summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/60224-8.txt3444
-rw-r--r--old/60224-8.zipbin73918 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h.zipbin1154008 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/60224-h.htm4020
-rw-r--r--old/60224-h/images/back.jpgbin78516 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/book.pngbin218 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/card.pngbin230 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/cover.jpgbin108327 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/external.pngbin159 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/frontispiece.jpgbin96769 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/label.jpgbin5060 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/logo.pngbin4023 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p021.pngbin2782 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p026.pngbin2141 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p030.pngbin4802 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p033.pngbin45183 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p035.pngbin16161 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p039.pngbin18782 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p046.pngbin23136 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p050.jpgbin77149 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p058.pngbin12516 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p065.jpgbin82304 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p070.pngbin8644 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p078.pngbin7673 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p081.pngbin728 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p089.pngbin15573 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p091.pngbin44530 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p094.pngbin13243 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p101.pngbin44139 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p103.jpgbin73854 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p104.pngbin40069 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p108.jpgbin68460 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p111.pngbin7959 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p117.pngbin36699 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/p120.pngbin30371 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/rbrace2.pngbin166 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/schutblad.jpgbin70615 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/spine.jpgbin13332 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/60224-h/images/titlepage.pngbin15432 -> 0 bytes
42 files changed, 17 insertions, 7464 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..9004317
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #60224 (https://www.gutenberg.org/ebooks/60224)
diff --git a/old/60224-8.txt b/old/60224-8.txt
deleted file mode 100644
index 40db650..0000000
--- a/old/60224-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3444 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of Boschgeheimen, by William J. Long
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: Boschgeheimen
-
-Author: William J. Long
-
-Illustrator: Charles Copeland
-
-Translator: Cilia Stoffel
-
-Release Date: September 2, 2019 [EBook #60224]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK BOSCHGEHEIMEN ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- BOSCHGEHEIMEN
-
- MET TOESTEMMING VAN DEN SCHRIJVER
- WILLIAM J. LONG UIT HET ENGELSCH
- VERTAALD DOOR CILIA STOFFEL
- TEEKENINGEN VAN CHARLES COPELAND
-
-
- ROTTERDAM MCMXXI
- W. L. & J. BRUSSE'S UITGEVERSMAATSCHAPPIJ
-
-
-
-
-
-
-
-
- VAN WILLIAM J. LONG VERSCHIJNEN
- IN DE VERTALING VAN CILIA STOFFEL
- MET TEEKENINGEN VAN CHARLES COPELAND:
-
-
- 1 DIERENLEVEN IN DE WILDERNIS (3de druk)
- 2 KIJKJES IN HET DIERENLEVEN (2de druk)
- 3 HET BOSCHVOLKJE
- 4 OP EENZAME ZWERFTOCHTEN
- 5 BOSCHGEHEIMEN
- 6 EEN BROERTJE VAN DEN BEER
- 7 OP HERTEN UIT
- 8 ZONDER GEWEER OP JACHT
- 9 DE WITTE WOLF
- 10 LANGS DIERENPADEN IN HET HOOGE NOORDEN
-
-
-
-
-
-
-
-
-INHOUD
-
-
- Inleiding Bladz. 7
- De Boschmuis ,, 11
- Een Verborgen Paadje in de Wildernis ,, 31
- Keeonekh, de Visscher ,, 37
- Koskomenos, de Verstooteling ,, 61
- De oude Beukenpatrijs ,, 80
- Wolkvleugel, de Adelaar ,, 107
- De Indiaansche Namen ,, 129
-
-
-
-
-
-
-
-
- AAN CH'GEEGEE-LOKH-SIS,
- "MIJN VRIENDJE CH'GEEGEE", WIENS
- KOMST DEN WINTER BLIJ MAAKT.
-
-
-
-
-
-
-
-
-INLEIDING.
-
-
-Dit boekje is slechts een nieuw hoofdstuk uit het schuwe, wilde leven
-in bosch en veld, waarvan "Het Boschvolkje", "Op Eenzame zwerftochten",
-"Dierenleven in de Wildernis", "Kijkjes in het Dierenleven" het begin
-vormden. Het wordt gaarne gegeven als antwoord op dien roep om meer
-van hen, die de vorige deeltjes gelezen hebben en wier brieven vol
-vriendelijkheid en waardeering waren.
-
-Allerlei vragen zijn in den laatsten tijd in diezelfde brieven
-opgeworpen; van welke de voornaamste deze is: Hoe kan men zulke
-dingen zelf ontdekken? Hoe kunnen ook wij de geheimen ontcijferen
-van het Boschvolkje?
-
-Er is hier geen plaats om te antwoorden, om den langen oefentijd
-te beschrijven, zelfs al zou ik precies kunnen verklaren wat min of
-meer onbewust geschiedt. Ik wilde slechts vragen of de ware oorzaak,
-waardoor wij zoo weinig in de bosschen zien, misschien ook schuilt in
-de wijze, waarop wij er ons gedragen--wij praten, lachen, ritselen,
-trappen takjes kapot, verstoren den vrede der eenzaamheid door wat de
-kleine, wilde wezentjes wonderlijke en barbaarsche geluiden moeten
-toeschijnen. Zij, aan den anderen kant, glippen met geruischloozen
-gang door de dichte dekking, waar ze thuis zijn, schuw, zwijgend,
-luisterend, er meer op uit te hooren dan gehoord te worden; zij houden
-van de stilte, haten gerucht en zijn er bang voor, evenals ze hun
-natuurlijke vijanden vreezen en haten.
-
-Wij zouden niet op ons gemak zijn, als een groote wildeman in
-ons vreedzame huis kwam, de deur inrammeide, met zijn strijdknots
-op meubels hieuw en zijn strijdkreet galmde. We zouden onder die
-omstandigheden niet heel natuurlijk zijn. We zouden onze eigenlijke
-gezindheid verbergen. Het zou zelfs wel eens kunnen wezen dat we
-het huis maar uittrokken. Zoo doet het Boschvolkje ook. Slechts
-als we hun gewoonten aannemen, kunnen we verwachten in hun leven en
-geheimen te deelen. En het is om verbaasd over te zijn, hoe weinig
-bang de schuwste van hen voor ons is, als we maar stil blijven en
-alle opwinding vermijden, zelfs van ons gevoel; want ze begrijpen
-ons gevoel evenzeer als onze handelingen.
-
-Een hond weet het wanneer ge bang voor hem zijt, wanneer vijandig,
-wanneer vriendschappelijk gezind. Een beer net eender. Raak het hoofd
-kwijt, en het paard, waar ge op rijdt, zal er onmiddellijk vandoor
-gaan. Verraad eens iets van onderdrukte opwinding, en het hert,
-dat ginds sierlijk den oever aftript naar uw kano in 't riet, zal
-stampen en brieschen en wegspringen, zonder ooit te weten wat hem
-verschrikte. Maar wees rustig, vriendelijk, innerlijk vreedzaam in
-diezelfde omstandigheid, en het hert zal, zelfs als het u ontdekt
-heeft, nader komen en zijn nieuwsgierigheid op allerlei aardige
-manieren toonen, eer het wegdraaft, en nog over zijn schouder kijken
-of ge niets meer te zeggen hebt. Wees dan edelmoedig--laat hem 't
-geflonker op een kijker zien, 't wapperen van een kleurigen zakdoek,
-een tinnen fluitje of een ander prul, dat de herinnering aan een
-jongenszak u aan de hand kan doen--en ge loopt kans, dat hij terug
-zal komen, daar nieuwsgierigheid zoo rijkelijk beloond werd.
-
-Dit is nog een punt om te onthouden: alle boschbewoners zijn
-nieuwsgieriger naar ons, dan wij naar hen. Ga eens rustig in het
-bosch zitten, waar ge wilt, dan zal uw komst dezelfde opschudding
-veroorzaken, als een vreemdeling in een stadje tusschen de heuvels
-van Nieuw-Engeland. Bedwing uw nieuwsgierigheid, en weldra kunnen
-zij de hunne niet meer bedwingen; ze moeten komen onderzoeken wie ge
-zijt en wat ge uitvoert. Dan is 't voordeel aan uw kant; want terwijl
-hun nieuwsgierigheid bevredigd wordt, vergeten ze vrees en geven u
-allerlei aardige kijkjes in hun leven, die ge nooit op een andere
-manier zult te zien krijgen.
-
-Wat den oorsprong van deze schetsen betreft: hij is dezelfde als bij
-de vorige--jaren van rustige waarneming in bosschen en velden, en
-een paar oude opschrijfboekjes, die de verslagen bevatten van zomer-
-en winterkampen in de groote wildernis.
-
-
- WILLIAM J. LONG.
-
- Stamford, Connecticut, Juni 1901.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE BOSCHMUIS.
-
-
-Kleine Tookhees, de boschmuis [1]--"de bangerd", zooals Simmo haar
-noemt--komt altijd twee keer voor den dag, wanneer je piept om haar
-te voorschijn te brengen. Na een heele poos rondgegluurd te hebben
-schiet zij eerst haar gang uit; gaat dan op haar achterpootjes zitten;
-wrijft zich de oogen met haar pootjes uit; kijkt naar boven voor den
-uil en achter zich voor den vos, en recht voor zich naar de tent,
-waar de man woont; dan duikt zij weer halsoverkop haar tunnel in met
-bladgeritsel en een verschrikt gepiep, alsof Kupkawis, het uiltje, haar
-gezien had. Dat dient om zichzelf gerust te stellen. Een oogenblik
-later komt ze stilletjes weer voor den dag om te kijken wat voor
-kruimeltjes je haar gegeven hebt.
-
-Geen wonder dat Tookhees zoo schuw is, want er bestaat geen plekje op
-aarde, of in de lucht, of in 't water, behalve haar eigen holletje
-onder den bemosten steen, waar zij veilig is. Boven haar loeren
-'s nachts de uilen, en de haviken overdag; in de wildernis is er
-rondom haar heen geen rondsluipende roover, van Mooween, den beer,
-langs een heele reeks van overgangen af, tot Kagax de wezel toe, of
-hij zal onder elken ouden tak of boomstam snuffelen in de hoop er een
-boschmuis te vinden; en als zij eens uit zwemmen gaat, wat zij zoo
-graag doet, is er geen dikke forel in de rivier, die haar draaikolk
-niet in den steek zal laten om op het kleine, kleine rimpeltje af te
-schieten, dat dapper op den overkant van den stroom aanhoudt. Met al
-die vijanden, die er op loeren haar te vangen, zoodra zij zich maar
-buiten waagt, moet ze wel eens schijnbewegingen maken als ze uitgaat,
-om te onderzoeken waar de kust vrij is.
-
-Dit is de reden waarom ze altijd terugschiet, wanneer ze den eersten
-keer te voorschijn is gekomen, waarom je wel twee- of driemaal een
-snellen glimp van haar opvangt, nu hier, dan daar, voordat zij in
-het licht verschijnt. Ze weet dat haar vijanden zoo hongerig zijn,
-zoo bang dat ze ontsnappen zal of dat iemand anders haar zal vangen,
-dat ze al op haar afspringen zoodra ze maar een snor vertoont. Zoo
-belust zijn ze op haar vleesch en zoo overtuigd, wanneer ze haar gemist
-hebben, dat het neersuizen van vlerken of het dichtklappen van roode
-kaken haar van schrik wel voor goed hebben doen wegschuilen, dat ze
-een ander spoor gaan volgen. En als een rondsluipend dier achter een
-boomstomp om zit te loeren en Tookhees vliegensvlug weg ziet glippen
-en haar verschrikt gepiep hoort, dan denkt het heel natuurlijk dat die
-scherpe oogjes den staart gezien hebben, dien het verzuimde om zich
-heen te rollen; dus druipt het af, alsof het zich schaamde. Zelfs de
-vos, die een onuitputtelijk geduld heeft, is niet zoo leep geworden,
-dat hij Tookhees' tweede verschijning leerde afwachten. En dat is
-'t behoud voor de kleine "bangerd".
-
-Eén toevlucht voor al deze vijanden heeft Tookhees: het uitgeholde
-nestje achter het aardige holletje onder den bemosten steen. Weliswaar
-kunnen de meeste van haar vijanden graven, maar haar gang kronkelt
-zich zóo, dat ze van buiten aan den ingang nooit kunnen nagaan waar
-ze heenleidt, en in de wildernis zijn geen slangen om haar achterna
-te gaan en het te onderzoeken. Ik heb wel een paar maal de plek
-gezien, waar Mooween den steen omgekeerd had en de aarde er onder
-uitgekrabbeld, maar gewoonlijk zit er wel een taaie wortel in den
-weg en komt Mooween tot de slotsom, dat hij zich veel te veel moeite
-geeft voor zoo'n mondjevol, en hij sjokt weg naar de boomstomp,
-waar de roode mieren wonen.
-
-Op haar tochten door het bosch vergeet Tookhees nooit de mogelijke
-gevaren. Ze beweegt zich voort in een opeenvolging van schokken,
-plotselinge wendingen, al springend, al wegschuilend. Na lang
-rondspeuren komt ze haar holletje uit en schiet als een vischje door
-'t mos naar een opgewipten boomwortel. Daar gaat ze overeind zitten
-luisteren, terwijl ze zenuwachtig over haar snorren strijkt. Dan glipt
-ze een paar voet langs den wortel, valt op den grond en verdwijnt. Ze
-verstopt zich daar onder een dor blad. Een oogenblik stilte en--ze
-springt op als een duiveltje-uit-een-doosje. Nu zit ze boven op het
-blad, dat haar bedekte, weer haar snorren te wrijven, terwijl ze
-omkijkt naar haar spoor, alsof ze voetstappen achter zich hoorde. Dan
-weer een zenuwachtig vooruitschieten, een gepiep om tegelijk haar
-ontvluchting en haar aankomst aan te kondigen, en ze verdwijnt onder
-den ouden, met mos begroeiden stam, waar haar makkers huizen, een
-heele kolonie.
-
-Dit alles en nog veel meer ontdekte ik in die eerste vacantie, toen ik
-het wilde volkje begon te bestudeeren, dat binnen den gezichtskring
-van mijn tent woonde. Ik had lange tochten gemaakt achter beer en
-bever aan, ik had vergeefsche jachten gehouden op den ouden Witkop den
-adelaar, en Kakagos den uil, op de boschraaf [2], om tot de simpele
-ontdekking te komen, dat er zich in den warmen kring van mijn kampvuur
-een wild volkje schuilhield, wiens leven nog onbekender en minstens
-even merkwaardig was als van de grootere dieren, die ik was gevolgd.
-
-Op een dag, toen ik bedaard naar het kamp terugkeerde, zag ik Simmo
-geheel verdiept in de beschouwing van iets bij mijn tent. Hij stond
-naast een hoogen berk met een hand tegen den bast, dien hij den
-komenden winter voor zijn nieuwe kano wilde nemen; de andere hand
-omklemde zijn bijl nog, die hij een oogenblik te voren opgeraapt had
-om het tempo, waarin de ketel met boonen zong, te versnellen. Zijn
-bruine gezicht, waar een uitdrukking van kinderlijke aandacht op
-te lezen stond, gluurde achter den boom. Ik sloop nader zonder
-dat hij me hoorde, maar ik kon niets zien. Het was doodstil in het
-bosch. Killooleet zat te dommelen bij zijn nest; de meesjes waren
-verdwenen, wel wetend dat het geen etenstijd was, en Meeko, de roode
-eekhoorn, had zoo dikwijls van den sparretop naar den grond moeten
-springen, dat hij nu mistroostig in zijn eigen spar zijn pijnlijke
-zolen bleef likken en als een bezetene aan 't schelden ging, zoodra
-ik maar naderde. Nog steeds tuurde Simmo, alsof er een beer op zijn
-aas afkwam, tot ik fluisterde: "Quiie, Simmo, wat is het?"
-
-"Nodwar k'chee Toquis; ik zie de bangerd," zei hij, onbewust in zijn
-eigen dialect vervallend, dat de zoetste taal ter wereld is, zoo zacht,
-dat het wilde goedje niet verontrust wordt, wanneer het die hoort,
-en niet anders meent dan dat het een sterker ruischen in de dennen,
-of een zachter frutselen van den stroom tegen de rotsen is.--"O,
-sapperloot, kijk eens! Hij zijn snuit wasschen in je kopje." En toen
-ik op de teenen aansloop en naast hem kwam staan, zat Tookhees daar
-op den rand van mijn kopje, waar ik een nieuw toplijntje in had staan
-weeken, om 's avonds mee te visschen, ijverig bezig haar snuitje
-te poetsen, als een jongen met iemand achter zich om toe te kijken,
-dat hij ooren of nek niet overslaat.
-
-Koude morgens uit mijn eigen jongenstijd schoten me te binnen en ik
-keek achter haar om te zien, of het bij haar ook gedwongen gebeurde,
-maar er was geen andere muis te zien. Twee handjesvol water schepte zij
-op, wreef ze haastig over neus en oogen en dan achter haar ooren--op de
-plekjes die je 't gauwst wakker maken, wanneer je slaperig bent--toen
-nog een handvol water en nog een flinken veeg, die net als den eersten
-keer achter haar oor eindigde.
-
-Simmo was een en al verbazing, want een Indiaan merkt weinig in het
-bosch op, behalve wat bij zijn vallen-zetten en jagen te pas komt; en
-een muis haar snuitje te zien wasschen was hem even onbegrijpelijk, als
-mij een boek te zien lezen. Maar alle boschmuizen zijn heel zindelijk
-en hebben niets van die sterke luchtjes van onze huismuizen. Later,
-toen ik haar leerde kennen, zag ik dikwijls hoe ze zich waschte in
-het bord met water, dat ik voor haar holletje gezet had en steeds vol
-hield; zij waschte echter nooit meer dan haar snuitje en 't gevoelige
-plekje achter haar ooren. Als ik haar dan echter weer eens in het
-meer of in de rivier zag zwemmen, heb ik me soms afgevraagd of ze op
-reis was, of alleen baadde omdat ze 't zoo prettig vond, net als ze
-haar snuitje in mijn kopje waschte.
-
-Ik liet het kopje staan waar 't stond, en strooide een feestmaaltijd
-voor de kleine gast: beschuitkruimels en een stuk van een
-kaarsstompje. Den volgenden morgen waren ze verdwenen; de sporen van
-verscheiden muizen verrieden duidelijk wie er aangelokt waren uit de
-verscholen paadjes der wildernis. Dat was de eerste kennismaking van
-mensch en dier. Weldra kwamen ze geregeld. Ik hoefde maar kruimeltjes
-te strooien en een paar keer als een muis te piepen, of schichten en
-glimpen verschenen op 't mos of tusschen het verbleekte goud van het
-tapijt der oude berkeblaren, en de schuwe wezentjes kwamen aan mijn
-disch, met oogjes die glommen als git, met hun fijne pootjes opgeheven
-om hun snorren te poetsen of om zich te beschermen tegen den angst,
-waarin ze voortdurend leefden.
-
-Ze waren niet allemaal gelijk; integendeel juist. Een, dezelfde
-die zich in mijn kopje gewasschen had, was grauw en oud, en wijs
-doordat zij haar vijanden zoo dikwijls ontdoken was. Haar linkeroor
-was gespleten tengevolge van een vechtpartij, of door den klauw van
-een uil, die haar net gemist had toen zij onder een wortel ontglipte.
-
-Zij was de schuwste en tegelijk de brutaalste van het troepje. Een
-paar dagen lang naderde zij met wonderlijke behoedzaamheid; van elk
-dor blad, van elk wortelkluwen maakte zij gebruik om haar nadering te
-verbergen, en over de open plaatsen schoot zij zoo snel, dat je niet
-wist wat er gebeurd was--slechts een donker veegje, dat eindigde in
-niets. En het bruine blad verried niets van wat het verborg. Maar
-eenmaal zeker van haar zaak, kwam zij brutaal. Voor dat groote
-mensch-dier, met zijn gezicht dicht bij de muizentafel, doodstil,
-behalve zijn oogen, met een hand die voorzichtig bewoog, als ze bewoog,
-hoefde zij niet bang te wezen--dat voelde Tookhees instinctmatig. En
-dat vreemde vuur met die hongerig-makende geuren, de witte tent, het
-komen en gaan van menschen, die heer en meester in de bosschen waren,
-hielden vos en lynx en uil op een grooten afstand--dat merkte zij na
-een paar dagen. Alleen de "mink" [3], die 's nachts aan kwam sluipen
-om de visch van den man te stelen, dat was er een om bang voor te
-zijn. Dus gaf Tookhees voorloopig haar nachtelijke gewoonten op en
-kwam zij brutaal in 't zonlicht voor den dag. Gewoonlijk komen de
-beestjes in de schemering te voorschijn, als hun snelle bewegingen
-te loor gaan in de kruipende, bevende schaduwen. Maar als hun vrees
-gevlogen is, zijn ze maar wat blij in 't daglicht rond te kunnen
-draven, vooral wanneer allerlei lekker eten hen lokt.
-
-Behalve de oudgediende was er een muizenmoedertje, wier kleine,
-grijze jasje toch wel groot genoeg was om een heerlijke moederliefde
-te bergen, zooals ik later merkte. Ze at nooit aan mijn disch, maar
-droeg haar deel weg om 't ergens te verstoppen, niet om 't aan haar
-kleintjes te voeren--daar waren ze nog te jong voor--; maar achter
-de heldere oogjes zeiden haar gedachten zeker onbewust, dat zij haar
-noodig hadden en dat ze om hunnentwil met grooter voorzorg voor haar
-leven moest waken. Ze sloop dus schuw naar mijn disch; altijd verscheen
-ze van onder een grijzen bastreep op een gevallen berk, nam denzelfden
-weg: eerst naar een bemosten steen, dan naar een donkere holte onder
-een wortel, vervolgens naar een lage varen en langs den onderkant
-van een stuk hout naar de muizentafel. Daar stopte ze haastig beide
-wangen vol, tot ze zoo dik waren alsof ze kiespijn had en glipte langs
-denzelfden weg weer heen, om eindelijk onder den grijzen bastflard
-te verdwijnen. Langen tijd was 't me een raadsel, hoe 'k haar nest
-moest ontdekken, dat niet ver af kon zijn, zooals ik wist. Het was
-niet in den berkestam, waar ze in verdween--die was hol over de heele
-lengte,--ook niet daar ergens onder. Op eenigen afstand lag een groote
-steen, half door het groene mos bedekt, dat er aan alle kanten tegen
-opstond. Het zorgvuldigste onderzoek had hier gefaald, geen spoor van
-Tookhees' holletje had ik kunnen ontdekken. Zoo nam ik op een dag,
-toen het een halven storm woei en ik in mijn eentje het meer op wilde,
-dien steen op, om hem in den boeg van mijn kano te leggen. Dat was om
-het bootje vaster te doen liggen; dan zakte de neus zoo ver, dat ze
-'t water kon pakken. Toen kwam 't geheim aan den dag; daar was het, in
-een koepeltje van dor gras tusschen wat dennewortels onder den steen.
-
-De moeder was op voedsel uit, maar een zwak sissend gepiep verried
-me, dat de jongen thuis waren en hongerig als gewoonlijk. Terwijl
-ik stond te kijken, was er een snelle beweging in een gang tusschen
-de wortels en kwam moeder muis terugsnellen. Ze stond even stil
-met haar voorpootjes tegen een wortel, om lucht te nemen van 't
-gevaar dat er dreigde. Toen zag ze mijn gelaat over de opening
-gebogen--Et tu Brute!--en ze schoot het nest in. In een oogwenk
-was ze er weer uit en verdwenen in haar gang, terwijl de kleintjes
-onder 't voortsnellen aan haar flanken hingen, zoo stijf, dat ze er
-niet af konden vallen--allemaal, op één na, een teer, rose diertje,
-dat je in een vingerhoed kon verstoppen en dat zich vol vertrouwen
-in het donkerste hoekje van mijn hand nestelde. Het duurde tien
-minuten, voordat het moedertje terugkwam en angstig naar 't verloren
-kleintje zocht. Toen ze 't veilig in zijn eigen nest ontdekte, met
-dat mannengezicht, dat nog steeds keek, was ze half gerustgesteld;
-maar toen ze zich neerwierp en het jong begon te drinken, werd ze
-weer bang en draafde haar gangetje in, terwijl het kleintje zich aan
-haar flank vastklemde, maar dezen keer stevig.
-
-Ik legde den steen weer op zijn plaats en trok er het mos zorgvuldig
-omheen. Een paar dagen later was de muizenmoeder weer aan mijn
-disch. Ik sloop weg naar den steen, hield mijn oor er dicht tegenaan
-en hoorde met innige voldoening kleine piepgeluidjes, die me verrieden
-dat het huis weer bewoond was. Daarna bleef ik spieden om te zien
-langs welk paadje moeder muis de haren bereikte. Toen ze haar wangen
-vol had, verdween ze langs haar gewonen weg onder den bastreep. Deze
-leidde haar naar het holle binnenste van den berkestam, dien ze ten
-einde toe volgde; daar hield ze even op, oogen, ooren, neusgaten
-in de weer. Dan sprong ze naar een wirwar van wortels en dor blad,
-waar beneden een gang was, die diep onder het mos recht naar haar
-nest onder den steen voerde.
-
-Behalve deze oudere muizen waren er vijf of zes jongere, alle schuw,
-op één na, die van den beginne af niet de minste vrees toonde, maar
-recht op mijn hand afkwam, haar kruimeltjes opat en tegen mijn mouw
-opkroop, waar zij zich een warm nestje begon te maken door wol van
-mijn flanellen hemd af te knabbelen.
-
-Een groote tegenstelling met dit kereltje vormde een ander, dat maar
-al te wel wist wat vrees beteekende. Het hoorde tot een anderen stam,
-die nog niet gewend was geraakt aan de menschelijke gewoonten. Ik
-merkte te laat hoe zorgvuldig je met die wezentjes om moet gaan,
-die voortdurend in 't land leven waar de vrees regeert.
-
-Een eindje achter mijn tent lag een gevallen boomstam, vermolmd en met
-mos begroeid, waarover tweeling-bloemen [4] haar klokjes wiegelden
-over zijn heele lengte en waar een heele kolonie boschmuizen onder
-woonden. Ze aten de kruimels, die ik bij den boom strooide, maar
-ze waren nooit naar mijn disch te lokken. Was het omdat ze geen
-oudgediende met gespleten oor bezaten om de gewoonten van den mensch
-te bespieden, of omdat mijn eigen kolonie ze verjoeg? Ik heb het nooit
-kunnen uitmaken. Eens zag ik Tookhees onder den zwaren stam wegduiken
-toen ik naderde, en omdat ik niets belangrijkers te doen had, legde
-ik een grooten kruimel bij haar gaatje, strekte me uit op het mos,
-verstopte mijn hand in een dorre varen dicht bij het verleidelijke
-beetje en piepte den lokroep. In een oogwenk verschenen Tookhees'
-neus en oogen in haar deurtje, terwijl haar snorren zenuwachtig trilden
-toen zij het kaarsvet rook. Maar zij voelde achterdocht voor het groote
-ding; of misschien rook zij den mensch en was bang, want na herhaalde
-keeren schuilevinkje te hebben gespeeld, verdween zij heelemaal.
-
-Ik vroeg me af hoe lang haar honger met haar voorzichtigheid zou
-strijden, toen ik het mos bij mijn lokaas van onderen in beweging
-zag komen. Een kleine golving van de mosbloemetjes, en Tookhees'
-neus en oogen kwamen een oogenblik uit den grond te voorschijn,
-terwijl zij alle richtingen uit snuffelde. Haar bedoeling was nu
-duidelijk genoeg; zij was bezig een gang te graven om bij het beetje
-te komen dat zij openlijk niet durfde te nemen. Ik zat met ademlooze
-belangstelling toe te kijken, toen er een zwakke trilling, dichter bij
-mijn lokaas, verried waar zij met haar werk vorderde. Daarna werd het
-mos behoedzaam bewogen, dicht bij haar doel; een holletje opende zich,
-het stukje viel er in en Tookhees was verdwenen met haar buit.
-
-Ik legde nog meer kruimeltjes uit mijn zak op dezelfde plek en weldra
-waren drie of vier muizen bezig er aan te knabbelen. Eén zat op,
-vlak bij de dorre varen, met een stukje brood in haar voorpooten,
-als een eekhoorn. Plotseling bewoog de varen; voordat zij springen
-kon, sloot mijn hand zich over haar en terwijl 'k mijn andere hand
-onder haar liet glijden, bracht ik haar bij mijn gezicht om haar
-tusschen mijn vingers door gade te slaan. Zij maakte geen beweging
-om te ontkomen, maar trilde hevig. Haar pootjes schenen nu te zwak
-om haar gewicht te dragen; zij ging liggen; haar oogjes vielen toe;
-een stuiptrekking--en zij was dood--van angst gestorven in een hand
-die haar niets gedaan had.
-
-Bij deze kolonie, wier leden me alle vreemd waren, leerde ik op
-een eigenaardige manier de gewoonte van de boschmuizen kennen om
-bezoeken af te leggen, en tegelijkertijd kreeg ik nog een les, die ik
-niet gauw vergeten zal. Dagenlang had ik op elke geoorloofde manier
-tevergeefs gepoogd een groote forel te vangen, een monster in haar
-soort, die in een draaikolk achter een rots hoogerop, waar 't water
-het meer instroomde, woonde. Forellen waren schaarsch in dat meer en
-'s zomers zijn de groote visschen altijd lui en moeilijk te snappen. Ik
-had het grootste deel van den tijd zin in forel, want de visch die
-ik gevangen had was klein en 't was niet veel, en het ging met lange
-tusschenpoozen. Maar verscheiden keer als ik van den oever af, daar
-waar 't andere water binnenstroomde, ingooide om vischjes te vangen,
-had ik wielingen in een groote draaikolk dicht bij den tegenovergelegen
-oever gezien, die me duidelijk groote visch daaronder verrieden; en
-eens, toen een reusachtige forel over haar halve lengte boven water
-achter mijn vlieg aanschoot, verloor de katvisch alle bekoring en
-beloofde ik mezelf het genot, dat 'k mijn hengel zou voelen buigen
-en sidderen onder het voortjagen van die groote forel, al moest de
-heele zomer er mee gaan.
-
-Vliegen gaven niets. Ik bood er haar een boekvol van aan in alle
-verscheidenheid van vorm en kleur, bij 't uchtendkrieken en in de
-schemering, zonder haar in verzoeking te brengen. Ik probeerde larven,
-waar baars van houdt, een kikkerpoot, dien geen snoek kan weerstaan,
-en kikkertjes, zulke waarop groote forellen tusschen licht en donker
-te midden der leliebladen jagen--maar niets kon haar bekoren. En
-toen watertorren en 't staartpuntje van een rooden eekhoorn, wat
-'t beste vischaas ter wereld is, en spartelende sprinkhanen en een
-"zilveren-lepel" [5] met een leelijk "stel" haken, die ik verafschuw,
-en ik herinner me dankbaar dat de forellen die ook verafschuwden. Daar
-lagen ze in hun groote, koele draaikolk en namen lui wat de stroom
-hun aan voedsel toevoerde en hadden geen aandacht voor eenigerlei
-list. Daarop ving ik stroomop een roodvin [6], haakte haar zorgvuldig
-aan, legde haar op een grooten houtspaander, wikkelde mijn snoer er
-omheen en liet dien stroomaf drijven, terwijl het snoer zachtjes
-naar achteren afwikkelde bij 't wegdrijven. Toen hij de draaikolk
-bereikt had, beurde ik het tipje van mijn hengel op; het snoer ging
-strak staan; de roodvin sprong overboord en een forel van twee pond,
-die zeker dacht dat het kleine ding verscholen had gezeten onder
-den spaander, dook op en slikte het in. Dat was de eenige die ik
-ving. Haar worsteling had het diepe water in beroering gebracht en
-de andere forellen gaven verder niet meer om roodvinnen.
-
-Later, terwijl ik eens bij dageraad op een groot rotsblok zat te
-prakkizeeren over nieuwe lokmiddelen en krijgslisten, trof een beweging
-in een elzestruik aan den overkant van den stroom mijn oog. Daar glipte
-Tookhees de boschmuis langs de takjes; 't was haar klaarblijkelijk om
-de zwarte katjes te doen, die nog aan de uiteinden hingen. Terwijl ik
-naar haar stond te kijken, viel of sprong zij van haar twijgje in het
-stille water onder zich en nadat zij een oogenblik rondgekringd had,
-begon zij dapper den stroom over te zwemmen. Ik kon haar neus niet
-zien terwijl zij zwom, een rimpelende wig tegen het zwarte water,
-die een steeds wijder wordende V als een sleep achter zich liet. De
-trek duwde haar stroomaf; zij raakte den rand van de groote draaikolk;
-een wieling, een harde plons van onder op, en Tookhees was verdwenen
-zonder een spoor achter te laten, behalve een snellen kring van
-rimpels, die verzwolgen werden door de draaiingen en kolken achter
-de groote rots.--Ik had ontdekt welk aas de groote forel graag had.
-
-Terwijl 'k me naar het kamp terughaastte, laadde ik een patroon luchtig
-met wat fijnen hagel, strooide een paar kruimeltjes in de buurt van
-den dikken stam achter mijn tent, piepte een paar keer den lokroep
-en ging zitten wachten. "Die muizen zijn eigenlijk vreemdelingen
-voor me," vertelde ik mijn geweten, dat een beetje protesteerde,
-"en de bosschen zijn er vol van en ik wou die forel graag hebben."
-
-Even later ontstond er een geritsel in het mossige holletje en kwam
-Tookhees te voorschijn. Zij schoot over het open terrein, greep
-een kruimel in haar bekje, ging op haar achterpootjes zitten, nam
-den kruimel in haar voorpootjes en begon te eten. Ik had het geweer
-opgeheven in de meening dat zij wel een keer of wat zou schuilen,
-voordat 'k haar onder schot kreeg. Haar brutaliteit verbaasde me, maar
-ik herkende haar niet. Nog steeds ging mijn oog langs de loopen en over
-de korrel, tot waar Tookhees haar kruimel zat op te eten. Mijn vinger
-drukte den trekker.--"O, jou leelijke moordenaar," zei het geweten,
-"bedenk toch hoe klein zij is en wat een groot spektakel je geweer
-zal maken! Schaam je je niet?"
-
-"Maar ik wou die forel graag hebben," wierp ik tegen.
-
-"Vang ze dan zonder dit kleine, onschuldige ding," zei 't geweten
-onverbiddelijk.
-
-"Maar zij is me heelemaal vreemd; ik heb nooit--"
-
-"Zij eet je brood en je zout," zei het geweten. Dat gaf den doorslag;
-en warempel, terwijl ik nog naar haar keek over de korrel, eindigde
-Tookhees haar kruimel, kwam naar mijn voet toe, glipte langs mijn been
-op mijn schoot en keek me vol verwachting aan. Het grijze velletje en
-'t gespleten oor toonden de welkome gast aan mijn tafel van een week
-geleden. Zij was op bezoek bij de vreemde kolonie, zooals boschmuizen
-zoo graag doen, en trachtte ze door haar voorbeeld te overreden,
-dat ze me net zoo konden vertrouwen als zij. Beschaamder dan alsof
-'k er op betrapt was een kwartel op den grond te schieten, gooide ik
-de huls weg die bijna mijn vriendinnetje gedood had, en keerde naar
-het kamp terug.
-
-Daar maakte ik een muis uit een stukje vacht van een muskusrat, met een
-stuk van mijn leeren veter er als staart aangenaaid. Zij beantwoordde
-prachtig aan haar doel, want binnen het uur mocht ik grootte en pracht
-van een reusachtige forel, die in haar volle lengte op de rots naast me
-lag uitgestrekt, bewonderen. Maar toen 'k den volgenden keer ingooide,
-verloor 'k mijn lokmuis; ze bleef met een stuk van mijn toplijntje
-in den bek van een tweede forel achter, die naar boven schoot, op
-'t zelfde oogenblik dat zij haar draaikolk aanraakte.
-
-Daarna waren de boschmuizen veilig, wat mij betrof. Geen forel,
-al was ze zoo groot als een zalm, zou ze ooit proeven, tenzij ze
-lust hadden om te gaan zwemmen; en ik hield hun disch beter voorzien
-dan vroeger. Ik heb veel van hun bezoeken heen en weer gezien, en ik
-heb beter begrepen wat die gangen toch te beteekenen hebben, die in
-'t voorjaar te zien zijn als de laatste sneeuw wegsmelt. In een hoek
-van het bosch, waar de driftsneeuw hoog ligt, zal men dikwijls een
-menigte gangen vinden, die uit alle richtingen in een kamer middenin
-uitmonden. Ze spreken van Tookhees' gezellige natuur, van haar lange
-bezoeken bij haar makkers, niet gestoord door sprong of knauw, als de
-opeengepakte sneeuw daarboven den angst van 's zomers heeft weggevaagd
-en haar beveiligt voor havik en uil en vos en wilde kat, en als geen
-open water haar er toe verleidt te gaan zwemmen waar Skooktum, de
-groote forel, hongerig op muizen onder haar draaikolk ligt te wachten.
-
-
-
-De weken vloden maar al te snel, zooals het geval is met weken in
-de wildernis, en de droevige taak van ons kamp op te breken lag
-vlak voor ons. Eén ding baarde me echter zorg--de kleine Tookhees,
-die geen vrees kende, maar een nestje probeerde te maken in de mouw
-van mijn flanellen hemd. Haar argeloos vertrouwen trof me meer dan
-de eigenaardige gewoonten van alle andere muizen. Elken dag kwam
-zij om haar kruimeltjes te halen, niet van mijn disch, maar uit mijn
-hand. Zij genoot er klaarblijkelijk van de warmte onder 't eten en
-zij kreeg altijd de uitgezochtste beetjes. Ik wist echter dat zij,
-wanneer ik heengegaan was, de eerste zou zijn die door den uil werd
-gegrepen, want alleen de vrees redt het wilde volkje.
-
-Zoo nu en dan treft men dieren aan, onder allerlei soort, die het
-instinct van de vrees missen--een kikker, een jonge patrijs, een
-elandenkalf--en dan vraagt ge u verbaasd af welke gouden eeuw, die de
-vrees niet kende, of welk heerlijk visioen van Jesaja, waarin de leeuw
-bij het lam nederligt, daar werkelijkheid is geworden. Ik heb zelfs
-een jonge zwarte eend, wier natuurlijke geaardheid zoo wild is als
-de wildernis zelf, gezien, die niets van haar moeders noodsignalen
-en haar voortdurende lessen in 't wegschuilen had geleerd, maar op
-mijn kano kwam aandobberen tusschen de waterplanten van een meer
-in de wildernis, terwijl haar makkers onzichtbaar wegdoken in hun
-schuilplaatsen van overbuigend riet en haar moeder er klapwiekend
-van doorging met geplas en gekwaak, en een vlerk liet slepen om me
-van haar jongen weg te lokken.
-
-Het jong, dat geen vrees kent, wordt gewoonlijk door zijn moeder in
-den steek gelaten, of wel hij zal de eerste zijn, die in den strijd
-tegen den sterke valt, voordat ze hem als hopeloos opgeeft. Kleine
-Tookhees behoorde klaarblijkelijk tot deze klasse; dus vóór mijn
-vertrek stelde ik het mijzelf tot taak haar de vrees te leeren kennen,
-wat blijkbaar voor de Natuur en voor haar eigen moeder te veel was
-geweest. Ik kneep haar een paar keer, en terwijl ik dat deed, kraste
-ik als een uil--een schrikwekkend optreden, dat de andere muizen
-als bruine schichten halsoverkop naar een schuilplaats joeg. Daarna
-zwaaide ik met een tak boven haar, alsof 't de vleugel van een havik
-was, terwijl 'k er haar tegelijkertijd pardoes een klap mee gaf,
-zoodat zij een doodschrik kreeg. En dan weer, als zij voor den dag
-kwam, terwijl er een nieuw licht in haar oogjes daagde: het licht
-van de vrees, maakte 'k met een stok een schuifelende beweging in
-de varens als van een sluipenden vos en gaf haar een flinken tik
-met een sparretwijg. Het was een harde les, maar zij kende ze na een
-dag of wat. En nog eer ik mijn onderwijs staakte, was er geen muis,
-die aan mijn disch wilde komen, hoe overredend ik ook piepte. In de
-schemering schoten ze rond als eertijds, maar het eerste suizen van
-mijn tak joeg ze in een ommezien naar haar schuilplaats terug.
-
-Dat was haar hardhandige, maar afdoende voorbereiding tegen de
-rooverbende, die weldra over mijn kampplaats zou rondsluipen. Dan zou
-een heimelijke beweging in de varens, of een neerschietende schaduw
-tusschen de schaduwen der schemering heel wat anders beteekenen dan
-een schuifelende tak en een wuivende sparretwijg. Een hap, een greep,
-en tanden en klauwen--loop wat je loopen kunt en kijk pas naderhand
-waarom! Zoo hoort het voor een verstandige boschmuis. Ik groette ze
-dus en liet ze achter om op zichzelf te passen in de wildernis.
-
-
-
-
-
-
-
-
-EEN VERBORGEN PAADJE IN DE WILDERNIS.
-
-
-Op een dag in de wildernis, toen mijn kano een prachtig gedeelte van
-een rivier afgleed, merkte ik een paadje op dat door riet en biezen
-ging, in een rechten hoek op de richting van den stroom. Nadat ik mijn
-kano er heengewend had, ontdekte ik iets, dat een aanlegplaats voor
-het boschvolkje op hun riviertochtjes scheen te zijn. Het moerasgras,
-dat rondom dicht stond, was hier naar binnen gebogen en maakte een
-glimmend groen kanaal van de rivier uit.
-
-Op den modderigen oever stonden veel prenten van "mink" en muskusrat en
-otter. Hier had een groote eland staan drinken; en daar had een bever
-het gras afgeknaagd en een moddertaartje gemaakt, waar middenin een
-beetje muskus de geheele buurt doorgeurde. Het was den vorigen avond
-gebeurd, want de indrukken van zijn voorpoot toonden nog duidelijk
-waar hij zijn taartje glad geklopt had, eer hij heenging. Maar de
-plek was meer dan een landingsplaats; een paadje ging den oever op,
-het bosch in, even vaag als het groene waterweggetje tusschen de
-biezen. Hooge varens bogen er zich overheen om het te verstoppen,
-ranke grassen, die zachtjes op zij geduwd waren, trachtten er zoo
-goed als 't ging natuurlijk uit te zien; de elzen wuifden hun takken
-dicht opeen en zeiden: "Hier is geen weg." Maar daar was hij, een
-pad voor 't boschvolkje. En toen ik het volgde, de schaduw en stilte
-der bosschen binnen, was de eerste mossige stam, die er over lag,
-glad gesleten door 't gaan van veel kleine pootjes.
-
-Bij mijn terugkomst gleed Simmo's kano in 't zicht, en ik wenkte hem
-naar den oever. De lichte boot van berkebast kwam met een zwenk naast
-de mijne, met een diepe waterplooi juist onder de kromming van haar
-boeg en een welluidend geklater, als 't gorgelen van water tegen een
-mossigen steen--dat was het eenige geluid.
-
-"Wat beteekent dit paadje, Simmo?"
-
-Zijn scherpe oogen namen met een oogopslag alles in zich op: den
-wuivenden waterweg, de prenten, het vage paadje naar de elzen. Er
-stond verbazing op zijn gezicht te lezen, dat ik maar zoo toevallig
-een ontdekking had gedaan, waar hij menigmaal tevergeefs naar had
-uitgekeken met zijn vallen op den rug.
-
-"Dat om af te snijden," zei hij gewoonweg.
-
-"Om af te snijden! Maar wie moest er hier afsnijden?"
-
-"Nou, Musquash waarschijnlijk 't eerst doen dat. Toen bever, toen
-otter, toen iedereen die haast, doen dat. Kijk, de rivier hier maken
-groote bocht. Pad rechtuit gaan, tijd sparen, net precies als Indiaan
-die afsnijden."
-
-Dat was het eerste van wel twaalf zulke paden die ik sindsdien aantrof
-en die de bochten van rivieren in de wildernis doorsneden,--de manier
-die 't boschvolkje er op nahoudt om op reis tijd uit te sparen. Ik
-liet Simmo verder gaan, de rivier af, terwijl ik het verscholen paadje
-nieuwsgierig volgde. Er is niets zoo verleidelijk in de bosschen,
-als het wilde goedje na te prenten en te zien wat ze uitgevoerd hebben.
-
-Maar helaas, mijn voeten waren de eerste menschelijke voeten niet,
-die den tocht ondernomen hadden! Halverwege, op het punt waar het
-pad over een beekje leidde, vond ik een val dwars over den weg van
-argelooze pootjes. Ze verschilde van elke andere die ik ooit gezien
-had en was zoo gemaakt:
-
-Die kleine stok (trekker noemen de "trappers" hem), waarvan het eind
-een centimeter of vijf boven den ondersten stam in de lucht steekt,
-net zoo hoog dat een bever of een otter er heel gewoon zijn poot
-op zou zetten als hij er overheen ging, ziet er onschuldig genoeg
-uit. Maar als ge goed toekijkt, zult ge zien dat het, bij den minsten
-of geringsten druk die er op uitgeoefend werd, onmiddellijk den krommen
-tak, die het valblok vasthoudt, los zou maken en het doodelijke ding
-met verpletterend gewicht op den rug van eenig dier er onder terecht
-zou doen komen.
-
-Dat zijn de valstrikken, die Keeonekh, den otter, in den weg liggen,
-als hij uit vrijen gaat en Musquash's dwarspad gebruikt om zijn tocht
-te bekorten.
-
-Aan den anderen kant van het dwarspad wachtte ik af, tot Simmo om de
-bocht kwam en nam hem mee terug om het werk te bekijken, terwijl ik
-de hartelooze zorgeloosheid van den "trapper" veroordeelde, die in 't
-voorjaar weg was gegaan en een niet ontspannen val had achtergelaten
-als een bedreiging voor 't wilde goedje. Op 't eerste gezicht maakte
-hij uit dat 't een otterval was. Toen kwamen er plotseling vrees en
-verbazing op zijn gezicht en vragen op het mijne.
-
-"Dat Noel Waby's val. Niemand anders valtrekker maken zoo," zei
-hij eindelijk.
-
-Toen begreep ik het. Noel Waby was in 't voorjaar de rivier opgegaan
-om vallen te zetten en nooit teruggekomen; en niemand wist ooit te
-vertellen hoe hij aan zijn eind kwam.
-
-Ik boog me neer om de val met grooter belangstelling te bekijken. Aan
-den onderkant van het valblok vond ik nog wat lange haren kleven in de
-spleten van de ruwe schors. Ze hoorden tot de buitenste waterdichte
-vacht, waarmee Keeonekh zijn bont droog houdt. Minstens éen otter
-was hier gevangen, en de val was daarna weer opgesteld. Maar
-een gewaarwording van gevaar, een oude geur van bloed, of een
-onnaspeurlijke waarschuwing hing nog aan die plek, en geen ander
-schepsel was over den ondersten balk gegaan, ofschoon er honderden
-langs dien weg moeten zijn gekomen, sinds de oude Indiaan zijn val
-weer opstelde en wegstapte met den dooden otter over zijn schouders.
-
-Wat was dat in de lucht? Welk angstgevoel broeide hier en fluisterde in
-de elzebladen en tinkelde in de beek? Simmo werd onrustig en haastte
-zich weg. Hij was als 't boschvolkje. Maar ik ging op een dikken
-boomstam zitten, dien het hooge water in 't voorjaar tusschen de elzen
-had gedreven, om wellicht de beteekenis van die plaats te voelen en een
-poosje de wijde, lieflijke eenzaamheid geheel voor mezelf te hebben.
-
-Een flauw geritsel aan mijn linkerhand, en nog weer! Toen kwam
-kronkelend en glijdend Keeonekh het pad op, de eerste otter dien ik
-ooit in de wildernis zag. Waar de zon door de elzebladen naar binnen
-flikkerde, glom ze vroolijk op de glanzende buitenste haren van zijn
-ruwe vacht. Onder 't gaan werkte zijn neus voortdurend en was zijn
-heldere oogjes ver vooruit, om hem te vertellen wat er zich op zijn
-pad bevond.
-
-Ik zat heel stil een eind op zij en hij zag me niet. Dicht bij de
-val van den ouden Noel hield hij even stil met opgeheven kop, in die
-eigenaardige slangachtige houding, die alle wezels aannemen als ze
-acht geven. Daarop glipte hij om het uiteinde van de val en verdween,
-het pad af.
-
-Toen hij weg was, sloop ik te voorschijn om zijn prent te
-onderzoeken. Daar viel het me voor 't eerst op dat het oude pad
-bij de val langzamerhand met mos begroeide; een flauw nieuw pad
-begon zich tusschen de elzen af te teekenen. Er school de een of
-andere waarschuwing in die val en met listig instinct waren alle
-boschbewoners op zij gegaan en hadden goed de ruimte gegeven aan wat
-ze voelden dat gevaarlijk was, maar wat ze niet konden begrijpen. Het
-nieuwe pad voegde zich weer bij het oude achter de beek en volgde
-het recht naar de rivier.
-
-Weer onderzocht ik zorgvuldig de val, maar 'k vond natuurlijk
-niets. Dat is een zaak van instinct, niet van oogen of ooren, en kan
-niet opgelost worden. Toen ging ik voorgoed heen, nadat ik een kring
-van dikke staken rondom de val geslagen had, om er argelooze pootjes
-buiten te houden. Maar ik liet de val onaangeroerd, net zooals ze was,
-een ruw gedenkteeken voor Keeonekh en den verdwenen Indiaan.
-
-
-
-
-
-
-
-
-KEEONEKH, DE VISSCHER.
-
-
-Waar ge Keeonekh, den otter, ook aantreft, daar vindt ge nog drie
-andere dingen: de wildernis, schoonheid en stroomend water, dat geen
-winter bevriezen kan. Daar is 't ook goed om te visschen; maar 't
-zal u weinig baten, want als Keeonekh een water geplunderd heeft,
-geeft het niets daar vlieg of voorntje in te gooien. De grootste
-visch is verdwenen--ge zult zijn graten en een paar vinnen op het
-ijs of den naasten oever vinden, en de kleine vischjes houden zich
-nog gedekt na hun schrik.
-
-En omgekeerd: waar ge de drie genoemde factoren aantreft, zult ge
-Keeonekh ook vinden, als uw oogen goed de teekens kunnen lezen. Zelfs
-op plaatsen bij de steden, waar heele geslachten lang geen otter gezien
-is, worden ze toch gespeurd, zijn ze in hun schuwe, wilde leven,
-zóo vertrouwd met al wat te zien is, met elk geluid van gevaar, dat
-geen oog van de velen die voorbijgaan hen ooit waarneemt. Er is op
-geen beest zoo hardnekkig jacht gemaakt, om het kostbare bont dat hij
-draagt, maar Keeonekh is moeilijk te krijgen en snel van begrip. Als
-een heele familie gepakt is, of verdreven van een geliefkoosde rivier,
-vindt een andere otter weldra de plek, op een van zijn wintersche
-zwerftochten naar beter vischwater; en daar hij uit de teekens wel
-begrepen heeft dat anderen van zijn ras helaas geboet hebben voor
-zorgeloosheid, vestigt hij er zich met grooter waakzaamheid en geniet
-van zijn geluk als visscher.
-
-In 't voorjaar brengt hij een wijfje mee om zijn rijke inkomsten te
-deelen. Weldra gaat een troepje jonge otters in de beste vischwaters
-visschen en de rivier mijlen ver stroomop en -af onderzoeken. Maar
-zóo schuw en wild en snel in 't wegschuilen zijn ze, dat de
-forellenvisschers, die de rivier volgen, en de ijsvisschers, die
-hun toestel in het meer stroomaf zetten, en de kinderen, die in de
-lente sleutelbloemen plukken, er geen vermoeden van hebben, dat de
-eigenlijke eigenaars van den stroom nog ter plaatse zijn, naijverig
-elk indringen gadeslaan en kwalijk nemen.
-
-'t Gebeurt wel, dat de houthakkers een onbekend spoor in de sneeuw
-kruisen, een zwaar sleepspoor, van lange, glijdende sprongen heuvelaf,
-die er uitzien, alsof er een blok hout voortgetrokken was. Maar zij
-ook gaan huns weegs, verbazen zich even over de rare beesten, die in
-de bosschen huizen, begrijpen echter het duidelijke getuigenis niet,
-dat de rare beesten achterlaten. Waren ze het maar ver genoeg gevolgd,
-dan zouden ze het eind van het spoor in open water gevonden hebben, en
-op het ijs aan den anderen kant de bewijzen van Keeonekh's vischvangst.
-
-Ik herinner me een ottergezin, waarvan ik het hol vond, toen 'k nog
-een jongen was, aan een stroomend water, tusschen twee meertjes,
-geen drie mijlen van het stadhuis af. Toch kon de oudste jager zich
-nauwelijks den tijd herinneren, dat de laatste otter gevangen of
-gezien was in de streek.
-
-Op een lentedag zat ik heel stil in 't kreupelhout aan den oever
-naar een boscheend [7] te kijken. Er zaten daar boscheenden,
-maar het struikgewas groeide zóo dicht, dat ik ze nooit verrassen
-kon. Ze hoorden me altijd komen en maakten zich uit de voeten,
-gaven me slechts verdwijnend een glimp tusschen de boomen, of wel
-ze verscholen zich kalmpjes, tot ik voorbij was. De eenige manier om
-ze te zien te krijgen--het was een mooi gezicht--was, stilletjes in
-een schuilplaats te zitten, uren lang als 't moest, tot ze daar aan
-kwamen glijden vlakbij, geheel onbewust van den bespieder.
-
-Terwijl ik zat te wachten, kwam er een groot dier snel tegen den
-stroom op, met niets dan zijn kop zichtbaar en een langen staart,
-die hem nasleepte. Hij zwom krachtig, gestadig, zoo recht als een
-boogpees; maar, zooals ik met verbazing opmerkte, hij maakte niet het
-minste rimpeltje, gleed door het water, alsof hij van 't puntje van
-zijn neus tot dat van zijn staart was ingevet. Even stroomop van me
-dook hij en ik zag hem niet weer, ofschoon ik ademloos stroomop en
-stroomaf keek, of hij ook weer tevoorschijn kwam.
-
-Ik had nog nooit te voren zoo'n dier gezien, maar ik wist op de
-een of andere manier dat het een otter was, en ik trok me nog beter
-verscholen terug, in de hoop het zeldzame beest weer te zien. Weldra
-verscheen er nog een otter, die stroomop kwam en op precies dezelfde
-wijze verdween als de eerste. Maar ofschoon ik den heelen middag
-bleef, ik zag niets meer. Na dien tijd was ik elk oogenblikje, dat
-'k weg kon komen, op die plek, kroop beneden naar den rivieroever en
-lag uren lang aan éen stuk verscholen; want ik wist nu dat de otters
-daar woonden, en ze gaven me menigmaal vluchtig een blik in een leven,
-dat ik nooit eerder gezien had.
