diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-27 18:33:33 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-27 18:33:33 -0800 |
| commit | ac55715adb4e173e5253f01c6be89b4f4334b063 (patch) | |
| tree | 2cfa163b2321bc132614c1c531edea4dc41700bb | |
| parent | 0c432e384d89a692e60c6347604b65477c2a6e7a (diff) | |
28 files changed, 17 insertions, 13669 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..61c0c7f --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #60942 (https://www.gutenberg.org/ebooks/60942) diff --git a/old/60942-8.txt b/old/60942-8.txt deleted file mode 100644 index 45220d5..0000000 --- a/old/60942-8.txt +++ /dev/null @@ -1,6378 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of Sagen van den Rijn, by Wilhelm Ruland - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - -Title: Sagen van den Rijn - -Author: Wilhelm Ruland - -Translator: W. B. Meyen-Barends - -Release Date: December 16, 2019 [EBook #60942] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SAGEN VAN DEN RIJN *** - - - - -Produced by R.G.P.M. van Giesen - - - - - WILH RULAND - Sagen van den Rijn - - - - -[Illustratie: Der Scharfrichter von Bergen -Nach einer Zeichnung von Adolf Menzel -The Knave of Bergen Le bourreau de Bergen] - - - - - Sagen van den Rijn - door - Wilhelm Ruland - - - - Geautoriseerde vertaling uit het Duitsch - door - W. B. Meyen-Barends - Met illustraties naar schilderijen van beroemde meesters - - - 2. Edition. - - -[Illustratie: logo] - - - 1922 - Verlag von Hoursch & Bechstedt, Köln - - -_Nadruk van de in dit boek voorkomende reproducties van schilderijen -is bij de Wet ten strengste verboden._ - - - - - - -Voorrede bij den derden druk - -Toen de intusschen overleden boekhandelaar Friedrich Heijn te Keulen -mij ongeveer tien jaren geleden verzocht, de meest bekende -Rijn-sagen te schrijven, moest ik mij zelf en den uitgever eerlijk -bekennen, dat daarmede nauwelijks een leemte aangevuld zou zijn. -Toch gaf ik niet ongaarne gevolg aan dat verzoek, nadat ik de -belangrijkste sagen van den Rijn, die ik in mijne verzameling had, -doorbladerd had. - -Den indruk, dien ik kreeg van deze bekoorlijke verhalen uit den -ouden tijd, schreef ik neder en deze uren verschaften mij veel -genot. - -Een vriendelijk criticus zeide in zijne beoordeeling over mijn -boekje in de "Kölnische Zeitung", dat de vorm altijd naar -evenredigheid van de stof was: nu eens liefelijk en teeder, -bloemrijk en schilderachtig, dan weer kernachtig en beknopt. Het zal -mij verheugen, als ook anderen vinden, dat het doel, waarnaar ik -streefde, bereikt is. In elk geval zal niemand, daar ben ik zeker -van, in de verzameling die warmte missen, die men van een schrijver -als zoon van het Rijnland verwachten kan. - -Al kan dus dit boekje met Rijnsagen, in weerwil van de nieuwe -vermeerderde uitgave, geen aanspraak maken op volledigheid, toch -hoopt het in geringe mate te kunnen medewerken aan de bevordering -van de schoonheid van het vaderland, welks ouden roem men in den -laatsten tijd steeds meer tracht te doen opleven. - - H o n n e f a. d. R. Mei 1905. - Dr. Wilhelm Ruland. - - - - - Inhoud - Blz - Burcht Niedeck. Het reuzenspeelgoed . . . . . . . . . . 7 - Straatsburg. De Munsterklok . . . . . . . . . . . . . . 9 - Frankfort. De negen in den windwijzer . . . . . . . . 12 - Wiesbaden. De duivelskuur aan de warme bron . . . . . 16 - Worms. De Nibelungen. . . . . . . . . . . . . . . . . 21 - Mainz. Heinrich Frauenlob . . . . . . . . . . . . . . 29 - Bisschop Willigis . . . . . . . . . . . . . . . . . 31 - Johannisberg. De Johannisberger . . . . . . . . . . . 33 - Ingelheim. Eginhard en Emma . . . . . . . . . . . . . 39 - Rüdesheim. De Brömserburg . . . . . . . . . . . . . . 51 - Bingen. De Muizentoren. . . . . . . . . . . . . . . . 57 - Aszmannshausen. De Klemenskapel . . . . . . . . . . . 62 - Rheinstein. Het huwelijksaanzoek. . . . . . . . . . . 66 - Falkenburg. De Waldburg . . . . . . . . . . . . . . . 71 - Sooneck. De blinde schutter . . . . . . . . . . . . . 77 - Lorch. De vrouw van den Wispermolenaar. . . . . . . . 80 - Ruïne Fürstenberg. De geest der moeder. . . . . . . . 84 - Bacharach. Burcht Stahleck. . . . . . . . . . . . . . 89 - Burcht Gutenfels. . . . . . . . . . . . . . . . . . 94 - De Palts. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 101 - Oberwesel. De zeven jonkvrouwen . . . . . . . . . . . 107 - Rheinfels. De Georgslinde . . . . . . . . . . . . . . 113 - St. Goar. De Lorelei. . . . . . . . . . . . . . . . . 121 - Liebenstein en Sterrenberg. De vijandige broeders . . 130 - Boppard. Klooster Mariënburg. . . . . . . . . . . . . 141 - Rhense. Keizer Wenzel . . . . . . . . . . . . . . . . 146 - Burcht Lahneck. De tempelier van Lahneck. . . . . . . 150 - Stolzenfels. Het dochtertje van den kamerheer . . . . 154 - Koblenz. Riza . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 161 - Andernach. Genoveva . . . . . . . . . . . . . . . . . 164 - Hammerstein. De met dochters gezegende ridder . . . . 179 - Rheineck. De wijnkeuring. . . . . . . . . . . . . . . 183 - Rolandseck. Ridder Roland . . . . . . . . . . . . . . 191 - Zevengebergte. Het Nachtegaalboschje bij Honnef . . . 205 - De Drachenfels. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 208 - De monnik van Heisterbach . . . . . . . . . . . . . 2l6 - Godesberg. Het Hochkreuz. . . . . . . . . . . . . . . 223 - Bonn. De Jonker van Klochterhof . . . . . . . . . . . 232 - Keulen. Richmodis von Aducht. . . . . . . . . . . . . 235 - De bouwmeester van den Keulschen Dom. . . . . . . . 241 - Aken. De bouw der Munsterkerk . . . . . . . . . . . . 255 - - - - - Illustraties - Tegenoverliggende blz. - Der Scharfrichter von Bergen. . . . . . . . . titelplaat - Aus dem Quellgebiet des Rheines . . . . . . . . . . . 32 - Der letzte Hohenrätier. . . . . . . . . . . . . . . . 48 - Das Riesenspielzeug . . . . . . . . . . . . . . . . . 64 - Siegfried auf der Totenbahre. . . . . . . . . . . . . 80 - Heinrich Frauenlob. . . . . . . . . . . . . . . . . . 96 - Bischof Willigis in der Klosterschule . . . . . . . . 112 - Der Brautzug. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 128 - Gefangener Raubritter . . . . . . . . . . . . . . . . 144 - Turnier zu Köln . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160 - Die Loreley . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176 - Siegfried schleppt einen Bären ins Lager. . . . . . . 192 - Am Sarge Kaiser Heinrich IV . . . . . . . . . . . . . 208 - Roland in der Schlacht von Roncevalles. . . . . . . . 224 - Jan und Griet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232 - Karl der Grosse . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 240 - Des Schwanenritters Abschied. . . . . . . . . . . . . 248 - Stavoren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 256 - - - - -Burcht Niedeck - -Het reuzenspeelgoed - - -In den ouden tijd was er eens een reuzengeslacht in den Elsasz. -Burcht Niedeck in 't Breuschtal welks puinhoopen reeds lang vergaan -zijn, was de woonplaats van deze Hunnen, waarvan heden in den Elsasz -nog bij overlevering verteld wordt, dat ze zeer vrede- en -menschlievend waren. - -Eens wandelde de dochter van den burchtheer door het naburige woud. -Toen zij aan de velden en weiden in het dal kwam, zag ze een boer, -die ploegde. De jonge reuzin keek met vroolijke verbazing naar het -kereltje, dat bedrijvig achter het spannetje liep en met den kleinen -ploeg den grond omwoelde. Nooit had zij tevoren zoo iets aanschouwd. -Dat leek haar aardig speelgoed en zij klapte met kinderlijke vreugde -in de handen, zoodat het ver door de bergen weerklonk, toen pakte -zij den boer, 't paard en den ploeg in haar schort en ijlde juichend -naar den vaderlijken burcht. Lachend toonde zij haren vader het -aardige levende speelgoed. - -Deze echter schudde ernstig zijn reusachtig hoofd en sprak -eenigszins misnoegd: - -"Weet je wel, mijn kind, wie dit schreeuwende menschenkind is met -dat aardige trappelende dier, dat je uitgezocht hebt om mede te -spelen? Van alle dwergen is hij het meest nuttig. Hij tobt zich af -bij zonneschijn, wind en regen, opdat de velden ons een goeden oogst -zullen opleveren. Wie den spot met hem drijft of hem onderdrukt, zal -door den hemel bestraft worden. Neem daarom het boertje op en breng -hem weder naar zijn erf terug!" - -Beschaamd en blozend keek de jonge reuzin voor zich, en droeg het -aardige speelgoed gehoorzaam in haar schort naar het dal terug. - - - - -Straatsburg - -De Munsterklok - - -De dom was voltooid en de overheid besloot op den hoogen toren een -kunstige klok te doen plaatsen. Na lang zoeken werd een kunstenaar -gevonden, die aanbood een kunststuk te maken, zooals er nergens een -gevonden werd. De wijze raadsheeren waren daarover zeer voldaan en -de kunstenaar begon met het werk. - -Maanden verstreken daarmede, maar toen het voltooid was, was -iedereen vol bewondering, die dan ook wel verdiend was, want de klok -was een kunststuk, zooals men er nog nooit een in het land gezien -had. Behalve de uren wees zij niet alleen de dagen en maanden aan, -maar zij bezat ook nog een aardbol, waaraan men den op- en ondergang -van de zon kon zien en waarop de zons- en maansverduisteringen -zichtbaar werden op het oogenblik, dat ze in de natuur plaats -vonden. Elke verandering wees Mercurius met zijn staf aan, en elk -sterrenbeeld trad, zoodra zijn loopbaan begon, te voorschijn. Even, -voordat de klok sloeg, verscheen de dood, en sloeg de volle uren -aan, terwijl bij de kwartieren en halve uren de gestalte van den -verlosser te voorschijn trad, die hem terug wees. Ten overvloede -bevatte het kunstwerk nog een prachtig klokkenspel, dat stichtelijke -koraalliederen deed hooren. - -Aldus was de heerlijke klok in de Munsterkerk te Straatsburg -vervaardigd. Nu echter wordt de overheid van Straatsburg, volgens de -overlevering van de volgende schandelijke vermetelheid aangeklaagd: -waren zij er aan den eenen kant trotsch op, de eenige stad te zijn, -die zulk een kunstwerk bezat, aan den anderen kant vreesden zij, dat -de kunstenaar ook een dergelijk werk in een andere stad kon -uitvoeren. De hardvochtige raadsheeren maakten daarom met vreugde -gebruik van de praatjes, die onder het volk in omloop waren, als zou -zulk een werk alleen door duivelsche kunsten gewrocht kunnen worden. -Zij betichtten den klokkenmaker, dat hij met den duivel in -verbinding stond, lieten hem gevangennemen en veroordeelden hem met -onmenschelijke wreedheid tot de berooving van het licht zijner -oogen. Zonder klagen verdroeg de ongelukkige kunstenaar zijn -vreeselijk lot. - -Voordat zij echter het vonnis voltrokken verzocht hij nog eenmaal -bij de klok toegelaten te worden, opdat hij haar nog regelen kon, -hetgeen later geen andere hand zou kunnen volbrengen. De wijze -overheid, die veel ophad met de onovertreffelijke klok, liet den -kunstenaar boven komen. Deze vijlde, zaagde, verstelde en regelde -het een en ander en werd toen weer in den toren gebracht, waar hij -terstond van het licht zijner oogen beroofd werd. - -Nauwelijks echter was het vonnis voltrokken, of men bemerkte, dat -het werk van de Munsterklok stil stond. De kunstenaar had zelf het -werk vernietigd en zijn voorspelling, die hij in woede gedaan had, -dat het klokkenspel voor eeuwig stil zou staan, is tot nu toe -uitgekomen. Tot op heden vermocht niemand leven in het doode -raderwerk te brengen, en al versiert heden een even prachtig uurwerk -de Domkerk, zoo toch is het geen kunstenaar gelukt het raderwerk van -de eerste Munsterklok, dat nog steeds bewaard wordt, weer in werking -te brengen. - - - - -Frankfort - -De negen in den windwijzer - - -De inwoners van Frankfort hadden al lang jacht op een slimmen vogel -gemaakt. Eindelijk werd hij gearresteerd en zou nu opgehangen -worden. Hij heette Hans Winkelmann en was een strooper, die in het -jachtgebied der stad erger huishield, dan tien van zijns gelijken. -De overheid had hem medegedeeld, dat hij aan de galg zou sterven, -omdat hij een van de gerechtsdienaren, die hem vervolgden, -doodgeschoten had, en de beul wachtte reeds naast de cel van den -armen zondaar, die in den toren zijn laatste uurtje mismoedig -tegemoet zag. Bij het aanbreken van den dag trad een vrome pater bij -den gevangene binnen en hield een gemoedelijke toespraak. Hans, die -volstrekt geen berouw had, ontving hem zeer norsch; daar hij zich -als vrijschutter van geen kwaad bewust was, en er toch niets aan doen -kon, dat zijn kogels het hart getroffen hadden, waar hij alleen van -plan was, zijn vervolger door een onschuldig schot in het been, -onschadelijk te maken. - -De Capucijner pater wees hem op zijn onchristelijke verstoktheid en -bracht hem onder het oog, dat iedereen, tot zelfs het kleinste kind -in Frankfort wist, dat Hans Winkelmann een goddelooze strooper was, -dat is iemand, die zijn ziel aan den duivel beloofd heeft, die hem -in ruil daarvoor verzekerd heeft, dat al zijn kogels doodelijk -treffen zouden. Heftig kwam de eerlijke strooper tegen zulk een -veronderstelling op, hij had het aan zich zelf te danken, dat hij -steeds trof, maar volstrekt niet aan den Satan. Ook voor de rechters -bood hij aan, elke gewenschte proef van zijn schutterskunst af te -leggen. - -Eerst hoorde de pater hem met twijfel, maar later met overtuiging, -aan. - -"Welnu, geef mij als laatste gunstbewijs, mijn geweer en vergun mij, -drie maal drie keer op den knarsenden windwijzer boven op dezen -toren te schieten, en indien gij dan de negen daarin niet even -kunstig gemaakt ziet, alsof dit door de hand van den smid gebeurd -was, dan laat ik mij gewillig hangen." - -Zoo sprak de strooper, en de Capucijner pater berichtte den -waardigen raadslieden hetgeen hij gehoord had. Daar werd het minzaam -aangehoord en besloten, teneinde den burgers een grap te -bezorgen: dat als Hans Winkelmann volbracht, hetgeen hij zich vermat -te kunnen doen, het vonnis niet voltrokken zou worden. - -Door de menigte aangegaapt, die gekomen was om het laatste -kwartiertje van den beruchten strooper bij te wonen, stond Hans -Winkelmann terzijde van het schavot en legde aan op den windwijzer -van den toren, die in den herfstwind knarsend draaide. - -Het eerste schot knalde en werd onder doodsche stilte des volks door -de andere gevolgd. - -Als uit eén mond weerklonk de zegenroep na de drukkende stilte, -boven in den windwijzer zag men de negen even kunstig gemaakt, alsof -dit door de hand van een smid had plaats gehad. - -Gelaten overhandigde de strooper den scherprechter de geliefde buks, -en plechtig verkondigde de raad het opgewonden volk, dat de -veroordeelde in vrijheid gesteld zou worden. Hem zelf werd, -tegelijkertijd met zijn bevrijding de betrekking van schutterhoofdman -over de vrije stad Frankfort aangeboden. - -Toen schudde Hans Winkelmann zijn verwilderd hoofd en dankte voor -zooveel eer. Zooals het zich betaamt, heeft hij zijn -erkentelijkheid betuigd voor den ontvangen bijval, en is toen, door -de menigte heen het Bosch in gegaan, dat hem tot zijn liefste -verblijfplaats geworden was. Bij zich zelf legde hij de belofte af, -dat de inwoners van Frankfort hem nooit weer betrappen zouden. En -dat was ook zoo. De negen in den windwijzer kunt gij heden nog in -den toren van de stadsvesting te Frankfort zien. - - - - -Wiesbaden - -De duivelskuur aan de warme bron - - -Dat de oude Romeinen reeds de heilzame bronnen van Wiesbaden kenden, -en hun geschiedschrijver Plinius ze reeds geroemd heeft, is door de -geschiedenis bekend. In een vroolijk sprookje wordt verteld, dat de -duivel in eigen persoon de kracht der bronnen bij zich zelf -geprobeerd heeft. Nadat meester Urian, zoekende naar zielen, door de -Papensteeg in het heilige Romeinsche rijk geslenterd had, rustte hij -vermoeid van het loopen, in een herberg voor de poorten van Mainz -uit. Hij voelde volstrekt geen genegenheid voor deze vrome stad, -omdat in het register van de onderwereld geschreven stond, dat uit -Mainz sedert jaar en dag geen ziel meer beneden aangekomen was. Het -verdroot hem nog meer, dat eenigen van de drinkebroers zoo vermetel -waren in overmoedige scherts den dommen duivel te bespotten, wiens -zaken in de buurt van Mainz volstrekt niet bloeiden. - -Terloops vroeg hij den waard, terwijl hij zijn puntbaardje opstreek, -hoe het toch kwam, dat de menschen in en bij Mainz volstrekt niet -aan sterven dachten. Een fijn glimlachje kwam op het gelaat van den -waard, die den reiziger in den sjofelen tabberd mededeelde, dat de -drinkebroers om de vurige kracht van het druivensap tegen te gaan en -velerlei ziekten af te wenden een bijzonderen witten gloeiwijn -dronken, die hen allemaal weer gezond en frisch maakte, zoodat -magere Hein met de zeis, de neef van den duivel, op de vlucht -gejaagd werd. - -Toen spitste de gast de helsche ooren en wist tegelijkertijd, dat -deze genezende wonderdrank uit den grond te Wiesbaden ontsprong en -in groote hoeveelheid aan de warme bron verkrijgbaar was. Daar -vervoegde zich den anderen morgen een vreemdeling in een sjofelen -tabberd, die op klagenden toon vertelde, dat alle ziekten der -menschheid zich in zijn ellendige beenderen genesteld hadden, -slechts de bron te Wiesbaden zou hem kunnen behoeden voor dood en -duivel, aldus had zijn gastheer in Mainz hem verzekerd. "God geve, -dat dit wonderwater zegen voor u aan zal brengen, arme stakker," -zeide de waard aan de warme bron medelijdend, en bemerkte tot zijn -groote ontsteltenis, dat het gezicht met de puntbaard zich bij zijne -woorden tot een duivelschen grijnslach vertrok. - -Van oudsher bezaten de waarden heldere hoofden en waren op hun -welzijn bedacht. De kastelein aan de warme bron te Wiesbaden maakte -hierop geen uitzondering. Hij zag den wonderlijken kurgast lang -zwijgend aan, klopte hem toen rustig op den schouder en zeide -slechts: "Beste vriend, gij zijt de werkelijke duivel in eigen -persoon." - -En terwijl deze hem verbaasd aanstaarde, vervolgde hij meesmuilend: -"Komaan, waar zoo velen zich gezond drinken, kan ook de duivel zijn -portie krijgen. Als gij u verplicht zeven dagen achter elkaar -tusschen twaalf en een uur vijftig glazen uit de Wiesbadensche bron -te drinken, dan verzeker ik u, dat gij daarna van al uwe kwalen -genezen zult worden. Onderbreekt gij echter de kuur, dan mag mijn -ziel eens in het hemelrijk komen, terwijl gij dan alle rechten -daarop verloren hebt." - -Deze overeenkomst behaagde den duivel zeer, die dadelijk daarop -inging en onmiddellijk den wonderbaarlijken witten wijn, die -borrelend uit de aarde opsteeg, begon te proeven. Hij vond, dat de -vijftig glazen wel wat te veel van het goede waren, maar hij overwon -zijn tegenzin bij de gedachte aan de arme ziel, die de waard aan de -warme bron hem zoo lichtvaardig beloofd had. - -De duivel bracht geen rustigen nacht door en dronk den tweeden -middag met nog meer tegenzin de bepaalde hoeveelheid Wiesbadener -water, dat de waard van de bron hem met welbehagen aanbood. Nog -onrustiger bracht hij den volgenden nacht door, verwenschte -herhaaldelijk dezen boosaardigen drank en verzocht den waard den -derden dag dringend om een rustdag. Deze echter wees hem droog op de -afgeslotene overeenkomst en bood hem dienstvaardig met vele vrome -wenschen het derde halve honderd glazen van den kristalhelderen wijn -aan. De duivel sloop geknakt weg en dacht met een rilling aan den -volgenden nacht. Toen hij den vierden middag gelijk een schaduw aan -de bron kwam, scheen hij werkelijk door alle ziekten der menschheid -aangetast te zijn. Maar de waard bleef onverbiddelijk en wilde van -een overeenkomst niets weten. Boetende voor alle begane zonden dronk -Belsebub de overeengekomene hoeveelheid op. - -Den volgenden nacht gebeurde het, dat de verschillende mannetjes en -vrouwtjes, die in Wiesbaden de drinkkuur deden, door een helsch -lawaai in hun rustigen slaap gestoord werden. Met een zondigen vloek -vloog iemand op en nam dan, met een gruwelijke verwensching over den -vervloekten helschen Wiesbadener drank, de vlucht. - -"In Wiesbaden kom ik nooit weer terug!" waren zijn laatste hoorbare -woorden. - -Den volgenden morgen mompelden de badgasten onder elkaar, dat de -nachtelijke rustverstoorder niemand anders dan de duivel in eigen -persoon geweest was, en zij vroegen den waard aan de warme bron, die -van alles op de hoogte was, naar dezen wonderlijken gast. Deze -echter haalde slechts de schouders op over de groote domheid van den -duivel. - - - - -Worms. - -De Nibelungen. - - -De oudste der steden aan den Rijn in Voorromeinschen tijd gebouwd, -mag met recht trotsch zijn op haar Domkerk, die een der -merkwaardigste Romeinsche bouwwerken van Duitschland is en dikwijls -door Frankische en Duitsche vorsten tot residentie verkozen werd. -Daar Worms, gedurende de groote volksverhuizing de verblijfplaats -van den oppersten krijgsheer der Bourgondiërs was, hebben de -schoonste heldensagen, welke er bestaan, aldaar het licht gezien. - -Roemrijk hebben de koningen van dezen Oost-Germaanschen volksstam, -komende van de Weichsel, aan de oevers van den midden-Rijn -geregeerd, totdat de oorlogzucht der Hunnen en de begeerigheid der -Romeinen het opkomende rijk weder te gronde gericht hebben. - -Koning Gundikar was met een groot deel van zijn strijders op het -slagveld gevallen. De rest van de overwonnenen werd door de Romeinen -een woonplaats aangewezen in Zuid-Gallië, terwijl de Franken zich op -de thans door de Bourgondiërs verlaten plaatsen aan den Rijn -vestigden. Hoewel de Bourgondische koningen nauwelijks anderhalve -eeuw aan de Main en midden-Rijn geregeerd hebben, zoo toch heeft de -herinnering aan hen in de harten der Rijnfrankische volkeren zoo -voortgeleefd, dat hun tragisch uiteinde in de wereldliteratuur als -de meest merkwaardige sagen-poëzie is blijven bestaan. - -In dien tusschentijd zijn andere, ook op de bodem van Worms -ontsproten, sagen in de herinnering van het volk levendig gebleven, -die edele deugden van mannen en vrouwen met onomkoopbare trouw -schilderden. Een dergelijk verhaal is het duizendjaar oude -Waltharilied, bezingende den onverschrokken Heer Walter van -Aquitanie, die met Hildegonde van koning Attila's hof terugkeert en -onderweg in 't Wasgenwald door den koning der Franken Gunthari en -zijn strijders overvallen wordt, die hij na een heeten strijd -terugslaat, waarna hij met roem overladen, als held in zijn -geboorteland terugkeert. Tot de meest populaire sagen behooren die, -waarin de heldenfiguur van Siegfried gevlochten is. Was deze -Siegfried, de Sigurd van de oude bewoners van het Noorden (van wiens -jeugdige heldendaden dit sagenboek reeds op een andere plaats -spreekt) een mythische figuur -- een lichtende held aller -wereldgodsdiensten, die door de machten der duisternis overwonnen -werd -- of slechts een blonde sprookjesheld of wel een -geschiedkundige persoonlijkheid? Laten wij deze vraag den geleerden -ter beantwoording. Voor ons is en blijft hij de lievelingsfiguur van -de Duitsche heldensage. - -Bij elke gelegenheid, dat de ridders van den Rijn genoodzaakt waren -naar de wapens te grijpen en zich te verdedigen tegen de mannen van -het Oosten, was Siegfried hun aanvoerder. Zoo zien we zijn roem -vermeld in het oude verhaal van den ridder Dietleib, waarvan de sage -zegt, dat hij heenging om zijn vader Biterolf te zoeken. Eveneens -wordt hij verheerlijkt in het lied van den Wormser Rozentuin, -ofschoon de Opperduitsche auteur door ijverzucht gedreven, den -strijders van den Rijn in hun twaalf gevechten van man tegen man met -de Gotisch-Hunsche helden, den overwinnaars roem wilde betwisten. - -In verschillende overleveringen en vervormingen heeft de -geschiedenis van de Bourgondische koningen Gunther, Gernod en -Giselher, die tevens de laatste lotgevallen van Siegfried in zich -sluit, door rondtrekkende zangers den weg gevonden tot de Neder- en -Opperduitsche stammen, zelfs tot in 't Donaudal, waarbij hun -oorspronkelijk heidensch karakter geleidelijk verdwenen is. - -Doordat een onbekende liederzanger, wiens naam men wel nooit zal te -weten komen, aan het einde van het 12e jaarhonderd de sage uitvoerig -in een lied omzette, is zij als een kostbaar overblijfsel van -Germaansche epiek bewaard gebleven. Een rilling gaat ons thans nog, -evenals vroeger onze voorvaderen door de leden, als zij ons vertelt -van de hevige teugellooze hartstocht van haar mannen en vrouwen en -de schokkende aaneenschakeling van zonde en berouw. - - * * * - -Een vreeselijk lied van schuld en straf! Geheel overeenstemmend met -de toenmalige geest van het volk, beginnende als een liefelijke -idylle en eindigende als een gruwelijk treurspel. Aan het hof van -koning Gunther van Bourgondië te Worms verschijnt, aangetrokken door -de lieftalligheid van Kriemhilde, zuster des konings, een jonge held, -Siegfried genaamd. Hij is ook een koningszoon. Zijn vader Siegmund -regeert in Xanten "nieden by dem Rine". - -Koning Gunther neemt den blonden held als leenman in zijn dienst. -Als getrouw vazal verovert hij in den strijd, zonder medeweten des -konings de trotsche koningin van het eiland Ysland als gemalin voor -den vorst. Ter belooning daarvoor ontvangt hij Kriemhilde's hand. -Grootmoedig schenkt hij Kriemhilde als bruidsgeschenk den -Nibelungenschat, dien hij in jonge jaren in een overwinning op de -zonen van den koning der Nibelungen en den bewaker van den schat -Alberich als prijs behaald had. Louter vreugde heerscht aan het hof -te Worms; echter niet bij allen. Behalve door Kriemhilde wordt -Siegfried nog door een ander in 't geheim bemind. Dit is Brünhilde. -Het geluk der bruid Kriemhilde doet de afgunst in haar binnenste -ontwaken en zij heeft voor deze geen vriendelijk woord meer over. -Aldus vervreemden de beide vrouwen van elkaar. Op zekeren dag uit -zich Brünhildes jaloezie in scherpe bewoordingen. Toen weet -Kriemhilde haar tong niet meer in bedwang te houden. In een heftige -rede werpt zij haar schoonzuster voor de voeten, dat niet -Brünhilde's echtgenoot Gunther, maar Siegfried destijds met haar den -eersten huwelijksnacht doorgebracht heeft. Tot bewijs toont zij haar -ring en gordel, die Siegfried in dien nacht de sterke Brünhilde -ontnomen en Kriemhilde geschonken heeft. Opvliegend werpt zij -Brünhilde een leelijken scheldnaam naar het hoofd en betwist haar -het recht het eerst de kerk binnen te treden. - -Weenend deelt Brünhilde den koning den haar aangedanen smaad mede. -De beleedigde koning wordt vertoornd en diens vazal Hagen peinst er -over hoe hij Siegfried in 't verderf kan storten. Voor 't oog doet -hij of hij zijn meesteres wil wreken, doch de ware reden is het -verkrijgen van den Nibelungenschat. - -Bij een jachtpartij in het Odenwald werd Siegfried, toen hij zich -bukte, om uit een bron te drinken door Hagen verraderlijk -doorstoken. Men besloot, dat er rondgestrooid zou worden, dat -Siegfried alleen was gaan jagen en roovers hem overvallen hadden. -Den volgenden dag reden de koningen met hun gevolg over den Rijn -naar Worms terug. - -Voor Kriemhilde's kamer liet Hagen 's nachts den doode neerleggen. -'s Morgens vroeg, toen Kriemhilde zich gereedmaakte met haar vrouwen -naar de mis te gaan, ontwaarde zij den dierbaren afgestorvene. Van -veler lippen klonken jammerklachten. Kriemhilde wierp zich weenend -op haar vermoorden echtgenoot. "Wee mij", riep ze, "Je schild is -niet door zwaarden doorstoken, gij werd door sluipmoordenaars -gedood. Wist ik wie de dader was, ik bracht hem om." - -Vol praal liet zij den koninklijken held op een baar leggen en -beval, dat men een Godsgericht hij het lijk zou houden. Want er -bestaat een groot wonder, dat ook thans nog geschiedt, n.l. dat de -wonden van het slachtoffer opnieuw beginnen te bloeden, als de -moordenaar het nadert. Alle vorsten en Bourgondische edelen -passeerden dus Siegfrieds lijk, dat door de beeltenis van den -gekruisigden Verlosser beschaduwd werd en zie: als de sombere Hagen -zijn slachtoffer nadert, beginnen diens wonden opnieuw te bloeden. -Ten aanschouwe der onthutste mannen en vrouwen beschuldigt -Kriemhilde nu Hagen den sluipmoord op haar gemaal gepleegd te -hebben. - -Treurig was de boete, die op deze groote schuld volgde: de -Nibelungenschat, die de voornaamste aanleiding tot de schandelijke -daad geweest was, moest in den Rijn geworpen worden, ten einde in 't -vervolg hebzucht en twist uit de harten der krijgers te verbannen. -Maar Kriemhilde's oneindig groot verdriet was hiermede niet -verdwenen, evenmin als haar drang naar wraak. - -Na de begrafenis van den held noodigde koning Siegmund Kriemhilde -uit naar den koningsburcht te Xanten te komen, doch te vergeefs. -Gedurende dertien jaren bleef zij te Worms in de nabijheid van den -innig geliefden doode, toen vertrok zij naar de abdij Lorch, die -door haar moeder, de hertogin Ute gesticht was. Daarheen nam ze -Siegfrieds lijk mede. - -Toen daarop Etzel, het opperhoofd der Hunnen haar een -huwelijksaanzoek deed, gaf zij den heiden haar jawoord. Niet uit -liefde, doch door andere beweegredenen geleid. Zij trok met hem naar -Hongarije. Daar liet zij Siegfrieds moordenaar door vele harer -dienaren op listige wijze bij zich noodigen, ten einde hem in 't -verderf te storten op een manier, die ons met afschuw vervult. Ook -de medeplichtige koningen van Bourgondië, sedert de schat tot hen -gekomen was, Nibelungen genaamd, hebben in de Etzelburg onder de -aanvallen der Hunnen hun ontrouw met den dood bekocht. - -Zonder mededoogen liet Etzels gemalin haar geheele familie -onthoofden. Den boosaardigen Hagen sloeg ze eigenhandig met -Siegfrieds zwaard het hoofd af. Daarop werd de razende vrouw door -den vertoornden Hildebrand gedood. - -Hier eindigt de sage. De treurmare van de Nibelungen is in den -volksmond het meest populaire heldenlied geworden. - -Door deze sage wordt de historische ondergang der laatste -Bourgondische koningen van Worms door alle eeuwen heen op -dichterlijke wijze verheerlijkt. - - - - -Mainz - -Heinrich Frauenlob - - -Hij was een waardig domheer in het oude Mainz, daarbij een zanger -bij de genade Gods, die tallooze vrome hijmnen dichtte en toonzette, -ter eere van de reinste aller vrouwen, doch tevens ook menige -welluidene harptoon aan de wereldlijke liefde gewijd heeft. En daar -hij in tegenstelling met vele dichters van zijn tijd in teedere -vereering den naam "Frau" d. i. meesteres hooger schatte dan "Weib" -wat slechts echtgenoote beteekent, heeft de nakomelingschap hem den -naam "Frauenlob" geschonken en onder dezen is hij meer bekend, dan -onder zijn werkelijken naam Heinrich von Weiszen. - -Groot was de vereering, die de vrouwen van het gouden Mainz voor den -zanger koesterden. Dit bleek gedurende zijn leven, maar meer nog bij -zijn dood. Niet te beschrijven was de droefheid van het dankbare, -zwakke geslacht, toen het bericht kwam, dat de lier van den -geliefden minnezanger voor altijd verstomd was. Er werd besloten den -doode een eer te bewijzen zooals nog nooit een dichter te beurt -gevallen was. Onafzienbaar was de stoet, talrijk vooral de schaar -van vrouwen, die in rouwkleeren het lijk begeleidden en voor zijn -zieleheil baden. Acht van de schoonste vrouwen droegen zijn kist, -die bedolven was onder welriekende bloemen. Uit teedere -vrouwenmonden klonken aan het graf van den minnezanger de -grafliederen en zachte vrouwenhanden goten op zijn rustplaats -heerlijken Rijnwijn, die hem zoo dikwijls zijn prachtige liederen -ingegeven had. Deze stille liefdegave moet zoo rijkelijk gevloeid -hebben, dat de gangen der kerk er van overstroomden. Meer waarde -echter dan deze gaven hadden de tranen, die op dien dag door vele -schoone oogen om den dooden zanger vergoten werden. - -Nog heden kan de reiziger in den ouden Mainzer Dom het gedenkteeken -voor den grooten Dichter en Zanger zien. Een prachtige vrouwenfiguur -van sneeuwwit warmer legt een krans neer op de kist van den zanger, -die den lof der vrouw in onvergetelijke liederen bezongen heeft. - - - - -Bisschop Willigis - - -In het jaar Duizend ongeveer hadden de inwoners van Mainz een vromen -kerkvoogd, Bisschop Willigis. Hij was de zoon van een wagenmaker, en -alleen door ijzeren wilskracht en groote bekwaamheid was hij tot de -waardigheid van eersten bisschop gestegen. De brave burgers van -Mainz beminden en vereerden den edelen dienaar Gods zeer, de -trotsche kanunniken en stijve patriciërs daarentegen was het hoogst -onaangenaam zich te buigen, voor iemand, die in de armoedige hut van -een wagenmaker geboren was. - -Ernstig, doch met zachtheid verweet de bisschop eenigen van hen, dat -ze zich te veel op hun voorouders lieten voorstaan. Dat verdroot de -hooghartige heeren, en eens op een nacht haalden zij een grap uit -bij de vertrekken van hun geestelijken heer en teekenden met krijt -op alle deuren reusachtige raderen. - -Toen de bisschop 's morgens vroeg naar de mis in de Domkerk ging, -zag hij het baldadige werk van de spotvogels. Zwijgend keek hij naar -de raderen, doch zijn kapelaan, die naast hem stond, wachtte in -angstige spanning te vergeefs op het losbreken van den toorn van de -beleedigden kerkvorst. Integendeel op het gelaat van den bisschop -vertoonde zich een vroolijke glimlach. Vervolgens gebood hij een -schilder te roepen, en toen deze gekomen was, beval hij hem overal, -waar de spotvogels de raderen geteekend hadden in een vuurrood veld, -zichtbaar voor iedereen, witte raderen te schilderen en daaronder -het spreukje: - - "Willigis, Willigis! - Denk, hoe laag je afkomst is!" - -En zelfs nog verder is hij gegaan; de wagenmaker heeft hem een -ploegrad moeten maken' en dit heeft hij boven zijn legerstede laten -ophangen; om steeds aan zijn afkomst herinnerd te worden. - -Sedert dien dag hielden de spotters zich stil. De inwoners van Mainz -echter hechtten zich met nog grootere liefde aan hun bisschop, die, -niettegenstaande het hooge ambt, dat hij bekleedde, toch zoo -eenvoudig bleef. En van dien tijd af voeren alle bisschoppen van -Mainz de witte raderen in een rood veld in hun wapen. - - - [Illustratie: Aus dem Quellgebiet des Rheines - Near the Source of the Rhine Au pays du Rhin] - - - - -Johannisberg - -De Johannisberger - - -In 't heele Duitsche rijk en ver over zijn grenzen kent men hem, en -onder de beste merken wordt hij geteld, als de koning aller -Rijnwijnen. Alle vrienden van het Rijnsche druivensap kennen hem, -maar weinigen genieten hem in zijn vorstelijke echtheid. Vorstelijk -is hij, niet omdat een vorstenhand den sleutel van den Johannisberg -bezit, maar omdat een vorstenhand hem in de gezegende "Rheingau" -geplant heeft. En deze gekroonde schenker was niemand anders dan de -groote Karel, de machtige beheerscher van het Frankenrijk. - -Eens stond hij -- 't was voorjaar -- op het platform van zijn slot -te Ingelheim en liet zijn blikken weiden over het wonderschoone -landschap aan zijn voeten. Er was 's nachts sneeuw gevallen en een -wit kleed bedekte de Rüdesheimer heuvels. Terwijl het oog van den -keizer nadenkend op het witte landschap rustte, bemerkte hij, dat op -de rug van den Johannisberg de sneeuw gauwer door de zonnestralen -smolt dan op de heuvels in het rond. De groote Karolus, die als een -echt Duitsch keizer ook een diepdenker was, meende, dat daar, waar -zulk een gezegende zonnegloed viel, ook meer dan gras gedijen kon. - -Dadelijk liet hij den grijzen Koenraad zijn wapendrager bij zich -komen en gebood hem bij het aanbreken van den volgenden dag zijn -paard te zadelen en naar Orleans, de stad van den edelen wijn, te -rijden, met de boodschap aan de brave burgers, dat de keizer hun -voortreffelijken wijn nog steeds genadig in herinnering had en dat -hij gaarne zulk een edel gewas aan den Rijn zou bezitten, waarom hij -den getrouwen burgers van Orleans verzocht een pootrank naar de -"Rheingau" te zenden. - -Aldus ging de schrandere koningsbode op weg en nog voordat de maan -haar cirkelkring geëindigd had, was hij weer in het keizerlijke slot -te Ingelheim terug. Alom heerschte daarover groote vreugde. Karolus -zelf, de groote keizer voer naar Rüdesheim en plantte eigenhandig de -Fransche wijnrank in de aarde van het Rijnland. - -Het werk van den keizer was geen voorbijgaande gril geweest. -Zorgvuldig liet hij zich over den stand der druiven in Rüdesheim en -op helling van den Johannisberg op de hoogte houden en toen de -derde herfst in het land gekomen was, kwam tegelijk met hem Keizer -Karel uit zijn lievelingsstad Aken in de "Rheingau". En het juichen -van de oogsters weerklonk in de wijngaarden van Rüdesheim en -Johannisberg. - -Plechtig werd het eerste geurige product der wijnpers den keizer -aangeboden; een gouden vocht in een gouden bokaal. Een koninklijke -wijn! Een flinke teug heeft de groote Karel genomen en opgetogen den -kostelijken drank geprezen. De vurige, zachte Johannisberger is zijn -lievelingsdrank geworden, die hem op hoogen leeftijd den last der -jaren deed vergeten. En wat Karel de Groote ondervond, dat bemerkt -nog heden een ieder wien dit druivenbloed in den beker parelt. In -het heele Duitsche rijk en ver over zijn grenzen kent men hem, en -onder de beste merken wordt hij geteld als de koning aller -Rijnwijnen, de Johannisberger. - - * * * - -Zeer schoon wordt de sage vervolgd van keizer Karel, die zijn -druiven zegent. Door den mond van den dichter is hij in een lied -herschapen, dat men dikwijls hoort zingen aan de oevers van den -Rijn, waar de druiven groeien. - -Elk voorjaar, als op de heuvels en in de dalen aan den vloed de -druiven bloeien en de welriekende geur van de druivenbloesems de -lucht vervult, wandelt 's nachts een hooge schaduw door de -wijngaarden. Koninklijk is zijn gestalte, de purperen mantel golft -om zijn schouders en op zijn hoofd schittert de keizerkroon. Het is -Karel de Groote, keizer der Franken, die voor ongeveer duizend jaar -den wijnstok naar Rüdesheim en aan den rand van den Johannisberg -overplantte. De heerlijke geur van de druiven heeft hem uit zijn -graf te Aken gewekt en hij is gekomen om de druiven, die hij geplant -heeft, te zegenen. Het zachte schijnsel der volle maan verlicht den -weg van den keizer en bij Rüdesheim bouwt zij een gouden brug over -den stroom. Daarover schrijdt de keizer voort en verder trekt hij -langs de heuvels, alom zijn zegen over de druiven uitstortende. Bij -het eerste hanengekraai keert hij in zijn graf te Aken terug en -hervat zijn eeuwenlangen slaap, totdat hij het volgende jaar opnieuw -door den geur der druiven gewekt wordt, om zijn zegenrijken tocht -door de "Rheingau" te volbrengen. - - * * * - -En nu, waarde lezer, zal ik U als derde verhaal nog een vroolijke -geschiedenis van de Johannisberger monniken meedeelen. Eens, kwam -onverwachts de hooge abt het klooster op den. Johannisberg bezoeken, -juist toen de rijpe druiven aan de stokken hingen. De eerwaarde abt -vroeg met belangstelling naar alles, betoonde zijn ingenomenheid met -de levenswijze der brave monniken, en noodigde eindelijk, als blijk -van zijn welwillendheid, het geheele convent uit met hem een -avonddrank te gebruiken. - -"De wijn vroolijkt het hart der menschen op!" - -Met deze spreuk van den vromen koning David begon de abt zijn rede -en vervolgde: "Gods milde hand zal uwe wijnstokken ook den volgenden -herfst zegenen. Laat ons daarom, waarde Broeders, eenige flesschen -uit het groote vat met matigheid op waardige wijze ledigen. Doch -neemt, voordat we ons aan Gods edele gaven laven uw getijdenboek en -laat ons met een kort gebed beginnen." - -"Getijdenboek?" gaat het fluisterend door den kring en de oogjes in -de welgedane, waardige gezichten flikkeren van hulpelooze -verlegenheid. - -"Ja, het getijdenboek!" Het door strenge lijnen doorploegde gelaat -van den verstandigen abt beschouwt zwijgend de broeders. Zij zoeken, -zoeken steeds voort. - -Geleidelijk verdwijnen de rimpels van het aangezicht van den abt en -speelt daar zelfs niet een onmerkbaar lachje op het vervallen -gelaat? - -"Houdt nu op met zoeken en laat ons drinken! Gemoedelijk ontneemt -hij den broeder, bottelier de bestoven flesch. Bij God, ik had den -kurketrekker hier aan den Rijn wel mogen meebrengen." Schertsend -zegt de vriendelijke heer dit, nadat hij zijn zakken doorzocht -heeft. - -"Een kurketrekker?" In een oogwenk voelt ieder in zijn zakken en -voor de oogen van den waardigen abt verschijnen evenveel -kurketrekkers als broeders om hem heen staan. - -Toen kwam er een glans van vergenoegen op het waardige gelaat van -den abt: "Bravo vrome Heeren. Welk een rijke zegen aan -kurketrekkers. Doch laat het u niet verlegen maken en den dag van -heden bederven. Morgen echter -- -- -- maar laten wij denken evenals -koning David." - - - - -Ingelheim - -Eginhard en Emma. - - -Het is een oude treffende geschiedenis, die ik U zal vertellen, -waarde lezer, die bij de andere voorheeft, dat ze een greintje -historische waarheid bevat. - -In Ingelheim, een mooi stadje in den met druivengezegenden -"Rheingau" verhief zich eens een trotsch marmeren paleis, de -lievelings verblijfplaats van Karel, den Grooten. In deze heerlijke -eenzaamheid, ver van de wereld, trok de groote keizer der Franken -zich dikwijls terug. Slechts zijn trouwe dienaren en familieleden -vergezelden hem. Onder de uitverkorenen ontbrak nooit Eginhard, -secretaris des keizers. Hoewel hij nog jong was, zoo toch stond hij -door zijn omvangrijke kennis in hoog aanzien bij Karel en verheugde -zich in de bijzondere gunst van zijn gebieder. De vlijtige geleerde, -wiens ernstig, zacht jongelingsgezicht dubbel afstak bij de schaar -stoere krijgslieden, behaagde de vrouwen aan het keizerlijke hof -niet minder. - -Karel had den geheimschrijver in zijn familie ingeleid en hem -opgedragen zijn lievelingsdochter Emma, die toen bekend stond als de -schoonste dame van haar tijd, te onderwijzen. Zij was de dochter van -Chismonda. Uit haar oogen, die donker als de vleugels van de raaf -waren, sprak het bloed van haar Italiaansche moeder. Spoedig -ontvlamde het hart van den jongen leeraar door de gloedvolle blikken -van de zuidelijke schoone en de schrijf, en leeslessen veranderden -in vertrouwelijke minne-uurtjes. - - -II. - - -Elk van hen beminde en werd wederbemind. - -Het was hun eerste liefde. - -Had Karel de Groote zulk een afloop slechts kunnen gissen, toen hij -het dochtertje met de gloedvolle fluweelen oogen aan de zorg van den -jongen geleerde met het meisjesachtige gezicht toevertrouwde. Had -hij zulks kunnen gissen. - -In het doodstil nachtelijk uur, als iedereen sliep, sloop Eginhard -in het vertrek van zijn geliefde. Dan luisterde de dochter van Karel -den Grooten naar de zoete vleierijen van den dichterlijken geleerde. -Zij voer onder de betoovering der liefde met hem op een zee van -zalige verwachting, welks klippen haar jeugdige onbezonnenheid niet -zag. - -Eginhard bezat een vurig hart, maar toch was de vlam zijner liefde -voor de dochter van zijn heer rein als het licht der sterren; geen -toomelooze lage hartstocht verduisterde haar kuischen glans. - -Maar het lot was niet met hen. - -Op een herfstnacht bevond Eginhard zich weder bij zijn geliefde. Het -groote paleis was in duister gehuld. Geen ster was er aan den hemel, -die het geluk der minnenden kon verraden. De uren der liefde gaan -snel voorbij. Op het oogenblik, dat Eginhard het vertrek verlaten -wilde, bemerkte hij, dat een sneeuwkleed beneden de plaats overdekt -had. - -Het was onmogelijk haar te overschrijden zonder voetstappen achter -te laten. En toch moest hij zijn kamer aan de overzijde bereiken. -Wat nu te doen? - -De liefde is vindingrijk. - -Na kort nadenken kwamen beiden tot het besluit, dat later tallooze -dichters bezongen hebben. (Was ik dichter, dan zou ik het ook doen.) -Het teedere meisje nam de geliefde op den rug en ging met hem de -witte plaats over. In de schitterende sneeuw teekenden zich de -sporen van twee allerliefste voetjes af. - -Karel de Groote was op dit uur nog wakker. Drukkende zorgen over -zijn reusachtig rijk verdreven hem den slaap. Hij leunde aan het -venster en keek ernstig voor zich uit in den duisteren nacht. Daar -zag hij een schaduw over de plaats glijden. Hij boog zich voorover -en zag Emma, zijn meest geliefde dochter, die op den rug -- Karel -opende wijder de oogen -- een man droeg, en deze man -- een zachte -kreet kwam over Karels lippen -- was Eginhard, zijn gunsteling. In -het gemoed des keizers streden smart en woede met elkaar. Hij wilde -naar beneden snellen om de ongelukkigen te dooden, maar hij bedwong -zich, want de schande zou te groot geweest zijn, indien de dochter -des keizers op haar liefdetocht met den schrijver door den gebieder -over milioenen overvallen werd. - -Een diepe zucht steeg uit zijn breede borst op. Hij trad achteruit -in zijn kamer en de kleine vlokken, die om de ruiten dwarrelden, -zagen nog lang zijn door smart verwrongen gelaat. - - -III. - - -Den volgenden morgen riep Karel de Groote de wijze raadsleden -bijeen. De oude getrouwen ontstelden bij zijn aanblik. Rimpels -doorploegden zijn voorhoofd en verdriet lag op zijn afgematte -trekken te lezen. Vooral Eginhard, die een voorgevoel had van wat er -komen zou, beschouwde zijn gebieder met schuwe blikken. Karel -verhief zich en sprak: "Wat verdient een koninklijke princes, die 's -nachts een man in haar vertrekken ontvangt?" - -De raadsheeren keken elkaar sprakeloos aan. Eginhards gelaat werd -bleek als van een doode. De aanhangers des keizers zochten niet lang -naar den naam van deze vorstendochter. - -Verlegen beraadslaagden zij een tijdlang, toen nam een van hen het -woord: - -"Majesteit, voor misdrijven door de liefde begaan wordt de zwakke -vrouw nooit gestraft." - -"En wat verdient een gunsteling des keizers, die 's nachts in de -vertrekken van een koninklijke princes sluipt?" - -Met fonkelende oogen wendde de ijzeren Karel zich tot zijn -secretaris. Eginhard beefde eenigszins en zijn meisjesachtig gezicht -werd nog bleeker. Verloren! mompelde hij. Toen zeide hij, terwijl -hij zich fier oprichtte: - -"Den dood, mijn Heer en Keizer!" - -Karel de Groote beschouwde den jongeling met bewondering. Bij deze -zelfaanklacht en innig berouw smolt de toorn in zijn binnenste en -maakte plaats voor zachtere gevoelens. Eenige oogenblikken later gaf -de keizer den raadsleden hun afscheid. Eginhard wenkte hij, hem te -volgen. - -Zwijgend ging Karel hem voor in zijn studeerkamer, daar werd de -tweede deur geopend en Emma, door haar vader geroepen, trad binnen. -Zij begreep dadelijk alles en met een doordringenden smartkreet viel -zij voor haar vader op de knieën. - -"Genade, genade, vader! Wij beminden elkaar zoo innig!" En de groote -omfloersde oogen keken smeekend omhoog. - -"Genade!" mompelde ook Eginhard en boog de knie. - -De keizer bleef eerst zwijgen. Toen begon hij te spreken, eerst -streng en ernstig, doch geleidelijk, door het snikken van zijn innig -geliefd kind, werden zijn woorden zachter. - -"Daar gij elkaar bemint -- hij legde bijzonder den klemtoon op dit -woord -- wil ik u niet scheiden. Een priester zal u vereenigen en -voordat de volgende morgen aanbreekt, zijt gij van hier vertrokken." - -De deur sloot zich achter hem. - -Door smart overweldigd, den inhoud van het gesprek slechts half -begrijpende, knielde het schoone meisje terneder. Een zachte stem -deed haar opschrikken. Teeder trok Eginhard haar aan zijn borst. - -"Ween niet, geliefde," fluisterde hij, "door dat je vader, mijn -gebieder je van zich stiet, heeft hij ons voor eeuwig vereenigd." - -Heviger vloeiden haar tranen. - -"Kom," ging hij bewogen voort, "de liefde zal ons geleiden." - -Den volgenden morgen verlieten twee jeugdige pelgrims het slot te -Ingelheim en begaven zich in de richting van Mainz. - - -IV. - - -Jaren zijn verstreken. - -Karel de Groote heeft in Saksen overwinningen behaald en ook de -Romeinsche kroon verworven, zoodat zijn roem wijd en zijd verkondigd -werd, maar niettegenstaande dat is zijn haar vergrijsd en zijn -gelaat verouderd. Een aandoenlijk schoon beeld leefde sedert jaren -in zijn gedachten, en hij was niet bij machte dit te verbannen. - -'s Avonds wanneer de ondergaande zon in de marmeren zuilen van het -koninklijk slot weerspiegelden en haar laatste stralen hun gouden -schijnsel in het hooge vertrek van den beheerscher der Franken -wierpen, dan zagen zij hem dikwijls onbeweeglijk op zijn rijk -gebeeldhouwden stoel zitten, het diepdenkende hoofd in de handen -verborgen. - -De keizer was in treurig gepeins verzonken. Hij dacht aan vervlogen -dagen. In zijn verbeelding zag hij een jongen man, wiens zacht -karakter en meisjesachtig gelaat zeer afstak bij de schaar stoere -krijgslieden. Met welk een vuur had hij steeds de heerlijke -heldenzangen voorgedragen, alsook de roerende volksliederen, die de -keizer zoo ijverig verzamelde. Als hij dan voorgelezen had uit het -grauwe perkament, dat hij zelf met sierlijke letters geschreven had, -dan was er dikwijls een meisje met donkere oogen tegenwoordig -geweest, de lievelingsdochter van Karel den Grooten. - -Tegen vaders knie aangevleid, luisterde zij naar de zachte stem van -den voorlezer en in haar helder oog blonk dikwijls een traan van -ontroering. - - -V. - - -Jachtfanfares klonken door de eenzaamheid van het Odenwoud. Karel de -Groote en zijn getrouwen beoefenen het edele jachtvermaak. De oude -keizer, die overal vergetelheid zoekt heeft de speer ter hand -genomen om de herten van het woud te treffen. - -Hij heeft zich van zijn begeleiders afgezonderd en vervolgt juist -een trotsch hert met zestienpuntig gewei. De zon staat reeds hoog -aan den hemel als het vervolgde dier de richting van den Main -uitsnelt welks water door de takken glinstert. Hij ontdekt den -vloed, staat een oogenblik onthutst stil, maar stort zich dan, door -de nabijheid van den vervolger opgejaagd, in de rivier, welks -overkant hij zwemmende bereikt. De keizer verschijnt en staat -uitgeput aan den oever. Nu eerst bemerkt hij, dat de avond hem -onmerkbaar overvallen, en de streek, waarin hij zich bevindt, hem -geheel onbekend is. - -Voor zich heeft hij den vloed, achter zich het woud. De eerste -sterren schitteren reeds aan den hemel. Tevergeefs zoekt Karel den -rechten weg langs de rivier te vinden. Het woud, dat hij zooeven -doorsneden heeft, schijnt nu ondoordringbaar. Volslagen duisternis -omgeeft hem. - -Daar schittert onverwachts een licht in de verte. De keizer ziet het -en richt met blijde verrassing zijn schreden daarheen. Vlak bij den -oever ontdekt hij een hutje. Door het verlichte venster ziet de -koninklijke bespieder een armoedig vertrek. - -Wellicht is dit de kluis van een vroom man, denkt hij en klopt aan -de deur. Een man met blonden baard verschijnt. De keizer deelt, -zonder zich bekend te maken, mede in welk een verlegenheid hij zich -bevindt en vraagt huisvesting voor den nacht. Bij den klank zijner -stem ontroert de man hevig. Hij laat den keizer binnentreden. Een -jonge vrouw zit op een laag stoeltje en wiegt een kind op haar -knieën. Als zij den keizer ziet, glinstert haar donker oog en wordt -haar gelaat wit als marmer. Snel begeeft ze zich in de aangrenzende -ruimte om haar snikken te verbergen. Karel neemt plaats en steunt, -terwijl hij iedere verfrissching, die zijn gastheer hem aanbiedt, -weigert, het moede hoofd in de handen. - -Minuten verstrijken. - -Slaapt hij? - -Neen, hij is in treurig gepeins verzonken. - -Hij denkt aan vervlogen dagen. In zijn verbeelding ziet hij een -jongen man, wiens zacht karakter en meisjesachtig gelaat zeer afstak -bij de schaar stoere krijgslieden. Met welk een vuur had hij steeds -de heerlijke heldenzangen voorgedragen, alsook de roerende -volksliederen, die de keizer zoo ijverig verzamelde. Als hij dan -voorgelezen had uit het grauwe perkament, dat hij zelf met sierlijke -letters geschreven had, dan was er dikwijls een jong meisje met -donkere oogen tegenwoordig geweest, de lievelingsdochter van Karel -den Grooten. - - - [Illustratie: Der letzte Hohenrätier - Nach dem Gemälde von E. Stückelberg - The Last Hohenrätier Le dernier Hohenrätier] - - -Tegen vaders knie aangevleid, luisterde zij naar de zachte stem van -den voorlezer en in haar helder oog blonk dikwijls een traan van -ontroering. - -De keizer slaakte een diepen zucht. - -Een zilveren kinderstem deed hem uit zijn overpeinzingen -opschrikken. Een meisje van ongeveer vijf jaar, meer op een engel -dan op een aardsch wezen gelijkend, naderde hem bedeesd en bracht -den vreemden gast den nachtgroet van haar moeder. Getroffen keek de -keizer op het kindje neer, dat hem het witte handje toestak. Dubbel -bekoorlijk kwam de onschuldige schoonheid in de schramele omgeving -uit: een pastelteekening in een donkere lijst. - -"Hoe heet je, kleine?" vroeg de keizer. - -"Emma," antwoordde het kind. - -"Emma!" herhaalde Karel en een traan gleed over zijn wangen. Hij -trok het engelachtige kind naar zich toe en drukte een kus op haar -rein voorhoofd. - -Toen hoorde men gedruisch. Aan de voeten van den keizer lagen de man -met den blonden baard en de jonge vrouw en smeekten snikkend om -vergeving. - -"Emma, Eginhard!" roept Karel met trillende stem en omarmt hen -weenend. "Gezegend zij de plaats, waar ik u weergevonden heb!" - -Boven de eenzame hut zweeft de engel des vredes. - - -VI. - - -Emma en Eginhard keeren met veel praal aan het hof van den keizer -terug. Karel schonk hun het prachtige slot te Ingelheim, en gevoelde -zich door het bijzijn zijner kinderen veel jeugdiger. Op de plaats, -waar hij hen wedergevonden had, liet hij een klooster oprichten en -later ontstond daar een stad, tot op heden Seligenstadt (d. i. stad -der zaligen) genaamd. - -In de kerk te Seligenstadt bevindt zich het graf van Eginhard en -Emma. Volgens hun wensch werd hun stoffelijk overschot in dezelfde -sarcophaag bijgezet. - - - - -Rüdesheim - -De Brömserburg - - -In den hoogen Dom te Speyer stonden duizenden mannen in ridderlijke -wapenrusting te luisteren. Aan het altaar zat Koenraad de Staufe in -den koningsstoel, de handen op het gevest van zijn zwaard gevouwen, -luisterende naar de geestdriftige redevoering van Bernard van -Clairvaux over de gruwelijke verwoesting van de heilige plaatsen van -het beloofde land. Toen de heilige monnik zijn rede eindigde met op -indrukwekkende wijze een beroep te doen op den moed der belijders -van den christelijken godsdienst, weerklonk door de gewelven van den -Dom uit duizenden monden tegelijk als ware het één kreet: "Op, naar -Jerusalem!" - -Ontelbare ridders boden den vromen keizer in den kruistocht tegen de -heidenen hun diensten aan. En onder hen bevond zich ook Hans -Brömser, heer van de Niederburg bij Rüdesheim, de laatste -afstammeling van zijn geslacht. Niets weerhield hem; zijn gemalin -rustte onder de aarde, en de eenige telg uit hun huwelijk Mechtilde -zou den vader onder de hoede van de naburige familie Falkenstein -evenmin missen, als hij dit het aankomende meisje in het Syrische -land zou doen. - -Zoo trokken de vrome strijders naar de moeilijke wegen van dat land, -waar onze Heer geleefd en geleden heeft. De oogen van vele -edellieden zijn daar in den strijd tegen de Saracenen voor eeuwig -gesloten; velen trof een nog treuriger lot, zij waren levend dood, -daar zij vol smaad in de gevangenissen der ongeloovigen -versmachtten. Ook ridder Brömser viel, na een verloren slag, in -handen der Turken en zat in een afschuwelijken onderaardschen kerker -gevangen. Gelijk een dier liet de pacha den ridderlijken vijand een -molensteen in beweging houden. Dag op dag verging, en met steeds -heviger smart verdroeg de ridder den smaad zijner vijanden. Toen -legde hij in een uur van de bitterste wanhoop voor den Heer de -volgende plechtige belofte af: "Schenk mij de vrijheid weer en ik -beloof u, dat mijn eenig kind Mechtilde den sluier aan zal nemen." - -En hij herhaalde den heiligen eed nog eens en ten derde male. - -Toen gebeurde, wat geen der wapendragers ooit had durven hopen: De -dappere kruisvaarders bestormden het Turksche slot in de -zandwoestijn te Syrië en bevrijdden hun geloofsgenooten uit de -vernederende gevangenschap. Uit dankbaarheid jegens God leende Hans -Brömser zich op nieuw voor de heilige zaak. Toen keerde hij terug -naar het vaderland aan den Rijn. - -Op het met mos begroeide slotplein omhelsde Mechtilde hem lang en -zwijgend. Naast de zeventienjarige stond de jonker van Falkenstein, -die zich diep voor den teruggekomen heer boog en hem zacht begroette -met de woorden: "Welkom, vader!" Toen kwam er plotseling een -herinnering bij den ridder op, die de vreugde van het weerzien -vergalde. - -In de rijk versierde staatsiezaal vierde Hans Brömser, omringd door -zijn getrouwen, zijn gelukkigen terugkeer. Luide loftuitingen -weerklonken in den kring der kruisvaarders; iedereen luisterde, toen -de gevaren, die de helden doorleefd hadden, verhaald werden. Hoe hij -voor het geloof gestreden en in gevangenschap der heidenen geleden -had, vertelde de ridder met geestdrift aan de luisterende schaar. - -Daarop liet hij zijn stem dalen, en met plechtige woorden deelde -Hans Brömser de verzamelde menigte zijn belofte mede, die hij in het -heilige land in de grootste wanhoop afgelegd had. Toen weerklonk een -gil door het ruime vertrek en het dochtertje van den ridder, nog -witter dan het tafellaken, zonk bewusteloos ter aarde. De jonker -van Falkenstein verhief zich met vlammende oogen en roode wangen, en -sprak met vaste stem: "Mechtilde behoort mij, ze heeft in een -plechtig uur beloofd, mij voor eeuwig te zullen toebehooren!" - -Met gefronst voorhoofd legde de burchtheer de fluisterende gasten -het zwijgen op: "Mechtilde behoort den hemel toe en niet jou, knaap. -Dezen eed deed de laatste Brömser en hij zal hem ook houden!" Met -ingehouden toorn riep de ridder dit uit en in bedrukte stemming -gingen de gasten uiteen. - -Mechtilde lag in woeste smart in haar kamer. Flikkerend wierp de -kleine lamp aan het crucifix haar schijnsel op de liggende, die de -voortkruipende uren van den nacht in liefdesmart doorbracht. De met -tapijten behangen muren, van het in schemerlicht gehulde vertrek, -leken het jonge meisje drukkende kerkermuren. - -Zij ijlde, met het lichtje in de bevende hand, den hoogen wenteltrap -op naar den zolder en vertrouwde het harde leed van haar jonge ziel -den kalmeerenden nacht toe. - -Geleund tegen een der schietgaten in den muur, staarde zij naar de -tegenovergelegen Felsenburg waar de welgemoede minnaar, aan -wien ze zich voor eeuwig verbonden had, vertoefde. - - -"Geliefde!" klonk het snikkend in den nacht. Aan den hemel waren -geen sterren; een ruwe herfststorm begeleidde den hartestorm van de -jonkvrouw en blies plotseling met een hevigen rukwind om de vesting. - - -Toen weerklonk er een gil, kort en schel. Was het de loeiende wind -of een menschelijke kreet? In de stilte van den nacht stierf hij -weg. Van het hoogste punt van de Brömserburg stortte het lichaam -eener vrouw in de afgrijselijke diepte en werd door het stroomende -water van den Rijn verzwolgen. - - -Een prachtige herfstmorgen volgde op den stormachtigen nacht. -Tevergeefs zocht men boven in de Brömserburg naar Mechtilde, het -dochtertje van den burchtheer. Beneden echter hebben ze in alle -vroegte een meisje uit het water gevischt, waarvan de oogen reeds -gebroken waren. Een sombere stoet bewoog zich toen naar den burcht, -waar de smartkreten van velen weerklonken over de vroeg geknakte -bloem, de laatste spruit van den Brömserstam. Hans Brömser heeft -zich op het lijk geworpen en zijn gebaard gezicht lang en zwijgend -in de plooien van het sneeuwwitte gewaad verborgen. Geen traan hing -aan zijn wimpers. - -Voor de zielsrust van de dochter, die den sluier niet wilde -aannemen, legde hij in de grootste treurigheid opnieuw een belofte -af; hij zou een kerkje laten bouwen op den heuvel tegenover zijn -vesting. Toen heeft hij zich in zijn vertrek opgesloten en in -droevig gepeins de verdere dagen doorgebracht, totdat frisch groen -op het graf van zijn onzalig kind ontlook. - -Sedert dien tijd zijn er maanden verstreken, maar nog is er niet aan -de beloofde boetkapel begonnen. Verbitterd heeft Hans Brömser zich -steeds meer van de wereld afgezonderd en zich in de treurige -eenzaamheid teruggetrokken. Toen is er eens een knecht met de -beeltenis van de moeder Gods bij hem gekomen. - -Een stier had dit bij het ploegen op den heuvel tegenover den burcht -opgeworpen, en de knecht heeft driemaal "Not Gottes!" hooren roepen. -Toen heeft Hans Brömser zich zijn belofte herinnerd en terstond het -kerkje, dat hij den Heer beloofd had, laten bouwen voor de zielsrust -van Mechtilde. "Not Gottes" heeft hij het genoemd en zoo heet het -nog heden. - - - - -Bingen - -De Muizentoren - - -Onder Bingen ligt midden in den vloed op een eenzaam eiland een -vesting in den vorm van een toren, de Muizentoren genaamd. Sedert -eeuwen is hieraan de naam van een aartsbisschop uit Mainz op sombere -wijze verbonden. In de sage wordt deze slechte Hatto van een -vreeselijke misdaad aangeklaagd, waardoor hij in de heele Rijnstreek -en nog veel verder veroordeeld is geworden. - -Een eerzuchtig, harte- en trouweloos mensch moet hij geweest zijn, -een wreed heer voor zijn onderhoorigen. Hooge belastingen perste hij -hun af, liet hen tol betalen en verzon tallooze belastingen om aan -zijn heersch- en pronkzucht te voldoen. Tusschen Bingen en Rüdesheim -liet hij in den Rijn den stevigen toren bouwen en hief van alle -schepen, die stroomaf voeren, tol. - -Spoedig daarop was de oogst in het land van den Main mislukt. - -Droogte en hagel vernielden het toch reeds schaarsche graan en de -duurte van levensmiddelen werd nog vermeerderd, daar de -aartsbisschop Hatto groote hoeveelheden graan opgedaan en op zijn -zolder afgesloten had. De hongersnood was spoedig verschrikkelijk; -maar de ongelukkigen smeekten den wreeden heer tevergeefs, den prijs -van het graan, dat hij op zijn zolders had, te laten dalen. Wel -drongen zijn raadslieden er op aan, dat hij medelijden met de -ongelukkigen zou hebben, maar Hatto bleef ongeroerd, en toen de -stijgende ellende en de hardvochtigheid van den gebieder -verbittering te weeg brachten en oproerige stemmen zich onder het -volk, dat zoo zwaar beproefd was, deden hooren, zette Hatto de kroon -op zijn wreedaardige handelwijze. - -Eens drong een bedelende menigte jammerend in het -aartsbisschoppelijk paleis en smeekte den aartsbisschop, die juist -aan zijn overdadigen maaltijd zat, om voedsel. - -Hij had juist tot zijn dischgenooten op knorrigen toon gezegd, dat -het beter zou zijn als dat ellendige volk op de een of andere manier -van de wereld verdween; dan zou het van alle zorgen verlost zijn en -ook hij zou dan niet meer door hen lastig gevallen worden. Toen nu -de in lompen gehulde menigte, mannen, vrouwen en kinderen met holle -oogen en bleeke gezichten voor hem neervielen en om brood -schreeuwden, kwam er plotseling een flikkering in zijn oogen. Hij -wenkte hen met gehuichelde welwillendheid, beloofde hun koren en -liet hen in een schuur voor de stad brengen, alwaar ze zooveel graan -zouden krijgen als ze noodig hadden. Vol blijdschap en van dank -vervuld, ijlden de ongelukkigen weg; toen zij echter allen in de -schuur waren, liet Hatto de deur sluiten en de schuur aansteken. - -Vreeselijk was het gekerm van de ongelukkigen. Tot aan het paleis -van den bisschop moet het geschreeuw doorgedrongen zijn. De wreede -Hatto riep echter spottend tot zijn getrouwen: "Hoort hoe de -korenmuizen piepen? Nu is het gebedel uit. De muisjes zullen mij -bijten, als het niet waar is." - -Verschrikkelijk echter trof hem de straf des hemels. Uit de -brandende schuur slopen duizenden muizen naar het paleis, vulden -alle vertrekken en vielen zelfs den aartsbisschop aan. In ontelbare -scharen sprongen zij door zijn kamers, en hoewel zijn bedienden -tallooze gulzige knagers verdelgden, zoo toch werd hun aantal steeds -grooter en hun vraatzucht steeds heviger. Afgrijzen vervulde den -aartsbisschop, en daar hij een voorgevoel van Gods oordeel had, -ontvluchtte hij per schip de stad om zich aan de woedende beten van -zijn vervolgers te onttrekken. Maar de onverdelgbare schaar zwom hem -in legioenen na, en toen hij vol vertwijfeling den toltoren -bereikte, meenende in de, door water omgeven, vesting veilig te -zijn, vervolgde het grijze muizenleger hem ook hierheen, knaagde met -de scherpe tanden een toegang tot den toren en bereikte spoedig hem, -dien het vervolgde. - -Hij heeft ook het onderspit gedolven, de afschuwelijke. Eindelijk -moet hij, vol wanhoop zijn ziel aan den duivel beloofd hebben indien -deze zijn lichaam verloste, en de duivel moet in het helsche vuur -tusschenbeide gekomen zijn, het schokkende lichaam bevrijd hebben en -de ziel op den derden dag voor zich genomen hebben. - - * * * - -Dit deelt de sage mede. Maar zachter oordeelt haar zuster, de -geschiedenis, over Hatto, den strengen aartsbisschop van Mainz. Zij -laakt slechts een ding in hem: zijn heerschzucht. Hierdoor verkreeg -de Mainzer zetel die wereldlijke macht, waardoor hij later de eerste -bisschopsplaats van het rijk werd. Al vonden de burgers van Mainz -dit niet onaangenaam, zoo toch was de trotsche, despotische geest -van hem, die haar verworven had, zeer gehaat, en daar hij bovendien -den slottoren in de rivier had laten bouwen, van waar uit hij alle -voorbijvarende schepen voor de belasting onderzoeken liet -- -doorsnuffelen, "müsen" zeiden de Duitsche voorvaderen en zegt de -"Rheinländer" nog heden -- zoo mag deze Muizentoren, waarbij ook nog -de haat van een onderdrukt volk kwam, deze vreeselijke sage in -omloop gebracht hebben. - - - - -Aszmannshausen - -De Klemenskapel - - -Een treurige geschiedenis is er aan de stichting van de Klemenskerk -verbonden, die meer stroomafwaarts dan de burcht Rheinstein aan den -oever van den Rijn ligt. Eerst in den lateren tijd is zij door de -milde hand van de burchtvrouw van Rheinstein op nieuw verrezen. - -Het was ongeveer in den tijd, waarop door de flinke regeering van -Rudolf van Habsburg een einde gemaakt werd aan de buitensporigheden -der roofridders, die vooral in den keizerloozen tijd aan den Rijn -zeer huisgehouden hadden. De roofridders beantwoordden met -openlijken hoon de ernstige waarschuwingen des keizers, en meer dan -ooit voerden ze op den smallen straatweg, die zich aan den Bovenrijn -tusschen de rotsen en de rivier uitstrekt, hun roofachtig bedrijf -uit. - -Daar verscheen de vertoornde keizer zelf met een sterke macht en -hield een vreeselijk strafgericht onder de adellijke roovers. Als -schurftige honden wilde hij hen en hun geheelen aanhang -uitroeien. Hiermede had hij de bespotters van den heiligen landvrede -gedreigd, en hij voerde zijn bedreiging uit. Brandende burchten -waren zijn wegwijzers aan den Bovenrijn. De bewoners van het dal -zagen met ontzetting de vlammen uit de vestingen van de -Reichensteiners, Sooneckers, Heimburgers en andere gevreesde -roofridders opstijgen, en talrijke leden van adellijke geslachten -werden door den strop van den beul ter dood gebracht. Toen hoorde -men menigen schoonen mond jammeren en weeklagen over de strenge -rechtvaardigheid van den keizer. Door de vreedzame kooplieden echter -werd zij vol dankbaarheid geprezen. - -Voor de overblijvenden waren de lichamen van huns gelijken, die -stuiptrekkende aan de boomen langs de rivier hingen een vreeselijke -waarschuwing. - -Schuwe gestalten zijn toen, beschermd door de duisternis van den -nacht, naar de gerechtsplaats geslopen; vol droefheid hebben de -betrekkingen van de ter dood veroordeelden de lijken afgenomen, om -ze voor smadelijke vernietiging te bewaren. Heimelijk werden de -ongelukkigen in gewijde aarde begraven. Maar de gedachte aan een -vergelding hiernamaals liet de achterblijvenden geen rust; want -menigeen, die zulk een smadelijken dood gestorven was, had zijn -wapen met het bloed zijns naasten bevlekt. - -Men heeft dus op raad van een verstandig, vroom dienaar Gods het -hout van de boomen genomen, waaraan zij gehangen hadden, en een -boetkapel gebouwd op de eenzame gerechtsplaats aan den Rijn. Ook van -de rookende puinhoopen der afgebrande burchten heeft men steenen -genomen voor het boetehuis bij Aszmannshausen evenals voor de hut -van den beschermer, den kluizenaar. - -Toen de dag aanbrak, waarop zich voor de eerste maal het woord van -den priester aan het altaar zou doen hooren, zijn er booten met -dooden en treurenden stroomop- en afwaarts gevaren -- in het schip -der kerk hebben zij de lijkkisten neergezet -- en met plechtige -woorden heeft de aartsbisschop van Mainz de dooden van hun zonden -ontheven en de armezondaarskerk haar bestemming doen bereiken. -Daarop heeft men de nu gezegende lijken ten tweede male in het -gemeenschappelijke graf ter aarde besteld. Vele tranen moeten er -toen in de nieuw gewijde kerk gestort zijn. - -Dit had plaats in het einde der dertiende eeuw. Eeuwen achtereen -hebben de geloovigen en de priesters in dit kerkje bij -Aszmannshausen voor de arme zielen der veroordeelden gebeden. - - - [Illustratie: Das Riesenspielzeug - Nach dem Gemälde von Cnopf - The Giant's Toy Les jouets des géants] - - -Boven in de burchten zijn ondertusschen vele geslachten -uitgestorven, de trotsche burchten zijn vervallen en beneden zijn -veelbewogen tijden voorbijgegaan. En de tand des tijds, die boven -aan de burchten knaagde, is ook beneden aan het kerkje zijn -verwoestingswerk begonnen, heeft het dak vernietigd en de muren -afgebrokkeld. - -In lateren tijd is er weer een kerkje in de plaats der ruïne -ontstaan, en evenals voor zeshonderd jaar klinkt het woord van den -priester weer aan het altaar van de Klemenskerk. - - - - -Rheinstein - -Het huwelijksaanzoek - - -Op Rheinstein heeft een ridder gewoond, die buitengewoon -strijdlustig was. Hij heette Diethelm. Van een rooftocht had hij -eens als buit een mooi meisje, Jutta genaamd, mede naar huis -gebracht. Evenals teedere klimop zich om den knoestigen eik slingert -en zijn ruwen bast in glanzend fluweel verandert, zoo ook heeft deze -jonkvrouw met haar vrouwelijk karakter uit den ruwen krijgsman na -jaar en dag een braaf ridder gemaakt, die afstand deed van -rooftochten en feestgelagen en de schoone Jutta, als belooning voor -haar deugd en lieftalligheid, de hand reikte. - -De eerste vrucht der jonge liefde kostte de teedere moeder het -leven; maar Gerda, het evenbeeld der afgestorvene, groeide op tot -een volmaakte schoonheid, zoodat vroegtijdig de minnaars van heinde -en ver kwamen, en het aankomende meisje tot echtgenoote begeerden. -Maar de ridder van Rheinstein was zeer lastig in zijn keus omtrent -een pretendent en menigeen trok bedroefd, met een weigerend antwoord -af. - -Een was er echter, dien het meisje en ook de oude heer gaarne -mochten lijden. Hij heette Helmbrecht en was de oudste afstammeling -op Sternburg. Het was den jongeling gelukt het hart der jonkvrouw te -veroveren, en eens, toen hij voor de tournooispelen op Rheinstein -vertoefde, en Gerda met de met ringen versierde rechterhand de -ridders op het burchtplein aanmoedigend den dank der vrouwen -toezwaaide, deelde Helmbrecht haar zijn liefde mede. Eenige dagen -daarna droeg hij, zooals de ridderlijke etiquette voorschreef, zijn -oom Gunzelin von Reichenstein op zijn aanzoek over te brengen. Maar -Gunzelin was niettegenstaande zijn rijperen leeftijd arglistig en -valsch. In plaats van voor zijn neef, deed hij voor zich zelf -aanzoek bij Gerda's vader, en deze aarzelde niet den ridder uit een -oud geslacht met aanzienlijke goederen zijn jawoord te geven. - -Tot beider verbazing wilde de dochter van den rijken minnaar niets -weten. Haar hart behoorde den neef, niet den oom. De toorn in het -binnenste van graaf Diethelm groeide steeds aan, en door de hevige -woede der laatste dagen, zwoer hij, dat de met goederen gezegende -makker uit zijn jeugd zijn dochter zou bezitten, en dat de arme -stakker von Sternburg haar nooit naar het altaar zou voeren. - -In haar stille kamer weende het troostelooze meisje -hartverscheurend, maar haar tranen vermochten de ijskorst om het -hart van den vader niet te doen smelten. Tevergeefs smeekte de in 't -geheim beminde bij den ouden heer toegelaten te worden, deze echter -beriep zich op zijn ridderlijk woord, dat hij den heer von -Reichenstein op handslag gegeven had. - -En zoo brak de dag aan, waarop Gunzelin met het meesmuilend -welbehagen van een ouden wellusteling, wien in den herfst de -liefelijke lente toelacht, de schoonste jonkvrouw van den Rijn in -zijn trotschen burcht zou binnenleiden. Gerda, die het zachte -karakter van haar overleden moeder bezat, had zich in het -onvermijdelijke geschikt. - -Op een mooien zomermorgen begaf de bruidsstoet zich van de slotpoort -van Rheinstein naar den nabij gelegen heuvel, waarop de Klemenskapel -stond. Fanfares schetterden, bazuinen schalden. Op een sneeuwwitten -telganger zit, het schoone hoofd treurig gebogen, de doodsbleeke -bruid. Zij denkt aan den geliefde, die ver van haar is en even als -zij door smart verteerd wordt. Daar vliegt opeens een zwerm gonzende -paardenvliegen uit de struiken. Een daarvan steekt in den buik van -het paard, dat de liefelijke vrouwenlast draagt, zoodat het dier -steigerend uit den bruidsstoet springt. De bruigom, op zijn prachtig -opgetuigden hengst gezeten, springt moedig het schichtige paard na, -maar daar de weg zoo smal is, doet hij een missprong en stort met -zijn ros in de diepte. Stervend werd hij door de ontstelde -bruiloftsgasten in den burcht gedragen. - -De oude Diethelm was bij de poging, om het paard zijner dochter tot -staan te brengen, even ongelukkig geweest; het woedende dier had hem -het scheenbeen gebroken en dienstvaardige bedienden droegen den -steunenden grijsaard voorzichtig naar het slot terug. - -De heelmeester had de volgende weken, toen hij de gevolgen van een -hevigen trap van het paard behandelde, geen gemakkelijke taak, bij -den vloekenden burchtheer. Bij de eerst volgende kromming van den -weg had zich echter een man voor het hollende paard geworpen, die -het trillende dier tot staan gebracht en de bewustelooze bruid in -zijn armen opgevangen had. Treurig gestemd, wilde hij, verborgen -door de struiken, den bruidsstoet volgen en was zoodoende de redder -geworden van haar, die alleen hem beminde. De heer van Rheinstein -is, toen hij dezen afloop vernam, tot nadenken gekomen en heeft den -geliefden zijn zegen gegeven. Hun stoffelijk overschot rust onder -den steen voor het altaar van de Klemenskapel tegenover -Aszmannshausen; burcht Rheinstein is hersteld en prijkt even schoon -als weleer op de steile rotshelling. - - - - -Falkenburg - -De Waldburg - - -De steeds opgeruimde slotheer van Falkenburg was in den heiligen -oorlog tegen de Turken in de heete steppen van Phrygië voor de -heilige zaak gevallen. Zijn vrome weduwe bewoonde met haar eenig -kind Dietlinde den vaderlijken burcht. Deze jonge dame was bijzonder -lieftallig en had een aantrekkelijk karakter, zoodat er vele -edellieden waren, die de allerliefste jonkvrouw van Falkenburg, die -het prachtige vaderlijke slot mede ten huwelijk zou brengen, tot -echtgenoote begeerden. - -Onder hen, die om de hand van het meisje dongen, was ook Guntram, -een ridder uit een oud adellijk geslacht gesproten. Hij was de -gelukkige veroveraar van Dietlindes hart. - -Daar hij ook de moeder goed beviel, stond niets de vereeniging der -beide geliefden in den weg. Onverwachts echter, toen alles reeds -voor de bruiloft gereed was, kreeg Guntram een oproeping van den -Paltsgraaf om in zijn residentie te komen. Daar kreeg de jonge -ridder van zijn leenheer de eervolle opdracht zich met een -gezantschap naar den hertog van Bourgondië te begeven. - -Met een beklemd hart onderwierp Guntram zich aan dit bevel, nam -dapper afscheid van de weenende bruid en aanvaardde zonder oponthoud -de reis. - -Zoo snel, als ging hij op vleugelen, ving hij na verscheidene weken -den terugtocht aan. Daar trof hem het ongeluk, dat hij op een -onbegaanbare plaats in het bosch, van zijn gezelschap gescheiden -werd en verdwaalde. Totdat de zon onderging zocht hij naar zijn -geleiders zonder hun spoor weer te vinden. Na vele uren tevergeefs -gezocht te hebben, ontdekte hij in de nachtelijke duisternis een -licht, dat hem naar een eenzamen burcht in het woud leidde. Een -grijsaard met zilveren haren heette hem welkom. Zacht waren zijn -trekken, en de klank zijner stem evenals de uitdrukking zijner oogen -waren treurig en vermoeid. Een rijkelijk maal sterkte den -verdwaalden ridder, en een gemakkelijke rustplaats bood hem -verkwikking voor het overige gedeelte van den nacht aan. - -Toen Guntram met een vroom Ave Maria en met de gedachten vol trouw -aan zijn verre bruid de oogen sluiten wilde, klonk uit een -aangrenzende kamer een zacht, welluidend, en tevens verlokkend -gezang. - -Luisterende, hoorde de gast, dat een vrouwenmond een vurig minnelied -zong. En de nieuwsgierigheid dreef hem, het wezen te zien, dat aan -den stillen nacht haar meisjesklachten toevertrouwde. Hij vond in de -aangrenzende kamer een jonkvrouw, een zeldzaam bekoorlijk schepsel. -Getroffen door zulk een, vreemdsoortige vrouwelijke schoonheid sprak -Guntram haar aan, die bij zijn binnentreden plotseling met zingen -opgehouden had. - -Hij ontving geen antwoord op zijn woorden en toen hij zijn toespraak -herhaalde, ontmoette hij den zwijgenden blik van twee vurige oogen. - -Toen hij naderbij komend voor de derde maal begon en teedere woorden -van bewondering fluisterde, werd er plotseling, omgeven door -verblindend licht, een marmeren plaat aan den muur zichtbaar, waarop -in schitterend vlammenschrift de woorden stonden: - - Musz dauernd schweigen; - Darf nicht mich zeigen. - Der Liebe Wesen - Kann mich erlösen. - -Met de hand wees de jonkvrouw daarop. En de booze betoovering der -liefde, droeg Guntram als op vleugelen in het land der bedwelming. -Hij vatte onstuimig de sneeuwwitte hand en drukte zijn lippen op den -mond der minzaam glimlachende sirene. Op zijn knie gezeten, zong. -zij zacht met liefelijke stem smachtende liederen aan de liefde -gewijd. - -Toen het twaalf uur sloeg, ontrukte zij zich uit zijn omarming en -verdween. Een ring had zij in zijn hand achtergelaten. In zijn kamer -teruggekeerd, las hij de daarop gegraveerde woorden: "Gij zijt de -mijne." Opeens stond het luid kloppende hart van den ridder -secondenlang stil, toen hij tot besef van zijn trouwelooze -handelwijze kwam. De rest van den nacht bracht hij, geheel -ontnuchterd in wakenden toestand door. Met een haastige, doch -hartelijke dankbetuiging aan den ouden gastheer, verliet