diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-02-08 01:44:15 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-02-08 01:44:15 -0800 |
| commit | 07bcfaebbd133b38b8206f5433a59b2d559825bf (patch) | |
| tree | f5ecc2d382c85c958c921ad4f898ab983e8ddf9a | |
| parent | 6eb7d4c0ced0f9409a44addca56d8b2f0b8e3322 (diff) | |
Update from February 3, 2023
| -rw-r--r-- | 56760-0.txt | 21514 | ||||
| -rw-r--r-- | 56760-0.zip | bin | 0 -> 442428 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 56760-h.zip | bin | 636396 -> 633904 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 56760-h/56760-h.htm | 2077 | ||||
| -rw-r--r-- | 56760-h/images/book.png | bin | 217 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 56760-h/images/card.png | bin | 249 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 56760-h/images/external.png | bin | 151 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/56760-8.txt | 21515 | ||||
| -rw-r--r-- | old/56760-8.zip | bin | 0 -> 441890 bytes |
9 files changed, 43667 insertions, 1439 deletions
diff --git a/56760-0.txt b/56760-0.txt new file mode 100644 index 0000000..6e50940 --- /dev/null +++ b/56760-0.txt @@ -0,0 +1,21514 @@ +The Project Gutenberg EBook of De drie steden: Lourdes, by Émile Zola
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
+other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
+the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
+www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
+to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
+
+Title: De drie steden: Lourdes
+
+Author: Émile Zola
+
+Commentator: Israël Querido
+
+Translator: Willem Jacob Aarland Roldanus Jr.
+
+Release Date: March 16, 2018 [EBook #56760]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DRIE STEDEN: LOURDES ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ DE DRIE STEDEN
+
+
+
+ LOURDES
+
+
+
+ DOOR
+
+ EMILE ZOLA
+
+ VERTALING VAN
+
+ W. J. A. ROLDANUS Jr.
+
+ Met een korte inleiding van Is. Querido
+
+
+
+ UITGEGEVEN DOOR J. M. MEULENHOFF
+
+ TE AMSTERDAM AAN HET DAMRAK 88
+
+
+
+
+
+
+
+
+INLEIDING
+
+
+De heer J. M. Meulenhoff verzoekt mij een kort woord ter inleiding te
+schrijven voor Zola's bekende serie: Lourdes, Rome, Parijs. Ik kan in
+deze beknopte inleiding over de literaire en dramatisch-psychologische
+waarde van zijn drie romans, als nawerk op de "Rougeon-Macquart"-serie,
+niet uitwijden. De simpele bedoeling is vooral er op te wijzen dat
+hier in ons land, naar mijn weten voor het éérst een volledige en
+onverminkte vertaling verschijnt van deze drie groote Zola-boeken. Dát
+feit verkondig ik met vreugde; nogmaals gansch en al afgescheiden
+van de scheppende waarde welke ik zelf deze latere producten in de
+rij van Zola's overige werken, toeken. Tegenover dezen "realist"
+is men in Holland, vooral in den jongsten tijd, op een waarlijk
+schandelijke en weerzinwekkende wijze opgetreden. Men heeft in vele
+gevallen zijn arbeid voor het allergrootste deel als pornographische
+prikkel-literatuur met kabaal en handelsreclame onder de massa
+geworpen. Men heeft het vuile, smerige, zwoele, alleen-sensueele en
+dierlijk-menschelijke opgezocht, aangedikt en vaak geheel los van alle
+psychologisch karakter-verband naar voren gebracht. Men heeft met
+schunnige bijbedoelingen de groote scheppingen van Zola onbekommerd
+verknoeid, ze geheel naar willekeur en grof handelsbelang besnoeid,
+verminkt, saâmgelapt en beduimeld. Men heeft ermee omgesprongen als
+met een verachtelijke waar, slechts geschikt voor de bevrediging der
+gemeenste zinnedriften. Nu eindelijk verschijnen de "Drie steden" in
+een verzorgde vertaling, met piëteit volbracht tegenover een groot
+schrijver; een vertaling waarin geen regel van het oorspronkelijke
+wierd weggelaten.
+
+Het is misschien goed er aan te herinneren, dat dit boek in Frankrijk,
+in de orthodox-katholieke kringen, een krijtende woede heeft uitgelokt,
+maar dat men later is gaan inzien hoezeer Zola van zijn standpunt het
+"wonder" van geloofsgenezingen verklaarde gelijk de geheele school
+van Nancy en Parijs dit met het probleem der suggestie en hypnose
+reeds lang deed op physiologische en psychologische gronden. Ook
+nu weer zal "Lourdes" in de rechtzinnige kringen verzet wekken en
+tegenspraak ontmoeten. Doch nu is het psychiatrisch materiaal veel
+rijker aanwezig. Opmerkelijk mag het heeten, dat Emile Zola in den
+tegenwoordigen tijd door de allerjongste jongeren en snobs weer met
+even groote minachting, met even fellen afschuw en huivering besproken
+wordt als bij zijn intrede in de Fransche letterkunde. Léon Bloy vooral
+in zijn hysterisch-felle, uitbrakende scheldrazernij en verachting
+voor den "slechten" schrijver en "gebrekkigen" woordkunstenaar
+Zola, gaf den toon aan. Na dezen genialen woesteling en overdadigen
+dwepeling zijn er tallooze Léon Blaffertjes gekomen die den Franschen
+Meester hebben gehoond en gesmaad op de meest walgelijke en tartende
+wijze. Het waren inzonderheid de sensationeele persmuskieten, de
+ellendige futlooze prutsers en schaamtelooze lawaai-journalistjes die
+in partij-haat en valsche dweepzucht den grooten romanticus naamloos
+krenkten en beleedigden. Ik behoef gelukkig slechts tegenover den
+geniaal-scheldenden, doch uiterst-beperkten Léon Bloy te plaatsen
+de dikwijls uitgesproken bewondering van den veel grooteren Gustave
+Flaubert. Telkens kunt gij in Flaubert's "Correspondance" iets lezen
+van vurigen lof op Zola... "Ik voleindig zoo even juist uw boek. Ik
+duizel er nog van. Het is zeer machtig." "Je viens de finir votre
+atroce et beau livre! J'en suis encore étourdi. C'est fort! Très
+fort!" (Correspondance van Gustave Flaubert, dl. IV, pag. 164). Ook
+noemt Flaubert elders Zola's werk zeer sterk, vurig en gezond. Wel
+van een hartstochtelijke wildheid en bewogenheid, doch meestal van
+groote waarneming en groote diepte. Zeer bewondert Flaubert Martha in
+de "Conquête des Plassans". Het slot noemt hij "een wonder". "Quant Ã
+elle (Marthe), je ne saurais vous dire combien elle me semble réussie,
+et l'art que je trouve au développement de son caractère, ou plutôt
+de sa maladie. J'ai surtout remarqué les pages 194, 215 et 217, 261,
+264, 267. Son état hystérique, son aveu final (p. 350 et 19) est une
+merveille." (Correspondance, dl. IV, pag. 213). En over "Mes haines"
+schrijft Flaubert: "La préface de vos "Haines" m'a ravi, mon cher
+Zola. Voilà tout ce que j'ai à vous dire. Je ne la connaissais pas et
+j'en suis féru! Bravo! Voilà comme il faut parler." (Correspondance,
+dl. IV, pag. 383). Over den fielterig- en gemeen-uitgescholden roman
+"Nana" zegt de geweldige Gustave Flaubert: "Ik heb gisteren heel
+den dag tot middernacht met het lezen van uw "Nana" doorgebracht. Ik
+sliep er niet van... Ik sta verstomd... De karakters zijn wonderen van
+waarheid..." "Ã la fin, la mort de Nana est Michelangelesque!" Un livre
+énorme...! Page 415. Plein de de grandeur, épique, sublime!... Page
+483. Très grand, très grand!... Pages 489-90. Comme c'est vrai
+et intense!... Page 504. Rien de plus haut. Page XIV. Au-dessus
+de tout!--Oui! ... n... de De...! sans pareil." (Correspondance,
+dl. IV, pag. 408-409). Verder spreekt Flaubert van... "Mignon! avec ses
+fils! ineffable de beauté!... Tout ce qui regarde Fontan parfait... La
+paternité de tous ces messieurs, adorable... Nana tourne au mythe,
+sans cesser d'être réelle." (Correspondance, dl. IV, pag. 408-409).
+
+Ik zou ook nog kunnen spreken over de afgodische vereering hier in
+ons land, die eens Van Deyssel voor Zola uitsprak; over de groote
+bewondering van Johan De Meester, Frans Coenen, mr. Erens, Henriëtte
+Roland-Holst en vele anderen. Want bijna altijd is Zola het meest
+gehavend geworden door de klein-krenkende, onbeduidende, anonieme
+dagblad-criticasters, die in hun vinnige jaloerschheid den reus te
+lijf gingen als een gonzende zwerm angellooze horzeltjes. Ook de
+titanische Balzac wierd schromelijk toegetakeld door de journalisten
+van het allermiddelmatigste slag. Balzac zelf verachtte en bespotte
+hen. Toch waren er zeer sluwe rakkers onder die hem sarden en
+beleedigden. Ik behoef slechts te wijzen op Eugène Poitou, die als
+een echte schelm Balzac's grootheid heeft aangerand en eindelijk zoo
+verrukkelijk-hooghartig is afgestraft door Barbey d'Aurévilly. Ik
+behoef slechts te wijzen op de artikelen-reeks van Henri Duvernois
+die indertijd heeft aangetoond op welk een grove en duldelooze wijze
+Balzac's werk in dommen haat en boosaardigheid is neergehaald. Zola
+was nu even reusachtig van episch gebaar als Balzac, al klonk de
+Pantagruellische lach van den "Comédie humaine"-schepper soms guller
+en soms satanischer. Le Lucifer de la literature, zooals Anatole France
+Balzac noemde, had zich door Gosselin een wandelstok laten snijden, "la
+ridicule canne", de monsterlijk-zware tambour-majoor-rotting, poenig
+opgepronkt met allerlei steenen, waarmee hij van zich afranselde,
+op pedante collega's en afgunstige vijanden. Reeds vroeger schreef
+ik hoezeer Balzac het mikpunt is gebleven van laffen, oneerlijken
+spot, van karikatuur en giftigen hoon. Gozlan en Mme Hanska doen
+ons gevoelen hoe driest Balzac wierd afgemaakt en neergehaald door
+de nietigste journalisten-keffertjes, drollige snaakjes; door bijna
+alle dagbladen van zijn tijd en hoe allerlei blufferige dwergjes met
+catapult's tegen den reus uittrokken. Balzac zelf had een afschuw
+van deze soort journalisten. Zie o. a. "Un grand homme de Province Ã
+Paris" en beluister Balzac's spot-woord naar Lireux: "Encore une fois,
+pardon, monsieur Lireux, mais j'en ai fini depuis longtemps et fini
+pour toujours avec les journalistes; c'est entre nous une guerre de
+sauvages: ils veulent me scalper à la manière des Mohicans, et moi
+je veux boire dans leur crâne à la manière des Muscoculges".
+
+Ook Zola stond in dezelfde houding tegenover zijn vernietigende
+critici die hij nog veelvuldiger vond in Frankrijk dan Balzac, omdat
+deze althans was en bleef "bon catholique" en Zola aarts-atheïst
+en anarchist wierd gescholden. Ook in Lourdes is Zola, in zijn
+romantiek en in zijn ten deele evangelisch, mystiek profetisme,
+allicht dieper religieuze natuur dan vele zoogenaamde rechtzinnigen
+in de leer die hem verdoemen en de hel invloeken, om zijn aanranding
+van het godsbegrip. Nogmaals, ik onthoud mij van iedere literaire
+carakteristiek dezer "Drie steden"-serie. Slechts wijs ik op hare
+groote belangrijkheid als sociale uiting en wellicht is in geen
+zijner werken zoo sterk Zola's eigen maatschappijen levensbeschouwing
+uitgesproken als in deze romans.
+
+Dat onder de groote modernen in Zola's eigen land ook nog vurige
+bewonderaars leven van zijn genie, bleek mij onlangs opnieuw, uit
+een gesprek met den buitengewonen Franschen schilder Le Fauconnier,
+die met groote geestdrift en warmte Zola huldigde en ook gretige
+bewondering te kennen gaf voor zijn kunst-critischen arbeid.
+
+Het is voor mij nu reeds een zekerheid, dat ná de beschimpings-periode
+van onfrissche modernelingen, snobs en kwasi-vergeestelijkten, er een
+tijd zal komen dat ook Zola weer, bij al zijn fouten en gebreken, in
+volle grootheid zal worden genoemd, hoe gansch anders men in wezen ook
+mag staan tegenover zijn kunst-opvattingen, zijn maatschappij-critiek
+en zijn moraal.
+
+
+ Is. Querido.
+
+
+
+
+
+
+
+
+EERSTE DAG
+
+
+I.
+
+Toen in den rijdenden trein de pelgrims en de zieken, die op de
+harde banken van den wagon 3de klasse opeengehoopt zaten, het
+Ave Maris Stella, dat zij bij het verlaten van de Gare d'Orleans
+aangeheven hadden, ten einde zongen, zag Marie, die zich, door een
+koortsachtig ongeduld aangegrepen, half opgericht had van haar ziekbed,
+de vestingwerken.
+
+"Ha, de vestingwerken!" riep zij, ondanks haar pijn, op vroolijken
+toon. "Nu zijn we tenminste Parijs uit!"
+
+Haar vader, mijnheer de Guersaint, die tegenover haar zat, lachte
+over haar blijdschap, terwijl abbé Pierre Froment, die haar met
+broederlijke liefde aankeek, in zijn medelijdende bezorgdheid zeide:
+
+"Ja, en nu zitten we tot morgenochtend in den trein, want we zijn
+pas om 3.40 in Lourdes. Meer dan twee-en-twintig uur reizen!"
+
+Het was half zes, de zon was stralend opgegaan over een
+prachtig-helderen ochtend. Het was een Vrijdag, 19 Augustus. Doch reeds
+kondigden aan den horizont kleine dikke wolkjes een verschrikkelijk
+warmen, van onweer zwangeren dag aan. Schuin vielen de zonnestralen
+door de compartimenten van den wagon en vulden die met een stof van
+dansend goud.
+
+Marie, die weer in haar angst teruggevallen was, fluisterde:
+
+"Ja, twee-en-twintig. Lieve God, wat is dat nog lang!"
+
+Haar vader legde haar weer wat makkelijker in haar nauwe kist, een
+soort dakgoot, waarin zij sedert zeven jaar leefde. Bij uitzondering
+had men toegestaan de twee paar wielen, die afgenomen en aangebracht
+konden worden, in den bagagewagen te vervoeren. Ingesloten tusschen de
+planken van die rollende kist, nam zij drie plaatsen in op de bank;
+rustig bleef zij een oogenblik liggen met haar gesloten oogen, met
+haar uitgeteerd, vaalbleek gezicht, dat ondanks haar drie-en-twintig
+jaar nog een kinderlijke teerheid behouden had; ondanks alles zag
+zij er nog bekoorlijk uit met haar prachtige blonde haren, haren
+als van een koningin, die door de ziekte verschoond waren. Eenvoudig
+gekleed in een zwartwollen japon, had zij om haar hals haar kaart met
+haar naam en haar volgnummer. Zelf had zij dezen armelijken eenvoud
+gewenscht, daar zij haar familie, die van lieverlede in moeilijke
+omstandigheden gekomen was, niets kosten wilde. Zoo kwam het, dat
+zij hier in die derde klasse van den witten trein lag, den trein voor
+de ergste zieken, den droevigsten der veertien dien dag naar Lourdes
+vertrekkende treinen, dien, waarin behalve de vijfhonderd pelgrims,
+bijna driehonderd door zwakheid uitgeputte en door pijnen gekwelde
+zieken samengedrongen waren, die in volle vaart van het eene eind
+van Frankrijk naar het andere vervoerd werden.
+
+Ontstemd haar bedroefd gemaakt te hebben, bleef Pierre haar met zijn
+liefdevollen blik van een ouderen broer aankijken. Hij was even dertig
+jaar, bleek, mager en had een breed voorhoofd. Nadat hij de reis tot in
+de kleinste bijzonderheden geregeld had, hield hij het voor zijn plicht
+mede te gaan en had zich daarom opgegeven als helper van de Hospitalité
+de Notre-Dame de Salut; hij droeg onder zijn soutane het roode, met
+oranje afgezette kruis der baardragers. Mijnheer de Guersaint had
+op zijn grijslaken jas het scharlakenrood pelgrimskruis. Hij scheen
+het reizen prettig te vinden, telkens en telkens weer keek hij naar
+buiten en kon zijn vriendelijk en afgetrokken gezicht, dat er, hoewel
+hij reeds een goede vijftig was, er nog jong uitzag, niet stil houden.
+
+In de afdeeling ernaast was ondanks het hevige schudden, dat Marie
+deed gillen van pijn, zuster Hyacinthe, die gezien had, dat het jonge
+meisje in de volle zon lag, opgestaan.
+
+"Ach, mijnheer de abbé, laat het gordijntje wat neer... Kom, kom! Wij
+zullen het ons zoo makkelijk mogelijk maken en trachten het een beetje
+gezellig in te richten!"
+
+In haar zwart kleed van ordezuster, dat opgevroolijkt werd door het
+witte kapje, den witten sluier en de groote witte schort, glimlachte
+zuster Hyacinthe dapper en moedig. Haar jeugd sprak duidelijk uit
+haar klein, frisch mondje, uit de diepte van haar mooie, blauwe,
+altijd liefdevol blikkende oogen. Zij was misschien niet knap, maar
+prettig om naar te kijken, teer, slank, met de borst van een jongen
+onder de hooge schort, van een flinken jongen met een blanken tint,
+overvloeiend van gezondheid, vroolijkheid en onschuld.
+
+"Maar die lieve zon laat ons bijna smelten. Mevrouw, wees zoo goed
+ook een gordijntje neer te halen!"
+
+In den hoek, naast de zuster zat madame de Jonquière nog steeds
+met haar koffertje op haar schoot. Langzaam trok zij het gordijntje
+naar beneden. Zij was een flinke brunette en zag er nog knap uit,
+niettegenstaande zij reeds een dochter van vier-en-twintig had,
+Raymonde, die zij met twee andere vrijwillige verpleegsters, madame
+Désagneaux en madame Volmar, eerste klasse reizen liet. Zij zelf,
+directrice van een zaal in het Hôpital de Notre-Dame des Douleurs te
+Lourdes, verliet haar zieken niet; en buiten aan het deurtje van het
+compartiment hing het voorgeschreven bordje, waarop onder haar eigen
+naam die van de twee zusters van Maria Hemelvaart stonden, welke haar
+waren toegevoegd. Als weduwe van een geruïneerd man leefde zij met
+haar dochter bescheiden van vier à vijf duizend francs rente in de
+rue Vaneau; zij gaf al haar tijd aan het werk van de Hospitalité de
+Notre-Dame de Salut, waarvan zij het roode kruis op haar popelinen
+Karmelietenkleed droeg en zij een der vurigste ijveraarsters
+was. Eenigszins trotsch aangelegd en graag gevleid en gefêteerd,
+verlangde zij steeds naar die jaarlijksche reis, welke zoowel haar
+trots als haar hart bevredigde.
+
+"U hebt gelijk, zuster, we zullen het ons wat makkelijk maken. Ik
+weet zelf niet, waarom ik dat koffertje zoo op mijn schoot houd."
+
+Zij zette het naast zich neer onder de bank.
+
+"Wacht," zeide zuster Hyacinthe; "die waterkan staat precies tusschen
+uw beenen. Die hindert u natuurlijk!"
+
+"Wel neen, heusch niet! Laat maar. Hij moet toch ergens staan."
+
+Toen voegde zij het woord bij de daad en richtte zich zoo makkelijk
+mogelijk in voor een dag en een nacht met haar zieken. Het was jammer,
+dat zij Marie niet in haar compartiment had kunnen nemen, daar deze
+er beslist op gestaan had bij haar vader en Pierre te blijven, maar ze
+konden tenminste over het lage beschot nu en dan eens een buurpraatje
+met haar houden. Trouwens de geheele wagon met zijn vijf compartimenten
+van tien plaatsen, vormde één rijdende, gemeenschappelijke kamer, die
+men met één blik overzien kon. Met de kale, gele houten beschotten en
+het wit geschilderde plafond deed het denken aan een echte ziekenzaal,
+of in zijn wanorde en het door elkaar heen staan van alles eerder op
+een geïmproviseerd veldlazaret. Half verborgen lagen onder de bank
+kruiken, kommen, bezems, sponsen. Daar de trein geen bagagewagen
+had, hoopten zich overal en nergens valiezen, witte houten kisten,
+hoedendoozen, koffertjes op, een jammerlijke opeenstapeling van oude,
+versleten met touw dichtgemaakte dingen; verder hingen allerlei
+kleedingstukken, pakjes en manden aan koperen haken te slingeren. En
+te midden van dien ouden rommel werden de zwaar-zieken, die op hun
+kleine matrassen verscheidene plaatsen innamen, door het geschok der
+wielen heen en weer geschud, terwijl zij, die zitten konden, met hun
+bleeke gezichten tegen kussens leunden. Volgens het voorschrift moest
+er voor ieder compartement een diakones zijn. Aan het andere einde
+bevond zich een tweede zuster van Maria Hemelvaart, zuster Claire
+des Anges. Gezonde pelgrims stonden reeds op en begonnen te eten
+en te drinken. Achterin was een geheel compartiment voor vrouwen,
+oude en jonge, dicht tegen elkaar gedrukt, allen even jammerlijk-
+en droevig-leelijk. Daar men om de teringlijdsters, die er zich onder
+bevonden, de raampjes niet durfde openzetten, begon er een drukkende
+hitte en een benauwende stank te heerschen.
+
+Te Juvisy hadden de pelgrims de rozenkrans afgebeden. Toen men om
+zes uur in volle vaart het station Bretigny doorvloog, stond zuster
+Hyacinthe op, die de geestelijke oefeningen leidde, welke de meeste
+pelgrims in een klein boekje met blauwen omslag volgden.
+
+"Het Angelus, kinderen," zeide zij met haar moederlijk glimlachje,
+dat haar jeugd zoo bekoorlijk en zacht maakte.
+
+Weer volgden de Ave's elkaar op. Toen het klaar was, keken Pierre en
+Marie vol deelneming naar twee vrouwen, die de twee andere hoeken
+van hun compartiment innamen. De eene, die aan het voeteneinde van
+Marie's matras lag, was een tengere blondine, een ruim dertigjarige,
+voor haar tijd verwelkte burgervrouw. Zij hield zich bescheiden op den
+achtergrond en nam bijna geen plaats in. Zij had een donkere japon aan,
+haar haar was verkleurd, haar gezicht lang en pijnlijk vertrokken en
+drukte een grenzenlooze verlatenheid en eindelooze droefgeestigheid
+uit. De andere, die op dezelfde bank als Pierre zat, een ongeveer
+even oude arbeidersvrouw met een zwart mutsje en een door ellende
+en zorgen verwoest gezicht, had een meisje van zeven jaar op haar
+schoot, zoo bleek en zoo minnetjes, dat men het geen vier gegeven
+zou hebben. Het kind met haar spits neusje, haar blauw-omkringde,
+gesloten oogjes en haar wasbleek gezichtje, kon nog niet praten;
+het kreunde en steunde slechts, wat telkens weer het hart van de over
+haar kleine gebogen vrouw verscheurde.
+
+"Zou ze misschien een paar druiven lusten?" vroeg bedeesd de
+burgervrouw, die tot dat oogenblik gezwegen had. "Ik heb er in mijn
+mandje."
+
+"Dank u, madame," antwoordde de arbeidersvrouw. "Ze drinkt alleen
+maar melk, en dan moet u nog niet vragen hoe... Ik heb een flesch
+meegenomen."
+
+En toegevend aan de behoefte, die ongelukkigen steeds hebben om te
+praten, vertelde zij haar geschiedenis. Zij heette madame Vincent
+en had haar man, die vergulder van beroep geweest was, aan de tering
+verloren. Alleen achtergebleven met haar kleine Rose, die zij aanbad,
+had zij dag en nacht genaaid, om het kind op te voeden. Maar het kind
+was ziek geworden. Nu al veertien maanden lang hield zij het kind,
+dat steeds pijn had en altijd maar achteruitging en afviel, in haar
+armen. Toen was zij, die anders nooit naar de mis ging, uit wanhoop
+een kerk binnengeloopen, om de genezing van het kind af te smeeken:
+daar had zij een stem gehoord, die haar zeide, dat zij met het kind
+naar Lourdes gaan moest, waar de Heilige Maagd zich over de kleine
+erbarmen zou. Daar zij niemand kende en niet wist, hoe die bedevaarten
+werden ingericht, had zij maar één gedachte gehad: werken, reisgeld
+sparen, een kaartje nemen, met de dertig sous, die zij nog over had,
+de reis aanvaarden en slechts een flesch melk voor het kind meenemen,
+zonder zelfs maar te denken voor zichzelf een stuk brood te koopen.
+
+"Wat scheelt het lieve kind eigenlijk?"
+
+"O, madame, het is een buikverharding. Maar de dokters hebben er hun
+eigen naam voor... Eerst heeft ze gewoon buikpijn gehad. Maar toen
+is de buik gaan opzetten en heeft ze een pijn gehad, dat je er gewoon
+bij stond te huilen. Nu is die opzetting heelemaal weg; maar het kind
+leeft nu, om zoo te zeggen niet meer, ze heeft geen beenen meer, zoo
+mager is ze; en door dat eeuwige transpireeren neemt ze nog meer af..."
+
+Maar Rose had even gekreund en haar oogleden opengeslagen; angstig
+en bleek wordend boog de moeder zich over haar heen.
+
+"Mijn schatje, mijn lieveling, wat is er?... Wil je wat drinken?"
+
+Maar het kind had haar leege, mat-blauwe oogen al weer gesloten;
+het antwoordde zelfs niet meer, was weer teruggezonken in haar
+apathie, heelemaal wit in haar wit jurkje, een laatste coquetterie
+der moeder, die deze onnoodige uitgave gedaan had in de hoop, dat de
+Maagd genadiger zijn zou voor het zieke wichtje, als het netjes in
+het wit gekleed was.
+
+Na een kort stilzwijgen begon madame Vincent weer:
+
+"En u, madame, u gaat zeker voor u zelf naar Lourdes?... Het is u
+wel aan te zien, dat u ziek is."
+
+Maar de burgervrouw trok zich angstig-verschrikt in haar hoekje terug
+en prevelde:
+
+"Neen, neen, ik ben niet ziek... Was ik het maar, dan zou ik minder
+lijden!"
+
+Zij heette madame Maze en had een ongeneeslijk verdriet in haar
+hart. Na uit liefde getrouwd te zijn met een flinken, levenslustigen
+jongen man, was zij na een jaar van wittebroodsweken door hem in
+den steek gelaten. Haar man, die als handelsreiziger bijna altijd
+van huis was en veel geld verdiende, bleef dikwijls maanden lang
+weg, bedroog haar van het eene einde van Frankrijk tot het andere,
+ja nam zelfs maîtressen mee. Zij aanbad hem en leed er zoo onder,
+dat zij zich in de armen van den godsdienst geworpen had. Eindelijk
+was zij besloten naar Lourdes te gaan, om de Heilige Maagd te smeeken
+haar man te bekeeren en hem aan haar terug te geven.
+
+Zonder het precies te begrijpen, voelde madame Vincent toch, dat
+haar reisgenoote zedelijk veel leed. Ze bleven elkaar aankijken, de
+verlaten vrouw, die door haar hartstochtelijke liefde verteerd werd,
+en de moeder, die ten gronde ging, omdat zij haar kind sterven zag.
+
+Nu mengde Pierre, die evenals Marie met groote deelneming geluisterd
+had, zich in het gesprek, het verwonderde hem, dat de arbeidersvrouw
+haar kind niet in het ziekenhuis had laten opnemen. De Association de
+Notre-Dame de Salut was na den oorlog door de Augustijnen opgericht
+met het doel, om door gemeenschappelijk gebed en door het uitoefenen
+van weldadigheid werkzaam te zijn voor het heil van Frankrijk en
+de verdediging der Kerk; ook hadden zij de bedevaarten in het leven
+geroepen en met name de nationale bedevaart, die jaarlijks tegen het
+einde van Augustus naar Lourdes ondernomen werd, georganiseerd en
+steeds meer uitgebreid. Zoo had zich langzamerhand een uitstekende
+organisatie ontwikkeld; uit de geheele wereld werden giften
+gezonden, in iedere parochie zieken op de lijsten gebracht, met de
+spoorwegmaatschappijen speciale regelingen getroffen, ongerekend
+nog de krachtdadige hulp der zusters van Maria Hemelvaart en de
+stichting van de Hospitalité de Notre-Dame de Salut, een uitgebreide
+vereeniging van alle liefdadigheidsgenootschappen, waarin mannen en
+vrouwen, grootendeels tot de voornamere kringen behoorend, onder
+toezicht van den leider der bedevaarten, de zieken verpleegden,
+droegen en voor het handhaven der orde zorgden. De zieken moesten
+een schriftelijk verzoek indienen, om in die Hospitalité opgenomen
+te worden, waardoor zij alle reis- en verblijfkosten vrij hadden;
+ze werden thuis gehaald en weer gebracht, ze behoefden dus slechts
+eenige levensmiddelen voor de reis mede te nemen. Maar het grootste
+gedeelte kwam van aanbevelingen van geestelijken of van liefdadige
+personen, die bij de inschrijvingen zorg droegen voor de noodzakelijke
+identiteitsbewijzen en de geneeskundige certificaten. Was dit geschied,
+dan behoefden de zieken zich met niets meer te bemoeien, waren zij
+in de zorgende handen der barmhartige broeders en zusters niets meer
+dan het armzalige object voor lijden en wonderen.
+
+"U hadt," legde Pierre haar uit, "u slechts behoeven te wenden
+tot den pastoor van uw parochie. Dat arme kind verdient ons aller
+medelijden. Het zou dadelijk opgenomen zijn."
+
+"Ik wist het niet, mijnheer de abbé."
+
+"Maar hoe hebt u het dan klaar gespeeld?"
+
+"Ik heb een biljet gekocht op een plaats, die een buurvrouw, die de
+courant leest, mij genoemd heeft."
+
+Zij sprak over biljetten, welke tegen zeer verminderde prijzen onder
+de pelgrims, die betalen konden, werden verdeeld. Onder het luisteren
+werd Marie door een groot medelijden en ook door schaamte aangegrepen:
+haar ontbrak het toch niet aan middelen, en zij was er met behulp van
+Pierre in geslaagd, zich in de Hospitalité te laten opnemen, terwijl
+die moeder en haar ongelukkig kind, na haar armzalige spaarduitje
+gegeven te hebben, zonder een sou bleven.
+
+Maar een heftige schok van den wagon ontrukte haar een gil van pijn.
+
+"Licht me wat op, vader. Ik kan niet langer zoo op mijn rug blijven
+liggen."
+
+Toen haar vader haar in een zittende houding had opgericht, zuchtte zij
+diep. Ze waren nauwelijks Etampes, anderhalf uur van Parijs voorbij,
+en reeds begonnen in de gloeiende zon, het stof en het lawaai, de
+vermoeidheid en de uitputting zich te doen gelden.
+
+Madame de Jonquière sprak over het beschot het jonge meisje met
+een paar vriendelijke woorden moed in. Ook zuster Hyacinthe was weer
+opgestaan en klapte vroolijk in haar handen, om zich door den geheelen
+wagon verstaanbaar te maken.
+
+"Kom, kom! Laten we niet aan onze pijntjes denken! Laten we bidden
+en zingen, de Heilige Maagd zal met ons zijn."
+
+Zij hief den Rozenkrans aan volgens de woorden van Notre-Dame de
+Lourdes, en alle zieken en pelgrims volgden haar voorbeeld. Het was
+de eerste rozenkrans, de vijf blijde mysteriën, Maria Boodschap,
+de Visitatie, de Geboorte, Maria Lichtmis, de wedergevonden
+Jezus. Dan hieven allen het lied aan: "Aanschouwen wij den hemelschen
+aartsengel..." De stemmen gingen verloren in het geratel der wielen,
+men hoorde slechts het doffe gegons van den troep, die in den gesloten,
+eindeloos voortrollenden wagen half stikte.
+
+Mijnheer de Guersaint kon, hoewel hij zijn godsdienstige plichten
+trouw vervulde, nooit een lied tot het einde toe mede zingen. Hij
+stond telkens op, om dan dadelijk weer te gaan zitten. Eindelijk bleef
+hij over het beschot heen leunen en ging hij praten met een zieke,
+die in het compartiment ernaast tegen hetzelfde beschot zat. Mijnheer
+Sabathier was een dikke, kale vijftiger met een groot, goedig hoofd. De
+laatste vijftien jaren leed hij aan ataxie, pijn had hij slechts bij
+tusschenpoozen, maar zijn beenen waren geheel verlamd; zijn vrouw,
+die hem vergezelde, legde ze, als waren het doode beenen, van de eene
+plaats op de andere, wanneer ze hem ten slotte zoo zwaar werden als
+stukken lood.
+
+"Ja, mijnheer, vroeger was ik leeraar in de vijfde klasse van het
+lycée Charlemagne. In den beginne dacht ik, dat het gewone heupjicht
+was. Doch daarna heb ik vreeselijke pijnen gekregen, zooiets alsof
+er gloeiende degens in mijn spieren gestoken werden. De laatste tien
+jaar echter is mijn heele lichaam er door aangetast, ik heb alle
+mogelijke doktoren geraadpleegd, ik heb alle mogelijke en onmogelijke
+badplaatsen bezocht; en nu heb ik tegenwoordig wel minder pijn, maar ik
+kan niet meer van mijn stoel opstaan... Ik had mijn leven lang niets
+aan godsdienst gedaan, maar nu ben ik weer tot God teruggebracht door
+de gedachte, dat ik te ongelukkig was en dat onze Lieve Vrouwe van
+Lourdes medelijden met mij hebben zou."
+
+Pierre was ook over het beschot komen leunen en luisterde aandachtig.
+
+"Lijden brengt de ziel weer terug tot God, niet waar, mijnheer de
+abbé? Dit is nu al het zevende jaar, dat ik naar Lourdes ga, maar ik
+twijfel geen oogenblik aan mijn genezing. Dit jaar zal de Heilige
+Maagd mij genezen, dat weet ik zeker. Ja, ik reken er vast op weer
+te kunnen loopen; ik leef nog slechts in die hoop."
+
+Mijnheer Sabathier hield even op, om zijn vrouw zijn beenen wat
+meer naar links te laten leggen. Pierre nam hem eens goed op;
+het verwonderde hem een zoo hardnekkig geloof te vinden bij een
+intellectueel, een van die geleerden, die gewoonlijk zoo Voltairiaansch
+gezind zijn. Hoe had het vertrouwen in het wonder in dit brein wortel
+kunnen schieten en opbloeien? Het was werkelijk zooals hij zelf zeide:
+heftige smarten en pijnen alleen konden deze behoefte aan illusie,
+den bloeitijd der eeuwige troosteresse verklaren.
+
+"Zooals u ziet, zijn mijn vrouw en ik gekleed als armen, want ik
+wilde dit jaar niet meer zijn dan een arme; uit deemoed heb ik mij in
+de Hospitalité doen opnemen, opdat de Heilige Maagd mij zou rekenen
+tot de arme ongelukkigen, haar kinderen... Maar, omdat ik niet de
+plaats van een echten arme heb willen innemen, heb ik vijftig francs
+bij de Hospitalité gestort, wat, zooals u natuurlijk weet, het recht
+geeft een zieke op de bedevaart mede te nemen... Ik ken mijn zieke
+zelfs. Zooeven heeft men hem mij op het station voorgesteld. Het
+schijnt een teringlijder te zijn, die al ver, heel ver weg is..."
+
+Weer volgde een stilte.
+
+"Moge de Heilige Maagd, die alles kan, ook hem redden. Ik zou gelukkig
+zijn, als zij mij met haar weldaden overstroomde."
+
+De drie mannen bleven nog wat doorpraten, eerst over geneeskunde, dan
+over Romaansche bouwkunst, toen zij op een heuvel een klokketoren
+zagen, waarvoor alle pelgrims het teeken des kruises gemaakt
+hadden. Te midden van die arme zieken, te midden van die door
+hun ellende stompzinnig geworden armen van geest, lieten de jonge
+priester en zijn twee reisgenooten zich even door hun beschaving
+medesleepen. Een uur verliep, er waren nog twee liederen gezongen,
+zij hadden de stations van Toury en les Aubrais achter den rug, toen
+zij eindelijk bij Beaugency hun gesprek staakten en zuster Hyacinthe
+in haar handen klapte en met haar heldere, klankrijke stem begon:
+
+"Parce, Domine, parce populo tuo..." [1]
+
+En het zingen begon opnieuw, aller stemmen vereenigden zich, wederom
+steeg een vloed van gebeden omhoog, die de pijn verminderde, de
+hoop opnieuw deed opleven, langzamerhand zich meester maakte van het
+geheele wezen, dat uitgeput was door het onophoudelijke denken aan
+de genade en de genezingen, die men zoo ver zoeken ging.
+
+Toen Pierre weer ging zitten, zag hij, dat Marie heel bleek was en
+haar oogen dicht had; toch begreep hij uit het pijnlijk samentrekken
+van haar gezicht, dat zij niet sliep.
+
+"Heb je weer meer pijn?" vroeg hij.
+
+"Ja, verschrikkelijk. Ik houd het nooit tot het einde uit. Dat
+voortdurende schokken..."
+
+Zij kreunde, deed haar oogen weer open. Bijna in zwijm vallend bleef
+zij naar de andere zieken zitten kijken. In het compartiment ernaast
+had tegenover mijnheer Sabathier la Grivotte, die tot dat oogenblik
+roerloos als een doode op haar matras gelegen had, zich opgericht. Het
+was een groot meisje van een goede dertig, lam en vreemd, met een rond,
+door pijn vertrokken gezicht, dat echter door haar kroeshaar en haar
+vurige oogen bijna mooi was. Zij was in hoogen mate teringachtig.
+
+"Wat zou het heerlijk zijn, mademoiselle," zeide zij, zich met haar
+heesche, nauwlijks verstaanbare stem tot Marie wendend; "als we eens
+een klein dutje konden doen. Maar het is niet mogelijk met dat eeuwige
+gedreun der wielen."
+
+Niettegenstaande het spreken haar groote inspanning kostte, begon zij
+het een en ander van zichzelf te vertellen. Zij was matrassenmaakster
+geweest en had met haar tante te Bercy, van de eene boerenplaats naar
+de andere trekkend, veel matrassen gemaakt; aan die vergiftige wol,
+die zij in haar jeugd zelf gekaard had, schreef zij haar kwaal toe. De
+laatste vijf jaar had zij in verschillende Parijsche ziekenhuizen
+gelegen. Zij sprak dan ook heel familiaar over de meest bekende
+doktoren. De zusters van Lariboisière, die gezien hadden, hoe zij
+geheel in godsdienstige plechtigheden opging, hadden haar geheel
+bekeerd en haar tot de overtuiging gebracht, dat de Heilige Maagd
+van Lourdes slechts op haar wachtte, om haar te genezen.
+
+"En dat mag ook wel, want de dokters zeggen, dat ik al één long
+kwijt ben en dat het met de andere ook zoo heel lang niet meer duren
+zal. Het zit hem in de holten van de longen, weet u... In den beginne
+had ik alleen maar pijn tusschen mijn schouders en gaf ik bij het
+hoesten slijm op. Thans ben ik zoo mager geworden, dat de tranen je
+erbij in de oogen kwamen. Nou zweet ik maar altijd door en hoesten,
+verschrikkelijk, maar opgeven gaat niet meer, daar is de slijm te
+dik voor. En zooals u ziet, staan kan ik niet meer en eten ook niet."
+
+Een hoestaanval belette haar verder te gaan; haar gezicht werd
+lijkkleurig.
+
+"Enfin," ging zij dan weer voort, "ik steek nog liever in mijn vel
+dan in dat van den broer, die in het compartiment hiernaast zit. Hij
+heeft precies hetzelfde als ik, maar hij is nog verder weg."
+
+Zij vergiste zich. Wel lag in de afdeeling achter Marie op een matras
+een jonge zendeling, broeder Isidore, dien men echter niet zag,
+daar hij zich geen vinger breed oprichten kon, maar hij was geen
+teringlijder, doch leed aan een leverontsteking, die hij in Senegal
+gekregen had. Het was een lange, magere jonge man met een geel,
+ingevallen, als perkament zoo gerimpeld gezicht. Het abces, dat zich
+aan den lever gevormd had, was van buiten opengebroken, en de ettering,
+die met een voortdurende koorts, brakingen en ijlen gepaard ging,
+putte al zijn krachten uit. Alleen zijn oogen leefden nog, oogen vol
+onuitbluschbare liefde, wier warme glans zijn gezicht, dat aan den
+aan het kruis stervenden Christus denken deed, deed stralen, zijn
+gewoon boerengezicht, dat door zijn hartstochtelijk geloof bij tijden
+geadeld werd. Hij kwam uit Bretagne en was het laatste, ziekelijke
+kind van een te talrijke familie; het kleine beetje land had hij
+aan zijn oudere broers overgelaten. Een van zijn zusters begeleidde
+hem, Marthe, twee jaar ouder dan hij, en die als dienstmeisje naar
+Parijs gekomen was; zij hield zooveel van haar jongeren broer, dat
+zij haar betrekking opgegeven had, om met hem mede te kunnen gaan,
+ook al gingen daar al haar spaarduitjes mede heen.
+
+"Ik stond op het perron, toen zij hem in den wagon droegen. Vier
+mannen..."
+
+Maar zij kon niet verder; weer kreeg zij een hoestbui, die haar
+dwong te gaan liggen. Zij stikte bijna, de roode plekjes op haar
+wangen werden blauw. Onmiddellijk steunde zuster Hyacinthe haar
+hoofd en veegde haar lippen af met een doekje, dat zich dadelijk rood
+kleurde. Op hetzelfde oogenblik wijdde madame Jonquière haar zorgen
+aan de zieke, die tegenover haar zat. Zij heette madame Vêtu en was
+de vrouw van een klein horlogemakertje in het quartier Mouffetard,
+die zijn winkel niet had kunnen sluiten, om met haar mee naar Lourdes
+te gaan. Om zeker te zijn, dat zij goed verzorgd zou worden, had zij
+zich in de Hospitalité laten opnemen. Angst voor den dood bracht haar
+terug naar de kerk, waarin zij sedert haar eerste communie geen voet
+gezet had. Zij wist, dat zij onherroepelijk ten doode opgeschreven
+was, weggeknaagd als zij werd door maagkanker; reeds had zij het
+verwilderde en gele uiterlijk van kankerlijders en gaf zij zwarte
+fluimen op, alsof zij roet spuwde. De geheele reis door had zij
+nog geen woord gezegd, haar lippen waren vast op elkaar geklemd,
+zij leed onuitstaanbare pijnen. Daarna had zij brakingen gekregen
+en het bewustzijn verloren. Zoodra zij haar mond opende, ademde zij
+een verschrikkelijken, verpestenden stank uit, die de omzittenden
+misselijk maakte.
+
+"Dat is niet uit te houden," mompelde madame de Jonquière, die zich
+een onmacht nabij gevoelde; "er moet wat gelucht worden."
+
+Intusschen had zuster Hyacinthe la Grivotte weer op haar kussen gelegd.
+
+"Zeker, we kunnen best een raampje open zetten. Maar niet aan dezen
+kant, anders krijgt zij daar dadelijk weer een hoestbui... Zet het
+aan den anderen kant open."
+
+De hitte werd steeds erger, men stikte bijna in die bedompte,
+walgelijk-vieze atmosfeer; het was een opluchting, toen er een tochtje
+binnenkwam. Er was nu weer voor wat anders te zorgen: de zuster maakte
+de schalen en kommen, waarvan zij den inhoud uit het raampje wierp,
+schoon, terwijl de diakones den vloer, die door het dreunen hevig
+schokte, reinigde. Dan weer een andere zorg: de vierde zieke, die
+zich nog niet verroerd had, een mager meisje, wier gezicht met een
+zwarte doek omwikkeld was, zeide, dat zij honger had.
+
+"Overhaast u maar niet, zuster," zeide madame de Jonquière, die
+reeds naar de zieke toeging. "Ik zal haar brood wel in kleine stukjes
+snijden."
+
+In haar behoefte naar afleiding had Marie al een paar malen aandachtig
+gekeken naar dat door dien zwarten sluier verborgen gelaat. Zij
+vermoedde, dat zij een open wond in haar gezicht had. Men had haar
+alleen gezegd, dat het een bonne was. De ongelukkige, Elise Rouquet
+uit Picardië, had haar betrekking moeten verlaten en woonde te Parijs
+bij een zuster, die haar slecht behandelde; daar zij verder niet ziek
+was, had geen enkel ziekenhuis haar willen opnemen. Vroom van natuur
+had zij reeds maanden lang de vurige begeerte gekoesterd naar Lourdes
+te gaan. In angstige spanning wachtte Marie, dat de sluier weggenomen
+zou worden.
+
+"Zijn ze zoo klein genoeg," vroeg madame de Jonquière op moederlijken
+toon. "Zou je ze zoo in je mond kunnen krijgen?"
+
+"Ja zeker, madame!" bromde onder den zwarten sluier een heesche stem.
+
+Eindelijk werd de sluier weggenomen; Marie rilde van afschuw. Het was
+een lupus, die, langzamerhand steeds grooter geworden, den neus en
+den mond aangetast had, een zweer die zich onder de korsten steeds
+uitbreidde en de slijmvliezen wegvrat. Het hoofd, dat zich in den
+vorm van een hondensnuit uitgerekt had, was met het borstelig haar
+en de groote, ronde oogen verschrikkelijk om aan te zien. Reeds
+was het kaakbeen van den neus bijna geheel weggevreten, de mond was
+ingevallen en werd door de opgezwollen bovenlip naar links getrokken
+als een schuine, vormlooze, onreine spleet. Een bloedig, met etter
+vermengd slijm vloeide uit de groote, blauw-zwarte wonde.
+
+"Kijk toch eens Pierre!" fluisterde Marie rillend.
+
+Den priester doortrilde eveneens een huivering, toen hij Elise Rouquet
+voorzichtig de kleine stukjes brood zag steken in de bloedige opening,
+die als mond dienst deed. De geheele wagon was bij dien vreeselijken
+aanblik bleek geworden. En dezelfde gedachte steeg op in die met hoop
+vervulde zielen: O, Heilige Maagd, machtige Maagd, welk een wonder,
+indien zulk een kwaal genas!
+
+"Kinderen, laten we niet aan ons zelf denken, als we ons goed willen
+voelen," zeide zuster Hyacinthe weer.
+
+En zij liet den tweeden rozenkrans bidden, de vijf smartelijke
+mysteriën: Jezus op den Olijfberg, de geeseling van Jezus, Jezus
+met doornen gekroond, Jezus zijn kruis dragend, Jezus stervend aan
+het kruis. Dan volgde het lied: "Ik stel mijn vertrouwen in uw hulp,
+o Maagd..."
+
+Na een reis van drie uur reden zij nu door Blois. Marie wendde haar
+blikken af van Elise Rouquet en liet ze nu op een man rusten, die
+in een hoek van het compartiment, waarin ook broeder Isidore lag,
+zat. Reeds een paar maal had zij hem opgemerkt; hij was nog jong en
+heel armoedig gekleed en had een dunne, reeds grijzende baard; klein
+en mager, met een uitgeteerd en met zweet bedekt gezicht scheen hij
+veel pijn te lijden. Toch bleef hij onbeweeglijk in zijn hoekje zitten;
+hij sprak met niemand en staarde met zijn groote, wijd geopende oogen
+strak voor zich uit. Plotseling zag zij dat zijn oogen dichtvielen
+en hij bewusteloos werd.
+
+Zij riep zuster Hyacinthe.
+
+"Zuster, ik geloof, dat het met dien mijnheer heelemaal niet goed is."
+
+"Welken heer, kindlief?"
+
+"Die daar met zijn hoofd achterover."
+
+Het gaf een heele opschudding, alle gezonde pelgrims stonden op om te
+kijken. Madame de Jonquière kwam op het denkbeeld Marthe, de zuster
+van Isidore, toe te roepen, dat zij den man op zijn hand moest slaan.
+
+"Vraag hem, of hij pijn heeft!"
+
+Marthe schudde hem zacht heen en weer en vroeg het hem. Maar de
+man antwoordde niet; hij rochelde slechts en zijn oogen bleven vast
+gesloten.
+
+Een verschrikte stem riep:
+
+"Ik geloof, dat hij sterven zal."
+
+De angst werd grooter; men riep door elkaar, aan alle kanten van den
+wagen weerklonken raadgevingen. Niemand kende den man. Hij had zich
+in geen geval in de Hospitalité op laten nemen, want hij had niet de
+kaart met de witte kleur van den trein om zijn hals. Een vertelde,
+dat hij hem drie minuten voor het vertrek had zien aankomen; hij
+sleepte zich toen met groote moeite voort en had zich dadelijk laten
+neervallen in den hoek, waarin hij nu met een uitdrukking van oneindige
+moeheid lag te sterven. Daarna had hij zich niet meer bewogen. Men zag
+zijn plaatskaartje in het lint van zijn ouden hoed, die naast hem hing.
+
+Doch zuster Hyacinthe uitte een kreet van vreugde.
+
+"Hij haalt weer adem. Vraag hoe hij heet!"
+
+Opnieuw door Marthe naar zijn naam gevraagd, liet de jonge man slechts
+een gekreun hooren, een nauwlijks verstaanbaren zucht:
+
+"Ik heb zoo'n pijn!"
+
+En van dat oogenblik af gaf hij slechts dat antwoord. Op alles wat men
+wilde weten, wie hij was, waar hij vandaan kwam, wat hij mankeerde,
+waarmede men hem kon helpen, antwoordde hij niet, doch stiet steeds
+weer denzelfden zucht uit:
+
+"Ik heb zoo'n pijn! Ik heb zoo'n pijn!"
+
+Zuster Hyacinthe werd eenigszins ongeduldig. Als zij maar in
+hetzelfde compartement geweest was! Zij nam zich voor van plaats te
+veranderen. Maar de trein zou pas in Poitiers stoppen. De toestand
+werd steeds erger, te meer daar het hoofd van den man weer achterover
+gevallen was.
+
+"Hij sterft... hij sterft!" riep dezelfde stem weer.
+
+Lieve God, wat moest men beginnen? De zuster wist, dat een pater
+van Maria Hemelvaart, pater Massias, zich met het Heilige Oliesel in
+den trein bevond en steeds gereed was om de stervenden te bedienen,
+want jaarlijks stierven er op de reis pelgrims. Maar zij durfde
+niet aan de noodrem te trekken. Ook was in den cantinewagen,
+die door zuster Saint-François bestuurd werd, een dokter met een
+kleine apotheek. Indien de zieke Poitiers, waar een half uur rust
+gehouden zou worden, haalde, zou hem alle mogelijke hulp verleend
+kunnen worden. Verschrikkelijk zou het zijn, als hij vóór Poitiers
+stierf. Doch de kalmte keerde eenigszins terug. De man ademde wat
+rustiger en hij scheen te slapen.
+
+"Te sterven voor je er was," mompelde Marie rillend, "te sterven vóór
+het beloofde land..."
+
+En toen haar vader haar gerust stelde:
+
+"Ik heb ook zoo'n pijn, ik heb ook zoo'n pijn!"
+
+"Heb maar vertrouwen," zeide Pierre, "de Heilige Maagd waakt over je!"
+
+Zij kon niet meer blijven zitten, men moest haar weer in haar nauwe
+kist leggen. Haar vader en de priester moesten daarbij met de grootste
+omzichtigheid te werk gaan, want de minste schok ontlokte haar een
+kreet van pijn. Zij lag er nu zonder te ademen, als een doode, met haar
+doodsbleek gezichtje, omgolfd door haar koninklijke lokkenpracht. Al
+vier uur lang reden zij nu reeds. Dat de wagon zoo onbarmhartig heen
+en weer geschud en geslingerd werd, was een gevolg van het feit,
+dat deze zich achter in den trein bevond: de koppelstangen knarsten,
+de wielen rammelden vreeselijk. Door de raampjes, die men genoodzaakt
+was half open te laten staan, drong het stof scherp en gloeiend binnen;
+vooral de hitte werd verschrikkelijk, een verstikkende onweershitte
+onder een rosige lucht, die bedekt was met dikke, roerlooze wolken. Op
+oververhitte ovens geleken de compartimenten, die rollende hutten,
+waarin men at en dronk, waarin de zieken in de bedorven lucht, te
+midden van het oorverdoovende lawaai van weeklachten, gebeden en
+gezangen, al hun behoeften bevredigden.
+
+Marie was niet de eenige, die zich zieker voelde; ook de anderen leden
+door de reis. Op den schoot van haar wanhopige moeder, die met haar
+groote, door tranen verduisterde oogen naar haar keek, lag de kleine
+Rose roerloos en met zoo'n bleek gezicht, dat madame Maze zich tweemaal
+over haar heen gebogen had, om haar handjes te voelen, met de vrees
+die koud te zullen vinden. Ieder oogenblik moest madame Sabathier de
+beenen van haar man verleggen, zij waren zoo zwaar, zeide hij, dat zijn
+heupen er pijn van deden. Broeder Isidore had in zijn bewusteloosheid
+kreten van pijn uitgestooten; zijn zuster had hem alleen verlichting
+kunnen geven door hem iets op te richten en in haar armen te houden. La
+Grivotte scheen te slapen, maar een hardnekkige hik liet haar niet met
+rust, een dun straaltje bloed sijpelde uit haar mond. Madame Vêtu had
+weer een zwarte, de lucht verpestende fluim opgegeven. Elise Rouquet
+dacht er niet meer aan de afschuwelijke open wond in haar gezicht te
+verbergen. De man in het andere compartiment bleef rochelen, alsof
+hij iedere seconde zou sterven. Tevergeefs spanden madame Jonquière
+en zuster Hyacinthe al haar krachten in, zooveel kwalen tegelijk
+konden zij niet verlichten en verzachten. Het was een hel, die wagon
+van ellende en pijn, die in volle vaart voortsnelde en geschokt werd
+door het slingeren, dat de bagage, de oude opgehangen kleeren, de
+versleten, met touwen vastgebonden manden heen en weer deed schudden,
+terwijl in de achterste afdeeling de tien vrouwelijke pelgrims, de
+oude en de jonge, allen even leelijk, zonder ophouden in scherpe,
+jammerende en valsche tonen zongen.
+
+Toen dacht Pierre aan de andere wagons van den trein, van dezen witten
+trein, die de ernstigste zieken vervoerde: alle rolden zij voort
+vol van hetzelfde lijden, met hun driehonderd zieken en vijfhonderd
+bedevaartgangers. Toen dacht hij aan de andere treinen, welke eveneens
+dien ochtend uit Parijs vertrokken, aan den grijzen en den blauwen
+trein, die eerder gegaan waren, aan den groenen, den gelen, den rosen,
+den oranjekleurigen trein, die alle nog volgen moesten. Van het een
+einde der lijn naar het andere raasden de treinen ieder uur weg. En
+hij dacht aan de andere treinen nog, die denzelfden dag uit Orleans,
+uit Le Mans, uit Poitiers, uit Bordeaux, uit Marseille, uit Carcassonne
+vertrokken. Frankrijk werd op datzelfde uur in alle richtingen door
+dergelijke treinen doorploegd, die zich alle spoedden naar de Heilige
+Grot en dertig duizend zieken en pelgrims aan de voeten der Heilige
+Maagd brachten. En hij bedacht, dat een zelfde menschenstroom ook
+andere dagen van het jaar naar die plek golfde, dat er geen week
+voorbijging, waarin Lourdes geen bedevaart zag aankomen, dat niet
+Frankrijk alleen zich daarheen op weg begaf, maar geheel Europa,
+ja de geheele wereld, dat in sommige jaren van bijzonder groote
+godsvrucht, driehonderd duizend, ja zelfs wel vijfhonderd duizend
+zieken en bedevaartgangers samengekomen waren.
+
+Pierre meende die rollende treinen te hooren, die treinen, welke
+van overal alle samenkwamen bij dezelfde rotsgrot, waarin kaarsen
+brandden. Alle rolden zij ratelend voort te midden van smartkreten en
+het opstijgen van vrome liederen. Het waren de rijdende hospitalen vol
+wanhopige zieken, het was de wilde jacht van menschelijke ellende naar
+hoop op genezing, een brandend verlangen naar verlichting en troost
+bij het toenemend lijden en onder de bedreiging van den snel naderenden
+dood. Zij rolden, zij rolden steeds door, zij rolden zonder ophouden,
+de ellende van deze wereld met zich voerend, op weg naar een goddelijke
+illusie, de gezondheid der zieken en de troosteresse der bedroefden.
+
+En Pierre's hart vloeide over van een groot medelijden, de menschelijke
+religie bij zoovele kwalen, bij zoovele tranen, die den zwakken en
+hulpeloozen mensch verteren.
+
+Hij voelde zich tot stervens toe droef; een oplaaiende barmhartigheid
+brandde in hem als het onuitbluschbaar vuur van een broederlijke
+liefde voor alle dingen en voor alle schepselen.
+
+Toen zij om half elf het station Saint-Pierre-des-Corps verlieten, gaf
+zuster Hyacinthe opnieuw een teeken; en men bad den derden Rozenkrans,
+de vijf glorierijke mysteriën: de Opstanding van Onzen Heer, de
+Hemelvaart van Onzen Heer, de Uitstorting des Heiligen Geestes, de
+Hemelvaart van de Zeer Heilige Maagd, de Kroning der Zeer Heilige
+Maagd. Dan hieven zij het lied van Bernadette aan, de eindelooze
+weeklacht van zestig coupletten, waarin steeds het "wees gegroet"
+als refrein terugkeerde, een zacht wiegen, een langzame obsessie, die
+zich langzamerhand van het geheele wezen meester maakt en ten slotte
+in een extatischen slaap doet wegzinken in de heerlijke verwachting
+van het wonder.
+
+
+
+
+II.
+
+Nu reden zij door de groene weiden van Poitou, en abbé Pierre, die
+naar buiten zat te staren, zag de boomen voorbijvliegen, die hij
+langzamerhand ophield te onderscheiden. Een kerktoren verdween reeds
+weer voor men hem goed en wel gezien had: alle pelgrims maakten het
+teeken des kruises. Ze zouden pas om vijf minuten over halfeen in
+Poitiers zijn; zonder ophouden reed de trein voort in de toenemende
+afmatting van den onweerzwangeren dag. De jonge priester, die in een
+diep gepeins verzonken was, hoorde het zingen nog slechts als het in
+slaap wiegende, langzame deinen van de zee.
+
+Het was een vergeten van het tegenwoordige oogenblik, een ontwaken
+van het verleden, dat zijn geheele wezen in beslag nam. Hij ging in
+zijn herinneringen terug zoo ver als hij gaan kon. Hij zag het huis
+in Neuilly terug, waarin hij geboren was, waarin hij nu nog woonde,
+het huisje van vrede en arbeid met zijn mooien tuin, waarin enkele
+boomen stonden; slechts een levende haag en een omheining van struiken
+scheidden hem van den tuin van het huis ernaast, dat precies als het
+zijne was. Hij was drie, vier jaar misschien, en hij zag hoe op een
+zomermiddag zijn vader, zijn moeder en zijn oudere broer in de schaduw
+van een grooten kastanjeboom zaten te ontbijten. Zijn vader, Michel
+Froment, had geen bijzonder opvallend gezicht, hij zag hem slechts
+vaag en onbestemd voor zich, den beroemden scheikundige, die lid
+van het Instituut was en zich opsloot in zijn laboratorium, dat hij
+hier in deze afgelegen streek had laten bouwen. Maar zijn broer, den
+veertienjarigen Guillaume, die juist dien ochtend met vacantie thuis
+gekomen was, zag hij heel duidelijk voor zich en vooral zijn moeder,
+zoo zacht, zoo kalm met haar oogen vol ontroerenden deemoed. Later
+had hij de zorgen en den kommer van deze godvruchtige ziel leeren
+kennen, van deze vroom-geloovige, die uit achting en dankbaarheid
+erin toegestemd had te trouwen met een ongeloovige, die vijftien
+jaar ouder was dan zij en aan haar familie groote diensten bewezen
+had. Hij, een "nakomertje", was geboren, toen zijn vader reeds
+bijna vijftig was, en had zijn moeder niet anders gekend dan als een
+deemoedige vrouw, onderworpen aan haar man, dien zij hartstochtelijk
+had leeren liefhebben met de vreeselijke marteling te weten, dat hij
+verdoemd was. En plotseling rees een andere herinnering in hem op,
+de verschrikkelijke herinnering aan den dag, dat zijn vader gestorven
+was, gedood door het ongelukkig springen van een retort. Hij was toen
+vijf jaar, maar hij herinnerde zich nog de kleinste bijzonderheden,
+den kreet van zijn moeder, toen zij te midden van de puinhoopen het
+verminkte lichaam vond, haar schrik, haar jammeren, haar gebeden
+bij de gedachte, dat God den voor eeuwig verdoemden goddelooze met
+zijn bliksem vernietigd had. Daar zij zijn papieren en boeken niet
+durfde verbranden, had zij eenvoudig de studeerkamer, welke daarna
+door niemand meer betreden werd, gesloten. Van dat oogenblik af had
+het beeld der hel haar niet meer losgelaten, had zij nog slechts één
+gedachte gehad: zich geheel meester te maken van haar jongsten zoon,
+hem streng geloovig op te voeden, hem tot het zoenoffer voor zijn
+vader te maken. Haar oudste zoon Guillaume, die het lyceum bezocht
+en reeds geheel onder den invloed van de denkbeelden der eeuw stond,
+was haar reeds ontgroeid, maar hij, Pierre, de jongste, zou het huis
+niet verlaten, zou onderwijs krijgen van een geestelijke; en haar
+stille droom, haar vurige hoop was hem zelf eens priester te zien,
+er getuige van te zijn, dat hij zijn eerste mis las.
+
+Een ander levendig beeld tusschen groene, met zonnestralen doorplekte
+takken rees voor zijn geestesoog op. Pierre zag plotseling Marie de
+Guersaint, zooals hij haar op een morgen door een gat in de haag, die
+de twee aan elkaar grenzende bezittingen scheidde, gezien had. Mijnheer
+de Guersaint, van kleinen Normandischen adel, was een architect,
+die zich graag voor uitvinder uitgaf en toen juist bezig was met het
+bouwen van arbeiderssteden met kerk en school: een groote, slecht
+overwogen onderneming, waarin hij met zijn gewone onstuimigheid en
+zijn onberadenheid van mislukt kunstenaar zijn vermogen van driehonderd
+duizend francs op het spel zette. Dezelfde vrome godsvrucht had madame
+de Guersaint en madame Froment samengebracht; maar de eerste was
+een vastberaden, flinke vrouw, die met ijzeren vuist het huishouden
+bestuurde en verhinderde, dat de catastrophe te groot werd; zij
+voedde haar twee dochters, Blanche en Marie streng godsdienstig
+op, de oudste was reeds ernstig als zij zelf, terwijl de jongste,
+ofschoon ook heel vroom, toch ook van spel en vroolijkheid hield in
+haar uitgelaten levensvreugde, die zich ook in haar heerlijk, helder
+lachen openbaarde. Van jongs af aan speelden Pierre en Marie samen,
+onophoudelijk kropen zij door de haag, steeds waren de families bij
+elkaar. Op dien mooien, zonnigen ochtend, waarop hij haar weer zag,
+zooals zij de takken van de haag uit elkaar boog, was zij reeds
+tien jaar. Hij was toen zestien en zou den volgenden Dinsdag naar
+het seminarie gaan. Nooit nog had hij haar zoo mooi gevonden. Haar
+goudblonde lokken waren zoo lang, dat zij, wanneer ze loshingen,
+haar geheel bedekten. Hij zag ook haar gezichtje van toen tot in de
+kleinste bijzonderheden terug: haar ronde wangen, haar blauwe oogen,
+haar roode lippen, maar vooral haar als sneeuw glanzende huid. Zij
+was vroolijk en stralend als de zon, een verblindende verschijning;
+en zij had tranen in haar oogen, want zij wist maar al te goed,
+dat hij gauw weg zou gaan. Samen waren zij achter in den tuin in de
+schaduw van de haag gaan zitten. Hun vingers waren ineengestrengeld;
+zij voelden zich zoo bedroefd. Toch hadden zij elkaar bij hun spelen
+nooit iets plechtig beloofd, zoo volmaakt onschuldig waren hun zielen
+nog. Maar op den avond voor zijn vertrek konden zij hun liefde niet
+verzwijgen, spraken zij erover zonder het te begrijpen, zwoeren
+zij altijd aan elkaar te zullen denken en elkander eenmaal terug te
+zullen vinden, zooals men elkaar in den hemel terugvindt, en volmaakt
+gelukkig te zijn. Dan hadden zij elkaar in hun armen gedrukt, elkaar,
+onder het schreien van heete tranen, op de wangen gekust. Het was een
+heerlijke herinnering, die Pierre steeds en overal met zich gedragen
+had, die hij na zoo vele jaren en na zoovele smartelijke verzakingen
+nog steeds in zich voelde leven.
+
+Een hevige schok wekte hem uit zijn overpeinzingen. Hij keek den wagon
+rond en zag in onduidelijke omtrekken de lijdende schepsels: madame
+Maze, onbeweeglijk, door haar smart vernietigd; de kleine Rose zacht
+kreunend op den schoot van hare moeder, la Grivotte benauwd door een
+heesche hoestbui. Even trad de vroolijke gestalte van zuster Hyacinthe
+met haar witte schort en haar wit kapje op den voorgrond. Het was nog
+steeds de moeilijke reis met den straal van goddelijke hoop daar in de
+verte als doel. Dan verdween langzamerhand alles weer in een nevel,
+die uit het verre verleden oprees; bleef nog slechts over het in
+slaap wiegende zingen van onduidelijke droomstemmen, die òpklonken
+uit het onzienlijke.
+
+Van dat oogenblik af was Pierre op het seminarie. Duidelijk stonden de
+klassen, de speelplaats met haar boomen, hem nog voor den geest. Maar
+plotseling zag hij, als in een spiegel, niets meer dan de gestalte
+van den jongen man, die hij toenmaals was; en hij nam haar op,
+ontleedde haar als de gestalte van een vreemde. Groot en slank,
+had hij een lang gezicht met een sterk ontwikkeld voorhoofd, hoog en
+recht als een toren, terwijl zijn dunne kaken uitliepen in een zeer
+spitsen kin. Hij scheen één en al hersenen te zijn; alleen zijn ietwat
+groote mond had iets teers behouden. Wanneer zijn ernstig gezicht zich
+wat ontspande, dan verrieden zijn mond en zijn oogen een eindelooze
+teederheid, een ongestilden honger om lief te hebben, zich te geven
+en te leven. Onmiddellijk echter kwam de intellectueele hartstocht
+terug, die, welke hem verteerde met een begeerte om te begrijpen en te
+weten. Slechts met verwondering kon hij aan dien seminarietijd terug
+denken. Hoe had hij toch zoo lang die strenge leer van blind geloof
+kunnen aanvaarden, hoe had hij steeds zonder onderzoek alles maar in
+goed vertrouwen kunnen aannemen? Men had een volledige prijsgeving
+van zijn gezond verstand geëischt, en hij had er zich toe gedwongen,
+was erin geslaagd het martelende verlangen naar waarheid in zich
+te verstikken. Ongetwijfeld was hij verteederd door de tranen van
+zijn moeder, voelde hij slechts in zich de begeerte om haar het
+gedroomde geluk te geven. Thans echter kwam hem voor den geest, hoe
+in dien tijd toch wel oproerige gedachten in hem opgerezen waren;
+vond hij in zijn geheugen nachten terug, waarin hij meer geweend
+dan geslapen had, zonder dat hij wist waarom, nachten, bevolkt met
+onbestemde beelden, waarin het vrije en manlijke leven van buiten
+doordrong, waarin onophoudelijk het beeld van Marie hem verscheen,
+zooals hij haar een ochtend gezien had, stralend en badend in tranen,
+hem kussend in volle overgave. Dat alleen was thans overgebleven,
+de jaren van zijn religieuze studiën met hun eentonige lessen, met
+hun onveranderlijk blijvende geestelijke oefeningen en ceremoniën
+verdwenen alle in een nevel, in een onbestemd half-donker, dat vervuld
+was met een doodsche stilte.
+
+Dan gingen hem, toen ze in volle vaart een station voorbijgereden
+waren, in het oorverdoovend lawaai van den rit, een menigte dingen
+in bonte volgorde aan zijn geestesoog voorbij. Hij zag een groote,
+eenzame, afgesloten ruimte; hij meende er zich terug te zien
+op twintigjarigen leeftijd. Zijn droom was echter niet duidelijk
+meer. Een vrij ernstige ziekte, die hem in zijn studies een heel eind
+achteruitzette, had hem genoodzaakt naar buiten te gaan. In langen
+tijd had hij Marie niet gezien, tweemaal was hij met vacantie in
+Neuilly geweest zonder haar te ontmoeten, want zij was bijna altijd
+op reis. Hij wist, dat haar gezondheid slecht was tengevolge van een
+val van haar paard op dertienjarigen leeftijd juist op het oogenblik,
+dat zij vrouw worden zou; in haar wanhoop ging haar moeder, gehoor
+gevend aan de tegenstrijdige raadgevingen der geneesheeren, ieder
+jaar met haar naar een andere badplaats. Toen had hij den zwaren slag
+vernomen, die haar getroffen had, den plotselingen dood van die zoo
+strenge, maar voor de haren zoo onmisbare moeder: een longontsteking,
+die zij op een avondwandeling in la Bourboule gekregen had, toen
+zij haar mantel uitgetrokken had, om hem Marie, die daar voor een
+kuur was, om te doen, had haar in vijf dagen weggerukt. Haar vader
+had zijn van verdriet half waanzinnige dochter en het lijk moeten
+komen halen. Het ergste was, dat na het overlijden van de moeder,
+de zaken steeds slechter gingen in de handen van den architect, die,
+zonder te rekenen, zijn vermogen in den afgrond van zijn ondernemingen
+wierp. Marie kon niet meer van haar rustbed opstaan, zoodat slechts
+Blanche overbleef om het huis te bestieren, doch deze werd zelf geheel
+in beslag genomen door haar laatste examens, die zij wilde doen, om
+diploma's te halen, daar zij heel goed inzag, dat er een tijd komen
+zou, waarin zij zelf haar brood moest verdienen.
+
+Plotseling kwam Pierre een duidelijk beeld voor den geest, dat zich uit
+die massa verwarde, half vergeten feiten losmaakte. Het was gedurende
+een vacantie, die hij voor zijn gezondheid had moeten nemen. Hij
+was toen vier-en-twintig jaar, maar in zijn studie wat achter,
+daar hij pas de vier laagste geestelijke ordeningen ontvangen had;
+na zijn terugkeer zou hij onmiddellijk het sub-diaconaat krijgen,
+wat hem voor altijd door een onverbreekbaren eed binden zou. Heel
+duidelijk voor oogen stond hem het tooneel in den kleinen tuin van de
+Guersaints te Neuilly, waarin hij vroeger zoo dikwijls gespeeld had. De
+ruststoel van Marie was onder de hooge boomen dicht bij de haag gerold;
+zij waren alleen te midden van den droefgeestig stemmenden vrede van
+den herfstmiddag, hij zag Marie in zwaren rouw half uitgestrekt met
+haar verlamde beenen liggen, terwijl hij, ook in het zwart, reeds
+in soutane, op een leunstoel naast haar zat. Al vijf jaar lang was
+zij nu reeds lijdende. Nu, op haar achttiende jaar, zag zij er bleek
+en mager uit, zonder dat zij echter opgehouden had aanbiddelijk te
+zijn met haar koninklijke lokkenpracht, die de ziekte spaarde. Hij
+meende reeds te weten, dat zij altijd verlamd blijven zou, dat zij
+veroordeeld was nooit vrouw te worden, daar haar geslachtsleven
+door dien val gestoord was. De geneesheeren, die het onderling niet
+eens waren, hadden haar opgegeven. In ieder geval vertelde zij hem
+alles op dien droeven namiddag, toen de verdorde bladeren op hen
+neervielen. Maar haar woorden herinnerde hij zich niet, wel echter
+haar droevig glimlachje, haar jong, nog zoo bekoorlijk gezichtje, dat
+echter reeds de bittere trekken had van hen, die het leven opgegeven
+hebben. Toen had hij begrepen, dat zij dacht aan den reeds zoo ver
+achter hen liggenden dag, dat zij op deze zelfde plaats achter de met
+zonnestralen doorplekte haag afscheid genomen hadden, aan hun tranen,
+aan hun kussen, aan hun belofte om elkaar eens in de zekerheid van hun
+geluk terug te zullen vinden. Zij vonden elkaar terug, maar waartoe
+diende dat nu? Zij toch was reeds als dood en hij zou straks afsterven
+van het leven van deze wereld. Nu de geneesheeren verklaard hadden,
+dat zij nooit vrouw zou zijn, nooit echtgenoote, nooit moeder, nu
+kon hij er ook wel afstand van doen man te zijn, geheel opgaan in
+God, aan wien zijn moeder hem gewijd had. En hij voelde nog de zoete
+bitterheid van deze laatste ontmoeting, Marie pijnlijk glimlachend
+over hun vroegere hinderpalen, hem sprekend over het geluk, dat hij
+zeker vinden zou in den dienst van God, zoo ontroerd bij die gedachte,
+dat zij hem had doen beloven haar uit te noodigen, om er getuige van
+te zijn, als hij zijn eerste mis las.
+
+Bij het station Sainte-Maure rukte een lawaai in den wagon Pierre
+weer even uit zijn overpeinzingen. Hij dacht aan een ongeluk, aan
+een nieuwe bezwijming. Maar de smartelijke gezichten, die hij zag,
+waren nog dezelfde, toonden dezelfde pijnlijke uitdrukking, hetzelfde
+angstige wachten op de goddelijke hulp, die zoo langzaam kwam. Mijnheer
+Sabathier trachtte vergeefs zijn beenen in een makkelijke houding te
+brengen, broeder Isidore kreunde aan één stuk door zachtjes als een
+stervend kind, terwijl madame Vêtu, ten prooi aan een hevigen aanval,
+ineenkromp van pijn en, haar lippen op elkaar geklemd en haar gezicht
+vertrokken, zelfs geen adem meer haalde. Het lawaai was veroorzaakt
+door madame de Jonquière, die bij het schoonmaken van een kom, de
+waterkan had laten vallen. En ondanks haar martelende pijnen had dit
+de zieken aan het lachen gemaakt evenals eenvoudige zielen, die door
+het lijden kindsch worden. Onmiddellijk liet zuster Hyacinthe, die ze
+met het grootste recht haar kinderen noemde, kinderen, die zij met
+één enkel woord gehoorzamen deed, hen weer den Rozenkrans afbidden,
+in afwachting van het Angelus, dat volgens het vastgestelde programma
+te Châtellerault gebeden zou worden. De Ave's volgden elkaar op, het
+was nog slechts een dof gemurmel, dat verloren ging in het knarsen
+der koppelstangen en het lawaai der wielen.
+
+Pierre was zes-en-twintig en priester. Enkele dagen vóór zijn
+wijding waren nog laat bedenkingen bij hem opgekomen, het heimelijke
+bewustzijn, dat hij zich verbond zonder nauwkeurig zelf-onderzoek. Maar
+hij had het met opzet nagelaten, hij leefde in de verdooving van zijn
+beslissing, daar hij meende met één bijlslag al wat in hem aan den
+mensch herinnerde, gedood te hebben. Zijn vleesch was afgestorven
+met zijn onschuldigen jeugdroman, dat blanke jonge meisje met haar
+goudblonde haren, dat hij nog slechts voor zich zag op haar ziekbed,
+het vleesch afgestorven als het zijne. Vervolgens had hij zijn gezond
+verstand ten offer gebracht, wat hij toen voor heel makkelijk hield,
+daar hij hoopte, dat het voldoende zou zijn te willen, om niet meer
+te denken. Ook was het te laat, hij kon op het laatste oogenblik niet
+terug; en ook al voelde hij zich in het uur, dat hij den laatsten
+plechtigen eed uitsprak, bevangen door een geheime vrees, door een
+onbestemde, smartelijke spijt, toch had hij alles vergeten, was hij
+goddelijk beloond voor zijn offer, toen hij zijn moeder de zoo lang
+verwachte groote vreugde gaf haar zijn eerste mis te hooren lezen. Hij
+zag haar nog, zijn arme moeder in de kleine kerk te Neuilly, die
+zij zelf gekozen had, de kerk, waarin de uitvaartdiensten voor zijn
+vader gehouden waren, hij zag haar nog, zooals zij op dien kouden
+Novemberochtend bijna alleen in de sombere kapel met haar gelaat
+in haar handen geknield lag en lang weende, terwijl hij de hostie
+ophief. Daar had zij haar laatste geluk gekend, want zij leefde eenzaam
+en alleen: haar oudsten zoon, die, andere denkbeelden toegedaan,
+alle betrekkingen met zijn familie had afgebroken, sedert zijn broer
+besloten had priester te worden, zag zij niet meer. Men vertelde,
+dat Guillaume, evenals zijn vader een talentvol scheikundige, maar
+beneden zijn stand geraakt en opgaande in revolutionnaire droombeelden,
+een klein huisje in de buitenwijken van Parijs bewoonde, waar hij zich
+geheel wijdde aan gevaarlijke studiën van springmiddelen; terwijl men
+er ook nog bij wist te vertellen, wat iederen band tusschen hem en
+zijn zoo vrome moeder verbroken had, dat hij in vrije liefde leefde
+met een vrouw, die hij ergens "opgeduikeld" had. In geen drie jaar had
+Pierre, die in zijn jonge jaren van Guillaume als van een vaderlijken,
+goeden en vroolijken vriend gehouden had, hem meer gezien.
+
+Dan voelde hij zijn hart pijnlijk samenkrimpen: hij zag zijne moeder
+dood terug. Ook hier een plotseling sterven, een ziekte van nauwlijks
+drie dagen, een plotselinge dood, zooals bij madame de Guersaint. Op
+een avond, toen hij als een krankzinnige rondgeloopen had, om een
+dokter te vinden, had hij haar bij zijn terugkomst dood, onbeweeglijk,
+bleek gevonden; op zijn lippen voelde hij nog steeds de ijskoude
+aanraking van haar lippen. Van de rest herinnerde hij zich niets
+meer, niets van het waken bij de doode, niets van de voorbereidselen,
+niets van de begrafenis. Dat alles was verdwenen in het duister van
+zijn wezenloosheid, een zoo woest verdriet, dat hij er bijna aan
+gestorven was. Na den terugkeer van het kerkhof rilde hij van de
+koorts, een slijmkoorts, die hem drie weken lang tusschen leven en
+dood had doen zweven.
+
+Zijn broeder was hem komen verplegen; daarna had Guillaume zich
+bezig gehouden met de regeling van de erfenis, hem het huis en een
+kleine rente overlatend, terwijl hij zelf zijn deel in contanten nam;
+vervolgens was hij, toen hij zag, dat zijn broer buiten gevaar was,
+weer weggegaan en naar zijn verborgen hoek teruggekeerd. Maar welk een
+langzaam herstel in dat eenzame verlaten huis! Pierre had niets gedaan,
+om Guillaume terug te houden, want hij begreep, dat er een afgrond
+tusschen hen gaapte. In den beginne had hij onder die eenzaamheid
+geleden. Doch later was zij hem lief geworden in de groote stilte der
+kamer, die niet door geluiden van buiten gestoord werd, en onder de
+vredige schaduw van den kleinen tuin, waarin hij geheele dagen zitten
+kon, zonder een levende ziel te zien. Zijn geliefkoosd toevluchtsoord
+was het oude laboratorium, de werkkamer van zijn vader, dat zijn
+moeder twintig jaar lang zorgvuldig gesloten gehouden had, als om er
+het verleden van ongeloof en verdoemenis in op te sluiten. Misschien
+zou zij, ondanks haar zachtmoedigheid en haar eerbiedige vereering
+voor den doode, er ten slotte toch toe zijn overgegaan, om de boeken
+en de papieren te vernietigen, indien de dood haar niet was komen
+overvallen. Pierre had de kamer goed laten luchten, het bureau en de
+boekenkast laten afstoffen, had den grooten lederen fauteuil tot den
+zijne gemaakt en bracht er heerlijke uren in door; door zijn ziekte
+als wedergeboren en zich opnieuw in zijn jeugd teruggebracht voelend,
+genoot hij van het lezen der boeken, die hem in handen kwamen, als
+van een zeldzaam intellectueel genot.
+
+Gedurende die twaalf maanden van langzaam herstel, had hij, voor
+zoover hij zich herinneren kon, niemand ontvangen dan dr. Chassaigne,
+een oud vriend van zijn vader, een werkelijk knap geneesheer, die
+zich bescheiden hield bij zijn taak om te praktiseeren, wiens eenige
+eerzucht was zijn patiënten te genezen. Madame Froment had hij niet
+van den dood kunnen redden; maar hij beroemde er zich op den jongen
+priester genezen te hebben van een ernstige ziekte; van tijd tot tijd
+kwam hij, om hem wat afleiding te bezorgen, nog eens met hem praten en
+sprak dan voornamelijk over Pierre's vader, den grooten scheikundige;
+hij was onuitputtelijk in allerlei anecdoten over den doode, in
+allerlei bijzonderheden, waarin nog altijd zijn warme vriendschap
+doorstraalde. Op die wijze had gedurende zijn langzaam herstel de zoon
+zich van zijn vader langzamerhand een beeld van beminlijken eenvoud,
+van goedheid en gulle hartelijkheid gevormd. Dat was zijn vader, zooals
+hij werkelijk was, en niet de man van strenge wetenschap, zooals hij
+hem zich vroeger, naar wat zijn moeder altijd vertelde, voorgesteld
+had. Zeker, zij had hem nooit iets anders geleerd dan een eerbiedig
+opzien tegen den dierbaren doode; maar was hij niet de ongeloovige,
+de godloochenaar, die de engelen deed weenen, de medewerker aan de
+goddeloosheid, die zich tegen het werk van God richtte. Op die wijze
+was hij een schrikbeeld der duisternis gebleven, de verdoemde, die als
+een spook door het huis zwierf, terwijl hij er nu het vriendelijke,
+glimlachende licht van werd, een door vurigen waarheidsdrang bezield
+werker, die nooit iets anders nagejaagd had dan de liefde en het
+geluk van allen. Dr. Chassaigne, een zoon der Pyrenaeën, geboren
+in een dorp, waarin men nog aan tooverheksen geloofde, voelde zich
+eerder aangetrokken tot den godsdienst, ook al had hij in de veertig
+jaren, dat hij te Parijs woonde, geen voet in de kerk gezet. Maar
+van één ding was hij volkomen zeker: als er ergens een hemel was,
+dan zou Michel Froment daar zijn, en wel gezeten op een troon aan de
+rechterhand van God.
+
+En nog eenmaal herleefde Pierre in enkele minuten de vreeselijke
+crisis, die gedurende twee maanden hem gemarteld had. Niet zoozeer,
+dat hij in de bibliotheek boeken van anti-religieuze strekking gevonden
+had of dat zijn vader, wiens papieren hij ordende, zich ooit buiten
+het gebied van zijn technische onderzoeking bewogen had, neen, er was
+langzamerhand, ondanks zijn wil, in hem een wetenschappelijke klaarheid
+gekomen, er had zich in hem een geheel van bewezen verschijnselen
+gevormd, die de dogma's vernietigden en in hem niets overlieten van al
+die dingen, waaraan hij moest gelooven. Het was, alsof zijn ziekte hem
+een wedergeboorte had doen ondergaan, alsof hij opnieuw begon te leven
+en te leeren in den weldadig-aandoenden terugkeer van zijn krachten,
+die aan zijn verstand een zoo doordringende helderheid gaf. Op het
+seminarie had hij, op raad van zijn leeraren, zijn wetensdrang,
+zijn zucht tot onderzoek steeds beteugeld. Wat men hem leerde,
+verbaasde hem wel, maar hij had toen het offer van zijn verstand,
+dat men van zijn vroomheid eischte, gebracht. En nu stortte deze met
+zooveel zorg en inspanning opgebouwde stelling van het dogma ineen door
+een opstand van het souvereine verstand, dat zijn rechten opeischte,
+dat hij niet meer tot zwijgen dwingen kon. De waarheid borrelde op,
+brak zich met zoo'n onweerstaanbare kracht baan, dat hij begrepen had
+nooit meer de dwaling te kunnen laten zegevieren. Het was de volkome,
+de onherstelbare debacle van het geloof. Al had hij het vleesch in
+zich kunnen dooden door afstand te doen van zijn jeugdroman, al voelde
+hij zich zoozeer heer en meester over zijn zinnelijke lusten, dat hij
+eigenlijk opgehouden had man te zijn, hij wist nu, dat het offer van
+zijn verstand onmogelijk meer te brengen zou zijn. En hij vergiste
+zich niet, het was zijn vader, die diep in zijn binnenste herleefde,
+die in de overgeleverde twee-eenheid, waarin zijn moeder zoo lang
+als heerscheresse getroond had, de overwinning behaalde. Zijn recht,
+torenvormig voorhoofd scheen nog hooger geworden te zijn, terwijl
+zijn spitse kin en zijn week-teedere mond nog meer naar achteren
+sprongen. En toch leed hij er onder, was hij radeloos van smart niet
+meer te kunnen gelooven, van verlangen om het nog te willen, wanneer
+zijn goed hart, zijn behoefte aan liefde in de schemeruren weer in
+hem ontwaakten; dan moest eerst de lamp komen, moest hij eerst weer
+duidelijk om en in zich kunnen zien, om de energie en kalmte van zijn
+verstand, de kracht voor het martelaarschap, den wil om alles voor
+den vrede van zijn geweten op te offeren, terug te vinden.
+
+Toen was de crisis uitgebroken. Hij was priester en geloofde niet
+meer. Als een bodemlooze afgrond gaapte dit plotseling voor zijn
+voeten. Wat was het einde van zijn leven, de ineenstorting van
+alles. Wat moest hij doen? Gebood de eenvoudige eerlijkheid hem niet
+de soutane van zich te werpen en in de wereld terug te keeren? Maar hij
+had reeds zulke afvallige priesters gezien en ze veracht. Een getrouwde
+priester, dien hij kende, vervulde hem met walging. Ongetwijfeld was
+dat nog slechts een overblijfsel van zijn lange religieuze opvoeding:
+hij hield nog vast aan de gedachte van de onschendbaarheid van
+het priesterschap, de gedachte, dat hij, die zich eenmaal aan God
+gegeven had, zich niet meer vrij maken kon. Misschien ook voelde hij
+zich reeds te zeer gebrandmerkt, te zeer verschillend van de anderen,
+zoodat hij bang zijn moest onbeholpen en onwelkom te zullen wezen. En
+na lange dagen vol kwelling en strijd, waarin zijn verlangen naar
+geluk en de levenskracht van zijn teruggekeerde gezondheid worstelden,
+nam hij het heldhaftige besluit priester, en een eerlijk priester te
+blijven. Hij zou de kracht tot deze verzaking hebben. Nu hij, al was
+het hem dan niet gelukt zijn verstand het zwijgen op te leggen, het
+vleesch in zich gedood had, deed hij zichzelf de plechtige gelofte
+zijn eed van kuischheid te houden; dat was het onwankelbare, dat
+was het reine en rechtschapen leven, dat hij volkomen zeker was te
+zullen leiden. Wat kwam het overige erop aan, indien hij alleen maar
+behoefde te lijden, indien niemand ter wereld den uitgedoofden vulkaan
+in zijn hart, de nietswaardigheid van zijn geloof, den afgrijselijken
+leugen, waarin hij zich ten doode kwelde, vermoedde. Zijn krachtige
+steun zou zijn rechtschapenheid zijn, hij zou zijn priesterambt
+blijven vervullen als een eerlijk man, zonder een der geloften,
+die hij uitgesproken had, te verbreken, door volgens de kerkelijke
+voorschriften zijn plichten te blijven vervullen als dienaar van God,
+dien hij zou prediken, dien hij zou dienen aan het altaar, dien hij
+als brood des levens onder de geloovigen uitdeelen zou. Wie zou het
+hem dan als een misdaad aanrekenen, dat hij zijn geloof verloren had,
+gesteld dat dit groote ongeluk eens bekend worden zou? En wat kon men
+nog meer van hem vragen? Had hij niet zijn geheele leven geofferd aan
+zijn eed; had hij zijn priesterambt niet hoog gehouden; had hij niet
+alle goede werken der Christelijke liefde gedaan zonder eenige hoop
+op een toekomstige belooning? Zoo had hij langzamerhand de kalmte
+in zich doen wederkeeren, het hoofd nog omhoog, in die troostelooze
+verhevenheid van den priester, die zelf niet meer gelooft en blijft
+waken over het geloof van anderen. Hij stond ongetwijfeld niet alleen,
+hij voelde, dat hij broeders had, priesters, die, hoewel door twijfel
+en ongeloof gemarteld, toch op het altaar bleven als soldaten zonder
+vaderland, toch den moed hadden de goddelijke illusie te doen lichten
+over de neergeknielde scharen.
+
+Na zijn volkomen herstel had Pierre zijn dienst in de kleine kerk te
+Neuilly weer hervat. Iederen ochtend las hij er de mis. Maar hij was
+vastbesloten iedere plaats, iedere bevordering te weigeren. Maanden,
+jaren verliepen: halsstarrig bleef hij bij zijn besluit een gewoon
+priester te zijn, de meest onbekende, de nederigste der priesters,
+die men in een parochie duldt, die komen en weer gaan, wanneer zij
+zich van hun plicht gekweten hebben. Iedere waardigheid, die hij erbij
+aanvaarden zou, zou hem een verergering van zijn leugen geschenen
+zijn, een roof tegenover hen, die het meer verdienden. En hij moest
+voor talrijke aanbiedingen bedanken, want zijn verdiensten konden niet
+onopgemerkt blijven: men verwonderde zich in het aartsbisschoppelijk
+paleis over die hardnekkige bescheidenheid, had van de kracht, die men
+in hem vermoedde, gebruik willen maken. Slechts hoogst zelden voelde
+hij een spijt in zich opkomen, dat hij niet nuttig kon zijn, dat hij
+zich niet met hart en ziel geven kon aan een grootsch en verheven werk,
+aan het weder brengen van vrede op aarde, aan het heil en het geluk der
+menschheid. Gelukkig had hij zijn dagen vrij en kon hij troost zoeken
+in een ware werkwoede; hij verslond alle boeken uit de bibliotheek
+van zijn vader, vatte zijn vroegere studiën en onderzoekingen weer op,
+hield zich vooral bezig met de geschiedenis der menschheid, verteerd
+als hij werd door de begeerte om het maatschappelijke en religieuze
+kwaad in zijn oorsprong na te gaan, om zich te vergewissen of er dan
+werkelijk niets aan te verhelpen was.
+
+Op een ochtend, dat hij in een der groote schuifladen onder in de
+boekenkast zocht, had Pierre een dossier ontdekt over de verschijning
+te Lourdes. Er bevonden zich zeer volledige en belangrijke documenten
+in, afschriften van de verhooren van Bernadette, administratieve
+processen-verbaal, politierapporten, geneeskundige verklaringen en
+onderzoekingen, ongerekend nog particuliere en vertrouwelijke brieven,
+die van het grootste belang waren. Verbaasd over deze vondst, had hij
+er met dr. Chassaigne over gesproken, die zich herinnerde, dat zijn
+vriend Michel Froment indertijd het geval van Bernadette bestudeerd
+had; hij zelf, die in een dorpje dicht bij Lourdes geboren was,
+had zijn tusschenkomst verleend om den scheikundige een gedeelte
+van het dossier te bezorgen. Op zijn beurt had Pierre zich toen
+een maand lang met niets anders dan met dat geval beziggehouden,
+aangetrokken als hij zich gevoelde door de rechtschapen en reine
+figuur der helderziende, maar tevens in opstand komend tegen wat eruit
+voortgekomen was, tegen het fetichisme, het jammerlijk bijgeloof, de
+triompheerende simonie. In zijn worsteling met het ongeloof was deze
+geschiedenis uitermate geschikt om de ineenstorting van zijn geloof
+te verhaasten. Maar tevens had zij zijn weetgierigheid geprikkeld;
+hij zou een onderzoek hebben willen instellen, de onbetwistbare
+wetenschappelijke waarheid aan het licht brengen, aan het reine,
+zuivere Christendom den dienst bewijzen haar te bevrijden van die
+slak, van dit zoo roerend en kinderlijk tooversprookje. Dan had hij
+zijn studie moeten opgeven, daar hij te veel opzag tegen een reis
+naar de Grot en de groote moeilijkheden, waarmede hij te kampen zou
+hebben om de inlichtingen, die hem nog ontbraken, te verkrijgen; in
+hem bleef nog slechts voortleven een teeder gevoel voor Bernadette,
+aan wie hij niet denken kon zonder een wonder-mooi gevoel van bekoring
+en een eindeloos medelijden.
+
+De dagen verstreken en Pierre's leven werd hoe langer hoe eenzamer. In
+een aanval van doodelijke ongerustheid was dr. Chassaigne plotseling
+naar de Pyrenaeën vertrokken: hij had zijn praktijk in den steek
+gelaten en zijn zieke vrouw, die hij en zijn dochter, een knap
+jong meisje, dagelijks meer achteruit zagen gaan, naar Cauterets
+gebracht. Van af dat oogenblik was het in het kleine huisje te
+Neuilly akelig-stil geworden. Pierre's eenige afleiding bestond
+in de bezoeken, welke hij nu en dan bij de Guersaints aflegde, die
+intusschen verhuisd waren, maar die hij in een kleine woning achter
+in een der armzaligste straten van de wijk teruggevonden had. En de
+herinnering aan zijn eerste bezoek daar stond hem nog zoo levendig
+voor den geest, dat hij nog een steek in zijn hart voelde, wanneer
+hij zich zijn ontroering bij het zien van die arme Marie herinnerde.
+
+Hij ontwaakte uit zijn gepeins, keek om zich heen en zag Marie op
+de bank liggen, zooals hij haar toen teruggevonden had in die op een
+dakgoot gelijkende kist, waaraan wielen aangebracht konden worden, om
+haar voort te bewegen. Zij, vroeger zoo overvloeiend van levenslust,
+altijd bereid om rond te springen en te lachen, leed diep onder dat
+gedwongen niets doen, dat gedwongen stil liggen. Van vroeger had zij
+nog slechts haar lokken, die haar als een gouden mantel omhulden,
+zij was zoo mager, dat zij kleiner geworden scheen te zijn, weer
+het figuurtje van een kind gekregen scheen te hebben. Wat echter in
+dat bleeke gezicht het pijnlijkst was om aan te zien, dat waren die
+levenlooze starende blikken, die niets zagen, die een uitdrukking van
+wezenloosheid, van geheel opgaan in haar ziekte hadden. Toch merkte
+zij, dat hij haar aankeek, en zij wilde tegen hem glimlachen. Maar
+slechts een zucht ontsnapte haar lippen, en hoe pijnlijk was het
+glimlachje van dit arme, verlamde wezentje, dat overtuigd was te zullen
+sterven vóór het wonder! Hij werd er diep door ontroerd, hij hoorde
+nog slechts haar, zag nog slechts haar te midden van al het lijden,
+dat de wagon herbergde, ja alsof zij al dat lijden samengevat had
+in den langen doodsstrijd van haar schoonheid, haar opgewektheid en
+haar jeugd.
+
+En langzamerhand keerde Pierre, zonder dat zijn oogen Marie loslieten,
+terug naar het verleden, doorleefde hij nog eens de uren vol bittere
+en droeve bekoring, die hij bij haar doorgemaakt had, wanneer hij haar
+in het kleine, armelijke woninkje gezelschap houden ging. Mijnheer de
+Guersaint had zich geheel en al geruïneerd door verbetering te willen
+brengen in de kerkelijke platen, wier middelmatigheid hem een doorn in
+het oog was. Zijn laatste sous waren verdwenen in het faillissement
+van een kleurendrukkerij; in zijn verstrooidheid en in zijn gebrek
+aan doorzicht had hij niets gemerkt van de verschrikkelijke armoede,
+die hij steeds grooter maakte; in de voortdurende illusie van zijn
+kinderlijke ziel verliet hij zich geheel op God en was al weer bezig
+met het probleem van een bestuurbaren luchtballon, zonder zelfs te
+zien, dat zijn oudste dochter Blanche zich bovenmenschelijk moest
+inspannen om tenminste in het levensonderhoud te voorzien van het
+kleine gezin, van haar twee kinderen, zooals zij haar vader en haar
+zuster noemde. Blanche was het ook, die het geld, dat de verpleging van
+Marie eischte, vond door van den vroegen ochtend tot den laten avond
+in modder en stof geheel Parijs af te draven, om taal- en pianolessen
+te geven. Marie was dikwijls de wanhoop nabij, barstte dan in tranen
+uit en verweet zichzelf, dat zij de hoofdoorzaak van den ondergang was,
+omdat men voor haar nu reeds zoovele jaren lang hooge doktersrekeningen
+betalen moest, haar alle denkbare badplaatsen, la Bourboule, Aix,
+Lamalou, Amélie-les-Bains had moeten laten bezoeken. Thans, na tien
+jaar van tegenstrijdige diagnosen en behandelingen, hadden de doktoren
+haar opgegeven; sommigen dachten, dat de groote ligamenten gebroken
+waren, anderen geloofden aan de aanwezigheid van een tumor, nog anderen
+weer aan een verlamming, die uit het ruggemerg voortkwam. En daar zij
+in haar maagdelijk schaamtegevoel ieder nader onderzoek weigerde en
+de doktoren zelf geen dieper op de kwestie ingaande vragen durfden
+doen, hield ieder zich aan zijn eigen diagnose en verklaarde, dat zij
+niet beter worden kon. Trouwens, streng vroom als zij na haar ziekte
+geworden was, rekende zij nog slechts op Gods hulp. Haar grootste
+verdriet was, dat zij niet meer naar de kerk kon gaan, en zij las
+iederen ochtend de mis. Haar verlamde beenen schenen afgestorven te
+zijn en bij tusschenpoozen was zij zoo zwak, dat haar zuster haar
+helpen moest met eten.
+
+Op dat oogenblik kwam weer een andere herinnering bij Pierre boven. Het
+was op een avond, nog voor de lamp op was. Hij zat naast haar in
+het donker en plotseling had Marie hem gezegd, dat zij naar Lourdes
+wilde gaan, dat zij zeker was genezen terug te zullen komen. Hij had
+zich bij die woorden alles behalve op zijn gemak gevoeld, en, zijn
+gewone voorzichtigheid uit het oog verliezend, uitgeroepen, dat het
+een dwaasheid was om aan dergelijke bakerpraatjes te gelooven. Nooit
+had hij met haar over godsdienst gesproken, steeds had hij geweigerd
+haar de biecht af te nemen, ja zelfs haar raad te geven bij de
+kleine gewetensbezwaren, die zij als strenggeloovige had. Een zeker
+schaamtegevoel en een zeker medelijden hadden hem daarvan afgehouden;
+want zou het hem eenerzijds zwaar gevallen zijn haar voor te liegen,
+anderzijds zou hij zich als een misdadiger beschouwd hebben, indien
+hij ook maar met één ademtocht dat mooie reine geloof, dat haar sterk
+maakte tegen het lijden, bezoedeld had. Hij nam het zich dan ook ten
+zeerste kwalijk, dat hij dien kreet niet had kunnen inhouden, en zijn
+verwarring werd nog grooter, toen hij gevoeld had, hoe de kleine,
+klamme hand der zieke de zijne vastgreep; en in de duisternis haar
+schroom overwinnend, had zij hem met stokkende stem durven zeggen,
+dat zij zijn geheim wist, dat zij zijn ongeluk kende, die voor een
+priester zoo afschuwelijke ellende, om niet meer te kunnen gelooven. In
+hun gesprekken had hij, ondanks zichzelf, alles gezegd, was zij met
+de fijne intuïtie van een zieke vriendin doorgedrongen tot in het
+diepst van zijn geweten. Zij maakte zich vreeselijk bezorgd over hem,
+beklaagde hem om zijn ongeneeslijke ziekte nog meer dan zichzelf. En
+toen hij, diep ontroerd, geen antwoord wist te vinden en door zijn
+zwijgen de waarheid bekende, was zij weer over Lourdes begonnen te
+praten, voegde zij er op zachten toon aan toe, dat zij ook hem wilde
+toevertrouwen aan de Heilige Maagd en haar smeeken, hem zijn geloof
+terug te geven. En van dien avond af had zij niet opgehouden telkens
+en telkens weer te herhalen, dat zij, als zij naar Lourdes ging,
+beter worden zou. Maar de geldquaestie, waarover zij met haar zuster
+zelfs niet had durven praten, was de groote hinderpaal. Twee maanden
+verliepen; zij werd met den dag zwakker, zij putte haar krachten uit
+in droomen, haar blikken steeds in de verte gericht op de stralende
+schittering van de Wondergrot.
+
+Pierre maakte toen zware dagen door. In den beginne had hij Marie
+beslist geweigerd met haar mede te gaan. Doch later was dat vaste
+besluit aan het wankelen gebracht door het denkbeeld, dat hij, wanneer
+hij tot de reis besloot, die tevens dienstbaar maken kon aan zijn
+onderzoek over Bernadette, wier bekoorlijke figuur geen oogenblik
+uit zijn gedachten was. En eindelijk voelde hij een zacht gevoel,
+een hoop, die hij zichzelf niet bekennen wilde, hem doortrillen bij
+de gedachte, dat Marie misschien gelijk had, dat de Heilige Maagd
+zich ook over hem zou kunnen erbarmen door hem het blinde geloof,
+dat geloof van het kleine kind, dat lief heeft en niet redeneert,
+terug te geven. O, met hart en ziel te kunnen gelooven, geheel en
+al in het geloof te kunnen opgaan. Een ander geluk was ongetwijfeld
+niet meer mogelijk. Hij snakte naar het geloof met al de vreugde van
+zijn jeugd, wet al de liefde, die hij voor zijn moeder gehad had,
+met geheel het brandende verlangen om te ontsnappen aan de marteling
+om te willen weten en begrijpen, om voor altijd in te slapen in de
+schoot der goddelijke onwetendheid. Het was heerlijk en laf tegelijk,
+dat hoopvol verlangen om niets meer te zijn, niets meer te zijn dan een
+ding in Gods handen. En zoo kwam ook in hem de begeerte het uiterste
+middel te beproeven.
+
+Een week later was tot de reis naar Lourdes besloten. Doch Pierre had
+een laatste consult van geneesheeren geëischt, om te weten of Marie
+werkelijk nog vervoerd kon worden; en dat was ook weer een tooneel,
+dat hem steeds levendig voor den geest stond, en waarvan hij sommige
+bijzonderheden duidelijk voor zich zag, terwijl andere daarentegen
+reeds uit zijn geheugen waren verdreven. Twee doktoren, die vroeger
+de zieke behandeld hadden en waarvan de een aan een breuk der groote
+ligamenten geloofde en de ander de ziekte weet aan een verlamming
+tengevolge van een beleediging van het ruggemerg, waren het ten slotte
+eens geworden over die verlamming in verband met verwondingen aan de
+groote ligamenten: alle symptomen wezen er op, het geval scheen hun
+zoo duidelijk, dat zij niet geaarzeld hadden een bijna gelijkluidend
+certificaat af te geven. Verder geloofden zij, dat de reis mogelijk,
+maar zeer pijnlijk zou zijn. Dat deed Pierre besluiten, want hij vond,
+dat de heeren zeer voorzichtig waren en zooveel mogelijk getracht
+hadden de waarheid te vinden. Hij had nog slechts een vage herinnering
+aan den derden geneesheer, Beauclair, een achterneef van hem, een nog
+jongen man met een helder inzicht, die nog weinig bekend was, en naar
+men beweerde, een zonderling. Nadat hij Marie langen tijd aangekeken
+en opgenomen had, had hij sterk geïnformeerd naar haar voorouders en
+met zeer veel belangstelling geluisterd naar wat men hem vertelde
+over mijnheer de Guersaint, den architect, die zich verbeeldde een
+uitvinder te zijn, met zijn zwak karakter en overdreven phantasie;
+daarna had hij het gezichtsveld van Marie willen weten en zich, door
+haar op bescheiden wijze te bekloppen, vergewist, dat de pijn zich
+ten slotte gelocaliseerd had in den linker eierstok, en dat de pijn,
+wanneer men op die plek drukte, als een dikke massa, die haar dreigde
+te doen stikken, naar haar keel scheen op te stijgen. De verlamming der
+beenen achtte hij blijkbaar van weinig of geen beteekenis. En op een
+hem op den man af gedane vraag had hij uitgeroepen, dat men haar naar
+Lourdes moest brengen, dat zij er ongetwijfeld zou genezen, als zij de
+vaste overtuiging bezat daar beter te zullen worden. Hij sprak ernstig
+over Lourdes; het geloof was voldoende, twee van zijn patiënten,
+zeer vrome dames, die hij er het vorige jaar heen gezonden had, waren
+stralend van gezondheid teruggekomen. Zelfs voorspelde hij, hoe het
+wonder geschieden zou: als bij tooverslag, bij een ontwaken, in een
+exaltatie van het geheele wezen, waarin de kwaal, die verschrikkelijke,
+duivelsche drukking, waaronder het jonge meisje bijna stikte, nog
+voor een laatste maal opstijgen en dan verdwijnen zou, alsof hij
+door haar mond ontsnapte. Maar hij weigerde beslist een certificaat
+af te geven. Hij was het niet eens met zijn twee collega's, die hem
+zoo'n beetje uit de hoogte als een kwakzalver behandelden. Pierre
+had, al was het vaag, enkele gedeelten der discussie, die in zijn
+tegenwoordigheid gehouden was, en enkele brokstukken van de door
+Beauclair opgestelde diagnose onthouden: een ontwrichting van het
+orgaan met een lichte scheuring der ligamenten tengevolge van den
+val van het paard, vervolgens een langzaam herstel, waarbij alles
+weer op zijn juiste plaats gekomen was, waarop verschillende nerveuze
+aanvallen kort op elkaar gevolgd waren, zoodat de zieke verder slechts
+geleefd zou hebben onder de obsessie van haar eersten angst, al haar
+denken was thans geconcentreerd op het beleedigde punt, onbeweeglijk
+lag zij neer in toenemende pijnen, terwijl zij niet in staat was
+nieuwe voorstellingen in zich op te nemen, tenzij onder de krachtige
+inwerking van een hevige gemoedsaandoening. Overigens gaf hij toe,
+dat er bijkomende voedingsstoornissen konden zijn, doch deze waren
+nog te weinig onderzocht om het belang en den loop ervan te kunnen
+aangeven. Maar het denkbeeld, dat Marie's kwaal ingebeeld kon zijn, dat
+de hevige pijnen, die haar martelden, afkomstig zouden kunnen zijn van
+een reeds lang geleden herstelde kwetsuur, was Pierre, toen hij haar
+daar zoo zag liggen met haar reeds afgestorven beenen, zoo paradoxaal
+voorgekomen, dat hij er niet verder bij was blijven stil staan, blij
+bovendien als hij was, dat de drie dokters eenstemmig de reis naar
+Lourdes toestonden. Het was voor hem voldoende, dat zij genezen kon;
+daarvoor zou hij met haar naar het eind der wereld gegaan zijn.
+
+O, die laatste dagen te Parijs, in welk een drukte en opwinding had hij
+ze doorleefd! De nationale bedevaart stond op het punt te vertrekken,
+hij was op het denkbeeld gekomen Marie in de Hospitalité te laten
+opnemen, ten einde groote kosten te vermijden. Verder had hij zich
+allerlei bezoeken moeten getroosten, om zelf bij de Hospitalité
+de Notre-Dame de Salut geplaatst te worden. Mijnheer de Guersaint
+was in den zevenden hemel, want hij hield van de natuur en brandde
+van verlangen, om de Pyrenaeën te leeren kennen; hij bekommerde zich
+natuurlijk om niets, beschouwde het als een van zelf sprekend feit, dat
+de jonge priester de reis voor hem betaalde en in het hotel daarginds
+voor hem zorgde als voor een kind; en toen zijn dochter Blanche hem
+op het allerlaatste oogenblik een louis in zijn hand stopte, vond hij
+zich den koning te rijk. Die arme en heldhaftige Blanche bezat een
+geheimen schat, een spaarduitje van vijftig francs, die ze, om haar
+niet boos te maken, wel hadden moeten aannemen, want zij wilde ook
+medehelpen aan de genezing van haar zuster, al kon zij de reis niet
+medemaken, teruggehouden als zij werd door haar lessen te Parijs,
+dat zij in alle richtingen door bleef trekken, terwijl de haren daar
+ver weg neerknielden tusschen de verrukkingen der Grot. En zoo waren
+zij dan vertrokken en reden zij nu voort, reden zij steeds verder door.
+
+Bij het station Châtellerault deed een plotseling geroezemoes van
+stemmen Pierre uit zijn overpeinzingen opschrikken. Wat! Waren
+zij reeds te Poitiers? Maar het was nauwlijks twaalf uur. Neen,
+zuster Hyacinthe liet het Angelus bidden, de drie driemaal herhaalde
+Ave's. De stemmen stierven weg, een nieuw gezang, dat langzamerhand
+in een klaaglied veranderde, werd aangeheven. Nog vijf-en-dertig
+lange minuten voor ze te Poitiers waren, waar, zooals het scheen,
+het oponthoud van een half uur aller lijden zou verzachten. Allen
+voelden zich zoo onbehaaglijk, werden zoo onbarmhartig heen en weer
+geschud in dien verpesten, gloeiend-heeten wagon. De ellende was te
+groot, dikke tranen rolden over de wangen van madame Vincent, een
+gesmoorde vloek was ontsnapt aan de lippen van Mijnheer Sabathier,
+die anders zoo lijdzaam en geduldig was, terwijl broeder Isidore,
+la Grivotte en madame Vêtu niet meer schenen te leven en op wrakhout
+geleken, dat door den stroom werd medegevoerd. Marie had haar oogen
+gesloten en antwoordde niet meer; zij wilde ze niet meer open doen,
+vervolgd als zij werd door den vreeselijken aanblik van het gezicht
+van Elise Rouquet, dat half weggevreten, open hoofd, dat voor haar
+het beeld van den dood was. En terwijl de trein, die deze menschelijke
+troostelooze ellende met zich voerde onder den onweerzwangeren hemel,
+zijn vaart door de gloeiende velden versnelde, werden allen door een
+nieuwe schrik aangegrepen. De man ademde niet meer, een stem riep,
+dat hij gestorven was.
+
+
+
+
+III.
+
+Zoodra de trein te Poitiers stil stond, haastte zuster Hyacinthe zich
+uit te stappen, te midden van het gedrang der stationskruiers, die
+de portieren openden, en van de pelgrims, die zich naar buiten drongen.
+
+"Wacht even, wacht even!" riep zij steeds. "Laat mij het eerst
+uitstappen; ik wil zien, of het werkelijk afgeloopen is."
+
+Toen zij in het andere compartiment weer ingestapt was, lichtte zij
+het hoofd van den man op; eerst geloofde zij ook, dat hij inderdaad
+gestorven was, toen zij hem daar zoo bleek en met wezenlooze oogen
+liggen zag.
+
+"Neen, neen, hij ademt nog. Gauw, we moeten opschieten!"
+
+En zich wendend tot de andere zuster, die achter in den wagon het
+toezicht hield: "Ach, zuster Claire des Anges, wees zoo goed en ga
+dadelijk pater Massias, die in het derde of vierde rijtuig zijn moet,
+halen. Zeg hem, dat wij een zieke hebben, die in levensgevaar verkeert,
+en dat hij dadelijk met het Heilig Oliesel komt."
+
+Zonder te antwoorden verdween de zuster in de drukte. Zij was klein,
+fijn gebouwd en teer, met een peinzend gelaat en sprookjesoogen,
+maar toch steeds in de weer.
+
+Pierre, die staande in het andere compartiment het tooneel volgde,
+veroorloofde zich een opmerking.
+
+"Zou het misschien niet gewenscht zijn ook den dokter te halen?"
+
+"Zeker, daar dacht ik ook juist aan," antwoordde zuster Hyacinthe. "O,
+mijnheer de abbé, als u de goedheid zoudt willen hebben zelf eens te
+gaan kijken."
+
+Pierre was juist van plan in den cantinewagen een kop bouillon te
+halen. De zieke, die zich wat verlicht gevoelde, nu zij niet meer
+heen en weer geschud werd, had haar oogen weer opengedaan en zich
+door haar vader in zittende houding laten oprichten. Zij zou in
+haar vurig verlangen naar frissche lucht wel graag gewild hebben,
+dat ze een oogenblik op het perron gezet was, maar zij voelde,
+dat dat te veel gevraagd zou zijn en het te veel moeite kosten zou,
+om haar straks weer in den wagon te krijgen. Mijnheer de Guersaint,
+die evenals de meeste pelgrims en zieken in den trein ontbeten had,
+bleef dicht bij het geopende portier een sigaret staan rooken,
+terwijl Pierre naar den cantinewagen liep, waarin zich eveneens de
+dienstdoende geneesheer met een kleine apotheek bevond.
+
+In den wagon waren ook de andere zieken gebleven, die men met den
+besten wil van de wereld niet naar buiten kon brengen. La Grivotte
+had telkens benauwende hoestaanvallen en ijlde; zij belette ook
+madame de Jonquière weg te gaan, die met haar dochter Raymonde,
+madame Volmar en madame Désagneaux afgesproken had gezamenlijk in de
+wachtkamer te ontbijten. Maar hoe kon zij dat ongelukkige schepsel,
+dat ieder oogenblik den geest kon geven, alleen op die harde bank
+achterlaten? Marthe was ook gebleven bij haar broeder, den zendeling,
+die maar steeds door bleef kreunen. Aan zijn plaats als vastgenageld,
+wachtte mijnheer Sabathier op zijn vrouw, die een tros druiven voor
+hem was gaan halen. De anderen, die loopen konden, drongen naar de
+deur, om uit te stappen, ten einde een oogenblik den wagon vol jammer
+en ellende, waarin hun ledematen in de zeven lange uren, die de reis
+geduurd had, stijf geworden waren, te ontvluchten. Madame Maze had
+zich dadelijk van de anderen verwijderd en een eenzaam hoekje van het
+station gezocht, waar zij dadelijk weer in haar gewone melancholie
+terugviel. Versuft van smart had madame Vêtu, die met moeite eenige
+stappen gedaan had, zich neer laten vallen op een bank midden in
+de zon, waarvan zij het branden echter niet eens voelde, terwijl
+Elise Rouquet, die haar zwarte sluier weer omgedaan had, in haar
+verlangen naar frisch water overal naar een fonteintje zocht. Madame
+Vincent liep langzaam met de kleine Rose op haar arm heen en weer;
+zij glimlachte tegen de kleine en trachtte haar wat op te vroolijken
+door haar schreeuwend gekleurde platen aan te wijzen, waar het kind
+naar keek, zonder ze echter te zien.
+
+Intusschen kostte het Pierre de grootste moeite zich een weg te banen
+door de dichte menigte, die het perron overstroomde. Men kon zich
+geen voorstelling maken van dien levenden stroom van gebrekkigen en
+gezonden, die den trein verlaten hadden, meer dan achthonderd personen
+liepen door elkaar heen en verdrongen elkaar. Iedere wagon had zijn
+ellende uitgestort als een ziekenhuiszaal, die men ontruimt; nu kon
+men zien, welk een schrikwekkend aantal kwalen deze verschrikkelijke
+witte trein met zich voerde. Hier sleepten zieken zich voort, anderen
+werden gedragen, de meesten echter bleven dicht bij elkaar op het
+trottoir staan. Hier hoorde men plotseling gillen en schreeuwen; daar
+haastte men zich naar de wachtkamer of de restauratie. Ieder wilde
+zoo spoedig mogelijk den inwendigen mensch versterken. Het was zoo
+kort, dit half uur oponthoud, het eenige, dat zij voor Lourdes zouden
+hebben. En het eenige vroolijke te midden van de zwarte soutanes,
+van de afgedragen en verschoten kleeren der armen, was het lachende
+wit der kleine zusters van Maria Hemelvaart, die in haar sneeuwige
+mutsjes, sluiers en schorten druk af en aan liepen.
+
+Toen Pierre eindelijk bij den kantinewagen, die zich midden in den
+trein bevond, kwam, vond hij dien reeds belegerd. Er was daar een
+petroleumfornuis en een geheel volledige kleine keukeninstallatie. De
+bouillon, die van geconcentreerd vleeschnat gemaakt werd, stond
+te warmen in plaatijzeren ketels, de in doozen van één liter
+gecondenseerde melk werd slechts aangelengd en bruikbaar gemaakt,
+wanneer ze noodig was. Enkele andere artikelen, als beschuit, druiven
+en chocolade werden bewaard in een soort kast. Maar bij het zien van al
+die handen, welke zich begeerig naar haar uitstrekten, verloor zuster
+Saint-François, een korte en gezette vrouw van vijf-en-veertig jaar
+met een vriendelijk, frisch gezicht, die met de leiding belast was,
+eenigszins het hoofd. Terwijl zij naar Pierre, die den dokter riep,
+welke zich met zijn reisapotheek in een ander compartiment van den
+wagen bevond, luisterde, moest zij met uitdeelen doorgaan. Maar toen
+de jonge priester haar vertelde van den man, die op sterven lag,
+liet zij zich vervangen, daar zij zelf den ongelukkige wilde zien.
+
+"O ja, zuster, ik kwam ook nog een kop bouillon voor een zieke halen."
+
+"Goed, mijnheer de abbé, ik zal hem meenemen. Gaat u maar voor!"
+
+Onder het wisselen van vragen en antwoorden spoedden de twee mannen
+zich voort, gevolgd door zuster Saint-François, die temidden van de
+dringende en stootende menschenmassa voorzichtig den kop bouillon
+droeg. De dokter was een donkere, krachtige, knappe jonge man van
+nog geen dertig jaar met den kop van een Romeinschen krijger,
+zooals men die nog aantreft in de door de zon verzengde landen
+van Provence. Zoodra zuster Hyacinthe hem zag, riep zij in blijde
+verrassing uit:
+
+"Wat, bent u het, mijnheer Ferrand?"
+
+Beiden waren een oogenblik perplex over die ontmoeting. De zusters
+van Maria Hemelvaart hadden de zware taak de armen te verplegen, en
+wel alleen die armen, welke niet betalen kunnen en hun doodsstrijd
+strijden in dakkamertjes; zoo brengen zij haar geheele leven door met
+de behoeftigen; zij richten zich huiselijk in bij het armzalige ziekbed
+in het enge vertrek, bewijzen den zieken de meest intieme diensten,
+zorgen voor het eten en de huishouding, leven daar als dienstboden
+en bloedverwanten tot aan het herstel of tot aan den dood. Zoo was
+op een goeden dag zuster Hyacinthe, nog heel jong toen, met haar
+frisch, melkblank gezichtje, waarin haar blauwe oogen aan één stuk
+door lachten, gekomen bij dezen jongen man, die toen nog studeerde
+en zware typheuse koortsen had; hij was zoo arm, dat hij in de rue
+du Four op een soort zolder onder de dakpannen woonde, die men alleen
+met een ladder bereiken kon. Zij had hem niet meer verlaten, had hem
+met haar hartstocht, om slechts voor anderen te leven, van den dood
+gered, zij, die als klein kind bij de deur van een kerk gevonden was
+en geen andere familie had als die der lijdenden, waaraan zij zich
+wijdde met den vurigen drang om lief te hebben. En welk een heerlijke
+maand was daarop gevolgd, welk een prachtige kameraadschap in deze
+reine verbroedering van het lijden! Wanneer hij haar "lieve zuster"
+noemde, dan was het werkelijk met zijn zuster, dat hij sprak. Zij was
+tegelijk zijn moeder ook, die hem oprichtte en weer neerlegde als haar
+kind, zonder dat er een andere band tusschen hen ontstaan was dan het
+innigste medelijden, de goddelijke liefde der barmhartigheid. Altijd
+was zij vroolijk, zonder geslachtelijke opwinding, met geen anderen
+drang dan om leed te verzachten en te troosten; en hij vereerde haar,
+aanbad haar en had aan haar de reinste en geestdriftigste herinnering
+bewaard.
+
+"Zuster Hyacinthe! Zuster Hyacinthe!" mompelde hij verrukt.
+
+Een bloot toeval bracht hen weer samen, want Ferrand was geen
+geloovige; dat hij zich hier bevond kwam, omdat hij op het allerlaatste
+oogenblik, wel had willen inspringen voor een vriend, die plotseling
+verhinderd was mede te gaan. Sedert bijna een jaar was hij assistent
+in de Pitié. Deze reis naar Lourdes onder zoo bijzondere omstandigheden
+vond hij zeer interessant.
+
+Maar de vreugde van het wederzien deed hem heelemaal den zieke
+vergeten. Zij dacht er het eerst weer aan.
+
+"Kijk, mijnheer Ferrand, daar hebt u den armen kerel. Wij hebben
+een oogenblik gedacht, dat hij dood was... Van af Amboise hebben
+we ons erg ongerust gemaakt en dadelijk bij aankomst hier heb ik om
+den priester met het Heilige oliesel gestuurd. Vindt u hem ook zoo
+minnetjes? Kunt u hem niet wat opwekken?"
+
+De jonge dokter was reeds met het onderzoek begonnen; de andere zieken,
+die in den wagon gebleven waren, keken belangstellend toe. Marie,
+aan wie zuster Saint-François den kop bouillon gegeven had, hield
+dien met een zoo beverige hand vast, dat Pierre hem van haar moest
+overnemen en trachtte haar te laten drinken, maar zij kon den bouillon
+niet doorkrijgen, haar oogen waren vol angstige verwachting strak
+gevestigd op dien man, alsof het om haar eigen leven ging.
+
+"Hoe vindt u hem?" vroeg zuster Hyacinthe weer. "Welke ziekte heeft
+hij?"
+
+"Welke ziekte?" fluisterde Ferrand. "Hij heeft ze allemaal."
+
+Dan haalde hij een fleschje uit zijn zak en trachtte een paar
+droppels tusschen de op elkaar geklemde tanden van den zieke te
+gieten. Deze stootte een zucht uit, lichtte zijn oogleden even op,
+doch om ze dadelijk weer dicht te laten vallen; dat was alles, geen
+ander levensteeken gaf hij.
+
+Zuster Hyacinthe, die anders altijd zoo kalm was en nooit haar
+zelfbeheersching verloor, werd nu ongeduldig.
+
+"Maar dat is verschrikkelijk! En zuster Claire des Anges komt
+maar niet terug. Ik heb haar toch goed den wagon van pater Massias
+uitgeduid... Lieve God, wat moeten we doen?"
+
+Zuster Saint-François, die inzag, dat zij zich hier toch niet nuttig
+maken kon, ging weer naar haar kantinewagen terug, maar eerst vroeg
+zij nog, of de man misschien niet van honger alleen omkwam; want dat
+gebeurde meer en zij was alleen maar gekomen om haar voorraden aan
+te bieden. Toen zij werkelijk wegging, beloofde zij, als zij haar
+toevallig tegenkwam, zuster Claire des Anges tot spoed te zullen
+aanzetten; zij was nog geen twintig meter verder of zij draaide zich
+om en wees met een groot gebaar naar de zuster, die alleen terugkwam.
+
+Uit het portier leunend, riep zuster Hyacinthe haar toe.
+
+"Kom dan toch, kom dan toch... En waar is pater Massias?"
+
+"Die is er niet."
+
+"Wat, is die er niet?"
+
+"Neen. Het gaf niets al haastte ik me nog zoo, je kunt gewoon niet
+tusschen al die menschen door. Toen ik bij den wagon kwam, was pater
+Massias al uitgestapt en had hij ongetwijfeld het station al verlaten."
+
+Zij vertelde, dat de pater, naar men haar gezegd had een afspraak had
+met den pastoor van Sainte-Radegonde. Vorige jaren had de nationale
+bedevaart hier een oponthoud van vier-en-twintig uur: de zieken werden
+dan in het stedelijk ziekenhuis ondergebracht, terwijl de anderen
+zich in processie naar Sainte-Radegonde begaven. Maar dit jaar was
+dit onmogelijk, de trein moest onmiddellijk door; en de pater had
+zeker nu een onderhoud met den pastoor.
+
+"Ze hebben me beloofd de boodschap, zoodra hij terugkwam, aan hem
+over te brengen en hem met het Heilig Oliesel hierheen te zenden."
+
+Het was een ware ramp voor zuster Hyacinthe. Nu de wetenschap niets
+meer vermocht, zou het Heilig Oliesel misschien den zieke verlichting
+gegeven hebben. Dat had zij reeds meermalen gezien.
+
+"O, lieve zuster, wat spijt me dat vreeselijk... U weet niet, hoe lief
+het van u zou zijn, als u zelf ging kijken, of de pater terugkomt,
+om hem dadelijk hier te brengen."
+
+"Ik zal het doen, lieve zuster," antwoordde zuster Claire des Anges
+gedwee en ging, terwijl zij met de lenigheid van een schim door de
+menigte gleed, weer met haar ernstig en geheimzinnig uiterlijk weg.
+
+Diep bedroefd, dat hij zuster Hyacinthe het genoegen niet kon doen den
+man weer tot het bewustzijn terug te roepen, bleef Ferrand den zieke
+aankijken. En toen hij door een gebaar zijn onmacht te kennen gaf,
+vroeg zij hem op smeekenden toon:
+
+"Blijf bij mij, mijnheer Ferrand, tot de pater er is... dan zal ik
+wat rustiger zijn."
+
+Hij bleef en hielp haar den man, die van de bank dreigde te vallen,
+weer wat oprichten. Dan nam zij een doek en veegde zijn gezicht
+af, dat telkens weer met een dik zweet bedekt werd. En het wachten
+duurde voort te midden van het onbehaaglijk gevoel van hen, die in
+den wagon gebleven waren, en van de nieuwsgierigheid der menschen,
+die zich langzamerhand voor den coupé verzamelden.
+
+Een jong meisje baande zich vlug een weg door de menigte, stapte op
+de treeplank en vroeg aan madame de Jonquière:
+
+"Waar blijft u toch, mama? De dames zitten aan het buffet op u te
+wachten."
+
+Het was Raymonde de Jonquière. Wat rijp reeds voor haar vijf-en-twintig
+jaar, leek zij met haar donkeren tint, haar krachtigen neus, haar
+grooten mond en haar vol, mollig figuur sprekend op haar moeder.
+
+"Maar je ziet toch, kindlief, dat ik die arme vrouw niet in den steek
+kan laten."
+
+Zij wees op la Grivotte, die juist weer in een vreeselijke hoestbui
+lag te schokken.
+
+"Hoe jammer, mama! Madame Désagneaux en madame Volmar hadden zich
+juist zooveel van dat déjeunertje met ons vieren voorgesteld!"
+
+"Wat kan ik er aan doen, lieve kind?... Begin maar zonder mij en zeg
+aan de dames, dat ik zoo gauw als ik kan, komen zal."
+
+Dan plotseling een inval krijgend:
+
+"Wacht, daar is de dokter! Ik zal zien, of ik hem de zorg van mijn
+zieke kan overdragen... Ga maar vooruit; ik kom dadelijk. Ik heb
+zoo'n vreeselijken trek."
+
+Raymonde ging vlug naar het buffet terug, terwijl madame de Jonquière
+aan Ferrand vroeg bij haar te komen, om te zien of hij la Grivotte
+misschien wat verlichting geven kon. Reeds had hij op verzoek van
+Marthe broeder Isidore, wiens steunen en kreunen maar niet ophield,
+onderzocht; en weer had hij met een gebaar van wanhoop zijn onmacht
+te kennen moeten geven. Hij richtte de teringlijdster wat op in de
+hoop daardoor de hoest wat tot bedaren te brengen, wat inderdaad
+eenigszins hielp. Vervolgens hielp hij madame de Jonquière de zieke
+een kalmeerend drankje in te gieten. Mijnheer Sabathier, die langzaam
+de druiven, welke zijn vrouw voor hem was gaan halen, op zat te eten,
+vroeg hem zelfs niets, daar hij het antwoord toch vooruit wist en de
+zaak moe was, nadat hij reeds, zooals hij zich uitdrukte, alle vorsten
+der wetenschap geraadpleegd had. Maar toch deed het hem goed, toen
+hij zag, hoe de dokter het arme meisje, wier nabijheid hem hinderde,
+oprichtte. Ook Marie keek met toenemende belangstelling naar hem,
+hoewel zij het niet durfde wagen hem voor zich zelf te roepen, zeker
+als zij was, dat hij haar toch niet helpen kon.
+
+Op het perron werd het gedrang steeds grooter. Men had nog slechts een
+kwartier. Als ongevoelig, met wijdgeopende oogen, zonder nochtans iets
+te zien, verdoofde madame Vêtu haar pijnen in de gloeiende hitte der
+volle zon, terwijl madame Vincent nog steeds met denzelfden sussenden
+stap met de kleine Rose, licht als een ziek vogeltje, zoodat zij het
+gewicht niet eens op haar armen voelde, op en neer liep. Vele pelgrims
+haastten zich naar de fontein, om kannen, kruiken en flesschen te
+vullen. Madame Maze, die zeer op reinheid en zindelijkheid gesteld
+was, wilde er haar handen gaan wasschen; toen zij er echter bijkwam,
+vond zij er Elise Rouquet, die juist bezig was te drinken; verschrikt
+deinsde zij terug voor dit afschuwlijk wezen, die hondenkop met den
+uitgevreten bek, die de schuine spleet van haar mond uitstak, waaruit
+de tong slorpend neerhing; en allen beving met dezelfde huivering,
+dezelfde aarzeling om hun flesschen, kannen en kruiken te vullen uit
+dezelfde fontein, waaruit zij gedronken had. Een groot aantal pelgrims
+liep op het perron te eten. Men hoorde het rhythmische klepperen der
+krukken van een vrouw, die rusteloos door de verschillende groepen heen
+en weer liep. Op den grond schoof een man zonder beenen zich in zijn
+bak met moeite voort, om naar men wist niet wat te zoeken. Anderen
+zaten dicht bij elkaar op een hoop en bewogen zich niet meer. Het
+geheele voor een zoo korten tijd uitgestapte leger van zieken, dit
+rijdende hospitaal, dat voor een half uur ontruimd was, schepte te
+midden van het drukke, onophoudelijke heen en weer loopen der gezonden,
+in de volle brandende middagzon versche lucht.
+
+Pierre verliet Marie niet meer, want mijnheer de Guersaint was,
+aangetrokken door het groene stukje land, dat men aan het einde van
+het station zag, verdwenen. De jonge priester, die vol bezorgdheid
+merkte, dat zij den bouillon niet naar binnen krijgen kon, trachtte
+glimlachend de snoeplust der zieke te prikkelen door haar aan te
+bieden een perzik voor haar te gaan halen; maar zij weigerde, zij had
+te veel pijn en nergens trek in. Zij keek hem aan met haar groote,
+droefgeestige oogen, heen en weer geslingerd tusschen haar ongeduld
+over dit oponthoud, dat haar mogelijke genezing uitstelde, en haar
+angst, om straks weer gedurende die eindelooze reis onbarmhartig door
+elkaar geschud te worden.
+
+Een dikke mijnheer kwam naderbij en tikte Pierre op zijn arm. Hij
+was al grijs, droeg een vollen baard; zijn breed gezicht had een
+vaderlijk-bezorgde uitdrukking.
+
+"Pardon, mijnheer de abbé, is er in dezen wagen niet een ongelukkige,
+die op sterven ligt?"
+
+En toen de geestelijke bevestigend antwoordde, werd hij dadelijk
+vriendschappelijk en familiaar.
+
+"Ik heet Vigneron en ben sous-chef over het ministerie van Financiën;
+ik heb een verlof gevraagd, om met mijn vrouw onzen zoon Gustave naar
+Lourdes te kunnen vergezellen... De arme jongen stelt al zijn hoop in
+de Heilige Maagd, wie wij dag en nacht voor hem bidden... Wij zitten in
+den wagon vóór den uwe, waar we een compartiment tweede klasse hebben."
+
+Dan keerde hij zich om en riep met een handgebaar zijn familie.
+
+"Ja, het is hier. De ongelukkige man is er werkelijk heel slecht
+aan toe."
+
+Madame Vigneron was klein, haar gezicht lang en mager en wees op een
+groote bloedarmoede, die haar zoon Gustave in verschrikkelijke mate van
+haar scheen geërfd te hebben. De vijftienjarige jongen leek nog geen
+tien; hij was scheef, mager als een brandhout, door de bloedarmoede
+was zijn rechterbeen zoo weinig ontwikkeld, dat hij met een kruk
+loopen moest. Hij had een klein, fijn, eenigszins scheef gezichtje,
+waarvan men eigenlijk niets anders dan de oogen zag, oogen, waaruit
+een helder verstand straalde, die door verdriet gescherpt waren en
+daardoor zeker tot in het diepst der ziel zagen.
+
+Een oude dame met gepoederd gezicht, die zich moeilijk bewoog,
+volgde hem; en mijnheer Vigneron, die zich nu herinnerde, dat hij
+haar vergeten had, wendde zich weer tot Pierre om haar voor te stellen.
+
+"Madame Chaise, de oudste zuster van mijne vrouw, die met alle geweld
+Gustave, van wien zij veel houdt, heeft willen vergezellen."
+
+En zich over Pierre heen buigend, voegde hij er fluisterend en op
+vertrouwelijken toon aan toe:
+
+"Madame Chaise, de weduwe van een zijdehandelaar en ontzaglijk
+rijk. Zij heeft een hartkwaal, waarover zij zich erg ongerust maakt."
+
+Dicht op elkaar staande, keek de heele familie met groote
+nieuwsgierigheid naar hetgeen er in den wagon voorviel. Nog steeds
+meer menschen kwamen erbij, en de vader hield zijn zoon een tijdje
+in zijn armen, om hem goed te kunnen laten zien, terwijl zijn tante
+zijn kruk zoo lang vasthield en zijn moeder op haar teenen ging staan.
+
+In den wagon nog steeds hetzelfde schouwspel: de man zat stijf en
+roerloos in den hoek met zijn hoofd tegen het harde, eikenhouten
+beschot. Hij was doodelijk bleek, zijn oogen waren gesloten, zijn mond
+vertrokken door den doodsstrijd, zijn gezicht bedekt met koud zweet,
+dat zuster Hyacinthe van tijd tot tijd met een doek afveegde; zij sprak
+niet meer, was niet ongeduldig meer, had haar kalmte teruggekregen,
+vertrouwend op den hemel, slechts nu en dan een blik over het perron
+werpend, om te zien, of pater Massias nog niet kwam.
+
+"Kijk goed, Gustave," zeide mijnheer Vigneron tegen zijn zoon,
+"dat moet een teringlijder zijn."
+
+De jongen, die door klieren weggevreten werd, wiens heup reeds door
+een koud gezwel weggeteerd was en bij wien zich reeds symptomen van
+beenderversterf der ruggegraat vertoonden, scheen zich hartstochtelijk
+voor dien doodsstrijd te interesseeren. Hij was niet bang, lachte
+slechts met een oneindig droef glimlachje.
+
+"Het is vreeselijk!" mompelde madame Chaise, bleek van angst voor den
+dood in haar voortdurende vrees, dat zij in een plotselingen aanval
+van hartkramp zou blijven.
+
+"Wat zal ik je zeggen!" zeide mijnheer Vigneron philosophisch. "Ieder
+krijgt zijn beurt; we zijn allen sterfelijk!"
+
+Het glimlachje van Gustave kreeg een uitdrukking van pijnlijken spot,
+alsof hij andere woorden gehoord had: de onbewuste wensch, dat de oude
+tante vóór hem sterven zou, dat hij de vijfhonderd duizend francs,
+die hem beloofd waren, erven zou en tevens dat hij zelf zijn familie
+niet langer meer tot last zou zijn.
+
+"Zet hem neer," zeide madame Vigneron tegen haar man; "je maakt hem
+zoo moe, als je hem aan zijn beenen vasthoudt."
+
+Dan zorgde zij er, evenals madame Chaise, zorgvuldig voor, dat het kind
+geen schok zou krijgen. De arme jongen moest zoo vreeselijk ontzien
+worden. Iedere minuut waren zij bang hem te zullen verliezen. De vader
+geloofde, dat het maar het beste zou zijn, als ze weer dadelijk in
+hun coupé gingen. En toen de twee vrouwen met het kind tusschen zich
+in weggingen, wendde hij zich vergenoegd tot Pierre en zeide met een
+diepe ontroering in zijn stem:
+
+"O, mijnheer de abbé, als de goede God hem van ons wegnam, zou ons
+leven niets meer voor ons te beteekenen hebben. En ik zeg dat niet
+om het vermogen van zijn tante, dat dan naar andere neven gaan
+zou. Maar, nietwaar mijnheer de abbé, het zou heelemaal tegen de
+natuur in zijn, wanneer hij stierf vóór haar, vooral met het oog op
+haar gezondheid... Maar wat zullen wij er tegen doen, wij zijn allen
+in de handen der Voorzienigheid en wij vertrouwen op de Heilige Maagd,
+die zeker alles ten beste keeren zal."
+
+Eindelijk had madame de Jonquière, door dr. Ferrand gerustgesteld,
+la Grivotte alleen kunnen laten. Maar voor zij ging, had zij voor
+alle zekerheid tegen Pierre gezegd:
+
+"Ik sterf van den honger, ik ga even naar het buffet... Maar wilt u
+mij dadelijk laten roepen, als het hoesten weer begint."
+
+Toen zij zich met groote moeite een weg gebaand had door de menigte op
+het perron, kwam zij weer in een nieuw gedrang. De pelgrims, die het
+betalen konden, hadden zich in een stormaanval van de tafeltjes meester
+gemaakt, vooral veel priesters liepen af en aan onder het lawaai van
+vorken, messen en borden. De drie of vier kellners konden onmogelijk
+voor de bestellingen zorgen, te meer daar een dichte menigte, die
+zich aan het buffet verdrong, om vruchten, broodjes en koud vleesch
+te koopen, hun den weg versperde. En daar, achter in de wachtkamer,
+zat Raymonde met madame Désagneaux en madame Volmar te dejeuneeren.
+
+"Eindelijk, mama!" riep zij. "Ik wou u net weer komen halen. Ze moeten
+u toch laten eten!"
+
+Zij lachte heel vroolijk, opgewonden als zij was over de reis, over
+dezen eenvoudigen maaltijd, dien ze haast-je-rep-je gebruiken moesten.
+
+"Kijk, daar hebt u een portie forellen met peterseliesaus, die ik
+voor u bewaard heb, en daar staat een cotelette op u te wachten... Wij
+zijn al aan de artisjokken!"
+
+Toen werd het een vroolijk hoekje, waar je met genoegen naar keek.
+
+Vooral de jonge madame Désagneaux was zeer aantrekkelijk, een teere
+blondine met eigenzinnig, opvliegend, goudblond haar, een rond,
+melkblond gezichtje met aardige kuiltjes, opgewekt en goedhartig. Rijk
+getrouwd, liet zij nu al drie jaar achter elkaar midden in de maand
+Augustus dagen haar man in Trouville om als diacones de nationale
+bedevaart mede te maken: dat was haar grootste hartstocht, een innig
+medevoelen, een behoefte om zich gedurende vijf dagen geheel aan de
+zieken te geven, het was een waar zwelgen in volkomen toewijding,
+dat haar uitputte en gelukkig maakte tevens. Haar eenige verdriet was,
+dat zij nog geen kind had, en met een waarlijk komischen ernst gaf zij
+dikwijls haar spijt te kennen, dat zij haar roeping als pleegzuster
+miskend had.
+
+"Kom kind!" zeide zij tegen Raymonde; "beklaag je moeder niet, dat
+zij zoo door haar zieken in beslag genomen wordt. Zij heeft tenminste
+wat te doen."
+
+En zich tot madame de Jonquière wendend:
+
+"Als u eens wist, hoe lang ons de uren in onzen mooien
+eerste-klas-coupé vallen! Je mag zelfs geen klein handwerkje doen,
+dat is verboden... Ik had gevraagd, mij bij de zieken te plaatsen,
+doch alles was al vergeven, zoodat ik wel verplicht ben te probeeren
+vannacht in mijn hoekje te slapen."
+
+En lachend voegde zij er aan toe:
+
+"Wij zullen wel slapen, niet waar madame Volmar, want het gesprek
+schijnt u te vermoeien?"
+
+Madame Volmar, een brunette met een lang gezicht en fijne, vermoeide
+trekken, moest de dertig reeds gepasseerd zijn en had groote, prachtige
+oogen, die waren als gloeiende kolen, waarover nu en dan een sluier
+scheen te komen, die ze als het ware schenen uit te dooven. Zij was
+niet mooi bij den eersten aanblik; hoe langer men haar echter aankeek,
+des te bekoorlijker, overwinnender en begeerlijker zij werd. Verder
+trachtte zij zoo min mogelijk in het oog te vallen, zich op den
+achtergrond te houden, ging steeds in het zwart gekleed en droeg
+nooit sieraden, hoewel zij de vrouw van een handelaar in diamanten
+en parelen was.
+
+"O," mompelde zij, "als ik maar niet te veel door elkaar geschud word,
+ben ik al tevreden."
+
+Zij was reeds tweemaal als helpster mee naar Lourdes geweest, maar men
+zag haar daar bijna nooit in het Hôpital de Notre-Dame des Douleurs,
+daar zij dadelijk na haar aankomst door zoo'n moeheid overvallen werd,
+dat zij, naar zij beweerde, genoodzaakt was haar kamer te houden.
+
+Madame de Jonquière, de directrice der zaal, was zeer welwillend
+voor haar.
+
+"Jullie hebt nu goed den tijd om uit te rusten. Slaapt maar goed,
+als je kunt, want, wanneer ik het niet meer volhouden kan, komen
+jullie aan de beurt."
+
+Dan richtte zij zich tot haar dochter:
+
+"En jij, lieve kind, moet je niet te veel opwinden, als je je hoofd
+niet verliezen wilt."
+
+Maar Raymonde keek haar verwijtend aan en zeide glimlachend:
+
+"Waarom zegt u dat, moeder?... Ben ik soms niet verstandig?"
+
+Zij behoefde zich volstrekt nergens op te beroemen, want een krachtige
+wil en het vaste besluit zelf haar leven in te richten, spraken
+duidelijk uit haar grijze oogen, haar geheele jonge, onbezorgde wezen,
+dat één levensvreugde was.
+
+"Het is zoo," moest de moeder eenigszins verlegen bekennen; "het kind
+is soms verstandiger dan ik... Nou, geef me de côtelette maar even aan,
+die zal smaken. Lieve hemel, wat heb ik een honger!"
+
+Opgevroolijkt door het voortdurende lachen van madame Désagneaux en
+Raymonde, dejeuneerde zij verder. Deze laatste leefde weer geheel op
+en haar gezicht, dat door het wachten op een huwelijk reeds eenigszins
+verlept was, kreeg den rosen tint van haar twintigste jaar terug. Ze
+namen nu dubbel groote happen, want ze hadden nog maar een tien
+minuten. In de geheele zaal heerschte nog een grooter lawaai dan
+zooeven, want men was bang geen tijd meer te zullen hebben voor
+de koffie.
+
+Maar Pierre kwam: la Grivotte had weer een benauwende hoestbui
+gekregen; madame de Jonquière at gauw haar artisjok en ging dan naar
+haar wagon terug, na eerst haar dochter, die haar op gekscherenden
+toon goeden nacht wenschte, een zoen te hebben gegeven. Intusschen
+had de priester bij het zien van madame Volmar met het roode kruis
+der Hospitalité over haar zwarten corsage, een gebaar van verbazing
+niet kunnen onderdrukken. Hij kende haar, want hij bracht, al was
+het zelden, toch nog steeds nu en dan een bezoek aan de oude madame
+Volmar, de moeder van den diamanthandelaar, een oude vriendin van
+zijn eigen moeder; het was een verschrikkelijke vrouw, overdreven
+vroom en zoo streng, dat zij de jaloezieën gesloten hield, om haar
+schoondochter toch maar niet op straat te laten kijken. Hij kende de
+geschiedenis: sedert den dag van haar huwelijk leefde de jonge vrouw
+als een gevangene tusschen haar schoonmoeder, die haar tyranniseerde,
+en haar man, een afzichtelijk leelijk monster, die haar in zijn
+krankzinnige jaloerschheid zelfs sloeg, ofschoon hij zelf verscheidene
+meisjes mainteneerde. Zij lieten haar geen oogenblik uitgaan, dan
+om de mis bij te wonen. Pierre zelf had haar op een zekeren dag bij
+de Drievuldigheidskerk verrast, toen hij haar vlug enkele woorden
+had zien wisselen met een correct gekleed, gedistingeerd heer:
+de onvermijdelijke en zoo vergeeflijke val, de misstap in de armen
+van een vriend, die het geheim bewaarde, de verborgen en verterende
+hartstocht, dien men niet bevredigen kan en die toch zoo vreeselijk
+in je brandt, de afspraken, die men zoo moeilijk houden kan, dat men
+dikwijls weken lang wachten moet, en waarvan men, in een plotselinge
+opvlamming van begeerte, gulzig geniet.
+
+Verlegen stak zij hem haar kleine, smalle, klamme hand toe.
+
+"Hoe toevallig, mijnheer de abbé... Wat is het lang geleden, dat we
+elkaar gezien hebben!"
+
+Zij vertelde hem, dat dit nu al het derde jaar was, dat zij naar
+Lourdes ging: haar schoonmoeder had haar gedwongen zich bij de
+Association de Notre-Dame de Salut aan te sluiten.
+
+"Wonderlijk, dat u ze niet op het station gezien hebt. Ze brengt me
+naar den trein en komt me weer halen ook."
+
+Zij zeide het zeer eenvoudig, maar met zoo'n scherpe ironie, dat
+Pierre er het zijne van dacht. Hij wist, dat zij aan niets geloofde
+en slechts naar de kerk ging, om zich op die wijze van tijd tot tijd
+een vrij uur te verzekeren; en plotseling kreeg hij de ingeving,
+dat in Lourdes iemand op haar wachtte, dat zij met haar bescheiden en
+vurige manier van doen, met haar vlammende oogen, die zij onder den
+sluier van onverschilligheid verborg, haar hartstocht tegemoet snelde.
+
+"Ik," zeide hij op zijn beurt, "ik ben met een vriendin uit mijn jeugd,
+een arm ziek meisje... Ik beveel haar in uw zorgen aan, u moet haar
+verplegen..."
+
+Toen bloosde zij even, en hij twijfelde niet langer. Raymonde keek
+de rekening na met de zelfverzekerheid van iemand, die met getallen
+om kan gaan; madame Désagneaux nam madame Volmar mede, de kellners
+verloren hun hoofd nog meer, de tafeltjes werden verlaten, allen
+stormden naar buiten, toen ze een bel hoorden gaan.
+
+Ook Pierre haastte zich naar zijn wagon terug, toen hij weer staande
+gehouden werd.
+
+"O, mijnheer de pastoor!" riep hij uit; "ik heb u bij het vertrek
+gezien, maar het was te laat, om u nog de hand te komen drukken."
+
+En hij stak de zijne uit naar den ouden priester, die hem glimlachend
+aankeek. Abbé Judaine was pastoor te Saligny, een kleine parochie
+in het departement Oise. Groot en krachtig van gestalte, had hij
+een breed, rood, door grijze haren omlokt gezicht; men voelde
+dadelijk, dat het een heilig man was, die nooit door zijn vleesch
+of door zijn verstand gekweld werd. Vroom als hij was, geloofde hij
+onvoorwaardelijk, zonder eenigen strijd, met het makkelijke geloof
+van een kind, dat nog geen hartstocht kent. Sedert de Heilige Maagd
+hem te Lourdes door een wonder, waarover men nu nog sprak, van een
+oogziekte genezen had, was zijn geloof nog blinder, nog inniger
+geworden, als ware het gedrenkt in dankbaarheid aan God.
+
+"Ik ben blij, dat ik je bij ons zie, vriendlief," zeide hij zacht,
+"want jonge priesters kunnen op zoo'n bedevaart heel wat leeren... Men
+heeft mij verzekerd, dat er onder hen nog al een geest van verzet
+heerscht. Nu, je zult al die arme drommels zien bidden; het is iets,
+dat je niet met droge oogen zult kunnen aanschouwen... En hoe is
+het mogelijk, dat men zich niet overgeeft aan God bij het zien van
+zooveel genezen of toch minstens verzacht lijden?"
+
+Ook hij begeleidde een zieke. Hij wees hem een coupé eerste klasse,
+waaraan een kaart met de woorden: "Abbé Judaine, gereserveerd"
+bevestigd was. En fluisterend ging hij voort:
+
+"Het is madame Dieulafay, je weet wel, de vrouw van den grooten
+bankier. Hun kasteel, een koninklijk domeingoed, behoort tot
+mijn parochie; en toen zij hoorde, dat de Heilige Maagd mij zoo'n
+buitengewone genade bewezen had, hebben zij mij gesmeekt de voorspraak
+van die arme vrouw te zijn. Ik heb al heel wat missen gelezen, en
+vurige geloften voor haar afgelegd... Kijk, daar is zij. Zij heeft
+met alle geweld er een oogenblik uit willen komen, ook al zal het
+straks weer veel moeite kosten, haar in de coupé te krijgen."
+
+Inderdaad lag op een schaduwrijk plekje van het perron in een soort
+rustbed een vrouw, wier knap, zuiver ovaal gezicht met prachtige
+oogen op een leeftijd van hoogstens zes-en-twintig wees. Zij was
+door een verschrikkelijke ziekte aangetast; het verdwijnen van de
+kalkhoudende zouten, wat een langzame verweeking en verwoesting van
+het beenderenstelsel ten gevolge had. Twee jaar geleden reeds, toen
+zij van een levenloos kind bevallen was, had zij pijn gevoeld in de
+wervelkolom. Langzamerhand waren de beenderen dunner geworden en van
+vorm veranderd, de wervelkolom werd krom, de beenderen van het bekken
+plat, terwijl die der beenen en armen verschrompelden; op die wijze
+was zij als het ware kleiner geworden, samengesmolten tot een armzalig
+stukje mensch, een fluïde, naamloos ding, dat men niet rechtop kan
+zetten, dat men met de grootste voorzichtigheid verplaatsen moest
+uit vrees, dat men het tusschen zijn vingers zou zien wegvloeien. Het
+hoofd, dat roerloos en met een stompzinnige, wezenlooze uitdrukking
+op het kussen lag, had zijn vroegere schoonheid behouden. Maar wat
+het hart, bij het zien van dat jammerlijk restje vrouw, nog meer
+toekneep, dat was de groote luxe, die haar omringde: het met blauwe
+zijde gecapitonneerde rustbed, de kostbare kanten, waarmede zij bedekt
+was, het kapje van Valenciennes-kant, dat zij droeg: een rijkdom,
+die zelfs nog in den doodsstrijd ten toon gespreid werd.
+
+"Hoe treurig," begon abbé Judaine weer fluisterend, "te moeten
+denken, dat zij nog zoo jong, zoo mooi, zoo schatrijk is. En als
+je eens wist, met hoeveel liefde zij nog omringd wordt... Die lange
+mijnheer naast haar is haar man, en die elegante dame daar haar zuster,
+madame Jousseur."
+
+Pierre herinnerde zich in de courant dikwijls den naam van madame
+Jousseur gezien te hebben, de vrouw van een diplomaat, die een
+voorname rol speelde in de hooge Katholieke kringen van Parijs. Zelfs
+had het verhaal van een hevigen, bestreden en overwonnen hartstocht
+de rondte gedaan. Zij was heel knap, uiterst eenvoudig gekleed en
+één en al toewijding voor haar arme zuster. De echtgenoot, die op
+vijf-en-dertigjarigen leeftijd het groote bankierskantoor van zijn
+vader geërfd had, was een knappe, uiterst correct gekleede man;
+maar in zijn oogen stonden tranen, want hij aanbad zijn vrouw; hij
+had zijn zaken in den steek gelaten, daar hij er op gestaan had zijn
+vrouw naar Lourdes te vergezellen; zijn laatste hoop was gevestigd
+op die aanroeping, der goddelijke barmhartigheid.
+
+Pierre had zeker sedert het begin van den dag in dien aan smarten
+rijken, witten trein heel wat ontzettend lijden gezien, maar niets
+had zijn ziel zoo aangegrepen als dit jammerlijk vrouwenskelet,
+dat te midden van haar kant en van haar millioenen, zich als in een
+vloeistof oploste.
+
+"De ongelukkige!" prevelde hij huiverend.
+
+"De Maagd zal haar genezen, ik heb er zoo om gesmeekt!" antwoordde
+abbé Judaine vol oprecht gemeend vertrouwen.
+
+Doch weer ging de bel, en ditmaal was het het teeken voor vertrek. Men
+had nog twee minuten. Een laatste dringen en duwen begon: menschen
+kwamen terug met in papier gewikkeld eten, met flesschen en kruiken,
+die zij in de fontein gevuld hadden. Velen liepen angstig heen
+en weer, konden hun wagon niet meer vinden, vlogen wanhopig van
+den eenen coupé naar den anderen, terwijl de zieken zich onder het
+rhythmisch klipklappen der krukken vlugger voortbewogen, en anderen,
+die moeilijk liepen, aan den arm van diakonessen hun pas trachtten
+te versnellen. Vier mannen hadden groote moeite om madame Dieulafay
+in haar coupé eerste klasse te krijgen. De Vignerons, die het niet
+beneden zich achtten tweede klasse te reizen, hadden zich reeds
+weer geïnstalleerd tusschen een groote menigte manden, kisten en
+koffers, die den armen Gustave nauwlijks veroorloofd hadden zijn arme,
+rudimentaire beenen uit te strekken. Dan kwamen zij allen weer terug:
+madame Maze sloop op haar stille manier den wagon binnen; madame
+Vincent lichtte haar dochtertje voorzichtig in de hoogte, steeds bang,
+dat zij zou gaan huilen; madame Vêtu moest binnengesleept worden,
+nadat men haar uit de verdooving van haar pijnen gewekt had; Elise
+Rouquet, die zich bij het gulzige drinken heelemaal nat gemaakt had
+en nog bezig was haar afzichtelijk gezicht af te vegen. En terwijl
+iedereen zijn plaats innam en de wagon weer vol werd, luisterde
+Marie naar haar vader, die verrukt was, dat hij tot aan het einde
+van het station gegaan was, tot het huisje van een wisselwachter,
+vanwaar men een mooi uitzicht op een werkelijk aardig landschap had.
+
+"Willen we je dadelijk weer neerleggen?" vroeg Pierre, wanhopig over
+het angstige gezicht van de zieke.
+
+"O neen, neen, strakjes!" antwoordde zij. "Ik heb nog tijd genoeg om
+die wielen in mijn hoofd te hooren ratelen, alsof zij mijn beenderen
+vermorzelen!"
+
+Zuster Hyacinthe had Ferrand gesmeekt nog eens naar den man te kijken,
+vóór hij naar den kantinewagen ging. Verbaasd over het uitblijven
+van pater Massias, wachtte zij nog steeds op hem; zij was echter niet
+wanhopig, want zuster Claire des Anges was nog niet teruggekomen.
+
+"Mijnheer Ferrand, zeg eens eerlijk of de ongelukkige werkelijk in
+onmiddellijk gevaar verkeert."
+
+Weer keek de jonge dokter hem aan, beluisterde en beklopte hem. Dan
+zeide hij met een wanhopig gebaar:
+
+"Het is mijn vaste overtuiging, dat u hem niet levend naar Lourdes
+krijgen kunt."
+
+Men rekte angstig de halzen uit. Als ze nu nog maar wisten, hoe de
+man heette, waar hij vandaan kwam, wie hij was. Maar niemand kende
+den ongelukkige, uit wien men geen woord los kon krijgen, en die daar
+in den wagon zou sterven.
+
+Toen kwam zuster Hyacinthe op het denkbeeld hem te fouilleeren. Daar
+kon onder de gegeven omstandigheden geen kwaad in steken.
+
+"Mijnheer Ferrand, kijk eens in zijn zakken!"
+
+Voorzichtig fouilleerde hij den man. Maar hij vond in de zakken niets
+dan een rozenkrans, een mes en drie sous. Nooit zou men iets meer
+van hem weten.
+
+Daar riep iemand, dat zuster Claire des Anges en pater Massias
+kwamen. Deze laatste had in een wachtkamer zijn tijd verpraat met den
+pastoor van Sainte-Radegonde. Er ontstond een levendige ontroering,
+alles zou misschien nog terecht komen. Maar de trein stond op het
+punt te vertrekken, de conducteurs sloten de portieren reeds, het
+Laatste Oliesel moest inderhaast worden toegediend, als men niet een
+te lange vertraging wilde veroorzaken.
+
+"Hier, eerwaarde vader!" riep zuster Hyacinthe. "Ja, ja, stap u in,
+de ongelukkige zieke ligt hier."
+
+Pater Massias, die, ofschoon vijf jaar ouder dan Pierre, tegelijk
+met dezen op het seminarie geweest was, had een groot, mager lichaam
+met het gezicht van een asceet, dat door een blonde baard omgeven
+was en waarin schitterende oogen fonkelden. Hij was noch de door
+twijfel gekwelde priester noch de priester met het blind geloof van
+een kind, maar een apostel vol gloeiende geestdrift, steeds gereed
+om voor den onbevlekten roem der Heilige Maagd te strijden en te
+overwinnen. Onder de zwarte pelerine met den grooten kap straalde
+hij van dien blijvenden strijdlust.
+
+Onmiddellijk had hij het zilveren doosje met het Heilige Oliesel
+gehaald. En de plechtige handeling begon onder het toeslaan der
+laatste portieren en het haastige toesnellen der pelgrims, die zich
+verlaat hadden, terwijl de stationschef met onrustige blikken naar
+de stationsklok keek, daar hij wel inzag, dat hij nog eenige minuten
+zou moeten toestaan.
+
+"Credo in unum Deum [2]..." mompelde de pater vlug.
+
+"Amen," vielen zuster Hyacinthe en de geheele wagon in.
+
+Degenen, die ertoe in staat geweest waren, lagen op de banken
+neergeknield. De anderen vouwden hun handen, maakten herhaaldelijk het
+teeken des kruises, en toen op het prevelen der gebeden de litanieën
+van het rituaal volgden, verhieven zich de stemmen, rees met het Kyrie
+Eleison [3] een vurige smeekbede op voor de vergeving der zonden
+en de lichamelijke en geestelijke genezing van den man. Dat geheel
+zijn leven, dat men niet kende, hem vergeven mocht worden en hij,
+onbekend en triompheerend, ingaan mocht in het koninkrijk Gods!
+
+"Christe, exaudi nos." [4]
+
+"Ora pro nobis, sancta Dei Genitrix." [5]
+
+Pater Massias had de zilveren naald, waaraan een droppel gewijde
+olie trilde, genomen. Bij de drukte en het wachten van den geheelen
+trein, waardoor de pelgrims hun hoofd uit de portieren staken, kon
+de geestelijke er niet aan denken de zalving, zooals die gewoonlijk
+geschiedde, te verrichten op de diverse zintuigsorganen, de poorten,
+die de zonde binnenlieten. Zooals het voorschrift voor dringende
+gevallen toestond, moest hij zich tevreden stellen met één zalving;
+hij verrichtte die op den mond, op dien bleeken, half geopenden mond,
+waaruit nog nauwlijks één ademtochtje kwam, terwijl het gezicht met
+de gesloten oogen reeds geheel verstijfd, tot het stof der aarde
+teruggekeerd scheen te zijn.
+
+"Per istam sanctam unctionem, et suam piissimam misericordiam,
+indulgeat tibi Dominus quidquid per visum, auditum, odoratum, gustum,
+tactum, deliquisti." [6]
+
+Het slot der plechtigheid ging in het lawaai van het vertrek
+verloren. De pater had nog nauwlijks tijd den droppel af te wisschen
+met het watje, dat zuster Hyacinthe voor hem gereed hield. Hij moest
+den wagon verlaten en zich naar den zijne haasten, terwijl de anderen
+het slotgebed uitspraken.
+
+"Wij kunnen onmogelijk langer wachten!" herhaalde de stationschef in
+groote opwinding. "Opschieten!"
+
+Eindelijk kon men vertrekken. Iedereen had zijn plaats
+ingenomen. Madame de Jonquière, die zich over den toestand van la
+Grivotte nog even ongerust maakte, was dichter bij haar gaan zitten
+tegenover mijnheer Sabathier, die berustend en zwijgend wachtte. Zuster
+Hyacinthe was niet in haar compartiment teruggekomen; zij wilde bij den
+man blijven, te meer daar zij dan ook tegelijk voor broeder Isidore
+kon zorgen, aan wien Marthe geen verlichting meer geven kon. Marie,
+bleek wordend, voelde reeds in haar lichaam de schokken van den trein,
+nog vóór deze onder de loodzwaar drukkende hitte zijn vaart opnieuw
+begonnen was met zijn lading zieken in de benauwende en verpestende
+atmospheer der over-verhitte wagons.
+
+Een lang-aangehouden gefluit weerklonk, de locomotief begon te puffen,
+en zuster Hyacinthe stond op om te zeggen:
+
+"Het Magnificat, kinderen!"
+
+
+
+
+IV.
+
+Toen de trein zich in beweging zette, ging het portier nogmaals open en
+duwde een conducteur een meisje van veertien jaar in het compartiment,
+waarin Marie en Pierre waren.
+
+"Daar is nog een plaats. Schiet op!"
+
+Reeds werden de gezichten langer, wilde men protesteeren. Maar zuster
+Hyacinthe riep uit:
+
+"Wat ben jij het, Sophie. Ga je weer de Heilige Maagd bezoeken,
+die je verleden jaar genezen heeft?"
+
+En madame de Jonquière zeide tegelijk:
+
+"Dat is heel goed van je, beste Sophie, om dankbaar te zijn!"
+
+"Zeker, lieve zuster; zeker, madame!" antwoordde het meisje
+vriendelijk.
+
+Trouwens het portier was reeds gesloten en zij moesten dus deze nieuwe
+bedevaartgangster, die als uit den hemel gevallen was op het oogenblik,
+dat de trein, dien zij bijna gemist had, vertrok, wel aanvaarden. Zij
+was mager bovendien en zou dus niet veel plaats innemen. En dan
+kenden de dames haar; de oogen van alle zieken richtten zich op haar,
+toen zij hoorden, dat zij genezen was. Maar ze waren het station uit;
+de locomotief pufte in het steeds luider wordende geratel der wielen,
+en zuster Hyacinthe herhaalde, in haar handen klappend:
+
+"Vooruit, vooruit, kinderen, het Magnificat!"
+
+Terwijl de jubelzang te midden der schokken opsteeg, keek Pierre
+naar de kleine Sophie. Het was een boerinnetje, het dochtertje van
+een armen landbouwer uit de omstreken van Poitiers, dat haar ouders
+bedierven en als een jongejuffrouw behandelden, sedert zij door
+een wonder begenadigd, een uitverkorene was, die de geestelijken
+van het heele arrondissement kwamen bezoeken. Zij had een stroohoed
+met rose linten, een japonnetje van grijze wol, gegarneerd met een
+volant. Haar rond gezichtje was niet mooi, maar vriendelijk en frisch
+en werd opgevroolijkt door een paar heldere, sluwe oogen, die haar
+iets glimlachends en bescheidens gaven.
+
+Toen het Magnificat uitgezongen was, kon Pierre geen weerstand bieden
+aan zijn verlangen Sophie te ondervragen. Een kind van dien leeftijd,
+dat er zoo oprecht uitzag en geen leugenaarster scheen te zijn,
+interesseerde hem ten zeerste.
+
+"Je hadt bijna den trein gemist, niet lieve kind?"
+
+"O, mijnheer de abbé, dat zou verschrikkelijk geweest zijn. Ik was
+gisteren al aan het station. Toen zag ik mijnheer den pastoor van
+Sainte-Radegonde, die mij heel goed kent, en mij riep, om me een zoen
+te geven; hij zeide, dat het heel lief van me was weer naar Lourdes
+te gaan... Toen ging ineens de trein weg, ik had nog net den tijd,
+om hard te loopen... He, wat heb ik gevlogen!"
+
+Zij lachte, nog een beetje buiten adem, en het speet haar tegelijk ook,
+dat zij uit onbedachtzaamheid bijna een zonde begaan had.
+
+"En hoe heet je, kindlief?"
+
+"Sophie Couteau, mijnheer de abbé."
+
+"Je bent toch niet uit Poitiers zelf?"
+
+"O, neen... wij zijn uit Vivonne, zeven kilometer van Poitiers. Mijn
+vader en mijn moeder hebben daar een klein boerderijtje, en het zou
+ons zoo slecht niet gaan, als we niet met ons achten thuis waren. Ik
+ben de vijfde. Gelukkig, dat de vier oudsten langzamerhand kunnen
+gaan medewerken."
+
+"En wat doe jij, kind?"
+
+"Ik ben niet van heel veel nut, mijnheer de abbé... Sedert ik verleden
+jaar genezen thuis gekomen ben, heeft men mij geen oogenblik met rust
+gelaten, omdat ze, zooals u begrijpen kunt, naar mij zijn komen kijken;
+ook hebben ze mij meegenomen naar monseigneur en naar de kloosters en
+zoo wat overal naar toe... En voor dien tijd ben ik lang ziek geweest;
+ik kon niet loopen zonder stok, en bij iederen stap, dien ik deed,
+gilde ik het uit van de pijn aan mijn voet."
+
+"Dus heeft de Heilige Maagd je van die pijn aan je voet genezen?"
+
+Sophie kreeg geen gelegenheid om te antwoorden. Zuster Hyacinthe,
+die naar het verhaal geluisterd had, mengde zich in het gesprek.
+
+"Ja, van een beeneter in de linkerhiel, die al drie jaar oud was. De
+voet was opgezwollen en misvormd, terwijl er zich ook fistels gevormd
+hadden, die steeds door etterden."
+
+Plotseling waren alle zieken in den wagon één en al belangstelling. Zij
+hadden geen blik af van het wondermeisje, zij zochten in haar het
+mirakel. Zij, die staan konden, stonden op, om haar beter te kunnen
+zien; de anderen, de zieken, die op hun matrassen lagen, trachtten
+zich op te richten. In hun lijden, dat hen, angstig als zij opzagen
+tegen de vijftien uur, die zij nog hadden te rijden, bij het vertrek
+uit Poitiers opnieuw aangegrepen had, was de plotselinge komst van
+dit, door den hemel uitverkoren kind als een goddelijke troost, als
+een straal van hoop, waaruit zij de kracht zouden putten om de reis
+moedig vol te houden. Reeds hield het jammeren wat op, kwam er in de
+vurige begeerte om te gelooven, een ontspanning op aller gelaat.
+
+Marie vooral was als door nieuwe krachten bezield; half opzittend
+vouwde zij haar bevende handen en vroeg fluisterend aan Pierre:
+
+"Vraag haar meer, laat haar alles vertellen... Genezen, goede
+God! Genezen van een zoo afschuwlijke kwaal!"
+
+Ontroerd had madame de Jonquière zich over het beschot gebogen,
+om het kind een zoen te geven.
+
+"Zeker, ons klein vriendinnetje zal ons alles zeggen... Niet waar,
+schat, je wilt ons toch wel vertellen, wat de Heilige Maagd voor je
+gedaan heeft."
+
+"Natuurlijk, madame... Zooveel als u zelf maar wilt!"
+
+Zij glimlachte vriendelijk en bescheiden, terwijl uit haar stralende
+oogen een helder verstand sprak. Onmiddellijk wilde zij reeds beginnen,
+stak haar rechterhand in de hoogte met een lief gebaar, dat aandacht
+scheen te vragen. Blijkbaar was zij er al heelemaal aan gewend in
+het openbaar te spreken.
+
+Maar men kon haar niet overal in den wagon zien, waarom zuster
+Hyacinthe op het denkbeeld kwam te zeggen:
+
+"Ga op de bank staan, Sophie, en spreek een beetje hard, anders kunnen
+ze je met dat lawaai niet verstaan."
+
+Daar had de kleine veel schik in; zij moest eerst weer ernstig worden,
+voor zij beginnen kon.
+
+"Nu dan, mijn voet was zoo ziek, dat ik niet eens meer naar de kerk
+kon gaan, en ik moest hem altijd in een verband hebben, omdat er iets,
+dat minder frisch was, uit vloeide... Dokter Rivoire, die erin gesneden
+had, om beter te kunnen zien wat het was, zeide, dat hij genoodzaakt
+zou zijn een stuk van het been weg te nemen, waardoor ik heelemaal
+kreupel geworden zou zijn... En toen heb ik de Heilige Maagd vurig
+gebeden en heb ik mijn voet in het water gestoken met zoo'n innig
+verlangen om beter te worden, dat ik zelfs den tijd niet genomen heb,
+om het verband eraf te doen... En toen is alles in het water gebleven,
+mijn voet had niets meer, toen ik hem eruit haalde."
+
+Een gemompel van verrassing, verwondering en begeerte ontstond en
+plantte zich bij dit prachtige wonderverhaal, dat den wanhopigen zoo
+zoet in de ooren klonk, voort. Maar de kleine was nog niet klaar. Zij
+wachtte even en begon dan weer, nadat zij met een nieuw gebaar stilte
+verzocht had.
+
+"Toen dokter Rivoire te Vivonne mijn voet weer zag, zeide hij:
+"Of het de goede God of de duivel is, die dit kind genezen heeft,
+laat mij koud, maar genezen is zij.""
+
+Ditmaal volgde er gelach op haar woorden. Zij declameerde te veel,
+daar zij het verhaal al zoo dikwijls gedaan had, dat zij het uit haar
+hoofd leerde. De woorden van den dokter misten hun uitwerking nooit;
+zij lachte, zeker als zij was, dat de anderen ook lachen zouden,
+er bij voorbaat zelf al om. Maar toch bleef zij naïef en ontroerend.
+
+Toch scheen zij een bijzonderheid vergeten te hebben, want zuster
+Hyacinthe, die met een blik de toehoorders op het woord van den dokter
+opmerkzaam gemaakt had, fluisterde haar zachtjes in:
+
+"En wat je tegen de gravin, de directrice van de zaal, gezegd hebt,
+Sophie?"
+
+"O ja, dat is waar ook! Ik had niet veel linnen voor mijn voet
+meegebracht en toen heb ik tegen haar gezegd: "De Heilige Maagd is
+wel goed geweest, om mij dadelijk den eersten dag te genezen, want
+morgen zou mijn voorraad al op geweest zijn.""
+
+Weer volgde een blij gelach. Men vond haar zoo schattig, dat zij op
+die manier genezen was! Op een vraag van madame de Jonquière moest zij
+nog het verhaal doen van de schoenen, mooie, splinternieuwe schoenen,
+die mevrouw de gravin haar gegeven had en waarin zij, in haar zalige
+verrukking, dadelijk geloopen, gesprongen en gedanst had. Stel je
+voor, schoenen, zij, die in geen drie jaar een pantoffel aan had
+kunnen hebben!
+
+Pierre, van wien zich een onbehaaglijk gevoel meester gemaakt had,
+was ernstig geworden en bleef haar aankijken. Hij deed haar nog een
+paar andere vragen. Het kind loog beslist niet, doch wel vermoedde
+hij, dat zij langzamerhand de waarheid een beetje gewijzigd had,
+een zeer begrijpelijke opsiering bij haar vreugde, dat zij genezen
+en daardoor een persoon van gewicht geworden was. Wie kon nu met
+zekerheid zeggen, of er voor het volkomen toetrekken van de wond,
+wat volgens haar beweren in enkele seconden geschied was, niet dagen
+noodig geweest waren. Waar waren de getuigen?
+
+"Ik was erbij," vertelde juist madame de Jonquière. "Zij behoorde niet
+tot mijn zaal, maar ik had haar dien ochtend nog gezien; zij hinkte..."
+
+"Ah! Hebt u haar voet vóór en na de indompeling gezien?"
+
+"Neen, dat niet, ik geloof niet, dat iemand dien heeft kunnen zien,
+want hij was heelemaal in verband... Zij heeft u toch zelf verteld,
+dat het verband in het water gevallen is."
+
+En zich tot het meisje wendend:
+
+"Maar zij zal u haar voet laten zien, niet waar, Sophie?... Trek je
+laars uit."
+
+Sophie maakte haar schoen reeds los en trok haar kous uit met een
+handigheid en een gemak, die duidelijk bewezen, hoe gewend zij al
+was dat te doen. Zij stak haar heel zindelijken, blanken, ja zelfs
+gesoigneerden voet met de roze, zorgvuldig geknipte nagels uit en
+draaide hem met een zeker welbehagen om, opdat de jonge priester
+hem makkelijk zou kunnen onderzoeken. Boven den enkel was een groot
+litteeken, welks witachtige, duidelijk zichtbare naad heel duidelijk
+bewees, hoe ernstig de ziekte geweest was.
+
+"O, mijnheer de abbé, u kunt den hiel gerust in uw handen nemen en
+er met alle kracht op drukken: ik voel niets meer!"
+
+Pierre maakte een gebaar met zijn hand, waaruit men zou kunnen opmaken,
+dat hij verrukt was over de macht der Heilige Maagd. Maar twijfel bleef
+hem kwellen. Welke onbekende kracht was hier werkzaam geweest? Of
+liever, welke verkeerde geneeskundige diagnose, welke samenloop van
+dwalingen en overdrijvingen hadden tot dit mooie sprookje geleid?
+
+Maar de zieken wilden allen den wondervoet zien, dit zichtbaar bewijs
+van goddelijke genezing, die zij allen gingen zoeken. Marie, die nu
+geheel rechtop zat en al minder pijn voelde, raakte hem het eerst
+aan. Dan gaf madame Maze, uit haar melancholie weggerukt, hem over aan
+madame Vincent, die hem had willen kussen voor de hoop, die hij haar
+teruggaf. Mijnheer Sabathier had met een van geluk stralend gezicht
+geluisterd; madame Vêtu, la Grivotte, ja zelfs broeder Isidore sloegen
+hun oogen weer open en toonden belangstelling; het gezicht van Elise
+Roquet had door haar geloof en vertrouwen een wonderbare verandering
+ondergaan, was bijna mooi geworden: wanneer een wond zoo verdwenen
+was, zou dan haar wond zich ook niet sluiten, zou haar gezicht dan
+ook niet een klein litteeken behouden en niet als het gezicht van
+alle menschen worden? Sophie, nog steeds op de bank staande, moest
+zich aan een der ijzeren stangen vasthouden en haar voet op den rand
+van het beschot leggen, nu rechts, dan links; zij werd niet moede,
+integendeel zij was blij en trotsch over de uitroepen, die zij hoorde,
+over de sidderende bewondering, over den vromen eerbied, dien men
+bewees aan dat kleine stukje van haar persoon, aan dien kleinen voet,
+welke nu als gewijd en heilig was.
+
+"Er is ongetwijfeld een groot geloof voor noodig," dacht Marie hardop;
+"je moet er een volkomen reine ziel voor hebben..."
+
+En zich tot mijnheer de Guersaint wendend:
+
+"Vader, ik voel, dat ik genezen zou, als ik tien jaar was, als ik de
+volkomen reine ziel van een klein meisje had."
+
+"Maar je bent tien jaar, lieveling. Zeg zelf eens, Pierre, kunnen
+meisjes van tien jaar een reinere ziel hebben dan zij?"
+
+Hij met zijn levendige verbeeldingskracht en zijn phantastischen geest,
+was dol op die wonderverhalen. En de priester, diep bewogen door
+de innige reinheid van het jonge meisje, ging er niet verder op in,
+liet haar zich geheel overgeven aan den ademtocht van de troostrijke
+illusie, die door den wagon ging.
+
+Sedert het vertrek uit Poitiers was de temperatuur nog drukkender
+geworden; een onweer kwam op aan den koperkleurigen hemel; het was
+alsof de trein door een hoogoven reed. Droefgeestig en als uitgestorven
+onder de brandende zon, snelden de dorpen voorbij. Te Couhé-Verac werd
+de rozenkrans weer gebeden en een lied gezongen. Maar de geestelijke
+oefeningen verslapten eenigszins. Zuster Hyacinthe, die nog niet
+ontbeten had, was er eindelijk toe gekomen gauw een stukje brood en een
+paar vruchten te eten, zonder echter op te houden te letten op den man,
+wiens moeilijke ademhaling de laatste oogenblikken iets regelmatiger
+scheen te worden. En eerst te Ruffec, dat men om drie uur passeerde,
+werden de avondmetten van de Heilige Maagd gebeden.
+
+"Ora pro nobis, sancta Dei Genitrix."
+
+"Ut digni efficiamur promissionibus Christi" [7].
+
+Toen het gebed geëindigd was, zeide mijnheer Sabathier, die naar
+de kleine Sophie gekeken had, toen zij haar schoenen en kousen weer
+aantrok, tegen mijnheer de Guersaint:
+
+"Het geval van dit kind is buiten eenigen twijfel zeer
+interessant. Maar het is eigenlijk nog niets, er zijn nog veel
+sterker gevallen... Kent u het verhaal van Pierre de Rudder, een
+Belgisch werkman?"
+
+Allen waren weer gaan zitten om te luisteren.
+
+"Die man had door een val zijn been gebroken. Na acht jaar waren de
+twee deelen van het been nog niet samengegroeid; je zag de beide
+einden diep in een open, steeds etterende wonde; het been hing
+slap en krachteloos en kon in alle richtingen gedraaid en gekeerd
+worden... Welnu, bij hem was het voldoende om een glas van het
+wonderdoende water te drinken en zijn been was plotseling genezen. Hij
+kon weer zonder krukken loopen en de dokter heeft tegen hem gezegd:
+"Je been is als dat van een pasgeboren kind!" Precies! Een heel
+nieuw been!"
+
+Niemand sprak een woord; er werden slechts blikken van verrukking
+gewisseld.
+
+"En zoo," ging mijnheer Sabathier voort, "zoo is het ook met het
+verhaal van Louis Rouriette, een steenhouwer, een der eerste wonderen
+van Lourdes. Kennen jullie het niet?... Hij was bij een mijnontploffing
+gewond. Zijn rechteroog was heelemaal verloren, terwijl het linker ook
+die kans liep... Welnu, op een goeden dag laat hij zijn dochter een
+flesch van het modderige water uit de bron, die toen nog nauwlijks
+sprong, halen. Met dat modderige water waschte hij zijn oog en bad
+daarbij vurig. Hij stiet een gil uit, hij zag, mijnheer, hij zag even
+goed als u en ik... De dokter, die hem behandelde, heeft er een zeer
+uitvoerige verhandeling over geschreven, er is geen twijfel mogelijk."
+
+"Het is wonderbaar," mompelde mijnheer de Guersaint in extase.
+
+"Wilt u nog een ander voorbeeld, mijnheer? Ik bedoel dat heel
+bekende van François Macary, den schrijnwerker uit Lavaur. Achttien
+jaar lang had hij in het binnengedeelte van zijn linkerbeen een
+diep aderspatachtig gezwel met een belangrijke verstopping van het
+cellenweefsel. Hij kon zich niet meer bewegen, de wetenschap had hem
+geheel en al opgegeven... Daar sluit hij zich op een goeden avond
+op met een flesch water uit Lourdes. Hij neemt het verband weg,
+wascht zijn beide beenen en drinkt de rest van de flesch leeg. Dan
+gaat hij naar bed en valt in slaap; en wanneer hij wakker wordt,
+bevoelt hij zich, kijkt: niets meer! De aderspat, de gezwellen, alles
+verdwenen... De huid van de knie was zoo zacht en frisch geworden,
+als zij met twintig jaar zijn moet."
+
+Ditmaal volgde er een uitbarsting van verbazing en bewondering. De
+zieken en de pelgrims betraden het tooverland van het wonder, waar het
+onmogelijke bij iedere kromming van den weg zich voltrekt, waar men
+van wonder tot wonder schrijdt. En ieder van hen had een geschiedenis
+te vertellen, brandde van verlangen zijn bewijs te geven, zijn hoop
+te rechtvaardigen door een voorbeeld.
+
+Madame Maze, die tot nog toe geen woord gezegd had, geraakte zoo in
+geestdrift, dat zij het eerst vertelde.
+
+"Ik heb een vriendin, die de weduwe Rezan gekend heeft, de vrouw,
+wier genezing indertijd zooveel opzien gewekt heeft... Sedert
+vier-en-twintig jaar was haar geheele linkerzijde verlamd. Alles wat
+zij at, gaf zij weer terug, zij was niet veel meer dan een levenlooze
+massa, die je in haar bed omkeeren moest, en langzamerhand had het
+wrijven van de lakens haar huid afgescheurd... Op een avond zeide de
+dokter, dat zij den volgenden ochtend niet meer halen zou. Twee uur
+later ontwaakt zij uit haar verdooving en vraagt zij met een zwakke
+stem aan haar dochter, voor haar een glas water uit Lourdes bij een
+buurvrouw te gaan halen. Maar eerst den volgenden ochtend kon zij het
+krijgen en riep: "Lief kind, ik drink het leven! Wasch mijn gezicht,
+mijn arm, mijn been, mijn heele lichaam!" En naar mate het kind dat
+deed, zag zij de groote gezwellen slinken, de verlamde ledematen hun
+lenigheid en hun natuurlijk aanzien terugkrijgen... Dat is echter
+niet alles: madame Rezan riep, dat zij genezen was, dat zij honger
+had, dat zij brood en vleesch wilde, zij, die in geen vier-en-twintig
+jaar gegeten had. En zij stond op en kleedde zich aan, terwijl haar
+dochter aan de buurvrouwen, die, toen zij haar zoo van streek zagen,
+dachten, dat zij een wees was, riep: "Neen, neen, moeder is niet dood,
+moeder is weer opgestaan!""
+
+Tranen waren madame Vincent in de oogen gekomen. Lieve God! Als zij
+ook Rose zoo kon zien opstaan en eten en loopen! Een ander geval van
+een jong meisje, dat zij te Parijs gehoord had en dat veel bijgedragen
+had tot haar besluit, om met de kleine zieke naar Lourdes te gaan,
+kwam weer bij haar op.
+
+"Ik ken ook de geschiedenis van een verlamde, Lucie Druon, die in een
+weeshuis was en zelfs in haar jeugd al niet meer kon knielen. Haar
+ledematen waren tot hoepels vergroeid; haar rechterbeen was veel
+korter en had zich ten slotte over het linker gerold; en wanneer een
+van haar vriendinnetjes haar droeg, zag men haar voeten als dood in de
+lucht slingeren... En het mooie van het geval is, dat zij niet eens
+naar Lourdes geweest is. Zij heeft alleen een novene [8] gehouden;
+maar zij heeft gedurende die negen dagen gevast en haar begeerte
+om beter te worden was zoo vurig, dat zij zelfs de nachten in gebed
+doorbracht... Toen zij eindelijk den negenden dag een weinig water
+uit Lourdes dronk, voelde zij eensklaps in haar beenen een hevigen
+schok. Zij stond op, viel neer, stond weer op en liep. Al haar
+vriendinnetjes riepen verbaasd, verschrikt bijna: "Lucie loopt! Lucie
+loopt!" En het was waar, haar beenen waren in enkele seconden recht,
+gezond en sterk geworden. Zij ging de binnenplaats over, toen naar de
+kapel, waar de geheele gemeente in dankbare geestdrift het Magnificat
+zong... Het lieve kind, wat zal zij gelukkig geweest zijn!"
+
+Nu stroomden de tranen van haar wangen op het bleeke gezicht van haar
+dochtertje, dat zij met hartstochtelijke kussen bedekte.
+
+De geestdrift nam nog steeds toe, de verrukte vreugde over deze mooie
+verhalen, waarin de hemel telkens weer over de menschelijke realiteit
+triompheerde, bracht die kinderzielen in zulk een extase, dat zelfs
+de ergste zieken zich op hun beurt oprichtten, om wat te vertellen. En
+achter ieder verhaal verborg zich het voortdurend bezig zijn met zijn
+eigen kwaal, het vertrouwen, dat die genezen zou, omdat een dergelijke
+ziekte door den goddelijken adem als een booze droom verdreven was.
+
+"O," stamelde madame Vêtu met een van pijn vertrokken mond; "er was
+er een, Antoinette Thardivail, wier maag evenals de mijne door kanker
+weggevreten werd. Je zoudt gedacht hebben, dat honden haar wegvraten
+en soms werd zij nog dikker dan een kinderhoofd. Gezwellen zoo groot
+als kippeneieren groeiden er in, zoodat zij acht maanden lang bloed
+gespuwd had... Zij was, omdat zij niets meer eten kon, gewoon vel
+over been, en zij was op het punt te sterven, toen zij water uit
+Lourdes dronk en zich daarmede de maagholte liet wasschen. Drie
+minuten later vond de dokter, die haar den vorigen avond stervend en
+bijna geen adem meer halend verlaten had, haar bij het vuur zitten,
+juist toen zij zich trakteerde op een malsch kippenvleugeltje. Zij
+had geen gezwellen meer, zij lachte als op haar twintigste jaar,
+haar gezicht had weer den stralenden glans der jeugd... O, te kunnen
+eten waar je trek in hebt, weer jong te worden en geen pijn meer!"
+
+"En de genezing van zuster Julienne dan!" zeide la Grivotte, die zich
+op haar elleboog had opgericht en wier oogen gloeiden van koorts. "Net
+als bij mij was het bij haar met een zware kou begonnen; daarna is
+zij begonnen bloed te spuwen. Ieder half jaar stortte zij weer in en
+moest zij het bed houden. De laatste maal was het heel duidelijk te
+zien, dat zij niet meer op zou staan. Tevergeefs had zij allerlei
+middelen geprobeerd: jodium, trekpleisters, brandpiqures enz. Kort
+en goed, een echte teringlijdster, zooals trouwens zes doktoren
+verklaard hadden... Enfin, zij komt te Lourdes, maar God weet onder
+welke pijnen! Te Toulouse dacht men een oogenblik, dat zij sterven
+zou. De zusters droegen haar in haar armen. Bij den vijver wilden de
+dames der Hospitalité haar niet baden. Het was een doode... Maar ten
+slotte hebben zij haar toch uitgekleed en haar bewusteloos en met zweet
+bedekt ondergedompeld; zij haalden er haar zoo bleek uit, dat men haar
+dadelijk op den grond legde, zoo vast was men er van overtuigd, dat
+het nu werkelijk met haar gedaan was. Plotseling kwam er een kleur op
+haar wangen, haar oogen gingen open en zij haalde krachtig adem. Zij
+was genezen, zij heeft zich alleen aangekleed, en, na in de Grot de
+Heilige Maagd gedankt te hebben, flink gegeten. Nu, dat was toch een
+teringlijdster, en toch in een handomdraaien radicaal genezen!"
+
+Toen wilde broeder Isidore wat vertellen, maar hij kon niet; met de
+grootste moeite zeide hij tegen zijn zuster:
+
+"Marthe, vertel jij het verhaal van zuster Dorothée eens, dat de
+pastoor van Saint-Sauveur ons gedaan heeft."
+
+"Zuster Dorothée," begon de boerin verlegen, "stond op een ochtend met
+een gezwollen been op; van af dat oogenblik kon zij het been, dat koud
+en zwaar als een steen werd, niet meer gebruiken. Bovendien had zij
+vreeselijke pijnen in haar rug. De dokters begrepen er niets van. Zij
+heeft er wel een stuk of zes om raad gevraagd, die met naalden diep in
+haar vleesch prikten en haar allerlei geneesmiddelen gaven. Maar zij
+hadden net zoo goed niets kunnen doen... Zuster Dorothée begreep heel
+goed, dat alleen de Heilige Maagd haar zou kunnen genezen, en dus gaat
+zij naar Lourdes en laat zich in den vijver onderdompelen. Eerst dacht
+zij te zullen sterven, zoo koud was het. Doch toen werd het zoo zacht,
+dat zij het lauwwarm begon te vinden en lekker als melk. Nooit had
+zij zoo iets heerlijks gevoeld; haar aderen gingen open en het water
+stroomde erin. U begrijpt, het leven keerde in haar terug van af het
+oogenblik, dat de Heilige Maagd zich over haar erbarmde... Zij had in
+het geheel geen pijn meer, wandelde, at 's avonds een heele duif en
+sliep den heelen nacht als een roos. Lof aan de Heilige Maagd! Eeuwige
+dankbaarheid aan de machtige Moeder en haar goddelijken Zoon!"
+
+Ook Elise Roquet had graag een wonder, dat zij kende, verteld, maar
+met haar misvormden mond sprak zij zoo slecht, dat zij nog niet aan
+de beurt had kunnen komen. Er volgde nu echter een stilte, waarvan
+zij gebruik maakte; zij schoof den sluier, die haar afzichtelijke
+wond verborg, wat ter zijde:
+
+"O, wat ik weet is niet zoo zeer een ernstige ziekte, maar het is
+zoo grappig... Het betreft een zekere Célestine Dubois, die bij het
+inzeepen van de wasch een naald in haar hand gekregen had. Zeven jaar
+had zij dat ding er al in, geen dokter kon het eruit krijgen. Haar
+hand was heelemaal samengetrokken, zoodat zij die niet meer open kon
+maken... Zij gaat naar Lourdes en steekt haar hand in het water. Maar
+gillend trekt zij die er dadelijk weer uit. Met geweld doet men er
+die hand weer in, houdt die erin, terwijl zij maar blijft gillen en
+met zweet overdekt is. Driemaal dompelt men haar erin, en iederen keer
+zÃet men de naald zich voortbewegen, tot hij door den duim naar buiten
+komt... Dat zij zoo gilde, kwam natuurlijk omdat die naald door het
+vleesch wandelde, alsof iemand eraan getrokken had, om hem eruit te
+halen... Célestine heeft nooit pijn meer gehad, alleen bleef er aan
+haar hand een klein litteeken, alleen om het werk der Heilige Maagd
+te kunnen laten zien."
+
+Deze anecdote had nog meer uitwerking dan de wonderen der groote
+genezingen. Een naald, die wandelde, alsof iemand hem voortgeduwd
+had. Dat bevolkte het onzienlijke, bewees, dat iedere zieke zijn eigen
+schutsengel achter zich had, bereid hem op een teeken des hemels te
+helpen. En dan, hoe aardig en kinderlijk was het, die naald, die,
+na zeven jaar te zijn blijven zitten, in het wonderwater wegging. En
+allen lachten van pleizier, straalden van geluk, dat voor den hemel
+niets onmogelijk was, dat zij allen, wanneer de hemel het wilde, weer
+gezond, jong en krachtig zouden worden. Geloof en vurige gebeden waren
+voldoende om de natuur het zwijgen op te leggen en het ongelooflijke
+werkelijkheid te doen worden. Ten slotte hing het dus eigenlijk van
+het geluk af, want de hemel scheen te kiezen.
+
+"O, vader, wat is dat alles mooi!" fluisterde Marie, die tot nog toe
+stom van aandoening geluisterd had. "Herinnert u zich nog, wat u mij
+zelf verteld hebt van die Joachine Dehaut, die uit België gekomen was
+en met haar lam en met zweren bedekt been, dat zoo kwalijk riekte, dat
+niemand het uithouden kon, heel Frankrijk doorgeloopen had... Eerst
+werden de zweren genezen: je kon in haar knie knijpen, zonder dat ze
+iets voelde, er bleef alleen maar een roode vlek achter. Dan kwam
+de ontwrichting aan de beurt. In het water gilde zij, het scheen
+haar toe, alsof men haar beenderen brak, haar been afrukte; en te
+zelfder tijd zagen zij en de vrouw, die haar baadde, den misvormden
+voet zich weer recht uitstrekken met de regelmaat van een wijzer,
+die over een wijzerplaat loopt. Het been stond weer goed, de spieren
+ontspanden zich, de knie strekte zich weer, en dat alles onder zoo
+hevige pijnen, dat Joachine in zwijm gevallen was. Maar toen zij weer
+tot zichzelf kwam, sprong zij recht en flink op, om haar krukken naar
+de Grot te brengen."
+
+Ook mijnheer de Guersaint lachte verrukt over het wonder en bevestigde
+met een gebaar dit verhaal, dat hij van een pater van Maria Hemelvaart
+had gehoord. Hij zou, zeide hij, twintig dergelijke gevallen, het een
+al treffender en wonderbaarlijker dan het andere, kunnen vertellen. Hij
+riep daarbij Pierre tot getuige, en deze, die niet geloofde, schudde
+alleen maar zijn hoofd. In den beginne had hij, daar hij Marie geen
+verdriet wilde doen, getracht afleiding te zoeken door te kijken naar
+de landerijen, de boomen en de huizen, die voorbij vlogen. Zij waren
+nu Angoulême voorbij, weiden en lange rijen populieren gleden in
+razende vaart langs hem heen. Ongetwijfeld had men geen vertraging,
+want de trein, die met volle stoom reed, verslond onder het onweer
+in den in vuur staanden hemel den eenen kilometer na den anderen. En
+ondanks zichzelf hoorde Pierre telkens brokstukken van een verhaal en
+interesseerde hij zich voor die extravagante geschiedenissen, die de
+harde schokken der wielen in slaap wiegden, alsof de locomotief, aan
+zichzelf overgelaten, hen allen gevoerd had naar het goddelijke land
+der droomen. Ze rolden voort, rolden steeds maar voort, en ten slotte
+keek hij niet meer naar buiten, maar gaf hij zich geheel over aan den
+invloed van de zware, slaapwekkende atmosfeer in den wagon, waarin de
+extase, die ver weg was van de werkelijke wereld, die zij in zoo snelle
+vaart doorijlden, steeds grooter werd. Het met nieuw leven bezielde
+gezicht van Marie vervulde hem met groote vreugde. Hij liet zijn hand,
+die zij genomen had, om hem door een innigen druk al het vertrouwen,
+dat in haar herleefde, te zeggen, in de hare. Waarom zou hij, die toch
+haar genezing wilde, haar ontmoedigd hebben door zijn twijfel? Dan
+hield hij met eindelooze liefde de kleine klamme ziekenhand in de
+zijne; vervuld met broederlijk medelijden, wilde hij aan erbarming,
+aan een hoogere genade, die den radeloozen smarten bespaart, gelooven.
+
+"O Pierre," herhaalde zij, "wat is het mooi! En welk een glorie, als
+de Heilige Maagd zich verwaardigt zich over mij te ontfermen... Geloof
+je heusch, dat ik dat waardig ben?"
+
+"Zeker," riep hij uit, "jij bent de beste en de reinste, een
+sneeuwwitte ziel, zooals je vader daareven ook zeide, er zijn in het
+paradijs geen goede engelen genoeg, om je als eerewacht te dienen."
+
+Maar de verhalen waren nog niet ten einde. Zuster Hyacinthe en
+madame de Jonquière vertelden nu al de wonderen, die zij kenden,
+de lange reeks wonderen, die sedert meer dan dertig jaar te Lourdes
+opbloeiden als de ononderbroken rijkdom van rozen aan den mystieken
+rozenstruik. Men telde ze bij duizenden en ieder jaar ontloken er
+nieuwe in het weelderige groen van een wonderbaarlijken wasdom. De
+zieken, die in een toenemende koortsachtige opwinding naar die
+wonderen luisterden, waren de kleine kinderen, die, na het hooren van
+een mooi sprookje, er nog een willen, en nog een en nog een. Ja, nog
+meer, steeds meer verhalen, waarin de booze werkelijkheid bespot, de
+onrechtvaardige natuur afgeranseld wordt, waarin de goede God optreedt
+als de laatste en grootste genezer, die lacht om de wetenschap en
+naar zijn willekeur geluk geeft.
+
+Eerst waren het de dooven en stommen, die weer hoorden en spraken:
+Aurélie Bruneau, die, daar haar trommelvlies gescheurd was,
+ongeneeslijk was, en plotseling verrukt werd door de hemelsche klanken
+van een harmonium; Louise Pourchet, die na vijf-en-twintig jaar stom
+geweest te zijn, plotseling, terwijl zij vóór de Grot bidt, uitroept:
+"Wees gegroet, Maria!"; en anderen, honderden anderen, die radicaal
+genezen werden, allen door een paar druppels water in hun oor of op
+hun tong te druppelen. Dan kwamen de blinden: pater Hermann, die
+voelde, hoe de zachte hand der Heilige Maagd den sluier, dien hij
+voor zijn oogen had, wegnam; mademoiselle de Pontbriant, die beide
+oogen zoo goed als verloren had en die, ten gevolge van een eenvoudig
+gebed een beter gezichtsvermogen dan ooit krijgt; een ander nog, een
+jongen van tien jaar, wiens pupillen op marmeren knikkers geleken,
+en die in drie seconden weer heldere en diepe oogen kreeg, waarin
+de engelen schenen te glimlachen. Maar het meest kwamen toch lammen
+voor, de ongelukkigen, die het gebruik van hun beide beenen moesten
+missen en op hun ziekbed lagen, en tegen wie de Heer zeide: "Sta op
+en wandel!" Delaunoy, kreupel, geschroeid, gebrand, vijftien maal
+opgenomen in de Parijsche hospitalen, waaruit hij de overeenstemmende
+diagnosen van twaalf doktoren medebrengt, voelt, wanneer het Heilige
+Sacrament voorbijgedragen wordt, een kracht in zich, die hem opricht,
+en begint met gezonde beenen de processie te volgen. De veertienjarige
+Marie-Louise Delpon, wier verlamming haar beenen stijf gemaakt, haar
+handen krampachtig samengetrokken, haar mond misvormd had, ziet haar
+ledematen zich ontspannen, de misvorming van haar mond verdwijnen,
+alsof een onzichtbare hand de verschrikkelijke banden, die haar
+misvormden, doorsneed. Marie Vachier, die zeventien jaar lang door
+paraplegie [9] aan haar fauteuil gekluisterd, loopt en springt niet
+alleen, als zij uit den vijver komt, maar ziet zelfs geen spoor meer
+van de wonden, waarmede haar lichaam door het lange, onbeweeglijke
+liggen overdekt was. Georges Hanquet, die aan ruggemergverweeking
+leed en totaal gevoelloos was, wordt plotseling van een met den dood
+worstelende een gezond man. Léonie Charton, die aan dezelfde ziekte
+leed en wier wervels een grooten vooruitspringenden hoek vormden,
+voelt de verlamming van haar ruggegraat als bij tooverslag verdwijnen,
+terwijl haar beenen, nieuwe en krachtige beenen, zich weer recht
+strekken.
+
+Dan kwamen nog allerlei andere kwalen aan de beurt. In de eerste plaats
+ziekten van klierachtigen aard, waarbij eveneens beenen, die hun dienst
+geweigerd hadden, tot nieuw leven gewekt worden. Marguérite Géhier,
+die zeventien jaar lang aan heupjicht geleden had, wier heup door de
+ziekte geheel was weggevreten en wier rechterknie verlamd was, valt
+plotseling op haar knieën, om de Heilige Maagd voor haar genezing
+te danken; Philomène Simonneau, een jong meisje uit de Vendée,
+wier linkerbeen drie verschrikkelijke open wonden had, waarin de
+aangevreten beenderen, die bloot lagen, splinters lieten vallen,
+zag plotseling haar beenderen, haar vleesch en haar huid als nieuw
+worden. Dan volgden de waterzuchtigen: madame Ancelin, wier voeten,
+handen en heele lichaam plotseling geslonken waren, zonder dat men
+wist waarheen dit water weggevloeid was; mademoiselle Montagnon,
+wie men meermalen twee-en-twintig liter water had afgetapt, en die,
+toen zij opnieuw opgezwollen was, weer slonk, door het aanbrengen van
+een in de wonderbron nat gemaakt compres, zonder dat men in het bed of
+op den grond water terugvond. Eveneens houdt geen enkele maagziekte
+stand, alle verdwijnen bij het eerste glas. Zoo kreeg Marie Souchet,
+die zwart bloed spuwde en die zoo uitteerde, dat zij ten slotte
+niet meer dan een geraamte was, in twee dagen haar vorig gewicht
+terug. Marie Jarland, die door het bij vergissing drinken van loog haar
+maag verbrand had, voelde de tumoren, die daar het gevolg van geweest
+waren, verdwijnen. Trouwens de grootste tumoren gaan in den vijver weg,
+zonder het minste spoor achter te laten. Maar wat nog wonderbaarlijker
+is: zweren, kankergezwellen, de meest afzichtelijke wonden worden
+door een ademtocht van boven genezen. Een Jood, een tooneelspeler,
+wiens hand door een zweer weggevreten werd, behoefde die slechts
+in het water te steken, om genezen te worden. Een jonge, schatrijke
+vreemdeling, aan wiens rechter polsgewricht zich een lupus, zoo groot
+als een kippenei, gevormd had, zag die verdwijnen. Rose Duval, die ten
+gevolge van een etterbuil in haar linkerelleboog een groot gat had,
+waarin men een noot kon leggen, zag het nieuwe vleesch, dat die wond
+heelde, aangroeien. De weduwe Fromond, wier lip half weggevreten was
+door een kankergezwel, behoefde zich slechts te laten afwasschen,
+en er was zelfs geen naad van het litteeken te zien. Marie Moreau,
+die vreeselijk leed door borstkanker, ging, nadat zij op de wond een
+in Lourdes-water gedrenkt compres gelegd had, slapen; en toen zij twee
+uur later wakker werd, was de pijn verdwenen, de wond toegetrokken.
+
+Ten slotte vertelde zuster Hyacinthe de radicale genezingen van
+tering. Dat zette de kroon op het werk. De vreeselijke ziekte, die
+verwoestingen aanrichtte onder de menschheid, die de ongeloovigen
+de Heilige Maagd tartten om te genezen, genas zij toch, zeide men,
+door één enkele beweging van haar pink. Honderden gevallen, het eene
+al wonderbaarlijker dan het andere, volgden elkaar op. Marguerite
+Coupel, die drie jaar aan tering leed, en wier longtoppen door de
+tuberkels waren weggevreten, staat op en gaat, stralend van gezondheid,
+weg. Madame de la Rivière, die bloed spuwt, steeds met koud zweet
+overdekt is, en wier nagels reeds een blauwe kleur aangenomen hebben,
+behoeft, wanneer zij op het punt staat haar laatsten adem uit te
+blazen, slechts een lepel vol water, dat men haar tusschen de tanden
+giet, te drinken, en onmiddellijk houdt het rochelen op; zij gaat
+zitten, bidt de litanieën mede en vraagt om bouillon. Julie Jadot
+had vier lepels noodig, maar zij kon haar hoofd ook niet meer recht
+houden, terwijl zij bovendien zoo'n zwak gestel had, dat de ziekte haar
+opgelost scheen te hebben; binnen enkele dagen was zij heel dik. Anna
+Catry, die tering in den ergsten graad had en wier linkerlong reeds
+half weggeteerd was, wordt, tegen alle regelen der kunst in, vijfmaal
+ondergedompeld in het koude water, en zij is genezen, de long weer
+gezond. Een andere, een jonge teringlijdster, die door vijftien
+geneesheeren was opgegeven, was toevallig in de Grot neergeknield en
+ten hoogste verbaasd zoo door een gelukkig toeval genezen te zijn; zij
+was ongetwijfeld juist gekomen op het oogenblik, dat de Heilige Maagd
+in haar erbarming het wonder uit hare onzichtbare handen vallen laat.
+
+Wonderen, wonderen, steeds meer! Als droombloemen regenen zij uit een
+helderen, zachten hemel. Er waren er treffende, er waren er kinderlijke
+onder. Een oude vrouw, die haar verlamde hand in geen dertig jaar had
+kunnen bewegen, wascht zich en maakte het teeken des kruises. Zuster
+Sophie, die blafte als een hond, springt in het water en komt er
+uit, terwijl zij met een heldere stem een loflied zingt. Mustapha,
+een Turk, roept de Witte Vrouw aan en krijgt het gebruik van zijn
+linkeroog terug door er een compres op te leggen. Een officier der
+Turco's werd bij Sedan beschermd, een kurassier uit Reichshoffen zou
+gesneuveld zijn door een kogel in zijn hart, als die kogel, welke zijn
+portefeuille reeds doorboord had, niet afgestuit was op een beeltenis
+van Notre-Dame de Lourdes. En de kinderen, de arme kleinen, die
+lijden, vinden ook genade in haar oogen; een jongetje van vijf jaar,
+dat lam was, werd ontkleed en vijf minuten onder den kouden straal der
+fontein gehouden; hij staat op en loopt; een ander van vijftien jaar,
+die in zijn bed slechts dierlijke kreten uitstiet, springt uit den
+vijver en roept uit, dat hij genezen is; nog een ander van twee jaar,
+die nog nooit geloopen had, bleef een kwartier in het koude water,
+en doet dan vroolijk en glimlachend zijn eerste stappen. En allen,
+zoowel de grooten als de kleinen, leden hevige pijnen, terwijl het
+wonder zich voltrok, want het herstel kan niet geschieden zonder een
+geweldigen schok van de geheele menschelijke machine: de beenderen
+vernieuwden zich, het vleesch groeide aan, de kwaal werd in een
+laatste stuiptrekking uitgedreven. Maar welk een gevoel van welbehagen
+daarna! De geneesheeren geloofden hun oogen niet, de verwondering
+werd bij iedere genezing grooter, wanneer zij hun zieken zagen loopen,
+en met een waren geeuwhonger eten. Al die uitverkoren, al die genezen
+vrouwen liepen drie kilometer ver, zetten zich voor een kip aan tafel
+en sliepen dan twaalf uur aan één stuk door. Van een gewoon herstel
+geen sprake; het was een plotselinge sprong van den doodsstrijd in
+de volle gezondheid met nieuw gevormde ledematen, dichtgetrokken
+wonden, op hun plaats teruggebrachte organen, en dat alles met de
+snelheid van een bliksemstraal. Met de wetenschap werd gelachen,
+men nam zelfs de meest eenvoudige voorzichtigheidsmaatregelen niet
+in acht: vrouwen baadden in ieder gedeelte der maand, teringlijders
+werden, al waren zij met zweet bedekt, ondergedompeld in het ijskoude
+water, wonden liet men gewoon veretteren zonder eenige antiseptische
+behandeling. En welk een jubelgezang steeg op bij ieder wonder, welke
+kreten van dankbaarheid en liefde! De door het wonder geredde valt
+op haar knieën, alle omstanders weenen, bekeeringen vinden plaats,
+protestanten en joden omhelzen het Katholicisme, als nieuwe wonderen
+van het geloof, waarbij de hemel triompheert. De inwoners van het dorp
+wachtten in menigte de door het wonder geredde bij haar terugkomst op,
+terwijl de klokken haar jubeltoon doen hooren; en wanneer men haar
+lenig uit het rijtuig ziet springen, klinken luide vreugdekreten en
+vreugdesnikken, wordt het Magnificat aangeheven. Eer aan de Heilige
+Maagd! Eeuwige dankbaarheid en liefde aan de Moeder Gods!
+
+Want van al die verwezenlijkte verwachtingen, van al die vurige
+dankzeggingen was de dankbaarheid jegens de zeer kuische Moeder,
+de bewonderenswaardige Moeder het voornaamste. Zij was de groote
+hartstocht van alle zieken, de genadige Maagd, de Spiegel der
+rechtvaardigheid, de Troon der wijsheid. Aller handen strekten zich
+uit naar haar, de mystieke Roos in de schaduw der kapellen, den ivoren
+Toren aan den horizont der droom, de Poort des hemels, die uitkomt in
+de eeuwigheid. Van af het aanbreken van iederen nieuwen dag straalt
+zij, als de heldere Ster van den morgen, blijde door jonge hoop. En
+is zij niet de Gezondheid der zieken, de Toevlucht der zondaren, de
+Troosteresse der bedroefden? Frankrijk was steeds haar lievelingsland
+geweest, waar men haar vurig vereerde als vrouw en moeder en zij
+zich zoo gaarne openbaarde aan jonge herderinnetjes. Zij was zoo
+lief voor de kleinen! Zij hield zich voortdurend met hen bezig, men
+wendde zich daarom zoo graag tot haar, omdat men wist, dat zij de
+bemiddelaarster tusschen hemel en aarde was. Iederen avond weende zij
+gouden tranen voor de voeten van haar goddelijken Zoon, om van hem
+genade te verwerven; dat waren de wonderen, die Hij haar toestond te
+wrochten, dat mooie, in bloei staande veld van wonderen, welriekend
+als de rozen van het paradijs, zoo heerlijk van kleurenpracht en geur.
+
+De trein rolde voort. Ze waren nu--het was zes uur--Coutras
+voorbij. Zuster Hyacinthe stond op, klapte in de handen en riep:
+
+"Het Angelus, kinderen!"
+
+Nooit waren de Ave's in een vuriger geloof, dat nog aangewakkerd werd
+door de brandende begeerte om door den hemel vertroost te worden,
+opgestegen. En toen kreeg Pierre plotseling het ware inzicht in deze
+bedevaarten, in deze treinen, die door de geheele wereld rolden, in
+al die samenstroomende menschenmassa's, in Lourdes, dat daar in de
+verte straalde als het heil voor lichaam en ziel. O, de jammerlijke
+ongelukkigen, die hij nu sedert van ochtend zag reutelen en steunen
+van pijn, hun armzalige lichamen zag blootstellen aan de vermoeienis
+van zoo'n reis. Zij waren allen veroordeeld en opgegeven door de
+wetenschap, waren het moede nog langer geneesheeren te raadplegen en
+zich te laten kwellen door niets uitwerkende geneesmiddelen! En hoe
+begrijpelijk was het, dat zij in hun vurige begeerte om nog verder
+te leven en zich niet kunnende onderwerpen aan de onrechtvaardige
+en voor hun lijden onverschillige natuur, zich overgaven aan den
+droom van een bovenaardsche macht, van een almachtige godheid, die
+misschien in hun belang de vastgestelde wetten zou opheffen, den loop
+der sterren veranderen, terugkomen op zijn schepping. Hadden zij dan
+God niet, wanneer de aarde hen in den steek liet? De werkelijkheid
+was voor hen te vreeselijk, een oneindig verlangen naar illusie en
+leugen werd in hen wakker. O, te kunnen gelooven, dat er ergens een
+opperste gerechtsheer is, die de ongerechtigheden van menschen en
+dingen herstelt; te kunnen gelooven, dat er een verlosser bestaat,
+een trooster, die de heer en meester is, die de stroomen naar hun
+bron kan doen terugvloeien, jeugd kan teruggeven aan grijsaards,
+dooden kan opwekken! Te kunnen gelooven, wanneer je overdekt bent
+met wonden, je beenen verlamd zijn, je buik opgezwollen van tumoren,
+je longen door tuberkels weggevreten zijn, dan te kunnen gelooven,
+dat dat er niet op aan komt, dat dat alles kan verdwijnen en opnieuw
+ontstaan kan op een teeken der Heilige Maagd, en dat het voldoende
+is te bidden, haar te ontroeren, om van haar de genade te verkrijgen
+uitverkoren te worden. En dan, welk een hemelsche springbron van
+heerlijke verwachtingen, wanneer de wonderbare stroom begint te
+vloeien van die prachtige genezingsverhalen, van die bekoorlijke
+feeënsprookjes, die de koortsachtig opgewonden verbeeldingskracht
+van zieken en zwakken in slaap wiegen en bedwelmen. Hoe begreep men,
+sedert de kleine Sophie Couteau met haar blank, genezen voetje in
+dien wagon gekomen was en den grenzenloozen hemel van het goddelijke
+en bovennatuurlijke geopend had, hoe begreep men nu den ademtocht van
+wonderbare opstanding, die langzamerhand de meest radeloozen van hun
+jammerbed oprichtte, aller oogen deed stralen, daar het leven voor
+hen nog mogelijk was en zij het misschien opnieuw zouden beginnen!
+
+Ja, zoo was het. Dat deze jammervolle trein voortrolde, steeds
+voortrolde, dat deze wagon vol was, dat de andere vol waren;
+dat Frankrijk en de wereld, van uit de verste hoeken der aarde,
+door dergelijke treinen doorstoomd werd; dat scharen van driehonderd
+duizend geloovigen, duizenden zieken met zich voerend, het eene jaar
+in, het andere uit zich in beweging zetten; dat alles geschiedde,
+omdat daar in de verte de Grot in haar glorie straalde als een
+vuurtoren van hoop en illusie, als de opstand en de triomf van het
+onmogelijk geachte over de onverbiddelijke materie. Nooit was een meer
+passionneerende roman geschreven om de zieken te verheffen boven den
+harden en wreeden levensstrijd. Dien droom te droomen was het groote,
+onuitsprekelijke geluk. De paters van Maria Hemelvaart hadden slechts
+daarom jaarlijks het succes van hun bedevaarten grooter zien worden,
+omdat zij aan de toegestroomde volkeren troost en leugen verkochten,
+dat heerlijke brood der hoop, waarnaar de lijdende menschheid
+eeuwig hongert, een honger, dien nooit iets stillen kan. En niet
+alleen de lichamelijke wonden, die om genezing riepen, neen het
+geheele moreele en intellectueele zijn schreeuwde zijn leed uit in
+een onverzadigbare dorst naar genezing. Gelukkig zijn, de zekerheid
+van zijn leven stellen in het geloof, tot aan zijn dood steunen op
+dien krachtigen en betrouwbaren reisstaf, dat was de wensch, die uit
+aller harten opsteeg, die alle moreele smarten deed nederknielen in
+een smeeken om voortzetting der genade, om bekeering der dierbaren,
+om het geestelijk heil van zichzelf en van hen, die men liefheeft. De
+luide kreet plantte zich voort, rees op, vulde de ruimte: gelukkig
+zijn voor eeuwig, in het leven en in den dood.
+
+En Pierre had wel gezien, hoe al die lijdenden, die hem omringden,
+het schokken van de wielen niet meer voelden, hun krachten terugvonden
+bij iederen verslonden kilometer, die hen dichter bij het wonder
+bracht. Madame Maze zelfs werd spraakzaam in de zekerheid, dat de
+Heilige Maagd haar haar man zou teruggeven. Madame Vincent wiegde
+glimlachend de kleine Rose, die zij heel wat minder ziek vond dan die
+half doode kinderen, welke men in het ijskoude water dompelde en die
+dan speelden. Mijnheer Sabathier schertste met mijnheer de Guersaint
+en zeide, dat hij in October, wanneer hij zijn beenen weer zou kunnen
+gebruiken, naar Rome zou gaan, een reis, die hij al vijftien jaar
+uitgesteld had. Madame Vêtu, die eveneens kalmer geworden was, ook
+al deed haar maag nog wat pijn, dacht, dat zij honger had en vroeg
+aan madame de Jonquière een paar beschuitjes voor haar in een glas
+melk te doopen, terwijl Elise Rouquet, haar open wond vergetend,
+haar sluier weggeslagen had en een tros druiven at. La Grivotte,
+die op was gaan zitten, en broeder Isidore, die niet langer kreunde,
+waren ten gevolge van die mooie verhalen nog zoo opgewonden, dat zij
+in hun ongeduldig verlangen naar genezing zich over ieder uur uitstel
+ongerust maakten. Zelfs de onbekende keerde, al was het dan ook maar
+voor één minuut, tot het leven terug. Toen zuster Hyacinthe weer eens
+het koude zweet van zijn voorhoofd veegde, sloeg hij zijn oogen op,
+terwijl een glimlach zijn gelaat deed oplichten. Nog eenmaal had
+hij gehoopt.
+
+Marie hield nog steeds in haar kleine klamme hand de hand van
+Pierre. Het was zeven uur, eerst om half acht zouden ze in Bordeaux
+zijn; en de trein, die te laat was, verhaastte, om de verloren minuten
+in te halen, meer en meer zijn vaart in een dolzinnige snelheid. Het
+onweer had uitgewoed, een zuivere, reine koelheid viel uit den wijden,
+helderen hemel.
+
+"O, Pierre, wat is het mooi, wat is het mooi," herhaalde Marie weer,
+terwijl zij vol teederheid en liefde zijn hand drukte.
+
+En zich naar hem vooroverbuigend, fluisterde zij:
+
+"Pierre, ik heb daareven de Heilige Maagd gezien en toen heb ik jouw
+genezing gevraagd en verkregen."
+
+De priester begreep haar en geraakte geheel van streek door de oogen
+vol goddelijk licht, die zij op de zijne richtte. Zij had zichzelf
+vergeten, zij had zijn bekeering gevraagd, en dit gebed om geloof, dat
+zoo rein uit dit lijdende en hem zoo dierbare wezen opgestegen was,
+roerde hem tot in het diepst van zijn ziel. De verstikkende hitte
+van den wagon had hem verdoofd, het zien van die daarin opgehoopte
+ellende deed zijn medelijdend hart bloeden. En de besmetting liet
+haar werking gevoelen; hij wist niet meer, waar het werkelijke
+en het mogelijke ophielden, was niet in staat te midden van die
+opeenhooping van verbijsterende feiten, de ware keuze te doen, sommige
+te verklaren, andere te verwerpen. Een oogenblik, juist toen weer een
+gezang hemelwaarts steeg, sleepte zijn obsessie hem mede, hij behoorde
+zichzelf niet meer toe, verbeeldde zich, in de duizelingwekkende vaart
+van dit onder vollen stoom rollende, steeds voortrollende hospitaal,
+weer geloovig te zijn.
+
+
+
+
+V.
+
+Na een oponthoud van enkele minuten, gedurende welke zij, die nog
+niet gegeten hadden, zich haastten om wat te koopen, verliet de trein
+Bordeaux. De zieken kregen telkens wat melk en hielden, evenals kleine
+kinderen, niet op steeds weer om melk te vragen. Zoodra de trein zich
+weer in beweging gezet had, klapte zuster Hyacinthe in haar handen.
+
+"Kom, kinderen, voortgemaakt! Het avondgebed!"
+
+Toen volgde bijna een kwartier lang een verward geprevel van Pater's
+en Ave's, een zelfonderzoek, een boetedoening, een algeheele overgave
+van zichzelf aan God, aan de Heilige Maagd en aan de Heiligen, een
+vurige dankzegging voor den gelukkig doorgebrachten dag, die met een
+gebed voor de levenden en gestorven geloovigen eindigde.
+
+"In den naam des Vaders, des Zoons, en des Heiligen Geestes... Amen!"
+
+Het was tien minuten over achten, de avondschemering daalde reeds
+over het land, een uitgestrekte vlakte, die door de avondnevels
+nog grooter scheen en waarin in de verspreid staande huizen heldere
+vonkjes vriendelijk òplichtten. De pitten in den wagon flikkerden
+en wierpen een geel schijnsel op de stapels bagage en de pelgrims,
+die door de aanhoudende zigzagbeweging heen en weer geschud werden.
+
+"Denkt eraan, kinderen," begon zuster Hyacinthe, die was blijven
+staan, weer, "dat ik te Lamothe, ongeveer een uur verder, de nachtrust
+zal laten ingaan. Je hebt dus nog een uur om je aangenaam bezig te
+houden, maar weest verstandig en windt je niet te veel op. Maar goed
+begrepen, nietwaar? na Lamothe geen woord meer; ik wil, dat jullie
+allemaal slaapt."
+
+Zij moesten om die woorden lachen.
+
+"Ja, dat is de regel, en jullie bent veel te verstandig, om niet
+te gehoorzamen!"
+
+Werkelijk hadden zij vanaf den vroegen ochtend stipt het programma
+der godsdienstige oefeningen, die voor ieder uur vastgesteld waren,
+gevolgd. Nu alle gebeden opgezegd, de rozenkransen afgebeden, de
+liederen gezongen waren, was de dag geëindigd, bleef er nog een
+korte tijd van verpoozing voor de nachtrust. Maar zij wisten niet,
+wat zij doen moesten.
+
+"Zuster," zeide Marie, "zoudt u mijnheer den abbé niet willen toestaan
+ons wat voor te lezen. Hij leest prachtig, en ik heb toevallig een
+klein boekje bij mij, een mooi verhaal over Bernadette..."
+
+Maar men liet haar niet uitspreken; allen schreeuwden door elkaar,
+onstuimig als kinderen, aan wie je belooft een mooi sprookje te
+vertellen.
+
+"Hè ja, zuster! Hè ja, zuster!"
+
+"Natuurlijk vind ik het goed," zeide zuster Hyacinthe, "nu het een
+goed boek is."
+
+Pierre moest toestemmen, of hij wilde of niet. Maar hij wilde onder
+de lamp zitten en moest daarom van plaats omwisselen met mijnheer
+de Guersaint, die door de belofte van een verhaal al even verrukt
+was als de zieken. En toen de jonge priester eindelijk zat en het
+boekje opende, rekten aller halzen zich uit en spitsten zich aller
+ooren. Gelukkig had hij een duidelijke, heldere stem, kon hij boven
+het gedreun der wielen uitkomen, dat trouwens in deze eindelooze
+vlakte niet zoo hinderlijk meer was.
+
+Maar alvorens te beginnen, keek Pierre het boekje in. Het was een van
+die kleine colportageboekjes, die door de Katholieke pers gedrukt en
+in grooten getale over de geheele Christenheid verspreid werden. Het
+was slecht gedrukt op goedkoop papier en had op den blauwen omslag
+een Notre-Dame de Lourdes, een naïef plaatje van stijve, onbeholpen
+gratie. Hij zou het, zonder zich te overhaasten, in een half uur
+kunnen uitlezen.
+
+En Pierre begon met zijn mooie heldere stem, die een prettigen,
+doordringenden klank had:
+
+"Het was te Lourdes, een klein stadje in de Pyrenaeën, op Donderdag 11
+Februari 1858. Het weer was koud, de lucht lichtbewolkt. In het huis
+van den armen, maar fatsoenlijken molenaar François Soubirous hadden
+ze geen hout meer om het eten op te koken. Zijn vrouw Louise zeide
+tegen haar tweede dochter, Marie: "Ga wat hout halen aan den Gave of
+in het bosch." De Gave is een bergriviertje, dat door Lourdes stroomt.
+
+"Marie had een oudere zuster, Bernadette geheeten, die pas van het
+land teruggekomen was, waar zij als herderin bij brave boerenlieden
+gediend had. Het was een zwak, teer, heel onschuldig kind, wier
+geheele wetenschap hierin bestond, dat zij den rozenkrans af kon
+bidden. Louise was wegens de koude bang haar met haar zuster naar
+het bosch te zenden, maar op aandrang van Marie en een buurmeisje,
+Jeanne Abadie, liet zij haar toch gaan.
+
+"De drie vriendinnetjes, die langs het beekje liepen, om dor hout te
+sprokkelen, kwamen bij een grot, die uitgehold was in een groote rots,
+die de bewoners van die streek Massabielle noemen..."
+
+Hier gekomen hield Pierre op en liet het boekje op zijn knieën
+vallen. De kinderlijkheid van het verhaal, de conventioneele,
+nietszeggende zinnen hinderden hem, hem, die het volledige dossier van
+deze buitengewone geschiedenis in handen gehad, die hartstochtelijk
+de kleinste bijzonderheden ervan bestudeerd had, en die in zijn
+hart een innige liefde, een grenzenloos medelijden voor Bernadette
+koesterde. Hij had zooeven nog tegen zichzelf gezegd, dat hij de
+enquête, waarvoor hij vroeger zoo graag naar Lourdes had willen gaan,
+morgen aan den dag zou kunnen beginnen. Het was een van de redenen,
+die hem tot de reis hadden doen besluiten. En opnieuw ontwaakte zijn
+nieuwsgierigheid met betrekking tot de helderziende, die hij liefhad,
+omdat hij voelde, dat zij oprecht, waarheidlievend en ongelukkig
+was, maar wier geval hij had willen analyseeren en verklaren. Zeker,
+zij loog niet, zij had haar visioen gehad, zij had stemmen gehoord
+evenals Jeanne d'Arc, en evenals Jeanne d'Arc bevrijdde zij, volgens
+het zeggen der Katholieken, Frankrijk. Welke kracht was het nu,
+die haar en haar werk voortgebracht had? Hoe had het visioen bij dit
+ongelukkige kind kunnen ontstaan, hoe had zij alle geloovige zielen in
+zoo'n opwinding kunnen brengen, dat de wonderen der primitieve tijden
+zich hernieuwden en men bijna een nieuwen godsdienst stichtte in een
+heilige stad, plotseling met millioenen opgebouwd en overstroomd door
+menschenmassa's, zóó in extase en zóó talrijk als men ze sedert de
+Kruistochten niet gezien had?
+
+Toen hield hij op met lezen en vertelde hij, wat hij wist, wat
+hij geraden en opnieuw vastgesteld had van deze geschiedenis,
+nog altijd zoo duister ondanks de stroomen inkt, die zij reeds had
+doen vloeien. Hij kende het land, de zeden, de gewoonten door de
+lange gesprekken, die hij met zijn vriend, dr. Chassaigne gehad
+had. Hij bezat een prettige manier van vertellen, een heilige
+bezieling, opmerkelijke gaven van een gewijd redenaar, die hij in
+zijn seminarietijd al in zich gevoeld, maar nooit gebruikt had. Toen
+men in den wagon merkte, dat hij de geschiedenis heel wat beter en
+uitvoeriger kende dan het kleine boekje en dat hij haar op een zoo
+aandoenlijken en bezielden toon vertelde, steeg de aandacht nog meer,
+gaven die aan smart zoo rijke zielen zich, in haar honger naar geluk,
+geheel aan hem.
+
+Eerst kwam de jeugd van Bernadette, te Bartrès, aan de beurt. Zij
+groeide daar op bij haar zoogmoeder, vrouw Lagües, die, toen zij
+een pas geboren kind verloren had, den armen Soubirous den dienst
+bewees hun kind te voeden en bij zich te houden. Dit gehucht van
+vierhonderd zielen lag, op ongeveer een mijl afstands van Lourdes,
+als in een woestijn, ver van alle verkeerswegen, verscholen tusschen
+het groen. De weg loopt steil naar beneden, de enkele huizen staan
+vrij ver uit elkaar op door hagen gescheiden grasvelden, die met
+note- en kastanjeboomen beplant zijn, terwijl heldere beekjes, die
+nooit zwijgen, de voetpaden der hellingen volgen; alleen de oude,
+kleine Romaansche kerk steekt omhoog op een heuveltje, dat verder
+door de graven van het kerkhof ingenomen wordt. Aan alle kanten
+rijzen boschrijke hellingen golvend op: het dorpje is als een gat in
+het heerlijke diep-groene grastapijt. Bernadette, die, sedert zij een
+groot meisje was, haar kostgeld verdiende met het hoeden van schapen,
+weidde haar dieren maanden lang in dat groen, waarin zij nooit een
+levende ziel ontmoette. Een enkele maal echter zag zij van den top van
+een helling in de verte de bergen, den Pic du Midi, den Pic de Viscos,
+stralende of donkere rotsmassa's al naar de kleur, die het weer hun
+gaf, en waarachter zich verder in nevelen gehulde Pics verhieven,
+onduidelijke verschijningen, zooals men die in een droom pleegt
+te zien. Het huisje der Laqûes, waar haar wieg nog steeds stond,
+lag eenzaam en was het laatste van het dorp. Er voor strekte zich
+een weide uit, beplant met appel- en pereboomen en van het vrije veld
+slechts gescheiden door een smal beekje, waar je makkelijk overheen kon
+springen. In het lage huisje waren rechts en links van de houten trap,
+die naar den zolder leidde, slechts twee groote met steenen tegels
+bedekte vertrekken, in elk waarvan vier of vijf bedden stonden. De
+meisjes sliepen bij elkaar en sluimerden iederen avond in onder het
+kijken naar de mooie platen aan den muur, terwijl te midden der diepe
+stilte de groote klok in zijn kast van dennenhout de uren aangaf.
