diff options
Diffstat (limited to '59350-0.txt')
| -rw-r--r-- | 59350-0.txt | 2706 |
1 files changed, 2706 insertions, 0 deletions
diff --git a/59350-0.txt b/59350-0.txt new file mode 100644 index 0000000..7d90b6a --- /dev/null +++ b/59350-0.txt @@ -0,0 +1,2706 @@ +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 59350 *** + + + + + + + + + + + + + RABINDRANATH TAGORE + + EEN BIOGRAFISCHE SCHETS + + + DOOR + + NOTO SOEROTO + + + Tweede druk. + + + Aan + Z. H. prins Mangkoe Negoro VII + uit innigen eerbied opgedragen. + + + AMSTERDAM + W. VERSLUYS + 1921 + + + + + + + + +VOORWOORD. + + +Deze biographische schets, aanvankelijk als een lezing voor een +kleinen kring van belangstellenden, de "Indische Vereeniging", +bedoeld, is door aanvullingen en toevoegingen uitgedijd tot een korte +verhandeling. Aangezien over den Bengaalschen dichter, bij mijn weten, +nog geen levensbeschrijving in de Nederlandsche taal is verschenen, +heb ik gemeend goed te doen met deze schets aan het Nederlandsch lezend +publiek, zoowel aan Nederlanders als aan Javanen, aan te bieden. Doch +niemand is méér overtuigd van de onvolledigheid van dit geschriftje, +zelfs maar als een korte biographie van den dichter-wijsgeer, dan de +schrijver zelf. + + +Noto Soeroto. + + + + + + + + + + + +Henri Borel, in een artikel over Tagore, schreef onlangs: "Er +bestaat voor den Oosterling geen toeval. Toeval bestaat alleen voor +wie het mystieke verband der dingen niet ziet. Zóó was het ook +geen toeval, dat juist enkele jaren vóór dezen verschrikkelijken +wereldoorlog, die het debacle is van de westersche, bijna uitsluitend +materieel-intellectueele beschaving, over Europa de stem gehoord werd +van den oosterschen dichter-wijsgeer Rabindranath Tagore, brengend +de geestelijke tijding, dat een nieuwe era aan zal breken voor het +westersche gevoelsleven en de westersche kunst". + +Inderdaad is het succes, waarmee Tagore geest en hart in Europa +veroverd heeft, overweldigend. In een paar jaren tijds zijn meerdere +zijner werken in bijna al de voornaamste Europeesche talen vertaald +geworden, en niet alleen in Engeland, maar ook in Rusland hebben +reeds opvoeringen van eenige zijner tooneelwerken plaats gevonden. + +Naar mijn overtuiging echter brengt Tagore die geestelijke boodschap +niet alleen voor Europa, doch ook voor alle andere volkeren buiten +dit werelddeel, zoo zij slechts de deuren van hun geestes-woningen +willen openen om den verkwikkenden wind, die van uit Bengalen aanwaait, +beladen met den geur van de heerlijkste zielebloemen in hun atmosfeer +te doen aanzweven. Ik acht het niet onmogelijk, dat ook op Java éénmaal +de stem van Tagore onder de zonen des lands een talrijk gehoor zal +vinden, want zelfs nu reeds begint de groote Bengalees onder de +Javanen enkele bewonderaars en vereerders te tellen, ofschoon het +aantal Javaansche overzettingen van Tagore's verzen nog maar luttel +is te noemen. Wanneer de Javaansche letterkunde verrijkt wordt met +producten uit de Indische, speciaal Bengaalsche litteratuur, hebben +wij dit te danken aan den toenmaligen Raden Mas Ario Soorjo Soeparto, +thans prins Mangkoe Negoro VII; en aan hem zijn dan ook degenen +verplicht, die, ofschoon geen enkele Europeesche taal kennende, +toch onder de bekoring zijn geraakt van Tagore's sublieme poëzie. + +Henri Borel zegt: "In ons land was het Frederik van Eeden--en dat +het juist deze, en geen andere was, kan evenmin een toeval zijn--die +het eerst Rabindranath Tagore in dichterlijke, Nederlandsche taal +tot ons bracht." Hij veroorlove mij op mijn beurt te zeggen: het kàn +ook geen toeval wezen, dat juist Raden Mas Ario Soorjo Soeparto, zelf +kleinzoon van een grooten dichter--prins Mangkoe Negoro IV--het eerst +getroffen werd door de schoonheid der van Eedensche overzettingen en +toen besloot langs dien weg den Hindoe-zanger in het land der Javanen +binnen te halen. Maar wat is dit een mysterie! De sporen op den weg, +waarlangs de Hindoe-leermeesters rechtstreeks uit hun land naar Java +kwamen getogen, zijn eeuwenlang reeds uitgewischt, doch de Javanen +hebben nimmer hun oude guru's vergeten. Na eeuwenlange scheiding +schijnt het verlangen naar het wederzien zóó sterk te zijn, dat de +Javanen hen weder in hun land binnenleiden, al was het langs den +ontzachelijken omweg van Engeland en Nederland. + +Het is met het oog op deze groote waarschijnlijkheid, deze zekerheid, +durf ik wel te zeggen, dat ik mij gelukkig acht in uw midden het een +en ander te kunnen mededeelen omtrent den grooten dichter, opdat gij +van den aanvang af zult beseffen, wèlk een geest op het punt staat van +zijn rijkdom en zijn schoonheid aan geestelijke schatten het noodige te +geven voor den bloei van ons cultuur-leven. De mededeelingen, welke ik +u nu ga doen, zijn grootendeels ontleend aan de Biographische studie +over Tagore door diens landgenoot Basanta Koomar Roy. + +De schrijver begint met ons te vertellen in welk een omgeving de +dichter-wijsgeer het eerste levenslicht aanschouwde. "Poëzie," +zegt hij, "vormt een deel van ons dagelijksch leven in Indië. De +eerste zegen, dien het pas geboren kindje bij zijn komst op deze +wereld ontvangt, is in verzen. Wanneer het groeiende kind iets +onzindelijks doet, reciteert de moeder een klein versje, waarin +zij het wijst op de onwelkome gevolgen van zulk een daad. Wanneer +het kind naar school gaat, worden de eerste lessen in het alphabet +gegeven in verzen. Wanneer de opgeschoten jongen Sanskrit begint te +leeren, is één van de eerste çloka's, die in zijn geheugen worden +ingeprent, deze: "De twee groote zegeningen, die een wijding geven +aan de verschrikkingen dezer harde wereld, zijn: het smaken van +den nectar der poëzie en het hebben van een goed gezelschap". De +meeste vakken, welke een student in het Sanskrit te leeren heeft, +zijn geschreven in verzen--de regels der grammatica, de aphorismen +der metaphysica en logica, de botanische en medische wetenschappen, +astronomie, chemie en physica zijn alle in verzen. De Ramayana, het +meest gelezen boek overal in Indië, is in verzen. Bij het huwelijk +wordt het jonge paar ingezegend door mantram's in verzen; en verder +wanneer, na den dood, het lichaam aan het vuur of aan de aarde wordt +toevertrouwd, is het weer de Hindoe-Muze der Poëzie, die de laatste +woorden te zeggen heeft." + +In zulk een land en in een familie, die sedert de 10e eeuw aan den +geestelijken horizon van Indië geschitterd heeft, werd Rabindranath +Tagore, de Nobelprijs-winner van 1913, geboren op den 6en Mei 1861. + +Op het gebied van maatschappelijke en godsdienstige hervormingen, +in de herleving van schilderkunst en muziek, op het terrein +van politiek en industrieel nationalisme, hebben de leden der +Takur-familie (verengelscht in Tagore) onschatbare diensten aan hun +land bewezen, en daarvoor verwierven zij zich de hooge achting van +het Indische volk, van het Bengaalsche in het bijzonder. Prosonno +Koomar Tagore, een grondbezitter, was een rechtsgeleerde van +grooten naam; hij schreef en gaf boeken uit over rechtsgeleerde en +opvoedings-vraagstukken en was de stichter en voorzitter der "British +Indian Association". Raja Sir Surindra Mohun Tagore, ongetwijfeld +een der grootste muziek-geleerden van Indië, stichtte "de Bengaalsche +Muziekschool" en "de Bengaalsche Hoogeschool voor Muziek" en schreef +vele boeken over Hindoe-muziek en muziekinstrumenten. Gogonindranath +en Abanindranath Tagore zijn befaamde schilders en leiders in +de herleving der Hindoe-schilderkunst. De laatste telt bijna +alle jonge schilders van naam, als Asit Koomar Haldar en Nanda +Lal Bose, onder zijne discipelen. Beroemd zijn van Abanindranath +"The victory of Buddha" en "Karna and Kunti". Maharaja Ramanath +Tagore, de broeder van des dichters grootvader, was politicus en +publicist. Dwarakanath, de grootvader, was land-edelman, stichtte de +"Grondbezitters-vereeniging"; philantroop en sociale hervormer ageerde +hij tegen de sati (weduwen-verbranding). Dwijendranath, de oudste +broeder des dichters, een philosoof, is iemand met zulk een rein en +heilig gemoed, dat de eekhorens van de boomen afspringen om tegen +zijn knieën op te klauteren en de vogels neerstrijken op zijne handen. + +Verreweg de merkwaardigste van des dichters voorouders was zijn eigen +vader: Debendranath Tagore. Hij was Raja nòch Maharaja, titels waar +hij niets om gaf, aangezien het volk hem reeds versierde met een +schooneren titel, nl. dien van "Maha Rishi" (Groote Wijze). Ofschoon +Debendranath niet de intellectueele wedergade was van zijn leermeester +Raja Ram Mohun Roy, den vader van het moderne Indië, vond hij toch +in toewijding voor de zaak der sociale en religieuze hervormingen, +in bereidwilligheid om te offeren aan en te lijden voor een beginsel, +zijn gelijke niet. Zoon van een prins, maar begaafd met een hoogen +zin voor moreele plicht, weigerde hij, ofschoon er geen wettige noch +documentale verbintenis bestond, één onwaardig "neen" te zeggen en gaf +héél zijn uitgestrekt landgoed aan de schuldeischers zijns vaders, +zoodat hij zichzelven bracht tot de positie van een pauper. Geen +wonder, dat het volk hem versierde met den titel Maharshi; en +geen wonder ook, dat de goedgezinde schuldeischers, bewogen door de +heroïsche eerlijkheid van Debendranath, een compromis sloten en eenig +eigendom overlieten aan den jeugdigen wijze en ziener. + +Maharshi Debendranath Tagore was een van Indië's grootste geestelijke +leiders. Zijn godsvrucht was aanstekelijk. Eens vroeg hem een +sceptisch-gezinde vriend: "Gij spreekt altijd en altijd over God! Wat +hebt gij voor bewijzen, dat er inderdaad een God is?" + +De Maharshi wees op een licht en vroeg toen zijn vriend: "Weet ge, +wat dat is?" + +"Een licht", was het antwoord. + +"Hoe weet ge, dat daar een licht is?" + +"Ik zie het; en het behoeft geen bewijs, het is van-zelf-sprekend." + +"Zoo is het ook met het bestaan van God", antwoordde de Maharshi. "Ik +zie Hem in mij en buiten mij, in elk ding en dóór elk ding, en het +behoeft geen bewijs; het is van-zelf-sprekend". + +Het zou mij te ver voeren om verder over den Maharshi te spreken. Wie +genoeg bewondering koestert voor een edel en opofferend leven, voor +het lijden en strijden van een machtigen geest in zijn vurige liefde +tot God, leze de autobiographie van den grooten wijze. Het zijn uren +van hoog-geestelijk genot en van wijding, welke men al lezende in +dit boek doorbrengt. Ik wil u slechts één episode verhalen uit het +leven van dezen merkwaardigen man. Het is het verhaal van een bezoek, +dat leden van de Brahmo-Somaj, de godsdienstige vereeniging door Ram +Mohun Roy gesticht ter aanbidding van het eenig en eeuwig Wezen, +aan den Maharshi brachten. "Wij werden binnengeleid in de ruime +verandah op de tweede verdieping, waar de eerbiedwaardige oude +man op een stoel gezeten was. Wij bogen eerbiedig en namen onze +zitplaatsen in. De Maharshi nam het eerst het woord. "Sinds gij, +drie maanden geleden, hier gekomen zijt, is mijn verbinding met de +uitwendige wereld zeer verminderd. Ik zie minder dingen en hoor minder +woorden. Maar dat beteekent voor mij geen verlies. Wanneer mijn omgang +met de buitenwereld afneemt, dan neemt mijn Yoga met de innerlijke +wereld snel toe. Nu doe ik geen poging om die vereening te zoeken. Ik +zit bij mij zelven en verheug mij in dit gezelschap". Terwijl hij deze +woorden sprak, glansde zijn aangezicht van innerlijke ontroering. Nadat +het gesprek lang geloopen had over het wel en wee van de Brahmo-Somaj, +zeide de grijsaard ten slotte tot zijn bezoekers: "God heeft ulieden +geroepen om de Brahma-Dharma te preeken voor dit arme volk van Indië, +en in het bijzonder voor Bengalen, ons zwak, noodlijdend en hulpeloos +land. Zooals de moeder haar zwakste kind het teederst lief heeft, +zoo heeft ook God deze grootere liefde betoond aan deze Zijn arme +kinderen. Voor die bijzondere genade zijn wij God hoogst dankbaar. Hij +heeft ulieden een bijzondere gunst toegestaan en heeft u geschikt +geacht voor uw werk. Ik heb mijn laatste werk over Paraloka en Mukti, +het génerzijds en de zaligheid, in een klein boekje uitgegeven. Ik +bied u dit aan." Na deze woorden vertrokken de pelgrims, zeer getroost +en innerlijk gesterkt en geholpen. + +Prof. Max Müller, aan wien wij dit verhaal ontleenden, teekent er bij +aan: "Ik dacht, dat deze blik op wat in Indië binnenshuis gebeurt, +en wat zelden gezien of zelfs maar vermoed wordt door degenen, die +ons zooveel vertellen van de paleizen, de Raja's en Maharaja's, den +wagen van Jaganath, den Toren van het stilzwijgen, of van de grotten +van Ellora, waard was om opgeteekend en bewaard te worden. Het kon +den waren vrienden van Indië belang inboezemen. Wij hebben slechts +de Indische kranten op te slaan om berichten te ontmoeten omtrent +menschen, die hetzelfde heilige en godvruchtige leven hebben geleid als +Debendranath Tagore, maar desniettemin, in de oogen van het Indische +volk, den rang van een Paramahamsa niet hebben bereikt. Sommige hunner, +die in hun land als heiligen zijn vereerd, worden door Europeesche +critici als dwazen of als fanatici beschouwd. Toch hebben zij hun +eigen plaats in hun eigen land, en zij vertegenwoordigen een macht, +welke nooit veronachtzaamd zou kunnen worden door de heerschers van +"arm, zwak en hulpeloos Bengalen". + +Alvorens verder te gaan over Debendranath Tagore, ben ik u een +verklaring schuldig van het woord Paramahamsa. Max Müller zegt: +"De welbekende naam, waarmee sommige dezer wijzen en heiligen +worden genoemd, is Paramahamsa, een naam, welke moeilijk vertaald +kan worden. Studenten, die plegen te spotten en te glimlachen bij het +vernemen van elke gewoonte of traditie der Hindoe's, vertalen dien naam +letterlijk met "Groote Gans", maar het is juister om dien klassieken +titel weer te geven met "Hoog-vliegende Adelaar". Bovendien is hamsa, +ofschoon hetzelfde woord als "gans", niet dezelfde vogel." + +Kenschetsender voor de beteekenis van Paramahamsa schijnt mij toe +een gezegde van den godsminnaar Rama Krishna: "De zwaan kan melk +van water afscheiden; hij drinkt alleen de melk op en laat het +water achter. Andere vogels kunnen dit niet. Evenzoo is God (wezen) +innig met Maya (schijn) vermengd; gewone menschen kunnen Hem niet +gescheiden van Maya zien. Alleen de Paramahamsa (de groote ziel--hier +is een woordspeling op hamsa, dat tegelijk "ziel" en "zwaan" beduidt) +werpt Maya weg en neemt alleen God in zich op". + +Keeren wij nu tot Debendranath Tagore terug. De Maharshi heeft in zijn +vroege jeugd zeer weelderig geleefd. In zijn autobiographie vertelt +hij zelf van zijn levensommekeer, die hoogst merkwaardig is om de +analogie met den ommekeer van Rabindranath zelven. Trouwens, er zijn +meer gelijkenissen in de levens van vader en zoon. Het zich één voelen +met hun volk en met de menschheid in het algemeen komt bij den vader +aan het licht door alle voorrechten verbonden aan een hooge geboorte +prijs te geven, en zich voortaan, als primus inter pares, te wijden +aan de sociale en religieuze opvoeding van het volk; bij den zoon komt +dat tot uiting in zijn leven en werken o.a. in de oprichting van de +jongens-republiek in Bolpur en is "een ding van schoonheid" geworden +in zijn 8e vers uit de Gitanjali. Hij spreekt hier "het mysterie van +het geboren worden" aan, verpersoonlijkt in de Moeder, en zegt: + + + "Een kind in vorstelijk gewaad, met juweelsnoeren om den hals, + heeft geen plezier meer in het spel, zijn kleeding hindert hem + bij elken stap. + + Uit angst om haar te scheuren of te besmeuren durft het niet met + de anderen gaan en vreest zelfs zich te bewegen. + + Moeder! de keetenen van uw opschik zijn niet begeerlijk, + als ze afhouden van de gezonde aarde, als ze berooven van + het toegangsrecht tot het groote feest van menschelijk + gemeenschapsleeven" [1]. + + +De levenswending van Debendranath luidt in zijn autobiographie ongeveer +als volgt: + +"In den nacht, voorafgaande aan den dag, waarop mijn grootmoeder op +den oever van de Ganges zou verscheiden, zat ik op een mat, nabij +het hutje uitgespreid; de volle maan was aan den horizon opgekomen +en dicht bij mij lag het aanstaande graf. Toen was men bezig met +Kirtan-liederen te zingen om mijne grootmoeder. + + + "Wanneer zal die gezegende dag toch komen, + Wanneer zal ik het sterfelijk lijf verlaten + U roepende bij name, o Heer?" + + +Een zachte wind droeg de klanken tot mijne ooren; plotseling kwam een +vreemde ontroering over mijn geest. Van dat oogenblik werd ik een +geheel ander mensch.