-
-Weldra ontdekte ik hun hol. Het was in den hoogen oever tegenover
-mijn schuilplaats, en de ingang lag tusschen de wortels van een
-dikken boom onder water, waar niemand hem met mogelijkheid zou hebben
-kunnen vinden, als de otters zelf den weg niet hadden gewezen. Bij hun
-nadering doken ze altijd, als ze nog een goed eind weg in den stroom
-waren, en kwamen dus ongemerkt hun hol binnen. Als ze er uit gingen,
-waren ze net zoo zorgvuldig, zwommen steeds een eind onder water,
-voordat ze aan de oppervlakte kwamen. Het duurde verscheiden dagen,
-eer mijn oog met zekerheid de flauwe golving van het water boven hen
-kon nagaan en hun tocht naar hun ingang op die wijze volgen. Als het
-water niet laag was geweest, zou ik het nooit gevonden hebben, want
-ze zijn de wonderbaarlijkste zwemmers, veroorzaken geen plooitje aan
-de oppervlakte, en niet half zooveel beroering daar beneden als een
-visch van 't zelfde gewicht maakt.
-
-Dat waren mee van de gelukkigste uren, die ik ooit al spiedend in de
-bosschen heb doorgebracht. Het wild was zoo groot, kwam zoo volkomen
-onverwacht; en ik had die prachtige ontdekking geheel voor mezelf. Niet
-éen van de vijf of zes jongens en mannen, die af en toe, als de koorts
-hen te pakken kreeg, muskusratten in de groote wei een mijl stroomaf
-met klemmen vingen, of den zeldzamen "mink", die op kikkers jaagde in
-de beek, hadden er ook maar een vermoeden van, dat er zulk prachtig
-bont te krijgen zou zijn voor de moeite van 't jagen alleen.
-
-Soms verstreek er traag een heele middag, gevuld met de geluiden en
-lieflijke geuren van de bosschen, en geen plooi verbrak de kabbelingen
-van den stroom vóor me. Maar toen op een laten middag, juist als
-de dennen aan den overkant van de rivier zwart begonnen te worden
-tegen het westelijke licht, een reeks van zilveren bellen over den
-stroom schoot en een groote otter naar de oppervlakte steeg met een
-fermen snoek in den bek, telde al het vruchtelooze wachten eensklaps
-niet meer mee. Hij kwam snel op me toe, zette zijn voorpooten tegen
-den oever, deed een kronkelenden sprong--en daar was hij, op geen
-twintig voet afstands, en hield den snoek met zijn voorpooten neer,
-zijn rug gekromd als een verschrikte kat; er druppelde een straaltje
-water uit den tip van zijn zwaren, puntigen staart, terwijl hij echt
-met smaak zijn visch verorberde.
-
-Jaren later, honderden mijlen ver weg, kwam aan de Dungarvon, in het
-hartje van de wildernis, dat tooneel tot in de kleinste bijzonderheden
-me weer voor oogen. Ik stond op sneeuwschoenen over de bevroren rivier
-uit te zien, toen Keeonekh in een open plek water verscheen met een
-forel in zijn bek. Hij baande zich, met een klaterend getinkel, als
-van klokjes in de winterlucht, een weg door den dunnen ijsrand, zette
-zijn pooten tegen het zware sneeuwijs, gooide er zich met denzelfden
-kronkelenden sprong uit en at met zijn rug gekromd--net als 'k hem
-jaren geleden had zien doen.
-
-Deze eigenaardige manier van eten is, dunkt me, kenmerkend voor alle
-otters, stellig voor die ik zoo gelukkig ben geweest te zien. Waarom
-ze het doen gaat boven mijn verstand; maar het moet ongemakkelijk
-zijn elken hap--ook nog vol graten--heuvel-op naar de maag te laten
-glijden. Misschien is 't slechts een gewoonte, in de gekromde ruggen
-van de heele wezelfamilie te zien. Misschien is het om iederen vijand
-te verschrikken, die ongemerkt mocht naderen, als Keeonekh zit te
-eten; evenals een uil, wanneer hij voedsel op den grond heeft, al
-zijn veeren overeind zet om er zoo groot mogelijk uit te zien.
-
-Maar mijn eerste otter was te scherp van reuk, om lang zoo dicht
-bij een verborgen vijand te blijven. Plotseling hield hij met eten
-op en keerde zijn kop mijn kant uit. Ik kon zijn neusvleugels zien
-trekken, als de wind hem zijn boodschap gaf. Toen liet hij zijn visch
-in den steek, glipte den stroom in, zoo geluidloos als de beek daar
-stroomaf van hem binnenkwam, en verdween zonder ook maar een golfje
-achter te laten, om te verraden waar hij heen was gegaan. Bij het
-verschijnen van de jonge otters, was er een van de merkwaardigste
-lessen in de bosschen te zien. Ofschoon Keeonekh van water houdt en
-er meer dan de helft van den tijd in woont, zijn zijn jongen er zoo
-bang voor als poesjes. Wanneer ze aan zichzelf werden overgelaten,
-zouden ze ongetwijfeld weer een jagersbestaan gaan leiden volgens het
-oude familie-instinct; want visschen is een aangeleerde gewoonte van
-de otters en het visschersinstinct kan dus nog niet tot de jongen
-zijn doorgedrongen. Daartoe zullen verscheiden geslachten noodig
-zijn. Ondertusschen moeten de kleine Keeonekhs leeren zwemmen.
-
-Op een dag verscheen de ottermoeder op den oever tusschen de wortels
-van den grooten boom, waaronder hun geheime toegang zich bevond. Dat
-was een verrassing, want tot nog toe waren beide otters er altijd
-van de rivier uit naar toegegaan, en nooit op den oever bij hun
-hol gezien. Ze scheen te graven, maar deed het met de grootste
-omzichtigheid, keek, luisterde, snuffelde onophoudelijk. Ik was nooit
-in de buurt van die plek gekomen, uit angst ze te zullen verjagen;
-en pas maanden later, toen het hol verlaten was, onderzocht ik het,
-om er achter te komen wat ze eigenlijk precies uitvoerde. Toen ontdekte
-ik dat ze nog een uitgang van haar hol naar den oever gemaakt had. Ze
-had de plaats met wonderbaarlijke geslepenheid uitgezocht--een hol
-onder een dikken wortel, dat nooit opgemerkt zou worden--en ze had
-van binnen uit gegraven, de aarde weggedragen naar den bodem van de
-rivier, zoodat er bij dien boom niets zou zijn om te verraden dat er
-zich een dier ophield.
-
-Veel later, toen ik door heel wat spieden beter bekend was geraakt met
-Keeonekh's gewoonten, begreep ik wat dit alles beteekende. Ze maakte
-eenvoudig een veiligen in- en uitgang voor de jongen, die bang voor
-'t water waren. Had zij ze meegenomen, uit haar eigen doorgang naar
-buiten gedreven, dan zouden ze licht verdronken zijn, eer ze de
-oppervlakte bereikt hadden.
-
-Toen de ingang heelemaal klaar was, verdween ze; maar ik twijfel er
-niet aan, of ze zat er vlak onder te loeren, om zeker te zijn dat de
-kust vrij was. Langzaam verschenen kop en hals, tot ze geheel tusschen
-de zwarte wortels zichtbaar waren. Ze keerde haar neus stroomop--niets
-in den wind. Oogen en ooren zochten stroomaf--niets kwaads daar. Toen
-kwam ze naar buiten en achter haar aan waggelden twee ottertjes, vol
-verbazing over de groote, vroolijke wereld, vol angst voor de rivier.
-
-Geen gespeel in 't eerst, slechts verbazing en
-onderzoek. Behoedzaamheid was hun aangeboren; ze zetten hun pootjes
-neer, alsof ze op eieren liepen, en ze besnuffelden elken struik,
-eer ze er achter gingen. En de oude moeder nam hun listigheid met
-voldoening waar, terwijl haar eigen neus en ooren wacht hielden voor
-gevaar in de verte.
-
-Het uitgangetje was veel te kort; er scheen iets in de lucht stroomaf
-niet in orde te zijn. Plotseling rees ze uit haar liggende houding
-overeind, en de jongen, alsof 't hun bevolen was, tuimelden in
-het hol terug. In een oogwenk was zij ze nageglipt en de oever lag
-verlaten. Het duurde een volle tien minuten, eer mijn ongeoefende
-ooren zwakke geluiden opvingen, die niet bij het bosch hoorden en
-stroomop kwamen; en nog langer, eer twee mannen met vischgarden
-verschenen, langzaam op weg naar het meer boven. Ze gingen bijna
-over het hol heen en verdwenen, geheel onbewust van dier of mensch,
-die hen ergens anders wenschten en wien hun luidruchtig gaan door de
-eenzaamheid hinderde. Maar de otters kwamen niet meer naar buiten,
-ofschoon ik tot 't bijna donker was op de loer lag.
-
-Het duurde een week, eer ik ze terugzag en in dien tusschentijd was
-er klaarblijkelijk flink les gegeven, want alle vrees voor de rivier
-was verdwenen. Ze waggelden nog net als vroeger naar buiten, op 't
-zelfde middaguur, en gingen regelrecht naar den oever. Daar ging de
-moeder liggen, en de jongen, alsof ze pret hadden in 't spelletje,
-klommen haar op den rug. Daarop gleed ze den stroom in en zwom langzaam
-rond, terwijl de kleine Keeonekhs zich wanhopig aan haar vastklemden,
-alsof er al eerder hummeltje-tummeltje met ze gespeeld was en dit
-elk oogenblik herhaald kon worden.
-
-Ik begreep hun voorkomen van angstige verwachting een oogenblik later,
-toen moeder otter bliksemsnel onder hen uitdook en ze zelf den weg in
-het water liet zoeken. Ze begonnen wel heel natuurlijk te zwemmen, maar
-de angst voor het nieuwe element zat er bij hen nog in. Zoodra de oude
-ottermoeder verscheen, trokken ze jammerend op haar af; maar deze dook
-nog eens en nog eens, of week langzaam en hield ze zoo zwemmend. Na een
-poosje schenen ze moe te worden en den moed te verliezen. Haar oogen
-zagen het gauwer dan de mijne en ze gleed tusschen hen in. De beide
-jongen draaiden op hetzelfde oogenblik bij en vonden een rustplaatsje
-op haar rug. Zoo bracht zij ze weer zorgvuldig aan land en binnen
-een paar minuten rolden ze alle door de dorre bladen als jonge honden.
-
-Ik moet hier opbiechten, dat behalve de bewonderende verbazing van
-een jongen bij 't bespieden van het wilde goedje, nog een belang me
-naar den rivieroever bracht en me op den uitkijk hield voor Keeonekhs
-gewoonten. Vader otter was een groote baas--reusachtig leek hij mij,
-als ik aan mijn minkhuiden dacht--en soms, als zijn rijke vacht in
-den zonneschijn glansde, dacht ik er over wat een prachtige muts die
-zijn zou voor 's winters in de bosschen, of om in maanlichte nachten
-mee sleetje te rijden. Vaker nog dacht ik aan al het heerlijks,
-dat een jongen voor de vijfendertig gulden zou kunnen koopen, die
-zijn vacht minstens in den vrijen handel zou opbrengen. Den eersten
-Zaterdag nadat ik hem gezien had maakte ik een plank klaar, tienmaal
-zoo groot als die, waar het vel van een mink op gespannen werd,
-en rondde één eind van boven af, en spleet haar, en sneed een wig,
-en maakte het geheel mooi glad en verstopte het--om er de huid van
-den grooten otter op te spannen, als ik hem kreeg.
-
-Toen 't November werd en het bont op z'n mooist was, droeg ik een
-halve-schepels-mand vol koppen en afval van de vischmarkt naar de
-plaats en hoopte ze verleidelijk op den oever, boven een waterweggetje
-op een eenzame plek aan de rivier. Onder aan dat weggetje, waar het
-uit het water kwam, zette ik een klem, mijn grootste met ronde tanden,
-voor stinkdieren [8] en marmotten [9]. Maar de visch verrotte, evenals
-een tweede mandvol op een andere plaats. Wat er van werd gegeten was
-het deel van de kraaien en den mink. Keeonekh versmaadde het.
-
-Toen zette ik de klem in een plas, om er den geur aan te ontnemen,
-op een wildpad tusschen wat moeras-elzen, bij een bocht van de
-rivier, waar nooit iemand kwam en waar ik Keeonekh geprent had. Den
-volgenden avond liep hij er op. Maar de klem, die vast genoeg greep
-voor marmotten, was een peulschilletje voor Keeonekh's kracht. Hij
-wrong er zijn poot uit en liet niets dan een paar glimmende haren
-voor mij over--dat was al wat ik ooit van hem ving.
-
-Jaren later, toen ik de val van den ouden Noel op Keeonekh's dwarspad
-vond, vroeg ik Simmo waarom er geen aas gebruikt was.
-
-"Dat toch niks geven," zei hij, "Keeonekh houden van versche visch, en
-vangen zelf al wat hij noodig." En dat is waar. Behalve in tijden van
-hongersnood, als zelfs het allerdiepste water bevroren is, of wanneer
-de visschen doodgaan aan een van hun geheimzinnige epidemieën, trekt
-Keeonekh zijn neus op voor elk soort van aas. Als ge wat bevergeil in
-een gespleten stok hebt gedaan, zal hij van zijn weg afwijken, evenals
-alle pelsdragers, om te onderzoeken wat dat voor vreemde geur is. Maar
-wanneer ge hem met aas wilt lokken, moet ge een visch zoo in 't water
-vastmaken, dat hij levend lijkt als de stroom hem heen en weer beweegt;
-anders zal Keeonekh het nooit de moeite waard achten hem te vangen.
-
-Het hol in den rivieroever werd nooit verstoord en het volgende
-jaar werd er weer een nestvol grootgebracht. Met merkwaardige
-geslepenheid--een geslepenheid, die hoe langer hoe scherper wordt
-in de buurt van de bewoonde wereld--vulde de ottermoeder den ingang
-over land tusschen de wortels met aarde en driftgoed en ze gebruikte
-alleen den toegang onder water, tot het weer tijd voor de jongen was
-om de wereld in te gaan.
-
-Van alle dieren der wildernis is Keeonekh het rijkstbegaafd, en
-zijn gewoonten, als we ze maar konden leeren kennen, zouden een
-allermerkwaardigst hoofdstuk vormen. Elke tocht, dien hij maakt, te
-land zoowel als te water, is vol onbekende trekjes en eigenaardigheden;
-maar ongelukkigerwijze ziet niemand ooit hoe hij te werk gaat en de
-meeste van zijn gewoonten moeten nog nagevorscht worden. Ge ziet een
-kop, die snel op den overkant van een meer in de wildernis aanhoudt,
-of die op de rivier een kano tegemoet komt; en dan, als ge gretig
-volgt, een wieling--en verdwenen is hij. Wanneer hij weer bovenkomt,
-zal hij u zooveel scherper bespieden dan gij het hem met mogelijkheid
-kunt doen, dat ge weinig van hem gewaarwordt, tenzij hoe schuw hij
-is. Zelfs de "trappers", die er hun bedrijf van maken hem te vangen en
-met wie ik dikwijls gepraat heb, weten zoo goed als niets van Keeonekh,
-behalve waar ze hun vallen voor hem moeten opstellen bij zijn leven,
-en hoe ze zijn huid moeten behandelen als hij dood is.
-
-Eens zag ik hem op een eigenaardige manier visschen. Het was winter,
-op een rivier in de wildernis, die in den Dungarvon uitloopt. Er
-was droge sneeuw gevallen (en alle bosschen lagen er nu nog diep en
-poeierig in), te licht om te plakken of te korsten. Bij elken stap
-moest ik een schepvol van dat goed op de punt van mijn sneeuwschoenen
-opbeuren en ik was uitgeput door 't achtervolgen van wat rendieren,
-die rondzwierven als plevieren in den regen.
-
-Vlak onder me was een diep open water, door dubbele ijsboorden
-omgeven. In den vroegen winter, toen de rivier hooger was, had er
-zich dik wit ijs op het water gevormd, overal waar de stroom niet te
-snel ging om te bevriezen. Toen was 't water gevallen en een boord van
-nieuw zwart ijs had zich aan de oppervlakte gevormd, een centimeter of
-veertig, of meer onder het eerste ijs, waarvan nog wat aan de oevers
-hechtte, op een paar plaatsen een voet of twee, drie naar voren stak
-en met het laagste ijs donkere holen vormde. Beide lagen helden naar
-het water, zoodat ze een rechte glooiing vormden rondom de randen
-van de open plekken.
-
-Een zilveren bellenbaan, die over het zwarte water aan mijn voeten
-schoot, wekte me uit een dommelige moeheid. Daar was ze weer, een
-rimpelgolf over het water, die een oogenblik later in wel honderd
-blazen naar de oppervlakte steeg, als klokjes tinkelend wanneer ze
-in de ijle lucht braken. Twee of drie keer zag ik dat met groeiende
-verbazing. Toen bewoog er zich iets onder de ijslaag aan den overkant
-van de kolk. Een otter glipte 't water in. Weer schoot de rimpelgolf
-er over; de bellen braken aan de oppervlakte, en ik wist dat hij
-beneden me onder het witte ijs zat, op geen twintig voet afstands.
-
-Een heele otterfamilie, een stuk of drie, vier, waren daar aan mijn
-voeten in de grootste argeloosheid aan 't visschen. Die ontdekking deed
-mijn adem stokken. Elk oogenblik schoten de bellen naar de overzijde,
-van mijn kant uit, en als 'k scherp toekeek, zag ik Keeonekh op de
-onderste laag aan den overkant uit 't water glippen en daar in de
-duisternis neergehurkt, met zijn rug tegen het ijs boven zich gekromd,
-zijn vangst oppeuzelen. De visschen die ze vingen, waren alle klein
-klaarblijkelijk, want na een paar minuten liet hij zich plat op
-'t ijs vallen, gleed de helling af het water in, zonder geplas of
-beroering teweeg te brengen, wanneer hij er inviel, en de bellenbaan
-schoot weer naar mijn kant over 't water.
-
-Meer dan een uur sloeg ik ze ademloos gade en verbaasde me over hun
-handigheid. Een vischje is een rappe prooi om te achtervolgen en in
-zijn eigen element te vangen. Maar telkens als Keeonekh gleed, lukte
-het hem. Soms schoot de waterrimpel het heele vlak over, en braken
-de bellen in een wilde warreling, als de visch sprong en kriskras
-keerde en wendde daar beneden, met den otter achter zich aan. Maar
-het eindigde altijd op dezelfde manier. Keeonekh gleed voor den dag
-op de ijslaag, kromde zijn rug en begon te eten, nog bijna eer de
-laatste waterbel achter hem had getinkeld.
-
-Eigenaardig genoeg, de wet van de zalmvisschers gold hier in de
-wildernis: nooit twee tegelijk in 't zelfde water. Ik zag een otter
-klaar liggen op 't ijs, die klaarblijkelijk wachtte tot de jacht
-afgeloopen was. Dan, als er een andere otter naast hem met zijn visch
-te voorschijn gleed, glipte hij er op zijn beurt bliksemsnel in. Een
-poos lang was het levendig in de kolk, hadden de bellen geen rust. Toen
-werden de duikpartijen hoe langer hoe zeldzamer en verdwenen de otters
-alle in de ijsholen.
-
-Wat er van hen werd kon ik niet uitmaken en ik was te verkleumd
-om langer toe te kijken. Stroomop en stroomaf was de rivier over
-een afstand bevroren; dan was er nog meer open water en meer
-vischgelegenheid.
-
-Of ze langs den oever gingen onder dekking van het ijs naar andere
-open plaatsen, of gewoon sliepen waar ze waren tot ze weer honger
-hadden, ben ik nooit te weten gekomen. Dat is zeker, ze hadden hun
-verblijf gekozen op een ideaal plekje en zouden er niet vrijwillig
-vandaan gaan. De open plaatsen leverden prachtig vischwater op en de
-bovenste ijslaag beschermde ze volmaakt tegen alle vijanden.
-
-Eens, een week later, liet ik de rendieren wat ze waren en kwam
-naar de plek terug om een poosje toe te kijken; maar de plaats was
-verlaten. Het zwarte water gorgelde en fronselde over het diep en
-glipte geluidloos onder de onderste ijslaag, niet gebroken door
-zilveren bellenbanen. De ijsholen waren volkomen donker en stil. De
-mink had de vischkoppen gestolen en er vertoonde zich nergens een
-spoor in de sneeuw om te verraden dat het Keeonekhs eetzaal was.
-
-De zwemkunst van een otter, die daar zoo duidelijk bleek in 't open
-winterwater, is een van de merkwaardigste dingen in de natuur. Alle
-andere dieren, vogels ook, en zelfs de best gevormde moderne booten,
-laten min of meer zog na, als ze zich door 't water bewegen. Maar
-Keeonekh laat net zoo min een spoor na als een visch. Dit komt
-gedeeltelijk, doordat hij zijn lichaam goed onderhoudt met zwemmen,
-gedeeltelijk door den sterken, diepen, gelijkmatigen slag, die hem
-voortstuwt. Soms heb ik me afgevraagd, of de buitenste haren van
-zijn vacht--de waterdichte bedekking, die zijn bont droog houdt,
-het doet er niet toe hoe lang hij zwemt--niet beter ingevet zijn dan
-bij andere dieren, wat het ontbreken van een waterrimpel zou kunnen
-verklaren. Ik heb hem plotseling onder zien duiken, zonder eenige breuk
-in de watervlakte om te verraden waar hij was. Ook als hij glijdt,
-neerschiet van een twintig voet hoogen kleioever, komt hij 't water
-in met zoo heelemaal geen leven of stoornis, dat het verwonderlijk is.
-
-Bij 't zwemmen aan de oppervlakte schijnt hij alle vier pooten te
-gebruiken, zooals andere dieren. Maar onder water, als hij op visch
-jaagt, gebruikt hij alleen de voorpooten. De achterpooten steken dan
-recht naar achteren en worden mèt den zwaren staart als een groot roer
-gebruikt. Door middel hiervan zwenkt en wendt hij zich bliksemsnel,
-volgt hij met zekerheid het vlugge wegschieten van verschrikte forellen
-en wint hij 't van haar, louter door spoed en rapheid.
-
-Wanneer hij in diep water vischt, jaagt hij altijd van het middelpunt
-uit naar buiten, zoodat hij de visch naar den oever drijft, zelf binnen
-in hun kringen blijft en dientengevolge 't heel groote voordeel heeft
-van het kortste eind, wanneer hij zijn prooi den pas afsnijdt. De
-visschen worden gegrepen, als ze tegen den oever wegkruipen om
-bescherming, of langs hem heen trachten te ontkomen. Groote visschen
-grijpt hij herhaaldelijk van achteren, als ze in hun loerholen liggen
-te rusten. Zoo snel en geruischloos is zijn nadering, dat ze gepakt
-worden eer ze zich van gevaar bewust zijn.
-
-Deze zwemkunst van Keeonekh is des te verbazingwekkender, wanneer
-men bedenkt, dat hij duidelijk als landdier te onderscheiden is, met
-niets van de bijzondere gaven van den zeehond, zijn eenigen mededinger
-als visscher. De natuur bedoelde stellig, dat hij aan den kost zou
-komen, zooals de andere leden van zijn groote familie dat doen, door
-te jagen in de bosschen, en schonk hem daarnaar zijn gaven. Hij is
-een kranig hardlooper, een goed klimmer, een geduldig, onvermoeid
-jager en zijn reuk is uiterst scherp. Met een beetje oefening zou
-hij weer door jagen in zijn onderhoud kunnen voorzien, zooals zijn
-voorouders deden. Als eekhoorns en ratten en konijnen in 't eerst te
-vlug mochten wezen, zijn er muskusratten in overvloed om te vangen,
-en hij hoeft niet voor een hertje of een lam te staan, want hij is
-geweldig sterk en wat zijn kaken eenmaal vasthebben laten ze niet los.
-
-In strenge winters, als de visch schaarsch is, of zijn diepe water
-bevroren, trekt hij brutaal naar de bosschen en toont zich een meester
-in 't jagersbedrijf. Maar hij houdt van visch en hij houdt van water
-en hij is nu al vele geslachten door visscher geweest, met veel van
-de rustige, aantrekkelijke eigenaardigheden, die den visschers in
-'t algemeen eigen zijn.
-
-Er is éen ding dat ons dadelijk voor Keeonekh doet voelen--hij is zoo
-geheel verschillend van, zoo ver verheven boven alle andere leden van
-zijn stam. Hij is heel zachtzinnig van nature, zonder een spoor van de
-wreedheid die de zwarte kat, of van de bloeddorstigheid die de wezel
-kenmerkt. Hij is makkelijk te temmen, en er is het handelbaarste en
-aanhankelijkste huisdier van hem te maken van 't heele boschvolkje. Hij
-doodt nooit om te dooden alleen, maar leeft in vrede, voor zoover
-dat kan, met alle schepselen. En hij laat het visschen, als hij zijn
-middagmaal gevangen heeft. Hij is ook heel netjes in zijn gewoonten,
-heeft niets wat denken doet aan de leelijke luchtjes die den mink
-aankleven en de heele omgeving van een stinkdier verpesten. We
-moeten ons wel afvragen of dat uit-visschen-gaan alleen dit wonder in
-Keeonekh's geaardheid misschien niet gewrocht heeft. Als dit zoo is,
-dan is 't jammer dat zijn heele stam niet visscher wordt.
-
-Zijn eenige vijand onder het boschvolkje, voor zoover ik heb nagegaan,
-is de bever. Daar de laatste ook een vreedzaam dier is, valt het
-moeilijk een oorzaak voor die vijandschap op te geven. Ik heb hooren
-zeggen, of ergens gelezen, dat Keeonekh veel van jonge bevers houdt
-en er af en toe jacht op maakt om een afwisseling in zijn vischdiëet
-te brengen; maar ik heb in de wildernis nooit eenig feit gevonden om
-dit te bewijzen. Ik geloof in plaats daarvan, dat het eenvoudig de
-dam en het meer van den bever zijn, die de moeilijkheid veroorzaken.
-
-Als de dam gebouwd is, graven de bevers dikwijls een gracht om de
-uiteinden, ten einde het overtollige water af te voeren en het werk
-hunner handen op die wijze er tegen te beveiligen, dat het bij hoog
-water weggespoeld wordt. En dan, de bevers bewaken hun beschutting
-naijverig, jagen elken boschbewoner, die hun dam over durft steken of
-hun meren binnen dringen, weg, vooral de muskusrat, die graag holen
-graaft en ze eindeloos veel last geeft. Maar Keeonekh, vertrouwend
-op zijn kracht, gaat rechtaan-rechtuit door het meer, bemoeit zich
-slechts met zijn eigen zaken en snapt zelfs een paar visschen in de
-diepe plaatsen bij den dam. Hij vindt stroomend water ook heerlijk,
-vooral 's winters als meren en rivieren meerendeels bevroren zijn,
-en op zijn tochten maakt hij gebruik van de open grachten, die het
-werk van den bever beschermen. Maar zoodra de bevers daar geplas
-hooren of beroering in het diepe merken, waar Keeonekh op visch jaagt,
-komen ze woedend beneden. En er is gewoonlijk een wanhopig gevecht,
-eer het zaakje in orde is.
-
-Eens zag ik aan een meertje een hevig gevecht gaande, middenin, en ik
-pagaaide haastig om eens te zien wat er was. Twee bevers en een groote
-otter hielden elkaar in een doodelijke worsteling omklemd, doken,
-plonsden, gooiden zich op uit het water en hapten naar elkaars keel.
-
-Toen mijn kano stil lag, greep de otter een van zijn tegenstanders en
-dook met hem onder. Er was een poosje een vreeselijke opstand onder
-den waterspiegel. Toen 't uit was, duikelde de bever dood voor den
-dag en schoot Keeonekh onder den tweeden bever op om zijn aanval te
-herhalen. Onmiddellijk grepen ze elkander beet, maar de tweede bever,
-een reusachtige baas, weigerde onder te duiken, waar hij in zijn nadeel
-zou zijn geweest. In mijn ijver liet ik de kano bijna boven op ze
-drijven en deed ze wild uit elkaar stuiven voor het gemeenschappelijke
-gevaar. De otter vervolgde zijn weg het meer op; de bever wendde zich
-naar den oever, waar ik voor het eerst een paar beverhutten opmerkte.
-
-In dit geval was er geen sprake van indringerigheid, wat Keeonekh
-betreft. Hij was waarschijnlijk aangevallen, toen hij vreedzaam zijns
-weegs ging door het meer. Het is echter heel goed mogelijk, dat er
-een oude grief bestond van den kant van de bevers, die ze zochten te
-vereffenen toen ze Keeonekh in het meer snapten. Als bevers hun hutten
-aan den oever van een meer bouwen, zonder dat 't noodig is om een dam
-te maken, graven ze gewoonlijk een tunnel schuin van den bodem van het
-meer naar hun hol of hut op den oever. Nu vischt Keeonekh 's winters
-vaker onder het ijs, dan gewoonlijk aangenomen wordt. Daar hij na elke
-jacht moet ademhalen, is het noodig dat hij alle luchtgaten en holen op
-'t heele meer kent. Het doet er niet toe, hoe hij ook keert en wendt op
-jacht achter een forel, hij verliest nooit zijn oriënteeringsvermogen,
-vergeet nooit waar de plaatsen om uit te blazen zijn. Wanneer hij zijn
-visch gepakt heeft, neemt hij den kortsten weg onder het ijs naar de
-naaste plek waar hij adem kan scheppen en eten. Soms brengt hem dit
-buiten adem in den tunnel van den bever te land; en de bever moet
-zich boven in zijn eigen huis van woede zitten verknijpen, terwijl
-Keeonekh visch eet in zijn gang, want voor beiden tegelijk is er
-geen plaats in den tunnel en een gevecht daar of onder het ijs is
-buitengesloten. Daar de bever slechts bast eet--de witte binnenste
-laag van peppelbast is zijn voornaamste lekkernij--kan hij dezen
-barbaar, die rauwe visch eet en graten en vinnen, en den geur van
-slijm in zijn gang achterlaat, niet begrijpen en niet uitstaan. De
-bever is voorbeeldig in zijn netheid, heeft een afkeer van al wat
-stinkt en vuil is; en dit geeft misschien gedeeltelijk een verklaring
-voor zijn vijandigheid en zijn kwaadaardige aanvallen op Keeonekh,
-als hij hem op een geschikte plaats te pakken krijgt.
-
-Niet de minst merkwaardige van Keeonekhs eigenaardigheden is zijn
-gewoonte om van een heuvel af te glijden; dat legt een band van
-sympathie tusschen hem en wie hem kennen, en brengt hem dicht bij de
-herinneringen uit hun jongenstijd.
-
-Ik herinner me hoe een paar otters, die ik het grootste deel
-van een zonnigen middag bespiedde, met een pret zonder einde een
-kleiigen oever afgleden. De baan was klaarblijkelijk met veel zorg
-aangelegd aan den steilen kant van een kleine kaap, die in de rivier
-vooruitsprong. Ze was heel steil, ongeveer twintig voet hoog en was
-prachtig glad geworden door veel naar beneden glijden en glibberen. Een
-otter verscheen boven op den oever, gooide zich op zijn buik vooruit,
-schoot bliksemsnel naar beneden, dook diep onder water en kwam dan weer
-op eenigen afstand van den voet der baan te voorschijn. En dat alles
-onder een merkwaardige stilte, alsof de bosschen zelf ooren hadden
-en luisterden om de schuwe dieren bij hun pret te betrappen. Want
-het was een echte, onschuldige pret, een pret waar fut in zat, en
-van een opwinding waar geen eind aankwam, vooral wanneer de een den
-ander trachtte te krijgen en 't water inschoot hem vlak op de hielen.
-
-Deze glijbaan was in uitstekenden staat en de otters waakten er voor
-haar niet ruw te maken. Ze krabbelden er nooit over naar boven, maar
-gingen den hoek om en klommen tegen den anderen kant op; of anders
-klauterden ze evenwijdig met de baan omhoog, een eindje verder, waar
-de bestijging makkelijker was en geen gevaar bestond van steenen of
-takken op het glijvlak te storten, die de gladheid zouden bederven.
-
-'s Winters op sneeuw gaat 't glijden nog beter dan op klei. Daarenboven
-wordt die gauw hard en glazig, doordat het water bevriest, dat 't
-lichaam van den otter achterlaat, en na een paar dagen is de baan
-spiegelglad. Dan gaat het glijden volmaakt en iedere otter, oud of
-jong, heeft zijn geliefkoosde glijbaan en brengt een deel van elken
-heerlijken dag door met van die pret te genieten.
-
-Als Keeonekh door de bosschen trekt in de dikke sneeuw, maakt hij
-gebruik van zijn glijkunst om hem voort te helpen, vooral wanneer 't
-de helling afgaat. Hij loopt een eindje hard en gooit zich vooruit
-op zijn buik, terwijl hij verscheiden voet door de sneeuw glijdt,
-eer hij weer hard loopt. Deze manier van zich voort te bewegen is
-een onophoudelijk baantje-glijden, dat veel heeft van de manier,
-waarop een mensch zich voorthaast met gladdigheid.
-
-Ik heb over de zilveren bellen gesproken, die het eerst mijn aandacht
-vestigden op de visschende otters, op zekeren dag in de wildernis. Van
-de enkele zeldzame gelegenheden, die ik gehad heb, om ze te bespieden,
-komt het mij voor, dat die bellen alleen te zien zijn, nadat Keeonekh
-snel den stroom is ingeschoten. De lucht hecht zich aan de buitenste
-ruige haren van zijn vacht en wordt er afgeveegd, als hij door het
-water schiet. Wie hem zoo gadeslaat, als hij de lange glijbaan afsuist
-halsoverkop het zwarte winterwater in, met een keten van zilveren
-bellen, die boven hem breken en tinkelen, beseft allicht iets van
-de verandering in het hart van den jager door de aanraking met de
-natuur, die ons allen tot verwanten maakt. Na zooiets vermijdt hij
-'t vallen zetten--tenminste ge zult zijn stalen klem niet meer onder
-aan Keeonekhs glijbaan aantreffen, om de vreugde van het schuwe dier
-in een treurspel te veranderen--en hij wenscht zijn medevisscher
-hartelijk een goede vangst toe, hetzij hij hem ontmoet op de meren
-in de wildernis of in de rustige plaatsen aan de rivieren thuis,
-waar nooit iemand komt.
-
-
-
-
-
-
-
-
-KOSKOMENOS, DE VERSTOOTELING.
-
-
-Koskomenos, de ijsvogel [10], is eenigszins een verstooteling
-onder de vogels. Ik denk dat ze hem half en half als een kruipend
-dier beschouwen, dat nog niet hoog genoeg voor een vogel gestegen
-is om erkenning te verdienen. Ze laten hem dus met opzet aan zijn
-lot over. Zelfs de zwartkophavik [11] aarzelt eer hij op hem stoot,
-omdat hij niet recht weet of dat opzichtige beest ook gevaarlijk is,
-of alleen maar geheimzinnig. Ik zag eens een grooten havik als een
-bliksemflits neerstorten op een ijsvogel, die op trillende wieken
-zachtjes ratelend voor zijn hol in den oever hing. Maar de roover
-raakte van de wijs, op 't oogenblik dat hij zijn klauwen had moeten
-uitslaan om toe te grijpen. Hij zwenkte op zij en schoot in een
-lange, schuine lijn naar een dooden spar, waar hij aandachtig zat te
-kijken, tot de donkere bek van een broedenden ijsvogel uit het gat
-reikte om den visch in ontvangst te nemen, dien het mannetje gebracht
-had. Daarop zwierde Koskomenos naar zijn uitkijktoren boven 't water,
-waar de voorntjes huisden en nam de havik zijn vlucht naar de plaats,
-waar het water uit het meer stroomde en een broedsel jonge zaagbekken
-hun eerste onderricht in 't open water kregen.
-
-Geen wonder dat de vogels Koskomenos met een schuin oogje
-aankijken. Zijn kop is belachelijk groot, zijn pooten zijn belachelijk
-klein. In de lucht is hij een gedicht van sierlijkheid; maar hij
-kruipt als een hagedis, of waggelt zóo, dat een eend zich over
-hem zou schamen, bij de zeldzame gelegenheden, dat hij zijn pooten
-gebruikt. Zijn bek is zoo groot dat er een heele voorn in gaat; zijn
-tong zoo klein dat hij geen stem heeft, maar niets dan een heesch
-klr-r-r-r-ik-ik-ik, als de ratel van den nachtwacht. Hij bouwt geen
-nest, maar maakt een soort van hol in den oever, waar hij den halven
-dag allervuilst huishoudt; toch is hij het verdere gedeelte een helder,
-mooi beestje, dat ook geen oogenblik aan de aarde doet denken, maar
-in zijn feestelijken tooi slechts aan den blauwen hemel omhoog en het
-van kleuren verzadigde water beneden. Water zal hem niet nat maken,
-al duikt hij ook twintig keer onder de oppervlakte. Zijn geratel is
-schor, lawaaierig, duivelachtig; maar zijn neerschieten in den stroom,
-met zijn kleurschicht, zijn zilveren schuim en zijn getinkel van 't
-opgezweepte water, is het welluidendste dat er in de wildernis bestaat.
-
-Als visscher heeft hij zijnsgelijke niet. Zijn visschig oog zonder
-uitdrukking is toch het scherpste dat spiedend over het water gaat,
-en zijn stooten maakt zelfs den vischarend te schande, zóo zeker en
-bliksemsnel gebeurt het.
-
-Behalve al deze tegenstrijdigheden is hij eenzelvig, onbekend,
-ongenaakbaar. Hij heeft geen jeugd, geen spel, geen vreugde dan eten;
-hij sluit zich bij niemand aan, zelfs niet bij zijn eigen verwanten; en
-als hij een visch vangt en diens kop tegen een tak slaat tot hij dood
-is en met zijn eigen kop achterover zijn prooi zit door te slikken,
-met een ratelend geklok diep onder in zijn keel, maakt hij denzelfden
-indruk als een papegaai, die fluisterend allergemeenst zit te vloeken,
-terwijl hij zijn kop krabt, en op wien ge graag met een steen zoudt
-mikken, als de eigenaar maar eens eventjes zijn hielen gelicht had.
-
-Het is het onbekende, deze geheimzinnige mengeling van vogel en
-kruipend dier, die den ijsvogel tot een voorwerp van bijgeloof bij alle
-wilde volken heeft gemaakt. De legenden omtrent hem zijn legio; zijn
-gekuifde kop wordt door de wilden boven alle andere als toovermiddel
-of fetisj op prijs gesteld, en zelfs bij beschaafde volken kan men
-zijn gedroogde lichaam nog soms aan een stok zien hangen, in de hoop
-dat zijn snavel de richting uitwijst, waar de wind vandaan zal komen.
-
-Maar Koskomenos heeft nog een anderen kant, ofschoon de wereld er
-tot nog toe maar weinig van bespeurd heeft. Eens in de wildernis heb
-ik hem, geheel zonder dat ik het wilde, toegejuicht. Het was laat
-op den middag; het visschen was gedaan en ik zat bij een grazige
-landtong in mijn kano te kijken wat er vervolgens zou gebeuren. Aan
-den overkant van de rivier was een kleioever, waar een paar ijsvogels
-heel bovenaan hun lange gang gegraven hadden. "Er is daar niets
-voor hen om op te staan; hoe zijn ze dat hol begonnen," soesde ik,
-"en hoe kunnen ze ooit jongen grootbrengen met de deur zoo maar open,
-dat mink en wezel binnen kunnen komen?" Dat waren weer twee nieuwe
-vraagstukken om bij de vele onopgeloste te voegen, die zich bij elke
-wending van de boschpaadjes voor ons opdoen.
-
-Een beweging onder den oever maakte een eind aan mijn vragen, en de
-lange, lenige gedaante van een jagenden mink schoot snel tegen den
-stroom in. Onder het hol hield hij op, richtte zich met zijn voorpooten
-tegen den oever op, terwijl hij zijn kop links en rechts keerde en
-zenuwachtig snuffelde. "Wat lekkers daarboven," dacht hij en begon te
-klimmen. Maar de oever was steil en week; hij slipte herhaaldelijk
-terug zonder een paar voet hooger te komen. Toen ging hij stroomaf,
-naar een punt waar wat wortels hem een houvast gaven, en snelde luchtig
-naar boven, tot onder den donkeren, overhangenden rand, waarvan de
-wortels in de schaduw over den kleiigen oever staken. Daar sloop hij
-behoedzaam voort, tot zijn neus het nest ontdekte, en toen gleed hij
-naar beneden, tot zijn voorpooten op den drempel rustten. Een lang,
-hongerig opsnuiven van de ranzige, visschige lucht, die uit het hol van
-een ijsvogel stroomt, een scherpen blik om zich heen om zeker te zijn
-dat de oude vogels niet terugkwamen, en hij verdween als een schim.
-
-"Dat is een broedsel ijsvogels minder," dacht ik, met mijn kijker op
-het gat gericht. Maar nauwelijks was die gedachte ontstaan, of een
-hevig rommelend geratel klonk in den oever. De mink schoot er uit met
-een rooden streep duidelijk over zijn bruine snuit zichtbaar. Achter
-hem aan kwam een ijsvogel, die een stroom van scheldwoorden uitratelde
-en hem voorthielp door kwaadaardige steken naar zijn achterlijf. Dien
-keer had hij zich misrekend; de oude vogelmoeder had hem thuis zitten
-afwachten en met haar krachtigen snavel naar zijn booze oog gehakt,
-zoodra het van binnen uit den tunnel verscheen. Dat ontnam Cheokhes den
-lust naar jonge ijsvogels heelendal. Hij stortte zich halsoverkop den
-oever af, terwijl de vogel achter hem aanschoot, telkens stootend en
-met een ratelend noodsignaal, dat onmiddellijk nog een ijsvogel voor
-den dag riep. De mink dook, maar het was nutteloos om op die manier
-een poging tot ontvluchting te wagen; de scherpe oogen omhoog volgden
-zijn vlucht geheel. Toen hij twintig voet verder aan de oppervlakte
-verscheen, waren beide vogels boven hem en vielen hem als lood op
-den kop. Zoo dreven ze hem stroomaf uit het gezicht.
-
-Jaren later loste ik het tweede vraagstuk, dat het hol van den ijsvogel
-had doen ontstaan, op, toen ik het geluk had eens te zien hoe een
-paar hun tunnel begon. Ieder, die ooit de vogels heeft gadegeslagen,
-heeft ongetwijfeld hun merkwaardige bedrevenheid opgemerkt, om in volle
-vaart plotseling op te houden en midden in de lucht te blijven hangen
-voor een onbepaalden tijd, terwijl zij de bewegingen bespieden van een
-voorn onder zich. Ze maken van deze bedrevenheid gebruik, als ze met
-hun nest beginnen in een oever, zoo steil dat hij geen steunpunt biedt.
-
-Toen ik het bewuste paar gadesloeg, zweefde eerst de eene, dan
-de andere vogel voor het gekozen punt, zooals een kolibri zich een
-oogenblik voor den ingang van een trompetbloem [12] in evenwicht houdt,
-om er zeker van te zijn, dat niemand op hem let, eer hij binnengaat,
-boorde daarna zijn snavel met snelle slagen in den oever, waardoor
-er een voortdurende kleiregen in de rivier daalde. Als hij moe was,
-ging hij op een uitkijktak zitten rusten, terwijl zijn wijfje als
-stormram optrad en 't werk gaande hield. In een merkwaardig korten
-tijd hadden ze een steunpunt voor hun pootjes en gingen zich toen
-verder ingraven, tot ze aan 't oog waren onttrokken.
-
-De gang van den ijsvogel is zoo nauw, dat hij er zich niet in
-kan omkeeren. Zijn rechte, sterke snavel werkt de aarde los; zijn
-kleine pootjes gooien die achter zich naar buiten. Ik zag dan een
-stortregen van modder en mogelijk heel even Koskomenos' staart;
-daarna een poosje wachten--en weer een stortregen. Dat duurde zoo,
-tot de tunnel misschien twee voet diep geboord was; toen maakten ze
-stellig een scherpe bocht, zooals hun gewoonte is. Daarna brachten ze
-de meeste aarde er in den bek uit. Als de eene werkte, was de ander
-aan 't rondspieden en visschen op de diepe plek waar de voorn zat,
-zoodat het voortdurend vorderde, zoolang ik ze waarnam.
-
-Jaren lang had ik Koskomenos beschouwd, zooals de vogels en de rest
-van de wereld hem beschouwen: als een luidruchtig, half-duivelsch
-wezen, tusschen vogel en hagedis in, waar men met achterdocht
-aan voorbij moet gaan. Maar dat geval met den mink wijzigde mijn
-opvatting eenigszins. Het mocht dan zijn, dat Koskomenos' wijfje
-haar eieren legde als een kruipend dier, maar ze kon ze verdedigen
-als elke heldhaftige vogel. Ik ging dus nauwkeuriger opletten, wat
-de eenige manier is om iets te leeren kennen.
-
-Het eerste wat me van de vogels trof--een waarneming, die later aan
-heel wat wateren bevestigd werd--was, dat elk paar ijsvogels zijn
-eigen watergebied heeft, waar het een onbetwiste heerschappij over
-voert. Er kunnen wel twaalf paar vogels op een enkele rivier zijn,
-maar, voor zoover ik in staat ben geweest waar te nemen, elk gezin
-heeft een bepaald watervak, waar 't geen andere ijsvogels geoorloofd
-is te visschen. Ze mogen vrij er over vliegen, stroomop en stroomaf,
-maar ze houden nooit stil bij de plaatsen waar voorn zit; of, als
-ze betrapt worden dat ze er in de buurt loeren, dan worden ze netjes
-door de rechtmatige eigenaars verdreven.
-
-Hetzelfde geldt ook aan de meeroevers. Of er een geheime overeenkomst
-en verdeeling onder hen bestaat, of dat (wat waarschijnlijker is)
-hun recht geldt krachtens ontdekking of eerste aankomst, daar is
-onmogelijk achter te komen.
-
-Daarom is het iets eigenaardigs, dat, terwijl een ijsvogel niemand
-van zijn soort toe zal staan op zijn gebied te stroopen, hij in vrede
-leeft met het zaagbekkengezin, dat hetzelfde riviervak bewoont. En
-de zaagbek eet een dozijn visschen tegen hij éen. Hetzelfde valt
-ook bij de zaagbekken op te merken, en wel, dat elk paar, of liever
-elke moeder met haar broedsel, hun eigen stuk van meer of rivier
-hebben, waar geen andere mogen visschen. Ondertusschen zijn de
-mannetjes-zaagbekken ver weg aan 't visschen in hun eigen vischwater.
-
-Ik had deze quaestie van 't verdeelen der forellenwateren nog
-niet half opgelost, toen 'k alweer een waarneming deed, volkomen
-onverwacht. Koskomenos, al schijnt hij dan half en half een kruipend
-dier, erkent niet alleen oeverrechten, maar is ook tot vriendschap
-in staat--en dat nog wel voor een brompot, die in de wildernis
-rondzwerft en om wien niemand anders zich iets bekommert. Hier is
-'t bewijs. Ik was er alleen in mijn kano op uit om het nest van een
-duiker te vinden, op een dag midden in den zomer, toen de versche
-prent van een mannetjes-rendier me naar den oever lokte. Het spoor
-leidde recht van het water uit naar een breeden rand van elzen,
-waarachter ik op de heuvelhelling misschien het groote monster kon
-vinden, bezig zijn tijd te verbeuzelen tot het avond zou worden,
-en hem bespieden om te zien wat hij met zichzelf zou uitvoeren.
-
-Toen ik naar den oever wendde, liet een ijsvogel zijn ratel hooren
-en kwam over de monding van de baai schieten, waar Hukweem de duiker
-haar twee eieren verstopt had. Ik keek naar hem, bewonderde het
-deinend zwieren van zijn vlucht, alsof een briesje even over een
-slapend meer schoot, en naar het helder blauw van zijn kuif tegen het
-diepere blauw van den zomerhemel. Onder hem schoot zijn spiegelbeeld in
-kabbelingen voort, alsof een prachtige visch door het kristalheldere
-water joeg. Tegenover mijn kano hield hij plotseling stil, bleef een
-oogenblik zoo maar in de lucht hangen, om op de voorntjes te loeren,
-die mijn pagaai in beroering gebracht had, en viel met den snavel
-vooruit--plats! met een zilverachtig getinkel in 't geluid, alsof
-verscholen klokjes daarbeneden tusschen de groene waterplanten door
-dezen geest van de lucht aan 't luiden waren gebracht. Een regen van
-schuim hield heel even den regenboog vast; de waterrimpels verzamelden
-zich en begonnen te dansen boven de plek waar Koskomenos ondergedoken
-was, tot ze ruw uiteengedreven werden, toen hij tusschen hen in weer
-met zijn visch voor den dag kwam. Hij zwierde naar de boomstomp terug
-vanwaar hij gekomen was, al kokkelend onderweg. Daar kwakte hij zijn
-visch goed tegen 't hout, gooide zijn kop achterover, en door mijn
-kijker zag ik den staart van een voorn langzaam den weg af kronkelen,
-vanwaar voor hem geen terugkeer mogelijk is. Daarna volgde ik het
-rendierspoor.
-
-Ik was de elzen bijna door, de richting van het beekje houdend
-en geluidloos voortsluipend, toen ik achter me boven de elzen
-den ijsvogel hoorde komen, die als bezeten ratelde: klrrr, klrrr,
-klrrt-ik-ik-ik! Onmiddellijk klonk een zware sprong en hevig geplas
-vlak boven me, en het haastig wegsnellen van een groot dier de helling
-op. Boven me hing de ijsvogel, keek eerst omlaag naar mij en dan voor
-zich uit naar het onbekende dier, tot het gekraak in een zwak geritsel
-heel in de verte verstierf en hij naar zijn vischzetel terugzwierde,
-onder een uitbundig geklak en gegichel.
-
-Ik drong behoedzaam voort en kwam weldra aan een mooi, diep water
-onder een rots, waar de helling langzaam naar de elzen opliep. Uit de
-tallooze sporen en het voorkomen van de plek, wist ik dadelijk dat
-'k toevallig aan een badplaats van een beer was gekomen. Het water
-was nog troebel en modderig; reusachtige indrukken leidden sopperig
-en geheel afgebrokkeld in groote sprongen den heuvel op; het mos
-was losgescheurd, het kreupelhout met glinsterende waterdroppels
-bespat. "Je hoeft hier niet te twijfelen," dacht ik, "Mooween lag
-hier in 't water te slapen en de ijsvogel maakte hem wakker.--Maar
-waarom? En deed hij het met opzet?"
-
-Ik herinnerde me plotseling een aanteekening uit een oud
-opschrijfboekje: "Sugarloaf Lake, 26 Juli.--Getracht van middag een
-beer te besluipen. Bofte niet. Hij liep langs den oever te snuffelen en
-ik had een prachtige kans; maar een ijsvogel maakte hem verschrikt." Ik
-begon me af te vragen hoe 't geratel van een ijsvogel, een van de
-gewoonste geluiden aan 't water in de wildernis, een beer verschrikt
-kon maken, die met alle geluiden daar volkomen bekend is. Misschien
-heeft Koskomenos een noodsein en gebruikt hij dat voor een vriend als
-'t noodig is, evenals zeemeeuwen van hun weg afwijken om een koppel
-slapende eenden te wekken, wanneer er gevaar nadert.
-
-Dit was een nieuwe trek, iets menschelijks in dezen onbekenden,
-verdachten ratelaar van het vischwater. Ik besloot aandachtiger op
-hem te letten.
-
-Ergens boven me, diep in de ruigte van de zomersche wildernis, stond
-Mooween naar zijn spoor te loeren, oogen, ooren en neus op hun hoede
-om uit te maken wat dat toch voor een wezen was, dat hem uit zijn
-middagbad had opgeschrikt. Het zou onzinnig zijn nu te trachten hem
-te verrassen; bovendien, ik had geenerlei wapen.--"Morgen om dezen
-tijd zal ik terugkomen; kijk dan goed uit, Mooween," dacht ik, terwijl
-'k de plek goed in me opnam en naar mijn kano sloop.
-
-Maar toen ik den volgenden dag naar de plek kwam gekropen langs
-den hoogsten rand van de elzen, om geen gerucht te maken, was 't
-diepe water helder en kalm, alsof er niets dan de forelletjes
-die zich onder de schuimblazen verstopt hielden ooit den
-vrede had verstoord. Koskomenos ratelde als gewoonlijk boven de
-baai. Niettegenstaande mijn omzichtigheid had hij me de elzen zien
-binnengaan, maar hij schonk niet de minste aandacht aan me. Hij ging
-door met zijn visscherij, alsof hij heel best wist dat de beer zijn
-badplaats verlaten had.
-
-Het duurde bijna een maand, eer ik weer aan het mooie meer
-kampeerde. De zomer was voorbij. Al zijn warmte en meer dan zijn
-geurige schoonheid waarden nog over bosch en rivier; maar de loomheid
-was weg uit de atmosfeer en het wazige was er binnengeslopen. Hier en
-daar lieten berken en eschdoorns hun schitterende najaarsbanieren
-uitwaaien over het stille water. Er kwam iets tintelends in de
-avondlucht; de adem van het meer lag zwaar en wit in de stilte van
-de schemering; de dieren werden plotseling anders, toen ze het korte
-tijdperk ingingen van spel en volop eten.