hij tegen -het aanbreken van den morgen den eenzamen burcht. Geen blik wierp -hij achter zich. - -Een vriendelijk herder geleidde hem naar den straatweg. Uit diens -mond vernam Guntram, terwijl hij doodsbleek werd, het geheim van -deze afgelegen Waldburg: - -De bejaarde ridder, die hem gastvrij ontvangen had, was eens de -vader van een dochter, Gerlinde genaamd. Zij was zoo schoon als een -engel, doch niet zoo braaf als een engel. Zij had van de vele -minnaars, die om haar hart dongen, in zondige vermetelheid de meest -ongehoorde daden geëischt, die hun allemaal het leven gekost hadden. -Toen is er eens een troostelooze moeder van een van deze onzalige -jongelingen voor het goddelooze meisje getreden en heeft de vloek -des hemels over haar zondig hoofd afgesmeekt. En voordat het weer -volle maan werd, haalde de dood 's nachts de jonkvrouw uit de -Waldburg. Sedert dien tijd dwaalde haar geest in het slot rond, -teneinde elken mannelijken gast door haar vroegere bekoring te -betooveren. Slechts de man, die aan haar verzoeking weerstand kon -bieden, kon haar verlossen. Wie zich daarentegen door haar verlokken -liet, stierf binnen driemaal negen dagen. - -Toen Guntram, bleek van schrik, deze boodschap uit den mond van den -herder vernomen had, reed hij ontsteld weg. Op Falkenburg verwachtte -zijn kuische bruid hem vol verlangen. Op dringend verzoek van den -bruigom werd de bruiloft op den volgenden dag bepaald. In de -feestelijk versierde burchtkapel stond Guntram met de allerliefste -dochter van den ridder van Falkenburg voor het altaar. Toen echter -de priester beider handen in elkaar wilde leggen, trad, slechts -zichtbaar voor den bruigom, de spookachtige jonkvrouw van de -Waldburg tusschenbeide en legde haar ijskoude hand in de zijne. En -Guntram zonk, van zijn zinnen beroofd, op den steenen vloer neer. - -Met teedere toewijding verzorgde de bekommerde bruid den geliefden -man. Toen hij de oogen weer opsloeg, bekende hij haar berouwvol zijn -wederwaardigheden op de Waldburg. Dietlinde's liefde was zoo groot, -dat zij den berouwvollen geliefde alles vergaf. De priester werd -nogmaals geroepen en verbond hen in den echt. En, nadat ze driemaal -negen dagen van zalig geluk doorgebracht hadden, ging graaf Guntram -liggen en ontsliep vol berusting in de armen van zijn trouwe gade. - -Dietlinde treurde aan de zijde harer moeder zeer om den verloren -echtgenoot en bad veel voor de eeuwige rust van zijn ziel. Zij -schonk het leven aan een zoon, dien zij ook Guntram noemde. Zij -voedde hem op in liefde voor zijn vader, dien hij nooit gekend had. - - - - -Sooneck - -De blinde schutter - - -Op het rotsnest Sooneck, viert Siebold, de vermetelste der -roofachtige arenden van den Rijn een losbandig feest. Op de -rustbanken in de staatsiezaal liggen lichtzinnige vrouwen met -gekrulde haren en geblankette wangen in de armen van dronken -feestgenooten. En terwijl de muzikanten speelden en gevulde -wijnkannen het kostbare maal bespoelden, sprak de burchtheer met een -door den drank verhit gelaat en glimmende dronkemansoogen aldus: - -"Veeledele vrouwen (hier bulkten de wellustige drinkebroers het uit) -en veelvrouwige edelen (brutaal gichelden de hetaeren.) Na spijs en -drank genoten te hebben, zou de gastheer u gaarne zooveel mogelijk -verstrooiing bezorgen. Ik zal u dus een gevreesd dier uit mijn -kerker doen aanschouwen." - -Terwijl de vrouwen angstig in hun kussens wegdoken en de mannen vol -verwachting den spreker aanzagen, gingen de deuren der zaal open. -Door twee knechten geleid, schreed een man met verwaarloosde haren -en baard in een harig gevangenisgewaad over den drempel. Een angstig -gefluister deed zich onder de dischgenooten hooren, en aller blikken -vestigden zich op het gerimpeld gelaat, waarin men achter de moe -neergeslagen oogleden de ledige oogkassen ontwaardde. Weder begon de -burchtheer op overmoedigen toon: "Aanminnige vrouwen en ridderlijke -mannen! Eens was Hans Veit von Fürsteneck de beste schutter van den -geheelen Rijn. Met hem vocht ik in een hevigen strijd op leven en -dood. Hij dolf het onderspit." - -"Zonder helm, met gespleten schild en gebroken zwaard lag ik, uit -dertien wonden bloedende, voor je en wachtte moedig den laatsten -lanssteek af," mompelde de gevangene met een stem, die uit een graf -scheen te komen. En angstig zwegen alle aanwezigen. - -"Ik had te veel medelijden met hem om hem dood te steken," riep -Siebold von Sooneck lichtzinnig uit, "en daarom liet ik hem slechts -de beide oogen uitsteken en plaatste de beste schutter van den Rijn -bij mijn andere rariteiten." - -"Mijn uitgestoken oogen zien je spotternij," sprak de gevangene -streng. - -"En toch heerscht er nog een ridderlijke geest op Sooneck," -verklaarde de burchtheer. - -"Zoo hoor dan: mijn knechten hadden mij meegedeeld, dat gij, zelfs -blind zijnde, in staat zijt een uw opgegeven mikpunt met den pijl te -treffen. Indien gij hiervan het bewijs kunt leveren, dan is de -vrijheid uw loon." Donderende bijvalsbetuigingen der gasten -begeleidden deze woorden. - -"De dood zou mij aangenamer zijn dan het leven," mompelde de blinde. -Toen verlangde hij, terwijl de uitdrukking van zijn gelaat eensklaps -veranderde, pijl en boog. In een hoek, tegen elkaar aan gedrukt, -sloegen de gasten zijn bewegingen gade. - -De heer van Sooneck had een beker ter hand genomen en gelastte den -gevangene op het geluid af op dat voorwerp te schieten. Met een -zilveren klank valt in het volgend oogenblik een beker op den grond. -"Schiet op nu," klinkt Siebolds stem -- en een pijl treft hem -doodelijk in den mond. Rochelend als een slachtdier zonk, de aan den -dood overgeleverde, ter aarde. Zwijgend en stil met de oogholten -gapend geopend, stond de blindgemaakte man daar, het verwilderde -hoofd op de onstuimig ademende borst gebogen. Als een zwerm -opgejaagde kraaien stoven de heeren en de bevallige vrouwen uit -elkaar, en bij het verstijfde lijk van Siebold van Sooneck prevelden -de knechten en edelknapen een stil gebed. - - - - -Lorch - -De vrouw van den Wispermolenaar - - -In den ouden tijd heeft in het woeste dal achter Lorch, dat de -Wisperbeek doorstroomt, een molen gestaan. Eens, toen de -molenaarsvrouw, een opgewonden jonge vrouw aan het werk was, moet -haar een stem toegefluisterd hebben, dat ze naar den Kammerberg -moest opstijgen en den schat halen, die in den toren verborgen lag; -de sleutel bevond zich in de kist. De molenaarsvrouw keek verschrikt -om, maar toen ze niemand zag, kwam ze tot de overtuiging, dat de een -of andere onzichtbare grappenmaker haar voor den gek gehouden had. -Den volgenden dag echter, toen zij aan de beek de wasch spoelde, -fluisterde haar wederom een zachte stem in het oor: "Ga naar den -Kammerberger toren en haal den schat. De sleutel ligt in de zwarte -kist." - -Toen heeft de vrouw de wasch laten liggen, en haar man het -tooversprookje, zooals zij het vernomen had, medegedeeld. - - - [Illustratie: Siegfried auf der Totenbahre - Nach dem Gemälde von Emil Lauffer] - - -Deze echter heeft haar voor een domme vrouw uitgemaakt en schertsend -gezegd, dat in zijn meelkast een vertrouwbaarder schat lag, dan in -de zwarte kist. - -De molenaarsvrouw kon de woorden, die haar ingefluisterd waren maar -niet vergeten, en steeds heviger maande de verlokkende stem van het -spreukje, totdat zij haar geheel in haar macht had. - -Den volgenden morgen, toen de molenaar uitgereden was om een lading -meel naar Lorch te brengen, heeft zijn vrouw den molen verlaten, en -is met haar jongste kind op den arm den weg naar den Kammerberg -opgegaan. Toen zij boven aan de ruïne kwam, is het haar wel angstig -te moede geworden, en was zij gaarne omgekeerd, maar wederom klonk -de fluisterende stem aan haar oor, die haar mededeelde, dat haar -niets deren zou, slechts spreken mocht ze geen syllabe. Wanneer ze -zich hieraan hield, dan zou de schat haar eigendom zijn. - -Moedig is de vrouw toen het donkere torengewelf binnengetreden, -heeft haar knaapje buiten voor den ingang neergezet en de zwarte -kist opgezocht. Zij heeft haar ook gevonden, evenals den sleutel, -die daarin lag. Hiermede heeft ze de grootere kist geopend, die -achter in het gewelf stond en toen ze het zware eikenhouten -deksel oplichtte, straalde haar een hoop schitterende goudstukken -tegen. - -Met begeerige handen tastte de vrouw toe, opeens echter begon het -knaapje angstig kermend: "Moeder, Moeder!" te roepen, want een slang -ritselde naast hem in het met bloemen versierde gras. De vrouw -wendde zich om en riep wrevelig uit: "Wat is er, jongen?" Op -hetzelfde oogenblik ratelde een donderslag, die de gehurkt zittende -vrouw op den grond wierp en vreeselijk weergalmde het nu door het -gewelf: "Wee mij, dat gij gesproken hebt! Wederom moet ik honderd -jaren onbevrijd blijven! Wee mij en u!" - - * * * - -Tegen den middag is de molenaar teruggekomen en heeft de molen leeg -gevonden. Zijn knecht heeft hem medegedeeld, dat de molenaarsvrouw -'s morgens den Kammerberg opgegaan was, met haar jongste kind op den -arm. Een droevig voorgevoel is bij den molenaar opgekomen en als -ging hij op vleugelen is hij den Kammerberg opgesneld. Rustig was -het in den ouden burcht. In het gras zat zijn knaapje te spelen en -strekte juichend de armen naar den vader uit. Toen hij op het kind -toesnelde, hoorde hij zacht kermen in de gewelven van den toren -en toen hij ontzet naar binnen vloog, vond hij zijn vrouw op den -grond uitgestrekt liggen. - - * * * - -Een bleeke man is in den molen van Wisperbach weergekeerd. Drie -dagen daarna heeft het molenrad stil gestaan. Op het Lorcher kerkhof -heeft men toen de vrouw van den Wispermolenaar aan de aarde -toevertrouwd. Sedert dien tijd heeft niemand het gewaagd, den schat -te verkrijgen. - - - - -Ruïne Fürstenberg - -De geest der moeder - - -Hoewel de burchtheer Lambert von Fürstenberg een levenslustig en -genotzuchtig ridder was, zoo toch was hij zijn zachtzinnige gemalin -Wiltrud, die van het geslacht der Florsheimers afstamde, zeer -genegen, vooral nadat deze hem een zoontje geschonken had. Op een -dag echter heeft het ongeluk zijn intrede in het kasteel gedaan in -de gedaante van een jonkvrouw, Luckharde genaamd. Zij was de eenige, -plotseling wees geworden, dochter uit een geslacht, waarmee de -Fürstenbergers sedert oudsher bevriend geweest waren, een -ontluikende vrouwelijke schoonheid, die niettegenstaande haar -achttien lentes reeds een statig meisje en een verleidelijke -schoonheid voor de mannen was. - -De zachtzinnige burchtvrouw meende argeloos, dat Luckharde, die zij -vol liefde in haar kring opgenomen had, haar, die sedert de geboorte -van haar knaapje ziekelijk was, bij de huiselijke bezigheden gaarne -behulpzaam zou zijn en zusterlijke liefde met wederliefde vergelden -zou. Maar Luckharde's geest hield zich meer bezig met beuzelarijen -en vermaak, dan met huiselijkheid en vrouwelijke bezigheden. Hoe -meer de maanden verstreken en haar verderfelijke schoonheid zich -gelijk een donkere roos ontwikkelde, des te meer gelukte het haar, -het hartstochtelijke hart van den burchtheer voor zich te winnen. - -Onmerkbaar, doch geleidelijk kwam de ridder steeds meer onder de -betoovering van de schoone vrouw, totdat de dag aanbrak, waarop -vrouw Venus hen geheel in haar macht had. - -Wiltruds oogen waren niet blind voor de goddelooze handelingen van -den trouweloozen echtgenoot; maar door haar langdurige ziekte vond -zij niet de kracht, de zonde met vlammend zwaard te bestrijden. -Intusschen kwam door de heerschzucht en het verterende vuur der -liefde het duivelsche plan in Luckharde's hoofd tot rijpheid, om de -gemalin van den heer Lambert uit den weg te ruimen. Op een nacht -sloop de zondige vrouw in de kamer der burchtvrouw, naderde gelijk -een kat de legerstede der sluimerende en verstikte de benijde -Wiltrud, die te laat en zonder resultaat zwijgend weerstand bood, -koelbloedig met haar kussen. - -De droefheid over de meesteres, die volgens iedereen aan een -gebroken hart gestorven was, was vooral onder het dienstpersoneel -van den graaf zeer groot, doch bij hem zelf uiterst gering. In de -armen van de zwartgelokte minnares vergat de heer Lambert spoedig -zijn gemalin, en reeds na eenige weken nam Luckharde de plaats van -de overleden burchtgravin in. Het knaapje, dat Wiltrud den ontrouwen -echtgenoot nagelaten had, was de tweede vrouw tot ergernis. Zij wees -den door genot willoos geworden Fürstenberg op de kinderen, die zij -hem hoopte te schenken en zette het door, dat de eerstgeboren, -natuurlijke zoon van den ridder in een afgelegen kamertje van den -burcht aan de zorg van een brommige oude vrouw toevertrouwd werd. - -Op een nacht, toen de oude plotseling ontwaakte, zag ze, dat zich -een vrouwengedaante in een wit golvend kleed over het bedje van het -knaapje, dat naast haar sliep, vol zorg boog en hem zegende. De oude -heeft toen een kruis gemaakt en tot de veertien beschermheiligen -gebeden. In alle vroegte, met de kenteekenen van den doorgestanen -angst op haar gelaat, is zij naar de burchtvrouw gesneld, en heeft -haar met bevende lippen de gebeurtenis verhaald. Lachend heeft de -lichtzinnige Luckharde het ongeloofelijke sprookje aangehoord, maar -is toen op eens nadenkend en ernstig geworden. Zij heeft de -oude vrouw bevolen zich den eerstkomenden nacht een legerstede bij -het andere dienstpersoneel te bereiden, het kind echter in de -torenkamer te laten. In haar met schuld bevlekte ziel was de -veronderstelling opgekomen, die daarop als lood drukte, dat deze -nachtelijke geest wellicht Wiltrud in eigen persoon kon zijn, die -men bij vergissing voor dood gehouden had. - -Zonder angst of gewetenswroeging bereidde ze zich tegen het -aanbreken der duisternis een legerstede in de torenkamer. Een -moorddadigen dolk hield haar rechterhand omklemd, en vastberaden zag -de zondares den nacht tegemoet. En wederom vertoonde zich tegen -middernacht de vrouwengestalte in het witte golvende gewaad, die de -legerstede van den sluimerenden jongen naderde, hem verzorgde, kuste -en zegende. - -Terwijl Luckharde met starende oogen, bewegingloos bleef liggen, -werd de nachtelijke verschijning steeds grooter, tot in het -oneindige. Al dichter boog ze zich tot de liggende over, en het -doodsbleeke gelaat van Wiltrud staarde met levenlooze verwijtende -oogen de zondige vrouw aan. Het scheen deze, alsof een overhangende -rots op haar hijgende borst nederstortte om haar te verstikken. Met -een laatste krachtsinspanning gaf zij de verschijning een steek met -haar dolk; maar het was, alsof het wapen een nevelachtig omhulsel -doorboorde, en Luckharde bespeurde met steeds toenemend afgrijzen, -dat de wezenlooze gedaante de geest van de vermoorde burchtvrouw -was. - -Geheel verpletterd door het besef van haar begane schuld, hoorde zij -een stem, die uit een andere wereld scheen te komen, haar toeroepen: -"Doe boete, doe boete!" - -Den volgenden morgen wachtte de heer Lambert tevergeefs op zijn -gemalin. In plaats van haar, vond hij een reep perkamentpapier, -waarop Luckharde hem in berouwvolle woorden beleed, hoe zij zich in -toomeloozen hartstocht aan zijn eerste vrouw vergrepen had, en hoe -haar de geest van de overledene dezen nacht verschenen was, om haar -aan den omvang van haar zonde te herinneren. De rest harer dagen -wilde zij haar schuld in een klooster boeten. Zij verzocht haar -vroegeren minnaar hetzelfde te doen. - -De heer Lambert von Fürstenberg werd door deze mededeeling diep -getroffen. Ook hij kwam tot inkeer, vertrouwde het slot en kind aan -de zorg van den jongeren broeder toe en trok zich, tot aan het einde -van zijn dagen, als kluizenaar in de eenzaamheid terug. - - - - -Bacharach - -Burcht Stahleck - - -Het oude Bacharach heeft ook eenmaal schoone tijden gekend. Reeds -lang voordat de vurige Bacharacher wereldberoemd werd -- het was in -het tijdperk, toen de grootvader de grootmoeder nam -- werd hij door -buitenlandsche wijnkenners in Romeinsche en Etrurische bokalen met -liters tegelijk gedronken. Destijds hebben de dankbare drinkebroers -ter eere van hun Wijngod op een rotsblok, dat zich tusschen een -eiland en den rechteroever uit den vloed verheft, een altaar -opgericht, en de Romeinen hebben ter eere van Bacchus, den -lieftalligen knaap, de stad den naam gegeven, dien hij nu nog -draagt. Al zijn ook de opschriften sedert langen tijd onleesbaar -geworden, zoo weten de inwoners van Bacharach thans de -oorspronkelijke beteekenis van den "Elterstein" (altaarsteen) nog -zeer goed, en nog altijd verkleeden de schippers in overmoedige -scherts een stroopop als Bacchus -- evenals de boeren van -Mecklenburg in den oogsttijd hun Wodan -- plaatsen hem op den -Elterstein en varen al zingende om hem heen. - -Iets hooger dan Bacharach ligt de ruïne van de vesting Stahleck. Ten -tijde van Koenraad, den eersten keizer der Staufen, woonde daar een -jong, eerzuchtig ridder, Paltsgraaf Herman. Hij was de neef des -keizers en trotsch op deze hooge verwantschap, streefde de -onbezonnen strijder naar uitbreiding van zijn paltsgraafschap. Hij -begeerde niets minder, dan zich de bezittingen van de beide -aartsbisschoppen van Mainz en Trier, die aan zijn gebied grensden, -gedeeltelijk toe te eigenen. Hij beriep zich hierbij op rechten, die -hij meende te bezitten. De naijver, die destijds onder de -geestelijke en wereldlijke machthebbenden bestond, maakte, dat zich -vele naburige ridders als bondgenooten aan hem opdrongen, en -vermetel begon de paltsgraaf zijn strijd met de bestorming van de -Moezelvesting Trier, die bij de Triersche parochie behoorde. - -Adalbert von Monstereil, een moedig man, voerde destijds de -heerschappij over de bisdommen Trier en Metz. Hij verzamelde -dadelijk al zijn mannen, om den vermetelen roover van den -wederrechtelijk veroverden burcht te verdrijven. De stoutheid van -den paltsgraaf had hem overbluft, en de overmacht van zijn -tegenstander stemde hem tot nadenken. Maar de aartsbisschop Adalbert -was een verstandig man; op den morgen, dat de zijnen den burcht -wilden bestormen, hield hij met het kruis in de hand een -geestdriftige rede tot de ruiters. Hij deelde hun mede, dat de -aartsengel Michaël hem in den afgeloopen nacht verschenen was, hem -dit kruis overhandigd had en een zekere overwinning toegezegd had, -indien elk strijder in het vaste vertrouwen op de onzichtbare hulp -van boven den vijand aantastte. - -De redevoering van den aartshertog bracht zijn krijgslieden in -geestdrift en wekte hen op tot woeste dapperheid. Geleid door hun -veldheer, die met het kruis in de hand allen voorging, bestormden -zij den burcht en versloegen het leger van den paltsgraaf. In -hulpelooze vlucht stoven zijn troepen uit elkaar, en diep vernederd -moest de eerzuchtige Stahleck van de voortzetting van den strijd met -den Trierer aartsbisschop afzien. - - * * * - -Zeer krenkte hem de smadelijke nederlaag, die hij geleden had. Met -nog grooteren haat dacht hij aan zijn geestelijken buurman. Uit -verbleekte documenten meende hij op te maken, dat hij -werkelijk recht had op een gedeelte van het welvarende land, dat de -bisschop van Mainz bezat, en hij liet niet na bij den bisschopsstoel -te Mainz zijn aanklacht in te dienen. Met kouden spot werd zijn -verzoek door den ernstigen Arnold von Solnhofen opgenomen. - -"Ik zal met dat paltsgraafje even gauw klaar zijn als met de -stijfhoofdige inwoners van Mainz, waarvan velen het berouwen, dat ze -zich tegen hun bisschop en kerkvoogd verzet hebben." - -Dreigend moet Arnold deze woorden uitgeroepen hebben, terwijl hij -het verzoekschrift van den paltsgraaf verscheurde. Stahleck werd -deze uitspraak medegedeeld en weenend smeekte zijn jonge vrouw hem, -niet ten tweede male de hand tegen den gezalfde des Heeren op te -heffen. Hij echter keerde zich boos van haar af en zwoer zich op -hem, die zoo schandelijk vermetel was zijn bezwaarschrift te -verscheuren, te wreken. Het was hem bekend, dat von Solnhofen zich -bij de inwoners van Mainz door zijn machtig regiment zeer gehaat -gemaakt had, en hiermede wilde hij rekenschap houden, om den -somberen tegenstander van land en kroon te berooven. - -Wederom rustte Stahleck, vereenigd met verscheiden moedige ridders -zich uit tot den strijd tegen een kerkedienaar. In Mainz gistte het -onder de burgers, en daarbuiten rukte de paltsgraaf met zijn mannen -aan. De aartsbisschop was buiten zich zelf van woede, en in zijn -duistere ziel smeedde hij een vreeselijk plan. Door twee gehuurde -landsknechten werd de paltsgraaf verraderlijk vermoord. Groot was de -droefheid van zijn ongelukkige gade. - - * * * - -De oproerige inwoners van Mainz hebben den wreeden landvoogd spoedig -daarna afgezet, nadat ze zijn paleis stormenderhand genomen hadden. -Met gloeiende wraak in het hart is hij teruggekeerd. Te vergeefs -waarschuwden zijn vrienden hem, tevergeefs schreef Hildegard, de -beroemde profetes hem uit het klooster Rupertusburg bij Bingen: -"Keer terug tot den Heer, dien gij verlaten hebt; uw uur is -geslagen." Hij wilde daar niet naar hooren en zoo werd hij in de -abdij bij den Jakobsberg voor de stad, waar hij toen verblijf hield, -door de oproerlingen vermoord. - - - - -Burcht Gutenfels - - -Op een rots bij Kaub stond in de middeleeuwen de burcht van den heer -van Falkenburg. Omstreeks het midden der dertiende eeuw werd hij -door graaf Philip met zijn zuster Guta bewoond. De jonge gravin Guta -was een buitengewoon lieftallige verschijning en vele ridders dongen -om haar hand. Maar geen een had succes gehad; de jonkvrouw had -volstrekt geen verlangen, het gezellige samenwonen met haar -geliefden broeder, voor dat met een anderen man te ruilen. - -Eens werd in Keulen een prachtig tournooi gehouden. Uit alle -plaatsen van het rijk, zelfs uit Italië en Engeland waren ridders -overgekomen. Ontelbaar was de menigte toeschouwers, groot het aantal -van hen, die hier om den prijs, welken zij uit een schoone hand -ontvangen zouden, met de wapenen streden. Onder hen bevond zich ook -een ridder uit Engeland, die vooral door zijn flinke houding en -prachtige wapenrusting opviel. Hij streed met gesloten vizier en -werd door de commissie van het tournooi als de leeuwenridder -afgeroepen, want een gouden leeuw versierde zijn schild. - -Spoedig ook baarde de Brit door zijn meesterlijke wijze van strijden -opzien, en toen het hem gelukte zijn tegenstander, een der meest -gevreesde duellisten, met den lans uit den zadel te lichten, ging er -een luid gejuich op. Onder de toeschouwers bevond zich ook de ridder -van Falkenstein met zijn zuster. Ook Guta had met groote -belangstelling den vreemden ridder gedurende het tournooi -gadegeslagen, en het speet haar zeer, den gemaskerde niet in het -aangezicht te kunnen zien. - -Deze gelegenheid deed zich echter spoedig voor, toen de Brit als -overwinnaar uit het strijdperk getreden was. Een zeldzaam gevoel, -zooals ze vroeger nooit gekend had, kwam over de jonkvrouw, toen ze -het mannelijk schoon gelaat van den Engelschman, nu onbedekt, voor -zich zag. Haar verwarring steeg nog meer, toen men haar verzocht, -den overwinnaar den prijs, een gouden lauwerkrans te overhandigen. - -Of de ridder op het gelaat der bekoorlijke jonkvrouw las, wat deze -te vergeefs trachtte te verbergen? Of er op het oogenblik, waarop -hij voor het bevallige meisje neerknielde en zij met bevende hand -den krans op zijn hoofd legde, een vonk van de vlam, die plotseling -haar binnenste verteerde, flikkerend in zijn ziel gevallen was? - -Wie weet het? Hierover zwijgt de sage. - -Toen zij echter later tegenover elkaar stonden en verlegen met -elkaar spraken, hij haar verstolen bewonderend, en zij haar -gevoelens nauwelijks meester, kwam de liefde zacht aangeslopen. En -toen 's avonds de dansmuziek in de feestzaal weerklonk en de schoone -Brit niet van Guta's zijde week, kwam de liefde schroomvallig -aangeslopen, eerst verlegen, totdat zij zich eindelijk met gloeiende -woorden over de bevende lippen drong, en deze elkaar bekenden, wat -de oogen reeds lang verraden hadden. - -De trotsche vreemdeling had Guta om haar wederliefde gesmeekt en -haar bezworen, hem trouw te blijven. Binnen drie maanden zou hij uit -het vaderland, waarheen dringende plicht hem riep, wederkeeren. -Eerst dan zou hij openlijk op den burcht haars broeders om haar hand -dingen en zijn naam noemen, want een tevoren afgelegde belofte -verbood hem dien thans mede te deelen. - -Liefde brengt gaarne elk offer; ook Guta nam gewillig de woorden van -den geliefden man aan, en onder beloften van wederkeerige trouw -scheidden de gelukkigen. - - - [Illustratie: Heinrich Frauenlob - Steinbild im Dom zu Mainz] - - -Vijf maanden waren sedert dien tijd verstreken. Over het onbeheerde -Duitsche rijk was het keizerlooze, verschrikkelijke tijdperk -gekomen. In het Zuiden, in Italië stierf Koenraad, de laatste -regeerende vorst uit het huis der Staufen en in het Noorden, in -Friesland versloegen oproerige boeren zijn tegenkoning Willem van -Holland. Weer weerklonk bij de daarop volgende verkiezing van een -keizer de kreet: Hier Welf! Hier Waiblinger! En terwijl aan dezen -kant Alfons van Castilië tot koning uitgeroepen werd, kozen ze aan -gene zijde Richard van Cornwallis, den ridderlijken broeder van den -koning van Engeland. Eerstgenoemde Spanjaard is steeds een vorst van -het Schimmenrijk gebleven en heeft nooit het land opgezocht, waar -men hem een troontje bereid had. Daardoor kreeg Richard nog meer -aanhangers, en in Aken werd hij plechtig gekroond. Vanuit de oude -keizerstad maakte hij een reis door het Rijnland om de plaatsen, -waaraan hij voornamelijk zijn verkiezing te danken had, te -begroeten. - -De lente had haar intrede in het Rijndal gedaan, en de vloed, de -bergen en burchten werden door de heldere zon beschenen. Alleen op -het gelaat der lieftallige jonkvrouw, die treurig in haar kamer in -de vesting van Falkenstein zat, wilde geen zonnestraal verschijnen. -Stil verdriet had daarop zijn stempel gedrukt, en sedert twee -maanden werden de wangen van de jonkvrouw al bleeker en bleeker. -Gedurende dien tijd had het verdriet, haar trouwe metgezel, haar zeer -dikwijls het beeld van den geliefden man in de meest verschillende -gedaanten voor oogen getooverd. Nu eens zag ze hem in een bloedigen -veldslag stervende met haar naam op de lippen, dan weer verscheen -hij in haar verbeelding schertsend en lachend, met een meisje van -het eiland aan den arm, op luchtigen toon spottend over zijn liefje -aan den Rijn. - -En steeds vervolgden haar deze gedachten, en steeds sterker kwam zij -tot de overtuiging, dat de eerste, dien zij haar jonkvrouwelijke -liefde geschonken had, haar vreeselijk bedrogen had. Steeds meer -stond het verdriet op haar smal gezichtje te lezen, en te vergeefs -trachtte Falkenstein zijn zuster op te vroolijken en te verstrooien. - -Van den straatweg klonk trompetgeschal, en een groot aantal ridders -hield stil voor den burcht. Guta bemerkte den stoet en trad van het -venster terug, waar ze met beschreid gelaat gezeten had. Met -ridderlijke gastvrijheid ontving de graaf de gasten en geleidde hen -in de staatsiezaal. - -Groot was zijn verbazing, toen hij in een heer van het schitterend -gevolg den statigen Brit herkende, den overwinnaar van het tournooi -te Keulen -- plotseling schoot Falkenstein het bloed naar de wangen --- den ontrouwen, in het geheim verloofde van zijn geliefde zuster -Guta. De vriendelijkheid, die op zijn trekken lag, maakte plaats -voor sombere ontstemdheid. De andere scheen dit te bemerken; -hartelijk drukte hij de hand van den burchtheer en zeide tot hem: - -"Ik ben Richard van Cornwallis, tot Duitsche keizer gekozen en -hierheen gekomen, om u de hand te vragen van uw zuster Guta, die -zich vijf maanden geleden te Keulen met mij verloofd heeft. Ik kom -mijn belofte wel laat, maar met dezelfde trouw, na. Ik verzoek u, -haar mijn aankomst te melden, zonder mijn naam te verraden." - -Diep boog de graaf van Falkenstein zich voor den doorluchtigen gast, -en eerbiedig verwijderde het gevolg zich uit het vertrek. Met -onrustigen tred liep de bezoeker op en neer. Daar gingen de -vleugeldeuren open en een bekoorlijke gestalte verscheen op den -drempel, het fijne gelaat door opwinding hoog gekleurd. Met een -zachten kreet wierp Guta zich in de armen van den geliefden man. -Minuten van stil geluk verstreken. - -Onbemerkt was Falkenstein binnengetreden, die zijn zuster nu -mededeelde, wien zij als toekomstigen echtgenoot omarmd hield. Toen -kleurden de wangen van de lieftallige jonkvrouw zich door -verlegenheid nog donkerder en bedeesd en aarzelend vlogen haar -blikken naar den geliefde. Deze echter sloeg de armen om haar heen -en verzekerde haar, dat zij alles, dus ook den troon met hem deelen -moest. - - * * * - -Eenige weken later werd de bruiloft van koning Richard met -keizerlijke pracht op den burcht aan den Rijn gevierd, dien de -overgelukkige Falkenstein, ter eere van zijn geliefde zuster Guta, -den naam van Gutenfels gegeven had. - - - - -De Palts - - -Onder Kaub ligt op een rotsachtig eiland in den Rijn een mooie -vesting, sedert eeuwen bekend onder den naam van de Palts. - -Eenmaal had de liefde, die uit een koninklijk paleis verdreven was, -in de donkere kamertjes van deze prachtige, met torens versierde -vesting op het eiland een geheime samenkomst. Dat is echter reeds -lang geleden. Het was ten tijde van Roodbaard. Destijds leefden als -bannelingen op het door water omringde kasteel paltsgraaf Koenraads -eigen vrouw en wettig kind, zijn aanvallig dochtertje Agnes. - -En dit was aldus gekomen. De hemel had den paltsgraaf geen zoon -geschonken, en dus moest de dochter erfgenaam der goederen worden. -Machtige vorsten van het rijk hadden reeds om de hand van de -sierlijke dochter van den paltsgraaf gedongen, en onder hen waren -zelfs een hertog van Beieren en de koning van Frankrijk. Maar het -meisje had reeds een keuze gedaan. De gelukkige was de jonge -ridderlijke held van Brunswijk. Agnes had hem haar geheele hart -geschonken en was zoo gelukkig, dat haar moeder dit verbond -goedkeurde. Den paltsgraaf kon dit niet verborgen blijven, en deze -ontdekking ontstemde hem zeer. Hertog Hendrik was een Welf en dus -een rechtstreeksche vijand van zijn broer, den beheerscher der -Staufen. De verwantschap met Brunswijk was daardoor onmogelijk, te -meer, omdat de keizer reeds lang het plan koesterde, de dochter van -den paltsgraaf aan een lid van zijn huis uit te huwelijken, opdat -het paltsgraafschap voor de Waiblingers behouden bleef. - -Met oprechte bezorgdheid herinnerde de paltsgraaf zich, dat de -hertog van Brunswijk niet alleen een der schoonste mannen, maar ook -een der moedigste strijders van de Duitsche ridderschap was. En zoo -liet hij op een dag, nadat hij tot laat in den nacht over de -netelige zaak nagedacht had, de Palts geheel opknappen, de donkere -vertrekken, meer op hokken dan op kamers gelijkend, reinigen en in -orde brengen en verklaarde toen aan zijn gemalin en dochter Agnes, -die hij beiden tot een tocht naar het eiland overgehaald had, dat -hier nu voor onbepaalden tijd hun woonplaats zou zijn. - -De waardige paltsgravin beklaagde zich zeer over de onrechtvaardige -strengheid van haar heer gemaal en de schoone Agnes vergoot bittere -tranen. Op verstandige wijze deelde Koenraad hun waarschuwend mede, -dat zoolang zijn dochtertje niet van den Welf afzag, hij zijn -noodzakelijk voornemen niet veranderen kon. Toen is hij zeer voldaan -vertrokken, meenende een buitengewoon schrander plan uitgevoerd te -hebben. De zalige jeugd lag echter reeds te ver achter hem, want -anders had hij zich moeten herinneren, dat de liefde der jeugd -- om -een volstrekt niet dichterlijke vergelijking te gebruiken -- evenals -de spijker in den muur is: hoe meer men hem slaat, des te vaster -houdt hij! Hij had zich ook te binnen moeten brengen, wat Salomo -reeds in zijn Hooglied gezegd heeft: "De gloed der liefde is een -vlam, die noch door stortbuien, noch door stormen uitgedoofd kan -worden." - -En evenals de wind de vlammen aanwakkert en slechts de vonken -uitdooft, zoo ging het ook hier met de scheiding der liefde; wat -haar een hinderpaal moest zijn, dat werd haar juist ten voordeel. -Beschut door de duisternis van den nacht bezocht de vermetele hertog -der Welfen verkleed de vesting op het eiland. Agnes weigerde den -geliefden man den toegang niet. Met vurige smeekbeden bestormden zij -de moeder, opdat deze hun liefdesgeluk niet in den weg zou staan. De -paltsgravin kon hieraan geen weerstand bieden. - -Den volgenden dag, tegen het vallen van den avond, kwam er onbemerkt -een priester op het eiland, die de hand van den Welf in die van de -Staufin legde. In het lage vertrek van den burcht werd bij het -bleeke schijnsel der kaarsen het huwelijk voltrokken. In het eenzame -kamertje van de Palts hield de liefde, de onoverwinnelijke -triomfeerend haar intocht. - - * * * - -Maanden van ongestoord, stil geluk waren verstreken. Dagen waren -echter in aantocht, die de paltsgravin, nog meer dan de jonge vrouw -met zorg tegemoet zag. Het was nu dringend noodzakelijk den -paltsgraaf hetgeen gebeurd was, mede te deelen. Op een dag, toen hij -voor het eerst na langen tijd op het kasteel verscheen, viel zijn -dochter hem te voet en onthulde hem een dubbel geheim. Eerst moet de -waardige paltsgraaf als een steenen beeld gestaan hebben, maar toen -in alle hem bekende talen geraasd en getierd hebben, totdat zijn -zachtzinnige gemalin hem met zachte, vleiende woorden smeekte zijn -dochter te ontzien, die wel bijzondere zorg noodig had. Toen is de -vreeselijke toorn bedaard, en daar zijn trouwe echtgenoote hem nu -zeide, dat hij zelf onbewust medegewerkt had, om een bitteren -geslachtshaat door zijn geliefd kind te doen eindigen, toen -ontspanden zijn harde trekken zich. Geleidelijk werden ze zacht en -zachter, en eindelijk heeft de paltsgraaf zich tot zijn dochter -overgebogen, haar zeer teeder bij den naam genoemd, en op de door -water omringde vesting op het eiland is zacht de engel der -verzoening nedergedaald. - - * * * - -Paltsgraaf Koenraad is aan het hof van keizer Roodbaard te Speyer -verschenen en heeft zijn keizerlijken broeder met een zuurzoet -gezicht het voorgevallene meegedeeld. De oude Roodbaard heeft -daarbij geglimlacht en den edelen heer Koenraad gedankt, dat hij een -middel gevonden had om de Welfen en Staufen nader tot elkaar te -brengen. Ook bood hij aan, peet te worden over het kindje, dat -verwacht werd. - -Vervolgens is in de Palts een prachtig feest gevierd, en eenigen -tijd daarna, heeft in het eenvoudige kamertje van den burcht, waar -eenige maanden geleden de liefde, de onoverwinnelijke triomfeerend -haar intocht had gehouden, de eerste kreet van een kind de -gelukkigste moeder in verrukking gebracht. Dit alles geschiedde -volgens den wensch van den paltsgraaf. - -Nog altijd toont men den bezoekers dit kamertje van de Palts als -herinnering aan deze gebeurtenissen. - - - - -Oberwesel - -De zeven jonkvrouwen - - -Op een hoogte bij Oberwesel liggen de puinhoopen van een -ridderburcht. Hij heette Schönburg en moet dezen naam te danken -hebben aan zeven jonkvrouwen, die daar eenmaal gewoond hebben, en -wier schoonheid ver door het Rijnland beroemd was. Zij waren zich -hun bekoorlijkheid wel bewust, en toen het slot en bosch na den dood -van den vader hun eigendom werden -- door verdriet moet hij -vroegtijdig gestorven zijn, daar de hemel hem geen zoon geschonken -had -- kwamen er vele vereerders opdagen, om naar de hand van een -der zeven schoonheden te dingen. - -Maar de inborst der al te vroeg wees geworden zusters was zeer -slecht, en de zwakke tucht van een oude tante vermocht hun -overmoedigen, onvrouwelijken aard slechts ten deele te beheerschen. -Toen nu ook dit familielid stierf, die bij hen de plaats der moeder -bekleed had, brak de verderfelijke zucht naar vrijheid bij de -levenslustige meisjes nog meer los. - -Van de trotsche, schoone zusters van den burcht Schönburg bij -Oberwesel deden vele vreemde verhalen de ronde, hoe ze uitreden en -woeste jachtpartijen, ja zelfs de valkenjacht meemaakten, hoe ze -menig knap ridder, die van een der jonkvrouwen de hand vroeg, eerst -voor den gek hielden en hem door hun schandelijke behaagzucht in -verrukking brachten, om den verliefden aanbidder ten slotte met spot -en hoon af te wijzen. - -Vervuld van schaamte en toorn heeft menig ridder den burcht bij -Oberwesel verlaten en met verontwaardiging en verachting de namen -der sirenen uit zijn gedachte verbannen, die eerst aan het oprecht -gemeende aanzoek met gehuichelde bedeesdheid gehoor gaven, om dan -den overgelukkigen minnaar met spottenden lach te verklaren, dat zij -de vrijheid veel te lief hadden, dan dat ze die voor een man -opofferen wilden. - -Ongelukkigerwijs waren er toch altijd dwaze lieden, die deze -praatjes niet geloofden en op den naam en manieren afgingen en hun -geluk bij de zusters beproefden. Bij allen eindigde deze proefneming -treurig. Geen aanbidder was het tot nu toe gelukt het hart van een -dezer preutsche schoonen voor een dieperen indruk vatbaar te -maken. Sedert eenige jaren hadden zij reeds hun laag spel gespeeld. - -Eens heerschte er wederom luidruchtige vroolijkheid in de -staatsiezaal van het slot. Een schaar ridderlijke figuren waren om -de schitterende tafel gezeten, en onder hen waren ook in het volle -bewustzijn van hun zegevierende schoonheid de zeven jonkvrouwen, die -elkaar nog overtroffen in overmoedige scherts. - -Een onaangenaam voorval bedierf voor een oogenblik de feeststemming; -twee ridders hadden om een der zusters twist gekregen, en de hevige -ijverzucht wond de jeugdige gemoederen steeds meer op. In hevige -spanning volgden de anderen den woordenstrijd van de twee -medeminnaars. In den beginne scheen men behagen te scheppen in den -ridderlijken strijd, maar later, toen ze reeds van de zwaarden -gebruik wilden maken, trok men de jongelingen van elkaar. - -Een gelukkig woord vond een der dischgenooten om de opgewonden -menigte te kalmeeren. Men zou, om de herhaling van een dergelijken -twist te voorkomen, er op aandringen, dat de jonkvrouwen eindelijk -een beslissing namen, opdat elk der pretendenten -- want ze bekenden -allen dit te zijn -- eindelijk zou weten, waaraan hij zich te houden -had. Deze voorslag werd zeer toegejuicht, alleen de burchtfreules -waren ontstemd en keurden dezen aanmatigenden wensch zeer af. - -Met alle behaagzieke kunsten bestormden zij de minnaars, zoodat -ieder van hen dacht, dat hij de uitverkorene was, en eindelijk werd -een der zusters wankelmoedig. Haar volgde een tweede, en eindelijk, -nadat ze lang zacht met elkaar gefluisterd hadden, verklaarden ze -allen met lachenden mond en veelbelovende gelaatsuitdrukking, dat ze -den volgenden morgen over het lot van hun aanbidders beslissen -zouden. - - * * * - -Het afgesproken uur brak aan, en in de staatsiezaal van het slot -verzamelden de ridders zich in afwachting. Aller oogen hingen vol -spanning aan de deur, waardoor de schoone meesteressen verschijnen -zouden. De vleugeldeuren openden zich en een dienstbode meldde den -ridders, dat de jonkvrouwen beneden in den tuin aan den oever van -den vloed wachtten. - -Snel begaven ze zich daarheen. Ontzettende verbazing teekende zich -op hun gezichten af, toen zij beneden gekomen, de zusters in een -boot aantroffen, die zacht aan den oever van den Rijn schommelde. -Met een vreemdsoortig glimlachje wenkten zij de aankomenden; toen -hief de oudste zich in de boot op en riep ver verstaanbaar: - -"Geeft uw hoop op; want geen van ons zou het ooit invallen u te -beminnen en te huwen. Wij hebben de vrijheid veel te lief, dan dat -we die voor een man willen opofferen. Op een familiegoed in de buurt -van Keulen denken we nog vele verliefde minnaars te ontnuchteren, -evenals wij u gedaan hebben, edele heeren. De boot brengt ons -daarheen. Vaarwel!" - -Een spottend lachen besloot deze schimprede en, terwijl het scheepje -zich in beweging zette, weerklonk zevenmaal een spottende -afscheidsgroet. Sprakeloos van schaamte en toorn stonden de bedrogen -ridders daar. Op eens verhief zich een geweldige storm op de rivier. -De boot wankelde en het lachen der zeven jonkvrouwen veranderde in -gillend angstgeschreeuw. Het werd overstemd door het loeien der -golven, die zich van de boot meester maakten en haar met haar -inzittenden in de draaikolk begroeven. - - * * * - -Op de plaats, waar deze jonkvrouwen, wier harten zoo hard als rotsen -waren, in de diepte verdwenen, verhieven zich zeven rotspunten uit -het water. Nog heden steken deze zeven steenen, de zeven preutsche -jonkvrouwen van die streek, waarschuwend uit den vloed omhoog. - - - [Illustratie: Bischof Willigis in der Klosterschule - Nach dem Gemälde von Lindenschmitt] - - - - -Rheinfels - -De Georgslinde - - -Boven het liefelijke stadje St. Goar ligt Rheinfels, een der meest -grootsche ruïnen van den Rijn. In het midden der dertiende eeuw werd -deze buitengewoon versterkte vesting door graaf Dietherr, die tot -het beroemde geslacht der Katzenelnbogen behoorde, gebouwd. Reeds na -verloop van een tiental jaren heeft zij bloedige gevechten voor haar -onneembare muren gezien; toen zes en twintig steden aan den Rijn -haar gedurende vijftien maanden, te vergeefs belegerden en duizenden -strijders voor haar wallen den dood vonden. - -Vervolgens heeft sedert eeuwen de vlag van den Hessischen landgraaf -van haar tinnen gewapperd. Ten tijde der Fransche revolutie, die op -de mogendheden, welke hun tusschenkomst wilden verleenen, haar -woeste troepen afzond, werd zij door Gallische krijgswoede in puin -geschoten. - -Even weemoedig als de geschiedenis van dezen meest indrukwekkenden -Rijnburcht is de sage, die uit den tijd, dat nog ridders en -schildknapen de vertrekken vulden, aan dezen burcht verbonden is. De -graaf van Rheinfels bezat een allerliefst dochtertje. Onder de vele -pretendenten, die de jonkvrouw ten huwelijk vroegen, bevond zich ook -Georg Brömser uit Rüdesheim, en aan hem had ze haar hart geschonken. -Niemand was daarover meer vertoornd, dan de ridder van Berge. Hij -behoorde weliswaar tot een geslacht, waaruit eenmaal een Keulsch -aartsbisschop gesproten was, maar hem ontbrak, behalve aardsche -goederen ook in hooge mate een ridderlijk gemoed. - -Daarom had de burchtheer van Rheinfels zich wel gewacht, zijn -lieftallige dochter met haar aanzienlijken bruidschat aan van Berge -toe te vertrouwen. Dit was de jonkvrouw volstrekt niet onaangenaam, -want zij gevoelde voor den onstuimigen minnaar met zijn ruwe -manieren niet de minste toeneiging. Daarentegen hing haar hart met -innige liefde aan den ridder van Brömser. - -Zoo werd, nadat de gebruikelijke engagementstijd verstreken was, de -bruiloftsdag bepaald. Op een morgen echter, bij het aanbreken van -den dageraad is de heer van Brömser op Rheinfels aangekomen, nadat -hij den ganschen nacht op zijn dampend paard gezeten had. Hij bracht -slecht nieuws. Zijn keizerlijk gebieder, Albrecht genaamd, had de -ridderschap, die hem toegedaan was, ten strijde tegen de eedgenooten -opgeroepen, die hun trouweed geschonden, de keizerlijke beheerders -verjaagd en hun leenheer den oorlog verklaard hadden. De edelen van -den Rijn hadden van den keizer een dringende oproeping gekregen ter -bestrijding van dezen hooggaanden opstand. Als trouw vazal had de -heer van Brömser geen minuut over de beslissing geaarzeld. - -Hij troostte de verdrietige bruid met liefdevolle woorden. In het -vertrouwen op God berustte het meisje in haar treurig lot, en de -graaf van Rheinfels prees de vastberadenheid van den schoonzoon. -Voordat deze wegreed, nam hij een lindeboompje, dat hij buiten in -een boschje ontworteld had, woelde met zijn zwaard den grond om en -plantte het twijgje daarin. - -Toen sprak hij tot zijn bruid: - -"Verzorg de ontspruitende linde, die ik hier ter eere van mijn -beschermheilige plant. Zoolang zij groen is, moet gij mij trouw -blijven. Indien zij eens verdort -- Sint Georg moge het genadiglijk -verhoeden -- dan moogt ge mij vergeten; want dan ben ik dood." - -Weenend wierp de bruid zich in de armen van den ridder. Met de -rechterhand hield hij haar teeder omvat, met de linker hief hij zijn -zwaard op en verzocht haar, het sprookje, dat daarin gegraveerd was, -dagelijks op te zeggen. Het luidde: - - hilf got, du ewigs wort, - den leib hy, der fele dort, - hilf ritter sant georg. - -Vervolgens begaf hij zich in den ochtendnevel langs den boschweg -naar het keizerlijke leger, terwijl vele vurige wenschen en niet -minder bittere tranen hem op zijn weg vergezelden. - -De eene maand na de andere verstreek. In Duitschland vernam men met -zorg, dat de strijd van den keizer tegen de Zwitsersche boeren een -ongunstigen keer nam. Toen kwam het bericht van een vreeselijke -nederlaag van het trotsche keizerlijke leger. Deze had bij -Moorgarten plaats: een eenvoudig held, Arnold van Winkelried -genaamd, heeft toen met opoffering van zijn eigen leven, voor zijn -landgenooten den weg der vrijheid gebaand. Het stoffelijk overschot -van vele graven en baronnen werd in die dagen aan de Zwitsersche -aarde toevertrouwd, en in vele Duitsche burchten werden treurige -tijdingen ontvangen. - -Op Rheinfels bevond zich een liefhebbende jonkvrouw, die in angst en -zorg over den beminden man verkeerde van wien geen boodschapper -bericht bracht. - - -De treurige krijgstocht tegen de oerkantons aan het -Vierwoudstedenmeer was reeds lang geëindigd, en de hoop van de bruid -van Rheinfels om haar bruigom ooit terug te zien, vervloog steeds -meer. - - -Op een dag liet zich een vereerder van vroeger, Dietrich van Berge, -de geldzuchtige bandiet bij haar aandienen. Hij was gekomen, om -wederom de hand der begeerenswaardige dame te vragen, daar de heer -Georg Brömser algemeen voor dood gehouden werd. Met treurige woorden -antwoordde het meisje den hebzuchtigen aanbidder, dat zij haar -verloofde altijd trouw zou blijven, zooals ze hem bij de linde voor -de burchtpoort beloofd had. Slechts wanneer het aan Sint Georg -gewijde boompje verdorde, was zij van haar belofte ontheven. - - -Knorrig nam van Berge afscheid. Op hetzelfde oogenblik begaf hij -zich naar het bosch en zocht daar een verdorden lindeboom, die -bijzonder op de groene linde aan de burchtpoort geleek. Den -volgenden nacht sloop hij heimelijk naar den burcht, trok het -lindeboompje uit de aarde en wierp het met een ruwen vloek in het -stille water van den Rijn. Op dezelfde plaats plantte hij het -verdorde stammetje. - -Den volgenden morgen overschreed de dochter van den slotheer den -drempel van den burcht en begaf zich in Gods heerlijke natuur, waar -de lente in aantocht was. Daar ontdekte ze den verdorden lindeboom -en een zachte smartkreet ontglipte haar. De volgende dagen en -nachten heeft ze vele tranen vergoten. En na eenigen tijd kwam -wederom, vervuld van leedvermaak, de ridder van Berge op Rheinfels -en dong met begeerige blikken naar de hand van de dame, die thans -vrij en van haar trouweed verlost was. Vol medegevoel, maar -vastberaden wees deze wederom den zich opdringenden pretendent af, -omdat zij haar bruigom, zelfs in den dood, trouw wilde blijven. - -Toen vervoerde de toorn den afgewezene tot een schandelijke daad: -Vervuld van haat trok hij zijn zwaard en stiet het de standvastige -jonkvrouw in de borst. Toen snelde hij, te laat tot bezinning -gekomen, vol afschuw over de begane misdaad weg. Evenals vroeger de -onzalige discipel des Heeren, beging hij zich in het donkere -dennenboschje een ongeluk. - -Op Rheinfels treurde men algemeen om haar die als onschuldig offer -van haar trouw gevallen was. Midden in al deze ellende werd er een -bezoeker aangediend. Hij kwam uit Zwitserland. Op het slagveld bij -Moorgarten had een braaf landman den ridder tusschen een hoop dooden -gevonden en hem, die uit vele wonden bloedde en vreeselijke pijn aan -een beenbreuk leed, naar zijn boerenhutje medegenomen. Daar heeft de -heer Georg Brömser vele maanden ziek gelegen, langzamerhand genas -hij echter, maar moest nog lang veel pijn aan zijn been lijden. -Eindelijk was hij, na veel uitgestaan te hebben, als een der -laatsten naar den Rijn teruggekeerd, met den naam der bruid op de -lippen, haar beeld in het hart. - -Zwijgend wees de burchtheer van Rheinfels op het graf van zijn kind. -Voor den verschen aardhoop hielden de oude en de jonge man elkaar -innig omarmd. Vervolgens heeft de laatste den verdorden lindeboom -van de burchtpoort in den Rijn geslingerd en het graf zijner -overleden bruid met witte lelies beplant. Georg Brömser heeft voor -den tweeden keer niet meer bemind, maar is de doode trouw gebleven -tot aan het einde van zijn leven. In den omgang met ridderlijke -zangers zocht hij vergetelheid voor het leed, dat hem getroffen had. -Later heeft hij menig schoon lied gemaakt. Een daarvan is sedert -eeuwen bewaard gebleven en is eerst in onzen tijd met de zangwijze -in een oud manuscript gevonden; het is een even eenvoudig als -roerend lied. Aan den Rijn kunt ge het nog dikwijls hooren zingen. -Het luidt aldus: - - Es steht eine Linde in jenem Tal: - O Gott, was tut sie da? - Sie will mir helfen klagen, - Dass ich mein Lieb verloren hab! - - - - -St. Goar - -De Lorelei - -I. - - -Boven Koblenz, waar de Rijn zich een weg baant door met druiven -begroeide heuvels, verheft zich een steile rots: de Loreleirots. Als -de boot van den schipper bij het vallen van den avond over het water -glijdt, ziet hij met angst en eerbied naar den onmetelijk hoogen -rotsachtigen top op. Evenals praatzieke kinderen fluisteren de -nimmer moede golfjes elkaar wonderlijke sprookjes toe, terwijl de -sage den grijzen top verheerlijkt en vreemde verhalen vertelt van -een schoone, valsche nimf, die eens daar boven op den berg gezeten -en zachte sirenenliederen gezongen heeft, totdat zij door een -treurig voorval voor altijd verdreven werd. - -Lang, zeer lang is het geleden! Of het waar is, wie zal het zeggen? - -Destijds, als de nacht in een donker gewaad van de met druiven -beplante heuvels neerdaalde en zijn stille gezellin, de bleeke maan, -haar zilveren brug van schitterende arabesken over den groenachtig -gouden vloed spande, dan klonk van de rots een wonderlijk -vrouwengezang en een vrouw van goddelijke schoonheid verscheen op -den top. Evenals een koningsmantel golfde haar goudblond haar over -haar volle schouders en viel in fraaie lokken op het sneeuwwit -prachtgewaad, dat haar trotsche gestalte in een lichte wolk scheen -te hullen. - -Wee den schipper, die op dit uur -- waarop moegewerkte oogen zich -sluiten en levenslustige harten zich openen -- de rots passeerde. -Evenals eens de dwalende held der Grieken, werd ook hij door het -gezang betooverd. In zalige verrukking vergat hij alles om zich -heen, zoodat zijn oog, even verblind als zijn ziel, geen acht op -draaikolken en klippen sloeg. Maar de teedere vrouwelijke bloem, -wier bekoorlijkheid hem boeide, bloeide op een graf. Terwijl hij, -beroofd van zijn zinnen, op haar af stuurde, reeds droomende van -haar bezit, maakten de afgunstige golven zich van zijn schip meester -en slingerden het op het laatste oogenblik verraderlijk tegen de -rots, die het, evenals de Magneetberg in het Noorden meedoogenloos -aan haar harde borst verpletterde. - -De doodskreet van het slachtoffer overstemde het woeste kabbelen van -den Rijn. Nooit zag men den ongelukkige weer. - -De jonkvrouw, die nog nooit door iemand van nabij gezien was, ging -elken avond voort met zingen, zacht en verleidelijk, totdat de nacht -door de kus van den aanbrekenden morgen verdreven werd, en de -stralende dageraad den grijzen morgennevel uit de dalen verdreef. - - -II. - - -Ronald was een fier jongeling en een der vermetelste strijders aan -het hof van zijn vader, den paltsgraaf van den Rijn. Ook hij hoorde -van het goddelijke wezen. Zijn hart brandde van verlangen om haar te -zien. Nog voordat hij de jonkvrouw aanschouwd had, vereerde hij haar -reeds. - -Hij verliet het hof en ging schijnbaar ter jacht. In werkelijkheid -bracht hem een oud, ervaren schipper naar de rots. In het Rijndal -brak de schemering reeds aan, toen de boot den reusachtigen berg -naderde. Laag stond de ondergaande zon achter de bergen. - -Daar verschijnt op eens een flikkering aan het blauwe uitspansel: de -avondster. Heeft de beschermengel van den droomende jongeling deze -zooeven aan den hemel geplaatst om den verblinde te waarschuwen? - -Hij ziet omhoog, voor een oogenblik afgeleid. - -Een zachte kreet van den ouden man aan zijn zijde. - -"De Lorelei!" fluistert hij angstig, "ziet gij haar, de -toovenaarster?" - -Ronald antwoordt niet. Reeds zag hij haar. Ook hem ontglipte een -zachte kreet. Met wijd opengesperde oogen keek hij omhoog. Daar -stond de Lorelei. Ja, zij was het. Een stralend godenbeeld in een -donkere omlijsting. Een welriekende wonderbloem, uit een ruïne -gesproten. Dat was haar goudlokkig haar, dat was haar wit golvend -gewaad. - -Aan den rand van den afgrond zit zij en brengt haar goudblond -golvend haar in orde. Een stralenkrans omgeeft het edele hoofd en -laat, niettegenstaande de duisternis en den verren afstand, haar -bekoorlijkheid zien. Heimelijke begeerte straalt uit twee vochtige, -groote oogen, op twee zacht gekleurde wangen ligt een betooverende -blos, en twee zwellende purperen lippen, rood gelijk een kers, -openen zich om te zingen of te verhalen. Nu klinkt er gezang door de -stilte, zacht en klagend, verleidelijk evenals de heerlijke -nachtegaalslag in den stillen zomernacht. - -Dan zwijgt zij. - -In nadenken verzonken zit zij daar en tuurt mijmerend in het blauwe -verschiet. Dan ziet ze naar den vloed onder haar en een schitterend -oogenpaar rust lang in den starren blik van den jongeling. Haar -oogen gelijken een paar zonnen, waarvan een verterend vuur uitgaat. - -Een lichte rilling gaat door het lichaam van den jongeling. Nog -steeds rust zijn blik op de trekken van de demonische vrouw, en -geheel bedwelmd leest hij daarop het teedere sprookje van de liefde. -Rots, vloed, alles smelt met den grootschen hemel samen, zijn oog -ziet slechts haar aan den rotswand; slechts de blankheid van haar -golvenden boezem, de saffieren van haar schitterende oogen. Te -langzaam kruipt de bark door den vloed. Hij houdt het niet meer uit -in de boot. Hij meent haar stem te hooren, onuitsprekelijk zacht en -verleidelijk. De smeulende vlam wordt een verterend vuur. - -Evenals een losgebroken veulen stort hij zich in den vloed. -- De -oever wenkt. - -"Lore!" - -Een doodelijke gil weerklinkt en overstemt den kreet der liefde. - -Klagend weerkaatste de echo het geluid door de rotsen. - -De golven zuchtten en likten liefkoozend het ongelukkige -slachtoffer. De oude schipper stiet een klaagtoon uit en maakte een -kruis. Op dit oogenblik dreef een bliksemstraal de wolken uiteen, en -doffe donderslagen dreunden door de bergen. Beneden fluisterden -zacht de golven, en van de hoogte klonk opnieuw, dezen keer treurig -en gelijk een zucht wegstervend, het spookachtig gezang der Lorelei. - - -III. - - -De paltsgraaf ontving spoedig de treurige tijding. Zijn vaderhart -was vervuld van smart en toorn. Hij beval de valsche toovenaarster -dood of levend bij hem te brengen. Op den namiddag van den volgenden -dag zeilde een goed bemande boot den Rijn af. Vier schippers -roeiden, stoere, door de zon gebruinde mannen. Somber ziet het oog -van den stuurman onder de borstelige wenkbrauwen naar de rots, die -ernstig en zwijgend wenkt. Smart en toorn staan op het gelaat van -den breedgeschouderden man te lezen. Hij had verlof gevraagd de -duivelsche verleidster van den top der rots naar beneden in de -golven te mogen werpen, waar haar een wisse dood wachtte -- want -haar tooverkunsten konden wellicht de gevangenen van hun boeien en -kerker bevrijden. De paltsgraaf had het wraakplan goedgekeurd. - - -IV - - -De eerste schaduwen der schemering gleden schuchter over de slapende -aarde. Rondom de rots stonden gewapende mannen. Met moeite beklom -een der aanvoerders met drie flinke strijders de hoogte. Een licht -gouden wolk omhulde den top van den berg. De mannen dachten, dat dit -het avondrood was. Het was echter het magische licht, dat de -jonkvrouw omgaf, die juist aan den rand van de rots verscheen. -Droomerig keek zij voor zich uit en maakte met een gouden kam haar -lokken in orde. Nu nam zij het parelensnoer van haar boezem en met -welbehagen bevestigde de smalle witte hand dit boven haar voorhoofd -in haar kapsel. Daar bemerkt zij de vertoornde mannen. Een wolk van -misnoegen zweeft over haar trekken. - -"Wat zoeken de zwakke zonen der aarde op deze hoogte?" Verachtelijk -plooiden zich haar volle lippen. - -"U, toovenaarster!" schreeuwde de aanvoerder toornig en met een -spottenden lach voegde hij er bij: "U! Om U op den bodem van deze -rivier te zien neerstorten." - -Een welluidend lachen weerklonk door de bergen. - -"O, de Rijn zal zelf komen, om mij te halen!" riep de jonkvrouw uit. -Ver over den afgrond, die onder haar gaapt, buigt zich haar lichaam. -Haar hand rukt het lint, dat zij om het voorhoofd draagt, af en -slingert het triomfantelijk in den vloed. Dan klinkt zegevierend van -haar lippen het gezang: - - "Vader, gezwind, gezwind! - Stuur de witte paarden aan uw kind! - Zij wil rijden op golven en wind!" - -Daar verhief zich de storm, de Rijn begon bruisend te koken, en -sneeuwwit schuim bedekte den oever. En twee golven met schuimende -koppen, gelijkende op twee sneeuwwitte paarden, stegen uit de diepte -tot aan de hoogte van de rots op en trokken de nimf in de bodemlooze -diepte. Over haar heen brandden zij schuimend voort. - - -V. - - -Doodelijk verschrikt keerden de bedienden van den paltsgraaf terug -en deelden ontsteld het vreemde verhaal mede. - -Ronald werd zeer betreurd. Bij zijn lijk, dat door een golf aan den -oever gespoeld was, weerklonken de smartkreten van tallooze -menschen. - -Vanaf dien dag zag men de Lorelei nooit weer. - - - [Illustratie: Der Brautzug - Nach dem Gemälde von L. Herterich <zur Sage von Burg Rheinstein> - The Bridal Procession La marche nuptiale] - - -Maar wanneer de nacht in een donker gewaad van de met druiven -beplante heuvels nederdaalt, en zijn stille gezellin, de bleeke -maan, haar zilveren brug van schitterende arabesken over den -groenachtig gouden vloed spant, dan klinkt er een wonderlijk -vrouwengezang, zacht en klagend, verleidelijk evenals de heerlijke -nachtegaalslag in een stillen warmen zomernacht. - - -- -- -- -- -- -- -- -- - -Zij verdween, de Lorelei, maar haar betoovering bleef. - -Gij kunt haar aanschouwen, toerist, in de schitterende oogen, op de -zachte wangen en op de rozenlippen van de meisjes van het Rijnland. - -Gij zult haar daar aan den Rijn bespeuren, stralend van vreugde en -geluk. - -Wapen uw hart, bedwing uw gevoelens en sluit uw oogen! - -Hoe was toch de waarschuwing van den wijzen dichter van den Rijn? - -"Mijn zoon, mijn zoon! Ga niet naar den Rijn..." - -Zij verdween, de Lorelei, maar haar betoovering bleef. - - - - -Liebenstein en Sterrenberg - -De vijandige broeders - - -In de middeleeuwen was slot Sterrenberg boven Boppard gelegen, een -der schoonste burchten aan de oevers van den Rijn. In den tijd -waarop onze geschiedenis speelt, werd hij bewoond door een oud -paladijn van Koenraad, den Staufenkeizer, tengevolge van de -verkiezing op de vlakte van Oppenheim bij Mainz. Twee zonen stonden -den bejaarden krijgsheld ter zijde. Zijn vrouw sluimerde reeds lang -onder de aarde. Sedert dien tijd klonk er zelden vroolijk gelach -door de hooge gewelven. - -Eens kwam er een lieftallige gast op het eenzame slot. Met haar kwam -er een zonnestraaltje in de donkere vertrekken. Een verre neef uit -het geslacht der Brömsers van Rüdesheim was gestorven en op zijn -sterfbed vertrouwde hij zijn eenig kind, een bloeiend meisje, aan de -zorg van zijn bloedverwant, den heer van Sterrenberg -- Brömser toe. - -De blonde Angela -- zij verdiende dezen naam -- werd spoedig aller -lieveling op het slot. Zij vereerde den grijsaard als haar vader en -beloonde de welwillende vriendelijkheid van de beide jongelingen met -zusterlijke genegenheid. Wat eeuwen geleden gebeurde en nog altijd -gebeurt, had ook hier plaats; de vriendschap der jeugdige ridders -veranderde spoedig in liefde. Beide broeders dongen naar de gunst -der jonkvrouw. - -De bejaarde burchtheer bemerkte het, en een treurig voorgevoel -maakte zich van hem meester. Hoewel hij voor beide zonen dezelfde -liefde koesterde, zoo toch beviel hem het zachtzinnige, van zijn -moeder geërfde karakter van zijn eerstgeboren kind beter, dan de -vurige geest van Koenraad, den jongsten zoon. - -Reeds vanaf het eerste oogenblik, dat de jonge wees op zijn -familieslot gekomen was, had hij den wensch gekoesterd, dat de -sierlijke jonkvrouw in het huwelijk zou treden met zijn -lievelingszoon Hendrik, die den naam zijns vaders droeg en eenmaal -den familieburcht bezitten zou. - -In stilte beminde Hendrik Angela steeds vuriger. Zijn broeder echter -maakte geen geheim van de hartstochtelijke liefde, die hij voor de -jonkvrouw gevoelde en spoedig bemerkte de grijsaard met droefheid, -dat het jonge meisje de genegenheid van dezen ridder beantwoordde. -Ook den broeder bleef het geluk der beide jongelieden niet -verborgen, en diepbedroefd begroef hij zijn liefde, een schuw kind, -dat wellicht tot sterven veroordeeld was, omdat de spraak hem niet -vroegtijdig gegeven was. En Angela? Wel ontging haar de -zwaarmoedigheid niet, die op de trekken van den oudsten broeder te -lezen stond. Zij ontroerde, toen ze eens bemerkte, dat zijn stem -beefde als hij haar naam noemde; maar de zonneschijn van haar jonge -liefde verblindde haar zoozeer, dat ze de wolken niet bemerkte, die -een schaduw over de trekken van den ridder wierpen. Terzelfder tijd -kwam Bernard van Clairvaux uit Frankrijk aan den Rijn en predikte -over een nieuwen kruistocht tegen de ongeloovigen. Duizenden werden -in geestdrift gebracht door de bezielende rede van den heiligen -monnik. Ook op de vesting Sterrenberg werd zijn oproeping vernomen. -Hendrik besloot aan den kruistocht deel te nemen. Hij kon niet -langer op den burcht blijven, waar zij vertoefde, die hij hopeloos -beminde. Maar ook de naar roem dorstende geest van den jongsten -ridder werd zeer opgewonden door de onbekende bekoorlijkheid, die -een kruistocht in het sprookjesachtige Morgenland aanbood. Zijn -jeugdige kracht, die jarenlang op een afgelegen vesting in toom -gehouden was, dorstte naar avonturen, die de vermetele kruisvaarders -ver weg onder de Oostersche palmen in de woeste Levant wachtten. -Nutteloos waren de smeekbeden en tranen van de liefhebbende -jonkvrouw, nutteloos de smart zijns vaders, die hem smeekte, hem -niet te verlaten. - -Wanhopig was de grijsaard over het onwrikbare besluit van zijn -zoons. - -"Wie blijft op den burcht mijner voorouders, als gij hem verlaat om -daar nooit terug te keeren?" riep hij smartelijk uit. "Ik smeek u, -mijn oudste zoon, evenbeeld uwer moeder, heb erbarmen met het witte -haar van uw vader! En u, Koenraad smeek ik, heb medelijden met de -tranen van uw verloofde." - -Zwijgend stonden de broeders daar. Toen vatte de oudste de hand van -den grijsaard. "Ik zal u niet verlaten, vader," sprak hij aangedaan. - -"En gij, Angela?" vroeg de jongste op trotschen toon aan de weenende -jonkvrouw, gij zult het offer der scheiding brengen en een -laurierboompje planten om mij daarvan een krans te maken als ik -weerkom. - - -II. - - -Den volgenden dag verliet de jonge ridder den vaderlijken burcht. - -Het jonge meisje scheen in het eerst ontroostbaar van smart. Zij -schreide om den afwezigen geliefde en sliep toen in als een -moegeweend kind. En toen ze ontwakend om zich heen keek, kwam de -toorn, die den verloofde zacht beschuldigde en het beeld van hem, -die zich om ijdelen roem van haar gescheiden had, eenigszins uit -haar herinnering verdreef. - -Meer dan vroeger bleven haar blikken op den fieren jongeling rusten, -die een meisjesachtig gelaat op mannelijke schouders droeg, en die -gedwongen was, onder een dak met zijn verloren geliefde te wonen. -Zij bewonderde hem, die door ontelbare bewijzen van reine -vriendschap haar leed trachtte te verzachten. Veel, wat haar vroeger -ontgaan was; zijn groote moedigheid op de jacht, zijn bedrevenheid -in het hanteeren der wapenen, vond zij thans bewonderenswaardig. - -Het scheen, dat hij haar ontvluchtte, als vreesde hij de geesten der -doode liefde te wekken, die in zijn ziel sluimerden. Angela echter -voelde zich steeds meer tot den ridder aangetrokken. Zij trachtte -hem duidelijk te maken, dat haar liefde voor den jongsten broer -niets geweest was, dan een voorbijgaande jeugdige hartstocht, die -gelijk met den persoon zelf verdween. Zij gevoelde zich ongelukkig, -toen zij bemerkte, dat hij, dien zij werkelijk lief kreeg, voor haar -slechts broederlijke genegenheid scheen te koesteren. En toch zou ze -hem voor een woordje van liefde haar rijk, gevoelvol hart hebben -gegeven. - -De verandering van haar gevoelens was den ridder niet verborgen -gebleven, maar trotsch en mannelijk verstikte hij elk opkomend -gevoel voor de verloofde van zijn broer. - -De grijsaard was hoogst bevredigd, toen Angela hem eens haar hart -uitstortte. Hij bad God, de twee geliefde menschen bij elkaar te -brengen, die volgens zijn inzicht een paar in den geest des Heeren -zouden worden. In zijn droomen zag hij Angela reeds met een knaapje -op den schoot, met blauwe oogen en blonde haren, evenals zijn -overleden vrouw en zijn eerstgeboren zoon. Dan dacht hij plotseling -aan den opvliegenden jongeling, die als kruisvaarder in het Heilige -Land vertoefde en snel brak hij zijn droomen af. - -Tegenover zijn familieburcht liet hij een indrukwekkende vesting -bouwen. Hij gaf haar den naam van Liebenstein en bestemde haar voor -zijn tweeden zoon, als hij van den kruistocht terugkeerde. -Nauwelijks was de burcht voltooid, toen de grijsaard stierf. - -Eenigen tijd later was de kruistocht afgeloopen. De heeren van den -Rijn, die terugkeerden, brachten de vreemde tijding mede, dat graaf -Koenraad een schoone voorname Grieksche vrouw mee zou brengen, -waarmede hij in het Morgenland getrouwd was. - -Toen de broeder dit vernam, fonkelden zijn oogen. De mededeeling -leek hem onmogelijk. Hij berichtte de jonkvrouw de spoedige aankomst -van haar verloofde. Haar lippen bewogen zich, maar zij was niet in -staat een woord uit te brengen. Dikwijls ging zij naar den toren en -richtte haar blikken naar het Zuiden. - - -III. - - -Eens, op een namiddag vertoonde zich een groot schip op den Rijn. -Vreemde vlaggen woeien van de masten. Angela zag het vanaf de -platform en riep den broeder. Het schip kwam naderbij; men hoorde -het roepen van de stuurlieden en kon de gezichten van de bemanning -onderscheiden. - -Plotseling stiet de jonkvrouw een vreeselijken kreet uit en wierp -zich weenend in de armen van den ontstelden ridder. Deze kromp -ineen. Somber staarde hij naar het schip. De ridder, die daar in -schitterende wapenrusting aan boord stond, was zijn broer. Een -schoone vrouw vlijde zich tegen hem aan. - -Het schip legt aan. - -Het eerste springt Koenraad aan wal. - -De twee personen op de platform waren verdwenen. Een schildknaap -naderde den ridder en berichtte hem, dat het nieuwe slot, hem door -zijn vader vermaakt, zijn eigendom was. - -Denzelfden dag kondigde hij zijn bezoek op Sterrenberg aan. Toen hij -voor de opgehaalde brug wachtte, liet zijn broeder hem zeggen, dat -hij den trouwelooze, die zijn verloofde verlaten had, slechts met -het zwaard in de hand ontmoeten wilde. - -De beide burchten werden in schemering gehuld. Op den smallen weg, -die de vestingen scheidt, stonden twee broeders in een strijd op -leven en dood. - -Dat was een verschrikkelijke broederstrijd. - -Rechtvaardige toorn en gekrenkte trots deden de blanke wapenen -kruisen. De beide tegenstanders, wier hoofden uit de pantserhemden -gloeiden, hadden dezelfde kracht, denzelfden moed. Rood druppelde -het bloed uit de armplaat van den oudsten. - -Daar gingen de struiken uiteen. Een witgesluierde jonkvrouw, met -doodsangst op het gelaat, wierp zich tusschen de strijders. Het was -Angela. Wanhopig klonk haar smeeken: - -"In naam des Heeren, die u ziet, houdt op! In naam van uw zaligen -vader, stuit den broedermoord. Degene, waarvoor gij de zwaarden -trekt, gaat op dit uur nog in het klooster en zal God voortdurend -bidden, u, ridder Koenraad uw trouwbreuk te vergeven en u te -zegenen, evenals uw broeder." De beide broeders lieten de wapenen -zakken, Koenraad boog het hoofd diep en hield de hand voor de oogen. -Hij waagde het niet de vrouw te aanschouwen, die hem zwijgend -aanklaagde en in haar volle waardigheid voor hem stond. Hendrik -vatte de hand der weenende jonkvrouw. - -"Dank, zuster," fluisterde hij. "Kom, de trouwelooze verdient je -tranen niet." - -Door de schaduwen der boomen werden zij onzichtbaar. Zwijgend tuurde -de ridder in de richting, waarheen zij gegaan waren. Een ongekend -gevoel kwam over hem. Hij bedekte het hoofd en weende. - - -IV. - - -Op een afstand van een uur gaans ligt in het dal het klooster -Mariënburg. Achter zijn muren vond Angela rust. Tusschen Sterrenberg -en Liebenstein verhief zich na verloop van eenige maanden een dikke -muur, als stil bewijs van de vijandschap der beide broeders. - -In het nieuwe slot volgde het eene feest op het andere. De mooie -Grieksche vrouw vierde daar, te midden der ridders van den Rijn, de -triomfen harer schoonheid. - -Op burcht Sterrenberg heerschte diepe droefheid. Het was den ridder -niet gelukt het besluit der jonkvrouw te veranderen. Sedert haar -verdwijnen verminderden zijn krachten. Aan den voet van den berg -liet hij een klooster bouwen en trok de monnikspij aan. Weinige -maanden daarna ontsliep hij. Op denzelfden dag, zoo beschikte het -lot, dat hen gescheiden had, luidden de doodsklokken van het -klooster Mariënburg en verkondigden den dood van de verloren -geliefde. - -De heer van Liebenstein mocht zich niet lang in een duurzaam geluk -aan de zijde van de verleidelijke vrouw verheugen. De -hartstochtelijke Grieksche vrouw schond de echtelijke trouw en -vluchtte met haar geliefde, een bevriend ridder, die gastvrijheid op -Liebenstein genoten had. Overstelpt van smart en schaamte, stortte -de burchtheer zich van de tinnen van zijn vesting in de diepte. - -De burchten vervielen aan den ridder Brömser van Rüdesheim. Kerk en -klooster staan nog altijd in het dal en worden jaarlijks door -duizenden pelgrims bezocht. De beide vestingen zijn reeds lang -vervallen. Terwijl beneden in het klooster Bornhofen dagelijks de -klokken luiden en de plechtige gezangen van de bedevaartgangers -weerklinken, heerscht boven tusschen de verlaten ruïnes, nog heden -in de volkstaal "de Broeders" genaamd, treurige rust. Slechts dan, -zoo heeft de Lorelei ons verraden, wanneer de volle maan in den -zomernacht haar bleeke stralen werpt, hoort men op den smallen weg, -die de vestingen scheidt, de zwaarden van de vijandige broeders -kletteren. - - - - -Boppard - -Klooster Mariënburg - - -Op zijn burcht te Boppard woonde graaf Koenraad Bayer, die tot een -hoogadellijk Rijnsch geslacht behoorde. Hij was nog jong, vol -levenslust en dikwijls beheerscht door jeugdige onstuimigheid en -gevaarlijke dartelheid, maar niet ontaard. Ongelukkigerwijs -verkeerde hij in zeer slecht gezelschap, en de verderfelijke -invloed, die deze lieden, waarmede hij drinkgelagen hield en ter -jacht ging, op den jongen ridder hadden, verstikte menige goede -kern, die in zijn ziel sluimerde. - -Op een dag had hij de jonkvrouw van een naburigen burcht leeren -kennen, en de betooverende lieftalligheid van de jonkvrouw had hem -het besluit doen nemen om haar hand te dingen. - -Hun vaders waren zeer bevriend geweest en gaarne ontving men den -ridderlijken jongeling op het slot. Ook Marie de burchtjonkvrouw -leerde hem achten en hoewel de buitengewoon krachtige mannelijkheid -van den ridder het zachtzinnige meisje niet aangenaam aandeed, zoo -toch koesterde zij een innige genegenheid voor den vermetelen jager -en ridderlijken aanbidder. - -Toen hij dus haar hand vroeg, gaf ze hem gaarne haar jawoord en -verheugde zich er in zijn verloofde te zijn. Gelijk met de nieuwe -maan zou de bruiloft plaats hebben en vol hoop op de toekomst bracht -het lieftallige meisje de volgende weken van haar verlovingstijd -door. - -Minder vroolijk was de zielstoestand van haar bruigom. Op spottenden -toon hadden zijn drink- en jachtgenoten hem gelukgewenscht. Zij -vonden het allen onaangenaam, dat het dolle jonggezellenleven in den -burcht van den gastvrijen vriend zoo niet eindigen, dan toch zeer -beperkt worden zou. En terwijl de een hem voorspiegelde van welk een -heerlijke vrijheid hij lichtzinnig voor altijd afstand deed, -trachtten anderen hem schertsend en spottend te overtuigen welke -drukkende ketenen hij zich in den bloei zijner jaren vrijwillig op -den hals wilde halen. In den beginne hoorde de ridder hen rustig -glimlachend aan. Het beeld zijner verloofde verdrong de treurige -tafereelen, die de welbespraakte heeren hem voor oogen stelden, doch -toen zij steeds voortgingen met hem over te halen, werd hij -besluiteloos. Trots en jeugdige overmoed kookten sterker dan ooit in -zijn binnenste en verdrongen alle edele gevoelens. - -Eens, toen de jonkvrouw den ridder verwachtte, kwam hij niet. In -zijn plaats kwam er een brief, en bij het lezen daarvan viel ze in -zwijm. Hij bevatte de verklaring van graaf Koenraad Bayer, dat hij -zich nog niet rijp voelde, om het huwelijksjuk te dragen, en dat hij -haar haar woord teruggaf. - - -II. - - -Weken waren verstreken. - -Graaf Koenraad reed door het woud, dat tot zijn bezitting behoorde. -In gedachten verzonken -- hij was niettegenstaande de verhoogde -vroolijkheid der drinkgelagen steeds treurig gestemd -- had hij niet -bemerkt, dat een ridder met gesloten vizier hem tegemoet draafde. -Verrast hield hij hem aan en vroeg zijn naam en wat hij wenschte. - -"Mijn wapenschild antwoordt u," zeide de ridder met een bijzondere -stem. "Maria's wreker ben ik, die u van laffe trouwbreuk beticht en -Gods oordeel over u en mij zal laten beslissen. Maak u gereed tot -den strijd." Deze trotsche uitdaging prikkelde den toorn van den -ridder zeer. De klank van de gedempte stem had hem zeer -opgewonden, het wapen van het schild behoorde tot het geslacht van -zijn vroegere verloofde. Het moest haar broeder zijn, die in het -Morgenland vertoefde, overlegde hij bij zich zelf, en gaarne had hij -het tweegevecht vermeden. - -Maar reeds reed de tegenstander voor. Het was een korte strijd. De -zwakke arm van den vreemdeling was ongeoefend, door een forschen -stoot van ridder Bayer, die zich door zijn pantser heenboorde, zonk -hij zonder geluid te geven ter aarde. De overwinnaar snelde toe, om -den helm los te maken. Een kreet van ontzetting kwam over zijn -lippen. - -In de handen hield hij het hoofd zijner verlaten bruid, uit een -gapende wond vloeide bloed. - -"Door uw hand zocht ik den dood, sedert uw trouw voor mij gestorven -is." Zij fluisterde dit met brekende stem, terwijl de wanhopige -ridder zich over de stervende heen boog. - - * * * - -Sedert dien dag was in het slot te Boppard de feestvreugde voor -altijd verstomd; stil werd het ook in het woud, waar vroeger -dikwijls jachthoorns en hondengeblaf weerklonken hadden. - - - [Illustratie: Gefangener Raubritter - Nach dem Gemälde von Konrad Weigand <zur Sage: Die Clemenskapelle> - The Imprisoned Robber Knight La prise du chevalier gillard] - - -Op deze plaats in het bosch heeft men een klooster gebouwd, -Marienberg genaamd (nog steeds draagt het dezen naam), en daaraan -heeft ridder Koenraad Bayer, de stichter, al zijn goederen vermaakt -om zijn schuld te boeten. Hij zelf is naar het Heilige Land gegaan, -waar de vrome kruisvaarders met de ongeloovigen vochten over het -bezit van de Heilige plaatsen. Zonder pantser heeft hij gevochten -- -men zegt, dat hij steeds opzettelijk het strijdgewoel opzocht -- en -wonderen van dapperheid heeft hij in het leger der kruisvaarders -verricht. Daar trof hem, bij de bestorming van Ptolomeus een -vijandelijke lanssteek. - -Hij stierf in het vertrouwen op God en met den naam van zijn -ongelukkige verloofde op de verbleekte lippen. - - - - -Rhense - -Keizer Wenzel - - -In de omstreken van Koblenz, niet ver van den oever van den Rijn, -staat op een bloemenrijke weide de historische Koningsstoel. Hier op -Rhenser grond, waar het gebied van de drie groote bisschoppen van -Keulen, Mainz en Trier aan elkander grenst, verzamelde het -vorstelijke zevental zich, om den nieuwen gebieder van het heilige -Romeinsche rijk te kiezen. Hier werd als eerste bij de vrije -vorstenverkiezing Karel de Vierde, de vader van Bohemen en de -stiefvader van Duitschland gekozen; hier koos ook het zevental -Wenzeslaus, den zoon van den Luxemburger tot Duitschen keizer. Bij -zijn leven had de keizer reeds veel moeite gedaan, dat zijn oudste -zoon verkozen werd, en was in hoogst eigen persoon met hem naar -Rhense aan den Rijn getrokken, alwaar in den beroemden Koningsstoel -de kanselier van het rijk, de aartsbisschop van Mainz dikwijls -gewichtige conferenties hield met de bisschoppen van Trier, -Keulen en den paltsgraaf. - -Destijds was Wenzeslaus van Bohemen verrukt over den Rijn en zijn -heerlijken wijn, en toen hij later werkelijk, minder door eigen -verdienste, dan door de bemoeiingen van zijn vader en de genade van -den keurvorst, keizer van Duitschland werd, terwijl zijn broeder -Sigismund het onvruchtbare Brandenburg erfde, heeft hij den Rijnwijn -meer eer aangedaan dan eenig drinkebroer. Het goud der druif trok -hem meer aan dan dat der kroon, en daar een lekker glas wijn nergens -zoo goed smaakt als aan de bron zelf, zocht hij zeer dikwijls den -braven paltsgraaf van den Rijn op, die in den gezegenden "Rheingau" -woonde en meer fusten in zijn kelder had dan er heiligen in het jaar -zijn. Den hoogedelen Ruprecht van de Palts was dit bewijs van 's -keizers vertrouwen volstrekt niet onaangenaam, en door buitengewone -gastvrijheid trachtte hij zijn keizerlijken gast steeds genadiger -voor zich te stemmen. - -De slimme Ruprecht zou niet ongaarne het paltsgrafelijke kroontje -voor de keizerskroon verruild hebben, en als zijn vorstelijke gast, -door den wijn in een vroolijke stemming gebracht, hem mededeelde hoe -lastig de keizerlijke praal voor den drager daarvan was, dan gaf de -paltsgraaf hem uit den grond van zijn hart gelijk. Hij liet ook niet -na zijn gebieder mede