--Ik voelde een hevigen afkeer van weelde. Het +matje, waarop ik zat, scheen mij de eenige en geschikste zitplaats +toe. De rijke carpetten en al het andere leken mij waardeloos. Ik +voelde in mij een klaarheid en een vreugde, welke ik nimmer tevoren +kende... de vreugde, die ik op dien dag gevoelde bij het graf, +overweldigde mijn ziel... Niemand kan die vreugde ervaren door zijn +hoofd met logische redeneeringen te vullen... Wie zegt, dat er geen +God is? Hier is het bewijs van zijn bestaan... Ik kon dien nacht niet +slapen. De reden van mijn slapeloosheid was de extase der ziel, alsof +héél dien nacht het maanlicht zelf zich over mijn geest had gespreid." + +Bij het bericht van den dood des Maharshi's schreef de geleerde +Ananda Mohun Bose "als zoon van Dwarakanath en, naar ik meen, eerste +secretaris van de "British Indian Association" had hij reeds lang +Maharaja kunnen worden. Maar hij koos het beste deel. Maharaja's +sterven, maar Maharshi's leven voort, leven voort in de dankbare +harten der komende geslachten. Zonder twijfel zal de Maharshi blijven +voortleven voor altijd, en de jongere generaties zullen begeesterd +worden door de sublimiteit van zijn karakter". + + + +Rabindranath was de jongste zoon in een familie van 7 broeders +en 3 zusters. Men zegt, dat geboren dichters meestal schoon zijn +en ook Rabindranath was geen uitzondering op dezen regel. Lang +is hij in Indië beroemd geweest, zoowel om zijn poëzie als om +zijn schoonheid. "Inderdaad toonen zijn portretten een treffende +gelijkenis met de beste beeltenissen van den Galileïschen dichter, +die geen enkelen versregel ooit geschreven heeft, maar die de +wereld heeft geheiligd met de majesteit zijner levenspoëzie en van +zijn woorden." Het golvende haar van den Hindoe-zanger, het breede +ongerimpelde voorhoofd, de glanzende donkere en magnetische oogen, +de als gebeeldhouwde neus, de krachtige en toch zachte kin, de fijne +gevoelige handen, zijn welluidende stem, de vriendelijke glimlach, +zijn levendige zin voor vroolijkheid en zijn natuurlijke, goede +levenswijze maken hem tot een betooverende persoonlijkheid en tot de +zuivere belichaming van den kunstenaar. + +Daar de God-minnende vader van den dichter veel placht te reizen, kon +hij zich niet altoos met de opvoeding zijner kinderen bezig houden. En +ongelukkigerwijze viel de opvoeding van "Rabi" in plaats van in de +handen zijner moeder of van de dienstmaagden, in die der mannelijke +bedienden. Deze waren verschrikkelijke meesters en toonden zich zeer +wreed voor het kind. Om het werk van kinderen-oppassen gemakkelijker te +maken, sloten zij het in een kamer op, en vaak trokken zij, bij wijze +van straf, met een krijtstreep een cirkel in de kamer en gelastten +het kind niet uit dien cirkel te gaan. Gelukkig voor het kind kwam die +cirkel wel eens te liggen dicht bij een venster, dat uitzicht gaf op +een tuin met vijver, bloembedden en vruchtboomen. Dan placht het kind +te kijken naar de kaleidoscopische bewegingen der menschen, der dieren +en der vogels. De eenden, die speelden in het water, zoekende naar +voedsel, de menschen--sommigen keuvelende en zich koesterende in de +zon, anderen vruchten of bloemen plukkende--boeiden het kind zoozeer, +dat het daardoor al het verdriet in zijn eenzame opsluiting vergat. + +Ofschoon Rabi op deze wijze de voordeelen van veronachtzaamd te +worden genoot, deed toch de gevangenschap zijn hart verlangen naar +vrijheid. Dat uitzicht op de dingen daarbuiten verhoogde zijn smachten +naar de vereening met de natuur, en later door deze naar de vereening +met God in de natuur. Dit gescheiden zijn maakte zijn liefde voor +de natuur zóó hevig, dat, wanneer de vrijheid aangebroken was, de +vreugde over de ontmoeting met de natuur om zoo te zeggen wederkeerig +was. Natuur koesterde het kind aan haar boezem, en dit begon de natuur +met hart en ziel lief te hebben. De scheiding maakt den zegen der +vereening van geliefden zooveel te heerlijker. + +Het eenzaam bestaan in de kamer maakte het kind nadenkend, en de +kiem van zijn later mysticisme werd aldaar gelegd. In een zijner +brieven verhaalt de dichter ons van eenige ervaringen uit zijn +kindertijd: "Ik herinner mij slechts vaag de dagen mijner vroegste +jeugd. Maar ik herinner mij toch zeer goed, dat nu en dan op sommige +ochtenden een soort van onuitsprekelijke vreugde zonder eenige reden +zich van mijn hart meester maakte. De heele wereld scheen mij vol +geheimenissen. Elken dag placht ik met een klein bamboestokje in den +grond te graven in de hoop één daarvan te ontdekken. Al de schoonheid, +de liefelijkheid en de geur van deze wereld, al de bewegingen der +menschen, het gerucht op straat, het geschreeuw van den kiekendief, +de palmboomen in onzen familietuin, de banyan-boom bij den vijver, +zijn schaduw op het water, de morgengeur der bloemen--al deze dingen +deden mij de aanwezigheid gevoelen van een slechts schemerig vermoed +wezen, dat zoovele vormen aannam om mij gezelschap te houden". + +Elders heet het: "Het was mij, alsof de natuur haar handen gesloten +hield en mij vroeg "Zeg mij eens, wat ik in mijn handen heb", en +ik durfde nooit te antwoorden, want al wat denkbaar is, was daar +te vinden". + +In dien tijd was de toekomstige dichter pas zes of zeven jaren oud. Zoo +aandachtig keek hij naar de dingen in de natuur en zoozeer verheugde +hij zich daarover, dat hij de muren van het schoolvertrek haatte, +die hem van zijne geliefden gescheiden hielden. Zij werden hem nog +ondragelijker, doordat de onderwijzer in de Bengaalsche litteratuur, +een man van middelmatige ontwikkeling en met grove manieren hem +grooten afkeer inboezemde. De koppige leerling wilde nimmer een woord +spreken en had het heele jaar door de monopolie op het laagste cijfer +in de klasse. Maar aan het einde van het jaar werd het schriftelijk +werk nagekeken door Srijut Madhusudan Bachaspati en zie, de jonge +Tagore kreeg den hoogsten graad van al de leerlingen. De onderwijzer +was woedend en gaf den autoriteiten zijn vermoeden te kennen, dat +er partijdigheid jegens den domkop in het spel was geweest. Onder +direct toezicht van den superintendant der school werd hij voor de +tweede keer geëxamineerd en ook ditmaal sloeg hij het record. Maar +het bleef sukkelen met den jongen droomer en verhuizing van de eene +naar de andere school volgde. + +Op een dag--toen was Rabindranath nog pas zeven jaren oud--nam hem +zijn oudere neef Jyotiprokash plotseling bij den arm en zeide "Je +moet verzen schrijven". + +"Hoe kan ik dat doen? Ik weet niet hoe", antwoordde de toekomstige +schrijver van Gan, Gitanjali en The Gardener. + +"Ik zal het je leeren. Ik heb Shakespeare's Hamlet gelezen, en ofschoon +ik geen dichter ben, meen ik toch uit je neigingen te kunnen opmaken, +dat je door oefening eens een groot en oorspronkelijk dichter zult +worden". Inderdaad een treffende voorspelling! + +In dezelfde school, waar de gehate onderwijzer les gaf, won de poëet in +den dop de vriendschap van een anderen onderwijzer, Srijut Satkowri +Datta. Deze had dichterlijke neigingen en toen hij den verborgen +aanleg van Rabindranath had ontdekt, gaf hij hem dikwijls lessen in +versificatie. De onderwijzer schreef b.v. de eerste twee versregels +en vroeg den jongen van 10 jaar de strofe te beëindigen. B.v. schreef +de onderwijzer: + + + "Rabi Karay jalatan achilaw sabai + Barasha varasha dilaw ar vai nai." + + +De ontluikende poëet voegde hieraan toe: + + + "Mingan din haway chilaw saroboray + Ekhan tahara sukhay jalawkrira kawray." + + +Met andere woorden schreef de onderwijzer: + + +"Een ieder was afgemat door de schroeiende stralen der zomerzon, +maar nu worden zij gerust gesteld door den komst van den regentijd." + + +De vlugge leerling voltooide de gedachte op deze wijze: + + +"De vermagerde visschen hebben een ellendig bestaan in den vijver +geleid, maar nu voelen zij zich gelukkig en vroolijk in het water." + + +Omstreeks dien tijd kwam de vader thuis van een langdurige +afwezigheid in andere streken van Indië. De Maharshi vernam van +de poëtische neigingen zijns zoons en nadat hij den aanleg van den +jongen grondig had waargenomen, nam hij hem uit school en deed zich +door hem vergezellen op een reis over het Himalaya-gebergte, teneinde +hem op te voeden in de school der natuur: De jonge Tagore was buiten +zichzelven van blijdschap, dat hij nu de school kon verlaten en onder +de hoede kwam van zijn eigen vader. Zijn hart klopte onstuimig, nu +hij op het punt stond de bergen van nabij te kennen. Toen de knaap den +eersten avond, dien hij buiten Calcutta doorbracht, in een palankijn +gedragen werd naar Bolpur Shanti-Niketan (het "vredes-oord" in Bolpur, +het landhuis zijns vaders, waarin deze zich na maatschappelijken +arbeid terugtrok voor zijn meditatie's en voor zijn geestelijk werk), +sloot hij langs den heelen weg tot aan de bangalo zijn oogen, alleen +om de schoonheid der natuur niet in het matte licht der vallende +duisternis te zien en opdat hij des te grooter vreugde zou beleven +bij het aanschouwen van het landschap in den glans van het morgenlicht. + +Toen hij na eenigen tijd het Himalaya-gebergte bereikt had, kwam hij +tot het inzicht, dat hij hier vond, waarnaar zijn hart zoo hevig had +verlangd: een rijkdom aan natuurschoon, stralend door de weelderigheid +van heerlijke kleuren en majestueuse vormen. Hier maakte zijn vader +hem bekend met de godheden, die op hun beurt den knaap wezen op de +duizenderlei geheimenissen en op de majesteit dezer wonderen. Onderwijl +gaf hem zijn vader les in Engelsch en Sanskrit en in de Bengaalsche +taal, in botanie en astronomie. + +Destijds had de elfjarige Rabindranath reeds de voornaamste boeken +uit de Bengaalsche letterkunde gelezen en was hij juist begonnen met +"in verzen te stamelen". In het volgende jaar stierf zijn moeder en +de groote droefheid om haren dood versterkte in den knaap de liefde +voor de natuur. + +Na den dood zijner moeder woonde hij te Chandranagore, in een huis +met uitgestrekten tuin nabij de Ganges. De tegenstelling tusschen +de majestueuse grootschheid der Himalaya-bergen en de zachte +melodie van de Ganges, vermeerderde zijn fantasie en scherpte zijn +verstand. Uren achtereen staarde hij naar den geheimvollen stroom +of placht hij toe te zien, hoe de maan den heiligen stroom kuste op +zijn gouden rimpelingen. Nacht op nacht bracht hij op het platte dak +door en verloor zich in bespiegelingen over het geheimenis van den +sterrenhemel. Zoo hield hij zich verscheidene jaren bezig met zijn +droomerijen en met de studie der Engelsche en Bengaalsche litteratuur, +met het maken van gedichten en opstellen voor verschillende +tijdschriften, in het bijzonder voor zijn familietijdschrift Bharati, +dat nu door zijn geleerde zuster Sreemati Swarna Koomari Devi wordt +uitgegeven. + +Op den leeftijd van veertien jaren schreef hij reeds zijn eerste +gedichten; als zestienjarige jongeling ging hij naar Europa en bezocht +University College te Londen om in de rechten te studeeren, maar +spoedig keerde hij weer naar zijn vaderland terug, daar de rechtsstudie +in het geheel niet met zijn aanleg en zijn liefde overeenkwam. Zijne +geleerde brieven toonen zijn beheersching der Bengaalsche taal, zijn +breedte van blik en de scherpte van zijn opmerkingsgave ten opzichte +van sociale problemen. In Engeland vervolmaakte hij zijn kennis der +Engelsche taal en maakte zich een vloeiende proza-stijl eigen, die +slechts weinigen in Indië bezitten. + +Na zijn terugkeer in het vaderland schreef hij het meerendeel zijner +romans, b.v. Gora en Nouka Dubi en van zijn drama's, b.v. Raja o +Rani en Chitra. Tusschen zijn vijf en twintigste en vijf en dertigste +levensjaar vervaardigde hij zijn liefdesgedichten en gaf o.a. uit de +verzameling Sonar Tari. + +Nog eenmaal treffen wij hem in Engeland aan, waar hij een moeilijken +tijd vol droefheid en smart moet doorgemaakt hebben; het waarom is +onbekend. Hij keerde naar Indië terug en leefde als een kluizenaar +aan den oever van de Padma. + + + +Na deze periode van wereld-verloochening brak tegen zijn 40e jaar zijn +sterkste tijd in al zijn pracht en rijkdom aan. Het was ook toen, +dat hij in Bolpur een school oprichtte, waar hij de Indische jeugd +wilde groot brengen in een wereld- en levensbeschouwing, waartoe +hij zelf had moeten doordringen, teneinde persoonlijkheden op te +kweeken voor den dienst van het vaderland. In deze openlucht-school +zitten de kinderen op hun matjes onder de boomen en krijgen er +les in litteratuur, geschiedenis, aardrijkskunde en alle andere +vakken op een wijze, die in doelmatigheid niet onder doet voor de +methoden op gewone scholen. "Shanti Niketan" of "het oord van Vrede" +bij Bolpur ligt op den Weg van Delhi naar Calcutta. Zij ligt in een +groote vlakte te midden van rijstvelden, waar, tusschen palmboomen, +het hooge huis verrijst. Op die eenzame plaats trok een halve eeuw +geleden des dichters vader, de Maharshi Debendranath, zich soms terug, +telkens als hij ontdekte dat onafgebroken aandacht voor wereldsche +zaken niet goed voor de ziel is, die soms eenzaamheid en tijd voor +overdenking noodig heeft. Daar bouwde hij een ashram of kluizenarij, +waar men rust voor het hart, vrede voor den geest en vreugde voor de +ziel herwinnen kan. In een soort van kapel zijn daar veertig jaren lang +dagelijks gebeden gezegd. Na den dood des Maharshi's wilde de zoon, +dat er grooter invloed zou uitgaan van het rustoord van zijn vader. + +Op de plek, waar zijn vader overdacht en bad stichtte Rabindranath +zijn school. Sinds 1905 hoort men kinderstemmen waar eens volkomen +stilte heerschte. Slaaphutten met gras overdekt verrezen voor de +kinderen bij huizen voor de meesters, met roode klimplanten overgroeid. + +Deze instelling heeft niets te maken met de regeering, haar staf +is niet officieel, geen stelselmatige routine wordt opgedrongen +aan meesters en jongens. Zij is één met land en landaard, gelijk de +boomen die de school omringen. In deze school steunt Indië op zich +zelf en uit het zich ongedwongen. Geen poging wordt gedaan om iets +vreemds op te leggen, om iets Indisch te ontwortelen of te dwingen, +en om vreemde methodes door vreemde leeraars te laten toepassen. De +onderwijzers zijn Indisch. Ze zijn Indisch in hun gedachten, in hun +gewoonten, in hun sympathieën, in hun kleeding. De regeering heeft +geweigerd subsidie aan de school te geven, omdat de voorwaarden, +waaronder ze die alleen wilde geven, niet werden aangenomen. + +"Ze wilden mijn jongens onder anderen dwingen den geheelen dag stijf +op banken in de school te zitten", zeide Tagore, "terwijl ik het veel +beter acht dat ze op matten zitten onder de boomen. Daarom en omdat een +jong patriottisch dichter als onderwijzer aan mijn school verbonden is, +staat de school geplaatst op de zwarte lijst der politie. Pogingen zijn +aangewend om haar te onderdrukken, dreigende officieele circulaires +zijn aan de ouders gezonden." + +Maar die vervolging maakte de school enkel dierbaarder aan den dichter, +die diep overtuigd is een goed werk voor de bevolking en toekomst van +zijn land te verrichten. De jongens doen al het huiswerk in de gebouwen +en moeten hun eigen kleederen wasschen. Zij kiezen uit hun midden +een commissie, die het werk heeft overgenomen van den "huishouder", +dien ze weleer hadden. En een van de resultaten hiervan was, dat al +reeds dadelijk bleek, hoe bij den aankoop van rijst honderd roepijen +per maand bespaard werden. En dit stelsel van zelfregeering wordt +in alles doorgevoerd. De meesters der verschillende klassen kiezen +zelven uit hun midden een hoofd, dat voor een jaar benoemd wordt, +doch herkiesbaar is. Tucht wordt gehandhaafd en straffen worden +uitgesproken door school-kapiteins en schoolrechters, die elke maand +door de jongens gekozen worden. Ze hebben een hof van appèl gevormd, +dat, zoo noodig, de eindbeslissing geeft, eens per veertien dagen, +betreffende elke overtreding of oneenigheid tusschen de jongens zoo +op school als in de speelvelden. Er is een avondschool opgericht voor +de dorpsbewoners, waarin Tagore's jongens onderwijs geven. Tagore zelf +geeft in zijn school geen les; maar de dagen, dat "Gurudev" de jongens +bezoekt, zijn ware feestdagen voor de discipelen. De grootere jongens, +geïnspireerd door het voorbeeld van den grooten meester, snellen in +de speeluren naar het naburige dorp om den armen goed te doen, hen +te helpen bij het bouwen hunner woningen en om op bescheiden wijze +de onwetenden te onderrichten. De hoofdgedachte in deze school is de +kinderen op te voeden in den zin van wereldbroederschap. + +De volgende anecdote is zeer kenschetsend voor den geest, die er +heerscht in de verhouding tusschen leerlingen en leermeesters. + +Eens speelde een jongen van zes zomers met Tagore's baard, terwijl +hij op den schoot van den dichter zich had neergevlijd. Plotseling +zeide het kind: "Gurudev, ge schrijft zooveel gedichten; waarom leert +ge me niet, hoe ik gedichten moet schrijven?" + +"Mijn kind," antwoordde Tagore, "de last der poëzie is buitengewoon +zwaar te dragen; soms voel ik, of ik daaronder zal bezwijken. Ik +wensch je niet daarmede te belasten." + +"Goed", zeide het kind ernstig, "dan zal ik mezelven leeren gedichten +te schrijven. Zij schijnen alle van uw gedichten te houden, ofschoon +gij daaronder een beetje gebukt gaat." + +Toen die jongen ongeveer 10 jaar oud was geworden, heeft hij eenige +mooie gedichten in het Bengali geschreven en werd een trouw medewerker +aan een der schoolcouranten. + +De liefde, welke de studenten te Bolpur den grooten meester toedragen, +grenst aan adoratie. De atmosfeer in deze school ademt dan ook geheel +den geest van den stichter. Geen wonder, dat het instituut, dat +gegrondvest is op de meditatieplaats van den maharshi, het middelpunt +vormt van Tagore's werkdadig leven, daar hier gerealiseerd worden de +heerlijke denkbeelden, welke zijn geschriften tot kostbare schatten +der menschheid hebben gemaakt. Aan