summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/59350-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '59350-0.txt')
-rw-r--r--59350-0.txt2706
1 files changed, 2706 insertions, 0 deletions
diff --git a/59350-0.txt b/59350-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..7d90b6a
--- /dev/null
+++ b/59350-0.txt
@@ -0,0 +1,2706 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 59350 ***
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ RABINDRANATH TAGORE
+
+ EEN BIOGRAFISCHE SCHETS
+
+
+ DOOR
+
+ NOTO SOEROTO
+
+
+ Tweede druk.
+
+
+ Aan
+ Z. H. prins Mangkoe Negoro VII
+ uit innigen eerbied opgedragen.
+
+
+ AMSTERDAM
+ W. VERSLUYS
+ 1921
+
+
+
+
+
+
+
+
+VOORWOORD.
+
+
+Deze biographische schets, aanvankelijk als een lezing voor een
+kleinen kring van belangstellenden, de "Indische Vereeniging",
+bedoeld, is door aanvullingen en toevoegingen uitgedijd tot een korte
+verhandeling. Aangezien over den Bengaalschen dichter, bij mijn weten,
+nog geen levensbeschrijving in de Nederlandsche taal is verschenen,
+heb ik gemeend goed te doen met deze schets aan het Nederlandsch lezend
+publiek, zoowel aan Nederlanders als aan Javanen, aan te bieden. Doch
+niemand is méér overtuigd van de onvolledigheid van dit geschriftje,
+zelfs maar als een korte biographie van den dichter-wijsgeer, dan de
+schrijver zelf.
+
+
+Noto Soeroto.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+Henri Borel, in een artikel over Tagore, schreef onlangs: "Er
+bestaat voor den Oosterling geen toeval. Toeval bestaat alleen voor
+wie het mystieke verband der dingen niet ziet. Zóó was het ook
+geen toeval, dat juist enkele jaren vóór dezen verschrikkelijken
+wereldoorlog, die het debacle is van de westersche, bijna uitsluitend
+materieel-intellectueele beschaving, over Europa de stem gehoord werd
+van den oosterschen dichter-wijsgeer Rabindranath Tagore, brengend
+de geestelijke tijding, dat een nieuwe era aan zal breken voor het
+westersche gevoelsleven en de westersche kunst".
+
+Inderdaad is het succes, waarmee Tagore geest en hart in Europa
+veroverd heeft, overweldigend. In een paar jaren tijds zijn meerdere
+zijner werken in bijna al de voornaamste Europeesche talen vertaald
+geworden, en niet alleen in Engeland, maar ook in Rusland hebben
+reeds opvoeringen van eenige zijner tooneelwerken plaats gevonden.
+
+Naar mijn overtuiging echter brengt Tagore die geestelijke boodschap
+niet alleen voor Europa, doch ook voor alle andere volkeren buiten
+dit werelddeel, zoo zij slechts de deuren van hun geestes-woningen
+willen openen om den verkwikkenden wind, die van uit Bengalen aanwaait,
+beladen met den geur van de heerlijkste zielebloemen in hun atmosfeer
+te doen aanzweven. Ik acht het niet onmogelijk, dat ook op Java éénmaal
+de stem van Tagore onder de zonen des lands een talrijk gehoor zal
+vinden, want zelfs nu reeds begint de groote Bengalees onder de
+Javanen enkele bewonderaars en vereerders te tellen, ofschoon het
+aantal Javaansche overzettingen van Tagore's verzen nog maar luttel
+is te noemen. Wanneer de Javaansche letterkunde verrijkt wordt met
+producten uit de Indische, speciaal Bengaalsche litteratuur, hebben
+wij dit te danken aan den toenmaligen Raden Mas Ario Soorjo Soeparto,
+thans prins Mangkoe Negoro VII; en aan hem zijn dan ook degenen
+verplicht, die, ofschoon geen enkele Europeesche taal kennende,
+toch onder de bekoring zijn geraakt van Tagore's sublieme poëzie.
+
+Henri Borel zegt: "In ons land was het Frederik van Eeden--en dat
+het juist deze, en geen andere was, kan evenmin een toeval zijn--die
+het eerst Rabindranath Tagore in dichterlijke, Nederlandsche taal
+tot ons bracht." Hij veroorlove mij op mijn beurt te zeggen: het kàn
+ook geen toeval wezen, dat juist Raden Mas Ario Soorjo Soeparto, zelf
+kleinzoon van een grooten dichter--prins Mangkoe Negoro IV--het eerst
+getroffen werd door de schoonheid der van Eedensche overzettingen en
+toen besloot langs dien weg den Hindoe-zanger in het land der Javanen
+binnen te halen. Maar wat is dit een mysterie! De sporen op den weg,
+waarlangs de Hindoe-leermeesters rechtstreeks uit hun land naar Java
+kwamen getogen, zijn eeuwenlang reeds uitgewischt, doch de Javanen
+hebben nimmer hun oude guru's vergeten. Na eeuwenlange scheiding
+schijnt het verlangen naar het wederzien zóó sterk te zijn, dat de
+Javanen hen weder in hun land binnenleiden, al was het langs den
+ontzachelijken omweg van Engeland en Nederland.
+
+Het is met het oog op deze groote waarschijnlijkheid, deze zekerheid,
+durf ik wel te zeggen, dat ik mij gelukkig acht in uw midden het een
+en ander te kunnen mededeelen omtrent den grooten dichter, opdat gij
+van den aanvang af zult beseffen, wèlk een geest op het punt staat van
+zijn rijkdom en zijn schoonheid aan geestelijke schatten het noodige te
+geven voor den bloei van ons cultuur-leven. De mededeelingen, welke ik
+u nu ga doen, zijn grootendeels ontleend aan de Biographische studie
+over Tagore door diens landgenoot Basanta Koomar Roy.
+
+De schrijver begint met ons te vertellen in welk een omgeving de
+dichter-wijsgeer het eerste levenslicht aanschouwde. "Poëzie,"
+zegt hij, "vormt een deel van ons dagelijksch leven in Indië. De
+eerste zegen, dien het pas geboren kindje bij zijn komst op deze
+wereld ontvangt, is in verzen. Wanneer het groeiende kind iets
+onzindelijks doet, reciteert de moeder een klein versje, waarin
+zij het wijst op de onwelkome gevolgen van zulk een daad. Wanneer
+het kind naar school gaat, worden de eerste lessen in het alphabet
+gegeven in verzen. Wanneer de opgeschoten jongen Sanskrit begint te
+leeren, is één van de eerste çloka's, die in zijn geheugen worden
+ingeprent, deze: "De twee groote zegeningen, die een wijding geven
+aan de verschrikkingen dezer harde wereld, zijn: het smaken van
+den nectar der poëzie en het hebben van een goed gezelschap". De
+meeste vakken, welke een student in het Sanskrit te leeren heeft,
+zijn geschreven in verzen--de regels der grammatica, de aphorismen
+der metaphysica en logica, de botanische en medische wetenschappen,
+astronomie, chemie en physica zijn alle in verzen. De Ramayana, het
+meest gelezen boek overal in Indië, is in verzen. Bij het huwelijk
+wordt het jonge paar ingezegend door mantram's in verzen; en verder
+wanneer, na den dood, het lichaam aan het vuur of aan de aarde wordt
+toevertrouwd, is het weer de Hindoe-Muze der Poëzie, die de laatste
+woorden te zeggen heeft."
+
+In zulk een land en in een familie, die sedert de 10e eeuw aan den
+geestelijken horizon van Indië geschitterd heeft, werd Rabindranath
+Tagore, de Nobelprijs-winner van 1913, geboren op den 6en Mei 1861.
+
+Op het gebied van maatschappelijke en godsdienstige hervormingen,
+in de herleving van schilderkunst en muziek, op het terrein
+van politiek en industrieel nationalisme, hebben de leden der
+Takur-familie (verengelscht in Tagore) onschatbare diensten aan hun
+land bewezen, en daarvoor verwierven zij zich de hooge achting van
+het Indische volk, van het Bengaalsche in het bijzonder. Prosonno
+Koomar Tagore, een grondbezitter, was een rechtsgeleerde van
+grooten naam; hij schreef en gaf boeken uit over rechtsgeleerde en
+opvoedings-vraagstukken en was de stichter en voorzitter der "British
+Indian Association". Raja Sir Surindra Mohun Tagore, ongetwijfeld
+een der grootste muziek-geleerden van Indië, stichtte "de Bengaalsche
+Muziekschool" en "de Bengaalsche Hoogeschool voor Muziek" en schreef
+vele boeken over Hindoe-muziek en muziekinstrumenten. Gogonindranath
+en Abanindranath Tagore zijn befaamde schilders en leiders in
+de herleving der Hindoe-schilderkunst. De laatste telt bijna
+alle jonge schilders van naam, als Asit Koomar Haldar en Nanda
+Lal Bose, onder zijne discipelen. Beroemd zijn van Abanindranath
+"The victory of Buddha" en "Karna and Kunti". Maharaja Ramanath
+Tagore, de broeder van des dichters grootvader, was politicus en
+publicist. Dwarakanath, de grootvader, was land-edelman, stichtte de
+"Grondbezitters-vereeniging"; philantroop en sociale hervormer ageerde
+hij tegen de sati (weduwen-verbranding). Dwijendranath, de oudste
+broeder des dichters, een philosoof, is iemand met zulk een rein en
+heilig gemoed, dat de eekhorens van de boomen afspringen om tegen
+zijn knieën op te klauteren en de vogels neerstrijken op zijne handen.
+
+Verreweg de merkwaardigste van des dichters voorouders was zijn eigen
+vader: Debendranath Tagore. Hij was Raja nòch Maharaja, titels waar
+hij niets om gaf, aangezien het volk hem reeds versierde met een
+schooneren titel, nl. dien van "Maha Rishi" (Groote Wijze). Ofschoon
+Debendranath niet de intellectueele wedergade was van zijn leermeester
+Raja Ram Mohun Roy, den vader van het moderne Indië, vond hij toch
+in toewijding voor de zaak der sociale en religieuze hervormingen,
+in bereidwilligheid om te offeren aan en te lijden voor een beginsel,
+zijn gelijke niet. Zoon van een prins, maar begaafd met een hoogen
+zin voor moreele plicht, weigerde hij, ofschoon er geen wettige noch
+documentale verbintenis bestond, één onwaardig "neen" te zeggen en gaf
+héél zijn uitgestrekt landgoed aan de schuldeischers zijns vaders,
+zoodat hij zichzelven bracht tot de positie van een pauper. Geen
+wonder, dat het volk hem versierde met den titel Maharshi; en
+geen wonder ook, dat de goedgezinde schuldeischers, bewogen door de
+heroïsche eerlijkheid van Debendranath, een compromis sloten en eenig
+eigendom overlieten aan den jeugdigen wijze en ziener.
+
+Maharshi Debendranath Tagore was een van Indië's grootste geestelijke
+leiders. Zijn godsvrucht was aanstekelijk. Eens vroeg hem een
+sceptisch-gezinde vriend: "Gij spreekt altijd en altijd over God! Wat
+hebt gij voor bewijzen, dat er inderdaad een God is?"
+
+De Maharshi wees op een licht en vroeg toen zijn vriend: "Weet ge,
+wat dat is?"
+
+"Een licht", was het antwoord.
+
+"Hoe weet ge, dat daar een licht is?"
+
+"Ik zie het; en het behoeft geen bewijs, het is van-zelf-sprekend."
+
+"Zoo is het ook met het bestaan van God", antwoordde de Maharshi. "Ik
+zie Hem in mij en buiten mij, in elk ding en dóór elk ding, en het
+behoeft geen bewijs; het is van-zelf-sprekend".
+
+Het zou mij te ver voeren om verder over den Maharshi te spreken. Wie
+genoeg bewondering koestert voor een edel en opofferend leven, voor
+het lijden en strijden van een machtigen geest in zijn vurige liefde
+tot God, leze de autobiographie van den grooten wijze. Het zijn uren
+van hoog-geestelijk genot en van wijding, welke men al lezende in
+dit boek doorbrengt. Ik wil u slechts één episode verhalen uit het
+leven van dezen merkwaardigen man. Het is het verhaal van een bezoek,
+dat leden van de Brahmo-Somaj, de godsdienstige vereeniging door Ram
+Mohun Roy gesticht ter aanbidding van het eenig en eeuwig Wezen,
+aan den Maharshi brachten. "Wij werden binnengeleid in de ruime
+verandah op de tweede verdieping, waar de eerbiedwaardige oude
+man op een stoel gezeten was. Wij bogen eerbiedig en namen onze
+zitplaatsen in. De Maharshi nam het eerst het woord. "Sinds gij,
+drie maanden geleden, hier gekomen zijt, is mijn verbinding met de
+uitwendige wereld zeer verminderd. Ik zie minder dingen en hoor minder
+woorden. Maar dat beteekent voor mij geen verlies. Wanneer mijn omgang
+met de buitenwereld afneemt, dan neemt mijn Yoga met de innerlijke
+wereld snel toe. Nu doe ik geen poging om die vereening te zoeken. Ik
+zit bij mij zelven en verheug mij in dit gezelschap". Terwijl hij deze
+woorden sprak, glansde zijn aangezicht van innerlijke ontroering. Nadat
+het gesprek lang geloopen had over het wel en wee van de Brahmo-Somaj,
+zeide de grijsaard ten slotte tot zijn bezoekers: "God heeft ulieden
+geroepen om de Brahma-Dharma te preeken voor dit arme volk van Indië,
+en in het bijzonder voor Bengalen, ons zwak, noodlijdend en hulpeloos
+land. Zooals de moeder haar zwakste kind het teederst lief heeft,
+zoo heeft ook God deze grootere liefde betoond aan deze Zijn arme
+kinderen. Voor die bijzondere genade zijn wij God hoogst dankbaar. Hij
+heeft ulieden een bijzondere gunst toegestaan en heeft u geschikt
+geacht voor uw werk. Ik heb mijn laatste werk over Paraloka en Mukti,
+het génerzijds en de zaligheid, in een klein boekje uitgegeven. Ik
+bied u dit aan." Na deze woorden vertrokken de pelgrims, zeer getroost
+en innerlijk gesterkt en geholpen.
+
+Prof. Max Müller, aan wien wij dit verhaal ontleenden, teekent er bij
+aan: "Ik dacht, dat deze blik op wat in Indië binnenshuis gebeurt,
+en wat zelden gezien of zelfs maar vermoed wordt door degenen, die
+ons zooveel vertellen van de paleizen, de Raja's en Maharaja's, den
+wagen van Jaganath, den Toren van het stilzwijgen, of van de grotten
+van Ellora, waard was om opgeteekend en bewaard te worden. Het kon
+den waren vrienden van Indië belang inboezemen. Wij hebben slechts
+de Indische kranten op te slaan om berichten te ontmoeten omtrent
+menschen, die hetzelfde heilige en godvruchtige leven hebben geleid als
+Debendranath Tagore, maar desniettemin, in de oogen van het Indische
+volk, den rang van een Paramahamsa niet hebben bereikt. Sommige hunner,
+die in hun land als heiligen zijn vereerd, worden door Europeesche
+critici als dwazen of als fanatici beschouwd. Toch hebben zij hun
+eigen plaats in hun eigen land, en zij vertegenwoordigen een macht,
+welke nooit veronachtzaamd zou kunnen worden door de heerschers van
+"arm, zwak en hulpeloos Bengalen".
+
+Alvorens verder te gaan over Debendranath Tagore, ben ik u een
+verklaring schuldig van het woord Paramahamsa. Max Müller zegt:
+"De welbekende naam, waarmee sommige dezer wijzen en heiligen
+worden genoemd, is Paramahamsa, een naam, welke moeilijk vertaald
+kan worden. Studenten, die plegen te spotten en te glimlachen bij het
+vernemen van elke gewoonte of traditie der Hindoe's, vertalen dien naam
+letterlijk met "Groote Gans", maar het is juister om dien klassieken
+titel weer te geven met "Hoog-vliegende Adelaar". Bovendien is hamsa,
+ofschoon hetzelfde woord als "gans", niet dezelfde vogel."
+
+Kenschetsender voor de beteekenis van Paramahamsa schijnt mij toe
+een gezegde van den godsminnaar Rama Krishna: "De zwaan kan melk
+van water afscheiden; hij drinkt alleen de melk op en laat het
+water achter. Andere vogels kunnen dit niet. Evenzoo is God (wezen)
+innig met Maya (schijn) vermengd; gewone menschen kunnen Hem niet
+gescheiden van Maya zien. Alleen de Paramahamsa (de groote ziel--hier
+is een woordspeling op hamsa, dat tegelijk "ziel" en "zwaan" beduidt)
+werpt Maya weg en neemt alleen God in zich op".
+
+Keeren wij nu tot Debendranath Tagore terug. De Maharshi heeft in zijn
+vroege jeugd zeer weelderig geleefd. In zijn autobiographie vertelt
+hij zelf van zijn levensommekeer, die hoogst merkwaardig is om de
+analogie met den ommekeer van Rabindranath zelven. Trouwens, er zijn
+meer gelijkenissen in de levens van vader en zoon. Het zich één voelen
+met hun volk en met de menschheid in het algemeen komt bij den vader
+aan het licht door alle voorrechten verbonden aan een hooge geboorte
+prijs te geven, en zich voortaan, als primus inter pares, te wijden
+aan de sociale en religieuze opvoeding van het volk; bij den zoon komt
+dat tot uiting in zijn leven en werken o.a. in de oprichting van de
+jongens-republiek in Bolpur en is "een ding van schoonheid" geworden
+in zijn 8e vers uit de Gitanjali. Hij spreekt hier "het mysterie van
+het geboren worden" aan, verpersoonlijkt in de Moeder, en zegt:
+
+
+ "Een kind in vorstelijk gewaad, met juweelsnoeren om den hals,
+ heeft geen plezier meer in het spel, zijn kleeding hindert hem
+ bij elken stap.
+
+ Uit angst om haar te scheuren of te besmeuren durft het niet met
+ de anderen gaan en vreest zelfs zich te bewegen.
+
+ Moeder! de keetenen van uw opschik zijn niet begeerlijk,
+ als ze afhouden van de gezonde aarde, als ze berooven van
+ het toegangsrecht tot het groote feest van menschelijk
+ gemeenschapsleeven" [1].
+
+
+De levenswending van Debendranath luidt in zijn autobiographie ongeveer
+als volgt:
+
+"In den nacht, voorafgaande aan den dag, waarop mijn grootmoeder op
+den oever van de Ganges zou verscheiden, zat ik op een mat, nabij
+het hutje uitgespreid; de volle maan was aan den horizon opgekomen
+en dicht bij mij lag het aanstaande graf. Toen was men bezig met
+Kirtan-liederen te zingen om mijne grootmoeder.
+
+
+ "Wanneer zal die gezegende dag toch komen,
+ Wanneer zal ik het sterfelijk lijf verlaten
+ U roepende bij name, o Heer?"
+
+
+Een zachte wind droeg de klanken tot mijne ooren; plotseling kwam een
+vreemde ontroering over mijn geest. Van dat oogenblik werd ik een
+geheel ander mensch.--Ik voelde een hevigen afkeer van weelde. Het
+matje, waarop ik zat, scheen mij de eenige en geschikste zitplaats
+toe. De rijke carpetten en al het andere leken mij waardeloos. Ik
+voelde in mij een klaarheid en een vreugde, welke ik nimmer tevoren
+kende... de vreugde, die ik op dien dag gevoelde bij het graf,
+overweldigde mijn ziel... Niemand kan die vreugde ervaren door zijn
+hoofd met logische redeneeringen te vullen... Wie zegt, dat er geen
+God is? Hier is het bewijs van zijn bestaan... Ik kon dien nacht niet
+slapen. De reden van mijn slapeloosheid was de extase der ziel, alsof
+héél dien nacht het maanlicht zelf zich over mijn geest had gespreid."