+
+O, in welk een zalige heerlijkheid had Bernadette die jaren in
+Bartrès geleefd! Zij groeide slechts langzaam op, altijd ziek,
+lijdend aan een nerveus asthma, dat haar bij den minsten wind dreigde
+te doen stikken; toen zij twaalf jaar was, kon zij nog niet lezen
+of schrijven, sprak slechts het patois van die streken, was nog een
+echt kind gebleven, zoowel geestelijk als lichamelijk haar leeftijd
+ver ten achter. Het was een lief, zacht, gehoorzaam meisje, maar
+verder een kind als ieder ander kind, alleen niet erg spraakzaam:
+zij luisterde liever dan dat zij sprak. Hoewel zij weinig geleerd
+had, bewees zij nu en dan gezond verstand te bezitten, had zelfs
+dikwijls een goed antwoord bij de hand, een aardig, schertsend
+woord, waarom men moest lachen. Het kostte daarentegen weer veel
+moeite haar den rozenkrans te leeren. Toen zij hem eindelijk uit haar
+hoofd opzeggen kon, scheen zij daartoe haar geheele kennis te willen
+beperken; zij bad hem van den vroegen ochtend tot den laten avond,
+zoodat men haar ten slotte bij haar schapen nog slechts zag met den
+rozenkrans in haar handen, de Pater's en Ave's afbiddend. Hoeveel uren
+had zij daar zoo doorgebracht op de groene helling van den heuvel,
+gewiegd door het geheimzinnig ruischen der bladeren, terwijl zij bij
+oogenblikken niets van de wereld zag dan de toppen der verre bergen,
+ijl als een droom wegdoezelend in het licht. De dagen verliepen, en
+steeds vergezelde haar bij het rondzwerven die nauw-begrensde droom,
+het eenige gebed, dat zij telkens weer herhaalde en dat haar in die
+frissche, kinderlijk-naïeve eenzaamheid geen andere metgezelle en
+vriendin gaf dan de Heilige Maagd. En wat een heerlijke avonden
+bracht zij 's winters door in het vertrek links, waar een groot
+vuur brandde! Haar zoogmoeder had een broer, die priester was en
+soms zulke prachtige verhalen voorlas, geschiedenissen van heilige
+mannen en vrouwen, wonder-heerlijke avonturen, die je deden beven
+van angst en pleizier, verschijningen uit het paradijs op de aarde,
+terwijl de half-geopende hemel den glans der engelen zien liet.
+
+De boeken, die hij medebracht, stonden dikwijls vol mooie platen:
+den goeden God in zijn volle heerlijkheid en glorie, de zoo teere en
+vriendelijke gestalte van Jezus met zijn door licht omstraald gezicht,
+en vooral de Heilige Maagd, schitterend in het wit, azuur en goud
+gekleed en zoo liefderijk, dat zij haar dikwijls in haar droomen
+terugzag. Maar de Bijbel was toch het boek, dat men het meest las,
+een oude, door het gebruik vergeelde Bijbel, die reeds meer dan een
+eeuw in de familie was; iederen langen winteravond, dat er bezoek
+was, nam de pleegvader, de eenige, die had leeren lezen, een speld,
+stak die op goed geluk ergens in den Bijbel en begon dan boven aan de
+rechterbladzijde te lezen onder de diepe stilte van de vrouwen en de
+kinderen, die ten slotte den tekst van buiten kenden en, zonder zich
+in één woord te vergissen, door hadden kunnen gaan.
+
+Bernadette gaf de voorkeur aan vrome boeken, waarin de Heilige
+Maagd met haar vriendelijk glimlachje voorkwam. Doch ook een ander
+verhaal vond zij erg mooi, de wonderlijke geschiedenis van de vier
+Heemskinderen. Op den gelen omslag van het kleine boekje, dat hier
+toevallig achter gelaten was door een rondreizend koopman, zag men
+op een kinderlijk plaatje de vier koene ridders, Reinoud en zijn
+broeders, alle vier op Bayard, hun beroemd strijdros dat de fee Orlanda
+hun ten geschenke gegeven had. Het waren die bloedige gevechten,
+belegeringen van vestingen, vreeselijke duels op den degen tusschen
+Roland en Reinoud, die ten slotte het Heilige Land ging bevrijden,
+den toovenaar Maugis met zijn wonderbaarlijke tooverkunsten niet te
+vergeten en prinses Clarisse, de zuster van den koning van Aquitanië,
+die mooier was dan de dag. Wanneer haar phantasie zoo opgewekt was,
+kon Bernadette 's nachts den slaap niet vatten vooral niet na avonden,
+waarop niet voorgelezen werd, maar iemand uit het gezelschap een
+heksengeschiedenis verteld had. Zij was zeer bijgeloovig, nooit zou
+men haar na zonsondergang langs een toren gekregen hebben, die door
+den duivel bezocht werd. Trouwens de geheele streek was heel eenvoudig
+van geest, was als bevolkt met geheimzinnigheden; boomen, die zongen,
+steenen, waar bloed uit parelde, kruiswegen, waarbij je drie Pater's en
+drie Ave's moest bidden, als je het woeste beest met de zeven hoorns
+niet wilde tegenkomen, dat de meisjes in het verderf sleepte. En welk
+een rijkdom van schrikaanjagende sprookjes! Er waren er honderden,
+je zoudt er op één avond niet mee klaar komen om ze te vertellen.
+
+In de eerste plaats kwamen de avonturen van weerwolven, welke
+ongelukkige menschen, die door den duivel gedwongen werden in de
+huid van een van de groote witte berghonden te kruipen: wanneer je
+op den hond schiet en de eerste kogel hem raakt, dan is de mensch
+verlost; doch wanneer de kogel slechts de schaduw raakt, sterft de
+mensch onmiddellijk.
+
+Dan volgden in een eindelooze rij de toovenaars en tooverheksen. Een
+van die verhalen viel bijzonder in Bernadette's smaak, dat van een
+griffier te Lourdes, die den duivel wilde zien en daarom op Goeden
+Vrijdag om middernacht door een heks naar een eenzaam veld gebracht
+werd. De duivel kwam, prachtig in het rood gekleed.
+
+Onmiddellijk stelde hij den griffier voor zijn ziel te koopen, op
+welk voorstel deze schijnbaar inging. Toevallig had de duivel onder
+zijn arm het register, waarin de menschen uit de stad, die zich reeds
+verkocht hadden, hun handteekening hadden gezet. Maar de sluwe griffier
+haalde uit zijn zak een fleschje, waarin volgens zijn zeggen inkt was,
+doch waarin zich in werkelijkheid wijwater bevond; hij besprenkelde
+den duivel daarmede, die verschrikkelijk begon te gillen, terwijl
+hij zelf op de vlucht ging en het register meenam. Toen begon er een
+dolle jacht, die den heelen avond kon duren, door bergen en dalen,
+door bosschen en over bergstroomen.
+
+"Geef me mijn register!"
+
+"Neen, je krijgt het niet!"
+
+En telkens begon het weer opnieuw:
+
+"Geef me mijn register!"
+
+"Neen, je krijgt het niet!"
+
+De griffier, die reeds buiten adem was en op het punt stond neer te
+vallen, kreeg plotseling een ingeving: hij sprong op het kerkhof in
+gewijde aarde en lachte vandaar den duivel uit, terwijl hij spottend
+met het register heen en weer zwaaide; op die manier had hij de zielen
+van alle ongelukkigen, die geteekend hadden, gered.
+
+Op zulke avonden bad Bernadette, voor zij slapen ging, een rozenkrans
+af, blij te zien, dat de hel zoo gehoond werd, maar toch rillend
+bij de gedachte, dat de duivel, zoodra men de lamp uitgeblazen had,
+zeker om haar zou komen rondsluipen.
+
+Een heele winter lang hadden de gezellige avondbijeenkomsten in de kerk
+plaats. Pastoor Ader had er toestemming voor gegeven, en er kwamen
+veel families, om licht uit te sparen, terwijl je het bovendien veel
+warmer hadt, wanneer je met zoovelen bij elkaar zat. Men las uit den
+Bijbel voor en er werd gezamenlijk gebeden. De kinderen vielen er ten
+slotte bij in slaap. Alleen Bernadette streed er tot het einde tegen,
+gelukkig als ze zich gevoelde bij den goeden God te mogen zijn in het
+kleine schip der kerk, welks muren rood en blauw geverfd waren. Op den
+achtergrond verhief zich, eveneens geschilderd en verguld het altaar
+met zijn spiraalvormig gewonden zuilen en zijn altaarstukken, die
+Maria bij Anna en de onthoofding van den H. Johannes voorstelden. In
+de slaperigheid, die zich steeds meer van haar meester maakte,
+zag het kind het mystieke visioen van die schreeuwend gekleurde
+beelden oprijzen, het bloed uit de wonden vloeien, de aureolen
+stralen, de Heilige Maagd steeds weer terugkomen en haar aankijken
+met haar levende, hemelsblauwe oogen, terwijl het haar toescheen,
+alsof zij haar vermillioen-roode lippen wilde openen, om haar toe
+te spreken. Maandenlang bracht zij op die wijze haar avonden door,
+tegenover het half in schemer gehulde altaar, in dien halven slaap,
+waarin reeds de goddelijke droom begon, dien zij medenam naar huis, om
+hem in bed verder te droomen, terwijl zij rustig onder de bescherming
+van haar schutsengel sliep.
+
+In diezelfde oude kerk, zoo nederig en zoo vol vurig geloof, ging
+Bernadette ter leering. Zij was toen bijna veertien jaar, zoodat het
+hoog tijd werd, dat zij haar eerste communie deed. Haar zoogmoeder,
+die voor gierig doorging, liet haar niet school gaan, maar haar van
+'s morgens tot 's avonds in het huishouden helpen. Mijnheer Barbet,
+de onderwijzer, zag haar nooit in zijn klas. Maar op een dag, dat hij
+in plaats van pastoor Ader, die ziek was, catechesatie gaf, viel zij
+hem dadelijk op door haar vroomheid en haar bescheidenheid. De priester
+hield veel van Bernadette en sprak dikwijls met den onderwijzer over
+haar en zeide dan, dat hij haar nooit kon aankijken zonder aan de
+kinderen van la Salette denken, want die kinderen moesten eenvoudig,
+goed en vroom geweest zijn als zij, anders zou de Heilige Maagd hun
+niet verschenen zijn.
+
+Op een morgen, dat de beide mannen haar buiten het dorp in de verte
+met haar kudde tusschen de groote boomen zagen, keerde de priester
+zich meermalen om en zeide:
+
+"Ik weet niet, wat het is in mij, maar iederen keer, dat ik het kind
+zie, denk ik Mélanie, het kleine herderinnetje, de metgezellin van
+den kleinen Maximin te zien."
+
+Ongetwijfeld was hij als het ware bezeten door deze gedachte, die
+later een voorspelling zou blijken te zijn. En had hij niet op een dag
+na de catechesatie, of misschien op een avondbijeenkomst in de kerk,
+het wonderbaarlijke, nu reeds twaalf jaar oude verhaal verteld van de
+in schitterend en verblindend wit gekleede Vrouw, die over het gras
+liep, zonder het plat te trappen, van de Heilige Maagd, die op den
+berg aan den oever van een beekje aan Mélanie en Maximin verschenen
+was, om hun een groot geheim toe te vertrouwen en hun de toorn van
+haar zoon aan te kondigen?
+
+Van af dien dag genas een bron, die uit de tranen der Heilige Maagd
+ontstaan was, alle ziekten, terwijl het geheim, dat aan een met drie
+waszegels gesloten perkament toevertrouwd was, te Rome rustte. Zeker
+had Bernadette in koortsachtige opwinding met haar zwijgend gezichtje
+van wakend droomstertje naar dit wonderbare verhaal geluisterd en
+het medegenomen naar de eenzaamheid der bosschen, waarin zij haar
+dagen doorbracht, om het achter haar schapen nog eens te herlezen,
+terwijl de kralen van haar rozenkrans één voor één tusschen haar
+teere vingertjes gleden.
+
+Zoo verstreek haar jeugd te Bartrès. Wat in die tengere en achterlijke
+Bernadette vooral verrukte, dat waren haar dweepzieke oogen, de mooie
+oogen van een helderziende, waarin de vlucht der droomen, als vogels
+in een helderen hemel, voorbij streek. Haar mond was groot en sterk
+ontwikkeld en wees op goedheid; haar vierkant hoofd met het rechte
+voorhoofd en de dikke zwarte haren zou zonder de uitdrukking van
+beminlijke eigenzinnigheid niets bijzonders gehad hebben. Maar wie
+haar niet in de oogen zag, merkte haar niet op; zij was dan niets
+meer dan een arm straatkind, dat lichamelijk en geestelijk achter
+was. En in die oogen had pastoor Ader ongetwijfeld alles gelezen,
+wat later in haar zou opbloeien: het lijden, dat haar arm lichaam
+in zijn ontwikkeling belemmeren zou, de eenzaamheid der bosschen,
+waarin zij opgegroeid was, de blatende zachtmoedigheid van haar
+lammeren, de engelengroet, dien zij op haar rondzwerving onder den
+vrijen hemel steeds weer herhaalde, de angstaanjagende verhalen,
+die zij bij haar zoogmoeder gehoord had, de avondbijeenkomsten,
+die zij voor de levende altaarstukken der kerk had medegemaakt,
+de geheele atmospheer van primitief geloof, die zij in dit verre,
+door bergen afgesloten land had ingeademd.
+
+Den 7den Januari was Bernadette veertien geworden, en haar ouders, de
+Soubirous, die zagen, dat zij te Bartrès niets leerde, besloten haar
+weer voor goed thuis te Lourdes te nemen, waar zij de catechesatie
+geregeld volgen en zich ernstig voorbereiden moest voor haar eerste
+communie. En zoo was zij twee à drie weken te Lourdes, toen op 11
+Febr. een Donderdag, bij koud weer en een bedekte lucht...
+
+Maar hier moest Pierre ophouden, want zuster Hyacinthe was opgestaan
+en klapte hard in haar handen:
+
+"Kinderen, het is al over negenen... Stilte! Stilte!"
+
+Ze waren inderdaad Lamothe voorbij; de trein rolde met dof gesnor
+in een zee van donkerte door de eindelooze vlakten der Landes, die
+ondergedompeld lagen in den nacht. Eigenlijk had men de laatste tien
+minuten geen woord meer mogen hooren in den wagon, had men moeten
+slapen of rustig zijn pijnen verdragen. Maar toch kwam er verzet.
+
+"Hè, lieve zuster!" riep Marie, wier oogen schitterden, uit; "een klein
+kwartiertje nog! We zijn nu juist bij het interessantste gedeelte."
+
+Tien, twintig stemmen vielen haar bij.
+
+"Ja, als het u blieft, een kwartiertje nog!"
+
+Allen wilden het vervolg hooren; zij brandden van nieuwsgierigheid,
+als hadden zij het verhaal nooit gehoord, zoo werden zij medegesleept
+door de bijzonderheden van ontroerende en vriendelijk glimlachende
+menschelijkheid, die Pierre gaf. Hun blikken waren niet van hem af;
+vreemd belicht door de walmende lampen, strekten hun hoofden zich naar
+hem uit. En het waren niet alleen de zieken, die in koortsachtige
+spanning luisterden, maar ook de tien vrouwen van het achterste
+compartiment wendden haar arme, leelijke gezichten, die mooi werden
+door het naïeve geloof, naar Pierre, om toch maar geen woord te
+verliezen.
+
+"Neen, ik mag niet," zeide eerst zuster Hyacinthe. "Het programma
+zegt het duidelijk. Er moet nu rust zijn."
+
+Maar toch aarzelde zij al, zelf had zij in zoo groote spanning
+geluisterd, dat zij haar hart onder haar witte schort voelde
+kloppen. Op smeekenden toon drong Marie nog eens aan, terwijl mijnheer
+de Guersaint, die eveneens met aandacht geluisterd had, beweerde, dat
+ze ziek zouden worden, wanneer de geestelijke niet verder vertelde;
+en toen ook madame de Jonquière toegevend glimlachte, gaf de zuster
+ten slotte toe.
+
+"Nu goed dan, een kwartiertje nog, maar ook niet meer dan een klein
+kwartiertje! Anders zou ik me aan plichts-verzuim schuldig maken."
+
+Pierre had kalm gewacht, zonder tusschenbeide te komen. Dan ging hij
+voort op denzelfden doordringenden toon, waarin de twijfel verzacht
+werd door zijn medelijden met hen, die lijden en hopen.
+
+Nu ging het verhaal verder te Lourdes in de rue des Petits-Fossés,
+een sombere, nauwe en kronkelende straat, die tusschen armoedige
+huizen en ruw bepleisterde muren loopt. Op den rez-de-chaussée van
+een van die droefgeestige huisjes aan het einde van een donkere gang
+bewoonden de Soubirous één enkele kamer, waarin zeven menschen, vader,
+moeder en zeven kinderen bij elkaar hokten. Je kon er nauwelijks zien,
+in het kleine en vochtige binnenplaatsje viel slechts een groenachtig
+schemerlicht. Ze sliepen daar bij elkaar, aten er, wanneer ze brood
+hadden. Sedert eenigen tijd n.l. kon de vader, die molenaar van beroep
+was, heel moeilijk werk vinden. En uit dit donkere gat, uit die diepe
+ellende was Bernadette, de oudste, op dien kouden Februaridag hout
+gaan zoeken met Marie, haar jonger zusje, en Jeanne, een buurmeisje.
+
+Een langen tijd ging het mooie verhaal zoo verder: hoe de drie kleine
+meisjes den oever van den Gave afgeloopen hadden aan den anderen kant
+van het kasteel, hoe zij ten slotte op het eiland du Chalet gekomen,
+waar tegenover de rots Massabielle, waarvan zij alleen gescheiden
+waren door den smallen waterloop van den molen van Sâvy. Het was een
+woeste plek, waarheen de gemeenteherder dikwijls zijn varkens bracht,
+die bij plotselinge regenbuien een schuilplaats zochten onder de
+rots van Massabielle, aan den voet waarvan zich, onder wilde roze-
+en braamstruiken verborgen, een soort grot gevormd had. Er was niet
+veel droog hout te vinden geweest, zoodat Marie en Jeanne, toen zij
+aan den overkant een grooten hoop takken, dien de stroom daarheen had
+gebracht, zagen liggen, den waterloop overstaken, terwijl Bernadette,
+die veel teerder was en een beetje de jongejuffrouw speelde, voorloopig
+achterbleef, daar zij haar voeten niet nat durfde maken. Zij had
+wat uitslag aan haar hoofd, haar moeder had haar op het hart gedrukt
+toch vooral haar hoofddoek om te houden, een groote witte hoofddoek,
+die sterk vloekte tegen haar oud, zwartwollen jurkje. Toen zij zag,
+dat de twee anderen haar niet wilden helpen, vermande zij er zich
+eindelijk toe haar klompen en haar kousen uit te trekken. Het was
+ongeveer twaalf uur, de negen slagen van het Angelus zouden weldra
+van de kerk klinken en opstijgen naar den stillen, wijden winterhemel,
+die met een fijn wolkendons bedekt was.
+
+Op dat oogenblik maakte een groote verwarrende opwinding zich van
+haar meester, in haar ooren suisde het met zoo'n stormgeweld, dat zij
+meende een orkaan, die van de bergen kwam, voorbij zich te hooren
+loeien; zij keek naar de boomen en was uiterst verbaasd, want geen
+blaadje verroerde zich. Dan dacht zij, dat zij zich vergist had, en zij
+wilde juist haar klompen oprapen, toen opnieuw een hevig suizen langs
+haar ging, doch ditmaal trof het niet haar ooren, maar haar oogen;
+zij zag de boomen niet meer, zij was verblind door een witten glans,
+een soort schel licht, dat zich boven de grot aan de rots scheen vast
+te hechten in een smalle, hooge spleet, die op den spitsboog van een
+kathedraal geleek.
+
+Verschrikt viel zij op haar knieën. Wat was dat toch, mijn God? Soms,
+wanneer in slechte tijden haar asthma haar meer benauwde dan
+gewoonlijk, had zij dikwijls geheele nachten zware droomen, waarvan
+zij de angstaanjagende werking nog na het wakker worden voelde,
+ook al herinnerde zij zich van den droom zelf niets meer.
+
+Vlammen omringden haar, de zon ging vlak langs haar gezicht
+voorbij. Had zij den afgeloopen nacht zoo zwaar gedroomd? Was het de
+voortzetting van een droom, dien zij zich niet meer herinnerde? Dan
+teekenden zich langzamerhand eenige omtrekken af, meende zij een
+gestalte te herkennen, die in het schelle licht geheel wit was. Uit
+angst, dat het de duivel zou kunnen zijn--zij werd dikwijls door zulke
+gedachten bezeten--was zij haar rozenkrans gaan bidden. En toen zij,
+nadat het licht langzaam uitgegaan was, den waterloop overging en
+zich weer bij Marie en Jeanne voegde, vond zij het heel vreemd, dat
+dezen bij het hout rapen vóór de grot, geen van beiden iets gezien
+hadden. Toen de drie meisjes naar Lourdes terugliepen, praatten zij
+erover: had zij dan wat gezien? Maar, onrustig en zich een weinig
+schamend, wilde zij niet antwoorden; eindelijk bekende zij, dat zij
+iets gezien had, dat in het wit gekleed was.
+
+Van af dat oogenblik verspreidde het gerucht zich en werd daarbij
+overdreven. De Soubirous, die het ook hoorden, waren boos geworden over
+die kinderpraatjes en verboden hun dochter naar de rots van Massabielle
+terug te gaan. Maar al de kinderen uit de buurt vertelden elkaar
+het verhaal reeds en zoo moesten de ouders dan ten slotte toestaan,
+dat Bernadette 's Zondags met een flesch wijwater naar de grot ging,
+om beslist te weten, of men niet met den duivel te doen had. Zij zag
+het licht weer, evenals de gestalte, die nu echter duidelijker was
+en glimlachte, zonder bang te zijn voor het wijwater. Den volgenden
+Donderdag ging zij met anderen er weer heen; eerst dien dag nam de
+gestalte den vorm van een vrouw aan, die tot haar zeide:
+
+"Doe mij het genoegen veertien dagen lang hier te komen."
+
+Langzamerhand had de gestalte zich nog meer gepreciseerd en was een
+Vrouw geworden, mooier dan een koningin, zooals men ze slechts op
+platen ziet. In den beginne had Bernadette zich tegenover de vragen,
+waarmede men haar van 's morgens vroeg tot 's avonds laat overstelpte,
+wat terughoudend getoond, als was zij nog door twijfel bevangen. Daarna
+was het haar toegeschenen, alsof onder de suggestie van al die
+vragen, de gestalte nog steeds duidelijker vormen kreeg, alsof zij een
+werkelijk leven, lijnen en kleuren aannam, in de beschrijving waarvan
+het kind zich nooit tegensprak. De oogen waren blauw en heel zacht,
+de mond rose en glimlachend, het ovaal van het gezicht had tegelijk
+een jeugdige bekoring en iets moederlijks. Nauwlijks zag men onder den
+rand van den sluier, die het hoofd bedekte en tot aan de voeten afviel,
+het bewonderenswaardige blonde haar. Het sneeuwwitte, glanzende kleed
+moest van een op aarde onbekende stof zijn, die uit zonnestralen scheen
+te zijn geweven. De losjes geknoopte hemelsblauwe sjerp liet twee
+lange einden hangen, fladderend in den ochtendwind. De rozenkrans,
+die om den rechterarm geslagen was, had melkwitte kralen, terwijl de
+schakels en het kruis van goud waren. En op haar bloote voeten, op de
+aanbiddelijke voeten, die van een jonkvrouwelijke blankheid waren,
+bloeiden twee gouden rozen, de mystieke rozen van het onbevlekte
+lichaam der Godsmoeder.
+
+Waar had Bernadette toch die Heilige Maagd gezien, wier eenvoudig
+uitzien zich door de overlevering voortplantte, zonder één sieraad,
+met de primitieve gratie van een nog in zijn kindsheid verkeerend
+volk? In welk boek van den broeder van haar zoogmoeder, den priester,
+die zoo mooi voorlezen kon? Op welk geschilderd raam der kerk,
+waarin zij opgegroeid was? En vooral, uit welken ridderroman, uit
+welke geschiedenis, door pastoor Ader op de catechesatie verteld, uit
+welken onbewusten droom, die zij op haar zwerftochten in de schaduw der
+bosschen van Bartrès gedroomd had, terwijl zij tot in het oneindige
+de tien verzen van den Engelengroet herhaalde, waaruit kwamen die
+gouden rozen op de bloote voeten, die heerlijke liefde-phantasie,
+die vrome opbloeiing van het vrouwenlichaam?
+
+De stem van Pierre was nog ontroerender geworden, want al zeide hij al
+deze dingen niet aan de eenvoudigen van geest, die naar hem luisterden,
+toch verleende de menschelijke verklaring, die zijn twijfel diep in
+zijn ziel aan die wonderen trachtte te geven, aan zijn verhaal een
+huivering van broederlijk medegevoel. Hij hield van Bernadette nog
+meer om het bekoorlijke van haar hallucinatie, die zoo vriendelijk
+haar toesprekende Maagd, één en al beminnelijkheid bij haar verschijnen
+en verdwijnen.
+
+Het groote licht liet zich eerst zien, dan vormde zich de verschijning,
+ging, kwam, boog zich, bewoog zich op een lichte, bijna onmerkbare
+wijze; wanneer zij verdween, bleef het licht nog eenigen tijd schijnen
+en ging dan uit als een ster, die sterft. Geen jonkvrouw dezer wereld
+kon een zoo blank en zoo rose gelaat hebben, dat zoo mooi was als
+de kinderlijke schoonheid van de plaatjes der eerste communie. De
+wilde rozestruik van de grot wondde zelfs haar bloote, aangebeden,
+met goud bebloeide voeten niet.
+
+Pierre vertelde onmiddellijk de andere verschijning. De vierde of
+vijfde hadden Vrijdag of Zaterdag plaats; maar de door een stralenkrans
+omgeven Vrouwe, die haar naam nog niet genoemd had, vergenoegde zich
+met te glimlachen, zonder een woord te spreken. Zondag weende zij en
+zeide tegen Bernadette:
+
+"Bid voor de zondaars."
+
+Maandag deed zij het kind het groote verdriet niet te verschijnen,
+zeker om haar te beproeven. Maar Dinsdag vertrouwde zij haar een
+geheim toe, dat nooit geopenbaard mocht worden; dan eindelijk deelde
+zij haar de zending mede, die zij haar opdroeg:
+
+"Ga en zeg aan de priesters, dat zij hier een kapel moeten bouwen!"
+
+Woensdag prevelde zij verscheidene malen het woord: "Boete, boete,
+boete!" dat het kind, terwijl het den grond kuste, herhaalde. Donderdag
+zeide zij:
+
+"Ga drinken uit de bron en wasch je daarin en eet het gras, dat ernaast
+staat!" woorden, die Bernadette eerst begreep, toen er onder haar
+vingers achter in de grot een bron ontsprong; dat was het mirakel der
+wonderbron. Toen volgde de tweede week: Vrijdag verscheen zij niet,
+wel echter de volgende vijf dagen, haar bevelen herhalend, vriendelijk
+glimlachend neerziende op het nederige meisje, dat zij verkoren had
+en dat bij iedere verschijning den rozenkrans bad, den grond kuste en
+op haar knieën naar de bron kroop, om te drinken en zich te wasschen.
+
+Eindelijk, den 4den Maart, den laatsten dag der mystieke samenkomsten,
+vroeg zij dringend om de kapel te bouwen, opdat uit alle deelen der
+aarde de volkeren zich er in processie heen zouden begeven. Intusschen
+had zij op alle vragen geweigerd te antwoorden wie zij was; eerst
+Donderdag 25 Maart, drie weken later dus, zeide de Vrouwe, haar blikken
+hemelwaarts heffend: "Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis!" Nog tweemaal,
+met een tusschenruimte van meer dan drie maanden, 7 April en 16 Juli
+verscheen zij: de eerste maal voor het wonder der kaars, waarboven
+het kind uit onachtzaamheid langen tijd haar hand hield, zonder die
+te branden; de tweede maal, om afscheid te nemen, voor een laatsten
+glimlach en een laatsten vriendelijken groet. Dat maakte dus achttien
+verschijningen in het geheel; daarna liet zij zich nooit meer zien.
+
+Pierre had zich als het ware in tweeën gedeeld. Terwijl hij zijn
+mooi sprookje, dat de ongelukkigen zoo lieflijk in de ooren klonk,
+vertelde, riep hij zich die beklagenswaardige en hem zoo dierbare
+Bernadette voor den geest, wier lijdensbloem zoo schoon gebloeid
+had. Volgens de brutaal-ruwe uitspraak van een geneesheer was dit
+veertienjarige meisje, dat in haar achterlijken wasdom door pijnen
+gekweld werd en reeds door een asthma ten gronde gericht was, niets
+meer dan een soort hysterica, een gedegenereerde, een kindsche. Dat
+zij geen heftige aanvallen had, dat er bij de kleinere aanvallen
+geen verstijving van spieren intrad, dat zij zich haar visioenen zoo
+goed en duidelijk herinnerde, was een gevolg van het feit, dat zij
+het merkwaardige bewijsstuk voor haar bijzonder geval zelf bracht;
+het onverklaarde vormt alleen het wonder, de wetenschap weet nog zoo
+weinig te midden van de eindelooze verscheidenheid der verschijnselen
+met betrekking tot de menschen.
+
+Hoeveel herderinnetjes hadden reeds vóór Bernadette op dezelfde
+kinderlijke wijze de Heilige Maagd gezien? Was het niet altijd dezelfde
+geschiedenis: de in licht gekleede Jonkvrouw, het toevertrouwen
+van een geheim, het ontspringen van een bron, het vervullen van
+een zending, wonderen, wier betoovering de massa bekeeren moet? En
+altijd de droom van een arm kind, dezelfde kleurrijke beschrijving,
+het ideaal van traditioneele schoonheid, zachtheid en vriendelijkheid,
+dezelfde naïeve middelen en hetzelfde doel, de verlossing der volkeren,
+het bouwen van kerken, processies van geloovigen! Bovendien geleken
+ook al die uit den hemel gevallen wonderen op elkaar, aanmaningen
+tot boetedoening, beloften van goddelijke hulp; hier was nieuw de
+buitengewone verklaring: "Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis!", die klonk
+als de nuttige erkenning door de Heilige Maagd zelve van het dogma,
+dat drie jaar vroeger door Rome was afgekondigd. Het was niet de
+Onbevlekte Maagd, die verschenen was, maar de Onbevlekte Ontvangenis,
+de abstractie zelf, het ding, het dogma, zoodat men zich af kon vragen
+of de Heilige Maagd zoo gesproken kon hebben. De andere woorden had
+Bernadette mogelijk vroeger elders gehoord en onbewust in een hoekje
+van haar geheugen bewaard. Maar vanwaar kwam dat eene woord, vanwaar
+kwam het, om aan het nog betwiste dogma den wonderbaarlijken steun van
+de getuigenis der Moeder, die zonder zonde ontvangen was, te brengen?
+
+Te Lourdes was de opwinding ontzaglijk; scharen stroomden toe, wonderen
+begonnen te geschieden, terwijl de onvermijdelijke vervolgingen, die
+den triomf van de nieuwe godsdiensten verzekeren, niet uitbleven. Abbé
+Peyramale, de pastoor van Lourdes, een geleerd, rechtschapen man met
+een goed gezond verstand, kon met het volste recht zeggen, dat hij
+dat kind niet kende, dat men het nog nooit op de catechesatie gezien
+had. Waar was dan de drijvende kracht, de geleerde les? Er was alleen
+maar haar te Bartrès doorgebrachte jeugd, het eerste onderricht van
+abbé Ader, gesprekken misschien, godsdienstige plechtigheden ter eere
+van het nieuwe dogma of alleen maar een van die medailles, welke men
+bij die gelegenheid in zoo grooten getale verspreid had. Nooit kon
+abbé Ader verschijnen, hij, die de zending van Bernadette voorspeld
+had. Hij zou buiten deze geschiedenis blijven, na de eerste geweest te
+zijn, die deze kleine ziel in zijn vrome handen had voelen ontbloeien.
+
+Maar al de onbekende krachten van het afgelegen dorpje, van dat groene,
+bekrompen en bijgeloovige plekje gronds bleven werken, verwarden de
+zinnen en verbreidden de besmetting van het mysterie. Men herinnerde
+zich, dat een herder uit Argelès, toen hij over de rots van Massabielle
+sprak, voorspeld had, dat daar groote dingen gebeuren zouden. Andere
+kinderen geraakten in extase, waarbij hun oogen wijd geopend waren en
+hun ledematen door krampen geschokt werden; maar zij zagen den duivel.
+
+Een roes van waanzin scheen de geheele streek aangegrepen te hebben. Op
+de Place du Porche te Lourdes verklaarde een oude vrouw, dat Bernadette
+maar een tooverheks was en dat zij in haar oog den poot van een pad
+gezien had. Voor de anderen, voor de duizenden toegesnelde pelgrims was
+zij een heilige, wier kleeren zij kusten. Luid klonken de snikken òp,
+een dolle razernij maakte zich van de zielen meester, wanneer zij met
+een brandende kaars in haar rechterhand en met haar linker de kralen
+van haar rozenkrans door haar vingers glijden latend, voor de grot
+neerknielde. Zij was bleek, mooi; als verheerlijkt. Langzamerhand
+kwam er leven in haar trekken, kregen deze een uitdrukking van
+buitengewone gelukzaligheid, terwijl haar oogen zich vulden met een
+bovenaardschen glans en haar half-geopende mond zich bewoog, alsof
+zij woorden uitsprak, die men niet verstond. En het was wel zeker,
+dat zij geen eigen, vrijen wil had, dat haar droom geheel haar wezen
+vervulde, dat zij er in het bekrompen en bijzondere milieu, waarin zij
+leefde, zóó door bezeten werd, dat zij hem zelfs in wakenden toestand
+voortdroomde, dat zij hem aanvaardde als de eenige, onaanvechtbare
+werkelijkheid, bereid deze ten koste van haar bloed te belijden,
+haar steeds herhalend, er met alle onveranderlijke bijzonderheden
+aan vasthoudend. Zij loog niet, want zij wist niet anders, kon,
+wilde niets anders willen.
+
+Pierre liet zich geheel gaan en ontwierp een behoorlijk beeld van het
+oude Lourdes, dat kleine, vrome, aan den voet der Pyrenaeën slapende
+stadje. Vroeger was het Kasteel, dat op een rots aan een kruispunt
+der zeven dalen van Lavedan lag, de sleutel der bergen. Maar thans
+ontmanteld, was het nu nog slechts een oud, in puinhoopen vallend
+bouwwerk aan den ingang van een doodloopend dal. Hier stootte het
+moderne leven tegen de formidabele wallen der hooge, besneeuwde
+bergpieken; alleen de trans-pyrenaeïsche spoorweg zou, als hij
+aangelegd was, eenige beweging gebracht hebben in het maatschappelijk
+leven van dit afgelegen hoekje, waarin het stilstond als het water
+in een poel.
+
+Aldus vergeten dommelde Lourdes, gelukkig en traag, te midden van zijn
+eeuwenouden vrede met zijn nauwe straatjes, zijn met kiezelsteenen
+geplaveide wegen, zijn zwarte huizen met marmeren omramingen. De
+oude huizen groepeerden zich nog alle om den oostelijken voet van
+het kasteel; de straat naar de Grot, de rue du Bois, was slechts een
+verlaten, onberijdbare, ja bijna onbegaanbare weg; geen enkel huis
+stond aan den oever van den Gave, die toen zijn schuimende golfjes
+voortstuwde door een volmaakte eenzaamheid van wilgen en hooge
+grassen. Op de place du Marcadal zag men in de week maar zelden
+voorbijgangers, moeders, die haast hadden, of kleine renteniers,
+die hun vrijen tijd met wandelen doodden; men moest wachten tot
+Zondagen of tot kermisdagen, om op het gemeenteplein de bevolking in
+haar Zondagsche plunje te zien, de van hun veraf gelegen bergplateaux
+met hun kudden naar beneden gedaalde veefokkers.
+
+Gedurende het badseizoen gaf het doortrekken der badgasten van
+Cauterets en van Bagnères nog eenig verkeer: tweemaal daags reden de
+diligences door het stadje; zij kwamen over een afschuwelijk slechten
+weg van Peau en moesten den Lapaca, die dikwijls buiten zijn oevers
+trad, doorwaden; dan ging het de steile helling van de rue Basse op en
+langs het terras der in de schaduw van groote olmen staande kerk. En
+welk een rust en vrede heerschten in die oude, half-Spaansche kerk,
+vol oude beeldhouwwerken, zuilen, altaarstukken en beelden, bevolkt
+met gouden visioenen en geschilderde lichamen, die in den loop der
+tijden zoo verbleekt waren, dat men ze nog slechts zag als in het
+schemerlicht van mystieke lampen. De geheele bevolking ging geregeld
+ter kerke om zich te verdiepen in dien droom van het mysterie.
+
+Er waren geen ongeloovigen, het volk had het primitief geloof
+behouden; iedere corporatie schaarde zich om de vaan van haar heilige,
+broederschappen van allerlei aard vereenigden op feesttochten de
+geheele stad tot één enkele Christelijke familie. Er heerschte dan ook,
+als een wonder-mooie bloem in een uitgelezen vaas, een groote reinheid
+van zeden. De jongens zouden zelfs geen huis van ontucht hebben kunnen
+vinden, om zich ten gronde te richten; alle meisjes groeiden op in den
+geur en de schoonheid der onschuld, onder de oogen der Heilige Maagd,
+Toren van ivoor en Troon van wijsheid.
+
+Hoe begrijpelijk dus, dat Bernadette, een dochter van deze vrome
+streek, opgebloeid was als een natuurroos, ontloken op de rozestruiken
+langs den weg. Zij was de bloesem zelf van dit oude land van geloof
+en oudvaderlijke rechtschapenheid; zij zou zeker nergens anders
+gedijd hebben, zij kon slechts ontstaan en zich ontwikkelen bij dit
+achterlijke volk, te midden van den ingesluimerden vrede van een
+nog in zijn kindsheid staand volk, onder de moreele tucht van den
+godsdienst. En welk een liefde was dadelijk om haar opgevlamd! Welk
+blind geloof in haar zending, welk een grenzenlooze troost en
+hoop dadelijk bij de eerste wonderen! Eén lange jubelkreet van
+verlichting had de genezingen van den ouden Bourriette, die zijn
+gezichtsvermogen terugkreeg, en van den kleinen Justin Bouhohorts,
+die in het ijskoude water der bron herleefde, begroet. Ja, de Heilige
+Maagd kwam tusschenbeide ten gunste van de radeloozen, dwong de
+ontaarde natuur rechtvaardig en barmhartig te zijn.
+
+Het was de nieuwe heerschappij der goddelijke almacht, die de
+natuurwetten ondersteboven werpt voor het geluk der lijdenden en
+der armen. De wonderen vermenigvuldigden zich, werden van dag tot
+dag buitengewoner, als de onloochenbare bewijzen van Bernadette's
+waarheidlievendheid. Zij was de roos van den goddelijken bloementuin,
+wier werk een heerlijken geur verspreidt en die om zich alle andere
+bloemen der genade en des heils ontluiken ziet.
+
+Pierre was tot zoover gekomen, wilde opnieuw de wonderen vertellen
+en beginnen met den wonderbaarlijken triomf der Grot, toen zuster
+Hyacinthe, plotseling ontwakend uit de betoovering, waarin het verhaal
+haar hield, met een schrik ging staan.
+
+"Dat is toch waarlijk al te gek... Het zal dadelijk elf uur slaan!"
+
+Het was zoo: zij waren Morcenx al voorbij en naderden Mont-de-Marsan.
+
+"Stilte, kinderen, stilte!"
+
+Ditmaal durfde men zich niet te verzetten, want zij had gelijk, het was
+eigenlijk te dwaas. Maar hoe verschrikkelijk, dat men het vervolg niet
+hooren kon, dat ze zoo midden in het verhaal bleven steken. De tien
+vrouwen in het achterste compartiment lieten zelfs een gemompel van
+teleurstelling hooren, terwijl de zieken met gezichten vol gespannen
+aandacht en hun oogen wijd geopend naar den straal van hoop, nog
+schenen te luisteren. Deze wonderen, die zonder ophouden terugkwamen,
+vervulden hen met een onmetelijke, bovenaardsche vreugde.
+
+"En," voegde zuster Hyacinthe er vroolijk aan toe, "laat ik nu geen
+woord meer hooren, anders moet ik straf uitdeelen!"
+
+Madame de Jonquière glimlachte vriendelijk en zeide:
+
+"Weest nu maar gehoorzaam, kinderen, en gaat goed slapen, om morgen
+de kracht te hebben met geheel je hart in de Grot te bidden."
+
+Pierre kon niet slapen. Naast hem snorkte mijnheer de Guersaint
+reeds zachtjes en glimlachte gelukkig ondanks de hardheid van de
+bank. Lang had de jonge priester de oogen van Marie nog wijd geopend
+gezien, vol van den glans der wonderen, die hij verteld had. Haar
+oogen rustten vurig op hem; dan had zij ze gesloten; en hij wist
+niet of zij sluimerde, of dat zij met gesloten oogleden het wonder
+nog eenmaal herleefde. Sommigen der zieken droomden hardop, nu eens
+lachten zij, dan weer schreeuwden zij onbewust. Misschien zagen zij,
+hoe de aartsengelen in hun lichaam sneden, om de kwaal eruit te
+rukken. Anderen, die den slaap niet konden vatten, lagen te woelen,
+onderdrukten een snik en staarden strak in de duisternis. En Pierre,
+huiverend van het mysterie, dat hij opgeroepen had, herkende zichzelf
+niet meer in dit dolle milieu van lijdende broeders, vervloekte zijn
+verstand, nam, zich in nauwe gemeenschap voelend met die nederigen
+van harte, het vaste besluit te gelooven als zij.
+
+Waartoe diende die physiologische enquête over Bernadette, die zoo
+ingewikkeld en vol lacunes was? Waarom haar niet te aanvaarden als een
+boodschapster uit het hiernamaals, een uitverkorene van het goddelijke
+onbekende? De geneesheeren waren slechts ignoranten met ruwe handen,
+terwijl het zoo heerlijk zijn zou in te sluimeren in het geloof der
+kleine kinderen, in de toovertuinen van het onmogelijke! Eindelijk
+had hij een kostelijk oogenblik van algeheele overgave, trachtte hij
+niet meer zich iets te verklaren, aanvaardde hij de helderziende met
+haar rijk gevolg van wonderen, vertrouwde hij zich geheel aan God
+om voor hem te denken en te willen. Hij keek door het raampje, dat
+men ter wille van de teringlijdsters niet open durfde zetten, naar
+buiten en zag den diepen nacht, die zich over het land uitstrekte,
+waardoor de trein voortsuisde.
+
+Blijkbaar had hier het onweer gewoed, de hemel had een
+bewonderenswaardige, nachtelijke reinheid, als was hij door groote
+waterstroomen schoon gewasschen. Heldere sterren fonkelden op dit
+donkere fluweel en verlichtten alleen met mysterieuzen glans de
+verkwikte en zwijgende velden, die tot in het oneindige de donkere
+eenzaamheid van hun slaap ontrolden. Door de heiden, door de dalen en
+door de heuvelen rolde de wagon van ellende en lijden, rolde steeds
+voort, over-verhit, verpest, beklagenswaardig, zacht kreunend,
+te midden van de reinheid van dien heerlijken, zoo mooien en zoo
+zachten nacht.
+
+Om een uur 's ochtends waren zij Riscle gepasseerd. Benauwend en
+als met hallucinaties bevolkt bleef de stilte heerschen te midden
+van de schokken. Om twee uur, bij Vic de Bigorre hoorde men dof
+gesteun: de slechte toestand van den weg schokte de zieken in een
+ondraaglijke schommeling. Eerst na Tarbes om half drie verbrak men
+eindelijk de stilte en zeide men, nog midden in den donkeren nacht,
+de morgengebeden. Het waren het Pater en het Ave en het Credo, het
+was een smeekbede aan God om het geluk van een glorierijken dag. O
+mijn God, geef mij de kracht om het kwaad te vermijden, het goede te
+werken, alle smarten en pijnen te dragen!
+
+Nu zou men aan één stuk doorrijden tot Lourdes. Geen drie kwartier
+meer en Lourdes met zijn onmetelijke hoop zou opvlammen in dezen zoo
+wreeden en zoo langen nacht. Bij het ontwaken maakte zich te midden
+van een algemeen gevoel van onbehagen, nu het lijden weer begon,
+een koortsachtige opwinding van allen meester.
+
+Zuster Hyacinthe maakte zich ernstig ongerust over den man, wiens
+gelaat, dat nog steeds met zweet bedekt was, zij den geheelen nacht
+door had afgewischt. Hij had tot nog toe geleefd, zij was bij hem
+gebleven, zonder een oogenblik haar oogen te sluiten, luisterend
+naar zijn ademhaling, vurig wenschend hem ten minste bij de Grot te
+kunnen brengen.
+
+Plotseling werd zij angstig en vroeg aan madame de Jonquière:
+
+"Ach, geef mij even de flesch vlugzout aan... Ik hoor hem niet meer
+ademhalen."
+
+Werkelijk had sedert een oogenblik het zachte ademhalen van den man
+opgehouden. Zijn oogen waren nog altijd gesloten, zijn mond half open;
+zijn kleur was echter niet toegenomen, hij was koud, zijn gelaat
+doodsbleek. En de wagon rolde voort met zijn lawaai van rommelend
+ijzer, de snelheid van den trein scheen grooter te worden.
+
+"Ik zal zijn slapen wat wrijven," zeide zuster Hyacinthe weer. "Wilt
+u mij even helpen."
+
+Bij een hevigen schok viel de man plotseling met zijn gezicht naar
+voren.
+
+"Lieve God! help mij toch, om hem op te nemen."
+
+Zij namen hem op; hij was dood. Zij moesten hem met zijn rug tegen het
+beschot in zijn hoek zetten. Hij bleef rechtop zitten, zijn lichaam was
+reeds stijf geworden, alleen bewoog zijn hoofd bij iederen schok heen
+en weer. De trein bleef hem in hetzelfde donderend gerommel meevoeren,
+terwijl de locomotief, ongetwijfeld blij haar doel te bereiken, een
+scherp gefluit uitstiet, een oorverscheurende vreugdefanfare in den
+kalmen nacht
+
+Een half uur, dat als het ware niet eindigen wilde, werd nog de
+reis met den doode voortgezet. Twee dikke tranen waren langs de
+wangen van zuster Hyacinthe gerold, dan vouwde zij haar handen en
+begon te bidden. De geheele wagon huiverde van ontzetting over dien
+verschrikkelijken reisgenoot, dien men te laat naar de Heilige Maagd
+bracht. Maar de hoop was krachtiger dan de smart; ook al mochten al
+de kwalen, die hier opgehoopt waren, weer ontwaken, toenemen en erger
+worden onder de uitputtende vermoeienis, toch klonk de jubelzang
+niet minder luid op bij het triomphantelijk betreden van het land
+des wonders. De zieken hadden het Ave maris stella [10] aangeheven
+te midden van de tranen, die de pijn hun ontrukte; hun smartekreten
+namen toe, tot hun klagen zich oploste in een kreet van hoop.
+
+Marie nam Pierre's hand weer tusschen haar kleine, koortsachtige
+vingertjes.
+
+"O, mijn God, die man is nu gestorven en ik was zoo bang te sterven
+voor wij het doel bereikt hadden!... En nu zijn we er, zijn we er
+eindelijk!"
+
+De priester beefde van een grenzenlooze ontroering.
+
+"Je moet genezen, Marie, en ik zelf zal ook genezen, als jij voor
+me bidt."
+
+De locomotief floot scheller in de blauwe duisternis. Ze naderden,
+de lichten van Lourdes vlamden aan den horizont en de geheele wagon
+zong nog een lied, de geschiedenis van Bernadette, het eindelooze
+klaaglied van zestig coupletten, waarin de Engelengroet steeds weer
+als een refrein terugkwam, een krankzinnig makend gezang, dat den
+hemel der extase opende.
+
+
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE DAG
+
+
+I.
+
+De stationsklok, waarvan de wijzerplaat door een reflector verlicht
+werd, wees drie uur twintig minuten aan. Onder de kap, die over het
+ongeveer honderd meter lange perron liep, drentelden in geduldige
+afwachting schimmen op en neer. In de verte, in de zwarte vlakte,
+zag men niets dan een rood seinlicht.
+
+Twee van die heen-en-weer drentelende schimmen bleven staan. De
+grootste, een pater van Maria Hemelvaart, de eerwaarde pater Fourcade,
+directeur van de nationale bedevaart, een zestiger en een flinke
+verschijning in zijn zwarte pelerine met de lange kap, was den vorigen
+dag te Lourdes aangekomen. Zijn mooie kop met de heldere, gebiedende
+oogen en den dikken, grijzenden baard deed denken aan dien van een
+veldheer, welke vastbesloten is te overwinnen. Lijdend aan jicht, trok
+hij wat met zijn been en leunde op den schouder van dr. Bonamy, den aan
+het bureau voor het constateeren van wonderen verbonden geneesheer,
+een klein, ineengedrongen mannetje met een kaalgeschoren gezicht,
+doffe en verwaterde oogen, en grove, kalme trekken.
+
+Pater Fourcade vroeg aan den stationschef, die uit zijn bureau
+kwam loopen:
+
+"Mijnheer, is de witte trein veel te laat?"
+
+"Neen, eerwaarde, hoogstens tien minuten. Om half vier is hij
+binnen... Ik maak me meer ongerust over den trein uit Bayonne, die
+al door moest zijn."
+
+Hij liep weg om een bevel te geven, kwam dan weer terug, mager en
+zenuwachtig, in de koortsachtige opgewondenheid, die hem tijdens de
+groote bedevaart dagen en nachten op den been hield. Dien ochtend
+verwachtte hij buiten den gewonen dienst, achttien extra-treinen met
+meer dan vijftien duizend reizigers. De grijze en de blauwe trein,
+die het eerst van Parijs vertrokken waren, waren op het vastgestelde
+uur binnen gekomen. Maar de vertraging van den witten trein was des
+te onaangenamer, omdat de expres uit Bayonne ook nog niet gemeld was,
+zoodat het te begrijpen was, dat het personeel iedere seconde op zijn
+qui-vive moest zijn.
+
+"Over tien minuten, dus?"
+
+"Ja, over tien minuten, wanneer we tenminste de lijn niet moeten
+afsluiten," riep de chef, die zich naar de telegraaf spoedde.
+
+Langzaam hervatten de geestelijke en de geneesheer hun wandeling. Het
+verbaasde hun, dat er te midden van al die koortsachtige drukte
+nooit een ernstig ongeluk gebeurd was. Vroeger vooral heerschte er
+een ongelooflijke wanorde. En onwillekeurig dacht de pater terug aan
+de eerste bedevaart, die hij in 1875 had georganiseerd en geleid:
+de verschrikkelijke, eindelooze reis, zonder kussens of matrassen,
+met half-doode zieken, die men niet wist hoe tot het leven terug te
+roepen; dan de aankomst te Lourdes, het ordelooze uitstappen, niet
+het minste transportmateriaal, geen draagbaren, geen brancards, geen
+rijtuigen. Thans echter was alles prachtig ingericht en georganiseerd;
+de hospitalen voor de zieken, die men nu niet meer op stroo in loodsen
+behoefde te leggen. Wat een ramp vroeger voor die ongelukkigen! Welk
+een wilskracht moest de geloovigen naar het wonder brengen. En de
+pater glimlachte zacht bij de gedachte aan het werk, dat hij gedaan
+had. Nog steeds op diens schouder leunend, vroeg hij aan den dokter:
+
+"Hoeveel pelgrims hebt u verleden jaar gehad?"
+
+"Ongeveer tweehonderd duizend. Dat is het gemiddelde, dat zich aardig
+blijft handhaven... Het jaar van de kroning der Heilige Maagd was het
+aantal vijfhonderd duizend. Maar dat was een uitzonderingsgeval en het
+gevolg van een groote propaganda. Zulke getallen bereik je niet meer."
+
+Er volgde een korte stilte, dan prevelde de pater:
+
+"Ongetwijfeld... het werk wordt gezegend, neemt van dag tot dag in
+bloei toe. Dit jaar hebben we ongeveer tweehonderdvijftig duizend
+francs voor deze reis aan giften gekregen; en God zal met ons zijn,
+morgen zult u talrijke genezingen te constateeren hebben, daar ben
+ik vast van overtuigd."
+
+En zichzelf in de rede vallend:
+
+"Is pater Dargelès er niet?"
+
+Dr. Bonamy maakte een gebaar om te zeggen, dat hij het niet wist. Pater
+Dargelès was belast met de redactie van den Journal de la Grotte. Hij
+behoorde tot de orde van de paters der Onbevlekte Ontvangenis, die
+door den bisschop te Lourdes waren gevestigd en daar onbeperkt heer
+en meester waren. Doch wanneer de paters van Maria Hemelvaart met de
+nationale bedevaart uit Parijs kwamen, waarbij zich de geloovigen
+uit de steden Kamerijk, Atrecht, Chartres, Troyes, Reims, Sens,
+Orleans, Blois en Poitiers voegden, was het net, alsof zij geheel en
+al verdwenen waren: men zag ze niet bij de Grot, niet bij de Basilica;
+zij schenen met het afgeven der sleutels tevens de verantwoordelijkheid
+van zich te werpen. Zelfs hun overste, pater Capdebarthe, een groot,
+krachtig en grof gebouwd man, een soort boer, wiens verweerd gezicht
+den roodbruinen en droefgeestigen weerschijn van den grond behouden
+had, vertoonde zich niet. Alleen den kleinen en vriendelijken
+pater Dargelès vond men overal, op zoek naar berichten voor zijn
+courant. Maar al verdwenen de paters der Onbevlekte Ontvangenis, toch
+voelde men hen achter dit groote decor als de verborgen en souvereine
+kracht, die overal geld uit slaat, die zonder ophouden werkt aan den
+bloei van het huis. Zelfs hun eigen nederigheid exploiteerden zij.
+
+"Ik heb wel vroeg op moeten staan," begon pater Fourcade het gesprek
+weer op vroolijken toon, "om twee uur al, maar ik wou hier zijn. Wat
+zouden mijn arme kinderen anders gezegd hebben?"
+
+Zoo noemde hij de zieken, het vleesch voor de wonderen; en altijd was
+hij, welk uur het ook zijn mocht, tegenwoordig geweest bij de aankomst
+van den witten trein, dien jammervollen trein met de ernstige zieken.
+
+"Vijf minuten voor half vier, nog vijf minuten," zeide dr. Bonamy,
+die een geeuw onderdrukte, terwijl hij naar de klok keek, en ondanks
+zijn kruipend-onderdanige houding gruwlijk het land had, dat hij zoo
+vroeg uit zijn bed had moeten komen.
+
+Op het perron, dat op een overdekten promenoir geleek, bleef te
+midden van de dichte duisternis, waarin de gaslantaarns geel plekten,
+het op-en-neer-drentelen voortduren. Niet duidelijk te onderscheiden
+menschen in kleine groepen, geestelijken, heeren in overjassen, een
+officier der dragonders liepen zacht fluisterend af en aan. Anderen
+zaten op de langs den muur staande banken eveneens te praten of
+staarden, strak voor zich uit kijkend, naar de donkere vlakte. In de
+schel verlichte bureaux en wachtkamers teekenden de donkere deuren
+zich duidelijk af, terwijl ook de restauratiezaal, waarin men de
+marmeren tafels en het met brood en vruchten, flesschen en glazen
+beladen buffet zag, haar volle verlichting reeds had aangestoken.
+
+Maar vooral aan het achtereinde van de kap heerschte een verward
+gedrang van menschen. Aan dien kant bracht men de zieken naar
+buiten. Een groot aantal brancards en kleine rijtuigjes, een formeele
+barricade van kussens en matrassen versperde het breede trottoir. Ook
+waren daar drie ploegen brancarddragers, mannen uit alle standen,
+maar voornamelijk jongelui uit de hoogere kringen, die op hun jassen
+het roode, oranjekleurig gerand kruis en de geellederen draagband
+droegen. Velen hadden de baret op, de makkelijke hoofddracht uit
+die streken. Sommigen, als toegerust voor een verre expeditie,
+droegen mooie slobkousen, die tot aan de knieën reikten. Enkelen
+rookten, anderen hadden het zich makkelijk gemaakt in hun kleine
+rijtuigjes en sliepen of lazen bij het licht der gaslantaarns
+een courant. Afgezonderd van de anderen stond een groepje over de
+inrichting van den dienst te praten.
+
+Plotseling groetten de brancarddragers. Een vriendelijk heer met grijze
+haren, een goedhartig, dik gezicht en met groote blauwe kinderoogen
+kwam aangeloopen. Het was baron de Suire, een der grootste kapitalisten
+van Toulouse en voorzitter van de Hospitalité de Notre-Dame de Salut
+
+"Waar is Berthaud?" vroeg hij druk doende aan iedereen. "Waar is
+Berthaud? Ik moet hem spreken."
+
+Iedereen antwoordde en ieder gaf een andere inlichting. Berthaud was de
+directeur der brancardafdeeling. Sommigen hadden den directeur zoo even
+nog met den eerwaarden pater Fourcade gezien, anderen beweerden, dat
+hij op de binnenplaats van het station de ambulancewagens inspecteerde.
+
+"Als mijnheer de president wil, dat we den directeur halen..."
+
+"Neen, neen, dank je wel. Ik zal hem zelf wel vinden."
+
+Intusschen zat Berthaud in afwachting van de aankomst van den trein
+aan het andere einde van het station op een bank te praten met zijn
+jongen vriend Gérard de Peyrelongue. Het was een veertiger met
+een knap, lang en regelmatig gezicht, die nog zijn welverzorgd
+magistraten-bakkebaardje had. Behoorende tot een militante
+legitimistische familie en zelf streng reactionnair, was hij sedert
+den 24sten Mei ambtenaar van het Openbaar Ministerie in een stad
+in het Zuiden, toen hij na de afkondiging der decreten tegen de
+congregaties op luidruchtige wijze zijn ontslag genomen had in een
+beleedigenden brief aan den minister van Justitie. Daarbij had hij
+het echter niet gelaten, doch zich bij wijze van protest aangesloten
+bij de Hospitalité de Notre Dame de Salut en kwam dit ieder jaar te
+Lourdes in het openbaar manifesteeren, overtuigd als hij was, dat die
+bedevaarten onaangenaam en schadelijk waren voor de republiek en dat
+de Heilige Maagd alleen het koningschap kon herstellen door een van
+de wonderen, die zij in de Grot in zoo grooten getale wrocht. Verder
+had hij een goed helder verstand, lachte graag en was steeds even
+vriendelijk en hartelijk voor de arme zieken, voor wier transport
+hij gedurende de drie dagen van de nationale bedevaart zorgde.
+
+"Dus dit jaar ga je trouwen, Gérard?" vroeg hij aan den jongen man,
+die naast hem zat.
+
+"Zeker, als ik de vrouw vind, die ik noodig heb," antwoordde
+deze. "Kom, neef, geef u mij eens een goeden raad."
+
+Gérard de Peyrelongue, een klein, mager, rosachtig mannetje met een
+sterk ontwikkelden neus en ingevallen wangen, kwam uit Tarbes en had
+kort geleden zijn ouders verloren, die hem een rente van. niet meer
+dan zeven of achtduizend francs hadden nagelaten. Zeer eerzuchtig,
+had hij in zijn provincie niet de vrouw, die hij wilde, kunnen vinden,
+een vrouw van goede familie, die door haar relaties in staat zou zijn
+hem hoogerop te brengen. Hij had zich dan ook bij de Hospitalité
+aangesloten en ging ieder jaar naar Lourdes met de vage hoop, dat
+hij daar onder de menigte geloovigen, onder den stroom van dames en
+jonge meisjes, de familie zou ontdekken, die hij noodig had, om zijn
+carrière in dit ondermaansche te maken. Maar tot nog toe had het hem
+niet mogen gelukken, want al had hij verschillende jonge meisjes op
+het oog, geen enkele viel geheel in zijn smaak.
+
+"Ja werkelijk neef, u, die toch een man van ervaring bent, moest
+mij eens een raad geven... Daar is in de eerste plaats mademoiselle
+Lemercier, die hier met haar tante komt. Zij is schatrijk, meer dan
+een millioen beweert men. Maar zij behoort niet tot onze kringen en
+ik geloof, dat zij nog al excentriek is."
+
+Berthaud schudde zijn hoofd.
+
+"Ik heb het je al meer gezegd, als ik jou was, nam ik de kleine
+Raymonde, mademoiselle de Jonquière."
+
+"Maar die bezit geen sou."
+
+"Dat is zoo, nauwelijks genoeg om te leven. Maar zij is vrij knap,
+uitstekend opgevoed en heeft geen neiging tot verkwisting; en dat
+laatste doet de deur toe, want waartoe dient het een rijk meisje te
+nemen, als zij toch alles wat zij meebrengt weer uitgeeft? En dan, ik
+ken de dames heel goed, ik ontmoet ze 's winters in de invloedrijkste
+salons van Parijs. En bovendien vergeet haar oom niet, den diplomaat,
+die den treurigen moed gehad heeft in dienst der republiek te blijven
+en ongetwijfeld heel wat voor zijn neef zal kunnen doen."
+
+Gérard, die een oogenblik aan het wankelen gebracht was, zeide
+echter weer:
+
+"Geen sou, geen sou, neen, het is onmogelijk... Ik wil er nog wel
+eens over nadenken, maar heusch, ik zie er te erg tegen op."
+
+Ditmaal begon Berthaud hartelijk te lachen.
+
+"Kom, je bent eerzuchtig, dan moet je durven. Ik verzeker je, je wordt
+er gezantschapssecretaris door... De dames komen met den witten trein,
+die dadelijk binnen zal stoomen. Wees een kerel en maak haar het hof!"
+
+"Neen, neen... later! Ik wil er eerst nog eens over nadenken!"
+
+Op dit oogenblik werden zij gestoord. Baron de Suire, die reeds langs
+hen gekomen was zonder hen te zien, zoo donker was het in dit afgelegen
+hoekje, had het hartelijke lachje van den voormaligen officier van
+justitie herkend. En onmiddellijk gaf hij hem met een ongelooflijke
+radheid van tong verschillende bevelen betreffende de ambulancewagens,
+waarbij hij zich beklaagde, dat men wegens het werkelijk al te vroege
+uur de zieken niet onmiddellijk na hun aankomst naar de Grot brengen
+kon. Ze zouden nu gebracht worden naar het Hôpital de Notre-Dame des
+Douleurs, zoodat zij na hun zoo moeilijke reis wat rust konden nemen.
+
+Terwijl de baron en de leider van den brancarddienst de maatregelen,
+die genomen dienden te worden, bespraken, drukte Gérard een
+priester, die naast hem was komen zitten, de hand. De nauwlijks
+acht-en-dertigjarige abbé Des Hermoises had den knappen kop van een
+mondain geestelijke, friseerde en parfumeerde zich zorgvuldig en was
+de lieveling der dames. Hij kwam, zooals zoovele priesters voor hun
+genoegen gaan, uit eigen beweging naar Lourdes; uit zijn heldere oogen
+straalde een gezond verstand en om zijn lippen speelde het lachje van
+een scepticus, die zich boven alle afgodendienst verheven voelt. Zeker,
+hij geloofde en boog nog in aanbidding zijn knie; maar de Kerk had
+zich over de wonderen niet uitgesproken en hij scheen bereid ze te
+betwisten. Hij had in Tarbes gewoond en kende Gérard.
+
+"Nu," zeide hij, "is dat wachten op de aankomst der treinen midden
+in den nacht niet iets indrukwekkends?... Ik ben hier voor een
+dame, een van mijn vroegere biechtkinderen uit Parijs; ik weet niet
+precies met welken trein zij komt, doch ik blijf maar, ik vind het
+zoo interessant."
+
+En toen een andere priester, een oude plattelandspastoor, naast hem
+was komen zitten, begon hij met hem te praten over de schoonheid der
+omstreken van Lourdes, over het prachtige gezicht straks, wanneer de
+bergen in de opgaande zon zichtbaar zouden worden.
+
+Opnieuw ontstond er plotseling een koortsachtige drukte. De chef liep
+heen en weer, schreeuwde bevelen. Pater Fourcade liet ondanks zijn
+jichtig been den schouder van dr. Bonamy los en ging naar voren.
+
+"Die expres van Bayonne komt maar niet," antwoordde de chef op de
+verschillende vragen... "Waarom melden ze ook niets? Ik ben er niets
+gerust op!"
+
+Weer ging het signaal over, een witkiel ging, met een lantaarn
+zwaaiend, de donkerte in, terwijl in de verte met een seinlicht
+gemanoeuvreerd werd.
+
+"Dat is de witte trein," riep de chef. "Laten we hopen, dat we den
+tijd zullen hebben, om de zieken er uit te krijgen, voor de expres
+doorkomt."
+
+Hij liep weer verder en verdween. Berthaud riep Gérard, die leider van
+een brancard-afdeeling was; en beiden haastten zich naar hun menschen,
+aan wie baron Suire reeds orders gaf. De brancarddragers kwamen van
+alle kanten toeschieten, en begonnen kleine wagentjes over de lijn
+te brengen, naar de plaats, waar de witte trein zou stilstaan, een
+geheel onoverdekt gedeelte van het perron, dat in het donker lag. Er
+vormde zich ook daar weldra een opstapeling van kussens, matrassen
+en draagbaren, terwijl pater Fourcade, dr. Bonamy, de geestelijken,
+de heeren en de officier der dragonders ook de spoorbaan overstaken om
+bij het uitstappen der zieken behulpzaam te zijn. Heel in de verte,
+achter in de donkere vlakte zag men nog slechts de lantaarn der
+locomotief als een steeds grooter wordende ster. Schelle fluitsignalen
+verscheurden den nacht. Dan zwegen zij, hoorde men niets meer dan
+het snuiven van de machine, het doffe rollen der wielen. Allengs
+onderscheidde men duidelijk het gezang, de litanie van Bernadette,
+die door den geheelen trein gezongen werd met de obsessies gevende
+Ave's van het refrein. Dan reed die trein van jammer en geloof,
+die kreunende en zingende trein Lourdes binnen en stond stil.
+
+Onmiddellijk werden de portieren geopend en stapte de menigte gezonde
+pelgrims en de zieken, die loopen konden, uit, en overstroomde
+het perron. De enkele lantaarns verlichtten slechts zwak die arme
+schare in hun povere kleeding, beladen en bepakt met allerlei bagage,
+manden, valiezen, houten kisten; en te midden van het gedrang, het
+gestoot met ellebogen van die opgewonden troep, die niet wist in
+welke richting zij gaan moest, om bij den uitgang te komen, stegen
+uitroepen op, geschreeuw van families, die elkaar verloren hadden,
+werden enkelen begroet door familieleden of vrienden, die hen kwamen
+halen. Met een blik van zalige tevredenheid verklaarde een vrouw:
+"Ik heb lekker geslapen!" Een pastoor ging met zijn valies weg,
+terwijl hij een manke dame: "Veel geluk!" toewenschte. De meesten
+hadden de verschrikte, vermoeide en blijde uitdrukking van menschen,
+die een pleiziertrein op een onbekend station uitwerpt. Ten slotte
+werden het gedrang en de verwarring zóó groot, dat de reizigers niet
+eens de beambten hoorden, die met hun "Hierheen! Hierheen!" hun keel
+schor schreeuwden, om de ontruiming van het station te bespoedigen.
+
+Vlug was zuster Hyacinthe, die de zorg voor den doode aan zuster
+Claire des Anges overgedragen had, uitgestapt en liep nu naar den
+kantinewagen met het denkbeeld, dat Ferrand haar helpen zou. Gelukkig
+vond zij voor dien wagen pater Fourcade, aan wien zij zachtjes het
+voorgevallene vertelde. Hij wist een gebaar van ongeduld te bedwingen
+en hield baron de Suire, die juist voorbijkwam, aan. Een paar seconden
+fluisterden de beide mannen. Dan spoedde de baron zich voort, baande
+zich een weg door de menigte met twee dragers, die een overdekte baar
+droegen. En de man werd weggedragen, als ware hij een zieke, die een
+flauwte gekregen had, zonder dat de groote schare pelgrims zich in de
+drukte van de aankomst verder om hem bekommerde; de beide dragers,
+voorafgegaan door den baron, legden hem voorloopig achter tonnen in
+een der loodsen neer. Een van hen, de zoon van een generaal, bleef
+bij het lijk waken.
+
+Na zuster Saint-François gevraagd te hebben op het stationsplein bij
+het gereserveerde rijtuig, dat haar naar het Hôpital de Notre-Dame des
+Douleurs zou brengen, op haar te wachten, haastte zuster Hyacinthe
+zich weer naar haar wagon terug. Toen zij zeide, dat zij eerst de
+zieken behulpzaam wilde zijn bij het uitstappen, weigerde Marie dat
+op vriendelijken toon.
+
+"Maak u maar niet druk om mij, zuster. Ik zal tot het laatst
+wachten... Vader en abbé Froment zijn in den bagagewagen het onderstel
+gaan halen; ik wacht hier wel, ze weten hoe ze alles in elkaar moeten
+zetten en me dan wegrijden."
+
+Ook mijnheer Sabathier en broeder Isidore wilden niet weggebracht
+worden, voor de drukte wat voorbij was. Madame de Jonquière, die la
+Grivotte voor haar rekening genomen had, beloofde er ook voor te zullen
+zorgen, dat madame Vêtu in een ambulancewagen vervoerd zou worden.
+
+Toen besloot zuster Hyacinthe onmiddellijk weg te gaan, om alles in het
+ziekenhuis in orde te maken. Zij nam de kleine Sophie Couteau en Elise
+Rouquet, wier gezicht zij zorgvuldig bedekte, mede. Madame Maze ging
+haar voor, terwijl madame Vincent zich een weg door de menigte baande,
+alleen nog maar bezield door de gedachte haar kind, dat zij bewusteloos
+in haar armen droeg, in de Grot aan de voeten van de Heilige Maagd
+neer te leggen. Nu verdrong de menigte zich naar den uitgang. Men
+moest de deuren van de bagagezaal open zetten om het wegvloeien van
+den menschenstroom te vergemakkelijken; de employé's, die niet meer
+wisten, hoe zij de plaatsbewijzen moesten innemen, hielden hun petten
+maar op, die zich weldra met de kleine stukjes karton vulden.
+
+Op het stationsplein, een groot vierkant plein, dat aan drie zijden
+door de lage stationsgebouwen ingesloten was, heerschte eveneens een
+buitengewone drukte, een verwarring van allerlei soorten voertuigen
+door elkaar heen. De hotel-omnibussen, die tegen den trottoirband
+stonden, hadden op hun impériales de heiligste namen, die van
+Maria en Jezus, van den H. Michael, van den Rozenkrans, van het
+Heilige Hart. Dan volgde ambulancewagens, landauers, cabrioletten,
+meubelwagens, kleine ezelkarretjes, waarvan de koetsiers schreeuwden en
+vloekten te midden van het lawaai, dat nog toenam door de duisternis,
+waarin de lantaarns enkele lichte gaten boorden.
+
+Het onweer had een gedeelte van den nacht geduurd, nattige modder
+spatte op onder de hoeven der paarden; de voetgangers waadden er tot
+aan hun enkels in.
+
+Mijnheer Vigneron, die door madame Chaise gevolgd werd, droeg zijn
+zoon met diens krukken in den omnibus van het Hôtel des Apparitions,
+waarin zijn dames en hij zelf dan ook plaats namen. Madame Maze wenkte
+angstig als een zindelijk poesje, dat bang is zijn pootjes vuil te
+maken, den koetsier van een oud vehikel, stapte in en verdween, terwijl
+zij als adres het klooster der Blauwe Zusters opgaf. Zuster Hyacinthe
+kon eindelijk met Elise Rouquet en Sophie Couteau plaats vinden in
+een ruimen char-à -bancs, waarin Ferrand en de zusters Saint-François
+en Claire des Agnes reeds zaten. De koetsiers legden de zweep over hun
+kleine, vurige paardjes en de rijtuigen schoten in groote vaart weg te
+midden van het geschreeuw der menschen en het opspatten van de modder.
+
+Bij het zien van die geweldige menschenmassa durfde madame Vincent
+met haar dierbare last niet verder gaan. Om haar heen klonk hier en
+daar gelach. O, wat een modder! Allen hielden haar rokken op en gingen
+weg. Toen het plein wat leeger werd, waagde zij het eindelijk ook te
+gaan. Maar wat een angst, om in die modderplassen uit te glijden en
+in die pikdonkerte te vallen! Toen zij bij den weg, die naar beneden
+liep, kwam, zag zij groepjes vrouwen uit de omstreken staan, die op
+vreemdelingen loerden en hun kamers met of zonder pension, al naar
+hun beurzen, aanboden.
+
+"Madame," vroeg zij aan een oude vrouw, "zoudt u mij den weg naar de
+grot kunnen wijzen?"
+
+Doch deze gaf geen antwoord op die vraag, bood haar een niet dure
+kamer aan.
+
+"Alles is vol, u zult in de hotels niets meer vinden... Misschien
+nog wat te eten, maar zelfs het kleinste hoekje niet om te slapen."
+
+Eten, slapen, daar dacht madame Vincent nog al aan, die op reis gegaan
+was met dertig sous, alles wat zij na de uitgaven, die zij had moeten
+doen, nog bezat!
+
+"Madame, hoe kom ik het makkelijkst bij de Grot?"
+
+Onder de vrouwen, die daar stonden te loeren, bevond zich een flinke,
+groote meid in een helder dienstbodenpakje, met een frisch gewasschen
+gezicht en goed onderhouden handen. Zij haalde flauwtjes haar schouders
+op. En toen een priester met een breede borst en gezonde roode wangen
+voorbijkwam, vloog zij op hem af, bood hem een gemeubileerde kamer
+aan en bleef hem volgen, terwijl zij hem iets in het oor fluisterde.
+
+"Kijk," zeide eindelijk een ander meisje, dat medelijden kreeg, tegen
+madame Vincent, "loop dezen weg af, sla dan rechts om en u bent bij
+de Grot!"
+
+Op het perron, waarvoor de trein stilgehouden had, heerschte nog
+een groot gedrang. Terwijl de gezonde pelgrims en de zieken, die nog
+loopen konden, weggingen, waren de ernstige zieken, wier uitstappen en
+vervoer moeilijker ging, nog in de wagons. De brancarddragers raakten
+hun hoofd kwijt, liepen met hun draagbaren en wagentjes als dollen
+heen en weer, wisten bij de overstelpende hoeveelheid werk niet,
+waar zij beginnen moesten.
+
+Toen Berthaud met Gérard, druk gesticuleerend, voorbijkwam, zag hij
+bij een lantaarnpaal twee dames en een jong meisje, die blijkbaar
+stonden te wachten. Hij herkende Raymonde en hield zijn vriend met
+een gebaar terug.
+
+"O, mademoiselle, het is me een waar genoegen u te zien. Maakt uw
+moeder het goed en hebt u een goede reis gehad?"
+
+En zonder op een antwoord te wachten:
+
+"Mijn neef Gérard de Peyrelongue."
+
+Raymonde keek met haar heldere, glimlachende oogen den jongen man
+even goed aan.
+
+"O, ik heb het genoegen mijnheer te kennen. Wij hebben elkaar reeds
+te Lourdes ontmoet."
+
+Gérard echter vond, dat zijn neef Berthaud wat te hard van stal liep,
+en maakte, vastbesloten, zich niet op die manier te laten binden,
+een zeer beleefde buiging.
+
+"Wij wachten op mama," begon het jonge meisje weer. "Zij heeft het
+met al die ernstige zieken zeer druk."
+
+De kleine madame Désagneaux met haar knap, blond gezichtje en haar
+weerspannige lokken, kwam daartegen in verzet en zeide, dat het
+madame de Jonquière's eigen schuld was, dan had zij haar hulp maar
+niet moeten weigeren; zij stampte van ongeduld met haar voeten en
+brandde van verlangen om zich nuttig te maken, terwijl madame Volmar
+zich stil en bescheiden op den achtergrond hield en niet de minste
+belangstelling toonde; zij trachtte met haar prachtige oogen, die
+gewoonlijk als met een sluier bedekt waren, doch als kolen konden
+gloeien, de duisternis te doorboren, als zocht zij iemand.
+
+Op dat oogenblik ontstond er een groot gedrang. Madame Dieulafay werd
+uit haar compartiment eerste klasse gedragen, en madame Désagneaux
+kon een uitroep van medelijden niet bedwingen.
+
+"Arme vrouw!"
+
+Het was ook werkelijk een hartverscheurend schouwspel, die jonge
+vrouw te midden van haar grooten luxe, met haar kanten als in een
+doodkist liggend, zoo vermagerd, dat zij nog slechts een lap scheen
+te zijn. Zoo lag zij daar te wachten om weggedragen te worden. Haar
+man en haar zuster bleven bij haar staan, beiden zeer elegant en
+bedroefd, terwijl een knecht met de bagage wegging om te kijken
+of het telegraphisch bestelde rijtuig op het plein stond. Ook abbé
+Judaine hielp de zieke; en toen twee mannen haar oplichtten, boog hij
+zich over haar heen en sprak haar enkele bemoedigende woorden toe,
+die zij echter niet scheen te hooren. En terwijl hij haar nakeek,
+zeide hij tegen Berthaud, dien hij kende:
+
+"Die arme menschen! Als zij de genezing konden koopen! Ik heb hun
+gezegd, dat het kostbaarste goud voor de Heilige Maagd het gebed is;
+en ik hoop zelf genoeg gebeden te hebben, dat de hemel zich over haar
+zal ontfermen... Maar toch brengen zij een prachtig geschenk mede, een
+gouden lantaarn voor de Basilica, een prachtwerk, met edelgesteenten
+bezet... Moge de Onbevlekte Maria zich een glimlach verwaardigen!"
+
+Veel geschenken werden medegebracht, reusachtig groote bloemruikers
+voorbijgedragen, onder meer een driedubbele kroon van rozen op een
+houten voetstuk. De oude priester zeide, dat hij, alvorens het station
+te verlaten, nog een vaandel wilde gaan halen, een geschenk van madame
+Jousseur, de zuster van madame Dieulafay.
+
+Inmiddels kwam madame de Jonquière naar hen toe en zeide, toen zij
+Berthaud en Gérard herkend had:
+
+"Ach als het u blieft, heeren, gaat u zoo gauw mogelijk naar dien
+wagon hier vlak bij. Er zijn daar mannen noodig, er moeten drie of vier
+zieken uitgedragen worden... Mijn hoofd loopt om, ik kan niet meer."
+
+Gérard liep er reeds heen, na Raymonde gegroet te hebben, terwijl
+Berthaud madame de Jonquière aanraadde niet langer op het perron te
+blijven; hij verzekerde haar stellig en zeker, dat men haar volstrekt
+niet noodig had, dat hij voor alles zou zorgen en dat zij binnen
+drie kwartier haar zieken in het hospitaal zou hebben. Eindelijk
+liet zij zich overhalen en nam met Raymonde en madame Désagneaux een
+rijtuig. Op het laatste oogenblik was madame Volmar, als gaf zij toe
+aan een plotseling opgekomen ongeduld, verdwenen. Men had haar naar een
+onbekend heer zien gaan, zeker om hem een inlichting te vragen. Enfin,
+ze zouden haar wel in het hospitaal terugvinden.
+
+Berthaud voegde zich voor den wagon bij Gérard, juist toen deze met
+behulp van twee andere vrienden mijnheer Sabathier uit den coupé
+droeg. Het was een moeilijk werkje, want hij was dik en zwaar,
+en zij waren bang, dat zij hem niet door het portier zouden kunnen
+krijgen. Maar toch was hij erdoor binnengekomen ook. Twee andere
+dragers moesten nog door het andere portier naar binnen gaan, en op
+die wijze slaagde men er eindelijk in hem op het perron te krijgen. De
+dag begon aan te breken, een vaal, triest licht; het perron maakte met
+zijn uitstalling als van een geïmproviseerd lazaret een jammerlijken
+indruk. La Grivotte lag bewusteloos op een matras in afwachting van
+een draagbaar, terwijl men madame Vêtu, die zoo'n hevigen aanval
+had, dat zij bij den minsten schok gilde, tegen een lantaarnpaal had
+moeten neerzetten.
+
+Heeren van de Hospitalité met handschoenen aan, reden in hun kleine
+wagentjes moeilijk arme, vuile vrouwen voort, die oude manden aan haar
+voeten hadden; weer anderen konden niet passeeren met hun draagbaren,
+waarop stijve lichamen lagen, jammerlijke, zwijgende lichamen met
+van angst uitpuilende oogen. Enkele zieken en kreupelen sleepten
+zich met moeite voort, zooals een jonge, hinkende priester en een
+kleine jongen met krukken, een bochel en een afgezet been, die zich
+als een aardmannetje door de menigte voortbewoog. Een groot gedrang
+was ontstaan om een man, die door een verlamming zóó krom gebogen
+was, dat men hem met zijn beenen en zijn hoofd naar beneden op een
+omgekeerden stoel vervoeren moest.
+
+De verwarring bereikte echter zijn toppunt, toen de chef
+schreeuwend kwam aanstormen: "De expres van Bayonne is
+gemeld... Opschieten! Opschieten! Je hebt nog maar drie minuten!"
+
+Pater Fourcade, die nog steeds op den arm van dr. Bonamy steunde, sprak
+den zieken moed in en wenkte Berthaud bij zich om hem te zeggen: "Laat
+ze er eerst allemaal uit komen, dan kunnen we ze later wel vervoeren."
+
+Het was een verstandige raad; het uitladen werd voortgezet In den wagon
+bevond zich nu nog slechts Marie, die geduldig wachtte. Mijnheer de
+Guersaint en Pierre waren eindelijk teruggekomen met de twee paar
+wielen; vlug hielp Pierre, alleen geholpen door Gérard, het jonge
+meisje eruit. Zij was licht als een arm, rillend vogeltje, alleen de
+bak leverde eenige moeite op, dan zetten de beide mannen deze op twee
+paar wielen, die zij met klinknagels vastzetten.
+
+"Opschieten! opschieten!" riep de chef weer.
+
+Hij zelf hielp, steunde de voeten van een zieke, om hem uit een
+compartiment te krijgen. Hij duwde de kleine wagentjes voort en
+maakte den rand van het perron vrij. Maar in een wagon tweede klasse
+kreeg een vrouw, die het laatst uitgedragen zou worden, een hevig
+zenuwtoeval. Zij brulde, verzette zich; men kon er op dat oogenblik
+niet aan denken haar aan te raken. En de expres, die kwam, die door
+het onafgebroken gerinkel van het electrische seintoestel gemeld
+werd. Er moest een besluit genomen worden, n.l. het portier sluiten
+en den trein op het zijspoor brengen, waar hij in zijn tegenwoordige
+formatie drie dagen zou blijven staan om dan zijn lading pelgrims en
+zieken weer op te nemen. Terwijl de trein wegreed, hoorde men nog het
+gillen der ongelukkige, die er met een zuster in achter had moeten
+blijven, gillen, die steeds zwakker en zwakker werden, gillen van
+een krachteloos kind, dat men eindelijk tot bedaren brengt.
+
+"Lieve God!" mompelde de chef, "het was hoog tijd!"
+
+Inderdaad raasde de expres uit Bayonne aan en reed met bliksemsnelheid
+langs dit jammerlijke perron, waar de rampzalige ellende van een
+inderhaast ontruimd hospitaal door elkaar lag. De kleine wagentjes en
+draagbaren werden door elkaar geschud en geschokt; maar er gebeurde
+geen ongeluk, het stationspersoneel hield goed toezicht en verwijderde
+den half waanzinnigen troep, die naar den uitgang bleef dringen, van de
+spoorbaan. Nauwelijks was de trein voorbij, of de circulatie begon weer
+en de dragers konden voorzichtig het transport der zieken voortzetten.
+
+Langzamerhand werd het lichter; een helder morgenrood kleurde den
+hemel, waarvan de weerschijn op de nog donkere aarde weerkaatste. Men
+begon menschen en dingen te onderscheiden.
+
+"Neen, dadelijk!" zeide Marie tot Pierre, die zich een weg trachtte
+te banen. "Laten we wachten tot de stroom wat weggevloeid is."
+
+Intusschen werd haar aandacht getrokken door een ongeveer
+zestig-jarige man met een militair voorkomen, die tusschen de zieken
+doorwandelde. Met zijn vierkanten kop en zijn witte, kortgeknipte
+haren, zou men hem voor een kranigen ouden heer gehouden hebben,
+als hij niet getrokken had met zijn linkervoet, dien hij bij iederen
+stap naar binnen gooide. Met zijn linkerhand steunde hij op een
+dikken wandelstok.
+
+"Zoo, bent u het, Commandeur?" riep mijnheer Sabathier, die nu al
+voor de zooveelste maal in Lourdes kwam en hem blijkbaar kende.
+
+Misschien heette hij mijnheer Commandeur. Maar, daar hij gedecoreerd
+was en een breed, rood lint droeg, gaf men hem mogelijk dien bijnaam
+om die decoratie, hoewel hij maar eenvoudig ridder was. Niemand
+kende precies zijn geschiedenis; hij moest nog ergens familie hebben,
+kinderen waarschijnlijk; maar al die dingen waren met een geheimzinnig
+waas omhuld. Sedert drie jaar was hij op het station belast met het
+toezicht op de bagageloodsen, een makkelijk en onbeteekenend baantje,
+dat men hem uit groote gunst gegeven had en met het magere salaris
+waarvan hij volmaakt gelukkig kon leven. Op zijn vijf-en-vijftigste
+jaar had hij een beroerte gehad, twee jaar later nog een, waardoor
+zijn linkerkant eenigszins verlamd was. Nu wachtte hij met volkomen
+kalmte op een derde. Zooals hij zeide, kon de dood hem krijgen,
+wanneer hij wilde, dien avond, morgen, op staanden voet. Iedereen in
+Lourdes kende hem om zijn manie tijdens de bedevaarten, wanneer hij de
+gewoonte had, om, al trekkend met zijn been en leunend op zijn stok,
+bij iederen trein, die aankwam, zich woedend te maken en de zieken
+hun vurig verlangen om te genezen voor de voeten te werpen.
+
+Hij zag nu voor de derde maal mijnheer Sabathier; op dezen stortte
+hij de fiolen van zijn toorn uit.
+
+"Ben je daar waarachtig al weer? Jij schijnt al erg aan dit vervloekte
+leven te hangen... Maar kerel, ga toch rustig thuis op je bed dood! Is
+dat niet het beste, wat je overkomen kan?"
+
+Zonder boos te worden, lachte mijnheer Sabathier, hoewel hij toch
+gebroken was door de hardhandige wijze, waarop men hem uit den wagon
+had moeten dragen.
+
+"Zeker niet, ik wil liever beter worden."
+
+"Beter worden, beter worden, dat vragen ze allemaal! Honderden mijlen
+afleggen, in stukken, en gillend van pijn aankomen, en dat om beter te
+worden, om alle pijn en alle beroerdigheid opnieuw te beginnen!... Kom,
+jij op jouw leeftijd en met jouw verwoest lichaam, jij zoudt een
+leelijke pijp rooken, als je Heilige Maagd je je beenen teruggaf. Wat
+zou je ermee uitvoeren, lieve Hemel? Welk plezier zou je ervan hebben
+om enkele jaren nog dien afschuwlijken ouderdom te rekken?... Kom,
+sterf dadelijk, nou je eenmaal zoover bent! Dat is het eenige geluk!"
+
+En hij zeide het, niet als een geloovige, die streeft naar de belooning
+in het hiernamaals, maar als een levensmoede, die vertrouwt in het
+Niets, in den grooten eeuwigen vrede van het niet meer zijn weg
+te zinken.
+
+Terwijl mijnheer Sabathier zijn schouders optrok, alsof hij met een
+kind te doen had, bleef abbé Judaine, die eindelijk zijn vaandel
+teruggevonden had, in het voorbijgaan even staan, om den Commandeur,
+dien hij ook kende, een vriendelijk standje te geven.
+
+"Geen godslasteringen, waarde heer; afstand doen van het leven en
+niet van je gezondheid houden is den hemel beleedigen. Als je mijn
+raad gevolgd hadt, zou je ook reeds de Heilige Maagd de genezing van
+je been gevraagd hebben."
+
+Toen werd de Commandeur boos.
+
+"Mijn been! Daar kan zij niets aan veranderen! En laat de dood
+maar komen, laat het maar uit zijn, voor altijd!... Wanneer je
+moet sterven, draai je je hoofd naar den muur en sterft! Het is zoo
+eenvoudig mogelijk!"
+
+Maar de oude priester viel hem in de rede. Hij wees hem op Marie,
+die, uitgestrekt in haar wagentje liggend, naar hen luisterde.
+
+"Je wilt dus alle zieken naar huis terugsturen, om te sterven, niet
+waar? Zelfs mademoiselle, die nog zoo jong is en graag leven wil?"
+
+In haar vurig begeerte om te leven, om haar deel te hebben van de
+groote wereld, opende Marie haar groote oogen; de Commandeur, die naar
+haar toe gekomen was, keek haar aan en werd plotseling aangegrepen
+door een diepe ontroering, die zijn stem deed beven.
+
+"Als mademoiselle geneest, wensch ik haar een ander wonder toe,
+n.l. dat zij gelukkig wordt."
+
+Hij ging weg om als toornig philosoof zijn wandeling tusschen de
+zieken voort te zetten, trekkend met zijn been en met zijn dikken
+stok op de ijzeren steenen slaande.
+
+Langzamerhand werd het perron leeg; madame Vêtu en la Grivotte waren
+weggedragen, Gérard reed mijnheer Sabathier in een wagentje naar zijn
+hôpital, terwijl baron Suire en Berthaud reeds bevelen gaven voor den
+volgenden trein, den groenen, die gauw binnen kon komen. Alleen Marie
+was er nog, voor wie Pierre niemand anders wilde laten zorgen. Hij
+had haar reeds naar het stationsplein gereden, toen zij plotseling
+merkte, dat mijnheer de Guersaint verdwenen was. Onmiddellijk daarop
+zagen zij hem in druk gesprek met abbé Des Hermoises, met wien hij
+zoo even kennis gemaakt had. Een zelfde bewondering en liefde voor
+de natuur had hen samen gebracht. De dag was nu volkomen aangebroken;
+de bergen der omgeving toonden zich in hun volle majesteit. Mijnheer
+de Guersaint kon zijn verrukking niet inhouden.
+
+"Wat een heerlijk land, mijnheer! Nu al dertig jaar lang loop ik
+rond met den wensch het keteldal van Gavarnie te zien. Maar dit is
+zoo ver en zoo duur, dat ik dat uitstapje zeker niet zal kunnen maken."
+
+"Maar dan vergist u zich, niets is makkelijker dan dat; als je en
+club gaat, is het zoo duur niet. Ik ga er van het jaar ook weer heen,
+zoodat, wanneer u u aansluiten wilt..."
+
+"Wat u zegt, mijnheer!... Nu, we zullen er nog wel eens over praten."
+
+Zijn dochter riep hem, en na een hartelijken handdruk aan den
+priester ging hij naar haar toe. Pierre had besloten, dat hij Marie
+tot aan het hospitaal zou rijden, om het overbrengen in een ander
+voertuig te vermijden. De omnibus, landauers en meubelwagens kwamen
+reeds weer terug en vulden, in afwachting van den groenen trein,
+het stationsplein; het kostte hem eenige moeite om met het wagentje,
+waarvan de lage wielen tot aan de naven in de modder zakten, den weg
+te bereiken. Politieagenten, die belast waren met de regeling van het
+verkeer, vloekten tegen die beroerde plassen, die hun schoenen vuil
+maakten. Alleen de jonge en oude vrouwen, die niets liever wilden
+dan haar kamers verhuren, lachten om die modderpoelen en liepen er
+op haar klompen doorheen, om de pelgrims te achtervolgen.
+
+Toen het wagentje op den dalenden weg wat makkelijker reed, lichtte
+Marie haar hoofd op, om aan mijnheer de Guersaint, die naast haar liep,
+te vragen:
+
+"Vader, welken dag hebben we vandaag?"
+
+"Zaterdag, lieveling!"
+
+"Dat is waar ook, Zaterdag, de dag der Heilige Maagd!... Zal ze mij
+vandaag genezen?"
+
+Achter haar droegen, op een overdekte baar, twee dragers heimelijk
+het lijk van den man weg, dat zij uit het kantoor gehaald hadden,
+om het naar een verborgen plek te brengen, die pater Fourcade hun
+had aangewezen,
+
+
+
+
+II.
+
+Het Hôpital de Notre-Dame des Douleurs, dat door een vrijgevigen
+kanunnik gebouwd, maar uit gebrek aan geld onvoltooid gebleven was,
+is een groot, maar veel te hoog gebouw van vier verdiepingen, waarheen
+men de zieken slechts met moeite transporteeren kan. Gewoonlijk wordt
+het door een honderd zieke en arme oude mannen bewoond. Maar gedurende
+de drie dagen van de nationale bedevaart worden die grijsaards elders
+onder dak gebracht en wordt het Hôpital verhuurd aan de paters van
+Maria Hemelvaart, die er soms vijf à zeshonderd zieken herbergen. Maar
+hoeveel men er ook onder brengt, de ruimte blijft onvoldoende. Van de
+drie of vierhonderd zieken, die nog overblijven, gaan de mannen naar
+het Hôpital du Salut, de vrouwen naar het gemeentelijke ziekenhuis.
+
+Dien ochtend was bij het opgaan der zon de verwarring op het met zand
+bestrooide binnenplein voor de deur, die door twee priesters bewaakt
+werd, zeer groot. Den vorigen avond had het personeel der tijdelijke
+directie met een reusachtige menigte registers, kaarten en gedrukte
+formulieren de bureaux in bezit genomen. Men wilde het veel beter
+inrichten dan het vorige jaar; de benedenzalen moesten gereserveerd
+blijven voor de meest hulpbehoevende zieken; verder zou de uitgifte der
+kaarten, die den naam van de zaal en het nummer van het bed droegen,
+zorgvuldig gecontroleerd worden, want er waren vergissingen wat betreft
+de identiteit voorgekomen. Maar alle goede bedoelingen leden schipbreuk
+bij den grooten stroom zieken, dien de witte trein aangevoerd had, en
+de nieuwe formaliteiten verwarden alles zóó zeer, dat men ertoe had
+moeten besluiten de ongelukkigen op het binnenplein neer te leggen,
+tot men ze later met wat meer orde zou kunnen binnenbrengen. En de
+uitlading begon opnieuw, evenals op het station, het jammerlijke
+legeren in de open lucht, terwijl de dragers en de beambten van het
+secretariaat, jonge seminaristen, van alle kanten kwamen toegesneld.
+
+"Ze hebben het te goed willen doen," riep baron Suire wanhopig uit.
+
+En het was waar, nooit had men zooveel nuttelooze voorzorgsmaatregelen
+genomen. Men bemerkte, dat men ten gevolge van onverklaarbare
+vergissingen zieken, die het moeilijkst te transporteeren waren,
+in de bovenzalen had ondergebracht.
+
+Het was onmogelijk een nieuwe regeling te maken, alles moest nu maar
+op goed geluk af zijn gang gaan. De uitdeeling der kaarten begon,
+terwijl een jonge priester voor de controle de namen en de adressen in
+een register opteekende. Iedere zieke moest verder zijn kaart toonen,
+die de kleur van den trein had met zijn naam en volgnummer, en waarop
+men dan den naam der zaal en het nummer van het bed invulde. Daardoor
+duurde de toelating nog langer.
+
+Dan begon in het groote gebouw van beneden naar boven over de
+vier verdiepingen een eindeloos heen en weer gedraaf. Mijnheer
+Sabathier was een der eersten, die toegelaten werd in een zaal op den
+rez-de-chaussée, de zoogenaamde salle des ménages, waar de mannen
+hun vrouwen bij zich mochten houden. Verder werden in het Hôpital
+de Notre-Dame des Douleurs slechts vrouwen opgenomen. En, hoewel
+broeder Isidore met zijn zuster was, wilde men hen toch als getrouwd
+beschouwen; hij kreeg een bed naast dat van mijnheer Sabathier.
+
+De kapel, die nog wit van de kalk was en waarvan de ramen met planken
+waren toegespijkerd, bevond zich ernaast. Ook in andere zalen, die
+nog niet geheel af waren, had men matrassen gelegd, die weldra met
+zieken gevuld waren. Maar reeds verdrong zich de menigte vrouwen, die
+loopen konden, in het refectorium [11], een lange overdekte galerij,
+die uitzag op het binnenplein en waar de zusters Saint-Frai, die
+voor de huishouding van het Hôpital zorgden en op haar post gebleven
+waren, koppen koffie en chocolade uitdeelden aan al die arme, door
+de verschrikkelijke reis uitgeputte vrouwen.
+
+"Rust flink uit en verzamelt krachten," herhaalde baron Suire, die
+zich overal tegelijk vertoonde. "Ge hebt nog een goede drie uur. Het
+is nu vijf en de eerwaarde paters hebben bevel gegeven niet voor acht
+uur naar de Grot te gaan, om te groote vermoeienissen te vermijden."
+
+Boven op de tweede verdieping had madame de Jonquière bezit genomen
+van de zaal Sainte-Honorine, waarvan zij directrice was. Zij had haar
+dochter Raymonde, die bij den dienst in het refectorium ingedeeld was,
+beneden moeten laten, daar volgens het reglement jonge meisjes niet
+in de zalen mochten komen, waar zij te stuitende en afzichtelijke
+dingen zouden kunnen zien. Maar de kleine madame Désagneaux had de
+directrice niet verlaten, aan wie zij, gelukkig eindelijk ook zelf
+iets te kunnen doen, reeds bevelen vroeg.
+
+"Madame, zijn alle bedden goed opgemaakt? Of wil ik het met zuster
+Hyacinthe nog eens overdoen?"
+
+De lichtgeel geverfde zaal, die, daar het licht alleen van het
+binnenplein kwam, vrij donker was, bevatte vijftien bedden, welke in
+twee rijen langs de muren stonden.
+
+"We zullen dadelijk wel eens kijken," antwoordde madame de Jonquière,
+die blijkbaar met haar gedachten elders was.
+
+Zij telde de bedden, keek de lange, nauwe zaal nog eens goed
+aan. Dan fluisterde zij: "Ik zal nooit genoeg plaats hebben. Ik zou
+drie-en-twintig zieken krijgen, we zullen dus matrassen op den grond
+dienen te leggen."
+
+Zuster Hyacinthe, die zuster Saint-François en zuster Claire des
+Anges in een klein als linnenkamer ingericht vertrekje ernaast had
+achtergelaten, sloeg intusschen de dekens op en keek naar de lakens
+en dekens. Zij stelde madame Désagneaux gerust.
+
+"De bedden zijn goed opgemaakt en alles is helder en zindelijk. Je
+kan goed zien, dat de zusters Saint Frai er een oogje op gehouden
+hebben... Maar de reserve-matrassen liggen vlak bij, en wanneer madame
+me zou willen helpen, zouden we dadelijk een rij tusschen de bedden
+hier kunnen neerleggen."
+
+"Natuurlijk, heel graag!" riep de jonge vrouw, verrukt door de gedachte
+met haar mooie, blanke armen matrassen te dragen.
+
+Madame de Jonquière moest haar wat kalmeeren.
+
+"Voor het oogenblik heeft dat geen haast. Laten we maar wachten, tot
+de zieken er zijn... Ik mag deze zaal niet erg; je kunt zoo moeilijk
+luchten... Verleden jaar had ik de zaal Sainte-Rosalie op de eerste
+verdieping... Enfin, we zullen er ons wel door heen slaan."
+
+Nog meer hospitaliteitsdames kwamen, een dichte zwerm nijvere bijen,
+die van verlangen brandden om aan het werk te gaan. Ja zelfs werd
+dit te groot aantal verpleegsters, die grootendeels uit de hoogere
+kringen en den middenstand afkomstig waren en een vurigen ijver,
+waaraan zich ook wel een beetje ijdelheid paarde, aan den dag
+legden, een nieuwe oorzaak van verwarring. Zij waren met haar
+tweehonderden. Daar ieder bij haar toetreden tot de Hospitalité de
+Notre-Dame de Salut een gift moest geven, durfde men er geen weigeren
+uit vrees, dat de bron van inkomsten anders uitdrogen zou; op die wijze
+groeide haar aantal jaarlijks aan. Gelukkig waren er bij, voor wie het
+voldoende was het kruis van rood laken op de borst te dragen, en die,
+dadelijk bij aankomst te Lourdes, uitstapjes gingen maken. Maar zij,
+die zich aan het werk wijdden, waren werkelijk zeer verdienstelijk,
+want dan waren het vijf dagen van verschrikkelijke inspanning, waarin
+zij nauwelijks twee uur per nacht sliepen, levend te midden van de
+vreeselijkste en afstootelijkste tooneelen. Zij waren getuigen van
+moeilijke doodsstrijden, zij verbonden stinkende wonden, leegden
+kommen en kannen, verschoonden vuile vrouwen, keerden de zieken om,
+een inspannend en afmattend werk, waaraan zij niet gewoon waren. Na
+afloop voelden zij zich dan ook als geradbraakt, half dood, en hadden
+koortsachtige oogen, waarin de vreugde over de barmhartigheid, die
+haar tot extase voerde, brandde.
+
+"Waar is madame Volmar?" vroeg madame Désagneaux. "Ik dacht ze hier
+terug te vinden."
+
+Zachtjes sneed madame de Jonquière verdere vragen af, als was zij op
+de hoogte en wilde zij, als vrouw, die menschelijke zwakheid door de
+vingers ziet, daarover niet verder praten.
+
+"Zij is niet sterk; zij rust wat in het hotel. We moeten haar laten
+slapen."
+
+Dan verdeelde zij de bedden onder de dames, gaf er ieder twee. En
+allen namen nu de ziekenzaal volkomen in bezit, liepen af en aan,
+van boven naar beneden, om te zien waar de administratiekantoren,
+de linnenkamers en de keukens waren.
+
+"En waar is de apotheek?" vroeg madame Désagneaux weer.
+
+Doch er was geen apotheek, zelfs geen medisch personeel
+aanwezig. Waartoe zou dat trouwens dienen? De zieken waren toch door
+de wetenschap opgegeven, radeloozen en wanhopigen, die aan God een
+genezing vragen kwamen, welke de onmachtige en machtelooze mensch
+hun niet beloven kon. Logischerwijze werd gedurende de bedevaart
+iedere medische behandeling onderbroken. Als bij een ongelukkige de
+doodsstrijd intrad, dan bediende men haar. Slechts de jonge geneesheer,
+die gewoonlijk met den witten trein medeging, was er met zijn klein
+kistje geneesmiddelen om een zieke, wanneer zij hem bij een hevigen
+aanval noodig mocht hebben, wat verlichting te kunnen geven.
+
+Juist bracht zuster Hyacinthe dr. Ferrand, die in een kabinetje naast
+de linnenkamer zijn tenten opgeslagen had, binnen.
+
+"Madame," zeide hij tot madame de Jonquière, "ik ben geheel tot
+uw beschikking. Wanneer u mij noodig heeft, behoeft u mij maar te
+laten roepen."
+
+Zij luisterde nauwlijks naar hem, had een woordenwisseling met een
+jongen priester der administratie, omdat er voor de geheele zaal maar
+zeven waterpotten waren.
+
+"Heel graag, mijnheer, als we een kalmeerend drankje noodig hebben,
+zullen we..."
+
+Maar zij voltooide haar zin niet, zette haar woordenwisseling voort.
+
+"Tracht er nog minstens vier of vijf voor mij te krijgen, mijnheer
+de abbé... En dan is het nog behelpen."
+
+Ferrand luisterde en keek, stom-verbaasd over deze zeldzame wereld,
+waarin een toeval hem den vorigen dag gebracht had. Hij, die niet
+geloofde, die hier slechts was uit toewijding, verwonderde zich over
+het vreeselijke gedrang van ellende en lijden, dat zich onstuimig op de
+hoop op geluk wierp. Vooral de denkbeelden, die hij als jong geneesheer
+had, werden geschokt nu hij zag hoe alle voorzorgsmaatregelen,
+alle aanwijzigingen der wetenschap over boord geworpen werden in de
+zekerheid, dat, als de hemel het wilde, de genezing volgen zou met al
+den glans van een démenti aan de natuurwetten zelf. Maar waarom dan
+die laatste concessie aan de vrees voor het oordeel der wereld en een
+dokter meenemen, van wiens diensten men toch zoo goed als geen gebruik
+maakte? Met het onbehaaglijk gevoel zich te moeten schamen en nutteloos
+en eenigszins belachelijk te zijn, trok hij zich in zijn kabinet terug.
+
+"Maak in ieder geval maar opiumpillen klaar," zeide zuster Hyacinthe,
+die tot de linnenkamer met hem mede gegaan was, tegen hem. "Die
+zullen we wel noodig hebben; er zijn zieken bij, waarover ik mij
+ongerust maak."
+
+Zij keek hem met haar groote, blauwe, zachte, goede oogen, waarin
+steeds een goddelijk glimlachje speelde, aan. De beweging gaf haar
+van jeugd glanzende blankheid een gezond-rosen tint. En als een goede
+vriendin, die haar lievelingswerk wel met hem deelen wil, voegde zij
+er aan toe:
+
+"En als ik iemand noodig heb, om een zieke op te richten of neer te
+leggen, wil je me zeker wel een handje helpen."
+
+Toen was ook hij blij gekomen te zijn, aanwezig te zijn, nu hij wist,
+dat hij haar zou kunnen helpen. Hij zag haar weer terug aan zijn
+ziekbed, toen hij bijna gestorven was, hem verplegend met de handen
+als van een broeder, met de vriendelijk-opgewekte bekoorlijkheid van
+een geslachtslooze engel, waarin zoowel iets kameraadschappelijks
+als vrouwelijks lag.
+
+"Maar net zooveel als u wilt, zuster. Ik ben geheel tot uw dienst,
+niets zal mij liever zijn dan u behulpzaam te kunnen zijn. U weet,
+welk een schuld van dankbaarheid ik u nog te betalen heb."
+
+Vriendelijk legde zij haar vinger op zijn mond, om hem het zwijgen
+op te leggen. Niemand was haar iets schuldig. Zij diende slechts de
+lijdenden en de armen.
+
+Op dat oogenblik kwam de eerste zieke in de zaal Sainte-Honorine. Het
+was Marie, die liggende in haar bak door Pierre en Gérard naar boven
+gedragen was. Het laatst van het station vertrokken, was zij er nu
+het eerst dank zij de eindelooze verwikkelingen, die allen opgehouden
+hadden en haar nu vrijer toegang gaven, zooals de verdeeling der
+kaarten het toevallig met zich bracht. Voor de deur van het Hôpital
+had mijnheer de Guersaint zijn dochter op haar verzoek moeten verlaten;
+zij maakte zich ongerust, dat de hotels overvol zouden zijn, en wilde,
+dat hij onmiddellijk voor twee kamers ging zorgen, één voor hemzelf
+en één voor Pierre. Zij was zoo moe, dat zij, nu zij toch alle hoop
+om dadelijk naar de Grot gebracht te worden, had moeten opgeven,
+er in toegestemd had een oogenblik op bed te gaan liggen.
+
+"Luister toch eens, kind," zeide madame de Jonquière; "je hebt nog
+drie uur voor je. We zullen je op je bed leggen, dan kan je veel
+beter uitrusten dan in dien bak."
+
+Zij nam de zieke bij de schouders, terwijl zuster Hyacinthe haar
+voeten vasthield. Het bed stond midden in de zaal, dicht bij een
+raam. Een oogenblik bleef Marie met dichte oogen, als uitgeput door
+die overbrenging, liggen. Dan moest Pierre weer binnen komen, zij
+voelde zich zwakker worden en had hem nog veel te zeggen.
+
+"Ga niet weg, lieve vriend," begon zij. "Neem den bak mee naar de
+gang, maar blijf daar, want ik wil, zoodra ik mag, naar beneden
+gebracht worden."
+
+"Lig je nu niet beter in dat bed?" vroeg de jonge priester.
+
+"Ja zeker... Maar ik weet het niet ook... Lieve God, ik verlang zoo
+aan de voeten der Heilige Maagd te liggen."
+
+Toch werd zij, toen Pierre den bak medegenomen had, wat afgeleid
+door de komst van andere zieken. Madame Vêtu, die, onder haar armen
+gesteund door twee dragers, naar boven gebracht was, werd door hen
+geheel gekleed op het bed ernaast gelegd; zij bleef daar roerloos en
+bijna zonder adem te halen met haar geel gezicht van kankerlijdster
+liggen. Geen enkele trouwens werd uitgekleed, men legde ze neer,
+zooals ze kwamen, met den raad, als zij dat eenigszins konden, wat te
+slapen. Zij, die niet in bed lagen, gingen op den rand van haar matras
+liggen, praatten wat met elkaar en brachten het weinige, dat zij bij
+zich hadden, in orde. Reeds maakte Elise Rouquet, die links van Marie
+op een matras zat, haar mandje los en haalde er een schoon halsdoekje
+uit; zij beklaagde er zich over, dat er geen spiegel was. In minder
+dan tien minuten waren alle bedden bezet, zoodat toen la Grivotte
+kwam, half gedragen door zuster Hyacinthe en zuster Claire des Anges,
+er matrassen op den grond bijgelegd moesten worden.
+
+"Hier is er een," riep madame Désagneaux. "Hier zal ze heel goed
+liggen, buiten de tocht van de deur."
+
+Weldra lagen er nog zeven matrassen naast, die het geheele middenpad
+innamen. Men kon niet meer heen of weer en moest met de grootste
+voorzichtigheid de nauwe paadjes volgen, die om de zieken heen
+vrijgelaten waren. Ieder hield haar eigen pakje, haar eigen doos of
+haar eigen valies bij zich; aan het voeteneind der geïmproviseerde
+bedden vormde zich weldra een hoop armzalige dingen en lompen, die
+tusschen de lakens en dekens slingerden. Het leek een jammerlijke
+ambulance, die inderhaast opgericht was na de een of andere groote
+catastrophe, een brand of een aardbeving, die honderden gewonden
+dakloos gemaakt had.
+
+Madame de Jonquière liep van het eene einde der zaal naar het andere
+en herhaalde telkens weer:
+
+"Kom, kinderen, windt je niet zoo op, tracht een beetje te slapen."
+
+Maar het lukte haar niet de zieken te kalmeeren; zij zelf en de
+onder haar bevelen geplaatste hospitaliteitsdames maakten door haar
+drukdoenerij de koortsachtige opwinding nog grooter. Verscheidene
+zieken moesten verschoond worden, andere weer aan een natuurlijke
+behoefte voldoen. Een, die een gezwel aan haar been had, jammerde
+en gilde zoo, dat madame Désagneaux een nieuw verband wilde leggen;
+maar zij was onhandig en viel, ondanks al haar moed van geestdriftige
+verpleegster, bijna flauw, zoo walgde haar de onverdragelijke
+stank. Zij, die zich het minst ziek voelden, vroegen bouillon, de
+koppen gingen van de eene hand in de andere te midden van uitroepen
+en antwoorden en tegenstrijdige bevelen, die men niet wist hoe uit te
+voeren. De kleine Sophie Couteau, die bij de zusters bleef en vond,
+dat zij op een uitstapje was, liep, danste en sprong op één been
+tusschen al die zieken door; zij werd door allen geroepen, gestreeld
+en geliefkoosd in de hoop op het wonder, die zij in ieder wekte.
+
+Toch verliepen de uren in deze opgewonden drukte. Het sloeg zeven
+uur, toen abbé Judaine binnenkwam. Hij was de geestelijke van de zaal
+Sainte-Honorine en alleen door de moeilijkheid om een vrij altaar te
+vinden, waar hij de mis kon lezen, was hij zoo laat. Hij was nog niet
+binnen of een kreet van ongeduld steeg uit alle bedden op.
+
+"Laten we gaan, mijnheer de pastoor, laten we dadelijk gaan!"
+
+Een brandende begeerte, die van minuut tot minuut sterker en
+onstuimiger werd, alsof een steeds brandender wordende dorst haar
+kwelde, die alleen door de wonderbron gelescht kon worden, richtte
+haar allen op. Met name la Grivotte, die op haar matras zat, vouwde
+haar handen en smeekte, dat men haar naar de Grot brengen zou. Was dit
+ontwaken van haar wilskracht, die koortsachtige drang naar genezing,
+welke haar oprichtte, niet reeds een begin van het wonder? Bewusteloos
+en niet in staat zich te bewegen hier gekomen, zat zij nu rechtop,
+keek met haar donkere oogen naar alle kanten, loerend naar het
+gelukzalige oogenblik, dat men haar zou komen halen. Op haar vaal
+gezicht kwam een kleur; zij herleefde reeds weer.
+
+"Zeg toch, mijnheer de pastoor, dat ze me wegdragen. Ik voel, dat ik
+genezen zal worden."
+
+Met zijn vriendelijk gezicht en zijn vaderlijk glimlachje hoorde hij
+de zieken aan en verdreef met liefdevolle woorden haar ongeduld. Nog
+even wachten, en dan gingen zij. Maar zij moesten verstandig zijn en
+de dingen niet overhaasten; en dan--de Heilige Maagd hield niets van
+dat gedrang, zij wachtte haar uur af en schonk haar goddelijke genade
+aan de verstandigsten.
+
+Toen hij voorbij het bed van Marie kwam en hij haar met gevouwen handen
+een deemoedige smeekbede zag stamelen, bleef hij weer even staan.
+
+"Jij hebt ook zoo'n haast, mijn dochter! Wees kalm, er zal genade
+zijn voor allen."
+
+"Eerwaarde vader," fluisterde zij, "de liefde verteert me. Mijn hart
+is zoo vol van gebed, dat het mij bijna doet stikken."
+
+Hij werd zeer ontroerd door deze hartstochtelijke gemoedsbeweging
+van dat arme, uitgeteerde kind, dat zoo zwaar getroffen werd in haar
+schoonheid en in haar jeugd. Hij wilde haar kalmeeren en wees haar
+op madame Vêtu, die zich niet bewoog, hoewel zij toch haar starende
+blikken niet af had van de menschen, die langs haar kwamen.
+
+"Kijk eens, hoe rustig madame zich houdt. Zij bidt in stilte, zij
+geeft zich als een klein kind geheel over aan Gods handen."
+
+Maar met een stem, die men niet hoorde, met een zucht nauwlijks,
+stamelde madame Vêtu:
+
+"Ik heb zoo'n pijn! Ik heb zoo'n pijn!"
+
+Eindelijk om kwart voor acht waarschuwde madame de Jonquière de zieken,
+dat zij verstandig zouden doen zich gereed te maken. Geholpen door
+zuster Hyacinthe en madame Désagneaux, deed zij zelf de japonnen dicht,
+trok zieken, die het zelf niet konden, kousen en schoenen aan. Het
+werd een echt toiletmaken, want allen wilden zoo voordeelig mogelijk
+voor de Heilige Maagd verschijnen. Velen hadden de fijngevoeligheid
+haar handen te wasschen; anderen trokken schoon linnengoed aan.
+
+Elise Rouquet had eindelijk bij een vrouw, die naast haar lag,
+een dikke waterzuchtige vrouw, die erg met zichzelf ingenomen was,
+een zakspiegeltje ontdekt, zij vroeg het even te leen en zette het
+tegen haar hoofdkussen aan; geheel verdiept in haar bezigheid knoopte
+zij den doek elegant om haar hoofd, om haar afstootend gezicht met
+de bloedende, open wond te bedekken. De kleine Sophie stond vol
+belangstelling naar haar te kijken.
+
+Eindelijk gaf abbé Judaine het teeken van vertrek naar de Grot. Hij
+wilde er zijn lieve lijdende dochters in God, zooals hij zeide,
+heen brengen, terwijl de dames der Hospitalité en de zusters achter
+zouden blijven, om de zaal wat op te knappen. Onmiddellijk was de
+zaal leeg; de zieken werden te midden van een nieuw tumult naar
+beneden gebracht. Pierre, die den bak, waarin Marie lag, weer op het
+onderstel gezet had, ging aan het hoofd van de stoet, die gevormd
+werd door een twintigtal kleine wagentjes en brancards. De andere
+zalen liepen ook leeg, het plein was vol, het vertrek geschiedde in
+een groote verwarring. Weldra had zich een zóó lange queue gevormd,
+die de vrij sterk hellende avenue de la Grotte afging, dat Pierre
+reeds op het Plateau de la Merlasse was, toen de laatste draagbaren
+het plein van het Hôpital verlieten.
+
+Het was acht uur, de zon, een triomphantelijke Augustuszon, stond en
+vlamde reeds hoog aan den wonderbaren, helderen hemel. Het scheen,
+alsof het blauw der lucht, schoongewasschen door het nachtelijke
+onweer, geheel nieuw en jeugdig-frisch was. En het verschrikkelijke
+défilé rolde voort op den hellenden weg in de schittering van
+den glorierijken ochtend. Er kwam geen einde aan: de stoet van
+afschuwlijkheden werd steeds langer. Geen enkele orde was erin;
+het was een mengelmoes van alle kwalen, de ontruiming van een hel,
+waarin men de monsterachtigste ziekten, de zeldzame gevallen, de
+unica, die je doen huiveren, bijeengebracht zou hebben. Het waren door
+eczeem weggevreten hoofden, met uitslag bezaaide gezichten, neuzen en
+monden, waarvan de elephantiasis [12] afzichtelijke snuiten gemaakt
+had. Ziekten, die men uitgestorven waande, stonden weer op, een oude
+vrouw had lepra, een tweede was overdekt met huidmos, als een boom,
+die in de schaduw staat weg te rotten. Dan kwamen waterzuchtigen
+voorbij, opgeblazen als volle waterzakken, de opgezwollen buik onder
+de kleeren uitstekend; handen, misvormd door rheumatiek, hingen buiten
+de draagbaren; voeten, opgezet door water, staken er onherkenbaar en
+als met lompen volgestopte zakken uit.
+
+Een vrouw met een waterhoofd, die in een klein wagentje zat,
+trachtte haar reuzenhoofd, dat bij iederen schok naar achteren viel,
+in evenwicht te houden. Een groot meisje, dat aan St. Vitusdans leed,
+sprong aan één stuk door met haar ledematen, terwijl de linkerhelft
+van haar gezicht door allerlei grijnzen vertrokken werd. Een jongere,
+die achter haar kwam, stiet een geblaf uit, een soort dierlijk
+gejammer, wanneer de gezichtspijn, waarmede zij behept was, haar
+mond vertrok. Dan kwamen de teringlijdsters, rillend van koorts,
+uitgeput door dysenterie, mager als geraamten, met de kleur van de
+aarde, waarin zij weldra zouden rusten; onder dezen was er een met een
+wasbleek gezicht en koortsig gloeiende oogen, zoodat zij deed denken
+aan een doodshoofd, waarin men een fakkel had aangestoken. Dan volgden
+alle door verlamming of verstijvingen veroorzaakte wanstaltigheden,
+krom gegroeide lichamen, omgedraaide armen, scheef staande nekken,
+gebroken en verbogen arme wezens, onbeweeglijk in haar houdingen
+van tragische ledepoppen; een vooral viel bijzonder op met haar
+rechterhand, die achter haar heup gegroeid was, en haar linkerwang,
+die als vastgeplakt aan haar schouder zat.
+
+Dan stelden arme rachitische meisjes haar waskleurige tint en haar
+magere, door klieren weggevreten nekken ten toon; gele vrouwen
+hadden de pijnlijke verstijving van ongelukkigen, wier borsten door
+den kanker verwoest worden; nog anderen, die met droeve oogen naar
+den hemel lagen te staren, schenen in zich het op elkaar stooten der
+gezwellen te hooren, gezwellen, zoo groot als kinderhoofden, die haar
+organen verstopten. En steeds nog waren er meer, steeds nog volgden
+er meer verschrikkelijkheden, waarvan de een je nog meer deed rillen
+dan de andere.
+
+Een meisje van twintig jaar, met een platgedrukt, gedrochtelijk hoofd,
+had een zoo groot kropgezwel, dat het tot aan haar middel afhing. Op
+haar volgde een blinde vrouw met een marmerbleek gezicht, waarin op de
+plaats van haar oogen uit twee ontstoken en bloederige gaten steeds
+door etter vloeide. Een oude, kindsche vrouw, wier neus door de een
+of andere venerische ziekte was weggevreten, lachte met haar leegen,
+zwarten mond een afschuwlijken lach. Plotseling kreeg een epileptica
+een aanval en schuimbekte op haar draagbaar, zonder dat de stoet, die
+als door een stormwind voortgezweept werd, zijn gang verminderde in de
+koortsachtige opwinding van den hartstocht, die hen naar de Grot dreef.
+
+De baardragers, de priesters, de zieken zelfs hadden een lied
+aangeheven, de litanie van Bernadette, en alles rolde voort te midden
+van de obsessies der tot walgens toe herhaalde Ave's; de wagentjes, de
+baren, de voetgangers gingen den hellenden weg af als een buiten haar
+oevers getreden beek, die haar golven met groot lawaai voortstuwt. Op
+den hoek van de rue Saint-Joseph, dicht bij het Plateau de la Merlasse
+bleef een groepje pleizierreizigers, die van Cauterets of Bagnères
+kwamen, in diepe verbazing op den rand van het trottoir staan. Het
+moesten gezeten burgers zijn, vader en moeder zeer correct gekleed,
+de beide dochters in lichte japonnetjes en met de lachende gezichten
+van gelukkige menschen, die zich vermaken.
+
+Maar op hun eerste verbazing volgde een steeds toenemende
+afschuw, alsof zij een leprozenhuis uit de oude tijden, een van die
+legendarische ziekenhuizen, na de een of andere vreeselijke epidemie,
+hadden zien leegloopen. De twee meisjes werden bleek, vader en moeder
+stonden als versteend bij dit onafgebroken défilé van verschrikkingen,
+waarvan zij den verpesten stank in het gezicht kregen. God! Wat een
+leelijkheid, wat een vuilheid, wat een lijden! Hoe was dat mogelijk
+onder deze mooie, zoo stralende zon, onder dezen wijden hemel vol
+licht en vreugde, waarin de koelte van den Gave opsteeg, waarin de
+ochtendwind den zuiveren geur der bergen bracht.
+
+Toen Pierre, die aan het hoofd van den stoet ging, op het Plateau
+de la Merlasse kwam, werd hij als gebaad door die lichtende zon,
+door de prikkelende, met balsemgeur vervulde lucht. Hij keerde zich
+om en lachte Marie vriendelijk toe; en toen zij in de stralende
+pracht van dien morgen op het midden van de place du Rosaire kwamen,
+werden zij beiden betooverd door den bewonderenswaardigen horizont,
+die zich voor hen ontrolde.
+
+Naar het Oosten lag het oude Lourdes, op de andere zijde van zijn rots,
+in een breede terreinplooi. De zon rees op achter de verre bergen,
+en zijn schuine stralen kleurden die alleenstaande rots, die gekroond
+werd door den toren en de instortende muren van het oude Kasteel,
+eertijds den sleutel der zeven dalen, met donker lila tinten. In
+het stof van dansend en opvliegend goud zag men slechts de trotsche
+tinnen, muurbrokken van het cyclopische bouwwerk, dan daarboven vage
+vormen van daken, de verkleurde en verweerde daken van de oude stad,
+terwijl aan deze zijde van het kasteel, rechts en links uitstekend, te
+midden van het groen de nieuwe stad lachte met haar witte hotelgevels,
+haar mooie huizen, haar prachtige winkels, een rijke en luidruchtige
+stad, die daar als door een wonder in enkele jaren opgerezen was.
+
+De Gave stroomde langs den voet der rots en stuwde het gebruis van
+zijn heldere, groene en blauwe golven voort, diep onder de oude
+brug, huppelend onder de nieuwe, die door de paters gebouwd was, om
+de Grot met het station en den pas in gebruik genomen boulevard te
+verbinden. En als achtergrond voor dit heerlijk schilderij, voor dat
+frissche water, voor dat lachende groen, voor die verjongde, wijd uit
+elkaar gebouwde, vroolijke stad verhieven zich de Kleine en de Groote
+Gers, twee groote kale bergruggen met kort gras, die in de schaduw,
+waarin zij baadden, teere tinten aannamen, een bleek mauve en een
+bleek groen, die in rose verliepen.
+
+Dan in het Noorden, op den rechteroever van den Gave, aan gene zijde
+van de heuvels, waarlangs de spoorlijn loopt, rezen de hoogten
+van den Buala op, boschrijke, door het morgenlicht overstroomde
+hellingen. Daar, aan dien kant, lag Bartrès. Meer naar links verhief
+zich de door den Miramont beheerschte dalengte van Julos. Heel in de
+verte verdampten andere toppen in den aether. Op het eerste plan,
+aan den anderen oever van den Gave lagen etagegewijze tusschen de
+grazige dalen talrijke kloosters, die dit gedeelte van den horizont
+opvroolijkten. Zij schenen op dezen wonderbodem als natuurlijke,
+snel groeiende planten opgeschoten te zijn.
+
+In de eerste plaats had men er het door de zusters van Nevers gestichte
+weeshuis, waarvan de uitgebreide gebouwen in de zon schitterden. Dan
+tegenover de Grot, op den weg naar Pau, het Karmelietenklooster,
+vervolgens, wat hooger op, aan den weg naar Poueyferré dat der paters
+van Maria Hemelvaart, verder dat der Dominicanen, waarvan slechts
+een gedeelte van het dak zichtbaar was; en eindelijk de zusters der
+Onbevlekte Ontvangenis, de zoogenaamde Blauwe Zusters, die aan het eind
+van het dal een retraitehuis gesticht hadden, waarin zij ongetrouwde
+dames, rijke bedevaartgangsters, die naar de eenzaamheid verlangden,
+opnamen. Op dit uur des gebeds luidden de klokken van al die kloosters
+haar jubelzang uit in de kristalheldere lucht, terwijl aan het andere
+einde van den horizont, in het Zuiden, de klokken van andere kloosters
+met dezelfde zilverstemmige vreugdeklanken antwoordden.
+
+Bij den Pont-Vieux met name deed de klok van het klooster der
+Clarissinnen duidelijk een gamma van zoo heldere noten hooren, dat
+men zou denken aan het vriendelijke gesnap van een vogel. Ook aan die
+zijde van de stad holden zich dalen uit en hieven bergen hun kale
+helling in de hoogte: het was als een onder haar kwalen lachende
+natuur, een eindelooze deining van heuvels, waaronder de fijn met
+karmijn en teerblauw gevlamde heuvels van Visens opvielen.
+
+Maar toen Marie en Pierre naar het Westen keken, werden zij als
+verblind. Het volle zonlicht viel op den grooten en kleinen Bêout
+met hun koepels van ongelijke hoogte. Het was als een achtergrond
+van purper en goud, als een verblindende berg, waarop men slechts
+den weg onderscheidde, die, tusschen de boomen, opkronkelt naar
+den Calvariënheuvel. En daar, op dien bezonden, als een aureool
+schitterenden achtergrond, teekenden zich de drie boven elkaar gebouwde
+kerken af, welke de zwakke stem van Bernadette tot roem en eer der
+Heilige Maagd uit de rots had doen oprijzen.
+
+Onderaan de Rozenkranskerk, plat en rond, half in de rots uitgehouwen;
+zij lag op den achtergrond van het vrije voorplein, dat ingesloten
+werd door onmetelijke armen, de kolossale hellingen, die zacht
+glooiend tot aan de Crypt opstegen. Het was een ontzaglijk werk, een
+geheele steengroeve van losgewoelde en afgehouwen steenen, gewelfde
+bogen hoog als kerkschepen, twee reusachtige toegangswegen, opdat
+de pracht der processies zich zou kunnen ontvouwen en het kleine
+wagentje van een ziek kind zonder moeite zou kunnen opstijgen naar
+God. Vervolgens de Crypt, de onderaardsche kerk, waarvan men alleen,
+boven de Rozenkranskerk uit, de lage deur zien kon. En eindelijk rees,
+wat mager en ijl, te nieuw en te wit, de Basilica op in den slanken
+stijl van een kostbaar edelgesteente, uit de rotsen van Massabielle
+opstijgend als een gebed, als de vlucht van een reine duif. De kleine
+torenspits leek, boven de reusachtige hellingen, niet meer dan het
+kleine, rechte vlammetje van een kaars te midden van den onmetelijken
+horizont en de eindelooze deining van dalen en bergen.
+
+Naast het massieve groen van den Calvariënheuvel scheen zij breekbaar
+te zijn en de trouwhartigheid van kinderlijk geloof te bezitten. En
+ook dacht men erbij aan het blanke armpje, aan het blanke handje van
+een ziek meisje, dat in haar onderaardsche ellende naar den hemel
+wijst. De Grot, welker ingang links, aan den voet der rots lag, was
+niet zichtbaar. Achter de Basilica zag men nog slechts de woning der
+paters, een log, vierkant gebouw, en, veel verder, in het donkere,
+zich verbreedende dal, het paleis van den bisschop. De drie kerken
+vlamden in de ochtendzon, welker gouden stralenregen op het geheele
+landschap nederdaalde, terwijl de klankrijke vlucht der klokken de
+siddering zelf scheen te zijn van het licht, het melodisch ontwaken
+van dezen jongen mooien dag.
+
+Toen Pierre en Marie de place du Rosaire overstaken, wierpen zij een
+blik op de Esplanade, den tuin met een lang grasperk in het midden,
+omzoomd door twee breede, parallel loopende lanen en zich uitstrekkend
+tot de nieuwe brug. Daar stond, naar de Basilica gekeerd, de groote,
+gekroonde Maagd. Alle zieken, die er voorbij kwamen, maakten het
+teeken des kruises. Nog steeds rolde de schrikaanjagende stoet,
+opgaande in zijn lied, voort door de feestelijke natuur. Onder
+den stralenden hemel, tusschen de bergen van purper en goud, in de
+eeuwige koelte van het kabbelende water, stuwde de stoet zijn tot
+huidziekten vervloekten met hun weggevreten vleesch, zijn opgeblazen
+waterzuchtigen, zijn jichtlijders, zijn door pijn verkromde verlamden
+voort; voorbij trokken de vrouwen met waterhoofden, de lijdsters
+aan St. Vitusdans, de teringlijdsters, de door Engelsche ziekte
+aangetasten, de epilepticae, de kankerlijdsters, de krankzinnigen en
+de idioten. Ave, ave, ave Maria! De hardnekkig volgehouden litanie
+zwol steeds aan en stuwde den afschuwelijken stroom van menschelijke
+ellende en menschelijken jammer naar de Grot onder den afschuw en de
+walging van de voorbijgangers, die verstijfd door deze voorbijvliegende
+nachtmerrie, als aan den grond genageld bleven staan.
+
+Pierre en Marie waren de eersten, die onder het hooge booggewelf
+doorgingen. Toen zij daarop den dam van den Gave volgden, stonden zij
+plotseling voor de Grot. Marie, die door Pierre zoo dicht mogelijk
+bij het hek gereden werd, kon zich slechts in het wagentje oprichten
+en prevelen:
+
+"O, allerheiligste Maagd... Veelgeliefde Maagd!"
+
+Zij had niets gezien, noch de hostiekastjes der vijvers, noch de
+fontein met haar twaalf bekkens, waar zij langs gekomen was; en evenmin
+zag zij links den winkel met gewijde voorwerpen of rechts den steenen
+preekstoel, die reeds door een geestelijke beklommen was. Slechts de
+schittering der Grot verblindde haar, honderd duizend kaarsen schenen
+daar achter het hek te branden en de lage opening met den gloed van
+een hoogoven te vullen, terwijl zij het beeld der Maagd, dat hooger
+op den rand van een nauwe, boogvormig uitgeholde ruimte stond, met
+een stralenkrans van een ster omgaven. En behalve die glorierijke
+verschijning zag Marie niets, noch de krukken, waarmede men een
+gedeelte van het gewelf behangen had, noch de bij stapels neergeworpen
+ruikers, die er lagen te verwelken tusschen klimopplanten en wilde
+rozestruiken, noch het altaar zelf, dat in het midden geplaatst was
+naast het kleine, verplaatsbare met een hoes overdekte orgel.
+
+Maar toen zij haar oogen opsloeg, vond zij weer op den top der rots, in
+den hemel, de slanke, witte Basilica, die met haar fijne torenspits,
+welke zich als een gebed in het blauw der oneindigheid verloor,
+zich thans en profil aan haar toonde.
+
+"O, machtige Maagd... Koningin der Maagden... Heilige Maagd der
+Maagden..."
+
+Intusschen was het Pierre gelukt het wagentje van Marie naar den
+eersten rang te schuiven, voor de eikenhouten banken, die zich, als in
+het schip eener kerk, in grooten getale in de open lucht naast elkander
+rijden. Reeds waren deze banken geheel en al bezet door zieken, die
+zitten konden. De tusschenruimten werden gevuld door draagbaren, welke
+men op den grond gezet had; door kleine wagentjes, waarvan de wielen
+in elkaar grepen, en door een ontelbare menigte kussens en matrassen,
+waarop alle kwalen in een bonte mengeling naast elkaar huisden.
+
+Toen Pierre in de Grot kwam, had hij de Vignerons met hun ongelukkigen
+Gustave in een der banken herkend, terwijl hij op den vloer het met
+kant gegarneerd bed van madame Dieulafay gezien had, aan het hoofdeinde
+waarvan haar man en haar zuster geknield lagen te bidden. Verder
+waren er alle zieken van den wagon: mijnheer Sabathier en broeder
+Isidore naast elkaar, madame Vêtu lag uitgeput in haar wagentje,
+Elise Rouquet zat, la Grivotte richtte zich in haar extase op haar
+beide vuisten op. Zelfs vond hij madame Maze terug, die, afgezonderd
+van de anderen, in een vurig gebed verzonken was, terwijl madame
+Vincent, die in haar knielende houding de kleine Rose toch nog in haar
+armen had, het wichtje aan de Maagd voorhield met het gebaar van een
+radelooze moeder, opdat de Moeder der goddelijke genade zich erover
+zou erbarmen. De menigte pelgrims om die gereserveerde ruimte groeide
+steeds aan, een dringende, rumoerige hoop, die zich langzamerhand
+tot aan de borstwering van den Gave uitstrekte.
+
+"O, barmhartige Maagd," prevelde Marie door; "o trouwe Maagd... o
+zonder zonde ontvangen Maagd..."
+
+En half bezwijmend, terwijl haar lippen nog door een innerlijk gebed
+bewogen, keek zij Pierre vol verlangen aan. Deze dacht, dat zij hem
+iets te zeggen had en boog zich over haar heen.
+
+"Wil je, dat ik bij je blijf, om je straks naar de vijvers te rijden?"
+
+Toen zij zijn bedoeling begrepen had, knikte zij van neen. Dan
+koortsachtig:
+
+"Neen, neen, ik wil dezen ochtend niet in den vijver... ik geloof,
+dat je zoo rein, zoo heilig moet zijn, alvorens het wonder te
+beproeven. Den heelen morgen wil ik daar met gevouwen handen, met al
+mijn kracht, met mijn geheele ziel voor bidden..."
+
+Zij moest even ophouden. Dan ging zij voort:
+
+"Kom me niet voor elf uur halen, om me naar het ziekenhuis te rijden."
+
+Pierre echter verwijderde zich niet, maar bleef bij haar. Een oogenblik
+viel hij op zijn knieën neer; ook hij had willen bidden met dat
+brandende geloof, aan God de genezing willen vragen van dat zieke
+kind, dat hij met zoo'n broederlijke teederheid liefhad, maar sedert
+hij voor de Grot was, voelde hij een vreemden tegenzin zich van hem
+meester maken, een heimelijk verzet, dat de vrome geestdrift van zijn
+gebed stoorde. Hij wilde gelooven, hij had den geheelen nacht gehoopt,
+dat het geloof weer in zijn ziel zou ontluiken als een mooie bloem
+van onwetendheid en argeloosheid, zoodra hij zou neerknielen op den
+gewijden grond van het wonder.
+
+Hij voelde nu niets dan verlegenheid en onrust bij het zien van
+al dit decor, van het harde en vale beeld in het valsche licht der
+kaarsen, tusschen den rozenkransenwinkel, waarin de koopsters zich
+verdrongen, en den grooten steenen preekstoel, waaruit een pater van
+Maria Hemelvaart met luider stem zijn Ave's slingerde. Was zijn ziel
+zoo verdord? Kon dan geen hemelsche dauw haar drenken met onschuld,
+haar gelijk maken aan de zielen van kleine kinderen, die zich geheel
+overgeven aan de minste liefkoozing der legende?
+
+Dan herkende hij in den geestelijke op den preekstoel pater
+Massias. Hij had hem vroeger al ontmoet en voelde zich onaangenaam
+getroffen door diens sombere onstuimigheid, dat magere gezicht met de
+fonkelende oogen en den grooten, welsprekenden mond, die den hemel
+scheen te willen dwingen om op aarde neder te dalen. En terwijl hij
+er zich over verwonderde, dat hij zich zoo heel anders voelde, zag
+hij aan den voet van den preekstoel pater Fourcade in een levendig
+gesprek met baron Suire. Deze laatste scheen in tweestrijd te zijn;
+toch stemde hij eindelijk met een goedkeurend hoofdschudden toe. Ook
+abbé Judaine was er, die den pater nog een oogenblik staande hield;
+ook zijn breed, vaderlijk gezicht drukte een soort ontsteltenis uit;
+doch dan knikte hij op zijn beurt goedkeurend.
+
+Plotseling verscheen pater Fourcade op den kansel; hij stond rechtop
+en richtte zijn hooge gestalte op, die door den aanval van jicht,
+waaraan hij leed, eenigszins gebogen was. Hij wilde niet, dat pater
+Massias, zijn veelgeliefde, onder allen uitverkoren broeder, den
+kansel geheel verliet; hij liet hem op een trede van de nauwe trap
+blijven en leunde op zijn schouder.
+
+Dan begon hij met een volle, diepe stem en met een gebiedende
+autoriteit, die dadelijk de diepste stilte deed heerschen, te spreken.
+
+"Geliefde broeders en zusters, ik vraag u om vergeving, dat ik u in
+uw gebeden stoor, maar ik heb een mededeeling te doen, ik moet de
+hulp van al uw trouwe zielen inroepen... Vanochtend hebben wij een
+zeer droevig voorval te betreuren, een onzer broeders is in een der
+treinen, die u hier gebracht hebben, gestorven, juist toen hij het
+beloofde land betrad..."
+
+Hij hield enkele seconden op. Hij scheen nog grooter te worden. Zijn
+knap gelaat begon te stralen. Dan ging hij verder:
+
+"Welnu, geliefde broeders en zusters, ondanks alles is het denkbeeld
+bij mij opgekomen, dat wij niet moeten wanhopen... Wie weet of
+God dezen dood niet gewild heeft, om de wereld het bewijs van zijn
+almacht te geven?... Een inwendige stem heeft mij aangedreven om
+dezen kansel te bestijgen om uw gebeden voor dien man te vragen,
+voor hem, die niet meer is en wiens heil desniettemin ligt in de
+handen der allerheiligste Maagd, die altijd haar goddelijken Zoon kan
+aanroepen... Ja, de man is hier, ik heb zijn lijk hier laten brengen,
+en het hangt misschien van u af, dat een schitterend wonder de oogen
+der heele wereld verblindt, indien gij bidt met genoeg vuur om den
+hemel te roeren... Wij zullen het lijk in den vijver onderdompelen,
+wij zullen den Heer, den gebieder der wereld, smeeken hem op te wekken,
+om dat buitengewone bewijs van zijn souvereine goedheid te geven..."
+
+Een ijskoude ademtocht, die uit het onzienlijke gekomen was, beroerde
+de verzamelden. Allen waren bleek geworden; zonder dat iemand de lippen
+geopend had, scheen een gemompel van schrik door de menigte te loopen.
+
+"Maar," ging pater Fourcade, dien een waarachtig geloof bezielde,
+heftig voort, "met welk een vuur moet gij bidden! Geliefde broeders en
+zusters, uw geheele ziel wil ik; het moet een gebed zijn, waarin gij
+uw hart, uw bloed, uw leven, met alles wat het edels en liefderijks
+in zich heeft, leggen moet... Bidt uit al uw kracht, bidt tot gij
+niet meer weet wie gij zijt, noch waar gij zijt; bidt, zooals gij
+sterft, want wat wij gaan vragen is een zoo kostbare, zoo zeldzame,
+zoo wonderbare genade, dat alleen de onstuimigheid onzer aanbidding
+God er toe brengen kan om te antwoorden... En opdat onze gebeden
+uitwerking kunnen hebben, opdat zij den tijd hebben op te stijgen tot
+de voeten van den Eeuwige, zullen we eerst hedenmiddag om drie uur
+het lijk in den vijver onderdompelen... Geliefde broeders en zusters,
+bidt, bidt de Heilige Maagd, de Koningin der Engelen, de Troosteresse
+der bedroefden!"
+
+En medegesleept door zijn geestvervoering, begon hij de rozenkrans
+weer te bidden, terwijl pater Massias in snikken uitbarstte. De diepe,
+angstig-benauwende stilte werd verbroken; de menigte stiet kreten
+uit, kon haar tranen niet bedwingen, stamelde vurige smeekbeden. Het
+was als woei er een delirium, dat de wilskracht ophief, dat van al
+die wezens slechts één enkel wezen maakte, dat buiten zichzelf was
+van hartstochtelijke opwinding, losgelaten op een dolzinnig, vurig
+verlangen naar het onmogelijke wonder.
+
+Een oogenblik had Pierre gedacht, dat de aarde onder hem wegzonk, dat
+hij in zwijm vallen zou. Met moeite stond hij op en verwijderde zich.
+
+
+
+
+III.
+
+Toen Pierre, van wien zich een niet te overwinnen weerzin om langer
+te blijven had meester gemaakt, zich uit de Grot verwijderde, zag hij
+vlak bij den uitgang mijnheer de Guersaint in een diep gebed, waarin
+hij geheel zijn ziel legde, verzonken, op zijn knieën liggen. Hij
+had hem sinds dien ochtend niet meer teruggezien, wist niet of het
+gelukt was twee kamers te huren; zijn eerste opwelling was dan ook
+naar hem toe te gaan. Doch dan aarzelde hij, wilde hem niet storen
+in zijn stille overpeinzingen: hij vermoedde, dat hij bad voor zijn
+dochter, van wie hij, ondanks de voortdurende verstrooidheid van zijn
+onrustige phantasie, veel hield. Dan liep hij door en ging onder de
+boomen loopen. Het sloeg negen uur; hij had dus nog twee uur voor zich.
+
+Daar buiten had men van den woesten, hoogen oever, waarop vroeger
+varkens weidden, ten koste van veel geld een prachtige avenue gemaakt,
+die langs den Gave liep. Om terrein te winnen en een monumentalen dam
+te kunnen bouwen met een door een borstwering afgezet trottoir, had
+men het bed der rivier wat achteruit moeten leggen. De avenue liep een
+twee of driehonderd meter verder dood tegen een heuvel, zoodat het een
+afgesloten, met banken voorziene en door prachtige boomen beschaduwde
+wandelweg geworden was. Niemand liep er thans; de menigte, die in de
+Grot geen plaats vinden kon, lag er dichtopeen neergeknield. Er waren
+nog enkele eenzame hoekjes tusschen den met gras begroeiden muur,
+die de avenue in het Zuiden afscheidde, en de uitgestrekte velden,
+die zich aan den anderen oever van den Gave uitbreidden, met bosch
+bedekte hellingen, die door de witte gevels der kloosters opgevroolijkt
+werden. In de warme Augustusdagen kon men daar in de schaduw op den
+oever van het stroomende water genieten van een heerlijke koelte.
+
+Onmiddellijk voelde Pierre zich kalmer als bij het ontwaken uit een
+benauwenden droom. Hij ging zijn eigen gewaarwordingen na en maakte
+er zich ongerust over. Was hij 's ochtends niet in Lourdes aangekomen
+met den vurigen wensch om te gelooven, met de meening, dat hij reeds
+weer begon te gelooven zooals in de volgzame jaren van zijn jeugd,
+toen zijn moeder hem zijn handen deed vouwen en hem leerde God te
+vreezen? En zie, zoodra hij voor de Grot gekomen was, hadden de
+afgodische eeredienst, de verkrachting van het geloof, de stormloop
+op zijn gezond verstand hem vervuld met zulk een walging en weerzin,
+dat hij bijna flauw gevallen was. Wat moest er toch van hem worden? Zou
+hij zelfs niet meer kunnen trachten zijn twijfel te bestrijden, door
+zijn reis te benutten en te zien en zich te overtuigen? Het was een
+ontmoedigend begin, dat hem wanhopig maakte; en hij had die mooie
+boomen, dien helderen stroom, die zoo kalme en koele avenue noodig,
+om zich van den schok te herstellen.
+
+Toen Pierre aan het einde van de avenue kwam, had hij een onverwachte
+ontmoeting. Reeds enkele oogenblikken was zijn aandacht getrokken door
+een langen ouden heer, die in een getailleerde gekleede jas en met een
+platgeranden hoed op, zijn richting uitliep. Hij trachtte dat bleeke
+gezicht met den arendsneus en de donkere, doordringende oogen thuis
+te brengen, maar de lange witte baard en de grijze haarlokken brachten
+hem op een dwaalspoor. De oude heer, zelf ook verbaasd, bleef staan.
+
+"Wat, Pierre, jij te Lourdes?"
+
+En plotseling herkende de jonge priester dr. Chassaigne, den vriend
+van zijn vader, zijn eigen ouden vriend, die hem genezen en daarna
+getroost had in de vreeselijke lichamelijke en geestelijke crisis,
+die hij na den dood van zijn moeder doorgemaakt had.
+
+"Beste dokter, wat ben ik blij u te zien!"
+
+Diep ontroerd omarmden zij elkaar. En nu bij het zien van die sneeuw
+van haren en baard, van dien langzamen gang, van dat oneindig droevig
+uiterlijk herinnerde Pierre zich het bittere ongeluk, dat dezen man
+oud gemaakt had. Nauwelijks enkele jaren geleden was hij uit Parijs
+vertrokken en nu vond hij hem, verpletterd door den bliksemstraal
+van het noodlot, terug.
+
+"Je wist niet, dat ik in Lourdes gebleven was, wel? Ja, jongen, ik
+schrijf niet meer, ik behoor niet meer tot de levenden, want ik woon
+in het land der dooden."
+
+Tranen kwamen in zijn oogen en met gebroken stem ging hij voort:
+
+"Kom, laten we wat op die bank gaan zitten; het zal me goed doen,
+zooals vroeger, nog eens met je te praten."
+
+Op zijn beurt voelde de priester een brok in zijn keel. Hij vond geen
+antwoord, kon slechts stamelen:
+
+"Beste dokter, oude vriend, ik heb zoo innig met je te doen gehad."
+
+Een ramp was het, de schipbreuk van een leven. Dr. Chassaigne en
+zijn dochter Marguerite, een lief meisje van twintig jaar, waren
+met madame Chassaigne, hun aangebeden vrouw en moeder, over wier
+gezondheid zij zich ongerust maakten, naar Cauterets gegaan. Na een
+dag of veertien voelde zij zich al een boel beter en zij maakte
+reeds plannen voor uitstapjes, toen men haar op een ochtend dood
+in haar bed vond. Verpletterd onder dien vreeselijken slag, waren
+vader en dochter als verdoofd door het verraad van het noodlot. De
+dokter, die te Bartrès geboren was, had op het kerkhof te Lourdes een
+familiegraf, waarin zijn ouders reeds rustten. Hij wilde dan ook,
+dat het lijk van zijn vrouw rusten zou naast de ledige afdeeling,
+waar hij hoopte weldra bij haar te liggen.
+
+Een week lang bleef hij nog met Marguerite daar, toen deze plotseling
+een koortsaanval kreeg, naar bed ging en twee dagen later stierf,
+zonder dat haar tot wanhoop gebrachte vader zich rekenschap had kunnen
+geven van haar ziekte. En nu werd de dochter in den bloei van haar
+jeugd, stralend van schoonheid en gezondheid, op het kerkhof neergelegd
+in het ledige vak naast haar moeder. De gelukkige man van gisteren,
+de geliefde, aangebeden man, die twee dierbare wezens, wier liefde
+zijn hart zoo verwarmde, de zijnen mocht noemen, was niet meer dan
+een rampzalige, stotterende en verloren oude man, dien het alleen
+zijn tot ijs verstarde. Al zijn levensvreugde was ineengestort; hij
+benijdde de wegwerkers, die langs de wegen steenen bikten, wanneer
+hij zag, hoe vrouwen en kinderen blootsvoets hun soep brachten. Hij
+had Lourdes niet meer willen verlaten, had alles opgegeven, zijn
+studies, zijn praktijk te Parijs, om dicht bij het graf te kunnen
+leven, waarin zijn vrouw en zijn dochter haar laatsten slaap sliepen.
+
+"Wat heb ik met u te doen gehad!" herhaalde Pierre. "Wat een
+vreeselijke slag voor u! Maar waarom hebt u niet een beetje gerekend
+op hen, die van u houden? Waarom u hier in uw verdriet opgesloten?"
+
+De dokter maakte een gebaar, dat den horizont omvatte.
+
+"Ik kan niet weg; de dooden zijn daar en houden mij vast... Het is uit,
+ik wacht nu maar, tot ik naar haar toe gaan kan."
+
+En weer viel een stilte in. Achter hen, in de struiken van het
+grastaluud, fladderden de vogels, terwijl zij voor zich het luide
+murmelen van den Gave hoorden. Op de hellingen der heuvels rustte traag
+in haar goudachtig stof het zware zonlicht. Maar onder de mooie boomen,
+op die afgezonderde bank, bleef het heerlijk koel; zij waren daar,
+op tweehonderd pas van de menigte, als in een woestijn, zonder dat
+iemand zich van de Grot losscheurde, om tot hen af te dwalen.
+
+Langen tijd praatten zij. Pierre had hem verteld onder welke
+omstandigheden hij 's ochtends te Lourdes met de nationale bedevaart
+en in gezelschap van mijnheer de Guersaint en zijn dochter aangekomen
+was. Bij sommige uitdrukkingen van den dokter had hij zijn verwondering
+niet kunnen bedwingen.
+
+"Wat, dokter, acht u thans het wonder mogelijk? U, groote God, u,
+dien ik gekend heb als een ongeloovige, nu ja, in ieder geval als
+volmaakt onverschillig!"
+
+Hij keek hem aan, diep verwonderd over wat hij hem omtrent de Grot en
+Bernadette hoorde zeggen. Hij, een zoo helderen kop, een geleerde met
+zoo'n scherp verstand, wiens uitstekende analyseerende eigenschappen
+hij vroeger had leeren kennen! Hoe was een geest van die kracht,
+opgevoed op streng logische wijze en vrij van iederen geloofsdwang,
+er toe kunnen komen de wonderbare genezingen, die bewerkt werden door
+die goddelijke bron, welke de Heilige Maagd onder de vingers van een
+kind had doen ontspringen, te aanvaarden?
+
+"Maar, beste dokter, herinner u toch eens goed. U zelf hebt mijn vader
+aanteekeningen over Bernadette, uw klein landgenootje, zooals u ze toen
+noemde, verschaft; u hebt later, toen die heele geschiedenis mij een
+oogenblik interesseerde, lang met mij over haar gesproken. Voor u was
+zij slechts een zieke, die aan hallucinaties leed, een half-onbewust
+kind, dat niet tot willen in staat was. Herinner u onze gesprekken,
+mijn twijfel en dat u mij geholpen hebt mijn gezond verstand terug
+te krijgen."
+
+Hij geraakte in opwinding. Was dit niet het allerzonderlingste
+avontuur? Hij, priester; die zich eens aan het geloof onderworpen
+en het ten slotte weer verloren had door den omgang met dezen toen
+ongeloovigen geneesheer, dien hij nu bekeerd en gewonnen voor het
+bovennatuurlijke terugvond, terwijl hij zelf gefolterd werd door de
+kwellende kwaal niet meer gelooven te kunnen.
+
+"U, die slechts de exacte feiten aanvaardde, u, die alles baseerde op
+de zinnelijke waarneming!... Is de wetenschap dan niets meer voor u?"
+
+Toen maakte Chassaigne, die tot dat oogenblik met een droefgeestig
+glimlachje geluisterd had, een ongeduldig gebaar van souvereine
+minachting.
+
+"Wetenschap! Weet ik iets? Kan ik iets?... Daareven heb je me gevraagd,
+waaraan mijn arme Marguerite gestorven is. Maar ik weet er niets
+van. Ik, dien men voor zoo geleerd aanziet, voor zoo goed gewapend
+tegen den dood, ik heb er niets van begrepen, ik heb niets gekund,
+zelfs het leven van mijn dochter niet met één uur kunnen verlengen. En
+mijn vrouw, die ik reeds koud in haar bed gevonden heb, terwijl zij
+zich den vorigen avond zooveel beter voelde en zoo opgewekt was,
+ben ik ook maar in staat geweest om te voorzien wat er had moeten
+gebeuren?... Neen, voor mij heeft de wetenschap bankroet geslagen. Ik
+wil niets meer weten, ik ben maar een dom mensch en een arme kerel."
+
+Hij zeide het in een hartstochtelijken opstand tegen zijn geheele
+verleden van trots en geluk. Toen hij wat kalmer geworden was, ging
+hij voort:
+
+"Ik heb nog slechts één verschrikkelijke gewetenswroeging. Ja, die
+laat mij niet los en drijft mij steeds weer hierheen, om rond te
+dwalen tusschen al die biddende menschen... En die is, dat ik mij
+niet eerst ben komen vernederen voor deze Grot door er mijn twee
+lievelingen heen te brengen. Zij zouden dan op haar knieën gevallen
+zijn, zooals al de vrouwen, die je daar ziet, en ik zou hetzelfde
+gedaan hebben, en de Heilige Maagd zou ze misschien genezen en voor
+mij gespaard hebben... Ik, zwakkop, heb niet anders gekund dan ze
+voor goed verliezen. Het is mijn schuld."
+
+Tranen stroomden nu over zijn wangen.
+
+"Ik herinner me nog, dat mijn moeder, een eenvoudige boerin, mij in
+mijn jeugd te Bartrès mijn handen liet vouwen, om iederen ochtend Gods
+hulp te vragen. Dat gebed is, toen ik weer zoo heelemaal alleen, zoo
+zwak en hulpeloos als een kind was, in mijn geheugen teruggekomen. Wat
+zal ik je zeggen, vriendlief, mijn handen hebben zich weer gevouwen
+als vroeger; ik was te rampzalig, te verlaten, ik voelde te zeer de
+behoefte aan een bovenmenschelijke hulp, aan een goddelijke macht, die
+voor mij dacht en wilde, die me wiegen en in haar eeuwige voorkennis
+van deze aarde wegnemen zou. O, die eerste dagen, wat een verwarring
+en verbijstering in mijn arm hoofd onder den zwaren slag, dien erop
+neergekomen was. Twintig nachten achter elkaar heb ik niet geslapen
+in de hoop, dat ik op die manier gek zou worden. Allerlei gedachten
+streden in mijn hoofd; ik had oogenblikken van opstand en verzet,
+waarin ik mijn vuist balde tegen den hemel, dan weer vernederde ik
+mij voor God en smeekte hem mij op mijn beurt tot zich te nemen...
+
+"Ten slotte heeft de zekerheid, dat er een gerechtigheid, dat er
+een liefde heerschen moest, mij rust geschonken en mij het geloof
+teruggegeven. Kijk eens, je hebt mijn dochter gekend, was ze niet
+mooi en heerlijk en stralend van jeugd en leven: welnu, zou het niet
+de meest schreeuwende onrechtvaardigheid zijn, als er voor haar,
+die het leven niet genoten heeft, niets was aan gene zijde van het
+graf? Zij moet opnieuw herleven, daar ben ik tot in het diepst van
+mijn ziel van overtuigd, want soms hoor ik haar nog, en zegt ze mij,
+dat we elkaar zullen terugvinden, elkaar zullen terugzien. O degenen,
+die je verloren hebt--mijn lieve dochter, mijn lieve vrouw weer terug
+zien, elders weer met haar verder teven, dat is de eenige hoop,
+dat is de eenige troost van al de smarten dezer wereld!... Ik heb
+mij aan God gewijd, omdat God alleen ze me teruggeven kan."
+
+Een rilling als van een zwak, krachteloos grijsaard doorhuiverde
+hem, en eindelijk begreep Pierre deze bekeering: de geleerde, de oud
+geworden intellectueel, die, onder de heerschappij van het gevoel tot
+het geloof terugkeerde. In de eerste plaats ontdekte hij, wat hij tot
+dat oogenblik niet had kunnen vermoeden, een soort geloofsatavisme bij
+dezen zoon der Pyrenaeën, den afstammeling van bergboeren, opgevoed
+in het geloof van legenden en die nu door de legenden weer ingepalmd
+werd, zelfs nadat vijftig jaren van positieve studiën verloopen
+waren. Daarbij kwam de menschelijke moeheid, de moeheid van den
+man, wien de wetenschap het geluk niet gegeven heeft en die tegen
+de wetenschap in opstand komt, zoodra zij hem beperkt, onmachtig om
+tranen te verhinderen, voorkomt. En ten slotte nog de ontmoediging,
+een twijfel aan alle dingen, die bij een oud, door het leven murw
+gemaakt man, uitloopt op een behoefte aan zekerheid, waardoor hij
+het geluk vindt in te slapen in zijn geloof.
+
+Pierre dacht er niet aan hem tegen te spreken of hem te bespotten,
+want de aanblik van dien grooten, door het lot zoo zwaar getroffen
+grijsaard met zijn smartelijke kindschheid, verscheurde zijn hart. Is
+het niet treurig de sterkste en knapste mannen onder dergelijke slagen
+weer kinderen te zien worden?
+
+"Ach!" zuchtte hij, "mocht ik ook maar zooveel lijden, om ook mijn
+verstand het zwijgen op te leggen, op mijn knieën te vallen en aan
+al die sprookjes te gelooven!"
+
+Het glimlachje, dat soms nog om dr. Chassaigne's lippen speelde,
+verscheen weer.
+
+"De wonderen bedoel je zeker, hè? Jij bent priester, beste jongen,
+en ik ken je lijden... Wonderen schijnen jou onmogelijk. Wat weet je
+ervan? Zeg toch tegen jezelf, dat je niets weet en dat het volgens
+ons oordeel onmogelijke zich iedere minuut verwezenlijkt... Maar kom,
+we hebben al zoo lang gepraat, het zal dadelijk elf uur zijn en je
+moet naar de Grot terug. Maar ik verwacht je om half vier, dan zal
+ik je meenemen naar het bureau van medische constateeringen, waar ik
+je dingen hoop te laten zien, waarover je je handen in elkaar zult
+slaan... Vergeet het niet, om half vier!"
+
+Hij liet hem gaan en bleef alleen op de bank zitten. De warmte was
+nog toegenomen, de heuvels in de verte brandden in den ovengloed der
+zon. En hij gaf zich over aan zijn gepeinzen, droomde in het groene
+schemerlicht der schaduw, luisterde naar het aanhoudend gemurmel van
+den Gave, alsof een stem uit het hiernamaals, een dierbare stem tot
+hem sprak.
+
+Pierre haastte zich naar Marie. Het kostte hem niet al te veel moeite:
+de menigte was zoo groot niet meer; velen gingen reeds dejeuneeren. Hij
+vond bij het meisje haar vader, die hem dadelijk zijn lange afwezigheid
+willen uitleggen. Meer dan twee uur had hij 's ochtends heel Lourdes
+afgeloopen, wel in twintig hotels kamers gevraagd, zonder ook maar
+het kleinste slaapvertrekje te kunnen vinden: de dienstbodenkamers
+zelf waren verhuurd; je kon zelfs geen matras machtig worden, om
+in de gang op te slapen. Toen hij de wanhoop al nabij was, had hij
+nog twee kamertjes ontdekt, heel kleine wel, maar in een goed hotel,
+het Hôtel des Apparitions, een der drukste van de stad. De menschen,
+die de kamertjes besproken hadden, hadden juist getelegrapheerd,
+dat haar zieke gestorven was. In het kort een groot buitenkansje,
+waarover hij erg in zijn schik scheen.
+
+Het sloeg elf uur; de jammerlijke stoet zette zich weer in beweging
+over de pleinen en door de bezonde straten. Toen zij bij het Hôpital
+de Notre-Dame des Douleurs was, drong Marie er bij haar vader en
+den jongen priester op aan, dat zij kalm in het hotel zouden gaan
+dejeuneeren en dan verder wat rust nemen, alvorens haar om twee uur,
+wanneer men de zieken naar de Grot zou brengen, weer te komen halen. Na
+het dejeuner in het hotel gingen de beide mannen naar hun kamer,
+waar mijnheer de Guersaint, uitgeput van moeheid, onmiddellijk in
+zoo'n diepen slaap viel, dat Pierre niet over zich kon verkrijgen
+hem wakker te maken. Waartoe ook eigenlijk? Zijn aanwezigheid was
+niet bepaald noodzakelijk. Zoo ging hij alleen naar het Hôpital
+terug, de stoet ging de avenue de la Grotte weer af, het plateau de
+la Merlasse langs, de place du Rosaire over te midden van de steeds
+grooter wordende menigte, die rillend het teeken des kruises maakte in
+de vreugde van den heerlijken Augustusmiddag. Het was het glorierijke
+uur van een mooien middag.
+
+Nadat Marie weer voor de Grot gebracht was, vroeg zij:
+
+"Komt vader dadelijk?"
+
+"Ja, hij rust wat uit."
+
+Zij maakte een gebaar als om te kennen te geven, dat hij gelijk
+had. En met bevende stem zeide zij:
+
+"Luister eens Pierre, je moet me niet voor over een uur komen halen,
+om me naar den vijver te brengen. Ik ben nog niet in een toestand om
+de genade Gods deelachtig te worden, ik wil bidden, bidden nog."
+
+Nadat zij zoo vurig verlangd had daar te zijn, werd zij op het
+oogenblik, dat zij het wonder wilde beproeven, door een angst bevangen,
+maakten gewetensbezwaren haar aarzelend; en toen zij vertelde, dat
+zij niets had kunnen eten, kwam een jong meisje naar haar toe.
+
+"Wanneer u u te zwak voelt, mademoiselle, dan hebben we hier bouillon."
+
+Zij herkende Raymonde. In de Grot waren n.l. jonge meisjes aangewezen,
+om koppen bouillon en melk onder de zieken uit te deelen. De
+vorige jaren hadden echter sommigen haar coquetterie met fijne
+zijden, met kant afgezette schorten zoo ver gedreven, dat er thans
+een uniform-schort van blauw en wit geruit linnen voorgeschreven
+was. Desniettemin zag Raymonde er in al dien eenvoud met haar jeugd
+en haar druk als een jong huisvrouwtje in de weer zijn bekoorlijk uit.
+
+"U geeft me maar even een wenk, dan breng ik u wat."
+
+Marie bedankte echter, zeide, dat zij zeker niets gebruiken zou;
+dan wendde zij zich tot den priester:
+
+"Een uur, een uur nog, lieve vriend!"
+
+Pierre wilde bij haar blijven. Maar het geheele plein moest
+gereserveerd blijven voor de zieken; zelfs dragers werden er niet
+toegelaten. Meegevoerd door den beweeglijken stroom der menigte,
+kwam Pierre bij den vijver, waar een buitengewoon schouwspel hem
+staande hield. Vóór de drie als hostiekastjes gebouwde kapelletjes,
+in ieder waarvan zich drie badkuipen bevonden, drie voor mannen en
+zes voor vrouwen, was onder de boomen een groote ruimte, die door
+een aan de takken vastgemaakt touw afgesloten en geopend werd; daar
+wachtten in kleine rijtuigjes of op draagbaren de zieken in een rij
+hun beurt af, terwijl aan den anderen kant zich een ontzaglijke,
+tot extase opgezweepte menigte bevond. Op dat oogenblik leidde een
+capucijner, die midden in de vrije ruimte stond, de gebeden. De Ave's,
+die de menigte in een luid verward geprevel herhaalden, volgden
+elkaar op. Plotseling, juist toen madame Vincent, die sedert langen
+tijd vol angst stond te wachten, eindelijk met haar dierbaren last,
+haar op een Jezus van was gelijkend dochtertje, naar binnen ging,
+liet de capucijner zich op de knieën vallen en riep, zijn armen in
+den vorm van een kruis ten hemel geheven:
+
+"Heer, genees onze zieken!" En hij herhaalde dien kreet tien,
+twintigmaal in steeds stijgende geestvervoering, terwijl de menigte,
+zich bij iederen kreet meer opwindend, dien herhaalde, in snikken
+uitbarstte en de aarde kuste. Als een storm van waanzin gierde het over
+allen heen. Pierre bleef staan, geheel van streek door het snikken van
+lijden, dat uit het diepst der ziel van dat volk omhoog rees, eerst een
+gebed, dat steeds luider werd, doch waarin weldra een eisch doorklonk,
+een klank van ongeduld, van verdoovende en verbitterde woede, als om
+den hemel geweld aan te doen, te willen dwingen. "Heer, genees onze
+zieken... Heer, genees onze zieken!..." De kreet hield niet op.
+
+Doch er deed zich een incident voor. La Grivotte weende heete tranen,
+omdat men haar niet wilde laten baden.
+
+"Zij zeggen, dat ik een teringlijdster ben, en dat zij teringachtigen
+niet in het koude water kunnen dompelen... Maar vanochtend hebben
+ze het wel gedaan, ik heb het zelf gezien. Waarom ik dan niet? Ik
+bezweer ze nu al een half uur lang, dat ze de Heilige Maagd verdriet
+doen. Ik zal genezen worden, ik voel het, ik zal genezen worden..."
+
+Daar het er op ging lijken alsof zij een schandaal wilde maken, ging
+een der geestelijken naar haar toe, trachtte haar te kalmeeren. Ze
+zouden dadelijk wel eens zien, ze zouden het oordeel der eerwaarde
+paters vragen. Als zij zich nu kalm hield, zou men haar misschien
+wel laten baden.
+
+De kreet: "Heer, genees onze zieken!... Heer, genees onze
+zieken!..." bleef doorklinken. Pierre zag nu ook madame Vêtu voor
+den vijver wachten en hij kon zijn blikken niet meer afwenden van dit
+door angstige hoop vertrokken gezicht met de op de deur, waaruit de
+uitverkorenen genezen terugkwamen, starende oogen.
+
+Te midden van de steeds luider opstijgende gebeden en de tot waanzin
+aanwakkerende geestvervoering, kwam madame Vincent terug met haar kind
+op de armen, haar jammerlijk, aangebeden kind, dat men bewusteloos in
+het koude water ondergedompeld had en welks nog niet geheel afgedroogd
+gezichtje met de gesloten oogen even bleek, even pijnlijk, even
+lijkkleurig bleef. De moeder, gemarteld door dien langen doodsstrijd,
+wanhopig door de weigering der Heilige Maagd, die ongevoelig was voor
+het lijden van haar kind, snikte. En toen op haar beurt madame Vêtu
+met de opgewonden haast van een stervende, die het leven drinken wil,
+binnenging, barstte weer, zonder ontmoediging en zonder moeheid, de
+kreet uit: "Heer, genees onze zieken!... Heer, genees onze zieken!..."
+
+De capucijner was met zijn gezicht op den grond gevallen, en de
+menigte brulde, de armen in den vorm van een kruis ten hemel geheven,
+en verslond de aarde met kussen.
+
+Pierre wilde naar madame Vincent gaan, om haar moed in te spreken,
+maar een nieuwe stroom van pelgrims belette hem door te loopen en
+wierp hem terug naar de bron, die een andere menigte belegerde. De
+bron bestond uit een laag bouwwerk, een langen, steenen muur met
+een uitgehouwen kapversiering; niettegenstaande de twaalf kranen,
+die het water in het kleine bassin vloeien deden, had men ook daar
+een queue moeten vormen. Velen vulden daar hun flesschen, kruiken
+van tin of van aardewerk. Om te groot waterverlies te voorkomen, werd
+iedere kraan slechts opengezet, wanneer men op een knop drukte. Zij,
+die geen kruiken te vullen hadden, kwamen drinken of haar gezicht
+wasschen. Pierre zag een jongen man, die zeven kleine glaasjes dronk
+en zevenmaal zijn oogen bette, zonder zich af te drogen. Anderen weer
+dronken uit schelpen, tinnen bekers of lederen zakken.
+
+Vooral werd zijn aandacht getrokken door Elise Rouquet, die het niet
+noodig oordeelde voor de vreeselijke wonde, waardoor haar gezicht
+weggevreten werd, naar de vijvers te gaan en zich er sinds den ochtend
+mee vergenoegde, zich ieder uur aan de bron te wasschen. Zij knielde
+neer, sloeg den sluier weg en drukte lang op de wond een zakdoek,
+die zij als een spons met het wonderbare water drenkte; om haar
+heen verdrong de menigte zich in zoo koortsachtige opwinding, dat
+de menschen haar gezicht niet meer zagen en zich waschten en dronken
+aan dezelfde kraan, waaraan zij haar zakdoek bevochtigde.
+
+Op dat oogenblik kwam Gérard voorbij, die mijnheer Sabathier naar den
+vijver sleepte en, nu hij Pierre daar zag staan, dezen riep. Hij vroeg
+hem met hem mede te gaan, om hem wat te helpen; want het zou niet
+makkelijk zijn dezen verlamden zieke in het water te krijgen. Zoo
+bleef Pierre bijna een half uur bij den vijver der mannen, terwijl
+Gérard in de Grot een andere ging halen.
+
+Pierre vond de inrichting van dezen vijver uitstekend. Er waren drie
+afdeelingen, drie hokjes, waaruit men met trapjes naar beneden ging en
+die door tusschenschotten van elkaar gescheiden waren: de ingang tot
+iedere afdeeling was voorzien met een klein gordijn, dat men dicht
+kon trekken, om den zieke af te zonderen. Van voren bevond zich een
+gemeenschappelijke zaal, een met tegels voorziene ruimte, waarin een
+bank en twee stoelen stonden en die als wachtkamer diende; de zieken
+kleedden zich daar aan en uit met een onbeholpen haast en een onrustig
+gevoel van schaamte. Er was op het oogenblik een nog ontkleed man,
+die zich half in het gordijn gewikkeld had en met bevende handen zijn
+verband weer aanlegde. Een andere, een ontzettend magere teringlijder,
+rilde en reutelde; zijn huid was met violette vlekken beplekt. Pierre
+doorhuiverde een rilling, toen hij broeder Isidore uit een der vijvers
+zag halen; hij was bewusteloos, men dacht reeds, dat hij dood was,
+maar dan begon hij weer te kreunen: het was om diep medelijden te
+krijgen met dat groote, door het lijden uitgeteerde lichaam, dat denken
+deed aan een op een slagershakblok geworpen stuk menschenvleesch,
+waarin een wonde aan de zijde een groot gat vormde. Het kostte den
+twee mannen, die hem gebaad hadden, de grootste moeite, om hem zijn
+hemd aan te trekken, bang als zij waren, dat hij een te plotselingen
+schok niet zou kunnen doorstaan.
+
+"U wilt mij zeker wel even helpen, mijnheer de abbé?" vroeg de helper,
+die mijnheer Sabathier uitkleedde.
+
+Onmiddellijk was Pierre bereid; en toen hij den verpleger, die deze
+zoo nederige functies vervulde, eens aankeek, herkende hij in hem
+markies de Salmon-Roquebert, dien mijnheer de Guersaint hem bij
+het verlaten van het station aangewezen had. Het was een veertiger
+met een grooten neus en een lang gezicht. Als laatste afstammeling
+van een der oudste en aanzienlijkste Fransche families bezat hij
+een reusachtig fortuin, een koninklijk paleis in de rue de Lille te
+Parijs en uitgestrekte goederen in Normandië. Ieder jaar kwam hij zoo
+uit Christelijke liefde, maar zonder godsdienstig fanatisme, want hij
+nam zijn plichten slechts waar, omdat het een man van de wereld paste,
+gedurende de drie dagen van de nationale bedevaart naar Lourdes. Hij
+wilde volstrekt niets bijzonders zijn, slechts een gewoon helper,
+die dit jaar met van moeheid geradbraakte armen de zieken hielp baden,
+terwijl zijn handen van den vroegen ochtend tot den laten avond bezig
+waren lompen op te rapen, verbanden af te nemen en weer aan te leggen.
+
+"Pas op!" zeide hij, "trek zijn kousen langzaam uit. Bij den armen
+kerel, dien ze daar weer aan het aankleeden zijn, hebben ze de huid
+meegetrokken."
+
+En toen hij een oogenblik mijnheer Sabathier verliet, om den
+ongelukkige zijn schoenen aan te trekken, voelde hij met zijn vingers,
+dat de linkerschoen van binnen nat was. Hij keek en zag dat er etter
+in de neus van den schoen geloopen was; hij moest die eerst gaan
+leeggooien, voor hij hem den zieke weer kon aantrekken, waarbij hij
+zeer zorgvuldig vermeed het been aan te raken, dat door een gezwel
+weggevreten werd.
+
+"Laten we nu samen de onderbroek uittrekken," zeide hij tegen
+Pierre, toen hij weer naar mijnheer Sabathier terugkwam; "dan gaat
+het makkelijker."
+
+In het kleine vertrek waren alleen de zieken en de met den dienst
+belaste verplegers. Ook was er een geestelijke, die steeds door Pater's
+en Ave's bad, want het bidden mocht geen oogenblik ophouden. Een
+eenvoudig, fladderend gordijn sloot de deur, welke uitkwam op de
+breede, door touwen beschermde ruimte; het vurige bidden der menigte
+drong er in een aanhoudend geprevel door, terwijl men de doordringende
+stem van den capucijner zonder onderbreking hoorde herhalen: "Heer,
+genees onze zieken!... Heer, genees onze zieken!..." Door hooge ramen
+viel een koud licht binnen; er hing steeds een vochtige atmospheer,
+een muffe, vieze kelderlucht.
+
+Eindelijk was mijnheer Sabathier ontkleed; voor de welvoeglijkheid
+had men hem een smal schortje om zijn buik gebonden.
+
+"Dompel mij langzamerhand onder, wat ik u verzoeken mag," zeide hij.
+
+Hij was bang voor het koude water. Hij vertelde nog, dat hij de
+eerste maal zoo'n vreeselijke rilling gekregen had, dat hij zich
+plechtig voorgenomen had niet weer te beginnen. Als men hem hoorde,
+was er geen erger marteling denkbaar. Verder, zeide hij, had het water
+niets aantrekkelijks; want uit vrees, dat het door de bron geleverde
+water niet voldoende zijn zou, laten de paters der Grot het water
+slechts tweemaal per dag ververschen; en daar er in hetzelfde water
+meer dan honderd zieken gingen, kan men zich voorstellen, welk een
+verschrikkelijke brei het ten slotte werd.
+
+Alles vond men erin, bloeddraden, stukken huid, korsten, pluksel en
+verbanden, een afschuwlijk consommé van alle kwalen, alle wonden,
+alle besmetting: een echte kweekplaats van vergiftigende kiemen;
+een essence van de vreeselijkste giffen; het wonder scheen daarin te
+bestaan, dat men levend uit die menschelijke modder kwam.
+
+"Zachtjes aan, zachtjes aan!" herhaalde mijnheer Sabathier tegen
+Pierre en den markies, die hem onder de dijen genomen hadden, om hem
+naar het bad te dragen.
+
+Hij keek met kinderlijken angst naar het water, dat dikke, loodkleurige
+water, waarop verdacht glimmende plekken dreven. Links aan den rand
+lag een roode bloedklonter, alsof een abces op die plek doorgebroken
+was. Stukken linnen zwommen rond als dood vleesch. Maar zijn schrik
+voor het koude water was zoo groot, dat hij toch die vuile baden
+van den namiddag liever had, omdat alle lichamen, die er zich in
+onderdompelden, het water ten slotte wat warmer maakten.
+
+"Wij zullen u langs de treden laten afglijden," fluisterde de markies.
+
+Dan verzocht hij Pierre hem stevig onder de oksels vast te houden.
+
+"Wees maar niet bang," zeide de priester; "ik zal hem niet loslaten."
+
+Langzaam werd mijnheer Sabathier neergelaten. Men zag nog slechts
+zijn rug, een armzaligen, pijnlijken rug, die slingerde en opzwol en
+vlammende kleuren kreeg. Toen hij ondergedompeld werd, viel zijn hoofd
+krampachtig achterover, hoorde men iets als het kraken van beenderen,
+terwijl hij benauwd adem haalde, als zou hij stikken.
+
+De geestelijke, die voor het bad stond, begon weer met nieuwen
+geestdrift:
+
+"Heer, genees onze zieken!... Heer, genees onze zieken!"...
+
+Mijnheer de Salmon-Roquebert herhaalde het gebed, dat voor de helpers
+bij iedere onderdompeling voorgeschreven was. Pierre moest het ook
+doen en zijn medelijden bij het zien van al dat lijden was zóó groot,
+dat hij iets van zijn geloof terugvond; in langen tijd had hij niet zoo
+gebeden; hij wenschte vurig, dat er een God in den hemel was, wiens
+almacht de lijdende menschheid verlichting zou kunnen schenken. Maar
+toen zij na drie of vier minuten mijnheer Sabathier doodsbleek
+en rillend van koude uit het bad optrokken, overviel hem een nog
+troosteloozer droefheid bij het zien van dien ongelukkigen verlamde,
+die geen enkele verlichting voelde: nog een nuttelooze poging! De
+Heilige Maagd had zich ook de zevende maal niet verwaardigd hem te
+verhooren. Hij sloot de oogen, twee dikke tranen druppelden uit zijn
+oogleden, terwijl men hem weer aankleedde.
+
+Daarna zag Pierre den kleinen Gustave Vigneron, die met zijn kruk
+binnenkwam, om zijn eerste bad te nemen. Bij de deur waren zijn vader,
+zijn moeder en zijn tante, madame Chaise, op hun knieën gevallen. In
+de menigte werd gemompeld; men fluisterde, dat het een hoofdambtenaar
+van het ministerie van Financiën was. Juist toen het kind zich begon
+te ontkleeden, ontstond er een opwindende beweging; pater Fourcade en
+pater Massias kwamen aanloopen en gaven bevel de onderdompelingen te
+staken. Het groote wonder zou beproefd worden, de buitengewone genade,
+waarom sedert den ochtend zoo vurig gesmeekt werd, de herrijzenis
+van den man.
+
+Buiten bleef het bidden aanhouden, een razend aanroepen van
+stemmen, die zich, in den warmen zomermiddag, in den hemel
+verloren. Een overdekte baar werd binnengedragen en midden in het
+vertrek neergezet. Baron Suire, de voorzitter der Hospitalité, en
+Berthaud volgden, want het avontuur bracht het geheele personeel in
+beweging. Tusschen deze twee en de beide paters van Maria Hemelvaart
+werd een fluisterend gesprek gevoerd. Dan vielen dezen op hun knieën,
+met hun armen in den vorm van een kruis ten hemel geheven, en baden,
+hun gezicht straalde, verheerlijkt door hun vurigen wensch om Gods
+almacht zich te zien openbaren.
+
+"Heer, verhoor ons!... Heer, verhoor ons!"
+
+Men had mijnheer Sabathier weggevoerd; er waren geen andere zieken
+meer dan de kleine Gustave, die half ontkleed op een stoel vergeten
+was. De lakens van de baar werden weggetrokken, het lijk van den
+man werd zichtbaar, stijf reeds, als ingeschrompeld en vermagerd,
+de groote oogen, die zich niet sluiten wilden, wijd open. Maar
+men moest hem ontkleeden, want hij had zijn kleeren nog aan: dit
+vreeselijke werk deed de helpers een oogenblik aarzelen. Pierre zag,
+dat markies de Salmon-Roquebert, die zich met zooveel toewijding aan
+de levenden gaf, ter zijde was gaan staan en ook neerknielde, om het
+lijk niet aan behoeven te raken. Hij volgde zijn voorbeeld en knielde,
+om zich een houding te geven, naast hem neer.
+
+Langzamerhand geraakte pater Massias in geestdrift en bad met zoo
+luide stem, dat zij die van zijn superieur, pater Fourcade, overstemde.
+
+"Heer, geef ons onzen broeder terug!... Heer, doe het tot Uw roem!"
+
+Reeds had een der helpers zich vermand de broek van den man uit te
+trekken, maar de beenen gaven niet mede, het lijk moest opgelicht
+worden; de andere helper, die de oude jas losknoopte, maakte half
+fluisterend de opmerking, dat het eenvoudiger zou zijn alles met een
+schaar los te knippen, anders zou men nooit klaar komen.
+
+Berthaud kwam vlug naar hem toe. Hij had even baron Suire
+geraadpleegd. In den grond van zijn hart keurde hij, als ervaren man,
+het af, dat pater Fourcade een dergelijk avontuur beproefd had. Maar
+het was nu niet mogelijk meer de zaak geen voortgang te doen hebben;
+de menigte wachtte, smeekte sedert den ochtend den hemel. Het was
+het verstandigst de zaak zoo spoedig mogelijk en met den grootst
+mogelijken eerbied voor den doode tot een einde te brengen. Berthaud
+vond het dan ook beter, om hem geheel gekleed onder te dompelen dan
+met hem te sollen tot hij ontkleed zou zijn. Het zou nog altijd vroeg
+genoeg zijn om hem van kleeren te doen verwisselen, wanneer hij tot
+het leven terugkeerde; was dat niet het geval, wat kwam het er dan
+eigenlijk op aan? Vlug zeide hij dat alles tegen de mannen, waarna hij
+hen hielp riemen onder de dijen en de schouders van den man te doen.
+
+Pater Fourcade had met een hoofdknikje zijn toestemming gegeven,
+terwijl pater Massias zijn gebeden nog hartstochtelijker ten hemel
+zond:
+
+"Heer, blaas op hem en hij zal herleven!... Heer, geef hem zijn ziel
+terug, opdat hij u love!"
+
+De twee helpers lichtten den man aan de riemen op, droegen hem boven
+het bad en lieten hem dan, gekweld door vrees, dat hij uit de riemen
+schieten zou, langzaam in het water neer. En Pierre, door afschuw
+aangegrepen, zag hoe het lijk onderdompelde met zijn afgedragen
+kleeren, die tegen het lichaam plakten en het geraamte duidelijk
+afteekenden. Hij bleef drijven als een verdronken drenkeling. Het
+afschuwlijkste was, dat het hoofd, ondanks de stijfheid, achterover
+viel; het bleef onder water, hoezeer de helpers ook trachtten den riem
+van de schouders op te trekken. Een oogenblik scheelde het weinig of
+de man was uit de riemen gegleden. Hoe zou hij zijn adem terug kunnen
+krijgen, nu hij zijn mond onder water had, terwijl zijn groote open
+oogen onder dezen sluier voor de tweede maal schenen te breken.
+
+Gedurende de drie eindelooze minuten, die men hem onder hield,
+trachtten de twee paters van Maria Hemelvaart en de andere geestelijke,
+in een paroxysme van hoop en geloof, den hemel als het ware te dwingen.
+
+"Heer, zie hem slechts aan, en hij zal uit den doode herrijzen!...
+Heer, dat hij opsta op Uw woord, om de wereld te bekeeren!... Heer,
+U hebt slechts één woord te zeggen, en de geheele wereld zal Uw lof
+verkondigen!"
+
+Alsof een bloedvat in zijn keel gesprongen was, viel pater Massias
+rochelend op zijn ellebogen, had nog slechts de kracht, om de tegels te
+kussen. En van buiten drong nog steeds het geschreeuw der menigte, de
+steeds weer herhaalde kreet, dien de capucijner nog altijd uitstiet:
+"Heer, genees onze zieken!..." Het klonk zoo vreemd, dat Pierre
+een kreet van verzet moest onderdrukken. Naast zich voelde hij den
+markies beven. Het was dan ook een algemeene opluchting, toen Berthaud,
+die beslist boos was over dit avontuur, met iets barsch in zijn stem
+tegen de helpers zeide:
+
+"Haalt hem eruit! Haalt hem er toch uit!"
+
+Ze haalden den man op en legden hem in de lompen, welke als die
+van een drenkeling aan zijn ledematen plakten, op de baar. Uit zijn
+haren dropen kleine beekjes, die den vloer overstroomden. En de doode
+bleef dood.
+
+Allen waren opgestaan en keken te midden van een benauwende stilte
+naar hem. Toen men hem weer bedekte en hem wegdroeg, volgde pater
+Fourcade hem, leunend op den schouder van pater Massias, trekkend met
+zijn jichtig been, waarvan hij de pijnlijke stijfheid een oogenblik
+vergeten had. Hij vond onmiddellijk zijn kalme sterkte terug en
+tijdens een stilte hoorde men hem tegen de menigte zeggen:
+
+"Geliefde broeders en zusters, God heeft hem ons niet terug willen
+geven. Zeker omdat Hij hem in Zijn oneindige goedheid onder Zijn
+uitverkorenen heeft opgenomen."
+
+Dat was alles; van den man was geen sprake meer. Weer werden zieken
+aangebracht, de twee andere hokjes waren nu ook bezet. Intusschen
+kleedde de kleine Gustave, die het tooneel zonder angst, met
+nieuwsgierig-scherpen blik gevolgd had, zich verder uit. Zijn
+jammerlijk, klierachtig kinderlichaam met zijn vooruitspringende
+ribben en den doornvormigen ruggegraat, kwam bloot. Het was zoo mager,
+dat zijn beenen op stokken geleken, het linker vooral, dat heelemaal
+uitgeteerd, de beenderen liet zien; bovendien had hij twee wonden,
+een aan de dij en een aan de heup, deze laatste afzichtelijk met het
+vleesch, dat geheel bloot lag.
+
+Toch glimlachte hij: het lijden had hem zóó gelouterd, dat hij
+ondanks zijn vijftien jaar, die hem nauwlijks tien deden schijnen,
+het verstand en de dappere philosophie van een man scheen te hebben.
+
+Markies de Salmon-Roquebert, die hem voorzichtig in zijn armen genomen
+had, weigerde Pierre's hulp.
+
+"Dank u, hij is niet zwaarder dan een vogeltje... Wees maar niet bang,
+jongen, ik zal het langzaam aan doen."
+
+"O, mijnheer, ik ben niet bang voor koud water, u kunt me gerust
+kopje onder doen."
+
+Zoo werd hij in het bad gebracht, waarin men het lijk gedompeld
+had. Bij de deur waren madame Vigneron en madame Chaise, die niet
+konden binnenkomen, weer neergeknield en baden vurig, terwijl de
+vader, die in het vertrek toegelaten was, telkens weer het teeken
+des kruises maakte.
+
+Pierre ging, nu hij niet meer helpen kon, weg. De plotseling in
+hem opkomende gedachte, dat het reeds lang drie uur geslagen had en
+Marie dus op hem wachten moest, deed hem zich haasten. Maar terwijl
+hij trachtte door de menigte heen te komen, zag hij het jonge meisje
+reeds komen, voortgereden door Gérard, die steeds meer zieken naar
+de vijvers bracht. Zij was ongeduldig geworden; plotseling had zij
+de zekerheid gekregen, dat zij zich nu in een staat, waarin zij de
+genade waardig was, verkeerde. Vriendelijk verwijtend zeide zij:
+
+"Hadt je me vergeten, vriendlief?"
+
+Hij wist niet wat te antwoorden, zag haar in den ingang van
+den vrouwenvijver verdwijnen en viel doodelijk bedroefd op zijn
+knieën. Zóó, in die houding, wilde hij op haar wachten, om haar,
+ongetwijfeld genezen en lofzangen zingend, naar de Grot terug
+te brengen. Moest zij, nu zij zeker was van haar genezing, niet
+genezen worden? Maar vergeefs zocht hij naar woorden des gebeds in
+het diepst van zijn geschokt gemoed. Hij bleef onder den indruk
+der verschrikkelijke dingen, die hij gezien had. Hij voelde zich
+uitgeput van physieke vermoeidheid en zoo geestelijk terneergedrukt,
+dat hij niet meer wist, wat hij zag of geloofde. Alleen zijn overgroote
+teedere liefde voor Marie bleef, deze liefde, die in hem een behoefte
+wakker riep aan smeeken en vernedering, overtuigd als hij was, dat de
+kleinen, wanneer zij werkelijk lief hadden en de machtigen smeeken,
+ten slotte genade verkrijgen. En tot zijn eigen verbazing hoorde hij
+zichzelf met een door angst beklemde stem, die uit het diepst van
+zijn wezen kwam, met de menigte instemmen:
+
+"Heer, genees onze zieken!... Heer, genees onze zieken!..."
+
+Dat duurde tien minuten, een kwartier misschien. Toen kwam Marie
+in haar wagentje terug. De wanhoop stond op haar bleek gelaat;
+haar mooie haren waren opgenomen in een zwaren, gouden wrong, dien
+het water niet aangeraakt had. Zij was niet genezen. Eene ontzetting
+van oneindige moedeloosheid sloot haar mond, terwijl haar oogen zich
+afwendden als om niet de blikken te ontmoeten van den priester, die,
+diep ontroerd en met een tot ijs verstijfd hart zich vermande om haar
+weer voor de Grot terug te rijden.
+
+En de kreet der geloovigen, die, hun armen in den vorm van een kruis
+ten hemel heffend, den grond kusten, rees weer op in den toenemenden
+waanzin, die door de scherpe stem van den capucijner aangezweept werd.
+
+"Heer, genees onze zieken!... Heer, genees onze zieken!..."
+
+Toen Pierre weer met haar voor de Grot stilhield, kreeg zij een
+flauwte. Gérard, die er ook bij was, zag Raymonde met een kop bouillon
+toeschieten; en van dat oogenblik af was het tusschen die twee als
+het ware een wedstrijd, om de zieke te helpen. Raymonde deed al het
+mogelijke om haar den bouillon te doen drinken: vriendelijk en met de
+liefkoozende gebaartjes van een verpleegster hield zij haar den kop
+voor, zoodat Gérard dit meisje zonder vermogen, dat reeds zoo ervaren
+in de dingen des levens was en geheel voorbereid scheen te zijn
+met krachtige en toch liefderijke hand een huishouden te besturen,
+wel bekoorlijk vinden moest. Berthaud had gelijk: dit was de vrouw,
+die hij noodig had.
+
+"Wil ik haar misschien wat oprichten, mademoiselle?" vroeg hij.
+
+"Dank u, mijnheer, ik ben sterk genoeg... Trouwens ik zal haar met
+den lepel wat ingieten, dat gaat makkelijker."
+
+Maar Marie, die in haar schuw zwijgen volhardde, kwam weer bij en
+weigerde met een gebaar den bouillon. Zij wilde dat men haar met
+rust laten en niet tegen haar spreken zou. Eerst toen de anderen,
+tegen elkaar glimlachend, zich verwijderden, zeide zij met doffe stem
+tegen den priester:
+
+"Vader is dus niet gekomen?"
+
+Pierre aarzelde even, doch moest dan de waarheid bekennen:
+
+"Ik heb je vader laten slapen; hij zal niet wakker geworden zijn."
+
+Toen viel Marie in haar moedeloosheid terug en zond ook hem met een
+gebaar, waarmede zij alle hulp afwees, weg. Onbeweeglijk bleef zij
+liggen, zij bad niet meer, staarde slechts met haar groote strakke
+oogen naar de marmeren Maagd, het witte beeld in den lichtglans der
+Grot. En daar het vier uur sloeg, ging Pierre, die zich zijn afspraak
+met dr. Chassaigne herinnerde, diep bedroefd naar het bureau, waar
+de wonderen geconstateerd worden.
+
+
+
+
+IV.
+
+Dr. Chassaigne wachtte Pierre vóór het bureau, waarin de genezingen
+geneeskundig vastgesteld worden, op. Doch er stond daar een dichte,
+koortsachtig opgewonden menigte, welke de zieken, die binnengingen,
+afwachtte en ondervroeg, en ze, wanneer ze er weer uit kwamen,
+toejuichte, als het nieuws van het wonder zich verspreidde: een blinde
+die zag; een doove, die weer hoorde; een lamme, die weer loopen kon.
+
+"Nu?" vroeg hij aan den dokter; "zullen we een wonder zien, maar een
+echt, een onbetwistbaar?"
+
+Toegeeflijk in zijn nieuw geloof, glimlachte de dokter.
+
+"Wat zal ik je zeggen, vriendlief? Een wonder geschiedt niet maar
+zoo op commando. God grijpt in, als Hij wil!"
+
+Heeren der Hospitalité bewaakten streng de deur. Allen kenden den
+dokter; zij gingen eerbiedig ter zijde en lieten hem met Pierre
+binnengaan. Dit bureau, waarin de genezingen geconstateerd werden,
+was zeer ongerieflijk ondergebracht in een jammerlijke planken hut
+van twee vertrekken, een kleine voorkamer en een gewone, onvoldoend
+ingerichte vergaderzaal. Er was sprake van dezen tak van dienst te
+verbeteren, door hem onder te brengen in een groot lokaal onder een der
+hellingen van de Rozenkranskerk, waar men reeds met de voorbereidende
+maatregelen bezig was.
+
+In de wachtkamer zag Pierre op de eenige houten bank twee zieken
+zitten, die onder toezicht van een der heeren van de Hospitalité
+haar beurt afwachtten. Doch toen hij in het groote vertrek kwam,
+vond hij daar tot zijn verbazing een groot aantal personen bijeen,
+terwijl de verstikkende hitte, die tusschen de houten muren, waarop de
+zon stond te branden, opgehoopt was, hem op zijn keel sloeg. Het was
+een vierkant, licht geel geschilderd, kaal vertrek met één venster,
+waarvan de ruiten gewit waren, opdat de menigte, die zich buiten
+verdrong, niet naar binnen zou kunnen zien. Men durfde zelfs het raam
+niet openzetten, om wat versche lucht binnen te laten, want dan werden
+onmiddellijk verschillende nieuwsgierige hoofden naar binnen gestoken.
+
+Het meubilair was al even primitief als de rest: twee vuurhouten tafels
+van ongelijke hoogte, die tegen elkaar aan geplaatst waren en die men
+zelfs niet met een kleed had bedekt; een soort groote loketkast vol
+slecht gerangschikte paperassen, dossiers, registers en brochures;
+een dertig stoelen met stroozittingen, die ongeveer de geheele ruimte
+innamen, en eindelijk twee oude versleten fauteuils voor de zieken.
+
+Onmiddellijk ging dr. Bonamy dr. Chassaigne, die een der laatste
+en roemrijkste veroveringen der Grot was, tegemoet. Hij haalde
+onmiddellijk een stoel voor hem, en ook uit eerbied voor diens soutane,
+voor Pierre. Dan zeide hij op zijn meest hoffelijken toon:
+
+"U wilt me zeker wel vergunnen, door te gaan, waarde collega... We
+waren juist bezig mademoiselle daar te onderzoeken."
+
+Het betrof een doove, een boerenmeisje van twintig jaar, dat in
+een der fauteuils zat. Maar in plaats van te luisteren, vergenoegde
+Pierre, die doodmoe was en wiens ooren nog suisden, er zich mee rond
+te kijken en te zien wie zich eigenlijk in dit vertrek bevonden. Er
+waren er ongeveer een vijftig, waarvan er velen tegen den muur
+stonden te leunen. Voor de twee tafels zaten vijf personen; in
+het midden het hoofd van den dienst der vijvers, die over een dik
+register gebogen zat; verder een pater van Maria Hemelvaart en drie
+jonge seminaristen, die als secretarissen dienst deden, schreven,
+de dossiers doorliepen en na ieder onderzoek weer ordenden. Pierre
+keek een oogenblik belangstellend naar een pater der Onbevlekte
+Ontvangenis, pater Dargelès, hoofdredacteur van den Journal de la
+Grotte, dien men hem 's ochtends aangewezen had. Zijn klein mager
+gezicht met de knippende oogen, den spitsen neus en den fijnbesneden
+mond, glimlachte steeds. Hij zat bescheiden aan het laagste einde der
+tafel aanteekeningen te maken voor zijn courant. Hij was de eenige van
+zijn orde, die zich gedurende de drie dagen der nationale bedevaart
+vertoonde. Maar achter hem voelde men de anderen, die als een langzaam
+toegenomen en verborgen kracht, alles organiseerden en bijeenbrachten.
+
+Verder bestond het gezelschap bijna uitsluitend uit nieuwsgierigen,
+getuigen, een twintigtal doktoren en vier of vijf priesters. De
+doktoren, die vrijwel uit alle deelen van Frankrijk gekomen waren,
+bewaarden voor het grootste gedeelte een volkomen stilzwijgen;
+sommigen waagden het vragen te stellen. Zij wisselden meer dan eens
+wantrouwende blikken en letten meer op elkaar dan dat zij de aan hun
+onderzoek onderworpen feiten vaststelden. Wie konden het zijn? Geheel
+onbekende namen werden genoemd. Een enkele, die van een beroemd
+professor van een Katholieke universiteit, had sensatie verwekt.
+
+Dien dag bewaarde dr. Bonamy, die, wanneer hij de zitting leidde en de
+zieken ondervroeg, nooit ging zitten, zijn hoffelijkheid voornamelijk
+voor een klein blond heertje, een talentvol schrijver en invloedrijk
+redacteur van een der meest gelezen Parijsche bladen, welk een toeval
+dien ochtend naar Lourdes gebracht had. Was dat niet een ongeloovige,
+om te bekeeren, een invloed en een publiciteit, om gebruik van te
+maken? Dr. Bonamy had hem in den tweeden fauteuil laten plaats nemen,
+was uiterst voorkomend en vriendelijk en verklaarde herhaaldelijk, dat
+men niets te verbergen had daar alles in het volle daglicht geschiedde.
+
+"We vragen slechts licht," herhaalde hij steeds weer. "Wij zien niets
+liever dan dat menschen van goeden wil de feiten onderzoeken."
+
+Daar het met de beweerde genezing der doove niet erg vlotten wilde,
+sprak hij haar wat ruw toe:
+
+"Kom, meisje, het is nog pas een begin van genezing... Je moet nog
+maar eens terugkomen..."
+
+En half luid voegde hij er aan toe:
+
+"Als je ze gelooven wou, zouden ze allen genezen zijn. Maar wij
+aanvaarden slechts de bewezen genezingen, die zoo helder zijn als
+de zon... Let wel, ik zeg genezingen en niet wonderen; want wij,
+doktoren, veroorloven ons geen interpretatie, wij zijn hier slechts
+om te constateeren of de zieken, die aan ons onderzoek onderworpen
+worden, geen spoor van ziekte meer vertoonen."
+
+Hij zette een hooge borst op, zorgde wel, dat zijn rechtschapenheid
+buiten spel bleef, en was geen grooter huichelaar of leugenaar dan een
+ander; hij was geloovig, zonder te gelooven, wist dat de wetenschap
+zóó duister, zóó vol verrassingen was, dat het onmogelijke steeds
+werkelijkheid worden kon; en zoo had hij zich, in het laatst van
+zijn geneeskundige loopbaan, in de Grot een positie verschaft, die
+haar voor- en nadeelen had, maar over het geheel toch aangenaam en
+prettig was.
+
+Nu verklaarde hij op een vraag van den Parijschen journalist de
+manier, waarop hij te werk ging. Iedere zieke der bedevaart kwam
+met een dossier, waarin zich bijna altijd een certificaat van den
+behandelenden geneesheer bevond; ja soms waren er zelfs verscheidene
+certificaten van verschillende doktoren, rapporten van ziekenhuizen,
+kortom een heele beschrijving van den loop der ziekte. Wanneer er nu
+een genezing had plaats gehad en de genezene zich hier aanmeldde,
+behoefde men slechts zijn dossier te vragen en de certificaten te
+lezen, om de kwaal, waaraan hij leed, te kennen, en door een onderzoek
+uit te maken, of die kwaal werkelijk verdwenen was.
+
+Pierre luisterde aandachtig. Sedert hij daar zoo rustig zat, werd
+hij wat kalmer, kreeg hij zijn denkvermogen terug. Alleen de warmte
+hinderde hem. Geïnteresseerd als hij werd door de verklaringen en zich
+gaarne een meening willende vormen, zou hij dan ook zeker, als hij
+het geestelijke kleed niet gedragen had, vragen gesteld hebben. Die
+soutane dwong hem zich steeds op den achtergrond te houden. Tot
+zijn groote vreugde hoorde hij dan ook het kleine blonde heertje,
+den invloedrijken schrijver, de tegenwerpingen ten berde brengen, die
+onmiddellijk ook bij hem opgekomen waren. Was het niet een verkeerd
+principe, dat de eene geneesheer de diagnose van een ziekte vaststelde
+en de tweede de genezing constateerde? Dat was toch zeker een steeds
+stroomende bron van mogelijke vergissingen. Het beste zou zijn,
+dat een medische commissie alle zieken bij hun aankomst te Lourdes
+onderzocht en daarvan processen verbaal opmaakte, waaraan dezelfde
+commissie zich zou kunnen houden in geval van genezing.
+
+Maar daar kwam dr. Bonamy tegen op; terecht zeide hij, dat geen enkele
+commissie tegen zoo'n reusachtige taak opgewassen zou zijn: ga u zelf
+eens na! Duizend verschillende gevallen op één ochtend onderzoeken! En
+dan hoeveel verschillende opvattingen, hoeveel discussies, hoeveel
+tegenstrijdige diagnoses, die de onzekerheid nog deden toenemen, zouden
+er niet zijn! Het voorafgaande, bijna onmogelijk te verwezenlijken
+onderzoek gaf inderdaad tot even groote vergissingen aanleiding. In
+de praktijk moest men zich houden aan die door de doktoren afgegeven
+certificaten, die dan een groot, beslissend gewicht kregen. Men
+bladerde in de dossiers op een der tafels en liet den Parijschen
+journalist certificaten lezen. Sommige waren akelig kort, andere, die
+beter opgesteld waren, specificeerden de ziekte nauwkeurig. Enkele
+handteekeningen van doktoren waren zelfs door de burgemeesters der
+betreffende gemeenten gelegaliseerd. Doch er bleef genoeg twijfel over,
+die niet ter zijde te zetten was: wie waren die geneesheeren? Bezaten
+zij de noodige wetenschappelijke autoriteit? Hadden zij zich niet
+laten beïnvloeden door onbekende omstandigheden of zuiver persoonlijke
+belangen? Men zou geneigd zijn omtrent ieder van hen een onderzoek in
+te stellen. Van af het oogenblik, dat alles zich baseerde op het door
+den zieke medegebrachte dossier, was een zeer zorgvuldige controle der
+daarin vervatte documenten noodig, want alles stortte in, wanneer niet
+een strenge kritiek de absolute zekerheid der feiten vastgesteld had.
+
+Met een kleur van opwinding en transpireerend liep dr. Bonamy heen
+en weer.
+
+"Maar dat doen we juist, dat doen we juist!... Zoodra een geval van
+genezing ons langs natuurlijken weg onverklaarbaar voorkomt, gaan wij
+over tot een minutieus onderzoek, verzoeken wij de genezene terug
+te komen, om zich nogmaals te laten onderzoeken... En u ziet wel,
+dat wij ons met deskundigen omringen. De heeren, die u hier ziet,
+zijn bijna allen doktoren, die uit alle deelen van Frankrijk hierheen
+gekomen zijn. Wij bezweren ze ons hun twijfel mede te deelen en de
+gevallen met ons te bespreken. Bovendien wordt van iedere zitting
+een gedetailleerd verslag opgemaakt... U begrijpt mij goed, niet waar
+heeren? Protesteert wanneer er hier iets gebeurt, waarmede u het niet
+eens kunt zijn."
+
+Geen der aanwezigen echter zeide iets. Het meerendeel der doktoren was
+Katholiek en boog zich natuurlijk voor de feiten. En wat de anderen,
+de ongeloovigen, de geleerden betrof, zij kwamen slechts om te kijken,
+interesseerden zich voor zekere verschijnselen, maar vermeden uit
+beleefdheid in, trouwens nuttelooze, discussies te treden. Wanneer
+het hun als verstandige menschen te bar werd en zij voelden boos te
+zullen worden, gingen zij weg.
+
+Nu niemand een woord zeide, triumpheerde dr. Bonamy. En toen de
+journalist hem vroeg, of hij alleen voor zoo'n groote taak stond,
+antwoordde hij:
+
+"Absoluut alleen; trouwens mijn functie als geneesheer der Grot is
+niet zoo heel ingewikkeld, want, ik herhaal het, ik heb niets anders
+te doen dan de genezingen, die zich voordoen, te constateeren."
+
+Doch dan verbeterde hij zich en voegde er lachend aan toe:
+
+"Dat zou ik bijna vergeten. Ik heb Raboin, die me helpt de boel hier
+wat in orde te brengen."
+
+En hij wees op een gezetten, reeds grijzenden veertiger met een dik
+buldoggengezicht. Hij was een fanatieke geloovige, een geëxalteerde,
+die niet dulden kon, dat men de wonderen in twijfel trok, waardoor hij
+leed onder zijn functie aan het bureau der medische constateeringen
+en steeds van woede knorde, zoodra men deze betwistte. Het beroep
+op de doktoren had hem dan ook razend gemaakt, zoodat dr. Bonamy hem
+kalmeeren moest.
+
+"Kom, Raboin, houd je toch kalm en zwijg! Alle oprechte meeningen
+hebben het recht zich te laten hooren."
+
+Maar de zieken kwamen weer. Er werd een man gebracht, wiens geheele
+rug door een eczeem bedekt was; en toen hij zijn hemd uittrok,
+vielen er grijze schilfers van zijn huid. Hij was niet genezen,
+hij beweerde alleen, dat hij ieder jaar naar Lourdes kwam en het
+ieder jaar verlicht verliet. Dan volgde een dame, een afschuwlijk
+magere gravin met een buitengewoon ziektegeval: zeven jaar geleden
+voor de eerste maal door de Heilige Maagd genezen van tuberculose,
+had zij vier kinderen gehad, daarop had zij weer tering gekregen en
+was zij verslaafd aan morphine geraakt; het eerste bad had haar echter
+reeds zooveel goed gedaan, dat zij zich sterk genoeg voelde, om met
+de zeven-en-twintig familieleden, die zij medegebracht had, deel te
+nemen aan de fakkelprocessie. Vervolgens kwam er een vrouw, die aan
+een nerveus spraakverlies leed en nu, na maanden lang absoluut stom
+geweest te zijn, plotseling bij de processie van vier uur, toen het
+Heilige Sacrament voorbijgedragen werd, haar stem teruggekregen had.
+
+"Heeren," zeide dr. Bonamy met zijn geaffecteerde stem van geleerde met
+breede opvattingen, "u weet, dat wij gevallen, die met zenuwstoringen
+gepaard gaan, ter zijde laten. Toch wil ik er u op wijzen, dat deze
+vrouw zes maanden in de Salpétrière verpleegd is en dat zij hier is
+moeten komen, om het gebruik van haar tong weer terug te krijgen."
+
+Inmiddels begon hij toch eenig ongeduld te toonen, want hij had
+gaarne den mijnheer uit Parijs een mooi geval willen laten zien,
+zooals die soms voorkwamen gedurende die processie van vier uur,
+het oogenblik van genade en extase, waarop de Heilige Maagd ingreep
+voor haar uitverkorenen. Tot nu toe waren de genezingen, die hier
+onderzocht waren, twijfelachtig of onbeteekenend geweest. Buiten
+hoorde men het getrappel en gebrom der menigte, die, opgezweept door
+lofliederen en in koortsachtig verlangen naar het wonder, door dat
+wachten steeds opgewondener werd.
+
+Maar toen duwde glimlachend en bescheiden, een meisje met heldere en
+verstandige oogen de deur open.
+
+"Ha," riep de dokter vroolijk uit, "daar heb je onze kleine
+Sophie... Een merkwaardige genezing, mijne heeren, die verleden jaar
+heeft plaats gehad en waarvan ik u gaarne de resultaten zou willen
+laten zien."
+
+Pierre had Sophie Couteau, de begenadigde, die te Poitiers in zijn
+compartiment gekomen was, herkend. En hij woonde een herhaling
+bij van het tooneel, dat reeds voor hem afgespeeld was. Dr. Bonamy
+gaf nu aan het blonde heertje, dat zeer aandachtig luisterde, de
+meest uitvoerige inlichtingen: een beeneter aan den linkerhiel,
+een begin van beenderversterf, dat afzetting noodzakelijk maakte,
+een afzichtelijke, etterende wond, die in een minuut bij de eerste
+onderdompeling in den vijver genezen was.
+
+"Vertel het eens aan mijnheer, Sophie."
+
+Het meisje maakte haar vriendelijk gebaartje, dat de aandacht vroeg.
+
+"Nu dan, mijn voet was zoo ziek, dat ik niet eens meer naar de kerk
+kon gaan, en ik moest hem altijd in verband hebben, omdat er iets,
+dat minder frisch was, uitvloeide... Dr. Rivoire, die erin gesneden
+had, om beter te kunnen zien wat het was, zeide, dat hij genoodzaakt
+zou zijn een stuk van het been weg te nemen, waardoor ik heelemaal
+kreupel geworden zou zijn. En toen heb ik de Heilige Maagd innig
+gebeden en heb ik mijn voet in het water gestoken met zoo'n innig
+verlangen om beter te worden, dat ik zelfs den tijd niet genomen heb,
+om het verband eraf te doen... En toen is alles in het water gebleven,
+mijn voet had niets meer, toen ik hem eruit haalde."
+
+Dr. Bonamy knikte goedkeurend bij ieder woord.
+
+"En vertel nu nog eens wat de dokter gezegd heeft."
+
+"Toen dr. Rivoire thuis mijn voet weer zag, zeide hij: "Of het de
+Goede God of de duivel is, die het kind genezen heeft, laat mij koud,
+maar genezen is zij.""
+
+Er werd om gelachen; de woorden van den dokter misten hun uitwerking
+nooit.
+
+"En wat je tegen de gravin, de directrice van je zaal, gezegd hebt."
+
+"O, ja, dat is waar ook... Ik had niet veel linnen voor mijn voet
+meegebracht en toen heb ik tegen haar gezegd: "De Heilige Maagd is
+wel goed geweest, om mij dadelijk den eersten dag te genezen, want
+morgen zou mijn voorraad al op geweest zijn.""
+
+Weer werd er gelachen, allen vonden het een aardig meisje, dat
+weliswaar haar verhaal, dat zij van buiten kende, wat te veel
+reciteerde, maar toch onmiskenbaar de waarheid sprak.
+
+"Sophie, trek je schoenen en kousen eens uit en laat je voet eens
+aan de heeren zien... Men moet hem aanraken, niemand mag twijfelen."
+
+Vlug kwam het zindelijke, slanke, ja zelfs gesoigneerde voetje met het
+litteeken boven den enkel te voorschijn, welks witachtige, duidelijk
+zichtbare naad bewees hoe ernstig de ziekte geweest was. Enkele
+doktoren waren dichterbij gekomen en keken zwijgend. Anderen, wier
+overtuiging ongetwijfeld reeds vast stond, vonden het blijkbaar
+de moeite niet waard. Een van de eersten, iemand met een zeer
+beleefd uiterlijk, vroeg waarom de Heilige Maagd, nu zij zich
+toch met het geval bemoeid had, haar niet een geheel nieuwen voet
+gegeven had, wat haar toch niet meer moeite gekost zou hebben. Maar
+dr. Bonamy antwoordde onmiddellijk, dat de Heilige Maagd dat litteeken
+ongetwijfeld achtergelaten had, opdat er een bewijs van het wonder zou
+zijn. Daarop ging hij nog op technische bijzonderheden in en toonde
+aan, dat een deel van het been en van het vleesch in een allerkortst
+oogenblik nieuw gemaakt moest zijn, iets wat langs natuurlijken weg
+onverklaarbaar bleef.
+
+"Lieve hemel!" viel het kleine, blonde heertje hem in de rede;
+"zooveel omslag is niet noodig. Laat men mij alleen maar een vinger
+laten zien, waarin een zakmesje een diepe snede gegeven heeft en die
+met een litteeken uit het water komt. Het wonder is dan even groot
+en ik zal mij er voor buigen."
+
+En dan voegde hij er aan toe:
+
+"Als ik een bron bezat, welke op die wijze wonden sloot, dan zou
+ik de wereld ondersteboven keeren. Ik weet niet precies, hoe ik
+het doen zou; maar ik zou de volkeren roepen en de volkeren zouden
+komen. Ik zou de wonderen met zulk een onomstootelijke zekerheid laten
+vaststellen, dat ik de meester der wereld werd. Denk slechts aan die
+souvereine, waarachtig goddelijke macht!... Maar er zou geen twijfel
+mogen overblijven, de waarheid zou even helder moeten stralen als de
+zon. De geheele aarde zou zien en gelooven."
+
+En met den dokter besprak hij de controlemiddelen. Hij had
+toegegeven, dat het onmogelijk was alle zieken bij hun aankomst
+te onderzoeken. Maar waarom zou men niet aan het Hôpital een
+afzonderlijke, voor de open wonden gereserveerde afdeeling kunnen
+verbinden? Men zou daar hoogstens een dertig gevallen krijgen,
+die aan het voorafgaand onderzoek van een commissie zouden worden
+onderworpen. Processen-verbaal moest men opmaken, ja zelfs de wonden
+photographeeren. En in al die gevallen zou het niet meer gaan om
+een inwendige ziekte, waarvan de diagnose toch altijd moeilijk en
+betwistbaar is. Dan zou het bewijs geleverd zijn.
+
+Eenigszins van zijn stuk gebracht, herhaalde dr. Bonamy:
+
+"Ongetwijfeld, ongetwijfeld! Wij willen niets liever dan licht... De
+grootste moeilijkheid zou echter zijn die commissie samen te
+stellen... U weet niet, hoe weinig men het eens is... Maar het is in
+ieder geval een denkbeeld..."
+
+De binnenkomst van een nieuwe zieke hielp hem uit zijn
+verlegenheid. Terwijl de kleine Sophie, reeds vergeten, haar kousen en
+schoenen weer aantrok, verscheen Elise Rouquet met haar monsterachtig
+gezicht, dat zij door haar sluier weg te slaan, liet zien. Sedert
+den ochtend waschte zij zich aan de bron met linnen doeken, en zij
+meende, naar zij zeide, op te merken, dat haar wond wat opdroogde
+en samentrok. En inderdaad moest Pierre tot zijn groote verbazing
+constateeren, dat de wond niet zoo afzichtelijk meer was. Het geval
+gaf nieuw voedsel aan de discussie over open wonden, want het blonde
+heertje was niet af te brengen van zijn denkbeeld, om daarvoor
+een afzonderlijke afdeeling op te richten: immers, welk een triomf
+zou het voor de Grot zijn een lupus genezen te hebben, indien men
+'s ochtends den toestand van het meisje geconstateerd had en zij
+genas! Het wonder zou dan niet meer te ontkennen zijn.
+
+Tot dat oogenblik had dr. Chassaigne zich onbeweeglijk en zwijgend
+op den achtergrond gehouden, alsof hij de feiten alleen op Pierre
+wilde doen inwerken. Nu boog hij zich plotseling naar hem voorover
+en zeide zacht:
+
+"Open wonden, open wonden. Die mijnheer schijnt absoluut niet te
+weten, dat tegenwoordig onze grootste geleerden van oordeel zijn,
+dat vele van die wonden van nerveusen oorsprong zijn. Ja zeker, men
+heeft ontdekt, dat het niets anders zijn zou dan een slechte voeding
+der huid. Die voedingsquaesties zijn nog zoo slecht onderzocht!... En
+men komt tot de slotsom, dat het geloof, dat genezingen bewerkt,
+zeer goed open wonden, o. a. zekere schijnbare lupusgevallen genezen
+kan. Nu vraag ik je, welke zekerheid die mijnheer met zijn afdeeling
+voor open wonden krijgen zou! Een beetje meer verwarring en ruzie
+nog in de eeuwige twist... Neen, neen, de wetenschap is niets, dat
+is een zee van onzekerheid!"
+
+Hij glimlachte pijnlijk, terwijl dr. Bonamy Elise Rouquet aanried
+de wasschingen voort te zetten en zich iederen dag te laten
+onderzoeken. Dan zeide hij op zijn voorzichtige manier:
+
+"Enfin, heeren, er is een begin, daaraan valt niet te twijfelen."
+
+Maar nu werd het bureau in opschudding gebracht. Als een wervelwind
+stormde la Grivotte naar binnen en schreeuwde:
+
+"Ik ben genezen... Ik ben genezen..."
+
+Zij vertelde, dat men haar eerst niet had willen baden, dat zij had
+moeten bidden en smeeken, dat men het eindelijk na formeele toestemming
+van pater Fourcade gedaan had. En zij had het van te voren wel gezegd:
+nog geen drie minuten was zij, zweetend en reutelend, in het water
+geweest, of zij had haar krachten voelen terugkomen als onder een
+zwaren zweepslag, die haar geheele lichaam striemde. Zij was door zoo'n
+geestdriftige opwinding bezield, dat zij, van blijdschap stralend,
+geen seconde stil kon staan.
+
+"Ik ben genezen, lieve heeren, ik ben genezen."
+
+Stom van verbazing keek Pierre haar aan. Was dat het meisje, dat hij,
+vannacht nog, uitgeput op de bank van den wagon had zien liggen,
+hoestend en bloed opgevend? Hij herkende haar niet meer, zooals zij
+daar recht en flink stond met een blos op haar wangen en schitterende
+oogen, één levenskracht en levensgeest.
+
+"Heeren," zeide dr. Bonamy, "het geval lijkt mij zeer
+interessant... Wij zullen zien..."
+
+Hij vroeg het dossier van la Grivotte. Maar het was onder de
+paperassen op de twee tafels niet te vinden. De secretarissen,
+de jonge seminaristen, doorzochten alles; het hoofd van den dienst
+der vijvers, die in het midden zat, moest ten slotte opstaan en in
+de loketkast gaan kijken. Toen hij weer was gaan zitten, vond hij
+het eindelijk onder het groote register, dat hij opengeslagen voor
+zich had. Het bevatte drie geneeskundige verklaringen, die hij zelf
+voorlas. Alle drie concludeerden tuberculose in een vergevorderd
+stadium, die gepaard ging met zenuwtoevallen.
+
+Dr. Bonamy maakte een gebaar als om te kennen te geven, dat zulk een
+overeenstemming allen twijfel buitensloot. Dan beluisterde hij de
+zieke lang en prevelde:
+
+"Ik hoor niets... ik hoor niets..."
+
+Dan verbeterde hij zichzelf:
+
+"Of zoo goed als niets..."
+
+Eindelijk wendde hij zich tot de vijf-en-twintig of dertig doctoren,
+die zwijgend toekeken:
+
+"Als enkelen van de heeren mij met hun wetenschap zouden willen
+bijstaan... We zijn hier om te bestudeeren en te onderzoeken."
+
+Eerst bleven zij allen roerloos staan. Dan kwam er eindelijk een naar
+voren. Op zijn beurt ausculteerde hij de jonge vrouw, maar zeide niets,
+schudde nadenkend en twijfelend zijn hoofd. Eindelijk stotterde hij,
+dat men, volgens zijn oordeel, moest afwachten. Een andere nam dadelijk
+zijn plaats in; deze was zeer positief in zijn verklaring: hij hoorde
+niets, deze vrouw was nooit tuberculeus geweest. Nog anderen volgden,
+eindelijk waren allen aan de beurt geweest op vier of vijf na, die met
+een fijn glimlachje een afwachtende houding aannamen. De verwarring
+bereikte haar toppunt; ieder gaf zijn sterk afwijkende meening te
+kennen, zoodat men in het geroezemoes der stemmen zijn eigen stem
+niet meer hoorde.
+
+Alleen pater Dargelès bleef zijn uiterlijke kalmte bewaren, want hij
+had een van die gevallen geroken, welke de hartstochten opwekken en
+den roem van Notre-Dame de Lourdes uitmaken. Op een hoekje van de
+tafel maakte hij reeds zijn aanteekeningen.
+
+Dank zij het luide stemmengegons konden eindelijk Pierre en
+dr. Chassaigne praten, zonder dat men ze hoorde.
+
+"O, die vijvers, die ik zooeven gezien heb!" zeide de jonge
+priester. "Die vijvers, waarvan het water zoo zelden ververscht
+wordt! Wat een smerigheid, wat een kweekplaats voor microben! De manie,
+die we tegenwoordig hebben voor antiseptische voorzorgsmaatregelen,
+krijgt een leelijke klap in haar gezicht. Hoe is het mogelijk, dat
+een zelfde pest al die zieken niet wegrukt? De tegenstanders der
+microbentheorie zullen wel in hun vuistje lachen!"
+
+De dokter viel hem in de rede.
+
+"Geen quaestie van, jongen... Al zijn de baden niet erg zindelijk,
+gevaar leveren zij niet op. Bedenk, dat het water nooit warmer
+wordt dan tien graden en eerst bij vijf-en-twintig microben gekweekt
+kunnen worden. Bovendien komen er geen besmettelijke ziekten naar
+Lourdes, geen cholera, geen typhus, geen pokken, geen mazelen,
+geen roodvonk. Wij zien hier slechts bepaalde organische ziekten:
+verlammingen, klieren, tumoren, gezwellen, abcessen, kanker, tering;
+en deze laatste wordt door het water der baden niet overgebracht. De
+oude wonden, die erin gebaad worden, leveren geen gevaar op voor
+besmetting... Ik verzeker je, dat, wat dit betreft, de Heilige Maagd
+niet behoeft in te grijpen."
+
+"Maar dokter, u zoudt toch, toen u nog praktijk uitoefende, al uw
+zieken, vrouwen in ieder gedeelte van de maand, jichtlijders, menschen
+met een hartkwaal en teringlijders niet zoo in ijskoud water gestopt
+hebben... Zoudt u dat ongelukkige, half doode, transpireerende meisje
+hebben laten baden?"
+
+"Zeer zeker niet!... Er zijn van die paardenmiddelen, die je gewoonlijk
+niet durft toe te passen. Een ijskoud bad kan ongetwijfeld een
+teringlijder dooden, maar weten wij, of het, in sommige omstandigheden,
+hem niet genezen kan?... Ik, die er ten slotte toe gekomen ben aan te
+nemen, dat hier een bovennatuurlijke kracht werkzaam is, ik geef heel
+graag toe, dat er genezingen zijn, die dank zij die onderdompeling
+in koud water, welke ons dwaas en barbaarsch toeschijnt, langs
+natuurlijken weg geschieden... O, er is zooveel, dat wij nog niet
+weten... zooveel, dat we nog niet weten."
+
+De haat tegen de wetenschap, die hij verachtte, sedert zij hem
+tegenover den dood van zijn vrouw en van zijn dochter in den steek
+gelaten had, maakte zich weer van hem meester.
+
+"Je verlangt zekerheid; nu, de geneeskunde zal je die zeker niet
+geven... Luister een oogenblik naar die heeren en je zal gesticht
+worden!... Is zoo'n volkomen verwarring, waarin de eene meening
+lijnrecht in strijd is met de andere, niet uiterst leerzaam? Zeker, er
+zijn ziekten, die men uitstekend kent, tot in de kleinste phasen van
+haar ontwikkeling; er zijn geneesmiddelen, waarvan men de uitwerking
+met de zorgvuldigste nauwgezetheid bestudeerd heeft; maar wat men
+niet weet, wat men nooit weten kan, is de verhouding, de betrekking
+van het middel tot den zieke; want zooveel zieken, zooveel gevallen,
+en iederen keer moet weer een nieuwe proef genomen worden. Dat is de
+reden, waarom de geneeskunde een kunst blijft: zij kan geen op strenge
+ervaring berustenden regel bezitten; steeds weer hangt de genezing van
+een toeval, van een gelukkige omstandigheid, of van een talentvolle
+vondst van den geneesheer af... En dan kan je wel begrijpen hoe ik
+lachen moet om al die menschen, die hier komen discussieeren, wanneer
+zij spreken in naam van de absolute wetten der wetenschap. Waar zijn
+die wetten in de geneeskunde? Ik wou, dat ze ze mij eens lieten zien."
+
+Hij wilde er niet verder over praten, maar zijn geestdrift sleepte
+hem mee.
+
+"Ik heb je verteld, dat ik geloovig geworden ben... Maar ik begrijp
+heel goed, dat die brave dr. Bonamy zich volstrekt niet opwindt en
+dat hij de geneesheeren uit de heele wereld samenroept, om de wonden
+te bestudeeren. Hoe meer geneesheeren, des te minder komt bij dezen
+strijd over diagnoses en behandelingswijzen, de waarheid aan het
+licht. Als ze het al niet eens zijn over een open wond, hoe kan je
+dan overeenstemming verwachten omtrent een inwendige afwijking, die
+sommigen ontkennen, terwijl de anderen haar bevestigen? En waarom
+zou dan per slot van rekening niet alles een wonder worden? Want
+in den grond der zaak staan de geneesheeren, hetzij dan dat de
+natuur of een bovennatuurlijke macht werkzaam is, meestal perplex
+bij het zien van den afloop eener ziekte, dien zij zelden voorzien
+hebben... Ongetwijfeld zijn de dingen hier slecht georganiseerd. Die
+certificaten van doktoren, welke men niet kent, hebben geen waarde. Een
+zeer strenge controle der documenten zou noodig zijn. Maar zelfs
+aangenomen, dat er een absolute wetenschappelijk-strenge regel te
+stellen was, dan nog zou het heel naïef zijn te gelooven, dat er
+een voor allen geldende overtuiging mogelijk zou zijn. Dwaling is
+nu eenmaal het kenmerk der menschen, en er bestaat geen heldhaftiger
+werk dan het vaststellen van ook maar de kleinste waarheid."