deze school heeft de dichter +de som van den Nobel-prijs en de opbrengst van al zijn boeken ten +geschenke gegeven. + +Daarna heeft de dichter weer een jaar lang in Amerika en Engeland +vertoefd, waar hij zich bezig hield met de uitgave zijner eigen werken +en van de autobiographie van zijn in 1904 gestorven vader. In beide +landen zijn hem een bewondering en belangstelling ten deel gevallen, +die van dag tot dag stegen. + +Met de politiek heeft Tagore zich nimmer willen bemoeien. Integendeel, +hij sloeg iedere uitnoodiging af om aan politiek mee te doen. Slechts +éénmaal, toen in 1908 in het provinciaal congres de partijen niet tot +overeenstemming konden komen, gaf hij aan de uitnoodiging gehoor om +de leiding der vergadering op zich te nemen en het gelukte hem dan +ook heel gauw de partijen tot een compromis te brengen. + +Tagore's veelzijdigheid is verbazingwekkend. Hij is een diepzinnig +filosoof en geestelijke leider; in deze laatste hoedanigheid is hij een +der oprichters van de Indische Nationale Universiteit in Calcutta en +de stichter en directeur der stedelijke kunstacademie in die stad. In +zijn handen berust de uitgave der tijdschriften Sadhana, Bangardasan, +Bharati en Tattvabodhini. Hij is paedagoog en een goede bestuurder +van zijn zamindary; geschiedvorscher, zanger en componist. Hij dicht +n.l. op zijn eigen compositie's en zingt zelf zijn liederen voor +degenen, die ze hooren willen. Zoo heeft hij ongeveer 500 liederen +vervaardigd en op muziek gezet. Hier volge een gedeelte van wat ik +over Tagore als zanger schreef in "De Amsterdammer", Weekblad voor +Nederland. + +Volgens Henri Borel geeft de Oostersche philosoof C. Jinarajadasa, +de schrijver van het mooie boekje Bloemen en Tuinen, als zijn meening +te kennen, dat de kunst van zingen een mystieken grond heeft, en +dat alles voor een zanger hierop neerkomt, dat hij, hetgeen hij +noemt zijn "grondtoon" heeft gevonden, die van goddelijk-kosmischen +aard is. Iedere waarlijk goddelijke zanger zal dàn eerst zijn stem +ontwikkeld hebben, door inzicht in zichzelf, en door oefening verkregen +kennis van de verborgen geestelijke krachten in zich, zijn "grondtoon" +heeft gevonden, en alzoo zijn geestelijk inwezen heeft "gestemd" +in harmonie met de groote, rythmische, muzikale Wet van den Kosmos. + +Mij is nimmer een dergelijk voorrecht te beurt gevallen als den heer +Borel, die in een Thibetaansch Lama-klooster, in het noorden van China, +door priesters heeft hooren zingen, zóó als hij in zijn geheele leven +niet heeft gehoord. Hij zegt: "Ik kan dezen zang niet beschrijven, +maar het was mij, of de diepste levensmysteriën er mij door geopenbaard +werden, en het gaf mij eene ontroering van mijn gansche wezen, zooals +ik er nooit meer een gehad heb." + +Ofschoon dus bij ervaring niet wetende de waarheid der betooverende +macht van den zang, wanneer deze aangolft uit het innerlijk van den +gods-vreugdigen zanger, meen ik toch, behalve dan in de mededeeling +van den heer Borel zelve, aan wijzigingen daaromtrent te vinden. En +ik wil als iemand, die zichzelven een toon gevoelt in de harmonie +van het Al, noemen den landgenoot van Jinarajadasa, den dichter +Rabindranath Tagore. + +Het is bekend, dat deze dichter ook muziek schrijft voor zijne +verzen. Van de wetenschap der muziek weet hij maar weinig; hij is geen +muziekgeleerde gelijk een ander beroemd lid van zijn geslacht, Surindra +Mohan Tagore, de stichter van de Bengaalsche hoogeschool voor muziek +en die, naar ik meen, eere-dokter is in de muziekwetenschappen. Doch +door zijne de ziel roerende stem boeit Rabindranath honderden, +wanneer hij zijn geestelijke liederen zingt in de kerk der Brahmo +Somaj, de secte door Ram Mohan Roy gesticht ter aanbidding van het +eeuwige en onveranderlijke Wezen, dat het heelal schept en onderhoudt. + +Uit alle oorden van Bengalen komen de menschen derwaarts om den dichter +te hooren zingen en tot zelfs in de vensternissen van de kerk gaan +de menschen staan om naar de stem van Rabindranath te luisteren. + +Dit wijst er op, dat Tagore een waarlijk goddelijke zanger is, dat +hij door de beving van zijn blijde ziel de harten zijner toehoorders +weet te ontroeren. Vele zijner gedichten uit de Gitanjali getuigen +onmiddellijk van deze innerlijke bewogenheid, van dit: dat hij "de +harp zijns levens gestemd heeft naar de nooten van altijd-duur." [2] + +De verrukking zelve van den zanger, wanneer hij zit "in de gehoorzaal +bij den grondeloozen afgrond, waaruit de muziek der toonlooze snaren +opgolft", wanneer zijn inwezen zich een noot voelt in de Al-harmonie, +vormt o.a. de gedachte in Wij-zang no. II. + + + "Als gij mij zegt te zingen, dan is het of mijn hart zal breeken + van trots; ik zie u in 't gelaat en tranen koomen in mijn oogen. + + Al wat ruw en wanluidend is in mijn leeven versmelt tot één zoete + harmonie--en mijn aanbidding spreidt vleugelen als een blijde + voogel, die vlucht neemt over de zee. + + Ik weet, dat mijn zang u behaagt. Ik weet dat ik alleen als een + zanger tot uw aanweezen nader. + + Met den rand van de wijd spreidende wiek mijns gezangs raak ik + uwe voeten,--tot waar ik mij nooit te reiken zou vermeeten. + + Dronken van zanggeluk vergeet ik mijzelven en noem ik U Vriend, + die toch mijn Heer zijt." + + +Sprekende aanduidingen van Tagore's levensinzicht, dat de mensch in +'t algemeen zich bewust moet worden van zijn plaats in de éénheid +der schepping, dat de menschheid zichzelve een accoord moet gevoelen +in den eeuwigen wereldzang om daardoor de hoogste wijsheid en tevens +het hoogst denkbare geluk en de hoogste vreugde deelachtig te worden +vindt men verder in de Wij-zangen I, III, XV, XXXXIX, LXV, LXIX. + +Muziek schijnt een essentiëel bestanddeel te zijn in het leven van +dezen dichter, want niet alleen zelf beoefent hij de muziek en worden +de gasten in het huis Tagore onthaald op muziek, waarvan de tonen uit +de shubahar week en weemoedig stroomen gelijk het fluisteren uit een +andere wereld, maar ook in zijn klein republiekje in Shanti Niketan +bij Bolpur vormen muziek en zang het begin en het einde der dagtaak +van zijn geliefde scholieren. + +J. Ramsay Mac Donald vertelt van zijn verblijf in Shanti Niketan: +"Ik bracht den nacht door in de instelling. Vroeg ontwaakte ik, +toen de dageraad nog slechts een lichtstreep was in de duisternis. Ik +hoorde een liefelijk gezang. Elken ochtend gaat het jongenskoor hymnen +zingend door de tuinen en op dezelfde wijze wordt de dag besloten. Een +kwartier uur 's ochtends on eveneens 's avonds zitten de jongens stil +neder in overpeinzing van wat ze zongen. Tweemaal in de week komen +zij bijeen in de kapel tot gemeenschappelijke aanbidding van God, en +Rabindranath spreekt hun toe en wekt hen op tot goed leven en streven, +tot godsdienst in daden." + +Ik cursiveer in daden, want hierin ligt de grond van Tagore's grootheid +als dichter, musicus en filosoof, dat bij hem zijn wijsheid, zijn leer +van liefde en humaniteit niet alleen schoon-klinkende theoriën zijn +en dat zijn kunstuitingen niet slechts vormen het pronkgewaad van +vernuft en intellect, maar de vriendelijke schaduwboomen, waarlangs +het pad van zijn practische leven gaat. + +Frederik van Eeden duidt dit verschil aan met "weeten" en +"gevoelsweeten". + +Mij wil het voorkomen, alsof het vinden van den "grondtoon" van +des menschen zelf naar de wijsgeerige aanschouwing van Jinarajadasa +identiek is met wat Tagore noemt: "Naar waarheid vereenigd te zijn +in kennis, liefde, en dienst met alle wezens, en alzoo zijn zelf te +realiseeren in den alles-doordringenden God is de kern van goedheid; +en dit is de sleutel tot de leeringen der Upanishads: Prano virat! (Het +leven is onmetelijk)." + +Dat Tagore deze uitspraak grondt op zijn eigen innerlijk, op zijn +"zijn in harmonie met het Oneindige", dat dus met "gevoelsweetenschap" +Tagore zijn wijsheid leert en zijn liederen zingt, getuigt het slot +van zijn lezing "The Realisation of Beauty", een naklank als het ware +van vers LXIX uit de Wij-zangen: + +"Verleden nacht", zegt hij, "in de stilte, welke de duisternis +doordrong, stond ik alleen en ik hoorde de stem van den zanger van +eeuwige melodieën. Toen ik slapen ging, sloot ik mijn oogen met deze +laatste gedachte in mijn geest, dat zelfs, wanneer ik onbewust ben, de +dans van het leven voort zal gaan in de stille arena van mijn slapend +lichaam, gelijken tred houdende met de sterren. Het hart zal kloppen, +het bloed zal blijven stroomen in mijn aderen, en de millioenen +levende atomen van mijn lichaam zullen trillen in harmonie met den +klank van de harpsnaar, welke beeft bij de aanraking van den Meester." + + + +Vóór alles echter is Tagore dichter, dichter der liefde. Liefde +vloeit hem uit zijn hart, uit zijn zinnen en uit zijn ziel, gelijk +een onafgebroken stroom, die in zijn windingen alle mogelijke vormen +aanneemt, van af het grove tot het geestelijke, van het bekende tot het +onbekende en van het eindige tot het oneindige. Hij verklaart de liefde +in al haar menigvuldige uitdrukkingen--die der moeder, van het kind, +van den echtgenoot, van de vrouw, van den minnaar, van de geliefde, +van den patriot, van den levens-vreugdige; de liefde voor de natuur +en de liefde voor God. Zijn verzen brengen het gemoed in verrukking, +bedaren den klop van het hart en vullen de oogen met tranen. + +De uitdrukking der liefde is hem zoo natuurlijk, doordat hij evenals +vele andere dichters door alle phasen der liefde is heengegroeid--van +af de vereering der zinnen tot de rust der heiligen. Hij kent de +huivering der liefde, den romantischen hartstocht, de zwaarmoedigheid +der teleurstelling, den afgrond der vertwijfeling, de diepte der rust +en de extatische verwerkelijking van "zijn" "geest" en "zaligheid" +(sat, chit, anandam). + +Toen de golvende stroom der jeugd den dichter plotseling had +overvallen, kon de jonge man slechts liefde en romantiek zien. Dezelfde +natuur, hetzelfde volk, hetzelfde leven--en toch scheen elk hem +geheel anders als toen hij als kind daarnaar placht te kijken. Waar +had de verandering plaats gevonden, in hem of in de wereld? Spoedig +kwam hij tot het inzicht, dat éérst hij en toen de wereld veranderd +was, opdat deze steeds in aanraking met hem kon blijven. Dit inzicht +heeft hij later, terugblikkende op zijn romantische levensperiode, +belichaamd in het gedichtje "Het stralend visioen der jeugd", als +vers no. XV in The Gardener opgenomen: + + + "Ik ren als het muskushert rent in de schaduw van het woud, + dol door zijn eigen geur. + + De nacht is midden-Mei-nacht, de wind is Zuidewind. + + Ik raak van mijn pad af en ik ga dwalen, ik zoek wat ik niet + krijgen kan, ik krijg wat ik niet zoek. + + Het beeld van mijn eigen begeerte komt uit mijn hart en danst. + + Het stralend vizioen vliedt heen. + + Ik tracht het vast te grijpen, het ontwijkt me en leidt me van + mijn weg af. + + Ik zoek wat ik niet krijgen kan, ik krijg wat ik niet zoek." [3] + + +Dit is dus een terugblik op de periode, toen hij als epicurist en +bon-vivant leefde. Elegante kleeding uit de kostbaarste zijden stoffen, +lekkere spijzen, vurige romans, gloeiende liefdes-gedichten--dat +waren de dingen, die zijn belangstelling geheel in beslag namen. In +zijn Jiban Smriti bekent hij openhartig, dat hij in dien tijd geen +betrekkingen onderhield met den traditioneelen geestelijken stroom +in zijn familie. Toch lag in zijn diepste "ik" steeds een sterken +ondergrond van de geestelijke natuur, die hij van zijn vader geërfd +had. + +Ontkend kan niet worden, dat niettegenstaande dien diepen ondergrond, +vele zijner jeugdgedichten door den bovenstroom zijns levens sterk +waren gekleurd. Inderdaad verwekten eenige daarvan de ergernis der oude +Hindoe-moralisten. Toen op zekeren dag in een Indisch studentenpension +iemand een van Tagore's liederen zong, riepen eenige jonge mannen uit: +"Waarvoor dat gemeene lied?" Hun werd geantwoord, dat het een van +Rabi Babu's liederen was, maar zij wilden het niet gelooven, totdat +hun de gedrukte verzen werden getoond. Toen gaven zij toe, dat achter +de luchtige, ietwat zwoele woorden, een diepere zin verborgen lag. Het +lied luidt ongeveer: + + + "Hierheen, mijn liefste, kom hierheen! + O kom in mijnen tuin der vreugde binnen + en zie, hoe heerlijk mijne bloemen bloeien. + Zacht waait de wind met bloemengeur beladen; + het maanlicht schemert zacht en murmelnd springt + een zilver-beekje uit 't woudpad vroolijk af. + Hierheen, mijn liefste, kom hierheen! + Laat ons elkaâr des harten diepte toonen + de bloemen zaam'lend der onsterflijkheid. + Wij zullen in verterende verrukking + de ééne voor den ander kransen winden. + Wij zullen naar de sterren kijken lang, + tot zij verbleeken in den morgenschemer. + + In dezen onzen rijk-getooiden hof, + geliefde, zullen wij voor immer blijven + en liedren zingen in uitbund'ge vreugde. + Hier zullen onze harten in 't geheim'nis + en 't wondre raadsel van dit leven sidderen. + Ja, en de dagen en de nachten zullen + voorbij ons gaan, als waren zij visioenen + des liefde-gods, en vol verlangen zullen + wij beiden slechts van eeuw'ge vreugde droomen." + + +In het gedicht "De Bayadère" verbindt hij het zinnelijk-erotische +met edele menschelijkheid. + + + "In 't stof der wegen, voor Mathura's poorten, + lag slapend Upagupta uitgestrekt. + Gesloten was de poort, gedoofd de lichten, + des hemels glans met wolken overdekt. + + Daar stiet zich lichtlijk tegen 't lijf des vromen + een vrouwenvoet: luid klonk haar enkelring. + Ontwaakt zag hij een lamplicht siddrend beven + en oogen met een blijde tinteling. + + Het lichaam van den wijn der jeugd nog dronken + en van de pracht van edelsteen verzaad' + zoo stond voor Buddha's knecht de Bayadère + en vroeg verbaasd "Wat doet gij hier zoo laat? + + Niet uwer waardig is het stof der wegen, + O wees mij wèlgezind en volg mij nu!" + .... "Ga dan vooraan, gij schoonste aller schoonen, + zoodra het tijd is, kom ik wel bij u!" + + Een bliksemstraal doorschoot het nachtlijk duister + toen Upagupta zoo gesproken had. + Vreesachtig vluchtte naar de stad de schoone + lang nagestaard door oogen, droef en mat. + -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- + -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- + En maanden gingen onder storm en regen, + zij hebben Upagupta nooit gestoord. + De lente kwam; daar schetterden schalmeien-- + de heil'ge schreed toen langzaam naar de poort. + + Wie lag daar voor Mathura's hooge muren + in 't stof der straten weenend uitgestrekt, + van pijnen trillend en haar jeugdig lichaam + met zwarte zweren schriklijk overdekt? + + Der pest ten prooi, ach zij, de Bayadère! + Door hare vrienden uit de stad verjaagd! + Niet één heeft haar gelaafd de droge lippen, + door woest verlangen naar één teug geplaagd. + + Toen zette zich de monnik naast haar neder + en nam haar smartlijk hoofd in zijnen schoot, + en laafde haar en zalfde hare wonden: + haar reddend uit de klauwen van den dood. + + "Wie zijt gij dan?" vroeg toen de Bayadère. + "Engel van medelij, ach, zeg mij nu!" + ... "Ik heb u eenmaal vast beloofd te volgen + zoodra het tijd is... en ik ben bij u". [4] + + +De Hindoe's van den ouden stempel werden op Rabindranath zeer ontstemd, +daar zij dachten, dat hij de jeugd van Indië door de zinnelijkheid +zijner liefdes-poëzie en liederen ging demoraliseeren; in het +bijzonder gold dit de verzamelingen "Liefde" (Prem), "Jeugddroomen" +(Jouban Sapna) en het lyrische drama Chitrangada. Tagore werd er van +verdacht het romantisme van het Westen in Indië te willen invoeren +en zich te willen afscheiden van den klassieken ernst, waarmee +de Indische litteratuur de menschelijke hartstochten placht te +behandelen. Maar in hun ijver om voor de Indische jeugd de zaligheid +der Nirwana-onwetendheid te bewaren, vergaten die moralisten, dat in +de geschriften van den jongen dichter niets was te bespeuren van de +soms ruwe gemeenheid van een vroegeren Bengaalschen dichter, Bharat +Chandra Rai Gunakar, die door de Bengaalsche jeugd maar al te ijverig +werd gelezen. + +Terwijl Tagore den tijd verdeelde tusschen het verblijf in zijn +paleisachtig huis te Calcutta en dat in Shanti Niketan te Bolpur, kwam +hij dáár in aanraking met de drukte, het rumoer en de politiek in de +maatschappij, en hìer putte hij uit de inspiratie van de natuur en van +de stilte de krachten voor zijn innerlijken groei. Intusschen vloeide +steeds de stroom van stukken, opstellen, liederen en gedichten. Zooals +de beide uitwendige krachten, vertegenwoordigd in Calcutta en Shanti +Niketan, op elkaar inwerkten, zoo streden ook in zijn binnenste de +tegenstroomingen der zinnelijkheid en des geestes om eindelijk te +komen tot volkomen harmonie. In de periode van zijn twijfel, zijn +vertwijfeling en onzekerheid schreef de dichter gedichten als "De +roeping der Zorg", "Klacht van het Geluk", "Vertwijfeling der Hoop". + +Eindelijk kwam de diepere tegenstroom der geestelijke natuur weder +aan de oppervlakte en nu werd zijn leven ten volle van den geest +dezer wedergeboorte doordrongen. Hij vond nu, wat hij steeds gezocht +had. Van dezen ommekeer in zijn leven lezen wij in een brief: "Op een +morgen van uit mijn verandah zag ik de zon opgaan boven het loof der +boomen