bevestigd, want hij lachte, toen hij zich weer oprichtte, eenigszins -gedwongen. -</p> -<p>Nu zag hij Pierre en hij voegde zich bij hem in de vensternis. Hij drukte ook Narcisse -de hand en zeide dan onmiddellijk met zijn gewone bravoure tegen Pierre: -</p> -<p>“Nu, wat heb ik u gezegd, toen we vanmiddag uit Frascati terugreden … Het schijnt -nu zeker te zijn, zij hebben mijn huwlijk nietig verklaard … Het is zoo grof, zoo -onbeschaamd, zoo idioot-stom, dat ik er daareven nog aan twijfelde.” -</p> -<p>“O, het is beslist zeker,” veroorloofde Pierre zich te zeggen. “Het is ons zoo juist -bevestigd door monsignor Fornaro, die het van een der leden van de Congregatie wist. -En men zegt, dat de congregatie zich met een groote meerderheid voor de nietigverklaring -uitgesproken heeft.” -</p> -<p>Weer schudde Prada van het lachen. -</p> -<p>“Je kan je eigenlijk zoo’n klucht niet indenken. Het is, zoover ik weet, de mooiste -klap, die men ooit aan de gerechtigheid en aan het gezonde verstand gegeven heeft. -Wanneer het nu ook nog lukt om van de burgerlijke autoriteiten echtscheiding te krijgen -en mijn vriendin, die u daar ziet, het wil, dan kan Rome pleizier hebben. Ja zeker, -ik zal met alle pracht en praal met haar in de S. Maria <span class="corr" id="xd29e4472" title="Bron: Magglore">Maggiore</span> trouwen. En dan leeft er ergens een klein wezentje, <span class="pagenum">[<a id="pb462" href="#pb462">462</a>]</span>dat op den arm van zijn min het feest zal meemaken!” -</p> -<p>Hij lachte bij deze toespeling op zijn kind, het levend bewijs van zijn manlijkheid, -te luid en te brutaal. Leed hij nog onder den smaad, dat er een plooi om zijn lippen -kwam, die deze wat optrok en zijn witte tanden liet zien? Men voelde, dat hij beefde, -dat hij streed tegen het ontwaken van een heimelijken, stormachtigen hartstocht, dien -hij niet eens aan zichzelf bekende. -</p> -<p>“En weet u ook het andere nieuws, waarde abbé?” ging hij druk doende voort. “Heeft -men u al verteld, dat de gravin komen zal?” -</p> -<p>Zoo noemde hij Benedetta uit gewoonte; hij vergat, dat zij zijn vrouw niet meer was. -</p> -<p>“Ja, dat heeft men mij verteld,” antwoordde Pierre. -</p> -<p>Een oogenblik aarzelde hij, voor hij in zijn behoefte om iedere pijnlijke verrassing -te voorkomen, eraan toevoegde: -</p> -<p>“Ongetwijfeld zullen we ook prins Dario zien, want hij is niet naar Napels gegaan, -zooals ik u vanmiddag zeide. Er is, geloof ik, op het laatste oogenblik wat tusschenbeide -gekomen.” -</p> -<p>Prada lachte niet meer, doch mompelde, terwijl zijn gezicht plotseling ernstig werd: -</p> -<p>“Zoo, komt de neef ook? Nu, dan zullen we ze beiden zien.” -</p> -<p>En terwijl de beide vrienden hun gesprek voortzetten, zweeg hij, overweldigd door -een stroom van ernstige gedachten, die hem tot nadenken dwongen. Dan maakte hij een -verontschuldigend gebaar, ging nog wat dieper in de vensternis staan, haalde een notitieboekje -uit zijn zak, scheurde er een blaadje uit, waarop hij met dikke letters met potlood -de volgende regels schreef: “Een legende beweert, dat de vijgeboom van Judas, doodelijk -voor ieder, die eenmaal paus worden wil, weer te Frascati groeit. Eet de vergiftigde -vijgen ervan niet en geef ze noch aan uw personeel noch aan uw kippen”. Dan vouwde -hij het blaadje papier toe, plakte er een postzegel op en schreef het adres: “Aan -Zijne Zeer Eerwaarde en Doorluchtige Eminentie kardinaal Boccanera”. Toen hij dat -alles weer in zijn zak gestoken had, haalde hij diep adem en vond zijn lach weer terug. -</p> -<p>Iets als een onoverwinlijk gevoel van vrees en van angst had hem verstijfd. Zonder -dat hij het bepaald beredeneerde, voelde hij een drang om zich tegen de verleiding -van een mogelijke gruweldaad te vrijwaren. Maar hij zou de ideeënverbinding, welke -hem dwong die vier regels onmiddellijk <span class="pagenum">[<a id="pb463" href="#pb463">463</a>]</span>en op de plaats zelf, waar hij zich bevond, te schrijven, niet hebben kunnen verklaren. -Hij had slechts één vaststaande gedachte: hij zou den brief na het bal in de brievenbus -van kardinaal Boccanera werpen. Nu was hij rustig. -</p> -<p>“Wat hebt u toch, waarde abbé?” vroeg hij, zich weer in het gesprek mengend. “U ziet -er zoo somber uit.” -</p> -<p>En toen Pierre hem de slechte tijding medegedeeld had<span class="corr" id="xd29e4494" title="Bron: ’">,</span> dat zijn boek veroordeeld was, dat hij nog maar één dag had, om te handelen, als -hij niet wilde, dat zijn reis naar Rome een nederlaag werd, riep hij, alsof hij zelf -een behoefte aan opwinding, aan verdooving voelde, om ondanks alles te kunnen hopen -en leven: -</p> -<p>“Kom, kom, den moed niet verloren. Een dag is heel veel, je kunt in een dag heel wat -doen! Een uur, een minuut is voldoende voor het noodlot om te handelen en een nederlaag -in een overwinning te veranderen.” -</p> -<p>En opgewonden voegde hij eraan toe: -</p> -<p>“Kom, laten we naar de balzaal gaan. Het moet daar prachtig zijn!” -</p> -<p>Terwijl Pierre en Narcisse hem volgden, wisselde hij een laatsten blik vol liefde -met Lisbeth; met moeite drongen zij zich door de menigte heen en kwamen te midden -van de zich haastende vrouwenrokken, de deining van nekken en schouders, waaruit de -leven gevende hartstocht, de geur van liefde en dood opsteeg, in de galerij ernaast. -</p> -<p>De tien meter breede en twintig meter lange zaal ontvouwde zich in een schitterende -pracht. De acht kale, noch met gordijnen noch met vitrage voorziene ramen, die op -den Corso uitzagen, deden de tegenoverliggende huizen ontvlammen. Het was een verblindend -licht; zeven paar reusachtige marmeren kandelabers werden door electrische lampen -in reusachtige pekfakkels veranderd, terwijl in de hoogte langs de kroonlijsten andere -in lichte bloemen opgesloten lampjes een wondermooie guirlande van vlammenbloemen, -tulpen, pioenen en rozen vormden. Het oude, roode, met goud omzoomde fluweel van het -behang, kreeg een gloed als van een vlammend kolenvuur. De draperieën aan de deuren -en vensters waren van oude kant, die in gekleurde zijde eveneens met krachtig levende -bloemen bestikt waren. -</p> -<p>Maar de weergalooze rijkdom, die eenig in de wereld was, werd gevormd door de verzameling -meesterwerken onder het prachtige plafond met zijn met goudrosetten versierde vakken. -Geen museum had een mooiere collectie. Er waren <span class="pagenum">[<a id="pb464" href="#pb464">464</a>]</span>Raffaëls, Titiaans, Rembrandts, Rubens, Velasquez en Ribera’s—wereldberoemde werken, -welke in deze onverwachte belichting plotseling in triompheerende jeugd verschenen, -als waren zij weder ontwaakt tot het onsterfelijke leven van het genie. Daar Hunne -Majesteiten eerst tegen middernacht zouden komen, was het bal reeds geopend; een wals -sleepte de paren mede, lichte toiletten vlogen door de menigte, één stroom van decoratie -en kleinoodiën, met goud geborduurde uniformen en met parelen versierde japonnen. -</p> -<p>“Het is werkelijk schitterend,” zeide Prada op zijn nog steeds opgewonden toon. “Kom -hier, dan gaan we weer in een vensternis staan. Er is geen betere plaats om goed te -zien, zonder te erg in het gedrang te komen.” -</p> -<p>Zij hadden Narcisse verloren, zoodat Pierre en de graaf, toen zij eindelijk in hun -nis kwamen, samen waren. Het op een kleine estrade achter in de zaal geplaatste orkest -had de wals juist geëindigd en de dames liepen weer langzaam met verrukte gezichten -door de steeds grooter wordende menigte, toen een paar personen verschenen, wier binnentreden -allen deed omkijken. Donna Serafina, in een toilet van karmijnroode zijde, als droeg -zij de kleuren van haar broeder, den kardinaal, maakte als een koningin haar entree -aan den arm van advocaat Morano. Nooit had zij haar dunne, jongemeisjesachtige taille -meer ingeregen, nog nooit had haar hard, met groote rimpels doorgroefd, door haar -grijs haar nauwlijks verzacht gelaat een zoo koppige en zegepralende heerschzucht -uitgedrukt. Een bescheiden, goedkeurend gemompel, een zucht van algemeene verlichting -steeg op, want de Romeinsche kringen hadden het onwaardige gedrag van Morano, om een -dertigjarige liaison, waaraan de salons zich gewend hadden als aan een wettig huwlijk, -eenstemmig veroordeeld. Men sprak van een onmogelijke gril voor een burgermeisje, -van een laag voorwendsel tot een breuk, die het gevolg zou zijn van een twist naar -aanleiding van Benedetta’s echtscheidingsproces. De breuk had ongeveer twee maanden -geduurd tot groote ergernis van Rome, waar men nog steeds een groote vereering koestert -voor lange, trouwe liefdeverhoudingen. De verzoening ontroerde dan ook alle harten -als een der gelukkigste gevolgen van het dienzelfden dag voor de Conciliecongregatie -gewonnen proces. Morano weer berouwvol verschijnend aan den arm van donna Serafina—dat -was <span class="pagenum">[<a id="pb465" href="#pb465">465</a>]</span>de overwinning der liefde, de redding der goede zeden, het herstel van de orde. -</p> -<p>Maar een nog grootere sensatie verwekte het binnentreden van Benedetta aan de zijde -van Dario. Deze kalme onverschilligheid voor de gewone convenances, deze overwinning -van haar in het openbaar beleden liefde op denzelfden dag, dat haar huwlijk nietig -verklaard was, leek een zoo aantrekkelijke vermetelheid, een zoo kranige bravoure -van jeugd en hoop, dat een algemeen gemompel van bewondering haar dadelijk vergiffenis -schonk. Evenals zooeven naar Celia en Attilio, vlogen thans aller harten naar hen -om den schoonheidsglans, waarin zij straalden, om het groote geluk, dat uitging van -hun gezichten. Dario, nog wat bleek door zijn lange bedlegerigheid, had bij zijn eenigszins -teere zwakheid, zijn mooie, heldere kinderoogen, zijn bruine baard, welke kroesde -als die van een jongen god, toch iets fiers en trotsch, waarin men het oude, vorstelijke -bloed der Boccanera’s terugvond. Benedetta, blank onder haar kroon van donkere lokken, -heel kalm, heel vastberaden, liet haar helder lachje hooren, dat bij haar zoo zeldzaam -lachje, dat in zijn onweerstaanbaar verleidelijke bekoring, haar als het ware tot -een ander wezen maakte, aan haar eenigszins krachtigen mond den charme van een bloem -gaf en haar groote, donkere, ondoorgrondelijke oogen met de helderheid als van een -onbewolkten hemel vulde. -</p> -<p>In haar terugkeerende, zoo vroolijke, zoo mooie jeugd had zij de kostelijke ingeving -gekregen een witte japon aan te trekken<span class="corr" id="xd29e4515" title="Niet in bron">,</span> een heel eenvoudige jongemeisjesjapon, die als het ware het symbool was van haar -maagdelijkheid, en verkondigde, dat zij de groote, reine lelie gebleven was voor den -echtgenoot harer keuze. Niets van haar lichaam was te zien, zelfs was de toch aan -ieder jong meisje veroorloofde uitsnijding aan haar hals niet in haar japon aangebracht. -Het was het ondoordringbare, angstaanjagende liefdesmysterie, een verheven vrouwenschoonheid, -die hier, in het wit gehuld sluimerde. Geen parure, geen juweel aan haar handen of -in haar ooren. Alleen op haar corsage een collier, de collier van een koningin, de -beroemde paarlencollier der Boccanera’s, dien zij van haar moeder geërfd had en dien -geheel Rome kende, fabelachtig groote parelen, die zij nonchalant om haar hals geworpen -had, maar die, ondanks haar eenvoudige japon, voldoende waren haar een koningin te -doen schijnen. -<span class="pagenum">[<a id="pb466" href="#pb466">466</a>]</span></p> -<p>“O,” prevelde Pierre in extase; “wat is zij mooi, wat is zij gelukkig!” -</p> -<p>Onmiddellijk had hij er spijt van zoo hardop gedacht te hebben, want hij hoorde naast -zich een doffen klaagtoon als van een wild dier, een onwillekeurig gebrom, dat hem -er plotseling aan herinnerde, dat de graaf naast hem stond. Maar deze verstikte dadelijk -den kreet van zijn zoo ruw weer geopende wond en vond zelfs nog de kracht een brutale -vroolijkheid te huichelen. -</p> -<p>“Bliksems, zij durven. Straks zullen ze nog in tegenwoordigheid van ons allen trouwen -en naar bed gaan!” -</p> -<p>Maar dan had hij spijt van die ruwe scherts, waarin de pijn van zijn onbevredigde -mannelijke begeerte zich maar al te duidelijk deed gevoelen, en nam hij een onverschillige -houding aan. -</p> -<p>“Zij is werkelijk mooi vanavond. U moet weten, dat zij de mooiste schouders van de -wereld heeft; het is een groot succes voor haar, dat zij nog mooier lijkt, nu zij -ze niet laat zien.” -</p> -<p>Het gelukte hem onverschillig verder te praten en nog allerlei kleine bijzonderheden -te vertellen omtrent haar, die hij hardnekkig “gravin” bleef noemen. Maar hij had -zich, blijkbaar uit vrees, dat men zijn bleekheid en het zenuwachtige trekken van -zijn lippen opmerken zou, wat dieper in de vensternis teruggetrokken. Hij was niet -meer in staat te strijden, naast de zoo naïef ten toon gespreide vreugde van het jonge -paar lachend en onbeschaamd op te treden, zoodat de komst van het koninklijk echtpaar -een groote opluchting voor hem was. -</p> -<p>“Daar zijn Hunne Majesteiten,” riep hij, terwijl hij door het raam keek. “Kijk eens -wat een gedrang op straat!” -</p> -<p>Inderdaad drong, niettegenstaande de ramen gesloten waren, het tumult van een groote -menigte in de zaal door. Toen Pierre naar buiten keek, zag hij in het licht der electrische -lampen een deinende zee van menschenhoofden den rijweg overstroomen en om de koetsen -heendringen. Reeds had hij op zijn dagelijksche wandelingen in de villa Borghese den -koning ontmoet, die daar, als een eenvoudig burger, zonder gevolg of escorte, alleen -vergezeld door een aide-de-camp, heen reed. Dikwijls was hij heelemaal alleen en stuurde -zelf een lichten phaëton, waarin nog slechts een rijknecht in zwarte livrei zat. Zelfs -had hij eenmaal de koningin medegenomen en beiden zaten naast elkaar als een <span class="pagenum">[<a id="pb467" href="#pb467">467</a>]</span>gelukkig echtpaar, dat voor zijn pleizier uit is. Ook nog andere bijzonderheden omtrent -het Quirinaal waren Pierre ter oore gekomen: men had hem verteld van de goedheid en -den eenvoud van den koning, van zijn verlangen naar vrede, van zijn hartstocht voor -de jacht, voor de eenzaamheid in het vrije veld, die hem in zijn afkeer voor de macht -dikwijls van een ongedwongen leven deed droomen—ver van die autoritaire heerscherswerkzaamheden, -waarvoor hij niet geschapen scheen te zijn. Maar vooral de koningin werd aangebeden; -zij was zeer beschaafd, ontwikkeld, goed op de hoogte van talen en letterkunde en -voelde zich gelukkig intelligent te zijn en ver boven haar omgeving uit te steken. -Zij wist het en liet het gaarne met een volmaakte lieftalligheid blijken. -</p> -<p>Prada, die evenals Pierre zijn gezicht tegen het raam gedrukt hield, wees hem met -een gebaar op de menigte. -</p> -<p>“Nu zij de koningin gezien hebben, zullen zij gelukkig en tevreden gaan slapen. En -er is, dat verzeker ik u, daar beneden geen enkele politie-agent … O, bemind te worden, -bemind te worden!” -</p> -<p>Zijn pijn overweldigde hem weer; hij wendde zich opnieuw naar de galerij. -</p> -<p>“Let goed op, waarde heer. De <span class="corr" id="xd29e4535" title="Bron: entrée">entree</span> van Hunne Majesteiten mag u niet missen, dat is het mooiste van het geheele feest.” -</p> -<p>Enkele minuten verliepen; dan hield het orkest plotseling midden in een polka op en -zette met al de kracht van zijn koperen instrumenten de koningsmarsch in. De dansers -maakten het midden van de zaal vrij. Begeleid door prins en prinses Buongiovanni, -die hen beneden aan de trap ontvangen hadden, traden Hunne Majesteiten binnen. De -koning was eenvoudig in rok, de koningin droeg een stroogele, met prachtige witte -kant gegarneerde japon van satijn; onder den diadeem van brillanten, die haar mooi -blond haar omgaf, straalde een rond, frisch, jeugdig gezichtje vol vriendelijkheid, -zachtheid en geest. De muziek speelde nog steeds met geestdriftig-verwelkomende heftigheid. -Achter haar vader en haar moeder kwam Celia, dan Attilio, de Sacco’s, bloedverwanten -en officieele persoonlijkheden. -</p> -<p>Eindelijk zweeg het orkest en kon men met het voorstellen beginnen. Hunne Majesteiten, -die Celia reeds kenden, wenschten haar met ouderlijke vriendelijkheid geluk. Maar -Sacco stond er, als minister zoowel als vader, op zijn zoon <span class="pagenum">[<a id="pb468" href="#pb468">468</a>]</span>Attilio voor te stellen. De kleine man kromde zijn lenige ruggegraat, wist de passende -mooie woorden te vinden, zoodat hij den luitenant voor den koning deed buigen, terwijl -hij voor de koningin de huldiging van den knappen, zoo hartstochtelijk beminden jongen -man reserveerde. Weer toonden Hunne Majesteiten een groote vriendelijkheid, zelfs -tegenover mevrouw Sacco, die zich als altijd bescheiden op den achtergrond hield. -Doch dan gebeurde iets, dat, van salon tot salon verder verteld, eindelooze commentaren -zou verwekken. Toen de koningin Benedetta zag, die graaf Prada haar na zijn huwlijk -voorgesteld had en voor wie zij om haar schoonheid en haar charme een bewonderende -sympathie had opgevat, lachte zij haar toe, zoodat de jonge vrouw wel naar haar toe -moest gaan en de buitengewone onderscheiding genoot eenige oogenblikken een gesprek -te mogen voeren, waarin de koningin haar enkele vriendelijke woorden toevoegde, die -alle omstanders konden hooren. -</p> -<p>Blijkbaar wist de koningin niets van de groote gebeurtenis van den dag, het nietig -verklaarde huwlijk met Prada, de aanstaande echtverbintenis met Dario, die bij dit -feest openlijk geannonceerd werd, zoodat dit thans als het ware gegeven werd voor -een dubbele verloving. Maar de indruk was er niet minder om, men sprak over niets -meer dan over de complimenten, die de deugdzaamste en intelligentste van alle koninginnen -tot Benedetta gericht had. Haar triomf werd er des te grooter door; zij werd in dit -geluk eindelijk den uitverkoren echtgenoot toe te behooren, nog mooier, nog trotscher, -nog zegepralender. -</p> -<p>Het was voor Prada een onuitsprekelijke kwelling. Terwijl de souvereinen cercle bleven -houden, de koningin van de dames, die haar kwamen begroeten, de koning voor de officieren, -diplomaten en andere hoogwaardigheidsbekleeders, zag Prada niets anders dan Benedetta, -die geluk gewenscht, gevleid, door liefde en roem omgeven werd. Dario stond naast -haar, genoot en straalde met haar. Voor hen werd het bal gegeven, voor hen schitterden -de lampen, voor hen speelde het orkest, hadden de mooie vrouwen van Rome zich gedecolleteerd, -en prijkten nu met haar van diamanten fonkelende boezems; voor hen waren Hunne Majesteiten -op de klanken van de koningsmarsch gekomen; voor hen veranderde dit feest in een apotheose; -voor hen glimlachte een aangebeden vorstin; voor hen bracht zij als de goede fee uit -de sprookjes, wier komst het geluk der jonggeborenen verzekert, <span class="pagenum">[<a id="pb469" href="#pb469">469</a>]</span>aan dit verlovingsfeest het geschenk van haar aanwezigheid! -</p> -<p>Dit uur van buitengewone schittering beteekende het toppunt van geluk en jubel, de -zege van deze vrouw, wier schoonheid de zijne geweest was, zonder dat hij haar had -kunnen bezitten, de zege van dezen man, die haar hem nu ontrooven zou—een zoo openlijke, -voor hem zoo smadelijke zege, dat zij hem, brandend als een kaakslag, midden in zijn -gezicht trof. Maar niet alleen zijn hoogmoed en zijn hartstocht bloedden, door den -triomf der Sacco’s voelde hij zich ook in zijn vermogen bedreigd. Was het dus waar, -dat het verschrikkelijke klimaat van Rome ten slotte de ruwe veroveraars van het Noorden -bedierf, dat hij dit gevoel van moeheid en uitputting kreeg. Dezen zelfden dag had -hij in Frascati bij die ongelukkige bouwgeschiedenis zijn fortuin hooren kraken, hoewel -hij zich nog niet bekennen wilde, dat zijn zaken, zooals het gerucht wilde, slecht -stonden. -</p> -<p>En nu zag hij dezen avond te midden van het feest het Zuiden overwinnen, zag hij Sacco -de overhand krijgen als een, die op zijn gemak leeft van de warme buit, welke hij -gulzig in de brandende zon gemaakt heeft. Sacco, de minister, Sacco, de vertrouwde -des konings, Sacco, die zich door het huwlijk van zijn zoon verbond met een der edelste -families van de Romeinsche aristocratie, die op weg was eenmaal de meester van Rome -en Italië te worden, die nu reeds met volle handen in het geld en in het volk wroette—die -Sacco was een nieuwe slag voor de ijdelheid, voor de altijd nog weer vraatzuchtige -en gulzige begeerten van dezen genotzoeker, die zich vóór het einde van het feestgelag -van de tafel gedrongen zag! Alles stortte ineen, niets bleef hem over: Sacco ontstal -hem zijn millioenen, Benedetta liet in hem die vreeselijke wonde van onbevredigde -zinsbegeerte achter, waarvan hij nooit meer genezen zou. -</p> -<p>Op dat oogenblik hoorde Pierre weer dien klaagtoon als van een wild dier, dat onwillekeurige -en wanhopige gebrom, dat hem reeds eenmaal zoo onaangenaam getroffen had. Hij keek -den graaf aan en vroeg: -</p> -<p>“Hebt u pijn?” -</p> -<p>Maar bij het zien van dezen bleeken man, die door een bovenmenschelijke krachtsinspanning -een groote kalmte wist te bewaren, had hij onmiddellijk reeds spijt om die indiscrete -vraag, welke trouwens onbeantwoord bleef. Om hem wat af te leiden, sprak hij luide -de gedachten uit, die het zien van al die pracht en praal in hem opwekte. -<span class="pagenum">[<a id="pb470" href="#pb470">470</a>]</span></p> -<p>“Uw vader had wel gelijk! Wij Franschen met onze zelfs in deze dagen van algemeenen -twijfel zoo streng Katholieke opvoeding zien in Rome nog steeds het eeuwenoude Rome -der pausen, zonder van de diep-ingrijpende veranderingen, die er ieder jaar meer het -Italiaansche Rome van heden van maken, iets te weten, iets te kunnen begrijpen. Als -u eens wist hoe ik bij mijn aankomst den koning en zijn regeering en dit jonge volk, -dat bezig is zich een groote hoofdstad te scheppen, als een <i lang="fr">quantité négligeable</i> beschouwde! Ja, in mijn droom, om tot heil der volkeren Rome, een nieuw Christelijk -en Evangelisch Rome tot nieuw leven te wekken, schoof ik dat alles ter zijde, hield -ik er geen rekening mede.” -</p> -<p>Hij lachte zachtjes, had medelijden met zijn onschuldige naïeveteit; met een gebaar -wees hij naar de galerij, naar prins Buongiovanni, die op dat oogenblik voor den koning -boog, naar de prinses, die naar de galanterieën van Sacco luisterde—naar de overwonnen -pauselijke aristocratie, naar de parvenu’s, die thans in de hoogste kringen werden -toegelaten, naar de witte en de zwarte kringen, die zóó vermengd waren, dat er niets -meer dan onderdanen waren, die op het punt stonden één eenig volk te vormen. Wezen -bij het zien van de dagelijksche evolutie, van deze vroolijke, lachende, opgesierde -mannen en vrouwen, de feiten, zoo niet de principes, erop, dat een verzoening tusschen -het Quirinaal en het Vaticaan onmogelijk was? Men moest leven, liefhebben, bemind -worden, nieuw leven scheppen! Het huwlijk van Celia en Attilio zou het symbool worden -van de noodzakelijke vereeniging: jeugd en liefde zouden den ouden haat overwinnen, -alle twisten zouden vergeten worden in de omarming van den mooien jongen man, die -komt en het mooie veroverde meisje in zijn armen wegdraagt, opdat de wereld kan voortduren. -</p> -<p>“Kijk toch eens,” zeide Pierre weer. “Hoe mooi, hoe jong, hoe vroolijk is het jonge -paar, hoe lacht het de toekomst toe! Ik begrijp heel goed, dat uw koning hier gekomen -is, om zijn minister een genoegen te doen en een der oudste Romeinsche families voor -zijn troon te winnen. Dat is goede, flinke, vaderlijke politiek. Maar ik zou ook gaarne -gelooven, dat hij de roerende beteekenis van dit huwlijk begrepen heeft: het oude -Rome, dat zich in den persoon van dit mooie, zoo naïeve, zoo verliefde kind, geeft -aan het jonge Italië, aan dezen zoo enthousiasten en zoo rechtschapen jongen man, -die zoo kranig zijn uniform draagt. Moge hun <span class="pagenum">[<a id="pb471" href="#pb471">471</a>]</span>huwlijk beslissend en vruchtbaar zijn, moge daaruit het groote land geboren worden, -dat ik u, nu ik u begin te leeren kennen, zoo van harte gaarne zou zien worden.” -</p> -<p>In zijn smart over het wankelen van zijn oud ideaal van een Evangelisch en universeel -Rome had hij dien wensch voor een nieuw geluk van de eeuwige stad met een zóó diepe -ontroering uitgesproken, dat Prada ondanks zichzelf antwoordde: -</p> -<p>“Ik dank u. Dat is een wensch, die in het hart van iederen goeden Italiaan leeft.” -</p> -<p>Maar de woorden stokten in zijn keel. Terwijl hij naar Celia en Attilio keek, zag -hij hoe Benedetta en Dario met hetzelfde glimlachje van onbeperkt geluk naar hen toe -gingen. En toen hij de beide paren daar zoo stralend en triompheerend van geluk en -levensvreugde samen zag, had hij niet meer de kracht daar te blijven, hen te zien -en te lijden: -</p> -<p>“Ik heb een vreeselijke dorst,” zeide hij. “Ga mee aan het buffet wat drinken.” -</p> -<p>Hij manoeuvreerde achter de menigte door, langs de ramen, om niet gezien te worden, -terwijl hij naar de aan het uiteinde der galerij gelegen deur van de antieken-zaal -ging. -</p> -<p>Toen Pierre hem volgde, werden zij door een menigte menschen gescheiden; de priester -werd medegevoerd in de richting van de twee paren, die nog steeds met elkaar stonden -te praten. Celia, die hem zag, riep hem met een vriendschappelijk handgebaar. In haar -vurige vereering voor de schoonheid stond zij in extase voor Benedetta en vouwde haar -kleine lelie-handen voor haar als voor de Madonna. -</p> -<p>“O, mijnheer de abbé, doe mij eens het groote pleizier tegen haar te zeggen, dat zij -mooi is, mooier dan het mooiste dat er op aarde is, mooier dan de zon, de maan en -de sterren!… O, lieveling, ik krijg er gewoon het kippenvel van, je zoo mooi te zien -als het geluk, zoo mooi als de liefde!” -</p> -<p>Benedetta begon te lachen, terwijl de jonge mannen elkaar vroolijk aankeken. -</p> -<p>“Jij bent even mooi als ik, lieveling … Wij zijn mooi, omdat we gelukkig zijn.” -</p> -<p>“Ja, ja, gelukkig,” herhaalde Celia zacht. “Herinner je je den avond nog wel, dat -je tegen me zei, dat het niet mogelijk was den paus en den koning te laten trouwen. -Nou doen Attilio en ik het en toch zijn we zóó gelukkig!” -</p> -<p>“Maar Dario en ik doen het niet,” antwoordde Benedetta vroolijk; “integendeel! Maar -herinner je nu ook jouw antwoord <span class="pagenum">[<a id="pb472" href="#pb472">472</a>]</span>maar: Het is voldoende, als men elkaar liefheeft, dan redt men de wereld.” -</p> -<p>Toen Pierre eindelijk in de antieken-zaal, waarin het buffet stond, komen kon, vond -hij daar Prada onbeweeglijk staan. Hij stond als vastgenageld; zijn oogen dronken -den vreeselijken aanblik in, dien hij had willen ontvluchten. Hij had zich moeten -omdraaien, kijken, steeds weer kijken. Zoo zag hij met bloedend hart het weer beginnen -van den dans, de eerste figuur van een quadrille, die het orkest met de volle klanken -van zijn koperen instrumenten speelde. Benedetta en Dario, Celia en Attilio stonden -vis-à-vis tegenover elkaar, en deze beide jonge, gelukkige paren zagen er in het schitterende -licht en in de volheid en den geur van hun liefde zoo bekoorlijk, zoo aanbiddelijk -uit, dat de koning en de koningin naderbij traden. Er weerklonken bewonderende bravo’s, -een oneindige teederheid vloeide uit alle harten. -</p> -<p>“Ik verga van de dorst, ga mee!” herhaalde Prada, die eindelijk de kracht vond zich -uit zijn marteling los te rukken, ruw. -</p> -<p>Hij liet zich een glas ijslimonade geven en dronk het in één teug leeg op de gulzige -manier van een koortslijder, die het inwendige vuur, waardoor hij verteerd wordt, -niet blusschen kan. -</p> -<p>De antieken-zaal was een groot, met mozaïek ingelegd vertrek, waarin zich tegen de -muren een beroemde collectie vasen, bas-reliefs en beelden bevond. Het marmer voerde -den boventoon, hoewel er toch ook enkele bronzen waren, o. a. een stervende gladiator -van onvergelijkelijke schoonheid. Maar het glanspunt vormde de beroemde Venus, een -pendant van de Capitolijnsche Venus, doch fijner en slanker, terwijl de linkerarm -in een gebaar van wellustige overgave afhing. Dien avond wierp een groote electrische -reflector een verblindend daglicht op haar, en het marmer scheen in zijn goddelijke -en reine naaktheid een bovenmenschelijk, onsterfelijk leven te bezitten. -</p> -<p>Tegen den achtermuur had men het buffet opgesteld, een lange, met een geborduurd laken -bedekte tafel vol ooft, gebak en koud vleesch. Bloemruikers waren gezet tusschen champagneflesschen, -warme punch, sorbets, een leger van glazen, kopjes en bekers, een grooten rijkdom -van in het licht fonkelend kristal, <span class="corr" id="xd29e4588" title="Bron: porcelein">porselein</span> en zilverwerk. Een nieuwigheid was, dat men de eene helft der zaal gevuld had met -rijen kleine tafeltjes, waaraan de gasten, in plaats van staande <span class="pagenum">[<a id="pb473" href="#pb473">473</a>]</span>iets te gebruiken, konden gaan zitten en zich laten bedienen als in een café. -</p> -<p>Pierre zag aan een dier kleine tafeltjes Narcisse met een dame zitten: toen Prada -Lisbeth herkende, ging hij naar haar toe. -</p> -<p>“U ziet, dat u mij in schoon gezelschap vindt,” zeide de <span class="corr" id="xd29e4596" title="Bron: gezantschaps-attaché">gezantschapsattaché</span> galant. “Nadat ik u verloren had, kon ik niets beters doen dan mevrouw mijn arm aanbieden -en haar hierheen brengen.” -</p> -<p>“Een prachtig denkbeeld,” zeide Lisbeth met haar beminlijk lachje; “te meer, daar -ik een vreeselijken dorst had.” -</p> -<p>Zij hadden zich café glacé laten brengen, die zij langzaam met kleine vermeillepeltjes -aten. -</p> -<p>“Ik verga ook van dorst,” zeide de graaf. “Ik kan niet genoeg drinken … U vindt het -toch goed, dat we hier ook plaats nemen, waarde heer? De koffie zal me misschien wat -kalmeeren … Lieve vriendin, mag ik je mijnheer den abbé Froment voorstellen, een der -voornaamste jonge Fransche priesters?” -</p> -<p>Met hun vieren bleven zij lang zoo zitten; zij praatten en maakten zich vroolijk over -de gasten, die nu en dan binnenkwamen. Maar Prada bleef ondanks zijn gewone galanterie -voor zijn vriendin gepreoccupeerd; sommige oogenblikken vergat hij zelfs haar tegenwoordigheid -en keerden zijn oogen terug naar de galerij ernaast, vanwaar de muziek en het dansen -tot hem doordrong. -</p> -<p>“Waar zit je toch zoo aan te denken?” vroeg Lisbeth, toen zij hem zoo bleek en als -in gedachten verzonken zitten zag. “Voel je je niet lekker?” -</p> -<p>Hij gaf er geen antwoord op, maar zeide plotseling: -</p> -<p>“Kijk, daar heb je nu het echte liefdespaar—dat is de liefde en het geluk.” -</p> -<p>En hij wees met een bijna onmerkbaar handgebaar naar markiezin Montefiori, de moeder -van Dario, en haar tweeden man Jules Laporte, den voormaligen sergeant der Zwitsersche -garde, die vijftien jaar jonger was dan zij, dien zij met haar steeds nog prachtige -vlammenoogen op den Corso opgevischt en van wien zij triomphantelijk een markies Montefiori -gemaakt had, om hem geheel voor zich te bezitten. Op bals en soirées liet zij hem -geen oogenblik los, hield hem tegen de etiquette in aan haar arm, liet zich door hem -naar het buffet leiden, zoo gelukkig maakte het haar den mooien man, op wien zij trots -was, te kunnen laten zien. Nu <span class="pagenum">[<a id="pb474" href="#pb474">474</a>]</span>dronken zij beiden staande champagne en aten sandwiches—zij, ondanks haar vijftig -jaar nog een buitengewone, krachtige schoonheid, hij, met zijn wapperende snor en -zijn trotsche houding, een gelukkige avonturier, wiens vroolijke brutaalheid in den -smaak der dames viel. -</p> -<p>“Zij heeft hem uit een penibele zaak moeten redden,” ging de graaf op fluisterenden -toon voort. “Hij handelde in reliquieën, kon met moeite zijn brood verdienen door -als tusschenpersoon op te treden voor de Fransche en Belgische kloosters, en was een -heelen handel in valsche reliquieën begonnen. Hier wonende Joden maakten kleine ouderwetsche -reliquieën-kastjes met stukjes schapenbeen, alles met het zegel en de onderteekening -van de meest authentieke autoriteiten. Men heeft de zaak, waarin eveneens drie prelaten -betrokken waren, in den doofpot gestopt … Een gelukkige kerel! Kijk eens, hoe zij -hem met haar oogen verslindt! En ziet hij er niet uit als een grand’seigneur, zooals -hij het bord vasthoudt, waarvan zij een stukje kip eet.” -</p> -<p>Dan bleef hij met bittere, grimmige ironie over de Romeinsche amourettes vertellen. -De Romeinsche vrouwen waren onwetend, koppig en jaloersch. Wanneer een vrouw een man -veroverd had, behield zij hem haar heele leven, werd hij haar eigendom, haar zaak, -waarover zij op ieder uur naar welgevallen beschikte. En hij somde eindelooze liaisons -op, o. a. die van donna Serafina en Morano, welke werkelijke huwlijken geworden waren; -en hij spotte over het gemis aan phantasie, met die volkomen en al te drukkende overgave, -met de burgerlijk makende zoenen, waaraan, wanneer er ooit een einde aan kwam, slechts -een einde kon komen te midden van de onaangenaamste catastrophen. -</p> -<p>“Maar wat scheelt je toch, lieve vriend, wat scheelt je toch?” riep Lisbeth lachende -uit. “Wat je ons daar vertelt is juist heel aardig. Wanneer je van elkaar houdt, moet -je altijd van elkaar houden.” -</p> -<p>Zij zag er met haar fijne, blonde, weerbarstige haren en in haar teere, blonde naaktheid -werkelijk bekoorlijk uit; Narcisse, die haar met zijn half gesloten oogen kwijnend -aankeek, vergeleek haar met een figuur van Botticelli, dat hij te Florence gezien -had. Pierre was weer in zijn sombere overpeinzingen teruggevallen, toen hij een dame, -die voorbijliep, hoorde zeggen, dat de cotillon reeds gedanst werd. Hij herinnerde -zich plotseling de afspraak, die hij met monsignor Nani gemaakt had. -<span class="pagenum">[<a id="pb475" href="#pb475">475</a>]</span></p> -<p>“Gaat u al weg?” vroeg Prada, die zag, dat de priester afscheid nam van Lisbeth. -</p> -<p>“Neen, neen, nog niet.” -</p> -<p>“Dan is het goed. Ga niet weg zonder mij. Ik wil nog graag wat loopen, dan breng ik -u thuis … U vindt me hier terug!<span class="corr" id="xd29e4621" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>Pierre moest twee salons doorgaan vóór hij, heelemaal aan het einde, aan de kleine -spiegelzaal kwam. Het was inderdaad een wondervertrek, gehouden in een kostelijken -rococostijl, en vormde een rotonde van matte spiegels in prachtig verguld en gebeeldhouwde -lijsten. Zelfs aan de zoldering zetten de spiegels zich in hellende vakken voort, -zoodat aan alle kanten de beelden vermenigvuldigd en tot in het oneindige teruggekaatst -werden. Gelukkig waren hier geen electrische lampen aangebracht; er brandden slechts -twee met rose kaarsen beladen kroonluchters. Het behang en de meubelen waren van lichtblauwe -zijde. -</p> -<p>Pierre zag onmiddellijk monsignor Nani op een lagen canapé zitten. Zooals de laatste -gehoopt had, was hij geheel alleen, daar de cotillon de menigte naar de galerij gelokt -had. Er heerschte een diepe stilte, nauwelijks hoorde men het orkest, dat hier in -een zachten fluittoon wegstierf. -</p> -<p>De priester excuseerde zich, dat hij op zich had laten wachten. -</p> -<p>“Volstrekt niet noodig,” antwoordde monsignor met zijn onuitputtelijke vriendelijkheid, -“ik voelde mij in dit asyl heel rustig … Toen de menigte mij te dreigend werd, ben -ik hierheen gevlucht.” -</p> -<p>Hij noemde het koninklijk echtpaar niet, maar gaf te verstaan, dat hij uit beleefdheid -hun aanwezigheid vermeden had. Hij was slechts gekomen uit groote sympathie voor Celia—en -ook uit een oogpunt van diplomatie, opdat het niet den schijn zou hebben, alsof het -Vaticaan geheel brak met de Buongiovanni’s, de oude, in de annalen van het pausdom -zoo beroemde familie. Ongetwijfeld kon het Vaticaan dit huwelijk, dat het oude Rome -met het jonge koninkrijk Italië scheen te vereenigen, niet goedkeuren; maar toch wilde -het niet den schijn aannemen te verdwijnen en zijn belangstelling te verliezen door -zijn trouwste dienaren in den steek te laten. -</p> -<p>“Maar nu,” ging de prelaat voort, “moeten we over u spreken, mijn waarde zoon … Ik -heb u reeds gezegd, dat, al moge de Indexcongregatie tot de veroordeeling van uw <span class="pagenum">[<a id="pb476" href="#pb476">476</a>]</span>boek besloten hebben, het vonnis eerst overmorgen aan den Heiligen Vader voorgelegd -en door hem geteekend zal worden. Gij hebt dus nog aan geheelen dag voor u.” -</p> -<p>Pierre kon zich niet weerhouden hem in de rede te vallen. -</p> -<p>“Maar wat moet ik doen, monsignor? Ik heb reeds nagedacht, maar ik kan geen enkele -manier, geen enkel middel vinden, om mij te verdedigen. … Zijne Heiligheid kan ik -toch niet spreken, nu hij ziek is!” -</p> -<p>“O ziek, ziek,” prevelde Nani op zijn slimme manier. “Zijne Heiligheid voelt zich -reeds veel beter, want ik heb vandaag, zooals alle Woensdagen, de eer gehad door hem -ontvangen te worden. Wanneer hij wat moe is en men dan zegt, dat hij ziek is, laat -hij de menschen praten, dat stelt hem in staat wat te rusten.” -</p> -<p>Maar Pierre was te wanhopig, om aandachtig te kunnen luisteren. -</p> -<p>“Neen, het is uit,” ging hij voort. “U hebt daareven over een wonder gesproken, maar -ik geloof niet meer aan wonderen. Nu ik te Rome verslagen ben, ga ik weer terug naar -Parijs, waar ik den strijd zal voortzetten … Ja, mijn ziel kan er zich niet bij neerleggen, -mijn hoop op redding door liefde kan niet sterven; ik zal een nieuw boek schrijven -en daarin zeggen in welke nieuwe aarde de nieuwe godsdienst opgroeien moet.” -</p> -<p>Er volgde een stilte. Nani keek hem aan met zijn heldere oogen, welker intelligente -uitdrukking de scherpte van staal had. In de diepe stilte, in de zware, heete atmospheer -van de kleine zaal, waarvan de spiegels de tallooze kaarsen weerkaatsten, drong plotseling -een luidere uitbarsting van het orkest door. Langzame, wiegende walstonen klonken -en stierven weer weg. -</p> -<p>“Mijn waarde zoon, toorn is altijd verkeerd … Herinnert ge u, dat ik u bij uw aankomst -beloofd heb, om, wanneer ge vergeefs getracht zoudt hebben door den Heiligen Vader -ontvangen te worden, zelf op mijn beurt een poging te zullen doen? Neen, luister nu -kalm en wind u niet op,” ging hij voort, toen hij zag, dat de priester zenuwachtig -werd. “Zijne Heiligheid krijgt, helaas, niet altijd even verstandige adviezen. De -paus heeft personen om zich heen, wier toewijding niet steeds met de zoo gewenschte -intelligentie gepaard gaat. Ik heb u dat al meer gezegd en u voor onberaden stappen -gewaarschuwd. Daarom heb ik, reeds drie weken geleden, <span class="pagenum">[<a id="pb477" href="#pb477">477</a>]</span>den voorzorgsmaatregel genomen om zelf uw boek aan den Heiligen Vader ter hand te -stellen, in de hoop, dat het hem zou behagen een blik daarin te slaan. Ik vermoedde -wel, dat men dat nooit zou doen … En nu heb ik de opdracht gekregen u te zeggen: De -Heilige Vader, die de buitengewoon groote goedheid gehad heeft <span class="corr" id="xd29e4643" title="Bron: u">uw</span> boek te lezen, verlangt beslist u te spreken.” -</p> -<p>Een kreet van vreugde en dank sprong uit Pierre’s keel. -</p> -<p>“O, monsignor! O, monsignor!” -</p> -<p>Maar Nani legde hem het zwijgen op en keek ongerust rond, als was hij bang, dat men -hem zou kunnen hooren. -</p> -<p>“Stil, stil! Het is een geheim! Zijne Heiligheid wil u particulier ontvangen, zonder -iemand in het vertrouwen te nemen. Luister goed. Het is nu twee uur in den ochtend, -nietwaar? Welnu vanavond om negen precies moet u zorgen aan het Vaticaan te zijn en -aan iedere deur naar mijnheer Squadra vragen. Overal zal men u dan laten <span class="corr" id="xd29e4652" title="Bron: passèeren">passeeren</span>. Boven zal mijnheer Squadra u wachten en binnen brengen … Maar aan niemand een woord -hierover. Geen levende ziel mag er ook maar het minste vermoeden van hebben!” -</p> -<p>Het geluk en de dankbaarheid van Pierre kenden geen grenzen meer; hij greep de weeke, -dikke handen van den prelaat. -</p> -<p>“O, monsignor, hoe moet ik aan mijn dankbaarheid uitdrukking geven? In mijn ziel was -nacht en verzet en opstand, sedert ik mij voelde als een speelbal van die machtige -Eminenties, die zich vroolijk over mij maakten!… Maar u redt mij, ik ben weer zeker -te zullen overwinnen, nu ik mij eindelijk aan de voeten zal kunnen werpen van Zijne -Heiligheid, den Vader van alle waarheid en gerechtigheid. Hij moet mij vrijspreken—mij, -die hem liefheb, die hem bewonder, die overtuigd ben nooit anders dan voor zijn politiek -en voor zijn dierbaarste ideeën gestreden te hebben … Neen, neen, het is onmogelijk, -hij zal niet teekenen, hij zal mijn boek niet veroordeelen!” -</p> -<p>Nani, die zijn handen losgemaakt had, trachtte hem met een vaderlijk gebaar tot kalmte -te brengen, zonder dat daarbij een minachtend glimlachje over zooveel nutteloos verspilde -geestdrift van zijn lippen week. Het gelukte hem den priester te kalmeeren en hij -verzocht hem dan heen te gaan. Het orkest was weer begonnen te spelen. Toen de priester, -hem nogmaals dankend, wegging, zeide hij eenvoudig: -</p> -<p>“Herinner u, mijn waarde zoon, dat alleen gehoorzaamheid groot is.” -<span class="pagenum">[<a id="pb478" href="#pb478">478</a>]</span></p> -<p>Pierre, die nu nog slechts aan weggaan dacht, vond bijna dadelijk Prada in de wapenzaal -terug. Hunne Majesteiten hadden juist, uitgeleide gedaan door de Buongiovanni’s en -de Sacco’s, het bal verlaten. De koningin had Celia een moederlijken kus gegeven, -terwijl de koning Attilio de hand drukte, een eer, waarover de beide families straalden. -Vele gasten volgden het voorbeeld van het koninklijk echtpaar en gingen reeds in kleine -groepen weg. De graaf, die buitengewoon opgewonden scheen en nog bitterder en grimmiger -geworden was, brandde eveneens van ongeduld om weg te gaan. -</p> -<p>“Bent u daar eindelijk? Ik heb op u gewacht. Laten we maken, dat we wegkomen. Uw landgenoot, -mijnheer Habert, heeft mij gevraagd u te zeggen, dat u maar niet naar hem zoeken moet. -Hij heeft mijn vriendin Lisbeth naar haar rijtuig gebracht … Maar ik voel behoefte -aan frissche lucht; ik zal u naar de Via Giulia brengen.” -</p> -<p>Toen zij in de garderobe hun jassen aantrokken, kon hij niet nalaten te grijnslachen -en er op ruwen toon aan toe te voegen: -</p> -<p>“Ik heb uw vrienden met hun vieren zien weggaan; en u hebt groot gelijk, dat u te -voet naar huis gaat, want er was geen plaats meer voor u in de karos … Die donna Serafina! -Wat een onbeschaamdheid op haar leeftijd met haar Morano hier te komen, om te geuren -met den terugkeer van den trouwelooze … En die twee anderen, die twee jongen! O, ik -wil volstrekt niet ontkennen, dat het me moeilijk valt kalm over hen te praten, want -zij hebben vanavond door hier te verschijnen een zeldzaam brutaal en onbeschaamd stukje -uitgehaald!” -</p> -<p>Zijn handen beefden, terwijl hij nog mompelde: -</p> -<p>“Goede reis, goede reis, jonge man, wanneer je naar Napels gaat!… Ja, ik heb gehoord, -dat men tegen Celia zeide, dat hij vanavond om zes uur vertrekt. Nu, mijn beste wenschen -vergezellen hem! Goede reis!” -</p> -<p>Buiten, nu zij uit de benauwde hitte der zalen in de heldere, koele, frissche nachtlucht -kwamen, voelden beide mannen zich opgelucht. Het was een prachtige vollemaannacht, -een van die Romeinsche nachten, waarin de stad, als door een droom der oneindigheid -gewiegd, sluimert onder den wijden hemel. Zij volgden den Corso en den Corso Victor -Emanuele. -</p> -<p>Prada was wat kalmer geworden, maar hij bleef ironisch, blijkbaar om zich te bedwelmen -begon hij met een koortsachtige <span class="pagenum">[<a id="pb479" href="#pb479">479</a>]</span>luidruchtigheid weer over de Romeinsche vrouwen, over het feest, dat hij schitterend -gevonden had en waarover hij zich nu vroolijk maakte. -</p> -<p>“Ja, zij hebben mooie japonnen, maar die haar niet staan, japonnen, die zij uit Parijs -laten komen, maar natuurlijk niet hebben kunnen passen. Het is precies als met haar -edelgesteenten, zij hebben nog diamanten en vooral buitengewoon mooie paarlen, maar -zoo zwaar en grof gezet, dat zij per slot van rekening foei-leelijk zijn. En als u -eens wist hoe dom en triviaal zij onder haar schijnbaren trots zijn! Alles ligt bij -haar aan de oppervlakte, zelfs de godsdienst, daaronder is niets dan een onpeilbare -diepte. Ik heb haar aan het buffet gulzig zien eten. Ja, eten, dat kunnen ze! Maar -ik moet er u op wijzen, dat zij zich vanavond netjes gedragen hebben, ze hebben niet -te veel naar binnen geschrokt. Doch als u eens een Hofbal bij kon wonen, dan zoudt -u eens een plundering zien: het buffet wordt dan belegerd, de schotels verslonden, -het is een gedrang van een ongekende vraatzucht!” -</p> -<p>Pierre antwoordde slechts met monosyllaben. Hij gaf zich geheel over aan zijn groote -vreugde over de audiëntie, die hij bij den paus zou hebben, droomde er reeds van, -bereidde haar voor tot in de kleinste bijzonderheden, zonder er iemand deelgenoot -van te kunnen maken. De stappen der beide mannen weerklonken in de breede, verlaten, -lichte straat op het droge plaveisel, terwijl de maan de zwarte schaduwen duidelijk -afteekende. -</p> -<p>Plotseling zweeg Prada. Hij kon niet meer spreken; de vreeselijke strijd, die in hem -woedde, had hem geheel overmand en als het ware verlamd. Tweemaal had hij reeds in -zijn zak het met <span class="corr" id="xd29e4677" title="Bron: potood">potlood</span> geschreven briefje aangeraakt, waarvan hij de vier regels voor zichzelf herhaalde: -“Een legende beweert, dat de vijgeboom van Judas, doodelijk voor ieder, die eenmaal -paus worden wil, weer te Frascati groeit. Eet de vergiftigde vijgen ervan niet en -geef ze noch aan uw personeel noch aan uw kippen.” Het briefje was er nog, hij voelde -het, en hij was slechts met Pierre medegegaan, om het in de brievenbus van den palazzo -Boccanera te werpen. Hij bleef met een flinken pas doorloopen, binnen tien minuten -zou het briefje in de bus zijn: geen macht ter wereld zou hem kunnen beletten het -erin te werpen, zijn besluit stond onherroepelijk vast. Nooit zou hij de misdaad begaan -menschen te laten vergiftigen. -<span class="pagenum">[<a id="pb480" href="#pb480">480</a>]</span></p> -<p>Maar hij onderging een zoo vreeselijke marteling! Die Benedetta en die Dario hadden -zoo’n storm van ijverzuchtigen haat in hem ontketend. Hij vergat er Lisbeth door, -die hij liefhad, en het kind, dat kleine wezentje van zijn vleesch en bloed, waarop -hij zoo trotsch was. Altijd had de vrouw de manlijke veroveringsbegeerte in hem wakker -gemaakt; alleen zij, die tegenstand boden, hadden hem echt, heftig zingenot gegeven. -En nu bestond er één in de wereld, die hij gewild had, die hij gekocht had door een -huwlijk, en die zich daarna niet had willen geven. Die vrouw, die de zijne geweest -was, had hij nooit gehad, zou hij nooit hebben. Om haar te hebben, zou hij vroeger -Rome in brand gestoken hebben; nu vroeg hij zich af, wat hij doen moest, om te verhinderen, -dat zij van een ander was. Deze gedachte, de gedachte, dat die andere zou genieten -van wat hem toebehoorde, opende weer de wond, die in zijn hart bloedde. Wat zouden -zij zich samen vroolijk maken over hem! Wat een genot had het hun reeds gegeven hem -door het rondstrooien van de leugen over zijn zoogenaamde impotentie belachelijk te -maken! Hij voelde zich ondanks alle bewijzen, die hij voor zijn manlijkheid aanvoeren -kon, daardoor in zijn eer getast. Zonder het zelf te gelooven, had hij hen beschuldigd, -dat zij reeds sedert lang samen sliepen in dat sombere paleis Boccanera, welks liefdesgeschiedenissen -legendarisch waren. Thans nu zij vrij, tenminste van de kerkelijke banden bevrijd -waren, zou dat zeker het geval zijn. Hij zag ze reeds naast elkaar in hetzelfde bed, -hij riep zich hartstochtelijke visioenen voor den geest, omarmingen, kussen, de verrukkingen -van hun wellust. Neen, neen, neen, het was onmogelijk; eerder moest de hemel instorten! -</p> -<p>Toen Pierre en hij den Corso Victor Emanuele verlieten, om door de oude, smalle, kronkelende -straten in de Via Giulia te komen, zag hij weer, hoe hij het briefje in de bus zou -werpen. Dan stelde hij zich voor hoe het verder zou gaan. Het briefje zou tot den -ochtend in de bus slapen. Don Vigilio, die op speciaal bevel van den kardinaal den -sleutel van de bus onder zijn berusting had, zou vroeg naar beneden komen, den brief -vinden en aan Zijne Eminentie geven, die niet wilde, dat een ander de brieven opende. -De vijgen zouden weggeworpen worden, er zou geen misdaad meer mogelijk zijn, de zwarte -wereld zou het stilzwijgen erover bewaren. Maar wat zou er gebeuren, indien het briefje -niet in de bus was? Hij ging op die veronderstelling in en zag <span class="pagenum">[<a id="pb481" href="#pb481">481</a>]</span>duidelijk de zoo sierlijk met bladeren bedekte vijgen in haar mooi mandje ’s middags -om één uur op tafel komen. Dario was, zooals gewoonlijk, alleen met zijn oom, daar -hij pas ’s avonds naar Napels zou gaan. Oom en neef zouden samen van de vijgen eten, -of slechts een van beiden—maar wie dan. Hier werd het visioen onduidelijk. Het was -opnieuw de loop van het noodlot, het noodlot, dat hij op den terugrit van Frascati -ontmoet had, toen het, zonder tegengehouden te worden, door alle hinderpalen heen, -zijn onbekend doel tegemoet ging. Het kleine mandje vijgen ging verder, steeds verder -naar de taak, die het verrichten <i>moest</i>; geen hand ter wereld was sterk genoeg om het te beletten. -</p> -<p>De Via Giulia strekte zich eindeloos in het witte maanlicht uit en Pierre ontwaakte -voor het zwart tegen den zilveren hemel afstekende paleis Boccanera als uit een droom. -Hij voelde een rilling, toen hij naast zich dien smartelijken klaagtoon van een doodelijk -gewond wild dier hoorde, het onwillekeurige gebrom, dat de graaf in zijn vreeselijken -strijd zich weer ontvallen liet. -</p> -<p>Maar onmiddellijk lachte hij spottend, terwijl hij den priester de hand drukte: -</p> -<p>“Neen, neen, ik ga niet verder mee … Als ze me op dit uur hier zagen, zouden ze gaan -denken, dat ik weer verliefd op mijn vrouw geworden was.” -</p> -<p>Hij stak een sigaar aan en ging dan verder in den lichten nacht, zonder om te kijken. -<span class="pagenum">[<a id="pb482" href="#pb482">482</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch13" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">DERTIENDE HOOFDSTUK</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Toen Pierre wakker werd, hoorde hij het tot zijn groote verbazing elf uur slaan. Na -de vermoeienis van het bal, waar hij zoo lang gebleven was, had hij als een kind in -heerlijken vrede geslapen, als voelde hij in zijn sluimering zijn geluk. Nauwelijks -had hij zijn oogen opgeslagen, of het door het raam binnenvallend zonlicht baadde -hem in hoop. Zijn eerste gedachte was, dat hij eindelijk dien avond om negen uur den -paus zou spreken. Nog tien uur! Wat moest hij dezen gezegenden dag, welks prachtige -en heldere hemel hem zoo’n gelukkig voorteeken scheen, doen? -</p> -<p>Hij stond op, sloeg de ramen open en liet de warme lucht binnenstroomen, die hem toescheen -den vruchten- en bloemengeur te hebben, welken hij reeds op den dag van zijn aankomst -geroken had en waarvan hij vergeefs getracht had de natuur te analyseeren: een geur -van oranjeappelen en rozen. Was het mogelijk, dat men reeds in December was? Welk -een heerlijk land, waarin op den drempel van den winter April opnieuw scheen te ontbloeien! -Toen hij, na zich te hebben aangekleed, voor het raam ging staan, om naar de altijd -groene hellingen van den Janiculus aan de overzijde van den Tiber te kijken, zag hij -Benedetta bij de kleine fontein in het verwaarloosde tuintje van het paleis zitten. -En toegevend aan een drang naar leven, vroolijkheid en schoonheid ging hij naar beneden. -</p> -<p>Benedetta, stralend van geluk, uitte, terwijl zij hem haar beide handen toestak onmiddellijk -den kreet, dien hij van haar verwacht had: -</p> -<p>“Mijn beste abbé, wat ben ik gelukkig! Wat ben ik gelukkig!” -</p> -<p>Dikwijls hadden zij zoo een ochtend in dit kalme, vergeten hoekje samen doorgebracht. -Maar welk een treurige <span class="pagenum">[<a id="pb483" href="#pb483">483</a>]</span>ochtenden waren het, toen zij beiden geen hoop meer durfden koesteren. Maar vandaag -was het alsof de verwaarloosde, met onkruid overwoekerde lanen, de in het oude, volgegooide -bassin opgegroeide taxis, de symmetrische <span class="corr" id="xd29e4705" title="Bron: oranje-appelboomen">oranjeappelboomen</span>, die alleen nog den vroegeren loop der paden aanwijzen, een eindelooze bekoring, -een droomerige en teedere vertrouwelijkheid bezaten, waarin men zoo heerlijk kon uitrusten -van zijn vreugde. Vooral was het prettig warm naast den laurierboom in den hoek, waar -zich de fontein bevond. Het dunne waterstraaltje stroomde met zijn fluittonen steeds -maar door uit den wijdgeopenden mond van het tragische masker. Een frissche koelte -steeg op uit den grooten marmeren sarkophaag, welks basrelief een tierend bacchanaal -toonde van faunen, die vrouwen meevoerden en onder hun gulzige kussen op den grond -wierpen. Men was daar, om zoo te zeggen, buiten ruimte en tijd, in een zoo ver verwijderd -verleden, dat de omgeving, de nieuwe kadewerken, de tegen den grond geworpen, van -het stof der, puinhoopen nog grijze wijk, het door elkaar gegooide, van een nieuwe -wereld zwangere Rome verdwenen. -</p> -<p>“O,” herhaalde Benedetta; “wat ben ik gelukkig!… Het werd mij te benauwd in mijn kamer; -ik moest naar buiten, zoo snakte mijn hart naar ruimte, lucht en zon, om al zijn vreugde -uit te kunnen kloppen!” -</p> -<p>Zij zat op het omgevallen, als bank dienende stuk zuil naast den sarkophaag en wilde, -dat de priester naast haar plaats nam. Nooit had hij haar zoo mooi gezien met haar -zwart haar, dat het reine, in de volle zon zoo teer blozende gelaat omlijstte. Haar -groote, onpeilbare oogen waren in het licht als kolenvuur, waarin goud smolt, terwijl -haar kindermond, haar reine, verstandige mond glimlachte—zooals een goedhartig schepsel -glimlacht, dat vrij is eindelijk naar hartelust lief te hebben, zonder aanstoot te -geven aan God of menschen. En hardop droomde zij haar toekomstplannen. -</p> -<p>“0, het is nu heel eenvoudig. Nu ik reeds de scheiding van tafel en bed verkregen -heb, zal het niet moeilijk vallen, nadat de Kerk mijn huwlijk nietig verklaard had, -de burgerlijke echtscheiding ook te krijgen. En ik zal met Dario trouwen—ja, in het -volgend voorjaar en misschien wel eerder, wanneer het gelukt de formaliteiten wat -te bespoedigen … Vanavond om zes uur gaat hij naar Napels, waar hij een paar zaken -te regelen heeft. Wij bezitten daar nog een paar eigendommen, die we hebben moeten -verkoopen, want alles <span class="pagenum">[<a id="pb484" href="#pb484">484</a>]</span>heeft veel geld gekost. Maar wat hindert dat, nu we toch elkaar toebehooren!… Wat -een heerlijke uren zullen we binnen enkele dagen hebben, wanneer hij weer terug is—wat -zullen we lachen! Ik heb er na het heerlijk bal heelemaal niet van kunnen slapen, -zooveel plannen heb ik gemaakt. O, prachtige plannen! U zult het eens zien, u zult -het eens zien, want ik wil beslist, dat u tot aan ons huwlijk in Rome blijft!” -</p> -<p>Hij begon met haar te lachen, zóó medegesleept door deze uitbarsting van jeugd en -geluk, dat hij zich slechts met de grootste moeite bedwingen kon, om haar niet zijn -geluk, de hoop, waarmede zijn aanstaand onderhoud met den paus hem vervulde, mede -te deelen. -</p> -<p>In de rillende stilte van den smallen, zonnigen tuin weerklonk met geregelde tusschenpoozen -dezelfde schreeuw van een vogel. Benedetta keek naar boven en zag een kooi, die voor -een raam op de eerste verdieping hing. -</p> -<p>“Ja, ja, Tata, schreeuw maar hoor, wees maar blij. Iedereen in huis moet blij zijn!” -</p> -<p>En zich dan weer als een uitgelaten schoolmeisje, dat vacantie heeft, tot Pierre wendend: -</p> -<p>“U kent Tata toch?… Wat, kent u Tata niet?… Dat is de papegaai van mijn oom den kardinaal! -Ik heb hem in het voorjaar cadeau gegeven; hij is er dol op en laat het dier de lekkere -brokjes van zijn bord eten. Hij zorgt er heelemaal voor, hangt hem buiten en haalt -hem binnen en is zoo bang, dat hij koude zal vatten, dat hij hem in de eetkamer laat, -het eenige vertrek, waarin het een beetje warm is.” -</p> -<p>Pierre keek nu ook op naar den papegaai, een van die aardige grijsgroene, zijdeachtige, -kleine papegaaien. Hij hing met zijn snavel aan de tralies van zijn kooi, schommelde -heen en weer en sloeg in zijn vreugde over de warme zon met zijn vleugels. -</p> -<p>“Spreekt hij?” vroeg Pierre. -</p> -<p>“O, neen, hij schreeuwt,” antwoordde Benedetta lachend. “Maar oom beweert, dat hij -alles wat hij zegt verstaan kan en uitstekend met hem kan praten.” -</p> -<p>Plotseling begon zij weer over een ander onderwerp, als had een onbewuste gedachtenassociatie -haar doen denken aan haar anderen oom, den aangetrouwden oom, dien zij te Parijs had. -</p> -<p>“U moet een brief van vicomte de la Choue gehad hebben … <span class="pagenum">[<a id="pb485" href="#pb485">485</a>]</span>Hij heeft mij gisteren geschreven, hoe het hem spijt, dat het u niet gelukt door Zijne -Heiligheid ontvangen te worden. Hij had voor de overwinning van zijn denkbeelden zoo -op u, op uw zege gerekend!” -</p> -<p>Inderdaad kreeg Pierre meermalen brieven van den vicomte, waarin deze jammerde over -den invloed, dien zijn tegenstander, baron de Fouras, na het groote succes van zijn -laatste campagne te Rome met de internationale bedevaart van de Pieterspenning, gekregen -had. Het was het ontwaken van de oude, intransigente Katholieke partij; alle liberale -veroveringen van het Neo-Katholicisme werden bedreigd, wanneer men niet van den paus -een formeele adhaesie aan de verplichte corporaties verkreeg, om een bres te slaan -in de door de conservatieven gesteunde vrije corporaties. In zijn ongeduld om Pierre -eindelijk een audiëntie bij den paus te zien krijgen, overstelpte hij dezen met allerlei -gecompliceerde plannen. -</p> -<p>“Ja,” mompelde Pierre; “Zondag heb ik reeds een brief gekregen en toen ik gisteren -uit Frascati terugkwam, vond ik er weer een … O, ik zou zoo gelukkig zijn als ik hem -eens een gunstig antwoord geven kon.” -</p> -<p>Bij de gedachte, dat hij den paus ’s avonds spreken, hem zijn van liefde brandende -ziel openen, van hem de aanmoediging krijgen zou voor zijn zending tot sociale redding -in den broederlijken naam der kleinen en armen, stroomde zijn hart opnieuw van vreugde -over. Hij kon zich niet langer inhouden, gaf zijn geheim, dat zijn hart deed opzwellen, -prijs. -</p> -<p>“Het is nu zeker, vanavond heb ik een audiëntie bij den paus.” -</p> -<p>Benedetta begreep het niet dadelijk. -</p> -<p>“Hoe zoo?” -</p> -<p>“Ja, <span class="corr" id="xd29e4737" title="Bron: monsigneur">monsignor</span> Nani is wel zoo goed geweest mij van ochtend op het bal te zeggen, dat de Heilige -Vader, aan wien hij mijn boek ter hand gesteld had, mij wenscht te spreken … Vanavond -om negen uur zal ik ontvangen worden.” -</p> -<p>Een blos van geluk kwam op haar wangen, zoo deelde zij in de vreugde van den jongen -priester, voor wien zij een innige vriendschap had opgevat. En dit succes van een -vriend, zoo samenvallend met haar eigen geluk, kreeg in haar oogen een bijzondere -beteekenis, als beteekende dit het zekere, volkomen welslagen voor alles. Als een -geëxalteerde en verrukte bijgeloovige riep zij uit: -</p> -<p>“Lieve God, dat zal ons geluk aanbrengen!… Hoe heerlijk, <span class="pagenum">[<a id="pb486" href="#pb486">486</a>]</span>vriendlief, hoe heerlijk, dat het geluk tezelfdertijd komt tot u als tot mij, want -het is ook voor mij een geluk, een geluk, dat ge u niet voorstellen kunt … Nu is het -zeker, dat alles zich ten goede keeren zal, want een huis, waarin zich iemand bevindt, -die den paus gesproken heeft, is gezegend en wordt niet meer door den bliksem getroffen.” -</p> -<p>Zij begon nog luider te lachen, klapte in haar handen en was zoo luidruchtig in haar -vreugde, dat hij bang werd. -</p> -<p>“Stil toch, stil toch! Mij is volkomen geheimhouding opgelegd … Ik smeek u, spreek -er met niemand over, ook niet met uw tante, zelfs niet met Zijne Eminentie … Monsignor -Nani zou er erg boos over zijn.” -</p> -<p>Toen beloofde zij te zullen zwijgen. Zij werd eenigszins week, sprak over monsignor -Nani als over een weldoener, want had zij het ten slotte niet aan hem te danken, dat -haar huwlijk nietig verklaard was? Dan maakte haar uitgelaten vreugde zich weer van -haar meester. -</p> -<p>“Vindt ge ook niet, dat het geluk het eenige is, dat goed is?