+
+Toen begon Pierre te begrijpen wat Lourdes eigenlijk was, Lourdes,
+het buitengewone schouwspel, dat de wereld sedert jaren te midden
+van de vrome aanbidding van sommigen en den beleedigenden spot van
+anderen aanschouwde. Blijkbaar waren hier nog slecht bestudeerde,
+ja zelfs ongekende krachten werkzaam: auto-suggestie, lang van te
+voren voorbereide schokken, de overspanning der reis, der gebeden
+en der liederen, een toenemende extase, en vooral de genezende
+adem, de ongekende kracht, welke in die hevige geloofscrisis van
+de menigte uitstroomde. Het scheen hem ook dan van dat oogenblik
+af zeer onredelijk toe aan bedrog te gelooven. De feiten waren van
+veel hooger orde en eenvoudiger tevens. De paters der Grot behoefden
+hun geweten niet te bezwaren met leugens, zij behoefden slechts de
+verwarring wat in de hand te werken, gebruik te maken van de algemeene
+onwetendheid. Zelfs kon men aannemen, dat allen te goeder trouw waren:
+de doktoren, die de geneeskundige verklaringen afgaven; de getrooste
+zieken, die zich genezen waanden; de hartstochtelijk opgewonden
+getuigen, die meenden gezien te hebben. En uit dat alles rees zeer
+duidelijk de onmogelijkheid op om te bewijzen dat het wonder bestond
+of niet bestond. Werd van dat oogenblik af voor de meesten, voor allen,
+die leden en behoefte hadden aan hoop, het wonder geen werkelijkheid?
+
+Toen dr. Bonamy, die hen in een hoekje zag praten, naar hen toekwam,
+vroeg Pierre:
+
+"Hoeveel percent genezingen komen er voor?"
+
+"Ongeveer tien," antwoordde de dokter.
+
+En toen hij verbazing in Pierre's oogen zag, voegde hij eraan toe:
+
+"O, wij zullen wel meer krijgen... Maar u moet goed begrijpen, ik
+ben hier eigenlijk alleen maar om als het ware politietoezicht op de
+wonderen te houden. Mijn werk is al te grooten ijver wat te temmen,
+te beletten, dat heilige dingen belachelijk gemaakt worden... Per
+slot van rekening is mijn bureau slechts een afstempelingsbureau,
+wanneer de geconstateerde genezingen inderdaad belangrijk schijnen."
+
+Een dof gebrom van Raboin, die boos begon te worden, viel hem in
+de rede.
+
+"Geconstateerde genezingen, geconstateerde genezingen... Wat is dat
+allemaal voor onzin? Het wonder duurt ononderbroken voort. Waartoe
+dient het voor geloovigen te constateeren? Zij hebben hun hoofd te
+buigen en te gelooven. En voor de ongeloovigen? Die overtuig je toch
+niet... Het zijn niets dan dwaasheden, die we hier uithalen!"
+
+Streng beval dr. Bonamy hem te zwijgen.
+
+"Raboin, je bent een rebel... Ik zal aan pater Capdebarthe zeggen,
+dat ik niets meer van je weten wil, daar je ongehoorzaamheid zaait."
+
+En toch had hij gelijk, die jongen, die zijn tanden liet zien en steeds
+gereed was om te bijten, als men aan zijn geloof raakte. Pierre voelde
+dan ook sympathie voor hem. Al dat werk van het constateeringsbureau,
+dat bovendien nog slecht gedaan werd ook, was nutteloos: beleedigend
+voor de geloovigen, onvoldoende voor de ongeloovigen. Is het wonder te
+bewijzen? Men moet eraan gelooven. Er valt niets te begrijpen, wanneer
+God ingrijpt. In de eeuwen van waar en oprecht geloof gaf de wetenschap
+zich geen moeite God te verklaren. Wat kwam zij hier doen? Zij
+legde het geloof kluisters aan en verlaagde zichzelf. Neen, neen,
+zich ter aarde werpen, den grond kussen en gelooven. Of weggaan. Een
+compromis was niet mogelijk. Zoodra men met onderzoekingen begon,
+kon men daarmede niet ophouden, eindigden ze onvermijdelijk in twijfel.
+
+Maar vooral hinderden Pierre de gesprekken, die hij om zich heen
+hoorde. De geloovigen, die in het vertrek waren, spraken met een
+ongehoord gemak en een ongehoorde kalmte over de wonderen. De
+verbijsterende feiten lieten hen eigenlijk volkomen koud. Nog
+een wonder, nog een wonder! En met een glimlach vertelden zij de
+waanzinnigste phantasieën zonder dat hun verstand er maar ook even
+tegen in verzet kwam. Zij leefden blijkbaar in een milieu van zoo
+visionaire opwinding, dat zij zich over niets meer verwonderden. En
+dat waren niet alleen de eenvoudigen van geest, de kinderlijken, de
+ongeletterden, de aan hallucinaties lijdenden, zooals Raboin, maar
+ook intellectueelen en geleerden, zooals dr. Bonamy en anderen. Het
+was onbegrijpelijk. Pierre voelde dan ook een steeds sterker wordend
+gevoel van onbehagen in zich opkomen, een doffe woede, die ten
+slotte tot uitbarsting gekomen zou zijn. Zijn verstand verzette zich,
+spartelde tegen als een arm kind, dat men in het water gegooid heeft
+en dat voelt, hoe de golven het bijna doen stikken. En hij dacht, dat
+heldere koppen, als van dr. Chassaigne bijvoorbeeld, die tot blind
+geloof overgaan, eerst toch dien strijd en dat gevoel van onbehagen
+moeten doormaken, voor zij voor goed schipbreuk lijden.
+
+Hij keek hem aan en zag, hoe oneindig triest hij was, verpletterd
+door het noodlot, zwak als een huilend kind, nu hij voor zijn verder
+leven alleen was. En toch kon hij den kreet van verzet, die naar zijn
+lippen drong, niet onderdrukken.
+
+"Neen, neen; indien men niet alles weet, zelfs indien men nooit alles
+weten kan, dan is dat nog geen reden, dat men ophoudt met leeren. Het
+zou verkeerd zijn, dat het ongekende alleen dáárdoor, dat wij niet
+weten, ongekend zou blijven. Integendeel, onze eeuwige hoop moet zijn
+eens het onverklaarde te verklaren, en redelijkerwijze zouden wij
+geen ander ideaal mogen hebben dan die opmarsch naar het ongekende,
+om het te leeren kennen, dan die langzame overwinning van ons verstand
+te midden van de zwakheden van ons lichaam en van onzen geest... O,
+door mijn verstand lijd ik het meest, maar daarvan verwacht ik ook
+al mijn kracht. Als dat ten gronde gaat, gaat het geheele wezen
+ten gronde. En al moge het ook de genadeslag zijn voor mijn geluk,
+ik heb slechts de brandende begeerte om dat steeds meer te bevredigen."
+
+Tranen kwamen in dr. Chassaigne's oogen. Ongetwijfeld kwam de
+herinnering aan zijn lieve dochter bij hem boven. En op zijn beurt
+fluisterde hij:
+
+"Het verstand, het verstand! Ja, zeker is dat een trotsch en verheven
+iets, ja zelfs iets, dat het leven het leven waard maakt... Maar
+de almachtige kracht des levens is de liefde, het eenige, dat men
+heroveren wil, als men het verloren heeft."
+
+Zijn stem brak af in een verstikt snikken. Hij bladerde onwillekeurig
+in de dossiers op de tafel en vond daarbij dat, hetwelk in groote
+letters den naam: Marie de Guersaint droeg. Hij sloeg het open en
+las de certificaten der twee geneesheeren, die tot een verlamming
+van het ruggemerg concludeerden. En hij ging voort:
+
+"Je weet, jongen, dat ik een groote genegenheid voel voor mademoiselle
+de Guersaint... Wat zou jij zeggen, als zij hier genezen werd? Ik
+zie daar certificaten, die door zeer eervolle namen geteekend zijn,
+en je weet, dat dergelijke verlammingen ongeneeslijk zijn... Welnu,
+wanneer dat jonge meisje plotseling sprong en danste, zooals ik dat
+van zooveel anderen gezien heb, zou je dan niet heel gelukkig zijn,
+zou je dan niet eindelijk het ingrijpen van een bovennatuurlijke
+macht moeten toegeven?"
+
+Pierre wilde antwoorden, toen hij zich plotseling het consult met
+zijn neef Beauclair herinnerde, die het wonder voorspeld had, dat
+als een bliksemstraal door een exaltatie van het geheele wezen zou
+plaats grijpen. Hij voelde zijn onbehaaglijke stemming sterker worden
+en zeide slechts:
+
+"Dat zou mij inderdaad zeer gelukkig maken... En ik ben het volkomen
+eens, dat al de onrust van deze wereld niets anders dan wil is om
+gelukkig te zijn."
+
+Maar hij kon daar niet langer blijven. De hitte werd zoo, dat het
+zweet van de gezichten stroomde. Dr. Bonamy dicteerde aan een der
+seminaristen het resultaat van het onderzoek van la Grivotte, terwijl
+pater Dargelès, die op de uitdrukkingen lette, hem tusschenbeide
+iets influisterde, om hem een zin te laten veranderen. Het lawaai
+om hen heen bleef aanhouden, de discussie der doktoren liep nu over
+technische punten, die voor het onderhavige geval van geen enkel belang
+waren. Men kon tusschen die planken muren geen adem meer halen. Het
+kleine blonde heertje uit Parijs, de invloedrijke schrijver, was
+weggegaan, ontevreden geen echt wonder gezien te hebben.
+
+"Laten we gaan, ik kan het hier niet meer uithouden, ik word
+onpasselijk," zeide Pierre tegen dr. Chassaigne.
+
+Zij gingen tegelijk met la Grivotte, die door dr. Bonamy weggezonden
+werd. Dadelijk bij de deur stieten zij op een dichte menigte, die zich
+verdrong, om de door het wonder genezene te zien. Het nieuws van het
+wonder had zich blijkbaar reeds verbreid, het was een strijd wie de
+uitverkorene het eerst zou naderen, vragen, aanraken. En zij kon met
+haar vuurroode wangen, haar fonkelende oogen en haar dansenden gang
+niet anders antwoorden dan:
+
+"Ik ben genezen... Ik ben genezen..."
+
+Geroep overstemde haar; zij werd in den wervelstroom der menigte
+opgenomen en medegevoerd. Een oogenblik verloor men haar uit het
+oog, alsof zij onder water geraakt was, doch dan kwam zij plotseling
+weer boven, vlak bij Pierre en den dokter, die zich uit het gedrang
+trachtten te bevrijden. Zij hadden den Commandeur gevonden, van wien
+het een manie geworden was naar den vijver en naar de Grot te gaan,
+om zich boos te kunnen maken. In een nauwsluitende jas leunde hij
+op zijn wandelstok met zilveren knop, terwijl hij een weinig trok
+met zijn linkerbeen, dat na zijn tweede beroerte wat stijf gebleven
+was. Zijn gezicht werd vuurrood en zijn oogen schoten vlammen,
+toen la Grivotte hem op zij stiet en te midden van het ontketende
+enthousiasme der menigte uitriep:
+
+"Ik ben genezen!... Ik ben genezen!"
+
+Door een plotselinge woede aangegrepen, schreeuwde hij: "Des te erger
+voor jou, meid!"
+
+De woorden verwekten een luid gelach, want men kende hem, vergaf hem
+zijn maniak-achtigen hartstocht voor den dood. Maar toen hij verward
+begon te stamelen en zeide, dat het om medelijden mede te krijgen was,
+wanneer je nog langer wilde leven, als je niet mooi was en geen fortuin
+hadt, en dat het meisje liever had moeten bidden dadelijk te sterven,
+toen begon men toch een vijandige houding tegen hem aan te nemen. Tot
+zijn geluk kwam juist abbé Judaine voorbij, die hem uit zijn minder
+aangename positie redde door hem mede te nemen.
+
+"Houd je mond toch! Het is een schandaal... Waarom kom je toch in
+opstand tegen de goedheid van God, die zich dikwijls zoo genadig
+betoont voor onze ellenden, door ze te verlichten?... Je moest zelf
+op je knieën vallen en hem smeeken je je been terug te geven en je
+nog tien jaar te laten leven."
+
+Toen stikte de Commandeur bijna van woede.
+
+"Wat, ik vragen mij nog tien jaar te laten leven, ik, die den dag,
+dat ik in mijn kist lig, als den mooisten van mijn leven beschouw! Ik
+even gemeen, even laf zijn als die duizenden zieken, die ik hier in
+een minne vrees voor den dood zie voorbijtrekken, in hun zwakheid hun
+schandelijken hartstocht voor het leven uitbrullend! Neen, dan zou
+ik op mezelf moeten spuwen!... Laat mij maar crepeeren, en direct
+ook! Het zal zoo heerlijk zijn niet meer te bestaan!"
+
+Hij was nu weer dicht bij dr. Chassaigne en Pierre, die zich eindelijk
+bij den oever van den Gave uit het gedrang hadden kunnen vrijmaken. Hij
+begon tegen den dokter, dien hij dikwijls sprak:
+
+"Hebben ze zooeven niet geprobeerd een man in het leven terug te
+roepen! Ze hebben het me daarnet verteld, ik dacht dat ik stikken
+zou... Begrijpt u nu zoo iets, dokter? Een man, die het geluk had dood
+te zijn en dien zij zich de vrijheid genomen hebben in hun water te
+dompelen in de misdadige hoop hem te doen herleven! Maar als het hun
+gelukt was, als hun water dien ongelukkige weer in het leven geroepen
+had--je weet immers nooit wat er in deze potsierlijke wereld gebeuren
+kan--gelooft u dan niet, dat de man groot gelijk zou hebben, als hij
+dien lijken-opflikkers zijn woede in hun gezicht gespuwd had?... Had
+die doode hun gevraagd hem weer op te wekken? Het minste wat je toch
+doet in zulke gevallen is de menschen raadplegen... Stel je voor,
+dat ze met mij zoo'n grap zouden uithalen, als ik eenmaal eindelijk
+mijn langen slaap slaap! Ik zou ze leeren. "Bemoei je met je eigen
+bemoeisels!" Wat zou ik een haast maken, om weer uit te knijpen."
+
+Hij was in zijn opwinding zoo komisch, dat abt Judaine en de dokter
+een glimlach niet konden onderdrukken. Maar Pierre bleef ernstig. De
+rilling, die hem doorhuiverde, maakte hem koud. Waren het niet de
+radelooze verwenschingen van Lazarus, die hij daareven gehoord
+had? Dikwijls had hij zich ingebeeld, dat Lazarus, toen hij uit
+het graf verrees, Jezus toeriep: "O, Heer, waarom hebt gij mij in
+dit verschrikkelijke leven teruggeroepen? Ik sliep zoo heerlijk den
+eeuwigen, droomloozen slaap, ik genoot eindelijk in de verrukkingen
+van het niet zoo'n heerlijke rust. Ik had al de ellenden en al de
+smarten gekend, de ontrouw en de valsche hoop, rampen en ziekten; ik
+had aan het lijden mijn vreeselijke schuld van een levende betaald,
+want ik was geboren zonder te weten waarom, ik had geleefd zonder te
+weten waarom; en nu, Heer, laat gij mij mijn schuld dubbel betalen door
+mij te veroordeelen mijn straftijd nog eens te beginnen... Heb ik dan
+zoo'n onverzoenbare zonde begaan, dat u mij zoo wreed straft? Wat toch
+is dat herleven anders dan iederen dag weer iets van zijn vleesch
+te voelen afsterven, dan verstand te bezitten, alleen maar om te
+twijfelen, dan een wil te hebben, alleen om niets te vermogen, dan een
+liefderijk gemoed te bezitten, alleen om zijn smarten te beweenen? En
+het was uit; ik had den moeilijken stap naar den dood gedaan, ik had
+die zóó vreeselijke seconde, dat zij voldoende is om het heele leven
+te vergiftigen, achter den rug. Ik had gevoeld, hoe het zweet van den
+doodsstrijd mijn voorhoofd nat maakte, hoe het bloed uit mijn aderen
+wegvloeide, hoe de adem in een laatsten hik mij ontvlood. Wilt u dan,
+dat ik die verschrikking tweemaal leer kennen; wilt u dan, dat ik
+tweemaal sterf en dat mijn menschelijke ellende die van alle anderen
+overtreft?... O, Heer, laat het dan dadelijk gebeuren. O, ik smeek u,
+doe dat andere groote wonder, leg mij weer in dat graf en laat mij
+weer insluimeren, zonder dat ik in mijn eeuwigen onderbroken slaap
+lijden moet. O, heb genade en leg mij niet de kwelling op nogmaals
+te moeten leven, die vreeselijke kwelling, waartoe u nog geen een
+enkel ander wezen hebt durven veroordeelen. Ik heb u altijd liefgehad
+en gediend, maak van mij nu niet het vreeselijkste voorbeeld van uw
+toorn, dat alle geslachten schrik zou aanjagen. Wees goed en genadig,
+Heer, geef mij den slaap terug, dien ik zoo ruimschoots verdiend heb,
+laat mij weer insluimeren in de zaligheid van uw niets."
+
+Intusschen had abbé Judaine den Commandeur, dien hij eindelijk wat had
+kunnen kalmeeren, meegetroond; Pierre drukte dr. Chassaigne de hand,
+daar hij zich herinnerde, dat hij Marie beloofd had haar om vijf uur
+te zullen halen. Toen hij eindelijk naar de Grot terugkeerde, zag hij
+abbé des Hermoises in een druk gesprek met mijnheer de Guersaint,
+die, opgeknapt door een goeden slaap, pas uit zijn hotel gekomen
+was. Beiden bewonderden de buitengewone schoonheid, die de extase
+van het geloof aan sommige vrouwen geeft, en praatten over hun plan,
+om een uitstapje naar het keteldal van Gavarnie te maken.
+
+Zoodra mijnheer de Guersaint echter vernam, dat Marie zonder resultaat
+een eerste bad genomen had, ging hij onmiddellijk met Pierre mede. Zij
+vonden het jonge meisje nog steeds in dezelfde pijnlijke verdooving,
+strak starend naar de Heilige Maagd, die haar niet verhoord had. Zij
+antwoordde niet op de liefdevolle woorden van haar vader; zij keek hem
+alleen maar aan met haar groote, diep-droeve oogen, die zij dan weer
+richtte op het marmeren, in den glans der kaarsen witte beeld. En
+terwijl Pierre stond te wachten, om haar naar het Hôpital terug te
+rijden, was mijnheer de Guersaint neergeknield. Eerst bad hij vurig
+voor het herstel van zijn dochter. Dan smeekte hij voor zichzelf de
+genade af een compagnon te vinden, die hem het millioen zou geven,
+dat noodig was voor zijn studies over bestuurbare ballons.
+
+
+
+
+V.
+
+'s Avonds tegen elf uur kwam Pierre, die mijnheer de Guersaint in zijn
+kamer in het Hôtel des Apparitions alleen liet, op het denkbeeld,
+alvorens zelf zich ter ruste te begeven, nog even naar het Hôpital
+de Notre-Dame des Douleurs te gaan. Hij had Marie zoo wanhopig en zoo
+volhardend in een schuw zwijgen achtergelaten, dat hij zich ongerust
+maakte. En nadat hij madame de Jonquière even aan de deur van de zaal
+Sainte-Honorine had laten komen, werd zijn ongerustheid nog grooter,
+want de berichten waren allesbehalve goed: de directrice vertelde
+hem, dat het jonge meisje nog geen woord gezegd had, niemand wilde
+antwoorden en zelfs weigerde te eten. Zij stond er dan ook op, dat
+Pierre binnenkwam. De vrouwenzalen waren 's nachts wel voor mannen
+gesloten; maar een priester is geen man.
+
+"Zij houdt slechts van u, zij zal slechts naar u luisteren. Kom toch
+binnen, ga bij haar bed zitten en wacht hier op abbé Judaine. Die
+zou tegen één uur de communie komen toedienen aan de ergste zieken,
+die niet meer getransporteerd kunnen worden en zoodra het dag is,
+eten. U zoudt hem kunnen helpen."
+
+Pierre volgde madame de Jonquière en ging aan het bed van Marie zitten.
+
+"Kindlief, ik breng iemand mee, die veel van je houdt... Je zult nu
+zeker wel verstandig worden en eens met hem praten."
+
+Toen de zieke Pierre zag, keek zij hem echter met een uitdrukking
+van verbitterd lijden aan; haar trekken waren hard.
+
+"Wil je, dat hij je wat voorleest, één van die mooie verhalen, die
+troost geven, zooals hij er een in den wagon gedaan heeft? Maar daar
+heb je misschien nu geen lust in. Enfin, straks zullen we wel verder
+zien... Ik laat je nu maar met hem alleen, en ik weet zeker, dat je
+dadelijk heel lief zal zijn."
+
+Vergeefs praatte Pierre zacht met haar en zeide haar alles wat zijn
+liefdevolle toegenegenheid voor haar hem ingaf; hij smeekte haar zich
+niet zoo over te geven aan haar wanhoop. Wanneer de Heilige Maagd
+haar niet den eersten dag genezen had, dan was dat alleen, omdat zij
+haar voor het een of ander eclatante wonder uitverkoren had. Maar zij
+had haar hoofd afgewend, zij scheen zelfs niet naar hem te luisteren,
+om haar mond lag een bittere trek, haar vertoornde oogen staarden in
+het niet. Hij moest wel zwijgen; keek nu de zaal rond.
+
+Het was een afschuwlijk schouwspel. Nog nooit was hij zoo
+onpasselijk geworden van een walging, die medelijden en afschuw in hem
+opwekten. Het middagmaal was reeds lang gebruikt, maar nog steeds lagen
+er porties op de lakens; en tot aan het lichten van den nieuwen dag
+waren er, die nog aten, terwijl anderen lagen te jammeren of smeekten,
+dat men ze omdraaide of op den pot zette. Naarmate het later werd,
+maakte een soort ijlkoorts zich van allen meester.
+
+Maar heel enkelen sliepen rustig, sommigen lagen uitgekleed onder
+de dekens, maar de meesten eenvoudig er bovenop uitgestrekt; het
+was zoo moeilijk haar uit te kleeden, dat zij zelfs gedurende de
+vijf dagen, die de bedevaart duurde, niet verschoond werden. In het
+halfdonker leek de zaal nog voller: de vijftien bedden, die langs de
+muren stonden, de zeven matrassen, die in den hoofddoorgang gelegd
+waren, andere, die er later nog waren bijgevoegd, een ophooping van
+tallooze lompen, waartusschen de bagage, de oude manden, de kisten,
+de valiezen opgestapeld stonden. Men wist niet meer waar men zijn voet
+moest zetten. Twee walmende lantaarns verlichtten ternauwernood dit
+kampement van stervenden; ondanks de twee half openstaande ramen,
+waardoor trouwens slechts de zwoele warmte van den Augustusnacht
+binnenkwam, was de stank ondragelijk. Schimmen en gillen bevolkten
+deze hel in den nachtelijken doodsangst van zooveel lijden.
+
+Pierre herkende Raymonde, die, nu haar dienst afgeloopen was, nog even
+haar moeder een zoen kwam geven, voor zij ging slapen in een der voor
+de zusters gereserveerde dakkamertjes. Madame de Jonquière, die haar
+taak als directrice zeer ernstig opnam, deed die drie nachten geen
+oog dicht. Zij had wel een fauteuil, waarin zij makkelijk kon liggen,
+maar zij kon er geen oogenblik in gaan zitten, zonder onmiddellijk
+weer gestoord te worden. Overigens werd zij dapper bijgestaan door de
+kleine madame Désagneaux, die zich zoo vol toewijding aan haar taak
+gaf, dat zuster Hyacinthe haar lachend gevraagd had: "Waarom wordt
+u geen pleegzuster?" Waarop zij eenigszins verschrikt en verbaasd
+geantwoord had: "Dat gaat niet, ik ben getrouwd en ben dol op mijn
+man!" Madame Volmar had zich niet meer laten zien. Men vertelde,
+dat zij zoo'n vreeselijke hoofdpijn had, dat zij naar bed had
+moeten gaan, wat madame Désagneaux verontwaardigd had doen vragen,
+waarom je hierheen kwam, om zieken te verplegen, als je zelf zoo zwak
+was. Maar langzamerhand begon zij zich ook geradbraakt aan armen en
+beenen te voelen, hoewel zij het zich zelf niet wilde bekennen en
+bij de minste klacht dadelijk bereid was om te helpen. Zij, die in
+haar appartementen te Parijs liever een knecht gescheld zou hebben
+dan zelf een lamp te verzetten, liep hier rond met potten en kannen,
+ledigde kommen, richtte de zieken op, terwijl madame de Jonquière een
+kussen achter haar schoof. Doch om elf uur kon zij niet meer. Zij was
+zoo onvoorzichtig zich even uit te strekken in den fauteuil en sliep
+toen dadelijk in. Haar aardig kopje met de mooie, blonde, weerspannige
+haren was op haar schouder afgezakt. En noch het gejammer, noch het
+roepen, noch eenig ander geluid kon haar wakker maken.
+
+Zachtjes was madame de Jonquière weer naar den jongen priester gekomen
+en zeide tegen hem:
+
+"Ik had er wel aan gedacht om mijnheer Ferrand, u weet wel den dokter,
+te laten halen; misschien had hij het arme kind wat kunnen geven om te
+kalmeeren, maar hij is beneden bezig met broeder Isidore. En bovendien
+we laten hier niemand geneeskundig behandelen, wij komen hier slechts,
+om onze lieve zieken in de handen der Heilige Maagd te leggen."
+
+Zuster Hyacinthe, die dezen nacht met de directrice wilde waken,
+voegde zich bij hen.
+
+"Ik kom zoo juist uit de mannenzaal; ik had mijnheer Sabathier een
+paar sinaasappelen beloofd. Het is mijnheer Ferrand gelukt broeder
+Isidore weer tot het leven terug te roepen... Wilt u misschien,
+dat ik hem even ga halen?"
+
+Maar Pierre verzette zich ertegen.
+
+"Wel neen, Marie zal wel verstandig zijn. Ik zal haar wel kalmeeren."
+
+Maar Marie bleef nog steeds hardnekkig zwijgen. Een van de twee
+lantaarns hing vlak bij haar bed, en Pierre zag heel duidelijk haar
+mager gezicht, waarin geen spier vertrok. In het bed ernaast zag hij
+het hoofd van Elise Rouquet, die in een diepen slaap verzonken was. Zij
+lag zonder sluier met haar gezicht naar boven, waarin de afzichtelijke
+wond toch bleef toetrekken. Links van zich zag hij de uitgeputte madame
+Vêtu, die, geschokt als zij werd door een onophoudelijk reutelen,
+den slaap niet vatten kon. Hij zeide een paar bemoedigende woorden tot
+haar. Zij dankte hem met een hoofdknikje en voegde er zwakjes aan toe:
+
+"Er hebben vandaag verschillende genezingen plaats gehad, dat maakt
+me zoo gelukkig."
+
+La Grivotte, die aan het voeteneinde van het bed op een matras lag,
+hield maar niet op, zich in haar drukke opgewondenheid op te richten
+en tegen ieder, die kwam, te herhalen:
+
+"Ik ben genezen!... Ik ben genezen!"
+
+En zij vertelde, dat zij een halve kip verorberd had, zij, die in
+geen twee maanden gegeten had. Daarna had zij bijna twee uur lang
+medegeloopen in de fakkelprocessie. Zij zou zeker tot vroeg in den
+ochtend gedanst hebben, als de Heilige Maagd een bal gegeven had.
+
+"Ik ben genezen, o, heelemaal genezen!"
+
+En met een kinderlijke vroolijkheid, met een glimlachende zelfverzaking
+kon madame Vêtu nog zeggen:
+
+"De Heilige Maagd heeft er goed aan gedaan, deze te genezen, die zoo
+arm is. Dat maakt mij gelukkiger dan wanneer ik het zelf was. Ik heb
+immers mijn winkel en kan nog best wat wachten... Ieder op zijn beurt,
+ieder op zijn beurt!"
+
+Bijna allen toonden die Christelijke liefde, die ongelooflijke
+blijdschap over de genezing van anderen. Slechts hoogst zelden waren
+zij jaloersch, allen gaven zich over aan een soort gelukkige epidemie,
+de aanstekelijke hoop den volgenden dag ook genezen te worden, als
+de Heilige Maagd het wilde. Je moest haar niet verdrietig maken,
+je niet ongeduldig betoonen, want zij had er natuurlijk haar goede
+redenen voor, wist waarom zij liever met deze dan met gene begon. De
+ergste zieken baden dan ook, in die broederschap van lijden en hoop,
+voor haar, die naast haar lagen. Ieder nieuw wonder was een onderpand
+voor het volgende. Onwrikbaar kwam haar geloof steeds weer boven. Men
+vertelde de geschiedenis van een verlamd boerenmeisje, dat met een
+buitengewone wilskracht in de Grot eenige passen geloopen had. In het
+Hôpital teruggekeerd, had zij zich weer naar beneden laten brengen,
+daar zij naar de voeten van Notre-Dame de Lourdes wilde teruggaan, maar
+op de helft van den weg was zij hijgend en doodsbleek neergevallen. Op
+een brancard had men haar toen weer naar het Hôpital teruggebracht,
+waar zij gestorven was; genezen, zeiden degenen, die in de zaal naast
+haar lagen. Ieder op zijn beurt, de Heilige Maagd vergat geen van haar
+geliefde dochters, indien het tenminste niet in haar bedoeling lag
+een van haar uitverkorenen onmiddellijk de genade van het paradijs
+deelachtig te doen worden.
+
+Plotseling, juist toen Pierre zich over haar heen boog, om nogmaals
+te vragen, of hij haar wat wilde voorlezen, barstte Marie in een wild
+snikken uit. Zij had haar hoofd laten neervallen op den schouder van
+haar vriend en zeide hem met een zachte, maar angstaanjagende stem te
+midden van de vage schaduwen dier vreeselijke zaal haar woede. Het
+was bij haar, iets, wat zoo zelden voorkomt, een verliezen van het
+geloof, een plotseling wegzinken van den moed, een opstand van het
+lijdende schepsel, dat niet langer wachten kan. Ja, het werd bij haar
+een godslastering.
+
+"Neen, neen, zij is slecht, zij is onrechtvaardig. Ik was er zoo
+zeker van, dat zij mij vandaag zou verhooren, en ik had haar zoo
+gesmeekt! Nooit zal ik genezen, nu deze eerste dag ten einde loopt. Het
+was een Zaterdag, ik was zoo overtuigd, dat zij mij op een Zaterdag
+genezen zou... O, Pierre, ik wilde niet meer spreken, belet mij om
+te spreken, want mijn hart is zóó vol, dat ik te veel zeggen zou!"
+
+In een broederlijke omarming had hij haar hoofd tegen zich aangedrukt,
+trachtte dien kreet van haar verzet te smoren.
+
+"Marie, zwijg toch! Ze mogen je niet hooren... Jij, zoo vroom! Wil
+je dan al deze zielen ergeren?"
+
+Maar zij kon niet zwijgen.
+
+"Ik zou stikken, ik moet spreken... Ik heb haar niet meer lief, ik
+geloof niet meer in haar. Alles wat men hier vertelt zijn leugens:
+er is niets, zij bestaat zelfs niet; zij luistert immers niet, als
+je haar roept en als je weent. Als je alles eens wist, wat ik tot
+haar gezegd heb... Neem me mee, dan kan ik op straat sterven, waar
+de voorbijgangers ten minste medelijden zullen hebben met mijn lijden."
+
+Haar stem was allengs zwakker geworden, stamelend als een kind viel
+zij op haar kussen terug.
+
+"En niemand houdt ook van me. Vader was er zelfs niet. En jij,
+arme jongen, hadt me ook in den steek gelaten. Toen ik zag, dat een
+ander mij naar den vijver reed, voelde ik in mijn hart zoo'n bittere
+koude. Ja, die koude van den twijfel, dien ik in Parijs zoo dikwijls
+gevoeld heb. Een ding is zeker: dat zij mij niet genezen heeft, komt,
+omdat ik getwijfeld heb. Ik zal slecht gebeden hebben, ik ben niet
+heilig genoeg..."
+
+De godslasteringen hadden reeds opgehouden, zij vond reeds
+verontschuldigingen voor den hemel. Maar haar gezicht bleef verbitterd
+in dien strijd tegen de hoogere macht, die zij zoo lief gehad en
+gebeden had, maar die haar niet verhoord had. Wanneer er een enkele
+maal zoo'n aanval van woede losbrak en het in de bedden tot dergelijke
+opstanden tegen God, tot wanhoop en snikken, ja zelfs tot vloeken
+kwam, dan trokken de dames en de zusters, eenigszins schuw en bang,
+eenvoudig de gordijnen dicht. De genade had zich teruggetrokken
+en men moest wachten, tot zij terugkeerde. Dan trad langzamerhand
+een kalmte in en na enkele uren was alles te midden van de diepe,
+treurige stilte gestorven.
+
+"Blijf toch kalm, blijf toch kalm, ik smeek het je," zeide Pierre,
+die zag, dat een andere crisis, een van twijfel aan zich zelf, van
+angst de goddelijke genade onwaardig te zijn, zich van Marie dreigde
+meester te maken.
+
+Ook zuster Hyacinthe was bij haar bed komen staan.
+
+"Maar je zult straks de heilige communie niet kunnen ontvangen,
+kindlief, als je in zoo'n opgewonden toestand blijft. En waarom
+wil je niet, dat mijnheer de abbé je wat voorleest, nu wij het ook
+goed vinden?"
+
+Zij maakte een moe gebaar als om te zeggen, dat zij het goed vond en
+onmiddellijk haalde Pierre uit het valies, dat aan het voeteneinde
+van het bed stond, het kleine boekje met blauwen omslag, waarin zoo
+naïef de geschiedenis van Bernadette verteld werd. Maar evenmin als
+den vorigen nacht in den voortrollenden trein hield hij zich aan den
+besnoeiden tekst van het boekje, maar improviseerde hij, waarbij hij
+de feiten op zijn wijze weergaf, terwijl de denker en de analyst in
+hem geen weerstand bieden konden aan de verleiding om de waarheid
+te herstellen, deze legende, wier eeuwig wonder tot de genezing der
+zieken medewerkte, meer menschelijk te maken. En weldra richtten
+zich van alle matrassen naast hem vrouwen op, die het vervolg van het
+verhaal wilden hooren, want het smachtend verlangen naar de communie
+belette bijna allen om te slapen.
+
+Zoo verhief Pierre, zittend in het bleeke schijnsel van de lantaarn,
+die boven hem hing, langzamerhand zijn stem, om zich voor de geheele
+zaal verstaanbaar te maken.
+
+"Dadelijk na de eerste wonderen begonnen de vervolgingen. Bernadette
+werd als een leugenaarster en een krankzinnige behandeld, en men
+dreigde haar in de gevangenis te zetten. Abbé Peyramale, pastoor van
+Lourdes en monseigneur Laurence, bisschop van Tarbes, benevens de
+geheele geestelijkheid hielden zich op den achtergrond en wachtten
+met de grootste voorzichtigheid de dingen af, terwijl de burgerlijke
+autoriteiten, de prefect, de officier van justitie, de burgemeester,
+de commissaris van politie zich in hun overmatigen ijver tot
+betreurenswaardige excessen tegen den godsdienst lieten verleiden..."
+
+Terwijl hij zoo voortging, zag Pierre, hoe de ware geschiedenis met
+een onweerstaanbare kracht voor hem oprees. Hij ging nog wat in de
+geschiedenis terug en vond Bernadette weer terug op het oogenblik van
+de eerste verschijningen. Zij was zoo rein, zoo kinderlijk-oprecht,
+zoo aanbiddelijk van onschuld en goede trouw in haar lijden. Zij
+was de helderziende, de heilige, wier gelaat in de oogenblikken
+van extase een uitdrukking van bovenmenschelijke schoonheid kreeg:
+haar voorhoofd straalde, haar trekken schenen verheerlijkt te worden,
+haar oogen baadden in licht, terwijl de half geopende mond van liefde
+brandde. Haar geheele persoon was dan vol van een verheven majesteit,
+zij maakte langzame en verheven teekenen des kruises, die als het ware
+den geheelen horizont omvatten. De aangrenzende dalen, de dorpen,
+de steden spraken over niets dan over Bernadette. En hoewel de
+Heilige Maagd zich nog niet bekend gemaakt had, herkende men haar,
+zeide men: "Dat is de Heilige Maagd!" Den eersten marktdag kwamen er
+zooveel menschen, dat Lourdes wel overstroomd leek. Allen wilden het
+gebenedijde kind zien, de uitverkorene van de Koningin der Engelen,
+die zoo mooi werd, wanneer de hemelen zich voor haar verrukte
+oogen openden. Iederen ochtend werd de menigte aan den oever van
+den Gave grooter; duizenden verdrongen er zich om toch maar niets
+van het schouwspel te verliezen. Zoodra Bernadette zich vertoonde,
+liep een geprevel door de schare: "Daar is de heilige, de heilige,
+de heilige!" Men snelde naar haar toe, kuste haar kleeren. Zij was
+de Messias, de eeuwige Messias, dien de volkeren verwachten en naar
+wien door alle eeuwen heen alle geslachten smachten. En steeds weer
+herhaalde zich hetzelfde: een openbaring der Maagd aan een herderin;
+een stem, die de wereld vermaande tot boetedoening; een bron, die
+ontsprong; wonderen, die de in steeds grooter getale samenstroomende
+menigte met verbazing sloegen en verrukten.
+
+O, die eerste wonderen van Lourdes! Welk een heerlijke
+lentebloesempracht van troost in het hart der ellendigen, die door
+armoede en ziekte verteerd werden! Het genezen oog van den ouden
+Bourriette; de jonge Bouhohorts, in het koude water weer tot het leven
+teruggeroepen; dooven, die weer hoorden; lammen, die weer liepen;
+en zoovele anderen, Blaise Maumus, Bernade Soubies, Auguste Bordes,
+Blaisette Soupenne, Benoite Cazeaux, die van de ergste ziekten
+verlost werden, vormden het onderwerp van eindelooze gesprekken,
+verlevendigden de hoop weer van allen, die geestelijk of lichamelijk
+leden. Donderdag, den vierden Maart, den laatsten dag van de door de
+Heilige Maagd verlangde bezoeken, waren er meer dan twintigduizend
+personen voor de Grot, was het geheele gebergte afgedaald. En die
+ontzaglijke menigte vond daar waarnaar zij hongerde: het voedsel van
+het goddelijke, het feestmaal van het wonderbaarlijke, genoeg van het
+onmogelijke, om haar geloof te bevredigen aan een hoogere macht, die
+zich verwaardigde zich in te laten met de armen, die op opzienbarende
+wijze ingreep in de ellendige toestanden hier op aarde, om er een
+weinig gerechtigheid en goedheid te brengen. De roep der goddelijke
+liefde weerklonk, de onzichtbare en hulpvaardige hand strekte zich uit,
+verbond de eeuwige wonde der menschheid. O, met welk een onverwoestbare
+kracht schoot deze droom, dien ieder geslacht op zijn beurt opnieuw
+droomde, weer wortel bij de onterfden, zoodra hij een gunstigen,
+door de omstandigheden voorbereiden bodem gevonden had. En misschien
+hadden in geen eeuwen de feiten zich zoo samengevoegd, om, zooals in
+Lourdes, den mystieken haard van het geloof te doen ontvlammen.
+
+Een nieuwe godsdienst begon zich te grondvesten, en onmiddellijk
+kwamen de vervolgingen los, want de godsdiensten gedijen slechts
+onder martelingen en verzet. Evenals vroeger te Jeruzalem, toen het
+gerucht zich verspreidde, dat wonderen opbloeiden onder de stappen
+van den verwachten Verlosser, geraakten ook hier de burgerlijke
+autoriteiten in opwinding, de officier van justitie, de vrederechter,
+de burgemeester en vooral de prefect van Tarbes. Deze was toevallig een
+streng geloovig Katholiek, een rechtschapen man, die zijn godsdienstige
+plichten steeds waarnam, maar bovendien een echte bestuursambtenaar,
+een hartstochtelijk verdediger van de goede orde, een verklaard
+tegenstander van alle fanatisme, waaruit oproer en godsdienstige
+ontaarding voortvloeit. Te Lourdes had hij onder zijn bevelen een
+commissaris van politie, die den zeer begrijpelijken wensch koesterde
+zijn gaven van helder doorzicht te bewijzen.
+
+En zoo begon de strijd: den eersten Vastenzondag, vlak na de eerste
+verschijningen, liet deze commissaris Bernadette voor zich komen,
+om haar te ondervragen. Vergeefs trad hij in den beginne liefderijk,
+dan opvliegend en dreigend op: hij kreeg van het meisje steeds dezelfde
+antwoorden. De geschiedenis, die zij met de langzamerhand toegenomen
+bijzonderheden vertelde, had zich van lieverlede onherroepelijk in
+haar kinderlijk brein vastgezet. En bij deze arme hysterica was
+dat geen leugen; het was een onbewust opgedrongen gedachte, een
+ongeneeslijk gebrek aan wilskracht om zich los te maken van de eerste
+hallucinatie. Het ongelukkige kind, het lieve, zachte kind! Van dat
+oogenblik af was zij voor het leven verloren, werd zij gekruisigd
+door haar idée fixe, waaruit men haar slechts zou hebben kunnen
+losrukken door haar in een andere omgeving te brengen, door haar
+terug te geven aan de vrije buitenlucht in een streek van licht en
+menschenliefde! Maar zij was de uitverkorene, zij had de Heilige Maagd
+gezien, daarom zou zij haar geheele leven lijden en ten slotte sterven.
+
+Pierre, die Bernadette zoo goed begreep en aan haar nagedachtenis
+een broederlijk medelijden, de warme toegenegenheid, die men voor een
+menschelijke heilige, een eenvoudig, rechtschapen en in de marteling
+voor haar geloof bekoorlijk wezen heeft, bewaarde, kon zijn ontroering
+niet verbergen: zijn oogen waren vochtig, zijn stem beefde. Marie,
+die tot dusverre met haar door verzet hard gelaat, strak voor zich
+uit had liggen staren, maakte nu een gebaar van medelijden.
+
+"De arme kleine," prevelde zij, "zoo alleen tegen die magistraten,
+en zoo onschuldig, zoo fier, zoo zeker van haar zaak!"
+
+Uit alle bedden steeg dezelfde lijdende sympathie op. De hel van deze
+zaal in haar nachtelijke ellende, met haar vergiftigde atmosfeer, haar
+opeenhooping van smartelijke ziekbedden, haar spookachtig heen en weer
+geloop van door moeheid uitgeputte zusters, scheen verlicht te worden
+door een glans van goddelijke liefde. Arme, arme Bernadette! Allen
+waren verontwaardigd over de vervolgingen, die zij, om de werkelijkheid
+van haar visioen te verdedigen, had moeten verduren.
+
+Voortgaande, vertelde Pierre wat Bernadette te lijden had gehad. Na
+het verhoor door den commissaris had zij nog voor de chambre du
+Tribunal moeten verschijnen. De geheele magistratuur wilde haar
+met alle geweld tot een herroeping dwingen. Maar het hardnekkig
+vasthouden aan haar droom was sterker dan al de redeneeringen van al
+de burgerlijke overheden te zamen. Twee doktoren, door den prefect
+gezonden, om haar te onderzoeken, concludeerden te goeder trouw,
+zooals trouwens ieder geneesheer gedaan zou hebben, tot zenuwstoringen,
+waarvan het asthma een zekere aanwijzing was en die onder bepaalde
+omstandigheden hallucinaties in het leven hadden kunnen roepen. Op die
+conclusie was zij bijna in een ziekenhuis te Tarbes opgesloten. Maar
+men durfde haar niet uit Lourdes te verwijderen, bang als men was
+voor de volksverbittering. Een bisschop was gekomen om zich voor
+haar op zijn knieën te werpen. Dames wilden haar genade met goud
+koopen. Steeds grooter wordende scharen van geloovigen overstelpten
+haar met bezoeken. Zij had een toevlucht gezocht bij de zusters van
+Nevers, die de zieken in het gemeentelijke ziekenhuis verpleegden;
+daar had zij haar eerste communie gedaan, daar leerde zij met moeite
+lezen en schrijven. Daar de Heilige Maagd haar slechts voor het geluk
+van anderen uitverkoren scheen te hebben en haar zelf niet van haar
+chronische benauwdheden genas, besloot men haar naar de zoo nabij
+gelegen baden van Cauterets te brengen, die haar echter in het geheel
+geen goed deden.
+
+Onmiddellijk na haar terugkeer te Lourdes begon de kwelling van
+verhooren en van aanbidding door een geheel volk opnieuw in nog
+erger mate, zoodat zij een afschuw van de wereld kreeg. Het was nu
+voor goed uit: zij kon nu geen vroolijk kind meer zijn; geen jong
+meisje worden, dat droomt van een echtgenoot; geen jonge vrouw, die
+de wangen van mollige kinderen kust. Zij had de Heilige Maagd gezien,
+zij was de uitverkorene en de martelares. De Heilige Maagd, zeiden
+de geloovigen, had haar slechts drie geheimen toevertrouwd en haar
+aldus gewapend met die driedubbele wapenrusting, om haar te midden
+van haar beproevingen te steunen.
+
+Lang had de geestelijkheid, zelf vol twijfel en ongerustheid, zich
+van het uitspreken van een oordeel onthouden. De pastoor van Lourdes,
+abbé Peyramale, was een ruw, maar buitengewoon goed, rechtschapen
+en verwonderlijk energiek man, wanneer hij meende op den rechten
+weg te zijn. De eerste maal, dat hij Bernadette bij zich kreeg,
+ontving hij bijna even ruw als de commissaris van politie dit te
+Bartrès opgevoede kind, dat men nog niet op de leering gezien had;
+hij weigerde haar verhaal te gelooven en beval haar met eenige
+ironie de Vrouwe te bidden vóór alles de wilde rozenstruik, die aan
+haar voeten stond, te doen ontluiken, wat de Vrouwe niet deed. Dat
+hij later als een goede herder, die zijn kudde verdedigt, het kind
+onder zijn bescherming nam, was alleen, omdat, toen de vervolgingen
+begonnen, men erover dacht dat ziekelijke meisje met haar zoo heldere
+en vrijmoedige oogen gevangen te nemen. En bovendien waarom zou hij het
+wonder blijven ontkennen, nadat hij er als voorzichtig priester, die
+weinig lust heeft den godsdienst in een verdacht avontuur te werpen,
+slechts aan getwijfeld had? De Heilige Boeken staan vol wonderen,
+het geheele dogma is op het mysterie gebaseerd.
+
+Vanaf dat oogenblik verzette, in de oogen van een priester, niets er
+zich tegen, dat de Heilige Maagd dit godvruchtige kind belast had met
+de opdracht voor hem, om een kerk te bouwen, waar de geloovigen zich
+in processie heen zouden begeven. Op die wijze begon hij Bernadette
+om haar charme lief te krijgen en te verdedigen, ook al hield hij
+zich, in afwachting van de beslissing van zijn bisschop, bescheiden
+op den achtergrond.
+
+Deze bisschop, Mgr. Laurence, scheen zich in zijn paleis te Tarbes
+achter driedubbele grendels opgesloten te hebben en bewaarde,
+alsof er te Lourdes niets gebeurde, dat hem kon interesseeren,
+het meest volmaakte stilzwijgen. Hij had aan zijn geestelijkheid
+strenge bevelen gegeven, en geen priester had zich nog onder de groote
+scharen, die geheele dagen voor de Grot doorbrachten, laten zien. Hij
+wachtte; hij liet in administratieve circulaires den prefect weten,
+dat de burgerlijke overheid in overeenstemming met de geestelijke
+overheid was. In den grond der zaak geloofde hij blijkbaar niet
+aan de verschijningen, zag hij daarin, evenals de geneesheeren,
+slechts de hallucinaties van een ziekelijk kind. De gebeurtenis, die
+het geheele land in beweging bracht, was echter belangrijk genoeg,
+om het van dag tot dag nauwkeurig te laten onderzoeken, en de wijze,
+waarop hij er zoo langen tijd zoo'n geringe belangstelling voor toonde,
+bewijst hoe weinig geloof hij aan het beweerde wonder sloeg. Zijn
+eenige zorg was de Kerk niet te compromitteeren met een geschiedenis
+die voorbestemd was slecht te eindigen. Mgr. Laurence, een zeer vroom
+man met een koel en nuchter verstand, had voor het bestuur van zijn
+diocese een groote dosis gezond verstand medegebracht. De ongeduldigen
+en de vurige ijveraars gaven hem toendertijd den bijnaam van "Heilige
+Thomas", omdat hij in zijn twijfel bleef volharden tot den dag, dat
+hij door de feiten gedwongen werd. Hij weigerde te hooren en te zien,
+vast besloten niet toe te geven dan wanneer de godsdienst er niets
+meer bij verliezen kon.
+
+Maar de vervolgingen werden ernstiger en scherper. De minister
+van Eeredienst, die op de hoogte gebracht was, eischte, dat alle
+wanordelijkheden zouden ophouden, waarop de prefect de toegangen
+tot de Grot door militairen had laten bezetten. Reeds hadden de
+geloofsijver der getrouwen en de dankbaarheid der genezenen die met
+bloemvazen versierd. Men wierp geldstukken in de Grot, geschenken
+voor de Heilige Maagd stroomden toe. Ook waren er reeds primitieve
+inrichtingen gemaakt: steenhouwers hadden een soort reservoir
+uitgehouwen, om het wonderwater op te vangen; anderen ruimden de
+groote rotsblokken weg en schiepen op die wijze een toegang langs den
+heuvel. En tegenover den steeds aangroeienden stroom der menigte nam
+de prefect, na van Bernadette's inhechtenisneming te hebben afgezien,
+het ernstige en bedenkelijke besluit om den toegang tot de Grot door
+een zwaar staketsel af te sluiten.
+
+Er hadden zich ergerlijke dingen voorgedaan: kinderen beweerden
+den duivel gezien te hebben; sommigen maakten zich daarbij aan
+leugens schuldig, anderen deden het onder den invloed van ziekelijke
+hallucinaties, die veroorzaakt werden door zenuwstoringen, welke
+als een besmettelijke ziekte om zich heen grepen. Maar wat een werk
+bracht de opruiming van de Grot met zich. De commissaris kon eerst
+tegen den avond een meisje vinden, dat hem een kar wilde verhuren;
+twee uren later brak dat meisje bij een val een rib. Eveneens werd
+den volgenden dag een man, die een bijl geleend had, door een steen
+een voet verpletterd. Eerst bij het invallen der schemering kon
+de commissaris onder het hoongelach der menigte de bloempotten,
+de enkele brandende kaarsen, de geldstukken en de zilveren harten,
+die in het zand lagen, medenemen. De menschen balden hun vuisten,
+scholden hem tusschen hun tanden uit voor dief en moordenaar. Dan
+werden de palen van het staketsel geslagen, de planken vastgespijkerd,
+een heel bouwwerk, dat het mysterie afsloot, den toegang tot het
+onbekende versperde en het wonder gevangen zette. En de burgerlijke
+overheden waren zoo naïef om te gelooven, dat het nu uit was, dat
+die enkele planken de armen, die dorstten naar illusie en hoop,
+zouden tegenhouden.
+
+Zoodra de nieuwe godsdienst in den ban gedaan en door de wet als
+een misdaad vervolgd werd, laaide hij met een onuitbluschbare vlam
+in de zielen op. De geloovigen bleven in nog grooter getale komen,
+knielden op eenigen afstand van de Grot neder en snikten bij het
+zien van den hun verboden hemel. De zieken, de zieken vooral,
+aan wie een barbaarsch besluit genezing ontnam, stroomden ondanks
+het verbod toe, kropen door gaten, klommen, allen gedreven door de
+vurige begeerte om water te stelen, over alle hindernissen. Wat, er
+was daar wonderdadig water, dat het gezicht teruggaf aan de blinden,
+lammen weder deed loopen, alle ziekten onmiddellijk verlichtte,
+en nu waren er hooggeplaatste ambtenaren, wreed genoeg om dat water
+achter slot en grendel te zetten, opdat het niet langer de armen zou
+genezen? Het was monsterachtig wreed! Een kreet van vervloeking rees
+op uit het arme volk, uit de onterfden, die om te leven evenveel
+behoefte hadden aan het wonderbaarlijke als aan brood.
+
+Volgens het overheidsbesluit moest tegen de overtreders proces-verbaal
+worden opgemaakt, en zoo zag men voor de rechtbank een rij van oude
+vrouwen en kreupele mannen trekken, die beschuldigd werden uit de
+levensbron geput te hebben. Zij stamelden, smeekten en begrepen het
+niet, wanneer ze een geldboete kregen. Maar buiten knorde en gromde
+de menigte, steeds grooter werd de volkswoede tegen die magistraten,
+die zoo hardvochtig waren voor de ellende hier beneden, die heeren
+zonder erbarmen, die eerst allen rijkdom aan zichzelf getrokken hadden
+en nu den armen zelfs hun droom van het hiernamaals, hun geloof,
+dat een hoogere en meedoogende macht zich met moederlijke liefde
+hun lot aantrok, niet gunden. Op een triesten morgen begaf zich een
+troep ellendigen en zieken naar den burgemeester; zij knielden neer
+op het plein en bezwoeren hem snikkend de Grot weer te laten openen;
+en wat zij zeiden was zoo ontroerend, dat iedereen weende.
+
+Een moeder liet haar halfdood kind zien; moest men dat zoo in
+haar armen laten sterven, terwijl er een bron was, die de kinderen
+van andere moeders van den dood gered had? Een blinde wees op zijn
+omfloerste oogen, een bleeke, klierachtige jongen liet zijn beenwonden
+zien, een verlamde vrouw trachtte haar kromme handen te vouwen;
+wilde men hun dood, weigerde men hun de laatste goddelijke kans om te
+leven, nu de menschelijke wetenschap hen in den steek liet? En even
+groot was de verontwaardiging der geloovigen, van hen, die overtuigd
+waren, dat in de duisternis van hun droef bestaan een hoekje van
+den hemel opengegaan was, die er tegen op kwamen, dat men hun die
+hersenschimmige vreugde ontnam, de laatste troost in hun menschelijk en
+maatschappelijk lijden, om te gelooven, dat de Heilige Maagd eindelijk
+neergedaald was om hun het oneindige erbarmen van haar tusschenkomst
+te brengen. De burgemeester had niets kunnen beloven, en de menigte
+was weenend teruggegaan, bereid tot rebellie, als onder den invloed
+van een groote onrechtvaardigheid, van een dwaze wreedheid tegenover
+de kleine luiden en de eenvoudigen van geest, die de Hemel wreken zou.
+
+Ettelijke maanden lang duurde de strijd. Het was een buitengewoon
+schouwspel die mannen van gezond verstand, den minister, den
+prefect, den commissaris van politie, allen ongetwijfeld door de
+beste bedoelingen bezield, zich te zien verzetten tegen de steeds
+aangroeiende menigte radeloozen, die niet wilden, dat men de poort
+van den droom voor hen sloot. De overheid eischte orde en rust,
+eerbied voor een verstandigen godsdienst en den triomf van het
+verstand, terwijl het volk in zijn overspannen begeerte naar heil in
+deze en in de wereld hiernamaals medegesleept werd door zijn drang
+naar geluk. O, niet meer te lijden, de gelijkheid van het geluk te
+veroveren, slechts leven onder de bescherming van een rechtvaardige en
+algoede Moeder, slechts sterven, om in den hemel weer te ontwaken! En
+noodzakelijkerwijze moest die brandende begeerte der scharen,
+die heilige waan van algemeen geluk en algemeene vreugde de starre
+opvatting wegvagen van een goed geregelde maatschappij, waarin de
+epidemisch terugkeerende aanvallen van religieuze hallucinaties als
+aanslagen op de rust van gezonde geesten veroordeeld worden.
+
+Op dat oogenblik kwam de zaal Sainte-Honorine in opstand. Weer moest
+Pierre een oogenblik zijn verhaal onderbreken door de half gesmoorde
+uitroepen, die den commissaris voor Satan en Herodes uitmaakten. La
+Grivotte had zich op haar matras opgericht en stotterde:
+
+"De monsters!... En de goede Heilige Maagd, die mij genezen heeft!"
+
+Madame Vêtu, die ondanks haar onbewuste zekerheid, dat zij sterven
+zou, toch weer door hoop bezield werd, maakte zich woedend bij het
+denkbeeld, dat, als de prefect de overwinning behaald had, de Grot
+thans niet bestaan zou.
+
+"Dan zouden er geen bedevaarten zijn, zouden wij hier niet zijn,
+zouden er niet ieder jaar honderden genezen!"
+
+Een benauwdheid deed haar half stikken; zuster Hyacinthe moest haar
+komen oprichten. Madame de Jonquière maakte van de onderbreking
+gebruik, om aan een jonge vrouw, die aan ruggemergstering leed,
+den pot te geven. Twee andere vrouwen, die door de ondraaglijke
+hitte niet in haar bed konden blijven, liepen met kleine, zachte
+pasjes als witte schimmen in de walmende donkerte heen en weer; van
+het eind der zaal kwam uit de duisternis een moeilijke ademhaling,
+die het geheele verhaal van Pierre met een reutelend geluid begeleid
+had. Alleen Elise Rouquet sliep rustig; zij lag op haar rug en liet
+haar afzichtelijke wonde, die aan het opdrogen was, zien.
+
+Het was kwart over twaalf; ieder oogenblik kon abbé Judaine binnenkomen
+voor de communie. De genade keerde weer in het hart van Marie terug;
+zij was nu overtuigd, dat de schuld bij haar lag, bij haar, die, toen
+zij in den vijver afdaalde, getwijfeld had, of de Heilige Maagd haar
+wel genezen zou. En zij had berouw over haar opstand als over een
+misdaad; zou zij ooit vergiffenis kunnen krijgen? Haar bleek gelaat
+was tusschen haar mooie, blonde haar weggezonken, haar oogen stonden
+vol tranen en zij keek Pierre met een wanhopige droefheid aan.
+
+"O, vriendlief, wat ben ik slecht geweest! Toen ik naar de uit trots
+begane misdaden van dien prefect en de andere overheidspersonen
+luisterde, heb ik mijn schuld begrepen... Je moet gelooven, Pierre,
+er bestaat geen geluk buiten geloof en liefde."
+
+Toen Pierre wilde ophouden, kwamen allen daartegen in verzet, eischten
+het vervolg. En Pierre moest beloven, dat hij zou vertellen tot den
+triomf der Grot.
+
+Het staketsel versperde nog steeds den toegang, men moest heimelijk
+in den nacht komen, als men wilde bidden en een flesch gestolen water
+medenemen. Intusschen werd de vrees voor oproer steeds grooter, men
+vertelde, dat al de dorpen uit het gebergte naar beneden zouden komen
+om God te bevrijden. Het was de levée en masse der kleine luiden,
+een zoo onweerstaanbare drang van dorstenden naar het wonder, dat het
+eenvoudige gezonde verstand, de eenvoudige goede orde op het punt
+stond als kaf voor den wind weggevaagd te worden. Mgr. Laurence in
+zijn bisschoppelijk paleis te Tarbes was de eerste die zich overgeven
+moest. Al zijn gereserveerdheid, al zijn twijfel was niet bestand tegen
+de volksbeweging. Vijf volle maanden had hij zich op den achtergrond
+kunnen houden, zijn geestelijkheid kunnen beletten de geloovigen
+naar de Grot te volgen, de Kerk kunnen verdedigen tegen den storm
+van bijgeloof. Maar waartoe diende het nog verder te strijden? Hij
+voelde, dat de ellende van zijn schare geloovigen zoo groot was, dat
+hij er zich bij nederlegde hun den afgodendienst te geven, waarnaar
+zij zoo smachtten.
+
+Maar toch vaardigde hij uit een restje van voorzichtigheid een bevel
+uit, waarbij een commissie benoemd werd, die een onderzoek moest
+instellen: dat was de aanvaarding van het wonder op korter of langer
+termijn. Kan men niet begrijpen, wat een moeite het Mgr. Laurence, een
+man van gezonde denkbeelden en helder verstand, kostte om dat bevel te
+onderteekenen? Hij moest neerknielen in zijn bidvertrek en God, den
+beheerscher der wereld, smeeken hem voor te schrijven, wat hij doen
+moest. Hij geloofde niet aan de verschijningen, had een hoogere, meer
+intellectueele opvatting omtrent manifestaties der godheid. Maar was
+het niet barmhartig en liefderijk aan de bezwaren van zijn verstand en
+aan zijn fijnere opvatting van godsvereering het zwijgen op te leggen
+tegenover de noodzakelijkheid om het brood der leugen, dat de arme
+menschheid noodig heeft om gelukkig te kunnen leven, uit te reiken.
+
+"O, mijn God, vergeef mij, indien ik U laat afdalen van den troon
+van Uw eeuwige macht, waarop Gij gezeten zijt, wanneer ik U verneder
+tot dit kinderlijke spel met nuttelooze wonderen. Maar, o, mijn God,
+zij lijden zoo, zij hongeren zóó naar het wonderbaarlijke en naar
+sprookjes, om hun levenssmart te verzachten. Gij zelf zoudt, indien
+zij Uw schapen waren, helpen hen te misleiden. Laten zij op deze
+wereld getroost worden, ook al moet de idee van Uw goddelijkheid
+daarbij lijden!"
+
+En zoo had de bisschop in tranen het offer aan zijn God gebracht in
+zijn herderlijke liefde voor de ellendige menschelijke kudde.
+
+Dan gaf de keizer, de gebieder, zich over. Hij was toen te
+Biarritz, dagelijks werd hij op de hoogte gehouden over die zaak der
+verschijningen, waarmede alle Parijsche bladen zich bezighielden;
+want de vervolging zou niet volmaakt geweest zijn, indien de
+inkt der Voltairiaansche journalisten er zich niet mede bemoeid
+had. En terwijl zijn minister, zijn prefect, zijn commissaris van
+politie zich afmatten voor het gezond verstand en de goede orde,
+bewaarde de keizer zijn diep stilzwijgen van wakend droomer, dat
+niemand ooit doorgrond had. Dagelijks kwamen er petities; en hij
+zweeg. Bisschoppen waren met hem komen spreken, hooge personnages,
+hooge dames uit zijn omgeving namen hem ter zijde; en hij zweeg. Eén
+onafgebroken gevecht werd geleverd om zijn beslissing, eenerzijds de
+geloovigen of eenvoudigen des geestes vol herschenschimmen, die zich
+hartstochtelijk voor het mysterieuze interesseerden; anderszijds de
+ongeloovigen, de regeeringspersonen, die al deze overdrijvingen der
+phantasie met leede oogen aanzagen; en hij zweeg. Plotseling sprak
+hij in zijn bedeesd besluit. Het gerucht liep, dat de smeekbeden der
+keizerin hem tot een beslissing gebracht hadden. Ongetwijfeld had zij
+ingegrepen, maar het voornaamste was toch, dat in den keizer zijn
+oude humanitaire droom was opgeleefd, zijn oprecht medelijden met
+de onterfden teruggekomen was. Evenmin als de bisschop, wilde hij de
+poort der illusie sluiten voor de ongelukkigen door het impopulaire
+besluit van den prefect, waarbij verboden werd uit de heilige bron
+te gaan drinken, te handhaven. En hij zond een telegraphisch bevel
+het staketsel af te breken, opdat de bron vrij zoude zijn.
+
+Dat was het Hosanna! Dat was de triomf. Onder tromgeroffel en
+trompetgeschal werd het nieuwe besluit op de pleinen te Lourdes
+voorgelezen. De commissaris van politie moest in hoogst eigen persoon
+tot het wegnemen van het staketsel overgaan. Evenals de prefect werd
+hij verplaatst. Van alle kanten stroomden de menschen toe en in de Grot
+werd de eeredienst geregeld. Een kreet van goddelijke vreugde steeg op:
+God had overwonnen. God? Neen, helaas! Maar de menschelijke ellende,
+de eeuwige behoefte aan de leugen, de hoop van den verdoemde, die,
+om heil en redding te vinden, zich overgeeft aan de handen van een
+onzichtbare almacht, die, sterker dan de natuur, alleen in staat is de
+onverbiddelijke natuurwetten te verbreken. En ook nog had overwonnen
+het souverein medelijden van de herders der kudden, den bisschop
+en den keizer, die in hun groote barmhartigheid den grooten zieken
+kinderen hun fetisch lieten, die de meesten troostte en sommigen
+zelfs wel genas.
+
+In het midden van November begon de bisschoppelijke commissie
+met het haar opgedragen onderzoek. Zij ondervroeg Bernadette nog
+eenmaal en bestudeerde een groot aantal wonderen. Toch hield zij
+slechts dertig genezingen, waaraan absoluut niet te twijfelen viel,
+over. Mgr. Laurence beweerde nu overtuigd te zijn. Toch gaf hij nog
+een bewijs van zijn uiterste voorzichtigheid: hij wachtte nog drie jaar
+vóór hij in een mandement verklaarde, dat de Heilige Maagd werkelijk in
+de Grot van Massabielle verschenen was en daarna verschillende wonderen
+hadden plaats gegrepen. Hij had uit naam van het bisdom, van de stad
+Lourdes de Grot met het uitgestrekte omliggende terrein gekocht.
+
+Vervolgens werden er verschillende werken uitgevoerd, eerst op
+bescheiden voet, maar weldra belangrijkere al naar mate het geld
+van de geheele Christenheid toestroomde. Men richtte de Grot in en
+sloot hem af met een hek. De Gave werd achterwaarts in een nieuwe
+bedding geleid, om breede toegangswegen, gazons, lanen en boulevards
+te kunnen aanleggen. Eindelijk begon de kerk, die de Heilige Maagd
+gevraagd had, de Basilica op den top van de rots zelf uit den grond te
+verrijzen. Van af den eersten steek der spade leidde de pastoor van
+Lourdes, abbé Peyramale, alles met een buitengewonen geloofsijver,
+want de strijd had van hem den vurigsten, den oprechtsten geloovige
+van het werk gemaakt. Op zijn ietwat ruw-vaderlijke manier was hij
+begonnen Bernadette te vereeren; hij gaf zich met lichaam en ziel aan
+de uitvoering der bevelen, die hij door den mond van deze onschuldige
+van den hemel ontvangen had. Hij wijdde al zijn krachten aan den
+bouw, wilde, dat alles mooi en grootsch was, de Koningin der Engelen,
+die zich verwaardigd had dit hoekje der bergen te bezoeken, waardig.
+
+De eerste godsdienstige plechtigheid had eerst zes jaar na de
+verschijningen plaats op den dag, dat men met groote pracht en praal
+in de Grot een beeld der Heilige Maagd plaatste op de plek, waar zij
+het eerst verschenen was. Dien ochtend had Lourdes zich bij prachtig
+weer in feestdos gestoken; alle klokken luidden. Vijf jaar later,
+in 1869, werd de eerste mis gelezen in de crypt der Basilica, wier
+spits nog niet af was. De geschenken werden steeds talrijker, een
+stroom van goud vloeide naar de Grot, een geheele stad schoot uit
+den grond op. Dat was de voltooiïng der stichting van den nieuwen
+godsdienst. De wensch om te genezen genas, de dorst naar het wonder
+bewerkte het wonder. Een God van medelijden en hoop kwam voort uit
+het lijden der menschheid, uit die behoefte aan troostende illusie,
+welke door alle menschengeslachten heen, de wondervolle paradijzen
+van het hiernamaals geschapen heeft, waarin een almacht gerechtigheid
+oefent en het eeuwige geluk uitdeelt.
+
+De zieken van de zaal Sainte-Honorine zagen dan ook in de overwinning
+der Grot slechts den triomf van de hoop op genezing. En langs de bedden
+streek een rilling van vreugde, toen Pierre, wiens hart door al die
+arme, naar zekerheid smachtende gezichten geroerd werd, herhaalde:
+
+"God had overwonnen, en sedert dien dag hebben de wonderen niet
+opgehouden."
+
+Hij legde het boekje neer. Abbé Judaine kwam binnen, de communie zou
+beginnen. Maar Marie, bij wie de koorts van het geloof weer opkwam,
+en wier handen brandden, boog zich naar hem toe.
+
+"Vriendlief," fluisterde zij, "bewijs mij den grooten dienst
+de bekentenis van mijn schuld aan te hooren en mij absolutie te
+geven. Ik heb God gelasterd en ben in een staat van doodzonde. Als
+jij me niet helpt, zal ik de heilige hostie niet kunnen ontvangen,
+en ik heb zoo'n behoefte aan troost en opbeuring!"
+
+De jonge priester weigerde met een gebaar. Nooit had hij deze vriendin,
+de eenige vrouw, die hij in haar vroolijke en gezonde jeugdjaren lief
+gehad en begeerd had, de biecht willen afnemen. Maar zij drong aan.
+
+"Ik smeek je erom. Je zult daardoor medewerken aan het wonder van
+mijn genezing."
+
+Hij gaf toe, hoorde haar schuldbelijdenis aan, de bekentenis van
+den goddeloozen opstand van haar lijden tegen de Heilige Maagd,
+die doof gebleven was voor haar smeekbeden; dan gaf hij haar met de
+sacramenteele woorden de absolutie.
+
+Reeds had abbé Judaine de hostievaas op een klein tafeltje tusschen
+twee brandende waskaarsen, twee sombere sterren in het halfdonker
+der zaal, gezet. Men had de ramen eindelijk wijd opengezet, zoo
+ondragelijk was de stank van die lijdende lichamen en die opgehoopte
+lompen geworden; maar er kwam geen frissche lucht binnen: de nauwe,
+donkere binnenplaats leek wel een gloeiende mijnput. Pierre bood zich
+aan als misdienaar en zeide het Confiteor. Dan hief de aalmoezenier
+in zijn miskleed, na het Misereatur en het Indulgentiam uitgesproken
+te hebben, de hostievaas op:
+
+"Ziet het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt!"
+
+Ieder der vrouwen, die vol ongeduld de communie verwachtten, zooals de
+stervende het leven verwacht van een nieuwe drank, die maar uitblijft,
+herhaalde driemaal met gesloten mond de acte van deemoediging: "Heer,
+ik ben niet waardig, dat Gij ingaat in mijn lichaam, spreek echter
+slechts één woord, en mijn ziel zal genezen worden!" Abbé Judaine
+was intusschen, gevolgd door Pierre, zijn tocht langs de ziekbedden
+begonnen, terwijl madame de Jonquière en zuster Hyacinthe, beiden
+met een kaars in de hand, met hen meeliepen.
+
+De zuster wees de zieken aan, die de communie moesten ontvangen, dan
+boog de priester zich over haar heen en legde, eenigszins op goed
+geluk af, onder het prevelen van Latijnsche woorden, de hostie op
+haar tong. Allen richtten zich op met wijd-geopende, schitterende
+oogen te midden van de door een al te haastige inrichting van de
+zaal ontstane wanorde. Toch moest men er nog twee, die vast sliepen,
+wakker maken. Velen kreunden, zonder zich ervan bewust te zijn,
+begonnen, zoodra zij God ontvangen hadden, weer te kreunen. Achter in
+de zaal bleef het rochelen van de vrouw, die men niet zag, nog steeds
+aanhouden. Men kon zich moeilijker iets melancholiekers denken dan
+die kleine stoet in het half-donker, waarin de twee gele lichten van
+de brandende kaarsen als sterren plekten.
+
+Het gezicht van Marie, die weer in extase verzonken was, leek wel
+een goddelijke verschijning. Aan la Grivotte, die 's ochtends in de
+Rozenkranskerk de heilige communie ontvangen moest, werd de heilige
+hostie geweigerd, hoewel zij hongerde naar het brood des levens; madame
+Vêtu had in een hik de hostie op haar zwarte tong ontvangen. Thans
+was Marie aan de beurt, onder het bleeke licht der kaarsen zoo mooi
+tusschen haar blonde haren, met haar wijd geopende oogen, haar door
+het geloof verheerlijkte trekken, die allen bewonderden. Zij vierde
+het avondmaal met groote innigheid, de hemel daalde zichtbaar neer in
+haar arm, jong, tot een zoo physieke ellende vermagerd lichaam. Een
+oogenblik hield zij Pierre met haar hand terug.
+
+"O, lieve vriend, zij zal mij genezen, zij heeft het mij gezegd.... Ga
+wat rust nemen. Ik zal ook lekker slapen gaan!"
+
+Toen hij met abbé Judaine wegging, zag hij de kleine madame Désagneaux
+languit liggen in den fauteuil, waarin zij van vermoeidheid
+neergevallen was. Niets had haar wakker kunnen maken. Het was
+half twee. Madame de Jonquière, geholpen door zuster Hyacinthe,
+liep nog steeds heen en weer, draaide de zieken om, verschoonde en
+verbond ze. Maar toch was er eenige kalmte in de zaal gekomen, sedert
+Bernadette er met haar bekoring door gekomen was. De kleine schim der
+helderziende dwaalde thans triomphantelijk rond tusschen de bedden,
+nu zij haar werk gedaan had door aan iedere onterfde, iedere wanhopige
+van deze aarde een stukje van den hemel te geven. En terwijl allen
+langzamerhand in slaap gleden, zagen zij, hoe zij, ook zoo ziekelijk
+en zoo zwak, zich voorover boog en haar glimlachend kuste.
+
+
+
+
+
+
+
+
+DERDE DAG
+
+
+I.
+
+Op dien mooien, warmen, helderen Augustusochtend was mijnheer de
+Guersaint reeds om zeven uur op en gekleed in een der twee kamertjes,
+die hij het geluk gehad had nog te kunnen huren op de derde verdieping
+van het Hôtel des Apparitions in de rue de la Grotte. Hij was om
+elf uur naar bed gegaan en nu heerlijk uitgerust wakker geworden;
+onmiddellijk ging hij naar het kamertje van Pierre. Maar deze, die
+pas om twee uur met door slapeloosheid verhit bloed in het hotel
+gekomen was, had eerst tegen het aanbreken van den dag den slaap
+kunnen vatten en sliep nog. Zijn over een stoel geworpen soutane en
+zijn andere overal verspreid liggende kleeren verrieden zijn moeheid
+en zijn opwinding.
+
+"Wat is dat, luilak?" riep mijnheer de Guersaint vroolijk. "Hoor jij
+de klokken niet luien?"
+
+Pierre schrok wakker, kon niet dadelijk dit kleine, door het zonlicht
+overstroomde hotelkamertje thuis brengen. Inderdaad drong door het
+open gebleven raam het vroolijk gelui der klokken naar binnen, het
+was alsof de geheele stad in haar geluk luide.
+
+"We zullen nooit voor acht uur in het Hôpital kunnen zijn, om Marie
+te halen, want we zullen toch zeker eerst ontbijten."
+
+"Natuurlijk, bestel dadelijk twee kop chocolade. Ik sta onmiddellijk
+op en heb niet veel tijd noodig om mij aan te kleeden."
+
+Toen hij alleen was, sprong Pierre, ondanks zijn stijve ledematen,
+die hem pijn deden, dadelijk uit zijn bed. Hij had zijn gezicht nog
+in de kom, om zich in het koude water op te frisschen, toen mijnheer
+de Guersaint, die niet alleen blijven kon, alweer terug kwam.
+
+"Ik heb het besteld, ze zullen het boven brengen... O, dit hotel! Heb
+je den heelemaal in het wit gekleeden en zoo deftigen eigenaar,
+mijnheer Majesté, in zijn bureau gezien? Het schijnt, dat het hotel
+overvol is, nog nooit hebben ze zooveel menschen gehad... Het is me
+dan ook een heidensch kabaal. Driemaal hebben ze me vannacht wakker
+gemaakt. Ik begrijp niet, wat ze in de kamer naast de mijne uitspoken:
+daarnet nog werd er tegen den muur gestooten, en daarna hoorde ik
+fluisteren en zuchten."
+
+Hij viel zichzelf in de rede, om te vragen:
+
+"Heb jij goed geslapen?"
+
+"Heelemaal niet," antwoordde Pierre. "Ik was doodop van moeheid en het
+was me niet mogelijk een oog dicht te doen. Zeker door al dat lawaai,
+waarvan u spreekt."
+
+Op zijn beurt sprak hij nu over de dunne beschotten, het propvolle
+hotel, dat onder den last van al die menschen, die men erin ophoopte,
+kraakte. Den heelen nacht door had hij onverklaarbare schokken gehoord,
+woest loopen in de gang, zware stappen en zware stemmen, die, je wist
+niet waarvandaan, opstegen; ongerekend nog het steunen der zieken en
+het hoesten, het verschrikkelijke hoesten, dat van alle kanten uit
+de muren scheen te komen. Blijkbaar kwamen er den geheelen nacht door
+menschen thuis en liepen dan weer uit, stonden op en gingen weer naar
+bed, want men vroeg niet meer naar uren, leefde in het ongeregelde
+van hartstochtelijke opwindingen.
+
+"En hoe was het gisterenavond met Marie?" vroeg mijnheer de Guersaint
+weer.
+
+"Veel beter," zeide de priester. "Na een vreeselijken aanval van
+wanhoop heeft zij al haar moed en al haar geloof weer teruggevonden."
+
+Er volgde een korte stilte.
+
+"O, ik maak me heelemaal niet ongerust," begon de vader weer met zijn
+rustig optimisme. "Je zult zien, dat het goed afloopen zal... Ik ben in
+den zevenden hemel... Ik had van de Heilige Maagd haar bijstand voor
+mijn eigen zaken ook afgesmeekt, je weet wel, mijn groote uitvinding
+van de bestuurbare ballons. En wil je wel gelooven, dat zij mij hare
+genade reeds getoond heeft? Ja, waarachtig, gisterenavond heeft abbé
+des Hermoises mij aangeboden te Toulouse een geldschieter voor mij te
+vinden, een schatrijken vriend van hem, die zich voor de werktuigkunde
+interesseert. Ik heb er dadelijk den vinger Gods in gezien."
+
+Hij lachte zijn gewoon kinderlijk lachje. Dan voegde hij eraan toe:
+
+"Een charmante man, die abbé des Hermoises! Ik zal toch eens
+informeeren, of wij samen niet voor een koopje dat uitstapje naar
+het keteldal van Gavarnie kunnen maken."
+
+Pierre, die alles, het hotel en de rest, betalen wilde, moedigde
+hem aan.
+
+"Natuurlijk moet u die gelegenheid om de bergen te bezoeken niet
+ongebruikt voorbij laten gaan, nu u er zoo naar verlangt. Uw dochter
+zal gelukkig zijn, als zij weet, dat u gelukkig bent."
+
+Maar zij werden gestoord; een kamermeisje bracht hun de twee koppen
+chocolade met kadetjes op een met een servet bedekt blad; daar zij
+de deur open had laten staan, kon men een gedeelte van de gang in de
+lengte zien.
+
+"Zoo, wordt de kamer van mijn buurman al gedaan?" vroeg mijnheer de
+Guersaint nieuwsgierig. "Hij is getrouwd, niet?"
+
+Het kamermeisje keek verbaasd.
+
+"Wel neen, hij is heelemaal alleen!"
+
+"Wat, heelemaal alleen? En den heelen nacht heb ik hem hooren
+loopen. En vanmorgen werd er gepraat en gefluisterd!"
+
+"Dat kan niet; hij is heelemaal alleen... Daar net is hij naar beneden
+gegaan, nadat hij eerst order gegeven had, dat men onmiddellijk zijn
+kamer schoon moest maken. En hij heeft maar één kamer met een groote
+kast in de muur, waarvan hij den sleutel meegenomen heeft... Daar
+bewaart hij zeker zijn geld in."
+
+Zij bleef praten, terwijl zij de twee koppen chocolade op de tafel
+zette.
+
+"Het is een heele deftige mijnheer... Het vorige jaar had hij een
+van de afzonderlijk liggende zomerhuisjes, die mijnheer Majesté in
+de straat hiernaast verhuurd. Maar van het jaar was hij te laat en
+heeft hij zich tot zijn groote spijt tevreden moeten stellen met
+deze kamer... Daar hij niet met Jan en alleman wil eten, laat hij
+zijn diner boven brengen. Nou, hij drinkt een goed wijntje!"
+
+"Dan begrijp ik het al!" zeide mijnheer de Guersaint vroolijk. "Hij
+zal gisterenavond in zijn eentje een beetje te goed gedineerd hebben."
+
+Pierre had nieuwsgierig geluisterd.
+
+"En logeeren naast mij niet twee dames met een mijnheer en een kind
+op krukken?"
+
+"Ja, mijnheer de abbé, ik ken ze heel goed... De tante, madame Chaise,
+heeft een van de kamers, terwijl mijnheer en mevrouw Vigneron met
+hun zoon Gustave de andere hebben... Het is al voor het tweede jaar,
+dat ze komen. Ook heel deftige lui!"
+
+Inderdaad had Pierre gemeend 's nachts de stem van mijnheer Vigneron,
+die blijkbaar last van de warmte had, te herkennen. Het meisje,
+eenmaal op haar praatstoel, vertelde nu verder welke andere logés er
+op deze verdieping waren: links, een geestelijke, een moeder met drie
+dochters, een oud getrouwd paar; rechts, nog een ongetrouwd heer,
+een dame alleen, en een heele familie met vijf kleine kinderen. Het
+hotel was tot onder de dakpannen vol. De kamermeisjes, die haar
+kamertjes aan de logé's hadden afgestaan, sliepen allen bij elkaar
+in het waschhuis. Gisterennacht had men op de portalen van iedere
+verdieping kermisbedden opgeslagen. Zelfs had een geestelijke, omdat
+er nergens anders plaats meer was, op een biljart moeten slapen.
+
+Toen het kamermeisje eindelijk weg was en de heeren ontbeten
+hadden, ging mijnheer de Guersaint, die erg op reinheid stond,
+weer naar zijn eigen kamer, om zijn handen te wasschen. Pierre ging,
+aangetrokken door het heerlijke zonnetje buiten, even op het kleine
+balcon staan. Alle kamers der zesde verdieping hadden aan dien kant
+van het hotel een balcon, dat met een balustrade van uitgesneden
+hout voorzien was. Maar tot zijn groote verbazing zag hij, dat op
+een balcon ernaast, dat behoorde tot de door den ongetrouwden heer
+gehuurde kamer, een vrouw, in wie hij madame Volmar herkende, even
+haar hoofd naar buiten stak. Er was geen twijfel aan of zij was het
+met haar lang gezicht, haar fijnbesneden trekken, haar groote mooie
+oogen, die wel gloeiende kolen geleken, waarover soms als een sluier,
+een vlammige weerschijn kwam, die ze scheen uit te dooven. Toen zij
+hem herkende, sprong zij van schrik terug. En hij zelf ook ging,
+verlegen, in zijn kamer terug. Onmiddellijk begreep hij alles: de
+mijnheer had niets anders kunnen huren dan deze kamer en verborg
+daarin zijn maîtresse voor aller oogen door haar, terwijl de kamer
+gedaan werd, in de groote muurkast op te sluiten; samen aten zij het
+middagmaal, dat boven gebracht werd, en dronken uit hetzelfde glas;
+ook de geluiden van 's nachts waren nu te verklaren. Op die wijze
+waren het voor haar in dit afgesloten vertrek drie dagen van volkomen
+gevangenschap in dollen hartstocht.
+
+Blijkbaar had zij, toen de kamer opgeruimd was, het gewaagd de kast van
+binnen weer open te maken en even haar hoofd naar buiten te steken,
+om te zien, of haar vriend nog niet terugkwam. Daarom had men haar
+dus niet in het ziekenhuis gezien, waar de kleine madame Désagneaux
+telkens naar haar vroeg. Pierre stond onbeweeglijk, zijn hart kromp
+ineen en hij verzonk in een onrustige droomerij, terwijl hij nadacht
+over het bestaan van deze vrouw, die hij kende, aan de marteling
+van haar huwlijksleven tusschen een barsche schoonmoeder en een
+onwaardig echtgenoot, en dan aan deze drie enkele dagen van volkomen
+vrijheid per jaar, dit hooge oplaaien van de liefdesvlam, onder het
+heiligschennend voorwendsel te Lourdes God te willen dienen. Tranen,
+die hij zichzelf niet verklaren kon, tranen, die uit het diepst
+van zijn innerlijk wezen, uit zijn vrijwillige kuischheid opstegen,
+vulden in een gevoel van eindelooze droefheid zijn oogen.
+
+"Nou, ben je klaar?" riep mijnheer de Guersaint, die met zijn
+handschoenen aan weer binnenkwam.
+
+"Ja, ja, we gaan!" zeide Pierre, die, terwijl hij zijn hoed zocht,
+zich omkeerde, om zijn tranen af te vegen.
+
+Toen zij weggingen, hoorden zij links van zich een brommende stem,
+welke zij als die van mijnheer Vigneron herkenden, die hardop zijn
+ochtendgebed deed. Op de gang hadden zij een ontmoeting, die hen
+interesseerde: zij kwamen n.l. een flinken, eenigszins gezetten heer
+van een veertig jaar met bakkebaarden tegen. Hij liep wat gebogen
+en zoo gauw, dat zij zijn gezicht niet konden zien. In zijn hand had
+hij een zorgvuldig omwikkeld pakje. Hij stak den sleutel in het slot,
+opende de deur en verdween zacht en geruischloos als een schim.
+
+Mijnheer de Guersaint keek om.
+
+"Kijk, daar heb je den ongetrouwden mijnheer. Hij heeft zeker op de
+markt wat lekkers gekocht."
+
+Pierre deed alsof hij het niet hoorde, want hij vond mijnheer de
+Guersaint te lichtzinnig, om hem ten opzichte van een geheim, dat
+niet het zijne was, in vertrouwen te nemen. Bovendien voelde hij
+een verlegenheid, een soort kuischen schrik in zich opkomen bij het
+denkbeeld aan die wrekende bevrediging van vleeschelijke lusten te
+midden van de mystieke extase, waardoor hij zich omringd voelde.
+
+Juist op het oogenblik, dat de zieken naar beneden gebracht werden,
+om ze naar de Grot te rijden, kwamen zij bij het Hôpital. Zij troffen
+Marie, die goed geslapen had, in een opgewekte stemming aan. Zij gaf
+haar vader een zoen en, toen zij hoorde, dat hij nog niet tot zijn
+uitstapje naar Gavarnie besloten was, een standje. Als hij niet ging,
+zou hij haar een groot verdriet doen. Bovendien zou zij, zooals zij
+met haar uitgerust en glimlachend gezichtje zeide, toch vandaag niet
+genezen worden. Eindelijk verzocht zij Pierre dringend te trachten
+verlof voor haar te krijgen, om den volgenden nacht voor de Grot te
+mogen doorbrengen: dit was een gunst, die door allen vurig gewenscht,
+doch slechts zelden aan enkele bevoorrechten toegestaan werd. Pierre,
+die er zich, ongerust als hij zich maakte over haar gezondheid,
+wanneer zij zoo'n heelen nacht in de open lucht zou doorbrengen,
+eerst tegen verzette, moest, toen hij plotseling een trek van groote
+teleurstelling op haar gezicht zag komen, wel beloven het te zullen
+doen. Ongetwijfeld dacht zij, dat de Heilige Maagd haar slechts
+onder vier oogen in den onbeperkten vrede van de duisternis, zou
+aanhooren. Dien ochtend voelde zij zich, na de mis in de Grot gehoord
+te hebben, zoo verloren gaan onder de vele zieken, dat zij onder
+voorwendsel, dat haar oogen zoo'n pijn deden van het felle gaslicht,
+reeds om tien uur naar het Hôpital teruggebracht wilde worden.
+
+Toen haar vader en de priester haar weer in de zaal Sainte-Honorine
+gedragen hadden, gaf zij hun voor den verderen dag verlof.
+
+"Neen, je behoeft me niet te komen halen, ik ga vanmiddag niet naar
+de Grot terug, het is onnoodig... Maar vanavond om negen uur breng
+je me ernaar toe, niet waar, Pierre? Dat is afgesproken, je hebt me
+je woord gegeven!"
+
+Hij beloofde, dat hij zou trachten verlof te krijgen, dat hij het,
+als het noodig was, aan pater Fourcade zelf zou vragen.
+
+"Tot vanavond dan, lieveling!" zeide op zijn beurt mijnheer de
+Guersaint, terwijl hij haar een zoen gaf.
+
+Zij lieten haar alleen, rustig liggend, met haar groote, peinzende
+en glimlachende oogen in het niet starend.
+
+Toen zij weer in het Hôtel des Apparitions terugkwamen, was het
+pas half elf. Mijnheer de Guersaint wilde onmiddellijk dejeuneeren,
+om dan met het mooie weer een wandeling door Lourdes te maken. Toch
+wilde hij eerst naar zijn kamer; Pierre volgde hem en samen vielen
+zij boven midden in een drama. De deur der Vignerons stond wijd open;
+ze zagen den kleinen Gustave languit liggen op een canapé, die als
+bed dienst deed. Hij zag lijkkleurig en had juist een flauwte gehad,
+die zijn vader en zijn moeder een oogenblik had doen gelooven, dat het
+het einde was. Madame Vigneron was, verbijsterd van angst, op een stoel
+neergevallen, terwijl mijnheer Vigneron alles door elkaar gooide om een
+glas suikerwater te maken, waarin hij enkele droppels van een elixer
+goot. Maar hoe was het mogelijk? Een zoo sterke jongen flauw vallen
+en zoo wit worden als een jong meisje? Hij keek madame Chaise aan, die
+voor den canapé stond; zijn handen begonnen nog erger te beven bij de
+gedachte, dat de erfenis der tante, wanneer zijn jongen in die idiote
+flauwte gebleven was, nu niet meer aan hen zou ten deel vallen. Hij
+was buiten zichzelf, maakte de lippen van het kind open en liet hem
+het geheele glas leegdrinken. Maar toen hij hem hoorde zuchten, kwam
+zijn vaderlijke goedhartigheid dadelijk weer boven; hij huilde en
+noemde hem zijn lief kereltje. Met een gebaar van plotselingen haat,
+alsof hij de moreele ontaarding begrepen had, waartoe het geld van
+die vrouw zijn ouders, zonder dat zij het zelf wisten, bracht, stiet
+de kleine Gustave madame Chaise, die wat dichter bij wilde komen,
+terug. Beleedigd ging de oude dame afzonderlijk zitten, terwijl de
+vader en de moeder, gerustgesteld nu, de Heilige Maagd dankten,
+dat zij hun lieveling, die hen aankeek met zijn teer en droevig
+glimlachje van jongen, die alles begrijpt en op zijn vijftiende jaar
+al zijn levenslust reeds verloren heeft, gered had.
+
+"Kunnen we u misschien ergens mee helpen?" vroeg Pierre dienstvaardig.
+
+"Heel vriendelijk, heeren, maar het is niet noodig," antwoordde
+mijnheer Vigneron, die even op de gang kwam. "Het is me anders
+een schrik geweest. Het is ook ons eenig kind en we houden zooveel
+van hem."
+
+Het dejeuner-uur bracht het geheele hotel in beweging. Deuren sloegen
+dicht, de gangen en de trappen dreunden van het voortdurend heen
+en weer gevlieg. Drie jonge meisjes stormden met ruischende rokken
+langs hen heen. In een kamer naast hen huilden kleine kinderen. Oude
+menschen wisten niet hoe zij zich het best haasten konden, geestelijken
+vielen geheel uit hun rol en lichtten hun soutanes met beide handen
+op, om maar hard te kunnen loopen. Van boven tot beneden zwiepten
+de planken onder den te zwaren last der opeengehoopte menschen. Een
+kamermeisje, dat op een blad een volledig dejeuner droeg, had aan
+de deur van den ongetrouwden mijnheer geklopt. Toen zij eindelijk op
+een kiertje openging, zagen zij de opgeruimde kamer, waarin de heer
+met zijn rug naar de deur zat.
+
+"Ik hoop, dat het nu voorbij is en dat de Heilige Maagd hem zal
+genezen," zeide mijnheer Vigneron, die de twee anderen niet meer
+losliet. "Wij gaan nu dejeuneeren, want ik heb honger als een paard."
+
+Toen Pierre en mijnheer de Guersaint beneden kwamen, vonden zij tot
+hun groote teleurstelling geen enkel tafeltje in de eetzaal vrij. Het
+was er ontzettend vol, de enkele tafeltjes, die nog leeg stonden,
+waren besproken. Een kellner vertelde hun, dat onder de bestorming
+van den eetlust, die door de scherpe berglucht nog meer geprikkeld
+werd, de zaal van tien tot een uur geen minuut minder leeg was. Zij
+moesten, of zij wilden of niet, wachten en verzochten den kellner
+hen te waarschuwen, wanneer er twee plaatsen vrij waren. En daar zij
+niet wisten wat zij anders doen moesten, gingen zij wat wandelen in
+de vestibule van het hotel, die op de straat uitkwam.
+
+Maar de eigenaar van het Hôtel des Apparations, de in het wit gekleede
+mijnheer Majesté, kwam in hoogst eigen persoon naar hen toe en vroeg
+met de grootste hoflijkheid:
+
+"Als de heeren soms in den salon willen wachten?"
+
+Het was een dikke man van een vijf-en-veertig jaren, die alle
+moeite deed om zijn naam op koninklijke wijze te dragen. Kaal en
+gladgeschoren, met ronde blauwe oogen in een waskleurig gezicht en
+met een driedubbele onderkin deed hij hoogst gewichtig en deftig. Hij
+was met de zusters, die het weeshuis bestuurden, van Nevers gekomen
+en had een kleine, donkere vrouw uit Lourdes getrouwd. Samen hadden
+zij in nog geen tien jaar van hun hotel een der aanzienlijkste en
+drukst bezochte inrichtingen der stad gemaakt. Enkele jaren geleden
+had hij er een handel in religieuze artikelen aan verbonden, die een
+groot magazijn besloeg en onder toezicht van madame Majesté door een
+jong nichtje bestuurd werd.
+
+"Als de heeren misschien in den salon willen wachten?" herhaalde de
+hôtelier, dien de soutane van Pierre zeer voorkomend maakte.
+
+Maar beiden gaven zij er de voorkeur aan wat op en neer te loopen,
+waarop Majesté, die, zooals hij gewoonlijk deed met gasten, welke
+hij met bijzondere onderscheiding behandelde, met hen een praatje
+wilde maken, zich bij hen voegde. Het gesprek liep eerst over
+de fakkelprocessie van dien avond, welke met dit prachtige weer
+schitterend beloofde te worden. Er waren meer dan vijftigduizend
+vreemdelingen te Lourdes. Uit alle badplaatsen in den omtrek
+waren wandelaars gekomen, wat de overbelasting der tables-d'hôte
+verklaarde. Misschien zou er wel brood te kort zijn in de stad,
+evenals verleden jaar.
+
+"U ziet hoe vol het is, wij weten waarachtig niet, hoe we iedereen
+bedienen moeten. Het is heusch mijn schuld niet, als wij u wat moeten
+laten wachten."
+
+Op dat oogenblik kwam de brievenbesteller met een groot pak couranten
+en brieven, die hij op een tafeltje in het bureau neerlegde. Een
+brief hield hij in zijn hand, terwijl hij vroeg:
+
+"Logeert hier ook een madame Maze?"
+
+"Madame Maze, Madame Maze?" herhaalde de hôtelier. "Neen, neen,
+ik weet zeker van niet."
+
+Pierre had de vraag ook gehoord en zeide:
+
+"Er moet een madame Maze logeeren bij de zusters van de Onbevlekte
+Ontvangenis, de Blauwe Zusters, zooals ze hier, geloof ik, genoemd
+worden."
+
+De brievenbesteller dankte voor de inlichting en ging weg. Maar een
+bitter glimlachje was op de lippen van mijnheer Majesté gekomen.
+
+"De Blauwe Zusters," mompelde hij; "ja, de Blauwe Zusters..."
+
+Hij keek schuins naar de soutane van Pierre en hield dan plotseling op,
+alsof hij bang was te veel te zullen zeggen. Zijn hart was echter te
+vol, hij moest het lucht geven, en deze jonge priester, die er niet
+uitzag, alsof hij bekrompen van geest was, behoorde blijkbaar niet
+tot de "bende", zooals hij al degenen, die in de Grot dienst deden
+en geld sloegen uit Notre-Dame de Lourdes, noemde. Langzamerhand liet
+hij zich gaan.
+
+"Ik zweer u, mijnheer de abbé, dat ik een goed Katholiek ben. Dat
+zijn we hier trouwens allemaal. Ik neem mijn plichten waar en houd
+mijn Paschen. Maar dat moet ik toch zeggen, de nonnen moesten er geen
+hotel op nahouden. Dat is niet goed."
+
+Hij liet zijn wrok van zakenman, die door oneerlijke concurrentie
+schade lijdt, den vrijen teugel. Hadden die zusters van de Onbevlekte
+Ontvangenis, die Blauwe Zusters, zich niet moeten houden aan haar
+eigenlijke taak, de vervaardiging van hosties en het strijken en
+onderhouden van de wasch der geestelijken? Maar neen, zij hadden
+haar klooster veranderd in een groot hotel, waarin ongetrouwde dames
+afzonderlijke kamers vonden en gemeenschappelijk konden eten, wanneer
+zij niet liever apart bediend werden. Alles was heel zindelijk, heel
+goed ingericht en door de ontelbare voordeelen, die zij genoten,
+niet duur. Geen enkel hotel te Lourdes wierp zooveel rente af.
+
+"Maar zegt u zelf eens, komt het te pas, dat nonnen zoo iets
+doen? Daarbij komt nog, dat de overste een flinke vrouw is. Toen zij
+het geld zag vloeien, wilde zij het alleen voor haar huis hebben
+en heeft zij zich geheel en al losgemaakt van de paters der Grot,
+die trachtten den baas over haar te spelen. Ja, mijnheer de abbé,
+zij is naar Rome gegaan en heeft haar proces gewonnen; nu steekt
+zij al het geld van de rekeningen in haar zak. Nonnen, lieve Hemel,
+nonnen, die gemeubileerde kamers verhuren en een table-d'hôte houden!"
+
+Hij hief zijn armen ten hemel en stikte bijna van woede.
+
+"Maar," merkte Pierre kalm op, "waar zoudt u, nu uw hotel propvol
+is en u geen bed of geen bord meer vrij hebt, de reizigers, die nog
+zouden kunnen komen, onder dak willen brengen?"
+
+Maar Majesté had onmiddellijk zijn antwoord klaar.
+
+"O, mijnheer de abbé, men kan wel zien, dat u het land niet
+kent. Zeker, tijdens de nationale bedevaart hebben we het allemaal
+druk, mogen we niet klagen. Doch dat duurt maar vier of vijf dagen;
+en in gewone tijden is het lang zoo druk niet... O, ik heb Goddank
+altijd logeergasten genoeg. Het hotel is bekend en staat gelijk met
+het Hôtel de la Grotte, waarmede reeds twee eigenaars rijk geworden
+zijn... Maar dat neemt niet weg, dat het vervelend is om te zien,
+hoe die Blauwe Zusters de clientèle afroomen, de dames uit de beste
+kringen, die dikwijls veertien dagen en drie weken in Lourdes blijven,
+van ons wegnemen; en dat vooral in stille tijden, wanneer er niet
+veel gasten zijn! U begrijpt wel wat ik bedoel, mijnheer de abbé:
+rijke ongetrouwde dames, die het land hebben aan lawaai en heele
+dagen lang alleen in de Grot gaan bidden, en die goed betalen zonder
+af te dingen!"
+
+Op dat oogenblik mengde madame Majesté, die Pierre en mijnheer de
+Guersaint nog niet gezien hadden, daar zij, over een register heen
+gebogen, rekeningen zat op te tellen, zich in het gesprek.
+
+"Verleden jaar, heeren, hebben wij gedurende twee maanden zoo'n dame
+in ons hotel gehad. Zij ging naar de Grot, kwam terug, ging er weer
+heen, at en sliep. En nooit één aanmerking, altijd hetzelfde tevreden
+glimlachje. Zij heeft haar rekening betaald, zonder die zelfs in te
+kijken... Om zulke gasten kan het je wel eens spijten."
+
+De kleine, magere, geheel in het zwart gekleede brunette stond op.
+
+"Als de heeren een paar kleine herinneringen aan Lourdes willen
+meenemen, moeten zij ons niet vergeten. Wij hebben hiernaast een
+magazijn, waarin zij een groot aantal van de meest gevraagde artikelen
+zullen vinden... De personen, die bij ons logeeren, zijn gewoonlijk
+zoo vriendelijk hun souvenirs nergens anders te koopen."
+
+Weer schudde Majesté zijn hoofd.
+
+"Zeker," zeide hij, "zou ik niet graag in eerbied tegenover de
+eerwaarde paters te kort schieten, maar toch mag ik niet ontkennen,
+dat zij te gulzig zijn... U hebt natuurlijk hun winkel bij de Grot
+gezien, die altijd stampvol is en waar ze religieuze artikelen
+en kaarsen verkoopen. Verschillende priesters zeggen, dat het een
+schande is en dat men opnieuw de wisselaars uit de tempels moest
+jagen... En naar men beweert, zijn de paters ook deelgenoot in het
+groote magazijn hier recht tegenover, waaruit de kleinere winkels hun
+artikelen betrekken. In het kort, wanneer je de praatjes gelooven mag,
+dan zouden zij de hand hebben in den geheelen handel in religieuze
+artikelen en zouden zij vooruit zoo en zooveel percent nemen van
+de millioenen rozenkransen, beeldjes en medailles, die jaarlijks te
+Lourdes verkocht worden."
+
+Hij was fluisterend gaan spreken, want met zijn beschuldigingen wees
+hij nu bepaalde personen aan, en ten slotte begon hij toch angstig te
+worden, dat hij zich zoo vrij uitliet tegenover vreemdelingen. Het
+zachte en vriendelijke gezicht van Pierre stelde hem echter gerust;
+en nu besluitend alles te vertellen, ging hij in zijn verontwaardiging
+van benadeeld concurrent, door:
+
+"Nu wil ik heel graag gelooven, dat er veel overdreven wordt. Maar
+het feit blijft toch bestaan, dat het een groot nadeel voor den
+godsdienst is, wanneer de eerwaarde paters, als de eerste de beste
+leek, een winkel houden.... Ik wil toch het geld voor hun missen niet
+met hen deelen en ik vraag toch niet zoo en zooveel procent van de
+cadeaux, die zij krijgen? Maar waarom gaan zij dan verkoopen, wat
+ik verkoop? Door hen is mijn laatste jaar alles behalve schitterend
+geweest. Er zijn er toch al te veel van ons, iedereen te Lourdes
+handelt in den goeden God, zoodat je er ten slotte geen droog brood
+meer mee verdient... Ja, mijnheer de abbé, de Heilige Maagd mag bij
+ons zijn, maar toch zijn het dikwijls slechte tijden."
+
+Hij werd even door een gast weggeroepen, maar hij kwam weer terug,
+juist toen een jong meisje madame Majesté kwam halen. Het was een knap,
+klein, mollig jong ding uit Lourdes met mooi, zwart haar en een rond,
+vroolijk gezicht.
+
+"Onze nicht Appoline," stelde Majesté voor. "Sedert twee jaar beheert
+zij ons magazijn. Zij is de dochter van een armen broer van mijn
+vrouw en hoedde te Bartrès schapen, toen wij, aangetrokken door haar
+lieftalligheid, besloten haar bij ons te nemen; en wij hebben er geen
+berouw van, want ze is een uitstekend verkoopster."
+
+Wat hij niet vertelde was, dat er nog al rare praatjes over Appoline
+liepen. Men had haar 's avonds met jongelui langs den Gave zien
+dwalen. Maar zij was voor Majesté veel waard, want zij trok, misschien
+door haar groote zwarte oogen, die graag lachten, veel klanten. Het
+vorige jaar was Gérard de Peyrelongue niet uit den winkel weg te
+krijgen geweest, en alleen zijn huwlijksplannen beletten hem nu terug
+te komen. Hij scheen vervangen te zijn door den galanten abbé Des
+Hermoises, die er veel dames bracht om te koopen.
+
+"U sprak daar over Appoline," zeide madame Majesté, toen zij weer uit
+het magazijn terug kwam. "Heeren, hebt u niet opgemerkt hoe sprekend
+zij op Bernadette lijkt... Kijk, daar hangt een portret van Bernadette
+op haar achttiende jaar..."
+
+Pierre en mijnheer de Guersaint kwamen wat dichter bij, terwijl
+Majesté uitriep:
+
+"Bernadette, precies! Net Appoline, maar minder mooi, en melancholieker
+en armer."
+
+Eindelijk kwam de kellner zeggen, dat er een klein tafeltje vrij
+was. Tweemaal was mijnheer de Guersaint al eens in de eetzaal gaan
+kijken, want hij brandde van verlangen om te dejeuneeren en met het
+mooie weer naar buiten te gaan. Hij haastte zich dan ook weg zonder
+verder te luisteren naar Majesté, die met een beminlijk glimlachje
+opmerkte, dat de heeren toch niet zoo heel lang hadden behoeven te
+wachten. Het tafeltje stond heelemaal achteraan, zoodat zij de geheele
+zaal door moesten loopen.
+
+Het was een lange, in eikenhout geschilderde zaal, waarvan het
+schilderwerk echter reeds vol vlekken was. Men voelde er de slijtage
+en het vuil worden tengevolge van het aanhoudend af en aan loopen van
+hongerige menschen, die even aan een tafeltje neervielen. De geheele
+luxe bestond uit een schoorsteengarnituur: een druk-vergulde pendule
+met twee kandelabers. Ook hingen er voor de vijf ramen, die op het
+Zuiden uitzagen, kanten gordijnen. Door de neergelaten jaloezieën
+schoten toch brandende zonnepijlen naar binnen. In het midden zaten
+dicht op elkaar veertig menschen om de acht meter lange table-d'hôte,
+waaraan er eigenlijk nauwlijks dertig konden plaats nemen, terwijl
+aan de kleine tafeltjes rechts en links aan den muur nog een veertig
+andere gasten samengedrukt zaten. Bij het binnenkomen werd men als
+het ware verdoofd door een buitengewoon lawaai, een geroezemoes van
+stemmen en een rinkelen van borden en vorken. Het scheen, alsof men
+in een vochtigen oven kwam: een benauwende damp, bezwangerd met een
+benauwende etenslucht, sloeg je in het gezicht.
+
+Pierre kon in den beginne niets onderscheiden. Maar toen hij eindelijk
+aan hun tafeltje zat, een tuintafeltje, dat voor deze gelegenheid
+binnen gezet was en waarop de twee couverts elkaar aanraakten, werd
+hij eenigszins misselijk bij het zien van de groote tafel, die hij met
+één blik overzag. Sedert een uur werd eraan gegeten, twee afdeelingen
+gasten hadden hun beurt reeds gehad; de couverts stonden schots en
+scheef door elkaar, wijn- en jusvlekken plakten op het tafellaken. Om
+de symmetrie der compote-schalen, die als tafelversiering dienden,
+bekommerde men zich sedert lang niet meer.
+
+Maar meer dan dat nog hinderde Pierre de druk doende menigte gasten:
+dikke priesters, magere jonge meisjes, moeders met hangborsten en
+hangbuiken, opgeblazen, ongetrouwde heeren, heele families, waarvan
+de leden naar den leeftijd zaten en waarvan de een er al slechter en
+treuriger uitzag dan de ander. En al die menschen zweetten, slokten
+gulzig hun maal naar binnen, hun armen tegen hun lichamen aangeplakt,
+terwijl zij hun handen bijna niet verroeren konden. En in die groote,
+door de vermoeienis vertiendubbelde eetlust, in die haast, om zich
+vol te proppen, ten einde des te vlugger naar de Grot te kunnen
+terugkeeren, zat in het midden van de tafel een corpulente geestelijke,
+die volstrekt geen haast had en van iederen schotel met een bedachtzame
+langzaamheid, met een ononderbroken, voorzichtig kauwen at.
+
+"Bliksems," zeide mijnheer de Guersaint, "koud is ook anders! Maar toch
+wil ik graag wat eten, want, hoe het komt weet ik niet, maar sedert ik
+in Lourdes ben, voel ik mijn maag jeuken... Heb jij ook zoo'n honger?"
+
+"Ja, ik zal ook wat eten," zeide Pierre, die niet den minsten trek had.
+
+Het was een overvloedig menu: zalm, omelette, côteletten met
+gestoofde aardappelen, gestoofde nieren, bloemkool, koud vleesch
+en abrikozentaart; alles te veel gekookt, verdrinkend in de jus en
+onsmakelijk als de opgewarmde restjes. Doch op de fruitschalen lagen
+goede vruchten, o.a. prachtige perziken. Bovendien schenen de gasten
+niet veeleischend te zijn en weinig smaak te hebben. Een tenger jong
+meisje met mooie oogen en een als zijde glanzende huid, die tusschen
+een ouden priester en een vuilen mijnheer met een langen baard zat,
+smulde blijkbaar van de nieren, die in het grijze water, waarin zij
+gestoofd waren, lagen te zwemmen.
+
+"Waarachtig," zeide mijnheer de Guersaint, "die zalm is zoo kwaad
+niet... Als je er wat zout bij doet, smaakt ze uitstekend."
+
+Pierre moest, om zich op den been te houden, wel eten. Aan een klein
+tafeltje naast het hunne, had hij madame Vigneron en madame Chaise
+gezien, die, het eerst naar beneden gekomen, tegenover elkaar zaten
+te wachten; weldra verschenen ook mijnheer Vigneron en Gustave,
+bleek nog en zwaar leunend op zijn kruk.
+
+"Ga naast je tante zitten," zeide hij. "Voor mij is er nog plaats
+naast je moeder!"
+
+Toen hij zijn buren zag, ging hij even naar hen toe.
+
+"Ja, hij is weer heelemaal opgeknapt. Ik heb hem eens goed met
+eau-de-Cologne gewreven, en straks zal hij zijn bad in den vijver
+nemen."
+
+Hij ging aan tafel zitten en at gulzig. Maar wat een schrik
+was het geweest! Ondanks zichzelf praatte hij er nog luid over,
+zoo had de schrik, zijn zoon vóór zijn tante te zien sterven,
+hem aangegrepen. Deze laatste vertelde, dat zij, toen zij den
+vorigen dag voor de Grot geknield lag, zoo'n verlichting gevoeld
+had; zij vleide zich reeds van haar hartkwaal genezen te zijn, gaf
+allerlei kleine bijzonderheden, waarnaar haar zwager met groote,
+onwillekeurig ongeruste oogen luisterde. Zeker, hij was een goede
+kerel, hij zou nooit iemands dood gewenscht hebben; maar hij voelde
+een verontwaardiging en een verzet in zich opkomen bij het denkbeeld,
+dat de Heilige Maagd die oude vrouw zou genezen, terwijl zij zijn
+nog zoo jongen zoon vergeten zou. Hij was reeds aan de côteletten en
+slokte vorken vol aardappelpurée naar binnen, toen hij meende op te
+merken, dat madame Chaise tegen haar neef mokte.
+
+"Gustave," zeide hij plotseling, "heb je je tante al excuus gevraagd?"
+
+Verwonderd zette de jongen zijn heldere oogen in zijn uitgeteerd
+gezichtje wijd open.
+
+"Ja, je bent ondeugend geweest, je hebt ze weggestooten, toen ze
+boven dicht bij je kwam."
+
+In het volle bewustzijn van haar waardigheid zweeg madame Chaise
+en wachtte, terwijl Gustave, die zonder eenigen eetlust aan zijn
+in kleine stukjes gesneden côtelette bezig was, met zijn oogen op
+zijn bord bleef staren en ditmaal stijfhoofdig weigerde zich aan dat
+treurige werkje, om lief te zijn, te onderwerpen.
+
+"Kom, Gustave, wees nou lief; je weet hoe goed tante altijd voor je
+is en wat ze van plan is voor je te doen."
+
+Neen, neen, hij zou niet toegeven. Hij verwenschte op dit oogenblik
+deze vrouw, die niet gauw genoeg dood ging en de liefde van zijn ouders
+zoo leelijk voor hem maakte, dat hij, wanneer hij hen zich zoo druk
+om haar zag maken, niet meer wist, of zij hem wilden redden dan wel
+de erfenis, die zijn leven vertegenwoordigde.
+
+Doch madame Vigneron kwam haar man te hulp.
+
+"Je doet me veel verdriet, Gustave. Vraag dadelijk vergiffenis aan
+je tante, als je me niet heelemaal boos wil maken!"
+
+Nu gaf hij toe. Waarom ook nog zich verzetten? Was het niet beter,
+dat zijn ouders dat geld hadden? Zou hij zelf op zijn beurt niet
+sterven, al was het ook later, daar dit de zaken van zijn familie in
+orde bracht? Hij wist dat, begreep alles, zelfs die dingen, welke men
+voor hem verzweeg; zijn ziekte had hem zoo'n scherp gehoor gegeven,
+dat hij zelfs gedachten hoorde.
+
+"Tante, ik vraag u excuus, dat ik daarnet niet lief tegen u ben
+geweest."
+
+Twee groote tranen rolden uit zijn oogen, terwijl hij glimlachte op
+de manier van een liefderijk, ontgoocheld iemand, die veel meegemaakt
+heeft.
+
+"Al zijn de nieren niet zoo bijster lekker," zeide mijnheer de
+Guersaint tegen Pierre, "de bloemkool smaakt uitstekend."
+
+In de geheele zaal duurde het ontzettende kauwen voort. Nog nooit
+had Pierre zoo zien eten, in zoo'n zweet, in zoo'n benauwende warmte
+als waren zij in een gloeiend waschhuis. De etenslucht verdichtte
+zich langzaam tot een damp. Om zich verstaanbaar te maken, moest men
+schreeuwen, want alle gasten praatten hardop, terwijl de kellners
+met de borden en schalen rinkelden; ongerekend nog het lawaai van
+de kaken, dat je duidelijk hooren kon en dat als het schuren van
+molensteenen klonk. Wat echter den jongen priester het meest hinderde
+was het buitengewoon gemengde gezelschap aan de tafel, waar de mannen,
+de vrouwen, de jonge meisjes en de geestelijken pêle-mêle door elkaar
+zaten en hun honger verzadigden als een losgelaten troep jachthonden,
+die hun brokken naar binnen slokken. De broodbakjes gingen rond en
+waren onmiddellijk leeg. Onder het koude vleesch en het overgebleven
+vleesch van den vorigen dag, lams- en kalfsvleesch en ham werd een ware
+slachting aangericht. Men had reeds te veel gegeten en toch wekten
+die vleezen de eetlust weer op, daar men meende, dat men niets over
+moest laten. De priester aan het midden der tafel, die een goede eter
+scheen te zijn, was nu reeds aan zijn derde perzik, enorme perziken,
+die hij langzaam schilde en met een ernstig, nadenkend gezicht in
+kleine stukjes naar binnen werkte.
+
+Dan ontstond er plotseling een heele beweging in de zaal, een kellner
+deelde de post, die mevrouw Majesté uitgezocht had, uit.
+
+"Kijk!" zeide mijnheer Vigneron, "een brief voor mij. Ik begrijp het
+niet, ik heb niemand mijn adres gegeven."
+
+Dan bedacht hij zich.
+
+"O ja, dat is waar ook, hij zal van Sauvageot zijn, die zoolang aan
+Financiën voor mij waarneemt."
+
+Toen hij den brief open gemaakt had, begonnen zijn handen te beven
+en riep hij uit:
+
+"De chef is dood."
+
+Madame Vigneron was zoo van streek, dat zij onwillekeurig zeide:
+
+"Dan zal jij benoemd worden!"
+
+Het was een heimelijke, lang gekoesterde droom: de dood van den chef
+de bureau, opdat hij, sedert tien jaar onderchef, eindelijk zou kunnen
+opklimmen tot den hoogsten graad, zijn maarschalkstaf. En ook zijn
+blijdschap was zóó groot, dat hij er alles uit gooide.
+
+"O, lieve vrouw, de Heilige Maagd is beslist met ons... Vanochtend
+nog heb ik haar mijn promotie gevraagd, en zij verhoort mij!"
+
+Doch toen hij de blikken van madame Chaise op zich gevestigd voelde
+en zijn zoon zag glimlachen, begreep hij plotseling, dat hij niet op
+die manier juichen moest. Ongetwijfeld vroeg iedereen in de familie
+aan de Heilige Maagd de gunsten, die hij persoonlijk het meest noodig
+had. En als een braaf mensch verbeterde hij zichzelf dan ook:
+
+"Ik bedoel, dat de Heilige Maagd van ons allen veel houdt en dat zij
+ons allen heel tevreden van hier zal laten gaan... Wat spijt me dat
+van mijn armen chef. Ik zal zijn weduwe een kaartje zenden."
+
+Hoe hij het ook probeerde, hij kon zijn vreugde niet inhouden. Hij
+twijfelde er niet meer aan, of hij zou zijn geheimste wenschen,
+zelfs die, welke hij zichzelf niet bekennen durfde, in vervulling
+zien gaan. Aan de abrikozentaart werd groote eer bewezen, Gustave
+kreeg verlof er een klein stukje van te eten.
+
+"Het is verwonderlijk," zeide mijnheer de Guersaint, die nog een
+kop koffie genomen had, tegen Pierre, "het is verwonderlijk, dat je
+hier niet meer zieken ziet. Al die menschen hier schijnen een flinke
+eetlust te hebben."
+
+Intusschen had hij behalve Gustave, die als een klein kuikentje
+kruimeltjes at, ontdekt, dat er tusschen twee vrouwen, waarvan er een
+ongetwijfeld een kankerlijdster was, een man met een groot kropgezwel
+aan de table-d'hôte zat. Verderop was een zoo mager en bleek meisje,
+dat men wel aannemen moest, dat zij een teringlijdster was. Tegenover
+haar zat een idiote vrouw, die, gesteund door twee bloedverwanten,
+binnengekomen was en nu, met wezenlooze oogen starend, met haar
+lepel zat te eten, waarbij zij het grootste gedeelte op haar servet
+morste. Misschien waren er ook nog andere zieken, die men te midden
+van dat lawaaierige, druk etende gezelschap niet opmerkte, zieken,
+die door de reis opgewonden waren en nu aten, alsof zij in geen jaren
+gegeten hadden. De abrikozentaart, de kaas en de vruchten verdwenen
+naar binnen, en in de groote wanorde der couverts bleef niets meer over
+dan de jus- en wijnvlekken, die zich op het tafellaken uitbreidden.
+
+Het was bijna twaalf uur.
+
+"We gaan zeker dadelijk naar de Grot terug?" vroeg mijnheer Vigneron.
+
+Men hoorde trouwens niets anders dan: "Naar de Grot! Naar de Grot!" De
+volle monden haastten zich, keerden terug naar de gebeden en de
+lofzangen.
+
+"Nu we toch den heelen middag voor ons hebben," zeide mijnheer de
+Guersaint weer, "zou ik je wel willen voorstellen de stad eens te
+gaan bekijken, dan kan ik tegelijk zien een rijtuig te krijgen voor
+mijn uitstapje naar Gavarnie, waar mijn dochter zoo op staat."
+
+Pierre, die het vreeselijk benauwd had, was blij de eetzaal te kunnen
+verlaten. In den vestibule haalde hij verruimd adem. Maar daar hoopte
+zich een nieuwe troep gasten op, die, in afwachting van een plaats,
+queue maakte; men betwistte elkaar de kleine tafeltjes; het minste
+open gaatje aan de table-d'hôte was onmiddellijk weer bezet. Een
+uur lang nog zou de bestorming aanhouden, het menu defileeren en
+naar binnen geslokt worden, te midden van het geschuur der kaken,
+van de steeds benauwder wordende warmte en de toenemende walging.
+
+"Pardon, ik moet nog even naar boven," zeide Pierre; "ik heb mijn
+beurs vergeten."
+
+Boven in de stilte van de trap en de verlaten gangen hoorde hij,
+toen hij bij de deur van zijn kamer kwam, een zacht geluid. In het
+vertrek ernaast klonk een kirrend lachje, dat op den te harden stoot
+met een vork gevolgd was. Dan kwam ongrijpbaar, meer vermoed dan
+inderdaad gehoord, de zucht van een kus, het beven van lippen, die
+zich op andere lippen drukten, om ze te doen zwijgen. De ongetrouwde
+mijnheer dejeuneerde ook.
+
+
+
+
+II.
+
+Buiten liepen Pierre en mijnheer de Guersaint langzaam te midden van
+den steeds aangroeienden stroom der Zondagsmenigte. De hemel was
+helderblauw, de zon zette de stad in vlammen; in de lucht was een
+feestelijke vroolijkheid, de levendige vroolijkheid, die op groote
+marktdagen heerscht, welke het leven van een geheel volk in het volle
+daglicht plaatsen. Toen zij het stampvolle trottoir der avenue de
+la Grotte afgeloopen waren, werden zij op den hoek van het plateau
+de la Merlasse tegengehouden, zoo stroomde de menigte tusschen het
+onophoudelijk heen en weer rijden der rijtuigen terug.
+
+"We behoeven ons niet te haasten," zeide mijnheer de Guersaint. "Ik
+wou naar de place du Marcadal in de oude stad, want het kamermeisje
+heeft mij verteld, dat daar een kapper woont, wiens broer goedkoop
+rijtuigen verhuurt... Heb je lust om mee te gaan?"
+
+"Ik," riep Pierre uit, "ik vind alles goed."
+
+"Prachtig! Dan zal ik me tegelijk even laten scheren!"
+
+Zij kwamen op de place du Rosaire voor de grasperken, die zich
+tot den Gave uitstrekken, toen een nieuwe ontmoeting hen weer stil
+deed staan. Madame Désagneaux en Raymonde de Jonquière stonden daar
+vroolijk met Gérard de Peyrelongue te praten. Beiden hadden zij lichte
+japonnetjes, dunne strand-japonnetjes, aan en haar wit zijden parasols
+schitterden in de volle zon. Zij vormden daar een aardig groepje,
+een leuk hoekje van mondain gebabbel met frisch, jong gelach.
+
+"Neen, neen!" herhaalde madame Désagneaux; "wij kunnen uw "popote"
+niet zoo bezoeken, terwijl al uw vrienden aan het eten zijn."
+
+Gérard drong zeer galant aan en wendde zich daarbij vooral tot
+Raymonde, wier eenigszins vol gezicht dien dag door een stralenden
+charme van gezondheid verhelderd werd.
+
+"Maar het is heusch heel interessant om te zien en u zult schitterend
+ontvangen worden... U kunt u gerust aan mij toevertrouwen,
+mademoiselle, en bovendien zullen wij er zeker mijn neef Berthaud
+vinden, die het zich tot een groote eer zal rekenen om de honneurs
+in onze installatie waar te nemen."
+
+Raymonde glimlachte en zeide met haar levendige oogen, dat zij wel
+wilde. Op dat oogenblik gingen mijnheer de Guersaint en Pierre de dames
+begroeten. Onmiddellijk werden zij op de hoogte gebracht. "Popote"
+noemden zij een soort restaurant, een soort table-d'hôte, die de
+leden der Hospitalité de Notre Dame de Salut, de brancarddragers en
+zij, die in de Grot, bij de vijvers en in de ziekenhuizen, behulpzaam
+waren, opgericht hadden, om gemeenschappelijk en goedkoop te eten. Daar
+verschillende van hen niet rijk waren, omdat de Hospitalité leden telde
+onder alle klassen, waren zij overeengekomen, om drie goede maaltijden
+te gebruiken tegen een storting van drie francs daags; daarvan hielden
+zij dan nog eten over, dat zij onder de armen verdeelden. Maar zij
+bestuurden alles zelf, kochten zelf de levensmiddelen en huurden een
+kok en een paar jongens, terwijl zij er niet tegen op zagen zelf een
+handje mede te helpen om het lokaal in orde te houden.
+
+"Dat moet heel interessant zijn," riep mijnheer de Guersaint uit. "Dat
+zou ik wel eens graag willen zien, als wij tenminste niet te veel
+zijn."
+
+Toen stemde ook madame Désagneaux toe.
+
+"Nu we met een troepje gaan, wil ik ook wel. Ik was bang, dat het
+niet passen zou."
+
+En toen zij lachte, begonnen al de anderen ook te lachen. Zij
+had den arm van mijnheer de Guersaint aangenomen, terwijl Pierre,
+die werkelijk sympathie voelde voor het opgewekte vrouwtje, dat zoo
+bekoorlijk was met haar blonde kroesharen en haar melkblanken tint,
+links van haar liep.
+
+Achter hen kwam Raymonde aan den arm van Gérard, met wien zij met haar
+ernstig stemmetje als een heel verstandig jongmeisje, dat er nog zoo
+zorgeloos-jeugdig uitzag, liep te praten. En nu zij eindelijk den
+zoo lang gedroomden echtgenoot in haar nabijheid had, nam zij zich
+ernstig voor hem ditmaal te veroveren. Zij bedwelmde hem dan ook met
+haar geur van mooi, gezond meisje en wekte tevens zijn bewondering
+door haar verstand van het huishouden en haar spaarzaamheid in kleine
+dingen, want zij liet hem bijzonderheden vertellen over hun inkoopen
+en toonde hem aan, dat zij hun uitgaven nog meer konden beperken.
+
+"U bent zeker heel moe?" vroeg mijnheer de Guersaint aan madame
+Désagneaux.
+
+Zij protesteerde onmiddellijk in edele woede.
+
+"Wel neen! Stel u voor, dat ik vannacht in het Hôpital van moeheid in
+een fauteuil neergevallen ben. En toen zijn de dames zoo lief geweest
+mij te laten slapen."
+
+Opnieuw begon men te lachen. Maar zij bleef woedend.
+
+"Zoodat ik acht uur achter elkaar als een blok geslapen heb. En ik
+had me nog al voorgenomen den heelen nacht te waken."
+
+Eindelijk kon zij haar lachen ook niet meer bedwingen.
+
+"Een mooie ziekenverpleegster, hé?... Die arme madame de Jonquière
+heeft nu tot het begin van den dag gewaakt. Ik heb daareven getracht
+haar over te halen met ons mee te gaan, maar zij wilde niet."
+
+Raymonde, die het gehoord had, verhief haar stem:
+
+"O, die arme mama, ze kon bijna niet meer staan. Ik heb haar gedwongen
+wat naar bed te gaan, en haar verzekerd, dat zij gerust kon slapen,
+dat alles goed marcheeren zou."
+
+En zij wierp Gérard een lachenden blik toe. Hij meende zelfs een
+onmerkbaren druk van haar frisschen, ronden arm te voelen, dien hij in
+den zijne hield, alsof zij te kennen wilde geven, dat zij het prettig
+vond zoo alleen met hem te zijn en zij, zonder door iemand gestoord
+te worden, hun kleine aangelegenheden konden regelen. Hij vond het
+verrukkelijk, en hij vertelde haar, waarom hij dien dag niet met zijn
+kameraden gegeten had. Een familie, die hij goed kende, was vandaag
+vertrokken en had hem van tien uur af aan het buffet van het station
+uitgenoodigd, zoodat hij pas na het vertrek van den trein van half
+één vrij geweest was.
+
+"Hoort u wel hoe vroolijk zij zijn?" vroeg hij.
+
+Ze waren vlak bij de "popote" en hoorden inderdaad het luide lachen
+van jongelui, dat uit een groepje boomen kwam, waaronder het oude uit
+gips en zink opgerichte gebouw zich verborg, waarin zij de "popote"
+ondergebracht hadden. Eerst liet hij hen de keuken doorgaan, een
+groote, goed ingerichte ruimte, waarin een groot fornuis en een lange
+tafel stonden en een aantal reusachtige pannen aan den muur hingen. Hij
+wees hen erop, dat de kok, een dikke, vroolijke kerel, ook het roode
+kruis op zijn witte jas droeg, want hij nam deel aan de bedevaart. Dan
+deed hij een deur open en bracht hen in de gemeenschappelijke zaal.
+
+Het was een lange zaal, waar een dubbele rij eenvoudige
+vuurhouten tafels naast elkaar stond. Behalve een andere tafel
+voor de overgeschoten spijzen en café-stoelen met zittingen van
+stroo waren er geen andere meubelen. Maar de witgekalkte muren
+en de glimmend roode vloer leken in deze gewilde kaalheid van een
+monnikenrefectorium zeer zindelijk. Doch wat vooral bij het eerste
+binnenkomen al aangenaam aandeed was de kinderlijke vroolijkheid,
+die er heerschte: honderdvijftig gasten van alle leeftijden zaten er
+met een heerlijke eetlust te eten, te schreeuwen, te zingen en te
+applaudiseeren. Een weinig voorkomende broederzin verbond hen, die
+van overal, uit alle standen, uit alle klassen, uit alle provincies
+saamgekomen waren. Velen kenden elkaar niet, zaten ieder jaar
+gedurende drie dagen naast elkaar, leefden als broeders, vertrokken
+weer en hoorden dan het verdere gedeelte van het jaar niets meer
+van elkaar. Er stak een eigenaardige bekoring in, om elkaar in de
+uitoefening der barmhartigheid terug te vinden in die drie dagen van
+groote inspanning, maar ook van jongensachtige vreugde met elkaar
+te leven; het deed eenigszins denken aan een buitenzijn van groote,
+aan zichzelf overgelaten jongens, die zich gelukkig voelen, wanneer
+zij diensten bewijzen en lachen kunnen. En alles, de eenvoudige
+maaltijden, de trots voor zich zelf te zorgen, te eten wat ze zelf
+gekocht en gekookt hadden, droeg bij tot de algemeene vroolijkheid.
+
+"U ziet," zeide Gérard, "dat we niet melancholiek zijn ondanks het
+harde werk, dat wij doen. De Hospitalité telt meer dan driehonderd
+leden, maar er zijn er hier thans niet meer dan honderdvijftig,
+want we eten in twee ploegen, om den dienst in de Grot en in de
+ziekenhuizen te vergemakkelijken."
+
+Het zien van het kleine groepje bezoekers, die op den drempel waren
+blijven staan, scheen de vroolijkheid verdubbeld te hebben. Berthaud,
+de leider der brancarddragers, die aan het hoofd der tafel zat,
+stond op, om de dames te begroeten.
+
+"Maar het ruikt hier heel lekker!" riep madame Désagneaux op haar
+onbezonnen manier uit. "Inviteert u ons niet om morgen eens van uw
+keuken te komen proeven?"
+
+"Neen, de dames niet!" antwoordde Berthaud lachend. "Maar als de
+heeren morgen onze gasten willen zijn, dan zullen ze ons daarmee een
+groot pleizier doen."
+
+Met één oogopslag had hij de goede verstandhouding tusschen Gérard
+en Raymonde opgemerkt; hij was er zeer mee ingenomen, want hij zou
+graag een huwelijk tusschen die twee zien.
+
+"Is dat markies de Salmon-Roquebert niet," vroeg het jonge meisje,
+"daar tusschen die twee jongelui, die je voor winkelbedienden zoudt
+houden?"
+
+"Het zijn inderdaad de zoons van een klein papierhandelaartje uit
+Tarbes," antwoordde Berthaud. ..."En de andere is uw buurman uit de
+rue de Lille, de eigenaar van dat koninklijke hotel en een der rijkste
+mannen van Frankrijk... Kijk eens, hoe hij van onzen schapenragout
+smult!"
+
+Het was inderdaad zoo. De markies met zijn millioenen scheen zich
+heel gelukkig te gevoelen voor zijn drie francs per dag te eten en
+democratisch aan tafel te zitten met kleine middenstanders, ja zelfs
+werklieden, die hem op straat niet zouden hebben durven groeten. Was
+dit toevallig naast elkaar zitten eten niet de sociale gemeenschap
+in volle Christelijke liefde? Hij had dien ochtend des te meer trek,
+omdat hij in de vijvers een zestig zieken, al de afzichtelijke kwalen
+der treurige menschheid, had helpen baden. En om zich heen kon hij de
+verwezenlijking der evangelische gemeenschap zien; maar zonder twijfel
+was zij daarom zoo aantrekkelijk en vroolijk, omdat zij slechts drie
+dagen duurde.
+
+Mijnheer de Guersaint kon, hoewel hij pas gedejeuneerd had,
+de verleiding niet weerstaan eens van den schapenragout te
+proeven. Intusschen herinnerde Pierre, die baron Suire, den directeur
+der Hospitalité, gewichtig op en neer zag wandelen, alsof hij zich tot
+taak gesteld had op alles, zelfs op de wijze, waarop zijn personeel
+zich voedde, toezicht te houden, zich plotseling den vurigen wensch
+van Marie om den nacht voor de Grot door te brengen; en hij dacht,
+dat de baron de daarvoor noodige toestemming wel zou kunnen geven.
+
+"Zeker," zeide hij ernstig, "wij staan dat soms toe, maar het is
+altijd een teer iets! U kunt mij beslist verzekeren, niet waar, dat
+het jonge meisje niet teringachtig is?... Welnu, omdat u zegt, dat
+zij er zoo op staat, zal ik het met pater Fourcade in orde brengen
+en madame de Jonquière laten weten, dat u haar komt halen."
+
+Ondanks het air, dat hij zich gaf onmisbaar en met de zwaarste
+verantwoordelijkheden belast te zijn, was hij in den grond der zaak
+een goedhartig man. Op zijn beurt ging hij naar de bezoekers toe
+en vertelde hun tot in de kleinste bijzonderheden alles omtrent
+de inrichting der Hospitalité: de gemeenschappelijk uitgesproken
+ochtendgebeden, de vergaderingen van den raad van bestuur, die tweemaal
+daags gehouden en ook bijgewoond werden door de hoofden van dienst,
+de paters en enkele andere geestelijken. Men vierde zoo dikwijls
+mogelijk het Heilig Avondmaal. Dan volgden er allerlei gecompliceerde
+bezigheden, het was steeds een buitengewoon groote wisseling van
+personeel, in het kort een heele wereld, die met vaste hand bestuurd
+moest worden. Hij sprak als een generaal, die ieder jaar een groote
+overwinning op den geest der eeuw behaalt, en hij zond Berthaud weg om
+verder te eten, daar hij er op stond zelf de dames uitgeleide te doen
+tot aan het met zand bestrooide en door mooie boomen beschaduwde plein.
+
+"Heel interessant, heel interessant!" herhaalde madame Désagneaux. "Wij
+zijn u zeer dankbaar voor uw groote welwillendheid!"
+
+"Integendeel, madame, het was mij een zeer groot genoegen in de
+gelegenheid gesteld te worden u mijn klein volkje te laten zien!"
+
+Gérard had Raymonde geen oogenblik verlaten. Mijnheer de Guersaint
+en Pierre hadden elkaar reeds een paar maal aangekeken, of zij nu
+niet eindelijk naar de place du Marcadal zouden gaan, toen madame
+Désagneaux zich plotseling herinnerde, dat een vriendin haar opgedragen
+had haar een flesch Lourdes-water op te zenden. Zij vroeg aan Gérard,
+hoe zij dat het beste doen kon.
+
+"Als u mij misschien weer als gids wilt aannemen," zeide hij. "En als
+de heeren er niets op tegen hebben mede te gaan, zal ik u eerst het
+magazijn laten zien, waarin men de flesschen vult, die dan toegekurkt,
+in doozen verpakt en verzonden worden. Het is heel interessant."
+
+Onmiddellijk stemde mijnheer de Guersaint toe. Met hun vijven gingen
+zij weer verder, madame Désagneaux tusschen den architect en den
+priester, terwijl Raymonde en Gérard voorop gingen. De menigte werd in
+den brandenden zonneschijn steeds grooter; de place du Rosaire was vol
+van een drukke en lanterfanterende massa, als was het een volksfeest.
+
+De werkplaats was er vlak bij, links, onder één der bogen. Het was een
+reeks van drie zeer eenvoudige vertrekken. In het eerste werden op de
+meest eenvoudige wijze de flesschen gevuld: een klein zinken, groen
+geverfd tonnetje, dat aan een miniatuur sproeiwagentje deed denken,
+kwam, door een man gesleept, vol uit de Grot: daaruit vulde men dan
+heel eenvoudig met behulp van een kraan stuk voor stuk de flesschen van
+wit glas zonder dat de werkman er steeds op lette, dat er geen water
+wegstroomde. Op den grond stond dan ook steeds een vrij groote plas. De
+flesschen droegen geen etiquette; de loodcapsules over de mooie, eerste
+kwaliteit kurken hadden echter een opschrift, dat de herkomst aangaf,
+terwijl er verder, waarschijnlijk om het water goed te conserveeren,
+loodwit overheen gestreken werd. De twee andere vertrekken dienden voor
+verpakking, echte emballeurs-werkplaatsen met de daarbij behoorende
+werktafels, gereedschappen en spaanders. Men maakte er voornamelijk
+doozen voor een of twee flesschen, heel aardige bewerkte doozen,
+waarin de flesschen op een bed van fijne spaandersnippers lagen. Het
+geheel leek veel op de expeditiemagazijnen van bloemen te Nice of
+van ingelegde vruchten te Grasse.
+
+Gérard gaf nog eenige uitleggingen.
+
+"U ziet, het water komt regelrecht uit de Grot, wat de misplaatste
+grappen, die rondgaan, geheel den kop indrukt. Er gebeurt niets
+bijzonders; alles gaat even natuurlijk en geschiedt in het volle
+daglicht... Bovendien doe ik u opmerken, dat de paters niet, zooals
+men hun verwijt, het water verkoopen. Een volle flesch kost, als u
+die hier koopt, twintig centimes, den prijs van het glas. Als u ze
+laat verzenden, komen er natuurlijk de emballage- en expeditiekosten
+bij en betaalt u een franc zeventig... Bovendien staat het u vrij
+alle kannen en anderszins, die u meebrengt, te vullen."
+
+Pierre berekende, dat op dit punt de winst der paters niet zoo
+heel groot kon zijn; want zij verdienden bijna alleen op de doozen
+en op de flesschen, die hun, bij duizendtallen genomen, zeker geen
+twintig centimes kostten. Maar madame Désagneaux en Raymonde voelden,
+evenals mijnheer de Guersaint met zijn levendige phantasie, een groote
+teleurstelling bij het zien van dat kleine groene tonnetje, de met
+loodwit bestreken capsules en de hoopen spaanders om de werktafels. Zij
+hadden er zich ceremoniën bij voorgesteld, een zekeren ritus, om het
+wonderwater in de flesschen te doen, priesters in heilige kleeren,
+die het zegenden, terwijl zuivere kinderstemmen in koor zongen. En
+Pierre dacht ten slotte bij het zien van dit gewone bottelen en
+emballeeren aan de werkzame kracht van het geloof. Wanneer een dezer
+flesschen heel ver weg in de kamer van een zieke komt, wanneer men
+haar uitpakt en hij op zijn knieën valt, wanneer hij door het zien
+en drinken van dit heldere water wordt opgezweept tot een extase,
+die zelfs de genezing van zijn kwaal bewerken kan, dan is daarvoor
+zeker een groote sprong in het rijk der almachtige illusie noodig.
+
+"En," riep Gérard uit, toen zij weggingen, "wilt u nu nog eerst,
+voor wij naar de administratie gaan, het kaarsenmagazijn zien?"
+
+Hij wachtte niet eens op hun antwoord, doch nam hen mede naar de
+overzijde van de place du Rosaire, waarmede hij eigenlijk geen ander
+doel had dan Raymonde aangenaam bezig te houden. In werkelijkheid was
+het schouwspel, dat het kaarsenmagazijn bood, nog minder stichtelijk
+dan dat van de emballage-werkplaatsen, waar zij juist uitkwamen. Het
+lag onder een der rechtsche booggewelven en bestond uit een soort
+kelder, een soort diepe opslagplaats, die door houten staketsels in
+groote vakken verdeeld werd. In die vakken was de vreemdsoortigste
+voorraad kaarsen, naar de grootte uitgezocht en gerangschikt,
+opgestapeld. Het te veel aan kaarsen, welke aan de Grot geschonken
+werden, sliep hier; iederen dag waren deze zoo talrijk, dat speciale
+wagentjes, waarin de pelgrims ze nederlegden, meermalen hun inhoud
+in die vakken moesten leeg gaan storten en dan weer terugkeerden om
+gevuld te worden. De stelregel was, dat iedere geofferde kaars aan de
+voeten der Heilige Maagd moest branden, doch er waren er te veel; al
+brandden er dag en nacht tweehonderd van iedere grootte en dikte, nooit
+zou men erin slagen deze verschrikkelijke voorraden, die onophoudelijk
+grooter werden, uit te putten. Het gerucht liep, dat de paters zich
+genoodzaakt zagen de was weer te verkoopen. Sommige vrienden der Grot
+erkenden zelfs met een zekeren trots, dat de opbrengst uit de kaarsen
+voldoende geweest zou zijn om de geheele zaak aan den gang te houden.
+
+De hoeveelheid alleen deed Raymonde en madame Désagneaux verstomd
+staan. Wat een kaarsen! Wat een kaarsen! De kleine vooral,
+die van tien sous tot één francs, waren in een ontelbaar aantal
+opgestapeld. Mijnheer de Guersaint, die cijfers verlangde, had zich
+in een statistiek verdiept, waarin hij den weg kwijt raakte. Pierre
+keek zwijgend naar dezen stapel was, geschonken om ter eere Gods
+in de open lucht verbrand te worden; en hoewel hij geen utilarist
+[13] was, ofschoon hij de weelde van het genot en van de illusoire
+bevredigingen, welke voor den mensch even onontbeerlijk zijn als
+brood, begreep, kon hij toch de gedachte niet van zich afzetten aan
+de talrijke aalmoezen, welke men van het geld voor al die om in rook
+op te gaan bestemde was had kunnen geven.
+
+"En de flesch, die ik verzenden moet?" vroeg madame Désagneaux.
+
+"Wij gaan nu naar het bureau," antwoordde Gérard. "Een quaestie van
+vijf minuten."
+
+Zij moesten de place du Rosaire weer over en de trap op, die naar
+de Basilica leidt. Het bureau lag links boven, dicht bij den ingang
+van den weg naar den Calvariënberg. Het was een eenvoudig gebouw,
+niet veel meer dan een houten hut, door regen en wind beschadigd,
+met een uithangbord, waarop te lezen stond: "Zich hier aan te
+melden voor missen, giften en broederschappen. Verzending van
+Lourdeswater. Abonnementen op de Annales de N. D. de Lourdes." Hoeveel
+millioenen waren reeds door dit armzalige bureau gegaan, dat nog uit
+den tijd afkomstig scheen, toen men nauwlijks de grondslagen voor de
+Basilica legde!
+
+Nieuwsgierig gingen zij allen naar binnen. Maar zij zagen slechts
+één loket. Madame Désagneaux moest zich bukken, om het adres van
+haar vriendin te geven; en toen zij één francs zeventig gestort had,
+kreeg zij een reçu, een klein stukje papier, zooals op de stations
+de goederenbeambte afgeeft.
+
+Weer buiten gekomen, wees Gérard op een groot gebouw, dat een paar
+honderd meter verder lag.
+
+"Dat is de woning van de paters der Grot."
+
+"Maar je ziet ze nooit," zeide Pierre.
+
+De jonge man keek hem een oogenblik verbaasd aan, zonder te
+antwoorden. Dan:
+
+"Je ziet ze nooit, omdat zij alles, de Grot en de rest, gedurende de
+nationale bedevaart aan de paters van Maria Hemelvaart overlaten."
+
+Pierre nam het gebouw, dat op een versterkt slot geleek, op. De ramen
+waren gesloten, zoodat men denken zou, dat het leeg stond. Maar toch
+kwam alles daaruit, keerde alles er weer naar terug. En de jonge
+priester meende de stille, maar vreeselijke beweging van een hark te
+hooren, die zich over het geheele dorp uitstrekte, het samengestroomde
+volk samenharkte en het goud en het bloed der menigte naar de paters
+bracht.
+
+"Maar kijk, ze laten zich toch wel zien. Daar heb je juist den
+eerwaarden pater rector Capdebarthe," zeide Gérard op fluisterenden
+toon.
+
+Inderdaad kwam een geestelijke voorbij, een nauwlijks ontbolsterde
+boer, met een beenig lichaam en een dik, grof gebouwd hoofd. In zijn
+ondoorzichtige oogen was niets te lezen, zijn verweerd gezicht had
+een aardachtigen tint behouden, den rosachtigen en doffen weerschijn
+van den grond. Mgr. Laurence had indertijd wel een zeer verstandige
+keus gedaan, toen hij de organisatie en de exploitatie der Grot
+toevertrouwde aan deze taaie en eerzuchtige missionarissen van
+Garaison, bijna allen zonen der bergen, die hartstochtelijk hun
+geboortegrond liefhebben.
+
+Met hun vijven gingen zij over het plateau de la Merlasse en liepen
+den breeden boulevard af, die zich links om de helling slingert en
+op de avenue de la Grotte uitkomt. Het was reeds over éénen, maar het
+dejeuneeren duurde in de geheele, van menschen overstroomde stad nog
+steeds voort: de vijftienduizend pelgrims en nieuwsgierigen hadden
+nog niet allen een plaatsje aan tafel kunnen vinden. Pierre, die
+in het hotel de table-d'hôte vol achtergelaten en zooeven de leden
+der Hospitalité dicht op elkaar gedrongen had zien zitten eten in de
+"popote", vond nu weer andere tafeltjes, steeds meer tafeltjes. Overal
+at men en at men. Maar hier in de open lucht, aan de beide kanten
+van den boulevard, bestormden de kleine luiden de tafels, die op
+de trottoirs neergezet waren, eenvoudige lange planken op schragen
+met twee rijen banken onder een kleine linnen tent. Men verkocht er
+bouillon, melk en koffie van twee sous per kop. De broodjes, die
+in hooge manden lagen, kostten ook twee sous. Aan de stokken, die
+de tent ondersteunden, hingen saucijsjes, hammen en worst. Sommigen
+van deze openlucht-restaurateurs bakten aardappelen, terwijl anderen
+porties vleesch met uien bakten.
+
+Een bijtende rook en een scherpe stank stegen, vermengd met het stof,
+dat de voortdurend voorbijslenterende wandelaars deden opdwarrelen,
+naar de zon op. Voor ieder van die eettenten wachtten geduldig lange
+rijen menschen, die elkaar van lieverlede opvolgden op de banken langs
+de met wasdoek bedekte planken, waarop in de breedte nauwelijks voor
+twee soepborden plaats was. Allen haastten zich en aten gulzig in den
+geeuwhonger van hun moeheid, die onverzadigbare eetlust, welke groote
+moreele schokken altijd geven. Het dier eischte zijn rechten op, propte
+zich vol na de uitputting der eindelooze gebeden en het verblijf in
+den hemel der legende, waarin het zijn lichamelijke behoeften vergeten
+had. Het was onder dien schitterenden hemel van dien mooien Zondag een
+echt kermisveld, de gulzigheid van een vroolijk volk, één levensvreugde
+ondanks de afzichtelijke ziekten en de te spaarzame wonderen.
+
+"Zij eten, zij amuseeren zich, wat zal je ervan zeggen?" zeide Gérard,
+die de gedachten van het gezelschap, dat hij rondleidde, raadde.
+
+"Ach!" antwoordde Pierre, "het komt hun toe, de arme stakkerds!"
+
+Deze wraak, die de natuur nam, trof hem diep. Maar toen zij weer
+onder aan den boulevard waren op den weg naar de Grot, werd hij door
+de opdringerigheid van de troepen kaarsen- en bloemenverkoopsters,
+die de voorbijgangers op de meest onbeschaamde manier lastig vielen,
+hoogst onaangenaam getroffen. Het waren voor het grootste gedeelte
+jonge vrouwen, blootshoofds of het hoofd met een zakdoek bedekt en
+die een buitengewone brutaliteit aan den dag legden; waarvoor de
+ouderen echter slechts weinig onder deden. Allen droegen een groot
+pak kaarsen onder haar arm, zwaaiden degene, die zij te koop aanboden,
+in de lucht en drukten haar koopwaar den wandelaars bijna in de handen.
+
+"Mijnheer, mevrouw, koop een kaars van mij, dat zal u geluk
+aanbrengen!"
+
+Een heer, die door drie van de jongsten omringd en heen en weer
+getrokken werd, verloor bijna de slippen van zijn jas. Met de bloemen
+was het hetzelfde liedje, groote, ronde, ruw met touw vastgebonden
+bouquetten, die wel bloemkoolen geleken.
+
+"Een bouquet, mevrouw, een bouquet voor de Heilige Maagd."
+
+Wanneer de dame ontsnapte, hoorde zij gesmoorde verwenschingen achter
+zich. De handel, de schaamtelooze handel drong zich op die wijze
+tot aan den ingang van de Grot aan de pelgrims op. Niet genoeg, dat
+hij zich triomphantelijk in alle winkels installeerde, die, dicht op
+elkaar gedrongen, iedere straat in een bazar herschiepen, neen hij liep
+de straten af, versperde den weg en reed op handkarren rozenkransen,
+medailles, beelden, vrome plaatjes rond. Van alle kanten kocht men,
+kocht men bijna evenveel als men at, om een souvenir van deze heilige
+kermis mede te nemen. En de levendige noot, de vroolijkheid in deze
+hebzucht, in dit gedrang van marskramers vormden nog de door de menigte
+heen vliegende jongens, die den Journal de la Grotte verkochten. Hun
+schelle stem verscheurde de ooren:
+
+"De Journal de la Grotte! Het laatste nummer! Twee sous! De Journal
+de la Grotte!"
+
+Te midden van het gedrang van de steeds heen en weer stroomende
+menschenmassa's geraakte het vijftal van elkaar. Raymonde en Gérard
+bleven achter. Beiden waren in een glimlachende intimiteit zacht gaan
+praten. Madame Désagneaux moest blijven stilstaan en hen roepen:
+
+"Loopt toch wat door, we zullen je nog kwijt raken."
+
+Toen zij wat dichterbij kwamen, hoorde Pierre het jonge meisje zeggen:
+
+"Mama heeft het zoo druk! Praat u met haar voor ons vertrek!"
+
+En Gérard antwoordde:
+
+"Afgesproken. U maakt mij heel gelukkig, mademoiselle."
+
+Het huwelijk was dus gedurende deze bekoorlijke wandeling tusschen de
+wonderwerken van Lourdes veroverd en beklonken. Zij, geheel alleen,
+had overwonnen, en hij had eindelijk, toen hij haar aan zijn arm zoo
+vroolijk en verstandig voelde, een besluit genomen.
+
+Maar mijnheer de Guersaint, die opgekeken had, riep uit:
+
+"Zijn dat daarboven op het balkon die rijke menschen niet, die met
+ons gereisd hebben, u weet wel, die zieke jonge vrouw met haar man
+en haar zuster?"
+
+Hij bedoelde de Dieulafay's; en inderdaad zaten zij op het balcon
+van het appartement, dat zij in een nieuw huis, dat uitzag op de
+grasperken van de Rozenkranskerk, gehuurd hadden. Zij bewoonden
+hier de eerste étage, welke met al den luxe, dien Lourdes had
+kunnen verschaffen, tapijten en gordijnen, gemeubeld was, terwijl
+zij bovendien nog een groot personeel van dienstboden naar Lourdes
+vooruit gezonden hadden. Met het mooie weer had men de zieke, die in
+een grooten fauteuil lag, naar buiten gereden. Zij had een peignoir
+van kant aan. Haar man, als altijd in een gekleede jas, stond rechts
+van haar, terwijl haar zuster in een prachtige, licht-mauve japon,
+links van haar zat en zich dikwijls glimlachend over haar heen boog,
+om te praten, zonder echter ooit antwoord te krijgen.
+
+"O," zeide de kleine madame Désagneaux: "ik heb dikwijls over madame
+Jousseur, die jonge vrouw in het mauve, hooren spreken. Zij is de
+vrouw van een diplomaat, die haar, ondanks haar groote schoonheid,
+veronachtzaamt; verleden jaar is er veel gepraat over een hartstocht,
+dien zij voor een jongen, in Parijsche kringen wel bekenden kolonel
+opgevat had. Maar de Katholieke salons beweren, dat zij dien, dank
+zij den godsdienst, overwonnen heeft."
+
+Allen keken naar haar op.
+
+"En te denken," ging zij voort, "dat haar zuster, de zieke, haar
+levend evenbeeld geweest is. Zelfs had zij een veel zachteren trek
+van goedheid en opgewektheid in haar gelaat... En kijk nu eens, het
+is bijna een doode, niets meer dan vel over been, die men bijna niet
+durft te verleggen. Een vreeselijk ongelukkig schepsel!"
+
+Raymonde vertelde, dat madame Dieulafay, die nauwlijks drie jaar
+getrouwd was, al haar juweelen medegebracht had, om die aan Notre-Dame
+de Lourdes te schenken; Gérard bevestigde deze bijzonderheid en
+wist bovendien nog, dat de juweelen 's morgens aan de schatkamer
+der Basilica gegeven waren, om niet te spreken van een gouden, in
+edelsteenen gevatte lantaarn en een groote, voor de armen bestemde
+som gelds. Maar de Heilige Maagd had zich blijkbaar nog niet laten
+verteederen; de zieke scheen eerder achteruit te gaan.
+
+Van dat oogenblik af zag Pierre nog slechts die jonge vrouw op het
+weelderig ingerichte balkon, dat ondanks haar grooten rijkdom zoo
+beklagenswaardige schepsel, dat troonde boven de feestende menigte in
+Lourdes, dat vroolijk was en lachte onder den mooien Zondagshemel. De
+twee haar zoo dierbaren, die zoo liefderijk voor haar zorgden, de
+zuster, die haar succes als aangebeden vrouw der wereld, en de man,
+die zijn bank, welker millioenen naar de vier windstreken der aarde
+rolden, verlaten had, droegen door hun onberispelijke verschijning
+niet weinig bij tot den pijnlijken indruk, welken deze groep, dien zij
+daar in de hoogte boven alle hoofden neerziende in het wondermooie dal
+vormden, maakte. Voor Pierre bestonden nog slechts deze drie menschen,
+die zoo oneindig rijk en zoo oneindig arm waren.
+
+Maar de vijf wandelaars, die daar zoo midden op de avenue bleven
+staan, liepen ieder oogenblik kans verpletterd te worden. Telkens weer
+kwamen er nieuwe rijtuigen over de breede wegen, vooral landauers,
+met vier paarden bespannen, die in volle vaart reden en wier belletjes
+vroolijk rinkelden. Het waren touristen, badgasten uit Pau, Barèges
+en Cauterets, die, verrukt door het mooie weer en opgewekt door den
+snellen rit door de bergen, uit nieuwsgierigheid hierheen kwamen;
+zij bleven slechts enkele uren, liepen in hun strandtoiletten naar de
+Grot en naar de Basilica en vertrokken dan weer lachend en blij dat
+alles gezien te hebben. Families in lichte zomerdracht, gezelschappen
+jonge vrouwen met veelkleurige parasols, zwermden zoo tusschen de
+grijze en kleurlooze menigte pelgrims door en maakten het geheel nog
+meer tot een kermisgewoel, waar de beau monde wel zoo vriendelijk is
+zich te komen vermaken.
+
+Plotseling riep madame Désagneaux uit:
+
+"Wat, ben jij het, Berthe?"
+
+En zij omhelsde een groote, bekoorlijke brunette, die met drie andere
+opgewekte en druk doende jonge dames uit een landauer stapte. Het was
+dadelijk een door elkaar gepraat, een gelach, één blijdschap elkaar
+zoo toevallig te ontmoeten.
+
+"We zijn in Cauterets, beste meid! En nou zijn we, zooals iedereen,
+met ons vieren hierheen gekomen. Is je man bij je?"
+
+"Wel neen, die is in Trouville, dat weet je toch ook wel. Donderdag
+ga ik weer naar hen toe."
+
+"O ja, dat is waar ook!" zeide de groote brunette, die er nog echt
+als een jonge, aardige wildzang uitzag. "Ik vergat heelemaal, dat je
+met de bedevaart meekomt... En vertel eens..."
+
+Zij begon fluisterend te praten, om Raymonde, die er glimlachend
+bij stond.
+
+"Vertel eens... heb je de kleine baby, die zoo lang uitblijft, aan
+de Heilige Maagd gevraagd?"
+
+Madame Désagneaux kreeg een kleur en fluisterde haar in het oor:
+
+"Zeker, al twee jaar, en ik verzeker je, dat ik het knap vervelend
+vind nog niets te zien komen... Maar ditmaal geloof ik, dat het er
+is. Neen, lach nu niet, ik heb vanochtend, toen ik in de Grot bad,
+beslist iets gevoeld!"
+
+Doch nu werd het lachen haar ook te machtig; allen riepen nu weer
+door elkaar en hadden een uitgelaten pleizier. Onmiddellijk bood zij
+de anderen aan haar rond te leiden, met de belofte haar binnen twee
+uur alles te laten zien.
+
+"Ga jij met ons mee, Raymonde. Je moeder zal zich heusch niet ongerust
+maken."
+
+Zij drukten Pierre en mijnheer de Guersaint de hand. Ook Gérard nam met
+een teederen handdruk afscheid van het jonge meisje, zijn oogen diep
+in de hare, als om zich definitief te verbinden. Dan verwijderden de
+zes dames zich in de richting van de Grot, vol levensvreugd en den
+bekoorlijken charme van haar jeugd met zich dragend.
+
+Toen Gérard, die weer dienst moest doen, op zijn beurt afscheid
+genomen had, zeide mijnheer de Guersaint tegen Pierre:
+
+"En onze kapper op de place du Marcadal? Ik moet toch naar hem
+toe... Je gaat zeker wel mee?"
+
+"Natuurlijk. Nu Marie ons niet noodig heeft, ben ik tot uw
+beschikking."
+
+Door de alleeën van de groote grasperken, die zich voor de
+Rozenkranskerk uitstrekten, kwamen zij op de nieuwe brug. Daar
+ontmoetten zij abbé des Hermoises, die twee uit Tarbes gekomen jonge
+dames rondleidde. Met zijn galant air van mondain priester liep hij
+tusschen haar in en liet haar Lourdes zien, waarbij hij het vermeed
+haar in aanraking te brengen met de leelijke kanten ervan, de armen,
+de zieken, den geheelen stank van diepe menschelijke ellende, die er
+op dezen mooien, zonnigen dag bijna uit verdwenen was.
+
+Bij de eerste woorden van mijnheer de Guersaint, die hem aansprak over
+het huren van een rijtuig voor het uitstapje naar Gavarnie, scheen
+hij bang te worden zijn bekoorlijk gezelschap te moeten verlaten.
+
+"Zooals u wilt, waarde heer. Wees zoo goed en belast u met die dingen,
+en u hebt volkomen gelijk, zoo goedkoop mogelijk, want twee niet
+zoo heel rijke geestelijken willen ook mee. We zullen met ons vieren
+zijn... En doe mij het genoegen mij vanavond het uur van vertrek te
+laten weten."
+
+Dan ging hij weer naar zijn dames en nam ze mee naar de Grot, daarbij
+de schaduwrijke, frissche en voor verliefde paartjes zoo stille allée,
+die langs den Gave loopt, volgend.
+
+Pierre had zich, moede tegen de borstwering van de nieuwe brug
+leunend, op den achtergrond gehouden. Voor het eerst viel hem het
+buitengewoon groote aantal priesters onder de menigte op. Ontelbare
+zag hij er over de brug gaan. Alle soorten kwamen langs hem heen:
+de correcte priesters, die met de bedevaart meegekomen waren en
+die men aan hun zelfvertrouwen en hun schoone soutanes herkende; de
+arme plattelandsgeestelijken, meer bedeesd, slecht gekleed, die geen
+offer ontzien hadden hierheen te komen en nu angstig-verschrikt door
+de straten liepen; eindelijk de zwerm van wereldlijke geestelijken,
+die, men niet wist vanwaar, naar Lourdes gekomen waren en daar een
+volkomen vrijheid genoten, zonder dat het zelfs mogelijk was na te
+gaan, of zij iederen ochtend hun mis lazen. En deze vrijheid vonden
+zij blijkbaar zoo aangenaam, dat de groote meerderheid zich, zooals
+abbé des Hermoises, hier met vacantie bevond, bevrijd van iederen
+plicht en blij, dank zij de groote menigte, waarin zij als het ware
+verdwenen, als gewone menschen te kunnen leven.
+
+En vanaf den jongen, goed verzorgden en geparfumeerden vicaris tot
+aan den ouden priester met vuile soutane en afgeloopen schoenen, was
+de geheele soort vertegenwoordigd: dikke, vette, magere, groote en
+kleine; zij, die het geloof hier bracht en die van ijver brandden; zij,
+die eenvoudig als rechtschapen menschen hun plicht kwamen doen; zij
+ten slotte, die intrigreerden en alleen uit een verstandige politiek
+hier waren. Pierre bleef bedaard onder den stroom van priesters,
+die langs hem kwamen, ieder met een eigen doel, die allen naar de
+Grot gingen, zooals men gaat naar een plicht, naar een geloof, naar
+een vermakelijkheid of naar een corvée. Hij zag er een, heel klein,
+mager en donker, met een uitgesproken Italiaansch uiterlijk, wiens
+schitterende oogen het plan van Lourdes schenen op te nemen als
+een van die spionnen, welke vóór de verovering het land afloopen;
+hij zag er een, zwaarlijvig, met een vaderlijk voorkomen, hijgend
+van het vele eten en die bij een arme zieke vrouw stil bleef staan
+en haar honderd sous in de hand drukte.
+
+Mijnheer de Guersaint kwam weer naar hem toe.
+
+"We behoeven alleen nog maar den boulevard en de rue Basse te loopen,"
+zeide hij.
+
+Pierre volgde hem, zonder te antwoorden. Ook hij had nu de soutane op
+zijn schouders gevoeld en nog nooit had hij haar zoo licht gedragen
+als nu te midden van het gedrang der pelgrims. Hij leefde in een
+soort verdooving en onbewustheid, ondanks het onbehaaglijke gevoel,
+dat bij het aanschouwen der dingen, die hij zag, steeds grooter werd,
+nog altijd hopend op den bliksemstraal, die het geloof in hem weer
+zou doen ontvonken. De aangroeiende stroom van geestelijken hinderde
+hem nu niet meer, hij vond een broederlijk gevoel voor hen terug:
+hoeveel van hen vervulden, zonder te gelooven, evenals hij eerlijk
+hun zending als herders en troosters.
+
+Mijnheer de Guersaint begon weer, maar nu wat luider:
+
+"Je weet toch, dat deze boulevard nieuw is? Wat ze hier in de laatste
+twintig jaar gebouwd hebben, is niet te gelooven! Er staat waarachtig
+een heele nieuwe stad!"
+
+Rechts van hen, achter de huizen, stroomde de Lapaca. Uit
+nieuwsgierigheid gingen zij een klein straatje in en stieten
+daar op oude, typische gebouwen, die langs het kleine beekje
+stonden. Verscheidene ouderwetsche molens rijden er hun raderen naast
+elkaar. Men wees hen dien, welken Mgr. Laurence na de verschijningen
+aan Bernadette's ouders gegeven had. Ook liet men hun een klein huisje
+bezichtigen, waarin, naar beweerd werd, Bernadette gewoond zou hebben,
+toen de Soubirous uit de rue des Petits-Fossés daarheen verhuisd waren;
+het jonge meisje, dat toen reeds bij de zusters van Nevers was, zal
+er wel niet veel geweest zijn. Eindelijk kwamen zij door de rue Basse
+op de place du Marcadal.
+
+Dit was een lang, driehoekig plein, het drukste en mooiste van de oude
+stad en waar de café's, de apotheken en de mooie winkels stonden. Van
+al deze viel er dadelijk een, lichtgroen geschilderd en met hooge
+ramen, en waarboven een groot uithangbord met, in gouden letters,
+de woorden: "Cazaban, coiffeur" hing, in het oog.
+
+Mijnheer de Guersaint en Pierre gingen naar binnen. Doch er was niemand
+in den scheersalon, zoodat zij moesten wachten. Een verschrikkelijk
+gerinkel van vorken kwam uit het vertrek ernaast, de huiskamer, die
+nu in een table-d'hôte herschapen was en waar, hoewel het reeds twee
+uur was, een tiental personen zaten te dejeuneeren. De middag was een
+heel eind reeds verstreken en nog at men steeds van het eene eind van
+de stad naar het andere. Evenals alle andere huiseigenaars in de stad,
+onverschillig hoe hun godsdienstige overtuigingen waren, verhuurde
+Cazaban gedurende het seizoen der bedevaarten zijn eigen kamer en
+huiskamer, om zijn toevlucht te zoeken in den kelder, waar hij met
+zijn huisgezin at, sliep en samenhokte in een gat zonder lucht van
+drie vierkante meter. Het was een rage om overal geld uit te slaan,
+de bevolking verdween als die van een veroverde stad, liet aan de
+pelgrims tot de bedden van vrouwen en kinderen, deed hen aan hun
+tafels zitten en van hun borden eten.
+
+"Is er niemand?" riep mijnheer de Guersaint.
+
+Eindelijk verscheen een klein mannetje, het type van een levendigen,
+beenigen Pyrenaeër met een lang gezicht, vooruitspringende
+kaakbeenderen, een door de zon verbranden tint met roode vlekken. Zijn
+groote, schitterende oogen stonden nooit stil; en over zijn geheele
+magere gezicht liep een rilling, een onafgebroken overvloed van
+gebaren en woorden.
+
+"Mijnheer wenscht zeker geschoren te worden. Ik vraag mijnheer excuus,
+maar mijn bediende is uit en ik zat daar bij mijn gasten... Als
+mijnheer wil gaan zitten, dan zal ik hem onmiddellijk helpen."
+
+En Cazaban, zich verwaardigend zelf te helpen, kreeg de zeep en
+zette het mes aan. Hij keek ongerust naar de soutane van Pierre, die,
+zonder een woord te zeggen, een courant was gaan zitten lezen.
+
+Er heerschte een stilte. Maar dat kon Cazaban niet lang uithouden;
+en terwijl hij de kin van zijn klant inzeepte, begon hij:
+
+"Stel u voor, mijnheer, dat mijn gasten zoo lang in de Grot gebleven
+zijn, dat ze nu pas dejeuneeren. U hoort het zeker wel. Ik was uit
+beleefdheid bij hen gebleven. Maar ik mag mijn klanten ook niet laten
+loopen, nietwaar? Je moet het iedereen naar den zin zien te maken."
+
+Toen begon mijnheer de Guersaint, die ook graag een praatje maakte,
+hem te vragen.
+
+"Dus u verhuurt aan pelgrims?"
+
+"Ja, mijnheer, dat doen we allemaal," antwoordde de kapper
+eenvoudig. "Dat is nu eenmaal de gewoonte."
+
+"En gaat u met hen mee naar de Grot?"
+
+Cazaban kwam dadelijk tegen dat vermoeden op, en terwijl hij het
+scheermes in de lucht hield, zeide hij vol waardigheid.
+
+"Nooit, mijnheer, nooit! In geen vijf jaar heb ik een voet gezet in
+de nieuwe stad, die zij daar bouwen."
+
+Hij hield zich nog in en keek opnieuw naar de soutane van Pierre,
+die achter de courant schuil ging; ook het roode kruis op de jas van
+mijnheer de Guersaint maakte hem voorzichtig. Maar zijn tong kon hij
+toch niet beheerschen.
+
+"Kijk u eens, mijnheer; meeningen zijn vrij; ik eerbiedig de uwe,
+maar ik voor mij moet van al die goocheltoeren niets hebben. En dat
+heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken... Onder het keizerrijk,
+mijnheer, was ik al republikein en vrijdenker. We waren dat in dien
+tijd in de heele stad maar met ons vieren. Ja, daar ga ik trotsch op!"
+
+Hij was nu met de linkerwang begonnen; hij triompheerde. Van dat
+oogenblik af stroomde er een onuitputtelijke zondvloed van woorden over
+zijn lippen. Hij begon met de bezwaren, die Majesté tegen de paters
+van de Grot had uitgesproken; den handel in religieuze artikelen,
+de oneerlijke concurrentie, die zij den kooplieden, den hoteliers en
+den kamerverhuurders aandeden. Ook hij koesterde een bitteren haat
+tegen de Blauwe Zusters der Onbevlekte Ontvangenis, want zij hadden
+hem twee oude dames, die ieder jaar drie weken te Lourdes kwamen,
+afgetroggeld. Vooral voelde men in hem echter den langzamerhand
+opgehoopten, nu overvloeienden wrok van de oude stad tegen de nieuwe,
+die zoo snel aan de andere zijde van het Kasteel opgeschoten stad,
+die rijke stad met huizen zoo groot als paleizen, waarheen al het
+verkeer, al het geld, al de weelde stroomde, zoodat zij steeds weer
+grooter en rijker werd, terwijl de oudste, de oorspronkelijke arme
+bergstad met haar kleine, verlaten straatjes, waarin het gras groeide,
+in doodsstrijd verkeerde. Toch werd de strijd voortgezet, de oude
+stad wilde niet sterven, trachtte haar ondankbare, jongere zuster tot
+deeling te dwingen door zelf ook pelgrims te huisvesten en winkels te
+openen; maar de winkels kregen alleen klanten, als zij dicht bij de
+Grot waren, terwijl eveneens alleen maar de arme pelgrims er zoo ver
+vandaan wilden logeeren. Deze ongelijke strijd vergrootte de breuk,
+maakte twee onverzoenlijke vijandinnen van de hooge en van de lage
+stad, die elkaar met onophoudelijke intriges trachten te verslinden.
+
+"Neen, mij zullen zij in hun grot niet zien!" begon Cazaban weer
+woedend. "Het is een schandaal, zooals zij de menschen met hun Grot
+voor den gek houden en telkens wat anders probeeren. Een dergelijke
+afgoderij, een zoo brutaal bijgeloof in de negentiende eeuw!... Vraag
+hun eens, of zij in de laatste twintig jaar ooit één zieke uit de stad
+genezen hebben? En er loopen toch genoeg lammen in onze straten. In
+den beginne hadden de menschen van hier tenminste nog voordeel van
+de eerste wonderen. Maar het schijnt, dat sedert lang hun wonderwater
+voor ons alle kracht verloren heeft: wij zijn er te dicht bij, je moet
+van ver weg komen, als je wilt, dat het helpt! Het is waarachtig te
+gek! Neen, hoor, voor geen honderd francs krijgt u mij daarheen!"
+
+Het onbeweeglijk blijven zitten van Pierre scheen hem te
+irriteeren. Hij was nu aan de rechterwang begonnen en trok nu van leer
+tegen de paters der Onbevlekte Ontvangenis, wier schraapzucht de eenige
+oorzaak van de twist was. Die paters, die op hun eigen grond woonden,
+omdat zij van de gemeente de terreinen, waarop zij wilden bouwen,
+gekocht hadden, hielden zich niet eens aan het met de stad gesloten
+contract, waarbij zij zich verbonden hadden geen handel te drijven,
+geen water en geen religieuze artikelen te verkoopen. Iederen dag zou
+men hun een proces kunnen aandoen. Maar zij lachten erom, zij voelden
+zich zoo sterk, dat zij geen enkel geschenk meer aan de parochie
+lieten komen en dat al het geld zich ophoopte en in een stroom naar
+de Grot en de Basilica vloeide.
+
+Openhartig-naïef riep Cazaban:
+
+"En als zij nu nog maar wilden deelen!"
+
+Dan, toen mijnheer de Guersaint zich gewasschen had en weer was
+gaan zitten:
+
+"En wanneer ik u vertel, mijnheer, wat ze van onze arme stad gemaakt
+hebben! Veertig jaar geleden waren onze meisjes hier heel zedig,
+dat verzeker ik u. Ik herinner me nog heel goed, dat, wanneer,
+in mijn jonge jaren, een jonge man eens wat wilde uithalen, er
+hier hoogstens drie of vier van die vrouwspersonen waren, om hem te
+bevredigen, zoodat ik op kermisdagen de mannen queue zag maken voor
+haar deur, zoo waar als ik hier sta!... De tijden zijn wel veranderd,
+de zeden zijn dezelfde niet meer! Tegenwoordig doen bijna alle meisjes
+niets dan kaarsen en bouquetten verkoopen; enfin, u zult wel gezien
+hebben, hoe zij de voorbijgangers aanklampen en hun haar koopwaar
+opdringen. Het is een schandaal zulke brutale wijven! Zij verdienen
+veel, geven zich over aan luiheid, doen 's winters in afwachting van
+het volgend seizoen der bedevaarten, absoluut niets. En ik beloof
+u, dat tegenwoordig jongens, die een grapje uit willen halen, niet
+ver behoeven te loopen... Voeg daarbij de wisselende en verdachte
+bevolking, waarmede we, zoodra de eerste mooie dagen er zijn,
+overstroomd worden, koetsiers, marskramers, kroeghouders, een heel
+gemeen nomadenvolk, dat naar vuilheid en ontucht stinkt, dan hebt u
+een beeld van de eerbare, nieuwe stad, die ze ons met de menigten,
+die naar hun Grot en hun Basilica komen, geschonken hebben!"
+
+Zeer onder den indruk had Pierre zijn courant laten zakken. Hij
+luisterde aandachtig, zag nu voor het eerst de twee Lourdes: het oude,
+in zijn kalme eenzaamheid zoo eerbare en vrome Lourdes en het nieuwe
+verdorven Lourdes, gedemoraliseerd door zooveel millioenen, zooveel
+bij elkaar gebedelde en opgehoopte rijkdommen, door den wassenden
+stroom van vreemdelingen, die de stad in looppas doortrokken, door
+de fatale vervuiling der opeenhooping, door de besmetting van slechte
+voorbeelden. Welk een ommekeer, als men terugdacht aan de onschuldige
+Bernadette, die neerknielde voor de primitieve, woeste grot, aan het
+naïeve geloof, aan de reine geestdrift der eerste arbeiders van het
+werk! Hadden zij die vergiftiging van het land door de hebzucht en
+het vuil der menschen gewild? De volkeren behoefden slechts te komen
+om de pest te doen uitbreken!
+
+Toen Cazaban zag, dat Pierre luisterde, maakte hij nog een laatste
+dreigend gebaar, als om dat vergiftigende bijgeloof weg te vagen. Dan
+borstelde hij zwijgend het haar van mijnheer de Guersaint.
+
+"Als het u blieft, mijnheer!"
+
+Toen eerst begon de architect over het rijtuig. De kapper maakte eerst
+bezwaar, beweerde, dat zij naar zijn broer in de gemeentewei moesten
+gaan. Maar ten slotte stemde hij toch toe de bestelling op zich te
+nemen. Een landauer met twee paarden naar Gavarnie kostte vijftig
+francs. Maar blij, omdat hij zooveel had kunnen praten en gevleid
+als een fatsoenlijk man behandeld te worden, sloeg hij tien francs
+af. Ze waren met hun vieren, dat was dus tien francs per persoon. Ze
+kwamen overeen om 's nachts tegen drie uur te vertrekken, zoodat ze
+Maandagavond weer vroegtijdig terug zouden zijn.
+
+"Het rijtuig staat om drie uur voor het Hôtel des Apparitions,"
+herhaalde Cazaban op zijn nadrukkelijke manier. "U kunt op mij rekenen,
+mijnheer!"
+
+Hij spitste zijn ooren. Het gerinkel met borden in de kamer ernaast
+hield maar niet op. Men at er nog altijd, zooals overal, met de
+vraatzucht, die van het eene einde van de stad naar het andere
+woedde. Er werd nog om brood geroepen.
+
+"Pardon," zeide Cazaban vlug; "mijn gasten hebben me noodig."
+
+En met zijn handen nog vet van de kam, snelde hij weg. Daar de deur
+even open bleef, zag Pierre aan de wanden der huiskamer, tot zijn
+verbazing godsdienstige platen hangen, met name een afbeelding van
+de Grot. Ongetwijfeld hing de kapper die alleen maar gedurende de
+bedevaarten op, om zijn gasten een pleizier te doen.
+
+Het was tegen drieën. Toen Pierre en mijnheer de Guersaint weer
+buiten kwamen, hoorden zij tot hun verwondering hoe het gelui van
+verschillende klokken de lucht vervulde. Op den eersten klank van het
+Vesperkleppen der Basilica had de parochiekerk juist geantwoord, en
+nu voegden zich de kloosters een voor een bij het toenemend gelui. De
+kristalheldere klok van de Karmelieten paarde zich aan de ernstig-diepe
+van de Onbevlekte Ontvangenis; en al de vroolijke klokken der zusters
+van Nevers en de Dominicanessen klepten tegelijk. Op mooie feestdagen
+streken zoo van den vroegen morgen tot den laten avond vluchten
+van klokken met breede vleugels over de daken van Lourdes. Er was
+moeilijk iets vroolijkers denkbaar dan dat welluidende gezang onder
+den wijden blauwen hemel, boven deze vraatzuchtige stad, die eindelijk
+gedejeuneerd had en nu haar spijsvertering in de zon koesteren.
+
+
+
+
+III.
+
+Zoodra de avond gevallen was, werd Marie in het Hôpital de Notre-Dame
+des Douleurs ongeduldig, want zij wist van madame de Jonquière,
+dat baron Suire van pater Fourcade verlof voor haar gekregen had,
+om den nacht voor de Grot door te brengen. Iedere minuut vroeg zij
+zuster Hyacinthe:
+
+"Zuster, is het nog geen negen uur?"
+
+"Wel neen, kindlief, het is net half negen!... Hier heb je een dikke
+wollen omslagdoek, die je met het aanbreken van den dag om moet doen,
+want de Gave is vlak bij en de ochtenden zijn in dit bergland frisch."
+
+De geheele zaal benijdde haar. Een heelen nacht voor de Grot te mogen
+bidden was de onuitsprekelijke vreugde, de opperste zaligheid. Men
+zeide, dat de uitverkorenen in den grooten vrede van de duisternis
+zeker de Heilige Maagd zagen. Maar men moest veel protectie hebben, om
+een dergelijke gunst te verkrijgen. De paters stonden haar niet graag
+toe, omdat er zieken gestorven waren, als in haar extase ingeslapen.
+
+"Je zult morgenochtend, voor je hier terugkomt, in de Grot het
+Avondmaal vieren, is het niet, kindlief?" vroeg zuster Hyacinthe.
+
+Het sloeg negen uur. Zou Pierre, die altijd zoo juist op tijd was,
+haar vergeten? Men vertelde haar nu van de fakkelprocessie, die zij van
+het begin tot het einde zou zien, als zij dadelijk wegging. Iederen
+avond werden de plechtigheden met een dergelijke processie besloten;
+maar die op Zondag was altijd de mooiste, en er werd verteld, dat
+de processie van dien avond zoo buitengewoon schitterend zou zijn,
+als men er maar zelden een zag. Meer dan dertigduizend pelgrims,
+ieder met een kaars in de hand, zouden eraan deelnemen. De wonderen
+van den nachtelijken hemel zouden zich openen, de sterren op aarde
+nederdalen. De zieken jammerden, dat het zoo vreeselijk was aan je
+bed gekluisterd te zijn en niets van die wonderdingen te kunnen zien.
+
+"Kindlief," kwam madame de Jonquière zeggen, "daar zijn je vader en
+mijnheer de abbé!"
+
+Marie straalde van vreugde en had het lange wachten al vergeten.
+
+"O Pierre, laten we toch gauw gaan, laten we toch gauw gaan," drong
+zij aan.
+
+Zij droegen haar naar beneden en de priester duwde het kleine wagentje
+voort, dat zacht voortrolde onder den met sterren bezaaiden hemel,
+terwijl mijnheer de Guersaint naast haar liep. Het was een wondermooie
+nacht zonder maan, een donkerblauw fluweel met diamanten bestikt;
+de zachte lucht was heerlijk, een lauwwarm bad van zuivere lucht,
+doorbalsemd met den geur der bergen. Veel pelgrims verdrongen zich
+in de straat in de richting der Grot; doch de menigte was stil en in
+zichzelf gekeerd, zonder de rumoerige kermisdrukte van den dag. Bij
+het plateau de la Merlasse breidde de duisternis zich uit, kwam men
+onder den onmetelijken hemel in het schaduwmeer der grasperken en
+groote boomen, waaruit men links alleen de slanke, witte spits der
+Basilica zag oprijzen.
+
+Pierre werd bij het zien van de menschenmassa, die, naarmate zij de
+Grot naderden, compacter werd, eenigszins ongerust. Op de place du
+Rosaire kon men nog slechts met moeite loopen.
+
+"Er is geen denken aan, om bij de Grot te komen," zeide hij en bleef
+stilstaan. "Het beste zou zijn een allée achter den "Abri des pèlerins"
+in te slaan en daar te wachten."
+
+Maar Marie wilde met alle geweld het vertrek der processie zien.
+
+"Laten we probeeren bij den Gave te komen, Pierre. Ik kan het dan
+uit de verte zien, ik behoef er niet zoo dicht bij te zijn."
+
+Mijnheer de Guersaint, die even graag wilde kijken als zij, drong
+ook aan.
+
+"Maak je maar niet ongerust, ik zal achter haar gaan staan en zorgen,
+dat niemand haar stooten kan."
+
+Pierre moest nu het wagentje trekken. Hij had een kwartier noodig om
+onder een der bogen van de rechtsche helling te komen, zoo verdrong
+zich daar de menigte. Dan sloeg hij eenigszins schuins af en was
+eindelijk op de kade aan den oever van den Gave, waar alle kijkers
+op het trottoir stonden; hij kon nog een vijftig meter verder komen
+en liet dan het wagentje stilstaan tegen de borstwering zelf, bijna
+vlak tegenover de Grot.
+
+"Is het hier goed?"
+
+"Ja, ja, dank je wel! Maar ik moet zitten, dan kan ik nog beter zien."
+
+Mijnheer de Guersaint richtte haar op en klom dan zelf op de
+steenen bank, die langs de geheele kade loopt. Een groote menigte
+nieuwsgierigen stond daar dicht opeengehoopt als op avonden, dat er
+vuurwerk afgestoken werd. Allen gingen op hun teenen staan en rekten
+hun hals uit. Ook Pierre was vol belangstelling, ofschoon je nog niet
+veel bijzonders zag.
+
+Er moesten daar dertigduizend personen zijn, en nog steeds stroomde
+het menschen. Allen droegen in hun hand een kaars, gewikkeld in
+een soort peperhuis van wit papier, waarop in blauw een afbeelding
+van de Notre-Dame de Lourdes gedrukt was. Maar die kaarsen waren
+nog niet aangestoken. Boven de deinende zee van hoofden zag men
+slechts de helder blinkende Grot, die den hellen gloed als van een
+ijzergieterij uitstraalde. Een dof gezoem steeg op, men hoorde zuchten,
+die alleen reeds den indruk maakten, dat daar duizenden opeengedrongen
+stonden in de diepte der duisternis, hun adem inhoudend, op en neer
+bewegend als een levend, steeds grooter wordend laken. Er waren er
+onder de boomen aan den anderen kant van de Grot, in de diepten van
+de donkerte, die men zelfs niet vermoedde. Eindelijk begon het met
+enkele kaarsen, die hier en daar opvlamden; plotselinge vonken, die
+op goed geluk af de duisternis doorboorden. Het aantal nam snel toe:
+eilandjes van sterren vormden zich, terwijl op andere punten strepen,
+melkwegen te midden van de sterrenbeelden vloeiden. Dat waren de
+dertigduizend kaarsen, die allengs een voor een aangestoken werden,
+den fellen gloed der Grot uitdoofden en van het eene einde van den
+boulevard naar het andere de kleine gele vlammen van een reusachtig
+bekken met gloeiende kolen voortwentelden.
+
+"O, Pierre, hoe mooi!" fluisterde Marie. "Precies de herrijzenis
+der nederigen, der kleine arme zielen, die weer wakker worden en
+schitteren."
+
+"Prachtig, prachtig!" viel mijnheer de Guersaint haar in een opwelling
+van zijn kunstenaarsgeestdrift bij. "Kijk eens naar die twee lijnen,
+die elkaar snijden en een kruis vormen."
+
+Pierre was zeer getroffen door wat Marie gezegd had. Zoo was het;
+die zwakke vlammetjes, nauwlijks lichtende puntjes, bescheiden als
+een deemoedig volk, en wier groot aantal een glans uitmaakte en een
+zonneschittering vormde. Telkens weer kwamen er nieuwe te voorschijn,
+verder weg en als verdwaald.
+
+"O," prevelde hij, "dat daar heelemaal alleen, in de verte en zoo
+dansend... Zie je, Marie, hoe het aan komt drijven en zich langzaam
+in het groote vuurmeer verliezen gaat."
+
+Men zag nu weer duidelijk als op klaarlichten dag. De van onder af
+belichte boomen lieten hun intens groen loof zien als geschilderde
+boomen op coulissen. Boven het golvende kolenbekken bleven de banieren,
+sprekend-duidelijk met haar geborduurde heiligen en zijden snoeren,
+onbeweeglijk. En de fel-helle weerkaatsing steeg langs de rots naar de
+Basilica op, welker spits nu scherp-wit afstak tegen den donker-zwarten
+hemel, terwijl aan de overzijde van den Gave de heuvels ook òp-lichtten
+met de witte gevels van hun kloosters tusschen het somber-groene loof.
+
+Er was nog een oogenblik onzekerheid. Het vlammenmeer, waarin ieder
+brandend pitje een golfje was, deinde zijn sterrengeflonker voort,
+scheen op het punt te breken, om samen te vloeien tot een rivier. Dan
+fladderden hoogop de banieren, begon er beweging te komen.
+
+"Wat," riep mijnheer de Guersaint uit, "komen ze nu niet hier langs?"
+
+Toen legde Pierre, die op de hoogte was, uit, dat de processie
+eerst den met groote kosten langs den beboschten heuvel aangelegden
+zigzagweg volgde. Dan draaide zij om de Basilica heen, alvorens langs
+de rechtsche helling weer naar beneden te gaan en door de tuinen haar
+weg te vervolgen.
+
+"Kijk, je ziet de eerste kaarsen reeds door het groen naar boven gaan."
+
+Het was als uit een Duizend-en-een-Nacht-sprookje. Kleine bevende
+lichtjes maakten zich los uit den grooten, vurigen haard en verhieven
+zich in een zachte vlucht langzaam in de hoogte, zonder dat men iets
+kon onderscheiden, dat ze aan de aarde vasthield. Het bewoog zich
+als gouden zonnestofjes in de duisternis. Weldra was het overgegaan
+in een schuin vallende straal, die zich dan plotseling scherp om
+een hoek terugboog, en er ontstond een nieuwe straal, die zich op
+zijn beurt ook weer kromde. Eindelijk was de geheele heuvel door
+één vlammenzigzag doorgroefd, die denken deed aan bliksemstralen,
+zooals men die op plaatjes uit den zwarten hemel schieten ziet. Maar
+het lichtende spoor ging niet uit, steeds gleden de kleine vlammetjes
+met dezelfde zachte, langzame beweging voort. Soms echter ontstond
+plotseling een verduistering, wanneer de processie achter een boomgroep
+voorbijtrok. Maar even verder brandden de kaarsen dan weer, zetten
+haar tocht langs ingewikkelde, telkens weer onderbroken en opnieuw
+herstelde zigzaglijnen naar den hemel voort. Dan kwam een oogenblik,
+dat zij, boven op den heuvel gekomen, niet langer stegen en bij de
+laatste kromming van den weg verdwenen.
+
+In de menigte klonk het:
+
+"Nu draaien ze om de Basilica heen."
+
+"O, het duurt nog wel een twintig minuten, voor ze naar beneden komen."
+
+"Ja, mevrouw, ze zijn met hun dertigduizenden; er gaat nog wel een
+uur mee heen, voor de laatsten van de Grot vertrekken."
+
+Zoodra de processie zich in beweging gezet had, had zich uit het doffe
+gegons een kerklied losgemaakt. Het was de litanie van Bernadette, de
+zesmaal tien coupletten, waarin het "wees gegroet" als een obsessie
+telkens weer terugkeerde. Waren de zestig strophen uitgezongen, dan
+begon men opnieuw. Aldoor klonk onophoudelijk en wiegend het "Ave,
+ave, ave Maria!", dat den geest verdoofde, de ledematen radbraakte,
+langzamerhand die duizenden wezens in een wakenden droomslaap bracht,
+waarin zij het paradijs als een visioen voor zich zagen. 's Nachts, als
+zij sliepen, had het bed de schommelende beweging, zongen zij ze nog.
+
+"Blijven we hier?" vroeg mijnheer de Guersaint, die gauw genoeg van
+iets had. "Het is nu verder precies hetzelfde."
+
+En ook Marie, die de gesprekken in de menigte gehoord had, zeide:
+
+"Je hebt gelijk, Pierre. Het zou beter zijn als wij onder de boomen
+gingen staan. Ik zou zoo graag alles willen zien."
+
+"Zeker," antwoordde Pierre; "wij zullen een plaatsje zoeken, waar
+je alles zien kunt. Het zal alleen een heele toer zijn, om nu hier
+vandaan te komen."
+
+Inderdaad had de dichte menigte nieuwsgierigen hen als het ware
+ingemetseld. Pierre moest zich langzaam en voorzichtig een weg banen,
+terwijl hij een klein plaatsje voor een zieke vroeg. Marie keerde
+zich telkens om en trachtte nog eenmaal voor de Grot den vlammenden
+waterspiegel te zien, het meer met zijn kleine flikker-fonkelende
+golfjes, waaruit tot in het oneindige de processie wegstroomde, zonder
+dat het leeg scheen te worden. Mijnheer de Guersaint liep achter het
+wagentje, om het tegen het dringen der menigte te beschermen.
+
+Eindelijk waren zij buiten het gedrang en stonden nu op een verlaten
+plekje dicht bij een der booggewelven, waar zij even ruimer konden
+ademhalen. Men hoorde daar niets dan de uit de verte klinkende litanie
+met haar hardnekkig refrein; zag de weerkaatsing der kaarsen slechts
+als een soort lichtende wolk, die van den kant der Basilica langzaam
+aangedreven kwam.
+
+"De beste plaats zouden we hebben, als we den Calvariënberg
+opgingen. Een kamermeisje heeft het me vanochtend nog gezegd. Het
+moet van uit de hoogte een feeëriek gezicht zijn."
+
+Doch daar viel niet aan te denken, daar waren te veel bezwaren aan
+verbonden.
+
+"Hoe zouden we met het wagentje de hoogte op kunnen komen?" vroeg
+Pierre. "En bovendien zou in het pikdonker en in het gedrang het naar
+beneden komen veel te gevaarlijk zijn."
+
+Marie zelf wilde liever in de tuinen onder de boomen, waar het zoo
+heerlijk was, blijven. Dus gingen zij weer verder en kwamen tegenover
+de groote gekroonde Heilige Maagd op de Esplanade uit. Het beeld
+was met gekleurde glazen verlicht, die het met een stralenkrans van
+blauwe en gele lampions tot een kermis-aureool maakten. Ondanks zijn
+vroomheid vond mijnheer de Guersaint dit afschuwlijk smakeloos.
+
+"Kijk!" zeide Marie, "bij dat boschje daar zouden we een uitstekend
+plaatsje hebben!"
+
+Zij wees naar een dicht boschje struiken naast den "Abri des
+pèlerins". Het was inderdaad een uitstekend plekje, want vandaar
+af zou men de processie langs de linkerhelling naar beneden kunnen
+zien komen en haar door de grasperken in haar dubbele evenwijdige
+beweging van gaan en komen tot de nieuwe brug kunnen volgen. Bovendien
+gaf de nabijheid van den Gave aan het bladerengewelf een heerlijke
+koelte. Niemand bevond zich daar nog; in de dichte schaduw van de
+groote platanen langs de allée genoten zij van een oneindigen vrede.
+
+Mijnheer de Guersaint ging op zijn teenen staan, ongeduldig als hij
+was, om de eerste kaarsen van achter de Basilica te voorschijn te
+zien komen.
+
+"Er is nog niets te zien," mompelde hij. "Enfin, dan ga ik maar even
+op het gras zitten. Ik ben doodop."
+
+Dan maakte hij zich ongerust over zijn dochter.
+
+"Wil ik je wat omslaan? Het is heel frisch hier!"
+
+"Neen, vader, dank u wel, ik heb het heelemaal niet koud. Ik ben zoo
+gelukkig. In geen tijd heb ik zoo heerlijk adem kunnen halen!... Er
+moeten hier rozen zijn, ruikt u dien heerlijken geur niet?"
+
+En zich tot Pierre wendend:
+
+"Waar staan die rozen toch, lieve vriend? Zie je ze niet?"
+
+Toen mijnheer de Guersaint naast het wagentje zat, ging Pierre kijken,
+of er in de nabijheid geen bed met rozen was. Maar vergeefs zocht hij
+in de donkere grasperken; hij vond niets dan een dichten, groenen
+plantengroei. Toen hij, teruggaande, langs den "Abri des pèlerins"
+kwam, ging hij uit nieuwsgierigheid naar binnen.
+
+Het was een groot vertrek met een hooge zoldering, waarin aan beide
+kanten het licht door breede ramen naar binnen viel. Met zijn steenen
+vloer en zijn kale muren had het geen andere meubelen dan banken,
+die her en der verspreid stonden. Geen tafel, geen plank, zoodat de
+daklooze pelgrims, die genoodzaakt waren daar hun toevlucht te zoeken,
+hun manden, hun pakjes en hun valiezen opgehoopt hadden in de aldus in
+bagagekasten herschapen vensternissen. Het vertrek was leeg: alle arme
+pelgrims waren blijkbaar naar de processie. Hoewel de deur wijd open
+stond, heerschte er een ondraaglijke stank; de muren waren doordrenkt
+met ellende, de vloertegels vuil, vochtig ondanks den mooien zonnedag,
+nat van fluimen, vet en gemorsten wijn. Men deed er alles, men sliep
+er, at er in een opeenhooping van vuile lichamen en lompen.
+
+Pierre zeide tot zichzelf, dat de heerlijke rozengeur moeilijk van daar
+komen kon. Toch liep hij het vertrek, dat door vier walmende lantaarns
+verlicht werd, rond in de meening dat het geheel verlaten was, toen
+hij tot zijn verbazing tegen den linkermuur een vage gestalte zag,
+een in het zwart gekleede vrouw, die een wit pakje op haar schoot
+hield. Zij was geheel alleen in deze eenzaamheid en zat onbeweeglijk
+met starre oogen voor zich uit te staren.
+
+Hij ging naar haar toe en herkende toen madame Vincent, die hem met
+een gebroken stem toefluisterde:
+
+"Ja, Rose heeft vandaag zoo geleden! Van den vroegen morgen af heeft
+zij aan één stuk door gekreund... En nu zij een paar uur geleden in
+slaap gevallen is, durf ik mij niet te verroeren, omdat ik bang ben,
+dat zij anders wakker wordt en weer pijn krijgt."
+
+Zij bleef onbeweeglijk zitten, een martelares van een moeder, die
+reeds maanden lang haar kind zoo hield in de hardnekkige hoop het te
+genezen. Zij had het op haar armen naar Lourdes gebracht, droeg het
+daar rond, suste het in slaap op haar armen, daar zij geen kamer,
+zelfs geen ziekenhuisbed had.
+
+"Gaat het dan niet beter met de kleine?" vroeg Pierre, wiens hart
+bloedde.
+
+"Neen, mijnheer de abbé, ik geloof het niet."
+
+"Maar," zeide hij, "u zit toch heel ongemakkelijk op die bank. Men
+had moeite moeten doen om u niet zoo op straat te laten blijven. Men
+zou uw kind ongetwijfeld ergens opgenomen hebben."
+
+"Och, waar zou dat goed voor zijn, mijnheer de abbé? Zij ligt heel
+goed op mijn schoot. En bovendien zou men haar toch niet altijd zoo
+bij me gelaten hebben... Neen, ik heb haar maar liever bij me, dat
+zal haar ten slotte nog redden, geloof ik."
+
+Twee dikke tranen vielen over haar onbeweeglijk gezicht. Dan ging
+zij voort:
+
+"Ik ben niet zonder geld. Ik had dertig sous, toen ik van Parijs
+wegging, en ik heb er nu nog tien over... Ik heb aan brood voldoende
+en die arme stumperd hier kan zelfs geen melk verdragen... Ik kom nog
+wel toe tot we weer weggaan, en als zij beter wordt, o, dan zullen
+wij rijk zijn, rijk, rijk!"
+
+Zij boog zich voorover en keek in het flikkerende licht naar het
+bleeke gezichtje van Rose, wier lippen door haar zwakke ademhaling
+half geopend werden.
+
+"Kijk u eens, hoe zij slaapt!... De Heilige Maagd zal medelijden
+met haar hebben en haar beter maken, niet waar, mijnheer de abbé? We
+hebben nog wel maar één dag, maar ik wil niet wanhopen; ik zal den
+heelen nacht hier blijven bidden... Morgen zal het geschieden, ze
+moet nog tot morgen blijven leven."
+
+Een oneindig medelijden maakte zich meester van Pierre, die, uit vrees,
+dat ook hij anders in tranen zou uitbarsten, wegging.
+
+"Ja, ja, arme vrouw, blijf hopen."
+
+En hij liet haar alleen achter in de groote, ledige, stinkende zaal,
+tusschen de door elkaar gegooide banken, zóó onbeweeglijk in haar
+smartelijke moederliefde, dat zij haar adem inhield, uit vrees, dat
+het piepen van haar borst de kleine zieke wakker zou maken. Geradbraakt
+bad zij, met gesloten mond, vurig.
+
+Toen Pierre weer bij Marie terug was, vroeg zij hem dadelijk:
+
+"En zijn er rozen in den omtrek?"
+
+Hij wilde haar blijde stemming niet bederven door haar te vertellen,
+wat hij gezien had.
+
+"Neen, ik heb in alle perken rondgekeken, maar er zijn geen rozen."
+
+"Vreemd," zeide zij peinzend. "De geur is zoo zacht en tegelijk zoo
+doordringend... Je ruikt het toch zeker ook wel? Nou net is hij weer
+zoo buitengewoon sterk, alsof alle rozen van het paradijs om ons in
+den nacht ontbloeien."
+
+Doch een uitroep van haar vader viel haar in de rede. Mijnheer de
+Guersaint was weer gaan staan, toen hij boven aan de hellingen,
+links van de Basilica, lichtende punten verschijnen zag.
+
+"Daar heb je ze eindelijk!"
+
+Inderdaad werd het hoofd der processie zichtbaar. Onmiddellijk
+vermenigvuldigden overal de lichtende punten zich en verlengden zich
+tot een dubbele, golvende lijn. De duisternis overstroomde alles;
+het was als geschiedde dit alles heel hoog, als kwam het uit de
+zwarte diepten van het onbekende. En terzelfdertijd begon het gezang,
+de litanie, die als een obsessie was, weer; maar zij bleef zoo ver,
+zoo licht, dat het scheen, alsof zij niet meer was dan het zachte
+suizen, dat in de boomen den naderenden stormwind aankondigt.
+
+"Ik heb het wel gezegd," prevelde mijnheer de Guersaint, "je moet op
+den Calvariënberg staan, om alles te zien."
+
+Halsstarrig en stijfhoofdig als een kind kwam hij weer op zijn
+eerste denkbeeld terug, en jammerde, dat ze juist de slechtste plaats
+uitgekozen hadden.
+
+"Maar waarom gaat u dan den Calvariënberg niet op, vader? Het is nog
+tijd genoeg... Pierre zal bij mij blijven."
+
+En met een droef glimlachje voegde zij eraan toe:
+
+"Trouwens, niemand zal me schaken."
+
+Eerst weigerde hij, dan gaf hij echter, niet in staat aan den drang
+van zijn verlangen weerstand te bieden, toe. Hij moest zich haasten,
+vlug de grasperken overloopen.
+
+"Blijf hier onder de boomen op mij wachten. Ik zal je wel vertellen,
+wat ik boven gezien heb."
+
+Pierre en Marie bleven alleen in dit donkere, eenzame hoekje,
+doorbalsemd met rozengeur, zonder dat er één enkele roos in de
+nabijheid was. Zij spraken niet, keken naar de processie, die zacht
+en ononderbroken naar beneden gleed.
+
+Het was als een dubbele rij levende sterren, die, aan den linkerhoek
+van de Basilica opkomend, nu de monumentale helling volgde, welker
+ronding zij duidelijk afteekende. Op dezen afstand kon men nog steeds
+de pelgrims, die de kaarsen droegen, niet zien; het waren slechts
+wandelende, gedisciplineerde lichtjes, die in de donkerte rechte
+lijnen trokken. De bouwwerken zelf bleven onder den donkerblauwen
+nachthemel vaag, werden nauwlijks door een verdichting van de
+duisternis aangegeven. Maar langzamerhand lichtten, naarmate het
+aantal kaarsen grooter werd, de architectonische lijnen òp, de slanke
+spitsbogen der Basilica, de cyclopische gewelven der hellingen, de
+zware, samengedrukte gevel der Rozenkranskerk. Met den ononderbroken
+stroom van helle vonken, die rustig voortkabbelde op de hardnekkige
+manier van een buiten haar oever getreden rivier, die door niets meer
+tegengehouden wordt, kwam als het ware een morgenrood, een lichtende
+wolk, die steeds grooter werd en eindelijk den geheelen horizont in
+haar glans laadde.
+
+"Kijk toch eens Pierre, kijk toch eens!" riep Marie in haar kinderlijke
+blijdschap. "Dat houdt maar niet op, steeds komen er meer."
+
+Inderdaad duurde daar omhoog het plotselinge verschijnen van
+kleine lichtjes met een mechanische regelmatigheid voort, alsof een
+onuitputtelijk hemelsche bron dat zonnestof uitgestort had. Het hoofd
+der processie had ter hoogte van de gekroonde Heilige Maagd de tuinen
+bereikt, zoodat de dubbele vlammenlijn nog slechts den omtrek van
+het dak der Rozenkranskerk en van de groote trap afteekende. Doch
+de nadering der menigte maakte zich voelbaar door een onrust in de
+lucht, een levenden, van verre komenden ademtocht; vooral de stemmen
+klonken sterker, de litanie van Bernadette zwol aan tot het gebruis
+van een opkomenden vloed, die het refrein: "Ave, ave, ave Maria!" in
+een rhythmisch gewieg steeds hooger en hooger stijgen deed.
+
+"O, dat refrein!" prevelde Pierre, "het dringt je tot in je huid
+door. Straks gaat mijn heele lichaam het nog zingen."
+
+Weer liet Marie haar zacht kinderlachje hooren.
+
+"Ja, dat is zoo, het volgt mij ook overal; vannacht heb ik het in
+mijn slaap ook gehoord. En vanavond ook weer, het is als wiegt het
+mij boven de aarde."
+
+Dan viel zij zichzelf in de rede:
+
+"Daar zijn ze aan den onderkant van het perk, vlak tegenover ons."
+
+Nu volgde de processie de lange rechtsche allée en kwam, na om het
+Croix des Bretons heen gekropen te hebben, langs de andere rechtsche
+laan terug. Ze hadden meer dan een kwartier noodig, om deze beweging
+uit te voeren. Nu vormde de dubbele lijn twee lange strepen evenwijdige
+lichtjes, waarboven een triomphantelijke zonnefiguur uitstak. Maar
+het blijvende-mooie was het ononderbroken kronkelen van die vuurslang,
+wier gouden ringen zoo zacht over den zwarten grond kropen en zich in
+het oneindige verlengden, zonder dat het reusachtige zich ontrollende
+lichaam ooit scheen te eindigen. Verschillende malen had er blijkbaar
+ergens een opstopping plaats; de lijnen bogen zich dan als zouden
+zij breken, maar de orde was spoedig weer hersteld, waarna het naar
+beneden glijden met langzame regelmatigheid opnieuw begon. Een melkweg
+met zijn beving van werelden was van uit den hooge neergevallen en
+zette op aarde zijn sterrenreidans voort. Een blauw licht sijpelde
+naar beneden, er bestond niets meer dan de hemel, de gebouwen en
+de boomen namen in den geheimzinnigen glans der duizenden kaarsen,
+wier aantal steeds grooter werd, droomvormen aan.
+
+Marie stiet een zucht van ademlooze bewondering uit; zij kon er geen
+woorden voor vinden, herhaalde maar steeds:
+
+"Wat is het mooi, lieve God, wat is het mooi!... Kijk toch eens,
+Pierre, hoe mooi het is!"
+
+Maar sedert de processie op enkele passen van hen verwijderd voorbij
+hen trok, was het niet meer een rhythmische loop van sterren, die door
+geen hand gedragen werden. In de lichtwolk onderscheidden zij thans
+de lichamen, herkenden zij in het voorbijgaan nu en dan de pelgrims,
+die de kaarsen vasthielden. Eerst kwam la Grivotte, die ondanks het
+late uur aan de processie had willen deelnemen; zij overdreef haar
+genezing, beweerde steeds weer, dat zij zich nooit beter gevoeld
+had en behield in den frisschen avond, die haar rillen deed, haar
+overspannen, dansende manier van loopen. Dan kwamen de Vignerons,
+de vader voorop, met zijn kaars hoog in de lucht, gevolgd door madame
+Vigneron en madame Chaise, die haar uitgeputte beenen voortsleepten,
+terwijl de kleine Gustave, wiens rechterhand met kaarsvet overdekt
+was, met zijn kruk het zand stampte. Alle zieken, die loopen konden,
+waren er: ook Elise Rouquet, die met haar ontbloot rood gezicht als
+een verdoemde mede liep. Velen lachten; de het vorige jaar door het
+wonder genezen kleine Sophie Couteau speelde met haar kaars als met
+een stok. Hoofden volgden steeds weer op hoofden; voornamelijk waren
+het vrouwen, de meesten akelig alledaagsch, enkelen met een trotsche
+houding, die je een seconde even vluchtig zag en welke dan weer in de
+phantastische verlichting onderdoken. Eindigen wilde het niet: steeds
+kwamen er weer anderen, onder wie zij nog een heel bescheiden schim
+opmerkten, madame Maze, die zij zeker niet herkend zouden hebben, als
+zij niet even haar bleek, door tranen overstroomd gelaat opgeheven had.
+
+"Kijk," zeide Pierre tegen Marie, "daar zijn de eerste lichtjes der
+processie op de place du Rosaire, en ik ben er zeker van, dat de
+helft der pelgrims nog voor de Grot staat."
+
+Marie keek op en inderdaad zag zij in de hoogte bij den linkerhoek
+der Basilica regelmatig en zonder ophouden nieuwe lichtjes opduiken
+met een soort mechanische beweging, die nooit scheen op te houden.
+
+"Ach," zeide zij, "wat een belaste en beladen zielen. Ieder van die
+kleine vlammetjes is immers een ziel, die lijdt en zich bevrijdt?"
+
+Pierre moest zich over haar heen buigen om haar te kunnen verstaan,
+want de litanie van Bernadette verdoofde hen, nu de stroom zoo vlak
+langs hen vloeide. De stemmen klonken in een steeds grooter wordende
+zinsverbijstering, de strophen werden langzamerhand door elkaar
+gezongen, ieder deel der processie hief het zijne aan met stemmen
+als van bezetenen, die zichzelf niet meer verstonden. Het was een
+eindeloos, verward geschreeuw, het razende geschreeuw van een menigte,
+die door haar geloofsijver geheel bedwelmd wordt. En steeds weer kwam
+het refrein, het Ave, ave, ave Maria! terug en klonk met zijn rhythme,
+dat was als een krankzinnig makende obsessie, boven alles uit.
+
+Tot hun verbazing zagen Pierre en Marie opeens mijnheer de Guersaint
+voor zich staan.
+
+"Ach, kinderen, ik wilde me daarboven niet verlaten, en ben tweemaal
+door de processie heengeloopen om hier te komen... Maar wat een
+gezicht! Het is werkelijk het eerste moois, dat ik zie, sedert ik
+hier ben!"
+
+En hij begon hun de processie te beschrijven, zooals hij die van af
+den Calvariënberg gezien had.
+
+"Stel je een tweeden hemel hier beneden voor, welke den glans van
+dien hierboven weerkaatst, maar een hemel, die heelemaal door één
+enkel, reusachtig sterrenbeeld ingenomen wordt. En dat sterrengewemel
+schijnt zich heel ver in donkere diepten te verliezen. De vuurstroom
+is precies een monstrans, ja, een echte monstrans, waarvan de voet
+gevormd wordt door de hellingen, de schacht door de twee evenwijdige
+alleeën en de hostie door het ronde grasperk, dat ze bekroont. Het
+is een monstrans van brandend goud, die diep in de duisternis met
+een voortdurend fonkelen van wandelende sterren opvlamt. Je ziet
+niets dan dien reusachtigen en grootschen monstrans... Waarachtig,
+ik heb nog nooit zoo iets buitengewoons gezien!"
+
+Hij zwaaide zijn armen heen en weer, was buiten zichzelf van artistieke
+ontroering.
+
+"Vadertje," zeide Marie liefdevol, "nu u toch hier bent, moest u maar
+naar het hotel teruggaan, om nog wat te slapen. Het is nu bijna elf
+en morgenochtend om drie uur moet u weer weg."
+
+En om hem over te halen, voegde zij er aan toe:
+
+"Ik vind het zoo prettig, dat u dat uitstapje gaat maken... Maar
+zorg, dat u morgenavond vroegtijdig terug bent, want u zult zien,
+u zult zien..."
+
+Zij durfde haar vaste overtuiging, dat zij genezen zou, niet
+uitspreken.
+
+"Je hebt gelijk, ik ga nu maar naar bed," zeide mijnheer de Guersaint
+gekalmeerd. "Nu Pierre bij je is, ben ik niet ongerust."
+
+"Maar," riep zij uit, "ik wil niet, dat Pierre vannacht bij mij
+blijft. Wanneer hij mij straks naar de Grot gebracht heeft, komt hij
+weer bij u... Ik heb niemand noodig, de eerste de beste brancarddrager
+zal mij morgenochtend wel naar het Hôpital brengen."
+
+Pierre zweeg eerst even. Dan, eenvoudig:
+
+"Neen, neen, Marie, ik blijf... Ik zal, evenals jij, den nacht in de
+Grot doorbrengen."
+
+Zij wilde aandringen, boos worden. Maar hij had het zoo zacht gezegd,
+zij had in zijn woorden een zoo smartelijk verlangen naar geluk
+gevoeld, dat zij, tot in het diepst van haar ziel geroerd, haar
+woorden terugdrong.
+
+"Enfin, kinderen," begon haar vader weer, "dat moeten jullie samen
+maar uitvechten, jullie bent verstandig genoeg. En nu goeden nacht,
+maakt je over mij maar geen zorg."
+
+Hij gaf zijn dochter een paar hartelijke kussen, drukte de beide
+handen van den priester; ging dan weg en verdween in de dichte rijen
+der processie, waar hij opnieuw doorheen moest.
+
+Nu waren zij alleen in hun donker en eenzaam hoekje onder de groote
+boomen; zij nog altijd achter in haar wagentje zittend, hij geknield
+in het gras en met zijn elleboog leunend op een der wielen. Het
+was aanbiddelijk mooi: het voorbijtrekken der kaarsen duurde voort,
+terwijl zij zich door het groot aantal bochten, dat zij maakten, tot
+één groote massa ophoopten. Wat hem vooral aangenaam trof was dat er
+van het kermisgedoe van overdag niets meer over Lourdes was blijven
+hangen. Het was, alsof van de bergen een zuiverende wind neergestreken
+was, die den sterken etensgeur, de vraatzuchtige Zondagsvreugde, al dat
+gloeiend en vergiftigd kermisstof, die om de stad hingen, weggevaagd
+had. Nu breidde zich nog slechts een eindelooze hemel met reine sterren
+over hen uit; de koelte van den Gave verkwikte hen, de zuchtende
+briesjes droegen geuren van wilde bloemen aan. De oneindigheid van het
+mysterie ging op in den onbeperkten vrede van den nacht, en van de
+zware stoffelijke wereld bleef niets over dan die kleine vlammetjes
+der kaarsen, welke Marie zooeven vergeleken had met lijdende zielen,
+welke op het punt staan zich te bevrijden. Een weldadige rust, die hem
+met een oneindige hoop vervulde, kwam over hem. Sedert hij daar was,
+verdwenen langzamerhand de kwetsende herinneringen van den namiddag,
+de gulzige vraatzucht, het onbeschaamde schacheren in wat heilig zijn
+moest, de moreel achteruitgegane en tot prostitutie vervallen oude
+stad uit zijn geest, om hem geheel te doen opgaan in die goddelijke
+verkwikking, in dien zoo wondermooien nacht, waarin zijn geheele ziel
+zich onderdompelde als in een bad der herrijzenis.
+
+Marie, zelf ook door een oneindige teederheid vervuld, prevelde:
+
+"Wat zou Blanche gelukkig zijn, als zij al die heerlijkheden zien kon!"
+
+Zij dacht aan haar zuster, die te Parijs achtergebleven was en zich
+daar aftobde met het geven van lessen. Maar dit eenvoudige woord,
+het noemen van den naam van haar zuster, over wie zij sedert haar
+komst te Lourdes niet gesproken had en die nu plotseling voor haar
+herinnering oprees, was voldoende om het geheele verleden voor hun
+geest op te roepen.
+
+Zonder te spreken, doorleefden Marie en Pierre nog eenmaal hun
+kindertijd, hun spelen van vroeger in de twee aan elkaar grenzende,
+slechts door een levende haag gescheiden tuintjes. Dan kwam de
+scheiding, toen hij naar het seminarie ging en zij hem, heete tranen
+schreiend, op de wangen kuste met de belofte hem nooit te zullen
+vergeten. Jaren verstreken, en zij vonden elkaar terug, voor eeuwig
+gescheiden: hij priester, zij aan het ziekbed gekluisterd zonder
+eenige hoop ooit vrouw te worden. Dat was hun heele geschiedenis,
+een vurige, zichzelf lang onbewust gebleven liefde, dan een breuk,
+alsof zij gestorven waren, hoewel zij naast elkander leefden. Nu zagen
+zij de armzalige woning terug, die de oudste zuster door haar lessen
+wat behaaglijk trachtte te maken, die armzalige woning, waaruit zij
+naar Lourdes vertrokken waren na veel strijd en veel beraad: zijn
+twijfel en haar hartstochtelijk geloof, dat ten slotte overwonnen
+had. Het was werkelijk heerlijk elkaar zoo alleen weer te vinden
+in dit donkere hoekje, in dezen wondermooien nacht, waarin op aarde
+evenveel sterren waren als in den hemel.
+
+Marie had tot nog toe haar kleine kinderzieltje bewaard, een
+sneeuwwitte ziel, zooals haar vader zeide, een goede, reine ziel. Op
+haar dertiende jaar door haar ziekte aangetast, was zij niet ouder
+geworden. Nu, op haar drie-entwintigste, was zij nog altijd dertien,
+een kinderlijk, in zichzelf gekeerd zieltje gebleven. Men zag het aan
+haar hartstochtlooze oogen, aan haar verstrooide gelaatsuitdrukking,
+aan haar onrustig zoekenden blik, aan haar onvermogen om iets anders te
+willen. Geen vrouweziel was onschuldiger dan de hare, die, achterlijk
+gebleven als zij was, de ziel van een groot, zedig meisje was, bij
+wie de ontwakende hartstocht zich met een innigen kus op de wangen
+tevreden stelt. Zij had geen anderen roman gehad dan het afscheid,
+dat zij weenend van haar vriend genomen had, en dat was gedurende
+tien jaar voldoende om haar hart geheel te vullen.
+
+In de eindelooze dagen, die zij op haar ziekbed doorgebracht had, was
+zij nooit verder in dien droom gegaan, dan dat hij, als zij gezond
+gebleven was, ongetwijfeld nooit priester geworden zou zijn, om met
+haar te kunnen leven. Nooit las zij een roman. De vrome boeken, die zij
+hebben mocht, hielden in haar de geestdrift voor een bovennatuurlijke
+liefde wakker. Zelfs de geluiden van buiten stierven weg aan de
+deur van de kamer, waar zij als in een klooster leefde; vroeger,
+toen men haar van het eene einde van Frankrijk naar het andere, van
+de eene boeteplaats naar de andere bracht, ging zij door de menigte
+als een slaapwandelaarster, die niets hoort en niets ziet, doch
+geheel beheerscht wordt door de idée fixe, dat zij reddeloos verloren
+was. Vandaar die onschuld en kinderlijkheid, dat aanbiddelijke meisje
+des lijdens, dat, opgegroeid met haar armzalig lichaam, in haar hart
+niets bewaarde dan de onbewuste liefde van haar dertien jaar.
+
+Marie's hand zocht in de duisternis die van Pierre, en toen zij deze,
+die de hare tegemoet kwam, vond, hield zij die lang en innig vast. Welk
+een vreugde! Nooit hadden zij een zoo reine en zoo volmaakte vreugde
+gesmaakt, als nu zij hier samen ver van de wereld in die onbeperkte
+bekoring van de duisternis en het mysterie waren. Om hen heen was
+slechts de rondedans der sterren. Het in slaap wiegende gezang zelf
+was als de duizeling, die hen op vleugelen medevoerde. Marie wist,
+dat zij den volgenden dag genezen zou worden, wanneer zij een nacht
+van godsdienstige extase in de Grot doorgebracht had: het was voor
+haar een absolute zekerheid, dat de Heilige Maagd haar zou verhooren,
+dat zij haar vermurwen zou, wanneer zij zich van aangezicht tot
+aangezicht met haar bevond, om haar te smeeken. En zij begreep heel
+goed wat Pierre ermede bedoelde, toen hij den wensch uitgesproken had
+ook den nacht voor de Grot door te brengen. Was hij niet besloten een
+allerlaatste poging te wagen om zijn geloof terug te krijgen, neer te
+knielen als een klein kind, om de Heilige Maagd te smeeken hem zijn
+geloof terug te geven. Nu nog, zonder dat zij behoefden te spreken,
+herhaalden hun in elkaar liggende handen die dingen. Zij beloofden
+elkaar voor elkander te bidden; zij vergaten zichzelf zoozeer dat
+de een in de ander geheel opging met een zoo vurigen wensch voor hun
+genezing, voor hun wederzijdsch geluk, dat zij op dat oogenblik even
+den grond aanraakten der liefde, die zich geeft en zich opoffert. Het
+was een hemelsche genieting.
+
+"O," prevelde Pierre, "die blauwe nacht, die eindelooze duisternis,
+welke al het leelijke van menschen en dingen wegvaagt, die wijde
+weldadige vrede, waarin ik mijn twijfel zou willen in slaap wiegen..."
+
+Zijn stem begaf hem. En op haar beurt zeide Marie heel zacht:
+
+"En de rozen, die heerlijke rozengeur... Ruik jij ze niet, Pierre? Waar
+zijn ze toch, dat jij ze niet gezien hebt?"
+
+"Ja, ja, ik ruik ze, maar er zijn geen rozen. Ik zou ze zeker gevonden
+hebben, want ik heb goed gezocht."
+
+"Hoe kan je zeggen, dat er geen rozen zijn, waar zij de lucht om ons
+heen doorbalsemen en wij als het ware baden in haar geur? Op sommige
+oogenblikken is hij zoo sterk, dat ik mij bijna bezwijmen voel van
+de vreugde hem te mogen inademen!"
+
+"Neen, neen, ik zweer het je, ik heb overal gekeken, er zijn geen
+rozen. Of wel zij moeten onzichtbaar zijn of het gras zelf, dat wij
+met onze voeten vertrappen, die groote boomen, die ons omringen,
+of haar geur stijgt op uit de aarde, uit de rivier hier vlak bij,
+uit de bosschen en uit de bergen."
+
+Zij zwegen een oogenblik. Dan begonnen zij weer op denzelfden
+fluisterenden toon:
+
+"Wat ruiken zij heerlijk, Pierre! Het lijkt wel, of onze in elkaar
+liggende handen ook een rozenruiker zijn."
+
+"Ja, zij rieken heerlijk lekker. En nu is het, alsof die geur uit
+jou opstijgt, Marie, alsof de rozen opbloeien uit jouw haren."
+
+Zij spraken niet meer. De processie trok nog steeds voorbij, steeds
+nog kwamen helle vonken van achter de Basilica, die als uit een
+onuitputtelijke bron uit de duisternis opborrelden. De eindelooze
+stroom der kleine, wandelende vlammen groefde in zijn dubbelen
+kringloop de duisternis met een vurig lint. Maar het mooiste schouwspel
+zag men op de place du Rosaire, waar het hoofd der processie, zijn
+langzame zwenking volhoudend, zich in een steeds nauwer wordenden
+kring draaide, die de van moeheid half geradbraakte pelgrims ten
+slotte duizelig maakte en hun gezang tot iets als verbittering deed
+stijgen. Weldra was deze kring niet meer dan een brandende kern,
+de kern van een nevelvlek, waaromheen het vurige lint, dat geen einde
+scheen te nemen, zich langzaam oprolde; en steeds breidde die kern zich
+uit, werd een vijver, dan een meer. De heele wijde place du Rosaire
+veranderde in een brandende zee, die haar kleine fonkel-golfjes
+voortrolde in den wervelstroom van dezen nooit stilstaanden
+draaikolk. Een dageraad-weerschijn deed de Basilica òplichten. Ter
+zijde zag men slechts enkele verdwaalde kaarsen alleen wandelen als
+glimwormen, die met behulp van hun klein lantaarntje hun weg zochten.
+
+Een deel der processie was blijkbaar op den Calvariënberg
+verdwaald, want ook daar in de hoogte bewogen zich in de open lucht
+sterren. Eindelijk kwam er een oogenblik, dat de laatste kaarsen
+verschenen, de grasperken omtrokken en uitstroomden in de vlammenzee,
+waarin zij verdronken. Dertigduizend kaarsen brandden daar, steeds nog
+in kringen ronddraaiend en hun gloed aanwakkerend onder den wijden
+rustigen hemel, waarin de sterren verbleekten. Een lichtdamp steeg
+op met het gezang, waarvan de obsessie was blijven voortduren. En
+het dreunen der stemmen, de Ave, ave, ave Maria! waren als het
+geknetter zelf der vlammende harten, die zich uitputten in gebeden,
+om de lichamen te genezen en de zielen te redden.
+
+Een voor een waren de kaarsen uitgegaan; de nacht viel weer als
+onbeperkt heerscher donker en mild neer, toen Pierre en Marie merkten,
+dat zij daar nog hand in hand onder het mysterie der boomen verborgen
+waren. In de verte, in het donkere Lourdes, vroegen nog slechts enkele
+verdwaalde pelgrims den weg, om hun bed terug te vinden. Ritselingen
+streken door de donkerte, alles wat rondsluipt en den slaap zoekt
+op het einde van feestdagen. Maar zij vergaten tijd en omgeving,
+bewogen zich nog steeds niet, onuitsprekelijk gelukkig, in den geur
+der onzichtbare rozen.
+
+
+
+
+IV.
+
+Pierre reed het wagentje van Marie voor de Grot en plaatste het
+zoo dicht mogelijk bij het hek. Het middernachtelijk uur had reeds
+geslagen; er waren nog een honderd menschen, enkelen zittend op
+banken, de meesten echter op hun knieën en geheel opgaand in het
+gebed. De door kaarsen verlichte Grot vlamde als een chapelle ardente,
+zonder dat men er iets anders onderscheiden kon dan het als sterren
+fonkelende stof, waarin in zijn nis het beeld der Heilige Maagd wit
+als een droom oprees. Het afvallend groen der bloemruikers nam een
+smaragdglans aan, de duizend krukken, die het gewelf bekleedden,
+geleken op een onontwarbaar net van dood hout, dat op het punt stond
+weer uit te botten. De nacht werd door die felle schittering nog
+zwarter gemaakt; de omgeving was weggezonken in een dikke donkerte,
+waarin niets meer was, geen muren, geen boomen. Alleen de onafgebroken
+murmelende stem van den Gave werd gehoord onder den wijden, donkeren,
+van onweer zwangeren hemel.
+
+"Zit je zoo goed, Marie?" vroeg Pierre zacht-vriendelijk. "Heb je
+het niet koud?"
+
+Zij had even gerild. Maar het was slechts van een klein zuchtje,
+dat de Grot haar scheen toe te waaien.
+
+"Neen, neen, heelemaal niet! Leg alleen die omslagdoek over mijn
+knieën... Dank je wel, Pierre, en maak je nu verder niet bezorgd over
+mij; ik heb niemand meer noodig, nu ik bij haar ben..."
+
+Haar stem begaf haar; zij geraakte reeds in extase: haar handen
+vouwden zich, haar blikken staarden strak naar het witte beeld,
+op haar arm uitgeteerd gezicht lag een trek van zalige verheerlijking.
+
+Toch bleef Pierre nog enkele minuten. Hij had haar in den omslagdoek
+willen wikkelen, want hij zag haar kleine, magere handjes beven. Maar
+hij was bang haar misnoegen op te wekken en stopte haar alleen maar
+als een kind goed toe, terwijl zij, met haar ellebogen op de beide
+randen van het wagentje leunend, hem niet eens meer zag.
+
+Vlak bij hem stond een bank; hij was er, om stil in zichzelf te
+bidden, juist op gaan zitten, toen zijn blik viel op een vrouw,
+die in de donkerte geknield lag. Zij was in het zwart gekleed en
+hield zich zoo bescheiden op den achtergrond, dat hij haar eerst
+niet opgemerkt had, zoo zeer scheen zij één geworden te zijn met de
+duisternis. Dan kwam het vermoeden in hem op, dat het madame Maze
+was. En hij herinnerde zich den brief, dien zij in den loop van
+den dag ontvangen had. Hij kreeg medelijden met haar, hij voelde
+de verlatenheid van deze eenzame, die geen lichamelijke ziekte om
+te genezen had, maar aan de Heilige Maagd alleen vroeg het leed van
+haar hart te verzachten door haar ontrouwen echtgenoot te bekeeren. De
+brief had blijkbaar een hardvochtig antwoord bevat, want met haar diep
+gebogen gelaat scheen zij in haar vernedering van arm, gepijnigd en
+mishandeld schepseltje niets meer te zijn. Slechts in de nachtelijke
+stilte vertoefde zij hier gaarne, voelde zij zich gelukkig, om hier
+uren lang te kunnen weenen, haar martelaarschap te kunnen ondergaan,
+den terugkeer van de verdwenen liefkoozingen te kunnen smeeken, zonder
+dat iemand haar smartelijk geheim vermoedde. Haar lippen bewogen zich
+zelfs niet; het was haar gemarteld hart, dat bad en zoo vurig zijn
+deel aan liefde en geluk opeischte.
+
+O, die onleschbare dorst naar geluk, welke al deze gewonden naar
+lichaam en naar ziel hier bracht! Ook Pierre voelde hoe die dorst zijn
+keel droog maakte en een vurige begeerte in hem deed ontstaan die te
+lesschen. Hij had zich op zijn knieën willen werpen, de goddelijke
+hulp willen afsmeeken met het deemoedig geloof van die vrouw. Maar
+zijn ledematen waren als gebonden en woorden vinden kon hij niet. Het
+was een verlichting voor hem, toen een hand zachtjes zijn schouder
+aanraakte.
+
+"Ga met mij mee, mijnheer de abbé, als u de Grot niet kent. Ik zal
+u er heen brengen, het is er zoo heerlijk op dit uur."
+
+Hij keek op en herkende baron Suire, den directeur van de Hospitalité
+de Notre-Dame de Salut. Blijkbaar had die welwillende en eenvoudige
+man sympathie voor hem opgevat. Hij nam de uitnoodiging aan en volgde
+hem in de Grot, die geheel leeg was. Zelfs deed de baron het hek,
+waarvan hij een sleutel had, achter hen dicht.