in den tuin; de schellen vielen mij van de oogen. Een zeldzame +glans overspreidde de heele wereld rondom mij--zaligheid en schoonheid +schenen over de gansche wereld als zeegolven te ruischen.... Toen bleef +mij niemand of niets--wat het ook zij--onwelkom. Wanneer de lieden, +wier gezelschap mij voorheen onaangenaam was, naderden, zou mijn hart +mij vooruit hebben willen loopen om hun welkom te heeten. Zelfs de +grove gestalten en gelaatstrekken van eenige arbeiders, die langs de +straat gingen, hadden een innerlijken glans voor mij". + +Met de verandering in den mensch veranderden ook toon en karakter +zijner gedichten. Tot aan den rand gevuld met liefde voor God en +voor deze wereld, voelde hij niets, schreef hij niets, wat niet +door liefde-gedachten voor het geestelijk leven, voor de eeuwige +schoonheid en liefelijkheid der natuur was doordrongen. De zon, de +maan, de sterren aan den hemel, de boomen en de bloemen op de aarde, +zij spraken tot hem in een taal van liefde voor het hoogste Wezen, +wiens handwerk zij zijn. + +Het vermengen van aardsche en hemelsche elementen is een typische +karaktertrek van den Indo-Arischen geest. Daarom zal een Indiër, +wanneer hij voorbeelden van Tagore's mystieke gedichten moet opnoemen, +niet aarzelen om ook uit De Hoovenier, die "lyrische gedichten over +liefde en leven", zijn keuze te doen. Deze gedichten zijn bloemen, die +de dichter ons uit zijnen tuin aanbiedt; vandaar de titel. Westerlingen +houden liever godsdienstige en minnedichten uit elkaar. De Oosterling +daarentegen ziet ook in de aardsche liefde een afglans van de liefde +tot God en zoo tracht ook Tagore den glans van het hoogere licht +binnen te laten, opdat Gods licht onze aardsche vreugde en ons +aardsch werk moge beschijnen en deze aardsche dingen veranderen in +hemelsche. Tagore's minnedichten voeren ons op tot die geestelijke +hoogten, waar menschelijke liefde door die hooge liefde doordrongen +wordt en verandert van aanschijn. Zijn poëzie is in waarheid "het +aardsche dialect van een hemelsche taal". + +In een bloemlezing van Tagore's mystieke poëzie, door K. S. Ramaswami +Sastri, vind ik o.a. het volgende heerlijke vers uit De Hoovenier: + + + "Gij zijt de avondwolk, die aan den hemel mijner droomen drijft. + Ik kleur u en boetseer u altijd-door met mijn liefde-verlangen. + Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijn eindelooze + droomen. + + Uw voeten zijn roozerood door den gloed van mijn hartsbegeeren, + Sprokkelaarster van mijn zangen van zonsondergang. + Uw lippen zijn bitterzoet door de smaak van mijn smarten-wijn. + Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijn eenzame + droomen. + + Met de schaduw van mijn drift heb ik uwe oogen verdonkerd, + Bezitster van de diepte van mijn blik! + Ik heb u gevangen, mijn Liefste, en u gewikkeld in het net + mijner muziek. + Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijn onsterfelijke + droomen." [5] + + +Wat een hemelsche verrukking klinkt er in het volgende gedicht, +mede uit De Hoovenier: + + + "Toen zij met vlugge stappen voorbij ging, raakte mij de zoom + van haar kleed. + + Van het onbekende eiland eens harten kwam een plotselinge warme + lente-adem. + + Het wapperen van een vluchtige beroering bestreek mij, en verdween + oogenblikkelijk als een losgerukt bloemblad in den wind. + + Het raakte mijn hart als een zucht van haar lichaam en een + fluistering van haar hart." + + +De populaire geest in het Indische volk zoekt steeds abstractie +te vermijden. Hij verlangt naar een zichtbare verbeelding van God; +vandaar dat er in de Indische schoonheidsontroering geen scheiding +wordt gemaakt tusschen aardsche en hemelsche gevoelens. Het volk +tracht steeds de aardsche dingen te interpreteeren op zijn eigen +wijze, waardoor aan zijn Gods-verlangen wordt voldaan. Dinesh Chandra +Sen vertelt in zijn boek over Bengali-litteratuur, hoe hij eens een +zeventigjarigen Vaishnava (Vishnuïet) het volgende lied van Chandi +Das hoorde zingen: + + + "Duister is de nacht en zwaar zijn de wolken. + + Hoe kunt ge, geliefde, in zulk een nacht bij het pad komen? + + Daar, in den tuin, zie ik hem in den regen staan. + + Mijn hart breekt, bij het aanschouwen daarvan. + + Ik zeg u, mijn dienstmaagden, voor vele mijner deugden heeft + mijn geliefde mij een gunst betoond door hierheen te komen om + mij te ontmoeten. + + Binnen in huis zijn de ouders, en mijn schoonzuster is zeer wreed; + ik kan niet onmiddellijk naar buiten snellen om hem te begroeten. + + O, wat angst en pijn heb ik hem niet berokkend door hem te wenken + hierheen te komen. + + Als ik zie, hoe diep-ernstig hij mij lief heeft, dan zal ik met + vreugde den last der schande op mijn hoofd dragen en mijn huis + in brand steken. + + Al de ellenden, die hij om mijnentwille geleden heeft, rekent + hij tot zijn geluk; en het doet hem slechts leed, als hij mij + droevig ziet." + + +Dinesh Chandra Sen vertelt verder: "Terwijl de oude man zong, hoorde +ik plotseling zijn stem verstikt worden door zijn tranen. Nadat hij +tot zich zelven gekomen was, vroeg ik hem naar de oorzaak zijner +tranen. Hij zeide, dat het de zang was. De zang, zeide ik, beschrijft +een gewone liefdes-affaire; en waar zou wel het aandoenlijke ervan +liggen, dat een ouden man aanleiding kan geven tot zulk een uitbarsting +van gevoelens? Hij verklaarde, dat hij dit niet beschouwde als een +gewone liefde-zang. Ziehier zijn verklaring: "Ik ben vol zonden. Mijn +ziel is bedekt met duisternis. In diepe droefheid wenkte ik Hem om tot +mij te komen. De barmhartige God kwam. Ik vond Hem op mij wachtende +bij de deur van mijn huis. Het kan voor Hem geen vreugde wezen om te +komen tot een zondaar als ik ben--het pad is onrein, maar in groote +genade sloeg de barmhartige God het pad in. De wereld, waarin ik leef, +heeft geen deur voor Hem opengelaten. Betrekkingen en vrienden lachen +mij uit, of zijn zelfs vijandig; maar wat kan een zondaar, denkende +aan Zijn groote genade, anders doen dan mijn huis en alles wat ik +heb te verlaten, en een sanyasin [6] te worden? De gedachte aan zijn +barmhartigheid verstikte mijn stem.--"O, duister is de nacht en zwaar +zijn de wolken; hoe kunt ge, geliefde, bij het pad komen?" Maar Hij +stelt zich aan den regen bloot, en om den zondaar te helpen is Hij +bereid te lijden." + +"Tagore's mystiek leidt hem niet tot het ontvlieden van reine +huiselijke vreugde en levensgeluk. Hij predikt niet die opdringerige +zelfverloochening, die zich uit in de vormen van het ascetisme, +maar de werkelijke zelfverloochening van een onzelfzuchtig en aan +God gewijd leven", zegt Ramaswami Sastri. + +Dit moge blijken uit gedicht XLIII uit De Hoovenier: + + + "Neen, mijn vrienden, een askeet word ik nooit, wat gij ook + moogt zeggen. + + Als zij niet samen met mij de gelofte aflegt, wordt ik geen askeet. + + Ik ben vast beslooten nooit askeet te worden, tenzij ik een + schaduwig hoekje vind en gezelschap bij mijn boetedoening. + + Neen, mijn vrienden, ik zal nooit mijn haard en huis verlaten, noch + mij terugtrekken in woudeenzaamheid, als er geen vroolijke lach + echoot in haar schaduw, en er niet de tip van een safraan-geele + mantel fladdert in den wind; als haar stilte niet verdiept wordt + door zacht gefluister: + + Ik word nooit een askeet." [7] + + +Tagore's vriend, Dr. Brajendranath Seal, zegt van hem met recht: "Hij +is de eerste onder onze heiligen, die niet weigerde te leven, maar van +uit het Leven zelf sprak, en dàt is waarom wij hem onze liefde geven". + +Bijna bedwelmende levensvreugde en jubelende levensaanvaarding spreken +uit het volgende gedicht: + + + "Verlossing is voor mij niet in verloochening. Ik voelde de + omarming der vrijheid in duizend banden van lust. + + Gij stort altijd de frissche dronk van Uw verschillend gekleurde + en geurige wijn voor mij uit, dit aarden vat vullend tot den rand. + + Mijn waereld zal haar honderde lampen met Uw vlam ontsteken en + ze voor het altaar van Uw tempel zetten. + + Neen, ik zal de deur mijner zinnen nooit sluiten. De lusten van + zien en hooren en voelen zullen Uwe lust dragen. + + Ja, al mijn illuzies zullen branden in vreugdeluister, en al mijn + begeerten zullen rijpen in vruchten van Liefde." [8] + + + +Wij hebben den teederen "zanger der liefde" leeren kennen en bewonderen +en het zal thans belangwekkend zijn den dichter te zien optreden als +voorvechter van de maatschappelijke rechten der vrouw. Een van de +allereerste dingen, waaraan Rabindranath, als opvolger der sociale +hervormers Ram Mohan Roy, Debendranath, Keshab Chandra Sen en anderen, +zijn aandacht wijdde, was de verheffing van den toestand der vrouwen +in Indië door middel van opvoeding. Hij heeft nimmer geloofd in +de minderwaardigheid van de vrouw. Steeds heeft hij geloofd in wat +Comte zegt: "Elke sexe heeft dat, wat de andere niet heeft; elk vult +de andere aan en wordt door de andere aangevuld; zij zijn in niets +gelijk en het geluk en de volmaking van beiden hangt af van vragen +en ontvangen door de eene van wat slechts de andere geven kan". + +Lang vóór de komst van de moderne vrouwenbeweging was Tagore +reeds een krachtig feminist. Echter is hij geen voorstander van +onvoorwaardelijk vrouwenkiesrecht; hij is van meening, dat, indien +de mannen hun plicht in politieke zaken hadden gedaan, de vrouwen in +het geheel niet zouden hebben willen stemmen. Maar indien de mannen +niet goed kunnen besturen, dan is het gerechtvaardigd, dat vrouwen +aanspraak maken op stemrecht en er zelfs voor vechten. Het sterke +feministische accent van de volgende vertaling van een zijner brieven, +meer dan 25 jaren geleden geschreven, is de aandacht waard: + +"Na behoorlijk nadenken, ben ik tot de conclusie gekomen, dat er in +het leven van een man niet die volheid is, welke het leven van een +vrouw kenmerkt. Er is een samenhang van eenheid in vrouwelijke taal, +kleeding, gedrag en plichten. De hoofdoorzaak daarvan is, dat hier +de natuur eeuwenlang haar rijk van werkzaamheid bepaald heeft. Tot +dusverre heeft geen revolutie, geen verandering van idealen of +van beschaving de vrouwen afgeleid van haar pad van onafgebroken +verband. Ze hebben al dien tijd gediend, bemind, getroost en hebben +niets anders gedaan. De bekwaamheid en schoonheid in deze verrichtingen +hebben zich op bekoorlijke wijze verbonden met hare gestalte, met hare +taal, en in haren gang. Haar sfeer van werkzaamheid en haar natuur +zijn dooreen vermengd, gelijk de bloem en hare geur. Zoo heeft niets +als harmonie in haar de overhand gekregen. + +"Daarentegen is er zeer veel onevenwichtigheid in het leven van +een man. De teekenen, dat zij door verschillende veranderingen en +functies zijn gekomen, zijn kenbaar aan hun vorm en in hun natuur. De +abnormale verheffing van het voorhoofd, het leelijke van den neus, de +onbekoorlijke ontwikkeling van de kaken zijn alledaagsheden bij mannen, +maar niet bij vrouwen. Had de man denzelfden gang gegaan gedurende de +eeuwen, was hij geoefend in het doen van dezelfde verrichtingen, dan +zou er als het ware een gietvorm voor mannen ontstaan en er zou een +harmonie gekomen zijn tusschen zijn natuur en zijn werkzaamheid. In +dat geval zouden ze het niet zoo hard gehad hebben in hun denken en +in hun worstelen bij het vervullen van hun plicht. Alles zou zeer +geleidelijk en prachtig voortgegaan zijn. En ze zouden een aard +ontwikkeld hebben, en hun geest zou niet van het pad der plichten, +bij de minst mogelijke aanleiding, weggelokt worden. + +"Moeder Natuur heeft vrouwen gevormd in een gietvorm. De man heeft +niet zoo'n oorspronkelijken band, zoodat hij niet tot eigen volheid +rond een centraal idee ontwikkeld is. Zijn verschillende ontembare +hartstochten en gevoelens stonden zijner harmonieuse ontwikkeling +in den weg. Zooals het gebonden zijn aan maten de oorzaak van de +schoonheid der poëzie is, zoo is ook de gebondenheid aan de maat van +vastgestelde wetten de oorzaak van de algeheele volheid en schoonheid +der vrouw. Daarom hebben de dichters steeds de vrouwen vergeleken met +zang, poëzie, bloem en rivier, en hebben er nimmer aan gedacht mannen +hiermede te vergelijken. De vrouw, evenals de schoonste dingen in de +natuur, is in samenhang, goed ontwikkeld.... en goed opgevoed. Zonder +twijfel, geen ongepaste gedachte en geen academische discussie kan +het rhythme van een vrouwenleven verbreken. De vrouw is volmaakt". + +De toestand van de vrouwen in het Oosten en in het Westen is een +voortdurend thema van levendige discussie geweest. De Christelijke +zendeling, met zijn diepe onwetendheid omtrent den geest van de +Hindoe-maatschappelijke organisatie, ziet niets dan verachtelijke +ellende in het lot van de Hindoe-vrouw. De orthodoxe Hindoe aan +den anderen kant, met zijn gelijke diepe onwetendheid omtrent de +buitenwereld, ziet op het lot van de Hindoe-vrouw als op iets, dat +aan zegeningen niets te kort komt. + +Maar Tagore met zijn practische kennis van beide maatschappijen, +is er zich van bewust, dat er goed en kwaad in beide is, en dat een +juiste opvoeding de euvelen zal genezen en de goede eigenschappen +zal versterken. Over de positie van de vrouw in het Oosten en in het +Westen, zegt hij aldus: + +"Van buitenaf geoordeeld voel ik, dat in de mate als de Europeesche +beschaving voortschrijdt, de vrouw voortdurend ongelukkiger wordt. De +vrouw fungeert in de maatschappij gelijk de middelpuntzoekende +kracht bij de planeten. Maar in Europa blijkt deze middelpuntzoekende +kracht van vrouwelijke energie vruchteloos om op te wegen tegen de +centrifugale kracht van de waanzinnige maatschappij. De mannen zoeken +schuilplaats in afgelegen hoeken en gaten van de aarde; zij zijn +terneergebogen onder de verpletterende worsteling om het bestaan, +welke ten deele ontstaat door kunstmatig geschapen behoeften. In +Europa wordt een man totaal onwillig om zichzelven een gezin op +den hals te halen; als gevolg daarvan zijn de gezinsplichten van de +vrouw aan het afnemen. Het jonge meisje heeft lang op een minnaar te +wachten, en de vrouw lijdt aan liefdesziekte, omdat haar echtgenoot +afwezig is om den kost voor de familie te verdienen. De volwassen +zoon aarzelt niet in het minst zijn moeders huis te verlaten. Zelfs, +ofschoon haar opvoeding, traditie en natuur er tegen zijn, moet de +vrouw in het Westen toch er op uit gaan om te werken en te worstelen +voor het bestaan. + +"Deze wanklank in sociale harmonie, is, naar het mij voorkomt, de +voornaamste reden, waarom de vrouw in het Westen voor gelijke rechten +met den man vecht. De vrouwelijke karakters in vele van Ibsen's +stukken toonen wrevel tegen den huidigen staat van zaken, terwijl +de mannelijke karakters dezen steunen. Dit brengt iemand er toe te +denken, dat de positie van de vrouw in de hedendaagsche Europeesche +samenleving geheel misplaatst is. De man heeft er een afkeer van +om een tehuis voor de vrouw te bouwen, en is tegelijkertijd koppig +in zijn weigering om haar gelijke rechten toe te staan, welke haar +in staat stellen het strijdperk van vruchtdragenden arbeid binnen +te treden. Bij de eerste gedachte moge het getal van vrouwen in de +Nihilistische legers in Rusland verbijsterend schijnen, maar rijpere +overweging overtuigt iemand van het feit, dat de tijd zoowat rijp is +voor de strijdbaarheid van de vrouw in Europa. + +"Kracht is het wachtwoord van de Europeesche maatschappij van heden ten +dage. Er is geen plaats voor den zwakke, hetzij man of vrouw. Daarom +beginnen de vrouwen zich te schamen over haar vrouwelijkheid en streven +zij er naar haar kracht te toonen, zoowel van lichaam als van geest.... + +Het is onmogelijk voor een vrouw in een Europeesche familie om de +verschillende volmaaktheden te bereiken, welke een vrouw kan doormaken +in een Hindoe-tehuis. Daarom wordt het een ernstig ongeluk geacht +een ongetrouwde vrouw in Engeland te wezen. Haar hart wordt zuur, +en ze vindt troost in het "oppassen van jonge hondjes" of in het doen +van "barmhartig" en "maatschappelijk" werk. Zooals soms de melk van +de borst kunstmatig uitgeperst moet worden om de moeder gezond te +houden, zoo moet ook de teederheid van een Europeesche ongetrouwde +dame uitgeperst worden ten bate van liefdadigheidsorganisaties; maar +het blijft in gebreke bij te dragen tot de ingeboren bevrediging van +haar gemoed. + +Ik ben bang, dat de hedendaagsche beschaving van Europa onmerkbaar zich +uitbreidt over de onvruchtbare zône in het maatschappelijk leven. De +buitensporige overvloed van weelde-artikelen verstikt de ziel van het +tehuis--het tehuis, dat juist de verblijfplaats der liefde, teederheid +en weldadigheid moest zijn--iets dat boven alles het wezenlijkste is +voor een gezonde ontwikkeling van het menschelijk hart. In Europa +verdwijnen de tehuizen en hotels zijn in aantal toenemende. Als +we zien, hoe mannen gelukkig kunnen zijn met hun paarden, honden, +kanonnen, pijpen en speelclubs, dan kunnen wij veilig de conclusie +trekken, dat de levens der vrouwen langzamerhand gebroken worden. Vóór +dezen plachten de mannelijke bijen den honing buiten te verzamelen en +in de korf op te zamelen, waar de koningin oppermachtig heerschte. Nu +verkiest de bij een cel te huren en op zichzelf te leven, zoodat hij +alleen al den honing 's avonds op kan drinken, welken