… Vandaag vraagt ge geen -tranen van me, zelfs niet voor de armen, die koude en honger lijden … Dat komt, omdat -er feitelijk alleen maar levensgeluk bestaat! Dat geneest alles! Je hebt het niet -koud, je lijdt geen honger, wanneer je gelukkig bent!” -</p> -<p>In zijn verbazing over deze zonderlinge oplossing van het vreeselijke vraagstuk der -ellende, keek hij haar verbijsterd aan. Plotseling besefte hij, dat zijn geheele apostelarbeid -bij deze dochter van een mooien hemel, die het atavisme van zooveel eeuwen van souvereine -aristocratie in zich had, vergeefsch was geweest. Hij had haar het Christendom in -zijn waren vorm willen leeren, haar brengen tot de Christelijke liefde van armen en -nooddruftigen, haar willen veroveren voor het nieuwe Italië, waarvan hij droomde—een -Italië, dat, vol medelijden voor menschen en dingen, ontwaakt was voor de nieuwe tijden. -Maar zie, zij, die met hem geweend had over het lijden van het lijdende volk in de -oogenblikken, dat zij zelf leed en haar hart uit de vreeselijkste wonden bloedde, -zij, het kind der brandende zomers en lenteachtig-zachte winters, jubelde onmiddellijk -na haar genezing het geluk der geheele wereld uit. -</p> -<p>“Maar iedereen is niet gelukkig,” zeide <span class="corr" id="xd29e4753" title="Bron: zij">hij</span>. -</p> -<p>“O ja, ja!” riep zij uit. “Dat zegt u, omdat u de armen niet kent. Geef aan een meisje -van ons Trastevere den jongen man, dien zij liefheeft, en zij straalt als een koningin -en vindt, <span class="pagenum">[<a id="pb487" href="#pb487">487</a>]</span>wanneer zij ’s avonds haar droog brood eet, dat heerlijk lekker. De moeders, die een -kind van den dood redden, de mannen, die in een veldslag overwinnen of wel hun nummers -uit de loterij zien komen—allen zijn ze zoo, allen vragen slechts geluk en genot … -O, al tracht u nog zoo, om rechtvaardig te zijn en het geluk beter te verdeelen, tevreden -zullen alleen zij zijn, wier hart, zelfs dikwijls zonder te weten waarom, zingt op -een mooien, zonnigen dag als vandaag!” -</p> -<p>Hij maakte slechts een gebaar, want hij wilde haar geluk niet verstoren door nogmaals -de zaak te bepleiten van zooveel arme schepsels, die in deze zelfde minuut ergens -in de verte den doodsstrijd streden, ten onder gegaan door lichamelijke en geestelijke -pijn. Maar plotseling gleed door de zoo lichte en zoo zachte lucht een schaduw; hij -voelde de eindelooze triestheid der vreugde, de grenzenlooze wanhoop der zon, alsof -iemand, dien men niet kon zien, die schaduw had laten vallen. Was het de te scherpe -geur van den laurierboom, de bittere lucht der <span class="corr" id="xd29e4762" title="Bron: oranje-appelen">oranjeappelen</span> en taxisboomen, die hem zoo duizelig maakte? Was het de huivering van zinnelijke -warmte, die zijn aderen onder deze puinhoopen, in dezen hoek vol oerouden hartstocht -kloppen deed? Of wekte die sarkophaag met zijn woest bacchanaal, zelfs te midden van -de onbewuste wellust der liefde, onder den onverzadigbaren kus der minnenden<span class="corr" id="xd29e4765" title="Bron: ;">,</span> de gedachte op van den nabijën dood? Een oogenblik scheen het vroolijke lied van -den fontein hem een lange snik toe, had hij het gevoel, alsof in die reusachtige, -uit het onzienlijke gekomen schaduw alles verdween. -</p> -<p>Maar reeds had Benedetta zijn beide handen in de hare genomen en deed hem weer terugkeeren -tot het bekoorlijke bewustzijn hier in haar tegenwoordigheid te zijn. -</p> -<p>“De leerling is niet erg makkelijk, wel, en zij heeft een harden kop. Maar wat zal -ik u zeggen? Er zijn van die denkbeelden, welke er bij ons niet ingaan. Nooit, nooit -zult u zoo iets een Romeinsch meisje in het hoofd praten … Heb ons lief, stel u ermede -tevreden ons lief te hebben zooals wij zijn—mooi uit al onze kracht, zoo mooi als -wij zijn kunnen!” -</p> -<p>Zij was zóó mooi op dat oogenblik, zóó mooi in haar stralend geluk, dat hij ervoor -beefde als voor een God, als voor de almacht, die de wereld leidt. -</p> -<p>“Ja, ja,” stamelde hij, “de schoonheid, de schoonheid—zij is nog altijd de heerscheresse, -nog altijd de heerscheresse … <span class="pagenum">[<a id="pb488" href="#pb488">488</a>]</span>O, waarom kan zij niet den eeuwigen honger der arme menschen stillen?” -</p> -<p>“Kom, kom!” riep zij vroolijk, “het leven is mooi. Laten we naar boven gaan, tante -zal wel op ons wachten!” -</p> -<p>Er werd om één uur gedineerd. De enkele malen, dat Pierre niet buitenshuis at, zat -hij aan de tafel der beide dames in de kleine eetzaal op de tweede verdieping, die -op het binnenplein uitzag. Op hetzelfde uur dineerde op de eerste verdieping in de -zonnige, op den Tiber uitziende eetkamer, de kardinaal, die altijd blij was zijn neef -Dario aan tafel te hebben, want zijn secretaris, don Vigilio, zijn andere, geregelde -dischgenoot, zeide slechts iets, wanneer men hem iets vroeg. De twee huishoudingen -waren geheel gescheiden; zij hadden noch dezelfde keuken, noch hetzelfde personeel. -</p> -<p>Maar al was de eetkamer op de tweede verdieping somber, het dejeuner van de dames -en den jongen priester was er niet minder opgewekt door. Zelfs de anders zoo gereserveerde -donna Serafina scheen door een groot innerlijk geluk bezield. Blijkbaar had zij de -zaligheid van haar triomf van den vorigen avond aan den arm van Morano nog niet ten -volle uitgenoten; zij begon het eerst over het bal; zij was er vol lof over, hoewel -de aanwezigheid van den koning en van de koningin, zooals zij zeide, haar zeer gehinderd -had. Zij vertelde, hoe zij door een handige taktiek had weten te vermijden, dat zij -voorgesteld werd. Trouwens zij hoopte, dat haar algemeen bekende sympathie voor Celia, -wier peet zij geweest was, voldoende zijn zou om haar aanwezigheid in dezen neutralen -salon te verklaren. Toch scheen haar geweten zich er bezwaard door te gevoelen, want -zij zeide, dat zij van plan was onmiddellijk naar het Vaticaan te gaan, om met den -kardinaal-secretaris te spreken over een werk, waarvan zij patrones was. Dit compensatie-bezoek -op den dag na de <span class="corr" id="xd29e4779" title="Bron: soiree">soirée</span> bij de Buongiovanni’s, scheen haar onvermijdelijk, beslist noodzakelijk toe. Nooit -had zij zich zoo ingespannen voor, nooit had zij vuriger gehoopt op de spoedige verheffing -van haar broeder, den kardinaal, op den troon van St. Pieter: dat was voor haar de -hoogste triomf, de verheffing van haar geslacht, die haar familietrots voor noodzakelijk -en onvermijdelijk hield. Gedurende de laatste ziekte van den regeerenden paus had -zij zich al zenuwachtig gemaakt over den uitzet, dien zij met het wapen van den nieuwen -paus had willen merken. -</p> -<p>Benedetta hield niet op met schertsen, lachte over alles, <span class="pagenum">[<a id="pb489" href="#pb489">489</a>]</span>sprak over Celia en Attilio met de hartstochtelijke teederheid van een vrouw, wier -liefdesgeluk zich verheugt in het geluk van een bevriend paar. Toen het dessert opgediend -was, vroeg zij aan den knecht: -</p> -<p>“En waar blijven de vijgen, Giacomo?” -</p> -<p>Deze, met zijn langzame, als in slaap uitgevoerde bewegingen, keek haar wezenloos -aan. Gelukkig kwam Victorine juist de kamer binnen. -</p> -<p>“Waarom krijgen we de vijgen niet, Victorine?” -</p> -<p>“Welke vijgen bedoelt u, contessina?” -</p> -<p>“Wel, de vijgen, die ik vanochtend beneden gezien heb … Het waren prachtige vijgen -in een klein mandje. Ik wist heusch niet, dat er in dezen tijd van het jaar nog zulke -mooie zijn … Ik ben dol op vijgen. Ik had er me bij voorbaat al op verheugd.” -</p> -<p>Victorine begon te lachen. -</p> -<p>“O nu weet ik het al, contessina, nu weet ik het al … Het zijn de vijgen, die de pastoor -van Frascati gisteren avond persoonlijk voor Zijne Eminentie gebracht heeft. Ik was -toevallig beneden en hij heeft zeker wel driemaal gezegd, dat het een cadeau was voor -Zijne Eminentie, dat men zoo, zonder een blaadje te verleggen, op de tafel van Zijne -Eminentie moest zetten … Nou, dat hebben we gedaan.” -</p> -<p>“Nou, dat is prachtig,” riep Benedetta in komische woede. “Die zitten nu lekker te -genieten zonder ons. We hadden toch best kunnen deelen!” -</p> -<p>Dan mengde donna Serafina zich in het gesprek en vroeg aan Victorine: -</p> -<p>“Je bedoelt zeker den pastoor, die vroeger dikwijls op de villa kwam?” -</p> -<p>“Ja, pastoor Santobono van de Santa Maria del Campi … Als hij komt, vraagt hij altijd -naar abbé Paparelli, met wien hij tegelijk op het seminarie geweest is. Gisterenavond -ook heeft abbé Paparelli hem met zijn mandje bij ons in de keuken gebracht … Dat mandje! -Stel u voor, dat we heelemaal vergeten hadden het op de tafel van Zijne Eminentie -te zetten, zoodat niemand de vijgen gegeten zou hebben, als abbé Paparelli ze niet -was komen halen en ze met een ware vroomheid, als droeg hij het Heilige Sacrament, -naar boven gebracht had … Zijne Eminentie houdt er ook zoo van!” -</p> -<p>“Nou, ik geloof niet, dat mijn broer er vanmiddag erg in zal happen, want hij heeft -last van zijn ingewanden.” -</p> -<p>Bij het telkens weer terugkomen van den naam Paparelli <span class="pagenum">[<a id="pb490" href="#pb490">490</a>]</span>was zij nadenkend geworden. De sleepdrager met zijn slap en gerimpeld gezicht, zijn -dikke, korte gestalte als van een oude jongejuffrouw in een zwarte rok, wekte haar -wantrouwen op, sedert zij de groote macht, die hij, ondanks zijn nederigheid en zijn -op den achtergrond blijven, op den kardinaal kreeg, opgemerkt had. Hij was niet meer -dan een bediende, schijnbaar de geringste, en toch heerschte hij; zij voelde, dat -hij haar eigen invloed bestreed en dikwijls ongedaan maakte, wat zij voor den triomf -der eerzucht van haar broeder tot stand gebracht had. Het ergste was, dat zij hem -reeds een jaar had moeten verdenken hem tot handelingen aangezet te hebben, die zij -als grove fouten beschouwde. Misschien had zij zich vergist en zij liet hem de gerechtigheid -wedervaren te erkennen, dat hij enkele deugden had en buitengewoon vroom was. -</p> -<p>Intusschen bleef Benedetta schertsen en lachen. Toen Victorine weg was, riep zij den -knecht: -</p> -<p>“Giacomo, je moet even een boodschap voor mij doen …” -</p> -<p>Zij viel zichzelf in de rede, om tegen haar tante te zeggen: -</p> -<p>“We zullen onze rechten laten gelden … Ik zie ze voor mij, zooals ze daar bijna beneden -ons aan tafel zitten. Zij moeten even als wij aan het dessert zijn. Oom licht de blaadjes -op, bedient zich met een glimlachje, geeft het mandje aan Dario, die het weer aan -don Vigilio geeft. En nu eten ze alle drie met ernstig, nadenkend gelaat … Ziet u -ze niet? Ziet u ze niet?” -</p> -<p><i>Zij</i> zag ze; het verlangen in de nabijheid van Dario te te zijn, haar voortdurend naar -hem toevliegende gedachten riepen hem zoo met de twee anderen voor den geest. Haar -hart was beneden, zij zag, zij hoorde, zij voelde met al de fijngevoelige zintuigen -van haar liefde. -</p> -<p>“Giacomo, ga naar beneden en zeg aan Zijne Eminentie, dat wij ook zoo graag eens van -de vijgen zouden proeven en dat het heel vriendelijk van hem zijn zou, als hij degene, -die hij niet meer lust, aan ons wil geven.” -</p> -<p>Maar weer kwam donna Serafina, die haar strenge stem teruggevonden had, tusschenbeide: -</p> -<p>“Je blijft hier, Giacomo!” -</p> -<p>En zich dan tot haar nicht wendend: -</p> -<p>“En nu genoeg van die kinderachtigheden!… Ik houd volstrekt niet van die flauwiteiten!” -</p> -<p>“Kom, tante, ik ben ook zoo gelukkig, ik heb in geen tijd zoo van harte gelachen!” -<span class="pagenum">[<a id="pb491" href="#pb491">491</a>]</span></p> -<p><span class="corr" id="xd29e4821" title="Bron: Piere">Pierre</span> had tot dusverre slechts geluisterd; het maakte hem zelf vroolijk haar zoo vroolijk -te zien. Toen nu een kleine, kille stilte ontstond, begon hij te spreken en vertelde, -hoe hij zelf ook verbaasd geweest was den vorigen dag, zoo laat in den tijd, nog vruchten -gezien te hebben aan den beroemden vijgeboom van Frascati. Het kwam zeker, doordat -de boom door dien hoogen muur beschermd werd. -</p> -<p>“Zoo, hebt u den beroemden vijgeboom gezien?” vroeg Benedetta. -</p> -<p>“Ja, en ik heb zelfs gereisd met de vijgen, waar u zoo’n trek in hebt!” -</p> -<p>“Gereisd met de vijgen?” -</p> -<p>Reeds speet het hem, dat hij zich die woorden had laten ontvallen, maar hij vond het -toch beter nu alles te zeggen. -</p> -<p>“Ja, ik ontmoette er iemand, die per rijtuig naar Frascati gekomen was en met alle -geweld wilde, dat ik met hem naar Rome terugreed. Onderweg hebben we pastoor Santobono, -die dapper met zijn mandje te voet naar Rome ging, opgenomen … Zelfs hebben we nog -een oogenblik in een osteria gezeten …” -</p> -<p>Hij vertelde verder van den tocht en van zijn indrukken van de in de avondschemering -gehulde campagna. Maar Benedetta keek hem strak aan, want zij wist heel goed, dat -Prada ieder oogenblik voor zijn bouwspeculaties naar Frascati ging. -</p> -<p>“Iemand, iemand?” prevelde zij; “de graaf zeker!” -</p> -<p>“Ja, mevrouw, de graaf!” antwoordde Pierre eenvoudig. “Vannacht heb ik hem weer gesproken. -Hij was geheel van streek, en men moet medelijden met hem hebben.” -</p> -<p>De jonge priester sprak deze barmhartige woorden in de overvloeiende liefde, die hij -over alle wezens en dingen had willen uitgieten, met zoo diepe en natuurlijke ontroering -uit, dat de beide dames er zich niet beleedigd door gevoelden. Donna Serafina bleef -roerloos zitten en deed alsof zij het niet gehoord had, terwijl Benedetta door een -gebaar te kennen scheen te willen geven, dat zij noch haat noch medelijden behoefde -te gevoelen voor een man, die haar totaal vreemd geworden was. Toch lachte zij niet -meer en zeide eindelijk, terwijl zij aan het mandje dacht, dat in het rijtuig van -Prada medegekomen was: -</p> -<p>“Ik heb heelemaal geen trek meer in die vijgen en ben nu maar blij, dat ik er niet -van gegeten heb.” -</p> -<p>Onmiddellijk na de koffie verliet donna Serafina hen in <span class="pagenum">[<a id="pb492" href="#pb492">492</a>]</span>de haast, die zij had, om naar het Vaticaan te gaan. Toen Benedetta en Pierre alleen -waren, bleven zij, weer vroolijk geworden, nog een oogenblik als goede vrienden praten. -De priester begon weer over zijn audiëntie van dien avond. Het was nauwlijks twee -uur, dus had hij nog zeven uur voor zich. Hoe zou hij dien eindeloozen middag door -moeten komen? Toen kreeg zij een aardigen inval. -</p> -<p>“Weet u wat?” zeide zij. “Nu we <span class="corr" id="xd29e4841" title="Bron: alleen">allen</span> zoo gelukkig zijn, moesten we elkaar niet verlaten … Dario heeft zijn eigen rijtuig. -Hij zal nu wel klaar zijn met zijn dejeuner, ik zal hem zeggen, dat hij een grooten -rit langs den Tiber met ons moet gaan maken.” -</p> -<p>Verrukt over dat mooie plan, klapte zij in haar handen. Maar juist op dat oogenblik -kwam don Vigilio met een verschrikt gezicht binnen. -</p> -<p>“Is de prinses niet hier?” -</p> -<p>“Neen, tante is uitgegaan … Wat is er?” -</p> -<p>“Zijne Eminentie stuurt me … De prins is na tafel onwel geworden … O niets ernstigs -natuurlijk.” -</p> -<p>Zij gaf een gil, meer van verbazing dan van ongerustheid. -</p> -<p>“Wat, Dario?… Maar dan komen we allemaal beneden. Ga mee, mijnheer de abbé! Hij mag -niet ziek zijn, want hij moet met ons uit.” -</p> -<p>Toen zij op de trap Victorine zag, moest deze ook mede. -</p> -<p>“Dario voelt zich niet lekker … We zullen je misschien noodig hebben.” -</p> -<p>Alle vier gingen zij de groote, ouderwetsche, eenvoudige kamer binnen, waarin de jonge -man door zijn schouderwonde een maand lang aan het ziekbed gekluisterd was geweest. -Men kwam er door een kleinen salon, een van de daarnaast liggende toiletkamer uitgaande -gang verbond die vertrekken met de appartementen van den kardinaal: de betrekkelijk -smalle eet-, slaap- en werkkamer, die men door het aanbrengen van beschotten uit een -van de vroeger groote zalen gemaakt had. Verder was er nog de kapel, die met een deur -op de gang uitkwam, een eenvoudig, kaal vertrek, waarin zich een altaar van beschilderd -hout bevond, maar geen tapijt, geen stoel—niets dan de harde, koude vloer, om te knielen -en te bidden. -</p> -<p>Benedetta liep naar het bed, waarop Dario geheel gekleed lag. Naast hem stond in vreeselijke -zorg kardinaal Boccanera, die, ondanks zijn beginnende ongerustheid zijn trotsche -houding, <span class="pagenum">[<a id="pb493" href="#pb493">493</a>]</span>de rust van een verheven ziel, die zich niets te verwijten heeft, bewaarde. -</p> -<p>“Wat is er, Dario, wat scheel je?” -</p> -<p>Maar de prins, die haar wilde geruststellen, glimlachte. Hij zag bleek en maakte den -indruk van iemand, die dronken is. -</p> -<p>“O, het is niets, een flauwte … Stel je voor, ik heb precies een gevoel, alsof ik -te veel gedronken heb … Plotseling begon het voor mijn oogen te draaien en was het, -alsof ik zou vallen … Ik had nog maar net den tijd, om naar mijn bed te komen.” -</p> -<p>Hij ademde diep als iemand, die behoefte aan lucht heeft. Dan vertelde de kardinaal -op zijn beurt enkele bijzonderheden. -</p> -<p>“We waren juist klaar, ik gaf don Vigilio orders voor vanmiddag en stond op het punt -van tafel op te staan, toen ik Dario zag wankelen … Hij wilde weer gaan zitten, maar -liep met onzekere stappen als een slaapwandelaar rond, terwijl hij tastend de deuren -openmaakte. Zonder er iets van te begrijpen, gingen we hem na. Ik zoek nog steeds, -maar begrijp het niet.” -</p> -<p>Met een gebaar gaf hij zijn verbazing te kennen en wees op de kamer, waardoor een -plotselinge ongelukswind scheen gewaaid te hebben. Alle deuren waren wijd open blijven -staan, men zag achter elkaar de toiletkamer, dan de gang en aan het eind daarvan de -eetkamer in de wanorde van een vertrek, dat men plotseling verlaten heeft, met de -nog gedekte tafel, de weggeworpen servetten, de achteruitgeschoven stoelen. Toch was -men nog niet bang. -</p> -<p>Hardop zeide Benedetta het in zulke gevallen gewone gezegde: -</p> -<p>“Als je maar niets verkeerds gegeten hebt!” -</p> -<p>Maar met een tweede gebaar zeide de kardinaal glimlachend: -</p> -<p>“Neen, dat kan niet. Eieren, lamscoteletten en een bord zuring zullen zijn maag niet -overladen hebben. Ik drink nooit iets anders dan water en hij hoogstens een paar slokjes -witte wijn … Neen, met het eten heeft het niets te maken.” -</p> -<p>Dario, die een oogenblik zijn oogen dicht gedaan had, sloeg ze weer open, ademde opnieuw -diep en trachtte te glimlachen. -</p> -<p>“Kom, kom, het zal niets zijn, ik voel me al weer veel beter. Ik moet een beetje beweging -hebben.” -</p> -<p>“Luister dan even naar het plan, dat ik gemaakt heb … Je moet met mij en den abbé -een grooten toer gaan maken in de Campagna.” -<span class="pagenum">[<a id="pb494" href="#pb494">494</a>]</span></p> -<p>“Graag, een prachtig <span class="corr" id="xd29e4876" title="Bron: idée">idee</span>… Victorine help me even!” -</p> -<p>Hij had zich opgericht, waarbij hij pijnlijk op zijn pols steunde. Maar voor de huishoudster -bij hem was, kreeg hij een kramp en viel hij, als door een flauwte getroffen, weer -neer. De kardinaal, die aan den rand van het bed was blijven staan, ving hem in zijn -armen op, terwijl de contessina ditmaal haar hoofd verloor. -</p> -<p>“God, God, alweer … Ga gauw een dokter halen!” -</p> -<p>“Wil ik het doen?” vroeg Pierre, die zich ook ongerust begon te maken. -</p> -<p>“Neen, neen, u niet, u moet hier blijven … Victorine zal het doen, die weet den dokter -te wonen … Dokter Giordano, hoor Victorine!” -</p> -<p>De huishoudster ging weg en een zware stilte viel in het vertrek, waarin een huivering -van angst van minuut tot minuut sterker werd. <span class="corr" id="xd29e4885" title="Bron: Benenetta">Benedetta</span> was, doodelijk bleek, weer naar het bed gegaan, terwijl de kardinaal, die Dario, -wiens hoofd op zijn schouders gevallen was, in zijn armen bleef houden, strak naar -hem keek. Een vreeselijk vermoeden, vaag en onbepaald nog, was in hem opgerezen: het -kwam hem voor dat Dario’s gezicht grauw was en dezelfde verschrikt-angstige uitdrukking -had, die hij bij zijn besten vriend monsignor Gallo, had opgemerkt, toen hij hem twee -uur vóór zijn dood, op deze zelfde wijze aan zijn borst gesteund had. Het was dezelfde -flauwte, hetzelfde gevoel, dat hij nog slechts het koud lichaam van een geliefd wezen, -wiens hart niet meer klopte, in zijn armen drukte, maar voor alles werd de gedachte -aan vergif sterk in hem, het vergif, dat uit het donker komt en als een bliksemstraal -in het donker treft. Langen tijd bleef hij zoo over het gezicht van zijn neef, den -laatste van zijn geslacht, gebogen staan, zocht, ging na en vond de symptomen van -het mysterieuse en onverzoenlijke, dat hem reeds de helft van zijn eigen ik ontnomen -had. -</p> -<p>Maar fluisterend smeekte Benedetta: -</p> -<p>“Oom, u zult zoo moe worden … Laat ik hem een poosje vasthouden … Neen, u behoeft -niet bang te zijn, ik zal het heel zacht doen, hij zal voelen, dat ik het ben, en -dat zal hem misschien weer wakker doen worden.” -</p> -<p>Eindelijk hief hij zijn hoofd op, keek haar aan en stond haar zijn plaats af na haar -met oogen vol tranen tegen zich aan gedrukt en gekust te hebben. Een plotselinge ontroering -had zich van hem meester gemaakt, waarin de warme liefde, <span class="pagenum">[<a id="pb495" href="#pb495">495</a>]</span>die hij voor haar voelde, de starre koude, die hij gewoonlijk huichelde, smelten deed. -</p> -<p>“Mijn arm kind, mijn arm kind!” stamelde hij, bevend als een ontwortelde eik. -</p> -<p>Onmiddellijk echter beheerschte hij zich weer, en terwijl Pierre en Vigilio onbeweeglijk -en zwijgend en wanhopig, dat zij niets konden doen, wachtten of men hen misschien -noodig zou kunnen hebben, begon hij langzaam door de kamer op en neer te loopen. Dan -scheen echter de kamer voor de gedachten, die in zijn hoofd woelden, te klein te worden, -en liep hij achtereenvolgens de toiletkamer, de gang en de eetkamer in. Steeds ging -hij zoo op en neer, steeds kwam hij weer terug, ernstig, zonder een spier op zijn -gelaat te vertrekken, met gebogen hoofd, verzonken in dezelfde sombere overpeinzing. -Welk een wereld van gedachten woelde in het brein van dezen geloovige, van dezen hooghartigen -prins, die zich aan God gegeven had en machteloos was tegen het onvermijdelijke lot? -Nu en dan ging hij naar het bed terug, overtuigde zich van de vorderingen, die het -vergif maakte, zag aan het gelaat van Dario hoe ver het met de crisis stond, en ging -dan weer met dezelfden regelmatigen stap weg, verdween en kwam weer terug, als voortgedreven -door de monotone regelmatigheid der krachten, die de mensch niet vermag tegen te houden. -Misschien vergiste hij zich, misschien was het maar een eenvoudige ongesteldheid, -waarom de dokter zou lachen. Hij moest hopen en verder afwachten. En zoo ging hij -steeds weer weg en kwam hij steeds weer terug, en niets kon te midden der drukkende -stilte, angstaanjagender klinken dan de rhythmische stappen van dezen grooten grijsaard, -die het noodlot wachtte. -</p> -<p>De deur ging weer open en Victorine kwam buiten adem binnen. -</p> -<p>“Ik heb den dokter gevonden, hier is hij!” -</p> -<p>Met zijn lachend gelaat, zijn klein blozend, door witte lokken omlijst gezicht, zijn -vaderlijke gestalte, die hem de allures van een vriendelijken prelaat gaven, kwam -dokter Giordano binnen. Maar zoodra hij de kamer en alle deze angstige menschen, die -op hem wachtten, gezien had, werd hij ook ernstig en nam de gesloten houding, den -volkomen eerbied voor de kerkelijke geheimen aan, die hij door zijn groote praktijk -onder geestelijken geleerd had. Nauwelijks had hij een blik op den zieke geworpen, -of hij liet zich de gefluisterde woorden ontvallen: -<span class="pagenum">[<a id="pb496" href="#pb496">496</a>]</span></p> -<p>“Alweer? Begint het nu opnieuw?” -</p> -<p>Ongetwijfeld zinspeelde hij op den messteek, dien hij onlangs behandeld had. Wie had -het toch zoo voorzien op dezen armen jongen man, die niemand kwaad deed en niemand -lastig viel? Niemand, behalve Pierre en Benedetta, konden zijn woorden begrijpen; -en deze laatste verkeerde in zoo’n koortsachtig ongeduld, dat zij hem niet eens verstond. -</p> -<p>“Dokter,” smeekte zij, “onderzoek hem gauw en zeg, dat het niets te beteekenen heeft … -Het kan niets zijn; daareven was hij nog zoo gezond en vroolijk … Het is niets, het -is niets, niet waar?” -</p> -<p>“Welneen, contessina, het zal zeker niets zijn … We zullen eens kijken.” -</p> -<p>Hij had zich omgedraaid en boog diep voor den kardinaal, die met zijn gelijkmatigen -droompas uit de eetkamer terugkwam en onbeweeglijk aan het voeteneinde van het bed -ging staan. Ongetwijfeld las hij in de oogen, die zich op de zijne richtten, een doodelijke -ongerustheid, want hij zeide verder niets en begon als iemand, die de waarde der minuten -heeft leeren kennen, Dario te onderzoeken. En naarmate zijn onderzoek vorderde, kreeg -zijn vriendelijk optimistisch gezicht een bleeken ernst, een doffen angst, die zich -slechts verried in het beven van zijn lippen. Hij was het ook geweest, die monsignor -Gallo gedurende den aanval bijgestaan had, waaraan deze gestorven was, een aanval -van infectiekoorts, zooals zijn diagnose voor de overlijdensaangifte geluid had. Ongetwijfeld -herkende ook hij dezelfde angstaanjagende symptomen: het als lood zoo grijze gezicht, -de wezenloosheid als van een vreeselijke dronkenschap, en als oud Romeinsch geneesheer, -die aan plotselinge sterfgevallen gewend is, voelde hij de lucht langs zich strijken, -die doodt, zonder dat de wetenschap nog uitgemaakt heeft of het de verpestende uitwasemingen -van den Tiber of het eeuwenoude vergif der legende is. -</p> -<p>Maar nu keek hij weer op en opnieuw ontmoette zijn blik den donkeren blik van den -kardinaal, die niet van hem week. -</p> -<p>“Mijnheer Giordano,” vroeg deze eindelijk; “u maakt u toch, hoop ik, niet al te ongerust … -Het is zeker niets dan een indigestie?” -</p> -<p>De dokter boog een tweede maal. Aan het lichte beven van de stem raadde hij den wreeden -angst van dezen machtigen man, die opnieuw in de gevoeligste plek van zijn hart getroffen -werd. -<span class="pagenum">[<a id="pb497" href="#pb497">497</a>]</span></p> -<p>“Uwe Eminentie moet gelijk hebben, het is zeker een indigestie. Soms zijn zulke gevallen, -wanneer er koorts bij komt, gevaarlijk … Ik behoef Uwe Eminentie niet te zeggen, dat -u op mijn voorzichtigheid en ijver rekenen kunt …” -</p> -<p>Hij hield even op, om dadelijk daarop op den beslisten toon van een ervaren arts verder -te gaan: -</p> -<p>“De tijd dringt; we moeten den prins ontkleeden en vlug handelen. Laat me een oogenblik -alleen, dat heb ik liever.” -</p> -<p>Victorine hield hij echter om te helpen. Als hij nog iemand anders noodig had, zou -hij Giacomo roepen. Het bleek duidelijk, dat hij de familie uit de kamer wilde verwijderen, -om vrijer en zonder hinderlijke getuigen te zijn. De kardinaal begreep het en leidde -Benedetta zacht naar de eetkamer, waarheen Pierre en don Vigilio hen volgden. -</p> -<p>Toen de deuren weer dicht waren, heerschte in deze eetkamer, die de heldere winterzon -met heerlijk licht en heerlijke warmte vulde, de benauwendste en drukkendste stilte, -die men zich denken kan. De tafel was nog steeds gedekt; de borden stonden door elkaar, -het laken lag nog vol kruimels, een kop was nog half vol met koffie en in het midden -stond de mand met vijgen, waarvan de bladeren weggenomen waren, doch waaruit slechts -twee of drie vruchten ontbraken. Voor het raam zat in een grooten, gelen zonnestraal, -waarin zonnestofjes dansten, Tata, de papegaai, die men uit zijn kooi gelaten had, -verrukt en door het licht verblind op zijn stok. Toch had zij, verwonderd zooveel -menschen te zien binnenkomen, opgehouden met schreeuwen en met haar snavel haar veeren -glad te strijken; heel verstandig keerde zij haar kop half om, om de menschen met -haar rond en onderzoekend oog beter te kunnen opnemen. -</p> -<p>Minuten, waaraan geen einde scheen te komen, verstreken in het koortsachtige wachten -op wat daar in die kamer ernaast gebeurde. Don Vigilio was zwijgend terzijde gaan -zitten, terwijl Benedetta en Pierre zwijgend en onbeweeglijk bleven staan. De kardinaal -had zijn eindelooze marsch hervat, dat instinctieve, in slaap wiegende heen en weer -loopen, waardoor hij zijn ongeduld scheen te willen verdrijven en eerder tot de verklaring -te komen, die hij te midden van de vreeselijke gedachten, die hem bestormden, vergeefs -zocht. Terwijl zijn rhythmische pas met automatischen regelmaat weerklonk, heerschte -in hem een doffe woede, een wanhopig zoeken naar het waarom en hoe, een verwarring -van de <span class="pagenum">[<a id="pb498" href="#pb498">498</a>]</span>meest tegenstrijdige en van het eene uiterste in het andere vallende gemoedsaandoeningen. -Maar reeds had hij in het voorbijloopen tweemaal zijn blik laten gaan over de wanorde -der tafel, als zocht hij daar iets. Was het misschien die onuitgedronken koffie? Dat -brood, waarvan de kruimels nog rondslingerden? Die lamscoteletten, waarvan nog een -been over was? Toen hij voor de derde maal keek, zagen zijn blikken het mandje met -vijgen; hij bleef stokstijf staan, als door een plotselinge onthulling getroffen. -De gedachte had hem aangegrepen, zich van hem meester gemaakt, zonder dat hij wist, -welke proef hij moest nemen, om te zien of zijn vermoeden waarheid was. Een oogenblik -bleef hij zoo, zoekend en niet vindend, met zijn blikken op het mandje gericht, staan. -Eindelijk nam hij een vijg en bracht die wat dichter bij zijn oogen, als om de vrucht -van dichtbij te bekijken. Doch er was niets bijzonders aan te zien en hij wilde haar -weer bij de andere leggen, toen Tata, die dol op vijgen was, een schellen gil gaf. -Het was een openbaring voor hem; nu kon hij de proef nemen. -</p> -<p>Langzaam, op zijn bedachtzame manier, en met gebogen hoofd bracht de kardinaal de -vijg aan de papegaai en gaf haar die zonder eenige aarzeling of spijt. Het was een -heel aardig dier, het eenige, waar hij ooit iets om gegeven had. Zijn fijn, soepel -lichaam uitrekkend, waarvan de grijsgroene zijde in de zon rose vlammen kreeg, had -de papegaai de vijg sierlijk in zijn poot genomen en haar dan met zijn snavel opengemaakt. -Maar hij at er slechts zeer weinig van en liet de bijna volle schil vallen. Hij, altijd -ernstig nog en zonder een spier van zijn gelaat te vertrekken, keek, wachtte. Het -wachten duurde drie lange minuten. Een oogenblik was hij gerust en krauwde den kop -van den papegaai, die zich graag liet streelen, zijn kop omdraaide en zijn klein, -rond, als een robijn schitterend oogje naar zijn meester opsloeg. Maar plotseling -zakte hij in elkaar, viel, zonder zelfs met zijn vleugels te klappen, achterover. -Tata was dood. -</p> -<p>In zijn ontzetting over wat hij nu wist, had Boccanera slechts één gebaar: hij hief -zijn beide handen op, slingerde ze ten hemel. Groote God, zoo’n misdaad, een zoo vreeselijke -vergissing, een zoo afschuwlijk spel van het noodlot! Geen kreet van smart kwam over -zijn lippen, de schaduw op zijn gezicht was grimmig en zwart geworden. -</p> -<p>Toch klonk een gil—een luide gil van Benedetta, die, evenals Pierre en don Vigilio, -de handelingen van den kardinaal <span class="pagenum">[<a id="pb499" href="#pb499">499</a>]</span>eerst met verbazing gevolgd hadden, die daarna in een schrik veranderd was. -</p> -<p>“Vergif! Vergif! Dario, mijn hart, mijn ziel!” -</p> -<p>Doch de kardinaal had krachtig den pols van zijn nicht omvat, terwijl hij een schuinschen -blik wierp op die twee priesters, zijn secretaris en den vreemdeling, die getuigen -geweest waren van het tooneel. -</p> -<p>“Zwijg, zwijg!” -</p> -<p>Zij rukte zich los, meegesleept door razenden toorn en haat. -</p> -<p>“Waarom zwijgen? Prada heeft het gedaan, ik zal hem aanklagen, ik wil, dat hij ook -sterft … Ik zeg u, dat Prada het gedaan heeft, ik weet het zeker, want mijnheer Froment -is gisteren in zijn rijtuig met pastoor Santobono en dit mandje vijgen uit Frascati -teruggereden … Ja, ja, ik heb getuigen, het is Prada, het is Prada!” -</p> -<p>“Neen, neen, je bent krankzinnig, zwijg!” -</p> -<p>Hij had weer de handen van de jonge vrouw gegrepen en trachtte haar met zijn volle -souvereine autoriteit tot kalmte te brengen. Hij, die den invloed kende, welken kardinaal -Sanguinetti op dien geëxalteerden Santobono uitoefende, had reeds een verklaring voor -het heele geval gevonden: het was geen directe medeplichtigheid, maar een heimelijke -druk, het dier werd getergd en dan op den hinderlijken mededinger losgelaten op het -oogenblik, dat de pauselijke troon naar alle waarschijnlijkheid vrij zou worden. De -waarschijnlijkheid, de zekerheid van dit alles was plotseling voor zijn oogen opgeflitst, -zonder dat hij alles behoefde te begrijpen, ondanks de lacunes en de duisterheden. -</p> -<p>“Neen, versta je, het is Prada niet. Die man heeft geen enkele reden om iets kwaads -tegen mij in het schild te voeren, want ik was de bedoelde persoon, aan mij zijn die -vruchten gegeven … Denk toch zelf na! Een toevallig mij niet lekker voelen is de reden -geweest, dat ik mijn deel ervan niet opgegeten heb, want men weet, dat ik er dol veel -van houd, en terwijl mijn arme Dario ze alleen at, plaagde ik hem nog en zeide, dat -hij de mooiste voor morgen voor mij moest bewaren … Dat verschrikkelijke was voor -mij bestemd en heeft hem, groote God, getroffen door het gruwlijkste toeval, door -de monsterachtige dwaasheid van het noodlot … Heer, Heer, Gij hebt ons wel verlaten!” -</p> -<p>Tranen waren in zijn oogen gekomen, terwijl zij, rillend, nog steeds niet overtuigd -scheen te zijn. -<span class="pagenum">[<a id="pb500" href="#pb500">500</a>]</span></p> -<p>“Maar u hebt toch geen enkelen vijand, oom! Waarom zou die Santobono u naar het leven -staan?” -</p> -<p>Een oogenblik bleef hij zwijgen, zonder een geschikt antwoord te kunnen vinden. Reeds -vormde zich in hem in een verheven grootheid de wil om deze zaak in stilte te hullen. -Dan herinnerde hij zich plotseling iets en hij berustte in een leugen. -</p> -<p>“Santobono is altijd een warhoofd geweest en ik weet, dat hij mij haat, sedert ik -geweigerd heb zijn broeder, een voormaligen tuinman van me, uit de gevangenis te redden -door hem een bewijs van goed gedrag te geven, dat hij zeker niet verdiende … Zoo’n -doodelijke haat heeft dikwijls geen ernstiger oorzaak. Hij zal gedacht hebben, dat -hij zich op mij moest wreken.” -</p> -<p>Toen liet Benedetta, gebroken, niet in staat verder te strijden, zich met een gebaar -van de uiterste wanhoop op een stoel vallen. -</p> -<p>“Mijn God, mijn God! Ik weet niet meer … En bovendien wat komt het er eigenlijk ook -op aan, nu mijn Dario al zoo ver weg is? Er bestaat nog maar één ding: hij moet gered -worden, ik wil, dat hij gered wordt … Wat voeren ze daar toch zoo lang in die kamer -uit? Waarom komt Victorine ons niet halen?” -</p> -<p>Weer viel de stilte neer, drukkend, zwaar. Zonder een woord te zeggen, nam de kardinaal -het mandje vijgen van de tafel, zette het in een kast, die hij tweemaal sloot, en -stak den sleutel in zijn zak. Ongetwijfeld lag het in zijn bedoeling, zoodra de avond -gevallen was, zelf naar beneden te gaan, om de vijgen in den Tiber te werpen. Maar -toen hij van de kast terugkwam, viel zijn blik op de twee eenvoudige priesters, wier -oogen hem gevolgd hadden. En hij zeide eenvoudig, maar grootsch: -</p> -<p>“Heeren, ik behoef u niet te verzoeken te zwijgen … Er zijn schandalen, welke we de -Kerk, die niet schuldig is, die niet schuldig zijn kan, moeten besparen. Een der onzen, -zelfs wanneer hij een misdadiger is, aan de burgerlijke rechtbank overleveren staat -gelijk met de geheele Kerk te treffen, want de slechte hartstochten gebruiken dan -de zaak om de verantwoordelijkheid van de misdaad op haar te schuiven. Onze eenige -plicht is den moordenaar over te geven aan Gods hand, die hem zekerder zal weten te -straffen … Wat mij betreft, al ben ik in mijn persoon of in mijn familie, in mijn -dierbaarste gevoelens getroffen, ik verklaar in den naam <span class="pagenum">[<a id="pb501" href="#pb501">501</a>]</span>van Christus, die aan het kruis gestorven is, dat ik noch toorn noch wraakzucht voel, -dat ik den naam van den moordenaar uit mijn geheugen verdelg, dat ik zijn afschuwelijke -daad in de eeuwige stilte van het graf begraaf.” -</p> -<p>Zijn hooge gestalte scheen nog grooter geworden te zijn, terwijl hij, zijn hand in -een grootsch gebaar opgeheven, dien eed uitsprak, zijn vijanden aan de gerechtigheid -Gods overliet; want hij bedoelde niet alleen Santobono, maar ook kardinaal Sanguinetti, -wiens noodlottigen invloed hij geraden had. En bij de gedachte aan den in het donker -gevoerden strijd om de tiara, aan al het gemeene en gulzige, dat in den afgrond der -duisternis woelde, doorhuiverde hem, ondanks het heldhaftige van zijn trots, een eindelooze -droefheid, een tragische smart. -</p> -<p>Toen Pierre en don Vigilio hem met een hoofdknikje beloofden te zullen zwijgen, kneep -een onoverwinnelijke ontroering zijn keel dicht; de snik, dien hij trachtte terug -te dringen, ontwrong zich plotseling aan zijn keel, terwijl hij stamelde: -</p> -<p>“Mijn arm kind! Mijn arm kind! Ach, de eenige zoon van ons geslacht, de eenige liefde -en de eenige hoop van mijn hart. Te moeten sterven, zoo te moeten sterven!” -</p> -<p>Maar Benedetta was weer heftig opgestaan. -</p> -<p>“Sterven? Wie dan? Dario?… Ik wil het niet. We zullen hem verplegen, we zullen weer -naar hem toegaan, hem in onze armen nemen en hem redden. Kom mee, oom, kom gauw mee … -Ik wil niet, ik wil niet, ik wil niet, dat hij sterft!” -</p> -<p>Zij liep naar de deur en niets zou haar verhinderd hebben naar de kamer terug te gaan, -toen op datzelfde oogenblik Victorine met een door angst vertrokken gelaat binnenkwam. -Zij had ondanks haar gewone kalme opgeruimdheid allen moed verloren. -</p> -<p>“De dokter vraagt, of mevrouw en Zijne Eminentie onmiddellijk willen komen, onmiddellijk.” -</p> -<p>Verbijsterd en verdoofd door al die dingen, volgde Pierre hen niet, maar bleef een -oogenblik met don Vigilio in de zonnige eetkamer achter. Wat, vergif? Vergif, netjes -en sierlijk verborgen, als in den tijd der Borgia’s, met die vruchten toegediend door -een lichtschuwen verrader, welken men niet voor het gerecht durfde brengen. Hij herinnerde -zich zijn gesprek op den terugrit van Frascati, zijn scepticisme als Parijzenaar ten -opzichte van de legendarische vergiftige <span class="pagenum">[<a id="pb502" href="#pb502">502</a>]</span>mengsels, waarvan hij het bestaan slechts erkende in het vijfde bedrijf van een romantisch -drama. En nu waren zij toch waar, die afschuwlijke geschiedenis van vergiftigde ruikers -en messen, van lastige prelaten en zelfs pausen, die men uit den weg ruimde met hun -ochtend-chocolade, want die hartstochtelijke, tragische Santobono was een giftmenger, -daaraan viel niet meer te twijfelen. En in dit vreeselijk licht zag hij den geheelen -vorigen dag weer aan zijn geest voorbijtrekken: de eerzuchtige en dreigende woorden, -die hij bij kardinaal Sanguinetti afgeluisterd had; zijn haast om nog voor den waarschijnlijken -dood van den paus te handelen, zijn suggereeren van de misdaad in den naam van het -heil der Kerk; dan de ontmoeting op den weg met den pastoor, die het mandje vijgen -aan zijn arm droeg; het mandje, dat, door den priester vroom en deemoedig op zijn -knieën gehouden, lang voortreed door de schemering van de melancholieke Campagna; -dat mandje, dat hem nu als een nachtmerrie vervolgde; dat mandje, waarvan hij den -vorm, de kleur en den geur steeds met een rilling terugzien zou. Vergif! Vergif! Het -was dus waar, zoo iets bestond! Zoo iets was nog schering en inslag in het duister -der zwarte kringen te midden van den grimmigen veroverings- en heerschzucht. -</p> -<p>En plotseling richtte zich voor Pierre ook de gestalte van Prada op. Daareven, toen -Benedetta hem zoo heftig had beschuldigd, was hij een oogenblik van plan geweest hem -te verdedigen, om deze geschiedenis van het vergif, die hij kende, uit te schreeuwen, -te zeggen, waarin dit alles zijn oorsprong had, te vertellen welke hand die vijgen -aangeboden had. Maar onmiddellijk daarop had een gedachte hem als het ware tot ijs -doen verstarren: Prada had de misdaad niet begaan, maar had haar toch ook niet belet. -Nog een herinnering, scherp als een dolk, doorflitste hem; de herinnering aan de kleine, -zwarte kip in de sombere osteria, die, als door den bliksem getroffen, met het dunne -violetachtige bloedstroompje, dat uit zijn snavel vloeide, dood onder de loods lag. -En hier lag, onder zijn stok, eveneens Tata, slap en warm, den snavel bezoedeld door -een bloed-druppel. Waarom had Prada gelogen en het verhaal van het gevecht verzonnen? -Het was een vreeselijke complicatie van hartstochten en in het duister gevoerden strijd, -waarin Pierre zich den grond onder den voet voelde wegzakken. Hij kon zich den vreeselijken -tweestrijd, welke in den nacht van het bal in dien man gewoed moest hebben, niet voorstellen. -Hij <span class="pagenum">[<a id="pb503" href="#pb503">503</a>]</span>kon hem niet meer aan zijn zijde terugdenken, hem zich niet meer voor den geest terugroepen -gedurende hun nachtelijke wandeling naar den palazzo Boccanera, zonder te huiveren; -want hij raadde, neen, wist met zekerheid al het vreeselijke, waartoe vóór dit paleis -besloten was. Of hij uit haat tegen den kardinaal of in de hoop op een verdwaalde -pijl, die hem wreken zou, gehandeld had, wist Pierre niet; het feit stond, ondanks -alle onbegrijpelijkheden vast: Prada wist het, Prada zou den loop van het noodlot -tegengehouden kunnen hebben en hij had het noodlot zijn blind doodenwerk laten voltooien. -</p> -<p>Toen Pierre opkeek, zag hij don Vigilio zóó ontdaan, zóó bleek en zoo roerloos op -een stoel zitten, dat hij een oogenblik meende, dat ook deze een slachtoffer was. -</p> -<p>“Voelt u zich niet goed?” -</p> -<p>Eerst scheen de priester niet te kunnen antwoorden, zóó snoerden angst en schrik hem -de keel dicht. Dan zeide hij met zachte stem: -</p> -<p>“Neen, neen, ik heb er niet van gegeten … Lieve God, als ik nog bedenk, dat ik er -zoo’n trek in had en ik alleen uit deferentie voor Zijne Eminentie, die ze niet at, -ook niet gegeten heb!” -</p> -<p>Hij rilde over zijn geheele lichaam bij deze gedachte, dat alleen zijn nederigheid -hem gered had. Het was, alsof op zijn handen en op zijn gezicht de koude van den dood, -dien hij langs zich had voelen strijken, achterbleef. -</p> -<p>Tweemaal zuchtte hij diep, terwijl hij het afschuwlijke met een gebaar van zich schoof -en prevelde: -</p> -<p>“O, Paparelli! Paparelli!” -</p> -<p>Ontroerd trachtte Pierre, die heel goed wist, hoe don Vigilio over den sleepdrager -dacht, hem verder uit te hooren. -</p> -<p>“Wat wilt u daarmede zeggen? Gelooft u, dat hij medeplichtig is?… Denkt u, dat zij -hem er toe aangedreven hebben, dat zij het zijn?” -</p> -<p>Het woord “Jezuïeten” werd niet uitgesproken, maar de groote, zwarte schaduw gleed -door de zonnige eetkamer, die zij een oogenblik te verduisteren scheen. -</p> -<p>“Ja, zij zijn het!” riep don Vigilio. “Zij zijn het overal, zij zijn het altijd! Waar -men weent en waar men sterft, zijn zij er bij. Het was voor mij bestemd, en ik begrijp -nog niet, dat ik leef!” -</p> -<p>En opnieuw jammerde hij vol haat, afschuw en toorn: -</p> -<p>“O, Paparelli! Paparelli!” -<span class="pagenum">[<a id="pb504" href="#pb504">504</a>]</span></p> -<p>Hij zweeg, wilde verder niets antwoorden, keek met angstig-gejaagde blikken naar de -muren, alsof hij daaruit den sleepdrager te voorschijn zou zien komen met zijn slap -oud-jongejuffrouwen-gezicht, met zijn trippelpasjes als van een knagende muis, met -zijn geheimzinnige roovershanden, die in de keuken het vergeten mandje vijgen waren -gaan halen, om het op tafel te zetten. -</p> -<p>Toen besloten beiden naar de kamer terug te gaan, waar men hun hulp misschien noodig -zou hebben. Bij het binnentreden werd Pierre diep aangegrepen door het vreeselijke -schouwspel, dat zich aan zijn blikken vertoonde. Het laatste half uur had dokter Giordano, -die eveneens vergiftiging vermoedde, vergeefs de gewone middelen, een braakmiddel -en daarna magnesia, toegepast. Zelfs had hij Victorine eiwit in water laten kloppen. -Doch de ziekte verergerde zóó bliksemsnel, dat nu alle hulp nutteloos werd. Ontkleed -op zijn rug liggend, het bovenlichaam door kussens gesteund en de armen slap neerhangend -langs de dekens, was Dario vreeselijk om aan te zien in die soort angstige dronkenschap, -het symptoom van deze geheimzinnige, verschrikkelijke kwaal, waaraan reeds monsignor -Gallo en zooveel anderen ten gronde gegaan waren. Hij scheen door een verdoovende -duizeling overvallen te zijn, zijn oogen zonken steeds dieper weg in de zwarte kassen, -terwijl het gezicht uitdroogde, zienderoogen ouder werd en door een grijze, aardachtige -kleur overtrokken werd. Sedert een oogenblik had hij, geheel uitgeput, zijn oogen -gesloten; niets levends was meer aan hem, dan de benauwde, pijnlijke en moeilijke -ademhalingen, die zijn borst op- en neerbewogen. En over het arme, door den doodsstrijd -vertrokken gezicht gebogen stond Benedetta, zij leed met hem mede en was zelf door -zoo’n overmachtigen smart overmand, dat zij zelf zoo onherkenbaar, zóó bleek was, -als had de dood, ook haar, tegelijk met hem, aangegrepen. -</p> -<p>In de vensternis, waar kardinaal Boccanera dokter Giordano ter zijde genomen had, -werden fluisterend eenige woorden gewisseld. -</p> -<p>“Hij is verloren, niet waar?” -</p> -<p>De dokter, zelf tot in het diepst van zijn ziel geschokt, maakte het wanhopige gebaar -van een overwonnene. -</p> -<p>“Helaas ja! Ik moet Uwe Eminentie er op voorbereiden, dat binnen een uur alles afgeloopen -is.” -</p> -<p>Er volgde een korte stilte. -</p> -<p>“Het is dezelfde ziekte als van Gallo zeker?” -<span class="pagenum">[<a id="pb505" href="#pb505">505</a>]</span></p> -<p>En toen de dokter niet antwoordde, voegde hij er, bevend en zijne blikken afwendend, -aan toe: -</p> -<p>“Een infectiekoorts?” -</p> -<p>Giordano begreep heel goed, wat de kardinaal van hem wilde. Hij eischte stilzwijgendheid, -een eeuwig begraven van de misdaad ter wille van den goeden naam der Moederkerk. Men -kon moeilijk iets grootschers, iets dieps-tragischers denken dan dezen zeventigjarigen -grijsaard, nog zoo rechtop en verheven, die niet wilde, dat zijn geestelijke familie -vervallen zou evenmin als hij duldde, dat men zijn wereldlijke familie door de onvermijdelijke -modder van een opzienbarend proces sleepen zou. Neen, neen! Zwijgen, eeuwig zwijgen, -waarin alles in vergetelheid rust! -</p> -<p>Op zijn zachte, clericaal-discrete manier knikte de dokter. -</p> -<p>“Zeker, een infectiekoorts, zooals Zijne Eminentie terecht opmerkt.” -</p> -<p>Twee dikke tranen kwamen onmiddellijk weer in de oogen van Boccanera. Nu hij God van -alle bezoedeling gevrijwaard had, begon zijn menschelijke natuur opnieuw te bloeden. -Hij smeekte den dokter een laatste poging te wagen, het bovenmenschelijke te beproeven, -maar deze schudde zijn hoofd en wees met zijn arme, bevende handen naar den zieke. -Voor zijn vader, voor zijn moeder had hij niet meer kunnen doen. De dood was er. Waarom -een stervende af te matten en te kwellen; hij zou immers zijn lijden slechts erger -kunnen maken? En toen de kardinaal in het aangezicht van de naderende catastrophe -aan zijn zuster Serafina dacht en wanhopig zeide, dat zij haar neef niet voor de laatste -maal zou kunnen omhelzen, indien zij zich op het Vaticaan verlaatte, bood de dokter -aan haar in zijn rijtuig, dat hij had laten wachten, te gaan halen. Het was een quaestie -van twintig minuten. Hij zou weer terug zijn, wanneer men zijn hulp in de laatste -oogenblikken noodig hebben mocht. -</p> -<p>Onbeweeglijk bleef de kardinaal nog een oogenblik in de vensternis staan. Zijn door -tranen verduisterde oogen keken naar den hemel; zijn bevende armen strekten zich in -een vurig smeekend gebaar uit. O God, waarom doet Gij, waar de wetenschap der menschen -zoo gering en ijdel is, waar de geneesheer, blijde de verlegenheid over zijn onmacht -te kunnen bedekken, weggaat; waarom doet Gij geen wonder, om dezen glans van uw grenzenlooze -macht te toonen. Een wonder! Een wonder! Hij vroeg het uit het diepst van zijn geloovige -ziel, met den aandrang, met het gebiedende gebed <span class="pagenum">[<a id="pb506" href="#pb506">506</a>]</span>van een aardschen vorst, die meent door zijn geheel, aan de Kerk gegeven leven, den -hemel een grooten dienst bewezen te hebben. Hij vroeg het voor de voortzetting van -zijn geslacht, opdat de laatste manlijke spruit niet zoo jammerlijk verdwijnen, opdat -hij met zijn teerbeminde, nu zoo bitter weenende en diep-ongelukkige nicht zou kunnen -trouwen. Een wonder! Een wonder ter wille van deze twee hem zoo dierbare kinderen! -Een wonder, dat het geslacht zou doen herleven! Een wonder, dat den roemrijken naam -der Boccanera’s vereeuwigen zou, doordat het uit deze jonge menschen een tallooze -reeks van dapperen en geloovigen voortkomen liet. -</p> -<p>Toen de kardinaal weer naar het midden der kamer terugkwam, scheen hij geheel veranderd; -het geloof had zijn tranen gedroogd, zijn ziel was van nu af sterk en berustend, vrij -van alle zwakten. Hij had zich weer geheel toevertrouwd aan Gods hand en wilde zelfs -Dario het laatste oliesel geven. Hij wenkte don Vigilio tot zich en nam hem mede naar -het kleine, aangrenzende, als kapel dienende vertrek, waarvan hij altijd den sleutel -bij zich droeg. Dit kale vertrek, dat niemand ooit betrad, dit vertrek, waar zich -slechts een klein altaar van geschilderd hout bevond, waarboven een groot koperen -kruis hing, stond in het paleis bekend als een heilige, onbekende en vreeselijke plek, -want men beweerde, dat Zijne Eminentie daar geheele nachten op zijn knieën en in gesprek -met God zelf doorbracht. Nu hij er zoo openlijk binnen ging en de deur zoo wijd open -liet doen, deed hij het zeker, om, in zijn verlangen naar een wonder, God te dwingen -er met hem uit te komen. -</p> -<p>Achter het altaar had men een kast gemaakt, waaruit de kardinaal de stola en het koorhemd -nam. De doos met de heilige olie stond daar eveneens, een zeer oude, zilveren doos -met het wapen der Boccanera’s. Nadat don Vigilio achter den officiant in de kamer -teruggekeerd was, om hem te assisteeren, wisselden de Latijnsche woorden elkaar dadelijk -af. -</p> -<p>“<i lang="la">Pax huic domui.</i>” -</p> -<p>“<i lang="la">Et omnibus habitantibus in ea.</i>”<a class="noteref" id="xd29e5017src" href="#xd29e5017">1</a> -</p> -<p>De dood naderde zoo dreigend en onverwacht, dat de gewone voorbereidingen achterwege -blijven moesten. Geen twee kaarsen, geen met een wit laken bedekt tafeltje. Eveneens -moest de officiant, daar de assistent geen wijwaterbakje of -kwast had medegebracht, -zich vergenoegen met een <span class="pagenum">[<a id="pb507" href="#pb507">507</a>]</span>gebaar de kamer en den stervende te zegenen onder de woorden van het rituaal: -</p> -<p>“<i lang="la">Asperges me, Domine, hyssopo, et mundabor; lavabis me, et super nivem dealbabor.</i>”<a class="noteref" id="xd29e5029src" href="#xd29e5029">2</a> -</p> -<p>Toen Benedetta den kardinaal met het heilige oliesel komen zag, was zij in een hevige -huivering aan het voeteneinde van het bed op haar knieën gevallen, terwijl Pierre -en Victorine, aangegrepen door de smartelijke grootschheid van het schouwspel eveneens -neerknielden. De groote, thans in het sneeuwwitte gezicht nog grooter lijkende oogen -verlieten geen oogenblik haar Dario, dien zij met zijn vaal gezicht, zijn verschrompelde -en gerimpelde huid als van een grijsaard niet meer herkende. Niet voor het door hem -goedgekeurde en gewenschte huwlijk bracht hun oom, de almachtige Kerkvorst, het Sacrament—neen, -voor de laatste scheiding, voor het menschelijk einde van iederen trots, voor den -dood, die de geslachten uitroeit en meesleurt, zooals de wind het straatstof wegveegt. -</p> -<p>Hij kon niet wachten; vlug zeide hij half-fluisterend het <i>Credo</i>. -</p> -<p>“<i lang="la">Credo in unum Deum …</i>”<a class="noteref" id="xd29e5043src" href="#xd29e5043">3</a> -</p> -<p>“<i>Amen</i>,” viel don Vigilio in. -</p> -<p>Na de gebeden van het rituaal stamelde deze laatste de litanieën, opdat de hemel zich -zou erbarmen over den ellendigen mensch, die voor God verschijnen zou, indien een -wonder Gods hem geen genade schenken zou. -</p> -<p>Nu opende de kardinaal, zonder zich den tijd te gunnen zijn handen te wasschen, de -doos met de heilige olie; en zich bepalend tot één zalving, zooals dat in dringende -gevallen veroorloofd is, legde hij met de punt van de zilveren naald, een enkelen -droppel op zijn uitgedroogden, reeds door den dood verbleekten mond. -</p> -<p>“<i lang="la">Per istam sanctam unctionem, et suam plissimam misericordiam, indulgeat tibi Dominus -quidquid per visum, auditum, odoratum, gustum, tactum, deliquisti.</i>”<a class="noteref" id="xd29e5058src" href="#xd29e5058">4</a> -</p> -<p>O, met welk een van geloof brandend hart sprak hij deze <span class="pagenum">[<a id="pb508" href="#pb508">508</a>]</span>smeekbeden om vergiffenis uit, opdat de goddelijke barmhartigheid de door de vijf -zintuigen, die vijf eeuwig voor de verleiding open staande deuren der ziel, begane -zonden vergeven zou. Maar hij deed het nog in de hoop, dat God, indien Hij het arme -schepsel voor zijn zonden gestraft had, misschien, na ze vergeven te hebben, nog de -groote barmhartigheid hebben zou, om hem zelfs aan het leven terug te geven. Het leven, -o Heer, het leven, opdat het oude geslacht der Boccanera’s zich nog zal kunnen vermeerderen, -U door alle tijden heen zal kunnen dienen in veldslagen en voor het altaar. -</p> -<p>Een oogenblik bleef de kardinaal met bevende handen, in afwachting van het wonder, -naar het zwijgende gezicht, de gesloten oogen van den stervende staan kijken. Doch -er gebeurde niets. Don Vigilio had met een klein watje den mond afgeveegd, zonder -dat een zucht van verlichting van zijn lippen kwam. Toen het laatste gebed uitgesproken -was, keerde de officiant, door den assistent gevolgd, in de vreeselijke stilte, die -weer neerviel, naar de kapel terug. Dan knielden beiden neer en verzonk de kardinaal, -op den kalen vloer, in een vurig gebed. Zijn oogen naar het koperen crucifix opgeheven, -zag hij niets meer, hoorde hij niets meer, gaf hij zich geheel aan God, smeekte Jezus -hem weg te nemen in plaats van zijn neef, indien een offer gebracht moest worden; -nog steeds hoopte hij de goddelijke toorn te kunnen vermurwen, zoolang nog één ademtocht -van het leven in Dario was, zoolang hij zelf hier op zijn knieën lag en met God sprak. -Hij was zoo ootmoedig en zoo hooghartig tevens! Zou tusschen God en een Boccanera -geen schikking te treffen zijn? Wanneer het oude paleis ingestort was, zou hij het -vallen der balken niet gehoord hebben. -</p> -<p>Intusschen had zich in de kamer, onder den druk der tragische majesteit, die de plechtigheid -daar achtergelaten scheen te hebben, niets bewogen. Nu eerst sloeg Dario zijn oogen -op. Hij keek naar zijn handen, zag, dat zij zoo ingeschrompeld, zoo verouderd geworden -waren, dat een groote smart over het wegvliedende leven zich in zijn oogen afschilderde. -Ongetwijfeld werd hij zich op dat oogenblik van helderziendheid midden in deze soort -roes, waarin het vergif hem bracht, voor het eerst zijn toestand bewust. O, te moeten -sterven onder zulke pijnen, in zulk een verval van zijn geheele lichaam! Welk een -vreeselijke gruwel voor dit luchthartige, zelfzuchtige wezen, van dezen minnaar van -<span class="pagenum">[<a id="pb509" href="#pb509">509</a>]</span>schoonheid, vroolijkheid en licht, die niet lijden kon! Het wreede noodlot strafte -zijn uitstervend geslacht wel al te streng aan hem. Hij had een afschuw van zichzelf; -een wanhoop; een kinderlijke angst maakte zich van hem meester en gaven hem de kracht -rechtop te gaan zitten en wanhopig de kamer rond te kijken, om te zien, of allen hem -niet verlaten hadden. En toen zijn blik Benedetta ontmoette, die nog steeds aan het -voeteneinde van het bed geknield lag, strekte hij zijn beide armen naar haar uit, -als brandde het verlangen in hem haar aan zijn hals mede te nemen. -</p> -<p>“Benedetta, Benedetta … Kom, kom; laat mij niet alleen sterven!” -</p> -<p>In de verstarring van haar wachten had zij, onbeweeglijk, geen blik van hem afgehouden. -De vreeselijke kwaal, die haar geliefde wegnam, scheen, naar mate hij zwakker werd, -hoe langer hoe meer haar in bezit te nemen en te vernietigen. Haar gezicht werd onstoffelijk -bleek, door de openingen van haar pupillen begon men haar ziel te zien. Maar toen -zij hem als opstaande uit den dood, met uitgestrekte armen en haar naam roepend zag, -toen stond zij op haar beurt op, deed een paar stappen vooruit en ging naast het bed -staan. -</p> -<p>“Ik kom, Dario … Daar ben ik, daar ben ik!” -</p> -<p>En nu waren Pierre en Victorine, die nog steeds op hun knieën lagen, getuigen van -iets van zoo verheven grootschheid, dat zij aan den grond genageld bleven als bij -een buiten-aardsch schouwspel, waaraan de menschen niet meer konden deel hebben. Benedetta -zelf sprak en handelde als een schepsel, dat bevrijd was van alle <span class="corr" id="xd29e5075" title="Bron: conventionneele">conventioneele</span> en maatschappelijke banden, dat reeds buiten het leven stond en de wezens en dingen -nog slechts uit een groote verte, uit de diepte van het onbekende, waarin zij verdwijnen -zou, zag en hoorde. -</p> -<p>“O, mijn Dario, men heeft ons willen scheiden. Ja, slechts opdat ik mij niet aan je -zou kunnen geven, opdat wij nooit gelukkig zouden kunnen zijn in elkanders armen, -heeft men tot uw dood besloten, heel goed wetend, dat jouw leven het mijne medeneemt … -Die man heeft je gedood; ja, hij is je moordenaar, zelfs indien een ander je getroffen -heeft. Hij is de eerste oorzaak; hij heeft mij aan jou ontstolen, toen ik op het punt -stond de jouwe te worden; hij heeft ons beider levens verwoest; hij heeft om ons en -in ons het afschuwlijke vergif geblazen, waaraan wij sterven … O wat haat ik hem, -wat haat ik hem met een haat, waarmede ik hem zou willen verpletteren, vóórdat ik -aan jouw hals deze wereld verlaat.” -<span class="pagenum">[<a id="pb510" href="#pb510">510</a>]</span></p> -<p>Zij verhief haar stem niet, zeide al deze vreeselijke dingen in een diep gefluister, -eenvoudig, hartstochtelijk. Prada’s naam werd zelfs niet genoemd en zij keek nauwelijks -den door verwondering aangegrepen Pierre aan, toen zij er op bevelenden toon aan toevoegde: -</p> -<p>“U zult zijn vader nog spreken, ik draag u op hem te zeggen, dat ik zijn zoon vervloekt -heb. De held heeft mij liefgehad, ik heb hem nog lief en dit woord, dat gij hem over -moet brengen, zal zijn hart verscheuren. Maar ik wil, dat hij het weet, hij moet het -weten ter wille van de waarheid en van de gerechtigheid.” -</p> -<p>Waanzinnig van angst en snikkend strekte Dario opnieuw zijn armen naar haar uit, toen -hij voelde, dat zij niet meer naar hem keek, dat haar heldere blikken niet meer op -de zijne gericht waren. -</p> -<p>“Benedetta, Benedetta … Kom, kom! O, die zwarte nacht, ik wil dien niet alleen binnengaan!” -</p> -<p>“Ik kom, ik kom, mijn Dario … Daar ben ik!” -</p> -<p>Zij was nog dichter bij gekomen, zij raakte hem nu bijna aan. -</p> -<p>“O, ik had de Heilige Maagd gezworen geen man toe te zullen behooren, zelfs jou niet, -voordat God dat door den zegen van een zijner priesters geoorloofd had. Ik stelde -er een hooge, goddelijke eer in onbevlekt, maagd als de Heilige Maagd te zijn, de -bezoedelingen en laagheden van het vleesch niet te kennen. Maar het was ook een kostbaar -en zeldzaam liefdesgeschenk van onschatbare waarde, dat ik aan den door mijn hart -uitverkoren geliefde wilde geven, opdat hij voor altijd de meester van mijn lichaam -en mijn ziel zijn zou … Die maagdelijkheid, waarop ik zoo trotsch was, heb ik tegen -den ander verdedigd met mijn tanden en nagels, verdedigd, zooals men zich tegen een -wolf verdedigt; ik heb haar onder tranen verdedigd tegen jou, opdat je niet in een -oogenblik van heiligschennenden hartstocht vóór het heilige uur der veroorloofde verrukkingen -den schat zoudt bezoedelen … Als je eens wist, welk een vreeselijken strijd ik dikwijls -tegen mezelf heb moeten voeren, om niet toe te geven! Ik voelde een waanzinnige drang -om je toe te schreeuwen mij te nemen, mij te bezitten, mij weg te dragen … Want ik -wilde jou geheel bezitten, ik gaf mijzelf geheel, ja, zonder eenige reserve, als vrouw, -die de geheele liefde, de liefde, welke tot echtgenoote en moeder maakt, kent, aanvaardt -en eischt … O, welk een strijd heeft het mij gekost den eed aan de Heilige Maagd te -houden, wanneer <span class="pagenum">[<a id="pb511" href="#pb511">511</a>]</span>het oude bloed in mijn aderen woelde en kookte. En nu, welk een ramp!” -</p> -<p>Zij ging nog dichter bij hem staan, terwijl haar zachte stem nog inniger en hartstochtelijker -werd: -</p> -<p>“Herinner je je den avond nog, waarop je met een messteek thuis kwam … Ik dacht, dat -je dood was en gilde van woede bij de gedachte, dat je heen zoudt gaan, dat ik je -verliezen zou, voor we het geluk hadden leeren kennen. Ik smaalde op de Heilige Maagd, -ik had er op dat oogenblik berouw van niet met jou vervloekt te worden, om in een -zóó vaste omarming, dat men ons samen had moeten begraven, te sterven … En nu te moeten -zeggen, dat deze vreeselijke waarschuwing tot niets gediend zal hebben! Ik ben blind -en dwaas genoeg geweest om die les niet te begrijpen. En nu ben je weer getroffen—men -ontsteelt jou aan mijn liefde en nu ga je heen, voordat ik me eindelijk, zoo lang -het nog tijd was, gegeven heb … O, ellendige, trotsche vrouw, dwaze droomster!” -</p> -<p>De toorn en woede van de praktische verstandsvrouw, die zij steeds geweest was, tegen -zichzelf gromden thans in haar verstikte stem. Wilde de zoo moederlijke Maagd, het -ongeluk der minnenden? In hoeverre zou het haar bedroefd of vertoornd hebben hen zoo -hartstochtelijk, zoo gelukkig in elkanders armen te zien. Neen, neen, de engelen weenden -niet, wanneer teer minnenden, zelfs zonder de priesters, zich op aarde aan elkaar -gaven; integendeel, zij glimlachten, juichten en jubelden. Zeker, het was een afschuwlijke -bedriegerij, dat men het genot niet tot den laatsten druppel uitputte, wanneer het -levende bloed nog in de aderen klopte. -</p> -<p>“Benedetta, Benedetta!” herhaalde de stervende vol kinderlijken angst, dat hij zoo -alleen den eeuwigen, donkeren nacht ingaan moest. -</p> -<p>“Hier ben ik, Dario, hier ben ik … Ik kom!” -</p> -<p>Toen zij zich verbeeldde, dat de huishoudster, die zich echter in het geheel niet -bewoog, een gebaar maakte, om op te staan en haar te beletten haar daad te verhinderen: -</p> -<p>“Neen, neen, laat maar Victorine … Niets ter wereld zal het nu meer kunnen verhinderen, -omdat het sterker is dan alles, sterker dan de dood. Toen ik daareven op mijn knieën -lag, heeft iets mij opgericht, mij voortgedreven. Ik weet waarheen ik ga … En bovendien, -heb ik het op den avond van de messteek niet gezworen? Heb ik niet beloofd hem <span class="pagenum">[<a id="pb512" href="#pb512">512</a>]</span>alleen toe te behooren, zelfs in de aarde, als dat zijn moest? Laat ik hem kussen, -laat hij mij medenemen! Wij zullen dood zijn, en toch getrouwd, voor eeuwig getrouwd!” -</p> -<p>Zij ging naar den stervende terug en raakte hem nu aan. -</p> -<p>“Mijn Dario, mijn Dario, hier ben ik!” -</p> -<p>En dan gebeurde het ongehoorde. In een toenemende exaltatie, gedragen door de opvlamming -van haar liefde, begon zij zich te ontkleeden. Eerst viel haar corsage en lichtten -haar blanke armen en haar blanke schouders op; dan gleden haar rokken af en de blanke -voeten en de blanke enkels bloeiden op het tapijt, nadat zij schoenen en kousen uitgetrokken -had; dan verdwenen de laatste kleedingstukken één voor één en ontloken de blanke buik, -de blanke boezem, de blanke dijen in een weelde van blankheid. Met een naïeve vermetelheid, -met een verheven rust, alsof zij alleen was, had zij alles tot de laatste omhulling -uitgetrokken. Als een groote lelie stond zij daar in haar kuische naaktheid, in haar -zich om de blikken niet bekommerende koninklijkheid. Zij verlichtte, doorgeurde de -sombere kamers met de schoonheid van haar lichaam, een wonder van schoonheid, de levende -volmaaktheid der mooiste marmeren beelden, de hals eener koningin, de boezem van een -krijgsgodin, de trotsche en soepele lijn van schouder tot hiel, de heilige rondingen -van ledematen en heupen. En zij was zoo blank, dat geen marmeren beeld, geen duif, -geen sneeuw zelfs blanker zijn kon dan zij. -</p> -<p>“Hier ben ik, Dario, hier ben ik!” -</p> -<p>Als ter aarde geworpen door een geestverschijning, door het glorierijke opvlammen -van een heilig visioen, keken Pierre en Victorine haar met verblinde oogen aan. De -laatste had zelfs geen beweging gemaakt om haar tegen te houden, geheel overmeesterd -als zij was door dat soort verschrikten eerbied, dien men voelt tegenover hartstochts- -en geloofswaanzin. En hij, verlamd, was zich bewust, dat hier zoo iets verhevens geschiedde, -dat nog slechts een rilling van vurige bewondering hem doorhuiverde. Niets onreins, -niets onkuisch kwam hem tegemoet uit deze sneeuw- en lelieblankheid, van deze reine, -edele maagd, wier lichaam scheen te stralen van een eigen licht, van de schittering -zelf der machtige, daarin brandende liefde. Zij gaf niet meer aanstoot dan een waarheidgetrouw, -door het genie verheerlijkt kunstwerk. -</p> -<p>“Mijn Dario, hier ben ik, hier ben ik!” -<span class="pagenum">[<a id="pb513" href="#pb513">513</a>]</span></p> -<p>En Benedetta nam, nadat zij zich naast hem had neergelegd, den stervenden Dario in -haar armen, wiens armen nog slechts de kracht hadden zich om haar heen te sluiten. -Dat was het, wat zij ten slotte gewild had ondanks haar uiterlijke kalmte, ondanks -de lelieachtige reinheid van haar halsstarrigheid, waaronder de hartstocht als een -laaiend vuur gebrand heeft. Altijd, zelfs in de rustigste uren, had deze heftigheid -haar verteerd. Maar nu het afschuwlijke noodlot haar haar geliefde ontnam, wilde zij -zich niet langer nederleggen bij die bedriegerij, wilde zij hem niet verliezen zonder -zich gegeven te hebben, omdat zij de dwaasheid begaan had zich niet te geven, toen -zij beiden nog in glimlachende teederheid en kracht straalden. In haar liefdewaanzin -barstte het verzet der natuur los, de onbewuste kreet der vrouw, die niet onvruchtbaar -sterven wilde, nutteloos als een zaadkorrel, dien de wind medevoert en waaruit geen -ander leven meer zal ontkiemen. -</p> -<p>“Mijn Dario, hier ben ik, hier ben ik!” -</p> -<p>Zij drukte hem met haar naakte leden, met haar naakte ziel tegen zich aan. Op dat -oogenblik zag Pierre aan den muur boven het hoofdeinde van het bed het wapen der Boccanera’s, -een oud, van goud en veelkleurige zijde geborduurd panneau op violet fluweel. Ja, -dat was de gevleugelde, vlammenspuwende draak; dat was het woeste, vurige devies: -“<i>Bocca nera, alma rossa</i>”, zwarte mond, roode ziel, de mond verduisterd door een gebrul, de ziel een vlammende -gloed van geloof en liefde. Dit geheele oude, hartstochtelijke, heftige geslacht met -de tragische legende was weer opgestaan, om zijn laatste aanbiddelijke dochter tot -deze vreeselijke en wonderbare verloving in den dood te drijven. En het zien van het -geborduurde wapen riep een andere herinnering in hem wakker, die aan het portret van -Cassia Boccanera, de zelf recht doende amoureuse, die zich met haar broeder Ercole -en het lijk van haar geliefde, Flavio Corradini in den Tiber geworpen had. Was dit -niet dezelfde wanhopige omarming, die den dood trachtte te overwinnen, dezelfde heftigheid, -die zich met het lichaam van den uitverkoren en eenigen geliefde in den afgrond wierp. -Beiden—zij, die daar boven op het oude doek herleefde, en zij, die hier den dood van -haar geliefde mede-stierf—geleken op elkaar met haar zelfde kinderlijk-teere trekken, -denzelfden hartstochtelijk-begeerenden mond, dezelfde groote droomoogen en hetzelfde -kleine, ronde, verstandige en koppige gelaat, <span class="pagenum">[<a id="pb514" href="#pb514">514</a>]</span>alsof de laatste slechts het terugkeerende evenbeeld der eerste was. -</p> -<p>“Mijn Dario, hier ben ik, hier ben ik!” -</p> -<p>Een eeuwigheid, die misschien een seconde duurde, omhelsden zij elkaar. Zij legde -in haar overgave een razernij, een heilige razernij, die aan gene zijde van het leven -tot in de donkere oneindigheid van het onbekende ging, dat voor hen begon. Zonder -vrees voor of weerzin tegen de kwaal, die hem onkenbaar maakte, smolt zij als het -ware met hem samen, ging zij in hem op; en hij, die onder dat groote geluk, welks -zaligheid eindelijk tot hem kwam, verscheiden was, bleef met krampachtig om haar heen -gesloten armen liggen, als droeg hij haar met zich mede. Toen echter—was het uit smart -over dit onvolkomen bezit bij de gedachte aan haar nuttelooze maagdelijkheid, die -niet meer bevrucht kon worden, of geschiedde het te midden van de hoogste vreugde -over het met de geheele wilskracht van haar wezen ondanks alles, voltrokken huwelijk?