-
-Ik dreef in mijn kano over een kleine baai, waar 't vol riet stond,
-(dezelfde baai waar de bijna vergeten ijsvogel me beetgenomen had
-met dien beer, nadat hij een voorn opgegeten had, die mijn pagaai
-er voor hem had uitgeschept), bezig kikkers voor mijn disch te
-schieten met een klein geweer. Wat was het hier toch anders, peinsde
-ik, dan in de bosschen bij huis. Daar was het wild al schichtig;
-het knallen van een geweer joeg elk dier een schuilhoek in. Hier
-werd er op 't afgaan van mijn kleine buks niet meer gelet, dan op
-'t neerplonzen van een vischarend of 't kreunen van een beladen
-iepetak. Een koppel vette houtsnippen lag zorgeloos ginder in dat
-stukje elzenruigte, waar de grond doorboord was als een vergiettest,
-na hun nachtelijk voedsel-zoeken. Boven op de verbrande heuvelhelling
-zeiden de patrijzen: kwit, kwit! toen ik verscheen en sprongen naar
-een boom en rekten hun halzen uit om te zien wat ik was. De zwarte
-eenden doken weg in het riet. Ze waren nu volwassen en sterk van wiek,
-maar aan hun vroegere gewoonte om zich te verstoppen was nog geen
-einde gekomen door het schieten. Ze gleden door riet en biezen, en
-doorkruisten de poeltjes en doken neer in de ruigte, tot de kano bijna
-over hen heenvoer; dan schoten ze halsoverkop en met een verschrikt
-haark-aark! de lucht in en maakten dat ze wegkwamen naar de rivier. De
-mink was veranderd van bruin in zwart, en had het uithalen van nestjes
-gestaakt om fatsoenlijk te gaan jagen, zonder dat klem of val hem af
-konden schrikken; en waar 't water in 't meer stroomde, kon ik de
-grazige koepels boven het brons en goud van 't moeras zien rijzen,
-waar Musquash stevig en hoog, voor winterkou en voorjaarsvloeden, aan
-'t bouwen was. Ja, het was goed daar te zijn en een korte wijl het
-schuwe, wilde, maar zorgelooze leven van het boschvolkje mee te leven.
-
-Een groote stierkikker vertoonde zijn kop tusschen de waterleliebladen,
-en mijn buks, die zich niet bekommerde om de vreugden van een zorgeloos
-bestaan, rees langzaam naar haar plaats. Mijn oog loerde langs de
-korrel, toen een plotselinge beweging in de elzen aan den oever
-stroomop en achter zijn niets kwaads vermoedenden kop, Chigwooltz,
-den kikker, nog een poosje spaarde voor zijn leliebladen en zijn
-voornvisscherij. Op 't zelfde oogenblik kwam er een ijsvogel ratelend
-voorbij en vloog naar zijn ouden uitkijktak boven 't diepe water van
-de voorntjes. Weer zwaaiden de elzen, alsof er tegen geslagen werd;
-een reusachtige beer kwam er uitsjokken, den oever op, met een knorrig:
-woef! naar een takje, dat hem te hard tegen zijn oor gezwiept was.
-
-Ik liet me dieper in de kano glijden, tot alleen mijn hoofd en
-schouder zichtbaar waren. Mooween liep langs den oever te snuffelen,
-tot iets--een doode visch of een mosselbank--zijn eetlust wekte,
-waarop hij stilstond en begon te eten, op een afstand van nog geen
-tweehonderd meters. Ik reikte eerst naar mijn zware geweer, toen
-naar mijn pagaai en "waaierde" de kano behoedzaam naar den oever,
-tot een oude boomstomp op een vooruitstekende landtong mijn nadering
-dekte. Toen schoot het bootje vooruit, alsof 't leefde. Maar ik
-was nauwelijks op weg, of--klrrr! klrrr! ik-ik-ik! Boven mijn hoofd
-zwierde Koskomenos met een wiekgeruisch en een noodkreet, die slechts
-van haast en gevaar getuigden. Ik ving nog net iets van den beer op,
-toen hij de elzen inschoot, alsof hij er met een katapult gegooid was;
-de ijsvogel draaide in een grooten, ratelenden kring om de kano,
-eer hij op de oude boomstomp ging zitten, met wippenden staart en
-ratelend in de grootste opgewondenheid.
-
-Ik zwenkte geruischloos het meer in, waar ik de elzen kon bespieden. Ze
-bleven tien minuten lang doodstil; maar Mooween stond daar, dat wist
-ik, te snuffelen en te luisteren. Toen leek het, alsof een groote
-slang zich door de boschjes kronkelde, zonder geluid te geven, maar
-al gaande vertoonde ze een golvende lijn van trillende toppen.
-
-Een eindje stroomaf was er een hooger punt aan den oever met een
-omgevallen boom, die uitzicht op het halve meer gaf. Ik had daar
-een paar dagen te voren staan turen om de luchtpaden en lijnen te
-bepalen, die zaagbekken in 't vliegen gebruiken, als ze boven het
-meer op en neer vliegen; want vogels hebben vaste paden, net als
-vossen. Mooween kende de plek klaarblijkelijk; de elzen toonden dat
-hij er recht op aantrok, om uit te kijken over het meer en te zien waar
-dat alarm voor noodig was. Hij had er tot nog toe geen denkbeeld van,
-wat voor gevaar hem bedreigd had; ofschoon hij, als alle in 't wild
-levende dieren, onmiddellijk gehoorzaamd had aan den eersten klank
-van een noodsignaal. Er leeft geen dier in de bosschen, van Mooween
-af tot Tookhees de boschmuis toe, of het heeft uit ervaring geleerd,
-dat het, in gevallen als dit, goed is eerst naar een schuilplaats te
-springen en daarna te onderzoeken.
-
-Ik pagaaide haastig naar de landtong, ging aan wal en kroop naar
-een rots, vanwaar ik juist den gevallen boom kon zien. Mooween kwam
-aan. "Nu is 't mijn beer," dacht ik, toen er zachtjes een takje
-knapte. Daar kwam Koskomenos het bosch inzwieren, terwijl hij over
-het kreupelhout aan den voet van den ouden boom, naar beneden zag en
-ratelde--klrrr-ik, ruk in! klrrr-ik, ruk in! Er was een zwaar geruisch
-van iets dat wegliep, zooals een beer altijd veroorzaakt, als hij
-opgeschrikt wordt; Koskomenos zwierde naar zijn tronk terug; en ik
-zocht den oever op, half en half geneigd om de kansen een volgend keer
-dat ik jaagde, meer gelijk te maken door een bemoeierigen factor te
-verwijderen. "Jou akelige, lawaaierige, ratelende bemoeial!" mompelde
-ik, terwijl de korrel van mijn buks als 't ware vlak op den blauwen
-rug van Koskomenos rustte, "dat is de derde keer dat je mijn schot
-bedorven hebt, en je zult de kans niet weer hebben.... Maar wacht eens;
-wie is hier de bemoeial?"
-
-Langzaam ontspande zich de gebogen vinger om den haan. Een duikereend
-dreef de landtong voorbij, zich van geen gevaar bewust, met een
-rimpelend spoor, dat een zilveren weerschijn sparkelen liet over
-het diepe blauw van het meer. Hoog in de lucht wiekte een adelaar
-op de bries gedragen in wijde kringen en keek neer op zijn eigen
-uitgestrekt gebied, zonder er acht op te slaan dat er een mensch
-was binnengedrongen.
-
-Dichterbij zat een roode eekhoorn zijn verbolgenheid uit te snateren
-in een reusachtigen sparretronk. Stroomaf aan mijn linkerhand
-verried een zwaar geplas en een wild, vrij gekwaak de plaats waar
-de zwarte eenden neerstreken, zooals ze ongestoord geslachten lang
-gedaan hadden. Achter me weerschalde een lang geroffel door de
-bosschen--een jong patrijzenmannetje, door de warme zon verlokt
-zijn lente-minnezang te "trommelen". Van de berghelling liet een
-wijfjeseland een schrikaanjagend antwoord terugbolderen. Vlakbij, en
-toch leek het mijlen ver weg, zat een aardeekhoorn slaperig te tsjunken
-in den zonneschijn, terwijl een nest jonge boschmuizen om haar moeder
-riepen in het gras aan mijn voeten. En elk natuurlijk geluid maakte
-de wijde, wonderbaarlijke stilte van de wildernis des te dieper.
-
-"Welbeschouwd, wat heeft 't knallen van een geweer of de lucht van
-kruit te midden van deze gezegende rust rondom hier te maken?" vroeg
-ik een beetje treurig. Als tot antwoord liet de ijsvogel zich vallen
-met zijn welluidend geklater en zwierde met zegevierend geratel naar
-zijn uitkijktoren terug.--"Ratel en visch jij maar door. "De wildernis
-zal zich nog verheugen" voor jou en Mooween, en het forellenwater
-zou eenzaam zijn zonder je. Maar ik wou dat je wist, hoe je leven
-een oogenblik geleden in de kromming van mijn vinger lag, en dat er
-nog iemand anders dan de beer je kranige waarschuwing op prijs stelt."
-
-Toen ging ik naar de landtong terug om de prenten te meten, en te
-schatten hoe groot de beer wel was, en om mezelf met de gedachte te
-troosten dat ik hem vast en zeker gehad zou hebben, als er niet wat
-tusschenbeide gekomen was--zooals alle jagers van Ezau af filosofeeren.
-
-Het was een paar dagen later, dat de kans zich voordeed om het
-Koskomenos met kolen vuurs te vergelden. De oppervlakte van 't meer was
-nog warm; stormen noch vorst hadden ze afgekoeld. De groote forellen
-waren uit de diepe plaatsen opgestegen, maar waren nog niet levendig
-genoeg om mijn vliegen aan te nemen; daarom was ik met een voorn naar
-ze gaan hengelen, belust op forel. Ik had twee mooie visschen gevangen
-en voer langzaam bij de monding van den inham, met Simmo aan de pagaai,
-toen een verdachte beweging aan den oever mijn aandacht trok. Ik gaf
-Simmo het snoer over om mijn kijker beter te kunnen hanteeren en zocht
-scherp de elzen af, toen de Indiaan een kreet van verbazing uitte. "O,
-sapperloot, kijk eens. Da's tweede keer ik vangen Koskomenos." En
-daar, een twintig voet boven het meer, spartelde wild een jonge
-ijsvogel--een van Koskomenos' ragebollige, wildoogige zonen--aan het
-eind van mijn lijn. Hij had de voorn een honderd voet achter de boot
-aan zien slepen en was er met meer honger dan overleg onmiddellijk op
-neergeschoten. Toen Simmo den ruk voelde, maar niets achter zich zag,
-had hij dadelijk opgehaald en de angel was vastgeslagen.
-
-Ik greep de lijn en begon zachtjes op te halen. De ijsvogel kwam
-zeer tegen zijn zin onder een protest van voortdurend geratel, dat
-al gauw Koskomenos en haar mannetje en twee of drie broertjes van den
-gevangene in een wilden, luidruchtigen kring om de kano heenbracht. Ze
-toonden geen gebrek aan moed, maar stootten telkens en telkens weer
-naar de lijn en zelfs naar den man, die haar vasthield. Spoedig hield
-ik den kleinen baas in mijn hand en had den angel losgemaakt. Hij was
-heelemaal niet gewond, maar doodsbang; zoo hield ik hem een poosje
-vast en genoot van de opwinding der andere, die door het alarmgeratel
-van den gevangene maar wild om de kano bleven kringen. Het was
-opmerkelijk dat niet éen andere vogel acht sloeg op den kreet of
-naderbij kwam. Zelfs in nood weigerden ze den verstooteling te
-erkennen. Terwijl Koskomenos toen op trillende vlerken vlak boven
-mijn hoofd zweefde, wierp ik den gevangene dicht naast hem de lucht in.
-
-"Daar, Koskomenos, pak aan dien kleinen domoor van je, en maak hem
-wijzer. Als je me den volgenden keer een beer ziet besluipen, ga dan
-alsjeblieft met visschen door."
-
-Maar er klonk geen toon van dankbaarheid in het luidruchtige, verwarde
-getier, dat de ijsvogels achternagalmde de baai stroomop. Toen ik ze
-weer zag, zaten ze op een dooden tak, met z'n vijven op een rijtje,
-alle tegelijk te klokken en te ratelen, zonder aandacht te schenken
-aan de voorntjes, die onder hen speelden. Ik twijfel er niet aan of
-op hun manier vertelden ze er mekaar alles van.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE OUDE BEUKENPATRIJS.
-
-
-Van alle vogels, die nog veel voorkomen in wat ons van ongerepte
-plekjes overblijft, is het gekraagde hazelhoen--de "patrijs" uit
-onze jonge jaren--misschien de schuwste, de waakzaamste, doet ons het
-meest denken aan de oerwildernis, die we verloren hebben. Ge komt de
-bosschen binnen van de weide op de heuvelhelling uit en leunt even
-over de oude, grijze heining om naar 't spel van licht en schaduw
-op de berkeknoesten te kijken. Uw oogen rusten op de verrukkelijke
-mengeling van zachte kleuren, zooals geen penseel nog ooit nagebootst
-heeft: het rijke oude goud van 't najaarsbekleedsel, het schemerig
-grauwgroen van de vermolmde stomp, die de zwammen getint hebben. Wat
-een reusachtige boom moet dat geweest zijn, geslachten geleden,
-in zijn dagen van kracht; hoe onderkómen de berken, die nu uit zijn
-wortels groeien! Ge herinnert u de groote berken aan de rivier in de
-wildernis--waar kano's uit gemaakt worden--witter dan het tentje dat
-er onder nestelde, terwijl hun wijde banieren in den wind wuifden,
-zachter dan 't geruisch van uilevleugels, die er in de schemering als
-schimmen tusschen zweefden. Een vaag gevoel van verdriet besluipt u,
-dat uw eigen wildernis verdwenen is, en met haar de meeste van het
-schuwe volkje, dat hield van haar eenzaamheid. Plotseling ontstaat
-er geritsel in de bladeren. Er beweegt iets bij de oude stomp. Zoo
-pas meendet ge dat het slechts een bruine wortel was; nu snelt het
-heen, verstopt zich, richt zich op--kwit-kwit-kwit! en met gonzend
-wiekgeruisch en een warrelende wieling van dorre blaren vliegt er een
-hazelhoen op en schiet weg, als een stompe pijl met keisteen-punt en
-grijs beveerd, tusschen de verschrikte berkestammen. Wanneer ge hem
-stilletjes volgt om hem weer op te jagen, en te rillen en te schrikken
-bij zijn onverwacht wegsnorren, is er vanzelf iets Indiaansch in uw
-behoedzamen tred gekomen. Alle weemoed over de verloren wildernis
-is verdwenen; ge zijt eenvoudig blij dat er nog zooveel wildernis
-overblijft om welsprekend te getuigen van den goeden, ouden tijd.
-
-Het is deze trek van onoverkomelijke schuwheid in het hazelhoen,
-gepaard met een zwerm van half-angstige indrukken uit mijn jeugd,
-die mijn hart altijd doen kloppen als op een oude wijs, elken keer
-dat er een patrijs aan mijn voeten opstuift. Ik herinner me goed een
-jongetje, dat stilletjes de rustige bosschen insloop die hem met een
-onweerstaanbare kracht trokken, toen hun schemerige bogen en stille
-paden vol geheimenis en beangstigende griezeligheden waren. Voetje
-voor voetje ging het kind de schaduwen binnen, behoedzaam als een
-boschmuis, schuw als een konijntje. Plotseling een haastig geritsel
-en een bolderend geweld, waarmee iets van den grond opschoot; eerst
-klopte het kinderhart er hevig van, daarna sloeg hem de schrik in
-de beenen en joeg hem het bosch uit, zoodat hij halsoverkop over
-de oude, grijze heining tuimelde en halverwege de wei was gerend,
-eer hij halt durfde houden voor dat vreeselijke achter zich. En dan,
-eindelijk een andere drang, die het kind altijd weer naar de bosschen
-deed sluipen, schuw, op zijn hoede, in spanning als een loerende vos,
-om te onderzoeken wat dat voor vreeselijks was, dat zoo'n beroering
-in de rustige bosschen te weeg kon brengen.
-
-En toen hij 't eindelijk ontdekte--dat was een ontdekking waar die
-van de panterwelpen [13] nog maar niets bij was, als ik dat zoo
-eens naga. Op een dag in de bosschen, dicht bij de plek waar het
-gewoonlijk met vreeselijk geraas wegstoof, hoorde hij een geklok en een
-kwit-kwit, en zag een mooien vogel in het kreupelhout wijken, glippen,
-stilhouden, wegschuilen en elke beweging van het kind opnemen. En toen
-dat vooruitschoot om zijn pet over den vogel te gooien, stoof hij weg,
-en toen--wirr! wirr! wirr! bruiste er een heele koppel hazelhoenders
-om hem heen op. De ontzetting daarover sloeg hem zoo in de beenen,
-dat hij in de warrelende blaren neerviel en zich de ooren bedekte. Maar
-dezen keer wist hij ten langen leste wat het was, en in een wip stond
-hij overeind en draafde niet heen, maar zoo gauw als zijn beentjes
-hem dragen konden achter den laatsten vogel aan, dien hij tusschen
-de boomen zag wegscharrelen, terwijl een berketak, waar hij met zijn
-vleugels tegen had gestooten, hem een goedendag naknikte.
-
-Er is nog meer aan dienzelfden vogel verbonden, dat altijd nog iets
-bijzonder opwindends geeft aan het wegbruisen van zijn vleugels door de
-opgeschrikte bosschen. Het was in de oude school aan den viersprong, op
-een slaperigen Septembermiddag. Een klas aan 't spellen, groote jongens
-en kleine meisjes, stond met de schoenneuzen voor dezelfde reet in den
-vloer, in een rij tegenover den lessenaar van den meester. De rest van
-de school dutte onderwijl dommelig in over de opgegeven taak. De dikke
-jongen sliep openlijk op zijn armen; zelfs de deugniet was rustig,
-en dacht soezerig aan voorbije zomerdagen. Plotseling klonk er een
-vreeselijk gekraak, een kletterend gerinkel van gebroken glas, een
-gekrijsch van een jongen bij het raam. Twintig knieën stootten van
-onderen tegen de lessenaars, daar twintig jongens opsprongen. Toen,
-eer een van ons zijn zinnen weer bij elkaar had, was Jimmy Jenkins,
-een roodharige jongen, dien geen ramp uit zijn evenwicht kon brengen
-en wien nooit een gelegenheid ontging, over twee schoolbanken
-heengesprongen en zat in de meisjesafdeeling op den grond met iets
-tusschen de knieën geklemd.
-
-"Ik heb hem," kondigde hij aan met het air van een veldheer.
-
-"Wat heb je?" bulderde de meester.
-
-"Een patrijs; 't is een ouwe, een kokkerd," zei Jimmy. En hij
-richtte zich op, terwijl hij een mooi patrijzenmannetje bij de pooten
-hield, wiens verstijvende vlerken nog krampachtig tegen zijn flanken
-sloegen. Hij was in de naburige bosschen opgejaagd, door den een of
-anderen jager uit zijn natuurlijke dekking verschrikt. Toen hij het
-onbekende open veld bereikte, was hij nog ontstelder, en daar een
-verschrikt hazelhoen altijd rechtuit vliegt, was hij als een kogel
-door het schoolraam geschoten en had zichzelf door den schok gedood.
-
-De regel van drieën, de derdemachtswortel en de woestijn van andere
-rekenkundige moeilijkheden hebben maar een flauwen indruk nagelaten
-op minstens één van die leerlingen; maar een vogel, die een slaperige
-klasse kon opwekken, en een levendige les, vol pit en belangstelling en
-waaruit iets sprak van den onnaspeurlijk teeren lokroep der bosschen,
-aan een suffen leeraar kon ontlokken--een leeraar, die 's nachts de
-rechtswetenschap bestudeerde, maar overdag zijn jongens nooit--dat
-was een vogel om eerbied voor te hebben. Ik heb hem sindsdien altijd
-met aandachtiger belangstelling bestudeerd.
-
-Maar toch, hoeveel werk we ook van het hazelhoen maken, we komen weinig
-anders te weten, dan hoe schuw hij is. Soms, als ge stil zijt in het
-bosch en een hazelhoen tot bij uw schuilplaats komt gewandeld, vangt
-ge goed wat van hem op en kunt ge u omtrent hem van sommige dingen
-een denkbeeld vormen; maar hij ontdekt u al gauw en richt zich op zoo
-recht als een paal en staart u wel vijf minuten aan zonder te bewegen
-of een ooglid te verroeren. Dan, overtroffen in zijn eigen kunstje,
-glipt hij weg. Een geritsel van kleine pootjes op bladeren, een zwak
-kwit-kwit met een vraag er in--en hij is verdwenen. En hij zal niet,
-als de vos, terugkeeren om van den anderen kant te komen kijken en
-te trachten gewaar te worden wat ge zijt.
-
-De nog maar pas doorgedrongen beschaving is goed voor het hazelhoen,
-want ze voorziet hem van een overvloed van voedsel en verjaagt zijn
-vijanden. Hazelhoenders zijn altijd talrijker om de nederzettingen heen
-dan in de wildernis. Anders dan andere vogels echter, wordt hij hoe
-langer hoe schuwer, naarmate hij dichter bij de menschelijke woningen
-is. Ik veronderstel dat het komt, doordat de tegenwoordigheid van den
-mensch zoo dikwijls vergezeld gaat met een toeschietenden hond en
-'t knallen van een geweer, en misschien met hagel in zijn veeren,
-die hem kwetst en pijn doet als hij wegsnort. Eens in de wildernis,
-toen 'k ergen honger had, ving ik twee patrijzen door over hun kop
-een touwlus aan 't eind van een stok te gooien. Hier zou men even
-goed kunnen trachten een vleermuis in de schemering te vangen, als
-de hoop te koesteren een onzer patrijzen van de heuvelhellingen door
-zoo'n uitvinding te strikken of er ook maar dicht genoeg bij te kunnen
-komen om over zoo'n poging te denken.
-
-Maar er was éen hazelhoen--en nog wel het schuwste van alle, die
-'k ooit in de bosschen ontmoet heb--dat me, zonder dat hij 't wist,
-allerlei trekjes uit zijn leven toonde en dat ik langzamerhand goed
-leerde kennen, na de waarnemingen van een paar seizoenen. Alle jagers
-uit het dorp kenden hem best; en een stuk of wat jongens, die geweren
-bezaten en begeerig waren zich in de gelederen der jagers te scharen,
-hadden jachtavonturen met hem beleefd. Hij stond wijd en zijd bekend
-als "de oude beukenpatrijs." Dat hij oud was kon niemand ontkennen, van
-zijn doen en laten op de hoogte; en hij werd herhaaldelijk opgejaagd
-in een beukenbosch bij een beek, een paar mijlen buiten het dorp.
-
-Niettegenstaande veel geleerde discussies over de vele soorten van
-hazelhoenders tengevolge van duidelijke kleurverschillen, geloof
-ik voor mij, dat we maar één soort hebben, en dat kleurverschillen
-grootendeels komen van de verschillende omgevingen waarin ze leven. Van
-alle vogels is het hazelhoen het onzichtbaarst in rust; zijn kleur
-is zoo volkomen in overeenstemming met de wortels en bladeren en
-boomstammen, waar hij zich tusschen verschuilt. Deze verwonderlijke
-onzichtbaarheid wordt nog verhoogd door het feit, dat hij gemakkelijk
-van kleur verandert. Hij is 's zomers donkerder en 's winters lichter,
-net als het konijn. Wanneer hij in donkere bosschen woont, wordt hij
-glanzend roodbruin; en als hij zijn verblijf tusschen de berken houdt,
-is hij vaak bepaald grijs.
-
-Zoo was het stellig met den ouden patrijs. Als hij zijn staart wijd
-uitspreidde en tusschen de beuken wegschoot, was zijn kleur zoo
-volkomen in overeenstemming met de grijze boomstammen, dat slechts
-een scherp oog hem kon onderscheiden.
-
-'t Was een gladde vogel, die alle knepen kende. Als hij opvloog,
-had hij binnen een seconde een grooten boom tusschen ons en zich
-gebracht, om zijn vlucht te dekken. Ik weet niet hoe vaak er wel op hem
-geschoten was in de vlucht. Elke jager, dien ik ken, had het menigmaal
-geprobeerd; en elke jongen, die in 't najaar door de bosschen zwierf,
-had hem schandelijk op den grond trachten te raken. Maar hij was nooit
-een veer kwijtgeraakt; en hij wou nooit zoo lang stilzitten voor een
-staanden hond, dat de handigsten in ons gilde goed konden aanleggen.
-
-Wanneer een broedsel jonge patrijzen een hond door de bosschen hoort
-rennen, fladderen zij gewoonlijk op de onderste takken van een boom en
-kwit-kwitten nieuwsgierig naar hem. Ze hebben het verschil tusschen hem
-en den vos nog niet geleerd, die de aartsvijand van hun geslacht is, en
-aan wien hun voorouders in de wildernis op dezelfde manier ontkwamen,
-dien ze net zoo tantaliseerden. Maar als 't een oude vogel is, waar
-uw setter 't spoor van volgt, dan is zijn handelwijze een grappige
-mengeling van geslepenheid en onweerstaanbare nieuwsgierigheid. Zoodra
-de oude Don staat, richt de patrijs zich stokstijf op bij een boomstomp
-en slaat den hond gade. Zoo staan ze als een paar beelden; de hond
-in toom gehouden door het vreemde instinct, dat hem doet "staan",
-weg voor gezicht, voor geluid, voor alles, behalve voor de geuren
-in zijn neus; de patrijs in de grootste spanning, met elken zin
-op den vijand gericht, dien hij meent te misleiden door zijn goed
-verstoppen. Gedurende een kort oogenblik zijn ze roerloos; dan deinst
-de patrijs achteruit en glipt weg naar een betere schuilplaats. Als
-de sterke geur voor Dons neus vervliegt, staat hij niet langer, maar
-volgt. De patrijs hoort hem en verschuilt zich weer door zich op te
-richten tegen een boomstomp, waar hij onzichtbaar is; weer verstijft
-Don en staat met een poot in de lucht, neus en staart in een rechte
-lijn, alsof hij versteend was en zich niet kon roeren.
-
-Zoo gaat het voort, nu eens door de struiken glippend, dan onbeweeglijk
-als een steen, tot de patrijs ontdekt, dat zoolang hij zich stilhoudt
-de hond wel verlamd lijkt, niet in staat zich te bewegen of te
-voelen. Dan zet hij zich in postuur pal tegen een wortel of een
-boomknoest; en daar staan ze geen twintig voet van elkaar af, zonder
-een vin te verroeren, tot de hond uitgeput door inspanning neerzijgt,
-of er een eind aan maakt door vooruit te springen, of tot de stap
-van den jager over de bladeren den patrijs opnieuw van ontzetting
-vervult en hem door de Octoberbosschen wegjaagt naar eenzamer plekjes.
-
-Op een middag zag ik den ouden Ben, een beroemden hond, prachtig
-"staan". Vlak vóór hem, in een ruigte van bruine varens, kon ik kop
-en hals van een patrijs zien, die den hond scherp gadesloeg. De baas
-van den ouden Ben stelde voor daar op die plaats koffie te drinken,
-om het meesterlijk africhten van zijn hond op de proef te stellen. We
-trokken ons een eindje terug en gingen op ons gemak eten, terwijl we
-vogel en hond gadesloegen met een belangstelling, die hoe langer hoe
-grooter werd, naarmate de maaltijd vorderde, terwijl de oude Ben stond
-als een muur en het oog van den patrijs onbeweeglijk in de varenruigte
-glom. En geen van beide verroerde een vin, terwijl wij aten en Bens
-baas in kalm vertrouwen zijn pijp rookte. Eindelijk, na een vol uur,
-klopte hij zijn pijp op de hak van zijn laars uit en stond op om
-zijn geweer te krijgen. Dat beteekende den dood voor den patrijs;
-maar ik dankte hem te veel echt genot om het aan te zien, dat hij in
-zijn snelle vlucht zou worden neergeschoten. In het oogenblik, dat de
-baas zich omkeerde, gooide ik een stuk hout naar de varenruigte. De
-patrijs stoof de lucht in en weg, en de oude Ben, door 't wiekgeruisch
-uit zijn bedwelming wakker geschud, liet zich gehoorzaam vallen op het
-sein en keerde zijn kop om, om verwijtend met zijn oogen te zeggen:
-"Wat ter wereld scheelt jou daar achter--heb ik hem niet lang genoeg
-in bedwang gehouden?"
-
-Het brave oude beest beefde als een riet na de lange inspanning,
-toen ik naar hem toeging om hem op zijn kop te kloppen en zijn
-standvastigheid te loven, en hem 't grootste deel van mijn maaltijd te
-geven. Maar tot op dezen dag weet Bens baas niet wat den patrijs zoo
-plotseling heeft opgeschrikt; en als hij u van die gebeurtenis vertelt,
-zal hij er nog spijtig aan toevoegen: "Ik had net een oogenblik eerder
-moeten beginnen, voordat hij moe werd. Dan zou 'k hem gehad hebben."
-
-"De oude beukenpatrijs" was echter een anders geaarde vogel. Geen
-hond kon hem langer dan een seconde doen stilstaan; hij had maar al
-te goed geleerd wat dat beteekende. Zoodra hij 't trippen van een
-hondepoot op de blaren hoorde, snelde hij weg en verschool zich,
-trok zich terug en repte zich weer, zoodat hij hond en jager op de
-been hield, tot hij de dekking vond naar zijn gading,--dikke boomen,
-of een warreling van wilden wingerd--waar hij dan aan den anderen kant
-uit kwam breken. En geen oog, hoe scherp ook, kon méér opvangen dan
-een tipje van een grijzen staart, voordat hij verdwenen was. Andere
-patrijzen vliegen in korte, rechte einden en kunnen gevolgd worden en
-weergevonden, maar hij ging er altijd op krachtige vlerken vandoor,
-over een ongelooflijken afstand, en zwenkte een heel eind naar rechts
-of links af; zoodat het tijdverspillen was om achter hem aan te
-gaan. Eer ge hem weer hadt, zouden zijn vleugels uitgerust zijn en
-was hij gereed voor nog een vlucht; en als ge hem dan vondt, schoot
-hij als een pijl uit den boog weg uit den top van een denneboom en
-er was ook niets meer van hem te zien.
-
-Hij huisde den meesten tijd op een heuvelrug achter een verlaten hoeve
-oostelijk van den ouden postweg. Dit was zijn middelste verblijfplaats,
-een plek met dicht struikgewas, doornboschjes [14] en zonnige open
-stukjes tusschen de rotsrichels, waar ge hem als 't u meeliep op
-speciale dagen in alle jaargetijden kondt vinden. Maar hij had echt
-het zwerversinstinct van een Newfoundlandsch rendier. 's Winters trok
-hij naar 't Zuiden, met twintig andere patrijzen, naar den voet van
-den bergrug, die uiteenviel in een reeks van heuveltjes en ravijnen
-en zonnige, goedbeschermde valleitjes, waar volop te eten was. Hier
-was vijftig jaar geleden weiland, dat bij een boerderij hoorde; maar
-nu was het overal volgegroeid met kreupelhout en frambozenvelden
-en wilde appelboomen, die de vogels er gezaaid hadden. Alle vogels
-waren er graag op z'n tijd; kwartels nestelden er aan de zoomen;
-en men kon een bruin konijn opkloppen uit bijna elk van de vergane
-hoopen takken of holle, met mos begroeide stammen die er lagen.
-
-In het voorjaar stak hij den kam weer naar het Noorden over en trok
-de stille, donkere bosschen in, waar hij twee of drie wijfjes had met
-evenzooveel broedsels jonge patrijzen; die hij alle, laat me dat even
-zeggen, met verwonderlijke onverschilligheid beschouwde.
-
-Door het heele gebied stroomde--stil uit de groote bosschen
-tevoorschijn sluipend, kabbelend langs den voet van den bergrug en
-zingend door de oude weide--een beek, waar de oude beukenpatrijs
-van scheen te houden. Wel honderd keer heb ik hem daar aan de oevers
-opgeschrikt. Ik hoefde er maar langs te loopen op eiken willekeurigen
-Novembermorgen vóor acht, en ik kon er zeker van zijn, dat ik hem
-vond. Maar waarom hij er altijd zat op dit bepaalde uur, in dit
-jaargetijde, heb ik nooit kunnen uitmaken.
-
-Ik verwonderde me er dan soms over, waarom ik hem nooit zag
-drinken. Andere vogels hadden daar vaste drink- en baadplaatsen,
-en ik heb ze herhaaldelijk van mijn schuilhoek uit waargenomen,
-maar ofschoon ik hem dikwijls zag, nadat ik er achter was gekomen
-waar hij zat, hij raakte nooit het water aan.
-
-Op een vroegen zomerochtend deed zich een aannemelijke verklaring
-voor. Ik zat rustig bij de beek, aan den rand van het groote bosch, te
-wachten tot het diepe water weer kalm zou zijn geworden, waar ik juist
-een forel uit had opgehaald en waar ik vermoedde dat een nog grootere
-zich schuilhield. Terwijl ik wachtte, kwam een patrijzenmoeder met haar
-broedsel--een van de tallooze gezinnen van den ouden beukenpatrijs,
-waar hij niet naar omkeek--langs den rand van het bosch glijden. Ze
-waren klaarblijkelijk komen drinken, maar niet uit de beek. Een
-zoeter dronk dan daaruit wachtte op hun komst. De dauw lag nog
-op de grassprieten; hier en daar hing een droppel aan de punt van
-een blad als een diamant in 't vroege licht te schitteren. En dan
-hieven de patrijsjes, die tjilpten en glipten en floten tusschen de
-neerbuigende halmen, hun bekjes op naar elken glanzenden dauwdroppel,
-die hen lokte, en dronken hem in en haastten zich met vroolijk gepiep
-en gorgelgeluidjes naar den volgenden droppel, die een uitnoodiging
-flonkerde van zijn neigenden grasspriet. De oude moeder wandelde
-bezadigd in hun midden, maakte zich nu eens druk om een achterblijver,
-dan weer klokte zij ze alle bij elkaar tot een begeerig, tsjilpend,
-hippend troepje, terwijl ieder vocht de eerste te zijn om een vette
-slak te dooden, die ze aan den onderkant van een blad had ontdekt;
-en straks rekte ze zich zelf uit naar een dauwdroppel, die voor hen
-te hoog hing om te drinken. Zoo trokken ze voorbij op nog geen paar
-meter afstands, een schuw, wild, gelukkig gezinnetje, en verdwenen
-in de schaduw van het groote bosch.
-
-Misschien is dit de reden, waarom ik den ouden beukenpatrijs nooit
-uit de beek heb zien drinken. De natuur heeft frisscher dronk, dien
-ze zelf bereid heeft, en die nog meer naar zijn smaak is.
-
-Eerder in 't seizoen had ik nog een van zijn gezinnen daar ook in
-de buurt gevonden. Ik sloop langs een boschpad, toen ik ze plots
-verraste, op een zonnig open plaatsje, waar ze uit alle macht aan
-'t krabbelen waren in een mierenhoop. Een wild geflodder, alsof een
-warrelwind over den mierenhoop gevaren was; maar het was slechts de
-wind der vleugels van den moedervogel, die de stof opjoegen om mijn
-oogen te verblinden en den haastigen terugtocht te dekken van haar
-donzige broedsel. Nog eens sloegen haar vlerken op den grond en joegen
-een warreling van dorre blaren op, temidden waarvan de patrijsjes
-weghipten en -scharrelden, zóo precies de bladen, dat geen oog ze
-van elkaar kon onderscheiden. Toen zegen de blaren langzaam neer
-en het broedsel was verdwenen, alsof de grond het verzwolgen had;
-terwijl moeder patrijs juist buiten mijn bereik wegflodderde, met een
-vleugel sleepte alsof die gebroken was, plat op den grond viel, klokte
-en kwit-kwit riep, en de blaren opjoeg om mijn aandacht te trekken,
-me weg te krijgen van de plaats waar de jongen zich verstopt hadden.
-
-Ik knielde juist binnen den boschzoom neer, waar ik den achterblijver
-van het broedsel als een bruine schicht had zien verdwijnen
-en begon zorgvuldig naar ze te zoeken. Na een poosje vond ik er
-een. Hij zat plat op een dor eikeblad gedoken, vlak voor mijn neus,
-wonderlijk gedekt door zijn kleur. Er glinsterde iets in een donker
-wortelkluwen. Het was een oog, en weldra kon 'k daar een kopje
-onderscheiden. Dat was al wat ik van 't gezin vermocht te ontdekken,
-ofschoon er nog wel twaalf vlak bij me, de meeste onder de bladen,
-waren. Toen ik achteruitkroop, legde ik mijn hand er op een voordat
-'k hem zag, en 't had geen haar gescheeld of 'k zou dien kleinen
-slimmerd bezeerd hebben, die geen vin verroerde, niet eens toen ik
-het blad wegnam, dat hem bedekte en 't voorzichtig weer neerlegde.
-
-Aan den overkant van 't pad stond een dikke dwergeik, waar ik onder
-ging zitten loeren. Het duurde tien lange minuten, waarin zich niets
-verroerde, eer moeder patrijs terug kwam sluipen. Ze klokte eens--"pas
-op!" scheen 't wel te beteekenen, en er bewoog geen blad. Ze klokte
-weer--opende de grond zich? Daar had je ze, wel meer dan een dozijn,
-die uit het niet waren opgesprongen en haastig aankwamen om haar er
-met een eindeloos gepiep alles van te vertellen. Ze verzamelde ze zoo
-alle dicht om zich heen en ze verdwenen, door de schaduwen geholpen.
-
-Het was grappig zoo ijverzuchtig als de oude beukenpatrijs over
-de eenzaamheid waakte, waar deze merkwaardige kleine families
-rondzwierven. Ofschoon het leek dat hij geen zier om ze gaf, en men
-hem nooit in de buurt van een zijner gezinnen waarnam, hij duldde 't
-niet dat een andere mannetjespatrijs in zijn bosschen kwam of ook maar
-binnen gehoorsafstand trommelde, 's Winters deelde hij het zuidelijke
-weiland vreedzaam met wel twintig andere patrijzen; en op bepaalde
-dagen kon men, na veel gekruip, een heel gezelschap van die dieren
-op een zonnige zuidelijke helling verrassen, waar ze deftig stapten
-en in- en uit- en rondglipten met uitgespreiden staart en hangende
-vlerken, alle bewegingen uitvoerend van een patrijzenmenuet. Eens, op
-een laten, warmen najaarsdag, was ik naar een twaalf of vijftien van
-die prachtige vogels toegekropen, die hun merkwaardige vertooning ten
-beste gaven in een kleine opening tusschen de wilde frambozen; en in
-hun midden--trotscher, pralender, verwaander stappend en aanmatigender
-klokkend dan een van de andere--was de oude beukenpatrijs.
-
-Maar toen 't voorjaar werd en de lange, rollende trommelklanken door
-de uitbottende bosschen begonnen te roffelen, trok hij zich terug naar
-zijn middelste gebied op den bergrug en wandelde van 't eene eind naar
-'t andere, dreef elken anderen mannetjespatrijs uit zijn gehoor en
-nam hem geducht onderhanden als hij 't waagde hem te weerstaan. Dan
-hoorde men na een overwinning zijn luid getrommel door de Meische
-heerlijkheid rollen, om zooveel wijfjes als hij maar kon te verlokken
-zijn weelde met hem te deelen.
-
-Hij had twee trommelstammen in zijn gebied liggen, zooals ik al spoedig
-ontdekte; en eens, terwijl hij op den eenen stam stond te trommelen,
-verschool ik me bij den anderen en bootste zijn kreet vrij goed na
-door met mijn handen op een met lucht gevulde blaas te slaan, die ik
-onder mijn jas geknoopt had. Het roffelen van een patrijzen getrommel
-is een eigenaardig gedempt geluid; het valt dikwijls moeilijk plaats
-of zelfs richting van herkomst te bepalen; en het klinkt altijd veel
-verder weg dan het werkelijk is. Dit heeft den ouden beukenpatrijs in
-'t eerst misschien misleid om te denken, dat hij een anderen vogel heel
-in de verte hoorde, op een heuvelkam aan den overkant van de vallei
-waar hij niets te maken had; want al gauw trommelde hij weer op zijn
-eigen stam. Ik antwoordde er onmiddellijk op, door een uitdaging terug
-te roffelen en vertelde zoo ook elke wijfjespatrijs in het gebied,
-dat er nog een candidaat was, geneigd tot pronken en zijn staart uit
-te spreiden en den schitterenden kraag om zijn hals op te zetten,
-om zich een plaatsje te veroveren in haar gunsten, als ze hem maar
-op zijn trommelstam wou komen kijken.
-
-Er moet eenige argwaan, dat er een mededinger in zijn gebied gedrongen
-was, in den kop van den ouden patrijs zijn opgekomen, want er was een
-lange stilte, waarin ik me hem kon voorstellen, hoe hij recht en stijf
-op zijn stam aandachtig stond te luisteren om de plaats te bepalen waar
-die brutale indringer zat, en zijn ziedenden toorn met moeite bedwong.
-
-Zonder te wachten tot hij weer trommelde, roffelde ik een
-uitdaging. Ternauwernood was 't trommelen opgehouden, of daar kwam
-hij den heuvel opschieten, als een bliksemschicht tusschen de dikke
-takken door, en plofte bij zijn eigen stam neer, waar hij zich met
-wonderbaarlijke gezwindheid oprichtte, om luisterend naar den indringer
-te spieden.
-
-Het scheen hem te verlichten, dat de stam niet bezet was, maar
-hij was nog vol opgekropten toorn en achterdochtigheid. Hij gleed
-en dook, de heele plek over rondziend en luisterend; toen sprong
-hij op zijn stam en zonder als gewoonlijk den tijd te nemen om te
-pronken en zijn schitterende veeren uit te spreiden, liet hij den
-langen roffel hooren, richtte zich onmiddellijk op toen 't gebeurd
-was, wendde zijn kop naar alle kanten om het eerste geluid van het
-antwoord van zijn mededinger op te vangen,--"Kom eens voor den dag
-als je durft,--rrom!--als je durft. O jou, lafaard!" En hij hipte,
-in vijf of zes hooge, opgewonden sprongen, als een haan vóór den
-storm, naar 't andere einde van den stam, en weer rolde zijn snelle,
-kloppende trommelslag door de bosschen.
-
-Ofschoon ik dicht genoeg bij was om hem zonder kijker duidelijk
-te onderscheiden, kon ik zelfs toen niet (en andere keeren dat
-ik een patrijs heb zien trommelen evenmin) precies nagaan hoe dat
-geluid gemaakt wordt. Na een poosje bedaarde de opwinding over een
-vermoedelijken mededinger, en werd hij verrukt, omdat hij meende
-den schelm uit zijn bosch te hebben verdreven. Hij wandelde statig
-op den stam heen en weer, liet zijn vleugels slepen, spreidde zijn
-prachtigen staart wijd uit, zette zijn borst en zijn schitterenden
-kraag op. Plotseling richtte hij zich dan in de hoogte; een zwiepen
-van zijn vleugels op en neer, dat geen oog kon volgen, en ik hoorde
-een enkelen slag van zijn roffel. Weer een zwiepen en weer een slag;
-dan hoe langer hoe gauwer, tot het leek alsof hij twee of drie paar
-vlerken had, die suisden en wentelden beide als de spaken van een
-sneldraaiend wiel, en de trommelslagen rolden samen tot een langen
-roffel en verstierven in de bosschen.
-
-Gewoonlijk stond hij op zijn teenen, zooals een haan doet, wanneer hij
-met zijn vleugels klept eer hij kraait; zelden dook hij op den stam
-neer; maar ik twijfel er aan of hij met zijn vlerken op 't hout slaat,
-zooals dikwijls beweerd wordt. Toch verschilden de beide stammen van
-elkaar; de eene was droog en hard, de andere vermolmd en bemost;
-en de roffels waren even verschillend als de beide stammen. Na
-een tijdje kon ik na den eersten wiekslag aan 't geluid zeggen,
-welken stam hij gebruikte; maar dat was dunkt mij een quaestie van
-weerklank, de uitwerking van een soort klankbord, en niet doordat ze
-beide verschillend klonken als hij er op sloeg. Het getrommel wordt
-ongetwijfeld veroorzaakt, of doordat hij de vlerken boven zijn rug
-samenslaat, of, zooals ik geneigd ben te gelooven, doordat hij ze bij
-'t neergaan tegen zijn eigen flanken klapt.
-
-Eens hoorde ik een gewonden vogel drie of vier slagen van zijn roffel
-geven en toen ik het wingerdboschje inging, waar hij neergestort was,
-vond ik hem plat op zijn rug liggen, terwijl hij zich met zijn vleugels
-op de flanken sloeg.
-
-Altijd als hij trommelt stapt hij eerst als een pauw, omdat hij
-niet weet hoeveel heldere oogen hem schuw uit het struikgewas
-bespieden. Eens toen ik hem een paar keer statig had zien wandelen
-en trommelen, ritselde 't in de bladeren en verschenen er twee
-wijfjespatrijzen van weerskanten op de open plek waar zijn stam zich
-bevond. Toen paradeerde hij met nog grooter ijdelheid dan tevoren,
-terwijl de twee wijfjespatrijzen over de plek gleden: naar den schijn
-zochten ze zaadjes, maar in werkelijkheid bespiedden ze elke van
-zijn bewegingen met een schuin oogje en bewonderden hem, tot zijn
-innige voldoening.
-
-'s Winters volgde ik zijn spoor gewoonlijk in de sneeuw, om er achter
-te komen wat hij uitgevoerd had en wat voor voedsel hij gevonden
-had, als er schaarschte in de natuur was. Voor zijn ergste vijanden,
-den mensch en zijn hond, hoefde hij niet bang meer te zijn, want ze
-werden in bedwang gehouden door de wet, en hij zwierf nog vrijer
-door de bosschen dan ooit. Hij scheen te weten dat hij veilig was
-gedurende dezen tijd, en meer dan eens speurde ik hem na tot in zijn
-schuilplaats en zag hem wegfladderen door de open bosschen, terwijl
-hij een regen van sneeuw achter zich neerjoeg, alsof hij het op die
-eigenaardige wijze deed, om de richting van zijn vlucht voor mijn
-oogen te verbergen.
-
-Er waren echter andere vijanden, door geen wet in bedwang gehouden,
-behalve de algemeene boschwetten van vrees en honger. Dikwijls vond
-ik het spoor van een vos, dat het zijne in de sneeuw kruiste, en eens
-volgde ik een dubbel spoor, den vos een patrijs naspeurend, bijna wel
-een halve mijl ver. De vos was hem laat in den vorigen middag op 't
-spoor gekomen en was hem naar een doornboschje gevolgd, waar middenin
-een groote ceder stond waarin de oude beukenpatrijs op stok ging. De
-vos was twee keer om den boom heengegaan, had stilgestaan en opgekeken
-en zich toen regelrecht naar 't moeras begeven, alsof hij wel wist, dat
-'t nergens toe diende nog langer te loeren. Als er veel sneeuw lag,
-vond ik zelden de plek waar hij of een andere patrijs op den grond
-waren gaan slapen. Hij plofte gewoonlijk uit een boom in de zachte
-sneeuw neer, en dook er halsoverkop wel drie of vier voet in, keerde
-zich dan rond en nestelde zich in zijn witte, warme kamertje voor den
-nacht. Ik vond dan het holletje, waar hij 's avonds in was geschoten,
-en er dichtbij het groote gat, waar hij er uitgebroken was toen het
-licht hem wekte. Als ik mijn richting dan bepaald had naar den indruk
-van zijn vleugels in de sneeuw, volgde ik die, om na te gaan waar
-hij neergestreken was en hem op zijn vroege zwerftochten na te speuren.
-
-Men zou meenen dat het een gevaarlijke manier van doen was, zoo zonder
-andere beschutting dan sneeuw op den grond te slapen, met allerlei
-hongerige vijanden, die in 't bosch rondsluipen; maar de patrijs
-weet wel dat als 't sneeuwt zijn vijanden stilletjes thuis blijven,
-omdat ze niet in staat zijn te zien of te ruiken, en dientengevolge
-allemaal zelf voor hun eigen vijanden bang zijn. Gedurende een
-sneeuwstorm is er altijd wapenstilstand in het bosch, en dat is
-de reden waarom een patrijs in de sneeuw dan alleen gaat slapen,
-als de vlokken nog neervallen. Wanneer dit ophoudt en de sneeuw een
-beetje bezonken is, zal de vos weer op de been zijn; en dan slaapt
-de patrijs in het naaldhout.
-
-Eens echter rekende de oude beukenpatrijs buiten den waard. 't Was
-vroeg in den avond met sneeuwen opgehouden en de honger dreef den
-vos naar buiten, in een nacht, dat hij zich anders gedekt zou hebben
-gehouden. Om en bij 't aanbreken van den dag, voordat het licht nog was
-doorgedrongen tot waar de oude beukenpatrijs lag te slapen, vond de vos
-een gat in de sneeuw, dat hem verried hoe vlak voor zijn hongerigen
-neus een patrijs verscholen zat, die zich van geen gevaar bewust
-was. Ik vond de plek, toen ik het spoor van den vos een paar uren
-later volgde. Wat was hij omzichtig! Het sluwe spoor sprak boekdeelen
-van honger en verwachting. Een paar voet van 't veelbelovende gat
-af had hij stil gestaan en scherp over de sneeuw uitgekeken, om een
-verraderlijke ronding op de gladde oppervlakte te ontdekken. Aha! daar
-was ze, net aan den zoom van een boschje jeneverbessen. Hij dook neer,
-sloop vooruit, zoodat hij een diep spoor met zijn lichaam groef,
-plantte zich stevig vast en sprong toe. En daar, vlak naast het gat
-dat zijn pooten in de sneeuw gemaakt hadden, was nog een gat, waar de
-patrijs uitgebroken was, zoodat hij zijn heelen vijand, die zich een
-voet verrekend had, vol sneeuw gestrooid had, en met oorverdoovend
-lawaai naar de veilige beschutting van de dennen was gevlogen.
-
-Er was nog een vijand, die verstandiger had moeten zijn en die den
-ouden beukenpatrijs een heel vroeg voorjaar lang achtervolgd had,
-toen er veel sneeuw lag en 't voedsel karig was. Op een dag dat ik
-het zuidelijk gebied van den patrijs doorkruiste, ontmoette ik een
-jongetje,--een pienter kereltje met het jagersinstinct van een vos. Hij
-had altijd wat merkwaardigs--otters, of muskusratten, of een bunzing,
-of een grooten uil,--zoodat ik hem met vreugde begroette.
-
-"Hallo, Jantje! Wat speur jij vandaag--beren?"
-
-Maar hij schudde zijn hoofd slechts--een beetje sullig, leek het mij
-toe--en praatte over alles behalve over datgene waaraan hij dacht;
-en weldra verdween hij in het oude pad. Een van zijn jaszakken puilde
-meer uit dan de andere en ik wist dat er een klem in zat.
-
-Laat op dien middag stootte ik op zijn spoor en aangezien 'k niets
-belangrijkers te doen had, ging ik het volgen. Het leidde regelrecht
-naar het doornboschje waar de oude beukenpatrijs op stok ging. Ik had
-er dikwijls tevergeefs naar gezocht, eer de vos mij er bracht; maar
-Jantje had op een van zijn zwerftochten prenten en een paar veeren
-onder een cedertak gevonden en wist best wat dat zeggen wilde. Daar
-was zijn klem, precies op de plek, waar de oude patrijs den vorigen
-avond gestaan had, toen hij zijn sprong nam naar den ondersten tak. Er
-was volop koren uitgestrooid en een blauwe gaai, die Jan achterna
-gegaan was, zat al stevig in de klem; bij den wortel van zijn snavel
-net onder de oogen was hij gegrepen. Hij had de klem doen toeklappen,
-toen hij naar wat koren pikte, dat listig met een dun ijzerdraadje aan
-de pan was vastgemaakt. Toen ik de gaai zorgvuldig uit de klem nam,
-hield zij zich dood en slap in mijn hand, tot mijn greep ontspande
-en zij naar een tak boven mijn hoofd vloog, waar zij me bekeef en
-uitschold, omdat ik me inliet met zulke afschuwelijke uitvindingen.
-
-Ik hing de klem aan een lagen tak van den ceder, met een briefje
-tusschen haar tanden, om Jan te vragen of hij den volgenden dag eens
-bij me wou komen. Hij kwam met een beschaamd gezicht toen 't donker
-werd, en ik nam hem onderhanden over onridderlijkheid en 't verschil
-tusschen een diefachtigen otter en een eerlijken patrijs. Maar hij
-grinnikte om de blauwe gaai en ik twijfelde er aan of zoo'n berisping
-alleen wel een blijvende uitwerking zou hebben. Om het hem dus wat
-gemakkelijker te maken, liet ik iets los over de glijbaan van een
-otter, die ik ontdekt had en over een gezamenlijken zwerftocht op een
-Zaterdagmiddag. Hij vertelde me, dat hij wel twintig keer dien ouden
-beukenpatrijs had trachten te verschalken. Toen hij de glijbaan van den
-otter zag, zwoer hij klemmen en strikken voor vogels af, en ik verliet
-kort daarna de streek, zeer hoopvol wat den patrijs aangaat, want ik
-wist dat 'k de kanonnen vernageld had van zijn gevaarlijksten vijand.
-
-Jaren later kwam ik door de oude wei en ging regelrecht naar de
-wildernis van doornstruiken. Er waren prenten van een patrijs in
-de sneeuw,--korte sporen, die licht rustten op het zachte blank, en
-toonden dat de Natuur gedachtig was aan zijn behoeften en gezorgd had
-dat zijn nieuwe sneeuwschoenen prachtig gegroeid waren. Ik haastte me
-naar de beek, terwijl tallooze herinneringen aan gelukkige dagen en
-zeldzame ontdekkingen, als het boschvolkje me zijn kleine geheimen
-openbaarde, zich aan me opdrongen. Toen 'k er heelemaal in verdiept
-was--kwit-kwit! en met luidruchtig wiekgeruisch suisde er een patrijs
-weg, wild en grijs als de bijzondere vogel, die daar jaren te voren
-geleefd had. En toen ik er een jager naar vroeg, zei hij: "Die oude
-beukenpatrijs? O ja, die zit daar. Daar zal hij wel blijven ook,
-tot hij van ouderdom doodgaat, want, ziet u, mijnheer, d'r is hier
-in de buurt niemand gewikst genoeg om hem te vangen."
-
-
-
-
-
-
-
-
-WOLKVLEUGEL, DE ADELAAR.
-
-
-"Daar heb je hem weer! Daar is die Witkop bezig den vischarend te
-bestelen."
-
-Ik schoot op uit mijn kleine commoosie achter 't vuur bij Gillie's
-opgewonden kreet en snelde op 't strand naar hem toe. Een blik over
-de Rendier-kaap heen naar de groote baai, waar ontelbare witvisschen
-schoolden, gaf me weer een hoofdstuk van een lange, maar altijd
-merkwaardige geschiedenis. Ismaques, de vischarend, was met een dikken
-visch uit het meer gestegen en deed zijn best om naar zijn nest te
-komen, waar zijn jongen om eten riepen. Boven hem zweefde de adelaar,
-zoo onbeweeglijk en onverbiddelijk als het noodlot, liet zich nu eens
-neervallen om Ismaques met een wiek in 't gezicht te flappen, raakte
-hem dan weer zachtjes met zijn groote klauwen aan, alsof hij wilde
-zeggen: "Voel je dat, Ismaques? Als ik maar éen keer goed toegrijp,
-zal 't uit zijn met jou èn je visch. En wat zullen de jongen dan
-beginnen daar boven in 't nest in den ouden den? Laat hem nu liever
-kalm vallen; jij kunt een anderen vangen.--Laat vallen! zeg ik."