te deelen, hoe weinig de wijze keurvorsten -over het nalatig bestuur van het rijk gesticht waren, en hoe -verheugd ze over zijn mogelijk aftreden zouden zijn. Keizer Wenzel -hoorde dit, zittende achter zijn volle bokaal met ijzige kalmte aan -en dronk onderwijl het eene glas na het andere uit. - -Eens zat de keizer weder met zijn mededrinkers bij den Rhenser -Koningsstoel en algemeen heerschte er een vroolijke geest, want de -paltsgraaf schonk vurigen Aszmannshäuser in groote bokalen. Met -welbehagen proefde Wenzel den edelen drank en de overige drinkers -hadden geen woorden genoeg, om het edele vocht te prijzen. - -En terwijl de bekers rondgingen en vroolijke melodiën in de -koningshal weerklonken, verhief de keizer zich plotseling van zijn -zetel, en door den wijn overmoedig gestemd, zeide hij tot den -paltsgraaf: - -"De kroon, die men mij op het hoofd gezet heeft, zou u niet lastig -zijn. Welnu, ik bied haar u aan, indien gij mij en den anderen -gasten een wijn schenkt, die nog beter smaakt, dan deze -Aszmannshäuser." - -Toen knipte de paltsgraaf zeer vroolijk met de oogen, wenkte daarop -zijn schildknaap en na een poosje sleepten de knechts een bestoven -vat naar binnen, waaruit dadelijk de bekers gevuld werden. En de -paltsgraaf verhief zich en bood de eerste bokaal den keizer aan. - -"Dit is mijn Bacharacher, edele Heeren! Proeft hem; ik onderwerp mij -zonder vrees aan uw oordeel." - -En men hoorde een welbehaaglijk slurpen en zag vele voldane -gezichten. De vurige Bacharacher vond algemeenen bijval, en keizer -Wenzel verhief zich en gaf hem luid de voorkeur boven den -Aszmannshäuser. Hij kon het edele druivensap niet genoeg prijzen en -proeven. - -"De wijn is meer dan kronen waard," sprak hij na elke ferme teug. - -Hij heeft ook woord gehouden. De heer Ruprecht van de Palts kreeg de -koningskroon en schonk keizer Wenzel uit dankbaarheid zes groote -vaten Bacharacher wijn. - - - - -Burcht Lahneck - -De tempelier van Lahneck - - -Tegenover Koblenz boven Lahnstein verheft zich op den vijf hoekigen -Bergfried, Lahneck, een der weinige burchten, die uit ruïnen tot -goed bewoonbare kasteelen herschapen zijn. Aan Lahneck, dat in -hetzelfde jaar als het Heidelberger slot door de horden van Lodewijk -den Dertienden neergeschoten werd, is een treurige sage verbonden. -Door de tempeliers, wier ordehuis in Jerusalem stond, moeten deze -vestingen gebouwd zijn, waarvan de wachttoren dertig meter boven de -kamers uitstak. - -De rijkdom der tempeliers bracht hun ongeluk te weeg. De lage koning -der Franschen Philipp, die den bijnaam van den Schoone had, bewerkte -bij den paus, op grond van gefingeerde zware beschuldigingen, dat de -veel gesmade orde opgeheven werd, en haar grootmeester met vijftig -volgelingen op den brandstapel gebracht werden. Overal werden de -veroordeelde ridders op gruwelijke wijze uitgeroeid, waarbij -verbeurdverklaring hunner aanzienlijke goederen meer dan de -geloofsijver tegen de vermeende ketters en zondaars de drijfveer -was. - -Op het trotsche Lahneck, dat twaalf tempeliers met dienstpersoneel -herbergde, richtten zich de begeerige blikken van Peter van Aspelt, -den aartsbisschop van Mainz. Tegen zijn bevel, dat hij op grond van -hun zoogenaamde afkeurenswaardige levenswijze uitvaardigde, om den -burcht te ontruimen en den witten wapenmantel met het roode kruis -voor de boetende monnikspij te verruilen, verzette het twaalftal -zich als ridders zonder vrees of blaam. - -Dit hitste de hebzucht en toorn van den bisschop nog meer aan. Van -den Hoogepriester, dien hij, toen deze te Avignon zwaar ziek lag, -met goed gevolg verpleegd had, verkreeg Peter van Aspelt een -bijzonderen vrijbrief, die hem de macht over de bezittingen en het -leven der bannelingen te Lahneck gaf. Hij trok dus met vele vazallen -en soldaten den Rijn af en gaf den tempeliers het pauselijk -geschrift over, met bevel zich te onderwerpen. Indien zij weigerden -te gehoorzamen, zou de burcht stormenderhand genomen worden, en de -bewoners als onboetvaardige zondaars door de handen van den beul een -smadelijken dood sterven. - -De oudste der twaalf ridders, een grijsaard met zilveren haren, -legde in naam van zijn broeders de verklaring af, dat ze vast -besloten waren tot den laatsten druppel bloed te strijden; eveneens -waren ze bereid, evenals hun broeders in Frankrijk folterkwelling en -ketterdood te verdragen. - -Zoo begon de strijd van de overmacht tegen de minderheid. Met -bebloede hoofden werden zij, die tot de partij van den keurvorst -behoorden, door de ridders en hun getrouwe schildknapen -teruggedreven; maar steeds zond de vertoornde aartsbisschop andere -mannen in het strijdperk. Het aantal der verdedigers slonk met den -dag. Onder hen blonken in dezen strijd van man tegen man de -heldenfiguren der twaalf tempeliers in den witten mantel met het -bloedroode kruis uit. Daar zonk een der twaalf ridders met brekende -oogen naast de met leeuwenmoed verdedigde muur onder het -verbrijzelde schild neder; de tweede volgde hem en toen de derde. De -anderen, die uit vele wonden bloedden, verdubbelden met de weinig -overgeblevene burchtlieden hun dapperheid; maar onbarmhartig maaide -de dood in hun midden. - -Toen op den avond na de hevigste bestorming de belegeraars de -overwinning behaald hadden en hun vlag op de veroverde tinnen -plaatsten, stond de grijsaard met het zilveren haar, die voorheen -het woord gevoerd had, als laatstovergeblevene met zijn met -bloedbevlekt zwaard tusschen de lijken van zijn gevallen broeders. - -De bisschop, getroffen door zooveel heldenmoed, beval hem zich over -te geven. - -Hij echter vervloekte den hebzuchtigen kerkvoogd en ging met hoog -opgeheven zwaard op zijn vijanden af. Hun slagen deden ook den -laatst overgeblevene van het twaalftal vallen, en over het lijk van -dezen held drongen de Mainzers in den thans onbeheerden burcht. - -Peter van Aspelt maakte Lahneck tot verblijfplaats van den baljuw -van het Keurvorstendom Mainz en benoemde tot eersten hoofdschout -Hartwin van Winningen. Zoo behoorde de burcht ruim driehonderd jaar -tot het Keurvorstendom Mainz; maar de treurige geschiedenis van de -twaalf tempeliers op Lahneck is steeds in die omstreken bewaard -gebleven. - - - - -Stolzenfels - -Het dochtertje van den kamerheer - - -De heer Koenraad van Isenburg, keurvorst van Trier, was een zeer -hebzuchtig man. Toen de bisschop van Mainz, niettegenstaande het -machtwoord van den keizer, dat hij niet bevoegd was, den vrijen -doortocht op den Rijn te belemmeren en belasting van de reizigers te -heffen, de Rijnbelasting invoerde, deed hij hetzelfde. Bij den -burcht Stolzenfels, dien hij op een boschachtigen bergtop gebouwd -had, liet hij een sterk tolhuis bouwen. Het beheer hiervan gaf hij -in handen van zijn kamerheer Gerhard Frundsberg. - -Deze slotvoogd was nog hebzuchtiger dan zijn heer. De drukkende -tolgelden, die hij op Stolzenfels hief, waren haast ondragelijk, zoo -gebruikte hij b. v. speciaal daarvoor afgerichte honden, die de -rondtrekkende joden moesten opspeuren en wanneer die hun smokkelarij -ontdekt hadden, moesten ze dubbel tol betalen. - -De beheerder Frundsberg beging hierbij het groote schelmstuk het -aartsbisdom voor een gedeelte van de belastinginkomsten te berooven, -en door zijn steeds grooter wordende rijkdom werd zijn hebzucht nog -meer aangewakkerd. Een rondtrekkend Italiaan, Lionarde genaamd, die -door zijn geheimzinnige kennis van de planeten bij ridders en -geestelijken voordeel zocht te behalen, hoorde van de schraapzucht -van den Stolzenfelser slotvoogd. Hij verzocht den heer Frundsberg om -een vertrouwelijk onderhoud en beroemde zich er toen op, dat hij in -de raadselachtige kunst der alchimie het onmogelijke tot stand kon -brengen. Volgens zijn zeggen was hij een adept, dat is iemand, die -de wonderbaarlijke kunst verstaat met de beide geheime middelen, -zooals de steen der wijzen en elixir alle onedele metalen in zilver -en goud te veranderen, ook kon hij met den eersten, Grootelixir of -Panacée des Levens genaamd maken, dat verdund als vloeibaar goud -alle gebreken genas, den ouderdom verjeugdigde en het leven -verlengde. - -Met lichaam en ziel gaf de hebzuchtige administrateur zich aan den -Italiaanschen adept over. Hem ontging in zijn eerzuchtige -verblindheid, dat het den valschen man alleen om zijn vermogen te -doen was, en in afwachting van de hem voorgespiegelde schatten, liet -hij zich meer dan ooit tot lage verduistering van hetgeen aan het -Keurvorstendom behoorde, verleiden. Handenwringend smeekte Gertraud, -zijn lieftallig dochtertje, hem, zich niet in het verderf te -storten. Maar haar smeeken vond bij den verstokten vader geen -gehoor. - -Daar verscheen op een dag de heer Koenraad van Isenburg op -Stolzenfels, om van zijn kamerheer Gerhard Frundsberg rekening en -verantwoording omtrent de Rijnbelasting te ontvangen. En met angst -zag de ontrouwe rentmeester het uur van de afrekening tegemoet. - -In haar doodsangst smeekte Gertraud den alchimist om redding in den -nood. En terwijl zijn oogen begeerig schitterden, deelde Lionardo -haar mede, dat alleen de zelfopoffering van een jonkvrouw in staat -zou zijn den vader te redden. Door zulk een offer zou hij ontelbare -koninklijke schatten en eer verwerven, later een gelukkigen -ouderdom, kortom al het aardsche geluk zou hem beschoren zijn. -Zwijgend hoorde het meisje deze woorden aan en verklaarde zich toen -bereid, haar jong leven terwille van den innig geliefden vader te -geven, hetgeen, volgens zeggen van den Italiaanschen toovenaar de -geheimzinnige machten der alchimie eischten. - -Tegen het aanbreken van den volgenden nacht begaf zij zich naar de -afgelegen torenkamer, die Lionardo als meest afgezonderd vertrek -voor zijn goudmakerskunsten gebruikte. Over een groote tafel in het -midden van de kamer was een purperen kleed gespreid; een schaal -stond daarop, en daarnaast lag een dolk. Op een drievoet, die -daarbij stond, kronkelden blauwachtige vlammetjes omhoog en hulden -het lage vertrek in een benauwend schemerlicht. - - -De goudmaker reikte het doodsbleeke meisje een blinkend wit linnen -laken over en beval haar vervolgens haar kleeren af te leggen, zich -op het purperen kleed op de tafel uit te strekken en haar -jonkvrouwelijk lichaam met het laken te bedekken. - - -Terwijl het opofferende meisje in droefgeestige stemming aan haar -onzaligen vader dacht en deed wat haar bevolen was, boog Lionardo -zich over de offervlam, verbrandde daarin een stukje hout, afkomstig -van het gebergte Libanon, en mompelde in zijn puntbaard -onverstaanbare woorden. Vervolgens trok hij, terwijl de jonkvrouw de -oogen van schaamte gesloten hield en haar reine ziel den Heer -aanbeval, snel het omhulsel van haar af en zwaaide, terwijl hij met -fonkelende oogen zijn tooverformule ten einde prevelde, den dolk -in de opgeheven rechterhand in de richting van het hart van het -meisje. - -Op hetzelfde oogenblik werd de deur geopend. Met een ijzeren greep -omklemde een hand den opgeheven arm, en een slag deed den toovenaar -als een slachtdier ter aarde storten. Over Gertraud, die blozend het -laken om haar kuische leden hulde, boog jonkheer Reinhard van -Westerburg, de jeugdige hoofdman van de keurvorstelijke bezetting op -Stolzenfels zich met gepasten eerbied. Het opofferende meisje beleed -hem alles, wat er gebeurd was. Hij echter deelde haar mede, hoe hij, -door haar zonderling gedrag van dien avond verschrikt, angstige -voorgevoelens had gekregen en het sedert langen tijd in stilte -beminde meisje tot aan het uur, waarop zij den drempel van deze -kamer overschreed, gade geslagen had. Hoe dan een hoogere macht hem -op het laatste oogenblik ingegeven had, hier binnen te dringen, en -een gruwelijke euveldaad te verhinderen, waarvoor hij den -Italiaanschen goochelaar morgen aan den beul van den keurvorst zou -overleveren. Bij deze laatste woorden sprong de goudmaker, die op -den grond lag, alsof hij dood was, als een sissende slang overeind, -stiet een gruwelijken vloek uit en ontvluchtte. - -Den volgenden morgen is jonkheer Reinhard van Westerburg tot den -heer van Frundsberg gegaan en heeft dezen verzocht hem zijn -lieftallige dochter Gertraud tot gemalin te geven. Toen de kamerheer -van den keurvorst den hooghartigen ridder verward meedeelde, dat -zijn dochtertje, hoewel rijk aan lieftalligheid en deugden, zulk een -met goederen gezegenden heer onwaardig was, verklaarde de heer van -Westerburg, dat hij aan zijn aanzoek slechts een voorwaarde verbond: -De vader van zijn bruid moest van hem zonder dralen de som aannemen, -welke de vreemde bedrieger, die dezen nacht door den duivel gepakt -was, hem afgeperst had. - -Terwijl de heer Gerhard Frundsberg bij het hooren van deze -dubbelzinnige woorden verbleekte, kwam er een stalknecht naar binnen -gestormd, die mededeelde, dat ze beneden bij een uitstekende rots -den Italiaanschen toovenaar met gespleten schedel gevonden hadden; -hij had waarschijnlijk bij nacht en nevel den weg gemist en een -doodelijken val gedaan. Toen heeft de slotvoogd een kruis gemaakt. -Jonkheer van Westerburg hield steeds de handen van den sidderenden -oude in de zijne en drong er nogmaals op aan hun schatten met elkaar -te ruilen. - -Tegen den middag kwamen de Trierers in gala op Stolzenfels aan. De -heer Koenraad van Isenburg heeft nauwkeurig afgerekend en alles in -de beste orde bevonden. Na verloop van eenige dagen heeft hij het -deugdzame dochtertje van zijn trouwen kamerheer aan den hoofdman van -zijn Stolzenfelsche bezetting toevertrouwd, en de hoogeerwaarde heer -verheugde zich zeer, zijn vesting Stolzenfels nu in dubbel goede -handen te weten. - - - [Illustratie: Turnier zu Köln - Zu der Sage von Burg Gutenfels] - - - - -Koblenz - -Riza - - -Toen in het begin der negende eeuw Lodewijk, de Vrome, zoon van -Karel den Groote, aan de oevers van den Rijn met zijn verdorven -zoons om de keizerskroon streed, werd in Koblenz, ter eere van den -godsvruchtigen Kastor, die in het land van de Moezel het christendom -verbreid had, een godshuis gebouwd. Aan een vertakking van den Rijn -werd het van vier torens voorziene gebedenhuis gebouwd. - -Destijds verhief zich op het hoogste zuidwestelijke punt van Koblenz -het Frankische Koningshof, een voormalig Romeinsch kasteel, en -daarnaast een, aan den heiligen Kastor gewijd nonnenklooster. Hierin -heeft Riza, een dochter van Lodewijk den Vrome, die reeds -vroegtijdig afstand van de wereld deed, haar vroom leven gesleten. -Elken dag ging de koningsdochter aan de andere zijde van de rivier -in de Kastorkerk naar de mis. De Heer schiep zulk een groot -welbehagen in Riza, dat zij, evenals voorheen zijn discipel over het -meer van Genezareth, met droge voeten over den Rijn wandelde, om -deel te nemen aan de heilige offerande in de St. Kastorkerk. - -Eens, zoo deelt de vrome sage verder mee, was de vloed door den -storm zeer woest. Voor het eerst was de jonkvrouw angstig, toen haar -voet de golven betreden zou. Uit voorzorg trok ze een stok uit een -nabijzijnden wijnberg en nam hem als staf mede op haar wandeling -over de waterstraat; maar evenals voorheen Petrus, zonk ook zij, na -eenige angstige schreden gedaan te hebben, in het water. - -In haar doodsangst werd zij zich vol berouw haar gebrek aan -vertrouwen op God bewust. Zij slingerde den stok ver weg, hief de -armen ten hemel en vertrouwde zich aan de bescherming van den -Allerhoogste toe. Daar dook ze weer op uit de golven, en evenals -vroeger bereikte ze met droge voeten den tegenover gelegen oever. -Sedert dien tijd beijverde Riza, de heilige dochter van den vromen -Lodewijk, zich meer dan ooit in werken, die God welgevallig waren. -Zij stierf tusschen de kloostermuren en haar stoffelijk overschot -werd naast dat van den heiligen Kastor in zijn kerk bijgezet. Het -marmeren monument van Riza, die door het volk heilig verklaard is, -kan men nog in de noordelijke zijvleugel van de Kastorkerk te -Koblenz zien. - - - - -Andernach - -Genoveva - - -In de omstreken van den Rijn wordt de naam van de deugdzame gemalin -van paltsgraaf Siegfried met vereering genoemd. Zij, die eens het -grootste kleinood van het hart, niettegenstaande gruwelijke -beproeving en nameloos verdriet standvastig en ongeschonden -bewaarde, werd door het volk de heilige Genoveva genoemd. In den -tijd, dat Karel, de naamgenoot van zijn voorvader, den grooten -keizer der Franken, het land der West-Franken regeerde, stond in den -"Mayenfelder Gau" ten westen van de oude stad Andernach, het slot -van den paltsgraaf. Zeer gelukkig en eendrachtig leefde de jonge -paltsgraaf met zijn liefelijke gemalin. - -Doch het eerste wolkje kwam aan den horizon van hun huwelijksgeluk. -De gevreesde Arabieren waren uit Spanje gekomen en in Gallië -binnengedrongen en baanden zich moordende en alles verbrandende een -weg naar het Noorden. Een hevige schrik verspreidde zich door het -christelijke Frankenland. De vijand van het christendom moest -uitgeroeid worden, wilde het Westen niet hetzelfde lot van het door -de halve maan beschaduwde Afrika ondergaan. Ook in den burcht van -den paltsgraaf drong de oproeping van den gebieder tot deelneming -aan den strijd door. Toen trok de heer Siegfried de wapenrusting -aan, kuste zijn weenende vrouw en nam afscheid van den burcht zijner -voorvaderen. Zwaar viel hem het scheiden van de heerlijke -"Mayenfelder Au", waar hij het hoogste geluk zijns levens gesmaakt -had, maar nog zwaarder viel hem het afscheid van de bedroefde gade. -Zijn slotvoogd Golo droeg hij op, goed voor zijn beminde vrouw te -zorgen, en haar verzocht hij, dezen haar volle vertrouwen te -schenken. - -De dagen der scheiding van haar geliefden echtgenoot waren voor de -paltsgravin zeer smartelijk. Hevig drukte haar de eenzaamheid in den -grooten burcht, en zeer miste ze Siegfrieds nabijheid, den klank -zijner stem en de veiligheid van zijn tegenwoordigheid. Tot den man, -die door hem als haar beschermer aangesteld was, kon ze niet -spreken als tot een vriend. Haar rein vrouwenoog schrok van den -hartstochtelijken gloed, die uit de sombere blikken van Golo -straalde. Het scheen haar, dat deze blikken heimelijk haar -bewegingen bespiedden en met een uitdrukking, die haar kinderlijk -gemoed niet begreep, op haar rusten bleven. - -Dubbel miste zij dan den afwezigen gemaal. Dikwijls trad ze naar -buiten en gaf zich in het tuintje onder den vlierboom aan aangename -droomen over. Terwijl haar oogen verlangend in het schemerachtige, -blauwe verschiet staarden, dacht Genoveva aan het zalige oogenblik, -waarop ze den heer Siegfried terug zou zien; hoe zij, het hoofd aan -zijn borst geleund, hem het zoete geheim mede zou deelen, dat de -aanstaande moeder reeds bij voorbaat zoo gelukkig maakte. Misschien -zou de oorlog tegen de heidenen lang duren, en zou zij den -terugkeerenden echtgenoot het pand hunner liefde hier op de -burchtplaats toereiken. Dan klaarde het lieve gelaat der paltsgravin -op, en een glans van geluk kwam over haar trekken. Dikwijls steeg -zij dan op naar de platform en droomde van toekomstig geluk, terwijl -haar oogen verlangend in het schemerachtige verschiet staarden. - -De heimelijke vrees, die de paltsgravin voor den slotvoogd -koesterde, was niet ongegrond. De engelachtige schoonheid van -Genoveva had in het jeugdig gemoed van Golo een verboden vuur doen -ontgloeien, dat hij niet in staat was te verstikken; integendeel -werd door het vele samenzijn met de lieftallige paltsgravin, die -tegen hem, evenals tegen alle ondergeschikten vriendelijk was, het -vuur van den verderfelijken hartstocht nog meer aangewakkerd, totdat -hij op een dag zich zelf niet meer meester was en zich aan de voeten -van de begeerlijke, teeder beminde vrouw wierp. In zondige -hartstochtelijke taal smeekte Golo de vrouw van zijn meester om haar -wederliefde. - -Genoveva was zeer ontsteld door deze schandelijke bekentenis. Met -verontwaardiging en verachting wees zij den vermetele af. Zij -verbood hem, die zijn plicht zoo grenzenloos verzaakt had, ooit weer -voor haar aangezicht te verschijnen en dreigde hem, dat zij hem bij -haar man zou aanklagen. Toen kwam er een sombere flikkering in -Golo's oogen, en een blik van doodelijken haat trof de schoone -vrouw, die hem zoo streng terecht wees. Vergeving was niet te hopen -van de verontwaardigde meesteres; zijn vernederde trots verlangde -die ook niet, maar dorstte naar wraak. Nu moest er verder gegaan -worden op den eenmaal ingeslagen weg, teneinde Siegfrieds toorn, -waarmede hij gedreigd was, te ontgaan. - -De haat en wraak deed een vreeselijk plan in Golo's binnenste -rijpen. Hij ontsloeg de onderhoorigen en stelde nieuwe bedienden in -den burcht aan. Toen trad hij op een dag, ten aanschouwe van het -geheele dienstpersoneel, op de ontstelde paltsgravin toe en -beschuldigde haar met fonkelende oogen, dat zij zich tegenover haar -afwezigen echtgenoot op schandelijke wijze aan trouwbreuk schuldig -gemaakt had, door met een gewonen knecht, die haar merrie zadelde in -ongeoorloofde verhouding te staan, waarvan zij de vrucht onder het -hart droeg. Schaamte en verontwaardiging beroofden Genoveva van haar -zinnen. Golo deelde den ontstelden bedienden, die zwijgend -toehoorden, mede, dat hij den paltsgraaf reeds van de schuld van -zijn trouwelooze gade en haar ontvluchten dienaar Drago onderricht -had en als tegenwoordig burchtbeheerder beval, de trouwelooze in een -kerker te brengen. - -In een vochtige onderaardsche gevangenis van den burcht ontwaakte de -ongelukkige paltsgravin uit haar bezwijming. Diep bedroefd verborg -zij het hoofd in de handen en smeekte Hem, die haar deze vreeselijke -beproeving opgelegd had, haar in het tegenwoordige leed en in de -aanstaande gebeurtenis bij te staan. Smartelijke uren stonden -Genoveva te wachten. Zij bracht een knaapje ter wereld. Zij doopte -hem met haar tranen en gaf hem den naam Tristan, dat beteekent: -rijk aan smarten. - - -II. - - -Acht maanden was paltsgraaf Siegfried reeds afwezig. Als een held -had hij in menig hevig gevecht gestreden. Met woesten geestdrift -vochten de dweepzieke Mahomedanen, die de Pyreneeën overgestoken -waren, om ook het overige Westen met vuur en zwaard aan de leer van -hun profeet te onderwerpen. In vele gevechten hadden de Franken voor -hun overmacht moeten zwichten. Reeds stonden de teugellooze Horden -in het midden van Gallië en drenkten hun paarden met het water van -de Loire. Daar verscheen Karel, de eerste paladijn van den zwakken -koning der Franken, en mat zich in een bloedig gevecht bij Tours met -de Arabieren. Vanaf het aanbreken van den dag tot aan het vallen van -den avond streden hier het kruis en de halve maan om Europa's lot. -Nooit genoeg heeft men dezen strijd tegen de Mooren tusschen Tours -en Poitiers gewaardeerd, toen Karel Martel als met een hamer de -ongeloovigen op het hoofd sloeg, evenals voorheen Judas deed, dien -ze Maccabeeus, dat beteekent: "de hameraar", genoemd hebben. Aan de -zijde van den legeraanvoerder streed Siegfried, de paltsgraaf. Hij -vocht als een leeuw, en God beschermde hem tot aan het einde van den -strijd. Dienzelfden avond echter werd de dappere paltsgraaf door de -lans van een vervolgden Saraceen getroffen. Het was geen doodelijke -steek geweest, maar gedurende maanden was hij tot werkeloosheid -gedoemd. Mistroostig lag graaf Siegfried op zijn legerstede, en vol -droefheid dacht hij aan de geliefde gade in het mooie Rijndal. - -Toen kwam er op een dag een bode uit den "Mayenfelder Gau", die den -paltsgraaf een perkament bracht, door Golo den slotbewaarder -geschreven. Ontzet heeft graaf Siegfried de krullende, zwarte -teekens aangestaard, als wilde zijn blik ze van het blad -uitwisschen; maar hoonend hebben ze voor zijn oogen gedanst, en in -zijn ooren heeft de ontzettende tijding geklonken: "je vrouw heeft -de trouw gebroken met Drago, den weggeloopen stalknecht." - -Woedend hebben de vingers van den held het geschrift omklemd, een -steunen drong uit den bleeken mond. Op hetzelfde uur heeft hij zich -met eenige wapendragers op weg begeven en is somber en ontstemd de -richting van de Ardennen ingeslagen. Hij heeft niet gerust voor dat -de Paltsburcht voor zijn oogen opdoemde. Op de platform stond een -man, die onderzoekend in de verte tuurde. Toen hij in de nabijheid -stofwolken zag opwaaien en een kleine schaar ruiters ontdekte, kwam -er een zegevierende blik in de donkere oogen. - -Daar rent een statig ridder voor de anderen uit. Donderend dreunt de -met ijzerbeslagen hoef van het strijdros op de ophaalbrug. Voor den -somberen paltsgraaf, die snel van zijn paard afgesprongen is, staat -Golo met gehuichelde ontroering. Opnieuw deelt hij met gekunstelde -smart mede, hetgeen de ridder reeds door den koerier vernomen heeft. - -"Waar is de boosdoener, opdat ik hem, die de eer van mijn huis -bezoedelde, verplettere!" riep de paltsgraaf vol vertwijfeling uit. - -"Heer, ik heb den ellendeling gruwelijk gestraft en hem vervolgens -met zweepslagen uit het slot verdreven," antwoordde Golo met -krachtige stem. - -De paltsgraaf zucht diep. Zwijgend wenkt hij Golo, en een straal van -duivelsche vreugde schittert in het oog van den valschaard. - -Ook in de onderaardsche gevangenis was het geluid van -paardengetrappel en van het toeloopen der bedienden doorgedrongen. -Zich hoog oprichtend, luistert Genoveva in haar kerker. Een dierbare -naam en een bede tot God komt op haar lippen. Nu moest de -vreeselijke beproeving een einde nemen, en haar deugd zegevierend de -plaats der smaad verlaten en de doornenkroon verwisseld worden voor -den zegekrans. - -Daar wordt de grendel weggeschoven, harde voetstappen weerklinken. -Aan haar borst trekt zij het sluimerende knaapje. De vleugeldeur -wordt opengeworpen, en den geliefden echtgenoot toont zij het -aanvallige kind, het pand hunner liefde en juichend klinkt de naam -van den dierbaren gemaal van haar lippen. Maar plotseling veranderen -haar woorden in een luiden smartkreet. Hij slingert haar van zich -af, als hamerslagen treffen zijn aanklachten haar onschuldig hoofd, -en kermend valt Genoveva in onmacht. Den volgenden morgen bij het -aanbreken van den dag brachten twee knechten de ongelukkige naar -buiten in het bosch. In koelen bloede moesten zij de vrouw dooden, -die haar gemaal op schandelijke wijze ontrouw geweest was, terwijl -deze zijn leven aan de heilige zaak gewijd had, en met haar moest -tevens het kind der schande sterven. De vertoornde paltsgraaf had -bevolen, hem de tongen te brengen, als bewijs van het uitgevoerde -bevel. - -Hardvochtig sleepten de knechten de ongelukkige naar het meest -woeste deel van het woud, waar slechts het schreeuwen van een -roofvogel of de kreet van een dier uit het bosch de stilte verbrak. -Reeds hadden ze de messen getrokken. Daar wierp de paltsgravin zich -vol vertwijfeling aan de voeten van de mannen, hield weenend haar -knaapje in de hoogte en smeekte hun, zoo niet haar, dan toch het -onschuldige kind te sparen. Medelijden maakte zich van de mannen -meester en ontwapende hun hand, die het moordwapen vasthield. Nog -dieper in het woud brachten ze moeder en kind, keerden zich toen -snel om en lieten de slachtoffers aan hun lot over. - -Twee reetongen brachten de mannen den paltsgraaf en deelden hem -mede, dat ze zich getrouw van hun opdracht gekweten hadden. - - -III. - - -Genoveva's bestaan was hoogst treurig. Geheel opgaande in haar -smart, doolde zij dood vermoeid door het onbekende woud rond. De -honger kwam en deed zijn rechten gelden. Zacht kermde het knaapje op -haar arm, en een innig gebed zond de vertwijfelde moeder ten hemel. -Het drukkende harteleed loste zich op in een vloed van tranen, die -haar eenigszins verlichtten. De knaap was, nadat ook hij lang -geschreid had, ingeslapen. Eensklaps zag Genoveva, als door den -hemel, dien ze aangeroepen had, gezonden, een hol voor zich, dat -haar een schuilplaats en toevluchtsoord aanbood. En, als wilde God -haar toonen, dat hij harer welwillend gedacht, kwam er een witte -hinde in het hol, die zich vertrouwelijk aan de voeten van de -verlatene neervlijde. Haar uiers waren gevuld met melk; zij moest -eenige dagen geleden jongen gekregen hebben. Gewillig liet het -zachte dier toe, dat de vrouw haar kindje laafde. Ook den volgenden -morgen kwam de hinde weder, en Genoveva dankte God uit den grond van -haar hart. Zij vond wortels, bessen en kruiden, waarmede ze zich in -het leven kon houden. Het makke dier kwam elken dag in het hol en -bleef eindelijk voortdurend bij haar. - -Zoo verliepen er dagen, weken en maanden. Door de onveranderlijke -vroomheid der zwaar beproefde vrouw was de hevige smart in zachten -weemoed overgegaan. Na verloop van tijd kon zij haar echtgenoot, die -haar onschuldig veroordeeld had, vergeven, evenals hem, die zich -meedoogenloos op haar deugd gewroken had. Wel waren haar liefelijke -wangen smal geworden, maar de gekruide boschlucht veranderde de -bleekheid, die de kerkerlucht daarop verspreid had in een zacht -rood. Meer nog nam de knaap in beterschap toe, daar hem niet zooals -zijn moeder dat verterende leed aan het hart knaagde. Een bloeiende -twijg aan een geknakten stengel. - - -IV. - - -Sedert deze treurige gebeurtenis was het verdriet een trouw bezoeker -op het slot van den paltsgraaf. De hevige toorn was in knagend -hartzeer overgegaan. Dikwijls, wanneer hij onrustig door de kamers -dwaalde, waaraan zooveel herinneringen verbonden waren en doodsche -stilte hem omringde, waar vroeger de zachte stem van de geliefde -vrouw weerklonken had, dan overweldigde hem de smart. En het berouw -kwam en fluisterde hem met gloeiende woorden in het oor: of de -gruwelijke straf, die hij opgelegd had, niet te zwaar geweest was --- of hij niet te snel het vonnis uitgesproken had en of hij niet -had moeten overwegen, wat tot verzachting der ontmaskerde zonde had -kunnen bijdragen. - -Als deze vermanende stemmen hem vervolgden, dan werd het slot en de -eenzaamheid den paltsgraaf te veel, en hij snelde naar buiten met de -keffende honden en het gevolg, om door jachtfanfares en hondengeblaf -de innerlijke aanklagers tot zwijgen te brengen. Maar het gelukte -hem slechts zelden, en ook buiten zag steeds een doodsbleek -vrouwengezicht tot hem op, om dan in een stralenkrans weg te -smelten. Golo had wel bemerkt, hoe het met den zielstoestand van -zijn meester gesteld was, en dubbel drong de sluwe man zich aan den -paltsgraaf op, huichelde steeds grootere onderdanigheid en zorg voor -diens welzijn. Een hongerige neemt zelfs het brood aan, dat een -bedelaar hem biedt Siegfried meenende, dat de slotvoogd hem in zijn -eenzaamheid wilde troosten, nam deze bewijzen van genegenheid -minzaam aan en beloonde ze met welwillendheid, hoewel hij in zijn -binnenste vertoornd was op den man, die hem den treurigsten dienst -zijns levens bewezen had. Eens ging de paltsgraaf weer op de jacht. -Slechts een klein gevolg begeleidde hem. Ook Golo was onder hen. -Dieper dan gewoonlijk was Siegfried het bosch ingegaan. Een -sneeuwwitte hinde was voor hem opgesprongen, en als een goed jager -rende de paltsgraaf over heg en struik, om het zeldzame dier neer te -schieten. Reeds had zijn speer het dier aangeraakt, toen het -plotseling in een hol verdween. - -En een vrouwelijke gestalte met een knaapje aan de hand trad -plotseling in de opening tusschen de rotsen. De hinde, die -bescherming bij haar zocht, vlijde zich tegen haar aan. Zij -bespeurt den jager en werpt met een blos van schaamte haar rijke -mantel van blond haar over het armoedige gewaad. - - - [Illustratie: Die Loreley - Nach dem Gemälde von C. Begas] - - -Maar een siddering overvalt haar, onbeweeglijk staren de groote -vermoeide oogen den jager aan. Een kreet klinkt van haar lippen, -half juichend, half kermend en zij werpt zich aan de voeten van den -paltsgraaf. En van de lippen, die maandenlang slechts vurige gebeden -gepreveld of het verlaten kind zoete vleierijen toegefluisterd -hebben, stroomen nu betuigingen van onschuld en aanklachten tegen -haar vervolgers. Als vuur dringen haar woorden in de ziel van den -paltsgraaf, als vuur, dat verlicht, loutert en ontvlamt. - -Plotseling tot bezinning gekomen, trekt hij zijn wedergevonden vrouw -aan zijn borst, kust haar traan voor traan van de wangen weg en -werpt zich dan zelf aan haar voeten, terwijl hij berouwvol om -vergeving smeekt. Den knaap drukt hij aan zijn hart en geeft het -miskende kind duizend teedere namen. - -Dan blaast hij op den jachthoorn. Het gevolg nadert; ook Golo. De -paltsgraaf trekt hem uit den kring der ontstelde wapendragers en -sleurt hem vlak voor Genoveva. - -"Kent gij haar?" - -Als door geeselslagen getroffen, kromp de ellendeling ineen, en -omklemde voortdurend de knieën van zijn meester, die hem -verachtelijk van zich stiet. Hij biechtte zijn misdaad en smeekte om -genade. Siegfried schudde treurig het hoofd, liet hem boeien en -wegbrengen. Een smadelijke dood was, niettegenstaande de voorspraak -van de vrome paltsgravin, Golo's loon. - - * * * - -De zon van nieuw geluk bestraalde weer paltsgraaf Siegfried en zijn -engelachtige vrouw. Met dubbele teederheid schonk de paltsgraaf zijn -liefde aan de trouwe gemalin en zijn bloeiend knaapje. In het bosch, -waar de hinde hem het spoor naar het hol gewezen had, liet hij, uit -dankbaarheid aan God, een kerk bouwen. Dikwijls ging de vrome -paltsgravin in dit godshuis bidden en prees Gods goedheid, die haar -tranen in vreugde had doen veranderen. - -Op een dag werd haar omhulsel onder groote droefheid weggedragen en -in deze kerk bijgezet. Nog heden staat de oude Vrouwenkerk te Laach -in de "Mayenfelder Au", nog heden laat men den bezoeker het -grafteeken, den toren, waarin zij smachtte, het rotshol, waarin zij -leed, zien, en er is niemand in het Rijnland, die de deugdzame -gemalin van paltsgraaf Siegfried, de heilige Genoveva niet kent. - - - - -Hammerstein - -De met dochters gezegende ridder - - -Boven Rheinbrohl staan op den somberen Grauwackenfels de duizendjaar -oude, vervallen ruïnes van de rijksvesting Hammerstein. Een der -eerste bezitters was Wolf van Hammerstein, een trouw onderdaan van -keizer Hendrik den Vierde, wiens kroon door eigen schuld en die van -anderen met doornen omwonden was. Op den onvergetelijken boetetocht -naar Canossa heeft graaf Hammerstein hem vergezeld, doch door de -gebreken van den naderenden ouderdom heeft hij daarna zijn burcht -niet gaarne meer verlaten. Slechts uit de verte drong het -trompetgeschal der wereld tot hem door. - -Zes dochters waren uit het huwelijk van den heer Wolf van -Hammerstein met zijn sedert jaren ontslapen echtgenoote geboren, -liefelijke jonkvrouwen, die voor den bejaarden vader groote -vereering koesterden. Hun kinderliefde viel echter bij den ruwen -krijgsman in verkeerde aarde. Dat hem geen zoon beschoren was, -kwelde hem zeer. Gaarne had hij voor een stamhouder het halve dozijn -meisjes gegeven. Dit bleef de zes jonkvrouwen niet verborgen, en -door groote liefde en toewijding trachtten zij den norschen vader -met zijn lot te verzoenen. - -Op een avond, terwijl buiten de wind als een krassende raaf om den -burcht gierde, zat ridder Wolf, door jicht geplaagd, binnen aan den -warmen haard en was niettegenstaande de vrouwelijke opmerkzaamheden -in een slecht humeur. Evenals schuwe duiven keken de sierlijke -meisjes naar den vertoornden ouden heer. - -Daar dient de slotbewaker in het late uur nog twee gasten aan. Zij -zijn in ridderlijke wapenmantels gehuld. Niettegenstaande zijn -podagra verheft de gastvrije burchtheer zich van zijn zetel. In het -verwarmde vertrek treden bibberend van koude twee vermoeide -reizigers, die om een onderkomen voor den nacht smeeken. - -Bij den klank der stem van den eenen vreemdeling heeft de ridder -zich luisterend opgericht, en toen deze het vizier ophief en den -mantel terugsloeg, is Wolf van Hammerstein eerbiedig op de knieën -aan zijn voeten neergevallen, heeft zijn beide handen gegrepen, zijn -gebaarde lippen daarop gedrukt en uitgeroepen: "Hendrik, mijn Heer -en Koning!" - -De keizer heeft vervolgens zijn voormaligen strijdmakker met -trillende stem medegedeeld, dat hij vluchtende was voor hem, die hem -den koningsmantel van de schouders en de kroon van het hoofd gerukt -had. En toen de ridder bevende van opwinding vroeg, wie deze eeren -goddelooze booswicht was, fluisterde de keizer met gebogen hoofd op -klankloozen toon: "Mijn zoon!" Hij bedekte het gelaat met de handen. -Onbeweeglijk als een marmeren beeld stond de ridder daar, terwijl -hij, als door een bliksemstraal, die in zijn ziel viel, tot inzicht -werd gebracht. - -Teeder voelde hij zich door de armen zijner dochters omvat, en toen -hij de handen naar hen uitstrekte, als wilde hij door de teederheid -van een oogenblik al het onrecht van vele jaren vergoeden, voelde -hij tranen daarop neerdruppelen. De keizer sprak diep geroerd tot -den ridder: - -"Benijdenswaardige wapenbroeder, de trouwe harten van je dochters -kloppen voor je tot over je graf en geen verdorven zoon, die je dood -niet kan afwachten, jaagt je eens met grijze haren van je -geboortegrond! Wee mij, die morgen met de weinige getrouwen, die mij -gebleven zijn tegen mijn eigen bloed ten strijde moet trekken." - -Terwijl de ongelukkige koning tegen middernacht in de gezellig -ingerichte kamer in een onrustigen slaap viel, overlaadde de -diepbewogen burchtheer zijn dochters met ongekende liefkoozingen. -Hij heeft God vergeving gevraagd voor den wrok, die in vroeger dagen -bij hem opgekomen was, omdat hij geen zoon had. - - - - -Rheineck - -De wijnkeuring - - -Onder het stadje Brohl verheft zich op een rotsachtige hoogte, waar -vroeger reeds een Romeinsch slot gestaan heeft, de twintig meter -hooge, vierhoekige wachttoren, als laatste overblijfsel van den -burcht Rheineck. De sage, die aan den eenzamen toren verbonden is, -vertelt ons een vroolijk verhaal van een ridder, een bisschop, een -jonkvrouw en den wijn van Aszmannshausen. De ridder heette Kunz van -Schwalbach en was een vermetele bandiet, die vooral het vuistrecht -in de omstreken van de Ahr met veel ijver en niet minder gevolg -uitoefende. Zijn gemalin, die wellicht een goeden invloed op hem had -kunnen uitoefenen, rustte reeds sedert jaren in de burchtkapel. Een -bevallig meisje, een vroeg wees geworden kind van een broeder van -den heer Kunz, Adelgonde genaamd, bestuurde sedert dien tijd de -huishouding op Rheineck. - -Destijds was de vrome, maar ook strenge heer Anselmus bisschop van -Keulen. Daar hij hooge belasting en tollen hief, waren de burgers -van Keulen zeer vertoornd op hem, en toen hij weer een nieuwe -belasting invoerde, was een hevig oproer hiervan het gevolg, zoodat -Anselm gedwongen werd, met eenige getrouwen ijlings zijn residentie -te verlaten. Naar aanleiding van hun bedeesde vraag "waarheen?" -herinnerde de heer Anselm zich den burcht Rheineck, die tot het -aartsbisdom behoorde en die den Schwalbachers voor langen tijd ter -leen gegeven was. Daarheen wilde de aartsbisschop in ballingschap -gaan, totdat zijn verdwaalde schaapjes hem weer terug zouden roepen. - -"Ridder Kunz, de oom van mijn zedige pupil is wel is waar een groote -schelm," meende de vrome heer. "Hij bidt weinig en rooft veel. -Daarbij wordt hij verdacht de brutale bandiet te zijn, die in den -herfst van ons aartsbisdom de lading wijn weggekaapt heeft. -Aszmannshäuser was het," zeide de heer Anselm bij zich zelf, terwijl -hij met gefronste wenkbrauwen naar de kielvoren van zijn scheepje -keek. - -Bij den heer Kunz, die zich in stilte te goed deed aan het heerlijke -druivensap van den geurigen Aszmannshäuser, trad jonker Jörg, de -hoofdman zijner lansknechten, binnen en berichtte, dat er beneden -een schip met de Keulsche bisschopsvlag voor anker lag. Vertoornd -rees de ridder van zijn eikenhouten stoel op, en minutenlang kwelde -hem zijn kwaad geweten. Toen echter zegevierde zijn luchthartigheid -en met vroolijke onderwerping beval hij den heer uit het heilige -Keulen naar behooren te ontvangen. Den heer Anselm en zijn gevolg -viel dus een waardige ontvangst ten deel. Door ridderlijke -gastvrijheid moest de hoogeerwaarde leenheer en edele voogd van -jonkvrouw Adelgonde zooveel mogelijk voor het geleden onrecht -schadeloos gesteld worden. - -Naarmate het later werd, verbeterde de stemming van den aanzittenden -gast. Nadat de aartsbisschop reeds de noodige hoeveelheid van het -edele vocht, dat zijn gastheer hem bood, met verstand geproefd had, -vroeg hij terloops: "ridder Kunz hebt ge niet tot besluit een beker -Aszmannshäuser, want sedert jaren gebruik ik dit vocht als een goed -bekomende slaapdrank." En ridder Kunz moest toen met oprecht -leedwezen bekennen, terwijl zijn oogen als die van een vroom schaap -flikkerden, dat zijn kelder wel Walporzheimer, Ingelheimer, maar -helaas geen druppel Aszmannshäuser bevatte, aangezien die, zooals -iedereen wist, van het domein van den aartsbisschop was. - -De heer Anselm scheen er zich in geschikt te hebben, dat hij zijn -lievelings- en slaapdrank op Rheineck missen moest. Maar op een -avond ging hij, door een plotseling invallende gedachte gedreven, -langs verschillende afgelegen trappen en gangen naar den kelder van -den burcht. Wat voor waarde had het woord van een Kunz? Geen cent. -Wat eigen overtuiging? Misschien een scheepslading Aszmannshäuser. -Aldus bij zich zelf redeneerend, ging de heer Anselm tastende langs -de muren -- en hield op eens een schoon gelokt vrouwenhoofd in de -uitgestrekte handen. - -Daar een onderdrukte angstkreet door de lange gang weerklonk, -fluisterde vader Anselmus geruststellende woorden en drukte een -bemoedigenden kus op twee nabijzijnde vrouwenlippen. Vervolgens trok -hij de beschaamde Adelgonde bij het flikkerende licht aan het einde -van den trap. - -Hoog blozend biechtte de jonkvrouw den voogd, dat ze jonker Jörg -zeer genegen was, en dat ze hier nog zedig een nachtgroet met hem -gewisseld had. - -"De smaak van den jonker is goed," bevestigde de geestelijke voogd. -(Nog heviger bloosde Adelgonde.) "Je Jörg laat zich den -Aszmannshäuser goed smaken! Hm, zeg eens, waar ligt het vat? Je bent -verbaasd over mijn alwetendheid, kind? Je mond heeft je verraden: -toen ik hem zooeven toevallig in donker aanraakte -- hierbij hief -vader Anselm de oogen vroom hemelwaarts -- bemerkte ik een aroma zoo -fijn, als slechts de Aszmannshäuser bezit en de mond van je ridder -heeft dat op jou overgebracht." - -De jonkrouw was zoo verlegen, dat ze gaarne door den grond had -willen zinken. Bereidwillig toonde ze haar voogd het groote vat, dat -in den uitersten hoek van den kelder verborgen was. Hoe lang hij -daar vertoefd heeft, zullen we maar wijselijk verzwijgen. Den -volgenden morgen had de mis van den heer Anselm niet plaats. Tegen -den middag verschenen afgevaardigden van de burgers van Keulen, die -hun aartsbisschop namens de stad vergeving vroegen voor het plaats -gehad hebbende oproer en opnieuw den trouweed aflegden voor de -gezamenlijke onderdanen. Genadig besloot Anselmus tot onmiddellijken -terugkeer. Bij het afscheid nam hij nogmaals het woord en zei -onomwonden met een strakke gelaatsuitdrukking: - -"Zooals mij juist medegedeeld wordt, beweert elke geestelijke en -leek in Keulen, dat hij, die in den herfst de wijnlading, -toebehoorende aan het stift, op goddelooze wijze gestolen heeft, -niemand anders dan de eigen leenman van het bisdom, Kunz van -Schwalbach op Rheineck is!" - -De heer Kunz hield zijn onschuld vol en betuigde zijn onderdanige -trouw, maar de aartsbisschop stond op de voorloopige inbeslagneming -en beval den ridder zich binnenkort met den notaris en getuigen naar -het college te Keulen te begeven en zich te zuiveren van de -verdenking van den kerkroof. Vervolgens liet hij het kolossale vat -verzegelen en vervoeren en keerde toen met zijn onderhoorigen -huiswaarts. - -Onderwijl stiet de heer van Schwalbach ontelbare vloeken uit. Jonker -Jörg troostte hem en ridder Kunz beloofde zijn vertrouweling met -vele ridderlijke eeden, dat, zoo hij in Keulen het leven er af -bracht, zijn bevallige nicht de vrouw van den jonker zou worden. In -opgewonden stemming vernam Adelgonde dit van ridder Jörg. - - * * * - -In de strafzaal te Keulen zaten twaalf waardige heeren op het -gestoelte. Adelgonde, die er voor zorgde den verschuldigden eerbied -tusschen oom en voogd te verdeelen, bood den heeren volgens den -wensch van den heer Anselm twaalf zilveren bekers van den betwisten -wijn aan. Terwijl hij een beroep deed op hun kennis en -onomkoopbaarheid, gebood de bisschop het twaalftal hun oordeel mede -te deelen of het vat Moselblümchen. Affentaler, of Aszmannshäuser -inhield. - -Bedenkelijk brachten de rechters de bekers aan de lippen, namen een -slokje, vertrokken de mondhoeken, proefden nogmaals en schudden -allemaal het hoofd over dezen allerakeligsten drank. Eenparig -verklaarden zij, dat deze zure wijn geen Aszmannshäuser was. -Boetvaardig stond de heer Anselm daar, zegevierend ridder Kunz en -opgetogen jonkvrouw Adelgonde en jonker Jörg. - -Eenige weken daarna werd er op Rheineck een vroolijk bruiloftsfeest -gevierd. Toen ridder Jörg met zijn jonge gemalin op de feestelijk -opgetuigde paarden het slot verlaten had, om Adelgonde in den -vaderlijken burcht binnen te leiden, zat de geestelijke voogd, die -zich verwaardigd had, het paar te trouwen, eendrachtig met den heer -van Rheineck bij de blinkende kan. En in verhoogde feeststemming -drong de bisschop er bij den ridder op aan, hem te bekennen, hoe hij -het klaargespeeld had, den verzegelden Aszmannshäuser in dezen -ellendigen zuren wijn te veranderen. Daarvoor zou hij hem meedeelen, -hoe hij destijds in den kelder van den burcht den Aszmannshäuser -ontdekt had. Lachend wenkte de heer Kunz zijn schenker, deze bracht -fluks een wijnkan, schonk de heeren drinkers hiervan in, en opnieuw -dronk de heer Anselmus zijn lievelings- en slaapdrank. - -Plechtig verklaarde hij: "ridder Kunz, dit is de wijn, welks ligging -Adelgonde haar voogd gehoorzaam verried." - -Toen dreunde de vuist van Kunz op de eikenhouten tafel, zoodat de -kannen rammelden, en hij voer hevig uit tegen de valschheid van zulk -een slang. Maar de bisschop wees hem op zijn goddeloozen toorn, -aangezien het vrome kind slechts gehoor gegeven had aan den -geestelijken aandrang. Hoofdschuddend sloeg de heer Kunz de handen -in elkaar. - -"Een vroom kind, dat uw geleerde rechters de proefbekers met absint -en azijn vulde." - -Een tijdlang zweeg Anselmus, vervolgens schudde hij zijn eerwaardig -hoofd. Dan lachten beiden, de ridder en de bisschop. Maar toen de -ridder den bisschop de helft van het vat als avonddrank, die -bevorderlijk voor den slaap was, aanbood, reikte de heer Anselmus -hem zijn hand als leenheer, waarbij de heer Kunz vrijwillig de -belofte aflegde, in het vervolg alles, behalve den bisschoppelijken -Aszmannshäuser te rooven. - - - - -Rolandseck - -Ridder Roland - -I. - - -Keizer Karel de Groote werd door een menigte sterke helden omgeven. -De eerste dezer paladijnen was de neef van den koning der Franken, -Ronald van Angers. Geen naam, die in den slag of bij het tournooi -meer uitblonk, dan de zijne. Hij werd door het zwakkere geslacht -vereerd, door zijn vrienden bewonderd en door zijn vijanden geacht. -Zijn ridderlijke geest verzette zich tegen het weelderige genotvolle -leven. Het voortdurende verblijf aan het keizerlijke hof bevredigde -hem niet, en zoo wendde hij zich tot zijn keizerlijken oom met -verzoek hem toe te staan een reis naar het machtige Frankische rijk -te ondernemen, dat hem tot nu toe onbekend was gebleven. Daar hij -zich zijn jeugdige kracht bewust was, verlangde hij naar ridderlijke -avonturen en gevaren. Karel de Groote zag den dapperen krijgsheld -met weemoed van zijn hof vertrekken; ongaarne voldeed hij aan zijn -verzoek. - -En zoo verliet dus de ridderlijke held, slechts vergezeld door -eenige getrouwe schildknapen, bij het aanbreken van den dag het -keizerlijk paleis aan de Seine, en sloeg de richting naar het Oosten -in; de Vogezen waren het eerste doel van zijn tocht. Op den burcht -Niedeck bij Haslach nam hij eerst zijn intrek en vervolgens bij -Attich, hertog in den Elzas. - -Steeds verder trok Roland, en toen hij op een avond de helling van -het Vogezenwoud afreed, begroette hem uit de verte het glinsterende -water van den Rijn. Breed wierpen de ontboeide golven zich links en -rechts over de bedding van den stroom, de vlakte meedoogenloos -bespoelend. Weinig bekoorlijkheid bezat de rivier hier in zijn -grenzenlooze woestheid. Maar de ridder wist, dat het schouwspel -spoedig veranderen zou. Hij trok Rijnafwaarts, waar de groote -bergreuzen den ruischenden stroom omsluiten. Zegevierend staat hun -voet in den vloed, slechts zelden wijken ze eenigszins ter zijde en -laten een smalle strook land vrij, nauwelijks breed genoeg, om -reizigers en voertuigen te laten passeeren. Op hun hoogten prijken -trotsche koninklijke burchten, die den voorbijganger beneden den -roem van voorname geslachten verkondigen. Dit alles zag Roland op -zijn vroolijken Rijntocht. Hij bezocht menige sagenrijke en -herinneringsvolle plaats, de steile Loreleirots, waar 's nachts de -waternimf zong, het vriendelijke plaatsje, waar St. Goar geleefd en -gewerkt heeft, ten tijde van Childeberts den Merowinger (deze -wonderlijke heilige zond kortelings den keizerlijken oom van Roland -een dichten nevel na, omdat keizer Karel de Groote op zijn tocht van -Ingelheim naar Koblenz verzuimd had zijn knie voor de heilige kapel -te buigen, zoodat hij genoodzaakt werd in het vrije veld te -overnachten), en ook de Mayenfelder Au bij Andernach, waar Genoveva, -de deugdzame gemalin van paltsgraaf Siegfried geleefd heeft. - - - [Illustratie: Siegfried schleppt einen Bären ins Lager - Nach einer Lithographie von Peter Cornelius] - - -En nu kwam Roland aan de plaats, waar de vloed, aan het einde van -het Rijndal gekomen, omringd wordt door trachietreuzen, waarvan de -toppen met geweldige burchten gekroond zijn, evenals de zeven -gekroonde paladijnen, die in lateren tijd den heiligen persoon van -den Duitschen keizer vol wijding omringden. Een boschrijk eiland -verheft zich hier uit den zacht blauwen vloed. De gouden avondzon -schittert over de bergen. Op den bergrug tallooze druivenstokken, -links de liefelijke beukenboschjes, tot aan de steile kruin -opstijgend, rechts de murmelende golfslag, aan de overzij, ver -zichtbaar op de sagenrijke rots, waar eens een afschuwelijke draak -gehuisd heeft, de muren van een ridderslot. Hoog boven alles de -nacht in gouden sterrengewaad. Zwijgend stond de ridder stil. Zijn -blik rustte bewonderend op het prachtige landschap. Onrustig stampte -de hoef van het paard op den grond, bezorgd keek de getrouwe -schildknaap naar den steeds donkerder wordenden hemel. Bedeesd -herinnerde hij zijn heer er aan, dat het tijd werd, nachtlogies te -zoeken. - -"Daar boven zou ik het gaarne vragen," antwoordde Roland, terwijl -hij voor het eerst zeldzaam week gestemd werd. Hij gebood zijn -schildknaap den schipper, die juist zijn bootje voor de nachtelijke -vangst losmaakte, den naam van het slot te vragen. - -De vesting behoorde aan de Drachenburgers, graaf Heribert woonde -daar op het oogenblik. Zoo luidde het antwoord, en vreugde straalde -uit Rolands oogen. Vele groeten en boodschappen waren hem door -ridderlijke vrienden aan den Bovenrijn en elders aan den ouden graaf -op de Drachenburg opgedragen. Roland talmde niet langer met zijn -besluit. Weldra voer een boot door den donkeren vloed. - - -II. - - -Middelerwijl was het nacht geworden. De schitterende maan lichtte -hen door den donkeren boschweg. Zeer vriendelijk heette graaf -Heribert, een statig ridder op gevorderden leeftijd, den -ridderlijken neef van zijn keizerlijken heer welkom op zijn burcht. -Totdat het twaalf uur sloeg, voerden ze in het gezellige vertrek van -den slotheer een onderhoudend gesprek. - -Den volgenden morgen stelde graaf Heribert zijn dochtertje -Hildegonda aan den ridder voor. Vol bewondering hing Rolands oog aan -de lieftallige jonkvrouw. Tot nu toe had vrouwelijke lieftalligheid -geen diepen indruk op hem gemaakt. Naar wapenroem en -heldenwaagstukken, naar spel en strijd had zijn ziel steeds gedorst, -nu echter had de tooverstaf der liefde den vermetelen strijder -opeens aangeraakt. Hij, die gevreesde tegenstanders onversaagd in de -oogen gezien had, boog het onvervaarde hoofd in meisjesachtige -schuchterheid voor de betoovering van Hildegonda. Maar ook zij -stond, het gelaat met een purperen blos overtogen, voor den -gevierden held, wiens naam een goeden klank aan den Boven- en -Benedenrijn had. - -De oude ridder verbrak onmerkbaar de gedrukte stemming. Met een -schertsend woord sneed hij het gesprek der verlegen jongelieden af -en geleidde den gast door de hooge vertrekken van het slot. - -Roland bleef langer op de gastvrije Drachenburg, dan hij ooit op -eenig ander slot vertoefd had. Met sterke banden werd hij op den -verrukkelijken burcht gehouden. De liefde ontvlamde in zijn hart en -ook in Hildegonda's reine ziel wierp zij haar verterend vuur, en op -een dag -- de schemering spon reeds zilveren draden over de met -linden beschaduwde bank -- liet zij hand in hand, oog in oog en mond -op mond rusten en omzweefde juichend, als een zegevierende koningin, -hen, die ze verbonden had. - -Gaarne vertrouwde graaf Heribert zijn allerliefst dochtertje aan den -gevierden paladijn toe. In het vooruitzicht van een vroolijke -toekomst maakte hij den verlovingstijd van zijn eenig kind zoo -aangenaam mogelijk. Een burcht zou op de rots tegenover de -Drachenburg verrijzen. Als een trotsche wachttoren zou de -toekomstige Rolandsburg van de steile rots in het prachtige -Zevengebergte neerzien. Reeds stegen haar muren omhoog en dagelijks -stonden de verloofden op de platform van de Drachenburg en keken -naar den overkant, waar vlijtige werklieden timmerden en metselaars -hamerden, en de mooie Hildegonda smeedde schoone plannen voor de -toekomstige woning, waar ze den aan avonturen gewenden ridder en -held door trouwe liefde boeien wilde. - -Op een dag echter verscheen er een bode op de Drachenburg, gezeten -op een met schuim overdekt paard. De afgevaardigde kwam van het -keizerlijke Worms en berichtte, dat de oom van den ridder, de -keizer, tot de kruistochten tegen de ongeloovigen achter de -Pyreneeën besloten was. Karel wenschte den beproefden paladijn onder -zijn legeraanvoerders te zien optreden. Zwijgend ontving Roland de -boodschap van den hoogen gebieder. Hij keek naar Hildegonda, die met -doodsbleek gelaat naast hem stond, en een hevige smart kwam over -hem. Maar hij moest zijn plicht nakomen. Hij zegt den koningsbode in -het keizerlijke leger aan te kondigen, dat hij over drie dagen -verschijnen zal. Met somber gelaat wendt hij zich af. Hildegonda -werpt zich snikkend aan zijn borst. - - -III. - - -Verwoed streden in Iberië het kruis en de halve maan om de -heerschappij. Hevige gevechten werden geleverd, veel bloed werd door -de christenen en de ongeloovigen vergoten. Bloedige overwinningen -behaalden de moedige paladijnen van den koning der Franken, het -dapperste echter streed Roland. Zijn zwaard baande den keizer den -zegetocht, het dekte het leger van den keizer, toen het zegevierend -in het onbekende vijandelijke land trok. Het was in Ronceval, in dat -dal, dat naderhand zoovele dichters in het Duitsche en Waalsche land -bezongen hebben. Gescheiden van het hoofdleger, trekt Rolands -dappere achterhoede, tegen het vallen van den avond, langs den -boschweg. Daar klinkt plotseling woest geschreeuw van de hoogten, -verwoed vallen de laffe Mooren het troepje Franken aan. Met -heldenmoed vechten zij. Gelijk een koningsarend vliegt Rolands -strijdros Brilliador nu hier, dan daar heen, en menige schedel der -Saracenen wordt door zijn machtig zwaard Durando gespleten. Maar de -overmacht overwon de dapperheid. Steeds kleiner wordt de schaar der -Franken, en nu wordt ook Roland door een lanssteek van een -reusachtigen Moor getroffen. Over hem heen woedt de woeste strijd. -Toen de nacht treurig zijn donkeren mantel over het slagveld -uitspreidde, hadden de ongeloovigen hun afschuwelijk werk volbracht. -De Franken waren verslagen. Slechts eenigen waren aan den dood -ontkomen. - -Waar is Roland klonk de angstige vraag. Hij was niet onder de -geredden. Waar is Roland? vroeg Karel de Groote ontsteld aan de -vermoeide boden. Door het geheele rijk weerklonk het antwoord: -Roland de held viel in den strijd tegen de Saracenen. Overal -verwekte deze treurige tijding oprechte droefheid. - -Ook aan den Rijn werd zij vernomen. Op een dag verschenen er -koningsboden op de Drachenburg, die de treurige boodschap -overbrachten en tevens de deelneming van den keizer betuigden. -Smartelijk zuchtte de oude Heribert, terwijl hij de oogen met de -hand bedekte. Hildegonda stiet een vreeselijken gil uit. -Hartverscheurend was haar verdriet. Voor het beeld van de Moeder -Gods lag ze snikkend op de knieën en smeekte om bijstand in haar -groote smart. Dagenlang sloot ze zich in haar kamertje op, en zelfs -de woorden van troost, die de vader haar bood, vermochten het -ontzettende leed niet te verzachten. - -Nadat er weken verstreken waren, trad het bleeke meisje, op een dag -het vertrek van den ridder binnen, kalmer dan voorheen. Een -bovenaardsche glans lag over haar ernstige trekken. En toen de vader -de knielende naar zich toe trok, deelde zij hem het besluit mede, -dat in haar zwaarbeproefde ziel gerijpt was. Smartelijk hebben de -oogen van graaf Heribert haar aangezien. Vervolgens heeft hij een -kus op haar rein voorhoofd gedrukt. - -Toen is de dag aangebroken, waarop de klokken beneden op het eiland -Nonnenwerth plechtig luidden. Voor het altaar knielde gesluierd een -nieuwe novice, de lieftallige dochter van graaf Heribert. In de -heilige stilte van het klooster zocht zij den vrede, dien zij in den -vaderlijken burcht niet vond. Met een laatsten snik had ze den naam -van den geliefde uit het hart verbannen, de vlammen van de treurende -liefde uitgedoofd, en nu moest haar ziel vervuld zijn van het -heilige vuur van reine godsvereering. Te vergeefs hoopte de geknakte -vader, dat de ongewone eenzaamheid van het klooster het besluit van -de geliefde dochter aan het wankelen zou brengen en zij aan het -einde van het proefjaar in zijn armen terug zou keeren. Integendeel; -de godsvruchtige jonkvrouw smeekte den bisschop, die aan het -geslacht van den vader verwant was, de goedheid te hebben haar geen -proefjaar op te leggen en haar reeds na korten tijd toe te staan, de -onherroepelijke belofte voor Hem af te leggen, aan wien ze haar -leven gewijd had. Haar vurige wensch werd vervuld. Toen er een maand -verstreken was, vielen de gouden lokken van Hildegonda's hoofd en -door een heilige belofte verbond de lieftallige dochter van den heer -van de Drachenburg zich voor eeuwig aan den almachtigen God. - - -IV. - - -Maanden waren er sedert dien tijd verstreken. De lente was voorbij -en de schooven stonden reeds op de velden. Op de plaats, waar de -vloed, aan het einde van het Rijndal gekomen, door zeven -trachietreuzen met door burchten gekroonde hoofden omringd wordt, -houdt de ridder met zijn gevolg stil. Het is nog niet lang geleden, -dat hij ver in het Zuiden, waar de Iberische zon het dal van -Ronceval bestraalt, in een armoedige herdershut ziek gelegen heeft. -Daarheen had de trouwe schildknaap zijn meester, die door een lans -van een Moor in de borst getroffen was, gesleept. Hier had de -dappere held en legeraanvoerder weken- en maandenlang op het ziekbed -gelegen en met den dood geworsteld, totdat zijn krachtige natuur de -overwinning behaalde. Roland herstelde door de liefdevolle -verpleging, terwijl hij in het Frankenland als een doode betreurd -werd. Nu was hij teruggesneld naar de plaats, waarheen hij met -geweld getrokken werd. Een boschrijk eiland verheft zich groetend -uit den lichtblauwen vloed. De gouden avondzon schittert over de -bergen. Op den bergrug tallooze druivenstokken, links de liefelijke -beukenboschjes, tot aan de steile kruin opstijgend, rechts de -murmelende golfslag, aan de overzij, ver zichtbaar op de sagenrijke -rots, waar eens een afschuwelijke draak gehuisd had, de muren van -een ridderslot. Hoog boven alles de nacht in gouden sterrengewaad. - -Zwijgend staat de ridder stil. Zijn blik rust bewonderend op het -prachtige landschap, evenals maanden geleden, wordt hij week -gestemd. - -"Hildegonda" fluistert Roland en ziet op naar den met sterren -bezaaiden hemel. - -Evenals destijds vaart wederom een schip door de donkere water. Op -den boschweg, die naar de Drachenburg leidt, schrijdt Roland, door -zijn schildknaap vergezeld. - -Met doodsbleek gelaat staart de oude slotbewaker naar de late -gasten. Hij maakt een kruis en ijlt in het vertrek van zijn heer. -Daar wankelt een manlijke gestalte, door ouderdom en verdriet -gebogen. De ridder snelt hem tegemoet. "Roland" klinkt het als een -steunen van de verbleekte lippen van den burchtheer. Zwijgend houdt -de late bezoeker den snikkenden ouden heer in de armen gesloten. -Toen Roland maanden geleden wegging, vond zijn verdriet geen tranen, -nu vloeiden zij rijkelijk over zijn door smart ingezonken wangen. - -Roland maakt zich uit de omarming van den ridder los. - -"Waar is zij? (Gillend uit hij deze vraag.) Dood?" - -Vreeselijk treurig ziet graaf Heribert hem aan. - -"Hildegonda, de bruid van den voor dood gehouden Roland, werd de -bruid des hemels." - -Bij het hooren van deze woorden steunde de held luid en verborg vol -smart het hoofd in de handen. - -Tegen het aanbreken van den dag heeft hij den burcht verlaten, -gelijk een koningseik, die door den bliksem getroffen is. In den -tegenover gelegen burcht op den rotswand, die door de hoopvolle -liefde in de lente opgebouwd werd, heeft hij zijn intrek genomen, en -daar heeft hij de wapenrusting voor altijd afgelegd. Uitgedoofd -waren de sterren in zijn borst, gestorven de begeerte naar roem. Dag -aan dag heeft hij daar boven gezeten en zwijgend naar het groene -eiland in den Rijn gestaard, waar de non Hildegonda elken morgen in -den kloostertuin tusschen de bloemen wandelde. Soms scheen het hem, -alsof ze zich groetend boog en dan werd het bleeke gelaat van den -ridder door het avondrood van het vroeger stralende geluk -opgeklaard. - -Daarna werd hem ook dit geluk ontnomen. Op een dag bleef de geliefde -uit, en toen klonk het doodsklokje klagend op het stille eiland. Hij -ziet daar beneden een lijkkist naar het kerkhof dragen en hoort de -treurzangen en gebeden der nonnen. Hij ziet ze allen, slechts eene -ontbreekt. En de held bedekt het gelaat met de handen. Hij weet nu, -wie ze daar grafwaarts dragen. - -De herfst kwam en verdorde bladeren woeien over het graf van de non -Hildegonda. Nog altijd zat Roland daar boven en tuurde elken morgen -naar het kerkhof op het eiland. En zoo werd hij op een dag door zijn -schildknaap levenloos gevonden, het gebroken oog op de plaats -gericht, waar de verlorene geliefde sliep. - -Nog vele eeuwen versierde de trotsche Rolandsvesting den berg, die -nog steeds Rolandseck heet. Dan viel ook zij in puin evenals de -grootsche Drachenburg, waarvan de toren nog steeds omhoog steekt. -Een halve eeuw geleden viel op een stormachtigen winternacht de -laatste boog van de Rolandsvesting in puin, maar door -prijzenswaardige piëteit is zij weer opgebouwd, en evenals voorheen -prijkt de Rolandsboog op de steile rots, op het schoonste punt van -het heerlijke Rijndal, ten einde de tegenwoordige geslachten aan de -trouwe liefde uit den riddertijd te herinneren. - - - - -Zevengebergte - -Het Nachtegaalboschje bij Honnef - - -Een verrukkelijk plekje aarde is het liefelijke Honnef, dat zich als -een mooi, schuw kind aan de voeten van den ouden, beschuttenden -Drachenfels aan den Rijnstroom uitstrekt. Alsof het in een schelp -ligt, wordt het door den reusachtigen rug van den berg voor den -ijzigen adem van den Boreas beschut. Daardoor is de wind in dat dal -minder scherp, zoodat het plaatsje den naam van "het Duitsche Nizza" -gekregen heeft. Als de bezoeker van den Drachenfels, door de -ondergaande zon tot terugkeer gedrongen, door het dal van Honnef -afdaalt, teneinde de wachtende boot te bereiken, dan klinkt hem van -alle kanten het schoone gezang der nachtegalen tegen. Talrijker, dan -ergens in de omgeving zijn deze minnezangers hier bijeen; reeds -sedert vele jaren is dit zoo, en de sage deelt ons de oorzaak -hiervan mede. - -Zeer lang geleden zongen ze op een andere plaats. Het was in de -Eifel, in het bosch van de abdij Himmerode. Daar klonk, evenals -thans in het dal bij Honnef in den stillen zomernacht hun -verrukkelijk gezang. Ook tot de ernstige monniken, die in de -kruisgangen en kloostertuin in vrome overdenking rondliepen, drong -het door. Zelfs de vrome boetelingen, die zich in hun kerkers -kastijdden vernamen het. En in hun prevelende gebeden vermengde zich -verlokkend het verleidelijke gezang der nachtegalen. Toen zijn in -menig monnikshart, dat reeds lang afstand van het wereldsche genot -gedaan had, schuw en beschaamd herinneringen opgewekt en in menig -oor der vrome broeders hebben zij 'over heerlijke, zondige dingen -gefluisterd. - -Daarop is de heilige Bernhard op een dag in de abdij Himmerode -gekomen en heeft in de harten der broeders gelezen. Groote droefheid -overviel hem, toen hij bemerkte, dat uit menige heilige ziel de -goddelijke vrede verdwenen was. De oorzaak hiervan bleef hem niet -verborgen. Vervuld van heilige geestdrift trad de godsdienaar in het -bosch, dat het klooster omringde en hief met toornig gebaar de hand -op tegen de gevederde zangers van het woud. "Verwijder u van hier! -Gij zijt ons tot ergernis!" - -Dreigend had de heilige man dit uitgeroepen en ziet, in de twijgen -ontstond een hevig rumoer, een groote zwerm nachtegalen vloog uit de -struiken. Nog eenmaal weerklonk het verleidelijke gezang door het -woud, daarna stoven zij schuw klappend met de vleugels weg. - -In het dal bij Honnef hebben ze zich neergelaten en geen banvloek -heeft ze sedert dien tijd daar vandaan verdreven. Zij, die daar in -gepeins verzonken alleen wandelen of met hun beiden babbelend door -het dal van Honnef gaan, zijn niet, evenals St. Bernhard, afkeerig -van de wereldsche vreugde; evenmin als zij, die met glinsterende -oogen en een teringachtigen blos op de wangen door den tuin van het -sanatorium Hohenhonnef wandelen. Deze en gene hoort den verlokkenden -klank van de nachtegalen, nu eens klagend, dan overmoedig. En -iedereen legt hem op zijn manier uit. - - - - -De Drachenfels - -I. - - -Als de reiziger de schoon gelegen Muzenstad Bonn verlaten heeft en -per stoomboot den Rijn opvaart, aanschouwt hij spoedig aan zijn -linkerhand de schilderachtige toppen van het Zevengebergte. De -steile kruin van den voorsten berg wordt thans nog versierd door den -toren en de muren van een oud ridderslot. Van dezen toren met den -griezeligen naam, waar men in den zomer voortdurend vroolijk gezang -en klinken van bokalen hoort, vertelt het volk een aandoenlijke -sage. - -In de eerste eeuwen na de geboorte van den Verlosser namen de -Germanen op den linker Rijnoever gewillig de leer van het kruis aan, -zooals de heilige Maternus, een discipel van den Volksapostel, uit -Gallië hun die mededeelde. Reeds sedert langen tijd hadden de vrome -christelijke zendelingen getracht, de christenleer bij de heidensche -stammen van Midden-Germanië te doen doordringen, doch zonder gevolg. - - - [Illustratie: Am Sarge Kaiser Heinrich IV. - Nach dem Gemälde von L. Rosenfelder - Zur Sage von der Burg Hammerstein] - - -Zij hielden aan hun heidendom vast en wilden de christelijke -priesters uit het vreemde rijk niet in hun landstreken toelaten. -Reeds vroeger had dit rijk gepantserde legioenen, onder aanvoering -van listige bevelhebbers in de vrije landen gezonden. - -Destijds moet er een vreeselijke draak in een hol (nog thans -"Drachenloch" genaamd) gehuisd hebben, een draak met een -afschuwelijke gestalte, die dagelijks zijn rotshol verliet en in de -bosschen van het dal verschrikkelijk te keer ging, terwijl hij -menschen en dieren op vreeselijke wijze bedreigde. Menschelijke -krachten waren onmachtig tegen dat monster en daar men meende, dat -zich een vertoornde godheid in den slangachtigen salamander verborg, -bewees men hem goddelijke eer en offerde hem bereidwillig -misdadigers en gevangenen. - -Een ruwe heidensche stam woonde aan den voet van den berg. Dikwijls -ondernamen de strijdlustige mannen verwoestende rooftochten aan den -linker Rijnoever. Zij staken alles in brand en vermoordden de -christelijke broeders. Op een nacht waren ze wederom naar de andere -zijde getrokken en maakten in een verwoeden strijd met de -overvallenen vele goederen en gevangenen buit. Onder de laatsten -bevond zich een jonkvrouw van buitengewone schoonheid. Twee -legeraanvoerders, door haar bevalligheid bekoord, verlangden haar te -bezitten. De oudste heette Horsrik, hij was een beroemd hoofdman en -gevreesd strijder, krachtig als een beer en woest als een tijger, de -jongste, Rinbold was minder ruw, doch even dapper. - -Huiverend wendde de lieftallige jonkvrouw zich af, toen ze de beide -vorsten met vlammende oogen om haar bezit vechten zag. Mannen, -overmoedig geworden door de behaalde overwinning, omringen hen. Toch -stellen zij nog meer belang in den strijd der aanvoerders, om de -gevangen christin, dan in hun eigen verworven buit. De toornige -woorden der beide tegenstanders vinden een echo in de harten der -omstanders. Als Horsrik, de gevreesde strijder de jonkvrouw voor -zich eischt, wordt hij door de omringende mannen aangemoedigd, maar -als Rinbold, de jeugdige trotsche legeraanvoerder haar begeert, -wordt hij veel meer door de omstanders toegejuicht. Somber staart de -andere voor zich uit, terwijl zijn vuist dreigend de strijdkolf -omklemd houdt. Daar gaat de kring der omringende mannen uiteen. -Tusschen de strijders treedt, met een ernstige uitdrukking op het -gelaat, de opperpriester, een grijsaard met zilveren haren en harde -trekken. Luid weerklinkt de toornige stem van den grijsaard: - -"Vervloekt zij deze twist om het bezit van een andersgeloovige. De -christin zal geen tweedracht zaaien tusschen de edelsten van onzen -stam. De dochter van hen, die wij haten zal u geen van beiden -toebehooren. De stichteres van dezen onzaligen twist zal den draak -geofferd worden. Ter eere van Wodan, dien zij en de haren miskennen, -zal zij bij zonsopgang gewijd worden." De mannen juichten dit plan -toe, vooral Horsrik. Met opgeheven hoofd staat de jonkvrouw daar. -Smartelijk en vol bewondering rust het oog van Rinbold, de trotsche -jeugdige legeraanvoerder op het engelachtige gelaat der jonkvrouw. - - -II. - - -Den volgenden dag in alle vroegte, nog voordat de godin van den dag -haar stralend hoofd van het purperen kussen in het Oosten ophief, -werd het levendig in het dal. Door het woud, dat nog in schemering -gehuld was, besteeg een opgewonden stoet de hoogte. Vooraan schreed -de priester, in het midden, bleek, maar kalm, de gevangene. Zwijgend -had zij het ter wille van den Heer toegelaten, dat de beenige hand -van den opperpriester den offerband om haar voorhoofd wond en -gewijde bloemen in haar loshangend haar vlocht. Menige medelijdende -blik uit het volk trof heimelijk het standvastige meisje, ook de -blauwe oogen van den jeugdigen, trotschen legeraanvoerder hadden -zich smartelijk vertrokken bij den aanblik van de aan den dood -gewijde jonkvrouw. - -Het vooruitspringende gedeelte der rots was bereikt, dat reeds -dikwijls door onschuldig menschenbloed bezoedeld was. Zwijgend -wonden de dweepzieke priesters touwen om haar teeder lichaam en -bonden haar aan den heiligen, aan Wodan gewijden boom, die den rand -van den afgrond beschaduwde. Geen klacht kwam over de bleeke lippen -der christin, geen traan blonk er in haar oogen, die verrukt naar -het morgenrood aan den hemel opzagen. De volksmenigte ging uit -elkaar en verspreidde zich; zwijgend en angstig bleven de heidenen -in de verte wachten op hetgeen komen zou. - -De eerste zonnestralen wierpen hun schijnsel over den berg. Zij -schitterden in de bloemenkroon, die de jonkvrouw in het haar droeg -en speelden op haar verheerlijkt gelaat, dat ze met een stralenkrans -van licht en glans omgaven. De jonge christin verwachtte den dood -evenals een verloofde haar bruigom. Haar lippen bewogen zich zacht -als in een gebed. - -Daar hoorde men in de diepte dof rumoer; de draak kwam snuivend uit -zijn hol en stoof over den landweg. Hij ontdekt het offer op de -plaats, die zijn bloeddorst kent. Hoogop kromt zich zijn met -schubben bedekt lichaam, dat op ver uitgestrekte van scherpe nagels -voorziene pooten rust; gruwelijk slaat hij met zijn slangachtigen -staart en laat in zijn afschuwelijk gapenden muil zijn doodend gebit -zien. Blazend komt het ondier aangekropen, terwijl het begeerig de -tong heen en weer beweegt. Uit de bloederige oogen stralen helsche -vlammen. - -Doodsangst overvalt de jonkvrouw bij den aanblik van dezen -afschuwelijken salamander. Sidderend trekt zij een schitterend -gouden kruis, dat zij op de borst draagt, te voorschijn en strekt -dit afwerend naar den draak uit, terwijl een angstige hulpkreet tot -God haar lippen ontsnapt. En, o wonder! Terwijl hij zich hoog, als -door den bliksem getroffen, opricht, treedt de draak terug en stort -achterwaarts over puntige rotssteenen in de diepte. Onder brullend -gehuil en het donderend rumoer van vallende rotsblokken verdween het -ondier in de woeste golven van den vloed. Een algemeene gil klonk -van de lippen der ter zijde wachtende heidenen. Verbazing en schrik -stond op alle gezichten te lezen. Vol berusting, met droomerig -gesloten oogleden stond de jonkvrouw daar en bad zacht tot Hem, -die haar gered had. Daar werd zij van de touwen, die haar -vastgebonden hielden, bevrijd, en twee krachtige armen omvatten haar -en droegen haar in den kring der verbaasde toeschouwers. Zij hief de -oogen op en zag den jongsten der beide legeraanvoerders; zijn ruwe -krijgsmanshand vatte de hare. Als voor een hemelsche verschijning -boog de jongeling zijn knie en raakte met de lippen de witte -vingeren aan. Luide zegenkreten klonken den ridder tegen. - -De bejaarde priester trad naar voren en vol verwachting zweeg het -volk. Hij vroeg de christin plechtig, wie haar van den wissen dood -gered had, en wie de God was, die de zijnen zoo zichtbaar hielp. En -zegevierend glinsterden de van gelukstralende oogen der jonkvrouw. - -"Dit beeld van Christus heeft den draak verpletterd en mij gered," -riep zij zegevierend uit. "In hem rust het heil der wereld en de -welvaart der volkeren!" - -Met schuwen eerbied beschouwde de bejaarde priester het kruis van -Christus. - -"Dat het spoedig uw geest moge verlichten evenals van al deze -lieden," sprak de jonkvrouw ernstig. "Het zal u grootere wonderen -openbaren dan dit, want onze God is groot." - -Men geleidde de jonkvrouw met de overige gevangenen weer naar haar -vaderland. Zij keerde spoedig terug, vergezeld van een christelijken -priester. De stem van het geloof en der onschuld richtte wonderen -uit in de harten der heidenen. Bij duizenden tegelijk begeerden zij -den doop. De oude priester en Rinbold waren de eersten, die hun -hoofd voor de nieuwe leer bogen. Vreugde heerschte er onder den -stam, toen de jonkvrouw den jeugdigen legeraanvoerder de hand voor -het leven reikte. Een christelijke tempel werd in het dal opgericht -en bovenop de rots verrees een trotsche burcht voor de jonggehuwden. -Wel tien eeuwen bloeiden het machtige geslacht der Drachenburgers in -de omstreken van den Rijn. - - - - -De monnik van Heisterbach - - -In den ouden tijd stond in een liefelijk dal van het Zevengebergte -het klooster Heisterbach. Thans staan nog eenige overblijfselen op -het met boomen omgeven grasveld. Niet door den tand des tijds, maar -door de barbaarschheid van het oorlogzuchtig tijdperk zijn de -kloosterhallen verwoest. Men heeft de monniken verjaagd, de muren -afgebroken en de steenen voor het bouwen van vestingen gebruikt. -Sedert dien tijd, zoo deelen de landlieden van het Zevengebergte -mede, wandelen 's nachts de geesten van de verjaagde monniken -tusschen de ruïnes van het koor en de puinhoopen der zuilen. -Zwijgend klagen zij hun vervolgers en de verwoesters hunner cellen -aan. Onder hen bevindt zich ook Gebhard, de laatste prior van -Heisterbach. Hij dwaalt tusschen de monniksgraven, telt ze en -bezoekt ook de graven van de heeren van Löwenburg en Drachenburg. -Een graf ontbreekt; bij de laatste verwoesting hebben de -kloosterschenders dit geopend. - -Zeer beroemd waren de geleerde monniken in de middeleeuwen. Menig -kunstig afschrift van den Bijbel, menig zeer geleerd geschrift, dat -in de wereld verscheen, was afkomstig uit de stille kluis van het -klooster aan den Rijn en gaf blijk van de vlijt en kennis der vrome -monniken. Een was er onder hen, die boven allen in geleerdheid -uitblonk. Hoog stond hij bij allen in aanzien, en zelfs het bejaarde -hoofd van den vader prior boog zich deemoedig voor de door God -begenadigde geleerdheid van den jeugdigen monnik. - -Maar de giftige worm van den twijfel knaagde aan zijn veelomvattende -kennis, en de spiegel van zijn geloof werd beneveld door schadelijk -gepeins. Dikwijls dwaalde zijn oog onrustig over het geel geworden -perkament, waarop het levende woord Gods geschreven stond, en -ofschoon zijn kinderlijk deemoedig hart zich onderwierp en -smartelijk uitriep: "Ik geloof, Heer, sta mij bij in mijn ongeloof!" -zoo toch omzweefden hem dikwijls hoonend de scheppingen van zijn -onrustigen geest en de pijnigende gestalten van den verderfelijken -twijfel, die zijn ziel tot het tooneel van een smartelijke -worsteling maakten. - -Eens zat hij bij het aanbreken van den dag weder met gloeiend hoofd -over de perkamentrollen gebogen. Uren verstreken, en de morgenzon -verguldde de hooge zuilengangen met haar gouden glans. Verleidelijk -dansten de stralen op de beschreven rol, die de monnik in de handen -had. Hij echter zag het niet en staarde voortdurend op de regels, -die hem reeds sedert maanden met kwellenden twijfel vervulden: -"Duizend jaren zijn den Heer gelijk een dag!" - -Reeds maandenlang martelde hij zijn hersenen met dit raadselachtig -woord van den apostel. Met geweld had hij de onbegrijpelijke plaats -uit zijn gedachten verbannen, en nu dansten haar letters wederom -voor zijn moede oogen. Zij werden grooter, de gekrulde teekens, -rekten en verlengden zich bovennatuurlijk en werden spottende -gestalten, die hem hoonend omzweefden: "Duizend jaren zijn den Heer -gelijk een dag!" - -Het liet hem geen rust in de muffe cel en trok hem naar de -eenzaamheid van den frisschen kloostertuin. Met onrustigen tred ging -hij, in kwellend gepeins verzonken, de paden op en neer. Zijn blik -vestigde zich op den grond, zijn geest vertoefde zeer ver van de -rustige omgeving. Zonder het te weten had hij den kloostertuin -verlaten en wandelde op de boschwegen. Vertrouwelijk groetten de -vogels in de groene twijgen hem, met groote oogen zagen de bloemen -in het zachte mos hem aan. Hij echter, de peinzende denker, hoorde -en zag niets. Want de twijfel in zijn ziel zag slechts een plaats, -hoorde slechts een klank "Duizend jaren zijn den Heer gelijk een -dag!" - -Vermoeid was zijn dolende voet, afgemat zijn overspannen hersenen. -Op een steen zonk de monnik neder en steunde het geplaagde hoofd -tegen een boom. Een verzoenende droom voerde zijn geest weg. In door -licht omgeven sferen vond hij zich zelf terug; aan den troon van den -Allerhoogste. Het water van de eeuwigheid ruischte om hem heen. Alle -voortbrengselen der schepping verschenen en prezen het werk zijner -handen, welks heerlijkheid de hemelen roemen: vanaf den worm in het -stof, dien nog geen sterfelijk wezen heeft kunnen scheppen, tot aan -den adelaar, dien Hij vleugels gegeven heeft en het vermogen om van -de hoogte op de diepte neer te zien; van de zandkorrel in de zee tot -aan den reuzenkegel, die op bevel van den Heer uit den sedert -duizenden jaren gesloten vuurmond spuwt. Zij allen spreken slechts -een taal, die voor den hoogmoedige onverstaanbaar is en den nederige -geopenbaard en duidelijk gemaakt wordt. De taal van Hem, die hen uit -het stof te voorschijn riep, zij het in zes dagen, zij het in -zesduizend jaren: "Duizend jaren zijn den Heer gelijk een dag!" Met -een lichte rilling opent de monnik de oogen. - -"Ik geloof Heer, sta mij bij in mijn ongeloof!" mompelt hij, zich -opheffend. Luisterend staat hij stil. Van verre luidt de -kloosterklok. Vesperluiden is het. Het avondrood straalt reeds door -de takken. Snel wendt hij zijn schreden naar het klooster. De kerk -is reeds verlicht. Door de half geopende deur ziet hij de monniken -in hun stoelen. Stil snelt hij naar zijn plaats. Met verbazing -bemerkt hij, dat er een andere monnik voor zijn stoel staat. Hij -raakt hem met den vinger aan, maar tot zijn verbazing ziet hij een -vreemde, dien hij tevoren nooit gezien heeft. Nu heft ook deze en -gene zijn hoofd van het boek op en kijkt vragend naar den -binnengekomene. - -Dan komt er een zonderling gevoel over hem. Slechts vreemde -gezichten ontdekt hij. Terwijl hij verbleekt, kijkt hij om zich heen -en wacht het einde van den ernstigen psalm af. Verstomd zijn gezang -en gebed. Door de rijen gaat een fluisterende vraag. De prior, een -eerwaardig grijsaard nadert den binnengetredene. Op zijn hoofd rust -de tachtigjarige sneeuw. - -"Hoe is uw naam, vreemde broeder?" vraagt hij op vriendelijken, -welwillenden toon. - -Afgrijzen maakt zich van den monnik meester. - -"Maurus," mompelt hij toonloos, terwijl zijn stem beeft. "Bernard, -de Heilige, was de abt, die mijn gelofte afnam in het zesde -regeeringsjaar van koning Koenraad, dien men den Frank noemde." - -Ongeloof en verbazing teekenen zich op de ernstige gezichten der -monniken af. En de monnik heft zijn doodsbleek gelaat tot den prior -op en deelt hem met doffe stem mede, hoe hij in het bosch -ingeslapen, en niet ontwaakt is, voordat de vesperklok luidde. De -prior wenkt een broeder. - -"Het is bijna driehonderd jaar geleden, dat St. Bernhard stierf, -evenals Koenraad, dien men den Frank noemde." - -De broeder brengt de oorkonden van het klooster. Zij bladeren ver -terug: driehonderd jaren tot den tijd, toen Bernhard, de Heilige, -leefde. En zoo las de bejaarde prior, wat het perkament verkondigde: -"Maurus, een twijfelaar, verdween op een dag uit het klooster en -niemand heeft sedert dien tijd vernomen, wat er van hem geworden -is." - -Een rilling gaat door de leden der monniken. Dat was hij, deze -broeder Maurus, die na driehonderd jaar in het klooster terugkeerde! -In zijn ooren weerklonk het laatste woord, dat de prior gelezen had, -als bazuingeschal van het laatste oordeel: driehonderd jaren! Met -opengesperde oogen ziet hij omhoog, hulpeloos tast hij met de handen -voor zich uit. De broeders ondersteunen hem en beschouwen hem met -heimelijk afgrijzen, want zijn gelaat wordt aschgrauw, als van een -stervende, de smalle haarkrans op zijn hoofd wordt eensklaps -sneeuwwit. - -"Mijne broeders," prevelt hij met brekende stem, "eert steeds het -onvergankelijke woord des Heeren en zoekt niet door te dringen in -wat Hij opzettelijk voor ons verborgen hield. Voor Hem bestaat er -geen tijd. Dat mijn voorbeeld nooit uit uwe gedachten moge -verdwijnen. Eerst heden drongen deze woorden van den apostel tot mij -door: Duizend jaren zijn den Heer gelijk een dag. Hij, de Heer, zij -mij armen zondaar genadig!" - -Levenloos zonk hij ter aarde en geroerd baden de broeders bij zijn -lijk. - - - - -Godesberg - -Het "Hochkreuz" - - -Aan den grooten weg tusschen Bonn en het naburige Godesberg verheft -zich aan den linker kant uit een donker boschje een hooge steenen -zuil; in die streek bekend onder den naam van "Hochkreuz". -Vriendelijk komt de steen uit het schaduwrijke groen te voorschijn, -als de toerist daar op den dag voorbij komt. 