—toen -echter steeg bij deze omhelzing van den machteloozen dood zulk een bloedstroom naar -haar hart, dat het brak. Zij was gestorven aan den hals van haar gestorven geliefde; -vast tegen elkaar gedrukt lagen zij voor eeuwig in elkanders armen. -</p> -<p>Een snik weerklonk: Victorine was naderbij getreden en had begrepen, terwijl Pierre, -die ook opgestaan was, door den verheven aanblik medegesleept werd en beefde van bewondering -en tranen. -</p> -<p>“Kijk, kijk,” stamelde de huishoudster met zeer zachte stem, “zij beweegt zich niet -meer, zij ademt niet meer. Mijn arm, arm kind; zij is dood!” -</p> -<p>En de priester prevelde: -</p> -<p>“Mijn God, wat zijn ze mooi!” -</p> -<p>Het was waar; nooit nog had een zoo verheven, zoo glanzende schoonheid op gezichten -van dooden gestraald. Het zooeven nog aardkleurige en verouderde gelaat van Dario -had een bleekheid en een adel als van marmer aangenomen; zijn trekken waren als in -een opwelling van onuitsprekelijken jubel verheerlijkt. Benedetta bleef ernstig: een -hartstochtelijk-energieke plooi lag om haar lippen, terwijl haar geheele gelaat in -een oneindige witheid een smartelijke, eindelooze zaligheid uitdrukte. Hun haren strengelden -zich door elkaar, hun wijd geopende, diep in elkaar borende oogen, bleven elkaar aankijken -in een eeuwige, zachte liefkoozing. Zij waren het in de verrukking van hun één-zijn -de onsterfelijkheid <span class="pagenum">[<a id="pb515" href="#pb515">515</a>]</span>binnengetreden paar, dat den dood overwonnen had en waarvan de verrukte schoonheid -der onsterfelijke en overwinnende liefde uitstraalde. -</p> -<p>Maar het snikken van Victorine barstte eindelijk met zulke jammerklachten los, dat -er een geheele verwarring ontstond. Pierre, die geheel van streek was, kon zich niet -verklaren hoe de kamer plotseling zoo vol menschen was, die zich zenuwachtig als in -een soort wanhopigen angst heen en weer bewogen. De kardinaal was natuurlijk met don -Vigilio uit de kapel toegesneld. Blijkbaar was op datzelfde oogenblik ook dokter Giordano -teruggekomen met donna Serafina, die van den naderenden dood van haar neef op de hoogte -gebracht was, want zij stond daar als verdoofd door al die plotselinge, op elkaar -volgende slagen, welke het huis troffen. De dokter zelf was onrustig, verbaasd als -de meeste oudere doktoren, die ondanks hun ervaring, toch steeds weer verbijsterd -worden door de feiten. Hij trachtte een verklaring te geven, sprak aarzelend van een -mogelijk slagadergezwel, misschien een embolie<a class="noteref" id="xd29e5132src" href="#xd29e5132">5</a>. -</p> -<p>Maar Victorine, die haar smart tot de gelijke van haar meesteres maakte, durfde hem -in de rede vallen. -</p> -<p>“Maar mijnheer de dokter, zij hielden te veel van elkaar. Is dat niet een voldoende -reden, om samen te sterven?” -</p> -<p>Donna Serafina, wilde, nadat zij de dierbare kinderen op het voorhoofd gekust had, -hun oogen sluiten. Maar het gelukte haar niet, de oogleden openden zich telkens weer, -zoodra de vinger er niet meer op drukte, en de oogen begonnen elkaar weer toe te lachen, -elkaar weer met hun eeuwigen blik te liefkoozen. En toen zij zeide welstandshalve -de beide lichamen te willen scheiden en de ledematen trachtte los te maken, riep Victorine -weer uit: -</p> -<p>“Maar, signora, signora! U zult hun armen eerder breken! Kijk toch zelf, men zou denken, -dat hun vingers in hun schouders gedrongen zijn; nooit zullen zij elkaar meer loslaten!” -</p> -<p>Nu kwam de kardinaal tusschenbeide. God had geen wonder gewrocht. Hij was doodsbleek, -zonder tranen, in een ijzige wanhoop, die hem grooter schijnen deed. Bij het zien -van deze heerlijke liefde, tot in het diepst van zijn ziel geroerd door het leed van -hun leven en de schoonheid van <span class="pagenum">[<a id="pb516" href="#pb516">516</a>]</span>hun dood, maakte hij een verheven gebaar van absolutie en zegening, alsof hij, de -Kerkvorst, die over den wil des hemels beschikt, goedkeurde, dat deze beide geliefden, -elkaar omhelzend, voor het laatste gericht verschenen. -</p> -<p>“Laat ze, laat ze, zuster! Stoor hen niet in hun slaap!… Laten hun oogen open blijven, -nu zij elkaar tot het einde der dagen willen aanschouwen, zonder het ooit moede te -worden. Laten zij in elkanders armen slapen, nu zij gedurende hun leven niet gezondigd -hebben en zij zich slechts zóó omhelzen, om samen in de aarde te rusten.” -</p> -<p>En weer de Romeinsche prins met het trotsche, door oude gevechten en hartstochten -nog warme bloed wordend, voegde hij er aan toe: -</p> -<p>“Twee Boccanera’s kunnen zoo slapen; heel Rome zal ze bewonderen en beweenen. Laat -ze, laat ze, zuster. God kent ze en verwacht ze!” -</p> -<p>Alle aanwezigen waren neergeknield, de kardinaal zelf sprak de gebeden der dooden. -De avond kwam, en in een toenemende duisternis hulde zich de kamer, waarin weldra -twee kaarsvlammen als twee sterren schitterden. -</p> -<p>Zonder te weten hoe, bevond Pierre zich weer in het kleine, verwaarloosde tuintje -van het paleis aan den Tiber. Door moeheid en verdriet benauwd en in een behoefte -aan lucht was hij blijkbaar naar beneden gegaan. De duisternis lag over het bekoorlijke -hoekje, over den ouden sarkophaag, waarin het dunne waterstraaltje, dat uit het tragische -masker stroomde, zijn schrille fluittonen zong; de laurierboom, die hem overschaduwde, -de taxis- en de <span class="corr" id="xd29e5150" title="Bron: oranje-appelboomen">oranjeappelboomen</span> waren onder den blauwzwarten hemel niet meer dan onduidelijke massa’s. -</p> -<p>O, hoe verkwikkend en vroolijk was die heerlijke, melancholieke tuin ’s ochtends geweest! -En welk een troosteloozen echo hadden de lachjes van Benedetta nu achtergelaten, die -heele uitgelaten vreugde over het nabije geluk, dat daarboven nu in het Niet der dingen -en schepselen lag! En terwijl hij daar zat op dezelfde plaats, waar zij gezeten had, -op het omgevallen stuk zuil, in de lucht, welke zij ingeademd had en die haar reinen -geur van aanbiddelijke vrouw bewaarde, werd zijn keel zóó pijnlijk dichtgesnoerd, -dat hij in luide snikken uitbarstte. -</p> -<p>Plotseling sloeg een torenklok in de verte zes uur. Pierre schrok op: hij herinnerde -zich, dat hij dienzelfden avond om negen uur door den paus ontvangen zou worden. Nog -<span class="pagenum">[<a id="pb517" href="#pb517">517</a>]</span>drie uur. Hij had er gedurende de vreeselijke catastrophe niet aan gedacht; het was -alsof er maanden en maanden verloopen waren. Met moeite kwam hij weer tot zichzelf. -Binnen drie uur zou hij naar het Vaticaan gaan, zou hij eindelijk den paus spreken. -<span class="pagenum">[<a id="pb518" href="#pb518">518</a>]</span></p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e5017" href="#xd29e5017src">1</a></span> “Vrede zij dit huis.” “En allen, die daarin wonen.” <a class="fnarrow" href="#xd29e5017src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e5029" href="#xd29e5029src">2</a></span> <span class="corr" id="xd29e5030" title="Niet in bron">“</span>Gij besprenkelt mij met hysop, Heer, en ik zal gereinigd worden; Gij wascht mij, en -ik zal witter worden dan sneeuw.” <a class="fnarrow" href="#xd29e5029src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e5043" href="#xd29e5043src">3</a></span> Ik geloof in den eenigen God. <a class="fnarrow" href="#xd29e5043src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e5058" href="#xd29e5058src">4</a></span> Moge God door deze heilige zalving en zijn Goddelijke barmhartigheid u al wat gij -door uw gezicht, uw gehoor, uw reuk, uw smaak en uw gevoel gezondigd hebt, vergeven! <a class="fnarrow" href="#xd29e5058src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e5132" href="#xd29e5132src">5</a></span> Verstopping van een bloedvat door geronnen bloed. <a class="fnarrow" href="#xd29e5132src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch14" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">VEERTIENDE HOOFDSTUK</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Toen Pierre ’s avonds uit den Borgo voor het Vaticaan kwam, liet in de diepe stilte -van de donkere en reeds sluimerende wijk de klok één luiden, zwaren slag weerklinken: -half negen. Hij was te vroeg en hij besloot nog een twintig minuten te wachten, om -niet voor negen uur, het uur der audiëntie, boven bij de deur der appartementen te -zijn. -</p> -<p>In de groote ontroering en droefheid, die zijn keel nog toesnoerden, was dit uitstel -een verlichting voor hem. Met gebroken ledematen en totaal uitgeput door den tragischen -middag, dien hij doorgebracht had in die doodenkamer, waar Dario en Benedetta thans -in elkanders armen hun eeuwigen slaap sliepen, was hij hierheen gekomen. Hij had niet -kunnen eten, het wreed-smartelijke beeld van deze twee geliefden liet hem geen oogenblik -los en vervulde hem zóó, dat steeds weer onwillekeurige zuchten aan zijn borst ontsnapten -en tranen in zijn oogen kwamen. O, hoe gaarne had hij zich ergens verborgen, om zijn -tranen, die hem verstikten en benauwden, den vrijen loop te kunnen laten. Het was -een ontroering, die al zijn denken beheerschte; de jammerlijke dood van deze twee -gelieven voegde zich in zijn geest bij de klacht, die oprees uit zijn borst en doorhuiverde -hem met een nog grooter medelijden, met een bijna angstwekkende liefde voor alle ongelukkigen -dezer wereld. Deze bezwering van zooveel lichamelijke en moreele wonden in Parijs, -in Rome, waar hij zooveel onrechtvaardig en monsterachtig lijden gezien had, maakte -hem zóó wanhopig, dat hij bang was bij iederen stap in snikken uit te barsten. -</p> -<p>Om zich wat te kalmeeren, begon hij langzaam op de piazza S. Pietro heen en weer te -wandelen, die op dit uur van den avond één onmetelijke duisternis en eenzaamheid was. -Toen hij er kwam, meende hij verdwaald te zijn in <span class="pagenum">[<a id="pb519" href="#pb519">519</a>]</span>een zee van donkerte. Maar langzamerhand geraakten zijn oogen er aan gewend. De reusachtige -ruimte was slechts verlicht door de vier lantaarnpalen met zeven branders op de vier -hoeken van de Obelisk en de enkele lantaarns rechts en links langs de naar de basilica -loopende gebouwen. Onder de dubbele porticus van de zuilengaanderij brandden eveneens -lantaarns met een geel licht om het groote bosch der vier rijen zuilen, welker voetstukken -zich vreemd afteekenden. -</p> -<p>Op het plein was niets zichtbaar dan de kleurlooze, als een spookgestalte oprijzende -obelisk. Ook de gevel van de St. Pieter dook, nauwlijks herkenbaar, als gesloten, -uitgestorven, in een vreemde, sluimerende, onbeweeglijke, zwijgende grootschheid op. -Den dom zag hij niet, het was nauwlijks een blauwachtige, groote ronding, die zich -even tegen den hemel afteekende. Zonder ze te zien, had hij ergens in de diepte van -dit onbestemde donker het ruischen der fonteinen gehoord; eindelijk onderscheidde -hij het dunne en bewegelijke spookbeeld der voortdurend opspuitende waterstralen, -die weer als regendroppels naar beneden vielen. En boven het wijde plein welfde zich -de wijde hemel, maanloos, als donkerblauw fluweel, waarin de sterren de grootte en -de schittering van karbonkels schenen te hebben. De Wagen met zijn gouden wielen en -zijn gouden dissel lag omgekeerd op het dak van het Vaticaan, en daaronder boven Rome, -in de richting van de Via Giulia stond de prachtige, met de drie gouden sterren van -zijn bandelier opgesmukte Orion. -</p> -<p>Pierre sloeg zijn blikken op naar het Vaticaan. Maar daar was slechts een opeenhooping -van verwarde gevels te zien, waarin slechts op de verdieping der pauselijke appartementen -het schijnsel van twee lampen òplichtte. Alleen in het inwendig verlichte Damasiushof -blonken helder de achter- en linkervleugel in den witten weerschijn van hun groote -serre-ramen. En steeds geen geluid, geen beweging, zelfs niet de verplaatsing van -een schaduw. Twee personen staken de uitgestrektheid van het plein over; dan een derde, -die ook weer verdween, waarna er niets meer overbleef dan in de verte de cadans der -rhythmische stappen. Het was een volmaakte woestijn, geen voorbijgangers, geen wandelaars, -zelfs niet de schim van een nachtelijk zwerver onder de colonnade in het zuilenbosch, -dat even leeg was als de eeuwenoude oerwouden der eerste eeuwen. En welk een plechtige -woestijn, welk een trotsch-troostelooze stilte! Nog nooit had hij <span class="pagenum">[<a id="pb520" href="#pb520">520</a>]</span>den indruk van een zoo onmetelijke, zoo donkere sluimering vol van den majestueusen -adel des doods gekregen. -</p> -<p>Om tien minuten voor negen vermande Pierre zich en ging naar de bronzen deur. Nog -slechts één der vleugels aan het einde van de rechtsche zuilengang stond open. Hij -herinnerde zich de nauwkeurige instructies, die monsignor Nani hem gegeven had: aan -iedere deur naar mijnheer Squadra vragen en er geen woord aan toevoegen—en iedere -deur zou zich openen; hij behoefde zich slechts te laten leiden. Nu Benedetta niet -meer leefde, wist niemand, dat hij hier was. Toen hij de bronzen deur doorgegaan was -en voor den onbeweeglijken soldaat der Zwitsersche garde stond, die in een slapende -houding de toegang bewaakte, zeide hij eenvoudig het afgesproken woord: -</p> -<p>“Mijnheer Squadra.” -</p> -<p>Daar de soldaat zich niet bewoog en hem doorliet, liep hij door en sloeg dadelijk -rechts af de groote vestibule van de Scala Pia in, naar de steenen trap, die naar -het Damasiushof leidt. En geen levende ziel, niets dan de verstikte echo der stappen, -niets dan het slapende licht der vleermuizen, welker matglazen bollen het licht zacht -temperden. -</p> -<p>Toen hij boven het Damasiushof door liep herinnerde hij zich, dat hij dat reeds van -uit de loggia’s van Raffaël gezien had met zijn porticus, zijn fontein, zijn wit, -toen in de brandende zon liggend plaveisel. Maar nu zag hij zelfs de vijf of zes rijtuigen -niet, die daar stonden met hun onbeweeglijke paarden en hun op hun bokken als verstijfde -koetsiers. Het was een woestijn, een groot, kaal, kleurloos vierkant, als in de sluimering -van een graf liggend onder het droeve licht der lantaarns, welker weerkaatsingen de -hooge vensters der drie gevels verlichtten. Eenigszins onrustig en door een lichte -rilling van het leege en stille aangegrepen, liep hij snel verder in de richting van -het door een marquise beschermde bordes, dat met enkele treden naar de trap van de -appartementen leidde. -</p> -<p>Daar stond een reusachtige gendarm in groot tenue. -</p> -<p>“Mijnheer Squadra.” -</p> -<p>Met een eenvoudig gebaar, zonder één woord, wees de gendarme op de trap. -</p> -<p>Pierre ging naar boven. Het was een zeer breede trap met witmarmeren leuning en lage -treden. Het licht in de matglazen bollen scheen uit wijze spaarzaamheid reeds laag -<span class="pagenum">[<a id="pb521" href="#pb521">521</a>]</span>gedraaid te zijn. Op ieder portaal hield een soldaat der Zwitsersche garde met zijn -hellebaard de wacht; in den zwaren, diepen slaap, die het paleis bevangen had, hoorde -men niets dan de regelmatige stappen van deze mannen, die ongetwijfeld steeds zoo -op en neer liepen, om ook niet door de verdooving der omgeving overmeesterd te worden. -</p> -<p>Aan het beklimmen van die trap te midden van de diepe, huiverende stilte en de toenemende -duisternis scheen geen einde te komen. Toen hij eindelijk op het portaal der tweede -verdieping kwam, was het alsof hij reeds honderd jaar die trap opklom. Voor de glazen -deur der Sala Clementina, waarvan alleen de rechterdeurvleugel openstond, hield een -laatste soldaat der Zwitsersche garde de wacht. -</p> -<p>“Mijnheer Squadra.” -</p> -<p>De man trad ter zijde en liet den jongen priester binnengaan. -</p> -<p>De reusachtige Sala Clementina scheen op dit uur in het schemerdonker der lampen grenzenloos -te zijn. De zoo rijke decoratie, de beeldhouwwerken, de schilderijen, het verguldsel, -alles zonk weg en was niets meer dan een vage, vale massa, spookachtige muren, waarop -de terugkaatsingen van kleinoodiën en edelgesteenten sliepen. -</p> -<p>Eindelijk meende Pierre aan het andere einde van de zaal op een bank gedaanten te -onderscheiden. Het waren drie dommelende soldaten der Zwitsersche garde. -</p> -<p>“Mijnheer Squadra.” -</p> -<p>Langzaam stond een der mannen op en verdween. Pierre begreep, dat hij moest wachten. -Hij durfde zich niet bewegen: het geluid van zijn stappen op de tegels maakte hem -bang. Hij keek om zich heen en trachtte zich de menigten voor den geest te roepen, -welke deze zaal bevolkt hadden. Thans nog was het een zaal, die voor allen toegankelijk -was, die allen moesten doorgaan, een eenvoudige zaal voor de wachtposten, steeds vervuld -door het lawaai van tallooze stappen, van het onophoudelijke komen en gaan. Maar hoe -zwaar drukte de dood erop, wanneer de nacht haar in bezit had genomen—hoe moe en uitgeput -was zij door het voorbij zien gaan van zoovele dingen en menschen. -</p> -<p>Eindelijk kwam de soldaat terug en achter hem verscheen op den drempel van het nevenvertrek -een geheel in het zwart gekleede man van omstreeks veertig jaar, die het midden hield -tusschen den knecht van een groot huis en den koster van een kathedraal. Hij had een -mooi, gladgeschoren <span class="pagenum">[<a id="pb522" href="#pb522">522</a>]</span>gezicht met een eenigszins grooten neus tusschen een paar groote, strakke en heldere -oogen. -</p> -<p>“Mijnheer Squadra,” zeide Pierre nogmaals. -</p> -<p>De man maakte een buiging, als om te zeggen, dat hij dat was. Met een tweede buiging -noodigde hij den priester uit hem te volgen. Achter elkaar gingen zij dan de eindelooze -reeks zalen door. -</p> -<p>Pierre, die, doordat hij er meermalen met Narcisse over gesproken had, het ceremonieel -kende, herkende de verschillende zalen, herinnerde zich de bestemming daarvan, vulde -ze in zijn geest met de personen, die het recht hadden zich er op te houden. Iedere -dignitaris mocht, volgens zijn rang, niet verder dan een bepaalde deur gaan, zoodat -de personen, die door den paus ontvangen moeten worden, van hand tot hand gaan, van -die der bedienden in die der edelgarden, dan in die van de eerekamerheeren, vervolgens -in die der geheime kamerheeren. Maar van acht uur af waren de zalen ledig; slechts -weinige lampen branden op de wandtafeltjes; het is niet meer dan een reeks verlaten, -half donkere, in slaap gevallen vertrekken, ingesloten in het verheven Niet, waarin -het geheele paleis verzinkt. -</p> -<p>Eerst kwam de zaal der bedienden, van de bussolanti, de eenvoudige deurwachters, die, -gekleed in rood, met het pauselijk wapen geborduurd fluweel, de bezoekers tot aan -de deur der eerekamer brengen. Op dit late uur zat er nog slechts één op een bank -in een zóó donker hoekje, dat zijn purperen tunica zwart scheen. Hij keek op en liet -hen doorgaan in de donkerte, waarin de geheele verblindende pracht van de zaal verdween. -Dan gingen zij door de zaal der gendarmen, waar de secretarissen van de kardinalen -en andere hooge personnages op de terugkomst van hun meesters wachtten; zij was nu -geheel leeg, geen enkele der mooie blauwe uniformen met het witte lederwerk, geen -enkele der fijne soutanes, die zich hier gedurende de receptie-uren vermengden, was -te zien. Leeg ook was de volgende, iets kleinere, voor de Palatijnsche garde bestemde -zaal; deze uit de Romeinsche bourgeoisie gerecruteerde militie draagt een zwarte tunica -met gouden epauletten en een door een roode pluim bekroonden schako. -</p> -<p>Vervolgens sloegen zij rechtsaf in een nieuwe reeks zalen; ook de eerste, die zij -betraden, de tapijtenzaal was leeg; dit is een wachtkamer met een prachtig geschilderd -plafond en bewonderenswaardige gobelins van Audran, den wonderdoenden <span class="pagenum">[<a id="pb523" href="#pb523">523</a>]</span>Jezus en de Bruiloft van <span class="corr" id="xd29e5204" title="Bron: Kanäan">Kanaän</span> voorstellend. Leeg ook was de zaal der edelgarden met haar lage, houten stoeltjes, -haar wandtafeltje, waarboven een hoog crucifix tusschen twee lampen hangt, haar breede -deur op den achtergrond, die toegang geeft tot een ander klein vertrek, een soort -alkoof met een altaar, waarvoor de paus geheel alleen de mis leest, terwijl de aanwezigen -op de marmeren tegels van de zaal der edelgarde geknield liggen. Leeg ten slotte was -ook de eere-antichambre, de troonzaal, waar de paus twee- en driehonderd personen -tegelijk in openbare audiëntie ontvangt. Tegenover het venster staat op een lage estrade -de troon, een vergulde fauteuil van rood fluweel onder een rood-fluweelen baldakijn. -Daarnaast ligt het kussen voor den voetkus. Rechts en links staan twee wandtafeltjes; -op het eene ziet men een pendule, op het andere een crucifix tusschen hooge, kaarsendragende -armluchters met verguld-houten voeten. Het behang van rood damast met de groote Louis -XIV-palmen loopt tot aan de prachtige fries, die het plafond met allegorische attributen -en figuren omlijst; de schitterende, koude marmeren vloer is alleen voor den troon -met een Smyrna-tapijt bedekt. Maar bij particuliere audiënties, wanneer de paus in -de kleine troonzaal of zelfs in zijn kamer ontving, was de troonzaal eenvoudig de -eere-antichambre, waar de prelaten en andere hoogwaardigheidsbekleeders, gezanten -en andere hooge persoonlijkheden wachtten. -</p> -<p>De dienst werd waargenomen door twee <span class="corr" id="xd29e5209" title="Bron: eere-kamerheeren">eerekamerheeren</span>, die de tot de hooge eer van een particuliere audiëntie toegelaten personen van de -bussolanti overnamen, om ze zelf te brengen naar de deur der geheime antichambre, -waar zij ze overdragen aan de geheime kamerheeren. Dit was de weelderigst ingerichte -en levendigste zaal zoowel door de schittering der uniformen als door de ontroering, -die al grooter en grooter werd naarmate men dichter kwam bij den door den Uitverkorene -en Eenige bewoonden tabernakel door die eindelooze reeks zalen, waarin het hart steeds -luider en luider klopte en tot stikkens toe samengeperst werd door die handig aangebrachte -stijging van geringere tot steeds meer toenemende pracht. Op dit late uur echter was -er geen levende ziel te zien, geen beweging, geen stem te hooren—niets was er dan -de stilte, die van het donkere plafond over den rood-fluweelen troon afdaalde; niets -dan een walmende lamp, die in de ledige, sluimerende zaal op den hoek van een wandtafeltje -brandde. -<span class="pagenum">[<a id="pb524" href="#pb524">524</a>]</span></p> -<p>Mijnheer Squadra, die zich nog niet omgedraaid had, maar langzaam en zwijgend verder -schreed, bleef een oogenblik voor de deur der geheime antichambre staan als om den -bezoeker gelegenheid te geven zich wat te herstellen, alvorens het heiligdom te betreden. -Alleen de geheime kamerheeren hadden het recht zich daar op te houden, slechts de -kardinalen mochten hier wachten tot het den paus behagen zou hen te ontvangen. Aan -zijn lichte, zenuwachtige huivering bemerkte Pierre, nadat mijnheer Squadra hem er -binnen gebracht had, dat hij de andere zijde van deze lage, menschelijke wereld betrad. -Overdag bewaakte een op wacht staand edelgarde de deur; doch op dit uur was deze vrij -en het vertrek, evenals alle andere, ledig. Het was iets te smal en gangvormig; twee -ramen zagen uit op de nieuwe wijk der Prati del Castello, een derde aan het einde -dicht bij de naar de kleine troonzaal leidende deur op het Pietersplein. Daar tusschen -die deur en dat venster zat gewoonlijk aan een klein tafeltje een thans afwezige secretaris. -En ook nu weer kwam hetzelfde wandtafeltje met hetzelfde crucifix tusschen hetzelfde -paar lampen terug. Een groot uurwerk in een ebbenhouten met koper beslagen kast sloeg -zwaar het uur. De eenige merkwaardigheid onder het plafond met de gouden rosetten -was het roode, met gele schilden bezaaide, damasten behang. De twee sleutels en de -tiara wisselden af met den leeuw, die zijn klauw op den aardbol legt. -</p> -<p>Maar mijnheer Squadra had bemerkt, dat Pierre, in strijd met de etiquette, nog steeds -zijn hoed, dien hij in de zaal der bussolanti had moeten achterlaten, in zijn hand -hield. Alleen de kardinalen hebben het recht hun hoofddeksel bij zich te houden. Met -een bescheiden gebaar nam hij hem zijn hoed af en legde dien zelf op het wandtafeltje, -als wilde hij zeggen, dat hij tenminste daar moest blijven. Dan, nog steeds zonder -een woord te zeggen, gaf hij Pierre met een eenvoudige buiging te kennen, dat hij -den bezoeker bij Zijne Heiligheid zou aandienen, en hij een oogenblik in deze kamer -wachten moest. -</p> -<p>Toen Pierre alleen was, haalde hij diep adem. Hij stikte, zijn hart klopte, alsof -het breken zou. Toch bleef zijn verstand helder; hij had in dit <span class="corr" id="xd29e5217" title="Bron: half-donker">halfdonker</span> deze beroemde, deze prachtige pauselijke vertrekken zeer goed beoordeeld. -</p> -<p>De ebbenhouten klok sloeg negen uur. Hij keek verbaasd op. Wat, waren er pas tien -minuten verloopen, sedert hij de bronzen deur doorgegaan was? Hij had een gevoel, -alsof <span class="pagenum">[<a id="pb525" href="#pb525">525</a>]</span>hij al dagen en dagen geloopen had. Nu wilde hij deze zenuwachtige drukking, die hem -benauwde, bestrijden; want hij was nog steeds niet zeker van zichzelf, was nog steeds -bang zijn kalmte, zijn rede in een tranenvloed te zien verdwijnen. Hij liep op en -neer en kwam langs de ebbenhouten klok, wierp een blik op het crucifix van het wandtafeltje -en keek naar den bol van de lamp, waarop de vette vingers van een knecht hun sporen -achtergelaten hadden. Zij gaf een zóó geel en zóó zwak licht, dat hij de lust in zich -voelde opkomen haar wat op te draaien, maar hij durfde niet. Dan stond hij, met zijn -gezicht tegen het raam gedrukt, voor het venster, dat op het St. Pietersplein uitzag. -Even werden zijn gedachten geheel in beslag genomen. Door de slechtsluitende jaloezieën -strekte het reusachtige Rome zich voor hem uit, Rome, zooals hij het reeds eenmaal -gezien had van uit de loggia’s van Raffaël, zooals hij het zich gedacht had op den -dag, dat hij van uit het kleine restaurant op het paleis Leo XIII voor het raam van -zijn kamer had meenen zien te staan. -</p> -<p>Maar nu was het het nachtelijke Rome, het door de duisternis nog grooter lijkende -Rome, grenzenloos als de bestarde hemel. In deze grenzenlooze zee met haar zwarte -golven kon men slechts met zekerheid de groote, door het witte licht der electrische -verlichting in melkwegen veranderde straten: den Corso Victor-Emanuele, de Via Nazionale, -den Corso, die ze rechthoekig sneed en zelf werd doorsneden door de Via del Tritone, -welke zich voortzette in de Via San Nicola da Tolentino. Aan de andere zijde van den -corso Victor-Emanuele en de Via Nazionale in de richting van het oude Rome vlamden -nog eenige pleinen en eenige straatdeelen, maar de duisternis overstroomde reeds alles. -Overigens was het niets meer dan een gewemel van kleine, gele lichtjes, van kleine -brokjes van een half uitgedoofden hemel, die over de aarde geveegd is. Enkele sterrenbeelden, -enkele fonkelende, mysterieuse en edele figuren vormende sterren trachtten vergeefs -zich los te maken. -</p> -<p>De zenuwachtige angst van Pierre werd ondanks dezen oceaan van donkerte en verheven -vrede, ondanks de pogingen, die hij deed om kalm te worden, van seconde tot seconde -grooter. Hij verwijderde zich van het venster en huiverde over zijn geheele lichaam, -toen hij een zacht geschuifel van voetstappen hoorde en dacht, dat men hem kwam halen. -Het geluid kwam uit het vertrek ernaast, de kleine troonzaal, <span class="pagenum">[<a id="pb526" href="#pb526">526</a>]</span>waarvan, zooals hij nu merkte, de deur op een kier was blijven staan. Daar hij verder -niets meer hoorde, waagde hij zich in zijn koortsachtig ongeduld wat dichter bij en -rekte zijn hals uit om wat te zien. Het was weer een met rood damast behangen zaal -met een vergulden, roodfluweelen fauteuil onder een rood-fluweelen baldakijn; ook -hier vond men het onvermijdelijke wandtafeltje, het hooge, ivoren crucifix, de klok, -het paar lampen, de kandelabres, twee groote vazen op sokkels en twee andere van geringere -grootte met het portret van den Heiligen Vader, afkomstig uit de fabriek te Sèvres. -Toch voelde men hier meer comfort, het Smyrna-tapijt bedekte den geheelen vloer, enkele -fauteuils stonden er tegen den muur. -</p> -<p>De paus, wiens kamer in deze zaal uitkwam, ontving hier gewoonlijk de personen, die -hij met bijzondere onderscheiding behandelen wilde. Pierre’s zenuwachtigheid nam toe -bij de gedachte, dat hij nog maar één vertrek behoefde door te gaan, dat zoo dicht -bij hem, achter die eenvoudige houten deur, Leo XIII was. Waarom liet men hem wachten? -Maakte men zich gereed om hem in dat vertrek te ontvangen, ten einde hem in een niet -al te groote intimiteit toe te laten? Men had hem verteld van geheimzinnige bezoeken -op dit uur, van onbekenden, die op dezelfde wijze zwijgend binnengelaten werden. Dat -waren hooge persoonlijkheden, wier namen men heel zacht fluisterde. Hem scheen men -voor compromitteerend te houden, dat men met hem buiten weten der omgeving, kalm met -hem wenschte te praten, zonder zich tot iets te verbinden. -</p> -<p>Dan kon hij zich plotseling de oorzaak van het geritsel, dat hij zooeven gehoord had, -verklaren, hij zag op het wandtafeltje naast de lamp een klein houten kistje, een -soort diep bord met handvaten, waarin zich het overschot van een avondmaaltijd, vaatwerk, -een courant, een flesch en een glas bevonden. Hij begreep, dat mijnheer Squadra, nadat -hij die overblijfselen in de kamer gezien had, deze in dit vertrek gebracht had en -toen weer naar binnen gegaan was, om verder de tafel af te nemen. Hij wist, dat de -paus zeer matig was; wist, dat hij zijn maaltijden aan een klein tafeltje gebruikte, -waarbij alles tegelijk in dit kleine houten kistje binnengebracht werd: één vleesch, -één groente, een paar slokjes bordeaux op voorschrift van den geneesheer, en voor -alles bouillon, koppen bouillon, die hij gaarne aan oude kardinalen, die tot zijn -vrienden behoorden, aanbood. -<span class="pagenum">[<a id="pb527" href="#pb527">527</a>]</span></p> -<p>De gewone maaltijden van Leo XIII kostten niet meer dan acht francs per dag. O, zwelgerijen -van Alexander VI! O, festijnen en feestgelagen van Julius II en Leo XI. Maar weer -kwam er een geritsel uit de kamer, dat hij niet uitleggen kon; hij schrok van zijn -onbescheidenheid en trok zijn hoofd terug, toen hij meende de geheele roode troonzaal -in den dooden vrede, waarin zij sliep, te zien opvlammen. -</p> -<p>Daar hij te zenuwachtig was, om onbeweeglijk te blijven, begon hij met zachte stappen -op en neer te loopen. Die mijnheer Squadra—hij herinnerde zich nu plotseling het van -Narcisse gehoord te hebben—was een voorname persoonlijkheid, een zeer invloedrijk -man, de lievelingsdienaar van Zijne Heiligheid, de eenige, die hem ertoe kon overhalen -op ontvangdagen een schoone witte soutane aan te trekken, wanneer degene, die hij -droeg, vuil was van het vele snuiven. Zijne Heiligheid stond er beslist op zich iederen -nacht geheel alleen in zijn kamer op te sluiten en niemand bij zich te laten slapen; -dit geschiedde uit een gevoel van onafhankelijkheid, maar ook, naar men zeide, uit -den angst van een vrek, die met zijn schat alleen slapen wil. Dit gaf voortdurende -reden tot ongerustheid, want het was allesbehalve verstandig, dat een man van dien -leeftijd zich zoo barricadeerde; mijnheer Squadra sliep in een aangrenzend vertrekje, -steeds luisterend en gereed om bij het eerste alarm toe te snellen. Hij was het ook, -die, zij het met grooten eerbied, er Zijne Heiligheid op wees, wanneer Zijne Heiligheid -te laat op bleef zitten of te veel werkte. Op dat punt echter was hij moeilijk tot -rede te brengen; dikwijls stond hij, wanneer hij niet slapen kon, weer op, liet door -Squadra een secretaris wekken, om hem een paar aanteekeningen te dicteeren of een -ontwerp-encycliek op papier te brengen. Wanneer hij met een encycliek bezig was, zou -hij er dag en nacht mede bezig kunnen zijn, evenals vroeger, toen hij er zich nog -op voor liet staan mooie Latijnsche verzen te kunnen maken, de dageraad hem dikwijls -bij het schaven van een strophe verraste. Hij sliep heel weinig, daar zijn hersenen -steeds werkzaam waren en zijn geest altijd bezig was, met de verwezenlijking van het -een of ander oud plan. Alleen zijn geheugen was in den laatsten tijd wat zwakker geworden. -Misschien had mijnheer Squadra Zijne Heiligheid weer minder goed gevonden tengevolge -van overmatig werken, daar hij, naar men zeide, den vorigen dag nog vrij ernstig ziek -geweest was en hij zich nooit ontzag. -<span class="pagenum">[<a id="pb528" href="#pb528">528</a>]</span></p> -<p>Terwijl Pierre zachtjes heen en weer bleef loopen, werd zijn geest langzamerhand geheel -door deze hooge en verheven figuur in beslag genomen. Na de weinig beteekenende bijzonderheden -van het dagelijksch leven overdacht hij nu het intellectueele leven, de rol van den -grooten paus, die Leo XIII toch zeker wilde spelen. In de S. Paolo fuori le Mura had -hij den eindeloozen fries gezien, waarop de portretten der tweehonderd twee-en-zestig -pausen afgebeeld zijn; en hij vroeg zich af op welken van die lange reeks middelmatige, -heilige, misdadige en geniale pausen Leo XIII het liefst zou willen gelijken. -</p> -<p>Was het een der eerste zoo nederige pausen, een van hen, die elkaar gedurende de drie -eerste eeuwen van verborgen leven opgevolgd waren, die eenvoudige leiders van begrafenisvereenigingen, -broederlijke herders der Christelijke gemeenschap waren? Was het paus Damasius, de -eerste groote bouwmeester, de geleerde, die behagen schepte in de dingen van den geest, -den geloovige met zijn vurig geloof, die voor de vromen de katakomben opende? Was -het Leo III, wiens vermetele hand door de zalving van Karel den Groote de breuk met -het Oosten, dat het groote schisma reeds afgescheiden had, voltooide, die krachtens -den eenigen en almachtigen wil van God en Zijne Kerk aan het Westen de heerschappij -gaf en van af dat oogenblik over kronen beschikte? Was het de verschrikkelijke Gregorius -VII, den tempelreiniger, den beheerscher der koningen; was het Innocentius III, was -het Bonifacius VIII, de meesters van zielen, volkeren en tronen, die met de grimmige -banbliksems gewapend, met zulk een macht over de Middeleeuwen heerschten, dat het -Katholicisme nooit dichter bij de verwezenlijking van zijn droom geweest is dan toen? -Was het Urbanus II, was het Gregorius IX of een der andere pausen, in wier hart de -brandende hartstocht voor de kruistochten, de drang naar heilige avonturen opvlamde, -welke de menigte medesleepte en aanzette tot de verovering van het onbekende en het -goddelijke? Was het Alexander III, die het pausdom tegen het keizerrijk verdedigde, -tot het einde toe streed om niets af te staan van het hoogste gezag, waarmede God -hen bekleed had en ten slotte overwon door zijn voet triompheerend op den nek van -Frederik Barbarossa te zetten? Was het Julius II, die lang na de treurige tijden van -Avignon het pantser droeg en de politieke macht van den Heiligen Stoel bevestigde? -Was het Leo X, de prachtlievende, roemrijke <span class="pagenum">[<a id="pb529" href="#pb529">529</a>]</span>beschermer der Renaissance, van een groot kunsttijdperk, maar die een bekrompen, niet -vooruitzienden geest bezat en Luther als een eenvoudigen, opstandigen monnik beschouwde? -Was het Pius V, de zwarte, wrekende reactie, de brandstapelvlam, die de weer heidensch -geworden aarde tuchtigde? Was het een der andere pausen, die na het Concilie van Trente -regeerden, toen het geloof in zijn integriteit weer hersteld, de Kerk door haar trots, -haar onverdraagzaamheid, haar volharden in een volkomen eerbied voor de dogma’s gered -was? Was het een paus uit den tijd van het verval van het pausdom, toen het niet meer -was dan een ceremoniemeester, die de galafeesten der groote Europeesche monarchieën -leidde? Was het Benedictus XIV, de groote geest, de scherpzinnige theoloog, die, daar -zijn handen gebonden waren en hij niet meer over de koninkrijken dezer wereld beschikken -kon, zijn schoon leven doorgebracht had met het regelen der hemelsche zaken? -</p> -<p>Op die wijze ontrolde zich voor hem de geschiedenis van het pausdom, de wonderbaarlijkste -geschiedenis, die er bestaat: het had alle wisselvalligheden der fortuin, de laagste -en ellendigste zoowel als de hoogste en schitterendste tijden, gekend; het bezat een -hardnekkigen wil om te leven, die het ondanks alles te midden van branden, bloedbaden -en instortingen staande gehouden heeft, steeds strijdvaardig in den persoon van zijn -pausen. Zij vormen een buitengewone reeks van onbeperkte, veroverende en gebiedende -heerschers. Allen, zelfs de zwakke en nederige, waren de meesters der wereld, allen -straalden in den onvergankelijken roem van den hemel, wanneer men ze zich voor den -geest riep in dit eeuwenoude Vaticaan, waar hun schimmen ’s nachts ongetwijfeld ontwaakten -en te midden der doodelijke stilte door de eindelooze gangen, door de reusachtige -zalen slopen. -</p> -<p>Maar dan zeide Pierre tot zich zelf, dat hij den grooten paus, die Leo XIII wilde -zijn, kende. Het was, geheel in het begin der Katholieke macht, Gregorius de Groote, -de veroveraar en de organisator. Deze stamde af uit een oud Romeinsch geslacht; iets -van het oude keizerbloed bruiste nog in zijn aderen. Hij bestuurde het van de barbaren -geredde Rome, liet de Kerkelijke domeinen bebouwen en verdeelde de goederen dezer -aarde: één deel voor de armen, één deel voor de geestelijkheid en één deel voor de -Kerk. Hij stichtte de Propaganda, zond zijn priesters uit om de volkeren te beschaven -en te pacificeeren, onderwierp zelfs <span class="pagenum">[<a id="pb530" href="#pb530">530</a>]</span>Groot-Brittannië aan de goddelijke wet van Christus. Ook was het, na een tusschentijd -van vele eeuwen, Sixtus V, de financier en politicus, de tuinmanszoon, die zich onder -de tiara als een der meest omvattende en soepele geesten van een aan diplomaten rijk -tijdperk kennen deed. Hij vergaarde schatten en was hard en gierig, om te regeeren -als een vorst, die in zijn schatkist steeds het voor oorlog en vrede noodige goud -liggen heeft. Jaren lang onderhandelde hij met koningen, nooit wanhoopte hij aan zijn -triomf. Evenmin verzette hij zich tegen den tijdgeest; hij aanvaardde dien zooals -hij was, en trachtte hem dan te wijzigen in het belang van den Heiligen Stoel; hij -was verdraagzaam in alles tegenover allen en droomde reeds van een Europeesch evenwicht, -waarvan hij het centrum en de meester wilde worden. Bij dat alles was hij een zeer -vrome paus, een vurige mysticus, maar een paus, die de meest absolute, meest onbeperkte -geest en tevens een tot handelen vastbesloten staatsman was, om het koninkrijk Gods -op deze aarde te verzekeren. -</p> -<p>Maar in zijn geestdrift, die ondanks zijn wil om kalm te zijn, weer in hem opsteeg -en alle voorzichtigheid en allen twijfel wegvaagde, vroeg Pierre zich af, waarom hij -zoo het verleden naging. Was dan de ware Leo XIII niet die van zijn boek, de groote -paus, die zich aan hem geopenbaard had, dien hij geschilderd had naar zijn hart, zooals -de zielen hem wenschten en verwachtten? Ongetwijfeld was het geen sprekend gelijkend -portret, maar de groote lijnen ervan moesten toch juist zijn, wilde de menschheid -niet wanhopen aan haar redding. En talrijke bladzijden van zijn boek vlamden voor -zijn oogen op; hij zag Leo XIII weer voor zich, den wijzen staatsman, den verzoenenden -bemiddelaar, die aan de eenheid der Kerk werkte, haar krachtig en onoverwinlijk maken -wilde voor den nabijën dag van den onvermijdelijken strijd. Hij zag hem weer voor -zich, bevrijd van de zorgen over de wereldlijke macht, grooter geworden, gelouterd, -schitterend in moreele pracht, als de eenige, boven de volkeren staande autoriteit, -die het doodelijke gevaar ingezien heeft, dat erin gelegen is, de socialistische oplossing -te laten in de handen van de vijanden van het Christendom, en vanaf dat oogenblik -vast besloten was om in den hedendaagschen strijd, zooals Jezus vroeger, in te grijpen -ter verdediging van de armen en de lijdenden. -</p> -<p>Hij zag hem zich plaatsen aan de zijde der democratieën, <span class="pagenum">[<a id="pb531" href="#pb531">531</a>]</span>de republiek in Frankrijk erkennen, de van hun tronen gestooten koningen in ballingschap -laten, de voorspelling verwezenlijken, die Rome opnieuw de wereldheerschappij zou -verzekeren, wanneer het pausdom het geloof weer één gemaakt hebben en aan de spits -van het volk marcheeren zou. De tijden gingen in vervulling: de Caesar was verpletterd, -de paus alleen bleef nog over. En zou het volk, het groote zwijgende volk, dat de -twee machten elkander zoo lang betwist hadden, zich niet geven aan den Vader, nu het -wist, dat deze rechtvaardig en liefderijk was, dat deze de broodelooze arbeiders en -de bedelaars van de straat met een van liefde brandend hart en een uitgestoken hand -tegemoet kwam? Bij de vreeselijke catastrophe, die de verrotte maatschappij bedreigde, -bij de afschuwlijke ellende, die de steden teisterde, was geen andere oplossing mogelijk -als Leo XIII, de gepraedestineerde, de noodwendige verlosser, de herder, gezonden -om zijn schapen te redden door de wederinstelling der Christelijke gemeenschap, de -vergeten gouden eeuw van het oorspronkelijke Christendom! Eindelijk heerschte de gerechtigheid, -schitterde de waarheid als de zon, waren alle menschen verzoend, vormden slechts één -volk, dat in vrede leefde en gehoorzaamde aan de allen gelijkmakende wet van den arbeid -onder de hooge bescherming van den paus, den eenigen band van barmhartigheid en liefde! -</p> -<p>Nu werd Pierre als opgelicht, gedragen, voortgedreven door een vlam. Eindelijk, eindelijk -zou hij hem zien, zijn hart lucht geven, zijn ziel openen! Reeds sedert zoo vele dagen -snakte hij vurig naar deze minuut, streed hij met al zijn moed om die te verkrijgen. -En hij herinnerde zich de hinderpalen, welke men hem sedert zijn aankomst te Rome -telkens weer in den weg gelegd had; en deze lange strijd, dit ongehoopte succes maakten -zijn koorts heftiger, prikkelden zijn wensch om te overwinnen. Ja, ja, hij zou overwinnen, -hij zou de tegenstanders van zijn boek doen verstommen en ten schande maken. Kon, -zooals hij tegen monsignor Fornaro gezegd had, de paus zijn boek desavoueeren? Had -hij niet zijn geheime denkbeelden uitgesproken? Misschien te vroeg, maar dat was toch -een vergeeflijke fout? En hij herinnerde zich ook wat hij tegen monsignor Nani gezegd -had op den dag, dat hij gezworen had nooit uit eigen beweging zijn boek te zullen -terugtrekken, want dat hij nergens berouw over had, niets loochende. -</p> -<p>In deze minuut ging hij nogmaals met zichzelf te rade, <span class="pagenum">[<a id="pb532" href="#pb532">532</a>]</span>en in de heftige, zenuwachtige opwinding, waarin het wachten hem na zijn eindeloozen -gang door dit reusachtige Vaticaan, bracht, geloofde hij in het volle bezit van zijn -moed, van zijn geheele wilskracht te zijn. Toch geraakte hij hoe langer hoe meer in -verwarring, kwam er toe zijn gedachten bij elkaar te zoeken, vroeg hij zich af, hoe -hij zou binnengaan, wat hij zeggen zou en in welke bewoordingen. -</p> -<p>Verwarde en zware dingen moesten zich in hem opgehoopt hebben, want hun gewicht droeg -veel tot zijn beklemming bij, zonder dat hij zich daarvan rekenschap wilde geven. -Feitelijk was hij reeds gebroken en uitgeput, had hij geen veerkracht meer dan de -vlucht van zijn droom en zijn kreet van medelijden met de afschuwlijke ellende. Ja, -ja, hij zou vlug naar binnen gaan, zou op zijn knieën vallen, spreken zooals zijn -hart hem ingeven zou. En ongetwijfeld zou de Heilige Vader glimlachen, hem laten gaan -met de woorden, dat hij niet de veroordeeling van een werk teekenen zou, waarin hij -zichzelf met zijn dierbaarste gedachten teruggevonden had. -</p> -<p>Pierre voelde zich zóó zwak worden, dat hij opnieuw naar het raam liep, om zijn brandend -voorhoofd tegen het koude glas te drukken. Zijn ooren suisden, zijn knieën knikten, -terwijl het bloed met zware slagen in zijn hersens klopte. Hij trachtte aan niets -meer te denken, keek naar het in donkerte gedompelde Rome en vroeg het een weinig -van zijn slaap te schenken, waarin het zelf wegzonk. O, om kalm te zijn, om eindelijk -niet meer te denken, moet het nacht zijn, een volkomen nacht, de nacht, waarin men, -van ellende en lijden genezen, voor eeuwig slaapt! Plotseling had hij het duidelijke -gevoel, dat er iemand onbeweeglijk achter hem stond; hij schrok en keerde zich om. -</p> -<p>Achter hem stond inderdaad mijnheer Squadra in zijn zwarte livrei te wachten. Hij -maakte weer een buiging als om den bezoeker uit te noodigen hem te volgen. Dan ging -hij weer voorop loopen, schreed langzaam door de kleine troonzaal, opende zacht de -deur van de kamer, trad ter zijde, liet den bezoeker binnengaan, sloot de deur geruischloos. -</p> -<p>Pierre was in de kamer van Zijne Heiligheid. Hij was bang geweest voor een van die -plotselinge gemoedsbewegingen, die krankzinnig maken of verlammen; men had hem verteld, -dat vrouwen stervend, in onmacht, als dronken binnenkwamen, of wel als door onzichtbare -vleugelen gedragen, <span class="pagenum">[<a id="pb533" href="#pb533">533</a>]</span>dansend binnenstormden. Maar plotseling eindigde de angst, die hem tijdens het wachten -aangegrepen had, zijn koorts van zooeven in een soort reactie, die hem kalm maakte, -hem alles met heldere oogen deed zien. -</p> -<p>Toen hij binnentrad, was hij zich van de beslissende beteekenis van deze audiëntie -bewust geworden: hij, de eenvoudige priester, verscheen voor den hoogepriester, het -hoofd der Kerk, den heerscher der zielen. Zijn geheele religieus en moreel leven zou -van deze audiëntie afhangen. Misschien was het deze gedachte, die hem op den drempel -van het heiligdom, waarnaar hij zoo bevend gegaan was als het ware tot ijs verstarren -deed, het heiligdom, dat hij gedacht had slechts met een bevend hart en zijn kindergebeden -stamelend te kunnen betreden. -</p> -<p>Toen Pierre later zijn herinneringen classeeren wilde, herinnerde hij zich, dat hij -Leo XIII het eerst gezien had, maar in de omlijsting, die hem omgaf, in die groote, -met geel damast behangen kamer met het zoo diepe alkoof, dat het bed er in verdween, -evenals een heel klein meubilair, een chaise longue, een kast, koffers, de beroemde -koffers, waarin zich, naar men zeide, achter een driedubbel slot de schat van den -Pieterspenning bevond. Een meubelstuk, in Louis XIV-stijl, een soort schrijfbureau -met koper beslag stond tegenover een groote, vergulde en beschilderde wandtafel, waarop -naast een hoog crucifix een lamp brandde. -</p> -<p>Verder was de kamer kaal; slechts drie fauteuils en vier of vijf stoelen met trijp -van lichte zijde, moesten de groote ruimte vullen. Op den vloer lag een reeds zeer -versleten tapijt. Op een dier fauteuils zat naast een klein tafeltje, waarop men een -tweede lamp met een kap gezet had, Leo XIII. Op het tafeltje lagen drie couranten, -twee Fransche en een Italiaansche: deze laatste half opengevouwen, als had de paus -haar even neergelegd om met een lang verguld-zilveren lepeltje een glas limonade, -dat naast hem stond, om te roeren. -</p> -<p>Zooals Pierre de kamer gezien had, zag hij ook het costuum, de witte soutane met witte -knoopen, het witte kalotje, de witte pèlerine, de witte ceintuur met gouden franje, -waarvan de einden met gouden sleutels geborduurd waren. De kousen waren wit, de pantoffels -van rood, eveneens met gouden sleutels geborduurd, fluweel. Het meest werd Pierre -echter getroffen door het gezicht, door de geheele persoonlijkheid, die hem kleiner -voorkwam en die hij nauwlijks herkende. Dit was nu de vierde maal, dat hij den paus -zag: <span class="pagenum">[<a id="pb534" href="#pb534">534</a>]</span>de eerste maal op een mooien avond in een heerlijken tuin, glimlachend en vertrouwelijk -luisterend naar het gebabbel van een lievelingsprelaat, terwijl hij met zijn kleine -oude-heeren-pasjes als een gewond vogeltje voorttrippelde. Hij had hem gezien in de -Sala dei Beatificazione als geliefd en ontroerd paus, wiens wangen bloosden van tevredenheid, -terwijl vrouwen hem beurzen en met goud gevulde witte kalotjes brachten, haar juweelen -afrukten om ze aan zijn voeten te werpen. Hij had hem in de St. Pieter gezien—hoog -op het schild gedragen, in al zijn heerlijkheid van zichtbaren God, dien de Christenheid -aanbidt als een in zijn gouden en met edelgesteenten versierde kast opgesloten afgod, -terwijl zijn strak gelaat onbeweeglijk als uit steen gehouwen bleef. En nu zag hij -hem hier in dezen fauteuil, in de intimiteit van zijn eigen kamer terug, en hij vond -hem zoo mager, zoo teer, dat hij een onrust voelde, waaraan zich ontroering paarde. -De hals vooral was onwaarschijnlijk dun als een draad, de hals van een heel ouden, -witten vogel. Het albasten, bleeke gelaat was karakteristiek doorschijnend, men zag -het schijnsel van de lamp door den grooten, gebiedenden neus, als was al het bloed -daaruit weggevloeid. De groote mond met de sneeuwwitte lippen doorsneed met een dunne -lijn het onderste gedeelte van het gelaat, de oogen alleen waren mooi en jong gebleven, -prachtige, donkere, als zwarte diamanten fonkelende, krachtige, doorborende oogen, -die de zielen openden en dwongen de waarheid met luide stem te bekennen. Het weinige -haar kwam in dunne, witte lokken uit het witte kapje te voorschijn en legde een witte -kroon om het magere, witte gezicht, welks leelijkheid door al het wit gelouterd werd. -</p> -<p>Maar bij den eersten blik had Pierre opgemerkt, dat mijnheer Squadra hem niet had -laten wachten, omdat hij den Heiligen Vader had willen dwingen een schoone soutane -aan te trekken, want degene, die hij droeg, was vuil door de vele snuif, die langs -de knoopen gevallen was. En echt burgerlijk had de Heilige Vader een zakdoek op zijn -knieën, om zich af te vegen. Verder scheen hij zeer welvarend en geheel hersteld van -zijn ziekte van den vorigen dag; hij was trouwens gewoonlijk gauw beter, want hij -leefde zeer sober en matig en had geen enkel organisch gebrek. Door een natuurlijke -uitputting verminderde hij dagelijks iets, zooals een fakkel door het voortdurende -branden eenmaal uitgaat. -</p> -<p>Reeds bij de deur had Pierre de twee fonkelende oogen, <span class="pagenum">[<a id="pb535" href="#pb535">535</a>]</span>de twee zwarte diamanten oogen op zich voelen rusten. De stilte was <span class="corr" id="xd29e5279" title="Bron: angst-aanjagend">angstaanjagend</span>, de lampen brandden met een onbeweeglijke, bleeke vlam in deze grenzenlooze rust -van het ingeslapen Vaticaan, zonder dat men iets anders hoorde dan in de verte het -oude, in den nacht weggezonken oude Rome. Hij moest naderbij komen, maakte de drie -kniebuigingen en boog zich dan voorover om de op een kussen rustende rood-fluweelen -pantoffel te kussen. Geen woord, geen beweging, geen gebaar van den paus. Toen Pierre -zich weer oprichtte, zag hij de twee zwarte diamanten, de fonkelende oogen, nog steeds -op zich gericht. -</p> -<p>Eindelijk begon Leo XIII, die hem den ootmoed van den voetkus niet had willen besparen -en hem nu liet staan, te spreken, zonder echter zijn blik, die tot in het diepst van -zijn ziel doordrong, van Pierre af te wenden. -</p> -<p>“Mijn zoon, gij hebt vurig verlangd mij te spreken, en ik heb erin toegestemd aan -uw wensch gevolg te geven.” -</p> -<p>Hij sprak Fransch, een eenigszins onzeker Fransch, dat hij op zijn Italiaansch uitsprak, -en zoo langzaam, dat men de zinnen als bij een dictee had kunnen opschrijven. De nasale -stem was sterk, een van die zware, diepe stemmen, die men bij zulke zwakke, schijnbaar -bloed- en ademlooze lichamen niet verwacht. -</p> -<p>Pierre had zich wederom gebogen om zijn dankbaarheid te betuigen, hij wist, dat de -eerbied eischte, dat men niet sprak voor een direkte vraag gedaan werd. -</p> -<p>“Gij woont te Parijs?” -</p> -<p>“Ja, Heilige Vader.” -</p> -<p>“Behoort ge tot een der groote stedelijke parochieën?” -</p> -<p>“Neen, Heilige Vader, ik ben kapelaan in de kleine kerk te Neuilly.” -</p> -<p>“O ja, ik weet al waar … dicht bij den Bois de Boulogne … En hoe oud zijt gij, mijn -zoon?” -</p> -<p>“Vier-en-dertig, Heilige Vader!” -</p> -<p>Er volgde een korte stilte. Leo XIII had eindelijk zijn oogen neergeslagen. Met zijn -teere, ivoorkleurige hand nam hij het glas limonade weer, roerde er met den langen -lepel in en dronk een slok. Hij deed het langzaam, voorzichtig en bedachtzaam, zooals -alles, wat hij moest doen en denken. -</p> -<p>“Ik heb uw boek gelezen, mijn zoon. Ja, voor het grootste gedeelte. Gewoonlijk legt -men mij slechts brokstukken voor. Maar iemand, die zich voor u interesseert, heeft -mij het <span class="pagenum">[<a id="pb536" href="#pb536">536</a>]</span>boek gegeven en gesmeekt het door te lezen. Op die wijze heb ik er kennis van kunnen -nemen.” -</p> -<p>Hij maakte een klein gebaar, waarin Pierre een protest meende te moeten zien tegen -de afzondering, waarin zijn omgeving hem hield—die vloekwaardige omgeving, die er, -volgens de woorden van monsignor Nani zelf, goed voor waakte, dat niets verontrustends -van uit de buitenwereld hier doordrong. -</p> -<p>“Ik dank Uwe Heiligheid voor de zeer groote eer, die het haar behaagd heeft mij te -bewijzen,” waagde de priester te zeggen. “Geen grooter eer, geen vuriger verlangd -geluk kon mij ten deel vallen.” -</p> -<p>Hij was zoo gelukkig! Hij verbeeldde zich, dat zijn zaak reeds gewonnen was, nu de -paus kalm en zonder eenigen toorn, op dien toon met hem sprak over zijn boek als iemand, -die hem nu door en door kende. -</p> -<p>“Ge gaat veel om met mijnheer den vicomte Philibert de la Choue, niet waar, mijn zoon? -De overeenkomst tusschen sommige van uw denkbeelden en die van dezen zeer toegewijden -dienaar, die ons anderzijds kostbare bewijzen van zijn goede gezindheid gegeven heeft, -is mij opgevallen.” -</p> -<p>“Inderdaad, Heilige Vader, mijnheer de la Choue is wel zoo goed belang in mij te stellen. -Wij hebben veel samen gepraat, zoodat het niet te verwonderen is, dat ik verscheidene -van zijn dierbaarste denkbeelden weergegeven heb.” -</p> -<p>“Natuurlijk, natuurlijk. Zoo bijvoorbeeld die quaesties van de corporaties, waarmede -hij zich veel, zelfs wel wat te veel, bezighoudt. Bij zijn laatste reis heeft hij -daar met grooten aandrang met mij over gesproken; evenals trouwens een andere landgenoot -van u, een der beste en eminentste mannen, die ik ken, baron de Fouras, die onlangs -de mooie bedevaart van den Pieterspenning hier gebracht heeft, niet rustte, voordat -ik hem ontving, om er dan bijna een uur lang over te praten. Maar men kan moeilijk -zeggen, dat zij het eens zijn, want de een smeekt mij te doen wat de ander niet wil, -dat ik doe.” -</p> -<p>Dadelijk bij het begin dwaalde het gesprek op zijpaden af. Pierre voelde, dat het -met zijn boek niets te maken had, maar hij herinnerde zich zijn belofte aan den vicomte, -dat hij, wanneer hij den paus zou spreken en de gelegenheid zich daarbij voordeed, -een poging wagen zou een beslissende uitspraak te krijgen over de beroemde vraag of -de corporaties vrij of verplichtend, open of gesloten moesten zijn. <span class="pagenum">[<a id="pb537" href="#pb537">537</a>]</span>Sedert hij te Rome was, had hij brief op brief van den armen vicomte gekregen, die -door zijn jicht Parijs niet verlaten kon, terwijl zijn tegenstander, de baron, van -de prachtige gelegenheid der bedevaart, waarvan hij de leider was, gebruik maakte -om te trachten van den paus een goedkeurend woord te krijgen, dat hij triompheerend -mee kon nemen naar Frankrijk. En de priester stond erop zijn belofte <span class="corr" id="xd29e5308" title="Bron: conscentieus">consciëntieus</span> te houden. -</p> -<p>“Uwe Heiligheid weet beter dan wij allen wat wijsheid is. Mijnheer de Fouras gelooft, -dat het heil, de oplossing der arbeidersquaestie eenvoudig gelegen is in het weder -in het leven roepen der oude, vrije corporaties, terwijl mijnheer de la Choue die -verplichtend wil onder bescherming van den Staat en aan nieuwe regelen onderworpen. -En ongetwijfeld is deze laatste opvatting veel meer in overeenstemming met de tegenwoordige -sociale denkbeelden … Indien het Uwe Heiligheid mocht behagen zich in dien zin uit -te spreken, dan zou de jonge Katholieke partij in Frankrijk daarmede zeker de schitterendste -resultaten weten te bereiken, een geheele arbeidersbeweging tot roem van de Kerk.” -</p> -<p>“Maar dat kan ik niet,” zeide Leo XIII op zijn gewone kalme manier. “Men vraagt mij -uit Frankrijk altijd dingen, die ik niet kan en niet wil doen. Het eenige, wat ik -u veroorloof uit mijn naam tegen mijnheer de la Choue te zeggen is, dat, al kan ik -hem in dezen niet ter wille zijn, mijnheer de Fouras evenmin zijn wensch bevredigd -ziet. Ook hij heeft van mij slechts de verzekering gekregen van mijn welwillendheid -ten opzichte van de Fransche arbeiders, die zooveel vermogen voor de <span class="corr" id="xd29e5314" title="Bron: weder-opleving">wederopleving</span> van het geloof. Maar men moet bij u te lande ten slotte toch eens begrijpen, dat -er detailquaesties, die per slot van rekening toch de organisatie betreffen, zijn, -waarmede ik mij onmogelijk kan inlaten zonder mij bloot te stellen aan het gevaar -daaraan een gewicht te geven, dat zij niet hebben, en sommigen een groote teleurstelling -te bezorgen, indien ik anderen een groot genoegen doe.” -</p> -<p>Om zijn lippen verscheen een flauw glimlachje, waaruit duidelijk de conciliante, bedachtzame -politicus sprak, die vastbesloten is zijn onfeilbaarheid niet in gevaar te brengen -door onnoodige avonturen. Hij dronk weer een slok limonade en veegde zich met zijn -zakdoek af als een heerscher, die nu zijn gala-dagtaak afgeloopen is, zich op zijn -gemak zet <span class="pagenum">[<a id="pb538" href="#pb538">538</a>]</span>en dit uur van stilte en eenzaamheid gekozen had om langzaam en zoo lang als hij er -zelf lust in had, te spreken. -</p> -<p>Pierre trachtte het gesprek op het boek te brengen. -</p> -<p>“Mijnheer de vicomte Philibert de la Choue is zoo hartelijk voor mij, hij wacht met -even groote ontroering op het lot van mijn boek als had hij het zelf geschreven. Daarom -zou het mij zoo gelukkig gemaakt hebben, wanneer ik hem een aanmoedigend woord van -Uwe Heiligheid had kunnen overbrengen.” -</p> -<p>Maar de paus antwoordde niet. -</p> -<p>“Ik heb hem leeren kennen bij Zijne Eminentie, kardinaal Bergerot, wiens vurige naastenliefde -voldoende zijn moest, om weer een geloovig Frankrijk te scheppen.” -</p> -<p>“O ja, kardinaal Bergerot! Ik heb zijn brief, die als voorrede in uw boek staat, gelezen. -Hij was wel slecht geïnspireerd op den dag, dat hij dien schreef, en gij, mijn zoon, -hebt u met het publiceeren daarvan aan een groote zonde schuldig gemaakt … Ik kan -nog niet gelooven, dat de kardinaal sommige van uw bladzijden gelezen heeft, toen -hij u zijn volkomen toestemming en goedkeuring gaf. Ik wil liever aannemen, dat het -een gevolg van onwetendheid en lichtzinnigheid is. Hoe zou hij anders uw aanvallen -tegen het dogma, uw revolutionnaire theorieën, die tot de totale vernietiging van -onzen heiligen godsdienst leiden, hebben kunnen goedkeuren? Als hij uw boek gelezen -heeft, heeft hij geen ander excuus dan een plotselinge, onverklaarbare, onvergeeflijke -afdwaling … Weliswaar heerscht in een deel der Fransche geestelijkheid een kwade geest. -De Gallicaansche denkbeelden schieten steeds meer als onkruid op, een bedilziek liberalisme, -dat zich tegen ons gezag verzet en niets liever wil dan vrij onderzoek en andere sentimenteele -avonturen.” -</p> -<p>Hij geraakte opgewonden, Italiaansche woorden mengden zich onder zijn aarzelend Fransch; -zijn zware neusstem kwam luid-klinkend als een koperinstrument uit zijn tenger, als -uit sneeuw en was gemaakt lichaam. -</p> -<p>“En laat kardinaal Bergerot het goed weten: den dag, dat wij in hem niet meer kunnen -zien dan een opstandigen zoon, zullen wij hem breken. Hij is ons het voorbeeld van -gehoorzaamheid verschuldigd; wij zullen hem onze misnoegen te kennen geven en hopen, -dat hij zich zal onderwerpen. Ongetwijfeld zijn ootmoed en naastenliefde groote deugden -en wij hebben die steeds gaarne in hem geëerd. Maar zij <span class="pagenum">[<a id="pb539" href="#pb539">539</a>]</span>moeten niet de toevlucht van een opstandig hart worden, want zij beteekenen niets, -indien niet gehoorzaamheid daarmede gepaard gaat, gehoorzaamheid, het mooiste sieraad -der groote heiligen!