-
-Tot dat oogenblik had de adelaar het den grooten vischarend nog alleen
-wat lastig gemaakt onder 't vliegen, met af en toe een zachten wenk,
-dat hij geen kwaad bedoelde, maar dien visch wilde hebben, dien hij
-zelf niet vangen kon. Nu kwam er verandering; 's konings humeur toonde
-zich even. Met ruischende wieken zwierde hij als een wervelwind om den
-vischarend heen en hield plotseling dreigend stand midden in de lijn
-van zijn vlucht. Daar bleef hij op breede, donkere vlerken zweven;
-zijn gele oogen tuurden fel in de ineenkrimpende ziel van Ismaques,
-zijn klauwen waren ver teruggetrokken voor een doodelijken stoot. En
-Simmo, de Indiaan, die beneden naar me toe was komen draven, mompelde:
-"Nu Cheplahgan woedend; dat Ismaques zoo dadelijk merken."
-
-Maar Ismaques wist precies hoever hij gaan kon. Met een kreet van woede
-liet hij zijn visch vallen, of liever, hij gooide hem neer, in de hoop
-dat hij in 't water terecht zou komen en verloren gaan. Op hetzelfde
-oogenblik wielde de adelaar hem uit den weg en boog bliksemsnel
-zijn kop. Ik had hem wel eerder zijn vleugels zien samenvouwen en
-neervallen, en mijn adem ingehouden bij zoo'n vaart. Maar vallen hielp
-nu niet, want de visch viel sneller. In plaats daarvan schoot hij
-naar beneden en vermeerderde 't gewicht van zijn val door 't stuwen
-van zijn forsche wieken, terwijl hij neersuisde als een bliksemflits,
-om den visch te grijpen voor deze 't water raakte, en steeg hij met
-een groote bocht weer op--gestadig hooger en verder weg, gelijkmatig
-als 't een koning betaamt te vliegen, naar zijn eigen jongen, heel
-ginds op den berg.
-
-Weken tevoren had ik den Ouden Witkop, zooals Gillie hem noemde, al
-leeren kennen op den Madawaska. We voeren de rivier op, op weg naar
-de wildernis, toen luide kreten en 't gepang van een geweer vlak voor
-ons weerklonken. Als we haastig een bocht tusschen de beboschte oevers
-om kwamen schieten, troffen we een man aan met een rookend geweer,
-een jongen tot aan zijn middel in de rivier, die hij over trachtte
-te komen, en aan den anderen kant een zwart schaap, dat ronddraafde
-en bij elken sprong blaatte.
-
-"Hij heeft het lam meegenomen; hij heeft het lam meegenomen!" riep de
-jongen. Toen ik de richting van zijn vinger volgde, zag ik den Ouden
-Witkop, een prachtigen vogel, zwaar boven de boomtoppen aan den anderen
-kant van het open veld uitstijgen. Bijna instinctmatig reikte ik achter
-me, greep het zware geweer, dat Gillie me in handen gaf, en sprong uit
-de kano; want met een geweer heb je een stevigen voetsteun noodig. Het
-was een ver schot, maar niet zoo heel moeilijk; de Oude Witkop had
-zijn draai genomen en bewoog zich gestadig al verder weg. Een seconde
-nadat het schot gevallen was zagen we hem stilhouden en afwijken in
-de lucht; toen kwamen er twee witte slagpennen neerzijgen en terwijl
-hij zich wendde, zagen we de breuk in zijn breeden, witten staart. En
-dat was het teeken waar we hem later altijd aan herkenden.
-
-Dit gebeurde bijna tachtig mijlen per kano vanwaar we nu stonden,
-ofschoon nauwelijks tien hemelsbreed over de bergen; want de rivieren
-en meren, die we volgden, kronkelen tot bijna aan 't punt van uitgang
-terug; en de geheele wilde, prachtige streek was het jachtgebied van
-den adelaar. Waar ik ook ging, zag ik hem; ik zag hoe hij de groote
-rivieren volgde om aan land gespoelde forel en zalm, of hoog in de
-lucht dreef, waar hij twee of drie meren der wildernis overzien kon,
-hij met evenveel brave vischarenden, die er hun maaltijd vingen. Ik
-had een museum-beheerder beloofd dat ik hem dien zomer een adelaar zou
-bezorgen, en begon dus naarstig op dien grooten vogel te jagen. Maar
-dat jagen gaf niet veel, behalve dat het me heel wat van zijn zeden
-en gewoonten leerde, want 't leek, alsof hij oogen en ooren over zijn
-geheele lichaam had; en al kroop ik als een slang door de bosschen, of
-al dreef ik als een wilde eend in mijn kano over het water, hij zag of
-hoorde me altijd en was verdwenen eer ik hem onder schot kon krijgen.
-
-Toen poogde ik hem in een stap [15] te lokken. Ik legde twee groote
-forellen met een stalen klem er tusschen in, op een ondiepe plaats
-in de rivier, die ik van mijn kamp uit op een steilen oever, een
-halve mijl stroomaf, kon gadeslaan. Den volgenden dag hief Gillie,
-die begeeriger was dan ik, een geschreeuw aan, en toen ik te voorschijn
-kwam snellen, zag ik den Ouden Witkop in 't ondiepe water bij den stap
-staan, waar hij omheen klapwiekte. We sprongen in een kano en roeiden
-spoorslags de rivier op, terwijl we juichten van verrukking, dat we
-den fellen, ouden vogel eindelijk hadden. Toen we de laatste landtong
-omkwamen, die de ondiepte verborg, stond de Oude Witkop daar, geen
-dertig meters van ons af, nog aan een visch te rukken en in 't water
-te plassen. Ik zal niet spoedig zijn houding en uitdrukking vergeten,
-als wij de landtong omschoten: zijn lijf rechtop en stijf, zijn wieken
-half ontplooid, zijn kop naar voren, de oogleden rechtgetrokken en
-een krachtige, felle glans van vrijheid en ongetemde wildheid in zijn
-heldere oogen. Zoo stond hij daar, een heerlijk wezen, tot we bijna
-bij hem waren,--toen steeg hij rustig op en nam een van de forellen
-mee. De andere had hij al in zijn maag. Hij zat in 't geheel niet
-in de klem, maar was er zorgvuldig om heengestapt. Het geplas was
-veroorzaakt, doordat hij den eenen visch met zijn klauwen stuk had
-gereten en den anderen van een paal waar hij op stak had losgemaakt.
-
-Daarna kwam hij niet meer bij het ondiepe water, want hij had een
-nieuwe ondervinding opgedaan in zijn leven, die een donkere schaduw
-achterliet. Hij, die de koning was van alles wat hij van den ouden,
-door den bliksem getroffen den op den top van de klip overzag, die
-tot nog toe steeds de jager geweest was, wist nu wat het beteekende
-gejaagd te worden. En de angst er voor was, dunkt me, in zijn oogen en
-verzachtte hun fellen gloed, toen ik weken later hem er weer in keek,
-bij zijn eigen nest op den berg.
-
-Simmo nam ook aan onze jacht deel, maar zonder geestdrift of
-vertrouwen. Hij had al eerder op denzelfden adelaar gejaagd--een
-heelen zomer, om de waarheid te zeggen, toen een toerist, dien hij
-als gids diende, hem twintig dollars beloofd had voor de veeren van
-den koninklijken vogel. Maar de Oude Witkop droeg ze nog zegevierend
-en Simmo voorspelde hem een lang leven en een natuurlijken dood. "Toch
-niks geven op dien arend jagen," zei hij eenvoudig. "Ik eens probeeren
-en hem niet kunnen besluipen. Hij alles zien; en hij niet zien, dan
-hij hooren. En dan, gevaar hij voelen aankomen. Daarom hij bouwen zijn
-nest zoo ver weg, einden weg, o, ik niet weten waar wel." Dit laatste
-met een armzwaai om 't heelal er onder te begrijpen. Cheplahgan,
-den Ouden Wolkvleugel, noemde hij trots den vogel, die hem een heelen
-zomer op jacht getart had.
-
-In 't begin had ik op hem gejaagd als ieder andere barbaar; natuurlijk
-gedeeltelijk om zijn veeren voor den museumman; gedeeltelijk misschien
-om de lammeren van de kolonisten te beschermen; maar voornamelijk om
-hem te dooden, om te genieten van zijn klappende wieken als hij lag te
-sterven, en de bosschen te bevrijden van een wreeden dwingeland. Onder
-'t jagen kwam er echter geleidelijk een verandering over me; ik zocht
-hem hoe langer hoe minder om zijn veeren en om zijn leven, en hoe
-langer hoe meer om hem zelf, om alles van hem te weten te komen. Ik
-placht hem urenlang gade te slaan van mijn kamp aan 't groote meer
-uit, zooals hij daar rustig over de Rendier-kaap zeilde, nadat hij
-met zijn jongen gegeten had, en in een stemming was om Ismaques in
-vrede zijn gang te laten gaan met visschen.
-
-Dan zette hij zijn groote wieken naar de bries en stond als een vlieger
-in den wind, terwijl hij geleidelijk naar boven klom in een eindelooze
-spiraal, hooger en hooger, zonder een zweem van inspanning, tot het
-oog duizelig werd onder 't volgen. En ik hield er van om hem gade
-te slaan, zoo krachtig, zoo vrij, zoo zeker van zichzelf--om en om,
-hooger, al hooger, zonder haast, zonder moeite, en elke wending vond
-den hemel nader en de aarde verder onder zich uitgebreid. Nu glimmen
-kop en staart zilverwit in den zonneschijn; nu hangt hij roerloos,
-een kruis van git, als een vrouw om den hals zou kunnen dragen,
-tegen het klare, peillooze blauw van den Junihemel--daar! hij is in
-'t blauw verloren, zoo hoog, dat ik hem niet meer kan zien. Maar juist
-als ik me afwend, duikt hij weer binnen 't bereik van mijn blik, laat
-zich met opgevouwen vleugels als een zinklood neervallen, al sneller
-en sneller, al grooter en grooter, door een ontzettenden luchtstroom,
-tot ik opspring en mijn adem inhoud, alsof ik zelf neerkwam. En vlak
-voordat hij zich te pletter valt, zwenkt hij om in de lucht, met zijn
-kop naar beneden en half open wieken, en schiet in snelle glijvlucht
-naar het meer, dan in een groote bocht omhoog naar de boomtoppen,
-waar hij beter kan zien wat Kakagos, de zeldzame boschraaf, uitvoert,
-en op welk wild hij jaagt. Want om dat te ontdekken kwam Cheplahgan
-zoo haastig naar beneden.
-
-Dan weer kwam hij vroeg in den morgen stroomop zwieren, alsof hij
-al een lange dagreis achter den rug had, met iets van heel, heel
-ginds en nog-zóó-ver in zijn snelle voortwieken. En als ik dan aan
-'t forellenwater stond en heel stil was, hoorde ik het krachtige
-zijdegeritsel van zijn vlerken onder 't voorbijvliegen. 's Middags
-zag ik hem boven den hoogsten bergtop in 't Noorden hangen, op een
-ontzaglijke hoogte, waar de verbeelding zelfs de heerlijke vlucht van
-zijn uitzicht niet volgen kon; en 's avonds vloog hij het meer over,
-als hij zich naar 't Westen voortbewoog, naar den zonsondergang toe
-op onvermoeide wieken--altijd sterk, edel, prachtig in zijn kracht
-en eenzaamheid, een volmaakt zinnebeeld van de groote, verlaten,
-heerlijke wildernis.
-
-Eens dat ik hem gadesloeg, overviel het me plotseling, dat bosch en
-rivier onvolmaakt zouden zijn zonder hem. De gedachte hieraan kwam
-bij me terug en spaarde hem voor de wildernis, dien laatsten keer
-toen ik hem op leven of dood ging jagen.
-
-Dat was vlak nadat we het groote meer bereikt hadden, waar ik
-hem den vischarend had zien berooven. Na lang zoeken en rondloeren
-ontdekte ik een grooten boomstam aan den uitgang, waar de oude Witkop
-dikwijls zat. Er dicht bij was een groote draaikolk, op den rand van
-een ondiep gedeelte, en hij placht op den stam te zitten wachten
-tot er visch kwam, daar waar hij in 't water kon waden om ze te
-vangen. Er heerschte dat jaar een ziekte onder de zuigvisschen [16]
-(die geregeld om de paar jaar heerscht, evenals onder de konijnen)
-en dan kwamen ze uit het diepe water naar boven kronkelen om op 't
-zand uit te rusten--en werden door otters en vischarenden en beren
-en den ouden Witkop gegrepen, die alle hongerig op visch wachtten.
-
-Verscheiden dagen legde ik een mooi lokaas van forel en witvisch aan
-den rand van het ondiepe. De twee eerste keeren werd 't aas laat in
-den middag uitgelegd en beide keeren kreeg een beer het den volgenden
-nacht. Toen legde ik het vroeg in den morgen, en voor den middag
-had Cheplahgan het ontdekt. Hij kwam recht als een pijl uit den boog
-van zijn uitkijk aan den anderen kant van den berg, van mijlen ver,
-en bracht me in groote verwondering, welk vreemd zesde zintuig hem
-leidde; want gezicht en reuk schenen beide evenzeer buitengesloten. Den
-volgenden dag kwam hij weer. Toen legde ik het allerbeste aas in
-'t ondiepe en verborg me met mijn geweer in 't dichte kreupelhout in
-de buurt.
-
-Hij kwam eindelijk, na uren wachtens, en viel met een zwaar
-wiekgeruisch van boven de boomtoppen neer. En toen hij op den ouden
-stam neerstreek en zijn breeden, witten staart uitspreidde, zag ik
-vol trots het gat dat mijn kogel weken te voren had gemaakt. Hij
-stond daar een oogenblik prachtig opgericht, kop, hals en staart
-glanzend wit; zelfs de donkerbruine veeren van zijn lichaam glommen
-in den helderen zonneschijn. En hij keerde langzaam zijn kop van den
-eenen kant naar den anderen, terwijl zijn scherpe oogen fonkelden,
-alsof hij zeggen wilde: "Aanschouwt, een koning!" tegen Chigwooltz,
-den kikvorsch, en Tookhees, de boschmuis, en tegen elk ander levend
-wezen, dat hem toevallig uit het kreupelhout zou kunnen gadeslaan
-bij zijn onkoninklijke daad van op doode visch te azen. Toen hupte
-hij naar beneden--vrij onhandig, moet ik bekennen; want hij is een
-dier van de hemelsche diepten, die de aanraking met de aarde niet
-verdragen kan--greep een visch, dien hij met zijn klauwen aan stukken
-trok en gulzig verslond. Twee keer trachtte ik hem te schieten,
-maar de gedachte aan de wildernis zonder hem wilde me niet uit het
-hoofd en weerhield me. En dan kwam het me zoo min voor, hem van een
-hinderlaag uit te betrekken, als hij naar beneden op den grond was
-gekomen, waar hij in 't nadeel was; en toen hij wat van de grootere
-visschen in zijn klauwen greep, er snel mee omhoog rees en ze naar
-'t Westen wegdroeg, was elke begeerte om hem te dooden vergaan. Er
-waren blijkbaar jonge Wolkvleugels, die ik ook moest opsporen en
-gadeslaan. Daarna jaagde ik nog ijveriger dan te voren op hem, maar
-zonder geweer. En een eigenaardig verlangen, waar ik geen rekenschap
-van geven kon, maakte zich van me meester: om dit ongetemde, ongerepte
-dier van wolken en bergen aan te raken.
-
-Den volgenden dag deed ik het. Er groeiden dichte struiken langs den
-eenen kant van den ouden stam, waar de adelaar op ging zitten. Hier
-hakte ik met mijn jachtmes een tunnel in en schikte de toppen zoo,
-dat ze me beter verborgen. Toen legde ik mijn aas uit, een goede twee
-uur voordat de oude Witkop op zijn vroegst kon komen, en kroop mijn
-hol in om te wachten.
-
-Nauwelijks had ik me in mijn plaatsje genesteld en me afgevraagd
-hoe lang menschelijk geduld het steken van insecten en de heete,
-benauwde lucht zou kunnen uithouden zonder zich te verroeren of een
-blad te bewegen, of het zware zijgeruisch klonk vlakbij en ik hoorde
-den greep van zijn klauwen op den stam.
-
-Daar stond hij op een armslengte afstands, terwijl hij onrustig met
-zijn kop draaide en het licht op zijn witte borst blikkerde, met de
-felle, ongetemde fonkeling in zijn heldere oog. Nooit te voren had
-hij zoo groot, zoo sterk, zoo prachtig geleken; mijn hart sprong op,
-toen ik me hem dacht als het zinnebeeld van mijn volk. Ik ben er
-nog blij om, dat ik eenmaal dat zinnebeeld aanschouwd heb en er de
-ontroering over heb gevoeld.
-
-Maar ik had weinig tijd om te denken, want Cheplahgan was
-rusteloos. Het een of andere instinct scheen hem voor een gevaar te
-waarschuwen, dat hij niet zien kon. Op hetzelfde oogenblik dat zijn
-kop was afgewend strekte ik mijn arm uit. Er verroerde zich nauwelijks
-een blad door die beweging; toch draaide hij zich bliksemsnel om en
-dook om toe te springen. Zijn oogen staarden recht in de mijne, zoo
-fel, dat ik het bijna niet uithouden kon. Misschien vergiste ik me,
-maar in dat korte oogenblik was het, of de harde glinstering zijner
-oogen van vrees verzachtte, toen hij mij herkende als het eenige
-in de wildernis dat op hem durfde jagen, op hem, den koning. Mijn
-hand raakte hem vol op den schouder; toen schoot hij de lucht in, en
-zwierde in groote kringen boven de boomtoppen, nog steeds neerziend
-op den mensch, zich angstig afvragend op welke wijze hij toch in dien
-man zijn macht was gekomen.
-
-Maar éen ding begreep hij niet. Terwijl ik op den stam stond,
-hoogopgericht, en naar hem opkeek, zooals hij boven me zwierde, dacht
-ik niet anders dan: "Ik heb het gedaan, ik heb het gedaan, Cheplahgan,
-Wolkvleugel. En ik zou je bij je pooten hebben kunnen grijpen en je
-hebben vastgebonden, en in een zak gepakt naar het kamp hebben kunnen
-brengen, als ik je niet liever vrij had laten gaan. En dat is beter
-dan je te schieten. Nu zal ik je jongen zoeken en die ook aanraken."
-
-Dagenlang had ik Witkops vluchtlijnen gevolgd en ik was tot het besluit
-gekomen dat zijn nest zich ergens in de bergen ten noord-westen van
-het groote meer bevond. Daar ging ik op een middag heen, en terwijl
-'k verdwaald was in het hooge hout, dat nergens naar eenige richting
-een uitkijk gaf, zag ik niet Witkop, maar een grooter adelaar, zijn
-wijfje ongetwijfeld, die met voedsel recht het Westen invloog naar
-een hooge klip, die ik eens met mijn verrekijker, van een berg aan
-de overzij van het meer af, gezien had.
-
-Terwijl ik er den volgenden morgen vroeg heentoog, was het Cheplahgan
-zelf, die me wees waar zijn nest zich bevond. Ik liep langs den voet
-van de klip te jagen, toen ik omkeek naar het meer, waar ik hem heel
-uit de verte aan zag komen, en verstopte me in het kreupelhout. Hij
-kwam vlak langs me heen en toen 'k hem naging, zag 'k hem op een
-vooruitstekend gedeelte bij den top van de klip zitten. Vlak onder
-hem, boven in een verwrongen boom, die uit het rotsvlak groeide,
-vormde een reusachtige hoop takken het nest, terwijl er een groote
-moederadelaar bij zat, die de jongen voerde. Beide vogels schrokken
-op en maakten dat ze wegkwamen bij mijn nadering, maar keerden al
-gauw terug en zwierden boven mijn hoofd af en aan, toen ik het nest
-en het rotsvlak door mijn verrekijker op zat te nemen. Ze hoefden nu
-niet voorzichtig te zijn. Beide vogels schenen bij instinct te weten
-waarom ik gekomen was, en dat het lot van de adelaarsjongen in mijn
-handen lag, als ik de klip maar kon beklimmen.
-
-Het was een benauwend karweitje, die klimpartij van een driehonderd
-voet tegen den steilen rotswand op. Gelukkig was de rots vol naden en
-reten door eeuwenlang verweren; struiken en dwergboomen groeiden uit
-ontelbare spleten, die me een vast steunpunt voor mijn voeten gaven en
-me soms wel meer dan twaalf voet naar boven hielpen. Terwijl ik klom,
-kringden de vogels al lager en lager; het sterke ruischen van hun
-wieken was nu voortdurend om mijn hoofd; 't leek of ze elk oogenblik
-grooter, feller werden, terwijl mijn houvast hoe langer hoe onzekerder
-werd en de aarde en de spitse boomtoppen ver wegzonken. Er zat een
-goede revolver in mijn zak, om in geval van nood te dienen; maar als de
-groote vogels me hadden aangevallen, zou 't me leelijk vergaan zijn,
-want van tijd tot tijd was ik verplicht me stevig met beide handen
-vast te grijpen, met mijn gezicht naar de klip, zoodoende de adelaars
-vrij latend om van boven en van achteren te stooten. Ik geloof nu,
-dat, wanneer ik op zoo'n plek angst had getoond, of geschreeuwd had,
-of ze weg had trachten te jagen, ze als furiën met wiek en klauw op me
-af zouden zijn geschoten. Ik kon 't in hun felle oogen zien wanneer
-ik opkeek; maar de gedachte aan de keeren dat ik op ze gejaagd had,
-en vooral de herinnering aan dien keer toen ik uit de struiken reikte
-en hem had aangeraakt, was Witkop bij en maakte hem bevreesd. Ik ging
-dus gestaag mijn gang, zonder schijnbaar een gedachte aan de adelaars
-te schenken, ofschoon ik diep in mijn binnenste bang genoeg was,
-en bereikte den voet van den boom waarin het nest was gemaakt.
-
-Daar stond ik langen tijd, met mijn arm om den gedraaiden, ouden
-tronk geslagen, uit te kijken over het bosch dat zich uitbreidde in
-de diepte, gedeeltelijk om weer moed te verzamelen, gedeeltelijk om
-de adelaars gerust te stellen, die vlak bij me kringden met een zekere
-ingespannen verbazing in hun oogen, maar voornamelijk om te overleggen
-wat me nu te doen stond. In den boom kon ik makkelijk klimmen, maar het
-nest--een reusachtige geschiedenis, waar jaarin, jaaruit bij aangebouwd
-was--vulde de kruin van den boom geheel, en ik kon geen steunpunt voor
-mijn voet vinden, vanwaar ik over den rand kon zien en de arendsjongen
-bekijken, zonder het nest stuk te maken. Dat wilde ik niet doen,
-en ik twijfelde er aan of de moeder-adelaar het toe zou laten. Wel
-twaalf keer scheen ze op het punt zich op mijn hoofd neer te storten,
-om het met haar klauwen stuk te rijten; maar steeds zwenkte ze weg als
-ik kalm opkeek, en de oude Witkop, die heel duidelijk het teeken van
-mijn kogel droeg, zwierde tusschen haar en mij en scheen te zeggen:
-"Wacht, wacht. Ik begrijp het niet; maar hij kan ons dooden als hij
-het wil--en de jongen zijn in zijn macht." Hij was nu dichter bij me
-dan ooit en de schuwheid verdween gaandeweg. Maar de felheid eveneens.
-
-Van den voet van den boom ging de spleet waar deze in groeide rechts
-naar boven en dan weer terug naar de richel boven het nest, waar
-Cheplahgan stond toen ik hem ontdekte. De rand van die spleet bood een
-duizelingwekkend pad, dat men gaan kon door zich als een kreeft voort
-te bewegen, met het gezicht naar de klip en niets dan de struiken daar,
-om zich met de vingers aan vast te grijpen. Ten leste probeerde ik het,
-kroop twintig voet schuin naar boven en tien weer terug en liet me met
-een diepen zucht van verlichting op een breede richel vallen, bedekt
-met botten en vischschubben, overblijfselen van menige barbaarsche
-smulpartij. Onder me, bijna binnen mijn bereik, was het nest met twee
-donkere, rimpelige jonge vogels, die op twijgen en hooi rustten, met
-visch, vleesch en gevogelte in een bloederigen, velligen, schubbigen
-kring om zich heen--het zag er uit als het allerbloeddorstigste
-huishouden, waar 'k ooit ongevraagd naar binnen had gekeken.
-
-Maar terwijl ik nog zat te kijken en me verbaasde, en uit trachtte te
-maken wat voor ander wild ze die jeugdige kannibalen, die ik had helpen
-voeren, gebracht hadden, gebeurde er iets vreemds, dat me zoo trof
-als weinig dingen onder de dieren der natuur ooit gedaan hebben. De
-adelaars waren dicht bij me, toen ze me langs den laatsten rotshoek
-volgden en ongetwijfeld in hun hart hoopten dat ik uit zou glijden, en
-een eind maken aan hun zorg, en mijn lichaam als voedsel voor de jongen
-geven. Terwijl ik nu op de richel aandachtig in het nest zat te turen,
-verliet de groote vogelmoeder me en zweefde boven haar adelaarsjongen,
-alsof ze hen met haar vlerken zelfs voor 't gezicht van mijn oogen
-wilde beschermen. Maar de oude Witkop bleef om me heenkringen. Lager
-kwam hij, steeds lager, tot hij, met een uiterste poging van koenheid,
-zijn wieken opvouwde en naast me op de richel neerstreek, nog geen
-tien voet van me af, waar hij zich omwendde en me aankeek. "Kijk,"
-scheen hij te zeggen, "we zijn weer in elkaars bereik. Je hebt me
-eens aangeraakt; ik weet niet hoe of waarom. Hier ben ik nu om me
-aan te raken of te dooden, zooals je verkiest; maar spaar de jongen."
-
-Een oogenblik later streek de moeder neer op den rand van het nest. En
-daar zaten we, met z'n drieën, allen evenzeer in verwondering, met de
-jonge adelaars aan onze voeten, de klip boven ons, en driehonderd voet
-beneden ons de sparretoppen van de wildernis, die zich uitbreidde om
-zich in de bergen te verliezen, aan den overkant van het groote meer.
-
-Ik zat doodstil, wat de eenige manier is om een dier in de natuur
-gerust te stellen; en weldra had Cheplahgan, dunkt me, zijn vrees
-en zijn zorg voor de jongen vergeten. Maar zoodra stond ik niet op,
-of hij was de lucht weer in en kringde rusteloos boven mijn hoofd met
-zijn wijfje, en dezelfde wilde felheid was weer in zijn oogen als hij
-neerkeek. Een half uur later had ik den top van de klip bereikt en
-toog ik oostelijk naar het meer, langs een heel wat gemakkelijker weg
-afdalend, dan die waar ik mee naar boven was gegaan. Daarna kwam ik er
-nog herhaaldelijk terug en zag van op een afstand hoe de adelaarsjongen
-gevoerd werden. Maar ik ben nooit meer naar het nest toegeklommen.
-
-Eens, toen ik bij het boschje kwam op de klip, waar ik gewoonlijk
-het nest door mijn kijker lag op te nemen, merkte ik, dat er een
-adelaarsjong weg was. Het andere stond op den rand van het nest
-angstig naar beneden in den afgrond te kijken, waar zijn dapperder
-kameraadje zeker heen was gevlogen, en van tijd tot tijd troosteloos te
-roepen. Zijn heele houding gaf duidelijk te kennen, dat hij honger had
-en boos en verlaten was. Weldra kwam de moeder-adelaar snel uit het
-dal met voedsel in haar klauwen. Ze kwam tot den rand van het nest,
-zweefde er even boven, als om het hongerige adelaarsjong het voedsel
-te laten zien en ruiken, daalde toen langzaam naar het dal, terwijl ze
-'t voedsel meenam en het jong op haar manier aanmaande te komen; dan
-zou hij het hebben. Hij riep haar hard na van den rand van het nest en
-breidde herhaaldelijk zijn vleugels uit om haar te volgen. Maar dat
-neerduiken was te griezelig; zijn moed begaf hem; en hij trok zich
-veilig weer in het nest terug, trok zijn kop in de schouders, sloot
-zijn oogen en trachtte te vergeten dat hij honger had. De beteekenis
-van dit tooneeltje was duidelijk genoeg. Ze poogde hem te leeren
-vliegen, door hem te verstaan te geven, dat zijn vleugels volwassen
-waren en dat de tijd gekomen was om ze te gebruiken; maar hij was bang.
-
-Na een poosje kwam ze terug; zonder voedsel dezen keer, en zweefde
-boven het nest, terwijl ze het jong op alle manieren probeerde
-te bewegen er uit te komen. Ze slaagde eindelijk, toen het met een
-wanhopige poging opsprong en naar de richel er boven klapwiekte, waar
-ik hem met den ouden Witkop had zitten bekijken. Toen, nadat hij de
-wereld ernstig van zijn nieuwe plaats had overzien, flodderde hij weer
-naar het nest terug en hield zich doof voor alle verzekeringen van
-zijn moeder, dat hij net zoo gemakkelijk naar de boomtoppen beneden
-kon vliegen, als hij maar wilde.
-
-Plotseling, alsof ze ontmoedigd was, steeg ze hoog boven hem op. Ik
-hield mijn adem in, want ik wist wat er zou gebeuren. Het kleine ding
-stond op den rand van het nest den sprong te overwegen, dien hij niet
-nemen dorst. Achter hem klonk een scherpe kreet, die maakte dat hij
-op zijn hoede was, in de grootste spanning. Het volgende oogenblik
-was de moeder-adelaar neergeschoten en had het nest bij zijn pooten
-een klap gegeven, zoodat hij met zijn steunpunt van takken samen de
-lucht invloog.
-
-Nu dreef hij, dreef hij in de blauwe lucht, ondanks zichzelf, en
-klapwiekte zoo hard hij kon om zich 't leven te redden. Boven hem,
-onder hem, naast hem zweefde de moeder op onvermoeide wieken, terwijl
-ze hem zachtjes toeriep dat ze daar was. Maar de vreeselijke angst
-voor de diepten en de speertoppen van de sparren had het jonge dier
-bevangen; zijn wiekgeklepper werd hoe langer hoe wilder; al sneller
-en sneller viel hij. Plotseling--meer uit angst leek het mij, dan dat
-zijn kracht ten einde was--verloor hij zijn evenwicht en keukelde
-halsoverkop de ruimte in. Nu scheen het wel dat 't met hem gedaan
-was; hij vouwde zijn vleugels op om tusschen de boomen te pletter
-te vallen. Toen schoot de oude moeder-adelaar als een bliksemschicht
-onder hem; zijn radelooze pooten raakten haar breede schouders tusschen
-haar wieken. Hij richtte zich op, rustte een poosje, kwam weer tot
-bezinning; daarna schoot ze plotseling onder hem weg en liet hem op
-zijn eigen vlerken neerkomen. Een handvol veeren, door zijn klauwen
-er uitgerukt, zegen langzaam achter hem neer.
-
-Het was alles het werk van een oogenblik, eer ik ze tusschen de boomen
-heel in de diepte uit 't oog verloor; als ik ze weer in mijn kijker
-kreeg, zat het adelaarsjong in den top van een grooten den en was de
-moeder hem aan 't voeren.
-
-En toen ik daar alleen in de groote wildernis stond, drong het
-plotseling voor het eerst duidelijk tot me door, wat de wijze, oude
-profeet bedoelde; ofschoon hij het langgeleden schreef, in een ver
-verwijderd land en een ander dan Wolkvleugel haar jongen geleerd had,
-geheel onbewust van de welgezinde oogen, die het uit een boschje
-gadesloegen: "Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijne jongen
-zweeft, zijne vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijne
-vlerken--zoo de Heere."
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE INDIAANSCHE NAMEN.
-
-
-Cheokhes, kie-ok-ez', de Amerikaansche "mink", een ottersoort.
-
-Cheplahgan, tsjep-la'-guan, de Canadeesche arend.
-
-Ch'geegee-lokh-sis, tsj-dsjie-dsjie'-lok-siz, de zwartkopmees:
-parus atricapillus.
-
-Chigwooltz, tsjigg-woelts', de stierkikvorsch.
-
-Clote Scarpe, Kloot Skaarp, een fabelachtige held van de Noordelijke
-Indianen, zooals Hiawatha.
-
-Commoossie, kom-moe-sie', een kleine schuilplaats of hut van bast en
-takken gemaakt.
-
-Deedeeaskh, die-die'-ask, de Vlaamsche gaai.
-
-Eleemos, el-ie'mos, de vos.
-
-Hawahak, ha-wa-hek', de havik.
-
-Hukweem, huk-wiem', de groote Noordelijke duiker, of ijsduiker.
-
-Ismaques, is-ma-kwez', de vischarend.
-
-Kagax, ke'-guaks, de wezel.
-
-Kakagos, ka-ka-guoz, de raaf.
-
-K'dunk, k'dunk', de pad.
-
-Keeokuskh, kie-o-kusk', de muskusrat.
-
-Keeonekh, kie'-o-nek, de otter.
-
-Killoleet, kil'-loe-liet, de witkeel-musch.
-
-Kookooskoos, koe-koes-koes', de groote oehoe.
-
-Koskomenos, kos'-kom-ie-nos', de ijsvogel.
-
-Kupkawis, kup-kee'-wiz, syrnium nebulosum, een gestreepte uil.
-
-Kwaseekho, kwa-ziek'o, de bergeend.
-
-Lhoks, loks, de panter.
-
-Malsun, mel'-sun, de wolf.
-
-Meeko, mie'-ko, de roode eekhoorn.
-
-Megaleep, meg'-a-liep, de caribou of 't N.-Amerikaansche rendier.
-
-Milicete, mil'-i-siet, de naam van een Indiaanschen stam, ook Malicete
-geschreven.
-
-Mitches, mit'-sjes, het gekraagde hazelhoen, een soort "grouse":
-bonasia umbellis of Amerikaansche patrijs.
-
-Moktaques, mok-ta'-kwes, de haas.
-
-Mooween, moe-wien', de zwarte beer.
-
-Masquash, mus'kwosj, de muskusrat.
-
-Nemox, nem'-moks, }
- } de vischmarter uit N.-Amer.
-Pekquam, pek-wem, }
-
-Quoskh, kwosk, de blauwe reiger.
-
-Seksagadagee, sek'-sa-guee-da'-guie, het Canadeesche hazelhoen,
-ook een soort "grouse".
-
-Skooktum, skoek'-tum, de forel.
-
-Tookhees, tok'-ies, de boschmuis.
-
-Umquenawis, um-kwie-na'-wiz, de eland.
-
-Unkwunk, unk'-wunk, het stekelvarken.
-
-Upweekis, up-wiek'-is, de Canadeesche lynx.
-
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN
-
-
-[1] Hesperomys Leucopus.
-
-[2] Corvus Corax Principalis.
-
-[3] Een ottersoort.
-
-[4] Linnaea Borealis.
-
-[5] Een vischtuig, waarbij een glimmend, lepelvormig voorwerp achter
-de haken is bevestigd.
-
-[6] Notropis Cornutus.
-
-[7] Aix Sponsa.
-
-[8] Mephitis Mephitis.
-
-[9] Marmota Monax.
-
-[10] Ceryle Alcyon.
-
-[11] Astur Atricapillus.
-
-[12] Tecoma Radicans.
-
-[13] Felis Concolor.
-
-[14] Smilax.
-
-[15] Gewestelijk voor klem.
-
-[16] Genus Catostomidae.
-
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of Boschgeheimen, by William J. Long
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK BOSCHGEHEIMEN ***
-
-***** This file should be named 60224-8.txt or 60224-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/6/0/2/2/60224/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
diff --git a/old/60224-8.zip b/old/60224-8.zip
deleted file mode 100644
index e06982d..0000000
--- a/old/60224-8.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h.zip b/old/60224-h.zip
deleted file mode 100644
index a62e8a9..0000000
--- a/old/60224-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/60224-h.htm b/old/60224-h/60224-h.htm
deleted file mode 100644
index af6d9c7..0000000
--- a/old/60224-h/60224-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,4020 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html
-PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2019-08-23T20:39:48Z using SAXON HE 9.9.0.1 . -->
-<html lang="nl">
-<head>
-<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=iso-8859-1">
-<title>Boschgeheimen</title>
-<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
-<meta name="author" content="William Joseph Long (1866&#x2013;1952)">
-<link rel="coverpage" href="images/cover.jpg">
-<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
-<meta name="DC.Creator" content="William Joseph Long (1866&#x2013;1952)">
-<meta name="DC.Title" content="Boschgeheimen">
-<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
-<meta name="DC.Format" content="text/html">
-<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
-<meta name="DC:Subject" content="#####">
-<style type="text/css">
-body {
-font-family: "Times New Roman", Times, serif;
-font-size: 100%;
-line-height: 1.2em;
-text-align: left;
-}
-.div0 {
-padding-top: 5.6em;
-}
-.div1 {
-padding-top: 4.8em;
-}
-.div2 {
-padding-top: 3.6em;
-}
-.div3, .div4, .div5 {
-padding-top: 2.4em;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-line-height: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-line-height: 1.2em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-padding-top: 2.4em;
-padding-bottom: 1.6em;
-}
-span.abbr, abbr {
-white-space: nowrap;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.num, span.trans, span.trans {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.asc {
-font-variant: small-caps;
-text-transform: lowercase;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-sup {
-line-height: 6pt;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-height: 1px;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-width: 45%;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5em;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-line-height: 1em;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.40em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.71em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0em 0.05em 0 0;
-padding: 0px;
-line-height: 0.8em;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pagenum a, a.noteref:hover, a.pseudonoteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-.advertisement, .advertisements {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-a.noteref, a.pseudonoteref {
-font-size: 80%;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .label, .par.footnote .label {
-float: left;
-width: 2em;
-height: 12pt;
-display: block;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0%;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0%;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.indextoc {
-text-align: center;
-}
-.transcribernote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.correctiontable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-span.musictime {
-vertical-align: middle;
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
-padding: 1px 0.5px;
-font-size: xx-small;
-font-weight: bold;
-line-height: 0.7em;
-}
-span.musictime span.bottom {
-display: block;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.splitListTable {
-margin-left: 0;
-}
-li.numberedItem, td.numberedItem {
-text-indent: -3em;
-}
-li span.itemNumber {
-float: left;
-position: relative;
-left: -3.5em;
-width: 3em;
-display: inline-block;
-text-align: right;
-}
-.itemGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.itemGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.itemGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-.titlePage {
-border: #DDDDDD 2px solid;
-margin: 3em 0% 7em 0%;
-padding: 5em 10% 6em 10%;
-text-align: center;
-}
-.titlePage .docTitle {
-line-height: 3.5em;
-margin: 2em 0% 2em 0%;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .docTitle .mainTitle {
-font-size: 1.8em;
-}
-.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle,
-.titlePage .docTitle .volumeTitle {
-font-size: 1.44em;
-}
-.titlePage .byline {
-margin: 2em 0% 2em 0%;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.72em;
-}
-.titlePage .byline .docAuthor {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .figure {
-margin: 2em 0% 2em 0%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.titlePage .docImprint {
-margin: 4em 0% 0em 0%;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.72em;
-}
-.titlePage .docImprint .docDate {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-div.figure {
-text-align: center;
-}
-.figure {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTop, .figBottom {
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-tr, td, th {
-vertical-align: top;
-}
-tr.bottom, td.bottom, th.bottom {
-vertical-align: bottom;
-}
-td.label, tr.label td {
-font-weight: bold;
-}
-td.unit, tr.unit td {
-font-style: italic;
-}
-td.leftbrace, td.rightbrace {
-vertical-align: middle;
-}
-span.sum {
-padding-top: 2px;
-border-top: solid black 1px;
-}
-table.borderOutside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderOutside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-}
-table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.verticalBorderInside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border-left: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft {
-border-left: 0px solid black;
-}
-table.borderAll {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderAll td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop {
-border-top: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight {
-border-right: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft {
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom {
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal {
-border-top: 1px solid black !important;
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical {
-border-right: 1px solid black !important;
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll {
-border: 1px solid black !important;
-}
-tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop {
-border-top: none !important;
-}
-tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight {
-border-right: none !important;
-}
-tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft {
-border-left: none !important;
-}
-tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom {
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal {
-border-top: none !important;
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical {
-border-right: none !important;
-border-left: none !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll {
-border: none !important;
-}
-.cellDoubleUp {
-border: 0px solid black !important;
-width: 1em;
-}
-td.alignDecimalIntegerPart {
-text-align: right;
-border-right: none !important;
-padding-right: 0 !important;
-margin-right: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalFractionPart {
-text-align: left;
-border-left: none !important;
-padding-left: 0 !important;
-margin-left: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalNotNumber {
-text-align: center;
-}
-span.ditto {
-display: inline-block;
-vertical-align: middle;
-text-align: center;
-}
-span.ditto span.s {
-height: 0;
-visibility: hidden;
-line-height: 0;
-}
-span.ditto span.d {
-display: block;
-text-align: center;
-line-height: 8pt;
-}
-span.ditto span.i {
-position: relative;
-top: -2px;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-.pagenum {
-display: inline;
-font-size: 70%;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-line-height: 1.2em;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-}
-.cut-in-left-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-line-height: 1.2em;
-float: left;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-padding: 0.8em;
-padding-left: 0;
-}
-.cut-in-right-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-line-height: 1.2em;
-float: right;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: right;
-padding: 0.8em;
-padding-right: 0;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-}
-.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink, .seclink {
-background-repeat: no-repeat;
-background-position: right center;
-}
-.pglink {
-background-image: url(images/book.png);
-padding-right: 18px;
-}
-.catlink {
-background-image: url(images/card.png);
-padding-right: 17px;
-}
-.exlink, .wplink, .biblink, .seclink {
-background-image: url(images/external.png);
-padding-right: 13px;
-}
-.pglink:hover {
-background-color: #DCFFDC;
-}
-.catlink:hover {
-background-color: #FFFFDC;
-}
-.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover {
-background-color: #FFDCDC;
-}
-body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: "Times New Roman", Times, serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-h1, .h1 {
-padding-bottom: 5em;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-weight: normal;
-}
-p.byline {
-text-align: center;
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .verseNum {
-color: #660000;
-}
-.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteref:hover, a.pseudonoteref:hover {
-color: red;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
-font-weight: normal;
-}
-table {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.tablecaption {
-text-align: center;
-}
-.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
-.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
-.grek { font-family: 'Galatia SIL', serif; }
-.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
-.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
-.pagenum, .linenum {
-speak: none;
-}</style>
-<style type="text/css">
-/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
-.floatRight {
-margin-right: -20%;
-}
-.floatLeft {
-margin-left: -20%;
-}
-.listTable {
-margin-left: 0; border-collapse: collapse;
-}
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.xd29e138 {
-text-align:right;
-}
-.cover-imagewidth {
-width:560px;
-}
-.xd29e108 {
-font-size:large; text-align:center;
-}
-.frontispiecewidth {
-width:503px;
-}
-.titlepage-imagewidth {
-width:545px;
-}
-.logowidth {
-width:153px;
-}
-.xd29e135 {
-text-align:center;
-}
-.p021width {
-width:120px;
-}
-.p026width {
-width:171px;
-}
-.p030width {
-width:179px;
-}
-.p033width {
-width:543px;
-}
-.p035width {
-width:190px;
-}
-.p039width {
-width:483px;
-}
-.p046width {
-width:515px;
-}
-.p050width {
-width:499px;
-}
-.p058width {
-width:522px;
-}
-.p065width {
-width:502px;
-}
-.p070width {
-width:336px;
-}
-.p078width {
-width:468px;
-}
-.p081width {
-width:61px;
-}
-.p089width {
-width:560px;
-}
-.p091width {
-width:661px;
-}
-.p094width {
-width:188px;
-}
-.p101width {
-width:694px;
-}
-.p103width {
-width:502px;
-}
-.p104width {
-width:537px;
-}
-.p108width {
-width:511px;
-}
-.p111width {
-width:364px;
-}
-.p117width {
-width:481px;
-}
-.p120width {
-width:474px;
-}
-.xd29e1182 {
-width:2em; text-align:center;
-}
-.xd29e1184 {
-vertical-align:middle;
-}
-.xd29e1187 {
-padding-top:10pt;
-}
-.schutbladwidth {
-width:537px;
-}
-.spinewidth {
-width:720px;
-}
-.backwidth {
-width:554px;
-}
-@media handheld {
-}
-/* CSS rules copied from @style attributes in TEI file */
-</style>
-</head>
-<body>
-
-
-<pre>
-
-The Project Gutenberg EBook of Boschgeheimen, by William J. Long
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: Boschgeheimen
-
-Author: William J. Long
-
-Illustrator: Charles Copeland
-
-Translator: Cilia Stoffel
-
-Release Date: September 2, 2019 [EBook #60224]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK BOSCHGEHEIMEN ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg
-
-
-
-
-
-
-</pre>
-
-<div class="front">
-<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/cover.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="560" height="720"></div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 frenchtitle"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd29e108">BOSCHGEHEIMEN
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 frontispiece"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure frontispiecewidth"><img src="images/frontispiece.jpg" alt="zat Tookhees daar op den rand van mijn kopje" width="503" height="720"><p class="figureHead">zat Tookhees daar op den rand van mijn kopje</p>
-<p class="first">bl. 15 V.</p>
-</div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 titlepage"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src="images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="545" height="720"></div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="titlePage">
-<div class="docTitle">
-<div class="mainTitle">BOSCHGEHEIMEN</div>
-</div>
-<div class="byline">MET TOESTEMMING VAN DEN SCHRIJVER
-WILLIAM J. LONG UIT HET ENGELSCH
-VERTAALD DOOR CILIA STOFFEL
-TEEKENINGEN VAN CHARLES COPELAND</div>
-<div class="figure logowidth"><img src="images/logo.png" alt="" width="153" height="151"></div>
-<div class="docImprint">ROTTERDAM MCMXXI<br>
-W. L. &amp; J. BRUSSE&#x2019;S UITGEVERSMAATSCHAPPIJ</div>
-</div>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd29e133" href="#xd29e133">IV</a>]</span></p>
-<div class="div1 advertisement"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd29e135">VAN WILLIAM J. LONG VERSCHIJNEN IN DE VERTALING VAN CILIA STOFFEL MET TEEKENINGEN
-VAN CHARLES COPELAND:
-</p>
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="xd29e138 cellLeft cellTop"> 1 </td>
-<td class="cellRight cellTop"><a class="pglink xd29e46" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/18072">DIERENLEVEN IN DE WILDERNIS</a> (3<sup>de</sup> druk)
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd29e138 cellLeft"> 2 </td>
-<td class="cellRight">KIJKJES IN HET DIERENLEVEN (2<sup>de</sup> druk)
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd29e138 cellLeft"> 3 </td>
-<td class="cellRight">HET BOSCHVOLKJE
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd29e138 cellLeft"> 4 </td>
-<td class="cellRight">OP EENZAME ZWERFTOCHTEN
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd29e138 cellLeft"> 5 </td>
-<td class="cellRight">BOSCHGEHEIMEN
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd29e138 cellLeft"> 6 </td>
-<td class="cellRight"><a class="pglink xd29e46" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/20957">EEN BROERTJE VAN DEN BEER</a>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd29e138 cellLeft"> 7 </td>
-<td class="cellRight">OP HERTEN UIT
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd29e138 cellLeft"> 8 </td>
-<td class="cellRight">ZONDER GEWEER OP JACHT
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd29e138 cellLeft"> 9 </td>
-<td class="cellRight">DE WITTE WOLF
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd29e138 cellLeft cellBottom">10 </td>
-<td class="cellRight cellBottom">LANGS DIERENPADEN IN HET HOOGE NOORDEN</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-<span class="pagenum">[<a id="xd29e202" href="#xd29e202">V</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="toc" class="div1 contents"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">INHOUD</h2>
-<ul>
-<li><a href="#inleiding" id="xd29e207">Inleiding</a> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPageNum"><span class="seg">Bladz.</span> 7</span>
-</li>
-<li><a href="#ch1" id="xd29e216">De Boschmuis</a> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPageNum"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Bladz.</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> 11</span>
-</li>
-<li><a href="#ch2" id="xd29e225">Een Verborgen Paadje in de Wildernis</a> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPageNum"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Bladz.</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> 31</span>
-</li>
-<li><a href="#ch3" id="xd29e234">Keeonekh, de Visscher</a> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPageNum"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Bladz.</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> 37</span>
-</li>
-<li><a href="#ch4" id="xd29e243">Koskomenos, de Verstooteling</a> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPageNum"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Bladz.</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> 61</span>
-</li>
-<li><a href="#ch5" id="xd29e252">De oude Beukenpatrijs</a> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPageNum"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Bladz.</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> 80</span>
-</li>
-<li><a href="#ch6" id="xd29e261">Wolkvleugel, de Adelaar</a> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPageNum"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Bladz.</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span>107</span>
-</li>
-<li><a href="#namen" id="xd29e270">De Indiaansche Namen</a> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPageNum"><span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Bladz.</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span>129</span></li>
-</ul>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd29e277" href="#xd29e277">VI</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 dedication"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd29e135">AAN CH&#x2019;GEEGEE-LOKH-SIS<span class="corr" id="xd29e281" title="Bron: .">,</span><br>
-&#x201e;MIJN VRIENDJE CH&#x2019;GEEGEE&#x201d;, WIENS<br>
-KOMST DEN WINTER BLIJ MAAKT.
-<span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7">7</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="inleiding" class="div1 introduction"><span class="pagenum">[<a href="#xd29e207">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">INLEIDING.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Dit boekje is slechts een nieuw hoofdstuk uit het schuwe, wilde leven in bosch en
-veld, waarvan &#x201e;Het Boschvolkje&#x201d;, &#x201e;Op Eenzame zwerftochten&#x201d;, &#x201e;Dierenleven in de Wildernis&#x201d;,
-&#x201e;Kijkjes in het Dierenleven&#x201d; het begin vormden. Het wordt gaarne gegeven als antwoord
-op dien roep om meer van hen, die de vorige deeltjes gelezen hebben en wier brieven
-vol vriendelijkheid en waardeering waren.
-</p>
-<p>Allerlei vragen zijn in den laatsten tijd in diezelfde brieven opgeworpen; van welke
-de voornaamste deze is: Hoe kan men zulke dingen zelf ontdekken? Hoe kunnen ook wij
-de geheimen ontcijferen van het Boschvolkje?
-</p>
-<p>Er is hier geen plaats om te antwoorden, om den langen oefentijd te beschrijven, zelfs
-al zou ik precies kunnen verklaren wat min of meer onbewust geschiedt. Ik wilde slechts
-vragen of de ware oorzaak, waardoor wij zoo weinig in de bosschen zien, misschien
-ook schuilt in de wijze, waarop wij er ons gedragen&#x2014;wij praten, lachen, ritselen,
-trappen takjes kapot, verstoren den vrede der eenzaamheid door wat de kleine, wilde
-wezentjes wonderlijke en barbaarsche geluiden moeten toeschijnen. Zij, aan den anderen
-kant, glippen met geruischloozen gang door de dichte dekking, waar ze thuis zijn,
-schuw, zwijgend, luisterend, er meer op uit te hooren dan gehoord te worden; zij houden
-van de <span class="pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8">8</a>]</span>stilte, haten gerucht en zijn er bang voor, evenals ze hun natuurlijke vijanden vreezen
-en haten.
-</p>
-<p>Wij zouden niet op ons gemak zijn, als een groote wildeman in ons vreedzame huis kwam,
-de deur inrammeide, met zijn strijdknots op meubels hieuw en zijn strijdkreet galmde.
-We zouden onder die omstandigheden niet heel natuurlijk zijn. We zouden onze eigenlijke
-gezindheid verbergen. Het zou zelfs wel eens kunnen wezen dat we het huis maar uittrokken.
-Zoo doet het Boschvolkje ook. Slechts als we hun gewoonten aannemen, kunnen we verwachten
-in hun leven en geheimen te deelen. En het is om verbaasd over te zijn, hoe weinig
-bang de schuwste van hen voor ons is, als we maar stil blijven en alle opwinding vermijden,
-zelfs van ons gevoel; want ze begrijpen ons gevoel evenzeer als onze handelingen.
-</p>
-<p>Een hond weet het wanneer ge bang voor hem zijt, wanneer vijandig, wanneer vriendschappelijk
-gezind. Een beer net eender. Raak het hoofd kwijt, en het paard, waar ge op rijdt,
-zal er onmiddellijk vandoor gaan. Verraad eens iets van onderdrukte opwinding, en
-het hert, dat ginds sierlijk den oever aftript naar uw kano in &#x2019;t riet, zal stampen
-en brieschen en wegspringen, zonder ooit te weten wat hem verschrikte. Maar wees rustig,
-vriendelijk, innerlijk vreedzaam in diezelfde omstandigheid, en het hert zal, zelfs
-als het u ontdekt heeft, nader komen en zijn nieuwsgierigheid op allerlei aardige
-manieren toonen, eer het wegdraaft, en nog over zijn schouder kijken of ge niets <span class="pagenum">[<a id="pb9" href="#pb9">9</a>]</span>meer te zeggen hebt. Wees dan edelmoedig&#x2014;laat hem &#x2019;t geflonker op een kijker zien,
-&#x2019;t wapperen van een kleurigen zakdoek, een tinnen fluitje of een ander prul, dat de
-herinnering aan een jongenszak u aan de hand kan doen&#x2014;en ge loopt kans, dat hij terug
-zal komen, daar nieuwsgierigheid zoo rijkelijk beloond werd.
-</p>
-<p>Dit is nog een punt om te onthouden: alle boschbewoners zijn nieuwsgieriger naar ons,
-dan wij naar hen. Ga eens rustig in het bosch zitten, waar ge wilt, dan zal uw komst
-dezelfde opschudding veroorzaken, als een vreemdeling in een stadje tusschen de heuvels
-van Nieuw-Engeland. Bedwing uw nieuwsgierigheid, en weldra kunnen zij de hunne niet
-meer bedwingen; ze moeten komen onderzoeken wie ge zijt en wat ge uitvoert. Dan is
-&#x2019;t voordeel aan uw kant; want terwijl hun nieuwsgierigheid bevredigd wordt, vergeten
-ze vrees en geven u allerlei aardige kijkjes in hun leven, die ge nooit op een andere
-manier zult te zien krijgen.
-</p>
-<p>Wat den oorsprong van deze schetsen betreft: hij is dezelfde als bij de vorige&#x2014;jaren
-van rustige waarneming in bosschen en velden, en een paar oude opschrijfboekjes, die
-de verslagen bevatten van zomer- en winterkampen in de groote wildernis.