hij overdag +verzameld heeft. Daarom is de bijenkoningin verplicht de wereld van +strijd in te gaan om honing te verzamelen, opdat ze kan leven. Ze +is nog niet in staat geweest aan de veranderde condities van leven +en samenleving gewend te raken. Het resultaat is ongerustheid en +gegons.... + +"Zoo is in het kort de tegenwoordige toestand van de vrouw in +het Westen. En wanneer Engelsche philantropisten krokodillentranen +storten over "den ellendigen toestand der vrouwen in Indië", dan sta +ik verstomd bij zulk een verspilling van sympathie, vooral als die +zulk een zeldzaam ding is als bij de Engelschen. + +"Onze vrouwen doen onze huizen glimlachen van zoetheid, teederheid +en liefde.... Wij zijn zeer gelukkig met de godinnen onzer +huishouding, en zijzelve hebben ons nimmer van haar "ellendigen +toestand" gesproken. Waarom zouden dan de bemoeiallen van overzee +zoo slecht denken over de veronderstelde smarten onzer vrouwen? Men +begaat vergissingen door zich te veel voor te stellen omtrent hetgeen +anderen gelukkig of ongelukkig zou maken. Indien bij toeval de visschen +philantropisten waren, zouden hunne teedere harten alleen voldoening +vinden door het gansche menschelijke geslacht in de diepten der +wateren onder te dompelen. + +"Zonder twijfel, wanneer een Engelsche dame de kleine vertrekken ziet +met het ruwe ameublement en de ouderwetsche schilderijen in de zenana +(vrouwenverblijf), dan trekt ze dadelijk de conclusie, dat de mannen +de Hindoe-vrouwen tot slavinnen hebben gemaakt. Maar ze vergeet, +dat we allen te zamen op dezelfde wijze leven. We lezen Spencer, +Ruskin en Mill, we geven geïllustreerde bladen uit en schrijven +boeken, maar we zitten op een matras op den vloer, en we gebruiken +een aarden olielampje om er bij te studeeren. We koopen juweelen voor +onze vrouwen als we geld hebben, en we slapen binnen een met touwen +vastgemaakt muskietennet, en op warme nachten bewaaieren wij ons met +een waaier van palmblad. + +"We hebben geen sofa's of hoogop gestoffeerde stoelen, maar we +voelen ons niet ongelukkig, dat we ze niet bezitten. Maar tezelfder +tijd zijn wij geheel en al in staat om lief te hebben en om bemind te +worden. De westersche volkeren houden van huisraad, vermakelijkheden en +de weelderigheden van het leven zóózeer, dat velen onder hen er niets +om geven echtgenooten te hebben,--en zoo al gehuwd, dan positief geen +kinderen. Bij hen gaat gemak boven liefde, terwijl liefde en een tehuis +de hoogste dingen in ons leven zijn. Daarom moeten we vaak gemakken +opofferen, opdat we kunnen genieten van het leven thuis en van liefde." + +De edele taak in de menschelijke samenleving, welke Tagore aan de +Hindoe-vrouw heeft toegedacht kan men behalve uit zijne beschouwingen +nog het best aanvoelen uit het volgende gedicht: + + + "De moeiten en ellenden van den krijg zijn voorbij. + + Kom, o vrouw met uw bekorende macht! kom mij reinigen en troosten; + zegen mij met uwe aanwezigheid, die zacht is als balsem op + mijn wonden. + + Kom, bekoorlijke vrouw! kom met uw gouden schenkkan om mij te + reinigen. + + + De marktdag is heen. De menigte heb ik verlaten en ik heb mijn + hut in het dorp gebouwd. + + O vrouw met uw edele inborst! met uw hemelschen glimlach en met + een vermiljoen-roode lijn op de scheiding van uw haar. + + Kom het eenzame huis zegenen en het liefelijk maken. + + Kom met uw kruik vol wij-water, edele vrouw, o kom! + + + De zon schijnt hevig in den middag, en een vreemde reiziger is + aan onze deur. + + Kom o vrouw met uw zegenende kracht! kom met uw schenkkan + vol honigwater en met de reine muziek uwer polsbanden, om den + onbekenden gast te verwelkomen en te zegenen. + + Kom met uw schenkkan vol honigwater, zegenrijke vrouw, o kom! + + + De nacht is donker en het huis is stil. + + Kom, o vrouw met uw vroom gemoed! kom in het wit gekleed met + het offerwater; steek, met loshangend haar, het licht aan op het + altaar en open dan de deuren van uw hart in stil gebed. + + Kom met het offerwater, vrome vrouw, o kom! + + + Nu is de tijd van scheiden daar. + + Kom, o vrouw met uw minnend hart! kom met uwe tranen. + + Laat uw rouwvol gelaat een regen van zegen doen dalen op den weg, + die mij van hier leidt. + + Laat de angstige aanraking van uw gezegende handen een wijding + geven aan de laatste oogenblikken van mijn aardsch bestaan. + + Kom met uwe tranen, bedroefde vrouw, o kom." [9] + + +En over liefde, welke is "der vrouwen-al", heeft Tagore gezegd: +"Ik geloof, dat liefhebben is het aanbidden van dien éénen +geheimzinnige. Maar we doen het slechts onbewust. Elke soort van +liefde is het onmiddellijke resultaat van een universeele kracht, +die zichzelf door het menschelijk hart tracht uit te drukken. Liefde +is de tijdelijke verwerkelijking van dien zegen, welke bij den wortel +zelven ligt van het heelal. Anders heeft liefde geen beteekenis. In +de physieke wereld trekt de aldoordringende aantrekkingskracht het +groote zoowel als het kleine gelijkelijk aan. Op dezelfde wijze nu +bestaat er in het rijk van den geest een universeele aantrekking van +vreugde. Het is door deze aantrekkingskracht, dat we schoonheid in +de natuur bespeuren en liefde in onszelven. De eindelooze zegen, die +in het hart der natuur is, bespeelt onze harten. Indien we de liefde +in onze harten beschouwden afgescheiden van de liefde in het heelal, +dan wordt zij zonder beteekenis. Liefde is zegen, is zaligheid". + +Tagore's philosophie van de vrouwenbeweging, zooals die belichaamd +is in het realistisch-idealistische drama Chitra, moge wellicht te +radicaal schijnen zelfs voor de radicale feministen in het Westen; +merkwaardig is het, dat de intrige in toto genomen is uit een episode +van het Mahabharata, dat Hindoe-epos, hetwelk terug dateert van 2000 +jaren voor den Christelijken tijd. + + + +Ik moet thans goedmaken, wat ik in den eersten druk van dit boekje +verzuimd heb n.l. het volle licht te doen schijnen op Tagore als +kindervriend. Hetgeen ik hierover terloops zeide in verband met +de school te Shanti-Niketan was niet voldoende, vooral met oog op +het feit, dat liefde voor kinderen een beminnelijke karaktertrek is +van de Bengali in het algemeen. In The Crescent Moon, in 1917 door +Frederik van Eeden vertaald onder den titel van De Wassende Maan en in +enkele vertellingen over kinderen, is deze schoone eigenschap van den +Bengali Rabindranath ten volle weerspiegeld. De vreugde in het kind +komt o.a. zeer sterk uit in de Bengaalsche literatuur door de vele +verhalen betreffende het kindje Krshna, de incarnatie van god Vishnu. + +In de Indische Vaishnava- of Vishnuïtische gezangen, die in het geheel +niet voor kinderen bedoeld zijn, vindt men dikwijls toetsen van hun +fantasie. Ze brengen in het geheugen terug op wat wijze de kinderen +den jongen god in hun midden verrasten, of het wonder der wereld in +het stof aan hunne voeten vinden. + +Zoo luidt een dikwijls geciteerde kreet der herdersjongens, die +ontdekken, dat zij met Krshna gespeeld hebben en hem als een gewonen +schoolmakker behandelden: + + + "Wel, denk eens aan hoe dikwijls we met u twistten en u namen + toeriepen; hoe dikwijls wij op uw schouders reden en gij op de + onze; hoe dikwijls wij het beste opaten en u slechts de kruimels + gaven! Naamt gij toen deze dingen euvel op en liept gij weg?" + + +Men heeft slechts de magische lens om te keeren en de volwassen man +of vrouw kan met dezelfde verbazing en gevoel van nieuwe ontdekking +naar het kind zien. Zijn wijze van doen is tegelijk zoo onschuldig +en geheimzinnig, zoo dwaas en wijs, zoo ongerijmd en beminnelijk. + +"Rabindranath toovert ons als een echte goochelaar het paradijs der +kinderwereld voor onze oogen met eenvoudige middelen: een weinig stof, +een waterpoel, een bloem, wat inkt en papier", zegt Ernest Rhys in +zijn Biographical Study. + +The Crescent Moon is verrukkelijk zoowel door den fantastischen +achtergrond als door het universeele medegevoel van den schrijver. Elke +bladzijde ervan geeft ons een schilderij genuanceerd met het +bekoorlijke, het levend-getrouw nabootsende détail van een +kindervriend. + +We zien het jongetje zitten aan het venster om gade te slaan, hoe +de schaduw van den banyan-boom (waringin) wriemelt over het water, +dat in onrust geraakt is, als de vrouwen haar kruiken komen vullen +aan den vijver. We zien hoe het kind de boeken van zijn vader neemt +om erin te krabbelen, of naar diens schrijfpapier graait om er bootjes +van te maken, en hoe het er naar uitkijkt als de avond komt en de oude +visschersvrouw kruiden voor haar avondeten verzamelt langs den vijver, +of hoe de nachtwacht met zijn lantaarn zwaait en voort wandelt met +de schaduw naast zich. De schilderingen van het kind, dat gouden +champa-bloemen verzamelt, die op den boschweg neergevallen zijn; +van het kind dat aan het strand springt of in het stof neerzit om met +een gebroken takje en eigen fantasieën te spelen, worden gevolgd door +andere van den schreeuwenden deugniet, wiens gelaat en vingers beide +bevlekt zijn met teer en inkt. Het gedichtje "De Banyan-boom" herinnert +ons aan den jongen Rabi zelven, toen hij in de kamer opgesloten uren +lang naar den tuin zat te kijken. Men vindt in dit kleine werkje een +eindelooze sympathie met het kindje, dat in moeilijkheden verkeert, en +met het jongetje, dat zich tegenover ouderen verongelijkt gevoelt. De +dichter begrijpt de gulzigheid van het groeiende ding en de gretigheid +van kleintje's lippen. Daarom worden de zwakheden der ouders op +gelijke lijn gebracht met de onschuldige zondigheidjes van kinderen. + +"Iedereen weet", roept hij het kind toe, dat zich verongelijkt +acht, "hoe ge van lekkere dingen houdt--noemen zij je daarom +snoepachtig?... Hoe dan", gaat hij voort, "zouden zij ons noemen, die +van je houden?" De ironie van deze vraag wordt niet ten volle ingezien +totdat men ontdekt, dat hierdoor de kinderverafgoder ontmaskerd wordt +in zijn eigen liefde voor de heerlijkheid van den kleinen bengel. En +in het liedje "Wanneer en Waarom" is wederom een andere lezing van +baby's klacht en van de eeuwige philosophie van begeerte en verlangen +en genot. Want, zegt de dichter: + + + "Als ik zoetigheid breng in je greetige handjes, dan weet ik, + waarom er hoonig is in de bloemkelk en waarom vruchten heimelijk + gevuld worden met zoet sap--als ik zoetigheid breng in je greetige + handjes." [10] + + +In zijn geschiedenis van den fruitverkooper, in een van zijn +prozawerken, welke zeer veel gelijkt op een hoofdstuk direct uit +zijn eigen ondervinding, hebben we een dochtertje van den schrijver +zelven, Mini, als de hoofdfiguur. Haar kinderlijke verlangens, +haar ondeugendheid en haar grappigheid worden gecontrasteerd met +de groote gestalte van den Kabuli- (dus een Afghaan) marskramer of +fruitverkooper, die druiven en rozijnen en abrikozen aan de deur +brengt. + +De zak, dien hij draagt lijkt de wonderbaarlijke buidel van Fortunatus; +voor de gedachte van het kind is hij mysterieus en onuitputtelijk, +en het wordt een grap van den Kabuli, om wanneer Mini hem vraagt wat +er in is, te antwoorden, dat er een olifant in zit. + + + "Een paar dagen later vond ik mijn dochter zitten op de bank bij + de deur en al maar zonder ophouden sprekend tot den Kabuli, die + aan haar voeten zat, glimlachend en luisterend. Ik merkte dat de + slip van haar kleine sari vol amandelen en rozijnen was." + + +Zoo was het begin van de vriendschap tusschen het zonderling bij +elkaar passend paar, een vriendschap saamverbonden door voortdurende +lekkernijen. De vader van Mini sluit ook vriendschap met den Kabuli, +Rahamat genaamd. + +Ten slotte doodt Rahamat iemand, en wordt tot acht jaar gevangenisstraf +veroordeeld. Als hij terugkomt, is het Mini's huwelijksdag. + + + "Ik herkende hem eerst niet. Hij had noch zijn zakken, noch zijn + lang haar, noch zijn fijne, levendige manier van doen. Ten laatste + herkende ik hem aan zijn lach. + + "Hallo! Rahamat, wanneer ben je gekomen?" zei ik. + + "Gisteren kwam ik uit de gevangenis", antwoordde hij. + + Ik vertelde hem, dat ik het erg druk had en dat hij beter deed + met heen te gaan. + + Daarop zeide hij, toen hij bij de deur stond: "Mag ik het kind nog + eens weer zien?" Maar dit kon niet, en met een zwijgend onrustigen + blik keek de man toen hij heenging. Hij keerde echter terug en + naderbij komende, zeide hij: + + "Ik heb deze druiven en amandelen en rozijnen voor het kind + meegebracht. Wil je ze voor mij aan haar geven, alsjeblieft? Neen, + je moet me er niet voor betalen. Juist zoo'n dochter als gij hebt, + heb ik thuis eene, en het is uit herinnering aan haar gezichtje, + dat ik wat fruit voor je kind breng. Ik kom niet om het te + verkoopen..." Terwijl hij dit zeide duwde hij zijn hand in de + plooien van zijn los wijd kleed en bracht een stuk vuil papier te + voorschijn van ergens van zijn borst vandaan. Zorgvuldig vouwde + hij het open en spreidde het uit op mijn schrijftafel. Ik zag + een afdruk van een tengere handpalm op het papier, een eenvoudig + merk, dat verkregen werd door de hand in lampezwart rond te + wrijven. Met dit vreemde teeken van het kind op zijn borst was + Rahamat gekomen om fruit in de straten van Calcutta te verkoopen, + alsof de aanraking met het kinderhandje zijn hart tot rust zou + brengen, dat door de pijnen der scheiding werd verscheurd." + + +Herbert Spencer zag in de vraatzucht van het kind slechts den +onverzadigbaren honger van het dierlijke in den mensch op een lageren +graad van ontwikkeling. Rabindranath Tagore daarentegen heeft daarin +geleerd te vermoeden de eerste graden van ontwikkeling der verlangens, +die, op een ander niveau van intelligentie, het pad naar den hemel +zelven uitwijzen. De teekens zijn inderdaad duidelijk te lezen in +zekere gedichten en in "Zegening" wordt daaraan een uitwerking gegeven +van zoovele rechtstreeksche wenken: + + + "Zeegen zijn hartje, deze blanke ziel, die den kus des hemels + heeft gewonnen voor onze aarde. + + Hij heeft het zonlicht lief, hij bemint het zien van zijn moeders + gelaat. + + Hij heeft niet geleerd het stof te verachten en tuk te zijn + op goud. + + Druk hem aan uw hart en zeegen hem. + + Hij is gekomen in dit land van honderd doolwegen. + + Hij verkoos u uit de meenigte, ik weet niet hoe, en hij greep uw + hand om den weg te vragen. + + Hij zal u volgen, lachend en pratend, zonder een twijfeling in + zijn hart. + + Aanvaard zijn vertrouwen, leid hem recht en zeegen hem." [11] + + +Een enkel woord over een klein tooneelspel, dat in Nederland een +enkele maal reeds is opgevoerd geweest en waaruit weder Tagore's +vereering en eerbied voor het kind blijkt. Het is The Post Office, +of in de vertaling van Henri Borel "De Brief van den Koning" geheeten. + +"Een stuk als The Post Office van Tagore mist hevige tooneeleffecten +en z.g. "pakkende" coups de théatre, zooals echte "tooneelrotten" +die handig weten te schrijven", zegt Henri Borel in zijn inleidend +woord bij zijn Nederlandsche overzetting. Inderdaad, zeer eenvoudig +is het gegeven in het kleed van zeer eenvoudige woorden. Maar in het +simpele gebeuren van het sterven van dien armen knaap ligt verborgen +de oplossing van het tragische raadsel des heelen levens. + +De beminnelijke Amal is het pleegkind van den dorpsbewoner Madhav. Hij +lijdt aan een slepende ziekte en deswege moet hij op last van den +dokter in huis blijven. Mistroostig ligt hij op zijn ziekbed bij +het venster naar buiten te turen en houdt lange gesprekken met +voorbijgangers: den wachter, den melkman, het oudje, Sudha het +bloemenmeisje. Dit is het eerste bedrijf. + +Amal, al zieker en zieker wordend, gaat voort vriendschap te sluiten +met allerlei voorbijgangers, die schik hebben in de naieve kinderpraat +van het knaapje, maar in hun hart een groot medelijden koesteren +met den kleinen zieke. Vóór Amals huis is een nieuw postkantoor +gebouwd. Het denkbeeld, dat hij een brief van den koning zou kunnen +krijgen, wordt in den geest van Amal een realiteit en in het heerlijk +besef, dat 's Konings brief inderdaad in het nederige huis is gekomen, +sterft de zieke jongen. + +Het tweede bedrijf. + +"De brief van den Koning" ontleent zijn naam aan de illusie van +Amal. Een der voorbijgangers, de dorpswachter, die de gong slaat ter +aankondiging van de uren en wiens werk het arme kind bijzonder veel +belang stelt, heeft hem dit verteld. De kinderlijke onschuld gelooft, +dat het postkantoor des konings zóó nabij werd geplaatst voor het +geval de koning hem een brief wil sturen. Het praatje gaat van mond +tot mond en het ijdele dorpshoofd ergert zich over dezen waan, welken +hij toeschrijft aan den hoogmoed van den pleegvader Madhav. Doch als +hij het stervende kind met onnoodige hardheid komt lastig vallen, +als de dokter bevel heeft gegeven alle deuren en vensters te sluiten, +opdat niemand meer binnentrede en hem verontruste--dan wordt er +aan de deuren gerammeid: de geneesheer des Konings treedt de woning +binnen. Deze gelast licht en ruimte om den knaap te maken, overal +bloemen in de kamer te zetten en doet den bullebak, het dorpshoofd, +verwijderen, want.... de Koning zal zelf komen. + +Thans is Amal omringd door menschen, die allen hem toegenegen +zijn. Teeder en verheven, echt Tagoriaansch, is het