+
+Bij het bericht van den dood des Maharshi's schreef de geleerde
+Ananda Mohun Bose "als zoon van Dwarakanath en, naar ik meen, eerste
+secretaris van de "British Indian Association" had hij reeds lang
+Maharaja kunnen worden. Maar hij koos het beste deel. Maharaja's
+sterven, maar Maharshi's leven voort, leven voort in de dankbare
+harten der komende geslachten. Zonder twijfel zal de Maharshi blijven
+voortleven voor altijd, en de jongere generaties zullen begeesterd
+worden door de sublimiteit van zijn karakter".
+
+
+
+Rabindranath was de jongste zoon in een familie van 7 broeders
+en 3 zusters. Men zegt, dat geboren dichters meestal schoon zijn
+en ook Rabindranath was geen uitzondering op dezen regel. Lang
+is hij in Indië beroemd geweest, zoowel om zijn poëzie als om
+zijn schoonheid. "Inderdaad toonen zijn portretten een treffende
+gelijkenis met de beste beeltenissen van den Galileïschen dichter,
+die geen enkelen versregel ooit geschreven heeft, maar die de
+wereld heeft geheiligd met de majesteit zijner levenspoëzie en van
+zijn woorden." Het golvende haar van den Hindoe-zanger, het breede
+ongerimpelde voorhoofd, de glanzende donkere en magnetische oogen,
+de als gebeeldhouwde neus, de krachtige en toch zachte kin, de fijne
+gevoelige handen, zijn welluidende stem, de vriendelijke glimlach,
+zijn levendige zin voor vroolijkheid en zijn natuurlijke, goede
+levenswijze maken hem tot een betooverende persoonlijkheid en tot de
+zuivere belichaming van den kunstenaar.
+
+Daar de God-minnende vader van den dichter veel placht te reizen, kon
+hij zich niet altoos met de opvoeding zijner kinderen bezig houden. En
+ongelukkigerwijze viel de opvoeding van "Rabi" in plaats van in de
+handen zijner moeder of van de dienstmaagden, in die der mannelijke
+bedienden. Deze waren verschrikkelijke meesters en toonden zich zeer
+wreed voor het kind. Om het werk van kinderen-oppassen gemakkelijker te
+maken, sloten zij het in een kamer op, en vaak trokken zij, bij wijze
+van straf, met een krijtstreep een cirkel in de kamer en gelastten
+het kind niet uit dien cirkel te gaan. Gelukkig voor het kind kwam die
+cirkel wel eens te liggen dicht bij een venster, dat uitzicht gaf op
+een tuin met vijver, bloembedden en vruchtboomen. Dan placht het kind
+te kijken naar de kaleidoscopische bewegingen der menschen, der dieren
+en der vogels. De eenden, die speelden in het water, zoekende naar
+voedsel, de menschen--sommigen keuvelende en zich koesterende in de
+zon, anderen vruchten of bloemen plukkende--boeiden het kind zoozeer,
+dat het daardoor al het verdriet in zijn eenzame opsluiting vergat.
+
+Ofschoon Rabi op deze wijze de voordeelen van veronachtzaamd te
+worden genoot, deed toch de gevangenschap zijn hart verlangen naar
+vrijheid. Dat uitzicht op de dingen daarbuiten verhoogde zijn smachten
+naar de vereening met de natuur, en later door deze naar de vereening
+met God in de natuur. Dit gescheiden zijn maakte zijn liefde voor
+de natuur zóó hevig, dat, wanneer de vrijheid aangebroken was, de
+vreugde over de ontmoeting met de natuur om zoo te zeggen wederkeerig
+was. Natuur koesterde het kind aan haar boezem, en dit begon de natuur
+met hart en ziel lief te hebben. De scheiding maakt den zegen der
+vereening van geliefden zooveel te heerlijker.
+
+Het eenzaam bestaan in de kamer maakte het kind nadenkend, en de
+kiem van zijn later mysticisme werd aldaar gelegd. In een zijner
+brieven verhaalt de dichter ons van eenige ervaringen uit zijn
+kindertijd: "Ik herinner mij slechts vaag de dagen mijner vroegste
+jeugd. Maar ik herinner mij toch zeer goed, dat nu en dan op sommige
+ochtenden een soort van onuitsprekelijke vreugde zonder eenige reden
+zich van mijn hart meester maakte. De heele wereld scheen mij vol
+geheimenissen. Elken dag placht ik met een klein bamboestokje in den
+grond te graven in de hoop één daarvan te ontdekken. Al de schoonheid,
+de liefelijkheid en de geur van deze wereld, al de bewegingen der
+menschen, het gerucht op straat, het geschreeuw van den kiekendief,
+de palmboomen in onzen familietuin, de banyan-boom bij den vijver,
+zijn schaduw op het water, de morgengeur der bloemen--al deze dingen
+deden mij de aanwezigheid gevoelen van een slechts schemerig vermoed
+wezen, dat zoovele vormen aannam om mij gezelschap te houden".
+
+Elders heet het: "Het was mij, alsof de natuur haar handen gesloten
+hield en mij vroeg "Zeg mij eens, wat ik in mijn handen heb", en
+ik durfde nooit te antwoorden, want al wat denkbaar is, was daar
+te vinden".
+
+In dien tijd was de toekomstige dichter pas zes of zeven jaren oud. Zoo
+aandachtig keek hij naar de dingen in de natuur en zoozeer verheugde
+hij zich daarover, dat hij de muren van het schoolvertrek haatte,
+die hem van zijne geliefden gescheiden hielden. Zij werden hem nog
+ondragelijker, doordat de onderwijzer in de Bengaalsche litteratuur,
+een man van middelmatige ontwikkeling en met grove manieren hem
+grooten afkeer inboezemde. De koppige leerling wilde nimmer een woord
+spreken en had het heele jaar door de monopolie op het laagste cijfer
+in de klasse. Maar aan het einde van het jaar werd het schriftelijk
+werk nagekeken door Srijut Madhusudan Bachaspati en zie, de jonge
+Tagore kreeg den hoogsten graad van al de leerlingen. De onderwijzer
+was woedend en gaf den autoriteiten zijn vermoeden te kennen, dat
+er partijdigheid jegens den domkop in het spel was geweest. Onder
+direct toezicht van den superintendant der school werd hij voor de
+tweede keer geëxamineerd en ook ditmaal sloeg hij het record. Maar
+het bleef sukkelen met den jongen droomer en verhuizing van de eene
+naar de andere school volgde.
+
+Op een dag--toen was Rabindranath nog pas zeven jaren oud--nam hem
+zijn oudere neef Jyotiprokash plotseling bij den arm en zeide "Je
+moet verzen schrijven".
+
+"Hoe kan ik dat doen? Ik weet niet hoe", antwoordde de toekomstige
+schrijver van Gan, Gitanjali en The Gardener.
+
+"Ik zal het je leeren. Ik heb Shakespeare's Hamlet gelezen, en ofschoon
+ik geen dichter ben, meen ik toch uit je neigingen te kunnen opmaken,
+dat je door oefening eens een groot en oorspronkelijk dichter zult
+worden". Inderdaad een treffende voorspelling!
+
+In dezelfde school, waar de gehate onderwijzer les gaf, won de poëet in
+den dop de vriendschap van een anderen onderwijzer, Srijut Satkowri
+Datta. Deze had dichterlijke neigingen en toen hij den verborgen
+aanleg van Rabindranath had ontdekt, gaf hij hem dikwijls lessen in
+versificatie. De onderwijzer schreef b.v. de eerste twee versregels
+en vroeg den jongen van 10 jaar de strofe te beëindigen. B.v. schreef
+de onderwijzer:
+
+
+ "Rabi Karay jalatan achilaw sabai
+ Barasha varasha dilaw ar vai nai."
+
+
+De ontluikende poëet voegde hieraan toe:
+
+
+ "Mingan din haway chilaw saroboray
+ Ekhan tahara sukhay jalawkrira kawray."
+
+
+Met andere woorden schreef de onderwijzer:
+
+
+"Een ieder was afgemat door de schroeiende stralen der zomerzon,
+maar nu worden zij gerust gesteld door den komst van den regentijd."
+
+
+De vlugge leerling voltooide de gedachte op deze wijze:
+
+
+"De vermagerde visschen hebben een ellendig bestaan in den vijver
+geleid, maar nu voelen zij zich gelukkig en vroolijk in het water."
+
+
+Omstreeks dien tijd kwam de vader thuis van een langdurige
+afwezigheid in andere streken van Indië. De Maharshi vernam van
+de poëtische neigingen zijns zoons en nadat hij den aanleg van den
+jongen grondig had waargenomen, nam hij hem uit school en deed zich
+door hem vergezellen op een reis over het Himalaya-gebergte, teneinde
+hem op te voeden in de school der natuur: De jonge Tagore was buiten
+zichzelven van blijdschap, dat hij nu de school kon verlaten en onder
+de hoede kwam van zijn eigen vader. Zijn hart klopte onstuimig, nu
+hij op het punt stond de bergen van nabij te kennen. Toen de knaap den
+eersten avond, dien hij buiten Calcutta doorbracht, in een palankijn
+gedragen werd naar Bolpur Shanti-Niketan (het "vredes-oord" in Bolpur,
+het landhuis zijns vaders, waarin deze zich na maatschappelijken
+arbeid terugtrok voor zijn meditatie's en voor zijn geestelijk werk),
+sloot hij langs den heelen weg tot aan de bangalo zijn oogen, alleen
+om de schoonheid der natuur niet in het matte licht der vallende
+duisternis te zien en opdat hij des te grooter vreugde zou beleven
+bij het aanschouwen van het landschap in den glans van het morgenlicht.
+
+Toen hij na eenigen tijd het Himalaya-gebergte bereikt had, kwam hij
+tot het inzicht, dat hij hier vond, waarnaar zijn hart zoo hevig had
+verlangd: een rijkdom aan natuurschoon, stralend door de weelderigheid
+van heerlijke kleuren en majestueuse vormen. Hier maakte zijn vader
+hem bekend met de godheden, die op hun beurt den knaap wezen op de
+duizenderlei geheimenissen en op de majesteit dezer wonderen. Onderwijl
+gaf hem zijn vader les in Engelsch en Sanskrit en in de Bengaalsche
+taal, in botanie en astronomie.
+
+Destijds had de elfjarige Rabindranath reeds de voornaamste boeken
+uit de Bengaalsche letterkunde gelezen en was hij juist begonnen met
+"in verzen te stamelen". In het volgende jaar stierf zijn moeder en
+de groote droefheid om haren dood versterkte in den knaap de liefde
+voor de natuur.
+
+Na den dood zijner moeder woonde hij te Chandranagore, in een huis
+met uitgestrekten tuin nabij de Ganges. De tegenstelling tusschen
+de majestueuse grootschheid der Himalaya-bergen en de zachte
+melodie van de Ganges, vermeerderde zijn fantasie en scherpte zijn
+verstand. Uren achtereen staarde hij naar den geheimvollen stroom
+of placht hij toe te zien, hoe de maan den heiligen stroom kuste op
+zijn gouden rimpelingen. Nacht op nacht bracht hij op het platte dak
+door en verloor zich in bespiegelingen over het geheimenis van den
+sterrenhemel. Zoo hield hij zich verscheidene jaren bezig met zijn
+droomerijen en met de studie der Engelsche en Bengaalsche litteratuur,
+met het maken van gedichten en opstellen voor verschillende
+tijdschriften, in het bijzonder voor zijn familietijdschrift Bharati,
+dat nu door zijn geleerde zuster Sreemati Swarna Koomari Devi wordt
+uitgegeven.
+
+Op den leeftijd van veertien jaren schreef hij reeds zijn eerste
+gedichten; als zestienjarige jongeling ging hij naar Europa en bezocht
+University College te Londen om in de rechten te studeeren, maar
+spoedig keerde hij weer naar zijn vaderland terug, daar de rechtsstudie
+in het geheel niet met zijn aanleg en zijn liefde overeenkwam. Zijne
+geleerde brieven toonen zijn beheersching der Bengaalsche taal, zijn
+breedte van blik en de scherpte van zijn opmerkingsgave ten opzichte
+van sociale problemen. In Engeland vervolmaakte hij zijn kennis der
+Engelsche taal en maakte zich een vloeiende proza-stijl eigen, die
+slechts weinigen in Indië bezitten.
+
+Na zijn terugkeer in het vaderland schreef hij het meerendeel zijner
+romans, b.v. Gora en Nouka Dubi en van zijn drama's, b.v. Raja o
+Rani en Chitra. Tusschen zijn vijf en twintigste en vijf en dertigste
+levensjaar vervaardigde hij zijn liefdesgedichten en gaf o.a. uit de
+verzameling Sonar Tari.
+
+Nog eenmaal treffen wij hem in Engeland aan, waar hij een moeilijken
+tijd vol droefheid en smart moet doorgemaakt hebben; het waarom is
+onbekend. Hij keerde naar Indië terug en leefde als een kluizenaar
+aan den oever van de Padma.
+
+
+
+Na deze periode van wereld-verloochening brak tegen zijn 40e jaar zijn
+sterkste tijd in al zijn pracht en rijkdom aan. Het was ook toen,
+dat hij in Bolpur een school oprichtte, waar hij de Indische jeugd
+wilde groot brengen in een wereld- en levensbeschouwing, waartoe
+hij zelf had moeten doordringen, teneinde persoonlijkheden op te
+kweeken voor den dienst van het vaderland. In deze openlucht-school
+zitten de kinderen op hun matjes onder de boomen en krijgen er
+les in litteratuur, geschiedenis, aardrijkskunde en alle andere
+vakken op een wijze, die in doelmatigheid niet onder doet voor de
+methoden op gewone scholen. "Shanti Niketan" of "het oord van Vrede"
+bij Bolpur ligt op den Weg van Delhi naar Calcutta. Zij ligt in een
+groote vlakte te midden van rijstvelden, waar, tusschen palmboomen,
+het hooge huis verrijst. Op die eenzame plaats trok een halve eeuw
+geleden des dichters vader, de Maharshi Debendranath, zich soms terug,
+telkens als hij ontdekte dat onafgebroken aandacht voor wereldsche
+zaken niet goed voor de ziel is, die soms eenzaamheid en tijd voor
+overdenking noodig heeft. Daar bouwde hij een ashram of kluizenarij,
+waar men rust voor het hart, vrede voor den geest en vreugde voor de
+ziel herwinnen kan. In een soort van kapel zijn daar veertig jaren lang
+dagelijks gebeden gezegd. Na den dood des Maharshi's wilde de zoon,
+dat er grooter invloed zou uitgaan van het rustoord van zijn vader.
+
+Op de plek, waar zijn vader overdacht en bad stichtte Rabindranath
+zijn school. Sinds 1905 hoort men kinderstemmen waar eens volkomen
+stilte heerschte. Slaaphutten met gras overdekt verrezen voor de
+kinderen bij huizen voor de meesters, met roode klimplanten overgroeid.
+
+Deze instelling heeft niets te maken met de regeering, haar staf
+is niet officieel, geen stelselmatige routine wordt opgedrongen
+aan meesters en jongens. Zij is één met land en landaard, gelijk de
+boomen die de school omringen. In deze school steunt Indië op zich
+zelf en uit het zich ongedwongen. Geen poging wordt gedaan om iets
+vreemds op te leggen, om iets Indisch te ontwortelen of te dwingen,
+en om vreemde methodes door vreemde leeraars te laten toepassen. De
+onderwijzers zijn Indisch. Ze zijn Indisch in hun gedachten, in hun
+gewoonten, in hun sympathieën, in hun kleeding. De regeering heeft
+geweigerd subsidie aan de school te geven, omdat de voorwaarden,
+waaronder ze die alleen wilde geven, niet werden aangenomen.
+
+"Ze wilden mijn jongens onder anderen dwingen den geheelen dag stijf
+op banken in de school te zitten", zeide Tagore, "terwijl ik het veel
+beter acht dat ze op matten zitten onder de boomen. Daarom en omdat een
+jong patriottisch dichter als onderwijzer aan mijn school verbonden is,
+staat de school geplaatst op de zwarte lijst der politie. Pogingen zijn
+aangewend om haar te onderdrukken, dreigende officieele circulaires
+zijn aan de ouders gezonden."
+
+Maar die vervolging maakte de school enkel dierbaarder aan den dichter,
+die diep overtuigd is een goed werk voor de bevolking en toekomst van
+zijn land te verrichten. De jongens doen al het huiswerk in de gebouwen
+en moeten hun eigen kleederen wasschen. Zij kiezen uit hun midden
+een commissie, die het werk heeft overgenomen van den "huishouder",
+dien ze weleer hadden. En een van de resultaten hiervan was, dat al
+reeds dadelijk bleek, hoe bij den aankoop van rijst honderd roepijen
+per maand bespaard werden. En dit stelsel van zelfregeering wordt
+in alles doorgevoerd. De meesters der verschillende klassen kiezen
+zelven uit hun midden een hoofd, dat voor een jaar benoemd wordt,
+doch herkiesbaar is. Tucht wordt gehandhaafd en straffen worden
+uitgesproken door school-kapiteins en schoolrechters, die elke maand
+door de jongens gekozen worden. Ze hebben een hof van appèl gevormd,
+dat, zoo noodig, de eindbeslissing geeft, eens per veertien dagen,
+betreffende elke overtreding of oneenigheid tusschen de jongens zoo
+op school als in de speelvelden. Er is een avondschool opgericht voor
+de dorpsbewoners, waarin Tagore's jongens onderwijs geven. Tagore zelf
+geeft in zijn school geen les; maar de dagen, dat "Gurudev" de jongens
+bezoekt, zijn ware feestdagen voor de discipelen. De grootere jongens,
+geïnspireerd door het voorbeeld van den grooten meester, snellen in
+de speeluren naar het naburige dorp om den armen goed te doen, hen
+te helpen bij het bouwen hunner woningen en om op bescheiden wijze
+de onwetenden te onderrichten. De hoofdgedachte in deze school is de
+kinderen op te voeden in den zin van wereldbroederschap.
+
+De volgende anecdote is zeer kenschetsend voor den geest, die er
+heerscht in de verhouding tusschen leerlingen en leermeesters.
+
+Eens speelde een jongen van zes zomers met Tagore's baard, terwijl
+hij op den schoot van den dichter zich had neergevlijd. Plotseling
+zeide het kind: "Gurudev, ge schrijft zooveel gedichten; waarom leert
+ge me niet, hoe ik gedichten moet schrijven?"
+
+"Mijn kind," antwoordde Tagore, "de last der poëzie is buitengewoon
+zwaar te dragen; soms voel ik, of ik daaronder zal bezwijken. Ik
+wensch je niet daarmede te belasten."
+
+"Goed", zeide het kind ernstig, "dan zal ik mezelven leeren gedichten
+te schrijven. Zij schijnen alle van uw gedichten te houden, ofschoon
+gij daaronder een beetje gebukt gaat."
+
+Toen die jongen ongeveer 10 jaar oud was geworden, heeft hij eenige
+mooie gedichten in het Bengali geschreven en werd een trouw medewerker
+aan een der schoolcouranten.
+
+De liefde, welke de studenten te Bolpur den grooten meester toedragen,
+grenst aan adoratie. De atmosfeer in deze school ademt dan ook geheel
+den geest van den stichter. Geen wonder, dat het instituut, dat
+gegrondvest is op de meditatieplaats van den maharshi, het middelpunt
+vormt van Tagore's werkdadig leven, daar hier gerealiseerd worden de
+heerlijke denkbeelden, welke zijn geschriften tot kostbare schatten
+der menschheid hebben gemaakt. Aan deze school heeft de dichter
+de som van den Nobel-prijs en de opbrengst van al zijn boeken ten
+geschenke gegeven.
+
+Daarna heeft de dichter weer een jaar lang in Amerika en Engeland
+vertoefd, waar hij zich bezig hield met de uitgave zijner eigen werken
+en van de autobiographie van zijn in 1904 gestorven vader. In beide
+landen zijn hem een bewondering en belangstelling ten deel gevallen,
+die van dag tot dag stegen.