<span class="corr" id="xd29e5332" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>Verbijsterd en ontsteld luisterde Pierre naar hem. Zichzelf vergat hij; hij dacht -alleen nog maar aan den man vol goedheid en verdraagzaamheid, op wien hij dezen almachtigen -toorn had doen nederdalen. Dus had don Vigilio gelijk gehad: de beschuldigingen der -bisschoppen van Poitiers en Evreux zouden over zijn hoofd heen den tegenstander van -hun ultramontaansche onverdraagzaamheid, den zachtmoedigen, goedhartigen Bergerot, -de ziel, welke open stond voor al de ellende en al het lijden der armen en der nederigen, -treffen. -</p> -<p>Hij was er wanhopig onder: de aanklacht van den bisschop van Tarbes, het werktuig -van de Paters der Grot, welke slechts hem trof als een antwoord op zijn bladzijde -over Lourdes, kon hij nog begrijpen en desnoods goedkeuren, maar de geniepige oorlog -der beide anderen verbitterde hem en vervulde hem met een pijnlijke verontwaardiging. -Den zwakken grijsaard met zijn dunne vogelhals, die kalm zijn limonade dronk, zag -hij een vertoornden, zoo grimmigen grijsaard worden, dat hij ervan beefde. Hoe had -hij zich bij zijn binnenkomen door den schijn kunnen laten beetnemen, hoe had hij -kunnen gelooven, dat dit slechts een arme, door ouderdom uitgeputte man was, die naar -vrede verlangde en alles wilde toegeven? Een ademtocht was door de sluimerende kamer -gestreken en bracht weer zijn twijfel, zijn angst mede. O, deze paus was precies zóó -als men hem in Rome schilderde, zooals hij hem zich niet had willen voorstellen, meer -geest dan gevoel, mateloos trotsch, van zijn jeugd af met den grootsten eerzucht vervuld, -zoodat hij aan zijn familie den triomf beloofd had, ten einde van haar de noodige -opofferingen te verkrijgen. Sedert hij den pauselijken troon beklommen had, toonde -hij overal en in alles slechts één wil: heerschen, tot iederen prijs heerschen, als -onbeperkt, almachtig meester heerschen! De werkelijkheid drong zich met onweerstaanbare -kracht aan hem op; toch verzette hij zich, bleef hij hardnekkig trachten zijn droom -weer te grijpen. -</p> -<p>“O, Heilige Vader, het zou mij zoo vreeselijk verdrieten, indien tengevolge van mijn -ongelukkig boek Zijne Eminentie ook maar één oogenblik in moeilijkheden zou moeten -verkeeren! <span class="pagenum">[<a id="pb540" href="#pb540">540</a>]</span>Ik, de schuldige, kan voor mijn fout verantwoordelijk zijn—maar Zijne Eminentie, die -slechts gehoorzaamd heeft aan de ingeving van zijn hart, die slechts door zijn te -groote liefde voor de onterfden dezer wereld gezondigd zou hebben! O, ik smeek u, -Heilige Vader, wanneer er een waarschuwend voorbeeld gesteld moet worden, straf dan -geen ander dan mij. Ik ben gekomen, hier ben ik, beslis over mijn lot, maar maak mijn -straf niet nog zwaarder door de wroeging een onschuldige in het verderf gestort te -hebben.” -</p> -<p>Zonder te antwoorden bleef Leo XIII hem met zijn vurige oogen aankijken. En Pierre -zag nu niet meer Leo XIII, den tweehonderd drie-en-zestigsten paus, den Stedehouder -van Jezus Christus, den opvolger van den prins der Apostelen, den souvereinen pontifex -der algemeene Kerk, den patriarch van het Oosten, den primaat van Italië, den aartsbisschop -en metropoliet der Romeinsche provincie, den heerscher over de domeinen der Heilige -Kerk—neen, hij zag Leo XIII, zooals hij hem zich gedroomd had, als den verwachten -Messias, als den redder, gezonden om de vreeselijke sociale catastrophe te bezweren, -waarin de oude, verrotte maatschappij onderging. Hij zag hem met zijn veelomvattenden, -soepelen geest, met zijn broederlijke verzoeningstaktiek, schokken vermijdend, met -zijn van liefde overvloeiend hart werkend aan de eenheid, direct sprekend tot het -hart der menigten, nog eenmaal, ten teeken van den nieuwen band, zijn beste bloed -gevend. Hij stelde zich hem voor als de eenige moreele autoriteit, als den eenig mogelijken -band van naastenliefde en vrede, als den Vader, die alleen een einde maken kan aan -de ongerechtigheid onder zijn kinderen, de ellende dooden, de bevrijdende wet van -den arbeid weer instellen kan door de volkeren terug te brengen tot het geloof der -oorspronkelijke Kerk, tot de zachtheid en wijsheid der Christelijke gemeenschap. En -deze verheven gestalte nam in de diepe stilte der kamer een onoverwinlijke almacht, -een zeldzame majesteit aan. -</p> -<p>“Om Gods wil, Heilige Vader, verhoor mij! Straf zelfs mij niet, straf niemand, o, -niemand, geen levend wezen, geen ding, niets, dat op aarde lijden kan! Wees goed, -o, wees goed met al de goedheid, die het lijden der wereld in u gelegd moet hebben.” -</p> -<p>Toen hij zag, dat Leo XIII nog steeds bleef zwijgen en hem voor zich liet blijven -staan, viel hij op zijn knieën, als <span class="pagenum">[<a id="pb541" href="#pb541">541</a>]</span>verpletterd door smart, een naamlooze smart, die geen bepaalde oorzaak had, een smart -om niemand en niets, een algemeene, onbegrensde smart, waarin hij zich voelde ondergaan -en verdrinken; misschien de smart te leven. -</p> -<p>“O, Heilige Vader, ik besta niet, mijn boek bestaat niet. Ik heb, o, vurig en hartstochtelijk -verlangd door Uwe Heiligheid ontvangen te worden, om uitleg te geven van mijn gedrag, -om mij te verdedigen. Maar nu weet ik niets meer, ik vind niets meer van alles, wat -ik had willen zeggen, en ik heb slechts tranen, tranen, die mij verstikken … O, ik -ben maar een armzalig mensch, die geen anderen drang in zich voelt dan om met u over -de armen te spreken. O, die armen, die ongelukkigen, die ik twee jaar lang in onze -ellendige en treurige Parijsche voorsteden gezien heb, arme kleinen, die ik in de -sneeuw ging zoeken, arme kleine engeltjes, die in geen twee dagen gegeten hadden; -vrouwen, die door de tering weggeknaagd worden en zonder brood of vuur in vuile krotten -hokten<span class="corr" id="xd29e5349" title="Bron: :">;</span> mannen, die door het sluiten der werkplaatsen op straat geworpen werden en het moe -waren om werk te bedelen, zooals men bedelt om een aalmoes, die dronken van woede -naar hun donkere woningen terugkeerden, alleen vervuld met de wraakgedachte de stad -aan de vier hoeken in brand te steken! En de avond, de verschrikkelijke avond, dat -ik een jammerkamer binnentrad, waarin ik een moeder vond, die zich juist met haar -vijf kinderen gedood had: de moeder was, haar jongste nog zogend, op een matras gevallen, -de twee kleine meisjes, lieve aardige, jonge blondines, sliepen eveneens daar haar -laatsten slaap, de twee jongens lagen iets verder—de eene tegen den muur, de andere -op den grond, zich nog wringend in een laatst verzet … O, Heilige Vader, ik ben niets -meer dan hun afgezant, gezonden door hen, die lijden en snikken, de deemoedige afgevaardigde -der deemoedigen, die onder de misdadige hardheid, onder de vreeselijke sociale onrechtvaardigheid -van ellende sterven. Ik breng aan Uwe Heiligheid hun tranen, ik leg aan uwe voeten -hun martelingen, ik laat u hun noodkreet hooren als een kreet, die opstijgt uit den -afgrond, die vraagt om gerechtigheid, als men niet wil, dat de hemel instort … O wees -goed, Heilige Vader, wees goed!” -</p> -<p>Hij had zijn armen uitgestrekt, hij smeekte hem met een gebaar, waarmede men het goddelijke -medelijden aanroept. Dan ging hij voort: -<span class="pagenum">[<a id="pb542" href="#pb542">542</a>]</span></p> -<p>“En is, Heilige Vader, de ellende in dit eeuwige en schitterende Rome ook niet verschrikkelijk? -Sedert weken dwaal ik, wachtend, op goed geluk af, door het beroemde stof van zijn -ruïnen en ik heb niets gezien dan ongeneeslijke kwalen, die mij met schrik vervullen. -O, alles stort ineen, alles verdwijnt. Het is de doodsstrijd van zooveel glorie, van -de vreeselijke zwaarmoedigheid eener wereld, die sterft van uitputting en honger!… -Heb ik onder de ramen van Uwe Heiligheid niet een angstaanjagende wijk gezien, onvoltooide -paleizen, welke met een jammerlijke erfelijke ziekte belast zijn als rhachitische -kinderen, die niet door kunnen groeien, reeds in puin gevallen paleizen, welke de -toevluchtsoorden geworden zijn voor de geheele beklagenswaardige ellende van Rome? -En wat een vreeselijk lijdend volk, precies als in Parijs! Maar hier spreidt zich -dat lijden met nog meer onbeschaamdheid in de open lucht ten toon en legt in zijn -vreeselijke onbewustheid de geheele sociale wonde, den wegvretenden kanker bloot. -Geheele families leven haar hongerig leven van nietsdoen onder de heerlijke zon. De -ouden zijn gebrekkig geworden, de vaders wachten tot er een beetje werk voor hen uit -den hemel vallen komt, de zoons slapen in het droge gras; de moeders en dochters, -voor haar tijd verwelkt, lanterfanten en houden buurpraatjes … O, Heilige Vader, open -morgen dadelijk bij het aanbreken van den dag uw venster en wek met uw zegen dit groote -<span class="corr" id="xd29e5357" title="Bron: kindvolk">kind-volk</span>, dat nog in zijn onwetendheid en armoede slaapt! Geef het de ziel, die het mist, -een ziel, die zich de geheele menschelijke waardigheid, de noodzakelijke wet van den -arbeid, het vrije en broederlijke, alleen door rechtvaardigheid bestuurde leven bewust -is. Ja, Heilige Vader, maak een volk uit dit samenraapsel van ongelukkigen, wier eenige -verontschuldiging is, dat zij lichamelijk en geestelijk zoo lijden, dat zij leven -als het vee, dat leeft en sterft zonder iets te weten of te begrijpen, en dat men -met slagen ranselt!” -</p> -<p>Langzamerhand verstikten de snikken zijn stem; slechts met schokken kon hij, medegesleept -door zijn hartstocht, spreken. -</p> -<p>“En moet ik mij uit naam van die ellendigen niet wenden tot u, Heilige Vader? Zijt -gij de Vader niet? Moet de afgezant van de armen en ongelukkigen niet neerknielen -voor den Vader, zooals ik thans voor u neergeknield lig? Moet het den zwaren last -van zijn smarten niet brengen tot den <span class="pagenum">[<a id="pb543" href="#pb543">543</a>]</span>Vader en eindelijk medelijden, hulp en steun, en gerechtigheid, ja vooral gerechtigheid -vragen? O, open, waar gij de Vader zijt, wijd de deur, opdat iedereen kan binnentreden, -tot het ongelukkigste, van uw kinderen toe—de geloovigen, de toevallig voorbijkomenden, -zelfs de opstandigen, de verdwaalden, zij, die misschien binnen zullen treden, die -Uwe Heiligheid zal redden van algeheele verlatenheid. Wees het toevluchtsoord van -de slechtbefaamde wegen, wees de liefderijke ontvangst, die den reiziger wordt geboden, -wees de altijd brandende, van verre zichtbare, in den storm reddende lamp der gastvrijheid … -Wees, o Vader, waar gij de macht zijt, de redding, het heil. Gij vermoogt alles, gij -hebt eeuwen van macht achter u, gij zijt heden ten dage gestegen tot een moreele autoriteit, -die u tot den scheidsrechter der wereld gemaakt heeft; gij staat hier voor mij als -de majesteit der licht en vruchtbaarheid gevende zon zelf! O, wees de ster van goedheid -en barmhartigheid, wees de verlosser, neem het werk van Jezus weer op, dat men in -den loop der eeuwen bedorven heeft door het te laten in de handen der rijken en machtigen, -die ten slotte uit het Evangelie het vloekwaardigste monument van hoogmoed en tyrannie -gemaakt hebben. Begin het werk, nu het mislukt is, opnieuw, stel u weer aan de zijde -van de kleinen, de ongelukkigen, de armen, breng ze terug tot den vrede, de broederliefde, -de gerechtigheid der Christelijke gemeenschap … En zeg, Vader, zeg, dat ik u begrepen -heb, dat ik slechts uitdrukking aan uw dierbaarste gedachten, aan den eenigen vurigen -wensch van uw regeering gegeven heb. De rest, de rest, mijn boek, wat beteekent dat? -Ik verdedig mij niet, ik wil slechts uw roem en het geluk der menschen. Zeg, dat gij -uit de diepte van het Vaticaan het doffe kraken van de oude, verrotte maatschappijen -gehoord hebt. Zeg, dat een siddering van medelijden en ontroering u doorhuiverd heeft; -zeg, dat gij de verschrikkelijke catastrophe wilt verhinderen door uw met krankzinnigheid -geslagen kinderen aan het Evangelie te herinneren, door hen terug te voeren naar de -eeuw van eenvoud en reinheid, toen de eerste Christenen als broeders samenwoonden … -Ja, daarom hebt gij u alleen weer aan de zijde der armen gesteld, niet waar, Heilige -Vader, daarom slechts ben ik hier, om met mijne geheele ziel, ja met mijn geheele -arme menschenziel, aan u medelijden, goedheid, gerechtigheid te vragen!” -</p> -<p>Toen werd zijn ontroering hem te machtig en sloeg hij, <span class="pagenum">[<a id="pb544" href="#pb544">544</a>]</span>uitbarstend in luide snikken, tegen den grond. Zijn hart brak. Het was een diep, een -eindeloos snikken, een vreeselijke deining van snikken, die uit zijn geheele wezen -kwam, die van nog verder kwam, van alle ongelukkige wezens, die kwam uit de wereld, -wier aderen tegelijk met het levensbloed de smart met zich voeren. Daar lag de afgezant -van het lijden, zooals hij zichzelf genoemd had, in zijn plotselinge zwakte als van -een zenuwachtig kind. En aan de voeten van den onbeweeglijken, zwijgenden paus lag -hij daar als de belichaming van de geheele menschelijke, weenende ellende. -</p> -<p>Leo XIII, die graag sprak en wien het een groote zelfbeheersching kostte anderen te -hooren spreken, had in den beginne tweemaal een van zijn bleeke handen opgeheven, -als om hem tot zwijgen te brengen. Doch langzamerhand door verbazing aangegrepen en -zelfs door ontroering bevangen, had hij Pierre in den onweerstaanbaren drang, die -dezen voortdreef, uitspreken, zijn noodkreet uitschreeuwen laten. Een weinig bloed -was opgestegen naar zijn sneeuwwit gelaat, zijn lippen en zijn wangen hadden een lichtroode -kleur gekregen, terwijl zijn donkere oogen nog schitterender fonkelden. Toen hij hem -sprakeloos en geschokt door die diepe snikken, welke zijn hart schenen uit te rukken, -aan zijn voeten liggen zag, boog hij zich ongerust over hem heen. -</p> -<p>“Wees kalm, mijn zoon, sta op …” -</p> -<p>Maar het snikken hield niet op, sleepte, als de wanhoopsklacht van een gewonde ziel, -die lijdt en worstelt met den dood, alle verstand en allen eerbied mede. -</p> -<p>“Sta op, mijn zoon, zoo iets past niet … Hier, neem dezen stoel!” -</p> -<p>En met een gebiedend gebaar noodigde hij hem eindelijk uit te gaan zitten. -</p> -<p>Moeilijk stond Pierre op en ging zitten, om niet te vallen. Hij streek de haren van -zijn voorhoofd, veegde, als waanzinnig, met zijn handen zijn brandende tranen af en -trachtte zich weer te beheerschen. Wat er gebeurd was kon hij niet begrijpen. -</p> -<p>“Gij doet een beroep op den Heiligen Vader. O zeker, wees overtuigd, dat zijn hart -vol medelijden en liefde is voor de ongelukkigen. Maar dat is op het oogenblik de -quaestie niet, het gaat om onzen heiligen godsdienst … Ik heb uw boek gelezen, een -slecht boek, dat wil ik u dadelijk <span class="pagenum">[<a id="pb545" href="#pb545">545</a>]</span>zeggen, het gevaarlijkste en vloekwaardigste boek, dat bestaat, juist om zijn goede -eigenschappen en om de bladzijden, die mij zelf geïnteresseerd hebben. Ja, ik ben -dikwijls onder de bekoring ervan gekomen, en ik zou het niet verder gelezen hebben, -als ik mij niet meegesleept gevoeld had door den vurigen adem van uw geloof en van -uw geestdrift. Het onderwerp is zoo mooi en trekt mij zoo aan! Het Nieuwe Rome! O, -ongetwijfeld zou met dien titel een prachtig boek geschreven kunnen worden, maar dan -moet het in een geheel anderen geest geschieden … Ge denkt, dat ge mij begrepen hebt, -mijn zoon, dat ge u zóó ingeleefd hebt in mijn geschriften en in mijn daden, dat ge -aan mijn dierbaarste denkbeelden uitdrukking gegeven hebt. Neen, neen, gij hebt mij -niet begrepen, en daarom heb ik u willen spreken, om u op de hoogte te brengen, om -u te overtuigen.” -</p> -<p>Nu luisterde Pierre zwijgend en onbeweeglijk. Toch was hij slechts gekomen om zich -te verdedigen; hij had sedert drie maanden zoo koortsachtig naar dit onderhoud verlangd -en, zeker van zijn overwinning, zijn argumenten gereed gemaakt. En nu hoorde hij zijn -boek gevaarlijk, vloekwaardig noemen, zonder dat hij protesteerde, zonder dat hij -alle goede gronden, waartegen hij meende, dat niets in te brengen was, naar voren -bracht. Een vreemde moeheid drukte hem neer, als was hij door zijn tranen uitgeput. -Straks zou hij weer dapper zijn, zou hij zeggen, wat hij besloten had te zeggen. -</p> -<p>“Ik word niet begrepen, ik word niet begrepen,” herhaalde Leo XIII geprikkeld en ongeduldig. -“In Frankrijk vooral niet. Het is ongelooflijk zooveel moeite als het mij kost, mij -daar begrijpelijk te maken!… Daar heb je bijvoorbeeld de wereldlijke macht! Hoe hebt -gij kunnen gelooven, dat de Heilige Stoel ooit op dat punt tot een schikking bereid -zou zijn? Het is een taal, die een priester onwaardig is, het is de hersenschim van -een onwetende, die zich geen rekenschap geeft van de voorwaarden, waaronder het pausdom -tot nog toe geleefd heeft en waarin het moet blijven voortleven, als het niet van -de wereld verdwijnen wil. Ziet ge niet in, dat het een sophisme is, wanneer ge beweert, -dat het des te hooger staat, naarmate het meer bevrijd is van de zorgen van een aardsch -rijk? Ja zeker, het zuiver geestelijke koningschap, de souvereiniteit door barmhartigheid -en liefde is een prachtige phantasie. Maar wie zal ons doen eerbiedigen? Wie zal ons -een steen geven, om ons hoofd op neer te <span class="pagenum">[<a id="pb546" href="#pb546">546</a>]</span>leggen, wanneer we verjaagd zijn en langs de wegen zwerven? Wie zal onze onafhankelijkheid -verzekeren, wanneer wij aan de genade van alle Staten overgeleverd zijn?… Neen, neen, -de Romeinsche bodem behoort ons toe, want wij hebben dien als erfdeel van een lange -reeks van voorvaderen ontvangen; hij is de onverwoestbare, eeuwige bodem, waarop de -Heilige Kerk gebouwd is; hem opgeven staat gelijk met den wensch de Roomsch-Katholiek-Apostolische -Kerk ineen te zien storten. Trouwens wij zouden het niet kunnen, wij zijn gebonden -door onzen eed voor God en voor de menschen.” -</p> -<p>Hij zweeg een oogenblik, om Pierre gelegenheid tot antwoorden te geven. Maar tot zijn -groote verwondering voelde Pierre, dat hij niets te antwoorden wist, want hij besefte, -dat deze paus sprak, zooals hij spreken moest. De verwarde en zware dingen, die zich -in hem opgehoopt hadden en die hij zooeven in de geheime antichambre op zich had voelen -drukken, verschenen nu voor hem in een helder licht, teekenden zich met een steeds -grootere duidelijkheid af. Het was alles, wat hij sedert zijn aankomst in Rome gezien -en begrepen had, de ophooping van zijn desillusies, van de bestaande werkelijkheid, -waaronder zijn droom van een terugkeer tot het oorspronkelijke Christendom reeds half -gestorven, verpletterd was. Alles was ingestort in hem, toen het ware Rome zich aan -hem geopenbaard had, de eeuwenoude stad van hoogmoed en heerschzucht, waarin het pausdom -niet zou kunnen bestaan zonder de wereldlijke macht. Te veel banden, het dogma, de -traditie, het milieu, de bodem zelf maakten het voor eeuwig onveranderlijk. Het kon -slechts schijnbaar toegeven; ondanks alles zou het uur komen, waarop die concessies -zouden moeten ophouden, onmogelijk als het was verder te gaan zonder zelfmoord te -plegen. -</p> -<p>Het nieuwe Rome zou mogelijk eenmaal werkelijkheid kunnen worden buiten Rome; slechts -daar zou het Christendom weder ontwaken, want het Katholicisme moest te Rome sterven, -wanneer de laatste paus, vastgenageld aan dezen bodem van puinhoopen, onder het laatste -kraken van den dom van de St. Pieter verdwijnen zou, die instorten moest, zooals de -tempel van Juppiter Capitolinus ingestort was. Wat den tegenwoordigen paus betreft, -hij mocht zonder koninkrijk zijn, hij mocht de ziekelijke zwakheid van zijn hoogen -ouderdom, de kleurlooze bleekte van een oud afgodsbeeld van was hebben, desniettemin -brandde de rood oplaaiende <span class="pagenum">[<a id="pb547" href="#pb547">547</a>]</span>hartstocht naar de wereldheerschappij in hem, was hij de halsstarrige zoon van den -voorvader, den Pontifex Maximus, den Caesar Imperator, in wiens aderen het bloed van -Augustus, den wereldheerscher, stroomde. -</p> -<p>“Het vurige verlangen naar eenheid, dat ons altijd bezield heeft, hebt gij zeer goed -ingezien,” ging Leo XIII voort. “Den dag, dat wij eenheid gebracht hebben in den ritus, -door den Romeinschen ritus aan de geheele Katholieke wereld op te leggen, waren wij -zeer gelukkig. Dat is een van onze dierbaarste overwinningen, omdat zij veel bijdraagt -tot ons gezag. Ik hoop ook, dat onze <span class="corr" id="xd29e5392" title="Bron: bemoeiïngen">bemoeiingen</span> in het Oosten ten slotte onze lieve, verdwaalde broeders van de dissidente gemeenten -tot ons zullen terugbrengen, evenals ik er niet aan wanhoop de Anglicaansche secten -te overtuigen—afgezien van de Protestantsche secten, die in den schoot van de Eenige -Roomsch-Katholiek-Apostolische Kerk terugkeeren moeten, zoodra de door Christus voorspelde -tijden in vervulling zullen gaan … Maar wat ge niet gezegd hebt, is, dat de Kerk niets -van het dogma kan opgeven. Integendeel schijnt gij gedacht te hebben, dat een schikking -tot stand zou kunnen komen door van beide zijden tot concessies bereid te zijn; welnu, -dat is een zeer te veroordeelen gedachte, een taal, die een priester niet bezigen -kan, zonder misdadig te zijn. Neen, de waarheid is absoluut, geen steen van het gebouw -mag veranderd worden. O, in den vorm—zooveel als men wil. Wij zijn tot de grootste -toegeeflijkheid bereid, als het er slechts om gaat om zekere moeilijkheden uit den -weg te gaan, om zich voorzichtig uit te drukken, ten einde het accoord te vergemakkelijken … -Het is als met onze rol in het hedendaagsche socialisme: wij moeten elkaar begrijpen. -O zeker, zij, die gij zoo terecht en juist de onterfden dezer wereld genoemd hebt, -zijn het voorwerp van onze voortdurende zorg. Indien het socialisme eenvoudig een -verlangen naar gerechtigheid, een wil, om den zwakken te hulp te komen is, wie werkt -er dan krachtiger en met meer energie aan dan wij? Is de Kerk niet altijd de moeder -der bedroefden, de weldoenster der armen geweest? Wij zijn alleen voor verstandigen -vooruitgang, wij aanvaarden alle nieuwe maatschappelijke vormen, die zullen medewerken -tot den vrede en de broederschap … Maar het socialisme, dat begint God weg te jagen, -om het geluk der menschheid te verzekeren, kunnen wij niet anders dan veroordeelen. -Dat is eenvoudig een toestand van woestheid, een afschuwlijke <span class="pagenum">[<a id="pb548" href="#pb548">548</a>]</span>achteruitgang, waarbij catastrophen, bloedbaden en brandstichtingen schering en inslag -moeten zijn. Dat is ook iets, dat gij niet met voldoenden nadruk gezegd hebt, want -gij hebt niet aangetoond, dat buiten de Kerk geen vooruitgang mogelijk is, dat alles -van haar uit moet gaan, dat zij de eenige leidster is, aan wie men zich zonder vrees -toevertrouwen kan. Zelfs, en dat is nog een zeer groote fout van u, zelfs komt het -me voor, dat gij God geheel ter zijde stelt, dat de godsdienst voor u alleen een zielstoestand, -een opbloeien van liefde en barmhartigheid is. Een verfoeilijke ketterij! God is altijd -tegenwoordig, meester van de zielen en van de lichamen; de godsdienst is en blijft -de band, de wet der menschheid, zonder welke er in deze wereld slechts barbaarschheid -en verdoeming in het hiernamaals mogelijk is. En nogmaals zeg ik u, de vorm beteekent -niets, indien het dogma slechts blijft bestaan. Zoo bewijst bijvoorbeeld onze erkenning -van de Republiek in Frankrijk, dat wij het lot van den godsdienst niet binden willen -aan een regeeringsvorm, zelfs al is die eerbiedwaardig en oud. De dynastieën mogen -haar tijd gehad hebben, God is eeuwig! Mogen de koningen ten gronde gaan, God leve! -Trouwens de republikeinsche staatsvorm heeft niets anti-Christelijks; integendeel, -het schijnt, dat hij iets heeft van een weder ontwaken der Christelijke gemeenschap, -waarover gij in werkelijk betooverende bewoordingen geschreven hebt. Het jammere is, -dat vrijheid dikwijls dadelijk in losbandigheid overslaat en dat men meestal onzen -wensch, om een verzoening tot stand te brengen, zoo slecht beloont … O, mijn zoon, -welk een slecht boek hebt gij geschreven; o, met de beste bedoelingen, dàt neem ik -gaarne aan. En wat is uw zwijgen een bewijs, dat gij de noodlottige en rampzalige -gevolgen van uw fout begint in te zien!” -</p> -<p>Vernietigd bleef Pierre zwijgen; hij voelde inderdaad, dat zijn eene argument na het -andere te pletter viel op een doove, blinde, ondoordringbare rots. Het zou nutteloos -en belachelijk zijn, als hij trachten wilde zijn argumenten daarin te drijven. Waartoe -zou het dienen? Hij had nog slechts één gedachte: hij vroeg zich met verbazing af -hoe het mogelijk was, dat een man met zijn begrip, met zijn eerzucht zich geen juister -denkbeeld gevormd had van de moderne wereld. Blijkbaar was hij van alles op de hoogte, -had hij de onmetelijke kaart der Christenheid met haar behoeften, verwachtingen en -daden in zijn hoofd. Maar toch welk een lacunes! <span class="pagenum">[<a id="pb549" href="#pb549">549</a>]</span>Dat moest zijn, omdat hij van de wereld slechts wist, wat hij gedurende zijn kort -verblijf te Brussel als nuntius en te Perugia gezien had. En nu was hij sedert achttien -jaar opgesloten in het Vaticaan, afgezonderd van de overige menschen, met de volkeren -slechts verkeerende door middel van zijn omgeving, die dikwijls zeer kortzichtig, -leugenachtig en verraderlijk was. -</p> -<p>Bovendien was hij een Italiaansch priester, een paus, bijgeloovig en despotisch, gebonden -aan de traditie, onderworpen aan de invloeden van ras en omgeving, aan geld en politieke -noodzakelijkheden; afgezien van zijn mateloozen trots, van de zekerheid, dat hij de -God was, aan wien men moet gehoorzamen, de eenige wettige en redelijke macht op aarde. -Daarin lagen de oorzaken van de fatale misvorming van dit verder toch zoo rijk begaafde -hoofd met zijn vlug begrip, zijn geduldigen wil, zijn onmetelijke kracht, die generaliseerde -en handelde. Vooral zijn intuïtie moest wonderbaarlijk zijn, want deze toch liet hem -in zijn vrijwillige gevangenschap de reusachtige evolutie der tegenwoordige menschheid -raden. Hij behoefde zich niet aan zijn venster te plaatsen, om zich het vreeselijk -gevaar bewust te zijn, waarin hij zich bevond; hij zag den stijgenden vloed der democratie, -den grenzenloozen oceaan der wetenschap, die het kleine eilandje, waarop nog de dom -van de St. Pieter triomphantelijk omhoog stak, dreigde te overstroomen. En zijn eenige -politiek, zijn eenige drang was te overwinnen, om te heerschen. -</p> -<p>Dat hij verzoening predikte, dat hij op vormquaesties toegaf, dat hij het brutale -optreden der Amerikaansche bisschoppen duldde, kwam alleen voort uit zijn vrees, die -hij zichzelf echter niet bekennen wilde, voor een plotseling schisma, dat de uiteenspatting -der Kerk zou verhaasten. En hoe verklaarde die vrees zijn liefdevollen terugkeer tot -het volk, zijn zich bezig houden met het socialisme, de Christelijke oplossing, die -hij wilde geven aan de ellende hier op aarde. Was, nu de Caesar ter aarde lag, de -lange strijd, van wien van beiden het volk zijn zou, niet opgelost door het feit, -dat de paus alleen nog bestond en dat het volk eindelijk gaan spreken en zich aan -hem geven zou? De proef was in Frankrijk genomen; hij liet daar de overwonnen monarchie -aan haar lot over, erkende daar de Republiek, die hij sterk en krachtig wilde zien, -want Frankrijk was steeds de oudste dochter der Kerk, de eenige Katholieke natie, -die nog machtig genoeg was, om eenmaal misschien de wereldlijke <span class="pagenum">[<a id="pb550" href="#pb550">550</a>]</span>macht van den Heiligen Stoel te herstellen. Heerschen, heerschen over deze wereld, -zooals Augustus geheerscht had, dat was de eenige eerzucht van dezen stervenden grijsaard! -</p> -<p>“En mijn zoon,” ging Leo XIII voort, “uw groote fout is, dat gij het gewaagd hebt -een nieuwen godsdienst te vragen. Dat is goddeloos, godslasterlijk, een heiligschennis. -Er bestaat slechts één godsdienst—onze heilige Roomsch-Katholiek-Apostolische godsdienst. -Buiten dezen kan er slechts nacht en verdoemenis bestaan … Ik begrijp heel goed, dat -ge u verbeeldt een terugkeer tot het Christendom voor te staan. Maar de zoo misdadige, -zoo rampzalige Protestantsche dwaalleer gebruikte hetzelfde voorwendsel. Zoodra men -zich verwijdert van het in eere houden der dogma’s, van den onvoorwaardelijken eerbied -van de tradities, valt men in de vreeselijkste afgronden … Het schisma, mijn zoon, -is een zonde, waarvoor geen vergiffenis bestaat, het is een moord op den waren God, -het onreine dier der verzoeking, door de hel opgehitst om de geloovigen ten verderve -te voeren. Al stonden in uw boek niets anders dan die woorden: nieuwe godsdienst, -dan reeds zou men het moeten vernietigen, verbranden als een vergif, dat doodelijk -is voor de zielen.” -</p> -<p>Nog langen tijd sprak hij door. Maar Pierre dacht aan wat don Vigilio hem verteld -had omtrent de Jezuïeten, die overal, zoowel in het Vaticaan als elders, in het duister -werken en de Kerk onbeperkt regeeren. Was het dan waar, dat deze politieke, steeds -opportunistische paus, zonder dat hij het zelf wist, een der hunnen was, een gewillig -instrument in hun soepele veroveraarshanden? Ook hij schipperde met den geest der -eeuw, vleide de wereld, om haar te bezitten. Pierre had nooit zoo pijnlijk-wreed gevoeld, -dat de Kerk daar voortaan toe gedwongen was, dat zij slechts door concessies en diplomatie -leven kon. En eindelijk ging hem een helder licht op over dien Romeinschen clerus, -die in den beginne voor een Fransch priester zoo moeilijk te begrijpen is, over de -regeering der Kerk, die vertegenwoordigd wordt door den paus, zijn kardinalen, zijn -prelaten, die God persoonlijk belast heeft met het bestuur van zijn aardsch domein, -de menschen en de wereld. -</p> -<p>Zij beginnen God ter zijde te stellen achter in den tabernakel, dulden niet meer, -dat men over hem <span class="corr" id="xd29e5411" title="Bron: duscussieert">discussieert</span>, dringen de dogma’s op als aan zijn wezen inhaerente waarheden, bekommeren zich niet -meer over hem en verliezen <span class="pagenum">[<a id="pb551" href="#pb551">551</a>]</span>hun tijd niet met zijn bestaan door nuttelooze theologische discussies te bewijzen. -Blijkbaar bestaat hij, omdat zij in Zijn naam regeeren. Dat is voldoende. Van af dat -oogenblik zijn zij in den naam van God de meesters, zeker, dat eenmaal de dag van -hun volkomen heerschappij komen zal. In afwachting van dien dag handelen zij als diplomaten, -organiseeren zij de langzame verovering als beambten van den triompheerenden God van -morgen, en is de godsdienst met de pracht en de praal, die de groote menigte verblindt, -niets dan de openlijke hulde, die zij hem bewijzen met het doel alleen hem over de -veroverde menschheid te doen regeeren, of liever in zijn plaats en in zijn naam te -regeeren, omdat zij zijn zichtbare, door hem afgevaardigde vertegenwoordigers zijn. -Zij stammen af van het Romeinsche recht, zij zijn nog steeds de kinderen van dezen -ouden Romeinschen heidenschen bodem, en wanneer zij nog voortbestaan, wanneer zij -eeuwig, tot aan het lang verbeide uur, dat de wereldheerschappij hem teruggegeven -zal worden, hopen te blijven voortbestaan, dan vindt dat zijn reden in hun geloof, -dat zij de rechtstreeksche erfgenamen der Caesars zijn, dat zij, in hun purper gehuld, -de afstammelingen zijn van het bloed van Augustus. -</p> -<p>Pierre schaamde zich nu over zijn tranen, als had hij zijn naakte ziel laten zien. -Waartoe diende het? Het was nutteloos in deze kamer, waarin nooit iets dergelijks -gezegd was tegen dezen paus-koning, die hem niet begrijpen kon. Die politieke gedachte -des pausen om door middel van de armen en ongelukkigen te regeeren, boezemde hem afschuw -in. Was die gedachte, om tot het thans van zijn oude meesters verloste volk te gaan, -ten einde zich op zijn beurt daarmede te voeden, niet iets duivelachtigs? -</p> -<p>Maar Leo XIII sprak met zijn dikke, onuitputtelijke stem steeds door. En de priester -hoorde hem zeggen: -</p> -<p>“Waarom hebt gij die door een zoo slechten geest bevlekte bladzijde over Lourdes geschreven? -Lourdes, mijn zoon, heeft den godsdienst groote diensten bewezen. Ik heb tegenover -personen, die mij de ontroerende, bijna dagelijks voorkomende wonderen der Grot kwamen -mededeelen, dikwijls mijn levendigen wensch te kennen gegeven die door de strengste -wetenschap bevestigd en vastgesteld te zien. En te oordeelen naar wat ik gelezen heb, -komt het mij voor, dat thans zelfs de meest sceptisch gezinden niet meer kunnen twijfelen, -want die wonderen zijn op onweersprekelijke <span class="pagenum">[<a id="pb552" href="#pb552">552</a>]</span>wijze wetenschappelijk bewezen … De wetenschap, mijn zoon, moet de dienaresse van -God zijn. Zij vermag niets tegen Hem, door Hem alleen komt zij tot de waarheid. Alle -oplossingen, welke men tegenwoordig beweert te vinden en die de dogma’s schijnen te -vernietigen, moeten vroeg of laat valsch blijken te zijn, want de waarheid Gods zal -zegepralen, zoodra de tijden in vervulling zullen gaan. Het zijn toch heel eenvoudige -zekerheden, die reeds de kleine kinderen weten, die voor het heil en den vrede der -menschheid voldoende zouden zijn, als zij er zich mede tevreden stellen wilde … En -wees er van overtuigd, mijn zoon, dat het geloof niet onvereenigbaar is met de rede. -Heeft de Heilige Thomas van Aquino niet alles vooruitgezien, uitgelegd en geregeld? -Uw geloof is onder de aanvallen van den geest tot onderzoek aan het wankelen gebracht, -gij hebt angsten en beproevingen gekend, die de Hemel aan mijn Italiaansche priesters -moge besparen. Maar wij vreezen den geest tot onderzoek niet; studeer verder, lees -den Heiligen Thomas nogmaals grondig door, en uw geloof zal terugkeeren, krachtiger, -vuriger, triompheerend.” -</p> -<p>Verbijsterd, alsof stukken van het hemelgewelf op zijn hoofd neerkwamen, luisterde -Pierre. O, God van waarheid! De wonderen van Lourdes wetenschappelijk bewezen, de -wetenschap de dienaresse van God, het geloof vereenigbaar met de rede! Wat te antwoorden, -o God? En waarom te antwoorden? -</p> -<p>“Het is het zondigste en gevaarlijkste boek, dat ik ken,” ging Leo XIII voort; “een -boek, waarvan de titel: Het Nieuwe Rome alleen reeds een leugen en vergif is, een -boek, des te vloekwaardiger, omdat het alle verleidingen van den stijl, alle valsche -bekoringen van hersenschimmen heeft, in één woord, een boek, dat een priester, wanneer -hij het in een oogenblik van afdwaling geschreven heeft, tot straf en boete in het -openbaar verbranden moet met dezelfde hand, die deze ergerlijke bladzijden op het -papier gebracht heeft.” -</p> -<p>Pierre stond op, plotseling, in zijn volle lengte. -</p> -<p>“Het is waar,” wilde hij uitroepen, “ik had het geloof verloren, maar ik meende het -teruggevonden te hebben in het medelijden, dat de ellende der wereld in mijn hart -gestort had. Gij waart mijn laatste hoop, de verwachte verlosser. En nu blijkt ook -dat een droom te zijn, gij kunt geen nieuwe Jezus wezen, gij kunt op den vooravond -van den vreeselijken broederoorlog, die nabij is, geen vrede brengen aan de <span class="pagenum">[<a id="pb553" href="#pb553">553</a>]</span>menschheid. Gij kunt uw troon niet verlaten en met de ongelukkigen en armen langs -de wegen zwerven, om het verheven werk der broederliefde uit te voeren. Welaan, het -is uit met u, met uw Vaticaan, met uw St. Pieter. Alles stort in onder den aanval -van het volk en van de wetenschap. Gij bestaat niet meer; hier zijn niets meer dan -puinhoopen.” -</p> -<p>Maar hij sprak de woorden niet. Hij boog zijn hoofd en zeide: -</p> -<p>“Heilige Vader, ik onderwerp mij en verloochen mijn boek.” -</p> -<p>Zijn stem beefde van bittere walging; zijn geopende handen maakten een hulpeloos gebaar, -alsof hij zijn ziel losgelaten had. Het was de letterlijke formule der onderwerping: -<i lang="la">Auctor laudabiliter se subiecit et opus reprobavit</i>—de schrijver heeft zich loffelijkerwijze onderworpen en zijn boek verloochend. Er -was geen groote vertwijfeling, geen verhevener grootheid denkbaar dan die bekentenis -van een dwaling, dan die zelfmoord van een hoopvolle verwachting! Maar welk een bittere -ironie! Dit boek, dat hij gezworen had nooit terug te zullen nemen, voor den triomf -waarvan hij zoo hartstochtelijk gestreden had, ditzelfde boek verloochende hij nu -plotseling, niet omdat hij het als zondig beschouwde, maar omdat hij zooeven gevoeld -had, dat het nutteloos en hersenschimmig was als een dichtersdroom. Ach ja, waarom -te blijven volharden in de illusie van een ontwaken, dat toch niet mogelijk was, nu -hij zich vergist, nu hij gedroomd had, nu hij hier noch den God noch den priester -vond, dien hij voor het geluk der menschheid zoo vurig wenschte. Dan was het maar -beter, dat hij zijn boek als een dood blad op den grond wierp, dat hij het verloochende, -dat hij het als een gestorven, voortaan nutteloos lid afsneed.<a id="xd29e5437"></a> -</p> -<p>Een weinig verbaasd over een zoo plotselinge overwinning, uitte Leo XIII een kreet -van blijdschap. -</p> -<p>“Zeer goed, zeer goed, mijn zoon! Gij hebt de eenige wijze en verstandige woorden, -die u als priester pasten, uitgesproken.” -</p> -<p>En hij, die nooit iets aan het toeval overliet, die al zijn audiënties met de woorden, -die hij zeggen, met de gebaren, die hij maken zou, van te voren overdacht, werd in -zijn blijdschap wat vriendelijker en zachter gestemd. Daar hij de ware motieven van -de onderwerping niet begrijpen kon en zich daarin dus vergiste, smaakte hij de trotsche -vreugde hem zoo makkelijk tot zwijgen gebracht te hebben, want zijn <span class="pagenum">[<a id="pb554" href="#pb554">554</a>]</span>omgeving had Pierre als een verschrikkelijken revolutionnair afgeschilderd. Een dergelijke -bekeering streelde dan ook zijn ijdelheid zeer. -</p> -<p>“Ik verwachtte trouwens niet anders van uw verheven geest. Er bestaat geen grooter -voldoening dan zijn fout te erkennen, boete te doen en zich te onderwerpen.” -</p> -<p>Met een familiaar gebaar had hij weer zijn glas limonade van het tafeltje genomen -en roerde het, voor hij dronk, met den langen, verguld-zilveren lepel nogmaals om. -Het viel Pierre bijzonder op dat hij er, evenals in den beginne, weer zoo ingekrompen -en ontdaan van zijn verheven majesteit uitzag; hij geleek op een ouden burgerman, -die zijn glas suikerwater dronk vóór hij naar bed ging. -</p> -<p>De audiëntie was afgeloopen, Pierre maakte een diepe buiging. -</p> -<p>“Ik dank Uwe Heiligheid voor de vaderlijke ontvangst, die u wel zoo goed geweest is -mij te willen bereiden.” -</p> -<p>Maar Leo XIII wilde nog een oogenblik met hem spreken, begon weer over Frankrijk en -drukte nogmaals zijn vurigen wensch uit het tot het heil der Kerk gelukkig, rustig -en krachtig te zien. En gedurende dat laatste oogenblik had Pierre een vreemd visioen, -dat hem benauwde. Terwijl hij naar het ivoren voorhoofd van den Heiligen Vader keek, -terwijl hij aan zijn hoogen ouderdom dacht, waarbij de geringste verkoudheid zijn -dood zou kunnen zijn, herinnerde hij zich door een onwillekeurige <span class="corr" id="xd29e5452" title="Bron: gedachten-associatie">gedachtenassociatie</span>, het woest-grootsche tooneel: Pius IX, Giovanni Mastaï, twee uur geleden gestorven, -het gelaat met een stuk wit linnen bedekt, omgeven door de geheele, van streek gebrachte -pauselijke omgeving; kardinaal Pecci, kardinaal-voorzitter, nadert het doodsbed, laat -het linnen verwijderen, klopt driemaal met zijn zilveren hamer op het voorhoofd van -het lijk en roept daarbij telkens: “Giovanni, Giovanni, Giovanni!” En daar het lijk -niet geantwoord heeft, draait de kardinaal zich, na eenige oogenblikken gewacht te -hebben, om en zegt: “De paus is dood!” Tegelijkertijd zag Pierre in de Via Giulia -kardinaal Boccanera, den kardinaal-voorzitter, met zijn zilveren hamer wachten en -Leo XIII, Joachim Pecci, sedert twee uur overleden, het gezicht bedekt met een stuk -wit linnen, omgeven door zijn prelaten, in deze zelfde kamer liggen. En hij zag hoe -de kardinaal-voorzitter naar voren trad, het linnen liet verwijderen, driemaal op -het ivoorkleurige voorhoofd klopte en telkens riep: “Joachim! <span class="pagenum">[<a id="pb555" href="#pb555">555</a>]</span>Joachim, Joachim!” Dan draaide hij, daar het lijk niet geantwoord had, zich om en -zeide: “De paus is dood!” Herinnerde Leo XIII zich de drie slagen, die hij op het -voorhoofd van Pius IX gegeven had—voelde hij dikwijls op zijn voorhoofd het ijskoude -zweet van de vrees voor de drie slagen, de doodskilte van den hamer, waarmede hij -den kardinaal-voorzitter, den onverzoenlijken tegenstander, dien hij, naar hij wist, -in kardinaal Boccanera bezat, gewapend had: -</p> -<p>“Ga in vrede, mijn zoon,” zeide Zijne Heiligheid eindelijk als slotzegen. “Uw zonde -zal u vergeven worden, daar gij haar erkend hebt en berouw erover toont.” -</p> -<p>Zonder te antwoorden en zielsbedroefd, verwijderde Pierre zich, volgens de etiquette -achterwaarts loopend. Driemaal boog hij diep; dan ging hij, zonder zich om te keeren, -de deur uit, gevolgd door de donkere oogen van Leo XIII, die geen blik van hem af -hadden. Toch zag Pierre hoe hij de courant, in het lezen waarvan hij gestoord was, -om hem te ontvangen, weer van de tafel nam. De beide lampen brandden met een zacht, -onbeweeglijk licht, de kamer viel weer terug in haar diepe stilte, in haar oneindigen -vrede. -</p> -<p>In het midden der geheime antichambre stond mijnheer Squadra onbeweeglijk en zwart -te wachten. Toen hij bemerkte, dat Pierre in zijn verdooving zijn hoed op het wandtafeltje -vergat, nam hij dezen en gaf hem Pierre met een zwijgende buiging. Dan begon hij, -zonder eenige haast, met denzelfden pas als daareven, voor hem uit te loopen, om hem -naar de Sala Clementina te geleiden. -</p> -<p>Nu volgde in tegenovergestelde richting, dezelfde wandeling, de eindelooze tocht door -de eindelooze zalen. En steeds nog geen levende ziel, geen geluid, geen ademtocht. -In ieder ledig vertrek walmde de eenige, eenzame, als vergeten lamp en brandde nog -zwakker in de nog grootere stilte. De woestijn scheen nog grooter geworden te zijn, -nu het later geworden was en de nacht de enkele meubelen, die verspreid stonden onder -de hooge, vergulde plafonds, tronen, lage, houten stoeltjes, wandtafeltjes, crucifixen, -armluchters, die in iedere zaal weer terugkeerden, in duisternis dompelde. Zoo kwam -na de eere-antichambre, waarin het damast rosachtig scheen, de zaal der edelgarden, -welke sluimerde in een zachten wierookgeur, dien een ’s morgens gelezen mis daar achtergelaten -had; dan kwamen de tapijtenzaal, de zaal der Palatijnsche garde, de zaal der gendarmes, -terwijl in de laatste zaal, die der bussolanti, de laatste dienstdoende <span class="pagenum">[<a id="pb556" href="#pb556">556</a>]</span>knecht op zijn bank zoo vast ingeslapen was, dat hij niet wakker werd. De stappen -echoden zwak op de vloertegels, verstikten in de dikke atmospheer van dit gesloten, -aan alle zijden als een graf ingemetseld paleis. Eindelijk kwam de Sala Clementina, -die de post der Zwitsersche garde zoo juist verlaten had. -</p> -<p>Tot aan die zaal had mijnheer Squadra niet omgekeken. Nog steeds zwijgend, trad hij -zonder een gebaar ter zijde, om Pierre met een laatste buiging te laten passeeren. -Dan verdween hij. -</p> -<p>Pierre ging de beide verdiepingen der monumentale trap af, die de matglazen bollen -der vleermuizen als met een schijnsel van nachtlichtjes verlichtten; er heerschte -een vreemd-drukkende stilte, nu de stappen der dienstdoende soldaten van de Zwitsersche -garde niet meer op de portalen weerklonken. Hij liep het onder het bleeke licht der -bordeslantaarns ledige en uitgestorven Damasiushof door, ging de Scala Pia, die eveneens -dood was in het <span class="corr" id="xd29e5467" title="Bron: half-donker">halfdonker</span>, af, en stapte eindelijk de bronzen deur uit, die een portier langzaam achter hem -dichtschoof en sloot. Hoe knarste het harde metaal over alles, wat deze deur afsloot: -zooveel opgehoopte donkerte; zooveel toenemende stilte; de onbeweeglijke eeuwen, die -de traditie hier vereeuwigde; de onverwoestbare afgoden der dogma’s, die hier bewaard -werden onder hun windselen van mummies; al de ketenen, die drukken en boeien; het -geheele apparaat van de laagste slavernij en de onbeperkte overheersching! -</p> -<p>Op het St. Pietersplein was hij te midden van die sombere ontzaglijkheid geheel alleen. -Geen wandelaar, die zich verlaat had, geen levend wezen. Niets dan tusschen de vier -armluchters de hooge, uit het groote mozaïek van het grijze plaveisel opstijgende -spookgestalte der Obelisk. De gevel der Basilica rees op als een kleurlooze droom; -als twee reusachtige armen breidde zij de viervoudige rijen zuilen der colonnade uit, -die, in donkerte gedompeld, aan een steenen bosch denken deden. Verder niets. De dom -was slechts een matelooze ronding, die men aan den maanloozen hemel nauwlijks raden -kon. Alleen de waterstralen der fonteinen, die men ten slotte als dunne, beweeglijke -spookgestalten onderscheidde, lieten hun stem, een eindeloos, treurig, klagend gemurmel, -hooren, waarvan men niet wist waar het vandaan kwam. O, de zwaarmoedige grootschheid -van dezen slaap! O, dit geheele beroemde plein met het <span class="pagenum">[<a id="pb557" href="#pb557">557</a>]</span>Vaticaan, met de St. Pieter, wanneer het ’s nachts in donkerte gedompeld was! Plotseling -sloeg de klok tien uur—zóó langzaam en zóó luid, dat het scheen alsof nooit een plechtiger, -beslissender uur in een diepere, zwartere, onfeilbaarder oneindigheid geslagen had! -</p> -<p>Onbeweeglijk stond Pierre te midden van deze groote ruimte en beefde over zijn geheele, -arm, gebroken wezen. Wat, had hij daarboven nauwlijks drie kwartier met den bleeken -grijsaard, die zijn ziel uit hem gerukt had, gesproken? Ja, dat was het einde: het -laatste geloof was uit zijn bloedend brein gerukt. Het laatste experiment was genomen: -een wereld was in hem ingestort. Plotseling dacht hij aan monsignor Nani en overwoog, -dat deze alleen gelijk gehad had. Men had hem wel gezegd, dat hij ten slotte doen -zou, wat monsignor zou willen; en tot zijn groote verbijstering merkte hij nu, dat -hij het gedaan had. -</p> -<p>Maar een plotselinge wanhoop, een zóó vreeselijke angst greep hem aan, dat hij van -uit de diepte van den donkeren afgrond, waarin hij zich bevond, zijn beide bevende -armen in het Niet ophief en luide sprak: -</p> -<p>“Neen, hier zijt Gij niet, o God des levens en der liefde, God des heils! O, kom toch, -openbaar u, daar uwe kinderen sterven, omdat zij niet weten, wie Gij zijt of waar -Gij zijt in de oneindigheid der werelden!” -</p> -<p>Boven het onmetelijke plein welfde zich de onmetelijke, donkerblauw-fluweelen hemel, -de zwijgende en angstaanjagende oneindigheid, waarin de sterrenbeelden trilden. De -Wagen op de daken van het Vaticaan scheen nog verder omgevallen te zijn, zijn gouden -wielen waren als van den rechten weg afgeweken, zijn gouden dissel stak in de lucht, -terwijl Orion in de richting van de Via Giulia verdween en nog slechts een der drie -gouden sterren zien liet, die zijn bandelier sierden. -<span class="pagenum">[<a id="pb558" href="#pb558">558</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch15" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">VIJFTIENDE HOOFDSTUK</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Gebroken van aandoening en brandend van koorts, was Pierre eerst tegen het aanbreken -van den dag in een lichte sluimering gevallen. Bij zijn terugkeer in het paleis Boccanera -in den laten avond had hij daar den vreeselijken rouw om den dood van Dario en Benedetta -teruggevonden. En toen hij tegen negen uur opgestaan was, wilde hij, na ontbeten te -hebben, onmiddellijk naar het appartement van den kardinaal gaan, waar men de twee -lijken op een baar gelegd had, opdat de familie, de vrienden en de protégés daar hun -tranen en gebeden zouden brengen. -</p> -<p>Onder het ontbijt kwam Victorine, die, ondanks al haar wanhoop dapper en flink, niet -naar bed geweest was, hem de gebeurtenissen van den nacht en van den ochtend vertellen. -Donna Serafina had uit een soort preutsch respect voor de convenance een nieuwe poging -gedaan om de beide lijken te scheiden. Deze naakte vrouw, die in den dood den eveneens -ontkleeden man omhelsde, kwetste haar schaamtegevoel. Maar het was te laat geweest: -de stijfheid des doods was ingetreden, en wat men in het eerste oogenblik niet had -kunnen doen, kon nu niet meer geschieden zonder een vreeselijke ontheiliging. Hun -liefdesomhelzing was zoo krachtig, dat men, om hen van elkaar los te maken, hun vleesch -van hun lichaam had moeten rukken, hun ledematen breken. En de kardinaal, die reeds -niet gewild had, dat men hun slaap, hun één-zijn voor eeuwig, stoorde, had bijna woorden -gekregen met zijn zuster. Onder zijn priesterkleed voelde hij zich een zoon van zijn -ras, trotsch op vroegere hartstochten, op de mooie, heftige liefde, op de mooie dolksteken. -Al had de familie twee pausen geteld, toch hadden ook groote veldheeren en groote -minnaars haar beroemd gemaakt. Nooit zou hij toelaten, dat men aan deze, in hun smartvol -<span class="pagenum">[<a id="pb559" href="#pb559">559</a>]</span>leven zoo rein gebleven kinderen, die het graf alleen vereenigd had, raken zou. Hij -was heer en meester in zijn paleis, men zou hen in hetzelfde doodshemd naaien, hen -in dezelfde kist bijzetten. Vervolgens zou de lijkdienst plaats hebben in de nabijgelegen -San Carlokerk, waarvan hij den kardinaalstitel bezat en waar hij dus ook heer en meester -was. Als het noodig was, zou hij zelfs naar den paus gaan. En zoo souverein was zijn -op luiden toon uitgesproken wil, dat iedereen in het huis zich had moeten buigen, -zonder zich een gebaar of een woord te veroorloven. -</p> -<p>Toen had donna Serafina zich bezig gehouden met het laatste toilet der dooden. Volgens -het gebruik was het dienstpersoneel daarbij aanwezig; Victorine, als de oudste, had -de familie geholpen. Men had de beide geliefden eerst in het losgeraakte haar van -Benedetta moeten hullen, het geurige, dikke, lange, op een koninklijken mantel gelijkende -haar; daarna had men hen in dezelfde witzijden lijkwade gewikkeld, die vastgemaakt -werd onder den hals en in den dood één enkel wezen van hen gemaakt had. En weer had -de kardinaal geëischt, dat zij naar zijn vertrekken gebracht en in het midden der -troonzaal op een praalbed gelegd zouden worden, om hun daardoor een laatste eerbewijs -te geven, hun, den laatsten van hun naam, den tragischen geliefden, met wie de eertijds -zoo groote roem der Boccanera’s tot het stof terugkeerde. Donna Serafina had zich -dadelijk bij dat plan neergelegd, want zij vond het weinig passend, dat haar nicht, -zelfs als doode, in deze kamer op het bed van een jongen man gezien zou worden. De -door den kardinaal gemaakte voorstelling der feiten was reeds in omloop: het plotselinge -verscheiden van Dario, die in enkele uren door een infectiekoorts weggerukt was; de -waanzinnige smart van Benedetta, die op zijn lijk den laatsten adem uitgeblazen had, -toen zij hem voor een laatste maal in haar armen drukte; de koninklijke eer, die men -hun bewees; de prachtige doodenbruiloft, die men hun bereidde, terwijl zij beiden -op hetzelfde eeuwige rustbed lagen. Geheel Rome zou, door deze geschiedenis van liefde -en dood geschokt, gedurende twee weken over niets anders praten. -</p> -<p>In zijn haast, die hij had, om deze stad, waar hij het laatste overschot van zijn -geloof had verloren, te verlaten, zou Pierre nog dienzelfden avond naar Frankrijk -vertrokken zijn. Maar hij wilde de begrafenis medemaken en had daarom zijn vertrek -tot den volgenden avond uitgesteld. Den geheelen <span class="pagenum">[<a id="pb560" href="#pb560">560</a>]</span>dag nog zou hij hier doorbrengen In dit paleis, dat instortte, dicht bij deze dooden, -die hij had liefgehad, en hij zou trachten voor hen de gebeden in de diepte van zijn -leege, gemartelde ziel terug te vinden. -</p> -<p>Toen hij voor de receptievertrekken van den kardinaal op de eerste verdieping stond, -kwam de herinnering in hem op aan den eersten dag, dat hij zich hier voor de audiëntie -bij den kerkvorst aangemeld had. Het was dezelfde indruk van een oude, nu versleten -en door het stof van het verleden bedekte, vorstelijke pracht. De deuren der drie -groote antichambres stonden wijd open; de vertrekken met hun hooge donkere plafonds -waren in dit vroege ochtenduur nog geheel ledig. In het eerste stond slechts Giacomo, -onbeweeglijk in zijn zwarte livrei, tegenover den ouden, rooden kardinaalshoed, die -met zijn half vergane kwasten, waartusschen de spinnen hun netten weefden, onder den -baldakijn hing. In het tweede, waarin zich vroeger de secretaris ophield, wachtte -abbé Paparelli, de sleepdrager, die ook de functie van kamerheer vervulde, de bezoekers -af en liep met kleine, bijna onhoorbare passen heen en weer: nog nooit had hij met -zijn innemenden ootmoed, zijn verdacht uiterlijk van kruipende almacht, meer op een -oude, door al te strenge godsdienstige oefeningen vale en gerimpelde, jongejuffrouw -in een zwarten rok geleken. Ten slotte had in de derde <span class="corr" id="xd29e5495" title="Bron: anti-chambre">antichambre</span>, de eere-antichambre, waar de baret op een tafeltje tegenover het groote, gebiedende -portret van den kardinaal in gala-costuum lag, don Vigilio zijn schrijftafel verlaten -en stond nu aan de deur der troonzaal, om de personen, die deze betraden, met een -buiging te begroeten. En op dezen somberen winterochtend schenen deze zalen nog droefgeestiger -en meer vervallen; de behangsels hingen aan flarden, de enkele meubelen waren vuil -door het stof, het oude houtwerk brokkelde af onder het aanhoudende knagen der wormen, -alleen de zolderingen behielden nog haar pronk van triomphantelijke verguldingen en -beschilderingen. -</p> -<p>Maar Pierre, dien abbé Paparelli met een overdreven diepe buiging gegroet had, waarin -een ironisch soort afscheid, zooals men dat aan een overwonnene geeft, niet te miskennen -viel, werd vooral getroffen door de droefgeestige grootschheid van deze drie groote, -in puin vallende zalen, die dezen dag naar de in een doodsvertrek veranderde troonzaal -leidden, waarin de twee laatste kinderen des huizes sliepen. Welk een prachtige en -troostelooze doodenpraal! Al deze wijd <span class="pagenum">[<a id="pb561" href="#pb561">561</a>]</span>geopende deuren, al het ledige van deze te groote vertrekken, nu zij niet meer door -de vroegere menigten bevolkt werden, en die thans leidden tot den diepen rouw over -het einde van een geslacht! De kardinaal had zich opgesloten in zijn studeerkamer, -waar hij de familieleden en intieme vrienden ontving, die erop stonden hem hun deelneming -te betuigen, terwijl donna Serafina harerzijds een vertrek ernaast gekozen had, om -haar vriendinnen te ontvangen. Pierre, die door Victorine van het ceremonieel op de -hoogte gebracht was, moest ertoe besluiten onmiddellijk naar de troonzaal te gaan, -waar hij opnieuw begroet werd met een diepe buiging, ditmaal door don Vigilio, die, -bleek en zwijgend, hem zelfs niet scheen te herkennen. -</p> -<p>Hier wachtte den priester een verrassing. Hij had zich een volkomen donkere chapelle -ardente gedacht, waarin honderden kaarsen branden zouden om een katafalk, die midden -in de met zwarte draperieën behangen zaal zou staan. Men had hem gezegd, dat de lijken -hier op het praalbed gelegd waren, omdat de oude kapel van het paleis, die op den -rez-de-chaussée lag, sedert vijftig jaren gesloten en buiten gebruik was en de kleine -particuliere kapel van den kardinaal te klein voor een dergelijke plechtigheid zijn -zou. Men had dan ook een altaar in de troonzaal moeten oprichten, waar sedert den -ochtend de eene mis op de andere volgde. Bovendien moesten er eveneens den geheelen -dag missen gelezen worden in de particuliere kapel, evenals men twee andere altaren -opgeslagen had, een in een klein naast de eere-antichambre gelegen vertrek en een -in een soort alkoof, dat uitkwam op de tweede antichambre. Zoo kwam het, dat priesters, -voornamelijk Franciscanen, en tot arme orden behoorende monniken op deze vier altaren -onafgebroken het heilige misoffer celebreerden. De kardinaal had gewild, dat het goddelijk -bloed geen oogenblik zou ophouden in zijn huis te vloeien voor de verlossing der twee -hem zoo dierbare zielen. In het treurende paleis klonken onophoudelijk door de rouwzalen -de bellen bij de elevatie, zweeg het gemompel der Latijnsche woorden geen oogenblik; -hosties werden gebroken, kelken geledigd, zoodat God zich geen oogenblik uit deze -zware, naar den dood ruikende atmospheer kon verwijderen. -</p> -<p>Tot zijn verbazing vond Pierre de zaal, zooals hij haar op den dag van zijn eerste -bezoek gezien had. De gordijnen der vier groote vensters waren zelfs niet dichtgetrokken, -de <span class="pagenum">[<a id="pb562" href="#pb562">562</a>]</span>sombere winterochtend viel met een zwak, vaal en koud licht binnen. Onder het plafond -van gebeeldhouwd en verguld hout waren nog het roode behang, een door het lange gebruik -verteerd brokaat met groote palmen, de oude troon, de naar den muur gekeerde fauteuil, -die vergeefs wachtte op den paus, die nooit komen zou. Alleen het naast dien troon -opgeslagen altaar veranderde eenigszins den aanblik van het vertrek, waaruit de stoelen, -tafeltjes en wandtafeltjes verwijderd waren. In het midden had men op een lage estrade -het praalbed geplaatst, waarin Benedetta en Dario onder een rijkdom van bloemen lagen. -Aan het hoofdeinde brandden eenvoudig twee kaarsen. Verder niets—niets dan bloemen -en nog eens bloemen, een zoo groote oogst van bloemen, dat men niet wist in welken -chimerischen tuin die geplukt konden zijn; vooral witte rozen, rozenruikers op het -bed, rozenruikers, die van het bed afvielen, rozenruikers op de estrade, rozenruikers, -die van de estrade op de prachtige vloertegels der zaal vielen. -</p> -<p>Met een door een diepe ontroering geschokt hart was Pierre nader bij het bed getreden. -Die twee kaarsen, waarvan het gele licht half gedempt werd door het vale daglicht, -die voortdurend fluisterende, klagende tonen van de mis, die doordringende, de atmospheer -zwaar makende geur der rozen vervulden de groote, ouderwetsche, stoffige zaal met -een grenzenlooze troosteloosheid. Geen beweging, geen ademhaling was te hooren—niets -anders dan van tijd tot tijd een zacht geluid van verstikte snikken van een der weinige -aanwezigen. De bedienden van het huis wisselden elkaar onophoudelijk af; steeds stonden -er vier als trouwe en vertrouwde wachters onbeweeglijk aan het hoofdeinde. Nu en dan -kwam de kerkelijke advocaat Morano, die zich sedert den ochtend met alles belastte, -haastig en stil door het vertrek. Op de estrade knielden allen, die binnenkwamen, -neer, baden en weenden. Pierre zag er drie dames, die haar gezicht in haar zakdoek -drukten. Ook was er een oude priester; hij beefde van verdriet en hield zijn hoofd -diep gebogen, zoodat men zijn gezicht niet onderscheiden kon. Maar vooral werd hij -ontroerd door den aanblik van een jong, armoedig gekleed meisje, dat hij voor een -dienstbode hield; het verdriet had haar zoo verpletterd, dat zij, daar op de vloer, -niet meer was dan een armzalig hoopje ellende en leed. -</p> -<p>Nu knielde ook hij neer en trachtte in het beroepsmatig <span class="pagenum">[<a id="pb563" href="#pb563">563</a>]</span>geprevel van zijn lippen de Latijnsche woorden der heilige gebeden terug te vinden, -die hij, als priester, zoo dikwijls aan het doodsbed gebeden had. Zijn steeds grooter -wordende ontroering bracht zijn geheugen in de war; hij ging geheel op in den heerlijken -en vreeselijken aanblik der beide gelieven, van wie hij zijn oogen niet afwenden kon. -Onder de bloemen waren de lijken in hun omhelzing bijna niet te onderscheiden, doch -de twee hoofden kwamen uit het aan den hals toegeknoopte doodskleed te voorschijn. -En hoe mooi waren zij nog, zooals zij daar, hun haar vermengend, op hetzelfde kussen -rustten. Het was de schoonheid van eindelijk bevredigden hartstocht. Benedetta, liefhebbend -en trouw tot in de eeuwigheid, verrukt, omdat zij haar laatsten ademtocht in een liefdeskus -uitgeblazen had, had haar goddelijk lachend gelaat behouden. Dario had, ondanks zijn -laatste opperste geluk, een smartelijker uitdrukking. Hun oogen, die tot in het diepst -van elkaars zielen blikten, stonden nog steeds open en bleven elkaar aankijken met -een liefkoozing, die nooit meer gestoord zou worden. -</p> -<p>God, was het dan waar, dat hij deze Benedetta liefgehad had met een zoo reine, zoo -van iedere zelfzuchtige gedachte vrije liefde? En Pierre werd tot in het diepst van -zijn ziel ontroerd door de heerlijke uren, welke hij in een zoo reine vriendschap, -die even zoet was als liefde, in haar nabijheid had doorgebracht. Zij was zoo mooi, -zoo verstandig, zoo brandend van hartstocht! Hij zelf had zoo’n heerlijken droom gedroomd: -zijn bevrijdende broederliefde zou dit wonderbare wezen met haar vurige ziel en haar -indolente wijze van optreden tot leven brengen: hij zag in haar het oude Rome, dat -hij wilde wekken en veroveren voor het Italië van morgen. Hij droomde ervan haar hart -en haar geest grooter te maken door haar liefde voor armen en ongelukkigen te geven. -Nu zou dit hem doen glimlachen, wanneer zijn oogen niet door tranen overstroomd werden. -Hoe bekoorlijk was zij geweest, toen zij trachtte zijn zin te doen ondanks de onoverwinnelijke -hinderpalen, als afkomst, opvoeding en omgeving, die haar beletten hem te volgen. -Eén dag echter scheen zij nader tot hem gekomen te zijn, alsof het lijden haar ziel -voor alle barmhartigheid geopend had! Dan kwam de illusie van het geluk en zij had -de ellende der armen niet meer begrepen, was geheel opgegaan in de zelfzucht van haar -eigen hoop en vreugde. Groote God, moest dit tot verdwijnen veroordeelde ras daarom -zoo eindigen, omdat <span class="pagenum">[<a id="pb564" href="#pb564">564</a>]</span>het geheel gesloten was voor de liefde tot de armen, voor de wet van barmhartigheid -en gerechtigheid, die door de regeling van den arbeid, voortaan alleen de wereld redden -kon? -</p> -<p>Maar ook een andere wanhoop nog deed Pierre stamelen, zonder dat de gebeden over zijn -lippen kwamen. Hij dacht aan de gewelddaad, die de beide kinderen door een verpletterende -revanche der natuur weggerukt had. Welk een hoon, dat zij de Heilige Maagd beloofd -had haar maagdelijkheid slechts te geven aan den uitverkoren echtgenoot; welk een -hoon, dat zij haar geheele leven onder dezen eed als onder een boetegordel gebloed -had, om zich ten slotte in den dood, wanhopig door berouw, brandend van verlangen, -om zich geheel te geven, in de armen van den geliefde te werpen. En zij had zich gegeven -in de razernij van een laatste protest—het brutale feit der dreigende scheiding, dat -haar op haar vergissing opmerkzaam maakte en tot het instinct der universeele liefde -terugbracht, was voldoende daarvoor geweest. Dat was een nieuwe nederlaag der Kerk, -dat was Pan, de zaaier der kiemen, die de paren met zijn voortdurend bevruchtend gebaar -vereenigt. Al mocht in den tijd der Renaissance de Kerk niet bezweken zijn onder den -aanval van de uit den ouden Romeinschen bodem opgegraven Venussen en Herculessen, -de strijd werd daarom niet minder verbitterd voortgezet en ieder uur dreigden de nieuwe, -van sap overloopende, naar het leven snakkende volkeren in den strijd tegen een godsdienst, -die slechts een zucht naar den dood is, het oude Katholieke gebouw, welks muren reeds -aan alle kanten van onvruchtbaren ouderdom wankelen, neer te rukken. -</p> -<p>En op dat oogenblik had Pierre de gewaarwording, dat de dood van deze aanbiddelijke -Benedetta de grootste ramp was. Hij keek haar nog steeds aan en tranen brandden in -zijn oogen. Zij vernietigde zijn droombeeld geheel. Evenals den vorigen avond in het -Vaticaan bij den paus voelde hij zijn hoop, zijn laatste hoop, de zoo vurig verlangde -wederopstanding van het oude Rome in een nieuw, jeugdig, heilbrengend Rome, ineenstorten. -Ditmaal was het voor goed uit: Rome, het Katholieke, het vorstelijke Rome was dood, -lag daar als een marmeren beeld op het doodsbed. Het had niet kunnen gaan tot de armen, -tot de lijdenden van deze wereld; het was verscheiden in den onmachtigen kreet van -zijn zelfzuchtigen hartstocht, toen het te laat was om lief <span class="pagenum">[<a id="pb565" href="#pb565">565</a>]</span>te hebben en te baren. Nooit meer zou het kinderen krijgen; het oude Romeinsche huis -was voortaan ledig, onvruchtbaar, zonder kans op herleving. En Pierre, wiens ziel -de dierbare doode tot weduwe gemaakt en in rouw om een zoo grootschen droom achtergelaten -had, werd, nu hij haar daar zoo onbeweeglijk en verstard liggen zag, door een zoo -groote smart aangegrepen, dat hij zich een onmacht nabij gevoelde. Hij was bang dwars -op de estrade te vallen, stond moeilijk op en verwijderde zich. -</p> -<p>Toen hij in een vensternis vluchtte, om weer zichzelf meester te worden, vond hij -daar tot zijn verbazing Victorine, die op een half verscholen bankje zat. Donna Serafina -had het haar bevolen; zij waakte van uit dat hoekje over haar dierbare kinderen, zooals -zij ze noemde, en had geen oog af van de personen, die kwamen en gingen. Toen zij -zag, dat de jonge priester zoo bleek en een flauwte nabij was, liet zij hem onmiddellijk -op haar plaats zitten. -</p> -<p>“O,” zeide hij heel zacht, na diep adem gehaald te hebben; “mogen zij tenminste het -geluk smaken elders samen te zijn, in een andere wereld herleven tot een nieuw leven.” -</p> -<p>Zij haalde haar schouders op en zeide dan, ook op zacht fluisterenden toon: -</p> -<p>“Herleven, mijnheer de abbé? Waarvoor? Kom, wanneer men dood is, is het het beste -nog maar dood te zijn en te slapen. De arme kinderen hebben op aarde genoeg verdriet -gehad, om nog te wenschen, dat zij ergens anders opnieuw daarmede beginnen!” -</p> -<p>Dit zoo naïeve en diepe woord der onontwikkelde ongeloovige joeg Pierre een rilling -door zijn leden. Hij, hij had zoo dikwijls ’s nachts bij de plotselinge gedachte aan -het Niet geklappertand! Zij kwam hem in haar niet bang zijn voor de eeuwigheid en -de oneindigheid heldhaftig voor. O, als iedereen die kalme ongodsdienstigheid, die -zoo verstandige, zoo vroolijke zorgeloosheid van het gewone mindere Fransche volk -had, welk een plotselinge kalmte, welk een gelukkig leven zou er dan onder de menschheid -heerschen! -</p> -<p>En toen zij merkte hoe hij rilde, voegde zij eraan toe: -</p> -<p>“Wat wilt u dan toch, dat er na den dood is? Men heeft zijn slaap heusch wel verdiend, -en slapen is toch het meest begeerlijke en troostende. Als God de goeden beloonen -en de slechte straffen moest, dan zou hij heusch veel te veel te doen hebben. Is een -dergelijk gericht mogelijk? Is het goede en het slechte in ieder onzer niet zoo vermengd, -dat <span class="pagenum">[<a id="pb566" href="#pb566">566</a>]</span>het dan nog maar het beste zijn zou iedereen vrij te spreken? -</p> -<p>“Maar die beiden daar,” prevelde hij, “die zoo beminlijk waren en zoo bemind werden, -hebben niet geleefd. Waarom zou men zich dan niet het geluk geven te gelooven, dat -zij herleven en in elkaars armen elders beloond worden?” -</p> -<p>Weer schudde zij haar hoofd. -</p> -<p>“Neen, neen!