+
+"Ziet u, mijnheer de abbé, dit is het uur, dat men zich hier werkelijk
+gelukkig gevoelt. Wanneer ik enkele dagen in Lourdes kom doorbrengen,
+ga ik zelden voor het aanbreken van den dag naar bed, omdat ik gewoon
+ben hier den nacht door te brengen... Er is dan niemand meer, je bent
+er heelemaal alleen, en niet waar, je voelt je dan als het ware thuis
+bij de Heilige Maagd!"
+
+Hij glimlachte goedhartig en nam als oud bezoeker, die weliswaar door
+ouderdom wat verzwakt is, maar vol liefde bleef voor het bekoorlijke
+hoekje, de honneurs van de Grot waar. Overigens toonde hij zich
+ondanks zijn groote vroomheid volstrekt niet gegeneerd, praatte hij,
+gaf hij uitleggingen met de vertrouwelijkheid van een man, die weet,
+dat hij met den hemel op vriendschappelijken voet staat.
+
+"O, u kijkt naar de kaarsen... Er branden er dag en nacht bijna
+tweehonderd tegelijk; dat maakt dan de Grot ten slotte warm... 's
+Winters is het hier zelfs warm!"
+
+Inderdaad kreeg Pierre het in de lauwwarme uitwaseming der kaarsen
+benauwd. Verblind door het felle licht, keek hij naar den grooten
+kandelaar in het midden, die in den vorm van een driehoekige pyramide
+geheel met kleine kaarsjes bezet was. Op den achtergrond stonden in een
+rechten kandelaar, die bijna gelijk met den grond was, dikke kaarsen,
+die, ongelijk van grootte en sommige zoo dik als een dij, als het ware
+een rij orgelpijpen vormden. Verder stonden hier en daar op de rotsen
+nog enkele andere kandelaars, in den vorm van zware kroonluchters,
+verspreid. Het gewelf der Grot daalde naar links, het gesteente was
+er als gebakken en zwart gekleurd door die eeuwige brandende vlammen,
+welke het sedert jaren verhitten. Onafgebroken viel een regen van was
+als een bijna onzichtbare sneeuw neer; de voetstukken der kandelaars
+dropen ervan en namen door het steeds dikker wordende stof een witte
+kleur aan; de geheele rots was ermede overtrokken en voelde vet aan;
+vooral de bodem was met zoo'n dikke vetlaag bedekt, dat er ongelukken
+waren gebeurd en men er een soort rietmatten had moeten overleggen,
+om het vallen te voorkomen.
+
+"Ziet u die dikke daar?" vroeg baron Suire voorkomend. "Dat zijn
+de duurste: ze kosten zestig francs, maar ze branden dan ook een
+maand lang... De allerkleinste, die van vijf sous, duren maar drie
+uur... Oh, wij gaan er niet spaarzaam mee om, maar toch komen we er
+nooit te kort. Kijk, daar staan nog twee manden vol. Ze hebben zeker
+nog geen tijd gehad die naar het magazijn te brengen."
+
+Vervolgens legde hij Pierre uit wat er verder in de Grot stond: een
+met een hoes overdekt harmonium; een soort kast met groote laden,
+waar de gewijde gewaden bewaard werden; banken en stoelen voor het
+kleine bevoorrechte publiek, dat gedurende de ceremoniën in de Grot
+toegelaten werd, en ten slotte een mooi, met gegraveerde zilveren
+platen ingelegd, beweegbaar altaar, een geschenk van een voorname dame,
+dat men echter uit vrees, dat de vocht het zou bederven, alleen maar
+gedurende de rijke bedevaarten durfde gebruiken.
+
+Pierre voelde zich door het gebabbel van den voorkomenden man
+eenigszins geërgerd. Zijn godsdienstige ontroering verloor daardoor
+grootendeels haar bekoring. Bij het binnengaan der Grot had hij ondanks
+zijn gebrek aan geloof een zekere onrust, een soort zielerilling
+gevoeld, alsof het mysterie hem eindelijk onthuld zou worden. Het was
+iets angstigs en weldadig aandoend tevens. Hij zag dingen, die hem tot
+diep in zijn ziel ontroerden: bloemruikers, die tot bergen opgestapeld
+aan de voeten der Heilige Maagd lagen, kinderlijke geloftegiften,
+kleine beschimmelde schoentjes, een klein stalen borstharnasje,
+een voor een pop passende kruk, die wel een stukje speelgoed leek.
+
+Onder den natuurlijken spitsboog, waar de Heilige Maagd aan Bernadette
+verschenen was, was op de plek, waar de pelgrims de rozenkransen en de
+medailles, die zij wilden laten wijden, wreven, de rots uitgesleten en
+glad geworden. Millioenen vurige lippen hadden zich er met zulk een
+geloofskracht op gedrukt, dat het gesteente verkalkt, zwart geaderd
+en glanzend als marmer geworden was.
+
+Maar Pierre bleef staan voor een soort kuil, waarin een groote menigte
+brieven en allerlei papieren opgestapeld lagen.
+
+"Dat zou ik bijna vergeten," begon de baron weer, "en eigenlijk
+is dit het interessantste. Dit zijn de brieven, die de geloovigen
+dagelijks door het hek in de Grot werpen. Wij rapen ze op en leggen
+ze daar neer. 's Winters is het voor mij dan een aardigheid om ze te
+sorteeren... Zooals u begrijpen zult, kunnen we ze niet verbranden,
+zonder ze open te maken, want ze bevatten dikwijls geld, tien of
+twintig sous, en vooral postzegels."
+
+Hij woelde in de brieven, haalde er op goed geluk een paar uit, liet
+Pierre de adressen zien en maakte ze dan open om ze te lezen. Bijna
+alle waren het brieven van arme, onontwikkelde menschen, de adressen
+luidden meestal in groote, onregelmatige letters: "Aan Notre-Dame de
+Lourdes." Vele bevatten in oncorrecte zinnen vragen of dankbetuigingen
+in een allerverschrikkelijke orthographie, doch dikwijls kon men
+moeilijk iets aandoenlijkers denken dan de natuur dier vragen,
+de genezing van een klein broertje, het winnen van een proces,
+een minnaar, dien men behouden, een huwelijk, dat men graag sluiten
+wou. Andere brieven hadden een boozen toon, kapittelden de Heilige
+Maagd, dat zij niet de beleefdheid gehad had den eersten brief door
+de vervulling van de wenschen van den onderteekenaar te beantwoorden.
+
+Dan waren er nog andere in netter schrift en met goed loopende zinnen,
+welke bekentenissen en vurige smeekbeden bevatten--brieven van vrouwen,
+die aan de Koningin des Hemels schreven wat zij in de donkerte van
+den biechtstoel niet aan een priester durfden vertellen. De laatste
+enveloppe, die zij openden, bevatte slechts een portret: een meisje
+zond haar beeltenis aan Notre-Dame de Lourdes met de opdracht: "Aan
+mijn goede Moeder." In het kort was dit de dagelijksche post van een
+zeer machtige Koningin, die smeekbeden en vertrouwelijke mededeelingen
+ontving en met gunstbewijzen en weldaden antwoorden moest. De tien- en
+twintig-sous-stukken waren, naïef, eenvoudige liefdesbewijzen, om haar
+te vermurwen, terwijl de postzegels slechts voor meerder gemak gezonden
+werden, wanneer zij tenminste geen zuivere onschuld waren, zooals in
+den brief van een boerin, die er een postcriptum aan toegevoegd had,
+waarin zij schreef, dat zij een postzegel insloot voor antwoord.
+
+"Ik verzeker u," zeide de baron, "dat er onder deze brieven heel
+goede en minder dwaze zijn dan u denken zoudt... Drie jaar lang heb
+ik zeer interessante brieven gevonden van een dame, die niets doen
+kon, of zij moest het aan de Heilige Maagd vertellen. Het was een
+getrouwde vrouw en zij koesterde een allergevaarlijksten hartstocht
+voor een vriend van haar man... Welnu, mijnheer de abbé, zij heeft
+dien overwonnen; de Heilige Maagd heeft haar geantwoord door haar de
+wapenrusting van haar kuischheid te zenden, de goddelijke kracht om
+aan haar hart weerstand te bieden..."
+
+Doch hij viel zichzelf in de rede:
+
+"Maar kom toch hier zitten, mijnheer de abbé. U zult eens zien,
+hoe lekker het hier is!"
+
+Pierre ging naast hem zitten op de bank links, daar waar de rots lager
+wordt. Het was er inderdaad een heerlijk hoekje om te rusten. Geen van
+beiden sprak meer, een diepe stilte heerschte, toen Pierre eensklaps
+achter zich een onbestemd gemurmel hoorde, een fijne, kristalheldere
+stem, die uit het onzienlijke scheen te komen. Hij maakte een beweging,
+die baron Suire dadelijk begreep.
+
+"Dat is de bron, die u hoort. Zij bevindt zich in den grond achter
+dat traliewerk... Wilt u haar zien?"
+
+En zonder Pierre's antwoord af te wachten had hij zich reeds gebukt
+om een der luiken, die haar beschermden, weg te nemen, waarbij hij
+Pierre tevens uitlegde, dat men haar zoo afsloot, uit vrees, dat de
+vrijdenkers er vergif in zouden komen werpen. Deze onbegrijpelijke
+inval verbijsterde den priester een oogenblik; doch ten slotte stelde
+hij haar maar op rekening van den baron, die toch zoo iets kinderlijks
+over zich had.
+
+Intusschen had deze heel veel moeite met het letterslot, dat maar
+niet wilde opengaan.
+
+"Vreemd," mompelde hij, "het woord is Rome en ik weet zeker, dat
+het niet veranderd is... De vocht bederft hier ook alles. Wij
+zijn verplicht na twee jaar de krukken, die in stof vallen, te
+vernieuwen... Licht u eens even bij met een kaars!"
+
+Toen Pierre hem met een kaars, die hij uit een der kandelaars
+nam, had bijgelicht, slaagde hij er eindelijk in het koperen, door
+kopergroen uitgebeten slot open te maken. Het getralied luik draaide
+en de bron werd zichtbaar. Het was, in een breuk van de rots, een op
+een bed van kiezelzand langzaam stroomend water, dat helder en zonder
+opbruising opborrelde; het scheen over een vrij groote uitgestrektheid
+te komen. De baron vertelde nog, dat men het, om het naar de bron te
+leiden, in met cement bedekte buizen gekanaliseerd had. Zelfs bekende
+hij, dat men achter de vijvers een reservoir had moeten graven,
+om daarin 's nachts het water op te vangen, want de geringe door de
+bron geleverde hoeveelheid zou niet voldoende geweest zijn voor de
+dagelijksche behoeften.
+
+"Wilt u het proeven?" bood de baron plotseling aan. "Hier, waar het
+uit den grond komt, is het nog beter."
+
+Pierre antwoordde niet; hij keek maar naar dat kalme, dat onschuldige
+water, dat zich in het flikkerende kaarslicht met gouden weerschijn
+vlamde. Wasdroppels vielen erin en brachten er door de trillingen, die
+zij veroorzaakten, wat leven in. Hij dacht aan al het geheimzinnige,
+dat het van de verre helling der bergen meevoerde.
+
+"Drink u toch een glas!"
+
+De baron had een glas, dat daar altijd hing, gevuld en de
+priester moest het uitdrinken. Het was goed zuiver water, van
+dat doorschijnende, frissche water, zooals het van alle hooge
+Pyrenaeën-plateaux komt.
+
+Nadat het letterslot weer gesloten was, gingen zij beiden weer op
+de eikenhouten bank zitten. Achter zich bleef Pierre voortdurend de
+bron als het tjilpen van een verscholen vogeltje hooren. Intusschen
+vertelde de baron over de Grot gedurende de verschillende jaargetijden
+in een aandoenlijk gebabbel vol kinderlijke bijzonderheden.
+
+De zomer was slechts het ruwe seizoen, de kermisdrukte van de groote
+bedevaarten, het luidruchtige gedoe van duizenden samengestroomde
+pelgrims, die tegelijk baden en schreeuwden. Maar in den herfst
+begonnen de regens te vallen, de zondvloedachtige regens, die
+soms dagen achtereen op den drempel van de Grot neerkletsten; dan
+kwamen de bedevaarten uit verre landen, Indiërs, Maleiers, Chineezen
+zelfs, kleine, stille en extatische groepjes, die op een teeken der
+missionarissen in de modder neerknielden. Uit Frankrijk zelf zond
+Bretagne van alle oude provincies de vroomste pelgrims, geheele
+parochiën, waarin de mannen even talrijk waren als de vrouwen en
+wier godvruchtig gedrag en eenvoudig geloof wel geschikt waren om de
+wereld te stichten. Dan kwam de winter, December met zijn vreeselijke
+koude en zijn dichten sneeuwval, die de bergwegen versperde. In dien
+tijd namen de families haar intrek in de verlaten hotels, begaven de
+geloovigen zich toch iederen ochtend naar de Grot, vooral zij, die
+de stilte liefhadden en in de teedere intimiteit der eenzaamheid met
+de Heilige Maagd spreken wilden. Zoo waren er eenigen, die niemand
+kende, die zich alleen vertoonden, wanneer zij zeker waren, dat zij
+alleen neerknielden en als ijverzuchtige minnaars, alleen de Heilige
+Maagd liefhebben konden, om, bij de eerste nadering der menigte,
+schuw weer te vertrekken.
+
+En hoe lieflijk was de Grot bij slecht winterweer! In den regen, in
+den wind, in de sneeuw behield zij haar vlammenglans. Zelfs gedurende
+de woeste stormnachten, wanneer er geen levende ziel was, lichtte zij
+òp in de ledige duisternis, brandde zij als een liefdegloed, die niet
+uit te blusschen is. De baron vertelde, dat hij gedurende de hevige
+sneeuwstormen van het vorige jaar heele middagen doorgebracht had
+op de bank, waarop hij nu zat. Er heerschte dan in de Grot, hoewel
+zij op het Noorden lag en er nooit een zonnestraal in doordrong,
+een weldadig aandoende warmte. Ongetwijfeld was de voortdurend door
+de kaarsen verhitte rots een verklaring voor die milde zachtheid,
+maar kon men bovendien niet gelooven aan een bekoorlijke weldaad der
+Heilige Maagd, die daar een eeuwige April heerschen deed. De kleine
+vogeltjes vergisten er zich dan ook nooit in, alle vinken uit den
+omtrek zochten er, wanneer de sneeuw hun pootjes verstijfde, hun
+toevlucht en fladderden in den klimop om het heilige beeld. En dan
+eindelijk ontwaakte de lente, stuwde de Gave met donderend geweld de
+gesmolten sneeuw voort, groenden de boomen weer onder den drang van
+het opschietende sap, terwijl de terugkeerende pelgrimscharen zich
+luidruchtig van de fonkelende Grot meester maakten, waaruit zij de
+kleine vogeltjes van den hemel verjoegen.
+
+"Ja, ja," herhaalde baron Suire langzaam, "ik heb hier in mijn eentje
+heel wat heerlijke winterdagen doorgebracht. Ik zag slechts één
+vrouw, die daar tegen het hek neerknielde, om niet nat te worden
+in de sneeuw. Zij was nog heel jong, vijf-en-twintig misschien,
+en heel mooi, een brunette met prachtige blauwe oogen. Zij zeide
+niets, scheen zelfs niet te bidden, bleef daar maar uren lang met een
+eindeloos droef gelaat geknield liggen... Ik weet niet wie zij was,
+nooit heb ik haar teruggezien."
+
+Hij hield op met praten en toen Pierre, zich verbazend over dat
+zwijgen, twee minuten later naar hem keek, zag hij, dat de baron in
+slaap gevallen was. Zijn handen over zijn buik gevouwen, zijn kin
+op zijn borst, sliep hij, met een flauw glimlachje om zijn mond, den
+gerusten slaap van een kind. Ongetwijfeld had hij, toen hij vertelde,
+dat hij hier den nacht doorbracht, bedoeld, dat hij er als een gelukkig
+oud man zijn eersten slaap kwam doen, waarin de engelen hem bezochten.
+
+Toen genoot Pierre eerst goed van de bekoring der eenzaamheid. Het
+was werkelijk zoo, een zoet gevoel doordrong in dit rotshoekje de
+ziel. Het ontstond uit den eenigszins benauwenden geur van de was,
+uit den extatischen roes, waarin men te midden van de schittering der
+kaarsen verviel. Hij onderscheidde niet duidelijk meer de krukken boven
+in het gewelf, noch de geloftegiften, noch het altaar met gegraveerd
+zilver, noch het met een hoes overdekte harmonium. Langzaam aan maakte
+een bedwelming zich van hem meester, een steeds grooter wordende
+vernieling van zijn geheele wezen. Vooral had hij hier op den bodem
+van het ongelooflijke en bovennatuurlijke het goddelijke gevoel ver
+van de levende wereld te zijn, alsof het eenvoudige ijzeren hek de
+slagboom van het oneindige geworden was.
+
+Een licht geruisch links van hem deed hem opschrikken. Het was de bron,
+die steeds maar voortstroomde, voortstroomde met haar vogelgetjilp. O,
+wat zou hij graag op zijn knieën gevallen zijn, geloofd hebben aan
+het wonder, de zekerheid bezeten hebben, dat dit goddelijke water
+slechts uit de rots ontsprongen was ter genezing van de lijdende
+menschheid! Was hij hier niet gekomen om zich te verootmoedigen, om
+de Heilige Maagd te smeeken hem het geloof der kleine kinderen terug
+te geven? Waarom bad hij haar dan niet, smeekte hij haar niet, dat
+zij hem het koninklijk geschenk der genade schenken zou? Hij voelde
+zich nog benauwder worden, de kaarsen verblindden hem, alsof hij
+een flauwte nabij was. En dan kwam plotseling de gedachte in hem op,
+dat hij in de groote vrijheid, die de priesters te Lourdes genoten,
+twee dagen verzuimd had de mis te lezen. Hij bevond zich dus in een
+staat van zonde, misschien was dat het gewicht, dat zoo zwaar op
+zijn hart drukte. En deze gedachte werd voor hem zoo'n kwelling,
+dat hij moest opstaan en weggaan. Zacht stiet hij het hek open en
+liet baron Suire slapen op zijn bank.
+
+Half opgericht op haar ellebogen, en haar door extase verheerlijkt
+gelaat naar de Heilige Maagd gewend, had Marie zich in haar wagentje
+niet bewogen.
+
+"Heb je het niet koud, Marie?"
+
+Zij gaf hem geen antwoord. Hij bevoelde haar handen, vond die lauwwarm
+en zacht, maar toch licht bevend.
+
+"Je rilt toch niet van de koude, Marie?"
+
+Toen zeide zij met een stem, die zacht was als een ademtocht:
+
+"Neen, neen, laat mij met rust, ik ben zoo gelukkig. Ik zal haar zien,
+ik voel het... O, welk een zaligheid!"
+
+Toen trok hij den omslagdoek wat hooger en ging, door een
+onuitsprekelijke onrust aangegrepen, de duisternis in. Toen hij uit het
+felle licht der Grot kwam, was het een nacht, zwart als inkt, een uit
+donkerte bestaand niets, waarin hij op goed geluk af ronddwaalde. Dan
+geraakten zijn oogen eraan gewend; hij was weer bij den Gave en volgde
+nu den oever, een door groote boomen beschaduwde allée, waarin de
+frissche donkerte weer terugkwam. Die zoo kalmeerende duisternis en
+frischheid schonken hem verlichting. Het eenige wat hem nog verbaasde
+was dat hij niet neergeknield lag, dat hij niet gebeden had, zooals
+Marie bad, met algeheele overgave van zijn ziel. Wat was toch die
+inwendige belemmering? Vanwaar kwam toch dat hardnekkige verzet, dat
+hem belette zich af te laten glijden naar het geloof, zelfs nu zijn
+overspannen wezen naar algeheele overgave smachtte? Hij begreep wel,
+dat zijn verstand alleen ertegen in verzet kwam; en hij bevond zich
+nu in een toestand, waarin hij dat vraatzuchtige verstand, dat aan
+zijn leven knaagde, dat hem belette gelukkig te zijn, gelukkig als
+de onwetenden en armen van geest, had willen dooden.
+
+Misschien zou hij, als hij een wonder gezien had, den wil om te
+gelooven bezeten hebben. Zou hij, wanneer hij Marie bijvoorbeeld
+plotseling had zien opstaan en hem tegemoet loopen, niet, eindelijk
+overwonnen, op zijn knieën neergevallen zijn? Dit beeld, dat hij zich
+maakte van een geredde, van een genezen Marie, wond hem zoo op, dat hij
+met bevende, naar den met sterren bezaaiden hemel opgeheven armen staan
+bleef. Lieve God, welke een diepe en mysterieuse, met balsemgeuren
+doortrilde en milde nacht! En welk een vreugde daalde zegenend neer
+in die hoop op voor eeuwig weergekomen gezondheid, op eeuwige liefde,
+welke, evenals de lente, steeds weer opnieuw herboren werd! Dan ging
+hij weer verder, liep de allée tot het einde af. Maar zijn twijfel
+begon weer: wanneer men een wonder verlangt, om te gelooven, dan
+beteekent dit, dat men niet in staat is te gelooven. God behoeft
+het bewijs van Zijn bestaan niet te leveren. En ook weer maakte
+de onbehaaglijke gedachte zich van hem meester, dat God, zoolang
+hij zijn plicht als priester niet gedaan had door de mis te lezen,
+hem niet verhooren zou. Waarom ging hij niet onmiddellijk naar de
+Rozenkranskerk, waar de altaren van middernacht tot 's middags ter
+beschikking stonden van de tijdelijk te Lourdes verblijf houdende
+priesters? Hij sloeg een tweede allée in en was nu weer onder de
+boomen op het lommerrijke plekje, vanwaar hij met Marie de processie
+voorbij had zien trekken. Geen licht meer, een zee van donkerte,
+zonder grenzen.
+
+Weer kreeg Pierre een aanval van zwakte en werktuigelijk ging hij, als
+had hij tijd willen winnen, den Abri des pèlerins binnen. De deuren
+waren open blijven staan, zonder echter voldoende lucht te brengen
+in het groote, met menschen gevulde vertrek. Zoodra hij binnenkwam,
+sloeg de zware warmte der opgehoopte lichamen, de dikke en bedorven
+lucht der ademhalingen en uitwasemingen hem op zijn keel. De walmende
+lampen verspreidden zoo'n zwak licht, dat hij oppassen moest niet
+op de overal liggende ledematen te loopen; want de versperring was
+zóó groot, dat velen, die geen plaats op de banken hadden kunnen
+vinden, zich maar neergelegd hadden op de vochtige, met fluimen en
+etensrestjes bevuilde tegels. Het was een namelooze dooreenmengeling,
+mannen, vrouwen, priesters lagen door elkaar, zooals het toeval ze
+neergeworpen had. Uitgeput van vermoeienis sliepen zij, als vernietigd,
+met open monden. Een groot aantal zat met den rug tegen den muur en
+het hoofd heen en weer slingerend op de borst, te snorken.
+
+Anderen weer waren van de banken gevallen, een jong meisje lag dwars
+over een ouden plattelandspriester, die, rustig als een kind slapend,
+tegen de engelen glimlachte. Het was een stal, waarin de armen van de
+straat binnengingen en dien zij als een onderkomen, dat de fortuin
+hun gaf, eerden. Daar waren zij, die op dezen mooien feestavond
+geen dak boven zich hadden en nu, hier gestrand, broederlijk arm in
+arm ingeslapen waren. Sommigen echter vonden in hun koortsachtige
+opwinding geen rust, maar lagen te woelen of stonden weer op om den
+inhoud van hun mand op te eten. Weer anderen zag men met groote
+open oogen roerloos in het duister liggen staren. Droomgillen of
+lijdenskreten klonken te midden van het gesnork op. Een medelijden,
+een diep, beklemmend medelijden boezemde die troep ongelukkigen,
+welke daar in hun smerige lompen op en door elkaar lagen, in, terwijl
+ongetwijfeld hun reine, kleine zielen elders, in het blauwe land van
+hun mystieken droom zweefden.
+
+Pierre begon zich onpasselijk te gevoelen en wilde weggaan, toen een
+zwak, maar aanhoudend gekreun zijn aandacht trok, en op dezelfde
+plaats en in dezelfde houding nog zag hij madame Vincent, die de
+kleine Rose op haar schoot wiegde.
+
+"O, mijnheer de abbé," fluisterde zij, "zij is nu bijna een uur
+geleden wakker geworden en van dat oogenblik af heeft zij aan één
+stuk door gehuild. ... En toch heb ik heusch geen vinger bewogen,
+want ik was zoo blij haar te zien slapen."
+
+De priester had zich gebukt om naar de kleine, die zelfs geen kracht
+meer had om haar oogleden op te slaan, te kijken. Het kreunen kwam
+als de ademhaling zelf uit haar mond, en zij zag zóó bleek, dat hij
+rilde, want hij voelde den dood komen.
+
+"Lieve God, wat moet ik nu beginnen?" ging de gemartelde moeder, wier
+krachten uitgeput waren, voort. "Dat kan zoo niet langer, ik kan dat
+huilen niet meer aanhooren... Als u eens wist wat ik al niet tegen
+haar gezegd heb: "Mijn schatje, mijn engeltje, mijn lammetje, huil
+toch niet, wees maar zoet, de Heilige Maagd zal je beter maken!" En
+zij huilt maar steeds door!"
+
+Zij snikte het uit, dikke tranen vielen op het gezicht van het kind,
+dat maar niet ophield met kreunen.
+
+"Als het dag was, zou ik allang uit dit vertrek weg zijn, te meer,
+omdat het kind de anderen hindert ook. Een oude dame is al boos
+geworden... Maar ik ben bang, dat het te koud voor haar is; en waar
+zou ik bovendien in den nacht heen moeten?... O, Heilige Maagd,
+heb toch medelijden met ons!"
+
+Tot tranen toe bewogen, drukte Pierre een kus op de blonde haren
+van Rose; dan snelde hij, om niet met de smarten-moeder in snikken
+uit te barsten, weg en ging, als was hij vastbesloten om den dood te
+overwinnen, regelrecht naar de Rozenkranskerk.
+
+Hij had de Rozenkranskerk reeds bij dag gezien; en dadelijk had hij
+de kerk leelijk gevonden, die de architect, belemmerd door de tegen
+de rots stootende ligging, rond en te laag had moeten bouwen, met
+haar groote, door vierkante zuilen gedragen koepel. Het ergste echter
+was, dat zij, ondanks den archaïschen Byzantijnschen bouwtrant, ieder
+religieus karakter miste. Zonder het geheimzinnige en het mystieke leek
+zij veel op een nieuwe korenhal, die door den koepel en de met ramen
+voorziene deuren hel verlicht werd. Bovendien was zij nog niet af, de
+ornamenteele versiering ontbrak nog geheel, groote stukken kale muur,
+waartegen de altaren gebouwd waren, hadden geen andere versiering dan
+rozen van gekleurd papier of armzalige geloftegiften; dit alles werkte
+niet weinig mede om haar te doen gelijken op een groote wachtkamer met
+een tegelvloer, die, wanneer het regende, nat werd. Het voorloopige
+hoofdaltaar was van beschilderd hout. Ontelbare rijen banken vulden
+het schip, banken als uit een armhuis, waarop men ieder uur kon gaan
+zitten, want dag en nacht bleef de Rozenkranskerk voor de pelgrims open
+staan. Evenals de Abri was dit een stal, waarin God zijn armen ontving.
+
+Toen Pierre de kerk binnentrad, kreeg hij opnieuw den indruk van
+een voor iedereen toegankelijke halle. Maar het te schelle daglicht
+overstroomde nu niet meer de kale wanden; de kaarsen, die altijd
+door op de altaren brandden, plekten nu als sterren in de vage,
+onder de gewelven in slaap gevallen duisternis. Te middernacht was
+er met een buitengewone praal een hoogmis gecelebreerd in de pracht
+der lichten, der gezangen, der met goud bestikte gewaden en der
+brandende wierookvaten; van al dezen heerlijken lichtglans was op elk
+der vijftien altaren niets overgebleven dan de reglementaire, voor
+het begin van de mis noodige kaarsen. Van af middernacht begonnen
+de missen, om eerst tegen den middag op te houden. Alleen in de
+Rozenkranskerk werden er in die twaalf uur een kleine vierhonderd
+gelezen. Voor geheel Lourdes, dat ongeveer vijftig altaren had,
+steeg dat aantal gelezen missen tot meer dan tweeduizend per dag. En
+de toevloed van priesters was zóó groot, dat sommigen slechts met
+moeite hun plicht vervullen konden en uren lang wachten moesten voor
+zij een altaar vrij vonden. Pierre was verbaasd, toen hij zag, hoe in
+dezen nacht de altaren in de halve duisternis als het ware belegerd
+werden en rijen priesters geduldig hun beurt afwachtten, terwijl de
+celebreerende geestelijken de Latijnsche zinnen met groote teekenen
+des kruises afroffelden. De meesten waren zoo uitgeput van moeheid,
+dat zij op den grond gingen zitten en sommigen, door de inspanning
+overwonnen, bij elkaar op de treden van het altaar in slaap gevallen
+waren in de verwachting, dat de koster hen wel zou wekken.
+
+Een oogenblik liep hij besluiteloos rond. Zou hij wachten, zooals de
+anderen? Maar wat hij zag hield hem terug. Voor alle altaren, bij alle
+missen, verdrong zich een menigte pelgrims, die haastig met een soort
+vraatzuchtigen geloofsijver het avondmaal vierden. De hostievazen
+vulden en ledigden zich onafgebroken, de handen der priesters werden
+moe van het uitreiken van het brood des levens. Opnieuw werd Pierre
+met verbazing geslagen, nog nooit had hij een plek op deze aarde zoo
+met goddelijk bloed besprenkeld gezien, nooit een plek, vanwaar het
+geloof in zulk een vlucht der zielen omhoog steeg. Het was als een
+terugkeer naar de heroïsche tijden der Kerk, toen de volkeren onder
+denzelfden ademtocht van lichtgeloovigheid en in den angst van hun
+onwetendheid, die zich voor hun geluk geheel aan den Almachtigen
+God overgaf, neerknielden. Hij had zich acht of negen eeuwen terug
+kunnen wanen, in de tijden van groote, algemeene vroomheid, toen men
+het einde der wereld nabij dacht.
+
+Al de eenvoudigen van geest, de geheele schare, die de hoogmis had
+bijgewoond, was op de banken blijven zitten, voelde zich in Gods
+huis even behagelijk als in hun eigen. Velen hunner hadden geen
+onderkomen. Was de kerk niet hun huis, het toevluchtsoord, waar
+nacht en dag de vertroosting op hen wachtte? Zij, die niet wisten,
+waar zij moesten slapen, die zelfs in den "Abri" geen plaats hadden
+kunnen vinden, gingen de Rozenkranskerk binnen en legden zich op
+een bank neer of strekten zich op den vloer uit. Anderen, die wel
+een bed hadden, bleven uit vreugde, om een geheelen nacht te kunnen
+doorbrengen in dit Godshuis vol mooie droomen.
+
+Tot het aanbreken van den dag bleef die opeenhooping, dat pêle-mêle
+aanhouden: alle rijen banken waren bezet, in alle hoeken lagen achter
+de pilaren slapenden; mannen, vrouwen en kinderen zaten met hun rug
+tegen elkaar, terwijl hun hoofd op den schouder van hun buurman viel en
+hun adem zich in onschuldige rust vermengde; men scheen een plotseling
+door slaap overweldigde en ter aarde geworpen heilige schare, een
+toevallig in een nachtverblijf voor dakloozen veranderde kerk te zien,
+waarvan de deur wijd openstond voor den mooien Augustusnacht en die
+alle in duisternis wandelenden, de goeden en de slechten, de moeden
+en de verlorenen binnenkomen liet. Van alle kanten, op ieder altaar,
+rinkelden zonder ophouden de belletjes ten teeken dat de hostie
+opgeheven werd; ieder oogenblik stonden uit de menigte slapende
+groepen geloovigen op, die het avondmaal vieren gingen en zich dan
+weer voegden bij de kudde zonder naam en zonder herder, die in het
+halfdonker als in een schaamte-bedekkenden sluier verborgen lag.
+
+Besluiteloos en onrustig bleef Pierre tusschen die groepen doordwalen,
+toen een oude priester, die op de trappen van een altaar zat, hem
+wenkte. Twee uur lang zat hij daar reeds te wachten en nu zijn beurt
+eindelijk kwam, voelde hij zich door zoo'n zwakheid aangegrepen, dat
+hij uit vrees zijn mis niet te kunnen beëindigen, liever zijn plaats
+aan een ander afstond. Blijkbaar had de aanblik van den gekwelden, in
+de donkerte verloren Pierre hem ontroerd. Hij wees hem de sacristie,
+wachtte nog tot hij terug was met het misgewaad en de kelk, en viel
+dan op een der nabij staande banken in een diepen slaap. Pierre las
+toen zijn mis, zooals hij die te Parijs las, als een eerlijk man,
+die zijn beroepsplicht vervult. Hij bewaarde den uiterlijken schijn
+van een oprecht geloof. Maar niets ontroerde hem, niets van wat hij
+meende te kunnen verwachten van de twee dagen, die hij in koortsachtige
+opwinding doorgebracht had, niets van de vreemde en verbijsterende
+omgeving, waarin hij sedert den vorigen dag leefde, deed zijn hart
+smelten. Hij hoopte, dat op het oogenblik der communie, waarin het
+goddelijke mysterie zich voltrekt, een heftige gemoedsbeweging hem
+neer zou werpen, dat hij voor den geopenden hemel in het aangezicht
+voor God, in de genade zou worden ondergedompeld.
+
+Maar niets van dat alles gebeurde, zijn ijskoud hart klopte niet
+eens luider, hij zeide tot het einde toe de gewone woorden, maakte
+met de machinale beroepsmatige onberispelijkheid de voorgeschreven
+bewegingen. Ondanks zijn oprecht pogen kwam hardnekkig steeds weer
+de gedachte terug, dat de sacristie voor een zoo groot aantal missen
+toch eigenlijk te klein was. Hoe zouden de kerkbewaarders de gewijde
+gewaden kunnen leveren? Die gedachte hield zijn geest met dwaze
+halsstarrigheid vast.
+
+Tot zijn verbazing merkte Pierre eensklaps, dat hij weer buiten
+was. Opnieuw liep hij in den nacht, een nacht, die hem nog zwarter, nog
+stiller, nog onmetelijker scheen. De stad was dood; geen enkel lichtje
+schitterde. Hoorbaar alleen nog was het murmelen van den Gave, dat zijn
+aan het geluid gewend geraakte ooren echter niet meer hoorden. Daar
+vlamde plotseling de Grot voor hem op en verlichtte de duisternis
+met zijn eeuwigen, als liefde onuitbluschbaren gloed. Onbewust was
+hij erheen gegaan, ongetwijfeld erheen gebracht door de gedachte aan
+Marie. Het liep tegen drieën, de banken waren zoo goed als leeg,
+nog slechts een twintigtal menschen waren er, donkere gestalten,
+onduidelijke groepen van knielenden en in slaap gevallen extatici,
+die in een goddelijke verdooving geraakt waren. Men kreeg den indruk
+alsof de nacht, naarmate hij ouder werd, de schaduwen verdicht en
+de Grot in een droomverte gebracht had. Men was verzwolgen in een
+heerlijke moeheid, ook het onmetelijke landschap sliep, terwijl de
+stem der onzichtbare wateren was als de ademhaling zelf van dien slaap,
+waarin de Heilige Maagd, geheel wit en in een stralenkrans van kaarsen
+glimlachte. En tusschen die enkele bewustelooze vrouwen lag madame
+Maze nog steeds met gevouwen handen en gebogen hoofd op haar knieën,
+zóó klein, dat zij één geworden scheen te zijn met haar vurig gebed.
+
+Dadelijk was Pierre naar Marie gegaan: Hij huiverde en vermoedde,
+dat zij het bij het naderen van den ochtend koud krijgen zou.
+
+"Marie, sla je doek toch wat meer om! Wil je dan nog meer lijden?"
+
+Hij trok den omslagdoek, die afgegleden was, wat hooger en trachtte
+dien onder haar kin vast te maken.
+
+"Je hebt het koud, Marie. Je handen zijn als ijs."
+
+Zij antwoordde niet, zat nog in dezelfde houding als twee uur geleden,
+toen hij wegging. Met haar ellebogen op de randen van het wagentje
+leunend, richtte zij zich op, haar verheerlijkt en van hemelsche
+vreugde stralend gelaat in eenzelfden geestdrift naar de Heilige
+Maagd toegewend. Haar lippen bewogen, zonder dat er een klank
+uitkwam. Misschien zette zij een mysterievol gesprek voort in het
+land der verrukking, in den wakenden droom, dien zij, sedert zij zich
+daar bevond, had. Hij sprak nog herhaalde malen tegen haar, maar zij
+antwoordde hem nog steeds niet. Eindelijk prevelde zij uit zichzelf
+met een stem, die als uit een verre verte klonk:
+
+"O, Pierre, wat ben ik gelukkig! Ik heb haar gezien en haar voor jou
+gebeden, en zij heeft mij toegelachen en me met een zacht hoofdknikje
+te kennen gegeven, dat zij mij hoorde en verhoorde... Zij heeft
+niet tegen mij gesproken, Pierre, maar ik heb begrepen, wat zij mij
+zeide. Vanmiddag om vier uur, wanneer het Heilige Sacrament voorbij
+komt, zal ik genezen worden."
+
+Geschokt hoorde hij haar aan. Had zij met open oogen geslapen? Had
+zij in haar droom de marmeren Heilige Maagd niet zien knikken en
+glimlachen? Een rilling doorhuiverde hem bij de gedachte, dat dit
+reine kind voor hem gebeden had. Hij liep tot aan het hek, viel op zijn
+knieën en stamelde: "Marie, Marie!" zonder te weten of die hartekreet
+uitging naar de Heilige Maagd of naar de aangebeden vriendin van zijn
+jeugd. Dan bleef hij vernietigd liggen in afwachting der genade.
+
+Eindelooze minuten verliepen. Ditmaal was het de bovenmenschelijke
+poging; het wachten op het wonder, dat hij voor zichzelf was komen
+zoeken, de plotselinge openbaring, de bliksemstraal, die zijn twijfel
+vernietigen, hem het geloof der armen van geest teruggeven, hem weer
+jong maken zou. Hij gaf zich over met zijn geheele ziel, hij zou
+gewild hebben, dat een onbeperkte kracht zijn wezen vernietigde en
+herschiep. Maar evenals daareven gedurende zijn mis, hoorde hij in zich
+niets dan een onbegrensd zwijgen, voelde hij niets dan een bodemlooze
+leegte. Niets greep in, zijn vertwijfelend hart scheen op te houden
+met kloppen. En hoe hij ook trachtte te bidden en zijn gedachten
+tot het uiterste te concentreeren op die machtige, voor de armen
+zoo goede H. Maagd, zijn geest werd heroverd door de buitenwereld,
+door nietswaardige bijzonderheden. Aan den anderen kant van het hek
+in de Grot had hij baron Suire weer gezien, de handen gevouwen op zijn
+buik, zijn gelukkigen slaap verder slapend. Ook andere dingen trokken
+zijn aandacht: de bloemruikers aan de voeten der Maagd, de als in een
+hemelbrievenbus daar neergeworpen brieven, de ragfijne kant van was,
+die om de vlam der dikke kaarsen bleef staan en deze omgaf als met een
+rijken goudsmidsarbeid van uitgeslagen zilver. Dan droomde hij, zonder
+eenig duidelijk verband, weer over zijn kindsheid, kwam de gestalte
+van zijn broer Guillaume hem zeer duidelijk voor den geest. Sedert
+den dood van hun moeder had hij hem niet teruggezien. Hij wist alleen,
+dat hij een zeer afgezonderd leven leidde, zich in het kleine huisje,
+waarin hij met een huishoudster en twee honden woonde, geheel aan
+zijn studie wijdend; en hij zou niets meer van hem geweten hebben,
+als hij niet onlangs in verband met een revolutionairen aanslag zijn
+naam in de couranten gelezen had. Men zeide, dat hij zich in het
+bijzonder interesseerde voor ontplofbare stoffen en dat hij omging
+met de leiders van de meest vooruitstrevende partijen.
+
+Waarom dacht hij nu aan hem in dit oord van extase, te midden van
+het mystieke licht der kaarsen, en nog wel zooals hij hem vroeger
+gekend had als goed broeder, die zich liefdevol verzette tegen alle
+lijden? Vol smartelijk verdriet over die verloren broederliefde,
+kon hij een oogenblik dat beeld niet van zich afzetten. Dan kwam
+hij, wederom zonder eenigen overgang, opnieuw tot zichzelf terug:
+hij begreep, dat hij daar uren lang zou kunnen blijven liggen zonder
+dat het geloof terugkwam. Toch voelde hij een laatste hoop in zich
+levend worden, de gedachte, dat hij ongetwijfeld zou gelooven, wanneer
+de Heilige Maagd het groote wonder deed om Marie te genezen. Het
+was als een laatste uitstel, dat hij zichzelf gaf, een afspraak,
+die hij maakte met het geloof dienzelfden dag om vier uur, wanneer
+het Heilige Sacrament zou voorbijgedragen worden, zooals zij gezegd
+had. Onmiddellijk hield zijn angst op; door uitputting gebroken en
+door een onoverwinlijke slaperigheid overmeesterd, bleef hij echter
+op zijn knieën liggen.
+
+De uren verliepen, de Grot bleef nog steeds haar glans van een chapelle
+ardente in de duisternis uitstralen, waarvan de weerkaatsing zelfs
+de gevels der kloosters op de naburige heuvels nog wit kleurde. Maar
+Pierre zag haar langzamerhand verbleeken; verwonderd en met een
+koude rilling werd hij wakker: de dag brak aan in een met groote,
+loodkleurige wolken bedekten hemel. Hij begreep dadelijk, dat een van
+die in de berglanden zoo plotseling optredende onweersbuien uit het
+Zuiden opkwam. Reeds rommelde verre donder, terwijl windvlagen de wegen
+veegden. Misschien had hij ook geslapen, want hij zag baron Suire niet
+meer, dien hij zich niet herinneren kon weg te hebben zien gaan. Er
+waren nog hoogstens tien personen voor de Grot, onder wie hij madame
+Maze met het hoofd tusschen haar handen nog herkende. Maar toen zij
+merkte, dat het dag was en men haar zag, stond zij op en verdween langs
+het smalle voetpad, dat naar het klooster der Blauwe Zusters leidde.
+
+Ongerust, ging Pierre tegen Marie zeggen, dat zij niet langer moest
+blijven, als zij niet de kans wilde loopen doornat te worden.
+
+"Ik zal je naar het Hôpital terugbrengen."
+
+Zij weigerde en smeekte:
+
+"Neen, neen, ik wacht op de mis, ik heb beloofd hier het avondmaal
+te vieren... Maak je niet bezorgd over mij en ga naar je hotel om te
+slapen. Je weet heel goed, dat gesloten wagens de zieken komen halen,
+als het regent."
+
+Zij bleef halsstarrig volhouden, terwijl hij verzekerde, dat hij niet
+naar bed wilde gaan. Inderdaad werd 's ochtends heel vroeg een mis
+gelezen in de Grot en het was voor de pelgrims een groote vreugde
+daar na een langen nacht van zalige verrukking in de glorie van de
+opgaande zon het avondmaal te kunnen vieren. Juist toen er dikke
+droppels begonnen te vallen, kwam een priester in kazuifel, vergezeld
+door twee misdienaars, waarvan een, om de miskelk te beschermen, een
+witzijden, met goud geborduurde parapluie boven den geestelijke hield.
+
+Pierre, die het wagentje tegen het hek gereden had, om Marie onder
+het afdak van de rots, waarheen ook de weinige andere aanwezigen
+gevlucht waren, tegen den regen te beschermen, had juist gezien hoe
+het jonge meisje de hostie met een gloeiende geestdrift ontving,
+toen zijn aandacht getrokken werd door een jammervol schouwspel,
+dat zijn hart verscheurde.
+
+In den zondvloedachtigen regen, die nu in dichte en dikke droppels
+neerkletterde, had hij madame Vincent gezien, die op haar uitgestrekte
+armen de kleine Rose, wier dierbare, smartelijke last zij nog steeds
+droeg, aan de Heilige Maagd voorhield. Toen zij niet in den Abri,
+waar over het voortdurende huilen en kreunen van het kindje geklaagd
+was, had kunnen blijven, had zij meer dan twee uur lang wanhopig en
+half waanzinnig met dit jammervolle vleesch van haar vleesch, dat
+zij, zonder het wezenlijk verlichting te kunnen schenken, tegen haar
+borst drukte, in de donkerte rondgezworven. Zij wist niet welken weg
+zij gevolgd, onder welke boomen zij gedwaald had; haar geheele wezen
+was in opstand tegen het onrechtvaardige lijden, dat een zoo zwak,
+zoo rein wezentje, dat nog niet gezondigd kon hebben, zoo hardvochtig
+trof. Was het geen schande, dat die tangen der ziekte nu al weken lang
+zonder ophouden dat arme wichtje, wier lijden zij niet kon verzachten,
+knepen en martelden. Zij droeg het, zij wiegde het onophoudelijk heen
+en weer, liep er als een razende mee over de wegen in de halsstarrige
+hoop, dat zij het eindelijk in slaap krijgen, eindelijk dat gekreun,
+dat haar hart als in stukken reet, zou doen bedaren. En plotseling was
+zij nu, uitgeput en zelf in doodsstrijd over den doodsstrijd van haar
+kindje, terechtgekomen voor de Grot aan de voeten der Heilige Maagd,
+die wonderen wrocht en vergaf en genas.
+
+"O, Heilige Maagd, wonderbare Moeder, genees haar!... O, Heilige Maagd,
+Moeder der goddelijke genade, genees haar!"
+
+Zij was op haar knieën gevallen, strekte nog altijd haar stervend
+kind uit op haar bevende armen in een extatische hoop, die haar
+geheel doortrilde. De regen, dien zij niet op haar hielen voelde,
+kletterde achter haar neer als een overstroomende bergrivier, terwijl
+hevige donderslagen de bergen dreunen deden. Een oogenblik dacht zij,
+dat zij verhoord was: Rose had een lichten schok gehad, alsof zij door
+den aartsengel bezocht was. Haar oogjes en haar mondje stonden open,
+haar gezichtje was doodsbleek; zij had nog even zwakjes adem gehaald;
+zij huilde niet meer.
+
+"O, Heilige Maagd, Moeder van den Verlosser, genees haar!... O Maagd,
+almachtige Moeder, genees haar..."
+
+Maar zij voelde, dat haar kindje op haar uitgestrekte armen nog lichter
+geworden was. En nu schrok zij, maakte zij zich angstig het niet meer
+te kunnen hooren kreunen, het zoo bleek te zien met haar open oogjes en
+haar open mondje, zonder adem te halen. Waarom glimlachte het niet, als
+het genezen was? Plotseling een luide, hartverscheurende gil, de gil
+van de moeder, die den donder in het steeds zwaarder wordende onweer
+overschreeuwde. Haar kindje was dood. Zij ging rechtop staan en keerde
+haar rug naar die doove Maagd, die de kinderen sterven liet. Dan vloog
+zij weer weg in den neerkletterenden slagregen, niet wetend waarheen,
+nog steeds het arme kleine lichaampje, dat zij al zooveel dagen en
+zooveel nachten gedragen had, op haar armen wiegende. De bliksem sloeg
+in en spleet als met een reusachtigen bijlslag een der vlak bij staande
+boomen met een luid gekraak van versplinterde en gebroken takken.
+
+Pierre was madame Vincent nagevlogen om haar te steunen en te
+troosten. Maar hij kon haar niet volgen, verloor haar dadelijk achter
+het donkere regengordijn uit het gezicht. Toen hij terugkwam, was
+de mis bijna geëindigd; de regen viel minder dicht; ten slotte kon
+de geestelijke onder de witzijden, met goud geborduurde parapluie
+vertrekken, terwijl een soort omnibus op de enkele zieken stond te
+wachten, om ze naar het Hôpital terug te brengen.
+
+Marie drukte de twee handen van Pierre.
+
+"O, wat ben ik gelukkig!... Kom me niet halen voor drie uur vanmiddag."
+
+Alleen gebleven in den regen, die, fijner nu, vallen bleef, ging Pierre
+de Grot binnen en op de bank dicht bij de bron zitten. Hij wilde niet
+naar bed gaan, want in de zenuwoverspanning, waarin hij sedert den
+vorigen dag verkeerde, was hij ondanks zijn groote moeheid bang voor
+den slaap. De dood der kleine Rose had hem in een nog koortsachtiger
+toestand gebracht; hij kon de gedachte van die gemartelde moeder,
+die met het lijk van haar kindje over de modderige wegen rondzwierf,
+niet van zich afzetten. Welke waren toch de redenen, die de Heilige
+Maagd tot een besluit brachten? Het bevreemdde hem, waarom zij een
+keus kon doen, hij zou willen weten hoe haar hart als Godsmoeder er
+toe besluiten kon slechts tien zieken op de honderd te genezen, die
+tien procent wonderen, waarvan dr. Bonamy de statistiek opgemaakt
+had. Reeds den vorigen avond had hij zich afgevraagd welke hij
+uitverkoren zou hebben, als hij de macht had er tien te redden. Een
+vreeselijke macht, een afschuwlijke keuze, waartoe hij niet den
+moed gehad zou hebben. Waarom deze, waarom gene niet? Waar was de
+rechtvaardigheid? Waar de goedheid? Rees niet uit de harten de kreet
+op de oneindige macht te willen zijn en hun allen te genezen? En de
+Heilige Maagd scheen hem wreed toe, slecht onderricht, even hardvochtig
+en onverschillig als de gevoellooze natuur, die het leven en den dood
+verdeelt op goed geluk af, volgens wetten, die de mensch niet kent.
+
+De regen hield op. Pierre zat daar al twee uur, toen hij pas voelde,
+dat zijn voeten nat waren. Hij keek op en zag tot zijn groote
+verbazing, dat de bron door het traliewerk der luiken stroomde. Reeds
+stond de bodem van de Grot onder water, dat onder de banken stond
+en tot aan de borstwering van den Gave liep. De laatste onweersbuien
+hadden de bronnen in den omtrek doen zwellen. En hij bedacht, dat die
+bron, hoe wonderdadig zij ook zijn mocht, aan de wetten van andere
+bronnen onderworpen was, want zij stond ongetwijfeld in verbinding
+met natuurlijke reservoirs, waarin het regenwater doordrong en zich
+ophoopte. En hij ging weg, om niet tot zijn enkels toe nat te worden.
+
+
+
+
+V.
+
+Pierre liep voort; hij had behoefte aan frissche lucht, zijn hoofd was
+zoo zwaar, dat hij zijn hoed afgezet had, om zijn brandend voorhoofd
+af te koelen. Ondanks zijn moeheid van dezen verschrikkelijken,
+in waken doorgebrachten nacht, dacht hij aan geen slaap; hij werd
+staande gehouden door het verzet en den opstand van zijn geheele
+wezen, dat niet tot kalmte kwam. Het sloeg acht uur en hij liep op
+goed geluk af in de heerlijk stralende ochtendzon, die schitterde in
+een wolkenloozen hemel, welken het onweer van het stof van den Zondag
+schoon gewasschen scheen te hebben.
+
+Maar plotseling keek hij op, om te zien, waar hij was, en tot zijn
+verbazing merkte hij, dat hij een heel eind geloopen had en zich
+beneden het station dicht bij het gemeenteziekenhuis bevond. Bij een
+tweesprong aarzelde hij welken weg hij in zou slaan, toen een hand
+vriendschappelijk op zijn schouder gelegd werd.
+
+"Waar moet jij op dit uur naar toe?"
+
+Het was dr. Chassaigne, geheel in het zwart gekleed en zijn gestalte
+hoog oprichtend.
+
+"Ben je verdwaald? Wil ik je den weg wijzen?"
+
+"Neen, dank u!" antwoordde Pierre eenigszins verward. "Ik heb met de
+jonge zieke, die mij zoo na aan het hart ligt, den nacht in de Grot
+doorgebracht, en ik voel mij nu innerlijk zoo opgewonden en van streek,
+dat ik wat ben gaan wandelen om weer wat kalmer te worden voor ik in
+mijn hotel nog wat slapen ga."
+
+De dokter bleef hem aankijken en las heel duidelijk in hem zijn
+verschrikkelijken strijd, zijn wanhoop, niet te kunnen gelooven,
+al het smartelijke lijden om zijn nuttelooze poging.
+
+"Arme jongen!" prevelde hij.
+
+En dan op vaderlijken toon:
+
+"Nu je toch aan het wandelen bent, vindt je het zeker wel goed,
+dat we samen een wandeling maken! Ik kwam juist van dezen kant,
+langs den Gave. Ga mee, dan zal je op den terugweg eens zien, hoe
+mooi de horizont is."
+
+Iederen ochtend wandelde hij, steeds alleen, twee uur, om zijn verdriet
+wat te verzetten. Eerst ging hij onmiddellijk nadat hij opgestaan
+was, op het kerkhof neerknielen op het graf van zijn vrouw en van
+zijn dochter, dat hij in alle jaargetijden met bloemen versierde. Dan
+liep hij de wegen af, nam zijn tranen mede en ging niet naar huis om
+te dejeuneeren voor hij zoo moe was, dat hij niet meer loopen kon.
+
+Pierre had met een gebaar toegestemd. Naast elkaar liepen zij nu,
+zonder een woord te zeggen, den hellenden weg af. Dien ochtend scheen
+de dokter meer terneergeslagen dan gewoonlijk, alsof het gesprek met
+zijn lieve dooden zijn hart nog meer had doen bloeden. Het was of de
+adelaarsneus in zijn bleek, door witte haren omraamd gelaat gezakt was,
+terwijl tranen zijne oogen vochtig maakten. En het was zoo heerlijk,
+zoo zacht in de volle zon op dien prachtigen ochtend! Nu volgde de
+weg den loop van den Gave op den rechteroever aan de overzijde van
+de nieuwe stad. Ze zagen de tuinen, de hellingen, de Basilica. Dan
+vertoonde zich tegenover hen de Grot met haar eeuwigen gloed van
+kaarsen, die door het volle daglicht verbleekt werd.
+
+Dr. Chassaigne had opgekeken en maakte het teeken des kruises. Eerst
+begreep Pierre het niet. Maar toen hij op zijn beurt de Grot gezien
+had, keek hij verbaasd zijn ouden vriend aan en kwam dezelfde
+verwondering weer in hem op over dezen man van wetenschap, dezen
+godloochenaar en materialist, dien de smart verpletterd had en die
+nu geloofde en in de vreugdevolle verwachting leefde in een ander
+leven zijn lieve, zoo beweende dooden terug te zien. Het hart had
+het verstand overwonnen; de oude, alleen gebleven man leefde nog
+slechts van de illusie om te herleven in het paradijs, waar men elkaar
+terugvindt. En de gedruktheid van den jongen priester werd er des te
+grooter door. Moest hij dan wachten tot hij oud geworden was en een
+dergelijke smart ondervonden had, voor hij eindelijk een toevlucht
+in het geloof zou vinden.
+
+Zij bleven doorloopen en verwijderden zich langs den Gave steeds verder
+van de stad. Zij werden door die heldere, tusschen met boomen beplante
+oevers over kiezelsteentjes voortkabbelende golfjes als het ware
+gewiegd. Steeds nog zwegen zij, ieder verzonken in zijn eigen leed.
+
+Dan vroeg Pierre plotseling:
+
+"En Bernadette, hebt u Bernadette gekend?"
+
+De dokter keek op.
+
+"Bernadette... Ja, ik heb haar eens gezien, in later tijd."
+
+Een oogenblik viel hij in zijn zwijgen terug, dan begon hij:
+
+"Begrijp me nu eens goed, jongen. In 1858, in den tijd der
+verschijningen, was ik als jong dokter van dertig jaar een vijand
+van al het bovennatuurlijke en dacht er nauwlijks aan naar mijn
+bergen terug te keeren, om naar een vrouw, die visioenen had, te gaan
+kijken ... Maar vijf of zes jaar later, omstreeks 1864, was ik hier
+in de buurt en heb toen uit nieuwsgierigheid een bezoek gebracht aan
+Bernadette, die toen nog bij de Blauwe Zusters was."
+
+Pierre herinnerde zich, dat zijn wensch om zijn enquête over Lourdes
+te voltooien, een der redenen van zijn reis naar Lourdes was. En wie
+wist of de genade hem niet ten deel zou vallen door dat nederige en
+aanbiddelijke meisje, zoodra hij overtuigd zou zijn van de zending
+van goddelijke vergiffenis, die zij op aarde vervuld had. Misschien
+zou het voldoende zijn haar beter te leeren kennen, om de zekerheid
+te erlangen, dat zij inderdaad de heilige en de uitverkorene was.
+
+"Vertel mij alles wat u van haar weet," verzocht hij dringend.
+
+Een flauw glimlachje speelde om de lippen van den dokter. Hij begreep,
+wilde deze door twijfel getroffen priesterziel zoo gaarne tot kalmte
+brengen.
+
+"Graag, arme jongen! Ik zou het zoo heerlijk vinden als ik er wat toe
+bijdragen kon, om het licht in je te doen worden... Je hebt gelijk,
+dat je Bernadette lief hebt, dat kan je redden; want ik heb sedert die
+gebeurtenissen, die nu reeds zoo ver achter ons schijnen te liggen,
+nagedacht en ik moet je eerlijk zeggen, dat ik nooit een zoo goed en
+zoo bekoorlijk wezen ontmoet heb."
+
+Op den langzamen rhythmus van hun pas, op den mooien, bezonden weg
+en in den heerlijken ochtend vertelde de dokter hem van zijn bezoek
+aan Bernadette in 1864. Zij was toen juist twintig jaar, zes jaar
+vroeger was de Heilige Maagd aan haar verschenen. Zij verbaasde hem
+door haar eenvoudige manieren, door haar groote bescheidenheid. De
+zusters van Nevers, die haar hadden leeren lezen, hielden haar bij
+zich in het ziekenhuis, om haar tegen de publieke nieuwsgierigheid
+te beschermen. Zij had daar haar bezigheden en hielp de zusters
+in minderwaardige werkjes, maar zij was zóó dikwijls ziek, dat zij
+weken achtereen het bed moest houden. Vooral was de dokter getroffen
+door haar prachtige, onschuldige, vrijmoedige, kinderlijk-reine
+oogen. Het verder gedeelte van haar gezicht was reeds oud, haar
+tint vaal, haar trekken grof; als men haar zag, leek zij precies
+een eenvoudig dienstmeisje, klein, mager en slap. Haar vroomheid
+was groot gebleven, maar zij had niet dat extatische, dat dwepende,
+dat men bij haar vermoed zou hebben; integendeel, zij had een meer
+positieven geest zonder vluchten in het onzienlijke; bijna altijd was
+zij met het een of ander brei- of borduurwerkje bezig. In één woord
+het was een doodgewoon schepseltje en geleek in geen enkel opzicht
+op de groote, hartstochtelijke aanbidsters van Christus. Nooit had
+zij meer een visioen gehad en nooit sprak zij uit zichzelf over de
+achttien verschijningen, die over haar leven beslist hadden. Men moest
+er haar naar vragen. Dan antwoordde zij kort en trachtte weer zoo
+gauw mogelijk het gesprek af te breken, daar zij niet graag over die
+dingen sprak. Wanneer men verder aandrong en haar naar den aard van
+de drie geheimen vroeg, die haar door God toevertrouwd waren, zweeg
+zij en wendde haar oogen af. Het was onmogelijk haar met zichzelf in
+tegenspraak te brengen, steeds bleven de bijzonderheden, die zij gaf,
+gelijk aan haar eerste lezing, ja zij scheen dezelfde woorden met
+dezelfde stembuigingen precies te herhalen.
+
+"Ik heb haar een geheelen middag onder handen genomen," ging de dokter
+voort, "maar nooit is zij ook maar een lettergreep afgeweken. Het was
+verbijsterend, om uit je vel te springen... Ik zweer je, dat zij niet
+loog, dat zij nooit gelogen heeft, omdat zij niet liegen kon."
+
+Pierre waagde het de opmerking te maken:
+
+"Maar gelooft u niet aan een wilsziekte, dokter? Staat het niet vast,
+dat sommige gedegenereerden en speciaal jonge meisjes, die een droom,
+een hallucinatie of het een of ander iets, dat op haar phantasie
+werkt, gehad hebben, zich daarvan niet kunnen losmaken, vooral wanneer
+zij in het milieu, waarin de verschijnselen zich voorgedaan hebben,
+blijven? De in een klooster opgesloten, de alleen in haar idée fixe
+levende Bernadette, bleef er natuurlijk hardnekkig aan vasthouden."
+
+Weer speelde het flauwe glimlachje om de lippen van den dokter,
+en met een groot, onbestemd gebaar zeide hij:
+
+"Nou vraag je me te veel, jongen! Je weet, dat ik maar een arme oude
+kerel ben, die heel weinig trotsch is op zijn wetenschap en geen
+pretentie meer heeft om iets te verklaren... O zeker, ik ken dat
+beroemde voorbeeld van een jong meisje, dat zich bij haar ouders zou
+hebben laten verhongeren, daar zij zich verbeeldde een maagziekte te
+hebben, maar dat, zoodra men haar in een andere omgeving gebracht had,
+begon te eten. Maar wat zal ik je zeggen? Dat is maar één feit en er
+zijn er zoo vele, die ermede in tegenspraak zijn!"
+
+Een oogenblik zwegen zij. Op den weg hoorde men niets dan den
+regelmatigen rhythmus van hun stappen. Dan ging de dokter voort:
+
+"Overigens is het volkomen waar, dat Bernadette de wereld meed, dat
+zij zich slechts gelukkig gevoelde in een klein eenzaam hoekje. Nooit
+heeft zij, voor zoover men weet, een vertrouwde vriendin of iemand,
+voor wie zij een bijzondere toegenegenheid koesterde, gehad. Zij
+was jegens allen even zacht en vriendelijk, alleen voelde zij zich
+bijzonder aangetrokken tot kinderen... En daar ondanks alles de dokter
+in mij niet heelemaal gestorven is, wil ik je heel graag bekennen,
+dat ik mij dikwijls met eenige ongerustheid heb afgevraagd, of zij
+ook geestelijk een maagd gebleven is, zooals zij zeker lichamelijk
+een maagd geweest is. Het is zeer goed mogelijk, want bedenk, dat zij
+steeds hartstochtloos en zwak geweest is, dikwijls weken achtereen te
+bed lag, zonder nog te spreken van de onschuldige omgeving, waarin
+zij eerst te Bartrès en later in het klooster opgegroeid is. Toch
+is er een twijfel in mij opgekomen, toen ik hoorde hoeveel belang
+zij stelde in het door de zusters van Nevers op den weg, dien we nu
+loopen, gebouwde Weeshuis. Men neemt daarin de arme kleine meisjes op,
+om ze te beschermen tegen het kwaad, dat zij op straat leeren. Maar
+dat zij er op stond, dat het zoo groot mogelijk werd, zoodat het alle
+schapen, die in gevaar waren, kon bevatten, zou dat niet het gevolg
+kunnen zijn van het feit, dat zij zich herinnerde zelf blootvoets
+rondgezworven te hebben en nog rilde bij de gedachte wat er van haar
+had kunnen worden zonder de hulp der Heilige Maagd?"
+
+Hij vertelde verder van de menigten, die samenstroomden om
+Bernadette te zien en te vereeren. Dat was voor haar altijd een
+vreeselijk inspannend iets. Geen dag ging er voorbij, zonder dat er
+een groote menigte bezoekers kwam. Uit alle streken van Frankrijk,
+uit het buitenland zelfs stroomden zij samen, zoodat men ten slotte
+de nieuwsgierigen van haar verwijderd moest houden en alleen de ware
+geloovigen, de geestelijken, de voornamen, die men niet aan de deur
+afschepen kon, bij haar toeliet. Steeds was er een non aanwezig,
+om haar van al te groote indiscreties te vrijwaren, want het regende
+vragen en men putte haar kracht uit door haar steeds weer haar verhaal
+te laten opzeggen. Dames uit de hoogste kringen wierpen zich aan haar
+voeten, kusten haar kleed, zouden een stuk ervan als een reliquie
+hebben willen medenemen. Zij moest haar rozenkrans verdedigen,
+die allen, in haar extase, haar smeekten te verkoopen, voor zeer
+hoogen prijs. Een markiezin trachtte haar over te halen door haar
+een anderen te geven, dien zij medegebracht had, een met een gouden
+kruis en waarvan de kralen uit fijne paarlen bestonden. Velen hoopten,
+dat zij in haar tegenwoordigheid een wonder zou doen; men bracht haar
+kinderen om ze aan te raken, men vroeg haar raad omtrent ziekten,
+men trachtte haar invloed, dien zij ongetwijfeld op de Heilige Maagd
+hebben moest, te koopen. Groote sommen werden haar aangeboden; men
+zou haar, op het geringste teeken van haar, dat zij een koningin wilde
+zijn, opgesmukt met edelgesteenten en met een gouden kroon gekroond,
+met koninklijke geschenken overladen hebben. De kleine luiden bleven
+geknield op den drempel liggen, de grooten der aarde verdrongen
+zich om haar heen en zouden er een eer in gesteld hebben haar als
+eere-geleide te mogen dienen. Zelfs werd er verteld, dat een van hen,
+een mooi en rijke vorst, haar op een mooien, zonnigen Aprildag ten
+huwelijk was komen vragen.
+
+"Maar," viel Pierre hem in de rede, "wat mij altijd bevreemd en
+onaangenaam aangedaan heeft, is, dat zij op haar twee-en-twintigste
+jaar uit Lourdes is vertrokken, die plotselinge verdwijning, dat
+zich opsluiten in het klooster van den Heiligen Gildard te Nevers,
+waar zij nooit meer uitgekomen is... Gaf dat geen voedsel aan de
+valsche geruchten, dat zij krankzinnig was? Geeft men daardoor geen
+vat aan het vermoeden, dat men haar deed verdwijnen uit vrees voor een
+indiscretie harerzijds, van een onbedachtzaam woord, dat het geheim
+van een lang bedrog zou verraden hebben? En om het ruwe woord maar
+te gebruiken, ik wil u eerlijk bekennen, dat ook ik geloof, dat men
+haar geëscamoteerd [14] heeft."
+
+De dokter schudde zijn hoofd.
+
+"Neen, neen, beste jongen, in deze heele aangelegenheid is geen
+sprake van een van te voren in de duisternis voorbereid melodrama,
+dat daarna door min of meer ingewijde acteurs gespeeld zou zijn. De
+dingen hebben zich uit zichzelf door de kracht der feiten ontwikkeld;
+wel zijn ze altijd zeer verward en moeilijk te ontleden geweest... Zoo
+is het bijvoorbeeld zeker, dat Bernadette zelf het eerst den wensch
+uitgesproken heeft Lourdes te verlaten. De voortdurende bezoeken
+vermoeiden haar; zij voelde zich niet op haar gemak te midden van die
+lawaaierige vereeringen. Zij verlangde slechts een eenzaam hoekje,
+waarin zij in vrede kon leven, en in haar onbaatzuchtigheid dreef
+zij haar menschenschuwheid dikwijls zoover, dat zij het geld, dat
+men haar voor het een of ander vroom doel, een mis te laten lezen of
+een kaars te laten branden, gaf, wegwierp. Nooit nam zij iets voor
+zichzelf aan, noch voor haar familie, die altijd even arm gebleven
+is. Bij zoo'n fierheid en bij zulk een natuurlijken eenvoud is het heel
+goed te begrijpen, dat zij verlangde de wereld te verlaten, zich af te
+zonderen, om zich op een goeden dood voor te bereiden... Haar werk was
+afgeloopen: zij had die wonderlijke beweging aan den gang gebracht,
+zonder zelf eigenlijk te weten waarom en hoe. Zij was nu niet noodig
+meer, anderen leidden de zaken en verzekerden den triomf der Grot."
+
+"Laten we aannemen, dat zij uit eigen beweging gegaan is," zeide
+Pierre. "Maar wat een verlichting voor degenen, over wie u het zooeven
+hadt, voor hen, die van dat oogenblik, over den regen van millioenen,
+die uit de geheele wereld begon te vallen, heer en meester geweest
+zijn."
+
+"O, ik beweer volstrekt niet, dat men haar tegengehouden heeft,"
+riep de dokter uit. "Eerlijk gezegd, geloof ik, dat men er haar wel
+toe aangespoord zal hebben. Zij begon ten slotte lastig te worden;
+niet, dat men bang was voor vertrouwelijke mededeelingen harerzijds,
+maar zij was geen decoratieve figuur, schuw tot in het overdrevene
+en heel dikwijls bedlegerig. En bovendien, hoe weinig plaats zij
+ook te Lourdes innam, hoe meegaande zij ook altijd was, zij was
+en bleef een macht; zij trok de menigte en was daardoor in zekeren
+zin een concurrente van de Grot. Voor den roem van de Grot was het
+gewenscht, dat Bernadette op den achtergrond kwam en niet veel meer
+dan een legende werd... Dat waren ongetwijfeld de redenen, die den
+bisschop van Tarbes, Mgr. Laurence, er toe brachten het vertrek te
+verhaasten. Men beging daarbij echter de fout te beweren, dat het
+de bedoeling was haar aan wereldsche verleidingen te onttrekken,
+alsof men bang had moeten zijn, dat zij de zonde van hoogmoed had
+kunnen begaan door zich over te geven aan de ijdelheid en behagen te
+scheppen in den roep van heiligheid, waarvan de geheele Christenheid
+weerklonk. Daarmede deed men haar een groot onrecht aan, want zij was
+niet tot hoogmoed in staat, evenmin als tot een leugen: nooit heeft
+er een eenvoudiger, meer bescheiden kind geleefd."
+
+Hij wond zich op en geraakte in geestdrift. Doch dan werd hij
+plotseling weer kalm en speelde het flauwe glimlachje weer om zijn
+lippen.
+
+"Het is zoo, ik houd van haar; hoe meer ik aan haar dacht, des te meer
+ben ik van haar gaan houden... Maar nu moet je niet denken, Pierre,
+dat het geloof mij heelemaal ongevoelig gemaakt heeft. Al twijfel ik
+tegenwoordig niet meer aan een hiernamaals, al voel ik de behoefte en
+den drang in mij om aan een ander, beter en rechtvaardiger leven te
+gelooven, toch weet ik heel goed, dat hier op aarde de menschen er
+ook nog zijn; en of zij nu een pij of een soutane dragen, hun leven
+is dikwijls afschuwlijk moeilijk."
+
+Weer volgde er een stilte. Dan ging hij voort:
+
+"Ik wil je iets vertellen, dat mij maar niet los wil laten... Neem
+aan, dat Bernadette niet dat eenvoudige, menschenschuwe kind was,
+dat zij een intrigante en heerschzuchtig was, maak van haar een
+veroveraarster en een leidster van volkeren; en tracht je dan voor te
+stellen wat er in dat geval gebeurd zou zijn... Ongetwijfeld zouden de
+Grot en de Basilica dan aan haar toebehooren. Wij zouden haar bij de
+ceremoniën met een gouden mijter onder een baldakijn zien tronen. Zij
+zou de wonderen uitdeelen, haar kleine hand met een gebaar als van
+een souvereine de scharen naar den hemel leiden. Zij zou stralen als
+de Heilige, als de uitverkorene, als de eenige, die de godheid van
+aangezicht tot aangezicht gezien heeft. En per slot van rekening zou
+dat niet meer dan billijk zijn; zij zou dan het succes kennen, na de
+moeite doorstaan te hebben, en genieten van haar werk... Terwijl zij
+nu om den tuin geleid en beroofd van alles is. De wonderbare oogsten,
+die zij gezaaid heeft, werden door anderen binnengehaald. Gedurende
+de twaalf jaar, die zij, neergeknield in het duister, in het klooster
+van den H. Gildard geleefd heeft, waren er hier triompheerende, in
+gouden gewaden gekleede priesters, die dankgebeden zongen en kerken
+en gedenkteekenen, gebouwd met millioenen, zegenden. Zij alleen heeft
+ontbroken bij den triomf van het nieuwe geloof, welks stichtster zij
+was... Je zult zeggen, dat zij slechts gedroomd heeft. Maar wat een
+mooie droom dan toch, die een heele wereld in rep en roer gebracht
+heeft, maar waaruit zij, het lieve kind, nooit ontwaakt is!"
+
+Zij bleven staan en gingen, alsvorens naar de stad terug te keeren,
+een oogenblik op een rots zitten. Voor hen stuwde de op dit punt
+vrij diepe Gave zijn blauwe, donker gevlamde golfjes voort, terwijl
+hij verder op breed over een bed van groote kiezelsteenen stroomde
+en niet veel meer was dan wit schuim, licht als sneeuw. Een frissche
+lucht streek in den gouden regen der zon van de bergen.
+
+Het hooren van dit verhaal van Bernadette's exploitatie en vernedering
+had een nieuw verzet in Pierre wakker geroepen; naar den grond starend
+dacht hij na over de onrechtvaardige natuur, over de wet, die wil,
+dat de sterke den zwakke verscheurt.
+
+Dan keek hij weer op.
+
+"Abbé Peyramale hebt u zeker ook wel gekend?"
+
+Er kwam een glans in de oogen van den dokter. Opgewekt klonk zijn
+antwoord:
+
+"Waarachtig, een rechtschapen en eerlijke kerel, een heilige, een
+apostel! Met Bernadette is hij de groote man van Notre-Dame de Lourdes
+geweest. Evenals zij heeft hij er vreeselijk door geleden; evenals zij
+is hij eraan gestorven. Men weet niets en begrijpt niets van het drama,
+dat zich hier afgespeeld heeft, als men die geschiedenis niet kent."
+
+Uitvoerig vertelde hij haar nu. Ten tijde der verschijningen was abbé
+Peyramale pastoor te Lourdes. Het was een groote, breedgeschouderde
+man met een breeden leeuwenkop, een echte zoon van het land met
+een helder verstand, eerlijk en oprecht, maar soms wat opvliegend
+en heerschzuchtig. Hij scheen als geschapen om te strijden, was een
+vijand van alle overdreven kwezelarij en vervulde zijn ambt met een
+breeden blik. In den beginne stond hij dan ook eenigszins wantrouwend
+tegenover de verhalen van Bernadette, weigerde hij ze te gelooven,
+ondervroeg haar, eischte bewijzen. Eerst later, toen de wind des
+geloofs onweerstaanbaar werd, de meest weerspannigen tegen den
+grond wierp en de menigten met zich meesleepte, boog ook hij zich;
+voornamelijk toch was het zijn liefde voor de armen en verdrukten,
+die in opstand kwam, toen hij zag, dat men dreigde Bernadette
+gevangen te zetten: de burgerlijke autoriteiten vervolgden een van
+zijn schapen, zijn herderlijk hart ontwaakte, met al zijn vurigen
+hartstocht van rechtvaardigheid en gerechtigheid begon hij haar te
+verdedigen. Bovendien had ook de bekoring van het kind haar uitwerking
+op hem niet gemist, hij voelde, dat zij zoo oprecht en waarheidlievend
+was, dat hij blindelings in haar begon te gelooven, haar lief te
+hebben, zooals iedereen haar liefhad. Waarom het wonder, dat toch
+overal in de Heilige Boeken voorkomt, hier niet aan te nemen? Hoe
+verstandig en voorzichtig hij ook mocht zijn, het stond niet aan een
+dienaar van den godsdienst den vrijgeest uit te hangen, terwijl geheele
+volkeren zich op hun knieën wierpen en de Kerk aan den vooravond
+van een nieuwen en grooten triomf scheen te staan. Ongerekend nog,
+dat de menschenleider, die in hem was, de man van groote plannen en de
+bouwer eindelijk zijn weg gevonden had, het groote veld, waarop hij zou
+kunnen handelen, de groote taak, waaraan hij zich met zijn onstuimigen
+geestdrift en zijn behoefte om te overwinnen geheel geven kon.
+
+Van dat oogenblik af had abbé Peyramale nog slechts één gedachte: de
+bevelen, die de Heilige Maagd Bernadette opgedragen had aan hem over
+te brengen, uit te voeren. Hij hield het toezicht op de inrichting
+der Grot; een hek werd geplaatst, het water der bron gekanaliseerd,
+aardwerken uitgevoerd om de toegangen vrij te maken. Maar voor alles
+had de Heilige Maagd geëischt, dat er een kapel gebouwd zou worden;
+en hij wilde een kerk, een triomphantelijke basilica. Hij zag ver
+in de toekomst, liet de architecten niet met rust, eischte van hen
+paleizen, die de Koningin des hemels waardig waren; en dat alles deed
+hij in een oprecht vertrouwen op de geestdriftige hulp van de geheele
+Christenheid. Trouwens de giften stroomden toe, het regende goud uit
+de verst verwijderde parochiën, een gouden regen, die steeds dichter
+vallen zou en nooit ophouden. Dat waren zijn gelukkige jaren: steeds
+kon men hem vinden onder de werklieden, die hij met een vriendelijk
+lachje tot spoed aanzette, altijd bereid om zelf het houweel en den
+troffel ter hand te nemen in zijn haast om zijn droom verwezenlijkt
+te zien. Maar weldra kwam de tijd der beproeving: hij werd ziek, en
+toen den 4den April 1864 de eerste processie uit zijn parochiekerk
+zich naar de Grot begaf, een processie van zestigduizend pelgrims,
+die zich tusschen een ontzaglijke menigte voortbewoog, verkeerde hij
+in doodsgevaar.
+
+Den dag, dat abbé Peyramale, voor de eerste maal van den dood gered,
+weer van zijn ziekbed opstond, was hij afgezet. Reeds had de bisschop,
+Mgr. Laurence, hem, om zijn zware taak wat te verlichten, een hulp
+gegeven, een van zijn vroegere secretarissen, pater Sempé, dien hij
+tot rector van de missionarissen van Garaison, een door hem gestichte
+inrichting, benoemd had. Pater Sempé was een klein, mager mannetje,
+oogenschijnlijk onbaatzuchtig en buitengewoon nederig, maar innerlijk
+vol eerzucht. In den beginne had hij zich bij zijn taak gehouden,
+den pastoor van Lourdes als een trouw ondergeschikte geholpen, zich
+bemoeid met alles, waarin hij hem helpen kon, zich op de hoogte
+gesteld van alles, met de heimelijke bedoeling zich onmisbaar te
+maken. Onmiddellijk had hij begrepen, welk een prachtige belegging de
+Grot zou worden, welke rijke inkomsten men er met eenige handigheid uit
+zou kunnen trekken. Hij verliet het bisschoppelijk paleis niet meer,
+had den bisschop, een zeer materialistisch, practisch man, die veel
+geld noodig had, voor zich gewonnen. Op die wijze slaagde hij erin,
+toen abbé Peyramale ziek werd, het geheele domein der Grot, met het
+bestuur waarvan hij belast werd, aan het hoofd van enkele paters der
+Onbevlekte Ontvangenis, tot wier overste de bisschop hem benoemde,
+voor goed af te scheiden van de parochie te Lourdes.
+
+Weldra begon de strijd, een van die verbitterde gevechten op leven
+en dood, zooals zij onder de geestelijke discipline zoo dikwijls
+voorkomen. Een reden tot een breuk bestond, een slagveld, waarop
+men spoedig met millioenen strijden zou: de bouw van een nieuwe
+parochiekerk, grooter en waardiger dan de bestaande oude kerk, die
+sedert het toestroomen der geloovigen te klein gebleken was. Het
+was trouwens een oud lievelingsdenkbeeld van abbé Peyramale, die de
+bevelen der Heilige Maagd stipt uitvoeren wilde. Van de Grot sprekende,
+had zij gezegd: "Men moet in processie daarheen trekken". En hij had
+altijd de pelgrims uit de stad zien trekken, waarheen zij, zooals dat
+in den beginne altijd gebeurd was, 's avonds moesten terugkeeren. Men
+had dus een centrum, een verzamelplaats noodig, en hij had zich
+als zoodanig een prachtige kerk, een kathedraal van reusachtige
+afmetingen, die een geheel volk bevatten kon, gedroomd. Met zijn
+bouwlustig temperament en als hartstochtelijk arbeider des hemels zag
+hij haar al uit den grond oprijzen, haar klokketoren, dreunend van
+gelui, in het felle zonlicht omhoog steken. Het was ook zijn huis,
+dat hij wilde bouwen, zijn daad van geloof en aanbidding, de tempel,
+waarin hij de opperpriester zijn zou, waarin hij, tegenover het werk,
+waaruit men hem ontzet had, zou triompheeren met de zoete herinnering
+aan Bernadette. Natuurlijk was bij de groote bitterheid, die hij over
+zijn afzetting voelde, deze nieuwe parochiekerk een soort revanche,
+zijn deel aan den roem, een manier om zijn strijdlust bot te kunnen
+vieren, een teeken van de koorts, die hem verteerde, sedert hij zelfs
+opgehouden had naar de Grot te gaan.
+
+In den beginne was het een nieuwe oplaaiïng van geestdrift. De oude
+stad, die zich achtergesteld voelde, maakte gemeene zaak met haar
+pastoor, nu al het geld, al het leven dreigde te stroomen naar
+de nieuwe stad, die om de Basilica uit den grond opschoot. De
+gemeenteraad voteerde een som van honderd duizend francs, die
+ongelukkigerwijze echter pas gestort zou worden, wanneer de kerk
+onder de kap zou staan. Reeds had abbé Peyramale de plannen van
+den architect, een, zooals hij gewild had, zeer grandioos ontwerp,
+aanvaard en onderhandeld met een aannemer te Chartres, die zich verbond
+de kerk in drie of vier jaar te bouwen, indien de beloofde stortingen
+regelmatig geschiedden. Overtuigd, dat de giften ongetwijfeld van alle
+kanten zouden blijven toestroomen, waagde hij de zaak zonder eenige
+ongerustheid; hij was moedig tot op het vermetele af, rekende er vast
+op, dat de hemel hem niet in den steek laten zou. Hij meende zelfs
+zeker te zijn van den steun van den nieuwen bisschop, Mgr. Jourdan,
+die, na den eersten steen gezegend te hebben, een toespraak hield,
+waarin hij de noodzakelijkheid en het verdienstelijke van het
+werk erkende. Het scheen, dat pater Sempé zich er met zijn gewone
+nederigheid bij neergelegd en de rampzalige concurrentie, die hem
+tot deelen dwong, aanvaard had, want hij deed alsof hij zich geheel
+wijdde aan de administratie van de Grot en had zelfs in de Basilica
+een offerblok voor de nieuwe, in aanbouw zijnde kerk laten plaatsen.
+
+Daarna begon de heimelijke, verbitterde strijd opnieuw. Abbé Peyramale,
+die een zeer slecht administrateur was, juichte en jubelde, toen hij
+zijn kerk zoo snel groot zag worden. Het werk werd met bekwamen spoed
+uitgevoerd en hij wilde niets liever, overtuigd als hij was, dat de
+Heilige Maagd betalen zou. Hij was dan ook met stomheid geslagen, toen
+hij eindelijk bemerkte, dat de giften niet zoo meer toestroomden, dat
+het geld der geloovigen niet meer tot hem kwam, alsof in het verborgen
+iemand de bron afgeleid had. De dag kwam, waarop hij de beloofde
+betalingen niet storten kon. Er had een handige worging plaats gehad,
+die hij later pas volkomen begreep. Blijkbaar had pater Sempé ook den
+nieuwen bisschop geheel voor de Grot weten te winnen. Men vertelde
+zelfs, dat er in de verschillende diocesen vertrouwelijke circulaires
+verspreid waren met de aanmaning, om geen geld meer voor de parochie te
+verzenden. De vraatzuchtige Grot, de onverzadelijke Grot wilde alles,
+verslond alles; ja het kwam zoo ver, dat biljetten van vijfhonderd
+francs, die in het offerblok geworpen waren, achtergehouden werden:
+men plunderde het offerblok, bestal de parochie. Maar de pastoor hield
+in zijn hartstocht voor de grooter wordende kerk, die als het ware
+zijn dochter was, heldhaftig stand, zou er zijn bloed voor gegeven
+hebben. Hij had eerst het contract gesloten op naam van het parochiaal
+vermogen; daarna, toen hij niet wist, hoe hij betalen moest, op zijn
+eigen naam. Hij leefde nog slechts voor zijn kerk en putte zich uit in
+heroïsche inspanning. Van de vierhonderd duizend francs, die beloofd
+waren, had hij er slechts tweehonderd duizend kunnen betalen, terwijl
+de gemeente hardnekkig weigerde de gevoteerde honderd duizend francs
+te storten, zoolang de kerk niet onder de kap stond. Dit ging zeer
+duidelijk tegen de belangen der stad in. Naar men beweerde, werkte
+pater Sempé in het geheim alles tegen. Plotseling triompheerde hij:
+het werk werd gestaakt.
+
+Van dat oogenblik af trad de doodsstrijd in. Pastoor Peyramale, die
+breedgeschouderde bergreus met zijn leeuwenkop, wankelde, in zijn
+hart getroffen, en sloeg neer als een door den bliksem verpletterde
+eik. Hij moest het bed houden en stond niet meer op. Allerlei verhalen
+deden de rondte, men vertelde dat pater Sempé getracht had onder
+het een of andere vrome voorwendsel in de pastorie binnen te komen,
+om te zien, of zijn gevreesde tegenstander wel degelijk doodelijk
+gewond was; en men vertelde erbij, dat men hem uit de ziekenkamer,
+waar zijn aanwezigheid een ergernis was, had moeten wegjagen. En toen
+de pastoor, overwonnen en overstelpt door bitterheid, gestorven was,
+kon men pater Sempé zien triompheeren bij de begrafenis, waarvan men
+hem niet verwijderd had durven houden. Men beweerde, dat hij daarbij
+een afzichtelijke vreugde aan den dag gelegd had en dat zijn gezicht
+straalde van zijn triomf.
+
+Eindelijk was hij dan bevrijd van den eenigen man, die hem hinderpalen
+in den weg kon leggen, voor wiens wettelijke autoriteit hij bang
+was. Hij zou niet langer meer gedwongen kunnen worden om met iemand
+te deelen, nu de twee groote arbeiders van Notre-Dame de Lourdes uit
+den weg geruimd waren: Bernadette in het klooster, abbé Peyramale
+onder den grond. De Grot was nu maar alleen van hem, de giften
+kwamen alleen naar hem; naar zijn goeddunken zou hij het budget
+van achthonderd duizend francs, waarover hij jaarlijks beschikte,
+kunnen gebruiken. Nu zou hij de reusachtige werken voltooien, die
+van de Basilica een wereld op zichzelf zou maken; zou hij medewerken
+aan de opbloei van de nieuwe stad, om de oude nog meer te isoleeren,
+haar te verbannen achter haar rots als een onbeteekenende parochie,
+die wegzonk in de schittering van haar almachtige buurvrouw. Dat was
+het definitieve koningschap, al het geld en alle heerschappij.
+
+Toch was de nieuwe parochiekerk, hoewel het werk gestaakt was en zij in
+haar omheining van planken sliep, voor meer dan de helft afgebouwd, tot
+aan de gewelven der benedenvleugels. Zij stond daar nog altijd als een
+bedreiging, voor het geval de stad haar op den een of anderen dag zou
+willen voltooien. Hij moest haar volkomen dooden, er een onherstelbare
+ruïne van maken. Het heimelijke werk werd dus voortgezet, een wonder
+van wreedheid en langzame vernietiging. In de eerste plaats werd de
+nieuwe pastoor, een zwakkeling, zoozeer door pater Sempé ingepalmd,
+dat hij zelfs niet eens meer de aan de parochie gerichte geldzendingen
+openmaakte: alle aangeteekende brieven werden direct naar de paters
+gebracht. Vervolgens werd de voor de nieuwe kerk uitgekozen plaats
+aan een strenge kritiek onderworpen en liet men door den architect
+van het diocees een rapport opmaken, waarin verklaard werd, dat
+de oude kerk nog solide en voor de behoeften van den eeredienst
+volkomen toereikend was. Maar vooral wendde men zijn invloed op
+den bisschop aan, wees men hem op het onaangename van de geldelijke
+moeilijkheden met den aannemer. Peyramale werd nu als een onbesuisde
+stijfkop voorgesteld, een soort krankzinnige, wiens ongekende ijver
+den godsdienst bijna gecompromitteerd had. En vergetende, dat hij
+den eersten steen gezegend had, vaardigde de bisschop een herderlijk
+schrijven uit om de kerk van de deelneming aan de sacramenten uit te
+sluiten met verbod daarin een religieuzen dienst te celebreeren.
+
+Dit was de genadeslag. Eindelooze processen waren er het gevolg van:
+de aannemer, die van de vijfhonderd duizend francs uitgevoerde werken
+er slechts tweehonderd duizend ontvangen had, sprak den erfgenaam van
+den pastoor, het parochiaal vermogen en de stad aan, daar deze laatste
+steeds bleef weigeren de door haar gevoteerde honderd duizend francs
+te betalen. Eerst verklaarde de prefectuurraad zich onbevoegd van de
+zaak kennis te nemen, dan veroordeelde hij, nadat de Raad van State
+de zaak naar hem teruggewezen had, de stad de honderdduizend francs te
+betalen en den erfgenaam de kerk te voltooien, terwijl hij verklaarde,
+dat het parochiaal vermogen buiten het geding stond. Maar er werd
+appèl aangeteekend bij den Raad van State, die het arrest vernietigde,
+en, nu zelf uitspraak doende, het parochiaal vermogen of bij gebreke
+daarvan den erfgenaam veroordeelde tot betaling van den aannemer. Doch
+daar geen van beide tot betalen in staat was, bleef de zaak daarbij.
+
+Deze processen hadden vijftien jaar geduurd. Daar de stad er eindelijk
+in toegestemd had hem honderd duizend francs te geven, was men aan
+den aannemer nog slechts tweehonderd duizend francs schuldig. Doch
+allerlei kosten en de interest op interest hadden deze som zoo
+opgevoerd, dat zij bijna zeshonderd duizend francs bedroeg; en daar
+men aan den anderen kant het voor de voltooiïng van de kerk noodige
+bedrag op vierhonderd duizend francs schatte, was er dus een millioen
+noodig om de jonge ruïne van een zekere vernietiging te redden. Van
+dien dag af konden de paters rustig slapen; zij hadden haar vermoord,
+de kerk was nu eveneens dood.
+
+De klokken van de Basilica luiden een jubellied, pater Sempé
+heerschte. Als overwinnaar was hij uit den reuzenstrijd te voorschijn
+gekomen, uit dezen strijd met het mes, waarin men steenen gedood had,
+na in de schaduw der sacristieën een man vermoord te hebben. En het
+koppige, bekrompen Lourdes moest er leelijk voor bloeden, dat het
+zijn pastoor, die uit liefde voor zijn parochie gestorven was, niet
+beter gesteund had, want van af dat oogenblik bloeide en groeide de
+nieuwe stad ten koste van de oude. Al het geld ging naar de eerste,
+de paters der Grot sloegen uit alles geld, werden vennooten in hotels
+en kaarsenwinkels, verkochten het bronwater, hoewel het hun volgens een
+uitdrukkelijke bepaling in het contract met de gemeente ten strengste
+verboden was waarin ook handel te drijven. Het geheele land ging
+zedelijk ten gronde, de triomf der Grot had een zoo groote winzucht,
+zoo'n brandende koorts om te bezitten en te genieten met zich gebracht,
+dat onder den plasregen der millioenen een buitengewoon zedenbederf
+zich van dag tot dag uitbreidde en het Bethlehem van Bernadette in
+Sodom en Gomorrha veranderde. Pater Sempé voleindigde den triomf
+van God te midden van de menschelijke ontaarding en de verwoesting
+der zielen. Reusachtige bouwwerken rezen uit den grond op, vijf of
+zes millioen reeds waren uitgegeven, alles had men geofferd aan dien
+absoluten wil om de parochie op zijde te schuiven, teneinde de geheele
+prooi voor zich te houden.
+
+De machtige, zoo kostbare hellingen waren slechts aangelegd om den
+wensch van de Heilige Maagd, die gevraagd had, dat men in processie
+naar de Grot zou gaan, op slinksche wijze te ontduiken. Van de Basilica
+langs de linkerhelling naar beneden en langs de rechterhelling er weer
+naar toe gaan, was geen processie, maar een eenvoudige rondgang. Maar
+de paters waren erin geslaagd, dat men van hen uitging, om bij
+hen terug te keeren; op die wijze waren zij de eenige eigenaars,
+de rijke bezitters, die den geheelen oogst binnenhaalden. Pastoor
+Peyramale lag in de crypt van zijn onvoltooid gebleven kerkruïne
+begraven. Bernadette had haar doodsstrijd ver weg in een klooster
+gestreden en sliep nu ook onder den grafsteen van een kapel.
+
+Een diepe stilte heerschte, toen dr. Chassaigne zijn lang verhaal
+geëindigd had. Dan stond hij moeilijk op.
+
+"Kom jongen, het zal dadelijk tien uur slaan en ik wil, dat je wat
+gaat rusten... Laten we teruggaan."
+
+Zwijgend volgde Pierre hem. In een vlugger tempo gingen zij naar de
+stad terug.
+
+"Ja," begon de dokter weer, "er hebben daar schandelijke
+ongerechtigheden plaats gegrepen. Maar wat zal ik je zeggen? De
+mensch bederft de mooiste dingen... En je kunt je niet voorstellen hoe
+verschrikkelijk treurig al die dingen zijn, die ik je daarnet verteld
+heb. Dat moet je zien en met je vinger aanraken. Wil je vanavond eens
+met me naar de kamer van Bernadette en de onvoltooide kerk van abbé
+Peyramale gaan?"
+
+"Zeker, heel graag!"
+
+"Nu, kom dan na de processie van vier uur bij de Basilica, dan zal
+ik zorgen daar te zijn."
+
+Ieder in zijn eigen overpeinzingen verdiept, spraken zij niet meer.
+
+Rechts van hen stroomde nu de Gave in een diepe kloof, een soort
+inkerving, waarin hij zich stortte en als tusschen het struikgewas
+verdween. Soms echter zag men weer een stuk van zijn matzilveren
+waterspiegel. Verderop maakte hij een plotselinge kromming en stroomde
+hij breed over een vlakte. Blijkbaar veranderde hij daar dikwijls
+van bedding, want de uit zand en kiezel bestaande grond was in alle
+richtingen uitgehold. De zon begon reeds te branden hoog aan den hemel,
+waarin het lichte blauw van het eene einde van den onmetelijken circus
+der bergen naar het andere donkerder werd.
+
+Bij de kromming van den weg rees Lourdes, hoewel nog in de verte, weer
+voor de oogen van Pierre en dr. Chassaigne op. Onder den schitterenden
+ochtendhemel teekende de stad, onder den sluier van opdwarrelend
+gouden en purperen stof, met haar huizen en haar monumenten, die bij
+iederen stap duidelijker werden, zich wit tegen den horizont af. Zonder
+een woord te zeggen wees de dokter met een breed en droevig gebaar
+naar die zich zoo uitbreidende stad, als wilde hij haar als getuige
+oproepen voor wat hij zooeven gezegd had.
+
+Reeds zag men den op dit uur nog zwakken gloed van de Grot tusschen
+het groene loof. Vervolgens strekten de reusachtige bouwwerken zich
+voor hen uit, de kade van gehouwen steen langs de geheele lengte
+van den Gave, waaraan men een andere bedding had moeten geven; de
+nieuwe brug, die de pas aangelegde tuinen met den onlangs in gebruik
+genomen boulevard verbond; de reusachtige hellingen, de massieve
+Rozenkranskerk, de slanke Basilica, die met een fiere gratie boven
+alles uitstak. Op dezen afstand zag men van de nieuwe stad slechts
+een gewemel van witte gevels, een geflikker van nieuwe dakpannen,
+de groote kloosters, de groote hotels, de rijke stad, die als door
+een wonder uit den ouden, armen grond opgeschoten was, terwijl achter
+de rotsmassa, waarop zich de instortende muren van het Kasteel en
+profil afteekenden, hier en daar de nederige daken der oude stad
+zich vertoonden, een warreling van door den tijd aangevreten, bang
+zich tegen elkaar aandrukkende daakjes. En als achtergrond tegen deze
+bezwering van het leven van heden en van gisteren rezen onder de glorie
+der eeuwige zon de Kleine Gers en de Groote Gers op en versperden den
+horizont met hun kale hellingen, die de schuin vallende zonnestralen
+geel en rose streepten.
+
+Dr. Chassaigne bracht Pierre tot aan het Hôtel des Apparitions;
+daar eerst nam hij afscheid van hem, na hem nog eerst even herinnerd
+te hebben aan hun afspraak voor dien avond. Het was nog geen elf
+uur. Hoewel hij plotseling door moeheid overweldigd werd, dwong hij
+zich, alvorens naar bed te gaan, nog eerst te eten, want hij voelde,
+dat de behoefte daaraan een van de voornaamste redenen van zijn
+zwakheid was. Gelukkig vond hij aan de table-d'hôte nog een plaats
+vrij; met open oogen slapend, at hij zonder dat hij wist, wat hem
+voorgezet werd, dan ging hij naar boven en wierp zich op zijn bed,
+na eerst het kamermeisje gezegd te hebben hem om drie uur te wekken.
+
+Maar zoodra hij lag, belette de koortsachtige opwinding, waarin hij
+verkeerde, hem zijn oogen dicht te doen. Een paar handschoenen,
+die hij in de kamer ernaast had zien liggen, deed hem plotseling
+denken aan mijnheer de Guersaint, die voor het aanbreken van den dag
+naar Gavarnie gegaan was en eerst 's avonds terug zou komen. Welk
+een heerlijke gave toch die onbezorgdheid! Hij met zijn door
+moeheid gebroken ledematen en zijn bekommerden geest voelde zich
+diep-treurig. Alles scheen samen te spannen tegen zijn wil om het
+geloof van zijn jeugd terug te krijgen. De tragische geschiedenis van
+pastoor Peyramale had het verzet, dat de levensloop van Bernadette,
+uitverkorene en martelares, in hem gewekt had, nog aangewakkerd. Zou
+de waarheid, die hij te Lourdes was komen zoeken, in plaats van hem
+zijn geloof terug te geven, hem ertoe brengen de onwetendheid en de
+lichtgeloovigheid nog meer te haten, hem de bittere zekerheid geven,
+dat de mensch met zijn verstand alleen staat op deze wereld?
+
+Eindelijk viel hij in een sluimering. Maar droombeelden fladderden
+voortdurend door zijn onrustigen slaap. Hij zag Lourdes, bedorven
+door het geld, als een plaats van ontaarding en zedenbederf, als een
+uitgestrekte bazar, waarin alles te koop was, missen en zielen. Hij
+zag pastoor Peyramale begraven te midden van de ruïnen van zijn kerk
+tusschen de brandnetels, die de ondankbaarheid gezaaid had. En hij
+kwam eerst tot rust, genoot eerst de zaligheid van het niet-meer-zijn,
+toen een laatste, bleek en jammervol visioen verdwenen was, dat van
+Bernadette te Nevers, neergeknield in een donker hoekje en droomend
+van haar werk daar in de verte, dat zij nooit aanschouwen zou.
+
+
+
+
+
+
+
+
+VIERDE DAG
+
+
+I.
+
+Met haar rug tegen de kussens leunend was Marie dien ochtend in het
+Hôpital des Notre-Dame des Douleurs op haar bed blijven zitten. Nu
+zij den geheelen nacht in de Grot had doorgebracht, wilde zij er zich
+niet weer heen laten rijden. Toen madame de Jonquière een der kussens,
+dat naar beneden gegleden was, wat op kwam trekken, vroeg zij:
+
+"Welke dag is het vandaag, madame?"
+
+"Maandag, kindlief."
+
+"O ja, dat is waar ook! Je weet heusch niet meer, hoe je leeft... En
+bovendien voel ik me zoo gelukkig! Vandaag zal de Heilige Maagd
+mij genezen."
+
+Een hemelsch glimlachje speelde op haar gezicht als van een wakende
+droomster; haar oogen staarden in het verre niet; zij ging zoo
+geheel op in haar idée fixe, dat zij in de verte niets zag dan
+de zekere verwezenlijking van haar hoop. De zaal Sainte-Honorine
+was langzamerhand leeg geworden, alle zieken waren naar de Grot
+gegaan, alleen madame Vêtu was, stervend, op het bed naast haar
+achtergebleven. Maar zij zag haar zelfs niet, zij vond de plotselinge
+vredige kalmte, die om haar ontstaan was, zoo heerlijk. Men had
+een der ramen, die op de binnenplaats uitkwamen, open gezet; de
+stralende ochtendzon viel in een breeden straal naar binnen, waarvan
+het gouden stof precies op haar lakens danste en op haar witte handen
+speelde. Het was zoo heerlijk, nu die 's nachts zoo lugubere zaal met
+haar opeenhooping van pijnlijk-smartelijke ziekbedden, met haar stank,
+met gekerm van nachtmerries, plotseling door de zon verlicht en door
+de ochtendlucht verfrischt werd.
+
+"Waarom probeer je niet wat te slapen?" vroeg madame de Jonquière
+moederlijk bezorgd. "Je moet dood op zijn van zoo'n heelen nacht
+waken!"
+
+"Maar ik ben heelemaal niet moe, ik heb geen slaap... Slapen, neen,
+dat zou ik nu niet graag doen, want dan zou ik niet weten, dat ik
+beter word."
+
+Madame de Jonquière moest om die woorden lachen.
+
+"Maar waarom heb je dan niet naar de Grot willen gaan? Je zult je
+hier alleen in bed zoo vervelen!"
+
+"Ik ben niet alleen madame, zij is bij me!"
+
+En terwijl zij zich het visioen weer voor den geest riep, vouwde zij
+in haar extase haar handen.
+
+"U weet toch, dat ik haar vannacht gezien heb en dat zij mij toeknikte
+en tegen mij geglimlacht heeft. Ik heb haar goed begrepen en heel
+goed haar stem gehoord, hoewel zij haar lippen niet opendeed. Om
+vier uur, wanneer het Heilige Sacrament voorbijgedragen wordt, zal
+ik genezen worden."
+
+Madame de Jonquière wilde haar wat kalmeeren; zij maakte zich
+eenigszins ongerust over dit soort somnambulisme, waarin zij haar
+zag. Maar de zieke herhaalde:
+
+"Neen, heusch niet, ik voel me niet slechter, ik wacht... Maar u
+begrijpt, mevrouw, dat ik vanochtend niet naar de Grot behoef te gaan,
+nu ik met haar voor vanmiddag vier uur afgesproken heb."
+
+En fluisterend voegde zij haar toe:
+
+"Om halfvier zal Pierre me komen halen, en om vier uur ben ik beter."
+
+Langzaam kroop de zon langs haar bloote, doorschijnende, ziekelijk
+magere armen, terwijl haar prachtige blonde haren, die over haar
+schouders afgleden, een uitvloeiïng zelf van het hemellichaam schenen,
+die haar geheel omgaf. Op de binnenplaats zong een vogel, waardoor de
+huiverige stilte der zaal wat opgevroolijkt werd. Blijkbaar speelde
+er ook een kind, dat men echter niet zag, want nu en dan liet zich
+een zacht gelach in de heerlijke stille, lauwe lucht hooren.
+
+"Slaap dan maar niet, als je geen slaap hebt," zeide madame de
+Jonquière, "maar wees nou verstandig en blijf kalm liggen, dan rust
+je in ieder geval goed uit."
+
+In het bed ernaast lag madame Vêtu te sterven. Uit vrees, dat zij
+onderweg den laatsten adem uit zou blazen, had men haar niet naar
+de Grot durven brengen. Sinds eenige oogenblikken lag zij met haar
+oogen dicht, en zuster Hyacinthe, die haar zoo zag liggen, wenkte
+madame Désagneaux. Beiden bogen zij zich nu over de stervende heen
+en keken met stijgende ongerustheid naar haar. Haar gelaat was nog
+geler geworden, het had nu een modderachtige kleur; de oogkassen waren
+dieper geworden, haar lippen schenen steeds meer te vermageren. Een
+reutelen, een zachte, verpestende, door den kanker, die haar maag
+opvrat, vergiftigde ademhaling. Plotseling sloeg zij haar oogleden
+op; zij schrok, toen zij die twee gezichten over het hare gebogen
+zag. Naderde de dood, dat men haar zoo aankeek? Een eindelooze
+droefheid, een hopeloos verlangen om te blijven leven kwam in haar
+oogen. Maar tot een heftig verzet kwam het niet, zij had de macht niet
+meer om zich te verzetten; maar hoe vreeselijk was het haar winkel,
+haar gewoonten, haar man te hebben verlaten, om zoo ver te moeten
+sterven! De verschrikkelijke marteling van zoo'n reis te verduren,
+overdag te bidden, 's nachts te bidden en dan niet verhoord worden,
+sterven, terwijl anderen genazen!
+
+Zij kon slechts stamelen:
+
+"Ik heb zoo'n pijn, ik heb zoo'n pijn... Ik smeek u, doe ten minste
+iets, zorg, dat ik niet zoo'n pijn heb!"
+
+De kleine madame Désagneaux met haar knap, melkblank kroeskopje was
+geheel van streek. Zij was het niet gewend bij doodsstrijden aanwezig
+te zijn, zij zou, zooals zij zich uitdrukte, de helft van haar hart
+willen geven, om die arme vrouw te redden. Zij richtte zich weer op
+en begon met zuster Hyacinthe, die ook tot tranen toe ontroerd was,
+maar reeds berustte nu zij wist, dat de vrouw een goeden dood zou
+sterven, te praten. Was er werkelijk niets meer aan te doen? Kon
+men niets meer probeeren, zooals de stervende gevraagd had? Twee
+uur geleden had abbé Judaine haar het laatste oliesel gegeven en het
+avondmaal toegediend. Zij had nu de hulp van den hemel, de eenige,
+waar zij nog op rekenen kon, nu zij sedert lang niets meer van de
+menschen verwachtte.
+
+"Neen, neen, wij moeten het probeeren!" riep madame Désagneaux uit.
+
+En zij ging madame de Jonquière, die bij Marie zat, halen.
+
+"Hoort u niet, hoe vreeselijk die ongelukkige lijdt. Zuster Hyacinthe
+beweert, dat zij hoogstens nog een paar uur te leven heeft. Maar
+wij kunnen haar niet zoo laten kermen... Er zijn toch kalmeerende
+middelen. Waarom kan die jonge dokter niet eens komen?"
+
+"Zeker, waarom niet?" antwoordde de directrice. "Dadelijk!"
+
+In de ziekenzalen dacht men nooit aan den geneesheer. De gedachte,
+om hem te roepen, kwam eerst in de dames op, wanneer een der zieken
+in een heftigen aanval lag te gillen van pijn.
+
+Zuster Hyacinthe zelf verwonderde er zich over, dat zij niet aan
+Ferrand gedacht had, hoewel zij wist, dat hij in de kamer ernaast was,
+en vroeg:
+
+"Wil ik mijnheer Ferrand even halen, madame?"
+
+"Ja, graag, en breng hem gauw hier!"
+
+Toen de zuster weg was, liet madame de Jonquière zich door madame
+Désagneaux helpen, om het hoofd van de stervende wat op te richten,
+daar zij dacht, dat dit haar wat verlichting geven zou. Toevallig
+waren deze twee dames dien ochtend alleen, alle anderen waren weg
+om haar godsdienstige plichten te vervullen of voor particuliere
+aangelegenheden. Achter in de groote, ledige zaal, met haar zachten
+vrede, waarin de zon zoo heerlijk warm scheen, hoorde men niets dan
+nu en dan het zachte gelach van het kind, dat men niet zag.
+
+"Maakt Sophie al dat leven?" vroeg de directrice, die een beetje
+zenuwachtig was door de catastrophe, die zij voorzag, plotseling.
+
+Zij liep naar het einde der zaal; het was inderdaad Sophie Couteau,
+de wonderdadig genezene van het vorige jaar, die achter een bed op
+den grond zat en hoewel ze al veertien jaar was, zich amuseerde met
+het maken van een pop uit lappen. Zij praatte ermee, zij ging zoo in
+haar spel op, dat zij van harte lachte.
+
+"Sta recht, jongejuffrouw! Dans eens een polka! Een, twee! Dans en
+spring en zoen wie je wilt!"
+
+Maar madame de Jonquière kwam naar haar toe.
+
+"Kindlief, een van onze zieken heeft vreeselijk veel pijn... Je moet
+niet zoo hard lachen!"
+
+"Ik wist het heusch niet, madame."
+
+Zij was opgestaan en hield, ernstig nu, haar pop in haar hand.
+
+"Zou zij sterven, madame?"
+
+"Ik ben er bang voor, lieve kind."
+
+Nu gaf Sophie geen kik meer. Zij was de directrice nageloopen en
+zat nu op een bed ernaast met haar groote oogen in een brandende
+nieuwsgierigheid, zonder eenigen angst naar den doodsstrijd van madame
+Vêtu te kijken. Madame Désagneaux werd zenuwachtig en ongeduldig,
+dat de dokter niet kwam, terwijl Marie in haar extase, en in den
+zonneschijn liggend, in de zalige verwachting van het wonder niets
+van wat er om haar gebeurde, scheen te merken.
+
+Zuster Hyacinthe had Ferrand niet in het kleine kamertje, waar
+hij gewoonlijk was, gevonden en zocht hem nu door het geheele
+gebouw. Sedert twee dagen voelde de jonge dokter zich hoe langer hoe
+minder op zijn gemak in dit vreemde ziekenhuis, waar men zijn hulp
+slechts voor stervenden inriep. Het kleine apotheekkistje, dat hij
+medegenomen had, bewees geen enkelen dienst; want hij behoefde er
+niet aan te denken iemand iets voor te schrijven, daar de zieken hier
+niet kwamen om zich te laten verplegen, maar om in den bliksemstraal
+van een wonder beter te worden. Het eenige, wat hij doen kon, was
+een paar opiumpillen geven, om de pijnen wat te verzachten. Tot zijn
+groote verbijstering had hij een wandeling van dr. Bonamy door de zalen
+medegemaakt. Het was werkelijk niet meer dan een wandeling: de dokter
+kwam uit nieuwsgierigheid en interesseerde zich niet in het minst voor
+de zieken, die hij niet onderzocht of ondervroeg. Hij bemoeide zich
+enkel en alleen met de beweerde genezingen, bleef slechts staan voor
+de bedden der vrouwen, die hij kende, omdat hij ze gezien had op zijn
+bureau, waar de wonderen geconstateerd werden. Een van haar had drie
+kwalen en de Heilige Maagd had zich tot nog toe slechts verwaardigd
+er één te genezen; maar men koesterde goede hoop voor de beide andere.
+
+Soms antwoordde een ongelukkige, die den vorigen dag genezen was,
+op zijn vragen, dat haar pijnen weer teruggekomen waren, wat echter
+op de opgeruimdheid van den dokter niet den minsten invloed had;
+hij liet aan den hemel over te voleindigen wat de hemel begonnen
+had. Was het al niet heel mooi, als er een begin van beterschap te
+constateeren viel? Zijn stopwoordje was dan ook: "Er is een begin, heb
+nou maar geduld!" Het meest echter was hij bang voor den overlast van
+de directrices, die hem allen wilden laten blijven om haar buitengewone
+zieken te laten zien. Ieder van haar had de ijdelheid de aan haar zorg
+toevertrouwde zieken voor de ernstigste, exceptioneele gevallen te
+houden, zoodat zij van verlangen brandde die te laten constateeren,
+om er zich later op te kunnen beroemen. Deze trok hem aan den arm en
+zeide, dat zij zeker geloofde een melaatsche te hebben. Een tweede
+sprak weer van een jong meisje, wier lendenen met vischschubben bedekt
+waren. Een derde fluisterde hem verschrikkelijke bijzonderheden over
+een getrouwde vrouw uit de hoogste kringen in. Hij weigerde echter er
+ook maar één te onderzoeken, beloofde later, wanneer hij meer tijd had,
+terug te zullen komen. Als je naar die dames wilde luisteren, zeide
+hij, zou je heele dag heengaan met nuttelooze consulten. Dan bleef hij
+plotseling weer voor het bed van een genezene staan, wenkte Ferrand en
+riep uit: "Dat is nu nog eens een interessante genezing!" En Ferrand
+moest dan tot zijn groote verbijstering aanhooren, hoe hij de ziekte,
+die bij de eerste onderdompeling in den vijver totaal verdwenen was,
+in haar geheel reconstrueerde.
+
+Eindelijk hoorde zuster Hyacinthe van abbé Judaine, dat de jonge dokter
+in de salle des ménages geroepen was. Dat was nu al de vierde maal,
+dat hij naar beneden was voor broeder Isidore, wiens pijnen maar niet
+wilden ophouden. Hij kon hem slechts volstoppen met opium. Onder al
+zijn marteling vroeg de broeder niets anders dan een weinig verlichting
+van pijn, ten einde de kracht te hebben 's middags nog naar de Grot te
+kunnen gaan, wat dien ochtend onmogelijk geweest was. Maar de pijnen
+werden erger, en hij verloor zijn bewustzijn.
+
+Toen de zuster binnenkwam, zag zij hem aan het bed van den missionaris
+zitten.
+
+"Mijnheer Ferrand," riep zij, "ga gauw met me naar de zaal
+Sainte-Honorine; we hebben een zieke, die op sterven ligt."
+
+Hij had tegen haar geglimlacht; nooit kon hij haar zien, zonder zich
+opgevroolijkt en gesterkt te voelen.
+
+"Ik ga dadelijk mee, zuster. Nog één minuut. Ik wou dezen ongelukkige
+eerst even bijbrengen."
+
+Zij oefende geduld en was zelfs nog behulpzaam. Ook de salle des
+ménages lag nu geheel in de zon en baadde in de frissche lucht,
+die door de drie groote ramen, welke op een klein tuintje uitzagen,
+binnenstroomde. Dien ochtend was met broeder Isidore mijnheer Sabathier
+de eenige, die te bed gebleven was, om wat uit te rusten, terwijl
+mevrouw Sabathier van die gelegenheid gebruik maakte, om medailles en
+bidprentjes te gaan koopen, die zij ten geschenke wilde geven. Met zijn
+rug tegen de kussens zittend, rolde hij de kralen van een rozenkrans
+tusschen zijn vingers; hij bad echter niet, hij deed het voor een
+soort machinale afleiding, terwijl hij zijn oogen niet af had van zijn
+buurman, wiens doodsstrijd hij met smartelijke belangstelling volgde.
+
+"Zuster," zeide hij tegen zuster Hyacinthe, die dichterbij gekomen was,
+"ik bewonder dien armen broeder. Gisteren heb ik een oogenblik aan
+de Heilige Maagd getwijfeld, daar ik zag, dat zij al de zeven jaar,
+die ik hier nu kom, zich niet verwaardigt mij te hooren, maar nu doet
+deze martelaar, die zoo berustend zijn martelingen draagt, mij me
+schamen over mijn klein geloof... U kunt u niet voorstellen wat hij
+lijdt, en dan moet u hem zien voor de Grot met zijn oogen, waarin een
+verheven hoop brandt... Het is werkelijk grootsch. Ik ken slechts een
+schilderij van een onbekenden Italiaanschen meester in den Louvre,
+waarop een monnikskop door een dergelijk geloofsvuur vergoddelijkt is."
+
+De intellectueel, de met litteratuur en kunst gevoede voormalige
+leeraar kwam weer boven in dezen door het leven verpletterden man, die
+niet meer dan een arme had willen zijn, om den hemel te vermurwen. Hij
+begon nu weer over zichzelf en zeide in de taaiheid van zijn hoop, die
+zeven vruchtelooze reizen naar Lourdes niet hadden kunnen vernietigen:
+
+"Enfin, ik heb vanmiddag nog, nu we eerst morgenochtend vertrekken. Het
+water is wel koud, maar ik zal me nog een laatste maal laten
+indompelen; den geheelen ochtend heb ik al gebeden en vergiffenis
+gevraagd voor mijn ongeloof van gisteren... Niet waar, zuster, de
+Heilige Maagd heeft maar één seconde noodig, wanneer zij een van haar
+kinderen genezen wil... Haar wil geschiede en haar naam zij geheiligd!"
+
+Hij was weer begonnen met de Ave's en de Pater's, terwijl hij de
+kralen van zijn rozenkrans nu langzamer door zijn vingers rolde en
+zijn oogen zich half sloten in zijn slap gezicht, waarop weer een
+kinderlijke uitdrukking terugkwam, nu hij weer zooveel jaren als van
+de wereld afgesneden was.
+
+Ferrand had Marthe, de zuster van broeder Isidore, een wenk gegeven
+bij hem te komen. Zij stond met neerhangende armen aan het voeteinde
+van het bed en keek zonder één traan in haar oogen, met haar berusting
+van bekrompen boerenkind naar den stervende, dien zij aanbad. Zij
+was niet meer dan een trouwe hond en had met opoffering van haar
+weinige spaarduitjes haar broer gevolgd, zonder dat zij iets anders
+doen kon dan hem zien lijden. Toen de dokter haar dan ook zeide, dat
+zij den zieke in haar armen nemen en hem wat oprichten moest, voelde
+zij zich gelukkig eindelijk ergens in te kunnen helpen. Haar opgezet,
+droefgeestig en met sproeten bezaaid gezicht vroolijkte wat op.
+
+"Houd u hem vast, dan zal ik trachten hem dit in te geven!"
+
+Zij richtte hem op en Ferrand slaagde erin een paar druppels tusschen
+zijn op elkaar geklemde tanden te gieten. Bijna onmiddellijk sloeg
+de zieke zijn oogen open en zuchtte diep. Hij was kalmer, het opium
+deed zijn uitwerking, stilde de pijn, die hij als een roodgloeiend
+ijzer in zijn rechterzijde voelde. Maar hij bleef zoo zwak, dat men,
+toen hij wilde praten, zijn oor vlak bij zijn mond moest brengen,
+om hem te kunnen verstaan.
+
+Met een zwak handgebaar had hij Ferrand gevraagd zich over hem heen
+te buigen.
+
+"U bent de dokter, nietwaar, mijnheer? Geef mij de kracht, dat ik
+vanmiddag naar de Grot kan gaan... Ik weet zeker, dat de Heilige
+Maagd mij zal genezen, als ik dat kan."
+
+"Maar natuurlijk gaat u," antwoordde de jonge dokter. "Voelt u u niet
+veel beter?"
+
+"Veel beter? Neen, dat niet... Ik weet heel goed, wat ik heb, want
+ik heb verscheidene broeders in Senegal zien sterven. Wanneer
+de lever aangedaan is en het abces naar buiten doorbreekt,
+is het afgeloopen. Dan begin je vreeselijk te zweeten, krijg je
+ijlkoortsen... Maar wanneer de Heilige Maagd de kwaal met haar pink
+aanraakt, ben je genezen. O, ik smeek u allen mij naar de Grot te
+laten brengen, zelfs wanneer ik niet meer bij kennis ben."
+
+Ook zuster Hyacinthe had zich over den zieke heen gebogen.
+
+"Maak u maar niet bezorgd, broeder! U zult vanmiddag naar de Grot
+gaan en wij zullen allen voor u bidden."
+
+Eindelijk kon zij Ferrand medenemen. Zij was radeloos door al dit
+oponthoud en maakte zich ongerust over madame Vêtu. Doch ook was zij
+met een diep medelijden voor broeder Isidore vervuld, en terwijl zij
+naar boven liep, vroeg zij den dokter of er heelemaal geen hoop meer
+was. Deze maakte een gebaar, dat een doodvonnis beteekende. Het was
+dwaasheid om in zoo'n toestand naar Lourdes te komen.
+
+Met een glimlach verontschuldigde hij zich.
+
+"Neem me niet kwalijk, zuster. U weet, dat ik het ongeluk heb niet
+te gelooven."
+
+Maar nu lachte zij op haar beurt als een verdraagzame vriendin,
+die de onvolmaaktheden van hen, die ze liefheeft, vergeeft.
+
+"O, dat beteekent niets, ik ken u en ik weet, dat u toch een eerlijk
+man bent... En bovendien, wij zien zooveel menschen en gaan naar
+zooveel heidenen, dat wij wel dagwerk zouden hebben met ons te
+ergeren!"
+
+Boven vonden zij madame Vêtu nog altijd kermend en ten prooi aan
+ondragelijke pijnen. Bleek en geheel van streek door dat steeds maar
+aanhoudende kermen stonden madame de Jonquière en madame Désagneaux
+bij haar bed. Toen zij fluisterend aan Ferrand vroegen, wat hij ervan
+dacht, haalde hij slechts zijn schouders op: de vrouw was verloren,
+het was een quaestie van enkele uren, minuten misschien. Alles wat
+hij doen kon, was haar verdooven, om den zwaren doodsstrijd, dien
+hij voorzag, wat makkelijker te maken. Zij keek hem aan, want zij
+was nog bij haar bewustzijn, en volgde gewillig zijn voorschriften
+op. Evenals de anderen, had zij nog maar één vurigen wensch: naar de
+Grot te kunnen gaan.
+
+Eindelijk stamelde zij met de stem van een kind, dat bang is niet
+gehoord te worden:
+
+"Naar de Grot, nietwaar, naar de Grot..."
+
+"Ze zullen u er straks heen brengen, ik beloof het u," zeide zuster
+Hyacinthe. "Maar wees nu verstandig en tracht wat te slapen, om wat
+krachten te verzamelen."
+
+De zieke scheen in te sluimeren en madame de Jonquière vond, dat zij
+nu met madame Désagneaux aan het andere einde der zaal de wasch kon
+gaan tellen, wat haar echter alles behalve makkelijk viel, daar er
+eenige servetten zoek waren. Sophie was nog steeds roerloos op het
+bed tegenover dat van madame Vêtu blijven zitten. Zij had de pop op
+haar schoot gelegd en wachtte nu, tot de vrouw sterven zou, daar men
+haar gezegd had, dat zij zou sterven.
+
+Zuster Hyacinthe was bij de stervende gebleven en daar zij geen tijd
+ongebruikt voorbij wilde laten gaan, had zij naald en draad genomen,
+om het lijfje van een van haar zieken, dat van ouderdom aan de mouwen
+begon te scheuren, te verstellen.
+
+"U blijft zeker nog wel even hier, niet waar?" vroeg zij aan Ferrand.
+
+Deze nam madame Vêtu nog eens goed op.
+
+"Zeker, zij kan iedere minuut weggenomen worden. Ik ben bang voor
+een bloeduitstorting."
+
+Toen hij Marie in het bed ernaast zag, vroeg hij fluisterend:
+
+"Hoe is het met haar? Voelt zij zich wat beter?"
+
+"Nog niet. Het lieve kind! Wij bidden allen zoo vurig voor haar! Zoo
+jong, zoo bekoorlijk en dan al zoo bezocht!... Kijk eens naar haar! Wat
+is zij mooi! Je zoudt zeggen een heilige, zooals zij daar in de zon
+ligt met haar groote oogen vol extase en haar gouden haar, dat wel
+een aureool lijkt!"
+
+Ferrand keek haar een oogenblik met groote belangstelling aan. Zij
+verbaasde hem door haar verstrooiden, afgetrokken blik, door haar
+totale onverschilligheid voor alles, wat er om haar heen gebeurde,
+haar vurig geloofsvertrouwen, haar vurige innerlijke vreugde, die
+haar tot zichzelf deden inkeeren.
+
+"Zij zal genezen," prevelde hij, alsof hij een voorspelling wilde
+fluisteren. "Zij zal genezen."
+
+Dan ging hij naar zuster Hyacinthe, die in het kozijn van het raam,
+dat hoog open stond in de warme lucht van de binnenplaats, was gaan
+zitten. De zon begon te draaien en gleed nog slechts als een smalle
+gouden streep over het witte kapje en de witte schort. Hij bleef voor
+haar staan leunen tegen de vensterleuning en keek hoe zij naaide.
+
+"Weet u wel, zuster, dat die reis naar Lourdes, die ik als een corvee
+op mij genomen heb, om een vriend een dienst te bewijzen, een van de
+weinige gelukkige dagen van mijn leven zal worden?"
+
+Zij begreep hem niet en vroeg naïef:
+
+"Hoe dat?"
+
+"Maar natuurlijk, omdat ik u teruggevonden heb, omdat ik met u hier
+ben en u een beetje in uw bewonderenswaardig werk helpen kan. En als u
+eens wist, hoe dankbaar ik u ben, hoe ik van u houd, hoe ik u vereer!"
+
+Zij keek op, om hem in zijn gezicht te kunnen zien en begon zonder
+eenige verlegenheid te lachen. Zij zag er zoo bekoorlijk uit met
+haar leliëntint, haar klein, vroolijk mondje en haar prachtige,
+blauwe oogen, die altijd glimlachten. Zij was zoo teer en zoo slank,
+haar boezem niet ontwikkelder dan een in onschuld en toewijding
+opgegroeid meisje.
+
+"Houdt u zoo van me? Maar waarom?"
+
+"Waarom ik van u houd?... Maar omdat u het beste, het meest
+troostrijke, het hartelijkste schepseltje bent. U bent tot nog
+toe in mijn leven de diepste, de liefste herinnering, die ik mij
+altijd voor den geest roep, als ik behoefte heb aan opbeuring en
+aanmoediging... Herinnert u zich dan de maand niet meer, die wij
+samen hebben doorgebracht in mijn armzalig kamertje, toen ik ziek
+was en u mij zoo liefderijk hebt verpleegd?"
+
+"Natuurlijk!... Ik heb zelfs nooit zoo'n lieven patiënt gehad als
+u. Alles wat ik u gaf, nam u in; en wanneer ik u verschoond en daarna
+toegestopt had, bleef u zoo rustig liggen als een kind."
+
+Zij bleef hem met haar ongekunsteld lachje aankijken. Hij was
+mooi en sterk, zijn neus een beetje te groot misschien, zijn
+oogen schitterend, zijn mond rood onder de donkere snor in zijn
+jeugd-krachtig gezicht. Maar zij scheen alleen gelukkig hem zoo tot
+tranen geroerd voor zich te zien.
+
+"O, zuster, zonder u zou ik gestorven zijn. U hebt mij weer heelemaal
+beter gemaakt!"
+
+En terwijl zij met ontroerde blijdschap naar elkaar keken, rees die
+zalige maand weer voor hun geestesoog op. Zij hoorden het reutelen
+van madame Vêtu niet meer, zagen niet meer de met bedden volgepropte
+zaal, die in haar wanorde aan een na een groote ramp geïmproviseerde
+ambulance denken deed. Ergens heel hoog in een donker huis vonden zij
+elkaar terug, in een klein dakkamertje van het oude Parijs, waarin
+licht en lucht slechts binnentraden door een klein raam, dat uitzag
+op een oceaan van daken. Maar welk een bekoring lag er in dat samen
+alleen daar zijn, hij op het ziekbed geworpen door koorts, zij daar
+neergevallen als een goede engel, die als een goede kameraad, die niets
+te vragen heeft, uit haar klooster gekomen was. Zij verpleegde op die
+wijze al naar het viel, vrouwen, kinderen of mannen, volkomen gelukkig,
+als zij maar druk bezig zijn en lijden verzachten kon, zonder dat
+ook maar éénmaal de gedachte aan haar sexe in haar opkwam. Ook hij
+scheen nooit eraan gedacht te hebben, dat zij een vrouw kon zijn,
+ook al had zij zachte handen en een liefkoozende stem. Maar toch
+stroomden de teederheid van een moeder, de liefde van een zuster
+van haar uit. Gedurende drie weken had zij hem, zooals zij het
+uitdrukte, als een kind verpleegd, hem in en uit bed geholpen, zonder
+verlegenheid of zonder weerzin hem de intiemste diensten bewezen,
+beiden steun vindend in de reine heiligheid van het lijden en der
+barmhartigheid. Alles geschiedde alsof het boven het leven stond. En
+welk een heerlijke kameraadschap, wat een lachen als oude vrienden,
+toen herstel ingetreden was! Zij waakte toen ook nog over hem, gaf
+hem een tikje op zijn arm, wanneer hij dien eigenzinnig niet onder de
+dekens wilde doen. Hij keek naar haar, wanneer zij in een kom zeepsop
+maakte en zijn hemd waschte, om op die manier vijf stuivers waschgeld
+voor hem uit te sparen. Nooit kwam iemand naar boven, zij waren alleen,
+duizend mijl van de wereld verwijderd maar gelukkig in die eenzaamheid,
+waarin hun jeugd zoo kameraadschappelijk en vroolijk ontlook.
+
+"Herinnert u zich den ochtend nog, zuster, dat ik voor de eerste
+maal geloopen heb? U hebt mij uit bed geholpen en mij ondersteund,
+terwijl ik als een onhandige jongen struikelde en niet wist, hoe ik
+mijn beenen gebruiken moest... We moesten er zoo om lachen."
+
+"Ja zeker, u was gered, en daar was ik zoo blij om!"
+
+"En den dag, dat u kersen voor mij medegebracht hebt... Ik zie ons
+nog voor mij, ik in mijn kussens en u op den rand van het bed met de
+kersen op een groot stuk wit papier tusschen ons in. Ik wilde er geen
+aanraken, als u niet mee at... Toen hebben we er ieder op de beurt
+een genomen, en het papier raakte leeg en de kersen waren lekker."
+
+"Ja, ja, heel lekker... Het was precies als met de bessensap: die
+wou u ook niet drinken, als ik het niet deed."
+
+Zij lachten luider, want die herinneringen stemden hen zoo
+vroolijk. Maar een pijnlijke zucht van madame Vêtu riep hen weer tot
+het heden terug. Hij boog zich over de zieke, die zich niet bewogen
+had, heen en keek weer naar haar. De zaal had nog haar groote,
+huiverige stilte, welke alleen door de heldere stem van madame
+Désagneaux, die het linnen aan het tellen was, gestoord werd.
+
+Met een door aandoening verstikte stem begon hij weer:
+
+"O, zuster, al word ik honderd jaar, al leer ik alle vreugden en
+genietingen der wereld kennen, nooit zal ik een vrouw liefhebben,
+als ik u lief heb!"
+
+Toen boog zuster Hyacinthe, maar toch zonder verlegenheid, haar
+hoofd en begon weer te naaien. Een nauwlijks merkbaar blosje had haar
+leliëntint rose gekleurd.
+
+"Ik houd van u ook veel, mijnheer Ferrand. Maar u moet mij niet zoo
+trotsch maken. Ik heb voor u gedaan, wat ik voor zooveel anderen
+doe. Dat is mijn taak. En mijn belooning daarvoor is, dat de goede
+God u genezen heeft!"
+
+Weer werden zij gestoord. La Grivotte en Elise Rouquet kwamen vóór
+de anderen van de Grot terug. Onmiddellijk kroop la Grivotte op haar
+matras, die voor het bed van madame Vêtu op den grond lag, en haalde
+uit haar zak een stuk brood, dat zij begon te verslinden. Sedert den
+vorigen dag had Ferrand zich voor deze teringlijdster geïnteresseerd,
+die zoo'n merkwaardige periode van onrust doormaakte en door een
+overdreven honger en een koortsachtige behoefte om zich te bewegen
+aangegrepen was. Maar op dit oogenblik trof het geval van Elise Rouquet
+hem nog meer; hij kon er nu niet meer aan twijfelen: de lupus, die
+haar gezicht weggevreten had, was merkbaar minder geworden. Zij had
+haar wasschingen aan de wonderbron volgehouden en kwam nu juist van
+het geneeskundig bureau, waar dr. Bonamy getriompheerd had. Verbaasd
+ging Ferrand naar haar toe en onderzocht de reeds bleeker en eenigszins
+droger geworden wond, die nog lang niet genezen was, maar waaraan toch
+wel degelijk een begin van genezing te constateeren viel. Het geval
+scheen hem zoo bijzonder, dat hij zich voornam enkele aanteekeningen
+erover te maken voor een van zijn vroegere leermeesters, die bezig
+was den nerveuzen oorsprong van sommige huidziekten, die het gevolg
+zijn van voedingsstoornissen, te bestudeeren.
+
+"Hebt u geen prikkelingen gevoeld?" vroeg hij.
+
+"Heelemaal niet, mijnheer, ik wasch mij en bid daarbij met heel mijn
+ziel den rozenkrans, dat is alles!"
+
+La Grivotte, ijdel en jaloersch, en die sedert den vorigen dag
+triompheerde, riep den dokter.
+
+"Ik ben genezen, mijnheer, genezen, heelemaal genezen!"
+
+Hij glimlachte met een vriendschappelijk gebaar, maar wilde haar
+niet onderzoeken.
+
+"Ik weet het, beste meid; je mankeert niets meer!"
+
+Doch op dit oogenblik riep zuster Hyacinthe hem terug. Zij had haar
+naaiwerk weggeworpen, toen zij madame Vêtu, door een vreeselijke
+misselijkheid overvallen, zich zag oprichten. Hoe zij zich ook haastte,
+zij kwam nog te laat met haar kom: de zieke had weer een zwarten,
+roetachtigen golf uitgebraakt, waarin zich ditmaal ook bloed bevond,
+violetachtige bloeddraden. Dat was de bloeduitstorting, het naderende
+einde, waar Ferrand bang voor was.
+
+"Waarschuw de directrice," zeide hij fluisterend, terwijl hij zelf
+een stoel bij het bed trok.
+
+Zuster Hyacinthe ging madame de Jonquière halen. Het linnen was
+geteld en zij vond haar in een druk gesprek met haar dochter Raymonde,
+terwijl madame Désagneaux haar handen aan het wasschen was.
+
+Raymonde was een oogenblik uit het refectorium ontsnapt, waar zij
+dienst deed. Zij vond het een vreeselijk werk: van die lange, smalle
+zaal met haar twee rijen vette tafels, haar walgelijken stank van
+etensrestjes en ellende, keerde haar hart in haar lichaam om. Zij was
+gauw naar boven gekomen, profiteerend van het halve uurtje, dat zij,
+voor het terugkomen der zieken, nog vrij had. Buiten adem, met een
+kleur en schitterende oogen vloog zij haar moeder om de hals:
+
+"O, mama, wat een geluk!... Het is zoo ver!"
+
+Verwonderd, haar hoofd nog vol van de leiding der zaal, begreep madame
+de Jonquière haar niet.
+
+"Wat dan, kindlief?"
+
+Toen fluisterde Raymonde, terwijl een blos haar wangen kleurde:
+
+"Mijn huwlijk."
+
+Nu was het de beurt der moeder om blij te zijn. Een levendige
+voldoening straalde op haar mollig gelaat van rijpe, knappe, nog
+aantrekkelijke vrouw. Onmiddellijk zag zij haar kleine woning in de
+rue Vaneau terug, waarin zij, na den dood van haar man, haar dochter
+met de enkele duizenden francs, die hij haar nagelaten had, zoo krap
+opvoedde. Een huwlijk beteekende een nieuw leven, opende voor haar
+weer de salons.
+
+"Kind, wat ben ik blij!"
+
+Maar een plotselinge verlegenheid maakte zich van haar meester. God
+was haar getuige, dat zij sedert drie jaar naar Lourdes kwam uit een
+drang van Christelijke liefde, om de vreugde haar zieken te kunnen
+verzorgen. Misschien zou zij, als zij haar geweten nauwkeurig nagegaan
+had, in haar toewijding ook iets gevonden hebben van haar autoritaire
+natuur, die haar het bevelen zoo aangenaam maakte. En de hoop om voor
+haar dochter een man te vinden onder de jongelui van haar stand,
+die zooveel in de Grot dienst deden, zou pas in de laatste plaats
+gekomen zijn. Zij dacht er wel aan, doch alleen als aan iets, dat
+mogelijk was en waarover zij niet sprak.
+
+Maar haar geluk ontrukte haar een bekentenis.
+
+"Ach kind, het verwondert me eigenlijk niets, ik had het vanmorgen
+aan de Heilige Maagd gevraagd!"
+
+Dan wilde zij een zekerheid hebben, vroeg naar bijzonderheden. Raymonde
+had haar nog niets verteld van de lange wandeling van den vorigen
+dag aan den arm van Gérard, daar zij liever alleen over die dingen
+wilde praten, wanneer zij de zekerheid bezat eindelijk een echtgenoot
+veroverd te hebben. En nu was het zoo ver, zooals zij het zoo vroolijk
+uitriep: 's ochtends nog had zij in de Grot den jongen man gezien,
+die uitdrukkelijk zijn woord gegeven had. Ongetwijfeld zou mijnheer
+Berthaud, vóór zij uit Lourdes vertrokken, voor zijn neef haar hand
+komen vragen.
+
+"Nu," zeide madame de Jonquière, die haar gewetensbezwaren op zij
+zette, lachend, "ik hoop, dat je gelukkig zult zijn. Geef me een
+zoen, kind!"
+
+Op dat oogenblik kwam zuster Hyacinthe zeggen, dat madame Vêtu op
+het uiterste lag. Raymonde was al weggeloopen. Madame Désagneaux,
+die haar handen afdroogde, maakte zich boos op die dames, die juist
+op den ochtend, dat je ze noodig kon hebben, allemaal verdwenen waren.
+
+"En met die madame Volmar is het precies zoo!... Waar kan die toch
+gebleven zijn. Sedert wij hier zijn, heb ik ze nog geen minuut gezien."
+
+"Laat madame Volmar toch met rust!" antwoordde madame de Jonquière
+eenigszins korzelig. "Ik heb je toch gezegd, dat ze ziek is."
+
+Beiden haastten zij zich naar madame Vêtu. Ferrand stond erbij te
+wachten. Op een vraag van zuster Hyacinthe of er niets meer aan te
+doen was, antwoordde hij met een hoofdknikje van neen. Als opgelucht
+door die eerste braking, was de stervende onbeweeglijk en met gesloten
+oogen blijven liggen. Maar die verschrikkelijke onpasselijkheid kwam
+terug en weer braakte zij een zwarte, met violetachtige bloeddraden
+vermengde golf uit. Dan volgde er een oogenblik van rust; zij sloeg
+haar oogen op en zag la Grivotte, die op haar matras gulzig haar brood
+naar binnen slokte. En daar zij voelde, dat zij stierf, vroeg zij:
+
+"Zij is genezen, niet waar?"
+
+La Grivotte hoorde het en riep opgewonden:
+
+"Ja, ja, madame, genezen, genezen, heelemaal genezen!"
+
+Een oogenblik scheen madame Vêtu ten prooi aan een afschuwlijke
+droefheid, aan een opstand van geheel haar wezen, dat niet wilde
+sterven, waar anderen bleven leven. Maar reeds berustte zij en hoorde
+men haar zacht zeggen:
+
+"De jongen moeten blijven."
+
+Haar oogen, die wijd open bleven staan, keken rond en schenen afscheid
+te nemen van al de menschen, die zij daar tot haar verbazing vond. Zij
+trachtte zelfs te glimlachen, toen zij den begeerig-nieuwsgierigen blik
+ontmoette, dien de kleine Sophie op haar gevestigd bleef houden: het
+lieve kind was haar vanochtend in bed nog een zoen komen geven. Elise
+Rouquet had, onverschillig voor iedereen en alles, haar spiegel genomen
+en was verdiept in de aanschouwing van haar gezicht, dat zij met de
+minuut mooier meende te zien worden, sedert de wond opdroogde. Maar
+vooral de aanblik van de in haar extase zoo bekoorlijke Marie scheen
+de stervende in verrukking te brengen. Zij keek haar lang aan,
+steeds weer werd haar blik naar haar getrokken als naar een visioen
+van licht en vreugde. Misschien geloofde zij reeds de heiligen van
+het paradijs in de glorie van het zonlicht te zien.
+
+Plotseling begon het braken opnieuw; maar nu was het niets meer
+dan bloed, bedorven, wijnkleurig bloed. De golf was zoo groot,
+dat hij op de deken spatte en het geheele bed bevuilde. Vergeefs
+droegen madame de Jonquière en madame Désagneaux, beiden even bleek
+en op haar beenen bevend, servetten. Ferrand was, in zijn onmacht
+om te helpen, weer bij het raam gaan staan, waar hij daareven zoo'n
+heerlijk oogenblik doorleefd had, terwijl ook zuster Hyacinthe in een
+instinctieve beweging, die zij zich zeker niet bewust was, naar dat
+gelukkige raam kwam, als wilde zij zich dicht tegen hem aan drukken.
+
+"Mijn God!" prevelde zij, "kan je er niets doen?"
+
+"Neen, niets! Zij zal uitgaan als een lamp, die leeg raakt!"
+
+Uitgeput nu, terwijl een bloederige draad nog uit haar mond vloeide,
+staarde madame Vêtu madame de Jonquière aan, terwijl haar lippen zich
+bewogen. De directrice boog zich over haar heen en hoorde de langzame,
+half gebroken woorden:
+
+"Het is voor mijn man, mevrouw... De winkel is in de rue Mouffetard,
+o, heel klein, niet ver van de Gobelins... Hij is horlogemaker, hij
+is, om de klanten, natuurlijk niet mee kunnen gaan. Hij zal leelijk
+in verlegenheid raken, als hij me niet ziet terugkomen... Ja, ik
+poetste het zilverwerk en deed de boodschappen."
+
+Haar stem werd zwakker, door het reutelen kwamen de woorden er met
+horten en stooten uit.
+
+"Ik zou u willen vragen hem te schrijven, omdat ik het niet gedaan heb
+en het nu afloopt met me... Zeg hem, dat mijn lijk te Lourdes blijft,
+anders zou het te duur worden... En dat hij weer trouwen moet, dat
+moet in den handel... De nicht, zeg hem, de nicht..."
+
+Verder was het niet meer dan een verward gemompel. De zwakte was te
+groot, de ademhaling stond stil. Toch bleven in het gele, waskleurige
+gelaat de wijd geopende oogen nog leven. En die oogen schenen zich
+wanhopig en radeloos vast te hechten aan het verleden, aan alles, wat
+straks niet meer voor haar bestaan zou, aan den kleinen horlogewinkel
+in een volksbuurt, aan den eentonigen en regelmatigen gang van het
+huishouden naast een werkzaam man, die altijd over horloges gebogen
+zat, aan het groote genoegen, om 's Zondags bij de fortificaties
+vliegers te zien opgaan. Dan verwijdden haar oogen zich en trachtten
+vergeefs iets te onderscheiden in den donkeren nacht, die opkwam.
+
+Een laatste maal boog madame de Jonquière, die opnieuw de lippen
+bewegen zag, zich over haar heen. Het was nu niets meer dan een
+zwakke luchttrilling, een stem uit het hiernamaals, die als uit de
+verte met een grenzenlooze verslagenheid stamelde:
+
+"Zij heeft mij niet genezen!"
+
+En zacht blies madame Vêtu den laatsten adem uit.
+
+Alsof zij erop gewacht had, sprong de kleine Sophie Couteau,
+bevredigd, van het bed en ging aan het andere einde der zaal weer
+met haar pop spelen. Noch la Grivotte, die haar brood opat, noch
+Elise Rouquet, die alleen oogen had voor haar spiegel, hadden iets
+van het geval gemerkt. Maar van den laatsten ademtocht, die langs
+haar streek, en door het angstig fluisteren van madame de Jonquière
+en madame Désagneaux, voor wie die sterfbedden iets ongewoons waren,
+scheen Marie te ontwaken uit haar hoopvolle verrukking, waarin het
+woordlooze gebed van geheel haar wezen haar gebracht had. En toen zij
+begreep wat er gebeurd was, werd zij, die zeker was van haar genezing,
+aangegrepen door een zusterlijk medelijden met haar lijdensgenooten,
+dat haar de tranen in de oogen bracht.
+
+"De arme vrouw, zoo ver van huis en zoo alleen in het uur der
+wedergeboorte te moeten sterven."
+
+Ferrand, die ondanks zijn beroepsonverschilligheid toch diep geroerd
+was, kwam naderbij, om den dood te constateeren; op een teeken van
+hem sloeg zuster Hyacinthe het laken over het gezicht der doode, want
+er viel niet aan te denken het lijk thans weg te dragen. De zieken
+kwamen in groepjes van de Grot terug, de zooeven in het zonlicht nog
+zoo vredige zaal vulde zich weer met haar gewoon tumult van ellende
+en lijden, met zwaar gehoest, sleepende beenen, den muffen geur,
+de jammerlijke uitstalling van alle menschelijke ziekten.
+
+
+
+
+II.
+
+Dien Maandag was de toeloop naar de Grot reusachtig groot. Het was de
+laatste dag, dien de nationale bedevaart te Lourdes zou doorbrengen;
+en pater Fourcade had in zijn herderlijken lastbrief van dien
+ochtend gezegd, dat men de hoogste kracht van liefde en geloof moest
+ontwikkelen, om van den hemel al de genade en wonderdadige genezingen
+te verkrijgen, die hij in zijn goedheid zou willen geven. Van af twee
+uur in den middag waren dan ook twintigduizend koortsachtig opgewonden
+pelgrims, door de vurigste verwachtingen bezield, aanwezig. Van minuut
+tot minuut groeide de stroom zóó aan, dat baron Suire angstig uit de
+Grot naar Berthaud kwam.
+
+"Wij zullen overstroomd worden, vriendlief... Verdubbel de ploegen
+en breng de mannen wat nader bij."
+
+De Hospitalité de Notre-Dame du Salut was alleen met het bewaren der
+orde belast, er waren noch veldwachters noch politie-agenten. Vandaar
+dat baron Suire zich zoo ongerust maakte. Maar Berthaud was in zulke
+gevallen een man, naar wiens woord geluisterd werd, wiens kalme
+energie vertrouwen inboezemde.
+
+"Stel u maar gerust, ik sta voor alles in... Ik ga hier niet vandaan
+voor de processie van vier uur afgeloopen is."
+
+Intusschen gaf hij Gérard een wenk bij hem te komen.
+
+"Geef aan je mannen het strengste consigne. Alleen de personen, die
+een kaart hebben, mogen passeeren. Houd ze goed bij elkaar en zeg hun,
+dat ze het touw goed vasthouden!"
+
+Onder de klimop, die de rots bedekten, opende zich de Grot en glansde
+in den eeuwigen gloed van haar kaarsen. Uit de verte leek zij wat
+gedrukt, onregelmatig, te eng en te bescheiden door den ademtocht
+der oneindigheid, die eruit kwam, de gezichten verbleekte en alle
+hoofden buigen deed. Het beeld der Heilige Maagd was niet meer dan een
+witte vlek, die zich in de bevende, door de kleine, gele vlammetjes
+verhitte lucht scheen te bewegen. Men moest op zijn teenen gaan staan,
+wilde men achter het hek het zilveren altaar, het van zijn hoes ontdane
+harmonium, de hoop op elkaar geworpen bloemruikers en de geloftegiften,
+die de berookte wanden kakelbont versierden, kunnen zien. Het weer
+was schitterend mooi, nooit nog had een helderder hemel zich over de
+onmetelijke menigte gewelfd: na het onweder van den nacht, dat de te
+drukkende hitte der twee eerste dagen verjaagd had, was het zachte
+koeltje heerlijk verfrisschend.
+
+Gérard moest van zijn ellebogen gebruik maken, om zijn bevelen te
+herhalen. Reeds ontstond er hier en daar gedrang.
+
+"Nog twee man hier! Stelt je desnoods in rijen van vier op en houdt
+het touw goed vast!"
+
+In de menigte openbaarde zich een onoverwinlijke, instinctmatige
+drang: de twintigduizend menschen werden als het ware tot de Grot
+aangetrokken; zij gingen er heen, gedreven door een onweerstaanbare
+kracht, waarin een brandende nieuwsgierigheid zich paarde aan een
+onleschbare dorst naar het mysterie. Aller blikken concentreerden
+zich op, aller monden, aller handen, aller lichamen werden getrokken
+naar den bleeken vlammenglans der kaarsen, naar de witte, bewegende
+vlek der marmeren Maagd. Om de breede voor de zieken gereserveerde
+ruimte voor het hek voor dezen vrij te houden, had men die met een
+dik touw moeten omgeven, dat de brancarddragers op tusschenruimten
+van twee of drie meter met hun beide handen vasthielden. Deze hadden
+het consigne alleen de zieken, die een kaart der Hospitalité hadden,
+en de enkele personen, die van een speciale autorisatie voorzien
+waren, door te laten. Zij lichtten het touw dan wat op en lieten het
+onverbiddelijk voor iedere smeekbede achter de uitverkorenen weer
+zakken. Zelfs traden zij eenigszins ruw op, daar zij er onbewust een
+genoegen in vonden het gezag uit te oefenen, waarmede zij voor één
+dag bekleed waren. Maar tevens dient erkend te worden, dat ze het
+dikwijls hard te verantwoorden hadden en zij elkaar steunen, met al
+hun kracht weerstand bieden moesten, om niet meegesleurd te worden.
+
+Terwijl de banken voor de Grot en de gereserveerde ruimten zich met
+ziekenwagentjes en draagbaren vulden, bleef de menigte, de onmetelijke
+menigte in de buurt ronddwalen. Zij begon bij de place du Rosaire en
+strekte zich over den geheelen boulevard langs den Gave uit; in zijn
+geheele lengte was het trottoir zwart van de menschen, een zóó dichte
+menschengolf, dat het verkeer er door gestremd werd. Op de borstwering
+zat een eindelooze rij vrouwen--ja er stonden er zelfs enkelen--om
+beter te kunnen zien, en liet de zijde van haar parasols, lichte,
+feestelijk vroolijke zijde, in de zon vlammen. Men had een allée
+vrij willen houden, om de zieken te transporteeren, maar telkens
+werd zij weer overstroomd en versperd, zoodat de wagentjes en de
+draagbaren moesten blijven staan, tot dat een brancarddrager ze kwam
+bevrijden. Maar de groote, rondtrappelende kudde was zeer meegaande
+en gewillig als lammeren; men behoefde slechts hun onwillekeurig
+opdringen naar de brandende kaarsen te keer te gaan. Nooit was er een
+ongeluk voorgekomen ondanks de steeds toenemende opwinding, die uit
+de menigte opsteeg en haar in een teugelloos geloofsdelirium bracht.
+
+Opnieuw baande baron Suire zich een weg door de menigte.
+
+"Berthaud, Berthaud! Laat de menschen toch niet zoo haastig zijn... In
+dat gedrang zouden vrouwen en kinderen onder den voet geraken!"
+
+Ditmaal werd Berthaud wat ongeduldig.
+
+"Maar ik kan toch niet overal tegelijk zijn... Sluit het hek voor
+een oogenblik, als het noodig is."
+
+Het ging om de menigte, die men gedurende den geheelen middag om de
+Grot defileeren liet. De geloovigen kwamen door de linkerdeur naar
+binnen en gingen door de rechter weer naar buiten.
+
+"Het hek sluiten!" riep de baron uit. "Dat zou de zaak nog maar erger
+maken; de menschen zouden er elkaar dood tegen drukken!"
+
+Toevallig was Gérard in de buurt, die even praatte met Raymonde,
+welke met een kop bouillon voor een arme vrouw in haar hand aan de
+andere zijde van het touw stond. Berthaud droeg den jongen man op
+twee man bij de ingangsdeur van het hek te plaatsen met het consigne
+de pelgrims met niet meer dan tien tegelijk door te laten gaan. Toen
+Berthaud zijn opdracht uitgevoerd had en terugkwam, was Berthaud met
+Raymonde aan het lachen en schertsen. Zij ging weg en de twee neven
+keken naar haar, terwijl zij de lamme liet drinken.
+
+"Een bekoorlijk meisje, en het staat vast, dat je met haar trouwt,
+niet?"
+
+"Ik zal vanavond met haar moeder spreken. Ik reken erop, dat u met
+me meegaat!"
+
+"Natuurlijk... Je weet wat ik je gezegd heb: het is het verstandigste
+wat je doen kunt. Haar oom zal je, voor het zes maanden verder is,
+een mooi baantje bezorgen."
+
+Door het gedrang werden zij gescheiden. Berthaud ging zich persoonlijk
+overtuigen of het défilé in de Grot nu ordelijker geschiedde. Uren
+lang was het dezelfde onafgebroken stroom mannen, vrouwen en kinderen,
+een stroom van al degenen, die uit de geheele wereld naar de Grot
+gekomen waren. Alle standen waren er dan ook bijeen, bedelaars in
+lompen naast welgestelde burgers, boerinnen, naar de nieuwste mode
+gekleede dames, dienstmeisjes zonder hoed, kinderen op bloote voeten
+en meisjes met pommade in het haar, dat vastgehouden werd door een
+lint. De toegang was vrij, het mysterie stond open voor allen, voor
+geloovigen en ongeloovigen, voor hen, die alleen door nieuwsgierigheid
+gedreven werden en voor hen, die er met een hart vol liefde en geloof
+kwamen. Maar bijna allen waren even zeer onder den indruk en voelden
+zich in dien zwoelen wasgeur benauwd door de zware tabernakellucht,
+die zich onder de rots verzamelde, terwijl zij, uit vrees op de
+ijzeren roosters uit te glijden, naar hun voeten keken. Velen wisten
+niet meer, wat zij doen moesten, bogen niet voor het altaar, keken
+maar rond naar alles met de kinderlijke onrust van onverschilligen,
+die in het onbekende inwendige van een heiligdom verdwaald zijn. Maar
+de vromen maakten het teeken des kruises, wierpen dikwijls een brief
+in de Grot, legden bloemruikers en kaarsen neder, kusten de rots
+aan de voeten der Heilige Maagd, of wreven daartegen rozenkransen,
+medailles en andere dergelijke dingen, welke door die aanraking alleen
+reeds gewijd werden. En het défilé ging door, zonder ophouden door,
+dagen, maanden, jaren lang; het leek alsof de geheele wereld in dat
+rotshoekje kwam, alle menschelijke ellende, alle menschelijk lijden
+scheen er achter elkaar door te trekken en in dien gehypnotiseerden,
+aanstekelijken rondgang naar het geluk te komen zoeken.
+
+Toen Berthaud geconstateerd had, dat overal nu alles geregeld en
+ordelijk zijn gang ging, liep hij als eenvoudig toeschouwer rond
+om zijn mannen te controleeren. Het eenige, waar hij zich ongerust
+over bleef maken, was de processie van vier uur, gedurende welke
+zich steeds zulk een razende opgewondenheid openbaarde, dat er
+steeds ongelukken te duchten waren. En deze laatste dag beloofde,
+te oordeelen naar de huivering van een overspannen geloof, die
+hij reeds uit de menigte voelde opkomen, een der ergste te zullen
+worden. De opwinding steeg tot haar hoogste punt; alles werkte samen:
+de koortsachtige reis, de obsessie van dezelfde steeds weer herhaalde
+liederen, dezelfde hardnekkig volgehouden godsdienstige oefeningen,
+de onophoudelijke gesprekken over de wonderen en de steeds op den
+goddelijken vlammengloed der Grot gerichte idée fixe. Vele pelgrims
+hadden in geen drie nachten geslapen, waren in een toestand van
+door visioenen bezocht waken gekomen, liepen in een droom, die
+haar opwinding nog meer aanwakkerde. Geen rust werd hun gelaten,
+de onophoudelijke gebeden waren als een zweep, die hun zielen
+striemde. Nooit hielden de aanroepingen der Heilige Maagd op, de eene
+priester na den anderen beklom den kansel, schreeuwde het algemeene
+lijden uit, leidde de wanhopige smeekbeden der menigte gedurende den
+geheelen tijd, dat de zieken zaten voor het witte marmeren beeld,
+dat met gevouwen handen en ten hemel gerichte blikken glimlachte.
+
+Op dat oogenblik werden de oefeningen van uit den wit-steenen
+kansel, die rechts van de Grot tegen de rots stond, geleid door
+een priester uit Toulouse, dien Berthaud kende en naar wien hij een
+oogenblik met een goedkeurend knikje bleef staan luisteren. Het was
+een dikke man met een brouwende stem en beroemd door zijn oratorische
+successen. Overigens bestond hier de geheele welsprekendheid in sterke
+longen, in een heftige manier om den zin, den kreet, die de menigte
+herhalen moest, uit te stooten, want het was niet veel meer dan een
+door Avé's en Pater's onderbroken geschreeuw.
+
+De priester, die den rozenkrans afgebeden had, trachtte zich op zijn
+korte beenen grooter te maken en begon nu, de inspiratie van het
+oogenblik volgend, aan de litanieën.
+
+"Maria, wij hebben u lief!"
+
+En de menigte herhaalde met zachter, verlegen en gebroken stem:
+
+"Maria, wij hebben u lief!"
+
+En nu hield het niet meer op. De stem van den priester klonk luid,
+de stem der menigte herhaalde in een smartelijk stamelen:
+
+"Maria, gij zijt onze eenige hoop!"
+
+"Maria, gij zijt onze eenige hoop!"
+
+"Reine Maagd, maak ons reiner onder de reinen!"
+
+"Reine Maagd, maak ons reiner onder de reinen!"
+
+"Heilige Maagd, red onze zieken!"
+
+"Heilige Maagd, red onze zieken!"
+
+Soms, wanneer zijn fantasie even te kort schoot, of hij een kreet nog
+dieper in de ziel der menigte wilde doen dringen, herhaalde hij dien
+driemaal, terwijl de schare, volgzaam, hem eveneens driemaal herhaalde,
+huiverend onder de prikkeling van die hardnekkige jammerklacht,
+die haar opwinding nog meer deed toenemen.
+
+De litanie duurde voort en Berthaud keerde naar de Grot terug. Zij,
+die in de Grot zelf defileerden, kregen, zoodra zij tegenover de zieken
+kwamen, een buitengewoon schouwspel te zien. De geheele groote ruimte
+tusschen de touwen was gevuld door de duizend à twaalfhonderd zieken,
+die met de nationale bedevaart medegekomen waren en onder den wijden
+blauwen hemel en op dezen schitterenden dag het hartbeklemmendste
+mengelmoes vormden, dat men zich denken kan. De drie ziekenhuizen
+hadden hun zalen van verschrikking geledigd. Het verst weg zag men
+het eerst op de banken hen, die nog zitten konden. Toch waren velen
+nog in kussens gestopt; leunden anderen tegen elkaar aan, waarbij de
+sterksten de zwaksten steunden. Vervolgens lagen voor de Grot zelf de
+zieken uitgestrekt; de steenen verdwenen onder die jammerlijke golf,
+dien grooten, stilstaanden poel van ellende en verschrikking. Er was
+daar een onbeschrijflijke opeenhooping van wagentjes, draagbaren en
+matrassen. Sommigen richtten zich in hun kleine karretjes, die veel
+op doodkisten geleken, op en staken dan boven de anderen, die gewoon
+op den grond lagen, uit. Er waren er die, gekleed, zich eenvoudig
+op het geruite linnen van hun matrassen hadden uitgestrekt. Anderen
+had men in hun beddegoed gebracht, zoodat men niets zag dan hun
+hoofd en hun magere handen, die buiten de dekens uitstaken. Slechts
+weinige bedden waren zindelijk. Enkele hagelwitte kussens, als een
+laatste bewijs van ijdelheid met borduurwerk voorzien, staken scherp
+af tegen de vuile ellende der andere, tegen de uitgepakte lompen,
+de versleten dekens, de met vlekken bezoedelde lakens. En dat alles
+was op elkaar geschoven, opgestapeld al naar gelang het gekomen was:
+vrouwen, mannen, kinderen, priesters, gekleeden en ongekleeden lagen
+in het verblindend helle daglicht schots en scheef door elkaar heen.
+
+En alle ziekten waren vertegenwoordigd: het geheele défilé,
+dat tweemaal per dag uit de hospitalen door het verbijsterde
+Lourdes trok. Door een eczeem weggevreten hoofden, met uitslag
+bedekte voorhoofden; neuzen en monden, die de elephantiasis tot
+gedrochtelijke snuiten gemaakt had; als waterzakken opgeblazen
+waterzuchtigen; rheumatieklijders met verdraaide handen en als met
+lompen volgepropte zakken opgeblazen voeten; een waterhoofd, dat door
+zijn vreeselijke zwaarte achterover hing; van koorts rillende, door
+dysenterie uitgeputte, lijkkleurige, broodmagere teringlijdsters;
+misvormde heupen; omgekeerde armen; scheefgegroeide halzen;
+arme gemartelde wezens, onbeweeglijk in de houding van tragische
+ledepoppen; ongelukkige rhachitische meisjes, die haar waskleurigen
+tint, haar magere, door koude tumoren aangevreten hals lieten zien;
+gele, wezenlooze vrouwen in de pijnlijke verstijving van ongelukkigen,
+die de kanker doet wegteren; anderen, doodsbleek en zich niet bewegen
+durvend uit vrees voor een schok van de gezwellen, wier benauwende
+beklemming haar bijna stikken deed; dooven, die niets hoorden en
+toch zongen; blinden, die urenlang staarden naar het beeld der Maagd,
+dat zij niet zien konden. Ook was er nog de kindsche, idiote vrouw,
+wier neus door den een of anderen tumor weggevreten was, en die
+met haar leegen, zwarten mond haar verschrikkelijken lach lachte;
+ook was er nog de epileptica, die doodsbleek was en wie het schuim
+op den mond stond van haar laatsten aanval.
+
+Maar ziekte noch lijden hadden hier eenige beteekenis meer, sedert zij,
+zittend of liggend, hun oogen op de Grot gevestigd hielden. De arme,
+uitgeteerde, aardkleurige gezichten werden verheerlijkt, begonnen te
+branden van hoop. Door gewrichtsrheumatiek stijve handen vouwden zich,
+zware oogleden vonden nog de kracht zich te openen; zwakke, toonlooze
+stemmen herleefden bij de aanroepingen van den priester. In den beginne
+was het niet meer dan onduidelijk gestamel, als zachte zuchtjes, die
+hier en daar uit de menigte òpwoeien. Dan steeg de kreet op, zwol aan,
+sleepte de menigte zelf van het eene einde van het reusachtige plein
+naar het andere mede.
+
+"Maria, ontvangen zonder zonde, bid voor ons!" schreeuwde de priester
+met zijn donderende stem.
+
+En de zieken en de pelgrims herhaalden al luider en luider:
+
+"Maria, ontvangen zonder zonde, bid voor ons!"
+
+Dan volgde in steeds sneller tempo:
+
+"Reine Moeder, kuische Moeder, uw kinderen liggen aan uw voeten!"
+
+"Koningin der Engelen, zeg één woord en onze zieken worden genezen!"
+
+"Koningin der Engelen, zeg één woord en onze zieken worden genezen!"
+
+Mijnheer Sabathier zat op de tweede rij naast den kansel. Hij had er
+zich vroeg heen laten brengen, daar hij een goed plaatsje wilde hebben
+en als oud bezoeker der Grot de beste hoekjes kende. Bovendien scheen
+het hem van groot belang om zoo dicht mogelijk in de nabijheid der
+Heilige Maagd te zijn, alsof zij er behoefte aan had haar getrouwe
+geloovigen te zien, om ze niet te vergeten. Sedert de zeven jaar,
+dat hij kwam, voedde hij slechts deze hoop: haar aandacht te trekken,
+haar eindelijk te vermurven, zijn genezing te verkrijgen, zoo niet
+naar keuze, dan toch naar ancienniteit. Daartoe had hij slechts
+geduld noodig, zonder dat de vastheid van zijn geloof ook maar in
+het minst geschokt werd. Maar als arm berustend man, die het een
+beetje moe werd telkens uitgesteld te worden, liet hij zich dikwijls
+afleiden. Hij had weten te bewerken, dat zijn vrouw bij hem bleef;
+zij zat nu op een vouwstoeltje naast hem; hij vond het prettig met
+haar te praten en haar deelgenoote te maken van zijn overpeinzingen.
+
+"Licht mij een weinig in de hoogte... Ik glijd naar beneden en zit
+niet goed."
+
+Hij zat in zijn broek en in een grof wollen jas op een matras en
+leunde met zijn rug tegen een omgevallen stoel.
+
+"Is het nu beter?" vroeg madame Sabathier.
+
+"Ja, ja!"
+
+Dan werd zijn aandacht getrokken door broeder Isidore, dien men ten
+slotte toch naar de Grot gebracht had en die nu op een matras naast
+hem lag; de deken had hij tot zijn kin opgetrokken; alleen zijn handen
+lagen gevouwen op het laken.
+
+"De arme kerel!... Het is heel onvoorzichtig, maar de Heilige Maagd
+is zoo machtig, wanneer zij wil."
+
+Hij wilde weer aan zijn rozenkrans beginnen, toen hij madame Maze zag,
+die zoo mager en zoo stil binnen de gereserveerde ruimte geslopen
+was, dat zij zeker onopgemerkt onder het touw door gekropen was. Zij
+zat op het einde der bank; maar nam niet meer plaats in dan een zoet,
+zich niet bewegend meisje. Haar lang gezicht met de vermoeide trekken,
+haar twee-en-dertig jaar van verlepte, voor haar tijd verwelkte vrouw,
+drukten een grenzenlooze droefheid, een eindelooze troosteloosheid uit.
+
+"Die dame bidt voor de bekeering van haar man," begon mijnheer
+Sabathier weer fluisterend, terwijl hij met een beweging van zijn
+kin op haar wees. "Je hebt haar vanochtend in een winkel ontmoet."
+
+"Ja, ja," antwoordde madame Sabathier. "En toen heb ik met een andere
+dame gesproken, die haar kent... Haar man is handelsreiziger. Hij is
+nu al in geen zes maanden thuis geweest en gaat met allerlei vrouwen
+uit. O, een heel vroolijke en aardige jongen moet het zijn, die het
+haar niet aan geld laat ontbreken. Maar zij is dol op hem en kan zich
+er niet in schikken, dat zij zoo door hem verlaten wordt; en nu komt
+zij de Heilige Maagd vragen hem aan haar terug te geven... Op dit
+oogenblik moet hij met twee dames te Luchon zijn, de zusters..."
+
+Met een gebaar viel mijnheer Sabathier haar in de rede. Hij keek
+naar de Grot en werd weer de intellectueel, de oude professor, dien
+kunstquaesties vroeger hartstochtelijk geïnteresseerd hadden.
+
+"Kijk," zeide hij, "ze hebben de Grot bedorven door haar te mooi te
+willen maken. Ik ben er vast van overtuigd, dat zij in haar vroegeren
+woesten staat veel mooier was. Zij heeft haar karakter verloren... En
+wat een leelijken winkel hebben ze daar links neergeplakt."
+
+Maar hij kreeg berouw over zijn verstrooidheid. Zou misschien in
+dien tijd de Heilige Maagd niet een ander, die vuriger bad en zich
+beter gedroeg dan hij, uitverkiezen? Ongerust keerde hij weer tot
+zijn bescheidenheid en geduld terug en wachtte gedachteloos en met
+wezenlooze oogen op wat de hemel over hem beschikken zou.
+
+Trouwens de luide roep van een nieuwe stem bracht hem ook terug in
+dien toestand van verootmoediging, waarin de geleerde denker, die hij
+vroeger geweest was, in hem stierf. Een andere geestelijke stond nu
+op den preekstoel, een capucijner ditmaal, wiens zwaar keelgeluid de
+menigte huiveren deed.
+
+"Heilige Maagd der Maagden, zij gezegend!"
+
+"Heilige Maagd der Maagden, zij gezegend!"
+
+"Heilige Maagd der Maagden, wend uw aangezicht niet van ons af!"
+
+"Heilige Maagd der Maagden, wend uw aangezicht niet van ons af!"
+
+"Heilige Maagd der Maagden, adem op onze wonden, en onze wonden
+zullen opdrogen."
+
+"Heilige Maagd der Maagden, adem op onze wonden, en onze wonden
+zullen opdrogen."
+
+De familie Vigneron was erin geslaagd zich een plaatsje te veroveren
+op een punt van de eerste bank aan den kant van de hoofdallée, die
+vol menschen was. Zij waren er allen: de kleine Gustave zat met zijn
+kruk tusschen zijn beenen; aan den eenen kant zat zijn moeder naast
+hem, die de gebeden volgde, aan den anderen kant madame Chaise,
+die het in de drukte vreeselijk benauwd had, en mijnheer Vigneron,
+die zwijgend naar zijn schoonzuster keek.
+
+"Wat heb je toch?" vroeg hij haar. "Voel je je niet lekker?"
+
+Zij haalde moeilijk adem.
+
+"Ik weet niet wat het is... Ik voel mijn beenen niet meer en ik heb
+het zoo benauwd."
+
+Oogenblikkelijk was de gedachte bij hem opgekomen, dat de koortsachtige
+opwinding en de drukte, die aan een bedevaart verbonden zijn, alles
+behalve goed moesten zijn voor een hartkwaal. Zeker, hij wenschte
+niemand dood, hij had nooit iets dergelijks aan de Heilige Maagd
+gevraagd. Dat zij zijn wensch naar promotie door den plotselingen
+dood van zijn chef, verhoord had, moest een gevolg zijn van het
+feit, dat deze volgens de raadsbesluiten des hemels gedoemd was te
+sterven. En zoo zou hij, wanneer madame Chaise het eerst stierf en
+haar vermogen aan Gustave naliet, zich eveneens hebben te buigen
+voor den wil van God, die gewoonlijk oude menschen eerder sterven
+laat dan jongere. Zijn hoop was desniettemin, zij het ook onbewust,
+zoo levendig, dat hij niet nalaten kon een blik te wisselen met zijn
+vrouw, in wie dezelfde gedachte onwillekeurig opgekomen was.
+
+"Gustave, schuif een beetje op zij," riep hij uit. "Je hindert
+je tante."
+
+En toen Raymonde voorbijkwam, vroeg hij:
+
+"Zoudt u misschien niet een glas water hebben, mademoiselle. Mijn
+schoonzuster dreigt flauw te vallen."
+
+Maar madame Chaise weigerde met een gebaar. Zij werd al beter, kon
+weer adem halen.
+
+"Neen, niets, dank u... Ik ben al weer beter... Maar ik dacht heusch,
+dat ik stikken zou."
+
+Zij rilde nog van vrees, haar oogen stonden verwilderd in haar bleek
+gezicht. Zij vouwde opnieuw haar handen en smeekte de Heilige Maagd
+haar voor andere aanvallen te sparen en haar te genezen, terwijl het
+echtpaar Vigneron weer het oude gebed prevelde, waarvoor zij naar
+Lourdes gekomen waren: een gelukkige ouderdom, dien zij na een eervol
+leven van twintig jaar wel verdiend hadden, en een voldoende vermogen,
+om den avond van hun leven te kunnen genieten op het land. De kleine
+Gustave, die met zijn scherpe oogen alles gezien en met zijn helder
+verstand alles begrepen had, bad niet, maar glimlachte met zijn
+onbestemd, raadselachtig glimlachje in het ijle niet. Waartoe diende
+het te bidden? Hij wist, dat de Heilige Maagd hem niet zou genezen
+en dat hij sterven zou.
+
+Maar mijnheer Vigneron kon het nooit lang uithouden zonder zich met
+zijn buurlieden te bemoeien. In het midden van de stampvolle allée had
+men madame Dieulafay, die te laat gekomen was, neergezet. Hij verbaasde
+zich over dien luxe, over die soort met witte zijde gecapitonneerde
+doodkist, waarin de jonge vrouw, gekleed in een rose met kant
+afgezetten peignoir, lag. Haar man, in gekleede jas, en haar zuster
+in een zwart, eenvoudig, maar zeer elegant toilet stonden naast haar,
+terwijl abbé Judaine, naast de zieke geknield, een vurig gebed opzond.
+
+Toen de priester weer opstond, maakte mijnheer Vigneron een plaatsje
+voor hem op de bank en veroorloofde zich de vrijheid te vragen:
+
+"En voelt de arme jonge vrouw zich al wat beter?"
+
+Abbé Judaine maakte een gebaar van troostelooze droefheid.
+
+"Helaas, neen... Ik was zoo vol hoop! Ik heb de familie overgehaald
+hierheen te gaan. De Heilige Maagd heeft mij twee jaar geleden een zoo
+buitengewone genade bewezen door mijn arme verloren oogen te genezen,
+dat ik vertrouwde nog een gunst van haar te krijgen... Enfin, ik wil
+nog niet wanhopen. Wij hebben nog tijd tot morgen."
+
+Mijnheer Vigneron keek aandachtig naar dat vrouwengezicht, waarin men
+het zuivere ovaal en de prachtige oogen zag, doch dat nu wezenloos
+en als een doodenmasker in de kant lag.
+
+"Het is werkelijk heel treurig," mompelde hij.
+
+"En als u haar verleden zomer gezien hadt!" begon de priester
+weer. "Zij hebben hun kasteel te Saligny, mijn parochie, en ik dineerde
+dikwijls bij hen... Ik kan haar andere zuster, madame Jousseur, de
+dame in het zwart, die daar staat, niet aanzien, zonder tranen in mijn
+oogen te krijgen, want zij lijkt veel op haar, maar de zieke was nog
+mooier, een der schoonheden van Parijs. Vergelijk die schittering, die
+verheven gratie eens bij dat arme, beklagenswaardige schepsel... Daar
+krimpt je hart bij ineen. En wat een vreeselijke les!"
+
+Hij zweeg een oogenblik. De vrome man, die hij van nature was,
+zonder eenigen hartstocht en zonder scherp verstand, dat hem zijn
+geloof moeilijk maakte, had een naïeve bewondering voor schoonheid,
+rijkdom en macht, die hij echter nooit benijd had. Toch durfde hij
+uiting geven aan een twijfel, aan iets, dat hem hinderde en hem zijn
+gewone kalmte ontnam.
+
+"Ik voor mij had liever gezien, dat zij eenvoudiger hier gekomen was,
+zonder al dat vertoon van luxe, want de Heilige Maagd ziet met meer
+welgevallen op de nederigen neer... Maar ik begrijp heel goed, dat
+de maatschappelijke verhoudingen zoo iets noodzakelijk maken. En
+dan hoeveel houden haar man en haar zuster van haar! Bedenk eens,
+dat hij er zijn zaken en zij er haar mondaine genoegens voor in den
+steek gelaten hebben; de gedachte dat zij haar kunnen verliezen,
+maakt hen zoo van streek, dat zij altijd die vochtige oogen en die
+troostelooze uitdrukking hebben, die u nu ziet. We moeten het hun dan
+ook niet al te zeer verwijten, dat zij haar de vreugde geven mooi te
+zijn tot haar laatste uur."
+
+Mijnheer Vigneron knikte goedkeurend. De rijke lui hadden niet het
+meeste geluk in de Grot. Dienstboden, boerinnen, arme vrouwen genazen,
+terwijl dames met haar ziekten en zonder verlichting van hun lijden
+teruggingen, ondanks haar giften en de dikke kaarsen, die zij lieten
+branden. En ondanks zichzelf keek hij naar madame Chaise, die weer
+geheel bekomen was van haar aanval en nu met een gelukzalig gelaat
+zat uit te rusten.
+
+Maar op dat oogenblik ging een beweging door de menigte en abbé
+Judaine zeide nog:
+
+"Pater Massias gaat den kansel op. Dat is een heilige, luister
+naar hem!"
+
+Men kende hem; hij kon zich niet vertoonen, zonder dat alle zieken
+door een plotselinge hoop bezield werden, want men zeide, dat zijn
+groote geloofsijver en zijn vroomheid de wonderen bevorderden. Hij
+ging door voor een man met een teedere en toch krachtvolle stem,
+die de Heilige Maagd lief had.
+
+Alle hoofden hadden zich opgericht, en de ontroering werd nog grooter,
+toen men pater Fourcade zag, die tot onder aan den kansel medegekomen
+was, steunend op den schouder van zijn veel geliefden, onder allen
+uitverkoren broeder; hij bleef staan om hem te hooren. Zijn jichtige
+voet deed hem sinds dien ochtend veel pijn, zoodat hij veel moed
+noodig had om zoo rustig te blijven staan. De toenemende geestdrift
+der menigte maakte hem gelukkig, hij voorzag wonderen, opzienbarende
+genezingen, tot roem van Maria en Jezus.
+
+Pater Massias sprak niet dadelijk, toen hij op den kansel was. Hij
+leek heel groot, mager en bleek met zijn ascetengelaat, dat door de
+verkleurde baard nog langer scheen. Zijn oogen fonkelden, zijn groote,
+welsprekende mond zette zich hartstochtelijk uit.
+
+"Heer, red ons; wij vergaan."
+
+En medegesleept herhaalde de menigte in een koortsachtige beweging,
+die van minuut tot minuut steeg:
+
+"Heer, red ons; wij vergaan."
+
+Hij opende zijn armen en slingerde zijn vlammend woord, alsof hij
+het uit zijn laaiend hart gerukt had, naar de menigte:
+
+"Heer, als gij wilt, kunt gij mij genezen!"
+
+"Heer, als gij wilt, kunt gij mij genezen!"
+
+"Heer, ik ben niet waard, dat gij ingaat in mijn huis, maar spreek
+slechts één woord, en ik zal genezen worden!"
+
+"Heer, ik ben niet waard, dat gij ingaat in mijn huis, maar spreek
+slechts één woord, en ik zal genezen worden!"
+
+Marthe, de zuster van broeder Isidore, was zachtjes begonnen te praten
+met madame Sabathier, naast wie zij eindelijk was gaan zitten. Ze
+hadden kennis gemaakt in het Hôpital en in de verbroedering van zooveel
+lijden vertelde de dienstbode vertrouwlijk tegen de "mevrouw", hoe
+ongerust zij zich over haar broer maakte, want zij zag heel goed,
+dat hij op het uiterste lag. De Heilige Maagd moest zich haasten,
+wanneer zij hem nog genezen wilde. Het was al een wonder, dat men
+hem nog levend in de Grot gebracht had.
+
+In haar berusting van arm, eenvoudig schepseltje weende zij niet. Maar
+haar hart was zoo vol, dat de weinige woorden, die zij sprak, haar
+bijna deden stikken. Dan kwam de herinnering aan het verleden als een
+bruisende golf boven en met haar door het lange zwijgen schorrige stem,
+stortte zij haar hart uit:
+
+"Wij waren in Saint-Jacut, dicht bij Vannes, met ons veertienen
+thuis... Hij is, zoo groot als hij was, altijd ziekelijk geweest en
+daarom is hij ook bij heer pastoor gebleven, die hem eindelijk in
+de Christelijke scholen heeft laten opnemen... De oudsten hebben de
+boerderij genomen, maar ik wou liever gaan dienen. Ja, een dame heeft
+me nou vijf jaar geleden meegenomen naar Parijs... O, hoe moeilijk
+is toch het leven. Ieder heeft zoo zijn eigen kruis!"
+
+"Zeg dat wel," antwoordde madame Sabathier, terwijl zij naar haar
+man keek, die met devotie iederen zin van pater Massias herhaalde.
+
+"En toen," vertelde Marthe verder, "hoorde ik verleden maand,
+dat Isidore uit de warme landen, waar hij zendeling geweest was,
+teruggekomen was en een leelijke ziekte meegebracht had... Toen ben ik
+dadelijk naar hem toe gegaan, en toen zeide hij, dat hij sterven zou,
+wanneer hij niet naar Lourdes ging, maar dat hij onmogelijk die reis
+kon maken, omdat hij niemand had, om met hem mee te gaan... Nou, ik
+had tachtig francs opgespaard en toen heb ik mijn dienst opgezegd en
+zijn we samen gegaan... En dat ik zooveel van hem houd, madame, dat
+komt, omdat hij, toen ik nog klein was, aalbessen voor me meebracht
+uit de pastorie, terwijl mijn andere broers mij sloegen."
+
+Zij viel weer terug in haar zwijgen. Haar gezicht was opgezwollen van
+verdriet, zonder dat tranen wilden komen uit haar droeve, door het
+lange waken ontstoken en brandende oogen. Zij stamelde nog slechts
+onsamenhangende woorden.
+
+"Kijk toch eens naar hem, madame... Het is om medelijden mee te
+krijgen... Ach, lieve God, die arme wangen, die arme kin, dat arme
+gezicht!"
+
+Het was inderdaad een verschrikkelijke aanblik. Het hart van madame
+Sabathier kromp ineen, toen zij broeder Isidore daar zoo geel, zoo
+aardkleurig, zoo bedekt met het koude doodszweet zag liggen. Hij
+liet alleen maar zijn gevouwen handen en zijn door enkele haren
+omgeven gezicht zien; maar al schenen zijn waskleurige handen dood,
+al bewoog zich op zijn lang, door pijn vertrokken gelaat geen spier
+meer, de oogen leefden nog, de oogen met hun onuitbluschbare liefde,
+welker vlam voldoende was om zijn stervend gelaat als van een Christus
+aan het kruis te verhelderen. Nooit was het contrast van het lage
+voorhoofd en de bekrompen, dierlijke uitdrukking van den boer eener-
+en den hemelschen glans van dat arme, verwoeste, door het lijden
+geheiligde, in den hartstochtelijken gloed van het geloof in zijn
+laatste oogenblikken verheerlijkte doodenmasker anderzijds duidelijker
+uitgekomen. Het lichaam was als het ware weggesmolten, hij was zelfs
+geen ademtochtje meer; hij was nog slechts een blik, een licht.
+
+Sedert men hem daar neergelegd had, had hij zijn oogen niet meer
+afgewend van het beeld der Heilige Maagd. Niets anders bestond meer
+voor hem. Hij zag de groote menigte niet, hoorde zelfs niet het razende
+schreeuwen der priesters, de onafgebroken kreten, welke deze huiverende
+menigte deden schokken. Zijn oogen alleen had hij nog, zijn oogen,
+waarin een eindelooze liefde brandde en die zich vastgehecht hadden
+aan de Heilige Maagd, om zich nooit meer van haar af te wenden. Zij
+dronken haar in tot in den dood, in een laatste oplaaiïng van zijn wil,
+om in haar op te gaan, in haar te sterven. Even ging zijn mond open;
+een uitdrukking van hemelsche zaligheid ontspande zijn gelaat. Dan
+bewoog zich niets meer, zijn oogen bleven wijd open staan, strak
+starend naar het witte beeld.
+
+Enkele seconden verliepen. Marthe had een killen ademtocht gevoeld,
+die haar tot in haar haarwortels koud worden deed.
+
+"Kijk eens, madame!"
+
+Angstig deed madame Sabathier, alsof zij haar niet begreep.
+
+"Wat, beste meid?"
+
+"Mijn broer, kijk dan toch... Hij beweegt zich niet meer. Hij heeft
+zijn mond geopend en daarna heeft hij zich niet meer bewogen."
+
+Toen huiverden beiden in de zekerheid, dat hij gestorven was. Zonder
+een rochelen, zonder een ademtochtje was hij verscheiden, alsof het
+leven hem in zijn blik door zijn groote oogen vol liefde en verterenden
+hartstocht ontvloden was. Hij had den laatsten adem uitgeblazen met
+een blik op de Heilige Maagd, en met zijn gestorven oogen bleef hij
+haar aankijken in onuitsprekelijke zaligheid.
+
+"Probeer zijn oogen te sluiten," fluisterde madame Sabathier. "Dan
+weten we het zeker."
+
+Marthe was opgestaan; zij boog zich over hem heen, om niet gezien
+te worden, en trachtte zijn oogen met een vinger, die beefde, toe te
+drukken. Maar telkens weer gingen de oogen open en keken hardnekkig
+de Heilige Maagd aan. Hij was dood en zij moest de in een oneindige
+extase verzonken oogen wijd open laten staan.
+
+"Het is uit, het is uit!" stamelde zij.
+
+Twee tranen kropen uit haar zware oogleden en rolden over haar wangen,
+terwijl madame Sabathier haar hand greep, om haar te doen zwijgen.
+
+Want reeds ging een gefluister rond, verspreidde zich een onrustige
+beweging. Maar wat moest men doen? Men kon te midden van zoo'n gedrang
+en gedurende de gebeden het lijk niet wegdragen zonder gevaar voor
+een fatale uitwerking. Het beste was maar om hem daar, in afwachting
+van een gunstig oogenblik, te laten liggen. Het kon niemand ergernis
+geven, hij scheen niet meer dood te zijn dan tien minuten geleden,
+en iedereen kon gelooven, dat zijn vlammende oogen nog steeds leefden
+in hun vurigen aanroep van de goddelijke liefde der Heilige Maagd.
+
+Alleen enkele personen in den naasten omtrek wisten het. Angstig
+had mijnheer Sabathier zijn vrouw een onmerkbaar teeken gegeven,
+om haar te vragen; en door een zwijgenden, langen blik van haar
+op de hoogte gebracht, was hij weer zonder opstand gaan bidden,
+terwijl hij verbleekte voor die geheimzinnige almacht, welke den
+dood zond, wanneer men het leven vroeg. De Vignerons waren één en
+al belangstelling, zij bogen zich naar elkaar toe en fluisterden met
+elkaar als na het een of andere ongeluk op straat, een van die kleine
+voorvallen, waarmede de vader van zijn bureau thuis kwam en waarover
+dan den geheelen avond gesproken werd.
+
+Madame Jousseur had zich omgedraaid en mijnheer Dieulafay een paar
+woorden ingefluisterd; dan keken zij weer naar hun dierbare zieke,
+terwijl abbé Judaine, door mijnheer Vigneron op de hoogte gebracht,
+neerknielde en fluisterend de gebeden der stervenden prevelde. Was
+hij geen heilige, deze zendeling, die met zijn doodelijke wonde in
+zijn zijde uit de moordende tropen teruggekeerd was, om hier onder
+den glimlachenden blik der Heilige Maagd te sterven? Voor madame Maze
+had de dood zijn verschrikking verloren, en zij smeekte den hemel
+haar ook zoo zachtjes weg te nemen, wanneer hij haar niet verhoorde
+en haar haar echtgenoot niet teruggaf.
+
+Maar de kreet van pater Massias klonk weer òp, uitte zich met de
+kracht van een verschrikkelijke vertwijfeling en onder hartverscheurend
+gesnik.
+
+"Jezus, zoon van David, ik ga ten gronde; red mij!"
+
+En de menigte snikte na:
+
+"Jezus, zoon van David, ik ga ten gronde; red mij!"
+
+"Jezus, zoon van David, erbarm u over onze zieke kinderen!"
+
+"Jezus, zoon van David, erbarm u over onze zieke kinderen!"
+
+"Jezus, zoon van David, kom en genees ze, opdat zij leven!"
+
+"Jezus, zoon van David, kom en genees ze, opdat zij leven!"
+
+Het steeg tot waanzin. Pater Fourcade, aan den voet van den kansel
+medegesleept door den buitengewonen hartstocht, die uit de harten
+stroomde, had zijn armen ten hemel geheven en schreeuwde ook met zijn
+donderende stem, als om den hemel met geweld te dwingen. De razernij
+nam toe onder dien storm van smeekgebeden, welke de menigte allengs
+boog, de slechts uit nieuwsgierigheid gekomen jonge dames, die op de
+borstwering van den Gave zaten en onder haar parasols verbleekten,
+niet uitgezonderd. De ongelukkige menschheid smeekte van uit den
+diepen afgrond van haar lijden; het geschreeuw streek rillend over
+al die gebogen nekken; het was niet meer dan een in doodsangst
+krimpend volk, dat weigerde te sterven en God dwingen wilde in
+zijn raadsbesluit het eeuwige leven op te nemen. O, het leven,
+het leven! Al deze ongelukkigen, al deze van verre, ondanks alle
+hinderpalen saamgestroomde stervenden wilden niets dan dat, smeekten
+slechts daarom in een woesten drang om het nog eens te leven, om het
+altijd te leven! O Heer, genees ons, hoe groot ook ons lijden, hoe
+verschrikkelijk onze martelingen ook zijn, laat ons opnieuw beginnen
+te leven, om nogmaals te lijden, wat wij reeds geleden hebben. Hoe
+rampzalig wij ook zijn, wij willen leven. Niet den hemel vragen
+wij u, maar de aarde, die wij zoo laat mogelijk, ja, mocht uw macht
+zich verwaardigen zoo ver te gaan, nooit zouden willen verlaten! En
+zelfs wanneer wij u niet om een lichamelijke genezing vragen, maar om
+een geestelijke genade, dan is het toch ook weer geluk, waarom wij
+smeeken, het geluk, waarnaar wij zoo snakken en smachten. O Heer,
+laat ons gezond en gelukkig worden, laat ons leven, laat ons leven!
+
+Deze waanzinnige kreet, de kreet van een vurige levensbegeerte,
+die door pater Massias uitgestooten werd, steeg in tranen uit alle
+harten op.
+
+"O Heer, zoon van David, genees onze zieken!"
+
+"O Heer, zoon van David, genees onze zieken!"
+
+Tweemaal had Berthaud te hulp moeten schieten, om te verhinderen,
+dat onder den onbewusten drang der menigte de touwen braken. In
+den menschenvloed ondergedompeld, maakte baron Suire wanhopige
+gebaren, smeekte, dat men hem te hulp zou komen: de pelgrims waren
+met geweld de Grot binnengedrongen; het défilé was niet meer dan een
+rondtrappelende kudde, die ging waarheen zij wilde. Vergeefs verliet
+Gérard Raymonde weer en ging zelf bij de ingangsdeur van het hek staan,
+om het consigne: tien aan tien te handhaven. Hij werd weggedrongen,
+ter zijde geschoven. Het geheele opgewonden, tot razernij opgezweepte
+volk bruiste als een bergstroom in den gloed der kaarsen, wierp
+bloemen en brieven aan de voeten der Heilige Maagd, kuste de rots,
+die millioenen heete monden gepolijst had. Het geloof was ontketend,
+de groote kracht, die door niets tegen te houden was.
+
+Tegen het hek gedrukt, hoorde Gérard, hoe twee boerinnen, die door den
+stroom meegesleurd waren, elkaar haar indrukken mededeelden over de
+zieken, die zij liggen zagen. Een werd getroffen door het zoo bleeke
+gelaat van broeder Isidore met zijn groote, akelig wijd geopende
+en naar het beeld der Heilige Maagd starende oogen. Zij maakte het
+teeken des kruises en prevelde, met vrome bewondering vervuld:
+
+"Kijk dezen eens, hoe hij bidt met zijn heele hart en hoe hij
+Notre-Dame de Lourdes aanstaart!"
+
+De andere boerin antwoordde:
+
+"Zij zal hem zeker beter maken, hij is zoo mooi."
+
+Zoo ontroerde met zijn gebed van liefde en geloof, dat hij in zijn
+niet-meer-zijn voortbad, de doode met het eindelooze staren van zijn
+blik alle harten en stichtte het volk, dat voorbijtrekken bleef.
+
+
+
+
+III.
+
+Abbé Judaine zou in de processie van vier uur het Heilige Sacrament
+dragen. Sedert de Heilige Maagd hem van een oogziekte genezen had,
+een wonder, waarover de Katholieke bladen nog steeds vol stonden,
+was hij een glorie van Lourdes; men plaatste hem daar op den voorgrond
+en eerde hem door allerlei voorkomendheden.
+
+Om half vier stond hij op en wilde de Grot verlaten. Maar hij was bang
+voor den buitengewonen toevloed der menigte; hij vreesde te laat te
+zullen komen, als hij er zich niet uit bevrijden kon. Gelukkig echter
+kreeg hij hulp.
+
+"Mijnheer de pastoor," zeide Berthaud tegen hem, "als ik u was, zou ik
+niet probeeren over de place du Rosaire te gaan, want daar komt u niet
+door. Het beste zal zijn de slingerpaadjes te nemen... Volg mij maar!"
+
+Met zijn ellebogen baande hij door de dichte menigte een weg voor
+den priester, die zich in dankbetuigingen uitputte.
+
+"Te vriendelijk van u... Het is mijn schuld. Ik heb me verlaat... Maar
+lieve hemel, hoe moeten wij hier straks met de processie door komen?"
+
+Die processie bleef ook Berthaud zorg baren. Op gewone dagen verwekte
+zij bij het voorbijtrekken reeds een razenden aanval van geestdrift,
+die hem dwong bijzondere maatregelen te nemen. Wat zou er nu niet
+kunnen gebeuren door die samengepakte menigte van dertig duizend
+personen, die reeds zoo opgezweept waren, dat zij in goddelijke
+razernij vervallen schenen te zijn. Heel verstandig maakte hij dan ook
+van de gelegenheid gebruik, om den priester de uiterste voorzichtigheid
+aan te raden.
+
+"Och, mijnheer de pastoor, zeg, wat ik u verzoeken mag, aan de
+heeren geestelijken geen onderlinge tusschenruimte te bewaren, maar
+vlak achter elkaar te loopen... En laten zij vooral de banieren
+goed vasthouden, opdat zij niet omslaan... En wat u zelf betreft,
+mijnheer de pastoor, let er op, dat de mannen, die het baldakijn
+dragen, flinke krachtige kerels zijn, en zie er niet tegen op den
+monstrans met beide handen en stevig vast te houden."
+
+Een beetje verschrikt door die raadgevingen, bedankte de priester
+Berthaud nog steeds.
+
+"Zeker, zeker, heel vriendelijk van u... Wat ben ik u dankbaar,
+dat u mij uit al die menschen geholpen hebt."
+
+Eindelijk zich vrij kunnende bewegen, haastte hij zich langs het
+zigzagpaadje, dat zich over de helling slingert, naar de Basilica,
+terwijl Berthaud zich weer in de menigte dompelde, om zijn surveillance
+voort te zetten.
+
+Op hetzelfde oogenblik stootte Pierre, die Marie in haar wagentje reed,
+aan den anderen kant, op de place du Rosaire tegen den ondoordringbaren
+muur der menigte. Om drie uur had het kamermeisje hem gewekt, om
+Marie in het Hôpital te halen. Zij hadden geen haast, zij hadden
+tijd in overvloed om vóór de processie in de Grot te komen. Maar deze
+ontzaglijke menigte, die weerstand biedende muur, waar hij niet door
+wist te komen, maakte hem ten slotte ongerust. Nooit zou hij er met
+het wagentje doorkomen, als de menschen niet wat medewerkten.
+
+"Als het u blieft, dames... U ziet toch, dat het voor een zieke is!"
+
+Maar de dames bewogen zich niet; zij waren als gehypnotiseerd door den
+aanblik van de in de verte gloeiende Grot en gingen op haar teenen
+staan, om toch maar niets van het schouwspel te verliezen. Trouwens
+het geschreeuw der litanie was op dat oogenblik zóó sterk, dat men
+zelfs de vraag van den jongen priester niet hoorde.
+
+"Mijnheer, wees zoo goed en laat mij even voorbij... Een klein beetje
+plaats voor een zieke, als ik u verzoeken mag!"
+
+Maar de mannen, buiten zichzelf van geestdrift en in een blinde en
+doove verrukking, bewogen zich evenmin als de vrouwen.
+
+Marie glimlachte kalm en rustig, alsof zij niets van den hinderpaal
+merkte en zeker was, dat niets ter wereld haar beletten zou
+haar genezing tegemoet te gaan. Toch werd, toen Pierre een gaatje
+gevonden en zich in den bewegelijken stroom begeven had, de situatie
+moeilijker. Van alle kanten sloeg de deining tegen het ranke wagentje
+en dreigde het te overstroomen. Bij iederen pas moest hij stil blijven
+staan, wachten, opnieuw de menschen smeeken. Nog nooit had Pierre
+zoo'n gevoel van angst voor de menigte gehad. Zij had niets dreigends
+over zich, was zoo rustig en passief als een kudde schapen, maar een
+vreemde ademtocht, een verontrustende huivering, die er uit opsteeg,
+maakte hem bang. En ondanks zijn liefde voor de armen kreeg hij een
+gevoel van walging door de leelijke, gemeene, zweetende gezichten,
+den bedorven adem, de oude, naar ellende stinkende kleeren.
+
+"Als het u blieft, dames en heeren, een klein beetje plaats voor
+een zieke!"
+
+Het verdronken, in deze groote zee heen en weer geslingerde wagentje
+kwam slechts met schokjes vooruit en had minuten noodig om enkele
+meters terrein te winnen. Een oogenblik dacht men dat het verzwolgen
+was, kwam het niet meer boven. Doch dan dook het ter hoogte van
+den vijver weer op. Ten slotte was er een liefderijke sympathie
+ontstaan voor dit zieke, door het lijden uitgeteerde, nog zoo mooie
+jonge meisje. Wanneer de menschen aan het halsstarrige dringen van
+den priester toe hadden moeten geven, keerden zij zich om, maar
+durfden niet boos worden; integendeel zij werden door dat magere
+smarten-gezichtje, dat in het aureool van haar blonde haren straalde,
+verteederd. Woorden van medelijden en bewondering gingen van mond tot
+mond. Het arme kind! Was het niet verschrikkelijk om op dien leeftijd
+al zóó hulpbehoevend te moeten zijn? Mocht de Heilige Maagd haar
+genadig zijn! Anderen weer werden getroffen door de extase, waarin
+zij haar zagen, door haar mooie groote oogen, die in het hiernamaals
+der hoop schenen te staren. Zij zag den hemel, zij zou zeker genezen
+worden. Het was als het ware een kielwater van verbaasdheid en
+broederlijke liefde, dat het kleine wagentje achterliet in de golf,
+die het met zooveel moeite doorkliefde.
+
+Pierre was wanhopig: hij voelde zijn krachten verminderen, toen
+gelukkig brancarddragers hem te hulp kwamen, die trachtten een weg vrij
+te maken voor de processie, dien Berthaud hun bevolen had te beschermen
+met touwen, welke zij op afstanden van twee meter vasthielden. Van af
+dat oogenblik kon hij Marie ongehinderd voortrijden en haar eindelijk
+in de gereserveerde ruimte brengen, waar zij links van de Grot stil
+hielden. Men kon er zich niet bewegen, de menschenvloed scheen van
+minuut tot minuut toe te nemen.
+
+Na het vertrek uit het Hôpital had Marie nog niet gesproken. Hij
+begreep, dat zij hem wat zeggen wilde, en hij boog zich over haar heen.
+
+"Is vader er?" vroeg zij. "Is hij nog niet van zijn uitstapje terug?"
+
+Hij moest wel antwoorden, dat mijnheer de Guersaint nog niet terug
+was, dat hij zich, ongetwijfeld buiten zijn wil, verlaat had. Toen
+voegde zij er met een glimlachje aan toe:
+
+"Die goede vader zal blij zijn, als hij mij genezen terugziet!"
+
+Met een ontroerde bewondering keek Pierre haar aan. Hij kon zich niet
+meer herinneren haar, ondanks de langzame verwoesting der ziekte,
+ooit zoo bekoorlijk gezien te hebben. Haar haren, het eenige, dat
+gespaard gebleven was, hulden haar als in een gouden kleed. Het
+kleiner en fijner geworden gezichtje had een droomende uitdrukking
+aangenomen, haar trekken waren onbeweeglijk, alsof zij in een
+idée fixe ingeslapen was en wachtte tot de schok van het verwachte
+geluk haar zou wekken. Haar geest had zich als het ware van haar
+los gemaakt, om in haar terug te keeren, zoodra God het wilde. En
+dit, ondanks haar drie-en-twintig jaren, bekoorlijke, kleine meisje,
+dat in den ontwikkelingstoestand gebleven was, waarin zij verkeerde,
+toen een ongeluk haar in haar geslachtsleven getroffen had, dat haar
+ontwikkeling tegengehouden, haar verhinderd had vrouw te worden, dat
+meisje was thans in een stadium, waarin zij het bezoek van den engel
+verwachtte, den wonderdadigen schok, die haar uit haar verstijving
+zou doen opstaan. De 's morgens ingetreden extase was gebleven,
+haar handen lagen gevouwen, een verrukking van haar geheele wezen
+had haar, zoodra zij het beeld der Heilige Maagd gezien had, aan de
+aarde ontrukt. Zij bad en bracht zichzelf der Godheid ten offer.
+
+Het was voor Pierre een uur van groote beproeving. Hij voelde, dat
+het drama van zijn priesterleven zich ging afspelen, dat, wanneer hij
+zijn geloof thans niet terugvond, het nooit terugkomen zou. En hij
+was zonder slechte gedachten; zonder tegenstand te bieden wenschte
+ook hij vurig, dat zij beiden genezen zouden worden. O, overtuigd te
+worden door haar genezing, samen te gelooven, samen gered te zijn! Hij
+wilde bidden als zij, vurig. Maar ondanks hem zelf, werd zijn geest
+bezig gehouden door de menigte, die eindelooze menigte, waarin het
+hem zooveel moeite kostte, op te gaan, te verdwijnen, niet meer te
+zijn dan een blad in het woud, dat in het ritselen van alle bladeren
+verloren gaat. Hij moest haar analyseeren, haar beoordeelen, of hij
+wilde of niet. Hij wist, dat zij sedert vier dagen opgezweept werd,
+onder den invloed van suggestie stond: de koortsachtige opwinding
+van de lange reis en van het zien van nieuwe landschappen, de
+dagen doorgebracht voor den gloed der Grot, de slapelooze nachten,
+de geprikkelde, naar illusie hongerende pijn. Daarbij kwam nog de
+obsessie van de gebeden, van de gezangen, van de litanieën, die haar
+zonder onderbreking schokten. Een andere priester had de plaats van
+pater Massias ingenomen; en hij hoorde, hoe deze, een magere, donkere
+abbé, met een als zweepslagen striemende stem de Heilige Maagd en
+Jezus aanriep, terwijl pater Massias en pater Fourcade, aan den voet
+van den kansel, de kreten der menigte, wier geweeklaag hooger in den
+fellen zonneschijn oprees, leidden. De opwinding was nog toegenomen,
+het was het oogenblik, waarop het den hemel aangedane geweld over de
+wonderen besliste.
+
+Plotseling was een lamme opgestaan en liep, haar kruk in de hoogte
+houdend, naar de Grot; en die recht boven de deining der hoofden
+gehouden en als een vaandel gezwaaide kruk ontlokte juichkreten
+aan de geloovigen. Men loerde op de wonderen, men verwachtte ze met
+de zekerheid, dat zij ontelbaar, opzienbarend komen zouden. Oogen
+meenden ze te zien, koortsachtige ooren hoorden ze naderen. Weer
+een, die genezen was, en nog een, en nog een! Een doove, die
+weer hoorde; een stomme, die weer sprak; een teringlijdster, die
+weer opleefde! Wat, een teringlijdster? Ja, natuurlijk, dat kwam
+toch dagelijks voor! Verrassingen waren buitengesloten, zonder
+verbazing zou men geconstateerd hebben, dat een afgezet been weer
+aangroeide. Het wonder werd het natuurlijke, het gewone, banaal bijna,
+omdat het zoo dikwijls voorkwam. Voor die oververhitte phantasieën
+schenen in de logica van wat zij van de Heilige Maagd verwachtten,
+de ongelooflijkste verhalen eenvoudig. Men moest de verhalen, die de
+rondte deden, de kalme verzekeringen, de absolute zekerheid hooren,
+wanneer een opgewonden zieke gilde, dat zij genezen was. Nog een,
+en nog een! Een enkele maal hoorde men een troostelooze stem zeggen:
+"Die is genezen, die heeft geluk!"
+
+Reeds op het geneeskundig bureau had Pierre zich geërgerd aan de
+lichtgeloovigheid van de daar aanwezige personen. Maar hier werd
+alles overtroffen; hij maakte zich boos over de buitensporigheden, die
+hij hoorde en die zoo kalm en met een glimlachje gezegd werden. Hij
+trachtte dan ook aan iets anders te denken en naar niets meer te
+luisteren. "God, geef toch, dat mijn verstand vernietigd wordt, dat
+ik niets meer wil begrijpen, dat ik het onwerkelijke en onmogelijke
+aanvaard!" Gedurende een oogenblik meende hij, dat de drang om alles,
+wat om hem heen gebeurde, te onderzoeken, in hem gestorven was,
+liet hij zich medesleepen door de smeekbede: "Heer, genees onze
+zieken... Heer, genees onze zieken!" Hij herhaalde haar met al de
+barmhartige liefde, die in hem was, hij vouwde zijn handen, keek strak
+naar het beeld der Heilige Maagd, tot hij er duizelig van werd en zich
+verbeeldde, dat zij zich bewoog. Waarom zou hij niet kind worden als
+de anderen, daar toch geluk alleen bestaanbaar is in onwetendheid
+en leugen? De besmetting zou eindelijk bij hem ook wel werken, hij
+zou niet meer zijn dan het zandkorreltje onder de zandkorreltjes, de
+nederige onder de nederigen, zonder zich te bekommeren om de krachten,
+welken den molensteen, die ze verplettert, in beweging brengen.
+
+En juist in die seconde, toen hij hoopte den ouden mensch in zich
+gedood, zich met zijn wil en zijn rede vernietigd te hebben, begon
+in zijn boezem weer het heimelijke, onafgebroken, onoverwinnelijke
+gedachtenwerk. Hoe hij er zich ook tegen verzette, hij keerde
+langzamerhand tot zijn onderzoekingen terug, twijfelde, zocht. Welke
+was toch die ongekende kracht, die zich uit de menigte losmaakte? Een
+levensfluïdum, dat machtig en krachtig genoeg was, om de enkele
+genezingen, die toch werkelijk plaats vonden, te bewerken? Hier
+was een verschijnsel, dat geen physioloog nog bestudeerd had. Moest
+men gelooven, dat een menigte niet meer was dan één wezen, dat de
+macht der auto-suggestie met vertiendubbelde kracht op zich kon laten
+inwerken? Kon men aannemen, dat in bepaalde gevallen van de uiterste
+overspanning een menigte de drager van een onbeperkten wil werd, die
+de stof dwong te gehoorzamen? Dat zou dan tevens verklaren waarom
+de gevallen van plotselinge genezing zich juist voordeden bij die
+personen, welke zich het meest en oprechtst aan hun zielsoverspanning
+overgaven. Alle ademtochten vereenigden zich in één ademtocht, en de
+werkende kracht was een kracht van troost, van hoop en van leven.
+
+Deze door menschelijke barmhartige liefde ingegeven gedachte
+ontroerde Pierre. Een oogenblik nog kon hij zichzelf weer meester
+worden, kon hij, zeer geroerd door dit geloof, dat hij aldus voor
+zijn deel medewerkte aan de genezing van Marie, om de genezing van
+allen bidden. Maar plotseling, zonder dat hij zelf wist door welke
+gedachtenassociatie, kwam de herinnering in hem op aan het consult, dat
+hij vóór het vertrek naar Lourdes over het geval van het jonge meisje
+geëischt had. Het tooneel stond wonderduidelijk voor zijn geest: hij
+zag weer de kamer met haar grijs, blauwgebloemd behang, hij hoorde de
+drie geneesheeren beraadslagen en beslissen. De twee, die certificaten
+gegeven hadden, concludeerden tot ruggemergsverlamming, spraken met
+de langzame bezadigdheid van bekende, geëerde en geziene doktoren,
+die een lange praktijk achter den rug hebben, terwijl hem nog in de
+ooren klonk de levende, warme stem van zijn achterneef Beauclair,
+den derden geneesheer, een jongen man met een helder, koen verstand,
+die door zijn collega's koel en als een avontuurlijke geest behandeld
+werd. En tot zijn verbazing vond Pierre op dit kritieke oogenblik in
+zijn herinnering dingen terug, waarvan hij niet wist, dat zij zich
+daar bevonden; vond hij die terug krachtens dat vreemde verschijnsel,
+dat nauwelijks gehoorde, slecht begrepen, onwillekeurig opgeslagen
+woorden na een lange vergetelheid weer wakker worden, uitbreken en
+zich aan den geest opdringen. Het scheen hem toe, alsof de nadering
+van het wonder de omstandigheden, waaronder Beauclair hem voorspeld
+had, dat het zich zou voltrekken, voor den geest riep.
+
+Vergeefs trachtte Pierre door met verdubbelde innigheid te bidden,
+die herinnering van zich af te zetten. De beelden kwamen weer terug,
+de eenmaal gehoorde woorden weerklonken opnieuw en vulden zijn
+ooren als met trompetgeschal. Nu zat hij, na het vertrek der twee
+anderen, met Beauclair in de eetkamer. En deze deed hem het verhaal
+der ziekte: de val van een paard op de voeten op veertienjarigen
+leeftijd; een daardoor veroorzaakte ontwrichting van het gekantelde,
+op zijde geworpen orgaan, die ongetwijfeld gepaard gegaan was met een
+scheuring der banden, waarvan het zware gevoel in de onderbuik en in
+de lendenen, de tot verlamming overgegane zwakheid der beenen het
+gevolg was; daarna het langzaam herstel der storingen, het orgaan,
+dat vanzelf weer op zijn goede plaats gekomen was, het heelen en
+toetrekken der banden, zonder dat de pijnlijke verschijnselen hadden
+kunnen ophouden bij dit groote, zenuwachtige kind, wier hersenen,
+die door het ongeval eveneens aangedaan waren, zich niet losmaken
+konden van de herinnering er aan, zoodat haar aandacht steeds op dat
+punt, waar zij pijn had, gelocaliseerd bleef en zij niet in staat
+was nieuwe voorstellingen te krijgen; op die wijze was, zelfs na de
+genezing, de pijn blijven aanhouden en een neuropathische toestand
+ingetreden met een daaraan onvermijdelijk verbonden zenuwuitputting,
+die ongetwijfeld verergerd werd door bijkomstige, nog niet voldoende
+bestudeerde voedingsstoornissen.
+
+Aldus kon Beauclair dan ook makkelijk de tegenstrijdige en verkeerde
+diagnosen verklaren van de talrijke geneesheeren, die haar behandeld
+hadden, zonder haar nauwkeurig te onderzoeken, en dus in het duister
+rondtastten, waardoor sommigen aan een tumor, de meesten aan een
+ruggemergaandoening geloofden. Hij alleen had, na zich vergewist
+te hebben van het erfelijk belast zijn der zieke, vermoed, dat
+men hier te doen had met een eenvoudig geval van auto-suggestie,
+waaruit zij zich na den eersten schok en de hevige pijnen niet had
+kunnen losrukken. En hij gaf gronden en redenen voor zijn vermoeden:
+het kleiner geworden gezichtsveld, de starre oogen, de verstrooide,
+als afwezige gelaatsuitdrukking, vooral echter den aard van het
+lijden, dat het orgaan verlaten had, om zich te verplaatsen naar den
+linker eierstok, waar het zich openbaarde door een zware, ondraaglijke
+drukking, die soms in benauwende aanvallen opklom tot de keel. Alleen
+een plotselinge wil om zich uit de valsche voorstelling van haar
+kwaal los te rukken, een wil om op te staan, vrij adem te halen,
+geen pijn meer te hebben, kon haar, als onder den zweepslag van een
+groote opwinding genezen en veranderd, weer op den been brengen.
+
+Een laatste maal nog trachtte Pierre niets meer te zien, niets meer te
+hooren, want hij voelde, dat dit de onherstelbare ineenstorting van het
+wonder in hem was. En ondanks zijn pogingen, ondanks het vuur, waarmede
+hij het: "Jezus, zoon van David, genees onze zieken!" uitschreeuwde,
+zag en hoorde hij nog steeds Beauclair, die hem op zijn kalme
+en glimlachende wijze uitlegde, hoe het wonder zich als in een
+bliksemstraal zou voltrekken in het oogenblik der uiterste opwinding,
+waarin op het beslissende moment de spieren zich zouden ontspannen. In
+de verrukking van een vreugde-delirium zou de zieke dan opstaan en
+loopen, zouden haar beenen plotseling licht worden, bevrijd van de
+drukking, die ze sedert zoo langen tijd zoo zwaar als lood maakte,
+alsof die zwaarte weggesmolten en in den grond weggevloeid was. Doch
+met name het gewicht, dat op haar buik drukte, dat hooger optrok, haar
+borst en haar keel beklemde, zou, als door een stormwind voortgedreven,
+verdwijnen en de geheele ziekte met zich meenemen. Werd op die wijze in
+de Middeleeuwen niet de duivel uitgedreven uit den mond der bezetenen,
+wier maagdelijk lichaam langen tijd de martelingen ondergaan had? En
+Beauclair had eraan toegevoegd, dat Marie eindelijk vrouw zou zijn,
+dat het bloed van het moederschap zou gaan vloeien, wanneer met een
+hosanna-kreet dat kind gebleven, achterlijke en door een zoo langen
+lijdensdroom gebroken lichaam ontwaken en plotseling met levende
+oogen en een stralend gelaat aan de gezondheid teruggeven worden zou.
+
+Pierre keek Marie aan, en toen hij haar zoo jammerlijk in haar wagentje
+liggen zag, zoo vurig smeekend, zoo vol overgave aan Notre-Dame
+de Lourdes, die het leven gaf, werd zijn onrust nog grooter. O,
+mocht zij toch gered worden al was het voor den prijs van zijn eigen
+verdoemenis. Maar zij was te ziek, de wetenschap loog en bedroog al
+even hard als het geloof; hij kon niet gelooven, dat dit kind met
+haar gedurende zoovele jaren afgestorven beenen zou herleven. En in
+den woesten twijfel, waarin hij viel, riep zijn bloedend hart nog
+luider, herhaalde tot in het oneindige tezamen met de waanzinnig
+ijlende menigte:
+
+"Heer, zoon van David, genees onze zieken!... Heer, zoon van David,
+genees onze zieken!"
+
+Op dat oogenblik ontstond er een tumult en deed de menigte deinen. De
+menschen huiverden, hoofden draaiden zich om en rekten hun halzen
+uit. Het was de processie van vier uur, die zich wat verlaat had, en
+waarvan het kruis onder een boog van de monumentale trap tevoorschijn
+kwam. Er ontstond zoo'n gejuich, zoo'n heftig instinctief dringen, dat
+Berthaud met groote gebaren aan de brancarddragers beval de menschen
+terug te drijven door krachtig aan de touwen te trekken. Genen, die
+een oogenblik meegesleurd werden, moesten zich met gewonde vuisten
+naar achter zien te werpen; ten slotte slaagden zij erin den vrij
+gehouden weg nog iets breeder te maken, zoodat de processie zich
+langzaam kon gaan voortbewegen. Aan het hoofd ging een kranige, in
+blauw met zilver gekleede kerkbewaarder, op wien het hooge, als een
+ster stralende processiekruis volgde. Dan kwamen de delegaties van de
+verschillende bedevaarten met haar banieren, fluweelen of satijnen
+standaards, met goud en zilver en veelkleurige zijde geborduurd,
+met geschilderde figuren versierd; zij droegen de namen der steden:
+Versailles, Reims, Orléans, Poitiers, Toulouse. Een, geheel wit
+en rijk versierd, had in roode letters het opschrift: "Oeuvre des
+Cercles catholiques d'ouvriers". Vervolgens kwamen de geestelijken,
+twee of driehonderd priesters in soutane, een honderd met het koorhemd,
+een vijftigtal in gouden als sterren schitterende misgewaden. Allen
+droegen brandende kaarsen, allen zongen met luider stemme Laudate
+Sion Salvatorem. [15]
+
+In koninklijke pracht en praal volgde dan de baldakijn van purperen
+zijde met goudgalon; hij werd gedragen door vier priesters, die men
+waarschijnlijk onder de krachtigsten uitgekozen had. Daaronder droeg,
+tusschen twee andere assisteerende priesters, abbé Judaine het Heilige
+Sacrament, dat hij, zooals Berthaud hem aangeraden had, stevig met
+zijn beide handen vasthield; de eenigszins onrustige blikken, die hij
+rechts en links op de aandringende menigte wierp, bewezen duidelijk,
+dat hij bang was of hij dezen zwaren, goddelijken monstrans, die
+hem nu reeds zulke pijnen in zijn polsgewrichten veroorzaakte, wel
+in veilige haven zou brengen. Wanneer een zonnestraal er schuin op
+viel, zou men hem voor een tweede zon gehouden hebben. Koorknapen
+zwaaiden wierookvaten in het verblindende stof van het felle licht,
+dat de geheele processie tot één schittering maakte. Eindelijk kwam
+daarachter een ordelooze stroom van pelgrims, een rondtrappelende
+kudde, geloovigen en nieuwsgierigen.
+
+Sedert enkele oogenblikken had pater Massias den kansel weer bestegen
+en ditmaal had hij een andere oefening uitgedacht. Na de verterende
+kreten van geloof, hoop en liefde, die hij uitgestooten had, beval hij
+plotseling volkomen stilte, opdat iedereen met gesloten lippen in het
+geheim twee of drie minuten met God alleen zou kunnen spreken. Die
+momenteele stilte te midden van de groote menigte, die minuten van
+stil gebed, waarin alle zieken hun geheimste binnenste openden, waren
+buitengewoon aangrijpend en verheven. Het plechtige ervan kreeg iets
+angstaanjagends, men hoorde de vlucht van het smeekende verlangen,
+van het onmetelijke verlangen naar het leven voorbij ruischen. Dan
+noodigde pater Massias de zieken alleen uit te spreken, God te
+smeeken hun toe te staan, wat zij van Zijn almacht vroegen. Toen
+ontstond een jammerlijk geweeklaag: honderden gebroken stemmen
+bibberden òp en vereenigden zich tot een samengejammer van tranen;
+"Heer Jezus, als gij het wilt, kunt gij mij genezen!... Heer Jezus,
+erbarm u over uw kind, dat van liefde sterft!... Heer Jezus, maak,
+dat ik zie; maak, dat ik hoor; maak, dat ik loop!"
+
+De doordringende stem van een meisje overstemde, licht en scherp als
+een fluittoon, het algemeene snikken en herhaalde: "Red de anderen,
+red de anderen, Heer Jezus!"
+
+Tranen stroomden uit aller oogen, want deze smeekbeden ontroerden de
+harten en brachten de hardvochtigsten in een bedwelming van liefde,
+in een verheven geestvervoering, waarin zij met beide handen hun borst
+geopend zouden hebben, om aan hun naaste hun gezondheid en hun jeugd
+te geven. Pater Massias wilde die geestdrift niet laten bekoelen,
+maar hervatte zijn kreten en zweepte er opnieuw de delireerende
+menigte mede aan, terwijl pater Fourcade op een der treden van den
+kansel ook snikte en zijn door tranen overstroomd gelaat ten hemel
+hief om God te bevelen neer te dalen.
+
+Maar de processie naderde, de delegaties en de priesters hadden zich
+rechts en links in rijen opgesteld; en toen de baldakijn de voor de
+zieken tegenover de Grot gereserveerde ruimte binnenkwam en dezen
+het als een zon schitterende Heilige Sacrament, Jezus als Hostie,
+in de handen van abbé Judaine zagen, toen was er geen leiding meer
+mogelijk, raakten de stemmen verward, sleepte een duizeling alle
+wilskracht mede. De kreten, de aanroepen, de gebeden gingen in gezucht
+en gekerm over. Lichamen richtten zich van hun lijdenssponde op,
+bevende armen strekten zich uit, verschrompelde handen schenen het
+wonder in het voorbijgaan tegen te willen houden. "Heer Jezus, red ons,
+wij vergaan!... Heer Jezus, wij aanbidden u, genees ons!... Heer Jezus,
+gij zijt de Christus, de zoon des levenden Gods, genees ons!"
+
+Driemaal stootten de stemmen in de uiterste opwinding en vertwijfeling
+deze jammerklacht uit met een geweld, dat den hemel doorboren moest; de
+tranen verdubbelden en overstroomden de brandende gezichten, die door
+de heilbegeerte verheerlijkt werden. Een oogenblik werd het delirium
+zoo hevig, het instinctieve opdringen naar het Heilige Sacrament zoo
+onweerstaanbaar, dat Berthaud den brancarddragers, die daar stonden,
+een ketting vormen liet. Deze beschermingsmanoeuvre werd slechts in
+den uitersten nood toegepast: een rij van dragers werd dan rechts en
+links van den baldakijn gevormd, waarbij ieder van hen stevig een arm
+om den nek van zijn buurman sloeg, om op die wijze een soort levenden
+muur te vormen. Er bleef geen spleet open, niemand kon er door. Maar
+desniettemin wankelden deze menschelijke barrières onder den druk van
+de naar het leven smachtende ongelukkigen, die Jezus wilden aanraken
+en kussen; zij slingerden heen en weer, werden tegen den baldakijn
+teruggeslagen, dien zij beschermden; en de baldakijn zelf dreef,
+voortdurend bedreigd door de menigte meegesleurd te worden, onder
+deze rond als een heilige bark, die in nood verkeert.
+
+En toen, nu de heilige waanzin zijn toppunt bereikt had, braken, als
+wanneer bij een onweer de hemel zich opent en de bliksem neerslaat,
+onder smeekbeden en snikken de wonderen los. Een lamme stond op
+en wierp haar krukken weg. Een doordringende kreet en een vrouw,
+gewikkeld in een wit laken als in een doodshemd, rees op van haar
+matras; men zeide, dat het een reeds half doode teringlijdster was,
+die tot het leven terugkeerde. Vlak na elkaar openbaarde de genade
+zich nog tweemaal: een blinde, die plotseling de Grot zag; een stomme,
+die op haar knieën viel en met een luide en helder klinkende stem de
+Heilige Maagd dankte. En allen knielden, buiten zich zelf van vreugde
+en dankbaarheid, neer aan de voeten van de Heilige Maagd.
+
+Pierre had Marie niet uit het oog verloren en werd door wat hij zag,
+machtig aangegrepen en ontroerd. De oogen der zieke, levenloos
+nog, waren grooter geworden, terwijl haar arm, bleek gelaat
+samentrok, alsof zij vreeselijk pijn geleden had. Zij sprak niet,
+maar ongetwijfeld geloofde zij, dat zij opnieuw door haar kwaal
+aangegrepen was. Plotseling toen het Heilige Sacrament voorbijging
+en zij de ster ervan zag flikkeren in de zon, werd zij zoo verblind,
+dat zij meende door den bliksem getroffen te zijn. Aan dien glans
+had het vuur van haar oogen zich ontvonkt; zij vonden eindelijk
+haar levensvlam terug en fonkelden als sterren. Haar gelaat kreeg,
+onder den aandrang van een nieuwe kracht, leven en kleur, straalde
+van jubelende vreugde en gezondheid. En hij zag, dat zij plotseling
+oprees en in haar wagentje staan bleef, wankelend en slechts in staat
+de gestamelde woorden uit te brengen.
+
+"Pierre... Pierre!"
+
+Vlug was hij naar haar toegesneld, om haar te steunen. Maar met
+een gebaar hield zij hem op een afstand; zij richtte zich hoog op,
+zoo ontroerend mooi in haar zwart wollen japon en haar pantoffels,
+die zij altijd aan had, slank en rijzig, met goud omstraald door
+haar prachtig-blonde haren, die met een eenvoudig kanten doekje
+bedekt waren. Heel haar maagdelijk lichaam bleef ten prooi aan hevige
+schokken, alsof een krachtige gisting het opnieuw vormde. Eerst werden
+haar beenen bevrijd van de ketenen, die ze geboeid hielden. Dan
+overviel haar, terwijl zij de bloedbron, het leven van de vrouw,
+de echtgenoote en de moeder in zich voelde ontspringen, een laatste
+beklemmende angst, want een loodzwaar gewicht steeg van haar buik
+naar haar keel. Doch ditmaal bleef het daar niet, gaf het haar geen
+benauwenis, maar sprong uit haar open mond en vloog weg in een kreet
+van hemelsche verrukking.
+
+"Ik ben genezen... Ik ben genezen!"
+
+Toen volgde een buitengewoon schouwspel. De deken lag aan haar voeten,
+triomphantelijk straalde haar gezicht. En haar kreet van genezing
+had met zoo'n verrukking weerklonken, dat de geheele menigte er
+sprakeloos door werd. Slechts zij bestond nog, men zag slechts haar,
+grooter geworden, stralend als een goddelijke verschijning.
+
+"Ik ben genezen!... Ik ben genezen!"
+
+Pierre begon in de heftige ontroering, waardoor zijn hart aangegrepen
+werd, te weenen, en opnieuw stroomden tranen uit aller oogen. Te
+midden van uitroepen, dankzeggingen, en lofprijzingen maakte een
+woest, krankzinnig enthousiasme zich allengs van de menigte meester en
+bracht de duizenden pelgrims, die zich verdrongen, om haar te zien,
+in een toestand van onbeschrijflijke opwinding. Bijvalsbetuigingen
+ontketenden zich, een furie van bijvalskreten, die donderend van het
+eene einde van het dal naar het andere rolden.
+
+Pater Fourcade zwaaide met zijn armen, terwijl pater Massias zich
+eindelijk verstaanbaar kon maken.
+
+"Geliefde broeders en zusters, God is in ons midden
+geweest... Magnificat anima mea Dominum..." [16]
+
+En alle stemmen, de duizenden stemmen hieven het lied der aanbidding
+en dankzegging aan. De processie was tot stilstand gedwongen, en
+abbé Judaine, die met den monstrans de Grot had kunnen bereiken,
+wachtte geduldig alvorens hij den zegen uitsprak. Buiten het hek
+wachtte de door priesters in koorhemd en misgewaad omgeven baldakijn,
+in de stralen der ondergaande zon schitterend als goud en sneeuw.
+
+Intusschen was Marie snikkend op haar knieën neergevallen, en den
+geheelen tijd, dat het gezang duurde, steeg een vurig gebed vol geloof
+en liefde op naar Gods troon. Maar de menigte wilde haar zien loopen,
+door haar gelukkige vrouwen riepen haar, een troep, die haar bijna in
+de hoogte lichtte, omringde haar, en drong haar mede naar het bureau
+van dr. Bonamy, opdat het wonder bewezen zou worden, stralen zou als
+het licht der zon. Haar wagentje werd vergeten; Pierre vergezelde
+haar, terwijl zij, die in geen zeven jaar haar beenen gebruikt had,
+stamelend en aarzelend, met een aanbiddelijke onhandigheid en met den
+angstigen en toch verrukten blik van een klein kind, dat zijn eerste
+stappen doet, voortliep. Het was zoo ontroerend, zoo heerlijk, dat
+hij aan niets meer dacht dan aan het grenzenlooze geluk haar tot een
+nieuwe jeugd herboren te zien. De lieve vriendin uit zijn kindsheid,
+zijn vriendin uit lang vervlogen dagen zou dan eindelijk tot de mooie
+en bekoorlijke vrouw opbloeien, die het jonge meisje vroeger beloofde
+te worden, toen zij in den kleinen tuin te Neuilly zoo vroolijk en mooi
+was onder de groote boomen, waarin het zonlicht door het loof speelde.
+
+De menigte bleef haar stormachtig toejuichen; een groote menschengolf
+vergezelde haar. En toen zij het bureau, waarin Pierre alleen met
+haar toegelaten werd, was binnengegaan, bleven allen in koortsachtige
+verwachting voor de deur staan.
+
+Dien middag waren er weinig menschen in het bureau. In het kleine
+vierkante vertrek, met zijn gloeiend-heete houten muren, zijn primitief
+meubilair, zijn rieten stoelen en zijn twee tafels van ongelijke
+hoogte, bevonden zich, behalve het gewone personeel, slechts vijf of
+zes doktoren, die zwijgend hier en daar zaten. Voor de tafels stonden
+de chef van den vijverdienst en twee jonge abbé's in de registers te
+bladeren, terwijl pater Dargelès aanteekeningen voor zijn courant
+maakte. Dr. Bonamy was juist bezig den lupus van Elise Rouquet te
+onderzoeken, die voor de derde maal kwam laten constateeren, dat haar
+wond steeds meer dicht trok.