+
+Met de politiek heeft Tagore zich nimmer willen bemoeien. Integendeel,
+hij sloeg iedere uitnoodiging af om aan politiek mee te doen. Slechts
+éénmaal, toen in 1908 in het provinciaal congres de partijen niet tot
+overeenstemming konden komen, gaf hij aan de uitnoodiging gehoor om
+de leiding der vergadering op zich te nemen en het gelukte hem dan
+ook heel gauw de partijen tot een compromis te brengen.
+
+Tagore's veelzijdigheid is verbazingwekkend. Hij is een diepzinnig
+filosoof en geestelijke leider; in deze laatste hoedanigheid is hij een
+der oprichters van de Indische Nationale Universiteit in Calcutta en
+de stichter en directeur der stedelijke kunstacademie in die stad. In
+zijn handen berust de uitgave der tijdschriften Sadhana, Bangardasan,
+Bharati en Tattvabodhini. Hij is paedagoog en een goede bestuurder
+van zijn zamindary; geschiedvorscher, zanger en componist. Hij dicht
+n.l. op zijn eigen compositie's en zingt zelf zijn liederen voor
+degenen, die ze hooren willen. Zoo heeft hij ongeveer 500 liederen
+vervaardigd en op muziek gezet. Hier volge een gedeelte van wat ik
+over Tagore als zanger schreef in "De Amsterdammer", Weekblad voor
+Nederland.
+
+Volgens Henri Borel geeft de Oostersche philosoof C. Jinarajadasa,
+de schrijver van het mooie boekje Bloemen en Tuinen, als zijn meening
+te kennen, dat de kunst van zingen een mystieken grond heeft, en
+dat alles voor een zanger hierop neerkomt, dat hij, hetgeen hij
+noemt zijn "grondtoon" heeft gevonden, die van goddelijk-kosmischen
+aard is. Iedere waarlijk goddelijke zanger zal dàn eerst zijn stem
+ontwikkeld hebben, door inzicht in zichzelf, en door oefening verkregen
+kennis van de verborgen geestelijke krachten in zich, zijn "grondtoon"
+heeft gevonden, en alzoo zijn geestelijk inwezen heeft "gestemd"
+in harmonie met de groote, rythmische, muzikale Wet van den Kosmos.
+
+Mij is nimmer een dergelijk voorrecht te beurt gevallen als den heer
+Borel, die in een Thibetaansch Lama-klooster, in het noorden van China,
+door priesters heeft hooren zingen, zóó als hij in zijn geheele leven
+niet heeft gehoord. Hij zegt: "Ik kan dezen zang niet beschrijven,
+maar het was mij, of de diepste levensmysteriën er mij door geopenbaard
+werden, en het gaf mij eene ontroering van mijn gansche wezen, zooals
+ik er nooit meer een gehad heb."
+
+Ofschoon dus bij ervaring niet wetende de waarheid der betooverende
+macht van den zang, wanneer deze aangolft uit het innerlijk van den
+gods-vreugdigen zanger, meen ik toch, behalve dan in de mededeeling
+van den heer Borel zelve, aan wijzigingen daaromtrent te vinden. En
+ik wil als iemand, die zichzelven een toon gevoelt in de harmonie
+van het Al, noemen den landgenoot van Jinarajadasa, den dichter
+Rabindranath Tagore.
+
+Het is bekend, dat deze dichter ook muziek schrijft voor zijne
+verzen. Van de wetenschap der muziek weet hij maar weinig; hij is geen
+muziekgeleerde gelijk een ander beroemd lid van zijn geslacht, Surindra
+Mohan Tagore, de stichter van de Bengaalsche hoogeschool voor muziek
+en die, naar ik meen, eere-dokter is in de muziekwetenschappen. Doch
+door zijne de ziel roerende stem boeit Rabindranath honderden,
+wanneer hij zijn geestelijke liederen zingt in de kerk der Brahmo
+Somaj, de secte door Ram Mohan Roy gesticht ter aanbidding van het
+eeuwige en onveranderlijke Wezen, dat het heelal schept en onderhoudt.
+
+Uit alle oorden van Bengalen komen de menschen derwaarts om den dichter
+te hooren zingen en tot zelfs in de vensternissen van de kerk gaan
+de menschen staan om naar de stem van Rabindranath te luisteren.
+
+Dit wijst er op, dat Tagore een waarlijk goddelijke zanger is, dat
+hij door de beving van zijn blijde ziel de harten zijner toehoorders
+weet te ontroeren. Vele zijner gedichten uit de Gitanjali getuigen
+onmiddellijk van deze innerlijke bewogenheid, van dit: dat hij "de
+harp zijns levens gestemd heeft naar de nooten van altijd-duur." [2]
+
+De verrukking zelve van den zanger, wanneer hij zit "in de gehoorzaal
+bij den grondeloozen afgrond, waaruit de muziek der toonlooze snaren
+opgolft", wanneer zijn inwezen zich een noot voelt in de Al-harmonie,
+vormt o.a. de gedachte in Wij-zang no. II.
+
+
+ "Als gij mij zegt te zingen, dan is het of mijn hart zal breeken
+ van trots; ik zie u in 't gelaat en tranen koomen in mijn oogen.
+
+ Al wat ruw en wanluidend is in mijn leeven versmelt tot één zoete
+ harmonie--en mijn aanbidding spreidt vleugelen als een blijde
+ voogel, die vlucht neemt over de zee.
+
+ Ik weet, dat mijn zang u behaagt. Ik weet dat ik alleen als een
+ zanger tot uw aanweezen nader.
+
+ Met den rand van de wijd spreidende wiek mijns gezangs raak ik
+ uwe voeten,--tot waar ik mij nooit te reiken zou vermeeten.
+
+ Dronken van zanggeluk vergeet ik mijzelven en noem ik U Vriend,
+ die toch mijn Heer zijt."
+
+
+Sprekende aanduidingen van Tagore's levensinzicht, dat de mensch in
+'t algemeen zich bewust moet worden van zijn plaats in de éénheid
+der schepping, dat de menschheid zichzelve een accoord moet gevoelen
+in den eeuwigen wereldzang om daardoor de hoogste wijsheid en tevens
+het hoogst denkbare geluk en de hoogste vreugde deelachtig te worden
+vindt men verder in de Wij-zangen I, III, XV, XXXXIX, LXV, LXIX.
+
+Muziek schijnt een essentiëel bestanddeel te zijn in het leven van
+dezen dichter, want niet alleen zelf beoefent hij de muziek en worden
+de gasten in het huis Tagore onthaald op muziek, waarvan de tonen uit
+de shubahar week en weemoedig stroomen gelijk het fluisteren uit een
+andere wereld, maar ook in zijn klein republiekje in Shanti Niketan
+bij Bolpur vormen muziek en zang het begin en het einde der dagtaak
+van zijn geliefde scholieren.
+
+J. Ramsay Mac Donald vertelt van zijn verblijf in Shanti Niketan:
+"Ik bracht den nacht door in de instelling. Vroeg ontwaakte ik,
+toen de dageraad nog slechts een lichtstreep was in de duisternis. Ik
+hoorde een liefelijk gezang. Elken ochtend gaat het jongenskoor hymnen
+zingend door de tuinen en op dezelfde wijze wordt de dag besloten. Een
+kwartier uur 's ochtends on eveneens 's avonds zitten de jongens stil
+neder in overpeinzing van wat ze zongen. Tweemaal in de week komen
+zij bijeen in de kapel tot gemeenschappelijke aanbidding van God, en
+Rabindranath spreekt hun toe en wekt hen op tot goed leven en streven,
+tot godsdienst in daden."
+
+Ik cursiveer in daden, want hierin ligt de grond van Tagore's grootheid
+als dichter, musicus en filosoof, dat bij hem zijn wijsheid, zijn leer
+van liefde en humaniteit niet alleen schoon-klinkende theoriën zijn
+en dat zijn kunstuitingen niet slechts vormen het pronkgewaad van
+vernuft en intellect, maar de vriendelijke schaduwboomen, waarlangs
+het pad van zijn practische leven gaat.
+
+Frederik van Eeden duidt dit verschil aan met "weeten" en
+"gevoelsweeten".
+
+Mij wil het voorkomen, alsof het vinden van den "grondtoon" van
+des menschen zelf naar de wijsgeerige aanschouwing van Jinarajadasa
+identiek is met wat Tagore noemt: "Naar waarheid vereenigd te zijn
+in kennis, liefde, en dienst met alle wezens, en alzoo zijn zelf te
+realiseeren in den alles-doordringenden God is de kern van goedheid;
+en dit is de sleutel tot de leeringen der Upanishads: Prano virat! (Het
+leven is onmetelijk)."
+
+Dat Tagore deze uitspraak grondt op zijn eigen innerlijk, op zijn
+"zijn in harmonie met het Oneindige", dat dus met "gevoelsweetenschap"
+Tagore zijn wijsheid leert en zijn liederen zingt, getuigt het slot
+van zijn lezing "The Realisation of Beauty", een naklank als het ware
+van vers LXIX uit de Wij-zangen:
+
+"Verleden nacht", zegt hij, "in de stilte, welke de duisternis
+doordrong, stond ik alleen en ik hoorde de stem van den zanger van
+eeuwige melodieën. Toen ik slapen ging, sloot ik mijn oogen met deze
+laatste gedachte in mijn geest, dat zelfs, wanneer ik onbewust ben, de
+dans van het leven voort zal gaan in de stille arena van mijn slapend
+lichaam, gelijken tred houdende met de sterren. Het hart zal kloppen,
+het bloed zal blijven stroomen in mijn aderen, en de millioenen
+levende atomen van mijn lichaam zullen trillen in harmonie met den
+klank van de harpsnaar, welke beeft bij de aanraking van den Meester."
+
+
+
+Vóór alles echter is Tagore dichter, dichter der liefde. Liefde
+vloeit hem uit zijn hart, uit zijn zinnen en uit zijn ziel, gelijk
+een onafgebroken stroom, die in zijn windingen alle mogelijke vormen
+aanneemt, van af het grove tot het geestelijke, van het bekende tot het
+onbekende en van het eindige tot het oneindige. Hij verklaart de liefde
+in al haar menigvuldige uitdrukkingen--die der moeder, van het kind,
+van den echtgenoot, van de vrouw, van den minnaar, van de geliefde,
+van den patriot, van den levens-vreugdige; de liefde voor de natuur
+en de liefde voor God. Zijn verzen brengen het gemoed in verrukking,
+bedaren den klop van het hart en vullen de oogen met tranen.
+
+De uitdrukking der liefde is hem zoo natuurlijk, doordat hij evenals
+vele andere dichters door alle phasen der liefde is heengegroeid--van
+af de vereering der zinnen tot de rust der heiligen. Hij kent de
+huivering der liefde, den romantischen hartstocht, de zwaarmoedigheid
+der teleurstelling, den afgrond der vertwijfeling, de diepte der rust
+en de extatische verwerkelijking van "zijn" "geest" en "zaligheid"
+(sat, chit, anandam).
+
+Toen de golvende stroom der jeugd den dichter plotseling had
+overvallen, kon de jonge man slechts liefde en romantiek zien. Dezelfde
+natuur, hetzelfde volk, hetzelfde leven--en toch scheen elk hem
+geheel anders als toen hij als kind daarnaar placht te kijken. Waar
+had de verandering plaats gevonden, in hem of in de wereld? Spoedig
+kwam hij tot het inzicht, dat éérst hij en toen de wereld veranderd
+was, opdat deze steeds in aanraking met hem kon blijven. Dit inzicht
+heeft hij later, terugblikkende op zijn romantische levensperiode,
+belichaamd in het gedichtje "Het stralend visioen der jeugd", als
+vers no. XV in The Gardener opgenomen:
+
+
+ "Ik ren als het muskushert rent in de schaduw van het woud,
+ dol door zijn eigen geur.
+
+ De nacht is midden-Mei-nacht, de wind is Zuidewind.
+
+ Ik raak van mijn pad af en ik ga dwalen, ik zoek wat ik niet
+ krijgen kan, ik krijg wat ik niet zoek.
+
+ Het beeld van mijn eigen begeerte komt uit mijn hart en danst.
+
+ Het stralend vizioen vliedt heen.
+
+ Ik tracht het vast te grijpen, het ontwijkt me en leidt me van
+ mijn weg af.
+
+ Ik zoek wat ik niet krijgen kan, ik krijg wat ik niet zoek." [3]
+
+
+Dit is dus een terugblik op de periode, toen hij als epicurist en
+bon-vivant leefde. Elegante kleeding uit de kostbaarste zijden stoffen,
+lekkere spijzen, vurige romans, gloeiende liefdes-gedichten--dat
+waren de dingen, die zijn belangstelling geheel in beslag namen. In
+zijn Jiban Smriti bekent hij openhartig, dat hij in dien tijd geen
+betrekkingen onderhield met den traditioneelen geestelijken stroom
+in zijn familie. Toch lag in zijn diepste "ik" steeds een sterken
+ondergrond van de geestelijke natuur, die hij van zijn vader geërfd
+had.
+
+Ontkend kan niet worden, dat niettegenstaande dien diepen ondergrond,
+vele zijner jeugdgedichten door den bovenstroom zijns levens sterk
+waren gekleurd. Inderdaad verwekten eenige daarvan de ergernis der oude
+Hindoe-moralisten. Toen op zekeren dag in een Indisch studentenpension
+iemand een van Tagore's liederen zong, riepen eenige jonge mannen uit:
+"Waarvoor dat gemeene lied?" Hun werd geantwoord, dat het een van
+Rabi Babu's liederen was, maar zij wilden het niet gelooven, totdat
+hun de gedrukte verzen werden getoond. Toen gaven zij toe, dat achter
+de luchtige, ietwat zwoele woorden, een diepere zin verborgen lag. Het
+lied luidt ongeveer:
+
+
+ "Hierheen, mijn liefste, kom hierheen!
+ O kom in mijnen tuin der vreugde binnen
+ en zie, hoe heerlijk mijne bloemen bloeien.
+ Zacht waait de wind met bloemengeur beladen;
+ het maanlicht schemert zacht en murmelnd springt
+ een zilver-beekje uit 't woudpad vroolijk af.
+ Hierheen, mijn liefste, kom hierheen!
+ Laat ons elkaâr des harten diepte toonen
+ de bloemen zaam'lend der onsterflijkheid.
+ Wij zullen in verterende verrukking
+ de ééne voor den ander kransen winden.
+ Wij zullen naar de sterren kijken lang,
+ tot zij verbleeken in den morgenschemer.
+
+ In dezen onzen rijk-getooiden hof,
+ geliefde, zullen wij voor immer blijven
+ en liedren zingen in uitbund'ge vreugde.
+ Hier zullen onze harten in 't geheim'nis
+ en 't wondre raadsel van dit leven sidderen.
+ Ja, en de dagen en de nachten zullen
+ voorbij ons gaan, als waren zij visioenen
+ des liefde-gods, en vol verlangen zullen
+ wij beiden slechts van eeuw'ge vreugde droomen."
+
+
+In het gedicht "De Bayadère" verbindt hij het zinnelijk-erotische
+met edele menschelijkheid.
+
+
+ "In 't stof der wegen, voor Mathura's poorten,
+ lag slapend Upagupta uitgestrekt.
+ Gesloten was de poort, gedoofd de lichten,
+ des hemels glans met wolken overdekt.
+
+ Daar stiet zich lichtlijk tegen 't lijf des vromen
+ een vrouwenvoet: luid klonk haar enkelring.
+ Ontwaakt zag hij een lamplicht siddrend beven
+ en oogen met een blijde tinteling.
+
+ Het lichaam van den wijn der jeugd nog dronken
+ en van de pracht van edelsteen verzaad'
+ zoo stond voor Buddha's knecht de Bayadère
+ en vroeg verbaasd "Wat doet gij hier zoo laat?
+
+ Niet uwer waardig is het stof der wegen,
+ O wees mij wèlgezind en volg mij nu!"
+ .... "Ga dan vooraan, gij schoonste aller schoonen,
+ zoodra het tijd is, kom ik wel bij u!"
+
+ Een bliksemstraal doorschoot het nachtlijk duister
+ toen Upagupta zoo gesproken had.
+ Vreesachtig vluchtte naar de stad de schoone
+ lang nagestaard door oogen, droef en mat.
+ -- -- -- -- -- -- -- -- -- --
+ -- -- -- -- -- -- -- -- -- --
+ En maanden gingen onder storm en regen,
+ zij hebben Upagupta nooit gestoord.
+ De lente kwam; daar schetterden schalmeien--
+ de heil'ge schreed toen langzaam naar de poort.
+
+ Wie lag daar voor Mathura's hooge muren
+ in 't stof der straten weenend uitgestrekt,
+ van pijnen trillend en haar jeugdig lichaam
+ met zwarte zweren schriklijk overdekt?
+
+ Der pest ten prooi, ach zij, de Bayadère!
+ Door hare vrienden uit de stad verjaagd!
+ Niet één heeft haar gelaafd de droge lippen,
+ door woest verlangen naar één teug geplaagd.
+
+ Toen zette zich de monnik naast haar neder
+ en nam haar smartlijk hoofd in zijnen schoot,
+ en laafde haar en zalfde hare wonden:
+ haar reddend uit de klauwen van den dood.
+
+ "Wie zijt gij dan?" vroeg toen de Bayadère.
+ "Engel van medelij, ach, zeg mij nu!"
+ ... "Ik heb u eenmaal vast beloofd te volgen
+ zoodra het tijd is... en ik ben bij u". [4]
+
+
+De Hindoe's van den ouden stempel werden op Rabindranath zeer ontstemd,
+daar zij dachten, dat hij de jeugd van Indië door de zinnelijkheid
+zijner liefdes-poëzie en liederen ging demoraliseeren; in het
+bijzonder gold dit de verzamelingen "Liefde" (Prem), "Jeugddroomen"
+(Jouban Sapna) en het lyrische drama Chitrangada. Tagore werd er van
+verdacht het romantisme van het Westen in Indië te willen invoeren
+en zich te willen afscheiden van den klassieken ernst, waarmee
+de Indische litteratuur de menschelijke hartstochten placht te
+behandelen. Maar in hun ijver om voor de Indische jeugd de zaligheid
+der Nirwana-onwetendheid te bewaren, vergaten die moralisten, dat in
+de geschriften van den jongen dichter niets was te bespeuren van de
+soms ruwe gemeenheid van een vroegeren Bengaalschen dichter, Bharat
+Chandra Rai Gunakar, die door de Bengaalsche jeugd maar al te ijverig
+werd gelezen.
+
+Terwijl Tagore den tijd verdeelde tusschen het verblijf in zijn
+paleisachtig huis te Calcutta en dat in Shanti Niketan te Bolpur, kwam
+hij dáár in aanraking met de drukte, het rumoer en de politiek in de
+maatschappij, en hìer putte hij uit de inspiratie van de natuur en van
+de stilte de krachten voor zijn innerlijken groei. Intusschen vloeide
+steeds de stroom van stukken, opstellen, liederen en gedichten. Zooals
+de beide uitwendige krachten, vertegenwoordigd in Calcutta en Shanti
+Niketan, op elkaar inwerkten, zoo streden ook in zijn binnenste de
+tegenstroomingen der zinnelijkheid en des geestes om eindelijk te
+komen tot volkomen harmonie. In de periode van zijn twijfel, zijn
+vertwijfeling en onzekerheid schreef de dichter gedichten als "De
+roeping der Zorg", "Klacht van het Geluk", "Vertwijfeling der Hoop".