-</p>
-<p class="signed">WILLIAM J. LONG.
-</p>
-<p class="dateline">Stamford, Connecticut, Juni 1901.
-<span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11">11</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="body">
-<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#xd29e216">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">DE BOSCHMUIS.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Kleine Tookhees, de boschmuis<a class="noteref" id="xd29e313src" href="#xd29e313">1</a>&#x2014;&#x201e;de bangerd&#x201d;, zooals Simmo haar noemt&#x2014;komt altijd twee keer voor den dag, wanneer
-je piept om haar te voorschijn te brengen. Na een heele poos rondgegluurd te hebben
-schiet zij eerst haar gang uit; gaat dan op haar achterpootjes zitten; wrijft zich
-de oogen met haar pootjes uit; kijkt naar boven voor den uil en achter zich voor den
-vos, en recht voor zich naar de tent, waar de man woont; dan duikt zij weer halsoverkop
-haar tunnel in met bladgeritsel en een verschrikt gepiep, alsof Kupkawis, het uiltje,
-haar gezien had. Dat dient om zichzelf gerust te stellen. Een oogenblik later komt
-ze stilletjes weer voor den dag om te kijken wat voor kruimeltjes je haar gegeven
-hebt.
-</p>
-<p>Geen wonder dat Tookhees zoo schuw is, want er bestaat geen plekje op aarde, of in
-de lucht, of in &#x2019;t water, behalve haar eigen holletje onder den bemosten steen, waar
-zij veilig is. Boven haar loeren &#x2019;s nachts de uilen, en de haviken overdag; in de
-wildernis is er rondom haar heen geen rondsluipende roover, van Mooween, den beer,
-langs een heele reeks van overgangen af, tot Kagax de wezel toe, of hij zal onder
-elken ouden tak of boomstam snuffelen in de hoop er een boschmuis te vinden; en als
-zij eens <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12">12</a>]</span>uit zwemmen gaat, wat zij zoo graag doet, is er geen dikke forel in de rivier, die
-haar draaikolk niet in den steek zal laten om op het kleine, kleine rimpeltje af te
-schieten, dat dapper op den overkant van den stroom aanhoudt. Met al die vijanden,
-die er op loeren haar te vangen, zoodra zij zich maar buiten waagt, moet ze wel eens
-schijnbewegingen maken als ze uitgaat, om te onderzoeken waar de kust vrij is.
-</p>
-<p>Dit is de reden waarom ze altijd terugschiet, wanneer ze den eersten keer te voorschijn
-is gekomen, waarom je wel twee- of driemaal een snellen glimp van haar opvangt, nu
-hier, dan daar, voordat zij in het licht verschijnt. Ze weet dat haar vijanden zoo
-hongerig zijn, zoo bang dat ze ontsnappen zal of dat iemand anders haar zal vangen,
-dat ze al op haar afspringen zoodra ze maar een snor vertoont. Zoo belust zijn ze
-op haar vleesch en zoo overtuigd, wanneer ze haar gemist hebben, dat het neersuizen
-van vlerken of het dichtklappen van roode kaken haar van schrik wel voor goed hebben
-doen wegschuilen, dat ze een ander spoor gaan volgen. En als een rondsluipend dier
-achter een boomstomp om zit te loeren en Tookhees vliegensvlug weg ziet glippen en
-haar verschrikt gepiep hoort, dan denkt het heel natuurlijk dat die scherpe oogjes
-den staart gezien hebben, dien het verzuimde om zich heen te rollen; dus druipt het
-af, alsof het zich schaamde. Zelfs de vos, die een onuitputtelijk geduld heeft, is
-niet zoo leep geworden, dat hij Tookhees&#x2019; tweede verschijning leerde <span class="pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13">13</a>]</span>afwachten. En dat is &#x2019;t behoud voor de kleine &#x201e;bangerd&#x201d;.
-</p>
-<p>Eén toevlucht voor al deze vijanden heeft Tookhees: het uitgeholde nestje achter het
-aardige holletje onder den bemosten steen. Weliswaar kunnen de meeste van haar vijanden
-graven, maar haar gang kronkelt zich zóo, dat ze van buiten aan den ingang nooit kunnen
-nagaan waar ze heenleidt, en in de wildernis zijn geen slangen om haar achterna te
-gaan en het te onderzoeken. Ik heb wel een paar maal de plek gezien, waar Mooween
-den steen omgekeerd had en de aarde <span class="corr" id="xd29e326" title="Bron: en">er</span> onder uitgekrabbeld, maar gewoonlijk zit er wel een taaie wortel in den weg en komt
-Mooween tot de slotsom, dat hij zich veel te veel moeite geeft voor zoo&#x2019;n mondjevol,
-en hij sjokt weg naar de boomstomp, waar de roode mieren wonen.
-</p>
-<p>Op haar tochten door het bosch vergeet Tookhees nooit de mogelijke gevaren. Ze beweegt
-zich voort in een opeenvolging van schokken, plotselinge wendingen, al springend,
-al wegschuilend. Na lang rondspeuren komt ze haar holletje uit en schiet als een vischje
-door &#x2019;t mos naar een opgewipten boomwortel. Daar gaat ze overeind zitten luisteren,
-terwijl ze zenuwachtig over haar snorren strijkt. Dan glipt ze een paar voet langs
-den wortel, valt op den grond en verdwijnt. Ze verstopt zich daar onder een dor blad.
-Een oogenblik stilte en&#x2014;ze springt op als een duiveltje-uit-een-doosje. Nu zit ze
-boven op het blad, dat haar bedekte, weer haar snorren te wrijven, terwijl ze <span class="pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14">14</a>]</span>omkijkt naar haar spoor, alsof ze voetstappen achter zich hoorde. Dan weer een zenuwachtig
-vooruitschieten, een gepiep om tegelijk haar ontvluchting en haar aankomst aan te
-kondigen, en ze verdwijnt onder den ouden, met mos begroeiden stam, waar haar makkers
-huizen, een heele kolonie.
-</p>
-<p>Dit alles en nog veel meer ontdekte ik in die eerste vacantie, toen ik het wilde volkje
-begon te bestudeeren, dat binnen den gezichtskring van mijn tent woonde. Ik had lange
-tochten gemaakt achter beer en bever aan, ik had vergeefsche jachten gehouden op den
-ouden Witkop den adelaar, en Kakagos den uil, op de boschraaf<a class="noteref" id="xd29e335src" href="#xd29e335">2</a>, om tot de simpele ontdekking te komen, dat er zich in den warmen kring van mijn
-kampvuur een wild volkje schuilhield, wiens leven nog onbekender en minstens even
-merkwaardig was als van de grootere dieren, die ik was gevolgd.
-</p>
-<p>Op een dag, toen ik bedaard naar het kamp terugkeerde, zag ik Simmo geheel verdiept
-in de beschouwing van iets bij mijn tent. Hij stond naast een hoogen berk met een
-hand tegen den bast, dien hij den komenden winter voor zijn nieuwe kano wilde nemen;
-de andere hand omklemde zijn bijl nog, die hij een oogenblik te voren opgeraapt had
-om het tempo, waarin de ketel met boonen zong, te versnellen. Zijn bruine gezicht,
-waar een uitdrukking van kinderlijke aandacht op te lezen stond, gluurde achter den
-boom. Ik sloop nader zonder dat hij me hoorde, maar ik kon <span class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15">15</a>]</span>niets zien. Het was doodstil in het bosch. Killooleet zat te dommelen bij zijn nest;
-de meesjes waren verdwenen, wel wetend dat het geen etenstijd was, en Meeko, de roode
-eekhoorn, had zoo dikwijls van den sparretop naar den grond moeten springen, dat hij
-nu mistroostig in zijn eigen spar zijn pijnlijke zolen bleef likken en als een bezetene
-aan &#x2019;t schelden ging, zoodra ik maar naderde. Nog steeds tuurde Simmo, alsof er een
-beer op zijn aas afkwam, tot ik fluisterde: &#x201e;Quiie, Simmo, wat is het?&#x201d;
-</p>
-<p>&#x201e;Nodwar k&#x2019;chee Toquis; ik zie de bangerd,&#x201d; zei hij, onbewust in zijn eigen dialect
-vervallend, dat de zoetste taal ter wereld is, zoo zacht, dat het wilde goedje niet
-verontrust wordt, wanneer het die hoort, en niet anders meent dan dat het een sterker
-ruischen in de dennen, of een zachter frutselen van den stroom tegen de rotsen is.&#x2014;&#x201e;O,
-sapperloot, kijk eens! Hij zijn snuit wasschen in je kopje.&#x201d; En toen ik op de teenen
-aansloop en naast hem kwam staan, zat Tookhees daar op den rand van mijn kopje, waar
-ik een nieuw toplijntje in had staan weeken, om &#x2019;s avonds mee te visschen, ijverig
-bezig haar snuitje te poetsen, als een jongen met iemand achter zich om toe te kijken,
-dat hij ooren of nek niet overslaat.
-</p>
-<p>Koude morgens uit mijn eigen jongenstijd schoten me te binnen en ik keek achter haar
-om te zien, of het bij haar ook gedwongen gebeurde, maar er was geen andere muis te
-zien. Twee handjesvol water schepte zij op, wreef ze haastig over neus en oogen en
-dan <span class="pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16">16</a>]</span>achter haar ooren&#x2014;op de plekjes die je &#x2019;t gauwst wakker maken, wanneer je slaperig
-bent&#x2014;toen nog een handvol water en nog een flinken veeg, die net als den eersten keer
-achter haar oor eindigde.
-</p>
-<p>Simmo was een en al verbazing, want een Indiaan merkt weinig in het bosch op, behalve
-wat bij zijn vallen-zetten en jagen te pas komt; en een muis haar snuitje te zien
-wasschen was hem even onbegrijpelijk, als mij een boek te zien lezen. Maar alle boschmuizen
-zijn heel zindelijk en hebben niets van die sterke luchtjes van onze huismuizen. Later,
-toen ik haar leerde kennen, zag ik dikwijls hoe ze zich waschte in het bord met water,
-dat ik voor haar holletje gezet had en steeds vol hield; zij waschte echter nooit
-meer dan haar snuitje en &#x2019;t gevoelige plekje achter haar ooren. Als ik haar dan echter
-weer eens in het meer of in de rivier zag zwemmen, heb ik me soms afgevraagd of ze
-op reis was, of alleen baadde omdat ze &#x2019;t zoo prettig vond, net als ze haar snuitje
-in mijn kopje waschte.
-</p>
-<p>Ik liet het kopje staan waar &#x2019;t stond, en strooide een feestmaaltijd voor de kleine
-gast: beschuitkruimels en een stuk van een kaarsstompje. Den volgenden morgen waren
-ze verdwenen; de sporen van verscheiden muizen verrieden duidelijk wie er aangelokt
-waren uit de verscholen paadjes der wildernis. Dat was de eerste kennismaking van
-mensch en dier. Weldra kwamen ze geregeld. Ik hoefde maar kruimeltjes te strooien
-en een paar keer als een muis te <span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17">17</a>]</span>piepen, of schichten en glimpen verschenen op &#x2019;t mos of tusschen het verbleekte goud
-van het tapijt der oude berkeblaren, en de schuwe wezentjes kwamen aan mijn disch,
-met oogjes die glommen als git, met hun fijne pootjes opgeheven om hun snorren te
-poetsen of om zich te beschermen tegen den angst, waarin ze voortdurend leefden.
-</p>
-<p>Ze waren niet allemaal gelijk; integendeel juist. Een, dezelfde die zich in mijn kopje
-gewasschen had, was grauw en oud, en wijs doordat zij haar vijanden zoo dikwijls ontdoken
-was. Haar linkeroor was gespleten tengevolge van een vechtpartij, of door den klauw
-van een uil, die haar net gemist had toen zij onder een wortel ontglipte.
-</p>
-<p>Zij was de schuwste en tegelijk de brutaalste van het troepje. Een paar dagen lang
-naderde zij met wonderlijke behoedzaamheid; van elk dor blad, van elk wortelkluwen
-maakte zij gebruik om haar nadering te verbergen, en over de open plaatsen schoot
-zij zoo snel, dat je niet wist wat er gebeurd was&#x2014;slechts een donker veegje, dat eindigde
-in niets. En het bruine blad verried niets van wat het verborg. Maar eenmaal zeker
-van haar zaak, kwam zij brutaal. Voor dat groote mensch-dier, met zijn gezicht dicht
-bij de muizentafel, doodstil, behalve zijn oogen, met een hand die voorzichtig bewoog,
-als ze bewoog, hoefde zij niet bang te wezen&#x2014;dat voelde Tookhees instinctmatig. En
-dat vreemde vuur met die hongerig-makende geuren, de witte tent, het komen en gaan
-van <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18">18</a>]</span>menschen, die heer en meester in de bosschen waren, hielden vos en lynx en uil op
-een grooten afstand&#x2014;dat merkte zij na een paar dagen. Alleen de &#x201e;mink&#x201d;<a class="noteref" id="xd29e358src" href="#xd29e358">3</a>, die &#x2019;s nachts aan kwam sluipen om de visch van den man te stelen, dat was er een
-om bang voor te zijn. Dus gaf Tookhees voorloopig haar nachtelijke gewoonten op en
-kwam zij brutaal in &#x2019;t zonlicht voor den dag. Gewoonlijk komen de beestjes in de schemering
-te voorschijn, als hun snelle bewegingen te loor gaan in de kruipende, bevende schaduwen.
-Maar als hun vrees gevlogen is, zijn ze maar wat blij in &#x2019;t daglicht rond te kunnen
-draven, vooral wanneer allerlei lekker eten hen lokt.
-</p>
-<p>Behalve de oudgediende was er een muizenmoedertje, wier kleine, grijze jasje toch
-wel groot genoeg was om een heerlijke moederliefde te bergen, zooals ik later merkte.
-Ze at nooit aan mijn disch, maar droeg haar deel weg om &#x2019;t ergens te verstoppen, niet
-om &#x2019;t aan haar kleintjes te voeren&#x2014;daar waren ze nog te jong voor&#x2014;; maar achter de
-heldere oogjes zeiden haar gedachten zeker onbewust, dat zij haar noodig hadden en
-dat ze om hunnentwil met grooter voorzorg voor haar leven moest waken. Ze sloop dus
-schuw naar mijn disch; altijd verscheen ze van onder een grijzen bastreep op een gevallen
-berk, nam denzelfden weg: eerst naar een bemosten steen, dan naar een donkere holte
-onder een wortel, vervolgens naar een lage varen en langs den onderkant van een <span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19">19</a>]</span>stuk hout naar de muizentafel. Daar stopte ze haastig beide wangen vol, tot ze zoo
-dik waren alsof ze kiespijn had en glipte langs denzelfden weg weer heen, om eindelijk
-onder den grijzen bastflard te verdwijnen. Langen tijd was &#x2019;t me een raadsel, hoe
-&#x2019;k haar nest moest ontdekken, dat niet ver af kon zijn, zooals ik wist. Het was niet
-in den berkestam, waar ze in verdween&#x2014;die was hol over de heele lengte,&#x2014;ook niet daar
-ergens onder. Op eenigen afstand lag een groote steen, half door het groene mos bedekt,
-dat er aan alle kanten tegen opstond. Het zorgvuldigste onderzoek had hier gefaald,
-geen spoor van Tookhees&#x2019; holletje had ik kunnen ontdekken. Zoo nam ik op een dag,
-toen het een halven storm woei en ik in mijn eentje het meer op wilde, dien steen
-op, om hem in den boeg van mijn kano te leggen. Dat was om het bootje vaster te doen
-liggen; dan zakte de neus zoo ver, dat ze &#x2019;t water kon pakken. Toen kwam &#x2019;t geheim
-aan den dag; daar was het, in een koepeltje van dor gras tusschen wat dennewortels
-onder den steen.
-</p>
-<p>De moeder was op voedsel uit, maar een zwak sissend gepiep verried me, dat de jongen
-thuis waren en hongerig als gewoonlijk. Terwijl ik stond te kijken, was er een snelle
-beweging in een gang tusschen de wortels en kwam moeder muis terugsnellen. Ze stond
-even stil met haar voorpootjes tegen een wortel, om lucht te nemen van &#x2019;t gevaar dat
-er dreigde. Toen zag ze mijn gelaat over de opening gebogen&#x2014;Et tu <span class="pagenum">[<a id="pb20" href="#pb20">20</a>]</span>Brute!&#x2014;en ze schoot het nest in. In een oogwenk was ze er weer uit en verdwenen in
-haar gang, terwijl de kleintjes onder &#x2019;t voortsnellen aan haar flanken hingen, zoo
-stijf, dat ze er niet af konden vallen&#x2014;allemaal, op één na, een teer, rose diertje,
-dat je in een vingerhoed kon verstoppen en dat zich vol vertrouwen in het donkerste
-hoekje van mijn hand nestelde. Het duurde tien minuten, voordat het moedertje terugkwam
-en angstig naar &#x2019;t verloren kleintje zocht. Toen ze &#x2019;t veilig in zijn eigen nest ontdekte,
-met dat mannengezicht, dat nog steeds keek, was ze half gerustgesteld; maar toen ze
-zich neerwierp en het jong begon te drinken, werd ze weer bang en draafde haar gangetje
-in, terwijl het kleintje zich aan haar flank vastklemde, maar dezen keer stevig.
-</p>
-<p>Ik legde den steen weer op zijn plaats en trok er het mos zorgvuldig omheen. Een paar
-dagen later was de muizenmoeder weer aan mijn disch. Ik sloop weg naar den steen,
-hield mijn oor er dicht tegenaan en hoorde met innige voldoening kleine piepgeluidjes,
-die me verrieden dat het huis weer bewoond was. Daarna bleef ik spieden om te zien
-langs welk paadje moeder muis de haren bereikte. Toen ze haar wangen vol had, verdween
-ze langs haar gewonen weg onder den bastreep. Deze leidde haar naar het holle binnenste
-van den berkestam, dien ze ten einde toe volgde; daar hield ze even op, oogen, ooren,
-neusgaten in de weer. Dan sprong ze naar een wirwar van wortels en dor blad, waar
-beneden een gang was, <span class="pagenum">[<a id="pb21" href="#pb21">21</a>]</span>die diep onder het mos recht naar haar nest onder den steen voerde.
-</p>
-<p>Behalve deze oudere muizen waren er vijf of zes jongere, alle schuw, op één na, die
-van den beginne af niet de minste vrees toonde, maar recht op mijn hand afkwam, haar
-kruimeltjes opat en tegen mijn mouw opkroop, waar zij zich een warm nestje begon te
-maken door wol van mijn flanellen hemd af te knabbelen.
-</p>
-<div class="figure floatRight p021width"><img src="images/p021.png" alt="" width="120" height="277"></div><p>
-</p>
-<p>Een groote tegenstelling met dit kereltje vormde een ander, dat maar al te wel wist
-wat vrees beteekende. Het hoorde tot een anderen stam, die nog niet gewend was geraakt
-aan de menschelijke gewoonten. Ik merkte te laat hoe zorgvuldig je met die wezentjes
-om moet gaan, die voortdurend in &#x2019;t land leven waar de vrees regeert.
-</p>
-<p>Een eindje achter mijn tent lag een gevallen boomstam, vermolmd en met mos begroeid,
-waarover tweeling-bloemen<a class="noteref" id="xd29e380src" href="#xd29e380">4</a> haar klokjes wiegelden over zijn heele lengte en waar een heele kolonie boschmuizen
-onder woonden. Ze aten de kruimels, die ik bij den boom strooide, maar ze waren nooit
-naar mijn disch te lokken. Was het omdat ze geen oudgediende met gespleten oor bezaten
-om de gewoonten van den mensch te bespieden, of omdat mijn eigen kolonie ze verjoeg?
-Ik heb het nooit kunnen uitmaken. Eens zag ik Tookhees onder den zwaren stam wegduiken
-toen ik naderde, en omdat ik niets belangrijkers te doen <span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22">22</a>]</span>had, legde ik een grooten kruimel bij haar gaatje, strekte me uit op het mos, verstopte
-mijn hand in een dorre varen dicht bij het verleidelijke beetje en piepte den lokroep.
-In een oogwenk verschenen Tookhees&#x2019; neus en oogen in haar deurtje, terwijl haar snorren
-zenuwachtig trilden toen zij het kaarsvet rook. Maar zij voelde achterdocht voor het
-groote ding; of misschien rook zij den mensch en was bang, want na herhaalde keeren
-schuilevinkje te hebben gespeeld, verdween zij heelemaal.
-</p>
-<p>Ik vroeg me af hoe lang haar honger met haar voorzichtigheid zou strijden, toen ik
-het mos bij mijn lokaas van onderen in beweging zag komen. Een kleine golving van
-de mosbloemetjes, en Tookhees&#x2019; neus en oogen kwamen een oogenblik uit den grond te
-voorschijn, terwijl zij alle richtingen uit snuffelde. Haar bedoeling was nu duidelijk
-genoeg; zij was bezig een gang te graven om bij het beetje te komen dat zij openlijk
-niet durfde te nemen. Ik zat met ademlooze belangstelling toe te kijken, toen er een
-zwakke trilling, dichter bij mijn lokaas, verried waar zij met haar werk vorderde.
-Daarna werd het mos behoedzaam bewogen, dicht bij haar doel; een holletje opende zich,
-het stukje viel er in en Tookhees was verdwenen met haar buit.
-</p>
-<p>Ik legde nog meer kruimeltjes uit mijn zak op dezelfde plek en weldra waren drie of
-vier muizen bezig er aan te knabbelen. Eén zat op, vlak bij de dorre varen, met een
-stukje brood in haar voorpooten, als een <span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23">23</a>]</span>eekhoorn. Plotseling bewoog de varen; voordat zij springen kon, sloot mijn hand zich
-over haar en terwijl &#x2019;k mijn andere hand onder haar liet glijden, bracht ik haar bij
-mijn gezicht om haar tusschen mijn vingers door gade te slaan. Zij maakte geen beweging
-om te ontkomen, maar trilde hevig. Haar pootjes schenen nu te zwak om haar gewicht
-te dragen; zij ging liggen; haar oogjes vielen toe; een stuiptrekking&#x2014;en zij was dood&#x2014;van
-angst gestorven in een hand die haar niets gedaan had.
-</p>
-<p>Bij deze kolonie, wier leden me alle vreemd waren, leerde ik op een eigenaardige manier
-de gewoonte van de boschmuizen kennen om bezoeken af te leggen, en tegelijkertijd
-kreeg ik nog een les, die ik niet gauw vergeten zal. Dagenlang had ik op elke geoorloofde
-manier tevergeefs gepoogd een groote forel te vangen, een monster in haar soort, die
-in een draaikolk achter een rots hoogerop, waar &#x2019;t water het meer instroomde, woonde.
-Forellen waren schaarsch in dat meer en &#x2019;s zomers zijn de groote visschen altijd lui
-en moeilijk te snappen. Ik had het grootste deel van den tijd zin in forel, want de
-visch die ik gevangen had was klein en &#x2019;t was niet veel, en het ging met lange tusschenpoozen.
-Maar verscheiden keer als ik van den oever af, daar waar &#x2019;t andere water binnenstroomde,
-ingooide om vischjes te vangen, had ik wielingen in een groote draaikolk dicht bij
-den tegenovergelegen oever gezien, die me duidelijk groote visch daaronder verrieden;
-en eens, toen een reusachtige <span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24">24</a>]</span>forel over haar halve lengte boven water achter mijn vlieg aanschoot, verloor de katvisch
-alle bekoring en beloofde ik mezelf het genot, dat &#x2019;k mijn hengel zou voelen buigen
-en sidderen onder het voortjagen van die groote forel, al moest de heele zomer er
-mee gaan.
-</p>
-<p>Vliegen gaven niets. Ik bood er haar een boekvol van aan in alle verscheidenheid van
-vorm en kleur, bij &#x2019;t uchtendkrieken en in de schemering, zonder haar in verzoeking te brengen. Ik probeerde larven, waar
-baars van houdt, een kikkerpoot, dien geen snoek kan weerstaan, en kikkertjes, zulke
-waarop groote forellen tusschen licht en donker te midden der leliebladen jagen&#x2014;maar
-niets kon haar bekoren. En toen watertorren en &#x2019;t staartpuntje van een rooden eekhoorn,
-wat &#x2019;t beste vischaas ter wereld is, en spartelende sprinkhanen en een &#x201e;zilveren-lepel&#x201d;<a class="noteref" id="xd29e399src" href="#xd29e399">5</a> met een leelijk &#x201e;stel&#x201d; haken, die ik verafschuw, en ik herinner me dankbaar dat de
-forellen die ook verafschuwden. Daar lagen ze in hun groote, koele draaikolk en namen
-lui wat de stroom hun aan voedsel toevoerde en hadden geen aandacht voor eenigerlei
-list. Daarop ving ik stroomop een roodvin<a class="noteref" id="xd29e402src" href="#xd29e402">6</a>, haakte haar zorgvuldig aan, legde haar op een grooten houtspaander, wikkelde mijn
-snoer er omheen en liet dien stroomaf drijven, terwijl het snoer zachtjes naar achteren
-<span class="pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25">25</a>]</span>afwikkelde bij &#x2019;t wegdrijven. Toen hij de draaikolk bereikt had, beurde ik het tipje
-van mijn hengel op; het snoer ging strak staan; de roodvin sprong overboord en een
-forel van twee pond, die zeker dacht dat het kleine ding verscholen had gezeten onder
-den spaander, dook op en slikte het in. Dat was de eenige die ik ving. Haar worsteling
-had het diepe water in beroering gebracht en de andere forellen gaven verder niet
-meer om roodvinnen.
-</p>
-<p>Later, terwijl ik eens bij dageraad op een groot rotsblok zat te prakkizeeren over
-nieuwe lokmiddelen en krijgslisten, trof een beweging in een elzestruik aan den overkant
-van den stroom mijn oog. Daar glipte Tookhees de boschmuis langs de takjes; &#x2019;t was
-haar klaarblijkelijk om de zwarte katjes te doen, die nog aan de uiteinden hingen.
-Terwijl ik naar haar stond te kijken, viel of sprong zij van haar twijgje in het stille
-water onder zich en nadat zij een oogenblik rondgekringd had, begon zij dapper den
-stroom over te zwemmen. Ik kon haar neus niet zien terwijl zij zwom, een rimpelende
-wig tegen het zwarte water, die een steeds wijder wordende V als een sleep achter
-zich liet. De trek duwde haar stroomaf; zij raakte den rand van de groote draaikolk;
-een wieling, een harde plons van onder op, en Tookhees was verdwenen zonder een spoor
-achter te laten, behalve een snellen kring van rimpels, die verzwolgen werden door
-de draaiingen en kolken achter de groote rots.&#x2014;Ik had ontdekt welk aas de groote forel
-graag had.
-<span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26">26</a>]</span></p>
-<p>Terwijl &#x2019;k me naar het kamp terughaastte, laadde ik een patroon luchtig met wat fijnen
-hagel, strooide een paar kruimeltjes in de buurt van den dikken stam achter mijn tent,
-piepte een paar keer den lokroep en ging zitten wachten. &#x201e;Die muizen zijn eigenlijk
-vreemdelingen voor me,&#x201d; vertelde ik mijn geweten, dat een beetje protesteerde, &#x201e;en
-de bosschen zijn er vol van en ik wou die forel graag hebben.&#x201d;
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure floatLeft p026width"><img src="images/p026.png" alt="" width="171" height="184"></div><p>
-</p>
-<p>Even later ontstond er een geritsel in het mossige holletje en kwam Tookhees te voorschijn.
-Zij schoot over het open terrein, greep een kruimel in haar bekje, ging op haar achterpootjes
-zitten, nam den kruimel in haar voorpootjes en begon te eten. Ik had het geweer opgeheven
-in de meening dat zij wel een keer of wat zou schuilen, voordat &#x2019;k haar onder schot
-kreeg. Haar brutaliteit verbaasde me, maar ik herkende haar niet. Nog steeds ging
-mijn oog langs de loopen en over de korrel, tot waar Tookhees haar kruimel zat op
-te eten. Mijn vinger drukte den trekker.&#x2014;&#x201e;O, jou leelijke moordenaar,&#x201d; zei het geweten,
-&#x201e;bedenk toch hoe klein zij is en wat een groot spektakel je geweer zal maken! Schaam
-je je niet?&#x201d;
-</p>
-<p>&#x201e;Maar ik wou die forel graag hebben,&#x201d; wierp ik tegen.
-</p>
-<p>&#x201e;Vang ze dan zonder dit kleine, onschuldige ding,&#x201d; zei &#x2019;t geweten onverbiddelijk.
-</p>
-<p>&#x201e;Maar zij is me heelemaal vreemd; ik heb nooit&#x2014;&#x201d;
-</p>
-<p>&#x201e;Zij eet je brood en je zout,&#x201d; zei het geweten. Dat gaf den doorslag; en warempel,
-terwijl ik nog naar haar keek over de korrel, eindigde Tookhees haar <span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27">27</a>]</span>kruimel, kwam naar mijn voet toe, glipte langs mijn been op mijn schoot en keek me
-vol verwachting aan. Het grijze velletje en &#x2019;t gespleten oor toonden de welkome gast
-aan mijn tafel van een week geleden. Zij was op bezoek bij de vreemde kolonie, zooals
-boschmuizen zoo graag doen, en trachtte ze door haar voorbeeld te overreden, dat ze
-me net zoo konden vertrouwen als zij. Beschaamder dan alsof &#x2019;k er op betrapt was een
-kwartel op den grond te schieten, gooide ik de huls weg die bijna mijn vriendinnetje
-gedood had, en keerde naar het kamp terug.
-</p>
-<p>Daar maakte ik een muis uit een stukje vacht van een muskusrat, met een stuk van mijn
-leeren veter er als staart aangenaaid. Zij beantwoordde prachtig aan haar doel, want
-binnen het uur mocht ik grootte en pracht van een reusachtige forel, die in haar volle
-lengte op de rots naast me lag uitgestrekt, bewonderen. Maar toen &#x2019;k den volgenden
-keer ingooide, verloor &#x2019;k mijn lokmuis; ze bleef met een stuk van mijn toplijntje
-in den bek van een tweede forel achter, die naar boven schoot, op &#x2019;t zelfde oogenblik
-dat zij haar draaikolk aanraakte.
-</p>
-<p>Daarna waren de boschmuizen veilig, wat mij betrof. Geen forel, al was ze zoo groot
-als een zalm, zou ze ooit proeven, tenzij ze lust hadden om te gaan zwemmen; en ik
-hield hun disch beter voorzien dan vroeger. Ik heb veel van hun bezoeken heen en weer
-gezien, en ik heb beter begrepen wat die gangen toch te beteekenen hebben, die in
-&#x2019;t voorjaar te zien zijn als de <span class="pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28">28</a>]</span>laatste sneeuw wegsmelt. In een hoek van het bosch, waar de driftsneeuw hoog ligt,
-zal men dikwijls een menigte gangen vinden, die uit alle richtingen in een kamer middenin
-uitmonden. Ze spreken van Tookhees&#x2019; gezellige natuur, van haar lange bezoeken bij
-haar makkers, niet gestoord door sprong of knauw, als de opeengepakte sneeuw daarboven
-den angst van &#x2019;s zomers heeft weggevaagd en haar beveiligt voor havik en uil en vos
-en wilde kat, en als geen open water haar er toe verleidt te gaan zwemmen waar Skooktum,
-de groote forel, hongerig op muizen onder haar draaikolk ligt te wachten.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>De weken vloden maar al te snel, zooals het geval is met weken in de wildernis, en
-de droevige taak van ons kamp op te breken lag vlak voor ons. Eén ding baarde me echter
-zorg&#x2014;de kleine Tookhees, die geen vrees kende, maar een nestje probeerde te maken
-in de mouw van mijn flanellen hemd. Haar argeloos vertrouwen trof me meer dan de eigenaardige
-gewoonten van alle andere muizen. Elken dag kwam zij om haar kruimeltjes te halen,
-niet van mijn disch, maar uit mijn hand. Zij genoot er klaarblijkelijk van de warmte
-onder &#x2019;t eten en zij kreeg altijd de uitgezochtste beetjes. Ik wist echter dat zij,
-wanneer ik heengegaan was, de eerste zou zijn die door den uil werd gegrepen, want
-alleen de vrees redt het wilde volkje.
-</p>
-<p>Zoo nu en dan treft men dieren aan, onder allerlei soort, die het instinct van de
-vrees missen&#x2014;een kikker, <span class="pagenum">[<a id="pb29" href="#pb29">29</a>]</span>een jonge patrijs, een elandenkalf&#x2014;en dan vraagt ge u verbaasd af welke gouden eeuw,
-die de vrees niet kende, of welk heerlijk visioen van Jesaja, waarin de leeuw bij
-het lam nederligt, daar werkelijkheid is geworden. Ik heb zelfs een jonge zwarte eend,
-wier natuurlijke geaardheid zoo wild is als de wildernis zelf, gezien, die niets van
-haar moeders noodsignalen en haar voortdurende lessen in &#x2019;t wegschuilen had geleerd,
-maar op mijn kano kwam aandobberen tusschen de waterplanten van een meer in de wildernis,
-terwijl haar makkers onzichtbaar wegdoken in hun schuilplaatsen van overbuigend riet
-en haar moeder er klapwiekend van doorging met geplas en gekwaak, en een vlerk liet
-slepen om me van haar jongen weg te lokken.
-</p>
-<p>Het jong, dat geen vrees kent, wordt gewoonlijk door zijn moeder in den steek gelaten,
-of wel hij zal de eerste zijn, die in den strijd tegen den sterke valt, voordat ze
-hem als hopeloos opgeeft. Kleine Tookhees behoorde klaarblijkelijk tot deze klasse;
-dus vóór mijn vertrek stelde ik het mijzelf tot taak haar de vrees te leeren kennen,
-wat blijkbaar voor de Natuur en voor haar eigen moeder te veel was geweest. Ik kneep
-haar een paar keer, en terwijl ik dat deed, kraste ik als een uil&#x2014;een schrikwekkend
-optreden, dat de andere muizen als bruine schichten halsoverkop naar een schuilplaats
-joeg. Daarna zwaaide ik met een tak boven haar, alsof &#x2019;t de vleugel van een havik
-was, terwijl &#x2019;k er haar tegelijkertijd pardoes een <span class="pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30">30</a>]</span>klap mee gaf, zoodat zij een doodschrik kreeg. En dan weer, als zij voor den dag kwam,
-terwijl er een nieuw licht in haar oogjes daagde: het licht van de vrees, maakte &#x2019;k
-met een stok een schuifelende beweging in de varens als van een sluipenden vos en
-gaf haar een flinken tik met een sparretwijg. Het was een harde les, maar zij kende
-ze na een dag of wat. En nog eer ik mijn onderwijs staakte, was er geen muis, die
-aan mijn disch wilde komen, hoe overredend ik ook piepte. In de schemering schoten
-ze rond als eertijds, maar het eerste suizen van mijn tak joeg ze in een ommezien
-naar haar schuilplaats terug.
-</p>
-<p>Dat was haar hardhandige, maar afdoende voorbereiding tegen de rooverbende, die weldra
-over mijn kampplaats zou rondsluipen. Dan zou een heimelijke beweging in de varens,
-of een neerschietende schaduw tusschen de schaduwen der schemering heel wat anders
-beteekenen dan een schuifelende tak en een wuivende sparretwijg. Een hap, een greep,
-en tanden en klauwen&#x2014;loop wat je loopen kunt en kijk pas naderhand waarom! Zoo hoort
-het voor een verstandige boschmuis. Ik groette ze dus en liet ze achter om op zichzelf
-te passen in de wildernis.
-</p>
-<div class="figure p030width"><img src="images/p030.png" alt="" width="179" height="126"></div><p>
-<span class="pagenum">[<a id="pb31" href="#pb31">31</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e313" href="#xd29e313src">1</a></span> Hesperomys Leucopus.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd29e313src">&#x2191;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e335" href="#xd29e335src">2</a></span> Corvus Corax Principalis.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd29e335src">&#x2191;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e358" href="#xd29e358src">3</a></span> Een ottersoort.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd29e358src">&#x2191;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e380" href="#xd29e380src">4</a></span> Linnaea Borealis.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd29e380src">&#x2191;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e399" href="#xd29e399src">5</a></span> Een vischtuig, waarbij een glimmend, lepelvormig voorwerp achter de haken is bevestigd.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd29e399src">&#x2191;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e402" href="#xd29e402src">6</a></span> Notropis Cornutus.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd29e402src">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#xd29e225">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">EEN VERBORGEN PAADJE IN DE WILDERNIS.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Op een dag in de wildernis, toen mijn kano een prachtig gedeelte van een rivier afgleed,
-merkte ik een paadje op dat door riet en biezen ging, in een rechten hoek op de richting
-van den stroom. Nadat ik mijn kano er heengewend had, ontdekte ik iets, dat een aanlegplaats
-voor het boschvolkje op hun riviertochtjes scheen te zijn. Het moerasgras, dat rondom
-dicht stond, was hier naar binnen gebogen en maakte een glimmend groen kanaal van
-de rivier uit.
-</p>
-<p>Op den modderigen oever stonden veel prenten van &#x201e;mink&#x201d; en muskusrat en otter. Hier
-had een groote eland staan drinken; en daar had een bever het gras afgeknaagd en een
-moddertaartje gemaakt, waar middenin een beetje muskus de geheele buurt doorgeurde.
-Het was den vorigen avond gebeurd, want de indrukken van zijn voorpoot toonden nog
-duidelijk waar hij zijn taartje glad geklopt had, eer hij heenging. Maar de plek was
-meer dan een landingsplaats; een paadje ging den oever op, het bosch in, even vaag
-als het groene waterweggetje tusschen de biezen. Hooge varens bogen er zich overheen
-om het te verstoppen, ranke grassen, die zachtjes op zij geduwd waren, trachtten er
-zoo goed als &#x2019;t ging natuurlijk uit te zien; de elzen wuifden hun takken dicht opeen
-en zeiden: &#x201e;Hier is geen weg.&#x201d; Maar daar was hij, een <span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32">32</a>]</span>pad voor &#x2019;t boschvolkje. En toen ik het volgde, de schaduw en stilte der bosschen
-binnen, was de eerste mossige stam, die er over lag, glad gesleten door &#x2019;t gaan van
-veel kleine pootjes.
-</p>
-<p>Bij mijn terugkomst gleed Simmo&#x2019;s kano in &#x2019;t zicht, en ik wenkte hem naar den oever.
-De lichte boot van berkebast kwam met een zwenk naast de mijne, met een diepe waterplooi
-juist onder de kromming van haar boeg en een welluidend geklater, als &#x2019;t gorgelen
-van water tegen een mossigen steen&#x2014;dat was het eenige geluid.
-</p>
-<p>&#x201e;Wat beteekent dit paadje, Simmo?&#x201d;
-</p>
-<p>Zijn scherpe oogen namen met een oogopslag alles in zich op: den wuivenden waterweg,
-de prenten, het vage paadje naar de elzen. Er stond verbazing op zijn gezicht te lezen,
-dat ik maar zoo toevallig een ontdekking had gedaan, waar hij menigmaal tevergeefs
-naar had uitgekeken met zijn vallen op den rug.
-</p>
-<p>&#x201e;Dat om af te snijden,&#x201d; zei hij gewoonweg.
-</p>
-<p>&#x201e;Om af te snijden! Maar wie moest er hier afsnijden?&#x201d;
-</p>
-<p>&#x201e;Nou, Musquash waarschijnlijk &#x2019;t eerst doen dat. Toen bever, toen otter, toen iedereen
-die haast, doen dat. Kijk, de rivier hier maken groote bocht. Pad rechtuit gaan, tijd
-sparen, net precies als Indiaan die afsnijden.&#x201d;
-</p>
-<p>Dat was het eerste van wel twaalf zulke paden die ik sindsdien aantrof en die de bochten
-van rivieren in de wildernis doorsneden,&#x2014;de manier die &#x2019;t boschvolkje er op nahoudt
-om op reis tijd uit te sparen. Ik <span class="pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33">33</a>]</span>liet Simmo verder gaan, de rivier af, terwijl ik het verscholen paadje nieuwsgierig
-volgde. Er is niets zoo verleidelijk in de bosschen, als het wilde goedje na te prenten
-en te zien wat ze uitgevoerd hebben.
-</p>
-<p>Maar helaas, mijn voeten waren de eerste menschelijke voeten niet, die den tocht ondernomen
-hadden! Halverwege, op het punt waar het pad over een beekje leidde, vond ik een val
-dwars over den weg van argelooze pootjes. Ze verschilde van elke andere die ik ooit
-gezien had en was zoo gemaakt:
-</p>
-<div class="figure p033width"><img src="images/p033.png" alt="" width="543" height="331"></div><p>
-</p>
-<p>Die kleine stok (trekker noemen de &#x201e;trappers&#x201d; hem), waarvan het eind een centimeter
-of vijf boven den ondersten stam in de lucht steekt, net zoo hoog dat een bever of
-een otter er heel gewoon zijn poot op zou zetten als hij er overheen ging, ziet er
-onschuldig <span class="pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34">34</a>]</span>genoeg uit. Maar als ge goed toekijkt, zult ge zien dat het, bij den minsten of geringsten
-druk die er op uitgeoefend werd, onmiddellijk den krommen tak, die het valblok vasthoudt,
-los zou maken en het doodelijke ding met verpletterend gewicht op den rug van eenig
-dier er onder terecht zou doen komen.
-</p>
-<p>Dat zijn de valstrikken, die Keeonekh, den otter, in den weg liggen, als hij uit vrijen
-gaat en Musquash&#x2019;s dwarspad gebruikt om zijn tocht te bekorten.
-</p>
-<p>Aan den anderen kant van het dwarspad wachtte ik af, tot Simmo om de bocht kwam en
-nam hem mee terug om het werk te bekijken, terwijl ik de hartelooze zorgeloosheid
-van den &#x201e;trapper&#x201d; veroordeelde, die in &#x2019;t voorjaar weg was gegaan en een niet ontspannen
-val had achtergelaten als een bedreiging voor &#x2019;t wilde goedje. Op &#x2019;t eerste gezicht
-maakte hij uit dat &#x2019;t een otterval was. Toen kwamen er plotseling vrees en verbazing
-op zijn gezicht en vragen op het mijne.
-</p>
-<p>&#x201e;Dat Noel Waby&#x2019;s val. Niemand anders valtrekker maken zoo,&#x201d; zei hij eindelijk.
-</p>
-<p>Toen begreep ik het. Noel Waby was in &#x2019;t voorjaar de rivier opgegaan om vallen te
-zetten en nooit teruggekomen; en niemand wist ooit te vertellen hoe hij aan zijn eind
-kwam.
-</p>
-<p>Ik boog me neer om de val met grooter belangstelling te bekijken. Aan den onderkant
-van het valblok vond ik nog wat lange haren kleven in de spleten van de ruwe schors.
-Ze hoorden tot de buitenste waterdichte vacht, waarmee Keeonekh zijn bont droog <span class="pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35">35</a>]</span>houdt. Minstens éen otter was hier gevangen, en de val was daarna weer opgesteld.
-Maar een gewaarwording van gevaar, een oude geur van bloed, of een onnaspeurlijke
-waarschuwing hing nog aan die plek, en geen ander schepsel was over den ondersten
-balk gegaan, ofschoon er honderden langs dien weg moeten zijn gekomen, sinds de oude
-Indiaan zijn val weer opstelde en wegstapte met den dooden otter over zijn schouders.
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure floatRight p035width"><img src="images/p035.png" alt="" width="190" height="405"></div><p>
-</p>
-<p>Wat was dat in de lucht? Welk angstgevoel broeide hier en fluisterde in de elzebladen
-en tinkelde in de beek? Simmo werd onrustig en haastte zich weg. Hij was als &#x2019;t boschvolkje.
-Maar ik ging op een dikken boomstam zitten, dien het hooge water in &#x2019;t voorjaar tusschen
-de elzen had gedreven, om wellicht de beteekenis van die plaats te voelen en een poosje
-de wijde, lieflijke eenzaamheid geheel voor mezelf te hebben.
-</p>
-<p>Een flauw geritsel aan mijn linkerhand, en nog weer! Toen kwam kronkelend en glijdend
-Keeonekh het pad op, de eerste otter dien ik ooit in de wildernis zag. Waar de zon
-door de elzebladen naar binnen flikkerde, glom ze vroolijk op de glanzende buitenste
-haren van zijn ruwe vacht. Onder &#x2019;t gaan werkte zijn neus voortdurend en was zijn
-heldere oogjes ver vooruit, om hem te vertellen wat er zich op zijn pad bevond.
-</p>
-<p>Ik zat heel stil een eind op zij en hij zag me niet. Dicht bij de val van den ouden
-Noel hield hij even <span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36">36</a>]</span>stil met opgeheven kop, in die eigenaardige slangachtige houding, die alle wezels
-aannemen als ze acht geven. Daarop glipte hij om het uiteinde van de val en verdween,
-het pad af.
-</p>
-<p>Toen hij weg was, sloop ik te voorschijn om zijn prent te onderzoeken. Daar viel het
-me voor &#x2019;t eerst op dat het oude pad bij de val langzamerhand met mos begroeide; een
-flauw nieuw pad begon zich tusschen de elzen af te teekenen. Er school de een of andere
-waarschuwing in die val en met listig instinct waren alle boschbewoners op zij gegaan
-en hadden goed de ruimte gegeven aan wat ze voelden dat gevaarlijk was, maar wat ze
-niet konden begrijpen. Het nieuwe pad voegde zich weer bij het oude achter de beek
-en volgde het recht naar de rivier.
-</p>
-<p>Weer onderzocht ik zorgvuldig de val, maar &#x2019;k vond natuurlijk niets. Dat is een zaak
-van instinct, niet van oogen of ooren, en kan niet opgelost worden. Toen ging ik voorgoed
-heen, nadat ik een kring van dikke staken rondom de val geslagen had, om er argelooze
-pootjes buiten te houden. Maar ik liet de val onaangeroerd, net zooals ze was, een
-ruw gedenkteeken voor Keeonekh en den verdwenen Indiaan.
-<span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37">37</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#xd29e234">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">KEEONEKH, DE VISSCHER.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Waar ge Keeonekh, den otter, ook aantreft, daar vindt ge nog drie andere dingen: de
-wildernis, schoonheid en stroomend water, dat geen winter bevriezen kan. Daar is &#x2019;t
-ook goed om te visschen; maar &#x2019;t zal u weinig baten, want als Keeonekh een water geplunderd
-heeft, geeft het niets daar vlieg of voorntje in te gooien. De grootste visch is verdwenen&#x2014;ge
-zult zijn graten en een paar vinnen op het ijs of den naasten oever vinden, en de
-kleine vischjes houden zich nog gedekt na hun schrik.
-</p>
-<p>En omgekeerd: waar ge de drie genoemde factoren aantreft, zult ge Keeonekh ook vinden,
-als uw oogen goed de teekens kunnen lezen. Zelfs op plaatsen bij de steden, waar heele
-geslachten lang geen otter gezien is, worden ze toch gespeurd, zijn ze in hun schuwe,
-wilde leven, zóo vertrouwd met al wat te zien is, met elk geluid van gevaar, dat geen
-oog van de velen die voorbijgaan hen ooit waarneemt. Er is op geen beest zoo hardnekkig
-jacht gemaakt, om het kostbare bont dat hij draagt, maar Keeonekh is moeilijk te krijgen
-en snel van begrip. Als een heele familie gepakt is, of verdreven van een geliefkoosde
-rivier, vindt een andere otter weldra de plek, op een van zijn wintersche zwerftochten
-naar beter vischwater; en daar hij uit de teekens wel begrepen heeft dat anderen van
-zijn ras helaas geboet hebben voor <span class="pagenum">[<a id="pb38" href="#pb38">38</a>]</span>zorgeloosheid, vestigt hij er zich met grooter waakzaamheid en geniet van zijn geluk
-als visscher.
-</p>
-<p>In &#x2019;t voorjaar brengt hij een wijfje mee om zijn rijke inkomsten te deelen. Weldra
-gaat een troepje jonge otters in de beste vischwaters visschen en de rivier mijlen
-ver stroomop en -af onderzoeken. Maar zóo schuw en wild en snel in &#x2019;t wegschuilen
-zijn ze, dat de forellenvisschers, die de rivier volgen, en de ijsvisschers, die hun
-toestel in het meer stroomaf zetten, en de kinderen, die in de lente sleutelbloemen
-plukken, er geen vermoeden van hebben, dat de eigenlijke eigenaars van den stroom
-nog ter plaatse zijn, naijverig elk indringen gadeslaan en kwalijk nemen.
-</p>
-<p>&#x2019;t Gebeurt wel, dat de houthakkers een onbekend spoor in de sneeuw kruisen, een zwaar
-sleepspoor, van lange, glijdende sprongen heuvelaf, die er uitzien, alsof er een blok
-hout voortgetrokken was. Maar zij ook gaan huns weegs, verbazen zich even over de
-rare beesten, die in de bosschen huizen, begrijpen echter het duidelijke getuigenis
-niet, dat de rare beesten achterlaten. Waren ze het maar ver genoeg gevolgd, dan zouden
-ze het eind van het spoor in open water gevonden hebben, en op het ijs aan den anderen
-kant de bewijzen van Keeonekh&#x2019;s vischvangst.
-</p>
-<p>Ik herinner me een ottergezin, waarvan ik het hol vond, toen &#x2019;k nog een jongen was,
-aan een stroomend water, tusschen twee meertjes, geen drie mijlen van het stadhuis
-af. Toch kon de oudste jager zich nauwelijks <span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39">39</a>]</span>den tijd herinneren, dat de laatste otter gevangen of gezien was in de streek.
-</p>
-<p>Op een lentedag zat ik heel stil in &#x2019;t kreupelhout aan den oever naar een boscheend<a class="noteref" id="xd29e507src" href="#xd29e507">1</a> te kijken. Er zaten daar boscheenden, maar het struikgewas groeide zóo dicht, dat
-ik ze nooit verrassen kon. Ze hoorden me altijd komen en maakten zich uit de voeten,
-gaven me slechts verdwijnend een glimp tusschen de boomen, of wel ze verscholen zich
-kalmpjes, tot ik voorbij was. De eenige manier om ze te zien te krijgen&#x2014;het was een
-mooi gezicht&#x2014;was, stilletjes in een schuilplaats te zitten, uren lang als &#x2019;t moest,
-tot ze daar aan kwamen glijden vlakbij, geheel onbewust van den bespieder.
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure p039width"><img src="images/p039.png" alt="" width="483" height="720"></div><p>
-</p>
-<p>Terwijl ik zat te wachten, kwam er een groot dier snel tegen den stroom op, met niets
-dan zijn kop zichtbaar en een langen staart, die hem nasleepte. Hij zwom krachtig,
-gestadig, zoo recht als een boogpees; maar, zooals ik met verbazing opmerkte, hij
-maakte niet het minste rimpeltje, gleed door het water, alsof hij van &#x2019;t puntje van
-zijn neus tot dat van zijn staart was ingevet. Even stroomop van me dook hij en ik
-zag hem niet weer, ofschoon ik ademloos stroomop en stroomaf keek, of hij ook weer
-tevoorschijn kwam.
-</p>
-<p>Ik had nog nooit te voren zoo&#x2019;n dier gezien, maar ik wist op de een of andere manier
-dat het een otter was, en ik trok me nog beter verscholen terug, in de hoop het zeldzame
-beest weer te zien. Weldra verscheen er nog een otter, die stroomop kwam en op <span class="pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40">40</a>]</span>precies dezelfde wijze verdween als de eerste. Maar ofschoon ik den heelen middag
-bleef, ik zag niets meer. Na dien tijd was ik elk oogenblikje, dat &#x2019;k weg kon komen,
-op die plek, kroop beneden naar den rivieroever en lag uren lang aan éen stuk verscholen;
-want ik wist nu dat de otters daar woonden, en ze gaven me menigmaal vluchtig een
-blik in een leven, dat ik nooit eerder gezien had.
-</p>
-<p>Weldra ontdekte ik hun hol. Het was in den hoogen oever tegenover mijn schuilplaats,
-en de ingang lag tusschen de wortels van een dikken boom onder water, waar niemand
-hem met mogelijkheid zou hebben kunnen vinden, als de otters zelf den weg niet hadden
-gewezen. Bij hun nadering doken ze altijd, als ze nog een goed eind weg in den stroom
-waren, en kwamen dus ongemerkt hun hol binnen. Als ze er uit gingen, waren ze net
-zoo zorgvuldig, zwommen steeds een eind onder water, voordat ze aan de oppervlakte
-kwamen. Het duurde verscheiden dagen, eer mijn oog met zekerheid de flauwe golving
-van het water boven hen kon nagaan en hun tocht naar hun ingang op die wijze volgen.
-Als het water niet laag was geweest, zou ik het nooit gevonden hebben, want ze zijn
-de wonderbaarlijkste zwemmers, veroorzaken geen plooitje aan de oppervlakte, en niet
-half zooveel beroering daar beneden als een visch van &#x2019;t zelfde gewicht maakt.
-</p>
-<p>Dat waren mee van de gelukkigste uren, die ik ooit al spiedend in de bosschen heb
-doorgebracht. Het <span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41">41</a>]</span>wild was zoo groot, kwam zoo volkomen onverwacht; en ik had die prachtige ontdekking
-geheel voor mezelf. Niet éen van de vijf of zes jongens en mannen, die af en toe,
-als de koorts hen te pakken kreeg, muskusratten in de groote wei een mijl stroomaf
-met klemmen vingen, of den zeldzamen &#x201e;mink&#x201d;, die op kikkers jaagde in de beek, hadden
-er ook maar een vermoeden van, dat er zulk prachtig bont te krijgen zou zijn voor
-de moeite van &#x2019;t jagen alleen.
-</p>
-<p>Soms verstreek er traag een heele middag, gevuld met de geluiden en lieflijke geuren
-van de bosschen, en geen plooi verbrak de kabbelingen van den stroom vóor me. Maar
-toen op een laten middag, juist als de dennen aan den overkant van de rivier zwart
-begonnen te worden tegen het westelijke licht, een reeks van zilveren bellen over
-den stroom schoot en een groote otter naar de oppervlakte steeg met een fermen snoek
-in den bek, telde al het vruchtelooze wachten eensklaps niet meer mee. Hij kwam snel
-op me toe, zette zijn voorpooten tegen den oever, deed een kronkelenden sprong&#x2014;en
-daar was hij, op geen twintig voet afstands, en hield den snoek met zijn voorpooten
-neer, zijn rug gekromd als een verschrikte kat; er druppelde een straaltje water uit
-den tip van zijn zwaren, puntigen staart, terwijl hij echt met smaak zijn visch verorberde.