… Ik heb het immers altijd gezegd, dat Benedetta verkeerd deed zich zoo -te martelen met die gedachten aan een andere wereld, en met zich niet te willen geven -aan Dario, naar wien zij toch zoo vurig verlangde! Als zij maar gewild had, dan zou -ik hem wel in haar kamer gebracht hebben, zonder burgemeester en zonder pastoor! Het -geluk is zoo zeldzaam! Later, wanneer het te laat is, heb je er des te meer berouw -over … Dat is de heele geschiedenis van die twee arme lievelingen. Het is nu te laat -voor hen; zij zijn dood en het helpt niets, of je ze nu al in de sterren zet—want -als je dood bent, ziet u, dan ben je dood; en van al dat omhelzen worden zij niet -koud of warm meer.” -</p> -<p>Nu werd zij op haar beurt door haar tranen overmand en snikte zij: -</p> -<p>“De arme lievelingen! De arme lievelingen! Te moeten denken, dat zij niet eenmaal -een gelukkigen nacht gehad hebben en dat nu de groote nacht er is, die niet meer eindigen -zal! Kijk toch eens hoe bleek zij zijn. En stel u voor, wanneer er op het kussen niets -meer over zijn zal dan de beenderen van hun hoofden en wanneer alleen nog maar de -beenderen van hun armen elkaar zullen omhelzen?… O, laten zij slapen, laten zij slapen! -Dan weten zij tenminste, dan voelen zij tenminste niets!” -</p> -<p>Een lange stilte volgde. In de huivering van zijn twijfel, in zijn angstig willen, -dat een leven hiernamaals bestaat, keek hij die vrouw, die van de priesters “niets -moest hebben”, die ondanks haar nederige positie van huishoudster sedert vijf-en-twintig -jaar in een vreemd land, welks taal zij zelfs niet had kunnen leeren, haar Beauceronneesche -vrijmoedigheid behouden had, die er zoo tevreden en gelukkig uitzag in het bewustzijn, -dat zij haar plicht gedaan had. O, zoo te zijn als zij, haar heerlijk evenwicht te -bezitten van gezond, bekrompen wezen, dat tevreden is met de aarde, dat ’s avonds, -na volbrachte dagtaak volkomen rustig slapen gaat en zich niet bang maakt, niet meer -wakker te zullen worden. -</p> -<p>Maar Pierre, die zijn blik weer op het doodsbed richtte, <span class="pagenum">[<a id="pb567" href="#pb567">567</a>]</span>herkende nu den ouden priester, die daar op de estrade geknield lag, en wiens gezicht -hij daareven niet had kunnen onderscheiden. -</p> -<p>“Is dat abbé Pisoni niet, de pastoor van de S. Brigitta, waar ik een paar maal de -mis gelezen heb? Wat heeft die arme man een verdriet!” -</p> -<p>“Daar heeft hij ook wel reden voor,” antwoordde Victorine kalm, maar met iets spijtigs -in haar stem. “Den dag, dat hij op het denkbeeld gekomen is mijn arme Benedetta met -graaf Prada te laten trouwen, heeft hij waarachtig wat moois uitgehaald. Er zou van -al die ellendige dingen niets gebeurd zijn, als men het lieve kind dadelijk haar Dario -gegeven had. Maar zij zijn in deze idiote stad met hun politiek allemaal even gek; -en deze, die toch werkelijk een heel braaf man is, dacht een echt wonder te doen en -de wereld te redden door den paus en den koning samen te laten trouwen, zooals hij -zeide met zijn zacht lachje van een ouden geleerde, die nooit van iets anders dan -van oude steenen gehouden heeft! Kom, u weet wel, al die antikiteitenrommel, hun patriottische -ideeën van honderdduizend jaar geleden. En nu ziet u het zelf, vandaag heeft hij geen -tranen genoeg. Nog geen twintig minuten geleden is die andere hier ook geweest, pater -Lorenza, de Jezuïet, die na abbé Pisoni de biechtvader van de contessina geweest is -en ongedaan gemaakt heeft, wat de ander gedaan had. Ja, een mooie kerel, zoo’n echte -knoeier, die haar belet heeft om gelukkig te zijn door al die gemeene complicaties, -die hij in de echtscheiding gebracht heeft!… Het zou me wat waard zijn, als u er bij -geweest was, om te zien, hoe hij eerst neerknielde en dan een groot teeken des kruises -maakte … Hij heeft niet gehuild, geen traan heeft hij gelaten. Het was, alsof hij -zeide, dat de zaak zoo slecht eindigde, omdat God er zich heelemaal uit teruggetrokken -had. Daar komen de dooden wat verder mee!” -</p> -<p>Zij sprak zacht, aan één stuk door, als gaf het haar verlichting na de vreeselijke -uren van drukte en beklemdheid, die zij sedert den vorigen dag doorgemaakt had, haar -hart eens uit te kunnen storten. -</p> -<p>“En die daar,” ging zij nog zachter voort; “herkent u haar niet?” -</p> -<p>Zij wees met haar blik op het armoedig gekleede jonge meisje, dat hij voor een dienstbode -gehouden had, en dat, verpletterd door haar verdriet, voor het bed op den grond <span class="pagenum">[<a id="pb568" href="#pb568">568</a>]</span>lag. Met een beweging van radeloos lijden had zij zich juist opgericht en haar hoofd -achterovergeworpen—een buitengewoon mooi gezicht, overstroomd door het mooiste zwarte -haar, dat men zich denken kan. -</p> -<p>“Pierina!” zeide hij. “Het arme kind!” -</p> -<p>Victorine maakte een gebaar vol toegevend medelijden. -</p> -<p>“Wat zal ik u zeggen? Ik heb haar toegestaan hierheen te gaan … Ik weet niet, hoe -zij het ongeluk te weten is gekomen. Het is waar, zij sluipt altijd in den omtrek -van het paleis rond. Zij heeft mij laten roepen … O, als u eens gehoord hadt, hoe -zij mij smeekte, hoe zij met luide snikken om de groote genade vroeg nog eenmaal haar -prins te mogen zien … Lieve God, zij doet er niemand kwaad mee, wanneer ze met haar -mooie verliefde oogen vol tranen naar hem kijkt. Zij is hier nu al een half uur en -ik heb mij voorgenomen haar weg te sturen, wanneer zij zich niet netjes houdt. Maar -nu zij verstandig is en zich niet eens verroert, mag zij blijven en net zoo lang naar -hen kijken, als zij wil!” -</p> -<p>En waarlijk, Pierina, de dochter van onwetendheid, schoonheid en hartstocht, leverde, -zooals zij daar verpletterd en vernietigd aan den voet van het bruidsbed, waarin de -twee gelieven in den dood hun eersten en eeuwigen nacht in een omhelzing sliepen, -een verheven schouwspel op. Zij liet haar armen met de geopende handen hangen, haar -gezicht was omhoog gericht, onbeweeglijk, als verstard in de extase van een doodsstrijd, -haar oogen hadden geen blik af van het aanbiddelijke en tragische paar. Nooit nog -had een menschelijk gelaat zoo schoon gestraald in den glans van lijden en liefde; -met haar koninklijk voorhoofd, haar trotsch-bekoorlijke wangen, haar goddelijk volmaakten -mond was zij als een antieke, maar van leven trillende Smart. Waaraan dacht zij, wat -leed zij, terwijl zij zoo strak naar haar prins, die voor eeuwig in de armen van haar -mededingster lag, keek? Verstijfde een ijverzucht, waaraan geen einde komen kon, het -bloed in haar aderen? Of was het alleen maar de smart hem verloren te hebben, zich -te moeten zeggen, dat zij hem voor de laatste maal zag—zonder haat tegen deze andere -vrouw, die vergeefs trachtte hem tegen haar lichaam, dat even koud was als het zijne, -te verwarmen? Haar door tranen omsluierde oogen bleven echter zacht, haar lippen behielden -hun liefdevolle uitdrukking. Zij vond ze zoo kuisch, zoo mooi, zooals zij daar onder -die bloemenpracht lagen. En zij in haar eigen schoonheid, haar koninklijke schoonheid, -<span class="pagenum">[<a id="pb569" href="#pb569">569</a>]</span>die zij zich niet bewust was, lag daar ademloos als een nederige dienstmaagd, als -een liefhebbende slavin, wier hart haar meesters door hun dood uitgerukt en medegenomen -hebben. -</p> -<p>Onophoudelijk kwamen nu met langzamen stap en rouwgezichten, menschen binnen, knielden -neer, baden eenige minuten en gingen dan weer op dezelfde troostelooze, zwijgende -wijze weg. Pierre voelde zijn keel samensnoeren, toen hij de moeder van Dario, de -nog altijd mooie Flavia, binnenkomen zag. Zij was vergezeld door haar echtgenoot, -den mooien Jules Laporte, den voormaligen sergeant der Zwitsersche garde, van wien -zij een markies Montefiori gemaakt had. Zij was reeds den vorigen avond, toen men -haar den dood van haar zoon medegedeeld had, gekomen, doch nu kwam zij officieel, -in diepen rouw, prachtig nog in al dat zwart, dat haar eenigszins gezette Juno-gestalte -zoo goed kleedde. Toen zij bij het bed gekomen was, bleef zij een oogenblik staan; -twee tranen, die niet naar beneden vielen, hingen aan den rand van haar oogleden. -Voor zij neerknielde, vergewiste zij zich of Jules wel naast haar was, en beval hem -met een blik eveneens naast haar neer te knielen. Dan bleven beiden aan den rand der -estrade den daarvoor passenden tijd in gebed verzonken; zij zeer waardig en door haar -verdriet verpletterd, hij nog veel waardiger met de volmaakte wanhoop van een man, -die zich in alle levensomstandigheden, zelfs de ernstigste, op zijn plaats gevoelt. -Eindelijk stonden beiden op en verdwenen door de deur der vertrekken, waar de kardinaal -en donna Serafina de familieleden en intieme kennissen ontvingen. -</p> -<p>Vijf dames traden achter elkaar binnen, terwijl twee Capucijners en de Spaansche gezant -bij den Heiligen Stoel weggingen. -</p> -<p>“Daar is de kleine prinses,” riep plotseling Victorine, die eenige oogenblikken gezwegen -had. “Wat is zij bedroefd; zij hield ook zooveel van onze Benedetta!” -</p> -<p>Inderdaad zag Pierre Celia, die zich voor dit vreeselijke afscheidsbezoek in het zwart -gekleed had, binnenkomen. Achter haar hield de kamenier, die zij medegenomen had, -in iederen arm een grooten ruiker witte rozen. -</p> -<p>“De kleine schat!” prevelde Victorine weer. “Zij had zoo graag gewild, dat haar huwlijk -met Attilio tegelijk gesloten zou worden met dat van de twee arme dooden, die daar -in liefde rusten. Nu zijn zij haar nog voor geweest; zij zijn <span class="pagenum">[<a id="pb570" href="#pb570">570</a>]</span>al getrouwd en slapen daar al hun eersten bruidsnacht.” -</p> -<p>Onmiddellijk was Celia nedergeknield en had het teeken des kruises gemaakt. Maar oogenschijnlijk -bad zij niet; in wanhopige verbazing keek zij naar de twee dierbare gelieven, die -zij zoo wit, zoo koud, in een zoo marmeren schoonheid terugvond. Waren enkele uren -daarvoor voldoende geweest? Was het leven ontvloden, zouden die lippen elkaar nooit -meer kussen? Zij zag ze weer voor zich, zooals zij op dien avond van het bal in levende -liefde triomphantelijk gestraald hadden! Een woedend verzet rees uit haar jong, voor -het leven openstaande, naar vreugde en zonlicht dorstend hart op tegen den onredelijken -dood. En die woede, die afschuw, die smart in het aangezicht van het Niet, waarin -alle hartstocht verstart, waren duidelijk te lezen op haar onschuldig gezichtje, dat -op een reine, gesloten lelie geleek. Nooit had haar onschuldige mond met de over de -witte tanden gesloten lippen, nooit hadden haar als bronwater heldere oogen een ondoorgrondelijker -mysterie, een dieper hartstochtsleven uitgedrukt, dat zij niet kende, waarin zij nu -binnentrad en dat dadelijk op den drempel tegen deze twee geliefde dooden stootte, -wier verlies haar hart schokte. -</p> -<p>Zacht sloot zij haar oogen en trachtte te bidden, terwijl nu dikke tranen uit haar -neergeslagen oogen vielen. Een oogenblik verliep te midden van de huiverende stilte, -die alleen door het zachte geluid der mis verstoord werd. Eindelijk stond zij op, -liet zich door de kamenier de twee ruikers witte rozen geven, die zij zelf op het -bed leggen wilde. Op de estrade staande, aarzelde zij even; dan legde zij ze rechts -en links van het kussen, waarop de beide hoofden rustten, als had zij deze met die -bloemen gekroond. Zij legde ze in hun haren en maakte hun jonge voorhoofden geurig -met dien zoo zachten en sterken geur. Maar toen haar handen ledig waren, ging zij -niet weg; zij bleef daar vlak bij hen staan, boog zich bevend over hen heen, vond -nog niet wat zij hun zeggen, voor eeuwig van haar op hen achterlaten kon. Zij vond -het: zij boog zich nog dieper over haar heen en drukte twee lange kussen, haar geheele, -diepe, liefhebbende ziel op de kille voorhoofden der echtgenooten. -</p> -<p>“De dappere kleine,” zeide Victorine, wier tranen begonnen te stroomen. “Zij heeft -hun een zoen gegeven; daar heeft nog niemand aan gedacht, zelfs zijn moeder niet. -Het dappere kind! Zij heeft daarbij zeker aan haar Attilio gedacht!” -</p> -<p>Toen Celia zich omdraaide om van de estrade af te gaan, <span class="pagenum">[<a id="pb571" href="#pb571">571</a>]</span>zag zij Pierina, die in stomme, smartelijke aanbidding nog steeds half achterover -lag. Zij herkende haar en kreeg een diep medelijden met haar, toen zij zag, dat zij -weer zoo zwaar begon te snikken, dat haar lichaam, haar heupen en haar godinne-boezem -heftig schokten. Deze liefdesmart trof haar tot in haar ziel als een ramp, waarbij -al het overige in het niet zonk. Men hoorde haar op zachten, diep-medelijdenden toon -zeggen: -</p> -<p>“Kalmeer je, kalmeer je toch!… Ik smeek je, wees toch verstandig!” -</p> -<p>Toen Pierina, maar nu van schrik, dat men haar zoo toesprak en beklaagde, nog heviger -begon te snikken, richtte Celia haar op en steunde haar met haar beide armen uit vrees, -dat zij vallen zou. Toen leidde zij haar in een zusterlijke omarming als een zuster -in liefde en wanhoop uit de zaal, terwijl zij haar vriendelijke woorden influisterde: -</p> -<p>“Ga haar toch na, ga toch kijken, wat er van haar wordt,” zeide Victorine tegen Pierre. -“Ik wil hier niet vandaan; het geeft mij zoo’n rust over die lieve kinderen te waken.” -</p> -<p>Voor het geïmproviseerde altaar begon een andere priester een nieuwe mis; weer begon -het eentonig afzingen der Latijnsche woorden. De bloemengeur werd in de onbeweeglijke, -droefgeestige atmospheer van het groote vertrek steeds sterker en drukkender en streelde -bedwelmend de zinnen. Op den achtergrond stonden de bedienden roerloos als bij een -gala-receptie. En voor het praalbed, dat de twee bleeke kaarsen als sterren verlichtten, -bleef het treurdéfilé geruischloos doorgaan: vrouwen en mannen knielden een oogenblik -neder en ging dan weer weg met het onvergetelijke beeld der twee tragische gelieven, -die hun eeuwigen slaap sliepen. -</p> -<p>Pierre haalde Celia en Pierina in in de eere-antichambre, waar don Vigilio zich bevond. -Men had daar in een hoek de paar stoelen uit de troonzaal gezet, en de kleine prinses -had de arbeidster gedwongen op een fauteuil te gaan zitten, om wat tot zichzelf te -komen. In extase stond zij voor haar, verrukt over haar schoonheid. Dan sprak zij -weer over de twee dooden, die haar ook zoo mooi toegeschenen waren: van een trotsche, -zachte, vreemde schoonheid. Ondanks haar tranen werd zij geheel door haar bewondering -medegesleept. Toen de priester Pierina aan het praten kreeg, hoorde hij, dat Tito, -haar broer, met een door een messteek doorboorde heup in groot levensgevaar in het -ziekenhuis lag; in de Prati del Castello was sedert het begin van den winter de <span class="pagenum">[<a id="pb572" href="#pb572">572</a>]</span>toch al vreeselijke ellende nog grooter geworden. Iedereen had groot verdriet; degenen, -die de dood wegnam, moesten eigenlijk blijde zijn. Maar met een gebaar van overwinlijke -hoop verjoeg Celia het lijden, den dood zelf. -</p> -<p>“Neen, neen, men moet leven. En om te leven, is het voldoende mooi te zijn … Kom, -lieve kind, blijf niet hier, huil niet meer, leef voor het genot mooi te zijn!” -</p> -<p>Zij nam haar mede en Pierre bleef door een zoo moe makende droefheid op een der fauteuils -zitten, dat hij zich het liefst niet meer bewogen had. Don Vigilio bleef iederen bezoeker -met een buiging groeten. ’s Nachts had hij een hevigen koortsaanval gehad; hij rilde -er nog van, terwijl zijn brandende oogen onrustig rondkeken. Telkens weer wierp hij -een blik op Pierre, alsof hij zijn begeerte, om met hem te spreken, niet bedwingen -kon, maar de vrees, dat abbé Paparelli het door de wijd openstaande deur der antichambre -ernaast zien zou, weerhield hem blijkbaar, want hij bleef den sleepdrager steeds in -het oog houden. Eindelijk moest deze zich een oogenblik verwijderen en kwam don Vigilio -naar den priester toe. -</p> -<p>“U is gisteren bij Zijn Heiligheid geweest?” -</p> -<p>Verbaasd keek Pierre hem aan. -</p> -<p>“Ik heb u toch al zoo dikwijls gezegd, dat je alles hoort. U hebt uw boek heel eenvoudig -teruggetrokken, niet waar?” -</p> -<p>De toenemende verbazing van den priester zeide hem genoeg, zoodat hij hem niet eens -den tijd tot antwoorden liet. -</p> -<p>“Ik vermoedde het, maar ik wilde er zekerheid van hebben. Dat is natuurlijk weer allemaal -hun werk. Gelooft u me nu, is u nu overtuigd, dat zij hen, die zij niet vergiftigen, -wurgen?” -</p> -<p>Hij bedoelde natuurlijk de Jezuïeten. Voorzichtig keek hij rond, om te zien, of abbé -Paparelli nog niet terug was. -</p> -<p>“En wat heeft monsignor Nani u gezegd?” -</p> -<p>“Pardon,” antwoordde Pierre eindelijk; “ik heb monsignor Nani nog niet gesproken.” -</p> -<p>“O, ik dacht het … Hij is voor u door deze zaal gekomen. Als u hem niet in de troonzaal -gezien hebt, is hij zeker donna Serafina en den kardinaal gaan condoleeren. Hij zal -dadelijk wel terugkomen, let maar op.” -</p> -<p>En met zijn bitterheid van steeds geterroriseerd en overwonnen zwak man voegde hij -eraan toe: -</p> -<p>“Ik heb u wel voorspeld, dàt u ten slotte doen zoudt wat hij wilde.” -</p> -<p>Maar hij meende het zachte getrippel van abbé Paparelli <span class="pagenum">[<a id="pb573" href="#pb573">573</a>]</span>te hooren, ging onmiddellijk naar zijn plaats terug en begroette twee oude dames, -die binnen kwamen, met zijn buiging. Pierre, die terneergedrukt en met half gesloten -oogen was blijven zitten, zag nu eindelijk Nani voor zich, zooals hij in werkelijkheid -was; een sluw diplomaat. Hij herinnerde zich, wat don Vigilio in dien nacht, dat zij -zoo vertrouwelijk gepraat hadden, hem verteld had over dezen man, die veel te handig -en te slim was, om een impopulair kleed aan te trekken, maar verder zeer charmant -was, de wereld door zijn verschillende functies aan de nuntiatuur en het H. College -uitstekend kende, in alle zaken betrokken en van alles op de hoogte, met één woord -een der geestelijke leiders van het moderne zwarte leger was, dat door zijn opportunisme -den geest der eeuw voor de Kerk wilde terugwinnen. En plotseling ging een alles helder -makend licht in hem op: hij zag in, door welke soepele en bewonderenswaardig handige -politiek die man hem gebracht had tot de daad, die hij van zijn schijnbaar vrijen -wil had willen verkrijgen: het zonder reserve terugnemen van zijn boek. Bij het eerste -bericht, dat men het boek vervolgde, had zich een groote teleurstelling, een plotselinge -vrees van hem meester gemaakt, dat men den geëxalteerden schrijver tot een verzet -zou drijven, dat onaangename gevolgen hebben kon; dadelijk stond zijn plan vast; inlichtingen -omtrent dezen jongen priester, die tot een schisma in staat was, werden ingewonnen, -zijn reis naar Rome bewerkt, een onderdak hem aangeboden in een oud paleis, welks -muren zelf hem verstarren en leeren zouden. Dan volgde de eene hinderpaal op de andere, -zijn verblijf werd verlengd, doordat men hem belette den paus te spreken, door hem -de zoo vurig begeerde <span class="corr" id="xd29e5601" title="Bron: audientie">audiëntie</span> te beloven, zoodra het uur daartoe gekomen was, nadat men hem van den een naar den -ander verwezen had: van monsignor Fornaro naar pater Dangelis, van kardinaal Sarno -naar kardinaal Sanguinetti. Dan kwam eindelijk, toen alles—dingen en menschen—hem -afgemat en uitgeput gemaakt had, hem weer opnieuw aan den twijfel overgeleverd had, -de <span class="corr" id="xd29e5604" title="Bron: audientie">audiëntie</span>, waarop men hem sedert drie maanden voorbereidde, dat bezoek aan den paus, dat zijn -droom geheel vernietigen moest. Nu zag hij Nani weer voor zich met zijn fijn glimlachje, -zijn heldere oogen van sluwen diplomaat, die plezier heeft in een experiment; hij -hoorde hem met zijn licht spottende stem zeggen, dat het een ware genade der Voorzienigheid -was, wanneer deze hinderpalen <span class="pagenum">[<a id="pb574" href="#pb574">574</a>]</span>hem in staat stelden Rome te bezichtigen, na te denken, te begrijpen; een onderricht, -een opvoeding, die hem vele fouten besparen zou. En hij, die gekomen was met zijn -apostelgeestdrift, die van strijdlust gegloeid, die gezworen had zijn boek nooit te -zullen terugnemen! Was het niet de hoogste diplomatie op die wijze zijn gevoel tegen -zijn rede gebroken te hebben door een beroep te doen op zijn intellect, opdat dit, -zonder ergernisgevenden strijd, het nuttelooze en leugenachtige boek terugnemen zou—iets, -wat van zelf gebeuren zou, zoodra het zich in het aangezicht van het werkelijke Rome, -rekenschap gegeven zou hebben hoe reusachtig belachelijk het was van een nieuw Rome -te droomen? -</p> -<p>Op dat oogenblik zag Pierre monsignor Nani uit de troonzaal komen; maar hij voelde -niet den wrok, dien hij verwacht had te zullen voelen. Integendeel, hij was gelukkig, -toen de prelaat, die op zijn beurt Pierre ook gezien had, met uitgestoken hand naar -hem toekwam. Hij glimlachte echter niet, zooals gewoonlijk; zijn gelaat stond ernstig, -was smartelijk vertrokken. -</p> -<p>“O, wat een ontzettende catastrophe, mijn zoon! Ik kom zoo juist van Zijne Eminentie. -Het is vreeselijk om zijn verdriet te zien.” -</p> -<p>Hij ging op een der stoelen zitten en noodigde met een handgebaar den priester uit -ook weer plaats te nemen; dan zweeg hij een oogenblik, ongetwijfeld was hij moe van -opwinding, en had hij enkele minuten noodig om zich te herstellen van de smartelijke -gedachten, die zijn anders zoo opgewekt gezicht zoo versomberden. Dan scheen hij die -gedachten met een gebaar te verjagen en vond hij zijn gewone vriendelijkheid terug. -</p> -<p>“Welnu, mijn zoon, hebt gij met Zijne Heiligheid gesproken?” -</p> -<p>“Ja, monsignor, gisterenavond, en ik dank u zeer voor de groote goedheid, waarmede -u mijn verlangen tegemoet gekomen zijt!” -</p> -<p>Nani keek hem strak aan, terwijl een onbedwingbaar glimlachje op zijn lippen verscheen. -</p> -<p>“U bedankt mij … Ik zie wel, dat gij verstandig geweest zijt door u voor de voeten -van Zijne Heiligheid geheel te onderwerpen. Ik was er zeker van, ik verwachtte niets -anders van uw helder inzicht. Maar toch maakt u mij zeer gelukkig, want ik constateer -tot mijn groote blijdschap, dat ik me niet in u vergist heb!” -</p> -<p>Hij liet zich gaan en voegde er aan toe: -</p> -<p>“Nooit heb ik met u gediscussieerd. Waartoe diende het, <span class="pagenum">[<a id="pb575" href="#pb575">575</a>]</span>nu de feiten er waren, om u te overtuigen. En nu gij uw boek teruggenomen hebt, zou -iedere verdere discussie nog nutteloozer zijn … Maar toch zou ik u wel in overweging -willen geven het volgende eens goed te overdenken: wanneer het in uw macht was de -Kerk terug te brengen tot haar begin, tot die Christelijke gemeenschap, waarvan u -een zoo bekoorlijke schildering gegeven hebt, dan zou de Kerk zich toch slechts weer -in die banen kunnen bewegen, waarin God haar reeds eenmaal geleid heeft … Neen, God -heeft wat hij gedaan heeft, goed gedaan: de Kerk moet, zooals zij is, de wereld regeeren, -zooals zij is; het staat aan haar alleen uit te maken hoe zij haar heerschappij hier -op aarde krachtig verzekeren wil. Daarom was een aanval op de wereldlijke macht een -onvergeeflijke fout, een misdaad, want door het pausdom van zijn grondbezit te berooven, -levert zij het over aan de genade der volkeren … Uw nieuwe godsdienst is ten slotte -niets anders dan het ineenstorten van allen godsdienst, de moreele anarchie, de vrijheid -tot afscheiding, in één woord de vernietiging van het goddelijke gebouw, van het eeuwenoude, -aan wijsheid en kracht zoo rijke Katholicisme, dat tot heden voldoende geweest is -voor het heil der menschen, dat alleen hen vermag te redden—morgen en in alle eeuwigheid.” -</p> -<p>Pierre voelde, dat hij oprecht vroom was, een werkelijk onwrikbaar geloof bezat en -de Kerk als een dankbare zoon lief had, vast overtuigd, dat zij de mooiste, de eenige -sociale organisatie was, die de menschheid gelukkig zou kunnen maken. Wanneer hij -de wereld wilde regeeren, dan was de vreugde om te heerschen in dien wil een overheerschende -factor, maar ook uit de overtuiging, dat niemand hem beter regeeren zou dan hij. -</p> -<p>“O zeker, over de middelen valt te praten. Wat mij persoonlijk betreft, ik zou die -graag zoo zacht en humaan mogelijk willen zien, middelen, die geheel in overeenstemming -zijn met de geest der eeuw, die ons schijnt te ontsnappen, juist omdat er een eenvoudig -misverstand tusschen hem en ons bestaat … Daarom ben ik zoo blij, mijn zoon, u terug -te zien keeren in den schoot der Kerk, denkend als wij, bereid met ons te strijden.” -</p> -<p>De priester vond in deze woorden als de argumenten van Leo XIII zelf terug. Daar hij -een direct antwoord vermijden wilde, boog hij nogmaals en sprak langzamer, om het -bittere beven van zijn stem te verbergen. -<span class="pagenum">[<a id="pb576" href="#pb576">576</a>]</span></p> -<p>“Ik herhaal, monsignor, hoe dankbaar ik u ben, dat u met de ervaren hand van een volmaakt -chirurg mij van mijn ijdele illusies bevrijd hebt. Morgen, wanneer ik geen pijn meer -hebben zal, zal ik u er eeuwig dankbaar voor zijn.” -</p> -<p>Monsignor Nani bleef hem glimlachend aankijken. Hij begreep wel, dat deze jonge priester -zich verder afzijdig houden zou, een voor de Kerk verloren kracht was. Wat zou hij -morgen doen? De een of andere nieuwe dwaasheid natuurlijk. Maar de prelaat was reeds -blijde, dat hij hem geholpen had de eerste goed te maken; de toekomst kon hij niet -vooruitzien. -</p> -<p>“Mag ik u ten slotte nog een raad geven?” vroeg hij. “Wees verstandig; uw geluk als -mensch en priester ligt in deemoed. U zult vreeselijk ongelukkig worden, indien gij -de buitengewone intelligentie, die God u gegeven heeft, tegen God gebruikt.” -</p> -<p>Dan gaf hij met een nieuw gebaar te kennen, dat de zaak voor hem afgeloopen, voor -goed uit was. Nu maakte de andere zaak hem weer somber, de andere zaak, die ook ten -einde liep—maar op zoo tragische wijze door den verpletterenden dood van die twee -kinderen, die in de zaal ernaast sliepen. -</p> -<p>“O,” ging hij voort, “wat heb ik vreeselijk te doen met die arme prinses en dien armen -kardinaal. Nog nooit is een zoo verschrikkelijke catastrophe op een huis neergekomen. -Neen, neen, het is te veel! Het ongeluk gaat te ver; de ziel komt daartegen in verzet!” -</p> -<p>Maar op dat oogenblik kwam een geluid van stemmen uit de tweede antichambre en tot -zijn groote verbazing zag Pierre kardinaal Sanguinetti, dien abbé Paparelli met groote -onderdanigheid begeleidde, langs zich gaan. -</p> -<p>“Indien Uwe Eminentie de goedheid hebben wil mij te volgen, zal ik Uwe Eminentie zelf -brengen.” -</p> -<p>“Ja, ik ben gisterenavond uit Frascati teruggekomen, en toen ik de droeve tijding -hoorde, heb ik dadelijk mijn troost en deelneming willen brengen.” -</p> -<p>“Indien het Uwe Eminentie moge behagen enkele oogenblikken bij de lijken te vertoeven, -dan zal ik u daarna bij Zijne Eminentie brengen.” -</p> -<p>“Uitstekend. Ik sta er op, dat men weet hoezeer ik deel neem aan den rouw, die dit -illustere huis treft.” -</p> -<p>Hij verdween in de troonzaal en Pierre bleef, verstomd over een dergelijke kalme onbeschaamdheid, -zitten. Hij beschuldigde <span class="pagenum">[<a id="pb577" href="#pb577">577</a>]</span>hem niet van directe medeplichtigheid, hij durfde niet nagaan hoever zijn moreele -medeplichtigheid ging. Maar nu hij hem daar met opgeheven hoofd en zoo beslist sprekend -langs zich zag gaan, kreeg hij de plotselinge, vaste overtuiging, dat hij alles wist. -Hoe? Door wien? Hij zou het niet kunnen zeggen. Ongetwijfeld op de wijze, waarop misdaden -in deze duistere kringen, onder menschen, die er belang bij hebben ze te weten, aan -het licht komen. Een rilling doorhuiverde hem nu hij nogmaals dacht aan het hautaine -optreden van dezen man; hij kwam misschien om kwade vermoedens in hun geboorte te -verstikken, zeker, om een handigen politieken zet te doen door zijn mededinger een -openlijk bewijs van achting en toegenegenheid te geven. -</p> -<p>“De kardinaal hier!” prevelde Pierre onwillekeurig. -</p> -<p>Monsignor Nani, die Pierre’s gedachten in zijn kinderoogen, die alles verrieden, las, -deed, alsof hij de beteekenis van dien uitroep anders opvatte. -</p> -<p>“Ja, ik had al gehoord, dat hij sedert gisterenavond weer in Rome is. Hij wilde niet -langer wegblijven, nu de Heilige Vader zich weer beter gevoelt en hem misschien noodig -hebben kan.” -</p> -<p>Hoewel het met een volmaakt onschuldig gezicht gezegd werd, liet Pierre er zich geen -oogenblik door op een dwaalspoor brengen. En nadat hij op zijn beurt den prelaat aangekeken -had, kwam hij tot de overtuiging, dat ook deze alles wist. Plotseling zag hij de geheele -zaak in haar vreeselijke gecompliceerdheid, in de geheele wreedheid, die het lot eraan -gegeven had. Nani, een zeer intiem vriend der Boccanera’s, was toch zeker geen man -zonder hart en hield zeker veel van Benedetta, door wier schoonheid en gratie hij -ongetwijfeld bekoord was. Dat kon verklaren, waarom hij op zoo zegepralende wijze -de nietigverklaring van het huwlijk had laten uitspreken. Maar volgens don Vigilio -was deze ten koste van veel geld en onder den druk van zeer bekende invloeden verkregen -scheiding een schandaal, dat hij in den beginne gerekt had en dan tot een opzienbare -oplossing verhaast had met het eenige doel den kardinaal op den vooravond van het -conclave, dat iedereen voor aanstaande hield in discrediet te brengen en voor de tiara -onmogelijk te maken. -</p> -<p>Trouwens, het scheen niet te betwijfelen, dat de intransigente en van alle diplomatie -afkeerige kardinaal niet de candidaat van den zoo soepelen Nani, die een overtuigde -<span class="pagenum">[<a id="pb578" href="#pb578">578</a>]</span>voorstander van een algemeene vereeniging was, zijn kon; zoo kon de lange arbeid van -dezen laatste in het huis, niettegenstaande hij de lieve contessina gelukkig trachtte -te maken, niets anders geweest zijn dan een langzame, ononderbroken vernietiging van -het eerzuchtig streven van broeder en zuster, dat hun geslacht aan de Kerk een derden -paus zou geven. Maar ook al had hij dat ook altijd gewild, ook al had hij misschien -een oogenblik voor kardinaal Sanguinetti gewerkt, ook al had hij op dezen zijn hoop -gesteld, toch was het nooit in hem opgekomen, dat men het tot een misdaad zou laten -komen, tot den afschuwlijken gruwel van een aan een verkeerd adres komend en onschuldigen -treffend vergif komen zou. Neen, neen, het was te veel, zooals hij zeide, de ziel -kwam daartegen in opstand. Hij gebruikte zachtere wapenen; een dergelijke ruwheid -stootte hem tegen de borst. Op zijn zoo blozend en welgevormd gezicht was nog de ernst -van zijn woede te lezen, die hem bij het zien van den treurenden kardinaal en die -twee in zijn plaats getroffen gelieven aangegrepen had. -</p> -<p>Pierre, die in de meening verkeerde, dat kardinaal Sanguinetti nog altijd de heimlijke -candidaat van den prelaat was, werd ondanks alles nog steeds gekweld door de vraag -hoe ver de moreele medeplichtigheid van dezen laatste ging. Hij vatte het gesprek -weer op. -</p> -<p>“Men zegt, dat Zijne Heiligheid het met Zijne Eminentie kardinaal Sanguinetti niet -bijster goed vinden kan. Trouwens dat is vrij natuurlijk, want de regeerende paus -kan den toekomstigen moeilijk met een vriendelijk oog aanzien.” -</p> -<p>Monsignor Nani liet zich een oogenblik in alle vrijmoedigheid gaan: -</p> -<p>“O, de kardinaal heeft reeds drie of viermaal met het Vaticaan op gespannen voet gestaan, -om zich dan weer met den paus te verzoenen. En in ieder geval behoeft de Heilige Vader -geen posthume jaloezie te toonen; hij weet, dat hij Zijne Eminentie heel goed ontvangen -kan.” -</p> -<p>Doch dan speet het hem, zich zoo beslist uitgelaten te hebben en verbeterde hij zich: -</p> -<p>“Ik scherts maar wat, Zijne Eminentie is het groote geluk, dat hem misschien wacht, -volkomen waard.” -</p> -<p>Maar Pierre had nu zekerheid: kardinaal Sanguinetti was ongetwijfeld monsignor Nani’s -candidaat niet meer. Blijkbaar vond hij, dat de kardinaal door zijn ongeduldige eerzucht -te zeer verzwakt en door de dubbelzinnige bondgenootschappen, <span class="pagenum">[<a id="pb579" href="#pb579">579</a>]</span>die hij in zijn koorts met iedereen, ja zelfs met het jonge, patriottische Italië -gesloten had, ook te gevaarlijk was. De stand van zaken was duidelijk: kardinaal Sanguinetti -en kardinaal Boccanera waren bezig elkaar te verslinden, elkaar uit den weg te ruimen: -de een door zijn voortdurende intriges, die voor geen enkel compromis terugdeinsden, -en ervan droomend Rome door verkiezingen te heroveren; de ander onbeweeglijk en onwrikbaar -in zijn intransigentie, den geest der eeuw met zijn banbliksems treffend, het wonder, -dat de Kerk redden moest, alleen van God verwachtend. Waarom zou men die twee zoo -tegenstrijdige theorieën elkaar niet laten vernietigen. Al was Boccanera aan het vergif -ontsnapt, daarom was hij niet minder door de tragische gebeurtenis getroffen en voortaan -onmogelijk als candidaat, vernietigd als hij was door de geschiedenissen, waarover -geheel Rome praatte; en al kon Sanguinetti meenen, dat hij eindelijk bevrijd was van -zijn voornaamsten mededinger, toch had hij niet ingezien, dat hij zichzelf trof, dat -hij tegelijkertijd zijn eigen candidatuur onmogelijk maakte. Monsignor Nani zag dit -alles blijkbaar met groot welgevallen: noch de een, noch de ander, de plaats vrij. -Het was de oude geschiedenis van die twee legendarische wolven, die met elkaar gevochten -en elkaar opgegeten hadden, tot zelfs het puntje van de staart niet meer over was. -Maar een man als Nani was nooit werkeloos, moest een candidaat hebben. Maar wie, wie -zou de toekomstige paus zijn? -</p> -<p>Hij was opgestaan en nam hartelijk afscheid van den jongen priester. -</p> -<p>“Mijn zoon, ik betwijfel of ik u nog zien zal. Ik wensch u een goede reis …” -</p> -<p>Toch ging hij niet weg, maar bleef Pierre met zijn doordringenden blik aankijken; -eindelijk ging hij weer zitten en wees Pierre ook een stoel aan. -</p> -<p>“Gij zult natuurlijk dadelijk na uw aankomst in Frankrijk kardinaal Bergerot gaan -begroeten … Wees zoo goed hem mijn eerbiedige groeten over te brengen. Ik heb hem -toen hij hier was om zijn kardinaalshoed te halen, leeren kennen. Hij is een der corypheeën -van den Franschen clerus … O, als een zoo verheven geest werken wilde voor de goede -verstandhouding in onze heilige Kerk! Maar helaas ben ik bang, dat hij vooroordeelen -van opvoeding en omgeving heeft; hij helpt ons niet altijd.” -</p> -<p>Pierre luisterde verbaasd; het verwonderde hem, dat de <span class="pagenum">[<a id="pb580" href="#pb580">580</a>]</span>prelaat juist in deze oogenblikken voor de eerste maal over den kardinaal begon. Maar -dan liet hij alle gereserveerdheid varen en antwoordde met alle vrijmoedigheid: -</p> -<p>“Ja, Zijne Eminentie heeft over onze oude Kerk van Frankrijk zeer vaststaande meeningen. -Zoo steekt hij bijvoorbeeld zijn afschuw voor de Jezuïeten niet onder stoelen of banken.” -</p> -<p>“Wat, een afschuw van de Jezuïeten?” viel monsignor Nani hem in de rede. “Waarmede -kunnen de Jezuïeten hem verontrusten? Er bestaan er niet meer, de geschiedenis met -de Jezuïeten is nu uit! Hebt u er te Rome gezien? Hebben die arme Jezuïeten, die er -zelfs geen steen bezitten, om hun hoofd op neer te leggen, u een stroo breed in den -weg gelegd?… Neen, dien vogelverschrikker moest men nu laten rusten, dat is kinderpraat!…” -</p> -<p>Pierre keek nu op zijn beurt den prelaat aan: hij verwonderde zich over diens ongedwongenheid, -over diens kalme zelfverzekerdheid in zake deze brandende quaestie. Monsignor Nani -sloeg zijn blik niet neer, maar liet in zijn oogen lezen, als waren die het boek der -waarheid. -</p> -<p>“O, als gij onder Jezuïeten de verstandige priesters verstaat, die, inplaats van met -de moderne maatschappijen een onvruchtbaren, gevaarlijken strijd aan te gaan, op humane -wijze trachten deze tot de Kerk terug te brengen, lieve Hemel, dan zijn we allen min -of meer Jezuïeten, want het zou krankzinnigenwerk zijn geen rekening te houden met -den tijd, waarin men leeft … Bovendien hang ik niet aan woorden. Wat beteekenen die? -Dus goed, Jezuïeten, voor mijn part Jezuïeten, als u dat wilt!” -</p> -<p>Hij glimlachte reeds weer met zijn vriendelijk, fijn glimlachje, waarin zooveel spot -en geest lag. -</p> -<p>“Welnu zeg aan kardinaal Bergerot, wanneer u hem ziet, dat het onredelijk is de Jezuïeten -in Frankrijk te vervolgen, hen als vijanden der natie te behandelen. Juist het tegendeel -is waar: de Jezuïeten zijn voor Frankrijk, omdat zij voor den rijkdom, voor de kracht -en den moed zijn. Frankrijk is de eenige groote Katholieke natie, die staande gebleven -is, de eenige, waaraan het pausdom eenmaal een grooten steun hebben kan. Daarom heeft -dan ook de Heilige Vader, nadat hij een oogenblik gehoopt had dien steun van het overwinnende -Duitschland te krijgen, een verbond gesloten met het toch pas overwonnen Frankrijk, -want hij begreep, dat buiten dat land geen heil voor de Kerk te wachten was. En in -dat <span class="pagenum">[<a id="pb581" href="#pb581">581</a>]</span>alles heeft hij slechts de politiek gevolgd der Jezuïeten, van die afschuwlijke Jezuïeten, -die men in uw Parijs zoo verfoeit … Zeg bovendien aan kardinaal Bergerot, dat het -zeer mooi van hem zou zijn, wanneer hij mede wilde werken aan de bevrediging door -er op te wijzen, hoe verkeerd het van uw Republiek is den paus niet krachtiger te -steunen in zijn vergevingswerk. Zij doet, alsof zij hem als een <i lang="fr">quantité négligeable</i> beschouwt; dat is een gevaarlijke fout voor bewindslieden, want al schijnt het ook, -dat hij van alle politieke actie beroofd is, toch blijft hij desniettemin een ontzaglijke -moreele kracht, die ieder uur een religieuse agitatie van onberekenbare draagwijdte -in het leven kan roepen. Hij is het altijd nog, die over de volkeren beschikt, omdat -hij over de zielen beschikt; de Republiek handelt zeer lichtzinnig, ja zelfs in zijn -voordeel, door te laten blijken, dat zij dat niet meer weet … En zeg hem ten slotte -dat het jammerlijk is om te zien, op welk een treurige wijze die Republiek haar bisschoppen -kiest, juist alsof zij met opzet haar episcopaat wil verzwakken. Afgezien van enkele -gelukkige uitzonderingen zijn uw bisschoppen armzalige geesten en bijgevolg hebben -uw kardinalen, middelmatige koppen, hier niet den minsten invloed, spelen zij hier -geen rol. Welk een treurig figuur zult gij in het aanstaande conclave slaan! Waarom -behandelt gij dus de Jezuïeten, die politiek gesproken uw vrienden zijn, met een zoo -dwazen, zoo blinden haat? Waarom maakt gij geen gebruik van hun intelligenten ijver, -die bereid is u te dienen, om u zoodoende de hulp van den toekomstigen paus te verzekeren? -Gij hebt dien noodig, hij moet bij u het werk van Leo XIII voortzetten, het werk dat -zoo verkeerd beoordeeld, zoo bestreden wordt; het werk, dat zich niet bekommert om -kleine, tijdelijke resultaten, dat voor alles arbeidt voor de toekomst, voor de vereeniging -van alle volkeren in hun heilige moeder, de Kerk … Zeg dat aan kardinaal Bergerot, -zeg hem, dat hij aan onze zijde moet staan, dat hij voor zijn land werkt door voor -ons te werken. De toekomstige paus! Daarin ligt alles! En wee Frankrijk, wanneer het -in den paus van morgen niet een voortzetter vindt van het werk van Leo XIII!” -</p> -<p>Hij was weer opgestaan en ditmaal ging hij werkelijk. Nooit nog had hij zich op die -wijze zoo lang uitgelaten. Maar ongetwijfeld had hij slechts gezegd, wat hij wilde -zeggen, en wel met een doel, dat hij alleen kende, met een <span class="pagenum">[<a id="pb582" href="#pb582">582</a>]</span>vastberaden langzaamheid en vriendelijkheid, waarin men voelde, dat ieder woord van -te voren rijpelijk overwogen was. -</p> -<p>“Vaarwel, mijn zoon, en nogmaals raad ik u, denk over alles wat gij te Rome gezien -en gehoord hebt, goed na, wees verstandig en bederf uw leven niet!” -</p> -<p>Pierre boog en drukte de kleine, gevulde hand, die de prelaat hem toestak. -</p> -<p>“Ik dank u nogmaals voor al uw goedheid, monsignor, en wees overtuigd, dat ik niets -van mijn reis vergeten zal.” -</p> -<p>Hij keek hem na en zag hem in zijn fijne soutane, met zijn lichten veroveraarsstap, -die alle overwinningen der toekomst tegemoet meende te gaan, verdwijnen. Neen, neen, -hij zou niets van zijn reis vergeten. Hij kende die vereeniging van alle volkeren -in hun heilige moeder, de Kerk, die wereldlijke slavernij, waarin de wet van Christus -de dictatuur van Augustus werd. En wat de Jezuïeten betreft, hij twijfelde er geen -oogenblik aan, dat zij Frankrijk liefhadden, de oudste dochter de Kerk, de eenige, -die haar moeder nog helpen kon om de wereldheerschappij te veroveren: maar zij hadden -het lief, zooals de zwarte sprinkhanen de oogstvelden liefhebben, waarop zij neerstrijken -en die zij verslinden. Een oneindige droefheid was weer in zijn hart gekomen, want -hij had het heimelijk gevoel, dat in dit oude, vernietigde paleis, in dezen rouw en -deze ineenstorting zij en niemand anders dan zij de bewerkers van de smart en van -het ongeluk waren. -</p> -<p>Juist op dat oogenblik zag hij don Vigilio, die voor het groote portret van den kardinaal -op het wandtafeltje leunde; hij hield zijn gezicht in zijn handen, alsof hij voor -eeuwig verdwijnen wilde, en beefde over zijn geheele lichaam, zoowel van koorts als -van angst. In een oogenblik, dat er geen bezoekers kwamen, was hij bezweken aan een -aanval van angstige wanhoop. -</p> -<p>“Mijn God, wat hebt u?” vroeg Pierre, die naar hem toeging. “Bent u ziek? Kan ik u -helpen?” -</p> -<p>Maar don Vigilio drukte zijn vuisten in zijn oogen, stamelde tusschen zijn samengeperste -handen angstig: -</p> -<p>“O, Paparelli, Paparelli!” -</p> -<p>“Wat heeft hij u gedaan?” vroeg de priester verwonderd. -</p> -<p>Toen nam de secretaris zijn handen van zijn gezicht weg en gaf nog eenmaal toe aan -zijn behoefte om zich te uiten. -</p> -<p>“Wat hij mij gedaan heeft?… Maar voelt u dan niets? Ziet u dan niets? Hebt u de manier -opgemerkt, waarop hij <span class="pagenum">[<a id="pb583" href="#pb583">583</a>]</span>zich van kardinaal Sanguinetti meester maakte, om hem naar Zijne Eminentie te brengen? -Welk een vervloekte onbeschaamdheid, om Zijne Eminentie in een dergelijk oogenblik -dien verdachten, verwenschten mededinger op te dringen! En hebt u niet gezien met -wat voor een gemeene gluiperigheid hij een paar minuten te voren een oude dame de -deur gewezen heeft, een heel oude vriendin, die slechts de hand van Zijne Eminentie -wilde kussen, een bewijs van liefde, dat haar zoo gelukkig gemaakt zou hebben?… Ik -zeg u, dat hij hier de meester is, dat hij de deur opendoet en dichtmaakt, zooals -hij dat verkiest, dat hij ons allen tusschen zijn vingers houdt als een beetje stof, -dat je in alle windrichtingen wegblaast!” -</p> -<p>Pierre maakte zich ongerust, toen hij zag hoe hij beefde, hoe geel zijn gezicht was. -</p> -<p>“Kom, kom, u overdrijft!” -</p> -<p>“Ik overdrijven?… Weet u wat er vannacht voorgevallen is, van welk tooneel ik tegen -mijn zin getuige geweest ben? Dan zal ik het u vertellen.” -</p> -<p>Hij vertelde, dat donna Serafina, toen zij den vorigen dag thuis gekomen was, om midden -in de vreeselijke catastrophe, die haar wachtte, te vallen, reeds met een gebroken -hart terugkeerde, geheel van streek door de slechte berichten, die zij vernomen had. -Bij den kardinaal-secretaris en daarna bij de prelaten, die zij kende, had zij de -zekerheid gekregen, dat de vooruitzichten voor haar broeder zeer slecht stonden, dat -hij zich in het Heilig College steeds talrijker vijanden gemaakt had, zoodat zijn -verkiezing tot paus, in het vorige jaar waarschijnlijk, thans zoo goed als onmogelijk -geworden was. Plotseling stortte de droom van haar leven in; de eerzucht, die zij -altijd gekoesterd had, lag in stof voor haar voeten. Hoe? Waarom? Wanhopig had zij -naar de motieven gevraagd, en nu was zij allerlei fouten van den kardinaal te weten -gekomen. Hij had zich tot nuttelooze manifestaties laten verleiden, had menschen door -een woord, door een daad beleedigd, in het kort een zoo uitdagende houding aangenomen, -dat men meenen zou, dat hij het opzettelijk had gedaan, om alles te bederven. Het -ergste was, dat zij in ieder van die fouten omstandigheden ontdekt had, die door haar -afgeraden en afgekeurd waren, maar die de kardinaal doorgedreven had onder den invloed -van abbé Paparelli, dien zoo nederigen, zoo deemoedigen sleepdrager, in wien zij een -noodlottige macht, een ondermijnen van haar eigen zoo <span class="pagenum">[<a id="pb584" href="#pb584">584</a>]</span>waakzamen en toegewijden invloed voelde. Ondanks den rouw, waarin het huis verkeerde, -had zij dan ook de executie van den verrader niet willen uitstellen, te meer waar -zijn oude vriendschap met Santobono en de geschiedenis met het mandje vijgen, dat -uit de handen van den laatste in die van den eerste overgegaan was, in haar een vreeselijk -vermoeden gewekt had, waarvan zij zelfs geen nadere opheldering wilde hebben. Maar -dadelijk bij haar eerste woorden, toen zij den formeelen eisch stelde den verrader -onmiddellijk de deur te wijzen, was zij bij haar broeder op een plotselingen, onoverwinlijken -tegenstand gestooten. Hij had zelfs niet naar haar willen luisteren, was boos geworden, -in een van die buien van hartstochtelijke woede gevallen, die alle redelijkheid wegvaagde. -Hij zeide, dat het slecht van haar was een zoo bescheiden, zoo vromen heiligen man -aan te vallen, beschuldigde haar, dat zij in de kaart van zijn vijanden speelde, die, -na monsignor Gallo gedood te hebben, nu trachtten zijn laatste genegenheid voor dien -armen, onbeduidenden priester te vergiftigen. Hij noemde al die verhalen afschuwlijke -verzinsels en zwoer, dat hij hem bij zich zou houden, al was het alleen om zijn minachting -voor al dien laster te toonen. -</p> -<p>Weer had don Vigilio, door een rilling aangegrepen, zijn gezicht met zijn handen bedekt. -</p> -<p>“O, Paparelli, Paparelli!” -</p> -<p>Hij stamelde gesmoorde scheldwoorden: de gemeene smeerlap, die bescheidenheid en deemoed -huichelde; de lage spion, die in opdracht had alles in het paleis te hooren, te zien, -ten gronde te richten: het onreine, verwoestende insect, dat zich meester maakte van -den edelsten buit en de manen van den leeuw wegvrat; de Jezuïet, de echte Jezuïet, -knecht en tyran tegelijk, in zijn minne gemeenheid, in zijn triompheerend wormenwerk! -</p> -<p>“Houd u toch kalm, houd u toch kalm,” herhaalde Pierre, die, hoewel hij de waanzinnige -overdrijving in aanmerking nam, toch zelf huiverde voor het vreeselijke onbekende, -voor de dreigende, onbestemde dingen, die zich, zooals hij voelde, werkelijk in de -diepte van het onbekende bewogen. -</p> -<p>Maar sedert hij bijna die verschrikkelijke vijgen gegeten had, sedert de bliksem vlak -naast hem ingeslagen was, had don Vigilio dien ontzettenden angst, welke door niets -tot rust gebracht kon worden, behouden. Zelfs wanneer hij alleen was, ’s nachts, in -bed, achter de gesloten deur, greep die <span class="pagenum">[<a id="pb585" href="#pb585">585</a>]</span>angst hem aan, deed hem onder de dekens wegkruipen, alsof er door de muren menschen -zouden komen, om hem te wurgen. -</p> -<p>Ademloos en met een zwakke stem ging hij voort: -</p> -<p>“Ik heb het u wel gezegd op dien avond, toen we in uw kamer gepraat hebben, hoewel -de deur driedubbel gesloten was … Het was verkeerd van mij, zoo vrij over hen te spreken, -mijn hart eens te luchten door u alles te vertellen, waartoe zij in staat zijn. Ik -was er zeker van, dat zij erachter zouden komen, en u ziet, dat zij erachter gekomen -zijn, want ze hebben mij willen dooden. Kijk, op dit oogenblik is het verkeerd van -mij u dit te zeggen, want zij zullen het te weten komen, en ditmaal zullen ze het -beter inrichten, om mij klein te krijgen … O, het is uit, ik ben dood, dit edele huis, -dat ik zoo veilig waande, zal mijn graf worden!” -</p> -<p>Een diep medelijden met dezen koortsachtigen, door schrikbeelden en waanvoorstellingen -vervolgden zieke maakte zich van Pierre meester. -</p> -<p>“Maar vlucht u dan! Blijf niet hier! Ga naar Frankrijk of waarheen gij wilt!” -</p> -<p>Verbijsterd keek don Vigilio, die een oogenblik kalm werd, hem aan. -</p> -<p>“Vluchten? Waarom? Daar zijn zij ook. Overal zijn zij. Vluchten helpt me niets, altijd -zou ik met hen, bij hen zijn … Neen, neen, ik blijf liever hier. Liever sterf ik hier -dadelijk, als Zijne Eminentie mij niet meer verdedigen kan.” -</p> -<p>Hij richtte een smeekenden blik, waarin nog een straal van hoop trachtte òp te glanzen, -op het levensgroote portret van den kardinaal. Maar de aanval kwam terug en schokte -hem met verdubbelde kracht. -</p> -<p>“Laat mij alleen, laat mij alleen, ik smeek het u!… Laat mij niet verder praten. O, -Paparelli, Paparelli! Als hij terugkwam, als hij ons zag, als hij mij hoorde praten … -Nooit zal ik meer een woord zeggen. Ik zal mijn tong vastbinden, ik zal mijn tong -afsnijden … Laat mij toch alleen! Ik zeg u, dat gij mij doodt, dat hij terug zal komen -en dat dat mijn dood is! Ga toch weg, om Godswil, ga toch weg!” -</p> -<p>En don Vigilio keerde zich naar den muur, als wilde hij daartegen zijn gezicht verpletteren -en zijn mond erin vastmetselen, zoodat hij zwijgen zou als het graf. Pierre besloot -heen te gaan, want hij was bang een nog heviger aanval te provoceeren, als hij zijn -hulp bleef opdringen. -</p> -<p>Pierre begreep, dat hij als huisgenoot, donna Serafina en <span class="pagenum">[<a id="pb586" href="#pb586">586</a>]</span>den kardinaal zijn deelneming moest gaan betuigen. Onmiddellijk liet hij zich naar -het aangrenzend vertrek brengen, waar de prinses ontving. Zij zat, in het zwart gekleed, -mager en rechtop in een fauteuil, waaruit zij waardig en langzaam even opstond, om -den groet van degenen, die binnenkwamen, te beantwoorden. Met een strak gelaat en -haar physieke smart overwinnend, luisterde zij naar de betuigingen van deelneming, -doch antwoordde daarop in het geheel niet. Maar Pierre, die haar had leeren kennen, -kon uit haar ingevallen trekken, uit haar ledige oogen, uit de bittere plooi om haar -mond, de verschrikkingen raden, die zij innerlijk onderging, alles wat in haar ingestort -was, zonder dat eenige hoop op herstel mogelijk scheen. Niet alleen haar geslacht -was uitgestorven, maar ook haar broeder zou nooit paus worden, de paus, dien zij zoolang -gehoopt had van hem te maken door haar toewijding, haar zelfverloochening van vrouw, -die aan dien droom haar hoofd en haar hart, haar zorgen, haar vermogen, haar mislukt -echtgenoote- en moederleven gegeven had. Zij stond voor den jongen priester, haar -gast, op, zooals zij voor de anderen was opgestaan. Maar het gelukte haar in de manier -van haar opstaan een kleine schakeering te brengen; hij voelde heel goed, dat hij -in haar oogen nog steeds de kleine, eenvoudige Fransche priester was, de laagste dienaar -in God’s dienst, nu hij zich zelfs niet tot den rang van prelaat had weten op te werken. -</p> -<p>Toen, zij, na hem met een flauw hoofdknikje voor zijn betuiging van deelneming bedankt -te hebben, weer was gaan zitten, bleef hij uit beleefdheid nog een oogenblik staan. -Geen geluid, geen woord verstoorde den droefgeestigen vrede van het vertrek. Toch -waren er vier of vijf dames, bezoeksters, aanwezig; zij zaten echter eveneens in een -troostelooze, zwijgende onbeweeglijkheid op haar stoelen. Het meest werd Pierre echter -getroffen door de aanwezigheid van kardinaal Sarno, een der oude huisvrienden, die -met zijn zwak lichaam en zijn hoogeren linkerschouder met gesloten oogen in een fauteuil -neergevallen was. Nadat hij donna Serafina zijn deelneming betuigd had, was hij onwillekeurig -nog wat gebleven en toen, door de drukkende stilte en de benauwend-warme atmospheer -in slaap gevallen. En iedereen eerbiedigde zijn slaap. Droomde hij in zijn sluimering -van de kaart der geheele Christenheid, die hij in zijn laaggebouwd hoofd met de stompzinnige -uitdrukking had? <span class="pagenum">[<a id="pb587" href="#pb587">587</a>]</span>Zette hij, achter dat vale geloofsmasker van een door een halve eeuw van bureauleven -afgestompten, ouden ambtenaar, in zijn droom zijn vreeselijk veroveringswerk voort, -om de aarde van uit de diepte van zijn somber bureau in het paleis der Propaganda -te onderwerpen en te regeeren? De dames richtten geroerde en eerbiedige blikken op -hem; men beknorde hem soms zacht, dat hij te veel werkte, en zag in deze slaapzucht, -die zich in den laatsten tijd overal van hem meester maakte, het bewijs van zijn buitensporigen -ijver en zijn genie. Pierre echter zou van deze almachtige Eminentie slechts dit laatste -beeld met zich nemen: een uitgeputte grijsaard, uitrustend na de aandoeningen van -een catastrophe, slapend als een oud, onschuldig kind, zonder dat men zien kon, of -dit het begin van kindschheid was of de uitputting na een in den dienst doorgebrachten -nacht, om God over het een of andere ver weg gelegen stuk land te laten heerschen. -</p> -<p>Twee dames gingen weg, drie andere kwamen binnen. Donna Serafina was uit haar fauteuil -opgestaan, had geknikt en dan haar strakke houding hernomen. Kardinaal Sarno sliep -nog altijd. Nu kreeg Pierre het te benauwd; hij dacht te stikken; een duizeling beving -hem, zijn hart klopte met zware slagen. Hij boog en ging heen. Toen hij zich door -de eetkamer naar het studeerkamertje wilde begeven, waar de kardinaal ontving, stond -hij plotseling tegenover abbé Paparelli, die de deur jaloersch bewaakte. -</p> -<p>Toen de sleepdrager hem herkende, begreep hij, dat hij hem den doorgang niet weigeren -kon. Trouwens, daar de binnendringer den volgenden dag, verlegen en beschaamd, vertrekken -zou, was er niets van hem te vreezen. -</p> -<p>“U wenscht Zijne Eminentie te spreken? Uitstekend … Dadelijk, wacht maar even!” -</p> -<p>En toen hij vond, dat hij te dicht bij de deur kwam, drong hij hem naar het andere -gedeelte van het vertrek terug, ongetwijfeld bang, dat hij een woord opvangen zou. -</p> -<p>“Zijne Eminentie is nog in gesprek met Zijne Eminentie kardinaal Sanguinetti … Wacht -daar, wacht daar!” -</p> -<p>Inderdaad was Sanguinetti voor den vorm zeer lang op zijn knieën voor de beide dooden -in de troonzaal blijven liggen. Vervolgens had hij ook zijn bezoek aan donna Serafina -gerekt, om goed te laten uitkomen hoezeer hij deel nam in de rouw der familie. En -nu was hij reeds meer dan tien minuten bij den kardinaal, zonder dat men iets anders -<span class="pagenum">[<a id="pb588" href="#pb588">588</a>]</span>hoorde dan nu en dan het gemurmel van hun stemmen. -</p> -<p>Nu Pierre Paparelli hier weer vond, werd hij opnieuw vervolgd door alles wat don Vigilio -hem verteld had. Hij nam hem op: hij was dik, kort, ziekelijk opgeblazen door het -vet en geleek met zijn slap gezicht, dat op veertigjarigen leeftijd reeds door rimpels -misvormd was, en in zijn vuile soutane op een heel oude jongejuffrouw, waarvan het -<span class="corr" id="xd29e5747" title="Bron: coelibaat">celibaat</span> een half slap geworden varkensblaas gemaakt heeft. En Pierre vroeg zich met verwondering -af, hoe kardinaal Boccanera, die hoogmoedige prins, die in zijn onverwoestbaren trots -op zijn naam het hoofd zoo hoog droeg, zich had kunnen laten inpalmen en beheerschen -door een wezen, dat zoo foei-leelijk was en dat zijn laagheid zoo aan te zien was. -Of waren misschien juist het lichamelijke verval van dit wezen, deze groote moreele -deemoed hem opgevallen als zeldzame, buitengewone gaven des heils, die hem ontbraken, -en was hij daarna onder de bekoring daarvan gekomen? Zij waren een hoon voor zijn -eigen schoonheid, voor zijn eigen trots. Hij, die niet zoo mismaakt kon worden, die -zijn eigen begeerte naar roem niet overwinnen kon, moest er door een groote krachtsinspanning -van zijn geloof in geslaagd zijn dit eindeloos leelijke, eindeloos lage creatuur te -benijden, te bewonderen, als een hoogere, de poorten des hemels wijd open zettende -macht der boete en der menschelijke vernedering te dulden. Wie zal ooit den invloed -verklaren, dien het monster heeft op den held, dien de met ongedierte bedekte, tot -een voorwerp van afschuw geworden heilige over de machtigen dezer wereld bezit, die -bang zijn hun aardsche vreugden te moeten boeten in het eeuwige vlammenvuur? Ja, dat -was wel de leeuw, die door het insect weggevreten wordt, nu zooveel kracht en glans -door het onzienlijke vernietigd werd. -</p> -<p>Samengedrongen in zijn vaal vet nam abbé Paparelli Pierre op met zijn kleine, grijze -oogen, die midden in de duizenden plooien van zijn gezicht knipten. Deze begon een -onrustig gevoel te krijgen, terwijl hij zich afvroeg, wat die beide Eminenties elkaar -toch wel konden hebben te zeggen. Welk een pijnlijk gesprek moest dit zijn, wanneer -Boccanera in Sanguinetti den bisschop zag, tot wiens protégé’s Santobono behoorde. -Welk een vermetele kalmte bezat de een, dat hij zich hier durfde vertoonen; welk een -zielskracht, welk een zelfbeheersching bij den ander, dat hij in den naam van den -heiligen godsdienst een schandaal vermeed door te <span class="pagenum">[<a id="pb589" href="#pb589">589</a>]</span>zwijgen, door het bezoek als een eenvoudig bewijs van achting en toegenegenheid te -aanvaarden! Maar wat kunnen zij elkander te zeggen hebben? Wat zou het opwindend-interessant -zijn, hen tegenover elkander te zien, te hooren welke diplomatieke woorden, die voor -een dergelijk onderhoud pasten, zij gebruikten, terwijl het in hun zielen gromde van -woedenden haat! -</p> -<p>Plotseling ging de deur open en kwam kardinaal Sanguinetti uit de kamer te voorschijn; -zijn gezicht was kalm, niet rooder dan gewoonlijk, zelfs iets bleeker. Slechts zijn -onrustige, steeds rondloerende oogen verrieden hoe blij hij was deze per slot van -rekening toch zware corvée achter den rug te hebben. En in de hoop, dat hij van nu -af de eenig mogelijke paus zijn zou, verwijderde hij zich. -</p> -<p>Abbé Paparelli was naar hem toegevlogen. -</p> -<p>“Als Zijne Eminentie zoo goed wil zijn mij te volgen … Ik zal Zijne Eminentie uitlaten!” -</p> -<p>En zich dan tot Pierre wendend: -</p> -<p>“U kunt nu naar binnen gaan.” -</p> -<p>Pierre keek hen na: de een zoo deemoedig, de ander zoo triomphantelijk. Dan ging hij -naar binnen en zag onmiddellijk midden in de kleine, slechts met een tafel en drie -stoelen voorziene studeerkamer kardinaal Boccanera nog in de hautaine en edele houding -staan, die hij aangenomen had, om Sanguinetti, den gevreesden en verwenschten mededinger -naar den pauselijken troon, te groeten. En blijkbaar waande Boccanera zich ook den -eenig mogelijken paus, dengene, dien het conclave van morgen kiezen moest. -</p> -<p>Maar toen de deur weer dichtgevallen was en hij den jongen priester, zijn gast, die -getuige geweest was van den dood van zijn twee lieve kinderen, die nu voor eeuwig -in de zaal ernaast sliepen, zag, werd hij weer door een onuitsprekelijke ontroering, -door een onverwachte zwakheid, waarin al zijn energie onderging, aangegrepen. Het -was de revanche, die zijn mensch-zijn nam, nu zijn mededinger hem niet meer zien kon. -Hij wankelde als een boom, die trilt onder den bijlslag, en viel, plotseling verstikt -door diepe snikken, op een stoel neer. Toen Pierre volgens het ceremonieel, den smaragd, -dien hij aan zijn ringvinger droeg, wilde kussen, richtte hij hem op en wees hem recht -voor zich een stoel aan, terwijl hij met gebroken stem stamelde: -</p> -<p>“Neen, neen, mijn zoon, ga daar zitten … Excuseer me een oogenblik, mijn hart breekt -in mij.” -<span class="pagenum">[<a id="pb590" href="#pb590">590</a>]</span></p> -<p>Hij snikte in zijn gevouwen handen, hij vermocht zich niet te beheerschen, zijn smart -met zijn nog krachtige vingers, die hij tegen zijn wangen en slapen drukte, in zich -terug te dringen. -</p> -<p>Tranen kwamen nu ook in de oogen van Pierre, die eveneens het verschrikkelijke drama -doorleefde en diep ontroerd werd, nu hij dien edelen grijsaard, dien gewoonlijk zoo -trotschen en zichzelf beheerschenden, vromen kerkvorst, die nu niet meer was dan een -arm, in doodsstrijd en smart worstelend wezen, zoo hulpeloos en zwak als een kind, -huilen zag. Hoewel tranen ook zijn stem verstikten, wilde Pierre toch zijn deelneming -betuigen en zocht hij naar een paar goede woorden, om deze wanhoop wat te verzachten. -</p> -<p>“Ik smeek Uwe Eminentie aan mijn diep verdriet te gelooven. Ik ben bij u met weldaden -overstelpt en stel er prijs op u onmiddellijk te zeggen, hoe dit onherstelbare verlies …<span class="corr" id="xd29e5769" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>Maar met een moedig gebaar legde de kardinaal hem het zwijgen op. -</p> -<p>“Neen, neen, zeg niets, om Godswil, zeg niets!” -</p> -<p>En stilte heerschte. Geschokt door den inwendigen strijd, weende hij nog steeds en -wachtte hij tot hij weer sterk genoeg zijn zou, om zich te beheerschen. Eindelijk -wist hij zijn ontroering te bedwingen, nam hij langzaam zijn handen van zijn gezicht -weg, dat langzamerhand weer dat van een door zijn geloof sterken, aan Gods wil onderworpen -geloovige geworden was. Nu God geweigerd had een wonder te doen, nu hij zijn huis -zoo wreed trof, had hij daar ongetwijfeld zijn redenen voor, en hem, een van zijn -dienaren, een der grootwaardigheidsbekleeders van zijn aardsch Hof, bleef niets anders -over dan zijn hoofd in ootmoed te buigen. -</p> -<p>De stilte duurde nog een oogenblik voort—dan begon hij te spreken en het gelukte hem -zijn stem een natuurlijken, vriendelijken klank te geven. -</p> -<p>“Gij verlaat ons, niet waar, mijn zoon? Gij vertrekt morgen?” -</p> -<p>“Ja, morgen, ik zal mij de vrijheid veroorloven afscheid te nemen van Uwe Eminentie -en u nogmaals te danken voor uw onuitputtelijke welwillendheid.” -</p> -<p>“Dus hebt u gehoord, dat de Indexcongregatie uw boek veroordeeld heeft, wat trouwens -onvermijdelijk was?” -</p> -<p>“Ja, de buitengewone eer is mij ten deel gevallen door den Heiligen Vader ontvangen -te worden, en aan zijn voeten heb ik mij onderworpen en mijn boek verloochend.” -<span class="pagenum">[<a id="pb591" href="#pb591">591</a>]</span></p> -<p>In de vochtige oogen van den kardinaal lichtte weer een vlam op. -</p> -<p>“Zoo hebt ge dat gedaan? Dan hebt ge goed gehandeld, mijn zoon! Het was weliswaar -niets meer dan uw eenvoudigen priesterplicht, maar er zijn er helaas in onze dagen -zoo velen, die zelfs hun plicht niet doen … Als lid der Congregatie heb ik mijn belofte, -die ik u gegeven had, gehouden, uw boek gelezen en vooral de door de aanklagers aangegeven -bladzijden zorgvuldig bestudeerd. En dat ik ten slotte neutraal gebleven ben, dat -ik mij hield als had de zaak voor mij niet het minste belang, zoodat ik zelfs de zitting, -waarin het geval behandeld is, niet bijgewoond heb, is alleen geweest, omdat ik mijn -arme lieve nicht, die van u hield, die u verdedigde, een plezier wilde doen …” -</p> -<p>Weer overmanden zijn tranen hem; hij hield op, want hij voelde, dat hij weer zwak -zou worden, indien hij zich de aangebeden en beweende Benedetta voor den geest riep. -En met strijdlustige grimmigheid ging hij dan ook voort: -</p> -<p>“Neem mij niet kwalijk, dat ik het u zeg, maar welk een vloekwaardig boek, mijn zoon! -Ge hadt mij verzekerd, dat ge het dogma respecteerde, en ik vraag me nog steeds af, -door welke dwaling ge zóó verblind zijt geworden, dat ge zelfs het besef van uw misdaad -verloren hebt. Het dogma respecteeren—lieve God, terwijl het geheele boek één doorloopende -negatie van onzen heiligen godsdienst is!