+
+Eindelijk kwam de diepere tegenstroom der geestelijke natuur weder
+aan de oppervlakte en nu werd zijn leven ten volle van den geest
+dezer wedergeboorte doordrongen. Hij vond nu, wat hij steeds gezocht
+had. Van dezen ommekeer in zijn leven lezen wij in een brief: "Op een
+morgen van uit mijn verandah zag ik de zon opgaan boven het loof der
+boomen in den tuin; de schellen vielen mij van de oogen. Een zeldzame
+glans overspreidde de heele wereld rondom mij--zaligheid en schoonheid
+schenen over de gansche wereld als zeegolven te ruischen.... Toen bleef
+mij niemand of niets--wat het ook zij--onwelkom. Wanneer de lieden,
+wier gezelschap mij voorheen onaangenaam was, naderden, zou mijn hart
+mij vooruit hebben willen loopen om hun welkom te heeten. Zelfs de
+grove gestalten en gelaatstrekken van eenige arbeiders, die langs de
+straat gingen, hadden een innerlijken glans voor mij".
+
+Met de verandering in den mensch veranderden ook toon en karakter
+zijner gedichten. Tot aan den rand gevuld met liefde voor God en
+voor deze wereld, voelde hij niets, schreef hij niets, wat niet
+door liefde-gedachten voor het geestelijk leven, voor de eeuwige
+schoonheid en liefelijkheid der natuur was doordrongen. De zon, de
+maan, de sterren aan den hemel, de boomen en de bloemen op de aarde,
+zij spraken tot hem in een taal van liefde voor het hoogste Wezen,
+wiens handwerk zij zijn.
+
+Het vermengen van aardsche en hemelsche elementen is een typische
+karaktertrek van den Indo-Arischen geest. Daarom zal een Indiër,
+wanneer hij voorbeelden van Tagore's mystieke gedichten moet opnoemen,
+niet aarzelen om ook uit De Hoovenier, die "lyrische gedichten over
+liefde en leven", zijn keuze te doen. Deze gedichten zijn bloemen, die
+de dichter ons uit zijnen tuin aanbiedt; vandaar de titel. Westerlingen
+houden liever godsdienstige en minnedichten uit elkaar. De Oosterling
+daarentegen ziet ook in de aardsche liefde een afglans van de liefde
+tot God en zoo tracht ook Tagore den glans van het hoogere licht
+binnen te laten, opdat Gods licht onze aardsche vreugde en ons
+aardsch werk moge beschijnen en deze aardsche dingen veranderen in
+hemelsche. Tagore's minnedichten voeren ons op tot die geestelijke
+hoogten, waar menschelijke liefde door die hooge liefde doordrongen
+wordt en verandert van aanschijn. Zijn poëzie is in waarheid "het
+aardsche dialect van een hemelsche taal".
+
+In een bloemlezing van Tagore's mystieke poëzie, door K. S. Ramaswami
+Sastri, vind ik o.a. het volgende heerlijke vers uit De Hoovenier:
+
+
+ "Gij zijt de avondwolk, die aan den hemel mijner droomen drijft.
+ Ik kleur u en boetseer u altijd-door met mijn liefde-verlangen.
+ Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijn eindelooze
+ droomen.
+
+ Uw voeten zijn roozerood door den gloed van mijn hartsbegeeren,
+ Sprokkelaarster van mijn zangen van zonsondergang.
+ Uw lippen zijn bitterzoet door de smaak van mijn smarten-wijn.
+ Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijn eenzame
+ droomen.
+
+ Met de schaduw van mijn drift heb ik uwe oogen verdonkerd,
+ Bezitster van de diepte van mijn blik!
+ Ik heb u gevangen, mijn Liefste, en u gewikkeld in het net
+ mijner muziek.
+ Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijn onsterfelijke
+ droomen." [5]
+
+
+Wat een hemelsche verrukking klinkt er in het volgende gedicht,
+mede uit De Hoovenier:
+
+
+ "Toen zij met vlugge stappen voorbij ging, raakte mij de zoom
+ van haar kleed.
+
+ Van het onbekende eiland eens harten kwam een plotselinge warme
+ lente-adem.
+
+ Het wapperen van een vluchtige beroering bestreek mij, en verdween
+ oogenblikkelijk als een losgerukt bloemblad in den wind.
+
+ Het raakte mijn hart als een zucht van haar lichaam en een
+ fluistering van haar hart."
+
+
+De populaire geest in het Indische volk zoekt steeds abstractie
+te vermijden. Hij verlangt naar een zichtbare verbeelding van God;
+vandaar dat er in de Indische schoonheidsontroering geen scheiding
+wordt gemaakt tusschen aardsche en hemelsche gevoelens. Het volk
+tracht steeds de aardsche dingen te interpreteeren op zijn eigen
+wijze, waardoor aan zijn Gods-verlangen wordt voldaan. Dinesh Chandra
+Sen vertelt in zijn boek over Bengali-litteratuur, hoe hij eens een
+zeventigjarigen Vaishnava (Vishnuïet) het volgende lied van Chandi
+Das hoorde zingen:
+
+
+ "Duister is de nacht en zwaar zijn de wolken.
+
+ Hoe kunt ge, geliefde, in zulk een nacht bij het pad komen?
+
+ Daar, in den tuin, zie ik hem in den regen staan.
+
+ Mijn hart breekt, bij het aanschouwen daarvan.
+
+ Ik zeg u, mijn dienstmaagden, voor vele mijner deugden heeft
+ mijn geliefde mij een gunst betoond door hierheen te komen om
+ mij te ontmoeten.
+
+ Binnen in huis zijn de ouders, en mijn schoonzuster is zeer wreed;
+ ik kan niet onmiddellijk naar buiten snellen om hem te begroeten.
+
+ O, wat angst en pijn heb ik hem niet berokkend door hem te wenken
+ hierheen te komen.
+
+ Als ik zie, hoe diep-ernstig hij mij lief heeft, dan zal ik met
+ vreugde den last der schande op mijn hoofd dragen en mijn huis
+ in brand steken.
+
+ Al de ellenden, die hij om mijnentwille geleden heeft, rekent
+ hij tot zijn geluk; en het doet hem slechts leed, als hij mij
+ droevig ziet."
+
+
+Dinesh Chandra Sen vertelt verder: "Terwijl de oude man zong, hoorde
+ik plotseling zijn stem verstikt worden door zijn tranen. Nadat hij
+tot zich zelven gekomen was, vroeg ik hem naar de oorzaak zijner
+tranen. Hij zeide, dat het de zang was. De zang, zeide ik, beschrijft
+een gewone liefdes-affaire; en waar zou wel het aandoenlijke ervan
+liggen, dat een ouden man aanleiding kan geven tot zulk een uitbarsting
+van gevoelens? Hij verklaarde, dat hij dit niet beschouwde als een
+gewone liefde-zang. Ziehier zijn verklaring: "Ik ben vol zonden. Mijn
+ziel is bedekt met duisternis. In diepe droefheid wenkte ik Hem om tot
+mij te komen. De barmhartige God kwam. Ik vond Hem op mij wachtende
+bij de deur van mijn huis. Het kan voor Hem geen vreugde wezen om te
+komen tot een zondaar als ik ben--het pad is onrein, maar in groote
+genade sloeg de barmhartige God het pad in. De wereld, waarin ik leef,
+heeft geen deur voor Hem opengelaten. Betrekkingen en vrienden lachen
+mij uit, of zijn zelfs vijandig; maar wat kan een zondaar, denkende
+aan Zijn groote genade, anders doen dan mijn huis en alles wat ik
+heb te verlaten, en een sanyasin [6] te worden? De gedachte aan zijn
+barmhartigheid verstikte mijn stem.--"O, duister is de nacht en zwaar
+zijn de wolken; hoe kunt ge, geliefde, bij het pad komen?" Maar Hij
+stelt zich aan den regen bloot, en om den zondaar te helpen is Hij
+bereid te lijden."
+
+"Tagore's mystiek leidt hem niet tot het ontvlieden van reine
+huiselijke vreugde en levensgeluk. Hij predikt niet die opdringerige
+zelfverloochening, die zich uit in de vormen van het ascetisme,
+maar de werkelijke zelfverloochening van een onzelfzuchtig en aan
+God gewijd leven", zegt Ramaswami Sastri.
+
+Dit moge blijken uit gedicht XLIII uit De Hoovenier:
+
+
+ "Neen, mijn vrienden, een askeet word ik nooit, wat gij ook
+ moogt zeggen.
+
+ Als zij niet samen met mij de gelofte aflegt, wordt ik geen askeet.
+
+ Ik ben vast beslooten nooit askeet te worden, tenzij ik een
+ schaduwig hoekje vind en gezelschap bij mijn boetedoening.
+
+ Neen, mijn vrienden, ik zal nooit mijn haard en huis verlaten, noch
+ mij terugtrekken in woudeenzaamheid, als er geen vroolijke lach
+ echoot in haar schaduw, en er niet de tip van een safraan-geele
+ mantel fladdert in den wind; als haar stilte niet verdiept wordt
+ door zacht gefluister:
+
+ Ik word nooit een askeet." [7]
+
+
+Tagore's vriend, Dr. Brajendranath Seal, zegt van hem met recht: "Hij
+is de eerste onder onze heiligen, die niet weigerde te leven, maar van
+uit het Leven zelf sprak, en dàt is waarom wij hem onze liefde geven".
+
+Bijna bedwelmende levensvreugde en jubelende levensaanvaarding spreken
+uit het volgende gedicht:
+
+
+ "Verlossing is voor mij niet in verloochening. Ik voelde de
+ omarming der vrijheid in duizend banden van lust.
+
+ Gij stort altijd de frissche dronk van Uw verschillend gekleurde
+ en geurige wijn voor mij uit, dit aarden vat vullend tot den rand.
+
+ Mijn waereld zal haar honderde lampen met Uw vlam ontsteken en
+ ze voor het altaar van Uw tempel zetten.
+
+ Neen, ik zal de deur mijner zinnen nooit sluiten. De lusten van
+ zien en hooren en voelen zullen Uwe lust dragen.
+
+ Ja, al mijn illuzies zullen branden in vreugdeluister, en al mijn
+ begeerten zullen rijpen in vruchten van Liefde." [8]
+
+
+
+Wij hebben den teederen "zanger der liefde" leeren kennen en bewonderen
+en het zal thans belangwekkend zijn den dichter te zien optreden als
+voorvechter van de maatschappelijke rechten der vrouw. Een van de
+allereerste dingen, waaraan Rabindranath, als opvolger der sociale
+hervormers Ram Mohan Roy, Debendranath, Keshab Chandra Sen en anderen,
+zijn aandacht wijdde, was de verheffing van den toestand der vrouwen
+in Indië door middel van opvoeding. Hij heeft nimmer geloofd in
+de minderwaardigheid van de vrouw. Steeds heeft hij geloofd in wat
+Comte zegt: "Elke sexe heeft dat, wat de andere niet heeft; elk vult
+de andere aan en wordt door de andere aangevuld; zij zijn in niets
+gelijk en het geluk en de volmaking van beiden hangt af van vragen
+en ontvangen door de eene van wat slechts de andere geven kan".
+
+Lang vóór de komst van de moderne vrouwenbeweging was Tagore
+reeds een krachtig feminist. Echter is hij geen voorstander van
+onvoorwaardelijk vrouwenkiesrecht; hij is van meening, dat, indien
+de mannen hun plicht in politieke zaken hadden gedaan, de vrouwen in
+het geheel niet zouden hebben willen stemmen. Maar indien de mannen
+niet goed kunnen besturen, dan is het gerechtvaardigd, dat vrouwen
+aanspraak maken op stemrecht en er zelfs voor vechten. Het sterke
+feministische accent van de volgende vertaling van een zijner brieven,
+meer dan 25 jaren geleden geschreven, is de aandacht waard:
+
+"Na behoorlijk nadenken, ben ik tot de conclusie gekomen, dat er in
+het leven van een man niet die volheid is, welke het leven van een
+vrouw kenmerkt. Er is een samenhang van eenheid in vrouwelijke taal,
+kleeding, gedrag en plichten. De hoofdoorzaak daarvan is, dat hier
+de natuur eeuwenlang haar rijk van werkzaamheid bepaald heeft. Tot
+dusverre heeft geen revolutie, geen verandering van idealen of
+van beschaving de vrouwen afgeleid van haar pad van onafgebroken
+verband. Ze hebben al dien tijd gediend, bemind, getroost en hebben
+niets anders gedaan. De bekwaamheid en schoonheid in deze verrichtingen
+hebben zich op bekoorlijke wijze verbonden met hare gestalte, met hare
+taal, en in haren gang. Haar sfeer van werkzaamheid en haar natuur
+zijn dooreen vermengd, gelijk de bloem en hare geur. Zoo heeft niets
+als harmonie in haar de overhand gekregen.
+
+"Daarentegen is er zeer veel onevenwichtigheid in het leven van
+een man. De teekenen, dat zij door verschillende veranderingen en
+functies zijn gekomen, zijn kenbaar aan hun vorm en in hun natuur. De
+abnormale verheffing van het voorhoofd, het leelijke van den neus, de
+onbekoorlijke ontwikkeling van de kaken zijn alledaagsheden bij mannen,
+maar niet bij vrouwen. Had de man denzelfden gang gegaan gedurende de
+eeuwen, was hij geoefend in het doen van dezelfde verrichtingen, dan
+zou er als het ware een gietvorm voor mannen ontstaan en er zou een
+harmonie gekomen zijn tusschen zijn natuur en zijn werkzaamheid. In
+dat geval zouden ze het niet zoo hard gehad hebben in hun denken en
+in hun worstelen bij het vervullen van hun plicht. Alles zou zeer
+geleidelijk en prachtig voortgegaan zijn. En ze zouden een aard
+ontwikkeld hebben, en hun geest zou niet van het pad der plichten,
+bij de minst mogelijke aanleiding, weggelokt worden.
+
+"Moeder Natuur heeft vrouwen gevormd in een gietvorm. De man heeft
+niet zoo'n oorspronkelijken band, zoodat hij niet tot eigen volheid
+rond een centraal idee ontwikkeld is. Zijn verschillende ontembare
+hartstochten en gevoelens stonden zijner harmonieuse ontwikkeling
+in den weg. Zooals het gebonden zijn aan maten de oorzaak van de
+schoonheid der poëzie is, zoo is ook de gebondenheid aan de maat van
+vastgestelde wetten de oorzaak van de algeheele volheid en schoonheid
+der vrouw. Daarom hebben de dichters steeds de vrouwen vergeleken met
+zang, poëzie, bloem en rivier, en hebben er nimmer aan gedacht mannen
+hiermede te vergelijken. De vrouw, evenals de schoonste dingen in de
+natuur, is in samenhang, goed ontwikkeld.... en goed opgevoed. Zonder
+twijfel, geen ongepaste gedachte en geen academische discussie kan
+het rhythme van een vrouwenleven verbreken. De vrouw is volmaakt".
+
+De toestand van de vrouwen in het Oosten en in het Westen is een
+voortdurend thema van levendige discussie geweest. De Christelijke
+zendeling, met zijn diepe onwetendheid omtrent den geest van de
+Hindoe-maatschappelijke organisatie, ziet niets dan verachtelijke
+ellende in het lot van de Hindoe-vrouw. De orthodoxe Hindoe aan
+den anderen kant, met zijn gelijke diepe onwetendheid omtrent de
+buitenwereld, ziet op het lot van de Hindoe-vrouw als op iets, dat
+aan zegeningen niets te kort komt.
+
+Maar Tagore met zijn practische kennis van beide maatschappijen,
+is er zich van bewust, dat er goed en kwaad in beide is, en dat een
+juiste opvoeding de euvelen zal genezen en de goede eigenschappen
+zal versterken. Over de positie van de vrouw in het Oosten en in het
+Westen, zegt hij aldus:
+
+"Van buitenaf geoordeeld voel ik, dat in de mate als de Europeesche
+beschaving voortschrijdt, de vrouw voortdurend ongelukkiger wordt. De
+vrouw fungeert in de maatschappij gelijk de middelpuntzoekende
+kracht bij de planeten. Maar in Europa blijkt deze middelpuntzoekende
+kracht van vrouwelijke energie vruchteloos om op te wegen tegen de
+centrifugale kracht van de waanzinnige maatschappij. De mannen zoeken
+schuilplaats in afgelegen hoeken en gaten van de aarde; zij zijn
+terneergebogen onder de verpletterende worsteling om het bestaan,
+welke ten deele ontstaat door kunstmatig geschapen behoeften. In
+Europa wordt een man totaal onwillig om zichzelven een gezin op
+den hals te halen; als gevolg daarvan zijn de gezinsplichten van de
+vrouw aan het afnemen. Het jonge meisje heeft lang op een minnaar te
+wachten, en de vrouw lijdt aan liefdesziekte, omdat haar echtgenoot
+afwezig is om den kost voor de familie te verdienen. De volwassen
+zoon aarzelt niet in het minst zijn moeders huis te verlaten. Zelfs,
+ofschoon haar opvoeding, traditie en natuur er tegen zijn, moet de
+vrouw in het Westen toch er op uit gaan om te werken en te worstelen
+voor het bestaan.
+
+"Deze wanklank in sociale harmonie, is, naar het mij voorkomt, de
+voornaamste reden, waarom de vrouw in het Westen voor gelijke rechten
+met den man vecht. De vrouwelijke karakters in vele van Ibsen's
+stukken toonen wrevel tegen den huidigen staat van zaken, terwijl
+de mannelijke karakters dezen steunen. Dit brengt iemand er toe te
+denken, dat de positie van de vrouw in de hedendaagsche Europeesche
+samenleving geheel misplaatst is. De man heeft er een afkeer van
+om een tehuis voor de vrouw te bouwen, en is tegelijkertijd koppig
+in zijn weigering om haar gelijke rechten toe te staan, welke haar
+in staat stellen het strijdperk van vruchtdragenden arbeid binnen
+te treden. Bij de eerste gedachte moge het getal van vrouwen in de
+Nihilistische legers in Rusland verbijsterend schijnen, maar rijpere
+overweging overtuigt iemand van het feit, dat de tijd zoowat rijp is
+voor de strijdbaarheid van de vrouw in Europa.
+
+"Kracht is het wachtwoord van de Europeesche maatschappij van heden ten
+dage. Er is geen plaats voor den zwakke, hetzij man of vrouw. Daarom
+beginnen de vrouwen zich te schamen over haar vrouwelijkheid en streven
+zij er naar haar kracht te toonen, zoowel van lichaam als van geest....
+
+Het is onmogelijk voor een vrouw in een Europeesche familie om de
+verschillende volmaaktheden te bereiken, welke een vrouw kan doormaken
+in een Hindoe-tehuis. Daarom wordt het een ernstig ongeluk geacht
+een ongetrouwde vrouw in Engeland te wezen. Haar hart wordt zuur,
+en ze vindt troost in het "oppassen van jonge hondjes" of in het doen
+van "barmhartig" en "maatschappelijk" werk. Zooals soms de melk van
+de borst kunstmatig uitgeperst moet worden om de moeder gezond te
+houden, zoo moet ook de teederheid van een Europeesche ongetrouwde
+dame uitgeperst worden ten bate van liefdadigheidsorganisaties; maar
+het blijft in gebreke bij te dragen tot de ingeboren bevrediging van
+haar gemoed.
+
+Ik ben bang, dat de hedendaagsche beschaving van Europa onmerkbaar zich
+uitbreidt over de onvruchtbare zône in het maatschappelijk leven. De
+buitensporige overvloed van weelde-artikelen verstikt de ziel van het
+tehuis--het tehuis, dat juist de verblijfplaats der liefde, teederheid
+en weldadigheid moest zijn--iets dat boven alles het wezenlijkste is
+voor een gezonde ontwikkeling van het menschelijk hart. In Europa
+verdwijnen de tehuizen en hotels zijn in aantal toenemende. Als
+we zien, hoe mannen gelukkig kunnen zijn met hun paarden, honden,
+kanonnen, pijpen en speelclubs, dan kunnen wij veilig de conclusie
+trekken, dat de levens der vrouwen langzamerhand gebroken worden. Vóór
+dezen plachten de mannelijke bijen den honing buiten te verzamelen en
+in de korf op te zamelen, waar de koningin oppermachtig heerschte. Nu
+verkiest de bij een cel te huren en op zichzelf te leven, zoodat hij
+alleen al den honing 's avonds op kan drinken, welken hij overdag
+verzameld heeft. Daarom is de bijenkoningin verplicht de wereld van
+strijd in te gaan om honing te verzamelen, opdat ze kan leven. Ze
+is nog niet in staat geweest aan de veranderde condities van leven
+en samenleving gewend te raken. Het resultaat is ongerustheid en
+gegons....