-</p>
-<p>Jaren later, honderden mijlen ver weg, kwam aan de Dungarvon, in het hartje van de
-wildernis, dat tooneel tot in de kleinste bijzonderheden me weer voor <span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42">42</a>]</span>oogen. Ik stond op sneeuwschoenen over de bevroren rivier uit te zien, toen Keeonekh
-in een open plek water verscheen met een forel in zijn bek. Hij baande zich, met een
-klaterend getinkel, als van klokjes in de winterlucht, een weg door den dunnen ijsrand,
-zette zijn pooten tegen het zware sneeuwijs, gooide er zich met denzelfden kronkelenden
-sprong uit en at met zijn rug gekromd&#x2014;net als &#x2019;k hem jaren geleden had zien doen.
-</p>
-<p>Deze eigenaardige manier van eten is, dunkt me, kenmerkend voor alle otters, stellig
-voor die ik zoo gelukkig ben geweest te zien. Waarom ze het doen gaat boven mijn verstand;
-maar het moet ongemakkelijk zijn elken hap&#x2014;ook nog vol graten&#x2014;heuvel-op naar de maag
-te laten glijden. Misschien is &#x2019;t slechts een gewoonte, in de gekromde ruggen van
-de heele wezelfamilie te zien. Misschien is het om iederen vijand te verschrikken,
-die ongemerkt mocht naderen, als Keeonekh zit te eten; evenals een uil, wanneer hij
-voedsel op den grond heeft, al zijn veeren overeind zet om er zoo groot mogelijk uit
-te zien.
-</p>
-<p>Maar mijn eerste otter was te scherp van reuk, om lang zoo dicht bij een verborgen
-vijand te blijven. Plotseling hield hij met eten op en keerde zijn kop mijn kant uit.
-Ik kon zijn neusvleugels zien trekken, als de wind hem zijn boodschap gaf. Toen liet
-hij zijn visch in den steek, glipte den stroom in, zoo geluidloos als de beek daar
-stroomaf van hem binnenkwam, en verdween zonder ook maar een golfje achter te <span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43">43</a>]</span>laten, om te verraden waar hij heen was gegaan. Bij het verschijnen van de jonge otters,
-was er een van de merkwaardigste lessen in de bosschen te zien. Ofschoon Keeonekh
-van water houdt en er meer dan de helft van den tijd in woont, zijn zijn jongen er
-zoo bang voor als poesjes. Wanneer ze aan zichzelf werden overgelaten, zouden ze ongetwijfeld
-weer een jagersbestaan gaan leiden volgens het oude familie-instinct; want visschen
-is een aangeleerde gewoonte van de otters en het visschersinstinct kan dus nog niet
-tot de jongen zijn doorgedrongen. Daartoe zullen verscheiden geslachten noodig zijn.
-Ondertusschen moeten de kleine Keeonekhs leeren zwemmen.
-</p>
-<p>Op een dag verscheen de ottermoeder op den oever tusschen de wortels van den grooten
-boom, waaronder hun geheime toegang zich bevond. Dat was een verrassing, want tot
-nog toe waren beide otters er altijd van de rivier uit naar toegegaan, en nooit op
-den oever bij hun hol gezien. Ze scheen te graven, maar deed het met de grootste omzichtigheid,
-keek, luisterde, snuffelde onophoudelijk. Ik was nooit in de buurt van die plek gekomen,
-uit angst ze te zullen verjagen; en pas maanden later, toen het hol verlaten was,
-onderzocht ik het, om er achter te komen wat ze eigenlijk precies uitvoerde. Toen
-ontdekte ik dat ze nog een uitgang van haar hol naar den oever gemaakt had. Ze had
-de plaats met wonderbaarlijke geslepenheid uitgezocht&#x2014;een hol onder een dikken wortel,
-dat nooit opgemerkt zou worden&#x2014;en ze had <span class="pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44">44</a>]</span>van binnen uit gegraven, de aarde weggedragen naar den bodem van de rivier, zoodat
-er bij dien boom niets zou zijn om te verraden dat er zich een dier ophield.
-</p>
-<p>Veel later, toen ik door heel wat spieden beter bekend was geraakt met Keeonekh&#x2019;s
-gewoonten, begreep ik wat dit alles beteekende. Ze maakte eenvoudig een veiligen in-
-en uitgang voor de jongen, die bang voor &#x2019;t water waren. Had zij ze meegenomen, uit
-haar eigen doorgang naar buiten gedreven, dan zouden ze licht verdronken zijn, eer
-ze de oppervlakte bereikt hadden.
-</p>
-<p>Toen de ingang heelemaal klaar was, verdween ze; maar ik twijfel er niet aan, of ze
-zat er vlak onder te loeren, om zeker te zijn dat de kust vrij was. Langzaam verschenen
-kop en hals, tot ze geheel tusschen de zwarte wortels zichtbaar waren. Ze keerde haar
-neus stroomop&#x2014;niets in den wind. Oogen en ooren zochten stroomaf&#x2014;niets kwaads daar.
-Toen kwam ze naar buiten en achter haar aan waggelden twee ottertjes, vol verbazing
-over de groote, vroolijke wereld, vol angst voor de rivier.
-</p>
-<p>Geen gespeel in &#x2019;t eerst, slechts verbazing en onderzoek. Behoedzaamheid was hun aangeboren;
-ze zetten hun pootjes neer, alsof ze op eieren liepen, en ze besnuffelden elken struik,
-eer ze er achter gingen. En de oude moeder nam hun listigheid met voldoening waar,
-terwijl haar eigen neus en ooren wacht hielden voor gevaar in de verte.
-</p>
-<p>Het uitgangetje was veel te kort; er scheen iets in de <span class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45">45</a>]</span>lucht stroomaf niet in orde te zijn. Plotseling rees ze uit haar liggende houding
-overeind, en de jongen, alsof &#x2019;t hun bevolen was, tuimelden in het hol terug. In een
-oogwenk was zij ze nageglipt en de oever lag verlaten. Het duurde een volle tien minuten,
-eer mijn ongeoefende ooren zwakke geluiden opvingen, die niet bij het bosch hoorden
-en stroomop kwamen; en nog langer, eer twee mannen met vischgarden verschenen, langzaam
-op weg naar het meer boven. Ze gingen bijna over het hol heen en verdwenen, geheel
-onbewust van dier of mensch, die hen ergens anders wenschten en wien hun luidruchtig
-gaan door de eenzaamheid hinderde. Maar de otters kwamen niet meer naar buiten, ofschoon
-ik tot &#x2019;t bijna donker was op de loer lag.
-</p>
-<p>Het duurde een week, eer ik ze terugzag en in dien tusschentijd was er klaarblijkelijk
-flink les gegeven, want alle vrees voor de rivier was verdwenen. Ze waggelden nog
-net als vroeger naar buiten, op &#x2019;t zelfde middaguur, en gingen regelrecht naar den
-oever. Daar ging de moeder liggen, en de jongen, alsof ze pret hadden in &#x2019;t spelletje,
-klommen haar op den rug. Daarop gleed ze den stroom in en zwom langzaam rond, terwijl
-de kleine Keeonekhs zich wanhopig aan haar vastklemden, alsof er al eerder hummeltje-tummeltje
-met ze gespeeld was en dit elk oogenblik herhaald kon worden.
-</p>
-<p>Ik begreep hun voorkomen van angstige verwachting een oogenblik later, toen moeder
-otter bliksemsnel <span class="pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46">46</a>]</span>onder hen uitdook en ze zelf den weg in het water liet zoeken. Ze begonnen wel heel
-natuurlijk te zwemmen, maar de angst voor het nieuwe element zat er bij hen nog in.
-Zoodra de oude ottermoeder verscheen, trokken ze jammerend op haar af; maar deze dook
-nog eens en nog eens, of week langzaam en hield ze zoo zwemmend. Na een poosje schenen
-ze moe te worden en den moed te verliezen. Haar oogen zagen het gauwer dan de mijne
-en ze gleed tusschen hen in. De beide jongen draaiden op hetzelfde oogenblik bij en
-vonden een rustplaatsje op haar rug. Zoo bracht zij ze weer zorgvuldig aan land en
-binnen een paar minuten rolden ze alle door de dorre bladen als jonge honden.
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure p046width"><img src="images/p046.png" alt="" width="515" height="677"></div><p>
-</p>
-<p>Ik moet hier opbiechten, dat behalve de bewonderende verbazing van een jongen bij
-&#x2019;t bespieden van het wilde goedje, nog een belang me naar den rivieroever bracht en
-me op den uitkijk hield voor Keeonekhs gewoonten. Vader otter was een groote baas&#x2014;reusachtig
-leek hij mij, als ik aan mijn minkhuiden dacht&#x2014;en soms, als zijn rijke vacht in den
-zonneschijn glansde, dacht ik er over wat een prachtige muts die zijn zou voor &#x2019;s
-winters in de bosschen, of om in maanlichte nachten mee sleetje te rijden. Vaker nog
-dacht ik aan al het heerlijks, dat een jongen voor de vijfendertig gulden zou kunnen
-koopen, die zijn vacht minstens in den vrijen handel zou opbrengen. Den eersten Zaterdag
-nadat ik hem gezien had maakte ik een plank klaar, tienmaal zoo groot als die, waar
-<span class="pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47">47</a>]</span>het vel van een mink op gespannen werd, en rondde één eind van boven af, en spleet
-haar, en sneed een wig, en maakte het geheel mooi glad en verstopte het&#x2014;om er de huid
-van den grooten otter op te spannen, als ik hem kreeg.
-</p>
-<p>Toen &#x2019;t November werd en het bont op z&#x2019;n mooist was, droeg ik een halve-schepels-mand
-vol koppen en afval van de vischmarkt naar de plaats en hoopte ze verleidelijk op
-den oever, boven een waterweggetje op een eenzame plek aan de rivier. Onder aan dat
-weggetje, waar het uit het water kwam, zette ik een klem, mijn grootste met ronde
-tanden, voor stinkdieren<a class="noteref" id="xd29e560src" href="#xd29e560">2</a> en marmotten<a class="noteref" id="xd29e563src" href="#xd29e563">3</a>. Maar de visch verrotte, evenals een tweede mandvol op een andere plaats. Wat er
-van werd gegeten was het deel van de kraaien en den mink. Keeonekh versmaadde het.
-</p>
-<p>Toen zette ik de klem in een plas, om er den geur aan te ontnemen, op een wildpad
-tusschen wat moeras-elzen, bij een bocht van de rivier, waar nooit iemand kwam en
-waar ik Keeonekh geprent had. Den volgenden avond liep hij er op. Maar de klem, die
-vast genoeg greep voor marmotten, was een peulschilletje voor Keeonekh&#x2019;s kracht. Hij
-wrong er zijn poot uit en liet niets dan een paar glimmende haren voor mij over&#x2014;dat
-was al wat ik ooit van hem ving.
-</p>
-<p>Jaren later, toen ik de val van den ouden Noel op Keeonekh&#x2019;s dwarspad vond, vroeg
-ik Simmo waarom er geen aas gebruikt was.
-<span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48">48</a>]</span></p>
-<p>&#x201e;Dat toch niks geven,&#x201d; zei hij, &#x201e;Keeonekh houden van versche visch, en vangen zelf
-al wat hij noodig.&#x201d; En dat is waar. Behalve in tijden van hongersnood, als zelfs het
-allerdiepste water bevroren is, of wanneer de visschen doodgaan aan een van hun geheimzinnige
-epidemieën, trekt Keeonekh zijn neus op voor elk soort van aas. Als ge wat bevergeil
-in een gespleten stok hebt gedaan, zal hij van zijn weg afwijken, evenals alle pelsdragers,
-om te onderzoeken wat dat voor vreemde geur is. Maar wanneer ge hem met aas wilt lokken,
-moet ge een visch zoo in &#x2019;t water vastmaken, dat hij levend lijkt als de stroom hem
-heen en weer beweegt; anders zal Keeonekh het nooit de moeite waard achten hem te
-vangen.
-</p>
-<p>Het hol in den rivieroever werd nooit verstoord en het volgende jaar werd er weer
-een nestvol grootgebracht. Met merkwaardige geslepenheid&#x2014;een geslepenheid, die hoe
-langer hoe scherper wordt in de buurt van de bewoonde wereld&#x2014;vulde de ottermoeder
-den ingang over land tusschen de wortels met aarde en driftgoed en ze gebruikte alleen
-den toegang onder water, tot het weer tijd voor de jongen was om de wereld in te gaan.
-</p>
-<p>Van alle dieren der wildernis is Keeonekh het rijkstbegaafd, en zijn gewoonten, als
-we ze maar konden leeren kennen, zouden een allermerkwaardigst hoofdstuk vormen. Elke
-tocht, dien hij maakt, te land zoowel als te water, is vol onbekende trekjes en eigenaardigheden;
-maar ongelukkigerwijze ziet niemand <span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49">49</a>]</span>ooit hoe hij te werk gaat en de meeste van zijn gewoonten moeten nog nagevorscht worden.
-Ge ziet een kop, die snel op den overkant van een meer in de wildernis aanhoudt, of
-die op de rivier een kano tegemoet komt; en dan, als ge gretig volgt, een wieling&#x2014;en
-verdwenen is hij. Wanneer hij weer bovenkomt, zal hij u zooveel scherper bespieden
-dan gij het hem met mogelijkheid kunt doen, dat ge weinig van hem gewaarwordt, tenzij
-hoe schuw hij is. Zelfs de &#x201e;trappers&#x201d;, die er hun bedrijf van maken hem te vangen
-en met wie ik dikwijls gepraat heb, weten zoo goed als niets van Keeonekh, behalve
-waar ze hun vallen voor hem moeten opstellen bij zijn leven, en hoe ze zijn huid moeten
-behandelen als hij dood is.
-</p>
-<p>Eens zag ik hem op een eigenaardige manier visschen. Het was winter, op een rivier
-in de wildernis, die in den Dungarvon uitloopt. Er was droge sneeuw gevallen (en alle
-bosschen lagen er nu nog diep en poeierig in), te licht om te plakken of te korsten.
-Bij elken stap moest ik een schepvol van dat goed op de punt van mijn sneeuwschoenen
-opbeuren en ik was uitgeput door &#x2019;t achtervolgen van wat rendieren, die rondzwierven
-als plevieren in den regen.
-</p>
-<p>Vlak onder me was een diep open water, door dubbele ijsboorden omgeven. In den vroegen
-winter, toen de rivier hooger was, had er zich dik wit ijs op het water gevormd, overal
-waar de stroom niet te snel ging om te bevriezen. Toen was &#x2019;t water gevallen en een
-boord van nieuw zwart ijs had zich aan de <span class="pagenum">[<a id="pb50" href="#pb50">50</a>]</span>oppervlakte gevormd, een centimeter of veertig, of meer onder het eerste ijs, waarvan
-nog wat aan de oevers hechtte, op een paar plaatsen een voet of twee, drie naar voren
-stak en met het laagste ijs donkere holen vormde. Beide lagen helden naar het water,
-zoodat ze een rechte glooiing vormden rondom de randen van de open plekken.
-</p>
-<div class="figure p050width"><img src="images/p050.jpg" alt="... met zijn rug tegen het ijs boven zich gekromd, zijn vangst oppeuzelen...." width="499" height="720"><p class="figureHead">&#x2026; met zijn rug tegen het ijs boven zich gekromd, zijn vangst oppeuzelen.&#x2026;</p>
-<p class="first">bl. 50 V.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Een zilveren bellenbaan, die over het zwarte water aan mijn voeten schoot, wekte me
-uit een dommelige moeheid. Daar was ze weer, een rimpelgolf over het water, die een
-oogenblik later in wel honderd blazen naar de oppervlakte steeg, als klokjes tinkelend
-wanneer ze in de ijle lucht braken. Twee of drie keer zag ik dat met groeiende verbazing.
-Toen bewoog er zich iets onder de ijslaag aan den overkant van de kolk. Een otter
-glipte &#x2019;t water in. Weer schoot de rimpelgolf er over; de bellen braken aan de oppervlakte,
-en ik wist dat hij beneden me onder het witte ijs zat, op geen twintig voet afstands.
-</p>
-<p>Een heele otterfamilie, een stuk of drie, vier, waren daar aan mijn voeten in de grootste
-argeloosheid aan &#x2019;t visschen. Die ontdekking deed mijn adem stokken. Elk oogenblik
-schoten de bellen naar de overzijde, van mijn kant uit, en als &#x2019;k scherp toekeek,
-zag ik Keeonekh op de onderste laag aan den overkant uit &#x2019;t water glippen en daar
-in de duisternis neergehurkt, met zijn rug tegen het ijs boven zich gekromd, zijn
-vangst oppeuzelen. De visschen die ze vingen, waren alle klein klaarblijkelijk, want
-na een paar minuten <span class="pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51">51</a>]</span>liet hij zich plat op &#x2019;t ijs vallen, gleed de helling af het water in, zonder geplas
-of beroering teweeg te brengen, wanneer hij er inviel, en de bellenbaan schoot weer
-naar mijn kant over &#x2019;t water.
-</p>
-<p>Meer dan een uur sloeg ik ze ademloos gade en verbaasde me over hun handigheid. Een
-vischje is een rappe prooi om te achtervolgen en in zijn eigen element te vangen.
-Maar telkens als Keeonekh gleed, lukte het hem. Soms schoot de waterrimpel het heele
-vlak over, en braken de bellen in een wilde warreling, als de visch sprong en kriskras
-keerde en wendde daar beneden, met den otter achter zich aan. Maar het eindigde altijd
-op dezelfde manier. Keeonekh gleed voor den dag op de ijslaag, kromde zijn rug en
-begon te eten, nog bijna eer de laatste waterbel achter hem had getinkeld.
-</p>
-<p>Eigenaardig genoeg, de wet van de zalmvisschers gold hier in de wildernis: nooit twee
-tegelijk in &#x2019;t zelfde water. Ik zag een otter klaar liggen op &#x2019;t ijs, die klaarblijkelijk
-wachtte tot de jacht afgeloopen was. Dan, als er een andere otter naast hem met zijn
-visch te voorschijn gleed, glipte hij er op zijn beurt bliksemsnel in. Een poos lang
-was het levendig in de kolk, hadden de bellen geen rust. Toen werden de duikpartijen
-hoe langer hoe zeldzamer en verdwenen de otters alle in de ijsholen.
-</p>
-<p>Wat er van hen werd kon ik niet uitmaken en ik was te verkleumd om langer toe te kijken.
-Stroomop en stroomaf was de rivier over een afstand bevroren; <span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52">52</a>]</span>dan was er nog meer open water en meer vischgelegenheid.
-</p>
-<p>Of ze langs den oever gingen onder dekking van het ijs naar andere open plaatsen,
-of gewoon sliepen waar ze waren tot ze weer honger hadden, ben ik nooit te weten gekomen.
-Dat is zeker, ze hadden hun verblijf gekozen op een ideaal plekje en zouden er niet
-vrijwillig vandaan gaan. De open plaatsen leverden prachtig vischwater op en de bovenste
-ijslaag beschermde ze volmaakt tegen alle vijanden.
-</p>
-<p>Eens, een week later, liet ik de rendieren wat ze waren en kwam naar de plek terug
-om een poosje toe te kijken; maar de plaats was verlaten. Het zwarte water gorgelde
-en fronselde over het diep en glipte geluidloos onder de onderste ijslaag, niet gebroken
-door zilveren bellenbanen. De ijsholen waren volkomen donker en stil. De mink had
-de vischkoppen gestolen en er vertoonde zich nergens een spoor in de sneeuw om te
-verraden dat het Keeonekhs eetzaal was.
-</p>
-<p>De zwemkunst van een otter, die daar zoo duidelijk bleek in &#x2019;t open winterwater, is
-een van de merkwaardigste dingen in de natuur. Alle andere dieren, vogels ook, en
-zelfs de best gevormde moderne booten, laten min of meer zog na, als ze zich door
-&#x2019;t water bewegen. Maar Keeonekh laat net zoo min een spoor na als een visch. Dit komt
-gedeeltelijk, doordat hij zijn lichaam goed onderhoudt met zwemmen, gedeeltelijk door
-den sterken, diepen, gelijkmatigen slag, die hem voortstuwt. Soms heb ik me afgevraagd,
-of <span class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53">53</a>]</span>de buitenste haren van zijn vacht&#x2014;de waterdichte bedekking, die zijn bont droog houdt,
-het doet er niet toe hoe lang hij zwemt&#x2014;niet beter ingevet zijn dan bij andere dieren,
-wat het ontbreken van een waterrimpel zou kunnen verklaren. Ik heb hem plotseling
-onder zien duiken, zonder eenige breuk in de watervlakte om te verraden waar hij was.
-Ook als hij glijdt, neerschiet van een twintig voet hoogen kleioever, komt hij &#x2019;t
-water in met zoo heelemaal geen leven of stoornis, dat het verwonderlijk is.
-</p>
-<p>Bij &#x2019;t zwemmen aan de oppervlakte schijnt hij alle vier pooten te gebruiken, zooals
-andere dieren. Maar onder water, als hij op visch jaagt, gebruikt hij alleen de voorpooten.
-De achterpooten steken dan recht naar achteren en worden mèt den zwaren staart als
-een groot roer gebruikt. Door middel hiervan zwenkt en wendt hij zich bliksemsnel,
-volgt hij met zekerheid het vlugge wegschieten van verschrikte forellen en wint hij
-&#x2019;t van haar, louter door spoed en rapheid.
-</p>
-<p>Wanneer hij in diep water vischt, jaagt hij altijd van het middelpunt uit naar buiten,
-zoodat hij de visch naar den oever drijft, zelf binnen in hun kringen blijft en dientengevolge
-&#x2019;t heel groote voordeel heeft van het kortste eind, wanneer hij zijn prooi den pas
-afsnijdt. De visschen worden gegrepen, als ze tegen den oever wegkruipen om bescherming,
-of langs hem heen trachten te ontkomen. Groote visschen grijpt hij herhaaldelijk van
-achteren, als ze in hun loerholen liggen te rusten. Zoo snel en geruischloos is zijn
-nadering, <span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54">54</a>]</span>dat ze gepakt worden eer ze zich van gevaar bewust zijn.
-</p>
-<p>Deze zwemkunst van <span class="corr" id="xd29e610" title="Bron: Keeonehk">Keeonekh</span> is des te verbazingwekkender, wanneer men bedenkt, dat hij duidelijk als landdier
-te onderscheiden is, met niets van de bijzondere gaven van den zeehond, zijn eenigen
-mededinger als visscher. De natuur bedoelde stellig, dat hij aan den kost zou komen,
-zooals de andere leden van zijn groote familie dat doen, door te jagen in de bosschen,
-en schonk hem daarnaar zijn gaven. Hij is een kranig hardlooper, een goed klimmer,
-een geduldig, onvermoeid jager en zijn reuk is uiterst scherp. Met een beetje oefening
-zou hij weer door jagen in zijn onderhoud kunnen voorzien, zooals zijn voorouders
-deden. Als eekhoorns en ratten en konijnen in &#x2019;t eerst te vlug mochten wezen, zijn
-er muskusratten in overvloed om te vangen, en hij hoeft niet voor een hertje of een
-lam te staan, want hij is geweldig sterk en wat zijn kaken eenmaal vasthebben laten
-ze niet los.
-</p>
-<p>In strenge winters, als de visch schaarsch is, of zijn diepe water bevroren, trekt
-hij brutaal naar de bosschen en toont zich een meester in &#x2019;t jagersbedrijf. Maar hij
-houdt van visch en hij houdt van water en hij is nu al vele geslachten door visscher
-geweest, met veel van de rustige, aantrekkelijke eigenaardigheden, die den visschers
-in &#x2019;t algemeen eigen zijn.
-</p>
-<p>Er is éen ding dat ons dadelijk voor Keeonekh doet voelen&#x2014;hij is zoo geheel verschillend
-van, zoo ver verheven boven alle andere leden van zijn stam. Hij <span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55">55</a>]</span>is heel zachtzinnig van nature, zonder een spoor van de wreedheid die de zwarte kat,
-of van de bloeddorstigheid die de wezel kenmerkt. Hij is makkelijk te temmen, en er
-is het handelbaarste en aanhankelijkste huisdier van hem te maken van &#x2019;t heele boschvolkje.
-Hij doodt nooit om te dooden alleen, maar leeft in vrede, voor zoover dat kan, met
-alle schepselen. En hij laat het visschen, als hij zijn middagmaal gevangen heeft.
-Hij is ook heel netjes in zijn gewoonten, heeft niets wat denken doet aan de leelijke
-luchtjes die den mink aankleven en de heele omgeving van een stinkdier verpesten.
-We moeten ons wel afvragen of dat uit-visschen-gaan alleen dit wonder in Keeonekh&#x2019;s
-geaardheid misschien niet gewrocht heeft. Als dit zoo is, dan is &#x2019;t jammer dat zijn
-heele stam niet visscher wordt.
-</p>
-<p>Zijn eenige vijand onder het boschvolkje, voor zoover ik heb nagegaan, is de bever.
-Daar de laatste ook een vreedzaam dier is, valt het moeilijk een oorzaak voor die
-vijandschap op te geven. Ik heb hooren zeggen, of ergens gelezen, dat Keeonekh veel
-van jonge bevers houdt en er af en toe jacht op maakt om een afwisseling in zijn vischdiëet
-te brengen; maar ik heb in de wildernis nooit eenig feit gevonden om dit te bewijzen.
-Ik geloof in plaats daarvan, dat het eenvoudig de dam en het meer van den bever zijn,
-die de moeilijkheid veroorzaken.
-</p>
-<p>Als de dam gebouwd is, graven de bevers dikwijls een gracht om de uiteinden, ten einde
-het overtollige <span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56">56</a>]</span>water af te voeren en het werk hunner handen op die wijze er tegen te beveiligen,
-dat het bij hoog water weggespoeld wordt. En dan, de bevers bewaken hun beschutting
-naijverig, jagen elken boschbewoner, die hun dam over durft steken of hun meren binnen
-dringen, weg, vooral de muskusrat, die graag holen graaft en ze eindeloos veel last
-geeft. Maar Keeonekh, vertrouwend op zijn kracht, gaat rechtaan-rechtuit door het
-meer, bemoeit zich slechts met zijn eigen zaken en snapt zelfs een paar visschen in
-de diepe plaatsen bij den dam. Hij vindt stroomend water ook heerlijk, vooral &#x2019;s winters
-als meren en rivieren meerendeels bevroren zijn, en op zijn tochten maakt hij gebruik
-van de open grachten, die het werk van den bever beschermen. Maar zoodra de bevers
-daar geplas hooren of beroering in het diepe merken, waar Keeonekh op visch jaagt,
-komen ze woedend beneden. En er is gewoonlijk een wanhopig gevecht, eer het zaakje
-in orde is.
-</p>
-<p>Eens zag ik aan een meertje een hevig gevecht gaande, middenin, en ik pagaaide haastig
-om eens te zien wat er was. Twee bevers en een groote otter hielden elkaar in een
-doodelijke worsteling omklemd, doken, plonsden, gooiden zich op uit het water en hapten
-naar elkaars keel.
-</p>
-<p>Toen mijn kano stil lag, greep de otter een van zijn tegenstanders en dook met hem
-onder. Er was een poosje een vreeselijke opstand onder den waterspiegel. Toen &#x2019;t uit
-was, duikelde de bever dood voor den <span class="pagenum">[<a id="pb57" href="#pb57">57</a>]</span>dag en schoot Keeonekh onder den tweeden bever op om zijn aanval te herhalen. Onmiddellijk
-grepen ze elkander beet, maar de tweede bever, een reusachtige baas, weigerde onder
-te duiken, waar hij in zijn nadeel zou zijn geweest. In mijn ijver liet ik de kano
-bijna boven op ze drijven en deed ze wild uit elkaar stuiven voor het gemeenschappelijke
-gevaar. De otter vervolgde zijn weg het meer op; de bever wendde zich naar den oever,
-waar ik voor het eerst een paar beverhutten opmerkte.
-</p>
-<p>In dit geval was er geen sprake van indringerigheid, wat Keeonekh betreft. Hij was
-waarschijnlijk aangevallen, toen hij vreedzaam zijns weegs ging door het meer. Het
-is echter heel goed mogelijk, dat er een oude grief bestond van den kant van de bevers,
-die ze zochten te vereffenen toen ze Keeonekh in het meer snapten. Als bevers hun
-hutten aan den oever van een meer bouwen, zonder dat &#x2019;t noodig is om een dam te maken,
-graven ze gewoonlijk een tunnel schuin van den bodem van het meer naar hun hol of
-hut op den oever. Nu vischt Keeonekh &#x2019;s winters vaker onder het ijs, dan gewoonlijk
-aangenomen wordt. Daar hij na elke jacht moet ademhalen, is het noodig dat hij alle
-luchtgaten en holen op &#x2019;t heele meer kent. Het doet er niet toe, hoe hij ook keert
-en wendt op jacht achter een forel, hij verliest nooit zijn oriënteeringsvermogen,
-vergeet nooit waar de plaatsen om uit te blazen zijn. Wanneer hij zijn visch gepakt
-heeft, neemt hij den kortsten weg onder het ijs naar de naaste plek waar <span class="pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58">58</a>]</span>hij adem kan scheppen en eten. Soms brengt hem dit buiten adem in den tunnel van den
-bever te land; en de bever moet zich boven in zijn eigen huis van woede zitten verknijpen,
-terwijl Keeonekh visch eet in zijn gang, want voor beiden tegelijk is er geen plaats
-in den tunnel en een gevecht daar of onder het ijs is buitengesloten. Daar de bever
-slechts bast eet&#x2014;de witte binnenste laag van peppelbast is zijn voornaamste lekkernij&#x2014;kan
-hij dezen barbaar, die rauwe visch eet en graten en vinnen, en den geur van slijm
-in zijn gang achterlaat, niet begrijpen en niet uitstaan. De bever is voorbeeldig
-in zijn netheid, heeft een afkeer van al wat stinkt en vuil is; en dit geeft misschien
-gedeeltelijk een verklaring voor zijn vijandigheid en zijn kwaadaardige aanvallen
-op Keeonekh, als hij hem op een geschikte plaats te pakken krijgt.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<div class="figure p058width"><img src="images/p058.png" alt="" width="522" height="720"></div><p>
-</p>
-<p>Niet de minst merkwaardige van Keeonekhs eigenaardigheden is zijn gewoonte om van
-een heuvel af te glijden; dat legt een band van sympathie tusschen hem en wie hem
-kennen, en brengt hem dicht bij de herinneringen uit hun jongenstijd.
-</p>
-<p>Ik herinner me hoe een paar otters, die ik het grootste deel van een zonnigen middag
-bespiedde, met een pret zonder einde een kleiigen oever afgleden. De baan was klaarblijkelijk
-met veel zorg aangelegd aan den steilen kant van een kleine kaap, die in de rivier
-vooruitsprong. Ze was heel steil, ongeveer twintig voet hoog en was prachtig glad
-geworden door veel <span class="pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59">59</a>]</span>naar beneden glijden en glibberen. Een otter verscheen boven op den oever, gooide
-zich op zijn buik vooruit, schoot bliksemsnel naar beneden, dook diep onder water
-en kwam dan weer op eenigen afstand van den voet der baan te voorschijn. En dat alles
-onder een merkwaardige stilte, alsof de bosschen zelf ooren hadden en luisterden om
-de schuwe dieren bij hun pret te betrappen. Want het was een echte, onschuldige pret,
-een pret waar fut in zat, en van een opwinding waar geen eind aankwam, vooral wanneer
-de een den ander trachtte te krijgen en &#x2019;t water inschoot hem vlak op de hielen.
-</p>
-<p>Deze glijbaan was in uitstekenden staat en de otters waakten er voor haar niet ruw
-te maken. Ze krabbelden er nooit over naar boven, maar gingen den hoek om en klommen
-tegen den anderen kant op; of anders klauterden ze evenwijdig met de baan omhoog,
-een eindje verder, waar de bestijging makkelijker was en geen gevaar bestond van steenen
-of takken op het glijvlak te storten, die de gladheid zouden bederven.
-</p>
-<p>&#x2019;s Winters op sneeuw gaat &#x2019;t glijden nog beter dan op klei. Daarenboven wordt die
-gauw hard en glazig, doordat het water bevriest, dat &#x2019;t lichaam van den otter achterlaat,
-en na een paar dagen is de baan spiegelglad. Dan gaat het glijden volmaakt en iedere
-otter, oud of jong, heeft zijn geliefkoosde glijbaan en brengt een deel van elken
-heerlijken dag door met van die pret te genieten.
-</p>
-<p>Als Keeonekh door de bosschen trekt in de dikke <span class="pagenum">[<a id="pb60" href="#pb60">60</a>]</span>sneeuw, maakt hij gebruik van zijn glijkunst om hem voort te helpen, vooral wanneer
-&#x2019;t de helling afgaat. Hij loopt een eindje hard en gooit zich vooruit op zijn buik,
-terwijl hij verscheiden voet door de sneeuw glijdt, eer hij weer hard loopt. Deze
-manier van zich voort te bewegen is een onophoudelijk baantje-glijden, dat veel heeft
-van de manier, waarop een mensch zich voorthaast met gladdigheid.
-</p>
-<p>Ik heb over de zilveren bellen gesproken, die het eerst mijn aandacht vestigden op
-de visschende otters, op zekeren dag in de wildernis. Van de enkele zeldzame gelegenheden,
-die ik gehad heb, om ze te bespieden, komt het mij voor, dat die bellen alleen te
-zien zijn, nadat Keeonekh snel den stroom is ingeschoten. De lucht hecht zich aan
-de buitenste ruige haren van zijn vacht en wordt er afgeveegd, als hij door het water
-schiet. Wie hem zoo gadeslaat, als hij de lange glijbaan afsuist halsoverkop het zwarte
-winterwater in, met een keten van zilveren bellen, die boven hem breken en tinkelen,
-beseft allicht iets van de verandering in het hart van den jager door de aanraking
-met de natuur, die ons allen tot verwanten maakt. Na zooiets vermijdt hij &#x2019;t vallen
-zetten&#x2014;tenminste ge zult zijn stalen klem niet meer onder aan Keeonekhs glijbaan aantreffen,
-om de vreugde van het schuwe dier in een treurspel te veranderen&#x2014;en hij wenscht zijn
-medevisscher hartelijk een goede vangst toe, hetzij hij hem ontmoet op de meren in
-de wildernis of in de rustige plaatsen aan de rivieren thuis, waar nooit iemand komt.
-<span class="pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61">61</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e507" href="#xd29e507src">1</a></span> Aix Sponsa.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd29e507src">&#x2191;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e560" href="#xd29e560src">2</a></span> Mephitis Mephitis.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd29e560src">&#x2191;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e563" href="#xd29e563src">3</a></span> Marmota Monax.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd29e563src">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#xd29e243">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">KOSKOMENOS, DE VERSTOOTELING.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Koskomenos, de ijsvogel<a class="noteref" id="xd29e656src" href="#xd29e656">1</a>, is eenigszins een verstooteling onder de vogels. Ik denk dat ze hem half en half
-als een kruipend dier beschouwen, dat nog niet hoog genoeg voor een vogel gestegen
-is om erkenning te verdienen. Ze laten hem dus met opzet aan zijn lot over. Zelfs
-de zwartkophavik<a class="noteref" id="xd29e659src" href="#xd29e659">2</a> aarzelt eer hij op hem stoot, omdat hij niet recht weet of dat opzichtige beest ook
-gevaarlijk is, of alleen maar geheimzinnig. Ik zag eens een grooten havik als een
-bliksemflits neerstorten op een ijsvogel, die op trillende wieken zachtjes ratelend
-voor zijn hol in den oever hing. Maar de roover raakte van de wijs, op &#x2019;t oogenblik
-dat hij zijn klauwen had moeten uitslaan om toe te grijpen. Hij zwenkte op zij en
-schoot in een lange, schuine lijn naar een dooden spar, waar hij aandachtig zat te
-kijken, tot de donkere bek van een broedenden ijsvogel uit het gat reikte om den visch
-in ontvangst te nemen, dien het mannetje gebracht had. Daarop zwierde Koskomenos naar
-zijn uitkijktoren boven &#x2019;t water, waar de voorntjes huisden en nam de havik zijn vlucht
-naar de plaats, waar het water uit het meer stroomde en een broedsel jonge zaagbekken
-hun eerste onderricht in &#x2019;t open water kregen.
-</p>
-<p>Geen wonder dat de vogels Koskomenos met een schuin oogje aankijken. Zijn kop is belachelijk
-groot, <span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62">62</a>]</span>zijn pooten zijn belachelijk klein. In de lucht is hij een gedicht van sierlijkheid;
-maar hij kruipt als een hagedis, of waggelt zóo, dat een eend zich over hem zou schamen,
-bij de zeldzame gelegenheden, dat hij zijn pooten gebruikt. Zijn bek is zoo groot
-dat er een heele voorn in gaat; zijn tong zoo klein dat hij geen stem heeft, maar
-niets dan een heesch <i>klr-r-r-r-ik-ik-ik</i>, als de ratel van den nachtwacht. Hij bouwt geen nest, maar maakt een soort van hol
-in den oever, waar hij den halven dag allervuilst huishoudt; toch is hij het verdere
-gedeelte een helder, mooi beestje, dat ook geen oogenblik aan de aarde doet denken,
-maar in zijn feestelijken tooi slechts aan den blauwen hemel omhoog en het van kleuren
-verzadigde water beneden. Water zal hem niet nat maken, al duikt hij ook twintig keer
-onder de oppervlakte. Zijn geratel is schor, lawaaierig, duivelachtig; maar zijn neerschieten
-in den stroom, met zijn kleurschicht, zijn zilveren schuim en zijn getinkel van &#x2019;t
-opgezweepte water, is het welluidendste dat er in de wildernis bestaat.
-</p>
-<p>Als visscher heeft hij zijnsgelijke niet. Zijn visschig oog zonder uitdrukking is
-toch het scherpste dat spiedend over het water gaat, en zijn stooten maakt zelfs den
-vischarend te schande, zóo zeker en bliksemsnel gebeurt het.
-</p>
-<p>Behalve al deze tegenstrijdigheden is hij eenzelvig, onbekend, ongenaakbaar. Hij heeft
-geen jeugd, geen spel, geen vreugde dan eten; hij sluit zich bij niemand aan, zelfs
-niet bij zijn eigen verwanten; en als hij een <span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63">63</a>]</span>visch vangt en diens kop tegen een tak slaat tot hij dood is en met zijn eigen kop
-achterover zijn prooi zit door te slikken, met een ratelend geklok diep onder in zijn
-keel, maakt hij denzelfden indruk als een papegaai, die fluisterend allergemeenst
-zit te vloeken, terwijl hij zijn kop krabt, en op wien ge graag met een steen zoudt
-mikken, als de eigenaar maar eens eventjes zijn hielen gelicht had.
-</p>
-<p>Het is het onbekende, deze geheimzinnige mengeling van vogel en kruipend dier, die
-den ijsvogel tot een voorwerp van bijgeloof bij alle wilde volken heeft gemaakt. De
-legenden omtrent hem zijn legio; zijn gekuifde kop wordt door de wilden boven alle
-andere als toovermiddel of fetisj op prijs gesteld, en zelfs bij beschaafde volken
-kan men zijn gedroogde lichaam nog soms aan een stok zien hangen, in de hoop dat zijn
-snavel de richting uitwijst, waar de wind vandaan zal komen.
-</p>
-<p>Maar Koskomenos heeft nog een anderen kant, ofschoon de wereld er tot nog toe maar
-weinig van bespeurd heeft. Eens in de wildernis heb ik hem, geheel zonder dat ik het
-wilde, toegejuicht. Het was laat op den middag; het visschen was gedaan en ik zat
-bij een grazige landtong in mijn kano te kijken wat er vervolgens zou gebeuren. Aan
-den overkant van de rivier was een kleioever, waar een paar ijsvogels heel bovenaan
-hun lange gang gegraven hadden. &#x201e;Er is daar niets voor hen om op te staan; hoe zijn
-ze dat hol begonnen,&#x201d; soesde ik, &#x201e;en hoe kunnen ze ooit <span class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64">64</a>]</span>jongen grootbrengen met de deur zoo maar open, dat mink en wezel binnen kunnen komen?&#x201d;
-Dat waren weer twee nieuwe vraagstukken om bij de vele onopgeloste te voegen, die
-zich bij elke wending van de boschpaadjes voor ons opdoen.
-</p>
-<p>Een beweging onder den oever maakte een eind aan mijn vragen, en de lange, lenige
-gedaante van een jagenden mink schoot snel tegen den stroom in. Onder het hol hield
-hij op, richtte zich met zijn voorpooten tegen den oever op, terwijl hij zijn kop
-links en rechts keerde en zenuwachtig snuffelde. &#x201e;Wat lekkers daarboven,&#x201d; dacht hij
-en begon te klimmen. Maar de oever was steil en week; hij slipte herhaaldelijk terug
-zonder een paar voet hooger te komen. Toen ging hij stroomaf, naar een punt waar wat
-wortels hem een houvast gaven, en snelde luchtig naar boven, tot onder den donkeren,
-overhangenden rand, waarvan de wortels in de schaduw over den kleiigen oever staken.
-Daar sloop hij behoedzaam voort, tot zijn neus het nest ontdekte, en toen gleed hij
-naar beneden, tot zijn voorpooten op den drempel rustten. Een lang, hongerig opsnuiven
-van de ranzige, visschige lucht, die uit het hol van een ijsvogel stroomt, een scherpen
-blik om zich heen om zeker te zijn dat de oude vogels niet terugkwamen, en hij verdween
-als een schim.
-</p>
-<p>&#x201e;Dat is een broedsel ijsvogels minder,&#x201d; dacht ik, met mijn kijker op het gat gericht.
-Maar nauwelijks was die gedachte ontstaan, of een hevig rommelend geratel <span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65">65</a>]</span>klonk in den oever. De mink schoot er uit met een rooden streep duidelijk over zijn
-bruine snuit zichtbaar. Achter hem aan kwam een ijsvogel, die een stroom van scheldwoorden
-uitratelde en hem voorthielp door kwaadaardige steken naar zijn achterlijf. Dien keer
-had hij zich misrekend; de oude vogelmoeder had hem thuis zitten afwachten en met
-haar krachtigen snavel naar zijn booze oog gehakt, zoodra het van binnen uit den tunnel
-verscheen. Dat ontnam Cheokhes den lust naar jonge ijsvogels heelendal. Hij stortte
-zich halsoverkop den oever af, terwijl de vogel achter hem aanschoot, telkens stootend
-en met een ratelend noodsignaal, dat onmiddellijk nog een ijsvogel voor den dag riep.
-De mink dook, maar het was nutteloos om op die manier een poging tot ontvluchting
-te wagen; de scherpe oogen omhoog volgden zijn vlucht geheel. Toen hij twintig voet
-verder aan de oppervlakte verscheen, waren beide vogels boven hem en vielen hem als
-lood op den kop. Zoo dreven ze hem stroomaf uit het gezicht.
-</p>
-<div class="figure p065width"><img src="images/p065.jpg" alt="... zoo dreven ze hem stroomaf uit het gezicht...." width="502" height="720"><p class="figureHead">&#x2026; zoo dreven ze hem stroomaf uit het gezicht.&#x2026;</p>
-<p class="first">bl. 65 V.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Jaren later loste ik het tweede vraagstuk, dat het hol van den ijsvogel had doen ontstaan,
-op, toen ik het geluk had eens te zien hoe een paar hun tunnel begon. Ieder, die ooit
-de vogels heeft gadegeslagen, heeft ongetwijfeld hun merkwaardige bedrevenheid opgemerkt,
-om in volle vaart plotseling op te houden en midden in de lucht te blijven hangen
-voor een onbepaalden tijd, terwijl zij de bewegingen bespieden van een voorn onder
-zich. Ze maken van deze bedrevenheid <span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66">66</a>]</span>gebruik, als ze met hun nest beginnen in een oever, zoo steil dat hij geen steunpunt
-biedt.
-</p>
-<p>Toen ik het bewuste paar gadesloeg, zweefde eerst de eene, dan de andere vogel voor
-het gekozen punt, zooals een kolibri zich een oogenblik voor den ingang van een trompetbloem<a class="noteref" id="xd29e693src" href="#xd29e693">3</a> in evenwicht houdt, om er zeker van te zijn, dat niemand op hem let, eer hij binnengaat,
-boorde daarna zijn snavel met snelle slagen in den oever, waardoor er een voortdurende
-kleiregen in de rivier daalde. Als hij moe was, ging hij op een uitkijktak zitten
-rusten, terwijl zijn wijfje als stormram optrad en &#x2019;t werk gaande hield. In een merkwaardig
-korten tijd hadden ze een steunpunt voor hun pootjes en gingen zich toen verder ingraven,
-tot ze aan &#x2019;t oog waren onttrokken.
-</p>
-<p>De gang van den ijsvogel is zoo nauw, dat hij er zich niet in kan omkeeren. Zijn rechte,
-sterke snavel werkt de aarde los; zijn kleine pootjes gooien die achter zich naar
-buiten. Ik zag dan een stortregen van modder en mogelijk heel even Koskomenos&#x2019; staart;
-daarna een poosje wachten&#x2014;en weer een stortregen. Dat duurde zoo, tot de tunnel misschien
-twee voet diep geboord was; toen maakten ze stellig een scherpe bocht, zooals hun
-gewoonte is. Daarna brachten ze de meeste aarde er in den bek uit. Als de eene werkte,
-was de ander aan &#x2019;t rondspieden en visschen op de diepe plek waar de voorn zat, zoodat
-het voortdurend vorderde, zoolang ik ze waarnam.
-<span class="pagenum">[<a id="pb67" href="#pb67">67</a>]</span></p>
-<p>Jaren lang had ik Koskomenos beschouwd, zooals de vogels en de rest van de wereld
-hem beschouwen: als een luidruchtig, half-duivelsch wezen, tusschen vogel en hagedis
-in, waar men met achterdocht aan voorbij moet gaan. Maar dat geval met den mink wijzigde
-mijn opvatting eenigszins. Het mocht dan zijn, dat Koskomenos&#x2019; wijfje haar eieren
-legde als een kruipend dier, maar ze kon ze verdedigen als elke heldhaftige vogel.
-Ik ging dus nauwkeuriger opletten, wat de eenige manier is om iets te leeren kennen.
-</p>
-<p>Het eerste wat me van de vogels trof&#x2014;een waarneming, die later aan heel wat wateren
-bevestigd werd&#x2014;was, dat elk paar ijsvogels zijn eigen watergebied heeft, waar het
-een onbetwiste heerschappij over voert. Er kunnen wel twaalf paar vogels op een enkele
-rivier zijn, maar, voor zoover ik in staat ben geweest waar te nemen, elk gezin heeft
-een bepaald watervak, waar &#x2019;t geen andere ijsvogels geoorloofd is te visschen. Ze
-mogen vrij er over vliegen, stroomop en stroomaf, maar ze houden nooit stil bij de
-plaatsen waar voorn zit; of, als ze betrapt worden dat ze er in de buurt loeren, dan
-worden ze netjes door de rechtmatige eigenaars verdreven.
-</p>
-<p>Hetzelfde geldt ook aan de meeroevers. Of er een geheime overeenkomst en verdeeling
-onder hen bestaat, of dat (wat waarschijnlijker is) hun recht geldt krachtens ontdekking
-of eerste aankomst, daar is onmogelijk achter te komen.
-</p>
-<p>Daarom is het iets eigenaardigs, dat, terwijl een ijsvogel <span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68">68</a>]</span>niemand van zijn soort toe zal staan op zijn gebied te stroopen, hij in vrede leeft
-met het zaagbekkengezin, dat hetzelfde riviervak bewoont. En de zaagbek eet een dozijn
-visschen tegen hij éen. Hetzelfde valt ook bij de zaagbekken op te merken, en wel,
-dat elk paar, of liever elke moeder met haar broedsel, hun eigen stuk van meer of
-rivier hebben, waar geen andere mogen visschen. Ondertusschen zijn de mannetjes-zaagbekken
-ver weg aan &#x2019;t visschen in hun eigen vischwater.
-</p>
-<p>Ik had deze quaestie van &#x2019;t verdeelen der forellenwateren nog niet half opgelost,
-toen &#x2019;k alweer een waarneming deed, volkomen onverwacht. Koskomenos, al schijnt hij
-dan half en half een kruipend dier, erkent niet alleen oeverrechten, maar is ook tot
-vriendschap in staat&#x2014;en dat nog wel voor een brompot, die in de wildernis rondzwerft
-en om wien niemand anders zich iets bekommert. Hier is &#x2019;t bewijs. Ik was er alleen
-in mijn kano op uit om het nest van een duiker te vinden, op een dag midden in den
-zomer, toen de versche prent van een mannetjes-rendier me naar den oever lokte. Het
-spoor leidde recht van het water uit naar een breeden rand van elzen, waarachter ik
-op de heuvelhelling misschien het groote monster kon vinden, bezig zijn tijd te verbeuzelen
-tot het avond zou worden, en hem bespieden om te zien wat hij met zichzelf zou uitvoeren.
-</p>
-<p>Toen ik naar den oever wendde, liet een ijsvogel zijn ratel hooren en kwam over de
-monding van de <span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69">69</a>]</span>baai schieten, waar Hukweem de duiker haar twee eieren verstopt had. Ik keek naar
-hem, bewonderde het deinend zwieren van zijn vlucht, alsof een briesje even over een
-slapend meer schoot, en naar het helder blauw van zijn kuif tegen het diepere blauw
-van den zomerhemel. Onder hem schoot zijn spiegelbeeld in kabbelingen voort, alsof
-een prachtige visch door het kristalheldere water joeg. Tegenover mijn kano hield
-hij plotseling stil, bleef een oogenblik zoo maar in de lucht hangen, om op de voorntjes
-te loeren, die mijn pagaai in beroering gebracht had, en viel met den snavel vooruit&#x2014;<i>plats!</i> met een zilverachtig getinkel in &#x2019;t geluid, alsof verscholen klokjes daarbeneden
-tusschen de groene waterplanten door dezen geest van de lucht aan &#x2019;t luiden waren
-gebracht. Een regen van schuim hield heel even den regenboog vast; de waterrimpels
-verzamelden zich en begonnen te dansen boven de plek waar Koskomenos ondergedoken
-was, tot ze ruw uiteengedreven werden, toen hij tusschen hen in weer met zijn visch
-voor den dag kwam. Hij zwierde naar de boomstomp terug vanwaar hij gekomen was, al
-kokkelend onderweg. Daar kwakte hij zijn visch goed tegen &#x2019;t hout, gooide zijn kop
-achterover, en door mijn kijker zag ik den staart van een voorn langzaam den weg af
-kronkelen, vanwaar voor hem geen terugkeer mogelijk is. Daarna volgde ik het rendierspoor.
-</p>
-<p>Ik was de elzen bijna door, de richting van het beekje houdend en geluidloos voortsluipend,
-toen ik achter <span class="pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70">70</a>]</span>me boven de elzen den ijsvogel hoorde komen, die als bezeten ratelde: <i>klrrr, klrrr, klrrt-ik-ik-ik!</i> Onmiddellijk klonk een zware sprong en hevig geplas vlak boven me, en het haastig
-wegsnellen van een groot dier de helling op. Boven me hing de ijsvogel, keek eerst
-omlaag naar mij en dan voor zich uit naar het onbekende dier, tot het gekraak in een
-zwak geritsel heel in de verte verstierf en hij naar zijn vischzetel terugzwierde,
-onder een uitbundig geklak en gegichel.
-</p>
-<p>Ik drong behoedzaam voort en kwam weldra aan een mooi, diep water onder een rots,
-waar de helling langzaam naar de elzen opliep. Uit de tallooze sporen en het voorkomen
-van de plek, wist ik dadelijk dat &#x2019;k toevallig aan een badplaats van een beer was
-gekomen. Het water was nog troebel en modderig; reusachtige indrukken leidden sopperig
-en geheel afgebrokkeld in groote sprongen den heuvel op; het mos was losgescheurd,
-het kreupelhout met glinsterende waterdroppels bespat. &#x201e;Je hoeft hier niet te twijfelen,&#x201d;
-dacht ik, &#x201e;Mooween lag hier in &#x2019;t water te slapen en de ijsvogel maakte hem wakker.&#x2014;Maar
-waarom? En deed hij het met opzet?&#x201d;
-</p>
-<div class="figure floatLeft p070width"><img src="images/p070.png" alt="" width="336" height="180"></div><p>
-</p>
-<p>Ik herinnerde me plotseling een aanteekening uit een oud opschrijfboekje: &#x201e;Sugarloaf
-Lake, 26 Juli.&#x2014;Getracht van middag een beer te besluipen. Bofte niet. Hij liep langs
-den oever te snuffelen en ik had een prachtige kans; maar een ijsvogel maakte hem
-verschrikt.&#x201d; Ik begon me af te vragen hoe &#x2019;t geratel <span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71">71</a>]</span>van een ijsvogel, een van de gewoonste geluiden aan &#x2019;t water in de wildernis, een
-beer verschrikt kon maken, die met alle geluiden daar volkomen bekend is. Misschien
-heeft Koskomenos een noodsein en gebruikt hij dat voor een vriend als &#x2019;t noodig is,
-evenals zeemeeuwen van hun weg afwijken om een koppel slapende eenden te wekken, wanneer
-er gevaar nadert.
-</p>
-<p>Dit was een nieuwe trek, iets menschelijks in dezen onbekenden, verdachten ratelaar
-van het vischwater. Ik besloot aandachtiger op hem te letten.
-</p>
-<p>Ergens boven me, diep in de ruigte van de zomersche wildernis, stond Mooween naar
-zijn spoor te loeren, oogen, ooren en neus op hun hoede om uit te maken wat dat toch
-voor een wezen was, dat hem uit zijn middagbad had opgeschrikt. Het zou onzinnig zijn
-nu te trachten hem te verrassen; bovendien, ik had geenerlei wapen.&#x2014;&#x201e;Morgen om dezen
-tijd zal ik terugkomen; kijk dan goed uit, Mooween,&#x201d; dacht ik, terwijl &#x2019;k de plek
-goed in me opnam en naar mijn kano sloop.
-</p>
-<p>Maar toen ik den volgenden dag naar de plek kwam gekropen langs den hoogsten rand
-van de elzen, om geen gerucht te maken, was &#x2019;t diepe water helder en kalm, alsof er
-niets dan de forelletjes die zich onder de schuimblazen verstopt hielden ooit den
-vrede had verstoord. Koskomenos ratelde als gewoonlijk boven de baai. Niettegenstaande
-mijn omzichtigheid had hij me de elzen zien binnengaan, maar hij schonk niet <span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72">72</a>]</span>de minste aandacht aan me. Hij ging door met zijn visscherij, alsof hij heel best
-wist dat de beer zijn badplaats verlaten had.