's Avonds daarentegen -maakt het vervallen, verweerde gedenkteeken, wanneer dit plotseling -op den eenzamen weg voor de blikken van den voorbijganger opdoemt, -een ernstigen, bijna griezeligen indruk. Deze wordt nog versterkt -wanneer men de sage kent, die sedert oudsher -- het "Hochkreuz" -staat daar reeds vele eeuwen -- het grijze gedenkteeken omzweeft. - -De sage voert ons terug in den tijd, toen in plaats van de -tegenwoordige ruïne nog een trotsch ridderslot vanaf den Godesberg -op de heerlijke omgeving van Bonn neerzag. Destijds leefde op den -Godesberg een oud strijder, die in het Rijnland zeer geroemd werd. -Zijn vrouw was gestorven; maar haar beeld leefde in twee flinke zonen -voort. De oudste was geheel het evenbeeld zijner moeder; hij bezat -een zachtzinnigen aard en het gemoed van een kind. Hierdoor kwam -het, dat de oogen van den vader met meer welgevallen op hem, dan op -den jongeren zoon rustten, die niettegenstaande zijn jeugd reeds -menig dol waagstuk en menig onridderlijk avontuur uitgehaald had. - -Maar toch was de grijsaard hem daardoor niet minder goed gezind. Hij -hoopte, dat hoe onstuimiger de jongeling den genotvollen beker -ledigde, hoe eerder hij op den drabbigen bodem zou komen, hetgeen -het gevolg van elk bovenmatig genot is. Dan zou hij niet meer -afkeerig van ernstigere dingen zijn, en wellicht zou de wensch van -de overleden gemalin vervuld worden, die steeds gehoopt had, dat de -Keulsche bisschopsring van den heiligen Maternus eens haar jongsten -lieveling mocht sieren, terwijl Erich, de oudste, heer van Godesberg -zou zijn. - -Dikwijls kwam deze wensch bij den grijsaard op, en menig vroom gebed -voor de verhooring daarvan zond hij ten hemel, wel wetende; dat zijn -overleden vrouw zich daar boven met zijn smeekbeden vereenigde. -Dikwijls ook sprak hij den jongeling toe en slaakte in stilte een -zucht als deze zich aan het onaangename gesprek poogde te -onttrekken. - - - [Illustratie: Roland in der Schlacht von Roncevalles - Nach dem Gemälde von A. Guesnet] - - -Toen verscheen de dood als een droevige gast op den Godesburcht. Hij -nam den bejaarden burchtheer mede en voerde hem in het land der -droomen tot zijn vrouw. In zijn laatste uur had de ridder nog tijd, -datgene te herhalen, wat hij jarenlang als een vurige wensch in zijn -binnenste bewaard had. Hij zegende de zonen en smeekte God den eenen -op den burcht zijner voorvaderen, den anderen voor het altaar van -den Heer Zijn rijken zegen te schenken. Daarop stierf hij, diep -betreurd door de armen en verdrukten. - - -II. - - -In de hooge zaal van den Godesburcht, keken de portretten der -voorvaderen op de beide broeders neer, die zwijgend den maaltijd -gebruikten. Treurig gestemd zaten de tegenwoordige burchtheer en -zijn jongere broeder tegenover elkaar. Er werd weinig gesproken, -maar de enkele woorden, die de jongste uitte, klonken verbitterd en -ontstemd. Tevergeefs trachtte de oudste het vertoornde gesprek van -den jongeren broeder af te weren. "Ik nam slechts, wat mij als -overoud vaderrecht toekomt," antwoordde hij zacht op de aanklacht -van den anderen. "Ik ben niet heer, maar beheerder van mijn -bezitting en zij, wier beeltenissen op ons neerzien, zouden mij in -de andere wereld vervloeken, als ik mijn erfdeel niet goed beheerde. -Voor jou echter is een hooger erfdeel voor het altaar van den Heer -weggelegd, zelfs een hooge rang zal je bekleeden, zooals je reeds -schriftelijk is toegezegd, wanneer jij, de afstammeling van een -doorluchtig geslacht, een waardig dienaar van den Heer wordt." - -Maar toornig valt de broeder hem in de rede: "Nooit buk ik mij voor -den harden dwang, die den oudsten de wapenrusting, den jongsten de -monnikspij oplegt. En al werd mij de bisschopsring en de -kardinaalshoed aangeboden, dan nog wil ik geen priesterkleed dragen, -maar het ijzeren kleed, dat ik tot nu toe gedragen heb." - -Treurig hoorde de andere hem aan. - -"Dat God uw donker hart moge verlichten. Gaarne zou ik met je -deelen, maar het gebod onzer voorvaderen laat dit niet toe. Daarom -onderwerp je en bedenk, wat hem dreigt, die de heilige gebruiken -zijner voorouders veracht." - -Toen werd het stil in de ridderzaal. - - -III. - - -Jachtfanfares klonken door het woud, dat zich destijds van den voet -van den Godesberg tot aan de poort van Bonn uitstrekte en zeer veel -edel wild bevatte. Evenals vroeger met hun vader, zoo gingen de -beide broeders ook thans gezamenlijk ter jacht. Gaarne had graaf -Erich de uitnoodiging van zijn broer aangenomen. Hartelijk verheugde -hij er zich over, dat de slechte stemming, die hij sedert -verscheidene dagen bij den broeder waargenomen had, verdwenen was. -Het scheen, alsof deze tot inkeer gekomen was en het besluit genomen -had, den vromen wensch zijner ouders te vervullen. Hij deelde zelfs -mede, dat hij plan had, den aartsbisschop in de heilige stad Keulen -te bezoeken en hem den brief te overhandigen, dien zijn vader hem -als een gewichtig geschrift nagelaten had. - -Dat verheugde graaf Erich zeer. Welgemoed doorkruiste hij het dichte -struikgewas. Hij was zeer gelukkig op de jacht en had reeds -verscheidene groote evers gespietst, ook een groot hert viel -hetzelfde lot ten deel. Daarentegen trof de broeder slecht. Zijn -hand was onvast, zijn bewegingen verrieden onrust, een zeldzaam vuur -schitterde in zijn oogen. Hij was een prachtigen ever op het spoor, -en bereidwillig gaf de broer aan den wensch om het dier gezamenlijk -te vervolgen, gehoor. - -Door heg en struik gingen de jagers, vergezeld van de blaffende -honden. Daar ritselt het loover, hijgend baant de ever zich een weg -door het bosch. Suizend snort de jachtspies uit de hand van den -jongsten broer en blijft in de schors van een eik zitten. - -"Je hand is meer geschikt om vrome christenen te zegenen," zegt de -oudste schertsend. - -"En om mij van lastige broeders te ontdoen," bromt de andere en -trekt bliksemsnel den degen van zijn zijde. Sissend dringt het staal -in de borst van den broeder. Een gil klinkt door het woud, in welks -duisternis de broedermoordenaar verdwijnt. Ontzet snellen de beide -schildknapen toe. Een smartkreet klinkt uit beider mond. De graaf -ligt badende in zijn bloed, met de sluier des doods over de oogen. - -De schildknapen buigen zich tot den stervende over. - -"Mijn broeder!" In een zucht sterven deze woorden weg. Ontsteld -worden ze door de schildknapen herhaald, en met leedwezen wordt het -bericht, dat de ongelukkige Godesberger door de broederhand gevallen -is, in het Rijnland vernomen. Innig verdriet heerschte er in den -Godesburcht, waar de jonge slotheer in het graf zijner vaderen -bijgezet werd. De burcht bleef verlaten, de naaste verwanten van het -adellijke geslacht wilden hun woning in de gezegende "Rheingau" -dicht bij de Palts niet voor de onzalige vesting verruilen, en zoo -woonde daar slechts de poortwachter. - -Maar ook hij werd verdreven, want op een nacht sloeg de bliksem in -den toren, en voor dat men van beneden hulp kon bieden, had de -flikkerende straal alles vernield, alleen de zwart gerookte muren -zijn overgebleven. Zoo werd de trotsche Godesburcht een treurige -ruïne. - - -IV. - - -Jaren zijn intusschen verstreken. Uit het woud te Godesberg is -destijds een man geijld, radeloos en angstig, bleek en ontsteld. -Gisteren nog koesterde hij het misdadige verlangen naar de erfenis -van zijn broeder, en heden droeg hij het Kaïnsteeken van zijn -broedermoord op het voorhoofd. Bleek en angstig is hij uit het bosch -gevlucht. Het helsche plan om zijn broeder in enkele minuten uit -den weg te ruimen, dat hij in koelen bloede gesmeed had, is te niet -gegaan, toen het slachtoffer met een smartkreet neerzonk. De -moordenaar, wiens hand gesidderd had, werd door booze geesten -verdreven. - -Jaren zijn intusschen verstreken. - -Daar klopte op een dag een vreemde pelgrim aan het klooster -Heisterbach, dat de vrome monniken van Bernhard in het dal van het -Zevengebergte hadden laten bouwen, Half pelgrim, half bedelaar. Het -gewaad versleten, het gelaat vaal en vervallen, het lichaam -gebroken, zooals wellicht de ziel. - -Fluisterend smeekte hij den broeder portier medelijden met hem te -hebben. Hij kwam van de heilige plaatsen en zijn voeten wilden hem -niet verder dragen. - -De broeder deelt dit den prior mede, tot wien hij den vreemden -pelgrim geleidt. Zwijgend ziet de prior den man aan, die aan zijn -voeten neerzinkt. Dan komt er plotseling een andere uitdrukking op -zijn oud gelaat. - -"Bij God, zijt gij het, ridder --" - -Verder komt hij niet. Kermend houdt de ridder zijn knieën omklemd en -smeekt hem, zich zijner te erbarmen. - -"Ik ben het, die twintig jaar geleden den broeder in het Godesberger -woud versloeg," klaagt de ongelukkige. "Reeds tweemaal tien jaar -boet ik mijn vervloekte schuld en smeekte als pelgrim aan het -heilige graf, als slaaf in de ketenen der ongeloovigen, -Godserbarming over mij af. Sedert drie maanden vielen de ringen van -mijn handen, en met moeite en zorg ben ik naar mijn vaderland -getrokken. Hierheen werd ik gedreven en u, dienaren Gods, die mij -als knaap en als jongeling gekend hebt, smeek ik om een plaatsje -tusschen deze muren, waar ik de ruïne van Godesberg aan den overkant -kan zien, en waar ik boete kan doen en bidden, totdat de dood mijn -arme ziel wegdraagt." - -Toen legde de prior de handen zegenend op het hoofd van den armen -zondaar. - - * * * - -Hij heeft boete gedaan en zeer veel gebeden in de eenzame -kloostercel. Vele jaren heeft hij het zondige lichaam gegeeseld en -vol berouw de vloekwaardige daad beweend. Toen is ook tot hem de -dood gekomen, en hebben de monniken van Heisterbach hem onder het -zingen van treurliederen grafwaarts gedragen. - -Daar, waar de broedermoord gepleegd is, heeft de aartsbisschop van -Keulen een kruispyramide doen oprichten, en hoewel er eeuwen -overheen zijn gegaan, zoo staat het sombere "Hochkreuz" nog steeds -op deze plaats. - - - - -Bonn - -De Jonker van Klochterhof - - -Op den Klochterhof te Friesdorf bij Bonn moet eens een edel jonker -gewoond hebben, die in de omstreken van Bonn algemeen als een groot -drinker bekend stond. Eens was jonker Erich vol ijver in het bosch, -dat den Godesberg omringt, gaan jagen. Het was een warme dag, hij -maakte weinig buit, was zeer vermoeid en had een ontzettenden dorst. -De avondzon weerkaatste in den Rijn, toen de heer Erich mismoedig -het geweer omgespte en met zijn buit, een vet haasje, naar huis -draafde. - -Destijds stond er aan den zoom van het Godesberger bosch een herberg -(thans staan er zeer vele), daar trad de jonker van Klochterhof -binnen, gaf de waardin den haas en laafde de dorstige keel met -parelenden landwijn. Toenmaals moet het druivensap, dat de zon op de -Friesdorfer en Godesberger hoogte deed rijpen, veel beter geweest -zijn, dan tegenwoordig. Het sappige wild, door de bekwame hand der -waardin klaar gemaakt, behaagde den jonker zeer, maar nog meer het -edele nat, dat de bedrijvige hand van den waard hem inschonk. - - - [Illustratie: Jan und Griet - Steinbild am Jan von Werth = Denkmal in Köln] - - -Menige bokaal goot de dorstige jonker door de verdroogde keel en -menige krijtstreep maakte de waard aan den post van de deur. - -De nacht drong den heer Erich tot vertrekken. Aangenaam was het -zitten, en moeilijk viel het opstaan; de waard, die als een ruwe -klant bekend stond, trok een ernstig gezicht: "Twaalf bokalen: Denk -ook aan het betalen, mijnheer de drinker!" - -Toen zong de jonker met dubbelslaande tong een oud lied, dat in den -ouden tijd reeds de groote Pumpus van Perusia gezongen moet hebben. - -"Betalen gaat heden niet, omdat ik het geweer niet met penningen -laad." - -De ruwe waard griefde het vroolijke antwoord van den drinkebroer. -Hij trok een boos gezicht. "Als gij geen geld meer hebt, dan houd ik -uw broek tot pand. Kom morgen terug, mijnheer de drinker, en los uw -broek en uw schande weer in." - -Naar den Klochterhof bij Friesdorf wankelde met onvaste schreden een -man, die te veel gedronken had. Hij had het warm en tegelijkertijd -koud. Hij schreed als in den nevel voort, en de dennen van het woud -fluisterden elkaar een vreemde geschiedenis toe. Er waren er, die -zeer lustig suizelden, maar de bejaarde dennen schudden bedenkelijk -hun kruinen, evenals de maagdelijke berken, die blozend den nacht -dankten, dat hij de oogen van de kuische bloempjes in het woud -gesloten.... - -Of de jonker van Klochterhof ingelost heeft, wat hij verpandde? De -sage zwijgt daarover. Bekwame kroniekschrijvers ontkennen het. - -Aan den zoom van het Godesberger woud stond langen tijd een herberg -"Zum Junkerhof" genaamd, maar de ondeugende nakomelingen van de -vrome voorvaderen verdoopten haar "zur Junkerhose" en vertellen -elkaar bij den parelenden wijn, dien de zon op de Friesdorfer en -Godesberger hoogte laat rijpen, de geschiedenis van de broek van den -heer Erich. - - - - -Keulen - -Richmodis von Aducht - - -Het was in het midden der vijftiende eeuw. De schaduwen des doods -spreidden zich over Keulen uit. Een vrouw in een donker gewaad ging -schoorvoetend door de straten: de zwarte pest. Haar giftige adem -drong in stulpen en paleizen en vernietigde het leven van duizenden. - -Op ontelbare huizen schilderden de doodgravers het zwarte kruis, een -teeken, dat het vreeselijke spook daar binnengetreden was. Het -aantal dooden steeg zoo zeer, dat velen geen rechtsstreeksche -begravenis ten deel viel. Men wierp de lichamen der ongelukkigen in -een gemeenschappelijk graf, bedekte het dunnetjes met aarde en -plaatste er een kruis op. Het jammeren en klagen in de oude stad -Keulen was niet om aan te hooren. - -Op de Neumarkt, dicht bij de kerk der Apostelen, woonde in een -prachtig patriciërshuis de rijke raadsheer Mengis von Aducht. Ook -hem trof het verschrikkelijke noodlot; zijn jeugdige gemalin werd -door de pest aangetast en stierf. - -Het verdriet van den heer von Aducht was grenzenloos. Hij bracht den -ganschen nacht bij het omhulsel van de ontslapene, innig geliefde -vrouw door, kleedde haar in haar wit bruidskleed, dat zij eenige -jaren geleden gedragen had, versierde de kist met welriekende -bloemen en liet de doode de schitterende kettingen en kostbare -ringen, waarvan ze zooveel gehouden had, mede in de groeve nemen. - -De nacht lag treurig over het kerkhof naast de Apostelenkerk, waar -Richmodis in haar versch gedolven graf rustte. - -Stilte heerschte op den doodenakker. Daar beweegt zich de grendel -der kerkhofsdeur. Twee schaduwen sluipen op de teenen langs de -donkere rij der graven en richten hun schreden naar een versch -gedolven graf, dat hun welbekend is. Zij hebben het zelf gegraven. -De beide doodgravers van het kerkhof der Heilige Apostelen zijn het, -die de bloeiende vrouw van den raadsheer in den namiddag begraven -hebben. Zij sloten het deksel, en terwijl de ridder zich jammerend -over de innig geliefde gade heenboog, hingen de begeerige blikken -der beide mannen aan de schitterende kettingen en kostbare ringen, -die de doode versierden. - -De grafkransen ritselen in de duisternis en hard klinkt het spitten -met de spaden. Geleidelijk wordt het graf leeger, en de aardkluiten -daarnaast hoopen zich steeds meer op. Nu hoort men een dof geluid, -ze zijn tot aan het deksel der doodkist gekomen. Treurig flikkert -het schijnsel eener lantaarn uit het vochtige graf. Zij hebben het -deksel opengebroken, terzijde geschoven en buigen zich nu vol -hebzucht over de gestalte in het witte gewaad. Schel valt het licht -der lantaarn, die de eene man in de hand houdt, op het levenlooze -gelaat der vrouw in de doodkist, terwijl de andere man snel de -ringen van haar gevouwen handen trekt. - - -Daar beweegt zich plotseling de gestalte in de lijkkist, de smalle -witte vingeren bewegen zich. Bleek van schrik snellen de roovers -weg, ze laten de kist open en vergeten de gereedschappen. - - -Een klagende zucht steeg uit het graf op. Eenige minuten later -richtte de levendbegravene zich met moeite op. Met opengesperde -oogen beschouwde zij haar omgeving en ontzetting maakte zich van -haar meester. Rillend kijkt zij naar de ruimte, die zij verlaten -heeft, en naar de plaats, waar ze zich bevindt. Was het een droom, -die haar kwelde? - -Zij roept met zwakke stem. Niemand antwoordt, slechts het ritselende -herfstloof en de toppen der kerkhofsboomen, die door den wind -bewogen werden. Verder rondom doodsche stilte. - -Plotseling begreep ze haar vreeselijken toestand: terwijl ze -schijndood was, had men haar als ontslapene begraven. Haar hart -dreigde stil te staan van gruwelijke ontzetting. Zij greep de -achtergelaten lantaarn en wankelde tusschen de graven door naar den -uitgang, dien de roovers vergeten hadden te sluiten. - -Verlaten waren de straten. Slechts de sterren zagen de wankelende -gestalte in het sneeuwwitte gewaad, die zich gelijk een schim, -dikwijls minutenlang tegen de huizen der straten leunend, naar de -Neumarkt voortbewoog. - -Zwijgend groette het grijze patriciërshuis de weeropgestane -meesteres. Een venster was nog verlicht. De arme vrouw beneden kromp -ineen. Dat was het vertrek, dat getuige van haar jonge liefde -geweest was, waarin zij tijdens de vreeselijke ziekte geleden had, -en waaruit men haar als doode gedragen had, om in den vochtigen -grafkelder te ontwaken. Wellicht vertoefde haar bedroefde gemaal op -het oogenblik in deze kamer, doorliep haar met rustelooze schreden, -om dan eindelijk, door verdriet overstelpt, zijn hoofd in de -onaangeroerde kussens te begraven, met den naam zijner geliefde -Richmodis op de lippen. - -De vrouw in het doodskleed zuchtte. Zij klopte zoo hard aan de deur -als haar zwakke krachten het toelieten. Een oude dienaar stak na een -poosje zijn hoofd achter het luik in de eikenhouten deur en in de -schemering bemerkte hij met ontzetting het spookachtige wezen. - -Richmodis noemde hem bij den naam en beval hem haar te openen. Bij -den klank dezer stem kromp de oude ineen. Bleek van schrik snelde -hij de treden op en het vertrek van zijn heer binnen, terwijl hij -stamelde: - -"Heer de dooden staan op! Buiten voor het huis staat onze goede -vrouw en wil binnenkomen." - -Maar de raadsheer schudde verdrietig zijn hoofd. - -"Richmodis, mijn geliefde gade is dood en keert nooit weder. Nooit -komt ze terug," herhaalde hij vol onuitsprekelijk leed, "eer zou ik -denken, dat de schimmels uit de stal naar de torenkamer zouden -opstijgen." - -Daar dreunde plotseling donderende hoefslagen op den Innenhof en -spoedig daarna op de steenen trappen. Toen de heer van Aducht de -deur uitsnelde, zag hij zijn beide schimmels de trappen oprennen. - -Een oogenblik later keken twee hinnikende paarden over de -raamkozijnen in den sterrennacht, beneden echter hield een man -lachend en huilend tegelijk zijn geliefde vrouw in de armen -gesloten, die het graf hem weergegeven had. - - * * * - -Nog vele jaren leefde mevrouw Richmodis aan de zijde van haar -echtgenoot, terwijl een schaar allerliefste kinderen hun gelukkige -echtvereeniging volmaakte. Innige vroomheid verhelderde het leven -der stille huisvrouw, die sedert dien tijd nooit meer gelachen -heeft. Een kunstig misgewaad heeft zij voor de kerk der Heilige -Apostelen geborduurd, en de heer von Aducht heeft de gebeurtenis op -het kerkhof in de Apostelenkerk in een koornis laten schilderen ter -blijvende gedachtenis. Het schilderij is thans verbleekt. - -Als gij nu, lezer, in Keulen komt en zijn Dom en kerken bewondert, -ga dan ook naar de Neumarkt, waar ge twee uit hout gesneden -paardenkoppen uit het dakvenster van een ouderwetsch huis zult zien -kijken, als herinneringsteeken aan deze gedenkwaardige geschiedenis -van Richmodis von Aducht. - - - [Illustratie: Karl der Grosse - Nach dem Gemälde von Albrecht Dürer] - - - - -De bouwmeester van den Keulschen Dom - -I. - - -Te Keulen vervoegde zich op den avond voor het feest van Jezus -Hemelvaart, een eenvoudig bouwmeester bij den machtigen -aartsbisschop Koenraad von Hochstaden en bood hem het ontwerp voor -een kerk aan. Op trotschen toon beweerde hij, dat zij een der -schoonste kerken van de wereld zou worden. Daar de kerkvorst over de -grootschheid van het ontwerp hoogst verbaasd was, droeg hij den -vermetelen bouwmeester de uitvoering daarvan op. - -Spoedig verhieven zich op de ruime plaats waar reeds eenmaal tijdens -de regeering van den eersten Frankenkoning een Dom gestaan had -(Hildebold, de aartsbisschop, had dezen laten bouwen, en de woeste -Noormannen hadden hem verwoest), statige hooge muren. Reusachtige -zuilen met prachtige welvingen vereenigden zich tot een trotsch -godshuis. - -Iedereen bewonderde den bouwmeester, wiens scheppende geest -binnenkort duizenden handen in beweging zette, en meester Gerhards -naam werd spoedig in de Duitsche en Waalsche landen met lof genoemd. -Het koor was reeds voltooid. Uit alle omliggende plaatsen, zelfs uit -verre landen kwamen bedevaartgangers naar den Dom te Keulen om het -stoffelijk overschot der drie koningen, die in het koor rustten, te -aanbidden. De lofliederen der vrome christenen weergalmden door de -trotsche gewelven. - - -Hij, die echter het meeste reden had, om zich te verheugen, deed -zulks niet. In zijn borst, die eerst van vreugde gezwollen had, -nestelden zich nu treurige gedachten. Onophoudelijk fluisterde de -grauwe zorg, de dochter van het voortdurende getob den schepper van -het geheel in het oor, of zijn dagen wel toereikend zouden zijn, om -het geheel te voltooien. Of de dood hem niet eens verhinderen zou, -den grootsten triomf zijns levens te vieren. - - -Zijn vrouw sloeg met smart deze verandering gade. Tevergeefs -beproefde zij de rimpels van zijn voorhoofd te doen verdwijnen. - - -Hoe meer deze vermoedens in zijn binnenste wortel schoten, des te -meer spoed zette meester Gerhard achter den bouw van den Dom. Men -schreef 1252 in den kalender. Reeds verhief zich de noordelijke -toren statig omhoog. Met meer ijver, dan voorheen begaf de -bouwmeester zich van den eenen steiger naar den anderen. - -Juist stond hij op de Domkraan. Reusachtige trachietblokken uit het -inwendige van den Drachenfels gehaald, heschen de metselaars omhoog. -Hoogst vergenoegd ziet de meester toe, de vreugde schittert in zijn -oogen. Daar staat plotseling een vreemdeling aan zijn zijde, dien -hij niet heeft zien aankomen. Een scharlaken mantel omgeeft zijn -rechtopgaande gestalte, een gouden ketting glinstert op zijn borst -en lustig fladdert de hanenveer op zijn fluweelen baret. Hij begon -zijn aanspraak met den groet der metselaars. Zelf was hij een -meester in de bouwkunst, vele jaren geleden had hij een huis gebouwd --- terwijl hij dit zeide fonkelden zijn schitterende oogen -vreemdsoortig onder de dunne wenkbrauwen -- waaraan de tand des -tijds tevergeefs knaagde, koningen en keizers, aanzienlijke heeren -en prelaten hadden het reeds bezichtigd. - -Zwijgend nam de meester den hoovaardigen spreker op. Maar deze begon -het reusachtige werk van den bouwmeester van den Dom bovenmate te -prijzen. - -"Doch lijkt het u van een arm sterfelijk wezen geen vermetele -handelwijze, om zulk een werk te beginnen?" vroeg hij plotseling op -bijna ruwen toon. "De eerste steen had u moeten zeggen, dat een -ander oogsten zal, wat gij gezaaid hebt." - -"Wie zou mij beletten te voltooien, wat ik begon?" vroeg de -bouwmeester eenigszins angstig het antwoord afwachtend. - -"Het leven -- of noem het de dood!" antwoordde de andere op scherpen -toon. Daarop vervolgt hij spottend: "Zelfs een wurm, kunt gij, arme -menschen, niet aan uw wil onderwerpen en reeds vanaf uw eersten -ademtocht bedreigt u uw hevigste vijand en zekerste overwinnaar, de -dood." - -"Ik zal echter volbrengen, wat ik begon!" roept de bouwmeester -eigenzinnig uit. "Ik wil er om wedden, zelfs met den duivel." - -"Hola!" lacht de vreemdeling strijdlustig. "Met iemand, die zoo -vermetel is, ga ik gaarne een weddenschap aan. Eer verstout ik mij -een beekje van Trier naar Keulen te leiden, wel vijftig uur gaans, -waarin eenden zullen zwemmen, dan dat gij uw Dom voltooit." - -"Het zij zoo!" zegt meester Gerhard op somberen toon en slaat -verblind toe, als de vreemdeling zijn rechterhand aanbiedt. Deze was -ijskoud en een huivering overviel hem. - -Toen begon de andere te lachen, spottend en zegevierend. - -"Prijs der weddenschap je ziel!" - -Ontzet krimpt de ontstelde meester ineen. Reeds heeft de andere den -vuurrooden mantel geopend. - -"Tot weerziens, vermetele!" Een stormwind steekt op en voert hem -huilend weg. - - -II. - - -Sedert dezen dag worden de wolken op het voorhoofd van den -bouwmeester steeds donkerder. Rusteloos doolt hij op de steigers, -rusteloos verricht hij zijn arbeid. Hoe meer hij haar uitbreiding -nagaat, des te meer overvalt hem de angst, dat hij haar nooit -volbrengen zal. Bij het aanbreken van den dag was hij reeds bij zijn -werklieden, en zelfs 's avonds liep hij rond, de vlijtigen -prijzende, de luien berispende. Dikwijls ook staarde hij in de -richting van Trier, of daar niets ongewoons te zien was. Met -hoopvolle verbazing bemerkte hij, dat zijn tegenpartij volstrekt -geen moeite scheen te doen, om de weddenschap te winnen. Niets deed -vermoeden, dat er groote werken in het Trierer land ondernomen -werden. - -Reeds begon zijn hoop te herleven. Al won hij niet, dan zou hij toch -in geen geval verliezen, aldus troostte meester Gerhard zich. - -Op een dag stond hij op den top van den voltooiden toren. Daar werd -een hand op zijn schouder gelegd. Hij wendde zich verschrikt om. -Achter hem stond de afschuwelijke bouwmeester. Was hij de duivel -zelf of slechts een duivelsche magister van de zwarte kunst? - -"Welnu, meester Gerhard, hoe staat het met uw werk? Ik zie, dat gij -rustig voortgaat. Gelukkigerwijs heb ik mijn arbeid spoedig -volbracht, anders liep ik gevaar mijn weddenschap te verliezen." - -"Ik heb bij me zelf gedacht," zegt de meester op spottenden toon, -"dat gij niet al te veel aarde beweegt, om uw kanaal te graven." - -"Zoo weet dan, waarde neef, dat ik alleen meer volbreng, dan honderd -arbeiders te zamen, en zooals ik u reeds gezegd heb, mijn werk is -bijna klaar." Op lichtgeraakten toon zeide de man in den scharlaken -mantel dit. - -"Werkelijk?" Meester Gerhards oogen dwaalden onrustig rond. "Ik zou -wel eens willen weten, met welke helsche kunsten gij dit -klaargespeeld hebt." - -"Zooals ge wilt, Neef! Gij behoeft mij slecht te volgen." Hij vat -den meester bij de hand, beneemt hem de zinnen en voert hem door de -lucht. Na eenige minuten betreden zij de aarde. Huiverend herkent de -meester het Land van Trier. Aan zijn voeten ontspringt een bron en -stroomt in een opening der rotsen. - -"Kom, oude," zegt de Satan lachend en terwijl hij zich buigt, -verdwijnt hij onder een rots. Ontsteld volgt meester Gerhard hem. -Hij bevindt zich in een grot der rotsen. Het water van de bron -stroomt kabbelend in een kanaal, welks begin hij aanschouwt. - -"Ziet gij, dat ik niet loog en mijn tijd wel besteed heb," zegt de -duivel zegevierend. "Indien gij wilt, volgen de beekjes mij, en kunt -gij zelf oordeelen over datgene, wat ik volbracht heb." - -Nauwelijks had hij dit gezegd, toen een geheimzinnige kracht den -bouwmeester aangreep en hem met huiveringwekkende snelheid -voorwaarts duwde. De Satan voorop. Bleek als de dood aanschouwde de -meester het werk. Geen twijfel was meer mogelijk, hij had de -weddenschap verloren. Doffe wanhoop maakte zich van hem meester. -Maar zeldzaam! Reeds na korten tijd nam zijn vertrokken gelaat weer -een rustige uitdrukking aan, het scheen zelfs of er een onderdrukte -glimlach op zijn gelaat speelde. - -De uitgang was bereikt; door dezelfde magische kracht, die hem -weggedragen had, voelde meester Gerhard zich weer op de aarde -teruggevoerd. - -"Dit is de helft van mijn werk, zeide de Booze, terwijl een -grijnzende lach om zijn lippen speelde. Nu zullen wij de beloofde -eenden zien, lieve Neef!" - -Driemaal klapte hij in de handen en beval Gerhard op te letten. -Thans, bijna vroolijk gestemd, luisterde deze oplettend. Minuten -verstreken. Leeg bleef de uitgang van het beekje. Geen -eendengesnater werd hoorbaar. - -Nogmaals klapte de Satan in de handen, harder dan den eersten keer. -Weder wachtte hij te vergeefs. Spottend glimlachte de Domarchitect. -Een gillenden kreet stiet de andere uit en verdween, terwijl meester -Gerhard mompelde: - -"Nooit zal hij zijn weddenschap winnen. Ik, Gerhard von Ryle ken -alleen de oorzaak." - - -III. - - -Maar een hevige zwaarmoedigheid was sedert het laatste avontuur over -den Dombouwmeester gekomen. Nog meer dan vroeger zag men hem op de -steigers en ladders. Geheele uren bracht hij in somber gepeins door. -Nu hij zijn tegenpartij, waarmede hij zich vermeten had te strijden, -kende -- wie zou het anders kunnen zijn, dan de duivel in persoon -- -was hij zich van het gevaar, waarin hij en zijn onsterfelijke ziel -zich bevond, bewust. - - - [Illustratie: Des Schwanenritters Abschied - Nach dem Gemälde von W. von Kaulbach - Lohengrins Departure Le départ du chevalier au cygne] - - -Dikwijls, nadat er eenige minuten van angstig nadenken voorbij -gegaan waren, vloog er een gimlach over zijn trekken. Hij haalde -diep adem, terwijl hij vol moed bij zich zelf zeide: - -"Hij zal zijn weddenschap niet winnen, ik weet waarom." - -De jeugdige gade was zeer neergedrukt door het vreemdsoortige gedrag -van den meester. Zijn geslotenheid behaagde haar geenszins. -Tevergeefs beproefden haar koozende lippen den zwijgenden mond van -haar peinzenden echtgenoot het geheim te ontrukken, dat zijn tong -bewaarde. Niet ongaarne ontvingen de lippen des meesters den rijken -schat der vrouwelijke teederheid, maar op alle smeekbeden en -verzekeringen van de door nieuwsgierigheid geprikkelde vrouw, -glimlachten zij slechts bitter en spraken evenveel over het geheim -als de oesters over hun schalen. Op een dag trad een rondtrekkend -magister het huis van den bouwmeester binnen, toen deze juist bij -den Dombouw vertoefde. - -Een scharlaken mantel omhulde de rechtopgaande gestalte en lustig -woei de hanenveer van de zwart fluweelen baret. Zeer minzaam gedroeg -de vreemdeling zich, zijn voorkomen was zeer aangenaam en -vriendelijk waren zijn woorden. Hij wilde den meester bezoeken en -daar hij hem niet thuis trof, voerde hij een onderhoudend gesprek -met zijn jonge vrouw. Spoedig klonken de woorden minder terughoudend -van de lippen der bedeesde vrouw. Veel medegevoel en een warm hart -vond zij bij den vreemdeling. Innige deelneming betoonde hij de -veronachtzaamde gade, en tot dank deelde zij hem onder zuchten en -klachten mede, hoe de achterdocht zich tusschen haar en haar -echtgenoot geplaatst had, sedert hij een geheim verborg, dat hem -veel verdriet veroorzaakte. - -Merkbaar trokken de wenkbrauwen zich samen, onmerkbaar spitsten zich -de ooren van den troostbrengenden vreemdeling. - -"Evenals elk bestaan kennis van de elementaire grondstoffen -vereischt, zoo is uw gemaal slechts dan te helpen, wanneer gij zijn -geheim kent," deelde de rondtrekkende man op gewichtigen toon mede. -"Beproef, schoone vrouw, door de spraakzaamheid uwer lippen en de -macht uwer bekoorlijkheden in een aangenaam minneuurtje het hart en -het vertrouwen van den meester te winnen, opdat zijn mond verrade, -wat zijn hart verbergt. Dan kan ik u helpen en zult gij de -gelukkigste vrouw in het heilige Keulen worden." - -De vrouw deed wat haar bevolen was, maar onmachtig kaatsten de -pijlen der verleidster op de halsstarrige stilzwijgendheid van den -man af. Drie dagen na zijn eerste bezoek verscheen de magister -opnieuw. - -"Daar gij geen succes gehad hebt, onwaardige Eva's dochter, heb ik -nog een ander middel, doch ik vrees, dat gij het versmaden zult." - -Door hevige nieuwsgierigheid gekweld, verzocht de vrouw den -geleerden magister dringend zich te verklaren. - -"Welnu, dan zal ik spreken," roept deze plechtig uit. "Medelijden -vereischt de vrouw en dubbel medelijden zij haar geschonken. Ik ken -een vreemdsoortig kruidje. Daaruit zal ik uw heer gemaal een drankje -brouwen. Hij zal dan 's nachts droomen; zijn droom zal hem verraden, -en gij kent zijn geheim." - -Vol dank nam zij de gave uit de hand van den vreemden magister aan. -'s Avonds schonk zij het drankje in en reikte het haar gemaal. -Meester Gerhard zonk uit de omarmingen zijner teedere gade in een -vasten slaap. Spoedig werd de slaper onrustig. Zijn mond deed -onverstaanbare woorden hooren. Angstig luisterde zijn wakende vrouw. -Met de scherpzinnigheid, die haar geslacht eigen is, kwam ze weldra -achter de beteekenis der onsamenhangende woorden van den droomer en -wist spoedig van de onzalige weddenschap, die meester Gerhard met -den Satan in eigen persoon gesloten had. - -"Hij zal zijn weddenschap nooit winnen," fluisterde de slaper, "ik -ken zijn geheim." - -"En wat mag dat zijn?" vroeg met kloppend hart iemand van het -geslacht, aan wie de slang destijds den appel bood. - -"Hij kan doen, wat hij wil," ging de meester voort. "Nooit zal een -eend uit het onderaardsche kanaal zwemmen, indien hij daarin niet op -elk kwartier afstands luchtgaten aanbrengt. Maar de duivel zal nooit -op deze gedachte komen." - -Den volgenden morgen verscheen bij het aanbreken van den dag -- -nauwelijks had de meester zijn huis verlaten -- de rondtrekkende -magister. Getrouw deelde de vrouw hem mede, wat zij gehoord had. -Toen liet de man in den vuurrooden mantel een zegevierenden lach -hooren en verdween. Bleek en angstig bleef de praatzieke vrouw van -den meester achter. - - -IV. - - -Meester Gerhard stond bovenop de Domkerk. Donkere onweerswolken -kwamen aan den kant van den Rijn opzetten. De bouwmeester spoorde de -werklieden tot spoed aan. De lucht was zwoel. Daar werd een hand -loodzwaar op zijn schouder gelegd. Opgeschrikt uit aangename droomen -over de toekomst wendde hij zich om, en zijn gelaat werd plotseling -doodsbleek. Achter hem stond de duivel in scharlaken gewaad, -de zwarte baret met de wapperende hanenveer versierd. Hij had een -zegevierende uitdrukking op het gelaat. Zwijgend wees hij naar -beneden; aan den voet van den Dom was een beekje zichtbaar, -snaterend zwom een eend in dit water en werd door meerdere gevolgd. - -Toen greep woede en vertwijfeling meester Gerhard aan. Verloren was -de weddenschap en de ziel. Grijnzend keek de duivel toe en opende de -klauwachtige handen. - -"Nooit zult ge mij levend hebben!" roept meester Gerhard gillend uit -en stort zich in de diepte. - -Ratelende donderslagen maken zijn doodskreet onhoorbaar. Vreeselijk -woedt het weer. De verlichte hemel gelijkt een vuurzee. De brandklok -luidt in den toren -- de bliksem was in het huis van den bouwmeester -van den Dom geslagen. - -De vlammen vernietigden de ontwerpen van den bekwamen meester, en -eeuwenlang bleef de reusachtige Dom onvoltooid. Het werk treurde -over zijn oprichter, verlaten waren de gewelven, onvoltooid de -grootsche torens. De inwoners van Keulen beweerden, dat de geest van -meester Gerhard 's nachts klagend om den Dom zweefde. Toornig -verweet hij den volgenden geslachten, dat hun laksheid het -reuzenwerk, dat de scheppende kracht van vroegere tijden met steenen -mond verkondigde, onvoltooid liet. Ongehoord sterft de vertwijfelde -klacht van de schim weg. Andere geslachten komen en verdwijnen -weder. En eindelijk werd werkelijkheid, wat niemand ooit had durven -hopen. Voltooid stond de Dom in zijn vorstelijke pracht daar, als -het meest grootsche godshuis van Duitschland. - -Sedert dien tijd verscheen meester Gerhard nooit weer. Op de plaats, -waar hij onder de verwenschingen van den vorst der hel in de diepte -stortte, is zijn beeltenis in steen ter eeuwige gedachtenis -opgericht. - - - - -Aken - -De bouw der Munsterkerk - -I. - - -Eens toen Karel de Groote, keizer der Franken zijn paleis te Aken -verliet en een rijtoer maakte, moet zijn paard luid hinnekend zijn -poot snel teruggetrokken hebben uit een bron in het bosch, waarin -het getrapt had. Toen de ruiter nieuwsgierig afsteeg en de hand in -het water stak, moet hij de warme bron ontdekt hebben, die naderhand -duizenden zegen aanbracht. Dankbaar erkende de vrome keizer in deze -heilbron een welwillend geschenk van de Voorzienigheid, en hij nam -het besluit hier ter eere van den Heer een huis te bouwen. Aan den -hoef van het paard zou de rondbouw der kerk herinneren. Met -frisschen moed werd spoedig aan het bouwen van den trotschen tempel -begonnen, en verheugd zag de bejaarde keizer de muren van de -Munsterkerk verrijzen. Haar voltooiing zag hij niet meer. - -Treurig werkte dit op de bouwlieden. Karel de Groote had het -machtigste rijk van het Westen aan een zwakken zoon nagelaten, die -tegen zijn eigen kinderen het zwaard moest trekken, teneinde het -recht op den troon te behouden. - -Toen bleef veel onvoltooid, wat de reuzenhand van Karel den Grooten -begonnen was. Ook de bouw der Munsterkerk werd gestaakt. Eenzaam lag -het bouwterrein daar, onvoltooid staken de muren en torens omhoog. -Tevergeefs beriep de eerzame overheid zich op de liefdadigheid van -de christelijke medemenschen, karig kwamen de gaven in, en nooit -waren zij toereikend om de Munsterkerk te voltooien. - -Zeer dikwijls zaten de raadsleden bij elkaar, en beraadslaagden hoe -den drukkenden geldnood te verhelpen en de voltooiing der -Munsterkerk te volbrengen. Goede raad was even duur als het -materiaal waarvan men kerken bouwt. Toen zij weder eens in het -raadhuis bij elkaar zaten, liet een vreemde heer zich aandienen. Hij -had den edelachtbaren raad gewichtige zaken mee te deelen. Hij werd -binnen gebracht en deelde niets minder mee, dan dat hij den waarden -raad van de stad Aken het geld ter voltooiing van den Dom voor zou -schieten. Wantrouwend zagen de waardige heeren naar den vreemd -gekleeden spreker met het bijzondere gezicht met den puntbaard; deze -echter liet zich door de schuwe blikken niet in de war brengen maar -herhaalde vrijmoedig, doch beleefd zijn aanbod. - - - [Illustratie: Stavoren - Nach einem Stich von Holbein] - - -"Ik zou u gaarne uit uw tijdelijke geldverlegenheid helpen, -hoogedele Heeren en begeer niet eens terugbetaling van de duizenden, -die ik U aanbied. (Hier trokken de edelachtbare raadsleden de -wenkbrauwen op en spitsten de ooren.) En, opdat uw trots mijn -leening niet af zou slaan, stel ik slechts een kleinigheid tot -voorwaarde: n. l. dat, wanneer de bouw volbracht is, de eerste, die -op den dag der inwijding de kerk betreedt, mij met lijf en ziel zal -toebehooren." - -Toen sprongen de wijze heeren ontsteld van hun zetels op en velen -maakten eerbiedig een kruis; want wie anders, dan de duivel kon zulk -een helschen eisch stellen. - -De edelachtbare burgemeester keek reeds zeer vertoornd "Ga van ons," -mompelde hij, "gij, die slechts ergernis te weeg brengt." - -Rustig en kalm stond de satan daar. - -"Laat mij een vroom woord uit den Bijbel op dezelfde wijze -beantwoorden. Waarom zijt gij zoo vreesachtig, gij kleingeloovigen? -Overweegt of ik vermetel ben, omdat ik één ziel voor mij bedongen -heb, terwijl het krijgszwaard vlamt tusschen vader en zoons, -tusschen broeders en duizenden voor de nuttelooze eerzucht -opgeofferd worden. Daar worden door een mensch duizenden -geofferd, terwijl zich hier voor aller welzijn slechts een enkele -behoeft op te offeren." Zegevierend flikkerde het oog van den vreemd -gekleeden spreker; want op de trekken van de wijze raadsheeren las -hij een goedgunstig antwoord. Het aantal der besluiteloozen werd met -de minuut kleiner, tot eindelijk ook de laatste geen gewetensbezwaar -meer koesterde. De overeenkomst kwam tot stand en de vreemde nam met -een triomfantelijk lachje afscheid, terwijl de waardige heeren met -een beklemd hart op de beloofde som wachtten. Zij kwam nog -denzelfden dag, onvervalscht en goed van gehalte en er heerschte -groote vreugde in den hoogen Raad van de stad Aken. - - -II. - - -Wederom werkten de metselaars en timmerlieden aan den Dom te Aken. -Vlijtig werd er voortgegaan om het verzuimde in te halen, en de -voltooiing van de Munsterkerk naderde steeds meer en meer. Drie -jaren waren intusschen verstreken en de dag brak aan, waarop de -nieuwe godstempel ingewijd zou worden. Die inwijdingsdag zou een -feestdag worden voor de stad Aken. Tallooze wereldlijke en -geestelijke heeren waren verschenen en menigeen prees het prachtige -godshuis, de milddadigheid van de burgers en de wijsheid van den -prijzenswaardigen raad. Deze echter bevond zich in groote -verlegenheid. Zeer wijselijk had geen der waardige vaders iets van -het verdrag met den Satan verteld; slechts een van hen had het in -een zwak uur aan zijn vrouw opgebiecht. En sedert dat uur werd het -geheim wel aan honderd ooren ingefluisterd. - - -Zoo kwam het, dat op den dag der inwijding zeer vele eerwaarde abten -en prelaten, alsook talrijke ridders en heeren met begrijpelijken -angst het uur tegemoet zagen, waarop de feestelijke stoet zich naar -de Munsterkerk zou begeven. - - -Een vreemde optocht was het, de vaandels wapperden, de fanfares -schetterden, maar de menschen in de schitterende wapenrustingen en -veelkleurige prachtige ornaten zagen er zeer onrustig uit. En menig -bezorgd gelaat keek angstig naar den hemel of daar wellicht -plotseling een magere gestalte met een duivelachtig gezicht, -paardenvoeten en vleermuisachtige vleugels zou komen toeschieten. - - -Daar kwam op eens beweging onder de menigte. Door de open ruimte in -de processie kwamen, van hun overwicht bewust, de waardige vaders -der stad. Voor hen uit schreden vier reusachtige landsknechten en -hielden met krachtige hand een bedekte kooi omvat. - -De abt van St. Florian had een listig plan verzonnen om den Booze te -verschalken. - -De stoet had de Munsterkerk bereikt en de eersten, die voor het -Godshuis stonden, waren de vier mannen met de kooi. Nu trekt een van -hen het omhulsel er af en voor het traliewerk laat een huilende wolf -de tanden zien. Terwijl de beide anderen door een fermen stoot met -de hellebaard de vleugeldeuren naar binnen openwerpen, jaagt de -vierde met zijn spies het gevangen dier in de geopende kerk. -Daarbinnen weerklinkt een helsch lawaai; achter den ingang -verscholen, had de Booze loerend zijn prooi afgewacht en was -begeerig het dier nageijld. Op hetzelfde oogenblik stiet hij -woedende kreten uit, daar hij zich verschalkt zag. Snuivend ging hij -achter den armen wolf aan, brak hem den nek en stoof onder het -slaken van vele verwenschingen weg. De lucht was door zwavelachtige -dampen verduisterd. - -Beneden echter, in de hallen der kerk, verdrong zich de -volksmenigte, die bij klokkenspel en trompetgeschal de goedheid des -Heeren prees. - - -III. - - -Ondertusschen trok de gefopte duivel, terwijl hij gruwelijke -verwenschingen slaakte, door het land van Aken. Dat men hem met een -ellendige ziel van een wolf beetgenomen had, zou de inwoners van -Aken berouwen. Hij was intusschen aan de zee gekomen en toen hij zoo -spijtig en boos van het gele duinstrand naar den grijzen vloed keek, -kwam hij op een helsche gedachte. Hij wilde hen allen begraven, de -prelaten, ridders, mannetjes en vrouwtjes van Aken. - -Met een forschen ruk trok hij een zandberg van den oever los, laadde -hem op zijn schouders en aanvaardde den terugtocht naar Aken. Maar -de weg was zeer lang, zoodat de duivel het vreeselijk warm kreeg en -den wind vervloekte, die hem voortdurend een stofregen van zand in -de oogen joeg. Hij was reeds aan het Soerserdal gekomen en hield -daar buiten adem stil. Zelfs den duivel kan menige last te zwaar -worden. - -Een oud, verschrompeld vrouwtje, dat op den weg voorbij strompelde, -keek wantrouwend naar den lastdrager met zijn vreemden last. Zij -wilde onbemerkt voorbij gaan, maar de andere hield haar aan en vroeg -hoe ver de weg naar Aken nog was. Toen eerst heeft het vrouwtje hem -aandachtiger aangekeken en haar gerimpeld gelaat nam een ernstige -uitdrukking aan, alsof haar opeens een hooger licht opging. Zij had -geen twee en zeventig jaar moeten tellen om in den knorrigen man -niet den werkelijken Satan te kerkennen, en te raden, dat hij tegen -de waardige stad Aken wat slechts in den zin had. Terstond heeft de -oude dan ook een verdrietig gezicht getrokken, en op klagenden toon -geantwoord: - -"Dan zijt gij er slecht aan toe, waarde heer. De weg naar Aken is -zeer lang. Ziet gij hoe mijn schoenen, die ik vanmorgen juist van -den schoenmaker ontvangen heb, door de lange wandeling versleten -zijn?" - -De duivel stiet een nijdigen vloek uit, schudde den zandberg van -zich af en trok, onder het slaken van een gruwelijke verwensching -tegen de stad Aken, af. Het oude vrouwtje maakte een kruis en was -zeer verheugd de eerwaarde stad Aken dicht voor de poorten -- het -was volstrekt niet ver meer naar Aken -- van een groot gevaar -bevrijd te hebben. - -Nog altijd ligt deze zandberg daar, waar een oude vrouw den duivel -te listig, volgens de taal van die streek "los" af was, zoodat de -berg tot op heden "Losberg" heet. Ook het aandenken aan het arme -wolfje, dat in de klauwen van den duivel viel, hebben de inwoners -van Aken in de ijzeren deur van hun Dom vereeuwigd. Ook in de -vleugeldeuren ziet men nog de spleet, die daarin ontstaan zou zijn, -toen de vertoornde vorst der hel in machtelooze woede de kerkdeur -achter zich dichtsloeg. - - - - - [Transcriber's Notes: - De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd: - - [Die blinde schutter] -> [De blinde schutter] - (in de inhoudsopgave) - - [gaf ik niet oongaarne] -> [gaf ik niet ongaarne] - - [Ruine Fürstenberg] -> [Ruïne Fürstenberg] - (dit komt tweemaal zo voor in de tekst) - - [Marienburg] -> [Mariënburg] - (dit komt viermaal zo voor in de tekst) - - [den op en ondergang] -> [den op- en ondergang] - - [zons en maansverduisteringen] -> - [zons- en maansverduisteringen] - - [met zijn bevijding] -> [met zijn bevrijding] - - [erkentelijkkeid] -> [erkentelijkheid] - - [halve honderd glaren] -> [halve honderd glazen] - - [in Voorromeinschen lijd] -> [in Voorromeinschen tijd] - - [het op "komende zijk weder te gronde gericht hebben"] -> - [het opkomende rijk weder te gronde gericht hebben.] - - [waarin die heldenfiguur] -> [waarin de heldenfiguur] - - [aan den Rijn verstigden.] -> [aan den Rijn vestigden.] - - [en daaronden] -> [en daaronder] - - [den verstandigen ab] -> [den verstandigen abt] - - [Gelijdelijk verdwijnen] -> [Geleidelijk verdwijnen] - - [opnieuw een belofde] -> [opnieuw een belofte] - - [man dapper afscheid] -> [nam dapper afscheid] - - [mijn knechten hedden] -> [mijn knechten hadden] - - [in de eenzaanheid] -> [in de eenzaamheid] - - [zeven schoonheiden] -> [zeven schoonheden] - - [De treurige krijstocht] -> [De treurige krijgstocht] - - [I. Ronald was een fier] -> [II. Ronald was een fier] - (de nummering klopte niet) - - [en lekten liefkoozend] -> [en likten liefkoozend] - - [dien zij verkelijk lief kreeg] -> - [dien zij werkelijk lief kreeg] - - [haar zijk, gevoelvol] -> [haar rijk, gevoelvol] - - [van te tinnen] -> [van de tinnen] - - [het lezen daarwan] -> [het lezen daarvan] - - [oonferenties hield] -> [conferenties hield] - - [op grond van gefungeerde] -> [op grond van gefingeerde] - - [belegeraars do overwinning] -> [belegeraars de overwinning] - - [zijn tooverformulier] -> [zijn tooverformule] - - [totaan het uur] -> [tot aan het uur] - - [in zijn puntbaart] -> [in zijn puntbaard] - - [det hoogste geluk] -> [het hoogste geluk] - - ["de hameraar", go oemd hebben.] -> - ["de hameraar", genoemd hebben.] - - [Wolf vån Hammerstein,] -> [Wolf van Hammerstein,] - - [groeten en boodsschappen] -> [groeten en boodschappen] - - [Een bovenaarsche glans] -> [Een bovenaardsche glans] - - [on zoekt niet door] -> [en zoekt niet door] - - [twee linke zonen] -> [twee flinke zonen] - - [minder goet gezind.] -> [minder goed gezind.] - - [midden der vijtiende eeuw] -> [midden der vijftiende eeuw] - - [herhaarde hij vol onuitsprekelijk leed] -> - [herhaalde hij vol onuitsprekelijk leed] - - [De schilderij is] -> [Het schilderij is] - - [ter eenwige gedachtenis] -> [ter eeuwige gedachtenis] - - [hij nam het beschuit] -> [hij nam het besluit] - - [wat slechs in den zin] -> [wat slechts in den zin] - - - Een lijst met illustraties is toegevoegd, vlak na de - inhoudsopgave. - - Aan het eind van verschillende hoofdstukken staat een symbool. - Dit symbool is alleen zichtbaar in de HTML-versie. Zo zijn ook - de paginanummers alleen zichtbaar in de HTML-versie. - - De plaatsing van de illustraties in de verhalen is exact zo - gehandhaafd als in het papieren origineel. Vaak blijken de - bijbehorende verhalen ergens anders in het boek te staan. - - Er zijn een aantal interpunctie fouten gecorrigeerd - die hier niet specifiek genoemd worden. - ] - - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of Sagen van den Rijn, by Wilhelm Ruland - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SAGEN VAN DEN RIJN *** - -***** This file should be named 60942-8.txt or 60942-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/6/0/9/4/60942/ - -Produced by R.G.P.M. van Giesen -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - diff --git a/old/60942-8.zip b/old/60942-8.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index c0a8fc2..0000000 --- a/old/60942-8.zip +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h.zip b/old/60942-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 672f665..0000000 --- a/old/60942-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/60942-h.htm b/old/60942-h/60942-h.htm deleted file mode 100644 index dbb6078..0000000 --- a/old/60942-h/60942-h.htm +++ /dev/null @@ -1,7291 +0,0 @@ -<!doctype html public "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"> -<html> -<head> - <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> - <title>Sagen van den Rijn</title> - - <style type="text/css"> - - body {margin-left: 10%; margin-right: 10%;} - - /* normal indent */ - p { - text-indent: 2%; - text-align: justify; - } - - /* hanging indent */ - .p2 { - text-indent: -6%; - padding-left: 6%; - text-align: justify; - } - - /* no indent */ - .p_no_indent { - text-indent: 0%; - text-align: justify; - } - - /* Standard sup and sub have the same fontsize as normal text, - it's only moved up or down half a line. - But usually you will find sup/sub in a smaller font. - Therefore these adaptations: */ - sup { - vertical-align: super; - font-size: 50%; - } - - sub { - vertical-align: sub; - font-size: 50%; - } - - .standard {font-size: 100%; font-weight: normal;} - - .indent02 {margin-left: 2%; margin-right: 10%;} - .indent10 {margin-left: 10%; margin-right: 10%;} - .indent20 {margin-left: 20%; margin-right: 10%;} - .indent30 {margin-left: 30%; margin-right: 10%;} - .indent40 {margin-left: 40%; margin-right: 10%;} - .indent50 {margin-left: 50%; margin-right: 10%;} - .indent60 {margin-left: 60%; margin-right: 10%;} - - .fontsize60 {font-size: 60%;} - .fontsize80 {font-size: 80%;} - .fontsize110 {font-size: 110%;} - .fontsize133 {font-size: 133%;} - - /* Use this to format the actual text of footnotes: */ - .note_text {font-size: 80%; font-weight: normal;} - - /* for big and small caps on one line. Usable as class in a 'span' tag around text or in the 'p'/tag */ - .smallcaps {font-variant: small-caps;} - - /* use for Transcribers Notes and such */ - .notebox {margin-left: 10%; margin-right: 10%; margin-top: 5%; margin-bottom: 5%; padding: 1em; border: solid black 1px;} - - /* For showing the original pagenumbers in the text: - 1. Reset and increment a counter that is named [pagenumber]. For instance in the [body]-tag - 2. Then use the class [pagenum] on the place where you want to see the pagenumber. - The way the pagenumber is presented, happens with the pagenum:before. This makes the pagenumber "virtual", or: if you - try to copy and paste it somewhere else, the pagenumber is NOT copied. - 3. In case the pagenumber is placed inside a word, use the class [hyphen] to show a "virtual" hyphen. - 4. If you want to hide the pagenumbers, change [display: inline;] in [display: none;] for the classes [pagenum] and [hyphen]. - 5. If you want to jump to a pagenumber from other parts, add the [a] tag with a unique id, like this: - - <p>The last word on a page <a id="#page0001"><|a><span class="pagenum"><|span> and then the first word on the next page<|p> - 6. If you have a blank page in the paper original that participates in the pagenumbering, and you don't want it - to appear in the e-book, you need to increment your pagenumber in the text. Do that as follows: <span style="counter-increment: pagenumber 1;" class="pagenum"><|span> - Of course with more than one consecutive blank page, alter the increment to the right number. - 7. If you want the first pages to have roman pagenumbers, use as class "pagenum_roman". - */ - .pagenum { - display: inline; - font-size:70%; - font-style:normal; - } - .pagenum_roman { - display: inline; - font-size:70%; - font-style:normal; - } - .pagenum:before { - counter-increment: pagenumber; - content: "[" counter(pagenumber) "] "; - } - .pagenum_roman:before { - counter-increment: pagenumber; - content: "[" counter(pagenumber, upper-roman) "] "; - } - .hyphen { - display: inline; - } - .hyphen:before { - content: "- "; - } - /* ...end of: For showing the original pagenumbers in the text. - - /* To mark a correction in the text, use this class. It will put a dotted red line underneath the corrected word and - you can even display the original text in a hint when the cursor hovers above the word. - Example (replace pipe-symbol with forwardslash if you are going to use it): - - <p>This sentence <span id="cor0001" class="corrected" title="[Original text: cantaind]">contained<|span> an error.<|p> - - You can hyperlink the word from the Transcriber's notes: - Example (replace pipe-symbol with forwardslash if you are going to use it): - - <a href="#cor0001">[XXX] —> [YYY]<|a> - */ - - span.corrected {border-bottom:1px dotted red;} - - /* use for words to show extra spacing between characters - Example: - <span class="expand_spacing">dit is een test<|span> - - which results in something like this: - d i t i s e e n t e s t - To add just a bit more space to the left, the margin-left is also set. - */ - .expand_spacing {letter-spacing: 0.2em; margin-left: 0.2em;} - - /* To start a chapter with an image representing the first letter, use this class. - Example with the letter "H" (replace pipe-symbol with forwardslash if you are going to use it): - - <img class="letterimage" src="image_representing_letter.jpg" alt="H" style="width:10%; height:auto; max-width:300px;"> - <p class="hidden_char"><span style="color: white;">H<|span>ere he was going to stay.<|p> - - The result is the letter "H" represented by an image sized to 10% of the width of the browser-window (with a maximum-width of 300px). - */ - .letterimage {float:left; padding: 5px;} - .hidden_char {text-indent: -0.5em; - padding-left: 0.5em;} - - /* To create hidden but searchable (!) text. Great to use for: an image that shows text. You type the same text beneath the image and apply this style. - That ensures the reader doesn't see it twice, but he can search on it. */ - span.hiddenText { - width:0px; - height:0px; - overflow:hidden; - display:inline-block; - } - - /* To create a big first character (sometimes used in a new chapter) use this in a <span> around first character(s). - Use it in combination with [class="p_no_indent"], or else the second line will be too close to the big character. */ - .introduction { - float: left; - font-size: 44px; - line-height: 35px; - padding-top: 3px; - padding-right: 1px; - } - - /* If there is a quote before the first big character, it's usually the normal size. Then use this in a <span> around it. */ - .introduction_quote { - float: left; - } - - div.illustration { - text-align: center; - } - - /* Aligning images in text: left, center, or right */ - img.img_left { - float: left; - margin: 10px 10px 10px 0px; - width: 50%; - } - img.img_right { - float: right; - margin: 10px 0px 10px 10px; - width: 50%; - } - /* ...end of — Aligning images in text: left or right */ - - </style> -</head> - -<body style="counter-reset: pagenumber; counter-increment: pagenumber 2;"> - - -<pre> - -The Project Gutenberg EBook of Sagen van den Rijn, by Wilhelm Ruland - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - -Title: Sagen van den Rijn - -Author: Wilhelm Ruland - -Translator: W. B. Meyen-Barends - -Release Date: December 16, 2019 [EBook #60942] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SAGEN VAN DEN RIJN *** - - - - -Produced by R.G.P.M. van Giesen - - - - - -</pre> - - -<div class="illustration"> - <a name="cover"></a> - <img src="images/01_cover.jpg" alt="01_cover.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: cover art] -</div> - -<br> -<br> -<br> -<br> -<center><h2> - WILH RULAND - <br>Sagen van den Rijn -</h2></center> -<br> -<br> -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="02_scharfrichter"></a> - <img src="images/02_scharfrichter.jpg" alt="02_scharfrichter.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Der Scharfrichter von Bergen</span><br>Nach einer Zeichnung von -Adolf Menzel<br>The Knave of Bergen Le bourreau de Bergen] -</div> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<center> -<h1> Sagen van den Rijn</h1> -<br>door -<h2> Wilhelm Ruland</h2> - -<br> -<br> - -<h3> Geautoriseerde vertaling uit het Duitsch</h3> -<br> door -<br><h3><b> W. B. Meyen-Barends</b></h3> -<br> Met illustraties naar schilderijen van beroemde meesters -</center> - -<br> -<br> - -<center> -<br><span class="expand_spacing"> 2. Edition.</span> -<br> -<br> -<div class="logo"> - <a name="logo"></a> - <img src="images/logo.jpg" alt="logo.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:200px;"> - <br>[Illustratie: logo] -</div> -<br> -<br> -<br><span class="expand_spacing"> 1922 -<br> -<br> Verlag von Hoursch & Bechstedt, Köln</span> -</center> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<p><i>Nadruk van de in dit boek voorkomende reproducties van schilderijen -is bij de Wet ten strengste verboden.</i></p> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<center><b>Voorrede bij den derden druk</b></center> - -<p>Toen de intusschen overleden boekhandelaar Friedrich Heijn te Keulen -mij ongeveer tien jaren geleden verzocht, de meest bekende -Rijn-sagen te schrijven, moest ik mij zelf en den uitgever eerlijk -bekennen, dat daarmede nauwelijks een leemte aangevuld zou zijn. -Toch <span class="corrected" id="cor0002" title="[Original text: gaf ik niet oongaarne]">gaf ik niet ongaarne</span> gevolg aan dat verzoek, nadat ik de -belangrijkste sagen van den Rijn, die ik in mijne verzameling had, -doorbladerd had.</p> - -<p>Den indruk, dien ik kreeg van deze bekoorlijke verhalen uit den -ouden tijd, schreef ik neder en deze uren verschaften mij veel -genot.</p> - -<p>Een vriendelijk criticus zeide in zijne beoordeeling over mijn -boekje in de "Kölnische Zeitung", dat de vorm altijd naar -evenredigheid van de stof was: nu eens liefelijk en teeder, -bloemrijk en schilderachtig, dan weer kernachtig en beknopt. Het zal -mij verheugen, als ook anderen vinden, dat het doel, waarnaar ik -streefde, bereikt is. In elk geval zal niemand,<span class="pagenum_roman"></span> daar ben ik zeker -van, in de verzameling die warmte missen, die men van een schrijver -als zoon van het Rijnland verwachten kan.</p> - -<p>Al kan dus dit boekje met Rijnsagen, in weerwil van de nieuwe -vermeerderde uitgave, geen aanspraak maken op volledigheid, toch -hoopt het in geringe mate te kunnen medewerken aan de bevordering -van de schoonheid van het vaderland, welks ouden roem men in den -laatsten tijd steeds meer tracht te doen opleven.</p> - -<p><span class="expand_spacing">Honnef</span> a. d. R. Mei 1905. -<br><span class="indent50">Dr. Wilhelm Ruland.<span class="pagenum_roman"></span></span> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<h3 align="center">Inhoud</h3> -<hr width="25%" align="center"> -<table align="center" width="80%" summary="contents"> - -<tbody><tr> -<td align="left" valign="top"> </td> -<td valign="top" align="right" class="fontsize80">Blz</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter01"><b>Burcht Niedeck.</b> Het reuzenspeelgoed</a></td> -<td valign="top" align="right">7</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter02"><b>Straatsburg.</b> De Munsterklok</a></td> -<td valign="top" align="right">9</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter03"><b>Frankfort.</b> De negen in den windwijzer</a></td> -<td valign="top" align="right">12</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter04"><b>Wiesbaden.</b> De duivelskuur aan de warme bron</a></td> -<td valign="top" align="right">16</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter05"><b>Worms.</b> De Nibelungen</a></td> -<td valign="top" align="right">21</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter06"><b>Mainz.</b> Heinrich Frauenlob</a></td> -<td valign="top" align="right">29</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter07" class="indent10">Bisschop Willigis</a></td> -<td valign="top" align="right">31</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter08"><b>Johannisberg.</b> De Johannisberger</a></td> -<td valign="top" align="right">33</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter09"><b>Ingelheim.</b> Eginhard en Emma</a></td> -<td valign="top" align="right">39</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter10"><b>Rüdesheim.</b> De Brömserburg</a></td> -<td valign="top" align="right">51</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter11"><b>Bingen.</b> De Muizentoren</a></td> -<td valign="top" align="right">57</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter12"><b>Aszmannshausen.</b> De Klemenskapel</a></td> -<td valign="top" align="right">62</td> -</tr> -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter13"><b>Rheinstein.</b> Het huwelijksaanzoek</a></td> -<td valign="top" align="right">66</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter14"><b>Falkenburg.</b> De Waldburg</a></td> -<td valign="top" align="right">71</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter15"><b>Sooneck.</b> <span class="corrected" id="cor0001" title="[Original text: Die blinde schutter]">De blinde schutter</span></a></td> -<td valign="top" align="right">77</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter16"><b>Lorch.</b> De vrouw van den Wispermolenaar</a></td> -<td valign="top" align="right">80</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter17"><b><span class="corrected" id="cor0003" title="[Original text: Ruine Fürstenberg]">Ruïne Fürstenberg</span>.</b> De geest der moeder</a></td> -<td valign="top" align="right">84</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter18"><b>Bacharach.</b> Burcht Stahleck</a></td> -<td valign="top" align="right">89</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter19" class="indent10">Burcht Gutenfels</a></td> -<td valign="top" align="right">94</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter20" class="indent10">De Palts</a></td> -<td valign="top" align="right">101</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter21"><b>Oberwesel.</b> De zeven jonkvrouwen</a></td> -<td valign="top" align="right">107</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter22"><b>Rheinfels.</b> De Georgslinde</a></td> -<td valign="top" align="right">113</td> -<td valign="top" align="right"><span class="pagenum_roman"></span></td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter23"><b>St. Goar.</b> De Lorelei</a></td> -<td valign="top" align="right">121</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter24"><b>Liebenstein en Sterrenberg.</b> De vijandige broeders</a></td> -<td valign="top" align="right">130</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter25"><b>Boppard.</b> Klooster <span class="corrected" id="cor0004" title="[Original text: Marienburg]">Mariënburg</span></a></td> -<td valign="top" align="right">141</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter26"><b>Rhense.</b> Keizer Wenzel</a></td> -<td valign="top" align="right">146</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter27"><b>Burcht Lahneck.</b> De tempelier van Lahneck</a></td> -<td valign="top" align="right">150</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter28"><b>Stolzenfels.</b> Het dochtertje van den kamerheer</a></td> -<td valign="top" align="right">154</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter29"><b>Koblenz.</b> Riza</a></td> -<td valign="top" align="right">161</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter30"><b>Andernach.</b> Genoveva</a></td> -<td valign="top" align="right">164</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter31"><b>Hammerstein.</b> De met dochters gezegende ridder</a></td> -<td valign="top" align="right">179</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter32"><b>Rheineck.</b> De wijnkeuring</a></td> -<td valign="top" align="right">183</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter33"><b>Rolandseck.</b> Ridder Roland</a></td> -<td valign="top" align="right">191</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter34"><b>Zevengebergte.</b> Het Nachtegaalboschje bij Honnef</a></td> -<td valign="top" align="right">205</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter35" class="indent10">De Drachenfels</a></td> -<td valign="top" align="right">208</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter36" class="indent10">De monnik van Heisterbach</a></td> -<td valign="top" align="right">216</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter37"><b>Godesberg.</b> Het Hochkreuz</a></td> -<td valign="top" align="right">223</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter38"><b>Bonn.</b> De Jonker van Klochterhof</a></td> -<td valign="top" align="right">232</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter39"><b>Keulen.</b> Richmodis von Aducht</a></td> -<td valign="top" align="right">235</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter40" class="indent10">De bouwmeester van den Keulschen Dom</a></td> -<td valign="top" align="right">241</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter41"><b>Aken.</b> De bouw der Munsterkerk</a></td> -<td valign="top" align="right">255</td> -<td valign="top" align="right"><span class="pagenum_roman"></span></td> -</tr> - -</tbody></table> - -<br> -<br> - -<hr width="25%"> - -<br> -<br> - -<h3 align="center">Illustraties</h3> -<hr width="25%" align="center"> -<table align="center" width="80%" summary="contents"> - -<tbody><tr> -<td align="left" valign="top"> </td> -<td valign="top" align="right" class="fontsize80">Tegenoverliggende blz.</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#02_scharfrichter">Der Scharfrichter von Bergen</a></td> -<td valign="top" align="right">titelplaat</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#03_quellgebiet">Aus dem Quellgebiet des Rheines</a></td> -<td valign="top" align="right">32</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#04_hohenrätier">Der letzte Hohenrätier</a></td> -<td valign="top" align="right">48</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#05_riesenspiel">Das Riesenspielzeug</a></td> -<td valign="top" align="right">64</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#06_siegfried">Siegfried auf der Totenbahre.</a></td> -<td valign="top" align="right">80</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#07_fauenlob">Heinrich Frauenlob</a></td> -<td valign="top" align="right">96</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#08_willigis">Bischof Willigis in der Klosterschule</a></td> -<td valign="top" align="right">112</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#09_brautzug">Der Brautzug</a></td> -<td valign="top" align="right">128</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#10_raubritter">Gefangener Raubritter</a></td> -<td valign="top" align="right">144</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#11_turnier">Turnier zu Köln</a></td> -<td valign="top" align="right">160</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#12_loreley">Die Loreley</a></td> -<td valign="top" align="right">176</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#13_lager">Siegfried schleppt einen Bären ins Lager</a></td> -<td valign="top" align="right">192</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#14_sarge">Am Sarge Kaiser Heinrich IV.</a></td> -<td valign="top" align="right">208</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#15_roland">Roland in der Schlacht von Roncevalles</a></td> -<td valign="top" align="right">224</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#16_griet">Jan und Griet</a></td> -<td valign="top" align="right">232</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#17_karl">Karl der Grosse</a></td> -<td valign="top" align="right">240</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#18_abschied">Des Schwanenritters Abschied</a></td> -<td valign="top" align="right">248</td> -</tr> - -<tr> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#19_stavoren">Stavoren.</a></td> -<td valign="top" align="right">256</td> -</tr> - -</tbody></table> - -<br> -<br> - -<hr width="25%"> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter01"></a> -<h3 align="center">Burcht Niedeck</h3> - -<h4 align="center">Het reuzenspeelgoed</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">I</span>n den ouden tijd was er eens een reuzengeslacht in den Elsasz. -Burcht Niedeck in 't Breuschtal welks puinhoopen reeds lang vergaan -zijn, was de woonplaats van deze Hunnen, waarvan heden in den Elsasz -nog bij overlevering verteld wordt, dat ze zeer vrede- en -menschlievend waren.</p> - -<p>Eens wandelde de dochter van den burchtheer door het naburige woud. -Toen zij aan de velden en weiden in het dal kwam, zag ze een boer, -die ploegde. De jonge reuzin keek met vroolijke verbazing naar het -kereltje, dat bedrijvig achter het spannetje liep en met den kleinen -ploeg den grond omwoelde. Nooit had zij tevoren zoo iets aanschouwd. -Dat leek haar aardig speelgoed en zij klapte met kinderlijke vreugde -in de handen, zoodat het ver door de bergen weerklonk, toen pakte -zij den boer, 't paard en den ploeg in haar schort en ijlde juichend -naar den vaderlijken burcht. Lachend toonde zij haren vader het -aardige levende speelgoed.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Deze echter schudde ernstig zijn reusachtig hoofd en sprak -eenigszins misnoegd:</p> - -<p>"Weet je wel, mijn kind, wie dit schreeuwende menschenkind is met -dat aardige trappelende dier, dat je uitgezocht hebt om mede te -spelen? Van alle dwergen is hij het meest nuttig. Hij tobt zich af -bij zonneschijn, wind en regen, opdat de velden ons een goeden oogst -zullen opleveren. Wie den spot met hem drijft of hem onderdrukt, zal -door den hemel bestraft worden. Neem daarom het boertje op en breng -hem weder naar zijn erf terug!"</p> - -<p>Beschaamd en blozend keek de jonge reuzin voor zich, en droeg het -aardige speelgoed gehoorzaam in haar schort naar het dal terug.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter02"></a> -<h3 align="center">Straatsburg</h3> - -<h4 align="center">De Munsterklok</h4> - - -<p><span class="p_no_indent introduction">D</span>e dom was voltooid en de overheid besloot op den hoogen toren een -kunstige klok te doen plaatsen. Na lang zoeken werd een kunstenaar -gevonden, die aanbood een kunststuk te maken, zooals er nergens een -gevonden werd. De wijze raadsheeren waren daarover zeer voldaan en -de kunstenaar begon met het werk.</p> - -<p>Maanden verstreken daarmede, maar toen het voltooid was, was -iedereen vol bewondering, die dan ook wel verdiend was, want de klok -was een kunststuk, zooals men er nog nooit een in het land gezien -had. Behalve de uren wees zij niet alleen de dagen en maanden aan, -maar zij bezat ook nog een aardbol, waaraan men <span class="corrected" id="cor0005" title="[Original text: den op en ondergang]">den op- en ondergang</span> -van de zon kon zien en waarop de <span class="corrected" id="cor0006" title="[Original text: zons en maansverduisteringen]">zons- en maansverduisteringen</span> -zichtbaar werden op het oogenblik, dat ze in de natuur plaats -vonden. Elke verandering wees Mercurius met zijn staf aan, en elk -sterrenbeeld trad, zoodra zijn loopbaan begon, te voorschijn. Even, -voordat de klok sloeg, verscheen de dood, en sloeg de<span class="pagenum"></span> volle uren -aan, terwijl bij de kwartieren en halve uren de gestalte van den -verlosser te voorschijn trad, die hem terug wees. Ten overvloede -bevatte het kunstwerk nog een prachtig klokkenspel, dat stichtelijke -koraalliederen deed hooren.