… Hebt ge dan niet gevoeld, dat het vragen -om een nieuwen godsdienst gelijk staat met het veroordeelen van den ouden, den eenigen -waren, den eenigen goeden, den eenigen eeuwigen? Dat alleen reeds was voldoende, om -van uw boek een der doodelijkste giffen te maken, een van die infame boeken, die men -vroeger door beulshanden verbranden liet, maar die in onze dagen, nadat ze op den -Index geplaatst en juist daardoor aan de perverse nieuwsgierigheid aangewezen zijn, -in omloop gebracht worden, iets waardoor de besmettelijke rotheid van onze eeuw maar -al te goed wordt verklaard … O, hoe goed heb ik in dit alles de denkbeelden van onzen -vereerden en poëtischen bloedverwant, vicomte Philibert de la Choue teruggevonden! -Een litterair ontwikkeld iemand, zeer zeker! Maar het is litteratuur, niets dan litteratuur! -Ik smeek God hem vergiffenis te schenken, want hij weet ongetwijfeld niet, wat hij -doet noch waarheen hij gaat met zijn elegisch Christendom, dat bestemd is voor mooi-pratende -arbeiders en voor jonge menschen van beiderlei kunne, <span class="pagenum">[<a id="pb592" href="#pb592">592</a>]</span>wier ziel door de wetenschap toch reeds in het ijle zweeft. Neen, mijn toorn richt -zich alleen tegen Zijne Eminentie, kardinaal Bergerot, want hij weet, wat hij doet, -doet wat hij wil … Neen, zeg niets, verdedig hem niet. Hij is de revolutie in de Kerk, -hij is tegen God!” -</p> -<p>Hoewel hij zich voorgenomen had niet te antwoorden, niet te discussieeren, had hij -een gebaar van protest bij dezen aanval op den man, dien hij op deze wereld het meest -vereerde en liefhad, niet kunnen onderdrukken. Dan echter boog hij nogmaals. -</p> -<p>“Ik kan mijn afschuw, ja mijn afschuw voor dezen heelen ledigen droom van een nieuwen -godsdienst niet genoeg zeggen,” ging Boccanera ruw voort. “Het is niets dan een speculatie -op de gemeenste hartstochten, die de armen tegen de rijken opzet, door hun God weet -wat voor een deeling, voor een thans onmogelijke gemeenschap, belooft! Het is niets -dan een lage vleierij van de lagere volksklassen, doordat men hun, zonder het ooit -te kunnen uitvoeren, een gelijkheid en een gerechtigheid belooft, die alleen van God -komt, die God alleen op den door zijn almacht aangewezen dag zal kunnen doen heerschen! -Het is niets dan een zelfzuchtige naastenliefde, die men tegen den hemel zelf misbruikt -om hem aan te klagen van onrechtvaardigheid en onverschilligheid! Het is niets dan -larmoyante, verslappende, krachtige en sterke harten onwaardige naastenliefde! Alsof -het menschelijk lijden niet noodzakelijk is voor zijn heil; alsof wij, naarmate wij -meer lijden, niet grooter, niet reiner worden, niet dichter bij het oneindige geluk -komen!” -</p> -<p>Hij wond zich op, zijn hart bloedde en hij verzette zich daartegen. Zijn smart verbitterde -hem; de bijlslag had hem een oogenblik terneergeworpen, maar nu stond hij weer op, -uitdagend tegen de smart, koppig vasthoudend aan zijn stoïcijnsche voorstelling van -een almachtig God, die heer en meester over de menschen is en zijn gelukzaligheid -voor zijn uitverkorenen alleen bewaart. -</p> -<p>Toen deed hij weer een poging om kalmer te zijn, en zachter ging hij voort: -</p> -<p>“Enfin, mijn zoon, de schaapskooi staat steeds open; en uit uw berouw blijkt, dat -ge erin teruggekeerd zijt. Ge kunt niet gelooven, hoe gelukkig mij dat maakt!” -</p> -<p>Op zijn beurt trachtte Pierre verzoenend te zijn, om deze heftige, door smart gewonde -ziel nog niet meer te treffen. -</p> -<p>“Uwe Eminentie kan er zeker van zijn, dat ik trachten <span class="pagenum">[<a id="pb593" href="#pb593">593</a>]</span>zal geen van uw vriendelijke woorden te vergeten, evenmin als ik de vaderlijke ontvangst -van Zijne Heiligheid Leo XIII vergeten zal.” -</p> -<p>Maar deze zin scheen Boccanera juist weer op te winden. Eerst uitte hij slechts half -uitgesproken woorden, als streed hij met zichzelf, om den jongen priester niet direct -uit te vragen. -</p> -<p>“O, ja, gij hebt den Heiligen Vader gesproken, gij hebt met hem gepraat en hij heeft -u zeker, zooals aan alle vreemdelingen, die hem hun opwachting maken, gezegd, dat -hij verzoening, vrede wil … Ik zie Zijne Heiligheid nog slechts, wanneer het niet -anders kan; het is reeds meer dan een jaar geleden, dat ik tot een particuliere <span class="corr" id="xd29e5803" title="Bron: audientie">audiëntie</span> toegelaten ben …” -</p> -<p>Dit openlijke bewijs van ongenade, deze heimelijke strijd, die, evenals ten tijde -van Pius IX, tusschen den Heiligen Vader en den kardinaal-voorzitter gevoerd werd, -vervulde dezen laatste met groote bitterheid. Het was hem onmogelijk zich te bedwingen; -hij bleef spreken, waarbij hij ongetwijfeld tot zichzelf zeide, dat hij iemand voor -zich had, op wien hij kon vertrouwen en die bovendien den volgenden dag vertrekken -zou. -</p> -<p>“Vrede, verzoening! Met die mooie woorden, waarmede zoo dikwijls het gemis aan ware -vrijheid en moed bemanteld wordt, komt men ver … De vreeselijke waarheid echter is, -dat de achttien jaar van Leo XIII’s concessies alles in de Kerk aan het wankelen gebracht -hebben en dat het Katholicisme, wanneer hij nog lang regeert, in puin zal vallen als -een gebouw, waarvan men de zuilen ondermijnd heeft.” -</p> -<p>Pierre, wiens belangstelling nu ook weer geheel opgewekt was, kon zich niet weerhouden -eenige tegenwerpingen in het midden te brengen, om daardoor den kardinaal nog meer -aan het praten te krijgen. -</p> -<p>“Maar is hij niet altijd zeer voorzichtig opgetreden, heeft hij het dogma niet in -een oninneembare vesting ondergebracht? In één woord, heeft hij, al schijnt hij op -veel punten toegegeven te hebben, dat niet altijd in vormquaesties gedaan?” -</p> -<p>“Ja natuurlijk, vormquaesties!” antwoordde de kardinaal in toenemende opwinding. “Hij -heeft u, zooals aan alle anderen gezegd, dat hij, in principes op zijn stuk staan -blijvend, gaarne toegaf in vormquaesties! Een betreurenswaardig woord, een dubbelzinnige -diplomatie, wanneer het <span class="pagenum">[<a id="pb594" href="#pb594">594</a>]</span>tenminste geen eenvoudige, lage huichelarij is! Mijn ziel komt in opstand tegen dit -opportunisme, tegen dit Jezuïetengedoe, dat listen gebruikt tegen den geest der eeuw, -dat alleen bestemd is twijfel te brengen onder de geloovigen, de verwarring van een -overijlde vlucht, die de eerste oorzaak is van onherstelbare nederlagen! Het is een -lafheid, een lage lafheid, het neergooien van de wapenen, om des te sneller te kunnen -terugtrekken, het zich schamen om zichzelf te zijn, het masker, dat men zich voorzet -in de hoop de wereld op een dwaalspoor te brengen, op verraderlijke wijze bij den -vijand binnen te dringen en hem te vernietigen. Neen, neen, de vorm is alles bij een -overgeleverden, onveranderlijken godsdienst, die achttien eeuwen lang geweest is, -thans nog is en altijd, tot aan het einde der eeuwen, blijven zal de wet zelf van -God!” -</p> -<p>Hij kon niet blijven zitten; stond op en begon door het kleine vertrek, dat hij met -zijn hooge gestalte geheel scheen te vullen, op en neer te loopen. En nu bestreed, -veroordeelde hij heftig de geheele regeering, de geheele politiek van Leo XIII. -</p> -<p>“De eenheid, de beroemde eenheid, die hij, wat men hem als grooten lof nageeft, in -de Kerk wil herstellen, is niets dan de razende, blinde eerzucht van een veroveraar, -die zijn rijk uitbreidt, zonder zich af te vragen, of de nieuw onderworpen volkeren -zijn oud, tot dusverre zoo trouw volk zullen desorganiseeren, bederven, besmetten -met alle zonden. En wanneer de Oostersche schismatici, wanneer de schismatici van -andere landen door hun terugkeer in de Katholieke Kerk die zóó veranderen, dat zij -haar dooden, dat zij er een nieuwe Kerk van maken? Er bestaat maar één wijsheid: slechts -dat zijn, wat men is, maar het krachtig zijn! En is ook niet dat zoogenaamde verbond -met de democratie, een politiek, die voldoende is om den eeuwenouden geest van het -pausdom te veroordeelen, niet een gevaar en een schande tegelijk? De monarchie is -een goddelijk recht, haar opgeven staat gelijk met in te gaan tegen God, met scharrelen -met de Revolutie, met het droomen van de monsterachtige oplossing, om gebruik te maken -van de verblindheid der menschheid, ten einde weer een groote macht over hen te krijgen. -Iedere republiek is een toestand van anarchie en daarom is de erkenning der Republiek -enkel en alleen met het doel, om den droom van een onmogelijke verzoening te willen -verwezenlijken, de misdadigste fout, de eeuwige vernietiging van <span class="pagenum">[<a id="pb595" href="#pb595">595</a>]</span>het denkbeeld van gezag, orde, ja zelfs van godsdienst … Denk bijvoorbeeld eens na -over hetgeen hij met de wereldlijke macht gedaan heeft. Hij eischt die nog wel op, -hij doet wel, alsof hij op het punt van Rome’s teruggave intransigent blijft, maar -heeft hij in werkelijkheid niet definitief afstand er van gedaan, nu hij het recht -der volkeren erkent om over zich zelf te beschikken, hun koningen weg te jagen en -als dieren vrij in de bosschen te leven?” -</p> -<p>Plotseling bleef hij staan en hief dan in een opwelling van heiligen toorn zijn armen -ten hemel. -</p> -<p>“O, die man, die man, die door zijn ijdelheid, door zijn zucht naar succes de ondergang -der Kerk geweest zal zijn! Deze man, die niet opgehouden heeft alles te bederven, -los te maken, te verbrokkelen, om de wereld, welke hij op deze wijze denkt te heroveren, -te regeeren! Waarom, o, Almachtige, waarom hebt gij hem nog niet tot u teruggeroepen?” -</p> -<p>En deze aanroeping van den dood had een zoo oprechten klank, de haat, welke daarin -lag, werd door het vurige verlangen om God, die hier op aarde in gevaar verkeerde, -te redden, zoo veredeld, dat Pierre door een hevige rilling doorhuiverd werd. Nu eerst -begreep hij ten volle dezen kardinaal Boccanera, die Leo XIII vroom, hartstochtelijk -haatte, hij begreep, dat hij uit de diepte van zijn donker paleis reeds jaren lang -loerde op den dood van den paus—den dood, dien hij in zijn qualiteit van kardinaal-voorzitter -officieel vast zou moeten stellen. Hoe moest hij daarop wachten, hoe verlangde hij -met koortsachtig ongeduld naar het gelukzalige uur, waarop hij, gewapend met zijn -zilveren hamer, de drie symbolische slagen op het hoofd van den koud en stijf op zijn -bed uitgestrekten Leo XIII zou gaan geven. O, kon hij eindelijk eens kloppen op dien -hersenwand, om zeker te zijn, dat er geen antwoord meer kwam, dat er niets meer in -was dan nacht en zwijgen! En de roep: “Joachim! Joachim, Joachim!” zou driemaal weerklinken! -En, wanneer het lijk niet antwoordde, zou hij zich, na even gewacht te hebben, omkeeren -en zeggen: “De paus is dood!” -</p> -<p>“Maar toch,” begon Pierre, die hem tot het heden wilde terugbrengen, weer; “maar toch -is verzoening een wapen van den tijd. Alleen om des te zekerder te zijn van de overwinning, -geeft de Heilige Vader in vormquaesties toe.” -</p> -<p>“Hij zal niet overwinnen, hij zal overwonnen worden!” riep Boccanera. <span class="corr" id="xd29e5826" title="Niet in bron">“</span>Nog nooit heeft de Kerk een overwinning behaald, wanneer zij niet volhardde in de -onveranderlijke <span class="pagenum">[<a id="pb596" href="#pb596">596</a>]</span>eeuwigheid van haar goddelijk wezen. En het is zeker, dat zij op den dag, waarop zij -toelaten zal, dat aan één steen van haar gebouw geraakt wordt, in puin vallen zal … -Herinner u den vreeselijken tijd maar, dien zij tijdens het Concilie van Trente doorgemaakt -heeft. De Hervorming had haar tot in haar grondvesten doen wankelen, de ontaarding -der discipline en der zeden werd steeds erger; het was een steeds stijgende vloed -van nieuwigheden, van door den geest van het kwade ingeblazen denkbeelden, van ongezonde -plannen, die de hoogmoed van de in volle vrijheid toegelaten menschheid vormde. En -in het concilie zelf waren verscheidene leden onrustig geworden, besmet, bereid om -de dolzinnigste wijzigingen goed te keuren; het was een waar schisma, dat zich bij -de andere aansloot … En dat in die kritieke oogenblikken, waarin een zoo groot gevaar -dreigde, het Katholicisme van ondergang gered is, is alleen een gevolg van het feit, -dat de meerderheid, voorgelicht door God, het oude gebouw intact gehandhaafd heeft, -dat zij de goddelijke hardnekkigheid bezat, om zich op te sluiten in het enge dogma, -dat zij in niets toegegeven heeft, in niets, in niets, noch in principieele, noch -in vormquaesties … O, zeker, thans is de toestand niet erger dan ten tijde van het -Concilie van Trente. Laten wij aannemen, dat hij even moeilijk is, en zeg mij dan -eens eerlijk of het niet edeler, niet zekerder voor de Kerk is, wanneer men, evenals -vroeger, den moed bezit luide te zeggen, wat zij is, wat zij geweest is, wat zij zijn -zal. Voor haar is alleen heil te vinden in haar volkomen, onbestrijdbare souvereiniteit; -en daar zij altijd door haar intransigentie overwonnen heeft, staat het gelijk met -haar te dooden, wanneer men haar met den geest der eeuw verzoenen wil.” -</p> -<p>Hij begon weer door de kamer op en neer te loopen. -</p> -<p>“Neen, neen, geen schikkingen, geen opgeven, geen zwakheid! De muur uit erts, die -den weg verspert, de grenspaal van graniet, die een wereld afbakent!… Ik heb het u -op den dag van uw aankomst reeds gezegd, mijn zoon! Het Katholicisme willen aanpassen -aan de nieuwe tijden staat gelijk met zijn einde verhaasten, wanneer het werkelijk, -zooals de atheïsten beweren, door een naderenden dood bedreigd wordt. En het zou laag, -schandelijk sterven zijn, in plaats van waardig en trotsch in zijn oude, roemrijke -koninklijkheid … O, waardig te sterven, niets te verloochenen van zijn verleden, de -toekomst trotseerend, zijn geloof zonder vrees bekennend!” -<span class="pagenum">[<a id="pb597" href="#pb597">597</a>]</span></p> -<p>En deze grijsaard van zeventig jaar, die zonder vrees met het gebaar van een held, -welke de toekomstige eeuwen trotseert, de finale vernietiging onder het oog zag, scheen -nog grooter te worden. Het geloof had hem dezen kalmen vrede gegeven, den vrede, dien -de verklaring van het onbekende door het goddelijke geeft aan den geest, wiens behoefte -aan zekerheid zij geheel bevredigt. Hij geloofde, hij wist, was zonder twijfel omtrent -en zonder vrees voor het hiernamaals. Maar een trotsche zwaarmoedigheid klonk nu uit -zijn stem. -</p> -<p>“God kan alles, zelfs zijn werk vernietigen, als hij het slecht vindt. Wanneer morgen -alles zou instorten, wanneer de heilige Kerk te midden der puinhoopen verdwijnen zou -en de meest vereerde heiligdommen begraven worden zouden onder de invallende werelden, -dan nog zou men zijn hoofd in ootmoed moeten buigen en God aanbidden, wiens hand, -na de wereld geschapen te hebben, deze vernietigt tot grootere verheerlijking van -zijn naam … Ik wacht, ik onderwerp mij bij voorbaat aan zijn wil, want niets geschiedt -zonder zijn wil. Indien werkelijk de tempels aan het wankelen gebracht zijn, indien -het Katholicisme werkelijk morgen in puin moet vallen, dan zal ik op mijn post staan, -om de dienaar des doods te zijn, zooals ik de dienaar des levens geweest ben … Zelfs, -waartoe zou ik het ontkennen, staat het vast, dat er oogenblikken zijn, waarop vreeselijke -teekenen mij treffen. Misschien is inderdaad het einde der tijden nabij en zullen -wij getuigen zijn van het instorten der oude wereld, waarmede men ons dreigt. De waardigsten, -de hoogst staanden worden verpletterd, alsof de hemel zich vergiste en in hen de misdaden -der wereld strafte. Heb ik niet den ademtocht van den afgrond, waarin alles ondergaan -zal, gevoeld, sedert mijn huis voor zonden, die ik niet ken, getroffen is door dezen -vreeselijken rouw, die het voor eeuwig in den nacht terug doet keeren.” -</p> -<p>Hij riep zich de twee dierbare dooden, die daar in het vertrek naast hem lagen, voor -den geest. Snikken stegen weer op naar zijn keel; zijn handen beefden, zijn geheele -lichaam schokte van de opwelling van smart, voor hij zich met inspanning van zijn -krachten bedwong. Ja, nu God zich veroorloofd had hem zoo wreed te treffen, zijn geslacht -deed uitsterven en aldus met zijn grootsten en trouwsten dienaar begon, moest de wereld -wel definitief verdoemd zijn. Het einde van zijn huis, stond het niet gelijk met het -<span class="pagenum">[<a id="pb598" href="#pb598">598</a>]</span>naderend einde van alles? En ondanks zijn hoogen vorsten- en priestertrots vond hij -een kreet van de grootste berusting. -</p> -<p>“O, almachtige God, Uw wil geschiede! Laat alles sterven, laat alles ineenstorten, -laat alles terugkeeren tot den nacht van den chaos. Ik zal met opgeheven hoofd in -dit verwoeste paleis blijven, ik zal wachten tot ik onder de puinhoopen begraven ben. -En indien uw wil er mij toe roept, dat ik de verheven doodgraver zijn zal van uw heiligen -godsdienst, o, wees dan zonder vrees: ik zal niets onwaardigs doen, om zijn leven -met eenige dagen te verlengen. Ik zal hem hoog houden zooals ik mijzelf hoog houd, -even trotsch, even intransigent als in den tijd van zijn almacht. Ik zal hem belijden -met dezelfde dappere hardnekkigheid, zonder iets prijs te geven van zijn discipline, -zijn riten, zijn dogma. En als de dag daarvoor gekomen is, zal ik hem met mij begraven, -zal ik hem liever geheel met mij in de aarde nemen dan iets van hem af te staan, zal -ik hem in mijn verstijfde armen drukken, om hem aan u terug te geven zooals gij hem -aan uw Kerk in bewaring gegeven hebt. O almachtige God, o allerhoogste Meester, beschik -over mij, maak van mij, indien dat in uw plannen ligt, den paus van de vernietiging, -van den dood der wereld!” -</p> -<p>Ontroerd, beefde Pierre van vrees en bewondering bij het zien van deze buitengewone -figuur, die daar voor hem oprees—den laatsten paus, die de begrafenis van het Katholicisme -leidde. Hij begreep, dat Boccanera daar dikwijls van gedroomd moest hebben; hij zag -hem voor zich, zooals hij in zijn Vaticaan, in zijn St. Pieter, die de bliksem getroffen -had, met opgeheven hoofd stond, alleen te midden der reusachtige zalen, waaruit zijn -bang en laf Hof gevlucht was. In zijn witte soutane—op die wijze in het wit rouwend -om zijn Kerk, daalde hij nog eenmaal langzaam af naar het heiligdom, om daar te wachten, -tot de hemel op den avond der tijden naar beneden viel en de aarde verpletterde. Driemaal -hief hij het groote crucifix op, dat de laatste krampachtige trekkingen van den bodem -omvergeworpen hadden. Dan, terwijl een laatste kraken den marmeren vloer spleet, drukte -hij het tegen zich aan en verdween ermede onder de instortende gewelven. Een koninklijker, -een woester grootschheid was niet te denken. -</p> -<p>Met een gebaar—tot spreken niet meer in staat—maar zonder zwakheid, onoverwinlijk -en ondanks alles zijn hooge gestalte recht opgericht, gaf kardinaal Boccanera aan -Pierre, <span class="pagenum">[<a id="pb599" href="#pb599">599</a>]</span>die in zijn hartstochtelijke liefde voor schoonheid en waarheid, vond, dat hij alleen -groot was, hij alleen gelijk had, te kennen, dat hij het onderhoud als afgeloopen -beschouwde. De jonge priester kuste de hand van den kerkvorst en ging heen. -</p> -<p>’s Avonds, na afloop der bezoeken, na het invallen van den avond, werden in de troonzaal -de deuren gesloten en ging men over tot het kisten. De missen waren afgeloopen, de -klokjes der elevatie weerklonken niet meer, het geprevel der Latijnsche woorden was -verstomd. Niets was meer over dan de sterke geur der rozen en der twee waskaarsen. -Daar deze het vertrek niet voldoende verlichtten, had men eenige lampen gehaald, die -bedienden als fakkels in hun hand hielden. Naar oud gebruik was het geheele dienstpersoneel -aanwezig, om een laatste vaarwel te zeggen aan hun meesters, die men voor eeuwig ter -ruste zou leggen. -</p> -<p>Er ontstond een vertraging. Morano, die sedert den vroegen ochtend over de talrijke -bijzonderheden waakte, was wanhopig, dat de driedubbele kist nog niet was gekomen. -Eindelijk droegen de bedienden die naar boven en kon men beginnen. Kardinaal Boccanera -en donna Serafina stonden naast elkaar bij het bed. Pierre en don Vigilio waren ook -aanwezig. Victorine begon de twee gelieven in hetzelfde doodskleed, een groot stuk -witte zijde te naaien; het was, als kleedde men hen met hetzelfde bruidsgewaad<span class="corr" id="xd29e5850" title="Bron: ,">.</span> Dan traden twee bedienden naar voren en hielpen Pierre en don Vigilio hen in de eerste, -vurenhouten, met rose zijde gecapitonneerde kist te leggen. Deze was nauwlijks grooter -dan gewone kisten—zoo één geworden waren zij in hun liefdesomhelzing. Toen zij er -lagen, zetten zij hun eeuwigen slaap voort, terwijl hun hoofden half verdwenen onder -het zich door elkaar strengelende haar. En toen de eerste kist in de tweede, van lood, -en dan in de derde, van eikenhout, gesloten was, en de drie deksels gesoldeerd en -dichtgeschroefd waren, bleef men de gezichten der twee gelieven nog steeds zien door -de ronde, met een dik stuk glas voorziene opening, die men volgens de Romeinsche gewoonte -in de drie kisten had aangebracht. Voor eeuwig van de levenden gescheiden, alleen -in hun driedubbele kist, lachten zij elkaar nog steeds toe, keken zij elkaar nog steeds -aan met hun onverzettelijk geopende oogen: zij hadden nu de oneindigheid voor hun -oneindige liefde. -<span class="pagenum">[<a id="pb600" href="#pb600">600</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch16" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">ZESTIENDE HOOFDSTUK</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Den volgenden dag dejeuneerde Pierre, na van de begrafenis teruggekeerd te zijn, alleen -in zijn kamer; in den namiddag wilde hij afscheid nemen van den kardinaal en donna -Serafina. Met den trein van 10.17 zou hij Rome verlaten. Niets hield hem er meer terug; -hij had nog slechts een bezoek af te leggen aan den ouden Orlando, den held der onafhankelijkheid, -aan wien hij plechtig beloofd had niet naar Parijs te zullen terugkeeren, voor hij -nog een lang gesprek met hem gehad had. Dus liet hij tegen twee uur een rijtuig voorkomen, -om hem naar de Via Venti Settembre te brengen. -</p> -<p>Den geheelen nacht was er een fijne motregen gevallen, welks vochtigheid de stad nu -nog in een grijzen nevel hulde. Regenen deed het niet meer, maar de lucht bleef bewolkt -en de gevels der groote nieuwe paleizen van de Via Venti Settembre zagen er onder -dien somberen Decemberhemel met hun gelijkvormige balkons, hun regelmatige ramenrijen, -waaraan geen einde te komen scheen, vaal en troosteloos zwaarmoedig uit. Met name -het ministerie van Financiën, die reusachtige opeenstapeling van metsel- en beeldhouwwerk, -had geheel het aanzien van een doode stad, de eindelooze triestheid van een groot, -bloedloos lichaam, waaruit het leven geweken is. De temperatuur was door den regen -zachter geworden, het was bijna warm: een vochtige, klamme koortswarmte. -</p> -<p>In den vestibule van Prada’s klein paleis zag Pierre tot zijn verbazing vier of vijf -heeren, die op het punt stonden hun overjassen uit te trekken; een bediende zeide -hem, dat de graaf een conferentie met aannemers had. Maar daar mijnheer de abbé den -vader van den graaf een bezoek wilde brengen, moest hij maar naar de derde verdieping -gaan. De kleine deur rechts, op het portaal. -<span class="pagenum">[<a id="pb601" href="#pb601">601</a>]</span></p> -<p>Doch op de eerste verdieping stond Pierre plotseling tegenover Prada, die zijn aannemers -wilde ontvangen. Hij zag, dat de graaf, toen hij hem herkende, doodsbleek werd. Na -het verschrikkelijke drama hadden zij elkaar niet gezien. De priester begreep dan -ook heel goed, welk een angst, welk een onaangename herinnering aan een moreele medeplichtigheid, -welk een doodelijke onrust zijn aanwezigheid dien man veroorzaken moest. -</p> -<p>“Komt u voor mij? Hebt u mij iets te zeggen?” -</p> -<p>“Neen, ik vertrek, ik kom afscheid nemen van uw vader.” -</p> -<p>Prada werd nog bleeker, een siddering ging over zijn gelaat. -</p> -<p>“O, komt u voor mijn vader? Hij voelt zich minder goed. Spaar hem.” -</p> -<p>Zijn angst verried tegen zijn wil in duidelijk, waar hij bang voor was: een onvoorzichtig -woord, misschien zelfs een laatste opdracht, den vloek van dien man en van die vrouw, -die hij gedood had. Ongetwijfeld zou dat ook de dood van zijn vader zijn. -</p> -<p>“Hoe vervelend, dat ik niet met u mede kan gaan. Maar die heeren wachten me … Lieve -hemel, wat spijt het mij. Zoodra ik kan, kom ik ook, zoo gauw mogelijk!” -</p> -<p>Daar hij niet wist, hoe hij hem verder tegenhouden moest, kon hij niet beletten, dat -de jonge priester met zijn vader alleen was, terwijl hij hier vastgehouden werd door -zijn geldzaken, die steeds slechter gingen. Maar met welke blikken vol angst zag hij -hem naar boven gaan, hoe smeekte als het ware zijn heele trillen hem. Zijn vader, -de eenige werkelijke liefde, de groote, reine, trouwe hartstocht van zijn leven!<a id="xd29e5871"></a> -</p> -<p>“Laat hem niet te veel praten, vroolijk hem wat op!” -</p> -<p>Boven werd de deur niet geopend door Batista, den zijn meester zoo trouwen oud-gediende, -maar door een nog heel jongen man, wat Pierre in den beginne niet opmerkte. Hij vond -het kale, witte, met een licht papiertje behangen kamertje met het eenvoudige ijzeren -ledikant achter een scherm, zijn vier aan den muur gespijkerde en als bibliotheek -dienende planken, zijn donkerhouten tafel en zijn twee rieten stoelen weer terug. -En door het breede, lichte raam zonder gordijnen zag hij weer hetzelfde bewonderenswaardige -panorama van Rome—geheele Rome tot aan de verre boomen van den Janiculus. De oude -Orlando met zijn prachtigen leeuwenkop en zijn nog jonge oogen, die nog fonkelden -van de hartstochten, <span class="pagenum">[<a id="pb602" href="#pb602">602</a>]</span>welke in deze vurige ziel gegromd hadden, was evenmin veranderd. Pierre vond hem terug -op denzelfden fauteuil, naast hetzelfde tafeltje, waarop dezelfde couranten slingerden, -zijn beenen gewikkeld in dezelfde zwarte deken, alsof die doode beenen hem daar vasthielden -in een steenen scheede, zoodat men er zeker van zijn kon hem na maanden, ja na jaren, -zonder eenige verandering, met zijn levendig bovenlichaam en zijn van kracht en intelligentie -stralenden kop terug te vinden. -</p> -<p>Toch scheen hij op dezen somberen dag terneergeslagen. -</p> -<p>“Ha, bent u daar, waarde heer Froment! Sedert drie dagen denk ik aan u, ik kan mij -zoo levendig voorstellen, welke verschrikkelijke dagen gij in dat tragische paleis -hebt medegemaakt! Lieve God, hoe vreeselijk! Ik ben er kapot van, en die couranten -met hun steeds weer nieuwe bijzonderheden maken me nog meer van streek.” -</p> -<p>Hij wees naar de op de tafel liggende couranten. Dan verjoeg hij met een gebaar de -droevige geschiedenis, de figuur van de doode Benedetta, die hem steeds vervolgde. -</p> -<p>“Nu, en jij?” -</p> -<p>“Ik vertrek van avond, maar ik heb Rome niet willen verlaten, zonder nog eerst uw -dappere handen te drukken.” -</p> -<p>“Ga je weg? En je boek dan?” -</p> -<p>“Mijn boek … Ik ben ontvangen door den Heiligen Vader; ik heb mij onderworpen en mijn -boek teruggenomen.<span class="corr" id="xd29e5886" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>Orlando keek hem strak aan. Er volgde een korte stilte, waarin hun oogen elkaar over -dit punt alles zeiden, wat zij elkaar te zeggen hadden. Geen van beiden voelden zij -de noodzakelijkheid van een langere verklaring. De oude man zeide slechts: -</p> -<p>“Je hebt gelijk, je boek was een <span class="corr" id="xd29e5892" title="Bron: herschenschim">hersenschim</span>.” -</p> -<p>“Ja, een hersenschim, een kinderachtigheid, en ik heb het zelf veroordeeld uit naam -van de waarheid en de rede.” -</p> -<p>Een glimlach kwam om de smartelijke lippen van den verpletterden held. -</p> -<p>“Je hebt dus alles gezien en begrepen. Je weet nu alles?” -</p> -<p>“Ja, ik weet nu alles en daarom heb ik niet weg willen gaan zonder nog eens openhartig -en vrijmoedig met u te praten.” -</p> -<p>Dat was een heele vreugde voor Orlando. Maar plotseling scheen hij zich den jongen -man te herinneren, die de deur geopend had en nu op een stoel dicht bij het raam zat. -Het was bijna nog een kind, twintig jaar nauwlijks, zonder <span class="pagenum">[<a id="pb603" href="#pb603">603</a>]</span>baard, blond, en mooi: een schoonheid, zooals men die menigmaal in Napels aantreft. -Hij had lang kroeshaar, een lelie-achtige tint, een mond als een roos en droomerig-smachtende -oogen vol oneindige zachtheid. De oude man stelde hem op vaderlijke wijze voor: Angiolo -Mascara, den kleinzoon van een zijner krijgsmakkers, den epischen Mascara van de Duizend, -die, met tallooze wonden bedekt, als een held gevallen was. -</p> -<p>“Ik heb hem hier laten komen, om hem een standje te geven,” ging hij voort. “Stel -je voor, die kwajongen met zijn meisjesgezicht laat zich met nieuwe denkbeelden in! -Hij is anarchist, een van de twee of drie dozijn anarchisten, die we in Italië hebben. -In den grond der zaak een aardige jongen, die alleen zijn moeder nog maar heeft, die -hij, dank zij een betrekkinkje, waaruit hij zich echter dezer dagen heeft laten wegjagen, -kon onderhouden … Kom, jongen, je moet me beloven nu verder verstandig te zijn.” -</p> -<p>Toen zeide Angiolo, wiens versleten, maar goed onderhouden kleeren inderdaad de fatsoenlijke -armoede verrieden, met een ernstige, muzikale stem: -</p> -<p>“Ik ben verstandig, maar de anderen, al de anderen zijn het niet. Wanneer alle menschen -verstandig zullen zijn en de waarheid en de gerechtigheid willen, zal de wereld gelukkig -zijn.” -</p> -<p>“Als je denken zoudt, dat hij toegeeft, dan vergis je je!” riep Orlando uit. “Arme -jongen, waarheid en gerechtigheid! Vraag maar eens aan mijnheer den abbé, of men ooit -weet waar die zijn. Enfin, we moeten je tijd geven, om te leven, te zien en te begrijpen!” -</p> -<p>En zonder zich verder met hem te bemoeien, wendde hij zich tot Pierre. Angiolo bleef -heel bescheiden in zijn hoekje zitten, hield zijn brandende oogen op de beide mannen -gevestigd en verloor geen van hun woorden. -</p> -<p>“Ik had je wel gezegd, mijn waarde heer Froment, dat je denkbeelden zouden veranderen -en dat een nadere kennismaking met Rome je tot juistere gedachten brengen zou, veel -beter dan de mooiste redevoeringen, waarmede ik getracht zou hebben je te overtuigen. -Zoo heb ik er bijvoorbeeld nooit aan getwijfeld of je zoudt je boek uit eigen beweging -terugnemen als een treurige dwaling, zoodra het Vaticaan je in zijn volle beteekenis -bekend zou zijn … Maar het Vaticaan zullen we verder maar laten rusten. Daar valt -niets anders mede te beginnen dan het in zijn langzame, <span class="pagenum">[<a id="pb604" href="#pb604">604</a>]</span>maar onvermijdelijke ruïne ineen te laten storten. Wat mij nog interesseert, is het -Italiaansche Rome, ons Rome, dat we met zooveel liefde veroverd, zoo koortsachtig -tot nieuw leven gewekt hebben, dat gij als een <i lang="fr">quantité négligeable</i> behandeld hebt, en waarover wij thans, nu gij het kent, kunnen praten als mannen, -die elkaar begrijpen.” -</p> -<p>Als een intelligent man met een goed, helder verstand, die, door zijn verlamming aan -zijn kamer gebonden en ver van den strijd, geheele dagen nadenken kon, gaf hij dadelijk -vele dingen toe, erkende hij de begane fouten, den deplorabelen toestand der financiën, -de ernstige moeilijkheden van verschillenden aard. O, in welk onzegbaar lijden was -zijn verovering, zijn aangebeden Italië, waarvoor hij gaarne nogmaals het bloed van -zijn aderen geven zou, weer teruggevallen! Zij hadden gezondigd uit vergeeflijken -hoogmoed, zij waren te hard van stapel geloopen door een groot volk te willen improviseeren, -door uit het oude Rome als met een eenvoudigen tooverstaf, een groote moderne hoofdstad -te willen maken. Vandaar de waanzin van die nieuwe wijken, die uitzinnige speculatie -in bouwterreinen en bouwwerken, die de natie op den rand van den afgrond gebracht -had. -</p> -<p>Zacht viel Pierre hem in de rede, om hem te zeggen tot welke denkbeelden zijn wandelingen -en studies in Rome hem gebracht hadden. -</p> -<p>“O, die koorts, die vraatzucht van het eerste oogenblik, die financieele debacle zijn -het ergste nog niet. Wonden, die het geld slaat, genezen weer. Maar het vreeselijke -is, dat uw Italië nog geschapen moet worden … Geen aristocratie meer en geen volk -nog, slechts een pas geboren, vraatzuchtige bourgeoisie, die bezig is den rijken oogst -tot den laatsten halm op te eten.” -</p> -<p>Er volgde een stilte. Orlando schudde treurig zijn hoofd als een oude, voortaan machtelooze -leeuw. De besliste hardheid van Pierre’s woorden deed hem pijn. -</p> -<p>“Ja, ja, dat is het, je hebt goed gezien! Waarom het te loochenen en te ontkennen, -wanneer de feiten spreken … Mijn God, deze bourgeoisie, deze middenklasse, waarvan -ik reeds verteld heb, dat zij zoo tuk is op betrekkingen, baantjes en onderscheidingen -en daarbij zoo gierig en zoo bang voor haar geld, dat zij het in banken plaatst en -nooit durft te wagen in industrieele of handelsondernemingen. Zij wordt slechts verteerd -door den drang te genieten, zonder iets te doen en is zoo onintelligent, dat zij niet -ziet, dat zij <span class="pagenum">[<a id="pb605" href="#pb605">605</a>]</span>haar land doodt door haar afkeer van werken, door laag neerzien op het volk, door -haar eenigen hartstocht, om kleinburgerlijk in de zon te leven om tot het een of ander -departement van bestuur te behooren … En onze stervende aristocratie, dat onttroonde, -geruïneerde, tot de ontaarding van uitstervende geslachten vervallen patriciaat! Het -grootste gedeelte ervan is tot armoede gebracht; de hoogst enkelen, die hun geld behouden -hebben, worden verpletterd onder de zware belastingen, bezitten nog slechts doode -vermogens, die zich niet meer vernieuwen kunnen, door voortdurende deelingen verminderen -en bestemd zijn weldra met de prinsen zelf en de ineenstorting van de oude, nu nutteloos -geworden paleizen te verdwijnen … En het volk eindelijk, dat arme volk, dat zoo geleden -heeft en nog lijdt, maar zoo gewend is aan het lijden, dat het niet eens op de gedachte -schijnt te komen zich daaruit los te maken. Blind en doof drijft het de dingen zoover, -dat het misschien de vroegere slavernij terugwenscht, ligt het in stomme verdomming -als een dier op zijn mestvaalt, is het volkomen onwetend—de vreeselijke onwetendheid, -die de eenige oorzaak van zijn ellende is—heeft het geen hoop, geen toekomst, zelfs -den troost niet te beseffen, dat dit Italië, dit Rome voor hen en voor hen alleen -zijn, dat wij ze voor hen veroverd hebben en tot nieuw leven trachten te wekken … -Ja, ja, geen aristocratie meer, geen volk nog, alleen die zoo <span class="corr" id="xd29e5924" title="Bron: angst-aanjagende">angstaanjagende</span> bourgeoisie! Men moet bijna den pessimisten gelijk geven, die beweren, dat al ons -ongeluk nog niets is, dat wij nog veel erger catastrophes tegemoet gaan, alsof wij -pas bij de eerste symptomen van het einde van ons ras, de voorloopers van de totale -vernietiging waren!” -</p> -<p>Hij had zijn groote bevende armen naar het raam, naar het licht opgeheven, en Pierre, -die diep onder den indruk was, herinnerde zich dit wanhopig smeekende gebaar, dat -hij den vorigen dag kardinaal Boccanera had zien maken in zijn aanroepen van de goddelijke -macht. Deze beide in hun geloof zoo tegengestelde mannen hadden dezelfde wanhopig-woeste -grootschheid. -</p> -<p>Hij sprak door, erkende alle ongelukkige eigenschappen van Rome als hoofdstad. Het -was een zuiver decoratieve stad, wier bodem uitgeput was, een stad, die buiten het -moderne leven was blijven staan, een stad, waarin geen industrie en handel mogelijk -waren, een stad, die te midden van de onvruchtbare woestheid van haar Campagna onherroepelijk -<span class="pagenum">[<a id="pb606" href="#pb606">606</a>]</span>ten doode opgeschreven was. Dan vergeleek hij haar bij de andere steden, die haar -benijden; Florence, dat zoo onverschillig en skeptisch geworden was en een na de woeste -hartstochten en de bloedstroomen van zijn geschiedenis zoo gelukkige zorgeloosheid -bezat; Napels, dat nog genoeg heeft aan zijn vroolijke zon, Napels met zijn kind-volk, -waarvan men niet weet of men het beklagen moet over zijn ellende en onwetendheid, -waarin het zoo ’n groot behagen schijnt te scheppen; Venetië, dat er zich bij neergelegd -had niets meer te zijn dan een wonder van oude kunst, dat men onder glas moest zetten, -om het ongeschonden te bewaren; Genua, geheel opgaand in zijn handel, druk en luidruchtig, -een der laatste koninginnen van de Middellandsche Zee, dit thans zoo onbeteekenende -meer, dat eenmaal de rijke zee was, waarheen alle rijkdommen der wereld stroomden; -Turijn en Milaan vooral, de zóó levende en zóó gemoderniseerde industrie- en handelssteden, -dat de toeristen er minachtend op neer zien, als zijnde geen Italiaansche steden meer, -maar beide gered uit den slaap der ruïnen, daar zij zich aangesloten hebben bij de -Westersche evolutie, die de komende eeuw voorbereidt. O, moet men dit oude Italië -ter wille van kunstenaarszielen als een stoffig museum laten ineenstorten, zooals -zijn kleine steden van Groot-Griekenland, Umbrië en Toscane bezig zijn in te storten -als prachtige bibelots, die men niet durft repareeren uit vrees het karakter ervan -te zullen bederven? Of de aanstaande, onvermijdelijke dood dus, of het houweel der -sloopers, het neerwerpen der wankelende muren, het opbouwen van steden van arbeid, -wetenschap en gezondheid, in één woord, een geheel nieuw Italië, dat werkelijk uit -zijn asch verrijst en geschapen wordt voor de nieuwe beschaving, die de menschheid -binnen treedt! -</p> -<p>“Maar waarom wanhopen?” ging hij krachtig voort. “Rome moge op dit oogenblik zwaar -op onze schouders drukken, het blijft desniettemin de top, dien wij hebben willen -bereiken. Wij zijn er, wij zullen er blijven en de gebeurtenissen afwachten … Al heeft -in den laatsten tijd de bevolking opgehouden toe te nemen, zij blijft stationnair -met haar vierhonderdduizend zielen, en den dag, dat de oorzaken, die den aanvoer tegenhielden, -verdwijnen, kan zij weer zeer goed de hoogte ingaan. Wij hebben de fout begaan te -gelooven, dat Rome een Berlijn of een Parijs zou worden; allerlei maatschappelijke, -historische, ja, zelfs ethnische verhoudingen <span class="pagenum">[<a id="pb607" href="#pb607">607</a>]</span>schijnen zich daar tot dusver tegen te verzetten; maar wie kent de verrassingen, die -de toekomst brengen kan? Kan men ons verbieden te hopen, te gelooven in het bloed, -dat in onze aderen stroomt, het bloed der oude wereldveroveraars? Ik, die met mijn -twee doode beenen niet meer uit mijn kamer komen kan, heb uren, waarin mijn oude overmoedige -geestdrift mij weer aangrijpt, waarin ik in Rome geloof als in mijn moeder, waarin -ik geloof, dat het onoverwinlijk, onsterflijk is, waarin ik de twee millioen inwoners -verwacht, welke deze jammerlijke, nieuwe wijken, die gij bezocht hebt, bevolken moeten. -O zeker, zij zullen komen. Waarom zouden zij niet komen? Ge zult zien, ge zult zien, -alles wordt vol, men zal er nog bij moeten bouwen … En bovendien kan men een natie -arm noemen, die Lombardije bezit? Is ook ons Zuiden niet onuitputtelijk rijk? Laat -er vrede komen, het Zuiden samensmelten met het Noorden en een geheel nieuwe generatie -van arbeiders opgroeien, dan moet, daar de zoo vruchtbare bodem aanwezig is, eenmaal -de groote, verwachte oogst opschieten en in de brandende zon rijp worden.” -</p> -<p>Zijn geestdrift sleepte hem mede, een jeugdig vuur gloeide in zijn oogen. Pierre glimlachte -en zeide: -</p> -<p>“Men moet het probleem van onderen af, bij het volk, aanvatten. Men moet menschen -scheppen.” -</p> -<p>“Juist, dat is het!” riep Orlando uit. “Dat herhaal ik steeds, we moeten Italië scheppen<span class="corr" id="xd29e5941" title="Bron: ,">.</span> Men zou kunnen denken, dat een oostenwind het menschelijke zaad, het zaad van krachtige -volkeren elders heen, ver van onze oude aarde, weggevoerd heeft. Ons volk is niet, -zooals het uwe in Frankrijk, een reservoir van menschen en geld, waaruit men met volle -handen putten kan. Dat onuitputtelijke reservoir zou ik bij ons willen zien! Ja, van -onder af aan moeten we beginnen te werken! Ja, overal scholen! De onwetendheid moet -verjaagd, de ruwheid en luiheid met boeken bestreden worden, de intellectueele en -moreele opvoeding moet ons het arbeidende volk geven, dat wij noodig hebben, als wij -niet uit het concert der groote naties willen verdwijnen. Ik herhaal het: voor wien -anders hebben we gewerkt, toen wij Rome heroverden, dan voor de democratie van morgen? -En hoe verklaarbaar is het, dat alles ineenstort, dat niets er krachtig opgroeien -wil, zoolang die democratie er totaal afwezig is!” -</p> -<p>Pierre waagde het niet te zeggen, dat een natie niet makkelijk verandert, dat Italië -was wat de bodem, de geschiedenis, <span class="pagenum">[<a id="pb608" href="#pb608">608</a>]</span>het ras ervan gemaakt hadden, en dat het een gevaarlijk werk zijn zou, indien men -het plotseling hervormen wilde. Hebben de volkeren niet, evenals de menschen, een -bloeienden middelbaren leeftijd, een meer of minder langzamen ouderdom, die met den -dood eindigde? Een modern, democratisch Rome, groote God! De moderne Rome’s heeten -Parijs, Londen, Chicago. Hij zeide dan ook slechts voorzichtig: -</p> -<p>“Maar gelooft u niet, dat gij, in afwachting van dat groote werk der hernieuwing door -het volk, goed zoudt doen door voorzichtig te zijn? Uw financiën verkeeren in een -zóó deplorabelen toestand, gij maakt zulke groote sociale en economische moeilijkheden -door, dat gij gevaar loopt tot de ergste catastrophes te komen, alvorens menschen -en geld te hebben. O, waarom zegt niet een van uw ministers van af de tribune: “Welnu, -onze trots heeft zich vergist, wij deden verkeerd, toen wij ons in een ommezien in -een groote natie hervormen wilden; daarvoor is meer tijd, meer werk, meer geduld noodig. -Wij leggen er ons bij neer voorloopig niets meer te zijn dan een jong volk, dat in -zijn eigen hoekje werkt, om zich krachtig te maken, zonder in den eersten tijd een -eerste rol te willen spelen. Wij ontwapenen, wij schrappen het oorlogsbudget, het -marinebudget, alle budgetten van uiterlijk vertoon, om ons geheel te wijden aan de -innerlijke welvaart, het onderwijs, de lichamelijke en moreele opvoeding van het groote -volk, dat wij ons plechtig zweren binnen vijftig jaar te zijn? Schrappen, ja schrappen, -dat is uw redding!”<span class="corr" id="xd29e5950" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>Orlando had naar hem geluisterd; langzamerhand was hij weer somber geworden en in -zijn droefgeestig peinzen teruggevallen. Hij maakte een moe gebaar en zeide zacht: -</p> -<p>“Neen, neen, men zou een minister, die dergelijke dingen zeide, uitjouwen. Dat is -een bekentenis, die men van een volk niet verwachten mag. De harten zouden uit de -borsten springen. En bovendien, zou het misschien nog niet veel gevaarlijker zijn, -wanneer men alles, wat reeds gedaan is, plotseling liet instorten? Hoeveel teleurgestelde -verwachtingen, hoeveel ruïnes, hoeveel onnut materiaal! Neen, wij kunnen ons slechts -redden door geduld en moed, terwijl wij voorwaarts, steeds voorwaarts gaan. Wij zijn -een heel jong volk, wij hebben in vijftig jaar de eenheid willen veroveren, waarvoor -andere naties twee eeuwen noodig gehad hebben. Welnu, voor die overhaasting moeten -wij boeten, we moeten wachten, tot de oogst rijp is en onze schuren vult.” -<span class="pagenum">[<a id="pb609" href="#pb609">609</a>]</span></p> -<p>En vol hoop weer ging hij voort: -</p> -<p>“Ge weet, dat ik altijd tegen het verbond met Duitschland geweest ben. Ik heb het -voorspeld, het heeft ons geruïneerd. Wij waren nog niet groot genoeg, om gemeenschappelijk -met een zoo rijke en machtige persoonlijkheid op te trekken; slechts met het oog op -den voortdurend dreigenden, onvermijdelijk geoordeelden oorlog gaan wij nu gebukt -onder onze verpletterende budgetten van een groote natie. O, deze oorlog, die niet -gekomen is, heeft het beste van ons bloed, ons sap, ons goud uitgeput, zonder dat -we er eenig voordeel van hadden! Thans blijft ons niets meer over dan te breken met -een bondgenoot, die onzen hoogmoed uitgebuit heeft, zonder dat hij ons in iets nuttig -geweest is, zonder dat we iets anders van hem gekregen hebben dan wantrouwen en noodlottige -raadgevingen … Maar dat alles was onvermijdelijk, en dat wil men in Frankrijk niet -toegeven. Ik mag daar vrijuit over spreken, want ik ben altijd een vriend van Frankrijk -geweest. Zeg dus aan uw landgenooten, die maar niet begrijpen willen, dat wij na de -verovering van Rome in ons hartstochtelijk verlangen, om onzen rang van vroeger in -te nemen, wel onze rol in Europa spelen, ons als een mogendheid, waarmede voortaan -rekening te houden was, opwerpen moesten. Aarzeling was buitengesloten, al onze belangen -schenen ons in de richting van Duitschland te drijven. De harde wet van den strijd -om het bestaan drukt even fataal op de volkeren als op de menschen; en dat verklaart, -dat rechtvaardigt de breuk tusschen de beide zusters, het vergeten van zooveel gemeenschappelijke -banden: ras, handelsbetrekkingen, zelfs bewezen diensten … Twee zusters! Ja, en nu -verscheuren zij elkaar, vervolgen zij elkaar met zoo’n haat, dat bij beiden het gezond -verstand weg schijnt te zijn. Mijn arm, oud hart bloedt, wanneer ik de artikelen lees, -die uw bladen en de onze als vergiftige pijlen op elkaar afschieten. Wanneer zal die -broedermoord ophouden? Wie van beiden zal het eerst de noodzakelijkheid van vrede -inzien en begrijpen hoe noodig het is dat de Latijnsche rassen zich vereenigen, indien -zij te midden van den steeds stijgenden vloed van andere rassen staande willen blijven!” -</p> -<p>En met zijn gulle hartelijkheid van door de jaren ontwapenden held ging hij voort: -</p> -<p>“Kom, mijnheer Froment, ge moet mij beloven ons te helpen, zoodra ge in Parijs terug -zijt. Zweer mij, dat gij op <span class="pagenum">[<a id="pb610" href="#pb610">610</a>]</span>uw arbeidsveld, hoe klein het ook zijn mag, voor den vrede tusschen Frankrijk en Italië -zult werken: een edeler taak bestaat er niet. Ge hebt nu drie maanden onder ons geleefd, -ge kunt, o in alle vrijmoedigheid, zeggen wat ge gezien en gehoord hebt. Hebben wij -onze fouten, gij hebt de uwe ook. Familieruzies kunnen, voor den duivel, toch niet -eeuwig duren.” -</p> -<p>“Ongelukkig zijn het echter de langdurigste. Wanneer in de familie het bloed zich -verbittert tegen het bloed, dan komt het mes en het vergif erbij te pas. Daar is geen -vergiffenis mogelijk.” -</p> -<p>Hij durfde niet alles zeggen, wat hij dacht. Sedert hij te Rome was en zag en oordeelde, -werd die twist tusschen Italië en Frankrijk voor hem samengevat in een mooi tragisch -sprookje. Er waren eens twee prinsessen, die een machtige, de wereld beheerschende -koningin tot moeder hadden. De oudste, die het rijk van haar moeder geërfd had, zag -met leede oogen hoe haar jongste zuster, die in een naburig land woonde, langzamerhand -toenam in rijkdom, kracht en glans, terwijl zij zelf, als het ware door ouderdom verzwakt, -aftakelde en zoo uitgeput was, dat zij den dag, waarop zij een laatste poging deed, -om de wereldheerschappij te heroveren, verslagen werd. Welk een bitterheid, welk een -altijd open en bloedende wonde was het voor haar, toen zij zien moest, hoe haar zuster -zich van de heftigste schokken herstelde, haar verblindende pracht terugkreeg en door -haar kracht, haar gratie en haar geest over de aarde regeerde! Nooit zou zij het vergeven, -welke houding de benijde en vervloekte zuster ook tegen haar aannemen zou! Dat was -de onheelbare wonde in haar borst; het leven der eene wordt door dat van de andere -vergiftigd, de haat van het oude bloed tegen het jonge zou eerst uitsterven met den -dood. Misschien zou de oudere zuster zelfs op den dag, dat vrede tusschen haar bestaan -zou, tegenover den triomf van de jongste in het diepst van haar hart het oneindige -verdriet bewaren de oudste en de vazalle te zijn. -</p> -<p>“Maar toch kunt u op mij rekenen,” ging Pierre hartelijk voort. “Deze verwoede strijd -tusschen de beide volkeren is inderdaad een groot gevaar. Maar ik zal aan u slechts -zeggen, wat ik meen, dat de waarheid is. Ik ben niet in staat iets anders te zeggen. -En ik ben bang, dat u die waarheid niet prettig zult vinden, dat u er noch door temperament -noch door gewoonte op voorbereid zijt. De dichters van alle naties, <span class="pagenum">[<a id="pb611" href="#pb611">611</a>]</span>die hierheen kwamen en met de traditioneele geestdrift van hun klassieke opvoeding -over Rome spraken, hebben u met zulke loftuitingen bedwelmd, dat het mij voorkomt, -dat u de echte waarheid over uw hedendaagsch Rome niet gaarne hooren zult. Alle mooie -woorden beteekenen niets, men moet tot de werkelijkheid der dingen komen, en juist -die werkelijkheid weigert gij onder de oogen te zien, verliefd als gij zijt op het -mooie en lichtgeraakt als vrouwen, die zich bewust zijn niet mooi meer te wezen en -wanhopig worden bij de minste opmerking over haar rimpels.” -</p> -<p>Orlando begon kinderlijk te lachen. -</p> -<p>“Zeker, je moet de dingen altijd wat mooier maken! Waarom over leelijke gezichten -praten? Wij houden in den schouwburg alleen van mooie muziek, mooie dansen, mooie -stukken, waar we plezier in hebben. De rest, alles wat niet mooi is, moet verborgen -blijven!” -</p> -<p>“Maar,” ging de priester voort, “ik beken gaarne de kapitale fout in mijn boek. Het -Italiaansche Rome, dat ik over het hoofd zag, om het op te offeren aan het pauselijke -Rome, van welks herleving ik droomde, bestaat, en wel zóó machtig reeds, dat zonder -eenigen twijfel het andere mettertijd verdwijnen zal. Zooals ik reeds gezegd heb, -de paus moge zich zoo koppig als hij wil in zijn Vaticaan, dat meer en meer scheurt -en in puin dreigt te vallen, tegen iedere verandering verzetten—alles om hem heen -deelt in de evolutie: de zwarte kringen zijn reeds de grijze geworden, doordat zij -zich met de witte vermengd hebben. En nooit heb ik dat beter gevoeld dan op het bal, -dat prins Buongiovanni gegeven geeft ter eere van de verloving van zijn dochter met -uw achterneef. Toen heb ik gevoeld, dat ik voor uw zaak gewonnen was.” -</p> -<p>De oogen van den ouden man schitterden. -</p> -<p>“Zoo, was je daar ook? Nou, was het geen onvergetelijk schouwspel? Je twijfelt nu -toch zeker niet meer aan onze levenskracht, aan het volk, dat we zijn moeten, wanneer -de eerste moeilijkheden overwonnen zullen zijn? Wat komt daarbij een kwart eeuw, een -heele eeuw desnoods op aan? Italië zal in zijn ouden roem herleven, zoodra het groote -volk van morgen uit de aarde opgeschoten zijn zal!… O zeker, ik haat dien Sacco, omdat -hij voor mij de verpersoonlijking is van de intriganten, van de genotzoekers, wier -begeerten alles hebben opgehouden, doordat zij zich op den nog warmen buit van onze -overwinning stortten, die ons zooveel bloed en tranen gekost heeft. Maar ik herleef -in <span class="pagenum">[<a id="pb612" href="#pb612">612</a>]</span>mijn Attilio, dat vleesch van mijn vleesch; hij is zoo zacht en toch zoo dapper, hij -zal de toekomst zijn, het geslacht der helden, wier komst het land ontwikkelen en -louteren zal … O, moge het groote volk van morgen geboren worden uit hem en die Celia, -de aanbiddelijke kleine prinses, die mij onlangs met mijn nicht Melana, een verstandige -vrouw in den grond der zaak, is komen opzoeken. Als je eens gezien hadt, hoe dat kind -mij om den hals vloog, mij met de zoetste naampjes aansprak, me zei, dat ik de peet -zou zijn van haar eersten zoon, opdat hij zou heeten als ik en een tweede maal Italië -redden zou … Ja, ja, moge om deze wieg de vrede ontstaan, moge de echtverbintenis -van die twee lieve kinderen het onverbrekelijke huwelijk zijn tusschen Rome en de -geheele natie, moge door hun liefde alles weer goed worden en weer nieuwe schittering -krijgen!” -</p> -<p>Tranen waren in zijn oogen gekomen. Diep getroffen door deze vaderlandsliefde, die -als een onuitbluschbare vlam in dezen verpletterden held brandde, wilde Pierre hem -moed inspreken. -</p> -<p>“Dat is de wensch, dien ik zelf ook op hun verlovingsfeest uitgesproken heb tegenover -uw zoon, aan wien ik toen ongeveer hetzelfde gezegd heb. Ja, moge hun huwlijk eeuwig -en vruchtbaar blijven, moge uit hen het groote land, dat ik u met geheel mijn ziel -toewensch te zijn, sedert ik u heb leeren kennen, geboren worden!” -</p> -<p>“Heb je dat gezegd?” riep Orlando uit; “heb je dat gezegd? Dan vergeef ik je je boek, -want nu heb je eindelijk begrepen. En het nieuwe Rome, daar ligt het! Het Rome, dat -ons toebehoort, dat wij zijn roemrijk verleden waardig, voor de derde maal tot koningin -der wereld maken willen!” -</p> -<p>En met een van zijn breede gebaren, waarin hij alles, wat er nog aan leven in hem -over was, legde, wees hij door het lichte, gordijnlooze raam naar het panorama, dat -zich voor hem ontrolde—naar Rome, dat zich in de verte van het eene einde van den -horizont naar het andere uitstrekte. Onder den leikleurigen hemel, in dezen zoo weinig -voorkomenden winterrouw nam de stad een soort hoogere majesteit aan, de melancholieke -grootheid van een koninginnestad, die, thans nog vervallen, zwijgend en onbeweeglijk -in de droeve lucht wacht op haar glorierijk ontwaken, op haar eindelijk door allen -erkend koningschap, dat men haar opnieuw beloofd heeft. Van de nieuwe wijken op den -Viminalis tot de verre boomen van den Janiculus, van de <span class="pagenum">[<a id="pb613" href="#pb613">613</a>]</span>rosachtige daken van den Capitolinus tot de groene toppen van den Pincio, lag de deining -der terrassen, der campanila’s en der dommen als een breede oceaan, welks diepe, grijze -golven eindeloos heen en weer wiegden. -</p> -<p>Maar plotseling keek Orlando, door een vaderlijke verontwaardiging aangegrepen, om -en ging tegen den jongen Angiolo Mascara te keer. -</p> -<p>“En dat Rome wil jij, leelijke booswicht, met bommen verwoesten en als een oud, wankel -en half verrot huis met den grond gelijk maken, om er de aarde voor altijd van te -bevrijden.” -</p> -<p>Angilio had tot nog toe zwijgend naar het gesprek geluisterd. Op zijn baardeloos, -blond, mooi meisjesgezicht verried zich de minste opwinding door een plotselingen -blos; vooral zijn groote, blauwe oogen hadden gebrand, toen hij over het volk hoorde -spreken, over het nieuwe volk, dat men scheppen moest. -</p> -<p>“Ja,” zeide hij langzaam met zijn heldere, muzikale stem; “ja, haar met den grond -gelijk maken, geen enkelen steen heel laten! Ja, maar haar verwoesten, om haar weer -op te bouwen!” -</p> -<p>“Dus je bent nog wel zoo goed haar weer op te bouwen!” viel Orlando hem op spottenden -toon in de rede. -</p> -<p>“Ik zou haar weer opbouwen,” herhaalde het kind opstaande, met bevende stem; “ik zou -haar weer opbouwen, groot, mooi<span class="corr" id="xd29e5993" title="Niet in bron">,</span> edel! Heeft de werelddemocratie van morgen, de eindelijk vrije menschheid niet een -éénige stad noodig, die de ark des verbonds, het centrum zelf der wereld is? En is -Rome niet de uitverkoren stad, de stad, die door de prophetieën aangewezen is als -de eeuwige, de onsterfelijke, als degene, waarin zich het lot der volkeren voltrekken -zal? Maar om het blijvende heiligdom, de hoofdstad van de verwoeste koninkrijken te -worden, waarin zich eenmaal per jaar de wijzen van alle landen vereenigen zullen, -moet men haar eerst door het vuur reinigen en niets van het vroegere vuil overlaten. -Dan, wanneer de zon alle pestilenties uit den ouden bodem weggezogen zal hebben, zullen -wij hem tienmaal mooier, tienmaal grooter dan zij ooit geweest is, opbouwen. En welk -een stad van waarheid en gerechtigheid zal dit sedert drie duizend jaar voorspelde -en verwachte Rome zijn—geheel van goud en van marmer, de Campagna van de zee tot de -Sabijnsche en Albaansche bergen vullend, zóó bloeiend en zóó wijs, dat haar twintig -millioen inwoners, na de wet van den <span class="pagenum">[<a id="pb614" href="#pb614">614</a>]</span>arbeid geregeld te hebben, in onvergelijkelijke vreugde leven zullen.” -</p> -<p>Met open mond luisterde Pierre. Wat, werkte het bloed van Augustus zelfs daar door? -In de Middeleeuwen hadden de pausen geen meesters van Rome kunnen zijn, zonder in -hun oud verlangen om opnieuw over de wereld te regeeren, den dringenden drang in zich -te voelen de stad opnieuw op te bouwen. Onlangs, toen het jonge Italië zich van Rome -meester gemaakt had, bezweek het dadelijk onder den atavistischen waanzin der wereldheerschappij, -wilde het op zijn beurt er de grootste stad van maken, bouwde het geheele wijken voor -een bevolking, die nog niet gekomen was. En nu waren zelfs de anarchisten, ondanks -hun vernielingswoede, bezeten door denzelfden hardnekkigen, ditmaal mateloozen droom -van het ras; zij wilden een vierde, monsterachtig groot Rome, welks voorsteden ten -slotte de continenten bezetten zouden, om hun libertaire, tot één familie vereenigde -menschheid daarin onder te brengen. Dit was het toppunt: nooit zou er een phantastischer -bewijs gegeven kunnen worden voor het trotsche en heerschzuchtige bloed, dat de aderen -van dit ras verbrand had, sedert Augustus het de erfenis van zijn onbeperkt rijk en -het woeste instinct, om te gelooven, dat het een wettig recht op de wereld bezat, -had nagelaten. Dat kwam voort uit den bodem zelf, het was een sap, dat al de kinderen -van dezen historischen bodem bedwelmd had en hen aandreef uit hun stad de eenige stad -te maken, degene, die geheerscht had en die, schitterend, tot aan den door de orakelen -voorspelden tijd heerschen zou. En Pierre herinnerde zich de vier voorspellende letters, -het <i>S. P. Q. R.</i><a class="noteref" id="xd29e6000src" href="#xd29e6000">1</a> van het oude Rome, die hij overal in het tegenwoordige Rome teruggevonden had. Zij -stonden als een aan het lot gegeven bevel op de muren, op alle uithangborden, tot -op de vuilniskarren der gemeentereiniging, die ’s morgens het vuil kwamen ophalen. -En Pierre begreep nu de wonderbaarlijke ijdelheid van deze menschen, die door de grootschheid -van hun voorvaderen vervolgd en door het verleden van hun Rome gehypnotiseerd werden, -de ijdelheid, waarvan zij beweerden, dat het alles in zich sluit, dat zij zelf er -niet in slagen het te kennen, dat het de sphinx is, die eenmaal de verklaring van -het wereldraadsel geven moet. Het is zoo groot en edel, dat alles er groot en edel -wordt, dat zij ertoe <span class="pagenum">[<a id="pb615" href="#pb615">615</a>]</span>komen voor hun stad den afgodischen eerbied der geheele aarde te eischen. -</p> -<p>“Maar ik ken jouw vierde Rome,” begon Orlando, weer vroolijk wordend, opnieuw. “Het -is het Rome van het volk, de hoofdstad der universeele Republiek, waarvan Mazzini -reeds gedroomd heeft. Weliswaar voegde deze den paus er aan toe … Zie je, mijn jongen, -wanneer wij, oude republikeinen, ons gerallieerd hebben, dan hebben wij dat gedaan, -omdat we bang waren, het land, in geval van revolutie, in handen te zien vallen van -de gevaarlijke gekken, die jou het hoofd op hol gebracht hebben. Waarachtig, wij hebben -ons bij de monarchie neergelegd, die niet zoo heel veel verschilt van een goede, parlementaire -Republiek … Nu, tot ziens, wees verstandig en bedenk dat het de dood van je arme moeder -zijn zou, wanneer jou iets overkwam … Kom, laat ik je maar een zoen geven!” -</p> -<p>Angiolo bloosde onder den liefdevollen kus van den held als een jong meisje. Dan ging -hij, na den priester beleefd met een hoofdknikje gegroet te hebben, met zijn zacht -dwepersgezicht weg. -</p> -<p>Er volgde een stilzwijgen. Toen de blikken van den ouden Orlando op de couranten vielen, -begon hij echter weer over het vreeselijke drama in het paleis Boccanera. O, die Benedetta, -die hij in de treurige dagen, dat zij bij hem woonde, als een dochter vereerd en aangebeden -had! Welk een verpletterende daad, welk een tragisch lot, om zoo medegesleurd te worden -in den dood van den man, dien zij liefhad! En daar de verhalen der couranten hem vreemd -voorkwamen en hij gekweld en gepijnigd werd door al het duistere, dat hij erin voelde, -wilde hij juist een paar bijzonderheden vragen, toen zijn zoon Prada met een door -onrust vertrokken gelaat en buiten adem van het hard naar boven loopen, binnenkwam. -Hij had zijn aannemers met ongeduldige ruwheid afgescheept, zonder rekening te houden -met zijn ernstigen toestand, zijn gevaar loopend vermogen; hij werd door een zoo groot -verlangen, om boven bij zijn vader te zijn, gemarteld, dat hij bijna niet eens naar -hen luisterde, onverschillig ervoor of zijn huis boven hem zou instorten of niet. -Toen hij bij den ouden man was, gold zijn eerste blik het gezicht van zijn vader, -om zich te overtuigen, of de priester hem niet door een onvoorzichtig woord doodelijk -getroffen had. -</p> -<p>Hij begon te beven, toen hij zag, hoe de oude man door <span class="pagenum">[<a id="pb616" href="#pb616">616</a>]</span>de verschrikkelijke gebeurtenis, waarover hij sprak, tot tranen toe bewogen was. Een -oogenblik dacht hij, dat hij te laat kwam, dat het ongeluk reeds geschied is. -</p> -<p>“Mijn God, vader, wat hèbt u? Waarom huilt u?” -</p> -<p>Hij had zich aan zijn voeten geworpen, nam zijn handen in de zijne, keek hem in een -zóó hartstochtelijke vereering aan, dat hij zijn hartebloed scheen te willen geven, -om hem het minste verdriet te besparen. -</p> -<p>“Ach, het is de dood van die arme Benedetta,” antwoordde Orlando droevig. “Ik zeide -juist aan mijnheer Froment, hoe diep bedroefd ik erover ben en dat het heele geval -mij zoo duister scheen … De couranten spreken van een plotselingen dood en dat is -altijd zoo iets vreemds.” -</p> -<p>Doodsbleek was Prada opgestaan. De priester had niet gesproken. Maar welk een vreeselijk -oogenblik. Als hij antwoordde, als hij sprak! -</p> -<p>“Je was erbij, niet waar?” vroeg de grijsaard weer. “Je hebt alles medegemaakt?