+
+"Nu, mijne heeren," riep dr. Bonamy uit, "hebt u ooit een lupus zoo
+snel zien genezen. O, zeker, ik weet heel goed, dat er een nieuw
+werk verschenen is over de genezende kracht van het geloof, waarin
+beweerd wordt, dat sommige wonden van nerveuzen aard kunnen zijn. Maar
+niets is meer betwistbaar dan dat, vooral bij lupusgevallen, en ik
+tart iedere commissie van geneeskundigen, om te verklaren, dat deze
+genezing langs natuurlijken weg heeft plaats gehad..."
+
+Hij viel zichzelf in de rede, om tegen pater Dargelès te zeggen:
+
+"U hebt toch goed opgeteekend, niet waar Pater, dat de ettering
+volkomen opgehouden heeft en de huid haar natuurlijke kleur
+terugkrijgt?"
+
+Maar hij wachtte het antwoord niet af. Marie kwam met Pierre binnen,
+en aan het stralend gezicht der door een wonder genezene zag hij
+onmiddellijk, dat zich hier iets buitengewoons had voorgedaan. Zij
+was bewonderenswaardig en er als voor geschapen om de massa's mede
+te sleepen en te bekeeren. Onmiddellijk zond hij Elise Rouquet weg,
+vroeg den naam van den begenadigde, verzocht een der jonge priesters
+hem het dossier te geven. Toen zij even wankelde, wilde hij haar in
+den fauteuil laten plaats nemen.
+
+"Neen, neen," riep zij. "Ik ben zoo blij, dat ik mijn beenen gebruiken
+kan."
+
+Pierre keek rond of hij dr. Chassaigne niet zag, maar vond hem tot
+zijn spijt niet. Hij ging wat achteraf staan en wachtte, terwijl men
+in de wanordelijke laden zocht, zonder het dossier te kunnen vinden.
+
+"Wacht even," herhaalde dr. Bonamy; "Marie de Guersaint, Marie de
+Guersaint... Ik weet zeker, dat ik den naam gezien heb!"
+
+Eindelijk ontdekte Raboin het dossier, dat op een verkeerde letter
+lag. Toen de dokter kennis genomen had van de certificaten, die het
+bevatte, geraakte hij in geestdrift.
+
+"Dat is al heel interessant, heeren. Ik verzoek u aandachtig
+te luisteren... Mademoiselle hier leed aan een zeer ernstige
+ruggemergsverlamming. Wanneer iemand den minsten twijfel mocht
+koesteren, dan zouden deze twee certificaten voldoende zijn om de
+meest ongeloovigen te overtuigen, want zij zijn geteekend door twee
+geneesheeren van de Parijsche Faculteit, wier namen aan al onze
+collega's goed bekend zijn."
+
+Hij liet de certificaten rondgaan onder de aanwezige geneesheeren,
+die ze met goedkeurende hoofdknikjes lazen. Hier viel niets op af te
+dingen; de onderteekenaars waren bekende en knappe doktoren.
+
+"Welnu, mijne heeren, wanneer de diagnose niet bestreden wordt--en die
+kan niet bestreden worden, wanneer een zieke ons zulke waardevolle
+documenten brengt--dan zullen wij nu nagaan, welke veranderingen er
+in den toestand van mademoiselle gekomen zijn."
+
+Maar alvorens haar te ondervragen, wendde hij zich tot Pierre.
+
+"Mijnheer de abbé, als ik mij niet vergis, bent u met mademoiselle de
+Guersaint van Parijs gekomen. Hebt u, vóór het vertrek, het oordeel
+van doktoren ingewonnen?"
+
+Ondanks zijn groote blijdschap voelde de priester een ijskoude
+huivering.
+
+"Ik ben bij het consult tegenwoordig geweest."
+
+Weer rees het tooneel voor zijn geest op. Hij zag weer de twee ernstige
+en verstandige doktoren, hij zag Beauclair weer glimlachen, toen zijn
+collega's hun gelijkluidende certificaten opmaakten. Moest hij deze
+waardeloos maken en de andere diagnose, die het mogelijk maakte de
+genezing wetenschappelijk te verklaren, mededeelen? Het wonder was
+voorspeld en daardoor bij voorbaat ten gronde gericht.
+
+"U zult inzien, mijne heeren," begon dr. Bonamy weer, "dat de
+aanwezigheid van den abbé een nieuwe bewijskracht aan deze stukken
+geeft... En nu wil mademoiselle zeker wel zoo goed zijn precies te
+zeggen, wat zij gevoeld heeft."
+
+Hij boog zich over den schouder van pater Dargelès en fluisterde hem
+in Pierre een getuigenrol in zijn verslag te geven.
+
+"Lieve hemel, hoe moet ik u dat vertellen, heeren?" riep Marie met
+hijgende, door geluk gebroken stem uit. "Sedert gisteren wist ik
+zeker, dat ik genezen zou worden. En toch, zoo even nog, toen dat
+prikkelen in mijn beenen weer begon, was ik bang, dat het een nieuwe
+aanval zijn zou, heb ik een oogenblik getwijfeld... Toen zijn die
+prikkelingen opgehouden. Daarna zijn zij, zoodra ik begon te bidden,
+weer teruggekomen... O, ik bad, ik bad met geheel mijn ziel. Ten
+slotte heb ik mij overgegeven als een kind. 'Heilige Maagd, Notre-Dame
+de Lourdes, doe met mij wat u wilt...' Het prikkelen hield niet op,
+ik had een gevoel of mijn bloed kookte en ziedde, en een stem riep
+mij toe: 'Sta op, sta op!' En ik voelde het wonder in een gekraak
+van al mijn beenderen, van mijn geheele lichaam, alsof ik door den
+bliksem getroffen was."
+
+Heel bleek luisterde Pierre. Beauclair had hem wel voorspeld, dat de
+genezing als een bliksemstraal komen zou, wanneer, onder den invloed
+van de overspannen phantasie, haar zoo lang ingesluimerde wilskracht
+plotseling zou ontwaken.
+
+"Eerst heeft de Heilige Maagd mijn beenen bevrijd," ging zij voort. "Ik
+heb heel goed gevoeld, dat de ijzeren banden, die ze omsloten, als
+gebroken ketenen langs mijn huid afgleden... Toen is het gewicht,
+dat me altijd hier in mijn linkerzij benauwde, naar boven getrokken;
+ik dacht, dat ik sterven zou, zoo pijnigde het me. Maar het is langs
+mijn borst en mijn keel gegaan, ik kreeg het in mijn mond en heb het
+toen met alle kracht uitgespuwd... Het was uit, ik had geen pijn meer,
+alles was weggevlogen."
+
+Zij maakte het gebaar van een nachtvogel, die zijn vleugels uitslaat,
+terwijl zij glimlachend naar Pierre keek, die geheel van streek
+was. Dat alles had Beauclair voorspeld met bijna dezelfde woorden,
+bijna dezelfde vergelijkingen. Punt voor punt kwam zijn prognose uit,
+er waren hier slechts vooruitgeziene en natuurlijke verschijnselen.
+
+Raboin had geluisterd met wijd geopende oogen en de verrukking van
+een bekrompen vrome, die nooit losgelaten wordt door de gedachte aan
+de hel.
+
+"Dat is de duivel, dien zij uitgespuwd heeft," riep hij uit.
+
+Maar dr. Bonamy, die verstandiger was, beval hem te zwijgen en wendde
+zich tot de doktoren.
+
+"Mijne heeren, u weet, dat wij het altijd vermijden hier het woord
+wonder uit te spreken. Maar hier staan we voor een feit, en ik ben
+nieuwsgierig, hoe u dit langs natuurlijken weg zult verklaren... Sedert
+zeven jaar was mademoiselle lijdend aan een ernstige verlamming,
+die blijkbaar het gevolg was van een ruggemergaandoening. En dat zal
+niet ontkend kunnen worden, de certificaten wijzen het onbetwistbaar
+uit. Zij liep niet meer, zij kon geen beweging maken, zonder de
+hevigste pijnen te gevoelen; zij was ten slotte in dien toestand van
+uiterste uitputting gekomen, welke den dood vooraf gaat... En ziet,
+nu loopt zij voor u, lachend en stralend van gezondheid. De verlamming
+is volkomen verdwenen; pijn heeft zij niet meer; zij is even gezond
+als u en ik... Komt mijne heeren, onderzoekt haar en zegt mij wat er
+gebeurd is!"
+
+Hij triompheerde. Geen van de geneesheeren zeide iets. Twee,
+ongetwijfeld geloovige Katholieken, hadden goedkeurend met hun hoofd
+geknikt. De anderen bleven onbeweeglijk en eenigszins verlegen zitten,
+zij schenen weinig lust te hebben zich met deze geschiedenis in te
+laten. Toch stond er eindelijk een op, een klein mager mannetje,
+wiens oogen achter zijn brilleglazen schitterden, om Marie van
+dichterbij te zien. Hij nam haar hand, keek naar haar pupillen,
+scheen alleen belang te stellen in de uitdrukking van verheerlijking,
+die over haar uitgestort scheen te zijn. Dan ging hij, zonder zelfs
+te willen discussieeren, weer zitten.
+
+"Het geval is door de wetenschap niet te verklaren, dat is alles wat
+ik constateer," begon dr. Bonamy weer. "Ik vestig er nog de aandacht
+op, dat wij hier niet te doen hebben met een langzaam voortschrijdend
+herstel, maar dat de volkomen genezing plotseling en ten volle is
+ingetreden... Ziet mademoiselle slechts aan. Haar oogen schitteren,
+haar tint is rose, de gelaatsuitdrukking heeft haar levendige
+opgewektheid weer teruggevonden. Ongetwijfeld zal het herstel der
+weefsels nog wel eenigen tijd vorderen, maar toch kunnen we zeggen,
+dat mademoiselle herboren is. Niet waar, mijnheer de abbé, u, die
+haar vroeger zoo dikwijls gezien hebt, u herkent haar niet meer?"
+
+"Ja, ja, dat is zoo!" stamelde Pierre.
+
+Inderdaad scheen zij hem reeds krachtig toe, haar wangen waren gevuld
+en frisch en bloeiend. Maar nogmaals, Beauclair had dit alles voorzien,
+die plotselinge, hosanna-blijde opflikkering van levenskracht, die
+heerlijke wederopstanding van het gebroken lichaam, wanneer het leven
+met den wil om te genezen en gelukkig te zijn in haar zou terugkeeren.
+
+Weer had dr. Bonamy zich gebogen over den schouder van pater Dargelès,
+die zijn verslag, een soort klein volledig proces-verbaal, schreef. Zij
+wisselden fluisterend enkele woorden. Na een korte beraadslaging
+begon de dokter weer:
+
+"Mijnheer de abbé, u bent van deze wonderen getuige geweest, u zult
+zeker niet weigeren het verslag, dat de eerwaarde pater voor het
+Journal de la Grotte gemaakt heeft, te onderteekenen?"
+
+Wat, hij dit verslag vol dwaling en leugen onderteekenen! Een
+verzet steeg in hem op, hij stond op het punt de waarheid uit te
+schreeuwen. Maar hij voelde het gewicht van zijn soutane op zijn
+schouders; en vooral vervulde de hemelsche vreugde van Marie zijn
+hart. Hij voelde zich van zoo'n groot geluk doordrongen, nu hij haar
+gered zag. Toen men haar niet meer ondervroeg, was zij op zijn arm
+komen leunen, lachte zij hem met van vreugde dronken oogen toe.
+
+"Pierre," zeide zij heel zacht, "wees de Heilige Maagd dankbaar. Zij is
+zoo goed geweest, zie eens hoe gezond, hoe mooi, hoe jong ik ben... En
+wat zal mijn vader, mijn arme vader blij zijn!"
+
+Toen teekende Pierre. Alles stortte in hem ineen, maar het was
+voldoende, dat zij gered was. Het zou heiligschennis van hem zijn,
+indien hij zijn vingers uitstak naar het geloof van dit kind, dit
+groote, reine geloof, dat haar genezen had.
+
+Buiten begonnen de juichkreten, toen Marie het bureau verliet,
+opnieuw, de menigte klapte in haar handen. Het wonder was nu officieel
+geconstateerd. Toch hadden medelijdende personen, die bang waren, dat
+zij zich te veel zou vermoeien en haar wagentje, dat door haar voor
+de Grot achtergelaten was, noodig hebben zou, dit naar het bureau
+gebracht. Toen zij het weer terugzag, werd zij diep ontroerd. O,
+dit kleine wagentje, waarin zij zooveel jaren geleefd had, die
+rijdende doodkist, waarin zij soms dacht levend begraven te zijn,
+wat had het een tranen, een wanhoop, een ongelukkige dagen gezien! En
+plotseling kwam de gedachte bij haar op, dat het, waar het zoo lang
+getuige geweest was van haar verdriet, nu ook deel moest nemen aan
+haar triomf. En in een goddelijke ingeving, in een heiligen waanzin
+greep zij het handsvat.
+
+Op dat oogenblik kwam de processie voorbij, die terugkeerde uit de
+Grot, waar abbé Judaine den zegen gegeven had. En nu ging Marie met
+haar wagentje achter den baldakijn rijden. Op haar pantoffels, het
+hoofd bedekt met een kanten doekje, liep zij rechtop, het hoofd omhoog
+en met een verheerlijkt, stralend gelaat, het wagentje, de rijdende
+doodkist, waarin zij zooveel smarten geleden had, voortduwend. En
+de menigte, die haar toejuichte, de tot waanzin opgezweepte menigte
+volgde haar.
+
+
+
+
+IV.
+
+Pierre was Marie gevolgd en liep nu, als voortgesleurd door den storm
+van geestdrift, die haar triomphantelijk haar wagentje voort deed
+duwen, met haar achter den baldakijn. Doch iedere minuut ontstond
+er zoo'n gedrang, zulke botsingen, dat hij zeker gevallen zou zijn,
+wanneer een sterke hand hem niet staande gehouden had.
+
+"Wees maar niet bang en geef mij een arm. Anders blijf je niet op
+de been!"
+
+Hij keerde zich om en zag tot zijn verbazing pater Massias, die
+pater Fourcade op den kansel gelaten had, om met den baldakijn mede
+te gaan. Een buitengewone opwinding hield hem staande en wierp hem
+krachtig als een rotsblok vooruit; zijn oogen schoten vonken, zijn
+met zweet bedekt gelaat was één geestdrift.
+
+"Pas toch op, geef mij een arm!"
+
+Een nieuwe menschengolf spoelde hem bijna weg. Pierre vertrouwde zich
+nu geheel toe aan dezen verschrikkelijken man, met wien hij, zooals
+hij zich nu herinnerde, tegelijk op het seminarie geweest was. Wat een
+zonderlinge ontmoeting, en hoe gaarne zou hij het onstuimige geloof,
+deze geloovige geestdrift gehad hebben, die hem zoo hijgend en uit
+zijn snikkende keel de ononderbroken smeekbede uitroepen deed:
+
+"Heer Jezus, genees onze zieken!... Heer Jezus, genees onze zieken!"
+
+Achter den baldakijn hield die kreet maar niet op, steeds was
+er weer een, die het uitbrulde, als hadden zij allen de opdracht
+de goddelijke goedheid niet met rust te laten, wanneer zij zich te
+langzaam openbaarde. Nu eens was het een doffe, door snikken gesmoorde,
+dan weer een scherpe, alles doordringende stem. Die van den pater,
+anders zoo gebiedend, brak nu van ontroering.
+
+"Heer Jezus, genees onze zieken!... Heer Jezus, genees onze zieken!"
+
+Het gerucht van de plotselinge genezing van Marie, van dit wonder, dat
+straks in zijn schittering de geheele Christenheid met dankbaarheid
+vervullen zou, had zich reeds naar alle hoeken van Lourdes verspreid
+en de menigte in een nog grooter opwinding gebracht. De besmettelijke
+aanval van waanzin deed hen allen naar het Heilige Sacrament stormen
+in een onbewusten drang om het te zien, het aan te raken, genezen te
+worden en gelukkig te zijn. God ging immers voorbij, en nu waren het
+niet de zieken alleen meer, die brandden van levensverlangen, neen,
+allen voelden een verterenden drang naar geluk, die hen opzweepte,
+zoodat hun bloedende harten zich openden en hun begeerige handen
+zich uitstrekten.
+
+Berthaud, die deze uitbarsting van hartstocht voorzien had, was met
+zijn mannen medegegaan. Hij gaf hun bevelen en zorgde ervoor, dat de
+dubbele keten van brancarddragers aan beide zijden van den baldakijn
+niet verbroken werd.
+
+"Nog meer opsluiten en de armen stevig vasthouden!"
+
+De jonge mannen, uit de sterksten gekozen, hadden het zwaar te
+verantwoorden. De muur, dien zij aldus schouder aan schouder en de
+armen om middel en nek geslagen, vormden, boog ieder oogenblik onder
+den onwillekeurigen aandrang der menigte. Niemand meende te dringen
+en toch waren het onophoudelijk draaikolken en hooge golven, die van
+verre kwamen en alles dreigden te verzwelgen.
+
+Toen de baldakijn midden op de place du Rosaire was, dacht abbé Judaine
+niet verder te kunnen. Op het groote plein hadden zich verschillende
+stroomen en tegenstroomen gevormd, die draaiden als een wervelwind
+en van alle kanten op hem aan bruisten. Hij moest wel blijven staan
+onder den baldakijn, die heen en weer gezwiept werd als een zeil, dat
+in volle zee door een plotselinge windvlaag aangegrepen wordt. Hij
+hield met zijn beide verstijfde handen het Heilige Sacrament zoo
+hoog mogelijk uit vrees, dat een laatste stoot het omver zou werpen;
+want hij begreep heel goed, dat de gouden, als een zon stralende
+monstrans den hartstocht van de menigte opwekte; dat was de God,
+dien men wilde kussen, in wien men wilde opgaan, zelfs op gevaar af
+hem te vernietigen. Onbeweeglijk bleef hij staan en wierp ongeruste
+blikken op Berthaud.
+
+"Niemand doorlaten!" schreeuwde hij den brancarddragers toe, "niemand,
+begrepen?"
+
+Maar smeekende stemmen verhieven zich, ongelukkigen snikten met
+uitgestrekte armen en uitgestoken lippen, in den waanzinnigen
+wensch, dat men hen dichter bij zou laten komen, om neer te knielen
+voor de voeten van den priester. Welk een genade zou het zijn ter
+aarde geworpen, neergetrapt en verpletterd te worden door de geheele
+processie! Een zieke liet zijn uitgemergelde hand zien, overtuigd, dat
+zij opnieuw aan zijn arm tot nieuw leven zou opbloeien, wanneer men hem
+toestond den monstrans aan te raken. Een stomme drong als een furie met
+haar sterke schouders door alles heen, om door een kus de band van haar
+tong los te maken. Anderen en steeds weer anderen gilden, smeekten,
+balden ten slotte hun vuisten tegen de wreedaards, die aan de kwalen
+van hun lichaam en de ellende van hun ziel genezing weigerden. Het
+consigne gold voor allen; men was bang voor de ergste ongelukken.
+
+"Niemand, niemand doorlaten!" herhaalde Berthaud.
+
+Intusschen was er een vrouw, wier aanblik aller harten met medelijden
+vervulde. Zij was armoedig gekleed en blootshoofds; met een door
+tranen overstroomd gelaat hield zij een klein jongetje van tien jaar,
+wiens beide beenen verlamd en slap neerhingen, op haar armen. De last
+was te zwaar voor haar zwakke krachten, maar zij scheen het niet
+te voelen. Zij had haar jongetje meegebracht en smeekte nu met een
+hardnekkigheid, waar noch bedreigingen noch stooten vat op hadden,
+den brancarddragers haar door te laten.
+
+Eindelijk riep abbé Judaine, die door het schouwspel diep
+aangegrepen werd, haar met een hoofdknikje tot zich. Gehoorzamend
+aan de barmhartige bedoeling van den geestelijke, maakten twee
+brancarddragers, hoe gevaarlijk het ook was een bres in den muur te
+vormen, een kleine opening; de vrouw vloog er met haar last doorheen
+en viel voor den priester neer. Deze liet den voet van den monstrans
+een oogenblik op het hoofd van het jongetje rusten. De moeder zelf
+drukte haar begeerige lippen erop. Toen men zich weer in beweging
+zette, wilde zij achter den baldakijn blijven en volgde de processie
+hijgend, met in den wind fladderende haren, bijna bezwijkend onder
+den zwaren last, die haar schouders brak.
+
+Met groote moeite had eindelijk de processie de place du Rosaire
+overgestoken. Nu begon het glorierijke beklimmen van de monumentale
+helling, gedurende hetwelk heel hoog, aan den rand van den hemel,
+uit de spitse toren van de Basilica de klokken luidden en den triomf
+van Notre-Dame de Lourdes uitjubelden. Naar deze apotheose, naar deze
+hooge poort van het heiligdom, die toegang scheen te geven tot de
+oneindigheid steeg de baldakijn nu op boven de groote menschenzee, die
+daar beneden op de pleinen en in de alleeën bleef bruisen. Reeds was
+de in blauw en zilver gekleede kerkbewaarder met het processiekruis
+ter hoogte van den koepel der Rozenkranskerk. De delegaties der
+bedevaarten verspreidden zich, de veelkleurige banieren van zijde en
+fluweel wapperden in den brand van de ondergaande zon. Dan kwamen de
+schitterende rijen der geestelijken, de priesters in hun sneeuwwitte
+koorhemden, de priesters in hun gouden misgewaden, als een stoet
+van sterren. De wierookvaten werden gezwaaid, de baldakijn steeg
+steeds hooger, zonder dat men de dragers onderscheiden kon, alsof
+een mysterieuse kracht, onzichtbare engelen hem voortdroegen naar de
+wijdgeopende hemelpoort.
+
+Gezangen waren aangeheven, de stemmen eischten, nu men zich uit de
+menigte losgemaakt had, niet meer de genezing der zieken. Het wonder
+had zich voltrokken, men juichte erom uit volle borst in het gedreun
+der klokken, in de bevende vroolijkheid der lucht.
+
+"Magnificat anima mea Dominum..."
+
+Het in de Grot reeds gezongen lied der dankzegging rees opnieuw uit
+de harten op.
+
+"Et exsultavit spiritus meus in Deo salutari meo..." [17]
+
+Overvloeiend van vreugde volgde Marie dezen schitterenden opgang, deze
+hemelvaart langs de helling naar de lichtende Basilica. Naarmate zij
+hooger kwam, kwam het haar voor, dat zij sterker werd, krachtiger op
+haar zoo lang afgestorven, thans herleefde beenen stond. Het wagentje
+dat zij triomphantelijk voortreed, was als de buit, aan haar kwaal
+ontnomen, de hel, waaruit de Heilige Maagd haar gered had; en hoewel
+het handvat haar handen wondde, wilde zij het naar boven rijden om
+het neer te leggen aan de voeten van God. Geen hinderpaal kon haar
+tegenhouden, zij lachte onder haar tranen door, haar borst welfde
+zich, haar gang was als die van een krijgsman. Onderweg was een
+van haar pantoffels losgegaan, terwijl het kanten doekje van haar
+hoofd op haar schouders gevallen was. Maar toch bleef zij doorloopen,
+terwijl haar prachtige blonde lokken haar als met een helm bedekten,
+met stralend gelaat, in zoo'n krachtig opleven van wil en kracht,
+dat men, achter haar, het zware wagentje op den steilen geplaveiden
+weg als een kinderwagen hoorde huppelen.
+
+Pierre, die nog steeds aan den arm van pater Massias liep, bleef in
+haar nabijheid. In zijn hevige ontroering was hij niet in staat tot
+denken. De welluidende en krachtige stem van den pater verdoofde hem:
+
+"Deposuit potentes de sede et exaltavit humiles!..." [18]
+
+Aan den anderen kant rechts van hem, volgde Berthaud, thans geheel
+gerust gesteld, eveneens den baldakijn. Hij had zijn mannen bevel
+gegeven den keten te verbreken en keek nu verrukt naar de menschenzee,
+die de processie doorkruist had. Hoe hooger men kwam, des te meer
+verbreedden zich de place du Rosaire, de boulevards, de alleeën der
+tuinen, en werden zij, zwart van menschen, beter voor zijn blikken
+zichtbaar. Men zag een geheel volk in vogelvlucht, een steeds meer
+zich uitbreidende mierenhoop.
+
+"Kijk toch eens!" zeide hij tot Pierre. "Is het niet grootsch, is
+het niet mooi?... Nu, het zal geen slecht jaar zijn!"
+
+Hij, voor wien Lourdes voornamelijk een haard van propaganda was,
+waarin hij zijn politieken wrok bevredigde, verheugde zich over
+die talrijke bedevaarten, welke hij onaangenaam voor de regeering
+waande. O, als men de werklieden der steden ertoe zou kunnen brengen,
+een Katholieke democratie stichten!
+
+"Verleden jaar," ging hij voort, "hebben we het nauwlijks tot
+tweehonderdduizend pelgrims kunnen brengen. Dit jaar zullen we,
+hoop ik, dat cijfer overschrijden."
+
+En op den vroolijken toon van een man van de wereld voegde hij er,
+hoewel hij een heftig partijganger was, bij:
+
+"Waarachtig, toen men zoo even elkaar dooddrukte, was ik in mijn
+schik... Ik zei tegen mezelf: Het loopt, het loopt!"
+
+Maar Pierre luisterde niet, hij was te zeer getroffen door het
+grootsche schouwspel. De menigte, welke zich steeds meer uitbreidde,
+naarmate hij zich hooger boven haar verhief, dat prachtige dal, dat
+aan zijn voeten lag, steeds grooter werd en den heerlijken horizont
+der bergen voor hem ontrolde, vervulden hem met een bewondering, die
+hem deed rillen. Zijn verwarring was er door toegenomen, hij zocht
+Marie's blik en wees haar met een breed gebaar op den onmetelijken
+gezichtskring. Doch zij begreep het gebaar verkeerd, zij zag in den
+geheel geestelijken, dwependen toestand, waarin zij zich bevond, de
+stoffelijkheid van het schouwspel niet; zij dacht, dat hij de aarde
+tot getuige riep voor de wonderdadige genade, waarmede de Heilige
+Maagd hen beiden had beweldadigd; want zij geloofde, dat hij ook zijn
+deel in het wonder gehad had, dat in dezelfde genadewerking, die haar
+lichamelijk genezen en weer op de been gebracht had, hij, die haar zoo
+na aan het hart lag, zich door dezelfde goddelijke kracht omgeven en
+opgericht gevoeld had, dat zijn ziel van den twijfel gered, door het
+geloof herwonnen was. Hoe zou hij getuige geweest hebben kunnen zijn
+van haar wonderdadige genezing, zonder overtuigd te worden? Zij had
+den vorigen nacht voor de Grot zoo gebeden. En in de overmaat van haar
+vreugde zag zij ook hem veranderd, weenend en lachend, teruggegeven
+aan God. Dat deed haar nog meer gloeien in haar koorts van geluk,
+zij reed haar wagentje voort met een hand, die niet moede werd, zij
+had het nog mijlen en mijlen ver kunnen voortduwen, steeds hooger,
+tot aan ontoegankelijke bergtoppen, tot in den verblindenden glans
+van het Paradijs, alsof zij hun dubbel kruis, haar eigen verlossing
+en die van haar vriend, gedragen had.
+
+"O, Pierre, Pierre," stamelde zij; "hoe heerlijk is het, dat wij dit
+groote geluk samen, samen gehad hebben. Ik had het haar zoo vurig
+gevraagd en zij was zoo genadig; zij heeft jou gered door mij te
+redden!... Ja, ik heb gevoeld, hoe jouw ziel zich overstortte in
+de mijne. Zeg me toch, dat onze wederkeerige gebeden verhoord zijn,
+dat ik jouw heil bewerkt heb, zooals jij het mijne."
+
+Hij begreep haar dwaling, en huiverde.
+
+"Als je eens wist," ging zij voort, "hoe doodsbedroefd ik zou zijn,
+wanneer ik zoo heel alleen naar het licht zou moeten opstijgen. O,
+hoe vreeselijk zou het wezen zonder jou uitverkoren te zijn, zonder jou
+dezen weg te gaan! Maar met jou, Pierre, is het een zaligheid... Samen
+gered en voor eeuwig gelukkig! Ik voel de kracht in mij, gelukkig te
+zijn, ja de kracht om de wereld op te heffen..."
+
+Hij moest nu toch een antwoord geven; en hij loog: hij kon dit groote
+geluk niet bederven en bezoedelen.
+
+"Ja, ja, wees gelukkig, Marie! Want ik ben zelf ook zoo gelukkig,
+en al onze smarten zijn uitgedelgd."
+
+Maar in zijn binnenste kwam een diepe scheur, alsof hij, plotseling,
+gevoeld had, dat een ruwe bijlslag hen van elkander scheidde. Tot nog
+toe was zij in hun gemeenschappelijk lijden het kleine vriendinnetje
+uit zijn jeugd gebleven, de eerste, onschuldig begeerde vrouw, van wie
+hij wist, dat zij steeds de zijne was, omdat zij aan niemand anders kon
+toebehooren. En nu was zij genezen en bleef hij in zijn hel en moest
+hij zich bekennen, dat zij hem nooit toebehooren zou. Die plotselinge
+gedachte overweldigde hem zoo, dat hij, wanhopig zoo te moeten lijden
+onder het wonderdadig geluk, waarin zij jubelde, zijn blikken afwendde.
+
+Het gezang bleef doorklinken; pater Massias stiet, zonder iets
+te hooren, zonder iets te zien, geheel opgaande in zijn vurige
+dankbaarheid aan God, het laatste vers met donderende stem uit:
+
+"Sicut locutus est ad patres nostros, Abraham et semini eius in
+saecula." [19]
+
+Nog een gedeelte der helling was te beklimmen, nog een
+krachtsinspanning moest gedaan worden om over de gladde, breede tegels
+de hoogte van den steilen weg te bereiken! En de processie steeg nog
+hooger en voleindigde den opgang in het volle, heldere daglicht. Er
+was nog een laatste bocht en de wielen van het wagentje kletterden
+tegen den granieten trottoirband. Altijd hooger! Altijd hooger! Steeds
+hoogerop reed het; het stiet tegen den rand van den hemel.
+
+Daar verscheen plotseling de baldakijn op den top der reusachtige
+hellingen, voor de deur der Basilica, op het steenen balcon, dat de
+uitgestrekte vlakte beheerschte. Abbé Judaine trad naar voren, hield
+met beide handen het Heilige Sacrament omhoog. Naast hem had Marie
+met van het loopen kloppend hart en met een in het loshangend goud
+van haar haar stralend gelaat haar wagentje omhoog geheven. Achter
+hen schaarde zich de geestelijkheid: de sneeuwwitte koorhemden, de
+vlammende misgewaden, terwijl de banieren en vaandels wapperden en
+het wit der balustraden pavoiseerden.
+
+Het was een plechtig oogenblik.
+
+Men kon zich moeilijkers iets grootscher denken dan het uitzicht,
+dat men van boven af genoot. In de eerste plaats zag men daar
+de menigte, de menschenzee met haar donkere golven en haar nooit
+ophoudende deining, waarin men, als zij even tot stilstand kwam,
+slechts de bleeke plekken van de in afwachting der zegening naar de
+Basilica opgeheven gezichten zag; en zoo ver als de blik reikte, van
+de place du Rosaire tot den Gave, over de alleeën en avenues, over de
+kruiswegen tot aan de oude in de verte liggende stad, vermenigvuldigden
+zich de kleine, bleeke gezichten, ontelbaar, tot in het oneindige,
+allen in zalige verrukking hun blik richtend op den verheven drempel,
+waar de hemel zich openen zou.
+
+Vervolgens dook het onmetelijk amphitheater der hellingen, heuvels en
+bergen op, verhief zich aan alle kanten tot eindeloos hooge toppen,
+die zich in de blauwe lucht verloren. In het Noorden aan de overzijde
+der rivier, op de eerste hellingen, tusschen de boomen, wierp de brand
+van de ondergaande zon een rosen weerschijn op de talrijke kloosters
+der Carmelieten, Assumptionisten, Dominicanessen en der Zusters van
+Nevers. Dan bouwden zich beboschte bergmassa's boven elkaar op, tot
+zij de hoogten van den Buala bereikten, waarboven de Julospas uitstak,
+die op zijn beurt weer door den Miramont beheerscht werd. In het Zuiden
+openden zich andere diepe valleien, nauwe bergkloven tusschen massieve,
+reusachtige rotsen, wier voet reeds in blauwachtige schaduw baadde,
+wanneer de toppen nog schitterden in den afscheidsglimlach der zon. Aan
+dezen kant vormden de purperen heuvels van Visens een voorgebergte van
+koraal, dat het slapende meer van den ether met een doorschijnendheid
+als van saphir afdamde. Maar recht vooruit in het Oosten verbreedde
+de horizont zich nog over het kruispunt zelf der zeven dalen heen.
+
+Het Kasteel, dat ze vroeger beheerscht had, stond nog met zijn
+slottorens, zijn hooge muren, zijn donker profiel van grimmige,
+ouderwetsche vesting op de door den Gave bespoelde rots. Aan deze zijde
+lag de nieuwe stad heel vroolijk te midden van haar tuintjes als een
+gewemel van witte gevels, groote hotels, pensions en groote winkels,
+welker ruiten als kolenvuren gloeiden, terwijl achter het Kasteel het
+oude Lourdes in het rossig-stoffige licht zijn gewirwar van verkleurde
+daken uitstalde. Op dit late uur waren de Kleine en de Groote Gers, de
+twee reusachtige, kale, slechts hier en daar met kort gras beplekte
+rotsruggen, waarachter de dagvorstin met koninklijke pracht van
+haar troon daalde, niet meer dan een wegdoezelende, violetkleurige
+achtergrond, twee donkere voor den rand van den horizont toegetrokken
+gordijnen.
+
+Tegenover deze onmetelijkheid hief abbé Judaine met zijn beide handen
+het Heilige Sacrament hooger, hooger nog op. Hij bewoog het langzaam
+langs den geheelen horizont en liet het een groot teeken des kruises
+beschrijven. Links begroette het de kloosters, de hoogten van den
+Buala, den Julospas en den Miramont; rechts de twee steden, het
+door den Gave bespoelde Kasteel, den reeds ingesluimerden Kleinen
+en Grooten Gers; het begroette de bosschen, de stroomen, de bergen,
+de onbestemde omtrekken der verre toppenketenen, de geheele aarde
+aan gene zijde van den zichtbaren horizont. Vrede der aarde, hoop
+en troost den menschen! Beneden had de menigte gesidderd onder het
+groote teeken des kruises, dat hen allen omvatte. Het was, alsof een
+goddelijke adem over de kleine bleeke gezichtjes, even talrijk als
+de golven van een oceaan, streek. Een zucht van aanbidding steeg op,
+alle monden openden zich, om Gods lof te zingen, toen de monstrans,
+die door de ondergaande zon vol beschenen werd, weer als een tweede zon
+verscheen, een zon van zuiver goud, die op den drempel der oneindigheid
+in vlammende lijnen het teeken des kruises beschreef.
+
+Reeds gingen de banieren, de geestelijkheid, abbé Judaine onder
+den baldakijn de Basilica binnen, toen Marie op het oogenblik dat
+ook zij, zonder het wagentje los te laten, de kerk wilde ingaan,
+door twee dames, die haar weenend omarmden, tegengehouden werd. Het
+waren madame de Jonquière en haar dochter Raymonde, die de zegening
+bij wilden wonen en het wonder vernomen hadden.
+
+"Hoe heerlijk, kindlief!" riep madame de Jonquière, "en wat ben ik
+er trotsch op, dat je in mijn zaal bent. Het is voor ons allen een
+zoo kostelijke genade, dat de Heilige Maagd jou uitverkoren heeft!"
+
+Raymonde had een hand der wonderdadig genezene in de hare gehouden.
+
+"Mag ik u vriendin noemen, mademoiselle? Ik had zoo'n vreeselijk
+medelijden met u en nu vind ik het zoo heerlijk u, zoo krachtig en
+zoo mooi al, te zien loopen... Laat ik u nog een zoen geven. Dat zal
+mij geluk aanbrengen."
+
+"Dank, hartelijk dank... Ik ben zoo gelukkig, zoo gelukkig!" stamelde
+Marie verrukt.
+
+"O, wij verlaten je niet meer!" begon madame de Jonquière weer. "Hoor
+je, Raymonde? Laten we met haar meegaan en met haar knielen. En na
+de plechtigheid nemen wij haar mede terug."
+
+Inderdaad sloten de beide dames zich bij den stoet aan en liepen
+naast Pierre en pater Massias achter den baldakijn tot aan het midden
+van het koor, tusschen de door de delegaties reeds ingenomen rijen
+stoelen. Alleen de banieren werden ter weerszijde van het hoofdaltaar
+toegelaten. Ook Marie ging naar voren en bleef eerst bij de treden van
+het altaar staan met haar wagentje, waarvan de wielen op de tegels
+weerklonken. Zij had het armzalige smartenwagentje nu gebracht,
+waarheen zij het in den heiligen waan van haar begeerte had willen
+brengen, in de schittering van Gods huis, opdat het daar als het bewijs
+van het wonder staan zou. Dadelijk bij het binnentreden was het orgel
+in een triomfzang uitgejubeld, waarmede de gelukkige schare donderend
+had ingestemd, totdat zich daaruit weldra een hemelsche engelenstem
+vol juichende vreugde en zuiver als kristal, losmaakte. Abbé Judaine
+had het Heilige Sacrament op het altaar gezet, de menigte vulde het
+schip, ieder nam zijn plaats in, men verdrong zich en wachtte tot de
+plechtigheid beginnen zou. Tusschen madame de Jonquière en Raymonde,
+wier oogen vochtig bleven van ontroering, was Marie op haar knieën
+gevallen, terwijl pater Massias, wiens krachten na de buitengewone
+zenuwspanning, welke hem sedert het verlaten van de Grot staande
+gehouden had, uitgeput waren, in snikken uitbarstte, zich op den
+grond wierp en zijn gezicht in zijn handen begroef. Achter hem bleven
+Pierre en Berthaud staan, de laatste nog steeds overal voor wakend
+en zelfs te midden van de sterkste gemoedsaandoeningen voor de goede
+orde zorg dragend.
+
+Verdoofd door het orgelgejubel hief Pierre het hoofd op en bekeek in
+zijn onrust het inwendige der Basilica. Het was een smal, hoog, met
+drukke kleuren beschilderd schip, waarin door talrijke gebrande ramen
+het licht binnenviel. Zijbeuken waren er eigenlijk niet; in plaats
+daarvan liep een eenvoudige doorgang tusschen de pilarenbundels en de
+zijkapellen, wat de slankheid van het schip, het vluchtig opstijgen der
+steen in dunne, kinderlijk-fijne lijnen nog scheen te verhoogen. Een
+geheel verguld, als kantwerk zoo doorzichtig hek sloot het koor af,
+waarin het wit marmeren, met houtsnijwerk overdekte hoofdaltaar
+zijn maagdelijk reine pracht ontvouwde. Verbazingwekkend waren de
+buitengewoon talrijke kunstvoorwerpen, die van de geheele kerk een
+van borduurwerk, juweelen, banieren en geloftegiften overvloeiende
+uitstalkast maakten, een stroom van geschenken en giften, die hierheen
+gevloeid was en tot stilstand gekomen was op de muren, die als het ware
+dropen van goud, zilver, fluweel en zijde, waarmede ze van boven tot
+beneden bekleed waren. Zij was het steeds van dankbaarheid gloeiend
+heiligdom, zong door den mond van haar onschatbaren rijkdom een eeuwig
+danklied van geloof.
+
+Vooral banieren waren in grooten getale aanwezig, vermenigvuldigden
+zich ontelbaar als bladeren aan een boom. Een dertigtal was aan het
+gewelf opgehangen. Andere, die den geheelen omgang van het triforium
+versierden, vormden als het ware door kleine zuiltjes omlijste
+schilderijen. Zij spreidden zich langs de muren uit, wapperden achter
+in de kapellen, overwelfden het koor met een hemel van zijde, satijn
+en fluweel. Men telde ze bij honderden, het oog werd moe van het
+bewonderen. Vele genoten een groote beroemdheid en waren zoo kunstig
+bewerkt, dat de bekendste borduursters ze kwamen bezichtigen: die
+van Notre-Dame de Fourvières met het stadswapen van Lyon; die van
+den Elzas, zwart, met goud geborduurd fluweel; die van Lotharingen,
+waarop een Heilige Maagd, die twee kinderen in haar mantel hult;
+die van Bretagne, blauw en wit met een bloedend hart midden in een
+stralenkrans. Alle keizerrijken, alle koninkrijken der aarde waren
+vertegenwoordigd. De verst gelegen landen, Canada, Brazilië, Chili,
+Haïti, hadden er hun vaandel, waarmede zij de Koningin des Hemels
+hun eer bewezen.
+
+Behalve de banieren waren er nog meer wonderstukken: de duizenden en
+nog eens duizenden harten van goud en zilver, die overal opgehangen
+waren en aan de muren fonkelden als sterren aan het firmament. Zij
+vormden daar mystieke rozen, slingerden bloemenhangers en guirlandes
+om de pilaren, omvatten de ramen en bestarden de diepliggende
+kapellen. Men was op het zinrijke denkbeeld gekomen om met behulp
+van die harten boven het triforium in groote letters de verschillende
+woorden te schrijven, die de Heilige Maagd tot Bernadette gesproken
+had; ook liep een dergelijke lange fries om het schip heen, welke
+de vreugde uitmaakte der kinderlijke zielen, die gaarne de woorden
+spelden. Het was een gewemel en gefonkel van wonderharten, wier
+eindeloos aantal het hart beklemde, wanneer men dacht aan al die van
+dankbaarheid bevende handen, welke ze geschonken hadden. Trouwens
+ook vele andere geloftegiften, en daaronder die, welke men het minst
+verwachten zou, droegen bij tot de versiering der kerk. Zoo zag men
+onder glas bruidsbouquetten, eerekruizen, juweelen, photographieën,
+rozenkransen, ja zelfs sporen. Er waren officiers-epauletten zoowel
+als degens, waaronder een prachtige sabel, die als aandenken aan een
+wonderdadige bekeering achtergelaten was.
+
+Maar dat was niet genoeg: overal schitterden nog andere rijkdommen,
+rijkdommen van den meest uiteenloopenden aard: marmeren beelden,
+in diamanten gevatte diademen, een prachtig, te Blois geteekend en
+door dames uit geheel Frankrijk geborduurd tapijt, een met emailwerk
+versierde gouden palm, die de Heilige Vader gezonden had. De lampen,
+die uit het gewelf neerhingen, waren eveneens geschenken, sommige
+waren van massief goud en fijn bewerkt. Men kon ze niet meer tellen,
+zij fonkelden in het schip der kerk als kostbare sterren. Voor
+den tabernakel hing er een, die door Ierland geschonken was, een
+meesterwerk van ciseleerkunst. Andere, zooals uit Valencia, Rijssel
+en Macao vormden ware kleinoodiën, schitterend van edelgesteenten. En
+welk een glans, wanneer bij de groote avondceremoniën de twintig
+kroonluchters waren aangestoken, wanneer de honderden lampen,
+de honderden kaarsen tegelijk brandden! Dan was de geheele kerk
+één gloed, dan weerkaatsten al die kleine vlammen van het brandende
+godshuis haar lichten in die duizenden harten van goud en zilver. Het
+was één wonderbare vuurzee, de muren dropen van levende vlammenvonken,
+men betrad de verblindende heerlijkheid van het paradijs, terwijl de
+tallooze banieren daartusschen haar zijde, haar satijn en haar fluweel
+ontrolden, geborduurd met bloedende Harten, overwinnende Heiligen en
+Heilige Maagden, wier vriendelijke glimlach wonderen wrocht.
+
+O, hoeveel ceremoniën hadden reeds haar pracht en praal in deze
+Basilica ontwikkeld! Nooit hielden de eeredienst, nooit het gebed
+en het gezang erin op! Van het eene eind van het jaar tot het
+andere brandde de wierook, dreunde het orgel, bad de neergeknielde
+schare. Ononderbroken werden missen gelezen, dan kwamen de vespers,
+de predikatiën, de zegeningen, de dagelijks wederkeerende oefeningen,
+de met een weergalooze pracht gevierde feesten. De minste naamdagen
+werden voorwendsel tot hoogheilige feesten. Iedere bedevaart moest
+haar aandeel in de verblindende schouwspelen hebben. Men moest
+die lijdenden en die nederigen, welke van zoo verre kwamen, toch
+getroost, verrukt en met het visioen van het half geopende paradijs
+terugzenden. Zij hadden de heerlijkheid Gods aanschouwd, zouden de
+herinnering eraan in een eeuwige extase bewaren. In de armzalige,
+kale kamertjes, voor de smartvolle lijdenssponden rees in de geheele
+Christenheid de Basilica met haar gloed en rijkdommen op als een
+droom van belofte en gerechtigheid, ja als het geluk zelf, de schat
+van het toekomstige leven, waarin de armen zeker eens na hun lange
+aardsche ellende ingaan zouden.
+
+Maar Pierre voelde bij het zien van al die schittering geen enkele
+vreugde, geen troost, geen hoop. Het was donker in hem, donker als
+in een storm, waarin gedachten en gevoelens gieren en huilen. Van
+af het oogenblik, dat Marie uit haar wagentje was opgestaan met den
+kreet: "Ik ben genezen", van het oogenblik af, dat zij zoo krachtig,
+zoo vol levenslust liep, voelde hij een onmetelijke, troostelooze
+treurigheid in zich opstijgen. En toch had hij haar lief met een
+vurige broederlijke toegenegenheid, had een grenzeloos geluk zich
+van hem meester gemaakt, toen hij zag, dat zij niet meer leed. Waarom
+veroorzaakte dan haar geluk hem zoo'n angstgevoel? Hij kon haar, nu
+zij daar in tranen en stralend in haar herwonnen en vollere schoonheid
+geknield lag, niet zien zonder dat zijn arm hart als uit een doodelijke
+wonde bloedde. Toch wilde hij blijven, maar hij wendde zijn blikken af
+en trachtte zijn aandacht te bepalen bij pater Massias, die nog altijd
+lag te snikken en wiens verterende illusie van de goddelijke liefde,
+waarin hij zichzelf geheel vernietigde en één werd met het geloof,
+hij benijdde. Een oogenblik scheen hij zelfs met bewondering te kijken
+naar een banier, waarover hij aan Berthaud inlichtingen vroeg.
+
+"Welke bedoelt u? Die banier van kant?"
+
+"Ja, die daar links."
+
+"Dat is een geschenk van Le Puy. De wapens erop zijn die van Le Puy
+en Lourdes, verbonden door den Rozenkrans... De kant is zoo fijn,
+dat je de heele banier in de holte van je hand zoudt kunnen houden."
+
+Maar abbé Judaine kwam naar voren. Weer dreunde het orgel; een lied
+werd gezongen, terwijl het Heilige Sacrament als de koning-ster
+was tusschen het gefonkel der gouden en zilveren harten, die even
+talrijk als de hemellichamen waren. Pierre voelde geen kracht meer
+in zich om langer te blijven. Nu Marie toch madame de Jonquière en
+Raymonde had, om haar naar het Hôpital terug te brengen, kon hij
+wel gaan en verdwijnen in een donker hoekje, waar hij eindelijk zou
+kunnen uithuilen. Met een enkel woord verontschuldigde hij zich en
+gaf zijn afspraak met dr. Chassaigne als voorwendsel. Doch toen hij
+zag, hoe een dicht opeengepakte menigte de deur versperde, begreep
+hij niet, hoe hij eruit moest komen; maar dan kreeg hij ingeving,
+ging de sacristie door en daalde langs de smalle trap in de Crypt af.
+
+Plotseling omving hem daar na de jubelende stemmen en den wondermooien
+glans boven een diepe stilte, een donkerte als van een graf. De in de
+rots uitgehouwen Crypt bestond uit twee nauwe, door de fundamenten,
+welke het schip droegen, gescheiden gangen, welke onder de apsis
+naar een onderaardsche kapel leidden, die dag en nacht door kleine
+lampjes verlicht werd. In het donkere bosch van pilaren heerschte een
+mystieke ontzetting te midden van het halfdonker, waarin het mysterie
+huiverde. De muren waren kaal, als de steen zelf van het graf, waarin
+ieder mensch zijn laatsten slaap moet slapen. Langs de gangen zag men
+tegen de muren, die van boven tot beneden bedekt waren met marmeren
+votiefplaten, niets dan een dubbele rij biechtstoelen, want in deze
+doodelijke stilte der aarde biechtte men. Er waren priesters, die
+alle talen spraken, om den zondaren, die daar uit alle hoeken der
+wereld kwamen, hun zonden te vergeven.
+
+Op dit uur, terwijl de menigte zich daarboven verdrong, was de Crypt
+geheel verlaten; en in die groote stilte, en in die donkerte, in
+deze grafkilte viel Pierre op zijn knieën. Niet omdat hij behoefte
+gevoelde om te bidden, of God te vereeren, maar omdat onder de
+geestelijke marteling, die hem gebroken had, zijn geheele wezen
+vernietigd was. Een kwellende dorst verteerde hem, om duidelijk in
+zijn binnenste te zien. O, waarom kon hij nog niet dieper wegzinken
+in het niet der dingen, nadenken, begrijpen, rust vinden eindelijk?
+
+Hij maakte een vreeselijken strijd door. Hij trachtte zich iedere
+minuut weer voor den geest te roepen, sedert Marie, plotseling van haar
+lijdenssponde verrezen, haar kreet van wederopstanding uitgestooten
+had! Waarom toch had hij toen, ondanks zijn broederlijke vreugde,
+dat hij haar weer op den been zag, zoo'n bittere, stekende pijn in
+zich voelen opstijgen, alsof een doodelijk ongeluk hem getroffen
+had? Was hij dan jaloersch op de goddelijke genade? Leed hij eronder,
+dat de Heilige Maagd, die haar genas, hem vergeten had, hem, wiens
+ziel zoo ziek was? Hij herinnerde zich het laatste uitstel, dat hij
+zich gegeven had, de uiterste en laatste afspraak, die hij met het
+geloof gemaakt had voor het oogenblik, dat het heilige Sacrament
+voorbij gedragen zou worden en wanneer Marie genezen was; nu was
+zij genezen en hij geloofde nog altijd niet, en voor de toekomst had
+hij geen hoop meer ook, want hij zou nooit meer gelooven. Dat was de
+bloedende, doodelijke wonde. In wreede en verblindende duidelijkheid
+stond die zekerheid hem voor oogen, dat zij genezen en hij verloren
+was. Dit zoogenaamde wonder, dat haar tot een nieuw leven wekte, had
+in hem voor goed alle geloof in het bovennatuurlijke gedood. Wat hij
+een oogenblik gedroomd had, n.l. te Lourdes te gaan zoeken naar en
+misschien terug te vinden het naïeve geloof, het gelukkige geloof van
+een klein kind, dat was nu niet meer mogelijk: zijn geloof kon niet
+meer opbloeien nu het wonder geen wonder meer was, nu de genezing zich
+punt voor punt voltrokken had, zooals zij door Beauclair voorspeld
+was. Jaloersch, o neen, maar geheel verwoest, ellendig wanhopig, dat
+hij zoo alleen in de ijskoude woestijn van zijn verstand, vergeefs zou
+blijven terugverlangen naar de illusie, den leugen, de hemelsche liefde
+der armen van geest, die in zijn hart geen plaats meer vinden kon.
+
+Een vloed van bitterheid deed Pierre bijna stikken, tranen sprongen
+in zijn oogen. Vernietigd door zijn zielebenauwenis was hij languit
+op den grond neergevallen. En hij herinnerde zich nu die heerlijke
+oogenblikken, die begonnen waren met den dag, waarop Marie, die de
+marteling van zijn twijfel geraden had, zich zoo met haar heele hart
+gegeven had aan zijn bekeering, in het donker zijn hand genomen en
+in de hare gehouden en zachtkens gestameld had, dat zij voor hem zou
+bidden, o! met heel haar ziel. Zichzelf vergat zij, zij smeekte de
+Heilige Maagd liever haar vriend te redden dan haar zelf, wanneer
+zij van haar goddelijken Zoon slechts één genade kon verkrijgen. Dan
+steeg een andere herinnering in hem op; de kostelijke uren, die
+zij samen hadden doorgebracht onder den dichten nacht der boomen
+gedurende het voorbijtrekken der fakkelprocessie. Ook daar weer
+hadden zij voor elkaar gebeden, waren zij met een zoo vurigen wensch
+voor hun wederkeerig geluk in elkaar opgegaan, dat zij een oogenblik
+den diepen grond van die liefde hadden aangeraakt, welke zich geheel
+geeft en zich geheel opoffert. En nu eindigde hun lange, door tranen
+gedrenkte toegenegenheid, de reine idylle van hun gemeenschappelijk
+lijden met deze wreede scheiding: zij genezen en stralend te midden
+van de lofzangen der triompheerende Basilica; hij verloren, snikkend
+van wanhoop en vertwijfeling in de duisternis van de Crypt, in een
+ijskoude grafeenzaamheid. Het was, alsof hij haar voor een tweede
+maal verloren had, en nu voor altijd!
+
+Plotseling voelde Pierre den dolksteek, dien deze gedachte midden in
+zijn hart toebracht. Hij begreep eindelijk zijn lijden; in hem werd
+een licht ontstoken, dat de vreeselijke crisis, waarin hij worstelde
+en ineenkromp, in scherpe omtrekken voor hem uitkomen deed. De eerste
+maal had hij Marie verloren, toen hij priester geworden was en tegen
+zichzelf zeide, dat hij van zijn man-zijn afstand kon doen, omdat
+zij zelf nooit vrouw zijn zou, nu door een ongeneeslijke ziekte haar
+geslachtsleven vernietigd was. En nu was zij genezen, werd zij vrouw,
+nu had hij haar plotseling sterk, mooi, van levenslust, begeerlijk en
+vruchtbaar gezien! Hij was dood, kon geen man weer worden. Nooit zou
+het hem gelukken den grafsteen af te wentelen, die op hem drukte en
+zijn vleesch doodde. Zij alleen ontsnapte uit het graf en liet hem in
+de koude aarde achter. De wijde wereld opende zich weer voor haar,
+het glimlachend geluk, de liefde, die lacht op bezonde wegen, een
+man, kinderen, terwijl hij, die als het ware tot aan zijn schouders
+begraven was, alleen nog zijn verstand over hield, om nog meer te
+lijden. Zij was nog de zijne, toen zij aan geen ander toebehoorde,
+en slechts daarom leed hij dit laatste uur zoo verschrikkelijk,
+slechts daarom werd hij ten doode toe gemarteld, omdat zij nu voor
+de tweede maal aan hem ontrukt, nu voor goed van hem gescheiden werd.
+
+Een razende woede greep hem aan. Hij voelde de verleiding in
+zich opkomen weer naar boven te gaan, Marie de waarheid toe te
+schreeuwen. Het wonder--een leugen! De barmhartige liefde van
+een almachtig God--enkel en alleen zinsbedrog. De natuur alleen
+was hier werkzaam geweest, het leven had nogmaals overwonnen. En
+hij zou bewijzen gegeven hebben, haar hebben aangetoond, dat
+het leven onbeperkt heerscht en door al het aardsche lijden de
+gezondheid herstelt. Maar een plotselinge angst maakte zich van hem
+meester. Wat? Wilde hij aan deze kleine, blanke ziel raken, in haar
+het geloof dooden, ook haar geloofsvertrouwen in puin doen storten,
+puin, waaronder hij zelf verpletterd was? Het scheen hem plotseling
+een schandelijke heiligschennis toe. Later, wanneer hij zichzelf
+zou moeten bekennen, niet in staat te zijn haar een dergelijk
+geluk terug te geven, zou hij een afschuw van zichzelf krijgen,
+denken, dat hij haar vermoord had. Misschien zou zij hem zelfs niet
+gelooven. Trouwens zou zij, die eeuwig de onvergetelijke zaligheid
+in zich voelde in geloofsverrukking genezen te zijn, zou zij ooit een
+afvallig en meineedig priester huwen? Dat alles leek hem waanzinnig,
+tegennatuurlijk, onteerend. Reeds werd zijn verzet minder; hij voelde
+nog slechts een onzegbare moeheid en in zijn arm, verpletterd en
+verscheurd hart de brandende pijn van een ongeneeslijke open wonde.
+
+In zijn verlatenheid, in het niet, waarin hij zich naar alle kanten
+wentelde, werd hij nu nog door een laatsten strijd gemarteld. Wat moest
+hij doen? Hij zou hebben willen vluchten, Marie niet meer terugzien,
+laf als het lijden hem gemaakt had. Want hij begreep heel goed, dat
+hij, nu zij in den waan verkeerde, dat hij met haar gered, bekeerd,
+geestelijk genezen was, zooals zij lichamelijk, zou moeten liegen. Zij
+had hem, toen zij haar wagentje naar boven reed, gezegd hoe gelukkig
+zij was. O, hoe anders zou het zijn, als zij samen dat geluk gehad
+hadden, als zij hun zielen in elkaar hadden voelen opgaan. Hij had
+reeds gelogen, zou gedwongen zijn altijd te liegen, om haar die mooie,
+reine illusie niet te ontnemen. Hij legde het laatste heftige kloppen
+van zijn aderen het zwijgen op en zwoer de verheven barmhartigheid
+te hebben vrede te huichelen, verrukking over zijn genezing te
+veinzen. Hij wilde, dat zij volkomen gelukkig was, zonder spijt,
+zonder twijfel, in de volle verzekerdheid des geloofs, overtuigd,
+dat de Heilige Maagd in hun volkomen mystiek één-zijn toegestemd
+had. Wat beteekende het, of hij daardoor gemarteld werd? Later zou
+zijn wond misschien wel heelen. En zou in de troostelooze eenzaamheid,
+waartoe zijn verstand hem veroordeelde, haar vreugde hem niet een
+weinig verlichting schenken, die vreugde, wier leugenachtige troost
+hij haar laten zou?
+
+Minuten verliepen, en nog altijd bleef Pierre als vernietigd op den
+grond liggen, om zijn koorts tot bedaren te brengen. Hij dacht niet
+meer, hij voelde in de verslapping van zijn geheele wezen, die steeds
+op een hevige crisis volgt, niet meer, dat hij leefde. Doch daar
+meende hij stappen te hooren klinken; met moeite stond hij op en deed
+alsof hij de votiefplaten las, de in de marmeren steenen gegraveerde
+opschriften. Maar hij had zich vergist, er was niemand; desniettemin
+bleef hij voortlezen, eerst werktuigelijk en als om een afleiding te
+hebben, dan echter door een nieuwe gemoedsbeweging medegesleept.
+
+Het spotte met iedere verbeelding. Geloof, aanbidding en dankbaarheid
+waren op die honderden en duizenden marmeren platen in gouden letters
+tot uitdrukking gebracht. Er waren er bij, die in hun naïeveteit hem
+tot een glimlach dwongen. Een kolonel had zijn voet laten uitbeitelen
+met de woorden: "Gij hebt hem genezen, moge hij u dienen!" Verderop
+las hij: "Dat haar bescherming zich over de glasblazerskunst
+uitstrekke!" Ook kon men aan de onnoozele vrijmoedigheid der
+dankbetuigingen de vreemde vragen raden, die gedaan waren: "Aan de
+Onbevlekte Maria van een huisvader voor zijn herkregen gezondheid,
+zijn gewonnen proces en zijn spoedige promotie." Maar dat alles ging
+verloren in het concert der vurige kreten, die opstegen. Jonggehuwden
+smeeken: "Paul en Anna vragen den zegen van Notre-Dame de Lourdes
+op hun huwlijk." Moeders roepen: "Dank aan Maria, driemaal heeft zij
+mijn kind genezen!"--"Dank voor de geboorte van Maria-Antoinette, die
+ik zoowel als mijzelf en de mijnen aan haar toewijd."--"De driejarige
+P. D. is voor de liefde der zijnen gespaard gebleven." Echtgenooten,
+genezen zieken, aan het geluk teruggegeven zielen roepen: "Bescherm
+mijn man; geef, dat hij gezond blijve!"--"Ik was lam aan beide
+beenen en ben genezen!"--"Wij zijn gekomen en wij hopen."--"Ik heb
+gebeden, ik heb geweend, en zij heeft mij verhoord." En nog meer,
+nog andere kreten vol verborgen gloed, die lange romans vermoeden
+deden. "Gij hebt ons vereenigd, bescherm ons."--"Aan Marie voor de
+grootste der weldaden." En steeds weer kwamen dezelfde opschriften,
+dezelfde woorden vol hartstochtelijk geloofsvertrouwen: dankbaarheid,
+erkentelijkheid, eer, dankgebeden, dankzeggingen. O, die honderden,
+die duizenden voor altijd in het marmer vastgelegde kreten, die uit
+de diepte der Crypt tot de Heilige Maagd òpklonken en getuigden van
+haar eeuwige vereering door die ongelukkigen, die zij geholpen had.
+
+Maar onder het lezen, dat Pierre niet moede werd, vervulde
+bitterheid zijn mond, maakte een toenemende troosteloosheid zich
+van hem meester. Was hij dan de eenige, die geen hulp te verwachten
+had? Was hij, waar zooveel gebeden in vervulling gingen, de eenige,
+die niet verhoord zou worden? En nu dacht hij aan het buitengewoon
+groot aantal gebeden, die jaar in, jaar uit te Lourdes tot God
+moesten opstijgen. Hij trachtte het aantal te schatten: de dagen,
+doorgebracht vóór de Grot, de nachten, doorwaakt in de Rozenkranskerk,
+de ceremoniën in de Basilica, de processies in het zonlicht en in
+het sterrengefonkel. Het was onberekenbaar, dat voortdurend smeeken
+van alle seconden. De geloovigen wilden door de massa zelve, de
+geweldige, ontzettende massa van hun gebeden Gods ooren vermoeien,
+hem zoo genade en vergiffenis ontrukken. De priesters zeiden, dat
+men God de door de zonden van Frankrijk geëischte zoenoffers moest
+brengen en dat, wanneer de som van die zoenoffers groot genoeg was,
+Frankrijk niet langer getuchtigd zou worden. Welk een hardvochtig
+geloof aan de noodzakelijkheid der kastijding! Welk een gruwlijke
+inbeelding van het zwartste pessimisme! Wat moest het leven slecht
+zijn, dat een dergelijk smeeken, een dergelijke kreet van physieke
+en moreele ellende ten hemel stijgen kon!
+
+Doch te midden van die grenzenlooze treurigheid voelde Pierre een
+diep medelijden in zich opkomen. O, hoe schokte hem deze rampzalige
+menschheid, die tot zulk een bovenmatige ellende gedoemd, zóó naakt,
+zóó zwak, zóó geheel aan zichzelf overgelaten was, dat zij haar
+verstand over boord wierp, om het weinige geluk, dat nog mogelijk was,
+te verwachten van een bedwelmenden, visionnairen droom. Weer vulden
+tranen zijn oogen, hij weende om zichzelf, om de anderen, om al de
+arme, gemartelde wezens, die de behoefte in zich voelen hun leed te
+verdooven en in slaap te wiegen, om aan de harde werkelijkheid van
+deze wereld te ontkomen. Het kwam hem voor als hoorde hij nog de voor
+de Grot neergeknielde menigte haar gloeiend smeekgebed hemelwaarts
+schreeuwen, menigte van twintig- en dertigduizend zielen, waaruit
+een vurig verlangen opsteeg, dat men in den zonneschijn als wierook
+òpwolken zag. En onder deze Crypt zelf, in de Rozenkranskerk, laaide
+weer een andere geloofsverrukking op: heele nachten, doorgebracht
+in het paradijs der extase, de stille zaligheid der communie, de
+vurige, woordlooze gebeden, waarin de geheele ziel verteert, brandt,
+vervluchtigt. En dan begon, alsof de voor de Grot oprijzende gebeden,
+alsof de voortdurende aanbidding in de Rozenkranskerk niet voldoende
+waren, dat vurige smeeken opnieuw om hem heen op de muren der Crypt;
+maar dan werd het vereeuwigd in het marmer, zou het tot aan het einde
+der dagen niet ophouden het lijden der menschheid uit te schreeuwen;
+hier bad het marmer, baden de muren, aangegrepen door de huivering
+van het universeele medelijden, dat zich zelfs van de steenen meester
+maakte. En ten slotte stegen de gebeden hooger en nog hooger, zweefden
+zij omhoog uit de stralende, boven hem dreunende Basilica, die op dit
+oogenblik gevuld was met een door godsdienstwaanzin aangegrepen volk,
+dat hij, door den vloer van het schip, een lied van hoop meende te
+hooren uitjubelen.
+
+Hij werd er ten slotte door medegesleept, alsof hij zich te midden van
+die onmetelijke, bruisende gebedsgolf zelf bevond, die, uit het stof
+van den aardbodem opborrelend, over de verdiepingen der op elkaar
+gebouwde kerken hooger steeg, zich van tabernakel tot tabernakel
+uitbreidde, en de muren zoo zeer tot medelijden bewoog, dat ook deze
+zelf snikten, en dat die kreet van de zwartste ellende met de witte
+spits, het vergulde, hooge kruis op den top der Basilica den hemel
+doorboorde. O, almachtige God, o goddelijk wezen, hulpvaardige Kracht,
+wie gij ook zijt, erbarm u over de arme menschheid, doe het menschelijk
+lijden ophouden!
+
+Plotseling voelde Pierre zich als verblind. Hij had de linksche
+gang gevolgd en stond nu eensklaps in het volle daglicht. En
+onmiddellijk werden twee armen liefdevol om zijn hals geslagen. Het
+was dr. Chassaigne, die op hem stond te wachten om hem mede te nemen
+naar de kamer van Bernadette en de kerk van pastoor Peyramale.
+
+"Jongen, wat zal zij blij zijn... Ja, ik heb het groote nieuws gehoord
+van de buitengewone genade, die Notre-Dame de Lourdes over je vriendin
+uitgestort heeft. Herinner je je wat ik je eergisteren gezegd heb? Nu
+ben ik gerust, want nu ben je zelf ook gered!"
+
+Nog een laatste bitterheid voelde de jonge priester in zich
+opkomen. Maar hij kon glimlachen en antwoordde zacht:
+
+"Ja, wij zijn gered; ik voel mij heel gelukkig!"
+
+De leugen begon, de goddelijke illusie, die hij uit barmhartigheid
+aan anderen gaf.
+
+Doch nog een schouwspel werd Pierre niet onthouden. De beide vleugels
+van de hoofddeur stonden wijd open, de bloedroode zonnestralen vulden
+het schip van het eene einde tot het andere. Alles laaide op in
+een fellen brandgloed, het vergulde koorhek, de gouden en zilveren
+geloftegiften, de in diamanten gevatte lampen, de banieren met hun
+lichte kleuren, de wierookvaten, die gezwaaid werden en op vliegende
+juweelen geleken. En achter in die fonkelende schittering zag hij
+tusschen de sneeuwwitte koorhemden en de gouden misgewaden Marie
+met haar loshangende lokken, haar gouden lokken, die haar als met een
+gouden mantel omgolfden. Het orgel jubelde uit in een triomphantelijken
+lofzang, het razende volk juichte tot God en abbé Judaine, die op
+het altaar het Heilige Sacrament weer genomen had, hief het voor
+een laatste maal hoog en glanzende als in een stralenkrans op in de
+van goud druipende Basilica, wier klokken naar alle windstreken den
+triomf van het wonder uitdreunden.
+
+
+
+
+V.
+
+Onder het afloopen der helling zeide dr. Chassaigne tegen Pierre:
+
+"Je hebt den triomf bijgewoond; nu zal ik je twee schreeuwende
+onrechtvaardigheden laten zien!"
+
+En hij bracht hem naar het kamertje in de rue des Petits-Fossés,
+dat lage, donkere kamertje, waaruit zij gekomen was, toen de Heilige
+Maagd haar verscheen.
+
+De rue des Petits-Fossés is een zijstraat van de vroegere rue
+du Bois, de tegenwoordige rue de la Grotte, en snijdt de rue du
+Tribunal. Het is een kronkelend, droefgeestig, armoedig straatje,
+dat flauw helt. Slechts zelden komen er menschen door, men vindt er
+alleen lange muren, armzalige huizen, melancholieke gevels, waarin
+nooit een raam opengaat. Een boom ergens op een binnenplaatsje is
+het eenige vroolijke erin.
+
+"Wij zijn er," zeide de dokter.
+
+Het straatje werd op dit plekje heel nauw en smal, het huisje lag
+tegenover een hoogen, grijzen, kalen muur van een schuur. Beiden
+keken zij naar het kleine huisje, dat met zijn kleine kruisramen en
+ruwe, blauwachtige pleisterkalk akelig leelijk en armoedig leek. De
+gang beneden was heelemaal donker en werd slechts door een klein,
+ouderwetsch hek afgesloten; men moest een opstapje gebruiken om naar
+boven te komen, dat bij slagregens onder water stond.
+
+"Ga naar binnen, vriend, ga naar binnen. Je behoeft het hek maar open
+te stooten."
+
+De gang was vrij diep en Pierre volgde, om geen misstap te doen,
+met zijn hand den muur. Het kwam hem voor, alsof hij in het donker
+in een kelder afdaalde en de glibberige grond onder hem steeds nat
+was van het water. Aan het eind sloeg hij op een nieuwe aanwijzing
+van den dokter rechts af.
+
+"Buk je, want je zoudt je kunnen stooten, de deur is erg laag... Zoo,
+we zijn er!"
+
+Evenals de straatdeur, stond ook de kamerdeur wijd open. Pierre,
+die aarzelend midden in het vertrek was blijven staan, kon, daar
+zijn oogen nog gewend waren aan het felle daglicht van buiten, niets
+onderscheiden, nu hij daar in volkomen duisternis terechtgekomen
+was. Bovendien had een ijzige kilte, gelijk aan het gevoel, dat een
+natte wasch veroorzaakt, hem bij zijn schouders gegrepen.
+
+Maar langzamerhand geraakten zijn oogen gewoon aan de duisternis. De
+twee, niet even groote ramen zagen uit op een smalle binnenplaats,
+waarin slechts een groenachtig licht als in een put viel. Als
+men midden op den dag in de kamer wilde lezen, moest men een kaars
+aansteken. De kamer, vier bij drie en een halven meter groot, was met
+groote, oneffen steenen bevloerd, terwijl de balken aan de zoldering
+in den loop der tijden een roetkleur gekregen hadden. Tegenover
+de deur was een armzalige schoorsteenmantel van gips, waarvan
+de plaat door een oude, vermolmde plank gevormd werd. Tusschen
+den schoorsteenmantel en een der ramen was een gootsteen. De muren,
+waarvan de kalk afschilferde en met vochtplekken en scheuren overdekt
+was, hadden evenals de zoldering, een zwartachtigen tint. Er stonden
+geen meubels meer in, het vertrek scheen geheel verlaten, men zag
+er slechts onduidelijk enkele vreemde voorwerpen, die in de diepe
+duisternis, welke alle hoeken vulde, onherkenbaar waren.
+
+Na een vrij lange stilte begon de dokter te spreken.
+
+"Ja, dit is de kamer, van hier is alles uitgegaan... Niets is erin
+veranderd, alleen de meubelen zijn er niet meer. Ik heb getracht de
+kamer weer in mijn geest te meubileeren; de bedden stonden ongetwijfeld
+tegen den muur over de ramen; drie bedden moeten er minstens geweest
+zijn, want de Souberous waren met hun zevenen, vader, moeder, twee
+jongens en drie meisjes... Stel je voor, drie bedden in dit vertrek
+en zeven menschen, die in deze enkele vierkante meters woonden. Ze
+waren hier als levend begraven, zonder licht, zonder lucht en zoo
+goed als zonder brood! Welk een vreeselijke ellende, wat een arme,
+beklagenswaardige schepsels!"
+
+Maar hij werd in de rede gevallen. Een gestalte, die Pierre eerst voor
+een oude vrouw hield, kwam binnen. Het was een priester, de vicaris van
+de parochie, die tegenwoordig het huis bewoonde. Hij kende den dokter.
+
+"Ik hoorde u praten, dokter Chassaigne," zeide hij, "en ben daarom
+even naar beneden gekomen... Zoo, laat u de kamer weer eens bekijken?"
+
+"Ja, mijnheer de abbé, zoo vrij ben ik geweest... Het stoort u
+toch niet?"
+
+"Heelemaal niet... heelemaal niet... Kom maar net zoo dikwijls als
+u wilt!"
+
+Hij lachte vriendelijk en voorkomend en groette Pierre, die, verbaasd
+over zijn kalme zorgeloosheid vroeg:
+
+"Maar toch zal het u wel eens lastig zijn met al die menschen!"
+
+Op zijn beurt scheen de vicaris verbaasd.
+
+"Wel neen, er komt hier niemand... U begrijpt, dat het hier niet
+zoo bekend is. Iedereen blijft daar bij de Grot... Maar ik laat de
+deur open staan, dan behoef ik niet heen en weer te loopen. Maar er
+gaan dagen voorbij, zonder dat ik zelfs ook maar het knagen van een
+muis hoor."
+
+De oogen van Pierre raakten hoe langer hoe meer aan de donkerte
+gewend; onder de onduidelijke voorwerpen onderscheidde hij oude
+tonnen, overblijfselen van een kippenhok, gebroken gereedschappen
+en allerlei lompen, die je gewoonlijk bij elkaar voegt en dan in
+den kelder werpt. Verder zag hij aan den zolder provisies hangen,
+een slamand vol met eieren en ritsen dikke, rose uien.
+
+"Zooals ik zie," begon hij met een lichte beving in zijn stem,
+"hebt u gemeend de kamer niet ongebruikt te moeten laten."
+
+De vicaris begon een beetje verlegen te worden.
+
+"Zeker, zoo is het... Wat zal ik u zeggen? Het huis is klein en ik
+heb niet veel ruimte! En dan, u hebt er geen idée van hoe vochtig
+het huis is, het is absoluut onmogelijk het te bewonen... En, lieve
+God, zoo langzamerhand hoopt het zich van zelf op, zonder dat je het
+eigenlijk wil."
+
+"Een soort rommelkamer dus," merkte Pierre op.
+
+"O, neen, dat niet!... Een onbewoond vertrek, en wanneer u het zoo
+noemen wilt, een rommelkamer!"
+
+Zijn verlegenheid, waarbij ook wel een beetje schaamte kwam, werd
+grooter. Dr. Chassaigne bleef zwijgen, kwam niet tusschenbeide; maar
+hij glimlachte, blijkbaar in zijn schik, dat zijn vriend tegen die
+menschelijke ondankbaarheid opkwam.
+
+Deze kon zich niet beheerschen en ging voort:
+
+"Neem het me niet kwalijk, mijnheer de vicaris, dat ik er op
+doorga. Maar bedenk toch, dat u alles aan Bernadette te danken hebt,
+dat zonder haar Lourdes nog een der minst bekende steden van Frankrijk
+zijn zou... En werkelijk het komt mij voor, dat de parochie uit
+dankbaarheid deze kamer in een kapel had moeten veranderen..."
+
+"O, een kapel!" viel de vicaris hem in de rede; "het betreft hier
+slechts een menschelijk wezen, en de Kerk mag haar geen vereering
+bewijzen."
+
+"Nu, laten we dan niet een kapel zeggen, laten wij zeggen, dat er
+lichten, bloemen, rozen moesten zijn, die de inwoners en de pelgrims
+uit piëteit steeds weer verfrisschen moesten... In het kort, ik zou
+hier graag wat meer liefde zien, het een of ander ontroerend aandenken,
+een beeld van Bernadette, iets, dat op kiesche wijze herinnerde aan
+de plaats, die zij in alle harten moest innemen... Het is gewoonweg
+schandelijk, dit vergeten, dit verontachtzamen, die vervuiling,
+waartoe men dit vertrek heeft laten vervallen."
+
+De vicaris, een onnadenkend en impressionabel mannetje, was het
+dadelijk met hem eens.
+
+"In den grond der zaak hebt u volkomen gelijk. Maar ik heb geen macht,
+ik kan er niets aan doen... Wanneer ze me de kamer komen vragen,
+om haar in te richten, dan zou ik haar echter dadelijk geven en er
+mijn tonnen uitnemen, hoewel ik heusch niet weet, waar ik ze zou
+moeten zetten... Maar, ik herhaal het, dat hangt niet van mij af,
+ik kan er niets aan doen."
+
+Onder voorwendsel, dat hij uit moest, nam hij gauw afscheid en maakte
+zich uit de voeten, terwijl hij nogmaals tegen dr. Chassaigne zeide:
+
+"Blijf net zoo lang als u zelf wilt. U stoort me nooit."
+
+Toen de dokter weer met Pierre alleen was, nam hij diens beide handen
+in de zijne en zeide, van vreugde stralend:
+
+"Beste jongen, wat heeft dat me goed gedaan! Wat heb jij hem eens
+flink gezegd, wat al zoo lang in mijn hart borrelt en kookt!... Ik
+voor mij heb ook het denkbeeld gehad iederen ochtend hier rozen te
+brengen. Ik zou eenvoudig het kamertje hebben laten schoonmaken en
+dan twee vazen rozen op den schoorsteenmantel gezet hebben, want je
+weet, dat ik voor Bernadette een groote teederheid heb opgevat, en
+het scheen mij toe, dat die rozen hier het opbloeien, de schittering
+en de geur van haar aandenken zouden zijn... Maar, maar..."
+
+Hij maakte een wanhopig gebaar.
+
+"De moed heeft mij tot nog toe altijd ontbroken... Ja, ik zeg den moed,
+want tot nog toe heeft niemand zich openlijk tegen de paters der Grot
+durven verzetten... Men aarzelt, schrikt terug voor een religieus
+schandaal. Denk eens aan de betreurenswaardige opschudding, die dat
+veroorzaken zou; en zij, die evenals ik over wat er thans gebeurt
+verontwaardigd zijn, moeten wel zwijgen."
+
+En na even gezwegen te hebben, voegde hij er nog aan toe:
+
+"Ja, beste jongen, het is wel verschrikkelijk, die ondankbaarheid en
+die hebzucht van de menschen. Iederen keer, dat ik hier in deze ellende
+kom, schiet mijn hart zoo vol, dat ik mijn tranen niet inhouden kan."
+
+Hij hield op met spreken, geen van beiden zeide een woord meer, de
+melancholie, die zich uit het vertrek losmaakte, kneep hun de keel
+dicht. Duisternis omhulde hen, de vocht deed hen rillen tusschen de
+vervallen muren en het stof der opgehoopte oude lompen. Wederom kwam de
+gedachte in hen op, dat zonder Bernadette niets van de wonderen bestaan
+zou hebben, welke Lourdes tot een eenige stad in de wereld gemaakt
+hadden. Haar woord had de wonderbare bron doen ontspringen, de van
+kaarsen vlammende Grot geopend. Reusachtige werken werden uitgevoerd,
+kerken schoten uit den grond op, kolossale trappen leidden tot God,
+een geheel nieuwe stad rees, als door een wonder, met haar tuinen,
+haar boulevards, haar kaden, haar bruggen, haar winkels, haar hotels
+op. De verst verwijderde volkeren stroomden in menigte samen, de regen
+van millioenen viel zoo dicht en overvloedig, dat de jonge stad tot in
+het oneindige scheen te moeten groeien, het geheele dal vullen van het
+eene einde der bergen naar het andere. Als Bernadette er niet geweest
+was, zou er niets geweest zijn, het buitengewone avontuur tot niets
+terugkeeren, het oude Lourdes nog zijn eeuwenlangen slaap aan den voet
+van het Kasteel slapen. Bernadette was de eenige, die dit geschapen
+had, en deze kamer, waaruit zij gegaan was, toen zij de Maagd gezien
+had, deze wieg zelf van het wonder, van het wonderbaarlijke toekomstige
+fortuin, lag hier verwaarloosd, ten prooi aan de wormen, goed alleen
+voor een rommelkamer, waarin je uien en oude tonnen bewaarde.
+
+Toen stond de tegenstelling Pierre zoo intens voor den geest, dat hij
+den triomf, waarvan hij zoo even getuige geweest was, opnieuw zag,
+de extase in de Grot en in de Basilica, terwijl Marie, te midden van
+het gejuich der menigte, achter het Heilige Sacrament haar wagentje
+voortduwde. Maar boven alles straalde de Grot, nu niet langer het
+woeste rotshol op den wilden oever van den bergstroom, waarvoor het
+kind vroeger neergeknield had; maar de met rijkdommen en schatten
+versierde kapel, de in kaarslicht gloeiende kapel, waarin alle naties
+kwamen bidden. Al het lawaai en alle schittering; alle aanbidding en al
+het geld waren daar in de pracht van een eeuwigdurenden zegetocht te
+vinden. Hier echter, in de bakermat van dat alles, geen levende ziel,
+geen kaars, geen lied, geen bloem. Niemand kwam hier, niemand knielde
+hier neer, niemand bad hier. Enkele impressionabele bezoekers hadden
+slechts als aandenken een paar splinters van de half verrotte plank,
+die als schoorsteenplaat dienst deed, medegenomen. De geestelijkheid
+wilde niets weten van, kende zelfs deze plek van ellende niet,
+waarheen de processie zich had moeten begeven als naar een plaats van
+verheerlijking. Daar had het arme kind in een kouden nacht, liggend
+tusschen haar beide zusjes, haar droom begonnen, in een aanval van haar
+kwaal en terwijl de geheele familie in zwaren slaap verzonken lag;
+vandaar was zij vertrokken en had onbewust dien droom medegenomen,
+welke in het volle daglicht opnieuw in haar wortel schoot, om zoo
+liefelijk op te bloeien tot een visionnaire legende. En niemand liep
+thans meer dienzelfden weg nog eens af, de kribbe was vergeten, in
+donker en vocht liet men die kribbe, waarin het zoo nederige zaadje
+ontkiemd was, dat nu daar ginds opwies tot wonderdadige oogsten,
+welke de arbeiders, die komen als het werk is afgeloopen, te midden
+van de koninklijke pracht en praal der ceremoniën binnenhaalden.
+
+Pierre, dien de groote echt-menschelijke ontroering over dit alles
+tot huilen toe bewoog, vatte met zachte stem al zijn gedachten in
+dezen enkelen zin samen:
+
+"Dit is Bethlehem."
+
+"Ja," zeide dr. Chassaigne, "in een armzalige woning, in een
+ellendig asyl worden de nieuwe godsdiensten van lijden en medelijden
+geboren... En soms vraag ik me wel eens af, of het zoo eigenlijk
+niet beter is, of het niet wenschelijk is, dat deze kamer in dezen
+armoedigen en verlaten toestand blijft. Het komt me dan voor, dat
+Bernadette daardoor niets verliest, want wanneer ik hier een uur kom
+doorbrengen, voel ik mij nog meer tot haar aangetrokken."
+
+Weer zweeg hij even, doch ging dan met een gebaar van verzet voort:
+
+"Neen, neen, ik kan niet vergeten, die ondankbaarheid maakt me
+woedend... Ik heb je al gezegd, dat ik voor mij overtuigd ben,
+dat Bernadette zich vrijwillig naar het klooster in Nevers begeven
+heeft. Maar al heeft dan niemand haar laten verdwijnen, wat een
+opluchting voor degenen, voor wie zij hier hinderlijk begon te
+worden. En dezelfde mannen, die hier zoo graag de onbeperkte meesters
+wilden zijn, doen nu al het mogelijke, om de herinnering aan Bernadette
+uit te wisschen... O, beste jongen, als je alles eens wist!"
+
+Langzamerhand gaf hij aan zijn overvol hart lucht. De paters van
+de Grot vreesden de doode Bernadette, wier werk zij zoo hebzuchtig
+exploiteerden, nog meer dan de levende. Zoolang zij leefde, verkeerden
+zij ongetwijfeld voortdurend in angst, dat zij naar Lourdes zou
+terugkeeren, om de prooi te deelen; haar nederigheid en haar ootmoed
+stelden hen echter al spoedig gerust, want zij was in het minst
+niet heerschzuchtig, zij zelf had het donker der verzaking gekozen,
+waarin zij sterven zou. Maar tegenwoordig sidderden zij meer bij het
+denkbeeld, dat een wil krachtiger dan de hunne, de reliquieën der
+helderziende zou kunnen terugbrengen. Onmiddellijk na haar dood was er
+wel in de gemeenteraad over gesproken: de stad wilde een graftombe voor
+haar oprichten, en men sprak erover een inschrijving te openen. Zeer
+beslist hadden de zusters van Nevers geweigerd het lijk, dat, naar
+zij beweerden, haar toebehoorde, uit te leveren. Achter de zusters
+had iedereen toen den invloed der paters gevoeld, die in hun groote
+ongerustheid zich in het geheim verzetten tegen den terugkeer van het
+vereerde gebeente, waarin zij een mogelijke concurrentie met de Grot
+zagen. Wat een vreeselijke bedreiging was dat niet! Een graftombe op
+het kerkhof, waarheen de pelgrims zich in processie zouden begeven,
+waarvan de zieken het marmer zouden gaan kussen, waarbij zich te midden
+van een heilige geestdrift wonderen voltrekken zouden. Dat was de
+werkelijke, doodende concurrentie, de verplaatsing der devotie en van
+het wonder. En steeds weer kwam die eeuwige, die groote vrees terug
+te moeten deelen, het geld elders heen te zien vloeien, wanneer de
+nu wijs geworden stad uit de graftombe voordeel zou weten te trekken.
+
+Zelfs werd den paters een laag-arglistig plan toegeschreven. Zij
+zouden op het denkbeeld gekomen zijn het lijk van Bernadette, dat de
+zusters van Nevers dan voor hen in den vrede van haar kapel zouden
+bewaren, voor zichzelf te reserveeren. Maar zij wachtten, zij wilden
+het niet terugbrengen voor de toevloed van pelgrims zou beginnen af te
+nemen. Waar zou die plechtige terugkeer goed voor zijn, nu de scharen
+steeds talrijker samenstroomden, terwijl men van te voren zien kon
+welk een nieuw ontwaken van het geloof de plechtige terugkeer zou
+veroorzaken, waarbij de christenheid het gebeente der uitverkorene
+bezit zou zien nemen van den gewijden grond, waaruit zij zoovele
+wonderen had doen opschieten, wanneer het buitengewone succes van
+Notre-Dame de Lourdes, evenals dat met alle aardsche dingen gebeurt,
+zou gaan tanen. En op het marmer van haar graftombe vóór de Grot of
+in de Basilica zouden de wonderen opnieuw beginnen.
+
+"Je kunt zoeken, zooveel als je wilt," ging dr. Chassaigne voort,
+"maar je zult in heel Lourdes niet een met goedkeuring der
+geestelijkheid gemaakt beeld van Bernadette vinden. Zeker, haar
+portret wordt verkocht, maar nergens, in geen enkel heiligdom, is het
+te vinden... Dit is niets anders dan een, als ik het zoo noemen mag,
+stelselmatig in den doofpot stoppen, het komt voort uit het gevoel
+van ongerustheid, dat de stilte en de veronachtzaming bewerkt heeft
+in deze trieste kamer, waarin we ons nu bevinden. Evenals men bang
+is voor een mogelijke vereering op haar graf, is men bang, dat de
+menigte hier zou komen neerknielen wanneer twee kaarsen branden,
+of twee rozenruikers dezen schoorsteen versieren zouden. En als
+een verlamde opstond met den uitroep, dat zij genezen was, wat een
+ergernis, wat een onrust zou dat veroorzaken in die koopmanszielen
+van de Grot, die daardoor hun monopolie leelijk in gevaar gebracht
+zouden zien!... Zij zijn de meesters en willen de meesters blijven;
+zij willen niets loslaten van de prachtige bezitting, die zij veroverd
+hebben en uitbuiten. Maar zij sidderen toch, ja zij sidderen voor
+de herinnering aan de oorspronkelijke arbeiders, aan dat kleine
+meisje, dat een zoo groote doode is en wier erfenis hen met zulk een
+verterende hebzucht vervult, dat zij, na haar weggezonden te hebben,
+om in Nevers te leven, zelfs haar lijk, dat onder den grond van een
+klooster gevangen ligt, niet durven terugbrengen."
+
+O, welk een erbarmelijk lot van dit arme wezentje, dat van de levenden
+afgezonderd was en wier lijk nu ook in ballingschap blijven moest. Welk
+een diep medelijden had Pierre met dit ongelukkige schepseltje, dat
+slechts uitverkoren scheen te zijn, om zoowel tijdens haar leven als in
+den dood te lijden. Zelfs aangenomen, dat een krachtige, slechts daarop
+gerichte wil haar niet had doen verdwijnen en haar daarna in haar graf
+bewaakt, welke een vreemde en zonderlinge samenloop van omstandigheden
+dan toch, juist alsof iemand, ongerust om de onbegrensde macht, die
+zij zou kunnen krijgen, steeds ijverzuchtig getracht had haar op den
+achtergrond te houden. In Pierre's oogen bleef zij de uitverkorene,
+de martelares, en ook al kon hij niet meer gelooven, ook al was de
+geschiedenis van dit ongelukkige kind voldoende, om het geloof geheel
+en al in hem te vernietigen, desniettemin ontroerde zij hem in zijn
+broederlijk gevoel door hem een nieuwen godsdienst te openbaren, den
+eenigen, waarvan zijn hart nog vol was, den godsdienst van het leven,
+van het menschelijk lijden.
+
+Juist toen zij de kamer wilden verlaten, riep dr. Chassaigne uit:
+
+"Hier, jongen, moet je gelooven! Kijk hier naar dit donkere gat en denk
+dan aan de schitterende Grot, aan de triompheerende Basilica, aan die
+nieuw-gebouwde stad, aan die samenstroomende menschenmassa's! Maar
+zou, wanneer Bernadette een visionnaire, een krankzinnige was, het
+avontuur niet nog verwonderlijker, nog onverklaarbaarder zijn. Wat,
+geloof je werkelijk, dat de droom van een krankzinnige voldoende
+zijn zou, om de volkeren zoo in beroering te brengen?... Neen, neen,
+hier is een goddelijke ademtocht door gestreken, die alleen het wonder
+verklaren kan."
+
+Pierre was op het punt te antwoorden. Ja, hier was een ademtocht
+langs gestreken, de snik van het lijden, het onuitbluschbare verlangen
+naar de oneindige hoop. Dat de droom van een lijdend kind voldoende
+geweest was, om de volkeren hier te brengen, om het millioenen te
+doen regenen en een nieuwe stad uit den grond te doen oprijzen, was
+dat niet een gevolg van het feit, dat die droom den honger der arme
+menschheid, den onverzadigbaren honger, dien zij hebben om bedrogen
+en getroost te worden, eenigszins gestild had? Bernadette had,
+ongetwijfeld op een maatschappelijk en historisch gunstig oogenblik,
+het onbekende weer ontsloten; en de menigten hadden er zich hals over
+kop ingestort. O, zijn toevlucht te vinden in het mysterie, wanneer
+de werkelijkheid zoo hard is, zich toe te vertrouwen aan het wonder,
+omdat de wreede natuur één lang, schreeuwend onrecht is! Maar hoe
+men het onbekende ook organiseert en in dogma's samenvat en er een
+geopenbaarden godsdienst van maakt, in zijn diepste diepte is en blijft
+de lijdenskreet, de kreet van het leven, dat gezondheid, vreugde en
+geluk eischt, ja bereid is, deze in een andere wereld te aanvaarden,
+als zij op deze aarde niet bestaanbaar zijn. Waartoe te gelooven aan
+dogma's? Is het niet voldoende, als men weent en liefheeft?
+
+Toch kleedde Pierre zijn gedachten niet in woorden. Hij hield het
+antwoord, dat naar zijn lippen steeg, terug, overtuigd als hij trouwens
+was, dat de eeuwige drang naar het bovennatuurlijke in den door lijden
+bezochten mensch het eeuwige geloof zou doen verklaren. Het wonder,
+dat niet te bewijzen was, moest het voor de menschelijke vertwijfeling
+noodige brood blijven. En bovendien, had hij zichzelf niet gezworen
+in zijn barmhartige liefde niemand meer door zijn twijfel te bedroeven?
+
+"Welk een wonder, niet waar?" bleef de dokter aandringen.
+
+"Zeker," zeide hij eindelijk. "In dit armzalige, zoo vochtige en zoo
+donkere kamertje heeft zich het geheele menschelijke drama afgespeeld,
+hebben alle ongekende krachten gewerkt."
+
+Zwijgend bleven zij nog enkele minuten staan. Nog eenmaal keken zij
+naar de muren, naar de zwart geworden zoldering, naar het kleine,
+groenachtige binnenplaatsje. Die armoedigheid met haar spinnewebben,
+met haar oude, vuile tonnen, haar onbruikbare gereedschappen, haar
+hoopen rommel, die in de hoeken lagen te verrotten, het was inderdaad
+hartverscheurend. En zonder verder een woord te zeggen, gingen zij weg,
+terwijl een onzegbare droefheid hun keel dichtkneep.
+
+Eerst op straat scheen dr. Chassaigne weer te ontwaken. Hij rilde even,
+versnelde zijn pas en zeide:
+
+"Wij zijn nog niet klaar, jongen; ga mee... Nu gaan we de andere
+schreeuwende onrechtvaardigheid in oogenschouw nemen."
+
+Hij sprak over abbé Peyramale en diens kerk. Zij staken de place du
+Porche over en sloegen de rue Saint-Pierre in; binnen enkele minuten
+waren zij er. Het gesprek was intusschen weer op de paters van de
+Grot gekomen, op den vreeselijken oorlog, dien pater Sempé, zonder
+kwartier te geven, tegen den vroegeren pastoor van Lourdes gevoerd
+had. Overwonnen, was deze in een hevige verbittering gestorven;
+en na hem aldus door verdriet gedood te hebben, hadden zij ook
+zijn kerk, die hij onvoltooid, zonder dak en open liggend voor
+wind en regen, had achtergelaten, vermoord. Sedert men hem uit het
+bezit der Grot verdreven, uit het werk van Notre-Dame de Lourdes,
+waarvan hij met Bernadette de pionier geweest was, weggejaagd had,
+werd zijn kerk zijn revanche, zijn protest, zijn eigen deel in den
+roem, het Godshuis, waarin hij in gewijde gewaden triompheeren, van
+waaruit hij ontelbare processies leiden zou, om den uitdrukkelijken
+wensen der Heilige Maagd te vervullen. De autoritaire heerscher,
+die hij in den grond der zaak was, de herder der groote scharen,
+de tempelbouwer vond er een ongeduldige vreugde in om de werken te
+verhaasten met de onvoorzichtigheid van alle hartstochtelijke menschen,
+die zich niet bekommeren om schulden en het geld met handen vol uit te
+geven, mits er steeds maar een leger van werklieden op de stellages
+stond. In zijn geest zag hij de kerk grooter worden, zag hij haar op
+een mooien zomerochtend voltooid in de opgaande zon glinsteren.
+
+Dat telkens weer voor zijn geestesoog opdoemende visioen gaf hem
+te midden van den sluipmoord, waardoor hij zich omringd voelde,
+den moed om verder te strijden. Zijn, het groote plein beheerschende
+kerk, rees eindelijk in haar grootsche majesteit op. Hij had haar in
+Romaanschen stijl, groot en eenvoudig, negentig meter lang en honderd
+veertig meter hoog gewenscht. Den vorigen dag van haar laatste stelling
+ontdaan, glinsterde zij nu in de volle zon nog in de jonge bekoring
+van haar jeugd, met haar groote, regelmatig opgebouwde steenlagen. In
+zijn gedachten liep hij om haar heen, verrukt over haar naaktheid
+en haar kinderlijk-maagdelijke kuischheid, zonder een beeld, zonder
+een versiering, die haar onnoodig belast zou hebben. De daken van het
+schip, de kruisbeuk en de apsis lagen op gelijke hoogte onder de streng
+versierde lijst. Ook de ramen der zijbeuken en van het hoofdschip
+hadden geen andere versiering dan van lijstwerk voorziene booggewelven.
+
+Hij bleef staan voor de groote ramen van de dwarsbeuk, waarin de
+rosetten fonkelden; zette dan zijn wandeling voort en liep achter de
+ronde apsis om, waartegen de sacristie haar twee verdiepingen kleine
+ramen rijde; dan ging hij weer terug en werd niet moede te kijken naar
+de koninklijke verdeeling van het bouwwerk, naar de groote lijnen, die
+zich tegen het blauw afteekenden, naar de boven elkaar gelegen daken,
+naar die enorme massa, die in haar kracht den eeuwen weerstand bieden
+zou. Maar wanneer hij zijn oogen sloot, riep hij in een verrukking
+van trots vooral den gevel voor zijn geest: beneden het voorportaal
+met zijn drie boven-galerijen, de galerij rechts en de galerij links,
+waarvan de steenen daken een krans vormden, terwijl de klokketoren,
+die uit de centrale galerij oprees, zich in het midden met een
+krachtigen zwaai in de lucht verhief. Ook daar droegen de op sokkels
+rustende zuilen slechts met lijstwerk versierde booggewelfjes. Tegen
+den geveltop, op de spits van een tinne, tusschen de twee hooge
+vensteropeningen van het hoofdschip, stond onder een baldakijn
+een beeld van Notre-Dame de Lourdes. Daarboven bevond zich nog een
+verdieping met galmgaten, die met de licht geschilderde klankborden
+voorzien waren. De beeren rezen op de vier hoeken uit den grond op,
+van verdieping tot verdieping dunner wordend, tot zij, licht, maar
+krachtig, de torenspits bereikten, een vermetele, steenen spits,
+door vier kleinere klokketorentjes geflankeerd en eveneens slechts
+met tinnen versierd, trotsch in de hoogte rijzend, tot zij zich in
+den hemel verloor. En het kwam abbé Peyramale voor, alsof zijn vurige
+priesterziel grooter geworden en met die spits omhoog gestegen was,
+om daarboven, dicht bij God, door alle eeuwen heen te getuigen van
+haar geloof.
+
+Andere oogenblikken bracht een ander visioen hem nog meer in
+verrukking. Dan meende hij op den dag, dat hij er zijn eerste
+plechtige mis zou celebreeren, het inwendige van zijn kerk te zien. De
+geschilderde ruiten lieten vurig licht door, dat als edelgesteente
+fonkelde, de twaalf kapellen der zijbeuken stonden in den gloed
+van kaarsen. Hij zelf was op het marmeren en gouden hoofdaltaar;
+de veertien zuilen van het hoofdschip, blokken Pyreneesch marmer uit
+één stuk en prachtige giften uit alle windstreken der Christenheid,
+rezen statig op en steunden het gewelf, dat de dreunende orgelklanken
+met een jubelzang vervulden. Een volk van geloovigen verdrong zich,
+neergeknield op de vloertegels, tegenover het door een als kantwerk
+zoo licht hek omgeven koor, dat met prachtig houtsnijwerk bekleed
+was. De kansel, een koninklijk geschenk van een voorname dame, was
+een uit eikenhout gesneden kunstwerk. De doopvonten waren door een
+kunstenaarshand uit hardsteen gehouwen. Schilderijen van meesters
+versierden de muren, kruisen, hostievazen, kostbare monstransen,
+gewijde gewaden, schitterend als zonnen, lagen in ontelbaren getale
+in de kasten der sacristie. Welk een heerlijke droom de hoogepriester
+van zulk een tempel te zijn, erin te heerschen, na hem eerst met
+hartstochtelijke geestdrift gebouwd te hebben, er de uit alle hoeken
+der wereld samengestroomde scharen te zegenen, terwijl de vol klinkende
+klokken aan de Grot en aan de Basilica verkondigden, dat zij daar in
+het oude Lourdes een mededingster hadden, een overwinnende zuster,
+bij wie God eveneens zijn triomfen vierde.
+
+Na een oogenblik de rue Saint-Pierre gevolgd te hebben, sloegen
+dr. Chassaigne en Pierre de kleine rue de Langelle in.
+
+"Wij zijn er dadelijk," zeide de dokter.
+
+Pierre keek om zich heen, maar zag geen kerk. Er stonden
+niets dan armoedige krotten, een echte voorstadswijk met vuile
+gebouwen. Eindelijk zag hij achterin een slop een stuk van de oude,
+half vergane omheining, die nog steeds om het groote, vierkante terrein
+stond, dat door de rues de Saint-Pierre, de Bagnères, de Langelle en
+des Jardins ingesloten was.
+
+"We moeten links af," zeide de dokter, die een smalle, tusschen de
+puinhoopen door leidende gang ingeloopen was. "We zijn er!"
+
+En plotseling verscheen de ruïne te midden van de leelijke en vuile
+omgeving, die haar maskeerde.
+
+Het geheele, machtige geraamte van het schip en de zijbeuken, van
+het dwarsschip en van de apsis stond nog. Overal rezen de muren
+op tot aan het begin der gewelven. Men kwam er als in een echte
+kerk, kon er in rondloopen en de gewone deelen van een godshuis
+onderscheiden. Doch wanneer men opkeek, zag men den hemel: het dak
+ontbrak, de regen viel, de wind gierde vrij binnen. Sedert weldra
+vijftien jaar lag het werk nu stil en was alles in denzelfden toestand
+gebleven als waarin de laatste metselaar ze achtergelaten had. Het
+eerst vielen dadelijk de tien zuilen van het schip en de vier zuilen
+van het koor op, de prachtige zuilen uit één blok Pyreneesch marmer,
+die men, om ze tegen alle schade te beschermen, met een mantel van
+planken bedekt had. De voeten en de kapiteelen waren nog ruw en
+wachtten op de beeldhouwers. Zij maakten een triesten indruk, die
+zoo alleen staande, met hout bekleede zuilen. En ook uit de geheele,
+ommuurde ruimte en uit het gras, dat den woesten, hobbeligen grond
+van de zijbeuken en van het schip bedekte,--een dicht kerkhofgras,
+waardoor vrouwen langzamerhand voetpaden gemaakt hadden--steeg een
+diepe melancholie op. Die vrouwen kwamen hier haar wasch bleeken of
+drogen. Een echte wasch van armoedzaaiers, dikke lakens, gescheurde
+hemden, luiers lag er juist te drogen in de laatste zonnestralen,
+die door de breede ruitlooze ramen binnenvielen.
+
+Langzaam, zonder te spreken liepen Pierre en dr. Chassaigne het
+inwendige rond. De twaalf kapellen der zijbeuken vormden als het ware
+een soort compartimenten vol puin en vuil. De grond van het koor was
+met cement bedekt, blijkbaar om de crypt tegen het doorsijpelen van
+het water te beschermen; ongelukkig echter schenen de gewelven wat te
+zakken, want er had zich een inzinking gevormd, die het onweer van
+den vorigen nacht in een klein meertje herschapen had. Die deelen
+van het dwarsschip en van de apsis hadden het minst geleden. Geen
+steen was daar van zijn plaats geraakt, de groote midden-rosetten,
+boven het triforium, schenen op hun ramen te wachten, terwijl zware
+eiken platen, die boven op de muren der apsis waren blijven liggen,
+den indruk hadden kunnen wekken, dat men den volgenden dag met afdekken
+beginnen zou. Maar toen zij op hun passen teruggekeerd waren en naar
+buiten gingen, om den gevel te zien, kwam het verschrikkelijk verval
+van die jonge ruïne nog meer uit. Aan deze zijde was men met het werk
+niet zoo ver gereed gekomen; en de vijftien jaar van veronachtzaming
+waren voor de winters voldoende geweest om het beeldhouwwerk, de
+kleine zuiltjes en het lijstwerk weg te vreten, een werkelijk vreemd
+en bijzonder vernielingswerk, alsof de sterk ingevreten steen onder
+tranen weggesmolten was. Het hart kromp ineen bij het zien van die
+verwoesting, welke het werk reeds aantastte zelfs nog voordat het
+geheel voltooid was. Nog niet zijn en dan reeds in de open lucht
+afbrokkelen. Plotseling in den groei tot een reusachtigen kolos
+gestoord te worden, om langzamerhand tot puin te vervallen!
+
+Zij gingen het schip weer binnen en vonden er de troostelooze
+triestheid van den op het monumentale gebouw gepleegden moord. Het
+groote, woeste terrein was door de puinhoopen van steigers versperd,
+die men, half vermolmd, had moeten afbreken, uit vrees, dat ze anders
+instorten en mogelijk in haar val menschen verpletteren zouden;
+overal zag men in het hooge gras planken, steigerhout, balken en
+hoopen oud touw liggen, dat door het vocht opgevreten werd. Ook
+stond er een ingevallen geraamte van een lier, dat zich als een galg
+verhief. Stelen van spaden, gebroken stukken van kruiwagens slingerden
+nog rond tusschen vergeten gereedschap en hoopen groenachtig geworden,
+met mos bedekte steenen, waarop slingerplanten bloeiden. Onder
+de brandnetels zag men hier en daar de rails terug van de kleine
+spoorbaan, die men voor het vervoer der materialen aangelegd had,
+terwijl een daarbij behoorende tip ondersteboven in een hoek lag. Maar
+het meest triest van al die ten doode gedoemde dingen was toch de
+locomobiel, die onder het dak van een loods, welke haar beschermde,
+was blijven staan. Sedert vijftien jaar stond zij daar, koud, dood. De
+loods was ten slotte boven haar ingestort, groote gaten lieten haar
+bij iedere stortbui doornat van den regen worden. Een uiteinde van de
+drijfriem, die de lier in beweging bracht, hing als een reusachtige
+draad van een spin slap neer. Ook stalen en koperen deelen verteerden
+onder roest en mos en waren met allerlei woekerplanten bedekt, welker
+geelachtige vlekken haar het aanzien gaven van een heel oude machine,
+die met gras overwoekerd en door vele winters weggevreten was. Deze
+doode en koude machine met haar uitgedoofden haard en haar zwijgenden
+stoomketel was de ziel zelf van het werk, dat stil was blijven liggen
+in het vergeefsche wachten op het grootmoedige, liefdadige hart, welks
+komst door de wilde rozestruiken en braamstruiken de Doornroosje-kerk
+uit haar zwaren puinhoopslaap moest wekken.
+
+Eindelijk begon dr. Chassaigne te spreken.
+
+"O, en te denken, dat vijftig duizend francs voldoende geweest zouden
+zijn, om zoo'n ramp te verhoeden. Met vijftig duizend francs zou men
+hebben kunnen afdekken, was het groote werk gered en had men den tijd
+om te wachten... Maar zij wilden het werk dooden, zooals zij den man
+gedood hadden."
+
+Met een gebaar duidde hij de paters der Grot aan, die hij vermeed
+te noemen.
+
+"En dan te denken, dat zij jaarlijks een inkomen hebben van
+negenhonderd duizend francs! Maar zij zenden liever geschenken naar
+Rome, om daar machtige vriendschappen te onderhouden."
+
+Ondanks zichzelf trok hij weer te velde tegen de tegenstanders van abbé
+Peyramale. Die heele geschiedenis vervulde hem met een rechtvaardigen,
+heiligen toorn. Bij het zien van die jammerlijke ruïne vatte hij
+nog eenmaal de feiten samen: de pastoor wierp zich geestdriftig op
+den bouw van zijn kerk, maakte schulden, rekende niet meer, terwijl
+pater Sempé, die op den loer lag, gebruik maakte van ieder van zijn
+fouten, hem bij den bisschop in discrediet bracht en ten slotte erin
+slaagde de bron der giften te verstoppen en de werkzaamheden te doen
+ophouden. Dan volgden, na den dood van den overwonnene, eindelooze
+processen, vijftien jaren van processen, die aan de winters den
+tijd gegeven hadden om het werk op te vreten. Nu verkeerde het in
+zoo'n deerniswaardigen staat, was de schuld tot een zoo hoog bedrag
+opgeloopen, dat alles voor goed uit scheen. De langzame dood, de
+dood der steenen voltrok zich. Onder haar ingestorte loods zou de
+locomobiel, gegeeseld door den regen en opgevreten door het mos,
+in stukken vallen.
+
+"Ja, ik weet het wel, zij kraaien nu victorie, zij zijn er alleen
+nog maar, dat is het, wat zij altijd gewild hebben: onbeperkt heer
+en meester zijn, voor zichzelf alleen al de macht en al het geld
+behouden... Ja, ik kan je zeggen, dat hun vrees voor concurrentie
+zoo ver gaat, dat zij de religieuze orden, die zich te Lourdes wilden
+komen vestigen, daar steeds van verwijderd gehouden hebben. Jezuïeten,
+Dominicanen, Benedictijnen, Capucijners, Carmelieten hebben erom
+verzocht; altijd zijn de paters der Grot erin geslaagd het te
+beletten. Zij dulden slechts vrouwenorden; zij willen alleen maar
+een kudde... De stad behoort hun toe, zij houden er winkels, zij
+verkoopen er God in het groot en in het klein."
+
+Langzaam loopend was hij in het midden van het schip teruggekomen. Met
+een groot gebaar wees hij op de verwoesting, die hem omringde.
+
+"Kijk eens naar deze verschrikkelijke, troostelooze ellende... En
+de Rozenkranskerk en de Basilica daar hebben meer dan drie millioen
+gekost."
+
+Evenals in het donkere en natte kamertje van Bernadette zag Pierre
+ook nu, stralend in haar triomf, de Basilica voor zich oprijzen. Niet
+hier had de droom van abbé Peyramale zich verwezenlijkt, niet hier,
+waar hij als hoogepriester de knielende menigte had willen zegenen,
+terwijl het orgel zijn jubelzang uitdreunde. Voor zijn geestesoog
+rees de Basilica op, waarin alle klokken luidden, die dreunde van
+het gejuich der bovenmenschelijke vreugde over een wonder en geheel
+van vlammen gloeide, de Basilica met haar banieren, haar lampen, haar
+harten van goud en zilver, haar in goud gekleede geestelijkheid, haar
+monstrans, die was als een gouden zon. Zij vlamde in de ondergaande
+zon, zij raakte met haar torenspits den hemel aan, terwijl milliarden
+gebeden, waarvan haar muren beefden, uit haar omhoog zweefden. En hier
+de kerk dood alvorens geboren te zijn, de kerk door een bisschoppelijk
+bevel buiten dienst gesteld, de kerk, openstaande voor de vier winden,
+in puin vallend. Iedere storm nam iets mee van haar steenen; groote,
+dikke vliegen bromden in de brandnetels, die op den vloer van het
+schip woekerden; er waren geen andere geloovigen, dan de vrouwen,
+die er haar armoedige wasch, die op het gras lag, kwamen keeren. In
+de droefgeestige stilte scheen een stem zacht te snikken, de stem
+der marmeren zuilen misschien, die onder haar mantel van planken
+haar onnoodigen luxe beweenden. Soms vlogen vogels door de verlaten
+apsis en stieten er hun kreten uit. Groote troepen ratten, die onder
+de puinhoopen der afgebroken steigers een toevlucht gevonden hadden,
+beten elkaar en sprongen in een duivelschen galop uit hun gaten. Men
+kon zich niets benauwenders, niets neerdrukkenders denken dan deze met
+opzet gewilde ruïne, vergeleken bij haar triompheerende mededingster,
+de van goud stralende Basilica.
+
+Wederom zeide dr. Chassaigne eenvoudig:
+
+"Ga mee!"
+
+Zij gingen de kerk uit, liepen langs den linkerzijbeuk en kwamen voor
+een ruw, uit enkele over elkaar gespijkerde planken gemaakte deur;
+toen zij een houten, half vermolmde trap, waarvan de treden onder
+hun voeten zwiepten, afgedaald waren, bevonden zij zich in de crypt.
+
+Het was een lage ruimte met platte gewelven, die precies de indeeling
+van het koor weergaf. De in ruwen toestand gelaten, kort in elkaar
+gedrongen zuilen wachtten ook hier op haar beeldhouwwerk. Overal
+slingerde materiaal rond, op den grond lagen stukken hout te vermolmen;
+de geheele groote ruimte was wit van de kalk. Drie op den achtergrond
+aangebrachte vensteropeningen, die vroeger van ruiten voorzien
+geweest waren, waarvan er echter geen een meer over was, verlichtten
+de melancholieke naaktheid der muren met een hel, koud licht.
+
+En daar in het midden sliep het lijk van pastoor
+Peyramale. Fijngevoelige vrienden waren op het roerende denkbeeld
+gekomen hem in de crypt van zijn onvoltooide kerk te begraven. Het op
+een breed voetstuk rustende grafteeken was geheel van marmer. In gouden
+letters aangebrachte opschriften vertolkten de gedachten der gevers;
+zij waren als een kreet van waarheid en genoegdoening, die uit het
+graf oprees. Op de voorzijde las men: "Vrome obolen, uit de geheele
+wereld saamgekomen, hebben dit grafteeken opgericht tot gezegende
+nagedachtenis van den grooten dienaar van Notre-Dame de Lourdes." Aan
+den rechterkant las men deze woorden uit een breve van Pius IX: "Gij
+hebt u geheel opgeofferd om een tempel te bouwen voor de Moeder Gods,"
+terwijl men links het Evangeliewoord las: "Zalig zijn zij, die vervolgd
+worden om der gerechtigheid wille." Was dit niet de waarachtige klacht,
+de gerechtvaardigde hoop van den overwonnene, die zoo lang gestreden
+had in de eenige begeerte de bevelen der Heilige Maagd, die Bernadette
+hem overgebracht had, stipt uit te voeren? En Notre-Dame de Lourdes was
+daar: een klein beeldje, dat boven het grafopschrift aangebracht was
+tegen den grooten kalen muur, welke alleen versierd was met enkele,
+aan spijkers opgehangen paarlenkronen. Voor het grafteeken stonden,
+evenals voor de Grot, vijf of zes banken voor de geloovigen, die hier
+eenige oogenblikken vertoeven wilden.
+
+De dokter kon een zucht niet onderdrukken.
+
+"Het regent, het regent nu op hem!"
+
+Pierre bleef in een soort heilige ontzetting onbeweeglijk staan. Onder
+dit neervallend water, onder de windvlagen, die hier 's winters moesten
+binnengieren door de gebroken ruiten der ramen, leek deze doode
+hem zoo deerniswaardig en tragisch. Hij kreeg iets woest grootsch,
+daar heel alleen in zijn rijk marmeren grafgewelf te midden van de
+puinhoopen en de ruïne van zijn kerk. Hij was er de eenzame bewaker
+van, de in slaap gevallen en droomende doode, die de ledige ruimte,
+welke voor alle nachtvogels open stond, beschermde. Hij was hier het
+zwijgende, hardnekkige, eeuwige protest. Liggend in zijn kist en de
+eeuwigheid hebbend om geduld te oefenen, wachtte hij er onvermoeid
+op de werklieden, die misschien op een mooien Aprilochtend zouden
+terugkomen. Als zij er tien jaar voor noodig hadden, dan zou hij
+er zijn; als zij er een eeuw voor noodig hadden, zou hij er nog
+zijn. Hij wachtte totdat de vermolmde steigers daarboven tusschen
+het gras van het schip, door een wonder weer zouden worden opgewekt
+als dooden en langs de muren zouden staan. Hij wachtte tot de met
+mos bedekte locomobiel plotseling weer gestookt worden en haar adem
+terugvinden zou, om de dakbalken op te hijschen. Zijn geliefd werk,
+de reusachtige bouw, stortte in boven zijn hoofd, met gevouwen handen
+en gesloten oogen bewaakte hij de puinhoopen en wachtte.
+
+Fluisterend vertelde de dokter de wreede geschiedenis verder, hoe men,
+na pastoor Peyramale en diens werk vervolgd te hebben, thans zijn graf
+vervolgde. Vroeger was er een borstbeeld van den pastoor geweest en
+hadden vrome handen het vlammetje van een lamp brandende gehouden. Maar
+toen een vrouw voorover op den grond gevallen was en zeide, dat zij
+de ziel van den afgestorvene gezien had, geraakten de paters der Grot
+in onrust. Zouden daar wonderen gaan gebeuren? Reeds brachten zieken
+geheele dagen door op de banken voor het grafteeken. Anderen knielden
+ervoor neer, kusten het marmer, smeekten om genezing. Dat was een
+schrik: stel je voor, dat zij genazen, dat de Grot een concurrent
+kreeg in dezen martelaar, die hier alleen lag tusschen oude, door de
+metselaars vergeten gereedschappen! De bisschop van Tarbes werd op
+de hoogte gebracht en bewerkt en vaardigde een bevel uit, waarbij de
+kerk buiten dienst gesteld en iedere vereering, iedere bedevaart,
+iedere processie naar het graf van den voormaligen pastoor van
+Lourdes verboden werd. Evenals het met Bernadette gebeurd was, werd
+ook zijn nagedachtenis in den ban gedaan, was zijn officieel portret
+nergens te vinden. Even verbitterd als de paters tegen den levende
+geweest waren, zoo verbitterd waren zij tegen de nagedachtenis van
+den grooten doode. Zij vervolgden hem tot in zijn graf. Zij alleen
+verhinderden thans nog, dat het bouwwerk hervat werd, legden telkens
+nieuwe hinderpalen in den weg, weigerden hun rijke oogst van aalmoezen
+te deelen. En zij wachtten tot de winterregens vallen en het werk der
+vernietiging voltooien zouden, tot het gewelf, de muren, het geheele
+reusachtige bouwwerk op het marmeren grafteeken, op het lijk van den
+overwonnene in puin vallen zou, zoodat het eronder verpletterd en
+begraven werd.
+
+"Ach," prevelde de dokter, "en ik, die hem zoo dapper, zoo vol
+geestdrift voor edele werken gekend heb! Nu, je ziet het, nu regent
+het, regent het op hem!"
+
+Moeilijk knielde hij neer en zocht kalmte in een lang gebed.
+
+Pierre, die niet bidden kon, bleef staan. In zijn algemeene
+menschenliefde had een zoo groote ontroering zich van hem meester
+gemaakt, dat zijn hart vol schoot. Hij hoorde de zware droppels
+één voor één in een langzaam rhythme, dat te midden der diepe
+stilte, de seconden der eeuwigheid te tellen scheen, op het graf
+uiteenspatten. Hij dacht aan de eeuwige ellende van deze wereld,
+waarin altijd de besten tot lijden uitverkoren zijn. De twee groote
+pioniers van Notre-Dame de Lourdes, Bernadette en pastoor Peyramale,
+leefden weer voor hem op als twee deerniswaardige slachtoffers,
+gemarteld gedurende hun leven, verbannen na hun dood. Dat alleen zou
+reeds voldoende geweest zijn om het geloof geheel in hem te dooden,
+want de Bernadette, die hij aan het einde van zijn onderzoek terugvond,
+was slechts een mensen, een met alle smarten beladen zuster. Maar
+desniettemin bleef hij voor haar een vereering vol broederlijke
+toegenegenheid voelen. En twee tranen rolden langzaam over zijn wangen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE DAG
+
+
+I.
+
+Ook dien nacht kon Pierre in het Hôtel des Apparitions geen oog dicht
+doen. Na eerst aan het Hôpital te zijn gaan vragen naar Marie, die
+onmiddellijk na haar terugkeer van de processie in een diepen, gezonden
+en versterkenden slaap gevallen was, was hij, hoewel een weinig
+ongerust over het lange uitblijven van mijnheer de Guersaint, zelf
+ook naar bed gegaan. Hij had hem op het laatst tegen het middagmaal
+terug verwacht; zeker had een ongeluk hem te Gavarnie opgehouden;
+hij dacht aan het verdriet van het jonge meisje, wanneer haar vader
+haar den volgenden ochtend vroeg niet zou komen omhelzen. Met dien
+zoo bekoorlijk verstrooiden man met zijn vogelhersenen waren alle
+veronderstellingen, alle vermoedens mogelijk.
+
+Misschien zou die ongerustheid in den beginne voldoende geweest zijn,
+om Pierre, ondanks zijn groote vermoeidheid wakker te houden, maar
+later had bovendien het nachtelijk lawaai in het hotel ondragelijke
+afmetingen aangenomen. De volgende dag, Dinsdag, was de dag van
+vertrek, de laatste dag, die de nationale bedevaart te Lourdes
+zou doorbrengen, en ongetwijfeld maakten de pelgrims gulzig van de
+laatste uren gebruik, kwamen van de Grot terug, gingen er weer heen,
+trachtten door hun opwinding, zonder eenige behoefte aan rust, den
+hemel te dwingen. De deuren werden toegeslagen, de vloeren zwiepten,
+het geheele huis dreunde als onder den ongeregelden galop van een
+menigte. Nog nooit hadden de muren van zoo hardnekkige hoestaanvallen,
+van zulke dikke, onverstaanbare stemmen weerklonken.
+
+Pierre, die steeds wakkerder werd, sprong telkens met een schrik op,
+daar hij steeds weer dacht, dat het mijnheer de Guersaint was, die
+thuiskwam. Gedurende enkele minuten luisterde hij dan ingespannen,
+maar hij hoorde niets dan het buitengewone lawaai op de gang,
+waarin hij niets duidelijk onderscheiden kon. Was het links de
+priester, de moeder en haar drie dochters, het oude echtpaar, die
+tegen de meubelen aanliepen? Of was het rechts die andere talrijke
+familie, de ongetrouwde mijnheer, de dame alleen, die onbegrijpelijke
+gebeurtenissen in avonturen stortten? Een oogenblik sprong hij uit
+zijn bed, wilde in de ledige kamer van den afwezigen mijnheer de
+Guersaint gaan kijken, vast overtuigd als hij was, dat daar erge
+dingen gebeurden. Maar hoe hij ook luisterde, hij hoorde achter het
+dunne beschot niets dan het teeder gefluister van twee liefkoozende
+stemmen. Plotseling dacht hij aan madame Volmar en rillend ging hij
+weer naar bed.
+
+Eindelijk, tegen het aanbreken van den dag, sliep Pierre in, toen een
+heftig kloppen op zijn deur hem weer wakker deed schrikken. Ditmaal
+vergiste hij zich niet, een krachtige, door angst echter verstikte
+stem riep:
+
+"Mijnheer de abbé, mijnheer de abbé, word als het u blieft wakker!"
+
+Het was ongetwijfeld mijnheer de Guersaint, dien men minstens dood
+thuis bracht. Hevig verschrikt vloog hij in zijn hemd naar de deur,
+opende die en stond tegenover mijnheer Vigneron.
+
+"Kleed u als het u blieft dadelijk aan, mijnheer de abbé. Wij hebben
+u als priester noodig."
+
+Toen vertelde hij, dat hij even opgestaan was om op zijn horloge te
+kijken, dat op den schoorsteen lag, toen hij een akelig gesteun hoorde
+komen uit de kamer, waarin madame Chaise sliep. Uit vriendelijkheid
+had zij de verbindingsdeur open laten staan, om op deze wijze nog
+meer met hen te zijn. Natuurlijk was hij dadelijk naar binnen gegaan,
+had de luiken open gegooid, om zoodoende licht en lucht te krijgen.
+
+"En wat een schouwspel, mijnheer de abbé! Onze arme tante languit
+op haar bed, half blauw reeds, haar mond wijd open, zonder dat zij
+echter adem kan halen, terwijl haar handen krampachtig de lakens omvat
+hielden... U begrijpt, dat komt van haar hartkwaal... Kom gauw mee,
+mijnheer de abbé, om haar bij te staan."
+
+In zijn verbouwereerdheid kon Pierre noch zijn broek, noch zijn
+soutane vinden.
+
+"Natuurlijk, natuurlijk ga ik mee. Maar ik kan haar niet bedienen,
+daarvoor heb ik het noodige niet hier."
+
+Mijnheer Vigneron hielp hem zich aan te kleeden, bukte zich om naar
+Pierre's pantoffels te zoeken.
+
+"Dat komt er niet op aan, alleen het zien van u zal haar het scheiden
+makkelijker maken, wanneer God ons die beproeving zendt... Trek eerst
+uw pantoffels aan en kom dan dadelijk!"
+
+Als een wervelwind vloog hij weer weg en stormde de kamer ernaast
+binnen. Alle deuren waren wagenwijd open blijven staan. De jonge
+priester, die hem dadelijk naging, zag in het eerste vertrek, waarin
+een ongelooflijke wanorde heerschte, slechts den kleinen Gustave,
+die, half naakt, onbeweeglijk, heel bleek en rillend te midden van
+dit drama op den canapé zat, dien hij als bed gebruikte. Leeggemaakte
+koffers versperden den doorgang, restjes van vleeschwaren lagen nog
+op de tafel, het bed van vader en moeder leek door de catastrophe als
+verwoest, de dekens waren er afgetrokken en lagen op den grond. In de
+tweede kamer zag hij onmiddellijk de moeder, die inderhaast een ouden,
+gelen peignoir aangeschoten had, met een door schrik vertrokken gelaat
+voor het bed staan.
+
+"Nu, vrouwlief, nu?" stotterde mijnheer Vigneron.
+
+Zonder te antwoorden wees madame Vigneron met een gebaar op madame
+Chaise, die met verstijfde handen en met haar hoofd achterover,
+onbeweeglijk op het kussen lag. Haar gezicht was blauw, haar mond
+stond wijd open als in den laatsten ademtocht, die haar ontvloden was.
+
+Pierre boog zich over haar heen en fluisterde:
+
+"Zij is dood!"
+
+Dood! Dit woord weerklonk in deze beter opgeruimde kamer, waarin
+een zware stilte heerschte. Verbijsterd keken man en vrouw elkaar
+aan. Was het dan werkelijk uit? De tante stierf vóór Gustave, de kleine
+erfde de vijfhonderdduizend francs. Hoe dikwijls hadden zij dezen
+droom gedroomd, welks plotselinge verwezenlijking hen met stomheid
+sloeg! Hoe dikwijls hadden zij gewanhoopt, vreezend, dat het arme kind
+vóór haar sterven zou! Dood! Lieve God, was dat hun schuld? Hadden
+zij dat werkelijk aan de Heilige Maagd gevraagd? Zij was zóó goed
+voor hen, dat zij bang waren geen wensch te kunnen uitspreken zonder
+verhoord te worden. Reeds hadden zij in den zoo plotselingen dood
+van den chef de bureau, wiens plaats mijnheer Vigneron zou innemen,
+den machtigen vinger der Heilige Maagd gezien. Overstelpte zij hen
+nu nog meer met hun genade, door zelfs de onbewuste droomerijen van
+hun wenschen te verhooren? Toch hadden zij nooit iemands dood gewild,
+zij waren brave menschen, niet in staat tot een slechte daad, die hun
+godsdienstplichten zeer trouw waarnamen, geregeld biechtten, zonder
+vertoon ter communie gingen. Wanneer zij dachten aan de vijfhonderd
+duizend francs, aan hun zoon, die vóór haar had kunnen sterven, aan
+de ergernis, die zij zouden voelen, indien zij dat fortuin naar een
+anderen neef, die het minder verdiende, zagen gaan, dan bleef dat toch
+diep in hun hart verborgen en was het in den grond der zaak zoo naïef
+en natuurlijk. Ongetwijfeld hadden zij er vóór de Grot aan gedacht,
+maar was de Heilige Maagd niet de hoogste wijsheid, wist zij niet
+beter dan wij zelf wat zij doen moest voor het geluk der levenden en
+der dooden?
+
+Madame Vigneron brak, heel oprecht, in snikken uit en beweende haar
+zuster, die zij aanbad.
+
+"O, mijnheer de abbé, ik heb haar zien sterven, onder mijn oogen heeft
+zij den laatsten adem uitgeblazen. Hoe jammer dat u niet eerder gekomen
+zijt, om haar ziel te ontvangen!... Zij is gestorven zonder priester,
+uw tegenwoordigheid zou haar zoo getroost hebben!"
+
+Zijn oogleden zwaar van tranen en zelf ook toegevend aan zijn
+ontroering, troostte mijnheer Vigneron zijn vrouw.
+
+"Je zuster was een heilige, gistermorgen nog heeft zij het Avondmaal
+gevierd, je kunt gerust zijn, haar ziel is regelrecht naar den hemel
+gegaan... Zeker zou het haar troost gegeven hebben mijnheer den abbé,
+als hij nog tijdig genoeg gekomen was, te zien... Maar wat eraan te
+doen? De dood was sneller. Ik ben onmiddellijk naar hem toe gevlogen,
+wij behoeven ons tot het laatste oogenblik toe niets te verwijten."
+
+En zich tot den priester wendend:
+
+"Mijnheer de abbé, ik ben er zeker van, dat haar al te groote vroomheid
+de crisis verhaast heeft. Gisteren heeft zij bij de Grot reeds een
+zóó hevige benauwdheid gehad, dat wij het ergste vreesden. En ondanks
+haar groote moeheid heeft zij erop gestaan met de processie mede te
+gaan. Ik heb wel gedacht, dat het haar slecht bekomen zou. Maar het
+was zoo'n moeilijk geval, je durfde het haar niet te zeggen uit vrees
+haar schrik aan te jagen."
+
+Pierre knielde neer en sprak de gebruikelijke gebeden uit met die
+menschelijke ontroering, welke bij hem in het aangezicht van het
+eeuwige leven, den eeuwigen dood, de plaats van het geloof innam. Dan
+bleef hij nog een oogenblik op zijn knieën liggen en hoorde de
+fluisterende stemmen van het echtpaar.
+
+De kleine, op zijn bed vergeten Gustave was blijkbaar ongeduldig
+geworden. Hij huilde en riep:
+
+"Mama! Mama! Mama!"
+
+Eindelijk ging madame Vigneron hem kalmeeren. En zij kreeg den inval om
+hem in haar armen te nemen, opdat hij voor de laatste maal zijn arme
+tante een zoen zou kunnen geven. Eerst spartelde hij tegen, wilde hij
+niet, begon hij harder te huilen. Mijnheer Vigneron moest er zich mede
+bemoeien en zeggen, dat hij zich schamen moest. Wat, hij, die nergens
+bang voor was! Hij, die tegenover het lijden altijd even moedig was
+als een man! En dan nog wel zijn arme tante, die altijd zoo lief voor
+hem geweest was en wier laatste gedachte ongetwijfeld hem gegolden had!
+
+"Geef hem mij maar!" zeide hij tegen zijn vrouw, "hij zal wel
+gehoorzaam zijn!"
+
+Gustave sloeg zijn armen om de hals van zijn vader. Hij was in zijn
+hemdje, rilde, liet de naaktheid van zijn jammerlijk, door klieren
+opgevreten lichaampje zien. Wel verre van genezing aan te brengen,
+scheen het wonderwater der vijvers de wond in zijn zijde erger gemaakt
+te hebben, terwijl zijn mager beentje, dat aan een uitgedroogde stok
+denken deed, er slap bij hing.
+
+"Geef haar een kus," zeide mijnheer Vigneron weer.
+
+Het kind boog zich voorover en drukte een kus op het voorhoofd van zijn
+tante. Niet de dood maakte hem bang of deed hem zich verzetten. Sedert
+hij in de kamer was, keek hij met nieuwsgierige kalmte naar de
+doode. Hij hield niet van haar, daarvoor had hij te veel door haar
+geleden. Hij had gedachten, gevoelens als van een volwassen iemand,
+welker gewicht hem meer drukte, naar mate zij zich tegelijk met zijn
+kwaal meer ontwikkelden. Hij voelde heel goed, dat hij te klein was,
+dat kinderen de dingen, die in het diepste innerlijk der menschen
+gebeuren, niet begrijpen moesten.
+
+Zijn vader die wat achteraf was gaan zitten, hield hem op zijn schoot,
+terwijl zijn moeder het raam dicht deed en de kaarsen in de beide
+kandelaars, die op den schoorsteenmantel stonden, aanstak.
+
+"Lieve jongen," prevelde hij in zijn behoefte om te spreken, "het
+is een groot verlies voor ons allemaal. Nu is onze reis heelemaal
+bedorven, want het was onze laatste dag, we vertrekken vanmiddag... En
+de Heilige Maagd was juist zoo genadig voor ons..."
+
+Maar bij het zien van den verwonderden blik van zijn zoon, een blik
+van oneindige melancholie en verwijt, verbeterde hij gauw:
+
+"Ja zeker, ik weet wel, dat zij je nog niet heelemaal genezen
+heeft. Maar je moet nooit twijfelen aan haar welwillendheid. Zij
+houdt te veel van ons, zij overstelpt ons te zeer met haar genade
+en zij zal ten slotte jou ook genezen, daar zij ons nog slechts die
+groote gunst te bewijzen heeft!"
+
+Madame Vigneron, die geluisterd had, kwam naar hem toe.
+
+"Wat zou het heerlijk geweest zijn als we alle drie gezond naar
+Parijs hadden kunnen terugkeeren. Maar volkomen geluk bestaat hier
+op aarde niet."
+
+"Zeg," riep mijnheer de Vigneron plotseling uit; "ik zal vanmiddag
+niet met jullie mee kunnen teruggaan door al die formaliteiten... Als
+mijn retour nu morgen nog maar geldig is!"
+
+Opgelucht ondanks de genegenheid, die zij steeds voor madame Chaise
+gevoeld hadden, herstelden zij zich van den vreeselijken schok;
+zij vergaten haar reeds, zouden niets liever willen dan Lourdes zoo
+spoedig mogelijk verlaten, alsof het voornaamste doel van hun reis
+bereikt was. Een vreugde, die zij zichzelf niet bekennen wilden,
+maakte zich van hen meester.
+
+"En wat zal ik in Parijs een boel te doen hebben!" begon hij weer. "Ik,
+die naar niets zoo verlang als naar rust... Doch dat komt er niet op
+aan ook; ik zal mijn drie jaar op het ministerie, tot ik pensioen
+krijg, nog uitdienen, vooral nu ik er zeker van ben als chef de
+bureau gepensionneerd te worden... Maar daarna hoop ik nog een beetje
+van het leven te genieten. Nu we dat geld krijgen, koop ik in mijn
+geboorteland het landgoed les Billottes, dat prachtige stuk grond,
+waar ik altijd van gedroomd heb. En ik verzeker je, dat ik me niet
+vervelen zal tusschen mijn paarden, honden en bloemen!"
+
+De kleine Gustave zat nog op zijn schoot; zijn arm, klein, achterlijk
+gebleven insectenlichaampje huiverde onder het half opgetrokken
+hemdje, dat zijn magerte als van een stervend kindje zien liet. Toen
+hij merkte, dat zijn vader hem heelemaal vergat en geheel opging in
+zijn eindelijk verwezenlijkten droom van een onbezorgd leven, kwam
+dat raadselachtige, melancholieke, maar tevens boosaardige glimlachje
+weer om zijn lippen spelen.
+
+"En ik, vader?"
+
+Als opgeschrikt uit een diepen slaap, scheen mijnheer Vigneron hem
+eerst niet te begrijpen.
+
+"Jij, jongen?... Jij gaat natuurlijk met ons mee."
+
+Maar Gustave bleef hem strak aankijken, zonder dat het lachje van
+zijn magere, pijnlijk vertrokken lippen verdween.
+
+"Gelooft u dat?"
+
+"Zeker, geloof ik dat!... Je gaat met ons mee, je zult eens zien hoe
+prettig het is."
+
+Mijnheer Vigneron, die, toch al verlegen was en stamelde, omdat hij
+de goede woorden niet vinden kon, geraakte geheel van streek, toen
+zijn zoon zijn magere schouders optrok en met iets als wijsgeerige
+minachting zeide:
+
+"O neen... dan ben ik al lang dood!"
+
+Verbijsterd las plotseling de vader in den diepen blik van het
+kind, den blik van een ouden, in alle dingen ervaren man, die al de
+ellenden der wereld kende, omdat hij ze zelf geleden had. Maar vooral
+verschrikte hem de plotselinge zekerheid, dat dit kind steeds tot in
+het diepst van zijn ziel doorgedrongen was, meer daarin gelezen had
+dan hij zichzelf durfde bekennen. Hij herinnerde zich nu, hoe in de
+wieg reeds de oogen van den zieke kleine op de zijne gericht waren,
+die oogen, welke het lijden zoo scherp maakte en met de kracht van een
+buitengewoon vermogen, om alles te doorzien, begiftigde, zoodat zij
+zelfs de geheimste gedachten, die in het diepe donker van de hersenen
+bleven, raden konden. En door een zonderlinge wisselwerking vond
+hij de dingen, die hij zichzelf nooit bekend had, op dat oogenblik
+alle terug in de oogen van zijn kind; hij zag ze, las ze ondanks
+zichzelf. De geschiedenis van zijn lange hebzucht ontrolde zich
+voor zijn blikken; zijn ergernis, een zoo zwakken jongen te hebben;
+zijn angst bij het denkbeeld, dat het vermogen van madame Chaise in
+gevaar gebracht werd door een zoo breekbaar leven; zijn vurige wensch,
+dat zij spoedig sterven zou, terwijl de kleine nog leefde, zoodat de
+erfenis in zijn handen zou komen. Wie in dit duel het eerst sterven
+zou, was eenvoudig een quaestie van dagen. Want ten slotte kwam toch
+wederom de dood: de kleine zou op zijn beurt sterven; hij alleen stak
+dan het geld in zijn zak en zou een langen, vreugdevollen ouderdom
+hebben. Deze dingen lichtten zóó akelig-duidelijk uit die scherpe,
+melancholieke en glimlachende oogen van het ter dood veroordeelde kind
+òp, dat vader en zoon een oogenblik in de vaste overtuiging verkeerden,
+dat zij ze elkaar met luide stem toeriepen.
+
+Maar mijnheer Vigneron kwam er tegen op, wendde zijn hoofd af,
+protesteerde heftig:
+
+"Wat, denk je, dat je dan dood zal zijn?... Wat een idée. Het is te
+gek om los te loopen zoo iets te denken!"
+
+Madame Vigneron begon weer te snikken.
+
+"Ondeugende jongen, hoe kun je ons zoo'n verdriet doen, nu we toch
+al zoo'n verlies te betreuren hebben?"
+
+Gustave moest haar een zoen geven en haar beloven te zullen blijven
+leven, al was het alleen maar om hun een pleizier te doen. Toch was
+het glimlachje om zijn lippen blijven spelen, want hij wist heel goed,
+dat liegen noodzakelijk was, als men zich niet al te bedroefd wilde
+maken; trouwens hij had er zich reeds bij neergelegd, om zijn ouders
+gelukkig achter te laten, nu de Heilige Maagd zelf hem op deze wereld
+het kleine beetje geluk, waartoe ieder schepsel eigenlijk geboren
+behoorde te worden, niet geven kon.
+
+Zijn moeder legde hem weer in zijn bed, en Pierre stond eindelijk
+op, juist op het oogenblik, dat mijnheer Vigneron de kamer eenigzins
+fatsoenlijk op orde gebracht had.
+
+"U excuseert mij wel, niet waar mijnheer de abbé?" zeide hij, terwijl
+hij met den jongen priester naar de deur liep. "Mijn hoofd loopt een
+beetje om... Het is een moeilijk kwartiertje, maar ik moet mij er
+toch doorslaan."
+
+In de gang bleef Pierre even staan luisteren naar het geluid, dat de
+trap opkwam. Weer had hij aan mijnheer de Guersaint gedacht, meende
+hij zijn stem te herkennen. En terwijl hij daar zoo onbeweeglijk
+stond, gebeurde er iets, dat hem in de pijnlijkste verlegenheid
+bracht. Voorzichtig-langzaam was de deur van de door den ongetrouwden
+heer bewoonde kamer opengegaan; een in het zwart gekleede dame was
+er met zoo lichten tred uit gekomen, dat men nauwlijks den tijd gehad
+had in de half geopende deur den heer te zien, die, met zijn vinger op
+zijn mond, op den drempel stond. Doch toen de dame zich omkeerde, stond
+zij eensklaps tegenover Pierre. Dat alles geschiedde zoo plotseling,
+zoo brutaal, dat het hun onmogelijk was zich af te wenden en te doen,
+alsof zij elkaar niet herkend hadden.
+
+Het was madame Volmar. Na drie dagen en drie nachten in volkomen
+opsluiting in die liefdekamer doorgebracht te hebben, verliet zij die
+nu vroeg in den morgen. Het was nog geen zes uur, zij hoopte door
+niemand gezien te worden, als een schim zoo licht weg te sluipen
+door de ledige gangen en trappen; zij wilde zich ook nog in het
+Hôpital laten zien en daar den geheelen laatsten ochtend blijven,
+om haar gaan naar Lourdes te rechtvaardigen. Toen zij Pierre zag,
+begon zij vreeselijk te beven en stamelde eerst:
+
+"O, mijnheer de abbé, mijnheer de abbé!"
+
+Toen zij echter zag, dat de priester zijn deur wijd open had laten
+staan, scheen zij aan de koorts, die in haar brandde, aan een drang
+om over haar liefdevlam te spreken, zich te verontschuldigen, zich
+vrij te pleiten, toe te geven. Met een vuurroode kleur ging zij het
+eerst de kamer binnen, waarin hij, geheel door dit voorval van streek
+gebracht, haar wel volgen moest. Daar hij de deur wijd open liet staan,
+vroeg zij hem met een gebaar die te sluiten.
+
+"O mijnheer de abbé, ik smeek u, denk niet te slecht van mij!"
+
+Hij maakte een gebaar als om te zeggen, dat hij zich niet veroorloofde
+een oordeel over haar te vellen.
+
+"Ja, ja, ik weet, dat u mijn ongeluk kent... Te Parijs hebt u mij eens
+achter de Drievuldigheidskerk met een heer gezien. En gisteren hebt u
+mij natuurlijk op het balcon herkend. Niet waar, u vermoedde wel, dat
+ik hier, vlak bij u, met dien persoon in de kamer daar leefde... Maar
+als u eens wist, als u eens wist..."
+
+Haar lippen beefden, tranen hingen aan haar wimpers. Hij keek haar
+aan en stond verbaasd over de buitengewone schoonheid, waardoor haar
+gelaat verheerlijkt werd. Deze steeds zoo eenvoudig, altijd in het
+zwart gekleede vrouw, die nooit iets van juweelen droeg, verscheen
+hem nu, buiten de donkerte, waarin zij zich gewoonlijk terugtrok,
+eensklaps in den vollen glans van haar hartstocht. Zij, die op den
+eersten aanblik niet knap, te donker en te mager was met haar vermoeide
+trekken, haar grooten mond, haar langen neus, kreeg, hoe langer
+hij haar aankeek, een troubleerende bekoring, een onweerstaanbare
+veroveringsmacht. Haar oogen, haar groote, prachtige oogen, welker
+gloed zij gewoonlijk onder een sluier van onverschilligheid verborg,
+brandden als fakkels, wanneer zij zich met lichaam en ziel overgaf. Hij
+voelde, dat men haar aanbidden, dat men haar hartstochtelijk begeeren
+kon, ook al moest men erdoor ten gronde gaan.
+
+"Als u eens wist, mijnheer de abbé, als ik u eens vertelde, wat ik
+geleden heb... Het zijn trouwens dingen, die u ongetwijfeld vermoed
+hebt, want u kent mijn man en mijn schoonmoeder. De enkele keeren,
+dat u bij ons geweest bent, hebt u natuurlijk begrepen, welke
+gruwelen er zich, ondanks mijn tevreden manier van doen, in mijn
+stil en bescheiden hoekje afspeelden... Maar tien jaar zoo leven,
+nooit werkelijk mensch zijn, nooit liefhebben, nooit bemind worden,
+neen, neen, dat heb ik niet kunnen volhouden."
+
+Toen vertelde zij hem haar droevige levensgeschiedenis, haar huwlijk
+met den handelaar in diamanten, die schijnbaar tegenslag in zijn zaken
+gehad had; haar schoonmoeder, een hardvochtige gevangenbewaarder en
+beulenziel; haar man, een monster van lichamelijke leelijkheid en
+zedelijke verdorvenheid. Men sloot haar op, men liet haar zelfs niet
+alleen voor het raam zitten. Men had haar geslagen, haar neigingen,
+haar liefhebberijen, haar vrouwlijke zwakheden doodgedrukt. Zij wist,
+dat haar man allerlei meiden onderhield; en wanneer zij tegen een
+familielid lachte, wanneer zij, als zij zich eens een hoogst enkele
+maal vroolijk voelde, een bloem in haar corsage droeg, dan trok hij
+die bloem weg, kreeg aanvallen van razende jaloezie, brak haar, onder
+de vreeselijkste dreigementen, bijna haar polsen. Jaren lang had zij
+in die hel geleefd en toch nog steeds gehoopt, want in haar woonde
+een zoo sterke levenskracht, zoo'n vurige behoefte aan teederheid,
+dat zij altijd nog het geluk verwachtte en geloofde het ieder oogenblik
+te zullen zien binnenkomen.
+
+"Ik zweer u, mijnheer de abbé, dat ik heb moeten doen, wat ik gedaan
+heb. Ik was te ongelukkig, mijn geheele wezen snakte ernaar zich te
+geven... Toen mijn vriend mij voor de eerste maal zeide, dat hij mij
+liefhad, liet ik mijn hoofd op zijn schouder vallen; het was beslist,
+voor eeuwig was ik zijn eigendom. Men moet zich in de zaligheid
+indenken: bemind te worden, bij zijn geliefde slechts gebaren en
+woorden van liefkoozing te vinden, het streven, om zoo voorkomend
+en vriendelijk mogelijk te zijn; te weten dat hij aan je denkt,
+dat er ergens een hart bestaat, waarin je leeft; samen één te zijn,
+geheel op te gaan in een omhelzing, waarin alles samensmelt, lichaam
+en ziel... O, als dat een zonde is, mijnheer de abbé, dan kan ik er
+geen berouw over hebben. Ik wil niet eens beweren, dat men er mij
+toe aangedreven heeft; ik zeg alleen maar, dat ik die zonde even
+natuurlijk bedreven heb als dat ik adem haal, omdat zij voor mijn
+leven noodzakelijk was."
+
+Zij had haar hand aan haar lippen gebracht, als wilde zij de wereld
+een kus geven. Pierre voelde zich ontroerd bij het zien van deze van
+liefde gloeiende vrouw, die de hartstocht, de eeuwige begeerte zelf
+was. Dan begon een oneindig medelijden in hem op te komen.
+
+"Arme vrouw!" prevelde hij.
+
+"Niet voor den priester leg ik mijn biecht af," ging zij verder,
+"neen, ik spreek tegen den man, tegen een man, door wien ik zoo
+graag begrepen zou willen worden... Neen, ik ben geen geloovige,
+de godsdienst is voor mij nooit voldoende geweest. Men beweert,
+dat vrouwen zich daarmede tevreden stellen, dat zij er een krachtige
+bescherming in vinden tegen de zonde. Maar ik heb steeds een gevoel
+van kilte in kerken gehad. En ik weet heel goed, dat het slecht is
+godsdienst te huichelen en dien voor mijn liefde te gebruiken. Maar
+wat eraan te doen? Ze dwingen me ertoe. Dat u mij indertijd te Parijs
+achter de Drievuldigheidskerk gezien hebt, komt, omdat die kerk de
+eenige plaats is, waar zij mij alleen naar toe laten gaan; dat u mij
+hier te Lourdes vindt, komt, omdat ik in een heel jaar slechts deze
+drie dagen van volkomen vrijheid, van volmaakt geluk heb."
+
+Weer doorhuiverde haar een rilling, weer rolden heete tranen over
+haar wangen.
+
+"O, deze drie dagen, deze drie dagen! U kunt niet weten hoe vurig
+ik ernaar verlang, met welk een hartstocht ik ze doorleef, met welke
+onstuimige gevoelens ik de herinnering eraan mee naar huis terugneem."
+
+Alles stond in duidelijke trekken voor den zoo lang kuisch gebleven
+Pierre. Hij stelde zich deze zoo vurig tegemoet geziene, die gulzig
+doorleefde drie dagen en drie nachten voor in die hotelkamer met haar
+zóó dicht gesloten ramen en deuren, dat zelfs de kamermeisjes niet
+wisten, dat er een vrouw in was. Hij zag de eindelooze omhelzingen,
+den niet eindigenden kus, de algeheele overgave, het alles om zich
+heen vergeten, het volkomen opgaan, het volkomen wegzinken in de
+onuitbluschbare liefde. Ruimte en tijd waren verdwenen, niets bestond
+meer, niets dan de haast om elkaar toe te behooren, elkaar weer en
+nogmaals toe te behooren. En welk een hartverscheurende smart bij
+het afscheid! Voor dien gruwel sidderde zij; in haar verdriet haar
+paradijs te hebben moeten verlaten, liet zij zich gaan, schreeuwde
+zij, die anders zoo stil was, haar lijden uit. Elkaar nog een laatste
+maal te omarmen, in elkaar weg te willen smelten, om voor eeuwig één
+te blijven, zich te moeten losrukken, alsof de helft van je vleesch
+mede losgerukt wordt, en dan te moeten denken, hoeveel lange dagen,
+hoeveel lange nachten er verstrijken zullen, zonder dat je elkaar
+ook maar ziet!
+
+Pierre, wiens hart bloedde, toen hij zich die kwelling des vleesches
+voor den geest riep, kon slechts herhalen:
+
+"Arme vrouw!"
+
+"En dan, mijnheer de abbé," ging zij voort, "denk eens aan de hel,
+waarin ik terugkeer. Weken, neen maandenlang is dan de hemel voor mij
+gesloten, duld ik zonder één enkele klacht mijn martelaarschap. Weer
+is mijn geluk voor een jaar dood. Lieve God, drie armzalige dagen
+en drie armzalige nachten; zou je niet krankzinnig worden bij die
+hartstochtelijkheid, waarmede ik ervan geniet, bij het geduld,
+waarmede ik wacht, tot zij terugkomen. Ik ben zoo ongelukkig,
+mijnheer de abbé, maar gelooft u ondanks alles toch niet, dat ik een
+fatsoenlijke vrouw ben?"
+
+Hij werd diep ontroerd door dit vuur van echten hartstocht en oprechte
+smart. Hij voelde hier den adem der eeuwige begeerte, een onbeperkt
+heerschende liefde, die alles rein maakte. Zijn hart vloeide over
+van medelijden, en hij vergaf.
+
+"Mevrouw, ik beklaag u en ik respecteer u meer dan ik zeggen kan."
+
+Zij zeide niets meer, keek hem slechts aan met haar groote, door tranen
+verduisterde oogen. Dan drukte zij in een plotselinge opwelling zijn
+beide handen en hield die tusschen haar brandende vingers vast. Even
+daarna verdween zij op het portaal met de lichtheid van een schim.
+
+Doch toen zij er niet meer was, leed Pierre nog heviger dan bij haar
+aanwezigheid. Hij wierp het raam wijd open, om den liefdegeur, dien
+zij er achtergelaten had, te verjagen. Reeds dien Zondag, toen hij
+gezien had, dat er een vrouw in de kamer ernaast verborgen leefde,
+had hij dezen kuischen angst gevoeld en tegen zichzelf gezegd, dat zij
+de revanche van het vleesch was te midden van de mystieke verrukking
+van Lourdes, het onbevlekte. En nu kwam die angst terug, begreep hij
+de almacht, de onoverwinnelijke wilskracht van het leven, dat leven
+wilde. Liefde was sterker dan geloof, misschien was het bezit van
+een geliefd wezen het eenige goddelijke. Elkander lief te hebben,
+elkander ondanks alles toe te behooren, het leven te geven en het
+leven voort te planten, was dat niet het eenige doel der natuur? Een
+oogenblik was hij zich den afgrond, waarvoor hij stond, bewust: zijn
+kuischheid was zijn laatste steunpunt, gaf alleen nog waarde aan zijn
+mislukt leven van ongeloovig priester.
+
+Hij begreep, dat, als hij, na aan zijn verstand toegegeven te hebben,
+nu ook nog aan zijn vleesch toegaf, hij geheel verloren zou zijn. Zijn
+geheele trots op zijn kuischheid, al de kracht, die hij opgeroepen
+had om zijn ambt eerlijk te blijven waarnemen, kwamen weer terug,
+en opnieuw deed hij zichzelf de plechtige gelofte geen man te zijn,
+nu hij zich vrijwillig uit de rijen der mannen verbannen had.
+
+Het sloeg zeven uur. Pierre ging niet meer naar bed, doch waschte zich
+met ijskoud water, blij, dat dit frissche water zijn koortsachtige
+opwinding geheel kalmeerde. Terwijl hij zich verder aankleedde,
+kwam bij het geluid van stappen, die hij in het portaal hoorde, de
+gedachte aan mijnheer de Guersaint weer in hem op. Ze hielden stil
+voor de deur; er werd geklopt; verlicht ging hij opendoen.
+
+Maar dan uitte hij een kreet van blijde verrassing.
+
+"Wat ben jij het? Ben je nu al op en ben je nu al aan het visites
+maken?"
+
+Marie stond glimlachend op den drempel. Achter haar glimlachte zuster
+Hyacinthe, die met haar meegekomen was, ook met haar vriendelijke,
+trouwhartige oogen.
+
+"O, beste jongen," zeide het jonge meisje, "ik kon niet in bed
+blijven. Zoodra ik de zon zag, ben ik eruit gesprongen, zoo'n behoefte
+had ik om te loopen, te springen, te dansen als een kind!... En ik heb
+zoo lang gezanikt en zoo lang gesmeekt, dat de zuster zoo vriendelijk
+is geweest, om met mij mede te gaan... Ik geloof, dat ik door het
+raam gegaan was, als ze de deur voor mij gesloten hadden!"
+
+Pierre had ze laten binnengaan, een onzeglijke ontroering snoerde zijn
+keel dicht, toen hij haar zoo vroolijk hoorde praten en haar zich zoo
+makkelijk, zoo ongedwongen, zoo gratieus bewegen zag. Haar, die hij
+jaren lang met afgestorven beenen en een loodkleurigen gelaatstint
+gekend had! Sedert hij haar den vorigen avond voor het laatst in de
+Basilica gezien had, was zij in jeugd en schoonheid opgebloeid. Een
+nacht was voldoende geweest om haar zóó te veranderen, dat hij het
+lieve schepseltje vol teederheid, het mooie meisje, dat hij vroeger
+achter de bloeiende haag zoo hartstochtelijk-wild gekust had, grooter
+en mooier terugvond.
+
+"Wat ben je groot en wat ben je mooi, Marie!" kon Pierre zich niet
+weerhouden te zeggen.
+
+Dan mengde zuster Hyacinthe zich in het gesprek.
+
+"Niet waar, mijnheer de abbé, de Heilige Maagd heeft alles ten goede
+geschikt! Wanneer zij zich ergens mee bemoeit, dan kom je frisch en
+geurig als een roos uit haar handen."
+
+"O," viel het jonge meisje haar in de rede, "ik ben zoo gelukkig,
+ik voel me zoo sterk, zoo gezond, zoo blank, alsof ik pas geboren was."
+
+Het was een zalig gevoel voor Pierre. Het scheen hem toe, alsof wat er
+nog van de uitwaseming van madame Volmar hing, vervluchtigde. Marie
+vulde de kamer met haar reinheid, met den geur en den glans van haar
+jeugdige onschuld. En toch was die vreugde over haar reine schoonheid,
+over het leven, dat weer opbloeide, voor hem niet zonder droefheid. Het
+verzet, dat in de Crypt in hem opgekomen was, de wond van zijn mislukt
+leven moest zijn hart voor altijd bloedend houden. Zooveel weer tot
+leven gewekte gratie! De aangebeden vrouw werd weer tot haar vollen
+bloei herboren! En nooit zou hij de verrukking, die haar bezit geven
+moest, kennen, hij stond buiten de wereld, lag in het graf. Doch
+hij snikte niet meer; een grenzenlooze weemoed bekroop hem bij de
+gedachte, dat hij dood was, dat het nieuwe zonnegloren dezer vrouw
+opging over het graf, waarin zijn manlijkheid sliep. Het was de
+vrijwillig aanvaarde, zelf gewilde verzaking.
+
+Evenals de andere, de hartstochtelijke, had ook Marie de handen van
+Pierre gedrukt. Maar haar kleine handjes waren zoo zacht, zoo frisch,
+zoo kalmeerend! Een beetje verlegen keek zij hem aan, als had zij
+een grooten wensch, dien zij niet durfde uitspreken. Dan dapper:
+
+"Pierre, wil je mij een zoen geven? Dat zou me zoo gelukkig maken."
+
+Hij sidderde, zijn hart werd in een laatste marteling verbrijzeld. O,
+de kussen van vroeger, de kussen, die hij nog op zijn lippen
+proefde! Nooit daarna had hij haar een kus gegeven, en nu was het
+een zuster, die hem omhelsde. Zij drukte een klappenden zoen op zijn
+linker- en op zijn rechterwang, hield hem de hare voor, eischte,
+dat hij haar die teruggeven zou. Tweemaal kuste hij haar terug.
+
+"Ik ben ook zoo gelukkig, zoo innig gelukkig, Pierre!"
+
+Overmand door zijn ontroering en terwijl een gevoel van verrukking
+en bitterheid tevens zich van hem meester maakte, barstte hij in
+snikken uit, weende hij tusschen zijn gevouwen handen als een kind,
+dat zijn tranen verbergen wilde.
+
+"Kom, kom, laten we niet al te week worden," zeide zuster Hyacinthe
+vroolijk. "Mijnheer de abbé zou te verwaand worden, als hij dacht,
+dat we alleen om hem gekomen waren. Mijnheer de Guersaint is zeker
+hiernaast!"
+
+"O, die beste papa! Wat zal die ook gelukkig zijn!" riep Marie vol
+liefde uit.
+
+Pierre moest nu vertellen, dat mijnheer de Guersaint nog niet terug
+was van zijn uitstapje naar Gavarnie. Zijn toenemende ongerustheid
+klonk duidelijk in zijn woorden door, hoewel hij trachtte het lange
+uitblijven te verklaren, tegenslagen, onvoorziene complicaties
+bedacht. Overigens was het jonge meisje heelemaal niet ongerust; zij
+begon weer te lachen en zeide, dat haar vader nooit op tijd geweest
+was. En toch zou zij hem zoo graag willen laten zien, dat zij liep,
+dat zij stond, als in haar nieuw ontbloeide jeugd herboren!
+
+Zuster Hyacinthe, die over het balcon was gaan kijken, kwam in de
+kamer terug.
+
+"Daar is hij... Hij stapt beneden uit het rijtuig!"
+
+"Zeg," riep Marie met de uitgelaten vroolijkheid van een schoolmeisje;
+"we moeten hem verrassen. We zullen ons verstoppen, en wanneer hij
+dan binnen is, laten we ons in eens zien."
+
+Reeds trok zij zuster Hyacinthe in de kamer ernaast.
+
+Onmiddellijk daarna kwam mijnheer de Guersaint als een wervelwind
+door de gangdeur, die Pierre gauw geopend had; hartelijk drukte hij
+hem de hand.
+
+"Daar ben ik eindelijk... Je hebt zeker niet geweten waar ik bleef,
+hè? Maar je kunt je niet voorstellen, wat een pech we gehad hebben:
+eerst is er een wiel van het rijtuig gebroken, toen we in Gavarnie
+aankwamen, en juist, toen we gisteravond een eindje op den terugweg
+waren, moesten we door een verschrikkelijk onweer den heelen nacht
+te Saint-Sauveur blijven... Ik heb geen oog dicht gedaan."
+
+Hij viel zichzelf in de rede.
+
+"En hoe is het met jou?"
+
+"Ik heb ook door al het lawaai, dat ze in het hotel gemaakt hebben,
+niet kunnen slapen."
+
+Maar reeds ratelde mijnheer de Guersaint weer:
+
+"Enfin, het hindert niet, het was verrukkelijk. Dat moet ik je nog
+even vertellen... Ik was met drie charmante geestelijken. Abbé des
+Hermoises is ontegenzeggelijk de aardigste man, dien ik ooit ontmoet
+heb... Gelachen dat we hebben, gelachen!"
+
+Weer hield hij op.
+
+"En mijn dochter?"
+
+Toen klonk achter hem een heldere lach. Hij keerde zich om, bleef
+met een open mond staan. Marie was daar, en zij liep, haar gelaat
+straalde van blijde verrukking en heerlijke gezondheid. Nooit had
+hij aan het wonder getwijfeld, hij was ook in het minst niet verrast,
+want hij kwam terug met de overtuiging, dat alles goed afloopen zou,
+dat hij haar ongetwijfeld genezen terug zou vinden. Doch wat hem tot
+in het diepst van zijn ziel trof, dat was het wondere schouwspel, dat
+hij niet had voorzien: zijn dochter zoo mooi, zoo goddelijk in haar
+zwart japonnetje. Zijn dochter, die zelfs geen hoed medegebracht,
+doch haar bewonderenswaardige lokken slechts met een kanten doekje
+bedekt had! Zijn levende, bloeiende, triompheerende dochter, gelijk
+aan alle dochters van alle vaders, die hij al zoovele jaren benijdde.
+
+"Mijn kind, mijn kind!"
+
+En toen zij in zijn armen gevlogen was, drukte hij haar vast tegen
+zich aan, knielden zij samen neer. En alles straalde in een heerlijke
+uitvloeiïng van geloof en liefde. Deze verstrooide man met zijn
+vogelhersenen, die in slaap viel in plaats van met zijn dochter naar
+de Grot te gaan, die een uitstapje naar Gavarnie maakte op den dag,
+dat de Heilige Maagd haar moest genezen, vloeide over van vaderlijke
+teederheid, van een zoo door dankbaarheid bezield Christelijk geloof,
+dat hij een oogenblik verheven werd.
+
+"O, Jezus, o Maria, hoe dank ik u, dat ge mij mijn kind teruggegeven
+hebt... O, kind, wij zullen nooit genoeg adem, nooit genoeg ziel
+hebben om Maria en Jezus te danken voor het groote geluk, dat hij
+mij geeft... O, kind, dat zij hebben opgewekt, o kind, dat zij zoo
+mooi gemaakt hebben, neem mijn hart, om het hun met het jouwe aan
+te bieden... Ik behoor aan jou en behoor aan hen, eeuwig en eeuwig,
+mijn geliefd, mijn aangebeden kind!"
+
+Neergeknield voor het open raam, keken beiden met vurige blikken naar
+den hemel. De dochter leunde met haar hoofd tegen den schouder van haar
+vader, terwijl hij zijn arm om haar middel geslagen hield. Zij waren
+slechts één; langzaam begonnen tranen te vloeien over hun verrukte,
+in bovenmenschelijk geluk glimlachende gezichten, terwijl zij slechts
+onsamenhangende woorden van dank stamelen konden.
+
+"Dank, o Jezus; dank, o heilige Moeder van Jezus... Wij hebben u lief,
+wij aanbidden u... Gij hebt het beste bloed onzer aderen verjongd, het
+behoort aan u, het klopt voor u... O, almachtige Moeder, o geliefde
+goddelijke Zoon, een dochter en een vader zegenen u en bezwijmen aan
+uw voeten van vreugde."
+
+De omarming van deze twee schepselen, die na zooveel donkere dagen
+gelukkig waren, dit uitstamelen van hun geluk, dat als het ware nog
+in lijden gedrenkt was, dit geheele tooneel was zóó ontroerend, dat
+Pierre weer in tranen uitbarstte. Maar nu waren het weldadige tranen,
+die zijn hart tot kalmte brachten. O, de ongelukkige menschheid! Wat
+deed het goed haar een weinig getroost en in verrukking te zien! En wat
+kwam het er op aan, of dat groote geluk van enkele seconden ontsprong
+uit de eeuwige illusie! Was de geheele menschheid, de deerniswaardige,
+door de liefde geredde menschheid eigenlijk niet vertegenwoordigd in
+dezen armen man, die plotseling verheven werd, nu hij zijn dochter
+herboren zag?
+
+Zuster Hyacinthe stond wat op den achtergrond en huilde eveneens,
+haar hart was vol van een menschelijke ontroering, zooals zij nog
+nooit gevoeld had, zij, die nooit andere verwanten gekend had dan den
+goeden God en de Heilige Maagd. Een stilte heerschte in deze kamer,
+die huiverde van zulk een in tranen gedrenkte broederschap. Zij sprak
+het eerst, toen de vader en de dochter eindelijk opstonden.
+
+"En nu, mademoiselle, moeten we gauw naar het Hôpital terug!"
+
+Maar daar kwamen de anderen tegen op. Mijnheer de Guersaint wilde
+zijn dochter bij zich houden en in Marie's oogen straalde het vurig
+verlangen om te leven, te loopen, de wijde, wijde wereld door te
+trekken.
+
+"Geen quaestie van," zeide mijnheer de Guersaint, "ik geef haar niet
+aan u terug... Wij zullen een paar glazen melk drinken, want ik kom
+bijna om van honger; en dan gaan we uit, gaan we samen wandelen. Zij
+aan mijn arm, als een klein vrouwtje!"
+
+Weer lachte zuster Hyacinthe.
+
+"Nu goed dan, ik zal haar hier laten en aan de dames zeggen, dat u
+haar mij ontstolen hebt... Maar ik maak, dat ik weg kom. U hebt er
+geen begrip van hoeveel we nog te doen hebben, indien wij vóór het
+vertrek klaar willen zijn: al onze zieken, al ons materiaal, enfin
+een drukte van wat heb je me!"
+
+"Is het dan Dinsdag?" vroeg mijnheer de Guersaint, die weer in zijn
+oude verstrooidheid terugviel; "en gaan we vanavond weg?"
+
+"Natuurlijk, vergeet het als het u blieft niet!... De witte trein
+vertrekt om tien minuten over halfvier... En als u van mij een raad
+wilt aannemen, dan zou ik mademoiselle wat vroegtijdig terugbrengen,
+dan kan zij nog wat rusten."
+
+Marie ging met de zuster tot de deur mede.
+
+"Wees maar gerust, ik zal verstandig zijn. Ik wil ook graag even naar
+de Grot, om de Heilige Maagd nog eens te danken."
+
+Toen zij met hun drieën alleen in het kamertje waren, dat in
+het zonlicht baadde, kenden zij hun geluk niet. Pierre had het
+kamermeisje melk, chocolade, koekjes en allerlei andere lekkernijen
+laten brengen. En hoewel Marie reeds ontbeten had, at zij nog mee;
+sedert den vorigen avond verslond zij letterlijk alles. Zij hadden
+het tafeltje voor het raam gerold, maakten er een waar feestmaal
+van in de prikkelende berglucht, terwijl de honderd klokken van
+Lourdes met haar bronzen stemmen den roem van dezen stralenden dag
+uitjubelden. Zij praatten en lachten; het jonge meisje vertelde aan
+haar vader het wonder met honderdmaal herhaalde bijzonderheden, en
+hoe zij het wagentje in de Basilica had achtergelaten en hoe zij een
+wijzertje rond geslapen had. Toen wilde ook mijnheer de Guersaint
+van zijn uitstapje vertellen, maar hij geraakte in de war, bracht
+het wonder ermede in verband.
+
+In korte woorden gezegd was dit keteldal van Gavarnie iets
+reusachtigs. Alleen verloor men uit de verte het gevoel van proporties,
+leek het klein. De drie altijd met sneeuw bedekte terrassen; de
+hoogste kam, die zich tegen den hemel afteekende als het profiel van
+een Cyclopenvesting, waarvan de toren met den grond gelijk gemaakt en
+de wallen uitgetand waren; de groote waterval, die zoo langzaam scheen
+te stroomen, terwijl hij in werkelijkheid met een donderend lawaai
+neerstortte; de bosschen rechts en links; de rivieren; de bergen,
+die geheele eindeloosheid maakte, wanneer men het van af de markt
+van het dorp zag, den indruk, alsof je het in je hand zou kunnen
+houden. Wat hem het meest getroffen had en waarop hij telkens weer
+terugkwam, waren de vreemde figuren, die de sneeuw, welke tusschen
+de rotsen liggen bleef, maakte: o. a. een reusachtig kruis, een wit
+kruis van eenige duizenden meters, dat den indruk maakte, alsof het
+dwars over het dal geworpen was.
+
+Dan viel hij zichzelf in de rede:
+
+"Tusschen twee haakjes, wat is er bij onze buurlui aan de hand? Toen
+ik daareven boven kwam, vloog mijnheer Vigneron mij als een bezetene
+voorbij; en door de open deur meende ik te zien, dat madame Vigneron
+er erg opgezet uitzag. ...Heeft de kleine Gustave soms weer een
+aanval gehad?"
+
+Pierre had madame Chaise, de doode, die daar aan de andere zijde van
+het dunne beschot sliep, heelemaal vergeten. Hij meende een killen
+ademtocht te voelen.
+
+"Neen, het kind is heel goed..."
+
+Hij ging er echter niet verder op in, zweeg er liever over. Waarom dit
+zoo gelukkige uur van herrijzenis, van herkregen jeugd te bederven,
+door er het beeld van den dood in te weven? Maar van dat oogenblik af
+bleef hij steeds aan de doode denken; dacht hij ook aan de andere kamer
+ernaast, waarin de ongetrouwde mijnheer zijn snikken verstikte en zijn
+lippen drukte op het paar handschoenen, dat hij van zijn geliefde
+gestolen had. Het geheele hotel kwam voor zijn geest terug, het
+hotel met zijn hoestaanvallen, met zijn zuchten, zijn onverstaanbare
+stemmen, het eeuwige dicht slaan der deuren, de vloeren, die onder
+de opeenhooping der gasten kraakten, de gangen, waarin het stof
+opdwarrelde door de ruischende rokken, het heen en weer vliegen van
+de families, die zenuwachtig werden door het op handen zijnde vertrek.
+
+"Je zult je maag nog van streek maken," riep mijnheer de Guersaint
+lachend uit, toen hij zag, dat zijn dochter nog een broodje nam.
+
+Marie moest ook lachen. Doch dan kwamen plotseling twee tranen in
+haar oogen.
+
+"Wat ben ik gelukkig! En toch, wat doet het me een pijn wanneer ik
+bedenk, dat niet iedereen even gelukkig is als ik!"
+
+
+
+
+II.
+
+Het was acht uur... Marie kon het in de kamer bijna niet meer
+uithouden, telkens weer liep zij naar het raam, alsof zij in één
+teug de geheele ruimte, den geheelen hemel wilde leeg drinken. O,
+door de straten, over de pleinen te loopen, overal en nog elders,
+zoo ver als zij zelf maar wilde! En te laten zien hoe sterk zij was,
+hoe zij mijlen ver gaan kon, nu de Heilige Maagd haar genezen had! Het
+was een onweerstaanbare drang van heel haar wezen, van haar hart,
+van haar bloed.
+
+Maar toen zij wegging, besliste zij toch, dat haar eerste bezoek met
+haar vader aan de Grot moest zijn, waar zij samen Notre-Dame de Lourdes
+danken moesten. Daarna zouden ze vrij zijn, zouden ze nog twee volle
+uren hebben om te wandelen, waar zij wilden, vóór zij naar het Hôpital
+terugging om te dejeuneeren en haar zaakjes bij elkaar te pakken.
+
+"Nu, kunnen we gaan?" vroeg mijnheer de Guersaint.
+
+Pierre nam zijn hoed en met hun drieën gingen zij hard pratend en
+luid lachend als een troepje schooljongens, die vacantie krijgen, de
+trap af. Zij waren reeds op straat, toen madame Majesté hen achterna
+snelde. Zij had blijkbaar op hun uitgaan geloerd.
+
+"Mademoiselle, heeren, laat ik u even mogen gelukwenschen... Wij
+hebben van de buitengewone genade, die u ten deel gevallen is, gehoord,
+wij zijn zoo gelukkig en voelen ons zoo gevleid, dat de Heilige Maagd
+een van onze gasten heeft uitverkoren!"
+
+Haar dor, hard gezicht was nu één vriendelijkheid; zij nam de door het
+wonder genezene met liefkoozende blikken op. Dan riep zij haar man,
+die juist voorbijging.
+
+"Kijk toch eens manlief, dat is mademoiselle, dat is mademoiselle..."
+
+Het gladgeschoren, van geel vet glimmende gezicht van Majesté kreeg
+een uitdrukking van vreugde en dankbaarheid.
+
+"Inderdaad, mademoiselle, ik kan u niet zeggen hoe vereerd wij ons
+gevoelen... Wij zullen nooit vergeten, dat mijnheer uw vader bij ons
+gelogeerd heeft; dat alleen reeds maakt heel wat afgunstigen."
+
+Intusschen hield madame Majesté de andere gasten, die uitgingen,
+staande, wenkte de families, die reeds in de eetzaal zaten, zou de
+geheele straat binnengeroepen hebben, als zij daar den tijd voor gehad
+had, om te laten zien, dat zij in haar hotel het wonder had, waarover
+geheel Lourdes sedert den vorigen avond in stomme bewondering was.
+
+"Kijk, dat is zij, het jonge meisje, u weet wel, het jonge meisje..."
+
+Plotseling riep zij uit:
+
+"Ik ga even Appoline uit het magazijn halen, Appoline moet mademoiselle
+zien."
+
+Doch met een waardig gebaar hield Majesté haar tegen.
+
+"Neen, laat Appoline met rust, zij is bezig drie dames te
+helpen... Mademoiselle en de heeren zullen Lourdes zeker niet
+verlaten, zonder het een of ander te koopen. De kleine souvenirs,
+die je meeneemt, bekijk je later met zooveel pleizier! En onze gasten
+zijn altijd zoo welwillend nooit ergens anders iets te koopen dan
+bij ons in het magazijn, dat we aan het hotel verbonden hebben."
+
+"Ik heb reeds mijn diensten aangeboden," drong madame Majesté aan;
+"Appoline zal zoo blij zijn mademoiselle het mooiste, wat wij hebben,
+en tegen ongelooflijke lage prijzen te laten zien. O, prachtige,
+prachtige dingen!"
+
+Marie begon ongeduldig te worden, dat zij zoo opgehouden werd,
+terwijl die steeds grooter wordende nieuwsgierigheid om hen heen
+Pierre zeer onaangenaam aandeed. Mijnheer de Guersaint genoot echter
+van die populariteit, van dien triomf van zijn dochter. Hij beloofde
+terug te zullen komen.
+
+"Natuurlijk komen we straks het een en ander koopen; souvenirs voor
+ons zelf en om cadeau te doen. Maar strakjes, als we terugkomen."
+
+Eindelijk konden zij wegkomen en liepen de avenue de la Grotte
+af. Het weer was prachtig na het onweer der twee vorige nachten. De
+afgekoelde ochtendlucht geurde heerlijk in de volle vroolijkheid
+der heldere zon. Een drukke, levenslustige menigte bewoog zich op de
+trottoirs. Welk een verrukking voor Marie, aan wie dat alles nieuw,
+bekoorlijk voorkwam, niet genoeg op prijs te stellen. 's Morgens
+had zij moeten toestaan, dat Raymonde haar een paar laarzen leende,
+want in haar bijgeloof had zij zich er wel voor gewacht die in
+haar valies mede te nemen, uit vrees, dat die haar ongeluk zouden
+brengen. De laarzen stonden haar prachtig, met echt kinderlijke
+vreugde hoorde zij de hakken vroolijk op de steenen klikklakken. Zij
+kon zich niet herinneren ooit zulke witte huizen, zulke groene boomen,
+zulke vroolijke wandelaars gezien te hebben. Al haar wonderlijk fijn
+ontwikkelde zintuigen schenen te genieten: zij hoorde muziek, rook
+heerlijke geuren, proefde gretig de lucht als was deze een sappige
+vrucht. Maar het allerheerlijkste vond zij toch zoo aan den arm van
+haar vader te wandelen. Nog nooit was haar dat overkomen, al jaren
+lang droomde zij ervan als van een groot onmogelijk geluk, waarmede
+je je in zulke langdurige ziekten zoo dikwijls bezig houdt. En nu
+die droom werkelijkheid geworden was, jubelde haar hart luide op. Zij
+drukte zich tegen haar vader aan, trachtte goed rechtop te loopen, om
+hem eer aan te doen. En hij was heel trotsch en even gelukkig als zij,
+liet haar zien, liep als het ware met haar te koop; zijn hart was één
+en al vreugde haar, zijn bloed, zijn vleesch, zijn dochter, van nu
+af aan weer stralend van jeugd en gezondheid, tegen zich aan te voelen.
+
+Toen zij het plateau de la Merlasse, dat reeds vol was met kaarsen-
+en bloemenverkoopsters, die den pelgrims haar koopwaren opdrongen,
+overgingen, riep mijnheer de Guersaint uit:
+
+"Wij zullen toch niet met ledige handen naar de Grot gaan."
+
+Pierre, die aan den anderen kant naast Marie liep, bleef, medegesleept
+door de lachende vroolijkheid, waarin hij haar zag, staan. Onmiddellijk
+waren zij omringd door een zwerm koopvrouwen, wier hebzuchtige handen
+haar waren tot onder hun neus duwden. "Mooie juffrouw, goede heeren,
+koopt van mij, koopt van mij!" Zij moesten zich losrukken. Mijnheer de
+Guersaint kocht ten slotte den grootsten ruiker, een bouquet witte
+margerieten, rond en hard als een bloemkool, van een heel mooi,
+mollig en blond meisje van hoogstens twintig jaar, dat zich in haar
+onbeschaamdheid zoo weinig gekleed had, dat men de ronding van haar
+boezem onder haar half dicht geknoopt jakje zien kon. De bouquet
+kostte maar twintig sous; hij vond het vervelend die uit zijn slecht
+voorziene beurs te betalen en was eenigszins van zijn stuk gebracht
+door de manieren van die groote meid, terwijl hij bij zichzelf dacht,
+dat die wel op een andere manier haar brood zou verdienen, als de
+Heilige Maagd haar in den steek liet. Pierre betaalde de drie kaarsen,
+die Marie gekocht had van een oude vrouw, kaarsen van twee francs,
+heel goedkoop, zooals zij zeide. De oude vrouw, een hoekige figuur
+met een roofvogelneus en hebzuchtige oogen, putte zich in honingzoete
+dankbetuigingen uit: "Moge Notre-Dame de Lourdes u zegenen, schoone
+dame! Moge zij u en de uwen van uw ziekten genezen!" Dat vroolijkte
+hen weer op, lachend als kinderen bij de gedachte, dat die wensch
+der brave vrouw reeds een voldongen feit was, gingen zij verder.
+
+In de Grot wilde Marie zich dadelijk bij de queue aansluiten, om,
+voor zij nog neerknielde, zelf de bloemen en de kaarsen te geven. Er
+waren nog niet veel menschen, zij gingen achter in de rij staan en
+kwamen na een minuut of drie vier aan de beurt! Met welk een verrukte
+blikken keek zij naar alles, naar het altaar met gegraveerd zilver,
+het harmonium, de geloftegiften, de van was druipende kandelaars,
+die in het volle daglicht vlamden! De Grot, die zij nog slechts uit
+de verte, van uit haar ziekenwagentje gezien had, ging zij nu binnen,
+zij ademde erin als in het paradijs zelf, badend in een lauwe warmte,
+in een zachten geur, die haar toch eenigszins bedwelmde. Toen zij
+de kaarsen in de groote mand neergelegd had en op haar teenen was
+gaan staan, om den ruiker boven aan een spijl van het hek te steken,
+kuste zij lang de rots onder het beeld der Heilige Maagd, op de plek,
+waar millioenen lippen die glad gemaakt hadden. En deze kus, welken
+zij aan dien steen gaf, was een kus van liefde, waarin zij al haar
+dankbaarheid legde, een kus, waarin haar hart wegsmolt.
+
+Buiten gekomen, wierp Marie zich op haar knieën en verzonk in een
+eindeloos dankgebed. Haar vader was eveneens neergeknield en vereenigde
+zijn vurige dankbaarheid met de hare. Maar hij kon nooit lang zijn
+aandacht bij dezelfde zaak bepalen, hij begon wat onrustig te worden,
+fluisterde ten slotte zijn dochter in, dat hij nog een boodschap
+moest doen, waaraan hij daarnet niet gedacht had. Het zou maar het
+beste zijn, als zij bleef bidden, tot hij terugkwam. Terwijl zij bad,
+zou hij zich haasten, waarna zij dan op hun gemak zouden kunnen gaan
+wandelen. Zij begreep, ja verstond hem zelfs niet. Zij knikte alleen
+maar, beloofde hier te zullen blijven; ze was weer door zulk een
+geloofsverteedering aangegrepen, dat haar oogen, die steeds door op het
+witte beeld der Heilige Maagd gevestigd waren, nat werden van tranen.
+
+Toen mijnheer de Guersaint zich weer bij Pierre, die zich wat op den
+achtergrond gehouden had, voegde, zeide hij:
+
+"Het is een gewetensquaestie, ik heb den koetsier, die ons naar
+Gavarnie gereden heeft, beloofd, dat ik aan zijn patroon zou gaan
+vertellen waardoor wij zoo opgehouden zijn. Je weet wel, den kapper
+op de place du Marcadal. Trouwens, ik moet me toch ook even laten
+scheren."
+
+Ofschoon tegen zijn zin moest Pierre, toen mijnheer de Guersaint zeide,
+dat ze binnen een kwartiertje terug zouden zijn, wel meegaan. Maar
+daar het hem nog al ver voorkwam, stond hij van zijn kant erop een
+rijtuig te nemen, dat hij onder aan het plateau de la Merlasse zag
+wachten. Het was een soort groenachtige cabriolet; op den bok zat een
+koetsier, een flinke kerel van een jaar of dertig met een Baskische
+muts, een sigaret te rooken. Dwars over den bok zittend en met zijn
+beenen van elkaar reed hij met de rustige ongegeneerdheid van een man,
+die zich den meester van de straat voelt.
+
+"Wacht maar even," zeide Pierre, toen zij op de place du Marcadal
+uitstapten.
+
+"Goed, mijnheer de abbé."
+
+En terwijl hij zijn mager paard in de volle zon liet staan, ging hij
+grapjes maken met een flinke, brutale meid, die in een fontein een
+hond aan het wasschen was.
+
+Cazaban stond juist aan de deur van zijn winkel, welks groote
+spiegelruiten en lichtgroene verf het trieste, door de week steeds
+verlaten plein opvroolijkten. Wanneer het niet druk was, stond
+hij graag te geuren tusschen zijn twee groote vitrines, waarin
+pommadepotten en fleschjes parfum even zoo vele vroolijke plekken
+vormden.
+
+Dadelijk herkende hij de heeren.
+
+"Zeer gevleid, zeer vereerd... Gaat u, als het u blieft binnen!"
+
+Bij de eerste woorden, die mijnheer de Guersaint zeggen wilde, om
+den koetsier, die hen naar Gavarnie gereden had, te verontschuldigen,
+was hij dadelijk zeer welwillend. Neen, natuurlijk, dat was de schuld
+van dien man niet, die kon niet beletten, dat er een wiel brak of dat
+er een onweer losbarstte. Wanneer de reizigers geen klachten hadden,
+dan was het in orde.
+
+"O," riep mijnheer de Guersaint uit, "een prachtig, een onvergetelijk
+land!"
+
+"Welnu, mijnheer, als ons land u bevalt, dan zult u natuurlijk
+terugkomen, meer vragen we niet!"
+
+Toen de architect op een der stoelen ging zitten en vroeg om geschoren
+te worden, werd hij een en al voorkomendheid. Zijn bediende was
+er niet, deed een paar boodschappen voor de pelgrims, die bij hem
+logeerden, een heele familie, welke een kist vol rozenkransen,
+gipsen beeldjes der Heilige Maagd en plaatjes onder glas mee wilde
+nemen. Op de eerste verdieping hoorde men zenuwachtig heen en weer
+loopen, heftige stemmen, kortom het gewone lawaai van menschen,
+die door een naderend vertrek opgewonden zijn en nog een berg van
+dingen in te pakken hebben. In de eetkamer, waarvan de deur open
+stond, slurpten twee kinderen hun chocolade leeg. Het geheele huis
+was verhuurd en aan de logé's overgeleverd; het waren de laatste
+uren van deze vreemdelingen-invasie, die den kapper en zijn vrouw
+dwongen hun toevlucht te nemen in het sousterrein, een engen kelder,
+waarin zij op een kermisbed sliepen.
+
+Terwijl Cazaban hem inzeepte, vroeg mijnheer de Guersaint:
+
+"En is u nog al tevreden over het seizoen?"
+
+"Zeker, mijnheer, ik heb niet te klagen. U hoort, mijn gasten
+vertrekken vandaag, maar morgen verwacht ik weer anderen; je hebt
+bijna geen tijd om de boel even schoon te maken.--En dat gaat zoo
+tot in October toe door."
+
+Daar Pierre op en neer bleef loopen of ongeduldig naar de muren stond
+te kijken, keerde hij zich beleefd om:
+
+"Ga toch zitten, mijnheer de abbé, en neem een courant. Het zal niet
+lang duren."
+
+En toen de priester met een handgebaar te kennen gaf, dat hij liever
+bleef staan, ging de kapper in zijn voortdurende behoefte om te
+spreken voort:
+
+"O, bij mij marcheert het altijd goed, mijn huis staat bekend om
+zijn zindelijke bedden en zijn goede keuken... Maar in de stad is
+men allesbehalve tevreden! Ja, ik zou bijna zeggen, dat ik nog nooit
+zoo'n ontevredenheid meegemaakt heb."
+
+Hij zweeg even, schoor de linkerwang, hield toen op en zeide plotseling
+in een kreet, dien de waarheid hem ontrukte:
+
+"Mijnheer, de paters van de Grot spelen met vuur, dat is alles wat
+ik te zeggen heb."
+
+Toen was het hek van den dam, praatte hij aan één stuk door. Zijn
+groote oogen rolden in zijn lang gezicht met de vooruitstekende
+kaakbeenderen, den door den zon verbranden tint en de vele
+zomersproeten, terwijl zijn klein, zenuwachtig lichaampje schokte van
+zijn vele gebaren en woorden. Hij kwam op zijn acte van beschuldiging
+terug, vertelde de tallooze grieven, die de oude stad tegen de paters
+had. De hoteliers klaagden, de handelaren in religieuze artikelen
+verdienden nog niet de helft van vroeger; in het kort, de nieuwe stad
+legde beslag op de pelgrims en het geld, er was alleen nog maar wat te
+verdienen voor de pensions, de hotels en de winkels in de onmiddellijke
+nabijheid van de Grot. Het was een strijd op leven en dood, een van dag
+tot dag grooter wordende moorddadige vijandschap: de oude stad boette
+ieder seizoen iets van haar leven in en was ongetwijfeld veroordeeld om
+te verdwijnen, verstikt en vermoord te worden door de jonge stad. O,
+die vuile Grot! Hij zou liever zijn voeten laten afhakken dan ze
+daar neer te zetten. Was het niet schandelijk om naast de Grot een
+winkel van allerlei snuisterijen neer te plakken? Een echte schande,
+waarover een bisschop zoo verontwaardigd geworden was, dat hij er
+aan den paus over geschreven had! Hij, die er zich op beroemde een
+vrijdenker en een republikein van de oude garde te zijn, die reeds
+onder het keizerrijk op de candidaten der oppositie stemde, had toch
+zeker wel het recht om te zeggen, dat hij niet geloofde aan hun vuile
+Grot, dat hij die aan zijn laars lapte.
+
+"Laat ik u eens één feit noemen, mijnheer. Ik weet het van mijn broer,
+die lid van den gemeenteraad is... Eerst moet ik u echter vertellen,
+dat wij tegenwoordig een republikeinschen gemeenteraad hebben, die zich
+den zedelijken achteruitgang van de stad zeer aantrekt. 's Avonds kun
+je niet meer uitgaan zonder overal op straat snollen tegen te komen,
+die zoogenaamd kaarsen verkoopen. Zij geven zich af met de koetsiers,
+die in het seizoen hier komen, in het kort een verdacht zootje, dat God
+mag weten waarvandaan komt... Ook moet ik u even in een paar woorden
+de verhouding van de paters tegenover de stad uitleggen. Toen zij de
+terreinen van de Grot van de stad kochten, hebben zij een contract
+geteekend, waarbij zij zich uitdrukkelijk verbonden geen handel te
+drijven. Nu hebben zij ondanks hun belofte toch een winkel geopend. Dat
+is oneerlijke concurrentie, die fatsoenlijke menschen onwaardig is,
+dat zult u moeten toegeven... De nieuwe gemeenteraad besloot dan ook
+een commissie naar de paters te zenden, om te eischen, dat zij zich
+aan hun contract zouden houden en hun uitdrukkelijk te gelasten, den
+winkel onmiddellijk te sluiten. En weet u wat zij geantwoord hebben,
+mijnheer?... O, wat ze al twintigmaal geantwoord hebben, wat ze
+altijd antwoorden, wanneer men ze aan hun verplichtingen herinnert:
+"Goed, we zullen ze houden, maar wij zijn meester in ons eigen huis,
+en we sluiten de Grot.""
+
+Hij was rechtop gaan staan, zwaaide met zijn scheermes in de lucht
+en herhaalde, terwijl hij de woorden scandeerde en zijn oogen, die
+door deze enormiteit nog grooter geworden waren, wijd opensperde:
+
+"Wij sluiten de Grot."
+
+Pierre, die nog steeds op en neer liep, bleef plotseling staan en
+zeide hem vlak in zijn gezicht:
+
+"Dan had de gemeenteraad moeten antwoorden: "Sluit haar!""
+
+Cazaban stikte bijna. Het bloed stroomde naar zijn gezicht.
+
+"De Grot sluiten!... De Grot sluiten!" stamelde hij.
+
+"Ja, natuurlijk! Die Grot ergert jullie immers toch zoo! Zij is
+immers één voortdurende oorzaak van oorlog, van onrechtvaardigheid,
+van bederf! Dan zou het uit zijn, zou je er niet meer over hooren
+praten... Werkelijk, dat zou een prachtige oplossing zijn, en wanneer
+men daartoe de macht bezat, zou men u een dienst bewijzen door de
+paters te dwingen hun bedreiging uit te voeren."
+
+Hoe langer Pierre sprak, des te meer zakte de woede van Cazaban. Hij
+werd kalm en wat bleek. In zijn groote oogen zag de priester een
+zekere ongerustheid grooter worden. Was hij niet te ver gegaan in zijn
+hartstocht tegen de paters? Vele geestelijken waren alles behalve
+met hen ingenomen, misschien was deze jonge priester alleen maar
+naar Lourdes gekomen, om een campagne tegen hen op touw te zetten? En
+wie kon zeggen wat er dan gebeuren zou? Mogelijk zou het op den duur
+leiden tot een sluiting van de Grot. En daar leefde men toch alleen
+van. Al ging de oude stad te keer, omdat zij slechts de kruimels kreeg,
+toch was zij altijd nog blij met dat buitenkansje; en de vrijdenkers
+zelf, die geld uit de pelgrims sloegen, zwegen verschrikt en met een
+onbehaaglijk gevoel, zoodra men het ten opzichte van de leelijke
+schaduwzijde van het nieuwe Lourdes te zeer met hen eens was. Men
+moest voorzichtig zijn.
+
+Cazaban ging weer naar mijnheer de Guersaint terug. Hij begon met de
+andere wang te scheren en zeide op onverschilligen toon:
+
+"Wat ik van de Grot zeg, dat zeg ik niet, omdat zij mij hindert. En
+trouwens, iedereen moet leven."
+
+In de eetkamer hadden de kinderen, die een oorverdoovend geschreeuw
+aanhieven, een der koppen chocolade gebroken. Weer zag Pierre de
+vrome plaatjes, de Heilige Maagd van gips, waarmede de kapper, om
+zijn huurders pleizier te doen, het vertrek versierd had. Van de
+eerste verdieping schreeuwde een stem, dat de koffer dicht was en
+dat de bediende zeker wel zoo goed zou willen zijn om dien, wanneer
+hij thuis kwam, met een touw toe te komen binden.
+
+Maar Cazaban bleef tegenover de twee heeren, die hij per slot
+van rekening toch niet kende, wantrouwend en verlegen; allerlei
+verontrustende veronderstellingen spookten door zijn brein. Het bracht
+hem bijna tot wanhoop, dat hij ze zoo, zonder iets van hen te weten,
+moest laten gaan, nadat hij zichzelf zoo gecompromitteerd had. Als
+hij zijn al te heftige woorden tegen de paters nog maar had kunnen
+intrekken. Toen mijnheer de Guersaint opstond, om zich af te wasschen,
+kon hij niet langer weerstand bieden om het gesprek weer te beginnen.
+
+"Hebt u al gehoord van het wonder van gisteren? De heele stad is
+er vol van, zeker al twintig menschen hebben het me verteld... Ja,
+het schijnt, dat zij een buitengewoon wonder te boeken hebben, een
+jonge dame, die verlamd was en die opgestaan is en haar wagentje tot
+in het koor der Basilica gereden heeft."
+
+Mijnheer de Guersaint, die, na zich afgedroogd te hebben, weer wilde
+gaan zitten, lachte welgevallig:
+
+"Die jonge dame is mijn dochter."
+
+Cazaban straalde van blijdschap, dat hij op den gelukkigen inval
+gekomen was daarover te beginnen. Gerustgesteld, manoeuvreerde hij
+magistraal met zijn kam, terwijl hij zijn gebaren- en woordenstroom
+weer terugvond.
+
+"Ik wensch u van harte geluk, mijnheer, en het is mij een groote eer,
+u onder mijn handen gehad te hebben... Nu mademoiselle genezen is,
+is dat voldoende voor het vaderhart, niet waar?"
+
+Ook voor Pierre had hij een vriendelijk woord. Toen hij er eindelijk
+toe kwam hen te laten gaan, keek hij den priester diep getroffen aan
+en zeide als een verstandig man, die een definitief oordeel over de
+wonderen wilde vellen:
+
+"Er komen van die voor iedereen gelukkige wonderen voor, mijnheer de
+abbé. Van tijd tot tijd moeten we er zoo een hebben."
+
+Buiten moest mijnheer de Guersaint den koetsier gaan halen, die nog
+steeds grapjes stond te maken met de meid, wier druipnatte hond zich in
+de zon stond uit te schudden. Binnen vijf minuten bracht het rijtuig
+hen beneden aan het plateau de la Merlasse terug. De heele tocht had
+ongeveer een half uur in beslag genomen. Pierre wilde het rijtuig
+houden met het plan Marie de stad te laten zien, zonder haar al te
+veel te vermoeien. Terwijl de vader Marie bij de Grot ging halen,
+bleef hij onder de boomen wachten.
+
+Onmiddellijk knoopte de koetsier een gesprek met den priester aan. Hij
+had een nieuwe sigaret aangestoken en deed dadelijk heel familiaar. Hij
+beklaagde zich volstrekt niet, dat hij uit een dorpje in de omstreken
+van Toulouse hierheen gekomen was, want hij verdiende hier te Lourdes
+een prachtig daggeld. Je at er goed, je amuseerde je best, je kon het
+een Luilekkerland noemen. Hij zeide die dingen met de nonchalance van
+een man, die niet veel last heeft van godsdienstige gewetensbezwaren,
+zonder echter den eerbied uit het oog te verliezen, dien hij aan een
+geestelijke verschuldigd was.
+
+Eindelijk liet hij zich van af zijn bok, waarop hij half lag, terwijl
+zijn eene been hing te slingeren, zich langzaam de woorden ontvallen:
+
+"Ja, mijnheer de abbé, Lourdes heeft goed opgenomen, maar het is de
+vraag, of het lang zoo zal duren."
+
+Getroffen door dit woord, overwoog Pierre er de diepe beteekenis van,
+toen mijnheer de Guersaint met Marie terugkwam. Hij had haar nog op
+dezelfde plaats, in hetzelfde dankgebed verdiept, aan de voeten der
+Heilige Maagd teruggevonden; het leek alsof zij den geheelen gloed
+der Grot in haar oogen had medegebracht, zoo schitterde zij van
+hemelsche vreugde over haar genezing. Neen, zij weigerde beslist
+te rijden. Neen, neen, zij wilde veel liever loopen; het kon haar
+niet schelen of zij de stad zag of niet; als zij nog maar een uurtje
+aan den arm van haar vader door de tuinen, door de straten, over de
+pleinen wandelen kon! Toen Pierre den koetsier betaald had, sloeg
+zij een laantje van den tuin der Esplanade in en vond het heerlijk
+zoo met kleine pasjes langs de met bloembedden versierde grasperken
+onder de groote boomen te wandelen. Het was zoo mooi, zoo frisch,
+al dat gras, al die bladeren, die schaduwrijke, eenzame lanen,
+waarin men het eeuwige ruischen van den Gave hoorde. Dan wilde zij
+weer terug naar de drukke straten, om er de beweging, het lawaai,
+het leven, waarnaar haar geheele hart uitging, terug te vinden.
+
+Toen in de rue Saint-Joseph Pierre's oog op het Panorama viel, waarin
+men de oude Grot met de knielende Bernadette op den dag van het
+kaarsenwonder zag, kwam hij op het denkbeeld te gaan kijken. Marie
+was er zoo blijde als een kind over, terwijl mijnheer de Guersaint
+eveneens de meest onschuldige vreugde liet blijken, vooral toen hij
+merkte, dat er onder de menigte pelgrims, die zich met hen in de
+donkere gang verdrongen, verschillende waren, die in zijn dochter de
+jonge wonderdadig genezene herkenden, wier naam van mond tot mond
+vloog. Toen men boven op de hooge estrade in het matte licht kwam,
+dat door een soort velum gedempt werd, werd Marie een soort ovatie
+gebracht, ontstond er een zacht fluisteren, werden verrukte blikken op
+haar geworpen, voelden allen een extatische behoefte om haar te zien,
+haar na te loopen, haar aan te raken.
+
+Het was, alsof een stralenkrans haar omgaf, van nu af aan zou zij
+overal waar zij kwam, zoo bemind worden. Om haar wat te doen vergeten,
+stelde de beambte, die met de verklaring belast was, zich aan het hoofd
+der kleine groep bezoekers, liep met hen rond en vertelde de episode,
+die het groote, kringvormige, honderd zes-en-twintig meter lange doek
+voorstelde. Het bracht de zeventiende verschijning van de Heilige Maagd
+aan Bernadette in beeld, den dag, waarop zij, neergeknield voor de
+Grot, uit onachtzaamheid gedurende het visioen haar hand op de vlam
+van de kaars gehouden had, zonder die te branden: het geheele oude
+landschap der Grot was hersteld, het geheele tooneel was weergegeven
+met de historische personen, den dokter, die met zijn horloge in zijn
+hand het wonder constateerde, den burgemeester, den commissaris van
+politie, den officier van justitie, wier namen de beambte te midden
+van de verrukte uitroepen van het publiek, dat hem volgde, noemde.
+
+Toen kwamen door een onwillekeurige gedachten-associatie Pierre de
+woorden weer voor den geest, die de koetsier tegen hem gezegd had:
+"Lourdes heeft goed opgenomen, maar het is de vraag, of het lang zoo
+duren zal." Inderdaad, dà t was de vraag. Hoeveel gewijde heiligdommen
+waren niet reeds zoo gebouwd op aanwijzing van onschuldige kinderen,
+uitverkoren onder allen en aan wie de Heilige Maagd verschenen
+was! Altijd weer was het dezelfde geschiedenis: een verschijning,
+een herderinnetje, dat men vervolgde en voor leugenaarster uitmaakte,
+dan een onbewuste drang van de menschelijke ellende, die naar illusie
+snakte, vervolgens de propaganda, de triomf van het als een vuurtoren
+stralende heiligdom, en eindelijk de achteruitgang, het verval, de
+vergetelheid, wanneer elders een ander heiligdom uit den visionnairen
+droom van een andere zieneres ontstond. Het leek wel alsof de macht
+der illusie versleten geraakte, alsof men het in den loop der eeuwen
+moest verplaatsen, het opnieuw opbouwen moest in andere decors, om
+de macht en de kracht ervan te herstellen. La Salette had de vroegere
+genezende Maagden van hout of steen onttroond, Lourdes had La Salette
+onttroond, om straks op zijn beurt ook weer onttroond te worden door
+de Notre-Dame van morgen, die met haar vriendelijk, glimlachend gelaat
+zou verschijnen aan een rein kind, dat nog geboren moest worden.
+
+Dat Lourdes een zoo snellen, zoo wonderbaarlijk vluggen opbloei gehad
+had, dankte het ongetwijfeld aan het oprechte, eerlijke zieltje,
+aan de heerlijke bekoring van Bernadette. Hier geen bedrog, geen
+leugen, maar alleen de bloem van het lijden, een zwak, ziekelijk
+meisje, dat aan het lijdende volk in het wonder den droom van
+gerechtigheid en gelijkheid bracht. Zij was de eeuwige hoop,
+de eeuwige vertroosting. Bovendien schenen alle historische en
+maatschappelijke omstandigheden samengewerkt te hebben om aan het
+einde van een verschrikkelijke eeuw van empiristische onderzoekingen
+en nasporingen den drang naar die mystieke vlucht te versterken; daarom
+zou Lourdes ongetwijfeld nog lang in zijn triomf blijven voortbestaan,
+alvorens het niets meer zijn zou dan een legende, een van die doode
+godsdiensten met een sterken, maar vervluchtigden geur.
+
+O, dat oude Lourdes, die stad van vrede en van geloof, de eenig
+mogelijke wieg, waarin de legende geboren kon worden! Wat kon Pierre
+het zich makkelijk voor den geest roepen, toen hij het lange doek
+van het Panorama omwandelde! Dit doek zeide alles, het gaf het beste
+uitsluitsel over de dingen, dat men geven kon. Naar de eentonige
+verklaringen van den beambte behoefde men niet te luisteren; het
+landschap sprak voor zichzelf. In de eerste plaats de Grot, het
+rotshol aan den oever van den Gave, een woeste plek voor droomen,
+met struikgewas bedekte hellingen, ineenstortingen van steenen zonder
+een gebaanden weg; en verder niets, geen verfraaiïngen waren nog
+aangebracht, geen monumentale kade, geen lanen in Engelsche tuinen,
+die zigzagden tusschen mooi geschoren hagen, geen prachtig ingerichte,
+maar misvormde, door een hek afgesloten Grot, en vooral geen winkel
+van religieuze artikelen, nog geen winkel van simonie, die een ergernis
+was voor vrome zielen.
+
+De Heilige Maagd had in de woestijn geen bekoorlijker plekje kunnen
+kiezen om zich aan de uitverkorene van haar hart te openbaren, het arme
+meisje, dat hier rondliep met den droom van haar pijnlijke nachten,
+en dood hout sprokkelde. Verder zag hij aan de overzijde van den Gave,
+achter de rots van het Kasteel, het oude, in vol geloofsvertrouwen
+ingeslapen Lourdes.
+
+Een andere eeuw rees voor zijn oog op, een klein stadje met zijn
+nauwe, met kiezelzand geplaveide straatjes, zijn zwarte huisjes,
+zijn oude, half-Spaansche kerk vol oude beeldhouwwerken, bevolkt met
+gouden visioenen en geschilderde beelden. Tweemaal per dag kwamen de
+diligences van Bagnères en Cauterets, die de Lapaca moesten doorwaden,
+om daarna de steile helling van de rue Basse op te rijden. De geest
+der eeuw was nog niet over deze vredige daken gestreken, welke de
+altijd nog kinderlijk gebleven bevolking beschermden, die zich nog
+steeds voegde in den nauwen band van een strenge, godsdienstige
+tucht. Geen overdadige weelde, een kalme, eeuwenoude handel was
+voldoende voor het dagelijksche leven, een armzalig-eenvoudig leven,
+welks ruwheid de beste bescherming voor de goede zeden was. Nooit
+had Pierre beter begrepen hoe Bernadette, de dochter van dat land
+van geloof en strenge zeden, er gebloeid had als een natuurroos,
+ontloken op de wilde rozestruiken langs den weg.
+
+"Het is toch wel interessant," zeide mijnheer de Guersaint, toen zij
+weer op straat waren. "Ik ben blij, dat ik het gezien heb."
+
+Ook Marie glimlachte vergenoegd.
+
+"Niet waar, papa, je zoudt denken, dat het echt was. Soms is het
+net, alsof de menschen zich bewegen willen... En hoe verrukkelijk
+is Bernadette, zooals zij daar in extase geknield ligt, terwijl de
+vlam van de kaars om haar vingers lekt, zonder een brandwond achter
+te laten."
+
+"Kom," begon de architect weer, "we hebben niet meer dan een
+uur; als we nog wat willen koopen, moeten we niet al te lang meer
+wachten. Willen we eens in de winkels gaan kijken? Wij hebben wel aan
+Majesté beloofd hem de voorkeur te geven, maar dat belet ons niet,
+om ook verder eens rond te kijken. Wat zeg jij ervan, Pierre?"
+
+"Net zoo als u wilt, hoor!" antwoordde de priester. "We wandelen dan
+gelijk nog wat."
+
+En hij volgde het jonge meisje en haar vader, die naar het plateau de
+la Merlasse teruggingen. Na zijn bezoek aan het Panorama had hij het
+vreemde gevoel, als was hij in een heel ander land gekomen. Het was,
+alsof men hem plotseling van de eene stad in een andere gezet had,
+die er eeuwen ver van verwijderd lag. Hij verliet de eenzaamheid,
+den ingesluimerden vrede van het oude Lourdes, die nog versterkt werd
+door het matte licht van het velum, om plotseling neer te vallen in
+het nieuwe, stralende, luidruchtige Lourdes.
+
+Het was nu even over tienen, op de trottoirs heerschte een levendige
+drukte, een dichte menigte, die voor het dejeuner de noodige inkoopen
+doen moest, om vervolgens alleen nog maar aan het vertrek te denken.
+
+De duizenden pelgrims van de nationale bedevaart stroomden, in een
+laatste gedrang, door de straten, belegerden de winkels. Afgaande op
+het geschreeuw en lawaai en de herrie zou men hebben kunnen denken
+aan een kermis, die ten einde loopt. Vele pelgrims voorzagen zich
+van mondvoorraad voor de reis, plunderden de openluchtstalletjes,
+waarin men broodjes met worst en ham verkocht. Men kocht vruchten, men
+kocht wijn, manden vulden zich zóó met flesschen en vette papieren,
+dat zij bijna barstten. Een koopman, die met kaas liep te venten,
+zag zijn wagen eensklaps leeg, als was er een stormwind door geloeid.
+
+Maar vooral kocht de menigte religieuze artikelen; ventende kooplui,
+wier wagentjes vol beeldjes en vrome prentjes waren, deden schitterende
+zaken. Voor de winkels werd queue gemaakt: vrouwen hadden buitengewoon
+groote rozenkransen om haar hals gedaan, hielden beeldjes der Heilige
+Maagd onder haar armen, droegen kruiken, om die in de Grot met het
+wonderdoende water te vullen. Deze in de hand gedragen of aan een
+riem hangende kruiken, welke een tot tien liter bevatten konden,
+ten deele zonder beeld en ten deele met het portret van de Heilige
+Maagd in blauwe kleuren beschilderd waren, gaven met hun glans van
+nieuw blik en hun luid gerinkel iets vroolijks aan de menigte.
+
+De koopwoede, het genot, om geld uit te geven en met zakken vol
+photographieën en medailles terug te keeren, deden de gezichten stralen
+met een feestelijken glans, veranderde de uitgelaten menigte in een
+kermistroep, die zijn schrokkige lusten bevredigt.
+
+Op het plateau de la Merlasse kwam mijnheer de Guersaint een oogenblik
+in de verleiding, om een van de mooiste en drukste winkels binnen te
+gaan; op het uithangbord stond in groote letters: Soubirous, broeder
+van Bernadette.
+
+"Als we hier onze inkoopen eens deden? Dat zou er meer lokale kleur aan
+geven, en onze souvenirs zouden er des te belangrijker door worden."
+
+Dan echter ging hij verder en herhaalde, dat men eerst alles zien
+moest.
+
+Toen Pierre den winkel van Bernadette's broeder zag, kreeg hij
+een gevoel, alsof hij een prop in zijn keel had. Het hinderde hem:
+de broer, die de Heilige Maagd verkocht, welke zijn zuster gezien
+had. Maar hij moest toch leven; en Pierre meende te weten, dat de
+familie der zieneres in haar winkel naast de van goud stralende
+Basilica, geen schitterende zaken maakte, zoo scherp was de
+concurrentie. Het mocht dan waar zijn, dat de pelgrims millioenen
+in Lourdes achterlieten, er waren meer dan tweehonderd handelaars
+in religieuze artikelen, ongerekend de hoteliers en pensionhouders,
+die het grootste gedeelte opstreken, zoodat de zoo vurige betwiste
+winsten ten slotte middelmatig waren. Het geheele plateau langs,
+rechts en links van Bernadette's broer, waren nog andere winkels,
+één ononderbroken rij winkels naast elkaar, die alle afdeelingen van
+de door de stad gebouwde galerij innamen en de stad een jaarlijksche
+huursom van zestigduizend francs opbrachten. Het waren echte bazars,
+open etalages, die tot op het trottoir stonden en den menschen het
+loopen bemoeilijkten. Over een lengte van driehonderd meters waren er
+geen andere zaken: één stroom van rozenkransen, medailles, beeldjes,
+die eindeloos over de vitrines vloeide. De uithangborden verkondigden
+in reusachtige letters de meest vereerde namen: de H. Roch, de
+H. Jozef, Jeruzalem, de Onbevlekte Maagd, het Heilige Hart van Maria,
+in het kort het beste, wat het Paradijs bevatte om klanten te trekken.
+
+"Ik geloof waarachtig," zeide mijnheer de Guersaint, "dat het overal
+precies hetzelfde is. Laten we maar ergens binnengaan."
+
+Hij had er genoeg van, die eindelooze rij etalages maakte hem doodmoe.
+
+"Maar daar u beloofd hebt bij mijnheer Majesté te koopen," zeide Marie,
+die niet moede werd, "moesten we maar teruggaan."
+
+"Uitstekend, laten we naar Majesté gaan!"
+
+Maar in de rue de la Grotte begonnen de winkels opnieuw. Aan beide
+kanten stonden zij dicht op elkaar; doch nu waren er ook juweliers,
+modewinkels, parapluiehandelaars, zelfs was er een confiseur,
+die doozen Lourdes-water-pastilles verkocht, op het deksel waarvan
+het beeld der Heilige Maagd geschilderd was. De vitrines van een
+photograaf lagen vol met gezichten van de Grot en van de Basilica,
+portretten van bisschoppen en van eerwaarde paters van alle orden,
+en ansichtskaarten uit de omstreken. Een boekwinkel stalde de laatste
+Katholieke publicaties uit, boeken met vrome titels, waaronder de
+talrijke boeken, die sedert twintig jaar over Lourdes verschenen waren
+en waarvan sommige een groot opzien verwekt hadden. Op dezen grooten,
+drukken weg vloeide de menigte in een breeden stroom, tinkelden de
+kruiken, was het één intense levensvreugde in de heldere zon, die de
+straat in haar geheele lengte bescheen. De beeldjes, de medailles,
+de rozenkransen schenen nooit op te houden, de eene etalage volgde
+op de andere, kilometers ver ging het zoo voort door de straten van
+de geheele stad, die een bazaar met steeds weer dezelfde artikelen
+scheen geworden te zijn.
+
+Voor het Hôtel des Apparitions aarzelde mijnheer de Guersaint nog even.
+
+"Dus goed afgesproken, we zullen hier onze inkoopen doen."
+
+"Natuurlijk," zeide Marie. "Kijk eens hoe mooi de winkel is."
+
+Zij ging het eerst den winkel binnen, werkelijk een der grootste van
+de straat en die de geheele linkerhelft van den rez-de-chaussée van
+het hotel besloeg. Mijnheer de Guersaint en Pierre volgden haar.
+
+Appoline, de nicht van Majesté, die met den verkoop belast was,
+stond op een klein trapje, om uit een hooge lade wijwaterbakjes te
+krijgen, die zij moest laten zien aan een jongen man, een eleganten
+brancarddrager met mooie, gele slobkousen. Zij lachte met het gekir van
+een tortelduif en zag er bekoorlijk uit met haar dikke zwarte haren,
+haar prachtige oogen in een iets te vierkant gezichtje met het rechte
+voorhoofd, de breede wangen en de dikke, roode lippen. Pierre zag heel
+duidelijk, hoe de hand van den jongen man aan den rand van de rok het
+ondergedeelte van een been streelde, dat zich daar blijkbaar met die
+bedoeling had neergezet. Het was een visioen van een seconde. Reeds
+was het jonge meisje lenig van het trapje gesprongen en vroeg:
+
+"Dus u gelooft niet, dat dit model bakje in den smaak van uw tante
+zal vallen?"
+
+"Neen, heelemaal niet," antwoordde de brancardier, terwijl hij wegging;
+"zie, dat u het andere model krijgt. Ik ga morgen pas weg en kom nog
+wel terug."
+
+Toen Appoline hoorde, dat Marie de wonderdadig genezene was, over wie
+madame Majesté sinds den vorigen avond aan één stuk door sprak, was
+zij dadelijk zeer voorkomend. Zij keek naar haar met haar vriendelijk
+glimlachje, waarin een zweempje verbazing en discreet ongeloof was,
+zoo iets als de geheime spot van een knap, op haar eigen lichaam
+verliefd meisje, tegenover een kinderlijke, achterlijk gebleven
+maagdelijkheid. Maar handig verkoopster als zij was, putte zij zich
+uit in vriendelijke woorden.
+
+"O mademoiselle, hoe heerlijk u iets te mogen verkoopen! Het aan u
+volbrachte wonder is zoo buitengewoon mooi!... Het geheele magazijn
+staat voor u open. Wij hebben een prachtige keus."
+
+Marie werd een beetje verlegen.
+
+"Dank u, heel vriendelijk van u... Wij komen maar een paar kleinigheden
+koopen."
+
+"Als u het goed vindt," zeide mijnheer de Guersaint, "dan willen we
+graag even rondkijken."
+
+"Uitstekend, mijnheer, kies zelf uit, dan kunnen we straks verder
+zien."
+
+Toen er andere koopers binnenkwamen, vergat Appoline hen al gauw en
+vatte haar taak als knappe verkoopster weer op met vleiende woorden,
+verleidelijke bewegingen, vooral voor de mannen, die zij nooit liet
+vertrekken of zij moesten hun zakken vol hebben.
+
+Van den louis d'or, dien Blanche mijnheer de Guersaint bij het vertrek
+als zakgeld toegestopt had, waren nog twee francs over. Hij durfde
+dan ook in zijn keus niet al te ver te gaan. Maar Pierre verklaarde,
+dat het hem hoogst onaangenaam zijn zou, als men hem niet toestond
+hun de enkele souvenirs, die zij uit Lourdes wilden meenemen, aan
+te bieden. Toen kwamen zij overeen, dat zij eerst een cadeau voor
+Blanche zouden uitzoeken en dat Marie en haar vader ieder het souvenir,
+dat het meest in hun smaak viel, nemen zouden.
+
+"Laten we ons niet overhaasten," herhaalde mijnheer de Guersaint eenige
+malen vroolijk. "Zoek goed uit, Marie... Waar zouden we Blanche het
+meeste pleizier mee doen?"
+
+Alle drie keken ze en zochten ze. Naarmate zij meer zagen, werd
+hun besluiteloosheid echter grooter. Het groote magazijn met zijn
+vele toonbanken, vitrines en kastjes, die het van boven naar beneden
+versierden, was een zee met tallooze golven, een overvloed van alle
+mogelijke en onmogelijke religieuze artikelen. Er waren rozenkransen,
+heele ritsen rozenkransen, die aan de muren hingen, hoopen rozenkransen
+in de laden, vanaf de gewoonste rozenkransen van twintig sous het
+dozijn tot rozenkransen van reukhout, van agaat, van lazuursteen,
+die met goud en zilver opgelegd waren, sommige waren zóó lang, dat
+men ze dubbel om den hals en het middel dragen kon, hadden zorgvuldig
+bewerkte kralen, groot als noten en door doodskoppen van elkaar
+gescheiden. Er waren medailles, een regen van medailles, medailles
+in volle doozen, van alle grootten, van alle metalen, goedkoope en
+kostbare, met verschillende opschriften, medailles, die de Basilica,
+de Grot, de Onbevlekte Ontvangenis voorstelden, gegraveerd, gedreven,
+geciseleerd, geëmailleerd, met de hand bewerkt of bij het gros tegelijk
+machinaal vervaardigd.
+
+Er waren beeldjes van Heilige Maagden, kleine, groote, van zink,
+van hout, van ivoor, van gips vooral, sommige geheel wit, andere
+beschilderd met levendige bloemen; tot in het oneindige gaven zij de
+door Bernadette gemaakte beschrijving weer: het vriendelijk lachende
+gezicht, de zeer lange sluier, de blauwe sjerp, de gouden rozen op
+de voeten, maar met kleine variaties voor ieder model, om daardoor
+den eigendom van den vervaardiger te beschermen. Verder was er nog
+een andere vloed van religieuze artikelen: de honderd verschillende
+scapulieren, duizenden afdrukken van vrome plaatjes, fijnbewerkte
+gravures, schreeuwende lithographieën, die verdronken in een zee van
+kleine gekleurde, vergulde, geverniste, met bouquetjes beschilderde en
+kant versierde plaatjes. Ook waren er bijouterie-artikelen, ringen,
+broches, armbanden met steenen en kruisen en versierd met heilige
+figuren. Eindelijk nog een zondvloed van galanterieën: potloodhouders,
+porte-monnaies, sigarenpijpjes, presse-papiers, vouwbeenen, tot
+tabaksdoozen toe, tallooze voorwerpen, waarop onophoudelijk de
+Basilica, de Grot, de Heilige Maagd terugkwamen, die op alle wijze en
+volgens alle bekende procédés gereproduceerd waren. In een kast met
+vijftig-centimes-artikelen lag een opeenstapeling van servetringen,
+eierdopjes en houten pijpen, waarop de verschijning van Notre-Dame
+de Lourdes uitgesneden was.
+
+Langzamerhand begon mijnheer de Guersaint er een walg van te krijgen;
+de geprikkeldheid van iemand, die zich verbeeldt een kunstenaar te
+zijn, had zich van hem meester gemaakt.
+
+"Het is afschuwelijk, het eene is nog leelijker dan het andere,"
+herhaalde hij bij ieder nieuw artikel, dat hij bekeek.
+
+Hij gaf zijn hart lucht door Pierre te herinneren aan de mislukte
+poging, die hij gedaan had, om een omwenteling te brengen in de
+religieuze platendrukkerij. De overblijfselen van zijn fortuin waren
+erin gebleven, wat hem tegenover de jammerlijke dingen, waarmede het
+magazijn volgepropt was, nog strenger maakte. Had iemand ooit zulke
+dwaas-leelijke en daarbij toch zoo pretentieuse dingen gezien? De
+alledaagschheid van het denkbeeld en de onnoozelheid in de uitdrukking
+vonden een waardigen tegenhanger in de banale uitvoering. Het had
+iets van een modeplaat, van de deksels van bonbondoozen, van wassen
+poppen, die in de etalages van kappers staan: het was een valsch-mooie,
+pijnlijk-hinderlijke kunst zonder eenig menschelijk gevoel, zonder
+uitdrukking, zonder eenige echtheid. De architect, eenmaal op zijn
+praatstoel, wist niet van ophouden, sprak nu ook zijn afkeuring
+uit over de gebouwen van het nieuwe Lourdes, de jammerlijk-leelijke
+inrichting van de Grot, het afschuwelijke van de kolossale hellingen,
+de ongelukkige wanverhoudingen van de Rozenkranskerk en van de
+Basilica, gene te zwaar en precies een graanschuur, deze mager als
+een aan bloedarmoede lijdend gebouw zonder eenigen stijl.
+
+"Waarachtig," zoo zeide hij ten slotte; "je moet wel veel van de
+Heilige Maagd houden, om haar tusschen dergelijke monstruositeiten
+te komen vereeren. Zij hebben alles bedorven en verknoeid, alsof zij
+er pleizier in hadden, zonder dat één van hen ook maar een minuut van
+ontroering, van echte naïeveteit, van het oprechte geloof gehad heeft,
+dat kunstwerken wrocht. Allemaal stomkoppen, allemaal naäpers, geen
+een, die zijn bloed en zijn ziel gegeven heeft. Wat zal hen dan wèl
+kunnen inspireeren, wanneer zij niets grootsch te voorschijn hebben
+kunnen roepen uit dit land van het wonder?"
+
+Pierre gaf geen antwoord. Maar hij werd bijzonder getroffen door
+deze beschouwingen, eindelijk kon hij nu zich verklaren waarom
+hem onmiddellijk bij zijn aankomst een gevoel van onbehagen had
+aangegrepen. Het kwam voort uit den wanklank tusschen het geheel
+moderne milieu en het geloof der vervlogen eeuwen, dat men weer tot
+nieuw leven trachtte te wekken. Hij riep zich de oude kathedralen
+voor den geest, waarin dit geloof der volkeren nog na-huiverde; hij
+zag weer de oude voorwerpen van den eeredienst, de heiligenbeelden,
+de goudsmeedkunst, de heiligen van hout en steen met hun wonderbaar
+krachtige uitdrukking. In die oude, lang vervlogen tijden geloofden de
+meesters, gaven zij, zooals mijnheer de Guersaint zeide, hun bloed en
+hun ziel. En nu bouwden de architecten de kerken met dezelfde rustige
+kunde als waarmede zij een huis van vijf verdiepingen bouwden, evenals
+de religieuze artikelen, rozenkransen, medailles, beeldjes per gros
+in de volkrijke buurten van Parijs vervaardigd werden door fuivende
+werklui, die nooit naar de kerk gingen.
+
+Wat een lorrenpijperij om van te huilen, wat een onnoozele
+sentimentaliteit om je het hart in je lichaam te doen omkeeren! Lourdes
+was erdoor overstroomd, verwoest, zoo leelijk gemaakt, dat menschen
+met een klein beetje fijngevoeligen smaak, die er toevallig
+verdwaalden, er onpasselijk van werden. Dat alles vloekte brutaal
+met de wederopstanding, die men beproefd had, met de legenden, met
+de ceremoniën, de processies van gestorven eeuwen, en Pierre bedacht
+plotseling, dat de historische en maatschappelijke ondergang van
+Lourdes daarin lag, dat het geloof bij een volk voor eeuwig gestorven
+is, wanneer het dit niet meer legt in de kerken, die het bouwt,
+in de rozenkransen, die het vervaardigt.
+
+Marie had voortdurend met kinderlijk ongeduld in de etalages
+gezocht; zij weifelde, kon niets vinden, dat den grootschen droom
+van verrukking, dien zij in zich bewaren wilde, waardig scheen.
+
+"Vader, het wordt te laat, u moet mij naar het Hôpital brengen... En
+om er een eind aan te maken, ik zal aan Blanche deze medaille met
+den zilveren ketting geven. Dat is nog het eenvoudigste en het
+mooiste. Zij kan het als een aardige herinnering dragen... Ik voor
+mij neem dit beeldje van Notre-Dame de Lourdes, dat kleine model,
+dat vrij aardig beschilderd is. Ik zal het in mijn kamer zetten en
+altijd met frissche bloemen omgeven... Dat zal heel aardig zijn, niet?"
+
+Mijnheer de Guersaint knikte goedkeurend. Dan zeide hij, op zijn
+eigen keus terugkomend:
+
+"Lieve Hemel, ik weet heusch niet, wat ik nemen moet."
+
+Hij bekeek nog eens de ivoren penhouders, die in kogeltjes, zoo
+groot als erwten, eindigden, waarin mikroskopische photographieën
+zaten. En toen hij zijn oog voor een van die miniatuurgaatjes hield,
+om te kijken, riep hij verrukt uit:
+
+"Kijk, het keteldal van Gavarnie!... Dat is wonderbaarlijk je ziet
+er alles op, hoe kan die kolos in dit kleine hokje?... Waarachtig, ik
+neem dien penhouder. Hij zal mij altijd aan mijn uitstapje herinneren."
+
+Pierre had eenvoudig een portret van Bernadette gekozen, het groote
+portret, dat haar knielend voorstelt, in haar zwarte kleedje, met
+een doek over haar haar geknoopt, het eenige, dat naar de natuur
+gemaakt is. Hij betaalde gauw, en ze wilden met hun drieën weggaan,
+toen madame Majesté binnenkwam en Marie met alle geweld een kleine
+herinnering wilde geven; dat zou haar winkel geluk aanbrengen.
+
+"Neem als het u blieft een scapulier, mademoiselle, kijk, een van
+deze. De Heilige Maagd, die u uitverkoren heeft, zal het mij met
+voorspoed in zaken betalen."
+
+Zij sprak luid en maakte zooveel drukte, dat de koopers, waarmede de
+winkel vol stond, belangstellend naar het jonge meisje keken. Weer
+begon de populariteit om haar heen, die ten slotte zich ook meester
+maakte van de straat, toen madame Majesté in de deur van haar winkel
+ging staan, aan de kooplieden aan den overkant wenken gaf en zoo de
+geheele buurt in opschudding bracht.
+
+"Gaan we nu eindelijk?" vroeg Marie, die hoe langer hoe meer verlegen
+werd. Doch haar vader hield haar nog tegen, toen hij een priester
+zag binnenkomen.
+
+"Ha, mijnheer de abbé des Hermoises!"
+
+Het was inderdaad de mooie, heerlijk geparfumeerde abbé in een fijne
+soutane; zijn frisch gezicht straalde van vroolijkheid. Hij had
+zijn reisgenoot van den vorigen dag niet gezien en was dadelijk naar
+Appoline toegegaan, die hij ter zijde nam.
+
+Pierre hoorde hem half fluisterend zeggen:
+
+"Waarom hebt u mij mijn drie dozijn rozenkransen vanochtend niet
+gebracht?"
+
+Appoline lachte weer met het gekir van een tortelduif, terwijl zij hem,
+zonder te antwoorden, ondeugend van onder haar oogwimpers aankeek.
+
+"Ze zijn voor mijn kleine biechtkinderen uit Toulouse, ik wilde ze
+onder in mijn koffer stoppen, en u hadt mij aangeboden mij bij het
+inpakken te helpen."
+
+Zij lachte nog altijd en keek hem weer coquet aan.
+
+"Nu kan ik morgenochtend pas gaan. Breng ze me dan vanavond, als u
+vrij bent... Het is aan het eind van de straat bij madame Duchêne op
+den rez-de-chaussée... Wees nu eens aardig en kom zelf."
+
+Met haar roode lippen zeide zij eindelijk schertsend op een toon,
+die hem in onzekerheid liet, of zij haar belofte na zou komen:
+
+"Zeker, mijnheer de abbé, ik zal komen."
+
+Zij werden gestoord: mijnheer de Guersaint ging den priester de hand
+drukken. Onmiddellijk begonnen zij over het keteldal van Gavarnie:
+een heerlijk uitstapje, dat zij nooit vergeten zouden. Dan maakten zij
+zich wat vroolijk over hun twee reisgenooten, weinig gefortuneerde
+priesters, heele brave menschen, om wier naïeve opmerkingen zij zoo
+hadden moeten lachen. De architect herinnerde er ten slotte zijn
+nieuwen vriend aan, dat hij wel zoo goed geweest was hem te beloven,
+iemand uit Toulouse, die tienmaal millionnair was, te interesseeren
+voor zijn studies op het gebied van bestuurbare ballons.
+
+"Een eerste voorschot van honderd duizend francs zou wel voldoende
+zijn," zeide hij.
+
+"Reken op mij," antwoordde abbé des Hermoises. "U zult de Heilige
+Maagd niet vergeefs gesmeekt hebben."