</p> - -<p>Aldus was de heerlijke klok in de Munsterkerk te Straatsburg -vervaardigd. Nu echter wordt de overheid van Straatsburg, volgens de -overlevering van de volgende schandelijke vermetelheid aangeklaagd: -waren zij er aan den eenen kant trotsch op, de eenige stad te zijn, -die zulk een kunstwerk bezat, aan den anderen kant vreesden zij, dat -de kunstenaar ook een dergelijk werk in een andere stad kon -uitvoeren. De hardvochtige raadsheeren maakten daarom met vreugde -gebruik van de praatjes, die onder het volk in omloop waren, als zou -zulk een werk alleen door duivelsche kunsten gewrocht kunnen worden. -Zij betichtten den klokkenmaker, dat hij met den duivel in -verbinding stond, lieten hem gevangennemen en veroordeelden hem met -onmenschelijke wreedheid tot de berooving van het licht zijner -oogen. Zonder klagen verdroeg de ongelukkige kunstenaar zijn -vreeselijk lot.</p> - -<p>Voordat zij echter het vonnis voltrokken verzocht hij nog eenmaal -bij de klok toegelaten te worden, opdat hij haar nog regelen kon, -hetgeen<span class="pagenum"></span> later geen andere hand zou kunnen volbrengen. De wijze -overheid, die veel ophad met de onovertreffelijke klok, liet den -kunstenaar boven komen. Deze vijlde, zaagde, verstelde en regelde -het een en ander en werd toen weer in den toren gebracht, waar hij -terstond van het licht zijner oogen beroofd werd.</p> - -<p>Nauwelijks echter was het vonnis voltrokken, of men bemerkte, dat -het werk van de Munsterklok stil stond. De kunstenaar had zelf het -werk vernietigd en zijn voorspelling, die hij in woede gedaan had, -dat het klokkenspel voor eeuwig stil zou staan, is tot nu toe -uitgekomen. Tot op heden vermocht niemand leven in het doode -raderwerk te brengen, en al versiert heden een even prachtig uurwerk -de Domkerk, zoo toch is het geen kunstenaar gelukt het raderwerk van -de eerste Munsterklok, dat nog steeds bewaard wordt, weer in werking -te brengen.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter03"></a> -<h3 align="center">Frankfort</h3> - -<h4 align="center">De negen in den windwijzer</h4> - -<p><p><span class="p_no_indent introduction">D</span>e inwoners van Frankfort hadden al lang jacht op een slimmen vogel -gemaakt. Eindelijk werd hij gearresteerd en zou nu opgehangen -worden. Hij heette Hans Winkelmann en was een strooper, die in het -jachtgebied der stad erger huishield, dan tien van zijns gelijken. -De overheid had hem medegedeeld, dat hij aan de galg zou sterven, -omdat hij een van de gerechtsdienaren, die hem vervolgden, -doodgeschoten had, en de beul wachtte reeds naast de cel van den -armen zondaar, die in den toren zijn laatste uurtje mismoedig -tegemoet zag. Bij het aanbreken van den dag trad een vrome pater bij -den gevangene binnen en hield een gemoedelijke toespraak. Hans, die -volstrekt geen berouw had, ontving hem zeer norsch; daar hij zich -als vrijschutter van geen kwaad bewust was, en er toch niets aan doen -kon, dat zijn kogels het hart getroffen hadden, waar hij alleen van -plan was, zijn vervolger door een<span class="pagenum"></span> onschuldig schot in het been, -onschadelijk te maken.</p> - -<p>De Capucijner pater wees hem op zijn onchristelijke verstoktheid en -bracht hem onder het oog, dat iedereen, tot zelfs het kleinste kind -in Frankfort wist, dat Hans Winkelmann een goddelooze strooper was, -dat is iemand, die zijn ziel aan den duivel beloofd heeft, die hem -in ruil daarvoor verzekerd heeft, dat al zijn kogels doodelijk -treffen zouden. Heftig kwam de eerlijke strooper tegen zulk een -veronderstelling op, hij had het aan zich zelf te danken, dat hij -steeds trof, maar volstrekt niet aan den Satan. Ook voor de rechters -bood hij aan, elke gewenschte proef van zijn schutterskunst af te -leggen.</p> - -<p>Eerst hoorde de pater hem met twijfel, maar later met overtuiging, -aan.</p> - -<p>"Welnu, geef mij als laatste gunstbewijs, mijn geweer en vergun mij, -drie maal drie keer op den knarsenden windwijzer boven op dezen -toren te schieten, en indien gij dan de negen daarin niet even -kunstig gemaakt ziet, alsof dit door de hand van den smid gebeurd -was, dan laat ik mij gewillig hangen."</p> - -<p>Zoo sprak de strooper, en de Capucijner pater berichtte den -waardigen raadslieden hetgeen hij gehoord had. Daar werd het minzaam -aange<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>hoord en besloten, teneinde den burgers een grap te -bezorgen: dat als Hans Winkelmann volbracht, hetgeen hij zich vermat -te kunnen doen, het vonnis niet voltrokken zou worden.</p> - -<p>Door de menigte aangegaapt, die gekomen was om het laatste -kwartiertje van den beruchten strooper bij te wonen, stond Hans -Winkelmann terzijde van het schavot en legde aan op den windwijzer -van den toren, die in den herfstwind knarsend draaide.</p> - -<p>Het eerste schot knalde en werd onder doodsche stilte des volks door -de andere gevolgd.</p> - -<p>Als uit eén mond weerklonk de zegenroep na de drukkende stilte, -boven in den windwijzer zag men de negen even kunstig gemaakt, alsof -dit door de hand van een smid had plaats gehad.</p> - -<p>Gelaten overhandigde de strooper den scherprechter de geliefde buks, -en plechtig verkondigde de raad het opgewonden volk, dat de -veroordeelde in vrijheid gesteld zou worden. Hem zelf werd, -tegelijkertijd <span class="corrected" id="cor0007" title="[Original text: met zijn bevijding]">met zijn bevrijding</span> de betrekking van schutterhoofdman -over de vrije stad Frankfort aangeboden.</p> - -<p>Toen schudde Hans Winkelmann zijn verwilderd hoofd en dankte voor -zooveel eer. Zooals het zich betaamt, heeft hij zijn -<span class="corrected" id="cor0008" title="[Original text: erkentelijkkeid]">erkentelijkheid</span> betuigd voor den ontvangen bijval, en is toen, door -de menigte heen het Bosch in gegaan, dat<span class="pagenum"></span> hem tot zijn liefste -verblijfplaats geworden was. Bij zich zelf legde hij de belofte af, -dat de inwoners van Frankfort hem nooit weer betrappen zouden. En -dat was ook zoo. De negen in den windwijzer kunt gij heden nog in -den toren van de stadsvesting te Frankfort zien.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter04"></a> -<h3 align="center">Wiesbaden</h3> - -<h4 align="center">De duivelskuur aan de warme bron</h4> - -<p><p><span class="p_no_indent introduction">D</span>at de oude Romeinen reeds de heilzame bronnen van Wiesbaden kenden, -en hun geschiedschrijver Plinius ze reeds geroemd heeft, is door de -geschiedenis bekend. In een vroolijk sprookje wordt verteld, dat de -duivel in eigen persoon de kracht der bronnen bij zich zelf -geprobeerd heeft. Nadat meester Urian, zoekende naar zielen, door de -Papensteeg in het heilige Romeinsche rijk geslenterd had, rustte hij -vermoeid van het loopen, in een herberg voor de poorten van Mainz -uit. Hij voelde volstrekt geen genegenheid voor deze vrome stad, -omdat in het register van de onderwereld geschreven stond, dat uit -Mainz sedert jaar en dag geen ziel meer beneden aangekomen was. Het -verdroot hem nog meer, dat eenigen van de drinkebroers zoo vermetel -waren in overmoedige scherts den dommen duivel te bespotten, wiens -zaken in de buurt van Mainz volstrekt niet bloeiden.</p> - -<p>Terloops vroeg hij den waard, terwijl hij zijn puntbaardje opstreek, -hoe het toch kwam, dat<span class="pagenum"></span> de menschen in en bij Mainz volstrekt niet -aan sterven dachten. Een fijn glimlachje kwam op het gelaat van den -waard, die den reiziger in den sjofelen tabberd mededeelde, dat de -drinkebroers om de vurige kracht van het druivensap tegen te gaan en -velerlei ziekten af te wenden een bijzonderen witten gloeiwijn -dronken, die hen allemaal weer gezond en frisch maakte, zoodat -magere Hein met de zeis, de neef van den duivel, op de vlucht -gejaagd werd.</p> - -<p>Toen spitste de gast de helsche ooren en wist tegelijkertijd, dat -deze genezende wonderdrank uit den grond te Wiesbaden ontsprong en -in groote hoeveelheid aan de warme bron verkrijgbaar was. Daar -vervoegde zich den anderen morgen een vreemdeling in een sjofelen -tabberd, die op klagenden toon vertelde, dat alle ziekten der -menschheid zich in zijn ellendige beenderen genesteld hadden, -slechts de bron te Wiesbaden zou hem kunnen behoeden voor dood en -duivel, aldus had zijn gastheer in Mainz hem verzekerd. "God geve, -dat dit wonderwater zegen voor u aan zal brengen, arme stakker," -zeide de waard aan de warme bron medelijdend, en bemerkte tot zijn -groote ontsteltenis, dat het gezicht met de puntbaard zich bij zijne -woorden tot een duivelschen grijnslach vertrok.</p> - -<p>Van oudsher bezaten de waarden heldere<span class="pagenum"></span> hoofden en waren op hun -welzijn bedacht. De kastelein aan de warme bron te Wiesbaden maakte -hierop geen uitzondering. Hij zag den wonderlijken kurgast lang -zwijgend aan, klopte hem toen rustig op den schouder en zeide -slechts: "Beste vriend, gij zijt de werkelijke duivel in eigen -persoon."</p> - -<p>En terwijl deze hem verbaasd aanstaarde, vervolgde hij meesmuilend: -"Komaan, waar zoo velen zich gezond drinken, kan ook de duivel zijn -portie krijgen. Als gij u verplicht zeven dagen achter elkaar -tusschen twaalf en een uur vijftig glazen uit de Wiesbadensche bron -te drinken, dan verzeker ik u, dat gij daarna van al uwe kwalen -genezen zult worden. Onderbreekt gij echter de kuur, dan mag mijn -ziel eens in het hemelrijk komen, terwijl gij dan alle rechten -daarop verloren hebt."</p> - -<p>Deze overeenkomst behaagde den duivel zeer, die dadelijk daarop -inging en onmiddellijk den wonderbaarlijken witten wijn, die -borrelend uit de aarde opsteeg, begon te proeven. Hij vond, dat de -vijftig glazen wel wat te veel van het goede waren, maar hij overwon -zijn tegenzin bij de gedachte aan de arme ziel, die de waard aan de -warme bron hem zoo lichtvaardig beloofd had.</p> - -<p>De duivel bracht geen rustigen nacht door<span class="pagenum"></span> en dronk den tweeden -middag met nog meer tegenzin de bepaalde hoeveelheid Wiesbadener -water, dat de waard van de bron hem met welbehagen aanbood. Nog -onrustiger bracht hij den volgenden nacht door, verwenschte -herhaaldelijk dezen boosaardigen drank en verzocht den waard den -derden dag dringend om een rustdag. Deze echter wees hem droog op de -afgeslotene overeenkomst en bood hem dienstvaardig met vele vrome -wenschen het derde <span class="corrected" id="cor0009" title="[Original text: halve honderd glaren]">halve honderd glazen</span> van den kristalhelderen wijn -aan. De duivel sloop geknakt weg en dacht met een rilling aan den -volgenden nacht. Toen hij den vierden middag gelijk een schaduw aan -de bron kwam, scheen hij werkelijk door alle ziekten der menschheid -aangetast te zijn. Maar de waard bleef onverbiddelijk en wilde van -een overeenkomst niets weten. Boetende voor alle begane zonden dronk -Belsebub de overeengekomene hoeveelheid op.</p> - -<p>Den volgenden nacht gebeurde het, dat de verschillende mannetjes en -vrouwtjes, die in Wiesbaden de drinkkuur deden, door een helsch -lawaai in hun rustigen slaap gestoord werden. Met een zondigen vloek -vloog iemand op en nam dan, met een gruwelijke verwensching over den -vervloekten helschen Wiesbadener drank, de vlucht.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"In Wiesbaden kom ik nooit weer terug!" waren zijn laatste hoorbare -woorden.</p> - -<p>Den volgenden morgen mompelden de badgasten onder elkaar, dat de -nachtelijke rustverstoorder niemand anders dan de duivel in eigen -persoon geweest was, en zij vroegen den waard aan de warme bron, die -van alles op de hoogte was, naar dezen wonderlijken gast. Deze -echter haalde slechts de schouders op over de groote domheid van den -duivel.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter05"></a> -<h3 align="center">Worms.</h3> - -<h4 align="center">De Nibelungen.</h4> - -<p><p><span class="p_no_indent introduction">D</span>e oudste der steden aan den Rijn <span class="corrected" id="cor0010" title="[Original text: in Voorromeinschen lijd]">in Voorromeinschen tijd</span> gebouwd, -mag met recht trotsch zijn op haar Domkerk, die een der -merkwaardigste Romeinsche bouwwerken van Duitschland is en dikwijls -door Frankische en Duitsche vorsten tot residentie verkozen werd. -Daar Worms, gedurende de groote volksverhuizing de verblijfplaats -van den oppersten krijgsheer der Bourgondiërs was, hebben de -schoonste heldensagen, welke er bestaan, aldaar het licht gezien.</p> - -<p>Roemrijk hebben de koningen van dezen Oost-Germaanschen volksstam, -komende van de Weichsel, aan de oevers van den midden-Rijn -geregeerd, totdat de oorlogzucht der Hunnen en de begeerigheid der -Romeinen <span class="corrected" id="cor0011" title='[Original text: het op "komende zijk weder te gronde gericht hebben"]'>het opkomende rijk weder te gronde gericht hebben</span>.</p> - -<p>Koning Gundikar was met een groot deel van zijn strijders op het -slagveld gevallen. De rest van de overwonnenen werd door de Romeinen -een woonplaats aangewezen in Zuid-Gallië, terwijl de Franken zich op -de thans door de Bourgondiërs verlaten plaatsen <span class="corrected" id="cor0013" title="[Original text: aan den Rijn verstigden.]">aan den Rijn -vestigden.</span> Hoewel de Bourgondische koningen<span class="pagenum"></span> nauwelijks anderhalve -eeuw aan de Main en midden-Rijn geregeerd hebben, zoo toch heeft de -herinnering aan hen in de harten der Rijnfrankische volkeren zoo -voortgeleefd, dat hun tragisch uiteinde in de wereldliteratuur als -de meest merkwaardige sagen-poëzie is blijven bestaan.</p> - -<p>In dien tusschentijd zijn andere, ook op de bodem van Worms -ontsproten, sagen in de herinnering van het volk levendig gebleven, -die edele deugden van mannen en vrouwen met onomkoopbare trouw -schilderden. Een dergelijk verhaal is het duizendjaar oude -Waltharilied, bezingende den onverschrokken Heer Walter van -Aquitanie, die met Hildegonde van koning Attila's hof terugkeert en -onderweg in 't Wasgenwald door den koning der Franken Gunthari en -zijn strijders overvallen wordt, die hij na een heeten strijd -terugslaat, waarna hij met roem overladen, als held in zijn -geboorteland terugkeert. Tot de meest populaire sagen behooren die, -<span class="corrected" id="cor0012" title="[Original text: waarin die heldenfiguur]">waarin de heldenfiguur</span> van Siegfried gevlochten is. Was deze -Siegfried, de Sigurd van de oude bewoners van het Noorden (van wiens -jeugdige heldendaden dit sagenboek reeds op een andere plaats -spreekt) een mythische figuur — een lichtende held aller -wereldgodsdiensten, die door de machten der duisternis overwonnen<span class="pagenum"></span> -werd — of slechts een blonde sprookjesheld of wel een -geschiedkundige persoonlijkheid? Laten wij deze vraag den geleerden -ter beantwoording. Voor ons is en blijft hij de lievelingsfiguur van -de Duitsche heldensage.</p> - -<p>Bij elke gelegenheid, dat de ridders van den Rijn genoodzaakt waren -naar de wapens te grijpen en zich te verdedigen tegen de mannen van -het Oosten, was Siegfried hun aanvoerder. Zoo zien we zijn roem -vermeld in het oude verhaal van den ridder Dietleib, waarvan de sage -zegt, dat hij heenging om zijn vader Biterolf te zoeken. Eveneens -wordt hij verheerlijkt in het lied van den Wormser Rozentuin, -ofschoon de Opperduitsche auteur door ijverzucht gedreven, den -strijders van den Rijn in hun twaalf gevechten van man tegen man met -de Gotisch-Hunsche helden, den overwinnaars roem wilde betwisten.</p> - -<p>In verschillende overleveringen en vervormingen heeft de -geschiedenis van de Bourgondische koningen Gunther, Gernod en -Giselher, die tevens de laatste lotgevallen van Siegfried in zich -sluit, door rondtrekkende zangers den weg gevonden tot de Neder- en -Opperduitsche stammen, zelfs tot in 't Donaudal, waarbij hun -oorspronkelijk heidensch karakter geleidelijk verdwenen is.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Doordat een onbekende liederzanger, wiens naam men wel nooit zal te -weten komen, aan het einde van het 12e jaarhonderd de sage uitvoerig -in een lied omzette, is zij als een kostbaar overblijfsel van -Germaansche epiek bewaard gebleven. Een rilling gaat ons thans nog, -evenals vroeger onze voorvaderen door de leden, als zij ons vertelt -van de hevige teugellooze hartstocht van haar mannen en vrouwen en -de schokkende aaneenschakeling van zonde en berouw.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>Een vreeselijk lied van schuld en straf! Geheel overeenstemmend met -de toenmalige geest van het volk, beginnende als een liefelijke -idylle en eindigende als een gruwelijk treurspel. Aan het hof van -koning Gunther van Bourgondië te Worms verschijnt, aangetrokken door -de lieftalligheid van Kriemhilde, zuster des konings, een jonge held, -Siegfried genaamd. Hij is ook een koningszoon. Zijn vader Siegmund -regeert in Xanten "nieden by dem Rine".</p> - -<p>Koning Gunther neemt den blonden held als leenman in zijn dienst. -Als getrouw vazal verovert hij in den strijd, zonder medeweten des -konings de trotsche koningin van het eiland Ysland als gemalin voor -den vorst. Ter belooning daarvoor ontvangt hij Kriemhilde's hand. -Groot<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>moedig schenkt hij Kriemhilde als bruidsgeschenk den -Nibelungenschat, dien hij in jonge jaren in een overwinning op de -zonen van den koning der Nibelungen en den bewaker van den schat -Alberich als prijs behaald had. Louter vreugde heerscht aan het hof -te Worms; echter niet bij allen. Behalve door Kriemhilde wordt -Siegfried nog door een ander in 't geheim bemind. Dit is Brünhilde. -Het geluk der bruid Kriemhilde doet de afgunst in haar binnenste -ontwaken en zij heeft voor deze geen vriendelijk woord meer over. -Aldus vervreemden de beide vrouwen van elkaar. Op zekeren dag uit -zich Brünhildes jaloezie in scherpe bewoordingen. Toen weet -Kriemhilde haar tong niet meer in bedwang te houden. In een heftige -rede werpt zij haar schoonzuster voor de voeten, dat niet -Brünhilde's echtgenoot Gunther, maar Siegfried destijds met haar den -eersten huwelijksnacht doorgebracht heeft. Tot bewijs toont zij haar -ring en gordel, die Siegfried in dien nacht de sterke Brünhilde -ontnomen en Kriemhilde geschonken heeft. Opvliegend werpt zij -Brünhilde een leelijken scheldnaam naar het hoofd en betwist haar -het recht het eerst de kerk binnen te treden.</p> - -<p>Weenend deelt Brünhilde den koning den haar aangedanen smaad mede. -De beleedigde<span class="pagenum"></span> koning wordt vertoornd en diens vazal Hagen peinst er -over hoe hij Siegfried in 't verderf kan storten. Voor 't oog doet -hij of hij zijn meesteres wil wreken, doch de ware reden is het -verkrijgen van den Nibelungenschat.</p> - -<p>Bij een jachtpartij in het Odenwald werd Siegfried, toen hij zich -bukte, om uit een bron te drinken door Hagen verraderlijk -doorstoken. Men besloot, dat er rondgestrooid zou worden, dat -Siegfried alleen was gaan jagen en roovers hem overvallen hadden. -Den volgenden dag reden de koningen met hun gevolg over den Rijn -naar Worms terug.</p> - -<p>Voor Kriemhilde's kamer liet Hagen 's nachts den doode neerleggen. -'s Morgens vroeg, toen Kriemhilde zich gereedmaakte met haar vrouwen -naar de mis te gaan, ontwaarde zij den dierbaren afgestorvene. Van -veler lippen klonken jammerklachten. Kriemhilde wierp zich weenend -op haar vermoorden echtgenoot. "Wee mij", riep ze, "Je schild is -niet door zwaarden doorstoken, gij werd door sluipmoordenaars -gedood. Wist ik wie de dader was, ik bracht hem om."</p> - -<p>Vol praal liet zij den koninklijken held op een baar leggen en -beval, dat men een Godsgericht hij het lijk zou houden. Want er -bestaat een groot wonder, dat ook thans nog geschiedt,<span class="pagenum"></span> n.l. dat de -wonden van het slachtoffer opnieuw beginnen te bloeden, als de -moordenaar het nadert. Alle vorsten en Bourgondische edelen -passeerden dus Siegfrieds lijk, dat door de beeltenis van den -gekruisigden Verlosser beschaduwd werd en zie: als de sombere Hagen -zijn slachtoffer nadert, beginnen diens wonden opnieuw te bloeden. -Ten aanschouwe der onthutste mannen en vrouwen beschuldigt -Kriemhilde nu Hagen den sluipmoord op haar gemaal gepleegd te -hebben.</p> - -<p>Treurig was de boete, die op deze groote schuld volgde: de -Nibelungenschat, die de voornaamste aanleiding tot de schandelijke -daad geweest was, moest in den Rijn geworpen worden, ten einde in 't -vervolg hebzucht en twist uit de harten der krijgers te verbannen. -Maar Kriemhilde's oneindig groot verdriet was hiermede niet -verdwenen, evenmin als haar drang naar wraak.</p> - -<p>Na de begrafenis van den held noodigde koning Siegmund Kriemhilde -uit naar den koningsburcht te Xanten te komen, doch te vergeefs. -Gedurende dertien jaren bleef zij te Worms in de nabijheid van den -innig geliefden doode, toen vertrok zij naar de abdij Lorch, die -door haar moeder, de hertogin Ute gesticht was. Daarheen nam ze -Siegfrieds lijk mede.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Toen daarop Etzel, het opperhoofd der Hunnen haar een -huwelijksaanzoek deed, gaf zij den heiden haar jawoord. Niet uit -liefde, doch door andere beweegredenen geleid. Zij trok met hem naar -Hongarije. Daar liet zij Siegfrieds moordenaar door vele harer -dienaren op listige wijze bij zich noodigen, ten einde hem in 't -verderf te storten op een manier, die ons met afschuw vervult. Ook -de medeplichtige koningen van Bourgondië, sedert de schat tot hen -gekomen was, Nibelungen genaamd, hebben in de Etzelburg onder de -aanvallen der Hunnen hun ontrouw met den dood bekocht.</p> - -<p>Zonder mededoogen liet Etzels gemalin haar geheele familie -onthoofden. Den boosaardigen Hagen sloeg ze eigenhandig met -Siegfrieds zwaard het hoofd af. Daarop werd de razende vrouw door -den vertoornden Hildebrand gedood.</p> - -<p>Hier eindigt de sage. De treurmare van de Nibelungen is in den -volksmond het meest populaire heldenlied geworden.</p> - -<p>Door deze sage wordt de historische ondergang der laatste -Bourgondische koningen van Worms door alle eeuwen heen op -dichterlijke wijze verheerlijkt.<span class="pagenum"></span></p> - -<br> -<hr width="15%"> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter06"></a> -<h3 align="center">Mainz</h3> - -<h4 align="center">Heinrich Frauenlob</h4> - -<p><p><span class="p_no_indent introduction">H</span>ij was een waardig domheer in het oude Mainz, daarbij een zanger -bij de genade Gods, die tallooze vrome hijmnen dichtte en toonzette, -ter eere van de reinste aller vrouwen, doch tevens ook menige -welluidene harptoon aan de wereldlijke liefde gewijd heeft. En daar -hij in tegenstelling met vele dichters van zijn tijd in teedere -vereering den naam "Frau" d. i. meesteres hooger schatte dan "Weib" -wat slechts echtgenoote beteekent, heeft de nakomelingschap hem den -naam "Frauenlob" geschonken en onder dezen is hij meer bekend, dan -onder zijn werkelijken naam Heinrich von Weiszen.</p> - -<p>Groot was de vereering, die de vrouwen van het gouden Mainz voor den -zanger koesterden. Dit bleek gedurende zijn leven, maar meer nog bij -zijn dood. Niet te beschrijven was de droefheid van het dankbare, -zwakke geslacht, toen het bericht kwam, dat de lier van den -geliefden minnezanger voor altijd verstomd was. Er werd<span class="pagenum"></span> besloten den -doode een eer te bewijzen zooals nog nooit een dichter te beurt -gevallen was. Onafzienbaar was de stoet, talrijk vooral de schaar -van vrouwen, die in rouwkleeren het lijk begeleidden en voor zijn -zieleheil baden. Acht van de schoonste vrouwen droegen zijn kist, -die bedolven was onder welriekende bloemen. Uit teedere -vrouwenmonden klonken aan het graf van den minnezanger de -grafliederen en zachte vrouwenhanden goten op zijn rustplaats -heerlijken Rijnwijn, die hem zoo dikwijls zijn prachtige liederen -ingegeven had. Deze stille liefdegave moet zoo rijkelijk gevloeid -hebben, dat de gangen der kerk er van overstroomden. Meer waarde -echter dan deze gaven hadden de tranen, die op dien dag door vele -schoone oogen om den dooden zanger vergoten werden.</p> - -<p>Nog heden kan de reiziger in den ouden Mainzer Dom het gedenkteeken -voor den grooten Dichter en Zanger zien. Een prachtige vrouwenfiguur -van sneeuwwit warmer legt een krans neer op de kist van den zanger, -die den lof der vrouw in onvergetelijke liederen bezongen heeft.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter07"></a> -<h4 align="center">Bisschop Willigis</h4> - -<p><p><span class="p_no_indent introduction">I</span>n het jaar Duizend ongeveer hadden de inwoners van Mainz een vromen -kerkvoogd, Bisschop Willigis. Hij was de zoon van een wagenmaker, en -alleen door ijzeren wilskracht en groote bekwaamheid was hij tot de -waardigheid van eersten bisschop gestegen. De brave burgers van -Mainz beminden en vereerden den edelen dienaar Gods zeer, de -trotsche kanunniken en stijve patriciërs daarentegen was het hoogst -onaangenaam zich te buigen, voor iemand, die in de armoedige hut van -een wagenmaker geboren was.</p> - -<p>Ernstig, doch met zachtheid verweet de bisschop eenigen van hen, dat -ze zich te veel op hun voorouders lieten voorstaan. Dat verdroot de -hooghartige heeren, en eens op een nacht haalden zij een grap uit -bij de vertrekken van hun geestelijken heer en teekenden met krijt -op alle deuren reusachtige raderen.</p> - -<p>Toen de bisschop 's morgens vroeg naar de mis in de Domkerk ging, -zag hij het baldadige<span class="pagenum"></span> werk van de spotvogels. Zwijgend keek hij naar -de raderen, doch zijn kapelaan, die naast hem stond, wachtte in -angstige spanning te vergeefs op het losbreken van den toorn van de -beleedigden kerkvorst. Integendeel op het gelaat van den bisschop -vertoonde zich een vroolijke glimlach. Vervolgens gebood hij een -schilder te roepen, en toen deze gekomen was, beval hij hem overal, -waar de spotvogels de raderen geteekend hadden in een vuurrood veld, -zichtbaar voor iedereen, witte raderen te schilderen <span class="corrected" id="cor0014" title="[Original text: en daaronden]">en daaronder</span> -het spreukje:</p> - -<div class="indent10"> "Willigis, Willigis! -<br> Denk, hoe laag je afkomst is!"</div> - -<p>En zelfs nog verder is hij gegaan; de wagenmaker heeft hem een -ploegrad moeten maken' en dit heeft hij boven zijn legerstede laten -ophangen; om steeds aan zijn afkomst herinnerd te worden.</p> - -<p>Sedert dien dag hielden de spotters zich stil. De inwoners van Mainz -echter hechtten zich met nog grootere liefde aan hun bisschop, die, -niettegenstaande het hooge ambt, dat hij bekleedde, toch zoo -eenvoudig bleef. En van dien tijd af voeren alle bisschoppen van -Mainz de witte raderen in een rood veld in hun wapen. - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="03_quellgebiet"></a> - <img src="images/03_quellgebiet.jpg" alt="03_quellgebiet.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Aus dem Quellgebiet des Rheines</span><br>Near the Source of the Rhine Au pays du Rhin] -</div> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter08"></a> -<h3 align="center">Johannisberg</h3> - -<h4 align="center">De Johannisberger</h4> - -<p><p><span class="p_no_indent introduction">I</span>n 't heele Duitsche rijk en ver over zijn grenzen kent men hem, en -onder de beste merken wordt hij geteld, als de koning aller -Rijnwijnen. Alle vrienden van het Rijnsche druivensap kennen hem, -maar weinigen genieten hem in zijn vorstelijke echtheid. Vorstelijk -is hij, niet omdat een vorstenhand den sleutel van den Johannisberg -bezit, maar omdat een vorstenhand hem in de gezegende "Rheingau" -geplant heeft. En deze gekroonde schenker was niemand anders dan de -groote Karel, de machtige beheerscher van het Frankenrijk.</p> - -<p>Eens stond hij — 't was voorjaar — op het platform van zijn slot -te Ingelheim en liet zijn blikken weiden over het wonderschoone -landschap aan zijn voeten. Er was 's nachts sneeuw gevallen en een -wit kleed bedekte de Rüdesheimer heuvels. Terwijl het oog van den -keizer nadenkend op het witte landschap rustte, bemerkte hij, dat op -de rug van den Johannisberg<span class="pagenum"></span> de sneeuw gauwer door de zonnestralen -smolt dan op de heuvels in het rond. De groote Karolus, die als een -echt Duitsch keizer ook een diepdenker was, meende, dat daar, waar -zulk een gezegende zonnegloed viel, ook meer dan gras gedijen kon.</p> - -<p>Dadelijk liet hij den grijzen Koenraad zijn wapendrager bij zich -komen en gebood hem bij het aanbreken van den volgenden dag zijn -paard te zadelen en naar Orleans, de stad van den edelen wijn, te -rijden, met de boodschap aan de brave burgers, dat de keizer hun -voortreffelijken wijn nog steeds genadig in herinnering had en dat -hij gaarne zulk een edel gewas aan den Rijn zou bezitten, waarom hij -den getrouwen burgers van Orleans verzocht een pootrank naar de -"Rheingau" te zenden.</p> - -<p>Aldus ging de schrandere koningsbode op weg en nog voordat de maan -haar cirkelkring geëindigd had, was hij weer in het keizerlijke slot -te Ingelheim terug. Alom heerschte daarover groote vreugde. Karolus -zelf, de groote keizer voer naar Rüdesheim en plantte eigenhandig de -Fransche wijnrank in de aarde van het Rijnland.</p> - -<p>Het werk van den keizer was geen voorbijgaande gril geweest. -Zorgvuldig liet hij zich over den stand der druiven in Rüdesheim en -op<span class="pagenum"></span> helling van den Johannisberg op de hoogte houden en toen de -derde herfst in het land gekomen was, kwam tegelijk met hem Keizer -Karel uit zijn lievelingsstad Aken in de "Rheingau". En het juichen -van de oogsters weerklonk in de wijngaarden van Rüdesheim en -Johannisberg.</p> - -<p>Plechtig werd het eerste geurige product der wijnpers den keizer -aangeboden; een gouden vocht in een gouden bokaal. Een koninklijke -wijn! Een flinke teug heeft de groote Karel genomen en opgetogen den -kostelijken drank geprezen. De vurige, zachte Johannisberger is zijn -lievelingsdrank geworden, die hem op hoogen leeftijd den last der -jaren deed vergeten. En wat Karel de Groote ondervond, dat bemerkt -nog heden een ieder wien dit druivenbloed in den beker parelt. In -het heele Duitsche rijk en ver over zijn grenzen kent men hem, en -onder de beste merken wordt hij geteld als de koning aller -Rijnwijnen, de Johannisberger.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>Zeer schoon wordt de sage vervolgd van keizer Karel, die zijn -druiven zegent. Door den mond van den dichter is hij in een lied -herschapen, dat men dikwijls hoort zingen aan de oevers van den -Rijn, waar de druiven groeien.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Elk voorjaar, als op de heuvels en in de dalen aan den vloed de -druiven bloeien en de welriekende geur van de druivenbloesems de -lucht vervult, wandelt 's nachts een hooge schaduw door de -wijngaarden. Koninklijk is zijn gestalte, de purperen mantel golft -om zijn schouders en op zijn hoofd schittert de keizerkroon. Het is -Karel de Groote, keizer der Franken, die voor ongeveer duizend jaar -den wijnstok naar Rüdesheim en aan den rand van den Johannisberg -overplantte. De heerlijke geur van de druiven heeft hem uit zijn -graf te Aken gewekt en hij is gekomen om de druiven, die hij geplant -heeft, te zegenen. Het zachte schijnsel der volle maan verlicht den -weg van den keizer en bij Rüdesheim bouwt zij een gouden brug over -den stroom. Daarover schrijdt de keizer voort en verder trekt hij -langs de heuvels, alom zijn zegen over de druiven uitstortende. Bij -het eerste hanengekraai keert hij in zijn graf te Aken terug en -hervat zijn eeuwenlangen slaap, totdat hij het volgende jaar opnieuw -door den geur der druiven gewekt wordt, om zijn zegenrijken tocht -door de "Rheingau" te volbrengen.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>En nu, waarde lezer, zal ik U als derde verhaal nog een vroolijke -geschiedenis van de<span class="pagenum"></span> Johannisberger monniken meedeelen. Eens, kwam -onverwachts de hooge abt het klooster op den. Johannisberg bezoeken, -juist toen de rijpe druiven aan de stokken hingen. De eerwaarde abt -vroeg met belangstelling naar alles, betoonde zijn ingenomenheid met -de levenswijze der brave monniken, en noodigde eindelijk, als blijk -van zijn welwillendheid, het geheele convent uit met hem een -avonddrank te gebruiken.</p> - -<p>"De wijn vroolijkt het hart der menschen op!"</p> - -<p>Met deze spreuk van den vromen koning David begon de abt zijn rede -en vervolgde: "Gods milde hand zal uwe wijnstokken ook den volgenden -herfst zegenen. Laat ons daarom, waarde Broeders, eenige flesschen -uit het groote vat met matigheid op waardige wijze ledigen. Doch -neemt, voordat we ons aan Gods edele gaven laven uw getijdenboek en -laat ons met een kort gebed beginnen."</p> - -<p>"Getijdenboek?" gaat het fluisterend door den kring en de oogjes in -de welgedane, waardige gezichten flikkeren van hulpelooze -verlegenheid.</p> - -<p>"Ja, het getijdenboek!" Het door strenge lijnen doorploegde gelaat -van <span class="corrected" id="cor0015" title="[Original text: den verstandigen ab]">den verstandigen abt</span> beschouwt zwijgend de broeders. Zij zoeken, -zoeken steeds voort.<span class="pagenum"></span></p> - -<p><span class="corrected" id="cor0016" title="[Original text: Gelijdelijk verdwijnen]">Geleidelijk verdwijnen</span> de rimpels van het aangezicht van den abt en -speelt daar zelfs niet een onmerkbaar lachje op het vervallen -gelaat?</p> - -<p>"Houdt nu op met zoeken en laat ons drinken! Gemoedelijk ontneemt -hij den broeder, bottelier de bestoven flesch. Bij God, ik had den -kurketrekker hier aan den Rijn wel mogen meebrengen." Schertsend -zegt de vriendelijke heer dit, nadat hij zijn zakken doorzocht -heeft.</p> - -<p>"Een kurketrekker?" In een oogwenk voelt ieder in zijn zakken en -voor de oogen van den waardigen abt verschijnen evenveel -kurketrekkers als broeders om hem heen staan.</p> - -<p>Toen kwam er een glans van vergenoegen op het waardige gelaat van -den abt: "Bravo vrome Heeren. Welk een rijke zegen aan -kurketrekkers. Doch laat het u niet verlegen maken en den dag van -heden bederven. Morgen echter — — — maar laten wij denken evenals -koning David."</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter09"></a> -<h3 align="center">Ingelheim</h3> - -<h4 align="center">Eginhard en Emma.</h4> - -<p><p><span class="p_no_indent introduction">H</span>et is een oude treffende geschiedenis, die ik U zal vertellen, -waarde lezer, die bij de andere voorheeft, dat ze een greintje -historische waarheid bevat.</p> - -<p>In Ingelheim, een mooi stadje in den met druivengezegenden -"Rheingau" verhief zich eens een trotsch marmeren paleis, de -lievelings verblijfplaats van Karel, den Grooten. In deze heerlijke -eenzaamheid, ver van de wereld, trok de groote keizer der Franken -zich dikwijls terug. Slechts zijn trouwe dienaren en familieleden -vergezelden hem. Onder de uitverkorenen ontbrak nooit Eginhard, -secretaris des keizers. Hoewel hij nog jong was, zoo toch stond hij -door zijn omvangrijke kennis in hoog aanzien bij Karel en verheugde -zich in de bijzondere gunst van zijn gebieder. De vlijtige geleerde, -wiens ernstig, zacht jongelingsgezicht dubbel afstak bij de schaar -stoere krijgslieden, behaagde de vrouwen aan het keizerlijke hof -niet minder.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Karel had den geheimschrijver in zijn familie ingeleid en hem -opgedragen zijn lievelingsdochter Emma, die toen bekend stond als de -schoonste dame van haar tijd, te onderwijzen. Zij was de dochter van -Chismonda. Uit haar oogen, die donker als de vleugels van de raaf -waren, sprak het bloed van haar Italiaansche moeder. Spoedig -ontvlamde het hart van den jongen leeraar door de gloedvolle blikken -van de zuidelijke schoone en de schrijf, en leeslessen veranderden -in vertrouwelijke minne-uurtjes.</p> - - -<h4 align="center">II.</h4> - - -<p>Elk van hen beminde en werd wederbemind.</p> - -<p>Het was hun eerste liefde.</p> - -<p>Had Karel de Groote zulk een afloop slechts kunnen gissen, toen hij -het dochtertje met de gloedvolle fluweelen oogen aan de zorg van den -jongen geleerde met het meisjesachtige gezicht toevertrouwde. Had -hij zulks kunnen gissen.</p> - -<p>In het doodstil nachtelijk uur, als iedereen sliep, sloop Eginhard -in het vertrek van zijn geliefde. Dan luisterde de dochter van Karel -den Grooten naar de zoete vleierijen van den dichterlijken geleerde. -Zij voer onder de betoovering der liefde met hem op een zee van<span class="pagenum"></span> -zalige verwachting, welks klippen haar jeugdige onbezonnenheid niet -zag.</p> - -<p>Eginhard bezat een vurig hart, maar toch was de vlam zijner liefde -voor de dochter van zijn heer rein als het licht der sterren; geen -toomelooze lage hartstocht verduisterde haar kuischen glans.</p> - -<p>Maar het lot was niet met hen.</p> - -<p>Op een herfstnacht bevond Eginhard zich weder bij zijn geliefde. Het -groote paleis was in duister gehuld. Geen ster was er aan den hemel, -die het geluk der minnenden kon verraden. De uren der liefde gaan -snel voorbij. Op het oogenblik, dat Eginhard het vertrek verlaten -wilde, bemerkte hij, dat een sneeuwkleed beneden de plaats overdekt -had.</p> - -<p>Het was onmogelijk haar te overschrijden zonder voetstappen achter -te laten. En toch moest hij zijn kamer aan de overzijde bereiken. -Wat nu te doen?</p> - -<p>De liefde is vindingrijk.</p> - -<p>Na kort nadenken kwamen beiden tot het besluit, dat later tallooze -dichters bezongen hebben. (Was ik dichter, dan zou ik het ook doen.) -Het teedere meisje nam de geliefde op den rug en ging met hem de -witte plaats over. In de schitterende sneeuw teekenden zich de -sporen van twee allerliefste voetjes af.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Karel de Groote was op dit uur nog wakker. Drukkende zorgen over -zijn reusachtig rijk verdreven hem den slaap. Hij leunde aan het -venster en keek ernstig voor zich uit in den duisteren nacht. Daar -zag hij een schaduw over de plaats glijden. Hij boog zich voorover -en zag Emma, zijn meest geliefde dochter, die op den rug — Karel -opende wijder de oogen — een man droeg, en deze man — een zachte -kreet kwam over Karels lippen — was Eginhard, zijn gunsteling. In -het gemoed des keizers streden smart en woede met elkaar. Hij wilde -naar beneden snellen om de ongelukkigen te dooden, maar hij bedwong -zich, want de schande zou te groot geweest zijn, indien de dochter -des keizers op haar liefdetocht met den schrijver door den gebieder -over milioenen overvallen werd.</p> - -<p>Een diepe zucht steeg uit zijn breede borst op. Hij trad achteruit -in zijn kamer en de kleine vlokken, die om de ruiten dwarrelden, -zagen nog lang zijn door smart verwrongen gelaat.</p> - - -<h4 align="center">III.</h4> - - -<p>Den volgenden morgen riep Karel de Groote de wijze raadsleden -bijeen. De oude getrouwen ontstelden bij zijn aanblik. Rimpels -doorploeg<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>den zijn voorhoofd en verdriet lag op zijn afgematte -trekken te lezen. Vooral Eginhard, die een voorgevoel had van wat er -komen zou, beschouwde zijn gebieder met schuwe blikken. Karel -verhief zich en sprak: "Wat verdient een koninklijke princes, die 's -nachts een man in haar vertrekken ontvangt?"</p> - -<p>De raadsheeren keken elkaar sprakeloos aan. Eginhards gelaat werd -bleek als van een doode. De aanhangers des keizers zochten niet lang -naar den naam van deze vorstendochter.</p> - -<p>Verlegen beraadslaagden zij een tijdlang, toen nam een van hen het -woord:</p> - -<p>"Majesteit, voor misdrijven door de liefde begaan wordt de zwakke -vrouw nooit gestraft."</p> - -<p>"En wat verdient een gunsteling des keizers, die 's nachts in de -vertrekken van een koninklijke princes sluipt?"</p> - -<p>Met fonkelende oogen wendde de ijzeren Karel zich tot zijn -secretaris. Eginhard beefde eenigszins en zijn meisjesachtig gezicht -werd nog bleeker. Verloren! mompelde hij. Toen zeide hij, terwijl -hij zich fier oprichtte:</p> - -<p>"Den dood, mijn Heer en Keizer!"</p> - -<p>Karel de Groote beschouwde den jongeling met bewondering. Bij deze -zelfaanklacht en innig berouw smolt de toorn in zijn binnenste en -maakte plaats voor zachtere gevoelens.<span class="pagenum"></span> Eenige oogenblikken later gaf -de keizer den raadsleden hun afscheid. Eginhard wenkte hij, hem te -volgen.</p> - -<p>Zwijgend ging Karel hem voor in zijn studeerkamer, daar werd de -tweede deur geopend en Emma, door haar vader geroepen, trad binnen. -Zij begreep dadelijk alles en met een doordringenden smartkreet viel -zij voor haar vader op de knieën.</p> - -<p>"Genade, genade, vader! Wij beminden elkaar zoo innig!" En de groote -omfloersde oogen keken smeekend omhoog.</p> - -<p>"Genade!" mompelde ook Eginhard en boog de knie.</p> - -<p>De keizer bleef eerst zwijgen. Toen begon hij te spreken, eerst -streng en ernstig, doch geleidelijk, door het snikken van zijn innig -geliefd kind, werden zijn woorden zachter.</p> - -<p>"Daar gij elkaar bemint — hij legde bijzonder den klemtoon op dit -woord — wil ik u niet scheiden. Een priester zal u vereenigen en -voordat de volgende morgen aanbreekt, zijt gij van hier vertrokken."</p> - -<p>De deur sloot zich achter hem.</p> - -<p>Door smart overweldigd, den inhoud van het gesprek slechts half -begrijpende, knielde het schoone meisje terneder. Een zachte stem<span class="pagenum"></span> -deed haar opschrikken. Teeder trok Eginhard haar aan zijn borst.</p> - -<p>"Ween niet, geliefde," fluisterde hij, "door dat je vader, mijn -gebieder je van zich stiet, heeft hij ons voor eeuwig vereenigd."</p> - -<p>Heviger vloeiden haar tranen.</p> - -<p>"Kom," ging hij bewogen voort, "de liefde zal ons geleiden."</p> - -<p>Den volgenden morgen verlieten twee jeugdige pelgrims het slot te -Ingelheim en begaven zich in de richting van Mainz.</p> - - -<h4 align="center">IV.</h4> - - -<p>Jaren zijn verstreken.</p> - -<p>Karel de Groote heeft in Saksen overwinningen behaald en ook de -Romeinsche kroon verworven, zoodat zijn roem wijd en zijd verkondigd -werd, maar niettegenstaande dat is zijn haar vergrijsd en zijn -gelaat verouderd. Een aandoenlijk schoon beeld leefde sedert jaren -in zijn gedachten, en hij was niet bij machte dit te verbannen.</p> - -<p>'s Avonds wanneer de ondergaande zon in de marmeren zuilen van het -koninklijk slot weerspiegelden en haar laatste stralen hun gouden -schijnsel in het hooge vertrek van den beheerscher der Franken -wierpen, dan zagen zij<span class="pagenum"></span> hem dikwijls onbeweeglijk op zijn rijk -gebeeldhouwden stoel zitten, het diepdenkende hoofd in de handen -verborgen.</p> - -<p>De keizer was in treurig gepeins verzonken. Hij dacht aan vervlogen -dagen. In zijn verbeelding zag hij een jongen man, wiens zacht -karakter en meisjesachtig gelaat zeer afstak bij de schaar stoere -krijgslieden. Met welk een vuur had hij steeds de heerlijke -heldenzangen voorgedragen, alsook de roerende volksliederen, die de -keizer zoo ijverig verzamelde. Als hij dan voorgelezen had uit het -grauwe perkament, dat hij zelf met sierlijke letters geschreven had, -dan was er dikwijls een meisje met donkere oogen tegenwoordig -geweest, de lievelingsdochter van Karel den Grooten.</p> - -<p>Tegen vaders knie aangevleid, luisterde zij naar de zachte stem van -den voorlezer en in haar helder oog blonk dikwijls een traan van -ontroering.</p> - - -<h4 align="center">V.</h4> - - -<p>Jachtfanfares klonken door de eenzaamheid van het Odenwoud. Karel de -Groote en zijn getrouwen beoefenen het edele jachtvermaak. De oude -keizer, die overal vergetelheid zoekt heeft de speer ter hand -genomen om de herten van het woud te treffen.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Hij heeft zich van zijn begeleiders afgezonderd en vervolgt juist -een trotsch hert met zestienpuntig gewei. De zon staat reeds hoog -aan den hemel als het vervolgde dier de richting van den Main -uitsnelt welks water door de takken glinstert. Hij ontdekt den -vloed, staat een oogenblik onthutst stil, maar stort zich dan, door -de nabijheid van den vervolger opgejaagd, in de rivier, welks -overkant hij zwemmende bereikt. De keizer verschijnt en staat -uitgeput aan den oever. Nu eerst bemerkt hij, dat de avond hem -onmerkbaar overvallen, en de streek, waarin hij zich bevindt, hem -geheel onbekend is.</p> - -<p>Voor zich heeft hij den vloed, achter zich het woud. De eerste -sterren schitteren reeds aan den hemel. Tevergeefs zoekt Karel den -rechten weg langs de rivier te vinden. Het woud, dat hij zooeven -doorsneden heeft, schijnt nu ondoordringbaar. Volslagen duisternis -omgeeft hem.</p> - -<p>Daar schittert onverwachts een licht in de verte. De keizer ziet het -en richt met blijde verrassing zijn schreden daarheen. Vlak bij den -oever ontdekt hij een hutje. Door het verlichte venster ziet de -koninklijke bespieder een armoedig vertrek.</p> - -<p>Wellicht is dit de kluis van een vroom man,<span class="pagenum"></span> denkt hij en klopt aan -de deur. Een man met blonden baard verschijnt. De keizer deelt, -zonder zich bekend te maken, mede in welk een verlegenheid hij zich -bevindt en vraagt huisvesting voor den nacht. Bij den klank zijner -stem ontroert de man hevig. Hij laat den keizer binnentreden. Een -jonge vrouw zit op een laag stoeltje en wiegt een kind op haar -knieën. Als zij den keizer ziet, glinstert haar donker oog en wordt -haar gelaat wit als marmer. Snel begeeft ze zich in de aangrenzende -ruimte om haar snikken te verbergen. Karel neemt plaats en steunt, -terwijl hij iedere verfrissching, die zijn gastheer hem aanbiedt, -weigert, het moede hoofd in de handen.</p> - -<p>Minuten verstrijken.</p> - -<p>Slaapt hij?</p> - -<p>Neen, hij is in treurig gepeins verzonken.</p> - -<p>Hij denkt aan vervlogen dagen. In zijn verbeelding ziet hij een -jongen man, wiens zacht karakter en meisjesachtig gelaat zeer afstak -bij de schaar stoere krijgslieden. Met welk een vuur had hij steeds -de heerlijke heldenzangen voorgedragen, alsook de roerende -volksliederen, die de keizer zoo ijverig verzamelde. Als hij dan -voorgelezen had uit het grauwe perkament, dat hij zelf met sierlijke -letters geschreven had, dan was er dikwijls een jong meisje met -donkere<span class="pagenum"></span> oogen tegenwoordig geweest, de lievelingsdochter van Karel -den Grooten.</p> - -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="04_hohenrätier"></a> - <img src="images/04_hohenratier.jpg" alt="04_hohenrätier.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Der letzte Hohenrätier</span><br>Nach dem Gemälde von E. Stückelberg <br>The Last Hohenrätier Le dernier Hohenrätier] -</div> - -<br> -<br> - -<p>Tegen vaders knie aangevleid, luisterde zij naar de zachte stem van -den voorlezer en in haar helder oog blonk dikwijls een traan van -ontroering.</p> - -<p>De keizer slaakte een diepen zucht.</p> - -<p>Een zilveren kinderstem deed hem uit zijn overpeinzingen -opschrikken. Een meisje van ongeveer vijf jaar, meer op een engel -dan op een aardsch wezen gelijkend, naderde hem bedeesd en bracht -den vreemden gast den nachtgroet van haar moeder. Getroffen keek de -keizer op het kindje neer, dat hem het witte handje toestak. Dubbel -bekoorlijk kwam de onschuldige schoonheid in de schramele omgeving -uit: een pastelteekening in een donkere lijst.</p> - -<p>"Hoe heet je, kleine?" vroeg de keizer.</p> - -<p>"Emma," antwoordde het kind.</p> - -<p>"Emma!" herhaalde Karel en een traan gleed over zijn wangen. Hij -trok het engelachtige kind naar zich toe en drukte een kus op haar -rein voorhoofd.</p> - -<p>Toen hoorde men gedruisch. Aan de voeten van den keizer lagen de man -met den blonden baard en de jonge vrouw en smeekten snikkend om -vergeving.</p> - -<p>"Emma, Eginhard!" roept Karel met tril<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>lende stem en omarmt hen -weenend. "Gezegend zij de plaats, waar ik u weergevonden heb!"</p> - -<p>Boven de eenzame hut zweeft de engel des vredes.</p> - - -<h4 align="center">VI.</h4> - - -<p>Emma en Eginhard keeren met veel praal aan het hof van den keizer -terug. Karel schonk hun het prachtige slot te Ingelheim, en gevoelde -zich door het bijzijn zijner kinderen veel jeugdiger. Op de plaats, -waar hij hen wedergevonden had, liet hij een klooster oprichten en -later ontstond daar een stad, tot op heden Seligenstadt (d. i. stad -der zaligen) genaamd.</p> - -<p>In de kerk te Seligenstadt bevindt zich het graf van Eginhard en -Emma. Volgens hun wensch werd hun stoffelijk overschot in dezelfde -sarcophaag bijgezet.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter10"></a> -<h3 align="center">Rüdesheim</h3> - -<h4 align="center">De Brömserburg</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">I</span>n den hoogen Dom te Speyer stonden duizenden mannen in ridderlijke -wapenrusting te luisteren. Aan het altaar zat Koenraad de Staufe in -den koningsstoel, de handen op het gevest van zijn zwaard gevouwen, -luisterende naar de geestdriftige redevoering van Bernard van -Clairvaux over de gruwelijke verwoesting van de heilige plaatsen van -het beloofde land. Toen de heilige monnik zijn rede eindigde met op -indrukwekkende wijze een beroep te doen op den moed der belijders -van den christelijken godsdienst, weerklonk door de gewelven van den -Dom uit duizenden monden tegelijk als ware het één kreet: "Op, naar -Jerusalem!"</p> - -<p>Ontelbare ridders boden den vromen keizer in den kruistocht tegen de -heidenen hun diensten aan. En onder hen bevond zich ook Hans -Brömser, heer van de Niederburg bij Rüdesheim, de laatste -afstammeling van zijn geslacht. Niets weerhield hem; zijn gemalin -rustte onder<span class="pagenum"></span> de aarde, en de eenige telg uit hun huwelijk Mechtilde -zou den vader onder de hoede van de naburige familie Falkenstein -evenmin missen, als hij dit het aankomende meisje in het Syrische -land zou doen.</p> - -<p>Zoo trokken de vrome strijders naar de moeilijke wegen van dat land, -waar onze Heer geleefd en geleden heeft. De oogen van vele -edellieden zijn daar in den strijd tegen de Saracenen voor eeuwig -gesloten; velen trof een nog treuriger lot, zij waren levend dood, -daar zij vol smaad in de gevangenissen der ongeloovigen -versmachtten. Ook ridder Brömser viel, na een verloren slag, in -handen der Turken en zat in een afschuwelijken onderaardschen kerker -gevangen. Gelijk een dier liet de pacha den ridderlijken vijand een -molensteen in beweging houden. Dag op dag verging, en met steeds -heviger smart verdroeg de ridder den smaad zijner vijanden. Toen -legde hij in een uur van de bitterste wanhoop voor den Heer de -volgende plechtige belofte af: "Schenk mij de vrijheid weer en ik -beloof u, dat mijn eenig kind Mechtilde den sluier aan zal nemen."</p> - -<p>En hij herhaalde den heiligen eed nog eens en ten derde male.</p> - -<p>Toen gebeurde, wat geen der wapendragers ooit had durven hopen: De -dappere kruis<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>vaarders bestormden het Turksche slot in de -zandwoestijn te Syrië en bevrijdden hun geloofsgenooten uit de -vernederende gevangenschap. Uit dankbaarheid jegens God leende Hans -Brömser zich op nieuw voor de heilige zaak. Toen keerde hij terug -naar het vaderland aan den Rijn.</p> - -<p>Op het met mos begroeide slotplein omhelsde Mechtilde hem lang en -zwijgend. Naast de zeventienjarige stond de jonker van Falkenstein, -die zich diep voor den teruggekomen heer boog en hem zacht begroette -met de woorden: "Welkom, vader!" Toen kwam er plotseling een -herinnering bij den ridder op, die de vreugde van het weerzien -vergalde.</p> - -<p>In de rijk versierde staatsiezaal vierde Hans Brömser, omringd door -zijn getrouwen, zijn gelukkigen terugkeer. Luide loftuitingen -weerklonken in den kring der kruisvaarders; iedereen luisterde, toen -de gevaren, die de helden doorleefd hadden, verhaald werden. Hoe hij -voor het geloof gestreden en in gevangenschap der heidenen geleden -had, vertelde de ridder met geestdrift aan de luisterende schaar.</p> - -<p>Daarop liet hij zijn stem dalen, en met plechtige woorden deelde -Hans Brömser de verzamelde menigte zijn belofte mede, die hij in het -heilige land in de grootste wanhoop afge<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>legd had. Toen weerklonk een -gil door het ruime vertrek en het dochtertje van den ridder, nog -witter dan het tafellaken, zonk bewusteloos ter aarde. De jonker -van Falkenstein verhief zich met vlammende oogen en roode wangen, en -sprak met vaste stem: "Mechtilde behoort mij, ze heeft in een -plechtig uur beloofd, mij voor eeuwig te zullen toebehooren!"</p> - -<p>Met gefronst voorhoofd legde de burchtheer de fluisterende gasten -het zwijgen op: "Mechtilde behoort den hemel toe en niet jou, knaap. -Dezen eed deed de laatste Brömser en hij zal hem ook houden!" Met -ingehouden toorn riep de ridder dit uit en in bedrukte stemming -gingen de gasten uiteen.</p> - -<p>Mechtilde lag in woeste smart in haar kamer. Flikkerend wierp de -kleine lamp aan het crucifix haar schijnsel op de liggende, die de -voortkruipende uren van den nacht in liefdesmart doorbracht. De met -tapijten behangen muren, van het in schemerlicht gehulde vertrek, -leken het jonge meisje drukkende kerkermuren.</p> - -<p>Zij ijlde, met het lichtje in de bevende hand, den hoogen wenteltrap -op naar den zolder en vertrouwde het harde leed van haar jonge ziel -den kalmeerenden nacht toe.</p> - -<p>Geleund tegen een der schietgaten in den muur, staarde zij naar de -tegenovergelegen<span class="pagenum"></span> Felsenburg waar de welgemoede minnaar, aan -wien ze zich voor eeuwig verbonden had, vertoefde.</p> - -<br> - -<p>"Geliefde!" klonk het snikkend in den nacht. Aan den hemel waren -geen sterren; een ruwe herfststorm begeleidde den hartestorm van de -jonkvrouw en blies plotseling met een hevigen rukwind om de vesting.</p> - -<br> - -<p>Toen weerklonk er een gil, kort en schel. Was het de loeiende wind -of een menschelijke kreet? In de stilte van den nacht stierf hij -weg. Van het hoogste punt van de Brömserburg stortte het lichaam -eener vrouw in de afgrijselijke diepte en werd door het stroomende -water van den Rijn verzwolgen.</p> - -<br> - -<p>Een prachtige herfstmorgen volgde op den stormachtigen nacht. -Tevergeefs zocht men boven in de Brömserburg naar Mechtilde, het -dochtertje van den burchtheer. Beneden echter hebben ze in alle -vroegte een meisje uit het water gevischt, waarvan de oogen reeds -gebroken waren. Een sombere stoet bewoog zich toen naar den burcht, -waar de smartkreten van velen weerklonken over de vroeg geknakte -bloem, de laatste spruit van den Brömserstam. Hans Brömser heeft -zich op het lijk geworpen en zijn gebaard gezicht lang en zwijgend -in de<span class="pagenum"></span> plooien van het sneeuwwitte gewaad verborgen. Geen traan hing -aan zijn wimpers.</p> - -<p>Voor de zielsrust van de dochter, die den sluier niet wilde -aannemen, legde hij in de grootste treurigheid <span class="corrected" id="cor0017" title="[Original text: opnieuw een belofde]">opnieuw een belofte</span> -af; hij zou een kerkje laten bouwen op den heuvel tegenover zijn -vesting. Toen heeft hij zich in zijn vertrek opgesloten en in -droevig gepeins de verdere dagen doorgebracht, totdat frisch groen -op het graf van zijn onzalig kind ontlook.</p> - -<p>Sedert dien tijd zijn er maanden verstreken, maar nog is er niet aan -de beloofde boetkapel begonnen. Verbitterd heeft Hans Brömser zich -steeds meer van de wereld afgezonderd en zich in de treurige -eenzaamheid teruggetrokken. Toen is er eens een knecht met de -beeltenis van de moeder Gods bij hem gekomen.</p> - -<p>Een stier had dit bij het ploegen op den heuvel tegenover den burcht -opgeworpen, en de knecht heeft driemaal "Not Gottes!" hooren roepen. -Toen heeft Hans Brömser zich zijn belofte herinnerd en terstond het -kerkje, dat hij den Heer beloofd had, laten bouwen voor de zielsrust -van Mechtilde. "Not Gottes" heeft hij het genoemd en zoo heet het -nog heden.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter11"></a> -<h3 align="center">Bingen</h3> - -<h4 align="center">De Muizentoren</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">O</span>nder Bingen ligt midden in den vloed op een eenzaam eiland een -vesting in den vorm van een toren, de Muizentoren genaamd. Sedert -eeuwen is hieraan de naam van een aartsbisschop uit Mainz op sombere -wijze verbonden. In de sage wordt deze slechte Hatto van een -vreeselijke misdaad aangeklaagd, waardoor hij in de heele Rijnstreek -en nog veel verder veroordeeld is geworden.</p> - -<p>Een eerzuchtig, harte- en trouweloos mensch moet hij geweest zijn, -een wreed heer voor zijn onderhoorigen. Hooge belastingen perste hij -hun af, liet hen tol betalen en verzon tallooze belastingen om aan -zijn heersch- en pronkzucht te voldoen. Tusschen Bingen en Rüdesheim -liet hij in den Rijn den stevigen toren bouwen en hief van alle -schepen, die stroomaf voeren, tol.</p> - -<p>Spoedig daarop was de oogst in het land van den Main mislukt.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Droogte en hagel vernielden het toch reeds schaarsche graan en de -duurte van levensmiddelen werd nog vermeerderd, daar de -aartsbisschop Hatto groote hoeveelheden graan opgedaan en op zijn -zolder afgesloten had. De hongersnood was spoedig verschrikkelijk; -maar de ongelukkigen smeekten den wreeden heer tevergeefs, den prijs -van het graan, dat hij op zijn zolders had, te laten dalen. Wel -drongen zijn raadslieden er op aan, dat hij medelijden met de -ongelukkigen zou hebben, maar Hatto bleef ongeroerd, en toen de -stijgende ellende en de hardvochtigheid van den gebieder -verbittering te weeg brachten en oproerige stemmen zich onder het -volk, dat zoo zwaar beproefd was, deden hooren, zette Hatto de kroon -op zijn wreedaardige handelwijze.</p> - -<p>Eens drong een bedelende menigte jammerend in het -aartsbisschoppelijk paleis en smeekte den aartsbisschop, die juist -aan zijn overdadigen maaltijd zat, om voedsel.</p> - -<p>Hij had juist tot zijn dischgenooten op knorrigen toon gezegd, dat -het beter zou zijn als dat ellendige volk op de een of andere manier -van de wereld verdween; dan zou het van alle zorgen verlost zijn en -ook hij zou dan niet meer door hen lastig gevallen worden. Toen nu -de in lompen gehulde menigte, mannen, vrouwen<span class="pagenum"></span> en kinderen met holle -oogen en bleeke gezichten voor hem neervielen en om brood -schreeuwden, kwam er plotseling een flikkering in zijn oogen. Hij -wenkte hen met gehuichelde welwillendheid, beloofde hun koren en -liet hen in een schuur voor de stad brengen, alwaar ze zooveel graan -zouden krijgen als ze noodig hadden. Vol blijdschap en van dank -vervuld, ijlden de ongelukkigen weg; toen zij echter allen in de -schuur waren, liet Hatto de deur sluiten en de schuur aansteken.</p> - -<p>Vreeselijk was het gekerm van de ongelukkigen. Tot aan het paleis -van den bisschop moet het geschreeuw doorgedrongen zijn. De wreede -Hatto riep echter spottend tot zijn getrouwen: "Hoort hoe de -korenmuizen piepen? Nu is het gebedel uit. De muisjes zullen mij -bijten, als het niet waar is."</p> - -<p>Verschrikkelijk echter trof hem de straf des hemels. Uit de -brandende schuur slopen duizenden muizen naar het paleis, vulden -alle vertrekken en vielen zelfs den aartsbisschop aan. In ontelbare -scharen sprongen zij door zijn kamers, en hoewel zijn bedienden -tallooze gulzige knagers verdelgden, zoo toch werd hun aantal steeds -grooter en hun vraatzucht steeds heviger. Afgrijzen vervulde den -aartsbisschop, en daar hij een voorgevoel van Gods<span class="pagenum"></span> oordeel had, -ontvluchtte hij per schip de stad om zich aan de woedende beten van -zijn vervolgers te onttrekken. Maar de onverdelgbare schaar zwom hem -in legioenen na, en toen hij vol vertwijfeling den toltoren -bereikte, meenende in de, door water omgeven, vesting veilig te -zijn, vervolgde het grijze muizenleger hem ook hierheen, knaagde met -de scherpe tanden een toegang tot den toren en bereikte spoedig hem, -dien het vervolgde.</p> - -<p>Hij heeft ook het onderspit gedolven, de afschuwelijke. Eindelijk -moet hij, vol wanhoop zijn ziel aan den duivel beloofd hebben indien -deze zijn lichaam verloste, en de duivel moet in het helsche vuur -tusschenbeide gekomen zijn, het schokkende lichaam bevrijd hebben en -de ziel op den derden dag voor zich genomen hebben.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>Dit deelt de sage mede. Maar zachter oordeelt haar zuster, de -geschiedenis, over Hatto, den strengen aartsbisschop van Mainz. Zij -laakt slechts een ding in hem: zijn heerschzucht. Hierdoor verkreeg -de Mainzer zetel die wereldlijke macht, waardoor hij later de eerste -bisschopsplaats van het rijk werd. Al vonden de burgers van Mainz -dit niet onaangenaam,<span class="pagenum"></span> zoo toch was de trotsche, despotische geest -van hem, die haar verworven had, zeer gehaat, en daar hij bovendien -den slottoren in de rivier had laten bouwen, van waar uit hij alle -voorbijvarende schepen voor de belasting onderzoeken liet — -doorsnuffelen, "müsen" zeiden de Duitsche voorvaderen en zegt de -"Rheinländer" nog heden — zoo mag deze Muizentoren, waarbij ook nog -de haat van een onderdrukt volk kwam, deze vreeselijke sage in -omloop gebracht hebben.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> - -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter12"></a> -<h3 align="center">Aszmannshausen</h3> - -<h4 align="center">De Klemenskapel</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">E</span>en treurige geschiedenis is er aan de stichting van de Klemenskerk -verbonden, die meer stroomafwaarts dan de burcht Rheinstein aan den -oever van den Rijn ligt. Eerst in den lateren tijd is zij door de -milde hand van de burchtvrouw van Rheinstein op nieuw verrezen.</p> - -<p>Het was ongeveer in den tijd, waarop door de flinke regeering van -Rudolf van Habsburg een einde gemaakt werd aan de buitensporigheden -der roofridders, die vooral in den keizerloozen tijd aan den Rijn -zeer huisgehouden hadden. De roofridders beantwoordden met -openlijken hoon de ernstige waarschuwingen des keizers, en meer dan -ooit voerden ze op den smallen straatweg, die zich aan den Bovenrijn -tusschen de rotsen en de rivier uitstrekt, hun roofachtig bedrijf -uit.</p> - -<p>Daar verscheen de vertoornde keizer zelf met een sterke macht en -hield een vreeselijk strafgericht onder de adellijke roovers. Als -schurf<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>tige honden wilde hij hen en hun geheelen aanhang -uitroeien. Hiermede had hij de bespotters van den heiligen landvrede -gedreigd, en hij voerde zijn bedreiging uit. Brandende burchten -waren zijn wegwijzers aan den Bovenrijn. De bewoners van het dal -zagen met ontzetting de vlammen uit de vestingen van de -Reichensteiners, Sooneckers, Heimburgers en andere gevreesde -roofridders opstijgen, en talrijke leden van adellijke geslachten -werden door den strop van den beul ter dood gebracht. Toen hoorde -men menigen schoonen mond jammeren en weeklagen over de strenge -rechtvaardigheid van den keizer. Door de vreedzame kooplieden echter -werd zij vol dankbaarheid geprezen.</p> - -<p>Voor de overblijvenden waren de lichamen van huns gelijken, die -stuiptrekkende aan de boomen langs de rivier hingen een vreeselijke -waarschuwing.</p> - -<p>Schuwe gestalten zijn toen, beschermd door de duisternis van den -nacht, naar de gerechtsplaats geslopen; vol droefheid hebben de -betrekkingen van de ter dood veroordeelden de lijken afgenomen, om -ze voor smadelijke vernietiging te bewaren. Heimelijk werden de -ongelukkigen in gewijde aarde begraven. Maar de gedachte aan een -vergelding hierna<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>maals liet de achterblijvenden geen rust; want -menigeen, die zulk een smadelijken dood gestorven was, had zijn -wapen met het bloed zijns naasten bevlekt.</p> - -<p>Men heeft dus op raad van een verstandig, vroom dienaar Gods het -hout van de boomen genomen, waaraan zij gehangen hadden, en een -boetkapel gebouwd op de eenzame gerechtsplaats aan den Rijn. Ook van -de rookende puinhoopen der afgebrande burchten heeft men steenen -genomen voor het boetehuis bij Aszmannshausen evenals voor de hut -van den beschermer, den kluizenaar.</p> - -<p>Toen de dag aanbrak, waarop zich voor de eerste maal het woord van -den priester aan het altaar zou doen hooren, zijn er booten met -dooden en treurenden stroomop- en afwaarts gevaren — in het schip -der kerk hebben zij de lijkkisten neergezet — en met plechtige -woorden heeft de aartsbisschop van Mainz de dooden van hun zonden -ontheven en de armezondaarskerk haar bestemming doen bereiken. -Daarop heeft men de nu gezegende lijken ten tweede male in het -gemeenschappelijke graf ter aarde besteld. Vele tranen moeten er -toen in de nieuw gewijde kerk gestort zijn.</p> - -<p>Dit had plaats in het einde der dertiende eeuw. Eeuwen achtereen -hebben de geloovigen<span class="pagenum"></span> en de priesters in dit kerkje bij -Aszmannshausen voor de arme zielen der veroordeelden gebeden.</p> - -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="05_riesenspiel"></a> - <img src="images/05_riesenspiel.jpg" alt="05_riesenspiel.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Das Riesenspielzeug</span> - <br>Nach dem Gemälde von Cnopf - <br>The Giant's Toy Les jouets des géants] -</div> - -<br> -<br> - -<p>Boven in de burchten zijn ondertusschen vele geslachten -uitgestorven, de trotsche burchten zijn vervallen en beneden zijn -veelbewogen tijden voorbijgegaan. En de tand des tijds, die boven -aan de burchten knaagde, is ook beneden aan het kerkje zijn -verwoestingswerk begonnen, heeft het dak vernietigd en de muren -afgebrokkeld.</p> - -<p>In lateren tijd is er weer een kerkje in de plaats der ruïne -ontstaan, en evenals voor zeshonderd jaar klinkt het woord van den -priester weer aan het altaar van de Klemenskerk.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter13"></a> -<h3 align="center">Rheinstein</h3> - -<h4 align="center">Het huwelijksaanzoek</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">O</span>p Rheinstein heeft een ridder gewoond, die buitengewoon -strijdlustig was. Hij heette Diethelm. Van een rooftocht had hij -eens als buit een mooi meisje, Jutta genaamd, mede naar huis -gebracht. Evenals teedere klimop zich om den knoestigen eik slingert -en zijn ruwen bast in glanzend fluweel verandert, zoo ook heeft deze -jonkvrouw met haar vrouwelijk karakter uit den ruwen krijgsman na -jaar en dag een braaf ridder gemaakt, die afstand deed van -rooftochten en feestgelagen en de schoone Jutta, als belooning voor -haar deugd en lieftalligheid, de hand reikte.</p> - -<p>De eerste vrucht der jonge liefde kostte de teedere moeder het -leven; maar Gerda, het evenbeeld der afgestorvene, groeide op tot -een volmaakte schoonheid, zoodat vroegtijdig de minnaars van heinde -en ver kwamen, en het aankomende meisje tot echtgenoote begeerden. -Maar de ridder van Rheinstein was zeer lastig<span class="pagenum"></span> in zijn keus omtrent -een pretendent en menigeen trok bedroefd, met een weigerend antwoord -af.</p> - -<p>Een was er echter, dien het meisje en ook de oude heer gaarne -mochten lijden. Hij heette Helmbrecht en was de oudste afstammeling -op Sternburg. Het was den jongeling gelukt het hart der jonkvrouw te -veroveren, en eens, toen hij voor de tournooispelen op Rheinstein -vertoefde, en Gerda met de met ringen versierde rechterhand de -ridders op het burchtplein aanmoedigend den dank der vrouwen -toezwaaide, deelde Helmbrecht haar zijn liefde mede. Eenige dagen -daarna droeg hij, zooals de ridderlijke etiquette voorschreef, zijn -oom Gunzelin von Reichenstein op zijn aanzoek over te brengen. Maar -Gunzelin was niettegenstaande zijn rijperen leeftijd arglistig en -valsch. In plaats van voor zijn neef, deed hij voor zich zelf -aanzoek bij Gerda's vader, en deze aarzelde niet den ridder uit een -oud geslacht met aanzienlijke goederen zijn jawoord te geven.</p> - -<p>Tot beider verbazing wilde de dochter van den rijken minnaar niets -weten. Haar hart behoorde den neef, niet den oom. De toorn in het -binnenste van graaf Diethelm groeide steeds aan, en door de hevige -woede der laatste dagen, zwoer hij, dat de met goederen gezegende -makker uit zijn jeugd zijn dochter zou bezitten,<span class="pagenum"></span> en dat de arme -stakker von Sternburg haar nooit naar het altaar zou voeren.</p> - -<p>In haar stille kamer weende het troostelooze meisje -hartverscheurend, maar haar tranen vermochten de ijskorst om het -hart van den vader niet te doen smelten. Tevergeefs smeekte de in 't -geheim beminde bij den ouden heer toegelaten te worden, deze echter -beriep zich op zijn ridderlijk woord, dat hij den heer von -Reichenstein op handslag gegeven had.</p> - -<p>En zoo brak de dag aan, waarop Gunzelin met het meesmuilend -welbehagen van een ouden wellusteling, wien in den herfst de -liefelijke lente toelacht, de schoonste jonkvrouw van den Rijn in -zijn trotschen burcht zou binnenleiden. Gerda, die het zachte -karakter van haar overleden moeder bezat, had zich in het -onvermijdelijke geschikt.</p> - -<p>Op een mooien zomermorgen begaf de bruidsstoet zich van de slotpoort -van Rheinstein naar den nabij gelegen heuvel, waarop de Klemenskapel -stond. Fanfares schetterden, bazuinen schalden. Op een sneeuwwitten -telganger zit, het schoone hoofd treurig gebogen, de doodsbleeke -bruid. Zij denkt aan den geliefde, die ver van haar is en even als -zij door smart verteerd wordt. Daar vliegt opeens een zwerm gonzende -paardenvliegen uit de<span class="pagenum"></span> struiken. Een daarvan steekt in den buik van -het paard, dat de liefelijke vrouwenlast draagt, zoodat het dier -steigerend uit den bruidsstoet springt. De bruigom, op zijn prachtig -opgetuigden hengst gezeten, springt moedig het schichtige paard na, -maar daar de weg zoo smal is, doet hij een missprong en stort met -zijn ros in de diepte. Stervend werd hij door de ontstelde -bruiloftsgasten in den burcht gedragen.</p> - -<p>De oude Diethelm was bij de poging, om het paard zijner dochter tot -staan te brengen, even ongelukkig geweest; het woedende dier had hem -het scheenbeen gebroken en dienstvaardige bedienden droegen den -steunenden grijsaard voorzichtig naar het slot terug.</p> - -<p>De heelmeester had de volgende weken, toen hij de gevolgen van een -hevigen trap van het paard behandelde, geen gemakkelijke taak, bij -den vloekenden burchtheer. Bij de eerst volgende kromming van den -weg had zich echter een man voor het hollende paard geworpen, die -het trillende dier tot staan gebracht en de bewustelooze bruid in -zijn armen opgevangen had. Treurig gestemd, wilde hij, verborgen -door de struiken, den bruidsstoet volgen en was zoodoende de redder -geworden van haar, die alleen hem beminde. De heer van<span class="pagenum"></span> Rheinstein -is, toen hij dezen afloop vernam, tot nadenken gekomen en heeft den -geliefden zijn zegen gegeven. Hun stoffelijk overschot rust onder -den steen voor het altaar van de Klemenskapel tegenover -Aszmannshausen; burcht Rheinstein is hersteld en prijkt even schoon -als weleer op de steile rotshelling.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter14"></a> -<h3 align="center">Falkenburg</h3> - -<h4 align="center">De Waldburg</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">D</span>e steeds opgeruimde slotheer van Falkenburg was in den heiligen -oorlog tegen de Turken in de heete steppen van Phrygië voor de -heilige zaak gevallen. Zijn vrome weduwe bewoonde met haar eenig -kind Dietlinde den vaderlijken burcht. Deze jonge dame was bijzonder -lieftallig en had een aantrekkelijk karakter, zoodat er vele -edellieden waren, die de allerliefste jonkvrouw van Falkenburg, die -het prachtige vaderlijke slot mede ten huwelijk zou brengen, tot -echtgenoote begeerden.</p> - -<p>Onder hen, die om de hand van het meisje dongen, was ook Guntram, -een ridder uit een oud adellijk geslacht gesproten. Hij was de -gelukkige veroveraar van Dietlindes hart.</p> - -<p>Daar hij ook de moeder goed beviel, stond niets de vereeniging der -beide geliefden in den weg. Onverwachts echter, toen alles reeds -voor de bruiloft gereed was, kreeg Guntram een oproeping van den -Paltsgraaf om in zijn resi<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>dentie te komen. Daar kreeg de jonge -ridder van zijn leenheer de eervolle opdracht zich met een -gezantschap naar den hertog van Bourgondië te begeven.</p> - -<p>Met een beklemd hart onderwierp Guntram zich aan dit bevel, <span class="corrected" id="cor0018" title="[Original text: man dapper afscheid]">nam -dapper afscheid</span> van de weenende bruid en aanvaardde zonder oponthoud -de reis.</p> - -<p>Zoo snel, als ging hij op vleugelen, ving hij na verscheidene weken -den terugtocht aan. Daar trof hem het ongeluk, dat hij op een -onbegaanbare plaats in het bosch, van zijn gezelschap gescheiden -werd en verdwaalde. Totdat de zon onderging zocht hij naar zijn -geleiders zonder hun spoor weer te vinden. Na vele uren tevergeefs -gezocht te hebben, ontdekte hij in de nachtelijke duisternis een -licht, dat hem naar een eenzamen burcht in het woud leidde. Een -grijsaard met zilveren haren heette hem welkom. Zacht waren zijn -trekken, en de klank zijner stem evenals de uitdrukking zijner oogen -waren treurig en vermoeid. Een rijkelijk maal sterkte den -verdwaalden ridder, en een gemakkelijke rustplaats bood hem -verkwikking voor het overige gedeelte van den nacht aan.</p> - -<p>Toen Guntram met een vroom Ave Maria en met de gedachten vol trouw -aan zijn verre bruid de oogen sluiten wilde, klonk uit een -aan<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>grenzende kamer een zacht, welluidend, en tevens verlokkend -gezang.</p> - -<p>Luisterende, hoorde de gast, dat een vrouwenmond een vurig minnelied -zong. En de nieuwsgierigheid dreef hem, het wezen te zien, dat aan -den stillen nacht haar meisjesklachten toevertrouwde. Hij vond in de -aangrenzende kamer een jonkvrouw, een zeldzaam bekoorlijk schepsel. -Getroffen door zulk een, vreemdsoortige vrouwelijke schoonheid sprak -Guntram haar aan, die bij zijn binnentreden plotseling met zingen -opgehouden had.</p> - -<p>Hij ontving geen antwoord op zijn woorden en toen hij zijn toespraak -herhaalde, ontmoette hij den zwijgenden blik van twee vurige oogen.</p> - -<p>Toen hij naderbij komend voor de derde maal begon en teedere woorden -van bewondering fluisterde, werd er plotseling, omgeven door -verblindend licht, een marmeren plaat aan den muur zichtbaar, waarop -in schitterend vlammenschrift de woorden stonden:</p> - -<div class="indent10"> - Musz dauernd schweigen; -<br> Darf nicht mich zeigen. -<br> Der Liebe Wesen -<br> Kann mich erlösen. -</div> - -<p>Met de hand wees de jonkvrouw daarop. En de booze betoovering der -liefde, droeg<span class="pagenum"></span> Guntram als op vleugelen in het land der bedwelming. -Hij vatte onstuimig de sneeuwwitte hand en drukte zijn lippen op den -mond der minzaam glimlachende sirene. Op zijn knie gezeten, zong. -zij zacht met liefelijke stem smachtende liederen aan de liefde -gewijd.</p> - -<p>Toen het twaalf uur sloeg, ontrukte zij zich uit zijn omarming en -verdween. Een ring had zij in zijn hand achtergelaten. In zijn kamer -teruggekeerd, las hij de daarop gegraveerde woorden: "Gij zijt de -mijne." Opeens stond het luid kloppende hart van den ridder -secondenlang stil, toen hij tot besef van zijn trouwelooze -handelwijze kwam. De rest van den nacht bracht hij, geheel -ontnuchterd in wakenden toestand door. Met een haastige, doch -hartelijke dankbetuiging aan den ouden gastheer, verliet hij tegen -het aanbreken van den morgen den eenzamen burcht. Geen blik wierp -hij achter zich.</p> - -<p>Een vriendelijk herder geleidde hem naar den straatweg. Uit diens -mond vernam Guntram, terwijl hij doodsbleek werd, het geheim van -deze afgelegen Waldburg:</p> - -<p>De bejaarde ridder, die hem gastvrij ontvangen had, was eens de -vader van een dochter, Gerlinde genaamd. Zij was zoo schoon als een -engel, doch niet zoo braaf als een engel. Zij had van de vele -minnaars, die om haar hart<span class="pagenum"></span> dongen, in zondige vermetelheid de meest -ongehoorde daden geëischt, die hun allemaal het leven gekost hadden. -Toen is er eens een troostelooze moeder van een van deze onzalige -jongelingen voor het goddelooze meisje getreden en heeft de vloek -des hemels over haar zondig hoofd afgesmeekt. En voordat het weer -volle maan werd, haalde de dood 's nachts de jonkvrouw uit de -Waldburg. Sedert dien tijd dwaalde haar geest in het slot rond, -teneinde elken mannelijken gast door haar vroegere bekoring te -betooveren. Slechts de man, die aan haar verzoeking weerstand kon -bieden, kon haar verlossen. Wie zich daarentegen door haar verlokken -liet, stierf binnen driemaal negen dagen.</p> - -<p>Toen Guntram, bleek van schrik, deze boodschap uit den mond van den -herder vernomen had, reed hij ontsteld weg. Op Falkenburg verwachtte -zijn kuische bruid hem vol verlangen. Op dringend verzoek van den -bruigom werd de bruiloft op den volgenden dag bepaald. In de -feestelijk versierde burchtkapel stond Guntram met de allerliefste -dochter van den ridder van Falkenburg voor het altaar. Toen echter -de priester beider handen in elkaar wilde leggen, trad, slechts -zichtbaar voor den bruigom, de spookachtige jonkvrouw van de -Waldburg tusschenbeide en legde haar ijskoude hand in<span class="pagenum"></span> de zijne. En -Guntram zonk, van zijn zinnen beroofd, op den steenen vloer neer.</p> - -<p>Met teedere toewijding verzorgde de bekommerde bruid den geliefden -man. Toen hij de oogen weer opsloeg, bekende hij haar berouwvol zijn -wederwaardigheden op de Waldburg. Dietlinde's liefde was zoo groot, -dat zij den berouwvollen geliefde alles vergaf. De priester werd -nogmaals geroepen en verbond hen in den echt. En, nadat ze driemaal -negen dagen van zalig geluk doorgebracht hadden, ging graaf Guntram -liggen en ontsliep vol berusting in de armen van zijn trouwe gade.</p> - -<p>Dietlinde treurde aan de zijde harer moeder zeer om den verloren -echtgenoot en bad veel voor de eeuwige rust van zijn ziel. Zij -schonk het leven aan een zoon, dien zij ook Guntram noemde. Zij -voedde hem op in liefde voor zijn vader, dien hij nooit gekend had.