+
+"Zoo is in het kort de tegenwoordige toestand van de vrouw in
+het Westen. En wanneer Engelsche philantropisten krokodillentranen
+storten over "den ellendigen toestand der vrouwen in Indië", dan sta
+ik verstomd bij zulk een verspilling van sympathie, vooral als die
+zulk een zeldzaam ding is als bij de Engelschen.
+
+"Onze vrouwen doen onze huizen glimlachen van zoetheid, teederheid
+en liefde.... Wij zijn zeer gelukkig met de godinnen onzer
+huishouding, en zijzelve hebben ons nimmer van haar "ellendigen
+toestand" gesproken. Waarom zouden dan de bemoeiallen van overzee
+zoo slecht denken over de veronderstelde smarten onzer vrouwen? Men
+begaat vergissingen door zich te veel voor te stellen omtrent hetgeen
+anderen gelukkig of ongelukkig zou maken. Indien bij toeval de visschen
+philantropisten waren, zouden hunne teedere harten alleen voldoening
+vinden door het gansche menschelijke geslacht in de diepten der
+wateren onder te dompelen.
+
+"Zonder twijfel, wanneer een Engelsche dame de kleine vertrekken ziet
+met het ruwe ameublement en de ouderwetsche schilderijen in de zenana
+(vrouwenverblijf), dan trekt ze dadelijk de conclusie, dat de mannen
+de Hindoe-vrouwen tot slavinnen hebben gemaakt. Maar ze vergeet,
+dat we allen te zamen op dezelfde wijze leven. We lezen Spencer,
+Ruskin en Mill, we geven geïllustreerde bladen uit en schrijven
+boeken, maar we zitten op een matras op den vloer, en we gebruiken
+een aarden olielampje om er bij te studeeren. We koopen juweelen voor
+onze vrouwen als we geld hebben, en we slapen binnen een met touwen
+vastgemaakt muskietennet, en op warme nachten bewaaieren wij ons met
+een waaier van palmblad.
+
+"We hebben geen sofa's of hoogop gestoffeerde stoelen, maar we
+voelen ons niet ongelukkig, dat we ze niet bezitten. Maar tezelfder
+tijd zijn wij geheel en al in staat om lief te hebben en om bemind te
+worden. De westersche volkeren houden van huisraad, vermakelijkheden en
+de weelderigheden van het leven zóózeer, dat velen onder hen er niets
+om geven echtgenooten te hebben,--en zoo al gehuwd, dan positief geen
+kinderen. Bij hen gaat gemak boven liefde, terwijl liefde en een tehuis
+de hoogste dingen in ons leven zijn. Daarom moeten we vaak gemakken
+opofferen, opdat we kunnen genieten van het leven thuis en van liefde."
+
+De edele taak in de menschelijke samenleving, welke Tagore aan de
+Hindoe-vrouw heeft toegedacht kan men behalve uit zijne beschouwingen
+nog het best aanvoelen uit het volgende gedicht:
+
+
+ "De moeiten en ellenden van den krijg zijn voorbij.
+
+ Kom, o vrouw met uw bekorende macht! kom mij reinigen en troosten;
+ zegen mij met uwe aanwezigheid, die zacht is als balsem op
+ mijn wonden.
+
+ Kom, bekoorlijke vrouw! kom met uw gouden schenkkan om mij te
+ reinigen.
+
+
+ De marktdag is heen. De menigte heb ik verlaten en ik heb mijn
+ hut in het dorp gebouwd.
+
+ O vrouw met uw edele inborst! met uw hemelschen glimlach en met
+ een vermiljoen-roode lijn op de scheiding van uw haar.
+
+ Kom het eenzame huis zegenen en het liefelijk maken.
+
+ Kom met uw kruik vol wij-water, edele vrouw, o kom!
+
+
+ De zon schijnt hevig in den middag, en een vreemde reiziger is
+ aan onze deur.
+
+ Kom o vrouw met uw zegenende kracht! kom met uw schenkkan
+ vol honigwater en met de reine muziek uwer polsbanden, om den
+ onbekenden gast te verwelkomen en te zegenen.
+
+ Kom met uw schenkkan vol honigwater, zegenrijke vrouw, o kom!
+
+
+ De nacht is donker en het huis is stil.
+
+ Kom, o vrouw met uw vroom gemoed! kom in het wit gekleed met
+ het offerwater; steek, met loshangend haar, het licht aan op het
+ altaar en open dan de deuren van uw hart in stil gebed.
+
+ Kom met het offerwater, vrome vrouw, o kom!
+
+
+ Nu is de tijd van scheiden daar.
+
+ Kom, o vrouw met uw minnend hart! kom met uwe tranen.
+
+ Laat uw rouwvol gelaat een regen van zegen doen dalen op den weg,
+ die mij van hier leidt.
+
+ Laat de angstige aanraking van uw gezegende handen een wijding
+ geven aan de laatste oogenblikken van mijn aardsch bestaan.
+
+ Kom met uwe tranen, bedroefde vrouw, o kom." [9]
+
+
+En over liefde, welke is "der vrouwen-al", heeft Tagore gezegd:
+"Ik geloof, dat liefhebben is het aanbidden van dien éénen
+geheimzinnige. Maar we doen het slechts onbewust. Elke soort van
+liefde is het onmiddellijke resultaat van een universeele kracht,
+die zichzelf door het menschelijk hart tracht uit te drukken. Liefde
+is de tijdelijke verwerkelijking van dien zegen, welke bij den wortel
+zelven ligt van het heelal. Anders heeft liefde geen beteekenis. In
+de physieke wereld trekt de aldoordringende aantrekkingskracht het
+groote zoowel als het kleine gelijkelijk aan. Op dezelfde wijze nu
+bestaat er in het rijk van den geest een universeele aantrekking van
+vreugde. Het is door deze aantrekkingskracht, dat we schoonheid in
+de natuur bespeuren en liefde in onszelven. De eindelooze zegen, die
+in het hart der natuur is, bespeelt onze harten. Indien we de liefde
+in onze harten beschouwden afgescheiden van de liefde in het heelal,
+dan wordt zij zonder beteekenis. Liefde is zegen, is zaligheid".
+
+Tagore's philosophie van de vrouwenbeweging, zooals die belichaamd
+is in het realistisch-idealistische drama Chitra, moge wellicht te
+radicaal schijnen zelfs voor de radicale feministen in het Westen;
+merkwaardig is het, dat de intrige in toto genomen is uit een episode
+van het Mahabharata, dat Hindoe-epos, hetwelk terug dateert van 2000
+jaren voor den Christelijken tijd.
+
+
+
+Ik moet thans goedmaken, wat ik in den eersten druk van dit boekje
+verzuimd heb n.l. het volle licht te doen schijnen op Tagore als
+kindervriend. Hetgeen ik hierover terloops zeide in verband met
+de school te Shanti-Niketan was niet voldoende, vooral met oog op
+het feit, dat liefde voor kinderen een beminnelijke karaktertrek is
+van de Bengali in het algemeen. In The Crescent Moon, in 1917 door
+Frederik van Eeden vertaald onder den titel van De Wassende Maan en in
+enkele vertellingen over kinderen, is deze schoone eigenschap van den
+Bengali Rabindranath ten volle weerspiegeld. De vreugde in het kind
+komt o.a. zeer sterk uit in de Bengaalsche literatuur door de vele
+verhalen betreffende het kindje Krshna, de incarnatie van god Vishnu.
+
+In de Indische Vaishnava- of Vishnuïtische gezangen, die in het geheel
+niet voor kinderen bedoeld zijn, vindt men dikwijls toetsen van hun
+fantasie. Ze brengen in het geheugen terug op wat wijze de kinderen
+den jongen god in hun midden verrasten, of het wonder der wereld in
+het stof aan hunne voeten vinden.
+
+Zoo luidt een dikwijls geciteerde kreet der herdersjongens, die
+ontdekken, dat zij met Krshna gespeeld hebben en hem als een gewonen
+schoolmakker behandelden:
+
+
+ "Wel, denk eens aan hoe dikwijls we met u twistten en u namen
+ toeriepen; hoe dikwijls wij op uw schouders reden en gij op de
+ onze; hoe dikwijls wij het beste opaten en u slechts de kruimels
+ gaven! Naamt gij toen deze dingen euvel op en liept gij weg?"
+
+
+Men heeft slechts de magische lens om te keeren en de volwassen man
+of vrouw kan met dezelfde verbazing en gevoel van nieuwe ontdekking
+naar het kind zien. Zijn wijze van doen is tegelijk zoo onschuldig
+en geheimzinnig, zoo dwaas en wijs, zoo ongerijmd en beminnelijk.
+
+"Rabindranath toovert ons als een echte goochelaar het paradijs der
+kinderwereld voor onze oogen met eenvoudige middelen: een weinig stof,
+een waterpoel, een bloem, wat inkt en papier", zegt Ernest Rhys in
+zijn Biographical Study.
+
+The Crescent Moon is verrukkelijk zoowel door den fantastischen
+achtergrond als door het universeele medegevoel van den schrijver. Elke
+bladzijde ervan geeft ons een schilderij genuanceerd met het
+bekoorlijke, het levend-getrouw nabootsende détail van een
+kindervriend.
+
+We zien het jongetje zitten aan het venster om gade te slaan, hoe
+de schaduw van den banyan-boom (waringin) wriemelt over het water,
+dat in onrust geraakt is, als de vrouwen haar kruiken komen vullen
+aan den vijver. We zien hoe het kind de boeken van zijn vader neemt
+om erin te krabbelen, of naar diens schrijfpapier graait om er bootjes
+van te maken, en hoe het er naar uitkijkt als de avond komt en de oude
+visschersvrouw kruiden voor haar avondeten verzamelt langs den vijver,
+of hoe de nachtwacht met zijn lantaarn zwaait en voort wandelt met
+de schaduw naast zich. De schilderingen van het kind, dat gouden
+champa-bloemen verzamelt, die op den boschweg neergevallen zijn;
+van het kind dat aan het strand springt of in het stof neerzit om met
+een gebroken takje en eigen fantasieën te spelen, worden gevolgd door
+andere van den schreeuwenden deugniet, wiens gelaat en vingers beide
+bevlekt zijn met teer en inkt. Het gedichtje "De Banyan-boom" herinnert
+ons aan den jongen Rabi zelven, toen hij in de kamer opgesloten uren
+lang naar den tuin zat te kijken. Men vindt in dit kleine werkje een
+eindelooze sympathie met het kindje, dat in moeilijkheden verkeert, en
+met het jongetje, dat zich tegenover ouderen verongelijkt gevoelt. De
+dichter begrijpt de gulzigheid van het groeiende ding en de gretigheid
+van kleintje's lippen. Daarom worden de zwakheden der ouders op
+gelijke lijn gebracht met de onschuldige zondigheidjes van kinderen.
+
+"Iedereen weet", roept hij het kind toe, dat zich verongelijkt
+acht, "hoe ge van lekkere dingen houdt--noemen zij je daarom
+snoepachtig?... Hoe dan", gaat hij voort, "zouden zij ons noemen, die
+van je houden?" De ironie van deze vraag wordt niet ten volle ingezien
+totdat men ontdekt, dat hierdoor de kinderverafgoder ontmaskerd wordt
+in zijn eigen liefde voor de heerlijkheid van den kleinen bengel. En
+in het liedje "Wanneer en Waarom" is wederom een andere lezing van
+baby's klacht en van de eeuwige philosophie van begeerte en verlangen
+en genot. Want, zegt de dichter:
+
+
+ "Als ik zoetigheid breng in je greetige handjes, dan weet ik,
+ waarom er hoonig is in de bloemkelk en waarom vruchten heimelijk
+ gevuld worden met zoet sap--als ik zoetigheid breng in je greetige
+ handjes." [10]
+
+
+In zijn geschiedenis van den fruitverkooper, in een van zijn
+prozawerken, welke zeer veel gelijkt op een hoofdstuk direct uit
+zijn eigen ondervinding, hebben we een dochtertje van den schrijver
+zelven, Mini, als de hoofdfiguur. Haar kinderlijke verlangens,
+haar ondeugendheid en haar grappigheid worden gecontrasteerd met
+de groote gestalte van den Kabuli- (dus een Afghaan) marskramer of
+fruitverkooper, die druiven en rozijnen en abrikozen aan de deur
+brengt.
+
+De zak, dien hij draagt lijkt de wonderbaarlijke buidel van Fortunatus;
+voor de gedachte van het kind is hij mysterieus en onuitputtelijk,
+en het wordt een grap van den Kabuli, om wanneer Mini hem vraagt wat
+er in is, te antwoorden, dat er een olifant in zit.
+
+
+ "Een paar dagen later vond ik mijn dochter zitten op de bank bij
+ de deur en al maar zonder ophouden sprekend tot den Kabuli, die
+ aan haar voeten zat, glimlachend en luisterend. Ik merkte dat de
+ slip van haar kleine sari vol amandelen en rozijnen was."
+
+
+Zoo was het begin van de vriendschap tusschen het zonderling bij
+elkaar passend paar, een vriendschap saamverbonden door voortdurende
+lekkernijen. De vader van Mini sluit ook vriendschap met den Kabuli,
+Rahamat genaamd.
+
+Ten slotte doodt Rahamat iemand, en wordt tot acht jaar gevangenisstraf
+veroordeeld. Als hij terugkomt, is het Mini's huwelijksdag.
+
+
+ "Ik herkende hem eerst niet. Hij had noch zijn zakken, noch zijn
+ lang haar, noch zijn fijne, levendige manier van doen. Ten laatste
+ herkende ik hem aan zijn lach.
+
+ "Hallo! Rahamat, wanneer ben je gekomen?" zei ik.
+
+ "Gisteren kwam ik uit de gevangenis", antwoordde hij.
+
+ Ik vertelde hem, dat ik het erg druk had en dat hij beter deed
+ met heen te gaan.
+
+ Daarop zeide hij, toen hij bij de deur stond: "Mag ik het kind nog
+ eens weer zien?" Maar dit kon niet, en met een zwijgend onrustigen
+ blik keek de man toen hij heenging. Hij keerde echter terug en
+ naderbij komende, zeide hij:
+
+ "Ik heb deze druiven en amandelen en rozijnen voor het kind
+ meegebracht. Wil je ze voor mij aan haar geven, alsjeblieft? Neen,
+ je moet me er niet voor betalen. Juist zoo'n dochter als gij hebt,
+ heb ik thuis eene, en het is uit herinnering aan haar gezichtje,
+ dat ik wat fruit voor je kind breng. Ik kom niet om het te
+ verkoopen..." Terwijl hij dit zeide duwde hij zijn hand in de
+ plooien van zijn los wijd kleed en bracht een stuk vuil papier te
+ voorschijn van ergens van zijn borst vandaan. Zorgvuldig vouwde
+ hij het open en spreidde het uit op mijn schrijftafel. Ik zag
+ een afdruk van een tengere handpalm op het papier, een eenvoudig
+ merk, dat verkregen werd door de hand in lampezwart rond te
+ wrijven. Met dit vreemde teeken van het kind op zijn borst was
+ Rahamat gekomen om fruit in de straten van Calcutta te verkoopen,
+ alsof de aanraking met het kinderhandje zijn hart tot rust zou
+ brengen, dat door de pijnen der scheiding werd verscheurd."
+
+
+Herbert Spencer zag in de vraatzucht van het kind slechts den
+onverzadigbaren honger van het dierlijke in den mensch op een lageren
+graad van ontwikkeling. Rabindranath Tagore daarentegen heeft daarin
+geleerd te vermoeden de eerste graden van ontwikkeling der verlangens,
+die, op een ander niveau van intelligentie, het pad naar den hemel
+zelven uitwijzen. De teekens zijn inderdaad duidelijk te lezen in
+zekere gedichten en in "Zegening" wordt daaraan een uitwerking gegeven
+van zoovele rechtstreeksche wenken:
+
+
+ "Zeegen zijn hartje, deze blanke ziel, die den kus des hemels
+ heeft gewonnen voor onze aarde.
+
+ Hij heeft het zonlicht lief, hij bemint het zien van zijn moeders
+ gelaat.
+
+ Hij heeft niet geleerd het stof te verachten en tuk te zijn
+ op goud.
+
+ Druk hem aan uw hart en zeegen hem.
+
+ Hij is gekomen in dit land van honderd doolwegen.
+
+ Hij verkoos u uit de meenigte, ik weet niet hoe, en hij greep uw
+ hand om den weg te vragen.
+
+ Hij zal u volgen, lachend en pratend, zonder een twijfeling in
+ zijn hart.
+
+ Aanvaard zijn vertrouwen, leid hem recht en zeegen hem." [11]
+
+
+Een enkel woord over een klein tooneelspel, dat in Nederland een
+enkele maal reeds is opgevoerd geweest en waaruit weder Tagore's
+vereering en eerbied voor het kind blijkt. Het is The Post Office,
+of in de vertaling van Henri Borel "De Brief van den Koning" geheeten.
+
+"Een stuk als The Post Office van Tagore mist hevige tooneeleffecten
+en z.g. "pakkende" coups de théatre, zooals echte "tooneelrotten"
+die handig weten te schrijven", zegt Henri Borel in zijn inleidend
+woord bij zijn Nederlandsche overzetting. Inderdaad, zeer eenvoudig
+is het gegeven in het kleed van zeer eenvoudige woorden. Maar in het
+simpele gebeuren van het sterven van dien armen knaap ligt verborgen
+de oplossing van het tragische raadsel des heelen levens.
+
+De beminnelijke Amal is het pleegkind van den dorpsbewoner Madhav. Hij
+lijdt aan een slepende ziekte en deswege moet hij op last van den
+dokter in huis blijven. Mistroostig ligt hij op zijn ziekbed bij
+het venster naar buiten te turen en houdt lange gesprekken met
+voorbijgangers: den wachter, den melkman, het oudje, Sudha het
+bloemenmeisje. Dit is het eerste bedrijf.
+
+Amal, al zieker en zieker wordend, gaat voort vriendschap te sluiten
+met allerlei voorbijgangers, die schik hebben in de naieve kinderpraat
+van het knaapje, maar in hun hart een groot medelijden koesteren
+met den kleinen zieke. Vóór Amals huis is een nieuw postkantoor
+gebouwd. Het denkbeeld, dat hij een brief van den koning zou kunnen
+krijgen, wordt in den geest van Amal een realiteit en in het heerlijk
+besef, dat 's Konings brief inderdaad in het nederige huis is gekomen,
+sterft de zieke jongen.
+
+Het tweede bedrijf.
+
+"De brief van den Koning" ontleent zijn naam aan de illusie van
+Amal. Een der voorbijgangers, de dorpswachter, die de gong slaat ter
+aankondiging van de uren en wiens werk het arme kind bijzonder veel
+belang stelt, heeft hem dit verteld. De kinderlijke onschuld gelooft,
+dat het postkantoor des konings zóó nabij werd geplaatst voor het
+geval de koning hem een brief wil sturen. Het praatje gaat van mond
+tot mond en het ijdele dorpshoofd ergert zich over dezen waan, welken
+hij toeschrijft aan den hoogmoed van den pleegvader Madhav. Doch als
+hij het stervende kind met onnoodige hardheid komt lastig vallen,
+als de dokter bevel heeft gegeven alle deuren en vensters te sluiten,
+opdat niemand meer binnentrede en hem verontruste--dan wordt er
+aan de deuren gerammeid: de geneesheer des Konings treedt de woning
+binnen. Deze gelast licht en ruimte om den knaap te maken, overal
+bloemen in de kamer te zetten en doet den bullebak, het dorpshoofd,
+verwijderen, want.... de Koning zal zelf komen.