-</p>
-<p>Het duurde bijna een maand, eer ik weer aan het mooie meer kampeerde. De zomer was
-voorbij. Al zijn warmte en meer dan zijn geurige schoonheid waarden nog over bosch
-en rivier; maar de loomheid was weg uit de atmosfeer en het wazige was er binnengeslopen.
-Hier en daar lieten berken en eschdoorns hun schitterende najaarsbanieren uitwaaien
-over het stille water. Er kwam iets tintelends in de avondlucht; de adem van het meer
-lag zwaar en wit in de stilte van de schemering; de dieren werden plotseling anders,
-toen ze het korte tijdperk ingingen van spel en volop eten.
-</p>
-<p>Ik dreef in mijn kano over een kleine baai, waar &#x2019;t vol riet stond, (dezelfde baai
-waar de bijna vergeten ijsvogel me beetgenomen had met dien beer, nadat hij een voorn
-opgegeten had, die mijn pagaai er voor hem had uitgeschept), bezig kikkers voor mijn
-disch te schieten met een klein geweer. Wat was het hier toch anders, peinsde ik,
-dan in de bosschen bij huis. Daar was het wild al schichtig; het knallen van een geweer
-joeg elk dier een schuilhoek in. Hier werd er op &#x2019;t afgaan van mijn kleine buks niet
-meer gelet, dan op &#x2019;t neerplonzen van een vischarend of &#x2019;t kreunen van een beladen
-iepetak. Een koppel vette houtsnippen lag zorgeloos ginder in dat stukje elzenruigte,
-waar de grond doorboord was als een vergiettest, na <span class="pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73">73</a>]</span>hun nachtelijk voedsel-zoeken. Boven op de verbrande heuvelhelling zeiden de patrijzen:
-<i>kwit, kwit!</i> toen ik verscheen en sprongen naar een boom en rekten hun halzen uit om te zien wat
-ik was. De zwarte eenden doken weg in het riet. Ze waren nu volwassen en sterk van
-wiek, maar aan hun vroegere gewoonte om zich te verstoppen was nog geen einde gekomen
-door het schieten. Ze gleden door riet en biezen, en doorkruisten de poeltjes en doken
-neer in de ruigte, tot de kano bijna over hen heenvoer; dan schoten ze halsoverkop
-en met een verschrikt <i>haark-aark!</i> de lucht in en maakten dat ze wegkwamen naar de rivier. De mink was veranderd van
-bruin in zwart, en had het uithalen van nestjes gestaakt om fatsoenlijk te gaan jagen,
-zonder dat klem of val hem af konden schrikken; en waar &#x2019;t water in &#x2019;t meer stroomde,
-kon ik de grazige koepels boven het brons en goud van &#x2019;t moeras zien rijzen, waar
-Musquash stevig en hoog, voor winterkou en voorjaarsvloeden, aan &#x2019;t bouwen was. Ja,
-het was goed daar te zijn en een korte wijl het schuwe, wilde, maar zorgelooze leven
-van het boschvolkje mee te leven.
-</p>
-<p>Een groote stierkikker vertoonde zijn kop tusschen de waterleliebladen, en mijn buks,
-die zich niet bekommerde om de vreugden van een zorgeloos bestaan, rees langzaam naar
-haar plaats. Mijn oog loerde langs de korrel, toen een plotselinge beweging in de
-elzen aan den oever stroomop en achter zijn niets kwaads vermoedenden kop, Chigwooltz,
-<span class="pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74">74</a>]</span>den kikker, nog een poosje spaarde voor zijn leliebladen en zijn voornvisscherij.
-Op &#x2019;t zelfde oogenblik kwam er een ijsvogel ratelend voorbij en vloog naar zijn ouden
-uitkijktak boven &#x2019;t diepe water van de voorntjes. Weer zwaaiden de elzen, alsof er
-tegen geslagen werd; een reusachtige beer kwam er uitsjokken, den oever op, met een
-knorrig: <i>woef!</i> naar een takje, dat hem te hard tegen zijn oor gezwiept was.
-</p>
-<p>Ik liet me dieper in de kano glijden, tot alleen mijn hoofd en schouder zichtbaar
-waren. Mooween liep langs den oever te snuffelen, tot iets&#x2014;een doode visch of een
-mosselbank&#x2014;zijn eetlust wekte, waarop hij stilstond en begon te eten, op een afstand
-van nog geen tweehonderd meters. Ik reikte eerst naar mijn zware geweer, toen naar
-mijn pagaai en &#x201e;waaierde&#x201d; de kano behoedzaam naar den oever, tot een oude boomstomp
-op een vooruitstekende landtong mijn nadering dekte. Toen schoot het bootje vooruit,
-alsof &#x2019;t leefde. Maar ik was nauwelijks op weg, of&#x2014;<i>klrrr! klrrr! ik-ik-ik!</i> Boven mijn hoofd zwierde Koskomenos met een wiekgeruisch en een noodkreet, die slechts
-van haast en gevaar getuigden. Ik ving nog net iets van den beer op, toen hij de elzen
-inschoot, alsof hij er met een katapult gegooid was; de ijsvogel draaide in een grooten,
-ratelenden kring om de kano, eer hij op de oude boomstomp ging zitten, met wippenden
-staart en ratelend in de grootste opgewondenheid.
-<span class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75">75</a>]</span></p>
-<p>Ik zwenkte geruischloos het meer in, waar ik de elzen kon bespieden. Ze bleven tien
-minuten lang doodstil; maar Mooween stond daar, dat wist ik, te snuffelen en te luisteren.
-Toen leek het, alsof een groote slang zich door de boschjes kronkelde, zonder geluid
-te geven, maar al gaande vertoonde ze een golvende lijn van trillende toppen.
-</p>
-<p>Een eindje stroomaf was er een hooger punt aan den oever met een omgevallen boom,
-die uitzicht op het halve meer gaf. Ik had daar een paar dagen te voren staan turen
-om de luchtpaden en lijnen te bepalen, die zaagbekken in &#x2019;t vliegen gebruiken, als
-ze boven het meer op en neer vliegen; want vogels hebben vaste paden, net als vossen.
-Mooween kende de plek klaarblijkelijk; de elzen toonden dat hij er recht op aantrok,
-om uit te kijken over het meer en te zien waar dat alarm voor noodig was. Hij had
-er tot nog toe geen denkbeeld van, wat voor gevaar hem bedreigd had; ofschoon hij,
-als alle in &#x2019;t wild levende dieren, onmiddellijk gehoorzaamd had aan den eersten klank
-van een noodsignaal. Er leeft geen dier in de bosschen, van Mooween af tot Tookhees
-de boschmuis toe, of het heeft uit ervaring geleerd, dat het, in gevallen als dit,
-goed is eerst naar een schuilplaats te springen en daarna te onderzoeken.
-</p>
-<p>Ik pagaaide haastig naar de landtong, ging aan wal en kroop naar een rots, vanwaar
-ik juist den gevallen boom kon zien. Mooween kwam aan. &#x201e;Nu is &#x2019;t mijn beer,&#x201d; dacht
-ik, toen er zachtjes een takje knapte. <span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76">76</a>]</span>Daar kwam Koskomenos het bosch inzwieren, terwijl hij over het kreupelhout aan den
-voet van den ouden boom, naar beneden zag en ratelde&#x2014;<i>klrrr-ik, ruk in! klrrr-ik, ruk in!</i> Er was een zwaar geruisch van iets dat wegliep, zooals een beer altijd veroorzaakt,
-als hij opgeschrikt wordt; Koskomenos zwierde naar zijn tronk terug; en ik zocht den
-oever op, half en half geneigd om de kansen een volgend keer dat ik jaagde, meer gelijk
-te maken door een bemoeierigen factor te verwijderen. &#x201e;Jou akelige, lawaaierige, ratelende
-bemoeial!&#x201d; mompelde ik, terwijl de korrel van mijn buks als &#x2019;t ware vlak op den blauwen
-rug van Koskomenos rustte, &#x201e;dat is de derde keer dat je mijn schot bedorven hebt,
-en je zult de kans niet weer hebben.&#x2026; Maar wacht eens; wie is hier de bemoeial?&#x201d;
-</p>
-<p>Langzaam ontspande zich de gebogen vinger om den haan. Een duikereend dreef de landtong
-voorbij, zich van geen gevaar bewust, met een rimpelend spoor, dat een zilveren weerschijn
-sparkelen liet over het diepe blauw van het meer. Hoog in de lucht wiekte een adelaar
-op de bries gedragen in wijde kringen en keek neer op zijn eigen uitgestrekt gebied,
-zonder er acht op te slaan dat er een mensch was binnengedrongen.
-</p>
-<p>Dichterbij zat een roode eekhoorn zijn verbolgenheid uit te snateren in een reusachtigen
-sparretronk. Stroomaf aan mijn linkerhand verried een zwaar geplas en een wild, vrij
-gekwaak de plaats waar de zwarte eenden neerstreken, zooals ze ongestoord geslachten
-<span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77">77</a>]</span>lang gedaan hadden. Achter me weerschalde een lang geroffel door de bosschen&#x2014;een jong
-patrijzenmannetje, door de warme zon verlokt zijn lente-minnezang te &#x201e;trommelen&#x201d;.
-Van de berghelling liet een wijfjeseland een schrikaanjagend antwoord terugbolderen.
-Vlakbij, en toch leek het mijlen ver weg, zat een aardeekhoorn slaperig te <i>tsjunken</i> in den zonneschijn, terwijl een nest jonge boschmuizen om haar moeder riepen in het
-gras aan mijn voeten. En elk natuurlijk geluid maakte de wijde, wonderbaarlijke stilte
-van de wildernis des te dieper.
-</p>
-<p>&#x201e;Welbeschouwd, wat heeft &#x2019;t knallen van een geweer of de lucht van kruit te midden
-van deze gezegende rust rondom hier te maken?&#x201d; vroeg ik een beetje treurig. Als tot
-antwoord liet de ijsvogel zich vallen met zijn welluidend geklater en zwierde met
-zegevierend geratel naar zijn uitkijktoren terug.&#x2014;&#x201e;Ratel en visch jij maar door. &#x201e;De
-wildernis zal zich nog verheugen&#x201d; voor jou en Mooween, en het forellenwater zou eenzaam
-zijn zonder je. Maar ik wou dat je wist, hoe je leven een oogenblik geleden in de
-kromming van mijn vinger lag, en dat er nog iemand anders dan de beer je kranige waarschuwing
-op prijs stelt.&#x201d;
-</p>
-<p>Toen ging ik naar de landtong terug om de prenten te meten, en te schatten hoe groot
-de beer wel was, en om mezelf met de gedachte te troosten dat ik hem vast en zeker
-gehad zou hebben, als er niet wat tusschenbeide gekomen was&#x2014;zooals alle jagers van
-Ezau af filosofeeren.
-<span class="pagenum">[<a id="pb78" href="#pb78">78</a>]</span></p>
-<p>Het was een paar dagen later, dat de kans zich voordeed om het Koskomenos met kolen
-vuurs te vergelden. De oppervlakte van &#x2019;t meer was nog warm; stormen noch vorst hadden
-ze afgekoeld. De groote forellen waren uit de diepe plaatsen opgestegen, maar waren
-nog niet levendig genoeg om mijn vliegen aan te nemen; daarom was ik met een voorn
-naar ze gaan hengelen, belust op forel. Ik had twee mooie visschen gevangen en voer
-langzaam bij de monding van den inham, met Simmo aan de pagaai, toen een verdachte
-beweging aan den oever mijn aandacht trok. Ik gaf Simmo het snoer over om mijn kijker
-beter te kunnen hanteeren en zocht scherp de elzen af, toen de Indiaan een kreet van
-verbazing uitte. &#x201e;O, sapperloot, kijk eens. Da&#x2019;s tweede keer ik vangen Koskomenos.&#x201d;
-En daar, een twintig voet boven het meer, spartelde wild een jonge ijsvogel&#x2014;een van
-Koskomenos&#x2019; ragebollige, wildoogige zonen&#x2014;aan het eind van mijn lijn. Hij had de voorn
-een honderd voet achter de boot aan zien slepen en was er met meer honger dan overleg
-onmiddellijk op neergeschoten. Toen Simmo den ruk voelde, maar niets achter zich zag,
-had hij dadelijk opgehaald en de angel was vastgeslagen.
-</p>
-<div class="figure p078width"><img src="images/p078.png" alt="" width="468" height="457"></div><p>
-</p>
-<p>Ik greep de lijn en begon zachtjes op te halen. De ijsvogel kwam zeer tegen zijn zin
-onder een protest van voortdurend geratel, dat al gauw Koskomenos en haar mannetje
-en twee of drie broertjes van den gevangene in een wilden, luidruchtigen kring om
-de <span class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79">79</a>]</span>kano heenbracht. Ze toonden geen gebrek aan moed, maar stootten telkens en telkens
-weer naar de lijn en zelfs naar den man, die haar vasthield. Spoedig hield ik den
-kleinen baas in mijn hand en had den angel losgemaakt. Hij was heelemaal niet gewond,
-maar doodsbang; zoo hield ik hem een poosje vast en genoot van de opwinding der andere,
-die door het alarmgeratel van den gevangene maar wild om de kano bleven kringen. Het
-was opmerkelijk dat niet éen andere vogel acht sloeg op den kreet of naderbij kwam.
-Zelfs in nood weigerden ze den verstooteling te erkennen. Terwijl Koskomenos toen
-op trillende vlerken vlak boven mijn hoofd zweefde, wierp ik den gevangene dicht naast
-hem de lucht in.
-</p>
-<p>&#x201e;Daar, Koskomenos, pak aan dien kleinen domoor van je, en maak hem wijzer. Als je
-me den volgenden keer een beer ziet besluipen, ga dan alsjeblieft met visschen door.&#x201d;
-</p>
-<p>Maar er klonk geen toon van dankbaarheid in het luidruchtige, verwarde getier, dat
-de ijsvogels achternagalmde de baai stroomop. Toen ik ze weer zag, zaten ze op een
-dooden tak, met z&#x2019;n vijven op een rijtje, alle tegelijk te klokken en te ratelen,
-zonder aandacht te schenken aan de voorntjes, die onder hen speelden. Ik twijfel er
-niet aan of op hun manier vertelden ze er mekaar alles van.
-<span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80">80</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e656" href="#xd29e656src">1</a></span> Ceryle Alcyon.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd29e656src">&#x2191;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e659" href="#xd29e659src">2</a></span> Astur Atricapillus.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd29e659src">&#x2191;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e693" href="#xd29e693src">3</a></span> Tecoma Radicans.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd29e693src">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#xd29e252">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">DE OUDE BEUKENPATRIJS.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Van alle vogels, die nog veel voorkomen in wat ons van ongerepte plekjes overblijft,
-is het gekraagde hazelhoen&#x2014;de &#x201e;patrijs&#x201d; uit onze jonge jaren&#x2014;misschien de schuwste,
-de waakzaamste, doet ons het meest denken aan de oerwildernis, die we verloren hebben.
-Ge komt de bosschen binnen van de weide op de heuvelhelling uit en leunt even over
-de oude, grijze heining om naar &#x2019;t spel van licht en schaduw op de berkeknoesten te
-kijken. Uw oogen rusten op de verrukkelijke mengeling van zachte kleuren, zooals geen
-penseel nog ooit nagebootst heeft: het rijke oude goud van &#x2019;t najaarsbekleedsel, het
-schemerig grauwgroen van de vermolmde stomp, die de zwammen getint hebben. Wat een
-reusachtige boom moet dat geweest zijn, geslachten geleden, in zijn dagen van kracht;
-hoe onderkómen de berken, die nu uit zijn wortels groeien! Ge herinnert u de groote
-berken aan de rivier in de wildernis&#x2014;waar kano&#x2019;s uit gemaakt worden&#x2014;witter dan het
-tentje dat er onder nestelde, terwijl hun wijde banieren in den wind wuifden, zachter
-dan &#x2019;t geruisch van uilevleugels, die er in de schemering als schimmen tusschen zweefden.
-Een vaag gevoel van verdriet besluipt u, dat uw eigen wildernis verdwenen is, en met
-haar de meeste van het schuwe volkje, dat hield van haar eenzaamheid. Plotseling ontstaat
-er geritsel in de bladeren. Er beweegt <span class="pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81">81</a>]</span>iets bij de oude stomp. Zoo pas meendet ge dat het slechts een bruine wortel was;
-nu snelt het heen, verstopt zich, richt zich op&#x2014;<i>kwit-kwit-kwit!</i> en met gonzend wiekgeruisch en een warrelende wieling van dorre blaren vliegt er
-een hazelhoen op en schiet weg, als een stompe pijl met keisteen-punt en grijs beveerd,
-tusschen de verschrikte berkestammen. Wanneer ge hem stilletjes volgt om hem weer
-op te jagen, en te rillen en te schrikken bij zijn onverwacht wegsnorren, is er vanzelf
-iets Indiaansch in uw behoedzamen tred gekomen. Alle weemoed over de verloren wildernis
-is verdwenen; ge zijt eenvoudig blij dat er nog zooveel wildernis overblijft om welsprekend
-te getuigen van den goeden, ouden tijd.
-</p>
-<div class="figure floatRight p081width"><img src="images/p081.png" alt="" width="61" height="70"></div><p>
-</p>
-<p>Het is deze trek van onoverkomelijke schuwheid in het hazelhoen, gepaard met een zwerm
-van half-angstige indrukken uit mijn jeugd, die mijn hart altijd doen kloppen als
-op een oude wijs, elken keer dat er een patrijs aan mijn voeten opstuift. Ik herinner
-me goed een jongetje, dat stilletjes de rustige bosschen insloop die hem met een onweerstaanbare
-kracht trokken, toen hun schemerige bogen en stille paden vol geheimenis en beangstigende
-griezeligheden waren. Voetje voor voetje ging het kind de schaduwen binnen, behoedzaam
-als een boschmuis, schuw als een konijntje. Plotseling een haastig geritsel en een
-bolderend geweld, waarmee iets van den grond opschoot; eerst klopte het kinderhart
-er hevig van, daarna sloeg hem de schrik in de beenen en joeg hem <span class="pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82">82</a>]</span>het bosch uit, zoodat hij halsoverkop over de oude, grijze heining tuimelde en halverwege
-de wei was gerend, eer hij halt durfde houden voor dat vreeselijke achter zich. En
-dan, eindelijk een andere drang, die het kind altijd weer naar de bosschen deed sluipen,
-schuw, op zijn hoede, in spanning als een loerende vos, om te onderzoeken wat dat
-voor vreeselijks was, dat zoo&#x2019;n beroering in de rustige bosschen te weeg kon brengen.
-</p>
-<p>En toen hij &#x2019;t eindelijk ontdekte&#x2014;dat was een ontdekking waar die van de panterwelpen<a class="noteref" id="xd29e803src" href="#xd29e803">1</a> nog maar niets bij was, als ik dat zoo eens naga. Op een dag in de bosschen, dicht
-bij de plek waar het gewoonlijk met vreeselijk geraas wegstoof, hoorde hij een geklok
-en een <i>kwit-kwit</i>, en zag een mooien vogel in het kreupelhout wijken, glippen, stilhouden, wegschuilen
-en elke beweging van het kind opnemen. En toen dat vooruitschoot om zijn pet over
-den vogel te gooien, stoof hij weg, en toen&#x2014;<i>wirr! wirr! wirr!</i> bruiste er een heele koppel hazelhoenders om hem heen op. De ontzetting daarover
-sloeg hem zoo in de beenen, dat hij in de warrelende blaren neerviel en zich de ooren
-bedekte. Maar dezen keer wist hij ten langen leste wat het was, en in een wip stond
-hij overeind en draafde niet heen, maar zoo gauw als zijn beentjes hem dragen konden
-achter den laatsten vogel aan, dien hij tusschen de boomen zag wegscharrelen, terwijl
-een berketak, waar hij met zijn <span class="pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83">83</a>]</span>vleugels tegen had gestooten, hem een goedendag naknikte.
-</p>
-<p>Er is nog meer aan dienzelfden vogel verbonden, dat altijd nog iets bijzonder opwindends
-geeft aan het wegbruisen van zijn vleugels door de opgeschrikte bosschen. Het was
-in de oude school aan den viersprong, op een slaperigen Septembermiddag. Een klas
-aan &#x2019;t spellen, groote jongens en kleine meisjes, stond met de schoenneuzen voor dezelfde
-reet in den vloer, in een rij tegenover den lessenaar van den meester. De rest van
-de school dutte onderwijl dommelig in over de opgegeven taak. De dikke jongen sliep
-openlijk op zijn armen; zelfs de deugniet was rustig, en dacht soezerig aan voorbije
-zomerdagen. Plotseling klonk er een vreeselijk gekraak, een kletterend gerinkel van
-gebroken glas, een gekrijsch van een jongen bij het raam. Twintig knieën stootten
-van onderen tegen de lessenaars, daar twintig jongens opsprongen. Toen, eer een van
-ons zijn zinnen weer bij elkaar had, was Jimmy Jenkins, een roodharige jongen, dien
-geen ramp uit zijn evenwicht kon brengen en wien nooit een gelegenheid ontging, over
-twee schoolbanken heengesprongen en zat in de meisjesafdeeling op den grond met iets
-tusschen de knieën geklemd.
-</p>
-<p>&#x201e;Ik heb hem,&#x201d; kondigde hij aan met het air van een veldheer.
-</p>
-<p>&#x201e;Wat heb je?&#x201d; bulderde de meester.
-</p>
-<p>&#x201e;Een patrijs; &#x2019;t is een ouwe, een kokkerd,&#x201d; zei Jimmy. <span class="pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84">84</a>]</span>En hij richtte zich op, terwijl hij een mooi patrijzenmannetje bij de pooten hield,
-wiens verstijvende vlerken nog krampachtig tegen zijn flanken sloegen. Hij was in
-de naburige bosschen opgejaagd, door den een of anderen jager uit zijn natuurlijke
-dekking verschrikt. Toen hij het onbekende open veld bereikte, was hij nog ontstelder,
-en daar een verschrikt hazelhoen altijd rechtuit vliegt, was hij als een kogel door
-het schoolraam geschoten en had zichzelf door den schok gedood.
-</p>
-<p>De regel van drieën, de derdemachtswortel en de woestijn van andere rekenkundige moeilijkheden
-hebben maar een flauwen indruk nagelaten op minstens één van die leerlingen; maar
-een vogel, die een slaperige klasse kon opwekken, en een levendige les, vol pit en
-belangstelling en waaruit iets sprak van den onnaspeurlijk teeren lokroep der bosschen,
-aan een suffen leeraar kon ontlokken&#x2014;een leeraar, die &#x2019;s nachts de rechtswetenschap
-bestudeerde, maar overdag zijn jongens nooit&#x2014;dat was een vogel om eerbied voor te
-hebben. Ik heb hem sindsdien altijd met aandachtiger belangstelling bestudeerd.
-</p>
-<p>Maar toch, hoeveel werk we ook van het hazelhoen maken, we komen weinig anders te
-weten, dan hoe schuw hij is. Soms, als ge stil zijt in het bosch en een hazelhoen
-tot bij uw schuilplaats komt gewandeld, vangt ge goed wat van hem op en kunt ge u
-omtrent hem van sommige dingen een denkbeeld vormen; maar hij ontdekt u al gauw en
-richt zich op zoo recht <span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85">85</a>]</span>als een paal en staart u wel vijf minuten aan zonder te bewegen of een ooglid te verroeren.
-Dan, overtroffen in zijn eigen kunstje, glipt hij weg. Een geritsel van kleine pootjes
-op bladeren, een zwak <i>kwit-kwit</i> met een vraag er in&#x2014;en hij is verdwenen. En hij zal niet, als de vos, terugkeeren
-om van den anderen kant te komen kijken en te trachten gewaar te worden wat ge zijt.
-</p>
-<p>De nog maar pas doorgedrongen beschaving is goed voor het hazelhoen, want ze voorziet
-hem van een overvloed van voedsel en verjaagt zijn vijanden. Hazelhoenders zijn altijd
-talrijker om de nederzettingen heen dan in de wildernis. Anders dan andere vogels
-echter, wordt hij hoe langer hoe schuwer, naarmate hij dichter bij de menschelijke
-woningen is. Ik veronderstel dat het komt, doordat de tegenwoordigheid van den mensch
-zoo dikwijls vergezeld gaat met een toeschietenden hond en &#x2019;t knallen van een geweer,
-en misschien met hagel in zijn veeren, die hem kwetst en pijn doet als hij wegsnort.
-Eens in de wildernis, toen &#x2019;k ergen honger had, ving ik twee patrijzen door over hun
-kop een touwlus aan &#x2019;t eind van een stok te gooien. Hier zou men even goed kunnen
-trachten een vleermuis in de schemering te vangen, als de hoop te koesteren een onzer
-patrijzen van de heuvelhellingen door zoo&#x2019;n uitvinding te strikken of er ook maar
-dicht genoeg bij te kunnen komen om over zoo&#x2019;n poging te denken.
-</p>
-<p>Maar er was éen hazelhoen&#x2014;en nog wel het schuwste <span class="pagenum">[<a id="pb86" href="#pb86">86</a>]</span>van alle, die &#x2019;k ooit in de bosschen ontmoet heb&#x2014;dat me, zonder dat hij &#x2019;t wist, allerlei
-trekjes uit zijn leven toonde en dat ik langzamerhand goed leerde kennen, na de waarnemingen
-van een paar seizoenen. Alle jagers uit het dorp kenden hem best; en een stuk of wat
-jongens, die geweren bezaten en begeerig waren zich in de gelederen der jagers te
-scharen, hadden jachtavonturen met hem beleefd. Hij stond wijd en zijd bekend als
-&#x201e;de oude beukenpatrijs.&#x201d; Dat hij oud was kon niemand ontkennen, van zijn doen en laten
-op de hoogte; en hij werd herhaaldelijk opgejaagd in een beukenbosch bij een beek,
-een paar mijlen buiten het dorp.
-</p>
-<p>Niettegenstaande veel geleerde discussies over de vele soorten van hazelhoenders tengevolge
-van duidelijke kleurverschillen, geloof ik voor mij, dat we maar één soort hebben,
-en dat kleurverschillen grootendeels komen van de verschillende omgevingen waarin
-ze leven. Van alle vogels is het hazelhoen het onzichtbaarst in rust; zijn kleur is
-zoo volkomen in overeenstemming met de wortels en bladeren en boomstammen, waar hij
-zich tusschen verschuilt. Deze verwonderlijke onzichtbaarheid wordt nog verhoogd door
-het feit, dat hij gemakkelijk van kleur verandert. Hij is &#x2019;s zomers donkerder en &#x2019;s
-winters lichter, net als het konijn. Wanneer hij in donkere bosschen woont, wordt
-hij glanzend roodbruin; en als hij zijn verblijf tusschen de berken houdt, is hij
-vaak bepaald grijs.
-</p>
-<p>Zoo was het stellig met den ouden patrijs. Als hij zijn <span class="pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87">87</a>]</span>staart wijd uitspreidde en tusschen de beuken wegschoot, was zijn kleur zoo volkomen
-in overeenstemming met de grijze boomstammen, dat slechts een scherp oog hem kon onderscheiden.
-</p>
-<p>&#x2019;t Was een gladde vogel, die alle knepen kende. Als hij opvloog, had hij binnen een
-seconde een grooten boom tusschen ons en zich gebracht, om zijn vlucht te dekken.
-Ik weet niet hoe vaak er wel op hem geschoten was in de vlucht. Elke jager, dien ik
-ken, had het menigmaal geprobeerd; en elke jongen, die in &#x2019;t najaar door de bosschen
-zwierf, had hem schandelijk op den grond trachten te raken. Maar hij was nooit een
-veer kwijtgeraakt; en hij wou nooit zoo lang stilzitten voor een staanden hond, dat
-de handigsten in ons gilde goed konden aanleggen.
-</p>
-<p>Wanneer een broedsel jonge patrijzen een hond door de bosschen hoort rennen, fladderen
-zij gewoonlijk op de onderste takken van een boom en <i>kwit-kwitten</i> nieuwsgierig naar hem. Ze hebben het verschil tusschen hem en den vos nog niet geleerd,
-die de aartsvijand van hun geslacht is, en aan wien hun voorouders in de wildernis
-op dezelfde manier ontkwamen, dien ze net zoo tantaliseerden. Maar als &#x2019;t een oude
-vogel is, waar uw setter &#x2019;t spoor van volgt, dan is zijn handelwijze een grappige
-mengeling van geslepenheid en onweerstaanbare nieuwsgierigheid. Zoodra de oude Don
-staat, richt de patrijs zich stokstijf op bij een boomstomp en slaat den hond gade.
-Zoo staan ze als een paar beelden; de hond in toom <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88">88</a>]</span>gehouden door het vreemde instinct, dat hem doet &#x201e;staan&#x201d;, weg voor gezicht, voor geluid,
-voor alles, behalve voor de geuren in zijn neus; de patrijs in de grootste spanning,
-met elken zin op den vijand gericht, dien hij meent te misleiden door zijn goed verstoppen.
-Gedurende een kort oogenblik zijn ze roerloos; dan deinst de patrijs achteruit en
-glipt weg naar een betere schuilplaats. Als de sterke geur voor Dons neus vervliegt,
-staat hij niet langer, maar volgt. De patrijs hoort hem en verschuilt zich weer door
-zich op te richten tegen een boomstomp, waar hij onzichtbaar is; weer verstijft Don
-en staat met een poot in de lucht, neus en staart in een rechte lijn, alsof hij versteend
-was en zich niet kon roeren.
-</p>
-<p>Zoo gaat het voort, nu eens door de struiken glippend, dan onbeweeglijk als een steen,
-tot de patrijs ontdekt, dat zoolang hij zich stilhoudt de hond wel verlamd lijkt,
-niet in staat zich te bewegen of te voelen. Dan zet hij zich in postuur pal tegen
-een wortel of een boomknoest; en daar staan ze geen twintig voet van elkaar af, zonder
-een vin te verroeren, tot de hond uitgeput door inspanning neerzijgt, of er een eind
-aan maakt door vooruit te springen, of tot de stap van den jager over de bladeren
-den patrijs opnieuw van ontzetting vervult en hem door de Octoberbosschen wegjaagt
-naar eenzamer plekjes.
-</p>
-<p>Op een middag zag ik den ouden Ben, een beroemden hond, prachtig &#x201e;staan&#x201d;. Vlak vóór
-hem, in een ruigte van bruine varens, kon ik kop en hals van een patrijs <span class="pagenum">[<a id="pb89" href="#pb89">89</a>]</span>zien, die den hond scherp gadesloeg. De baas van den ouden Ben stelde voor daar op
-die plaats koffie te drinken, om het meesterlijk africhten van zijn hond op de proef
-te stellen. We trokken ons een eindje terug en gingen op ons gemak eten, terwijl we
-vogel en hond gadesloegen met een belangstelling, die hoe langer hoe grooter werd,
-naarmate de maaltijd vorderde, terwijl de oude Ben stond als een muur en het oog van
-den patrijs onbeweeglijk in de varenruigte glom. En geen van beide verroerde een vin,
-terwijl wij aten en Bens baas in kalm vertrouwen zijn pijp rookte. Eindelijk, na een
-vol uur, klopte hij zijn pijp op de hak van zijn laars uit en stond op om zijn geweer
-te krijgen. Dat beteekende den dood voor den patrijs; maar ik dankte hem te veel echt
-genot om het aan te zien, dat hij in zijn snelle vlucht zou worden neergeschoten.
-In het oogenblik, dat de baas zich omkeerde, gooide ik een stuk hout naar de varenruigte.
-De patrijs stoof de lucht in en weg, en de oude Ben, door &#x2019;t wiekgeruisch uit zijn
-bedwelming wakker geschud, liet zich gehoorzaam vallen op het sein en keerde zijn
-kop om, om verwijtend met zijn oogen te zeggen: &#x201e;Wat ter wereld scheelt jou daar achter&#x2014;heb
-ik hem niet lang genoeg in bedwang gehouden?&#x201d;
-</p>
-<div class="figure p089width"><img src="images/p089.png" alt="" width="560" height="257"></div><p>
-</p>
-<p>Het brave oude beest beefde als een riet na de lange inspanning, toen ik naar hem
-toeging om hem op zijn kop te kloppen en zijn standvastigheid te loven, en hem &#x2019;t
-grootste deel van mijn maaltijd te geven. Maar tot op dezen dag weet Bens baas niet
-wat den patrijs <span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90">90</a>]</span>zoo plotseling heeft opgeschrikt; en als hij u van die gebeurtenis vertelt, zal hij
-er nog spijtig aan toevoegen: &#x201e;Ik had net een oogenblik eerder moeten beginnen, voordat
-hij moe werd. Dan zou &#x2019;k hem gehad hebben.&#x201d;
-</p>
-<p>&#x201e;De oude beukenpatrijs&#x201d; was echter een anders geaarde vogel. Geen hond kon hem langer
-dan een seconde doen stilstaan; hij had maar al te goed geleerd wat dat beteekende.
-Zoodra hij &#x2019;t trippen van een hondepoot op de blaren hoorde, snelde hij weg en verschool
-zich, trok zich terug en repte zich weer, zoodat hij hond en jager op de been hield,
-tot hij de dekking vond naar zijn gading,&#x2014;dikke boomen, of een warreling van wilden
-wingerd&#x2014;waar hij dan aan den anderen kant uit kwam breken. En geen oog, hoe scherp
-ook, kon méér opvangen dan een tipje van een grijzen staart, voordat hij verdwenen
-was. Andere patrijzen vliegen in korte, rechte einden en kunnen gevolgd worden en
-weergevonden, maar hij ging er altijd op krachtige vlerken vandoor, over een ongelooflijken
-afstand, en zwenkte een heel eind naar rechts of links af; zoodat het tijdverspillen
-was om achter hem aan te gaan. Eer ge hem weer hadt, zouden zijn vleugels uitgerust
-zijn en was hij gereed voor nog een vlucht; en als ge hem dan vondt, schoot hij als
-een pijl uit den boog weg uit den top van een denneboom en er was ook niets meer van
-hem te zien.
-</p>
-<p>Hij huisde den meesten tijd op een heuvelrug achter <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91">91</a>]</span>een verlaten hoeve oostelijk van den ouden postweg. Dit was zijn middelste verblijfplaats,
-een plek met dicht struikgewas, doornboschjes<a class="noteref" id="xd29e860src" href="#xd29e860">2</a> en zonnige open stukjes tusschen de rotsrichels, waar ge hem als &#x2019;t u meeliep op
-speciale dagen in alle jaargetijden kondt vinden. Maar hij had echt het zwerversinstinct
-van een Newfoundlandsch rendier. &#x2019;s Winters trok hij naar &#x2019;t Zuiden, met twintig andere
-patrijzen, naar den voet van den bergrug, die uiteenviel in een reeks van heuveltjes
-en ravijnen en zonnige, goedbeschermde valleitjes, waar volop te eten was. Hier was
-vijftig jaar geleden weiland, dat bij een boerderij hoorde; maar nu was het overal
-volgegroeid met kreupelhout en frambozenvelden en wilde appelboomen, die de vogels
-er gezaaid hadden. Alle vogels waren er graag op z&#x2019;n tijd; kwartels nestelden er aan
-de zoomen; en men kon een bruin konijn opkloppen uit bijna elk van de vergane hoopen
-takken of holle, met mos begroeide stammen die er lagen.
-</p>
-<div class="figure p091width"><img src="images/p091.png" alt="" width="661" height="626"></div><p>
-</p>
-<p>In het voorjaar stak hij den kam weer naar het Noorden over en trok de stille, donkere
-bosschen in, waar hij twee of drie <span class="pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92">92</a>]</span>wijfjes had met evenzooveel broedsels jonge patrijzen; die hij alle, laat me dat even
-zeggen, met verwonderlijke onverschilligheid beschouwde.
-</p>
-<p>Door het heele gebied stroomde&#x2014;stil uit de groote bosschen tevoorschijn sluipend,
-kabbelend langs den voet van den bergrug en zingend door de oude weide&#x2014;een beek, waar
-de oude beukenpatrijs van scheen te houden. Wel honderd keer heb ik hem daar aan de
-oevers opgeschrikt. Ik hoefde er maar langs te loopen op eiken willekeurigen Novembermorgen
-vóor acht, en ik kon er zeker van zijn, dat ik hem vond. Maar waarom hij er altijd
-zat op dit bepaalde uur, in dit jaargetijde, heb ik nooit kunnen uitmaken.
-</p>
-<p>Ik verwonderde me er dan soms over, waarom ik hem nooit zag drinken. Andere vogels
-hadden daar vaste drink- en baadplaatsen, en ik heb ze herhaaldelijk van mijn schuilhoek
-uit waargenomen, maar ofschoon ik hem dikwijls zag, nadat ik er achter was gekomen
-waar hij zat, hij raakte nooit het water aan.
-</p>
-<p>Op een vroegen zomerochtend deed zich een aannemelijke verklaring voor. Ik zat rustig
-bij de beek, aan den rand van het groote bosch, te wachten tot het diepe water weer
-kalm zou zijn geworden, waar ik juist een forel uit had opgehaald en waar ik vermoedde
-dat een nog grootere zich schuilhield. Terwijl ik wachtte, kwam een patrijzenmoeder
-met haar broedsel&#x2014;een van de tallooze gezinnen van den ouden beukenpatrijs, waar hij
-niet naar omkeek&#x2014;langs den rand van het bosch glijden. Ze waren klaarblijkelijk <span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93">93</a>]</span>komen drinken, maar niet uit de beek. Een zoeter dronk dan daaruit wachtte op hun
-komst. De dauw lag nog op de grassprieten; hier en daar hing een droppel aan de punt
-van een blad als een diamant in &#x2019;t vroege licht te schitteren. En dan hieven de patrijsjes,
-die tjilpten en glipten en floten tusschen de neerbuigende halmen, hun bekjes op naar
-elken glanzenden dauwdroppel, die hen lokte, en dronken hem in en haastten zich met
-vroolijk gepiep en gorgelgeluidjes naar den volgenden droppel, die een uitnoodiging
-flonkerde van zijn neigenden grasspriet. De oude moeder wandelde bezadigd in hun midden,
-maakte zich nu eens druk om een achterblijver, dan weer klokte zij ze alle bij elkaar
-tot een begeerig, tsjilpend, hippend troepje, terwijl ieder vocht de eerste te zijn
-om een vette slak te dooden, die ze aan den onderkant van een blad had ontdekt; en
-straks rekte ze zich zelf uit naar een dauwdroppel, die voor hen te hoog hing om te
-drinken. Zoo trokken ze voorbij op nog geen paar meter afstands, een schuw, wild,
-gelukkig gezinnetje, en verdwenen in de schaduw van het groote bosch.
-</p>
-<p>Misschien is dit de reden, waarom ik den ouden beukenpatrijs nooit uit de beek heb
-zien drinken. De natuur heeft frisscher dronk, dien ze zelf bereid heeft, en die nog
-meer naar zijn smaak is.
-</p>
-<p>Eerder in &#x2019;t seizoen had ik nog een van zijn gezinnen daar ook in de buurt gevonden.
-Ik sloop langs een boschpad, toen ik ze plots verraste, op een zonnig <span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94">94</a>]</span>open plaatsje, waar ze uit alle macht aan &#x2019;t krabbelen waren in een mierenhoop. Een
-wild geflodder, alsof een warrelwind over den mierenhoop gevaren was; maar het was
-slechts de wind der vleugels van den moedervogel, die de stof opjoegen om mijn oogen
-te verblinden en den haastigen terugtocht te dekken van haar donzige broedsel. Nog
-eens sloegen haar vlerken op den grond en joegen een warreling van dorre blaren op,
-temidden waarvan de patrijsjes weghipten en -scharrelden, zóo precies de bladen, dat
-geen oog ze van elkaar kon onderscheiden. Toen zegen de blaren langzaam neer en het
-broedsel was verdwenen, alsof de grond het verzwolgen had; terwijl moeder patrijs
-juist buiten mijn bereik wegflodderde, met een vleugel sleepte alsof die gebroken
-was, plat op den grond viel, klokte en <i>kwit-kwit</i> riep, en de blaren opjoeg om mijn aandacht te trekken, me weg te krijgen van de plaats
-waar de jongen zich verstopt hadden.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p094width"><img src="images/p094.png" alt="" width="188" height="349"></div><p>
-</p>
-<p>Ik knielde juist binnen den boschzoom neer, waar ik den achterblijver van het broedsel
-als een bruine schicht had zien verdwijnen en begon zorgvuldig naar ze te zoeken.
-Na een poosje vond ik er een. Hij zat plat op een dor eikeblad gedoken, vlak voor
-mijn neus, wonderlijk gedekt door zijn kleur. Er glinsterde iets in een donker wortelkluwen.
-Het was een oog, en weldra kon &#x2019;k daar een kopje onderscheiden. Dat was al wat ik
-van &#x2019;t gezin vermocht te ontdekken, ofschoon er nog wel twaalf vlak bij me, de meeste
-<span class="pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95">95</a>]</span>onder de bladen, waren. Toen ik achteruitkroop, legde ik mijn hand er op een voordat
-&#x2019;k hem zag, en &#x2019;t had geen haar gescheeld of &#x2019;k zou dien kleinen slimmerd bezeerd
-hebben, die geen vin verroerde, niet eens toen ik het blad wegnam, dat hem bedekte
-en &#x2019;t voorzichtig weer neerlegde.
-</p>
-<p>Aan den overkant van &#x2019;t pad stond een dikke dwergeik, waar ik onder ging zitten loeren.
-Het duurde tien lange minuten, waarin zich niets verroerde, eer moeder patrijs terug
-kwam sluipen. Ze klokte eens&#x2014;&#x201e;pas op!&#x201d; scheen &#x2019;t wel te beteekenen, en er bewoog geen
-blad. Ze klokte weer&#x2014;opende de grond zich? Daar had je ze, wel meer dan een dozijn,
-die uit het niet waren opgesprongen en haastig aankwamen om haar er met een eindeloos
-gepiep alles van te vertellen. Ze verzamelde ze zoo alle dicht om zich heen en ze
-verdwenen, door de schaduwen geholpen.
-</p>
-<p>Het was grappig zoo ijverzuchtig als de oude beukenpatrijs over de eenzaamheid waakte,
-waar deze merkwaardige kleine families rondzwierven. Ofschoon het leek dat hij geen
-zier om ze gaf, en men hem nooit in de buurt van een zijner gezinnen waarnam, hij
-duldde &#x2019;t niet dat een andere mannetjespatrijs in zijn bosschen kwam of ook maar binnen
-gehoorsafstand trommelde, &#x2019;s Winters deelde hij het zuidelijke weiland vreedzaam met
-wel twintig andere patrijzen; en op bepaalde dagen kon men, na veel gekruip, een heel
-gezelschap van die dieren op een zonnige zuidelijke helling verrassen, waar ze deftig
-stapten en in- en uit- <span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96">96</a>]</span>en rondglipten met uitgespreiden staart en hangende vlerken, alle bewegingen uitvoerend
-van een patrijzenmenuet. Eens, op een laten, warmen najaarsdag, was ik naar een twaalf
-of vijftien van die prachtige vogels toegekropen, die hun merkwaardige vertooning
-ten beste gaven in een kleine opening tusschen de wilde frambozen; en in hun midden&#x2014;trotscher,
-pralender, verwaander stappend en aanmatigender klokkend dan een van de andere&#x2014;was
-de oude beukenpatrijs.
-</p>
-<p>Maar toen &#x2019;t voorjaar werd en de lange, rollende trommelklanken door de uitbottende
-bosschen begonnen te roffelen, trok hij zich terug naar zijn middelste gebied op den
-bergrug en wandelde van &#x2019;t eene eind naar &#x2019;t andere, dreef elken anderen mannetjespatrijs
-uit zijn gehoor en nam hem geducht onderhanden als hij &#x2019;t waagde hem te weerstaan.
-Dan hoorde men na een overwinning zijn luid getrommel door de Meische heerlijkheid
-rollen, om zooveel wijfjes als hij maar kon te verlokken zijn weelde met hem te deelen.
-</p>
-<p>Hij had twee trommelstammen in zijn gebied liggen, zooals ik al spoedig ontdekte;
-en eens, terwijl hij op den eenen stam stond te trommelen, verschool ik me bij den
-anderen en bootste zijn kreet vrij goed na door met mijn handen op een met lucht gevulde
-blaas te slaan, die ik onder mijn jas geknoopt had. Het roffelen van een patrijzen
-getrommel is een eigenaardig gedempt geluid; het valt dikwijls moeilijk plaats of
-zelfs <span class="pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97">97</a>]</span>richting van herkomst te bepalen; en het klinkt altijd veel verder weg dan het werkelijk
-is. Dit heeft den ouden beukenpatrijs in &#x2019;t eerst misschien misleid om te denken,
-dat hij een anderen vogel heel in de verte hoorde, op een heuvelkam aan den overkant
-van de vallei waar hij niets te maken had; want al gauw trommelde hij weer op zijn
-eigen stam. Ik antwoordde er onmiddellijk op, door een uitdaging terug te roffelen
-en vertelde zoo ook elke wijfjespatrijs in het gebied, dat er nog een candidaat was,
-geneigd tot pronken en zijn staart uit te spreiden en den schitterenden kraag om zijn
-hals op te zetten, om zich een plaatsje te veroveren in haar gunsten, als ze hem maar
-op zijn trommelstam wou komen kijken.
-</p>
-<p>Er moet eenige argwaan, dat er een mededinger in zijn gebied gedrongen was, in den
-kop van den ouden patrijs zijn opgekomen, want er was een lange stilte, waarin ik
-me hem kon voorstellen, hoe hij recht en stijf op zijn stam aandachtig stond te luisteren
-om de plaats te bepalen waar die brutale indringer zat, en zijn ziedenden toorn met
-moeite bedwong.
-</p>
-<p>Zonder te wachten tot hij weer trommelde, roffelde ik een uitdaging. Ternauwernood
-was &#x2019;t trommelen opgehouden, of daar kwam hij den heuvel opschieten, als een bliksemschicht
-tusschen de dikke takken door, en plofte bij zijn eigen stam neer, waar hij zich met
-wonderbaarlijke gezwindheid oprichtte, om luisterend naar den indringer te spieden.
-</p>
-<p>Het scheen hem te verlichten, dat de stam niet bezet <span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98">98</a>]</span>was, maar hij was nog vol opgekropten toorn en achterdochtigheid. Hij gleed en dook,
-de heele plek over rondziend en luisterend; toen sprong hij op zijn stam en zonder
-als gewoonlijk den tijd te nemen om te pronken en zijn schitterende veeren uit te
-spreiden, liet hij den langen roffel hooren, richtte zich onmiddellijk op toen &#x2019;t
-gebeurd was, wendde zijn kop naar alle kanten om het eerste geluid van het antwoord
-van zijn mededinger op te vangen,&#x2014;&#x201e;Kom eens voor den dag als je durft,&#x2014;rrom!&#x2014;als je
-durft. O jou, lafaard!&#x201d; En hij hipte, in vijf of zes hooge, opgewonden sprongen, als
-een haan vóór den storm, naar &#x2019;t andere einde van den stam, en weer rolde zijn snelle,
-kloppende trommelslag door de bosschen.
-</p>
-<p>Ofschoon ik dicht genoeg bij was om hem zonder kijker duidelijk te onderscheiden,
-kon ik zelfs toen niet (en andere keeren dat ik een patrijs heb zien trommelen evenmin)
-precies nagaan hoe dat geluid gemaakt wordt. Na een poosje bedaarde de opwinding over
-een vermoedelijken mededinger, en werd hij verrukt, omdat hij meende den schelm uit
-zijn bosch te hebben verdreven. Hij wandelde statig op den stam heen en weer, liet
-zijn vleugels slepen, spreidde zijn prachtigen staart wijd uit, zette zijn borst en
-zijn schitterenden kraag op. Plotseling richtte hij zich dan in de hoogte; een zwiepen
-van zijn vleugels op en neer, dat geen oog kon volgen, en ik hoorde een enkelen slag
-van zijn roffel. Weer een zwiepen <span class="pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99">99</a>]</span>en weer een slag; dan hoe langer hoe gauwer, tot het leek alsof hij twee of drie paar
-vlerken had, die suisden en wentelden beide als de spaken van een sneldraaiend wiel,
-en de trommelslagen rolden samen tot een langen roffel en verstierven in de bosschen.
-</p>
-<p>Gewoonlijk stond hij op zijn teenen, zooals een haan doet, wanneer hij met zijn vleugels
-klept eer hij kraait; zelden dook hij op den stam neer; maar ik twijfel er aan of
-hij met zijn vlerken op &#x2019;t hout slaat, zooals dikwijls beweerd wordt. Toch verschilden
-de beide stammen van elkaar; de eene was droog en hard, de andere vermolmd en bemost;
-en de roffels waren even verschillend als de beide stammen. Na een tijdje kon ik na
-den eersten wiekslag aan &#x2019;t geluid zeggen, welken stam hij gebruikte; maar dat was
-dunkt mij een quaestie van weerklank, de uitwerking van een soort klankbord, en niet
-doordat ze beide verschillend klonken als hij er op sloeg. Het getrommel wordt ongetwijfeld
-veroorzaakt, of doordat hij de vlerken boven zijn rug samenslaat, of, zooals ik geneigd
-ben te gelooven, doordat hij ze bij &#x2019;t neergaan tegen zijn eigen flanken klapt.
-</p>
-<p>Eens hoorde ik een gewonden vogel drie of vier slagen van zijn roffel geven en toen
-ik het wingerdboschje inging, waar hij neergestort was, vond ik hem plat op zijn rug
-liggen, terwijl hij zich met zijn vleugels op de flanken sloeg.
-</p>
-<p>Altijd als hij trommelt stapt hij eerst als een pauw, omdat hij niet weet hoeveel
-heldere oogen hem schuw <span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100">100</a>]</span>uit het struikgewas bespieden. Eens toen ik hem een paar keer statig had zien wandelen
-en trommelen, ritselde &#x2019;t in de bladeren en verschenen er twee wijfjespatrijzen van
-weerskanten op de open plek waar zijn stam zich bevond. Toen paradeerde hij met nog
-grooter ijdelheid dan tevoren, terwijl de twee wijfjespatrijzen over de plek gleden:
-naar den schijn zochten ze zaadjes, maar in werkelijkheid bespiedden ze elke van zijn
-bewegingen met een schuin oogje en bewonderden hem, tot zijn innige voldoening.
-</p>
-<p>&#x2019;s Winters volgde ik zijn spoor gewoonlijk in de sneeuw, om er achter te komen wat
-hij uitgevoerd had en wat voor voedsel hij gevonden had, als er schaarschte in de
-natuur was. Voor zijn ergste vijanden, den mensch en zijn hond, hoefde hij niet bang
-meer te zijn, want ze werden in bedwang gehouden door de wet, en hij zwierf nog vrijer
-door de bosschen dan ooit. Hij scheen te weten dat hij veilig was gedurende dezen
-tijd, en meer dan eens speurde ik hem na tot in zijn schuilplaats en zag hem wegfladderen
-door de open bosschen, terwijl hij een regen van sneeuw achter zich neerjoeg, alsof
-hij het op die eigenaardige wijze deed, om de richting van zijn vlucht voor mijn oogen
-te verbergen.
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure p101width"><img src="images/p101.png" alt="" width="694" height="664"></div><p>
-</p>
-<p>Er waren echter andere vijanden, door geen wet in bedwang gehouden, behalve de algemeene
-boschwetten van vrees en honger. Dikwijls vond ik het spoor van een vos, dat het zijne
-in de sneeuw kruiste, en eens volgde ik een dubbel spoor, den vos een patrijs <span class="pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101">101</a>]</span>naspeurend, bijna wel een halve mijl ver. De vos was hem laat in den vorigen middag
-op &#x2019;t spoor gekomen en was hem naar een doornboschje gevolgd, waar middenin een groote
-ceder stond waarin de oude beukenpatrijs op stok ging. De vos was twee keer om den
-boom heengegaan, had stilgestaan en opgekeken en zich toen regelrecht naar &#x2019;t moeras
-begeven, alsof hij wel wist, dat &#x2019;t nergens toe diende nog langer te loeren. Als er
-veel sneeuw lag, vond ik zelden de plek waar hij of een andere patrijs op den grond
-waren gaan slapen. Hij plofte gewoonlijk uit een boom in de zachte sneeuw neer, en
-dook er halsoverkop wel drie of vier voet in, keerde zich dan rond en nestelde zich
-in zijn witte, warme kamertje voor den nacht. Ik vond dan het holletje, waar hij &#x2019;s
-avonds <span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102">102</a>]</span>in was geschoten, en er dichtbij het groote gat, waar hij er uitgebroken was toen
-het licht hem wekte. Als ik mijn richting dan bepaald had naar den indruk van zijn
-vleugels in de sneeuw, volgde ik die, om na te gaan waar hij neergestreken was en
-hem op zijn vroege zwerftochten na te speuren.
-</p>
-<p>Men zou meenen dat het een gevaarlijke manier van doen was, zoo zonder andere beschutting
-dan sneeuw op den grond te slapen, met allerlei hongerige vijanden, die in &#x2019;t bosch
-rondsluipen; maar de patrijs weet wel dat als &#x2019;t sneeuwt zijn vijanden stilletjes
-thuis blijven, omdat ze niet in staat zijn te zien of te ruiken, en dientengevolge
-allemaal zelf voor hun eigen vijanden bang zijn. Gedurende een sneeuwstorm is er altijd
-wapenstilstand in het bosch, en dat is de reden waarom een patrijs in de sneeuw dan
-alleen gaat slapen, als de vlokken nog neervallen. Wanneer dit ophoudt en de sneeuw
-een beetje bezonken is, zal de vos weer op de been zijn; en dan slaapt de patrijs
-in het naaldhout.
-</p>
-<p>Eens echter rekende de oude beukenpatrijs buiten den waard. &#x2019;t Was vroeg in den avond
-met sneeuwen opgehouden en de honger dreef den vos naar buiten, in een nacht, dat
-hij zich anders gedekt zou hebben gehouden. Om en bij &#x2019;t aanbreken van den dag, voordat
-het licht nog was doorgedrongen tot waar de oude beukenpatrijs lag te slapen, vond
-de vos een gat in de sneeuw, dat hem verried hoe vlak voor zijn hongerigen neus een
-patrijs verscholen zat, <span class="pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103">103</a>]</span>die zich van geen gevaar bewust was. Ik vond de plek, toen ik het spoor van den vos
-een paar uren later volgde. Wat was hij omzichtig! Het sluwe spoor sprak boekdeelen
-van honger en verwachting. Een paar voet van &#x2019;t veelbelovende gat af had hij stil
-gestaan en scherp over de sneeuw uitgekeken, om een verraderlijke ronding op de gladde
-oppervlakte te ontdekken. Aha! daar was ze, net aan den zoom van een boschje jeneverbessen.