… Vertel -me toch eens hoe alles in zijn werk is gegaan.” -</p> -<p>Prada keek Pierre aan. Hun blikken boorden zich als het ware in elkaar. Alles speelde -zich nog eenmaal tusschen hen af. Weer schreed het noodlot voort; weer ontmoetten -zij aan den voet van de Frascatische heuvelen Santobono met zijn mandje; weer spraken -zij op hun terugrit door de droefgeestige Campagna over het vergif, terwijl het mandje -zacht schommelde op de knieën van den pastoor; weer waren zij in de in de wildernis -sluimerende osteria, zagen zij het plotseling gestorven doode hennetje met het violette -bloedstraaltje uit zijn snavel. Dan kwam denzelfden avond het bal der Buongiovanni’s—één -geur van vrouwen, één triomf der liefde. Ten slotte stond voor het zich zwart tegen -de zilveren maan afteekenende paleis Boccanera de man, die zijn sigaar aanstak, en -langzaam, zonder om te kijken, zich verwijderde en het noodlot zijn doodswerk verrichten -liet. Deze geschiedenis kenden zij beiden, doorleefden zij nogmaals, zij behoefden -die niet luid te herhalen, om zeker te zijn, dat zij elkander tot in het diepst van -hun ziel lazen. -</p> -<p>Pierre had den ouden man niet dadelijk geantwoord. -</p> -<p>“O, er zijn verschrikkelijke dingen gebeurd, verschrikkelijke dingen,” zeide hij eindelijk. -</p> -<p>“Dat had ik wel gedacht,” antwoordde Orlando. “Ge kunt vrijuit spreken … Mijn zoon -heeft tegenover den dood alles vergeven.” -<span class="pagenum">[<a id="pb617" href="#pb617">617</a>]</span></p> -<p>Weer zocht Prada’s blik dien van Pierre en bleef zoo vurig smeekend daarin rusten, -dat de priester er diep door ontroerd werd. Hij herinnerde zich den tweestrijd van -dien man op het bal, de wreede jaloersche martelingen, die hij ondergaan had, alvorens -hij aan het noodlot zijn wraak overliet. En hij stelde zich voor wat daarna, na de -vreeselijke ontknooping, in hem moest zijn omgegaan: eerst de verbijstering over de -ruwe snelheid, waarmede het wreede noodlot zijn werk gedaan had, over de wraak, die -gruwlijker uitgevallen was dan hij gewild had; dan de ijzige kalmte van den koelbloedigen -speler, die de gebeurtenissen afwacht, de couranten leest en geen andere wroeging -kent dan de veldheer, wien de overwinning te veel manschappen gekost heeft. Onmiddellijk -had hij begrepen, dat de kardinaal ter wille van de eer der Kerk de zaak zou begraven. -Slechts één ding drukte misschien nog zwaar op zijn hart—misschien het verlangen naar -die zoo vurig begeerde vrouw, die hij niet gehad had, die hij nooit hebben zou—misschien -ook een vreeselijke jaloezie, die hij zichzelf niet bekende en waaronder hij altijd -lijden zou, de jaloezie, nu hij wist, dat zij, in het graf, voor eeuwig in de armen -van een ander lag. En nu rees uit deze laatste krachtsinspanning, om zijn kalmte te -bewaren, uit dat koelbloedige, wroeginglooze wachten de straf op, de vrees, dat het -met de vergiftigde vijgen voortschrijdende noodlot nog op zijn tocht zou stilstaan -en thans zijn vader treffen. Nog een bliksemstraal, nog een slachtoffer, en nu het -meest onverwachte, het meest aangebedene. Zijn laatste weerstandsvermogen was in één -minuut ingestort; hulpeloozer en banger dan een kind stond hij daar tegenover het -afschuwlijke noodlot. -</p> -<p>“Maar,” begon Pierre langzaam, alsof hij naar zijn woorden zocht; “de couranten hebben -u zeker toch verteld, dat de prins het eerst bezweken en dat de contessina, toen zij -hem voor het laatst omhelsde, van smart gestorven is. En wat de oorzaak van den dood -betreft, lieve hemel, u weet even goed als ik, dat de doktoren zelf zich daarover -niet met beslistheid durven uitspreken …” -</p> -<p>Hij hield op: hij hoorde plotseling de stem van de stervende Benedetta hem het vreeselijke -bevel geven: “U, die zijn vader zien zult, u draag ik op hem te zeggen, dat ik zijn -zoon vervloekt heb. Ik wil, dat hij het weet, hij moet het weten ter wille van de -waarheid en de gerechtigheid.” Groote God, moest hij gehoorzamen? Was dit een van -de <span class="pagenum">[<a id="pb618" href="#pb618">618</a>]</span>heilige bevelen, die men uitvoeren moet, ook al moesten daardoor tranen en bloed bij -stroomen vloeien? Gedurende enkele seconden woedde een allerpijnlijkste tweestrijd -in hem, verscheurd als hij werd tusschen deze door de doode ingeroepen waarheid en -gerechtigheid eener- en zijn persoonlijk verlangen, om te vergeven, den afschuw, dien -hij voor zichzelf hebben zou, wanneer hij door zijn onverzoenlijke zending te vervullen, -dezen ouden man dooden zou, anderzijds. En zekerlijk moest de andere, de zoon, begrijpen, -dat een moeilijke strijd in hem gevoerd werd, waarvan het lot van zijn vader afhangen -zou, want zijn blik werd nog dringender, nog smeekender. -</p> -<p>“Eerst heeft men gedacht aan een storing in de spijsvertering,” ging Pierre voort. -“Maar het werd plotseling zooveel erger, dat men bang werd en een dokter halen liet.” -</p> -<p>O, de oogen, die oogen van Prada! Zij waren zoo wanhopig geworden, dat de priester -er alle beslissende redenen in las, die hem beletten zouden te spreken. Neen, neen! -Hij zou den onschuldigen grijsaard niet zoo treffen, hij had niets beloofd, hij zou -geloofd hebben de herinnering van de doode met een misdaad te bezwaren, indien hij -gehoorzaamd had aan het laatste bevel, dat de haat haar had ingegeven. In die enkele -seconden van spanning had hij een geheel leven van zoo afschuwlijke smart doorleden, -dat ondanks alles reeds gerechtigheid geschied was. -</p> -<p>“De dokter,” ging Pierre voort, “heeft onmiddellijk infectiekoortsen geconstateerd. -Er was geen twijfel mogelijk … Ik ben vanochtend bij de begrafenis geweest, het was -heel mooi en indrukwekkend.” -</p> -<p>Orlando ging niet verder op de zaak in, zeide nog slechts, hoe hij den geheelen ochtend -met zijn gedachten bij de begrafenis geweest was. Toen hij zich omkeerde en met zijn -nog bevende handen de couranten op de tafel recht legde, keek Prada, door het koude -doodszweet verstard en, om niet te vallen, zich aan den rug van een stoel vasthoudend, -Pierre nogmaals aan, maar nu met een zachteren blik vol vurige dankbaarheid. -</p> -<p>“Ik vertrek vanavond,” zeide Pierre, die uitgeput als hij was, een einde aan het gesprek -wilde maken. “Ik moet nu afscheid van u nemen … Hebt u geen boodschap voor mij in -Parijs?” -</p> -<p>“Neen, neen, geen enkele,” zeide Orlando. -</p> -<p>Doch dan plotseling: -</p> -<p>“Ja, toch, ik heb een boodschap … Je herinnert je zeker <span class="pagenum">[<a id="pb619" href="#pb619">619</a>]</span>het boek van mijn ouden strijdmakker Théophile Morin, een der Duizend van Garibaldi, -nog wel, het handboek voor het baccalaureaat, dat hij wilde laten vertalen en bij -ons invoeren. Tot mijn groote blijdschap hebben ze mij beloofd, dat men het op onze -scholen gebruiken wil, als er enkele veranderingen in aangebracht worden … Luigi, -geef mij dat deel even aan, dat daar op de plank ligt.” -</p> -<p>Toen zijn zoon hem het boek gegeven had, wees hij Pierre de aanteekeningen, die hij -met potlood op den rand der bladzijden gemaakt had en legde hem de veranderingen, -die men van den schrijver eischte, uit. -</p> -<p>“Wees zoo vriendelijk zelf dat exemplaar aan Morin te brengen: zijn adres staat op -de binnenzijde van den band. Je zult me daardoor een langen brief uitsparen en in -tien minuten kan je het hem duidelijker en beter uitleggen dan ik in tien bladzijden -doen kan … Groet hem hartelijk van mij en zeg hem, dat ik nog evenveel van hem houd -als vroeger, toen ik mijn beenen nog had en we beiden als duivels in den kogelregen -vochten!” -</p> -<p>Er volgde een stilte—de pijnlijke stilte vóór het vertrek. -</p> -<p>“Nu jongen, vaarwel! Geef me een zoen voor hem en voor jezelf; geef me een zoen, zooals -de kleine Angiolo mij zooeven een zoen gegeven heeft … Ik ben zoo oud en zoo dicht -bij den dood, dat je me zeker wel toestaan wilt je mijn jongen te noemen en je als -een grootvader, die je den moed en den vrede en het geloof in het leven, dat alleen -helpt om te leven, toewenscht, een zoen te geven.” -</p> -<p>Pierre was zóó ontroerd, dat de tranen hem in de oogen kwamen, en toen hij den verpletterden -held op beide wangen kuste, voelde hij, dat deze ook weende. Met een hand, die nog -bijna zoo krachtig was als een schroef, hield hij hem nog een oogenblik bij zijn ziekenstoel, -terwijl hij met de andere in een wijdsch gebaar een laatste maal naar Rome wees, dat -in zijn rouw onder den aschgrauwen hemel lag. Zijn stem begon te beven en te fluisteren. -</p> -<p>“En zweer mij, om Godswil, het ondanks alles lief te hebben, want onze stad is de -wieg, is de moeder! Heb haar lief, om wat zij niet meer is, om wat zij wil zijn … -Zeg niet, dat zij dood is, heb haar lief, heb haar lief, opdat zij eeuwig bestaan -blijve!” -</p> -<p>Zonder te kunnen antwoorden, omhelsde Pierre hem nogmaals, geheel van streek door -zooveel hartstocht bij dezen grijsaard, die over zijn stad sprak zooals men op dertigjarigen -<span class="pagenum">[<a id="pb620" href="#pb620">620</a>]</span>leeftijd over een aangebeden vrouw spreekt. En hij vond hem met zijn oude-leeuwe-manen, -in zijn hardnekkigen wensch naar een spoedige herleving zóó mooi, zóó verheven, dat -nog eenmaal de andere groote grijsaard, kardinaal Boccanera, voor hem oprees. Ook -deze volhardde halsstarrig in zijn geloof, gaf niets prijs van zijn droom, ook al -liep hij gevaar daarmede door den instortenden hemel verpletterd te worden. Zij stonden -nog steeds aan de beide uiteinden van hun stad tegenover elkaar; slechts hunne hooge -gestalten beheerschten den horizont, wachtten op de toekomst. -</p> -<p>Toen Pierre van Prada afscheid genomen had en weer in de Via Venti Settembre stond, -haastte hij zich terug naar de Via Giulia, om zijn koffer te pakken. Al zijn bezoeken -waren achter den rug, hij behoefde nog slechts afscheid te nemen van donna Serafina -en van den kardinaal en hen te danken voor hun hartelijke gastvrijheid. Hem alleen -zouden zij ontvangen, want, zoodra zij van de begrafenis teruggekomen waren, hadden -zij zich in hun kamers opgesloten en voor iedereen belet gegeven. Van af het invallen -van de schemering kon Pierre zich dus alleen wanen in het groote, donkere paleis, -waarin slechts Victorine hem nog gezelschap zou houden. Toen hij den wensch te kennen -gaf, met don Vigilio te soupeeren, zeide zij hem, dat ook de abbé zich in zijn kamer -opgesloten had; en toen hij zelf aan diens kamer klopte, om hem tenminste voor de -laatste maal de hand te drukken, kreeg hij zelfs geen antwoord. Hij vermoedde, dat -de secretaris in een nieuwen aanval van koorts en wantrouwen, hem, uit vrees zich -nog aan nog meer gevaar bloot te stellen, niet ontvangen wilde. Dus was nu alles geregeld; -zij spraken af, dat Victorine, daar de trein eerst om 10.17 vertrekken zou, hem zijn -avondeten, zooals gewoonlijk om acht uur, in zijn kamer brengen zou. Zelf bracht zij -een lamp en wilde voor zijn linnengoed zorgen. Maar hij wilde volstrekt niet, dat -zij hem hielp, en zij moest hem rustig zijn koffer laten pakken. -</p> -<p>Hij had een klein kistje gekocht, want zijn handkoffertje was niet voldoende, om het -linnengoed en kleeren te bevatten, die hij, toen zijn verblijf in Rome steeds langer -duurde, uit Parijs had laten komen. Toch duurde het werk niet lang: spoedig waren -de kast en de laden ledig, het kleine kistje en het handkoffertje vol en gesloten. -Het was eerst zeven uur, zoodat hij nog een uur voor het avondeten moest wachten. -Dan vielen zijn blikken, die de muren nog eens rondgingen, <span class="pagenum">[<a id="pb621" href="#pb621">621</a>]</span>om te zien of hij niets vergeten had, op de oude schilderij, het doek van een onbekenden -meester, dat hem gedurende zijn verblijf hier zoo dikwijls ontroerd had. Toevallig -viel het volle lamplicht erop; en ook ditmaal trof het hem diep en dit des te meer, -toen hij zich in dit laatste uur verbeeldde in deze tragische vrouwefiguur, die half -naakt, in lompen bijna gekleed, op den drempel van het paleis, waaruit men haar weggejaagd -had, in haar gevouwen handen zat te weenen, het symbool van zijn echec in Rome te -zien. Was deze verworpelinge, die daar zoo snikte, van wie men niets wist, noch hoe -haar gezicht er uitzag, noch vanwaar zij kwam, noch wat zij gedaan had, niet het beeld -van alle nuttelooze pogingen, om de deur der waarheid te forceeren, van de vreeselijke -hulpeloosheid, waarin de mensch vervalt, zoodra hij zich stoot tegen den muur, die -het onbekende afsluit. Lang keek hij haar aan en opnieuw greep de smart hem aan, dat -hij weg moest gaan, zonder haar door haar lokken overstroomd gezicht te kennen, dat—hij -voelde het—schitterend van jeugd en verrukkelijk in haar geheimzinnigheid zijn moest. -Hij meende haar te kennen, hij stond op het punt haar eindelijk geheel te begrijpen, -toen er op de deur geklopt werd. -</p> -<p>Tot zijn verbazing zag hij Narcisse Habert binnenkomen, die drie dagen geleden naar -Florence vertrokken was, een van die uitstapjes, welke de jonge gezantschapsattaché -gaarne maakte. Narcisse verontschuldigde zich dadelijk voor zijn onverwacht bezoek. -</p> -<p>“Daar staat uw bagage, zie ik. Ja, ik weet, dat u vanavond vertrekt, en ik wilde u -niet uit Rome laten gaan, zonder u nog eenmaal de hand te drukken … Wat een verschrikkelijke -dingen zijn er gebeurd, sedert we elkaar het laatst gesproken hebben. Ik ben vanmiddag -pas teruggekomen, zoodat ik niet bij de begrafenis kon zijn. Maar u begrijpt, hoe -ik schrok, toen ik die twee verschrikkelijke sterfgevallen hoorde.” -</p> -<p>Hij vroeg hem uit, want als een, die het donkere, legendarische Rome kende, vermoedde -hij het een of ander duister drama. Maar hij drong niet al te zeer aan, want in den -grond der zaak was hij veel te voorzichtig, om zich onnoodig met gevaarlijke geheimen -te bezwaren. Hij geraakte echter in groote geestdrift over hetgeen de priester vertelde -omtrent de twee gelieven, die, in den dood zoo bovenmenschelijk mooi, in elkaars armen -te ruste waren gelegd. Ja, hij maakte er zich boos om, dat niemand er een schets van -gemaakt had. -<span class="pagenum">[<a id="pb622" href="#pb622">622</a>]</span></p> -<p>“Gij zelf hadt het moeten doen. Dat ge niet kunt teekenen, is geen verontschuldiging. -U met uw naïveteit had er misschien een meesterwerk van gemaakt.” -</p> -<p>En dan, kalmer wordend: -</p> -<p>“Die arme contessina, die arme prins! Maar het komt er niet op aan, in dit land kan -alles instorten, zij hebben de schoonheid bezeten, en de schoonheid blijft onverwoestbaar!” -</p> -<p>Pierre werd door dit woord getroffen. Zij spraken nog lang over Italië, Rome, Napels -en Florence. “O, Florence!” herhaalde Narcisse dwepend. Hij had een sigaret aangestoken -en sprak op langzamen toon, terwijl hij zijn blikken door de kamer liet gaan. -</p> -<p>“U hadt hier een mooie, rustige kamer. Ik was nog nooit op deze verdieping geweest.” -</p> -<p>Zijn blikken bleven ronddwalen, tot zij vastgehouden werden door het oude doek, dat -de lamp verlichtte. Toen knipte hij verbaasd met zijn oogen; dan stond hij plotseling -op en ging ernaar toe. -</p> -<p>“Wat is dat? Wat is dat? Dat is heel goed, dat is heel mooi!” -</p> -<p>“Ja, vindt u niet?” vroeg Pierre. “Ik heb van die dingen weinig verstand, maar van -den eersten dag af aan heeft dit mij getroffen en sedert heb ik er menigmaal met kloppend -hart voor gestaan.” -</p> -<p>Narcisse sprak niet meer, doch bekeek het doek van nabij met de zorgvuldigheid van -een kenner, van een deskundige, wiens scherpe blik over de echtheid beslist en de -waarde vaststelt. Een buitengewone vreugde teekende zich af op zijn blond, dwepend -gezicht, terwijl zijn handen begonnen te beven. -</p> -<p>“Het is een Botticelli, het is een Botticelli, er valt niet aan te twijfelen … Kijk -die handen eens en die plooien in de kleeding. En de tint van het haar, de geheele -opzet, de vlucht van de geheele compositie … Een Botticelli, lieve God, een Botticelli!” -</p> -<p>Hij viel bijna in onmacht en zwijmelde weg in een bewondering, die grooter werd, naarmate -hij verder in het zoo eenvoudige, maar ontroerende onderwerp doordrong. Was het niet -heftig modern? De kunstenaar had onze geheele smartelijke eeuw, onzen angst voor het -onzienlijke, onze wanhoop nooit de voor eeuwig gesloten deur van het mysterie te kunnen -forceeren, voorzien. En welk een eeuwig symbool van de ellende der wereld was deze -vrouw, wier gelaat men <span class="pagenum">[<a id="pb623" href="#pb623">623</a>]</span>niet zag en die wanhopig snikte, zonder dat men haar tranen drogen kon. Een onbekende -Botticelli, een Botticelli, die in geen enkelen catalogus voorkwam, welk een vondst! -</p> -<p>“Wist u, dat het een Botticelli was?” vroeg hij aan Pierre. -</p> -<p>“Waarachtig niet! Ik heb er don Vigilio eens naar gevraagd, maar hij scheen weinig -waarde te hechten aan het doek. En Victorine, met wie ik er ook over gesproken heb, -zeide, dat al die oude prullen niets dan stofnesten waren!” -</p> -<p>“Wat, ze hebben in dit huis een Botticelli en zij weten het niet?” riep Narcisse verbaasd -uit. “O, hoe proef ik mijn Romeinsche prinsen daar weer uit, die voor het meerendeel -niet in staat zijn een meesterwerk te herkennen, als er geen etiquet op geplakt is … -Een Botticelli, die ongetwijfeld een weinig geleden heeft, maar wanneer hij schoongemaakt -is, een wonder zal blijken. Ik geloof, dat ik te laag schat, als ik zeg, dat een museum -daarvoor …” -</p> -<p>Plotseling zweeg hij; hij noemde het cijfer niet, maar voltooide zijn zin met een -vaag gebaar. De avond verstreek en toen Victorine en Giacomo binnenkwamen, om de tafel -te dekken, ging hij met zijn rug naar den Botticelli staan en sprak er geen woord -meer over. Doch Pierre, wiens aandacht wakker geworden was, raadde wat er in hem om -moest gaan, nu hij hem daar zoo koelbloedig staan en zijn malvekleurige oogen staalblauw -worden zag. Hij wist heel goed, dat er onder dien engelachtigen jongeling, onder dien -schijn-Florentijn een handige, in zaken zeer ervaren man stak, die zijn vermogen bewonderenswaardig -bestuurde en, naar men zeide, zelfs eenigszins gierig was. Hij moest glimlachen, toen -hij zag, hoe Narcisse voor de foei-leelijke Heilige Maagd, een slechte copie van een -doek uit de achttiende eeuw, dat naast het meesterwerk hing, ging staan en zeide: -</p> -<p>“Dat is heusch zoo slecht niet! Een vriend van me heeft me opgedragen een paar oude -schilderijen voor hem te koopen … Zeg Victorine, geloof je, dat donna Serafina en -de kardinaal, nu zij alleen zijn, graag een paar van die waardelooze doeken kwijt -zouden zijn?” -</p> -<p>De huishoudster hief haar beide armen op, als om te zeggen, dat men, wanneer het van -haar afhing, alles kon meenemen. -</p> -<p>“O, mijnheer, aan een koopman zouden ze niets geven om de praatjes, die dan dadelijk -zouden loopen; maar ik weet bijna zeker, dat zij een vriend dat pleizier graag zouden -doen. Het huishouden is duur; een beetje geld zou zeer welkom zijn.” -<span class="pagenum">[<a id="pb624" href="#pb624">624</a>]</span></p> -<p>Vergeefs trachtte Pierre Narcisse over te halen bij hem te blijven soupeeren. De jonge -man gaf zijn woord van eer, dat hij ergens anders verwacht werd. Hij was zelfs al -te laat. En na den priester de hand gedrukt en hem hartelijk een goede reis gewenscht -te hebben, ging hij heen. -</p> -<p>Het sloeg acht uur. Zoodra hij alleen was, ging Pierre voor het kleine tafeltje zitten. -Victorine zond Giacomo, die het vaatwerk en de schotels in een mand boven gebracht -had, weg en bleef hem bedienen. -</p> -<p>“Die lui hier maken met hun langzaamheid mijn bloed aan het koken,” zeide zij. “En -bovendien vond ik het heerlijk u bij uw laatsten maaltijd te bedienen. Zooals u ziet, -heb ik een Fransch dinertje voor u laten klaar maken, een tong <i>au gratin</i> en een gebraden kip.” -</p> -<p>Hij werd door deze attentie zeer getroffen en was blijde deze landgenoote tot gezelschap -te hebben, terwijl hij te midden van de groote stilte, die in het oude, donkere en -verlaten paleis heerschte, at. Het was haar nog goed aan te zien, dat zij treurde -om haar lieve contessina, hoewel de dagelijksche bezigheden, die haar geheel in beslag -namen, haar reeds iets van haar gewone opgewektheid teruggegeven hadden. Zij praatte -dan ook bijna vroolijk, terwijl zij de verschillende schotels voor hem neerzette. -</p> -<p>“En te denken, mijnheer de abbé, dat u overmorgen al weer in Parijs bent. Ik voor -mij heb net het gevoel, alsof ik gisteren Auneau pas verlaten heb! Het is een heerlijk -land daar—vet, geel als goud, niet zooals die magere aarde hier, die naar zwavel ruikt! -En de frissche, mooie wilgen langs de beek! En het boschje, waarin zooveel mos is. -Die vindt je hier niet, hier hebben zij niets als blikken boomen onder hun zon, die -het gras schroeit. In den eersten tijd zou ik, ik weet niet hoeveel gegeven hebben -voor een fiksche regenbui, die al dat vuile stof eens weggejaagd had. Nou nog krijg -ik een hartklopping, wanneer ik denk aan de heerlijke morgens bij ons, wanneer het -den vorigen dag geregend heeft en het heele land er zoo vriendelijk en prettig uitziet, -alsof het begon te lachen, na eerst gehuild te hebben … Neen, neen, ik zal me in dat -verduivelde Rome nooit thuis voelen. Wat een menschen! Wat een land!” -</p> -<p>“Maar wat houdt je hier nog terug, nu je jonge meesteres er niet meer is; waarom ga -je niet met mij weg?” -</p> -<p>Verbaasd keek zij hem aan. -</p> -<p>“Ik met u weggaan, weer terug naar Frankrijk?… Neen, <span class="pagenum">[<a id="pb625" href="#pb625">625</a>]</span>mijnheer de abbé, dat is onmogelijk. In de eerste plaats zou dat te ondankbaar zijn, -want donna Serafina is aan mij gewend, en ik zou heel slecht handelen haar en Zijne -Eminentie, nu zij verdriet hebben, te verlaten. En bovendien, wat zou ik ergens anders -moeten doen? Mijn leven moet ik verder hier slijten.” -</p> -<p>“Dus je zal Auneau nooit terugzien?” -</p> -<p>“Neen, nooit, dat staat vast.” -</p> -<p>“Maar vindt je het dan niet naar hier begraven te worden, te slapen in deze aarde, -die naar zwavel ruikt?” -</p> -<p>Zij begon hartelijk te lachen. -</p> -<p>“O, wanneer ik dood ben, is het mij onverschillig waar ik ben … Om te slapen is het -overal goed, mijnheer de abbé! Het is komiek, zooals de menschen het zich druk maken -met wat er na den dood is. Er is heelemaal niets! De gedachte, dat het voor goed uit -is en dat ik eens lekker zal uitrusten, is juist zoo’n geruststelling voor me. De -goede God is dat ons, die zoo hard gewerkt hebben, wel verschuldigd. U weet, dat ik -niet vroom ben, heelemaal niet! Maar dat heeft mij niet belet, om me fatsoenlijk te -gedragen; zoo waar als u mij ziet, heb ik nooit een vrijer gehad! Wanneer je zoo iets -op mijn leeftijd zegt, dan klinkt dat gek. Maar toch zeg ik het, omdat het de zuivere -waarheid is.” -</p> -<p>Zij bleef lachen als een brave vrouw, die “niets van de pastoors hebben moest” en -geen zonde op haar geweten had. En weer verwonderde Pierre zich over dezen eenvoudigen -levensmoed, over dit gezonde verstand bij deze zoo toegewijde huishoudster. Zij belichaamde -voor hem het kleine, ongeloovige volk van Frankrijk, hen, die niet meer geloofden, -die nooit meer gelooven zouden. O, zijn als zij, zijn plicht doen en gaan slapen voor -den eeuwigen slaap in de vreugde zijn deel in het werk gedaan te hebben! -</p> -<p>“Wil ik dan, wanneer ik ooit in Auneau kom, dat kleine boschje met mos voor je goeden -dag zeggen, Victorine?” -</p> -<p>“Graag, mijnheer de abbé. En zeg, dat ik er nog altijd aan denk.” -</p> -<p>Toen Pierre klaar was, liet zij het overblijvende door Giacomo weghalen. Daar het -pas half negen was, ried zij den priester aan nog rustig een uurtje in zijn kamer -te blijven. Waarom zou hij te vroeg op het station koude gaan lijden? Om half tien -zou zij een rijtuig laten komen, en zoodra het voor was, hem waarschuwen en de bagage -beneden laten halen. Hij kon dus gerust zijn; hij behoefde zich nergens mede te bemoeien. -<span class="pagenum">[<a id="pb626" href="#pb626">626</a>]</span></p> -<p>Toen zij weggegaan en Pierre alleen was, kreeg hij inderdaad een gevoel van leegte. -Zijn bagage, zijn kist en zijn handkoffertje, stond op den grond in een hoek van de -kamer. En hoe stom, hoe uitgestorven, hoe vreemd kwam die kamer hem reeds voor! Hem -bleef niets over dan weg te gaan; hij was reeds weg: Rome om hem heen was niets meer -dan een beeld—het beeld, dat hij in zijn herinnering zou medenemen. Een uur nog. Hoe -eindeloos lang scheen het hem toe! Onder hem sliep het oude, donkere en verlaten paleis -in de vernietiging van zijn stilte. Hij was gaan zitten en verzonk in een diep gepeins. -</p> -<p>Zijn boek, Het Nieuwe Rome, rees voor hem op, zooals hij het geschreven had, zooals -hij het was komen verdedigen. Hij herinnerde zich zijn eersten ochtend op den Janiculus, -op den rand van het terras van San Pietro in Montorio, tegenover het Rome, waarnaar -hij zoo verlangd had, dat zoo jong, zoo kinderlijk-zacht onder den wijden helderen -hemel lag, als opgeheven in den frisschen ochtend. Daar had hij zich de beslissende -vraag gesteld: kan het Katholicisme zich vernieuwen, terugkeeren tot den geest van -het oorspronkelijke Christendom, de godsdienst der democratie zijn, het geloof, waarop -de moderne, op haar grondvesten bevende, in doodsgevaar verkeerende wereld wachtte, -om rustig verder te kunnen leven? Zijn hart klopte van geestdrift en hoop; nauwlijks -hersteld van zijn nederlaag in Lourdes, was hij hier gekomen, om een tweede en laatste -proef te nemen, om aan Rome een antwoord te vragen. En nu was de proef mislukt: hij -kende het antwoord, dat Rome hem door zijn ruïnen, zijn monumenten, zijn bodem, zijn -volk, zijn prelaten, zijn kardinalen, zijn paus gegeven had. Neen, het Katholicisme -kon zich niet vernieuwen; neen, het kon niet terugkeeren tot den geest van het oorspronkelijke -Christendom; neen, het kon niet de godsdienst der democratie zijn, het nieuwe geloof, -dat de oude, ineenvallende, in doodsgevaar verkeerende maatschappij redden zou. Al -scheen het ook van democratische afkomst te zijn, het was voortaan aan dezen Romeinschen -bodem vastgenageld, koning ondanks zichzelf, genoodzaakt krampachtig vast te houden -aan de wereldlijke macht, als het geen zelfmoord plegen wilde, gebonden door de traditie, -geketend door het dogma, ontwikkelde zich slechts schijnbaar en was in werkelijkheid -gedoemd tot zulk een onbeweeglijkheid, dat, achter de bronzen deur van het Vaticaan, -het pausdom in zijn ononderbroken <span class="pagenum">[<a id="pb627" href="#pb627">627</a>]</span>droom van de wereldheerschappij de gevangene, het spook van achttien eeuwen atavisme -was. Daar, waar zijn door de liefde voor armen en lijdenden verwarmd priestergeloof -een herleving van de Christelijke gemeenschap was komen zoeken, daar had hij den dood -gevonden, het stof van een uitgeputte wereld, waaruit nooit meer iets anders zou kunnen -opgroeien dan dit despotische pausdom, dat meester zijn wilde der lichamen, zooals -het reeds meester was der zielen. Op zijn wanhoopskreet, die om een nieuwen godsdienst -vroeg, had Rome geantwoord met de veroordeeling van zijn boek, als was het met ketterij -bevlekt; en hij zelf had het in de bittere smart over zijn desillusie teruggenomen. -Hij had gezien, hij had begrepen, alles was ingestort, en hij zelf, zijn ziel en zijn -rede, lag onder de puinhoopen. -</p> -<p>Pierre kreeg het benauwd. Hij stond op en zette het op den Tiber uitziende raam wijd -open, om er een oogenblikje uit te leunen. Tegen den avond was het weer gaan regenen, -maar nu was het weer droog. Het was zacht, klam, drukkend-loom. Aan den aschgrauwen -hemel moest de maan reeds opgegaan zijn, want men voelde haar als het ware achter -de wolken, die zij met een geel, dof, eindeloos triest schijnsel verlichtte. Onder -dit schijnsel als van een donker nachtlichtje leek de horizont zwart en spookachtig: -tegenover hem lag de Janiculus met de op elkaar gestapelde huizen van Trastevere; -links stroomde in de richting van de onduidelijke helling van den Palatinus de Tiber; -rechts teekende de alles overheerschende ronding van den dom der St. Pieter zich tegen -den kleurloozen achtergrond af. Het Quirinaal kon hij niet zien, maar hij wist, dat -het achter hem lag en stelde zich voor, hoe het in dezen zoo zwaarmoedigen en droomachtigen -avond met zijn eindeloozen gevel een hoek van den hemel afsloot. -</p> -<p>Hoe ten einde loopend zag dit door het duister half verteerde Rome eruit! Hoe verschilde -het van het Rome der jeugd en der chimère, zooals hij het den eersten dag gezien en -hartstochtelijk lief gehad had van af den top van den Janiculus, welks in donkerte -badende massa hij thans nauwlijks onderscheiden kon. Een andere herinnering kwam in -hem op: de herinnering aan de drie hoogste punten, de drie symbolische toppen, welke -van af dien dag, voor hem de samenvatting geworden waren van Rome’s eeuwenoude geschiedenis: -het oude, het pauselijke en het Italiaansche Rome. Maar al mocht ook de Palatinus -dezelfde ontkroonde berg <span class="pagenum">[<a id="pb628" href="#pb628">628</a>]</span>gebleven zijn, waarop zich niets verhief dan het spook van den voorvader, van Augustus, -keizer en pontifex en wereldbeheerscher, met geheel andere oogen zag hij St. Pieter -en het Quirinaal, die als het ware van plaats verwisseld waren. Aan het koningspaleis, -dat hij toen als een <i lang="fr">quantité négligeable</i> beschouwde en dat hem een platte en lage kazerne toescheen, aan den nieuwen regeeringsvorm, -die toen op hem den indruk maakte van een heiligschennende poging tot moderniseering -van een uitverkoren stad, kende hij thans, zooals hij tegen Orlando gezegd had, de -voornaamste, steeds grooter wordende plaats toe aan den horizont, dien zij weldra -in zijn geheel zouden innemen; de St. Pieter daarentegen, de dom, die hem triomphantelijk, -hemelsblauw, als een de stad beheerschende, door niets aan het wankelen te brengen -reuzenkoning toegeschenen was, kwam hem nu gescheurd en kleiner voor, als een van -die reusachtige oudheden, welker massa’s dikwijls tengevolge van het heimelijke slijten, -het niet opgemerkte afbrokkelen der getimmerten plotseling instorten. -</p> -<p>Een dof gemurmel rees op uit den gezwollen Tiber en Pierre rilde bij den ijskouden -ademtocht, die over zijn gezicht streek. Deze gedachte aan de drie toppen, aan den -symbolischen driehoek, wekte in hem de herinnering aan het lange lijden van den grooten -Zwijgende, van het volk der kleinen en der armen, om wier bezit de paus en de koning -zoo lang gestreden hadden. Die strijd duurde reeds lang; van af den dag, dat bij de -verdeeling van Augustus’ erfenis de keizer zich tevreden had moeten stellen met de -lichamen, en de zielen aan den paus had moeten overlaten, die, van dat oogenblik af, -geen andere begeerte gekend had dan deze wereldlijke macht te heroveren, waarvan men -God in zijn persoon beroofde. De strijd had de middeleeuwen door grimmig en bloedig -voortgeduurd, zonder dat Kerk en Rijk het eens hadden kunnen worden over den buit, -die zij elkaar in lappen ontrukten. Eindelijk wilde de groote Zwijgende, de kwellingen -en de ellende moede, spreken, schudde in den tijd der Hervorming het juk af en begon -later in zijn woedende uitbarsting van 1789, de koningen van hun troon te stooten. -En daarvan was, zooals Pierre in zijn boek geschreven had, het buitengewone lot van -het pausdom uitgegaan, een nieuw geluk, dat den paus veroorloofde zijn eeuwenouden -droom voort te zetten. De paus liet de van hun troon gestooten monarchen aan hun lot -over en koos de zijde der ongelukkigen in de hoop het volk op die wijze te veroveren -en dan voor goed <span class="pagenum">[<a id="pb629" href="#pb629">629</a>]</span>in zijn bezit te hebben. Was het niet iets wonderbaarlijks dezen van zijn koningschap -beroofden Leo XIII, die zich socialist noemen liet, die de kudde der onterfden om -zich heen verzamelde, aan het hoofd van den vierden stand, aan wien de komende eeuw -zou toebehooren, tegen de koningen te zien optrekken? -</p> -<p>De eeuwige strijd om het bezit van dit volk duurde even verbitterd voort, en wel in -Rome zelf, in de kleinst denkbare ruimte, want het Quirinaal lag tegenover het Vaticaan, -en de koning en de paus konden van uit hun vensters elkaar zien, streden steeds aan -wien het rijk zou toebehooren; voor hun blikken lagen de roode daken der oude stad, -het geringe volk, waarom zij nog altijd twistten, zooals de valk en de sperwer elkaar -de kleine vogels uit het bosch betwisten. En hierin lag, volgens Pierre, de oorzaak, -dat het Katholicisme veroordeeld, tot een onvermijdelijken ondergang gedoemd was, -omdat zijn wezen monarchistisch was, en wel in dien mate, dat het Apostolische en -Roomsche pausdom geen afstand van de wereldlijke macht doen kon, wanneer het niet -anders zijn en verdwijnen wilde. Vergeefs huichelde het een terugkeer tot het volk, -vergeefs deed het, alsof het geheel ziel was—te midden van onze democratieën was geen -plaats voor de volkomen en universeele souvereiniteit, die het van God gekregen had. -Steeds weer zag hij den imperator in den pontifex te voorschijn komen, en dat in de -allereerste plaats had zijn droom gedood, zijn boek vernietigd, de puinhoopen opgestapeld, -waarvoor hij wanhopig, krachte- en moedeloos was blijven staan. -</p> -<p>Dit onder den aschgrauwen hemel liggende Rome, welks gebouwen hoe langer hoe meer -verdwenen, benauwde hem zoo, dat hij weer op zijn stoel neerviel. Nooit nog had hij -zoo’n diepe troosteloosheid gevoeld; het was alsof zijn ziel stierf. Hij herinnerde -zich welke beteekenis hij aan deze reis naar Rome, aan deze nieuwe proef na zijn noodlottige -ondervindingen te Lourdes gehecht had. Hij was er niet het naïeve geloof van het kleine -kind komen vragen, maar het hoogere geloof van den intellectueel, dat zich verheft -boven riten en symbolen en werkt voor het hoogst mogelijke geluk der menschheid. Wanneer -dat instortte, wanneer het Katholicisme niet de godsdienst, niet de zedelijke wet -van het nieuwe volk zijn kon, wanneer de paus in Rome, met Rome niet de Vader, de -ark des Verbonds, de geestelijke leider was, naar wien alles luisterde en aan wien -alles gehoorzaamde, dan <span class="pagenum">[<a id="pb630" href="#pb630">630</a>]</span>beteekende dat in zijn oogen de schipbreuk van de laatste hoop, het laatste kraken, -waarin de tegenwoordige maatschappij onderging. Al de steigers van het Katholieke -socialisme, die hem voor de versterkingen der oude Kerk zoo gelukkig en voordeelig -toeschenen, zag hij nu ter aarde liggen, beschouwde hij thans streng als een eenvoudig -overgangsmiddel, dat misschien nog eenige jaren het wankelende gebouw <span class="corr" id="xd29e6137" title="Bron: zouden">zou</span> kunnen stutten; maar dat alles was slechts op een opzettelijk misverstand, op een -handige leugen, op politiek en diplomatie gebouwd. Neen, neen, zijn rede kwam er tegen -in verzet, dat het volk weer gewonnen en bedrogen, gevleid en dan weer geknecht zou -worden! Het geheele stelsel was ontaard, gevaarlijk, tijdelijk, bestemd om tot de -ergste catastrophes te leiden. Het was dus het einde: niets bleef overeind staan, -de oude wereld moest verdwijnen in de vreeselijke, bloedige crisis, welker nadering -de teekenen verkondigden. Bij het zien van dezen chaos voelde hij zijn ziel niet meer, -want in deze, naar hij wist, beslissende proef had hij zijn geloof verloren; van te -voren was hij overtuigd geweest, dat hij er versterkt of voor eeuwig verpletterd uit -te voorschijn komen zou. De bliksem was ingeslagen. Groote God, wat moest hij nu doen? -</p> -<p>Zijn angst snoerde zijn keel zoo toe, dat hij opstond en in de kamer op en neer begon -te loopen, om wat kalmte te vinden. Groote God, wat moest hij beginnen, nu hij weer -ten prooi was aan den vreeselijken twijfel, aan de smartelijke negatie, nu zijn soutane -nog nooit zoo zwaar op zijn schouders gedrukt had als thans. Hij herinnerde zich den -kreet, toen hij weigerde zich te onderwerpen en aan monsignor Nani zeide, dat zijn -ziel niet berusten, dat zijn hoop op redding door liefde niet sterven kon, dat hij -antwoorden zou met een nieuw boek, dat hij aangeven zou in welken nieuwen grond de -nieuwe godsdienst groeien moest. Ja, een vlammend boek tegen Rome, waarin hij alles -zou neerschrijven, wat hij gezien en gehoord had, een boek, waarin hij het ware Rome -schilderen zou, het Rome zonder barmhartigheid, zonder liefde, het Rome, dat bezig -was in zijn purper te sterven! Hij wilde naar Parijs terug, uit de Kerk treden, desnoods -tot een schisma overgaan. -</p> -<p>Welnu, zijn bagage stond daar, hij ging weg, hij zou zijn boek schrijven, zou de groote -verwachte schismaticus zijn. O, kondigde niet alles het schisma aan? Scheen het te -midden van de groote beweging der geesten, die de oude <span class="pagenum">[<a id="pb631" href="#pb631">631</a>]</span>dogma’s moede waren, maar toch hongerden naar het goddelijke, niet nabij? Leo XIII -besefte dat onbewust, want zijn geheele politiek, zijn streven naar de Christelijke -eenheid, zijn liefde voor de democratie had geen ander doel dan de menschheid om het -pausdom te scharen, dat te versterken en krachtig te maken, ten einde den paus in -den komenden strijd onoverwinlijk te doen zijn. Maar de tijden waren gekomen, het -Katholicisme zou weldra aan het einde van zijn politieke concessies zijn, niet meer -in staat nog verder toe te geven, zonder erdoor te sterven. Het was als een oud hiëratisch -beeld te Rome tot onbeweeglijkheid gedoemd, terwijl het zich elders, in de propagandalanden, -waar het in strijd was met andere godsdiensten, ontwikkelen kon. Daarom was Rome tot -ondergang gedoemd, te meer daar de afschaffing van de wereldlijke macht, die den geest -aan het denkbeeld van een zuiver geestelijken paus gewend had, het opstaan van een -tegenpaus, terwijl de opvolger van den Heiligen Petrus genoodzaakt zijn zou in zijn -keizerlijke en Roomsche fictie te volharden, scheen te begunstigen. Een bisschop, -een priester zou opstaan. Waar? Misschien daarginds in het vrije Amerika, onder de -priesters, waaruit de noodzakelijkheid van den strijd om het bestaan overtuigde socialisten, -vurige democraten gemaakt had, bereid met de komende eeuw voorwaarts te schrijden. -En terwijl Rome niets van zijn verleden, van de mysteries en de dogma’s zou kunnen -loslaten, zou deze priester van die dingen alles wat uit zichzelf in stof viel, kunnen -prijsgeven<span class="corr" id="xd29e6145" title="Niet in bron">.</span> Die priester, die groote hervormer, die redder der moderne maatschappijen—welk een -ontzaglijke droom! Het was de rol van den verwachten, door de wanhopige volkeren geëischten -Messias! -</p> -<p>Een oogenblik werd Pierre erdoor bedwelmd; een storm van hoop en triomf hief hem op -en droeg hem voort. En wanneer het niet in Frankrijk, niet in Parijs zijn kon, dan -zou het verder zijn, aan de andere zijde van den Oceaan, of nog verder, het kwam er -niet op aan waar ter wereld, als het maar een land was, vruchtbaar genoeg, dat het -nieuwe zaad in een overvloedigen oogst opwies. Een nieuwe godsdienst! Een nieuwe godsdienst! -Zoo had hij reeds na Lourdes uitgeroepen. Een godsdienst, die niet vóór alles een -zucht naar den dood was! Een godsdienst, die eindelijk het Koninkrijk Gods, waarvan -het Evangelie spreekt, verwezenlijkt, die den rijkdom gelijkelijk verdeelt, die, met -de wet van den arbeid, waarheid en gerechtigheid heerschen doet. -<span class="pagenum">[<a id="pb632" href="#pb632">632</a>]</span></p> -<p>En in de koorts van dezen nieuwen droom zag Pierre reeds de bladzijden van zijn nieuw -boek, waarin hij door de verkondiging der wet van het verjongde en bevrijdende Christendom -het oude Rome geheel vernietigen zou, voor zich opvlammen, toen zijn blik viel op -een voorwerp, dat op een stoel was blijven liggen. Eerst vond hij het vreemd het daar -zoo te zien. Het was ook een boek, het deel van Théophile Morin, dat de oude Orlando -hem opgedragen had aan den schrijver te overhandigen; hij werd eenigszins boos op -zichzelf, toen hij het herkende, want hij had het, zoo zeide hij tot zichzelf, zeer -goed daar kunnen vergeten. Voor hij zijn handkoffertje weer openmaakte, om het erin -te leggen, hield hij het een oogenblik in zijn hand en bladerde het door; plotseling -was hij van gedachte veranderd, alsof er eensklaps een buitengewone gebeurtenis, een -van die feiten voorgevallen was, welke een wereld in oproer brengen. Toch was het -een zeer eenvoudig werkje, het handboek voor het baccalaureaat, dat nauwlijks de beginselen -van de wetenschappen bevatte; maar alle wetenschappen waren erin vertegenwoordigd, -zoodat het vrij nauwkeurig den tegenwoordigen stand der menschelijke kennis resumeerde. -In één woord, het was de wetenschap, die plotseling met de onweerstaanbare energie -van een almachtige, souvereine kracht in Pierre’s gepeins binnendrong. Niet alleen -het Katholicisme werd als het stof van puinhoopen weggeveegd, maar ook alle godsdienstige -begrippen, alle hypothesen voor het goddelijke wankelden, stortten in. -</p> -<p>Dit eenvoudige uittreksel, dit oneindig kleine schoolboekje, de begeerte tot weten, -dit zich dagelijks uitbreidende, het geheele volk omvattende onderwijs was voldoende -om de mysteries belachelijk te doen worden, om de dogma’s ineen te doen storten, om -te maken, dat niets van het oude geloof overeind staan bleef. Een volk, dat gevoed -is met wetenschap, dat niet meer gelooft aan mysteries en dogma’s, niet meer gelooft -aan het compensatiestelsel van straffen en belooningen, is een volk, welks geloof -voor eeuwig dood is; en zonder geloof kan het Katholicisme niet bestaan. Dat is de -snede van het hakmes, het mes, dat valt en doorsnijdt. Al moge er een of twee eeuwen -voor noodig zijn, de wetenschap zal ze nemen. Zij alleen is eeuwig. Het is een absurditeit, -om te zeggen, dat de rede niet in strijd is met het geloof en dat de wetenschap de -dienaresse van God is. Waar is, dat de Heilige Schrift van af dit oogenblik ten <span class="pagenum">[<a id="pb633" href="#pb633">633</a>]</span>gronde gericht is, en dat men haar, om de brokstukken ervan te redden, heeft moeten -aanpassen aan de nieuw-verkregen zekerheden, door zijn toevlucht te nemen tot symbolen. -En welk een vreemde houding neemt de Kerk aan, als zij ieder, die een met de Heilige -Boeken in strijd zijnde waarheid ontdekt, verbiedt zich op een besliste wijze uit -te spreken, in de verwachting, dat deze waarheid eenmaal een dwaling zal blijken te -zijn! -</p> -<p>De paus alleen is onfeilbaar, de wetenschap feilbaar; men buit haar voortdurend tasten -en zoeken tegen haar uit, men ligt op de loer, om haar ontdekkingen van heden in tegenspraak -te brengen met die van gisteren. Wat bekommert een Katholiek zich om haar heiligschennende -beweringen, om de zekerheden, waarmede zij het geloof aantast, daar het voor hem immers -vaststaat, dat aan het einde der tijden wetenschap en geloof zich vereenigen zullen, -en wel zoo, dat de eerste in den letterlijken zin des woords de slavin van het tweede -geworden is? Was deze vrijwillige verblinding, deze zelfs het zonlicht loochenende -houding niet iets wonderlijks? En het oneindig kleine werkje, het handboekje der waarheid -zette zijn werk voort, door ondanks alles de dwaling te vernietigen en de toekomstige -aarde op te bouwen, zooals de oneindig kleine deeltjes, de levenskrachten langzamerhand -de continenten gebouwd hebben. -</p> -<p>In het heldere licht, dat hem nu omgaf, voelde Pierre eindelijk vasten grond onder -zijn voeten. Is de wetenschap ooit teruggedeinsd? Neen, het Katholicisme is onophoudelijk -voor haar teruggeweken en zal genoodzaakt zijn altijd terug te wijken. Nooit staat -zij stil, zij verovert stap voor stap de waarheid op de dwaling, en wanneer men zegt, -dat zij bankroet slaat, omdat zij de wereld niet onmiddellijk verklaren kan, dan is -dat onredelijk. Wanneer zij aan het mysterie een steeds kleiner wordend gebied laat -en ongetwijfeld ook altijd laten zal, wanneer een hypothese altijd zal kunnen trachten -van dat mysterie een verklaring te geven, dan is het daarom niet minder waar, dat -zij ieder uur meer de oude hypothesen, de hypothesen, die door de veroverde waarheden -ineenstorten, vernietigt en vernietigen zal. En het Katholicisme bevindt zich in dien -toestand, zal dat morgen nog meer zijn dan heden. Evenals alle andere godsdiensten, -is het in den grond der zaak niet meer dan een wereldverklaring, den hoogere sociale -en politieke codex, die bestemd is den vrede en het grootst mogelijke geluk op aarde -te <span class="pagenum">[<a id="pb634" href="#pb634">634</a>]</span>doen heerschen. Deze codex, die de gezamenlijke dingen omvat, wordt daardoor menschelijk, -sterfelijk, zooals alles wat menschelijk is. Men kan het niet afzonderlijk plaatsen -door te zeggen, dat het aan de eene zijde door zichzelf bestaat, terwijl de wetenschap -aan de andere existeert. De wetenschap is volkomen en zij heeft dat aan het Katholicisme -zeer goed te verstaan gegeven en zal het te verstaan blijven geven door het te noodzaken -de voortdurende bressen, die zij erin slaat, te herstellen. Het is belachelijk, wanneer -men ziet hoe menschen de wetenschap een ondergeschikte rol willen aanwijzen, haar -verbieden dit of dat terrein te betreden, haar voorspellen, dat zij niet verder komen -zal, beweren, dat zij, nu reeds moede, aan het einde dezer eeuw afstand doen zal. -O, gij kleine menschen, gij beperkte of slecht gebouwde hersenen, gij politici van -uitvluchten, gij dogmatici in uw laatste stuiptrekkingen, gij, die maar steeds uw -oude droomen verder droomen wilt, de wetenschap zal ze wegvagen en met zich voeren -als droge bladeren! -</p> -<p>Pierre bleef in het eenvoudige boekje bladeren en luisterde naar wat het hem vertelde -van de souvereine wetenschap. Zij kan geen bankroet slaan, omdat zij het absolute -niet belooft en slechts de geleidelijke verovering der waarheid is. Nooit heeft zij -zich aangematigd in eens de geheele waarheid te geven, daar dat systeem juist het -systeem is van de metaphysica, de openbaring en het geloof. De taak der wetenschap -is echter slechts om, hoe verder zij voortschrijdt en licht verspreidt, de dwaling -te vernietigen. En wel verre van bankroet te slaan blijft zij in haar voortschrijden, -dat door niets tegengehouden kan worden voor evenwichtige en gezonde hersenen de eenig -mogelijke waarheid. Zij, die door haar niet bevredigd worden, die een behoefte tot -onmiddellijk en volkomen weten in zich voelen, kunnen nog altijd hun toevlucht nemen -tot de een of andere godsdienstige hypothese, onder voorwaarde evenwel, dat zij, wanneer -zij schijnbaar gelijk willen hebben, hun hersenschimmen slechts op overwonnen zekerheden -bouwen. Alles wat gebouwd wordt op een bewezen dwaling, stort ineen. -</p> -<p>Wanneer het religieuse gevoel bij den mensch voortleven blijft, wanneer de behoefte -aan een godsdienst eeuwig blijft, dan volgt daar niet uit, dat het Katholicisme eeuwig -is, want het is per slot van rekening niets dan een godsdienstvorm, die niet altijd -bestaan heeft, waaraan andere godsdienstvormen vooraf gegaan zijn en die nog door -andere gevolgd <span class="pagenum">[<a id="pb635" href="#pb635">635</a>]</span>zullen worden. De godsdiensten kunnen verdwijnen, het godsdienstige gevoel zal er, -zelfs met behulp van de wetenschap, nieuwe scheppen. -</p> -<p>Pierre dacht aan dat zoogenaamde echec, dat de wetenschap geleden zou hebben tegenover -de tegenwoordige herleving van het mysticisme, waarvan hij de oorzaken in zijn boek -aangewezen had: in de eerste plaats het verval van de <span class="corr" id="xd29e6168" title="Bron: vrijheidsidée">vrijheidsidee</span> onder het volk, dat men bij de laatste deeling bedrogen heeft, in de tweede plaats -het onbehaaglijke gevoel der elite, die wanhopig is over de leegte, waarin haar bevrijde -rede, haar zich uitgebreid hebbend intellect haar achterlaten. Het is de angst voor -het onbekende, die herleeft, maar het is ook na zooveel werk, een natuurlijke en tijdelijke -reactie in het eerste oogenblik, waarin de wetenschap noch onze dorst naar gerechtigheid, -noch ons verlangen naar waarheid, noch de eeuwenoude voorstelling, die wij ons in -een voortleven en in een eeuwig genieten van het geluk maken, bevredigt. Om het Katholicisme -weer te kunnen doen herleven, moet de sociale bodem veranderd worden, deze echter -kan zich niet meer veranderen; hij bezit niet meer het noodige sap tot hernieuwing -van een bouwvallige formule, die door de scholen en laboratoria dagelijks meer vernietigd -wordt. De bodem heeft zich veranderd, een andere eik zal er op groeien. Laat de wetenschap -dus haar godsdienst hebben, wanneer er een uit haar moet opschieten, want deze godsdienst -zal weldra de eenige mogelijke zijn voor de democratie van morgen, voor de zich steeds -meer ontwikkelende volkeren, bij wie het Katholieke geloof reeds nu niet meer dan -asch is. -</p> -<p>En plotseling kwam Pierre tot een conclusie, toen hij aan de onnoozelheid der Indexcongregatie -dacht. Zij had zijn boek veroordeeld en zou zeker ook zijn nieuwe boek, waarvan hij -het plan reeds in groote trekken ontworpen had, veroordeelen, als hij het ooit schreef. -Een mooie taak voorwaar om arme boeken van een geestdriftigen dweper te veroordeelen. -En dit kleine schoolboekje, dat hij hier in zijn hand had, den eenigen altijd gevaarlijken -en triompheerenden vijand, die zeker de Kerk omverwerpen zou, waren zij zoo dwaas -geweest niet op den Index te plaatsen! Al zag het er in zijn armzalig schoolboekjes-uiterlijk -nog zoo bescheiden uit, het gevaar begon bij het alphabet, dat de kleine kinderen -spelden, het werd steeds grooter naarmate het leerplan zich uitbreidde, het kwam tot -uitbarsting met die resumé’s der natuurkundige <span class="pagenum">[<a id="pb636" href="#pb636">636</a>]</span>wetenschappen, met de resultaten der physica en chemie, die de schepping van den God -der Heilige Schrift al zeer twijfelachtig gemaakt hebben. Maar het ergste was, dat -de reeds ontwapende Index deze bescheiden boekjes, deze vreeselijke soldaten der waarheid, -deze vernietigers van het geloof, niet durfde onderdrukken. Welke waarde had dus al -het geld, dat Leo XIII van den verborgen schat van den Pieterspenning nam, om het -te geven aan de Katholieke scholen in de hoop daar de geloovige generatie van morgen, -die het pausdom noodig had, om te overwinnen, te vormen? Welke waarde bezaten die -kostbare giften, als zij slechts dienden, om die oneindig kleine boekjes, die men -nooit genoeg zou kunnen zuiveren, die altijd te veel wetenschap zouden bevatten, welke -eenmaal het Vaticaan en de St. Pieter in de lucht zouden doen vliegen, te koopen? -O, wat een jammerlijke hoon was die idiote, niets beteekenende Index? -</p> -<p>Toen Pierre het boek van Théophile Morin in zijn handkoffertje geborgen had, ging -hij weer voor het raam staan en had daar een vreemd visioen. In den zoo zachten en -triesten nacht hadden zich onder den bewolkten, door de roestkleurige maan geelgekleurden -hemel zwevende nevels verheven, die de daken gedeeltelijk achter hun slepende, op -lijkwaden gelijkende flarden bedekten. Geheele gebouwen waren van den horizont verdwenen. -En hij stelde zich voor, dat de tijden in vervulling waren gegaan, dat de waarheid -den dom der St. Pieter in de lucht had doen vliegen. Na honderd of duizend jaren zou -hij daar ongetwijfeld ingestort met den grond gelijk liggen. Reeds had hij op den -opwindenden dag, dat hij er een uur in doorgebracht had, gevoeld, dat hij onder hem -wankelde en scheurde: met wanhoop in zijn hart had hij toen uit de hoogte naar het -in zijn heerschersdroom volhardende, pauselijke Rome gekeken, en toen voorzien, dat -deze tempel van den Katholieken God zou instorten, zooals de tempel van Juppiter Capitolinus -ingestort was. En nu was het uit: de dom had den bodem met zijn puin bezaaid en niets -was er meer van over dan een stuk van de apsis met vijf zuilen van het middenschip, -die ieder nog een gedeelte van de bovenste muurlijst droegen. Met name echter stonden -nog de vier zuilen van het kruis, die den dom gedragen hadden, de cyclopische zuilen, -die zich eenzaam en trotsch tusschen het puin eromheen verhieven. Dichte nevels zweefden -aan; nog duizend jaren zouden verloopen en dan was er niets meer over. Nu waren ook -<span class="pagenum">[<a id="pb637" href="#pb637">637</a>]</span>de apsis, de laatste zuilen, ook de kruiszuilen met den grond gelijk gemaakt. De wind -had hun stof weggevoerd, men zou den bodem hebben moeten uitgraven, om tusschen distels -en doornen enkele brokstukken van gebroken beelden, van marmeren platen met opschriften -te vinden, over de beteekenis waarvan de geleerden het niet eens konden worden. Evenals -vroeger op den Capitolinus tusschen het begraven puin van den tempel van Juppiter, -klauterden geiten in de eenzaamheid, in de diepe, slechts door het zoemen der vliegen -gestoorde stilte van drukkende zomermiddagen en voedden zich met struiken. -</p> -<p>Toen eerst voelde Pierre hoe alles in hem ingestort was. Het was geheel uit, de wetenschap -was overwinnares, er bleef niets van de oude wereld over. Waartoe diende het eigenlijk -nog de schismaticus, de verwachte hervormer te zijn? Stond het eigenlijk niet gelijk -met het opbouwen van een nieuwen droom? Slechts de eeuwige strijd der wetenschap tegen -het onbekende, haar onderzoek, dat in de menschen de dorst naar het goddelijke steeds -minder maakte, scheen hem nu van belang toe en maakte hem nieuwsgierig of zij eens -zoo triompheeren zou, of zij eenmaal de menschheid door de bevrediging van al haar -behoeften, voldoening schenken zou. In het bankroet van zijn apostelgeestdrift werd -hij tegenover de ruïnen, die zijn geheele wezen, zijn dood geloof, zijn doode hoop, -om het oude Katholicisme voor de sociale en moreele redding te gebruiken, bedekten, -nog slechts staande gehouden door zijn rede. Een oogenblik had zij gewankeld. Dat -hij zijn boek gedroomd, dat hij deze tweede en verschrikkelijke crisis doorgemaakt -had, was een gevolg hiervan, dat zijn gevoel opnieuw de overwinning op zijn rede behaald -had. Bij het zien van het lijden der ongelukkigen, in zijn onweerstaanbare begeerte -om die te verlichten, ten einde daardoor de naderende bloedbaden te voorkomen, was -zijn moeder in hem beginnen te weenen, en zijn behoefte aan naastenliefde had de bezwaren -van zijn verstand het zwijgen opgelegd. Thans echter hoorde hij de stem van zijn vader, -de hooge rede, de grimmige rede—de rede, die een oogenblik verduisterd kon worden, -maar majestueus terugkeerde. Evenals na Lourdes, protesteerde hij tegen de verheerlijking -van het absurde en het verval van het gezonde menschenverstand. Hij was de rede. Zij -alleen deed hem rechtop en krachtig voortschrijden te midden van de puinhoopen van -het oude geloof, zelfs <span class="pagenum">[<a id="pb638" href="#pb638">638</a>]</span>te midden van de duisterheden en misgeboorten der wetenschap. O, de rede, hij leed -slechts door haar, hij kon slechts vrede vinden door haar, hij zwoer haar, zijn eenige -meesteres, steeds meer te bevredigen, ook al zou hij zijn geluk daarom op het spel -zetten. -</p> -<p>Wat zou hij doen? Het zou vergeefsche moeite zijn, als hij trachtte dit thans te weten -te komen. Alles was nog zwevende; hij had de geheele wereld voor zich. Zij was nog -versperd door de ruïnes van het verleden, die echter misschien morgen reeds uit den -weg zouden zijn geruimd. Daar, in de treurige voorstad, zou hij den goeden abbé Rose -terugvinden, die hem den vorigen dag nog geschreven had toch heel gauw terug te komen, -om zijn armen te redden, lief te hebben en te verzorgen, daar dit uit de verte zoo -schitterende Rome doof was voor barmhartigheid. En om den vreedzamen priester zou -hij ook den voortdurend wassenden vloed der ongelukkigen terugvinden—de uit het nest -gevallen, van honger bleeke, van koude bevende kleinen, die hij opraapte—de in ontzettenden -nood verkeerende huishoudens, waar de vader drinkt, de moeder zich prostitueert, de -zoons en dochters tot ontucht en misdaad vervallen—geheele huizen, waardoor de honger -blies—de afzichtelijkste vuilheid, het schandelijkste samenhokken—geen meubelen, geen -linnengoed—een dierlijk leven, dat bevrediging zoekt, waar het die vinden kan. Dan -zouden weer de wintervorsten komen, de rampen van het sluiten der werkplaatsen, de -tering, die als een rukwind de zwakken wegrukte, terwijl de sterken wraakgierig hun -vuisten balden. Dan zou hij misschien op een avond een kamer binnentreden, waarin -een moeder zich met haar vijf kleinen, haar jongst-geborene nog aan haar leege borst, -de anderen verspreid over den kalen vloer, gedood zou hebben. Neen, neen, deze zwarte, -tot zelfmoord leidende ellende te midden van het groote, met rijkdommen opgepropte, -van genot dronken Parijs, dat voor zijn pleizier millioenen op straat wierp, was niet -meer mogelijk. Het sociale gebouw was in zijn grondvesten verrot, alles stortte neer -in modder en bloed. Nooit had hij zoozeer de belachelijke nutteloosheid van de barmhartigheid -gevoeld. En plotseling werd hij zich bewust, dat het verwachte woord, het woord, dat -eindelijk uit den mond van den grooten, eeuwenouden Zwijgende, van het verpletterde -en geknevelde volk, opsteeg, het woord “Gerechtigheid” was. Ja, gerechtigheid, geen -barmhartigheid. De barmhartigheid <span class="pagenum">[<a id="pb639" href="#pb639">639</a>]</span>had slechts de ellende tot in het oneindige doen voortduren, de gerechtigheid zou -deze misschien genezen. Naar gerechtigheid hongerden de ongelukkigen, een daad van -gerechtigheid kon alleen de oude wereld wegvagen, om de nieuwe te kunnen opbouwen. -</p> -<p>De groote Zwijgende zou noch aan het Vaticaan, noch aan het Quirinaal, noch aan den -paus noch aan den koning toebehooren; in zijn langen, nu eens geheimen, dan weer open -strijd door alle tijden heen had het slechts gegromd en zich tusschen den paus en -den keizer, die het ieder voor zichzelf wilden, slechts verzet, om weer tot zichzelf -te komen, om op den dag, dat het “gerechtigheid” schreeuwen zou, te kennen te geven, -dat het aan niemand toebehooren wilde. Zou morgen misschien reeds die dag van gerechtigheid -en waarheid aanbreken? In zijn angst, zwevende tusschen zijn behoefte aan het goddelijke, -dat de menschen kwelt, en de opperheerschappij der rede, die hem helpt staande te -blijven, was Pierre slechts van één ding zeker: hij wilde zijn eed houden, als priester -zonder geloof over het geloof van anderen waken, kuisch en eerlijk zijn taak vervullen, -vol trotsche droefheid, dat hij geen afstand had kunnen doen van zijn rede, zooals -hij afstand gedaan had van zijn liefdeszinnelijkheid en van zijn droom de redder der -menschheid te worden. En weer, evenals na Lourdes, wilde hij wachten. -</p> -<p>Maar bij dit raam, tegenover dat in donkerte gedompelde Rome, waren zijn overpeinzingen -zóó diep geworden, dat hij niet eens hoorde hoe een stem hem riep. Eerst toen een -hand op zijn schouder gelegd werd, verstond hij: -</p> -<p>“Mijnheer de abbé! Mijnheer de abbé …” -</p> -<p>En toen hij zich eindelijk omkeerde, zeide Victorine tegen hem: -</p> -<p>“Het is half tien, mijnheer de abbé. Het rijtuig staat voor. Giacomo heeft de bagage -al beneden gebracht … U moet gaan, mijnheer de abbé!” -</p> -<p>En toen zij zag, hoe hij nog verschrikt met zijn oogen knipte, glimlachte zij. -</p> -<p>“Neemt u afscheid van Rome? Een leelijke lucht, niet?” -</p> -<p>“Ja, heel leelijk,” zeide hij eenvoudig. -</p> -<p>Toen gingen zij naar beneden. Hij gaf haar een biljet van honderd francs, om met het -personeel te deelen. Zij nam de lamp en lichtte hem voor, omdat het, zooals zij zeide, -dien avond zoo pikdonker in het paleis was. -</p> -<p>O, dit vertrek, deze laatste gang door het zwarte en ledige <span class="pagenum">[<a id="pb640" href="#pb640">640</a>]</span>paleis! Hoe werd Pierre erdoor van streek gebracht! Hij had een laatsten afscheidsblik -door zijn kamer geworpen, den afscheidsblik, die hem steeds met wanhoop vervulde en -een stuk van zijn ziel wegrukte, zelfs wanneer hij een vertrek verliet, waarin hij -geleden had. Voor de kamer van don Vigilio, waaruit slechts een huiverende stilte -kwam, stelde hij zich voor hoe deze het hoofd in het kussen drukte, zijn adem inhield, -uit vrees, dat zijn adem nog spreken en hem de wraak van de Jezuïeten op den hals -halen zou. Maar vooral op de portalen der tweede en eerste verdieping tegenover de -gesloten deuren van donna Serafina en van den kardinaal, doorhuiverde een rilling -hem, toen hij niets hoorde, zelfs geen zucht; het was, als liep hij langs graven. -</p> -<p>Na hun terugkeer van de begrafenis hadden zij geen levensteeken meer gegeven; zij -hadden zich opgesloten en daarmede het geheele huis tot onbeweeglijkheid gebracht, -waarin men zelfs niet het fluisteren van een gesprek of het schuifelend sluipen van -een bediende hoorde, Victorine liep nog steeds met de lamp in haar hand voor hem uit -en Pierre volgde haar, steeds denkende aan deze twee, die alleen bleven in het in -puin vallende paleis, de laatsten van een reeds half ingestorte, op den drempel van -een nieuwe wereld staande wereld. Dario en Benedetta hadden alle levenshoop met zich -mede genomen; nog slechts de oude ongetrouwde vrouw en de onvruchtbare priester waren -er. Een herleving was niet meer mogelijk. O, deze eindelooze, luguber-donkere gangen, -deze koude, reusachtige trap, die in het Niet scheen af te dalen, deze groote zalen, -welker muren van armoede en verwaarloozing scheurden! En het op een kerkhof gelijkende -binnenplein met zijn gras, zijn vochtige zuilengaanderij, waaronder de torso’s van -Venus en