+
+Pierre, die het portret van Bernadette in zijn hand gehouden had,
+was getroffen door de sprekende gelijkenis van Appoline met de
+zieneres. Het was hetzelfde, ietwat plompe gezicht, dezelfde te sterk
+ontwikkelde mond, dezelfde prachtige oogen; hij herinnerde zich,
+dat madame Majesté hem reeds op deze buitengewone gelijkenis gewezen
+had, te meer daar Appoline dezelfde treurige jeugd te Bartrès gehad
+had, voordat haar tante haar bij zich genomen had, om haar in den
+winkel behulpzaam te zijn. Bernadette! Appoline! Wat een vreemde
+toenadering! Welk een onverwachte reïncarnatie in een tijdsverloop
+van dertig jaar! En plotseling rees met deze zoo coquet lachende
+Appoline, die afspraakjes maakte, en over wie de aardigste praatjes
+in omloop waren, het nieuwe Lourdes voor zijn oogen op: de koetsiers,
+de kaarsenverkoopsters, de kamerverhuursters, die zich bij het station
+aan het publiek opdrongen, de honderden pensions met hun kleine,
+discrete kamertjes, de zwerm van vrije priesters en hartstochtelijke
+hospitaliteitsdames.
+
+Dan dacht hij aan het door den regen van millioenen ontketende
+geschacher; aan de stad, die geheel aan hebzucht overgeleverd was;
+aan de winkels, die de straten in bazars veranderden en elkaar dood
+concurreerden; aan de hotels, die van de pelgrims leefden, tot de
+Blauwe Zusters toe, die een table-d'hôte hielden, tot de paters der
+Grot toe, die geld sloegen uit hun God! Hoe troosteloos treurig was
+het toch! Het visioen van de zoo reine Bernadette bracht de menigte in
+geestdrift, deed haar zich storten op de illusie van het geluk, voerde
+een stroom van goud aan, en van dien dag af was alles bezoedeld! Het
+was voldoende geweest, dat het bijgeloof zijn adem over de wereld liet
+gaan, dat de menschen zich ophoopten, dat het geld werd aangedragen,
+om dit tot dusverre zoo eerlijke en fatsoenlijke hoekje der aarde voor
+eeuwig te bederven. Waar de reine lelie vroeger bloeide, schoot nu
+in de nieuwe humus van heb- en genotzucht de roos der zinnelijkheid
+op. Sedert een onschuldig kind de Heilige Maagd gezien had, was uit
+Bethlehem Sodom ontstaan.
+
+"Nu, wat heb ik u gezegd!" riep madame Majesté uit, toen zij zag, dat
+Pierre zijn nicht met het portret vergeleek. "Appoline en Bernadette
+lijken op elkaar als twee druppels water."
+
+Het jonge meisje kwam met haar vriendelijk glimlachje, eerst gevleid
+door de vergelijking, wat dichter bij.
+
+"Laat eens kijken!" zeide abbé des Hermoises belangstellend.
+
+Hij nam het portret, vergeleek op zijn beurt en riep verwonderd:
+
+"Het is verwonderlijk, dezelfde trekken... Ik had het nog niet
+opgemerkt."
+
+"Toch geloof ik," zeide Appoline, "dat zij een dikkeren neus heeft."
+
+Toen riep de abbé bewonderend uit:
+
+"O, u bent veel knapper, veel knapper, dat is zoo... Maar dat neemt
+niet weg, dat men u voor twee zusters zou houden."
+
+Pierre kon een lachje niet onderdrukken, zoo zonderling vond hij het
+woord. Ach, de arme Bernadette was dood en had geen zuster. Zij zou
+niet kunnen herboren worden, zij was niet meer mogelijk in dit land
+van lawaai en hartstocht, dat zij van Lourdes gemaakt had.
+
+Eindelijk ging Marie aan den arm van haar vader weg; zij spraken af,
+dat zij samen haar in het Hôpital zouden komen halen, om met hun
+drieën naar het station te gaan. Op straat stonden meer dan vijftig
+personen als in extase te wachten. Men groette haar, liep haar na,
+een vrouw liet de japon der wonderdadig genezene aanraken door haar
+ziek kind, waarmede zij terugkwam van de Grot.
+
+
+
+
+III.
+
+Reeds om half drie stond de witte trein, die om tien minuten over
+half vier van Lourdes zou vertrekken, langs het tweede perron. Hij
+had drie dagen lang, geheel geformeerd, zóó als hij van Parijs gekomen
+was, op een zijspoor staan wachten, en sedert men hem naar het tweede
+perron gerangeerd had, wapperden witte vlaggen op het eerste en laatste
+rijtuig, om hem kenbaar te maken voor de pelgrims. De veertien treinen
+der nationale bedevaart zouden dien dag alle weer teruggaan. Om tien
+uur was de groene trein vertrokken, daarna de rose en de gele, terwijl,
+na den witten, de andere, de oranjekleurige, de grijze en de blauwe
+volgen zouden. Het was voor het stationspersoneel een zware dag,
+een lawaai en een gedrang, dat de beambten half gek maakte.
+
+Het vertrek van den witten trein trok echter altijd de meeste
+belangstelling, was de groote emotie van den dag, want deze voerde
+de ernstigste zieken terug, die hij had meegebracht en onder dezen
+bevonden zich natuurlijk de uitverkorenen der Heilige Maagd, de
+wonderdadig genezenen. Een groote menigte verdrong zich dan ook onder
+de overkapping en versperde den grooten overdekten, ongeveer honderd
+meter langen hal. Alle banken waren bezet, volgepropt met pelgrims
+en bagage, die reeds wachtten. In een der hoeken had men de kleine
+tafeltjes van het buffet als in een stormaanval in bezit genomen;
+mannen dronken bier, vrouwen limonade, terwijl aan het andere einde,
+voor de deur van het bagage-bureau, brancarddragers de passage vrij
+hielden, om een snel transport der zieken, die dadelijk gebracht zouden
+worden, te verzekeren. Op het lange perron was het een voortdurend heen
+en weer geloop van arme, zenuwachtige menschen, druk doende priesters,
+nieuwsgierige en kalme heeren in overjas, kortom een opeenhooping,
+zoo gemengd en zoo gemêleerd, als men ze zelfs op stations maar
+weinig vindt.
+
+Om drie uur was baron Suire buiten zichzelf van wanhoop, omdat er
+gebrek was aan paarden; onverwachts was er een groot aantal touristen
+gekomen, die bijna alle rijtuigen voor uitstapjes naar Barèges,
+Cauterets en Gavarnie gehuurd hadden. Hij vloog naar Berthaud
+en Gérard, die eindelijk, na de heele stad afgeloopen te hebben,
+terugkwamen; maar alles liep uitstekend, verzekerden zij; zij hadden
+paarden weten te bemachtigen en het transport der zieken geschiedde
+zoo goed als men maar wenschen kon. Op het stationsplein stonden reeds
+ploegen brancarddragers met hun baren en kleine wagentjes te wachten op
+de bagage- en meubelwagens en alle andere soorten voertuigen, die men
+voor de overbrenging gerecruteerd had. Tegen een lantaarnpaal was een
+groote hoop reserve-matrassen en kussens opgestapeld. Toen de eerste
+zieken aankwamen, verloor baron Suire opnieuw het hoofd, terwijl
+Berthaud en Gérard zich naar het perron haastten. Zij hielden daar
+toezicht en gaven bevelen te midden van het steeds toenemende gedrang.
+
+Pater Fourcade, die aan den arm van pater Massias langs den trein
+heen en weer liep, bleef staan, toen hij dr. Bonamy aan zag komen.
+
+"O, dokter ik ben zoo gelukkig... Ik had het met pater Massias, die
+zoo dadelijk vertrekt, juist over de buitengewone genade, die de
+Heilige Maagd aan dat zoo interessante jonge meisje, mademoiselle
+Marie de Guersaint bewezen heeft. In geen jaren hebben we een zoo
+opvallend wonder gehad. Het is een groot geluk voor ons allen, een
+zegen, die het succes van onze pogingen bevruchten moet... De geheele
+Christenheid zal er door worden verrukt, vertroost, verrijkt."
+
+Hij straalde van geluk, en ook de dokter met zijn gladgeschoren
+gezicht, zijn grove, maar vriendelijke trekken en zijn gewoonlijk
+zoo moede oogen, was in den zevenden hemel.
+
+"Het is wonderbaar, wonderbaar, eerwaarde vader! Ik zal er een brochure
+over schrijven, nog nooit heeft er op geloofwaardiger en authentieker
+wijze een genezing langs bovennatuurlijken weg plaats gehad... Wat
+een opzien zal het baren!"
+
+Toen zij met hun drieën weer verder liepen, zag hij, dat pater Fourcade
+nog meer dan gewoonlijk met zijn been trok en zwaar op den arm van
+pater Massias leunde.
+
+"Is de aanval van jicht weer erger geworden, eerwaarde?" vroeg hij. "U
+schijnt nog al pijn te hebben."
+
+"O praat me er niet van, ik heb vannacht geen oog dicht kunnen doen. En
+dat die aanval nu juist hier in Lourdes moet komen... Hij had best
+een tijdje kunnen wachten... Maar daar is nu eenmaal niets aan te
+doen. Laten we er niet verder over spreken, ik ben veel te gelukkig
+met de resultaten van dit jaar."
+
+"Dat is zeker," zeide op zijn beurt pater Massias met een van
+geloofsijver bevende stem; "wij kunnen trotsch zijn en met een van
+geestdrift en dankbaarheid overvloeiend hart teruggaan. Hoeveel andere
+wonderen nog behalve dat jonge meisje! Zij zijn niet meer te tellen:
+dooven, die hooren, en stommen, die spreken; door wonden weggevreten
+gezichten, die weer zoo gaaf als mijn hand geworden zijn, stervende
+teringlijdsters, die, herleefd, nu weer eten en springen. Het is
+geen ziekentrein meer, het is de trein der herrijzenis, een trein
+van glorie, waarmede ik vertrek."
+
+De zieken zag hij niet meer, hij verliet Lourdes in den vollen
+triomf van het goddelijke, in de verblinding van zijn geloof. Met hun
+drieën bleven zij langzaam voortwandelen langs de wagons, waarvan de
+compartimenten zich langzamerhand begonnen te vullen, glimlachten tegen
+de pelgrims, die hen groetten, terwijl zij nu en dan bleven staan,
+om een arme vrouw, die bleek en rillend op een baar voorbijgedragen
+werd, een paar bemoedigende troostwoorden toe te spreken. Heusch,
+zij zag er al veel beter uit en zou zeker beter worden.
+
+Maar de stationschef vloog haastig over het perron en riep:
+
+"Geen verstopping op het perron, niet blijven stilstaan!"
+
+Toen Berthaud hem echter onder het oog bracht, dat men toch eerst de
+draagbaren moest neerzetten, voor men de zieken kon doen instappen,
+werd hij boos.
+
+"Maar zeg nu zelf, is dat nou verstandig? Kijk, daar laten ze
+waarachtig midden op de baan een wagentje staan, terwijl ieder
+oogenblik de trein uit Toulouse binnen kan komen... Wilt u dan uw
+menschen laten verpletteren?"
+
+Hij vloog al weer verder, om een paar menschen neer te zetten,
+die de zenuwachtige kudde pelgrims, welke maar op goed geluk af
+rondliep, van de rails te houden. Velen, voornamelijk oude en
+eenvoudige lieden, herkenden niet eens de kleur van hun trein;
+daarom droegen zij allen een kaart van overeenkomstige kleur om hun
+hals, opdat men ze als gemerkt vee zou kunnen inladen. Maar wat een
+voortdurende oplettendheid, wat een aanhoudende angst met die veertien
+extra-treinen, zonder dat de gewone dienst erdoor gestoord werd!
+
+Toen Pierre met zijn valies in zijn hand in het station kwam, kostte
+het hem ook heel wat moeite om het perron te bereiken. Hij was alleen:
+Marie had den vurigen wensch te kennen gegeven nog eenmaal vóór de
+Grot te mogen knielen, opdat haar ziel tot aan de laatste minuten aan
+de voeten der Heilige Maagd van dankbaarheid zou gloeien; hij had haar
+met mijnheer de Guersaint laten gaan, terwijl hij zelf de hotelrekening
+betalen ging. Bovendien had hij hun doen beloven, dat zij een rijtuig
+naar het station zouden nemen, zoodat zij binnen een kwartier terug
+konden zijn. Terwijl hij op hen wachtte, was zijn eerste gedachte
+hun wagon op te zoeken, om er zijn valies in te zetten. Maar dat
+was zoo heel makkelijk niet; hij herkende hem eerst aan de kaart,
+die drie dagen in de zon en in het onweer geschommeld had, een
+vierkant stuk sterk karton met de namen van madame de Jonquière en
+de zusters Hyacinthe en Claire des Anges. Dat was de wagon: hij zag
+in zijn herinnering de met zijn reisgenooten gevulde compartimenten
+terug; kussens wezen reeds het plaatsje van mijnheer Sabathier aan;
+ja hij vond zelfs op de bank, waar Marie zoo geleden had, een diepe
+kras terug, die het ijzeren beslag van den bak van het wagentje had
+achtergelaten. Toen hij zijn valies op zijn plaats had neergezet,
+bleef hij geduldig op het perron staan rondkijken, eenigszins verbaasd,
+dat hij dr. Chassaigne niet zag, die vast beloofd had aan den trein
+afscheid te komen nemen.
+
+Nu Marie weer loopen kon, had Pierre zijn draagriemen afgedaan en droeg
+hij nog slechts het groote kruis der pelgrims op zijn soutane. Het
+station, dat hij bij aankomst slechts in het schemerachtige licht van
+den aanbrekenden dag gezien had, verraste hem door zijn groote perrons,
+zijn breede uitgangen, zijn lichte vroolijkheid. De bergen waren
+niet zichtbaar, maar aan de andere zijde, tegenover de wachtkamers,
+rezen in een heerlijke bekoring groenende heuvels op.
+
+Dien middag was het heerlijk zacht weer, een fijn dons van wolken
+had de zon omsluierd aan den melkwitten hemel, waaruit slechts een
+mat licht viel als een stof van parelmoerkleur.
+
+Het had drie uur geslagen en Pierre keek naar de groote stationsklok,
+toen hij madame Désagneaux en madame Volmar, gevolgd door madame de
+Jonquière en haar dochter zag aankomen. De dames hadden zich met een
+rijtuig naar het station laten brengen en zochten nu dadelijk haar
+wagon op. Raymonde herkende dadelijk het compartiment eerste klasse,
+waarin zij gekomen was.
+
+"Hier mama, hier is het!... Blijf nog een oogenblikje bij ons, u hebt
+nog tijd genoeg, uw zieken zijn er nog niet eens."
+
+Pierre stond vlak tegenover madame Volmar. Hun blikken ontmoetten
+elkaar. Maar hij kende haar niet terug; nauwlijks knipte zij even met
+haar oogwimpers. Weer was zij de in het zwart gekleede, langzame,
+indolente vrouw, die zich het liefst bescheiden op den achtergrond
+houdt. De gloed van haar groote oogen was dood, laaide slechts nu
+en dan even in een vonk op onder hun sluier van onverschilligheid,
+die ze scheen uit te dooven.
+
+"O, een vreeselijke migraine," herhaalde zij tegen madame
+Désagneaux. "U ziet zelf, ik weet nu nog niet, waar ik met mijn arm
+hoofd blijven moet... Dat krijg ik van de reis. Het is ieder jaar zoo."
+
+Levendiger en roser dan ooit, bewoog de andere zich zenuwachtig heen
+en weer, terwijl de ondeugende nekhaartjes in den wind fladderden.
+
+"Het is op het oogenblik met mij niet veel beter gesteld... Dat
+heeft me vanavond plotseling overvallen, een barstende
+zenuwhoofdpijn... Maar..."
+
+Zij boog zich voorover en fluisterde verder:
+
+"Maar ik geloof, dat het nu zoover is. Ja, de baby, waarnaar ik
+zoo verlang en die maar niet komen wil... Ik heb de Heilige Maagd
+gesmeekt, en ik ben zoo onpasselijk geweest, toen ik wakker werd,
+zoo onpasselijk. Enfin, alle teekenen... Ik zie het gezicht van mijn
+man al. Wat zal hij gelukkig zijn!"
+
+Ernstig luisterde madame Volmar, die dan op kalmen toon zeide:
+
+"Nu, ik ken iemand, die geen kinderen meer hebben wil... Zij is hier
+gekomen en heeft ze niet meer gekregen ook..."
+
+Intusschen hadden Gérard en Berthaud de dames gezien en kwamen nu
+vlug naar haar toe. 's Ochtends hadden de beide heeren in het Hôpital
+de Notre-Dame des Douleurs hun opwachting gemaakt, waar madame de
+Jonquière hen in een klein kamertje naast de linnenkamer ontvangen
+had. Daar had, na zich eerst met lachende opgewektheid voor den wel
+wat overhaasten stap verontschuldigd te hebben, Berthaud volgens alle
+regelen der etiquette, voor zijn neef Gérard de hand van Raymonde
+gevraagd. Van het eerste oogenblik af hadden zij zich tegenover elkaar
+op hun gemak gevoeld; de moeder had met ontroering in haar stem gezegd,
+dat Lourdes het jonge paar geluk zou aanbrengen. Zoo was met enkele
+woorden en tot algemeene voldoening het huwlijk beklonken. Zelfs
+werd voor den vijftienden September een afspraak gemaakt op het
+kasteel Berneville, dicht bij Caen, een landgoed van den oom, den
+diplomaat, dien Berthaud kende en naar wien hij beloofde Gérard te
+zullen vergezellen. Daarna was Raymonde binnengeroepen en had met
+een blos van geluk haar beide handjes in die van haar aanstaanden
+echtgenoot gelegd.
+
+Deze laatste was één en al voorkomendheid en vroeg aan het jonge
+meisje:
+
+"Wil je soms een paar kussens voor vannacht? Geneer je maar niet,
+ik heb er genoeg, ook voor de dames, met wie je reist."
+
+Raymonde sloeg echter het aanbod op vroolijken toon af.
+
+"Neen, hoor, zoo verwijfd zijn we niet. Die moeten we voor onze arme
+zieken bewaren."
+
+De dames spraken allen tegelijk. Madame de Jonquière zeide, dat ze zóó
+moe was, zóó moe, dat zij haar beenen niet meer voelde; toch was zij
+blijkbaar heel gelukkig, haar blikken rustten lachend op den jongen man
+en haar dochter, die zoo opgewekt stonden te praten. Maar Berthaud
+kon niet langer blijven; zijn dienst riep hem, evenals trouwens
+Gérard. Beiden namen afscheid, na eerst nog aan de afspraak herinnerd
+te hebben. Dus vijftien September, op het kasteel Berneville? Ja, ja,
+dat was afgesproken! Dan nog wat gelach en handjes drukken, terwijl
+de oogen, de oogen vol liefkoozing en verrukking, voltooiden wat men
+elkaar te midden van die menigte niet hardop durfde zeggen.
+
+"Wat!" riep de kleine madame Désagneaux uit; "gaat u den vijftienden
+naar Berneville! Maar als wij, zooals mijn man wil, tot den twintigsten
+in Trouville blijven, dan zouden we elkaar nog zien!"
+
+En zich tot madame Volmar, die er zwijgend bij stond, wendend:
+
+"Komt u ook, het zou zoo aardig zijn, als we elkaar daar weer
+terugvonden."
+
+De jonge vrouw maakte een langzaam gebaar en antwoordde op
+moe-onverschilligen toon:
+
+"O, voor mij is het pleizier nu uit. Ik ga naar huis terug."
+
+Weer ontmoetten haar blikken die van Pierre, die bij de dames was
+blijven staan; hij meende te zien, dat zij een oogenblik verlegen
+werd, terwijl een uitdrukking van onuitsprekelijke smart op haar dood
+gelaat kwam.
+
+De zusters van Maria Hemelvaart kwamen en de dames gingen naar haar
+toe, toen ze bij den kantinewagen waren. Ferrand, die met haar mede
+gereden had, stapte het eerste in en hielp dan zuster Saint-François
+de hooge treeplank op. Hij bleef op den drempel van den wagen staan,
+die in een keuken veranderd was, waarin zich de voorraden voor de reis
+bevonden: brood, bouillon, melk, chocolade, terwijl zuster Hyacinthe
+en zuster Claire des Anges, die op het perron waren blijven staan,
+hem zijn apotheek en de verdere bagage aangaven.
+
+"Hebt u alles?" vroeg zuster Hyacinthe hem. "Ja? Prachtig! Dan kunt
+u nu in uw hoekje gaan liggen slapen, daar u zich toch beklaagt,
+dat men uw diensten niet vraagt!"
+
+Ferrand begon zachtjes te lachen.
+
+"Zuster, ik zal zuster Saint-François helpen! Ik zal het petroleumstel
+aansteken, de kopjes wasschen en, wanneer we op een tusschenstation
+stil houden, de porties uitdeelen.... En voor het geval u een dokter
+noodig mocht hebben, kunt u over mij beschikken."
+
+Nu begon zuster Hyacinthe ook te lachen.
+
+"Maar we hebben geen dokter meer noodig, daar al onze zieken genezen
+zijn."
+
+En met haar oogen in de zijne, voegde zij er op haar kalmen,
+vriendschappelijken toon aan toe:
+
+"Adieu, mijnheer Ferrand!"
+
+Hij glimlachte nog, terwijl een groote ontroering zijn oogen
+vochtig deed worden. De beving in zijn stem sprak zoo welsprekend
+van de onvergetelijke reis, van zijn blijdschap haar weer ontmoet
+te hebben, van de herinnering van eeuwige en hemelsche teederheid,
+die hij medenam.
+
+"Adieu, zuster!"
+
+Madame de Jonquière wilde met zuster Claire des Anges en zuster
+Hyacinthe naar haar wagon gaan. Maar deze verzekerde, dat het volstrekt
+geen haast had; de zieken waren er nog niet. Zij ging met zuster Claire
+weg en beloofde voor alles goed te zullen zorgen; ja zelfs wilde
+zij met alle geweld het kleine handtaschje van madame de Jonquière
+medenemen. Zoodoende konden de dames blijven wandelen en praten op
+het breede perron, waar zoo'n heerlijke temperatuur heerschte.
+
+Intusschen begon Pierre, die op de groote stationsklok de minuten maar
+verder zag loopen, ongerust te worden, dat hij Marie en haar vader
+niet komen zag. Als mijnheer de Guersaint zich maar niet in den weg
+vergist had! Hij stond nog uit te kijken, toen hij zag hoe mijnheer
+Vigneron woedend zijn vrouw en den kleinen Gustave voor zich uit joeg.
+
+"O, mijnheer de abbé, zeg me toch als het u blieft, waar onze wagon
+is, en help mij, om er de bagage en dat kind in te krijgen... Mijn
+hoofd loopt om, ze hebben me heelemaal uit mijn gewone doen gebracht!"
+
+Voor het compartiment tweede klasse barstte hij uit, terwijl hij de
+handen van den priester greep, juist toen deze den kleine zieke wilde
+helpen instappen.
+
+"Kunt u zich zoo iets voorstellen? Zij willen, dat ik vertrek,
+zij hebben me gezegd, dat, als ik tot morgen wachtte, mijn retour
+niet meer geldig zou zijn... En of ik hun nu de reden al vertelde,
+het gaf niets... Het is toch al zoo lollig niet met die doode te
+blijven, om bij haar te waken, haar te kisten en haar morgen mede
+te nemen... En nou beweren zij, dat dat hun niet aangaat, dat zij
+al reductie genoeg op de pelgrimsbiljetten geven om zich nog in te
+kunnen laten met verhalen van menschen, die dood gaan."
+
+Madame Vigneron stond, bevend over al haar ledematen, naar hem te
+luisteren, terwijl de kleine Gustave, heelemaal vergeten en moe op
+zijn kruk leunend, nieuwsgierig toekeek.
+
+"Enfin, ik heb hun op alle mogelijke manieren aan hun verstand
+trachten te brengen, dat hier force majeure in het spel was... Wat
+moet ik met dat lijk doen? Ik kan het toch moeilijk onder mijn arm
+nemen en vandaag als bagage meenemen... Lieve God, wat zijn er toch
+een stommelingen op de wereld!"
+
+"Hebt u al met den stationschef gesproken?" vroeg Pierre.
+
+"Ja zeker, de stationschef! Die is in al die drukte niet te vinden. Hoe
+kan ook bij zoo'n janboel alles geregeld gaan?... Maar ik moet hem
+vinden, ik zal hem zeggen, hoe ik erover denk."
+
+En toen hij zijn vrouw onbeweeglijk als een paal zag staan:
+
+"Wat moet jij daar? Stap toch in, dan kunnen we je de bagage en het
+kind aangeven."
+
+Het was een haast-je-rep-je; hij duwde haar het compartiment in, wierp
+haar de pakjes toe, terwijl de priester Gustave in zijn armen nam. De
+arme jongen, die zoo licht als een vogeltje was, scheen nog magerder
+geworden te zijn, zijn wonden deden hem zoo'n pijn, dat hij even gilde.
+
+"Heb ik je pijn gedaan, beste jongen?"
+
+"Neen, mijnheer de abbé, maar ze hebben zoo met me rondgesjouwd,
+en ik ben zoo moe!"
+
+Hij glimlachte op zijn fijne, zoo droevige manier. Hij dook weg in
+zijn hoekje en deed, uitgeput door die doodende reis, zijn oogen dicht.
+
+"U begrijpt," begon mijnheer Vigneron weer, "dat ik het allesbehalve
+lollig vind, om hier mijn tijd te verknoeien, terwijl mijn vrouw
+en mijn zoon zonder mij naar Parijs teruggaan. Het moet echter wel,
+het leven in het hotel is niet meer uit te houden, en bovendien zou
+ik gedwongen zijn, nog eens drie plaatsbewijzen te nemen, als ze niet
+naar rede willen luisteren... En dan is mijn vrouw zoo onhandig. Nooit
+zal zij er zich alleen door heen weten te slaan."
+
+Hij overstelpte madame Vigneron met een stortvloed van de
+kinderachtigste aanwijzingen: wat zij gedurende de reis moest doen,
+hoe zij naar huis moest gaan; hoe zij voor den kleinen Gustave moest
+zorgen, als hij onverhoopt een aanval mocht krijgen.
+
+Gedwee en een beetje angstig antwoordde zij op iederen zin:
+
+"Zeker, manlief... Natuurlijk, manlief!"
+
+Dan voelde hij de toorn weer in hem opkomen.
+
+"En is mijn retour nu geldig of niet? Ik wil het weten... Ze moeten
+den stationschef voor me halen."
+
+Hij wilde zich weer een weg door de menigte banen, toen hij de kruk van
+Gustave op het perron zag liggen. Dat was een ramp, waarover hij zijn
+armen ten hemel moest heffen, als wilde hij God tot getuige roepen,
+dat hij nooit uit al die verwikkelingen komen zou. Hij wierp het ding
+zijn vrouw toe en verwijderde zich dan met de woorden:
+
+"Jij vergeet ook alles!"
+
+Nu kwamen de zieken aan; evenals bij de aankomst was het een eindeloos
+gedrang en gedraaf langs de perrons en over de spoorbaan. Alle
+afzichtelijke kwalen, alle open wonden, alle mismaaktheden trokken
+nogmaals voorbij, zonder dat het aantal minder geworden scheen te zijn,
+alsof de enkele genezingen slechts een zwak, nauwlijks waarneembaar
+lichtpuntje waren te midden van den onmetelijken rouw. Men bracht ze
+terug, zooals men ze meegebracht had. De kleine wagentjes met hun oude
+machtelooze vrouwen, wier armzalige bagage aan het voeteneinde lag,
+knarsten over de rails. De baren, waarop opgezwollen ledematen, en
+bleeke gezichten met van koorts gloeiende oogen lagen, schommelden
+met moeite door de menigte heen. Het was een dolzinnige, absoluut
+noodelooze haast, een onverklaarbare verwarring, een gevraag,
+een geroep, een heen en weer vliegen; in het kort het ronddraaien
+van een kudde, die de deur van den stal niet meer vinden kan. De
+brancarddragers verloren ten slotte het hoofd erbij, wisten bij het
+waarschuwende gegil van de stationsbeambten, die ieder oogenblik den
+menschen schrik aanjoegen, niet meer welken kant zij uit moesten.
+
+"Oppassen, oppassen!... Schiet toch wat op! Neen, neen, niet meer
+oversteken! De trein van Toulouse! De trein van Toulouse!"
+
+Pierre, die teruggegaan was, zag de dames, madame de Jonquière en
+de anderen, nog vroolijk pratend heen en weer wandelen. Naast haar
+hoorde hij, hoe pater Fourcade Berthaud, dien hij staande gehouden had,
+geluk wenschte met de goede orde, die gedurende de geheele bedevaart
+geheerscht had. Gevleid, maakte de vroegere magistraat een buiging.
+
+"Nietwaar, eerwaarde vader, dat is een goede les, die hun republiek
+daar gekregen heeft. Wanneer dergelijke menigten te Parijs den een
+of anderen bloedigen datum uit hun vervloekte geschiedenis vieren,
+dan vermoorden ze elkaar... Ze moeten hier maar eens komen leeren,
+hoe ze het doen moeten."
+
+Het denkbeeld, de regeering, die hem gedwongen had zijn ontslag te
+nemen, onaangenaam te zijn, bracht hem in verrukking. Hij was in
+Lourdes nooit zoo gelukkig als te midden van den grooten invloed van
+geloovigen, wanneer het gedrang zóó was, dat vrouwen bijna doodgedrukt
+werden. Toch scheen hij niet tevreden over het resultaat der politieke
+propaganda, die hij er ieder jaar gedurende drie dagen kwam maken. Hij
+werd ongeduldig, het ging niet vlug genoeg naar zijn zin. Wanneer
+zou Notre-Dame de Lourdes de monarchie terug brengen?
+
+"Ziet u, eerwaarde vader, het eenige middel, de ware triomf zou zijn
+de werklieden der steden in massa hier te brengen. Ik wil in het
+vervolg al mijn gedachten, al mijn tijd slechts daaraan wijden. O,
+als we een Katholieke democratie konden stichten!"
+
+Pater Fourcade was heel ernstig geworden. Zijn mooie, intelligente
+oogen kregen een droomerige uitdrukking, staarden als in een ver
+verschiet. Hoevele malen had hij zich de stichting van dat nieuwe
+volk ten doel gesteld? Maar was daarvoor niet de adem van een nieuwen
+Messias noodig?
+
+"Ja, ja," prevelde hij, "een Katholieke democratie... De geschiedenis
+der menschheid zou opnieuw beginnen!"
+
+Pater Massias viel hem hartstochtelijk in de rede en zeide, dat alle
+volkeren der aarde ten slotte zouden komen, terwijl dr. Bonamy, die
+reeds voelde, dat er een zekere verkilling in den ijver der pelgrims
+kwam, het hoofd schudde en als zijn meening te kennen gaf, dat alle
+geloovigen der Grot hun ijver verdubbelen moesten. Hij verwachtte
+vooral succes van de grootst mogelijke publiciteit, die men aan de
+wonderen moest geven. Hij deed, alsof hij straalde van geluk, en
+lachte welgevallig, terwijl hij naar het lawaaierige voorbijtrekken
+der zieken wees.
+
+"Kijk toch eens! Zien zij er niet veel beter uit nu zij weggaan? Velen
+zijn nog niet genezen, maar dragen toch den kiem der genezing in zich,
+daar kunt u zeker van zijn! Zij doen meer voor ons dan wij allen voor
+den roem van Notre-Dame de Lourdes."
+
+Maar hij moest zwijgen. Madame Dieulafay werd in haar met zijde
+gecapitonneerde kist voorbijgedragen. Men zette haar neer voor
+het portier van den wagon eerste klasse, waarin een kamermeisje
+de bagage reeds opstapelde. Een diep medelijden maakte zich van
+hen allen meester; de ongelukkige vrouw scheen in drie dagen van
+haar verblijf te Lourdes niet uit haar gevoelloosheid ontwaakt te
+zijn. Zooals de brancarddragers haar op den dag van aankomst te
+midden van haar luxe uit den wagon gedragen hadden, zoo zouden zij
+haar er nu weer in dragen, gekleed in kant, met juweelen bedekt, met
+haar doodsch en onnoozel mummiegezicht, dat als het ware wegsmolt;
+ja, men zou zelfs zeggen, dat zij er nog erger aan toe was, dat
+men haar nog vermagerder terugbracht, nog meer ingekrompen door de
+verschrikkelijke kwaal die, na haar beenderen verwoest te hebben,
+nu ook de weeke deelen der spieren begon aan te tasten. Haar man
+en haar zuster volgden haar ontroostbaar, met roodgeweende oogen,
+verpletterd door het verlies van hun laatste hoop, met abbé Judaine,
+zooals men op het kerkhof een lijk volgt.
+
+"Neen, neen, niet dadelijk!" zeide de priester tegen de dragers en
+belette hun haar in den wagen te dragen. "Zij moest daar nog lang
+genoeg in rijden. Laat zij tenminste tot de laatste minuut den
+vriendelijken hemel boven zich hebben!"
+
+Toen hij Pierre in zijn nabijheid zag staan, nam hij dezen wat ter
+zijde en ging toen met een door verdriet gebroken stem verder:
+
+"Ik ben kapot... Vanochtend nog had ik hoop. Ik heb haar naar de Grot
+laten brengen, ik heb de mis voor haar gelezen en toen nog tot elf uur
+gebeden. Maar niets, de Heilige Maagd heeft mij niet verhoord... Ik,
+dien zij genezen heeft, ik, een arme, tot niets meer nutte man,
+ik heb van haar niet de genezing kunnen verkrijgen van die zoo
+mooie, zoo jonge, zoo rijke vrouw, wier leven eigenlijk één feest
+moest zijn!... Zeker, de Heilige Maagd weet beter dan wij allemaal
+bij elkaar wat zij doen moet, en ik buig mijn hoofd en zegen haar
+naam. Maar waarachtig, mijn ziel is vol vreeselijke droefheid."
+
+Hij zeide niet alles, hij sprak niet de gedachte uit, die hem in zijn
+kinderlijken eenvoud en in zijn eigenschap van braaf man, die nooit
+door hartstocht of twijfel bezocht was, zoo van streek bracht. Het was
+de gedachte, dat de beklagenswaardige menschen, die zoo weenden, de man
+en de zuster, te veel millioenen hadden, dat zij te mooie geschenken
+meegebracht hadden, dat zij te veel zilver aan de Basilica gegeven
+hadden. Men koopt het wonder niet, de rijkdommen van deze wereld zijn
+eerder een nadeel bij God. Zeker, de Heilige Maagd was slechts doof
+gebleven voor hen, had hun slechts een koud en streng hart getoond
+om meer te luisteren naar de zwakke stem der ongelukkigen, die met
+ledige handen naar haar toe gekomen waren, maar rijk aan liefde;
+dezen overstroomde zij met haar genade, met haar brandende liefde
+van Moeder Gods. En die arme onverhoorde rijken, die zuster, die zoo
+ongelukkige man, voelden zich te midden van de menigte vertrooste of
+genezen armen paria's, zij schenen verlegen met hun luxe, weken terug,
+schaamden zich, toen zij zagen, dat Notre-Dame de Lourdes bedelaressen
+verlichting gegeven had, terwijl zij voor de mooie en machtige dame,
+die daar in haar kant lag te zieltogen, geen blik over gehad had.
+
+Plotseling kwam Pierre op de gedachte, dat hij mogelijk mijnheer de
+Guersaint en Marie niet had zien komen en dat zij misschien reeds
+in den wagon waren. Hij ging erheen, maar zag nog steeds niets dan
+zijn valies op de bank staan. Zuster Hyacinthe en zuster Claire des
+Anges begonnen in afwachting van de zieken den wagon in te richten;
+en toen Gérard met mijnheer Sabathier in een klein wagentje kwam
+aanrijden, hielp Pierre, om hem in zijn compartiment te hijschen,
+een zwaar werkje, waarvan zij transpireerden. Terneergeslagen, maar
+toch kalm en berustend, ging hij dadelijk in zijn hoekje zitten.
+
+"Dank u, heeren!... We zijn er nu, gelukkig! Nu behoeven ze me alleen
+te Parijs nog maar uit te laden."
+
+Na zijn beenen in een deken gewikkeld te hebben, stapte madame
+Sabathier weer uit en bleef bij het open portier van den wagon
+staan. Zij ging met Pierre praten, toen zij zichzelf in de rede viel,
+om te zeggen:
+
+"Kijk, daar komt madame Maze weer op haar plaatsje zitten... Zij
+heeft mij dezer dagen het een en ander verteld... Een ongelukkig
+schepseltje!"
+
+Vriendelijk sprak zij haar aan, vroeg haar of zij op haar bagage
+wilde letten. Maar madame Maze protesteerde, lachte, deed druk en
+zenuwachtig als was zij niet goed bij haar hoofd.
+
+"Neen, neen, ik ga niet weg."
+
+"Wat, gaat u niet mede?"
+
+"Neen, neen, ik ga niet weg... Dat wil zeggen, ik ga wel weg, maar
+niet met u, niet met u!"
+
+Zij zag er zoo vreemd, zoo verrukt uit, dat Pierre en madame
+Sabathier moeite hadden haar te herkennen. Haar gezicht van vóór den
+tijd verlepte blondine straalde, zij scheen wel tien jaar jonger,
+nu zij plotseling uit de oneindige triestheid van haar eenzaamheid
+getrokken was.
+
+Zij stiet een kreet van overvloeiende vreugde uit:
+
+"Ik ga met hem weg... Ja, hij is mij komen halen en hij neemt me
+mee... Ja we gaan samen naar Luchon, samen!"
+
+En met een verrukten blik wees zij naar een flinken, bruinen,
+opgewekten, gezonden jongen man, die aan een kiosk couranten stond
+te koopen.
+
+"Kijk, dat is mijn man, die mooie kerel, die met de juffrouw van
+de kiosk grapjes staat te maken... Vanochtend is hij plotseling uit
+den hemel komen vallen, en nou neemt hij mij mee, we gaan over twee
+minuten met den trein naar Toulouse... O, madame, u, voor wie ik mijn
+hart gelucht hebt, u zult wel begrijpen, hoe gelukkig ik ben."
+
+Maar zij kon niet zwijgen, zij begon weer over den vreeselijken brief,
+dien zij Zondag gekregen had, een brief, waarin hij haar beduidde,
+dat hij, wanneer zij soms van haar verblijf te Lourdes gebruik zou
+willen maken, om naar hem in Luchon te komen, hij haar gewoon de deur
+zou wijzen. Een man, met wien zij uit liefde getrouwd was! Een man,
+die haar tien jaar veronachtzaamde, die van zijn voortdurend heen en
+weer trekken als handelsreiziger profiteerde, om van het eene einde
+van Frankrijk naar het andere sletten mede te nemen! Nu echter was
+het uit, zij had den hemel gesmeekt haar te laten sterven, want zij
+wist heel goed, dat de trouwelooze op dat oogenblik met twee dames,
+twee zusters, die zijn maîtressen waren, in Luchon logeerde. Wat was
+er dan toch gebeurd, lieve God? Het was blijkbaar ingeslagen als de
+bliksem! De twee dames schenen een ingeving uit den hooge gekregen
+te hebben, een plotseling besef van haar zonde, een droom misschien,
+waarin zij zichzelf in de hel zagen. Zonder eenige verklaring hadden
+zij op een avond heimelijk het hotel verlaten en hem laten zitten,
+terwijl hij, die niet alleen kon leven, zich zóó gestraft gevoeld had,
+dat hij eensklaps op het denkbeeld gekomen was, zijn vrouw te gaan
+halen en een weekje bij zich te houden. Hij zeide het niet, maar
+ongetwijfeld had de goddelijke genade hem aangeraakt, en zij vond
+hem veel te lief, om niet aan een echt begin van bekeering te gelooven.
+
+"O, hoe dankbaar ben ik de Heilige Maagd! Van haar komt dit alles,
+ik heb het gisterenavond wel begrepen. Het kwam mij voor, alsof
+zij mij een teeken gaf, juist op het oogenblik, dat mijn man het
+besluit nam mij te gaan halen. Ik heb hem het juiste uur gevraagd,
+en het klopt precies... Ziet u, er bestaat geen grooter wonder; om die
+andere, die herstelde beenen, die verdwenen wonden moet ik lachen. O,
+Notre-Dame de Lourdes zij gezegend, dat zij mijn hart genezen heeft!"
+
+De groote, donkere man keerde zich om, zij vloog naar hem toe en vergat
+daardoor afscheid te nemen. Dit onverwachte liefde-buitenkansje, deze
+verlate terugkeer van de wittebroodsweken, die heele week, die zij met
+haar man, naar wien zij zoo verlangd had, te Luchon ging doorbrengen,
+maakte haar werkelijk dol van vreugde. Hij, een goedmoedige kerel,
+die in een oogenblik, dat hij boos was en zich eenzaam voelde, haar
+weer tot zich genomen had, kwam er ook even van onder den indruk;
+het avontuur amuseerde hem en hij vond haar veel knapper dan hij
+gedacht had.
+
+Op dat oogenblik kwam, terwijl de stroom van zieken, die naar
+hun wagons gebracht werden, steeds aanwies, de trein van Toulouse
+in zicht. Dat gaf een verdubbeling van lawaai, een buitengewone
+verwarring. Overal rinkelden signaalklokjes, werden seinen gegeven. Men
+zag den stationschef toesnellen en hoorde hem zoo hard als hij
+kon roepen:
+
+"Oppassen daar... Maakt den weg toch vrij!"
+
+Een stationsbeambte moest nog op het laatste oogenblik een wagentje
+met een oude vrouw, dat daar vergeten was, van de rails duwen. Een
+verschrikte troep pelgrims stak nog over, ongeveer dertig meter voor
+de locomotief, die langzaam, puffend en snuivend naderde. Anderen,
+die heelemaal hun hoofd verloren, zouden onder de wielen gekomen zijn,
+indien de stationsbeambten hen niet ruw bij den schouders hadden
+gepakt. Eindelijk stond de trein, zonder iemand overreden te hebben,
+stil te midden van matrassen en kussens, die rondslingerden, een golf
+van reizigers stapte uit, terwijl een andere golf instapte, in een
+dubbelen stroom en tegenstroom, zoodat het gedrang nog erger werd
+en het tumult zijn toppunt bereikte. Voor de raampjes der gesloten
+portieren waren hoofden verschenen, eerst nieuwsgierig, doch dan
+stom-verbaasd door het verwonderlijke schouwspel; in het bijzonder
+vielen twee aanbiddelijk mooie jongemeisjeskopjes op, wier groote,
+trouwhartige oogen ten slotte het smartelijkste medelijden uitdrukten.
+
+Madame Maze was, door haar man gevolgd, in een wagon gestapt,
+zoo gelukkig en zoo lenig, alsof zij pas twintig was, zooals op
+den avond van haar huwlijksreis. De portieren werden weer gesloten,
+de locomotief liet een scherp gefluit hooren, zette zich langzaam en
+dreunende in beweging tusschen de menigte, die achter den trein weer
+samenvloeide als het water uit een geopende sluis.
+
+"Sluit het perron af!" riep de stationschef tegen de beambten;
+"en let goed op, als de machine voorkomt!"
+
+Te midden van al dat lawaai kwamen eindelijk de pelgrims, die zich
+verlaat hadden, aan. La Grivotte met haar koortsachtig schitterende
+oogen liep met haar dansenden gang voorbij, gevolgd door Elise Rouquet
+en Sophie Couteau, die buiten adem waren van het harde loopen. Alle
+drie haastten zij zich naar haar wagon, waar zij een standje van
+zuster Hyacinthe kregen. Zij waren bijna in de Grot gebleven, waar
+pelgrims, die zich niet los konden rukken en maar steeds de Heilige
+Maagd smeekten of dankten, dikwijls achterbleven, terwijl de trein
+aan het station op hen stond te wachten.
+
+Plotseling zag Pierre, zelf ook ongerust en niet meer wetend wat hij
+ervan denken moest, mijnheer de Guersaint en Marie heel kalm onder
+de marquise staan praten met abbé Judaine. Hij snelde naar hen toe.
+
+"Wat hebben jullie toch uitgevoerd? Ik begon de hoop reeds op te
+geven."
+
+"Wat we gedaan hebben?" antwoordde mijnheer de Guersaint verbaasd. "We
+waren naar de Grot, dat weet je toch zelf ook wel... Een priester
+heeft er schitterend gepreekt. We zouden er nog zijn, indien ik mij
+niet bijtijds herinnerd had, dat we weg moesten... Wij hebben zelfs
+een rijtuig genomen, zooals we je beloofd hadden."
+
+Hij hield even op om op de klok te kijken.
+
+"We hebben niets geen haast. De trein vertrekt pas over een kwartier."
+
+Dat was zoo, en om Marie's lippen speelde een glimlach van hemelsche
+vreugde.
+
+"O, Pierre, als je eens wist, hoe gelukkig dat laatste bezoek aan de
+Heilige Maagd mij gemaakt heeft. Ik heb gezien, hoe zij mij toelachte,
+ik heb gevoeld, hoe zij mij kracht tot leven gaf... Heusch, het was
+een verrukkelijk afscheid, en je moet niet boos op ons zijn, Pierre!"
+
+Hij zelf was ook begonnen te lachen, een weinig verlegen over zijn
+zenuwachtigen angst. Had hij dan zoo'n vurig verlangen om ver van
+Lourdes te zijn? Was hij bang, dat Marie door de Grot achtergehouden
+worden en niet meer terugkomen zou? Nu zij er was, verwonderde hij
+zich over zichzelf en voelde hij zich weer kalm.
+
+Toen hij hun echter aanried toch maar naar den wagon te gaan, zag
+hij dr. Chassaigne naar hen toekomen.
+
+"O, beste dokter, ik had het wel gedacht, dat u komen zoudt. Het zou
+mij zoo vreeselijk gespeten hebben, wanneer ik u niet meer gezien had!"
+
+Maar de oude dokter, die van aandoening beefde, viel hem in de rede.
+
+"Ja, ja, ik heb me verlaat... Stel je voor, toen ik tien minuten
+geleden hier aankwam, stond ik even met den Commandeur, je weet
+wel dat origineele type, te praten. Hij grinnikte bij het zien van
+al die zieken, die weer naar den trein gingen, om, zooals hij zich
+uitdrukte, thuis te gaan sterven, waar zij eigenlijk mede hadden
+moeten beginnen... En toen sloeg hij plotseling, als door den
+bliksem getroffen, tegen den grond... Het was de derde beroerte,
+die hij verwachtte."
+
+"Lieve hemel," prevelde abbé Judaine, die het gehoord had, "hij
+lasterde God, de hemel heeft hem gestraft!"
+
+Mijnheer de Guersaint en Marie luisterden gespannen en ontroerd.
+
+"Ik heb hem in de loods laten brengen," ging de dokter voort. "Het
+zal nu wel uit zijn, ik kon er niets meer aan doen, ongetwijfeld zal
+hij binnen een kwartier dood zijn... Toen heb ik aan een priester
+gedacht en ben hierheen geloopen..."
+
+En zich tot abbé Judaine wendend:
+
+"Mijnheer de abbé, u kent hem, u wilt zeker wel met me meegaan. Men
+kan een Christen toch zoo niet laten sterven. Misschien erkent hij
+nog zijn dwaling, wil hij zich met God verzoenen."
+
+Vlug volgde abbé Judaine hem, terwijl mijnheer de Guersaint, Marie
+en Pierre, die door de gedachte aan dit drama zeer ontroerd waren,
+ook mede gingen. Alle vijf gingen zij de goederenloods binnen op
+twintig pas afstands van de menigte, die lawaai bleef maken, zonder
+te vermoeden, dat zoo vlak bij een mensch lag te zieltogen.
+
+Daar in een stil hoekje, tusschen twee zakken haver, lag de Commandeur
+op een matras, die men van den reserve-voorraad genomen had. Hij had
+zijn eeuwige overjas aan met het breede, roode lint in het knoopsgat;
+iemand, die zoo voorzichtig geweest was, om zijn wandelstok met den
+zilveren knop op te rapen, had dezen zorgvuldig naast de matras gelegd.
+
+Dadelijk boog abbé Judaine zich over hem heen.
+
+"Je herkent me toch, je hoort me toch, arme kerel?"
+
+Aan den Commandeur schenen nog slechts zijn oogen te leven; maar
+zij leefden en schitterden dan ook met een vlam van hardnekkige
+energie. De beroerte, die blijkbaar ditmaal de rechterzijde van
+zijn lichaam getroffen had, scheen zijn tong verlamd te hebben. Toch
+stamelde hij nog enkele woorden, slaagde hij erin zich in zooverre
+verstaanbaar te maken, dat zij begrepen, dat hij daar wilde sterven,
+zonder dat ze hem verder lastig vielen. Hij had geen bloedverwant te
+Lourdes, waar niemand iets van zijn verleden of zijn familie wist;
+hij leefde er sinds drie jaar van zijn onaanzienlijk baantje aan het
+station, en zag nu, volmaakt gelukkig, eindelijk zijn vurigen wensch,
+zijn eenigen wensch, namelijk om heen te gaan en in den eeuwigen slaap,
+het heelende Niet weg te zinken, werkelijkheid worden.
+
+"Heeft u nog een wensch uit te spreken?" vroeg abbé Judaine
+verder. "Kunnen wij op de een of andere wijze nog iets voor u doen?"
+
+Neen, neen; zijn oogen antwoordden, dat hij zich goed voelde, dat hij
+tevreden was. Al drie jaar lang was hij geen ochtend opgestaan zonder
+den wensch, dat hij 's avonds op het kerkhof zou slapen. Wanneer de
+zon scheen, placht hij met iets als verlangen in zijn stem te zeggen:
+"Wat een prachtige dag, om te sterven." En de dood, die hem van dit
+verfoeilijk leven verlossen kwam, was hartelijk welkom.
+
+Dr. Chassaigne kon den priester, die hem smeekte nog iets te beproeven,
+slechts op eenigszins bitteren toon zeggen:
+
+"Ik kan niets, de wetenschap is onmachtig; hij is ten doode
+opgeschreven."
+
+Op dat oogenblik kwam een oude vrouw, een tachtigjarige pelgrim, die
+verdwaald was en niet meer wist, waar zij liep, de loods binnen. Lam
+en gebocheld, niet grooter dan een kind en behept met alle kwalen
+van den ouderdom, sleepte zij zich op een stok voort; aan een
+riem had zij een kruik Lourdeswater hangen, om haar leven ondanks
+den verschrikkelijken toestand van verval, waarin zij verkeerde,
+nog te verlengen. Een oogenblik keek zij verschrikt naar den man,
+die daar lag te sterven. Dan kwam een grootmoederlijke goedheid in
+haar troebele oogen, deed een gevoel van menschenliefde haar een
+paar stappen dichterbij komen. Met haar voortdurend bevende handen
+nam zij haar kruik en gaf dien aan den man.
+
+Dat was voor abbé Judaine een plotselinge lichtstraal, als een
+ingeving uit den hooge. Hij, die zoo vurig gebeden had voor de
+genezing van madame Dieulafay en dien de Heilige Maagd niet verhoord
+had, voelde zich door een nieuw geloof doorgloeien en was overtuigd,
+dat de Commandeur, als hij dronk, genezen zou worden. Hij viel naast
+de matras op zijn knieën.
+
+"Broeder, God zendt u deze vrouw... Verzoen u met God, drink en bid,
+terwijl wij met geheel onze ziel de goddelijke barmhartigheid voor
+u zullen afsmeeken... God zal u zijn macht willen bewijzen, God zal
+het groote wonder doen u op te richten, opdat gij nog lange jaren op
+deze aarde verblijven kunt, om hem lief te hebben en te prijzen."
+
+"Neen, neen!" riepen de fonkelende oogen van den Commandeur;
+"neen!" Hij zou even laf zijn als die kudden pelgrims, die van zoo
+verre en onder zoo groote inspanning hier kwamen, om zich op den grond
+te werpen en snikkend den hemel te smeeken hen nog een maand, een jaar,
+tien jaar te laten leven! Het was zoo goed, zoo eenvoudig rustig in
+je bed te sterven. Je keert je gezicht naar den muur en je sterft.
+
+"Drink, broeder, drink, ik bezweer het u... Het is het leven,
+dat gij drinken zult, de kracht, de gezondheid en ook de
+levensvreugde... Drink, om weer jong te worden, om een nieuw en
+vroom leven te beginnen! Drink, om den lof te zingen van de Moeder
+Gods, die uw lichaam en uw ziel redden zal... Zij spreekt tot mij,
+uw herrijzenis is zeker!"
+
+"Neen! Neen!" De oogen weigerden en stieten het leven met een steeds
+grooter wordende hardnekkigheid weg, waarbij zich nu nog een doffe
+vrees voor het wonder voegde. De Commandeur geloofde niet, haalde nu al
+drie jaar lang zijn schouders op voor die zoogenaamde wonderen. Maar
+je kan in deze idiote wereld alles verwachten. Er gebeurden soms
+van die vreemde dingen! En indien bij toeval hun water werkelijk een
+bovennatuurlijke kracht had en zij hem dit met geweld lieten drinken,
+het zou vreeselijk zijn weer op te leven, weer zijn bagno-tijd te
+moeten beginnen, het gruwlijke lijden door te maken, dat Lazarus,
+de deerniswaardige uitverkorene van het wonder, tweemaal doorgemaakt
+had. Neen, neen, hij wilde niet drinken, hij wilde de afschuwlijke
+kans der herrijzenis niet loopen.
+
+"Drink, drink, broeder," herhaalde de oude priester met tranen in
+zijn oogen, "verhard niet in uw afwijzing der hemelsche genaden!"
+
+En nu zag men het verschrikkelijke, dat deze reeds half doode man zich
+oprichtte, de benauwend-knellende banden der verlamming afschudde,
+voor een seconde zijn geketende tong losmaakte en met een heesche
+bromstem schreeuwde: "Neen, neen, neen!"
+
+Pierre moest de verschrikte oude vrouw wegbrengen. Zij had deze
+weigering van het water, dat zij als een onschatbaar goed, als het
+geschenk zelf van den eeuwigen God aan de armen, die niet sterven
+willen, niet begrepen. Hinkend, gebocheld, op haar stok het droevig
+overschot van haar tachtig jaar voortslepend, verdween zij tusschen
+de rondtrappelende menigte, verteerd door haar hartstocht om te leven,
+snakkend naar lucht, zon en drukte.
+
+Marie en haar vader hadden gehuiverd voor dit vurige verlangen naar den
+dood, dien gulzigen honger naar het Niet, die zich bij den Commandeur
+openbaarden. O, slapen, zonder droom slapen, in het oneindige donker,
+eeuwig, niets kon ter wereld zoo heerlijk zijn! Het was niet de hoop
+op een beter leven, niet het verlangen om eindelijk gelukkig te zijn
+in een paradijs van gelijkheid en gerechtigheid; het was alleen het
+verlangen naar den donkeren nacht, naar den eindeloozen slaap, naar
+het genot om voor eeuwig niet meer te zijn. Ook dr. Chassaigne had
+gehuiverd, want ook hij koesterde slechts één gedachte, die van de
+gelukzaligheid van het oogenblik, waarin hij sterven zou. Maar aan
+gene zijde van dit aardsche bestaan wachtten hem zijn dierbare dooden,
+zijn vrouw en zijn dochter, op den drempel van het eeuwige leven. Als
+een ijskoud stortbad zou het voor hem zijn, als hij een enkel oogenblik
+tegen zichzelf had moeten zeggen, dat hij haar niet zou terugvinden!
+
+Moeilijk stond abbé Judaine weer op. Hij had meenen op te merken,
+dat de Commandeur nu zijn oogen op Marie gevestigd hield. Wanhopig,
+dat zijn smeekbeden niet helpen mochten, wilde hij hem een voorbeeld
+geven van die goedheid Gods, welke hij afwees.
+
+"U herkent haar, niet waar? Ja, het is het jonge meisje, dat Zaterdag
+zoo ziek en verlamd aan beide beenen hier gekomen is. En nu ziet u
+haar zoo gezond, zoo sterk, zoo mooi... De hemel heeft haar genade
+geschonken, zie, zij is herboren voor haar jeugd, voor het lange leven,
+waarvoor zij bestemd is... Voelt u geen verlangen naar het leven,
+nu u haar ziet? Zoudt u misschien dit kind ook dood gewenscht hebben,
+haar hebben aangeraden niet te drinken?"
+
+De Commandeur kon niet antwoorden; maar zijn oogen waren niet meer
+af van het gelaat van Marie, waarop een zoo groote blijdschap over
+haar herrijzenis, een zoo vaste hoop op tallooze komende dagen te
+lezen was; en tranen kwamen, maakten zijn oogleden dik, rolden langs
+zijn reeds koude wangen. Hij weende ongetwijfeld over haar, hij dacht
+ongetwijfeld aan het andere wonder, dat hij voor haar gewenscht had,
+als zij genas, n.l. gelukkig te zijn. Het was de ontroering van een
+oud man, die de ellende van deze wereld kent, en dien al de smarten,
+welke dit arme schepseltje nog wachtten, met medelijden vervulde.
+
+Het beklagenswaardige kind! Hoe dikwijls zou zij het later niet
+betreuren, dat zij op haar twintigste jaar niet gestorven was.
+
+Toen kwam een sluier voor de oogen van den Commandeur, alsof die
+laatste tranen van medelijden ze hadden gebluscht. Dat was het einde,
+het coma [20] kwam, het besef verdween met de ademhaling. Hij draaide
+zich om en was dood.
+
+Onmiddellijk trok dr. Chassaigne Marie ter zijde.
+
+"De trein vertrekt, haast u, haast u!"
+
+Inderdaad drong door het steeds grooter wordende tumult van de
+menigte het slaan op een bel tot hen door. De dokter, die twee
+brancarddragers opdroeg te blijven waken bij het lijk, dat straks,
+als de trein vertrokken was, weggebracht kon worden, wilde zijn
+vrienden tot hun wagon brengen.
+
+Allen haastten zich. Abbé Judaine volgde hen, na een kort gebed gezegd
+te hebben voor de rust van deze opstandige ziel. Doch toen Marie,
+gevolgd door Pierre en mijnheer de Guersaint, over het perron liep,
+werd zij nog staande gehouden door dr. Bonamy, die haar triomphantelijk
+aan pater Fourcade voorstelde.
+
+"Eerwaarde vader, mademoiselle de Guersaint, het jonge meisje, dat
+gisteren zoo wonderdadig genezen is!"
+
+De pater had den stralenden glimlach van een generaal, aan wien men
+zijn schitterendste overwinning in herinnering brengt.
+
+"Ik weet het, ik weet het, ik was erbij... Geliefde dochter, God
+heeft u onder allen gezegend, ga heen en prijs zijn naam!"
+
+Dan wenschte hij mijnheer de Guersaint geluk, wiens vadertrots
+genoot. De ovatie begon opnieuw; een concert van liefdevolle woorden,
+van verwonderde blikken, die het jonge meisje 's ochtends door de
+straten van Lourdes gevolgd waren, en die haar in de laatste minuut
+vóór het vertrek weer omringden. Al luidde de bel weer, een kring van
+verrukte pelgrims had zich om haar heen gevormd; het scheen, alsof zij
+in haar persoon de glorie der bedevaart, den triomf van den godsdienst,
+die van nu af aan in alle hoeken der wereld zou weerklinken, in haar
+persoon belichaamde.
+
+Pierre werd diep ontroerd, toen hij de smartelijke groep zag, die
+dicht daarbij mijnheer Dieulafay en madame Jousseur vormden. Hun
+blikken hadden zich op Marie gevestigd; zij verbaasden zich evenals
+de anderen over de wonderdadige herrijzenis van dit zoo mooie jonge
+meisje, dat zij zoo krachteloos, zoo mager, zoo lijkkleurig gezien
+hadden. Waarom niet de jonge vrouw, de hun zoo dierbare vrouw, die
+zij stervend mee naar huis namen? Hun verlegenheid, hun schaamtegevoel
+scheen grooter te worden: zij weken terug in hun onbehaaglijk gevoel
+van te rijke paria's; en het was voor hen een opluchting, toen zij,
+nadat drie brancarddragers met groote moeite madame Dieulafay in het
+compartiment eerste klasse gedragen hadden, op hun beurt ook met abbé
+Judaine verdwijnen konden.
+
+Maar reeds riepen de conducteurs: "Instappen! Instappen!" Pater
+Massias, die met de geestelijke leiding van den trein belast was, had
+zijn plaats weer ingenomen en pater Fourcade, die nu op den schouder
+van dr. Bonamy leunde, op het perron laten staan. Gérard en Berthaud
+groetten nog eenmaal de dames, terwijl Raymonde zich bij madame
+Désagneaux en madame Volmar voegde, die het zich in haar hoekje reeds
+makkelijk gemaakt hadden. Madame de Jonquière begaf zich naar haar
+wagon, waar zij tegelijk met de Guersaints kwam. Men verdrong zich,
+het was een geschreeuw, een zenuwachtig heen en weer geloop langs
+den eindeloozen trein, waaraan men nu de locomotief gekoppeld had,
+een geheel koperen machine, stralend als een ster.
+
+Pierre liet Marie voorgaan, toen mijnheer Vigneron kwam aanrennen en
+hem toeschreeuwde:
+
+"Het is geldig! Het is geldig!"
+
+Rood van opwinding liet hij zijn biljet zien, zwaaide het heen en
+weer. Hij galoppeerde tot den coupé, waarin zijn vrouw en zijn zoon
+zaten, om hun de goede tijding mede te deelen.
+
+Toen Marie en haar vader zaten, bleef Pierre nog even op het perron
+staan, om afscheid te nemen van dr. Chassaigne, die hem vaderlijk
+omarmde. Hij wilde hem doen beloven naar Parijs terug te komen, om
+in zijn leven wat meer vroolijkheid te brengen. Maar de oude dokter
+schudde het hoofd.
+
+"Neen, neen, beste jongen, ik blijf... Zij zijn hier en houden
+mij hier."
+
+Hij bedoelde zijn lieve dooden. Dan zacht en ontroerd:
+
+"Vaarwel!"
+
+"Neen, niet vaarwel dokter, tot wederziens!"
+
+"Ja, ja, vaarwel... Want zie je, de Commandeur had gelijk. Er is
+niets zoo heerlijk als sterven, maar sterven, om te herleven."
+
+Baron Suire gaf order de witte vlaggen aan den kop en aan het eind van
+den trein weg te nemen. Dringender klonk het geroep der conducteurs:
+"Instappen, instappen!" Nu volgde een nog grooter gedrang: de stroom
+van laatkomers, die nu bezweet en buiten adem kwamen aanvliegen. In den
+wagon telden madame de Jonquière en zuster Hyacinthe haar patienten. La
+Grivotte, Elise Rouquet, Sophie Couteau waren er. Madame Sabathier
+zat op haar plaats tegenover haar man, die met half gesloten oogen
+geduldig op het vertrek van den trein wachtte.
+
+Dan vroeg er een:
+
+"Gaat madame Vincent niet met ons mee?"
+
+Zuster Hyacinthe, die uit het raampje keek en nog een glimlach wisselde
+met Ferrand, die op den drempel van den kantinewagen stond, riep:
+
+"Daar is zij!"
+
+Madame Vincent liep de rails over en kwam als laatste, buiten adem
+en hevig verschrikt, aanvliegen. Onwillekeurig keek Pierre dadelijk
+naar haar armen. Zij waren leeg.
+
+Alle portieren werden nu gesloten, sloegen het een na het ander
+dicht. De wagons waren vol, het signaal van vertrek behoefde nog
+slechts gegeven te worden. Hijgend en puffend, liet de locomotief een
+eerste schel jubel-gefluit hooren; op dat oogenblik verjoeg de tot
+dusver omsluierde zon het dichte wolkendons en deed den trein met zijn
+nu geheel gouden machine, die naar het paradijs der legenden scheen te
+vertrekken, schitteren. Het was een vertrek vol kinderlijke, hemelsche
+vroolijkheid, zonder eenige bitterheid. Alle zieken schenen genezen
+te zijn. Al nam men ze ook weer mee terug zooals men ze gebracht had,
+zij schenen verlicht, gelukkig, voor een uur tenminste. Niet de minste
+afgunst bedierf hun eendrachtige liefde: zij, die niet genezen waren,
+verheugden zich over, triompheerden met de genezing der anderen. Hun
+beurt zou ook zeker komen, het wonder van heden was de uitdrukkelijke
+belofte voor het wonder van morgen. Na die drie dagen van vurige
+smeekbeden hield de koorts van het verlangen onverminderd aan,
+bleef het geloofsvertrouwen der niet-verhoorden even groot in de
+zekerheid, dat de Heilige Maagd hen voor hun zieleheil eenvoudig tot
+later bewaard had. In hun binnenste brandden bij al deze ongelukkige
+hongerenden en dorstenden naar het leven, de onuitbluschbare liefde,
+de onverwoestbare hoop. Een laatste uitbarsting van vreugde dreunde
+dan ook uit de overvolle wagons, een uitgelatenheid van geluk,
+van gelach, van geroep. "Tot het volgend jaar. Wij komen terug. Wij
+komen terug!" De kleine, zoo vroolijke zusters van Maria Hemelvaart
+klapten in haar handen, en, aangeheven door de achthonderd pelgrims,
+steeg het danklied omhoog:
+
+"Magnificat anima mea Dominum..."
+
+Toen gaf de chef, die eindelijk tot kalmte gekomen was, het signaal
+tot vertrek. Weer floot de locomotief, zette zich dan in beweging,
+rolde voort in de stralende zon, als in een glorie. Op het perron
+glimlachte pater Fourcade, leunend op den schouder van dr. Bonamy,
+hoewel zijn been hem vreeselijk pijn deed, tegen zijn lieve kinderen,
+terwijl Berthaud, Gérard en baron Suire een andere groep vormden en
+dicht bij hen dr. Chassaigne en mijnheer Vigneron met hun zakdoeken
+wuifden. Uit de portieren der voortsnellende wagons hingen vroolijk
+lachende hoofden, wapperden zakdoeken in de snelle vaart. Madame
+Vigneron dwong den kleinen Gustave zijn bleek gezichtje nog even te
+laten zien. Lang kon men het mollige handje van Raymonde groetend
+zien zwaaien. Maar Marie bleef het langst kijken naar het tusschen
+het groen steeds kleiner wordende Lourdes.
+
+Triomphantelijk, glanzend, dreunend verdween in de lichte vlakte de
+trein, die uit volle borst zong:
+
+"Et exsultavit spiritus meus in Deo salutari meo."
+
+
+
+
+IV.
+
+Weer rolde nu op den terugweg naar Parijs de witte trein. En in den
+wagon derde klasse, waarin het met volle kracht gezongen Magnificat het
+gedreun der wielen overstemde, was het weer dezelfde ziekenchambrée,
+dezelfde rijdende en gemeenschappelijke ziekenhuiszaal, die men
+met één blik over de lage tusschenschotten in al zijn wanorde van
+geïmproviseerde ambulance overzien kon. Half verborgen onder de banken
+slingerden kruiken, potten, kommen, bezems, sponsen. Overal en nergens
+lag bagage opgestapeld, een armoedige verzameling van versleten dingen,
+pakjes, manden, zakken, die, zonder een oogenblik in rust te zijn, ook
+aan de koperen haken hingen te slingeren. Dezelfde zusters van Maria
+Hemelvaart, dezelfde dames der Hospitalité waren er met haar zieken te
+midden van de gezonde pelgrims, die reeds last hadden van de drukkende
+hitte en den ondragelijken stank. Achterin zag men weer den geheel met
+vrouwen gevulden coupé, de tien dicht op elkaar zittende pelgrims, jong
+en oud, allen even leelijk en op slependen valschen toon luid zingend.
+
+"Hoe laat zijn we ook weer in Parijs?" vroeg mijnheer de Guersaint
+aan Pierre.
+
+"Morgenmiddag om twee uur, geloof ik," antwoordde de priester.
+
+Van af het vertrek had Marie hem ongerust en bezorgd aangekeken,
+alsof een plotseling verdriet, dat zij niet uitspreken wilde,
+haar aangegrepen had. Toch vond zij haar glimlachje van herkregen
+gezondheid terug.
+
+"Twee-en-twintig uur, nu, dat zal niet zoo lang en zoo zwaar vallen
+als toen we gingen."
+
+"En bovendien," zeide haar vader, "zijn we niet met zoovelen; we
+hebben het nu wat ruimer ook."
+
+Inderdaad liet het achterblijven van madame Maze een hoekje vrij op
+de bank, welke Marie, die nu zat, ook niet meer vol maakte; bovendien
+had men de kleine Sophie in het compartiment ernaast gezet, waarin
+zich thans broeder Isidore en zijn zuster Marthe, die, naar men
+beweerde, te Lourdes in dienst gegaan was bij een vrome dame, niet
+meer bevonden. Aan den overkant hadden madame de Jonquière en zuster
+Hyacinthe de plaats van madame Vêtu vrij, terwijl zij bovendien Elise
+Rouquet bij de kleine Sophie gelaten hadden, zoodat zij alleen nog
+maar het echtpaar Sabathier en la Grivotte hadden. Dank zij deze nieuwe
+indeeling had men het minder warm, zou men zelfs wat kunnen slapen.
+
+Het laatste vers van het Magnificat was gezongen; de dames trachtten
+het nu zoo huiselijk en makkelijk mogelijk in te richten. Voor alles
+moesten zij de volle zinken kruiken, die haar beenen hinderden,
+onder de banken schuiven. Aan de linkerzijde waren alle gordijntjes
+neergelaten, want de zon stond schuin op den trein en viel in felle
+plekken binnen. De laatste onweersbuien hadden echter het stof
+blijkbaar neergeslagen en de nacht zou zeker frisch zijn. Bovendien
+was het lijden minder, de dood had de ergste zieken weggenomen,
+terwijl zij, die nog over waren, verdoofd en door en door vermoeid, van
+lieverlede in een toestand van gevoelloosheid overgingen. Weldra zou de
+reactie van uitputting intreden, die altijd op groote moreele schokken
+volgt. De zieken hadden haar krachten verbruikt, de wonderen waren
+geschied, en nu begon de ontspanning der zenuwen in de stompzinnigheid
+van een groote verlichting.
+
+Tot Tarbes had men het zeer druk, ieder maakte het zich zoo makkelijk
+mogelijk en nam zijn plaatsje weer in bezit. Toen ze dit station
+verlieten, stond zuster Hyacinthe op en klapte in de handen:
+
+"Kinderen, we mogen de Heilige Maagd, die zoo goed voor ons geweest
+is, niet vergeten... Laten we den rozenkrans beginnen!"
+
+De geheele wagon bad nu met haar het eerste paternoster, de vijf blijde
+mysteriën: Maria boodschap, het bezoek van Maria aan de H. Elizabeth,
+de geboorte van Christus, Maria-Lichtmis en het terugvinden van
+Jezus. Dan hieven zij het lied: "Aanschouwen wij den hemelschen
+Aartsengel" aan met zoo luide stem, dat de boeren op het land opkeken
+en den zingenden trein nastaarden.
+
+Maria bewonderde het wijde landschap, den eindeloozen hemel, die zich
+langzamerhand van zijn warmtewaas ontdaan had en helder-blauw geworden
+was. Het was het heerlijke einde van een prachtigen dag. Dan gingen
+haar blikken weer terug naar den wagon en bleven met die zwijgende
+droefheid, welke haar oogen zooeven reeds omfloerst had, rusten op
+Pierre, toen zij plotseling tegenover zich heftig gesnik hoorde. Het
+lied was uit, madame Vincent huilde en stamelde verwarde, door haar
+tranen verstikte woorden.
+
+"Mijn arm kleintje... Mijn lieveling, mijn schat, mijn leven!"
+
+Tot dusverre was zij schuw en ineengedoken in haar hoekje blijven
+zitten. Zij had geen woord gesproken, haar lippen waren op elkaar
+geklemd, haar oogen half gesloten, alsof zij zich in haar vreeselijke
+smart nog meer wilden afzonderen. Maar toen zij haar oogen even open
+deed, had zij den leeren riem gezien, dien haar kind aangeraakt,
+waarmede het gespeeld had, en het zien daarvan vervulde haar met een
+zoo bittere wanhoop, dat zij niet langer zwijgen kon.
+
+"Mijn arme Rose... Zij had dat ding in haar handjes en draaide eraan,
+het was haar laatste stukje speelgoed... Ach, toen waren we nog samen,
+zij leefde nog, ik had haar nog op mijn schoot, in mijn armen. Het
+was zoo heerlijk nog, zoo heerlijk! Maar nou heb ik ze niet meer, ik
+zal ze nooit terugkrijgen ook, mijn arme Rose, mijn arme, kleine Rose!"
+
+Met verwilderde blikken keek zij snikkend naar haar leege schoot,
+naar haar leege armen, waarmede zij geen raad meer wist. Zij had er
+zoo lang haar kind in gewiegd, zoo lang haar kind in gedragen, dat
+zij nu het gevoel had, alsof er iets uit haar lichaam was weggenomen,
+alsof haar lichaam een functie minder verrichtte, waardoor zij zich
+als het ware onbeteekenender, nutteloos gevoelde. Haar armen, haar
+knieën hinderden haar.
+
+Diep ontroerd trachtten Pierre en Marie de wanhopige moeder met
+vriendelijke woorden te troosten. Langzamerhand leerden zij door de
+onsamenhangende zinnen, die zich met haar tranen vermengden, den
+lijdensweg kennen, dien zij na den dood van haar kindje beklommen
+had. Van 's avonds laat tot den volgenden dag had zij blijkbaar
+lang met haar dood kindje in haar armen rondgeloopen, blind, doof,
+gegeeseld door de stortregens. Zij herinnerde zich niet meer, welke
+pleinen zij overgestoken was, welke straten zij gevolgd had in dat
+infame Lourdes, dat kinderen-vermoordende Lourdes, dat zij vervloekte.
+
+"O, ik weet het niet meer, ik weet het niet meer... Ja, menschen
+hebben me opgenomen, hebben medelijden met me gehad, menschen, die
+ik niet ken, die ergens wonen... O, ik weet het niet meer, ergens,
+in de hoogte, ver weg, aan het andere einde van de stad... Maar in
+ieder geval waren het arme menschen, want nou herinner ik me, dat
+ik met mijn lieve kleine, die ze op hun bed gelegd hadden, heelemaal
+koud al, in een armoedig kamertje was..."
+
+Bij die herinnering doorschokte haar een nieuwe huilbui, die haar
+half stikken deed.
+
+"Neen, neen, ik wilde niet scheiden van dat lieve, kleine lichaampje
+en het in die verschrikkelijke stad achterlaten... Precies kan ik het
+niet zeggen, maar die arme menschen moeten mij wel overal gebracht
+hebben. Wij hebben geloopen, neen maar, geloopen, alle hooge mijnheeren
+van de spoor en van de bedevaart hebben we afgeloopen... Telkens weer
+zei ik: "Wat kan het u schelen? Sta mij toe het in mijn armen mede te
+nemen naar Parijs. Ik heb het levend zoo hierheen gebracht, ik kan het
+zoo wel dood mee terug nemen. Niemand zal er iets van merken... Het
+is precies, alsof het slaapt." En al die heeren hebben me weggestuurd,
+alsof ik hun gemeene dingen vroeg. Toen heb ik er ten slotte een paar
+domheden uitgeflapt... Maar zeg u nu zelf eens, wanneer je zooveel
+omhaal maakt, wanneer je zooveel zieken den dood tegemoet zendt, dan
+moet je er je toch ook mee belasten de dooden terug te brengen?... En
+weet u, wat zij mij aan het station gevraagd hebben? Driehonderd
+francs! Ja, dat is de som, geloof ik. Driehonderd francs vragen ze,
+God beter het, aan mij, die met dertig sous in mijn zak hierheen
+gekomen ben en er nog vijf over heb! Die verdien ik in geen half jaar
+met naaien! Hadden ze me mijn leven gevraagd, dan had ik het graag
+gegeven... Driehonderd francs! Driehonderd francs voor dat arme kleine
+vogellichaampje, dat ik zoo graag op mijn schoot meegenomen had!"
+
+Dan stamelde zij nog slechts doffe jammerklachten.
+
+"O, als u eens wist, wat voor verstandige dingen die arme menschen
+gezegd hebben, om me over te halen weg te gaan. Een arbeidster zooals
+ik, op wie haar werk lag te wachten, moest naar Parijs terugkeeren; en
+ik had geen geld om mijn retourbillet te laten verloopen; ik moest den
+trein van tien minuten over half vier nemen... Zij hebben ook gezegd
+dat je, wanneer je niet rijk was, de dingen moest nemen, zooals ze
+vielen. Maar de rijken houden hun dooden bij zich en doen daarmee wat
+zij willen. Ik herinner me niets meer. Ik wist niet eens het uur van
+vertrek, nooit zou ik in staat geweest zijn het station te vinden. Na
+de begrafenis op een plek, waar twee boomen stonden, hebben alweer
+die arme menschen mij half gek daar vandaan meegenomen en me juist
+op het oogenblik, dat de trein vertrok, in den wagon geholpen... Maar
+wat een pijn, het is precies, alsof mijn hart onder den grond gebleven
+is. Het is verschrikkelijk, God, het is verschrikkelijk!"
+
+"Arme vrouw!" prevelde Marie. "Houd moed, vraag aan de Heilige Maagd
+om bijstand, dien zij den bedroefden nooit weigert."
+
+Toen doorschokte een aanval van woede haar heele lichaam.
+
+"Dat is niet waar! De Heilige Maagd lacht me uit, de Heilige Maagd is
+een leugenaarster!... Waarom heeft zij mij bedrogen? Nooit zou ik naar
+Lourdes gegaan zijn, als ik in een kerk die stem niet gehoord had. Mijn
+kindje zou nog leven, misschien zouden de dokters het redden... Ik,
+die voor niets ter wereld naar den pastoor geloopen zou zijn! Of ik
+gelijk had! Er is geen Heilige Maagd! Er is geen lieve God!"
+
+Zonder berusting, zonder illusie, zonder hoop ging zij voort, lasterde
+met de echte ruwheid van het volk tegen God, schreeuwde haar smart
+zoo woest uit, dat zuster Hyacinthe tusschenbeide moest komen.
+
+"Zwijg, ongelukkige. De goede God straft u door uw wond nog meer te
+laten bloeden."
+
+De scène had lang geduurd, en toen zij in volle vaart Riscle
+voorbijstoomden, klapte zij opnieuw in haar handen en gaf het teeken,
+dat ze Laudate, laudate Mariam! [21] moesten zingen.
+
+"Komt, kinderen, allemaal tegelijk en uit volle borst."
+
+
+ Au ciel et sur terre
+ Que toutes les voix
+ Pour vous, o ma Mère,
+ Chantent à la fois
+ Laudate, laudate, laudate Mariam.
+
+
+Nu zij overstemd werd door dit lied der liefde, snikte madame Vincent
+alleen nog maar in haar handen; zij was krachteloos, kon nog slechts
+zacht stamelen als een arme, door smart en uitputting stompzinnig
+geworden vrouw.
+
+In den wagon begonnen na het lied de anderen zich ook moede te
+gevoelen. De zoo levendige zuster Hyacinthe en de zachte, ernstige
+kleine zuster Claire des Anges waren nog de eenigen, die Lourdes
+verlaten hadden, zooals zij er gekomen en er geweest waren: dezelfde
+opgewektheid van altijd, dezelfde aan alles gewende, alles overwinnende
+kalmte, die haar met haar witte schorten en haar witte kapjes nooit
+verliet. Madame de Jonquière, die in vijf nachten zoo goed als niet
+geslapen had, deed alle mogelijke moeite om haar arme oogen open te
+houden; toch was zij verrukt over de reis en ging zij naar huis met
+de groote vreugde in haar hart een man voor haar dochter gevonden te
+hebben en het mooiste wonder mede te nemen, een wonderdadig genezene,
+over wie de heele wereld spreken zou. Zij nam zich voor dien nacht
+eens lekker te slapen ondanks de harde schokken van den wagon, hoewel
+zij zich toch ongerust begon te maken over la Grivotte, die zij zoo
+vreemd, zoo opgewonden, zoo verwilderd vond met haar doffe oogen en
+de violette plekken op haar wangen. Tienmaal had zij getracht haar
+wat te kalmeeren, zonder echter gedaan te kunnen krijgen, dat zij
+met gevouwen handen en gesloten oogen stil bleef zitten. Gelukkig
+baarden de andere zieken haar geen zorg, allen voelden zij zich
+verlicht of anders zóó moe, dat zij reeds indommelden. Elise Rouquet
+had een zakspiegel gekocht, een grooten, ronden spiegel, waarin zij
+niet moede werd te kijken. Zij vond zich mooi, constateerde, dat van
+minuut tot minuut de genezing vorderde, en wel met een coquetterie,
+die haar, nu haar monsterachtig gezicht wat menschelijker werd, haar
+lippen spitsen en een glimlachje probeeren deed. Sophie Couteau zat
+lief te spelen; zij had, nu zij merkte, dat niemand meer vroeg haar
+voet te zien, uit eigen beweging haar schoenen uitgetrokken en zeide
+telkens, dat zij een steentje in haar kous had; maar toen toch niemand
+eenige aandacht aan dat door de Heilige Maagd genezen voetje schonk,
+nam zij het in haar handen, streelde het en scheen het heerlijk te
+vinden het aan te raken en ermede te spelen.
+
+Mijnheer de Guersaint was opgestaan en keek, leunend tegen het beschot,
+naar mijnheer Sabathier.
+
+"Vader, vader," riep plotseling Marie, "kom eens kijken naar die
+groote kras in het hout. Die is natuurlijk van het ijzeren beslag
+van mijn wagentje!"
+
+Dit teruggevonden teeken maakte haar zoo gelukkig, dat zij een
+oogenblik het heimelijke verdriet, dat zij scheen te willen verzwijgen,
+vergat. Evenals madame Vincent in tranen uitgebarsten was bij het
+zien van de leeren riemen, waarmede haar dochtertje gespeeld had, zoo
+kon zij een kreet van vreugde niet onderdrukken, nu zij die kras zag,
+welke haar herinnerde aan haar lang martelaarschap, aan die voor goed
+verdwenen, als een booze droom vervlogen pijnen.
+
+"Te denken, dat ik nauwlijks vier dagen geleden daar nog lag en mij
+niet verroeren kon; en nu loop ik, sta ik en voel ik mij zoo gezond!"
+
+Pierre en mijnheer de Guersaint lachten haar toe, terwijl mijnheer
+Sabathier, die haar woorden ook gehoord had, langzaam zeide:
+
+"Het is zoo, je laat een beetje van je zelf, van je lijden, van je
+hoop in de dingen van je omgeving achter, en wanneer je ze terugvindt,
+spreken ze tegen je, zeggen ze je telkens weer die dingen, die je
+bedroefd of gelukkig maken."
+
+Berustend en zich in zijn lot schikkend was hij sedert het vertrek
+uit Lourdes stil in zijn hoekje blijven zitten; zelfs zijn vrouw had,
+wanneer zij zijn beenen toedekte en hem vroeg of hij pijn had, geen
+woord uit hem kunnen krijgen. Hij had geen pijn, maar was door een
+onoverwinlijke neerslachtigheid aangegrepen.
+
+"Neem mij nu bijvoorbeeld eens," ging hij voort. "Op de lange heenreis
+heb ik den tijd gedood met het tellen van de friesen op het plafond. Er
+waren er dertien van de lamp tot het portier. Ik heb ze nu weer geteld,
+en er zijn er nog altijd dertien, natuurlijk... Zoo is het ook met die
+koperen knop naast me. U kunt niet begrijpen, hoeveel droomen ik in
+den nacht, dat mijnheer de abbé ons de geschiedenis van Bernadette
+voorgelezen heeft, voor mezelf gedroomd heb, toen ik dat ding zoo
+zag glanzen. Ja, ik zag me genezen, ik maakte de reis naar Rome,
+waarover ik nu al twintig jaar lang praat, liep de heele wereld af;
+enfin allerlei dwaze, maar toch heerlijke droomen. En nu we naar
+Parijs teruggaan, zijn er nog dertien friesen, glimt de knop nog,
+en dat alles zegt me nu, dat ik weer met mijn doode beenen op deze
+bank lig... Nu is het uitgemaakt, ik ben en blijf een arm, oud dier,
+waarmee het afgeloopen is."
+
+Twee dikke tranen kwamen in zijn oogen, hij doorleefde blijkbaar een
+vreeselijk moeilijk uur. Doch dan richtte hij zijn grooten, vierkanten
+kop met de jukbeenderen, die een zoo hardnekkig geduld verrieden,
+weer op.
+
+"Dit is nu de zevende maal, dat ik naar Lourdes geweest ben, en de
+Heilige Maagd heeft mij niet verhoord. Maar dat doet niets ter zake
+en zal mij niet weerhouden het volgend jaar weer te gaan. Misschien
+zal zij dan zoo genadig zijn mijn gebed te verhooren."
+
+Hij was niet in opstand; en Pierre stond, toen hij hem zoo hoorde
+praten, verstomd over die hardnekkige lichtgeloovigheid, die
+ondanks alles telkens weer in dezen geestelijk zoo ontwikkelden man
+opbloeide. Uit welk een vurige begeerte naar genezing en naar leven
+waren dat niet willen zien van de werkelijkheid, dat blind willen
+zijn geboren? Hij bleef halsstarrig volhouden gered te zullen worden,
+tegen alle waarschijnlijkheid in en niettegenstaande de proef met het
+wonder reeds zoo dikwijls mislukt was; ja zelfs ging hij zoover om
+dit nieuwe echec toe te schrijven aan zijn verstrooidheid bij de Grot,
+aan een blijkbaar onvoldoend berouw, aan allerlei kleine zonden, die
+hem het misnoegen der Heilige Maagd op den hals gehaald hadden. Hij
+nam zich reeds voor het volgend jaar, alvorens naar Lourdes te gaan,
+ergens een novene [22] te houden.
+
+"Tusschen twee haakjes," ging hij voort, "hebt u het geluk gehoord,
+dat mijn plaatsvervanger gehad heeft? U weet wel, die teringlijder,
+voor wien ik de vijftig francs reisgeld betaald heb, toen ik mij in
+de Hospitalité liet opnemen... Welnu die is radicaal genezen!"
+
+"Heusch, een teringlijder?" riep mijnheer de Guersaint uit.
+
+"Waarachtig, mijnheer, volkomen genezen als in een handomdraaien... Ik
+had hem zoo minnetjes, zoo geel, zoo uitgeteerd gezien, en hij is me
+zoo gezond als een visch in het Hôpital komen opzoeken. Ik heb hem
+toen nog honderd sous gegeven."
+
+Pierre moest een glimlach onderdrukken, want hij had van dr. Chassaigne
+de ware toedracht der zaak gehoord. De genezene in quaestie was een
+simulant, dien men ten slotte op het geneeskundig bureau ontmaskerd
+had. Het moest minstens al het derde jaar geweest zijn, dat hij zich
+daar aanmeldde, den eersten keer voor een verlamming, den tweeden keer
+voor een gezwel, beide malen eveneens volkomen genezen. Iederen keer
+had hij zich laten logeeren en voeden en was, overladen met aalmoezen,
+weggegaan. Hij was een oud ziekenverpleger, grimeerde zich een kop,
+die het beste bij zijn kwaal paste, met zoo'n groote handigheid,
+dat een toeval dr. Bonamy te hulp had moeten komen, om het bedrog
+te ontmaskeren. De paters hadden een volkomen stilzwijgen over
+de zaak geëischt. Waarom deze schandelijke daad over te leveren
+aan den spot der couranten? Wanneer zij dergelijke schelmerijen
+ontdekten, vergenoegden zij er zich mede den schuldige te doen
+verdwijnen. Simulanten kwamen trouwens zeer weinig voor ondanks de
+verhalen, die door Voltairianen over Lourdes verspreid waren. Helaas
+waren, buiten het geloof, domheid en onwetendheid meer dan voldoende.
+
+Mijnheer Sabathier was zeer onder den indruk van het feit, dat de
+hemel den man, die op zijn kosten gekomen was, had genezen, terwijl hij
+krachteloos en in denzelfden deerniswaardigen toestand terugkeerde. Hij
+zuchtte en zeide niet zonder een zweempje afgunst in zijn berusting:
+
+"Enfin, wat zal je eraan doen? De Heilige Maagd moet toch het beste
+weten wat zij doet. Noch u, noch ik zullen haar rekenschap van haar
+daden vragen. Wanneer het haar behagen zal een blik op mij te werpen,
+zal zij mij altijd aan haar voeten vinden."
+
+Te Mont-de-Marsan liet zuster Hyacinthe na het Angelus de vijf droeve
+mysteriën bidden: Jezus in den tuin van den olijfberg, Jezus gegeeseld,
+Jezus met de doornenkroon, Jezus zijn kruis dragend, Jezus stervend
+aan het kruis. Vervolgens werd in den wagon het avondmaal gebruikt,
+want de trein zou niet voor elf uur te Bordeaux stoppen. Alle manden
+der pelgrims waren volgepropt met mondvoorraad, ongerekend de melk, de
+bouillon, de chocolade en de vruchten, die zuster Saint-François uit
+den kantinewagen had laten brengen. Alles werd broederlijk verdeeld;
+men at van zijn knieën, in het kort het was een maaltijd, waarvoor
+ieder zijn aandeel leverde. En toen men klaar was, pakte men de rest
+van het brood en de vette papieren weer in.
+
+"Kinderen," zeide zuster Hyacinthe, toen zij Morceux voorbijstoomden;
+"het avondgebed!"
+
+Nu volgde een verward gegons van stemmen: Pater's, Ave's, een
+boetedoening, een geheel zich toevertrouwen aan God, aan de Heilige
+Maagd, aan de heiligen, een dankzegging voor den gelukkigen dag,
+besloten met een gebed voor de levenden en voor de gestorven
+geloovigen.
+
+"Ik zeg nu vast maar vooruit, dat ik, als we om tien uur Lamothe
+passeeren, stilte bevelen zal. Maar ik hoop, dat u allen verstandig
+zult zijn en dat we u niet in slaap behoeven te wiegen."
+
+Deze woorden verwekten gelach. Het was nu half negen. Langzaam was de
+avond op het veld neergedaald. Alleen over de heuvels lag nog de vage,
+scheidende schemering, terwijl de lage landen reeds met een donker
+laken bedekt waren. De trein reed in volle vaart door een uitgestrekte
+vlakte; er was niets meer te zien dan die zee van donkerte, waarin
+hij voortjoeg onder den donkerblauwen, met sterren bezaaiden hemel.
+
+Sedert eenige oogenblikken keek Pierre verwonderd naar la
+Grivotte. Terwijl de pelgrims en de zieken reeds indommelden, opgepakt
+tusschen de bagage, die door het aanhoudende schokken slingerde,
+was zij rechtop gaan staan en klemde zich als na een plotselingen
+angst krampachtig vast aan het tusschenschot. In het bleeke, gele,
+dansende licht van de lamp scheen zij weer magerder geworden te zijn,
+terwijl haar gelaat weer lijkkleurig zag en door pijn vertrokken werd.
+
+"Pas op, madame, zij valt," riep de priester tegen madame de Jonquière,
+die door haar slaap bijna overmand werd.
+
+Zij sprong haastig op, maar zuster Hyacinthe had zich nog vlugger
+omgedraaid en ving la Grivotte, die door een hevige hoestbui overvallen
+werd, in haar armen op. Vijf minuten lang werd de ongelukkige door
+zoo'n hoest geschud, dat haar arm lichaam ervan kraakte. Dan kwamen
+er roode draden uit haar mond en kreeg zij een hevige bloedspuwing.
+
+"Lieve God, nu begint het weer," riep madame de Jonquière wanhopig. "Ik
+vermoedde het wel, ik was er wel bang voor, toen ik haar zoo vreemd
+zag doen... Wacht, ik zal naast haar gaan zitten!"
+
+Zuster Hyacinthe wilde daar echter niet van hooren.
+
+"Neen, neen, madame u gaat wat slapen, ik zal waken... U bent het
+niet gewend en zoudt ten slotte zelf ook nog ziek worden."
+
+Zij ging zitten en hield het hoofd van la Grivotte, wier bloederige
+lippen zij schoon maakte, tegen haar schouder. De aanval bedaarde,
+maar de zwakte kwam zóózeer terug, dat de ongelukkige nauwlijks
+de kracht had om te stamelen: "O, het is niets, het is heelemaal
+niets... Ik ben genezen, genezen, heelemaal genezen!"
+
+Pierre was geheel van streek. Die verpletterende instorting had den
+geheelen wagon met ontzetting vervuld. Velen stonden op en keken
+angstig over de tusschenschotten. Dan doken allen weer in het hoekje
+terug, niemand sprak, niemand verroerde zich meer. Pierre dacht aan
+het interessante medische geval, dat dit meisje bood: de daarginds
+herstelde krachten, de groote eetlust, de lange wandelingen, haar
+stralend gezicht, haar dansende ledematen; en nu weer dat opgeven van
+bloed, die hoest, dat loodkleurige gezicht, de brutale terugkeer van de
+ziekte, die ondanks alles overwon. Was dit soms een bijzondere soort
+tering, die door neurose gecompliceerd werd? Of was het een andere
+ziekte, een onbekende kwaal, die rustig haar gang ging te midden
+van tegenstrijdige diagnosen? De zee van onwetendheid en dwalingen
+begon, die duisternis, waarin de menschelijke wetenschap nog steeds
+rondspartelt. Hij zag dr. Chassaigne weer minachtend zijn schouders
+ophalen, terwijl dr. Bonamy kalm voortging de genezingen vast te
+stellen in de absolute zekerheid, dat niemand hem de onmogelijkheid van
+zijn wonderen zou kunnen bewijzen, evenmin als hij er de mogelijkheid
+van kon aantoonen.
+
+"O, ik ben niet bang," stamelde la Grivotte nog steeds, "zij hebben
+het me daar allemaal gezegd, ik ben genezen, volkomen genezen!"
+
+De wagen rolde, rolde in den zwarten nacht. Ieder maakte het zich
+zoo makkelijk mogelijk, om te kunnen slapen. Men dwong madame Vincent
+op de bank te gaan liggen, gaf haar een kussen, waarop zij haar arm,
+pijnlijk hoofd kon leggen, en zij, die gedwee en volgzaam als een kind
+geworden was, dommelde nu in, in de gevoelloosheid en verdooving van
+een nachtmerrie, terwijl dikke, stille tranen uit haar gesloten oogen
+bleven rollen. Ook Elise Rouquet had een bank voor zichzelf, maakte
+zich gereed om erop te gaan liggen, maar, nog steeds in haar spiegel
+kijkend, maakte zij eerst groot nachttoilet, knoopte het zwarte doekje,
+dat gediend had om haar wond te verbergen, over haar hoofd en keek
+of zij nu met haar geslonken lip mooi was. En weer zag Pierre tot
+zijn verbazing, hoe die wond, zoo niet genezen, dan toch op weg van
+beterschap was, hoe thans dat afzichtelijke gezicht van drie dagen
+geleden toonbaar was. De zee der onzekerheden begon opnieuw. Was het
+soms geen echte lupus? Was het misschien een onbekende soort tumor van
+hysterischen oorsprong? Of moest men aannemen, dat sommige onvoldoend
+bestudeerde lupusgevallen, die voortkwamen uit een slechte voeding van
+de huid, door een hevigen moreelen schok genezen konden worden? Het
+was een wonder, wanneer hij tenminste na drie weken, drie maanden,
+drie jaar niet terugkwam, zooals de tering bij la Grivotte.
+
+Het was tien uur. De geheele wagon dommelde toen men Lamothe
+verliet. Zuster Hyacinthe, die het hoofd van de in slaap gevallen
+Grivotte op haar knieën hield, kon niet opstaan; zij vergenoegde zich
+om, voor den vorm, met een zachte stem, die in het gedreun der wielen
+verloren ging, te zeggen:
+
+"Stilte, kinderen, stilte!"
+
+Maar iets bleef er in een compartiment ernaast bewegen; een geluid,
+dat haar irriteerde en dat zij ten slotte begreep.
+
+"Sophie, wat beteekent dat getrap tegen de bank? Je moet gaan slapen,
+kindlief."
+
+"Ik trap niet, zuster, het is een sleutel, die onder mijn schoen
+gerold is."
+
+"Wat, een sleutel? Geef mij dien."
+
+Zij bekeek hem: een armoedige, heel oude, zwartachtige, door het
+gebruik versleten sleutel, welks opnieuw gesoldeerde ring nog het
+teeken daarvan droeg. Iedereen had in zijn zakken gevoeld, niemand
+had een sleutel verloren.
+
+"Ik heb hem in den hoek gevonden," zeide Sophie. "Hij zal zeker van
+dien man zijn."
+
+"Welke man?" vroeg zuster Hyacinthe.
+
+"Van den man, die daar gestorven is."
+
+Men had hem reeds vergeten. Zuster Hyacinthe herinnerde zich nu: ja,
+ja, hij was zeker van dien man, want zij had iets hooren vallen, toen
+zij zijn gezicht afveegde. Zij keerde den sleutel om, bleef ernaar
+kijken, steeds weer was het denzelfde leelijke, armoedige sleutel,
+de nu nuttelooze sleutel, die nooit meer het onbekende slot, dat daar
+ergens in de wijde wereld zich bevond, openen zou. Even dacht zij
+er in een soort medelijden met dat zoo nederige, zoo geheimzinnige
+stukje ijzer, al wat er van den man nog over was, over om den sleutel
+in haar zak te steken, maar dan kwam de godvruchtige gedachte in haar
+op, dat men zich aan niets op deze aarde moet hechten, en door het
+half openstaande raampje wierp zij den sleutel weg, die neerviel in
+den zwarten nacht.
+
+"Sophie, nu niet meer spelen, maar gaan slapen," zeide zij
+nogmaals. "En nu stilte, kinderen, stilte!"
+
+Eerst na het korte oponthoud te Bordeaux tegen half twaalf keerde
+de slaap terug en deed den geheelen wagon indommelen. Madame de
+Jonquière had den strijd niet langer kunnen volhouden, haar hoofd
+lag tegen het houten beschot, zij scheen gelukkig ondanks haar
+vermoeidheid. De Sabathiers sliepen eveneens, zonder bijna adem te
+halen, terwijl er ook geen geluid meer kwam uit het compartiment,
+waarin Sophie Couteau en Elise Rouquet tegenover elkaar op de banken
+lagen. Nu en dan steeg er even een doffe jammerklacht op, een gil
+van angst of schrik, welke van de lippen van madame Vincent kwam,
+die blijkbaar benauwd droomde. Alleen zuster Hyacinthe had eigenlijk
+haar oogen niet dicht; zij maakte zich erg ongerust over la Grivotte,
+die thans onbeweeglijk, als dood, moeilijk en reutelend lag te ademen.
+
+Van het eene einde van die rijdende slaapzaal, die door het
+slingeren van den met vollen stoom rijdenden trein hevig geschokt
+werd, gaven de zieken en pelgrims zich geheel aan den slaap over:
+beenen en hoofden hingen heen en weer te slingeren in het bleeke,
+dansende lamplicht. Achter in den wagon, in het compartiment der
+tien vrouwlijke pelgrims, was het een jammerlijk mengelmoes van arme,
+leelijke, oude en jonge gezichten, die de slaap aan het eind van een
+lied, toen zij haar monden nog wijd open hadden, overweldigd had. En
+een groot medelijden steeg op met die arme, deerniswaardige, moede
+menschen, uitgeput door vijf dagen van krankzinnige verwachtingen,
+van eindelooze extase, en die nu den volgenden dag weer zouden ontwaken
+tot de harde werkelijkheid van het leven.
+
+Toen voelde Pierre zich als alleen met Marie. Zij had zich niet op de
+bank willen uitstrekken, zeide, dat zij in die zeven jaar lang genoeg
+gelegen had, en hij was, om mijnheer de Guersaint, die na Bordeaux weer
+in zijn diepen kinderslaap gevallen was, wat meer ruimte te geven,
+naast haar komen zitten. Het lamplicht hinderde haar, hij trok het
+schermpje dicht, zoodat zij nu in het halfdonker, een doorzichtig,
+prettig half-donker zaten. Op dit oogenblik reed de trein blijkbaar
+door een vlakte, hij gleed door den nacht als in een eindelooze
+vlucht met een groot en regelmatig vleugelgeklap. Door het raampje,
+dat zij neergelaten hadden, kwam een heerlijke koelte uit de donkere,
+onpeilbare velden, waarin zelfs niet het kleinste, verloren licht
+van een dorpje scheen. Een oogenblik had hij zich tot haar gewend en
+gezien, dat zij haar oogen gesloten hield. Maar hij voelde als bij
+instinct, dat zij niet sliep, maar genoot van die diepe rust in dit
+donderachtige geratel van den in de diepe duisternis voortjagenden
+trein; en evenals zij sloot hij zijn oogen en droomde langen tijd.
+
+Nog eenmaal rees het verleden voor hem op, het kleine huisje te
+Neuilly, de kus, dien zij elkaar bij de bloeiende haag onder de bezonde
+boomen gegeven hadden. Wat lag die tijd al ver achter hem, maar welk
+een geur had zijn geheele leven daarvan bewaard! Dan herinnerde hij
+zich met bitterheid den dag, waarop hij priester geworden was. Nooit
+zou zij vrouw worden, en hij had erin toegestemd geen man meer te zijn;
+dat echter zou hun eeuwig ongeluk worden, nu de natuur in haar ironie
+van haar weer een echtgenoote en een moeder maakte. Had hij nu nog zijn
+geloof behouden, dan zou hij daarin de eeuwige vertroosting gevonden
+hebben. Maar vergeefs had hij alle pogingen in het werk gesteld om
+het te heroveren: zijn reis naar Lourdes; zijn gebeden voor de Grot;
+zijn hoop, een oogenblik, dat hij ten slotte weer zou gaan gelooven,
+indien Marie door het wonder genezen werd; dan de totale, onherstelbare
+ineenstorting, toen de aangekondigde genezing zich op wetenschappelijke
+wijze voltrokken had. En hun zoo reine en zoo smartelijke idylle, de
+lange geschiedenis van hun in tranen gedrenkte liefde ontrolde zich
+ook voor zijn oogen. Zij zelf, die zijn droef geheim doorgrond had,
+was slechts naar Lourdes gegaan om den hemel het wonder van zijn
+bekeering te vragen. Toen zij gedurende de fakkelprocessie alleen
+gebleven waren onder de boomen in den geur der onzichtbare rozen,
+hadden zij, geheel in elkaar opgaande, met den vurigen wensch voor
+elkanders genezing, voor elkaar gebeden. Vóór de Grot nog had zij
+de Heilige Maagd gesmeekt haar te vergeten en hem te redden, wanneer
+zij slechts één gunst van haar goddelijken Zoon verkrijgen kon.
+
+Toen zij genezen, buiten zichzelf, omhooggevoerd door liefde en
+dankbaarheid, het wagentje gereden had naar de Basilica, had zij
+gedacht, dat zij verhoord was, had zij hem haar vreugde toegeschreeuwd,
+dat zij beiden, beiden gered waren! O, die leugen, die leugen uit
+barmhartigheid en liefde, de dwaling, waarin hij haar sedert dat
+oogenblik hield, hoe zwaar drukten die op zijn hart! Dat was de zware
+steen, die hem nu in zijn vrijwillig graf inmetselde. Hij herinnerde
+zich de afschuwelijke crisis, waaraan hij bijna gestorven was, in de
+donkerte van de Crypt, zijn snikken, zijn woedend verzet eerst, zijn
+verlangen haar voor zich alleen te behouden, haar te bezitten, omdat
+hij wist, dat zij hem toebehoorde; hij herinnerde zich dien grommenden
+hartstocht van zijn herleefd man-zijn, die daarna langzamerhand weer
+tot kalmte gekomen was, verdronken in zijn tranen; hij herinnerde
+zich, hoe hij, om de goddelijke illusie in haar niet te vernietigen en
+toegevend aan een broederlijk medelijden, den heldhaftigen eed gezworen
+had haar voor te liegen, den eed, waardoor hij nu ten gronde ging.
+
+Pierre huiverde in zijn droomerig gepeins. Zou hij de kracht hebben
+altijd dien eed te houden? Had hij, toen hij op het station stond
+te wachten, niet een ongeduld in zijn hart gevoeld, een jaloersch
+verlangen om dat door haar al te zeer geliefde Lourdes te verlaten, in
+de vage hoop, dat zij, verre van daar, tot hem terug zou keeren? Was
+hij geen priester geweest, dan zou hij met haar getrouwd zijn. Welk
+een verrukking, welk een leven vol zalig geluk zich geheel aan haar
+te mogen geven, haar geheel tot de zijne te maken, te herleven in het
+kind, dat zij hem schenken zou. O, er bestond geen ander geluk dan het
+bezit, dan het leven, dat nieuw leven schept. En zijn droom dwaalde af:
+hij zag zich getrouwd, en dat vervulde hem met zoo'n groote vreugde,
+dat hij zich afvroeg, waarom die droom niet te verwezenlijken was. Zij
+had nog de onschuld van een tienjarig kind, hij zou haar onderwijzen,
+haar ziel opnieuw vormen. Zij zou begrijpen, dat de genezing, die zij
+meende te danken te hebben aan de Heilige Maagd, afkomstig was van
+de eenige Moeder, de reine en onpartijdige natuur. Doch naarmate hij
+al deze dingen overlegde, kwam er een soort heilige angst in hem op,
+die zijn oorsprong had in zijn godsdienstige opvoeding. Groote God,
+wist hij, of dit menschen-geluk, waarmede hij haar overstelpen wilde,
+ooit de heilige onwetendheid, de kinderlijke onschuld, waarin zij
+thans leefde, zou kunnen evenaren? Welke bittere verwijten later,
+als zij niet gelukkig was? Welk een gewetensdrama, de soutane af te
+werpen, de wonderdadig genezene te huwen, haar geloof zóó geheel te
+verwoesten, om haar te doen toestemmen in die heiligschennis! En toch,
+daarin lag de dapperheid, daarin lag het leven, de rede; de ware man,
+de ware vrouw, de noodzakelijke en groote vereeniging. Waarom toch,
+groote God, durfde hij niet? Een onmetelijke droefheid kwam in zijn
+droom; hij hoorde nu nog slechts het lijden van zijn arm hart.
+
+De trein joeg voort met zijn groot klapgewiek, steeds was nog alleen
+zuster Hyacinthe wakker in den door slaap overmanden wagon. Op dat
+oogenblik boog Marie zich naar Pierre toe en zeide zacht:
+
+"Het is vreemd, ik val om van moeheid, en toch kan ik niet slapen."
+
+En dan met een onderdrukt lachje:
+
+"Ik heb Parijs in mijn hoofd."
+
+"Parijs?"
+
+"Ja, ja, ik bedenk, dat het mij verwacht, dat ik daarheen zal
+terugkeeren... O, wat zal ik in dat Parijs, waarvan ik niets ken,
+leven!"
+
+Dat gaf Pierre een steek door zijn hart. Hij had het wel voorzien, zij
+kon niet meer voor hem zijn, zij zou aan anderen toebehooren. Parijs
+zou haar weer aan hem ontnemen, als Lourdes haar aan hem teruggaf. En
+hij stelde zich voor, hoe dat onwetende kind zich tot vrouw zou
+ontwikkelen. Het kleine witte zieltje, dat bij het groote meisje van
+drie-en-twintig jaar onberoerd gebleven was, het zieltje, dat haar
+ziekte ver van het leven, ver van de romans zelfs gehouden had, zou,
+nu het zijn vrije vlucht hernam, heel gauw rijp zijn. Hij zag het jonge
+meisje lachend, gezond, overal heengaand, kijkend, leerend en... op een
+goeden dag den echtgenoot ontmoeten, die haar opvoeding voltooien zou.
+
+"Dus stel je je voor je te Parijs nogal te amuseeren?"
+
+"Ik? Hoe kom je eraan? Wij zijn toch niet rijk genoeg om daaraan te
+kunnen denken... Neen, ik dacht aan mijn zuster Blanche, ik vroeg
+mijzelf af, wat ik te Parijs zou kunnen doen, om haar taak wat te
+verlichten. Zij is zoo goed, zij slooft zich zoo af, ik wil niet,
+dat zij alleen het brood voor ons blijft verdienen."
+
+En na een nieuwe stilte, toen hij zelf, te ontroerd, bleef zwijgen:
+
+"Vroeger, voordat ik die erge pijnen had, kon ik vrij aardig
+miniatuurtjes schilderen. Herinner je je nog, dat ik een vrij goed
+gelijkend portret van vader gemaakt heb, dat iedereen zoo mooi
+vond... Je wilt me zeker wel helpen om werk voor mij zien te krijgen?"
+
+Dan begon zij over het nieuwe leven, dat zij zou leiden. Zij wilde
+haar kamer mooier inrichten en die van haar eerste spaarduitjes met
+blauwgebloemd creton opsieren. Blanche had haar wel eens verteld van
+dien grooten winkel, waarin je alles zoo goedkoop krijgen kon. Het
+zou zoo leuk zijn met Blanche uit te gaan en overal rond te kijken,
+want zij kende niets, had nooit iets gezien, in de zeven jaar, dat
+zij aan haar ziekbed gekluisterd was. Pierre, die eenigszins kalmer
+geworden was, begon opnieuw te lijden, nu hij die vurige levenslust,
+die begeerte om alles te zien, te leeren kennen, in haar ontdekte. Dat
+was eindelijk het ontwaken der vrouw, die zij worden moest, die hij
+vroeger in haar geraden en in het kind liefgehad had, een heerlijk
+schepsel van vroolijkheid en hartstocht met haar bloeienden mond,
+haar sterre-oogen, haar melkblanken tint, haar gouden lokken, stralend
+van levensvreugde.
+
+"O, ik zal werken, ik zal werken! En dan, je hebt gelijk Pierre, ik zal
+mij amuseeren ook, want het is toch geen zonde, om vroolijk te zijn."
+
+"Neen, zeker niet, Marie!"
+
+"'s Zondags gaan we naar buiten, heel ver weg, naar de bosschen,
+waar mooie boomen zijn... En we gaan ook naar de comedie, als papa
+ons meeneemt. Ze hebben me verteld, dat er veel stukken zijn, die je
+gerust zien kan. Maar dat is trouwens niet het voornaamste. Als ik
+maar uit ga, in de straten ben en alles zien kan, dan zal ik al zoo
+gelukkig zijn en tevreden thuis komen!... Het is zoo heerlijk om te
+leven, niet, Pierre?"
+
+"Ja, Marie, het is heel heerlijk!"
+
+Hij voelde iets als een doodsrilling over zich gaan; het berouw, geen
+man meer te zijn deed hem als in doodsangst ineenkrimpen. Waarom zeide
+hij, nu zij hem met haar prikkelende argeloosheid zoo in verleiding
+bracht, haar de waarheid niet, die hem als lood drukte. Hij zou haar
+dan hebben kunnen nemen, hebben kunnen veroveren. Nooit had zijn
+hart, nooit had zijn wil een moeilijker strijd te strijden gehad. Een
+oogenblik stond hij op het punt de niet meer te herroepen woorden
+uit te spreken.
+
+Doch reeds ging zij op haar vroolijken kindertoon voort:
+
+"Kijk eens, hoe blij papa is zoo heerlijk te slapen!"
+
+Inderdaad sliep tegenover hen mijnheer de Guersaint op de bank met
+dezelfde gelukzalige uitdrukking op zijn gelaat, als wanneer hij in
+zijn bed gelegen had, zonder dat hij iets van de hevige schokken scheen
+te merken. Dat eentonige slingeren en stampen scheen trouwens slechts
+het wiegen te zijn, dat den slaap van den geheelen wagon nog zwaarder
+maakte. Het was een algeheele overgave, de volkomen vernietiging van
+het lichaam te midden van de eveneens in elkaar gezakte bagages,
+die als ingeslapen waren in het rookerige licht der lampen. Het
+rhythmisch geratel der wielen hield maar niet op in het onbekende
+donker, waarin de trein nog steeds voortsnelde. Een enkele maal,
+bij een station, onder een brug, stormde de wind van de vaart woest
+binnen, blies plotseling een storm. Dan begon het wiegende geratel
+weer, eentonig, eindeloos.
+
+Marie nam zacht Pierre's hand in de hare. Zij waren zoo verdwaald,
+zoo alleen te midden van al die door slaap overmande menschen, in
+dien grooten, dreunenden vrede van den in volle vaart door de vlakte
+jagenden trein. De triestheid, de triestheid, die zij tot dusver
+verborgen had, kwam terug en sluierde een donker floers over haar
+groote blauwe oogen.
+
+"Je gaat toch zeker dikwijls met ons mee, Pierre?"
+
+Hij had gerild, toen hij haar kleine hand de zijne had voelen
+drukken. Zijn hart lag op zijn lippen, hij besloot te spreken. Toch
+hield hij zich nog in en stamelde:
+
+"Marie, ik ben niet altijd vrij, een priester kan niet overal komen."
+
+"Een priester," herhaalde zij, "ja, ja, een priester; dat begrijp ik."
+
+En nu sprak zij, bekende zij het doodelijke geheim, dat sedert het
+vertrek haar hart benauwde. Zij boog zich nog dichter naar hem toe
+en zeide heel, heel zacht:
+
+"Luister eens, Pierre, ik ben troosteloos bedroefd. Ik zie eruit,
+alsof ik heel gelukkig ben, maar de dood is in mijn ziel... Je hebt
+me gisteren voorgelogen."
+
+Hij schrok, begreep haar eerst niet.
+
+"Heb ik je voorgelogen?"
+
+Een soort schaamtegevoel weerhield haar, zij aarzelde nog, nu zij op
+het punt stond af te dalen in dit gewetensmysterie, dat het hare niet
+was. Doch dan als vriendin, als zuster:
+
+"Ja, ja, je hebt me willen doen gelooven, dat je met mij gered
+was, en dat was niet waar, Pierre; je hebt je verloren geloof niet
+teruggevonden."
+
+Groote God, zij wist! Het was voor hem een troosteloosheid, een
+zoo verpletterende catastrophe, dat hij er zijn eigen kwelling door
+vergat. Eerst wilde hij in zijn leugen van broederlijke barmhartigheid
+volharden.
+
+"Daar is geen quaestie van, Marie. Hoe kom je op dat denkbeeld?"
+
+"O, beste jongen, zwijg toch, om Godswil! Het zou me nog maar meer
+pijn doen, als je me nog langer voorloog... Ik heb het gemerkt aan het
+station, toen we op het punt stonden weg te gaan, toen die ongelukkige
+man gestorven is. Die goede abbé Judaine is op zijn knieën gevallen,
+heeft gebeden gezegd voor de rust van die opstandige ziel. Ik heb
+alles gevoeld, alles begrepen, toen ik zag, dat jij niet neerknielde,
+dat het gebed niet ook naar jouw lippen opsteeg."
+
+"Maar heusch, Marie..."
+
+"Neen, neen, je hebt niet voor den doode gebeden, je gelooft niet
+meer... En dat is trouwens niet alles, het is alles wat ik als bij
+intuïtie voel, alles wat van jou tot mij spreekt, een wanhoop, die
+je niet verbergen kunt, een melancholie in je arme oogen, zoodra
+zij de mijne ontmoeten... De Heilige Maagd heeft mij niet verhoord,
+jou het geloof niet teruggegeven, en ik ben zoo diep ongelukkig."
+
+Zij weende, een warme traan viel op de hand van den priester, die
+zij nog altijd in de hare hield. Dat deed hem alle zelfbeheersching
+verliezen, hij streed niet langer, bekende, liet ook zijn tranen den
+vrijen loop, terwijl hij heel, heel zacht stamelde:
+
+"O, Marie, ik ben ook zoo ongelukkig, zoo diep ongelukkig!"
+
+Een oogenblik zwegen zij in hun wreed verdriet tusschen zich den
+afgrond van hun geloofsovertuigingen te voelen. Maar vooral het
+denkbeeld, dat zij voor eeuwig niet meer in staat zouden zijn om
+dichter bij elkaar te komen, nu de hemel zelf geweigerd had den band
+weer te knoopen, maakte hen wanhopig. Naast elkaar weenden zij over
+hun scheiding.
+
+"Ik," begon zij weer met door droefheid verstikte stem; "ik, die
+zoo gebeden had voor je bekeering; ik, die zoo gelukkig was... Ik
+had een gevoel, alsof jouw ziel geheel in de mijne was opgegaan;
+het was zoo heerlijk te weten, dat wij samen, samen gered waren. Ik
+voelde de krachten in mij om te leven, ja, de kracht om de geheele
+wereld uit haar voegen te rukken!"
+
+Hij bleef zwijgen, in een eindeloozen stroom vloeiden de tranen over
+zijn wangen.
+
+"Te moeten denken," ging zij voort; "dat ik alleen genezen ben,
+dat ik dat groote geluk gehad heb zonder jou. Jou zoo verlaten,
+jou zoo troosteloos eenzaam te zien, terwijl ik overstelpt ben door
+genade en vreugde, verscheurt mijn hart... O, wat is de Heilige Maagd
+streng geweest! Waarom heeft zij niet tegelijk met mijn lichaam jouw
+ziel genezen?"
+
+De laatste gelegenheid bood zich aan; hij had moeten spreken, eindelijk
+het licht der rede moeten laten schijnen voor dit onschuldige kind,
+haar het wonder moeten verklaren, opdat het leven, na in haar zijn werk
+van gezondheid volbracht te hebben, zijn triomf voltooien zou door hen
+in elkaars armen te werpen. Ook hij was genezen, want zijn verstand
+was van nu af aan gezond, en niet omdat hij zijn geloof, maar omdat
+hij haar verloren had, weende hij. Doch ondanks zijn groot verdriet
+maakte zich een onoverwinbaar medelijden van hem meester. Neen, neen,
+hij zou den vrede van die reine ziel niet storen, hij zou haar haar
+geloof niet ontnemen, dat eens misschien, te midden van al de smarten
+dezer wereld, haar eenige steun zijn zou. Van vrouwen en kinderen mag
+men het bittere heroïsme van het verstand niet verlangen. Hij voelde,
+dat hij niet de kracht; hij geloofde zelfs niet, dat hij het recht
+ertoe had. Het scheen hem een verkrachting, een afschuwlijke moord
+toe. En hij sprak niet, zijn tranen stroomden nog brandender in deze
+opoffering van zijn liefde, het wanhopige offer van zijn eigen geluk,
+opdat zij vertrouwend, onwetend, vroolijk blijven zou.
+
+"O, Marie, wat ben ik ongelukkig! Op de landwegen, in het bagno
+zijn er geen ongelukkigen, die ongelukkiger zijn dan ik... O, Marie,
+als je eens wist, hoe ongelukkig ik ben!"
+
+Ook zij verloor nu haar zelfbeheersching, nam hem in haar bevende
+armen, wilde hem door een zusterlijke omhelzing troosten. Op dat
+oogenblik raadde de vrouw, die in haar ontwaakte, als bij intuïtie
+alles, snikte ook zij om alle menschelijke en goddelijke wilskrachten,
+die hen scheidden. Zij had nog nooit aan die dingen gedacht, nu zag
+zij plotseling het leven met zijn hartstochten, zijn strijd, zijn
+lijden en zij zocht naar wat zij zeggen kon, om dat bloedende hart
+eenigszins tot kalmte te brengen; en diep bedroefd, dat zij niets
+kon vinden, dat zacht en zoet genoeg klonk, stamelde zij:
+
+"Ik weet het, ik weet het!"
+
+Dan vond zij het woord; en alsof wat zij te zeggen had, alleen maar
+door de engelen gehoord mocht worden, keek zij ongerust in den wagon
+rond. Maar het scheen, alsof de slaap hier nog zwaarder geworden
+was. Haar vader sliep nog steeds als een onschuldig klein kind. Geen
+der pelgrims, geen der zieken had zich ondanks het ruwe schudden, dat
+hen voortjoeg, bewogen. Zelfs zuster Hyacinthe had, toegevend aan de
+uitputting, die haar neerdrukte, haar oogen gesloten, na ook op haar
+beurt het lichtscherm over de lamp van haar compartiment getrokken te
+hebben. Er heerschte nu nog slechts een vaag half-donker, er waren
+tusschen de naamlooze, nauwlijks waarneembare voorwerpen, slechts
+onbestemde lichamen, die een stormwind, een razende vlucht voortjoeg
+in de duisternis. En zij wantrouwde ook dat zwarte landschap, welks
+onbekende vlakten aan beide zijden van den trein voorbijvlogen, zonder
+dat men zelfs wist, welke bosschen, welke rivieren, welke heuvels
+zij voorbijgingen. Zooeven waren eenige vonken opgedoken, misschien
+in de verte gelegen smidsen, kleine lampjes van arbeiders of zieken;
+maar nu reden zij weer in diepe duisternis, in de donkere, eindelooze,
+naamlooze zee, waarin men steeds verder kwam, overal en toch nergens.
+
+Nu bracht Marie in een kuische verlegenheid en blozende te midden
+van haar tranen, haar lippen aan Pierre's oor.
+
+"Luister, beste Pierre... Er bestaat een groot geheim tusschen
+de Heilige Maagd en mij. Ik had haar gezworen het aan niemand te
+zeggen. Maar jij bent te ongelukkig, jij lijdt te veel; zij zal het
+mij vergeven, als ik het jou toevertrouw."
+
+En dan nog zachter:
+
+"In den nacht van vurig gebed, je weet wel, in dien nacht van gloeiende
+extase, dien ik voor de Grot doorgebracht heb, heb ik mij door een
+gelofte gebonden, heb ik de Heilige Maagd beloofd haar het offer van
+mijn maagdelijkheid te brengen, als zij mij genas... Zij heeft mij
+genezen, en nooit, versta je Pierre, nooit zal ik trouwen."
+
+Welk een onverhoopt geluk! Hij dacht, dat een dauw op zijn arm,
+gemarteld hart viel. Het was een hemelsche tooverkracht, een zalige
+verrukking. Als zij niemand anders toebehoorde, zou zij dus altijd
+een klein beetje de zijne zijn. Hoe had zij zijn lijden begrepen,
+hoe had zij begrepen, wat zij zeggen moest, om het leven nog mogelijk
+voor hem te maken!
+
+Ook op zijn beurt wilde hij nu gelukkige woorden vinden, haar danken,
+haar beloven, dat ook hij haar steeds zou toebehooren, dat hij haar
+eeuwig zou liefhebben, zooals hij haar sedert haar jeugd liefhad,
+als het dierbare wezen, wier eenige kus voldoende geweest was om zijn
+geheele leven te verzachten. Maar zij verzocht hem te zwijgen, bang,
+dat dit zoo reine oogenblik bedorven zou worden.
+
+"Neen, neen, Pierre, laten we niets meer zeggen. Dat zou misschien
+verkeerd zijn... Ik ben erg moe, ik ga nu rustig slapen."
+
+Zij bleef haar hoofd tegen zijn schouder geleund houden, sliep
+dadelijk, als een zuster vol vertrouwen, in. Een oogenblik hield
+hij zich in dat smartelijke geluk van verzaking, dat zij samen
+genoten hadden, nog wakker. Ditmaal was het voorgoed uit, het offer
+was gebracht. Hij zou eenzaam leven, buiten het leven der verdere
+wereld. Nooit zou hij de vrouw kennen, nooit zou een ander levend
+wezen uit hem geboren worden. Hij had als troost nog slechts den
+trots op dien zelfgewilden zelfmoord.
+
+Doch dan werd de uitputting ook hem te machtig, zijn oogen vielen dicht
+en op zijn beurt sliep ook hij in. Zijn hoofd gleed wat naar beneden,
+zijn wang raakte de wang van zijn vriendinnetje, dat met haar voorhoofd
+tegen zijn schouder, heel rustig sliep. Hun haren strengelden zich
+dooreen. Haar koninklijke, haar gouden lokken waren half losgeraakt;
+zijn gezicht baadde er als het ware in, en hij droomde in den geur van
+haar lokkenpracht. Ongetwijfeld droomden zij beiden tegelijk denzelfden
+gelukzaligen droom, want beider liefdevolle gelaatstrekken hadden
+dezelfde verrukte uitdrukking, beiden lachten zij den engelen toe.
+
+De kuische en hartstochtelijke overgave, de onschuld van dezen
+toevalligen slaap bracht hen, in elkaars armen met hun vochtig-warme
+lippen, zoo dicht bij elkaar, terwijl hun ademhalingen zich aan
+elkaar paarden, evenals kleine naakte kindertjes, die in dezelfde
+wieg liggen. Dat was hun huwlijksnacht, de voltrekking van de
+geestelijke echtverbintenis, waarin zij in het vervolg zouden leven,
+een zalig wegzinken in het niet, nauwlijks een vluchtige droom van
+een mystieke inbezitneming van elkaar in dezen wagon van ellende en
+lijden, die voortrolde, steeds voortrolde in den zwarten nacht. Uren
+en uren verliepen, de wielen dreunden, de bagage schommelde aan de
+haken, terwijl uit de moede, opgehoopte lichamen slechts de groote
+vermoeienis, de ontzettende physieke slapheid opsteeg, die zich in
+het land der wonderen, waar de zielen te zeer overspannen worden,
+van hen had meester gemaakt.
+
+Om vijf uur, juist bij het opgaan der zon, werden plotseling allen
+wakker, toen zij dreunend een groot station binnenreden, overal klonk
+geroep van conducteurs, portieren werden opengeslagen, de menschen
+verdrongen zich naar buiten. Zij waren te Poitiers, de geheele wagon
+was te midden van een lawaai van stemmen, uitroepen en gelach op
+den been.
+
+De kleine Sophie Couteau moest hier uitstappen en nam nu afscheid. Zij
+gaf den dames een zoen, en klom zelfs over het tusschenschot om
+zuster Claire des Anges goeden dag te zeggen, die niemand meer
+gezien had sedert den vorigen avond, toen zij zwijgend en stil met
+haar mysterievolle oogen in haar hoekje verdwenen was. Dan kwam het
+kind weer terug, nam haar pakje en was vooral voor zuster Hyacinthe
+en madame de Jonquière één en al hartelijkheid.
+
+"Tot ziens, zuster; tot ziens, madame... Ik dank u hartelijk voor al
+uw vriendelijkheid."
+
+"Je moet het volgend jaar weer terugkomen, kindlief!"
+
+"Zonder mankeeren, zuster; dat is mijn plicht."
+
+"En gedraag je goed, lieve meid, zoodat de Heilige Maagd trotsch op
+je zijn kan."
+
+"Zeker, madame, zij is zoo goed voor mij geweest, en ik vind het zoo
+heerlijk haar weer terug te zien."
+
+Toen zij op het perron stond, bogen alle pelgrims van den wagon zich
+uit de raampjes en keken haar met gelukkige gezichten na.
+
+"Tot het volgend jaar! Tot het volgend jaar!"
+
+"Ja, ja, tot het volgend jaar!"
+
+Het ochtendgebed zou eerst te Châtellerault gezegd worden. Toen
+na het korte oponthoud te Poitiers de trein weer voortrolde in de
+frissche morgenlucht, zeide mijnheer de Guersaint vroolijk, dat
+hij, niettegenstaande de harde bank, geslapen had als een roos. Ook
+madame de Jonquière was dankbaar voor de heerlijke rust, waaraan
+zij zoo'n behoefte had, ofschoon zij zich wel een beetje schaamde,
+dat zij zuster Hyacinthe alleen had laten waken bij la Grivotte,
+die rilde van de koorts en telkens weer een hoestbui had. De andere
+vrouwelijke pelgrims maakten een beetje toilet, de tien vrouwen
+achter in den wagon trokken haar doekjes weer recht, knoopten hun
+mutsen weer vast. Elise Rouquet werd niet moede in den spiegel naar
+haar neus, haar mond, haar wangen te kijken; zij bewonderde zich,
+dronk zichzelf als het ware in, vond, dat zij beslist weer knap werd.
+
+Pierre en Marie voelden een diep medelijden in zich opkomen, toen zij
+keken naar madame Vincent, die niets uit de gevoelloosheid, waarin zij
+verkeerde, had kunnen wakker maken, noch het lawaaierige oponthoud te
+Poitiers, noch het stemmengegons, sedert de trein weer in beweging
+was. Liggend op haar bank, had zij haar oogen niet meer geopend,
+sliep zij nog steeds, gekweld door wreede droomen. En terwijl dikke
+tranen uit haar gesloten oogleden bleven vloeien, had zij het kussen,
+dat men haar opgedrongen had, in haar armen genomen en drukte het,
+in den boozen droom van haar lijdende moederliefde, wanhopig tegen
+haar borst. Haar arme moederarmen, die zoo lang haar stervend kindje
+gedragen hadden, haar nu voor altijd ledige armen hadden in haar
+slaap het kussen gevonden en hielden het nu in een blinde omarming
+als een phantoom omvat.
+
+Mijnheer Sabathier daarentegen werd vroolijk wakker. Terwijl zijn
+vrouw de deken wat optrok en er zijn doode beenen zorgvuldig in
+wikkelde, begon hij, weer geheel in de macht van de genaderijke
+illusie, met schitterende oogen te praten. Hij vertelde, dat hij van
+Lourdes gedroomd had, dat de Heilige Maagd zich met een glimlach vol
+welwillende beloften over hem heen gebogen had. En in tegenwoordigheid
+van madame Vincent, de moeder, wier kindje zij had laten sterven, van
+la Grivotte, de ongelukkige vrouw, die zij genezen had, maar die nu
+weer teruggestort was in haar doodelijk lijden, verheugde hij zich en
+zeide op een toon van volkomen zekerheid tegen mijnheer de Guersaint:
+
+"O, mijnheer, ik ga geheel gerustgesteld naar Parijs terug... Het
+volgend jaar zal ik genezen worden... Ja, ja, zooals het lieve kind
+daareven zoo hartelijk riep: Tot het volgend jaar! Tot het volgend
+jaar!"
+
+Het was de onverwoestbare, overwinnende illusie der zekerheid,
+de eeuwige hoop, die niet sterven wilde, die, na iedere nederlaag,
+op de ruïnes van alle verwachtingen, nog krachtiger opbloeide.
+
+Te Châtellerault liet zuster Hyacinthe het ochtendgebed uitspreken,
+het Pater, het Ave, het Credo, een smeekbede tot God, om hun het
+geluk van een glorierijken dag te geven. O, mijn God, geef mij genoeg
+kracht, om al het kwade te vermijden, om al het goede te doen, om al
+het lijden te dulden!
+
+
+
+
+V.
+
+En de reis duurde voort, de trein rolde, rolde steeds verder. Te
+Sainte-Maure werden de misgebeden gezegd, te Saint-Pierre-des-Corps
+het Credo gezongen. Maar de godsdienstige oefeningen werden niet meer
+met zooveel liefde gedaan, de ijver verflauwde wat, na een zoo lange
+zielsverrukking, in de toenemende vermoeienis van de terugreis. Zuster
+Hyacinthe begreep dan ook, dat een voorlezing voor die arme overspannen
+menschen een welkome afleiding zijn zou; zij beloofde, dat zij mijnheer
+den abbé toe zou staan om hun het slot van Bernadette's leven voor te
+lezen, waaruit hij hun reeds tweemaal zulke mooie gedeelten verteld
+had. Maar ze moesten wachten tot ze in les Aubrais waren, dan hadden
+zij vandaar tot Etampes den noodigen tijd om het verhaal uit te hooren,
+zonder gestoord te worden.
+
+Weer volgden de stations elkaar op in de eentonige herhaling van
+den weg, dien men reeds op de heenreis naar Lourdes door dezelfde
+vlakten afgelegd had. Te Amboise begon men weer aan den Rozenkrans
+en werd het eerste Paternoster, de vijf blijde mysteriën, gebeden,
+vervolgens, nadat te Blois het lied: "Zegen, o liefderijke Moeder"
+gezongen was, te Beaugency het tweede, de vijf droeve mysteriën. De
+zon had zich 's morgens reeds in een fijn dons van wolken gehuld,
+het landschap vluchtte zacht en eenigszins droefgeestig in zijn
+voortdurende waaierbeweging weg. Aan beide kanten van den weg verdwenen
+de boomen en de huizen onder het grijze licht in een vage, droomachtige
+lichtheid, terwijl verderop de in een nevel gehulde heuvelen zich
+langzamer, met de kalme schommeling van een deining, aan de blikken
+onttrokken. Tusschen Beaugency en les Aubrais scheen de trein, die
+nog steeds met het koppige, rhythmische gedreun van zijn wielen, dat
+de versufte pelgrims zelfs niet meer schenen te hooren, voortrolde,
+zijn vaart te verminderen.
+
+Eindelijk begon men, zoodra men les Aubrais verlaten had, aan het
+middagmaal. Het was kwart vóór twaalf. En toen men het Angelus, de
+driemaal herhaalde drie Ave's, gebeden had, nam Pierre uit Marie's
+valies het kleine boekje, waarvan de blauwe omslag met een naïeve
+afbeelding der Heilige Maagd versierd was. Zuster Hyacinthe had in haar
+handen geklapt, om stilte te verkrijgen. De priester kon nu met zijn
+mooie, doordringende stem zijn verhaal voortzetten te midden van de
+nieuwsgierigheid van al die groote kinderen, welke door de geschiedenis
+zoo geboeid werden. Nu vertelde hij Bernadette's verblijf te Nevers
+en haar dood. Maar evenals de beide vorige malen, hield hij zich al
+gauw niet meer aan den tekst van het boekje, voegde hij er bekoorlijke
+bijzonderheden, die hij kende of bij intuïtie raadde, aan toe; en voor
+hem rees weer de ware, de menschelijke, de deerniswaardige geschiedenis
+op, die, welke nog niemand verteld had en die zijn hart deed bloeden.
+
+8 Juli 1866 verliet Bernadette Lourdes om zich op te sluiten in
+het klooster van St. Gildard, het moederhuis der zusters van het
+ziekenhuis, waar zij had leeren lezen en acht jaar lang gewoond
+had. Zij was toen twee-en-twintig, acht jaren waren reeds verstreken
+na de laatste maal, dat de Heilige Maagd aan haar verschenen was. Haar
+afscheid van de Grot, van de Basilica, van de geheele stad, die zij
+liefhad, was in tranen gedrenkt. Maar zij kon daar niet blijven, want
+steeds werd zij door de algemeene nieuwsgierigheid, door bezoeken, door
+huldigingen en vereeringen lastig gevallen. Haar zwakke gezondheid
+scheen er vreeselijk onder te lijden. Haar oprechte deemoed, haar
+schuchtere liefde voor eenzaamheid en rust hadden ten slotte de vurige
+begeerte doen ontstaan om te verdwijnen, ergens in een onbekende,
+donkere plek haar overal weerklinkenden roem van uitverkorene, die de
+wereld niet met rust wilde laten, te gaan verbergen. Zij droomde nog
+slechts van eenvoud des geestes, van een kalmer leven, geheel gewijd
+aan gebeden en kleine dagelijksche bezigheden. Zoo was haar vertrek
+een verlichting voor haar zelf en voor de Grot, waarvoor zij met haar
+groote onschuld en haar al te groot lijden hinderlijk begon te worden.
+
+Het klooster St. Gildard te Nevers had een paradijs voor haar moeten
+zijn. Zij vond er lucht, zon, reine vertrekken, een grooten, met mooie
+boomen beplanten tuin. Toch smaakte zij niet den vrede, de volkomen
+vergetelheid der wereld in de verre woestijn. Nauwlijks twintig dagen
+na haar aankomst had zij onder den naam van zuster Marie-Bernard den
+sluier aangenomen, hoewel zij zich nog slechts door gedeeltelijke
+geloften verbonden had. Maar ondanks alles was de wereld met haar
+medegegaan, begon de vervolging der menigte opnieuw. Tot zelfs in het
+klooster verdrong men zich om haar heen uit een onbluschbare behoefte
+genadebewijzen van haar heilige persoonlijkheid te verkrijgen. O,
+haar te zien, haar aan te raken, zich geluk te verschaffen door
+haar aanblik, door buiten haar weten een medaille tegen haar kleed
+te wrijven.
+
+Het was de lichtgeloovige hartstocht voor den fetisch! De vromen
+stortten zich op haar, vervolgde dat arme tot Onze Lieve Heer geworden
+schepseltje, waarvan zij allen hun deel aan hoop en hemelsche illusie
+wilden medenemen. Zij weende erover van moeheid en ongeduldig verzet
+en herhaalde steeds weer: "Wat hebben zij er toch aan mij zoo te
+kwellen? Wat heb ik meer dan anderen hebben?" Op den langen duur
+begon het haar werkelijk te verdrieten op die manier het "wonderdier"
+te zijn, zooals zij zich ten slotte met een droefgeestig, pijnlijk
+glimlachje was gaan noemen. Zij sloot zich zooveel mogelijk op en
+weigerde iemand te ontvangen. Men eerbiedigde haar wensch en liet haar
+slechts zien in zeer kleinen kring aan degenen, die daarvoor van den
+bisschop verlof gekregen hadden. De deuren van het klooster bleven
+gesloten, bijna alleen geestelijken forceerden den toegang. Maar dat
+was nog te veel voor haar verlangen naar eenzaamheid, zij moet zich
+dikwijls eigenzinnig getoond hebben en de priesters hebben laten
+weggaan, uitgeput als zij zich reeds van te voren gevoelde door het
+steeds weer vertellen van hetzelfde avontuur, door het steeds weer
+zich onderwerpen aan dezelfde vragen. Zij voelde daarin een beleediging
+voor de Heilige Maagd.
+
+Maar dikwijls moest zij toegeven, wanneer de bisschop in persoon
+met voorname personen, dignitarissen of prelaten, kwam; dan liet zij
+zich met haar ernstig gezichtje zien, antwoordde zij beleefd, maar
+zoo kort mogelijk; zij voelde zich echter eerst weer op haar gemak,
+als men haar naar haar donker hoekje terugkeeren liet. Nooit had
+goddelijkheid zoo zwaar op een levend wezen gedrukt. Toen men haar
+eens vroeg of zij niet trotsch was op die voortdurende bezoeken van
+haar bisschop, antwoordde zij zacht: "Monseigneur komt niet, om mij
+te zien, maar om mij te laten zien."
+
+Vorsten der Kerk, groote strijders voor het Katholieke geloof wilden
+haar zien, ontroerden en snikten in haar tegenwoordigheid; en in
+haar afschuw om te kijk te staan, in de ergernis, die zij aan haar
+eenvoud gaven, verliet zij hen weer, zonder hen begrepen te hebben,
+heel moe en bedroefd.
+
+Intusschen had zij zich aan haar leven in het klooster gewend,
+zij leefde er een eentonig bestaan, had zich nu in de gewoonten,
+die haar lief geworden waren, ingeleefd. Zij was zoo zwak, zoo
+dikwijls ziek, dat men haar op de ziekenzaal werk gaf. Behalve dat
+zij nu en dan verpleegde, deed zij handwerkjes, was zij langzamerhand
+zoo'n knappe borduurster geworden, dat zij prachtige miskleeden en
+altaar-voorhangsels kon maken. Maar dikwijls was zij zelfs zoo zwak,
+dat zij ook die lichte werkjes niet doen kon. Wanneer zij dan niet
+te bed lag, bracht zij geheele dagen door in een fauteuil zonder
+eenige andere afleiding dan het bidden van haar rozenkrans of het
+lezen van godvruchtige boeken. Sedert zij lezen kon, hield zij veel
+van boeken, de mooie bekeeringsgeschiedenissen en legenden, waarin
+heiligen voorkwamen, maar ook de verschrikkelijke drama's, waarin
+de duivel bespot en weer in de hel teruggeslingerd werd. Maar haar
+groote liefde, haar eeuwige verrukking bleef de Bijbel, dat wondermooie
+Nieuwe Testament, welks heerlijke wonderen haar nooit vermoeiden.
+
+Zij herinnerde zich den Bijbel van Bartrès, dat oude vergeelde boek,
+dat reeds honderd jaar in haar familie was; zij zag haar voedstervader
+weer, op iedere avondbijeenkomst, op goed geluk af er een speld in
+steken, hoorde hem weer lezen, steeds beginnend op de achterzijde van
+het geprikte blad, en in dien tijd kende zij die wonderbare verhalen
+al zoo goed, dat zij, onverschillig na welken zin, uit haar hoofd
+verder had kunnen gaan. Nu zij ze zelf las, vond zij er steeds een
+nieuwe verrassing in, steeds weer een ongekende belooning. Vooral het
+verhaal van Jezus' lijden ontroerde haar als een zeldzame en tragische
+gebeurtenis, die pas geschied was. Zij snikte van medelijden, heel
+haar arm lichaam beefde er nog uren lang van. Misschien lag in haar
+tranen de onbewuste smart over haar eigen lijdensgeschiedenis, over
+den troosteloozen lijdensweg, dien zij sedert haar jeugd beklom.
+
+Wanneer zij geen pijn had en zich in de ziekenzaal verdienstelijk kon
+maken, liep Bernadette af en aan en vulde het huis met haar levendige
+kinder-vroolijkheid. Tot aan haar dood bleef zij het onschuldige,
+kinderlijke wezentje, dat graag lachte, danste en speelde. Zij was heel
+klein, de kleinste van alle nonnen, waardoor zij altijd een beetje als
+een klein meisje behandeld werd. Haar gezichtje werd langer, er kwamen
+rimpels in, het verloor den glans der jeugd, maar haar oogen behielden
+hun reine en goddelijke schittering, haar mooie zieneresse-oogen,
+waarin, als in helderen hemel, een vlucht van droomen ging. Naarmate
+zij ouder werd en meer pijn leed, werd zij eenigszins prikkelbaar en
+heftig, kwam haar onrustig en soms ruw karakter duidelijker aan den
+dag; en juist over die kleine onvolmaaktheden had zij, na dergelijke
+aanvallen, het meeste berouw, zij verootmoedigde zich, waande zich
+verdoemd, vroeg iedereen vergiffenis. Maar over het algemeen, welk
+een gehoorzame, goede dochter van God!
+
+Zij was levendig, flink, slagvaardig, had opmerkingen, die iedereen
+lachen deden, een aparte bekoring, waarom iedereen haar aanbad. Ondanks
+haar groote vroomheid en hoewel zij heele dagen in gebed doorbracht,
+was zij volstrekt geen kwezeltje, dwong zij anderen niet tot overdreven
+geloofsijver; integendeel zij was verdraagzaam en medelijdend. Zelden
+was een heilig meisje meer vrouw, met eigenaardige karaktertrekken,
+met een eigen in haar kinderlijkheid zelf bekoorlijke persoonlijkheid.
+
+En die gave der jeugd, die zij behield, die eenvoudige onschuld van
+het kind, dat zij gebleven was, maakten nog, dat de kinderen dol op
+haar waren, als herkenden zij in haar altijd een van de hunnen; allen
+vlogen zij op haar af, sprongen op haar schoot, sloegen hun kleine
+armpjes om haar hals; de tuin weergalmde dan van hun vroolijk spel,
+van hun gevlieg, van hun geschreeuw; en zij sprong niet het minst, zij
+maakte niet het minste lawaai, blij als zij was weer een arm, onbekend
+meisje te worden, zooals in de lang vervlogen dagen te Bartrès.
+
+Later vertelde men, dat een moeder haar verlamd kind naar het klooster
+gebracht had, om het door de heilige te laten aanraken en genezen. Zij
+snikte zoo wanhopig dat de moeder-overste ten slotte in de poging
+toestemde. Maar daar Bernadette zich steeds vol verontwaardiging
+verzette, wanneer men haar vroeg wonderen te doen, waarschuwde men
+haar niet, riep men haar eenvoudig om het zieke kind naar de ziekenzaal
+te dragen. En zij droeg het kind, en toen zij het op den grond zette,
+liep het kind. Het was genezen.
+
+O, hoe dikwijls moesten Bartrès, haar vrije kindsheid achter de
+lammeren, en de jaren, die zij op de heuvels, in het hooge gras,
+in de dichtbebladerde bosschen had doorgebracht, in haar herleven
+op de oogenblikken, dat zij, moe van het bidden voor de zondaars,
+droomde. Niemand daalde dan in haar ziel af, niemand kon zeggen of
+een onwillekeurig verlangen niet haar arm gemarteld hart bloeden deed.
+
+Eens sprak zij een woord, dat haar levensbeschrijvers met het doel,
+om haar lijdensgeschiedenis nog treffender te maken, overgeleverd
+hebben. Ver weg van haar bergen, gekluisterd aan een ziekbed, riep zij
+uit: "Het schijnt, dat ik geboren werd om te leven, om te handelen,
+om altijd in beweging te zijn, en God wil, dat ik onbeweeglijk ben!"
+
+Welk een onthulling, welk een verschrikkelijke getuigenis van
+eindelooze droefheid! Waarom wilde de Heer, dat dit vroolijke,
+lieve, bekoorlijke schepsel zich niet bewoog? En zou zij, in plaats
+van te bidden voor de zondaars, haar eeuwige, nuttelooze bezigheid,
+niet meer aan de vermeerdering van het geluk der wereld er het hare
+bijgedragen hebben, indien zij haar deel van liefde gegeven had aan
+den man, die voor haar bestemd was, aan de kinderen, die uit haar
+lichaam geboren zouden zijn.
+
+Sommige avonden verviel zij, zoo zeide men, zij, die zoo vroolijk
+en bedrijvig was, in een diepe neerslachtigheid. Zij werd dan
+melancholiek en keerde, als door haar smart verpletterd, tot zichzelf
+in. Ongetwijfeld werd de lijdenskelk ten slotte bitter, drukte de
+gedachte, dat haar leven één lange verzaking was, haar te zwaar.
+
+Dacht Bernadette in St. Gildard dikwijls aan Lourdes? Wat wist zij
+van den triomf der Grot, van de wonderen, die dagelijks dit land van
+het wonder veranderde? De vraag is nooit ten volle opgelost. Men had
+haar medezusters verboden over die dingen met haar te spreken, men
+omringde haar met een voortdurend en volkomen zwijgen. Zij zelf praatte
+er ook niet graag over, zweeg liever over het geheimzinnige verleden,
+scheen volstrekt niet verlangend het heden, hoe triomphantelijk het
+ook zijn mocht, te leeren kennen.
+
+Maar vloog toch in haar phantasie haar hart niet naar dat tooverland,
+waarin de haren woonden, waarin al de banden van haar leven geknoopt
+waren, waar zij den meest buitengewonen droom achtergelaten had, dien
+ooit door één menschelijk wezen gedroomd was? Ongetwijfeld maakte
+zij in haar gedachte dikwijls de mooie reis van haar herinneringen,
+moest zij in groote trekken de voornaamste gebeurtenissen van Lourdes
+kennen. Maar zij schrikte er voor terug er persoonlijk heen te gaan
+en zij weigerde dit steeds, daar zij heel goed begreep, dat zij er
+niet onopgemerkt zou komen en angstig was voor de menigten, wier
+vereering haar daar wachtte.
+
+Welk een glorie, indien er in haar een eerzuchtige heerschersnatuur
+gewoond had! Dan zou zij teruggekeerd zijn naar de heilige plaats van
+haar visioenen, zou zij er wonderen gedaan hebben als priesteres, als
+pausin, onfeilbaar en souvereine als de uitverkorene en de vriendin
+der Heilige Maagd.
+
+De paters waren daar nooit in ernst bang voor geweest, hoewel zij
+uitdrukkelijk bevolen hadden haar ter wille van haar zieleheil van
+de wereld af te snijden. Zij waren gerust, zij kenden haar zachtheid
+en haar ootmoed; zij kenden haar vrees een goddelijk wezen te zijn;
+zij kenden haar onwetendheid omtrent de kolossale machten, die zij
+zelf in beweging gebracht had en wier exploitatie haar verschrikt
+zou hebben doen terugdeinzen, indien zij het begrepen had. Neen,
+dat land van drukte, van geweld en van geschacher was niet het hare
+meer. Zij zou er te veel geleden, zich niet thuis gevoeld, zich
+erover geschaamd hebben. En wanneer pelgrims zich daarheen begaven
+en haar lachend vroegen: "Wilt gij met ons gaan?" dan doorhuiverde
+haar een rilling en haastte zij zich te antwoorden: "Neen, neen,
+maar hoe graag zou ik het doen, als ik een klein vogeltje was!"
+
+Haar eenige droom was dit kleine trekvogeltje met snelle vlucht en stil
+geklapwiek, dat telkens weer zijn bedevaart naar de Grot deed. Zij,
+die nooit naar Lourdes gegaan was, noch voor den dood van haar
+vader, noch voor dien van haar moeder, moest daar aanhoudend leven
+in haar droom. Toch hield zij van de haren, zij had er voor gezorgd,
+dat haar arm gebleven familie werk kreeg, had haar oudsten broer,
+die naar Nevers gekomen was, om zich te beklagen en dien men voor
+de deur van het klooster had laten staan, willen ontvangen. Maar
+hij vond haar moe en berustend, zij vroeg hem zelfs niet naar het
+nieuwe Lourdes, als was zij bang geweest voor die steeds grooter
+wordende stad. In het jaar der Kroning van de Heilige Maagd had een
+priester, dien zij opgedragen had te harer intentie voor de Grot
+te bidden, haar bij zijn terugkeer verteld van de onvergetelijke
+wonderen der plechtigheid, van de honderdduizenden toegestroomde
+pelgrims, van de vijf-en-dertig in het goud gekleede bisschoppen in
+de stralende Basilica. Zij rilde, een lichte huivering van verlangen
+en onrust doorvoer haar. En toen de priester uitriep: "O, als gij
+deze schittering gezien hadt!" antwoordde zij: "Ik? Ik had het hier
+veel beter in mijn klein hoekje van de ziekenzaal!"
+
+Men had haar haar wonder ontstolen, haar werk schitterde in een
+voortdurend hosanna, en zij vond slechts geluk in haar vergetelheid,
+in haar kloosterdonkerte, waarin de schatrijke eigenaars der Grot
+haar vergaten. De luid weerklinkende plechtigheden gaven haar geen
+aanleiding tot haar mysterieuze reizen, het kleine vogeltje van haar
+ziel vloog slechts op dagen van eenzaamheid, op vreedzame uren, wanneer
+niemand haar vrome oefeningen kon storen. Voor de oorspronkelijke
+woeste Grot ging zij dan neerknielen tusschen de wilde rozelaars,
+in den tijd, dat de Gave nog niet door een monumentale kade omgeven
+was. Vervolgens bezocht zij de oude stad bij het vallen van den dag in
+de geurige frischheid der bergen, bezocht zij de oude, beschilderde en
+vergulde half-Spaansche kerk, waarin zij haar eerste communie gedaan
+had, het oude Hospice, waarin zij gedurende acht jaar teruggetrokken
+geleefd had, die geheele oude, arme en onschuldige stad, waarvan
+iedere steen in haar ziel teedere, lieve herinneringen wekte.
+
+En zette Bernadette nooit de bedevaart van haar droomen voort tot
+Bartrès? Men moet aannemen, dat soms, wanneer zij, zittend in haar
+fauteuil, het een of ander godvruchtig boek uit haar moede handen
+vallen liet en haar oogen sloot, Bartrès voor haar verrees en den
+nacht van haar oogen verlichtte. De oude kleine Romaansche kerk met
+haar hemelkleurig schip, en haar bloedende altaarstukken stond dan te
+midden van de graven van het kleine kerkhof voor haar. Vervolgens vond
+zij zich terug in het huis der Lagües, in het groote vertrek links,
+waar het vuur was en waar men 's winters zulke mooie verhalen vertelde,
+terwijl de groote klok met ernstige slagen het uur aangaf. Daarna
+strekte het geheele landschap zich voor haar uit, eindelooze vlakten,
+reusachtige kastanjeboomen, waaronder bijna verdwaalde, eenzame
+plateaux, vanwaar men de verre bergen zag, den Pic du Midi, den Pic
+de Viscos, licht en rose als droomen, als het ware zich verliezend
+in het paradijs der legenden.
+
+En dan, dan rees haar vrije jeugd voor haar op, toen zij nog
+rondliep, waar zij wilde; haar dertien eenzame en droomende jaren,
+toen zij haar levenslust nog door de vrije natuur droeg. En zag zij
+zich op zoo'n oogenblik niet terug langs de beken, te midden van de
+hagedoornstruiken, in het hooge gras onder de warme Junizon? Zag zij
+zich er niet terug aan den arm van een vrijer van haar leeftijd, dien
+zij in al den eenvoud en al de teederheid van haar hart liefgehad zou
+hebben? O, weer jong te worden, vrij nog te zijn, onbekend, gelukkig,
+en weer, maar anders lief te hebben. Het visioen werd onduidelijk: een
+man, die haar aanbad, kinderen, die vroolijk om haar heen opgroeiden,
+het leven van iedereen, de vreugde en de droefheid, die haar ouders
+gekend hadden, die haar kinderen op hun beurt ook zouden leeren
+kennen. En langzamerhand verdween het visioen en vond zij zich weer
+terug in haar ziekenfauteuil, opgesloten tusschen vier koude muren,
+met niets dan het vurige verlangen, om maar gauw te sterven, omdat er
+voor haar in het armzalige, gewone geluk van deze aarde geen plaats
+was geweest.
+
+Met ieder jaar werd het lijden van Bernadette grooter. De
+lijdensgeschiedenis begon, de lijdensgeschiedenis van dezen nieuwen
+kind-Messias, die geboren was, om den ellendigen verlichting te
+schenken, die de menschheid den godsdienst verkondigen moest van
+goddelijke gerechtigheid, hun gelijkheid voor de wonderen, welke
+spotten met de meedoogenlooze natuur. Zij stond nog slechts op
+om zich gedurende enkele dagen van stoel tot stoel te sleepen en
+dan weer genoodzaakt te zijn het bed te houden. Haar lijden werd
+verschrikkelijk. Haar erfelijke nerveusiteit, haar asthma, dat door
+de klooster-afzondering erger geworden was, scheen in tering ontaard
+te zijn. Zij hoestte vreeselijk, aanvallen van hoest verscheurden
+haar brandende borst. Tot overmaat van ramp kreeg zij een beeneter
+in haar rechterknie, een wegvretende kwaal, waarvan het steken haar
+kreten van pijn ontrukte. Haar arm lichaam was onder de voortdurende
+verbanden niet veel meer dan een open wonde, die steeds geprikkeld
+werd door de warmte van het bed, dat aanhoudende liggen tusschen de
+lakens, waardoor haar huid op den langen duur geheel verteerd werd.
+
+Allen waren met medelijden vervuld, de getuigen van haar martelaarschap
+zeiden, dat men niet meer en ook niet heldhaftiger kon lijden. Zij
+probeerde Lourdeswater, dat haar echter in het geheel geen verlichting
+gaf. Heer, almachtig koning, waarom wel de genezing van anderen en niet
+de hare? Om haar ziel te redden? Maar waarom redt gij dan de zielen
+van de anderen niet? Welk een onverklaarbare keuze! Welk een absurde
+noodzakelijkheid, dat dit arme schepseltje moet lijden, tegenover de
+eeuwige evolutie der werelden! Zij snikte, zij herhaalde telkens weer,
+om zich moed in te spreken: "De hemel is aan het einde van mijn lijden,
+maar wat blijft het einde lang uit!" Steeds weer was het haar gedachte,
+dat het lijden de smeltkroes is, dat men op aarde moet lijden, om
+elders te triompheeren, dat lijden onmisbaar, benijdenswaardig, een
+zegen was. Is dat geen godslastering, Heer? Hebt gij dan noch jeugd
+noch vreugde geschapen? Wilt gij dan, dat uw schepselen niet genieten
+van uw zon, noch van uw natuur in feestdos, noch van de menschelijke
+liefde, waarmede gij hun lichaam hebt doen opbloeien? Zij was bang
+voor den opstand, die haar dikwijls tot woede bracht, zij wilde zich
+hardnekkig verzetten tegen de pijn, die haar lichaam schreeuwen deed,
+en in gedachte kruisigde zij zichzelf, strekte zij haar armen in
+kruisvorm uit, om één te worden met Jezus, haar ledematen tegen zijn
+ledematen, haar mond tegen zijn mond, druipend van bloed als hij,
+doordrenkt als hij met hartzeer. Jezus was in drie uur gestorven, zij,
+die de verlossing door lijden hernieuwde, die ook stierf om anderen
+het leven te brengen, had een nog langeren doodsstrijd. Wanneer haar
+beenderen kraakten in doodspijn, stiet zij dikwijls jammerklachten
+uit, die zij zich onmiddellijk daarna berouwde. "O, wat lijd ik, wat
+lijd ik, maar wat ben ik gelukkig te mogen lijden!" Er bestaat geen
+vreeselijker woord, geen afschuwelijker pessimisme. Gelukkig te mogen
+lijden, o Heer! En waarom? Met welk onbekend en dwaas doel? Waartoe die
+nuttelooze wreedheid, die schandelijke verheerlijking van het lijden,
+terwijl uit de geheele menschheid slechts één vurig verlangen opstijgt
+naar gezondheid en geluk?
+
+En in die vreeselijke martelingen legde zuster Marie-Bernard den
+22sten September 1878 haar kloostergelofte af. Twintig jaar was het
+nu geleden, dat de Heilige Maagd haar verschenen was, haar bezocht,
+zooals de Engel haar zelf bezocht had, haar uitverkoor, zooals
+zij zelf uitverkoren was onder de ootmoedigsten en reinsten, om in
+haar het geheim van koning Jezus te verbergen. Het was de mystieke
+verklaring van de uitverkiezing door het lijden, de bestaansreden zelf
+van dit arme wezen, dat zoo wreed van de andere gescheiden, door kwalen
+bezocht, het deerniswaardige slagveld van alle menschensmarten geworden
+was. Zij was de gesloten tuin, die de blikken van den Hemelschen
+Bruidegom zoo bekoort; hij had haar uitverkoren en daarna in den
+dood van haar verborgen leven begraven. Toen de ongelukkige onder de
+zwaarte van haar kruis wankelde, vroegen haar medezusters haar dan ook:
+"Ben je het dan vergeten? De Heilige Maagd heeft je beloofd, dat je
+gelukkig zult zijn niet in deze wereld, maar in de andere." En als tot
+nieuw leven gewekt en zich op het voorhoofd slaande, antwoordde zij:
+"Zou ik dat vergeten? Neen, neen!" Zij vond nog slechts kracht en
+steun in de illusie van een paradijs vol heerlijkheid, waarin zij,
+voor eeuwig gelukkig en begeleid door seraphijnen, binnentreden zou.
+
+De drie persoonlijke geheimen, die de Heilige Maagd haar had
+toevertrouwd, om haar tegen het lijden te wapenen, waren blijkbaar
+beloften van schoonheid, gelukzaligheid, onsterfelijkheid in den
+hemel. Welk een monsterachtig bedrog, indien aan gene zijde van
+het graf slechts de nacht der aarde geweest was, indien de Heilige
+Maagd zich niet te midden van de wonderbare beloofde belooningen op
+de afgesproken plaats bevonden had! Maar Bernadette twijfelde niet,
+zij aanvaardde gaarne alle kleine opdrachten, die haar medezusters in
+haar onschuld haar gaven voor den hemel: "Zuster Marie-Bernard, je moet
+dit, je moet dat aan den goeden God zeggen"... "Zuster Marie-Bernard,
+je moet mijn broer voor mij omhelzen, als je hem in het paradijs
+ontmoet"... "Zuster Marie-Bernard, je moet een klein plaatsje naast
+je bewaren voor mij, wanneer ik sterven zal." En allen antwoordde zij
+welwillend: "Weest niet bevreesd, ik zal uw opdracht uitvoeren!" O,
+almachtige illusie, zalige rust, eeuwige jonge en troostende kracht!
+
+En de eindstrijd kwam, en de dood kwam. Vrijdag 20 Maart 1879
+geloofde men, dat zij den nacht niet meer zou overleven. Zij had een
+wanhopig verlangen naar het graf, om niet meer behoeven te lijden,
+om in den hemel te kunnen opstaan. Halsstarrig weigerde zij dan ook
+het Heilige Oliesel; immers reeds tweemaal, zoo meende zij, had het
+Heilige Oliesel haar genezen. Zij wilde, dat God, eindelijk, haar
+zou laten sterven, want het was te veel, God zou God niet geweest
+zijn, indien hij van haar nog meer smart eischte. Toch stemde zij er
+eindelijk in toe bediend te worden en haar doodsstrijd werd er bijna
+drie weken door verlengd.
+
+De priester, die haar bijstond, zeide dikwijls tot haar:
+"Mijne dochter, men moet het offer van zijn leven brengen." Eens,
+ongeduldig, antwoordde zij hem: "Maar, eerwaarde vader, dat is toch
+geen offer!" Een vreeselijk woord, ook dit weer, want het was de
+walging voor het leven, de woedende minachting voor het bestaan,
+het onmiddellijk einde der menschheid, indien deze de macht had zich
+met een gebaar te vernietigen. Het is waar, dat dit meisje niets
+achterliet, waarnaar zij terugverlangen zou; men had alles uit haar
+leven verwijderd, gezondheid, vreugde, liefde, opdat zij het zou
+verlaten, zooals men een afgesleten en vuile lap linnen weggooit. Zij
+had gelijk, zij verdoemde haar nutteloos, haar wreed leven, wanneer
+zij zeide: "Mijn lijdensgeschiedenis zal pas eindigen bij mijn dood en
+zal voor mij duren tot mijn ingaan in de eeuwigheid." En die gedachte
+aan haar lijdensgeschiedenis vervolgde haar, klonk haar nog vaster
+aan het kruis met haar goddelijken Meester. Zij had zich een groot
+crucifix laten geven, drukte het heftig tegen haar maagdelijke borst
+en schreeuwde, dat zij het in haar boezem wilde boren, opdat het daar
+eeuwig zou blijven.
+
+Tegen het einde begaven haar krachten haar, kon zij het niet meer in
+haar bevende handen houden. "Bind het aan mij vast, goed, stevig vast,
+opdat ik het tot in mijn laatsten ademtocht voel." Dit was de eenige
+man, die haar maagdelijkheid zou kennen, de eenige kus, die aan haar
+onnut, van den natuurlijken weg afgeleid moederschap gegeven werd. De
+nonnen namen touwen, deden die om haar pijnlijke lendenen, bonden ze
+om haar onvruchtbaren schoot, trokken het crucifix zoo sterk aan op
+haar boezem, dat het erin drong.
+
+Eindelijk had de dood medelijden, Paaschmaandag kreeg zij vreeselijke
+rillingen. Hallucinaties kwelden haar, zij klappertandde van angst,
+zag den duivel grijnslachen en om haar rondsluipen. "Ga weg van mij,
+Satan, raak mij niet aan, neem mij niet mede!" Dan vertelde zij in
+haar ijlen, dat de duivel zich op haar had willen werpen, dat zijn
+mond alle vlammen der hel op haar geblazen had. De duivel in dit zoo
+reine leven, in deze zondelooze en smettelooze ziel! Waarom toch, o
+Heer? En nogmaals, waarom dit lijden zonder genade, dit tot het einde
+toe op de spits gedreven lijden, waarom dit einde in booze droomen,
+waarom deze dood, gekweld door afschuwelijke waanvoorstellingen,
+na een zoo mooi, zoo rein, zoo schuldeloos leven?
+
+Kon zij niet kalm, in den vrede van haar kuische ziel
+inslapen? Ongetwijfeld moest haar, zoolang zij nog één ademtocht
+bezat, bijblijven de haat en de vrees van het leven, dat de duivel
+is. Het was het leven, dat haar bedreigde, het was het leven, dat
+zij van zich joeg, evenals zij het leven verloochend had door haar
+gemartelde, aan het kruis geklonken maagdelijkheid te bewaren voor
+den Hemelschen Bruidegom. Dat dogma der Onbevlekte Ontvangenis,
+dat haar droom van ziekelijk meisje was komen versterken en komen
+bekrachtigen, geeselde de vrouw, echtgenoote en moeder. Te decreteeren,
+dat de vrouw slechts de vereering waard is, wanneer zij maagd blijft,
+een vrouw uit te denken, die maagd blijft, terwijl zij moeder wordt,
+en die zelf zonder zonde geboren is, is dat niet het honen van de
+natuur, het verdoemen van het leven, het verloochenen en miskennen
+van de vrouw, haar prijs geven aan den ondergang, haar, die slechts
+groot is, als zij bevrucht is en het leven voortplant. "Ga weg van
+mij, Satan, ga weg van mij, laat mij onvruchtbaar sterven!" En zij
+verjoeg de zon uit de zaal, en zij verjoeg de frissche lucht, die
+door het raam binnenstroomde, de lucht, doorbalsemd van bloemengeur,
+zwaar van kiemen, die de liefde door de wijde wereld dragen.
+
+Den Woensdag na Paschen, den 16den April, begon de laatste
+doodsstrijd. Men vertelt, dat op den ochtend van dien dag een
+medezuster van Bernadette, een non, die, door een doodelijke ziekte
+aangetast, in een bed naast haar op de ziekenzaal lag, plotseling
+genezen werd, na een glas Lourdeswater gedronken te hebben. Zij,
+de uitverkorene, had het zonder baat gedronken. God verleende haar
+eindelijk de groote gunst haar wensch te verhooren door haar in
+te doen slapen in den goeden slaap der aarde, waarin men niet meer
+lijdt. Zij vroeg vergiffenis aan iedereen. Haar lijden was volbracht,
+zij had evenals de Verlosser, spijkers en de doornenkroon, gegeeselde
+ledematen en open lendenen. Evenals hij, sloeg zij haar oogen ten
+hemel, strekte zij haar armen uit in den vorm van een kruis en stiet
+een grooten kreet uit: "Mijn God!" En evenals hij, zeide zij tegen
+drie uur: "Mij dorst!" Zij bevochtigde haar lippen in het glas,
+boog het hoofd en stierf.
+
+Zoo stierf, glorierijk en heilig, de zieneres van Lourdes, Bernadette
+Soubirous, zuster Marie-Bernard van de barmhartige zusters van
+Nevers. Haar lijk bleef drie dagen lang op een praalbed liggen,
+ontelbare scharen liepen er langs, de eindelooze menigte vromen,
+die hongerden en dorstten naar hoop en tegen het kleed der doode
+munten, rozenkransen, plaatjes, misboeken wreven, om nog een genade
+van haar te verkrijgen, een fetisch, die geluk aanbracht. Zelfs
+in den dood kon men haar niet met rust laten; de drom ellendigen
+van deze wereld drong om haar heen, dronk om haar kist de illusie
+in. Men bemerkte, dat haar linkeroog steeds open gebleven was, het
+oog, dat zich gedurende de verschijningen aan de zijde der Heilige
+Maagd bevond. Een laatste wonder deed het klooster verbaasd staan,
+het lijk veranderde niet, men begroef het den derden dag nog lenig,
+warm, met rose lippen en witblanke huid, als verjongd en geurig. Thans
+slaapt Bernadette Soubirous, de groote bannelinge van Lourdes, terwijl
+de Grot schittert en triompheert, haar laatsten slaap in het klooster
+St. Gildard onder den steen van een kleine kapel, in de schaduw en
+de stilte der oude boomen van den tuin.
+
+Pierre hield op met spreken, het mooie wonderverhaal was uit. De
+geheele wagon luisterde nog steeds in de hartstochtelijke ontroering
+van dit zoo tragische en treffende einde. Tranen van medelijden
+vloeiden uit Marie's oogen, terwijl de anderen, Elise Rouquet,
+ja zelfs la Grivotte, die een weinig kalmer geworden was, haar
+handen vouwden en haar, die bij den goeden God was, baden om haar
+bemiddeling voor haar verder herstel. Mijnheer Sabathier maakte het
+teeken des kruises en at dan de koek, die zijn vrouw te Poitiers
+voor hem gekocht had. Mijnheer de Guersaint, die niet van treurige
+verhalen hield, was weer in slaap gevallen. Slechts madame Vincent,
+die haar hoofd in het kussen gedrukt had, was onbeweeglijk blijven
+liggen, als had zij, doof en blind, niets willen hooren of zien.
+
+De trein rolde nog voort, nog steeds voort. Madame de Jonquière,
+die even haar hoofd buiten het raampje gestoken had, zeide dat ze
+Etampes naderden. Toen men dit station verlaten had, werd het derde
+Paternoster gebeden, de vijf glorierijke mysteriën: de Opstanding
+van Jezus Christus, de Hemelvaart van Jezus Christus, de uitstorting
+van den Heiligen Geest, Maria Hemelvaart en de Kroning der Heilige
+Maagd. Vervolgens zong men het lied: "Ik stel mijn vertrouwen in Uw
+hulp, o Heilige Maagd..."
+
+Nu verzonk Pierre in een diep gepeins. Zijn blikken hadden zich op
+het thans bezonde landschap gericht, welker voortdurende vlucht zijn
+gedachten scheen te wiegen. Het dreunen der wielen bracht hem in een
+zekere verdooving, hij onderscheidde niet duidelijk meer de hem zoo
+vertrouwde horizonten van dit groote buitengebied, dat hij vroeger
+zoo goed gekend had. Nu nog Brétigny, dan Juvisy, en eindelijk na nog
+anderhalf uur Parijs. Zij was dus ten einde, deze groote reis! Zij
+waren dus achter den rug, dat zoo vurig verlangde onderzoek, die zoo
+hartstochtelijk beproefde poging! Hij had zekerheid voor zichzelf
+willen hebben, had ter plaatse het geval van Bernadette willen
+bestudeeren, had willen zien of niet de genade als in een donderslag
+tot hem terugkeeren en hem zijn geloof hergeven zou. En nu had hij
+zekerheid. Bernadette had in de voortdurende marteling van haar vleesch
+gedroomd, en hij zelf zou nooit meer gelooven. Dat drong zich aan hem
+op met de brutaliteit van een feit: het naïeve geloof van het kind,
+dat neerknielt en bidt, het primitieve geloof van jonge volken, gebukt
+onder de heilige vrees van hun onwetendheid, was gestorven. Duizenden
+pelgrims mochten zich jaarlijks naar Lourdes begeven, de volkeren
+waren niet meer met hen, de poging, om het ongeschokte geloof, het
+geloof van de gestorven eeuwen, het geloof zonder verzet en zonder
+onderzoek te doen herleven, was tot mislukking gedoemd.
+
+De geschiedenis beweegt zich niet achterwaarts, de menschheid kan niet
+terugkeeren tot haar kindsheid, de tijden zijn te zeer veranderd, te
+veel nieuw zaad is gestrooid, te nieuwe oogsten zijn binnengehaald,
+dan dat de menschen van heden kunnen opgroeien als de menschen van
+vroeger. Het was beslist: Lourdes was een zeer goed te verklaren
+bijkomende omstandigheid, wier heftige reactie een nieuw bewijs leverde
+voor den laatsten doodsstrijd, waarin zich het geloof in den antieken
+vorm van het Katholicisme samenkromp. Nooit zou de geheele natie,
+zooals de oude geloovige natie in de kathedralen der twaalfde eeuw,
+meer neerknielen als een onder de handen van den Meester gedweeë
+kudde. Dit met alle geweld te willen zou zijn zich te pletter loopen
+tegen het onmogelijke, zou de grootste moreele catastrophe ten gevolge
+kunnen hebben.
+
+Van zijn reis hield Pierre niets over dan een eindeloos
+medelijden. Zijn hart stroomde ervan over, gemarteld keerde zijn arm
+hart ervan terug. Hij herinnerde zich de woorden van dien goeden
+abbé Judaine; hij had die duizenden ongelukkigen zien bidden en
+snikken, God zien smeeken erbarmen te hebben met hun marteling; hij
+had met hen gesnikt en als een open wonde bewaarde hij in zich het
+broederlijk medelijden met al hun smarten. Hij kon dan ook niet aan
+die arme menschen denken zonder het brandend verlangen in zich te
+voelen opkomen hun verlichting te schenken. Wanneer het geloof der
+eenvoudigen van geest niet voldoende meer was, wanneer men gevaar
+liep te verdwalen, als men achterwaarts wilde, zou men dan de Grot
+moeten sluiten, een nieuwe krachtsinspanning, een nieuw geduld moeten
+prediken? Maar daar verzette zijn medelijden zich tegen. Neen, neen,
+het zou een misdaad zijn den droom van hun hemel te sluiten voor deze
+lijdenden naar ziel en lichaam, wier eenige verlichting daarin bestond,
+dat zij daar konden neerknielen in den gloed der kaarsen, in de rust
+gevende tonen der koralen. Hij zelf had niet den moord gepleegd om
+Marie van haar dwaling te genezen, hij had zich opgeofferd om haar
+de vreugde van haar waan, den goddelijken steun te laten, genezen
+te zijn door de Heilige Maagd. Waar was de hardvochtige man, die de
+wreedheid bezitten zou om de armen te beletten te gelooven, om in hen
+de vertroosting van het bovennatuurlijke, de hoop, dat God zich met hen
+inliet, een beter leven voor hen in zijn paradijs bewaarde, te dooden?
+
+De geheele menschheid weende, radeloos gelijk aan een ten doode
+gedoemde zieke, die alleen het wonder zou kunnen redden. Hij voelde,
+hoe ongelukkig zij was, hij huiverde van broederlijk en liefdevol
+medelijden tegenover dat jammerlijke Christendom, den ootmoed, de
+onwetendheid, de armoede met haar lompen, de ziekte met haar wonden
+en haar muffen stank, dat heele volk van lijders in het ziekenhuis,
+in het klooster, in de krotten, het ongedierte, de onreinheid, de
+leelijkheid, de stompzinnigheid der gezichten, wat alles te zamen in
+den triomphantelijken naam van rechtvaardigheid, gelijkheid en goedheid
+één ontzaglijk protest vormde tegen gezondheid, leven en natuur. Neen,
+neen, men mocht de ongelukkigen niet tot wanhoop brengen, men moest
+Lourdes dulden, zooals men den leugen duldt, die helpt om te leven. En
+zooals hij het in de kamer van Bernadette gezegd had, zij bleef de
+martelares, zij openbaarde hem den eenigen godsdienst, waarvan zijn
+hart nog vol was, den godsdienst der lijdende menschheid. O, goed zijn,
+alle wonden verbinden, den smart in een droom wiegen, liegen zelfs,
+opdat niemand meer lijden zou!
+
+In volle vaart reden zij een dorp door en Pierre zag als in een
+schim te midden van groote appelboomen een kerk. Alle pelgrims
+maakten het teeken des kruises. Maar hij werd door een gevoel
+van onrust aangegrepen, wroeging bracht iets als angst in zijn
+overpeinzing. Was die godsdienst van het menschelijk lijden, die
+verlossing door lijden ook geen bedriegelijk lokaas, een voortgezette
+verergering van de smart en van de ellende. Het is laf en gevaarlijk
+het bijgeloof te laten leven. Het te dulden, het te aanvaarden staat
+gelijk met telkens opnieuw de slechte eeuwen weer te beginnen. Het
+maakt zwak, maakt dom, de vrome gebreken, die overerfelijk zijn,
+verwekken vernederde en vreesachtige geslachten, ontaarde en gedweeë
+volkeren, een makkelijke buit voor de machtigen dezer aarde. Men buit
+de volkeren uit, men besteelt ze, men verslindt ze, wanneer zij de
+inspanning van hun wilskracht alleen richten op de verovering van het
+leven hiernamaals. Was het dan maar niet beter onmiddellijk den moed
+te hebben het mes te zetten in de wonde der menschheid, de Grotten
+te sluiten, waarin zij gaat snikken, en haar aldus den moed te geven
+het werkelijke leven te leven, al moet het dan in tranen zijn? En dat
+bidden, die vloed van aanhoudende gebeden, welke uit Lourdes opstegen,
+het eindeloos smeeken, dat daar zijn oogen vochtig had doen worden
+en week gemaakt had, was dat misschien iets anders dan een kinderlijk
+in slaap wiegen, dan een verbasteren van alle energie?
+
+De wilskracht sliep erin, het wezen zelf loste er zich op,
+kreeg er een walg van het leven, van de daad. Waarom te willen,
+waarom te handelen, wanneer men zich geheel verlaat op de luim
+van een onbekende almacht? En aan den anderen kant hoe zonderling
+dat krankzinnig verlangen naar wonderen, die drang om God te
+dwingen de natuurwetten, die hij zelf in zijn oneindige wijsheid
+vastgesteld heeft, te overschrijden! Daarin lag het groote gevaar en
+het onverstand; men mocht bij den mensch, en vooral bij het kind,
+slechts de persoonlijke energie en den moed, om de waarheid onder
+de oogen te zien, ontwikkelen, op gevaar af daardoor de illusie,
+de goddelijke troosteresse, te verliezen.
+
+Nu rees een groot licht in Pierre op en verblindde hem. Hij was de
+rede, het verstand, hij protesteerde tegen de verheerlijking van het
+absurde en de ontaarding van het gezonde menschenverstand. O, hij leed
+door zijn rede, maar was ook alleen door zijn rede gelukkig. Zooals hij
+tegen dr. Chassaigne gezegd had, hij brandde slechts van verlangen
+om haar steeds meer te bevredigen, zelfs al kostte het hem zijn
+geluk. Zij was het, hij zag het nu duidelijk in, zij was het, wier
+voortdurend verzet in de Grot, in de Basilica, in geheel Lourdes hem
+belet had te gelooven. Hij had haar niet kunnen dooden, hij had zich
+niet kunnen verootmoedigen en in het stof werpen, zooals zijn oude
+vriend, de tegen den grond geslingerde grijsaard, die in het ongeluk
+van zijn hart weer kind geworden was. Zij was de opperste meesteres,
+zij hield hem staande zelfs te midden van de duisternissen en de
+mislukkingen der wetenschap. Wanneer hij zich iets niet verklaren
+kon, fluisterde zij hem in: "Er bestaat ongetwijfeld een natuurlijke
+verklaring, doch die u thans ontgaat!"
+
+Hij herhaalde telkens weer voor zichzelf, dat men geen werkelijk
+gezond ideaal kan hebben buiten de langzame overwinning der rede
+te midden van de ellenden van lichaam en geest. Hij, de priester,
+was in staat zijn leven te verwoesten, om in den strijd van zijn
+herediteit--zijn vader geheel hersens, zijn moeder geheel geloof--zijn
+eed te houden. Hij had de kracht gehad zijn vleesch in toom te houden,
+af te zien van de vrouw, maar hij voelde heel goed, dat zijn vader
+ten slotte de overwinning behalen zou, want het was hem van nu af aan
+onmogelijk zijn rede ten offer te brengen; daarvan zou hij niet afzien,
+die zou hij niet in toom kunnen houden. Neen, neen, het menschelijk
+lijden zelf, het heilige lijden der armen mocht geen hinderpaal zijn,
+mocht geen noodzakelijkheid voor onwetendheid en dwaasheid vormen. De
+rede voor alles, er was geen heil, geen redding dan in haar. Als hij,
+badend in tranen, en week gemaakt door zooveel lijden, te Lourdes
+gezegd had, dat het onvoldoende was te vreezen en lief te hebben,
+dan had hij zich gevaarlijk vergist. Het medelijden was slechts een
+makkelijk hulpmiddeltje. Men moest leven, men moest handelen, de rede
+moest het lijden bestrijden, als men dat niet eeuwig bestendigen wilde.
+
+Weer rees in de snelle vlucht van het landschap een kerk op, ditmaal
+aan den horizont van den hemel, de een of andere geloftekapel, waarop
+een hoog beeld der Heilige Maagd stond. En weer maakten de pelgrims
+het teeken des kruises. En weer kwamen de overpeinzingen van Pierre
+op een andere baan, gaf een nieuwe vloed van gedachten hem terug aan
+zijn angst. Wat was toch dat dringende verlangen naar het hiernamaals,
+dat de lijdende menschheid martelde? Vanwaar kwam het? Waarom wilde
+men gelijkheid, rechtvaardigheid, daar die dingen toch niet schenen te
+behooren bij de ongevoelige natuur? De mensch had ze gebracht in het
+onbekende van het mysterie, in het bovennatuurlijke van religieuze
+paradijzen, en daar leschte hij zijn brandenden dorst. Steeds had
+de onleschbare dorst naar geluk hem gekweld, steeds zou hij hem
+blijven kwellen.
+
+Dat de paters van de Grot zulke schitterende zaken maakten, kwam
+alleen, omdat zij iets van het goddelijke verkochten. Die dorst naar
+het goddelijke, welke in den loop der eeuwen door niets gelescht
+had kunnen worden, scheen aan het einde van onze wetenschappelijke
+eeuw met nieuwe kracht op te komen. Lourdes was het luid sprekende,
+het onloochenbare voorbeeld, dat de mensch misschien nooit den droom
+van een almachtig God, die de gelijkheid herstelt en door wonderen
+het geluk opnieuw schept, zou kunnen ontberen. Wanneer de mensch den
+bodem van het ongeluk, om te leven, bereikt heeft, keert hij weer terug
+tot de goddelijke illusie; hierop immers rust de grondslag van alle
+godsdiensten, dat de zwakke en naakte mensch niet de kracht heeft
+zijn aardsche ellende zonder den eeuwigen leugen van een paradijs
+te doorstaan. Thans was de proef genomen: de wetenschap alleen was
+blijkbaar niet voldoende, men zou een deur moeten open laten voor
+het mysterie.
+
+Plotseling klonk het groote woord in de hersens van den in diep gepeins
+verzonken Pierre. Een nieuwe godsdienst! Die deur, welke men voor het
+mysterie had moeten openlaten, was, alles bij elkaar genomen, een
+nieuwe godsdienst. De menschheid ruwweg van haar droom te genezen,
+haar met geweld het wonderbare, waaraan zij evenveel behoefte had
+als aan brood, om te kunnen leven, te ontnemen zou misschien gelijk
+staan met haar te dooden. Zou zij ooit den wijsgeerigen moed hebben
+het leven zóó op te vatten als het is, het voor zichzelf te leven
+zonder het denkbeeld van toekomstige straffen en belooningen? Het
+scheen wel, als zouden eeuwen verloopen, voordat de maatschappij
+verstandig genoeg zou zijn, om zonder de moreele politie van den een
+of anderen eeredienst, zonder een troost van een bovenmenschelijke
+gelijkheid en rechtvaardigheid te leven. Ja een nieuwe godsdienst,
+het klonk en weerklonk in hem als de kreet zelf der volkeren, als
+de begeerige en wanhopige behoefte der moderne ziel. De troost,
+de hoop, die het Katholicisme aan de wereld gegeven had, scheen na
+achttien eeuwen van geschiedenis, na zooveel tranen, zooveel bloed,
+zooveel barbaarsche beroeringen uitgeput te zijn. Het was een illusie,
+die wegging, en men moest er tenminste een illusie voor in de plaats
+geven. Dat men zich eens in het Christelijk paradijs geworpen had, kwam
+alleen, omdat het zich toen opende als de jonge hoop en verwachting.
+
+Een nieuwe godsdienst, een nieuwe hoop, een nieuw paradijs, ja,
+daarnaar dorstte de wereld in de ellende, waaronder zij samenkromp. En
+pater Fourcade voelde dat heel goed, hij bedoelde niets anders, toen
+hij in zijn onrust smeekte, dat men het volk der groote steden, de
+groote massa van het volk, dat de natie vormt, naar Lourdes brengen
+zou. Honderdduizend, tweehonderdduizend pelgrims per jaar te Lourdes,
+was nog niet meer dan een zandkorreltje. Het volk, het geheele volk
+zou moeten komen. Maar het volk had de kerken voor altijd verlaten,
+het legt zelfs zijn ziel niet meer in de Heilige Maagden, die het
+vervaardigt, niets zou het zijn verloren geloof kunnen teruggeven. Een
+Katholieke democratie, o, de geschiedenis zou opnieuw beginnen. Maar
+zou die stichting van een nieuw Christelijk volk mogelijk zijn? Zou
+daarvoor niet de komst van een nieuwen Verlosser, de levenwekkende
+adem van een tweeden Messias noodig zijn?
+
+De woorden klonken luider, klonken steeds luider als was het
+klokgelui, in Pierre's overpeinzingen. Een nieuwe godsdienst! Een
+nieuwe godsdienst! Hij moest natuurlijk dichter bij het leven
+staan, een grootere plaats inruimen aan de aarde, zich aanpassen
+bij de verkregen waarheden. En vooral een godsdienst, die geen
+verlangen naar den dood kweekte. Bernadette, die slechts leefde,
+om te sterven, dr. Chassaigne, die naar den dood snakte als naar
+het eenige geluk, die geheele spiritualistische overgave was niets
+dan één aanhoudende desorganisatie van den wil om te leven. Aan het
+einde daarvan was de levenshaat, de walging voor, de verlamming
+van de daad. Iedere godsdienst is ontegenzeggelijk slechts een
+belofte van onsterfelijkheid, een vermooiïng van het hiernamaals,
+de toovertuin van den dag naar den dood. Zou een nieuwe godsdienst
+ooit dien tuin van eeuwig geluk op de aarde kunnen brengen? Waar was
+dan de formule, waar was het dogma, dat de hoop der tegenwoordige
+menschen in vervulling zou doen gaan? Welk geloof moest men zaaien,
+dat het zou opschieten tot een oogst van kracht en vrede? Hoe zou
+men den algemeenen twijfel kunnen bevruchten, opdat hij het leven
+zou kunnen geven aan een nieuw geloof, en welk soort illusie, welke
+goddelijke leugen zou nog kunnen kiemen in de tegenwoordige, aan alle
+kanten verwoeste, door een eeuw van wetenschap omgespitte aarde?
+
+Op dat oogenblik zag Pierre, zonder eenigen zichtbaren overgang, op
+den onduidelijken achtergrond van zijn overpeinzingen de gestalte van
+zijn broer Guillaume oprijzen. Hij was er echter niet door verbaasd,
+een geheime band bracht hem schijnbaar hierheen. Hoe hadden zij
+elkaar niet liefgehad, en wat een goede en vriendelijke broer was hij
+geweest! Daarna was een volkomen breuk gevolgd, hij had hem niet meer
+gezien, sinds hij zich opgesloten had in zijn scheikundige studiën
+en afgezonderd in een klein huisje in de voorstad met een maîtresse
+en twee groote honden leefde. Dan nam zijn gepeins nog een andere
+richting; hij dacht aan het proces, waarin de naam van Guillaume
+genoemd was als verdacht vriendschappelijke betrekkingen te onderhouden
+met de revolutionnairen. Men vertelde, dat hij na lange onderzoekingen
+de formule ontdekt had van een vreeselijke springstof, waarvan één pond
+voldoende zou zijn om een kathedraal in de lucht te doen vliegen. En
+nu dacht Pierre aan die anarchisten, welke de wereld wilden hernieuwen
+en redden, door haar te verwoesten. Het waren slechts droomers, en
+weliswaar vreeselijke droomers, maar droomers, zooals de onschuldige
+pelgrims, wier extatischen troep hij voor de Grot had zien neerknielen.
+
+Als de anarchisten en de uiterste socialisten gewelddadig de gelijkheid
+in rijkdom, de gemeenschappelijke verdeeling van de goederen dezer
+wereld vroegen, de pelgrims eischten met tranen de gelijkheid in
+gezondheid, een rechtvaardige verdeeling van moreelen en physieken
+vrede. Dezen rekenden op het wonder, de anderen namen hun toevlucht
+tot ruw geweld. In den grond der zaak was het dezelfde overprikkelde
+droom van broederschap en gerechtigheid, het eeuwige verlangen naar
+geluk, geen armen meer, geen zieken meer, allen gelukkig. Waren
+in de oude tijden de eerste Christenen ook geen revolutionnairen
+geweest voor de heidensche wereld, die zij bedreigden en ten slotte
+verwoest hebben? Zij, die men toen vervolgd heeft, die men getracht
+heeft uit te roeien, zijn thans ongevaarlijk, omdat zij het verleden
+geworden zijn. De angstaanjagende toekomst is steeds de mensch, die
+van de komende maatschappij droomt; thans is het de in den waan der
+maatschappelijke hernieuwing bevangene, die den grootschen, donkeren
+droom droomt alles door de vlam van branden te kunnen reinigen. Dat
+was monsterachtig. En toch, wie kon zeggen, of daarin niet de verjongde
+wereld van morgen lag?
+
+En verdoofd, in onzekerheid wegzinkend, maakte Pierre, ondanks
+zijn afschuw voor geweld, gemeene zaak met de oude maatschappij,
+die zich verdedigde, zonder te kunnen zeggen, wanneer de Messias van
+zachtmoedigheid komen zou, in wiens handen hij met gerustheid de arme,
+zieke menschheid zou durven leggen. Een nieuwe godsdienst, ja, een
+nieuwe godsdienst! Maar het is niet makkelijk er een uit te denken;
+hij bleef in onzekerheid wat hij kiezen moest: het oude geloof, dat
+gestorven was, of het jonge geloof van morgen, dat nog geboren moest
+worden. In zijn diepe droefheid was hij er voor zichzelf niet zeker
+van, of hij zijn eed zou kunnen houden, hij, priester zonder geloof,
+die waken moest over het geloof van anderen, die kuisch en eerlijk
+zijn ambt vervult in den droeven trots, dat hij geen afstand had
+kunnen doen van zijn rede, zooals hij afstand gedaan had van zijn
+vleesch. Hij zou afwachten.
+
+De trein rolde voort tusschen groote parken, de locomotief floot
+met een lange fanfare van jubel, die Pierre uit zijn overpeinzingen
+rukte. Om hem kwam de wagon in beweging en opwinding. Men had Juvisy
+achter den rug, nog een half uur en zij waren in Parijs. Toen zuster
+Hyacinthe in haar handen geklapt had, hief de geheele wagon het
+Te Deum, het dank- en loflied aan: "Te Deum laudamus, te Dominum
+confitemur..." De stemmen klonken op met een laatste oplaaiïng
+van geloofsijver, al deze gloeiende zielen dankten God voor de
+wonderbare reis, voor de heerlijke bewijzen van genade, waarmede hij
+hen overstelpt had en nog overstelpen zou.
+
+De fortificaties! In den wijden, reinen, helder-warmen hemel daalde
+langzaam de twee-uur-zon. Boven het reusachtige Parijs verhieven
+zich fijne, roodachtige dampen in lichte wolken, een dikke, golvende
+adem van een aan het werk zijnden kolos. Het was Parijs met zijn
+werkplaatsen, Parijs met zijn hartstochten, zijn strijd, zijn steeds
+rommelenden donder, zijn gloeiend leven, dat steeds nieuw leven
+wekt. En de witte trein, de jammerlijke trein van lijden en ellende,
+reed er in volle vaart binnen met de steeds luider klinkende, steeds
+meer de lucht verscheurende fanfare van zijn gefluit. De vijfhonderd
+pelgrims en de driehonderd zieken zouden er zich verspreiden en weer
+neervallen op het harde plaveisel van hun bestaan; zij ontwaakten dan
+uit den wonderbaren droom, dien zij gedroomd hadden, tot den dag,
+waarop het troostende verlangen van een nieuwen droom hen dwingen
+zou de eeuwige bedevaart naar het mysterie en naar de vergetelheid
+opnieuw te beginnen.
+
+O, treurige menschen, arme zieke, naar illusie hongerende menschheid,
+die, in de verslapping van deze ten einde spoedende eeuw, radeloos
+en ziek, omdat zij te gulzig te veel wetenschap verslonden heeft,
+zich opgegeven acht door de geneesheeren van ziel en lichaam en in
+groot gevaar verkeert om te bezwijken aan de ongeneeslijke kwaal,
+en nu achteruit wil en het wonder van haar genezing vraagt aan
+de mystieke Lourdes van een voor altijd gestorven verleden! Daar
+ginds is Bernadette, de nieuwe Messias van het lijden, Bernadette,
+zoo roerend in haar menschelijke werkelijkheid, de vreeselijke les,
+het van de wereld afgesneden, het tot verzaking en tot eenzaamheid
+gedoemde slachtoffer, de ten dood gewijde, aan wie het recht ontzegd
+was vrouw, echtgenoote en moeder te zijn, omdat door haar was gezien
+de Heilige Maagd.
+
+
+
+ EINDE.
+
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Spaar, O Heer, spaar Uw volk...
+
+[2] Ik geloof in den eenigen God.
+
+[3] Heer, erbarm u...
+
+[4] Christus, verhoor ons.
+
+[5] Bid voor ons, heilige Moeder Gods.
+
+[6] Moge God u door deze heilige zalving en door zijn zeer heilige
+genade u vergeven al wat gij gezondigd hebt door uw gezicht, uw gehoor,
+uw reuk, uw smaak, uw aanraking.
+
+[7] Bid voor ons, heilige Moeder Gods, opdat wij de beloften van
+Christus waardig worden.
+
+[8] Negendaagsche godsdienstoefening om zekere genade te verkrijgen.
+
+[9] Verlamming van het onderste gedeelte van het lichaam.
+
+[10] Wees gegroet, ster der zee. Beginwoorden van een kerklied.
+
+[11] Eetzaal.
+
+[12] Een soort lepra.
+
+[13] Iemand, die het nuttigheidsbeginsel als drijfveer en einddoel
+der menschelijke handelingen beschouwt.
+
+[14] Weggemoffeld, weggetooverd.
+
+[15] Loof, Sion, den Verlosser!
+
+[16] Mijn ziel verheerlijkt den Heer.
+
+[17] En mijn geest heeft gejuicht in God, mijn redder.
+
+[18] Hij heeft de machtigen vernederd en de nederigen verhoogd.
+
+[19] Zooals hij gesproken heeft tot onze vaderen, tot Abraham en zijn
+zaad in eeuwigheid.
+
+[20] Toestand van levensgevaarlijke slaapzucht.
+
+[21] "Looft, looft Maria!"
+
+[22] Negendaagsche godsdienstoefening in afzondering, om een bepaalde
+genade te verkrijgen.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De drie steden: Lourdes, by Émile Zola
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DRIE STEDEN: LOURDES ***
+
+***** This file should be named 56760-0.txt or 56760-0.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/5/6/7/6/56760/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions will
+be renamed.
+
+Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
+law means that no one owns a United States copyright in these works,
+so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
+States without permission and without paying copyright
+royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
+of this license, apply to copying and distributing Project
+Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
+concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
+and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
+specific permission. If you do not charge anything for copies of this
+eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
+for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
+performances and research. They may be modified and printed and given
+away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
+not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
+trademark license, especially commercial redistribution.
+
+START: FULL LICENSE
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
+Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
+www.gutenberg.org/license.
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
+Gutenberg-tm electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or
+destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
+possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
+Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
+by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
+person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
+1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
+agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
+electronic works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
+Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
+of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
+works in the collection are in the public domain in the United
+States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
+United States and you are located in the United States, we do not
+claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
+displaying or creating derivative works based on the work as long as
+all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
+that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
+free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
+works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
+Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
+comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
+same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
+you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
+in a constant state of change. If you are outside the United States,
+check the laws of your country in addition to the terms of this
+agreement before downloading, copying, displaying, performing,
+distributing or creating derivative works based on this work or any
+other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
+representations concerning the copyright status of any work in any
+country outside the United States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
+immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
+prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
+on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
+phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
+performed, viewed, copied or distributed:
+
+ This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
+ most other parts of the world at no cost and with almost no
+ restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
+ under the terms of the Project Gutenberg License included with this
+ eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
+ United States, you'll have to check the laws of the country where you
+ are located before using this ebook.
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
+derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
+contain a notice indicating that it is posted with permission of the
+copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
+the United States without paying any fees or charges. If you are
+redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
+Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
+either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
+obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
+trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
+additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
+will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
+posted with the permission of the copyright holder found at the
+beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
+any word processing or hypertext form. However, if you provide access
+to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
+other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
+version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
+(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
+to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
+of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
+Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
+full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
+provided that
+
+* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
+ to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
+ agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
+ within 60 days following each date on which you prepare (or are
+ legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
+ payments should be clearly marked as such and sent to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
+ Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
+ Literary Archive Foundation."
+
+* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or destroy all
+ copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
+ all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
+ works.
+
+* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
+ any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
+ receipt of the work.
+
+* You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
+Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
+are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
+from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
+Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
+trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
+Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
+electronic works, and the medium on which they may be stored, may
+contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
+or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
+intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
+other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
+cannot be read by your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium
+with your written explanation. The person or entity that provided you
+with the defective work may elect to provide a replacement copy in
+lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
+or entity providing it to you may choose to give you a second
+opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
+the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
+without further opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
+OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
+LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of
+damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
+violates the law of the state applicable to this agreement, the
+agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
+limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
+unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
+remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
+accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
+production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
+electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
+including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
+the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
+or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
+additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
+Defect you cause.
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of
+computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
+exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
+from people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
+generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
+Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
+www.gutenberg.org
+
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
+U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
+mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
+volunteers and employees are scattered throughout numerous
+locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
+Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
+date contact information can be found at the Foundation's web site and
+official page at www.gutenberg.org/contact
+
+For additional contact information:
+
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
+DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
+state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations. To
+donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
+Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
+freely shared with anyone. For forty years, he produced and
+distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
+volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
+the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
+necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
+edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search
+facility: www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/56760-0.zip b/56760-0.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b1525e1 --- /dev/null +++ b/56760-0.zip diff --git a/56760-h.zip b/56760-h.zip Binary files differindex 1f2eda8..4a4d8a4 100644 --- a/56760-h.zip +++ b/56760-h.zip diff --git a/56760-h/56760-h.htm b/56760-h/56760-h.htm index 4d2435a..22c57a0 100644 --- a/56760-h/56760-h.htm +++ b/56760-h/56760-h.htm @@ -1,25 +1,12 @@ <!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2018-03-16T20:55:11Z using SAXON HE 9.8.0.7 . -->
<html lang="nl">
<head>
-<meta name="generator" content=
-"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org">
-<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=us-ascii">
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8">
<title>Lourdes (De Drie Steden, Deel 1 van 3)</title>
-<meta name="generator" content=
-"tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
-<meta name="author" content="Émile Zola (1840–1902)">
-<link rel="coverpage" href="images/cover.jpg">
-<link rel="schema.DC" href=
-"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
-<meta name="DC.Creator" content="Émile Zola (1840–1902)">
-<meta name="DC.Title" content="Lourdes (De Drie Steden, Deel 1 van 3)">
-<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
-<meta name="DC.Format" content="text/html">
-<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
-<meta name="DC:Subject" content="French fiction -- 19th century">
+
<style type="text/css">
+
body {
font-family: "Times New Roman", Times, serif;
font-size: 100%;
@@ -376,7 +363,7 @@ font-weight: bold; font-size: 1.8em;
}
.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle,
-.titlePage .docTitle .volumeTitle {
+.titlePage .docTitle {
font-size: 1.44em;
}
.titlePage .byline {
@@ -533,31 +520,7 @@ position: absolute; right: 16%;
top: auto;
}
-.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink, .seclink {
-background-repeat: no-repeat;
-background-position: right center;
-}
-.pglink {
-background-image: url(images/book.png);
-padding-right: 18px;
-}
-.catlink {
-background-image: url(images/card.png);
-padding-right: 17px;
-}
-.exlink, .wplink, .biblink, .seclink {
-background-image: url(images/external.png);
-padding-right: 13px;
-}
-.pglink:hover {
-background-color: #DCFFDC;
-}
-.catlink:hover {
-background-color: #FFFFDC;
-}
-.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover {
-background-color: #FFDCDC;
-}body {
+body {
background: #FFFFFF;
font-family: "Times New Roman", Times, serif;
}
@@ -632,9 +595,7 @@ text-align:center; .spine-imagewidth {
width:417px;
}
-@media handheld {
-}
-/* CSS rules copied from @style attributes in TEI file */
+
</style>
</head>
<body>
@@ -642,7 +603,7 @@ width:417px; <pre>
-The Project Gutenberg EBook of De drie steden: Lourdes, by Émile Zola
+The Project Gutenberg EBook of De drie steden: Lourdes, by Émile Zola
This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
@@ -653,9 +614,9 @@ to check the laws of the country where you are located before using this ebook. Title: De drie steden: Lourdes
-Author: Émile Zola
+Author: Émile Zola
-Commentator: Israël Querido
+Commentator: Israël Querido
Translator: Willem Jacob Aarland Roldanus Jr.
@@ -663,7 +624,7 @@ Release Date: March 16, 2018 [EBook #56760] Language: Dutch
-Character set encoding: ASCII
+Character set encoding: UTF-8
*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DRIE STEDEN: LOURDES ***
@@ -682,21 +643,16 @@ Gutenberg. </pre>
<div class="front">
-<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divBody">
<p class="first"></p>
-<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/cover.jpg" alt=
-"Oorspronkelijke voorkant." width="492" height="720"></div>
+<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/cover.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="492" height="720"></div>
</div>
</div>
-<div class="div1 titlepage"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="div1 titlepage"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divBody">
<p class="first"></p>
-<div class="figure seriestitle-imagewidth"><img src=
-"images/seriestitle1917.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width=
-"444" height="720"></div>
+<div class="figure seriestitle-imagewidth"><img src="images/seriestitle1917.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="444" height="720"></div>
</div>
</div>
<div class="titlePage">
@@ -707,12 +663,10 @@ Gutenberg. <div class="docImprint">UITGEGEVEN DOOR J. M. MEULENHOFF<br>
TE AMSTERDAM IN HET JAAR MCMXVII</div>
</div>
-<div class="div1 titlepage"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="div1 titlepage"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divBody">
<p class="first"></p>
-<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src=
-"images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="446"
+<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src="images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="446"
height="720"></div>
</div>
</div>
@@ -724,16 +678,13 @@ height="720"></div> <div class="byline">DOOR<br>
<span class="docAuthor">EMILE ZOLA</span><br>
VERTALING VAN<br>
-<span class="docAuthor">W. J. A. ROLDANUS <span class=
-"sc">Jr.</span></span><br>
+<span class="docAuthor">W. J. A. ROLDANUS <span class="sc">Jr.</span></span><br>
<span class="sc">Met een korte inleiding van Is. Querido</span></div>
<div class="docImprint">UITGEGEVEN DOOR J. M. MEULENHOFF<br>
TE AMSTERDAM AAN HET DAMRAK 88</div>
</div>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd26e176" href="#xd26e176" name=
-"xd26e176">V</a>]</span></p>
-<div id="intro" class="div1 introduction"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd26e176" href="#xd26e176" name="xd26e176">V</a>]</span></p>
+<div id="intro" class="div1 introduction"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h2 class="main">INLEIDING</h2>
</div>
@@ -767,8 +718,7 @@ volbracht tegenover een groot schrijver; een vertaling waarin geen regel van het oorspronkelijke wierd weggelaten.</p>
<p>Het is misschien goed er aan te herinneren, dat dit boek in
Frankrijk, in de orthodox-katholieke kringen, een krijtende
-<span class="pagenum">[<a id="xd26e193" href="#xd26e193" name=
-"xd26e193">VI</a>]</span>woede heeft uitgelokt, maar dat men later is
+<span class="pagenum">[<a id="xd26e193" href="#xd26e193" name="xd26e193">VI</a>]</span>woede heeft uitgelokt, maar dat men later is
gaan inzien hoezeer Zola van zijn standpunt het “wonder”
van geloofsgenezingen verklaarde gelijk de geheele school van Nancy en
Parijs dit met het probleem der suggestie en hypnose reeds lang deed op
@@ -801,8 +751,7 @@ fort!</span>” (<i lang="fr">Correspondance</i> van Gustave Flaubert, dl. IV, pag. 164). Ook noemt Flaubert elders Zola’s
werk zeer sterk, vurig en gezond. Wel van een hartstochtelijke wildheid
en bewogenheid, doch meestal van groote waarneming en groote diepte.
-Zeer bewondert Flaubert Martha in de “<span lang=
-"fr">Conquête des Plassans</span>”. Het slot noemt hij
+Zeer bewondert Flaubert Martha in de “<span lang="fr">Conquête des Plassans</span>”. Het slot noemt hij
“een wonder”. “<span lang="fr">Quant à elle
(Marthe), je ne saurais vous dire combien elle me semble
réussie, et l’art que je trouve au développement de
@@ -814,8 +763,7 @@ merveille.</span>” (<i lang="fr">Correspondance</i>, dl. IV, pag. Flaubert: “<span lang="fr">La préface de vos
“Haines” m’a ravi, mon cher Zola. <span class="corr"
id="xd26e219" title="Bron: Voila">Voilà</span> tout ce que
-j’ai à vous dire. Je <span class="pagenum">[<a id=
-"xd26e222" href="#xd26e222" name="xd26e222">VII</a>]</span>ne la
+j’ai à vous dire. Je <span class="pagenum">[<a id="xd26e222" href="#xd26e222" name="xd26e222">VII</a>]</span>ne la
connaissais pas et j’en suis féru! Bravo! Voilà
comme il faut parler.</span>” (<i lang="fr">Correspondance</i>,
dl. IV, pag. 383). Over den fielterig- en gemeen-uitgescholden roman
@@ -827,8 +775,7 @@ waarheid …” “<span lang="fr">à la fin, la mort de Nana est <i>Michelangelesque</i>!” Un livre
énorme …! Page 415. Plein de de grandeur,
épique, sublime!… Page 483. Très grand,
-<span class="corr" id="xd26e233" title=
-"Bron: trés">très</span> grand!… Pages
+<span class="corr" id="xd26e233" title="Bron: trés">très</span> grand!… Pages
489–90. Comme c’est vrai et intense!… Page 504. Rien
de plus haut. Page XIV. Au-dessus de tout!—Oui! …
n … de De …! sans pareil.</span>”
@@ -837,8 +784,7 @@ spreekt Flaubert van … “<span lang="fr">Mignon! avec ses fils! ineffable de beauté!… Tout ce qui regarde
Fontan parfait … La paternité de tous ces
messieurs, adorable … Nana tourne au mythe, sans cesser
-d’être réelle.</span>” (<i lang=
-"fr">Correspondance</i>, dl. IV, pag. 408–409).</p>
+d’être réelle.</span>” (<i lang="fr">Correspondance</i>, dl. IV, pag. 408–409).</p>
<p>Ik zou ook nog kunnen spreken over de afgodische vereering hier in
ons land, die eens Van Deyssel voor Zola uitsprak; over de groote
bewondering van Johan De Meester, Frans Coenen, mr. Erens,
@@ -864,8 +810,7 @@ Gosselin een wandelstok laten snijden, “<span lang="fr">la ridicule canne</span>”, de monsterlijk-zware
tambour-majoor-rotting, poenig opgepronkt met allerlei steenen, waarmee
hij van zich afranselde, op pedante collega’s en afgunstige
-<span class="pagenum">[<a id="xd26e258" href="#xd26e258" name=
-"xd26e258">VIII</a>]</span>vijanden. Reeds vroeger schreef ik hoezeer
+<span class="pagenum">[<a id="xd26e258" href="#xd26e258" name="xd26e258">VIII</a>]</span>vijanden. Reeds vroeger schreef ik hoezeer
Balzac het mikpunt is gebleven van laffen, oneerlijken spot, van
karikatuur en giftigen hoon. Gozlan en Mme Hanska doen ons gevoelen hoe
driest Balzac wierd afgemaakt en neergehaald door de nietigste
@@ -904,20 +849,17 @@ kwasi-vergeestelijkten, er een tijd zal komen dat ook Zola weer, bij al zijn fouten en gebreken, in volle grootheid zal worden genoemd, hoe
gansch anders men in wezen ook mag staan tegenover zijn
kunst-opvattingen, zijn maatschappij-critiek en zijn moraal.</p>
-<p class="signed"><span class="sc">Is. Querido.</span> <span class=
-"pagenum">[<a id="pb1" href="#pb1" name="pb1">1</a>]</span></p>
+<p class="signed"><span class="sc">Is. Querido.</span> <span class="pagenum">[<a id="pb1" href="#pb1" name="pb1">1</a>]</span></p>
</div>
</div>
</div>
<div class="body">
-<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h2 class="main">EERSTE DAG</h2>
</div>
<div class="divBody">
-<div id="xd26e285" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e285" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">I.</h3>
</div>
@@ -953,8 +895,7 @@ konden worden, in den bagagewagen te vervoeren. Ingesloten tusschen de planken van die rollende kist, nam zij drie plaatsen in op de bank;
rustig bleef zij een oogenblik liggen met haar gesloten oogen, met haar
uitgeteerd, vaalbleek gezicht, dat ondanks haar drie-en-twintig
-<span class="pagenum">[<a id="pb2" href="#pb2" name=
-"pb2">2</a>]</span>jaar nog een kinderlijke teerheid behouden had;
+<span class="pagenum">[<a id="pb2" href="#pb2" name="pb2">2</a>]</span>jaar nog een kinderlijke teerheid behouden had;
ondanks alles zag zij er nog bekoorlijk uit met haar prachtige blonde
haren, haren als van een koningin, die door de ziekte verschoond waren.
Eenvoudig gekleed in een zwartwollen japon, had zij om haar hals haar
@@ -992,8 +933,7 @@ klein, frisch mondje, uit de diepte van haar mooie, blauwe, altijd liefdevol blikkende oogen. Zij was misschien niet knap, maar prettig om
naar te kijken, teer, slank, met de borst van een jongen onder de hooge
schort, van een flinken jongen met een blanken tint, overvloeiend van
-gezondheid, vroolijkheid en onschuld. <span class="pagenum">[<a id=
-"pb3" href="#pb3" name="pb3">3</a>]</span></p>
+gezondheid, vroolijkheid en onschuld. <span class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3" name="pb3">3</a>]</span></p>
<p>“Maar die lieve zon laat ons bijna smelten. Mevrouw, wees zoo
goed ook een gordijntje neer te halen!<span class="corr" id="xd26e324"
title="Niet in bron">”</span></p>
@@ -1035,8 +975,7 @@ gemeenschappelijke kamer, die men met één blik overzien kon. Met de kale, gele houten beschotten en het wit geschilderde
plafond deed het denken aan een echte ziekenzaal, of in zijn wanorde en
het door elkaar heen staan van alles eerder op een geïmproviseerd
-veldlazaret. Half <span class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4" name=
-"pb4">4</a>]</span>verborgen lagen onder de bank kruiken, kommen,
+veldlazaret. Half <span class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4" name="pb4">4</a>]</span>verborgen lagen onder de bank kruiken, kommen,
bezems, sponsen. Daar de trein geen bagagewagen had, hoopten zich
overal en nergens valiezen, witte houten kisten, hoedendoozen,
koffertjes op, een jammerlijke opeenstapeling van oude, versleten met
@@ -1073,8 +1012,7 @@ Pierre zat, een ongeveer even oude arbeidersvrouw met een zwart mutsje en een door ellende en zorgen verwoest gezicht, had een meisje van
zeven jaar op haar schoot, zoo bleek en zoo minnetjes, dat men het geen
vier gegeven zou hebben. Het kind met haar spits neusje, haar
-blauw-omkringde, <span class="pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5" name=
-"pb5">5</a>]</span>gesloten oogjes en haar wasbleek gezichtje, kon nog
+blauw-omkringde, <span class="pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5" name="pb5">5</a>]</span>gesloten oogjes en haar wasbleek gezichtje, kon nog
niet praten; het kreunde en steunde slechts, wat telkens weer het hart
van de over haar kleine gebogen vrouw verscheurde.</p>
<p>“Zou ze misschien een paar druiven lusten?” vroeg
@@ -1111,8 +1049,7 @@ ze nog meer af …”</p> <p>Maar Rose had even gekreund en haar oogleden opengeslagen; angstig
en bleek wordend boog de moeder zich over haar heen.</p>
<p>“Mijn schatje, mijn lieveling, wat is er?… Wil je wat
-drinken?” <span class="pagenum">[<a id="pb6" href="#pb6" name=
-"pb6">6</a>]</span></p>
+drinken?” <span class="pagenum">[<a id="pb6" href="#pb6" name="pb6">6</a>]</span></p>
<p>Maar het kind had haar leege, mat-blauwe oogen al weer gesloten; het
antwoordde zelfs niet meer, was weer teruggezonken in haar apathie,
heelemaal wit in haar wit jurkje, een laatste coquetterie der moeder,
@@ -1150,8 +1087,7 @@ verdediging der Kerk; ook hadden zij de bedevaarten in het leven geroepen en met name de nationale bedevaart, die jaarlijks tegen het
einde van Augustus naar Lourdes ondernomen werd, georganiseerd en
steeds meer uitgebreid. Zoo had zich langzamerhand een uitstekende
-<span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7" name=
-"pb7">7</a>]</span>organisatie ontwikkeld; uit de geheele wereld werden
+<span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7" name="pb7">7</a>]</span>organisatie ontwikkeld; uit de geheele wereld werden
giften gezonden, in iedere parochie zieken op de lijsten gebracht, met
de spoorwegmaatschappijen speciale regelingen getroffen, ongerekend nog
de krachtdadige hulp der zusters van Maria Hemelvaart en de stichting
@@ -1190,8 +1126,7 @@ pijn.</p> <p>“Licht me wat op, vader. Ik kan niet langer zoo op mijn rug
blijven liggen.”</p>
<p>Toen haar vader haar in een zittende houding had opgericht, zuchtte
-zij diep. Ze waren nauwelijks Etampes, anderhalf <span class=
-"pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8" name="pb8">8</a>]</span>uur van
+zij diep. Ze waren nauwelijks Etampes, anderhalf <span class="pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8" name="pb8">8</a>]</span>uur van
Parijs voorbij, en reeds begonnen in de gloeiende zon, het stof en het
lawaai, de vermoeidheid en de uitputting zich te doen gelden.</p>
<p>Madame de Jonquière sprak over het beschot het jonge meisje
@@ -1266,13 +1201,11 @@ midden van die arme zieken, te midden van die door hun ellende stompzinnig geworden armen van geest, lieten de jonge priester en zijn
twee reisgenooten zich even door hun beschaving medesleepen. Een uur
verliep, er waren nog twee liederen gezongen, zij hadden de stations
-van Toury en les Aubrais <span class="pagenum">[<a id="pb10" href=
-"#pb10" name="pb10">10</a>]</span>achter den rug, toen zij eindelijk
+van Toury en les Aubrais <span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10" name="pb10">10</a>]</span>achter den rug, toen zij eindelijk
bij Beaugency hun gesprek staakten en zuster Hyacinthe in haar handen
klapte en met haar heldere, klankrijke stem begon:</p>
<p>“<i lang="la">Parce, Domine, parce populo
-tuo …</i>”<a class="noteref" id="xd26e440src" href=
-"#xd26e440" name="xd26e440src">1</a></p>
+tuo …</i>”<a class="noteref" id="xd26e440src" href="#xd26e440" name="xd26e440src">1</a></p>
<p>En het zingen begon opnieuw, aller stemmen vereenigden zich, wederom
steeg een vloed van gebeden omhoog, die de pijn verminderde, de hoop
opnieuw deed opleven, langzamerhand zich meester maakte van het geheele
@@ -1304,9 +1237,7 @@ haar kwaal toe. De laatste vijf jaar had zij in verschillende Parijsche ziekenhuizen gelegen. Zij sprak dan ook heel familiaar over de meest
bekende doktoren. De zusters van Lariboisière, die gezien
hadden, hoe zij geheel in godsdienstige plechtigheden opging, hadden
-haar geheel bekeerd en haar tot de overtuiging <span class=
-"pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11" name=
-"pb11">11</a>]</span>gebracht, dat de Heilige Maagd van Lourdes slechts
+haar geheel bekeerd en haar tot de overtuiging <span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11" name="pb11">11</a>]</span>gebracht, dat de Heilige Maagd van Lourdes slechts
op haar wachtte, om haar te genezen.</p>
<p>“En dat mag ook wel, want de dokters zeggen, dat ik al
één long kwijt ben en dat het met de andere ook zoo heel
@@ -1344,8 +1275,7 @@ opgegeven had, om met hem mede te kunnen gaan, ook al gingen daar al haar spaarduitjes mede heen.</p>
<p>“Ik stond op het perron, toen zij hem in den wagon droegen.
Vier mannen …”</p>
-<p>Maar zij kon niet verder; weer kreeg zij een hoestbui, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12" name="pb12">12</a>]</span>die haar
+<p>Maar zij kon niet verder; weer kreeg zij een hoestbui, <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12" name="pb12">12</a>]</span>die haar
dwong te gaan liggen. Zij stikte bijna, de roode plekjes op haar wangen
werden blauw. Onmiddellijk steunde zuster Hyacinthe haar hoofd en
veegde haar lippen af met een doekje, dat zich dadelijk rood kleurde.
@@ -1383,8 +1313,7 @@ doek omwikkeld was, zeide, dat zij honger had.</p> <p>“Overhaast u maar niet, zuster,” zeide madame de
Jonquière, die reeds naar de zieke toeging. “Ik zal haar
brood wel in kleine stukjes snijden.”</p>
-<p>In haar behoefte naar afleiding had Marie al een paar <span class=
-"pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span>malen
+<p>In haar behoefte naar afleiding had Marie al een paar <span class="pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span>malen
aandachtig gekeken naar dat door dien zwarten sluier verborgen gelaat.
Zij vermoedde, dat zij een open wond in haar gezicht had. Men had haar
alleen gezegd, dat het een bonne was. De ongelukkige, Elise Rouquet uit
@@ -1425,8 +1354,7 @@ met doornen gekroond, Jezus zijn kruis dragend, Jezus stervend aan het kruis. Dan volgde het lied: “Ik stel mijn vertrouwen in uw hulp,
o Maagd …”</p>
<p>Na een reis van drie uur reden zij nu door Blois. Marie wendde haar
-blikken af van Elise Rouquet en liet ze nu <span class=
-"pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" name="pb14">14</a>]</span>op een
+blikken af van Elise Rouquet en liet ze nu <span class="pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" name="pb14">14</a>]</span>op een
man rusten, die in een hoek van het compartiment, waarin ook broeder
Isidore lag, zat. Reeds een paar maal had zij hem opgemerkt; hij was
nog jong en heel armoedig gekleed en had een dunne, reeds grijzende
@@ -1466,8 +1394,7 @@ hing.</p> slechts een gekreun hooren, een nauwlijks verstaanbaren zucht:</p>
<p>“Ik heb zoo’n pijn!”</p>
<p>En van dat oogenblik af gaf hij slechts dat antwoord. Op alles wat
-men wilde weten, wie hij was, waar hij vandaan <span class=
-"pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15" name="pb15">15</a>]</span>kwam,
+men wilde weten, wie hij was, waar hij vandaan <span class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15" name="pb15">15</a>]</span>kwam,
wat hij mankeerde, waarmede men hem kon helpen, antwoordde hij niet,
doch stiet steeds weer denzelfden zucht uit:</p>
<p>“Ik heb zoo’n pijn! Ik heb zoo’n pijn!”</p>
@@ -1509,8 +1436,7 @@ rammelden vreeselijk. Door de raampjes, die men genoodzaakt was half open te laten staan, drong het stof scherp en gloeiend binnen; vooral
de hitte werd verschrikkelijk, een verstikkende onweershitte onder een
rosige lucht, die bedekt was met dikke, roerlooze wolken. Op
-oververhitte ovens geleken de compartimenten, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16" name="pb16">16</a>]</span>die
+oververhitte ovens geleken de compartimenten, <span class="pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16" name="pb16">16</a>]</span>die
rollende hutten, waarin men at en dronk, waarin de zieken in de
bedorven lucht, te midden van het oorverdoovende lawaai van
weeklachten, gebeden en gezangen, al hun behoeften bevredigden.</p>
@@ -1546,8 +1472,7 @@ dien ochtend uit Parijs vertrokken, aan den grijzen en den blauwen trein, die eerder gegaan waren, aan den groenen, den gelen, den rosen,
den oranjekleurigen trein, die alle nog volgen moesten. Van het een
einde der lijn naar het andere raasden de treinen ieder uur weg. En hij
-dacht aan de andere treinen nog, die <span class="pagenum">[<a id=
-"pb17" href="#pb17" name="pb17">17</a>]</span>denzelfden dag uit
+dacht aan de andere treinen nog, die <span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17" name="pb17">17</a>]</span>denzelfden dag uit
Orleans, uit Le Mans, uit Poitiers, uit Bordeaux, uit Marseille, uit
Carcassonne vertrokken. Frankrijk werd op datzelfde uur in alle
richtingen door dergelijke treinen doorploegd, die zich alle spoedden
@@ -1585,13 +1510,11 @@ Heilige Maagd. Dan hieven zij het lied van Bernadette aan, de eindelooze weeklacht van zestig coupletten, waarin steeds het
“wees gegroet” als refrein terugkeerde, een zacht wiegen,
een langzame obsessie, die zich langzamerhand van het geheele wezen
-meester maakt en ten slotte in een extatischen <span class=
-"pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18" name="pb18">18</a>]</span>slaap
+meester maakt en ten slotte in een extatischen <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18" name="pb18">18</a>]</span>slaap
doet wegzinken in de heerlijke verwachting van het wonder.</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e581" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e581" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">II.</h3>
</div>
@@ -1628,8 +1551,7 @@ toegestemd had te trouwen met een ongeloovige, die vijftien jaar ouder was dan zij en aan haar familie groote diensten bewezen had. Hij, een
“nakomertje”, was geboren, toen zijn vader reeds bijna
vijftig was, en had zijn moeder niet anders gekend dan als een
-deemoedige vrouw, onderworpen <span class="pagenum">[<a id="pb19" href=
-"#pb19" name="pb19">19</a>]</span>aan haar man, dien zij
+deemoedige vrouw, onderworpen <span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19" name="pb19">19</a>]</span>aan haar man, dien zij
hartstochtelijk had leeren liefhebben met de vreeselijke marteling te
weten, dat hij verdoemd was. En plotseling rees een andere herinnering
in hem op, de verschrikkelijke herinnering aan den dag, dat zijn vader
@@ -1702,8 +1624,7 @@ was nog steeds de moeilijke reis met den straal van goddelijke hoop daar in de verte als doel. Dan verdween langzamerhand alles weer in een
nevel, die uit het verre verleden oprees; bleef nog slechts over het in
slaap wiegende zingen van onduidelijke droomstemmen, die
-òpklonken uit het onzienlijke. <span class="pagenum">[<a id=
-"pb21" href="#pb21" name="pb21">21</a>]</span></p>
+òpklonken uit het onzienlijke. <span class="pagenum">[<a id="pb21" href="#pb21" name="pb21">21</a>]</span></p>
<p>Van dat oogenblik af was Pierre op het seminarie. Duidelijk stonden
de klassen, de speelplaats met haar boomen, hem nog voor den geest.
Maar plotseling zag hij, als in een spiegel, niets meer dan de gestalte
@@ -1733,8 +1654,7 @@ waarin het vrije en manlijke leven van buiten doordrong, waarin onophoudelijk het beeld van Marie hem verscheen, zooals hij haar een
ochtend gezien had, stralend en badend in tranen, hem kussend in volle
overgave. Dat alleen was thans overgebleven, de jaren van zijn
-<span class="corr" id="xd26e599" title=
-"Bron: religieuse">religieuze</span> studiën met hun eentonige
+<span class="corr" id="xd26e599" title="Bron: religieuse">religieuze</span> studiën met hun eentonige
lessen, met hun onveranderlijk blijvende geestelijke oefeningen en
ceremoniën verdwenen alle in een nevel, in een onbestemd
half-donker, dat vervuld was met een doodsche stilte.</p>
@@ -1742,8 +1662,7 @@ half-donker, dat vervuld was met een doodsche stilte.</p> waren, in het oorverdoovend lawaai van den rit, een menigte dingen in
bonte volgorde aan zijn geestesoog voorbij. Hij zag een groote,
eenzame, afgesloten ruimte; hij meende er zich terug te zien op
-twintigjarigen leeftijd. Zijn <span class="pagenum">[<a id="pb22" href=
-"#pb22" name="pb22">22</a>]</span>droom was echter niet duidelijk meer.
+twintigjarigen leeftijd. Zijn <span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name="pb22">22</a>]</span>droom was echter niet duidelijk meer.