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter15"></a> -<h3 align="center">Sooneck</h3> - -<h4 align="center">De blinde schutter</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">O</span>p het rotsnest Sooneck, viert Siebold, de vermetelste der -roofachtige arenden van den Rijn een losbandig feest. Op de -rustbanken in de staatsiezaal liggen lichtzinnige vrouwen met -gekrulde haren en geblankette wangen in de armen van dronken -feestgenooten. En terwijl de muzikanten speelden en gevulde -wijnkannen het kostbare maal bespoelden, sprak de burchtheer met een -door den drank verhit gelaat en glimmende dronkemansoogen aldus:</p> - -<p>"Veeledele vrouwen (hier bulkten de wellustige drinkebroers het uit) -en veelvrouwige edelen (brutaal gichelden de hetaeren.) Na spijs en -drank genoten te hebben, zou de gastheer u gaarne zooveel mogelijk -verstrooiing bezorgen. Ik zal u dus een gevreesd dier uit mijn -kerker doen aanschouwen."</p> - -<p>Terwijl de vrouwen angstig in hun kussens wegdoken en de mannen vol -verwachting den spreker aanzagen, gingen de deuren der zaal open. -Door twee knechten geleid, schreed een<span class="pagenum"></span> man met verwaarloosde haren -en baard in een harig gevangenisgewaad over den drempel. Een angstig -gefluister deed zich onder de dischgenooten hooren, en aller blikken -vestigden zich op het gerimpeld gelaat, waarin men achter de moe -neergeslagen oogleden de ledige oogkassen ontwaardde. Weder begon de -burchtheer op overmoedigen toon: "Aanminnige vrouwen en ridderlijke -mannen! Eens was Hans Veit von Fürsteneck de beste schutter van den -geheelen Rijn. Met hem vocht ik in een hevigen strijd op leven en -dood. Hij dolf het onderspit."</p> - -<p>"Zonder helm, met gespleten schild en gebroken zwaard lag ik, uit -dertien wonden bloedende, voor je en wachtte moedig den laatsten -lanssteek af," mompelde de gevangene met een stem, die uit een graf -scheen te komen. En angstig zwegen alle aanwezigen.</p> - -<p>"Ik had te veel medelijden met hem om hem dood te steken," riep -Siebold von Sooneck lichtzinnig uit, "en daarom liet ik hem slechts -de beide oogen uitsteken en plaatste de beste schutter van den Rijn -bij mijn andere rariteiten."</p> - -<p>"Mijn uitgestoken oogen zien je spotternij," sprak de gevangene -streng.</p> - -<p>"En toch heerscht er nog een ridderlijke geest op Sooneck," -verklaarde de burchtheer.</p> - -<p>"Zoo hoor dan: <span class="corrected" id="cor0019" title="[Original text: mijn knechten hedden]">mijn knechten hadden</span> mij<span class="pagenum"></span> meegedeeld, dat gij, zelfs -blind zijnde, in staat zijt een uw opgegeven mikpunt met den pijl te -treffen. Indien gij hiervan het bewijs kunt leveren, dan is de -vrijheid uw loon." Donderende bijvalsbetuigingen der gasten -begeleidden deze woorden.</p> - -<p>"De dood zou mij aangenamer zijn dan het leven," mompelde de blinde. -Toen verlangde hij, terwijl de uitdrukking van zijn gelaat eensklaps -veranderde, pijl en boog. In een hoek, tegen elkaar aan gedrukt, -sloegen de gasten zijn bewegingen gade.</p> - -<p>De heer van Sooneck had een beker ter hand genomen en gelastte den -gevangene op het geluid af op dat voorwerp te schieten. Met een -zilveren klank valt in het volgend oogenblik een beker op den grond. -"Schiet op nu," klinkt Siebolds stem — en een pijl treft hem -doodelijk in den mond. Rochelend als een slachtdier zonk, de aan den -dood overgeleverde, ter aarde. Zwijgend en stil met de oogholten -gapend geopend, stond de blindgemaakte man daar, het verwilderde -hoofd op de onstuimig ademende borst gebogen. Als een zwerm -opgejaagde kraaien stoven de heeren en de bevallige vrouwen uit -elkaar, en bij het verstijfde lijk van Siebold van Sooneck prevelden -de knechten en edelknapen een stil gebed.<span class="pagenum"></span></p> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter16"></a> -<h3 align="center">Lorch</h3> - -<h4 align="center">De vrouw van den Wispermolenaar</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">I</span>n den ouden tijd heeft in het woeste dal achter Lorch, dat de -Wisperbeek doorstroomt, een molen gestaan. Eens, toen de -molenaarsvrouw, een opgewonden jonge vrouw aan het werk was, moet -haar een stem toegefluisterd hebben, dat ze naar den Kammerberg -moest opstijgen en den schat halen, die in den toren verborgen lag; -de sleutel bevond zich in de kist. De molenaarsvrouw keek verschrikt -om, maar toen ze niemand zag, kwam ze tot de overtuiging, dat de een -of andere onzichtbare grappenmaker haar voor den gek gehouden had. -Den volgenden dag echter, toen zij aan de beek de wasch spoelde, -fluisterde haar wederom een zachte stem in het oor: "Ga naar den -Kammerberger toren en haal den schat. De sleutel ligt in de zwarte -kist."</p> - -<p>Toen heeft de vrouw de wasch laten liggen, en haar man het -tooversprookje, zooals zij het<span class="pagenum"></span> vernomen had, medegedeeld.</p> - -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="06_siegfried"></a> - <img src="images/06_siegfried.jpg" alt="06_siegfried.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Siegfried auf der Totenbahre</span> - <br>Nach dem Gemälde von Emil Lauffer] -</div> - -<br> -<br> - -<p>Deze echter heeft haar voor een domme vrouw uitgemaakt en schertsend -gezegd, dat in zijn meelkast een vertrouwbaarder schat lag, dan in -de zwarte kist.</p> - -<p>De molenaarsvrouw kon de woorden, die haar ingefluisterd waren maar -niet vergeten, en steeds heviger maande de verlokkende stem van het -spreukje, totdat zij haar geheel in haar macht had.</p> - -<p>Den volgenden morgen, toen de molenaar uitgereden was om een lading -meel naar Lorch te brengen, heeft zijn vrouw den molen verlaten, en -is met haar jongste kind op den arm den weg naar den Kammerberg -opgegaan. Toen zij boven aan de ruïne kwam, is het haar wel angstig -te moede geworden, en was zij gaarne omgekeerd, maar wederom klonk -de fluisterende stem aan haar oor, die haar mededeelde, dat haar -niets deren zou, slechts spreken mocht ze geen syllabe. Wanneer ze -zich hieraan hield, dan zou de schat haar eigendom zijn.</p> - -<p>Moedig is de vrouw toen het donkere torengewelf binnengetreden, -heeft haar knaapje buiten voor den ingang neergezet en de zwarte -kist opgezocht. Zij heeft haar ook gevonden, evenals den sleutel, -die daarin lag. Hiermede heeft ze de grootere kist geopend, die -achter<span class="pagenum"></span> in het gewelf stond en toen ze het zware eikenhouten -deksel oplichtte, straalde haar een hoop schitterende goudstukken -tegen.</p> - -<p>Met begeerige handen tastte de vrouw toe, opeens echter begon het -knaapje angstig kermend: "Moeder, Moeder!" te roepen, want een slang -ritselde naast hem in het met bloemen versierde gras. De vrouw -wendde zich om en riep wrevelig uit: "Wat is er, jongen?" Op -hetzelfde oogenblik ratelde een donderslag, die de gehurkt zittende -vrouw op den grond wierp en vreeselijk weergalmde het nu door het -gewelf: "Wee mij, dat gij gesproken hebt! Wederom moet ik honderd -jaren onbevrijd blijven! Wee mij en u!"</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>Tegen den middag is de molenaar teruggekomen en heeft de molen leeg -gevonden. Zijn knecht heeft hem medegedeeld, dat de molenaarsvrouw -'s morgens den Kammerberg opgegaan was, met haar jongste kind op den -arm. Een droevig voorgevoel is bij den molenaar opgekomen en als -ging hij op vleugelen is hij den Kammerberg opgesneld. Rustig was -het in den ouden burcht. In het gras zat zijn knaapje te spelen en -strekte juichend de armen naar den vader uit. Toen hij op het kind -toesnelde,<span class="pagenum"></span> hoorde hij zacht kermen in de gewelven van den toren -en toen hij ontzet naar binnen vloog, vond hij zijn vrouw op den -grond uitgestrekt liggen.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>Een bleeke man is in den molen van Wisperbach weergekeerd. Drie -dagen daarna heeft het molenrad stil gestaan. Op het Lorcher kerkhof -heeft men toen de vrouw van den Wispermolenaar aan de aarde -toevertrouwd. Sedert dien tijd heeft niemand het gewaagd, den schat -te verkrijgen.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter17"></a> -<h3 align="center">Ruïne Fürstenberg</h3> - -<h4 align="center">De geest der moeder</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">H</span>oewel de burchtheer Lambert von Fürstenberg een levenslustig en -genotzuchtig ridder was, zoo toch was hij zijn zachtzinnige gemalin -Wiltrud, die van het geslacht der Florsheimers afstamde, zeer -genegen, vooral nadat deze hem een zoontje geschonken had. Op een -dag echter heeft het ongeluk zijn intrede in het kasteel gedaan in -de gedaante van een jonkvrouw, Luckharde genaamd. Zij was de eenige, -plotseling wees geworden, dochter uit een geslacht, waarmee de -Fürstenbergers sedert oudsher bevriend geweest waren, een -ontluikende vrouwelijke schoonheid, die niettegenstaande haar -achttien lentes reeds een statig meisje en een verleidelijke -schoonheid voor de mannen was.</p> - -<p>De zachtzinnige burchtvrouw meende argeloos, dat Luckharde, die zij -vol liefde in haar kring opgenomen had, haar, die sedert de geboorte -van haar knaapje ziekelijk was, bij de huiselijke bezigheden gaarne -behulpzaam zou<span class="pagenum"></span> zijn en zusterlijke liefde met wederliefde vergelden -zou. Maar Luckharde's geest hield zich meer bezig met beuzelarijen -en vermaak, dan met huiselijkheid en vrouwelijke bezigheden. Hoe -meer de maanden verstreken en haar verderfelijke schoonheid zich -gelijk een donkere roos ontwikkelde, des te meer gelukte het haar, -het hartstochtelijke hart van den burchtheer voor zich te winnen.</p> - -<p>Onmerkbaar, doch geleidelijk kwam de ridder steeds meer onder de -betoovering van de schoone vrouw, totdat de dag aanbrak, waarop -vrouw Venus hen geheel in haar macht had.</p> - -<p>Wiltruds oogen waren niet blind voor de goddelooze handelingen van -den trouweloozen echtgenoot; maar door haar langdurige ziekte vond -zij niet de kracht, de zonde met vlammend zwaard te bestrijden. -Intusschen kwam door de heerschzucht en het verterende vuur der -liefde het duivelsche plan in Luckharde's hoofd tot rijpheid, om de -gemalin van den heer Lambert uit den weg te ruimen. Op een nacht -sloop de zondige vrouw in de kamer der burchtvrouw, naderde gelijk -een kat de legerstede der sluimerende en verstikte de benijde -Wiltrud, die te laat en zonder resultaat zwijgend weerstand bood, -koelbloedig met haar kussen.</p> - -<p>De droefheid over de meesteres, die volgens<span class="pagenum"></span> iedereen aan een -gebroken hart gestorven was, was vooral onder het dienstpersoneel -van den graaf zeer groot, doch bij hem zelf uiterst gering. In de -armen van de zwartgelokte minnares vergat de heer Lambert spoedig -zijn gemalin, en reeds na eenige weken nam Luckharde de plaats van -de overleden burchtgravin in. Het knaapje, dat Wiltrud den ontrouwen -echtgenoot nagelaten had, was de tweede vrouw tot ergernis. Zij wees -den door genot willoos geworden Fürstenberg op de kinderen, die zij -hem hoopte te schenken en zette het door, dat de eerstgeboren, -natuurlijke zoon van den ridder in een afgelegen kamertje van den -burcht aan de zorg van een brommige oude vrouw toevertrouwd werd.</p> - -<p>Op een nacht, toen de oude plotseling ontwaakte, zag ze, dat zich -een vrouwengedaante in een wit golvend kleed over het bedje van het -knaapje, dat naast haar sliep, vol zorg boog en hem zegende. De oude -heeft toen een kruis gemaakt en tot de veertien beschermheiligen -gebeden. In alle vroegte, met de kenteekenen van den doorgestanen -angst op haar gelaat, is zij naar de burchtvrouw gesneld, en heeft -haar met bevende lippen de gebeurtenis verhaald. Lachend heeft de -lichtzinnige Luckharde het ongeloofelijke sprookje aangehoord, maar -is<span class="pagenum"></span> toen op eens nadenkend en ernstig geworden. Zij heeft de -oude vrouw bevolen zich den eerstkomenden nacht een legerstede bij -het andere dienstpersoneel te bereiden, het kind echter in de -torenkamer te laten. In haar met schuld bevlekte ziel was de -veronderstelling opgekomen, die daarop als lood drukte, dat deze -nachtelijke geest wellicht Wiltrud in eigen persoon kon zijn, die -men bij vergissing voor dood gehouden had.</p> - -<p>Zonder angst of gewetenswroeging bereidde ze zich tegen het -aanbreken der duisternis een legerstede in de torenkamer. Een -moorddadigen dolk hield haar rechterhand omklemd, en vastberaden zag -de zondares den nacht tegemoet. En wederom vertoonde zich tegen -middernacht de vrouwengestalte in het witte golvende gewaad, die de -legerstede van den sluimerenden jongen naderde, hem verzorgde, kuste -en zegende.</p> - -<p>Terwijl Luckharde met starende oogen, bewegingloos bleef liggen, -werd de nachtelijke verschijning steeds grooter, tot in het -oneindige. Al dichter boog ze zich tot de liggende over, en het -doodsbleeke gelaat van Wiltrud staarde met levenlooze verwijtende -oogen de zondige vrouw aan. Het scheen deze, alsof een overhangende -rots op haar hijgende borst nederstortte om<span class="pagenum"></span> haar te verstikken. Met -een laatste krachtsinspanning gaf zij de verschijning een steek met -haar dolk; maar het was, alsof het wapen een nevelachtig omhulsel -doorboorde, en Luckharde bespeurde met steeds toenemend afgrijzen, -dat de wezenlooze gedaante de geest van de vermoorde burchtvrouw -was.</p> - -<p>Geheel verpletterd door het besef van haar begane schuld, hoorde zij -een stem, die uit een andere wereld scheen te komen, haar toeroepen: -"Doe boete, doe boete!"</p> - -<p>Den volgenden morgen wachtte de heer Lambert tevergeefs op zijn -gemalin. In plaats van haar, vond hij een reep perkamentpapier, -waarop Luckharde hem in berouwvolle woorden beleed, hoe zij zich in -toomeloozen hartstocht aan zijn eerste vrouw vergrepen had, en hoe -haar de geest van de overledene dezen nacht verschenen was, om haar -aan den omvang van haar zonde te herinneren. De rest harer dagen -wilde zij haar schuld in een klooster boeten. Zij verzocht haar -vroegeren minnaar hetzelfde te doen.</p> - -<p>De heer Lambert von Fürstenberg werd door deze mededeeling diep -getroffen. Ook hij kwam tot inkeer, vertrouwde het slot en kind aan -de zorg van den jongeren broeder toe en trok zich, tot aan het einde -van zijn dagen, als kluizenaar <span class="corrected" id="cor0020" title="[Original text: in de eenzaanheid]">in de eenzaamheid</span> terug.<span class="pagenum"></span></p> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter18"></a> -<h3 align="center">Bacharach</h3> - -<h4 align="center">Burcht Stahleck</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">H</span>et oude Bacharach heeft ook eenmaal schoone tijden gekend. Reeds -lang voordat de vurige Bacharacher wereldberoemd werd — het was in -het tijdperk, toen de grootvader de grootmoeder nam — werd hij door -buitenlandsche wijnkenners in Romeinsche en Etrurische bokalen met -liters tegelijk gedronken. Destijds hebben de dankbare drinkebroers -ter eere van hun Wijngod op een rotsblok, dat zich tusschen een -eiland en den rechteroever uit den vloed verheft, een altaar -opgericht, en de Romeinen hebben ter eere van Bacchus, den -lieftalligen knaap, de stad den naam gegeven, dien hij nu nog -draagt. Al zijn ook de opschriften sedert langen tijd onleesbaar -geworden, zoo weten de inwoners van Bacharach thans de -oorspronkelijke beteekenis van den "Elterstein" (altaarsteen) nog -zeer goed, en nog altijd verkleeden de schippers in overmoedige -scherts een stroopop als Bacchus — evenals de boeren van -Meck<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>lenburg in den oogsttijd hun Wodan — plaatsen hem op den -Elterstein en varen al zingende om hem heen.</p> - -<p>Iets hooger dan Bacharach ligt de ruïne van de vesting Stahleck. Ten -tijde van Koenraad, den eersten keizer der Staufen, woonde daar een -jong, eerzuchtig ridder, Paltsgraaf Herman. Hij was de neef des -keizers en trotsch op deze hooge verwantschap, streefde de -onbezonnen strijder naar uitbreiding van zijn paltsgraafschap. Hij -begeerde niets minder, dan zich de bezittingen van de beide -aartsbisschoppen van Mainz en Trier, die aan zijn gebied grensden, -gedeeltelijk toe te eigenen. Hij beriep zich hierbij op rechten, die -hij meende te bezitten. De naijver, die destijds onder de -geestelijke en wereldlijke machthebbenden bestond, maakte, dat zich -vele naburige ridders als bondgenooten aan hem opdrongen, en -vermetel begon de paltsgraaf zijn strijd met de bestorming van de -Moezelvesting Trier, die bij de Triersche parochie behoorde.</p> - -<p>Adalbert von Monstereil, een moedig man, voerde destijds de -heerschappij over de bisdommen Trier en Metz. Hij verzamelde -dadelijk al zijn mannen, om den vermetelen roover van den -wederrechtelijk veroverden burcht te verdrijven. De stoutheid van -den paltsgraaf had<span class="pagenum"></span> hem overbluft, en de overmacht van zijn -tegenstander stemde hem tot nadenken. Maar de aartsbisschop Adalbert -was een verstandig man; op den morgen, dat de zijnen den burcht -wilden bestormen, hield hij met het kruis in de hand een -geestdriftige rede tot de ruiters. Hij deelde hun mede, dat de -aartsengel Michaël hem in den afgeloopen nacht verschenen was, hem -dit kruis overhandigd had en een zekere overwinning toegezegd had, -indien elk strijder in het vaste vertrouwen op de onzichtbare hulp -van boven den vijand aantastte.</p> - -<p>De redevoering van den aartshertog bracht zijn krijgslieden in -geestdrift en wekte hen op tot woeste dapperheid. Geleid door hun -veldheer, die met het kruis in de hand allen voorging, bestormden -zij den burcht en versloegen het leger van den paltsgraaf. In -hulpelooze vlucht stoven zijn troepen uit elkaar, en diep vernederd -moest de eerzuchtige Stahleck van de voortzetting van den strijd met -den Trierer aartsbisschop afzien.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>Zeer krenkte hem de smadelijke nederlaag, die hij geleden had. Met -nog grooteren haat dacht hij aan zijn geestelijken buurman. Uit -ver<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>bleekte documenten meende hij op te maken, dat hij -werkelijk recht had op een gedeelte van het welvarende land, dat de -bisschop van Mainz bezat, en hij liet niet na bij den bisschopsstoel -te Mainz zijn aanklacht in te dienen. Met kouden spot werd zijn -verzoek door den ernstigen Arnold von Solnhofen opgenomen.</p> - -<p>"Ik zal met dat paltsgraafje even gauw klaar zijn als met de -stijfhoofdige inwoners van Mainz, waarvan velen het berouwen, dat ze -zich tegen hun bisschop en kerkvoogd verzet hebben."</p> - -<p>Dreigend moet Arnold deze woorden uitgeroepen hebben, terwijl hij -het verzoekschrift van den paltsgraaf verscheurde. Stahleck werd -deze uitspraak medegedeeld en weenend smeekte zijn jonge vrouw hem, -niet ten tweede male de hand tegen den gezalfde des Heeren op te -heffen. Hij echter keerde zich boos van haar af en zwoer zich op -hem, die zoo schandelijk vermetel was zijn bezwaarschrift te -verscheuren, te wreken. Het was hem bekend, dat von Solnhofen zich -bij de inwoners van Mainz door zijn machtig regiment zeer gehaat -gemaakt had, en hiermede wilde hij rekenschap houden, om den -somberen tegenstander van land en kroon te berooven.</p> - -<p>Wederom rustte Stahleck, vereenigd met ver<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>scheiden moedige ridders -zich uit tot den strijd tegen een kerkedienaar. In Mainz gistte het -onder de burgers, en daarbuiten rukte de paltsgraaf met zijn mannen -aan. De aartsbisschop was buiten zich zelf van woede, en in zijn -duistere ziel smeedde hij een vreeselijk plan. Door twee gehuurde -landsknechten werd de paltsgraaf verraderlijk vermoord. Groot was de -droefheid van zijn ongelukkige gade.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>De oproerige inwoners van Mainz hebben den wreeden landvoogd spoedig -daarna afgezet, nadat ze zijn paleis stormenderhand genomen hadden. -Met gloeiende wraak in het hart is hij teruggekeerd. Te vergeefs -waarschuwden zijn vrienden hem, tevergeefs schreef Hildegard, de -beroemde profetes hem uit het klooster Rupertusburg bij Bingen: -"Keer terug tot den Heer, dien gij verlaten hebt; uw uur is -geslagen." Hij wilde daar niet naar hooren en zoo werd hij in de -abdij bij den Jakobsberg voor de stad, waar hij toen verblijf hield, -door de oproerlingen vermoord.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter19"></a> -<h4 align="center">Burcht Gutenfels</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">O</span>p een rots bij Kaub stond in de middeleeuwen de burcht van den heer -van Falkenburg. Omstreeks het midden der dertiende eeuw werd hij -door graaf Philip met zijn zuster Guta bewoond. De jonge gravin Guta -was een buitengewoon lieftallige verschijning en vele ridders dongen -om haar hand. Maar geen een had succes gehad; de jonkvrouw had -volstrekt geen verlangen, het gezellige samenwonen met haar -geliefden broeder, voor dat met een anderen man te ruilen.</p> - -<p>Eens werd in Keulen een prachtig tournooi gehouden. Uit alle -plaatsen van het rijk, zelfs uit Italië en Engeland waren ridders -overgekomen. Ontelbaar was de menigte toeschouwers, groot het aantal -van hen, die hier om den prijs, welken zij uit een schoone hand -ontvangen zouden, met de wapenen streden. Onder hen bevond zich ook -een ridder uit Engeland, die vooral door zijn flinke houding en<span class="pagenum"></span> -prachtige wapenrusting opviel. Hij streed met gesloten vizier en -werd door de commissie van het tournooi als de leeuwenridder -afgeroepen, want een gouden leeuw versierde zijn schild.</p> - -<p>Spoedig ook baarde de Brit door zijn meesterlijke wijze van strijden -opzien, en toen het hem gelukte zijn tegenstander, een der meest -gevreesde duellisten, met den lans uit den zadel te lichten, ging er -een luid gejuich op. Onder de toeschouwers bevond zich ook de ridder -van Falkenstein met zijn zuster. Ook Guta had met groote -belangstelling den vreemden ridder gedurende het tournooi -gadegeslagen, en het speet haar zeer, den gemaskerde niet in het -aangezicht te kunnen zien.</p> - -<p>Deze gelegenheid deed zich echter spoedig voor, toen de Brit als -overwinnaar uit het strijdperk getreden was. Een zeldzaam gevoel, -zooals ze vroeger nooit gekend had, kwam over de jonkvrouw, toen ze -het mannelijk schoon gelaat van den Engelschman, nu onbedekt, voor -zich zag. Haar verwarring steeg nog meer, toen men haar verzocht, -den overwinnaar den prijs, een gouden lauwerkrans te overhandigen.</p> - -<p>Of de ridder op het gelaat der bekoorlijke jonkvrouw las, wat deze -te vergeefs trachtte te verbergen? Of er op het oogenblik, waarop -hij voor het bevallige meisje neerknielde en<span class="pagenum"></span> zij met bevende hand -den krans op zijn hoofd legde, een vonk van de vlam, die plotseling -haar binnenste verteerde, flikkerend in zijn ziel gevallen was?</p> - -<p>Wie weet het? Hierover zwijgt de sage.</p> - -<p>Toen zij echter later tegenover elkaar stonden en verlegen met -elkaar spraken, hij haar verstolen bewonderend, en zij haar -gevoelens nauwelijks meester, kwam de liefde zacht aangeslopen. En -toen 's avonds de dansmuziek in de feestzaal weerklonk en de schoone -Brit niet van Guta's zijde week, kwam de liefde schroomvallig -aangeslopen, eerst verlegen, totdat zij zich eindelijk met gloeiende -woorden over de bevende lippen drong, en deze elkaar bekenden, wat -de oogen reeds lang verraden hadden.</p> - -<p>De trotsche vreemdeling had Guta om haar wederliefde gesmeekt en -haar bezworen, hem trouw te blijven. Binnen drie maanden zou hij uit -het vaderland, waarheen dringende plicht hem riep, wederkeeren. -Eerst dan zou hij openlijk op den burcht haars broeders om haar hand -dingen en zijn naam noemen, want een tevoren afgelegde belofte -verbood hem dien thans mede te deelen.</p> - -<p>Liefde brengt gaarne elk offer; ook Guta nam gewillig de woorden van -den geliefden man<span class="pagenum"></span> aan, en onder beloften van wederkeerige trouw -scheidden de gelukkigen.</p> - -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="07_fauenlob"></a> - <img src="images/07_fauenlob.jpg" alt="07_fauenlob.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Heinrich Frauenlob</span> - <br>Steinbild im Dom zu Mainz] -</div> - -<br> -<br> - -<p>Vijf maanden waren sedert dien tijd verstreken. Over het onbeheerde -Duitsche rijk was het keizerlooze, verschrikkelijke tijdperk -gekomen. In het Zuiden, in Italië stierf Koenraad, de laatste -regeerende vorst uit het huis der Staufen en in het Noorden, in -Friesland versloegen oproerige boeren zijn tegenkoning Willem van -Holland. Weer weerklonk bij de daarop volgende verkiezing van een -keizer de kreet: Hier Welf! Hier Waiblinger! En terwijl aan dezen -kant Alfons van Castilië tot koning uitgeroepen werd, kozen ze aan -gene zijde Richard van Cornwallis, den ridderlijken broeder van den -koning van Engeland. Eerstgenoemde Spanjaard is steeds een vorst van -het Schimmenrijk gebleven en heeft nooit het land opgezocht, waar -men hem een troontje bereid had. Daardoor kreeg Richard nog meer -aanhangers, en in Aken werd hij plechtig gekroond. Vanuit de oude -keizerstad maakte hij een reis door het Rijnland om de plaatsen, -waaraan hij voornamelijk zijn verkiezing te danken had, te -begroeten.</p> - -<p>De lente had haar intrede in het Rijndal gedaan, en de vloed, de -bergen en burchten werden door de heldere zon beschenen. Alleen<span class="pagenum"></span> op -het gelaat der lieftallige jonkvrouw, die treurig in haar kamer in -de vesting van Falkenstein zat, wilde geen zonnestraal verschijnen. -Stil verdriet had daarop zijn stempel gedrukt, en sedert twee -maanden werden de wangen van de jonkvrouw al bleeker en bleeker. -Gedurende dien tijd had het verdriet, haar trouwe metgezel, haar zeer -dikwijls het beeld van den geliefden man in de meest verschillende -gedaanten voor oogen getooverd. Nu eens zag ze hem in een bloedigen -veldslag stervende met haar naam op de lippen, dan weer verscheen -hij in haar verbeelding schertsend en lachend, met een meisje van -het eiland aan den arm, op luchtigen toon spottend over zijn liefje -aan den Rijn.</p> - -<p>En steeds vervolgden haar deze gedachten, en steeds sterker kwam zij -tot de overtuiging, dat de eerste, dien zij haar jonkvrouwelijke -liefde geschonken had, haar vreeselijk bedrogen had. Steeds meer -stond het verdriet op haar smal gezichtje te lezen, en te vergeefs -trachtte Falkenstein zijn zuster op te vroolijken en te verstrooien.</p> - -<p>Van den straatweg klonk trompetgeschal, en een groot aantal ridders -hield stil voor den burcht. Guta bemerkte den stoet en trad van het -venster terug, waar ze met beschreid gelaat<span class="pagenum"></span> gezeten had. Met -ridderlijke gastvrijheid ontving de graaf de gasten en geleidde hen -in de staatsiezaal.</p> - -<p>Groot was zijn verbazing, toen hij in een heer van het schitterend -gevolg den statigen Brit herkende, den overwinnaar van het tournooi -te Keulen — plotseling schoot Falkenstein het bloed naar de wangen -— den ontrouwen, in het geheim verloofde van zijn geliefde zuster -Guta. De vriendelijkheid, die op zijn trekken lag, maakte plaats -voor sombere ontstemdheid. De andere scheen dit te bemerken; -hartelijk drukte hij de hand van den burchtheer en zeide tot hem:</p> - -<p>"Ik ben Richard van Cornwallis, tot Duitsche keizer gekozen en -hierheen gekomen, om u de hand te vragen van uw zuster Guta, die -zich vijf maanden geleden te Keulen met mij verloofd heeft. Ik kom -mijn belofte wel laat, maar met dezelfde trouw, na. Ik verzoek u, -haar mijn aankomst te melden, zonder mijn naam te verraden."</p> - -<p>Diep boog de graaf van Falkenstein zich voor den doorluchtigen gast, -en eerbiedig verwijderde het gevolg zich uit het vertrek. Met -onrustigen tred liep de bezoeker op en neer. Daar gingen de -vleugeldeuren open en een bekoorlijke gestalte verscheen op den -drempel, het<span class="pagenum"></span> fijne gelaat door opwinding hoog gekleurd. Met een -zachten kreet wierp Guta zich in de armen van den geliefden man. -Minuten van stil geluk verstreken.</p> - -<p>Onbemerkt was Falkenstein binnengetreden, die zijn zuster nu -mededeelde, wien zij als toekomstigen echtgenoot omarmd hield. Toen -kleurden de wangen van de lieftallige jonkvrouw zich door -verlegenheid nog donkerder en bedeesd en aarzelend vlogen haar -blikken naar den geliefde. Deze echter sloeg de armen om haar heen -en verzekerde haar, dat zij alles, dus ook den troon met hem deelen -moest.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>Eenige weken later werd de bruiloft van koning Richard met -keizerlijke pracht op den burcht aan den Rijn gevierd, dien de -overgelukkige Falkenstein, ter eere van zijn geliefde zuster Guta, -den naam van Gutenfels gegeven had.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter20"></a> -<h4 align="center">De Palts</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">O</span>nder Kaub ligt op een rotsachtig eiland in den Rijn een mooie -vesting, sedert eeuwen bekend onder den naam van de Palts.</p> - -<p>Eenmaal had de liefde, die uit een koninklijk paleis verdreven was, -in de donkere kamertjes van deze prachtige, met torens versierde -vesting op het eiland een geheime samenkomst. Dat is echter reeds -lang geleden. Het was ten tijde van Roodbaard. Destijds leefden als -bannelingen op het door water omringde kasteel paltsgraaf Koenraads -eigen vrouw en wettig kind, zijn aanvallig dochtertje Agnes.</p> - -<p>En dit was aldus gekomen. De hemel had den paltsgraaf geen zoon -geschonken, en dus moest de dochter erfgenaam der goederen worden. -Machtige vorsten van het rijk hadden reeds om de hand van de -sierlijke dochter van den paltsgraaf gedongen, en onder hen waren -zelfs een hertog van Beieren en de koning van Frankrijk. Maar het -meisje had reeds een keuze gedaan. De gelukkige was de jonge -ridderlijke<span class="pagenum"></span> held van Brunswijk. Agnes had hem haar geheele hart -geschonken en was zoo gelukkig, dat haar moeder dit verbond -goedkeurde. Den paltsgraaf kon dit niet verborgen blijven, en deze -ontdekking ontstemde hem zeer. Hertog Hendrik was een Welf en dus -een rechtstreeksche vijand van zijn broer, den beheerscher der -Staufen. De verwantschap met Brunswijk was daardoor onmogelijk, te -meer, omdat de keizer reeds lang het plan koesterde, de dochter van -den paltsgraaf aan een lid van zijn huis uit te huwelijken, opdat -het paltsgraafschap voor de Waiblingers behouden bleef.</p> - -<p>Met oprechte bezorgdheid herinnerde de paltsgraaf zich, dat de -hertog van Brunswijk niet alleen een der schoonste mannen, maar ook -een der moedigste strijders van de Duitsche ridderschap was. En zoo -liet hij op een dag, nadat hij tot laat in den nacht over de -netelige zaak nagedacht had, de Palts geheel opknappen, de donkere -vertrekken, meer op hokken dan op kamers gelijkend, reinigen en in -orde brengen en verklaarde toen aan zijn gemalin en dochter Agnes, -die hij beiden tot een tocht naar het eiland overgehaald had, dat -hier nu voor onbepaalden tijd hun woonplaats zou zijn.</p> - -<p>De waardige paltsgravin beklaagde zich zeer<span class="pagenum"></span> over de onrechtvaardige -strengheid van haar heer gemaal en de schoone Agnes vergoot bittere -tranen. Op verstandige wijze deelde Koenraad hun waarschuwend mede, -dat zoolang zijn dochtertje niet van den Welf afzag, hij zijn -noodzakelijk voornemen niet veranderen kon. Toen is hij zeer voldaan -vertrokken, meenende een buitengewoon schrander plan uitgevoerd te -hebben. De zalige jeugd lag echter reeds te ver achter hem, want -anders had hij zich moeten herinneren, dat de liefde der jeugd — om -een volstrekt niet dichterlijke vergelijking te gebruiken — evenals -de spijker in den muur is: hoe meer men hem slaat, des te vaster -houdt hij! Hij had zich ook te binnen moeten brengen, wat Salomo -reeds in zijn Hooglied gezegd heeft: "De gloed der liefde is een -vlam, die noch door stortbuien, noch door stormen uitgedoofd kan -worden."</p> - -<p>En evenals de wind de vlammen aanwakkert en slechts de vonken -uitdooft, zoo ging het ook hier met de scheiding der liefde; wat -haar een hinderpaal moest zijn, dat werd haar juist ten voordeel. -Beschut door de duisternis van den nacht bezocht de vermetele hertog -der Welfen verkleed de vesting op het eiland. Agnes weigerde den -geliefden man den toegang niet. Met vurige smeekbeden bestormden zij -de moe<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>der, opdat deze hun liefdesgeluk niet in den weg zou staan. De -paltsgravin kon hieraan geen weerstand bieden.</p> - -<p>Den volgenden dag, tegen het vallen van den avond, kwam er onbemerkt -een priester op het eiland, die de hand van den Welf in die van de -Staufin legde. In het lage vertrek van den burcht werd bij het -bleeke schijnsel der kaarsen het huwelijk voltrokken. In het eenzame -kamertje van de Palts hield de liefde, de onoverwinnelijke -triomfeerend haar intocht.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>Maanden van ongestoord, stil geluk waren verstreken. Dagen waren -echter in aantocht, die de paltsgravin, nog meer dan de jonge vrouw -met zorg tegemoet zag. Het was nu dringend noodzakelijk den -paltsgraaf hetgeen gebeurd was, mede te deelen. Op een dag, toen hij -voor het eerst na langen tijd op het kasteel verscheen, viel zijn -dochter hem te voet en onthulde hem een dubbel geheim. Eerst moet de -waardige paltsgraaf als een steenen beeld gestaan hebben, maar toen -in alle hem bekende talen geraasd en getierd hebben, totdat zijn -zachtzinnige gemalin hem met zachte, vleiende woorden smeekte zijn -dochter te ontzien, die<span class="pagenum"></span> wel bijzondere zorg noodig had. Toen is de -vreeselijke toorn bedaard, en daar zijn trouwe echtgenoote hem nu -zeide, dat hij zelf onbewust medegewerkt had, om een bitteren -geslachtshaat door zijn geliefd kind te doen eindigen, toen -ontspanden zijn harde trekken zich. Geleidelijk werden ze zacht en -zachter, en eindelijk heeft de paltsgraaf zich tot zijn dochter -overgebogen, haar zeer teeder bij den naam genoemd, en op de door -water omringde vesting op het eiland is zacht de engel der -verzoening nedergedaald.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>Paltsgraaf Koenraad is aan het hof van keizer Roodbaard te Speyer -verschenen en heeft zijn keizerlijken broeder met een zuurzoet -gezicht het voorgevallene meegedeeld. De oude Roodbaard heeft -daarbij geglimlacht en den edelen heer Koenraad gedankt, dat hij een -middel gevonden had om de Welfen en Staufen nader tot elkaar te -brengen. Ook bood hij aan, peet te worden over het kindje, dat -verwacht werd.</p> - -<p>Vervolgens is in de Palts een prachtig feest gevierd, en eenigen -tijd daarna, heeft in het eenvoudige kamertje van den burcht, waar<span class="pagenum"></span> -eenige maanden geleden de liefde, de onoverwinnelijke triomfeerend -haar intocht had gehouden, de eerste kreet van een kind de -gelukkigste moeder in verrukking gebracht. Dit alles geschiedde -volgens den wensch van den paltsgraaf.</p> - -<p>Nog altijd toont men den bezoekers dit kamertje van de Palts als -herinnering aan deze gebeurtenissen.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter21"></a> -<h3 align="center">Oberwesel</h3> - -<h4 align="center">De zeven jonkvrouwen</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">O</span>p een hoogte bij Oberwesel liggen de puinhoopen van een -ridderburcht. Hij heette Schönburg en moet dezen naam te danken -hebben aan zeven jonkvrouwen, die daar eenmaal gewoond hebben, en -wier schoonheid ver door het Rijnland beroemd was. Zij waren zich -hun bekoorlijkheid wel bewust, en toen het slot en bosch na den dood -van den vader hun eigendom werden — door verdriet moet hij -vroegtijdig gestorven zijn, daar de hemel hem geen zoon geschonken -had — kwamen er vele vereerders opdagen, om naar de hand van een -der <span class="corrected" id="cor0021" title="[Original text: zeven schoonheiden]">zeven schoonheden</span> te dingen.</p> - -<p>Maar de inborst der al te vroeg wees geworden zusters was zeer -slecht, en de zwakke tucht van een oude tante vermocht hun -overmoedigen, onvrouwelijken aard slechts ten deele te beheerschen. -Toen nu ook dit familielid stierf, die bij hen de plaats der moeder -bekleed had, brak de verderfelijke zucht naar<span class="pagenum"></span> vrijheid bij de -levenslustige meisjes nog meer los.</p> - -<p>Van de trotsche, schoone zusters van den burcht Schönburg bij -Oberwesel deden vele vreemde verhalen de ronde, hoe ze uitreden en -woeste jachtpartijen, ja zelfs de valkenjacht meemaakten, hoe ze -menig knap ridder, die van een der jonkvrouwen de hand vroeg, eerst -voor den gek hielden en hem door hun schandelijke behaagzucht in -verrukking brachten, om den verliefden aanbidder ten slotte met spot -en hoon af te wijzen.</p> - -<p>Vervuld van schaamte en toorn heeft menig ridder den burcht bij -Oberwesel verlaten en met verontwaardiging en verachting de namen -der sirenen uit zijn gedachte verbannen, die eerst aan het oprecht -gemeende aanzoek met gehuichelde bedeesdheid gehoor gaven, om dan -den overgelukkigen minnaar met spottenden lach te verklaren, dat zij -de vrijheid veel te lief hadden, dan dat ze die voor een man -opofferen wilden.</p> - -<p>Ongelukkigerwijs waren er toch altijd dwaze lieden, die deze -praatjes niet geloofden en op den naam en manieren afgingen en hun -geluk bij de zusters beproefden. Bij allen eindigde deze proefneming -treurig. Geen aanbidder was het tot nu toe gelukt het hart van een -dezer<span class="pagenum"></span> preutsche schoonen voor een dieperen indruk vatbaar te -maken. Sedert eenige jaren hadden zij reeds hun laag spel gespeeld.</p> - -<p>Eens heerschte er wederom luidruchtige vroolijkheid in de -staatsiezaal van het slot. Een schaar ridderlijke figuren waren om -de schitterende tafel gezeten, en onder hen waren ook in het volle -bewustzijn van hun zegevierende schoonheid de zeven jonkvrouwen, die -elkaar nog overtroffen in overmoedige scherts.</p> - -<p>Een onaangenaam voorval bedierf voor een oogenblik de feeststemming; -twee ridders hadden om een der zusters twist gekregen, en de hevige -ijverzucht wond de jeugdige gemoederen steeds meer op. In hevige -spanning volgden de anderen den woordenstrijd van de twee -medeminnaars. In den beginne scheen men behagen te scheppen in den -ridderlijken strijd, maar later, toen ze reeds van de zwaarden -gebruik wilden maken, trok men de jongelingen van elkaar.</p> - -<p>Een gelukkig woord vond een der dischgenooten om de opgewonden -menigte te kalmeeren. Men zou, om de herhaling van een dergelijken -twist te voorkomen, er op aandringen, dat de jonkvrouwen eindelijk -een beslissing namen, opdat elk der pretendenten — want ze bekenden -allen dit te zijn — eindelijk zou weten, waaraan hij zich te houden -had. Deze<span class="pagenum"></span> voorslag werd zeer toegejuicht, alleen de burchtfreules -waren ontstemd en keurden dezen aanmatigenden wensch zeer af.</p> - -<p>Met alle behaagzieke kunsten bestormden zij de minnaars, zoodat -ieder van hen dacht, dat hij de uitverkorene was, en eindelijk werd -een der zusters wankelmoedig. Haar volgde een tweede, en eindelijk, -nadat ze lang zacht met elkaar gefluisterd hadden, verklaarden ze -allen met lachenden mond en veelbelovende gelaatsuitdrukking, dat ze -den volgenden morgen over het lot van hun aanbidders beslissen -zouden.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>Het afgesproken uur brak aan, en in de staatsiezaal van het slot -verzamelden de ridders zich in afwachting. Aller oogen hingen vol -spanning aan de deur, waardoor de schoone meesteressen verschijnen -zouden. De vleugeldeuren openden zich en een dienstbode meldde den -ridders, dat de jonkvrouwen beneden in den tuin aan den oever van -den vloed wachtten.</p> - -<p>Snel begaven ze zich daarheen. Ontzettende verbazing teekende zich -op hun gezichten af, toen zij beneden gekomen, de zusters in een -boot aantroffen, die zacht aan den oever van den Rijn<span class="pagenum"></span> schommelde. -Met een vreemdsoortig glimlachje wenkten zij de aankomenden; toen -hief de oudste zich in de boot op en riep ver verstaanbaar:</p> - -<p>"Geeft uw hoop op; want geen van ons zou het ooit invallen u te -beminnen en te huwen. Wij hebben de vrijheid veel te lief, dan dat -we die voor een man willen opofferen. Op een familiegoed in de buurt -van Keulen denken we nog vele verliefde minnaars te ontnuchteren, -evenals wij u gedaan hebben, edele heeren. De boot brengt ons -daarheen. Vaarwel!"</p> - -<p>Een spottend lachen besloot deze schimprede en, terwijl het scheepje -zich in beweging zette, weerklonk zevenmaal een spottende -afscheidsgroet. Sprakeloos van schaamte en toorn stonden de bedrogen -ridders daar. Op eens verhief zich een geweldige storm op de rivier. -De boot wankelde en het lachen der zeven jonkvrouwen veranderde in -gillend angstgeschreeuw. Het werd overstemd door het loeien der -golven, die zich van de boot meester maakten en haar met haar -inzittenden in de draaikolk begroeven.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>Op de plaats, waar deze jonkvrouwen, wier harten zoo hard als rotsen -waren, in de diepte verdwenen, verhieven zich zeven rotspunten uit<span class="pagenum"></span> -het water. Nog heden steken deze zeven steenen, de zeven preutsche -jonkvrouwen van die streek, waarschuwend uit den vloed omhoog.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="08_willigis"></a> - <img src="images/08_willigis.jpg" alt="08_willigis.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Bischof Willigis in der Klosterschule</span> - <br>Nach dem Gemälde von Lindenschmitt] -</div> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter22"></a> -<h3 align="center">Rheinfels</h3> - -<h4 align="center">De Georgslinde</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">B</span>oven het liefelijke stadje St. Goar ligt Rheinfels, een der meest -grootsche ruïnen van den Rijn. In het midden der dertiende eeuw werd -deze buitengewoon versterkte vesting door graaf Dietherr, die tot -het beroemde geslacht der Katzenelnbogen behoorde, gebouwd. Reeds na -verloop van een tiental jaren heeft zij bloedige gevechten voor haar -onneembare muren gezien; toen zes en twintig steden aan den Rijn -haar gedurende vijftien maanden, te vergeefs belegerden en duizenden -strijders voor haar wallen den dood vonden.</p> - -<p>Vervolgens heeft sedert eeuwen de vlag van den Hessischen landgraaf -van haar tinnen gewapperd. Ten tijde der Fransche revolutie, die op -de mogendheden, welke hun tusschenkomst wilden verleenen, haar -woeste troepen afzond, werd zij door Gallische krijgswoede in puin -geschoten.</p> - -<p>Even weemoedig als de geschiedenis van dezen meest indrukwekkenden -Rijnburcht is de<span class="pagenum"></span> sage, die uit den tijd, dat nog ridders en -schildknapen de vertrekken vulden, aan dezen burcht verbonden is. De -graaf van Rheinfels bezat een allerliefst dochtertje. Onder de vele -pretendenten, die de jonkvrouw ten huwelijk vroegen, bevond zich ook -Georg Brömser uit Rüdesheim, en aan hem had ze haar hart geschonken. -Niemand was daarover meer vertoornd, dan de ridder van Berge. Hij -behoorde weliswaar tot een geslacht, waaruit eenmaal een Keulsch -aartsbisschop gesproten was, maar hem ontbrak, behalve aardsche -goederen ook in hooge mate een ridderlijk gemoed.</p> - -<p>Daarom had de burchtheer van Rheinfels zich wel gewacht, zijn -lieftallige dochter met haar aanzienlijken bruidschat aan van Berge -toe te vertrouwen. Dit was de jonkvrouw volstrekt niet onaangenaam, -want zij gevoelde voor den onstuimigen minnaar met zijn ruwe -manieren niet de minste toeneiging. Daarentegen hing haar hart met -innige liefde aan den ridder van Brömser.</p> - -<p>Zoo werd, nadat de gebruikelijke engagementstijd verstreken was, de -bruiloftsdag bepaald. Op een morgen echter, bij het aanbreken van -den dageraad is de heer van Brömser op Rheinfels aangekomen, nadat -hij den ganschen nacht op zijn dampend paard gezeten had. Hij<span class="pagenum"></span> bracht -slecht nieuws. Zijn keizerlijk gebieder, Albrecht genaamd, had de -ridderschap, die hem toegedaan was, ten strijde tegen de eedgenooten -opgeroepen, die hun trouweed geschonden, de keizerlijke beheerders -verjaagd en hun leenheer den oorlog verklaard hadden. De edelen van -den Rijn hadden van den keizer een dringende oproeping gekregen ter -bestrijding van dezen hooggaanden opstand. Als trouw vazal had de -heer van Brömser geen minuut over de beslissing geaarzeld.</p> - -<p>Hij troostte de verdrietige bruid met liefdevolle woorden. In het -vertrouwen op God berustte het meisje in haar treurig lot, en de -graaf van Rheinfels prees de vastberadenheid van den schoonzoon. -Voordat deze wegreed, nam hij een lindeboompje, dat hij buiten in -een boschje ontworteld had, woelde met zijn zwaard den grond om en -plantte het twijgje daarin.</p> - -<p>Toen sprak hij tot zijn bruid:</p> - -<p>"Verzorg de ontspruitende linde, die ik hier ter eere van mijn -beschermheilige plant. Zoolang zij groen is, moet gij mij trouw -blijven. Indien zij eens verdort — Sint Georg moge het genadiglijk -verhoeden — dan moogt ge mij vergeten; want dan ben ik dood."</p> - -<p>Weenend wierp de bruid zich in de armen van den ridder. Met de -rechterhand hield hij<span class="pagenum"></span> haar teeder omvat, met de linker hief hij zijn -zwaard op en verzocht haar, het sprookje, dat daarin gegraveerd was, -dagelijks op te zeggen. Het luidde:</p> - -<div class="indent10 fontsize80"> hilf got, du ewigs wort, -<br> den leib hy, der fele dort, -<br> hilf ritter sant georg.</div> - -<p>Vervolgens begaf hij zich in den ochtendnevel langs den boschweg -naar het keizerlijke leger, terwijl vele vurige wenschen en niet -minder bittere tranen hem op zijn weg vergezelden.</p> - -<p>De eene maand na de andere verstreek. In Duitschland vernam men met -zorg, dat de strijd van den keizer tegen de Zwitsersche boeren een -ongunstigen keer nam. Toen kwam het bericht van een vreeselijke -nederlaag van het trotsche keizerlijke leger. Deze had bij -Moorgarten plaats: een eenvoudig held, Arnold van Winkelried -genaamd, heeft toen met opoffering van zijn eigen leven, voor zijn -landgenooten den weg der vrijheid gebaand. Het stoffelijk overschot -van vele graven en baronnen werd in die dagen aan de Zwitsersche -aarde toevertrouwd, en in vele Duitsche burchten werden treurige -tijdingen ontvangen.</p> - -<p>Op Rheinfels bevond zich een liefhebbende jonkvrouw, die in angst en -zorg over den be<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>minden man verkeerde van wien geen boodschapper -bericht bracht.</p> - -<br> - -<p><span class="corrected" id="cor0022" title="[Original text: De treurige krijstocht]">De treurige krijgstocht </span>tegen de oerkantons aan het -Vierwoudstedenmeer was reeds lang geëindigd, en de hoop van de bruid -van Rheinfels om haar bruigom ooit terug te zien, vervloog steeds -meer.</p> - -<br> - -<p>Op een dag liet zich een vereerder van vroeger, Dietrich van Berge, -de geldzuchtige bandiet bij haar aandienen. Hij was gekomen, om -wederom de hand der begeerenswaardige dame te vragen, daar de heer -Georg Brömser algemeen voor dood gehouden werd. Met treurige woorden -antwoordde het meisje den hebzuchtigen aanbidder, dat zij haar -verloofde altijd trouw zou blijven, zooals ze hem bij de linde voor -de burchtpoort beloofd had. Slechts wanneer het aan Sint Georg -gewijde boompje verdorde, was zij van haar belofte ontheven.</p> - -<br> - -<p>Knorrig nam van Berge afscheid. Op hetzelfde oogenblik begaf hij -zich naar het bosch en zocht daar een verdorden lindeboom, die -bijzonder op de groene linde aan de burchtpoort geleek. Den -volgenden nacht sloop hij heimelijk naar den burcht, trok het -lindeboompje uit de aarde en wierp het met een ruwen vloek in het -stille water van den Rijn.<span class="pagenum"></span> Op dezelfde plaats plantte hij het -verdorde stammetje.</p> - -<p>Den volgenden morgen overschreed de dochter van den slotheer den -drempel van den burcht en begaf zich in Gods heerlijke natuur, waar -de lente in aantocht was. Daar ontdekte ze den verdorden lindeboom -en een zachte smartkreet ontglipte haar. De volgende dagen en -nachten heeft ze vele tranen vergoten. En na eenigen tijd kwam -wederom, vervuld van leedvermaak, de ridder van Berge op Rheinfels -en dong met begeerige blikken naar de hand van de dame, die thans -vrij en van haar trouweed verlost was. Vol medegevoel, maar -vastberaden wees deze wederom den zich opdringenden pretendent af, -omdat zij haar bruigom, zelfs in den dood, trouw wilde blijven.</p> - -<p>Toen vervoerde de toorn den afgewezene tot een schandelijke daad: -Vervuld van haat trok hij zijn zwaard en stiet het de standvastige -jonkvrouw in de borst. Toen snelde hij, te laat tot bezinning -gekomen, vol afschuw over de begane misdaad weg. Evenals vroeger de -onzalige discipel des Heeren, beging hij zich in het donkere -dennenboschje een ongeluk.</p> - -<p>Op Rheinfels treurde men algemeen om haar die als onschuldig offer -van haar trouw ge<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>vallen was. Midden in al deze ellende werd er een -bezoeker aangediend. Hij kwam uit Zwitserland. Op het slagveld bij -Moorgarten had een braaf landman den ridder tusschen een hoop dooden -gevonden en hem, die uit vele wonden bloedde en vreeselijke pijn aan -een beenbreuk leed, naar zijn boerenhutje medegenomen. Daar heeft de -heer Georg Brömser vele maanden ziek gelegen, langzamerhand genas -hij echter, maar moest nog lang veel pijn aan zijn been lijden. -Eindelijk was hij, na veel uitgestaan te hebben, als een der -laatsten naar den Rijn teruggekeerd, met den naam der bruid op de -lippen, haar beeld in het hart.</p> - -<p>Zwijgend wees de burchtheer van Rheinfels op het graf van zijn kind. -Voor den verschen aardhoop hielden de oude en de jonge man elkaar -innig omarmd. Vervolgens heeft de laatste den verdorden lindeboom -van de burchtpoort in den Rijn geslingerd en het graf zijner -overleden bruid met witte lelies beplant. Georg Brömser heeft voor -den tweeden keer niet meer bemind, maar is de doode trouw gebleven -tot aan het einde van zijn leven. In den omgang met ridderlijke -zangers zocht hij vergetelheid voor het leed, dat hem getroffen had. -Later heeft hij menig schoon lied gemaakt. Een daarvan is sedert -eeuwen bewaard gebleven en is<span class="pagenum"></span> eerst in onzen tijd met de zangwijze -in een oud manuscript gevonden; het is een even eenvoudig als -roerend lied. Aan den Rijn kunt ge het nog dikwijls hooren zingen. -Het luidt aldus:</p> - -<div class="indent10 fontsize80"> Es steht eine Linde in jenem Tal: -<br> O Gott, was tut sie da? -<br> Sie will mir helfen klagen, -<br> Dass ich mein Lieb verloren hab!</div> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter23"></a> -<h3 align="center">St. Goar</h3> - -<h4 align="center">De Lorelei</h4> -<h4 align="center">I.</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">B</span>oven Koblenz, waar de Rijn zich een weg baant door met druiven -begroeide heuvels, verheft zich een steile rots: de Loreleirots. Als -de boot van den schipper bij het vallen van den avond over het water -glijdt, ziet hij met angst en eerbied naar den onmetelijk hoogen -rotsachtigen top op. Evenals praatzieke kinderen fluisteren de -nimmer moede golfjes elkaar wonderlijke sprookjes toe, terwijl de -sage den grijzen top verheerlijkt en vreemde verhalen vertelt van -een schoone, valsche nimf, die eens daar boven op den berg gezeten -en zachte sirenenliederen gezongen heeft, totdat zij door een -treurig voorval voor altijd verdreven werd.</p> - -<p>Lang, zeer lang is het geleden! Of het waar is, wie zal het zeggen?</p> - -<p>Destijds, als de nacht in een donker gewaad van de met druiven -beplante heuvels neerdaalde en zijn stille gezellin, de bleeke maan, -haar zilveren brug van schitterende arabesken<span class="pagenum"></span> over den groenachtig -gouden vloed spande, dan klonk van de rots een wonderlijk -vrouwengezang en een vrouw van goddelijke schoonheid verscheen op -den top. Evenals een koningsmantel golfde haar goudblond haar over -haar volle schouders en viel in fraaie lokken op het sneeuwwit -prachtgewaad, dat haar trotsche gestalte in een lichte wolk scheen -te hullen.</p> - -<p>Wee den schipper, die op dit uur — waarop moegewerkte oogen zich -sluiten en levenslustige harten zich openen — de rots passeerde. -Evenals eens de dwalende held der Grieken, werd ook hij door het -gezang betooverd. In zalige verrukking vergat hij alles om zich -heen, zoodat zijn oog, even verblind als zijn ziel, geen acht op -draaikolken en klippen sloeg. Maar de teedere vrouwelijke bloem, -wier bekoorlijkheid hem boeide, bloeide op een graf. Terwijl hij, -beroofd van zijn zinnen, op haar af stuurde, reeds droomende van -haar bezit, maakten de afgunstige golven zich van zijn schip meester -en slingerden het op het laatste oogenblik verraderlijk tegen de -rots, die het, evenals de Magneetberg in het Noorden meedoogenloos -aan haar harde borst verpletterde.</p> - -<p>De doodskreet van het slachtoffer overstemde het woeste kabbelen van -den Rijn. Nooit zag men den ongelukkige weer.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>De jonkvrouw, die nog nooit door iemand van nabij gezien was, ging -elken avond voort met zingen, zacht en verleidelijk, totdat de nacht -door de kus van den aanbrekenden morgen verdreven werd, en de -stralende dageraad den grijzen morgennevel uit de dalen verdreef.</p> - - -<h4 align="center"><span class="corrected" id="cor0023" title="[Original text: I.]">II.</span></h4> - - -<p>Ronald was een fier jongeling en een der vermetelste strijders aan -het hof van zijn vader, den paltsgraaf van den Rijn. Ook hij hoorde -van het goddelijke wezen. Zijn hart brandde van verlangen om haar te -zien. Nog voordat hij de jonkvrouw aanschouwd had, vereerde hij haar -reeds.</p> - -<p>Hij verliet het hof en ging schijnbaar ter jacht. In werkelijkheid -bracht hem een oud, ervaren schipper naar de rots. In het Rijndal -brak de schemering reeds aan, toen de boot den reusachtigen berg -naderde. Laag stond de ondergaande zon achter de bergen.</p> - -<p>Daar verschijnt op eens een flikkering aan het blauwe uitspansel: de -avondster. Heeft de beschermengel van den droomende jongeling deze -zooeven aan den hemel geplaatst om den verblinde te waarschuwen?<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Hij ziet omhoog, voor een oogenblik afgeleid.</p> - -<p>Een zachte kreet van den ouden man aan zijn zijde.</p> - -<p>"De Lorelei!" fluistert hij angstig, "ziet gij haar, de -toovenaarster?"</p> - -<p>Ronald antwoordt niet. Reeds zag hij haar. Ook hem ontglipte een -zachte kreet. Met wijd opengesperde oogen keek hij omhoog. Daar -stond de Lorelei. Ja, zij was het. Een stralend godenbeeld in een -donkere omlijsting. Een welriekende wonderbloem, uit een ruïne -gesproten. Dat was haar goudlokkig haar, dat was haar wit golvend -gewaad.</p> - -<p>Aan den rand van den afgrond zit zij en brengt haar goudblond -golvend haar in orde. Een stralenkrans omgeeft het edele hoofd en -laat, niettegenstaande de duisternis en den verren afstand, haar -bekoorlijkheid zien. Heimelijke begeerte straalt uit twee vochtige, -groote oogen, op twee zacht gekleurde wangen ligt een betooverende -blos, en twee zwellende purperen lippen, rood gelijk een kers, -openen zich om te zingen of te verhalen. Nu klinkt er gezang door de -stilte, zacht en klagend, verleidelijk evenals de heerlijke -nachtegaalslag in den stillen zomernacht.</p> - -<p>Dan zwijgt zij.</p> - -<p>In nadenken verzonken zit zij daar en tuurt<span class="pagenum"></span> mijmerend in het blauwe -verschiet. Dan ziet ze naar den vloed onder haar en een schitterend -oogenpaar rust lang in den starren blik van den jongeling. Haar -oogen gelijken een paar zonnen, waarvan een verterend vuur uitgaat.</p> - -<p>Een lichte rilling gaat door het lichaam van den jongeling. Nog -steeds rust zijn blik op de trekken van de demonische vrouw, en -geheel bedwelmd leest hij daarop het teedere sprookje van de liefde. -Rots, vloed, alles smelt met den grootschen hemel samen, zijn oog -ziet slechts haar aan den rotswand; slechts de blankheid van haar -golvenden boezem, de saffieren van haar schitterende oogen. Te -langzaam kruipt de bark door den vloed. Hij houdt het niet meer uit -in de boot. Hij meent haar stem te hooren, onuitsprekelijk zacht en -verleidelijk. De smeulende vlam wordt een verterend vuur.</p> - -<p>Evenals een losgebroken veulen stort hij zich in den vloed. — De -oever wenkt.</p> - -<p>"Lore!"</p> - -<p>Een doodelijke gil weerklinkt en overstemt den kreet der liefde.</p> - -<p>Klagend weerkaatste de echo het geluid door de rotsen.</p> - -<p>De golven zuchtten <span class="corrected" id="cor0024" title="[Original text: en lekten liefkoozend]">en likten liefkoozend</span> het ongelukkige -slachtoffer. De oude schipper stiet een klaagtoon uit en maakte een -kruis. Op<span class="pagenum"></span> dit oogenblik dreef een bliksemstraal de wolken uiteen, en -doffe donderslagen dreunden door de bergen. Beneden fluisterden -zacht de golven, en van de hoogte klonk opnieuw, dezen keer treurig -en gelijk een zucht wegstervend, het spookachtig gezang der Lorelei.</p> - - -<h4 align="center">III.</h4> - - -<p>De paltsgraaf ontving spoedig de treurige tijding. Zijn vaderhart -was vervuld van smart en toorn. Hij beval de valsche toovenaarster -dood of levend bij hem te brengen. Op den namiddag van den volgenden -dag zeilde een goed bemande boot den Rijn af. Vier schippers -roeiden, stoere, door de zon gebruinde mannen. Somber ziet het oog -van den stuurman onder de borstelige wenkbrauwen naar de rots, die -ernstig en zwijgend wenkt. Smart en toorn staan op het gelaat van -den breedgeschouderden man te lezen. Hij had verlof gevraagd de -duivelsche verleidster van den top der rots naar beneden in de -golven te mogen werpen, waar haar een wisse dood wachtte — want -haar tooverkunsten konden wellicht de gevangenen van hun boeien en -kerker bevrijden. De paltsgraaf had het wraakplan goedgekeurd.<span class="pagenum"></span></p> - - -<p>IV</p> - - -<p>De eerste schaduwen der schemering gleden schuchter over de slapende -aarde. Rondom de rots stonden gewapende mannen. Met moeite beklom -een der aanvoerders met drie flinke strijders de hoogte. Een licht -gouden wolk omhulde den top van den berg. De mannen dachten, dat dit -het avondrood was. Het was echter het magische licht, dat de -jonkvrouw omgaf, die juist aan den rand van de rots verscheen. -Droomerig keek zij voor zich uit en maakte met een gouden kam haar -lokken in orde. Nu nam zij het parelensnoer van haar boezem en met -welbehagen bevestigde de smalle witte hand dit boven haar voorhoofd -in haar kapsel. Daar bemerkt zij de vertoornde mannen. Een wolk van -misnoegen zweeft over haar trekken.</p> - -<p>"Wat zoeken de zwakke zonen der aarde op deze hoogte?" Verachtelijk -plooiden zich haar volle lippen.</p> - -<p>"U, toovenaarster!" schreeuwde de aanvoerder toornig en met een -spottenden lach voegde hij er bij: "U! Om U op den bodem van deze -rivier te zien neerstorten."</p> - -<p>Een welluidend lachen weerklonk door de bergen.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"O, de Rijn zal zelf komen, om mij te halen!" riep de jonkvrouw uit. -Ver over den afgrond, die onder haar gaapt, buigt zich haar lichaam. -Haar hand rukt het lint, dat zij om het voorhoofd draagt, af en -slingert het triomfantelijk in den vloed. Dan klinkt zegevierend van -haar lippen het gezang:</p> - -<div class="indent10 fontsize80"> "Vader, gezwind, gezwind! -<br> Stuur de witte paarden aan uw kind! -<br> Zij wil rijden op golven en wind!"</div> - -<p>Daar verhief zich de storm, de Rijn begon bruisend te koken, en -sneeuwwit schuim bedekte den oever. En twee golven met schuimende -koppen, gelijkende op twee sneeuwwitte paarden, stegen uit de diepte -tot aan de hoogte van de rots op en trokken de nimf in de bodemlooze -diepte. Over haar heen brandden zij schuimend voort.</p> - - -<h4 align="center">V.</h4> - - -<p>Doodelijk verschrikt keerden de bedienden van den paltsgraaf terug -en deelden ontsteld het vreemde verhaal mede.</p> - -<p>Ronald werd zeer betreurd. Bij zijn lijk, dat door een golf aan den -oever gespoeld was, weerklonken de smartkreten van tallooze -menschen.</p> - -<p>Vanaf dien dag zag men de Lorelei nooit<span class="pagenum"></span> weer.</p> - -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="09_brautzug"></a> - <img src="images/09_brautzug.jpg" alt="09_brautzug.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Der Brautzug</span> - <br>Nach dem Gemälde von L. Herterich <zur Sage von Burg Rheinstein> - <br>The Bridal Procession La marche nuptiale] -</div> - -<br> -<br> - -<p>Maar wanneer de nacht in een donker gewaad van de met druiven -beplante heuvels nederdaalt, en zijn stille gezellin, de bleeke -maan, haar zilveren brug van schitterende arabesken over den -groenachtig gouden vloed spant, dan klinkt er een wonderlijk -vrouwengezang, zacht en klagend, verleidelijk evenals de heerlijke -nachtegaalslag in een stillen warmen zomernacht.</p> - -<p> — — — — — — — —</p> - -<p>Zij verdween, de Lorelei, maar haar betoovering bleef.</p> - -<p>Gij kunt haar aanschouwen, toerist, in de schitterende oogen, op de -zachte wangen en op de rozenlippen van de meisjes van het Rijnland.</p> - -<p>Gij zult haar daar aan den Rijn bespeuren, stralend van vreugde en -geluk.</p> - -<p>Wapen uw hart, bedwing uw gevoelens en sluit uw oogen!</p> - -<p>Hoe was toch de waarschuwing van den wijzen dichter van den Rijn?</p> - -<p>"Mijn zoon, mijn zoon! Ga niet naar den Rijn..."</p> - -<p>Zij verdween, de Lorelei, maar haar betoovering bleef.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter24"></a> -<h3 align="center">Liebenstein en Sterrenberg</h3> - -<h4 align="center">De vijandige broeders</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">I</span>n de middeleeuwen was slot Sterrenberg boven Boppard gelegen, een -der schoonste burchten aan de oevers van den Rijn. In den tijd -waarop onze geschiedenis speelt, werd hij bewoond door een oud -paladijn van Koenraad, den Staufenkeizer, tengevolge van de -verkiezing op de vlakte van Oppenheim bij Mainz. Twee zonen stonden -den bejaarden krijgsheld ter zijde. Zijn vrouw sluimerde reeds lang -onder de aarde. Sedert dien tijd klonk er zelden vroolijk gelach -door de hooge gewelven.</p> - -<p>Eens kwam er een lieftallige gast op het eenzame slot. Met haar kwam -er een zonnestraaltje in de donkere vertrekken. Een verre neef uit -het geslacht der Brömsers van Rüdesheim was gestorven en op zijn -sterfbed vertrouwde hij zijn eenig kind, een bloeiend meisje, aan de -zorg van zijn bloedverwant, den heer van Sterrenberg — Brömser toe.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>De blonde Angela — zij verdiende dezen naam — werd spoedig aller -lieveling op het slot. Zij vereerde den grijsaard als haar vader en -beloonde de welwillende vriendelijkheid van de beide jongelingen met -zusterlijke genegenheid. Wat eeuwen geleden gebeurde en nog altijd -gebeurt, had ook hier plaats; de vriendschap der jeugdige ridders -veranderde spoedig in liefde. Beide broeders dongen naar de gunst -der jonkvrouw.</p> - -<p>De bejaarde burchtheer bemerkte het, en een treurig voorgevoel -maakte zich van hem meester. Hoewel hij voor beide zonen dezelfde -liefde koesterde, zoo toch beviel hem het zachtzinnige, van zijn -moeder geërfde karakter van zijn eerstgeboren kind beter, dan de -vurige geest van Koenraad, den jongsten zoon.</p> - -<p>Reeds vanaf het eerste oogenblik, dat de jonge wees op zijn -familieslot gekomen was, had hij den wensch gekoesterd, dat de -sierlijke jonkvrouw in het huwelijk zou treden met zijn -lievelingszoon Hendrik, die den naam zijns vaders droeg en eenmaal -den familieburcht bezitten zou.</p> - -<p>In stilte beminde Hendrik Angela steeds vuriger. Zijn broeder echter -maakte geen geheim van de hartstochtelijke liefde, die hij voor de -jonkvrouw gevoelde en spoedig bemerkte de<span class="pagenum"></span> grijsaard met droefheid, -dat het jonge meisje de genegenheid van dezen ridder beantwoordde. -Ook den broeder bleef het geluk der beide jongelieden niet -verborgen, en diepbedroefd begroef hij zijn liefde, een schuw kind, -dat wellicht tot sterven veroordeeld was, omdat de spraak hem niet -vroegtijdig gegeven was. En Angela? Wel ontging haar de -zwaarmoedigheid niet, die op de trekken van den oudsten broeder te -lezen stond. Zij ontroerde, toen ze eens bemerkte, dat zijn stem -beefde als hij haar naam noemde; maar de zonneschijn van haar jonge -liefde verblindde haar zoozeer, dat ze de wolken niet bemerkte, die -een schaduw over de trekken van den ridder wierpen. Terzelfder tijd -kwam Bernard van Clairvaux uit Frankrijk aan den Rijn en predikte -over een nieuwen kruistocht tegen de ongeloovigen. Duizenden werden -in geestdrift gebracht door de bezielende rede van den heiligen -monnik. Ook op de vesting Sterrenberg werd zijn oproeping vernomen. -Hendrik besloot aan den kruistocht deel te nemen. Hij kon niet -langer op den burcht blijven, waar zij vertoefde, die hij hopeloos -beminde. Maar ook de naar roem dorstende geest van den jongsten -ridder werd zeer opgewonden door de onbekende bekoorlijkheid, die -een kruistocht in het sprookjesachtige Mor<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>genland aanbood. Zijn -jeugdige kracht, die jarenlang op een afgelegen vesting in toom -gehouden was, dorstte naar avonturen, die de vermetele kruisvaarders -ver weg onder de Oostersche palmen in de woeste Levant wachtten. -Nutteloos waren de smeekbeden en tranen van de liefhebbende -jonkvrouw, nutteloos de smart zijns vaders, die hem smeekte, hem -niet te verlaten.</p> - -<p>Wanhopig was de grijsaard over het onwrikbare besluit van zijn -zoons.</p> - -<p>"Wie blijft op den burcht mijner voorouders, als gij hem verlaat om -daar nooit terug te keeren?" riep hij smartelijk uit. "Ik smeek u, -mijn oudste zoon, evenbeeld uwer moeder, heb erbarmen met het witte -haar van uw vader! En u, Koenraad smeek ik, heb medelijden met de -tranen van uw verloofde."</p> - -<p>Zwijgend stonden de broeders daar. Toen vatte de oudste de hand van -den grijsaard. "Ik zal u niet verlaten, vader," sprak hij aangedaan.</p> - -<p>"En gij, Angela?" vroeg de jongste op trotschen toon aan de weenende -jonkvrouw, gij zult het offer der scheiding brengen en een -laurierboompje planten om mij daarvan een krans te maken als ik -weerkom.<span class="pagenum"></span></p> - - -<h4 align="center">II.</h4> - - -<p>Den volgenden dag verliet de jonge ridder den vaderlijken burcht.</p> - -<p>Het jonge meisje scheen in het eerst ontroostbaar van smart. Zij -schreide om den afwezigen geliefde en sliep toen in als een -moegeweend kind. En toen ze ontwakend om zich heen keek, kwam de -toorn, die den verloofde zacht beschuldigde en het beeld van hem, -die zich om ijdelen roem van haar gescheiden had, eenigszins uit -haar herinnering verdreef.</p> - -<p>Meer dan vroeger bleven haar blikken op den fieren jongeling rusten, -die een meisjesachtig gelaat op mannelijke schouders droeg, en die -gedwongen was, onder een dak met zijn verloren geliefde te wonen. -Zij bewonderde hem, die door ontelbare bewijzen van reine -vriendschap haar leed trachtte te verzachten. Veel, wat haar vroeger -ontgaan was; zijn groote moedigheid op de jacht, zijn bedrevenheid -in het hanteeren der wapenen, vond zij thans bewonderenswaardig.</p> - -<p>Het scheen, dat hij haar ontvluchtte, als vreesde hij de geesten der -doode liefde te wekken, die in zijn ziel sluimerden. Angela echter -voelde zich steeds meer tot den ridder aangetrokken. Zij trachtte -hem duidelijk te maken,<span class="pagenum"></span> dat haar liefde voor den jongsten broer -niets geweest was, dan een voorbijgaande jeugdige hartstocht, die -gelijk met den persoon zelf verdween. Zij gevoelde zich ongelukkig, -toen zij bemerkte, dat hij, <span class="corrected" id="cor0025" title="[Original text: dien zij verkelijk lief kreeg]">dien zij werkelijk lief kreeg</span>, voor haar -slechts broederlijke genegenheid scheen te koesteren. En toch zou ze -hem voor een woordje van liefde <span class="corrected" id="cor0026" title="[Original text: haar zijk, gevoelvol]">haar rijk, gevoelvol</span> hart hebben -gegeven.</p> - -<p>De verandering van haar gevoelens was den ridder niet verborgen -gebleven, maar trotsch en mannelijk verstikte hij elk opkomend -gevoel voor de verloofde van zijn broer.</p> - -<p>De grijsaard was hoogst bevredigd, toen Angela hem eens haar hart -uitstortte. Hij bad God, de twee geliefde menschen bij elkaar te -brengen, die volgens zijn inzicht een paar in den geest des Heeren -zouden worden. In zijn droomen zag hij Angela reeds met een knaapje -op den schoot, met blauwe oogen en blonde haren, evenals zijn -overleden vrouw en zijn eerstgeboren zoon. Dan dacht hij plotseling -aan den opvliegenden jongeling, die als kruisvaarder in het Heilige -Land vertoefde en snel brak hij zijn droomen af.</p> - -<p>Tegenover zijn familieburcht liet hij een indrukwekkende vesting -bouwen. Hij gaf haar den naam van Liebenstein en bestemde haar<span class="pagenum"></span> voor -zijn tweeden zoon, als hij van den kruistocht terugkeerde. -Nauwelijks was de burcht voltooid, toen de grijsaard stierf.</p> - -<p>Eenigen tijd later was de kruistocht afgeloopen. De heeren van den -Rijn, die terugkeerden, brachten de vreemde tijding mede, dat graaf -Koenraad een schoone voorname Grieksche vrouw mee zou brengen, -waarmede hij in het Morgenland getrouwd was.</p> - -<p>Toen de broeder dit vernam, fonkelden zijn oogen. De mededeeling -leek hem onmogelijk. Hij berichtte de jonkvrouw de spoedige aankomst -van haar verloofde. Haar lippen bewogen zich, maar zij was niet in -staat een woord uit te brengen. Dikwijls ging zij naar den toren en -richtte haar blikken naar het Zuiden.</p> - - -<h4 align="center">III.</h4> - - -<p>Eens, op een namiddag vertoonde zich een groot schip op den Rijn. -Vreemde vlaggen woeien van de masten. Angela zag het vanaf de -platform en riep den broeder. Het schip kwam naderbij; men hoorde -het roepen van de stuurlieden en kon de gezichten van de bemanning -onderscheiden.</p> - -<p>Plotseling stiet de jonkvrouw een vreeselijken kreet uit en wierp -zich weenend in de ar<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>men van den ontstelden ridder. Deze kromp -ineen. Somber staarde hij naar het schip. De ridder, die daar in -schitterende wapenrusting aan boord stond, was zijn broer. Een -schoone vrouw vlijde zich tegen hem aan.</p> - -<p>Het schip legt aan.</p> - -<p>Het eerste springt Koenraad aan wal.</p> - -<p>De twee personen op de platform waren verdwenen. Een schildknaap -naderde den ridder en berichtte hem, dat het nieuwe slot, hem door -zijn vader vermaakt, zijn eigendom was.</p> - -<p>Denzelfden dag kondigde hij zijn bezoek op Sterrenberg aan. Toen hij -voor de opgehaalde brug wachtte, liet zijn broeder hem zeggen, dat -hij den trouwelooze, die zijn verloofde verlaten had, slechts met -het zwaard in de hand ontmoeten wilde.</p> - -<p>De beide burchten werden in schemering gehuld. Op den smallen weg, -die de vestingen scheidt, stonden twee broeders in een strijd op -leven en dood.</p> - -<p>Dat was een verschrikkelijke broederstrijd.</p> - -<p>Rechtvaardige toorn en gekrenkte trots deden de blanke wapenen -kruisen. De beide tegenstanders, wier hoofden uit de pantserhemden -gloeiden, hadden dezelfde kracht, denzelfden moed. Rood druppelde -het bloed uit de armplaat van den oudsten.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Daar gingen de struiken uiteen. Een witgesluierde jonkvrouw, met -doodsangst op het gelaat, wierp zich tusschen de strijders. Het was -Angela. Wanhopig klonk haar smeeken:</p> - -<p>"In naam des Heeren, die u ziet, houdt op! In naam van uw zaligen -vader, stuit den broedermoord. Degene, waarvoor gij de zwaarden -trekt, gaat op dit uur nog in het klooster en zal God voortdurend -bidden, u, ridder Koenraad uw trouwbreuk te vergeven en u te -zegenen, evenals uw broeder." De beide broeders lieten de wapenen -zakken, Koenraad boog het hoofd diep en hield de hand voor de oogen. -Hij waagde het niet de vrouw te aanschouwen, die hem zwijgend -aanklaagde en in haar volle waardigheid voor hem stond. Hendrik -vatte de hand der weenende jonkvrouw.</p> - -<p>"Dank, zuster," fluisterde hij. "Kom, de trouwelooze verdient je -tranen niet."</p> - -<p>Door de schaduwen der boomen werden zij onzichtbaar. Zwijgend tuurde -de ridder in de richting, waarheen zij gegaan waren. Een ongekend -gevoel kwam over hem. Hij bedekte het hoofd en weende.</p> - - -<h4 align="center">IV.</h4> - - -<p>Op een afstand van een uur gaans ligt in het dal het klooster -Mariënburg. Achter zijn<span class="pagenum"></span> muren vond Angela rust. Tusschen Sterrenberg -en Liebenstein verhief zich na verloop van eenige maanden een dikke -muur, als stil bewijs van de vijandschap der beide broeders.</p> - -<p>In het nieuwe slot volgde het eene feest op het andere. De mooie -Grieksche vrouw vierde daar, te midden der ridders van den Rijn, de -triomfen harer schoonheid.</p> - -<p>Op burcht Sterrenberg heerschte diepe droefheid. Het was den ridder -niet gelukt het besluit der jonkvrouw te veranderen. Sedert haar -verdwijnen verminderden zijn krachten. Aan den voet van den berg -liet hij een klooster bouwen en trok de monnikspij aan. Weinige -maanden daarna ontsliep hij. Op denzelfden dag, zoo beschikte het -lot, dat hen gescheiden had, luidden de doodsklokken van het -klooster Mariënburg en verkondigden den dood van de verloren -geliefde.</p> - -<p>De heer van Liebenstein mocht zich niet lang in een duurzaam geluk -aan de zijde van de verleidelijke vrouw verheugen. De -hartstochtelijke Grieksche vrouw schond de echtelijke trouw en -vluchtte met haar geliefde, een bevriend ridder, die gastvrijheid op -Liebenstein genoten had. Overstelpt van smart en schaamte, stortte -de burchtheer zich <span class="corrected" id="cor0027" title="[Original text: van te tinnen]">van de tinnen</span> van zijn vesting in de diepte.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>De burchten vervielen aan den ridder Brömser van Rüdesheim. Kerk en -klooster staan nog altijd in het dal en worden jaarlijks door -duizenden pelgrims bezocht. De beide vestingen zijn reeds lang -vervallen. Terwijl beneden in het klooster Bornhofen dagelijks de -klokken luiden en de plechtige gezangen van de bedevaartgangers -weerklinken, heerscht boven tusschen de verlaten ruïnes, nog heden -in de volkstaal "de Broeders" genaamd, treurige rust. Slechts dan, -zoo heeft de Lorelei ons verraden, wanneer de volle maan in den -zomernacht haar bleeke stralen werpt, hoort men op den smallen weg, -die de vestingen scheidt, de zwaarden van de vijandige broeders -kletteren.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter25"></a> -<h3 align="center">Boppard</h3> - -<h4 align="center">Klooster Mariënburg</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">O</span>p zijn burcht te Boppard woonde graaf Koenraad Bayer, die tot een -hoogadellijk Rijnsch geslacht behoorde. Hij was nog jong, vol -levenslust en dikwijls beheerscht door jeugdige onstuimigheid en -gevaarlijke dartelheid, maar niet ontaard. Ongelukkigerwijs -verkeerde hij in zeer slecht gezelschap, en de verderfelijke -invloed, die deze lieden, waarmede hij drinkgelagen hield en ter -jacht ging, op den jongen ridder hadden, verstikte menige goede -kern, die in zijn ziel sluimerde.</p> - -<p>Op een dag had hij de jonkvrouw van een naburigen burcht leeren -kennen, en de betooverende lieftalligheid van de jonkvrouw had hem -het besluit doen nemen om haar hand te dingen.</p> - -<p>Hun vaders waren zeer bevriend geweest en gaarne ontving men den -ridderlijken jongeling op het slot. Ook Marie de burchtjonkvrouw -leerde hem achten en hoewel de buitengewoon<span class="pagenum"></span> krachtige mannelijkheid -van den ridder het zachtzinnige meisje niet aangenaam aandeed, zoo -toch koesterde zij een innige genegenheid voor den vermetelen jager -en ridderlijken aanbidder.</p> - -<p>Toen hij dus haar hand vroeg, gaf ze hem gaarne haar jawoord en -verheugde zich er in zijn verloofde te zijn. Gelijk met de nieuwe -maan zou de bruiloft plaats hebben en vol hoop op de toekomst bracht -het lieftallige meisje de volgende weken van haar verlovingstijd -door.</p> - -<p>Minder vroolijk was de zielstoestand van haar bruigom. Op spottenden -toon hadden zijn drink- en jachtgenoten hem gelukgewenscht. Zij -vonden het allen onaangenaam, dat het dolle jonggezellenleven in den -burcht van den gastvrijen vriend zoo niet eindigen, dan toch zeer -beperkt worden zou. En terwijl de een hem voorspiegelde van welk een -heerlijke vrijheid hij lichtzinnig voor altijd afstand deed, -trachtten anderen hem schertsend en spottend te overtuigen welke -drukkende ketenen hij zich in den bloei zijner jaren vrijwillig op -den hals wilde halen. In den beginne hoorde de ridder hen rustig -glimlachend aan. Het beeld zijner verloofde verdrong de treurige -tafereelen, die de welbespraakte heeren hem voor oogen stelden, doch -toen zij steeds voortgingen met hem over<span class="pagenum"></span> te halen, werd hij -besluiteloos. Trots en jeugdige overmoed kookten sterker dan ooit in -zijn binnenste en verdrongen alle edele gevoelens.</p> - -<p>Eens, toen de jonkvrouw den ridder verwachtte, kwam hij niet. In -zijn plaats kwam er een brief, en bij <span class="corrected" id="cor0028" title="[Original text: het lezen daarwan]">het lezen daarvan</span> viel ze in -zwijm. Hij bevatte de verklaring van graaf Koenraad Bayer, dat hij -zich nog niet rijp voelde, om het huwelijksjuk te dragen, en dat hij -haar haar woord teruggaf.</p> - - -<h4 align="center">II.</h4> - - -<p>Weken waren verstreken.</p> - -<p>Graaf Koenraad reed door het woud, dat tot zijn bezitting behoorde. -In gedachten verzonken — hij was niettegenstaande de verhoogde -vroolijkheid der drinkgelagen steeds treurig gestemd — had hij niet -bemerkt, dat een ridder met gesloten vizier hem tegemoet draafde. -Verrast hield hij hem aan en vroeg zijn naam en wat hij wenschte.