slot: + +"Wilt u een woord voor mij in zijn oor fluisteren?" vraagt Sudha aan +den geneesheer des Konings. + +"Wat moet ik hem zeggen?" + +"Zeg hem, dat Sudha hem niet vergeten heeft". En in vreugde afwachtend +die overweldigende gebeurtenis, de komst van den Koning zelven, omringd +door liefdevolle wezens, gaat het kind het mysterie van den dood in. + +Hoe eenvoudig en helder is dit dichterlijke tooneelwerk. Rabindranath +Tagore had niet noodig zijn symbolen nader aan te geven met duidingen +voor ons verstand. Misschien niet voor den louter verstandelijke, +maar voor het rijke gemoedsleven is alles even klaar. Wie voelt hier +niet, dat de Koning met het Hoogste Wezen moet vereenzelvigd worden? + +Toch moet men achter "De Brief van den Koning" niet te veel allegorie +zoeken. De bedoeling is minder intellectueel, maar meer emotioneel +en eenvoudig. + +W. B. Yeats typeert de waarde van het stuk heel juist met deze woorden: +"De bevrijding, gezocht en gewonnen door het stervende kind, is +dezelfde bevrijding heeft Mr. Tagore gezegd, die oprees voor zijn +verbeelding, toen hij eens in den vroegen ochtendstond tusschen +het lawaai van een menigte, die van een of ander feest terugkeerde, +dezen regel uit een oud dorpslied hoorde: "Veerman, neem mij mede +naar den anderen oever van de rivier". Zij kan op ieder oogenblik van +het leven komen, ofschoon het kind haar ontdekt in den dood, want zij +komt altijd, als het "Ik" niet langer zoekende naar winsten, die niet +kunnen "geassimileerd worden met zijn Geest", in staat is te zeggen: +"Al mijn werk is het Uwe" (Sadhana). + +Het geheim van Rabindranath's volkomen meeleven met het kind ligt zeer +dichtbij het geheim van zijn kunst als dichter. In zijn poëzie laat +hij de onschuld van den kinderlijken geest spelen met leven, liefde +en dood en de verschijnselen in de natuur. Hij weet, dat het genot in +de voorstelling van den kindergeest op de wonderen der aarde wijst, +die de philosophie zoo moeilijk weet te rangschikken. Hoe beeldrijk, +hoe concreet de Indische gedachtengang altijd trachtte te zijn, kunnen +we leeren, indien we een bladzijde van de Upanishads opslaan. Bij het +leeren aan den jongen hoe hij komen kan tot het subtiele weezen van +het grooter Zelf, zegt de vader hem een vrucht van den Nyagrodha-boom +te brengen: + +"Hier is er een, heer", zegt het kind. + +"Breek het stuk". + +"Het is gebroken, heer". + +"Wat ziet gij er dan?" + +"Deze zaden, bijna ondeelbaar". + +"Breek er een van". + +"Het is gebroken, heer". + +"Wat ziet ge dan?" + +"Niets, heer". + +De vader zeide: "Mijn zoon, dat uiterst fijne Wezen, dat gij dan niet +bespeurt, van datzelfde Wezen bestaat de groote Nyagrodha-boom. + +Geloof het, mijn zoon. Dat, wat het uiterst fijne wezen is, daarin +heeft alles wat bestaat zijn zelf. Het is het Ware. Het is het Zelf, +en gij o Svetaketu zijt het". [12] + +De practische philosophie van Rabindranath betreffende het kind komt +in het kort hierop neer: Niets moge den ouders te veel zijn, geen +moeite en geen opoffering om het kind tot zijn bestemming te doen +komen n.l. tot mensch, en wel tot mensch in de juiste betrekking met +het gansche heelal. Maar men mag de waarde niet overschatten van de +uitsluitend materieele middelen, die wij aan de opvoeding van onze +kinderen ten koste leggen. Een kind mag niet het medium zijn van onze +eigen onzuivere verlangens en begeerten; wij mogen niet alleen maar +de hoop koesteren, dat onze kinderen naderhand knappe koppen worden, +binnen den kortst mogelijken tijd "binnen" zijn of betrekkelijk jong +reeds in eigen auto's kunnen rijden en "voornaam" kunnen "doen". Als +bolwerk tegen deze vrij algemeene zonde tegen de kinderziel heeft +Rabindranath een nieuw en toch oud systeem van opvoeding opgebouwd +in zijn Shanti Niketan-school. "Ten opzichte van de wijze, waarop +kinderen tot kennis zullen groeien, gaat de bedoeling van den mensch +geheel lijnrecht tegen de bedoeling van God in. Hóe wij onze zaken +en bezigheden en in verband daarmede onze kantoren willen regelen en +inrichten, daarin zijn wij volkomen vrij. Maar zulk een kantoor-achtige +regeling is niet geschikt voor Gods schepping, en kinderen zijn Gods +eigen schepping." [13] + +Duidelijker dan betoogen heeft Rabindranath tot mij persoonlijk zijn +levensbeschouwing betreffende het kind gezegd in deze weinige woorden, +welke hij op een kinderportret heeft geschreven: "I bring Father's +message to father". + + + +Om de religieuze liederen in Gitanjali ofte wel Song Offerings +en Wij-Zangen te begrijpen--ik spreek niet eens van de schoonheid +daarvan te gevoelen, want zijn hiervoor wel regels en voorschriften +te geven?--is in de eerste plaats noodig, eenigermate het wezen +van Tagore's God te kennen. Henri D. Davray in een artikel in de +Mercure de France heeft vrij juist, door middel van een parallel met +het Christelijk Godsbegrip, het wezen van Brahma aangeduid, zooals +deze geworden is na het werk der groote hervormers Ram Mohan Roy, +Debendranath Tagore en Keshab Chandra Sen. + +"De christelijke theologie", aldus Davray, "is altijd versomberd +geweest door het idee van de zonde, van het oordeel en van de +noodzakelijkheid van een verlossing. De christelijke God is +een almachtig souverein en een geduchte rechter, zelfs in zijn +barmhartigheid. Het anthropomorphe en almachtige Hoogste Wezen, dat +zijn tijd doorbrengt met over ons te waken zonder ons krachtdadig +te kunnen beschermen tegen de zonde, een Wezen, dat ons met een +wreede hardheid veroordeelt om onvermijdelijke zwakheden en fouten, +waarvan hij zelf de verantwoording draagt, zulk een God houdt spoedig +op eerbied af te dwingen. Hij heeft ons niet geschapen, zooals +men wel beweert! Maar wij hebben hem geschapen naar ons beeld. De +cultus van zulk een godheid kan niet anders dan slechts uiterlijk en +formeel wezen: de godsdienst, die ons slechts dezen onvoldoenden god +kan aanbieden, lokt geen enkele universeele liefde uit, geeft geen +enkele universeele vreugde; hij inspireert slechts zelden dit hevig en +brandend verlangen naar een goddelijke aanwezigheid, dat is: de honger +en de onleschbare dorst van de mystiek. In het Oosten daarentegen +wordt God niet verbeeld in dergelijke zwakke grenzen; de godsdiensten +zijn onpersoonlijk en vloeien samen met vele philosophische systemen, +die ruimte laten voor bespiegelingen, waarin de kleine menschelijke +persoonlijkheid geheel en al verdwijnt met al haar begeerten, moeiten, +zwakheden en ellenden. In het Westen heeft men het geloof verloren +in een God, die niet voldoet aan de diepste wenschen van het hart +en het is het Oosten, dat der menschheid de uitdrukking aanbiedt +van een geloof in God, dat verhevener is dan onze tijd ooit er een +heeft geformuleerd. + +Op het altaar van zijn ziel plaatst het Westen zijn eigen beeld: den +verachtten en onttroonden god, en biedt zichzelven een hoogmoedigen +eeredienst aan. Het Oosten vindt zijn Godheid in de oneindigheid van +het Heelal en in het diepste diep zijns harten en erlangt daardoor +een wonderbare nederigheid." + +De tegenstelling, of beter gezegd de éénheid van Paramatma en Jivatma, +de ziel van het heelal en de ziel van het individueele leven, vindt +men uitgedrukt in de twee eerste gedichten van de Gitanjali. + + + "Eindeloos hebt Gij mij gemaakt, naar Uw behagen. + + Dit brooze vat leedigt Gij weer en weer en vult het telkens met + versch leeven. + + Oover heuvelen en dalen hebt Gij dit rieten fluitje gedragen en + er eeuwiglijk nieuwe melodiën door geblazen. + + Bij de onsterfelijke aanraking van Uwe handen doorbreekt dit + kleine hart zijn perken en baart onzegbare uiting. + + Uw oneindige gaven koomen tot mij enkel op deze mijn nietig-kleine + handen. Eeuwen vergaan en steeds blijft Gij uitstorten en steeds + is er ruimte te vullen." [14] + + +Dat de mysticus er naar streeft om de verschrikkingen van wereld +en leven, zijn eigen menschelijke ellenden en tekortkomingen niet +alleen te beschouwen, maar ook te ervaren als slechts de spectrale +kleuren van het goddelijk Licht, lezen wij b.v. in Wij-Zang +XXXX. Hier verlangt het hart naar het goddelijk Gevoel, dat alle +vreugden en alle smarten als ééne groote Vreugde ervaart, doch het +verlangen wordt op een wonderlijk-schoone wijze nog getemperd door een +teedere menschelijkheid. Niettegenstaande het menschelijk gevoel nog +terugschrikt voor "den wervel der vreeselijke vreugde", is die schrik +nauwelijks merkbaar door de zuiverheid en gaafheid van het beeld. + + + "Dagen aan dagen bleef de reegen weg, o God, uit mijn dorre + hart. Felnaakt is de horizon--zonder het dunste floers van + een zachte wolk, zonder de flauwste zweem van een koele bui in + de verte. + + Zend uw woedende storm, donker van dood, als het U behaagt, en doe + den heemel opschrikken van einder tot einder met bliksemstriemen. + + Maar roep terug, o Heer! roep terug die zwijgende doordringende + hitte, stil en fel en wreed, die het hart verzengt met + vertwijfeling. + + Laat de wolk van genade neederbuigen van omhoog, als de tranenrijke + blik der moeder op den dag van des vaders toorn." [15] + + +Maar daar, waar alle kleine menschelijkheid weggeworpen wordt en waar +voor hem "geen vrees meer overblijft in deeze waereld", wat is dat +ontzettend en geweldig: + + + "Schoon is Uw polsband, sterren-versierd en kunstig gewrocht in + duizend-verwige juweelen. Maar schooner is mij Uw zwaard met zijn + bliksemende booglijn, als de uitgespreide wieken van Vishnoe's + voogel, zuiver in eevenwicht in het toornig roode licht van de + ondergaande zon. + + Het trilt als het laatste teeken van leeven in smartverrukking bij + den laatsten doodelijken slag; het blinkt als de reine Weezensvlam, + die aardsche gevoelens verteert in een felle flikkering. + + Schoon is Uw polsband, versierd met sterjuweelen: maar Uw zwaard, + o Heer des Donders! is gewrocht met de uiterste schoonheid, + verschrikkelijk om te zien of te herdenken." [16] + + +Den strijd tusschen den man en den dichter, de vertwijfeling, die +Tagore moet gevoeld hebben toen de maatschappelijke mensch in hem de +vraag stelde, wat voor "nut" zijn poëzie wel voor het vaderland en +voor de maatschappij kan hebben, meen ik terug te vinden in gedicht +III van De Hoovenier: + + + "Des morgens wierp ik mijn net uit in de zee. + + Uit de donkere diepte haalde ik dingen op van wonderlijk aanzien + en vreemde schoonheid. + + Sommigen glansden als een glimlach, sommigen blonken als tranen, + en anderen bloosden als de wangen eener bruid. + + Toen ik huiswaarts keerde met mijn dagelijksche vracht, zat mijn + lief in den hof en trok ijdelijk de bladen uit een bloem. + + Ik weifelde een oogenblik, legde toen aan haar voeten alles wat + ik opgehaald had, en wachtte zwijgend. + + Zij oogde er naar, en zeide: + + "Wat voor zonderlinge dingen zijn dat? Ik weet niet waarvoor + zij dienen." + + Ik boog beschaamd mijn hoofd en dacht: "ik heb er niet voor + gevochten, ik kocht ze niet op de markt, dat zijn geen waardige + geschenken voor haar." + + En den heelen nacht door wierp ik hen één voor één op straat. + + Des morgens kwamen reizigers; zij raapten hen op en droegen hen + naar verre landen." + + +Is het niet, of Tagore's intuïtie hem hier voorspelt, dat vreemdelingen +die "dingen van wonderlijk aanzien en vreemde schoonheid" door de +wereld zouden dragen en dat door die superieure gedachten de blik +van heel de beschaafde wereld zich zou wenden naar Tagore's land en +volk? Allengs wordt hij zich meer en meer bewust van de waardigheid +van zijn werk en van de grootheid van zijn roeping. Vol nederigheid +en toch met een edelen trots en met de verrukking van een toegewijd +leven zingt hij nu: + + + "In de gehoorzaal der waereld zit de simpele grashalm op hetzelfde + tapijt met de zonnestraal en de middernacht-sterren. + + Zoo deelen mijn zangen hun zetels, in het hart der waereld, + met de muziek van wolken en wouden. + + Maar uw weelde, gij rijkaard, heeft geen deel in de sobere + grootheid van het blijde zonnegoud, of van het weeke blinken der + peinzende maan. + + De zeegen van den al-omvangenden heemel wordt er niet oover + uitgestort. + + En als dood komt, verbleekt ze, en verschrompelt en verkruimelt + tot stof." + + +Wij-Zang XVI toont ons, hoe het streven van waarachtige poëzie de +gemeenschap inhoudt met het allerheiligste: + + + "Ik ben genoodigd tot het feest deezer waereld en zoo is mijn + leeven gezeegend. Mijn oogen hebben gezien en mijn ooren + gehoord. Het was mijn taak op dit feest mijn speeltuig te + bespeelen, en ik heb gedaan wat ik kon. + + Nu, dan, zoo vraag ik, is nu dan ten leste de tijd gekoomen, dat ik + mag ingaan, en Uw aangezicht zien en U eeren met zwijgenden groet?" + + + +De volgende anecdoten uit den loopbaan van den beroemden en gevierden +dichter, die echter in zijn persoonlijken omgang zoo eenvoudig en +beminnelijk is, zijn aardige aanwijzingen naar het latere feit, dat +Tagore een groot en wereldvermaarde man zou worden. Te midden van +stortvloeden van vijandige critiek kreeg Tagore, geheel toevallig, +een inspiratie, welke zijn geest opbeurde en hem aanzette om +hoogere hoogten te bereiken en tot een edeler vlucht in het rijk der +poëzie. Zooals de ontmoeting van Nietzsche met Wagner een bron van +inspiratie voor den eerste en een genoegen voor den tweede was, zoo +was de ontmoeting van Rabindranath met Bankim Chandra Chattopadhya, +den grootsten van alle Bengaalsche novellenschrijvers en dichter +van de nationale hymne Bande Mataram, een bron van inspiratie +en aanmoediging voor den jongen dichter--een genoegen voor den +verteller. Zij ontmoetten elkander op een huwelijksfeest ten huize +van Ramesh Chandra Dutt, staatsman, geschiedkundige en schrijver van +vertellingen. Ramesh Dutt wond een krans van bloemen om den hals van +den proza-dichter om hulde te brengen aan het grootste letterkundige +genie van Bengalen. Chattopadhya deed echter onmiddellijk de krans af +en tooide daarmede Rabindranath, zeggende: "Deze krans behoort hem +toe--hebt gij zijn Sandhya Sangit' gelezen?" Ramesh Dutt antwoordde +ontkennend, maar Bankim Chandra prees hemelhoog enkele gedichten uit +het boek. Zulk een onbegrensde loftuiting van zoo'n hoogen oorsprong +bracht bijna vreugdetranen in de oogen van Rabindranath. Zij deed +hem alle pijn van de pijlen van onaangename critiek vergeten. Dit +plastische eerbewijs van den grooten prozaïst beduidde voor +Rabindranath meer dan de Nobelprijs voor hem later kon beteekenen. + +Of de rechtgeloovige Bengali Tagore's vrome gedichten bewonderen of +niet, er is geen twijfel aan, dat zij prachtig zijn in hun opvallende +schoonheid. Eens deed zich voor den dichter vanzelf een kans voor om +een beminnelijke wraak op zijn vader te nemen. Vele jaren voorheen las +de Maharshi een van Rabi's godsdienstige gezangen uit zijn jongenstijd +en de oude Tagore lachte. De poëet herinnerde zich dat alles in die +jaren weer. Onverwacht ontbood de Maharshi zijn zoon, die toen in +het landelijke werkzaam was, naar de stad, waar de vader toen ter +tijd verblijf hield, juist met de bedoeling een bijzonderen zang, +pas gecomponeerd, uit den mond van den auteur zelven te hooren. Toen +hij er om gevraagd werd, begon Rabi-babu te zingen: + + + "Nawyawn tomarah payna dekhitay + Tumi rawyacho nawyawnay nawyawnay! + Hridawai tomarah payna janitay, + Hridawai rawyacho gopawnay!" etc. + + +Het lied luidt--gedeeltelijk--in de vertaling als volgt: + +"Mijn oogen kunnen u niet zien, en toch zijt gij altijd voor mijn +oogen. Mijn geest kan u niet omvamen, maar in stilte doet gij mij +altijd uw aanwezigheid gevoelen. + +"Evenals die van een verdwaasde, zoo stormt mijn geest her- en +derwaarts, beladen met de wereldsche verlangens van mijn hart, maar +ik kan uw beminnende oogen steeds waakzame wacht zien houden in mijn +slaap of in mijn droom. + +"De van vriendschap verlatene en de verlorene kunnen zich altoos zeker +gevoelen van u en van uwe liefde. Zelfs de daklooze zwerver heeft de +troost van zijn huis te hebben in het ééne, dat gij voor ons allen +hebt gebouwd." etc. + +Toen de zang geëindigd was, zeide de Maharshi met een veelbeteekenende +trilling in zijn stem: "Ongelukkig voor ons land waardeeren onze +Engelsche heerschers niet en moedigen onze kunsten, onze nijverheid +en onze cultuur niet aan; maar hier is een nederige huldiging van uw +genie door uw vader; de zang was prachtig". En de oude man overhandigde +hem een stuk papier. De dichter-zanger opende het en vond een cheque +van 500 rupees (± $165,--) voor een gedicht van 24 regels. Dit was +Tagore's eerste "Nobelprijs" voor poëzie. + +In de stad Urbana, waar Tagore's zoon op school was om moderne +methodes van landbouw te leeren, kwam Koomar Roy uit Chicago den +dichter bezoeken, die in dien tijd in Amerika vertoefde. Na over +verschillende nationale problemen van Indië gesproken te hebben, zeide +Koomar Roy "Ik ben heelemaal van Chicago gekomen om u een bezoek te +brengen, natuurlijk; maar hoofdzakelijk om u te verzoeken meer van uw +werken te vertalen, zoodat de Westersche wereld de schoonheid van onze +Bengali-litteratuur kan apprecieeren. Bengalen is niet geheel en al +"bom" en "oproer", zooals de Engelsche bladen de wereld gelieven in +te lichten. + +"Ja, ik ben bezig