Een vrij ernstige ziekte, die hem in zijn studies een heel eind
achteruitzette, had hem genoodzaakt naar buiten te gaan. In langen tijd
had hij Marie niet gezien, tweemaal was hij met vacantie in Neuilly
@@ -1779,8 +1698,7 @@ Neuilly, waarin hij vroeger zoo dikwijls gespeeld had. De ruststoel van Marie was onder de hooge boomen dicht bij de haag gerold; zij waren
alleen te midden van den droefgeestig stemmenden vrede van den
herfstmiddag, hij zag Marie in zwaren rouw half uitgestrekt met haar
-verlamde beenen liggen, terwijl hij, ook in het <span class=
-"pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23" name="pb23">23</a>]</span>zwart,
+verlamde beenen liggen, terwijl hij, ook in het <span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23" name="pb23">23</a>]</span>zwart,
reeds in soutane, op een leunstoel naast haar zat. Al vijf jaar lang
was zij nu reeds lijdende. Nu, op haar achttiende jaar, zag zij er
bleek en mager uit, zonder dat zij echter opgehouden had aanbiddelijk
@@ -1817,8 +1735,7 @@ Sabathier trachtte vergeefs zijn beenen in een makkelijke houding te brengen, broeder Isidore kreunde aan één stuk door
zachtjes als een stervend kind, terwijl madame Vêtu, ten prooi
aan een hevigen aanval, ineenkromp van pijn en, haar lippen op elkaar
-geklemd en haar gezicht vertrokken, zelfs geen adem <span class=
-"pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24" name="pb24">24</a>]</span>meer
+geklemd en haar gezicht vertrokken, zelfs geen adem <span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24" name="pb24">24</a>]</span>meer
haalde. Het lawaai was veroorzaakt door madame de Jonquière, die
bij het schoonmaken van een kom, de waterkan had laten vallen. En
ondanks haar martelende pijnen had dit de zieken aan het lachen gemaakt
@@ -1857,8 +1774,7 @@ want zij leefde eenzaam en alleen: haar oudsten zoon, die, andere denkbeelden toegedaan, alle betrekkingen met zijn familie had
afgebroken, sedert zijn broer besloten had priester te worden, zag zij
niet meer. Men vertelde, dat Guillaume, evenals zijn vader een
-talentvol scheikundige, maar <span class="pagenum">[<a id="pb25" href=
-"#pb25" name="pb25">25</a>]</span>beneden zijn stand geraakt en
+talentvol scheikundige, maar <span class="pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25" name="pb25">25</a>]</span>beneden zijn stand geraakt en
opgaande in revolutionnaire droombeelden, een klein huisje in de
buitenwijken van Parijs bewoonde, waar hij zich geheel wijdde aan
gevaarlijke studiën van springmiddelen; terwijl men er ook nog bij
@@ -1895,8 +1811,7 @@ kon, zonder een levende ziel te zien. Zijn geliefkoosd toevluchtsoord was het oude laboratorium, de werkkamer van zijn vader, dat zijn moeder
twintig jaar lang zorgvuldig gesloten gehouden had, als om er het
verleden van ongeloof en verdoemenis in op te sluiten. Misschien
-<span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26" name=
-"pb26">26</a>]</span>zou zij, ondanks haar zachtmoedigheid en haar
+<span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26" name="pb26">26</a>]</span>zou zij, ondanks haar zachtmoedigheid en haar
eerbiedige vereering voor den doode, er ten slotte toch toe zijn
overgegaan, om de boeken en de papieren te vernietigen, indien de dood
haar niet was komen overvallen. Pierre had de kamer goed laten luchten,
@@ -1932,8 +1847,7 @@ waarheidsdrang bezield werker, die nooit iets anders nagejaagd had dan de liefde en het geluk van allen. Dr. Chassaigne, een zoon der
Pyrenaeën, geboren in een dorp, waarin men nog aan tooverheksen
geloofde, voelde zich eerder aangetrokken tot den godsdienst, ook al
-had hij in de veertig jaren, dat hij te <span class="pagenum">[<a id=
-"pb27" href="#pb27" name="pb27">27</a>]</span>Parijs woonde, geen voet
+had hij in de veertig jaren, dat hij te <span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" name="pb27">27</a>]</span>Parijs woonde, geen voet
in de kerk gezet. Maar van één ding was hij volkomen
zeker: als er ergens een hemel was, dan zou Michel Froment daar zijn,
en wel gezeten op een troon aan de rechterhand van God.</p>
@@ -1971,8 +1885,7 @@ recht, torenvormig voorhoofd scheen nog hooger geworden te zijn, terwijl zijn spitse kin en zijn week-teedere mond nog meer naar
achteren sprongen. En toch leed hij er onder, was hij radeloos van
smart niet meer te kunnen gelooven, van verlangen om het nog te willen,
-<span class="pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28" name=
-"pb28">28</a>]</span>wanneer zijn goed hart, zijn behoefte aan liefde
+<span class="pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28" name="pb28">28</a>]</span>wanneer zijn goed hart, zijn behoefte aan liefde
in de schemeruren weer in hem ontwaakten; dan moest eerst de lamp
komen, moest hij eerst weer duidelijk om en in zich kunnen zien, om de
energie en kalmte van zijn verstand, de kracht voor het martelaarschap,
@@ -1985,8 +1898,7 @@ Wat moest hij doen? Gebood de eenvoudige eerlijkheid hem niet de soutane van zich te werpen en in de wereld terug te keeren? Maar hij
had reeds zulke afvallige priesters gezien en ze veracht. Een getrouwde
priester, dien hij kende, vervulde hem met walging. Ongetwijfeld was
-dat nog slechts een overblijfsel van zijn lange <span class="corr" id=
-"xd26e638" title="Bron: religieuse">religieuze</span> opvoeding: hij
+dat nog slechts een overblijfsel van zijn lange <span class="corr" id="xd26e638" title="Bron: religieuse">religieuze</span> opvoeding: hij
hield nog vast aan de gedachte van de onschendbaarheid van het
priesterschap, de gedachte, dat hij, die zich eenmaal aan God gegeven
had, zich niet meer vrij maken kon. Misschien ook voelde hij zich reeds
@@ -2044,13 +1956,11 @@ menschheid. Gelukkig had hij zijn dagen vrij en kon hij troost zoeken in een ware werkwoede; hij verslond alle boeken uit de bibliotheek van
zijn vader, vatte zijn vroegere studiën en onderzoekingen weer op,
hield zich vooral bezig met de geschiedenis der menschheid, verteerd
-als hij werd door de begeerte om het maatschappelijke en <span class=
-"corr" id="xd26e645" title="Bron: religieuse">religieuze</span> kwaad
+als hij werd door de begeerte om het maatschappelijke en <span class="corr" id="xd26e645" title="Bron: religieuse">religieuze</span> kwaad
in zijn oorsprong na te gaan, om zich te vergewissen of er dan
werkelijk niets aan te verhelpen was.</p>
<p>Op een ochtend, dat hij in een der groote schuifladen onder in de
-boekenkast zocht, had Pierre een dossier ontdekt <span class=
-"pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30" name="pb30">30</a>]</span>over de
+boekenkast zocht, had Pierre een dossier ontdekt <span class="pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30" name="pb30">30</a>]</span>over de
verschijning te Lourdes. Er bevonden zich zeer volledige en belangrijke
documenten in, afschriften van de verhooren van Bernadette,
administratieve processen-verbaal, politierapporten, geneeskundige
@@ -2126,9 +2036,7 @@ voortdurende illusie van zijn kinderlijke ziel verliet hij zich geheel op God en was al weer bezig met het probleem van een bestuurbaren
luchtballon, zonder zelfs te zien, dat zijn oudste dochter Blanche zich
bovenmenschelijk moest inspannen om tenminste in het levensonderhoud te
-voorzien van het kleine gezin, van haar twee <span class=
-"pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name=
-"pb32">32</a>]</span>kinderen, zooals zij haar vader en haar zuster
+voorzien van het kleine gezin, van haar twee <span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name="pb32">32</a>]</span>kinderen, zooals zij haar vader en haar zuster
noemde. Blanche was het ook, die het geld, dat de verpleging van Marie
eischte, vond door van den vroegen ochtend tot den laten avond in
modder en stof geheel Parijs af te draven, om taal- en pianolessen te
@@ -2164,8 +2072,7 @@ schaamtegevoel en een zeker medelijden hadden hem daarvan afgehouden; want zou het hem eenerzijds zwaar gevallen zijn haar voor te liegen,
anderzijds zou hij zich als een misdadiger beschouwd hebben, indien hij
ook maar met één ademtocht dat mooie reine geloof, dat
-haar sterk maakte tegen het <span class="pagenum">[<a id="pb33" href=
-"#pb33" name="pb33">33</a>]</span>lijden, bezoedeld had. Hij nam het
+haar sterk maakte tegen het <span class="pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33" name="pb33">33</a>]</span>lijden, bezoedeld had. Hij nam het
zich dan ook ten zeerste kwalijk, dat hij dien kreet niet had kunnen
inhouden, en zijn verwarring werd nog grooter, toen hij gevoeld had,
hoe de kleine, klamme hand der zieke de zijne vastgreep; en in de
@@ -2202,8 +2109,7 @@ opgaan. Een ander geluk was ongetwijfeld niet meer mogelijk. Hij snakte naar het geloof met al de vreugde van zijn jeugd, wet al de liefde, die
hij voor zijn moeder gehad had, met geheel het brandende verlangen om
te ontsnappen aan de marteling om te willen weten en begrijpen, om voor
-altijd <span class="pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34" name=
-"pb34">34</a>]</span>in te slapen in de schoot der goddelijke
+altijd <span class="pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34" name="pb34">34</a>]</span>in te slapen in de schoot der goddelijke
onwetendheid. Het was heerlijk en laf tegelijk, dat hoopvol verlangen
om niets meer te zijn, niets meer te zijn dan een ding in Gods handen.
En zoo kwam ook in hem de begeerte het uiterste middel te
@@ -2218,8 +2124,7 @@ vroeger de zieke behandeld hadden en waarvan de een aan een breuk der groote ligamenten geloofde en de ander de ziekte weet aan een
verlamming tengevolge van een beleediging van het ruggemerg, waren het
ten slotte eens geworden over die verlamming in verband met
-verwondingen aan de groote ligamenten: alle <span class="corr" id=
-"xd26e673" title="Bron: symptonen">symptomen</span> wezen er op, het
+verwondingen aan de groote ligamenten: alle <span class="corr" id="xd26e673" title="Bron: symptonen">symptomen</span> wezen er op, het
geval scheen hun zoo duidelijk, dat zij niet geaarzeld hadden een bijna
gelijkluidend certificaat af te geven. Verder geloofden zij, dat de
reis mogelijk, maar zeer pijnlijk zou zijn. Dat deed Pierre besluiten,
@@ -2241,8 +2146,7 @@ beenen achtte hij blijkbaar van weinig of geen beteekenis. En op een hem op den man af gedane vraag had hij uitgeroepen, dat men haar naar
Lourdes moest brengen, dat zij er ongetwijfeld zou genezen, als zij de
vaste overtuiging bezat daar beter te zullen worden. Hij sprak ernstig
-<span class="pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35" name=
-"pb35">35</a>]</span>over Lourdes; het geloof was voldoende, twee van
+<span class="pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35" name="pb35">35</a>]</span>over Lourdes; het geloof was voldoende, twee van
zijn patiënten, zeer vrome dames, die hij er het vorige jaar heen
gezonden had, waren stralend van gezondheid teruggekomen. Zelfs
voorspelde hij, hoe het wonder geschieden zou: als bij tooverslag, bij
@@ -2279,8 +2183,7 @@ daarvoor zou hij met haar naar het eind der wereld gegaan zijn.</p> hij ze doorleefd! De nationale bedevaart stond op het punt te
vertrekken, hij was op het denkbeeld gekomen Marie in de
Hospitalité te laten opnemen, ten einde groote kosten te
-vermijden. Verder had hij zich allerlei bezoeken <span class=
-"pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36" name="pb36">36</a>]</span>moeten
+vermijden. Verder had hij zich allerlei bezoeken <span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36" name="pb36">36</a>]</span>moeten
getroosten, om zelf bij de Hospitalité de Notre-Dame de Salut
geplaatst te worden. Mijnheer de Guersaint was in den zevenden hemel,
want hij hield van de natuur en brandde van verlangen, om de
@@ -2317,14 +2220,12 @@ vervolgd als zij werd door den vreeselijken aanblik van het gezicht van Elise Rouquet, dat half weggevreten, open hoofd, dat voor haar het
beeld van den dood was. En terwijl de trein, die deze menschelijke
troostelooze ellende met zich voerde onder den onweerzwangeren hemel,
-zijn vaart door de gloeiende velden versnelde, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37" name="pb37">37</a>]</span>werden
+zijn vaart door de gloeiende velden versnelde, <span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37" name="pb37">37</a>]</span>werden
allen door een nieuwe schrik aangegrepen. De man ademde niet meer, een
stem riep, dat hij gestorven was.</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e689" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e689" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">III.</h3>
</div>
@@ -2404,8 +2305,7 @@ ellende uitgestort als een ziekenhuiszaal, die men ontruimt; nu kon men zien, welk een schrikwekkend aantal kwalen deze verschrikkelijke witte
trein met zich voerde. Hier sleepten zieken zich voort, anderen werden
gedragen, de meesten echter bleven dicht bij elkaar op het trottoir
-staan. Hier <span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39" name=
-"pb39">39</a>]</span>hoorde men plotseling gillen en schreeuwen; daar
+staan. Hier <span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39" name="pb39">39</a>]</span>hoorde men plotseling gillen en schreeuwen; daar
haastte men zich naar de wachtkamer of de restauratie. Ieder wilde zoo
spoedig mogelijk den inwendigen mensch versterken. Het was zoo kort,
dit half uur oponthoud, het eenige, dat zij voor Lourdes zouden hebben.
@@ -2441,8 +2341,7 @@ geen dertig jaar met den kop van een Romeinschen krijger, zooals men die nog aantreft in de door de zon verzengde landen van Provence.
Zoodra zuster Hyacinthe hem zag, riep zij in blijde verrassing uit:</p>
<p>“Wat, bent u het, mijnheer Ferrand?”</p>
-<p>Beiden waren een oogenblik perplex over die ontmoeting. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40" name="pb40">40</a>]</span>De
+<p>Beiden waren een oogenblik perplex over die ontmoeting. <span class="pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40" name="pb40">40</a>]</span>De
zusters van Maria Hemelvaart hadden de zware taak de armen te
verplegen, en wel alleen die armen, welke niet betalen kunnen en hun
doodsstrijd strijden in dakkamertjes; zoo brengen zij haar geheele
@@ -2481,8 +2380,7 @@ omstandigheden vond hij zeer interessant.</p> <p>Maar de vreugde van het wederzien deed hem heelemaal den zieke
vergeten. Zij dacht er het eerst weer aan.</p>
<p>“Kijk, mijnheer Ferrand, daar hebt u den armen kerel. Wij
-<span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" name=
-"pb41">41</a>]</span>hebben een oogenblik gedacht, dat hij dood
+<span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" name="pb41">41</a>]</span>hebben een oogenblik gedacht, dat hij dood
was … Van af Amboise hebben we ons erg ongerust gemaakt en
dadelijk bij aankomst hier heb ik om den priester met het Heilige
oliesel gestuurd. Vindt u hem ook zoo minnetjes? Kunt u hem niet wat
@@ -2522,8 +2420,7 @@ Massias?”</p> <p>“Die is er niet.”</p>
<p>“Wat, is die er niet?”</p>
<p>“Neen. Het gaf niets al haastte ik me nog zoo, je kunt
-<span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" name=
-"pb42">42</a>]</span>gewoon niet tusschen al die menschen door. Toen ik
+<span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" name="pb42">42</a>]</span>gewoon niet tusschen al die menschen door. Toen ik
bij den wagon kwam, was pater Massias al uitgestapt en had hij
ongetwijfeld het station al verlaten.”</p>
<p>Zij vertelde, dat de pater, naar men haar gezegd had een afspraak
@@ -2563,8 +2460,7 @@ de treeplank en vroeg aan madame de Jonquière:</p> <p>“Waar blijft u toch, mama? De dames zitten aan het buffet op u
te wachten.”</p>
<p>Het was Raymonde de Jonquière. Wat rijp reeds voor haar
-<span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43" name=
-"pb43">43</a>]</span>vijf-en-twintig jaar, leek zij met haar donkeren
+<span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43" name="pb43">43</a>]</span>vijf-en-twintig jaar, leek zij met haar donkeren
tint, haar krachtigen neus, haar grooten mond en haar vol, mollig
figuur sprekend op haar moeder.</p>
<p>“Maar je ziet toch, kindlief, dat ik die arme vrouw niet in
@@ -2574,8 +2470,7 @@ lag te schokken.</p> <p>“Hoe jammer, mama! Madame Désagneaux en madame Volmar
hadden zich juist zooveel van dat déjeunertje met ons vieren
voorgesteld!”</p>
-<p>“Wat kan ik er aan doen, lieve kind?<a id="xd26e809" name=
-"xd26e809"></a>… Begin maar zonder mij en zeg aan de dames, dat
+<p>“Wat kan ik er aan doen, lieve kind?<a id="xd26e809" name="xd26e809"></a>… Begin maar zonder mij en zeg aan de dames, dat
ik zoo gauw als ik kan, komen zal.”</p>
<p>Dan plotseling een inval krijgend:</p>
<p>“Wacht, daar is de dokter! Ik zal zien, of ik hem de zorg van
@@ -2603,8 +2498,7 @@ een kwartier. Als ongevoelig, met wijdgeopende oogen, zonder nochtans iets te zien, verdoofde madame Vêtu haar pijnen in de gloeiende
hitte der volle zon, terwijl madame Vincent nog steeds met denzelfden
sussenden stap met de kleine Rose, licht als een ziek vogeltje, zoodat
-zij <span class="pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name=
-"pb44">44</a>]</span>het gewicht niet eens op haar armen voelde, op en
+zij <span class="pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name="pb44">44</a>]</span>het gewicht niet eens op haar armen voelde, op en
neer liep. Vele pelgrims haastten zich naar de fontein, om kannen,
kruiken en flesschen te vullen. Madame Maze, die zeer op reinheid en
zindelijkheid gesteld was, wilde er haar handen gaan wasschen; toen zij
@@ -2723,8 +2617,7 @@ tegen de natuur in zijn, wanneer hij stierf vóór haar, vooral met het oog op haar gezondheid … Maar wat zullen
wij er tegen doen, wij zijn allen in de handen der Voorzienigheid en
wij vertrouwen op de Heilige Maagd, die zeker alles ten beste keeren
-zal.” <span class="pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name=
-"pb47">47</a>]</span></p>
+zal.” <span class="pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span></p>
<p>Eindelijk had madame de Jonquière, door dr. Ferrand
gerustgesteld, la Grivotte alleen kunnen laten. Maar voor zij ging, had
zij voor alle zekerheid tegen Pierre gezegd:</p>
@@ -2802,18 +2695,15 @@ jullie aan de beurt.”</p> <p>“En jij, lieve kind, moet je niet te veel opwinden, als je je
hoofd niet verliezen wilt.”</p>
<p>Maar Raymonde keek haar verwijtend aan en zeide
-glimlachend<span class="corr" id="xd26e916" title=
-"Bron: .">:</span></p>
+glimlachend<span class="corr" id="xd26e916" title="Bron: .">:</span></p>
<p>“Waarom zegt u dat, moeder?… Ben ik soms niet
verstandig?”</p>
<p>Zij behoefde zich volstrekt nergens op te beroemen, want een
krachtige wil en het vaste besluit zelf haar leven in te richten,
spraken duidelijk uit haar grijze oogen, haar geheele jonge, onbezorgde
-wezen, dat één levensvreugde was. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name="pb49">49</a>]</span></p>
+wezen, dat één levensvreugde was. <span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name="pb49">49</a>]</span></p>
<p>“Het is zoo,” moest de moeder eenigszins verlegen
-bekennen; <span class="corr" id="xd26e927" title=
-"Niet in bron">“</span>het kind is soms verstandiger dan
+bekennen; <span class="corr" id="xd26e927" title="Niet in bron">“</span>het kind is soms verstandiger dan
ik … Nou, geef me de côtelette maar even aan, die
zal smaken. Lieve hemel, wat heb ik een honger!”</p>
<p>Opgevroolijkt door het voortdurende lachen van madame
@@ -2850,8 +2740,7 @@ vriend, die het geheim bewaarde, de verborgen en verterende hartstocht, dien men niet bevredigen kan en die toch zoo vreeselijk in je brandt,
de afspraken, die men zoo moeilijk houden kan, dat men dikwijls weken
lang wachten moet, en waarvan men, in een plotselinge opvlamming van
-begeerte, gulzig geniet. <span class="pagenum">[<a id="pb50" href=
-"#pb50" name="pb50">50</a>]</span></p>
+begeerte, gulzig geniet. <span class="pagenum">[<a id="pb50" href="#pb50" name="pb50">50</a>]</span></p>
<p>Verlegen stak zij hem haar kleine, smalle, klamme hand toe.</p>
<p>“Hoe toevallig, mijnheer de abbé … Wat is
het lang geleden, dat we elkaar gezien hebben!”</p>
@@ -2890,8 +2779,7 @@ hij onvoorwaardelijk, zonder eenigen strijd, met het makkelijke geloof van een kind, dat nog geen hartstocht kent. Sedert de Heilige Maagd hem
te Lourdes door een wonder, waarover men nu nog sprak, van een
oogziekte genezen had, was zijn geloof nog blinder, nog inniger
-geworden, als ware het gedrenkt in dankbaarheid aan God. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51" name="pb51">51</a>]</span></p>
+geworden, als ware het gedrenkt in dankbaarheid aan God. <span class="pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51" name="pb51">51</a>]</span></p>
<p>“Ik ben blij, dat ik je bij ons zie, vriendlief,” zeide
hij zacht, “want jonge priesters kunnen op zoo’n bedevaart
heel wat leeren … Men heeft mij verzekerd, dat er onder
@@ -2931,8 +2819,7 @@ hoofd, dat roerloos en met een stompzinnige, wezenlooze uitdrukking op het kussen lag, had zijn vroegere schoonheid behouden. Maar wat het
hart, bij het zien van dat jammerlijk restje vrouw, nog meer toekneep,
dat was de groote luxe, die haar omringde: het met blauwe zijde
-gecapitonneerde rustbed, de <span class="pagenum">[<a id="pb52" href=
-"#pb52" name="pb52">52</a>]</span>kostbare kanten, waarmede zij bedekt
+gecapitonneerde rustbed, de <span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52" name="pb52">52</a>]</span>kostbare kanten, waarmede zij bedekt
was, het kapje van Valenciennes-kant, dat zij droeg: een rijkdom, die
zelfs nog in den doodsstrijd ten toon gespreid werd.</p>
<p>“Hoe treurig,” begon abbé Judaine weer
@@ -2972,8 +2859,7 @@ die moeilijk liepen, aan den arm van diakonessen hun pas trachtten te versnellen. Vier mannen hadden groote moeite om madame Dieulafay in
haar coupé eerste klasse te krijgen. De Vignerons, die het niet
beneden zich achtten tweede klasse te reizen, hadden zich reeds weer
-<span class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53" name=
-"pb53">53</a>]</span>geïnstalleerd tusschen een groote menigte
+<span class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53" name="pb53">53</a>]</span>geïnstalleerd tusschen een groote menigte
manden, kisten en koffers, die den armen Gustave nauwlijks veroorloofd
hadden zijn arme, rudimentaire beenen uit te strekken. Dan kwamen zij
allen weer terug: madame Maze sloop op haar stille manier den wagon
@@ -3012,8 +2898,7 @@ kon onder de gegeven omstandigheden geen kwaad in steken.</p> <p>“Mijnheer Ferrand, kijk eens in zijn zakken!”</p>
<p>Voorzichtig fouilleerde hij den man. Maar hij vond in de zakken
niets dan een rozenkrans, een mes en drie sous. Nooit zou men iets meer
-van hem weten. <span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54" name=
-"pb54">54</a>]</span></p>
+van hem weten. <span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54" name="pb54">54</a>]</span></p>
<p>Daar riep iemand, dat zuster Claire des Anges en pater Massias
kwamen. Deze laatste had in een wachtkamer zijn tijd verpraat met den
pastoor van Sainte-Radegonde. Er ontstond een levendige ontroering,
@@ -3038,28 +2923,22 @@ portieren en het haastige toesnellen der pelgrims, die zich verlaat hadden, terwijl de stationschef met onrustige blikken naar de
stationsklok keek, daar hij wel inzag, dat hij nog eenige minuten zou
moeten toestaan.</p>
-<p>“<i lang="la">Credo in unum Deum</i><a class="noteref" id=
-"xd26e1022src" href="#xd26e1022" name=
-"xd26e1022src">2</a>…” mompelde de pater vlug.</p>
+<p>“<i lang="la">Credo in unum Deum</i><a class="noteref" id="xd26e1022src" href="#xd26e1022" name="xd26e1022src">2</a>…” mompelde de pater vlug.</p>
<p>“Amen,” vielen zuster Hyacinthe en de geheele wagon
in.</p>
<p>Degenen, die ertoe in staat geweest waren, lagen op de banken
neergeknield. De anderen vouwden hun handen, maakten herhaaldelijk het
teeken des kruises, en toen op het prevelen der gebeden de
litanieën van het rituaal volgden, verhieven zich de stemmen, rees
-met het <i>Kyrie Eleison</i><a class="noteref" id="xd26e1031src" href=
-"#xd26e1031" name="xd26e1031src">3</a> een vurige smeekbede op voor de
+met het <i>Kyrie Eleison</i><a class="noteref" id="xd26e1031src" href="#xd26e1031" name="xd26e1031src">3</a> een vurige smeekbede op voor de
vergeving der zonden en de lichamelijke en geestelijke genezing van den
man. Dat geheel zijn leven, dat men niet kende, hem vergeven mocht
worden en hij, onbekend en triompheerend, ingaan mocht in het
koninkrijk Gods!</p>
-<p>“<i lang="la">Christe, exaudi nos.</i>”<a class=
-"noteref" id="xd26e1039src" href="#xd26e1039" name="xd26e1039src">4</a>
-<span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55" name=
-"pb55">55</a>]</span></p>
+<p>“<i lang="la">Christe, exaudi nos.</i>”<a class="noteref" id="xd26e1039src" href="#xd26e1039" name="xd26e1039src">4</a>
+<span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55" name="pb55">55</a>]</span></p>
<p>“<i lang="la">Ora pro nobis, sancta Dei
-Genitrix.</i>”<a class="noteref" id="xd26e1048src" href=
-"#xd26e1048" name="xd26e1048src">5</a></p>
+Genitrix.</i>”<a class="noteref" id="xd26e1048src" href="#xd26e1048" name="xd26e1048src">5</a></p>
<p>Pater Massias had de zilveren naald, waaraan een droppel gewijde
olie trilde, genomen. Bij de drukte en het wachten van den geheelen
trein, waardoor de pelgrims hun hoofd uit de portieren staken, kon de
@@ -3074,8 +2953,7 @@ geheel verstijfd, tot het stof der aarde teruggekeerd scheen te zijn.</p>
<p>“<i lang="la">Per istam sanctam unctionem, et suam piissimam
misericordiam, indulgeat tibi Dominus quidquid per visum, auditum,
-odoratum, gustum, tactum, deliquisti.</i>”<a class="noteref" id=
-"xd26e1058src" href="#xd26e1058" name="xd26e1058src">6</a></p>
+odoratum, gustum, tactum, deliquisti.</i>”<a class="noteref" id="xd26e1058src" href="#xd26e1058" name="xd26e1058src">6</a></p>
<p>Het slot der plechtigheid ging in het lawaai van het vertrek
verloren. De pater had nog nauwlijks tijd den droppel af te wisschen
met het watje, dat zuster Hyacinthe voor hem gereed hield. Hij moest
@@ -3096,12 +2974,10 @@ opnieuw begonnen was met zijn lading zieken in de benauwende en verpestende atmospheer der over-verhitte wagons.</p>
<p>Een lang-aangehouden gefluit weerklonk, de locomotief begon te
puffen, en zuster Hyacinthe stond op om te zeggen:</p>
-<p>“Het <i>Magnificat</i>, kinderen!” <span class=
-"pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56" name="pb56">56</a>]</span></p>
+<p>“Het <i>Magnificat</i>, kinderen!” <span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56" name="pb56">56</a>]</span></p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e1076" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e1076" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">IV.</h3>
</div>
@@ -3141,8 +3017,7 @@ glimlachends en bescheidens gaven.</p> <p>Toen het <i>Magnificat</i> uitgezongen was, kon Pierre geen
weerstand bieden aan zijn verlangen Sophie te ondervragen. Een kind van
dien leeftijd, dat er zoo oprecht uitzag en geen leugenaarster scheen
-te zijn, interesseerde hem ten zeerste. <span class="pagenum">[<a id=
-"pb57" href="#pb57" name="pb57">57</a>]</span></p>
+te zijn, interesseerde hem ten zeerste. <span class="pagenum">[<a id="pb57" href="#pb57" name="pb57">57</a>]</span></p>
<p>“Je hadt bijna den trein gemist, niet lieve kind?”</p>
<p>“O, mijnheer de abbé, dat zou verschrikkelijk geweest
zijn. Ik was gisteren al aan het station. Toen zag ik mijnheer den
@@ -3183,8 +3058,7 @@ zochten in haar het mirakel. Zij, die staan konden, stonden op, om haar beter te kunnen zien; de anderen, de zieken, die op hun matrassen
lagen, trachtten zich op te richten. In hun lijden, dat hen, angstig
als zij opzagen tegen de vijftien uur, die zij nog hadden te rijden,
-bij het vertrek uit Poitiers <span class="pagenum">[<a id="pb58" href=
-"#pb58" name="pb58">58</a>]</span>opnieuw aangegrepen had, was de
+bij het vertrek uit Poitiers <span class="pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58" name="pb58">58</a>]</span>opnieuw aangegrepen had, was de
plotselinge komst van dit, door den hemel uitverkoren kind als een
goddelijke troost, als een straal van hoop, waaruit zij de kracht
zouden putten om de reis moedig vol te houden. Reeds hield het jammeren
@@ -3265,8 +3139,7 @@ waren. Waar waren de getuigen?</p> <p>“Ik was erbij,” vertelde juist madame de
Jonquière. “Zij behoorde niet tot mijn zaal, maar ik had
haar dien ochtend nog gezien; zij hinkte …”
-<span class="pagenum">[<a id="pb60" href="#pb60" name=
-"pb60">60</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb60" href="#pb60" name="pb60">60</a>]</span></p>
<p>“Ah! Hebt u haar voet vóór en na de indompeling
gezien?”</p>
<p>“Neen, dat niet, ik geloof niet, dat iemand dien heeft kunnen
@@ -3307,8 +3180,7 @@ gezicht dan ook niet een klein litteeken behouden en niet als het gezicht van alle menschen worden? Sophie, nog steeds op de bank
staande, moest zich aan een der ijzeren stangen vasthouden en haar voet
op den rand van het beschot leggen, nu rechts, dan links; zij werd niet
-<span class="pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name=
-"pb61">61</a>]</span>moede, integendeel zij was blij en trotsch over de
+<span class="pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span>moede, integendeel zij was blij en trotsch over de
uitroepen, die zij hoorde, over de sidderende bewondering, over den
vromen eerbied, dien men bewees aan dat kleine stukje van haar persoon,
aan dien kleinen voet, welke nu als gewijd en heilig was.</p>
@@ -3327,8 +3199,7 @@ de innige reinheid van het jonge meisje, ging er niet verder op in, liet haar zich geheel overgeven aan den ademtocht van de troostrijke
illusie, die door den wagon ging.</p>
<p>Sedert het vertrek uit Poitiers was de temperatuur nog drukkender
-geworden; een <span class="corr" id="xd26e1212" title=
-"Bron: omweer">onweer</span> kwam op aan den koperkleurigen hemel; het
+geworden; een <span class="corr" id="xd26e1212" title="Bron: omweer">onweer</span> kwam op aan den koperkleurigen hemel; het
was alsof de trein door een hoogoven reed. Droefgeestig en als
uitgestorven onder de brandende zon, snelden de dorpen voorbij. Te
Couhé-Verac werd de rozenkrans weer gebeden en een lied
@@ -3342,15 +3213,13 @@ Maagd gebeden.</p> <p>“<i lang="la">Ora pro nobis, sancta Dei
Genitrix.</i>”</p>
<p>“<i lang="la">Ut digni efficiamur promissionibus
-Christi</i>”<a class="noteref" id="xd26e1225src" href=
-"#xd26e1225" name="xd26e1225src">7</a>.</p>
+Christi</i>”<a class="noteref" id="xd26e1225src" href="#xd26e1225" name="xd26e1225src">7</a>.</p>
<p>Toen het gebed geëindigd was, zeide mijnheer Sabathier, die
naar de kleine Sophie gekeken had, toen zij haar schoenen en kousen
weer aantrok, tegen mijnheer de Guersaint:</p>
<p>“Het geval van dit kind is buiten eenigen twijfel zeer
interessant. Maar het is eigenlijk nog niets, er zijn nog veel
-<span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62" name=
-"pb62">62</a>]</span>sterker gevallen … Kent u het verhaal
+<span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62" name="pb62">62</a>]</span>sterker gevallen … Kent u het verhaal
van Pierre de Rudder, een Belgisch werkman?”</p>
<p>Allen waren weer gaan zitten om te luisteren.</p>
<p>“Die man had door een val zijn been gebroken. Na acht jaar
@@ -3388,8 +3257,7 @@ wascht zijn beide beenen en drinkt de rest van de flesch leeg. Dan gaat hij naar bed en valt in slaap; en wanneer hij wakker wordt, bevoelt hij
zich, kijkt: niets meer! De aderspat, de gezwellen, alles
verdwenen … De huid van de knie was zoo zacht en frisch
-geworden, als zij met twintig jaar zijn moet.” <span class=
-"pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name="pb63">63</a>]</span></p>
+geworden, als zij met twintig jaar zijn moet.” <span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name="pb63">63</a>]</span></p>
<p>Ditmaal volgde er een uitbarsting van verbazing en bewondering. De
zieken en de pelgrims betraden het tooverland van het wonder, waar het
onmogelijke bij iedere kromming van den weg zich voltrekt, waar men van
@@ -3428,13 +3296,10 @@ weer bij haar op.</p> in een weeshuis was en zelfs in haar jeugd al niet meer kon knielen.
Haar ledematen waren tot hoepels vergroeid; haar rechterbeen was veel
korter en had zich ten slotte over het linker gerold; en wanneer een
-van haar vriendinnetjes <span class="pagenum">[<a id="pb64" href=
-"#pb64" name="pb64">64</a>]</span>haar droeg, zag men haar voeten als
-dood in de <span class="corr" id="xd26e1260" title=
-"Bron: luch">lucht</span> slingeren … En het mooie van het
+van haar vriendinnetjes <span class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64" name="pb64">64</a>]</span>haar droeg, zag men haar voeten als
+dood in de <span class="corr" id="xd26e1260" title="Bron: luch">lucht</span> slingeren … En het mooie van het
geval is, dat zij niet eens naar Lourdes geweest is. Zij heeft alleen
-een novene<a class="noteref" id="xd26e1263src" href="#xd26e1263" name=
-"xd26e1263src">8</a> gehouden; maar zij heeft gedurende die negen dagen
+een novene<a class="noteref" id="xd26e1263src" href="#xd26e1263" name="xd26e1263src">8</a> gehouden; maar zij heeft gedurende die negen dagen
gevast en haar begeerte om beter te worden was zoo vurig, dat zij zelfs
de nachten in gebed doorbracht … Toen zij eindelijk den
negenden dag een weinig water uit Lourdes dronk, voelde zij eensklaps
@@ -3506,8 +3371,7 @@ geneesmiddelen gaven. Maar zij hadden net zoo goed niets kunnen doen … Zuster Dorothée begreep heel goed, dat
alleen de Heilige Maagd haar zou kunnen genezen, en dus gaat zij naar
Lourdes en laat zich in den vijver onderdompelen. Eerst dacht zij te
-<span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name=
-"pb66">66</a>]</span>zullen sterven, zoo koud was het. Doch toen werd
+<span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name="pb66">66</a>]</span>zullen sterven, zoo koud was het. Doch toen werd
het zoo zacht, dat zij het lauwwarm begon te vinden en lekker als melk.
Nooit had zij zoo iets heerlijks gevoeld; haar aderen gingen open en
het water stroomde erin. U begrijpt, het leven keerde in haar terug van
@@ -3539,8 +3403,7 @@ hand een klein litteeken, alleen om het werk der Heilige Maagd te kunnen laten zien.”</p>
<p>Deze anecdote had nog meer uitwerking dan de wonderen der groote
genezingen. Een naald, die wandelde, alsof iemand hem voortgeduwd had.
-Dat bevolkte het onzienlijke, bewees, dat iedere <span class="corr" id=
-"xd26e1294" title="Bron: ziekte">zieke</span> zijn eigen schutsengel
+Dat bevolkte het onzienlijke, bewees, dat iedere <span class="corr" id="xd26e1294" title="Bron: ziekte">zieke</span> zijn eigen schutsengel
achter zich had, bereid hem op een teeken des hemels te helpen. En dan,
hoe aardig en kinderlijk was het, die naald, die, na zeven jaar te zijn
blijven zitten, in het wonderwater wegging. En allen lachten van
@@ -3586,8 +3449,7 @@ alsof de locomotief, aan zichzelf overgelaten, hen allen gevoerd had naar het goddelijke land der droomen. Ze rolden voort, rolden steeds
maar voort, en ten slotte keek hij niet meer naar buiten, maar gaf hij
zich geheel over aan den invloed van de zware, slaapwekkende
-<span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68" name=
-"pb68">68</a>]</span>atmosfeer in den wagon, waarin de extase, die ver
+<span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68" name="pb68">68</a>]</span>atmosfeer in den wagon, waarin de extase, die ver
weg was van de werkelijke wereld, die zij in zoo snelle vaart
doorijlden, steeds grooter werd. Het met nieuw leven bezielde gezicht
van Marie vervulde hem met groote vreugde. Hij liet zijn hand, die zij
@@ -3626,8 +3488,7 @@ geweest te zijn, plotseling, terwijl zij vóór de Grot bidt, uitroept: “Wees gegroet, Maria!”; en anderen,
honderden anderen, die radicaal genezen werden, allen door een paar
druppels water in hun oor of op hun tong te druppelen. Dan kwamen de
-blinden: <span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69" name=
-"pb69">69</a>]</span>pater Hermann, die voelde, hoe de zachte hand der
+blinden: <span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69" name="pb69">69</a>]</span>pater Hermann, die voelde, hoe de zachte hand der
Heilige Maagd den sluier, dien hij voor zijn oogen had, wegnam;
mademoiselle de Pontbriant, die beide oogen zoo goed als verloren had
en die, ten gevolge van een eenvoudig gebed een beter gezichtsvermogen
@@ -3647,8 +3508,7 @@ handen krampachtig samengetrokken, haar mond misvormd had, ziet haar ledematen zich ontspannen, de misvorming van haar mond verdwijnen,
alsof een onzichtbare hand de verschrikkelijke banden, die haar
misvormden, doorsneed. Marie Vachier, die zeventien jaar lang door
-paraplegie<a class="noteref" id="xd26e1316src" href="#xd26e1316" name=
-"xd26e1316src">9</a> aan haar fauteuil gekluisterd, loopt en springt
+paraplegie<a class="noteref" id="xd26e1316src" href="#xd26e1316" name="xd26e1316src">9</a> aan haar fauteuil gekluisterd, loopt en springt
niet alleen, als zij uit den vijver komt, maar ziet zelfs geen spoor
meer van de wonden, waarmede haar lichaam door het lange, onbeweeglijke
liggen overdekt was. Georges Hanquet, die aan ruggemergverweeking leed
@@ -3853,8 +3713,7 @@ illusie, als de opstand en de triomf van het onmogelijk geachte over de onverbiddelijke materie. Nooit was een meer passionneerende roman
geschreven om de zieken te verheffen boven den harden en wreeden
levensstrijd. Dien droom te droomen was het groote, onuitsprekelijke
-<span class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75" name=
-"pb75">75</a>]</span>geluk. De paters van Maria Hemelvaart hadden
+<span class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75" name="pb75">75</a>]</span>geluk. De paters van Maria Hemelvaart hadden
slechts daarom jaarlijks het succes van hun bedevaarten grooter zien
worden, omdat zij aan de toegestroomde volkeren troost en leugen
verkochten, dat heerlijke brood der hoop, waarnaar de lijdende
@@ -3891,8 +3750,7 @@ maakten. Zelfs de onbekende keerde, al was het dan ook maar voor één minuut, tot het leven terug. Toen zuster Hyacinthe
weer eens het koude zweet van zijn voorhoofd veegde, sloeg hij zijn
oogen op, terwijl een glimlach zijn gelaat deed oplichten. Nog eenmaal
-had hij gehoopt. <span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name=
-"pb76">76</a>]</span></p>
+had hij gehoopt. <span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name="pb76">76</a>]</span></p>
<p>Marie hield nog steeds in haar kleine klamme hand de hand van
Pierre. Het was zeven uur, eerst om half acht zouden ze in Bordeaux
zijn; en de trein, die te laat was, verhaastte, om de verloren minuten
@@ -3921,8 +3779,7 @@ van dit onder vollen stoom rollende, steeds voortrollende hospitaal, weer geloovig te zijn.</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e1367" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e1367" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">V.</h3>
</div>
@@ -3938,8 +3795,7 @@ Hyacinthe in haar handen.</p> <i>Pater’s</i> en <i>Ave’s</i>, een zelfonderzoek, een
boetedoening, een algeheele overgave van zichzelf aan God, aan de
Heilige Maagd en aan de Heiligen, een vurige dankzegging voor
-<span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name=
-"pb77">77</a>]</span>den gelukkig doorgebrachten dag, die met een gebed
+<span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name="pb77">77</a>]</span>den gelukkig doorgebrachten dag, die met een gebed
voor de levenden en gestorven geloovigen eindigde.</p>
<p>“In den naam des Vaders, des Zoons, en des Heiligen
Geestes … Amen!”</p>
@@ -3979,8 +3835,7 @@ de lamp zitten en moest daarom van plaats omwisselen met mijnheer de Guersaint, die door de belofte van een verhaal al even verrukt was als
de zieken. En toen de jonge priester eindelijk zat en het boekje
opende, rekten aller halzen zich uit en spitsten zich aller ooren.
-Gelukkig <span class="pagenum">[<a id="pb78" href="#pb78" name=
-"pb78">78</a>]</span>had hij een duidelijke, heldere stem, kon hij
+Gelukkig <span class="pagenum">[<a id="pb78" href="#pb78" name="pb78">78</a>]</span>had hij een duidelijke, heldere stem, kon hij
boven het gedreun der wielen uitkomen, dat trouwens in deze eindelooze
vlakte niet zoo hinderlijk meer was.</p>
<p>Maar alvorens te beginnen, keek Pierre het boekje in. Het was een
@@ -4012,15 +3867,13 @@ groote rots, die de bewoners van die streek Massabielle noemen …”</p>
<p>Hier gekomen hield Pierre op en liet het boekje op zijn knieën
vallen. De kinderlijkheid van het verhaal, de conventioneele,
-nietszeggende zinnen <span class="corr" id="xd26e1421" title=
-"Bron: hinnerden">hinderden</span> hem, hem, die het volledige dossier
+nietszeggende zinnen <span class="corr" id="xd26e1421" title="Bron: hinnerden">hinderden</span> hem, hem, die het volledige dossier
van deze buitengewone geschiedenis in handen gehad, die hartstochtelijk
de kleinste bijzonderheden ervan bestudeerd had, en die in zijn hart
een innige liefde, een grenzenloos medelijden voor Bernadette
koesterde. Hij had zooeven nog tegen zichzelf gezegd, dat hij de
enquête, waarvoor hij vroeger zoo graag naar Lourdes had willen
-gaan, morgen aan den dag zou kunnen beginnen. Het was <span class=
-"pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79" name="pb79">79</a>]</span>een van
+gaan, morgen aan den dag zou kunnen beginnen. Het was <span class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79" name="pb79">79</a>]</span>een van
de redenen, die hem tot de reis hadden doen besluiten. En opnieuw
ontwaakte zijn nieuwsgierigheid met betrekking tot de helderziende, die
hij liefhad, omdat hij voelde, dat zij oprecht, waarheidlievend en
@@ -4049,8 +3902,7 @@ boekje en dat hij haar op een zoo aandoenlijken en bezielden toon vertelde, steeg de aandacht nog meer, gaven die aan smart zoo rijke
zielen zich, in haar honger naar geluk, geheel aan hem.</p>
<p>Eerst kwam de jeugd van Bernadette, te Bartrès, aan de beurt.
-Zij groeide daar op bij haar zoogmoeder, vrouw <span class="corr" id=
-"xd26e1431" title="Bron: Lagûes">Lagües</span>, die, toen
+Zij groeide daar op bij haar zoogmoeder, vrouw <span class="corr" id="xd26e1431" title="Bron: Lagûes">Lagües</span>, die, toen
zij een pas geboren kind verloren had, den armen Soubirous den dienst
bewees hun kind te voeden en bij zich te houden. Dit gehucht van
vierhonderd zielen lag, op ongeveer een mijl afstands van Lourdes, als
@@ -4060,8 +3912,7 @@ uit elkaar op door hagen gescheiden grasvelden, die met note- en kastanjeboomen beplant zijn, terwijl heldere beekjes, die nooit
zwijgen, de voetpaden der hellingen volgen; alleen de oude, kleine
Romaansche kerk steekt omhoog op een heuveltje, dat verder door de
-graven van <span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80" name=
-"pb80">80</a>]</span>het kerkhof ingenomen wordt. Aan alle kanten
+graven van <span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80" name="pb80">80</a>]</span>het kerkhof ingenomen wordt. Aan alle kanten
rijzen boschrijke hellingen golvend op: het dorpje is als een gat in
het heerlijke diep-groene grastapijt. Bernadette, die, sedert zij een
groot meisje was, haar kostgeld verdiende met het hoeden van schapen,
@@ -4099,8 +3950,7 @@ vroegen ochtend tot den laten avond, zoodat men haar ten slotte bij haar schapen nog slechts zag met den rozenkrans in haar handen, de
<i>Pater’s</i> en <i>Ave’s</i> afbiddend. Hoeveel uren had
zij daar zoo doorgebracht op de groene helling van den heuvel,
-<span class="pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" name=
-"pb81">81</a>]</span>gewiegd door het geheimzinnig ruischen der
+<span class="pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" name="pb81">81</a>]</span>gewiegd door het geheimzinnig ruischen der
bladeren, terwijl zij bij oogenblikken niets van de wereld zag dan de
toppen der verre bergen, ijl als een droom wegdoezelend in het licht.
De dagen verliepen, en steeds vergezelde haar bij het rondzwerven die
@@ -4138,8 +3988,7 @@ geschenke gegeven had. Het waren die bloedige gevechten, belegeringen van vestingen, vreeselijke duels op den degen tusschen Roland en
Reinoud, die ten slotte het Heilige Land ging bevrijden, den toovenaar
Maugis met zijn wonderbaarlijke tooverkunsten niet te vergeten en
-<span class="pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82" name=
-"pb82">82</a>]</span>prinses Clarisse, de zuster van den koning van
+<span class="pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82" name="pb82">82</a>]</span>prinses Clarisse, de zuster van den koning van
Aquitanië, die mooier was dan de dag. Wanneer haar phantasie zoo
opgewekt was, kon Bernadette ’s nachts den slaap niet vatten
vooral niet na avonden, waarop niet voorgelezen werd, maar iemand uit
@@ -4178,8 +4027,7 @@ bosschen en over bergstroomen.</p> <p>“Geef me mijn register!”</p>
<p>“Neen, je krijgt het niet!”</p>
<p>En telkens begon het weer opnieuw:</p>
-<p>“Geef me mijn register!” <span class="pagenum">[<a id=
-"pb83" href="#pb83" name="pb83">83</a>]</span></p>
+<p>“Geef me mijn register!” <span class="pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83" name="pb83">83</a>]</span></p>
<p>“Neen, je krijgt het niet!”</p>
<p>De griffier, die reeds buiten adem was en op het punt stond neer te
vallen, kreeg plotseling een ingeving: hij sprong op het kerkhof in
@@ -4217,8 +4065,7 @@ Bernadette ter leering. Zij was toen bijna veertien jaar, zoodat het hoog tijd werd, dat zij haar eerste communie deed. Haar zoogmoeder, die
voor gierig doorging, liet haar niet school gaan, maar haar van
’s morgens tot ’s avonds in het huishouden helpen. Mijnheer
-Barbet, de onderwijzer, <span class="pagenum">[<a id="pb84" href=
-"#pb84" name="pb84">84</a>]</span>zag haar nooit in zijn klas. Maar op
+Barbet, de onderwijzer, <span class="pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84" name="pb84">84</a>]</span>zag haar nooit in zijn klas. Maar op
een dag, dat hij in plaats van pastoor Ader, die ziek was, catechesatie
gaf, viel zij hem dadelijk op door haar vroomheid en haar
bescheidenheid. De priester hield veel van Bernadette en sprak dikwijls
@@ -4257,8 +4104,7 @@ droomen, als vogels in een helderen hemel, voorbij streek. Haar mond was groot en sterk ontwikkeld en wees op goedheid; haar vierkant hoofd
met het rechte voorhoofd en de dikke zwarte haren zou zonder de
uitdrukking van beminlijke eigenzinnigheid niets bijzonders
-<span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85" name=
-"pb85">85</a>]</span>gehad hebben. Maar wie haar niet in de oogen zag,
+<span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85" name="pb85">85</a>]</span>gehad hebben. Maar wie haar niet in de oogen zag,
merkte haar niet op; zij was dan niets meer dan een arm straatkind, dat
lichamelijk en geestelijk achter was. En in die oogen had pastoor Ader
ongetwijfeld alles gelezen, wat later in haar zou opbloeien: het
@@ -4297,8 +4143,7 @@ door de bijzonderheden van ontroerende en vriendelijk glimlachende menschelijkheid, die Pierre gaf. Hun blikken waren niet van hem af;
vreemd belicht door de walmende lampen, strekten hun hoofden zich naar
hem uit. En het waren niet alleen de zieken, die in koortsachtige
-spanning luisterden, maar ook de tien vrouwen <span class=
-"pagenum">[<a id="pb86" href="#pb86" name="pb86">86</a>]</span>van het
+spanning luisterden, maar ook de tien vrouwen <span class="pagenum">[<a id="pb86" href="#pb86" name="pb86">86</a>]</span>van het
achterste compartiment wendden haar arme, leelijke gezichten, die mooi
werden door het naïeve geloof, naar Pierre, om toch maar geen
woord te verliezen.</p>
@@ -4338,8 +4183,7 @@ gekomen, waar tegenover de rots Massabielle, waarvan zij alleen gescheiden waren door den smallen waterloop van den molen van
Sâvy. Het was een woeste plek, waarheen de gemeenteherder
dikwijls zijn varkens bracht, die bij plotselinge regenbuien een
-schuilplaats <span class="pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87" name=
-"pb87">87</a>]</span>zochten onder de rots van Massabielle, aan den
+schuilplaats <span class="pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87" name="pb87">87</a>]</span>zochten onder de rots van Massabielle, aan den
voet waarvan zich, onder wilde roze- en braamstruiken verborgen, een
soort grot gevormd had. Er was niet veel droog hout te vinden geweest,
zoodat Marie en Jeanne, toen zij aan den overkant een grooten hoop
@@ -4377,8 +4221,7 @@ voortzetting van een droom, dien zij zich niet meer herinnerde? Dan teekenden zich langzamerhand eenige omtrekken af, meende zij een
gestalte te herkennen, die in het schelle licht geheel wit was. Uit
angst, dat het de duivel zou kunnen zijn—zij werd dikwijls door
-<span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88" name=
-"pb88">88</a>]</span>zulke gedachten bezeten—was zij haar
+<span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88" name="pb88">88</a>]</span>zulke gedachten bezeten—was zij haar
rozenkrans gaan bidden. En toen zij, nadat het licht langzaam uitgegaan
was, den waterloop overging en zich weer bij Marie en Jeanne voegde,
vond zij het heel vreemd, dat dezen bij het hout rapen
@@ -4417,8 +4260,7 @@ sneeuwwitte, glanzende kleed moest van een op aarde onbekende stof zijn, die uit zonnestralen scheen te zijn geweven. De losjes geknoopte
hemelsblauwe sjerp liet twee lange einden hangen, fladderend in den
ochtendwind. De rozenkrans, die om den rechterarm geslagen was, had
-melkwitte kralen, terwijl de <span class="pagenum">[<a id="pb89" href=
-"#pb89" name="pb89">89</a>]</span>schakels en het kruis van goud waren.
+melkwitte kralen, terwijl de <span class="pagenum">[<a id="pb89" href="#pb89" name="pb89">89</a>]</span>schakels en het kruis van goud waren.
En op haar bloote voeten, op de aanbiddelijke voeten, die van een
jonkvrouwelijke blankheid waren, bloeiden twee gouden rozen, de
mystieke rozen van het onbevlekte lichaam der Godsmoeder.</p>
@@ -4456,8 +4298,7 @@ vijfde hadden Vrijdag of Zaterdag plaats; maar de door een stralenkrans omgeven Vrouwe, die haar naam nog niet genoemd had, vergenoegde zich
met te glimlachen, zonder een woord te spreken. Zondag weende zij en
zeide tegen Bernadette:</p>
-<p>“Bid voor de zondaars.” <span class="pagenum">[<a id=
-"pb90" href="#pb90" name="pb90">90</a>]</span></p>
+<p>“Bid voor de zondaars.” <span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90" name="pb90">90</a>]</span></p>
<p>Maandag deed zij het kind het groote verdriet niet te verschijnen,
zeker om haar te beproeven. Maar Dinsdag vertrouwde zij haar een geheim
toe, dat nooit geopenbaard mocht worden; dan eindelijk deelde zij haar
@@ -4496,8 +4337,7 @@ Bernadette voor den geest, wier lijdensbloem zoo schoon gebloeid had. Volgens de brutaal-ruwe uitspraak van een geneesheer was dit
veertienjarige meisje, dat in haar achterlijken wasdom door pijnen
gekweld werd en reeds door een asthma ten gronde gericht was, niets
-meer <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" name=
-"pb91">91</a>]</span>dan een soort hysterica, een gedegenereerde, een
+meer <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" name="pb91">91</a>]</span>dan een soort hysterica, een gedegenereerde, een
kindsche. Dat zij geen heftige aanvallen had, dat er bij de kleinere
aanvallen geen verstijving van spieren intrad, dat zij zich haar
visioenen zoo goed en duidelijk herinnerde, was een gevolg van het
@@ -4534,8 +4374,7 @@ niet uitbleven. Abbé Peyramale, de pastoor van Lourdes, een geleerd, rechtschapen man met een goed gezond verstand, kon met het
volste recht zeggen, dat hij dat kind niet kende, dat men het nog nooit
op de catechesatie gezien had. Waar was dan de drijvende kracht, de
-geleerde <span class="pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92" name=
-"pb92">92</a>]</span>les? Er was alleen maar haar te Bartrès
+geleerde <span class="pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92" name="pb92">92</a>]</span>les? Er was alleen maar haar te Bartrès
doorgebrachte jeugd, het eerste onderricht van abbé Ader,
gesprekken misschien, godsdienstige plechtigheden ter eere van het
nieuwe dogma of alleen maar een van die medailles, welke men bij die
@@ -4572,8 +4411,7 @@ de eenige, onaanvechtbare werkelijkheid, bereid deze ten koste van haar bloed te belijden, haar steeds herhalend, er met alle onveranderlijke
bijzonderheden aan vasthoudend. Zij loog niet, want zij wist niet
anders, kon, wilde niets anders willen.</p>
-<p>Pierre liet zich geheel gaan en ontwierp een behoorlijk <span class=
-"pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93" name="pb93">93</a>]</span>beeld
+<p>Pierre liet zich geheel gaan en ontwierp een behoorlijk <span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93" name="pb93">93</a>]</span>beeld
van het oude Lourdes, dat kleine, vrome, aan den voet der
Pyrenaeën slapende stadje. Vroeger was het Kasteel, dat op een
rots aan een kruispunt der zeven dalen van Lavedan lag, de sleutel der
@@ -4609,8 +4447,7 @@ vol oude beeldhouwwerken, zuilen, altaarstukken en beelden, bevolkt met gouden visioenen en geschilderde lichamen, die in den loop der tijden
zoo verbleekt waren, dat men ze nog slechts zag als in het schemerlicht
van mystieke lampen. De geheele bevolking ging geregeld ter kerke om
-zich te verdiepen in dien droom van het mysterie. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name="pb94">94</a>]</span></p>
+zich te verdiepen in dien droom van het mysterie. <span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name="pb94">94</a>]</span></p>
<p>Er waren geen ongeloovigen, het volk had het primitief geloof
behouden; iedere corporatie schaarde zich om de vaan van haar heilige,
broederschappen van allerlei aard vereenigden op feesttochten de
@@ -4664,8 +4501,7 @@ vreugde.</p> <p>“En,” voegde zuster Hyacinthe er vroolijk aan toe,
“laat ik nu geen woord meer hooren, anders moet ik straf
uitdeelen!”</p>
-<p>Madame de <span class="corr" id="xd26e1625" title=
-"Bron: Jonquère">Jonquière</span> glimlachte vriendelijk
+<p>Madame de <span class="corr" id="xd26e1625" title="Bron: Jonquère">Jonquière</span> glimlachte vriendelijk
en zeide:</p>
<p>“Weest nu maar gehoorzaam, kinderen, en gaat goed slapen, om
morgen de kracht te hebben met geheel je hart in de Grot te
@@ -4690,8 +4526,7 @@ zoo ingewikkeld en vol lacunes was? Waarom haar niet te aanvaarden als een boodschapster uit het hiernamaals, een uitverkorene van het
goddelijke onbekende? De geneesheeren waren slechts ignoranten met ruwe
handen, terwijl het zoo heerlijk zijn zou in te sluimeren in het geloof
-der <span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name=
-"pb96">96</a>]</span>kleine kinderen, in de toovertuinen van het
+der <span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name="pb96">96</a>]</span>kleine kinderen, in de toovertuinen van het
onmogelijke! Eindelijk had hij een kostelijk oogenblik van algeheele
overgave, trachtte hij niet meer zich iets te verklaren, aanvaardde hij
de helderziende met haar rijk gevolg van wonderen, vertrouwde hij zich
@@ -4761,86 +4596,62 @@ was krachtiger dan de smart; ook al mochten al de kwalen, die hier opgehoopt waren, weer ontwaken, toenemen en erger worden onder de
uitputtende vermoeienis, toch klonk de jubelzang niet minder luid op
bij het triomphantelijk betreden van het land des wonders. De zieken
-hadden het <i lang="la">Ave maris stella</i><a class="noteref" id=
-"xd26e1674src" href="#xd26e1674" name="xd26e1674src">10</a> aangeheven
+hadden het <i lang="la">Ave maris stella</i><a class="noteref" id="xd26e1674src" href="#xd26e1674" name="xd26e1674src">10</a> aangeheven
te midden van de tranen, die de pijn hun ontrukte; hun smartekreten
namen toe, tot hun klagen zich oploste in een kreet van hoop.</p>
<p>Marie nam Pierre’s hand weer tusschen haar kleine,
koortsachtige vingertjes.</p>
<p>“O, mijn God, die man is nu gestorven en ik was zoo
-<span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name=
-"pb98">98</a>]</span>bang te sterven voor wij het doel bereikt
+<span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name="pb98">98</a>]</span>bang te sterven voor wij het doel bereikt
hadden!… En nu zijn we er, zijn we er eindelijk!”</p>
<p>De priester beefde van een grenzenlooze ontroering.</p>
<p>“Je moet genezen, Marie, en ik zelf zal ook genezen, als jij
voor me bidt.”</p>
<p>De locomotief floot scheller in de blauwe duisternis. Ze naderden,
-de lichten van Lourdes vlamden aan den horizont <span class="corr" id=
-"xd26e1690" title="Bron: En">en</span> de geheele wagon zong nog een
+de lichten van Lourdes vlamden aan den horizont <span class="corr" id="xd26e1690" title="Bron: En">en</span> de geheele wagon zong nog een
lied, de geschiedenis van Bernadette, het eindelooze klaaglied van
zestig coupletten, waarin de Engelengroet steeds weer als een refrein
terugkwam, een krankzinnig makend gezang, dat den hemel der extase
-opende. <span class="pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99" name=
-"pb99">99</a>]</span></p>
+opende. <span class="pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99" name="pb99">99</a>]</span></p>
</div>
</div>
</div>
<div class="footnotes">
<hr class="fnsep">
<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e440" href="#xd26e440src" name="xd26e440">1</a></span> Spaar, O
-Heer, spaar Uw volk … <a class="fnarrow" href=
-"#xd26e440src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e1022" href="#xd26e1022src" name="xd26e1022">2</a></span> Ik
-geloof in den eenigen God. <a class="fnarrow" href=
-"#xd26e1022src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e1031" href="#xd26e1031src" name="xd26e1031">3</a></span> Heer,
-erbarm u … <a class="fnarrow" href=
-"#xd26e1031src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e1039" href="#xd26e1039src" name="xd26e1039">4</a></span>
-Christus, verhoor ons. <a class="fnarrow" href=
-"#xd26e1039src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e1048" href="#xd26e1048src" name="xd26e1048">5</a></span> Bid voor
-ons, heilige Moeder Gods. <a class="fnarrow" href=
-"#xd26e1048src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e1058" href="#xd26e1058src" name="xd26e1058">6</a></span> Moge God
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e440" href="#xd26e440src" name="xd26e440">1</a></span> Spaar, O
+Heer, spaar Uw volk … <a class="fnarrow" href="#xd26e440src">↑</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e1022" href="#xd26e1022src" name="xd26e1022">2</a></span> Ik
+geloof in den eenigen God. <a class="fnarrow" href="#xd26e1022src">↑</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e1031" href="#xd26e1031src" name="xd26e1031">3</a></span> Heer,
+erbarm u … <a class="fnarrow" href="#xd26e1031src">↑</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e1039" href="#xd26e1039src" name="xd26e1039">4</a></span>
+Christus, verhoor ons. <a class="fnarrow" href="#xd26e1039src">↑</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e1048" href="#xd26e1048src" name="xd26e1048">5</a></span> Bid voor
+ons, heilige Moeder Gods. <a class="fnarrow" href="#xd26e1048src">↑</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e1058" href="#xd26e1058src" name="xd26e1058">6</a></span> Moge God
u door deze heilige zalving en door zijn zeer heilige genade u vergeven
al wat gij gezondigd hebt door uw gezicht, uw gehoor, uw reuk, uw
-smaak, uw aanraking. <a class="fnarrow" href=
-"#xd26e1058src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e1225" href="#xd26e1225src" name="xd26e1225">7</a></span> Bid voor
+smaak, uw aanraking. <a class="fnarrow" href="#xd26e1058src">↑</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e1225" href="#xd26e1225src" name="xd26e1225">7</a></span> Bid voor
ons, heilige Moeder Gods, opdat wij de beloften van Christus waardig
worden. <a class="fnarrow" href="#xd26e1225src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e1263" href="#xd26e1263src" name="xd26e1263">8</a></span>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e1263" href="#xd26e1263src" name="xd26e1263">8</a></span>
Negendaagsche godsdienstoefening om zekere genade te
verkrijgen. <a class="fnarrow" href="#xd26e1263src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e1316" href="#xd26e1316src" name="xd26e1316">9</a></span>
-Verlamming van het onderste gedeelte van het lichaam. <a class=
-"fnarrow" href="#xd26e1316src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e1674" href="#xd26e1674src" name="xd26e1674">10</a></span> Wees
-gegroet, ster der zee. Beginwoorden van een kerklied. <a class=
-"fnarrow" href="#xd26e1674src">↑</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e1316" href="#xd26e1316src" name="xd26e1316">9</a></span>
+Verlamming van het onderste gedeelte van het lichaam. <a class="fnarrow" href="#xd26e1316src">↑</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e1674" href="#xd26e1674src" name="xd26e1674">10</a></span> Wees
+gegroet, ster der zee. Beginwoorden van een kerklied. <a class="fnarrow" href="#xd26e1674src">↑</a></p>
</div>
</div>
</div>
-<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h2 class="main">TWEEDE DAG</h2>
</div>
<div class="divBody">
-<div id="xd26e1697" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e1697" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">I.</h3>
</div>
@@ -4872,8 +4683,7 @@ zenuwachtig, in de koortsachtige opgewondenheid, die hem tijdens de groote bedevaart dagen en nachten op den been hield. Dien ochtend
verwachtte hij buiten den gewonen dienst, achttien extra-treinen met
meer dan vijftien duizend reizigers. De grijze en de blauwe trein, die
-het eerst van <span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name=
-"pb100">100</a>]</span>Parijs vertrokken waren, waren op het
+het eerst van <span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name="pb100">100</a>]</span>Parijs vertrokken waren, waren op het
vastgestelde uur binnen gekomen. Maar de vertraging van den witten
trein was des te onaangenamer, omdat de expres uit Bayonne ook nog niet
gemeld was, zoodat het te begrijpen was, dat het personeel iedere
@@ -4911,10 +4721,8 @@ en God zal met ons zijn, morgen zult u talrijke genezingen te constateeren hebben, daar ben ik vast van overtuigd.”</p>
<p>En zichzelf in de rede vallend:</p>
<p>“Is pater Dargelès er niet?”</p>
-<p>Dr. Bonamy maakte een gebaar om te zeggen, dat hij het <span class=
-"pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101" name="pb101">101</a>]</span>niet
-wist. Pater Dargelès was belast met de redactie van den <i lang=
-"fr">Journal de la Grotte</i>. Hij behoorde tot de orde van de paters
+<p>Dr. Bonamy maakte een gebaar om te zeggen, dat hij het <span class="pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101" name="pb101">101</a>]</span>niet
+wist. Pater Dargelès was belast met de redactie van den <i lang="fr">Journal de la Grotte</i>. Hij behoorde tot de orde van de paters
der Onbevlekte Ontvangenis, die door den bisschop te Lourdes waren
gevestigd en daar onbeperkt heer en meester waren. Doch wanneer de
paters van Maria Hemelvaart met de nationale bedevaart uit Parijs
@@ -4951,8 +4759,7 @@ menschen in kleine groepen, geestelijken, heeren in overjassen, een officier der dragonders liepen zacht fluisterend af en aan. Anderen
zaten op de langs den muur staande banken eveneens te praten of
staarden, strak voor zich uit kijkend, naar de donkere vlakte. In de
-schel <span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name=
-"pb102">102</a>]</span>verlichte bureaux en wachtkamers teekenden de
+schel <span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name="pb102">102</a>]</span>verlichte bureaux en wachtkamers teekenden de
donkere deuren zich duidelijk af, terwijl ook de restauratiezaal,
waarin men de marmeren tafels en het met brood en vruchten, flesschen
en glazen beladen buffet zag, haar volle verlichting reeds had
@@ -4994,8 +4801,7 @@ een knap, lang en regelmatig gezicht, die nog zijn welverzorgd magistraten-bakkebaardje had. Behoorende tot een militante
legitimistische familie en zelf streng reactionnair, was hij sedert den
24<sup>sten</sup> Mei ambtenaar van het Openbaar Ministerie in een stad
-in het Zuiden, <span class="pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103" name=
-"pb103">103</a>]</span>toen hij na de afkondiging der decreten tegen de
+in het Zuiden, <span class="pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103" name="pb103">103</a>]</span>toen hij na de afkondiging der decreten tegen de
congregaties op luidruchtige wijze zijn ontslag genomen had in een
beleedigenden brief aan den minister van Justitie. Daarbij had hij het
echter niet gelaten, doch zich bij wijze van protest aangesloten bij de
@@ -5033,8 +4839,7 @@ onze kringen en ik geloof, dat zij nog al excentriek is.”</p> <p>Berthaud schudde zijn hoofd.</p>
<p>“Ik heb het je al meer gezegd, als ik jou was, nam ik de
kleine Raymonde, mademoiselle de Jonquière.”</p>
-<p>“Maar die bezit geen sou.” <span class="pagenum">[<a id=
-"pb104" href="#pb104" name="pb104">104</a>]</span></p>
+<p>“Maar die bezit geen sou.” <span class="pagenum">[<a id="pb104" href="#pb104" name="pb104">104</a>]</span></p>
<p>“Dat is zoo, nauwelijks genoeg om te leven. Maar zij is vrij
knap, uitstekend opgevoed en heeft geen neiging tot verkwisting; en dat
laatste doet de deur toe, want waartoe dient het een rijk meisje te
@@ -5092,8 +4897,7 @@ bergen in de opgaande zon zichtbaar zouden worden.</p> liep heen en weer, schreeuwde bevelen. Pater Fourcade liet ondanks zijn
jichtig been den schouder van dr. Bonamy los en ging naar voren.</p>
<p>“Die expres van Bayonne komt maar niet,” antwoordde de
-chef op de verschillende vragen … <span class="corr" id=
-"xd26e1813" title="Niet in bron">“</span>Waarom melden ze ook
+chef op de verschillende vragen … <span class="corr" id="xd26e1813" title="Niet in bron">“</span>Waarom melden ze ook
niets? Ik ben er niets gerust op!”</p>
<p>Weer ging het signaal over, een witkiel ging, met een lantaarn
zwaaiend, de donkerte in, terwijl in de verte met een seinlicht
@@ -5154,8 +4958,7 @@ voorafgegaan door den baron, legden hem voorloopig achter tonnen in een der loodsen neer. Een van hen, de zoon van een generaal, bleef bij het
lijk waken.</p>
<p>Na zuster Saint-François gevraagd te hebben op het
-stationsplein <span class="pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107" name=
-"pb107">107</a>]</span>bij het gereserveerde rijtuig, dat haar naar het
+stationsplein <span class="pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107" name="pb107">107</a>]</span>bij het gereserveerde rijtuig, dat haar naar het
Hôpital de Notre-Dame des Douleurs zou brengen, op haar te
wachten, haastte zuster Hyacinthe zich weer naar haar wagon terug. Toen
zij zeide, dat zij eerst de zieken behulpzaam wilde zijn bij het
@@ -5274,8 +5077,7 @@ gloeien, de duisternis te doorboren, als zocht zij iemand.</p> <p>Op dat oogenblik ontstond er een groot gedrang. Madame Dieulafay
werd uit haar compartiment eerste klasse gedragen, en madame
Désagneaux kon een uitroep van medelijden niet bedwingen.
-<span class="pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" name=
-"pb110">110</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" name="pb110">110</a>]</span></p>
<p>“Arme vrouw!”</p>
<p>Het was ook werkelijk een hartverscheurend schouwspel, die jonge
vrouw te midden van haar grooten luxe, met haar kanten als in een
@@ -5315,8 +5117,7 @@ Eindelijk liet zij zich overhalen en nam met Raymonde en madame Désagneaux een rijtuig. Op het laatste oogenblik was madame
Volmar, als gaf zij toe aan een plotseling opgekomen ongeduld,
verdwenen. Men had haar naar een onbekend heer zien gaan, zeker om hem
-<span class="pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111" name=
-"pb111">111</a>]</span>een inlichting te vragen. Enfin, ze zouden haar
+<span class="pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111" name="pb111">111</a>]</span>een inlichting te vragen. Enfin, ze zouden haar
wel in het hospitaal terugvinden.</p>
<p>Berthaud voegde zich voor den wagon bij Gérard, juist toen
deze met behulp van twee andere vrienden mijnheer Sabathier uit den
@@ -5391,12 +5192,10 @@ begon menschen en dingen te onderscheiden.</p> weg trachtte te banen. “Laten we wachten tot de stroom wat
weggevloeid is.”</p>
<p>Intusschen werd haar aandacht getrokken door een ongeveer
-<span class="corr" id="xd26e1934" title=
-"Bron: zestig-jarig">zestig-jarige</span> man met een militair
+<span class="corr" id="xd26e1934" title="Bron: zestig-jarig">zestig-jarige</span> man met een militair
voorkomen, die tusschen de zieken doorwandelde. Met zijn vierkanten kop
en zijn witte, kortgeknipte haren, zou men hem voor een kranigen ouden
-heer gehouden hebben, als hij niet getrokken had met <span class=
-"pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113" name="pb113">113</a>]</span>zijn
+heer gehouden hebben, als hij niet getrokken had met <span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113" name="pb113">113</a>]</span>zijn
linkervoet, dien hij bij iederen stap naar binnen gooide. Met zijn
linkerhand steunde hij op een dikken wandelstok.</p>
<p>“Zoo, bent u het, Commandeur?” riep mijnheer Sabathier,
@@ -5435,9 +5234,7 @@ beter te worden, om alle pijn en alle beroerdigheid opnieuw te beginnen!… Kom, jij op jouw leeftijd en met jouw verwoest
lichaam, jij zoudt een leelijke pijp rooken, als je Heilige Maagd je je
beenen teruggaf. Wat zou je ermee uitvoeren, lieve Hemel? Welk plezier
-zou je ervan hebben om enkele jaren nog dien afschuwlijken <span class=
-"pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name=
-"pb114">114</a>]</span>ouderdom te rekken?… Kom, sterf dadelijk,
+zou je ervan hebben om enkele jaren nog dien afschuwlijken <span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name="pb114">114</a>]</span>ouderdom te rekken?… Kom, sterf dadelijk,
nou je eenmaal zoover bent! Dat is het eenige geluk!”</p>
<p>En hij zeide het, niet als een geloovige, die streeft naar de
belooning in het hiernamaals, maar als een levensmoede, die vertrouwt
@@ -5476,8 +5273,7 @@ wagentje naar zijn hôpital, terwijl baron Suire en Berthaud reeds bevelen gaven voor den volgenden trein, den groenen, die gauw binnen
kon komen. Alleen Marie was er nog, voor wie Pierre niemand anders
wilde laten zorgen. Hij had haar reeds naar het stationsplein gereden,
-<span class="pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115" name=
-"pb115">115</a>]</span>toen zij plotseling merkte, dat mijnheer de
+<span class="pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115" name="pb115">115</a>]</span>toen zij plotseling merkte, dat mijnheer de
Guersaint verdwenen was. Onmiddellijk daarop zagen zij hem in druk
gesprek met abbé Des Hermoises, met wien hij zoo even kennis
gemaakt had. Een zelfde bewondering en liefde voor de natuur had hen
@@ -5485,8 +5281,7 @@ samen gebracht. De dag was nu volkomen aangebroken; de bergen der omgeving toonden zich in hun volle majesteit. Mijnheer de Guersaint kon
zijn verrukking niet inhouden.</p>
<p>“Wat een heerlijk land, mijnheer! Nu al dertig jaar lang loop
-ik rond met den wensch het keteldal van Gavarnie te zien<span class=
-"corr" id="xd26e1983" title="Bron: ,">.</span> Maar dit is zoo ver en
+ik rond met den wensch het keteldal van Gavarnie te zien<span class="corr" id="xd26e1983" title="Bron: ,">.</span> Maar dit is zoo ver en
zoo duur, dat ik dat uitstapje zeker niet zal kunnen maken.”</p>
<p>“Maar dan vergist u zich, niets is makkelijker dan dat; als je
en club gaat, is het zoo duur niet. Ik ga er van het jaar ook weer
@@ -5515,12 +5310,10 @@ Zal ze mij vandaag genezen?”</p> <p>Achter haar droegen, op een overdekte baar, twee dragers heimelijk
het lijk van den man weg, dat zij uit het kantoor gehaald hadden, om
het naar een verborgen plek te brengen, die pater Fourcade hun had
-aangewezen, <span class="pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116" name=
-"pb116">116</a>]</span></p>
+aangewezen, <span class="pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116" name="pb116">116</a>]</span></p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e2004" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e2004" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">II.</h3>
</div>
@@ -5559,9 +5352,7 @@ seminaristen, van alle kanten kwamen toegesneld.</p> wanhopig uit.</p>
<p>En het was waar, nooit had men zooveel nuttelooze
voorzorgsmaatregelen genomen. Men bemerkte, dat men ten gevolge van
-onverklaarbare vergissingen zieken, die het <span class=
-"pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117" name=
-"pb117">117</a>]</span>moeilijkst te transporteeren waren, in de
+onverklaarbare vergissingen zieken, die het <span class="pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117" name="pb117">117</a>]</span>moeilijkst te transporteeren waren, in de
bovenzalen had ondergebracht.</p>
<p>Het was onmogelijk een nieuwe regeling te maken, alles moest nu maar
op goed geluk af zijn gang gaan. De uitdeeling der kaarten begon,
@@ -5598,8 +5389,7 @@ vermijden.”</p> genomen van de zaal Sainte-Honorine, waarvan zij directrice was. Zij
had haar dochter Raymonde, die bij den dienst in het refectorium
ingedeeld was, beneden moeten laten, daar volgens het reglement jonge
-meisjes niet in de zalen <span class="pagenum">[<a id="pb118" href=
-"#pb118" name="pb118">118</a>]</span>mochten komen, waar zij te
+meisjes niet in de zalen <span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118" name="pb118">118</a>]</span>mochten komen, waar zij te
stuitende en afzichtelijke dingen zouden kunnen zien. Maar de kleine
madame Désagneaux had de directrice niet verlaten, aan wie zij,
gelukkig eindelijk ook zelf iets te kunnen doen, reeds bevelen
@@ -5638,8 +5428,7 @@ te groot aantal verpleegsters, die grootendeels uit de hoogere kringen en den middenstand afkomstig waren en een vurigen ijver, waaraan zich
ook wel een beetje ijdelheid paarde, aan den dag legden, een nieuwe
oorzaak van verwarring. Zij waren met haar tweehonderden. Daar ieder
-bij haar toetreden tot de Hospitalité <span class=
-"pagenum">[<a id="pb119" href="#pb119" name="pb119">119</a>]</span>de
+bij haar toetreden tot de Hospitalité <span class="pagenum">[<a id="pb119" href="#pb119" name="pb119">119</a>]</span>de
Notre-Dame de Salut een gift moest geven, durfde men er geen weigeren
uit vrees, dat de bron van inkomsten anders uitdrogen zou; op die wijze
groeide haar aantal jaarlijks aan. Gelukkig waren er bij, voor wie het
@@ -5678,8 +5467,7 @@ doodsstrijd intrad, dan bediende men haar. Slechts de jonge geneesheer, die gewoonlijk met den witten trein medeging, was er met zijn klein
kistje geneesmiddelen om een zieke, wanneer zij hem bij een hevigen
aanval noodig mocht hebben, wat verlichting te kunnen geven.
-<span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name=
-"pb120">120</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name="pb120">120</a>]</span></p>
<p>Juist bracht zuster Hyacinthe dr. Ferrand, die in een kabinetje
naast de linnenkamer zijn tenten opgeslagen had, binnen.</p>
<p>“Madame,” zeide hij tot madame de Jonquière,
@@ -5698,8 +5486,7 @@ behelpen.”</p> <p>Ferrand luisterde en keek, stom-verbaasd over deze zeldzame wereld,
waarin een toeval hem den vorigen dag gebracht had. Hij, die niet
geloofde, die hier slechts was uit toewijding, verwonderde zich over
-het vreeselijke gedrang van ellende en lijden, dat zich <span class=
-"corr" id="xd26e2086" title="Bron: ontstuimig">onstuimig</span> op de
+het vreeselijke gedrang van ellende en lijden, dat zich <span class="corr" id="xd26e2086" title="Bron: ontstuimig">onstuimig</span> op de
hoop op geluk wierp. Vooral de denkbeelden, die hij als jong geneesheer
had, werden geschokt nu hij zag hoe alle voorzorgsmaatregelen, alle
aanwijzigingen der wetenschap over boord geworpen werden in de
@@ -5722,8 +5509,7 @@ aan toe:</p> <p>“En als ik iemand noodig heb, om een zieke op te richten of
neer te leggen, wil je me zeker wel een handje helpen.”</p>
<p>Toen was ook hij blij gekomen te zijn, aanwezig te zijn, nu
-<span class="pagenum">[<a id="pb121" href="#pb121" name=
-"pb121">121</a>]</span>hij wist, dat hij haar zou kunnen helpen. Hij
+<span class="pagenum">[<a id="pb121" href="#pb121" name="pb121">121</a>]</span>hij wist, dat hij haar zou kunnen helpen. Hij
zag haar weer terug aan zijn ziekbed, toen hij bijna gestorven was, hem
verplegend met de handen als van een broeder, met de
vriendelijk-opgewekte bekoorlijkheid van een geslachtslooze engel,
@@ -5749,8 +5535,7 @@ was zoo moe, dat zij, nu zij toch alle hoop om dadelijk naar de Grot gebracht te worden, had moeten opgeven, er in toegestemd had een
oogenblik op bed te gaan liggen.</p>
<p>“Luister toch eens, kind,” zeide madame de
-Jonquière; <span class="corr" id="xd26e2108" title=
-"Niet in bron">“</span>je hebt nog drie uur voor je. We zullen je
+Jonquière; <span class="corr" id="xd26e2108" title="Niet in bron">“</span>je hebt nog drie uur voor je. We zullen je
op je bed leggen, dan kan je veel beter uitrusten dan in dien
bak.”</p>
<p>Zij nam de zieke bij de schouders, terwijl zuster Hyacinthe haar
@@ -5765,8 +5550,7 @@ beneden gebracht worden.”</p> priester.</p>
<p>“Ja zeker … Maar ik weet het niet
ook … Lieve God, ik verlang zoo aan de voeten der Heilige
-Maagd te liggen.” <span class="pagenum">[<a id="pb122" href=
-"#pb122" name="pb122">122</a>]</span></p>
+Maagd te liggen.” <span class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122" name="pb122">122</a>]</span></p>
<p>Toch werd zij, toen Pierre den bak medegenomen had, wat afgeleid
door de komst van andere zieken. Madame Vêtu, die, onder haar
armen gesteund door twee dragers, naar boven gebracht was, werd door
@@ -5805,9 +5589,7 @@ drukdoenerij de koortsachtige opwinding nog grooter. Verscheidene zieken moesten verschoond worden, andere weer aan een natuurlijke
behoefte voldoen. Een, die een gezwel aan haar been had, jammerde en
gilde zoo, dat madame Désagneaux een nieuw verband wilde leggen;
-maar zij was onhandig en viel, ondanks al haar moed van <span class=
-"pagenum">[<a id="pb123" href="#pb123" name=
-"pb123">123</a>]</span>geestdriftige verpleegster, bijna flauw, zoo
+maar zij was onhandig en viel, ondanks al haar moed van <span class="pagenum">[<a id="pb123" href="#pb123" name="pb123">123</a>]</span>geestdriftige verpleegster, bijna flauw, zoo
walgde haar de onverdragelijke stank. Zij, die zich het minst ziek
voelden, vroegen bouillon, de koppen gingen van de eene hand in de
andere te midden van uitroepen en antwoorden en tegenstrijdige bevelen,
@@ -5902,8 +5684,7 @@ een mengelmoes van alle kwalen, de ontruiming van een hel, waarin men de monsterachtigste ziekten, de zeldzame gevallen, de unica, die je
doen huiveren, bijeengebracht zou hebben. Het waren door eczeem
weggevreten hoofden, met uitslag bezaaide gezichten, neuzen en monden,
-waarvan de elephantiasis<a class="noteref" id="xd26e2175src" href=
-"#xd26e2175" name="xd26e2175src">2</a> afzichtelijke snuiten gemaakt
+waarvan de elephantiasis<a class="noteref" id="xd26e2175src" href="#xd26e2175" name="xd26e2175src">2</a> afzichtelijke snuiten gemaakt
had. Ziekten, die men uitgestorven waande, stonden weer op, een oude
vrouw had lepra, een tweede was overdekt met huidmos, als een boom, die
in de schaduw staat weg te rotten. Dan kwamen waterzuchtigen voorbij,
@@ -5925,8 +5706,7 @@ wasbleek gezicht en koortsig gloeiende oogen, zoodat zij deed denken aan een doodshoofd, waarin men een fakkel had aangestoken. Dan volgden
alle door verlamming of verstijvingen veroorzaakte wanstaltigheden,
krom gegroeide lichamen, omgedraaide armen, scheef staande nekken,
-gebroken en verbogen arme wezens, onbeweeglijk in <span class=
-"pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name="pb126">126</a>]</span>haar
+gebroken en verbogen arme wezens, onbeweeglijk in <span class="pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name="pb126">126</a>]</span>haar
houdingen van tragische ledepoppen; een vooral viel bijzonder op met
haar rechterhand, die achter haar heup gegroeid was, en haar
linkerwang, die als vastgeplakt aan haar schouder zat.</p>
@@ -5963,12 +5743,9 @@ correct gekleed, de beide dochters in lichte japonnetjes en met de lachende gezichten van gelukkige menschen, die zich vermaken.</p>
<p>Maar op hun eerste verbazing volgde een steeds toenemende afschuw,
alsof zij een leprozenhuis uit de oude tijden, een van die
-legendarische ziekenhuizen, na de een of andere <span class=
-"pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127" name=
-"pb127">127</a>]</span>vreeselijke epidemie, hadden zien leegloopen. De
+legendarische ziekenhuizen, na de een of andere <span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127" name="pb127">127</a>]</span>vreeselijke epidemie, hadden zien leegloopen. De
twee meisjes werden bleek, vader en moeder stonden als versteend bij
-dit onafgebroken <span class="corr" id="xd26e2195" title=
-"Bron: difilé">défilé</span> van verschrikkingen,
+dit onafgebroken <span class="corr" id="xd26e2195" title="Bron: difilé">défilé</span> van verschrikkingen,
waarvan zij den verpesten stank in het gezicht kregen. God! Wat een
leelijkheid, wat een vuilheid, wat een lijden! Hoe was dat mogelijk
onder deze mooie, zoo stralende zon, onder dezen wijden hemel vol licht
@@ -6002,8 +5779,7 @@ water, voor dat lachende groen, voor die verjongde, wijd uit elkaar gebouwde, vroolijke stad verhieven zich de Kleine en de Groote Gers,
twee groote kale bergruggen met kort gras, die in de schaduw, waarin
zij baadden, teere tinten aannamen, een bleek mauve en een bleek groen,
-die in rose verliepen. <span class="pagenum">[<a id="pb128" href=
-"#pb128" name="pb128">128</a>]</span></p>
+die in rose verliepen. <span class="pagenum">[<a id="pb128" href="#pb128" name="pb128">128</a>]</span></p>
<p>Dan in het Noorden, op den rechteroever van den Gave, aan gene zijde
van de heuvels, waarlangs de spoorlijn loopt, rezen de hoogten van den
Buala op, boschrijke, door het morgenlicht overstroomde hellingen.
@@ -6023,8 +5799,7 @@ Dominicanen, waarvan slechts een gedeelte van het dak zichtbaar was; en eindelijk de zusters der Onbevlekte Ontvangenis, de zoogenaamde Blauwe
Zusters, die aan het eind van het dal een retraitehuis gesticht hadden,
waarin zij ongetrouwde dames, rijke bedevaartgangsters, die naar de
-eenzaamheid verlangden, opnamen. Op dit uur des gebeds <span class=
-"corr" id="xd26e2209" title="Bron: luiden">luidden</span> de klokken
+eenzaamheid verlangden, opnamen. Op dit uur des gebeds <span class="corr" id="xd26e2209" title="Bron: luiden">luidden</span> de klokken
van al die kloosters haar jubelzang uit in de kristalheldere lucht,
terwijl aan het andere einde van den horizont, in het Zuiden, de
klokken van andere kloosters met dezelfde zilverstemmige vreugdeklanken
@@ -6042,8 +5817,7 @@ met hun koepels van ongelijke hoogte. Het was als een achtergrond van purper en goud, als een verblindende berg, waarop men slechts den weg
onderscheidde, die, tusschen de boomen, opkronkelt naar den
Calvariënheuvel. En daar, op dien bezonden, als een aureool
-schitterenden <span class="pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129" name=
-"pb129">129</a>]</span>achtergrond, teekenden zich de drie boven elkaar
+schitterenden <span class="pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129" name="pb129">129</a>]</span>achtergrond, teekenden zich de drie boven elkaar
gebouwde kerken af, welke de zwakke stem van Bernadette tot roem en eer
der Heilige Maagd uit de rots had doen oprijzen.</p>
<p>Onderaan de Rozenkranskerk, plat en rond, half in de rots
@@ -6079,9 +5853,7 @@ blik op de Esplanade, den tuin met een lang grasperk in het midden, omzoomd door twee breede, parallel loopende lanen en zich uitstrekkend
tot de nieuwe brug. Daar stond, naar de Basilica gekeerd, de groote,
gekroonde Maagd. Alle zieken, die er voorbij kwamen, maakten het teeken
-des kruises. Nog steeds rolde de schrikaanjagende <span class=
-"pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130" name=
-"pb130">130</a>]</span>stoet, opgaande in zijn lied, voort door de
+des kruises. Nog steeds rolde de schrikaanjagende <span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130" name="pb130">130</a>]</span>stoet, opgaande in zijn lied, voort door de
feestelijke natuur. Onder den stralenden hemel, tusschen de bergen van
purper en goud, in de eeuwige koelte van het kabbelende water, stuwde
de stoet zijn tot huidziekten vervloekten met hun weggevreten vleesch,
@@ -6160,8 +5932,7 @@ koortsachtig:</p> <p>“Neen, neen, ik wil dezen ochtend niet in den
vijver … ik geloof, dat je zoo rein, zoo heilig moet zijn,
alvorens het wonder te beproeven. Den heelen morgen wil ik daar met
-<span class="pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132" name=
-"pb132">132</a>]</span>gevouwen handen, met al mijn kracht, met mijn
+<span class="pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132" name="pb132">132</a>]</span>gevouwen handen, met al mijn kracht, met mijn
geheele ziel voor bidden …”</p>
<p>Zij moest even ophouden. Dan ging zij voort:</p>
<p>“Kom me niet voor elf uur halen, om me naar het ziekenhuis te
@@ -6198,8 +5969,7 @@ breed, vaderlijk gezicht drukte een soort ontsteltenis uit; doch dan knikte hij op zijn beurt goedkeurend.</p>
<p>Plotseling verscheen pater Fourcade op den kansel; hij stond rechtop
en richtte zijn hooge gestalte op, die door den aanval van jicht,
-waaraan hij leed, eenigszins gebogen <span class="pagenum">[<a id=
-"pb133" href="#pb133" name="pb133">133</a>]</span>was. Hij wilde niet,
+waaraan hij leed, eenigszins gebogen <span class="pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133" name="pb133">133</a>]</span>was. Hij wilde niet,
dat pater Massias, zijn veelgeliefde, onder allen uitverkoren broeder,
den kansel geheel verliet; hij liet hem op een trede van de nauwe trap
blijven en leunde op zijn schouder.</p>
@@ -6237,8 +6007,7 @@ bezielde, heftig voort, “met welk een vuur moet gij bidden! Geliefde broeders en zusters, uw geheele ziel wil ik; het moet een
gebed zijn, waarin gij uw hart, uw bloed, uw leven, met alles wat het
edels en liefderijks in zich heeft, leggen moet … Bidt uit
-al uw kracht, bidt tot gij niet meer weet <span class="pagenum">[<a id=
-"pb134" href="#pb134" name="pb134">134</a>]</span>wie gij zijt, noch
+al uw kracht, bidt tot gij niet meer weet <span class="pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134" name="pb134">134</a>]</span>wie gij zijt, noch
waar gij zijt; bidt, zooals gij sterft, want wat wij gaan vragen is een
zoo kostbare, zoo zeldzame, zoo wonderbare genade, dat alleen de
onstuimigheid onzer aanbidding God er toe brengen kan om te
@@ -6261,8 +6030,7 @@ dat hij in zwijm vallen zou. Met moeite stond hij op en verwijderde zich.</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e2294" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e2294" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">III.</h3>
</div>
@@ -6283,8 +6051,7 @@ hij had dus nog twee uur voor zich.</p> varkens weidden, ten koste van veel geld een prachtige avenue gemaakt,
die langs den Gave liep. Om terrein te winnen en een monumentalen dam
te kunnen bouwen met een door een borstwering afgezet trottoir, had
-<span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135" name=
-"pb135">135</a>]</span>men het bed der rivier wat achteruit moeten
+<span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135" name="pb135">135</a>]</span>men het bed der rivier wat achteruit moeten
leggen. De avenue liep een twee of driehonderd meter verder dood tegen
een heuvel, zoodat het een afgesloten, met banken voorziene en door
prachtige boomen beschaduwde wandelweg geworden was. Niemand liep er
@@ -6321,9 +6088,7 @@ grijze haarlokken brachten hem op een dwaalspoor. De oude heer, zelf ook verbaasd, bleef staan.</p>
<p>“Wat, Pierre, jij te Lourdes?”</p>
<p>En plotseling herkende de jonge priester dr. Chassaigne, den vriend
-van zijn vader, zijn eigen ouden vriend, die hem <span class=
-"pagenum">[<a id="pb136" href="#pb136" name=
-"pb136">136</a>]</span>genezen en daarna getroost had in de vreeselijke
+van zijn vader, zijn eigen ouden vriend, die hem <span class="pagenum">[<a id="pb136" href="#pb136" name="pb136">136</a>]</span>genezen en daarna getroost had in de vreeselijke
lichamelijke en geestelijke crisis, die hij na den dood van zijn moeder
doorgemaakt had.</p>
<p>“Beste dokter, wat ben ik blij u te zien!”</p>
@@ -6361,8 +6126,7 @@ stierf, zonder dat haar tot wanhoop gebrachte vader zich rekenschap had kunnen geven van haar ziekte. En nu werd de dochter in den bloei van
haar jeugd, stralend van schoonheid en gezondheid, op het kerkhof
neergelegd in het ledige vak naast haar moeder. De gelukkige man van
-<span class="pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137" name=
-"pb137">137</a>]</span>gisteren, de geliefde, aangebeden man, die twee
+<span class="pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137" name="pb137">137</a>]</span>gisteren, de geliefde, aangebeden man, die twee
dierbare wezens, wier liefde zijn hart zoo verwarmde, de zijnen mocht
noemen, was niet meer dan een rampzalige, stotterende en verloren oude
man, dien het alleen zijn tot ijs verstarde. Al zijn levensvreugde was
@@ -6401,8 +6165,7 @@ met zoo’n scherp verstand, wiens uitstekende analyseerende eigenschappen hij vroeger had leeren kennen! Hoe was een geest van die
kracht, opgevoed op streng logische wijze en vrij van iederen
geloofsdwang, er toe kunnen komen de wonderbare genezingen, die bewerkt
-<span class="pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138" name=
-"pb138">138</a>]</span>werden door die goddelijke bron, welke de
+<span class="pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138" name="pb138">138</a>]</span>werden door die goddelijke bron, welke de
Heilige Maagd onder de vingers van een kind had doen ontspringen, te
aanvaarden?</p>
<p>“Maar, beste dokter, herinner u toch eens goed. U zelf hebt
@@ -6442,8 +6205,7 @@ voort:</p> <p>“Ik heb nog slechts één verschrikkelijke
gewetenswroeging. Ja, die laat mij niet los en drijft mij steeds weer
hierheen, om rond te dwalen tusschen al die biddende
-menschen … <span class="pagenum">[<a id="pb139" href=
-"#pb139" name="pb139">139</a>]</span>En die is, dat ik mij niet eerst
+menschen … <span class="pagenum">[<a id="pb139" href="#pb139" name="pb139">139</a>]</span>En die is, dat ik mij niet eerst
ben komen vernederen voor deze Grot door er mijn twee lievelingen heen
te brengen. Zij zouden dan op haar knieën gevallen zijn, zooals al
de vrouwen, die je daar ziet, en ik zou hetzelfde gedaan hebben, en de
@@ -6481,8 +6243,7 @@ weer met haar verder teven, dat is de eenige hoop, dat is de eenige troost van al de smarten dezer wereld!… Ik heb mij aan God
gewijd, omdat God alleen ze me teruggeven kan.”</p>
<p>Een rilling als van een zwak, krachteloos grijsaard doorhuiverde
-<span class="pagenum">[<a id="pb140" href="#pb140" name=
-"pb140">140</a>]</span>hem, en eindelijk begreep Pierre deze bekeering:
+<span class="pagenum">[<a id="pb140" href="#pb140" name="pb140">140</a>]</span>hem, en eindelijk begreep Pierre deze bekeering:
de geleerde, de oud geworden intellectueel, die, onder de heerschappij
van het gevoel tot het geloof terugkeerde. In de eerste plaats ontdekte
hij, wat hij tot dat oogenblik niet had kunnen vermoeden, een soort
@@ -6532,8 +6293,7 @@ gevraagd, zonder ook maar het kleinste slaapvertrekje te kunnen vinden: de dienstbodenkamers zelf waren verhuurd; je kon zelfs geen matras
machtig worden, om in de gang op te slapen. Toen hij de wanhoop al
nabij was, had hij nog twee kamertjes ontdekt, heel kleine wel, maar in
-een goed hotel, het <span class="corr" id="xd26e2392" title=
-"Bron: hôtel">Hôtel</span> des Apparitions, een der drukste
+een goed hotel, het <span class="corr" id="xd26e2392" title="Bron: hôtel">Hôtel</span> des Apparitions, een der drukste
van de stad. De menschen, die de kamertjes besproken hadden, hadden
juist getelegrapheerd, dat haar zieke gestorven was. In het kort een
groot buitenkansje, waarover hij erg in zijn schik scheen.</p>
@@ -6561,8 +6321,7 @@ En met bevende stem zeide zij:</p> <p>“Luister eens Pierre, je moet me niet voor over een uur komen
halen, om me naar den vijver te brengen. Ik ben nog niet in een
toestand om de genade Gods deelachtig te worden, ik wil bidden, bidden
-nog.” <span class="pagenum">[<a id="pb142" href="#pb142" name=
-"pb142">142</a>]</span></p>
+nog.” <span class="pagenum">[<a id="pb142" href="#pb142" name="pb142">142</a>]</span></p>
<p>Nadat zij zoo vurig verlangd had daar te zijn, werd zij op het
oogenblik, dat zij het wonder wilde beproeven, door een angst bevangen,
maakten gewetensbezwaren haar aarzelend; en toen zij vertelde, dat zij
@@ -6575,8 +6334,7 @@ De vorige jaren hadden echter sommigen haar coquetterie met fijne zijden, met kant afgezette schorten zoo ver gedreven, dat er thans een
uniform-schort van blauw en wit geruit linnen voorgeschreven was.
Desniettemin zag Raymonde er in al dien eenvoud met haar jeugd en haar
-druk als een jong huisvrouwtje in de weer zijn <span class="corr" id=
-"xd26e2415" title="Bron: behoorlijk">bekoorlijk</span> uit.</p>
+druk als een jong huisvrouwtje in de weer zijn <span class="corr" id="xd26e2415" title="Bron: behoorlijk">bekoorlijk</span> uit.</p>
<p>“U geeft me maar even een wenk, dan breng ik u wat.”</p>
<p>Marie bedankte echter, zeide, dat zij zeker niets gebruiken zou; dan
wendde zij zich tot den priester:</p>
@@ -6601,9 +6359,7 @@ binnen ging, liet de capucijner zich op de knieën vallen en riep, zijn armen in den vorm van een kruis ten hemel geheven:</p>
<p>“Heer, genees onze zieken!” En hij herhaalde dien kreet
tien, twintigmaal in steeds stijgende geestvervoering, terwijl de
-menigte, zich bij iederen kreet meer opwindend, dien <span class=
-"pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143" name=
-"pb143">143</a>]</span>herhaalde, in snikken uitbarstte en de aarde
+menigte, zich bij iederen kreet meer opwindend, dien <span class="pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143" name="pb143">143</a>]</span>herhaalde, in snikken uitbarstte en de aarde
kuste. Als een storm van waanzin gierde het over allen heen. Pierre
bleef staan, geheel van streek door het snikken van lijden, dat uit het
diepst der ziel van dat volk omhoog rees, eerst een gebed, dat steeds
@@ -6643,8 +6399,7 @@ drinken wil, binnenging, barstte weer, zonder ontmoediging en zonder moeheid, de kreet uit: “Heer, genees onze zieken!… Heer,
genees onze zieken!…”</p>
<p>De capucijner was met zijn gezicht op den grond gevallen,
-<span class="pagenum">[<a id="pb144" href="#pb144" name=
-"pb144">144</a>]</span>en de menigte brulde, de armen in den vorm van
+<span class="pagenum">[<a id="pb144" href="#pb144" name="pb144">144</a>]</span>en de menigte brulde, de armen in den vorm van
een kruis ten hemel geheven, en verslond de aarde met kussen.</p>
<p>Pierre wilde naar madame Vincent gaan, om haar moed in te spreken,
maar een nieuwe stroom van pelgrims belette hem door te loopen en wierp
@@ -6680,8 +6435,7 @@ die door tusschenschotten van elkaar gescheiden waren: de ingang tot iedere afdeeling was voorzien met een klein gordijn, dat men dicht kon
trekken, om den zieke af te zonderen. Van voren bevond zich een
gemeenschappelijke zaal, een met tegels voorziene ruimte, waarin
-<span class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145" name=
-"pb145">145</a>]</span>een bank en twee stoelen stonden en die als
+<span class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145" name="pb145">145</a>]</span>een bank en twee stoelen stonden en die als
wachtkamer diende; de zieken kleedden zich daar aan en uit met een
onbeholpen haast en een onrustig gevoel van schaamte. Er was op het
oogenblik een nog ontkleed man, die zich half in het gordijn gewikkeld
@@ -6719,8 +6473,7 @@ leggen.</p> uit. Bij den armen kerel, dien ze daar weer aan het aankleeden zijn,
hebben ze de huid meegetrokken.”</p>
<p>En toen hij een oogenblik mijnheer Sabathier verliet, om den
-ongelukkige zijn schoenen aan te trekken, voelde hij met <span class=
-"pagenum">[<a id="pb146" href="#pb146" name="pb146">146</a>]</span>zijn
+ongelukkige zijn schoenen aan te trekken, voelde hij met <span class="pagenum">[<a id="pb146" href="#pb146" name="pb146">146</a>]</span>zijn
vingers, dat de linkerschoen van binnen nat was. Hij keek en zag dat er
etter in de neus van den schoen geloopen was; hij moest die eerst gaan
leeggooien, voor hij hem den zieke weer kon aantrekken, waarbij hij
@@ -6736,8 +6489,7 @@ geen oogenblik ophouden. Een eenvoudig, fladderend gordijn sloot de deur, welke uitkwam op de breede, door touwen beschermde ruimte; het
vurige bidden der menigte drong er in een aanhoudend geprevel door,
terwijl men de doordringende stem van den capucijner zonder
-onderbreking hoorde herhalen: <span class="corr" id="xd26e2481" title=
-"Niet in bron">“</span>Heer, genees onze zieken!… Heer,
+onderbreking hoorde herhalen: <span class="corr" id="xd26e2481" title="Niet in bron">“</span>Heer, genees onze zieken!… Heer,
genees onze zieken!…” Door hooge ramen viel een koud licht
binnen; er hing steeds een vochtige atmospheer, een muffe, vieze
kelderlucht.</p>
@@ -6760,8 +6512,7 @@ wonden, alle besmetting: een echte kweekplaats van vergiftigende kiemen; een essence van de vreeselijkste giffen; het wonder scheen
daarin te bestaan, dat men levend uit die menschelijke modder kwam.</p>
<p>“Zachtjes aan, zachtjes aan!” herhaalde mijnheer
-Sabathier <span class="pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147" name=
-"pb147">147</a>]</span>tegen Pierre en den markies, die hem onder de
+Sabathier <span class="pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147" name="pb147">147</a>]</span>tegen Pierre en den markies, die hem onder de
dijen genomen hadden, om hem naar het bad te dragen.</p>
<p>Hij keek met kinderlijken angst naar het water, dat dikke,
loodkleurige water, waarop verdacht glimmende plekken dreven. Links aan
@@ -6799,8 +6550,7 @@ nuttelooze poging! De Heilige Maagd had zich ook de zevende maal niet verwaardigd hem te verhooren. Hij sloot de oogen, twee dikke tranen
druppelden uit zijn oogleden, terwijl men hem weer aankleedde.</p>
<p>Daarna zag Pierre den kleinen Gustave Vigneron, die met zijn kruk
-binnenkwam, om zijn eerste bad te nemen. Bij de <span class=
-"pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148" name="pb148">148</a>]</span>deur
+binnenkwam, om zijn eerste bad te nemen. Bij de <span class="pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148" name="pb148">148</a>]</span>deur
waren zijn vader, zijn moeder en zijn tante, madame Chaise, op hun
knieën gevallen. In de menigte werd gemompeld; men fluisterde, dat
het een hoofdambtenaar van het ministerie van Financiën was. Juist
@@ -6918,8 +6668,7 @@ vleesch, dat geheel bloot lag.</p> <p>Toch glimlachte hij: het lijden had hem zóó gelouterd,
dat hij ondanks zijn vijftien jaar, die hem nauwlijks tien deden
schijnen, het verstand en de dappere philosophie van een man scheen te
-hebben. <span class="pagenum">[<a id="pb151" href="#pb151" name=
-"pb151">151</a>]</span></p>
+hebben. <span class="pagenum">[<a id="pb151" href="#pb151" name="pb151">151</a>]</span></p>
<p>Markies de Salmon-Roquebert, die hem voorzichtig in zijn armen
genomen had, weigerde Pierre’s hulp.</p>
<p>“Dank u, hij is niet zwaarder dan een vogeltje …
@@ -6959,8 +6708,7 @@ met de menigte instemmen:</p> <p>“Heer, genees onze zieken!… Heer, genees onze
zieken!…”</p>
<p>Dat duurde tien minuten, een kwartier misschien. Toen kwam Marie in
-haar wagentje terug. De wanhoop stond op <span class="pagenum">[<a id=
-"pb152" href="#pb152" name="pb152">152</a>]</span>haar bleek gelaat;
+haar wagentje terug. De wanhoop stond op <span class="pagenum">[<a id="pb152" href="#pb152" name="pb152">152</a>]</span>haar bleek gelaat;
haar mooie haren waren opgenomen in een zwaren, gouden wrong, dien het
water niet aangeraakt had. Zij was niet genezen. Eene ontzetting van
oneindige moedeloosheid sloot haar mond, terwijl haar oogen zich
@@ -7003,13 +6751,11 @@ gebaar, waarmede zij alle hulp afwees, weg. Onbeweeglijk bleef zij liggen, zij bad niet meer, staarde slechts met haar groote strakke
oogen naar de marmeren Maagd, het witte beeld in den lichtglans der
Grot. En daar het vier uur sloeg, ging Pierre, die zich zijn afspraak
-met <span class="pagenum">[<a id="pb153" href="#pb153" name=
-"pb153">153</a>]</span>dr. Chassaigne herinnerde, diep bedroefd naar
+met <span class="pagenum">[<a id="pb153" href="#pb153" name="pb153">153</a>]</span>dr. Chassaigne herinnerde, diep bedroefd naar
het bureau, waar de wonderen geconstateerd worden.</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e2606" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e2606" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">IV.</h3>
</div>
@@ -7033,8 +6779,7 @@ zeer ongerieflijk ondergebracht in een jammerlijke planken hut van twee vertrekken, een kleine voorkamer en een gewone, onvoldoend ingerichte
vergaderzaal. Er was sprake van dezen tak van dienst te verbeteren,
door hem onder te brengen in een groot lokaal onder een der hellingen
-van de <span class="corr" id="xd26e2619" title=
-"Bron: Rozenskranskerk">Rozenkranskerk</span>, waar men reeds met de
+van de <span class="corr" id="xd26e2619" title="Bron: Rozenskranskerk">Rozenkranskerk</span>, waar men reeds met de
voorbereidende maatregelen bezig was.</p>
<p>In de wachtkamer zag Pierre op de eenige houten bank twee zieken
zitten, die onder toezicht van een der heeren van de Hospitalité
@@ -7049,9 +6794,7 @@ raam niet openzetten, om wat versche lucht binnen te laten, want dan werden onmiddellijk verschillende nieuwsgierige hoofden naar binnen
gestoken.</p>
<p>Het meubilair was al even primitief als de rest: twee vuurhouten
-tafels van ongelijke hoogte, die tegen elkaar aan <span class=
-"pagenum">[<a id="pb154" href="#pb154" name=
-"pb154">154</a>]</span>geplaatst waren en die men zelfs niet met een
+tafels van ongelijke hoogte, die tegen elkaar aan <span class="pagenum">[<a id="pb154" href="#pb154" name="pb154">154</a>]</span>geplaatst waren en die men zelfs niet met een
kleed had bedekt; een soort groote loketkast vol slecht gerangschikte
paperassen, dossiers, registers en brochures; een dertig stoelen met
stroozittingen, die ongeveer de geheele ruimte innamen, en eindelijk
@@ -7089,8 +6832,7 @@ doktoren, die vrijwel uit alle deelen van Frankrijk gekomen waren, bewaarden voor het grootste gedeelte een volkomen stilzwijgen; sommigen
waagden het vragen te stellen. Zij wisselden meer dan eens wantrouwende
blikken en letten meer op elkaar dan dat zij de aan hun onderzoek
-<span class="pagenum">[<a id="pb155" href="#pb155" name=
-"pb155">155</a>]</span>onderworpen feiten vaststelden. Wie konden het
+<span class="pagenum">[<a id="pb155" href="#pb155" name="pb155">155</a>]</span>onderworpen feiten vaststelden. Wie konden het
zijn? Geheel onbekende namen werden genoemd. Een enkele, die van een
beroemd professor van een Katholieke universiteit, had sensatie
verwekt.</p>
@@ -7169,8 +6911,7 @@ Sommige waren akelig kort, andere, die beter opgesteld waren, specificeerden de ziekte nauwkeurig. Enkele handteekeningen van
doktoren waren zelfs door de burgemeesters der betreffende gemeenten
gelegaliseerd. Doch er bleef genoeg twijfel over, die niet ter zijde te
-zetten was: wie waren die geneesheeren? <span class="corr" id=
-"xd26e2664" title="Bron: bezaten">Bezaten</span> zij de noodige
+zetten was: wie waren die geneesheeren? <span class="corr" id="xd26e2664" title="Bron: bezaten">Bezaten</span> zij de noodige
wetenschappelijke <span class="pagenum">[<a id="pb157" href="#pb157"
name="pb157">157</a>]</span>autoriteit? Hadden zij zich niet laten
beïnvloeden door onbekende omstandigheden of zuiver persoonlijke
@@ -7212,9 +6953,7 @@ constateeren.”</p> boel hier wat in orde te brengen.”</p>
<p>En hij wees op een gezetten, reeds grijzenden veertiger met een dik
buldoggengezicht. Hij was een fanatieke geloovige, een
-geëxalteerde, die niet dulden kon, dat men de <span class=
-"pagenum">[<a id="pb158" href="#pb158" name=
-"pb158">158</a>]</span>wonderen in twijfel trok, waardoor hij leed
+geëxalteerde, die niet dulden kon, dat men de <span class="pagenum">[<a id="pb158" href="#pb158" name="pb158">158</a>]</span>wonderen in twijfel trok, waardoor hij leed
onder zijn functie aan het bureau der medische constateeringen en
steeds van woede knorde, zoodra men deze betwistte. Het beroep op de
doktoren had hem dan ook razend gemaakt, zoodat dr. Bonamy hem
@@ -7284,8 +7023,7 @@ haalde.”</p> <p>“En vertel nu nog eens wat de dokter gezegd heeft.”</p>
<p>“Toen dr. Rivoire thuis mijn voet weer zag, zeide hij:
“Of het de Goede God of de duivel is, die het kind genezen heeft,
-laat mij koud, maar genezen is zij.”<span class="corr" id=
-"xd26e2716" title="Niet in bron">”</span></p>
+laat mij koud, maar genezen is zij.”<span class="corr" id="xd26e2716" title="Niet in bron">”</span></p>
<p>Er werd om gelachen; de woorden van den dokter misten hun uitwerking
nooit.</p>
<p>“En wat je tegen de gravin, de directrice van je zaal, gezegd
@@ -7294,11 +7032,8 @@ hebt.”</p> voor mijn voet meegebracht en toen heb ik tegen haar gezegd: “De
Heilige Maagd is wel goed geweest, om mij dadelijk den eersten dag te
genezen, want morgen zou mijn voorraad al op geweest
-zijn.”<span class="corr" id="xd26e2726" title=
-"Niet in bron">”</span></p>
-<p>Weer werd er gelachen, allen vonden het een aardig <span class=
-"pagenum">[<a id="pb160" href="#pb160" name=
-"pb160">160</a>]</span>meisje, dat weliswaar haar verhaal, dat zij van
+zijn.”<span class="corr" id="xd26e2726" title="Niet in bron">”</span></p>
+<p>Weer werd er gelachen, allen vonden het een aardig <span class="pagenum">[<a id="pb160" href="#pb160" name="pb160">160</a>]</span>meisje, dat weliswaar haar verhaal, dat zij van
buiten kende, wat te veel reciteerde, maar toch onmiskenbaar de
waarheid sprak.</p>
<p>“Sophie, trek je schoenen en kousen eens uit en laat je voet
@@ -7336,9 +7071,7 @@ als de zon. De geheele aarde zou zien en gelooven.”</p> <p>En met den dokter besprak hij de controlemiddelen. Hij had
toegegeven, dat het onmogelijk was alle zieken bij hun aankomst te
onderzoeken. Maar waarom zou men niet aan het Hôpital een
-afzonderlijke, voor de open wonden gereserveerde <span class=
-"pagenum">[<a id="pb161" href="#pb161" name=
-"pb161">161</a>]</span>afdeeling kunnen verbinden? Men zou daar
+afzonderlijke, voor de open wonden gereserveerde <span class="pagenum">[<a id="pb161" href="#pb161" name="pb161">161</a>]</span>afdeeling kunnen verbinden? Men zou daar
hoogstens een dertig gevallen krijgen, die aan het voorafgaand
onderzoek van een commissie zouden worden onderworpen.
Processen-verbaal moest men opmaken, ja zelfs de wonden
@@ -7378,8 +7111,7 @@ En men komt tot de slotsom, dat het geloof, dat genezingen bewerkt, zeer goed open wonden, o. a. zekere schijnbare lupusgevallen genezen
kan. Nu vraag ik je, welke zekerheid die mijnheer met zijn afdeeling
voor open wonden krijgen zou! Een beetje meer verwarring en ruzie nog
-in de eeuwige <span class="pagenum">[<a id="pb162" href="#pb162" name=
-"pb162">162</a>]</span>twist … Neen, neen, de wetenschap
+in de eeuwige <span class="pagenum">[<a id="pb162" href="#pb162" name="pb162">162</a>]</span>twist … Neen, neen, de wetenschap
is niets, dat is een zee van onzekerheid!”</p>
<p>Hij glimlachte pijnlijk, terwijl dr. Bonamy Elise Rouquet aanried de
wasschingen voort te zetten en zich iederen dag te laten onderzoeken.
@@ -7463,8 +7195,7 @@ ziekten naar Lourdes, geen cholera, geen typhus, geen pokken, geen mazelen, geen roodvonk. Wij zien hier slechts bepaalde organische
ziekten: verlammingen, klieren, tumoren, gezwellen, abcessen, kanker,
tering; en deze laatste wordt door het water der baden niet
-<span class="pagenum">[<a id="pb164" href="#pb164" name=
-"pb164">164</a>]</span>overgebracht. De oude wonden, die erin gebaad
+<span class="pagenum">[<a id="pb164" href="#pb164" name="pb164">164</a>]</span>overgebracht. De oude wonden, die erin gebaad
worden, leveren geen gevaar op voor besmetting … Ik
verzeker je, dat, wat dit betreft, de Heilige Maagd niet behoeft in te
grijpen.”</p>
@@ -7503,8 +7234,7 @@ talentvolle vondst van den geneesheer af … En dan kan je wel begrijpen hoe ik lachen moet om al die menschen, die hier komen
discussieeren, wanneer zij spreken in naam van de absolute wetten der
wetenschap. Waar zijn die wetten in de geneeskunde? Ik wou, dat ze ze
-mij eens lieten zien.” <span class="pagenum">[<a id="pb165" href=
-"#pb165" name="pb165">165</a>]</span></p>
+mij eens lieten zien.” <span class="pagenum">[<a id="pb165" href="#pb165" name="pb165">165</a>]</span></p>
<p>Hij wilde er niet verder over praten, maar zijn geestdrift sleepte
hem mee.</p>
<p>“Ik heb je verteld, dat ik geloovig geworden
@@ -7566,8 +7296,7 @@ inderdaad belangrijk schijnen.”</p> rede.</p>
<p>“Geconstateerde genezingen, geconstateerde
genezingen … Wat is dat allemaal voor onzin? Het wonder
-duurt <span class="corr" id="xd26e2839" title=
-"Bron: onderbroken">ononderbroken</span> voort. Waartoe dient het voor
+duurt <span class="corr" id="xd26e2839" title="Bron: onderbroken">ononderbroken</span> voort. Waartoe dient het voor
geloovigen te constateeren? Zij hebben hun hoofd te buigen en te
gelooven. En voor de ongeloovigen? Die overtuig je toch
niet … Het zijn niets dan dwaasheden, die we hier
@@ -7585,8 +7314,7 @@ ongeloovigen. Is het wonder te bewijzen? Men moet eraan gelooven. Er valt niets te begrijpen, wanneer God ingrijpt. In de eeuwen van waar en
oprecht geloof gaf de wetenschap zich geen moeite God te verklaren. Wat
kwam zij hier doen? Zij legde het geloof kluisters aan en verlaagde
-zichzelf. Neen, neen, zich <span class="pagenum">[<a id="pb167" href=
-"#pb167" name="pb167">167</a>]</span>ter aarde werpen, den grond kussen
+zichzelf. Neen, neen, zich <span class="pagenum">[<a id="pb167" href="#pb167" name="pb167">167</a>]</span>ter aarde werpen, den grond kussen
en gelooven. Of weggaan. Een compromis was niet mogelijk. Zoodra men
met onderzoekingen begon, kon men daarmede niet ophouden, eindigden ze
onvermijdelijk in twijfel.</p>
@@ -7624,8 +7352,7 @@ langzame overwinning van ons verstand te midden van de zwakheden van ons lichaam en van onzen geest … O, door mijn verstand
lijd ik het meest, maar daarvan verwacht ik ook al mijn kracht. Als dat
ten gronde gaat, gaat het geheele wezen ten gronde. En al moge het ook
-de genadeslag zijn voor mijn <span class="pagenum">[<a id="pb168" href=
-"#pb168" name="pb168">168</a>]</span>geluk, ik heb slechts de brandende
+de genadeslag zijn voor mijn <span class="pagenum">[<a id="pb168" href="#pb168" name="pb168">168</a>]</span>geluk, ik heb slechts de brandende
begeerte om dat steeds meer te bevredigen.”</p>
<p>Tranen kwamen in dr. Chassaigne’s oogen. Ongetwijfeld kwam de
herinnering aan zijn lieve dochter bij hem boven. En op zijn beurt
@@ -7703,9 +7430,7 @@ zijn geluk kwam juist abbé Judaine voorbij, die hem uit zijn minder aangename positie redde door hem mede te nemen.</p>
<p>“Houd je mond toch! Het is een schandaal … Waarom
kom je toch in opstand tegen de goedheid van God, die zich dikwijls zoo
-genadig betoont voor onze ellenden, door ze te <span class=
-"pagenum">[<a id="pb170" href="#pb170" name=
-"pb170">170</a>]</span>verlichten?… Je moest zelf op je
+genadig betoont voor onze ellenden, door ze te <span class="pagenum">[<a id="pb170" href="#pb170" name="pb170">170</a>]</span>verlichten?… Je moest zelf op je
knieën vallen en hem smeeken je je been terug te geven en je nog
tien jaar te laten leven.”</p>
<p>Toen stikte de Commandeur bijna van woede.</p>
@@ -7742,9 +7467,7 @@ Dikwijls had hij zich ingebeeld, dat Lazarus, toen hij uit het graf verrees, Jezus toeriep: “O, Heer, waarom hebt gij mij in dit
verschrikkelijke leven teruggeroepen? Ik sliep zoo heerlijk den
eeuwigen, droomloozen slaap, ik genoot eindelijk in de verrukkingen van
-het niet zoo’n heerlijke rust. Ik had al de <span class=
-"pagenum">[<a id="pb171" href="#pb171" name=
-"pb171">171</a>]</span>ellenden en al de smarten gekend, de ontrouw en
+het niet zoo’n heerlijke rust. Ik had al de <span class="pagenum">[<a id="pb171" href="#pb171" name="pb171">171</a>]</span>ellenden en al de smarten gekend, de ontrouw en
de valsche hoop, rampen en ziekten; ik had aan het lijden mijn
vreeselijke schuld van een levende betaald, want ik was geboren zonder
te weten waarom, ik had geleefd zonder te weten waarom; en nu, Heer,
@@ -7782,8 +7505,7 @@ mijnheer de Guersaint, die, opgeknapt door een goeden slaap, pas uit zijn hotel gekomen was. Beiden bewonderden de buitengewone schoonheid,
die de extase van het geloof aan sommige vrouwen geeft, en praatten
over hun plan, om een uitstapje naar het keteldal van Gavarnie te
-maken. <span class="pagenum">[<a id="pb172" href="#pb172" name=
-"pb172">172</a>]</span></p>
+maken. <span class="pagenum">[<a id="pb172" href="#pb172" name="pb172">172</a>]</span></p>
<p>Zoodra mijnheer de Guersaint echter vernam, dat Marie zonder
resultaat een eerste bad genomen had, ging hij onmiddellijk met Pierre
mede. Zij vonden het jonge meisje nog steeds in dezelfde pijnlijke
@@ -7798,15 +7520,13 @@ de genade af een compagnon te vinden, die hem het millioen zou geven, dat noodig was voor zijn studies over bestuurbare ballons.</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e2911" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e2911" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">V.</h3>
</div>
<div class="divBody">
<p class="first">’s Avonds tegen elf uur kwam Pierre, die
-mijnheer de Guersaint in zijn kamer in het <span class="corr" id=
-"xd26e2916" title="Bron: hôtel">Hôtel</span> des
+mijnheer de Guersaint in zijn kamer in het <span class="corr" id="xd26e2916" title="Bron: hôtel">Hôtel</span> des
Apparitions alleen liet, op het denkbeeld, alvorens zelf zich ter ruste
te begeven, nog even naar het Hôpital de Notre-Dame des Douleurs
te gaan. Hij had Marie zoo wanhopig en zoo volhardend in een schuw
@@ -7829,9 +7549,7 @@ Marie zitten.</p> <p>“Kindlief, ik breng iemand mee, die veel van je
houdt … Je zult nu zeker wel verstandig worden en eens met
hem praten.”</p>
-<p>Toen de zieke Pierre zag, keek zij hem echter met een <span class=
-"pagenum">[<a id="pb173" href="#pb173" name=
-"pb173">173</a>]</span>uitdrukking van verbitterd lijden aan; haar
+<p>Toen de zieke Pierre zag, keek zij hem echter met een <span class="pagenum">[<a id="pb173" href="#pb173" name="pb173">173</a>]</span>uitdrukking van verbitterd lijden aan; haar
trekken waren hard.</p>
<p>“Wil je, dat hij je wat voorleest, één van die
mooie verhalen, die troost geven, zooals hij er een in den wagon gedaan
@@ -7868,8 +7586,7 @@ trouwens slechts de zwoele warmte van den Augustusnacht binnenkwam, was de stank ondragelijk. Schimmen en gillen bevolkten deze hel in den
nachtelijken doodsangst van zooveel lijden.</p>
<p>Pierre herkende Raymonde, die, nu haar dienst afgeloopen
-<span class="pagenum">[<a id="pb174" href="#pb174" name=
-"pb174">174</a>]</span>was, nog even haar moeder een zoen kwam geven,
+<span class="pagenum">[<a id="pb174" href="#pb174" name="pb174">174</a>]</span>was, nog even haar moeder een zoen kwam geven,
voor zij ging slapen in een der voor de zusters gereserveerde
dakkamertjes. Madame de Jonquière, die haar taak als directrice
zeer ernstig opnam, deed die drie nachten geen oog dicht. Zij had wel
@@ -7903,20 +7620,17 @@ dokter, te laten halen; misschien had hij het arme kind wat kunnen geven om te kalmeeren, maar hij is beneden bezig met broeder Isidore.
En bovendien we laten hier niemand geneeskundig behandelen, wij komen
hier slechts, om onze lieve zieken in de handen der Heilige Maagd te
-leggen.<span class="corr" id="xd26e2946" title=
-"Niet in bron">”</span></p>
+leggen.<span class="corr" id="xd26e2946" title="Niet in bron">”</span></p>
<p>Zuster Hyacinthe, die dezen nacht met de directrice wilde waken,
voegde zich bij hen.</p>
<p>“Ik kom zoo juist uit de mannenzaal; ik had mijnheer Sabathier
een paar sinaasappelen beloofd. Het is mijnheer Ferrand gelukt broeder
-Isidore weer tot het leven terug te <span class="pagenum">[<a id=
-"pb175" href="#pb175" name="pb175">175</a>]</span>roepen …
+Isidore weer tot het leven terug te <span class="pagenum">[<a id="pb175" href="#pb175" name="pb175">175</a>]</span>roepen …
Wilt u misschien, dat ik hem even ga halen?”</p>
<p>Maar Pierre verzette zich ertegen.</p>
<p>“Wel neen, Marie zal wel verstandig zijn. Ik zal haar wel
kalmeeren.”</p>
-<p>Maar Marie bleef nog <span class="corr" id="xd26e2961" title=
-"Bron: sleeds">steeds</span> hardnekkig zwijgen. Een van de twee
+<p>Maar Marie bleef nog <span class="corr" id="xd26e2961" title="Bron: sleeds">steeds</span> hardnekkig zwijgen. Een van de twee
lantaarns hing vlak bij haar bed, en Pierre zag heel duidelijk haar
mager gezicht, waarin geen spier vertrok. In het bed ernaast zag hij
het hoofd van Elise Rouquet, die in een diepen slaap verzonken was. Zij
@@ -7949,9 +7663,7 @@ zij jaloersch, allen gaven zich over aan een soort gelukkige epidemie, de aanstekelijke hoop den volgenden dag ook genezen te worden, als de
Heilige Maagd het wilde. Je moest haar niet verdrietig maken, je niet
ongeduldig betoonen, want zij had er natuurlijk haar goede redenen
-voor, wist waarom zij liever met deze dan met gene <span class=
-"pagenum">[<a id="pb176" href="#pb176" name=
-"pb176">176</a>]</span>begon. De ergste zieken baden dan ook, in die
+voor, wist waarom zij liever met deze dan met gene <span class="pagenum">[<a id="pb176" href="#pb176" name="pb176">176</a>]</span>begon. De ergste zieken baden dan ook, in die
broederschap van lijden en hoop, voor haar, die naast haar lagen. Ieder
nieuw wonder was een onderpand voor het volgende. Onwrikbaar kwam haar
geloof steeds weer boven. Men vertelde de geschiedenis van een verlamd
@@ -7989,8 +7701,7 @@ Jij, zoo vroom! Wil je dan al deze zielen ergeren?”</p> <p>“Ik zou stikken, ik moet spreken … Ik heb haar
niet meer lief, ik geloof niet meer in haar. Alles wat men hier vertelt
zijn leugens: er is niets, zij bestaat zelfs niet; zij luistert immers
-niet, als je haar roept en als je weent. Als je alles <span class=
-"pagenum">[<a id="pb177" href="#pb177" name="pb177">177</a>]</span>eens
+niet, als je haar roept en als je weent. Als je alles <span class="pagenum">[<a id="pb177" href="#pb177" name="pb177">177</a>]</span>eens
wist, wat ik tot haar gezegd heb … Neem me mee, dan kan ik
op straat sterven, waar de voorbijgangers ten minste medelijden zullen
hebben met mijn lijden.”</p>
@@ -8031,8 +7742,7 @@ als den vorigen nacht in den voortrollenden trein hield hij zich aan den besnoeiden tekst van het boekje, maar improviseerde hij, waarbij
hij de feiten op zijn wijze weergaf, terwijl de denker en de analyst in
hem geen weerstand bieden konden aan de verleiding om de waarheid te
-herstellen, deze legende, <span class="pagenum">[<a id="pb178" href=
-"#pb178" name="pb178">178</a>]</span>wier eeuwig wonder tot de genezing
+herstellen, deze legende, <span class="pagenum">[<a id="pb178" href="#pb178" name="pb178">178</a>]</span>wier eeuwig wonder tot de genezing
der zieken medewerkte, meer menschelijk te maken. En weldra richtten
zich van alle matrassen naast hem vrouwen op, die het vervolg van het
verhaal wilden hooren, want het smachtend verlangen naar de communie
@@ -8070,8 +7780,7 @@ gebenedijde kind zien, de uitverkorene van de Koningin der Engelen, die zoo mooi werd, wanneer de hemelen zich voor haar verrukte oogen
openden. Iederen ochtend werd de menigte aan den oever van den Gave
grooter; duizenden verdrongen er zich om toch maar niets van het
-schouwspel te <span class="pagenum">[<a id="pb179" href="#pb179" name=
-"pb179">179</a>]</span>verliezen. Zoodra Bernadette zich vertoonde,
+schouwspel te <span class="pagenum">[<a id="pb179" href="#pb179" name="pb179">179</a>]</span>verliezen. Zoodra Bernadette zich vertoonde,
liep een geprevel door de schare: “Daar is de heilige, de
heilige, de heilige!” Men snelde naar haar toe, kuste haar
kleeren. Zij was de Messias, de eeuwige Messias, dien de volkeren
@@ -8145,8 +7854,7 @@ tot dusverre met haar door verzet hard gelaat, strak voor zich uit had liggen staren, maakte nu een gebaar van medelijden.</p>
<p>“De arme kleine,” prevelde zij, “zoo alleen tegen
die magistraten, en zoo onschuldig, zoo fier, zoo zeker van haar
-zaak!” <span class="pagenum">[<a id="pb181" href="#pb181" name=
-"pb181">181</a>]</span></p>
+zaak!” <span class="pagenum">[<a id="pb181" href="#pb181" name="pb181">181</a>]</span></p>
<p>Uit alle bedden steeg dezelfde lijdende sympathie op. De hel van
deze zaal in haar nachtelijke ellende, met haar vergiftigde atmosfeer,
haar opeenhooping van smartelijke ziekbedden, haar spookachtig heen en
@@ -8183,8 +7891,7 @@ mate, zoodat zij een afschuw van de wereld kreeg. Het was nu voor goed uit: zij kon nu geen vroolijk kind meer zijn; geen jong meisje worden,
dat droomt van een echtgenoot; geen jonge vrouw, die de wangen van
mollige kinderen kust. Zij had de Heilige Maagd gezien, zij
-<span class="pagenum">[<a id="pb182" href="#pb182" name=
-"pb182">182</a>]</span>was de uitverkorene en de martelares. De Heilige
+<span class="pagenum">[<a id="pb182" href="#pb182" name="pb182">182</a>]</span>was de uitverkorene en de martelares. De Heilige
Maagd, zeiden de geloovigen, had haar slechts drie geheimen
toevertrouwd en haar aldus gewapend met die driedubbele wapenrusting,
om haar te midden van haar beproevingen te steunen.</p>
@@ -8221,9 +7928,7 @@ volmaakte stilzwijgen. Hij had aan zijn geestelijkheid strenge bevelen gegeven, en geen priester had zich nog onder de groote scharen, die
geheele dagen voor de Grot doorbrachten, laten zien. Hij wachtte; hij
liet in administratieve circulaires den prefect weten, dat de
-burgerlijke overheid in overeenstemming met de geestelijke <span class=
-"pagenum">[<a id="pb183" href="#pb183" name=
-"pb183">183</a>]</span>overheid was. In den grond der zaak geloofde hij
+burgerlijke overheid in overeenstemming met de geestelijke <span class="pagenum">[<a id="pb183" href="#pb183" name="pb183">183</a>]</span>overheid was. In den grond der zaak geloofde hij
blijkbaar niet aan de verschijningen, zag hij daarin, evenals de
geneesheeren, slechts de hallucinaties van een ziekelijk kind. De
gebeurtenis, die het geheele land in beweging bracht, was echter
@@ -8261,8 +7966,7 @@ hallucinaties, die veroorzaakt werden door zenuwstoringen, welke als een besmettelijke ziekte om zich heen grepen. Maar wat een werk bracht
de opruiming van de Grot met zich. De commissaris kon eerst tegen den
avond een meisje vinden, dat hem een kar wilde verhuren; twee uren
-later brak dat meisje bij een val een <span class="pagenum">[<a id=
-"pb184" href="#pb184" name="pb184">184</a>]</span>rib. Eveneens werd
+later brak dat meisje bij een val een <span class="pagenum">[<a id="pb184" href="#pb184" name="pb184">184</a>]</span>rib. Eveneens werd
den volgenden dag een man, die een bijl geleend had, door een steen een
voet verpletterd. Eerst bij het invallen der schemering kon de
commissaris onder het hoongelach der menigte de bloempotten, de enkele
@@ -8299,8 +8003,7 @@ de menigte, steeds grooter werd de volkswoede tegen die magistraten, die zoo hardvochtig waren voor de ellende hier beneden, die heeren
zonder erbarmen, die eerst allen rijkdom aan zichzelf getrokken hadden
en nu den armen zelfs hun droom van het hiernamaals, hun geloof, dat
-een hoogere en <span class="pagenum">[<a id="pb185" href="#pb185" name=
-"pb185">185</a>]</span>meedoogende macht zich met moederlijke liefde
+een hoogere en <span class="pagenum">[<a id="pb185" href="#pb185" name="pb185">185</a>]</span>meedoogende macht zich met moederlijke liefde
hun lot aantrok, niet gunden. Op een triesten morgen begaf zich een
troep ellendigen en zieken naar den burgemeester; zij knielden neer op
het plein en bezwoeren hem snikkend de Grot weer te laten openen; en
@@ -8336,11 +8039,9 @@ leven onder de bescherming van een rechtvaardige en algoede Moeder, slechts sterven, om in den hemel weer te ontwaken! En
noodzakelijkerwijze moest die brandende begeerte der scharen, die
heilige waan van algemeen geluk en algemeene vreugde de starre
-<span class="pagenum">[<a id="pb186" href="#pb186" name=
-"pb186">186</a>]</span>opvatting wegvagen van een goed geregelde
+<span class="pagenum">[<a id="pb186" href="#pb186" name="pb186">186</a>]</span>opvatting wegvagen van een goed geregelde
maatschappij, waarin de epidemisch terugkeerende aanvallen van
-<span class="corr" id="xd26e3071" title=
-"Bron: religieuse">religieuze</span> hallucinaties als aanslagen op de
+<span class="corr" id="xd26e3071" title="Bron: religieuse">religieuze</span> hallucinaties als aanslagen op de
rust van gezonde geesten veroordeeld worden.</p>
<p>Op dat oogenblik kwam de zaal Sainte-Honorine in opstand. Weer moest
Pierre een oogenblik zijn verhaal onderbreken door de half gesmoorde
@@ -8377,8 +8078,7 @@ aan.</p> trots begane misdaden van dien prefect en de andere overheidspersonen
luisterde, heb ik mijn schuld begrepen … Je moet gelooven,
Pierre, er bestaat geen geluk buiten geloof en liefde.”
-<span class="pagenum">[<a id="pb187" href="#pb187" name=
-"pb187">187</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb187" href="#pb187" name="pb187">187</a>]</span></p>
<p>Toen Pierre wilde ophouden, kwamen allen daartegen in verzet,
eischten het vervolg. En Pierre moest beloven, dat hij zou vertellen
tot den triomf der Grot.</p>
@@ -8400,8 +8100,7 @@ dat de ellende van zijn schare geloovigen zoo groot was, dat hij er zich bij nederlegde hun den afgodendienst te geven, waarnaar zij zoo
smachtten.</p>
<p>Maar toch vaardigde hij uit een restje van voorzichtigheid een bevel
-uit, waarbij een commissie benoemd werd, die <span class="corr" id=
-"xd26e3099" title="Bron: een een">een</span> onderzoek moest instellen:
+uit, waarbij een commissie benoemd werd, die <span class="corr" id="xd26e3099" title="Bron: een een">een</span> onderzoek moest instellen:
dat was de aanvaarding van het wonder op korter of langer termijn. Kan
men niet begrijpen, wat een moeite het Mgr. Laurence, een man van
gezonde denkbeelden en helder verstand, kostte om dat bevel te
@@ -8416,8 +8115,7 @@ menschheid noodig heeft om gelukkig te kunnen leven, uit te reiken.</p> <p>“O, mijn God, vergeef mij, indien ik U laat afdalen van den
troon van Uw eeuwige macht, waarop Gij gezeten zijt, wanneer ik U
verneder tot dit kinderlijke spel met nuttelooze wonderen. Maar, o,
-mijn God, zij lijden zoo, zij hongeren <span class="pagenum">[<a id=
-"pb188" href="#pb188" name="pb188">188</a>]</span>zóó
+mijn God, zij lijden zoo, zij hongeren <span class="pagenum">[<a id="pb188" href="#pb188" name="pb188">188</a>]</span>zóó
naar het wonderbaarlijke en naar sprookjes, om hun levenssmart te
verzachten. Gij zelf zoudt, indien zij Uw schapen waren, helpen hen te
misleiden. Laten zij op deze wereld getroost worden, ook al moet de
@@ -8454,8 +8152,7 @@ trompetgeschal werd het nieuwe besluit op de pleinen te Lourdes voorgelezen. De commissaris van politie moest in hoogst eigen persoon
tot het wegnemen van het staketsel overgaan. Evenals de prefect werd
hij verplaatst. Van alle kanten stroomden de menschen toe en in de Grot
-<span class="pagenum">[<a id="pb189" href="#pb189" name=
-"pb189">189</a>]</span>werd de eeredienst geregeld. Een kreet van
+<span class="pagenum">[<a id="pb189" href="#pb189" name="pb189">189</a>]</span>werd de eeredienst geregeld. Een kreet van
goddelijke vreugde steeg op: God had overwonnen. God? Neen, helaas!
Maar de menschelijke ellende, de eeuwige behoefte aan de leugen, de
hoop van den verdoemde, die, om heil en redding te vinden, zich
@@ -8493,8 +8190,7 @@ den hemel ontvangen had. Hij wijdde al zijn krachten aan den bouw, wilde, dat alles mooi en grootsch was, de Koningin der Engelen, die
zich verwaardigd had dit hoekje der bergen te bezoeken, waardig.</p>
<p>De eerste godsdienstige plechtigheid had eerst zes jaar na
-<span class="pagenum">[<a id="pb190" href="#pb190" name=
-"pb190">190</a>]</span>de verschijningen plaats op den dag, dat men met
+<span class="pagenum">[<a id="pb190" href="#pb190" name="pb190">190</a>]</span>de verschijningen plaats op den dag, dat men met
groote pracht en praal in de Grot een beeld der Heilige Maagd plaatste
op de plek, waar zij het eerst verschenen was. Dien ochtend had Lourdes
zich bij prachtig weer in feestdos gestoken; alle klokken luidden. Vijf
@@ -8533,8 +8229,7 @@ van mijn genezing.”</p> <p>Hij gaf toe, hoorde haar schuldbelijdenis aan, de bekentenis van den
goddeloozen opstand van haar lijden tegen de Heilige Maagd, die doof
gebleven was voor haar smeekbeden; dan gaf hij haar met de
-sacramenteele woorden de absolutie. <span class="pagenum">[<a id=
-"pb191" href="#pb191" name="pb191">191</a>]</span></p>
+sacramenteele woorden de absolutie. <span class="pagenum">[<a id="pb191" href="#pb191" name="pb191">191</a>]</span></p>
<p>Reeds had abbé Judaine de hostievaas op een klein tafeltje
tusschen twee brandende waskaarsen, twee sombere sterren in het
halfdonker der zaal, gezet. Men had de ramen eindelijk wijd opengezet,
@@ -8542,8 +8237,7 @@ zoo ondragelijk was de stank van die lijdende lichamen en die opgehoopte lompen geworden; maar er kwam geen frissche lucht binnen: de
nauwe, donkere binnenplaats leek wel een gloeiende mijnput. Pierre bood
zich aan als misdienaar en zeide het <i lang="la">Confiteor</i>. Dan
-hief de aalmoezenier in zijn miskleed, na het <i lang=
-"la">Misereatur</i> en het <i lang="la">Indulgentiam</i> uitgesproken
+hief de aalmoezenier in zijn miskleed, na het <i lang="la">Misereatur</i> en het <i lang="la">Indulgentiam</i> uitgesproken
te hebben, de hostievaas op:</p>
<p>“Ziet het Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt!”</p>
@@ -8574,9 +8268,7 @@ de Rozenkranskerk de heilige communie ontvangen moest, werd de heilige hostie geweigerd, hoewel zij hongerde naar het brood des levens; madame
Vêtu had in een hik de hostie op haar zwarte tong ontvangen.
Thans was Marie aan de beurt, onder het bleeke licht der kaarsen zoo
-mooi tusschen haar blonde haren, met haar wijd geopende <span class=
-"pagenum">[<a id="pb192" href="#pb192" name=
-"pb192">192</a>]</span>oogen, haar door het geloof verheerlijkte
+mooi tusschen haar blonde haren, met haar wijd geopende <span class="pagenum">[<a id="pb192" href="#pb192" name="pb192">192</a>]</span>oogen, haar door het geloof verheerlijkte
trekken, die allen bewonderden. Zij vierde het avondmaal met groote
innigheid, de hemel daalde zichtbaar neer in haar arm, jong, tot een
zoo physieke ellende vermagerd lichaam. Een oogenblik hield zij Pierre
@@ -8591,8 +8283,7 @@ was half twee. Madame de Jonquière, geholpen door zuster Hyacinthe, liep nog steeds heen en weer, draaide de zieken om,
verschoonde en verbond ze. Maar toch was er eenige kalmte in de zaal
gekomen, sedert Bernadette er met haar bekoring door gekomen was. De
-kleine schim der helderziende dwaalde thans <span class="corr" id=
-"xd26e3164" title="Bron: triomphankelijk">triomphantelijk</span> rond
+kleine schim der helderziende dwaalde thans <span class="corr" id="xd26e3164" title="Bron: triomphankelijk">triomphantelijk</span> rond
tusschen de bedden, nu zij haar werk gedaan had door aan iedere
onterfde, iedere wanhopige van deze aarde een stukje van den hemel te
geven. En terwijl allen langzamerhand in slaap gleden, zagen zij, hoe
@@ -8605,24 +8296,19 @@ name="pb193">193</a>]</span></p> <div class="footnotes">
<hr class="fnsep">
<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e2026" href="#xd26e2026src" name="xd26e2026">1</a></span>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e2026" href="#xd26e2026src" name="xd26e2026">1</a></span>
Eetzaal. <a class="fnarrow" href="#xd26e2026src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e2175" href="#xd26e2175src" name="xd26e2175">2</a></span> Een
-soort lepra. <a class="fnarrow" href=
-"#xd26e2175src">↑</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e2175" href="#xd26e2175src" name="xd26e2175">2</a></span> Een
+soort lepra. <a class="fnarrow" href="#xd26e2175src">↑</a></p>
</div>
</div>
</div>
-<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h2 class="main">DERDE DAG</h2>
</div>
<div class="divBody">
-<div id="xd26e3171" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e3171" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">I.</h3>
</div>
@@ -8638,8 +8324,7 @@ hotel gekomen was, had eerst tegen het aanbreken van den dag den slaap kunnen vatten en sliep nog. Zijn over een stoel geworpen soutane en
zijn andere overal verspreid liggende kleeren verrieden zijn moeheid en
zijn opwinding.</p>
-<p>“Wat is dat, luilak?” riep mijnheer de <span class=
-"corr" id="xd26e3178" title="Bron: Guersant">Guersaint</span> vroolijk.
+<p>“Wat is dat, luilak?” riep mijnheer de <span class="corr" id="xd26e3178" title="Bron: Guersant">Guersaint</span> vroolijk.
“Hoor jij de klokken niet luien?”</p>
<p>Pierre schrok wakker, kon niet dadelijk dit kleine, door het
zonlicht overstroomde hotelkamertje thuis brengen. Inderdaad drong door
@@ -8654,8 +8339,7 @@ kleeden.”</p> <p>Toen hij alleen was, sprong Pierre, ondanks zijn stijve ledematen,
die hem pijn deden, dadelijk uit zijn bed. Hij had zijn gezicht nog in
de kom, om zich in het koude water op te frisschen, toen mijnheer de
-Guersaint, die niet alleen blijven kon, alweer terug kwam. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb194" href="#pb194" name="pb194">194</a>]</span></p>
+Guersaint, die niet alleen blijven kon, alweer terug kwam. <span class="pagenum">[<a id="pb194" href="#pb194" name="pb194">194</a>]</span></p>
<p>“Ik heb het besteld, ze zullen het boven
brengen … O, dit hotel! Heb je den heelemaal in het wit
gekleeden en zoo deftigen eigenaar, mijnheer Majesté, in zijn
@@ -8664,8 +8348,7 @@ ze zooveel menschen gehad … Het is me dan ook een heidensch kabaal. Driemaal hebben ze me vannacht wakker gemaakt. Ik
begrijp niet, wat ze in de kamer naast de mijne uitspoken: daarnet nog
werd er tegen den muur gestooten, en daarna hoorde ik fluisteren en
-zuchten.<span class="corr" id="xd26e3192" title=
-"Niet in bron">”</span></p>
+zuchten.<span class="corr" id="xd26e3192" title="Niet in bron">”</span></p>
<p>Hij viel zichzelf in de rede, om te vragen:</p>
<p>“Heb jij goed geslapen?”</p>
<p>“Heelemaal niet,” antwoordde Pierre. “Ik was
@@ -8697,8 +8380,7 @@ heeft? Ja, waarachtig, gisterenavond heeft abbé des Hermoises mij aangeboden te Toulouse een geldschieter voor mij te vinden, een
schatrijken vriend van hem, die zich voor de werktuigkunde
interesseert. Ik heb er dadelijk den vinger Gods in gezien.”
-<span class="pagenum">[<a id="pb195" href="#pb195" name=
-"pb195">195</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb195" href="#pb195" name="pb195">195</a>]</span></p>
<p>Hij lachte zijn gewoon kinderlijk lachje. Dan voegde hij eraan
toe:</p>
<p>“Een charmante man, die abbé des Hermoises! Ik zal toch
@@ -8741,8 +8423,7 @@ vroolijk. “Hij zal gisterenavond in zijn eentje een beetje te goed gedineerd hebben.”</p>
<p>Pierre had nieuwsgierig geluisterd.</p>
<p>“En logeeren naast mij niet twee dames met een mijnheer en een
-kind op krukken?” <span class="pagenum">[<a id="pb196" href=
-"#pb196" name="pb196">196</a>]</span></p>
+kind op krukken?” <span class="pagenum">[<a id="pb196" href="#pb196" name="pb196">196</a>]</span></p>
<p>“Ja, mijnheer de abbé, ik ken ze heel
goed … De tante, madame Chaise, heeft een van de kamers,
terwijl mijnheer en mevrouw Vigneron met hun zoon Gustave de andere
@@ -8781,8 +8462,7 @@ te sluiten; samen aten zij het middagmaal, dat boven gebracht werd, en dronken uit hetzelfde glas; ook de geluiden van ’s nachts waren
nu te verklaren. Op die wijze waren het voor haar in dit afgesloten
vertrek drie dagen van volkomen gevangenschap in dollen hartstocht.
-<span class="pagenum">[<a id="pb197" href="#pb197" name=
-"pb197">197</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb197" href="#pb197" name="pb197">197</a>]</span></p>
<p>Blijkbaar had zij, toen de kamer opgeruimd was, het gewaagd de kast
van binnen weer open te maken en even haar hoofd naar buiten te steken,
om te zien, of haar vriend nog niet terugkwam. Daarom had men haar dus
@@ -8820,9 +8500,7 @@ verlegenheid, een soort kuischen schrik in zich opkomen bij het denkbeeld aan die wrekende bevrediging van vleeschelijke lusten te
midden van de mystieke extase, waardoor hij zich omringd voelde.</p>
<p>Juist op het oogenblik, dat de zieken naar beneden gebracht werden,
-om ze naar de Grot te rijden, kwamen zij bij het <span class=
-"pagenum">[<a id="pb198" href="#pb198" name=
-"pb198">198</a>]</span>Hôpital. Zij troffen Marie, die goed
+om ze naar de Grot te rijden, kwamen zij bij het <span class="pagenum">[<a id="pb198" href="#pb198" name="pb198">198</a>]</span>Hôpital. Zij troffen Marie, die goed
geslapen had, in een opgewekte stemming aan. Zij gaf haar vader een
zoen en, toen zij hoorde, dat hij nog niet tot zijn uitstapje naar
Gavarnie besloten was, een standje. Als hij niet ging, zou hij haar een
@@ -8860,8 +8538,7 @@ om dan met het mooie weer een wandeling door Lourdes te maken. Toch wilde hij eerst naar zijn kamer; Pierre volgde hem en samen vielen zij
boven midden in een drama. De deur der Vignerons stond wijd open; ze
zagen den kleinen Gustave languit liggen op een canapé,
-<span class="pagenum">[<a id="pb199" href="#pb199" name=
-"pb199">199</a>]</span>die als bed dienst deed. Hij zag lijkkleurig en
+<span class="pagenum">[<a id="pb199" href="#pb199" name="pb199">199</a>]</span>die als bed dienst deed. Hij zag lijkkleurig en
had juist een flauwte gehad, die zijn vader en zijn moeder een
oogenblik had doen gelooven, dat het het einde was. Madame Vigneron
was, verbijsterd van angst, op een stoel neergevallen, terwijl mijnheer
@@ -8899,8 +8576,7 @@ vielen geheel uit hun rol en lichtten hun soutanes met beide handen op, om maar hard te kunnen loopen. Van boven tot beneden zwiepten de
planken onder den te zwaren last der opeengehoopte menschen. Een
kamermeisje, dat op een blad een volledig dejeuner droeg, had aan de
-deur van den ongetrouwden <span class="pagenum">[<a id="pb200" href=
-"#pb200" name="pb200">200</a>]</span>mijnheer geklopt. Toen zij
+deur van den ongetrouwden <span class="pagenum">[<a id="pb200" href="#pb200" name="pb200">200</a>]</span>mijnheer geklopt. Toen zij
eindelijk op een kiertje openging, zagen zij de opgeruimde kamer,
waarin de heer met zijn rug naar de deur zat.</p>
<p>“Ik hoop, dat het nu voorbij is en dat de Heilige Maagd hem
@@ -8917,8 +8593,7 @@ zij wilden of niet, wachten en verzochten den kellner hen te waarschuwen, wanneer er twee plaatsen vrij waren. En daar zij niet
wisten wat zij anders doen moesten, gingen zij wat wandelen in de
vestibule van het hotel, die op de straat uitkwam.</p>
-<p>Maar de eigenaar van het <span class="corr" id="xd26e3305" title=
-"Bron: Hotel">Hôtel</span> des Apparations, de in het wit
+<p>Maar de eigenaar van het <span class="corr" id="xd26e3305" title="Bron: Hotel">Hôtel</span> des Apparations, de in het wit
gekleede mijnheer Majesté, kwam in hoogst eigen persoon naar hen
toe en vroeg met de grootste hoflijkheid:</p>
<p>“Als de heeren soms in den salon willen wachten?”</p>
@@ -8930,8 +8605,7 @@ met de zusters, die het weeshuis bestuurden, van Nevers gekomen en had een kleine, donkere vrouw uit Lourdes getrouwd. Samen hadden zij in nog
geen tien jaar van hun hotel een der aanzienlijkste en drukst bezochte
inrichtingen der stad gemaakt. Enkele jaren geleden had hij er een
-handel in <span class="corr" id="xd26e3313" title=
-"Bron: religieuse">religieuze</span> artikelen aan verbonden, die een
+handel in <span class="corr" id="xd26e3313" title="Bron: religieuse">religieuze</span> artikelen aan verbonden, die een
groot magazijn besloeg en onder toezicht van madame Majesté door
een jong nichtje bestuurd werd.</p>
<p>“Als de heeren misschien in den salon willen wachten?”
@@ -8940,8 +8614,7 @@ maakte.</p> <p>Maar beiden gaven zij er de voorkeur aan wat op en neer te loopen,
waarop Majesté, die, zooals hij gewoonlijk deed met gasten,
welke hij met bijzondere onderscheiding behandelde, met hen een praatje
-wilde maken, zich bij hen voegde. Het <span class="pagenum">[<a id=
-"pb201" href="#pb201" name="pb201">201</a>]</span>gesprek liep eerst
+wilde maken, zich bij hen voegde. Het <span class="pagenum">[<a id="pb201" href="#pb201" name="pb201">201</a>]</span>gesprek liep eerst
over de fakkelprocessie van dien avond, welke met dit prachtige weer
schitterend beloofde te worden. Er waren meer dan vijftigduizend
vreemdelingen te Lourdes. Uit alle badplaatsen in den omtrek waren
@@ -8981,8 +8654,7 @@ nonnen moesten er geen hotel op nahouden. Dat is niet goed.”</p> schade lijdt, den vrijen teugel. Hadden die zusters van de Onbevlekte
Ontvangenis, die Blauwe Zusters, zich niet moeten houden aan haar
eigenlijke taak, de vervaardiging van hosties en het strijken en
-onderhouden van de wasch <span class="pagenum">[<a id="pb202" href=
-"#pb202" name="pb202">202</a>]</span>der geestelijken? Maar neen, zij
+onderhouden van de wasch <span class="pagenum">[<a id="pb202" href="#pb202" name="pb202">202</a>]</span>der geestelijken? Maar neen, zij
hadden haar klooster veranderd in een groot hotel, waarin ongetrouwde
dames afzonderlijke kamers vonden en gemeenschappelijk konden eten,
wanneer zij niet liever apart bediend werden. Alles was heel zindelijk,
@@ -9008,8 +8680,7 @@ niet kent. Zeker, tijdens de nationale bedevaart hebben we het allemaal druk, mogen we niet klagen. Doch dat duurt maar vier of vijf dagen; en
in gewone tijden is het lang zoo druk niet … O, ik heb
Goddank altijd logeergasten genoeg. Het hotel is bekend en staat gelijk
-met het <span class="corr" id="xd26e3357" title=
-"Bron: hôtel">Hôtel</span> de la Grotte, waarmede reeds
+met het <span class="corr" id="xd26e3357" title="Bron: hôtel">Hôtel</span> de la Grotte, waarmede reeds
twee eigenaars rijk geworden zijn … Maar dat neemt niet
weg, dat het vervelend is om te zien, hoe die Blauwe Zusters de
clientèle afroomen, de dames uit de beste kringen, die dikwijls
@@ -9021,8 +8692,7 @@ Grot gaan bidden, en die goed betalen zonder af te dingen!”</p> <p>Op dat oogenblik mengde madame Majesté, die Pierre en
mijnheer de Guersaint nog niet gezien hadden, daar zij, over een
register heen gebogen, rekeningen zat op te tellen, zich in het
-gesprek. <span class="pagenum">[<a id="pb203" href="#pb203" name=
-"pb203">203</a>]</span></p>
+gesprek. <span class="pagenum">[<a id="pb203" href="#pb203" name="pb203">203</a>]</span></p>
<p>“Verleden jaar, heeren, hebben wij gedurende twee maanden
zoo’n dame in ons hotel gehad. Zij ging naar de Grot, kwam terug,
ging er weer heen, at en sliep. En nooit één aanmerking,
@@ -9042,8 +8712,7 @@ koopen.”</p> tegenover de eerwaarde paters te kort schieten, maar toch mag ik niet
ontkennen, dat zij te gulzig zijn … U hebt natuurlijk hun
winkel bij de Grot gezien, die altijd stampvol is en waar ze
-<span class="corr" id="xd26e3374" title=
-"Bron: religieuse">religieuze</span> artikelen en kaarsen verkoopen.
+<span class="corr" id="xd26e3374" title="Bron: religieuse">religieuze</span> artikelen en kaarsen verkoopen.
Verschillende priesters zeggen, dat het een schande is en dat men
opnieuw de wisselaars uit de tempels moest jagen … En naar
men beweert, zijn de paters ook deelgenoot in het groote magazijn hier
@@ -9066,8 +8735,7 @@ godsdienst is, wanneer de eerwaarde paters, als de eerste de beste leek, een winkel houden …. Ik wil toch het geld voor hun
missen niet met hen deelen en ik vraag toch niet zoo en zooveel procent
van de cadeaux, die zij krijgen? Maar waarom gaan zij dan verkoopen,
-wat <span class="pagenum">[<a id="pb204" href="#pb204" name=
-"pb204">204</a>]</span>ik verkoop? Door hen is mijn laatste jaar alles
+wat <span class="pagenum">[<a id="pb204" href="#pb204" name="pb204">204</a>]</span>ik verkoop? Door hen is mijn laatste jaar alles
behalve schitterend geweest. Er zijn er toch al te veel van ons,
iedereen te Lourdes handelt in den goeden God, zoodat je er ten slotte
geen droog brood meer mee verdient … Ja, mijnheer de
@@ -9107,8 +8775,7 @@ mooie weer naar buiten te gaan. Hij haastte zich dan ook weg zonder verder te luisteren naar Majesté, die met een beminlijk
glimlachje opmerkte, dat de heeren toch niet zoo heel lang hadden
behoeven te wachten. Het tafeltje stond heelemaal achteraan, zoodat zij
-de geheele zaal door moesten loopen. <span class="pagenum">[<a id=
-"pb205" href="#pb205" name="pb205">205</a>]</span></p>
+de geheele zaal door moesten loopen. <span class="pagenum">[<a id="pb205" href="#pb205" name="pb205">205</a>]</span></p>
<p>Het was een lange, in eikenhout geschilderde zaal, waarvan het
schilderwerk echter reeds vol vlekken was. Men voelde er de slijtage en
het vuil worden tengevolge van het aanhoudend af en aan loopen van
@@ -9147,8 +8814,7 @@ te proppen, ten einde des te vlugger naar de Grot te kunnen terugkeeren, zat in het midden van de tafel een corpulente geestelijke,
die volstrekt geen haast had en van iederen schotel met een bedachtzame
langzaamheid, met een ononderbroken, voorzichtig kauwen at.
-<span class="pagenum">[<a id="pb206" href="#pb206" name=
-"pb206">206</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb206" href="#pb206" name="pb206">206</a>]</span></p>
<p>“Bliksems,” zeide mijnheer de Guersaint, “koud is
ook anders! Maar toch wil ik graag wat eten, want, hoe het komt weet ik
niet, maar sedert ik in Lourdes ben, voel ik mijn maag
@@ -9189,11 +8855,9 @@ kleine bijzonderheden, waarnaar haar zwager met groote, onwillekeurig ongeruste oogen luisterde. Zeker, hij was een goede kerel, hij zou
nooit iemands dood gewenscht hebben; maar hij voelde een
verontwaardiging en een verzet in zich opkomen bij het denkbeeld, dat
-<span class="pagenum">[<a id="pb207" href="#pb207" name=
-"pb207">207</a>]</span>de Heilige Maagd die oude vrouw zou genezen,
+<span class="pagenum">[<a id="pb207" href="#pb207" name="pb207">207</a>]</span>de Heilige Maagd die oude vrouw zou genezen,
terwijl zij zijn nog zoo jongen zoon vergeten zou. Hij was reeds aan de
-<span class="corr" id="xd26e3430" title=
-"Bron: coteletten">côteletten</span> en slokte vorken vol
+<span class="corr" id="xd26e3430" title="Bron: coteletten">côteletten</span> en slokte vorken vol
aardappelpurée naar binnen, toen hij meende op te merken, dat
madame Chaise tegen haar neef mokte.</p>
<p>“Gustave,” zeide hij plotseling, “heb je je tante
@@ -9204,8 +8868,7 @@ gezichtje wijd open.</p> ze boven dicht bij je kwam.”</p>
<p>In het volle bewustzijn van haar waardigheid zweeg madame Chaise en
wachtte, terwijl Gustave, die zonder eenigen eetlust aan zijn in kleine
-stukjes gesneden <span class="corr" id="xd26e3441" title=
-"Bron: cotelette">côtelette</span> bezig was, met zijn oogen op
+stukjes gesneden <span class="corr" id="xd26e3441" title="Bron: cotelette">côtelette</span> bezig was, met zijn oogen op
zijn bord bleef staren en ditmaal stijfhoofdig weigerde zich aan dat
treurige werkje, om lief te zijn, te onderwerpen.</p>
<p>“Kom, Gustave, wees nou lief; je weet hoe goed tante altijd
@@ -9232,8 +8895,7 @@ heeft.</p> <p>“Al zijn de nieren niet zoo bijster lekker,” zeide
mijnheer de Guersaint tegen Pierre, “de bloemkool smaakt
uitstekend.”</p>
-<p>In de geheele zaal duurde het ontzettende kauwen voort. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb208" href="#pb208" name="pb208">208</a>]</span>Nog
+<p>In de geheele zaal duurde het ontzettende kauwen voort. <span class="pagenum">[<a id="pb208" href="#pb208" name="pb208">208</a>]</span>Nog
nooit had Pierre zoo zien eten, in zoo’n zweet, in zoo’n
benauwende warmte als waren zij in een gloeiend waschhuis. De
etenslucht verdichtte zich langzaam tot een damp. Om zich verstaanbaar
@@ -9273,8 +8935,7 @@ blijdschap was zóó groot, dat hij er alles uit gooide.</p>
<p>“O, lieve vrouw, de Heilige Maagd is beslist met
ons … Vanochtend nog heb ik haar mijn promotie gevraagd,
-en zij verhoort mij!” <span class="pagenum">[<a id="pb209" href=
-"#pb209" name="pb209">209</a>]</span></p>
+en zij verhoort mij!” <span class="pagenum">[<a id="pb209" href="#pb209" name="pb209">209</a>]</span></p>
<p>Doch toen hij de blikken van madame Chaise op zich gevestigd voelde
en zijn zoon zag glimlachen, begreep hij plotseling, dat hij niet op
die manier juichen moest. Ongetwijfeld vroeg iedereen in de familie aan
@@ -9313,8 +8974,7 @@ uitbreidden.</p> mijnheer Vigneron.</p>
<p>Men hoorde trouwens niets anders dan: “Naar de Grot! Naar de
Grot!” De volle monden haastten zich, keerden terug naar de
-gebeden en de lofzangen. <span class="pagenum">[<a id="pb210" href=
-"#pb210" name="pb210">210</a>]</span></p>
+gebeden en de lofzangen. <span class="pagenum">[<a id="pb210" href="#pb210" name="pb210">210</a>]</span></p>
<p>“Nu we toch den heelen middag voor ons hebben,” zeide
mijnheer de Guersaint weer, “zou ik je wel willen voorstellen de
stad eens te gaan bekijken, dan kan ik tegelijk zien een rijtuig te
@@ -9340,8 +9000,7 @@ op andere lippen drukten, om ze te doen zwijgen. De ongetrouwde mijnheer dejeuneerde ook.</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e3513" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e3513" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">II.</h3>
</div>
@@ -9383,8 +9042,7 @@ charme van gezondheid verhelderd werd.</p> schitterend ontvangen worden … U kunt u gerust aan mij
toevertrouwen, mademoiselle, en bovendien zullen wij er zeker mijn neef
Berthaud vinden, die het zich tot een groote eer zal rekenen om de
-honneurs in onze installatie waar te nemen.<span class="corr" id=
-"xd26e3533" title="Niet in bron">”</span></p>
+honneurs in onze installatie waar te nemen.<span class="corr" id="xd26e3533" title="Niet in bron">”</span></p>
<p>Raymonde glimlachte en zeide met haar levendige oogen, dat zij wel
wilde. Op dat oogenblik gingen mijnheer de Guersaint en Pierre de dames
begroeten. Onmiddellijk werden zij op de hoogte gebracht.
@@ -9399,13 +9057,11 @@ een storting van drie francs daags; daarvan hielden zij dan nog eten over, dat zij onder de armen verdeelden. Maar zij bestuurden alles
zelf, kochten zelf de levensmiddelen en huurden een kok en een paar
jongens, terwijl zij er niet tegen op zagen zelf een handje mede te
-helpen om het lokaal in orde te houden.<a id="xd26e3538" name=
-"xd26e3538"></a></p>
+helpen om het lokaal in orde te houden.<a id="xd26e3538" name="xd26e3538"></a></p>
<p>“Dat moet heel interessant zijn,” riep mijnheer de
Guersaint uit. “Dat zou ik wel eens graag willen zien, als wij
tenminste niet te veel zijn.”</p>
-<p>Toen stemde ook madame Désagneaux toe. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb212" href="#pb212" name="pb212">212</a>]</span></p>
+<p>Toen stemde ook madame Désagneaux toe. <span class="pagenum">[<a id="pb212" href="#pb212" name="pb212">212</a>]</span></p>
<p>“Nu we met een troepje gaan, wil ik ook wel. Ik was bang, dat
het niet passen zou.”</p>
<p>En toen zij lachte, begonnen al de anderen ook te lachen. Zij had
@@ -9450,8 +9106,7 @@ name="pb213">213</a>]</span>en hij vertelde haar, waarom hij dien dag niet met zijn kameraden gegeten had. Een familie, die hij goed kende,
was vandaag vertrokken en had hem van tien uur af aan het buffet van
het station uitgenoodigd, zoodat hij pas na het vertrek van den trein
-van half <span class="corr" id="xd26e3575" title=
-"Bron: een">één</span> vrij geweest was.</p>
+van half <span class="corr" id="xd26e3575" title="Bron: een">één</span> vrij geweest was.</p>
<p>“Hoort u wel hoe vroolijk zij zijn?” vroeg hij.</p>
<p>Ze waren vlak bij de “popote” en hoorden inderdaad het
luide lachen van jongelui, dat uit een groepje boomen kwam, waaronder
@@ -9527,15 +9182,13 @@ dagen duurde.</p> <p>Mijnheer de Guersaint kon, hoewel hij pas gedejeuneerd had, de
verleiding niet weerstaan eens van den schapenragout te proeven.
Intusschen herinnerde Pierre, die baron Suire, den directeur der
-Hospitalité, gewichtig op en neer <span class="pagenum">[<a id=
-"pb215" href="#pb215" name="pb215">215</a>]</span>zag wandelen, alsof
+Hospitalité, gewichtig op en neer <span class="pagenum">[<a id="pb215" href="#pb215" name="pb215">215</a>]</span>zag wandelen, alsof
hij zich tot taak gesteld had op alles, zelfs op de wijze, waarop zijn
personeel zich voedde, toezicht te houden, zich plotseling den vurigen
wensch van Marie om den nacht voor de Grot door te brengen; en hij
dacht, dat de baron de daarvoor noodige toestemming wel zou kunnen
geven.</p>
-<p>“Zeker,” zeide hij ernstig<span class="corr" id=
-"xd26e3609" title="Bron: ;">,</span> “wij staan dat soms toe,
+<p>“Zeker,” zeide hij ernstig<span class="corr" id="xd26e3609" title="Bron: ;">,</span> “wij staan dat soms toe,
maar het is altijd een teer iets! U kunt mij beslist verzekeren, niet
waar, dat het jonge meisje niet teringachtig is?… Welnu, omdat u
zegt, dat zij er zoo op staat, zal ik het met pater Fourcade in orde
@@ -9568,16 +9221,14 @@ Guersaint en Pierre hadden elkaar reeds een paar maal aangekeken, of zij nu niet eindelijk naar de place du Marcadal zouden gaan, toen
madame Désagneaux zich plotseling herinnerde, dat een vriendin
haar opgedragen had haar een flesch Lourdes-water op te zenden. Zij
-vroeg aan Gérard, hoe zij dat het beste doen kon. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb216" href="#pb216" name="pb216">216</a>]</span></p>
+vroeg aan Gérard, hoe zij dat het beste doen kon. <span class="pagenum">[<a id="pb216" href="#pb216" name="pb216">216</a>]</span></p>
<p>“Als u mij misschien weer als gids wilt aannemen,” zeide
hij. “En als de heeren er niets op tegen hebben mede te gaan, zal
ik u eerst het magazijn laten zien, waarin men de flesschen vult, die
dan toegekurkt, in doozen verpakt en verzonden worden. Het is heel
interessant.”</p>
<p>Onmiddellijk stemde mijnheer de Guersaint toe. Met hun vijven gingen
-zij weer verder, madame <span class="corr" id="xd26e3625" title=
-"Bron: Désagneux">Désagneaux</span> tusschen den
+zij weer verder, madame <span class="corr" id="xd26e3625" title="Bron: Désagneux">Désagneaux</span> tusschen den
architect en den priester, terwijl Raymonde en Gérard voorop
gingen. De menigte werd in den brandenden zonneschijn steeds grooter;
de place du Rosaire was vol van een drukke en lanterfanterende massa,
@@ -9650,8 +9301,7 @@ te worden. De stelregel was, dat iedere geofferde kaars aan de voeten der Heilige Maagd moest branden, doch er waren er te veel; al brandden
er dag en nacht tweehonderd van iedere grootte en dikte, nooit zou men
erin slagen deze verschrikkelijke voorraden, die onophoudelijk grooter
-werden, <span class="pagenum">[<a id="pb218" href="#pb218" name=
-"pb218">218</a>]</span>uit te putten. Het gerucht liep, dat de paters
+werden, <span class="pagenum">[<a id="pb218" href="#pb218" name="pb218">218</a>]</span>uit te putten. Het gerucht liep, dat de paters
zich genoodzaakt zagen de was weer te verkoopen. Sommige vrienden der
Grot erkenden zelfs met een zekeren trots, dat de opbrengst uit de
kaarsen voldoende geweest zou zijn om de geheele zaak aan den gang te
@@ -9663,8 +9313,7 @@ aantal opgestapeld. Mijnheer de Guersaint, die cijfers verlangde, had zich in een statistiek verdiept, waarin hij den weg kwijt raakte.
Pierre keek zwijgend naar dezen stapel was, geschonken om ter eere Gods
in de open lucht verbrand te worden; en hoewel hij geen
-utilarist<a class="noteref" id="xd26e3646src" href="#xd26e3646" name=
-"xd26e3646src">1</a> was, ofschoon hij de weelde van het genot en van
+utilarist<a class="noteref" id="xd26e3646src" href="#xd26e3646" name="xd26e3646src">1</a> was, ofschoon hij de weelde van het genot en van
de illusoire bevredigingen, welke voor den mensch even onontbeerlijk
zijn als brood, begreep, kon hij toch de gedachte niet van zich
afzetten aan de talrijke aalmoezen, welke men van het geld voor al die
@@ -9688,8 +9337,7 @@ Basilica legde!</p> het adres van haar vriendin te geven; en toen zij één
francs zeventig gestort had, kreeg zij een reçu, een klein
stukje papier, zooals op de stations de goederenbeambte afgeeft.
-<span class="pagenum">[<a id="pb219" href="#pb219" name=
-"pb219">219</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb219" href="#pb219" name="pb219">219</a>]</span></p>
<p>Weer buiten gekomen, wees Gérard op een groot gebouw, dat een
paar honderd meter verder lag.</p>
<p>“Dat is de woning van de paters der Grot.”</p>
@@ -9729,8 +9377,7 @@ de leden der Hospitalité dicht op elkaar gedrongen had zien zitten eten in de “popote”, vond nu weer andere tafeltjes,
steeds meer tafeltjes. Overal at men en at men. Maar hier in de open
lucht, aan de beide kanten van den boulevard, bestormden de kleine
-luiden de tafels, die op de trottoirs <span class="pagenum">[<a id=
-"pb220" href="#pb220" name="pb220">220</a>]</span>neergezet waren,
+luiden de tafels, die op de trottoirs <span class="pagenum">[<a id="pb220" href="#pb220" name="pb220">220</a>]</span>neergezet waren,
eenvoudige lange planken op schragen met twee rijen banken onder een
kleine linnen tent. Men verkocht er bouillon, melk en koffie van twee
sous per kop. De broodjes, die in hooge manden lagen, kostten ook twee
@@ -9809,8 +9456,7 @@ vroolijk en verstandig voelde, een besluit genomen.</p> <p>Maar mijnheer de Guersaint, die opgekeken had, riep uit:</p>
<p>“Zijn dat daarboven op het balkon die rijke menschen niet, die
met ons gereisd hebben, u weet wel, die zieke jonge vrouw met haar man
-en haar zuster?” <span class="pagenum">[<a id="pb222" href=
-"#pb222" name="pb222">222</a>]</span></p>
+en haar zuster?” <span class="pagenum">[<a id="pb222" href="#pb222" name="pb222">222</a>]</span></p>
<p>Hij bedoelde de Dieulafay’s; en inderdaad zaten zij op het
balcon van het appartement, dat zij in een nieuw huis, dat uitzag op de
grasperken van de Rozenkranskerk, gehuurd hadden. Zij bewoonden hier de
@@ -9848,8 +9494,7 @@ verteederen; de zieke scheen eerder achteruit te gaan.</p> <p>Van dat oogenblik af zag Pierre nog slechts die jonge vrouw op het
weelderig ingerichte balkon, dat ondanks haar grooten rijkdom zoo
beklagenswaardige schepsel, dat troonde boven de feestende menigte in
-Lourdes, dat vroolijk was en <span class="pagenum">[<a id="pb223" href=
-"#pb223" name="pb223">223</a>]</span>lachte onder den mooien
+Lourdes, dat vroolijk was en <span class="pagenum">[<a id="pb223" href="#pb223" name="pb223">223</a>]</span>lachte onder den mooien
Zondagshemel. De twee haar zoo dierbaren, die zoo liefderijk voor haar
zorgden, de zuster, die haar succes als aangebeden vrouw der wereld, en
de man, die zijn bank, welker millioenen naar de vier windstreken der
@@ -9870,8 +9515,7 @@ strandtoiletten naar de Grot en naar de Basilica en vertrokken dan weer lachend en blij dat alles gezien te hebben. Families in lichte
zomerdracht, gezelschappen jonge vrouwen met veelkleurige parasols,
zwermden zoo tusschen de grijze en kleurlooze menigte pelgrims door en
-maakten het geheel nog meer tot een kermisgewoel, waar de <i lang=
-"fr">beau monde</i> wel zoo vriendelijk is zich te komen vermaken.</p>
+maakten het geheel nog meer tot een kermisgewoel, waar de <i lang="fr">beau monde</i> wel zoo vriendelijk is zich te komen vermaken.</p>
<p>Plotseling riep madame Désagneaux uit:</p>
<p>“Wat, ben jij het, Berthe?”</p>
<p>En zij omhelsde een groote, bekoorlijke brunette, die met drie
@@ -9889,8 +9533,7 @@ eens …”</p> <p>Zij begon fluisterend te praten, om Raymonde, die er glimlachend bij
stond.</p>
<p>“Vertel eens … heb je de kleine baby, die zoo
-lang uitblijft, aan de Heilige Maagd gevraagd?” <span class=
-"pagenum">[<a id="pb224" href="#pb224" name="pb224">224</a>]</span></p>
+lang uitblijft, aan de Heilige Maagd gevraagd?” <span class="pagenum">[<a id="pb224" href="#pb224" name="pb224">224</a>]</span></p>
<p>Madame Désagneaux kreeg een kleur en fluisterde haar in het
oor:</p>
<p>“Zeker, al twee jaar, en ik verzeker je, dat ik het knap
@@ -9969,8 +9612,7 @@ het vele eten en die bij een arme zieke vrouw stil bleef staan en haar honderd sous in de hand drukte.</p>
<p>Mijnheer de Guersaint kwam weer naar hem toe.</p>
<p>“We behoeven alleen nog maar den boulevard en de rue Basse te
-loopen,” zeide hij. <span class="pagenum">[<a id="pb226" href=
-"#pb226" name="pb226">226</a>]</span></p>
+loopen,” zeide hij. <span class="pagenum">[<a id="pb226" href="#pb226" name="pb226">226</a>]</span></p>
<p>Pierre volgde hem, zonder te antwoorden. Ook hij had nu de soutane
op zijn schouders gevoeld en nog nooit had hij haar zoo licht gedragen
als nu te midden van het gedrang der pelgrims. Hij leefde in een soort
@@ -10009,8 +9651,7 @@ huiskamer, die nu in een table-d’hôte herschapen was en waar, hoewel het reeds twee uur was, een tiental personen zaten te
dejeuneeren. De middag was een heel eind reeds verstreken en nog at men
steeds van het eene eind van de stad naar het andere. Evenals alle
-<span class="pagenum">[<a id="pb227" href="#pb227" name=
-"pb227">227</a>]</span>andere huiseigenaars in de stad, onverschillig
+<span class="pagenum">[<a id="pb227" href="#pb227" name="pb227">227</a>]</span>andere huiseigenaars in de stad, onverschillig
hoe hun godsdienstige overtuigingen waren, verhuurde Cazaban gedurende
het seizoen der bedevaarten zijn eigen kamer en huiskamer, om zijn
toevlucht te zoeken in den kelder, waar hij met zijn huisgezin at,
@@ -10043,20 +9684,17 @@ maken.”</p> <p>Toen begon mijnheer de Guersaint, die ook graag een praatje maakte,
hem te vragen.</p>
<p>“Dus u verhuurt aan pelgrims?”</p>
-<p><span class="corr" id="xd26e3833" title=
-"Niet in bron">“</span>Ja, mijnheer, dat doen we allemaal,”
+<p><span class="corr" id="xd26e3833" title="Niet in bron">“</span>Ja, mijnheer, dat doen we allemaal,”
antwoordde de kapper eenvoudig. “Dat is nu eenmaal de
gewoonte.”</p>
<p>“En gaat u met hen mee naar de Grot?”</p>
<p>Cazaban kwam dadelijk tegen dat vermoeden op, en terwijl hij het
scheermes in de lucht hield, zeide hij vol waardigheid.</p>
<p>“Nooit, mijnheer, nooit! In geen vijf jaar heb ik een voet
-gezet in de nieuwe stad, die zij daar bouwen.” <span class=
-"pagenum">[<a id="pb228" href="#pb228" name="pb228">228</a>]</span></p>
+gezet in de nieuwe stad, die zij daar bouwen.” <span class="pagenum">[<a id="pb228" href="#pb228" name="pb228">228</a>]</span></p>
<p>Hij hield zich nog in en keek opnieuw naar de soutane van Pierre,
die achter de courant schuil ging; ook het roode kruis op de jas van
-mijnheer de Guersaint maakte <span class="corr" id="xd26e3845" title=
-"Bron: hen">hem</span> voorzichtig. Maar zijn tong kon hij toch niet
+mijnheer de Guersaint maakte <span class="corr" id="xd26e3845" title="Bron: hen">hem</span> voorzichtig. Maar zijn tong kon hij toch niet
beheerschen.</p>
<p>“Kijk u eens, mijnheer; meeningen zijn vrij; ik eerbiedig de
uwe, maar ik voor mij moet van al die goocheltoeren niets hebben. En
@@ -10094,8 +9732,7 @@ menschen met hun Grot voor den gek houden en telkens wat anders probeeren. Een dergelijke afgoderij, een zoo brutaal bijgeloof in de
negentiende eeuw!… Vraag hun eens, of zij in de laatste twintig
jaar ooit één zieke uit de stad genezen hebben?
-<span class="pagenum">[<a id="pb229" href="#pb229" name=
-"pb229">229</a>]</span>En er loopen toch genoeg lammen in onze straten.
+<span class="pagenum">[<a id="pb229" href="#pb229" name="pb229">229</a>]</span>En er loopen toch genoeg lammen in onze straten.
In den beginne hadden de menschen van hier tenminste nog voordeel van
de eerste wonderen. Maar het schijnt, dat sedert lang hun wonderwater
voor ons alle kracht verloren heeft: wij zijn er te dicht bij, je moet
@@ -10109,8 +9746,7 @@ van de twist was. Die paters, die op hun eigen grond woonden, omdat zij van de gemeente de terreinen, waarop zij wilden bouwen, gekocht hadden,
hielden zich niet eens aan het met de stad gesloten contract, waarbij
zij zich verbonden hadden geen handel te drijven, geen water en geen
-<span class="corr" id="xd26e3862" title=
-"Bron: religieuse">religieuze</span> artikelen te verkoopen. Iederen
+<span class="corr" id="xd26e3862" title="Bron: religieuse">religieuze</span> artikelen te verkoopen. Iederen
dag zou men hun een proces kunnen aandoen. Maar zij lachten erom, zij
voelden zich zoo sterk, dat zij geen enkel geschenk meer aan de
parochie lieten komen en dat al het geld zich ophoopte en in een stroom
@@ -10134,9 +9770,7 @@ verdienen veel, geven zich over aan luiheid, doen ’s winters in afwachting van het volgend seizoen der bedevaarten, absoluut niets. En
ik beloof u, dat tegenwoordig jongens, die een grapje uit willen halen,
niet ver behoeven te loopen … Voeg daarbij de wisselende
-en verdachte bevolking, waarmede we, zoodra de eerste <span class=
-"pagenum">[<a id="pb230" href="#pb230" name=
-"pb230">230</a>]</span>mooie dagen er zijn, overstroomd worden,
+en verdachte bevolking, waarmede we, zoodra de eerste <span class="pagenum">[<a id="pb230" href="#pb230" name="pb230">230</a>]</span>mooie dagen er zijn, overstroomd worden,
koetsiers, marskramers, kroeghouders, een heel gemeen nomadenvolk, dat
naar vuilheid en ontucht stinkt, dan hebt u een beeld van de eerbare,
nieuwe stad, die ze ons met de menigten, die naar hun Grot en hun
@@ -10197,8 +9831,7 @@ blauwen hemel, boven deze vraatzuchtige stad, die eindelijk gedejeuneerd had en nu haar spijsvertering in de zon koesteren.</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e3895" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e3895" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">III.</h3>
</div>
@@ -10218,8 +9851,7 @@ mogen bidden was de onuitsprekelijke vreugde, de opperste zaligheid. Men zeide, dat de uitverkorenen in den grooten vrede van de duisternis
zeker de Heilige Maagd zagen. Maar men moest veel protectie hebben, om
een dergelijke gunst te verkrijgen. De paters stonden haar niet graag
-toe, omdat <span class="pagenum">[<a id="pb232" href="#pb232" name=
-"pb232">232</a>]</span>er zieken gestorven waren, als in haar extase
+toe, omdat <span class="pagenum">[<a id="pb232" href="#pb232" name="pb232">232</a>]</span>er zieken gestorven waren, als in haar extase
ingeslapen.</p>
<p>“Je zult morgenochtend, voor je hier terugkomt, in de Grot het
Avondmaal vieren, is het niet, kindlief?” vroeg zuster
@@ -10299,8 +9931,7 @@ men zelfs niet vermoedde. Eindelijk begon het met enkele kaarsen, die hier en daar opvlamden; plotselinge vonken, die op goed geluk af de
duisternis doorboorden. Het aantal nam snel toe: eilandjes van sterren
vormden zich, terwijl op andere punten strepen, melkwegen te midden van
-<span class="pagenum">[<a id="pb234" href="#pb234" name=
-"pb234">234</a>]</span>de sterrenbeelden vloeiden. Dat waren de
+<span class="pagenum">[<a id="pb234" href="#pb234" name="pb234">234</a>]</span>de sterrenbeelden vloeiden. Dat waren de
dertigduizend kaarsen, die allengs een voor een aangestoken werden, den
fellen gloed der Grot uitdoofden en van het eene einde van den
boulevard naar het andere de kleine gele vlammen van een reusachtig
@@ -10339,8 +9970,7 @@ nu niet hier langs?”</p> den met groote kosten langs den beboschten heuvel aangelegden zigzagweg
volgde. Dan draaide zij om de Basilica heen, alvorens langs de
rechtsche helling weer naar beneden te gaan en door de tuinen haar weg
-te vervolgen. <span class="pagenum">[<a id="pb235" href="#pb235" name=
-"pb235">235</a>]</span></p>
+te vervolgen. <span class="pagenum">[<a id="pb235" href="#pb235" name="pb235">235</a>]</span></p>
<p>“Kijk, je ziet de eerste kaarsen reeds door het groen naar
boven gaan.”</p>
<p>Het was als uit een Duizend-en-een-Nacht-sprookje. Kleine bevende
@@ -10379,8 +10009,7 @@ paradijs als een visioen voor zich zagen. ’s Nachts, als zij sliepen, had het bed de schommelende beweging, zongen zij ze nog.</p>
<p>“Blijven we hier?” vroeg mijnheer de Guersaint, die gauw
genoeg van iets had. “Het is nu verder precies hetzelfde.”
-<span class="pagenum">[<a id="pb236" href="#pb236" name=
-"pb236">236</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb236" href="#pb236" name="pb236">236</a>]</span></p>
<p>En ook Marie, die de gesprekken in de menigte gehoord had,
zeide:</p>
<p>“Je hebt gelijk, Pierre. Het zou beter zijn als wij onder de
@@ -10419,8 +10048,7 @@ met gekleurde glazen verlicht, die het met een stralenkrans van blauwe en gele lampions tot een kermis-aureool maakten. Ondanks zijn vroomheid
vond mijnheer de Guersaint dit afschuwlijk smakeloos.</p>
<p>“Kijk!” zeide Marie, “bij dat boschje daar zouden
-we een uitstekend plaatsje hebben!” <span class="pagenum">[<a id=
-"pb237" href="#pb237" name="pb237">237</a>]</span></p>
+we een uitstekend plaatsje hebben!” <span class="pagenum">[<a id="pb237" href="#pb237" name="pb237">237</a>]</span></p>
<p>Zij wees naar een dicht boschje struiken naast den “Abri des
pèlerins”. Het was inderdaad een uitstekend plekje, want
vandaar af zou men de processie langs de linkerhelling naar beneden
@@ -10462,8 +10090,7 @@ stond, heerschte er een ondraaglijke stank; de muren waren doordrenkt met ellende, de vloertegels vuil, vochtig ondanks den mooien zonnedag,
nat van fluimen, vet en gemorsten wijn. Men deed er alles, men sliep
er, at er in een opeenhooping van vuile lichamen en lompen.
-<span class="pagenum">[<a id="pb238" href="#pb238" name=
-"pb238">238</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb238" href="#pb238" name="pb238">238</a>]</span></p>
<p>Pierre zeide tot zichzelf, dat de heerlijke rozengeur moeilijk van
daar komen kon. Toch liep hij het vertrek, dat door vier walmende
lantaarns verlicht werd, rond in de meening dat het geheel verlaten
@@ -10544,8 +10171,7 @@ licht, dat het scheen, alsof zij niet meer was dan het zachte suizen, dat in de boomen den naderenden stormwind aankondigt.</p>
<p>“Ik heb het wel gezegd,” prevelde mijnheer de Guersaint,
“je moet op den Calvariënberg staan, om alles te
-zien.” <span class="pagenum">[<a id="pb240" href="#pb240" name=
-"pb240">240</a>]</span></p>
+zien.” <span class="pagenum">[<a id="pb240" href="#pb240" name="pb240">240</a>]</span></p>
<p>Halsstarrig en stijfhoofdig als een kind kwam hij weer op zijn
eerste denkbeeld terug, en jammerde, dat ze juist de slechtste plaats
uitgekozen hadden.</p>
@@ -10587,8 +10213,7 @@ lichtjes met een mechanische regelmatigheid voort, alsof een onuitputtelijk hemelsche bron dat zonnestof uitgestort had. Het hoofd
der processie had ter hoogte van de gekroonde Heilige Maagd de tuinen
bereikt, zoodat de dubbele vlammenlijn nog slechts den omtrek van het
-dak der Rozenkranskerk <span class="pagenum">[<a id="pb241" href=
-"#pb241" name="pb241">241</a>]</span>en van de groote trap afteekende.
+dak der Rozenkranskerk <span class="pagenum">[<a id="pb241" href="#pb241" name="pb241">241</a>]</span>en van de groote trap afteekende.
Doch de nadering der menigte maakte zich voelbaar door een onrust in de
lucht, een levenden, van verre komenden ademtocht; vooral de stemmen
klonken sterker, de litanie van Bernadette zwol aan tot het gebruis van
@@ -10666,8 +10291,7 @@ zinsverbijstering, de strophen werden langzamerhand door elkaar gezongen, ieder deel der processie hief het zijne aan met stemmen als
van bezetenen, die zichzelf niet meer verstonden. Het was een
eindeloos, verward geschreeuw, het razende geschreeuw van een menigte,
-<span class="pagenum">[<a id="pb243" href="#pb243" name=
-"pb243">243</a>]</span>die door haar geloofsijver geheel bedwelmd
+<span class="pagenum">[<a id="pb243" href="#pb243" name="pb243">243</a>]</span>die door haar geloofsijver geheel bedwelmd
wordt. En steeds weer kwam het refrein, het <i>Ave, ave, ave Maria!</i>
terug en klonk met zijn rhythme, dat was als een krankzinnig makende
obsessie, boven alles uit.</p>
@@ -10710,8 +10334,7 @@ ongerust.”</p> <p>“Maar,” riep zij uit, “ik wil niet, dat Pierre
vannacht bij mij blijft. Wanneer hij mij straks naar de Grot gebracht
heeft, komt hij weer bij u … Ik heb niemand noodig, de
-<span class="pagenum">[<a id="pb244" href="#pb244" name=
-"pb244">244</a>]</span>eerste de beste brancarddrager zal mij
+<span class="pagenum">[<a id="pb244" href="#pb244" name="pb244">244</a>]</span>eerste de beste brancarddrager zal mij
morgenochtend wel naar het Hôpital brengen.”</p>
<p>Pierre zweeg eerst even. Dan, eenvoudig:</p>
<p>“Neen, neen, Marie, ik blijf … Ik zal, evenals
@@ -10748,9 +10371,7 @@ Sedert hij daar was, verdwenen langzamerhand de kwetsende herinneringen van den namiddag, de gulzige vraatzucht, het onbeschaamde schacheren in
wat heilig zijn moest, de moreel achteruitgegane en tot prostitutie
vervallen oude stad uit zijn geest, om hem geheel te doen opgaan in die
-goddelijke verkwikking, in dien zoo wondermooien nacht, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb245" href="#pb245" name=
-"pb245">245</a>]</span>waarin zijn geheele ziel zich onderdompelde als
+goddelijke verkwikking, in dien zoo wondermooien nacht, <span class="pagenum">[<a id="pb245" href="#pb245" name="pb245">245</a>]</span>waarin zijn geheele ziel zich onderdompelde als
in een bad der herrijzenis.</p>
<p>Marie, zelf ook door een oneindige teederheid vervuld, prevelde:</p>
<p>“Wat zou Blanche gelukkig zijn, als zij al die heerlijkheden
@@ -10786,9 +10407,7 @@ een kinderlijk, in zichzelf gekeerd zieltje gebleven. Men zag het aan haar hartstochtlooze oogen, aan haar verstrooide gelaatsuitdrukking,
aan haar onrustig zoekenden blik, aan haar onvermogen om iets anders te
willen. Geen vrouweziel was onschuldiger dan de hare, die, achterlijk
-gebleven als zij was, de ziel van een groot, zedig <span class=
-"pagenum">[<a id="pb246" href="#pb246" name=
-"pb246">246</a>]</span>meisje was, bij wie de ontwakende hartstocht
+gebleven als zij was, de ziel van een groot, zedig <span class="pagenum">[<a id="pb246" href="#pb246" name="pb246">246</a>]</span>meisje was, bij wie de ontwakende hartstocht
zich met een innigen kus op de wangen tevreden stelt. Zij had geen
anderen roman gehad dan het afscheid, dat zij weenend van haar vriend
genomen had, en dat was gedurende tien jaar voldoende om haar hart
@@ -10824,8 +10443,7 @@ voor de Grot door te brengen. Was hij niet besloten een allerlaatste poging te wagen om zijn geloof terug te krijgen, neer te knielen als
een klein kind, om de Heilige Maagd te smeeken hem zijn geloof terug te
geven. Nu nog, zonder dat zij behoefden te spreken, herhaalden hun in
-elkaar <span class="pagenum">[<a id="pb247" href="#pb247" name=
-"pb247">247</a>]</span>liggende handen die dingen. Zij beloofden elkaar
+elkaar <span class="pagenum">[<a id="pb247" href="#pb247" name="pb247">247</a>]</span>liggende handen die dingen. Zij beloofden elkaar
voor elkander te bidden; zij vergaten zichzelf zoozeer dat de een in de
ander geheel opging met een zoo vurigen wensch voor hun genezing, voor
hun wederzijdsch geluk, dat zij op dat oogenblik even den grond
@@ -10855,8 +10473,7 @@ fluisterenden toon:</p> <p>“Wat ruiken zij heerlijk, Pierre! Het lijkt wel, of onze in
elkaar liggende handen ook een rozenruiker zijn.”</p>
<p>“Ja, zij rieken heerlijk lekker. En nu is het, alsof die geur
-uit jou opstijgt<span class="corr" id="xd26e4221" title=
-"Bron: .">,</span> Marie, alsof de rozen opbloeien uit jouw
+uit jou opstijgt<span class="corr" id="xd26e4221" title="Bron: .">,</span> Marie, alsof de rozen opbloeien uit jouw
haren.”</p>
<p>Zij spraken niet meer. De processie trok nog steeds voorbij, steeds
nog kwamen helle vonken van achter de Basilica, die als uit een
@@ -10865,9 +10482,7 @@ stroom der kleine, wandelende vlammen groefde in zijn dubbelen kringloop de duisternis met een vurig lint. Maar het mooiste schouwspel
zag men op de place du Rosaire, waar het hoofd der processie, zijn
langzame zwenking volhoudend, zich in een steeds nauwer wordenden kring
-draaide, die de van moeheid half geradbraakte pelgrims ten <span class=
-"pagenum">[<a id="pb248" href="#pb248" name=
-"pb248">248</a>]</span>slotte duizelig maakte en hun gezang tot iets
+draaide, die de van moeheid half geradbraakte pelgrims ten <span class="pagenum">[<a id="pb248" href="#pb248" name="pb248">248</a>]</span>slotte duizelig maakte en hun gezang tot iets
als verbittering deed stijgen. Weldra was deze kring niet meer dan een
brandende kern, de kern van een nevelvlek, waaromheen het vurige lint,
dat geen einde scheen te nemen, zich langzaam oprolde; en steeds
@@ -10900,8 +10515,7 @@ zich nog steeds niet, onuitsprekelijk gelukkig, in den geur der onzichtbare rozen.</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e4235" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e4235" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">IV.</h3>
</div>
@@ -10910,8 +10524,7 @@ onzichtbare rozen.</p> plaatste het zoo dicht mogelijk bij het hek. Het middernachtelijk uur
had reeds geslagen; er waren nog een honderd menschen, enkelen zittend
op banken, de meesten echter op hun knieën en geheel opgaand in
-het gebed. De door kaarsen verlichte <span class="pagenum">[<a id=
-"pb249" href="#pb249" name="pb249">249</a>]</span>Grot vlamde als een
+het gebed. De door kaarsen verlichte <span class="pagenum">[<a id="pb249" href="#pb249" name="pb249">249</a>]</span>Grot vlamde als een
chapelle ardente, zonder dat men er iets anders onderscheiden kon dan
het als sterren fonkelende stof, waarin in zijn nis het beeld der
Heilige Maagd wit als een droom oprees. Het afvallend groen der
@@ -10989,8 +10602,7 @@ zich ondanks zijn groote vroomheid volstrekt niet gegeneerd, praatte hij, gaf hij uitleggingen met de vertrouwelijkheid van een man, die
weet, dat hij met den hemel op vriendschappelijken voet staat.</p>
<p>“O, u kijkt naar de kaarsen … Er branden er dag
-en nacht <span class="pagenum">[<a id="pb251" href="#pb251" name=
-"pb251">251</a>]</span>bijna tweehonderd tegelijk; dat maakt dan de
+en nacht <span class="pagenum">[<a id="pb251" href="#pb251" name="pb251">251</a>]</span>bijna tweehonderd tegelijk; dat maakt dan de
Grot ten slotte warm … ’s Winters is het hier zelfs
warm!”</p>
<p>Inderdaad kreeg Pierre het in de lauwwarme uitwaseming der kaarsen
@@ -11028,9 +10640,7 @@ gedurende de rijke bedevaarten durfde gebruiken.</p> <p>Pierre voelde zich door het gebabbel van den voorkomenden man
eenigszins geërgerd. Zijn godsdienstige ontroering verloor
daardoor grootendeels haar bekoring. Bij het binnengaan der Grot had
-hij ondanks zijn gebrek aan geloof een zekere <span class=
-"pagenum">[<a id="pb252" href="#pb252" name=
-"pb252">252</a>]</span>onrust, een soort zielerilling gevoeld, alsof
+hij ondanks zijn gebrek aan geloof een zekere <span class="pagenum">[<a id="pb252" href="#pb252" name="pb252">252</a>]</span>onrust, een soort zielerilling gevoeld, alsof
het mysterie hem eindelijk onthuld zou worden. Het was iets angstigs en
weldadig aandoend tevens. Hij zag dingen, die hem tot diep in zijn ziel
ontroerden: bloemruikers, die tot bergen opgestapeld aan de voeten der
@@ -11051,14 +10661,12 @@ de geloovigen dagelijks door het hek in de Grot werpen. Wij rapen ze op en leggen ze daar neer. ’s Winters is het voor mij dan een
aardigheid om ze te sorteeren … Zooals u begrijpen zult,
kunnen we ze niet verbranden, zonder ze open te maken, want ze bevatten
-dikwijls geld, tien of twintig sous, en vooral postzegels.<span class=
-"corr" id="xd26e4287" title="Niet in bron">”</span></p>
+dikwijls geld, tien of twintig sous, en vooral postzegels.<span class="corr" id="xd26e4287" title="Niet in bron">”</span></p>
<p>Hij woelde in de brieven, haalde er op goed geluk een paar uit, liet
Pierre de adressen zien en maakte ze dan open om ze te lezen. Bijna
alle waren het brieven van arme, onontwikkelde menschen, de adressen
luidden meestal in groote, onregelmatige letters: “Aan Notre-Dame
-de Lourdes.<span class="corr" id="xd26e4292" title=
-"Niet in bron">”</span> Vele bevatten in oncorrecte zinnen vragen
+de Lourdes.<span class="corr" id="xd26e4292" title="Niet in bron">”</span> Vele bevatten in oncorrecte zinnen vragen
of dankbetuigingen in een allerverschrikkelijke orthographie, doch
dikwijls kon men moeilijk iets aandoenlijkers denken dan de natuur dier
vragen, de genezing van een klein broertje, het winnen van een proces,
@@ -11069,8 +10677,7 @@ vervulling van de wenschen van den onderteekenaar te beantwoorden.</p> <p>Dan waren er nog andere in netter schrift en met goed loopende
zinnen, welke bekentenissen en vurige smeekbeden bevatten—brieven
van vrouwen, die aan de Koningin des Hemels schreven wat zij in de
-donkerte van den biechtstoel <span class="pagenum">[<a id="pb253" href=
-"#pb253" name="pb253">253</a>]</span>niet aan een priester durfden
+donkerte van den biechtstoel <span class="pagenum">[<a id="pb253" href="#pb253" name="pb253">253</a>]</span>niet aan een priester durfden
vertellen. De laatste enveloppe, die zij openden, bevatte slechts een
portret: een meisje zond haar beeltenis aan Notre-Dame de Lourdes met
de opdracht: “Aan mijn goede Moeder.” In het kort was dit
@@ -11082,8 +10689,7 @@ slechts voor meerder gemak gezonden werden, wanneer zij tenminste geen zuivere onschuld waren, zooals in den brief van een boerin, die er een
postcriptum aan toegevoegd had, waarin zij schreef, dat zij een
postzegel insloot voor antwoord.</p>
-<p>“Ik verzeker u,” zeide de baron<span class="corr" id=
-"xd26e4302" title="Bron: :">,</span> “dat er onder deze brieven
+<p>“Ik verzeker u,” zeide de baron<span class="corr" id="xd26e4302" title="Bron: :">,</span> “dat er onder deze brieven
heel goede en minder dwaze zijn dan u denken zoudt … Drie
jaar lang heb ik zeer interessante brieven gevonden van een dame, die
niets doen kon, of zij moest het aan de Heilige Maagd vertellen. Het
@@ -11110,8 +10716,7 @@ hij Pierre tevens uitlegde, dat men haar zoo afsloot, uit vrees, dat de vrijdenkers er vergif in zouden komen werpen. Deze onbegrijpelijke
inval verbijsterde den priester een oogenblik; doch ten slotte stelde
hij haar maar op rekening van den baron, die toch zoo iets kinderlijks
-over zich had. <span class="pagenum">[<a id="pb254" href="#pb254" name=
-"pb254">254</a>]</span></p>
+over zich had. <span class="pagenum">[<a id="pb254" href="#pb254" name="pb254">254</a>]</span></p>
<p>Intusschen had deze heel veel moeite met het letterslot, dat maar
niet wilde opengaan.</p>
<p>“Vreemd,” mompelde hij<span class="corr" id="xd26e4320"
@@ -11189,9 +10794,7 @@ fladderden in den klimop om het heilige beeld. En dan eindelijk ontwaakte de lente, stuwde de Gave met donderend geweld de gesmolten
sneeuw voort, groenden de boomen weer onder den drang van het
opschietende sap, terwijl de terugkeerende pelgrimscharen zich
-luidruchtig van de fonkelende Grot meester maakten, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb256" href="#pb256" name=
-"pb256">256</a>]</span>waaruit zij de kleine vogeltjes van den hemel
+luidruchtig van de fonkelende Grot meester maakten, <span class="pagenum">[<a id="pb256" href="#pb256" name="pb256">256</a>]</span>waaruit zij de kleine vogeltjes van den hemel
verjoegen.</p>
<p>“Ja, ja,” herhaalde baron Suire langzaam, “ik heb
hier in mijn eentje heel wat heerlijke winterdagen doorgebracht. Ik zag
@@ -11229,8 +10832,7 @@ goddelijke water slechts uit de rots ontsprongen was ter genezing van de lijdende menschheid! Was hij hier niet gekomen om zich te
verootmoedigen, om de Heilige Maagd te smeeken hem het geloof der
kleine kinderen terug te geven? Waarom bad hij haar dan niet, smeekte
-hij haar niet, dat zij hem het koninklijk <span class="pagenum">[<a id=
-"pb257" href="#pb257" name="pb257">257</a>]</span>geschenk der genade
+hij haar niet, dat zij hem het koninklijk <span class="pagenum">[<a id="pb257" href="#pb257" name="pb257">257</a>]</span>geschenk der genade
schenken zou? Hij voelde zich nog benauwder worden, de kaarsen
verblindden hem, alsof hij een flauwte nabij was. En dan kwam
plotseling de gedachte in hem op, dat hij in de groote vrijheid, die de
@@ -11268,9 +10870,7 @@ leven knaagde, dat hem belette gelukkig te zijn, gelukkig als de onwetenden en armen van geest, had willen dooden.</p>
<p>Misschien zou hij, als hij een wonder gezien had, den wil om te
gelooven bezeten hebben. Zou hij, wanneer hij Marie bijvoorbeeld
-plotseling had zien opstaan en hem tegemoet <span class=
-"pagenum">[<a id="pb258" href="#pb258" name=
-"pb258">258</a>]</span>loopen, niet, eindelijk overwonnen, op zijn
+plotseling had zien opstaan en hem tegemoet <span class="pagenum">[<a id="pb258" href="#pb258" name="pb258">258</a>]</span>loopen, niet, eindelijk overwonnen, op zijn
knieën neergevallen zijn? Dit beeld, dat hij zich maakte van een
geredde, van een genezen Marie, wond hem zoo op, dat hij met bevende,
naar den met sterren bezaaiden hemel opgeheven armen staan bleef. Lieve
@@ -11307,8 +10907,7 @@ sliepen zij, als vernietigd, met open monden. Een groot aantal zat met den rug tegen den muur en het hoofd heen en weer slingerend op de
borst, te snorken.</p>
<p>Anderen weer waren van de banken gevallen, een jong meisje lag dwars
-over een ouden plattelandspriester, die, <span class="pagenum">[<a id=
-"pb259" href="#pb259" name="pb259">259</a>]</span>rustig als een kind
+over een ouden plattelandspriester, die, <span class="pagenum">[<a id="pb259" href="#pb259" name="pb259">259</a>]</span>rustig als een kind
slapend, tegen de engelen glimlachte. Het was een stal, waarin de armen
van de straat binnengingen en dien zij als een onderkomen, dat de
fortuin hun gaf, eerden. Daar waren zij, die op dezen mooien feestavond
@@ -11347,8 +10946,7 @@ dat maar niet ophield met kreunen.</p> <p>“Als het dag was, zou ik allang uit dit vertrek weg zijn, te
meer, omdat het kind de anderen hindert ook. Een oude dame is al boos
geworden … Maar ik ben bang, dat het te koud voor haar is;
-en waar zou ik bovendien in den nacht <span class="pagenum">[<a id=
-"pb260" href="#pb260" name="pb260">260</a>]</span>heen moeten?…
+en waar zou ik bovendien in den nacht <span class="pagenum">[<a id="pb260" href="#pb260" name="pb260">260</a>]</span>heen moeten?…
O, Heilige Maagd, heb toch medelijden met ons!”</p>
<p>Tot tranen toe bewogen, drukte Pierre een kus op de blonde haren van
Rose; dan snelde hij, om niet met de smarten-moeder in snikken uit te
@@ -11385,8 +10983,7 @@ begin van de mis noodige kaarsen. Van af middernacht begonnen de missen, om eerst tegen den middag op te houden. Alleen in de
Rozenkranskerk werden er in die twaalf uur een kleine vierhonderd
gelezen. Voor geheel Lourdes, dat ongeveer vijftig altaren had, steeg
-<span class="pagenum">[<a id="pb261" href="#pb261" name=
-"pb261">261</a>]</span>dat aantal gelezen missen tot meer dan
+<span class="pagenum">[<a id="pb261" href="#pb261" name="pb261">261</a>]</span>dat aantal gelezen missen tot meer dan
tweeduizend per dag. En de toevloed van priesters was zóó
groot, dat sommigen slechts met moeite hun plicht vervullen konden en
uren lang wachten moesten voor zij een altaar vrij vonden. Pierre was
@@ -11422,8 +11019,7 @@ slapen, die zelfs in den “Abri” geen plaats hadden kunnen vinden, gingen de Rozenkranskerk binnen en legden zich op een bank neer
of strekten zich op den vloer uit. Anderen, die wel een bed hadden,
bleven uit vreugde, om een geheelen nacht te kunnen doorbrengen in dit
-Godshuis vol mooie droomen. <span class="pagenum">[<a id="pb262" href=
-"#pb262" name="pb262">262</a>]</span></p>
+Godshuis vol mooie droomen. <span class="pagenum">[<a id="pb262" href="#pb262" name="pb262">262</a>]</span></p>
<p>Tot het aanbreken van den dag bleef die opeenhooping, dat
pêle-mêle aanhouden: alle rijen banken waren bezet, in alle
hoeken lagen achter de pilaren slapenden; mannen, vrouwen en kinderen
@@ -11459,9 +11055,7 @@ waarin het goddelijke mysterie zich voltrekt, een heftige gemoedsbeweging hem neer zou werpen, dat hij voor den geopenden hemel
in het aangezicht voor God, in de genade zou worden ondergedompeld.</p>
<p>Maar niets van dat alles gebeurde, zijn ijskoud hart klopte niet
-eens luider, hij zeide tot het einde toe de gewone <span class=
-"pagenum">[<a id="pb263" href="#pb263" name=
-"pb263">263</a>]</span>woorden, maakte met de machinale beroepsmatige
+eens luider, hij zeide tot het einde toe de gewone <span class="pagenum">[<a id="pb263" href="#pb263" name="pb263">263</a>]</span>woorden, maakte met de machinale beroepsmatige
onberispelijkheid de voorgeschreven bewegingen. Ondanks zijn oprecht
pogen kwam hardnekkig steeds weer de gedachte terug, dat de sacristie
voor een zoo groot aantal missen toch eigenlijk te klein was. Hoe
@@ -11498,8 +11092,7 @@ dien onder haar kin vast te maken.</p> <p>Zij antwoordde niet, zat nog in dezelfde houding als twee uur
geleden, toen hij wegging. Met haar ellebogen op de randen van het
wagentje leunend, richtte zij zich op, haar verheerlijkt en van
-hemelsche vreugde stralend gelaat in <span class="pagenum">[<a id=
-"pb264" href="#pb264" name="pb264">264</a>]</span>eenzelfden geestdrift
+hemelsche vreugde stralend gelaat in <span class="pagenum">[<a id="pb264" href="#pb264" name="pb264">264</a>]</span>eenzelfden geestdrift
naar de Heilige Maagd toegewend. Haar lippen bewogen, zonder dat er een
klank uitkwam. Misschien zette zij een mysterievol gesprek voort in het
land der verrukking, in den wakenden droom, dien zij, sedert zij zich
@@ -11537,8 +11130,7 @@ Grot had hij baron Suire weer gezien, de handen gevouwen op zijn buik, zijn gelukkigen slaap verder slapend. Ook andere dingen trokken zijn
aandacht: de bloemruikers aan de voeten der Maagd, de als in een
hemelbrievenbus daar neergeworpen brieven, de ragfijne kant van
-<span class="pagenum">[<a id="pb265" href="#pb265" name=
-"pb265">265</a>]</span>was, die om de vlam der dikke kaarsen bleef
+<span class="pagenum">[<a id="pb265" href="#pb265" name="pb265">265</a>]</span>was, die om de vlam der dikke kaarsen bleef
staan en deze omgaf als met een rijken goudsmidsarbeid van uitgeslagen
zilver. Dan droomde hij, zonder eenig duidelijk verband, weer over zijn
kindsheid, kwam de gestalte van zijn broer Guillaume hem zeer duidelijk
@@ -11576,8 +11168,7 @@ loodkleurige wolken bedekten hemel. Hij begreep dadelijk, dat een van die in de berglanden zoo plotseling optredende onweersbuien uit het
Zuiden opkwam. Reeds rommelde verre donder, terwijl windvlagen de wegen
veegden. Misschien had hij ook geslapen, want hij zag baron Suire niet
-meer, dien hij zich niet <span class="pagenum">[<a id="pb266" href=
-"#pb266" name="pb266">266</a>]</span>herinneren kon weg te hebben zien
+meer, dien hij zich niet <span class="pagenum">[<a id="pb266" href="#pb266" name="pb266">266</a>]</span>herinneren kon weg te hebben zien
gaan. Er waren nog hoogstens tien personen voor de Grot, onder wie hij
madame Maze met het hoofd tusschen haar handen nog herkende. Maar toen
zij merkte, dat het dag was en men haar zag, stond zij op en verdween
@@ -11615,8 +11206,7 @@ had kunnen blijven, had zij meer dan twee uur lang wanhopig en half waanzinnig met dit jammervolle vleesch van haar vleesch, dat zij,
zonder het wezenlijk verlichting te kunnen schenken, tegen haar borst
drukte, in de donkerte rondgezworven. Zij wist niet welken weg zij
-gevolgd, onder <span class="pagenum">[<a id="pb267" href="#pb267" name=
-"pb267">267</a>]</span>welke boomen zij gedwaald had; haar geheele
+gevolgd, onder <span class="pagenum">[<a id="pb267" href="#pb267" name="pb267">267</a>]</span>welke boomen zij gedwaald had; haar geheele
wezen was in opstand tegen het onrechtvaardige lijden, dat een zoo
zwak, zoo rein wezentje, dat nog niet gezondigd kon hebben, zoo
hardvochtig trof. Was het geen schande, dat die tangen der ziekte nu al
@@ -11654,8 +11244,7 @@ vloog zij weer weg in den neerkletterenden slagregen, niet wetend waarheen, nog steeds het arme kleine lichaampje, dat zij al zooveel
dagen en zooveel nachten gedragen had, op haar armen wiegende. De
bliksem sloeg in en spleet als met een reusachtigen bijlslag een der
-vlak bij staande boomen met <span class="pagenum">[<a id="pb268" href=
-"#pb268" name="pb268">268</a>]</span>een luid gekraak van versplinterde
+vlak bij staande boomen met <span class="pagenum">[<a id="pb268" href="#pb268" name="pb268">268</a>]</span>een luid gekraak van versplinterde
en gebroken takken.</p>
<p>Pierre was madame Vincent nagevlogen om haar te steunen en te
troosten. Maar hij kon haar niet volgen, verloor haar dadelijk achter
@@ -11693,8 +11282,7 @@ dat zijn voeten nat waren. Hij keek op en zag tot zijn groote verbazing, dat de bron door het traliewerk der luiken stroomde. Reeds
stond de bodem van de Grot onder water, dat onder de banken stond en
tot aan de borstwering van den Gave liep. De laatste onweersbuien
-hadden <span class="pagenum">[<a id="pb269" href="#pb269" name=
-"pb269">269</a>]</span>de bronnen in den omtrek doen zwellen. En hij
+hadden <span class="pagenum">[<a id="pb269" href="#pb269" name="pb269">269</a>]</span>de bronnen in den omtrek doen zwellen. En hij
bedacht, dat die bron, hoe wonderdadig zij ook zijn mocht, aan de
wetten van andere bronnen onderworpen was, want zij stond ongetwijfeld
in verbinding met natuurlijke reservoirs, waarin het regenwater
@@ -11702,8 +11290,7 @@ doordrong en zich ophoopte. En hij ging weg, om niet tot zijn enkels toe nat te worden.</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e4487" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e4487" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">V.</h3>
</div>
@@ -11737,8 +11324,7 @@ smartelijke lijden om zijn nuttelooze poging.</p> <p>“Arme jongen!” prevelde hij.</p>
<p>En dan op vaderlijken toon:</p>
<p>“Nu je toch aan het wandelen bent, vindt je het zeker wel
-goed, dat we samen een wandeling maken! Ik kwam juist <span class=
-"pagenum">[<a id="pb270" href="#pb270" name="pb270">270</a>]</span>van
+goed, dat we samen een wandeling maken! Ik kwam juist <span class="pagenum">[<a id="pb270" href="#pb270" name="pb270">270</a>]</span>van
dezen kant, langs den Gave. Ga mee, dan zal je op den terugweg eens
zien, hoe mooi de horizont is.”</p>
<p>Iederen ochtend wandelde hij, steeds alleen, twee uur, om zijn
@@ -11859,8 +11445,7 @@ met een groot, onbestemd gebaar zeide hij:</p> <p>“Nou vraag je me te veel, jongen! Je weet, dat ik maar een
arme oude kerel ben, die heel weinig trotsch is op zijn wetenschap en
geen pretentie meer heeft om iets te verklaren …
-<span class="pagenum">[<a id="pb273" href="#pb273" name=
-"pb273">273</a>]</span>O zeker, ik ken dat beroemde voorbeeld van een
+<span class="pagenum">[<a id="pb273" href="#pb273" name="pb273">273</a>]</span>O zeker, ik ken dat beroemde voorbeeld van een
jong meisje, dat zich bij haar ouders zou hebben laten verhongeren,
daar zij zich verbeeldde een maagziekte te hebben, maar dat, zoodra men
haar in een andere omgeving gebracht had, begon te eten. Maar wat zal
@@ -11897,8 +11482,7 @@ groote menigte bezoekers kwam. Uit alle streken van Frankrijk, uit het buitenland zelfs stroomden zij samen, zoodat men ten slotte de
nieuwsgierigen van haar verwijderd moest houden en alleen de ware
geloovigen, de geestelijken, de voornamen, die men niet aan de deur
-afschepen <span class="pagenum">[<a id="pb274" href="#pb274" name=
-"pb274">274</a>]</span>kon, bij haar toeliet. Steeds was er een non
+afschepen <span class="pagenum">[<a id="pb274" href="#pb274" name="pb274">274</a>]</span>kon, bij haar toeliet. Steeds was er een non
aanwezig, om haar van al te groote indiscreties te vrijwaren, want het
regende vragen en men putte haar kracht uit door haar steeds weer haar
verhaal te laten opzeggen. Dames uit de hoogste kringen wierpen zich
@@ -11930,14 +11514,12 @@ Geeft men daardoor geen vat aan het vermoeden, dat men haar deed verdwijnen uit vrees voor een indiscretie harerzijds, van een
onbedachtzaam woord, dat het geheim van een lang bedrog zou verraden
hebben? En om het ruwe woord maar te gebruiken, ik wil u eerlijk
-bekennen, dat ook ik geloof, dat men haar geëscamoteerd<a class=
-"noteref" id="xd26e4570src" href="#xd26e4570" name="xd26e4570src">2</a>
+bekennen, dat ook ik geloof, dat men haar geëscamoteerd<a class="noteref" id="xd26e4570src" href="#xd26e4570" name="xd26e4570src">2</a>
heeft.”</p>
<p>De dokter schudde zijn hoofd.</p>
<p>“Neen, neen, beste jongen, in deze heele aangelegenheid is
geen sprake van een van te voren in de duisternis voorbereid
-<span class="pagenum">[<a id="pb275" href="#pb275" name=
-"pb275">275</a>]</span>melodrama, dat daarna door min of meer ingewijde
+<span class="pagenum">[<a id="pb275" href="#pb275" name="pb275">275</a>]</span>melodrama, dat daarna door min of meer ingewijde
acteurs gespeeld zou zijn. De dingen hebben zich uit zichzelf door de
kracht der feiten ontwikkeld; wel zijn ze altijd zeer verward en
moeilijk te ontleden geweest … Zoo is het bijvoorbeeld
@@ -11976,8 +11558,7 @@ een legende werd … Dat waren ongetwijfeld de redenen, die den bisschop van Tarbes, Mgr. Laurence, er toe brachten het vertrek te
verhaasten. Men beging daarbij echter de fout te beweren, dat het de
bedoeling was haar aan wereldsche verleidingen te onttrekken,
-<span class="pagenum">[<a id="pb276" href="#pb276" name=
-"pb276">276</a>]</span>alsof men bang had moeten zijn, dat zij de zonde
+<span class="pagenum">[<a id="pb276" href="#pb276" name="pb276">276</a>]</span>alsof men bang had moeten zijn, dat zij de zonde
van hoogmoed had kunnen begaan door zich over te geven aan de ijdelheid
en behagen te scheppen in den roep van heiligheid, waarvan de geheele
Christenheid weerklonk. Daarmede deed men haar een groot onrecht aan,
@@ -12016,8 +11597,7 @@ neergeknield in het duister, in het klooster van den H. Gildard geleefd heeft, waren er hier triompheerende, in gouden gewaden gekleede
priesters, die dankgebeden zongen en kerken en gedenkteekenen, gebouwd
met millioenen, zegenden. Zij alleen heeft ontbroken bij den triomf van
-het <span class="pagenum">[<a id="pb277" href="#pb277" name=
-"pb277">277</a>]</span>nieuwe geloof, welks stichtster zij
+het <span class="pagenum">[<a id="pb277" href="#pb277" name="pb277">277</a>]</span>nieuwe geloof, welks stichtster zij
was … Je zult zeggen, dat zij slechts gedroomd heeft. Maar
wat een mooie droom dan toch, die een heele wereld in rep en roer
gebracht heeft, maar waaruit zij, het lieve kind, nooit ontwaakt
@@ -12031,8 +11611,7 @@ streek in den gouden regen der zon van de bergen.</p> <p>Het hooren van dit verhaal van Bernadette’s exploitatie en
vernedering had een nieuw verzet in Pierre wakker geroepen; naar den
grond starend dacht hij na over de onrechtvaardige natuur, over de wet,
-die wil, dat de sterke den zwakke verscheurt.<a id="xd26e4600" name=
-"xd26e4600"></a></p>
+die wil, dat de sterke den zwakke verscheurt.<a id="xd26e4600" name="xd26e4600"></a></p>
<p>Dan keek hij weer op.</p>
<p>“Abbé Peyramale hebt u zeker ook wel gekend?”</p>
<p>Er kwam een glans in de oogen van den dokter. Opgewekt klonk zijn
@@ -12057,8 +11636,7 @@ grond wierp en de menigten met zich meesleepte, boog ook hij zich; voornamelijk toch was het zijn liefde voor de armen en verdrukten, die
in opstand kwam, toen hij zag, dat men dreigde Bernadette gevangen te
zetten: de burgerlijke autoriteiten vervolgden een van zijn schapen,
-zijn herderlijk hart ontwaakte, met al <span class="pagenum">[<a id=
-"pb278" href="#pb278" name="pb278">278</a>]</span>zijn vurigen
+zijn herderlijk hart ontwaakte, met al <span class="pagenum">[<a id="pb278" href="#pb278" name="pb278">278</a>]</span>zijn vurigen
hartstocht van rechtvaardigheid en gerechtigheid begon hij haar te
verdedigen. Bovendien had ook de bekoring van het kind haar uitwerking
op hem niet gemist, hij voelde, dat zij zoo oprecht en waarheidlievend
@@ -12095,9 +11673,7 @@ April 1864 de eerste processie uit zijn parochiekerk zich naar de Grot begaf, een processie van zestigduizend pelgrims, die zich tusschen een
ontzaglijke menigte voortbewoog, verkeerde hij in doodsgevaar.</p>
<p>Den dag, dat abbé Peyramale, voor de eerste maal van den dood
-gered, weer van zijn ziekbed opstond, was hij <span class=
-"pagenum">[<a id="pb279" href="#pb279" name=
-"pb279">279</a>]</span>afgezet. Reeds had de bisschop, Mgr. Laurence,
+gered, weer van zijn ziekbed opstond, was hij <span class="pagenum">[<a id="pb279" href="#pb279" name="pb279">279</a>]</span>afgezet. Reeds had de bisschop, Mgr. Laurence,
hem, om zijn zware taak wat te verlichten, een hulp gegeven, een van
zijn vroegere secretarissen, pater Sempé, dien hij tot rector
van de missionarissen van Garaison, een door hem gestichte inrichting,
@@ -12134,8 +11710,7 @@ zijn bouwlustig temperament en als hartstochtelijk arbeider des hemels zag hij haar al uit den grond oprijzen, haar klokketoren, dreunend van
gelui, in het felle zonlicht omhoog steken. Het was ook zijn huis, dat
hij wilde bouwen, zijn daad van geloof en aanbidding, de tempel, waarin
-hij <span class="pagenum">[<a id="pb280" href="#pb280" name=
-"pb280">280</a>]</span>de opperpriester zijn zou, waarin hij, tegenover
+hij <span class="pagenum">[<a id="pb280" href="#pb280" name="pb280">280</a>]</span>de opperpriester zijn zou, waarin hij, tegenover
het werk, waaruit men hem ontzet had, zou triompheeren met de zoete
herinnering aan Bernadette. Natuurlijk was bij de groote bitterheid,
die hij over zijn afzetting voelde, deze nieuwe parochiekerk een soort
@@ -12172,8 +11747,7 @@ bekwamen spoed uitgevoerd en hij wilde niets liever, overtuigd als hij was, dat de Heilige Maagd betalen zou. Hij was dan ook met stomheid
geslagen, toen hij eindelijk bemerkte, dat de giften niet zoo meer
toestroomden, dat het geld der geloovigen niet meer tot hem kwam, alsof
-in het verborgen iemand de bron afgeleid had. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb281" href="#pb281" name="pb281">281</a>]</span>De
+in het verborgen iemand de bron afgeleid had. <span class="pagenum">[<a id="pb281" href="#pb281" name="pb281">281</a>]</span>De
dag kwam, waarop hij de beloofde betalingen niet storten kon. Er had
een handige worging plaats gehad, die hij later pas volkomen begreep.
Blijkbaar had pater Sempé ook den nieuwen bisschop geheel voor
@@ -12211,9 +11785,7 @@ verwijderd had durven houden. Men beweerde, dat hij daarbij een afzichtelijke vreugde aan den dag gelegd had en dat zijn gezicht
straalde van zijn triomf.</p>
<p>Eindelijk was hij dan bevrijd van den eenigen man, die hem
-hinderpalen in den weg kon leggen, voor wiens wettelijke <span class=
-"pagenum">[<a id="pb282" href="#pb282" name=
-"pb282">282</a>]</span>autoriteit hij bang was. Hij zou niet langer
+hinderpalen in den weg kon leggen, voor wiens wettelijke <span class="pagenum">[<a id="pb282" href="#pb282" name="pb282">282</a>]</span>autoriteit hij bang was. Hij zou niet langer
meer gedwongen kunnen worden om met iemand te deelen, nu de twee groote
arbeiders van Notre-Dame de Lourdes uit den weg geruimd waren:
Bernadette in het klooster, abbé Peyramale onder den grond. De
@@ -12251,9 +11823,7 @@ de sacramenten uit te sluiten met verbod daarin een <span class="corr" id="xd26e4642" title="Bron: religieusen">religieuzen</span> dienst te
celebreeren.</p>
<p>Dit was de genadeslag. Eindelooze processen waren er het gevolg van:
-de aannemer, die van de vijfhonderd duizend francs <span class=
-"pagenum">[<a id="pb283" href="#pb283" name=
-"pb283">283</a>]</span>uitgevoerde werken er slechts tweehonderd
+de aannemer, die van de vijfhonderd duizend francs <span class="pagenum">[<a id="pb283" href="#pb283" name="pb283">283</a>]</span>uitgevoerde werken er slechts tweehonderd
duizend ontvangen had, sprak den erfgenaam van den pastoor, het
parochiaal vermogen en de stad aan, daar deze laatste steeds bleef
weigeren de door haar gevoteerde honderd duizend francs te betalen.