</p> - -<p>"Mijn wapenschild antwoordt u," zeide de ridder met een bijzondere -stem. "Maria's wreker ben ik, die u van laffe trouwbreuk beticht en -Gods oordeel over u en mij zal laten beslissen. Maak u gereed tot -den strijd." Deze trotsche uitdaging prikkelde den toorn van den -ridder<span class="pagenum"></span> zeer. De klank van de gedempte stem had hem zeer -opgewonden, het wapen van het schild behoorde tot het geslacht van -zijn vroegere verloofde. Het moest haar broeder zijn, die in het -Morgenland vertoefde, overlegde hij bij zich zelf, en gaarne had hij -het tweegevecht vermeden.</p> - -<p>Maar reeds reed de tegenstander voor. Het was een korte strijd. De -zwakke arm van den vreemdeling was ongeoefend, door een forschen -stoot van ridder Bayer, die zich door zijn pantser heenboorde, zonk -hij zonder geluid te geven ter aarde. De overwinnaar snelde toe, om -den helm los te maken. Een kreet van ontzetting kwam over zijn -lippen.</p> - -<p>In de handen hield hij het hoofd zijner verlaten bruid, uit een -gapende wond vloeide bloed.</p> - -<p>"Door uw hand zocht ik den dood, sedert uw trouw voor mij gestorven -is." Zij fluisterde dit met brekende stem, terwijl de wanhopige -ridder zich over de stervende heen boog.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>Sedert dien dag was in het slot te Boppard de feestvreugde voor -altijd verstomd; stil werd het ook in het woud, waar vroeger -dikwijls<span class="pagenum"></span> jachthoorns en hondengeblaf weerklonken hadden.</p> - -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="10_raubritter"></a> - <img src="images/10_raubritter.jpg" alt="10_raubritter.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Gefangener Raubritter</span> - <br>Nach dem Gemälde von Konrad Weigand <zur Sage: Die Clemenskapelle> - <br>The Imprisoned Robber Knight La prise du chevalier gillard] -</div> - -<br> -<br> - -<p>Op deze plaats in het bosch heeft men een klooster gebouwd, -Marienberg genaamd (nog steeds draagt het dezen naam), en daaraan -heeft ridder Koenraad Bayer, de stichter, al zijn goederen vermaakt -om zijn schuld te boeten. Hij zelf is naar het Heilige Land gegaan, -waar de vrome kruisvaarders met de ongeloovigen vochten over het -bezit van de Heilige plaatsen. Zonder pantser heeft hij gevochten — -men zegt, dat hij steeds opzettelijk het strijdgewoel opzocht — en -wonderen van dapperheid heeft hij in het leger der kruisvaarders -verricht. Daar trof hem, bij de bestorming van Ptolomeus een -vijandelijke lanssteek.</p> - -<p>Hij stierf in het vertrouwen op God en met den naam van zijn -ongelukkige verloofde op de verbleekte lippen.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter26"></a> -<h3 align="center">Rhense</h3> - -<h4 align="center">Keizer Wenzel</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">I</span>n de omstreken van Koblenz, niet ver van den oever van den Rijn, -staat op een bloemenrijke weide de historische Koningsstoel. Hier op -Rhenser grond, waar het gebied van de drie groote bisschoppen van -Keulen, Mainz en Trier aan elkander grenst, verzamelde het -vorstelijke zevental zich, om den nieuwen gebieder van het heilige -Romeinsche rijk te kiezen. Hier werd als eerste bij de vrije -vorstenverkiezing Karel de Vierde, de vader van Bohemen en de -stiefvader van Duitschland gekozen; hier koos ook het zevental -Wenzeslaus, den zoon van den Luxemburger tot Duitschen keizer. Bij -zijn leven had de keizer reeds veel moeite gedaan, dat zijn oudste -zoon verkozen werd, en was in hoogst eigen persoon met hem naar -Rhense aan den Rijn getrokken, alwaar in den beroemden Koningsstoel -de kanselier van het rijk, de aartsbisschop van Mainz dikwijls -gewichtige<span class="pagenum"></span> <span class="corrected" id="cor0029" title="[Original text: oonferenties hield]">conferenties hield</span> met de bisschoppen van Trier, -Keulen en den paltsgraaf.</p> - -<p>Destijds was Wenzeslaus van Bohemen verrukt over den Rijn en zijn -heerlijken wijn, en toen hij later werkelijk, minder door eigen -verdienste, dan door de bemoeiingen van zijn vader en de genade van -den keurvorst, keizer van Duitschland werd, terwijl zijn broeder -Sigismund het onvruchtbare Brandenburg erfde, heeft hij den Rijnwijn -meer eer aangedaan dan eenig drinkebroer. Het goud der druif trok -hem meer aan dan dat der kroon, en daar een lekker glas wijn nergens -zoo goed smaakt als aan de bron zelf, zocht hij zeer dikwijls den -braven paltsgraaf van den Rijn op, die in den gezegenden "Rheingau" -woonde en meer fusten in zijn kelder had dan er heiligen in het jaar -zijn. Den hoogedelen Ruprecht van de Palts was dit bewijs van 's -keizers vertrouwen volstrekt niet onaangenaam, en door buitengewone -gastvrijheid trachtte hij zijn keizerlijken gast steeds genadiger -voor zich te stemmen.</p> - -<p>De slimme Ruprecht zou niet ongaarne het paltsgrafelijke kroontje -voor de keizerskroon verruild hebben, en als zijn vorstelijke gast, -door den wijn in een vroolijke stemming gebracht, hem mededeelde hoe -lastig de keizerlijke praal voor den drager daarvan was, dan<span class="pagenum"></span> gaf de -paltsgraaf hem uit den grond van zijn hart gelijk. Hij liet ook niet -na zijn gebieder mede te deelen, hoe weinig de wijze keurvorsten -over het nalatig bestuur van het rijk gesticht waren, en hoe -verheugd ze over zijn mogelijk aftreden zouden zijn. Keizer Wenzel -hoorde dit, zittende achter zijn volle bokaal met ijzige kalmte aan -en dronk onderwijl het eene glas na het andere uit.</p> - -<p>Eens zat de keizer weder met zijn mededrinkers bij den Rhenser -Koningsstoel en algemeen heerschte er een vroolijke geest, want de -paltsgraaf schonk vurigen Aszmannshäuser in groote bokalen. Met -welbehagen proefde Wenzel den edelen drank en de overige drinkers -hadden geen woorden genoeg, om het edele vocht te prijzen.</p> - -<p>En terwijl de bekers rondgingen en vroolijke melodiën in de -koningshal weerklonken, verhief de keizer zich plotseling van zijn -zetel, en door den wijn overmoedig gestemd, zeide hij tot den -paltsgraaf:</p> - -<p>"De kroon, die men mij op het hoofd gezet heeft, zou u niet lastig -zijn. Welnu, ik bied haar u aan, indien gij mij en den anderen -gasten een wijn schenkt, die nog beter smaakt, dan deze -Aszmannshäuser."</p> - -<p>Toen knipte de paltsgraaf zeer vroolijk met de oogen, wenkte daarop -zijn schildknaap en<span class="pagenum"></span> na een poosje sleepten de knechts een bestoven -vat naar binnen, waaruit dadelijk de bekers gevuld werden. En de -paltsgraaf verhief zich en bood de eerste bokaal den keizer aan.</p> - -<p>"Dit is mijn Bacharacher, edele Heeren! Proeft hem; ik onderwerp mij -zonder vrees aan uw oordeel."</p> - -<p>En men hoorde een welbehaaglijk slurpen en zag vele voldane -gezichten. De vurige Bacharacher vond algemeenen bijval, en keizer -Wenzel verhief zich en gaf hem luid de voorkeur boven den -Aszmannshäuser. Hij kon het edele druivensap niet genoeg prijzen en -proeven.</p> - -<p>"De wijn is meer dan kronen waard," sprak hij na elke ferme teug.</p> - -<p>Hij heeft ook woord gehouden. De heer Ruprecht van de Palts kreeg de -koningskroon en schonk keizer Wenzel uit dankbaarheid zes groote -vaten Bacharacher wijn.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> -<a name="chapter27"></a> -<h3 align="center">Burcht Lahneck</h3> - -<h4 align="center">De tempelier van Lahneck</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">T</span>egenover Koblenz boven Lahnstein verheft zich op den vijf hoekigen -Bergfried, Lahneck, een der weinige burchten, die uit ruïnen tot -goed bewoonbare kasteelen herschapen zijn. Aan Lahneck, dat in -hetzelfde jaar als het Heidelberger slot door de horden van Lodewijk -den Dertienden neergeschoten werd, is een treurige sage verbonden. -Door de tempeliers, wier ordehuis in Jerusalem stond, moeten deze -vestingen gebouwd zijn, waarvan de wachttoren dertig meter boven de -kamers uitstak.</p> - -<p>De rijkdom der tempeliers bracht hun ongeluk te weeg. De lage koning -der Franschen Philipp, die den bijnaam van den Schoone had, bewerkte -bij den paus, <span class="corrected" id="cor0030" title="[Original text: op grond van gefungeerde]">op grond van gefingeerde</span> zware beschuldigingen, dat de -veel gesmade orde opgeheven werd, en haar grootmeester met vijftig -volgelingen op den brandstapel gebracht werden. Overal werden de -veroordeelde ridders op gruwelijke wijze uitgeroeid, waar<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>bij -verbeurdverklaring hunner aanzienlijke goederen meer dan de -geloofsijver tegen de vermeende ketters en zondaars de drijfveer -was.</p> - -<p>Op het trotsche Lahneck, dat twaalf tempeliers met dienstpersoneel -herbergde, richtten zich de begeerige blikken van Peter van Aspelt, -den aartsbisschop van Mainz. Tegen zijn bevel, dat hij op grond van -hun zoogenaamde afkeurenswaardige levenswijze uitvaardigde, om den -burcht te ontruimen en den witten wapenmantel met het roode kruis -voor de boetende monnikspij te verruilen, verzette het twaalftal -zich als ridders zonder vrees of blaam.</p> - -<p>Dit hitste de hebzucht en toorn van den bisschop nog meer aan. Van -den Hoogepriester, dien hij, toen deze te Avignon zwaar ziek lag, -met goed gevolg verpleegd had, verkreeg Peter van Aspelt een -bijzonderen vrijbrief, die hem de macht over de bezittingen en het -leven der bannelingen te Lahneck gaf. Hij trok dus met vele vazallen -en soldaten den Rijn af en gaf den tempeliers het pauselijk -geschrift over, met bevel zich te onderwerpen. Indien zij weigerden -te gehoorzamen, zou de burcht stormenderhand genomen worden, en de -bewoners als onboetvaardige zondaars door de handen van den beul een -smadelijken dood sterven.</p> - -<p>De oudste der twaalf ridders, een grijsaard<span class="pagenum"></span> met zilveren haren, -legde in naam van zijn broeders de verklaring af, dat ze vast -besloten waren tot den laatsten druppel bloed te strijden; eveneens -waren ze bereid, evenals hun broeders in Frankrijk folterkwelling en -ketterdood te verdragen.</p> - -<p>Zoo begon de strijd van de overmacht tegen de minderheid. Met -bebloede hoofden werden zij, die tot de partij van den keurvorst -behoorden, door de ridders en hun getrouwe schildknapen -teruggedreven; maar steeds zond de vertoornde aartsbisschop andere -mannen in het strijdperk. Het aantal der verdedigers slonk met den -dag. Onder hen blonken in dezen strijd van man tegen man de -heldenfiguren der twaalf tempeliers in den witten mantel met het -bloedroode kruis uit. Daar zonk een der twaalf ridders met brekende -oogen naast de met leeuwenmoed verdedigde muur onder het -verbrijzelde schild neder; de tweede volgde hem en toen de derde. De -anderen, die uit vele wonden bloedden, verdubbelden met de weinig -overgeblevene burchtlieden hun dapperheid; maar onbarmhartig maaide -de dood in hun midden.</p> - -<p>Toen op den avond na de hevigste bestorming de <span class="corrected" id="cor0031" title="[Original text: belegeraars do overwinning]">belegeraars de overwinning</span> behaald hadden en hun vlag op de veroverde tinnen -plaatsten, stond de grijsaard met het zilveren<span class="pagenum"></span> haar, die voorheen -het woord gevoerd had, als laatstovergeblevene met zijn met -bloedbevlekt zwaard tusschen de lijken van zijn gevallen broeders.</p> - -<p>De bisschop, getroffen door zooveel heldenmoed, beval hem zich over -te geven.</p> - -<p>Hij echter vervloekte den hebzuchtigen kerkvoogd en ging met hoog -opgeheven zwaard op zijn vijanden af. Hun slagen deden ook den -laatst overgeblevene van het twaalftal vallen, en over het lijk van -dezen held drongen de Mainzers in den thans onbeheerden burcht.</p> - -<p>Peter van Aspelt maakte Lahneck tot verblijfplaats van den baljuw -van het Keurvorstendom Mainz en benoemde tot eersten hoofdschout -Hartwin van Winningen. Zoo behoorde de burcht ruim driehonderd jaar -tot het Keurvorstendom Mainz; maar de treurige geschiedenis van de -twaalf tempeliers op Lahneck is steeds in die omstreken bewaard -gebleven.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter28"></a> -<h3 align="center">Stolzenfels</h3> - -<h4 align="center">Het dochtertje van den kamerheer</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">D</span>e heer Koenraad van Isenburg, keurvorst van Trier, was een zeer -hebzuchtig man. Toen de bisschop van Mainz, niettegenstaande het -machtwoord van den keizer, dat hij niet bevoegd was, den vrijen -doortocht op den Rijn te belemmeren en belasting van de reizigers te -heffen, de Rijnbelasting invoerde, deed hij hetzelfde. Bij den -burcht Stolzenfels, dien hij op een boschachtigen bergtop gebouwd -had, liet hij een sterk tolhuis bouwen. Het beheer hiervan gaf hij -in handen van zijn kamerheer Gerhard Frundsberg.</p> - -<p>Deze slotvoogd was nog hebzuchtiger dan zijn heer. De drukkende -tolgelden, die hij op Stolzenfels hief, waren haast ondragelijk, zoo -gebruikte hij b. v. speciaal daarvoor afgerichte honden, die de -rondtrekkende joden moesten opspeuren en wanneer die hun smokkelarij -ontdekt hadden, moesten ze dubbel tol betalen.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>De beheerder Frundsberg beging hierbij het groote schelmstuk het -aartsbisdom voor een gedeelte van de belastinginkomsten te berooven, -en door zijn steeds grooter wordende rijkdom werd zijn hebzucht nog -meer aangewakkerd. Een rondtrekkend Italiaan, Lionarde genaamd, die -door zijn geheimzinnige kennis van de planeten bij ridders en -geestelijken voordeel zocht te behalen, hoorde van de schraapzucht -van den Stolzenfelser slotvoogd. Hij verzocht den heer Frundsberg om -een vertrouwelijk onderhoud en beroemde zich er toen op, dat hij in -de raadselachtige kunst der alchimie het onmogelijke tot stand kon -brengen. Volgens zijn zeggen was hij een adept, dat is iemand, die -de wonderbaarlijke kunst verstaat met de beide geheime middelen, -zooals de steen der wijzen en elixir alle onedele metalen in zilver -en goud te veranderen, ook kon hij met den eersten, Grootelixir of -Panacée des Levens genaamd maken, dat verdund als vloeibaar goud -alle gebreken genas, den ouderdom verjeugdigde en het leven -verlengde.</p> - -<p>Met lichaam en ziel gaf de hebzuchtige administrateur zich aan den -Italiaanschen adept over. Hem ontging in zijn eerzuchtige -verblindheid, dat het den valschen man alleen om zijn vermogen te -doen was, en in afwachting van<span class="pagenum"></span> de hem voorgespiegelde schatten, liet -hij zich meer dan ooit tot lage verduistering van hetgeen aan het -Keurvorstendom behoorde, verleiden. Handenwringend smeekte Gertraud, -zijn lieftallig dochtertje, hem, zich niet in het verderf te -storten. Maar haar smeeken vond bij den verstokten vader geen -gehoor.</p> - -<p>Daar verscheen op een dag de heer Koenraad van Isenburg op -Stolzenfels, om van zijn kamerheer Gerhard Frundsberg rekening en -verantwoording omtrent de Rijnbelasting te ontvangen. En met angst -zag de ontrouwe rentmeester het uur van de afrekening tegemoet.</p> - -<p>In haar doodsangst smeekte Gertraud den alchimist om redding in den -nood. En terwijl zijn oogen begeerig schitterden, deelde Lionardo -haar mede, dat alleen de zelfopoffering van een jonkvrouw in staat -zou zijn den vader te redden. Door zulk een offer zou hij ontelbare -koninklijke schatten en eer verwerven, later een gelukkigen -ouderdom, kortom al het aardsche geluk zou hem beschoren zijn. -Zwijgend hoorde het meisje deze woorden aan en verklaarde zich toen -bereid, haar jong leven terwille van den innig geliefden vader te -geven, hetgeen, volgens zeggen van den Italiaanschen toovenaar de -geheimzinnige machten der alchimie eischten.</p> - -<p>Tegen het aanbreken van den volgenden<span class="pagenum"></span> nacht begaf zij zich naar de -afgelegen torenkamer, die Lionardo als meest afgezonderd vertrek -voor zijn goudmakerskunsten gebruikte. Over een groote tafel in het -midden van de kamer was een purperen kleed gespreid; een schaal -stond daarop, en daarnaast lag een dolk. Op een drievoet, die -daarbij stond, kronkelden blauwachtige vlammetjes omhoog en hulden -het lage vertrek in een benauwend schemerlicht.</p> - -<br> - -<p>De goudmaker reikte het doodsbleeke meisje een blinkend wit linnen -laken over en beval haar vervolgens haar kleeren af te leggen, zich -op het purperen kleed op de tafel uit te strekken en haar -jonkvrouwelijk lichaam met het laken te bedekken.</p> - -<br> - -<p>Terwijl het opofferende meisje in droefgeestige stemming aan haar -onzaligen vader dacht en deed wat haar bevolen was, boog Lionardo -zich over de offervlam, verbrandde daarin een stukje hout, afkomstig -van het gebergte Libanon, en mompelde <span class="corrected" id="cor0034" title="[Original text: in zijn puntbaart]">in zijn puntbaard</span> -onverstaanbare woorden. Vervolgens trok hij, terwijl de jonkvrouw de -oogen van schaamte gesloten hield en haar reine ziel den Heer -aanbeval, snel het omhulsel van haar af en zwaaide, terwijl hij met -fonkelende oogen <span class="corrected" id="cor0032" title="[Original text: zijn tooverformulier]">zijn tooverformule</span> ten einde prevelde, den dolk -in de opgeheven<span class="pagenum"></span> rechterhand in de richting van het hart van het -meisje.</p> - -<p>Op hetzelfde oogenblik werd de deur geopend. Met een ijzeren greep -omklemde een hand den opgeheven arm, en een slag deed den toovenaar -als een slachtdier ter aarde storten. Over Gertraud, die blozend het -laken om haar kuische leden hulde, boog jonkheer Reinhard van -Westerburg, de jeugdige hoofdman van de keurvorstelijke bezetting op -Stolzenfels zich met gepasten eerbied. Het opofferende meisje beleed -hem alles, wat er gebeurd was. Hij echter deelde haar mede, hoe hij, -door haar zonderling gedrag van dien avond verschrikt, angstige -voorgevoelens had gekregen en het sedert langen tijd in stilte -beminde meisje <span class="corrected" id="cor0033" title="[Original text: totaan het uur]">tot aan het uur</span>, waarop zij den drempel van deze -kamer overschreed, gade geslagen had. Hoe dan een hoogere macht hem -op het laatste oogenblik ingegeven had, hier binnen te dringen, en -een gruwelijke euveldaad te verhinderen, waarvoor hij den -Italiaanschen goochelaar morgen aan den beul van den keurvorst zou -overleveren. Bij deze laatste woorden sprong de goudmaker, die op -den grond lag, alsof hij dood was, als een sissende slang overeind, -stiet een gruwelijken vloek uit en ontvluchtte.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Den volgenden morgen is jonkheer Reinhard van Westerburg tot den -heer van Frundsberg gegaan en heeft dezen verzocht hem zijn -lieftallige dochter Gertraud tot gemalin te geven. Toen de kamerheer -van den keurvorst den hooghartigen ridder verward meedeelde, dat -zijn dochtertje, hoewel rijk aan lieftalligheid en deugden, zulk een -met goederen gezegenden heer onwaardig was, verklaarde de heer van -Westerburg, dat hij aan zijn aanzoek slechts een voorwaarde verbond: -De vader van zijn bruid moest van hem zonder dralen de som aannemen, -welke de vreemde bedrieger, die dezen nacht door den duivel gepakt -was, hem afgeperst had.</p> - -<p>Terwijl de heer Gerhard Frundsberg bij het hooren van deze -dubbelzinnige woorden verbleekte, kwam er een stalknecht naar binnen -gestormd, die mededeelde, dat ze beneden bij een uitstekende rots -den Italiaanschen toovenaar met gespleten schedel gevonden hadden; -hij had waarschijnlijk bij nacht en nevel den weg gemist en een -doodelijken val gedaan. Toen heeft de slotvoogd een kruis gemaakt. -Jonkheer van Westerburg hield steeds de handen van den sidderenden -oude in de zijne en drong er nogmaals op aan hun schatten met elkaar -te ruilen.</p> - -<p>Tegen den middag kwamen de Trierers in<span class="pagenum"></span> gala op Stolzenfels aan. De -heer Koenraad van Isenburg heeft nauwkeurig afgerekend en alles in -de beste orde bevonden. Na verloop van eenige dagen heeft hij het -deugdzame dochtertje van zijn trouwen kamerheer aan den hoofdman van -zijn Stolzenfelsche bezetting toevertrouwd, en de hoogeerwaarde heer -verheugde zich zeer, zijn vesting Stolzenfels nu in dubbel goede -handen te weten.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="11_turnier"></a> - <img src="images/11_turnier.jpg" alt="11_turnier.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Turnier zu Köln</span> - <br>Zu der Sage von Burg Gutenfels] -</div> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter29"></a> -<h3 align="center">Koblenz</h3> - -<h4 align="center">Riza</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">T</span>oen in het begin der negende eeuw Lodewijk, de Vrome, zoon van -Karel den Groote, aan de oevers van den Rijn met zijn verdorven -zoons om de keizerskroon streed, werd in Koblenz, ter eere van den -godsvruchtigen Kastor, die in het land van de Moezel het christendom -verbreid had, een godshuis gebouwd. Aan een vertakking van den Rijn -werd het van vier torens voorziene gebedenhuis gebouwd.</p> - -<p>Destijds verhief zich op het hoogste zuidwestelijke punt van Koblenz -het Frankische Koningshof, een voormalig Romeinsch kasteel, en -daarnaast een, aan den heiligen Kastor gewijd nonnenklooster. Hierin -heeft Riza, een dochter van Lodewijk den Vrome, die reeds -vroegtijdig afstand van de wereld deed, haar vroom leven gesleten. -Elken dag ging de ko<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>ningsdochter aan de andere zijde van de rivier -in de Kastorkerk naar de mis. De Heer schiep zulk een groot -welbehagen in Riza, dat zij, evenals voorheen zijn discipel over het -meer van Genezareth, met droge voeten over den Rijn wandelde, om -deel te nemen aan de heilige offerande in de St. Kastorkerk.</p> - -<p>Eens, zoo deelt de vrome sage verder mee, was de vloed door den -storm zeer woest. Voor het eerst was de jonkvrouw angstig, toen haar -voet de golven betreden zou. Uit voorzorg trok ze een stok uit een -nabijzijnden wijnberg en nam hem als staf mede op haar wandeling -over de waterstraat; maar evenals voorheen Petrus, zonk ook zij, na -eenige angstige schreden gedaan te hebben, in het water.</p> - -<p>In haar doodsangst werd zij zich vol berouw haar gebrek aan -vertrouwen op God bewust. Zij slingerde den stok ver weg, hief de -armen ten hemel en vertrouwde zich aan de bescherming van den -Allerhoogste toe. Daar dook ze weer op uit de golven, en evenals -vroeger bereikte ze met droge voeten den tegenover gelegen oever. -Sedert dien tijd beijverde Riza, de heilige dochter van den vromen -Lodewijk, zich meer dan ooit in werken, die God welgevallig waren. -Zij stierf tusschen de kloostermuren en haar stoffelijk overschot -werd naast<span class="pagenum"></span> dat van den heiligen Kastor in zijn kerk bijgezet. Het -marmeren monument van Riza, die door het volk heilig verklaard is, -kan men nog in de noordelijke zijvleugel van de Kastorkerk te -Koblenz zien.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter30"></a> -<h3 align="center">Andernach</h3> - -<h4 align="center">Genoveva</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">I</span>n de omstreken van den Rijn wordt de naam van de deugdzame gemalin -van paltsgraaf Siegfried met vereering genoemd. Zij, die eens het -grootste kleinood van het hart, niettegenstaande gruwelijke -beproeving en nameloos verdriet standvastig en ongeschonden -bewaarde, werd door het volk de heilige Genoveva genoemd. In den -tijd, dat Karel, de naamgenoot van zijn voorvader, den grooten -keizer der Franken, het land der West-Franken regeerde, stond in den -"Mayenfelder Gau" ten westen van de oude stad Andernach, het slot -van den paltsgraaf. Zeer gelukkig en eendrachtig leefde de jonge -paltsgraaf met zijn liefelijke gemalin.</p> - -<p>Doch het eerste wolkje kwam aan den horizon van hun huwelijksgeluk. -De gevreesde Arabieren waren uit Spanje gekomen en in Gallië -binnengedrongen en baanden zich moordende en alles verbrandende een -weg naar het Noorden.<span class="pagenum"></span> Een hevige schrik verspreidde zich door het -christelijke Frankenland. De vijand van het christendom moest -uitgeroeid worden, wilde het Westen niet hetzelfde lot van het door -de halve maan beschaduwde Afrika ondergaan. Ook in den burcht van -den paltsgraaf drong de oproeping van den gebieder tot deelneming -aan den strijd door. Toen trok de heer Siegfried de wapenrusting -aan, kuste zijn weenende vrouw en nam afscheid van den burcht zijner -voorvaderen. Zwaar viel hem het scheiden van de heerlijke -"Mayenfelder Au", waar hij <span class="corrected" id="cor0035" title="[Original text: det hoogste geluk]">het hoogste geluk</span> zijns levens gesmaakt -had, maar nog zwaarder viel hem het afscheid van de bedroefde gade. -Zijn slotvoogd Golo droeg hij op, goed voor zijn beminde vrouw te -zorgen, en haar verzocht hij, dezen haar volle vertrouwen te -schenken.</p> - -<p>De dagen der scheiding van haar geliefden echtgenoot waren voor de -paltsgravin zeer smartelijk. Hevig drukte haar de eenzaamheid in den -grooten burcht, en zeer miste ze Siegfrieds nabijheid, den klank -zijner stem en de veiligheid van zijn tegenwoordigheid. Tot den man, -die door hem als haar beschermer aangesteld was, kon ze niet -spreken als tot een vriend. Haar rein vrouwenoog schrok van den -hartstochtelijken gloed, die uit de sombere blik<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>ken van Golo -straalde. Het scheen haar, dat deze blikken heimelijk haar -bewegingen bespiedden en met een uitdrukking, die haar kinderlijk -gemoed niet begreep, op haar rusten bleven.</p> - -<p>Dubbel miste zij dan den afwezigen gemaal. Dikwijls trad ze naar -buiten en gaf zich in het tuintje onder den vlierboom aan aangename -droomen over. Terwijl haar oogen verlangend in het schemerachtige, -blauwe verschiet staarden, dacht Genoveva aan het zalige oogenblik, -waarop ze den heer Siegfried terug zou zien; hoe zij, het hoofd aan -zijn borst geleund, hem het zoete geheim mede zou deelen, dat de -aanstaande moeder reeds bij voorbaat zoo gelukkig maakte. Misschien -zou de oorlog tegen de heidenen lang duren, en zou zij den -terugkeerenden echtgenoot het pand hunner liefde hier op de -burchtplaats toereiken. Dan klaarde het lieve gelaat der paltsgravin -op, en een glans van geluk kwam over haar trekken. Dikwijls steeg -zij dan op naar de platform en droomde van toekomstig geluk, terwijl -haar oogen verlangend in het schemerachtige verschiet staarden.</p> - -<p>De heimelijke vrees, die de paltsgravin voor den slotvoogd -koesterde, was niet ongegrond. De engelachtige schoonheid van -Genoveva had in het jeugdig gemoed van Golo een verboden<span class="pagenum"></span> vuur doen -ontgloeien, dat hij niet in staat was te verstikken; integendeel -werd door het vele samenzijn met de lieftallige paltsgravin, die -tegen hem, evenals tegen alle ondergeschikten vriendelijk was, het -vuur van den verderfelijken hartstocht nog meer aangewakkerd, totdat -hij op een dag zich zelf niet meer meester was en zich aan de voeten -van de begeerlijke, teeder beminde vrouw wierp. In zondige -hartstochtelijke taal smeekte Golo de vrouw van zijn meester om haar -wederliefde.</p> - -<p>Genoveva was zeer ontsteld door deze schandelijke bekentenis. Met -verontwaardiging en verachting wees zij den vermetele af. Zij -verbood hem, die zijn plicht zoo grenzenloos verzaakt had, ooit weer -voor haar aangezicht te verschijnen en dreigde hem, dat zij hem bij -haar man zou aanklagen. Toen kwam er een sombere flikkering in -Golo's oogen, en een blik van doodelijken haat trof de schoone -vrouw, die hem zoo streng terecht wees. Vergeving was niet te hopen -van de verontwaardigde meesteres; zijn vernederde trots verlangde -die ook niet, maar dorstte naar wraak. Nu moest er verder gegaan -worden op den eenmaal ingeslagen weg, teneinde Siegfrieds toorn, -waarmede hij gedreigd was, te ontgaan.</p> - -<p>De haat en wraak deed een vreeselijk plan in<span class="pagenum"></span> Golo's binnenste -rijpen. Hij ontsloeg de onderhoorigen en stelde nieuwe bedienden in -den burcht aan. Toen trad hij op een dag, ten aanschouwe van het -geheele dienstpersoneel, op de ontstelde paltsgravin toe en -beschuldigde haar met fonkelende oogen, dat zij zich tegenover haar -afwezigen echtgenoot op schandelijke wijze aan trouwbreuk schuldig -gemaakt had, door met een gewonen knecht, die haar merrie zadelde in -ongeoorloofde verhouding te staan, waarvan zij de vrucht onder het -hart droeg. Schaamte en verontwaardiging beroofden Genoveva van haar -zinnen. Golo deelde den ontstelden bedienden, die zwijgend -toehoorden, mede, dat hij den paltsgraaf reeds van de schuld van -zijn trouwelooze gade en haar ontvluchten dienaar Drago onderricht -had en als tegenwoordig burchtbeheerder beval, de trouwelooze in een -kerker te brengen.</p> - -<p>In een vochtige onderaardsche gevangenis van den burcht ontwaakte de -ongelukkige paltsgravin uit haar bezwijming. Diep bedroefd verborg -zij het hoofd in de handen en smeekte Hem, die haar deze vreeselijke -beproeving opgelegd had, haar in het tegenwoordige leed en in de -aanstaande gebeurtenis bij te staan. Smartelijke uren stonden -Genoveva te wachten. Zij bracht een knaapje ter wereld. Zij doopte -hem<span class="pagenum"></span> met haar tranen en gaf hem den naam Tristan, dat beteekent: -rijk aan smarten.</p> - - -<h4 align="center">II.</h4> - - -<p>Acht maanden was paltsgraaf Siegfried reeds afwezig. Als een held -had hij in menig hevig gevecht gestreden. Met woesten geestdrift -vochten de dweepzieke Mahomedanen, die de Pyreneeën overgestoken -waren, om ook het overige Westen met vuur en zwaard aan de leer van -hun profeet te onderwerpen. In vele gevechten hadden de Franken voor -hun overmacht moeten zwichten. Reeds stonden de teugellooze Horden -in het midden van Gallië en drenkten hun paarden met het water van -de Loire. Daar verscheen Karel, de eerste paladijn van den zwakken -koning der Franken, en mat zich in een bloedig gevecht bij Tours met -de Arabieren. Vanaf het aanbreken van den dag tot aan het vallen van -den avond streden hier het kruis en de halve maan om Europa's lot. -Nooit genoeg heeft men dezen strijd tegen de Mooren tusschen Tours -en Poitiers gewaardeerd, toen Karel Martel als met een hamer de -ongeloovigen op het hoofd sloeg, evenals voorheen Judas deed, dien -ze Maccabeeus, dat beteekent: <span class="corrected" id="cor0036" title='[Original text: "de hameraar", go oemd hebben.]'>"de hameraar", genoemd hebben.</span> Aan de<span class="pagenum"></span> -zijde van den legeraanvoerder streed Siegfried, de paltsgraaf. Hij -vocht als een leeuw, en God beschermde hem tot aan het einde van den -strijd. Dienzelfden avond echter werd de dappere paltsgraaf door de -lans van een vervolgden Saraceen getroffen. Het was geen doodelijke -steek geweest, maar gedurende maanden was hij tot werkeloosheid -gedoemd. Mistroostig lag graaf Siegfried op zijn legerstede, en vol -droefheid dacht hij aan de geliefde gade in het mooie Rijndal.</p> - -<p>Toen kwam er op een dag een bode uit den "Mayenfelder Gau", die den -paltsgraaf een perkament bracht, door Golo den slotbewaarder -geschreven. Ontzet heeft graaf Siegfried de krullende, zwarte -teekens aangestaard, als wilde zijn blik ze van het blad -uitwisschen; maar hoonend hebben ze voor zijn oogen gedanst, en in -zijn ooren heeft de ontzettende tijding geklonken: "je vrouw heeft -de trouw gebroken met Drago, den weggeloopen stalknecht."</p> - -<p>Woedend hebben de vingers van den held het geschrift omklemd, een -steunen drong uit den bleeken mond. Op hetzelfde uur heeft hij zich -met eenige wapendragers op weg begeven en is somber en ontstemd de -richting van de Ardennen ingeslagen. Hij heeft niet gerust voor dat -de Paltsburcht voor zijn oogen opdoemde.<span class="pagenum"></span> Op de platform stond een -man, die onderzoekend in de verte tuurde. Toen hij in de nabijheid -stofwolken zag opwaaien en een kleine schaar ruiters ontdekte, kwam -er een zegevierende blik in de donkere oogen.</p> - -<p>Daar rent een statig ridder voor de anderen uit. Donderend dreunt de -met ijzerbeslagen hoef van het strijdros op de ophaalbrug. Voor den -somberen paltsgraaf, die snel van zijn paard afgesprongen is, staat -Golo met gehuichelde ontroering. Opnieuw deelt hij met gekunstelde -smart mede, hetgeen de ridder reeds door den koerier vernomen heeft.</p> - -<p>"Waar is de boosdoener, opdat ik hem, die de eer van mijn huis -bezoedelde, verplettere!" riep de paltsgraaf vol vertwijfeling uit.</p> - -<p>"Heer, ik heb den ellendeling gruwelijk gestraft en hem vervolgens -met zweepslagen uit het slot verdreven," antwoordde Golo met -krachtige stem.</p> - -<p>De paltsgraaf zucht diep. Zwijgend wenkt hij Golo, en een straal van -duivelsche vreugde schittert in het oog van den valschaard.</p> - -<p>Ook in de onderaardsche gevangenis was het geluid van -paardengetrappel en van het toeloopen der bedienden doorgedrongen. -Zich hoog oprichtend, luistert Genoveva in haar kerker. Een dierbare -naam en een bede tot God komt<span class="pagenum"></span> op haar lippen. Nu moest de -vreeselijke beproeving een einde nemen, en haar deugd zegevierend de -plaats der smaad verlaten en de doornenkroon verwisseld worden voor -den zegekrans.</p> - -<p>Daar wordt de grendel weggeschoven, harde voetstappen weerklinken. -Aan haar borst trekt zij het sluimerende knaapje. De vleugeldeur -wordt opengeworpen, en den geliefden echtgenoot toont zij het -aanvallige kind, het pand hunner liefde en juichend klinkt de naam -van den dierbaren gemaal van haar lippen. Maar plotseling veranderen -haar woorden in een luiden smartkreet. Hij slingert haar van zich -af, als hamerslagen treffen zijn aanklachten haar onschuldig hoofd, -en kermend valt Genoveva in onmacht. Den volgenden morgen bij het -aanbreken van den dag brachten twee knechten de ongelukkige naar -buiten in het bosch. In koelen bloede moesten zij de vrouw dooden, -die haar gemaal op schandelijke wijze ontrouw geweest was, terwijl -deze zijn leven aan de heilige zaak gewijd had, en met haar moest -tevens het kind der schande sterven. De vertoornde paltsgraaf had -bevolen, hem de tongen te brengen, als bewijs van het uitgevoerde -bevel.</p> - -<p>Hardvochtig sleepten de knechten de ongelukkige naar het meest -woeste deel van het<span class="pagenum"></span> woud, waar slechts het schreeuwen van een -roofvogel of de kreet van een dier uit het bosch de stilte verbrak. -Reeds hadden ze de messen getrokken. Daar wierp de paltsgravin zich -vol vertwijfeling aan de voeten van de mannen, hield weenend haar -knaapje in de hoogte en smeekte hun, zoo niet haar, dan toch het -onschuldige kind te sparen. Medelijden maakte zich van de mannen -meester en ontwapende hun hand, die het moordwapen vasthield. Nog -dieper in het woud brachten ze moeder en kind, keerden zich toen -snel om en lieten de slachtoffers aan hun lot over.</p> - -<p>Twee reetongen brachten de mannen den paltsgraaf en deelden hem -mede, dat ze zich getrouw van hun opdracht gekweten hadden.</p> - - -<h4 align="center">III.</h4> - - -<p>Genoveva's bestaan was hoogst treurig. Geheel opgaande in haar -smart, doolde zij dood vermoeid door het onbekende woud rond. De -honger kwam en deed zijn rechten gelden. Zacht kermde het knaapje op -haar arm, en een innig gebed zond de vertwijfelde moeder ten hemel. -Het drukkende harteleed loste zich op in een vloed van tranen, die -haar eenigszins verlichtten. De knaap was, nadat ook hij lang -geschreid had, ingeslapen. Eensklaps zag Ge<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>noveva, als door den -hemel, dien ze aangeroepen had, gezonden, een hol voor zich, dat -haar een schuilplaats en toevluchtsoord aanbood. En, als wilde God -haar toonen, dat hij harer welwillend gedacht, kwam er een witte -hinde in het hol, die zich vertrouwelijk aan de voeten van de -verlatene neervlijde. Haar uiers waren gevuld met melk; zij moest -eenige dagen geleden jongen gekregen hebben. Gewillig liet het -zachte dier toe, dat de vrouw haar kindje laafde. Ook den volgenden -morgen kwam de hinde weder, en Genoveva dankte God uit den grond van -haar hart. Zij vond wortels, bessen en kruiden, waarmede ze zich in -het leven kon houden. Het makke dier kwam elken dag in het hol en -bleef eindelijk voortdurend bij haar.</p> - -<p>Zoo verliepen er dagen, weken en maanden. Door de onveranderlijke -vroomheid der zwaar beproefde vrouw was de hevige smart in zachten -weemoed overgegaan. Na verloop van tijd kon zij haar echtgenoot, die -haar onschuldig veroordeeld had, vergeven, evenals hem, die zich -meedoogenloos op haar deugd gewroken had. Wel waren haar liefelijke -wangen smal geworden, maar de gekruide boschlucht veranderde de -bleekheid, die de kerkerlucht daarop verspreid had in een zacht -rood. Meer nog nam de knaap in beterschap toe, daar hem niet zooals<span class="pagenum"></span> -zijn moeder dat verterende leed aan het hart knaagde. Een bloeiende -twijg aan een geknakten stengel.</p> - - -<h4 align="center">IV.</h4> - - -<p>Sedert deze treurige gebeurtenis was het verdriet een trouw bezoeker -op het slot van den paltsgraaf. De hevige toorn was in knagend -hartzeer overgegaan. Dikwijls, wanneer hij onrustig door de kamers -dwaalde, waaraan zooveel herinneringen verbonden waren en doodsche -stilte hem omringde, waar vroeger de zachte stem van de geliefde -vrouw weerklonken had, dan overweldigde hem de smart. En het berouw -kwam en fluisterde hem met gloeiende woorden in het oor: of de -gruwelijke straf, die hij opgelegd had, niet te zwaar geweest was -— of hij niet te snel het vonnis uitgesproken had en of hij niet -had moeten overwegen, wat tot verzachting der ontmaskerde zonde had -kunnen bijdragen.</p> - -<p>Als deze vermanende stemmen hem vervolgden, dan werd het slot en de -eenzaamheid den paltsgraaf te veel, en hij snelde naar buiten met de -keffende honden en het gevolg, om door jachtfanfares en hondengeblaf -de innerlijke aanklagers tot zwijgen te brengen. Maar het ge<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>lukte -hem slechts zelden, en ook buiten zag steeds een doodsbleek -vrouwengezicht tot hem op, om dan in een stralenkrans weg te -smelten. Golo had wel bemerkt, hoe het met den zielstoestand van -zijn meester gesteld was, en dubbel drong de sluwe man zich aan den -paltsgraaf op, huichelde steeds grootere onderdanigheid en zorg voor -diens welzijn. Een hongerige neemt zelfs het brood aan, dat een -bedelaar hem biedt Siegfried meenende, dat de slotvoogd hem in zijn -eenzaamheid wilde troosten, nam deze bewijzen van genegenheid -minzaam aan en beloonde ze met welwillendheid, hoewel hij in zijn -binnenste vertoornd was op den man, die hem den treurigsten dienst -zijns levens bewezen had. Eens ging de paltsgraaf weer op de jacht. -Slechts een klein gevolg begeleidde hem. Ook Golo was onder hen. -Dieper dan gewoonlijk was Siegfried het bosch ingegaan. Een -sneeuwwitte hinde was voor hem opgesprongen, en als een goed jager -rende de paltsgraaf over heg en struik, om het zeldzame dier neer te -schieten. Reeds had zijn speer het dier aangeraakt, toen het -plotseling in een hol verdween.</p> - -<p>En een vrouwelijke gestalte met een knaapje aan de hand trad -plotseling in de opening tusschen de rotsen. De hinde, die -bescherming bij haar zocht, vlijde zich tegen haar aan. Zij<span class="pagenum"></span> -bespeurt den jager en werpt met een blos van schaamte haar rijke -mantel van blond haar over het armoedige gewaad.</p> - -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="12_loreley"></a> - <img src="images/12_loreley.jpg" alt="12_loreley.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Die Loreley</span> - <br>Nach dem Gemälde von C. Begas] -</div> - -<br> -<br> - -<p>Maar een siddering overvalt haar, onbeweeglijk staren de groote -vermoeide oogen den jager aan. Een kreet klinkt van haar lippen, -half juichend, half kermend en zij werpt zich aan de voeten van den -paltsgraaf. En van de lippen, die maandenlang slechts vurige gebeden -gepreveld of het verlaten kind zoete vleierijen toegefluisterd -hebben, stroomen nu betuigingen van onschuld en aanklachten tegen -haar vervolgers. Als vuur dringen haar woorden in de ziel van den -paltsgraaf, als vuur, dat verlicht, loutert en ontvlamt.</p> - -<p>Plotseling tot bezinning gekomen, trekt hij zijn wedergevonden vrouw -aan zijn borst, kust haar traan voor traan van de wangen weg en -werpt zich dan zelf aan haar voeten, terwijl hij berouwvol om -vergeving smeekt. Den knaap drukt hij aan zijn hart en geeft het -miskende kind duizend teedere namen.</p> - -<p>Dan blaast hij op den jachthoorn. Het gevolg nadert; ook Golo. De -paltsgraaf trekt hem uit den kring der ontstelde wapendragers en -sleurt hem vlak voor Genoveva.</p> - -<p>"Kent gij haar?"</p> - -<p>Als door geeselslagen getroffen, kromp de ellendeling ineen, en -omklemde voortdurend<span class="pagenum"></span> de knieën van zijn meester, die hem -verachtelijk van zich stiet. Hij biechtte zijn misdaad en smeekte om -genade. Siegfried schudde treurig het hoofd, liet hem boeien en -wegbrengen. Een smadelijke dood was, niettegenstaande de voorspraak -van de vrome paltsgravin, Golo's loon.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>De zon van nieuw geluk bestraalde weer paltsgraaf Siegfried en zijn -engelachtige vrouw. Met dubbele teederheid schonk de paltsgraaf zijn -liefde aan de trouwe gemalin en zijn bloeiend knaapje. In het bosch, -waar de hinde hem het spoor naar het hol gewezen had, liet hij, uit -dankbaarheid aan God, een kerk bouwen. Dikwijls ging de vrome -paltsgravin in dit godshuis bidden en prees Gods goedheid, die haar -tranen in vreugde had doen veranderen.</p> - -<p>Op een dag werd haar omhulsel onder groote droefheid weggedragen en -in deze kerk bijgezet. Nog heden staat de oude Vrouwenkerk te Laach -in de "Mayenfelder Au", nog heden laat men den bezoeker het -grafteeken, den toren, waarin zij smachtte, het rotshol, waarin zij -leed, zien, en er is niemand in het Rijnland, die de deugdzame -gemalin van paltsgraaf Siegfried, de heilige Genoveva niet kent.<span class="pagenum"></span></p> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter31"></a> -<h3 align="center">Hammerstein</h3> - -<h4 align="center">De met dochters gezegende ridder</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">B</span>oven Rheinbrohl staan op den somberen Grauwackenfels de duizendjaar -oude, vervallen ruïnes van de rijksvesting Hammerstein. Een der -eerste bezitters was <span class="corrected" id="cor0037" title="[Original text: Wolf vån Hammerstein,]">Wolf van Hammerstein,</span> een trouw onderdaan van -keizer Hendrik den Vierde, wiens kroon door eigen schuld en die van -anderen met doornen omwonden was. Op den onvergetelijken boetetocht -naar Canossa heeft graaf Hammerstein hem vergezeld, doch door de -gebreken van den naderenden ouderdom heeft hij daarna zijn burcht -niet gaarne meer verlaten. Slechts uit de verte drong het -trompetgeschal der wereld tot hem door.</p> - -<p>Zes dochters waren uit het huwelijk van den heer Wolf van -Hammerstein met zijn sedert jaren ontslapen echtgenoote geboren, -liefelijke jonkvrouwen, die voor den bejaarden vader groote -vereering koesterden. Hun kinderliefde viel echter bij den ruwen -krijgsman in verkeerde aarde. Dat hem geen zoon beschoren was,<span class="pagenum"></span> -kwelde hem zeer. Gaarne had hij voor een stamhouder het halve dozijn -meisjes gegeven. Dit bleef de zes jonkvrouwen niet verborgen, en -door groote liefde en toewijding trachtten zij den norschen vader -met zijn lot te verzoenen.</p> - -<p>Op een avond, terwijl buiten de wind als een krassende raaf om den -burcht gierde, zat ridder Wolf, door jicht geplaagd, binnen aan den -warmen haard en was niettegenstaande de vrouwelijke opmerkzaamheden -in een slecht humeur. Evenals schuwe duiven keken de sierlijke -meisjes naar den vertoornden ouden heer.</p> - -<p>Daar dient de slotbewaker in het late uur nog twee gasten aan. Zij -zijn in ridderlijke wapenmantels gehuld. Niettegenstaande zijn -podagra verheft de gastvrije burchtheer zich van zijn zetel. In het -verwarmde vertrek treden bibberend van koude twee vermoeide -reizigers, die om een onderkomen voor den nacht smeeken.</p> - -<p>Bij den klank der stem van den eenen vreemdeling heeft de ridder -zich luisterend opgericht, en toen deze het vizier ophief en den -mantel terugsloeg, is Wolf van Hammerstein eerbiedig op de knieën -aan zijn voeten neergevallen, heeft zijn beide handen gegrepen, zijn -gebaarde lippen daarop gedrukt en uitgeroepen: "Hendrik, mijn Heer -en Koning!"</p> - -<p>De keizer heeft vervolgens zijn voormaligen<span class="pagenum"></span> strijdmakker met -trillende stem medegedeeld, dat hij vluchtende was voor hem, die hem -den koningsmantel van de schouders en de kroon van het hoofd gerukt -had. En toen de ridder bevende van opwinding vroeg, wie deze eeren -goddelooze booswicht was, fluisterde de keizer met gebogen hoofd op -klankloozen toon: "Mijn zoon!" Hij bedekte het gelaat met de handen. -Onbeweeglijk als een marmeren beeld stond de ridder daar, terwijl -hij, als door een bliksemstraal, die in zijn ziel viel, tot inzicht -werd gebracht.</p> - -<p>Teeder voelde hij zich door de armen zijner dochters omvat, en toen -hij de handen naar hen uitstrekte, als wilde hij door de teederheid -van een oogenblik al het onrecht van vele jaren vergoeden, voelde -hij tranen daarop neerdruppelen. De keizer sprak diep geroerd tot -den ridder:</p> - -<p>"Benijdenswaardige wapenbroeder, de trouwe harten van je dochters -kloppen voor je tot over je graf en geen verdorven zoon, die je dood -niet kan afwachten, jaagt je eens met grijze haren van je -geboortegrond! Wee mij, die morgen met de weinige getrouwen, die mij -gebleven zijn tegen mijn eigen bloed ten strijde moet trekken."</p> - -<p>Terwijl de ongelukkige koning tegen mid<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>dernacht in de gezellig -ingerichte kamer in een onrustigen slaap viel, overlaadde de -diepbewogen burchtheer zijn dochters met ongekende liefkoozingen. -Hij heeft God vergeving gevraagd voor den wrok, die in vroeger dagen -bij hem opgekomen was, omdat hij geen zoon had.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter32"></a> -<h3 align="center">Rheineck</h3> - -<h4 align="center">De wijnkeuring</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">O</span>nder het stadje Brohl verheft zich op een rotsachtige hoogte, waar -vroeger reeds een Romeinsch slot gestaan heeft, de twintig meter -hooge, vierhoekige wachttoren, als laatste overblijfsel van den -burcht Rheineck. De sage, die aan den eenzamen toren verbonden is, -vertelt ons een vroolijk verhaal van een ridder, een bisschop, een -jonkvrouw en den wijn van Aszmannshausen. De ridder heette Kunz van -Schwalbach en was een vermetele bandiet, die vooral het vuistrecht -in de omstreken van de Ahr met veel ijver en niet minder gevolg -uitoefende. Zijn gemalin, die wellicht een goeden invloed op hem had -kunnen uitoefenen, rustte reeds sedert jaren in de burchtkapel. Een -bevallig meisje, een vroeg wees geworden kind van een broeder van -den heer Kunz, Adelgonde genaamd, bestuurde sedert dien tijd de -huishouding op Rheineck.</p> - -<p>Destijds was de vrome, maar ook strenge heer Anselmus bisschop van -Keulen. Daar hij<span class="pagenum"></span> hooge belasting en tollen hief, waren de burgers -van Keulen zeer vertoornd op hem, en toen hij weer een nieuwe -belasting invoerde, was een hevig oproer hiervan het gevolg, zoodat -Anselm gedwongen werd, met eenige getrouwen ijlings zijn residentie -te verlaten. Naar aanleiding van hun bedeesde vraag "waarheen?" -herinnerde de heer Anselm zich den burcht Rheineck, die tot het -aartsbisdom behoorde en die den Schwalbachers voor langen tijd ter -leen gegeven was. Daarheen wilde de aartsbisschop in ballingschap -gaan, totdat zijn verdwaalde schaapjes hem weer terug zouden roepen.</p> - -<p>"Ridder Kunz, de oom van mijn zedige pupil is wel is waar een groote -schelm," meende de vrome heer. "Hij bidt weinig en rooft veel. -Daarbij wordt hij verdacht de brutale bandiet te zijn, die in den -herfst van ons aartsbisdom de lading wijn weggekaapt heeft. -Aszmannshäuser was het," zeide de heer Anselm bij zich zelf, terwijl -hij met gefronste wenkbrauwen naar de kielvoren van zijn scheepje -keek.</p> - -<p>Bij den heer Kunz, die zich in stilte te goed deed aan het heerlijke -druivensap van den geurigen Aszmannshäuser, trad jonker Jörg, de -hoofdman zijner lansknechten, binnen en berichtte, dat er beneden -een schip met de Keul<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>sche bisschopsvlag voor anker lag. Vertoornd -rees de ridder van zijn eikenhouten stoel op, en minutenlang kwelde -hem zijn kwaad geweten. Toen echter zegevierde zijn luchthartigheid -en met vroolijke onderwerping beval hij den heer uit het heilige -Keulen naar behooren te ontvangen. Den heer Anselm en zijn gevolg -viel dus een waardige ontvangst ten deel. Door ridderlijke -gastvrijheid moest de hoogeerwaarde leenheer en edele voogd van -jonkvrouw Adelgonde zooveel mogelijk voor het geleden onrecht -schadeloos gesteld worden.</p> - -<p>Naarmate het later werd, verbeterde de stemming van den aanzittenden -gast. Nadat de aartsbisschop reeds de noodige hoeveelheid van het -edele vocht, dat zijn gastheer hem bood, met verstand geproefd had, -vroeg hij terloops: "ridder Kunz hebt ge niet tot besluit een beker -Aszmannshäuser, want sedert jaren gebruik ik dit vocht als een goed -bekomende slaapdrank." En ridder Kunz moest toen met oprecht -leedwezen bekennen, terwijl zijn oogen als die van een vroom schaap -flikkerden, dat zijn kelder wel Walporzheimer, Ingelheimer, maar -helaas geen druppel Aszmannshäuser bevatte, aangezien die, zooals -iedereen wist, van het domein van den aartsbisschop was.</p> - -<p>De heer Anselm scheen er zich in geschikt<span class="pagenum"></span> te hebben, dat hij zijn -lievelings- en slaapdrank op Rheineck missen moest. Maar op een -avond ging hij, door een plotseling invallende gedachte gedreven, -langs verschillende afgelegen trappen en gangen naar den kelder van -den burcht. Wat voor waarde had het woord van een Kunz? Geen cent. -Wat eigen overtuiging? Misschien een scheepslading Aszmannshäuser. -Aldus bij zich zelf redeneerend, ging de heer Anselm tastende langs -de muren — en hield op eens een schoon gelokt vrouwenhoofd in de -uitgestrekte handen.</p> - -<p>Daar een onderdrukte angstkreet door de lange gang weerklonk, -fluisterde vader Anselmus geruststellende woorden en drukte een -bemoedigenden kus op twee nabijzijnde vrouwenlippen. Vervolgens trok -hij de beschaamde Adelgonde bij het flikkerende licht aan het einde -van den trap.</p> - -<p>Hoog blozend biechtte de jonkvrouw den voogd, dat ze jonker Jörg -zeer genegen was, en dat ze hier nog zedig een nachtgroet met hem -gewisseld had.</p> - -<p>"De smaak van den jonker is goed," bevestigde de geestelijke voogd. -(Nog heviger bloosde Adelgonde.) "Je Jörg laat zich den -Aszmannshäuser goed smaken! Hm, zeg eens, waar ligt het vat? Je bent -verbaasd over mijn alwetend<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>heid, kind? Je mond heeft je verraden: -toen ik hem zooeven toevallig in donker aanraakte — hierbij hief -vader Anselm de oogen vroom hemelwaarts — bemerkte ik een aroma zoo -fijn, als slechts de Aszmannshäuser bezit en de mond van je ridder -heeft dat op jou overgebracht."</p> - -<p>De jonkrouw was zoo verlegen, dat ze gaarne door den grond had -willen zinken. Bereidwillig toonde ze haar voogd het groote vat, dat -in den uitersten hoek van den kelder verborgen was. Hoe lang hij -daar vertoefd heeft, zullen we maar wijselijk verzwijgen. Den -volgenden morgen had de mis van den heer Anselm niet plaats. Tegen -den middag verschenen afgevaardigden van de burgers van Keulen, die -hun aartsbisschop namens de stad vergeving vroegen voor het plaats -gehad hebbende oproer en opnieuw den trouweed aflegden voor de -gezamenlijke onderdanen. Genadig besloot Anselmus tot onmiddellijken -terugkeer. Bij het afscheid nam hij nogmaals het woord en zei -onomwonden met een strakke gelaatsuitdrukking:</p> - -<p>"Zooals mij juist medegedeeld wordt, beweert elke geestelijke en -leek in Keulen, dat hij, die in den herfst de wijnlading, -toebehoorende aan het stift, op goddelooze wijze gestolen heeft, -nie<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>mand anders dan de eigen leenman van het bisdom, Kunz van -Schwalbach op Rheineck is!"</p> - -<p>De heer Kunz hield zijn onschuld vol en betuigde zijn onderdanige -trouw, maar de aartsbisschop stond op de voorloopige inbeslagneming -en beval den ridder zich binnenkort met den notaris en getuigen naar -het college te Keulen te begeven en zich te zuiveren van de -verdenking van den kerkroof. Vervolgens liet hij het kolossale vat -verzegelen en vervoeren en keerde toen met zijn onderhoorigen -huiswaarts.</p> - -<p>Onderwijl stiet de heer van Schwalbach ontelbare vloeken uit. Jonker -Jörg troostte hem en ridder Kunz beloofde zijn vertrouweling met -vele ridderlijke eeden, dat, zoo hij in Keulen het leven er af -bracht, zijn bevallige nicht de vrouw van den jonker zou worden. In -opgewonden stemming vernam Adelgonde dit van ridder Jörg.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>In de strafzaal te Keulen zaten twaalf waardige heeren op het -gestoelte. Adelgonde, die er voor zorgde den verschuldigden eerbied -tusschen oom en voogd te verdeelen, bood den heeren volgens den -wensch van den heer Anselm twaalf zilveren bekers van den betwisten<span class="pagenum"></span> -wijn aan. Terwijl hij een beroep deed op hun kennis en -onomkoopbaarheid, gebood de bisschop het twaalftal hun oordeel mede -te deelen of het vat Moselblümchen. Affentaler, of Aszmannshäuser -inhield.</p> - -<p>Bedenkelijk brachten de rechters de bekers aan de lippen, namen een -slokje, vertrokken de mondhoeken, proefden nogmaals en schudden -allemaal het hoofd over dezen allerakeligsten drank. Eenparig -verklaarden zij, dat deze zure wijn geen Aszmannshäuser was. -Boetvaardig stond de heer Anselm daar, zegevierend ridder Kunz en -opgetogen jonkvrouw Adelgonde en jonker Jörg.</p> - -<p>Eenige weken daarna werd er op Rheineck een vroolijk bruiloftsfeest -gevierd. Toen ridder Jörg met zijn jonge gemalin op de feestelijk -opgetuigde paarden het slot verlaten had, om Adelgonde in den -vaderlijken burcht binnen te leiden, zat de geestelijke voogd, die -zich verwaardigd had, het paar te trouwen, eendrachtig met den heer -van Rheineck bij de blinkende kan. En in verhoogde feeststemming -drong de bisschop er bij den ridder op aan, hem te bekennen, hoe hij -het klaargespeeld had, den verzegelden Aszmannshäuser in dezen -ellendigen zuren wijn te veranderen. Daarvoor zou hij hem meedeelen, -hoe hij destijds in den kelder van den burcht<span class="pagenum"></span> den Aszmannshäuser -ontdekt had. Lachend wenkte de heer Kunz zijn schenker, deze bracht -fluks een wijnkan, schonk de heeren drinkers hiervan in, en opnieuw -dronk de heer Anselmus zijn lievelings- en slaapdrank.</p> - -<p>Plechtig verklaarde hij: "ridder Kunz, dit is de wijn, welks ligging -Adelgonde haar voogd gehoorzaam verried."</p> - -<p>Toen dreunde de vuist van Kunz op de eikenhouten tafel, zoodat de -kannen rammelden, en hij voer hevig uit tegen de valschheid van zulk -een slang. Maar de bisschop wees hem op zijn goddeloozen toorn, -aangezien het vrome kind slechts gehoor gegeven had aan den -geestelijken aandrang. Hoofdschuddend sloeg de heer Kunz de handen -in elkaar.</p> - -<p>"Een vroom kind, dat uw geleerde rechters de proefbekers met absint -en azijn vulde."</p> - -<p>Een tijdlang zweeg Anselmus, vervolgens schudde hij zijn eerwaardig -hoofd. Dan lachten beiden, de ridder en de bisschop. Maar toen de -ridder den bisschop de helft van het vat als avonddrank, die -bevorderlijk voor den slaap was, aanbood, reikte de heer Anselmus -hem zijn hand als leenheer, waarbij de heer Kunz vrijwillig de -belofte aflegde, in het vervolg alles, behalve den bisschoppelijken -Aszmannshäuser te rooven.<span class="pagenum"></span></p> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter33"></a> -<h3 align="center">Rolandseck</h3> - -<h4 align="center">Ridder Roland</h4> -<h4 align="center">I.</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">K</span>eizer Karel de Groote werd door een menigte sterke helden omgeven. -De eerste dezer paladijnen was de neef van den koning der Franken, -Ronald van Angers. Geen naam, die in den slag of bij het tournooi -meer uitblonk, dan de zijne. Hij werd door het zwakkere geslacht -vereerd, door zijn vrienden bewonderd en door zijn vijanden geacht. -Zijn ridderlijke geest verzette zich tegen het weelderige genotvolle -leven. Het voortdurende verblijf aan het keizerlijke hof bevredigde -hem niet, en zoo wendde hij zich tot zijn keizerlijken oom met -verzoek hem toe te staan een reis naar het machtige Frankische rijk -te ondernemen, dat hem tot nu toe onbekend was gebleven. Daar hij -zich zijn jeugdige kracht bewust was, verlangde hij naar ridderlijke -avonturen en gevaren. Karel de Groote zag den dapperen krijgsheld -met weemoed van zijn hof vertrekken; ongaarne voldeed hij aan zijn -verzoek.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>En zoo verliet dus de ridderlijke held, slechts vergezeld door -eenige getrouwe schildknapen, bij het aanbreken van den dag het -keizerlijk paleis aan de Seine, en sloeg de richting naar het Oosten -in; de Vogezen waren het eerste doel van zijn tocht. Op den burcht -Niedeck bij Haslach nam hij eerst zijn intrek en vervolgens bij -Attich, hertog in den Elzas.</p> - -<p>Steeds verder trok Roland, en toen hij op een avond de helling van -het Vogezenwoud afreed, begroette hem uit de verte het glinsterende -water van den Rijn. Breed wierpen de ontboeide golven zich links en -rechts over de bedding van den stroom, de vlakte meedoogenloos -bespoelend. Weinig bekoorlijkheid bezat de rivier hier in zijn -grenzenlooze woestheid. Maar de ridder wist, dat het schouwspel -spoedig veranderen zou. Hij trok Rijnafwaarts, waar de groote -bergreuzen den ruischenden stroom omsluiten. Zegevierend staat hun -voet in den vloed, slechts zelden wijken ze eenigszins ter zijde en -laten een smalle strook land vrij, nauwelijks breed genoeg, om -reizigers en voertuigen te laten passeeren. Op hun hoogten prijken -trotsche koninklijke burchten, die den voorbijganger beneden den -roem van voorname geslachten verkondigen. Dit alles zag Roland op -zijn vroolijken Rijntocht. Hij bezocht menige<span class="pagenum"></span> sagenrijke en -herinneringsvolle plaats, de steile Loreleirots, waar 's nachts de -waternimf zong, het vriendelijke plaatsje, waar St. Goar geleefd en -gewerkt heeft, ten tijde van Childeberts den Merowinger (deze -wonderlijke heilige zond kortelings den keizerlijken oom van Roland -een dichten nevel na, omdat keizer Karel de Groote op zijn tocht van -Ingelheim naar Koblenz verzuimd had zijn knie voor de heilige kapel -te buigen, zoodat hij genoodzaakt werd in het vrije veld te -overnachten), en ook de Mayenfelder Au bij Andernach, waar Genoveva, -de deugdzame gemalin van paltsgraaf Siegfried geleefd heeft.</p> - -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="13_lager"></a> - <img src="images/13_lager.jpg" alt="13_lager.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Siegfried schleppt einen Bären ins Lager</span> - <br>Nach einer Lithographie von Peter Cornelius] -</div> - -<br> -<br> - -<p>En nu kwam Roland aan de plaats, waar de vloed, aan het einde van -het Rijndal gekomen, omringd wordt door trachietreuzen, waarvan de -toppen met geweldige burchten gekroond zijn, evenals de zeven -gekroonde paladijnen, die in lateren tijd den heiligen persoon van -den Duitschen keizer vol wijding omringden. Een boschrijk eiland -verheft zich hier uit den zacht blauwen vloed. De gouden avondzon -schittert over de bergen. Op den bergrug tallooze druivenstokken, -links de liefelijke beukenboschjes, tot aan de steile kruin -opstijgend, rechts de murmelende golfslag, aan de overzij, ver -zichtbaar op de sagenrijke rots, waar eens een afschuwelijke draak -gehuisd heeft, de mu<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>ren van een ridderslot. Hoog boven alles de -nacht in gouden sterrengewaad. Zwijgend stond de ridder stil. Zijn -blik rustte bewonderend op het prachtige landschap. Onrustig stampte -de hoef van het paard op den grond, bezorgd keek de getrouwe -schildknaap naar den steeds donkerder wordenden hemel. Bedeesd -herinnerde hij zijn heer er aan, dat het tijd werd, nachtlogies te -zoeken.</p> - -<p>"Daar boven zou ik het gaarne vragen," antwoordde Roland, terwijl -hij voor het eerst zeldzaam week gestemd werd. Hij gebood zijn -schildknaap den schipper, die juist zijn bootje voor de nachtelijke -vangst losmaakte, den naam van het slot te vragen.</p> - -<p>De vesting behoorde aan de Drachenburgers, graaf Heribert woonde -daar op het oogenblik. Zoo luidde het antwoord, en vreugde straalde -uit Rolands oogen. Vele <span class="corrected" id="cor0038" title="[Original text: groeten en boodsschappen]">groeten en boodschappen</span> waren hem door -ridderlijke vrienden aan den Bovenrijn en elders aan den ouden graaf -op de Drachenburg opgedragen. Roland talmde niet langer met zijn -besluit. Weldra voer een boot door den donkeren vloed.</p> - - -<h4 align="center">II.</h4> - - -<p>Middelerwijl was het nacht geworden. De schitterende maan lichtte -hen door den donke<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>ren boschweg. Zeer vriendelijk heette graaf -Heribert, een statig ridder op gevorderden leeftijd, den -ridderlijken neef van zijn keizerlijken heer welkom op zijn burcht. -Totdat het twaalf uur sloeg, voerden ze in het gezellige vertrek van -den slotheer een onderhoudend gesprek.</p> - -<p>Den volgenden morgen stelde graaf Heribert zijn dochtertje -Hildegonda aan den ridder voor. Vol bewondering hing Rolands oog aan -de lieftallige jonkvrouw. Tot nu toe had vrouwelijke lieftalligheid -geen diepen indruk op hem gemaakt. Naar wapenroem en -heldenwaagstukken, naar spel en strijd had zijn ziel steeds gedorst, -nu echter had de tooverstaf der liefde den vermetelen strijder -opeens aangeraakt. Hij, die gevreesde tegenstanders onversaagd in de -oogen gezien had, boog het onvervaarde hoofd in meisjesachtige -schuchterheid voor de betoovering van Hildegonda. Maar ook zij -stond, het gelaat met een purperen blos overtogen, voor den -gevierden held, wiens naam een goeden klank aan den Boven- en -Benedenrijn had.</p> - -<p>De oude ridder verbrak onmerkbaar de gedrukte stemming. Met een -schertsend woord sneed hij het gesprek der verlegen jongelieden af -en geleidde den gast door de hooge vertrekken van het slot.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Roland bleef langer op de gastvrije Drachenburg, dan hij ooit op -eenig ander slot vertoefd had. Met sterke banden werd hij op den -verrukkelijken burcht gehouden. De liefde ontvlamde in zijn hart en -ook in Hildegonda's reine ziel wierp zij haar verterend vuur, en op -een dag — de schemering spon reeds zilveren draden over de met -linden beschaduwde bank — liet zij hand in hand, oog in oog en mond -op mond rusten en omzweefde juichend, als een zegevierende koningin, -hen, die ze verbonden had.</p> - -<p>Gaarne vertrouwde graaf Heribert zijn allerliefst dochtertje aan den -gevierden paladijn toe. In het vooruitzicht van een vroolijke -toekomst maakte hij den verlovingstijd van zijn eenig kind zoo -aangenaam mogelijk. Een burcht zou op de rots tegenover de -Drachenburg verrijzen. Als een trotsche wachttoren zou de -toekomstige Rolandsburg van de steile rots in het prachtige -Zevengebergte neerzien. Reeds stegen haar muren omhoog en dagelijks -stonden de verloofden op de platform van de Drachenburg en keken -naar den overkant, waar vlijtige werklieden timmerden en metselaars -hamerden, en de mooie Hildegonda smeedde schoone plannen voor de -toekomstige woning, waar ze den aan<span class="pagenum"></span> avonturen gewenden ridder en -held door trouwe liefde boeien wilde.</p> - -<p>Op een dag echter verscheen er een bode op de Drachenburg, gezeten -op een met schuim overdekt paard. De afgevaardigde kwam van het -keizerlijke Worms en berichtte, dat de oom van den ridder, de -keizer, tot de kruistochten tegen de ongeloovigen achter de -Pyreneeën besloten was. Karel wenschte den beproefden paladijn onder -zijn legeraanvoerders te zien optreden. Zwijgend ontving Roland de -boodschap van den hoogen gebieder. Hij keek naar Hildegonda, die met -doodsbleek gelaat naast hem stond, en een hevige smart kwam over -hem. Maar hij moest zijn plicht nakomen. Hij zegt den koningsbode in -het keizerlijke leger aan te kondigen, dat hij over drie dagen -verschijnen zal. Met somber gelaat wendt hij zich af. Hildegonda -werpt zich snikkend aan zijn borst.</p> - - -<h4 align="center">III.</h4> - - -<p>Verwoed streden in Iberië het kruis en de halve maan om de -heerschappij. Hevige gevechten werden geleverd, veel bloed werd door -de christenen en de ongeloovigen vergoten. Bloedige overwinningen -behaalden de moedige paladijnen van den koning der Franken, het<span class="pagenum"></span> -dapperste echter streed Roland. Zijn zwaard baande den keizer den -zegetocht, het dekte het leger van den keizer, toen het zegevierend -in het onbekende vijandelijke land trok. Het was in Ronceval, in dat -dal, dat naderhand zoovele dichters in het Duitsche en Waalsche land -bezongen hebben. Gescheiden van het hoofdleger, trekt Rolands -dappere achterhoede, tegen het vallen van den avond, langs den -boschweg. Daar klinkt plotseling woest geschreeuw van de hoogten, -verwoed vallen de laffe Mooren het troepje Franken aan. Met -heldenmoed vechten zij. Gelijk een koningsarend vliegt Rolands -strijdros Brilliador nu hier, dan daar heen, en menige schedel der -Saracenen wordt door zijn machtig zwaard Durando gespleten. Maar de -overmacht overwon de dapperheid. Steeds kleiner wordt de schaar der -Franken, en nu wordt ook Roland door een lanssteek van een -reusachtigen Moor getroffen. Over hem heen woedt de woeste strijd. -Toen de nacht treurig zijn donkeren mantel over het slagveld -uitspreidde, hadden de ongeloovigen hun afschuwelijk werk volbracht. -De Franken waren verslagen. Slechts eenigen waren aan den dood -ontkomen.</p> - -<p>Waar is Roland klonk de angstige vraag. Hij was niet onder de -geredden. Waar is Roland? vroeg Karel de Groote ontsteld aan de<span class="pagenum"></span> -vermoeide boden. Door het geheele rijk weerklonk het antwoord: -Roland de held viel in den strijd tegen de Saracenen. Overal -verwekte deze treurige tijding oprechte droefheid.</p> - -<p>Ook aan den Rijn werd zij vernomen. Op een dag verschenen er -koningsboden op de Drachenburg, die de treurige boodschap -overbrachten en tevens de deelneming van den keizer betuigden. -Smartelijk zuchtte de oude Heribert, terwijl hij de oogen met de -hand bedekte. Hildegonda stiet een vreeselijken gil uit. -Hartverscheurend was haar verdriet. Voor het beeld van de Moeder -Gods lag ze snikkend op de knieën en smeekte om bijstand in haar -groote smart. Dagenlang sloot ze zich in haar kamertje op, en zelfs -de woorden van troost, die de vader haar bood, vermochten het -ontzettende leed niet te verzachten.</p> - -<p>Nadat er weken verstreken waren, trad het bleeke meisje, op een dag -het vertrek van den ridder binnen, kalmer dan voorheen. <span class="corrected" id="cor0039" title="[Original text: Een bovenaarsche glans]">Een -bovenaardsche glans</span> lag over haar ernstige trekken. En toen de vader -de knielende naar zich toe trok, deelde zij hem het besluit mede, -dat in haar zwaarbeproefde ziel gerijpt was. Smartelijk hebben de -oogen van graaf Heribert haar aangezien. Vervolgens heeft hij een -kus op haar rein voorhoofd gedrukt.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Toen is de dag aangebroken, waarop de klokken beneden op het eiland -Nonnenwerth plechtig luidden. Voor het altaar knielde gesluierd een -nieuwe novice, de lieftallige dochter van graaf Heribert. In de -heilige stilte van het klooster zocht zij den vrede, dien zij in den -vaderlijken burcht niet vond. Met een laatsten snik had ze den naam -van den geliefde uit het hart verbannen, de vlammen van de treurende -liefde uitgedoofd, en nu moest haar ziel vervuld zijn van het -heilige vuur van reine godsvereering. Te vergeefs hoopte de geknakte -vader, dat de ongewone eenzaamheid van het klooster het besluit van -de geliefde dochter aan het wankelen zou brengen en zij aan het -einde van het proefjaar in zijn armen terug zou keeren. Integendeel; -de godsvruchtige jonkvrouw smeekte den bisschop, die aan het -geslacht van den vader verwant was, de goedheid te hebben haar geen -proefjaar op te leggen en haar reeds na korten tijd toe te staan, de -onherroepelijke belofte voor Hem af te leggen, aan wien ze haar -leven gewijd had. Haar vurige wensch werd vervuld. Toen er een maand -verstreken was, vielen de gouden lokken van Hildegonda's hoofd en -door een heilige belofte verbond de lieftallige dochter van den heer -van de Drachen<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>burg zich voor eeuwig aan den almachtigen God.</p> - - -<h4 align="center">IV.</h4> - - -<p>Maanden waren er sedert dien tijd verstreken. De lente was voorbij -en de schooven stonden reeds op de velden. Op de plaats, waar de -vloed, aan het einde van het Rijndal gekomen, door zeven -trachietreuzen met door burchten gekroonde hoofden omringd wordt, -houdt de ridder met zijn gevolg stil. Het is nog niet lang geleden, -dat hij ver in het Zuiden, waar de Iberische zon het dal van -Ronceval bestraalt, in een armoedige herdershut ziek gelegen heeft. -Daarheen had de trouwe schildknaap zijn meester, die door een lans -van een Moor in de borst getroffen was, gesleept. Hier had de -dappere held en legeraanvoerder weken- en maandenlang op het ziekbed -gelegen en met den dood geworsteld, totdat zijn krachtige natuur de -overwinning behaalde. Roland herstelde door de liefdevolle -verpleging, terwijl hij in het Frankenland als een doode betreurd -werd. Nu was hij teruggesneld naar de plaats, waarheen hij met -geweld getrokken werd. Een boschrijk eiland verheft zich groetend -uit den lichtblauwen vloed. De gouden avondzon schittert over de -bergen. Op den bergrug tallooze druivenstok<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>ken, links de liefelijke -beukenboschjes, tot aan de steile kruin opstijgend, rechts de -murmelende golfslag, aan de overzij, ver zichtbaar op de sagenrijke -rots, waar eens een afschuwelijke draak gehuisd had, de muren van -een ridderslot. Hoog boven alles de nacht in gouden sterrengewaad.</p> - -<p>Zwijgend staat de ridder stil. Zijn blik rust bewonderend op het -prachtige landschap, evenals maanden geleden, wordt hij week -gestemd.</p> - -<p>"Hildegonda" fluistert Roland en ziet op naar den met sterren -bezaaiden hemel.</p> - -<p>Evenals destijds vaart wederom een schip door de donkere water. Op -den boschweg, die naar de Drachenburg leidt, schrijdt Roland, door -zijn schildknaap vergezeld.</p> - -<p>Met doodsbleek gelaat staart de oude slotbewaker naar de late -gasten. Hij maakt een kruis en ijlt in het vertrek van zijn heer. -Daar wankelt een manlijke gestalte, door ouderdom en verdriet -gebogen. De ridder snelt hem tegemoet. "Roland" klinkt het als een -steunen van de verbleekte lippen van den burchtheer. Zwijgend houdt -de late bezoeker den snikkenden ouden heer in de armen gesloten. -Toen Roland maanden geleden wegging, vond zijn verdriet geen tranen, -nu vloeiden zij rijkelijk over zijn door smart ingezonken wangen.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Roland maakt zich uit de omarming van den ridder los.</p> - -<p>"Waar is zij? (Gillend uit hij deze vraag.) Dood?"</p> - -<p>Vreeselijk treurig ziet graaf Heribert hem aan.</p> - -<p>"Hildegonda, de bruid van den voor dood gehouden Roland, werd de -bruid des hemels."</p> - -<p>Bij het hooren van deze woorden steunde de held luid en verborg vol -smart het hoofd in de handen.</p> - -<p>Tegen het aanbreken van den dag heeft hij den burcht verlaten, -gelijk een koningseik, die door den bliksem getroffen is. In den -tegenover gelegen burcht op den rotswand, die door de hoopvolle -liefde in de lente opgebouwd werd, heeft hij zijn intrek genomen, en -daar heeft hij de wapenrusting voor altijd afgelegd. Uitgedoofd -waren de sterren in zijn borst, gestorven de begeerte naar roem. Dag -aan dag heeft hij daar boven gezeten en zwijgend naar het groene -eiland in den Rijn gestaard, waar de non Hildegonda elken morgen in -den kloostertuin tusschen de bloemen wandelde. Soms scheen het hem, -alsof ze zich groetend boog en dan werd het bleeke gelaat van den -ridder door het avondrood van het vroeger stralende geluk -opgeklaard.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Daarna werd hem ook dit geluk ontnomen. Op een dag bleef de geliefde -uit, en toen klonk het doodsklokje klagend op het stille eiland. Hij -ziet daar beneden een lijkkist naar het kerkhof dragen en hoort de -treurzangen en gebeden der nonnen. Hij ziet ze allen, slechts eene -ontbreekt. En de held bedekt het gelaat met de handen. Hij weet nu, -wie ze daar grafwaarts dragen.</p> - -<p>De herfst kwam en verdorde bladeren woeien over het graf van de non -Hildegonda. Nog altijd zat Roland daar boven en tuurde elken morgen -naar het kerkhof op het eiland. En zoo werd hij op een dag door zijn -schildknaap levenloos gevonden, het gebroken oog op de plaats -gericht, waar de verlorene geliefde sliep.</p> - -<p>Nog vele eeuwen versierde de trotsche Rolandsvesting den berg, die -nog steeds Rolandseck heet. Dan viel ook zij in puin evenals de -grootsche Drachenburg, waarvan de toren nog steeds omhoog steekt. -Een halve eeuw geleden viel op een stormachtigen winternacht de -laatste boog van de Rolandsvesting in puin, maar door -prijzenswaardige piëteit is zij weer opgebouwd, en evenals voorheen -prijkt de Rolandsboog op de steile rots, op het schoonste punt van -het heerlijke Rijndal, ten einde de tegenwoordige geslachten aan de -trouwe liefde uit den riddertijd te herinneren.<span class="pagenum"></span></p> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter34"></a> -<h3 align="center">Zevengebergte</h3> - -<h4 align="center">Het Nachtegaalboschje bij Honnef</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">E</span>en verrukkelijk plekje aarde is het liefelijke Honnef, dat zich als -een mooi, schuw kind aan de voeten van den ouden, beschuttenden -Drachenfels aan den Rijnstroom uitstrekt. Alsof het in een schelp -ligt, wordt het door den reusachtigen rug van den berg voor den -ijzigen adem van den Boreas beschut. Daardoor is de wind in dat dal -minder scherp, zoodat het plaatsje den naam van "het Duitsche Nizza" -gekregen heeft. Als de bezoeker van den Drachenfels, door de -ondergaande zon tot terugkeer gedrongen, door het dal van Honnef -afdaalt, teneinde de wachtende boot te bereiken, dan klinkt hem van -alle kanten het schoone gezang der nachtegalen tegen. Talrijker, dan -ergens in de omgeving zijn deze minnezangers hier bijeen; reeds -sedert vele jaren is dit zoo, en de sage deelt ons de oorzaak -hiervan mede.</p> - -<p>Zeer lang geleden zongen ze op een andere plaats. Het was in de -Eifel, in het bosch van de abdij Himmerode. Daar klonk, evenals -thans<span class="pagenum"></span> in het dal bij Honnef in den stillen zomernacht hun -verrukkelijk gezang. Ook tot de ernstige monniken, die in de -kruisgangen en kloostertuin in vrome overdenking rondliepen, drong -het door. Zelfs de vrome boetelingen, die zich in hun kerkers -kastijdden vernamen het. En in hun prevelende gebeden vermengde zich -verlokkend het verleidelijke gezang der nachtegalen. Toen zijn in -menig monnikshart, dat reeds lang afstand van het wereldsche genot -gedaan had, schuw en beschaamd herinneringen opgewekt en in menig -oor der vrome broeders hebben zij 'over heerlijke, zondige dingen -gefluisterd.</p> - -<p>Daarop is de heilige Bernhard op een dag in de abdij Himmerode -gekomen en heeft in de harten der broeders gelezen. Groote droefheid -overviel hem, toen hij bemerkte, dat uit menige heilige ziel de -goddelijke vrede verdwenen was. De oorzaak hiervan bleef hem niet -verborgen. Vervuld van heilige geestdrift trad de godsdienaar in het -bosch, dat het klooster omringde en hief met toornig gebaar de hand -op tegen de gevederde zangers van het woud. "Verwijder u van hier! -Gij zijt ons tot ergernis!"</p> - -<p>Dreigend had de heilige man dit uitgeroepen en ziet, in de twijgen -ontstond een hevig rumoer, een groote zwerm nachtegalen vloog uit<span class="pagenum"></span> de -struiken. Nog eenmaal weerklonk het verleidelijke gezang door het -woud, daarna stoven zij schuw klappend met de vleugels weg.</p> - -<p>In het dal bij Honnef hebben ze zich neergelaten en geen banvloek -heeft ze sedert dien tijd daar vandaan verdreven. Zij, die daar in -gepeins verzonken alleen wandelen of met hun beiden babbelend door -het dal van Honnef gaan, zijn niet, evenals St. Bernhard, afkeerig -van de wereldsche vreugde; evenmin als zij, die met glinsterende -oogen en een teringachtigen blos op de wangen door den tuin van het -sanatorium Hohenhonnef wandelen. Deze en gene hoort den verlokkenden -klank van de nachtegalen, nu eens klagend, dan overmoedig. En -iedereen legt hem op zijn manier uit.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter35"></a> -<h4 align="center">De Drachenfels</h4> -<h4 align="center">I.</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">A</span>ls de reiziger de schoon gelegen Muzenstad Bonn verlaten heeft en -per stoomboot den Rijn opvaart, aanschouwt hij spoedig aan zijn -linkerhand de schilderachtige toppen van het Zevengebergte. De -steile kruin van den voorsten berg wordt thans nog versierd door den -toren en de muren van een oud ridderslot. Van dezen toren met den -griezeligen naam, waar men in den zomer voortdurend vroolijk gezang -en klinken van bokalen hoort, vertelt het volk een aandoenlijke -sage.</p> - -<p>In de eerste eeuwen na de geboorte van den Verlosser namen de -Germanen op den linker Rijnoever gewillig de leer van het kruis aan, -zooals de heilige Maternus, een discipel van den Volksapostel, uit -Gallië hun die mededeelde. Reeds sedert langen tijd hadden de vrome -christelijke zendelingen getracht, de christenleer bij de heidensche -stammen van Midden-<span class="pagenum"></span>Germanië te doen doordringen, doch zonder gevolg.