meer van mijn werken te vertalen", zeide Tagore, +terwijl zijn oogen naar het vloerkleed keken. "Ik ben werkelijk +blijde te zien, dat Gitanjali, mijn eerste Engelsche boek, zoo goed +ontvangen is." + +"Ik heb een ander idee bij mijn verzoek aan u om meer van uw werk te +vertalen", zeide Koomar Roy. "Namelijk dit: zoodra gij bekend wordt, +ben ik er absoluut zeker van, dat ge vroeger of later den Nobelprijs +voor poëzie zult winnen. Niemand anders in Indië en Azië heeft die +lauweren gewonnen. Het zal Indië niet alleen een internationalen rang +geven, maar zal een stap voorwaarts zijn op den weg van internationale +broederschap en wereldvrede." + +"Kunnen Aziaten voor den prijs in aanmerking komen?", vroeg +Rabindranath. + +"Ja, vast en stellig, en gij moet hem winnen." + +"Ik ben niet in staat te zeggen of ik hem verdien of niet. Maar ge +kent het vooroordeel--het vooroordeel tegen Aziaten. Indien Aziaten +verkiesbaar zijn, waarom heeft onze Dr. Jagadis Chandra Bose, Indië's +grootste geleerde in moderne tijden, hem niet gekregen?" zeide Tagore +op verontwaardigden toon, terwijl zijn mooie donkere oogen flikkerden. + +"Wat het vooroordeel betreft", antwoordde Koomar Roy, "zijn de +Amerikanen en de Britten de ergste zondaars. De continentale Europeanen +hebben zulk een vooroordeel niet, en de kleine maar meer menschelijke +staten als Noorwegen, Zweden en Denemarken hebben wegens de tyrannie +der grootere machten een bijzondere sympathie voor de onderdrukte en +overheerschte volkeren van Azië. En ge kunt er verzekerd van zijn, +dat als het Nobelprijs-comité verneemt van de aangeboren schoonheid +van uw geschriften, het geen oogenblik zal aarzelen zichzelf te eeren +door u te eeren." + +"Ge schijnt van plan te zijn om mij den Nobelprijs toe te kennen", +zeide de dichter, terwijl nauwelijks een glimlach om zijn lippen +speelde. "Gij zijt de eerste persoon, die het mij aan de hand +doet. Prachtig, krijg ik hem, dan zal ik oogenblikkelijk een +ambachtschool oprichten in verband met mijn school te Bolpur." Tagore +lachte en vervolgde: "Maar we krijgen vanavond te veel verbeelding" +en het gezelschap lachte mee. + +Binnen tien maanden na dit gesprek werd aan Rabindranath Tagore de +Nobelprijs voor dichtkunst toegekend. + +Niet alleen Indië of Azië, maar de geheele wereld heeft reden om +zich over het toekennen van den Nobelprijs voor "idealistische +literatuur" aan den Indischen wijze te verheugen. "Die toewijzing", +om de woorden van een Amerikaanschen schrijver te bezigen, "zal de +menschen van het Westen aansporen te onderzoeken wat de menschen van +het Oosten gezegd hebben en nog te zeggen hebben. Ze zal het Oosten +aan het Westen vertolken zooals het Oosten nooit tevoren vertolkt +was. Ze wordt alzoo een historische gebeurtenis, een keerpunt in +het begrijpen van het eene halfrond door het andere." Ze wijdt ook +in den dageraad van een nieuw tijdperk van vriendschap tusschen Oost +en West, die zoo lang vijandig tegenover elkander gestaan hebben in +eeuwenlange worsteling om materieele oppermacht en vergrooting van +grondgebied. De wederzijdsche waardeering van de literatuur, kunsten +en idealen van het Oosten en het Westen, zal de donkere wolken van +internationale verbittering wegvagen en dien dag helpen brengen, waarop +internationale vrede en internationale welwillendheid oppermachtig op +aarde zullen heerschen. Indien de eindpaal van wereldvrede ooit bereikt +wordt, dan zal die bereikt moeten worden langs den weg van een edelen +wedstrijd in innerlijke beschaving tusschen het Oosten en het Westen, +die leiden zal naar de verwerkelijking van de fundamenteele eenheid +van het geheele menschelijk geslacht. + + + +Indien door een noodlottig toeval alle aan gedachten rijke opstellen, +filosophische verhandelingen, romans, aangrijpende korte vertellingen +en drama's van Tagore werden vernietigd, dan zal men zich--zoolang er +menschen in Indië wonen--den naam van Tagore als dien van een groot +dichter van Indië herinneren, want hoe zou men zijn volksliederen +kunnen vergeten! Zijn zangen hebben in het leven van Indië's +volk zulk een onuitwischbaren indruk gemaakt, dat zij alleen met +Indië zelf zouden kunnen vergaan. De redevoeringen der politieke +agitatoren en de opstellen van hoofdartikelschrijvers zijn slechts +speldeprikken vergeleken met de vurige of innige vaderlandsliederen +des dichters. Zijn uitroepen zweepen de kleine rimpelkringen op tot +ware golven van echt patriotisme, die in Indië tegen de rotsen van +egoïsme en provincialisme slaan en deze vergruizelen, om zoodoende +uit een menigte van tegen elkaar strijdende belangetjes een machtig, +homogeen volk te vormen. + +Overal worden Tagore's volksliederen gezongen. Wanneer des morgens +bij zonsopgang stralen van goud uit den horizon neerschieten, hoort +men zijn liederen gezongen door Sankirtan-gezelschappen, die door de +straten trekken om de menschen te wekken, opdat zij deelnemen aan de +heilige handeling God en het moederland te eeren. In den brandenden +middag, wanneer de schaapsherders in de schaduw van den banyan-boom +spelen, zingen zij Tagore's liederen. En verder, wanneer het Indische +landschap zich baadt in de roode stralen der ondergaande zon, hoort men +Rabindranath's liederen tot in de scheepswoningen der schippers en uit +den mond der landlieden, die bij scharen huiswaarts keeren. Zij worden +gezongen op nationale congressen, in de gymnastiekplaatsen, door de +bedelaars op hun bedelgangen; zij worden gezongen bij huwelijken en +bij religieuze handelingen. + +Er zijn critici die beweren, dat Rabindranath's volksliederen te +week zijn, te vrouwelijk om te voldoen aan de tegenwoordige nooden +van Indië. Het is waar, dat Tagore niet de vurige hartstocht heeft +van Hem Chandra Bandopadhya, noch de mannelijke kracht van Nabin +Chandra Sen; het is ook waar, dat hij zich meer wendt tot de teedere +gemoedselementen, en de andere tot de sterkere. Inderdaad zijn "Slaap +niet meer" van den eerste en eenige strofen uit "De slag van Pallasi" +van den tweede, machtige factoren geweest in de crisis van Indië. Toch +moet een ieder, die meer afweet van de fantastische en diepzinnige +natuur der Hindoes, erkennen, dat van beide + + + "Ontwaakt, staat op en grijpt naar de overwinning; werpt neer + den staf der overheerschers!" + + +en + + + "Uw moederland lijdt honger en verkwijnt! Wie anders dan een + plichtgetrouwe zoon kan zijner moeder zorgen lenigen!" + + +de laatste zich sterker tot de ziel der Hindoes wendt en een meer +durenden invloed uitoefent. Rabindranath volgt beslist den laatsten +weg. Hij idealiseert het moederland, doordat hij in zijn lezer even +zoovele snaren als zijn gemoedsontroeringen aanslaat. Hij spreekt +van zijn golvende rijstvelden, lachende bloesems en geurende bloemen, +zingende vogels, murmelende beekjes, eerbiedwekkende bergen, rumoerige +bazar's, vriendelijke huizen, gevulde rijstschuren en speelplaatsen +vol lieve, kleine, naakte kinderen--en die alle bekleedt hij met +de heilige liefde voor zijn moederland, Bharat Mata, zooals het in +Indië heet. Onophoudelijk behandelt hij de zaak van Indië, op honderd +verschillende wijzen, en steeds in onnavolgbaren stijl. + + + "O, moederland, ik geef aan u mijn lichaam; want u wil ik mijn + heele leven wijden; ik stort om u mijn tranen, en mijn Muze zal + altijd uwen roem en lof bezingen. En of mijn armen kracht- en + hulploos zijn, zij zullen toch de daden wel verrichten, die uwe + zaak alleen maar dienen kunnen; ofschoon mijn zwaard van schande + roestig is, toch zal het ééns den band der knechtschap snijden, + o, mijne lieve moeder!" + + +Op een andere plaats berispt hij het moederland, terwijl hij zegt: + + + "O, moeder, zult gij waarlijk uwe kind'ren als beed'laars aan + de deur der vreemden sturen, die toch, wanneer zij zien den + bedelstaf, beginnen hen te haten en met steenen naar hen te werpen + in verachting? Zeg, o moeder!" + + +Hier protesteert hij tegen "de politiek van bedelarij" en spoort +zijn landgenooten aan om zelve alle krachten in te spannen teneinde +land en volk vooruit te brengen. In een essay heet het: "Wanneer het +bereiken van een ideaal niet ook van onze eigen krachten afhangt, doch +uitsluitend van de liefdadigheid van anderen, wordt zulks onwaardig +en beleedigend voor ons, en voor den gever ook schadelijk...." + +In een ander gedicht troost hij het moederland en berispt hij zijn +landgenooten, die zich van de zaak van het volk hebben afgewend: + + + "Niets kunt gij van uwe kinderen hopen, Moeder; want zij zullen + niets u geven, schoon gij hun in uwe groote goedheid alles geeft, + wat gij ook maar bezit: lucht en water, rijst en geesteswelvaart. O + vergeef den ondankbaren kinderen, die zooveel beloofd, en bij + den eersten ademtocht reeds hun belofte breken!" + + +Een Engelschmanhater is Tagore in geenen deele: daarvoor is hij behalve +een dichter ook een wijze, die, schoon met droefheid, toch met geduld +en ootmoed het lot van een onderworpen volk draagt, omdat hij in de +vernedering van zijn landgenooten God's voorzienigheid aanschouwt en +in het duistere heden van zijn land voorvoelt den dageraad van een +betere toekomst. + +Liefde, zwier, deemoed en de geest van opoffering bezielen zijn +patriotische gedichten; maar daarin is niet één spoor te vinden +van toorn, ijverzucht en haat tegen wien ook in de wereld. Hierin +verschilt hij van den radicalen nationalist van bloed en ijzer. In +zijn ziekelijken haat tegen de Britten en in zijn verlangen dezen +met al hun koffers en bagage uit Indië te verdrijven verliest de +radicaal veel van het evenwicht, dat noodig is om helder en klaar te +kunnen denken. Zoo staart hij zich welhaast blind op het uitwendige +en vergeet ook kennis te nemen van de inwendige oorzaken, die leiden +tot politieke misstanden en kwalen. Het is een slechte dokter, die +alleen zachte zalf zou willen smeren op de huid van een pokkenlijder. + +"Maar", bijt de radicaal terug, "indien van buitenaf de atmospheer +en de omgeving de inwendige storingen teweeg brengen, welke uitbreken +in een kwaal, dan kunt ge den patient wel genezen, maar hij zal toch +weer instorten. + +"Als die ééne patiënt sterft, laat hem dan sterven, maar maak de +omgeving zuiver, opdat duizend anderen kunnen blijven leven." + +"Ja, ge hebt gelijk," zal Tagore daarop antwoorden, "doch wanneer het +inwendige niet gezond is, dan zal het een kwaal uitbroeden, hoe rein +de omgeving ook moge wezen. Maar ik ga volkomen met U mee, indien +gij hervormingen op uzelven wilt aanbrengen, die zoowel inwendig als +uitwendig werken." + +Het hedendaagsche probleem van Indië is, volgens Tagore, niet +van politieken aard. De Hindoes zullen nimmer in staat zijn hun +levensvoorwaarden hooger op te voeren, tenzij zij zich ontdoen van +een zekere engheid van geest en zwakheid van karakter. Al het gif van +onkunde, onverschilligheid en tweedracht in de Hindoe-maatschappij +staan der volle ontwikkeling der Indiërs in den weg. Daartegen moet +de strijd gestreden worden. + +De Indiërs moeten zich oefenen in het uitbreiden van hun gezichtskring +buiten het gezin en buiten het dorp tot wijder cirkels. Zij moeten de +hagen van versleten gewoonten uitroeien en hun socialen bodem beploegen +voor hoogere doeleinden dan alleen om "te tuinieren in het klein". + +"Laat ons in de eerste plaats onze maatschappij van de tyrannie +van bekrompen zeden bevrijden en haar wijden aan een geest van +liberaliteit. Dat is onze eerste plicht", roept Tagore uit. + +Het was met het oogmerk "den socialen bodem te beploegen" en +de Indische maatschappij van "bekrompen zeden te bevrijden" door +middel van inwendige verlichting, dat hij naar de eenzaamheid ging, +niet om zijn dagen in ledigheid door te brengen, maar om in zijn +Shanti Niketan-school menschen te vormen voor den dienst van het +moederland. [17] + +Het is, omdat Tagore den moreelen moed bezit, den vinger te leggen +op de wonde plekken der Indische maatschappij, dat een Indiër zelf +zich op deze hatelijke wijze uitliet over den dichter, voor wien God +zijn voortdurende metgezel en Indië het voortdurende object zijner +gedachten zijn: "Ik zou Tagore's gezicht niet eens willen zien: ik +zou de straat niet eens willen oversteken om hem te ontmoeten. Zelfs +een ongeletterde koopman in Indische goederen, die onder valsche +beschuldiging naar de gevangenis is gebracht, staat in mijn achting +hooger dan de groote dichter, een moreele lafaard, die zijn eigen +woorden inslikt en daarna zich terugtrekt in de eenzaamheid." + +Dat Tagore niet deelneemt aan actieve politiek van het oude regime, +en niet de gebruikelijke methoden van den "nationalist" tot de zijne +maakt, dat kan een groot deel zijner landgenooten hem niet vergeven. + +Dat een man, die om zijn gematigdheid en om zijn afkeer van geweld +zelfs door zijn landgenooten voor "overlooper" wordt uitgemaakt, +thans front maakt tegen de Britsche politiek, naar aanleiding van +het Amritsar-bloedbad en voor de "eer van Engelsch ridder" te zijn +bedankt, geeft te denken. + +Het geeft ons een vaag vermoeden van ongehoorde geweldmaatregelen van +dezelfde soort, waardoor de naam van het Britsche imperium in de ooren +van onderdrukte volkeren zulk een schrikwekkenden klank heeft gekregen. + +Mogen echter de Britsche politici van de gevreesde soort eens +denken aan hetgeen Tagore over het imperialisme heeft gezegd: +"Een groep van het menschelijk ras kan niet eeuwig sterk blijven +door een andere groep van haar inhaerente rechten te berooven; +Dharma (rechtvaardigheid) hangt af van de evenwichtige schikking der +dingen. Wanneer dit evenwicht verstoord, de orde ontwricht wordt, +dan begint de rechtvaardigheid te dalen. De Britten zijn machtig +geworden door het bezit van het Indische Rijk, en indien zij wenschen, +dat Indië zwak blijft, dan kan dat eenzijdig voordeel niet lang duren; +dan is het gedoemd, om zijn eigen doel illusoir te maken. De zwakheid +van het ongewapende, door honger en door armoe uitgemergelde Indië, +zal de oorzaak worden van de ineenstorting van het Britsche Imperium." + +"Slechts zeer weinige menschen kunnen een breeden blik hebben in +politieke inzichten. Indien de inhalige Britsche politici begonnen +te peinzen over de onmogelijke taak Indië in eeuwige onderwerping te +houden, dan zouden zij terzelfder tijd de middelen vergeten om Indië +voor langen tijd te onderdrukken. Want Indië eeuwig te willen behouden +is een onmogelijkheid, omdat dit tegen de wet van het Universum is; +zelfs de boomen moeten zich van hunne vruchten afscheiden. De poging +om Indië te blijven binden aan de ketting der slavernij maakt de +knoop slechts losser en verkort den tijd van mogelijke onvrijheid." + +Doch Tagore is meer dan slechts Indisch nationalist, hij is een +"universeele nationalist", een vertegenwoordiger van de wijd over de +wereld verspreide humaniteit. + +Zijn universalisme heeft den hoogsten graad van volkomenheid +bereikt. Als een idealist van de twintigste eeuw gelooft hij aan +de éénheid van het menschelijk geslacht--een éénheid in den rijkdom +van haar verscheidenheid. Hij gelooft, dat het aanwezig zijn van de +nationale, raziale, credale, continentale elementen en hun samenwerken +in de menschelijke samenleving wezenlijk noodig is voor de ontwikkeling +van de wereld, evenals de organen van het lichaam wezenlijk noodig +zijn voor de normale ontwikkeling van den mensch. Hij is van oordeel, +dat, evenals de taak van de roos ligt in de ontplooiing van haar +bloembladen, zoo ook de roos der humaniteit slechts volkomen is, +wanneer de verschillende rassen en volkeren hun geheel van elkaar +verschillende karakteristieke eigenschappen ontvouwd hebben, die +alle echter op den stam der humaniteit door den band der liefde +zijn bevestigd. + +Dit is de reden, waarom hij gelooft, dat het Oosten en het Westen +hun bijzonder leven te leiden en hun bijzondere roeping te vervullen +hebben--maar hun einddoel is hetzelfde. Zoo sprak hij op een banket, +dat de litteratoren van Engeland en Ierland hem eens aangeboden +hadden: "Ik heb geleerd, dat wij, ofschoon onze talen en onze zeden +ongelijksoortig zijn, dat wij in den grond van ons hart één zijn. De +monsumwolken, die zich vormen aan de oevers van den Nijl, bevruchten +de ver verwijderde korenakkers aan den Ganges; gedachten moeten van de +oostelijke naar de westelijke kusten gaan om een welkomstgroet in de +menschenharten te vinden en om tot vervulling te komen. Oost is Oost, +en West is West--God behoede, dat het anders zou worden--maar beide +moeten tot elkaar in vriendschap, vrede en goede verstandhouding komen; +hun ontmoeting zal des te vruchtbaarder zijn--die moet beide tot een +heilig huwelijk leiden op het altaar der menschelijkheid". + +Of Tagore van den aanvang af éénstemmig door zijn landgenooten +gewaardeerd werd als nationaal dichter? Neen; ook hij heeft, als alle +profeten, in zijn eigen land verguizing en miskenning ondervonden. Men +noemde hem, zooals ik reeds vermeldde, "overlooper" en "moreele +lafaard", omdat hij zijn pen niet heeft laten leenen ten dienste van +de politiek van het geweld. Iemand zeide: "als Tagore beproefd had +gedichten te schrijven als de Raibatak of de Kurukshétra van Nabin +Chandra Sen, dan zou zijn lyrisch brein uit elkaar gespat