Apollo wegrotten! En de kleine tuin, doorgeurd door de rijpe <span class="corr" id="xd29e6203" title="Bron: oranje-appelen">oranjeappelen</span>, waarin niemand meer komen zou, nu men er onder den laurierboom bij den sarkophaag -de aanbiddelijke contessina niet meer zou ontmoeten. Dat alles ging onder in den afschuwlijken -rouw, in de doodsche stilte, waarin de twee laatste Boccanera’s in hun woeste grootschheid -nog slechts behoefden te wachten, tot hun paleis, evenals hun God, op hun hoofden -zou instorten. En Pierre hoorde niets anders dan een heel zacht geluid, het geritsel -van een muis zeker of de tanden van een knaagdier, abbé Paparelli, die ergens in de -afgelegen kamer bezig was den muur af te brokkelen, het oude huis van onderen af weg -te knagen, om de instorting te verhaasten. -<span class="pagenum">[<a id="pb641" href="#pb641">641</a>]</span></p> -<p>Het rijtuig met zijn twee lantaarns, waarvan de twee gele stralen door de donkerte -der straat boorden, stond voor de deur. De bagage was er reeds ingezet: het kistje -naast den koetsier, het handkoffertje op het bankje. En de priester stapte dadelijk -in. -</p> -<p>“O, u hebt tijd genoeg,” zeide Victorine, die op het trottoir was blijven staan. “U -hebt alles; ik ben blij, dat u zoo op uw gemak vertrekken kunt.” -</p> -<p>Het was een troost voor hem in deze laatste minuut deze landgenoote bij zich te hebben, -deze goede ziel, die hem bij zijn aankomst begroet had en nu bij zijn vertrek hem -uitgeleide deed. -</p> -<p>“Ik zeg niet tot ziens, mijnheer de abbé, want ik geloof niet, dat u zoo gauw in deze -verduivelde stad terug zult komen … Vaarwel, mijnheer de abbé!” -</p> -<p>“Vaarwel, Victorine. En hartelijk, hartelijk dank.” -</p> -<p>Reeds reed het rijtuig in vluggen draf weg en draaide door de nauwe en kronkelende -straten, die naar den Corso Victor-Emanuele leidden. Het regende niet, de kap was -niet opgeslagen; maar hoewel de vochtige lucht zacht was, kreeg de jonge priester -het toch koud. Hij wilde echter geen tijd verliezen door den koetsier, ditmaal een, -die geen woord zeide en slechts haast scheen te hebben om aan het station te komen, -te laten ophouden. -</p> -<p>Toen Pierre in den Corso Victor-Emanuele kwam, vond hij dezen tot zijn verbazing op -het vroege uur al verlaten. De huizen waren gesloten, de trottoirs leeg, de electrische -lampen brandden alleen in de melancholieke eenzaamheid. Het was inderdaad niet warm, -de mist scheen dikker te worden en de gevels nog meer te omhullen. Toen hij langs -de Cansellaria kwam, kreeg hij een gevoel alsof het strenge en reusachtige monument -achteruitweek en als in een droom verdween. Verderweg, rechts, aan het einde van de -door enkele lantaarns verlichte Via d’Aracoeli was het Kapitool in volkomen donkerte -gedompeld. Dan werd de breede Corso smaller en reed het rijtuig tusschen de twee sombere -massa’s van de donkere Il Gesù en den zwaren palazzo Altieri; en in deze nauwe gang, -waarin zelfs op mooie zonnige dagen de geheele vochtigheid der oude tijden voelbaar -was, gaf hij zich over aan een nieuw gepeins. -</p> -<p>Plotseling ontwaakte in hem weer de gedachte, die hem reeds zoo menigmaal verontrust -had, dat de van Azië uitgegane menschheid steeds weer in de richting der zon <span class="pagenum">[<a id="pb642" href="#pb642">642</a>]</span>voortgeschreden was. Een Oostenwind had steeds gewaaid en het menschelijk zaad voor -de toekomende oogsten naar het Westen medegevoerd. En sedert lang hadden verwoesting -en dood de wieg getroffen, alsof de volkeren slechts etappegewijze vooruit konden -gaan, terwijl zij den uitgeputten bodem, de verwoeste steden, de gedecimeerde en ontaarde -bevolkingen achter zich lieten, hoe verder zij van het Oosten naar het Westen, naar -het onbekende doel gingen. <span class="corr" id="xd29e6219" title="Bron: Ninivé">Ninive</span> en Babylon aan de oevers van den Euphraat, Thebe en Memphis op den oever van den -Nijl, waren in puin gevallen, van ouderdom en moeheid in een verdooving verzonken, -waaruit geen ontwaken mogelijk was. Vandaaruit had deze aftakeling de kusten van het -groote Middellandsche meer bereikt en Tyrus en Sidon onder het stof der eeuwen begraven, -om daarna het in zijn volle schittering door ouderdomszwakte overvallen Carthago in -slaap te wiegen. Deze voorwaarts schrijdende menschheid, die door de verborgen kracht -der beschavingen zoo van het Oosten naar het Westen gedreven werd, gaf haar dagreizen -aan door bouwvallen. Welk een vreeselijke onvruchtbaarheid bezit thans die wieg der -geschiedenis, dit Azië, dit Egypte, die, tot het stamelen van het kind teruggekeerd, -onbeweeglijk, in onwetendheid en verval neerliggen op de puinhoopen der oude hoofdsteden, -die vroeger de wereld beheerschten! -</p> -<p>In het voorbijrijden, midden in zijn gepeins, kreeg Pierre het gevoel, dat de in donkerte -gedompelde Palazzo di Venezia onder een aanval uit het onzichtbare scheen in te storten. -De nevel had zijn tinnen bedekt, en de hooge, kale muren bogen onder den druk der -toenemende duisternis. Dan na het diepe gat van den Corso, die ook eenzaam in het -witachtig licht der booglampen lag, doemde rechts van hem de palazzo Torlonia op, -waarvan de eene vleugel door het houweel van den slooper groote bressen vertoonde, -terwijl links de donkere gevel van den palazzo Colonna zijn gesloten ramen aan elkander -rijde, alsof hij, door zijn meesters verlaten en beroofd van zijn vroegere pracht, -op zijn beurt de sloopers verwachtte. -</p> -<p>Terwijl het rijtuig langzamer de Via Nazionale op begon te rijden, zette Pierre zijn -gepeins voort. Had de verwoesting, die de voorwaarts schrijdende volkeren steeds achter -zich lieten, ook Rome niet aangegrepen? Was ook zijn uur niet gekomen, om te verdwijnen? -Griekenland, Athene en Sparta sliepen onder hun roemrijke herinneringen, telden <span class="pagenum">[<a id="pb643" href="#pb643">643</a>]</span>in de tegenwoordige wereld niet meer mede. Het Zuiden van het Italiaansche schiereiland -was reeds door de verlamming aangetast. Nu was, tegelijk met Napels, Rome aan de beurt. -Het lag op de grens der besmetting, op den rand van de doodsvlek, die zich steeds -verder over het oude vasteland uitbreidt, op den rand, waar de doodsstrijd begint, -waar de uitgeputte bodem geen steden meer voeden of dragen wil, waar de menschen zelf -reeds bij hun geboorte oud schijnen te zijn. Sedert twee eeuwen takelde Rome af, trok -het zich langzamerhand uit het moderne leven terug, had het zijn handel en industrie -verloren, bezat het zelfs geen wetenschap, kunst en letterkunde meer. En het was niet -alleen de St. Pieter, die steeds meer afbrokkelde en, zooals vroeger de tempel van -Juppiter Capitolinus, het gras met zijn puin bezaaide, maar in zijn duister, pijnlijk -gedroom stortte geheel Rome met een laatste gekraak in en bedekte de zeven heuvelen -met den chaos van zijn kerken, paleizen en nieuwe wijken, die onder distels en doornen -sliepen. Evenals Ninive en Babylon, evenals Thebe en Memphis was Rome niet meer dan -een kale, door bouwvallen hobbelig gemaakte vlakte, te midden waarvan men vergeefs -de plaats der gebouwen trachtte te herkennen en waarin slechts kronkelende slangen -en benden ratten huisden. -</p> -<p>Het rijtuig maakte een bocht en Pierre herkende rechts in een donker gat de zuil van -Trajanus. Maar in dit avonduur was zij geheel zwart, als de doode stam van een reuzenboom, -welks takken door zijn hoogen ouderdom afgevallen zijn. En toen hij iets verder zijn -blik omhoog sloeg, kwam de echte boom, dien hij tegen den loodkleurigen hemel onderscheidde—de -piniepijn der villa Aldobrandini, die daar als de gratie en de trots van Rome stond—hem -voor als een vuile vlek, als een kleine wolk van stof, die uit de volkomen ineenstorting -der stad opsteeg. -</p> -<p>Nu, aan het einde van zijn tragischen droom, werd zijn door broederliefde vervuld -hart door schrik aangegrepen. Wanneer de door de verouderde wereld voortschrijdende -verstijving Rome voorbij zou zijn, wanneer zij zich meester gemaakt zou hebben van -Lombardije en Genua, Turijn en Milaan zouden inslapen, zooals thans Venetië reeds -slaapt, dan zou eindelijk de beurt aan Frankrijk komen! Zij zou de Alpen overtrekken, -Marseille zou zijn havens verzand zien als die van Tyrus en Sydon, Lyon in eenzaamheid -en slaap wegzinken, Parijs eindelijk veranderd worden in een onvruchtbaar, <span class="pagenum">[<a id="pb644" href="#pb644">644</a>]</span>met distelen bezaaid veld van steenen en Rome, Ninive en Babylon in den dood volgen, -terwijl de volkeren met de eeuwige zon hun tocht van het Oosten naar het Westen voortzetten -zouden. Een luide kreet steeg op uit de duisternis, de doodskreet der Latijnsche rassen. -De Geschiedenis, die in het bekken der Middellandsche Zee geboren scheen te zijn, -verplaatste zich en thans werd de Atlantische Oceaan het middelpunt der wereld. Hoe -hoog stond de zon der menschheid? Bevond de menschheid, die van haar wieg, van het -Oosten uitgegaan was en van etappe tot etappe haar weg met bouwvallen bezaaide, zich -reeds op het midden van den dag, wanneer de middagzon brandt? Dan zou dus de andere -helft van den dag beginnen, dan kwam de Nieuwe Wereld in de plaats van de Oude, dan -waren de Amerikaansche steden, waar de democratie werd voorbereid, waar de godsdienst -van morgen kiemt, de onbeperkt heerschende koninginnen der komende eeuw. En dan kwam, -aan de overzijde van den anderen Oceaan, de wieg weer dichter naderend, het onbeweeglijke -Verre Oosten, het geheimzinnige China en Japan, het dreigende gele gevaar. -</p> -<p>Maar hoe verder het rijtuig de Via Nazionale opklom, des te meer voelde Pierre zijn -beklemming wijken. Er woei een lichtere bries, hoop en moed kwamen weer in zijn ziel -terug. Toch maakte de Bank met haar leelijke nieuwheid en haar nog vochtige kolossaalheid -op hem den indruk van een spook, dat in zijn lijkwade door den nacht wandelt, terwijl -boven de schemerachtige tuinen het Quirinaal niet meer was dan een zwarte lijn tegen -den nog zwarteren hemel. Maar de straat steeg steeds hooger, en op den top van den -Viminalis, op het Thermenplein, toen Pierre langs de puinhoopen van de thermen van -Diocletianus reed, kon hij eindelijk uit volle borst adem halen. Neen, neen, de dag -der menschheid kon niet eindigen; hij was eeuwig, de etappes der beschaving zouden -elkaar zonder einde opvolgen. Wat beteekende die Oostenwind, die de als door de kracht -der zon voortgedreven volkeren naar het Westen droeg? Wanneer het noodig was, zouden -zij aan de andere zijde van de aardbol terugkomen, zouden zij meermalen de reis om -de wereld maken, tot den dag, waarop zij zich in vrede, waarheid en gerechtigheid -blijvend zouden kunnen vestigen. Na de volgende beschaving om den Atlantischen Oceaan, -die dan het middelpunt en met groote steden omzoomd zijn zou, zou weer een nieuwe -beschaving ontstaan; haar middelpunt <span class="pagenum">[<a id="pb645" href="#pb645">645</a>]</span>zou de Stille Oceaan zijn met andere kusthoofdplaatsen, die men nog niet voorspellen -kon en wier kiemen nog aan onbekende stranden sluimerden. Dan weer andere, nog andere, -steeds andere! -</p> -<p>En in deze laatste minuut kwam de moedgevende en reddende gedachte in hem op, dat -de groote beweging der menschheid het instinct, de drang zelf was, dien de volkeren -voelden, om terug te keeren tot de eenheid. Uitgegaan van één enkele familie, streefden -zij, hoewel zij zich later gescheiden en in stammen verdeeld en elkaar met haat en -broedermoord vervolgd hadden, ondanks alles ernaar weer één enkele familie te worden. -De provincies vereenigden zich tot volkeren, de volkeren vereenigden zich tot rassen, -de rassen zouden zich ten slotte tot één onsterfelijke menschheid vereenigen. Eindelijk -een menschheid zonder grenzen, zonder oorlog—een menschheid, die van den rechtvaardigen -arbeid in algeheele gemeenschap van goederen leeft! Was dat niet de evolutie, het -doel van alle werk, de oplossing der Geschiedenis. Moge dus Italië een gezond en krachtig -volk zijn, moge eendracht tusschen Italië en Frankrijk ontstaan, moge deze broederschap -der Latijnsche rassen het begin der universeele broederschap zijn! O, een eenig vaderland, -de aarde in vrede en gelukkig! Hoeveel eeuwen nog? Welk een droom! -</p> -<p>In het station, te midden van het gedrang, dacht Pierre niet meer. Hij moest zijn -kaartje nemen, zijn bagage laten inschrijven. En onmiddellijk stapte hij in zijn coupé. -Overmorgen, bij het aanbreken van den dag, zou hij weer terug zijn in Parijs. -</p> -<p class="trailer xd29e6239"><span class="sc">Einde.</span></p> -<p><span class="pagenum">[<a id="pb646" href="#pb646">646</a>]</span></p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e6000" href="#xd29e6000src">1</a></span> S(enatus) P(opulus) Q(ue) R(omanus). Senaat en volk van Rome. <a class="fnarrow" href="#xd29e6000src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div class="back"> -<div class="div1 advertisement"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">DE MEULENHOFF-EDITIE</h2> -<h2 class="sub">GEEFT EEN GOED BOEK IN EEN GOED KLEED VOOR WEINIG GELD.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In prachtband met goud is de prijs per deel 55 cent hooger. -</p> -<p>1. DE POLITIE-SPION. Roman uit den tijd van de Revolutie in Rusland door Maxim Gorki. -2e druk <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>2. SARAH BERNHARDT. Gedenkschriften door haarzelf geschreven.—Jeugd.—Eerste Tooneeljaren. -2e druk. (6e–10e duizendtal) <span class="price">ƒ 0.75</span> -</p> -<p>Een zeer ter lezing aanbevolen prettig geschreven boek. Deze gedenkschriften zijn -als de schrijfster zelf, opgewekt, dartel, geestig, vol leven en beweging. J. H. Rössing -in het N.v.d.D. -</p> -<p>3. HET HUWELIJK VAN EEFKE BRIËST. Roman door Th. Fontane. 2e druk. (6e–10e duizendtal) -<span class="price">ƒ 0.75</span> -</p> -<p>Effi Briëst is psychologisch stellig zijn beste roman. Het is een verhaal van een -huwelijk tusschen een ouderen volkomen gerijpten man en een “blutjunge” vrouw. Elsevier’s -Maandschrift. -</p> -<p>4. NAPOLEON. Opkomst en grootheid. Met vele illustratiën, door H. P. Geerke. 2e druk. -(6e–10e duizendtal) <span class="price">ƒ 0.75</span> -</p> -<p>Een degelijk, boeiend boek over Napoleon, keurig uitgegeven en rijk geïllustreerd. -Utr. Dagblad. -</p> -<p>5. WALLY. De Roman van een Kellnerin, door Edward Stilgebauer. 3e druk. (11e–16e duizendtal<span class="corr" id="xd29e6274" title="Niet in bron">)</span> <span class="price">ƒ 0.85</span> -</p> -<p>De auteur van “Götz Krafft” geeft hier een eenvoudig en treffend verhaal, onopgesmukt -en daardoor overtuigend. Het banale geval is niet banaal of eenzijdig behandeld. Een -mooi boek. De Avondpost. -</p> -<p>6. DE FRAAIE COMEDIE. Een Haagsch Verhaal, door Henri van Booven. 2e druk <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>In dit boek vindt men een prachtige zelfanalyse en een leuke bespotting van burgerlijk -Den Haag. G. v. Hulzen. -</p> -<p>7. SARAH BERNHARDT. Gedenkschriften door haarzelf geschreven.—Na den Oorlog.—Sarah -Bernhardt als “Ster” <span class="price">ƒ 0.75</span> -</p> -<p>Heel interessant is dit boek. Men kan dankbaar zijn voor deze uitgaaf. Een boek dat -er in zal gaan. Het Vaderland. -</p> -<p>8. LIEFDE, door Björnstjerne Björnson. Uit het Noorsch door Cl. Bienfait. 2e druk -(8e–13e duizendtal) <span class="price">ƒ 0.85</span> -</p> -<p>Met vreugde hebben wij dit meesterwerk van den eeuwig-jeugdigen Noor gelezen, met -een blij oog voor het vele zonnige, het fijn typeerende, echt dichterlijke en zacht -harmonische in dit verhaal van prachtig en sterk uit Noorschen bodem verrezen menschen. -De Hofstad. -</p> -<p>9. DE VAL VAN NAPOLEON, door A. Kielland en H. P. Geerke. Geïllustreerd. 2e druk <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Een boeiende beschrijving, met vele illustraties, die zeker met genoegen gelezen zullen -worden. Algem. Handelsblad. -<span class="pagenum">[<a id="pb647" href="#pb647">647</a>]</span></p> -<p>10. ALS HET IJZER GESMEED WORDT. Roman door Clara Viebig. 2e druk (6e–10e duizendtal) -<span class="price">ƒ 0.85</span> -</p> -<p>Deze roman is als een monumentaal gebouw, dat door zijn grootsche eenheid imponeert -en liefde opwekt tot het waarachtig schoone. Het is wel een zeer bizonder talent, -dat zulk een kunstwerk heeft gewrocht. Een bizonder mooi boek. N. Arnh. Courant. -</p> -<p>11. RICHARD WAGNER. Zijn leven en werken, door J. Hartog. Rijk geïllustreerd <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Een keurig uitgevoerd prachtwerk, met rijken inhoud, dat zich prettig laat lezen, -en velen—ook om den zeer lagen prijs—hoogst welkom zal zijn. De schrijver geeft hier -een zuiver onpartijdig oordeel. Een welverdiend succes zal het boek wachten. C. v. -d. Linden in de Muziekbode. -</p> -<p>12. KIPPEVEER of Het geschaakte Meisje. Roman door Cosinus, 419 bladz. Deel I 5e druk -(25e–30e duizendtal) <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>13. KIPPEVEER of Het geschaakte Meisje. Roman door Cosinus, 381 bladz. Deel II. 5e -druk (25e–30e duizendtal) <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Deze beroemd geworden ALLERVERMAKELIJKSTE roman zal ongetwijfeld in den nieuwen vorm -weder vele lezers vinden. Aardige illustraties van Raemaekers. N. v. d. Dag. -</p> -<p>14. GALERIJ van beroemde Fransche Tooneelspelers. Hun intiem leven anecdotisch beschreven, -door J. H. van der Hoeven, met vele illustraties <span class="price">ƒ 0.75</span> -</p> -<p>Een kostelijke bundel, luchtig geschreven kantteekeningen van meer of minder piquante -gedenkschriften. Het is een keurige uitgaaf, ook naar het uiterlijk. F. Lapidoth in -de Nieuwe Courant. -</p> -<p>15. MONNA VANNA, door M. Maeterlinck, vertaling van Frans Mijnssen, met 1 portret. -5e druk <span class="price">ƒ 0.75</span> -</p> -<p>De meesterlijke vertaling van Frans Mijnssen in het nieuwe aantrekkelijke gewaad der -bekende Meulenhoff-Editie. Avondpost. -</p> -<p>16. HET HEKSENLIED, door Von Wildenbruch, op maat overgezet voor de muziek van Max -Schillings door Fr. Pauwels <span class="price">ƒ 0.50</span> -</p> -<p>Een handige uitgaaf van het beroemde “Heksenlied” in goede bewerking en in maat overgezet -voor muziek van Max Schillings. Utrechtsch Dagblad. -</p> -<p>17. EEN VROUWENBIECHT. Oorspronkelijke roman door G. van Hulzen. 2e druk (7e–11e duizendtal) -<span class="price">ƒ 0.85</span> -</p> -<p>Het goede in dit boek is de voortreffelijke psychische uitbeelding, en vooral, dat -de overgave van deze vrouw vanzelfsprekend is geworden. De Groene Amsterdammer. -</p> -<p>18. MARIE ANTOINETTE.—Jeugd.—Eerste jaren der Revolutie, door Cl. Tschudi. Naar de -oorspronkelijke Noorsche uitgaaf door J. Clant van der Mijll-Piepers. Met vele illustraties -<span class="price">ƒ 0.85</span> -</p> -<p>Een aanbevelenswaardig boek; levendig is hier de geschiedenis van de ongelukkige koningin -beschreven; men leest het boek als een diep tragischen roman. Opr. Haarl. Crt. -<span class="pagenum">[<a id="pb648" href="#pb648">648</a>]</span></p> -<p>19. DRAMATISCHE WERKEN door Björnstjerne Björnson. Naar de oorspr. Noorsche uitgaaf -vertaald door Marg. Meijboom.—Drie spelen van recht; De jonggehuwden; Een handschoen; -Leonarda <span class="price">ƒ 0.85</span> -</p> -<p>De bekende, in korten tijd populair geworden Meulenhoff-Editie, brengt een verdienstelijke -uitgaaf van Björnson’s dramatische werken, waarin de gelijkheid van man en vrouw behandeld -wordt wat betreft het peil van zedelijkheid, recht en maatschappelijk optreden. Alg. -Bibl. -</p> -<p>20. MARIE ANTOINETTE EN DE REVOLUTIE, door Cl. Tschudi. Naar de oorspronkelijke Noorsche -uitgaaf door J. Clant v. d. Mijll-Piepers. Met vele illustr. 469 blz. <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Dit boek toont ons het leven van de arme Koningin op haar lijdenspad naar het treurige -einde. -</p> -<p>De schokkende gebeurtenissen der Fransche Revolutie met al haar verschrikkingen, ziet -men hier levendig, en getrouw aan de historische feiten, weergegeven. Het geheel is -in onderhoudenden, boeienden trant verteld. -</p> -<p>21. HALFBLOED. Een huwelijk in de tropen. Roman door A. Perrin. Vertaald door D. Jacobson. -2e druk. (7e–12e duizendtal) <span class="price">ƒ 0.85</span> -</p> -<p>Een goed doorgewerkte roman; de strijd tusschen liefde en bijgeloof van de Indische -vrouw is goed weergegeven. N. v. d. Dag. -</p> -<p>22. NA HET DERDE KIND. Roman door H. von Mühlau, vertaald door Anna van Gogh-Kaulbach -<span class="price">ƒ 0.85</span> -</p> -<p>Was het derde kind gewenscht? -</p> -<p>Mag men deze vraag zelfs opwerpen? -</p> -<p>Ziedaar een stukje sociale quaestie waarover deze roman handelt, en die in den tegenwoordigen -tijd aller belangstelling zal wekken. -</p> -<p>23. VERLOVING EN HUWELIJK IN VROEGER DAGEN, door Prof. L. Knappert. Rijk geïllustreerd -<span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Een historisch overzicht met vele bizonderheden over “hoe men elkaar vroeger vond -en kreeg”. Interessant geïllustr. -</p> -<p>24. Uitverkocht -</p> -<p>25. OPGANG. De roman van een vrouweleven. Oorspronkelijke roman van Anna van Gogh-Kaulbach. -2e druk. (8e–13e duizendtal) <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Opgang is de roman van een slachtoffer der tweedracht in een huwelijk. Het is de ellende, -door dit laatste veroorzaakt, die Anna van Gogh-Kaulbach ons duidelijk voor oogen -wil stellen, en ze slaagt daarin volkomen. De Haagsche Vrouwenkroniek. -</p> -<p>26. “DE WAPENS <span class="corr" id="xd29e6407" title="Bron: NEER">NEÊR</span>”. Roman van Bertha von Suttner. 3e druk in de Meulenhoff-Editie. Deel I. (12e–17e -duizendtal der nieuwe uitgave) <span class="price">ƒ 0.85</span> -</p> -<p>Hoe goed heeft deze vrouw opgemerkt; wat heeft zij van veel, dat ons nog altijd met -wilde verbazing vervult, de alledaagsche, onschuldig schijnende oorzaken aangetoond. -De Telegraaf. -<span class="pagenum">[<a id="pb649" href="#pb649">649</a>]</span></p> -<p>27. “DE WAPENS NEÊR”. Roman van Bertha von Suttner. Deel II <span class="price">ƒ 0.85</span> -</p> -<p>Dit boek, dat den oorlog van 1866 en 1870 schildert, herleeft thans: Heele citaten -waren aan te halen, woordelijk op de toestanden van thans toepasselijk. Utr. Prov. -Sted. Dagblad. -</p> -<p>28. HAREM. Schetsen uit het leven van de Turksche vrouw door Demetra Vaka. 2e druk. -(7e–11e duizendtal). <span class="price">ƒ 0.85</span> -</p> -<p>De inhoud van dit boek is niet verdicht, hoe onwaarschijnlijk sommige gedeelten ook -schijnen. De feiten zijn volkomen naar waarheid verteld. -</p> -<p>29. <span class="sc">Ons Mooie Nederland.</span> GELDERLAND I, door D. J. van der Ven. Met 80 kunstplaten naar de natuur. 316 bladz. -<span class="price">ƒ 1.10</span> -</p> -<p>Wanneer men dit keurige boek opneemt en doorbladert, is de eerste gedachte: prachtig, -sympathiek, smaakvol werk. En dan nog geen gulden betalen om dit boek het zijne te -mogen noemen … het lijkt schier ongelooflijk! Nieuwe Arnh. Courant. -</p> -<p>30. HET SCHANDAAL. Roman van G. van Ompteda <span class="price">ƒ 0.85</span> -</p> -<p>Een boeiende roman waarvan in de origineele uitgave in één jaar 45000 ex. verkocht -werden. -</p> -<p>31. ACHTER DE SCHERMEN. Herinneringen van den Impresario Jos. J. Schürmann <span class="price">ƒ 0.75</span> -</p> -<p>Een keurige uitgaaf, prettig geschreven. N. Crt. -</p> -<p>32. BRAND, door Henrik Ibsen, vertaald door J. Clant van der Mijll-Piepers <span class="price">ƒ 0.85</span> -</p> -<p>“De Meulenhoff-Editie is door het opnemen van Ibsen’s Brand ongetwijfeld wederom een -belangrijk deel rijker geworden. De uitvoering is natuurlijk keurig.” Avondpost. -</p> -<p>33. HET WONDERE LEVEN DER PADDENSTOELEN door D. J. van der Ven, 280 bladzijden, met -80 photografische natuuropnamen <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>De bekende Arnhemsche natuurbeschrijver en kenner van het leven van dieren en planten, -deed thans in de Meulenhoff-Editie een uitvoerige verhandeling verschijnen over het -“Wonderleven der Paddenstoelen” zooals hij het teekenend noemt. Zeer leesbaar geschreven, -versierd met vele fotografieën; fraai uitgevoerd en laag van prijs, behoort dit werkje -tot de aantrekkelijkheden van de boekenmarkt, welker bekoring niemand ontgaat. Haagsche -Post. -</p> -<p>34. DE LAATSTE DAGEN VAN POMPEJI door Edw. Bulwer Lytton. 544 bladz. <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>In handig formaat en grondig herzien door Mevr. J. P. Wesselink van Rossum, verscheen -thans een zevende druk in de bekende Meulenhoff-Editie, goed gedrukt tegen matigen -prijs, zoodat ongetwijfeld velen zich zullen verdiepen in de meesterlijke schildering -van het Romeinsche leven der eerste eeuw en de verschrikkelijke catastrophe die toen -plaats had. Het is en blijft een werk dat aller aanbeveling verdient. Dordr. Courant. -<span class="pagenum">[<a id="pb650" href="#pb650">650</a>]</span></p> -<p>35. DE OORLOG. Geïllustreerde geschiedenis van den wereldoorlog door H. P. Geerke -en G. A. Brandts. Deel II <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Een verbazend aardige uitgave. Wij hebben nu vóór ons liggen twee bandjes en die geven -een volledig overzicht van de geweldige gebeurtenissen, zonder een oordeel uit te -spreken. Het is een kostbare verzameling van fotografieën, reproducties van aanplakbiljetten -en documenten, waarvan thans reeds de origineelen zeldzaam zijn. Wij maken alles nog -eens mee, wat wijzelf beleefden of vernamen uit de dagbladen; wij vernemen het in -woord en beeld. Wij zelf en vooral onze naneven mogen schrijvers en uitgevers dankbaar -zijn voor deze populaire en belangrijke uitgave. Boekenschouw. -</p> -<p>36. NAPOLEON EN DE VROUWEN, door H. P. Geerke. Met vele platen en portretten. <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>De bekende geschiedkundige Dr. H. F. HELMOLT schrijft van de werken over Napoleon -van Geerke: “Op populaire duidelijke wijze wordt hier Napoleon’s leven verhaald, zonder -dat de lezer vermoedt, welke grondige studie hieraan vooraf is gegaan. Geerke verstaat -de kunst boeiend en onderhoudend te schrijven en toch historisch juist de feiten weer -te geven. Een welverdiend succes zal zeker niet uitblijven.” -</p> -<p>37. PETRA. Roman door Björnstjerne Björnson. 255 blz. <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Een treffend boeiend verhaal van een meisje dat door haar bruisende, overmoedige wilskracht -haar levensdoel bereikt. De eenvoudige taal van den grooten Noorschen schrijver spreekt -direct tot ons gemoed en blijft ons boeien tot aan het eind toe. Algem. Maandel. Bibliogr. -</p> -<p>38. DE TORENS ZINGEN! Nederlandsche Torens en hunne Klokkenspelen door D. J. van der -Ven. Met 56 afbeeldingen naar fotographische natuuropnamen. 226 blz. <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Dit deel vormt een der aantrekkelijkste werken uit de serie Foto-uitgaven der Meulenhoff-Editie. -De vele pakkende foto’s van onze mooie Nederlandsche Torens alléén zijn de prijs van -het boek reeds dubbel waard. Doch de hoofdzaak vormt de tekst waarin op onderhoudende -prettige wijze door den schrijver over Klokken en Torens verhaald wordt. De Kroniek. -</p> -<p>39. JEANNE D’ARC. De Maagd van Orleans, door H. E. Koopmans van Boekeren, 230 bladz., -geïllustreerd <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Het leven van Jeanne d’Arc wordt in dit boekje zeer boeiend en historisch juist verhaald -N. Rott. Crt. -</p> -<p>40. BLOEMEN door D. J. v. d. Ven. Met 64 afbeeldingen. 263 bladzijden <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Bij de firma J. M. Meulenhoff is dit mooie boekje verschenen, dat de aandacht verdient -van natuurliefhebbers, die in eene plant, eene bloem nog iets anders zien dan een -voorwerp van studie. De heer D. J. v.d. Ven geeft hier, bij 65 afbeeldingen naar opnamen -door Mevr. M. Buining-Bijl en Jos. Raemaekers, in een aantal zeer aantrekkelijke opstellen, -wat bloemen en planten vertellen. -<span class="pagenum">[<a id="pb651" href="#pb651">651</a>]</span></p> -<p>Hij vereenigt ook het nuttige met het aangename, want hij geeft ook tal van aanwijzingen, -waarmee ook de tuinman gaarne zal kennismaken. Prov. Gron. Crt. -</p> -<p>41. BESCHAVING, door Olga Wohlbrück, 390 bladz. <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Op een vraag aan de schrijfster, of de gebeurtenissen in dezen roman waar zijn, ontving -de vertaalster het volgende antwoord: -</p> -<p>“Deze roman berust op waarheid. Om eenheid in het verhaal te brengen, heb ik hier -en daar gedeelten moeten bijwerken en verdichten, maar de gebeurtenissen zijn ontleend -aan de werkelijkheid.” Olga Wohlbrück. -</p> -<p>42. DE AVONTUREN VAN OLIVER TWIST, door Charles Dickens. 580 bladz. <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Eindelijk een goede uitgaaf van Dickens in handig formaat. Bovendien wordt deze uitgaaf -in geheel nieuwe vertaling gegeven, door Anna van Gogh-Kaulbach, in het Nederlandsch -van dezen tijd, hetgeen een groote tegenstelling vormt met de bestaande, verouderde -uitgaaf. Algem. Bibliogr. -</p> -<p>43. JAN FUSELIER. Schetsen uit het Indische Soldatenleven door M. H. du Croo. 285 -bladz. <span class="price">ƒ 0.75</span></p> -<p>Dit is een bundel gevoelig geschreven schetsen uit het Indische leven. De schrijver -draagt den Indischen soldaat een warm hart toe, en weet op eenvoudigen, sympathieken -toon van het Indische soldatenleven in zijn korte, naar het leven geschetste novellen, -te verhalen. Handelsblad. -</p> -<p>44. KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS, door Henri Morger. 385 bladz. <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Een nieuw meesterwerk uit de wereldliteratuur. De schrijver geeft hier een interessant -kijkje op het intieme Parijsche kunstenaarsleven. Dordrechtsche Crt. -</p> -<p>45. WILDE DIEREN, naar het leven gephotographeerd door Aug. F. W. Vogt, beschreven -door Dr. H. W. Heinsius. 250 bladz. <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Onze eigen, zeldzaam mooie dierentuin “Artis” in woord en beeld weergegeven, met 65 -photograf. natuuropnamen naar het leven der voornaamste wilde dieren. -</p> -<p>46/47. DE PICKWICK-CLUB, twee deelen, door Charles Dickens, versierd met origineele -teekeningen. Per deel eenvoudig gebonden <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Hier heeft men nu een der meest onvergankelijke boeken uit de geheele wereldliteratuur, -vol leven, vol humor en ernst, vol opvoedkundige waarde en daarenboven een echt kunstwerk, -typografisch voortreffelijk verzorgd en toch voor een luttel prijsje. Als het debiet -van deze boekjes niet reusachtig wordt, mogen we aannemen, dat het volk van Holland -geen goede boeken waard is. De Maasbode. -</p> -<p>48. BEROEMDE ZANGERESSEN, door J. Hartog. Eenvoudig gebonden <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Een prachtwerkje met 23 afbeeld. naar photographieën van de meest beroemde zangeressen, -waaronder vele <span class="pagenum">[<a id="pb652" href="#pb652">652</a>]</span>Nederlandsche zangeressen een eerste plaats innemen. Een dergelijk werk hadden we -tot nu toe niet in onze literatuur. De groote zangeressen zien wij hier in woord en -beeld voor ons, in onderhoudend geschreven levensbeschrijvingen, versierd met meesterlijk -uitgevoerde afbeeldingen en portretten. De Groene Amsterdammer. -</p> -<p>49. DE DROOM. Vervolg van “OPGANG” of de “Roman van een vrouweleven”, door Anna van -Gogh-Kaulbach. Eenvoudig gebonden <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Wie “Opgang” gelezen heeft, zal zeer zeker er naar verlangen ook dit boeiende vervolg -van dien mooien roman te lezen. -</p> -<p>50. WILLEM VAN ORANJE, door H. Laman Trip-De Beaufort 106 bladz. Eenvoudig gebonden -<span class="price">ƒ 0.85</span> -</p> -<p>Dit tooneelspel behandelt het tijdperk van het beleg en ontzet van Leiden; het teekent -welk een kracht er uitging van den toen zieken Willem van Oranje. Een mooi, vlot geschreven -tooneelspel, dat zeker groote belangstelling zal wekken. Utrechtsch Dagblad. -</p> -<p>51. ARON LAGUNA. Tooneelspel in drie bedrijven, door Isr. Querido. Eenvoudig gebonden -<span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>In den dialoog toont zich hier Querido als gewoonlijk een groot meester. Het mooiste -is zeker de scène tusschen Aron en zijn vader in het 18e tooneel van het laatste bedrijf. -Dat is aangrijpend. Stemmen des Tijds. -</p> -<p>52 en 53. DAVID COPPERFIELD I/II, door Charles Dickens. Vertaling van J. Clant v.d. -Mijll-Piepers. Eenvoudig gebonden <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Voor de tallooze liefhebbers van den graag gelezen schrijver zal deze goedkoope, sierlijke -uitgave wel zeer welkom zijn. Haagsche Courant. -</p> -<p>54. PEER GYNT, door H. Ibsen. Vertaling van J. Clant v.d. Mijll-Piepers <span class="price">ƒ 0.95</span> -</p> -<p>Men is het er algemeen over eens, dat “Peer Gynt” het werk van den meester is, van -onvergankelijke waarde. De Beweging. -</p> -<p>55. SAPHO door A. Daudet. Vertaling van A. van Gogh-Kaulbach <span class="price">ƒ 0.95.</span> -</p> -<p>Met meesterlijke hand teekent Daudet hier het Parijsche leven. Hij voert ons in een -wereld van tragiek en menschelijke aandoeningen. Zooals bekend, droeg hij dit boek -op aan zijn zoons, wanneer zij twintig jaar zouden zijn. Algem. Maandel. Bibliogr. -</p> -<p>56. WILDE EEND, door H. Ibsen. Vertaling van J. Clant v.d. Mijll-Piepers <span class="price">ƒ 0.65</span> -</p> -<p>Dit symbolische stuk is merkwaardig juist in de karakteristiek, uitermate verdienstelijk -in de heel onverwachte tragiek der beslissende momenten. De Tijd. -</p> -<p><b>Opgave der verder verschenen deelen vindt men in den <span class="ex">volledigen Catalogus</span> der Meulenhoff-Editie, welke <span class="ex">gratis</span> en <span class="ex">franco</span> door den Uitgever, Damrak 88, verkrijgbaar gesteld wordt.</b> -</p> -</div> -</div> -<div class="div1" id="toc"> -<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> -<table> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch1">EERSTE HOOFDSTUK</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch2">TWEEDE HOOFDSTUK</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">38</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch3">DERDE HOOFDSTUK</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">77</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch4">VIERDE HOOFDSTUK</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">113</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch5">VIJFDE HOOFDSTUK</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">150</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch6">ZESDE HOOFDSTUK</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">189</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch7">ZEVENDE HOOFDSTUK</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">228</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch8">ACHTSTE HOOFDSTUK</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch8">263</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch9">NEGENDE HOOFDSTUK</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch9">311</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch10">TIENDE HOOFDSTUK</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch10">357</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch11">ELFDE HOOFDSTUK</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch11">410</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch12">TWAALFDE HOOFDSTUK</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch12">446</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch13">DERTIENDE HOOFDSTUK</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch13">482</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch14">VEERTIENDE HOOFDSTUK</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch14">518</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch15">VIJFTIENDE HOOFDSTUK</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch15">558</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch16">ZESTIENDE HOOFDSTUK</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch16">600</a></td> -</tr> -</table> -</div> -<div class="transcriberNote"> -<h2 class="main">Colofon</h2> -<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> -<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen -van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden -van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd29e43" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. -</p> -<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd29e43" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. -</p> -<p>Dit boek is het tweede deel van de <i>Drie Steden</i> trilogie. Het eerste deel, <i>Lourdes</i> is ook beschikbaar op Project Gutenberg als eBoek <a class="pglink xd29e43" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/56760">56760</a>. Het derde deel, <i>Parijs</i>, is in voorbereiding. -</p> -<p>Het Franse origineel is beschikbaar op Project Gutenberg als eBoek <a class="pglink xd29e43" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/34528">34528</a>; een Engelse vertaling als eBoek <a class="pglink xd29e43" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/8721">8721</a>. -</p> -<h3 class="main">Metadata</h3> -<table class="colophonMetadata"> -<tr> -<td><b>Titel:</b></td> -<td>Rome (De Drie Steden, Deel 2 van 3)</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Émile Zola (1840–1902)</td> -<td><a href="https://viaf.org/viaf/32004502/" class="seclink">Info</a></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Vertaler:</b></td> -<td>Willem Jacob Aarland Roldanus Jr. (1877–1940)</td> -<td><a href="https://viaf.org/viaf/284351261/" class="seclink">Info</a></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Taal:</b></td> -<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td> -<td>1918</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Trefwoorden:</b></td> -<td>French fiction -- 19th century</td> -<td></td> -</tr> -</table> -<h3 class="main">Codering</h3> -<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het -einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel -zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van -dit boek. -</p> -<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> -<ul> -<li>2020-01-24 Begonnen. -</li> -</ul> -<h3 class="main">Externe Referenties</h3> -<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links -voor u niet werken.</p> -<h3 class="main">Verbeteringen</h3> -<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> -<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> -<tr> -<th>Bladzijde</th> -<th>Bron</th> -<th>Verbetering</th> -<th>Bewerkingsafstand</th> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e178">2</a></td> -<td class="width40 bottom">orienteeren</td> -<td class="width40 bottom">oriënteeren</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e181">2</a></td> -<td class="width40 bottom">noch</td> -<td class="width40 bottom">nog</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e264">14</a>, <a class="pageref" href="#xd29e366">29</a>, <a class="pageref" href="#xd29e1846">191</a>, <a class="pageref" href="#xd29e2118">222</a>, <a class="pageref" href="#xd29e4876">494</a></td> -<td class="width40 bottom">idée</td> -<td class="width40 bottom">idee</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e284">16</a>, <a class="pageref" href="#xd29e595">58</a>, <a class="pageref" href="#xd29e948">89</a>, <a class="pageref" href="#xd29e1193">111</a>, <a class="pageref" href="#xd29e1331">126</a></td> -<td class="width40 bottom">Index-congregatie</td> -<td class="width40 bottom">Indexcongregatie</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e417">35</a></td> -<td class="width40 bottom">congegratie</td> -<td class="width40 bottom">congregatie</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e426">36</a></td> -<td class="width40 bottom">onbegresnde</td> -<td class="width40 bottom">onbegrensde</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e477">42</a></td> -<td class="width40 bottom">en en</td> -<td class="width40 bottom">en</td> -<td class="bottom">3</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e650">63</a></td> -<td class="width40 bottom">ceremoniëele</td> -<td class="width40 bottom">ceremonieele</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e743">71</a></td> -<td class="width40 bottom">klein-burgerlijke</td> -<td class="width40 bottom">kleinburgerlijke</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e754">72</a>, <a class="pageref" href="#xd29e1593">156</a>, <a class="pageref" href="#xd29e4515">465</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5993">613</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e800">77</a>, <a class="pageref" href="#xd29e865">84</a>, <a class="pageref" href="#xd29e873">84</a>, <a class="pageref" href="#xd29e1056">100</a>, <a class="pageref" href="#xd29e1077">102</a>, <a class="pageref" href="#xd29e1083">102</a>, <a class="pageref" href="#xd29e1088">102</a>, <a class="pageref" href="#xd29e1134">107</a>, <a class="pageref" href="#xd29e1142">107</a>, <a class="pageref" href="#xd29e1172">109</a>, <a class="pageref" href="#xd29e2174">228</a>, <a class="pageref" href="#xd29e2179">228</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5601">573</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5604">573</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5803">593</a></td> -<td class="width40 bottom">audientie</td> -<td class="width40 bottom">audiëntie</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e816">78</a>, <a class="pageref" href="#xd29e839">81</a>, <a class="pageref" href="#xd29e3125">329</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5217">524</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5467">556</a></td> -<td class="width40 bottom">half-donker</td> -<td class="width40 bottom">halfdonker</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e831">80</a>, <a class="pageref" href="#xd29e2716">287</a>, <a class="pageref" href="#xd29e4247">440</a>, <a class="pageref" href="#xd29e6145">631</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">.</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e857">83</a></td> -<td class="width40 bottom">caelibaat</td> -<td class="width40 bottom">celibaat</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e870">84</a>, <a class="pageref" href="#xd29e2870">301</a></td> -<td class="width40 bottom">Vatikaan</td> -<td class="width40 bottom">Vaticaan</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e894">86</a></td> -<td class="width40 bottom">kardinaals</td> -<td class="width40 bottom">kardinaal</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e905">86</a>, <a class="pageref" href="#xd29e3434">362</a></td> -<td class="width40 bottom">congregratie</td> -<td class="width40 bottom">congregatie</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1110">105</a></td> -<td class="width40 bottom">verwachtigen</td> -<td class="width40 bottom">verwachtingen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1159">108</a></td> -<td class="width40 bottom">verradelijke</td> -<td class="width40 bottom">verraderlijke</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1180">109</a></td> -<td class="width40 bottom">geen</td> -<td class="width40 bottom">heen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1240">116</a></td> -<td class="width40 bottom">losbarsten</td> -<td class="width40 bottom">losbarstten</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1274">121</a></td> -<td class="width40 bottom">eere-trap</td> -<td class="width40 bottom">eeretrap</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1290">122</a></td> -<td class="width40 bottom">stroo-zittingen</td> -<td class="width40 bottom">stroozittingen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1438">138</a>, <a class="pageref" href="#xd29e1498">144</a>, <a class="pageref" href="#xd29e2275">240</a>, <a class="pageref" href="#xd29e2807">294</a>, <a class="pageref" href="#xd29e3657">383</a>, <a class="pageref" href="#xd29e4094">429</a>, <a class="pageref" href="#xd29e4328">448</a>, <a class="pageref" href="#xd29e4388">454</a>, <a class="pageref" href="#xd29e4621">475</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5332">539</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5769">590</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5886">602</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5950">608</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1477">142</a>, <a class="pageref" href="#xd29e1480">142</a></td> -<td class="width40 bottom">Trinita de Monti</td> -<td class="width40 bottom">Trinità dei Monti</td> -<td class="bottom">2 / 1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1492">144</a>, <a class="pageref" href="#xd29e2842">299</a></td> -<td class="width40 bottom">troittoir</td> -<td class="width40 bottom">trottoir</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1529">148</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5308">537</a></td> -<td class="width40 bottom">conscentieus</td> -<td class="width40 bottom">consciëntieus</td> -<td class="bottom">2 / 1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1610">158</a></td> -<td class="width40 bottom">gereconstueerd</td> -<td class="width40 bottom">gereconstrueerd</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1671">168</a></td> -<td class="width40 bottom">dubbe</td> -<td class="width40 bottom">dubbele</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1719">174</a></td> -<td class="width40 bottom">van</td> -<td class="width40 bottom">dan</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1737">175</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">-</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1837">190</a></td> -<td class="width40 bottom">Concilie-congregatie</td> -<td class="width40 bottom">Conciliecongregatie</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1932">199</a></td> -<td class="width40 bottom">ontplooiïng</td> -<td class="width40 bottom">ontplooiing</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1944">201</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5279">535</a></td> -<td class="width40 bottom">angst-aanjagend</td> -<td class="width40 bottom">angstaanjagend</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e1960">202</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5924">605</a></td> -<td class="width40 bottom">angst-aanjagende</td> -<td class="width40 bottom">angstaanjagende</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2006">208</a></td> -<td class="width40 bottom">Belvédere</td> -<td class="width40 bottom">Belvédère</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2071">217</a>, <a class="pageref" href="#xd29e3131">330</a>, <a class="pageref" href="#xd29e4762">487</a>, <a class="pageref" href="#xd29e6203">640</a></td> -<td class="width40 bottom">oranje-appelen</td> -<td class="width40 bottom">oranjeappelen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2159">227</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5495">560</a></td> -<td class="width40 bottom">anti-chambre</td> -<td class="width40 bottom">antichambre</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2198">230</a></td> -<td class="width40 bottom">corporaiies</td> -<td class="width40 bottom">corporaties</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2203">230</a></td> -<td class="width40 bottom">vier duizend</td> -<td class="width40 bottom">vierduizend</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2210">231</a>, <a class="pageref" href="#xd29e3813">401</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5850">599</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5941">607</a></td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="width40 bottom">.</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2340">248</a></td> -<td class="width40 bottom">veertig duizend</td> -<td class="width40 bottom">veertigduizend</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2359">250</a></td> -<td class="width40 bottom">hierarchie</td> -<td class="width40 bottom">hiërarchie</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2367">250</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5209">523</a></td> -<td class="width40 bottom">eere-kamerheeren</td> -<td class="width40 bottom">eerekamerheeren</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2370">250</a>, <a class="pageref" href="#xd29e3147">331</a></td> -<td class="width40 bottom">traditionneele</td> -<td class="width40 bottom">traditioneele</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2382">251</a></td> -<td class="width40 bottom">ceremonieën</td> -<td class="width40 bottom">ceremoniën</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2410">253</a></td> -<td class="width40 bottom">keerden</td> -<td class="width40 bottom">keerde</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2576">272</a></td> -<td class="width40 bottom">vierhondderdduizend</td> -<td class="width40 bottom">vierhonderdduizend</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2590">274</a></td> -<td class="width40 bottom">vijfhonderd duizend</td> -<td class="width40 bottom">vijfhonderdduizend</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2604">276</a></td> -<td class="width40 bottom">verfraaiïngen</td> -<td class="width40 bottom">verfraaiingen</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2609">276</a></td> -<td class="width40 bottom">terugvloeiïng</td> -<td class="width40 bottom">terugvloeiing</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2612">276</a>, <a class="pageref" href="#xd29e2629">278</a>, <a class="pageref" href="#xd29e2867">301</a></td> -<td class="width40 bottom">débâcle</td> -<td class="width40 bottom">debacle</td> -<td class="bottom">2 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2617">277</a></td> -<td class="width40 bottom">millard</td> -<td class="width40 bottom">milliard</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2634">279</a></td> -<td class="width40 bottom">als </td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Verwijderd</i>] -</td> -<td class="bottom">4</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2708">286</a></td> -<td class="width40 bottom">dat</td> -<td class="width40 bottom">dan</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2741">289</a></td> -<td class="width40 bottom">siesta-uurtje</td> -<td class="width40 bottom">siësta-uurtje</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2818">296</a></td> -<td class="width40 bottom">siesta</td> -<td class="width40 bottom">siësta</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2828">297</a></td> -<td class="width40 bottom">half-naakte</td> -<td class="width40 bottom">halfnaakte</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2855">300</a></td> -<td class="width40 bottom">miilioen</td> -<td class="width40 bottom">millioen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e2887">303</a></td> -<td class="width40 bottom">trachtie</td> -<td class="width40 bottom">trachtte</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3005">317</a></td> -<td class="width40 bottom">knnnen</td> -<td class="width40 bottom">kunnen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3008">317</a>, <a class="pageref" href="#xd29e4765">487</a></td> -<td class="width40 bottom">;</td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3015">317</a></td> -<td class="width40 bottom">erkend</td> -<td class="width40 bottom">herkend</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3134">330</a>, <a class="pageref" href="#xd29e3251">342</a>, <a class="pageref" href="#xd29e4705">483</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5150">516</a></td> -<td class="width40 bottom">oranje-appelboomen</td> -<td class="width40 bottom">oranjeappelboomen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3142">331</a></td> -<td class="width40 bottom">Belvedere</td> -<td class="width40 bottom">Belvédère</td> -<td class="bottom">2 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3161">332</a></td> -<td class="width40 bottom">nietig-verklaring</td> -<td class="width40 bottom">nietigverklaring</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3240">341</a></td> -<td class="width40 bottom">Benedeta</td> -<td class="width40 bottom">Benedetta</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3287">346</a></td> -<td class="width40 bottom">gezantscahpsattachés</td> -<td class="width40 bottom">gezantschapsattachés</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3294">347</a></td> -<td class="width40 bottom">lets</td> -<td class="width40 bottom">iets</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3297">347</a></td> -<td class="width40 bottom">utt</td> -<td class="width40 bottom">uit</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3300">347</a></td> -<td class="width40 bottom">eetzaaf</td> -<td class="width40 bottom">eetzaal</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3313">349</a></td> -<td class="width40 bottom">leiden</td> -<td class="width40 bottom">leidden</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3356">355</a></td> -<td class="width40 bottom">moralitit</td> -<td class="width40 bottom">moraliteit</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3389">358</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5437">553</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5871">601</a></td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Verwijderd</i>] -</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3426">361</a></td> -<td class="width40 bottom">hardnekking</td> -<td class="width40 bottom">hardnekkig</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3465">366</a></td> -<td class="width40 bottom">Serafine</td> -<td class="width40 bottom">Serafina</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3623">379</a></td> -<td class="width40 bottom">verdraaiïng</td> -<td class="width40 bottom">verdraaiing</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3651">383</a></td> -<td class="width40 bottom">ilusies</td> -<td class="width40 bottom">illusies</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3654">383</a></td> -<td class="width40 bottom">Misschen</td> -<td class="width40 bottom">Misschien</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3671">384</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">op </td> -<td class="bottom">3</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3692">387</a></td> -<td class="width40 bottom">Collegicum</td> -<td class="width40 bottom">Collegium</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3748">393</a>, <a class="pageref" href="#xd29e4167">434</a></td> -<td class="width40 bottom">Monsignor</td> -<td class="width40 bottom">monsignor</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3751">393</a></td> -<td class="width40 bottom">monsegnor</td> -<td class="width40 bottom">monsignor</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3777">396</a></td> -<td class="width40 bottom">masa</td> -<td class="width40 bottom">massa</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3805">400</a></td> -<td class="width40 bottom">Madona</td> -<td class="width40 bottom">Madonna</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3824">403</a></td> -<td class="width40 bottom">consistoriecongregratie</td> -<td class="width40 bottom">consistoriecongregatie</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3886">411</a></td> -<td class="width40 bottom">’</td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3893">411</a>, <a class="pageref" href="#xd29e4316">447</a></td> -<td class="width40 bottom">bruidschat</td> -<td class="width40 bottom">bruidsschat</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e3896">411</a></td> -<td class="width40 bottom">financiëele</td> -<td class="width40 bottom">financieele</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4032">424</a></td> -<td class="width40 bottom">Compagna</td> -<td class="width40 bottom">Campagna</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4037">425</a></td> -<td class="width40 bottom">rosachtige</td> -<td class="width40 bottom">rotsachtige</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4174">434</a></td> -<td class="width40 bottom">in</td> -<td class="width40 bottom">ik</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4249">440</a></td> -<td class="width40 bottom">.</td> -<td class="width40 bottom">?</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4385">454</a></td> -<td class="width40 bottom">gefiêteerd</td> -<td class="width40 bottom">gefêteerd</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4472">461</a></td> -<td class="width40 bottom">Magglore</td> -<td class="width40 bottom">Maggiore</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4494">463</a></td> -<td class="width40 bottom">’</td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4535">467</a></td> -<td class="width40 bottom">entrée</td> -<td class="width40 bottom">entree</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4588">472</a></td> -<td class="width40 bottom">porcelein</td> -<td class="width40 bottom">porselein</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4596">473</a></td> -<td class="width40 bottom">gezantschaps-attaché</td> -<td class="width40 bottom">gezantschapsattaché</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4643">477</a></td> -<td class="width40 bottom">u</td> -<td class="width40 bottom">uw</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4652">477</a></td> -<td class="width40 bottom">passèeren</td> -<td class="width40 bottom">passeeren</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4677">479</a></td> -<td class="width40 bottom">potood</td> -<td class="width40 bottom">potlood</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4737">485</a></td> -<td class="width40 bottom">monsigneur</td> -<td class="width40 bottom">monsignor</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4753">486</a></td> -<td class="width40 bottom">zij</td> -<td class="width40 bottom">hij</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4779">488</a></td> -<td class="width40 bottom">soiree</td> -<td class="width40 bottom">soirée</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4821">491</a></td> -<td class="width40 bottom">Piere</td> -<td class="width40 bottom">Pierre</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4841">492</a></td> -<td class="width40 bottom">alleen</td> -<td class="width40 bottom">allen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e4885">494</a></td> -<td class="width40 bottom">Benenetta</td> -<td class="width40 bottom">Benedetta</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e5030">507</a>, <a class="pageref" href="#xd29e5826">595</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">“</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e5075">509</a></td> -<td class="width40 bottom">conventionneele</td> -<td class="width40 bottom">conventioneele</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e5204">523</a></td> -<td class="width40 bottom">Kanäan</td> -<td class="width40 bottom">Kanaän</td> -<td class="bottom">2 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e5314">537</a></td> -<td class="width40 bottom">weder-opleving</td> -<td class="width40 bottom">wederopleving</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e5349">541</a></td> -<td class="width40 bottom">:</td> -<td class="width40 bottom">;</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e5357">542</a></td> -<td class="width40 bottom">kindvolk</td> -<td class="width40 bottom">kind-volk</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e5392">547</a></td> -<td class="width40 bottom">bemoeiïngen</td> -<td class="width40 bottom">bemoeiingen</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e5411">550</a></td> -<td class="width40 bottom">duscussieert</td> -<td class="width40 bottom">discussieert</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e5452">554</a></td> -<td class="width40 bottom">gedachten-associatie</td> -<td class="width40 bottom">gedachtenassociatie</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e5747">588</a></td> -<td class="width40 bottom">coelibaat</td> -<td class="width40 bottom">celibaat</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e5892">602</a></td> -<td class="width40 bottom">herschenschim</td> -<td class="width40 bottom">hersenschim</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e6137">630</a></td> -<td class="width40 bottom">zouden</td> -<td class="width40 bottom">zou</td> -<td class="bottom">3</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e6168">635</a></td> -<td class="width40 bottom">vrijheidsidée</td> -<td class="width40 bottom">vrijheidsidee</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e6219">642</a></td> -<td class="width40 bottom">Ninivé</td> -<td class="width40 bottom">Ninive</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e6274">646</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">)</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e6407">648</a></td> -<td class="width40 bottom">NEER</td> -<td class="width40 bottom">NEÊR</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -</table> -<h3 class="main">Afkortingen</h3> -<p>Overzicht van gebruikte afkortingen.</p> -<table class="abbreviationtable" summary="Overzicht van gebruikte afkortingen."> -<tr> -<th>Afkorting</th> -<th>Uitgeschreven</th> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">n.l.</td> -<td class="bottom">namelijk</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> - - - - - - - -<pre> - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of De drie steden: Rome, by Emile Zola - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DRIE STEDEN: ROME *** - -***** This file should be named 61326-h.htm or 61326-h.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/6/1/3/2/61326/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - - - -</pre> - -</body> -</html> diff --git a/old/61326-h/images/book.png b/old/61326-h/images/book.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 8b041ae..0000000 --- a/old/61326-h/images/book.png +++ /dev/null diff --git a/old/61326-h/images/box.png b/old/61326-h/images/box.png Binary files differdeleted file mode 100644 index d247e3f..0000000 --- a/old/61326-h/images/box.png +++ /dev/null diff --git a/old/61326-h/images/card.png b/old/61326-h/images/card.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 784a984..0000000 --- a/old/61326-h/images/card.png +++ /dev/null diff --git a/old/61326-h/images/cover.jpg b/old/61326-h/images/cover.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 40e81ec..0000000 --- a/old/61326-h/images/cover.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61326-h/images/external.png b/old/61326-h/images/external.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 1434642..0000000 --- a/old/61326-h/images/external.png +++ /dev/null diff --git a/old/61326-h/images/seriestitle1918.png b/old/61326-h/images/seriestitle1918.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 7c9920b..0000000 --- a/old/61326-h/images/seriestitle1918.png +++ /dev/null diff --git a/old/61326-h/images/titlepage.png b/old/61326-h/images/titlepage.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 2cba237..0000000 --- a/old/61326-h/images/titlepage.png +++ /dev/null |