</p> - -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="14_sarge"></a> - <img src="images/14_sarge.jpg" alt="14_sarge.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Am Sarge Kaiser Heinrich IV.</span> - <br>Nach dem Gemälde von L. Rosenfelder - <br>Zur Sage von der Burg Hammerstein] -</div> - -<br> -<br> - -<p>Zij hielden aan hun heidendom vast en wilden de christelijke -priesters uit het vreemde rijk niet in hun landstreken toelaten. -Reeds vroeger had dit rijk gepantserde legioenen, onder aanvoering -van listige bevelhebbers in de vrije landen gezonden.</p> - -<p>Destijds moet er een vreeselijke draak in een hol (nog thans -"Drachenloch" genaamd) gehuisd hebben, een draak met een -afschuwelijke gestalte, die dagelijks zijn rotshol verliet en in de -bosschen van het dal verschrikkelijk te keer ging, terwijl hij -menschen en dieren op vreeselijke wijze bedreigde. Menschelijke -krachten waren onmachtig tegen dat monster en daar men meende, dat -zich een vertoornde godheid in den slangachtigen salamander verborg, -bewees men hem goddelijke eer en offerde hem bereidwillig -misdadigers en gevangenen.</p> - -<p>Een ruwe heidensche stam woonde aan den voet van den berg. Dikwijls -ondernamen de strijdlustige mannen verwoestende rooftochten aan den -linker Rijnoever. Zij staken alles in brand en vermoordden de -christelijke broeders. Op een nacht waren ze wederom naar de andere -zijde getrokken en maakten in een verwoeden strijd met de -overvallenen vele goederen en gevangenen buit. Onder de laatsten -be<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>vond zich een jonkvrouw van buitengewone schoonheid. Twee -legeraanvoerders, door haar bevalligheid bekoord, verlangden haar te -bezitten. De oudste heette Horsrik, hij was een beroemd hoofdman en -gevreesd strijder, krachtig als een beer en woest als een tijger, de -jongste, Rinbold was minder ruw, doch even dapper.</p> - -<p>Huiverend wendde de lieftallige jonkvrouw zich af, toen ze de beide -vorsten met vlammende oogen om haar bezit vechten zag. Mannen, -overmoedig geworden door de behaalde overwinning, omringen hen. Toch -stellen zij nog meer belang in den strijd der aanvoerders, om de -gevangen christin, dan in hun eigen verworven buit. De toornige -woorden der beide tegenstanders vinden een echo in de harten der -omstanders. Als Horsrik, de gevreesde strijder de jonkvrouw voor -zich eischt, wordt hij door de omringende mannen aangemoedigd, maar -als Rinbold, de jeugdige trotsche legeraanvoerder haar begeert, -wordt hij veel meer door de omstanders toegejuicht. Somber staart de -andere voor zich uit, terwijl zijn vuist dreigend de strijdkolf -omklemd houdt. Daar gaat de kring der omringende mannen uiteen. -Tusschen de strijders treedt, met een ernstige uitdrukking op het -gelaat, de opperpriester, een grijsaard<span class="pagenum"></span> met zilveren haren en harde -trekken. Luid weerklinkt de toornige stem van den grijsaard:</p> - -<p>"Vervloekt zij deze twist om het bezit van een andersgeloovige. De -christin zal geen tweedracht zaaien tusschen de edelsten van onzen -stam. De dochter van hen, die wij haten zal u geen van beiden -toebehooren. De stichteres van dezen onzaligen twist zal den draak -geofferd worden. Ter eere van Wodan, dien zij en de haren miskennen, -zal zij bij zonsopgang gewijd worden." De mannen juichten dit plan -toe, vooral Horsrik. Met opgeheven hoofd staat de jonkvrouw daar. -Smartelijk en vol bewondering rust het oog van Rinbold, de trotsche -jeugdige legeraanvoerder op het engelachtige gelaat der jonkvrouw.</p> - - -<h4 align="center">II.</h4> - - -<p>Den volgenden dag in alle vroegte, nog voordat de godin van den dag -haar stralend hoofd van het purperen kussen in het Oosten ophief, -werd het levendig in het dal. Door het woud, dat nog in schemering -gehuld was, besteeg een opgewonden stoet de hoogte. Vooraan schreed -de priester, in het midden, bleek, maar kalm, de gevangene. Zwijgend -had zij het ter wille van den Heer toegelaten, dat de beenige hand -van den opperpriester den offerband om<span class="pagenum"></span> haar voorhoofd wond en -gewijde bloemen in haar loshangend haar vlocht. Menige medelijdende -blik uit het volk trof heimelijk het standvastige meisje, ook de -blauwe oogen van den jeugdigen, trotschen legeraanvoerder hadden -zich smartelijk vertrokken bij den aanblik van de aan den dood -gewijde jonkvrouw.</p> - -<p>Het vooruitspringende gedeelte der rots was bereikt, dat reeds -dikwijls door onschuldig menschenbloed bezoedeld was. Zwijgend -wonden de dweepzieke priesters touwen om haar teeder lichaam en -bonden haar aan den heiligen, aan Wodan gewijden boom, die den rand -van den afgrond beschaduwde. Geen klacht kwam over de bleeke lippen -der christin, geen traan blonk er in haar oogen, die verrukt naar -het morgenrood aan den hemel opzagen. De volksmenigte ging uit -elkaar en verspreidde zich; zwijgend en angstig bleven de heidenen -in de verte wachten op hetgeen komen zou.</p> - -<p>De eerste zonnestralen wierpen hun schijnsel over den berg. Zij -schitterden in de bloemenkroon, die de jonkvrouw in het haar droeg -en speelden op haar verheerlijkt gelaat, dat ze met een stralenkrans -van licht en glans omgaven. De jonge christin verwachtte den dood -evenals een verloofde haar bruigom. Haar lippen bewogen zich zacht -als in een gebed.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Daar hoorde men in de diepte dof rumoer; de draak kwam snuivend uit -zijn hol en stoof over den landweg. Hij ontdekt het offer op de -plaats, die zijn bloeddorst kent. Hoogop kromt zich zijn met -schubben bedekt lichaam, dat op ver uitgestrekte van scherpe nagels -voorziene pooten rust; gruwelijk slaat hij met zijn slangachtigen -staart en laat in zijn afschuwelijk gapenden muil zijn doodend gebit -zien. Blazend komt het ondier aangekropen, terwijl het begeerig de -tong heen en weer beweegt. Uit de bloederige oogen stralen helsche -vlammen.</p> - -<p>Doodsangst overvalt de jonkvrouw bij den aanblik van dezen -afschuwelijken salamander. Sidderend trekt zij een schitterend -gouden kruis, dat zij op de borst draagt, te voorschijn en strekt -dit afwerend naar den draak uit, terwijl een angstige hulpkreet tot -God haar lippen ontsnapt. En, o wonder! Terwijl hij zich hoog, als -door den bliksem getroffen, opricht, treedt de draak terug en stort -achterwaarts over puntige rotssteenen in de diepte. Onder brullend -gehuil en het donderend rumoer van vallende rotsblokken verdween het -ondier in de woeste golven van den vloed. Een algemeene gil klonk -van de lippen der ter zijde wachtende heidenen. Verbazing en schrik -stond op alle gezichten te lezen. Vol berusting, met droomerig -gesloten<span class="pagenum"></span> oogleden stond de jonkvrouw daar en bad zacht tot Hem, -die haar gered had. Daar werd zij van de touwen, die haar -vastgebonden hielden, bevrijd, en twee krachtige armen omvatten haar -en droegen haar in den kring der verbaasde toeschouwers. Zij hief de -oogen op en zag den jongsten der beide legeraanvoerders; zijn ruwe -krijgsmanshand vatte de hare. Als voor een hemelsche verschijning -boog de jongeling zijn knie en raakte met de lippen de witte -vingeren aan. Luide zegenkreten klonken den ridder tegen.</p> - -<p>De bejaarde priester trad naar voren en vol verwachting zweeg het -volk. Hij vroeg de christin plechtig, wie haar van den wissen dood -gered had, en wie de God was, die de zijnen zoo zichtbaar hielp. En -zegevierend glinsterden de van gelukstralende oogen der jonkvrouw.</p> - -<p>"Dit beeld van Christus heeft den draak verpletterd en mij gered," -riep zij zegevierend uit. "In hem rust het heil der wereld en de -welvaart der volkeren!"</p> - -<p>Met schuwen eerbied beschouwde de bejaarde priester het kruis van -Christus.</p> - -<p>"Dat het spoedig uw geest moge verlichten evenals van al deze -lieden," sprak de jonkvrouw ernstig. "Het zal u grootere wonderen -openbaren dan dit, want onze God is groot."<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Men geleidde de jonkvrouw met de overige gevangenen weer naar haar -vaderland. Zij keerde spoedig terug, vergezeld van een christelijken -priester. De stem van het geloof en der onschuld richtte wonderen -uit in de harten der heidenen. Bij duizenden tegelijk begeerden zij -den doop. De oude priester en Rinbold waren de eersten, die hun -hoofd voor de nieuwe leer bogen. Vreugde heerschte er onder den -stam, toen de jonkvrouw den jeugdigen legeraanvoerder de hand voor -het leven reikte. Een christelijke tempel werd in het dal opgericht -en bovenop de rots verrees een trotsche burcht voor de jonggehuwden. -Wel tien eeuwen bloeiden het machtige geslacht der Drachenburgers in -de omstreken van den Rijn.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter36"></a> -<h4 align="center">De monnik van Heisterbach</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">I</span>n den ouden tijd stond in een liefelijk dal van het Zevengebergte -het klooster Heisterbach. Thans staan nog eenige overblijfselen op -het met boomen omgeven grasveld. Niet door den tand des tijds, maar -door de barbaarschheid van het oorlogzuchtig tijdperk zijn de -kloosterhallen verwoest. Men heeft de monniken verjaagd, de muren -afgebroken en de steenen voor het bouwen van vestingen gebruikt. -Sedert dien tijd, zoo deelen de landlieden van het Zevengebergte -mede, wandelen 's nachts de geesten van de verjaagde monniken -tusschen de ruïnes van het koor en de puinhoopen der zuilen. -Zwijgend klagen zij hun vervolgers en de verwoesters hunner cellen -aan. Onder hen bevindt zich ook Gebhard, de laatste prior van -Heisterbach. Hij dwaalt tusschen de monniksgraven, telt ze en -bezoekt ook de graven van de heeren van Löwenburg en Drachenburg. -Een graf ontbreekt; bij de laatste verwoesting hebben de -kloosterschenders dit geopend.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Zeer beroemd waren de geleerde monniken in de middeleeuwen. Menig -kunstig afschrift van den Bijbel, menig zeer geleerd geschrift, dat -in de wereld verscheen, was afkomstig uit de stille kluis van het -klooster aan den Rijn en gaf blijk van de vlijt en kennis der vrome -monniken. Een was er onder hen, die boven allen in geleerdheid -uitblonk. Hoog stond hij bij allen in aanzien, en zelfs het bejaarde -hoofd van den vader prior boog zich deemoedig voor de door God -begenadigde geleerdheid van den jeugdigen monnik.</p> - -<p>Maar de giftige worm van den twijfel knaagde aan zijn veelomvattende -kennis, en de spiegel van zijn geloof werd beneveld door schadelijk -gepeins. Dikwijls dwaalde zijn oog onrustig over het geel geworden -perkament, waarop het levende woord Gods geschreven stond, en -ofschoon zijn kinderlijk deemoedig hart zich onderwierp en -smartelijk uitriep: "Ik geloof, Heer, sta mij bij in mijn ongeloof!" -zoo toch omzweefden hem dikwijls hoonend de scheppingen van zijn -onrustigen geest en de pijnigende gestalten van den verderfelijken -twijfel, die zijn ziel tot het tooneel van een smartelijke -worsteling maakten.</p> - -<p>Eens zat hij bij het aanbreken van den dag weder met gloeiend hoofd -over de perkamentrollen<span class="pagenum"></span> gebogen. Uren verstreken, en de morgenzon -verguldde de hooge zuilengangen met haar gouden glans. Verleidelijk -dansten de stralen op de beschreven rol, die de monnik in de handen -had. Hij echter zag het niet en staarde voortdurend op de regels, -die hem reeds sedert maanden met kwellenden twijfel vervulden: -"Duizend jaren zijn den Heer gelijk een dag!"</p> - -<p>Reeds maandenlang martelde hij zijn hersenen met dit raadselachtig -woord van den apostel. Met geweld had hij de onbegrijpelijke plaats -uit zijn gedachten verbannen, en nu dansten haar letters wederom -voor zijn moede oogen. Zij werden grooter, de gekrulde teekens, -rekten en verlengden zich bovennatuurlijk en werden spottende -gestalten, die hem hoonend omzweefden: "Duizend jaren zijn den Heer -gelijk een dag!"</p> - -<p>Het liet hem geen rust in de muffe cel en trok hem naar de -eenzaamheid van den frisschen kloostertuin. Met onrustigen tred ging -hij, in kwellend gepeins verzonken, de paden op en neer. Zijn blik -vestigde zich op den grond, zijn geest vertoefde zeer ver van de -rustige omgeving. Zonder het te weten had hij den kloostertuin -verlaten en wandelde op de boschwegen. Vertrouwelijk groetten de -vogels in de groene twijgen hem, met groote oogen zagen de bloemen -in het zachte mos hem<span class="pagenum"></span> aan. Hij echter, de peinzende denker, hoorde -en zag niets. Want de twijfel in zijn ziel zag slechts een plaats, -hoorde slechts een klank "Duizend jaren zijn den Heer gelijk een -dag!"</p> - -<p>Vermoeid was zijn dolende voet, afgemat zijn overspannen hersenen. -Op een steen zonk de monnik neder en steunde het geplaagde hoofd -tegen een boom. Een verzoenende droom voerde zijn geest weg. In door -licht omgeven sferen vond hij zich zelf terug; aan den troon van den -Allerhoogste. Het water van de eeuwigheid ruischte om hem heen. Alle -voortbrengselen der schepping verschenen en prezen het werk zijner -handen, welks heerlijkheid de hemelen roemen: vanaf den worm in het -stof, dien nog geen sterfelijk wezen heeft kunnen scheppen, tot aan -den adelaar, dien Hij vleugels gegeven heeft en het vermogen om van -de hoogte op de diepte neer te zien; van de zandkorrel in de zee tot -aan den reuzenkegel, die op bevel van den Heer uit den sedert -duizenden jaren gesloten vuurmond spuwt. Zij allen spreken slechts -een taal, die voor den hoogmoedige onverstaanbaar is en den nederige -geopenbaard en duidelijk gemaakt wordt. De taal van Hem, die hen uit -het stof te voorschijn riep, zij het in zes dagen, zij het in -zesduizend jaren: "Duizend jaren zijn den<span class="pagenum"></span> Heer gelijk een dag!" Met -een lichte rilling opent de monnik de oogen.</p> - -<p>"Ik geloof Heer, sta mij bij in mijn ongeloof!" mompelt hij, zich -opheffend. Luisterend staat hij stil. Van verre luidt de -kloosterklok. Vesperluiden is het. Het avondrood straalt reeds door -de takken. Snel wendt hij zijn schreden naar het klooster. De kerk -is reeds verlicht. Door de half geopende deur ziet hij de monniken -in hun stoelen. Stil snelt hij naar zijn plaats. Met verbazing -bemerkt hij, dat er een andere monnik voor zijn stoel staat. Hij -raakt hem met den vinger aan, maar tot zijn verbazing ziet hij een -vreemde, dien hij tevoren nooit gezien heeft. Nu heft ook deze en -gene zijn hoofd van het boek op en kijkt vragend naar den -binnengekomene.</p> - -<p>Dan komt er een zonderling gevoel over hem. Slechts vreemde -gezichten ontdekt hij. Terwijl hij verbleekt, kijkt hij om zich heen -en wacht het einde van den ernstigen psalm af. Verstomd zijn gezang -en gebed. Door de rijen gaat een fluisterende vraag. De prior, een -eerwaardig grijsaard nadert den binnengetredene. Op zijn hoofd rust -de tachtigjarige sneeuw.</p> - -<p>"Hoe is uw naam, vreemde broeder?" vraagt hij op vriendelijken, -welwillenden toon.</p> - -<p>Afgrijzen maakt zich van den monnik meester.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Maurus," mompelt hij toonloos, terwijl zijn stem beeft. "Bernard, -de Heilige, was de abt, die mijn gelofte afnam in het zesde -regeeringsjaar van koning Koenraad, dien men den Frank noemde."</p> - -<p>Ongeloof en verbazing teekenen zich op de ernstige gezichten der -monniken af. En de monnik heft zijn doodsbleek gelaat tot den prior -op en deelt hem met doffe stem mede, hoe hij in het bosch -ingeslapen, en niet ontwaakt is, voordat de vesperklok luidde. De -prior wenkt een broeder.</p> - -<p>"Het is bijna driehonderd jaar geleden, dat St. Bernhard stierf, -evenals Koenraad, dien men den Frank noemde."</p> - -<p>De broeder brengt de oorkonden van het klooster. Zij bladeren ver -terug: driehonderd jaren tot den tijd, toen Bernhard, de Heilige, -leefde. En zoo las de bejaarde prior, wat het perkament verkondigde: -"Maurus, een twijfelaar, verdween op een dag uit het klooster en -niemand heeft sedert dien tijd vernomen, wat er van hem geworden -is."</p> - -<p>Een rilling gaat door de leden der monniken. Dat was hij, deze -broeder Maurus, die na driehonderd jaar in het klooster terugkeerde! -In zijn ooren weerklonk het laatste woord, dat de prior gelezen had, -als bazuingeschal van het<span class="pagenum"></span> laatste oordeel: driehonderd jaren! Met -opengesperde oogen ziet hij omhoog, hulpeloos tast hij met de handen -voor zich uit. De broeders ondersteunen hem en beschouwen hem met -heimelijk afgrijzen, want zijn gelaat wordt aschgrauw, als van een -stervende, de smalle haarkrans op zijn hoofd wordt eensklaps -sneeuwwit.</p> - -<p>"Mijne broeders," prevelt hij met brekende stem, "eert steeds het -onvergankelijke woord des Heeren <span class="corrected" id="cor0040" title="[Original text: on zoekt niet door]">en zoekt niet door</span> te dringen in -wat Hij opzettelijk voor ons verborgen hield. Voor Hem bestaat er -geen tijd. Dat mijn voorbeeld nooit uit uwe gedachten moge -verdwijnen. Eerst heden drongen deze woorden van den apostel tot mij -door: Duizend jaren zijn den Heer gelijk een dag. Hij, de Heer, zij -mij armen zondaar genadig!"</p> - -<p>Levenloos zonk hij ter aarde en geroerd baden de broeders bij zijn -lijk.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter37"></a> -<h3 align="center">Godesberg</h3> - -<h4 align="center">Het "Hochkreuz"</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">A</span>an den grooten weg tusschen Bonn en het naburige Godesberg verheft -zich aan den linker kant uit een donker boschje een hooge steenen -zuil; in die streek bekend onder den naam van "Hochkreuz". -Vriendelijk komt de steen uit het schaduwrijke groen te voorschijn, -als de toerist daar op den dag voorbij komt. 's Avonds daarentegen -maakt het vervallen, verweerde gedenkteeken, wanneer dit plotseling -op den eenzamen weg voor de blikken van den voorbijganger opdoemt, -een ernstigen, bijna griezeligen indruk. Deze wordt nog versterkt -wanneer men de sage kent, die sedert oudsher — het "Hochkreuz" -staat daar reeds vele eeuwen — het grijze gedenkteeken omzweeft.</p> - -<p>De sage voert ons terug in den tijd, toen in plaats van de -tegenwoordige ruïne nog een trotsch ridderslot vanaf den Godesberg -op de heerlijke omgeving van Bonn neerzag. Destijds leefde op den -Godesberg een oud strijder, die<span class="pagenum"></span> in het Rijnland zeer geroemd werd. -Zijn vrouw was gestorven; maar haar beeld leefde in <span class="corrected" id="cor0041" title="[Original text: twee linke zonen]">twee flinke zonen</span> -voort. De oudste was geheel het evenbeeld zijner moeder; hij bezat -een zachtzinnigen aard en het gemoed van een kind. Hierdoor kwam -het, dat de oogen van den vader met meer welgevallen op hem, dan op -den jongeren zoon rustten, die niettegenstaande zijn jeugd reeds -menig dol waagstuk en menig onridderlijk avontuur uitgehaald had.</p> - -<p>Maar toch was de grijsaard hem daardoor niet <span class="corrected" id="cor0042" title="[Original text: minder goet gezind.]">minder goed gezind.</span> Hij -hoopte, dat hoe onstuimiger de jongeling den genotvollen beker -ledigde, hoe eerder hij op den drabbigen bodem zou komen, hetgeen -het gevolg van elk bovenmatig genot is. Dan zou hij niet meer -afkeerig van ernstigere dingen zijn, en wellicht zou de wensch van -de overleden gemalin vervuld worden, die steeds gehoopt had, dat de -Keulsche bisschopsring van den heiligen Maternus eens haar jongsten -lieveling mocht sieren, terwijl Erich, de oudste, heer van Godesberg -zou zijn.</p> - -<p>Dikwijls kwam deze wensch bij den grijsaard op, en menig vroom gebed -voor de verhooring daarvan zond hij ten hemel, wel wetende; dat zijn -overleden vrouw zich daar boven met zijn smeekbeden vereenigde. -Dikwijls ook sprak hij den jongeling toe en slaakte in stilte<span class="pagenum"></span> een -zucht als deze zich aan het onaangename gesprek poogde te -onttrekken.</p> - -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="15_roland"></a> - <img src="images/15_roland.jpg" alt="15_roland.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Roland in der Schlacht von Roncevalles</span> - <br>Nach dem Gemälde von A. Guesnet] -</div> - -<br> -<br> - -<p>Toen verscheen de dood als een droevige gast op den Godesburcht. Hij -nam den bejaarden burchtheer mede en voerde hem in het land der -droomen tot zijn vrouw. In zijn laatste uur had de ridder nog tijd, -datgene te herhalen, wat hij jarenlang als een vurige wensch in zijn -binnenste bewaard had. Hij zegende de zonen en smeekte God den eenen -op den burcht zijner voorvaderen, den anderen voor het altaar van -den Heer Zijn rijken zegen te schenken. Daarop stierf hij, diep -betreurd door de armen en verdrukten.</p> - - -<h4 align="center">II.</h4> - - -<p>In de hooge zaal van den Godesburcht, keken de portretten der -voorvaderen op de beide broeders neer, die zwijgend den maaltijd -gebruikten. Treurig gestemd zaten de tegenwoordige burchtheer en -zijn jongere broeder tegenover elkaar. Er werd weinig gesproken, -maar de enkele woorden, die de jongste uitte, klonken verbitterd en -ontstemd. Tevergeefs trachtte de oudste het vertoornde gesprek van -den jongeren broeder af te weren. "Ik nam slechts, wat mij als -overoud vaderrecht toekomt," antwoordde hij zacht op de aanklacht -van den an<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>deren. "Ik ben niet heer, maar beheerder van mijn -bezitting en zij, wier beeltenissen op ons neerzien, zouden mij in -de andere wereld vervloeken, als ik mijn erfdeel niet goed beheerde. -Voor jou echter is een hooger erfdeel voor het altaar van den Heer -weggelegd, zelfs een hooge rang zal je bekleeden, zooals je reeds -schriftelijk is toegezegd, wanneer jij, de afstammeling van een -doorluchtig geslacht, een waardig dienaar van den Heer wordt."</p> - -<p>Maar toornig valt de broeder hem in de rede: "Nooit buk ik mij voor -den harden dwang, die den oudsten de wapenrusting, den jongsten de -monnikspij oplegt. En al werd mij de bisschopsring en de -kardinaalshoed aangeboden, dan nog wil ik geen priesterkleed dragen, -maar het ijzeren kleed, dat ik tot nu toe gedragen heb."</p> - -<p>Treurig hoorde de andere hem aan.</p> - -<p>"Dat God uw donker hart moge verlichten. Gaarne zou ik met je -deelen, maar het gebod onzer voorvaderen laat dit niet toe. Daarom -onderwerp je en bedenk, wat hem dreigt, die de heilige gebruiken -zijner voorouders veracht."</p> - -<p>Toen werd het stil in de ridderzaal.</p> - - -<h4 align="center">III.</h4> - - -<p>Jachtfanfares klonken door het woud, dat zich destijds van den voet -van den Godesberg<span class="pagenum"></span> tot aan de poort van Bonn uitstrekte en zeer veel -edel wild bevatte. Evenals vroeger met hun vader, zoo gingen de -beide broeders ook thans gezamenlijk ter jacht. Gaarne had graaf -Erich de uitnoodiging van zijn broer aangenomen. Hartelijk verheugde -hij er zich over, dat de slechte stemming, die hij sedert -verscheidene dagen bij den broeder waargenomen had, verdwenen was. -Het scheen, alsof deze tot inkeer gekomen was en het besluit genomen -had, den vromen wensch zijner ouders te vervullen. Hij deelde zelfs -mede, dat hij plan had, den aartsbisschop in de heilige stad Keulen -te bezoeken en hem den brief te overhandigen, dien zijn vader hem -als een gewichtig geschrift nagelaten had.</p> - -<p>Dat verheugde graaf Erich zeer. Welgemoed doorkruiste hij het dichte -struikgewas. Hij was zeer gelukkig op de jacht en had reeds -verscheidene groote evers gespietst, ook een groot hert viel -hetzelfde lot ten deel. Daarentegen trof de broeder slecht. Zijn -hand was onvast, zijn bewegingen verrieden onrust, een zeldzaam vuur -schitterde in zijn oogen. Hij was een prachtigen ever op het spoor, -en bereidwillig gaf de broer aan den wensch om het dier gezamenlijk -te vervolgen, gehoor.</p> - -<p>Door heg en struik gingen de jagers, vergezeld van de blaffende -honden. Daar ritselt het<span class="pagenum"></span> loover, hijgend baant de ever zich een weg -door het bosch. Suizend snort de jachtspies uit de hand van den -jongsten broer en blijft in de schors van een eik zitten.</p> - -<p>"Je hand is meer geschikt om vrome christenen te zegenen," zegt de -oudste schertsend.</p> - -<p>"En om mij van lastige broeders te ontdoen," bromt de andere en -trekt bliksemsnel den degen van zijn zijde. Sissend dringt het staal -in de borst van den broeder. Een gil klinkt door het woud, in welks -duisternis de broedermoordenaar verdwijnt. Ontzet snellen de beide -schildknapen toe. Een smartkreet klinkt uit beider mond. De graaf -ligt badende in zijn bloed, met de sluier des doods over de oogen.</p> - -<p>De schildknapen buigen zich tot den stervende over.</p> - -<p>"Mijn broeder!" In een zucht sterven deze woorden weg. Ontsteld -worden ze door de schildknapen herhaald, en met leedwezen wordt het -bericht, dat de ongelukkige Godesberger door de broederhand gevallen -is, in het Rijnland vernomen. Innig verdriet heerschte er in den -Godesburcht, waar de jonge slotheer in het graf zijner vaderen -bijgezet werd. De burcht bleef verlaten, de naaste verwanten van het -adellijke geslacht wilden hun woning in de gezegende "Rheingau" -dicht bij de Palts niet voor de on<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>zalige vesting verruilen, en zoo -woonde daar slechts de poortwachter.</p> - -<p>Maar ook hij werd verdreven, want op een nacht sloeg de bliksem in -den toren, en voor dat men van beneden hulp kon bieden, had de -flikkerende straal alles vernield, alleen de zwart gerookte muren -zijn overgebleven. Zoo werd de trotsche Godesburcht een treurige -ruïne.</p> - - -<h4 align="center">IV.</h4> - - -<p>Jaren zijn intusschen verstreken. Uit het woud te Godesberg is -destijds een man geijld, radeloos en angstig, bleek en ontsteld. -Gisteren nog koesterde hij het misdadige verlangen naar de erfenis -van zijn broeder, en heden droeg hij het Kaïnsteeken van zijn -broedermoord op het voorhoofd. Bleek en angstig is hij uit het bosch -gevlucht. Het helsche plan om zijn broeder in enkele minuten uit -den weg te ruimen, dat hij in koelen bloede gesmeed had, is te niet -gegaan, toen het slachtoffer met een smartkreet neerzonk. De -moordenaar, wiens hand gesidderd had, werd door booze geesten -verdreven.</p> - -<p>Jaren zijn intusschen verstreken.</p> - -<p>Daar klopte op een dag een vreemde pelgrim aan het klooster -Heisterbach, dat de vrome monniken van Bernhard in het dal van het -Zevengebergte hadden laten bouwen, Half pelgrim,<span class="pagenum"></span> half bedelaar. Het -gewaad versleten, het gelaat vaal en vervallen, het lichaam -gebroken, zooals wellicht de ziel.</p> - -<p>Fluisterend smeekte hij den broeder portier medelijden met hem te -hebben. Hij kwam van de heilige plaatsen en zijn voeten wilden hem -niet verder dragen.</p> - -<p>De broeder deelt dit den prior mede, tot wien hij den vreemden -pelgrim geleidt. Zwijgend ziet de prior den man aan, die aan zijn -voeten neerzinkt. Dan komt er plotseling een andere uitdrukking op -zijn oud gelaat.</p> - -<p>"Bij God, zijt gij het, ridder —"</p> - -<p>Verder komt hij niet. Kermend houdt de ridder zijn knieën omklemd en -smeekt hem, zich zijner te erbarmen.</p> - -<p>"Ik ben het, die twintig jaar geleden den broeder in het Godesberger -woud versloeg," klaagt de ongelukkige. "Reeds tweemaal tien jaar -boet ik mijn vervloekte schuld en smeekte als pelgrim aan het -heilige graf, als slaaf in de ketenen der ongeloovigen, -Godserbarming over mij af. Sedert drie maanden vielen de ringen van -mijn handen, en met moeite en zorg ben ik naar mijn vaderland -getrokken. Hierheen werd ik gedreven en u, dienaren Gods, die mij -als knaap en als jongeling gekend hebt, smeek ik om een plaatsje -tusschen deze muren, waar ik<span class="pagenum"></span> de ruïne van Godesberg aan den overkant -kan zien, en waar ik boete kan doen en bidden, totdat de dood mijn -arme ziel wegdraagt."</p> - -<p>Toen legde de prior de handen zegenend op het hoofd van den armen -zondaar.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>Hij heeft boete gedaan en zeer veel gebeden in de eenzame -kloostercel. Vele jaren heeft hij het zondige lichaam gegeeseld en -vol berouw de vloekwaardige daad beweend. Toen is ook tot hem de -dood gekomen, en hebben de monniken van Heisterbach hem onder het -zingen van treurliederen grafwaarts gedragen.</p> - -<p>Daar, waar de broedermoord gepleegd is, heeft de aartsbisschop van -Keulen een kruispyramide doen oprichten, en hoewel er eeuwen -overheen zijn gegaan, zoo staat het sombere "Hochkreuz" nog steeds -op deze plaats.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter38"></a> -<h3 align="center">Bonn</h3> - -<h4 align="center">De Jonker van Klochterhof</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">O</span>p den Klochterhof te Friesdorf bij Bonn moet eens een edel jonker -gewoond hebben, die in de omstreken van Bonn algemeen als een groot -drinker bekend stond. Eens was jonker Erich vol ijver in het bosch, -dat den Godesberg omringt, gaan jagen. Het was een warme dag, hij -maakte weinig buit, was zeer vermoeid en had een ontzettenden dorst. -De avondzon weerkaatste in den Rijn, toen de heer Erich mismoedig -het geweer omgespte en met zijn buit, een vet haasje, naar huis -draafde.</p> - -<p>Destijds stond er aan den zoom van het Godesberger bosch een herberg -(thans staan er zeer vele), daar trad de jonker van Klochterhof -binnen, gaf de waardin den haas en laafde de dorstige keel met -parelenden landwijn. Toenmaals moet het druivensap, dat de zon op de -Friesdorfer en Godesberger hoogte deed rijpen, veel beter geweest -zijn, dan tegenwoordig. Het sappige wild, door de bekwame hand der<span class="pagenum"></span> -waardin klaar gemaakt, behaagde den jonker zeer, maar nog meer het -edele nat, dat de bedrijvige hand van den waard hem inschonk.</p> - -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="16_griet"></a> - <img src="images/16_griet.jpg" alt="16_griet.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Jan und Griet</span> - <br>Steinbild am Jan von Werth = Denkmal in Köln] -</div> - -<br> -<br> - -<p>Menige bokaal goot de dorstige jonker door de verdroogde keel en -menige krijtstreep maakte de waard aan den post van de deur.</p> - -<p>De nacht drong den heer Erich tot vertrekken. Aangenaam was het -zitten, en moeilijk viel het opstaan; de waard, die als een ruwe -klant bekend stond, trok een ernstig gezicht: "Twaalf bokalen: Denk -ook aan het betalen, mijnheer de drinker!"</p> - -<p>Toen zong de jonker met dubbelslaande tong een oud lied, dat in den -ouden tijd reeds de groote Pumpus van Perusia gezongen moet hebben.</p> - -<p>"Betalen gaat heden niet, omdat ik het geweer niet met penningen -laad."</p> - -<p>De ruwe waard griefde het vroolijke antwoord van den drinkebroer. -Hij trok een boos gezicht. "Als gij geen geld meer hebt, dan houd ik -uw broek tot pand. Kom morgen terug, mijnheer de drinker, en los uw -broek en uw schande weer in."</p> - -<p>Naar den Klochterhof bij Friesdorf wankelde met onvaste schreden een -man, die te veel gedronken had. Hij had het warm en tegelijkertijd -koud. Hij schreed als in den nevel voort, en de dennen van het woud -fluisterden elkaar een<span class="pagenum"></span> vreemde geschiedenis toe. Er waren er, die -zeer lustig suizelden, maar de bejaarde dennen schudden bedenkelijk -hun kruinen, evenals de maagdelijke berken, die blozend den nacht -dankten, dat hij de oogen van de kuische bloempjes in het woud -gesloten....</p> - -<p>Of de jonker van Klochterhof ingelost heeft, wat hij verpandde? De -sage zwijgt daarover. Bekwame kroniekschrijvers ontkennen het.</p> - -<p>Aan den zoom van het Godesberger woud stond langen tijd een herberg -"Zum Junkerhof" genaamd, maar de ondeugende nakomelingen van de -vrome voorvaderen verdoopten haar "zur Junkerhose" en vertellen -elkaar bij den parelenden wijn, dien de zon op de Friesdorfer en -Godesberger hoogte laat rijpen, de geschiedenis van de broek van den -heer Erich.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter39"></a> -<h3 align="center">Keulen</h3> - -<h4 align="center">Richmodis von Aducht</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">H</span>et was in het <span class="corrected" id="cor0043" title="[Original text: midden der vijtiende eeuw]">midden der vijftiende eeuw</span>. De schaduwen des doods -spreidden zich over Keulen uit. Een vrouw in een donker gewaad ging -schoorvoetend door de straten: de zwarte pest. Haar giftige adem -drong in stulpen en paleizen en vernietigde het leven van duizenden.</p> - -<p>Op ontelbare huizen schilderden de doodgravers het zwarte kruis, een -teeken, dat het vreeselijke spook daar binnengetreden was. Het -aantal dooden steeg zoo zeer, dat velen geen rechtsstreeksche -begravenis ten deel viel. Men wierp de lichamen der ongelukkigen in -een gemeenschappelijk graf, bedekte het dunnetjes met aarde en -plaatste er een kruis op. Het jammeren en klagen in de oude stad -Keulen was niet om aan te hooren.</p> - -<p>Op de Neumarkt, dicht bij de kerk der Apostelen, woonde in een -prachtig patriciërshuis de rijke raadsheer Mengis von Aducht. Ook -hem trof het verschrikkelijke noodlot; zijn jeug<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>dige gemalin werd -door de pest aangetast en stierf.</p> - -<p>Het verdriet van den heer von Aducht was grenzenloos. Hij bracht den -ganschen nacht bij het omhulsel van de ontslapene, innig geliefde -vrouw door, kleedde haar in haar wit bruidskleed, dat zij eenige -jaren geleden gedragen had, versierde de kist met welriekende -bloemen en liet de doode de schitterende kettingen en kostbare -ringen, waarvan ze zooveel gehouden had, mede in de groeve nemen.</p> - -<p>De nacht lag treurig over het kerkhof naast de Apostelenkerk, waar -Richmodis in haar versch gedolven graf rustte.</p> - -<p>Stilte heerschte op den doodenakker. Daar beweegt zich de grendel -der kerkhofsdeur. Twee schaduwen sluipen op de teenen langs de -donkere rij der graven en richten hun schreden naar een versch -gedolven graf, dat hun welbekend is. Zij hebben het zelf gegraven. -De beide doodgravers van het kerkhof der Heilige Apostelen zijn het, -die de bloeiende vrouw van den raadsheer in den namiddag begraven -hebben. Zij sloten het deksel, en terwijl de ridder zich jammerend -over de innig geliefde gade heenboog, hingen de begeerige blikken -der beide mannen aan de schitterende kettingen en kostbare ringen, -die de doode versierden.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>De grafkransen ritselen in de duisternis en hard klinkt het spitten -met de spaden. Geleidelijk wordt het graf leeger, en de aardkluiten -daarnaast hoopen zich steeds meer op. Nu hoort men een dof geluid, -ze zijn tot aan het deksel der doodkist gekomen. Treurig flikkert -het schijnsel eener lantaarn uit het vochtige graf. Zij hebben het -deksel opengebroken, terzijde geschoven en buigen zich nu vol -hebzucht over de gestalte in het witte gewaad. Schel valt het licht -der lantaarn, die de eene man in de hand houdt, op het levenlooze -gelaat der vrouw in de doodkist, terwijl de andere man snel de -ringen van haar gevouwen handen trekt.</p> - -<br> - -<p>Daar beweegt zich plotseling de gestalte in de lijkkist, de smalle -witte vingeren bewegen zich. Bleek van schrik snellen de roovers -weg, ze laten de kist open en vergeten de gereedschappen.</p> - -<br> - -<p>Een klagende zucht steeg uit het graf op. Eenige minuten later -richtte de levendbegravene zich met moeite op. Met opengesperde -oogen beschouwde zij haar omgeving en ontzetting maakte zich van -haar meester. Rillend kijkt zij naar de ruimte, die zij verlaten -heeft, en naar de plaats, waar ze zich bevindt. Was het een droom, -die haar kwelde?<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Zij roept met zwakke stem. Niemand antwoordt, slechts het ritselende -herfstloof en de toppen der kerkhofsboomen, die door den wind -bewogen werden. Verder rondom doodsche stilte.</p> - -<p>Plotseling begreep ze haar vreeselijken toestand: terwijl ze -schijndood was, had men haar als ontslapene begraven. Haar hart -dreigde stil te staan van gruwelijke ontzetting. Zij greep de -achtergelaten lantaarn en wankelde tusschen de graven door naar den -uitgang, dien de roovers vergeten hadden te sluiten.</p> - -<p>Verlaten waren de straten. Slechts de sterren zagen de wankelende -gestalte in het sneeuwwitte gewaad, die zich gelijk een schim, -dikwijls minutenlang tegen de huizen der straten leunend, naar de -Neumarkt voortbewoog.</p> - -<p>Zwijgend groette het grijze patriciërshuis de weeropgestane -meesteres. Een venster was nog verlicht. De arme vrouw beneden kromp -ineen. Dat was het vertrek, dat getuige van haar jonge liefde -geweest was, waarin zij tijdens de vreeselijke ziekte geleden had, -en waaruit men haar als doode gedragen had, om in den vochtigen -grafkelder te ontwaken. Wellicht vertoefde haar bedroefde gemaal op -het oogenblik in deze kamer, doorliep haar met rustelooze schreden, -om dan eindelijk, door verdriet overstelpt, zijn hoofd<span class="pagenum"></span> in de -onaangeroerde kussens te begraven, met den naam zijner geliefde -Richmodis op de lippen.</p> - -<p>De vrouw in het doodskleed zuchtte. Zij klopte zoo hard aan de deur -als haar zwakke krachten het toelieten. Een oude dienaar stak na een -poosje zijn hoofd achter het luik in de eikenhouten deur en in de -schemering bemerkte hij met ontzetting het spookachtige wezen.</p> - -<p>Richmodis noemde hem bij den naam en beval hem haar te openen. Bij -den klank dezer stem kromp de oude ineen. Bleek van schrik snelde -hij de treden op en het vertrek van zijn heer binnen, terwijl hij -stamelde:</p> - -<p>"Heer de dooden staan op! Buiten voor het huis staat onze goede -vrouw en wil binnenkomen."</p> - -<p>Maar de raadsheer schudde verdrietig zijn hoofd.</p> - -<p>"Richmodis, mijn geliefde gade is dood en keert nooit weder. Nooit -komt ze terug," <span class="corrected" id="cor0044" title="[Original text: herhaarde hij vol onuitsprekelijk leed]">herhaalde hij vol onuitsprekelijk leed</span>, "eer zou ik -denken, dat de schimmels uit de stal naar de torenkamer zouden -opstijgen."</p> - -<p>Daar dreunde plotseling donderende hoefslagen op den Innenhof en -spoedig daarna op de steenen trappen. Toen de heer van Aducht de -deur uitsnelde, zag hij zijn beide schimmels de trappen oprennen.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Een oogenblik later keken twee hinnikende paarden over de -raamkozijnen in den sterrennacht, beneden echter hield een man -lachend en huilend tegelijk zijn geliefde vrouw in de armen -gesloten, die het graf hem weergegeven had.</p> - -<center class="fontsize133"><sup>*</sup> <sub>*</sub> <sup>*</sup></center> - -<p>Nog vele jaren leefde mevrouw Richmodis aan de zijde van haar -echtgenoot, terwijl een schaar allerliefste kinderen hun gelukkige -echtvereeniging volmaakte. Innige vroomheid verhelderde het leven -der stille huisvrouw, die sedert dien tijd nooit meer gelachen -heeft. Een kunstig misgewaad heeft zij voor de kerk der Heilige -Apostelen geborduurd, en de heer von Aducht heeft de gebeurtenis op -het kerkhof in de Apostelenkerk in een koornis laten schilderen ter -blijvende gedachtenis. <span class="corrected" id="cor0045" title="[Original text: De schilderij is]">Het schilderij is</span> thans verbleekt.</p> - -<p>Als gij nu, lezer, in Keulen komt en zijn Dom en kerken bewondert, -ga dan ook naar de Neumarkt, waar ge twee uit hout gesneden -paardenkoppen uit het dakvenster van een ouderwetsch huis zult zien -kijken, als herinneringsteeken aan deze gedenkwaardige geschiedenis -van Richmodis von Aducht.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="17_karl"></a> - <img src="images/17_karl.jpg" alt="17_karl.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Karl der Grosse</span> - <br>Nach dem Gemälde von Albrecht Dürer] -</div> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter40"></a> -<h4 align="center">De bouwmeester van den Keulschen Dom</h4> -<h4 align="center">I.</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">T</span>e Keulen vervoegde zich op den avond voor het feest van Jezus -Hemelvaart, een eenvoudig bouwmeester bij den machtigen -aartsbisschop Koenraad von Hochstaden en bood hem het ontwerp voor -een kerk aan. Op trotschen toon beweerde hij, dat zij een der -schoonste kerken van de wereld zou worden. Daar de kerkvorst over de -grootschheid van het ontwerp hoogst verbaasd was, droeg hij den -vermetelen bouwmeester de uitvoering daarvan op.</p> - -<p>Spoedig verhieven zich op de ruime plaats waar reeds eenmaal tijdens -de regeering van den eersten Frankenkoning een Dom gestaan had -(Hildebold, de aartsbisschop, had dezen laten bouwen, en de woeste -Noormannen hadden hem verwoest), statige hooge muren. Reusachtige -zuilen met prachtige welvingen vereenigden zich tot een trotsch -godshuis.</p> - -<p>Iedereen bewonderde den bouwmeester, wiens scheppende geest -binnenkort duizenden handen<span class="pagenum"></span> in beweging zette, en meester Gerhards -naam werd spoedig in de Duitsche en Waalsche landen met lof genoemd. -Het koor was reeds voltooid. Uit alle omliggende plaatsen, zelfs uit -verre landen kwamen bedevaartgangers naar den Dom te Keulen om het -stoffelijk overschot der drie koningen, die in het koor rustten, te -aanbidden. De lofliederen der vrome christenen weergalmden door de -trotsche gewelven.</p> - -<br> - -<p>Hij, die echter het meeste reden had, om zich te verheugen, deed -zulks niet. In zijn borst, die eerst van vreugde gezwollen had, -nestelden zich nu treurige gedachten. Onophoudelijk fluisterde de -grauwe zorg, de dochter van het voortdurende getob den schepper van -het geheel in het oor, of zijn dagen wel toereikend zouden zijn, om -het geheel te voltooien. Of de dood hem niet eens verhinderen zou, -den grootsten triomf zijns levens te vieren.</p> - -<br> - -<p>Zijn vrouw sloeg met smart deze verandering gade. Tevergeefs -beproefde zij de rimpels van zijn voorhoofd te doen verdwijnen.</p> - -<br> - -<p>Hoe meer deze vermoedens in zijn binnenste wortel schoten, des te -meer spoed zette meester Gerhard achter den bouw van den Dom. Men -schreef 1252 in den kalender. Reeds verhief zich de noordelijke -toren statig omhoog. Met<span class="pagenum"></span> meer ijver, dan voorheen begaf de -bouwmeester zich van den eenen steiger naar den anderen.</p> - -<p>Juist stond hij op de Domkraan. Reusachtige trachietblokken uit het -inwendige van den Drachenfels gehaald, heschen de metselaars omhoog. -Hoogst vergenoegd ziet de meester toe, de vreugde schittert in zijn -oogen. Daar staat plotseling een vreemdeling aan zijn zijde, dien -hij niet heeft zien aankomen. Een scharlaken mantel omgeeft zijn -rechtopgaande gestalte, een gouden ketting glinstert op zijn borst -en lustig fladdert de hanenveer op zijn fluweelen baret. Hij begon -zijn aanspraak met den groet der metselaars. Zelf was hij een -meester in de bouwkunst, vele jaren geleden had hij een huis gebouwd -— terwijl hij dit zeide fonkelden zijn schitterende oogen -vreemdsoortig onder de dunne wenkbrauwen — waaraan de tand des -tijds tevergeefs knaagde, koningen en keizers, aanzienlijke heeren -en prelaten hadden het reeds bezichtigd.</p> - -<p>Zwijgend nam de meester den hoovaardigen spreker op. Maar deze begon -het reusachtige werk van den bouwmeester van den Dom bovenmate te -prijzen.</p> - -<p>"Doch lijkt het u van een arm sterfelijk wezen geen vermetele -handelwijze, om zulk een werk te beginnen?" vroeg hij plotseling op -bijna<span class="pagenum"></span> ruwen toon. "De eerste steen had u moeten zeggen, dat een -ander oogsten zal, wat gij gezaaid hebt."</p> - -<p>"Wie zou mij beletten te voltooien, wat ik begon?" vroeg de -bouwmeester eenigszins angstig het antwoord afwachtend.</p> - -<p>"Het leven — of noem het de dood!" antwoordde de andere op scherpen -toon. Daarop vervolgt hij spottend: "Zelfs een wurm, kunt gij, arme -menschen, niet aan uw wil onderwerpen en reeds vanaf uw eersten -ademtocht bedreigt u uw hevigste vijand en zekerste overwinnaar, de -dood."</p> - -<p>"Ik zal echter volbrengen, wat ik begon!" roept de bouwmeester -eigenzinnig uit. "Ik wil er om wedden, zelfs met den duivel."</p> - -<p>"Hola!" lacht de vreemdeling strijdlustig. "Met iemand, die zoo -vermetel is, ga ik gaarne een weddenschap aan. Eer verstout ik mij -een beekje van Trier naar Keulen te leiden, wel vijftig uur gaans, -waarin eenden zullen zwemmen, dan dat gij uw Dom voltooit."</p> - -<p>"Het zij zoo!" zegt meester Gerhard op somberen toon en slaat -verblind toe, als de vreemdeling zijn rechterhand aanbiedt. Deze was -ijskoud en een huivering overviel hem.</p> - -<p>Toen begon de andere te lachen, spottend en zegevierend.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Prijs der weddenschap je ziel!"</p> - -<p>Ontzet krimpt de ontstelde meester ineen. Reeds heeft de andere den -vuurrooden mantel geopend.</p> - -<p>"Tot weerziens, vermetele!" Een stormwind steekt op en voert hem -huilend weg.</p> - - -<h4 align="center">II.</h4> - - -<p>Sedert dezen dag worden de wolken op het voorhoofd van den -bouwmeester steeds donkerder. Rusteloos doolt hij op de steigers, -rusteloos verricht hij zijn arbeid. Hoe meer hij haar uitbreiding -nagaat, des te meer overvalt hem de angst, dat hij haar nooit -volbrengen zal. Bij het aanbreken van den dag was hij reeds bij zijn -werklieden, en zelfs 's avonds liep hij rond, de vlijtigen -prijzende, de luien berispende. Dikwijls ook staarde hij in de -richting van Trier, of daar niets ongewoons te zien was. Met -hoopvolle verbazing bemerkte hij, dat zijn tegenpartij volstrekt -geen moeite scheen te doen, om de weddenschap te winnen. Niets deed -vermoeden, dat er groote werken in het Trierer land ondernomen -werden.</p> - -<p>Reeds begon zijn hoop te herleven. Al won hij niet, dan zou hij toch -in geen geval verliezen, aldus troostte meester Gerhard zich.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Op een dag stond hij op den top van den voltooiden toren. Daar werd -een hand op zijn schouder gelegd. Hij wendde zich verschrikt om. -Achter hem stond de afschuwelijke bouwmeester. Was hij de duivel -zelf of slechts een duivelsche magister van de zwarte kunst?</p> - -<p>"Welnu, meester Gerhard, hoe staat het met uw werk? Ik zie, dat gij -rustig voortgaat. Gelukkigerwijs heb ik mijn arbeid spoedig -volbracht, anders liep ik gevaar mijn weddenschap te verliezen."</p> - -<p>"Ik heb bij me zelf gedacht," zegt de meester op spottenden toon, -"dat gij niet al te veel aarde beweegt, om uw kanaal te graven."</p> - -<p>"Zoo weet dan, waarde neef, dat ik alleen meer volbreng, dan honderd -arbeiders te zamen, en zooals ik u reeds gezegd heb, mijn werk is -bijna klaar." Op lichtgeraakten toon zeide de man in den scharlaken -mantel dit.</p> - -<p>"Werkelijk?" Meester Gerhards oogen dwaalden onrustig rond. "Ik zou -wel eens willen weten, met welke helsche kunsten gij dit -klaargespeeld hebt."</p> - -<p>"Zooals ge wilt, Neef! Gij behoeft mij slecht te volgen." Hij vat -den meester bij de hand, beneemt hem de zinnen en voert hem door de -lucht. Na eenige minuten betreden zij de aarde. Huiverend herkent de -meester het Land van<span class="pagenum"></span> Trier. Aan zijn voeten ontspringt een bron en -stroomt in een opening der rotsen.</p> - -<p>"Kom, oude," zegt de Satan lachend en terwijl hij zich buigt, -verdwijnt hij onder een rots. Ontsteld volgt meester Gerhard hem. -Hij bevindt zich in een grot der rotsen. Het water van de bron -stroomt kabbelend in een kanaal, welks begin hij aanschouwt.</p> - -<p>"Ziet gij, dat ik niet loog en mijn tijd wel besteed heb," zegt de -duivel zegevierend. "Indien gij wilt, volgen de beekjes mij, en kunt -gij zelf oordeelen over datgene, wat ik volbracht heb."</p> - -<p>Nauwelijks had hij dit gezegd, toen een geheimzinnige kracht den -bouwmeester aangreep en hem met huiveringwekkende snelheid -voorwaarts duwde. De Satan voorop. Bleek als de dood aanschouwde de -meester het werk. Geen twijfel was meer mogelijk, hij had de -weddenschap verloren. Doffe wanhoop maakte zich van hem meester. -Maar zeldzaam! Reeds na korten tijd nam zijn vertrokken gelaat weer -een rustige uitdrukking aan, het scheen zelfs of er een onderdrukte -glimlach op zijn gelaat speelde.</p> - -<p>De uitgang was bereikt; door dezelfde magische kracht, die hem -weggedragen had, voelde meester Gerhard zich weer op de aarde -teruggevoerd.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Dit is de helft van mijn werk, zeide de Booze, terwijl een -grijnzende lach om zijn lippen speelde. Nu zullen wij de beloofde -eenden zien, lieve Neef!"</p> - -<p>Driemaal klapte hij in de handen en beval Gerhard op te letten. -Thans, bijna vroolijk gestemd, luisterde deze oplettend. Minuten -verstreken. Leeg bleef de uitgang van het beekje. Geen -eendengesnater werd hoorbaar.</p> - -<p>Nogmaals klapte de Satan in de handen, harder dan den eersten keer. -Weder wachtte hij te vergeefs. Spottend glimlachte de Domarchitect. -Een gillenden kreet stiet de andere uit en verdween, terwijl meester -Gerhard mompelde:</p> - -<p>"Nooit zal hij zijn weddenschap winnen. Ik, Gerhard von Ryle ken -alleen de oorzaak."</p> - - -<h4 align="center">III.</h4> - - -<p>Maar een hevige zwaarmoedigheid was sedert het laatste avontuur over -den Dombouwmeester gekomen. Nog meer dan vroeger zag men hem op de -steigers en ladders. Geheele uren bracht hij in somber gepeins door. -Nu hij zijn tegenpartij, waarmede hij zich vermeten had te strijden, -kende — wie zou het anders kunnen zijn, dan de duivel in persoon — -was hij zich van het gevaar, waarin hij en zijn onsterfelijke ziel -zich bevond, bewust.<span class="pagenum"></span></p> - -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="18_abschied"></a> - <img src="images/18_abschied.jpg" alt="18_abschied.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Des Schwanenritters Abschied</span> - <br>Nach dem Gemälde von W. von Kaulbach - <br>Lohengrins Departure Le départ du chevalier au cygne] -</div> - -<br> -<br> - -<p>Dikwijls, nadat er eenige minuten van angstig nadenken voorbij -gegaan waren, vloog er een gimlach over zijn trekken. Hij haalde -diep adem, terwijl hij vol moed bij zich zelf zeide:</p> - -<p>"Hij zal zijn weddenschap niet winnen, ik weet waarom."</p> - -<p>De jeugdige gade was zeer neergedrukt door het vreemdsoortige gedrag -van den meester. Zijn geslotenheid behaagde haar geenszins. -Tevergeefs beproefden haar koozende lippen den zwijgenden mond van -haar peinzenden echtgenoot het geheim te ontrukken, dat zijn tong -bewaarde. Niet ongaarne ontvingen de lippen des meesters den rijken -schat der vrouwelijke teederheid, maar op alle smeekbeden en -verzekeringen van de door nieuwsgierigheid geprikkelde vrouw, -glimlachten zij slechts bitter en spraken evenveel over het geheim -als de oesters over hun schalen. Op een dag trad een rondtrekkend -magister het huis van den bouwmeester binnen, toen deze juist bij -den Dombouw vertoefde.</p> - -<p>Een scharlaken mantel omhulde de rechtopgaande gestalte en lustig -woei de hanenveer van de zwart fluweelen baret. Zeer minzaam gedroeg -de vreemdeling zich, zijn voorkomen was zeer aangenaam en -vriendelijk waren zijn woorden. Hij wilde den meester bezoeken en<span class="pagenum"></span> -daar hij hem niet thuis trof, voerde hij een onderhoudend gesprek -met zijn jonge vrouw. Spoedig klonken de woorden minder terughoudend -van de lippen der bedeesde vrouw. Veel medegevoel en een warm hart -vond zij bij den vreemdeling. Innige deelneming betoonde hij de -veronachtzaamde gade, en tot dank deelde zij hem onder zuchten en -klachten mede, hoe de achterdocht zich tusschen haar en haar -echtgenoot geplaatst had, sedert hij een geheim verborg, dat hem -veel verdriet veroorzaakte.</p> - -<p>Merkbaar trokken de wenkbrauwen zich samen, onmerkbaar spitsten zich -de ooren van den troostbrengenden vreemdeling.</p> - -<p>"Evenals elk bestaan kennis van de elementaire grondstoffen -vereischt, zoo is uw gemaal slechts dan te helpen, wanneer gij zijn -geheim kent," deelde de rondtrekkende man op gewichtigen toon mede. -"Beproef, schoone vrouw, door de spraakzaamheid uwer lippen en de -macht uwer bekoorlijkheden in een aangenaam minneuurtje het hart en -het vertrouwen van den meester te winnen, opdat zijn mond verrade, -wat zijn hart verbergt. Dan kan ik u helpen en zult gij de -gelukkigste vrouw in het heilige Keulen worden."</p> - -<p>De vrouw deed wat haar bevolen was, maar onmachtig kaatsten de -pijlen der verleidster op de halsstarrige stilzwijgendheid van den -man<span class="pagenum"></span> af. Drie dagen na zijn eerste bezoek verscheen de magister -opnieuw.</p> - -<p>"Daar gij geen succes gehad hebt, onwaardige Eva's dochter, heb ik -nog een ander middel, doch ik vrees, dat gij het versmaden zult."</p> - -<p>Door hevige nieuwsgierigheid gekweld, verzocht de vrouw den -geleerden magister dringend zich te verklaren.</p> - -<p>"Welnu, dan zal ik spreken," roept deze plechtig uit. "Medelijden -vereischt de vrouw en dubbel medelijden zij haar geschonken. Ik ken -een vreemdsoortig kruidje. Daaruit zal ik uw heer gemaal een drankje -brouwen. Hij zal dan 's nachts droomen; zijn droom zal hem verraden, -en gij kent zijn geheim."</p> - -<p>Vol dank nam zij de gave uit de hand van den vreemden magister aan. -'s Avonds schonk zij het drankje in en reikte het haar gemaal. -Meester Gerhard zonk uit de omarmingen zijner teedere gade in een -vasten slaap. Spoedig werd de slaper onrustig. Zijn mond deed -onverstaanbare woorden hooren. Angstig luisterde zijn wakende vrouw. -Met de scherpzinnigheid, die haar geslacht eigen is, kwam ze weldra -achter de beteekenis der onsamenhangende woorden van den droomer en -wist spoedig van de onzalige weddenschap, die meester Gerhard met -den Satan in eigen persoon gesloten had.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Hij zal zijn weddenschap nooit winnen," fluisterde de slaper, "ik -ken zijn geheim."</p> - -<p>"En wat mag dat zijn?" vroeg met kloppend hart iemand van het -geslacht, aan wie de slang destijds den appel bood.</p> - -<p>"Hij kan doen, wat hij wil," ging de meester voort. "Nooit zal een -eend uit het onderaardsche kanaal zwemmen, indien hij daarin niet op -elk kwartier afstands luchtgaten aanbrengt. Maar de duivel zal nooit -op deze gedachte komen."</p> - -<p>Den volgenden morgen verscheen bij het aanbreken van den dag — -nauwelijks had de meester zijn huis verlaten — de rondtrekkende -magister. Getrouw deelde de vrouw hem mede, wat zij gehoord had. -Toen liet de man in den vuurrooden mantel een zegevierenden lach -hooren en verdween. Bleek en angstig bleef de praatzieke vrouw van -den meester achter.</p> - - -<h4 align="center">IV.</h4> - - -<p>Meester Gerhard stond bovenop de Domkerk. Donkere onweerswolken -kwamen aan den kant van den Rijn opzetten. De bouwmeester spoorde de -werklieden tot spoed aan. De lucht was zwoel. Daar werd een hand -loodzwaar op zijn schouder gelegd. Opgeschrikt uit aangename droomen -over de toekomst wendde hij zich om, en zijn gelaat werd plotseling -doods<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>bleek. Achter hem stond de duivel in scharlaken gewaad, -de zwarte baret met de wapperende hanenveer versierd. Hij had een -zegevierende uitdrukking op het gelaat. Zwijgend wees hij naar -beneden; aan den voet van den Dom was een beekje zichtbaar, -snaterend zwom een eend in dit water en werd door meerdere gevolgd.</p> - -<p>Toen greep woede en vertwijfeling meester Gerhard aan. Verloren was -de weddenschap en de ziel. Grijnzend keek de duivel toe en opende de -klauwachtige handen.</p> - -<p>"Nooit zult ge mij levend hebben!" roept meester Gerhard gillend uit -en stort zich in de diepte.</p> - -<p>Ratelende donderslagen maken zijn doodskreet onhoorbaar. Vreeselijk -woedt het weer. De verlichte hemel gelijkt een vuurzee. De brandklok -luidt in den toren — de bliksem was in het huis van den bouwmeester -van den Dom geslagen.</p> - -<p>De vlammen vernietigden de ontwerpen van den bekwamen meester, en -eeuwenlang bleef de reusachtige Dom onvoltooid. Het werk treurde -over zijn oprichter, verlaten waren de gewelven, onvoltooid de -grootsche torens. De inwoners van Keulen beweerden, dat de geest van -meester Gerhard 's nachts klagend om den<span class="pagenum"></span> Dom zweefde. Toornig -verweet hij den volgenden geslachten, dat hun laksheid het -reuzenwerk, dat de scheppende kracht van vroegere tijden met steenen -mond verkondigde, onvoltooid liet. Ongehoord sterft de vertwijfelde -klacht van de schim weg. Andere geslachten komen en verdwijnen -weder. En eindelijk werd werkelijkheid, wat niemand ooit had durven -hopen. Voltooid stond de Dom in zijn vorstelijke pracht daar, als -het meest grootsche godshuis van Duitschland.</p> - -<p>Sedert dien tijd verscheen meester Gerhard nooit weer. Op de plaats, -waar hij onder de verwenschingen van den vorst der hel in de diepte -stortte, is zijn beeltenis in steen <span class="corrected" id="cor0046" title="[Original text: ter eenwige gedachtenis]">ter eeuwige gedachtenis</span> -opgericht.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter41"></a> -<h3 align="center">Aken</h3> -<h4 align="center">De bouw der Munsterkerk</h4> -<h4 align="center">I.</h4> - -<p><span class="p_no_indent introduction">E</span>ens toen Karel de Groote, keizer der Franken zijn paleis te Aken -verliet en een rijtoer maakte, moet zijn paard luid hinnekend zijn -poot snel teruggetrokken hebben uit een bron in het bosch, waarin -het getrapt had. Toen de ruiter nieuwsgierig afsteeg en de hand in -het water stak, moet hij de warme bron ontdekt hebben, die naderhand -duizenden zegen aanbracht. Dankbaar erkende de vrome keizer in deze -heilbron een welwillend geschenk van de Voorzienigheid, en <span class="corrected" id="cor0047" title="[Original text: hij nam het beschuit]">hij nam -het besluit</span> hier ter eere van den Heer een huis te bouwen. Aan den -hoef van het paard zou de rondbouw der kerk herinneren. Met -frisschen moed werd spoedig aan het bouwen van den trotschen tempel -begonnen, en verheugd zag de bejaarde keizer de muren van de -Munsterkerk verrijzen. Haar voltooiing zag hij niet meer.</p> - -<p>Treurig werkte dit op de bouwlieden. Karel<span class="pagenum"></span> de Groote had het -machtigste rijk van het Westen aan een zwakken zoon nagelaten, die -tegen zijn eigen kinderen het zwaard moest trekken, teneinde het -recht op den troon te behouden.</p> - -<p>Toen bleef veel onvoltooid, wat de reuzenhand van Karel den Grooten -begonnen was. Ook de bouw der Munsterkerk werd gestaakt. Eenzaam lag -het bouwterrein daar, onvoltooid staken de muren en torens omhoog. -Tevergeefs beriep de eerzame overheid zich op de liefdadigheid van -de christelijke medemenschen, karig kwamen de gaven in, en nooit -waren zij toereikend om de Munsterkerk te voltooien.</p> - -<p>Zeer dikwijls zaten de raadsleden bij elkaar, en beraadslaagden hoe -den drukkenden geldnood te verhelpen en de voltooiing der -Munsterkerk te volbrengen. Goede raad was even duur als het -materiaal waarvan men kerken bouwt. Toen zij weder eens in het -raadhuis bij elkaar zaten, liet een vreemde heer zich aandienen. Hij -had den edelachtbaren raad gewichtige zaken mee te deelen. Hij werd -binnen gebracht en deelde niets minder mee, dan dat hij den waarden -raad van de stad Aken het geld ter voltooiing van den Dom voor zou -schieten. Wantrouwend zagen de waardige heeren naar den vreemd -gekleeden spreker met het bijzondere gezicht met den puntbaard; deze -echter liet zich door de<span class="pagenum"></span> schuwe blikken niet in de war brengen maar -herhaalde vrijmoedig, doch beleefd zijn aanbod.</p> - -<br> -<br> - -<div class="illustration"> - <a name="19_stavoren"></a> - <img src="images/19_stavoren.jpg" alt="19_stavoren.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> - <br>[Illustratie: <span class="fontsize133">Stavoren</span> - <br>Nach einem Stich von Holbein] -</div> - -<br> -<br> - -<p>"Ik zou u gaarne uit uw tijdelijke geldverlegenheid helpen, -hoogedele Heeren en begeer niet eens terugbetaling van de duizenden, -die ik U aanbied. (Hier trokken de edelachtbare raadsleden de -wenkbrauwen op en spitsten de ooren.) En, opdat uw trots mijn -leening niet af zou slaan, stel ik slechts een kleinigheid tot -voorwaarde: n. l. dat, wanneer de bouw volbracht is, de eerste, die -op den dag der inwijding de kerk betreedt, mij met lijf en ziel zal -toebehooren."</p> - -<p>Toen sprongen de wijze heeren ontsteld van hun zetels op en velen -maakten eerbiedig een kruis; want wie anders, dan de duivel kon zulk -een helschen eisch stellen.</p> - -<p>De edelachtbare burgemeester keek reeds zeer vertoornd "Ga van ons," -mompelde hij, "gij, die slechts ergernis te weeg brengt."</p> - -<p>Rustig en kalm stond de satan daar.</p> - -<p>"Laat mij een vroom woord uit den Bijbel op dezelfde wijze -beantwoorden. Waarom zijt gij zoo vreesachtig, gij kleingeloovigen? -Overweegt of ik vermetel ben, omdat ik één ziel voor mij bedongen -heb, terwijl het krijgszwaard vlamt tusschen vader en zoons, -tusschen broeders en duizenden voor de nuttelooze eerzucht -opgeof<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>ferd worden. Daar worden door een mensch duizenden -geofferd, terwijl zich hier voor aller welzijn slechts een enkele -behoeft op te offeren." Zegevierend flikkerde het oog van den vreemd -gekleeden spreker; want op de trekken van de wijze raadsheeren las -hij een goedgunstig antwoord. Het aantal der besluiteloozen werd met -de minuut kleiner, tot eindelijk ook de laatste geen gewetensbezwaar -meer koesterde. De overeenkomst kwam tot stand en de vreemde nam met -een triomfantelijk lachje afscheid, terwijl de waardige heeren met -een beklemd hart op de beloofde som wachtten. Zij kwam nog -denzelfden dag, onvervalscht en goed van gehalte en er heerschte -groote vreugde in den hoogen Raad van de stad Aken.</p> - - -<h4 align="center">II.</h4> - - -<p>Wederom werkten de metselaars en timmerlieden aan den Dom te Aken. -Vlijtig werd er voortgegaan om het verzuimde in te halen, en de -voltooiing van de Munsterkerk naderde steeds meer en meer. Drie -jaren waren intusschen verstreken en de dag brak aan, waarop de -nieuwe godstempel ingewijd zou worden. Die inwijdingsdag zou een -feestdag worden voor de stad Aken. Tallooze wereldlijke en -geestelijke heeren waren verschenen en menigeen prees het prach<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>tige -godshuis, de milddadigheid van de burgers en de wijsheid van den -prijzenswaardigen raad. Deze echter bevond zich in groote -verlegenheid. Zeer wijselijk had geen der waardige vaders iets van -het verdrag met den Satan verteld; slechts een van hen had het in -een zwak uur aan zijn vrouw opgebiecht. En sedert dat uur werd het -geheim wel aan honderd ooren ingefluisterd.</p> - -<br> - -<p>Zoo kwam het, dat op den dag der inwijding zeer vele eerwaarde abten -en prelaten, alsook talrijke ridders en heeren met begrijpelijken -angst het uur tegemoet zagen, waarop de feestelijke stoet zich naar -de Munsterkerk zou begeven.</p> - -<br> - -<p>Een vreemde optocht was het, de vaandels wapperden, de fanfares -schetterden, maar de menschen in de schitterende wapenrustingen en -veelkleurige prachtige ornaten zagen er zeer onrustig uit. En menig -bezorgd gelaat keek angstig naar den hemel of daar wellicht -plotseling een magere gestalte met een duivelachtig gezicht, -paardenvoeten en vleermuisachtige vleugels zou komen toeschieten.</p> - -<br> - -<p>Daar kwam op eens beweging onder de menigte. Door de open ruimte in -de processie kwamen, van hun overwicht bewust, de waardige vaders -der stad. Voor hen uit schreden vier<span class="pagenum"></span> reusachtige landsknechten en -hielden met krachtige hand een bedekte kooi omvat.</p> - -<p>De abt van St. Florian had een listig plan verzonnen om den Booze te -verschalken.</p> - -<p>De stoet had de Munsterkerk bereikt en de eersten, die voor het -Godshuis stonden, waren de vier mannen met de kooi. Nu trekt een van -hen het omhulsel er af en voor het traliewerk laat een huilende wolf -de tanden zien. Terwijl de beide anderen door een fermen stoot met -de hellebaard de vleugeldeuren naar binnen openwerpen, jaagt de -vierde met zijn spies het gevangen dier in de geopende kerk. -Daarbinnen weerklinkt een helsch lawaai; achter den ingang -verscholen, had de Booze loerend zijn prooi afgewacht en was -begeerig het dier nageijld. Op hetzelfde oogenblik stiet hij -woedende kreten uit, daar hij zich verschalkt zag. Snuivend ging hij -achter den armen wolf aan, brak hem den nek en stoof onder het -slaken van vele verwenschingen weg. De lucht was door zwavelachtige -dampen verduisterd.</p> - -<p>Beneden echter, in de hallen der kerk, verdrong zich de -volksmenigte, die bij klokkenspel en trompetgeschal de goedheid des -Heeren prees.<span class="pagenum"></span></p> - - -<h4 align="center">III.</h4> - - -<p>Ondertusschen trok de gefopte duivel, terwijl hij gruwelijke -verwenschingen slaakte, door het land van Aken. Dat men hem met een -ellendige ziel van een wolf beetgenomen had, zou de inwoners van -Aken berouwen. Hij was intusschen aan de zee gekomen en toen hij zoo -spijtig en boos van het gele duinstrand naar den grijzen vloed keek, -kwam hij op een helsche gedachte. Hij wilde hen allen begraven, de -prelaten, ridders, mannetjes en vrouwtjes van Aken.</p> - -<p>Met een forschen ruk trok hij een zandberg van den oever los, laadde -hem op zijn schouders en aanvaardde den terugtocht naar Aken. Maar -de weg was zeer lang, zoodat de duivel het vreeselijk warm kreeg en -den wind vervloekte, die hem voortdurend een stofregen van zand in -de oogen joeg. Hij was reeds aan het Soerserdal gekomen en hield -daar buiten adem stil. Zelfs den duivel kan menige last te zwaar -worden.</p> - -<p>Een oud, verschrompeld vrouwtje, dat op den weg voorbij strompelde, -keek wantrouwend naar den lastdrager met zijn vreemden last. Zij -wilde onbemerkt voorbij gaan, maar de andere hield haar aan en vroeg -hoe ver de weg naar Aken nog was. Toen eerst heeft het vrouwtje hem -aandachtiger aangekeken en haar gerimpeld<span class="pagenum"></span> gelaat nam een ernstige -uitdrukking aan, alsof haar opeens een hooger licht opging. Zij had -geen twee en zeventig jaar moeten tellen om in den knorrigen man -niet den werkelijken Satan te kerkennen, en te raden, dat hij tegen -de waardige stad Aken <span class="corrected" id="cor0048" title="[Original text: wat slechs in den zin]">wat slechts in den zin</span> had. Terstond heeft de -oude dan ook een verdrietig gezicht getrokken, en op klagenden toon -geantwoord:</p> - -<p>"Dan zijt gij er slecht aan toe, waarde heer. De weg naar Aken is -zeer lang. Ziet gij hoe mijn schoenen, die ik vanmorgen juist van -den schoenmaker ontvangen heb, door de lange wandeling versleten -zijn?"</p> - -<p>De duivel stiet een nijdigen vloek uit, schudde den zandberg van -zich af en trok, onder het slaken van een gruwelijke verwensching -tegen de stad Aken, af. Het oude vrouwtje maakte een kruis en was -zeer verheugd de eerwaarde stad Aken dicht voor de poorten — het -was volstrekt niet ver meer naar Aken — van een groot gevaar -bevrijd te hebben.</p> - -<p>Nog altijd ligt deze zandberg daar, waar een oude vrouw den duivel -te listig, volgens de taal van die streek "los" af was, zoodat de -berg tot op heden "Losberg" heet. Ook het aandenken aan het arme -wolfje, dat in de klauwen van den duivel viel, hebben de inwoners -van Aken in<span class="pagenum"></span> de ijzeren deur van hun Dom vereeuwigd. Ook in de -vleugeldeuren ziet men nog de spleet, die daarin ontstaan zou zijn, -toen de vertoornde vorst der hel in machtelooze woede de kerkdeur -achter zich dichtsloeg.</p> - -<br> -<div class="illustration"> - <img src="images/end_of_chapter.jpg" alt="end_of_chapter.jpg" style="width:10%; height:auto; max-width:122px;"><span class="pagenum"></span> -</div> -<br> -<br> -<br> - -<div class="notebox fontsize80"> - Transcriber's Notes: -<br> -<div class="indent02">De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd: -<br> -<br> <a href="#cor0001">[Die blinde schutter]</a> —> [De blinde schutter] -<br><div class="indent10"> (in de inhoudsopgave)</div> - -<br> <a href="#cor0002">[gaf ik niet oongaarne]</a> —> [gaf ik niet ongaarne] -<br> -<br> <a href="#cor0003">[Ruine Fürstenberg]</a> —> [Ruïne Fürstenberg] -<br><div class="indent10"> (dit komt tweemaal zo voor in de tekst)</div> - -<br> <a href="#cor0004">[Marienburg]</a> —> [Mariënburg] -<br><div class="indent10"> (dit komt viermaal zo voor in de tekst)</div> - -<br> <a href="#cor0005">[den op en ondergang]</a> —> [den op- en ondergang] -<br> -<br> <a href="#cor0006">[zons en maansverduisteringen]</a> —> -<br><div class="indent10"> [zons- en maansverduisteringen]</div> - -<br> <a href="#cor0007">[met zijn bevijding]</a> —> [met zijn bevrijding] -<br> -<br> <a href="#cor0008">[erkentelijkkeid]</a> —> [erkentelijkheid] -<br> -<br> <a href="#cor0009">[halve honderd glaren]</a> —> [halve honderd glazen] -<br> -<br> <a href="#cor0010">[in Voorromeinschen lijd]</a> —> [in Voorromeinschen tijd] -<br> -<br> <a href="#cor0011">[het op "komende zijk weder te gronde gericht hebben"]</a> —> -<br><div class="indent10"> [het opkomende rijk weder te gronde gericht hebben.]</div> - -<br> <a href="#cor0012">[waarin die heldenfiguur]</a> —> [waarin de heldenfiguur] -<br> -<br> <a href="#cor0013">[aan den Rijn verstigden.]</a> —> [aan den Rijn vestigden.] -<br> -<br> <a href="#cor0014">[en daaronden]</a> —> [en daaronder] -<br> -<br> <a href="#cor0015">[den verstandigen ab]</a> —> [den verstandigen abt] -<br> -<br> <a href="#cor0016">[Gelijdelijk verdwijnen]</a> —> [Geleidelijk verdwijnen] -<br> -<br> <a href="#cor0017">[opnieuw een belofde]</a> —> [opnieuw een belofte] -<br> -<br> <a href="#cor0018">[man dapper afscheid]</a> —> [nam dapper afscheid] -<br> -<br> <a href="#cor0019">[mijn knechten hedden]</a> —> [mijn knechten hadden] -<br> -<br> <a href="#cor0020">[in de eenzaanheid]</a> —> [in de eenzaamheid] -<br> -<br> <a href="#cor0021">[zeven schoonheiden]</a> —> [zeven schoonheden] -<br> -<br> <a href="#cor0022">[De treurige krijstocht]</a> —> [De treurige krijgstocht] -<br> -<br> <a href="#cor0023">[I. Ronald was een fier]</a> —> [II. Ronald was een fier] -<br><div class="indent10"> (de nummering klopte niet)</div> - -<br> <a href="#cor0024">[en lekten liefkoozend]</a> —> [en likten liefkoozend] -<br> -<br> <a href="#cor0025">[dien zij verkelijk lief kreeg]</a> —> -<br><div class="indent10"> [dien zij werkelijk lief kreeg]</div> - -<br> <a href="#cor0026">[haar zijk, gevoelvol]</a> —> [haar rijk, gevoelvol] -<br> -<br> <a href="#cor0027">[van te tinnen]</a> —> [van de tinnen] -<br> -<br> <a href="#cor0028">[het lezen daarwan]</a> —> [het lezen daarvan] -<br> -<br> <a href="#cor0029">[oonferenties hield]</a> —> [conferenties hield] -<br> -<br> <a href="#cor0030">[op grond van gefungeerde]</a> —> [op grond van gefingeerde] -<br> -<br> <a href="#cor0031">[belegeraars do overwinning]</a> —> -<br><div class="indent10"> [belegeraars de overwinning]</div> - -<br> <a href="#cor0032">[zijn tooverformulier]</a> —> [zijn tooverformule] -<br> -<br> <a href="#cor0033">[totaan het uur]</a> —> [tot aan het uur] -<br> -<br> <a href="#cor0034">[in zijn puntbaart]</a> —> [in zijn puntbaard] -<br> -<br> <a href="#cor0035">[det hoogste geluk]</a> —> [het hoogste geluk] -<br> -<br> <a href="#cor0036">["de hameraar", go oemd hebben.]</a> —> -<br><div class="indent10"> ["de hameraar", genoemd hebben.]</div> - -<br> <a href="#cor0037">[Wolf vån Hammerstein,]</a> —> [Wolf van Hammerstein,] -<br> -<br> <a href="#cor0038">[groeten en boodsschappen]</a> —> [groeten en boodschappen] -<br> -<br> <a href="#cor0039">[Een bovenaarsche glans]</a> —> [Een bovenaardsche glans] -<br> -<br> <a href="#cor0040">[on zoekt niet door]</a> —> [en zoekt niet door] -<br> -<br> <a href="#cor0041">[twee linke zonen]</a> —> [twee flinke zonen] -<br> -<br> <a href="#cor0042">[minder goet gezind.]</a> —> [minder goed gezind.] -<br> -<br> <a href="#cor0043">[midden der vijtiende eeuw]</a> —> [midden der vijftiende eeuw] -<br> -<br> <a href="#cor0044">[herhaarde hij vol onuitsprekelijk leed]</a> —> -<br><div class="indent10"> [herhaalde hij vol onuitsprekelijk leed]</div> - -<br> <a href="#cor0045">[De schilderij is]</a> —> [Het schilderij is] -<br> -<br> <a href="#cor0046">[ter eenwige gedachtenis]</a> —> [ter eeuwige gedachtenis] -<br> -<br> <a href="#cor0047">[hij nam het beschuit]</a> —> [hij nam het besluit] -<br> -<br> <a href="#cor0048">[wat slechs in den zin]</a> —> [wat slechts in den zin] -<br> - -<p class="p_no_indent"> Een lijst met illustraties is toegevoegd, vlak na de - inhoudsopgave.</p> - -<p class="p_no_indent"> Aan het eind van verschillende hoofdstukken staat een symbool. - Dit symbool is alleen zichtbaar in de HTML-versie. Zo zijn ook de paginanummers alleen zichtbaar in de HTML-versie.</p> - -<p class="p_no_indent"> De plaatsing van de illustraties in de verhalen is exact zo - gehandhaafd als in het papieren origineel. Vaak blijken de - bijbehorende verhalen ergens anders in het boek te staan.</p> - -<p class="p_no_indent"> Er zijn een aantal interpunctie fouten gecorrigeerd - die hier niet specifiek genoemd worden.</p> -</div> -</div> - -<br> -<br> -<br> -<br> - - - - - - - - -<pre> - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of Sagen van den Rijn, by Wilhelm Ruland - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SAGEN VAN DEN RIJN *** - -***** This file should be named 60942-h.htm or 60942-h.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/6/0/9/4/60942/ - -Produced by R.G.P.M. van Giesen -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - - - -</pre> - -</body> -</html> - diff --git a/old/60942-h/images/01_cover.jpg b/old/60942-h/images/01_cover.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index cc65171..0000000 --- a/old/60942-h/images/01_cover.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/02_scharfrichter.jpg b/old/60942-h/images/02_scharfrichter.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 2e3045c..0000000 --- a/old/60942-h/images/02_scharfrichter.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/03_quellgebiet.jpg b/old/60942-h/images/03_quellgebiet.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 8216130..0000000 --- a/old/60942-h/images/03_quellgebiet.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/04_hohenratier.jpg b/old/60942-h/images/04_hohenratier.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index fa57c46..0000000 --- a/old/60942-h/images/04_hohenratier.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/05_riesenspiel.jpg b/old/60942-h/images/05_riesenspiel.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 7a2acdb..0000000 --- a/old/60942-h/images/05_riesenspiel.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/06_siegfried.jpg b/old/60942-h/images/06_siegfried.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 17f7d58..0000000 --- a/old/60942-h/images/06_siegfried.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/07_fauenlob.jpg b/old/60942-h/images/07_fauenlob.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 4db4cdb..0000000 --- a/old/60942-h/images/07_fauenlob.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/08_willigis.jpg b/old/60942-h/images/08_willigis.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 486885a..0000000 --- a/old/60942-h/images/08_willigis.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/09_brautzug.jpg b/old/60942-h/images/09_brautzug.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 8b082a8..0000000 --- a/old/60942-h/images/09_brautzug.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/10_raubritter.jpg b/old/60942-h/images/10_raubritter.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index c47cc74..0000000 --- a/old/60942-h/images/10_raubritter.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/11_turnier.jpg b/old/60942-h/images/11_turnier.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 52b25f0..0000000 --- a/old/60942-h/images/11_turnier.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/12_loreley.jpg b/old/60942-h/images/12_loreley.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 586c77a..0000000 --- a/old/60942-h/images/12_loreley.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/13_lager.jpg b/old/60942-h/images/13_lager.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 0262506..0000000 --- a/old/60942-h/images/13_lager.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/14_sarge.jpg b/old/60942-h/images/14_sarge.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 4f2b2b9..0000000 --- a/old/60942-h/images/14_sarge.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/15_roland.jpg b/old/60942-h/images/15_roland.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 272a620..0000000 --- a/old/60942-h/images/15_roland.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/16_griet.jpg b/old/60942-h/images/16_griet.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 4584ecc..0000000 --- a/old/60942-h/images/16_griet.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/17_karl.jpg b/old/60942-h/images/17_karl.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index f998a42..0000000 --- a/old/60942-h/images/17_karl.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/18_abschied.jpg b/old/60942-h/images/18_abschied.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 5be959a..0000000 --- a/old/60942-h/images/18_abschied.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/19_stavoren.jpg b/old/60942-h/images/19_stavoren.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index d9be311..0000000 --- a/old/60942-h/images/19_stavoren.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/end_of_chapter.jpg b/old/60942-h/images/end_of_chapter.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index da0b833..0000000 --- a/old/60942-h/images/end_of_chapter.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/60942-h/images/logo.jpg b/old/60942-h/images/logo.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index e7fbf74..0000000 --- a/old/60942-h/images/logo.jpg +++ /dev/null |