+
+Thans is Amal omringd door menschen, die allen hem toegenegen
+zijn. Teeder en verheven, echt Tagoriaansch, is het slot:
+
+"Wilt u een woord voor mij in zijn oor fluisteren?" vraagt Sudha aan
+den geneesheer des Konings.
+
+"Wat moet ik hem zeggen?"
+
+"Zeg hem, dat Sudha hem niet vergeten heeft". En in vreugde afwachtend
+die overweldigende gebeurtenis, de komst van den Koning zelven, omringd
+door liefdevolle wezens, gaat het kind het mysterie van den dood in.
+
+Hoe eenvoudig en helder is dit dichterlijke tooneelwerk. Rabindranath
+Tagore had niet noodig zijn symbolen nader aan te geven met duidingen
+voor ons verstand. Misschien niet voor den louter verstandelijke,
+maar voor het rijke gemoedsleven is alles even klaar. Wie voelt hier
+niet, dat de Koning met het Hoogste Wezen moet vereenzelvigd worden?
+
+Toch moet men achter "De Brief van den Koning" niet te veel allegorie
+zoeken. De bedoeling is minder intellectueel, maar meer emotioneel
+en eenvoudig.
+
+W. B. Yeats typeert de waarde van het stuk heel juist met deze woorden:
+"De bevrijding, gezocht en gewonnen door het stervende kind, is
+dezelfde bevrijding heeft Mr. Tagore gezegd, die oprees voor zijn
+verbeelding, toen hij eens in den vroegen ochtendstond tusschen
+het lawaai van een menigte, die van een of ander feest terugkeerde,
+dezen regel uit een oud dorpslied hoorde: "Veerman, neem mij mede
+naar den anderen oever van de rivier". Zij kan op ieder oogenblik van
+het leven komen, ofschoon het kind haar ontdekt in den dood, want zij
+komt altijd, als het "Ik" niet langer zoekende naar winsten, die niet
+kunnen "geassimileerd worden met zijn Geest", in staat is te zeggen:
+"Al mijn werk is het Uwe" (Sadhana).
+
+Het geheim van Rabindranath's volkomen meeleven met het kind ligt zeer
+dichtbij het geheim van zijn kunst als dichter. In zijn poëzie laat
+hij de onschuld van den kinderlijken geest spelen met leven, liefde
+en dood en de verschijnselen in de natuur. Hij weet, dat het genot in
+de voorstelling van den kindergeest op de wonderen der aarde wijst,
+die de philosophie zoo moeilijk weet te rangschikken. Hoe beeldrijk,
+hoe concreet de Indische gedachtengang altijd trachtte te zijn, kunnen
+we leeren, indien we een bladzijde van de Upanishads opslaan. Bij het
+leeren aan den jongen hoe hij komen kan tot het subtiele weezen van
+het grooter Zelf, zegt de vader hem een vrucht van den Nyagrodha-boom
+te brengen:
+
+"Hier is er een, heer", zegt het kind.
+
+"Breek het stuk".
+
+"Het is gebroken, heer".
+
+"Wat ziet gij er dan?"
+
+"Deze zaden, bijna ondeelbaar".
+
+"Breek er een van".
+
+"Het is gebroken, heer".
+
+"Wat ziet ge dan?"
+
+"Niets, heer".
+
+De vader zeide: "Mijn zoon, dat uiterst fijne Wezen, dat gij dan niet
+bespeurt, van datzelfde Wezen bestaat de groote Nyagrodha-boom.
+
+Geloof het, mijn zoon. Dat, wat het uiterst fijne wezen is, daarin
+heeft alles wat bestaat zijn zelf. Het is het Ware. Het is het Zelf,
+en gij o Svetaketu zijt het". [12]
+
+De practische philosophie van Rabindranath betreffende het kind komt
+in het kort hierop neer: Niets moge den ouders te veel zijn, geen
+moeite en geen opoffering om het kind tot zijn bestemming te doen
+komen n.l. tot mensch, en wel tot mensch in de juiste betrekking met
+het gansche heelal. Maar men mag de waarde niet overschatten van de
+uitsluitend materieele middelen, die wij aan de opvoeding van onze
+kinderen ten koste leggen. Een kind mag niet het medium zijn van onze
+eigen onzuivere verlangens en begeerten; wij mogen niet alleen maar
+de hoop koesteren, dat onze kinderen naderhand knappe koppen worden,
+binnen den kortst mogelijken tijd "binnen" zijn of betrekkelijk jong
+reeds in eigen auto's kunnen rijden en "voornaam" kunnen "doen". Als
+bolwerk tegen deze vrij algemeene zonde tegen de kinderziel heeft
+Rabindranath een nieuw en toch oud systeem van opvoeding opgebouwd
+in zijn Shanti Niketan-school. "Ten opzichte van de wijze, waarop
+kinderen tot kennis zullen groeien, gaat de bedoeling van den mensch
+geheel lijnrecht tegen de bedoeling van God in. Hóe wij onze zaken
+en bezigheden en in verband daarmede onze kantoren willen regelen en
+inrichten, daarin zijn wij volkomen vrij. Maar zulk een kantoor-achtige
+regeling is niet geschikt voor Gods schepping, en kinderen zijn Gods
+eigen schepping." [13]
+
+Duidelijker dan betoogen heeft Rabindranath tot mij persoonlijk zijn
+levensbeschouwing betreffende het kind gezegd in deze weinige woorden,
+welke hij op een kinderportret heeft geschreven: "I bring Father's
+message to father".
+
+
+
+Om de religieuze liederen in Gitanjali ofte wel Song Offerings
+en Wij-Zangen te begrijpen--ik spreek niet eens van de schoonheid
+daarvan te gevoelen, want zijn hiervoor wel regels en voorschriften
+te geven?--is in de eerste plaats noodig, eenigermate het wezen
+van Tagore's God te kennen. Henri D. Davray in een artikel in de
+Mercure de France heeft vrij juist, door middel van een parallel met
+het Christelijk Godsbegrip, het wezen van Brahma aangeduid, zooals
+deze geworden is na het werk der groote hervormers Ram Mohan Roy,
+Debendranath Tagore en Keshab Chandra Sen.
+
+"De christelijke theologie", aldus Davray, "is altijd versomberd
+geweest door het idee van de zonde, van het oordeel en van de
+noodzakelijkheid van een verlossing. De christelijke God is
+een almachtig souverein en een geduchte rechter, zelfs in zijn
+barmhartigheid. Het anthropomorphe en almachtige Hoogste Wezen, dat
+zijn tijd doorbrengt met over ons te waken zonder ons krachtdadig
+te kunnen beschermen tegen de zonde, een Wezen, dat ons met een
+wreede hardheid veroordeelt om onvermijdelijke zwakheden en fouten,
+waarvan hij zelf de verantwoording draagt, zulk een God houdt spoedig
+op eerbied af te dwingen. Hij heeft ons niet geschapen, zooals
+men wel beweert! Maar wij hebben hem geschapen naar ons beeld. De
+cultus van zulk een godheid kan niet anders dan slechts uiterlijk en
+formeel wezen: de godsdienst, die ons slechts dezen onvoldoenden god
+kan aanbieden, lokt geen enkele universeele liefde uit, geeft geen
+enkele universeele vreugde; hij inspireert slechts zelden dit hevig en
+brandend verlangen naar een goddelijke aanwezigheid, dat is: de honger
+en de onleschbare dorst van de mystiek. In het Oosten daarentegen
+wordt God niet verbeeld in dergelijke zwakke grenzen; de godsdiensten
+zijn onpersoonlijk en vloeien samen met vele philosophische systemen,
+die ruimte laten voor bespiegelingen, waarin de kleine menschelijke
+persoonlijkheid geheel en al verdwijnt met al haar begeerten, moeiten,
+zwakheden en ellenden. In het Westen heeft men het geloof verloren
+in een God, die niet voldoet aan de diepste wenschen van het hart
+en het is het Oosten, dat der menschheid de uitdrukking aanbiedt
+van een geloof in God, dat verhevener is dan onze tijd ooit er een
+heeft geformuleerd.
+
+Op het altaar van zijn ziel plaatst het Westen zijn eigen beeld: den
+verachtten en onttroonden god, en biedt zichzelven een hoogmoedigen
+eeredienst aan. Het Oosten vindt zijn Godheid in de oneindigheid van
+het Heelal en in het diepste diep zijns harten en erlangt daardoor
+een wonderbare nederigheid."
+
+De tegenstelling, of beter gezegd de éénheid van Paramatma en Jivatma,
+de ziel van het heelal en de ziel van het individueele leven, vindt
+men uitgedrukt in de twee eerste gedichten van de Gitanjali.
+
+
+ "Eindeloos hebt Gij mij gemaakt, naar Uw behagen.
+
+ Dit brooze vat leedigt Gij weer en weer en vult het telkens met
+ versch leeven.
+
+ Oover heuvelen en dalen hebt Gij dit rieten fluitje gedragen en
+ er eeuwiglijk nieuwe melodiën door geblazen.
+
+ Bij de onsterfelijke aanraking van Uwe handen doorbreekt dit
+ kleine hart zijn perken en baart onzegbare uiting.
+
+ Uw oneindige gaven koomen tot mij enkel op deze mijn nietig-kleine
+ handen. Eeuwen vergaan en steeds blijft Gij uitstorten en steeds
+ is er ruimte te vullen." [14]
+
+
+Dat de mysticus er naar streeft om de verschrikkingen van wereld
+en leven, zijn eigen menschelijke ellenden en tekortkomingen niet
+alleen te beschouwen, maar ook te ervaren als slechts de spectrale
+kleuren van het goddelijk Licht, lezen wij b.v. in Wij-Zang
+XXXX. Hier verlangt het hart naar het goddelijk Gevoel, dat alle
+vreugden en alle smarten als ééne groote Vreugde ervaart, doch het
+verlangen wordt op een wonderlijk-schoone wijze nog getemperd door een
+teedere menschelijkheid. Niettegenstaande het menschelijk gevoel nog
+terugschrikt voor "den wervel der vreeselijke vreugde", is die schrik
+nauwelijks merkbaar door de zuiverheid en gaafheid van het beeld.
+
+
+ "Dagen aan dagen bleef de reegen weg, o God, uit mijn dorre
+ hart. Felnaakt is de horizon--zonder het dunste floers van
+ een zachte wolk, zonder de flauwste zweem van een koele bui in
+ de verte.
+
+ Zend uw woedende storm, donker van dood, als het U behaagt, en doe
+ den heemel opschrikken van einder tot einder met bliksemstriemen.
+
+ Maar roep terug, o Heer! roep terug die zwijgende doordringende
+ hitte, stil en fel en wreed, die het hart verzengt met
+ vertwijfeling.
+
+ Laat de wolk van genade neederbuigen van omhoog, als de tranenrijke
+ blik der moeder op den dag van des vaders toorn." [15]
+
+
+Maar daar, waar alle kleine menschelijkheid weggeworpen wordt en waar
+voor hem "geen vrees meer overblijft in deeze waereld", wat is dat
+ontzettend en geweldig:
+
+
+ "Schoon is Uw polsband, sterren-versierd en kunstig gewrocht in
+ duizend-verwige juweelen. Maar schooner is mij Uw zwaard met zijn
+ bliksemende booglijn, als de uitgespreide wieken van Vishnoe's
+ voogel, zuiver in eevenwicht in het toornig roode licht van de
+ ondergaande zon.
+
+ Het trilt als het laatste teeken van leeven in smartverrukking bij
+ den laatsten doodelijken slag; het blinkt als de reine Weezensvlam,
+ die aardsche gevoelens verteert in een felle flikkering.
+
+ Schoon is Uw polsband, versierd met sterjuweelen: maar Uw zwaard,
+ o Heer des Donders! is gewrocht met de uiterste schoonheid,
+ verschrikkelijk om te zien of te herdenken." [16]
+
+
+Den strijd tusschen den man en den dichter, de vertwijfeling, die
+Tagore moet gevoeld hebben toen de maatschappelijke mensch in hem de
+vraag stelde, wat voor "nut" zijn poëzie wel voor het vaderland en
+voor de maatschappij kan hebben, meen ik terug te vinden in gedicht
+III van De Hoovenier:
+
+
+ "Des morgens wierp ik mijn net uit in de zee.
+
+ Uit de donkere diepte haalde ik dingen op van wonderlijk aanzien
+ en vreemde schoonheid.
+
+ Sommigen glansden als een glimlach, sommigen blonken als tranen,
+ en anderen bloosden als de wangen eener bruid.
+
+ Toen ik huiswaarts keerde met mijn dagelijksche vracht, zat mijn
+ lief in den hof en trok ijdelijk de bladen uit een bloem.
+
+ Ik weifelde een oogenblik, legde toen aan haar voeten alles wat
+ ik opgehaald had, en wachtte zwijgend.
+
+ Zij oogde er naar, en zeide:
+
+ "Wat voor zonderlinge dingen zijn dat? Ik weet niet waarvoor
+ zij dienen."
+
+ Ik boog beschaamd mijn hoofd en dacht: "ik heb er niet voor
+ gevochten, ik kocht ze niet op de markt, dat zijn geen waardige
+ geschenken voor haar."
+
+ En den heelen nacht door wierp ik hen één voor één op straat.
+
+ Des morgens kwamen reizigers; zij raapten hen op en droegen hen
+ naar verre landen."
+
+
+Is het niet, of Tagore's intuïtie hem hier voorspelt, dat vreemdelingen
+die "dingen van wonderlijk aanzien en vreemde schoonheid" door de
+wereld zouden dragen en dat door die superieure gedachten de blik
+van heel de beschaafde wereld zich zou wenden naar Tagore's land en
+volk? Allengs wordt hij zich meer en meer bewust van de waardigheid
+van zijn werk en van de grootheid van zijn roeping. Vol nederigheid
+en toch met een edelen trots en met de verrukking van een toegewijd
+leven zingt hij nu:
+
+
+ "In de gehoorzaal der waereld zit de simpele grashalm op hetzelfde
+ tapijt met de zonnestraal en de middernacht-sterren.
+
+ Zoo deelen mijn zangen hun zetels, in het hart der waereld,
+ met de muziek van wolken en wouden.
+
+ Maar uw weelde, gij rijkaard, heeft geen deel in de sobere
+ grootheid van het blijde zonnegoud, of van het weeke blinken der
+ peinzende maan.
+
+ De zeegen van den al-omvangenden heemel wordt er niet oover
+ uitgestort.
+
+ En als dood komt, verbleekt ze, en verschrompelt en verkruimelt
+ tot stof."
+
+
+Wij-Zang XVI toont ons, hoe het streven van waarachtige poëzie de
+gemeenschap inhoudt met het allerheiligste:
+
+
+ "Ik ben genoodigd tot het feest deezer waereld en zoo is mijn
+ leeven gezeegend. Mijn oogen hebben gezien en mijn ooren
+ gehoord. Het was mijn taak op dit feest mijn speeltuig te
+ bespeelen, en ik heb gedaan wat ik kon.
+
+ Nu, dan, zoo vraag ik, is nu dan ten leste de tijd gekoomen, dat ik
+ mag ingaan, en Uw aangezicht zien en U eeren met zwijgenden groet?"
+
+
+
+De volgende anecdoten uit den loopbaan van den beroemden en gevierden
+dichter, die echter in zijn persoonlijken omgang zoo eenvoudig en
+beminnelijk is, zijn aardige aanwijzingen naar het latere feit, dat
+Tagore een groot en wereldvermaarde man zou worden. Te midden van
+stortvloeden van vijandige critiek kreeg Tagore, geheel toevallig,
+een inspiratie, welke zijn geest opbeurde en hem aanzette om
+hoogere hoogten te bereiken en tot een edeler vlucht in het rijk der
+poëzie. Zooals de ontmoeting van Nietzsche met Wagner een bron van
+inspiratie voor den eerste en een genoegen voor den tweede was, zoo
+was de ontmoeting van Rabindranath met Bankim Chandra Chattopadhya,
+den grootsten van alle Bengaalsche novellenschrijvers en dichter
+van de nationale hymne Bande Mataram, een bron van inspiratie
+en aanmoediging voor den jongen dichter--een genoegen voor den
+verteller. Zij ontmoetten elkander op een huwelijksfeest ten huize
+van Ramesh Chandra Dutt, staatsman, geschiedkundige en schrijver van
+vertellingen. Ramesh Dutt wond een krans van bloemen om den hals van
+den proza-dichter om hulde te brengen aan het grootste letterkundige
+genie van Bengalen. Chattopadhya deed echter onmiddellijk de krans af
+en tooide daarmede Rabindranath, zeggende: "Deze krans behoort hem
+toe--hebt gij zijn Sandhya Sangit' gelezen?" Ramesh Dutt antwoordde
+ontkennend, maar Bankim Chandra prees hemelhoog enkele gedichten uit
+het boek. Zulk een onbegrensde loftuiting van zoo'n hoogen oorsprong
+bracht bijna vreugdetranen in de oogen van Rabindranath. Zij deed
+hem alle pijn van de pijlen van onaangename critiek vergeten. Dit
+plastische eerbewijs van den grooten prozaïst beduidde voor
+Rabindranath meer dan de Nobelprijs voor hem later kon beteekenen.
+
+Of de rechtgeloovige Bengali Tagore's vrome gedichten bewonderen of
+niet, er is geen twijfel aan, dat zij prachtig zijn in hun opvallende
+schoonheid. Eens deed zich voor den dichter vanzelf een kans voor om
+een beminnelijke wraak op zijn vader te nemen. Vele jaren voorheen las
+de Maharshi een van Rabi's godsdienstige gezangen uit zijn jongenstijd
+en de oude Tagore lachte. De poëet herinnerde zich dat alles in die
+jaren weer. Onverwacht ontbood de Maharshi zijn zoon, die toen in
+het landelijke werkzaam was, naar de stad, waar de vader toen ter
+tijd verblijf hield, juist met de bedoeling een bijzonderen zang,
+pas gecomponeerd, uit den mond van den auteur zelven te hooren. Toen
+hij er om gevraagd werd, begon Rabi-babu te zingen:
+
+
+ "Nawyawn tomarah payna dekhitay
+ Tumi rawyacho nawyawnay nawyawnay!
+ Hridawai tomarah payna janitay,
+ Hridawai rawyacho gopawnay!" etc.
+
+
+Het lied luidt--gedeeltelijk--in de vertaling als volgt:
+
+"Mijn oogen kunnen u niet zien, en toch zijt gij altijd voor mijn
+oogen. Mijn geest kan u niet omvamen, maar in stilte doet gij mij
+altijd uw aanwezigheid gevoelen.
+
+"Evenals die van een verdwaasde, zoo stormt mijn geest her- en
+derwaarts, beladen met de wereldsche verlangens van mijn hart, maar
+ik kan uw beminnende oogen steeds waakzame wacht zien houden in mijn
+slaap of in mijn droom.
+
+"De van vriendschap verlatene en de verlorene kunnen zich altoos zeker
+gevoelen van u en van uwe liefde. Zelfs de daklooze zwerver heeft de
+troost van zijn huis te hebben in het ééne, dat gij voor ons allen
+hebt gebouwd." etc.
+
+Toen de zang geëindigd was, zeide de Maharshi met een veelbeteekenende
+trilling in zijn stem: "Ongelukkig voor ons land waardeeren onze
+Engelsche heerschers niet en moedigen onze kunsten, onze nijverheid
+en onze cultuur niet aan; maar hier is een nederige huldiging van uw
+genie door uw vader; de zang was prachtig". En de oude man overhandigde
+hem een stuk papier. De dichter-zanger opende het en vond een cheque
+van 500 rupees (± $165,--) voor een gedicht van 24 regels. Dit was
+Tagore's eerste "Nobelprijs" voor poëzie.