-Hij dook neer, sloop vooruit, zoodat hij een diep spoor met zijn lichaam groef, plantte
-zich stevig vast en sprong toe. En daar, vlak naast het gat dat zijn pooten in de
-sneeuw gemaakt hadden, was nog een gat, waar de patrijs uitgebroken was, zoodat hij
-zijn heelen vijand, die zich een voet verrekend had, vol sneeuw gestrooid had, en
-met oorverdoovend lawaai naar de veilige beschutting van de dennen was gevlogen.
-</p>
-<div class="figure p103width"><img src="images/p103.jpg" alt="... en met oorverdoovend lawaai naar de veilige beschutting van de&#xA;dennen was gevlogen...." width="502" height="720"><p class="figureHead">&#x2026; en met oorverdoovend lawaai naar de veilige beschutting van de
-dennen was gevlogen.&#x2026;</p>
-<p class="first">bl. 103 V.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Er was nog een vijand, die verstandiger had moeten zijn en die den ouden beukenpatrijs
-een heel vroeg voorjaar lang achtervolgd had, toen er veel sneeuw lag en &#x2019;t voedsel
-karig was. Op een dag dat ik het zuidelijk gebied van den patrijs doorkruiste, ontmoette
-ik een jongetje,&#x2014;een pienter kereltje met het jagersinstinct van een vos. Hij had
-altijd wat merkwaardigs&#x2014;otters, of muskusratten, of een bunzing, of een grooten uil,&#x2014;zoodat
-ik hem met vreugde begroette.
-</p>
-<p>&#x201e;Hallo, Jantje! Wat speur jij vandaag&#x2014;beren?&#x201d;
-</p>
-<p>Maar hij schudde zijn hoofd slechts&#x2014;een beetje <span class="pagenum">[<a id="pb104" href="#pb104">104</a>]</span>sullig, leek het mij toe&#x2014;en praatte over alles behalve over datgene waaraan hij dacht;
-en weldra verdween hij in het oude pad. Een van zijn jaszakken puilde meer uit dan
-de andere en ik wist dat er een klem in zat.
-</p>
-<div class="figure p104width"><img src="images/p104.png" alt="" width="537" height="634"></div><p>
-</p>
-<p>Laat op dien middag stootte ik op zijn spoor en aangezien &#x2019;k niets belangrijkers te
-doen had, ging ik het volgen. Het leidde regelrecht naar het doornboschje waar de
-oude beukenpatrijs op stok ging. Ik had er dikwijls tevergeefs naar gezocht, eer de
-vos mij er bracht; maar Jantje had op een van zijn zwerftochten prenten en een paar
-veeren onder een cedertak gevonden en wist best wat dat zeggen wilde. Daar was zijn
-klem, precies op de plek, waar de oude patrijs den vorigen avond gestaan had, toen
-hij zijn sprong nam naar den ondersten tak. Er was volop koren uitgestrooid en een
-blauwe gaai, die Jan achterna gegaan was, zat al stevig in de klem; bij den wortel
-van zijn snavel net onder de oogen was hij gegrepen. Hij had de klem doen toeklappen,
-toen hij naar wat koren pikte, dat listig met een dun ijzerdraadje aan de pan was
-vastgemaakt. <span class="pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105">105</a>]</span>Toen ik de gaai zorgvuldig uit de klem nam, hield zij zich dood en slap in mijn hand,
-tot mijn greep ontspande en zij naar een tak boven mijn hoofd vloog, waar zij me bekeef
-en uitschold, omdat ik me inliet met zulke afschuwelijke uitvindingen.
-</p>
-<p>Ik hing de klem aan een lagen tak van den ceder, met een briefje tusschen haar tanden,
-om Jan te vragen of hij den volgenden dag eens bij me wou komen. Hij kwam met een
-beschaamd gezicht toen &#x2019;t donker werd, en ik nam hem onderhanden over onridderlijkheid
-en &#x2019;t verschil tusschen een diefachtigen otter en een eerlijken patrijs. Maar hij
-grinnikte om de blauwe gaai en ik twijfelde er aan of zoo&#x2019;n berisping alleen wel een
-blijvende uitwerking zou hebben. Om het hem dus wat gemakkelijker te maken, liet ik
-iets los over de glijbaan van een otter, die ik ontdekt had en over een gezamenlijken
-zwerftocht op een Zaterdagmiddag. Hij vertelde me, dat hij wel twintig keer dien ouden
-beukenpatrijs had trachten te verschalken. Toen hij de glijbaan van den otter zag,
-zwoer hij klemmen en strikken voor vogels af, en ik verliet kort daarna de streek,
-zeer hoopvol wat den patrijs aangaat, want ik wist dat &#x2019;k de kanonnen vernageld had
-van zijn gevaarlijksten vijand.
-</p>
-<p>Jaren later kwam ik door de oude wei en ging regelrecht naar de wildernis van doornstruiken.
-Er waren prenten van een patrijs in de sneeuw,&#x2014;korte sporen, die licht rustten op
-het zachte blank, en toonden dat de Natuur gedachtig was aan zijn behoeften en gezorgd
-<span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106">106</a>]</span>had dat zijn nieuwe sneeuwschoenen prachtig gegroeid waren. Ik haastte me naar de
-beek, terwijl tallooze herinneringen aan gelukkige dagen en zeldzame ontdekkingen,
-als het boschvolkje me zijn kleine geheimen openbaarde, zich aan me opdrongen. Toen
-&#x2019;k er heelemaal in verdiept was&#x2014;<i>kwit-kwit!</i> en met luidruchtig wiekgeruisch suisde er een patrijs weg, wild en grijs als de bijzondere
-vogel, die daar jaren te voren geleefd had. En toen ik er een jager naar vroeg, zei
-hij: &#x201e;Die oude beukenpatrijs? O ja, die zit daar. Daar zal hij wel blijven ook, tot
-hij van ouderdom doodgaat, want, ziet u, mijnheer, d&#x2019;r is hier in de buurt niemand
-gewikst genoeg om hem te vangen.&#x201d;
-<span class="pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107">107</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e803" href="#xd29e803src">1</a></span> Felis Concolor.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd29e803src">&#x2191;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e860" href="#xd29e860src">2</a></span> Smilax.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd29e860src">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#xd29e261">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">WOLKVLEUGEL, DE ADELAAR.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">&#x201e;Daar heb je hem weer! Daar is die Witkop bezig den vischarend te bestelen.&#x201d;
-</p>
-<p>Ik schoot op uit mijn kleine <i>commoosie</i> achter &#x2019;t vuur bij Gillie&#x2019;s opgewonden kreet en snelde op &#x2019;t strand naar hem toe.
-Een blik over de Rendier-kaap heen naar de groote baai, waar ontelbare witvisschen
-schoolden, gaf me weer een hoofdstuk van een lange, maar altijd merkwaardige geschiedenis.
-Ismaques, de vischarend, was met een dikken visch uit het meer gestegen en deed zijn
-best om naar zijn nest te komen, waar zijn jongen om eten riepen. Boven hem zweefde
-de adelaar, zoo onbeweeglijk en onverbiddelijk als het noodlot, liet zich nu eens
-neervallen om Ismaques met een wiek in &#x2019;t gezicht te flappen, raakte hem dan weer
-zachtjes met zijn groote klauwen aan, alsof hij wilde zeggen: &#x201e;Voel je dat, Ismaques?
-Als ik maar éen keer goed toegrijp, zal &#x2019;t uit zijn met jou èn je visch. En wat zullen
-de jongen dan beginnen daar boven in &#x2019;t nest in den ouden den? Laat hem nu liever
-kalm vallen; jij kunt een anderen vangen.&#x2014;<i>Laat vallen!</i> zeg ik.&#x201d;
-</p>
-<p>Tot dat oogenblik had de adelaar het den grooten vischarend nog alleen wat lastig
-gemaakt onder &#x2019;t vliegen, met af en toe een zachten wenk, dat hij geen kwaad bedoelde,
-maar dien visch wilde hebben, dien hij zelf niet vangen kon. Nu kwam er verandering;
-&#x2019;s konings humeur toonde zich even. Met ruischende <span class="pagenum">[<a id="pb108" href="#pb108">108</a>]</span>wieken zwierde hij als een wervelwind om den vischarend heen en hield plotseling dreigend
-stand midden in de lijn van zijn vlucht. Daar bleef hij op breede, donkere vlerken
-zweven; zijn gele oogen tuurden fel in de ineenkrimpende ziel van Ismaques, zijn klauwen
-waren ver teruggetrokken voor een doodelijken stoot. En Simmo, de Indiaan, die beneden
-naar me toe was komen draven, mompelde: &#x201e;Nu Cheplahgan woedend; dat Ismaques zoo dadelijk
-merken.&#x201d;
-</p>
-<div class="figure p108width"><img src="images/p108.jpg" alt="Daar bleef hij op breede, donkere vlerken zweven...." width="511" height="720"><p class="figureHead">Daar bleef hij op breede, donkere vlerken zweven.&#x2026;</p>
-<p class="first">bl. 108 V.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Maar Ismaques wist precies hoever hij gaan kon. Met een kreet van woede liet hij zijn
-visch vallen, of liever, hij gooide hem neer, in de hoop dat hij in &#x2019;t water terecht
-zou komen en verloren gaan. Op hetzelfde oogenblik wielde de adelaar hem uit den weg
-en boog bliksemsnel zijn kop. Ik had hem wel eerder zijn vleugels zien samenvouwen
-en neervallen, en mijn adem ingehouden bij zoo&#x2019;n vaart. Maar vallen hielp nu niet,
-want de visch viel sneller. In plaats daarvan schoot hij naar beneden en vermeerderde
-&#x2019;t gewicht van zijn val door &#x2019;t stuwen van zijn forsche wieken, terwijl hij neersuisde
-als een bliksemflits, om den visch te grijpen voor deze &#x2019;t water raakte, en steeg
-hij met een groote bocht weer op&#x2014;gestadig hooger en verder weg, gelijkmatig als &#x2019;t
-een koning betaamt te vliegen, naar zijn eigen jongen, heel ginds op den berg.
-</p>
-<p>Weken tevoren had ik den Ouden Witkop, zooals Gillie hem noemde, al leeren kennen
-op den Madawaska. <span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109">109</a>]</span>We voeren de rivier op, op weg naar de wildernis, toen luide kreten en &#x2019;t gepang van
-een geweer vlak voor ons weerklonken. Als we haastig een bocht tusschen de beboschte
-oevers om kwamen schieten, troffen we een man aan met een rookend geweer, een jongen
-tot aan zijn middel in de rivier, die hij over trachtte te komen, en aan den anderen
-kant een zwart schaap, dat ronddraafde en bij elken sprong blaatte.
-</p>
-<p>&#x201e;Hij heeft het lam meegenomen; hij heeft het lam meegenomen!&#x201d; riep de jongen. Toen
-ik de richting van zijn vinger volgde, zag ik den Ouden Witkop, een prachtigen vogel,
-zwaar boven de boomtoppen aan den anderen kant van het open veld uitstijgen. Bijna
-instinctmatig reikte ik achter me, greep het zware geweer, dat Gillie me in handen
-gaf, en sprong uit de kano; want met een geweer heb je een stevigen voetsteun noodig.
-Het was een ver schot, maar niet zoo heel moeilijk; de Oude Witkop had zijn draai
-genomen en bewoog zich gestadig al verder weg. Een seconde nadat het schot gevallen
-was zagen we hem stilhouden en afwijken in de lucht; toen kwamen er twee witte slagpennen
-neerzijgen en terwijl hij zich wendde, zagen we de breuk in zijn breeden, witten staart.
-En dat was het teeken waar we hem later altijd aan herkenden.
-</p>
-<p>Dit gebeurde bijna tachtig mijlen per kano vanwaar we nu stonden, ofschoon nauwelijks
-tien hemelsbreed over de bergen; want de rivieren en meren, die <span class="pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110">110</a>]</span>we volgden, kronkelen tot bijna aan &#x2019;t punt van uitgang terug; en de geheele wilde,
-prachtige streek was het jachtgebied van den adelaar. Waar ik ook ging, zag ik hem;
-ik zag hoe hij de groote rivieren volgde om aan land gespoelde forel en zalm, of hoog
-in de lucht dreef, waar hij twee of drie meren der wildernis overzien kon, hij met
-evenveel brave vischarenden, die er hun maaltijd vingen. Ik had een museum-beheerder
-beloofd dat ik hem dien zomer een adelaar zou bezorgen, en begon dus naarstig op dien
-grooten vogel te jagen. Maar dat jagen gaf niet veel, behalve dat het me heel wat
-van zijn zeden en gewoonten leerde, want &#x2019;t leek, alsof hij oogen en ooren over zijn
-geheele lichaam had; en al kroop ik als een slang door de bosschen, of al dreef ik
-als een wilde eend in mijn kano over het water, hij zag of hoorde me altijd en was
-verdwenen eer ik hem onder schot kon krijgen.
-</p>
-<p>Toen poogde ik hem in een stap<a class="noteref" id="xd29e985src" href="#xd29e985">1</a> te lokken. Ik legde twee groote forellen met een stalen klem er tusschen in, op een
-ondiepe plaats in de rivier, die ik van mijn kamp uit op een steilen oever, een halve
-mijl stroomaf, kon gadeslaan. Den volgenden dag hief Gillie, die begeeriger was dan
-ik, een geschreeuw aan, en toen ik te voorschijn kwam snellen, zag ik den Ouden Witkop
-in &#x2019;t ondiepe water bij den stap staan, waar hij omheen klapwiekte. We sprongen in
-een kano en roeiden spoorslags de rivier op, terwijl we juichten <span class="pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111">111</a>]</span>van verrukking, dat we den fellen, ouden vogel eindelijk hadden. Toen we de laatste
-landtong omkwamen, die de ondiepte verborg, stond de Oude Witkop daar, geen dertig
-meters van ons af, nog aan een visch te rukken en in &#x2019;t water te plassen. Ik zal niet
-spoedig zijn houding en uitdrukking vergeten, als wij de landtong omschoten: zijn
-lijf rechtop en stijf, zijn wieken half ontplooid, zijn kop naar voren, de oogleden
-rechtgetrokken en een krachtige, felle glans van vrijheid en ongetemde wildheid in
-zijn heldere oogen. Zoo stond hij daar, een heerlijk wezen, tot we bijna bij hem waren,&#x2014;toen
-steeg hij rustig op en nam een van de forellen mee. De andere had hij al in zijn maag.
-Hij zat in &#x2019;t geheel niet in de klem, maar was er zorgvuldig om heengestapt. Het geplas
-was veroorzaakt, doordat hij den eenen visch met zijn klauwen stuk had gereten en
-den anderen van een paal waar hij op stak had losgemaakt.
-</p>
-<p>Daarna kwam hij niet meer bij het ondiepe water, want hij had een nieuwe ondervinding
-opgedaan in zijn leven, die een donkere schaduw achterliet. Hij, die de koning was
-van alles wat hij van den ouden, door den bliksem getroffen den op den top van de
-klip overzag, die tot nog toe steeds de jager geweest was, wist nu wat het beteekende
-gejaagd te worden. En de angst er voor was, dunkt me, in zijn oogen en verzachtte
-hun fellen gloed, toen ik weken later hem er weer in keek, bij zijn eigen nest op
-den berg.
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure floatRight p111width"><img src="images/p111.png" alt="" width="364" height="154"></div><p>
-</p>
-<p>Simmo nam ook aan onze jacht deel, maar zonder <span class="pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112">112</a>]</span>geestdrift of vertrouwen. Hij had al eerder op denzelfden adelaar gejaagd&#x2014;een heelen
-zomer, om de waarheid te zeggen, toen een toerist, dien hij als gids diende, hem twintig
-dollars beloofd had voor de veeren van den koninklijken vogel. Maar de Oude Witkop
-droeg ze nog zegevierend en Simmo voorspelde hem een lang leven en een natuurlijken
-dood. &#x201e;Toch niks geven op dien arend jagen,&#x201d; zei hij eenvoudig. &#x201e;Ik eens probeeren
-en hem niet kunnen besluipen. Hij alles zien; en hij niet zien, dan hij hooren. En
-dan, gevaar hij voelen aankomen. Daarom hij bouwen zijn nest zoo ver weg, einden weg,
-o, ik niet weten waar wel.&#x201d; Dit laatste met een armzwaai om &#x2019;t heelal er onder te
-begrijpen. Cheplahgan, den Ouden Wolkvleugel, noemde hij trots den vogel, die hem
-een heelen zomer op jacht getart had.
-</p>
-<p>In &#x2019;t begin had ik op hem gejaagd als ieder andere barbaar; natuurlijk gedeeltelijk
-om zijn veeren voor den museumman; gedeeltelijk misschien om de lammeren van de kolonisten
-te beschermen; maar voornamelijk om hem te dooden, om te genieten van zijn klappende
-wieken als hij lag te sterven, en de bosschen te bevrijden van een wreeden dwingeland.
-Onder &#x2019;t jagen kwam er echter geleidelijk een verandering over me; ik zocht hem hoe
-langer hoe minder om zijn veeren en om zijn leven, en hoe langer hoe meer om hem zelf,
-om alles van hem te weten te komen. Ik placht hem urenlang gade te slaan van mijn
-kamp aan &#x2019;t groote meer uit, zooals hij daar rustig over de <span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113">113</a>]</span>Rendier-kaap zeilde, nadat hij met zijn jongen gegeten had, en in een stemming was
-om Ismaques in vrede zijn gang te laten gaan met visschen.
-</p>
-<p>Dan zette hij zijn groote wieken naar de bries en stond als een vlieger in den wind,
-terwijl hij geleidelijk naar boven klom in een eindelooze spiraal, hooger en hooger,
-zonder een zweem van inspanning, tot het oog duizelig werd onder &#x2019;t volgen. En ik
-hield er van om hem gade te slaan, zoo krachtig, zoo vrij, zoo zeker van zichzelf&#x2014;om
-en om, hooger, al hooger, zonder haast, zonder moeite, en elke wending vond den hemel
-nader en de aarde verder onder zich uitgebreid. Nu glimmen kop en staart zilverwit
-in den zonneschijn; nu hangt hij roerloos, een kruis van git, als een vrouw om den
-hals zou kunnen dragen, tegen het klare, peillooze blauw van den Junihemel&#x2014;daar! hij
-is in &#x2019;t blauw verloren, zoo hoog, dat ik hem niet meer kan zien. Maar juist als ik
-me afwend, duikt hij weer binnen &#x2019;t bereik van mijn blik, laat zich met opgevouwen
-vleugels als een zinklood neervallen, al sneller en sneller, al grooter en grooter,
-door een ontzettenden luchtstroom, tot ik opspring en mijn adem inhoud, alsof ik zelf
-neerkwam. En vlak voordat hij zich te pletter valt, zwenkt hij om in de lucht, met
-zijn kop naar beneden en half open wieken, en schiet in snelle glijvlucht naar het
-meer, dan in een groote bocht omhoog naar de boomtoppen, waar hij beter kan zien wat
-Kakagos, de zeldzame boschraaf, uitvoert, en op welk wild hij <span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114">114</a>]</span>jaagt. Want om dat te ontdekken kwam Cheplahgan zoo haastig naar beneden.
-</p>
-<p>Dan weer kwam hij vroeg in den morgen stroomop zwieren, alsof hij al een lange dagreis
-achter den rug had, met iets van heel, heel ginds en nog-zóó-ver in zijn snelle voortwieken.
-En als ik dan aan &#x2019;t forellenwater stond en heel stil was, hoorde ik het krachtige
-zijdegeritsel van zijn vlerken onder &#x2019;t voorbijvliegen. &#x2019;s Middags zag ik hem boven
-den hoogsten bergtop in &#x2019;t Noorden hangen, op een ontzaglijke hoogte, waar de verbeelding
-zelfs de heerlijke vlucht van zijn uitzicht niet volgen kon; en &#x2019;s avonds vloog hij
-het meer over, als hij zich naar &#x2019;t Westen voortbewoog, naar den zonsondergang toe
-op onvermoeide wieken&#x2014;altijd sterk, edel, prachtig in zijn kracht en eenzaamheid,
-een volmaakt zinnebeeld van de groote, verlaten, heerlijke wildernis.
-</p>
-<p>Eens dat ik hem gadesloeg, overviel het me plotseling, dat bosch en rivier onvolmaakt
-zouden zijn zonder hem. De gedachte hieraan kwam bij me terug en spaarde hem voor
-de wildernis, dien laatsten keer toen ik hem op leven of dood ging jagen.
-</p>
-<p>Dat was vlak nadat we het groote meer bereikt hadden, waar ik hem den vischarend had
-zien berooven. Na lang zoeken en rondloeren ontdekte ik een grooten boomstam aan den
-uitgang, waar de oude Witkop dikwijls zat. Er dicht bij was een groote draaikolk,
-op den rand van een ondiep gedeelte, en hij placht op den stam te zitten wachten tot
-er visch <span class="pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115">115</a>]</span>kwam, daar waar hij in &#x2019;t water kon waden om ze te vangen. Er heerschte dat jaar een
-ziekte onder de zuigvisschen<a class="noteref" id="xd29e1013src" href="#xd29e1013">2</a> (die geregeld om de paar jaar heerscht, evenals onder de konijnen) en dan kwamen
-ze uit het diepe water naar boven kronkelen om op &#x2019;t zand uit te rusten&#x2014;en werden
-door otters en vischarenden en beren en den ouden Witkop gegrepen, die alle hongerig
-op visch wachtten.
-</p>
-<p>Verscheiden dagen legde ik een mooi lokaas van forel en witvisch aan den rand van
-het ondiepe. De twee eerste keeren werd &#x2019;t aas laat in den middag uitgelegd en beide
-keeren kreeg een beer het den volgenden nacht. Toen legde ik het vroeg in den morgen,
-en voor den middag had Cheplahgan het ontdekt. Hij kwam recht als een pijl uit den
-boog van zijn uitkijk aan den anderen kant van den berg, van mijlen ver, en bracht
-me in groote verwondering, welk vreemd zesde zintuig hem leidde; want gezicht en reuk
-schenen beide evenzeer buitengesloten. Den volgenden dag kwam hij weer. Toen legde
-ik het allerbeste aas in &#x2019;t ondiepe en verborg me met mijn geweer in &#x2019;t dichte kreupelhout
-in de buurt.
-</p>
-<p>Hij kwam eindelijk, na uren wachtens, en viel met een zwaar wiekgeruisch van boven
-de boomtoppen neer. En toen hij op den ouden stam neerstreek en zijn breeden, witten
-staart uitspreidde, zag ik vol trots het gat dat mijn kogel weken te voren had gemaakt.
-<span class="pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116">116</a>]</span>Hij stond daar een oogenblik prachtig opgericht, kop, hals en staart glanzend wit;
-zelfs de donkerbruine veeren van zijn lichaam glommen in den helderen zonneschijn.
-En hij keerde langzaam zijn kop van den eenen kant naar den anderen, terwijl zijn
-scherpe oogen fonkelden, alsof hij zeggen wilde: &#x201e;Aanschouwt, een koning!&#x201d; tegen Chigwooltz,
-den kikvorsch, en Tookhees, de boschmuis, en tegen elk ander levend wezen, dat hem
-toevallig uit het kreupelhout zou kunnen gadeslaan bij zijn onkoninklijke daad van
-op doode visch te azen. Toen hupte hij naar beneden&#x2014;vrij onhandig, moet ik bekennen;
-want hij is een dier van de hemelsche diepten, die de aanraking met de aarde niet
-verdragen kan&#x2014;greep een visch, dien hij met zijn klauwen aan stukken trok en gulzig
-verslond. Twee keer trachtte ik hem te schieten, maar de gedachte aan de wildernis
-zonder hem wilde me niet uit het hoofd en weerhield me. En dan kwam het me zoo min
-voor, hem van een hinderlaag uit te betrekken, als hij naar beneden op den grond was
-gekomen, waar hij in &#x2019;t nadeel was; en toen hij wat van de grootere visschen in zijn
-klauwen greep, er snel mee omhoog rees en ze naar &#x2019;t Westen wegdroeg, was elke begeerte
-om hem te dooden vergaan. Er waren blijkbaar jonge Wolkvleugels, die ik ook moest
-opsporen en gadeslaan. Daarna jaagde ik nog ijveriger dan te voren op hem, maar zonder
-geweer. En een eigenaardig verlangen, waar ik geen rekenschap van geven kon, maakte
-zich van me <span class="pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117">117</a>]</span>meester: om dit ongetemde, ongerepte dier van wolken en bergen aan te raken.
-</p>
-<p>Den volgenden dag deed ik het. Er groeiden dichte struiken langs den eenen kant van
-den ouden stam, waar de adelaar op ging zitten. Hier hakte ik met mijn jachtmes een
-tunnel in en schikte de toppen zoo, dat ze me beter verborgen. Toen legde ik mijn
-aas uit, een goede twee uur voordat de oude Witkop op zijn vroegst kon komen, en kroop
-mijn hol in om te wachten.
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure floatRight p117width"><img src="images/p117.png" alt="" width="481" height="720"></div><p>
-</p>
-<p>Nauwelijks had ik me in mijn plaatsje genesteld en me afgevraagd hoe lang menschelijk
-geduld het steken van insecten en de heete, benauwde lucht zou kunnen uithouden zonder
-zich te verroeren of een blad te bewegen, of het zware zijgeruisch klonk vlakbij en
-ik hoorde den greep van zijn klauwen op den stam.
-</p>
-<p>Daar stond hij op een armslengte afstands, terwijl hij onrustig met zijn kop draaide
-en het licht op zijn witte borst blikkerde, met de felle, ongetemde fonkeling in zijn
-heldere oog. Nooit te voren had hij <span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118">118</a>]</span>zoo groot, zoo sterk, zoo prachtig geleken; mijn hart sprong op, toen ik me hem dacht
-als het zinnebeeld van mijn volk. Ik ben er nog blij om, dat ik eenmaal dat zinnebeeld
-aanschouwd heb en er de ontroering over heb gevoeld.
-</p>
-<p>Maar ik had weinig tijd om te denken, want Cheplahgan was rusteloos. Het een of andere
-instinct scheen hem voor een gevaar te waarschuwen, dat hij niet zien kon. Op hetzelfde
-oogenblik dat zijn kop was afgewend strekte ik mijn arm uit. Er verroerde zich nauwelijks
-een blad door die beweging; toch draaide hij zich bliksemsnel om en dook om toe te
-springen. Zijn oogen staarden recht in de mijne, zoo fel, dat ik het bijna niet uithouden
-kon. Misschien vergiste ik me, maar in dat korte oogenblik was het, of de harde glinstering
-zijner oogen van vrees verzachtte, toen hij mij herkende als het eenige in de wildernis
-dat op hem durfde jagen, op hem, den koning. Mijn hand raakte hem vol op den schouder;
-toen schoot hij de lucht in, en zwierde in groote kringen boven de boomtoppen, nog
-steeds neerziend op den mensch, zich angstig afvragend op welke wijze hij toch in
-dien man zijn macht was gekomen.
-</p>
-<p>Maar éen ding begreep hij niet. Terwijl ik op den stam stond, hoogopgericht, en naar
-hem opkeek, zooals hij boven me zwierde, dacht ik niet anders dan: &#x201e;Ik heb het gedaan,
-ik heb het gedaan, Cheplahgan, Wolkvleugel. En ik zou je bij je pooten hebben kunnen
-grijpen en je hebben vastgebonden, en in een <span class="pagenum">[<a id="pb119" href="#pb119">119</a>]</span>zak gepakt naar het kamp hebben kunnen brengen, als ik je niet liever vrij had laten
-gaan. En dat is beter dan je te schieten. Nu zal ik je jongen zoeken en die ook aanraken.&#x201d;
-</p>
-<p>Dagenlang had ik Witkops vluchtlijnen gevolgd en ik was tot het besluit gekomen dat
-zijn nest zich ergens in de bergen ten noord-westen van het groote meer bevond. Daar
-ging ik op een middag heen, en terwijl &#x2019;k verdwaald was in het hooge hout, dat nergens
-naar eenige richting een uitkijk gaf, zag ik niet Witkop, maar een grooter adelaar,
-zijn wijfje ongetwijfeld, die met voedsel recht het Westen invloog naar een hooge
-klip, die ik eens met mijn verrekijker, van een berg aan de overzij van het meer af,
-gezien had.
-</p>
-<p>Terwijl ik er den volgenden morgen vroeg heentoog, was het Cheplahgan zelf, die me
-wees waar zijn nest zich bevond. Ik liep langs den voet van de klip te jagen, toen
-ik omkeek naar het meer, waar ik hem heel uit de verte aan zag komen, en verstopte
-me in het kreupelhout. Hij kwam vlak langs me heen en toen &#x2019;k hem naging, zag &#x2019;k hem
-op een vooruitstekend gedeelte bij den top van de klip zitten. Vlak onder hem, boven
-in een verwrongen boom, die uit het rotsvlak groeide, vormde een reusachtige hoop
-takken het nest, terwijl er een groote moederadelaar bij zat, die de jongen voerde.
-Beide vogels schrokken op en maakten dat ze wegkwamen bij mijn nadering, maar keerden
-al gauw terug en zwierden boven mijn hoofd af en aan, toen ik het nest en het rotsvlak
-door mijn <span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120">120</a>]</span>verrekijker op zat te nemen. Ze hoefden nu niet voorzichtig te zijn. Beide vogels
-schenen bij instinct te weten waarom ik gekomen was, en dat het lot van de adelaarsjongen
-in mijn handen lag, als ik de klip maar kon beklimmen.
-</p>
-<div class="figure p120width"><img src="images/p120.png" alt="" width="474" height="720"></div><p>
-</p>
-<p>Het was een benauwend karweitje, die klimpartij van een driehonderd voet tegen den
-steilen rotswand op. Gelukkig was de rots vol naden en reten door eeuwenlang verweren;
-struiken en dwergboomen groeiden uit ontelbare spleten, die me een vast steunpunt
-voor mijn voeten gaven en me soms wel meer dan twaalf voet naar boven hielpen. Terwijl
-ik klom, kringden de vogels al lager en lager; het sterke ruischen van hun wieken
-was nu voortdurend om mijn hoofd; &#x2019;t leek of ze elk oogenblik grooter, feller werden,
-terwijl mijn houvast hoe langer hoe onzekerder werd en de aarde en de spitse boomtoppen
-ver wegzonken. Er zat een goede revolver in mijn zak, om in geval van nood te dienen;
-maar als de groote vogels me hadden aangevallen, zou &#x2019;t me leelijk vergaan zijn, want
-van tijd tot tijd was ik verplicht me stevig met <span class="pagenum">[<a id="pb121" href="#pb121">121</a>]</span>beide handen vast te grijpen, met mijn gezicht naar de klip, zoodoende de adelaars
-vrij latend om van boven en van achteren te stooten. Ik geloof nu, dat, wanneer ik
-op zoo&#x2019;n plek angst had getoond, of geschreeuwd had, of ze weg had trachten te jagen,
-ze als furiën met wiek en klauw op me af zouden zijn geschoten. Ik kon &#x2019;t in hun felle
-oogen zien wanneer ik opkeek; maar de gedachte aan de keeren dat ik op ze gejaagd
-had, en vooral de herinnering aan dien keer toen ik uit de struiken reikte en hem
-had aangeraakt, was Witkop bij en maakte hem bevreesd. Ik ging dus gestaag mijn gang,
-zonder schijnbaar een gedachte aan de adelaars te schenken, ofschoon ik diep in mijn
-binnenste bang genoeg was, en bereikte den voet van den boom waarin het nest was gemaakt.
-</p>
-<p>Daar stond ik langen tijd, met mijn arm om den gedraaiden, ouden tronk geslagen, uit
-te kijken over het bosch dat zich uitbreidde in de diepte, gedeeltelijk om weer moed
-te verzamelen, gedeeltelijk om de adelaars gerust te stellen, die vlak bij me kringden
-met een zekere ingespannen verbazing in hun oogen, maar voornamelijk om te overleggen
-wat me nu te doen stond. In den boom kon ik makkelijk klimmen, maar het nest&#x2014;een reusachtige
-geschiedenis, waar jaarin, jaaruit bij aangebouwd was&#x2014;vulde de kruin van den boom
-geheel, en ik kon geen steunpunt voor mijn voet vinden, vanwaar ik over den rand kon
-zien en de arendsjongen bekijken, zonder <span class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122">122</a>]</span>het nest stuk te maken. Dat wilde ik niet doen, en ik twijfelde er aan of de moeder-adelaar
-het toe zou laten. Wel twaalf keer scheen ze op het punt zich op mijn hoofd neer te
-storten, om het met haar klauwen stuk te rijten; maar steeds zwenkte ze weg als ik
-kalm opkeek, en de oude Witkop, die heel duidelijk het teeken van mijn kogel droeg,
-zwierde tusschen haar en mij en scheen te zeggen: &#x201e;Wacht, wacht. Ik begrijp het niet;
-maar hij kan ons dooden als hij het wil&#x2014;en de jongen zijn in zijn macht.&#x201d; Hij was
-nu dichter bij me dan ooit en de schuwheid verdween gaandeweg. Maar de felheid eveneens.
-</p>
-<p>Van den voet van den boom ging de spleet waar deze in groeide rechts naar boven en
-dan weer terug naar de richel boven het nest, waar Cheplahgan stond toen ik hem ontdekte.
-De rand van die spleet bood een duizelingwekkend pad, dat men gaan kon door zich als
-een kreeft voort te bewegen, met het gezicht naar de klip en niets dan de struiken
-daar, om zich met de vingers aan vast te grijpen. Ten leste probeerde ik het, kroop
-twintig voet schuin naar boven en tien weer terug en liet me met een diepen zucht
-van verlichting op een breede richel vallen, bedekt met botten en vischschubben, overblijfselen
-van menige barbaarsche smulpartij. Onder me, bijna binnen mijn bereik, was het nest
-met twee donkere, rimpelige jonge vogels, die op twijgen en hooi rustten, met visch,
-vleesch en gevogelte in een bloederigen, velligen, schubbigen kring om zich heen&#x2014;het
-zag er <span class="pagenum">[<a id="pb123" href="#pb123">123</a>]</span>uit als het allerbloeddorstigste huishouden, waar &#x2019;k ooit ongevraagd naar binnen had
-gekeken.
-</p>
-<p>Maar terwijl ik nog zat te kijken en me verbaasde, en uit trachtte te maken wat voor
-ander wild ze die jeugdige kannibalen, die ik had helpen voeren, gebracht hadden,
-gebeurde er iets vreemds, dat me zoo trof als weinig dingen onder de dieren der natuur
-ooit gedaan hebben. De adelaars waren dicht bij me, toen ze me langs den laatsten
-rotshoek volgden en ongetwijfeld in hun hart hoopten dat ik uit zou glijden, en een
-eind maken aan hun zorg, en mijn lichaam als voedsel voor de jongen geven. Terwijl
-ik nu op de richel aandachtig in het nest zat te turen, verliet de groote vogelmoeder
-me en zweefde boven haar adelaarsjongen, alsof ze hen met haar vlerken zelfs voor
-&#x2019;t gezicht van mijn oogen wilde beschermen. Maar de oude Witkop bleef om me heenkringen.
-Lager kwam hij, steeds lager, tot hij, met een uiterste poging van koenheid, zijn
-wieken opvouwde en naast me op de richel neerstreek, nog geen tien voet van me af,
-waar hij zich omwendde en me aankeek. &#x201e;Kijk,&#x201d; scheen hij te zeggen, &#x201e;we zijn weer
-in elkaars bereik. Je hebt me eens aangeraakt; ik weet niet hoe of waarom. Hier ben
-ik nu om me aan te raken of te dooden, zooals je verkiest; maar spaar de jongen.&#x201d;
-</p>
-<p>Een oogenblik later streek de moeder neer op den rand van het nest. En daar zaten
-we, met z&#x2019;n drieën, allen evenzeer in verwondering, met de jonge adelaars aan onze
-voeten, de klip boven ons, en driehonderd <span class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124">124</a>]</span>voet beneden ons de sparretoppen van de wildernis, die zich uitbreidde om zich in
-de bergen te verliezen, aan den overkant van het groote meer.
-</p>
-<p>Ik zat doodstil, wat de eenige manier is om een dier in de natuur gerust te stellen;
-en weldra had Cheplahgan, dunkt me, zijn vrees en zijn zorg voor de jongen vergeten.
-Maar zoodra stond ik niet op, of hij was de lucht weer in en kringde rusteloos boven
-mijn hoofd met zijn wijfje, en dezelfde wilde felheid was weer in zijn oogen als hij
-neerkeek. Een half uur later had ik den top van de klip bereikt en toog ik oostelijk
-naar het meer, langs een heel wat gemakkelijker weg afdalend, dan die waar ik mee
-naar boven was gegaan. Daarna kwam ik er nog herhaaldelijk terug en zag van op een
-afstand hoe de adelaarsjongen gevoerd werden. Maar ik ben nooit meer naar het nest
-toegeklommen.
-</p>
-<p>Eens, toen ik bij het boschje kwam op de klip, waar ik gewoonlijk het nest door mijn
-kijker lag op te nemen, merkte ik, dat er een adelaarsjong weg was. Het andere stond
-op den rand van het nest angstig naar beneden in den afgrond te kijken, waar zijn
-dapperder kameraadje zeker heen was gevlogen, en van tijd tot tijd troosteloos te
-roepen. Zijn heele houding gaf duidelijk te kennen, dat hij honger had en boos en
-verlaten was. Weldra kwam de moeder-adelaar snel uit het dal met voedsel in haar klauwen.
-Ze kwam tot den rand van het nest, zweefde er even boven, als om het hongerige adelaarsjong
-het voedsel <span class="pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125">125</a>]</span>te laten zien en ruiken, daalde toen langzaam naar het dal, terwijl ze &#x2019;t voedsel
-meenam en het jong op haar manier aanmaande te komen; dan zou hij het hebben. Hij
-riep haar hard na van den rand van het nest en breidde herhaaldelijk zijn vleugels
-uit om haar te volgen. Maar dat neerduiken was te griezelig; zijn moed begaf hem;
-en hij trok zich veilig weer in het nest terug, trok zijn kop in de schouders, sloot
-zijn oogen en trachtte te vergeten dat hij honger had. De beteekenis van dit tooneeltje
-was duidelijk genoeg. Ze poogde hem te leeren vliegen, door hem te verstaan te geven,
-dat zijn vleugels volwassen waren en dat de tijd gekomen was om ze te gebruiken; maar
-hij was bang.
-</p>
-<p>Na een poosje kwam ze terug; zonder voedsel dezen keer, en zweefde boven het nest,
-terwijl ze het jong op alle manieren probeerde te bewegen er uit te komen. Ze slaagde
-eindelijk, toen het met een wanhopige poging opsprong en naar de richel er boven klapwiekte,
-waar ik hem met den ouden Witkop had zitten bekijken. Toen, nadat hij de wereld ernstig
-van zijn nieuwe plaats had overzien, flodderde hij weer naar het nest terug en hield
-zich doof voor alle verzekeringen van zijn moeder, dat hij net zoo gemakkelijk naar
-de boomtoppen beneden kon vliegen, als hij maar wilde.
-</p>
-<p>Plotseling, alsof ze ontmoedigd was, steeg ze hoog boven hem op. Ik hield mijn adem
-in, want ik wist wat er zou gebeuren. Het kleine ding stond op den <span class="pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126">126</a>]</span>rand van het nest den sprong te overwegen, dien hij niet nemen dorst. Achter hem klonk
-een scherpe kreet, die maakte dat hij op zijn hoede was, in de grootste spanning.
-Het volgende oogenblik was de moeder-adelaar neergeschoten en had het nest bij zijn
-pooten een klap gegeven, zoodat hij met zijn steunpunt van takken samen de lucht invloog.
-</p>
-<p>Nu dreef hij, dreef hij in de blauwe lucht, ondanks zichzelf, en klapwiekte zoo hard
-hij kon om zich &#x2019;t leven te redden. Boven hem, onder hem, naast hem zweefde de moeder
-op onvermoeide wieken, terwijl ze hem zachtjes toeriep dat ze daar was. Maar de vreeselijke
-angst voor de diepten en de speertoppen van de sparren had het jonge dier bevangen;
-zijn wiekgeklepper werd hoe langer hoe wilder; al sneller en sneller viel hij. Plotseling&#x2014;meer
-uit angst leek het mij, dan dat zijn kracht ten einde was&#x2014;verloor hij zijn evenwicht
-en keukelde halsoverkop de ruimte in. Nu scheen het wel dat &#x2019;t met hem gedaan was;
-hij vouwde zijn vleugels op om tusschen de boomen te pletter te vallen. Toen schoot
-de oude moeder-adelaar als een bliksemschicht onder hem; zijn radelooze pooten raakten
-haar breede schouders tusschen haar wieken. Hij richtte zich op, rustte een poosje,
-kwam weer tot bezinning; daarna schoot ze plotseling onder hem weg en liet hem op
-zijn eigen vlerken neerkomen. Een handvol veeren, door zijn klauwen er uitgerukt,
-zegen langzaam achter hem neer.
-<span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127">127</a>]</span></p>
-<p>Het was alles het werk van een oogenblik, eer ik ze tusschen de boomen heel in de
-diepte uit &#x2019;t oog verloor; als ik ze weer in mijn kijker kreeg, zat het adelaarsjong
-in den top van een grooten den en was de moeder hem aan &#x2019;t voeren.
-</p>
-<p>En toen ik daar alleen in de groote wildernis stond, drong het plotseling voor het
-eerst duidelijk tot me door, wat de wijze, oude profeet bedoelde; ofschoon hij het
-langgeleden schreef, in een ver verwijderd land en een ander dan Wolkvleugel haar
-jongen geleerd had, geheel onbewust van de welgezinde oogen, die het uit een boschje
-gadesloegen: &#x201e;Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijne jongen zweeft, zijne vleugelen
-uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijne vlerken&#x2014;zoo de Heere.&#x201d;
-<span class="pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129">129</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e985" href="#xd29e985src">1</a></span> Gewestelijk voor klem.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd29e985src">&#x2191;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd29e1013" href="#xd29e1013src">2</a></span> Genus Catostomidae.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd29e1013src">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div id="namen" class="div1 glossary"><span class="pagenum">[<a href="#xd29e270">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">DE INDIAANSCHE NAMEN.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first"><i>Cheokhes</i>, kie-ok-ez&#x2019;, de Amerikaansche &#x201e;mink&#x201d;, een ottersoort.
-</p>
-<p><i>Cheplahgan</i>, tsjep-la&#x2019;-guan, de Canadeesche arend.
-</p>
-<p><i>Ch&#x2019;geegee-lokh-sis</i>, tsj-dsjie-dsjie&#x2019;-lok-siz, de zwartkopmees: parus atricapillus.
-</p>
-<p><i>Chigwooltz</i>, tsjigg-woelts&#x2019;, de stierkikvorsch.
-</p>
-<p><i>Clote Scarpe</i>, Kloot Skaarp, een fabelachtige held van de Noordelijke Indianen, zooals Hiawatha.
-</p>
-<p><i>Commoossie</i>, kom-moe-sie&#x2019;, een kleine schuilplaats of hut van bast en takken gemaakt.
-</p>
-<p><i>Deedeeaskh</i>, die-die&#x2019;-ask, de Vlaamsche gaai.
-</p>
-<p><i>Eleemos</i>, el-ie&#x2019;mos, de vos.
-</p>
-<p><i>Hawahak</i>, ha-wa-hek&#x2019;, de havik.
-</p>
-<p><i>Hukweem</i>, huk-wiem&#x2019;, de groote Noordelijke duiker, of ijsduiker.
-</p>
-<p><i>Ismaques</i>, is-ma-kwez&#x2019;, de vischarend.
-</p>
-<p><i>Kagax</i>, ke&#x2019;-guaks, de wezel.
-</p>
-<p><i>Kakagos</i>, ka-ka-guoz, de raaf.
-</p>
-<p><i>K&#x2019;dunk</i>, k&#x2019;dunk&#x2019;, de pad.
-</p>
-<p><i>Keeokuskh</i>, kie-o-kusk&#x2019;, de muskusrat.
-</p>
-<p><i>Keeonekh</i>, kie&#x2019;-o-nek, de otter.
-</p>
-<p><i>Killoleet</i>, kil&#x2019;-loe-liet, de witkeel-musch.
-</p>
-<p><i>Kookooskoos</i>, koe-koes-koes&#x2019;, de groote oehoe.
-</p>
-<p><i>Koskomenos</i>, kos&#x2019;-kom-ie-nos&#x2019;, de ijsvogel.
-</p>
-<p><i>Kupkawis</i>, kup-kee&#x2019;-wiz, syrnium nebulosum, een gestreepte uil.
-</p>
-<p><i>Kwaseekho</i>, kwa-ziek&#x2019;o, de bergeend.
-<span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130">130</a>]</span></p>
-<p><i>Lhoks</i>, loks, de panter.
-</p>
-<p><i>Malsun</i>, mel&#x2019;-sun, de wolf.
-</p>
-<p><i>Meeko</i>, mie&#x2019;-ko, de roode eekhoorn.
-</p>
-<p><i>Megaleep</i>, meg&#x2019;-a-liep, de caribou of &#x2019;t N.-Amerikaansche rendier.
-</p>
-<p><i>Milicete</i>, mil&#x2019;-i-siet, de naam van een Indiaanschen stam, ook Malicete geschreven.
-</p>
-<p><i>Mitches</i>, mit&#x2019;-sjes, het gekraagde hazelhoen, een soort &#x201e;grouse&#x201d;: bonasia umbellis of Amerikaansche
-patrijs.
-</p>
-<p><i>Moktaques</i>, mok-ta&#x2019;-kwes, de haas.
-</p>
-<p><i>Mooween</i>, moe-wien&#x2019;, de zwarte beer.
-</p>
-<p><i>Masquash</i>, mus&#x2019;kwosj, de muskusrat.
-</p>
-<p></p>
-<div class="table">
-<table class="listTable">
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop"><i>Nemox</i>, nem&#x2019;-moks, </td>
-<td rowspan="2" class="rowspan rightbrace cellTop cellBottom xd29e1182"><img src="images/rbrace2.png" alt="}" width="12" height="40"></td>
-<td rowspan="2" class="rowspan cellRight cellTop cellBottom xd29e1184">de vischmarter uit N.-Amer.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom xd29e1187"><i>Pekquam</i>, pek-wem,</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-<p><i>Quoskh</i>, kwosk, de blauwe reiger.
-</p>
-<p><i>Seksagadagee</i>, sek&#x2019;-sa-guee-da&#x2019;-guie, het Canadeesche hazelhoen, ook een soort &#x201e;grouse&#x201d;.
-</p>
-<p><i>Skooktum</i>, skoek&#x2019;-tum, de forel.
-</p>
-<p><i>Tookhees</i>, tok&#x2019;-ies, de boschmuis.
-</p>
-<p><i>Umquenawis</i>, um-kwie-na&#x2019;-wiz, de eland.
-</p>
-<p><i>Unkwunk</i>, unk&#x2019;-wunk, het stekelvarken.
-</p>
-<p><i>Upweekis</i>, up-wiek&#x2019;-is, de Canadeesche lynx.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure schutbladwidth"><img src="images/schutblad.jpg" alt="Oorspronkelijk schutblad." width="537" height="720"></div><p>
-</p>
-<p>&nbsp;
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure spinewidth"><img src="images/spine.jpg" alt="Oorspronkelijke rug." width="720" height="78"></div><p>
-</p>
-<p>&nbsp;
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure backwidth"><img src="images/back.jpg" alt="Oorspronkelijke achterkant." width="554" height="720"></div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="transcribernote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
-<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen
-van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden
-van de <a class="seclink xd29e46" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/license" rel="license">Project Gutenberg Licentie</a> bij dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd29e46" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
-</p>
-<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd29e46" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
-</p>
-<p>Vertaling van <i lang="en">Secrets of the Woods</i>, beschikbaar bij Project Gutenberg als ebook <a class="pglink xd29e46" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/1901">1901</a>.
-</p>
-<h3 class="main">Metadata</h3>
-<table class="colophonMetadata">
-<tr>
-<td><b>Titel:</b></td>
-<td>Boschgeheimen</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>William Joseph Long (1866&#x2013;1952)</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/15260441/" class="seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Illustrator:</b></td>
-<td>Charles Copeland (1858&#x2013;1945)</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/56202685/" class="seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Vertaler:</b></td>
-<td>Cilia Stoffel</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/220708761/" class="seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Taal:</b></td>
-<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
-<td>1921</td>
-<td></td>
-</tr>
-</table>
-<h3 class="main">Codering</h3>
-<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
-einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
-zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
-dit boek.</p>
-<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
-<ul>
-<li>2019-08-16 Begonnen.
-</li>
-</ul>
-<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
-<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links
-voor u niet werken.</p>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctiontable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-<th>Bewerkingsafstand</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e281">VI</a></td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e326">13</a></td>
-<td class="width40 bottom">en</td>
-<td class="width40 bottom">er</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd29e610">54</a></td>
-<td class="width40 bottom">Keeonehk</td>
-<td class="width40 bottom">Keeonekh</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-
-
-
-
-
-
-
-<pre>
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of Boschgeheimen, by William J. Long
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK BOSCHGEHEIMEN ***
-
-***** This file should be named 60224-h.htm or 60224-h.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/6/0/2/2/60224/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
-
-
-</pre>
-
-</body>
-</html>
diff --git a/old/60224-h/images/back.jpg b/old/60224-h/images/back.jpg
deleted file mode 100644
index 18f23fe..0000000
--- a/old/60224-h/images/back.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/book.png b/old/60224-h/images/book.png
deleted file mode 100644
index 8c9ee4f..0000000
--- a/old/60224-h/images/book.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/card.png b/old/60224-h/images/card.png
deleted file mode 100644
index 784a984..0000000
--- a/old/60224-h/images/card.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/cover.jpg b/old/60224-h/images/cover.jpg
deleted file mode 100644
index 842b1e6..0000000
--- a/old/60224-h/images/cover.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/external.png b/old/60224-h/images/external.png
deleted file mode 100644
index 8300122..0000000
--- a/old/60224-h/images/external.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/frontispiece.jpg b/old/60224-h/images/frontispiece.jpg
deleted file mode 100644
index c495b8a..0000000
--- a/old/60224-h/images/frontispiece.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/label.jpg b/old/60224-h/images/label.jpg
deleted file mode 100644
index a064838..0000000
--- a/old/60224-h/images/label.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/logo.png b/old/60224-h/images/logo.png
deleted file mode 100644
index 71ab263..0000000
--- a/old/60224-h/images/logo.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p021.png b/old/60224-h/images/p021.png
deleted file mode 100644
index f3f7b35..0000000
--- a/old/60224-h/images/p021.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p026.png b/old/60224-h/images/p026.png
deleted file mode 100644
index e1aa3de..0000000
--- a/old/60224-h/images/p026.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p030.png b/old/60224-h/images/p030.png
deleted file mode 100644
index df0ea17..0000000
--- a/old/60224-h/images/p030.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p033.png b/old/60224-h/images/p033.png
deleted file mode 100644
index b62eeb4..0000000
--- a/old/60224-h/images/p033.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p035.png b/old/60224-h/images/p035.png
deleted file mode 100644
index 6453244..0000000
--- a/old/60224-h/images/p035.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p039.png b/old/60224-h/images/p039.png
deleted file mode 100644
index f29b64c..0000000
--- a/old/60224-h/images/p039.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p046.png b/old/60224-h/images/p046.png
deleted file mode 100644
index 9e616b5..0000000
--- a/old/60224-h/images/p046.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p050.jpg b/old/60224-h/images/p050.jpg
deleted file mode 100644
index f131f62..0000000
--- a/old/60224-h/images/p050.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p058.png b/old/60224-h/images/p058.png
deleted file mode 100644
index 2060879..0000000
--- a/old/60224-h/images/p058.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p065.jpg b/old/60224-h/images/p065.jpg
deleted file mode 100644
index ece7a4a..0000000
--- a/old/60224-h/images/p065.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p070.png b/old/60224-h/images/p070.png
deleted file mode 100644
index 0b9aced..0000000
--- a/old/60224-h/images/p070.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p078.png b/old/60224-h/images/p078.png
deleted file mode 100644
index 985622d..0000000
--- a/old/60224-h/images/p078.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p081.png b/old/60224-h/images/p081.png
deleted file mode 100644
index 8be8679..0000000
--- a/old/60224-h/images/p081.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p089.png b/old/60224-h/images/p089.png
deleted file mode 100644
index fd9599d..0000000
--- a/old/60224-h/images/p089.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p091.png b/old/60224-h/images/p091.png
deleted file mode 100644
index bb82783..0000000
--- a/old/60224-h/images/p091.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p094.png b/old/60224-h/images/p094.png
deleted file mode 100644
index 1e6b39e..0000000
--- a/old/60224-h/images/p094.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p101.png b/old/60224-h/images/p101.png
deleted file mode 100644
index f54a88a..0000000
--- a/old/60224-h/images/p101.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p103.jpg b/old/60224-h/images/p103.jpg
deleted file mode 100644
index b8f0660..0000000
--- a/old/60224-h/images/p103.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p104.png b/old/60224-h/images/p104.png
deleted file mode 100644
index 9523579..0000000
--- a/old/60224-h/images/p104.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p108.jpg b/old/60224-h/images/p108.jpg
deleted file mode 100644
index 2ec4151..0000000
--- a/old/60224-h/images/p108.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p111.png b/old/60224-h/images/p111.png
deleted file mode 100644
index 163e5fa..0000000
--- a/old/60224-h/images/p111.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p117.png b/old/60224-h/images/p117.png
deleted file mode 100644
index 36a3d84..0000000
--- a/old/60224-h/images/p117.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/p120.png b/old/60224-h/images/p120.png
deleted file mode 100644
index d876892..0000000
--- a/old/60224-h/images/p120.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/rbrace2.png b/old/60224-h/images/rbrace2.png
deleted file mode 100644
index 26c84e5..0000000
--- a/old/60224-h/images/rbrace2.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/schutblad.jpg b/old/60224-h/images/schutblad.jpg
deleted file mode 100644
index 2dbe6c7..0000000
--- a/old/60224-h/images/schutblad.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/spine.jpg b/old/60224-h/images/spine.jpg
deleted file mode 100644
index d013358..0000000
--- a/old/60224-h/images/spine.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/60224-h/images/titlepage.png b/old/60224-h/images/titlepage.png
deleted file mode 100644
index 260e727..0000000
--- a/old/60224-h/images/titlepage.png
+++ /dev/null
Binary files differ