zijn vóórdat +hij nog twee strofen daarvan had kunnen beëindigen." De grootste +grief van sommige heethoofdige patriotten tegen Tagore was, dat hij +hun met zijn gedichten geen bloedige visioenen voortooverde. Maar +zij vergaten, dat meer dan eens een revolutionair als martelaar voor +het vaderland stierf met een gebed of lied van Tagore op de lippen, +en daaruit de kracht putte om den dood te overwinnen. Zij vergaten +ook, dat het Tagore's lyriek en universalisme zijn geweest, die de +aandacht en de bewondering van heel de wereld op Bengalen en Indië +hebben gericht. Basanta Koomar Roy noemt Tagore een universeele +nationalist, wiens vaderlandsliefde niet is exclusief en arrogant en +welke de beschavingen van alle andere volkeren minderwaardig acht dan +de vaderlandsche cultuur. Daarom weigert Tagore beslist om strijd +als het eerste en laatste middel te erkennen om tot grootheid te +geraken. Tagore's vaderlandsliefde is evenals zijn andere liefden: een +"liefde, die wel de geliefde tot haar middelpunt kiest, maar daarnaast +zachte vriendelijkheid over het heelal verspreidt en daardoor een +duurzaamheid bezit, onaantastbaar door goden en menschen." + + + +Men treft in elk land en onder elk volk--vooral daar, waar het +nationalisme aan het opkomen is--een groep van menschen aan, die +"strijd" in hun banier hebben geschreven. + +Men zou op de vragen dier militante naturen "Waarom geen strijd? Is +strijd niet het eenige op de wereld, dat jonge mannen tot geestdrift +bewegen kan?" hartgrondig kunnen antwoorden: "natuurlijk, wèl +strijd". "Natuurlijk", want daarover zijn wij menschen het roerend met +elkander ééns, dat het leven één strijd is, een strijd, waar niemand +buiten kan, niet alleen jonge mannen maar ook ouderen, àlle wezens +zelfs. Zònder strijd zou het leven niet bestaanbaar zijn. Goed en +kwaad, licht en donker, dat zijn de elementen, die elkaar voortdurend +bekampen.... en ten slotte de volle waarde en schoonheid geven aan +het leven. Ware dit anders, de geheele schepping zou gebleven zijn +in den schoot van den Onnoembare. + +Strijd is leven, strijd is zijn, strijd is; dat bedoelde reeds +Heraclitus met te zeggen, dat alles ontstaan is door "vuur" als de +kracht, die alle veranderingen en omwentelingen teweeg brengt en +regelt. Positiever drukt hij zich uit met deze woorden: "Strijd is +de vader van alle dingen". + +De vraag rijst nu: "Wat is het ideaal van den mensch, levende +in deze groote wereld, dezen macrocosmos vol tegenstellingen en +strijd?" Is de eerste en grootste taak van den mensch deel te nemen +aan dezen algemeenen kamp, zich vijandig te stellen tegenover de hem +omringende wereld; of is er voor hem nog iets anders te doen dan in +de allereerste plaats toegeven aan deze instincten, welke hij met de +dieren gemeen heeft? + +Er doet zich echter deze merkwaardigheid voor: de mensch, levende +in dit heelal van strijd, draagt in zijn eigen boezem een wereld, +waarin de strijders als bittere vijanden tegenover elkander +geschaard staan. Deze microcosmos, het heelal in hem zelven, maakt +het mysterie van den mensch uit, is tevens het criterium van het +mensch-zijn. Daaraan dankt de mensch de bijzondere plaats, welke +hem in de schepping wordt toegekend door de denkende wezens, of zij +Darwinisten zijn of geloovigen, die het bijbelsche scheppingsverhaal +over het ontstaan van het menschelijk geslacht als openbaring van +God-zelven beschouwen. + +Daar nu, zooals we reeds zeiden, leven strijden beteekent, kan het niet +anders of het ideaal van den mensch moet ook "strijd" heeten. Doch +wij worden voor het dilemma gesteld: "Moeten wij den strijd beginnen +in den microcosmos of in den macrocosmos?" + +In het verschil van antwoord op deze vraag nu, ligt, mijns bedunkens, +het wezenlijk onderscheid tusschen het Westen en het Oosten. Terwijl +de Westerling, in het algemeen gesproken, meer den nadruk legt op den +strijd in den macrocosmos, slaat de Oosterling meer den blik naar +binnen en acht het als de eerste taak van den mensch om den strijd +in zijn eigen, innerlijke wereld uit te strijden. Natuurlijk ziet men +zich op sommige momenten in het leven geplaatst voor het feit, dat men +den uitwendigen strijd moèt strijden. Ons innerlijk zegt dan: het kàn +niet anders. In die gevallen moge men dan moed en begeestering putten +uit de wijsheid van de Bhagavad Gîta, ofschoon de schoone wijsheid van +dit gedicht door politici te veel wordt misbruikt als leuzen voor den +uitwendigen kamp, terwijl ik geneigd ben dit werk eer te beschouwen als +een schildering, een verbeelding van den strijd in ons binnenste. Doch +zoolang wij ons, innerlijk, nog niet genoopt gevoelen den uitwendigen +strijd te aanvaarden, zóólang, dunkt mij, is de voornaamste en eerste +opgave van den mensch den strijd in zich-zelven te strijden. + +Hoe moet men zich nu tegenover de uitwendige wereld gedragen, en op +welke wijze moet men den strijd in zich-zelven voeren? Het antwoord +op de eerste vraag geeft implicite het antwoord op de tweede, en ik +meen dit gevonden te hebben in de serie van Tagore's "lectures", +bijeenverzameld in het boek Sadhana, dat ik mijnen landgenooten +ter lezing wèl aanbeveel. [18] Het ligt buiten het bestek van deze +schets om uitvoerig dit boek te bespreken. Ik laat hier een kort +resumé volgen van Tagore's vredelievende wereldinzicht, dat ik wilde +stellen tegenover het offensieve van de patriotten der ijzeren garde. + +"In Indië was het in de wouden, dat onze beschaving haar geboorte +vond, en zij nam een bepaald karakter aan, overeenstemmend met haar +oorsprong en omgeving. Zij werd omringd door het uitgestrekte leven +der natuur, werd door haar gevoed en gekleed en had het innigst en +voortdurend contact met haar wisselende aspecten. + +Men zou kunnen denken, dat zulk een leven de verstomping van het +menschelijk verstand en de verzwakking der prikkels om vooruit te komen +tengevolge zou hebben, daar de standaard van het bestaan laag werd +gehouden. Maar in het oude Indië vinden wij, dat de omstandigheden +van het woud-leven den geest des menschen niet verwonnen en niet +de ontwikkeling van zijn wilskracht verzwakten, doch slechts aan +die ontwikkeling een bijzondere richting gaven. Daar de mensch in +voortdurend contact was met den levendigen groei der natuur, was +zijn geest vrij van de begeerte om zijn gebied uit te breiden door +rondom zijn bezittingen begrenzende muren op te richten. Zijn doel +was niet te winnen, maar te realiseeren, zijn bewustzijn te verbreeden +door te groeien mèt en in zijn omgeving. Hij voelde, dat de waarheid +al-omvattend is, dat er niet zoo iets is van absolute afgescheidenheid +in het bestaan, en dat de eenige weg om de waarheid te kennen is: +het dóórdringen van ons wezen in alle voorwerpen. De groote harmonie +tusschen den menschelijken geest en den wereld-geest te realiseeren, +dat was het verlangen der woud-bewonende wijzen van het oude Indië."-- + +Ook in de latere ontwikkeling der beschaving, zelfs in zijn materieele +welvaart bleef het hart van Indië steeds met aanbidding terugzien +naar het vroegere ideaal van zelf-realisatie, en naar de waardigheid +van het eenvoudige leven van woudhermitage en trok het zijn schoonste +inspiraties uit de wijsheid, aldaar vergaard. + +"Het Westen schijnt trotsch te zijn op het denkbeeld, dat het de natuur +onderwerpt, alsof we leven te midden van een ons vijandige wereld, +waar wij elk ding, wat wij noodig hebben, te ontwringen hebben aan +een ons ongenegen schikking der dingen." + +"In Indië was het gezichtspunt anders; het omvatte de wereld met +den mensch als één groote waarheid. Indië zette al den nadruk op de +harmonie, die bestaat tusschen het individueele en het universeele. Het +voelt, dat wij geen enkele verbinding hebben met het ons omringende, +indien dit geheel en al vreemd aan ons was." + +"De Indische geest heeft nooit geaarzeld om verwantschap met de natuur +te erkennen, zijn onverbroken betrekking met het al. De fundamenteele +eenheid in de schepping was niet eenvoudig een philosophische idee +van Indië, het was zijn levensdoel om deze groote harmonie in gevoel +en daad te realiseeren. Met meditatie en eeredienst, met regeling van +zijn leven kweekte hij zijn bewustzijn op in die richting, dat elk ding +en elk wezen een geestelijke beteekenis voor hem had. Aarde, water +en licht, vruchten en bloemen, waren voor hem niet slechts physische +verschijningen om tot gebruik te worden aangewend en dan terzijde +gelegd. Zij waren hem noodzakelijk voor zijn reiken naar het ideaal van +volmaaktheid, zooals iedere noot noodzakelijk is voor de volmaaktheid +der symphonie. Indië voelde instinctief, dat de wezenlijkheid van +deze wereld voor ons haar levensbeteekenis heeft; wij moeten hiervoor +volgevoelig wezen en een bewuste betrekking daarmee in het leven +roepen, niet alleen gedreven door wetenschappelijke nieuwsgierigheid +of begeerte naar materieel voordeel, maar we moeten die realiseeren in +den geest van sympathie en met een groot gevoel van vreugde en vrede." + +"De man van wetenschap weet, van een zeker standpunt, dat de wereld +niet slechts dat is, wat zij schijnt te zijn voor onze zinnen; hij +weet, dat aarde en water in werkelijkheid het spel is van krachten, +die zich aan ons voordoen als aarde en water--hóe, dat vatten wij +slechts gedeeltelijk. De mensch, die zijn geestelijke oogen open heeft, +weet op gelijke wijze, dat de groote waarheid omtrent aarde en water +ligt in onze bevatting van den eeuwigen Wil, die werkt in den tijd +en gestalte neemt in de krachten, welke wij in deze verschijnselen +realiseeren. Dit is niet alleen kennis, zooals wetenschap is, maar +het is een voorschrift van de ziel door de ziel. Dit leidt ons niet +tot macht, zooals wetenschap doet, maar het geeft ons vreugde, welke +het product is van de vereening van verwante dingen. De mensch, wiens +bekendheid met de wereld hem niet verder leidt dan de wetenschap hem +leidt, zal nooit begrijpen wat dit is, dat de geestelijke visie in +deze natuurlijke verschijnselen vindt. Het water reinigt niet alleen +zijn ledematen, maar het zuivert ook zijn hart; want dit raakt zijn +ziel aan. De aarde steunt niet alleen zijn lichaam, maar zij verheugt +zijn geest, want haar aanraking is méér dan een physisch contact--zij +is een levend gezelschap. Wanneer een mensch zijn verwantschap met de +wereld niet realiseert, dan leeft hij in een gevangenis, wier muren hem +vijandig zijn. Wanneer hij den eeuwigen Geest in alle dingen ontmoet, +dan is hij vrij, want dan ontdekt hij de volste beteekenis van de +wereld, waarin hij geboren is; dan vindt hij zichzelven in volmaakte +waarheid, en zijn harmonie met het al is gevestigd." + +"Het is niet waar, dat Indië getracht heeft de waarde-verschillen in +verschillende dingen (m.a.w. den strijd der tegenstellingen in den +macrocosmos N. S.) te ontkennen, want zij weet, dat deze ontkenning +het leven onmogelijk zou maken. Het besef van de superioriteit van +den mensch in de scala der schepping (het bezit van den microcosmos, +die den mensch stempelt tot een redelijk wezen. N. S.) is nooit in +zijn geest afwezig geweest. Maar het heeft zijn eigen idee omtrent +datgene, waarin zijn superioriteit in waarheid bestaat. Het is niet +in de macht van het bezit, maar in de macht van vereening." + +"Indië wist, dat wanneer wij door physische en geestelijke grenzen +ons afscheiden van het onuitputtelijke leven der natuur; wanneer wij +slechts menschen zijn, en niet mensch in het heelal; wanneer wij ons +zelven uitsluiten van de levenwekkende en zuiver makende aanraking +van het Oneindige..., dat wij dan verwarde problemen in het leven +roepen." "Dan is het, dat de mensch zijn innerlijk perspectief mist en +zijn grootheid meet met massa's en niet door zijn levende schakel met +het Oneindige, zijn werkdadigheid beoordeelt naar haar beweeglijkheid +en niet naar de rust van volmaaktheid--de rust, welke is in den met +sterren bezaaiden hemel, in den steeds vloeienden, rythmischen dans +der schepping." + +"Onze betrekking met het al te realiseeren, in elk ding dóór te +dringen door de vereening met God werd dus in Indië beschouwd als +het uiterste eind en de vervulling der menschelijkheid. + +Een mensch kan vernielen en plunderen, winnen en vergaren, uitvinden en +ontdekken, maar hij is groot, omdat zijn ziel alles omvat. Het is een +verderf voor hem, wanneer hij zijn ziel omhult in een doode schelp van +verharde gewoonten, wanneer een blinde werk-woede rondom hun dwarrelt +gelijk een wervelstorm, die den horizon met stof verduistert. Dat +doodt inderdaad den waren geest van zijn wezen, welke de geest is +van omvatting. In het diepste wezen is de mensch geen slaaf nòch van +zichzelven nòch van de wereld; maar hij is een minnaar. Zijn vrijheid +en volmaking liggen in liefde, welke een andere naam is voor volmaakt +begrijpen. Door deze kracht van omvatting, deze doordringing van zijn +wezen, wordt hij vereenigd met den al-doordringenden Geest, die ook +is de adem van zijne ziel. Waar een mensch tracht zichzelven op te +heffen, uit te steken boven anderen, door deze weg te duwen en uit te +stooten, die tracht een onderscheiding te bereiken, waarbij hij zich +laat voorstaan méér te zijn dan ieder ander, daar is hij vervreemd +van dien Geest. Dat is, waarom de Upanishads hen, die het doel van het +menschelijk leven bereikt hebben, beschrijven als "vrede-vol" en als +"één met God", daarmee bedoelende, dat zij in volmaakte harmonie zijn +met mensch en natuur, en daarom in ongestoorde éénheid met God." + +Ziehier in korte trekken een levensbeschouwing, die +overweldigend-grootsch is door haar levendigen, verheven zin voor +universeele liefde, welke ook beteekent de elementen van ons lager +ego te bekampen, den strijd in den microcosmos te volvoeren. Dit is de +boodschap, die de groote dichter-philosoof, in wiens kunst de wijsheid +van den vader, den "Maharshi", als het ware is geïncarneerd, te brengen +heeft aan de menschheid in dezen door ontzettende oorlogen ontwrichtten +tijd, vrucht ongetwijfeld van al te ver doorgevoerde levensbeschouwing, +dat strijd van den mensch in den macrocosmos een levensbeginsel is. + +Kan echter deze dichter, die het Universum lief heeft, wel liefde +gevoelen voor zijn land, dat toch slechts een klein stukje is +van de wereld? Kan Rabindranath Tagore voor zijn volk wel een +nationaal dichter zijn, een dichter van slechts een klein stukje der +groote menschheid? Méér dan dit; Tagore is niet alleen nationaal +dichter, maar hij is nationalistisch, doch zijn patriotisme is +geen hoera-patriotisme. Hij vraagt voor zijn land en zijn volk geen +politieke vrijheid in de eerste plaats, een vrijheid, die een eeuw, +twee eeuwen kan duren, maar méér dan dit, want luistert maar eens +naar zijn gebed voor zijn volk, vers XXXV uit de Gitanjali, dat in +de Javaansche overzetting van Prins Mangkoe Nagoro luidt: + + + Hing don kang jatnjo tanpa-djrih mjang kang moeko toemengo, + + Hing don kang kawroeh mardiko, + + Hing don kang bawono tan pinétaq-pétaq hing papagerring groho, + + Hing don kang witjoro timboel sing gandjoeto-lajaning njoto, + + Hing don kang sedjo hadreng joen mangrangsang mring paripoerno, + + Hing don kang wenienging hili boedojo maksih doeroeng léno, + handjog hing samódro-pasirring kang tototjoro, + + Hing don kang jatnjo tinoentoen hing siro, loemebwèng ngen-angen + mjang bowo, kangsanityoso melarken wiarnjo; + + Hing swargo mardikéko, doeh Bopo, siro marengno bangsambo + manglilir sing néndranjo. + + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Rabindranath Tagore, Wij-zangen, door Frederik van +Eeden. W. Versluys, Amsterdam. + +[2] De aanhalingen zijn genomen uit de van Eedensche vertaling der +Gitanjali. + +[3] Rabindranath Tagore, De Hoovenier, door Frederik van +Eeden. W. Versluys, Amsterdam. + +[4] Bewerking van Noto Soeroto. + +[5] Rabindranath Tagore, De Hoovenier, door Fred. van +Eeden. W. Versluys, Amsterdam. + +[6] Sanyasin, "verzaker", "hij die noch haat noch begeert," Bhagavad +Gita V, 3. + +[7] Rab. Tagore, De Hoovenier, door Fred. van Eeden. W. Versluys, +Amsterdam. + +[8] Rabindranath Tagore, Wij-Zangen, door Fred. van Eeden. W. Versluys, +Amsterdam. + +[9] Uit het Engelsch door Mevr. Déwatia Noto Soeroto. + +[10] Rabindranath Tagore, De Wassende Maan, door Fred. van +Eeden. W. Versluys, Amsterdam. + +[11] Rabindranath Tagore, De Wassende Maan, door +Fred. v. Eeden. W. Versluys, Amsterdam. + +[12] 12e Khanda, Khandogya Upanishad. + +[13] Zie: Tagore's Opvoedingsidealen, door Noto Soeroto, Uitgeverij +"Hadi Poestaka", Amsterdam. + +[14] Rabindranath Tagore, Wij-Zangen, door Fred. van +Eeden. W. Versluys. + +[15] Rabindranath Tagore, Wij-Zangen, door Fred. van +Eeden. W. Versluys, Amsterdam. + +[16] Rabindranath Tagore, Wij-Zangen, door Fred. van +Eeden. W. Versluys, Amsterdam. + +[17] Noto Soeroto, Rabindranath Tagore's Opvoedingsidealen, Uitgeverij +"Hadi Poeståkå" Amsterdam. + +[18] Het boek Sadhana is intusschen in 1918 onder denzelfden titel +door Fred. van Eeden in het Nederlandsch uitgegeven geworden bij +W. Versluys, Amsterdam. + + + + + + +End of Project Gutenberg's Rabindranath Tagore, by Raden Mas Noto Soeroto + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 59350 *** |