+
+In de stad Urbana, waar Tagore's zoon op school was om moderne
+methodes van landbouw te leeren, kwam Koomar Roy uit Chicago den
+dichter bezoeken, die in dien tijd in Amerika vertoefde. Na over
+verschillende nationale problemen van Indië gesproken te hebben, zeide
+Koomar Roy "Ik ben heelemaal van Chicago gekomen om u een bezoek te
+brengen, natuurlijk; maar hoofdzakelijk om u te verzoeken meer van uw
+werken te vertalen, zoodat de Westersche wereld de schoonheid van onze
+Bengali-litteratuur kan apprecieeren. Bengalen is niet geheel en al
+"bom" en "oproer", zooals de Engelsche bladen de wereld gelieven in
+te lichten.
+
+"Ja, ik ben bezig meer van mijn werken te vertalen", zeide Tagore,
+terwijl zijn oogen naar het vloerkleed keken. "Ik ben werkelijk
+blijde te zien, dat Gitanjali, mijn eerste Engelsche boek, zoo goed
+ontvangen is."
+
+"Ik heb een ander idee bij mijn verzoek aan u om meer van uw werk te
+vertalen", zeide Koomar Roy. "Namelijk dit: zoodra gij bekend wordt,
+ben ik er absoluut zeker van, dat ge vroeger of later den Nobelprijs
+voor poëzie zult winnen. Niemand anders in Indië en Azië heeft die
+lauweren gewonnen. Het zal Indië niet alleen een internationalen rang
+geven, maar zal een stap voorwaarts zijn op den weg van internationale
+broederschap en wereldvrede."
+
+"Kunnen Aziaten voor den prijs in aanmerking komen?", vroeg
+Rabindranath.
+
+"Ja, vast en stellig, en gij moet hem winnen."
+
+"Ik ben niet in staat te zeggen of ik hem verdien of niet. Maar ge
+kent het vooroordeel--het vooroordeel tegen Aziaten. Indien Aziaten
+verkiesbaar zijn, waarom heeft onze Dr. Jagadis Chandra Bose, Indië's
+grootste geleerde in moderne tijden, hem niet gekregen?" zeide Tagore
+op verontwaardigden toon, terwijl zijn mooie donkere oogen flikkerden.
+
+"Wat het vooroordeel betreft", antwoordde Koomar Roy, "zijn de
+Amerikanen en de Britten de ergste zondaars. De continentale Europeanen
+hebben zulk een vooroordeel niet, en de kleine maar meer menschelijke
+staten als Noorwegen, Zweden en Denemarken hebben wegens de tyrannie
+der grootere machten een bijzondere sympathie voor de onderdrukte en
+overheerschte volkeren van Azië. En ge kunt er verzekerd van zijn,
+dat als het Nobelprijs-comité verneemt van de aangeboren schoonheid
+van uw geschriften, het geen oogenblik zal aarzelen zichzelf te eeren
+door u te eeren."
+
+"Ge schijnt van plan te zijn om mij den Nobelprijs toe te kennen",
+zeide de dichter, terwijl nauwelijks een glimlach om zijn lippen
+speelde. "Gij zijt de eerste persoon, die het mij aan de hand
+doet. Prachtig, krijg ik hem, dan zal ik oogenblikkelijk een
+ambachtschool oprichten in verband met mijn school te Bolpur." Tagore
+lachte en vervolgde: "Maar we krijgen vanavond te veel verbeelding"
+en het gezelschap lachte mee.
+
+Binnen tien maanden na dit gesprek werd aan Rabindranath Tagore de
+Nobelprijs voor dichtkunst toegekend.
+
+Niet alleen Indië of Azië, maar de geheele wereld heeft reden om
+zich over het toekennen van den Nobelprijs voor "idealistische
+literatuur" aan den Indischen wijze te verheugen. "Die toewijzing",
+om de woorden van een Amerikaanschen schrijver te bezigen, "zal de
+menschen van het Westen aansporen te onderzoeken wat de menschen van
+het Oosten gezegd hebben en nog te zeggen hebben. Ze zal het Oosten
+aan het Westen vertolken zooals het Oosten nooit tevoren vertolkt
+was. Ze wordt alzoo een historische gebeurtenis, een keerpunt in
+het begrijpen van het eene halfrond door het andere." Ze wijdt ook
+in den dageraad van een nieuw tijdperk van vriendschap tusschen Oost
+en West, die zoo lang vijandig tegenover elkander gestaan hebben in
+eeuwenlange worsteling om materieele oppermacht en vergrooting van
+grondgebied. De wederzijdsche waardeering van de literatuur, kunsten
+en idealen van het Oosten en het Westen, zal de donkere wolken van
+internationale verbittering wegvagen en dien dag helpen brengen, waarop
+internationale vrede en internationale welwillendheid oppermachtig op
+aarde zullen heerschen. Indien de eindpaal van wereldvrede ooit bereikt
+wordt, dan zal die bereikt moeten worden langs den weg van een edelen
+wedstrijd in innerlijke beschaving tusschen het Oosten en het Westen,
+die leiden zal naar de verwerkelijking van de fundamenteele eenheid
+van het geheele menschelijk geslacht.
+
+
+
+Indien door een noodlottig toeval alle aan gedachten rijke opstellen,
+filosophische verhandelingen, romans, aangrijpende korte vertellingen
+en drama's van Tagore werden vernietigd, dan zal men zich--zoolang er
+menschen in Indië wonen--den naam van Tagore als dien van een groot
+dichter van Indië herinneren, want hoe zou men zijn volksliederen
+kunnen vergeten! Zijn zangen hebben in het leven van Indië's
+volk zulk een onuitwischbaren indruk gemaakt, dat zij alleen met
+Indië zelf zouden kunnen vergaan. De redevoeringen der politieke
+agitatoren en de opstellen van hoofdartikelschrijvers zijn slechts
+speldeprikken vergeleken met de vurige of innige vaderlandsliederen
+des dichters. Zijn uitroepen zweepen de kleine rimpelkringen op tot
+ware golven van echt patriotisme, die in Indië tegen de rotsen van
+egoïsme en provincialisme slaan en deze vergruizelen, om zoodoende
+uit een menigte van tegen elkaar strijdende belangetjes een machtig,
+homogeen volk te vormen.
+
+Overal worden Tagore's volksliederen gezongen. Wanneer des morgens
+bij zonsopgang stralen van goud uit den horizon neerschieten, hoort
+men zijn liederen gezongen door Sankirtan-gezelschappen, die door de
+straten trekken om de menschen te wekken, opdat zij deelnemen aan de
+heilige handeling God en het moederland te eeren. In den brandenden
+middag, wanneer de schaapsherders in de schaduw van den banyan-boom
+spelen, zingen zij Tagore's liederen. En verder, wanneer het Indische
+landschap zich baadt in de roode stralen der ondergaande zon, hoort men
+Rabindranath's liederen tot in de scheepswoningen der schippers en uit
+den mond der landlieden, die bij scharen huiswaarts keeren. Zij worden
+gezongen op nationale congressen, in de gymnastiekplaatsen, door de
+bedelaars op hun bedelgangen; zij worden gezongen bij huwelijken en
+bij religieuze handelingen.
+
+Er zijn critici die beweren, dat Rabindranath's volksliederen te
+week zijn, te vrouwelijk om te voldoen aan de tegenwoordige nooden
+van Indië. Het is waar, dat Tagore niet de vurige hartstocht heeft
+van Hem Chandra Bandopadhya, noch de mannelijke kracht van Nabin
+Chandra Sen; het is ook waar, dat hij zich meer wendt tot de teedere
+gemoedselementen, en de andere tot de sterkere. Inderdaad zijn "Slaap
+niet meer" van den eerste en eenige strofen uit "De slag van Pallasi"
+van den tweede, machtige factoren geweest in de crisis van Indië. Toch
+moet een ieder, die meer afweet van de fantastische en diepzinnige
+natuur der Hindoes, erkennen, dat van beide
+
+
+ "Ontwaakt, staat op en grijpt naar de overwinning; werpt neer
+ den staf der overheerschers!"
+
+
+en
+
+
+ "Uw moederland lijdt honger en verkwijnt! Wie anders dan een
+ plichtgetrouwe zoon kan zijner moeder zorgen lenigen!"
+
+
+de laatste zich sterker tot de ziel der Hindoes wendt en een meer
+durenden invloed uitoefent. Rabindranath volgt beslist den laatsten
+weg. Hij idealiseert het moederland, doordat hij in zijn lezer even
+zoovele snaren als zijn gemoedsontroeringen aanslaat. Hij spreekt
+van zijn golvende rijstvelden, lachende bloesems en geurende bloemen,
+zingende vogels, murmelende beekjes, eerbiedwekkende bergen, rumoerige
+bazar's, vriendelijke huizen, gevulde rijstschuren en speelplaatsen
+vol lieve, kleine, naakte kinderen--en die alle bekleedt hij met
+de heilige liefde voor zijn moederland, Bharat Mata, zooals het in
+Indië heet. Onophoudelijk behandelt hij de zaak van Indië, op honderd
+verschillende wijzen, en steeds in onnavolgbaren stijl.
+
+
+ "O, moederland, ik geef aan u mijn lichaam; want u wil ik mijn
+ heele leven wijden; ik stort om u mijn tranen, en mijn Muze zal
+ altijd uwen roem en lof bezingen. En of mijn armen kracht- en
+ hulploos zijn, zij zullen toch de daden wel verrichten, die uwe
+ zaak alleen maar dienen kunnen; ofschoon mijn zwaard van schande
+ roestig is, toch zal het ééns den band der knechtschap snijden,
+ o, mijne lieve moeder!"
+
+
+Op een andere plaats berispt hij het moederland, terwijl hij zegt:
+
+
+ "O, moeder, zult gij waarlijk uwe kind'ren als beed'laars aan
+ de deur der vreemden sturen, die toch, wanneer zij zien den
+ bedelstaf, beginnen hen te haten en met steenen naar hen te werpen
+ in verachting? Zeg, o moeder!"
+
+
+Hier protesteert hij tegen "de politiek van bedelarij" en spoort
+zijn landgenooten aan om zelve alle krachten in te spannen teneinde
+land en volk vooruit te brengen. In een essay heet het: "Wanneer het
+bereiken van een ideaal niet ook van onze eigen krachten afhangt, doch
+uitsluitend van de liefdadigheid van anderen, wordt zulks onwaardig
+en beleedigend voor ons, en voor den gever ook schadelijk...."
+
+In een ander gedicht troost hij het moederland en berispt hij zijn
+landgenooten, die zich van de zaak van het volk hebben afgewend:
+
+
+ "Niets kunt gij van uwe kinderen hopen, Moeder; want zij zullen
+ niets u geven, schoon gij hun in uwe groote goedheid alles geeft,
+ wat gij ook maar bezit: lucht en water, rijst en geesteswelvaart. O
+ vergeef den ondankbaren kinderen, die zooveel beloofd, en bij
+ den eersten ademtocht reeds hun belofte breken!"
+
+
+Een Engelschmanhater is Tagore in geenen deele: daarvoor is hij behalve
+een dichter ook een wijze, die, schoon met droefheid, toch met geduld
+en ootmoed het lot van een onderworpen volk draagt, omdat hij in de
+vernedering van zijn landgenooten God's voorzienigheid aanschouwt en
+in het duistere heden van zijn land voorvoelt den dageraad van een
+betere toekomst.
+
+Liefde, zwier, deemoed en de geest van opoffering bezielen zijn
+patriotische gedichten; maar daarin is niet één spoor te vinden
+van toorn, ijverzucht en haat tegen wien ook in de wereld. Hierin
+verschilt hij van den radicalen nationalist van bloed en ijzer. In
+zijn ziekelijken haat tegen de Britten en in zijn verlangen dezen
+met al hun koffers en bagage uit Indië te verdrijven verliest de
+radicaal veel van het evenwicht, dat noodig is om helder en klaar te
+kunnen denken. Zoo staart hij zich welhaast blind op het uitwendige
+en vergeet ook kennis te nemen van de inwendige oorzaken, die leiden
+tot politieke misstanden en kwalen. Het is een slechte dokter, die
+alleen zachte zalf zou willen smeren op de huid van een pokkenlijder.
+
+"Maar", bijt de radicaal terug, "indien van buitenaf de atmospheer
+en de omgeving de inwendige storingen teweeg brengen, welke uitbreken
+in een kwaal, dan kunt ge den patient wel genezen, maar hij zal toch
+weer instorten.
+
+"Als die ééne patiënt sterft, laat hem dan sterven, maar maak de
+omgeving zuiver, opdat duizend anderen kunnen blijven leven."
+
+"Ja, ge hebt gelijk," zal Tagore daarop antwoorden, "doch wanneer het
+inwendige niet gezond is, dan zal het een kwaal uitbroeden, hoe rein
+de omgeving ook moge wezen. Maar ik ga volkomen met U mee, indien
+gij hervormingen op uzelven wilt aanbrengen, die zoowel inwendig als
+uitwendig werken."
+
+Het hedendaagsche probleem van Indië is, volgens Tagore, niet
+van politieken aard. De Hindoes zullen nimmer in staat zijn hun
+levensvoorwaarden hooger op te voeren, tenzij zij zich ontdoen van
+een zekere engheid van geest en zwakheid van karakter. Al het gif van
+onkunde, onverschilligheid en tweedracht in de Hindoe-maatschappij
+staan der volle ontwikkeling der Indiërs in den weg. Daartegen moet
+de strijd gestreden worden.
+
+De Indiërs moeten zich oefenen in het uitbreiden van hun gezichtskring
+buiten het gezin en buiten het dorp tot wijder cirkels. Zij moeten de
+hagen van versleten gewoonten uitroeien en hun socialen bodem beploegen
+voor hoogere doeleinden dan alleen om "te tuinieren in het klein".
+
+"Laat ons in de eerste plaats onze maatschappij van de tyrannie
+van bekrompen zeden bevrijden en haar wijden aan een geest van
+liberaliteit. Dat is onze eerste plicht", roept Tagore uit.
+
+Het was met het oogmerk "den socialen bodem te beploegen" en
+de Indische maatschappij van "bekrompen zeden te bevrijden" door
+middel van inwendige verlichting, dat hij naar de eenzaamheid ging,
+niet om zijn dagen in ledigheid door te brengen, maar om in zijn
+Shanti Niketan-school menschen te vormen voor den dienst van het
+moederland. [17]
+
+Het is, omdat Tagore den moreelen moed bezit, den vinger te leggen
+op de wonde plekken der Indische maatschappij, dat een Indiër zelf
+zich op deze hatelijke wijze uitliet over den dichter, voor wien God
+zijn voortdurende metgezel en Indië het voortdurende object zijner
+gedachten zijn: "Ik zou Tagore's gezicht niet eens willen zien: ik
+zou de straat niet eens willen oversteken om hem te ontmoeten. Zelfs
+een ongeletterde koopman in Indische goederen, die onder valsche
+beschuldiging naar de gevangenis is gebracht, staat in mijn achting
+hooger dan de groote dichter, een moreele lafaard, die zijn eigen
+woorden inslikt en daarna zich terugtrekt in de eenzaamheid."
+
+Dat Tagore niet deelneemt aan actieve politiek van het oude regime,
+en niet de gebruikelijke methoden van den "nationalist" tot de zijne
+maakt, dat kan een groot deel zijner landgenooten hem niet vergeven.
+
+Dat een man, die om zijn gematigdheid en om zijn afkeer van geweld
+zelfs door zijn landgenooten voor "overlooper" wordt uitgemaakt,
+thans front maakt tegen de Britsche politiek, naar aanleiding van
+het Amritsar-bloedbad en voor de "eer van Engelsch ridder" te zijn
+bedankt, geeft te denken.
+
+Het geeft ons een vaag vermoeden van ongehoorde geweldmaatregelen van
+dezelfde soort, waardoor de naam van het Britsche imperium in de ooren
+van onderdrukte volkeren zulk een schrikwekkenden klank heeft gekregen.
+
+Mogen echter de Britsche politici van de gevreesde soort eens
+denken aan hetgeen Tagore over het imperialisme heeft gezegd:
+"Een groep van het menschelijk ras kan niet eeuwig sterk blijven
+door een andere groep van haar inhaerente rechten te berooven;
+Dharma (rechtvaardigheid) hangt af van de evenwichtige schikking der
+dingen. Wanneer dit evenwicht verstoord, de orde ontwricht wordt,
+dan begint de rechtvaardigheid te dalen. De Britten zijn machtig
+geworden door het bezit van het Indische Rijk, en indien zij wenschen,
+dat Indië zwak blijft, dan kan dat eenzijdig voordeel niet lang duren;
+dan is het gedoemd, om zijn eigen doel illusoir te maken. De zwakheid
+van het ongewapende, door honger en door armoe uitgemergelde Indië,
+zal de oorzaak worden van de ineenstorting van het Britsche Imperium."
+
+"Slechts zeer weinige menschen kunnen een breeden blik hebben in
+politieke inzichten. Indien de inhalige Britsche politici begonnen
+te peinzen over de onmogelijke taak Indië in eeuwige onderwerping te
+houden, dan zouden zij terzelfder tijd de middelen vergeten om Indië
+voor langen tijd te onderdrukken. Want Indië eeuwig te willen behouden
+is een onmogelijkheid, omdat dit tegen de wet van het Universum is;
+zelfs de boomen moeten zich van hunne vruchten afscheiden. De poging
+om Indië te blijven binden aan de ketting der slavernij maakt de
+knoop slechts losser en verkort den tijd van mogelijke onvrijheid."
+
+Doch Tagore is meer dan slechts Indisch nationalist, hij is een
+"universeele nationalist", een vertegenwoordiger van de wijd over de
+wereld verspreide humaniteit.
+
+Zijn universalisme heeft den hoogsten graad van volkomenheid
+bereikt. Als een idealist van de twintigste eeuw gelooft hij aan
+de éénheid van het menschelijk geslacht--een éénheid in den rijkdom
+van haar verscheidenheid. Hij gelooft, dat het aanwezig zijn van de
+nationale, raziale, credale, continentale elementen en hun samenwerken
+in de menschelijke samenleving wezenlijk noodig is voor de ontwikkeling
+van de wereld, evenals de organen van het lichaam wezenlijk noodig
+zijn voor de normale ontwikkeling van den mensch. Hij is van oordeel,
+dat, evenals de taak van de roos ligt in de ontplooiing van haar
+bloembladen, zoo ook de roos der humaniteit slechts volkomen is,
+wanneer de verschillende rassen en volkeren hun geheel van elkaar
+verschillende karakteristieke eigenschappen ontvouwd hebben, die
+alle echter op den stam der humaniteit door den band der liefde
+zijn bevestigd.
+
+Dit is de reden, waarom hij gelooft, dat het Oosten en het Westen
+hun bijzonder leven te leiden en hun bijzondere roeping te vervullen
+hebben--maar hun einddoel is hetzelfde. Zoo sprak hij op een banket,
+dat de litteratoren van Engeland en Ierland hem eens aangeboden
+hadden: "Ik heb geleerd, dat wij, ofschoon onze talen en onze zeden
+ongelijksoortig zijn, dat wij in den grond van ons hart één zijn. De
+monsumwolken, die zich vormen aan de oevers van den Nijl, bevruchten
+de ver verwijderde korenakkers aan den Ganges; gedachten moeten van de
+oostelijke naar de westelijke kusten gaan om een welkomstgroet in de
+menschenharten te vinden en om tot vervulling te komen. Oost is Oost,
+en West is West--God behoede, dat het anders zou worden--maar beide
+moeten tot elkaar in vriendschap, vrede en goede verstandhouding komen;
+hun ontmoeting zal des te vruchtbaarder zijn--die moet beide tot een
+heilig huwelijk leiden op het altaar der menschelijkheid".
+
+Of Tagore van den aanvang af éénstemmig door zijn landgenooten
+gewaardeerd werd als nationaal dichter? Neen; ook hij heeft, als alle
+profeten, in zijn eigen land verguizing en miskenning ondervonden. Men
+noemde hem, zooals ik reeds vermeldde, "overlooper" en "moreele
+lafaard", omdat hij zijn pen niet heeft laten leenen ten dienste van
+de politiek van het geweld. Iemand zeide: "als Tagore beproefd had
+gedichten te schrijven als de Raibatak of de Kurukshétra van Nabin
+Chandra Sen, dan zou zijn lyrisch brein uit elkaar gespat zijn vóórdat
+hij nog twee strofen daarvan had kunnen beëindigen." De grootste
+grief van sommige heethoofdige patriotten tegen Tagore was, dat hij
+hun met zijn gedichten geen bloedige visioenen voortooverde. Maar
+zij vergaten, dat meer dan eens een revolutionair als martelaar voor
+het vaderland stierf met een gebed of lied van Tagore op de lippen,
+en daaruit de kracht putte om den dood te overwinnen. Zij vergaten
+ook, dat het Tagore's lyriek en universalisme zijn geweest, die de
+aandacht en de bewondering van heel de wereld op Bengalen en Indië
+hebben gericht. Basanta Koomar Roy noemt Tagore een universeele
+nationalist, wiens vaderlandsliefde niet is exclusief en arrogant en
+welke de beschavingen van alle andere volkeren minderwaardig acht dan
+de vaderlandsche cultuur. Daarom weigert Tagore beslist om strijd
+als het eerste en laatste middel te erkennen om tot grootheid te
+geraken. Tagore's vaderlandsliefde is evenals zijn andere liefden: een
+"liefde, die wel de geliefde tot haar middelpunt kiest, maar daarnaast
+zachte vriendelijkheid over het heelal verspreidt en daardoor een
+duurzaamheid bezit, onaantastbaar door goden en menschen."
+
+
+
+Men treft in elk land en onder elk volk--vooral daar, waar het
+nationalisme aan het opkomen is--een groep van menschen aan, die
+"strijd" in hun banier hebben geschreven.
+
+Men zou op de vragen dier militante naturen "Waarom geen strijd? Is
+strijd niet het eenige op de wereld, dat jonge mannen tot geestdrift
+bewegen kan?" hartgrondig kunnen antwoorden: "natuurlijk, wèl
+strijd". "Natuurlijk", want daarover zijn wij menschen het roerend met
+elkander ééns, dat het leven één strijd is, een strijd, waar niemand
+buiten kan, niet alleen jonge mannen maar ook ouderen, àlle wezens
+zelfs. Zònder strijd zou het leven niet bestaanbaar zijn. Goed en
+kwaad, licht en donker, dat zijn de elementen, die elkaar voortdurend
+bekampen.... en ten slotte de volle waarde en schoonheid geven aan
+het leven. Ware dit anders, de geheele schepping zou gebleven zijn
+in den schoot van den Onnoembare.
+
+Strijd is leven, strijd is zijn, strijd is; dat bedoelde reeds
+Heraclitus met te zeggen, dat alles ontstaan is door "vuur" als de
+kracht, die alle veranderingen en omwentelingen teweeg brengt en
+regelt. Positiever drukt hij zich uit met deze woorden: "Strijd is
+de vader van alle dingen".
+
+De vraag rijst nu: "Wat is het ideaal van den mensch, levende
+in deze groote wereld, dezen macrocosmos vol tegenstellingen en
+strijd?" Is de eerste en grootste taak van den mensch deel te nemen
+aan dezen algemeenen kamp, zich vijandig te stellen tegenover de hem
+omringende wereld; of is er voor hem nog iets anders te doen dan in
+de allereerste plaats toegeven aan deze instincten, welke hij met de
+dieren gemeen heeft?
+
+Er doet zich echter deze merkwaardigheid voor: de mensch, levende
+in dit heelal van strijd, draagt in zijn eigen boezem een wereld,
+waarin de strijders als bittere vijanden tegenover elkander
+geschaard staan. Deze microcosmos, het heelal in hem zelven, maakt
+het mysterie van den mensch uit, is tevens het criterium van het
+mensch-zijn. Daaraan dankt de mensch de bijzondere plaats, welke
+hem in de schepping wordt toegekend door de denkende wezens, of zij
+Darwinisten zijn of geloovigen, die het bijbelsche scheppingsverhaal
+over het ontstaan van het menschelijk geslacht als openbaring van
+God-zelven beschouwen.
+
+Daar nu, zooals we reeds zeiden, leven strijden beteekent, kan het niet
+anders of het ideaal van den mensch moet ook "strijd" heeten. Doch
+wij worden voor het dilemma gesteld: "Moeten wij den strijd beginnen
+in den microcosmos of in den macrocosmos?"
+
+In het verschil van antwoord op deze vraag nu, ligt, mijns bedunkens,
+het wezenlijk onderscheid tusschen het Westen en het Oosten. Terwijl
+de Westerling, in het algemeen gesproken, meer den nadruk legt op den
+strijd in den macrocosmos, slaat de Oosterling meer den blik naar
+binnen en acht het als de eerste taak van den mensch om den strijd
+in zijn eigen, innerlijke wereld uit te strijden. Natuurlijk ziet men
+zich op sommige momenten in het leven geplaatst voor het feit, dat men
+den uitwendigen strijd moèt strijden. Ons innerlijk zegt dan: het kàn
+niet anders. In die gevallen moge men dan moed en begeestering putten
+uit de wijsheid van de Bhagavad Gîta, ofschoon de schoone wijsheid van
+dit gedicht door politici te veel wordt misbruikt als leuzen voor den
+uitwendigen kamp, terwijl ik geneigd ben dit werk eer te beschouwen als
+een schildering, een verbeelding van den strijd in ons binnenste. Doch
+zoolang wij ons, innerlijk, nog niet genoopt gevoelen den uitwendigen
+strijd te aanvaarden, zóólang, dunkt mij, is de voornaamste en eerste
+opgave van den mensch den strijd in zich-zelven te strijden.
+
+Hoe moet men zich nu tegenover de uitwendige wereld gedragen, en op
+welke wijze moet men den strijd in zich-zelven voeren? Het antwoord
+op de eerste vraag geeft implicite het antwoord op de tweede, en ik
+meen dit gevonden te hebben in de serie van Tagore's "lectures",
+bijeenverzameld in het boek Sadhana, dat ik mijnen landgenooten
+ter lezing wèl aanbeveel. [18] Het ligt buiten het bestek van deze
+schets om uitvoerig dit boek te bespreken. Ik laat hier een kort
+resumé volgen van Tagore's vredelievende wereldinzicht, dat ik wilde
+stellen tegenover het offensieve van de patriotten der ijzeren garde.
+
+"In Indië was het in de wouden, dat onze beschaving haar geboorte
+vond, en zij nam een bepaald karakter aan, overeenstemmend met haar
+oorsprong en omgeving. Zij werd omringd door het uitgestrekte leven
+der natuur, werd door haar gevoed en gekleed en had het innigst en
+voortdurend contact met haar wisselende aspecten.
+
+Men zou kunnen denken, dat zulk een leven de verstomping van het
+menschelijk verstand en de verzwakking der prikkels om vooruit te komen
+tengevolge zou hebben, daar de standaard van het bestaan laag werd
+gehouden. Maar in het oude Indië vinden wij, dat de omstandigheden
+van het woud-leven den geest des menschen niet verwonnen en niet
+de ontwikkeling van zijn wilskracht verzwakten, doch slechts aan
+die ontwikkeling een bijzondere richting gaven. Daar de mensch in
+voortdurend contact was met den levendigen groei der natuur, was
+zijn geest vrij van de begeerte om zijn gebied uit te breiden door
+rondom zijn bezittingen begrenzende muren op te richten. Zijn doel
+was niet te winnen, maar te realiseeren, zijn bewustzijn te verbreeden
+door te groeien mèt en in zijn omgeving. Hij voelde, dat de waarheid
+al-omvattend is, dat er niet zoo iets is van absolute afgescheidenheid
+in het bestaan, en dat de eenige weg om de waarheid te kennen is:
+het dóórdringen van ons wezen in alle voorwerpen. De groote harmonie
+tusschen den menschelijken geest en den wereld-geest te realiseeren,
+dat was het verlangen der woud-bewonende wijzen van het oude Indië."--
+
+Ook in de latere ontwikkeling der beschaving, zelfs in zijn materieele
+welvaart bleef het hart van Indië steeds met aanbidding terugzien
+naar het vroegere ideaal van zelf-realisatie, en naar de waardigheid
+van het eenvoudige leven van woudhermitage en trok het zijn schoonste
+inspiraties uit de wijsheid, aldaar vergaard.
+
+"Het Westen schijnt trotsch te zijn op het denkbeeld, dat het de natuur
+onderwerpt, alsof we leven te midden van een ons vijandige wereld,
+waar wij elk ding, wat wij noodig hebben, te ontwringen hebben aan
+een ons ongenegen schikking der dingen."
+
+"In Indië was het gezichtspunt anders; het omvatte de wereld met
+den mensch als één groote waarheid. Indië zette al den nadruk op de
+harmonie, die bestaat tusschen het individueele en het universeele. Het
+voelt, dat wij geen enkele verbinding hebben met het ons omringende,
+indien dit geheel en al vreemd aan ons was."
+
+"De Indische geest heeft nooit geaarzeld om verwantschap met de natuur
+te erkennen, zijn onverbroken betrekking met het al. De fundamenteele
+eenheid in de schepping was niet eenvoudig een philosophische idee
+van Indië, het was zijn levensdoel om deze groote harmonie in gevoel
+en daad te realiseeren. Met meditatie en eeredienst, met regeling van
+zijn leven kweekte hij zijn bewustzijn op in die richting, dat elk ding
+en elk wezen een geestelijke beteekenis voor hem had. Aarde, water
+en licht, vruchten en bloemen, waren voor hem niet slechts physische
+verschijningen om tot gebruik te worden aangewend en dan terzijde
+gelegd. Zij waren hem noodzakelijk voor zijn reiken naar het ideaal van
+volmaaktheid, zooals iedere noot noodzakelijk is voor de volmaaktheid
+der symphonie. Indië voelde instinctief, dat de wezenlijkheid van
+deze wereld voor ons haar levensbeteekenis heeft; wij moeten hiervoor
+volgevoelig wezen en een bewuste betrekking daarmee in het leven
+roepen, niet alleen gedreven door wetenschappelijke nieuwsgierigheid
+of begeerte naar materieel voordeel, maar we moeten die realiseeren in
+den geest van sympathie en met een groot gevoel van vreugde en vrede."
+
+"De man van wetenschap weet, van een zeker standpunt, dat de wereld
+niet slechts dat is, wat zij schijnt te zijn voor onze zinnen; hij
+weet, dat aarde en water in werkelijkheid het spel is van krachten,
+die zich aan ons voordoen als aarde en water--hóe, dat vatten wij
+slechts gedeeltelijk. De mensch, die zijn geestelijke oogen open heeft,
+weet op gelijke wijze, dat de groote waarheid omtrent aarde en water
+ligt in onze bevatting van den eeuwigen Wil, die werkt in den tijd
+en gestalte neemt in de krachten, welke wij in deze verschijnselen
+realiseeren. Dit is niet alleen kennis, zooals wetenschap is, maar
+het is een voorschrift van de ziel door de ziel. Dit leidt ons niet
+tot macht, zooals wetenschap doet, maar het geeft ons vreugde, welke
+het product is van de vereening van verwante dingen. De mensch, wiens
+bekendheid met de wereld hem niet verder leidt dan de wetenschap hem
+leidt, zal nooit begrijpen wat dit is, dat de geestelijke visie in
+deze natuurlijke verschijnselen vindt. Het water reinigt niet alleen
+zijn ledematen, maar het zuivert ook zijn hart; want dit raakt zijn
+ziel aan. De aarde steunt niet alleen zijn lichaam, maar zij verheugt
+zijn geest, want haar aanraking is méér dan een physisch contact--zij
+is een levend gezelschap. Wanneer een mensch zijn verwantschap met de
+wereld niet realiseert, dan leeft hij in een gevangenis, wier muren hem
+vijandig zijn. Wanneer hij den eeuwigen Geest in alle dingen ontmoet,
+dan is hij vrij, want dan ontdekt hij de volste beteekenis van de
+wereld, waarin hij geboren is; dan vindt hij zichzelven in volmaakte
+waarheid, en zijn harmonie met het al is gevestigd."
+
+"Het is niet waar, dat Indië getracht heeft de waarde-verschillen in
+verschillende dingen (m.a.w. den strijd der tegenstellingen in den
+macrocosmos N. S.) te ontkennen, want zij weet, dat deze ontkenning
+het leven onmogelijk zou maken. Het besef van de superioriteit van
+den mensch in de scala der schepping (het bezit van den microcosmos,
+die den mensch stempelt tot een redelijk wezen. N. S.) is nooit in
+zijn geest afwezig geweest. Maar het heeft zijn eigen idee omtrent
+datgene, waarin zijn superioriteit in waarheid bestaat. Het is niet
+in de macht van het bezit, maar in de macht van vereening."
+
+"Indië wist, dat wanneer wij door physische en geestelijke grenzen
+ons afscheiden van het onuitputtelijke leven der natuur; wanneer wij
+slechts menschen zijn, en niet mensch in het heelal; wanneer wij ons
+zelven uitsluiten van de levenwekkende en zuiver makende aanraking
+van het Oneindige..., dat wij dan verwarde problemen in het leven
+roepen." "Dan is het, dat de mensch zijn innerlijk perspectief mist en
+zijn grootheid meet met massa's en niet door zijn levende schakel met
+het Oneindige, zijn werkdadigheid beoordeelt naar haar beweeglijkheid
+en niet naar de rust van volmaaktheid--de rust, welke is in den met
+sterren bezaaiden hemel, in den steeds vloeienden, rythmischen dans
+der schepping."
+
+"Onze betrekking met het al te realiseeren, in elk ding dóór te
+dringen door de vereening met God werd dus in Indië beschouwd als
+het uiterste eind en de vervulling der menschelijkheid.
+
+Een mensch kan vernielen en plunderen, winnen en vergaren, uitvinden en
+ontdekken, maar hij is groot, omdat zijn ziel alles omvat. Het is een
+verderf voor hem, wanneer hij zijn ziel omhult in een doode schelp van
+verharde gewoonten, wanneer een blinde werk-woede rondom hun dwarrelt
+gelijk een wervelstorm, die den horizon met stof verduistert. Dat
+doodt inderdaad den waren geest van zijn wezen, welke de geest is
+van omvatting. In het diepste wezen is de mensch geen slaaf nòch van
+zichzelven nòch van de wereld; maar hij is een minnaar. Zijn vrijheid
+en volmaking liggen in liefde, welke een andere naam is voor volmaakt
+begrijpen. Door deze kracht van omvatting, deze doordringing van zijn
+wezen, wordt hij vereenigd met den al-doordringenden Geest, die ook
+is de adem van zijne ziel. Waar een mensch tracht zichzelven op te
+heffen, uit te steken boven anderen, door deze weg te duwen en uit te
+stooten, die tracht een onderscheiding te bereiken, waarbij hij zich
+laat voorstaan méér te zijn dan ieder ander, daar is hij vervreemd
+van dien Geest. Dat is, waarom de Upanishads hen, die het doel van het
+menschelijk leven bereikt hebben, beschrijven als "vrede-vol" en als
+"één met God", daarmee bedoelende, dat zij in volmaakte harmonie zijn
+met mensch en natuur, en daarom in ongestoorde éénheid met God."
+
+Ziehier in korte trekken een levensbeschouwing, die
+overweldigend-grootsch is door haar levendigen, verheven zin voor
+universeele liefde, welke ook beteekent de elementen van ons lager
+ego te bekampen, den strijd in den microcosmos te volvoeren. Dit is de
+boodschap, die de groote dichter-philosoof, in wiens kunst de wijsheid
+van den vader, den "Maharshi", als het ware is geïncarneerd, te brengen
+heeft aan de menschheid in dezen door ontzettende oorlogen ontwrichtten
+tijd, vrucht ongetwijfeld van al te ver doorgevoerde levensbeschouwing,
+dat strijd van den mensch in den macrocosmos een levensbeginsel is.
+
+Kan echter deze dichter, die het Universum lief heeft, wel liefde
+gevoelen voor zijn land, dat toch slechts een klein stukje is
+van de wereld? Kan Rabindranath Tagore voor zijn volk wel een
+nationaal dichter zijn, een dichter van slechts een klein stukje der
+groote menschheid? Méér dan dit; Tagore is niet alleen nationaal
+dichter, maar hij is nationalistisch, doch zijn patriotisme is
+geen hoera-patriotisme. Hij vraagt voor zijn land en zijn volk geen
+politieke vrijheid in de eerste plaats, een vrijheid, die een eeuw,
+twee eeuwen kan duren, maar méér dan dit, want luistert maar eens
+naar zijn gebed voor zijn volk, vers XXXV uit de Gitanjali, dat in
+de Javaansche overzetting van Prins Mangkoe Nagoro luidt:
+
+
+ Hing don kang jatnjo tanpa-djrih mjang kang moeko toemengo,
+
+ Hing don kang kawroeh mardiko,
+
+ Hing don kang bawono tan pinétaq-pétaq hing papagerring groho,
+
+ Hing don kang witjoro timboel sing gandjoeto-lajaning njoto,
+
+ Hing don kang sedjo hadreng joen mangrang­sang mring paripoerno,
+
+ Hing don kang wenienging hili boedojo maksih doeroeng léno,
+ handjog hing samódro-pasirring kang tototjoro,
+
+ Hing don kang jatnjo tinoentoen hing siro, loemebwèng ngen-angen
+ mjang bowo, kangsani­tyoso melarken wiarnjo;
+
+ Hing swargo mardikéko, doeh Bopo, siro ma­rengno bangsambo
+ manglilir sing néndranjo.
+
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Rabindranath Tagore, Wij-zangen, door Frederik van
+Eeden. W. Versluys, Amsterdam.
+
+[2] De aanhalingen zijn genomen uit de van Eedensche vertaling der
+Gitanjali.
+
+[3] Rabindranath Tagore, De Hoovenier, door Frederik van
+Eeden. W. Versluys, Amsterdam.
+
+[4] Bewerking van Noto Soeroto.
+
+[5] Rabindranath Tagore, De Hoovenier, door Fred. van
+Eeden. W. Versluys, Amsterdam.
+
+[6] Sanyasin, "verzaker", "hij die noch haat noch begeert," Bhagavad
+Gita V, 3.
+
+[7] Rab. Tagore, De Hoovenier, door Fred. van Eeden. W. Versluys,
+Amsterdam.
+
+[8] Rabindranath Tagore, Wij-Zangen, door Fred. van Eeden. W. Versluys,
+Amsterdam.
+
+[9] Uit het Engelsch door Mevr. Déwatia Noto Soeroto.
+
+[10] Rabindranath Tagore, De Wassende Maan, door Fred. van
+Eeden. W. Versluys, Amsterdam.
+
+[11] Rabindranath Tagore, De Wassende Maan, door
+Fred. v. Eeden. W. Versluys, Amsterdam.
+
+[12] 12e Khanda, Khandogya Upanishad.
+
+[13] Zie: Tagore's Opvoedingsidealen, door Noto Soeroto, Uitgeverij
+"Hadi Poestaka", Amsterdam.
+
+[14] Rabindranath Tagore, Wij-Zangen, door Fred. van
+Eeden. W. Versluys.
+
+[15] Rabindranath Tagore, Wij-Zangen, door Fred. van
+Eeden. W. Versluys, Amsterdam.
+
+[16] Rabindranath Tagore, Wij-Zangen, door Fred. van
+Eeden. W. Versluys, Amsterdam.
+
+[17] Noto Soeroto, Rabindranath Tagore's Opvoedingsidealen, Uitgeverij
+"Hadi Poeståkå" Amsterdam.
+
+[18] Het boek Sadhana is intusschen in 1918 onder denzelfden titel
+door Fred. van Eeden in het Nederlandsch uitgegeven geworden bij
+W. Versluys, Amsterdam.
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Rabindranath Tagore, by Raden Mas Noto Soeroto
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 59350 ***