@@ -12289,8 +11859,7 @@ kaarsenwinkels, verkochten het bronwater, hoewel het hun volgens een uitdrukkelijke bepaling in het contract met de gemeente ten strengste
verboden was waarin ook handel te drijven. Het geheele land ging
zedelijk ten gronde, de triomf der Grot had een zoo groote winzucht,
-zoo’n brandende koorts om te bezitten <span class=
-"pagenum">[<a id="pb284" href="#pb284" name="pb284">284</a>]</span>en
+zoo’n brandende koorts om te bezitten <span class="pagenum">[<a id="pb284" href="#pb284" name="pb284">284</a>]</span>en
te genieten met zich gebracht, dat onder den plasregen der millioenen
een buitengewoon zedenbederf zich van dag tot dag uitbreidde en het
Bethlehem van Bernadette in Sodom en Gomorrha veranderde. Pater
@@ -12329,8 +11898,7 @@ onvoltooide kerk van abbé Peyramale gaan?”</p> zal ik zorgen daar te zijn.”</p>
<p>Ieder in zijn eigen overpeinzingen verdiept, spraken zij niet
meer.</p>
-<p>Rechts van hen stroomde nu de Gave in een diepe kloof, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb285" href="#pb285" name="pb285">285</a>]</span>een
+<p>Rechts van hen stroomde nu de Gave in een diepe kloof, <span class="pagenum">[<a id="pb285" href="#pb285" name="pb285">285</a>]</span>een
soort inkerving, waarin hij zich stortte en als tusschen het
struikgewas verdween. Soms echter zag men weer een stuk van zijn
matzilveren waterspiegel. Verderop maakte hij een plotselinge kromming
@@ -12368,8 +11936,7 @@ kale hellingen, die de schuin vallende zonnestralen geel en rose streepten.</p>
<p>Dr. Chassaigne bracht Pierre tot aan het Hôtel des
Apparitions; daar eerst nam hij afscheid van hem, na hem nog
-<span class="pagenum">[<a id="pb286" href="#pb286" name=
-"pb286">286</a>]</span>eerst even herinnerd te hebben aan hun afspraak
+<span class="pagenum">[<a id="pb286" href="#pb286" name="pb286">286</a>]</span>eerst even herinnerd te hebben aan hun afspraak
voor dien avond. Het was nog geen elf uur. Hoewel hij plotseling door
moeheid overweldigd werd, dwong hij zich, alvorens naar bed te gaan,
nog eerst te eten, want hij voelde, dat de behoefte daaraan een van de
@@ -12402,34 +11969,27 @@ tusschen de brandnetels, die de ondankbaarheid gezaaid had. En hij kwam eerst tot rust, genoot eerst de zaligheid van het niet-meer-zijn, toen
een laatste, bleek en jammervol visioen verdwenen was, dat van
Bernadette te Nevers, neergeknield in een donker hoekje en droomend van
-haar werk daar in de verte, dat zij nooit aanschouwen zou. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb287" href="#pb287" name="pb287">287</a>]</span></p>
+haar werk daar in de verte, dat zij nooit aanschouwen zou. <span class="pagenum">[<a id="pb287" href="#pb287" name="pb287">287</a>]</span></p>
</div>
</div>
</div>
<div class="footnotes">
<hr class="fnsep">
<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e3646" href="#xd26e3646src" name="xd26e3646">1</a></span> Iemand,
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e3646" href="#xd26e3646src" name="xd26e3646">1</a></span> Iemand,
die het nuttigheidsbeginsel als drijfveer en einddoel der menschelijke
-handelingen beschouwt. <a class="fnarrow" href=
-"#xd26e3646src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e4570" href="#xd26e4570src" name="xd26e4570">2</a></span>
-Weggemoffeld, weggetooverd. <a class="fnarrow" href=
-"#xd26e4570src">↑</a></p>
+handelingen beschouwt. <a class="fnarrow" href="#xd26e3646src">↑</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e4570" href="#xd26e4570src" name="xd26e4570">2</a></span>
+Weggemoffeld, weggetooverd. <a class="fnarrow" href="#xd26e4570src">↑</a></p>
</div>
</div>
</div>
-<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h2 class="main">VIERDE DAG</h2>
</div>
<div class="divBody">
-<div id="xd26e4692" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e4692" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">I.</h3>
</div>
@@ -12462,8 +12022,7 @@ gekerm van nachtmerries, plotseling door de zon verlicht en door de ochtendlucht verfrischt werd.</p>
<p>“Waarom probeer je niet wat te slapen?” vroeg madame de
Jonquière moederlijk bezorgd. “Je moet dood op zijn van
-zoo’n heelen nacht waken!” <span class="pagenum">[<a id=
-"pb288" href="#pb288" name="pb288">288</a>]</span></p>
+zoo’n heelen nacht waken!” <span class="pagenum">[<a id="pb288" href="#pb288" name="pb288">288</a>]</span></p>
<p>“Maar ik ben heelemaal niet moe, ik heb geen
slaap … Slapen, neen, dat zou ik nu niet graag doen, want
dan zou ik niet weten, dat ik beter word.”</p>
@@ -12505,8 +12064,7 @@ oogen dicht, en zuster Hyacinthe, die haar zoo zag liggen, wenkte madame Désagneaux. Beiden bogen zij zich nu over de stervende
heen en keken met stijgende ongerustheid naar haar. Haar gelaat was nog
geler geworden, het had nu een modderachtige kleur; de oogkassen
-<span class="pagenum">[<a id="pb289" href="#pb289" name=
-"pb289">289</a>]</span>waren dieper geworden, haar lippen schenen
+<span class="pagenum">[<a id="pb289" href="#pb289" name="pb289">289</a>]</span>waren dieper geworden, haar lippen schenen
steeds meer te vermageren. Een reutelen, een zachte, verpestende, door
den kanker, die haar maag opvrat, vergiftigde ademhaling. Plotseling
sloeg zij haar oogleden op; zij schrok, toen zij die twee gezichten
@@ -12547,8 +12105,7 @@ komen?”</p> “Dadelijk!”</p>
<p>In de ziekenzalen dacht men nooit aan den geneesheer. De gedachte,
om hem te roepen, kwam eerst in de dames op, wanneer een der zieken in
-een heftigen aanval lag te gillen van pijn. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb290" href="#pb290" name="pb290">290</a>]</span></p>
+een heftigen aanval lag te gillen van pijn. <span class="pagenum">[<a id="pb290" href="#pb290" name="pb290">290</a>]</span></p>
<p>Zuster Hyacinthe zelf verwonderde er zich over, dat zij niet aan
Ferrand gedacht had, hoewel zij wist, dat hij in de kamer ernaast was,
en vroeg:</p>
@@ -12587,8 +12144,7 @@ ongeduldig, dat de dokter niet kwam, terwijl Marie in haar extase, en in den zonneschijn liggend, in de zalige verwachting van het wonder
niets van wat er om haar gebeurde, scheen te merken.</p>
<p>Zuster Hyacinthe had Ferrand niet in het kleine kamertje, waar hij
-gewoonlijk was, gevonden en zocht hem nu door <span class=
-"pagenum">[<a id="pb291" href="#pb291" name="pb291">291</a>]</span>het
+gewoonlijk was, gevonden en zocht hem nu door <span class="pagenum">[<a id="pb291" href="#pb291" name="pb291">291</a>]</span>het
geheele gebouw. Sedert twee dagen voelde de jonge dokter zich hoe
langer hoe minder op zijn gemak in dit vreemde ziekenhuis, waar men
zijn hulp slechts voor stervenden inriep. Het kleine apotheekkistje,
@@ -12625,8 +12181,7 @@ waren. Een derde fluisterde hem verschrikkelijke bijzonderheden over een getrouwde vrouw uit de hoogste kringen in. Hij weigerde echter er
ook maar één te onderzoeken, beloofde later, wanneer hij
meer tijd had, terug te zullen komen. Als je naar die dames wilde
-luisteren, zeide hij, zou je heele dag heengaan <span class=
-"pagenum">[<a id="pb292" href="#pb292" name="pb292">292</a>]</span>met
+luisteren, zeide hij, zou je heele dag heengaan <span class="pagenum">[<a id="pb292" href="#pb292" name="pb292">292</a>]</span>met
nuttelooze consulten. Dan bleef hij plotseling weer voor het bed van
een genezene staan, wenkte Ferrand en riep uit: “Dat is nu nog
eens een interessante genezing!” En Ferrand moest dan tot zijn
@@ -12668,8 +12223,7 @@ dichterbij gekomen was, “ik bewonder dien armen broeder. Gisteren heb ik een oogenblik aan de Heilige Maagd getwijfeld, daar ik zag, dat
zij al de zeven jaar, die ik hier nu kom, zich niet verwaardigt mij te
hooren, maar nu doet deze martelaar, die zoo berustend zijn martelingen
-draagt, mij me schamen over <span class="pagenum">[<a id="pb293" href=
-"#pb293" name="pb293">293</a>]</span>mijn klein geloof … U
+draagt, mij me schamen over <span class="pagenum">[<a id="pb293" href="#pb293" name="pb293">293</a>]</span>mijn klein geloof … U
kunt u niet voorstellen wat hij lijdt, en dan moet u hem zien voor de
Grot met zijn oogen, waarin een verheven hoop brandt … Het
is werkelijk grootsch. Ik ken slechts een schilderij van een onbekenden
@@ -12710,8 +12264,7 @@ geven!”</p> tusschen zijn op elkaar geklemde tanden te gieten. Bijna onmiddellijk
sloeg de zieke zijn oogen open en zuchtte diep. Hij was kalmer, het
opium deed zijn uitwerking, stilde de pijn, die hij als een
-roodgloeiend ijzer in zijn rechterzijde <span class="pagenum">[<a id=
-"pb294" href="#pb294" name="pb294">294</a>]</span>voelde. Maar hij
+roodgloeiend ijzer in zijn rechterzijde <span class="pagenum">[<a id="pb294" href="#pb294" name="pb294">294</a>]</span>voelde. Maar hij
bleef zoo zwak, dat men, toen hij wilde praten, zijn oor vlak bij zijn
mond moest brengen, om hem te kunnen verstaan.</p>
<p>Met een zwak handgebaar had hij Ferrand gevraagd zich over hem heen
@@ -12751,8 +12304,7 @@ ons te ergeren!”</p> aan ondragelijke pijnen. Bleek en geheel van streek door dat steeds
maar aanhoudende kermen stonden madame de Jonquière en madame
Désagneaux bij haar bed. Toen zij fluisterend aan Ferrand
-vroegen, wat hij ervan dacht, haalde <span class="pagenum">[<a id=
-"pb295" href="#pb295" name="pb295">295</a>]</span>hij slechts zijn
+vroegen, wat hij ervan dacht, haalde <span class="pagenum">[<a id="pb295" href="#pb295" name="pb295">295</a>]</span>hij slechts zijn
schouders op: de vrouw was verloren, het was een quaestie van enkele
uren, minuten misschien. Alles wat hij doen kon, was haar verdooven, om
den zwaren doodsstrijd, dien hij voorzag, wat makkelijker te maken. Zij
@@ -12826,8 +12378,7 @@ aanmoediging … Herinnert u zich dan de maand niet meer, die wij samen hebben doorgebracht in mijn armzalig kamertje, toen ik
ziek was en u mij zoo liefderijk hebt verpleegd?”</p>
<p>“Natuurlijk!… Ik heb zelfs nooit zoo’n lieven
-<span class="corr" id="xd26e4905" title=
-"Bron: patient">patiënt</span> gehad als u. Alles wat ik u gaf,
+<span class="corr" id="xd26e4905" title="Bron: patient">patiënt</span> gehad als u. Alles wat ik u gaf,
nam u in; en wanneer ik u verschoond en daarna toegestopt had, bleef u
zoo rustig liggen als een kind.”</p>
<p>Zij bleef hem met haar ongekunsteld lachje aankijken. Hij was mooi
@@ -12873,8 +12424,7 @@ ontlook.</p> eerste maal geloopen heb? U hebt mij uit bed geholpen en mij
ondersteund, terwijl ik als een onhandige jongen struikelde en niet
wist, hoe ik mijn beenen gebruiken moest … We moesten er
-zoo om lachen.” <span class="pagenum">[<a id="pb298" href=
-"#pb298" name="pb298">298</a>]</span></p>
+zoo om lachen.” <span class="pagenum">[<a id="pb298" href="#pb298" name="pb298">298</a>]</span></p>
<p>“Ja zeker, u was gered, en daar was ik zoo blij om!”</p>
<p>“En den dag, dat u kersen voor mij medegebracht
hebt … Ik zie ons nog voor mij, ik in mijn kussens en u op
@@ -12915,8 +12465,7 @@ was merkbaar minder geworden. Zij had haar wasschingen aan de wonderbron volgehouden en kwam nu juist van het geneeskundig bureau,
waar dr. Bonamy getriompheerd had. Verbaasd ging Ferrand naar haar toe
en onderzocht de reeds bleeker en eenigszins droger geworden
-<span class="pagenum">[<a id="pb299" href="#pb299" name=
-"pb299">299</a>]</span>wond, die nog lang niet genezen was, maar
+<span class="pagenum">[<a id="pb299" href="#pb299" name="pb299">299</a>]</span>wond, die nog lang niet genezen was, maar
waaraan toch wel degelijk een begin van genezing te constateeren viel.
Het geval scheen hem zoo bijzonder, dat hij zich voornam enkele
aanteekeningen erover te maken voor een van zijn vroegere leermeesters,
@@ -12955,8 +12504,7 @@ kleur en schitterende oogen vloog zij haar moeder om de hals:</p> <p>“O, mama, wat een geluk!… Het is zoo ver!”</p>
<p>Verwonderd, haar hoofd nog vol van de leiding der zaal, begreep
madame de Jonquière haar niet.</p>
-<p>“Wat dan, kindlief?” <span class="pagenum">[<a id=
-"pb300" href="#pb300" name="pb300">300</a>]</span></p>
+<p>“Wat dan, kindlief?” <span class="pagenum">[<a id="pb300" href="#pb300" name="pb300">300</a>]</span></p>
<p>Toen fluisterde Raymonde, terwijl een blos haar wangen kleurde:</p>
<p>“Mijn huwlijk.”</p>
<p>Nu was het de beurt der moeder om blij te zijn. Een levendige
@@ -12994,9 +12542,7 @@ gewetensbezwaren op zij zette, lachend, “ik hoop, dat je gelukkig zult zijn. Geef me een zoen, kind!”</p>
<p>Op dat oogenblik kwam zuster Hyacinthe zeggen, dat madame Vêtu
op het uiterste lag. Raymonde was al weggeloopen. Madame
-Désagneaux, die haar handen afdroogde, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb301" href="#pb301" name=
-"pb301">301</a>]</span>maakte zich boos op die dames, die juist op den
+Désagneaux, die haar handen afdroogde, <span class="pagenum">[<a id="pb301" href="#pb301" name="pb301">301</a>]</span>maakte zich boos op die dames, die juist op den
ochtend, dat je ze noodig kon hebben, allemaal verdwenen waren.</p>
<p>“En met die madame Volmar is het precies zoo!… Waar kan
die toch gebleven zijn. Sedert wij hier zijn, heb ik ze nog geen minuut
@@ -13035,9 +12581,7 @@ bekoorlijke Marie scheen de stervende in verrukking te brengen. Zij keek haar lang aan, steeds weer werd haar blik naar haar getrokken als
naar een visioen van licht en vreugde. Misschien geloofde zij reeds de
heiligen van het paradijs in de glorie van het zonlicht te zien.</p>
-<p>Plotseling begon het braken opnieuw; maar nu was het <span class=
-"pagenum">[<a id="pb302" href="#pb302" name=
-"pb302">302</a>]</span>niets meer dan bloed, bedorven, wijnkleurig
+<p>Plotseling begon het braken opnieuw; maar nu was het <span class="pagenum">[<a id="pb302" href="#pb302" name="pb302">302</a>]</span>niets meer dan bloed, bedorven, wijnkleurig
bloed. De golf was zoo groot, dat hij op de deken spatte en het geheele
bed bevuilde. Vergeefs droegen madame de Jonquière en madame
Désagneaux, beiden even bleek en op haar beenen bevend,
@@ -13078,8 +12622,7 @@ zat, aan het groote genoegen, om ’s Zondags bij de fortificaties vliegers te zien opgaan. Dan verwijdden haar oogen zich en trachtten
vergeefs iets te onderscheiden in den donkeren nacht, die opkwam.</p>
<p>Een laatste maal boog madame de Jonquière, die opnieuw
-<span class="pagenum">[<a id="pb303" href="#pb303" name=
-"pb303">303</a>]</span>de lippen bewegen zag, zich over haar heen. Het
+<span class="pagenum">[<a id="pb303" href="#pb303" name="pb303">303</a>]</span>de lippen bewegen zag, zich over haar heen. Het
was nu niets meer dan een zwakke luchttrilling, een stem uit het
hiernamaals, die als uit de verte met een grenzenlooze verslagenheid
stamelde:</p>
@@ -13109,8 +12652,7 @@ lijden, met zwaar gehoest, sleepende beenen, den muffen geur, de jammerlijke uitstalling van alle menschelijke ziekten.</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e5042" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e5042" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">II.</h3>
</div>
@@ -13122,9 +12664,7 @@ van dien ochtend gezegd, dat men de hoogste kracht van liefde en geloof moest ontwikkelen, om van den hemel al de genade en wonderdadige
genezingen te verkrijgen, die hij in zijn goedheid zou willen geven.
Van af twee uur in den middag waren dan ook twintigduizend koortsachtig
-opgewonden pelgrims, door de vurigste verwachtingen <span class=
-"pagenum">[<a id="pb304" href="#pb304" name=
-"pb304">304</a>]</span>bezield, aanwezig. Van minuut tot minuut groeide
+opgewonden pelgrims, door de vurigste verwachtingen <span class="pagenum">[<a id="pb304" href="#pb304" name="pb304">304</a>]</span>bezield, aanwezig. Van minuut tot minuut groeide
de stroom zóó aan, dat baron Suire angstig uit de Grot
naar Berthaud kwam.</p>
<p>“Wij zullen overstroomd worden, vriendlief …
@@ -13163,8 +12703,7 @@ houdt het touw goed vast!”</p> drang: de twintigduizend menschen werden als het ware tot de Grot
aangetrokken; zij gingen er heen, gedreven door een onweerstaanbare
kracht, waarin een brandende nieuwsgierigheid zich paarde aan een
-onleschbare dorst naar <span class="pagenum">[<a id="pb305" href=
-"#pb305" name="pb305">305</a>]</span>het mysterie. Aller blikken
+onleschbare dorst naar <span class="pagenum">[<a id="pb305" href="#pb305" name="pb305">305</a>]</span>het mysterie. Aller blikken
concentreerden zich op, aller monden, aller handen, aller lichamen
werden getrokken naar den bleeken vlammenglans der kaarsen, naar de
witte, bewegende vlek der marmeren Maagd. Om de breede voor de zieken
@@ -13242,8 +12781,7 @@ alleen door nieuwsgierigheid gedreven werden en voor hen, die er met een hart vol liefde en geloof kwamen. Maar bijna allen waren even zeer
onder den indruk en voelden zich in dien zwoelen wasgeur benauwd door
de zware tabernakellucht, die zich onder de rots verzamelde,
-<span class="pagenum">[<a id="pb307" href="#pb307" name=
-"pb307">307</a>]</span>terwijl zij, uit vrees op de ijzeren roosters
+<span class="pagenum">[<a id="pb307" href="#pb307" name="pb307">307</a>]</span>terwijl zij, uit vrees op de ijzeren roosters
uit te glijden, naar hun voeten keken. Velen wisten niet meer, wat zij
doen moesten, bogen niet voor het altaar, keken maar rond naar alles
met de kinderlijke onrust van onverschilligen, die in het onbekende
@@ -13280,8 +12818,7 @@ wanhopige smeekbeden der menigte gedurende den geheelen tijd, dat de zieken zaten voor het witte marmeren beeld, dat met gevouwen handen en
ten hemel gerichte blikken glimlachte.</p>
<p>Op dat oogenblik werden de oefeningen van uit den wit-steenen
-<span class="pagenum">[<a id="pb308" href="#pb308" name=
-"pb308">308</a>]</span>kansel, die rechts van de Grot tegen de rots
+<span class="pagenum">[<a id="pb308" href="#pb308" name="pb308">308</a>]</span>kansel, die rechts van de Grot tegen de rots
stond, geleid door een priester uit Toulouse, dien Berthaud kende en
naar wien hij een oogenblik met een goedkeurend knikje bleef staan
luisteren. Het was een dikke man met een brouwende stem en beroemd door
@@ -13318,8 +12855,7 @@ wijden blauwen hemel en op dezen schitterenden dag het hartbeklemmendste mengelmoes vormden, dat men zich denken kan. De drie
ziekenhuizen hadden hun zalen van verschrikking geledigd. Het verst weg
zag men het eerst op de banken hen, die nog zitten konden. Toch waren
-velen <span class="pagenum">[<a id="pb309" href="#pb309" name=
-"pb309">309</a>]</span>nog in kussens gestopt; leunden anderen tegen
+velen <span class="pagenum">[<a id="pb309" href="#pb309" name="pb309">309</a>]</span>nog in kussens gestopt; leunden anderen tegen
elkaar aan, waarbij de sterksten de zwaksten steunden. Vervolgens lagen
voor de Grot zelf de zieken uitgestrekt; de steenen verdwenen onder die
jammerlijke golf, dien grooten, stilstaanden poel van ellende en
@@ -13396,9 +12932,7 @@ noodig, zonder dat de vastheid van zijn geloof ook maar in het minst geschokt werd. Maar als arm berustend man, die het een beetje moe werd
telkens uitgesteld te worden, liet hij zich dikwijls afleiden. Hij had
weten te bewerken, dat zijn vrouw bij hem bleef; zij zat nu op een
-vouwstoeltje naast hem; hij vond het prettig met haar te <span class=
-"pagenum">[<a id="pb311" href="#pb311" name=
-"pb311">311</a>]</span>praten en haar deelgenoote te maken van zijn
+vouwstoeltje naast hem; hij vond het prettig met haar te <span class="pagenum">[<a id="pb311" href="#pb311" name="pb311">311</a>]</span>praten en haar deelgenoote te maken van zijn
overpeinzingen.</p>
<p>“Licht mij een weinig in de hoogte … Ik glijd
naar beneden en zit niet goed.”</p>
@@ -13438,8 +12972,7 @@ naar de Grot en werd weer de intellectueel, de oude professor, dien kunstquaesties vroeger hartstochtelijk geïnteresseerd hadden.</p>
<p>“Kijk,” zeide hij, “ze hebben de Grot bedorven
door haar te mooi te willen maken. Ik ben er vast van overtuigd, dat
-<span class="pagenum">[<a id="pb312" href="#pb312" name=
-"pb312">312</a>]</span>zij in haar vroegeren woesten staat veel mooier
+<span class="pagenum">[<a id="pb312" href="#pb312" name="pb312">312</a>]</span>zij in haar vroegeren woesten staat veel mooier
was. Zij heeft haar karakter verloren … En wat een
leelijken winkel hebben ze daar links neergeplakt.”</p>
<p>Maar hij kreeg berouw over zijn verstrooidheid. Zou misschien in
@@ -13479,8 +13012,7 @@ koortsachtige opwinding en de drukte, die aan een bedevaart verbonden zijn, alles behalve goed moesten zijn voor een hartkwaal. Zeker, hij
wenschte niemand dood, hij had nooit iets dergelijks aan de Heilige
Maagd gevraagd. Dat zij zijn wensch naar promotie door den plotselingen
-dood van <span class="pagenum">[<a id="pb313" href="#pb313" name=
-"pb313">313</a>]</span>zijn chef, verhoord had, moest een gevolg zijn
+dood van <span class="pagenum">[<a id="pb313" href="#pb313" name="pb313">313</a>]</span>zijn chef, verhoord had, moest een gevolg zijn
van het feit, dat deze volgens de raadsbesluiten des hemels gedoemd was
te sterven. En zoo zou hij, wanneer madame Chaise het eerst stierf en
haar vermogen aan Gustave naliet, zich eveneens hebben te buigen voor
@@ -13515,13 +13047,11 @@ zijn buurlieden te bemoeien. In het midden van de stampvolle allée had men madame Dieulafay, die te laat gekomen was,
neergezet. Hij verbaasde zich over dien luxe, over die soort met witte
zijde gecapitonneerde doodkist, waarin de jonge vrouw, gekleed in een
-rose met kant afgezetten <span class="corr" id="xd26e5233" title=
-"Bron: peignor">peignoir</span>, lag. Haar man, in gekleede jas, en
+rose met kant afgezetten <span class="corr" id="xd26e5233" title="Bron: peignor">peignoir</span>, lag. Haar man, in gekleede jas, en
haar zuster in een zwart, eenvoudig, maar zeer elegant toilet stonden
naast haar, terwijl abbé Judaine, naast de zieke geknield, een
vurig gebed opzond.</p>
-<p>Toen de priester weer opstond, maakte mijnheer Vigneron <span class=
-"pagenum">[<a id="pb314" href="#pb314" name="pb314">314</a>]</span>een
+<p>Toen de priester weer opstond, maakte mijnheer Vigneron <span class="pagenum">[<a id="pb314" href="#pb314" name="pb314">314</a>]</span>een
plaatsje voor hem op de bank en veroorloofde zich de vrijheid te
vragen:</p>
<p>“En voelt de arme jonge vrouw zich al wat beter?”</p>
@@ -13561,11 +13091,9 @@ haar! Bedenk eens, dat hij er zijn zaken en zij er haar mondaine genoegens voor in den steek gelaten hebben; de gedachte dat zij haar
kunnen verliezen, maakt hen zoo van streek, dat zij altijd die vochtige
oogen en die troostelooze uitdrukking hebben, die u nu ziet. We moeten
-het hun dan ook niet al te zeer verwijten, dat <span class=
-"pagenum">[<a id="pb315" href="#pb315" name="pb315">315</a>]</span>zij
+het hun dan ook niet al te zeer verwijten, dat <span class="pagenum">[<a id="pb315" href="#pb315" name="pb315">315</a>]</span>zij
haar de vreugde geven mooi te zijn tot haar laatste uur.”</p>
-<p>Mijnheer Vigneron knikte goedkeurend. De <span class="corr" id=
-"xd26e5261" title="Bron: rijk">rijke</span> lui hadden niet het meeste
+<p>Mijnheer Vigneron knikte goedkeurend. De <span class="corr" id="xd26e5261" title="Bron: rijk">rijke</span> lui hadden niet het meeste
geluk in de Grot. Dienstboden, boerinnen, arme vrouwen genazen, terwijl
dames met haar ziekten en zonder verlichting van hun lijden
teruggingen, ondanks haar giften en de dikke kaarsen, die zij lieten
@@ -13604,8 +13132,7 @@ het uit zijn laaiend hart gerukt had, naar de menigte:</p> <p>“Heer, als gij wilt, kunt gij mij genezen!”</p>
<p>“Heer, ik ben niet waard, dat gij ingaat in mijn huis, maar
spreek slechts één woord, en ik zal genezen
-worden!” <span class="pagenum">[<a id="pb316" href="#pb316" name=
-"pb316">316</a>]</span></p>
+worden!” <span class="pagenum">[<a id="pb316" href="#pb316" name="pb316">316</a>]</span></p>
<p>“Heer, ik ben niet waard, dat gij ingaat in mijn huis, maar
spreek slechts één woord, en ik zal genezen
worden!”</p>
@@ -13723,8 +13250,7 @@ men het leven vroeg. De Vignerons waren één en al belangstelling, zij bogen zich naar elkaar toe en fluisterden met
elkaar als na het een of andere ongeluk op straat, een van die kleine
voorvallen, waarmede de vader van zijn bureau thuis kwam en waarover
-dan den geheelen avond gesproken werd. <span class="pagenum">[<a id=
-"pb319" href="#pb319" name="pb319">319</a>]</span></p>
+dan den geheelen avond gesproken werd. <span class="pagenum">[<a id="pb319" href="#pb319" name="pb319">319</a>]</span></p>
<p>Madame Jousseur had zich omgedraaid en mijnheer Dieulafay een paar
woorden ingefluisterd; dan keken zij weer naar hun dierbare zieke,
terwijl abbé Judaine, door mijnheer Vigneron op de hoogte
@@ -13806,12 +13332,10 @@ Notre-Dame de Lourdes aanstaart!”</p> <p>Zoo ontroerde met zijn gebed van liefde en geloof, dat hij in zijn
niet-meer-zijn voortbad, de doode met het eindelooze staren van zijn
blik alle harten en stichtte het volk, dat voorbijtrekken bleef.
-<span class="pagenum">[<a id="pb321" href="#pb321" name=
-"pb321">321</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb321" href="#pb321" name="pb321">321</a>]</span></p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e5385" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e5385" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">III.</h3>
</div>
@@ -13853,9 +13377,7 @@ den monstrans met beide handen en stevig vast te houden.”</p> Berthaud nog steeds.</p>
<p>“Zeker, zeker, heel vriendelijk van u … Wat ben
ik u dankbaar, dat u mij uit al die menschen geholpen hebt.”</p>
-<p>Eindelijk zich vrij kunnende bewegen, haastte hij zich <span class=
-"pagenum">[<a id="pb322" href="#pb322" name=
-"pb322">322</a>]</span>langs het zigzagpaadje, dat zich over de helling
+<p>Eindelijk zich vrij kunnende bewegen, haastte hij zich <span class="pagenum">[<a id="pb322" href="#pb322" name="pb322">322</a>]</span>langs het zigzagpaadje, dat zich over de helling
slingert, naar de Basilica, terwijl Berthaud zich weer in de menigte
dompelde, om zijn surveillance voort te zetten.</p>
<p>Op hetzelfde oogenblik stootte Pierre, die Marie in haar wagentje
@@ -13893,8 +13415,7 @@ bang. En ondanks zijn liefde voor de armen kreeg hij een gevoel van walging door de leelijke, gemeene, zweetende gezichten, den bedorven
adem, de oude, naar ellende stinkende kleeren.</p>
<p>“Als het u blieft, dames en heeren, een klein beetje plaats
-voor een zieke!” <span class="pagenum">[<a id="pb323" href=
-"#pb323" name="pb323">323</a>]</span></p>
+voor een zieke!” <span class="pagenum">[<a id="pb323" href="#pb323" name="pb323">323</a>]</span></p>
<p>Het verdronken, in deze groote zee heen en weer geslingerde wagentje
kwam slechts met schokjes vooruit en had minuten noodig om enkele
meters terrein te winnen. Een oogenblik dacht men dat het verzwolgen
@@ -13933,9 +13454,7 @@ voegde zij er met een glimlachje aan toe:</p> <p>“Die goede vader zal blij zijn, als hij mij genezen
terugziet!”</p>
<p>Met een ontroerde bewondering keek Pierre haar aan. Hij kon zich
-niet meer herinneren haar, ondanks de langzame <span class=
-"pagenum">[<a id="pb324" href="#pb324" name=
-"pb324">324</a>]</span>verwoesting der ziekte, ooit zoo bekoorlijk
+niet meer herinneren haar, ondanks de langzame <span class="pagenum">[<a id="pb324" href="#pb324" name="pb324">324</a>]</span>verwoesting der ziekte, ooit zoo bekoorlijk
gezien te hebben. Haar haren, het eenige, dat gespaard gebleven was,
hulden haar als in een gouden kleed. Het kleiner en fijner geworden
gezichtje had een droomende uitdrukking aangenomen, haar trekken waren
@@ -13972,9 +13491,7 @@ illusie hongerende pijn. Daarbij kwam nog de obsessie van de gebeden, van de gezangen, van de litanieën, die haar zonder onderbreking
schokten. Een andere priester had de plaats van pater Massias
ingenomen; en hij hoorde, hoe deze, een magere, donkere abbé,
-met een als zweepslagen striemende stem de Heilige <span class=
-"pagenum">[<a id="pb325" href="#pb325" name=
-"pb325">325</a>]</span>Maagd en Jezus aanriep, terwijl pater Massias en
+met een als zweepslagen striemende stem de Heilige <span class="pagenum">[<a id="pb325" href="#pb325" name="pb325">325</a>]</span>Maagd en Jezus aanriep, terwijl pater Massias en
pater Fourcade, aan den voet van den kansel, de kreten der menigte,
wier geweeklaag hooger in den fellen zonneschijn oprees, leidden. De
opwinding was nog toegenomen, het was het oogenblik, waarop het den
@@ -14011,8 +13528,7 @@ liet hij zich medesleepen door de smeekbede: “Heer, genees onze zieken … Heer, genees onze zieken!” Hij herhaalde
haar met al de barmhartige liefde, die in hem was, hij vouwde zijn
handen, keek strak naar het beeld der Heilige Maagd, tot hij er
-duizelig van werd en zich verbeeldde, <span class="pagenum">[<a id=
-"pb326" href="#pb326" name="pb326">326</a>]</span>dat zij zich bewoog.
+duizelig van werd en zich verbeeldde, <span class="pagenum">[<a id="pb326" href="#pb326" name="pb326">326</a>]</span>dat zij zich bewoog.
Waarom zou hij niet kind worden als de anderen, daar toch geluk alleen
bestaanbaar is in onwetendheid en leugen? De besmetting zou eindelijk
bij hem ook wel werken, hij zou niet meer zijn dan het zandkorreltje
@@ -14050,8 +13566,7 @@ zijn geest: hij zag weer de kamer met haar grijs, blauwgebloemd behang, hij hoorde de drie geneesheeren beraadslagen en beslissen. De twee, die
certificaten gegeven hadden, concludeerden tot ruggemergsverlamming,
spraken met de langzame bezadigdheid van bekende, geëerde en
-geziene doktoren, die <span class="pagenum">[<a id="pb327" href=
-"#pb327" name="pb327">327</a>]</span>een lange praktijk achter den rug
+geziene doktoren, die <span class="pagenum">[<a id="pb327" href="#pb327" name="pb327">327</a>]</span>een lange praktijk achter den rug
hebben, terwijl hem nog in de ooren klonk de levende, warme stem van
zijn achterneef Beauclair, den derden geneesheer, een jongen man met
een helder, koen verstand, die door zijn collega’s koel en als
@@ -14088,8 +13603,7 @@ werd door bijkomstige, nog niet voldoende bestudeerde voedingsstoornissen.</p>
<p>Aldus kon Beauclair dan ook makkelijk de tegenstrijdige en verkeerde
diagnosen verklaren van de talrijke geneesheeren, die haar behandeld
-hadden, zonder haar nauwkeurig te onderzoeken, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb328" href="#pb328" name="pb328">328</a>]</span>en
+hadden, zonder haar nauwkeurig te onderzoeken, <span class="pagenum">[<a id="pb328" href="#pb328" name="pb328">328</a>]</span>en
dus in het duister rondtastten, waardoor sommigen aan een tumor, de
meesten aan een ruggemergaandoening geloofden. Hij alleen had, na zich
vergewist te hebben van het erfelijk belast zijn der zieke, vermoed,
@@ -14126,8 +13640,7 @@ tijd de martelingen ondergaan had? En Beauclair had eraan toegevoegd, dat Marie eindelijk vrouw zou zijn, dat het bloed van het moederschap
zou gaan vloeien, wanneer met een hosanna-kreet dat kind gebleven,
achterlijke en door een zoo langen lijdensdroom gebroken lichaam
-ontwaken en plotseling met <span class="pagenum">[<a id="pb329" href=
-"#pb329" name="pb329">329</a>]</span>levende oogen en een stralend
+ontwaken en plotseling met <span class="pagenum">[<a id="pb329" href="#pb329" name="pb329">329</a>]</span>levende oogen en een stralend
gelaat aan de gezondheid teruggeven worden zou.</p>
<p>Pierre keek Marie aan, en toen hij haar zoo jammerlijk in haar
wagentje liggen zag, zoo vurig smeekend, zoo vol overgave aan
@@ -14163,9 +13676,7 @@ Cercles catholiques d’ouvriers”. Vervolgens kwamen de geestelijken, twee of driehonderd priesters in soutane, een honderd met
het koorhemd, een vijftigtal in gouden als sterren schitterende
misgewaden. Allen droegen brandende kaarsen, allen zongen met luider
-stemme <i lang="la">Laudate Sion Salvatorem</i>.<a class="noteref" id=
-"xd26e5479src" href="#xd26e5479" name="xd26e5479src">1</a> <span class=
-"pagenum">[<a id="pb330" href="#pb330" name="pb330">330</a>]</span></p>
+stemme <i lang="la">Laudate Sion Salvatorem</i>.<a class="noteref" id="xd26e5479src" href="#xd26e5479" name="xd26e5479src">1</a> <span class="pagenum">[<a id="pb330" href="#pb330" name="pb330">330</a>]</span></p>
<p>In koninklijke pracht en praal volgde dan de baldakijn van purperen
zijde met goudgalon; hij werd gedragen door vier priesters, die men
waarschijnlijk onder de krachtigsten uitgekozen had. Daaronder droeg,
@@ -14244,8 +13755,7 @@ zij beschermden; en de baldakijn zelf dreef, voortdurend bedreigd door de menigte meegesleurd te worden, onder deze rond als een heilige bark,
die in nood verkeert.</p>
<p>En toen, nu de heilige waanzin zijn toppunt bereikt had,
-<span class="pagenum">[<a id="pb332" href="#pb332" name=
-"pb332">332</a>]</span>braken, als wanneer bij een onweer de hemel zich
+<span class="pagenum">[<a id="pb332" href="#pb332" name="pb332">332</a>]</span>braken, als wanneer bij een onweer de hemel zich
opent en de bliksem neerslaat, onder smeekbeden en snikken de wonderen
los. Een lamme stond op en wierp haar krukken weg. Een doordringende
kreet en een vrouw, gewikkeld in een wit laken als in een doodshemd,
@@ -14305,8 +13815,7 @@ eene einde van het dal naar het andere rolden.</p> eindelijk verstaanbaar kon maken.</p>
<p>“Geliefde broeders en zusters, God is in ons midden
geweest … <i>Magnificat anima mea
-Dominum</i>…”<a class="noteref" id="xd26e5525src" href=
-"#xd26e5525" name="xd26e5525src">2</a></p>
+Dominum</i>…”<a class="noteref" id="xd26e5525src" href="#xd26e5525" name="xd26e5525src">2</a></p>
<p>En alle stemmen, de duizenden stemmen hieven het lied der aanbidding
en dankzegging aan. De processie was tot stilstand gedwongen, en
abbé Judaine, die met den monstrans de Grot had kunnen bereiken,
@@ -14323,8 +13832,7 @@ van dr. Bonamy, opdat het wonder bewezen zou worden, stralen zou als het licht der zon. Haar wagentje werd vergeten; Pierre vergezelde haar,
terwijl zij, die in geen zeven jaar haar beenen gebruikt had, stamelend
en aarzelend, met een aanbiddelijke onhandigheid en met den angstigen
-en toch <span class="pagenum">[<a id="pb334" href="#pb334" name=
-"pb334">334</a>]</span>verrukten blik van een klein kind, dat zijn
+en toch <span class="pagenum">[<a id="pb334" href="#pb334" name="pb334">334</a>]</span>verrukten blik van een klein kind, dat zijn
eerste stappen doet, voortliep. Het was zoo ontroerend, zoo heerlijk,
dat hij aan niets meer dacht dan aan het grenzenlooze geluk haar tot
een nieuwe jeugd herboren te zien. De lieve vriendin uit zijn
@@ -14365,8 +13873,7 @@ en aan het stralend gezicht der door een wonder genezene zag hij onmiddellijk, dat zich hier iets buitengewoons had voorgedaan. Zij was
bewonderenswaardig en er als voor geschapen om de massa’s mede te
sleepen en te bekeeren. Onmiddellijk zond hij Elise Rouquet weg,
-<span class="pagenum">[<a id="pb335" href="#pb335" name=
-"pb335">335</a>]</span>vroeg den naam van den begenadigde, verzocht een
+<span class="pagenum">[<a id="pb335" href="#pb335" name="pb335">335</a>]</span>vroeg den naam van den begenadigde, verzocht een
der jonge priesters hem het dossier te geven. Toen zij even wankelde,
wilde hij haar in den fauteuil laten plaats nemen.</p>
<p>“Neen, neen,” riep zij. “Ik ben zoo blij, dat ik
@@ -14406,9 +13913,7 @@ huivering.</p> <p>Weer rees het tooneel voor zijn geest op. Hij zag weer de twee
ernstige en verstandige doktoren, hij zag Beauclair weer glimlachen,
toen zijn collega’s hun gelijkluidende certificaten opmaakten.
-Moest hij deze waardeloos maken en de andere <span class=
-"pagenum">[<a id="pb336" href="#pb336" name=
-"pb336">336</a>]</span>diagnose, die het mogelijk maakte de genezing
+Moest hij deze waardeloos maken en de andere <span class="pagenum">[<a id="pb336" href="#pb336" name="pb336">336</a>]</span>diagnose, die het mogelijk maakte de genezing
wetenschappelijk te verklaren, mededeelen? Het wonder was voorspeld en
daardoor bij voorbaat ten gronde gericht.</p>
<p>“U zult inzien, mijne heeren,” begon dr. Bonamy weer,
@@ -14491,8 +13996,7 @@ gelaatsuitdrukking heeft haar levendige opgewektheid weer teruggevonden. Ongetwijfeld zal het herstel der weefsels nog wel
eenigen tijd vorderen, maar toch kunnen we zeggen, dat mademoiselle
herboren is. Niet waar, mijnheer de abbé, u, die haar vroeger
-zoo dikwijls gezien hebt, u herkent haar niet meer?” <span class=
-"pagenum">[<a id="pb338" href="#pb338" name="pb338">338</a>]</span></p>
+zoo dikwijls gezien hebt, u herkent haar niet meer?” <span class="pagenum">[<a id="pb338" href="#pb338" name="pb338">338</a>]</span></p>
<p>“Ja, ja, dat is zoo!” stamelde Pierre.</p>
<p>Inderdaad scheen zij hem reeds krachtig toe, haar wangen waren
gevuld en frisch en bloeiend. Maar nogmaals, Beauclair had dit alles
@@ -14547,8 +14051,7 @@ menigte, die haar toejuichte, de tot waanzin opgezweepte menigte volgde haar.</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e5630" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e5630" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">IV.</h3>
</div>
@@ -14578,8 +14081,7 @@ onze zieken!”</p> <p>Achter den baldakijn hield die kreet maar niet op, steeds was er
weer een, die het uitbrulde, als hadden zij allen de opdracht de
goddelijke goedheid niet met rust te laten, wanneer zij zich te
-langzaam openbaarde. Nu eens was het een doffe, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb340" href="#pb340" name="pb340">340</a>]</span>door
+langzaam openbaarde. Nu eens was het een doffe, <span class="pagenum">[<a id="pb340" href="#pb340" name="pb340">340</a>]</span>door
snikken gesmoorde, dan weer een scherpe, alles doordringende stem. Die
van den pater, anders zoo gebiedend, brak nu van ontroering.</p>
<p>“Heer Jezus, genees onze zieken!… Heer Jezus, genees
@@ -14617,8 +14119,7 @@ zoo hoog mogelijk uit vrees, dat een laatste stoot het omver zou werpen; want hij begreep heel goed, dat de gouden, als een zon
stralende monstrans den hartstocht van de menigte opwekte; dat was de
God, dien men wilde kussen, in wien men wilde opgaan, zelfs op gevaar
-af hem te vernietigen. <span class="pagenum">[<a id="pb341" href=
-"#pb341" name="pb341">341</a>]</span>Onbeweeglijk bleef hij staan en
+af hem te vernietigen. <span class="pagenum">[<a id="pb341" href="#pb341" name="pb341">341</a>]</span>Onbeweeglijk bleef hij staan en
wierp ongeruste blikken op Berthaud.</p>
<p>“Niemand doorlaten!” schreeuwde hij den brancarddragers
toe, “niemand, begrepen?”</p>
@@ -14664,9 +14165,7 @@ Notre-Dame de Lourdes uitjubelden. Naar deze apotheose, naar deze hooge poort van het heiligdom, die toegang scheen te geven tot de
oneindigheid steeg de baldakijn nu op boven de groote menschenzee, die
daar beneden op de pleinen en in de alleeën bleef bruisen. Reeds
-was de in blauw en zilver gekleede kerkbewaarder met het <span class=
-"corr" id="xd26e5677" title=
-"Bron: proccessiekruis">processiekruis</span> ter hoogte van den koepel
+was de in blauw en zilver gekleede kerkbewaarder met het <span class="corr" id="xd26e5677" title="Bron: proccessiekruis">processiekruis</span> ter hoogte van den koepel
der Rozenkranskerk. De delegaties der bedevaarten verspreidden zich, de
veelkleurige banieren van zijde en fluweel wapperden in den brand van
de ondergaande zon. Dan kwamen de schitterende rijen der geestelijken,
@@ -14684,8 +14183,7 @@ Dominum</i>…”</p> <p>Het in de Grot reeds gezongen lied der dankzegging rees opnieuw uit
de harten op.</p>
<p>“<i lang="la">Et exsultavit spiritus meus in Deo salutari
-meo</i>…”<a class="noteref" id="xd26e5695src" href=
-"#xd26e5695" name="xd26e5695src">3</a></p>
+meo</i>…”<a class="noteref" id="xd26e5695src" href="#xd26e5695" name="xd26e5695src">3</a></p>
<p>Overvloeiend van vreugde volgde Marie dezen schitterenden opgang,
deze hemelvaart langs de helling naar de lichtende Basilica. Naarmate
zij hooger kwam, kwam het haar voor, dat zij sterker werd, krachtiger
@@ -14695,8 +14193,7 @@ kwaal ontnomen, de hel, waaruit de Heilige Maagd haar gered had; en hoewel het handvat haar handen wondde, wilde zij het naar boven rijden
om het neer te leggen aan de voeten van God. Geen hinderpaal kon haar
tegenhouden, zij lachte onder haar tranen door, haar borst welfde zich,
-haar gang was als die van <span class="pagenum">[<a id="pb343" href=
-"#pb343" name="pb343">343</a>]</span>een krijgsman. Onderweg was een
+haar gang was als die van <span class="pagenum">[<a id="pb343" href="#pb343" name="pb343">343</a>]</span>een krijgsman. Onderweg was een
van haar pantoffels losgegaan, terwijl het kanten doekje van haar hoofd
op haar schouders gevallen was. Maar toch bleef zij doorloopen, terwijl
haar prachtige blonde lokken haar als met een helm bedekten, met
@@ -14707,10 +14204,8 @@ een kinderwagen hoorde huppelen.</p> haar nabijheid. In zijn hevige ontroering was hij niet in staat tot
denken. De welluidende en krachtige stem van den pater verdoofde
hem:</p>
-<p>“<i lang="la">Deposuit potentes de sede <span class="corr" id=
-"xd26e5708" title="Bron: en">et</span> exaltavit
-humiles!</i>…”<a class="noteref" id="xd26e5712src" href=
-"#xd26e5712" name="xd26e5712src">4</a></p>
+<p>“<i lang="la">Deposuit potentes de sede <span class="corr" id="xd26e5708" title="Bron: en">et</span> exaltavit
+humiles!</i>…”<a class="noteref" id="xd26e5712src" href="#xd26e5712" name="xd26e5712src">4</a></p>
<p>Aan den anderen kant rechts van hem, volgde Berthaud, thans geheel
gerust gesteld, eveneens den baldakijn. Hij had zijn mannen bevel
gegeven den keten te verbreken en keek nu verrukt naar de menschenzee,
@@ -14778,8 +14273,7 @@ Pierre, is het een zaligheid … Samen gered en voor eeuwig gelukkig! Ik voel de kracht in mij, gelukkig te zijn, ja de kracht om
de wereld op te heffen …”</p>
<p>Hij moest nu toch een antwoord geven; en hij loog: hij kon dit
-groote geluk niet bederven en bezoedelen. <span class="pagenum">[<a id=
-"pb345" href="#pb345" name="pb345">345</a>]</span></p>
+groote geluk niet bederven en bezoedelen. <span class="pagenum">[<a id="pb345" href="#pb345" name="pb345">345</a>]</span></p>
<p>“Ja, ja, wees gelukkig, Marie! Want ik ben zelf ook zoo
gelukkig, en al onze smarten zijn uitgedelgd.”</p>
<p>Maar in zijn binnenste kwam een diepe scheur, alsof hij, plotseling,
@@ -14816,8 +14310,7 @@ vlammende misgewaden, terwijl de banieren en vaandels wapperden en het wit der balustraden pavoiseerden.</p>
<p>Het was een plechtig oogenblik.</p>
<p>Men kon zich moeilijkers iets grootscher denken dan het uitzicht,
-dat men van boven af genoot. In de eerste plaats <span class=
-"pagenum">[<a id="pb346" href="#pb346" name="pb346">346</a>]</span>zag
+dat men van boven af genoot. In de eerste plaats <span class="pagenum">[<a id="pb346" href="#pb346" name="pb346">346</a>]</span>zag
men daar de menigte, de menschenzee met haar donkere golven en haar
nooit ophoudende deining, waarin men, als zij even tot stilstand kwam,
slechts de bleeke plekken van de in afwachting der zegening naar de
@@ -14932,8 +14425,7 @@ steen in dunne, kinderlijk-fijne lijnen nog scheen te verhoogen. Een geheel verguld, als kantwerk zoo doorzichtig hek sloot het koor af,
waarin het wit marmeren, met houtsnijwerk overdekte hoofdaltaar zijn
maagdelijk reine pracht ontvouwde. Verbazingwekkend waren de
-buitengewoon talrijke <span class="pagenum">[<a id="pb349" href=
-"#pb349" name="pb349">349</a>]</span>kunstvoorwerpen, die van de
+buitengewoon talrijke <span class="pagenum">[<a id="pb349" href="#pb349" name="pb349">349</a>]</span>kunstvoorwerpen, die van de
geheele kerk een van borduurwerk, juweelen, banieren en geloftegiften
overvloeiende uitstalkast maakten, een stroom van geschenken en giften,
die hierheen gevloeid was en tot stilstand gekomen was op de muren, die
@@ -14969,8 +14461,7 @@ schrijven, die de Heilige Maagd tot Bernadette gesproken had; ook liep een dergelijke lange fries om het schip heen, welke de vreugde
uitmaakte der kinderlijke zielen, die gaarne de woorden spelden. Het
was een gewemel en gefonkel van wonderharten, wier eindeloos aantal het
-hart beklemde, wanneer men dacht aan <span class="pagenum">[<a id=
-"pb350" href="#pb350" name="pb350">350</a>]</span>al die van
+hart beklemde, wanneer men dacht aan <span class="pagenum">[<a id="pb350" href="#pb350" name="pb350">350</a>]</span>al die van
dankbaarheid bevende handen, welke ze geschonken hadden. Trouwens ook
vele andere geloftegiften, en daaronder die, welke men het minst
verwachten zou, droegen bij tot de versiering der kerk. Zoo zag men
@@ -15008,8 +14499,7 @@ Ononderbroken werden missen gelezen, dan kwamen de vespers, de predikatiën, de zegeningen, de dagelijks wederkeerende oefeningen,
de met een weergalooze pracht gevierde feesten. De minste naamdagen
werden voorwendsel tot hoogheilige feesten. Iedere bedevaart moest haar
-aandeel in de verblindende schouwspelen hebben. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb351" href="#pb351" name="pb351">351</a>]</span>Men
+aandeel in de verblindende schouwspelen hebben. <span class="pagenum">[<a id="pb351" href="#pb351" name="pb351">351</a>]</span>Men
moest die lijdenden en die nederigen, welke van zoo verre kwamen, toch
getroost, verrukt en met het visioen van het half geopende paradijs
terugzenden. Zij hadden de heerlijkheid Gods aanschouwd, zouden de
@@ -15049,8 +14539,7 @@ een lied werd gezongen, terwijl het Heilige Sacrament als de koning-ster was tusschen het gefonkel der gouden en zilveren harten,
die even talrijk als de hemellichamen waren. Pierre voelde geen kracht
meer in zich om langer te blijven. Nu Marie toch madame de
-Jonquière en Raymonde <span class="pagenum">[<a id="pb352" href=
-"#pb352" name="pb352">352</a>]</span>had, om haar naar het
+Jonquière en Raymonde <span class="pagenum">[<a id="pb352" href="#pb352" name="pb352">352</a>]</span>had, om haar naar het
Hôpital terug te brengen, kon hij wel gaan en verdwijnen in een
donker hoekje, waar hij eindelijk zou kunnen uithuilen. Met een enkel
woord verontschuldigde hij zich en gaf zijn afspraak met dr. Chassaigne
@@ -15087,9 +14576,7 @@ had! Waarom toch had hij toen, ondanks zijn broederlijke vreugde, dat hij haar weer op den been zag, zoo’n bittere, stekende pijn in
zich voelen opstijgen, alsof een doodelijk ongeluk hem getroffen had?
Was hij dan jaloersch op de goddelijke genade? Leed hij eronder, dat de
-Heilige Maagd, die haar genas, hem vergeten had, hem, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb353" href="#pb353" name=
-"pb353">353</a>]</span>wiens ziel zoo ziek was? Hij herinnerde zich het
+Heilige Maagd, die haar genas, hem vergeten had, hem, <span class="pagenum">[<a id="pb353" href="#pb353" name="pb353">353</a>]</span>wiens ziel zoo ziek was? Hij herinnerde zich het
laatste uitstel, dat hij zich gegeven had, de uiterste en laatste
afspraak, die hij met het geloof gemaakt had voor het oogenblik, dat
het heilige Sacrament voorbij gedragen zou worden en wanneer Marie
@@ -15126,8 +14613,7 @@ hadden zij voor elkaar gebeden, waren zij met een zoo vurigen wensch voor hun wederkeerig geluk in elkaar opgegaan, dat zij een oogenblik
den diepen grond van die liefde hadden aangeraakt, welke zich geheel
geeft en zich geheel opoffert. En nu eindigde hun lange, door tranen
-gedrenkte toegenegenheid, <span class="pagenum">[<a id="pb354" href=
-"#pb354" name="pb354">354</a>]</span>de reine idylle van hun
+gedrenkte toegenegenheid, <span class="pagenum">[<a id="pb354" href="#pb354" name="pb354">354</a>]</span>de reine idylle van hun
gemeenschappelijk lijden met deze wreede scheiding: zij genezen en
stralend te midden van de lofzangen der triompheerende Basilica; hij
verloren, snikkend van wanhoop en vertwijfeling in de duisternis van de
@@ -15164,8 +14650,7 @@ herstelt. Maar een plotselinge angst maakte zich van hem meester. Wat? Wilde hij aan deze kleine, blanke ziel raken, in haar het geloof
dooden, ook haar geloofsvertrouwen in puin doen storten, puin,
waaronder hij zelf verpletterd was? Het scheen hem plotseling een
-schandelijke heiligschennis <span class="pagenum">[<a id="pb355" href=
-"#pb355" name="pb355">355</a>]</span>toe. Later, wanneer hij zichzelf
+schandelijke heiligschennis <span class="pagenum">[<a id="pb355" href="#pb355" name="pb355">355</a>]</span>toe. Later, wanneer hij zichzelf
zou moeten bekennen, niet in staat te zijn haar een dergelijk geluk
terug te geven, zou hij een afschuw van zichzelf krijgen, denken, dat
hij haar vermoord had. Misschien zou zij hem zelfs niet gelooven.
@@ -15203,8 +14688,7 @@ op een hevige crisis volgt, niet meer, dat hij leefde. Doch daar meende hij stappen te hooren klinken; met moeite stond hij op en deed alsof
hij de votiefplaten las, de in de marmeren steenen gegraveerde
opschriften. Maar hij had zich vergist, er was niemand; desniettemin
-<span class="pagenum">[<a id="pb356" href="#pb356" name=
-"pb356">356</a>]</span>bleef hij voortlezen, eerst werktuigelijk en als
+<span class="pagenum">[<a id="pb356" href="#pb356" name="pb356">356</a>]</span>bleef hij voortlezen, eerst werktuigelijk en als
om een afleiding te hebben, dan echter door een nieuwe gemoedsbeweging
medegesleept.</p>
<p>Het spotte met iedere verbeelding. Geloof, aanbidding en
@@ -15223,8 +14707,7 @@ den zegen van Notre-Dame de Lourdes op hun huwlijk.” Moeders roepen: “Dank aan Maria, driemaal heeft zij mijn kind
genezen!”—“Dank voor de geboorte van
Maria-Antoinette, die ik zoowel als mijzelf en de mijnen aan haar
-toewijd.”—<span class="corr" id="xd26e5849" title=
-"Niet in bron">“</span>De driejarige P. D. is voor de liefde der
+toewijd.”—<span class="corr" id="xd26e5849" title="Niet in bron">“</span>De driejarige P. D. is voor de liefde der
zijnen gespaard gebleven.” Echtgenooten, genezen zieken, aan het
geluk teruggegeven zielen roepen: “Bescherm mijn man; geef, dat
hij gezond blijve!”—“Ik was lam aan beide beenen en
@@ -15244,8 +14727,7 @@ bitterheid zijn mond, maakte een toenemende troosteloosheid zich van hem meester. Was hij dan de eenige, die geen hulp te verwachten had?
Was hij, waar zooveel gebeden in vervulling gingen, de eenige, die niet
verhoord zou worden? En nu dacht hij aan het buitengewoon groot aantal
-gebeden, <span class="pagenum">[<a id="pb357" href="#pb357" name=
-"pb357">357</a>]</span>die jaar in, jaar uit te Lourdes tot God moesten
+gebeden, <span class="pagenum">[<a id="pb357" href="#pb357" name="pb357">357</a>]</span>die jaar in, jaar uit te Lourdes tot God moesten
opstijgen. Hij trachtte het aantal te schatten: de dagen, doorgebracht
vóór de Grot, de nachten, doorwaakt in de Rozenkranskerk,
de ceremoniën in de Basilica, de processies in het zonlicht en in
@@ -15283,8 +14765,7 @@ oprijzende gebeden, alsof de voortdurende aanbidding in de Rozenkranskerk niet voldoende waren, dat vurige smeeken opnieuw om hem
heen op de muren der Crypt; maar dan werd het vereeuwigd in het marmer,
zou het tot aan het einde der dagen niet ophouden het lijden der
-menschheid <span class="pagenum">[<a id="pb358" href="#pb358" name=
-"pb358">358</a>]</span>uit te schreeuwen; hier bad het marmer, baden de
+menschheid <span class="pagenum">[<a id="pb358" href="#pb358" name="pb358">358</a>]</span>uit te schreeuwen; hier bad het marmer, baden de
muren, aangegrepen door de huivering van het universeele medelijden,
dat zich zelfs van de steenen meester maakte. En ten slotte stegen de
gebeden hooger en nog hooger, zweefden zij omhoog uit de stralende,
@@ -15322,22 +14803,18 @@ vulden het schip van het eene einde tot het andere. Alles laaide op in een fellen brandgloed, het vergulde koorhek, de gouden en zilveren
geloftegiften, de in diamanten gevatte lampen, de banieren met hun
lichte kleuren, de wierookvaten, die gezwaaid werden en op vliegende
-juweelen geleken. En achter in die fonkelende <span class=
-"pagenum">[<a id="pb359" href="#pb359" name=
-"pb359">359</a>]</span>schittering zag hij tusschen de sneeuwwitte
+juweelen geleken. En achter in die fonkelende <span class="pagenum">[<a id="pb359" href="#pb359" name="pb359">359</a>]</span>schittering zag hij tusschen de sneeuwwitte
koorhemden en de gouden misgewaden Marie met haar loshangende lokken,
haar gouden lokken, die haar als met een gouden mantel omgolfden. Het
orgel jubelde uit in een triomphantelijken lofzang, het razende volk
juichte tot God en abbé Judaine, die op het altaar het Heilige
Sacrament weer genomen had, hief het voor een laatste maal hoog en
glanzende als in een stralenkrans op in de van goud druipende Basilica,
-wier klokken naar alle windstreken den <span class="corr" id=
-"xd26e5877" title="Bron: triomph">triomf</span> van het wonder
+wier klokken naar alle windstreken den <span class="corr" id="xd26e5877" title="Bron: triomph">triomf</span> van het wonder
uitdreunden.</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e5880" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e5880" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">V.</h3>
</div>
@@ -15369,8 +14846,7 @@ maar open te stooten.”</p> <p>De gang was vrij diep en Pierre volgde, om geen misstap te doen, met
zijn hand den muur. Het kwam hem voor, alsof hij in het donker in een
kelder afdaalde en de glibberige grond onder hem steeds nat was van het
-water. Aan het <span class="pagenum">[<a id="pb360" href="#pb360" name=
-"pb360">360</a>]</span>eind sloeg hij op een nieuwe aanwijzing van den
+water. Aan het <span class="pagenum">[<a id="pb360" href="#pb360" name="pb360">360</a>]</span>eind sloeg hij op een nieuwe aanwijzing van den
dokter rechts af.</p>
<p>“Buk je, want je zoudt je kunnen stooten, de deur is erg
laag … Zoo, we zijn er!”</p>
@@ -15408,8 +14884,7 @@ hier als levend begraven, zonder licht, zonder lucht en zoo goed als zonder brood! Welk een vreeselijke ellende, wat een arme,
beklagenswaardige schepsels!”</p>
<p>Maar hij werd in de rede gevallen. Een gestalte, die Pierre eerst
-voor een oude vrouw hield, kwam binnen. Het was <span class=
-"pagenum">[<a id="pb361" href="#pb361" name="pb361">361</a>]</span>een
+voor een oude vrouw hield, kwam binnen. Het was <span class="pagenum">[<a id="pb361" href="#pb361" name="pb361">361</a>]</span>een
priester, de vicaris van de parochie, die tegenwoordig het huis
bewoonde. Hij kende den dokter.</p>
<p>“Ik hoorde u praten, dokter Chassaigne,” zeide hij,
@@ -15451,8 +14926,7 @@ u het zoo noemen wilt, een rommelkamer!”</p> <p>Zijn verlegenheid, waarbij ook wel een beetje schaamte kwam, werd
grooter. Dr. Chassaigne bleef zwijgen, kwam niet tusschenbeide; maar
hij glimlachte, blijkbaar in zijn schik, dat zijn vriend tegen die
-menschelijke ondankbaarheid opkwam. <span class="pagenum">[<a id=
-"pb362" href="#pb362" name="pb362">362</a>]</span></p>
+menschelijke ondankbaarheid opkwam. <span class="pagenum">[<a id="pb362" href="#pb362" name="pb362">362</a>]</span></p>
<p>Deze kon zich niet beheerschen en ging voort:</p>
<p>“Neem het me niet kwalijk, mijnheer de vicaris, dat ik er op
doorga. Maar bedenk toch, dat u alles aan Bernadette te danken hebt,
@@ -15610,9 +15084,7 @@ het wonder. En steeds weer kwam die eeuwige, die groote vrees terug te moeten deelen, het geld elders heen te zien vloeien, wanneer de nu wijs
geworden stad uit de graftombe voordeel zou weten te trekken.</p>
<p>Zelfs werd den paters een laag-arglistig plan toegeschreven. Zij
-zouden op het denkbeeld gekomen zijn het lijk van <span class=
-"pagenum">[<a id="pb366" href="#pb366" name=
-"pb366">366</a>]</span>Bernadette, dat de zusters van Nevers dan voor
+zouden op het denkbeeld gekomen zijn het lijk van <span class="pagenum">[<a id="pb366" href="#pb366" name="pb366">366</a>]</span>Bernadette, dat de zusters van Nevers dan voor
hen in den vrede van haar kapel zouden bewaren, voor zichzelf te
reserveeren. Maar zij wachtten, zij wilden het niet terugbrengen voor
de toevloed van pelgrims zou beginnen af te nemen. Waar zou die
@@ -15649,8 +15121,7 @@ hebben, om in Nevers te leven, zelfs haar lijk, dat onder den grond van een klooster gevangen ligt, niet durven terugbrengen.”</p>
<p>O, welk een erbarmelijk lot van dit arme wezentje, dat van de
levenden afgezonderd was en wier lijk nu ook in ballingschap blijven
-moest. Welk een diep medelijden had Pierre <span class=
-"pagenum">[<a id="pb367" href="#pb367" name="pb367">367</a>]</span>met
+moest. Welk een diep medelijden had Pierre <span class="pagenum">[<a id="pb367" href="#pb367" name="pb367">367</a>]</span>met
dit ongelukkige schepseltje, dat slechts uitverkoren scheen te zijn, om
zoowel tijdens haar leven als in den dood te lijden. Zelfs aangenomen,
dat een krachtige, slechts daarop gerichte wil haar niet had doen
@@ -15688,8 +15159,7 @@ maatschappelijk en historisch gunstig oogenblik, het onbekende weer ontsloten; en de menigten hadden er zich hals over kop ingestort. O,
zijn toevlucht te vinden in het mysterie, wanneer de werkelijkheid zoo
hard is, zich toe te vertrouwen aan het wonder, omdat de wreede natuur
-één lang, schreeuwend onrecht is! <span class=
-"pagenum">[<a id="pb368" href="#pb368" name="pb368">368</a>]</span>Maar
+één lang, schreeuwend onrecht is! <span class="pagenum">[<a id="pb368" href="#pb368" name="pb368">368</a>]</span>Maar
hoe men het onbekende ook organiseert en in dogma’s samenvat en
er een geopenbaarden godsdienst van maakt, in zijn diepste diepte is en
blijft de lijdenskreet, de kreet van het leven, dat gezondheid, vreugde
@@ -15728,9 +15198,7 @@ minuten waren zij er. Het gesprek was intusschen weer op de paters van de Grot gekomen, op den vreeselijken oorlog, dien pater Sempé,
zonder kwartier te geven, tegen den vroegeren pastoor van Lourdes
gevoerd had. Overwonnen, was deze in een hevige verbittering gestorven;
-en na hem aldus door verdriet gedood te hebben, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb369" href="#pb369" name=
-"pb369">369</a>]</span>hadden zij ook zijn kerk, die hij onvoltooid,
+en na hem aldus door verdriet gedood te hebben, <span class="pagenum">[<a id="pb369" href="#pb369" name="pb369">369</a>]</span>hadden zij ook zijn kerk, die hij onvoltooid,
zonder dak en open liggend voor wind en regen, had achtergelaten,
vermoord. Sedert men hem uit het bezit der Grot verdreven, uit het werk
van Notre-Dame de Lourdes, waarvan hij met Bernadette de pionier
@@ -15767,9 +15235,7 @@ ronde apsis om, waartegen de sacristie haar twee verdiepingen kleine ramen rijde; dan ging hij weer terug en werd niet moede te kijken naar
de koninklijke verdeeling van het bouwwerk, naar de groote lijnen, die
zich tegen het blauw afteekenden, naar de boven elkaar gelegen daken,
-naar die enorme massa, die in haar kracht den eeuwen <span class=
-"pagenum">[<a id="pb370" href="#pb370" name=
-"pb370">370</a>]</span>weerstand bieden zou. Maar wanneer hij zijn
+naar die enorme massa, die in haar kracht den eeuwen <span class="pagenum">[<a id="pb370" href="#pb370" name="pb370">370</a>]</span>weerstand bieden zou. Maar wanneer hij zijn
oogen sloot, riep hij in een verrukking van trots vooral den gevel voor
zijn geest: beneden het voorportaal met zijn drie boven-galerijen, de
galerij rechts en de galerij links, waarvan de steenen daken een krans
@@ -15806,8 +15272,7 @@ was een uit eikenhout gesneden kunstwerk. De doopvonten waren door een kunstenaarshand uit hardsteen gehouwen. Schilderijen van meesters
versierden de muren, kruisen, hostievazen, kostbare monstransen,
gewijde gewaden, schitterend als zonnen, lagen in ontelbaren getale in
-de kasten der sacristie. <span class="pagenum">[<a id="pb371" href=
-"#pb371" name="pb371">371</a>]</span>Welk een heerlijke droom de
+de kasten der sacristie. <span class="pagenum">[<a id="pb371" href="#pb371" name="pb371">371</a>]</span>Welk een heerlijke droom de
hoogepriester van zulk een tempel te zijn, erin te heerschen, na hem
eerst met hartstochtelijke geestdrift gebouwd te hebben, er de uit alle
hoeken der wereld samengestroomde scharen te zegenen, terwijl de vol
@@ -15846,8 +15311,7 @@ het gras, dat den woesten, hobbeligen grond van de zijbeuken en van het schip bedekte,—een dicht kerkhofgras, waardoor vrouwen
langzamerhand voetpaden gemaakt hadden—steeg een diepe
melancholie op. Die vrouwen kwamen hier haar wasch bleeken of drogen.
-<span class="pagenum">[<a id="pb372" href="#pb372" name=
-"pb372">372</a>]</span>Een echte wasch van armoedzaaiers, dikke lakens,
+<span class="pagenum">[<a id="pb372" href="#pb372" name="pb372">372</a>]</span>Een echte wasch van armoedzaaiers, dikke lakens,
gescheurde hemden, luiers lag er juist te drogen in de laatste
zonnestralen, die door de breede ruitlooze ramen binnenvielen.</p>
<p>Langzaam, zonder te spreken liepen Pierre en dr. Chassaigne het
@@ -15884,8 +15348,7 @@ touw liggen, dat door het vocht opgevreten werd. Ook stond er een ingevallen geraamte van een lier, dat zich als een galg verhief. Stelen
van spaden, gebroken stukken van kruiwagens slingerden nog rond
tusschen vergeten gereedschap en hoopen groenachtig geworden, met
-<span class="pagenum">[<a id="pb373" href="#pb373" name=
-"pb373">373</a>]</span>mos bedekte steenen, waarop slingerplanten
+<span class="pagenum">[<a id="pb373" href="#pb373" name="pb373">373</a>]</span>mos bedekte steenen, waarop slingerplanten
bloeiden. Onder de brandnetels zag men hier en daar de rails terug van
de kleine spoorbaan, die men voor het vervoer der materialen aangelegd
had, terwijl een daarbij behoorende tip ondersteboven in een hoek lag.
@@ -15922,9 +15385,7 @@ ruïne vatte hij nog eenmaal de feiten samen: de pastoor wierp zich geestdriftig op den bouw van zijn kerk, maakte schulden, rekende niet
meer, terwijl pater Sempé, die op den loer lag, gebruik maakte
van ieder van zijn fouten, hem bij den bisschop in discrediet bracht en
-<span class="pagenum">[<a id="pb374" href="#pb374" name=
-"pb374">374</a>]</span>ten <span class="corr" id="xd26e6078" title=
-"Bron: slotter">slotte</span> erin slaagde de bron der giften te
+<span class="pagenum">[<a id="pb374" href="#pb374" name="pb374">374</a>]</span>ten <span class="corr" id="xd26e6078" title="Bron: slotter">slotte</span> erin slaagde de bron der giften te
verstoppen en de werkzaamheden te doen ophouden. Dan volgden, na den
dood van den overwonnene, eindelooze processen, vijftien jaren van
processen, die aan de winters den tijd gegeven hadden om het werk op te
@@ -15999,9 +15460,7 @@ voetstuk rustende grafteeken was geheel van marmer. In gouden letters aangebrachte opschriften vertolkten de gedachten der gevers; zij waren
als een kreet van waarheid en genoegdoening, die uit het graf oprees.
Op de voorzijde las men: “Vrome obolen, uit de geheele wereld
-saamgekomen, hebben dit grafteeken opgericht tot gezegende <span class=
-"pagenum">[<a id="pb376" href="#pb376" name=
-"pb376">376</a>]</span>nagedachtenis van den grooten dienaar van
+saamgekomen, hebben dit grafteeken opgericht tot gezegende <span class="pagenum">[<a id="pb376" href="#pb376" name="pb376">376</a>]</span>nagedachtenis van den grooten dienaar van
Notre-Dame de Lourdes.” Aan den rechterkant las men deze woorden
uit een breve van Pius IX: “Gij hebt u geheel opgeofferd om een
tempel te bouwen voor de Moeder Gods,” terwijl men links het
@@ -16037,9 +15496,7 @@ locomobiel plotseling weer gestookt worden en haar adem terugvinden zou, om de dakbalken op te hijschen. Zijn geliefd werk, de reusachtige
bouw, stortte in boven zijn hoofd, met gevouwen handen en gesloten
oogen bewaakte hij de puinhoopen en wachtte.</p>
-<p>Fluisterend vertelde de dokter de wreede geschiedenis <span class=
-"pagenum">[<a id="pb377" href="#pb377" name=
-"pb377">377</a>]</span>verder, hoe men, na pastoor Peyramale en diens
+<p>Fluisterend vertelde de dokter de wreede geschiedenis <span class="pagenum">[<a id="pb377" href="#pb377" name="pb377">377</a>]</span>verder, hoe men, na pastoor Peyramale en diens
werk vervolgd te hebben, thans zijn graf vervolgde. Vroeger was er een
borstbeeld van den pastoor geweest en hadden vrome handen het vlammetje
van een lamp brandende gehouden. Maar toen een vrouw voorover op den
@@ -16076,8 +15533,7 @@ gemaakt, dat zijn hart vol schoot. Hij hoorde de zware droppels te midden der diepe stilte, de seconden der eeuwigheid te tellen
scheen, op het graf uiteenspatten. Hij dacht aan de eeuwige ellende van
deze wereld, waarin altijd de besten tot lijden uitverkoren zijn. De
-twee groote pioniers van <span class="pagenum">[<a id="pb378" href=
-"#pb378" name="pb378">378</a>]</span>Notre-Dame de Lourdes, Bernadette
+twee groote pioniers van <span class="pagenum">[<a id="pb378" href="#pb378" name="pb378">378</a>]</span>Notre-Dame de Lourdes, Bernadette
en pastoor Peyramale, leefden weer voor hem op als twee deerniswaardige
slachtoffers, gemarteld gedurende hun leven, verbannen na hun dood. Dat
alleen zou reeds voldoende geweest zijn om het geloof geheel in hem te
@@ -16085,45 +15541,33 @@ dooden, want de Bernadette, die hij aan het einde van zijn onderzoek terugvond, was slechts een mensen, een met alle smarten beladen zuster.
Maar desniettemin bleef hij voor haar een vereering vol broederlijke
toegenegenheid voelen. En twee tranen rolden langzaam over zijn wangen.
-<span class="pagenum">[<a id="pb379" href="#pb379" name=
-"pb379">379</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb379" href="#pb379" name="pb379">379</a>]</span></p>
</div>
</div>
</div>
<div class="footnotes">
<hr class="fnsep">
<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e5479" href="#xd26e5479src" name="xd26e5479">1</a></span> Loof,
-Sion, den Verlosser! <a class="fnarrow" href=
-"#xd26e5479src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e5525" href="#xd26e5525src" name="xd26e5525">2</a></span> Mijn
-ziel verheerlijkt den Heer. <a class="fnarrow" href=
-"#xd26e5525src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e5695" href="#xd26e5695src" name="xd26e5695">3</a></span> En mijn
-geest heeft gejuicht in God, mijn redder. <a class="fnarrow" href=
-"#xd26e5695src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e5712" href="#xd26e5712src" name="xd26e5712">4</a></span> Hij
-heeft de machtigen vernederd en de nederigen verhoogd. <a class=
-"fnarrow" href="#xd26e5712src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e5752" href="#xd26e5752src" name="xd26e5752">5</a></span> Zooals
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e5479" href="#xd26e5479src" name="xd26e5479">1</a></span> Loof,
+Sion, den Verlosser! <a class="fnarrow" href="#xd26e5479src">↑</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e5525" href="#xd26e5525src" name="xd26e5525">2</a></span> Mijn
+ziel verheerlijkt den Heer. <a class="fnarrow" href="#xd26e5525src">↑</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e5695" href="#xd26e5695src" name="xd26e5695">3</a></span> En mijn
+geest heeft gejuicht in God, mijn redder. <a class="fnarrow" href="#xd26e5695src">↑</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e5712" href="#xd26e5712src" name="xd26e5712">4</a></span> Hij
+heeft de machtigen vernederd en de nederigen verhoogd. <a class="fnarrow" href="#xd26e5712src">↑</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e5752" href="#xd26e5752src" name="xd26e5752">5</a></span> Zooals
hij gesproken heeft tot onze vaderen, tot Abraham en zijn zaad in
eeuwigheid. <a class="fnarrow" href="#xd26e5752src">↑</a></p>
</div>
</div>
</div>
-<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h2 class="main">VIJFDE DAG</h2>
</div>
<div class="divBody">
-<div id="xd26e6126" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e6126" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">I.</h3>
</div>
@@ -16155,8 +15599,7 @@ van zulke dikke, onverstaanbare stemmen weerklonken.</p> <p>Pierre, die steeds wakkerder werd, sprong telkens met een schrik op,
daar hij steeds weer dacht, dat het mijnheer de Guersaint was, die
thuiskwam. Gedurende enkele minuten luisterde hij dan ingespannen, maar
-hij hoorde niets dan het <span class="pagenum">[<a id="pb380" href=
-"#pb380" name="pb380">380</a>]</span>buitengewone lawaai op de gang,
+hij hoorde niets dan het <span class="pagenum">[<a id="pb380" href="#pb380" name="pb380">380</a>]</span>buitengewone lawaai op de gang,
waarin hij niets duidelijk onderscheiden kon. Was het links de
priester, de moeder en haar drie dochters, het oude echtpaar, die tegen
de meubelen aanliepen? Of was het rechts die andere talrijke familie,
@@ -16196,8 +15639,7 @@ soutane vinden.</p> <p>“Natuurlijk, natuurlijk ga ik mee. Maar ik kan haar niet
bedienen, daarvoor heb ik het noodige niet hier.”</p>
<p>Mijnheer Vigneron hielp hem zich aan te kleeden, bukte zich om naar
-Pierre’s pantoffels te zoeken. <span class="pagenum">[<a id=
-"pb381" href="#pb381" name="pb381">381</a>]</span></p>
+Pierre’s pantoffels te zoeken. <span class="pagenum">[<a id="pb381" href="#pb381" name="pb381">381</a>]</span></p>
<p>“Dat komt er niet op aan, alleen het zien van u zal haar het
scheiden makkelijker maken, wanneer God ons die beproeving
zendt … Trek eerst uw pantoffels aan en kom dan
@@ -16235,8 +15677,7 @@ zoo plotselingen dood van den chef de bureau, wiens plaats mijnheer Vigneron zou innemen, den machtigen vinger der Heilige Maagd gezien.
Overstelpte zij hen nu nog meer met hun genade, door zelfs de onbewuste
droomerijen van hun wenschen te verhooren? Toch hadden zij nooit
-iemands dood gewild, zij waren brave <span class="pagenum">[<a id=
-"pb382" href="#pb382" name="pb382">382</a>]</span>menschen, niet in
+iemands dood gewild, zij waren brave <span class="pagenum">[<a id="pb382" href="#pb382" name="pb382">382</a>]</span>menschen, niet in
staat tot een slechte daad, die hun godsdienstplichten zeer trouw
waarnamen, geregeld biechtten, zonder vertoon ter communie gingen.
Wanneer zij dachten aan de vijfhonderd duizend francs, aan hun zoon,
@@ -16276,8 +15717,7 @@ haar niet te zeggen uit vrees haar schrik aan te jagen.”</p> menschelijke ontroering, welke bij hem in het aangezicht van het
eeuwige leven, den eeuwigen dood, de plaats van het geloof innam. Dan
bleef hij nog een oogenblik op zijn knieën liggen en hoorde de
-fluisterende stemmen van het echtpaar. <span class="pagenum">[<a id=
-"pb383" href="#pb383" name="pb383">383</a>]</span></p>
+fluisterende stemmen van het echtpaar. <span class="pagenum">[<a id="pb383" href="#pb383" name="pb383">383</a>]</span></p>
<p>De kleine, op zijn bed vergeten Gustave was blijkbaar ongeduldig
geworden. Hij huilde en riep:</p>
<p>“Mama! Mama! Mama!”</p>
@@ -16314,8 +15754,7 @@ beide kandelaars, die op den schoorsteenmantel stonden, aanstak.</p> spreken, “het is een groot verlies voor ons allemaal. Nu is onze
reis heelemaal bedorven, want het was onze laatste dag, we vertrekken
vanmiddag … En de Heilige Maagd was juist zoo genadig voor
-ons …” <span class="pagenum">[<a id="pb384" href=
-"#pb384" name="pb384">384</a>]</span></p>
+ons …” <span class="pagenum">[<a id="pb384" href="#pb384" name="pb384">384</a>]</span></p>
<p>Maar bij het zien van den verwonderden blik van zijn zoon, een blik
van oneindige melancholie en verwijt, verbeterde hij gauw:</p>
<p>“Ja zeker, ik weet wel, dat zij je nog niet heelemaal genezen
@@ -16395,8 +15834,7 @@ zak en zou een langen, vreugdevollen ouderdom hebben. Deze dingen lichtten zóó akelig-duidelijk uit die scherpe,
melancholieke en glimlachende oogen van het ter dood veroordeelde kind
òp, dat vader en zoon een oogenblik in de vaste overtuiging
-verkeerden, dat zij ze elkaar met luide stem toeriepen. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb386" href="#pb386" name="pb386">386</a>]</span></p>
+verkeerden, dat zij ze elkaar met luide stem toeriepen. <span class="pagenum">[<a id="pb386" href="#pb386" name="pb386">386</a>]</span></p>
<p>Maar mijnheer Vigneron kwam er tegen op, wendde zijn hoofd af,
protesteerde heftig:</p>
<p>“Wat, denk je, dat je dan dood zal zijn?… Wat een
@@ -16438,8 +15876,7 @@ opsluiting in die liefdekamer doorgebracht te hebben, verliet zij die nu vroeg in den morgen. Het was nog geen zes uur, zij hoopte door
niemand gezien te worden, als een schim zoo licht weg te sluipen door
de ledige gangen en trappen; zij wilde zich ook nog in het
-Hôpital laten zien <span class="pagenum">[<a id="pb387" href=
-"#pb387" name="pb387">387</a>]</span>en daar den geheelen laatsten
+Hôpital laten zien <span class="pagenum">[<a id="pb387" href="#pb387" name="pb387">387</a>]</span>en daar den geheelen laatsten
ochtend blijven, om haar gaan naar Lourdes te rechtvaardigen. Toen zij
Pierre zag, begon zij vreeselijk te beven en stamelde eerst:</p>
<p>“O, mijnheer de abbé, mijnheer de
@@ -16479,8 +15916,7 @@ kon, ook al moest men erdoor ten gronde gaan.</p> vertelde, wat ik geleden heb … Het zijn trouwens dingen,
die u ongetwijfeld vermoed hebt, want u kent mijn man en mijn
schoonmoeder. De enkele keeren, dat u bij ons geweest bent, hebt u
-natuurlijk begrepen, welke gruwelen er zich, ondanks <span class=
-"pagenum">[<a id="pb388" href="#pb388" name="pb388">388</a>]</span>mijn
+natuurlijk begrepen, welke gruwelen er zich, ondanks <span class="pagenum">[<a id="pb388" href="#pb388" name="pb388">388</a>]</span>mijn
tevreden manier van doen, in mijn stil en bescheiden hoekje
afspeelden … Maar tien jaar zoo leven, nooit werkelijk
mensch zijn, nooit liefhebben, nooit bemind worden, neen, neen, dat heb
@@ -16518,8 +15954,7 @@ alleen maar, dat ik die zonde even natuurlijk bedreven heb als dat ik adem haal, omdat zij voor mijn leven noodzakelijk was.”</p>
<p>Zij had haar hand aan haar lippen gebracht, als wilde zij de wereld
een kus geven. Pierre voelde zich ontroerd bij het zien van deze van
-liefde gloeiende vrouw, die de hartstocht, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb389" href="#pb389" name="pb389">389</a>]</span>de
+liefde gloeiende vrouw, die de hartstocht, <span class="pagenum">[<a id="pb389" href="#pb389" name="pb389">389</a>]</span>de
eeuwige begeerte zelf was. Dan begon een oneindig medelijden in hem op
te komen.</p>
<p>“Arme vrouw!” prevelde hij.</p>
@@ -16559,8 +15994,7 @@ Elkaar nog een laatste maal te omarmen, in elkaar weg te willen smelten, om voor eeuwig één te blijven, zich te moeten
losrukken, alsof de helft van je vleesch mede losgerukt wordt, en dan
te moeten denken, hoeveel lange dagen, hoeveel lange nachten
-<span class="pagenum">[<a id="pb390" href="#pb390" name=
-"pb390">390</a>]</span>er verstrijken zullen, zonder dat je elkaar ook
+<span class="pagenum">[<a id="pb390" href="#pb390" name="pb390">390</a>]</span>er verstrijken zullen, zonder dat je elkaar ook
maar ziet!</p>
<p>Pierre, wiens hart bloedde, toen hij zich die kwelling des vleesches
voor den geest riep, kon slechts herhalen:</p>
@@ -16602,8 +16036,7 @@ zich den afgrond, waarvoor hij stond, bewust: zijn kuischheid was zijn laatste steunpunt, gaf alleen nog waarde aan zijn mislukt leven van
ongeloovig priester.</p>
<p>Hij begreep, dat, als hij, na aan zijn verstand toegegeven
-<span class="pagenum">[<a id="pb391" href="#pb391" name=
-"pb391">391</a>]</span>te hebben, nu ook nog aan zijn vleesch toegaf,
+<span class="pagenum">[<a id="pb391" href="#pb391" name="pb391">391</a>]</span>te hebben, nu ook nog aan zijn vleesch toegaf,
hij geheel verloren zou zijn. Zijn geheele trots op zijn kuischheid, al
de kracht, die hij opgeroepen had om zijn ambt eerlijk te blijven
waarnemen, kwamen weer terug, en opnieuw deed hij zichzelf de plechtige
@@ -16644,8 +16077,7 @@ zich niet weerhouden te zeggen.</p> <p>Dan mengde zuster Hyacinthe zich in het gesprek.</p>
<p>“Niet waar, mijnheer de abbé, de Heilige Maagd heeft
alles ten goede geschikt! Wanneer zij zich ergens mee bemoeit, dan kom
-je frisch en geurig als een roos uit haar handen.” <span class=
-"pagenum">[<a id="pb392" href="#pb392" name="pb392">392</a>]</span></p>
+je frisch en geurig als een roos uit haar handen.” <span class="pagenum">[<a id="pb392" href="#pb392" name="pb392">392</a>]</span></p>
<p>“O,” viel het jonge meisje haar in de rede, “ik
ben zoo gelukkig, ik voel me zoo sterk, zoo gezond, zoo blank, alsof ik
pas geboren was.”</p>
@@ -16684,8 +16116,7 @@ zijn tranen verbergen wilde.</p> <p>“Kom, kom, laten we niet al te week worden,” zeide
zuster Hyacinthe vroolijk. “Mijnheer de abbé zou te
verwaand worden, als hij dacht, dat we alleen om hem gekomen waren.
-Mijnheer de Guersaint is zeker hiernaast!” <span class=
-"pagenum">[<a id="pb393" href="#pb393" name="pb393">393</a>]</span></p>
+Mijnheer de Guersaint is zeker hiernaast!” <span class="pagenum">[<a id="pb393" href="#pb393" name="pb393">393</a>]</span></p>
<p>“O, die beste papa! Wat zal die ook gelukkig zijn!” riep
Marie vol liefde uit.</p>
<p>Pierre moest nu vertellen, dat mijnheer de Guersaint nog niet terug
@@ -16727,9 +16158,7 @@ hebben, gelachen!”</p> <p>Weer hield hij op.</p>
<p>“En mijn dochter?”</p>
<p>Toen klonk achter hem een heldere lach. Hij keerde zich om, bleef
-met een open mond staan. Marie was daar, en zij <span class=
-"pagenum">[<a id="pb394" href="#pb394" name=
-"pb394">394</a>]</span>liep, haar gelaat straalde van blijde verrukking
+met een open mond staan. Marie was daar, en zij <span class="pagenum">[<a id="pb394" href="#pb394" name="pb394">394</a>]</span>liep, haar gelaat straalde van blijde verrukking
en heerlijke gezondheid. Nooit had hij aan het wonder getwijfeld, hij
was ook in het minst niet verrast, want hij kwam terug met de
overtuiging, dat alles goed afloopen zou, dat hij haar ongetwijfeld
@@ -16810,8 +16239,7 @@ weer in zijn oude verstrooidheid terugviel; “en gaan we vanavond weg?”</p>
<p>“Natuurlijk, vergeet het als het u blieft niet!… De
witte trein vertrekt om tien minuten over halfvier … En
-als u van <span class="pagenum">[<a id="pb396" href="#pb396" name=
-"pb396">396</a>]</span>mij een raad wilt aannemen, dan zou ik
+als u van <span class="pagenum">[<a id="pb396" href="#pb396" name="pb396">396</a>]</span>mij een raad wilt aannemen, dan zou ik
mademoiselle wat vroegtijdig terugbrengen, dan kan zij nog wat
rusten.”</p>
<p>Marie ging met de zuster tot de deur mede.</p>
@@ -16850,8 +16278,7 @@ geworpen was.</p> <p>“Tusschen twee haakjes, wat is er bij onze buurlui aan de
hand? Toen ik daareven boven kwam, vloog mijnheer Vigneron mij als een
bezetene voorbij; en door de open deur meende ik te zien, dat madame
-Vigneron er erg opgezet <span class="pagenum">[<a id="pb397" href=
-"#pb397" name="pb397">397</a>]</span>uitzag. … Heeft de
+Vigneron er erg opgezet <span class="pagenum">[<a id="pb397" href="#pb397" name="pb397">397</a>]</span>uitzag. … Heeft de
kleine Gustave soms weer een aanval gehad?”</p>
<p>Pierre had madame Chaise, de doode, die daar aan de andere zijde van
het dunne beschot sliep, heelemaal vergeten. Hij meende een killen
@@ -16879,8 +16306,7 @@ wanneer ik bedenk, dat niet iedereen even gelukkig is als ik!”</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e6462" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e6462" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">II.</h3>
</div>
@@ -16895,8 +16321,7 @@ Heilige Maagd haar genezen had! Het was een onweerstaanbare drang van heel haar wezen, van haar hart, van haar bloed.</p>
<p>Maar toen zij wegging, besliste zij toch, dat haar eerste bezoek met
haar vader aan de Grot moest zijn, waar zij samen Notre-Dame de Lourdes
-danken moesten. Daarna <span class="pagenum">[<a id="pb398" href=
-"#pb398" name="pb398">398</a>]</span>zouden ze vrij zijn, zouden ze nog
+danken moesten. Daarna <span class="pagenum">[<a id="pb398" href="#pb398" name="pb398">398</a>]</span>zouden ze vrij zijn, zouden ze nog
twee volle uren hebben om te wandelen, waar zij wilden,
vóór zij naar het Hôpital terugging om te
dejeuneeren en haar zaakjes bij elkaar te pakken.</p>
@@ -17019,8 +16444,7 @@ van uit haar ziekenwagentje gezien had, ging zij nu binnen, zij ademde erin als in het paradijs zelf, badend in een lauwe warmte, in een
zachten geur, die haar toch eenigszins bedwelmde. Toen zij de kaarsen
in de groote mand neergelegd had en op haar teenen was gaan staan,
-<span class="pagenum">[<a id="pb401" href="#pb401" name=
-"pb401">401</a>]</span>om den ruiker boven aan een spijl van het hek te
+<span class="pagenum">[<a id="pb401" href="#pb401" name="pb401">401</a>]</span>om den ruiker boven aan een spijl van het hek te
steken, kuste zij lang de rots onder het beeld der Heilige Maagd, op de
plek, waar millioenen lippen die glad gemaakt hadden. En deze kus,
welken zij aan dien steen gaf, was een kus van liefde, waarin zij al
@@ -17059,8 +16483,7 @@ Marcadal uitstapten.</p> <p>“Goed, mijnheer de abbé.”</p>
<p>En terwijl hij zijn mager paard in de volle zon liet staan, ging hij
grapjes maken met een flinke, brutale meid, die in een fontein een hond
-aan het wasschen was. <span class="pagenum">[<a id="pb402" href=
-"#pb402" name="pb402">402</a>]</span></p>
+aan het wasschen was. <span class="pagenum">[<a id="pb402" href="#pb402" name="pb402">402</a>]</span></p>
<p>Cazaban stond juist aan de deur van zijn winkel, welks groote
spiegelruiten en lichtgroene verf het trieste, door de week steeds
verlaten plein opvroolijkten. Wanneer het niet druk was, stond hij
@@ -17100,8 +16523,7 @@ een kermisbed sliepen.</p> vertrekken vandaag, maar morgen verwacht ik weer anderen; je hebt bijna
geen tijd om de boel even schoon te maken.—En dat gaat zoo tot in
October toe door.”</p>
-<p>Daar Pierre op en neer bleef loopen of ongeduldig naar <span class=
-"pagenum">[<a id="pb403" href="#pb403" name="pb403">403</a>]</span>de
+<p>Daar Pierre op en neer bleef loopen of ongeduldig naar <span class="pagenum">[<a id="pb403" href="#pb403" name="pb403">403</a>]</span>de
muren stond te kijken, keerde hij zich beleefd om:</p>
<p>“Ga toch zitten, mijnheer de abbé, en neem een courant.
Het zal niet lang duren.”</p>
@@ -17119,8 +16541,7 @@ wat ik te zeggen heb.”</p> <p>Toen was het hek van den dam, praatte hij aan één stuk
door. Zijn groote oogen rolden in zijn lang gezicht met de
vooruitstekende kaakbeenderen, den door den zon verbranden tint en de
-vele zomersproeten, terwijl zijn klein, <span class="corr" id=
-"xd26e6573" title="Bron: zenuwachig">zenuwachtig</span> lichaampje
+vele zomersproeten, terwijl zijn klein, <span class="corr" id="xd26e6573" title="Bron: zenuwachig">zenuwachtig</span> lichaampje
schokte van zijn vele gebaren en woorden. Hij kwam op zijn acte van
beschuldiging terug, vertelde de tallooze grieven, die de oude stad
tegen de paters had. De hoteliers klaagden, de handelaren in religieuze
@@ -17141,8 +16562,7 @@ zijn, die reeds onder het keizerrijk op de candidaten der oppositie stemde, had toch zeker wel het recht om te zeggen, dat hij niet
geloofde aan hun vuile Grot, dat hij die aan zijn laars lapte.</p>
<p>“Laat ik u eens één feit noemen, mijnheer. Ik
-weet het <span class="pagenum">[<a id="pb404" href="#pb404" name=
-"pb404">404</a>]</span>van mijn broer, die lid van den gemeenteraad
+weet het <span class="pagenum">[<a id="pb404" href="#pb404" name="pb404">404</a>]</span>van mijn broer, die lid van den gemeenteraad
is … Eerst moet ik u echter vertellen, dat wij
tegenwoordig een republikeinschen gemeenteraad hebben, die zich den
zedelijken achteruitgang van de stad zeer aantrekt. ’s Avonds kun
@@ -17161,11 +16581,9 @@ te eischen, dat zij zich aan hun contract zouden houden en hun uitdrukkelijk te gelasten, den winkel onmiddellijk te sluiten. En weet
u wat zij geantwoord hebben, mijnheer?… O, wat ze al twintigmaal
geantwoord hebben, wat ze altijd antwoorden, wanneer men ze aan hun
-<span class="corr" id="xd26e6580" title=
-"Bron: verplichingen">verplichtingen</span> herinnert: “Goed, we
+<span class="corr" id="xd26e6580" title="Bron: verplichingen">verplichtingen</span> herinnert: “Goed, we
zullen ze houden, maar wij zijn meester in ons eigen huis, en we
-sluiten de Grot.”<span class="corr" id="xd26e6583" title=
-"Niet in bron">”</span></p>
+sluiten de Grot.”<span class="corr" id="xd26e6583" title="Niet in bron">”</span></p>
<p>Hij was rechtop gaan staan, zwaaide met zijn scheermes in de lucht
en herhaalde, terwijl hij de woorden scandeerde en zijn oogen, die door
deze enormiteit nog grooter geworden waren, wijd opensperde:</p>
@@ -17173,8 +16591,7 @@ deze enormiteit nog grooter geworden waren, wijd opensperde:</p> <p>Pierre, die nog steeds op en neer liep, bleef plotseling staan en
zeide hem vlak in zijn gezicht:</p>
<p>“Dan had de gemeenteraad moeten antwoorden: “Sluit
-haar!”<span class="corr" id="xd26e6594" title=
-"Niet in bron">”</span></p>
+haar!”<span class="corr" id="xd26e6594" title="Niet in bron">”</span></p>
<p>Cazaban stikte bijna. Het bloed stroomde naar zijn gezicht.</p>
<p>“De Grot sluiten!… De Grot sluiten!” stamelde
hij.</p>
@@ -17186,8 +16603,7 @@ oplossing zijn, en wanneer men daartoe de macht bezat, zou men u een dienst bewijzen door de paters te dwingen hun bedreiging uit te
voeren.”</p>
<p>Hoe langer Pierre sprak, des te meer zakte de woede van Cazaban. Hij
-werd kalm en wat bleek. In zijn groote oogen <span class=
-"pagenum">[<a id="pb405" href="#pb405" name="pb405">405</a>]</span>zag
+werd kalm en wat bleek. In zijn groote oogen <span class="pagenum">[<a id="pb405" href="#pb405" name="pb405">405</a>]</span>zag
de priester een zekere ongerustheid grooter worden. Was hij niet te ver
gegaan in zijn hartstocht tegen de paters? Vele geestelijken waren
alles behalve met hen ingenomen, misschien was deze jonge priester
@@ -17225,8 +16641,7 @@ is er vol van, zeker al twintig menschen hebben het me verteld … Ja, het schijnt, dat zij een buitengewoon wonder
te boeken hebben, een jonge dame, die verlamd was en die opgestaan is
en haar wagentje tot in het koor der Basilica gereden heeft.”
-<span class="pagenum">[<a id="pb406" href="#pb406" name=
-"pb406">406</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb406" href="#pb406" name="pb406">406</a>]</span></p>
<p>Mijnheer de Guersaint, die, na zich afgedroogd te hebben, weer wilde
gaan zitten, lachte welgevallig:</p>
<p>“Die jonge dame is mijn dochter.”</p>
@@ -17267,9 +16682,7 @@ terwijl zijn eene been hing te slingeren, zich langzaam de woorden ontvallen:</p>
<p>“Ja, mijnheer de abbé, Lourdes heeft goed opgenomen,
maar het is de vraag, of het lang zoo zal duren.”</p>
-<p>Getroffen door dit woord, overwoog Pierre er de diepe <span class=
-"pagenum">[<a id="pb407" href="#pb407" name=
-"pb407">407</a>]</span>beteekenis van, toen mijnheer de Guersaint met
+<p>Getroffen door dit woord, overwoog Pierre er de diepe <span class="pagenum">[<a id="pb407" href="#pb407" name="pb407">407</a>]</span>beteekenis van, toen mijnheer de Guersaint met
Marie terugkwam. Hij had haar nog op dezelfde plaats, in hetzelfde
dankgebed verdiept, aan de voeten der Heilige Maagd teruggevonden; het
leek alsof zij den geheelen gloed der Grot in haar oogen had
@@ -17344,9 +16757,7 @@ gerechtigheid en gelijkheid bracht. Zij was de eeuwige hoop, de eeuwige vertroosting. Bovendien schenen alle historische en maatschappelijke
omstandigheden samengewerkt te hebben om aan het einde van een
verschrikkelijke eeuw van empiristische onderzoekingen en nasporingen
-den drang naar die mystieke vlucht te versterken; <span class=
-"pagenum">[<a id="pb409" href="#pb409" name=
-"pb409">409</a>]</span>daarom zou Lourdes ongetwijfeld nog lang in zijn
+den drang naar die mystieke vlucht te versterken; <span class="pagenum">[<a id="pb409" href="#pb409" name="pb409">409</a>]</span>daarom zou Lourdes ongetwijfeld nog lang in zijn
triomf blijven voortbestaan, alvorens het niets meer zijn zou dan een
legende, een van die doode godsdiensten met een sterken, maar
vervluchtigden geur.</p>
@@ -17383,8 +16794,7 @@ steeds voegde in den nauwen band van een strenge, godsdienstige tucht. Geen overdadige weelde, een kalme, eeuwenoude handel was voldoende voor
het dagelijksche leven, een armzalig-eenvoudig leven, welks ruwheid de
beste bescherming voor de goede zeden was. Nooit had Pierre beter
-begrepen hoe Bernadette, de dochter van dat <span class=
-"pagenum">[<a id="pb410" href="#pb410" name="pb410">410</a>]</span>land
+begrepen hoe Bernadette, de dochter van dat <span class="pagenum">[<a id="pb410" href="#pb410" name="pb410">410</a>]</span>land
van geloof en strenge zeden, er gebloeid had als een natuurroos,
ontloken op de wilde rozestruiken langs den weg.</p>
<p>“Het is toch wel interessant,” zeide mijnheer de
@@ -17425,8 +16835,7 @@ men broodjes met worst en ham verkocht. Men kocht vruchten, men kocht wijn, manden vulden zich zóó met flesschen en vette
papieren, dat zij bijna barstten. Een koopman, die met kaas liep te
venten, zag zijn wagen eensklaps leeg, als was er een stormwind door
-geloeid. <span class="pagenum">[<a id="pb411" href="#pb411" name=
-"pb411">411</a>]</span></p>
+geloeid. <span class="pagenum">[<a id="pb411" href="#pb411" name="pb411">411</a>]</span></p>
<p>Maar vooral kocht de menigte religieuze artikelen; ventende kooplui,
wier wagentjes vol beeldjes en vrome prentjes waren, deden schitterende
zaken. Voor de winkels werd queue gemaakt: vrouwen hadden buitengewoon
@@ -17457,14 +16866,12 @@ Maar hij moest toch leven; en Pierre meende te weten, dat de familie der zieneres in haar winkel naast de van goud stralende Basilica, geen
schitterende zaken maakte, zoo scherp was de concurrentie. Het mocht
dan waar zijn, dat de pelgrims millioenen in Lourdes achterlieten, er
-waren meer dan tweehonderd handelaars in <span class="corr" id=
-"xd26e6695" title="Bron: religieuse">religieuze</span> artikelen,
+waren meer dan tweehonderd handelaars in <span class="corr" id="xd26e6695" title="Bron: religieuse">religieuze</span> artikelen,
ongerekend de hoteliers en pensionhouders, die het grootste gedeelte
opstreken, zoodat de zoo vurige betwiste winsten ten slotte middelmatig
waren. Het geheele plateau langs, rechts en links van
Bernadette’s broer, waren nog andere winkels, één
-<span class="corr" id="xd26e6698" title=
-"Bron: onderbroken">ononderbroken</span> rij winkels naast elkaar, die
+<span class="corr" id="xd26e6698" title="Bron: onderbroken">ononderbroken</span> rij winkels naast elkaar, die
alle afdeelingen van de door de stad gebouwde galerij innamen en de
stad een jaarlijksche huursom van zestigduizend francs opbrachten. Het
waren echte bazars, <span class="pagenum">[<a id="pb412" href="#pb412"
@@ -17509,9 +16916,7 @@ nog even.</p> doen.”</p>
<p>“Natuurlijk,” zeide Marie. “Kijk eens hoe mooi de
winkel is.”</p>
-<p>Zij ging het eerst den winkel binnen, werkelijk een der <span class=
-"pagenum">[<a id="pb413" href="#pb413" name=
-"pb413">413</a>]</span>grootste van de straat en die de geheele
+<p>Zij ging het eerst den winkel binnen, werkelijk een der <span class="pagenum">[<a id="pb413" href="#pb413" name="pb413">413</a>]</span>grootste van de straat en die de geheele
linkerhelft van den rez-de-chaussée van het hotel besloeg.
Mijnheer de Guersaint en Pierre volgden haar.</p>
<p>Appoline, de nicht van Majesté, die met den verkoop belast
@@ -17549,8 +16954,7 @@ een paar kleinigheden koopen.”</p> <p>“Uitstekend, mijnheer, kies zelf uit, dan kunnen we straks
verder zien.”</p>
<p>Toen er andere koopers binnenkwamen, vergat Appoline hen al gauw en
-vatte haar taak als knappe verkoopster weer <span class=
-"pagenum">[<a id="pb414" href="#pb414" name="pb414">414</a>]</span>op
+vatte haar taak als knappe verkoopster weer <span class="pagenum">[<a id="pb414" href="#pb414" name="pb414">414</a>]</span>op
met vleiende woorden, verleidelijke bewegingen, vooral voor de mannen,
die zij nooit liet vertrekken of zij moesten hun zakken vol hebben.</p>
<p>Van den louis d’or, dien Blanche mijnheer de Guersaint bij het
@@ -17589,8 +16993,7 @@ door Bernadette gemaakte beschrijving weer: het vriendelijk lachende gezicht, de zeer lange sluier, de blauwe sjerp, de gouden rozen op de
voeten, maar met kleine variaties voor ieder model, om daardoor den
eigendom van den vervaardiger te beschermen. Verder was er nog een
-andere vloed van religieuze artikelen: de <span class="pagenum">[<a id=
-"pb415" href="#pb415" name="pb415">415</a>]</span>honderd verschillende
+andere vloed van religieuze artikelen: de <span class="pagenum">[<a id="pb415" href="#pb415" name="pb415">415</a>]</span>honderd verschillende
scapulieren, duizenden afdrukken van vrome plaatjes, fijnbewerkte
gravures, schreeuwende lithographieën, die verdronken in een zee
van kleine gekleurde, vergulde, geverniste, met bouquetjes beschilderde
@@ -17629,8 +17032,7 @@ de ongelukkige wanverhoudingen van de Rozenkranskerk en van de Basilica, gene te zwaar en precies een graanschuur, deze mager als een
aan bloedarmoede lijdend gebouw zonder eenigen stijl.</p>
<p>“Waarachtig,” zoo zeide hij ten slotte; “je moet
-wel veel <span class="pagenum">[<a id="pb416" href="#pb416" name=
-"pb416">416</a>]</span>van de Heilige Maagd houden, om haar tusschen
+wel veel <span class="pagenum">[<a id="pb416" href="#pb416" name="pb416">416</a>]</span>van de Heilige Maagd houden, om haar tusschen
dergelijke monstruositeiten te komen vereeren. Zij hebben alles
bedorven en verknoeid, alsof zij er pleizier in hadden, zonder dat
één van hen ook maar een minuut van ontroering, van echte
@@ -17669,8 +17071,7 @@ rozenkransen, die het vervaardigt.</p> <p>Marie had voortdurend met kinderlijk ongeduld in de etalages
gezocht; zij weifelde, kon niets vinden, dat den grootschen droom van
verrukking, dien zij in zich bewaren wilde, waardig scheen.
-<span class="pagenum">[<a id="pb417" href="#pb417" name=
-"pb417">417</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb417" href="#pb417" name="pb417">417</a>]</span></p>
<p>“Vader, het wordt te laat, u moet mij naar het Hôpital
brengen … En om er een eind aan te maken, ik zal aan
Blanche deze medaille met den zilveren ketting geven. Dat is nog het
@@ -17713,8 +17114,7 @@ priester zag binnenkomen.</p> <p>“Ha, mijnheer de abbé des Hermoises!”</p>
<p>Het was inderdaad de mooie, heerlijk geparfumeerde abbé in
een fijne soutane; zijn frisch gezicht straalde van vroolijkheid. Hij
-had zijn reisgenoot van den vorigen dag niet gezien <span class=
-"pagenum">[<a id="pb418" href="#pb418" name="pb418">418</a>]</span>en
+had zijn reisgenoot van den vorigen dag niet gezien <span class="pagenum">[<a id="pb418" href="#pb418" name="pb418">418</a>]</span>en
was dadelijk naar Appoline toegegaan, die hij ter zijde nam.</p>
<p>Pierre hoorde hem half fluisterend zeggen:</p>
<p>“Waarom hebt u mij mijn drie dozijn rozenkransen vanochtend
@@ -17755,8 +17155,7 @@ madame Majesté hem reeds op deze buitengewone gelijkenis gewezen had, te meer daar Appoline dezelfde treurige jeugd te Bartrès
gehad had, voordat haar tante haar bij zich genomen had, om haar in den
winkel behulpzaam te zijn. Bernadette! Appoline! Wat een vreemde
-<span class="pagenum">[<a id="pb419" href="#pb419" name=
-"pb419">419</a>]</span>toenadering! Welk een onverwachte
+<span class="pagenum">[<a id="pb419" href="#pb419" name="pb419">419</a>]</span>toenadering! Welk een onverwachte
reïncarnatie in een tijdsverloop van dertig jaar! En plotseling
rees met deze zoo coquet lachende Appoline, die afspraakjes maakte, en
over wie de aardigste praatjes in omloop waren, het nieuwe Lourdes voor
@@ -17810,8 +17209,7 @@ na, een vrouw liet de japon der wonderdadig genezene aanraken door haar ziek kind, waarmede zij terugkwam van de Grot.</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e6854" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e6854" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">III.</h3>
</div>
@@ -17840,8 +17238,7 @@ tafeltjes van het buffet als in een stormaanval in bezit genomen; mannen dronken bier, vrouwen limonade, terwijl aan het andere einde,
voor de deur van het bagage-bureau, brancarddragers de passage vrij
hielden, om een snel transport der zieken, die dadelijk gebracht zouden
-worden, te verzekeren. Op het lange perron was het <span class=
-"pagenum">[<a id="pb421" href="#pb421" name="pb421">421</a>]</span>een
+worden, te verzekeren. Op het lange perron was het <span class="pagenum">[<a id="pb421" href="#pb421" name="pb421">421</a>]</span>een
voortdurend heen en weer geloop van arme, zenuwachtige menschen, druk
doende priesters, nieuwsgierige en kalme heeren in overjas, kortom een
opeenhooping, zoo gemengd en zoo gemêleerd, als men ze zelfs op
@@ -17878,8 +17275,7 @@ moede oogen, was in den zevenden hemel.</p> <p>“Het is wonderbaar, wonderbaar, eerwaarde vader! Ik zal er een
brochure over schrijven, nog nooit heeft er op geloofwaardiger en
authentieker wijze een genezing langs bovennatuurlijken weg plaats
-gehad … Wat een opzien zal het baren!” <span class=
-"pagenum">[<a id="pb422" href="#pb422" name="pb422">422</a>]</span></p>
+gehad … Wat een opzien zal het baren!” <span class="pagenum">[<a id="pb422" href="#pb422" name="pb422">422</a>]</span></p>
<p>Toen zij met hun drieën weer verder liepen, zag hij, dat pater
Fourcade nog meer dan gewoonlijk met zijn been trok en zwaar op den arm
van pater Massias leunde.</p>
@@ -17899,8 +17295,7 @@ meer te tellen: dooven, die hooren, en stommen, die spreken; door wonden weggevreten gezichten, die weer zoo gaaf als mijn hand geworden
zijn, stervende teringlijdsters, die, herleefd, nu weer eten en
springen. Het is geen ziekentrein meer, het is de trein der
-herrijzenis, een trein van glorie, waarmede ik vertrek.<span class=
-"corr" id="xd26e6883" title="Niet in bron">”</span></p>
+herrijzenis, een trein van glorie, waarmede ik vertrek.<span class="corr" id="xd26e6883" title="Niet in bron">”</span></p>
<p>De zieken zag hij niet meer, hij verliet Lourdes in den vollen
triomf van het goddelijke, in de verblinding van zijn geloof. Met hun
drieën bleven zij langzaam voortwandelen langs de wagons, waarvan
@@ -17940,8 +17335,7 @@ dat zij een rijtuig naar het station zouden nemen, zoodat zij binnen een kwartier terug konden zijn. Terwijl hij op hen wachtte, was zijn
eerste gedachte hun wagon op te zoeken, om er zijn valies in te zetten.
Maar dat was zoo heel makkelijk niet; hij herkende hem eerst aan de
-kaart, die drie dagen in de zon en in het onweer <span class="corr" id=
-"xd26e6902" title="Bron: ge-geschommeld">geschommeld</span> had, een
+kaart, die drie dagen in de zon en in het onweer <span class="corr" id="xd26e6902" title="Bron: ge-geschommeld">geschommeld</span> had, een
vierkant stuk sterk karton met de namen van madame de Jonquière
en de zusters Hyacinthe en Claire des Anges. Dat was de wagon: hij zag
in zijn herinnering de met zijn reisgenooten gevulde compartimenten
@@ -17960,9 +17354,7 @@ perrons, zijn breede uitgangen, zijn lichte vroolijkheid. De bergen waren niet zichtbaar, maar aan de andere zijde, tegenover de
wachtkamers, rezen in een heerlijke bekoring groenende heuvels op.</p>
<p>Dien middag was het heerlijk zacht weer, een fijn dons van wolken
-had de zon omsluierd aan den melkwitten hemel, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb424" href="#pb424" name=
-"pb424">424</a>]</span>waaruit slechts een mat licht viel als een stof
+had de zon omsluierd aan den melkwitten hemel, <span class="pagenum">[<a id="pb424" href="#pb424" name="pb424">424</a>]</span>waaruit slechts een mat licht viel als een stof
van parelmoerkleur.</p>
<p>Het had drie uur geslagen en Pierre keek naar de groote
stationsklok, toen hij madame Désagneaux en madame Volmar,
@@ -18001,8 +17393,7 @@ wil … Zij is hier gekomen en heeft ze niet meer gekregen ook …”</p>
<p>Intusschen hadden Gérard en Berthaud de dames gezien en
kwamen nu vlug naar haar toe. ’s Ochtends hadden de beide heeren
-in het Hôpital de Notre-Dame des Douleurs <span class=
-"pagenum">[<a id="pb425" href="#pb425" name="pb425">425</a>]</span>hun
+in het Hôpital de Notre-Dame des Douleurs <span class="pagenum">[<a id="pb425" href="#pb425" name="pb425">425</a>]</span>hun
opwachting gemaakt, waar madame de Jonquière hen in een klein
kamertje naast de linnenkamer ontvangen had. Daar had, na zich eerst
met lachende opgewektheid voor den wel wat overhaasten stap
@@ -18040,8 +17431,7 @@ menigte niet hardop durfde zeggen.</p> mijn man wil, tot den twintigsten in Trouville blijven, dan zouden we
elkaar nog zien!”</p>
<p>En zich tot madame Volmar, die er zwijgend bij stond, wendend:
-<span class="pagenum">[<a id="pb426" href="#pb426" name=
-"pb426">426</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb426" href="#pb426" name="pb426">426</a>]</span></p>
<p>“Komt u ook, het zou zoo aardig zijn, als we elkaar daar weer
terugvonden.”</p>
<p>De jonge vrouw maakte een langzaam gebaar en antwoordde op
@@ -18067,8 +17457,7 @@ toch beklaagt, dat men uw diensten niet vraagt!”</p> <p>Ferrand begon zachtjes te lachen.</p>
<p>“Zuster, ik zal zuster Saint-François helpen! Ik zal
het petroleumstel aansteken, de kopjes wasschen en, wanneer we op een
-tusschenstation stil houden, de porties uitdeelen<span class="corr" id=
-"xd26e6969" title="Bron: ..,">….</span> En voor het geval u een
+tusschenstation stil houden, de porties uitdeelen<span class="corr" id="xd26e6969" title="Bron: ..,">….</span> En voor het geval u een
dokter noodig mocht hebben, kunt u over mij beschikken.”</p>
<p>Nu begon zuster Hyacinthe ook te lachen.</p>
<p>“Maar we hebben geen dokter meer noodig, daar al onze zieken
@@ -18084,8 +17473,7 @@ medenam.</p> <p>“Adieu, zuster!”</p>
<p>Madame de Jonquière wilde met zuster Claire des Anges en
zuster Hyacinthe naar haar wagon gaan. Maar deze verzekerde, dat het
-volstrekt geen haast had; de zieken waren <span class="pagenum">[<a id=
-"pb427" href="#pb427" name="pb427">427</a>]</span>er nog niet. Zij ging
+volstrekt geen haast had; de zieken waren <span class="pagenum">[<a id="pb427" href="#pb427" name="pb427">427</a>]</span>er nog niet. Zij ging
met zuster Claire weg en beloofde voor alles goed te zullen zorgen; ja
zelfs wilde zij met alle geweld het kleine handtaschje van madame de
Jonquière medenemen. Zoodoende konden de dames blijven wandelen
@@ -18129,8 +17517,7 @@ vinden. Hoe kan ook bij zoo’n janboel alles geregeld gaan?… Maar ik moet hem vinden, ik zal hem zeggen, hoe ik erover
denk.”</p>
<p>En toen hij zijn vrouw onbeweeglijk als een paal zag staan:
-<span class="pagenum">[<a id="pb428" href="#pb428" name=
-"pb428">428</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb428" href="#pb428" name="pb428">428</a>]</span></p>
<p>“Wat moet jij daar? Stap toch in, dan kunnen we je de bagage
en het kind aangeven.”</p>
<p>Het was een haast-je-rep-je; hij duwde haar het compartiment in,
@@ -18172,8 +17559,7 @@ het ding zijn vrouw toe en verwijderde zich dan met de woorden:</p> eindeloos gedrang en gedraaf langs de perrons en over de spoorbaan.
Alle afzichtelijke kwalen, alle open wonden, alle mismaaktheden trokken
nogmaals voorbij, zonder dat het aantal minder geworden scheen te zijn,
-alsof de <span class="pagenum">[<a id="pb429" href="#pb429" name=
-"pb429">429</a>]</span>enkele genezingen slechts een zwak, nauwlijks
+alsof de <span class="pagenum">[<a id="pb429" href="#pb429" name="pb429">429</a>]</span>enkele genezingen slechts een zwak, nauwlijks
waarneembaar lichtpuntje waren te midden van den onmetelijken rouw. Men
bracht ze terug, zooals men ze meegebracht had. De kleine wagentjes met
hun oude machtelooze vrouwen, wier armzalige bagage aan het voeteneinde
@@ -18212,8 +17598,7 @@ brengen?</p> <p>“Ziet u, eerwaarde vader, het eenige middel, de ware triomf
zou zijn de werklieden der steden in massa hier te brengen. Ik wil in
het vervolg al mijn gedachten, al mijn tijd slechts daaraan wijden. O,
-als we een Katholieke democratie konden stichten!” <span class=
-"pagenum">[<a id="pb430" href="#pb430" name="pb430">430</a>]</span></p>
+als we een Katholieke democratie konden stichten!” <span class="pagenum">[<a id="pb430" href="#pb430" name="pb430">430</a>]</span></p>
<p>Pater Fourcade was heel ernstig geworden. Zijn mooie, intelligente
oogen kregen een droomerige uitdrukking, staarden als in een ver
verschiet. Hoevele malen had hij zich de stichting van dat nieuwe volk
@@ -18253,10 +17638,8 @@ ontroostbaar, met roodgeweende oogen, verpletterd door het verlies van hun laatste hoop, met abbé Judaine, zooals men op het kerkhof
een lijk volgt.</p>
<p>“Neen, neen, niet dadelijk!” zeide de priester tegen de
-<span class="pagenum">[<a id="pb431" href="#pb431" name=
-"pb431">431</a>]</span>dragers en belette hun haar in den wagen te
-dragen. <span class="corr" id="xd26e7068" title=
-"Niet in bron">“</span>Zij moest daar nog lang genoeg in rijden.
+<span class="pagenum">[<a id="pb431" href="#pb431" name="pb431">431</a>]</span>dragers en belette hun haar in den wagen te
+dragen. <span class="corr" id="xd26e7068" title="Niet in bron">“</span>Zij moest daar nog lang genoeg in rijden.
Laat zij tenminste tot de laatste minuut den vriendelijken hemel boven
zich hebben!”</p>
<p>Toen hij Pierre in zijn nabijheid zag staan, nam hij dezen wat ter
@@ -18294,8 +17677,7 @@ gehad had.</p> Guersaint en Marie niet had zien komen en dat zij misschien reeds in
den wagon waren. Hij ging erheen, maar zag nog steeds niets dan zijn
valies op de bank staan. Zuster Hyacinthe en zuster Claire des Anges
-begonnen in <span class="pagenum">[<a id="pb432" href="#pb432" name=
-"pb432">432</a>]</span>afwachting van de zieken den wagon in te
+begonnen in <span class="pagenum">[<a id="pb432" href="#pb432" name="pb432">432</a>]</span>afwachting van de zieken den wagon in te
richten; en toen Gérard met mijnheer Sabathier in een klein
wagentje kwam aanrijden, hielp Pierre, om hem in zijn compartiment te
hijschen, een zwaar werkje, waarvan zij transpireerden.
@@ -18338,8 +17720,7 @@ hoe gelukkig ik ben.”</p> <p>Maar zij kon niet zwijgen, zij begon weer over den vreeselijken
brief, dien zij Zondag gekregen had, een brief, waarin hij haar
beduidde, dat hij, wanneer zij soms van haar verblijf te Lourdes
-gebruik zou willen maken, om naar hem in <span class="pagenum">[<a id=
-"pb433" href="#pb433" name="pb433">433</a>]</span>Luchon te komen, hij
+gebruik zou willen maken, om naar hem in <span class="pagenum">[<a id="pb433" href="#pb433" name="pb433">433</a>]</span>Luchon te komen, hij
haar gewoon de deur zou wijzen. Een man, met wien zij uit liefde
getrouwd was! Een man, die haar tien jaar veronachtzaamde, die van zijn
voortdurend heen en weer trekken als handelsreiziger profiteerde, om
@@ -18377,8 +17758,7 @@ onder den indruk; het avontuur amuseerde hem en hij vond haar veel knapper dan hij gedacht had.</p>
<p>Op dat oogenblik kwam, terwijl de stroom van zieken, die naar hun
wagons gebracht werden, steeds aanwies, de trein van Toulouse in zicht.
-Dat gaf een verdubbeling van lawaai, <span class="pagenum">[<a id=
-"pb434" href="#pb434" name="pb434">434</a>]</span>een buitengewone
+Dat gaf een verdubbeling van lawaai, <span class="pagenum">[<a id="pb434" href="#pb434" name="pb434">434</a>]</span>een buitengewone
verwarring. Overal rinkelden signaalklokjes, werden seinen gegeven. Men
zag den stationschef toesnellen en hoorde hem zoo hard als hij kon
roepen:</p>
@@ -18418,8 +17798,7 @@ die zich niet los konden rukken en maar steeds de Heilige Maagd smeekten of dankten, dikwijls achterbleven, terwijl de trein aan het
station op hen stond te wachten.</p>
<p>Plotseling zag Pierre, zelf ook ongerust en niet meer wetend wat hij
-ervan denken moest, mijnheer de Guersaint en Marie <span class=
-"pagenum">[<a id="pb435" href="#pb435" name="pb435">435</a>]</span>heel
+ervan denken moest, mijnheer de Guersaint en Marie <span class="pagenum">[<a id="pb435" href="#pb435" name="pb435">435</a>]</span>heel
kalm onder de marquise staan praten met abbé Judaine. Hij snelde
naar hen toe.</p>
<p>“Wat hebben jullie toch uitgevoerd? Ik begon de hoop reeds op
@@ -18435,8 +17814,7 @@ we je beloofd hadden.”</p> kwartier.”</p>
<p><a id="xd26e7143" name="xd26e7143"></a>Dat was zoo, en om
Marie’s lippen speelde een glimlach van hemelsche vreugde.</p>
-<p>“O, Pierre, als je <span class="corr" id="xd26e7147" title=
-"Bron: een">eens</span> wist, hoe gelukkig dat laatste bezoek aan de
+<p>“O, Pierre, als je <span class="corr" id="xd26e7147" title="Bron: een">eens</span> wist, hoe gelukkig dat laatste bezoek aan de
Heilige Maagd mij gemaakt heeft. Ik heb gezien, hoe zij mij toelachte,
ik heb gevoeld, hoe zij mij kracht tot leven gaf … Heusch,
het was een verrukkelijk afscheid, en je moet niet boos op ons zijn,
@@ -18502,8 +17880,7 @@ wensch, namelijk om heen te gaan en in den eeuwigen slaap, het heelende Niet weg te zinken, werkelijkheid worden.</p>
<p>“Heeft u nog een wensch uit te spreken?” vroeg
abbé Judaine verder. “Kunnen wij op de een of andere wijze
-nog iets voor u doen?” <span class="pagenum">[<a id="pb437" href=
-"#pb437" name="pb437">437</a>]</span></p>
+nog iets voor u doen?” <span class="pagenum">[<a id="pb437" href="#pb437" name="pb437">437</a>]</span></p>
<p>Neen, neen; zijn oogen antwoordden, dat hij zich goed voelde, dat
hij tevreden was. Al drie jaar lang was hij geen ochtend opgestaan
zonder den wensch, dat hij ’s avonds op het kerkhof zou slapen.
@@ -18583,8 +17960,7 @@ den dood, dien gulzigen honger naar het Niet, die zich bij den Commandeur openbaarden. O, slapen, zonder droom slapen, in het
oneindige donker, eeuwig, niets kon ter wereld zoo heerlijk zijn! Het
was niet de hoop op een beter leven, niet het verlangen om eindelijk
-gelukkig te <span class="pagenum">[<a id="pb439" href="#pb439" name=
-"pb439">439</a>]</span>zijn in een paradijs van gelijkheid en
+gelukkig te <span class="pagenum">[<a id="pb439" href="#pb439" name="pb439">439</a>]</span>zijn in een paradijs van gelijkheid en
gerechtigheid; het was alleen het verlangen naar den donkeren nacht,
naar den eindeloozen slaap, naar het genot om voor eeuwig niet meer te
zijn. Ook dr. Chassaigne had gehuiverd, want ook hij koesterde slechts
@@ -18619,10 +17995,8 @@ schepseltje nog wachtten, met medelijden vervulde.</p> betreuren, dat zij op haar twintigste jaar niet gestorven was.</p>
<p>Toen kwam een sluier voor de oogen van den Commandeur, alsof die
laatste tranen van medelijden ze hadden gebluscht. Dat was het einde,
-het coma<a class="noteref" id="xd26e7227src" href="#xd26e7227" name=
-"xd26e7227src">1</a> kwam, het besef verdween met de ademhaling. Hij
-draaide zich om en was dood. <span class="pagenum">[<a id="pb440" href=
-"#pb440" name="pb440">440</a>]</span></p>
+het coma<a class="noteref" id="xd26e7227src" href="#xd26e7227" name="xd26e7227src">1</a> kwam, het besef verdween met de ademhaling. Hij
+draaide zich om en was dood. <span class="pagenum">[<a id="pb440" href="#pb440" name="pb440">440</a>]</span></p>
<p>Onmiddellijk trok dr. Chassaigne Marie ter zijde.</p>
<p>“De trein vertrekt, haast u, haast u!”</p>
<p>Inderdaad drong door het steeds grooter wordende tumult van de
@@ -18635,8 +18009,7 @@ gebed gezegd te hebben voor de rust van deze opstandige ziel. Doch toen Marie, gevolgd door Pierre en mijnheer de Guersaint, over het perron
liep, werd zij nog staande gehouden door dr. Bonamy, die haar
triomphantelijk aan pater Fourcade voorstelde.</p>
-<p>“Eerwaarde vader, <span class="corr" id="xd26e7242" title=
-"Bron: mademoisselle">mademoiselle</span> de Guersaint, het jonge
+<p>“Eerwaarde vader, <span class="corr" id="xd26e7242" title="Bron: mademoisselle">mademoiselle</span> de Guersaint, het jonge
meisje, dat gisteren zoo wonderdadig genezen is!”</p>
<p>De pater had den stralenden glimlach van een generaal, aan wien men
zijn schitterendste overwinning in herinnering brengt.</p>
@@ -18702,8 +18075,7 @@ conducteurs: “Instappen, instappen!” Nu volgde een nog grooter gedrang: de stroom van laatkomers, die nu bezweet en buiten
adem kwamen aanvliegen. In den wagon telden madame de Jonquière
en zuster Hyacinthe haar patienten. La Grivotte, Elise Rouquet, Sophie
-Couteau <span class="pagenum">[<a id="pb442" href="#pb442" name=
-"pb442">442</a>]</span>waren er. Madame Sabathier zat op haar plaats
+Couteau <span class="pagenum">[<a id="pb442" href="#pb442" name="pb442">442</a>]</span>waren er. Madame Sabathier zat op haar plaats
tegenover haar man, die met half gesloten oogen geduldig op het vertrek
van den trein wachtte.</p>
<p>Dan vroeg er een:</p>
@@ -18742,8 +18114,7 @@ handen, en, aangeheven door de achthonderd pelgrims, steeg het danklied omhoog:</p>
<p>“<i lang="la">Magnificat anima mea
Dominum</i>…”</p>
-<p>Toen gaf de chef, die eindelijk tot kalmte gekomen was, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb443" href="#pb443" name="pb443">443</a>]</span>het
+<p>Toen gaf de chef, die eindelijk tot kalmte gekomen was, <span class="pagenum">[<a id="pb443" href="#pb443" name="pb443">443</a>]</span>het
signaal tot vertrek. Weer floot de locomotief, zette zich dan in
beweging, rolde voort in de stralende zon, als in een glorie. Op het
perron glimlachte pater Fourcade, leunend op den schouder van dr.
@@ -18762,8 +18133,7 @@ trein, die uit volle borst zong:</p> meo.</i>”</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e7309" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e7309" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">IV.</h3>
</div>
@@ -18788,8 +18158,7 @@ slependen valschen toon luid zingend.</p> <p>“Hoe laat zijn we ook weer in Parijs?” vroeg mijnheer de
Guersaint aan Pierre.</p>
<p>“Morgenmiddag om twee uur, geloof ik,” antwoordde de
-priester. <span class="pagenum">[<a id="pb444" href="#pb444" name=
-"pb444">444</a>]</span></p>
+priester. <span class="pagenum">[<a id="pb444" href="#pb444" name="pb444">444</a>]</span></p>
<p>Van af het vertrek had Marie hem ongerust en bezorgd aangekeken,
alsof een plotseling verdriet, dat zij niet uitspreken wilde, haar
aangegrepen had. Toch vond zij haar glimlachje van herkregen gezondheid
@@ -18896,8 +18265,7 @@ van de bedevaart hebben we afgeloopen … Telkens weer zei ik: “Wat kan het u schelen? Sta mij toe het in mijn armen mede te
nemen naar Parijs. Ik heb het levend zoo hierheen gebracht, ik kan het
zoo wel dood mee terug nemen. Niemand zal er iets van
-merken … Het is precies, alsof het slaapt.<span class=
-"corr" id="xd26e7363" title="Niet in bron">”</span> En al die
+merken … Het is precies, alsof het slaapt.<span class="corr" id="xd26e7363" title="Niet in bron">”</span> En al die
heeren hebben me weggestuurd, alsof ik hun gemeene dingen vroeg. Toen
heb ik er ten slotte een paar domheden uitgeflapt … Maar
zeg u nu zelf eens, wanneer je zooveel omhaal maakt, wanneer je zooveel
@@ -18909,12 +18277,10 @@ dertig sous in mijn zak hierheen gekomen ben en er nog vijf over heb! Die verdien ik in geen half jaar met naaien! Hadden ze me mijn leven
gevraagd, dan had ik het graag gegeven … Driehonderd
francs! Driehonderd francs voor dat arme kleine vogellichaampje, dat ik
-zoo graag op mijn schoot meegenomen had!<span class="corr" id=
-"xd26e7366" title="Bron: ’">”</span></p>
+zoo graag op mijn schoot meegenomen had!<span class="corr" id="xd26e7366" title="Bron: ’">”</span></p>
<p>Dan stamelde zij nog slechts doffe jammerklachten.</p>
<p>“O, als u eens wist, wat voor verstandige dingen die
-<span class="pagenum">[<a id="pb447" href="#pb447" name=
-"pb447">447</a>]</span>arme menschen gezegd hebben, om me over te halen
+<span class="pagenum">[<a id="pb447" href="#pb447" name="pb447">447</a>]</span>arme menschen gezegd hebben, om me over te halen
weg te gaan. Een arbeidster zooals ik, op wie haar werk lag te wachten,
moest naar Parijs terugkeeren; en ik had geen geld om mijn retourbillet
te laten verloopen; ik moest den trein van tien minuten over half vier
@@ -18947,12 +18313,10 @@ komen.</p> meer te laten bloeden.”</p>
<p>De scène had lang geduurd, en toen zij in volle vaart Riscle
voorbijstoomden, klapte zij opnieuw in haar handen en gaf het teeken,
-dat ze <i>Laudate, laudate Mariam!</i><a class="noteref" id=
-"xd26e7390src" href="#xd26e7390" name="xd26e7390src">2</a> moesten
+dat ze <i>Laudate, laudate Mariam!</i><a class="noteref" id="xd26e7390src" href="#xd26e7390" name="xd26e7390src">2</a> moesten
zingen.</p>
<p>“Komt, kinderen, allemaal tegelijk en uit volle borst.”
-<span class="pagenum">[<a id="pb448" href="#pb448" name=
-"pb448">448</a>]</span></p>
+<span class="pagenum">[<a id="pb448" href="#pb448" name="pb448">448</a>]</span></p>
<div lang="fr" class="lgouter">
<p class="line xd26e7397">Au ciel et sur terre</p>
<p class="line xd26e7397">Que toutes les voix</p>
@@ -18992,8 +18356,7 @@ en een glimlachje probeeren deed. Sophie Couteau zat lief te spelen; zij had, nu zij merkte, dat niemand meer vroeg haar voet te zien, uit
eigen beweging haar schoenen uitgetrokken en zeide telkens, dat zij een
steentje in haar kous had; maar toen toch niemand eenige aandacht
-<span class="pagenum">[<a id="pb449" href="#pb449" name=
-"pb449">449</a>]</span>aan dat door de Heilige Maagd genezen voetje
+<span class="pagenum">[<a id="pb449" href="#pb449" name="pb449">449</a>]</span>aan dat door de Heilige Maagd genezen voetje
schonk, nam zij het in haar handen, streelde het en scheen het heerlijk
te vinden het aan te raken en ermede te spelen.</p>
<p>Mijnheer de Guersaint was opgestaan en keek, leunend tegen het
@@ -19032,8 +18395,7 @@ abbé ons de geschiedenis van Bernadette voorgelezen heeft, voor mezelf gedroomd heb, toen ik dat ding zoo zag glanzen. Ja, ik zag me
genezen, ik maakte de reis naar Rome, waarover ik nu al twintig jaar
lang praat, liep de heele wereld af; enfin allerlei dwaze, maar toch
-<span class="pagenum">[<a id="pb450" href="#pb450" name=
-"pb450">450</a>]</span>heerlijke droomen. En nu we naar Parijs
+<span class="pagenum">[<a id="pb450" href="#pb450" name="pb450">450</a>]</span>heerlijke droomen. En nu we naar Parijs
teruggaan, zijn er nog dertien friesen, glimt de knop nog, en dat alles
zegt me nu, dat ik weer met mijn doode beenen op deze bank
lig … Nu is het uitgemaakt, ik ben en blijf een arm, oud
@@ -19059,8 +18421,7 @@ toe te schrijven aan zijn verstrooidheid bij de Grot, aan een blijkbaar onvoldoend berouw, aan allerlei kleine zonden, die hem het misnoegen
der Heilige Maagd op den hals gehaald hadden. Hij nam zich reeds voor
het volgend jaar, alvorens naar Lourdes te gaan, ergens een
-novene<a class="noteref" id="xd26e7438src" href="#xd26e7438" name=
-"xd26e7438src">3</a> te houden.</p>
+novene<a class="noteref" id="xd26e7438src" href="#xd26e7438" name="xd26e7438src">3</a> te houden.</p>
<p>“Tusschen twee haakjes,” ging hij voort, “hebt u
het geluk gehoord, dat mijn plaatsvervanger gehad heeft? U weet wel,
die teringlijder, voor wien ik de vijftig francs reisgeld betaald heb,
@@ -19107,14 +18468,12 @@ Jezus gegeeseld, Jezus met de doornenkroon, Jezus zijn kruis dragend, Jezus stervend aan het kruis. Vervolgens werd in den wagon het
avondmaal gebruikt, want de trein zou niet voor elf uur te Bordeaux
stoppen. Alle manden der pelgrims waren volgepropt met mondvoorraad,
-ongerekend de melk, de bouillon<span class="corr" id="xd26e7457" title=
-"Bron: ;">,</span> de chocolade en de vruchten, die zuster
+ongerekend de melk, de bouillon<span class="corr" id="xd26e7457" title="Bron: ;">,</span> de chocolade en de vruchten, die zuster
Saint-François uit den kantinewagen had laten brengen. Alles
werd broederlijk verdeeld; men at van zijn knieën, in het kort het
was een maaltijd, waarvoor ieder zijn aandeel leverde. En toen men
klaar was, pakte men de rest van het brood en de vette papieren weer
-in. <span class="pagenum">[<a id="pb452" href="#pb452" name=
-"pb452">452</a>]</span></p>
+in. <span class="pagenum">[<a id="pb452" href="#pb452" name="pb452">452</a>]</span></p>
<p>“Kinderen,” zeide zuster Hyacinthe, toen zij Morceux
voorbijstoomden; “het avondgebed!”</p>
<p>Nu volgde een verward gegons van stemmen: <i>Pater’s</i>,
@@ -19156,8 +18515,7 @@ zal naast haar gaan zitten!”</p> <p>Zuster Hyacinthe wilde daar echter niet van hooren.</p>
<p>“Neen, neen, madame u gaat wat slapen, ik zal
waken … U bent het niet gewend en zoudt ten slotte zelf
-ook nog ziek worden.” <span class="pagenum">[<a id="pb453" href=
-"#pb453" name="pb453">453</a>]</span></p>
+ook nog ziek worden.” <span class="pagenum">[<a id="pb453" href="#pb453" name="pb453">453</a>]</span></p>
<p>Zij ging zitten en hield het hoofd van la Grivotte, wier bloederige
lippen zij schoon maakte, tegen haar schouder. De aanval bedaarde, maar
de zwakte kwam zóózeer terug, dat de ongelukkige
@@ -19196,13 +18554,11 @@ zich gereed om erop te gaan liggen, maar, nog steeds in haar spiegel kijkend, maakte zij eerst groot nachttoilet, knoopte het zwarte doekje,
dat gediend had om haar wond te verbergen, over haar hoofd en keek of
zij nu met haar geslonken lip mooi was. En weer zag Pierre tot zijn
-verbazing, hoe die wond, zoo niet genezen, dan toch op weg <span class=
-"pagenum">[<a id="pb454" href="#pb454" name="pb454">454</a>]</span>van
+verbazing, hoe die wond, zoo niet genezen, dan toch op weg <span class="pagenum">[<a id="pb454" href="#pb454" name="pb454">454</a>]</span>van
beterschap was, hoe thans dat afzichtelijke gezicht van drie dagen
geleden toonbaar was. De zee der onzekerheden begon opnieuw. Was het
soms geen echte lupus? Was het misschien een onbekende soort tumor van
-hysterischen oorsprong<span class="corr" id="xd26e7499" title=
-"Bron: .">?</span> Of moest men aannemen, dat sommige onvoldoend
+hysterischen oorsprong<span class="corr" id="xd26e7499" title="Bron: .">?</span> Of moest men aannemen, dat sommige onvoldoend
bestudeerde lupusgevallen, die voortkwamen uit een slechte voeding van
de huid, door een hevigen moreelen schok genezen konden worden? Het was
een wonder, wanneer hij tenminste na drie weken, drie maanden, drie
@@ -19238,8 +18594,7 @@ een soort medelijden met dat zoo nederige, zoo geheimzinnige stukje ijzer, al wat er van den man nog over was, over om den sleutel in haar
zak te steken, maar dan kwam de godvruchtige gedachte in haar op, dat
men zich aan niets op deze aarde moet hechten, en door het half
-openstaande <span class="pagenum">[<a id="pb455" href="#pb455" name=
-"pb455">455</a>]</span>raampje wierp zij den sleutel weg, die neerviel
+openstaande <span class="pagenum">[<a id="pb455" href="#pb455" name="pb455">455</a>]</span>raampje wierp zij den sleutel weg, die neerviel
in den zwarten nacht.</p>
<p>“Sophie, nu niet meer spelen, maar gaan slapen,” zeide
zij nogmaals. “En nu stilte, kinderen, stilte!”</p>
@@ -19276,9 +18631,7 @@ trok het schermpje dicht, zoodat zij nu in het halfdonker, een doorzichtig, prettig half-donker zaten. Op dit oogenblik reed de trein
blijkbaar door een vlakte, hij gleed door den nacht als in een
eindelooze vlucht met een groot en regelmatig vleugelgeklap. Door het
-raampje, dat zij neergelaten hadden, kwam een <span class=
-"pagenum">[<a id="pb456" href="#pb456" name=
-"pb456">456</a>]</span>heerlijke koelte uit de donkere, onpeilbare
+raampje, dat zij neergelaten hadden, kwam een <span class="pagenum">[<a id="pb456" href="#pb456" name="pb456">456</a>]</span>heerlijke koelte uit de donkere, onpeilbare
velden, waarin zelfs niet het kleinste, verloren licht van een dorpje
scheen. Een oogenblik had hij zich tot haar gewend en gezien, dat zij
haar oogen gesloten hield. Maar hij voelde als bij instinct, dat zij
@@ -19333,8 +18686,7 @@ wachten, niet een ongeduld in zijn hart gevoeld, een jaloersch verlangen om dat door haar al te zeer geliefde Lourdes te verlaten, in
de vage hoop, dat zij, verre van daar, tot hem terug zou keeren? Was
hij geen priester geweest, dan zou hij met haar getrouwd zijn. Welk een
-<span class="corr" id="xd26e7546" title=
-"Bron: verukking">verrukking</span>, welk een leven vol zalig geluk
+<span class="corr" id="xd26e7546" title="Bron: verukking">verrukking</span>, welk een leven vol zalig geluk
zich geheel aan haar te mogen geven, haar geheel tot de zijne te maken,
te herleven in het kind, dat zij hem schenken zou. O, er bestond geen
ander geluk dan het bezit, dan het leven, dat nieuw leven schept. En
@@ -19354,8 +18706,7 @@ soutane af te werpen, de wonderdadig genezene te huwen, haar geloof zóó geheel te verwoesten, om haar te doen toestemmen in
die heiligschennis! En toch, daarin lag de dapperheid, daarin lag het
leven, de rede; de ware man, de ware vrouw, de noodzakelijke
-<span class="pagenum">[<a id="pb458" href="#pb458" name=
-"pb458">458</a>]</span>en groote vereeniging. Waarom toch, groote God,
+<span class="pagenum">[<a id="pb458" href="#pb458" name="pb458">458</a>]</span>en groote vereeniging. Waarom toch, groote God,
durfde hij niet? Een onmetelijke droefheid kwam in zijn droom; hij
hoorde nu nog slechts het lijden van zijn arm hart.</p>
<p>De trein joeg voort met zijn groot klapgewiek, steeds was nog alleen
@@ -19395,9 +18746,7 @@ gelijkend portret van vader gemaakt heb, dat iedereen zoo mooi vond … Je wilt me zeker wel helpen om werk voor mij zien
te krijgen?”</p>
<p>Dan begon zij over het nieuwe leven, dat zij zou leiden. Zij wilde
-haar kamer mooier inrichten en die van haar eerste <span class=
-"pagenum">[<a id="pb459" href="#pb459" name=
-"pb459">459</a>]</span>spaarduitjes met blauwgebloemd creton opsieren.
+haar kamer mooier inrichten en die van haar eerste <span class="pagenum">[<a id="pb459" href="#pb459" name="pb459">459</a>]</span>spaarduitjes met blauwgebloemd creton opsieren.
Blanche had haar wel eens verteld van dien grooten winkel, waarin je
alles zoo goedkoop krijgen kon. Het zou zoo leuk zijn met Blanche uit
te gaan en overal rond te kijken, want zij kende niets, had nooit iets
@@ -19436,8 +18785,7 @@ slapen!”</p> dezelfde gelukzalige uitdrukking op zijn gelaat, als wanneer hij in
zijn bed gelegen had, zonder dat hij iets van de hevige schokken scheen
te merken. Dat eentonige slingeren en stampen scheen trouwens slechts
-het wiegen <span class="pagenum">[<a id="pb460" href="#pb460" name=
-"pb460">460</a>]</span>te zijn, dat den slaap van den geheelen wagon
+het wiegen <span class="pagenum">[<a id="pb460" href="#pb460" name="pb460">460</a>]</span>te zijn, dat den slaap van den geheelen wagon
nog zwaarder maakte. Het was een algeheele overgave, de volkomen
vernietiging van het lichaam te midden van de eveneens in elkaar
gezakte bagages, die als ingeslapen waren in het rookerige licht der
@@ -19477,8 +18825,7 @@ teruggevonden.”</p> <p>Groote God, zij wist! Het was voor hem een troosteloosheid, een zoo
verpletterende catastrophe, dat hij er zijn eigen kwelling door vergat.
Eerst wilde hij in zijn leugen van broederlijke barmhartigheid
-volharden. <span class="pagenum">[<a id="pb461" href="#pb461" name=
-"pb461">461</a>]</span></p>
+volharden. <span class="pagenum">[<a id="pb461" href="#pb461" name="pb461">461</a>]</span></p>
<p>“Daar is geen quaestie van, Marie. Hoe kom je op dat
denkbeeld?”</p>
<p>“O, beste jongen, zwijg toch, om Godswil! Het zou me nog maar
@@ -19520,9 +18867,7 @@ zijn wangen.</p> <p>“Te moeten denken,” ging zij voort; “dat ik alleen
genezen ben, dat ik dat groote geluk gehad heb zonder jou. Jou zoo
verlaten, jou zoo troosteloos eenzaam te zien, terwijl ik overstelpt
-ben door genade en vreugde, verscheurt mijn <span class=
-"pagenum">[<a id="pb462" href="#pb462" name=
-"pb462">462</a>]</span>hart … O, wat is de Heilige Maagd
+ben door genade en vreugde, verscheurt mijn <span class="pagenum">[<a id="pb462" href="#pb462" name="pb462">462</a>]</span>hart … O, wat is de Heilige Maagd
streng geweest! Waarom heeft zij niet tegelijk met mijn lichaam jouw
ziel genezen?”</p>
<p>De laatste gelegenheid bood zich aan; hij had moeten spreken,
@@ -19540,8 +18885,7 @@ kinderen mag men het bittere heroïsme van het verstand niet verlangen. Hij voelde, dat hij niet de kracht; hij geloofde zelfs niet,
dat hij het recht ertoe had. Het scheen hem een verkrachting, een
afschuwlijke moord toe. En hij sprak niet, zijn tranen stroomden nog
-<span class="corr" id="xd26e7648" title=
-"Bron: branderder">brandender</span> in deze opoffering van zijn
+<span class="corr" id="xd26e7648" title="Bron: branderder">brandender</span> in deze opoffering van zijn
liefde, het wanhopige offer van zijn eigen geluk, opdat zij
vertrouwend, onwetend, vroolijk blijven zou.</p>
<p>“O, Marie, wat ben ik ongelukkig! Op de landwegen, in het
@@ -19563,8 +18907,7 @@ door de engelen gehoord mocht worden, keek zij ongerust in den wagon rond. Maar het scheen, alsof de slaap hier nog zwaarder geworden was.
Haar vader sliep nog steeds als een onschuldig klein kind. Geen der
pelgrims, geen der zieken had zich ondanks het ruwe schudden, dat
-<span class="pagenum">[<a id="pb463" href="#pb463" name=
-"pb463">463</a>]</span>hen voortjoeg, bewogen. Zelfs zuster Hyacinthe
+<span class="pagenum">[<a id="pb463" href="#pb463" name="pb463">463</a>]</span>hen voortjoeg, bewogen. Zelfs zuster Hyacinthe
had, toegevend aan de uitputting, die haar neerdrukte, haar oogen
gesloten, na ook op haar beurt het lichtscherm over de lamp van haar
compartiment getrokken te hebben. Er heerschte nu nog slechts een vaag
@@ -19604,8 +18947,7 @@ als het dierbare wezen, wier eenige kus voldoende geweest was om zijn geheele leven te verzachten. Maar zij verzocht hem te zwijgen, bang,
dat dit zoo reine oogenblik bedorven zou worden.</p>
<p>“Neen, neen, Pierre, laten we niets meer zeggen. Dat zou
-<span class="pagenum">[<a id="pb464" href="#pb464" name=
-"pb464">464</a>]</span>misschien verkeerd zijn … Ik ben
+<span class="pagenum">[<a id="pb464" href="#pb464" name="pb464">464</a>]</span>misschien verkeerd zijn … Ik ben
erg moe, ik ga nu rustig slapen.”</p>
<p>Zij bleef haar hoofd tegen zijn schouder geleund houden, sliep
dadelijk, als een zuster vol vertrouwen, in. Een oogenblik hield hij
@@ -19644,8 +18986,7 @@ wakker, toen zij dreunend een groot station binnenreden, overal klonk geroep van conducteurs, portieren werden opengeslagen, de menschen
verdrongen zich naar buiten. Zij waren te Poitiers, de geheele wagon
was te midden van een lawaai van stemmen, uitroepen en gelach op den
-been. <span class="pagenum">[<a id="pb465" href="#pb465" name=
-"pb465">465</a>]</span></p>
+been. <span class="pagenum">[<a id="pb465" href="#pb465" name="pb465">465</a>]</span></p>
<p>De kleine Sophie Couteau moest hier uitstappen en nam nu afscheid.
Zij gaf den dames een zoen, en klom zelfs over het tusschenschot om
zuster Claire des Anges goeden dag te zeggen, die niemand meer gezien
@@ -19684,9 +19025,7 @@ zij keken naar madame Vincent, die niets uit de gevoelloosheid, waarin zij verkeerde, had kunnen wakker maken, noch het lawaaierige oponthoud
te Poitiers, noch het stemmengegons, sedert de trein weer in beweging
was. Liggend op haar bank, had zij haar oogen niet meer geopend, sliep
-zij nog steeds, gekweld door wreede droomen. En <span class=
-"pagenum">[<a id="pb466" href="#pb466" name=
-"pb466">466</a>]</span>terwijl dikke tranen uit haar gesloten oogleden
+zij nog steeds, gekweld door wreede droomen. En <span class="pagenum">[<a id="pb466" href="#pb466" name="pb466">466</a>]</span>terwijl dikke tranen uit haar gesloten oogleden
bleven vloeien, had zij het kussen, dat men haar opgedrongen had, in
haar armen genomen en drukte het, in den boozen droom van haar lijdende
moederliefde, wanhopig tegen haar borst. Haar arme moederarmen, die zoo
@@ -19718,8 +19057,7 @@ O, mijn God, geef mij genoeg kracht, om al het kwade te vermijden, om al het goede te doen, om al het lijden te dulden!</p>
</div>
</div>
-<div id="xd26e7730" class="div2 section"><span class=
-"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div id="xd26e7730" class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divHead">
<h3 class="main">V.</h3>
</div>
@@ -19730,8 +19068,7 @@ Saint-Pierre-des-Corps het <i>Credo</i> gezongen. Maar de godsdienstige oefeningen werden niet meer met zooveel liefde gedaan, de ijver
verflauwde wat, na een zoo lange zielsverrukking, in de toenemende
vermoeienis van de terugreis. Zuster Hyacinthe begreep dan ook, dat een
-voorlezing voor die arme overspannen <span class="pagenum">[<a id=
-"pb467" href="#pb467" name="pb467">467</a>]</span>menschen een welkome
+voorlezing voor die arme overspannen <span class="pagenum">[<a id="pb467" href="#pb467" name="pb467">467</a>]</span>menschen een welkome
afleiding zijn zou; zij beloofde, dat zij mijnheer den abbé toe
zou staan om hun het slot van Bernadette’s leven voor te lezen,
waaruit hij hun reeds tweemaal zulke mooie gedeelten verteld had. Maar
@@ -19770,8 +19107,7 @@ bij intuïtie raadde, aan toe; en voor hem rees weer de ware, de menschelijke, de deerniswaardige geschiedenis op, die, welke nog
niemand verteld had en die zijn hart deed bloeden.</p>
<p>8 Juli 1866 verliet Bernadette Lourdes om zich op te sluiten
-<span class="pagenum">[<a id="pb468" href="#pb468" name=
-"pb468">468</a>]</span>in het klooster van St. Gildard, het moederhuis
+<span class="pagenum">[<a id="pb468" href="#pb468" name="pb468">468</a>]</span>in het klooster van St. Gildard, het moederhuis
der zusters van het ziekenhuis, waar zij had leeren lezen en acht jaar
lang gewoond had. Zij was toen twee-en-twintig, acht jaren waren reeds
verstreken na de laatste maal, dat de Heilige Maagd aan haar verschenen
@@ -19809,9 +19145,7 @@ schepseltje, waarvan zij allen hun deel aan hoop en hemelsche illusie wilden medenemen. Zij weende erover van moeheid en ongeduldig verzet en
herhaalde steeds weer: “Wat hebben zij er toch aan mij zoo te
kwellen? Wat heb ik meer dan anderen hebben?” Op den langen duur
-begon het haar werkelijk te verdrieten op die <span class=
-"pagenum">[<a id="pb469" href="#pb469" name=
-"pb469">469</a>]</span>manier het “wonderdier” te zijn,
+begon het haar werkelijk te verdrieten op die <span class="pagenum">[<a id="pb469" href="#pb469" name="pb469">469</a>]</span>manier het “wonderdier” te zijn,
zooals zij zich ten slotte met een droefgeestig, pijnlijk glimlachje
was gaan noemen. Zij sloot zich zooveel mogelijk op en weigerde iemand
te ontvangen. Men eerbiedigde haar wensch en liet haar slechts zien in
@@ -19849,8 +19183,7 @@ dat zij ook die lichte werkjes niet doen kon. Wanneer zij dan niet te bed lag, bracht zij geheele dagen door in een fauteuil zonder eenige
andere afleiding dan het bidden van haar rozenkrans of het lezen van
godvruchtige boeken. Sedert zij lezen kon, hield zij veel van boeken,
-de mooie <span class="pagenum">[<a id="pb470" href="#pb470" name=
-"pb470">470</a>]</span>bekeeringsgeschiedenissen en legenden, waarin
+de mooie <span class="pagenum">[<a id="pb470" href="#pb470" name="pb470">470</a>]</span>bekeeringsgeschiedenissen en legenden, waarin
heiligen voorkwamen, maar ook de verschrikkelijke drama’s, waarin
de duivel bespot en weer in de hel teruggeslingerd werd. Maar haar
groote liefde, haar eeuwige verrukking bleef de Bijbel, dat wondermooie
@@ -19886,8 +19219,7 @@ zich, waande zich verdoemd, vroeg iedereen vergiffenis. Maar over het algemeen, welk een gehoorzame, goede dochter van God!</p>
<p>Zij was levendig, flink, slagvaardig, had opmerkingen, die iedereen
lachen deden, een aparte bekoring, waarom iedereen haar aanbad. Ondanks
-haar groote vroomheid en hoewel zij <span class="pagenum">[<a id=
-"pb471" href="#pb471" name="pb471">471</a>]</span>heele dagen in gebed
+haar groote vroomheid en hoewel zij <span class="pagenum">[<a id="pb471" href="#pb471" name="pb471">471</a>]</span>heele dagen in gebed
doorbracht, was zij volstrekt geen kwezeltje, dwong zij anderen niet
tot overdreven geloofsijver; integendeel zij was verdraagzaam en
medelijdend. Zelden was een heilig meisje meer vrouw, met eigenaardige
@@ -19966,8 +19298,7 @@ wereld af te snijden. Zij waren gerust, zij kenden haar zachtheid en haar ootmoed; zij kenden haar vrees een goddelijk wezen te zijn; zij
kenden haar onwetendheid omtrent de kolossale machten, die zij zelf in
beweging gebracht had en wier exploitatie haar verschrikt zou hebben
-<span class="pagenum">[<a id="pb473" href="#pb473" name=
-"pb473">473</a>]</span>doen terugdeinzen, indien zij het begrepen had.
+<span class="pagenum">[<a id="pb473" href="#pb473" name="pb473">473</a>]</span>doen terugdeinzen, indien zij het begrepen had.
Neen, dat land van drukte, van geweld en van geschacher was niet het
hare meer. Zij zou er te veel geleden, zich niet thuis gevoeld, zich
erover geschaamd hebben. En wanneer pelgrims zich daarheen begaven en
@@ -20005,8 +19336,7 @@ woeste Grot ging zij dan neerknielen tusschen de wilde rozelaars, in den tijd, dat de Gave nog niet door een monumentale kade omgeven was.
Vervolgens bezocht zij de oude stad bij het vallen van den dag in de
geurige frischheid der bergen, bezocht zij de oude, beschilderde en
-vergulde <span class="pagenum">[<a id="pb474" href="#pb474" name=
-"pb474">474</a>]</span>half-Spaansche kerk, waarin zij haar eerste
+vergulde <span class="pagenum">[<a id="pb474" href="#pb474" name="pb474">474</a>]</span>half-Spaansche kerk, waarin zij haar eerste
communie gedaan had, het oude Hospice, waarin zij gedurende acht jaar
teruggetrokken geleefd had, die geheele oude, arme en onschuldige stad,
waarvan iedere steen in haar ziel teedere, lieve herinneringen
@@ -20044,8 +19374,7 @@ dan het vurige verlangen, om maar gauw te sterven, omdat er voor haar in het armzalige, gewone geluk van deze aarde geen plaats was
geweest.</p>
<p>Met ieder jaar werd het lijden van Bernadette grooter. De
-<span class="pagenum">[<a id="pb475" href="#pb475" name=
-"pb475">475</a>]</span>lijdensgeschiedenis begon, de
+<span class="pagenum">[<a id="pb475" href="#pb475" name="pb475">475</a>]</span>lijdensgeschiedenis begon, de
lijdensgeschiedenis van dezen nieuwen kind-Messias, die geboren was, om
den ellendigen verlichting te schenken, die de menschheid den
godsdienst verkondigen moest van goddelijke gerechtigheid, hun
@@ -20122,8 +19451,7 @@ beloften van schoonheid, gelukzaligheid, onsterfelijkheid in den hemel. Welk een monsterachtig bedrog, indien aan gene zijde van het graf
slechts de nacht der aarde geweest was, indien de Heilige Maagd zich
niet te midden van de wonderbare beloofde belooningen op de
-<span class="pagenum">[<a id="pb477" href="#pb477" name=
-"pb477">477</a>]</span>afgesproken plaats bevonden had! Maar Bernadette
+<span class="pagenum">[<a id="pb477" href="#pb477" name="pb477">477</a>]</span>afgesproken plaats bevonden had! Maar Bernadette
twijfelde niet, zij aanvaardde gaarne alle kleine opdrachten, die haar
medezusters in haar onschuld haar gaven voor den hemel: “Zuster
Marie-Bernard, je moet dit, je moet dat aan den goeden God
@@ -20162,8 +19490,7 @@ vaster aan het kruis met haar goddelijken Meester. Zij had zich een groot crucifix laten geven, drukte het heftig tegen haar maagdelijke
borst en schreeuwde, dat zij het in haar boezem wilde boren, opdat het
daar eeuwig zou blijven.</p>
-<p>Tegen het einde begaven haar krachten haar, kon zij het <span class=
-"pagenum">[<a id="pb478" href="#pb478" name="pb478">478</a>]</span>niet
+<p>Tegen het einde begaven haar krachten haar, kon zij het <span class="pagenum">[<a id="pb478" href="#pb478" name="pb478">478</a>]</span>niet
meer in haar bevende handen houden. “Bind het aan mij vast, goed,
stevig vast, opdat ik het tot in mijn laatsten ademtocht voel.”
Dit was de eenige man, die haar maagdelijkheid zou kennen, de eenige
@@ -20192,8 +19519,7 @@ aan het kruis geklonken maagdelijkheid te bewaren voor den Hemelschen Bruidegom. Dat dogma der Onbevlekte Ontvangenis, dat haar droom van
ziekelijk meisje was komen versterken en komen bekrachtigen, geeselde
de vrouw, echtgenoote en moeder. Te decreteeren, dat de vrouw slechts
-de vereering waard is, <span class="corr" id="xd26e7842" title=
-"Bron: waanneer">wanneer</span> zij maagd blijft, een vrouw uit te
+de vereering waard is, <span class="corr" id="xd26e7842" title="Bron: waanneer">wanneer</span> zij maagd blijft, een vrouw uit te
denken, die maagd blijft, terwijl zij moeder wordt, en die zelf zonder
zonde geboren is, is dat niet het honen van de natuur, het verdoemen
van het leven, het verloochenen en miskennen van de vrouw, haar prijs
@@ -20202,8 +19528,7 @@ is en het leven voortplant. “Ga weg van mij, Satan, ga weg van mij, laat mij onvruchtbaar sterven!” En zij verjoeg de zon uit de
zaal, en zij verjoeg de frissche lucht, die door het raam
binnenstroomde, de lucht, doorbalsemd van bloemengeur, zwaar van
-kiemen, die de liefde door de wijde wereld dragen. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb479" href="#pb479" name="pb479">479</a>]</span></p>
+kiemen, die de liefde door de wijde wereld dragen. <span class="pagenum">[<a id="pb479" href="#pb479" name="pb479">479</a>]</span></p>
<p>Den Woensdag na Paschen, den 16<sup>den</sup> April, begon de
laatste doodsstrijd. Men vertelt, dat op den ochtend van dien dag een
medezuster van Bernadette, een non, die, door een doodelijke ziekte
@@ -20240,11 +19565,8 @@ boomen van den tuin.</p> <p>Pierre hield op met spreken, het mooie wonderverhaal was uit. De
geheele wagon luisterde nog steeds in de hartstochtelijke ontroering
van dit zoo tragische en treffende einde. Tranen van medelijden
-vloeiden uit <span class="corr" id="xd26e7855" title=
-"Bron: Maria’s">Marie’s</span> oogen, terwijl de anderen,
-Elise Rouquet, ja zelfs la Grivotte, die een weinig <span class=
-"pagenum">[<a id="pb480" href="#pb480" name=
-"pb480">480</a>]</span>kalmer geworden was, haar handen vouwden en
+vloeiden uit <span class="corr" id="xd26e7855" title="Bron: Maria’s">Marie’s</span> oogen, terwijl de anderen,
+Elise Rouquet, ja zelfs la Grivotte, die een weinig <span class="pagenum">[<a id="pb480" href="#pb480" name="pb480">480</a>]</span>kalmer geworden was, haar handen vouwden en
haar, die bij den goeden God was, baden om haar bemiddeling voor haar
verder herstel. Mijnheer Sabathier maakte het teeken des kruises en at
dan de koek, die zijn vrouw te Poitiers voor hem gekocht had. Mijnheer
@@ -20280,8 +19602,7 @@ gebukt onder de heilige vrees van hun onwetendheid, was gestorven. Duizenden pelgrims mochten zich jaarlijks naar Lourdes begeven, de
volkeren waren niet meer met hen, de poging, om het ongeschokte geloof,
het geloof van de gestorven eeuwen, het geloof zonder verzet en zonder
-onderzoek te doen herleven, was tot mislukking gedoemd. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb481" href="#pb481" name="pb481">481</a>]</span></p>
+onderzoek te doen herleven, was tot mislukking gedoemd. <span class="pagenum">[<a id="pb481" href="#pb481" name="pb481">481</a>]</span></p>
<p>De geschiedenis beweegt zich niet achterwaarts, de menschheid kan
niet terugkeeren tot haar kindsheid, de tijden zijn te zeer veranderd,
te veel nieuw zaad is gestrooid, te nieuwe oogsten zijn binnengehaald,
@@ -20317,8 +19638,7 @@ den goddelijken steun te laten, genezen te zijn door de Heilige Maagd. Waar was de hardvochtige man, die de wreedheid bezitten zou om de armen
te beletten te gelooven, om in hen de vertroosting van het
bovennatuurlijke, de hoop, dat God zich met hen inliet, een beter leven
-voor hen in zijn paradijs bewaarde, te dooden? <span class=
-"pagenum">[<a id="pb482" href="#pb482" name="pb482">482</a>]</span></p>
+voor hen in zijn paradijs bewaarde, te dooden? <span class="pagenum">[<a id="pb482" href="#pb482" name="pb482">482</a>]</span></p>
<p>De geheele menschheid weende, radeloos gelijk aan een ten doode
gedoemde zieke, die alleen het wonder zou kunnen redden. Hij voelde,
hoe ongelukkig zij was, hij huiverde van broederlijk en liefdevol
@@ -20356,8 +19676,7 @@ sluiten, waarin zij gaat snikken, en haar aldus den moed te geven het werkelijke leven te leven, al moet het dan in tranen zijn? En dat
bidden, die vloed van aanhoudende gebeden, welke uit Lourdes opstegen,
het eindeloos smeeken, dat daar zijn oogen vochtig had doen worden
-<span class="pagenum">[<a id="pb483" href="#pb483" name=
-"pb483">483</a>]</span>en week gemaakt had, was dat misschien iets
+<span class="pagenum">[<a id="pb483" href="#pb483" name="pb483">483</a>]</span>en week gemaakt had, was dat misschien iets
anders dan een kinderlijk in slaap wiegen, dan een verbasteren van alle
energie?</p>
<p>De wilskracht sliep erin, het wezen zelf loste er zich op, kreeg er
@@ -20396,8 +19715,7 @@ geloof—zijn eed te houden. Hij had de kracht gehad zijn vleesch in toom te houden, af te zien van de vrouw, maar hij voelde heel goed,
dat zijn vader ten slotte de overwinning behalen zou, want het was hem
van nu af aan onmogelijk zijn rede ten offer te brengen; daarvan zou
-hij niet afzien, die zou hij niet in <span class="pagenum">[<a id=
-"pb484" href="#pb484" name="pb484">484</a>]</span>toom kunnen houden.
+hij niet afzien, die zou hij niet in <span class="pagenum">[<a id="pb484" href="#pb484" name="pb484">484</a>]</span>toom kunnen houden.
Neen, neen, het menschelijk lijden zelf, het heilige lijden der armen
mocht geen hinderpaal zijn, mocht geen noodzakelijkheid voor
onwetendheid en dwaasheid vormen. De rede voor alles, er was geen heil,
@@ -20416,8 +19734,7 @@ angst. Wat was toch dat dringende verlangen naar het hiernamaals, dat de lijdende menschheid martelde? Vanwaar kwam het? Waarom wilde men
gelijkheid, rechtvaardigheid, daar die dingen toch niet schenen te
behooren bij de ongevoelige natuur? De mensch had ze gebracht in het
-onbekende van het mysterie, in het bovennatuurlijke van <span class=
-"corr" id="xd26e7887" title="Bron: relegieuze">religieuze</span>
+onbekende van het mysterie, in het bovennatuurlijke van <span class="corr" id="xd26e7887" title="Bron: relegieuze">religieuze</span>
paradijzen, en daar leschte hij zijn brandenden dorst. Steeds had de
onleschbare dorst naar geluk hem gekweld, steeds zou hij hem blijven
kwellen.</p>
@@ -20435,8 +19752,7 @@ godsdiensten, dat de zwakke en naakte mensch niet de kracht heeft zijn aardsche ellende zonder den eeuwigen leugen van een paradijs te
doorstaan. Thans was de proef genomen: de wetenschap alleen was
blijkbaar niet voldoende, men zou een deur moeten open laten voor het
-mysterie. <span class="pagenum">[<a id="pb485" href="#pb485" name=
-"pb485">485</a>]</span></p>
+mysterie. <span class="pagenum">[<a id="pb485" href="#pb485" name="pb485">485</a>]</span></p>
<p>Plotseling klonk het groote woord in de hersens van den in diep
gepeins verzonken Pierre. Een nieuwe godsdienst! Die deur, welke men
voor het mysterie had moeten openlaten, was, alles bij elkaar genomen,
@@ -20474,8 +19790,7 @@ zou die stichting van een nieuw Christelijk volk mogelijk zijn? Zou daarvoor niet de komst van een nieuwen Verlosser, de levenwekkende adem
van een tweeden Messias noodig zijn?</p>
<p>De woorden klonken luider, klonken steeds luider als was
-<span class="pagenum">[<a id="pb486" href="#pb486" name=
-"pb486">486</a>]</span>het klokgelui, in Pierre’s overpeinzingen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb486" href="#pb486" name="pb486">486</a>]</span>het klokgelui, in Pierre’s overpeinzingen.
Een nieuwe godsdienst! Een nieuwe godsdienst! Hij moest natuurlijk
dichter bij het leven staan, een grootere plaats inruimen aan de aarde,
zich aanpassen bij de verkregen waarheden. En vooral een godsdienst,
@@ -20512,9 +19827,7 @@ de formule ontdekt had van een vreeselijke springstof, waarvan één pond voldoende zou zijn om een kathedraal in de lucht
te doen vliegen. En nu dacht Pierre aan die anarchisten, welke de
wereld wilden hernieuwen en redden, door haar te verwoesten. Het waren
-slechts droomers, en weliswaar vreeselijke droomers, maar <span class=
-"pagenum">[<a id="pb487" href="#pb487" name=
-"pb487">487</a>]</span>droomers, zooals de onschuldige pelgrims, wier
+slechts droomers, en weliswaar vreeselijke droomers, maar <span class="pagenum">[<a id="pb487" href="#pb487" name="pb487">487</a>]</span>droomers, zooals de onschuldige pelgrims, wier
extatischen troep hij voor de Grot had zien neerknielen.</p>
<p>Als de anarchisten en de uiterste socialisten gewelddadig de
gelijkheid in rijkdom, de gemeenschappelijke verdeeling van de goederen
@@ -20554,8 +19867,7 @@ Om hem kwam de wagon in beweging en opwinding. Men had Juvisy achter den rug, nog een <span class="pagenum">[<a id="pb488" href="#pb488"
name="pb488">488</a>]</span>half uur en zij waren in Parijs. Toen
zuster Hyacinthe in haar handen geklapt had, hief de geheele wagon het
-<i lang="la">Te Deum,</i> het dank- en loflied aan: “<i lang=
-"la">Te Deum laudamus, te Dominum confitemur …</i>”
+<i lang="la">Te Deum,</i> het dank- en loflied aan: “<i lang="la">Te Deum laudamus, te Dominum confitemur …</i>”
De stemmen klonken op met een laatste oplaaiïng van geloofsijver,
al deze gloeiende zielen dankten God voor de wonderbare reis, voor de
heerlijke bewijzen van genade, waarmede hij hen overstelpt had en nog
@@ -20595,30 +19907,22 @@ Maagd.</p> <div class="footnotes">
<hr class="fnsep">
<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e7227" href="#xd26e7227src" name="xd26e7227">1</a></span> Toestand
-van levensgevaarlijke slaapzucht. <a class="fnarrow" href=
-"#xd26e7227src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e7390" href="#xd26e7390src" name="xd26e7390">2</a></span>
-“Looft, looft Maria!” <a class="fnarrow" href=
-"#xd26e7390src">↑</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e7438" href="#xd26e7438src" name="xd26e7438">3</a></span>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e7227" href="#xd26e7227src" name="xd26e7227">1</a></span> Toestand
+van levensgevaarlijke slaapzucht. <a class="fnarrow" href="#xd26e7227src">↑</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e7390" href="#xd26e7390src" name="xd26e7390">2</a></span>
+“Looft, looft Maria!” <a class="fnarrow" href="#xd26e7390src">↑</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd26e7438" href="#xd26e7438src" name="xd26e7438">3</a></span>
Negendaagsche godsdienstoefening in afzondering, om een bepaalde genade
-te verkrijgen. <a class="fnarrow" href=
-"#xd26e7438src">↑</a></p>
+te verkrijgen. <a class="fnarrow" href="#xd26e7438src">↑</a></p>
</div>
</div>
</div>
</div>
<div class="back">
-<div class="div1 spine"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="div1 spine"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
<div class="divBody">
<p class="first"></p>
-<div class="figure spine-imagewidth"><img src="images/spines.jpg" alt=
-"Oorspronkelijke ruggen." width="417" height="720"></div>
+<div class="figure spine-imagewidth"><img src="images/spines.jpg" alt="Oorspronkelijke ruggen." width="417" height="720"></div>
</div>
</div>
<div class="div1" id="toc">
@@ -20679,29 +19983,25 @@ te verkrijgen. <a class="fnarrow" href= <td></td>
<td class="tocDivNum">II.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e2004">II.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e2004">116</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e2004">116</a></td>
</tr>
<tr>
<td></td>
<td class="tocDivNum">III.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e2294">III.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e2294">134</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e2294">134</a></td>
</tr>
<tr>
<td></td>
<td class="tocDivNum">IV.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e2606">IV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e2606">153</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e2606">153</a></td>
</tr>
<tr>
<td></td>
<td class="tocDivNum">V.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e2911">V.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e2911">172</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e2911">172</a></td>
</tr>
<tr>
<td class="tocDivNum"></td>
@@ -20712,36 +20012,31 @@ te verkrijgen. <a class="fnarrow" href= <td></td>
<td class="tocDivNum">I.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e3171">I.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e3171">193</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e3171">193</a></td>
</tr>
<tr>
<td></td>
<td class="tocDivNum">II.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e3513">II.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e3513">210</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e3513">210</a></td>
</tr>
<tr>
<td></td>
<td class="tocDivNum">III.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e3895">III.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e3895">231</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e3895">231</a></td>
</tr>
<tr>
<td></td>
<td class="tocDivNum">IV.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e4235">IV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e4235">248</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e4235">248</a></td>
</tr>
<tr>
<td></td>
<td class="tocDivNum">V.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e4487">V.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e4487">269</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e4487">269</a></td>
</tr>
<tr>
<td class="tocDivNum"></td>
@@ -20752,36 +20047,31 @@ te verkrijgen. <a class="fnarrow" href= <td></td>
<td class="tocDivNum">I.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e4692">I.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e4692">287</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e4692">287</a></td>
</tr>
<tr>
<td></td>
<td class="tocDivNum">II.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e5042">II.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e5042">303</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e5042">303</a></td>
</tr>
<tr>
<td></td>
<td class="tocDivNum">III.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e5385">III.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e5385">321</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e5385">321</a></td>
</tr>
<tr>
<td></td>
<td class="tocDivNum">IV.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e5630">IV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e5630">339</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e5630">339</a></td>
</tr>
<tr>
<td></td>
<td class="tocDivNum">V.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e5880">V.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e5880">359</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e5880">359</a></td>
</tr>
<tr>
<td class="tocDivNum"></td>
@@ -20792,117 +20082,39 @@ te verkrijgen. <a class="fnarrow" href= <td></td>
<td class="tocDivNum">I.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e6126">I.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e6126">379</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e6126">379</a></td>
</tr>
<tr>
<td></td>
<td class="tocDivNum">II.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e6462">II.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e6462">397</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e6462">397</a></td>
</tr>
<tr>
<td></td>
<td class="tocDivNum">III.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e6854">III.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e6854">420</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e6854">420</a></td>
</tr>
<tr>
<td></td>
<td class="tocDivNum">IV.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e7309">IV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e7309">443</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e7309">443</a></td>
</tr>
<tr>
<td></td>
<td class="tocDivNum">V.</td>
<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#xd26e7730">V.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href=
-"#xd26e7730">466</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#xd26e7730">466</a></td>
</tr>
</table>
</div>
<div class="transcribernote">
<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
-<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen
-overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
-kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de
-<a class="seclink xd26e53" title="Externe link" href=
-"https://www.gutenberg.org/license" rel="license">Project Gutenberg
-Licentie</a> bij dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd26e53"
-title="Externe link" href=
-"https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p>
-<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd
-correctieteam op <a class="exlink xd26e53" title="Externe link" href=
-"http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
-<p>Het Franse origineel is beschikbaar op Project Gutenberg als eBoek
-<a class="pglink xd26e53" title="Link naar Project Gutenberg eboek"
-href="https://www.gutenberg.org/ebooks/24850">24850</a>; een Engelse
-vertaling als eBoek <a class="pglink xd26e53" title=
-"Link naar Project Gutenberg eboek" href=
-"https://www.gutenberg.org/ebooks/8516">8516</a>.</p>
-<h3 class="main">Metadata</h3>
-<table class="colophonMetadata">
-<tr>
-<td><b>Titel:</b></td>
-<td>Lourdes (De Drie Steden, Deel 1 van 3)</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Émile Zola (1840–1902)</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/32004502/" class=
-"seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur van voorwoord:</b></td>
-<td>Israël Querido (1872–1932)</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/58168930/" class=
-"seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Vertaler:</b></td>
-<td>Willem Jacob Aarland Roldanus Jr. (1877–1940)</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/284351261/" class=
-"seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Taal:</b></td>
-<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
-<td>1917</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Trefwoorden:</b></td>
-<td>French fiction -- 19th century</td>
-<td></td>
-</tr>
-</table>
-<h3 class="main">Codering</h3>
-<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke
-schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn
-stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn
-verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het
-einde van dit boek.</p>
-<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
-<ul>
-<li>2018-03-13 Begonnen.</li>
-</ul>
-<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
-<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn
-dat deze links voor u niet werken.</p>
<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctiontable" summary=
-"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
+<table class="correctiontable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
<tr>
<th>Bladzijde</th>
<th>Bron</th>
@@ -20923,28 +20135,20 @@ dat deze links voor u niet werken.</p> </tr>
<tr>
<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e324">3</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e491">13</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e2716">159</a>, <a class="pageref" href="#xd26e2726">159</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e2946">174</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e3192">194</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3265">197</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e3533">211</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e4287">252</a>, <a class="pageref" href="#xd26e4292">252</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e6337">391</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e6583">404</a>, <a class="pageref" href="#xd26e6594">404</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e6883">422</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e7363">446</a></td>
+<a class="pageref" href="#xd26e491">13</a>, <a class="pageref" href="#xd26e2716">159</a>, <a class="pageref" href="#xd26e2726">159</a>,
+<a class="pageref" href="#xd26e2946">174</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3192">194</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3265">197</a>,
+<a class="pageref" href="#xd26e3533">211</a>, <a class="pageref" href="#xd26e4287">252</a>, <a class="pageref" href="#xd26e4292">252</a>,
+<a class="pageref" href="#xd26e6337">391</a>, <a class="pageref" href="#xd26e6583">404</a>, <a class="pageref" href="#xd26e6594">404</a>,
+<a class="pageref" href="#xd26e6883">422</a>, <a class="pageref" href="#xd26e7363">446</a></td>
<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
<td class="width40 bottom">”</td>
<td class="bottom">1</td>
</tr>
<tr>
<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e599">21</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e638">28</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e645">29</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3071">186</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e3313">200</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e3374">203</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3377">203</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e3853">228</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e3862">229</a>, <a class="pageref" href="#xd26e6695">411</a></td>
+<a class="pageref" href="#xd26e638">28</a>, <a class="pageref" href="#xd26e645">29</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3071">186</a>,
+<a class="pageref" href="#xd26e3313">200</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3374">203</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3377">203</a>,
+<a class="pageref" href="#xd26e3853">228</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3862">229</a>, <a class="pageref" href="#xd26e6695">411</a></td>
<td class="width40 bottom">religieuse</td>
<td class="width40 bottom">religieuze</td>
<td class="bottom">1</td>
@@ -20970,8 +20174,7 @@ dat deze links voor u niet werken.</p> </tr>
<tr>
<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e809">43</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e2440">143</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e3538">211</a>, <a class="pageref" href="#xd26e4600">277</a></td>
+<a class="pageref" href="#xd26e2440">143</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3538">211</a>, <a class="pageref" href="#xd26e4600">277</a></td>
<td class="width40 bottom">”</td>
<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
<td class="bottom">1</td>
@@ -20984,10 +20187,8 @@ dat deze links voor u niet werken.</p> </tr>
<tr>
<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e927">49</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e1813">105</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e2108">121</a>, <a class="pageref" href="#xd26e2481">146</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e3833">227</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e5849">356</a>, <a class="pageref" href="#xd26e7068">431</a></td>
+<a class="pageref" href="#xd26e1813">105</a>, <a class="pageref" href="#xd26e2108">121</a>, <a class="pageref" href="#xd26e2481">146</a>,
+<a class="pageref" href="#xd26e3833">227</a>, <a class="pageref" href="#xd26e5849">356</a>, <a class="pageref" href="#xd26e7068">431</a></td>
<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
<td class="width40 bottom">“</td>
<td class="bottom">1</td>
@@ -21072,8 +20273,7 @@ dat deze links voor u niet werken.</p> </tr>
<tr>
<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e2392">141</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e2916">172</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e3357">202</a></td>
+<a class="pageref" href="#xd26e2916">172</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3357">202</a></td>
<td class="width40 bottom">hôtel</td>
<td class="width40 bottom">Hôtel</td>
<td class="bottom">1</td>
@@ -21159,8 +20359,7 @@ dat deze links voor u niet werken.</p> </tr>
<tr>
<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3609">215</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e4320">254</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e7457">451</a></td>
+<a class="pageref" href="#xd26e4320">254</a>, <a class="pageref" href="#xd26e7457">451</a></td>
<td class="width40 bottom">;</td>
<td class="width40 bottom">,</td>
<td class="bottom">1</td>
@@ -21374,7 +20573,7 @@ dat deze links voor u niet werken.</p> -End of the Project Gutenberg EBook of De drie steden: Lourdes, by Émile Zola
+End of the Project Gutenberg EBook of De drie steden: Lourdes, by Émile Zola
*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DRIE STEDEN: LOURDES ***
diff --git a/56760-h/images/book.png b/56760-h/images/book.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 8b041ae..0000000 --- a/56760-h/images/book.png +++ /dev/null diff --git a/56760-h/images/card.png b/56760-h/images/card.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 1ffbe1a..0000000 --- a/56760-h/images/card.png +++ /dev/null diff --git a/56760-h/images/external.png b/56760-h/images/external.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 1434642..0000000 --- a/56760-h/images/external.png +++ /dev/null diff --git a/old/56760-8.txt b/old/56760-8.txt new file mode 100644 index 0000000..a2633e2 --- /dev/null +++ b/old/56760-8.txt @@ -0,0 +1,21515 @@ +The Project Gutenberg EBook of De drie steden: Lourdes, by Émile Zola
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
+other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
+the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
+www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
+to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
+
+Title: De drie steden: Lourdes
+
+Author: Émile Zola
+
+Commentator: Israël Querido
+
+Translator: Willem Jacob Aarland Roldanus Jr.
+
+Release Date: March 16, 2018 [EBook #56760]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DRIE STEDEN: LOURDES ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ DE DRIE STEDEN
+
+
+
+ LOURDES
+
+
+
+ DOOR
+
+ EMILE ZOLA
+
+ VERTALING VAN
+
+ W. J. A. ROLDANUS Jr.
+
+ Met een korte inleiding van Is. Querido
+
+
+
+ UITGEGEVEN DOOR J. M. MEULENHOFF
+
+ TE AMSTERDAM AAN HET DAMRAK 88
+
+
+
+
+
+
+
+
+INLEIDING
+
+
+De heer J. M. Meulenhoff verzoekt mij een kort woord ter inleiding te
+schrijven voor Zola's bekende serie: Lourdes, Rome, Parijs. Ik kan in
+deze beknopte inleiding over de literaire en dramatisch-psychologische
+waarde van zijn drie romans, als nawerk op de "Rougeon-Macquart"-serie,
+niet uitwijden. De simpele bedoeling is vooral er op te wijzen dat
+hier in ons land, naar mijn weten voor het éérst een volledige en
+onverminkte vertaling verschijnt van deze drie groote Zola-boeken. Dát
+feit verkondig ik met vreugde; nogmaals gansch en al afgescheiden
+van de scheppende waarde welke ik zelf deze latere producten in de
+rij van Zola's overige werken, toeken. Tegenover dezen "realist"
+is men in Holland, vooral in den jongsten tijd, op een waarlijk
+schandelijke en weerzinwekkende wijze opgetreden. Men heeft in vele
+gevallen zijn arbeid voor het allergrootste deel als pornographische
+prikkel-literatuur met kabaal en handelsreclame onder de massa
+geworpen. Men heeft het vuile, smerige, zwoele, alleen-sensueele en
+dierlijk-menschelijke opgezocht, aangedikt en vaak geheel los van alle
+psychologisch karakter-verband naar voren gebracht. Men heeft met
+schunnige bijbedoelingen de groote scheppingen van Zola onbekommerd
+verknoeid, ze geheel naar willekeur en grof handelsbelang besnoeid,
+verminkt, saâmgelapt en beduimeld. Men heeft ermee omgesprongen als
+met een verachtelijke waar, slechts geschikt voor de bevrediging der
+gemeenste zinnedriften. Nu eindelijk verschijnen de "Drie steden" in
+een verzorgde vertaling, met piëteit volbracht tegenover een groot
+schrijver; een vertaling waarin geen regel van het oorspronkelijke
+wierd weggelaten.
+
+Het is misschien goed er aan te herinneren, dat dit boek in Frankrijk,
+in de orthodox-katholieke kringen, een krijtende woede heeft uitgelokt,
+maar dat men later is gaan inzien hoezeer Zola van zijn standpunt het
+"wonder" van geloofsgenezingen verklaarde gelijk de geheele school
+van Nancy en Parijs dit met het probleem der suggestie en hypnose
+reeds lang deed op physiologische en psychologische gronden. Ook
+nu weer zal "Lourdes" in de rechtzinnige kringen verzet wekken en
+tegenspraak ontmoeten. Doch nu is het psychiatrisch materiaal veel
+rijker aanwezig. Opmerkelijk mag het heeten, dat Emile Zola in den
+tegenwoordigen tijd door de allerjongste jongeren en snobs weer met
+even groote minachting, met even fellen afschuw en huivering besproken
+wordt als bij zijn intrede in de Fransche letterkunde. Léon Bloy vooral
+in zijn hysterisch-felle, uitbrakende scheldrazernij en verachting
+voor den "slechten" schrijver en "gebrekkigen" woordkunstenaar
+Zola, gaf den toon aan. Na dezen genialen woesteling en overdadigen
+dwepeling zijn er tallooze Léon Blaffertjes gekomen die den Franschen
+Meester hebben gehoond en gesmaad op de meest walgelijke en tartende
+wijze. Het waren inzonderheid de sensationeele persmuskieten, de
+ellendige futlooze prutsers en schaamtelooze lawaai-journalistjes die
+in partij-haat en valsche dweepzucht den grooten romanticus naamloos
+krenkten en beleedigden. Ik behoef gelukkig slechts tegenover den
+geniaal-scheldenden, doch uiterst-beperkten Léon Bloy te plaatsen
+de dikwijls uitgesproken bewondering van den veel grooteren Gustave
+Flaubert. Telkens kunt gij in Flaubert's "Correspondance" iets lezen
+van vurigen lof op Zola... "Ik voleindig zoo even juist uw boek. Ik
+duizel er nog van. Het is zeer machtig." "Je viens de finir votre
+atroce et beau livre! J'en suis encore étourdi. C'est fort! Très
+fort!" (Correspondance van Gustave Flaubert, dl. IV, pag. 164). Ook
+noemt Flaubert elders Zola's werk zeer sterk, vurig en gezond. Wel
+van een hartstochtelijke wildheid en bewogenheid, doch meestal van
+groote waarneming en groote diepte. Zeer bewondert Flaubert Martha in
+de "Conquête des Plassans". Het slot noemt hij "een wonder". "Quant à
+elle (Marthe), je ne saurais vous dire combien elle me semble réussie,
+et l'art que je trouve au développement de son caractère, ou plutôt
+de sa maladie. J'ai surtout remarqué les pages 194, 215 et 217, 261,
+264, 267. Son état hystérique, son aveu final (p. 350 et 19) est une
+merveille." (Correspondance, dl. IV, pag. 213). En over "Mes haines"
+schrijft Flaubert: "La préface de vos "Haines" m'a ravi, mon cher
+Zola. Voilà tout ce que j'ai à vous dire. Je ne la connaissais pas et
+j'en suis féru! Bravo! Voilà comme il faut parler." (Correspondance,
+dl. IV, pag. 383). Over den fielterig- en gemeen-uitgescholden roman
+"Nana" zegt de geweldige Gustave Flaubert: "Ik heb gisteren heel
+den dag tot middernacht met het lezen van uw "Nana" doorgebracht. Ik
+sliep er niet van... Ik sta verstomd... De karakters zijn wonderen van
+waarheid..." "à la fin, la mort de Nana est Michelangelesque!" Un livre
+énorme...! Page 415. Plein de de grandeur, épique, sublime!... Page
+483. Très grand, très grand!... Pages 489-90. Comme c'est vrai
+et intense!... Page 504. Rien de plus haut. Page XIV. Au-dessus
+de tout!--Oui! ... n... de De...! sans pareil." (Correspondance,
+dl. IV, pag. 408-409). Verder spreekt Flaubert van... "Mignon! avec ses
+fils! ineffable de beauté!... Tout ce qui regarde Fontan parfait... La
+paternité de tous ces messieurs, adorable... Nana tourne au mythe,
+sans cesser d'être réelle." (Correspondance, dl. IV, pag. 408-409).
+
+Ik zou ook nog kunnen spreken over de afgodische vereering hier in
+ons land, die eens Van Deyssel voor Zola uitsprak; over de groote
+bewondering van Johan De Meester, Frans Coenen, mr. Erens, Henriëtte
+Roland-Holst en vele anderen. Want bijna altijd is Zola het meest
+gehavend geworden door de klein-krenkende, onbeduidende, anonieme
+dagblad-criticasters, die in hun vinnige jaloerschheid den reus te
+lijf gingen als een gonzende zwerm angellooze horzeltjes. Ook de
+titanische Balzac wierd schromelijk toegetakeld door de journalisten
+van het allermiddelmatigste slag. Balzac zelf verachtte en bespotte
+hen. Toch waren er zeer sluwe rakkers onder die hem sarden en
+beleedigden. Ik behoef slechts te wijzen op Eugène Poitou, die als
+een echte schelm Balzac's grootheid heeft aangerand en eindelijk zoo
+verrukkelijk-hooghartig is afgestraft door Barbey d'Aurévilly. Ik
+behoef slechts te wijzen op de artikelen-reeks van Henri Duvernois
+die indertijd heeft aangetoond op welk een grove en duldelooze wijze
+Balzac's werk in dommen haat en boosaardigheid is neergehaald. Zola
+was nu even reusachtig van episch gebaar als Balzac, al klonk de
+Pantagruellische lach van den "Comédie humaine"-schepper soms guller
+en soms satanischer. Le Lucifer de la literature, zooals Anatole France
+Balzac noemde, had zich door Gosselin een wandelstok laten snijden, "la
+ridicule canne", de monsterlijk-zware tambour-majoor-rotting, poenig
+opgepronkt met allerlei steenen, waarmee hij van zich afranselde,
+op pedante collega's en afgunstige vijanden. Reeds vroeger schreef
+ik hoezeer Balzac het mikpunt is gebleven van laffen, oneerlijken
+spot, van karikatuur en giftigen hoon. Gozlan en Mme Hanska doen
+ons gevoelen hoe driest Balzac wierd afgemaakt en neergehaald door
+de nietigste journalisten-keffertjes, drollige snaakjes; door bijna
+alle dagbladen van zijn tijd en hoe allerlei blufferige dwergjes met
+catapult's tegen den reus uittrokken. Balzac zelf had een afschuw
+van deze soort journalisten. Zie o. a. "Un grand homme de Province à
+Paris" en beluister Balzac's spot-woord naar Lireux: "Encore une fois,
+pardon, monsieur Lireux, mais j'en ai fini depuis longtemps et fini
+pour toujours avec les journalistes; c'est entre nous une guerre de
+sauvages: ils veulent me scalper à la manière des Mohicans, et moi
+je veux boire dans leur crâne à la manière des Muscoculges".
+
+Ook Zola stond in dezelfde houding tegenover zijn vernietigende
+critici die hij nog veelvuldiger vond in Frankrijk dan Balzac, omdat
+deze althans was en bleef "bon catholique" en Zola aarts-atheïst
+en anarchist wierd gescholden. Ook in Lourdes is Zola, in zijn
+romantiek en in zijn ten deele evangelisch, mystiek profetisme,
+allicht dieper religieuze natuur dan vele zoogenaamde rechtzinnigen
+in de leer die hem verdoemen en de hel invloeken, om zijn aanranding
+van het godsbegrip. Nogmaals, ik onthoud mij van iedere literaire
+carakteristiek dezer "Drie steden"-serie. Slechts wijs ik op hare
+groote belangrijkheid als sociale uiting en wellicht is in geen
+zijner werken zoo sterk Zola's eigen maatschappijen levensbeschouwing
+uitgesproken als in deze romans.
+
+Dat onder de groote modernen in Zola's eigen land ook nog vurige
+bewonderaars leven van zijn genie, bleek mij onlangs opnieuw, uit
+een gesprek met den buitengewonen Franschen schilder Le Fauconnier,
+die met groote geestdrift en warmte Zola huldigde en ook gretige
+bewondering te kennen gaf voor zijn kunst-critischen arbeid.
+
+Het is voor mij nu reeds een zekerheid, dat ná de beschimpings-periode
+van onfrissche modernelingen, snobs en kwasi-vergeestelijkten, er een
+tijd zal komen dat ook Zola weer, bij al zijn fouten en gebreken, in
+volle grootheid zal worden genoemd, hoe gansch anders men in wezen ook
+mag staan tegenover zijn kunst-opvattingen, zijn maatschappij-critiek
+en zijn moraal.
+
+
+ Is. Querido.
+
+
+
+
+
+
+
+
+EERSTE DAG
+
+
+I.
+
+Toen in den rijdenden trein de pelgrims en de zieken, die op de
+harde banken van den wagon 3de klasse opeengehoopt zaten, het
+Ave Maris Stella, dat zij bij het verlaten van de Gare d'Orleans
+aangeheven hadden, ten einde zongen, zag Marie, die zich, door een
+koortsachtig ongeduld aangegrepen, half opgericht had van haar ziekbed,
+de vestingwerken.
+
+"Ha, de vestingwerken!" riep zij, ondanks haar pijn, op vroolijken
+toon. "Nu zijn we tenminste Parijs uit!"
+
+Haar vader, mijnheer de Guersaint, die tegenover haar zat, lachte
+over haar blijdschap, terwijl abbé Pierre Froment, die haar met
+broederlijke liefde aankeek, in zijn medelijdende bezorgdheid zeide:
+
+"Ja, en nu zitten we tot morgenochtend in den trein, want we zijn
+pas om 3.40 in Lourdes. Meer dan twee-en-twintig uur reizen!"
+
+Het was half zes, de zon was stralend opgegaan over een
+prachtig-helderen ochtend. Het was een Vrijdag, 19 Augustus. Doch reeds
+kondigden aan den horizont kleine dikke wolkjes een verschrikkelijk
+warmen, van onweer zwangeren dag aan. Schuin vielen de zonnestralen
+door de compartimenten van den wagon en vulden die met een stof van
+dansend goud.
+
+Marie, die weer in haar angst teruggevallen was, fluisterde:
+
+"Ja, twee-en-twintig. Lieve God, wat is dat nog lang!"
+
+Haar vader legde haar weer wat makkelijker in haar nauwe kist, een
+soort dakgoot, waarin zij sedert zeven jaar leefde. Bij uitzondering
+had men toegestaan de twee paar wielen, die afgenomen en aangebracht
+konden worden, in den bagagewagen te vervoeren. Ingesloten tusschen de
+planken van die rollende kist, nam zij drie plaatsen in op de bank;
+rustig bleef zij een oogenblik liggen met haar gesloten oogen, met
+haar uitgeteerd, vaalbleek gezicht, dat ondanks haar drie-en-twintig
+jaar nog een kinderlijke teerheid behouden had; ondanks alles zag
+zij er nog bekoorlijk uit met haar prachtige blonde haren, haren
+als van een koningin, die door de ziekte verschoond waren. Eenvoudig
+gekleed in een zwartwollen japon, had zij om haar hals haar kaart met
+haar naam en haar volgnummer. Zelf had zij dezen armelijken eenvoud
+gewenscht, daar zij haar familie, die van lieverlede in moeilijke
+omstandigheden gekomen was, niets kosten wilde. Zoo kwam het, dat
+zij hier in die derde klasse van den witten trein lag, den trein voor
+de ergste zieken, den droevigsten der veertien dien dag naar Lourdes
+vertrekkende treinen, dien, waarin behalve de vijfhonderd pelgrims,
+bijna driehonderd door zwakheid uitgeputte en door pijnen gekwelde
+zieken samengedrongen waren, die in volle vaart van het eene eind
+van Frankrijk naar het andere vervoerd werden.
+
+Ontstemd haar bedroefd gemaakt te hebben, bleef Pierre haar met zijn
+liefdevollen blik van een ouderen broer aankijken. Hij was even dertig
+jaar, bleek, mager en had een breed voorhoofd. Nadat hij de reis tot in
+de kleinste bijzonderheden geregeld had, hield hij het voor zijn plicht
+mede te gaan en had zich daarom opgegeven als helper van de Hospitalité
+de Notre-Dame de Salut; hij droeg onder zijn soutane het roode, met
+oranje afgezette kruis der baardragers. Mijnheer de Guersaint had
+op zijn grijslaken jas het scharlakenrood pelgrimskruis. Hij scheen
+het reizen prettig te vinden, telkens en telkens weer keek hij naar
+buiten en kon zijn vriendelijk en afgetrokken gezicht, dat er, hoewel
+hij reeds een goede vijftig was, er nog jong uitzag, niet stil houden.
+
+In de afdeeling ernaast was ondanks het hevige schudden, dat Marie
+deed gillen van pijn, zuster Hyacinthe, die gezien had, dat het jonge
+meisje in de volle zon lag, opgestaan.
+
+"Ach, mijnheer de abbé, laat het gordijntje wat neer... Kom, kom! Wij
+zullen het ons zoo makkelijk mogelijk maken en trachten het een beetje
+gezellig in te richten!"
+
+In haar zwart kleed van ordezuster, dat opgevroolijkt werd door het
+witte kapje, den witten sluier en de groote witte schort, glimlachte
+zuster Hyacinthe dapper en moedig. Haar jeugd sprak duidelijk uit
+haar klein, frisch mondje, uit de diepte van haar mooie, blauwe,
+altijd liefdevol blikkende oogen. Zij was misschien niet knap, maar
+prettig om naar te kijken, teer, slank, met de borst van een jongen
+onder de hooge schort, van een flinken jongen met een blanken tint,
+overvloeiend van gezondheid, vroolijkheid en onschuld.
+
+"Maar die lieve zon laat ons bijna smelten. Mevrouw, wees zoo goed
+ook een gordijntje neer te halen!"
+
+In den hoek, naast de zuster zat madame de Jonquière nog steeds
+met haar koffertje op haar schoot. Langzaam trok zij het gordijntje
+naar beneden. Zij was een flinke brunette en zag er nog knap uit,
+niettegenstaande zij reeds een dochter van vier-en-twintig had,
+Raymonde, die zij met twee andere vrijwillige verpleegsters, madame
+Désagneaux en madame Volmar, eerste klasse reizen liet. Zij zelf,
+directrice van een zaal in het Hôpital de Notre-Dame des Douleurs te
+Lourdes, verliet haar zieken niet; en buiten aan het deurtje van het
+compartiment hing het voorgeschreven bordje, waarop onder haar eigen
+naam die van de twee zusters van Maria Hemelvaart stonden, welke haar
+waren toegevoegd. Als weduwe van een geruïneerd man leefde zij met
+haar dochter bescheiden van vier à vijf duizend francs rente in de
+rue Vaneau; zij gaf al haar tijd aan het werk van de Hospitalité de
+Notre-Dame de Salut, waarvan zij het roode kruis op haar popelinen
+Karmelietenkleed droeg en zij een der vurigste ijveraarsters
+was. Eenigszins trotsch aangelegd en graag gevleid en gefêteerd,
+verlangde zij steeds naar die jaarlijksche reis, welke zoowel haar
+trots als haar hart bevredigde.
+
+"U hebt gelijk, zuster, we zullen het ons wat makkelijk maken. Ik
+weet zelf niet, waarom ik dat koffertje zoo op mijn schoot houd."
+
+Zij zette het naast zich neer onder de bank.
+
+"Wacht," zeide zuster Hyacinthe; "die waterkan staat precies tusschen
+uw beenen. Die hindert u natuurlijk!"
+
+"Wel neen, heusch niet! Laat maar. Hij moet toch ergens staan."
+
+Toen voegde zij het woord bij de daad en richtte zich zoo makkelijk
+mogelijk in voor een dag en een nacht met haar zieken. Het was jammer,
+dat zij Marie niet in haar compartiment had kunnen nemen, daar deze
+er beslist op gestaan had bij haar vader en Pierre te blijven, maar ze
+konden tenminste over het lage beschot nu en dan eens een buurpraatje
+met haar houden. Trouwens de geheele wagon met zijn vijf compartimenten
+van tien plaatsen, vormde één rijdende, gemeenschappelijke kamer, die
+men met één blik overzien kon. Met de kale, gele houten beschotten en
+het wit geschilderde plafond deed het denken aan een echte ziekenzaal,
+of in zijn wanorde en het door elkaar heen staan van alles eerder op
+een geïmproviseerd veldlazaret. Half verborgen lagen onder de bank
+kruiken, kommen, bezems, sponsen. Daar de trein geen bagagewagen
+had, hoopten zich overal en nergens valiezen, witte houten kisten,
+hoedendoozen, koffertjes op, een jammerlijke opeenstapeling van oude,
+versleten met touw dichtgemaakte dingen; verder hingen allerlei
+kleedingstukken, pakjes en manden aan koperen haken te slingeren. En
+te midden van dien ouden rommel werden de zwaar-zieken, die op hun
+kleine matrassen verscheidene plaatsen innamen, door het geschok der
+wielen heen en weer geschud, terwijl zij, die zitten konden, met hun
+bleeke gezichten tegen kussens leunden. Volgens het voorschrift moest
+er voor ieder compartement een diakones zijn. Aan het andere einde
+bevond zich een tweede zuster van Maria Hemelvaart, zuster Claire
+des Anges. Gezonde pelgrims stonden reeds op en begonnen te eten
+en te drinken. Achterin was een geheel compartiment voor vrouwen,
+oude en jonge, dicht tegen elkaar gedrukt, allen even jammerlijk-
+en droevig-leelijk. Daar men om de teringlijdsters, die er zich onder
+bevonden, de raampjes niet durfde openzetten, begon er een drukkende
+hitte en een benauwende stank te heerschen.
+
+Te Juvisy hadden de pelgrims de rozenkrans afgebeden. Toen men om
+zes uur in volle vaart het station Bretigny doorvloog, stond zuster
+Hyacinthe op, die de geestelijke oefeningen leidde, welke de meeste
+pelgrims in een klein boekje met blauwen omslag volgden.
+
+"Het Angelus, kinderen," zeide zij met haar moederlijk glimlachje,
+dat haar jeugd zoo bekoorlijk en zacht maakte.
+
+Weer volgden de Ave's elkaar op. Toen het klaar was, keken Pierre en
+Marie vol deelneming naar twee vrouwen, die de twee andere hoeken
+van hun compartiment innamen. De eene, die aan het voeteneinde van
+Marie's matras lag, was een tengere blondine, een ruim dertigjarige,
+voor haar tijd verwelkte burgervrouw. Zij hield zich bescheiden op den
+achtergrond en nam bijna geen plaats in. Zij had een donkere japon aan,
+haar haar was verkleurd, haar gezicht lang en pijnlijk vertrokken en
+drukte een grenzenlooze verlatenheid en eindelooze droefgeestigheid
+uit. De andere, die op dezelfde bank als Pierre zat, een ongeveer
+even oude arbeidersvrouw met een zwart mutsje en een door ellende
+en zorgen verwoest gezicht, had een meisje van zeven jaar op haar
+schoot, zoo bleek en zoo minnetjes, dat men het geen vier gegeven
+zou hebben. Het kind met haar spits neusje, haar blauw-omkringde,
+gesloten oogjes en haar wasbleek gezichtje, kon nog niet praten;
+het kreunde en steunde slechts, wat telkens weer het hart van de over
+haar kleine gebogen vrouw verscheurde.
+
+"Zou ze misschien een paar druiven lusten?" vroeg bedeesd de
+burgervrouw, die tot dat oogenblik gezwegen had. "Ik heb er in mijn
+mandje."
+
+"Dank u, madame," antwoordde de arbeidersvrouw. "Ze drinkt alleen
+maar melk, en dan moet u nog niet vragen hoe... Ik heb een flesch
+meegenomen."
+
+En toegevend aan de behoefte, die ongelukkigen steeds hebben om te
+praten, vertelde zij haar geschiedenis. Zij heette madame Vincent
+en had haar man, die vergulder van beroep geweest was, aan de tering
+verloren. Alleen achtergebleven met haar kleine Rose, die zij aanbad,
+had zij dag en nacht genaaid, om het kind op te voeden. Maar het kind
+was ziek geworden. Nu al veertien maanden lang hield zij het kind,
+dat steeds pijn had en altijd maar achteruitging en afviel, in haar
+armen. Toen was zij, die anders nooit naar de mis ging, uit wanhoop
+een kerk binnengeloopen, om de genezing van het kind af te smeeken:
+daar had zij een stem gehoord, die haar zeide, dat zij met het kind
+naar Lourdes gaan moest, waar de Heilige Maagd zich over de kleine
+erbarmen zou. Daar zij niemand kende en niet wist, hoe die bedevaarten
+werden ingericht, had zij maar één gedachte gehad: werken, reisgeld
+sparen, een kaartje nemen, met de dertig sous, die zij nog over had,
+de reis aanvaarden en slechts een flesch melk voor het kind meenemen,
+zonder zelfs maar te denken voor zichzelf een stuk brood te koopen.
+
+"Wat scheelt het lieve kind eigenlijk?"
+
+"O, madame, het is een buikverharding. Maar de dokters hebben er hun
+eigen naam voor... Eerst heeft ze gewoon buikpijn gehad. Maar toen
+is de buik gaan opzetten en heeft ze een pijn gehad, dat je er gewoon
+bij stond te huilen. Nu is die opzetting heelemaal weg; maar het kind
+leeft nu, om zoo te zeggen niet meer, ze heeft geen beenen meer, zoo
+mager is ze; en door dat eeuwige transpireeren neemt ze nog meer af..."
+
+Maar Rose had even gekreund en haar oogleden opengeslagen; angstig
+en bleek wordend boog de moeder zich over haar heen.
+
+"Mijn schatje, mijn lieveling, wat is er?... Wil je wat drinken?"
+
+Maar het kind had haar leege, mat-blauwe oogen al weer gesloten;
+het antwoordde zelfs niet meer, was weer teruggezonken in haar
+apathie, heelemaal wit in haar wit jurkje, een laatste coquetterie
+der moeder, die deze onnoodige uitgave gedaan had in de hoop, dat de
+Maagd genadiger zijn zou voor het zieke wichtje, als het netjes in
+het wit gekleed was.
+
+Na een kort stilzwijgen begon madame Vincent weer:
+
+"En u, madame, u gaat zeker voor u zelf naar Lourdes?... Het is u
+wel aan te zien, dat u ziek is."
+
+Maar de burgervrouw trok zich angstig-verschrikt in haar hoekje terug
+en prevelde:
+
+"Neen, neen, ik ben niet ziek... Was ik het maar, dan zou ik minder
+lijden!"
+
+Zij heette madame Maze en had een ongeneeslijk verdriet in haar
+hart. Na uit liefde getrouwd te zijn met een flinken, levenslustigen
+jongen man, was zij na een jaar van wittebroodsweken door hem in
+den steek gelaten. Haar man, die als handelsreiziger bijna altijd
+van huis was en veel geld verdiende, bleef dikwijls maanden lang
+weg, bedroog haar van het eene einde van Frankrijk tot het andere,
+ja nam zelfs maîtressen mee. Zij aanbad hem en leed er zoo onder,
+dat zij zich in de armen van den godsdienst geworpen had. Eindelijk
+was zij besloten naar Lourdes te gaan, om de Heilige Maagd te smeeken
+haar man te bekeeren en hem aan haar terug te geven.
+
+Zonder het precies te begrijpen, voelde madame Vincent toch, dat
+haar reisgenoote zedelijk veel leed. Ze bleven elkaar aankijken, de
+verlaten vrouw, die door haar hartstochtelijke liefde verteerd werd,
+en de moeder, die ten gronde ging, omdat zij haar kind sterven zag.
+
+Nu mengde Pierre, die evenals Marie met groote deelneming geluisterd
+had, zich in het gesprek, het verwonderde hem, dat de arbeidersvrouw
+haar kind niet in het ziekenhuis had laten opnemen. De Association de
+Notre-Dame de Salut was na den oorlog door de Augustijnen opgericht
+met het doel, om door gemeenschappelijk gebed en door het uitoefenen
+van weldadigheid werkzaam te zijn voor het heil van Frankrijk en
+de verdediging der Kerk; ook hadden zij de bedevaarten in het leven
+geroepen en met name de nationale bedevaart, die jaarlijks tegen het
+einde van Augustus naar Lourdes ondernomen werd, georganiseerd en
+steeds meer uitgebreid. Zoo had zich langzamerhand een uitstekende
+organisatie ontwikkeld; uit de geheele wereld werden giften
+gezonden, in iedere parochie zieken op de lijsten gebracht, met de
+spoorwegmaatschappijen speciale regelingen getroffen, ongerekend
+nog de krachtdadige hulp der zusters van Maria Hemelvaart en de
+stichting van de Hospitalité de Notre-Dame de Salut, een uitgebreide
+vereeniging van alle liefdadigheidsgenootschappen, waarin mannen en
+vrouwen, grootendeels tot de voornamere kringen behoorend, onder
+toezicht van den leider der bedevaarten, de zieken verpleegden,
+droegen en voor het handhaven der orde zorgden. De zieken moesten
+een schriftelijk verzoek indienen, om in die Hospitalité opgenomen
+te worden, waardoor zij alle reis- en verblijfkosten vrij hadden;
+ze werden thuis gehaald en weer gebracht, ze behoefden dus slechts
+eenige levensmiddelen voor de reis mede te nemen. Maar het grootste
+gedeelte kwam van aanbevelingen van geestelijken of van liefdadige
+personen, die bij de inschrijvingen zorg droegen voor de noodzakelijke
+identiteitsbewijzen en de geneeskundige certificaten. Was dit geschied,
+dan behoefden de zieken zich met niets meer te bemoeien, waren zij
+in de zorgende handen der barmhartige broeders en zusters niets meer
+dan het armzalige object voor lijden en wonderen.
+
+"U hadt," legde Pierre haar uit, "u slechts behoeven te wenden
+tot den pastoor van uw parochie. Dat arme kind verdient ons aller
+medelijden. Het zou dadelijk opgenomen zijn."
+
+"Ik wist het niet, mijnheer de abbé."
+
+"Maar hoe hebt u het dan klaar gespeeld?"
+
+"Ik heb een biljet gekocht op een plaats, die een buurvrouw, die de
+courant leest, mij genoemd heeft."
+
+Zij sprak over biljetten, welke tegen zeer verminderde prijzen onder
+de pelgrims, die betalen konden, werden verdeeld. Onder het luisteren
+werd Marie door een groot medelijden en ook door schaamte aangegrepen:
+haar ontbrak het toch niet aan middelen, en zij was er met behulp van
+Pierre in geslaagd, zich in de Hospitalité te laten opnemen, terwijl
+die moeder en haar ongelukkig kind, na haar armzalige spaarduitje
+gegeven te hebben, zonder een sou bleven.
+
+Maar een heftige schok van den wagon ontrukte haar een gil van pijn.
+
+"Licht me wat op, vader. Ik kan niet langer zoo op mijn rug blijven
+liggen."
+
+Toen haar vader haar in een zittende houding had opgericht, zuchtte zij
+diep. Ze waren nauwelijks Etampes, anderhalf uur van Parijs voorbij,
+en reeds begonnen in de gloeiende zon, het stof en het lawaai, de
+vermoeidheid en de uitputting zich te doen gelden.
+
+Madame de Jonquière sprak over het beschot het jonge meisje met
+een paar vriendelijke woorden moed in. Ook zuster Hyacinthe was weer
+opgestaan en klapte vroolijk in haar handen, om zich door den geheelen
+wagon verstaanbaar te maken.
+
+"Kom, kom! Laten we niet aan onze pijntjes denken! Laten we bidden
+en zingen, de Heilige Maagd zal met ons zijn."
+
+Zij hief den Rozenkrans aan volgens de woorden van Notre-Dame de
+Lourdes, en alle zieken en pelgrims volgden haar voorbeeld. Het was
+de eerste rozenkrans, de vijf blijde mysteriën, Maria Boodschap,
+de Visitatie, de Geboorte, Maria Lichtmis, de wedergevonden
+Jezus. Dan hieven allen het lied aan: "Aanschouwen wij den hemelschen
+aartsengel..." De stemmen gingen verloren in het geratel der wielen,
+men hoorde slechts het doffe gegons van den troep, die in den gesloten,
+eindeloos voortrollenden wagen half stikte.
+
+Mijnheer de Guersaint kon, hoewel hij zijn godsdienstige plichten
+trouw vervulde, nooit een lied tot het einde toe mede zingen. Hij
+stond telkens op, om dan dadelijk weer te gaan zitten. Eindelijk bleef
+hij over het beschot heen leunen en ging hij praten met een zieke,
+die in het compartiment ernaast tegen hetzelfde beschot zat. Mijnheer
+Sabathier was een dikke, kale vijftiger met een groot, goedig hoofd. De
+laatste vijftien jaren leed hij aan ataxie, pijn had hij slechts bij
+tusschenpoozen, maar zijn beenen waren geheel verlamd; zijn vrouw,
+die hem vergezelde, legde ze, als waren het doode beenen, van de eene
+plaats op de andere, wanneer ze hem ten slotte zoo zwaar werden als
+stukken lood.
+
+"Ja, mijnheer, vroeger was ik leeraar in de vijfde klasse van het
+lycée Charlemagne. In den beginne dacht ik, dat het gewone heupjicht
+was. Doch daarna heb ik vreeselijke pijnen gekregen, zooiets alsof
+er gloeiende degens in mijn spieren gestoken werden. De laatste tien
+jaar echter is mijn heele lichaam er door aangetast, ik heb alle
+mogelijke doktoren geraadpleegd, ik heb alle mogelijke en onmogelijke
+badplaatsen bezocht; en nu heb ik tegenwoordig wel minder pijn, maar ik
+kan niet meer van mijn stoel opstaan... Ik had mijn leven lang niets
+aan godsdienst gedaan, maar nu ben ik weer tot God teruggebracht door
+de gedachte, dat ik te ongelukkig was en dat onze Lieve Vrouwe van
+Lourdes medelijden met mij hebben zou."
+
+Pierre was ook over het beschot komen leunen en luisterde aandachtig.
+
+"Lijden brengt de ziel weer terug tot God, niet waar, mijnheer de
+abbé? Dit is nu al het zevende jaar, dat ik naar Lourdes ga, maar ik
+twijfel geen oogenblik aan mijn genezing. Dit jaar zal de Heilige
+Maagd mij genezen, dat weet ik zeker. Ja, ik reken er vast op weer
+te kunnen loopen; ik leef nog slechts in die hoop."
+
+Mijnheer Sabathier hield even op, om zijn vrouw zijn beenen wat
+meer naar links te laten leggen. Pierre nam hem eens goed op;
+het verwonderde hem een zoo hardnekkig geloof te vinden bij een
+intellectueel, een van die geleerden, die gewoonlijk zoo Voltairiaansch
+gezind zijn. Hoe had het vertrouwen in het wonder in dit brein wortel
+kunnen schieten en opbloeien? Het was werkelijk zooals hij zelf zeide:
+heftige smarten en pijnen alleen konden deze behoefte aan illusie,
+den bloeitijd der eeuwige troosteresse verklaren.
+
+"Zooals u ziet, zijn mijn vrouw en ik gekleed als armen, want ik
+wilde dit jaar niet meer zijn dan een arme; uit deemoed heb ik mij in
+de Hospitalité doen opnemen, opdat de Heilige Maagd mij zou rekenen
+tot de arme ongelukkigen, haar kinderen... Maar, omdat ik niet de
+plaats van een echten arme heb willen innemen, heb ik vijftig francs
+bij de Hospitalité gestort, wat, zooals u natuurlijk weet, het recht
+geeft een zieke op de bedevaart mede te nemen... Ik ken mijn zieke
+zelfs. Zooeven heeft men hem mij op het station voorgesteld. Het
+schijnt een teringlijder te zijn, die al ver, heel ver weg is..."
+
+Weer volgde een stilte.
+
+"Moge de Heilige Maagd, die alles kan, ook hem redden. Ik zou gelukkig
+zijn, als zij mij met haar weldaden overstroomde."
+
+De drie mannen bleven nog wat doorpraten, eerst over geneeskunde, dan
+over Romaansche bouwkunst, toen zij op een heuvel een klokketoren
+zagen, waarvoor alle pelgrims het teeken des kruises gemaakt
+hadden. Te midden van die arme zieken, te midden van die door
+hun ellende stompzinnig geworden armen van geest, lieten de jonge
+priester en zijn twee reisgenooten zich even door hun beschaving
+medesleepen. Een uur verliep, er waren nog twee liederen gezongen,
+zij hadden de stations van Toury en les Aubrais achter den rug, toen
+zij eindelijk bij Beaugency hun gesprek staakten en zuster Hyacinthe
+in haar handen klapte en met haar heldere, klankrijke stem begon:
+
+"Parce, Domine, parce populo tuo..." [1]
+
+En het zingen begon opnieuw, aller stemmen vereenigden zich, wederom
+steeg een vloed van gebeden omhoog, die de pijn verminderde, de
+hoop opnieuw deed opleven, langzamerhand zich meester maakte van het
+geheele wezen, dat uitgeput was door het onophoudelijke denken aan
+de genade en de genezingen, die men zoo ver zoeken ging.
+
+Toen Pierre weer ging zitten, zag hij, dat Marie heel bleek was en
+haar oogen dicht had; toch begreep hij uit het pijnlijk samentrekken
+van haar gezicht, dat zij niet sliep.
+
+"Heb je weer meer pijn?" vroeg hij.
+
+"Ja, verschrikkelijk. Ik houd het nooit tot het einde uit. Dat
+voortdurende schokken..."
+
+Zij kreunde, deed haar oogen weer open. Bijna in zwijm vallend bleef
+zij naar de andere zieken zitten kijken. In het compartiment ernaast
+had tegenover mijnheer Sabathier la Grivotte, die tot dat oogenblik
+roerloos als een doode op haar matras gelegen had, zich opgericht. Het
+was een groot meisje van een goede dertig, lam en vreemd, met een rond,
+door pijn vertrokken gezicht, dat echter door haar kroeshaar en haar
+vurige oogen bijna mooi was. Zij was in hoogen mate teringachtig.
+
+"Wat zou het heerlijk zijn, mademoiselle," zeide zij, zich met haar
+heesche, nauwlijks verstaanbare stem tot Marie wendend; "als we eens
+een klein dutje konden doen. Maar het is niet mogelijk met dat eeuwige
+gedreun der wielen."
+
+Niettegenstaande het spreken haar groote inspanning kostte, begon zij
+het een en ander van zichzelf te vertellen. Zij was matrassenmaakster
+geweest en had met haar tante te Bercy, van de eene boerenplaats naar
+de andere trekkend, veel matrassen gemaakt; aan die vergiftige wol,
+die zij in haar jeugd zelf gekaard had, schreef zij haar kwaal toe. De
+laatste vijf jaar had zij in verschillende Parijsche ziekenhuizen
+gelegen. Zij sprak dan ook heel familiaar over de meest bekende
+doktoren. De zusters van Lariboisière, die gezien hadden, hoe zij
+geheel in godsdienstige plechtigheden opging, hadden haar geheel
+bekeerd en haar tot de overtuiging gebracht, dat de Heilige Maagd
+van Lourdes slechts op haar wachtte, om haar te genezen.
+
+"En dat mag ook wel, want de dokters zeggen, dat ik al één long
+kwijt ben en dat het met de andere ook zoo heel lang niet meer duren
+zal. Het zit hem in de holten van de longen, weet u... In den beginne
+had ik alleen maar pijn tusschen mijn schouders en gaf ik bij het
+hoesten slijm op. Thans ben ik zoo mager geworden, dat de tranen je
+erbij in de oogen kwamen. Nou zweet ik maar altijd door en hoesten,
+verschrikkelijk, maar opgeven gaat niet meer, daar is de slijm te
+dik voor. En zooals u ziet, staan kan ik niet meer en eten ook niet."
+
+Een hoestaanval belette haar verder te gaan; haar gezicht werd
+lijkkleurig.
+
+"Enfin," ging zij dan weer voort, "ik steek nog liever in mijn vel
+dan in dat van den broer, die in het compartiment hiernaast zit. Hij
+heeft precies hetzelfde als ik, maar hij is nog verder weg."
+
+Zij vergiste zich. Wel lag in de afdeeling achter Marie op een matras
+een jonge zendeling, broeder Isidore, dien men echter niet zag,
+daar hij zich geen vinger breed oprichten kon, maar hij was geen
+teringlijder, doch leed aan een leverontsteking, die hij in Senegal
+gekregen had. Het was een lange, magere jonge man met een geel,
+ingevallen, als perkament zoo gerimpeld gezicht. Het abces, dat zich
+aan den lever gevormd had, was van buiten opengebroken, en de ettering,
+die met een voortdurende koorts, brakingen en ijlen gepaard ging,
+putte al zijn krachten uit. Alleen zijn oogen leefden nog, oogen vol
+onuitbluschbare liefde, wier warme glans zijn gezicht, dat aan den
+aan het kruis stervenden Christus denken deed, deed stralen, zijn
+gewoon boerengezicht, dat door zijn hartstochtelijk geloof bij tijden
+geadeld werd. Hij kwam uit Bretagne en was het laatste, ziekelijke
+kind van een te talrijke familie; het kleine beetje land had hij
+aan zijn oudere broers overgelaten. Een van zijn zusters begeleidde
+hem, Marthe, twee jaar ouder dan hij, en die als dienstmeisje naar
+Parijs gekomen was; zij hield zooveel van haar jongeren broer, dat
+zij haar betrekking opgegeven had, om met hem mede te kunnen gaan,
+ook al gingen daar al haar spaarduitjes mede heen.
+
+"Ik stond op het perron, toen zij hem in den wagon droegen. Vier
+mannen..."
+
+Maar zij kon niet verder; weer kreeg zij een hoestbui, die haar
+dwong te gaan liggen. Zij stikte bijna, de roode plekjes op haar
+wangen werden blauw. Onmiddellijk steunde zuster Hyacinthe haar
+hoofd en veegde haar lippen af met een doekje, dat zich dadelijk rood
+kleurde. Op hetzelfde oogenblik wijdde madame Jonquière haar zorgen
+aan de zieke, die tegenover haar zat. Zij heette madame Vêtu en was
+de vrouw van een klein horlogemakertje in het quartier Mouffetard,
+die zijn winkel niet had kunnen sluiten, om met haar mee naar Lourdes
+te gaan. Om zeker te zijn, dat zij goed verzorgd zou worden, had zij
+zich in de Hospitalité laten opnemen. Angst voor den dood bracht haar
+terug naar de kerk, waarin zij sedert haar eerste communie geen voet
+gezet had. Zij wist, dat zij onherroepelijk ten doode opgeschreven
+was, weggeknaagd als zij werd door maagkanker; reeds had zij het
+verwilderde en gele uiterlijk van kankerlijders en gaf zij zwarte
+fluimen op, alsof zij roet spuwde. De geheele reis door had zij
+nog geen woord gezegd, haar lippen waren vast op elkaar geklemd,
+zij leed onuitstaanbare pijnen. Daarna had zij brakingen gekregen
+en het bewustzijn verloren. Zoodra zij haar mond opende, ademde zij
+een verschrikkelijken, verpestenden stank uit, die de omzittenden
+misselijk maakte.
+
+"Dat is niet uit te houden," mompelde madame de Jonquière, die zich
+een onmacht nabij gevoelde; "er moet wat gelucht worden."
+
+Intusschen had zuster Hyacinthe la Grivotte weer op haar kussen gelegd.
+
+"Zeker, we kunnen best een raampje open zetten. Maar niet aan dezen
+kant, anders krijgt zij daar dadelijk weer een hoestbui... Zet het
+aan den anderen kant open."
+
+De hitte werd steeds erger, men stikte bijna in die bedompte,
+walgelijk-vieze atmosfeer; het was een opluchting, toen er een tochtje
+binnenkwam. Er was nu weer voor wat anders te zorgen: de zuster maakte
+de schalen en kommen, waarvan zij den inhoud uit het raampje wierp,
+schoon, terwijl de diakones den vloer, die door het dreunen hevig
+schokte, reinigde. Dan weer een andere zorg: de vierde zieke, die
+zich nog niet verroerd had, een mager meisje, wier gezicht met een
+zwarte doek omwikkeld was, zeide, dat zij honger had.
+
+"Overhaast u maar niet, zuster," zeide madame de Jonquière, die
+reeds naar de zieke toeging. "Ik zal haar brood wel in kleine stukjes
+snijden."
+
+In haar behoefte naar afleiding had Marie al een paar malen aandachtig
+gekeken naar dat door dien zwarten sluier verborgen gelaat. Zij
+vermoedde, dat zij een open wond in haar gezicht had. Men had haar
+alleen gezegd, dat het een bonne was. De ongelukkige, Elise Rouquet
+uit Picardië, had haar betrekking moeten verlaten en woonde te Parijs
+bij een zuster, die haar slecht behandelde; daar zij verder niet ziek
+was, had geen enkel ziekenhuis haar willen opnemen. Vroom van natuur
+had zij reeds maanden lang de vurige begeerte gekoesterd naar Lourdes
+te gaan. In angstige spanning wachtte Marie, dat de sluier weggenomen
+zou worden.
+
+"Zijn ze zoo klein genoeg," vroeg madame de Jonquière op moederlijken
+toon. "Zou je ze zoo in je mond kunnen krijgen?"
+
+"Ja zeker, madame!" bromde onder den zwarten sluier een heesche stem.
+
+Eindelijk werd de sluier weggenomen; Marie rilde van afschuw. Het was
+een lupus, die, langzamerhand steeds grooter geworden, den neus en
+den mond aangetast had, een zweer die zich onder de korsten steeds
+uitbreidde en de slijmvliezen wegvrat. Het hoofd, dat zich in den
+vorm van een hondensnuit uitgerekt had, was met het borstelig haar
+en de groote, ronde oogen verschrikkelijk om aan te zien. Reeds
+was het kaakbeen van den neus bijna geheel weggevreten, de mond was
+ingevallen en werd door de opgezwollen bovenlip naar links getrokken
+als een schuine, vormlooze, onreine spleet. Een bloedig, met etter
+vermengd slijm vloeide uit de groote, blauw-zwarte wonde.
+
+"Kijk toch eens Pierre!" fluisterde Marie rillend.
+
+Den priester doortrilde eveneens een huivering, toen hij Elise Rouquet
+voorzichtig de kleine stukjes brood zag steken in de bloedige opening,
+die als mond dienst deed. De geheele wagon was bij dien vreeselijken
+aanblik bleek geworden. En dezelfde gedachte steeg op in die met hoop
+vervulde zielen: O, Heilige Maagd, machtige Maagd, welk een wonder,
+indien zulk een kwaal genas!
+
+"Kinderen, laten we niet aan ons zelf denken, als we ons goed willen
+voelen," zeide zuster Hyacinthe weer.
+
+En zij liet den tweeden rozenkrans bidden, de vijf smartelijke
+mysteriën: Jezus op den Olijfberg, de geeseling van Jezus, Jezus
+met doornen gekroond, Jezus zijn kruis dragend, Jezus stervend aan
+het kruis. Dan volgde het lied: "Ik stel mijn vertrouwen in uw hulp,
+o Maagd..."
+
+Na een reis van drie uur reden zij nu door Blois. Marie wendde haar
+blikken af van Elise Rouquet en liet ze nu op een man rusten, die
+in een hoek van het compartiment, waarin ook broeder Isidore lag,
+zat. Reeds een paar maal had zij hem opgemerkt; hij was nog jong en
+heel armoedig gekleed en had een dunne, reeds grijzende baard; klein
+en mager, met een uitgeteerd en met zweet bedekt gezicht scheen hij
+veel pijn te lijden. Toch bleef hij onbeweeglijk in zijn hoekje zitten;
+hij sprak met niemand en staarde met zijn groote, wijd geopende oogen
+strak voor zich uit. Plotseling zag zij dat zijn oogen dichtvielen
+en hij bewusteloos werd.
+
+Zij riep zuster Hyacinthe.
+
+"Zuster, ik geloof, dat het met dien mijnheer heelemaal niet goed is."
+
+"Welken heer, kindlief?"
+
+"Die daar met zijn hoofd achterover."
+
+Het gaf een heele opschudding, alle gezonde pelgrims stonden op om te
+kijken. Madame de Jonquière kwam op het denkbeeld Marthe, de zuster
+van Isidore, toe te roepen, dat zij den man op zijn hand moest slaan.
+
+"Vraag hem, of hij pijn heeft!"
+
+Marthe schudde hem zacht heen en weer en vroeg het hem. Maar de
+man antwoordde niet; hij rochelde slechts en zijn oogen bleven vast
+gesloten.
+
+Een verschrikte stem riep:
+
+"Ik geloof, dat hij sterven zal."
+
+De angst werd grooter; men riep door elkaar, aan alle kanten van den
+wagen weerklonken raadgevingen. Niemand kende den man. Hij had zich
+in geen geval in de Hospitalité op laten nemen, want hij had niet de
+kaart met de witte kleur van den trein om zijn hals. Een vertelde,
+dat hij hem drie minuten voor het vertrek had zien aankomen; hij
+sleepte zich toen met groote moeite voort en had zich dadelijk laten
+neervallen in den hoek, waarin hij nu met een uitdrukking van oneindige
+moeheid lag te sterven. Daarna had hij zich niet meer bewogen. Men zag
+zijn plaatskaartje in het lint van zijn ouden hoed, die naast hem hing.
+
+Doch zuster Hyacinthe uitte een kreet van vreugde.
+
+"Hij haalt weer adem. Vraag hoe hij heet!"
+
+Opnieuw door Marthe naar zijn naam gevraagd, liet de jonge man slechts
+een gekreun hooren, een nauwlijks verstaanbaren zucht:
+
+"Ik heb zoo'n pijn!"
+
+En van dat oogenblik af gaf hij slechts dat antwoord. Op alles wat men
+wilde weten, wie hij was, waar hij vandaan kwam, wat hij mankeerde,
+waarmede men hem kon helpen, antwoordde hij niet, doch stiet steeds
+weer denzelfden zucht uit:
+
+"Ik heb zoo'n pijn! Ik heb zoo'n pijn!"
+
+Zuster Hyacinthe werd eenigszins ongeduldig. Als zij maar in
+hetzelfde compartement geweest was! Zij nam zich voor van plaats te
+veranderen. Maar de trein zou pas in Poitiers stoppen. De toestand
+werd steeds erger, te meer daar het hoofd van den man weer achterover
+gevallen was.
+
+"Hij sterft... hij sterft!" riep dezelfde stem weer.
+
+Lieve God, wat moest men beginnen? De zuster wist, dat een pater
+van Maria Hemelvaart, pater Massias, zich met het Heilige Oliesel in
+den trein bevond en steeds gereed was om de stervenden te bedienen,
+want jaarlijks stierven er op de reis pelgrims. Maar zij durfde
+niet aan de noodrem te trekken. Ook was in den cantinewagen,
+die door zuster Saint-François bestuurd werd, een dokter met een
+kleine apotheek. Indien de zieke Poitiers, waar een half uur rust
+gehouden zou worden, haalde, zou hem alle mogelijke hulp verleend
+kunnen worden. Verschrikkelijk zou het zijn, als hij vóór Poitiers
+stierf. Doch de kalmte keerde eenigszins terug. De man ademde wat
+rustiger en hij scheen te slapen.
+
+"Te sterven voor je er was," mompelde Marie rillend, "te sterven vóór
+het beloofde land..."
+
+En toen haar vader haar gerust stelde:
+
+"Ik heb ook zoo'n pijn, ik heb ook zoo'n pijn!"
+
+"Heb maar vertrouwen," zeide Pierre, "de Heilige Maagd waakt over je!"
+
+Zij kon niet meer blijven zitten, men moest haar weer in haar nauwe
+kist leggen. Haar vader en de priester moesten daarbij met de grootste
+omzichtigheid te werk gaan, want de minste schok ontlokte haar een
+kreet van pijn. Zij lag er nu zonder te ademen, als een doode, met haar
+doodsbleek gezichtje, omgolfd door haar koninklijke lokkenpracht. Al
+vier uur lang reden zij nu reeds. Dat de wagon zoo onbarmhartig heen
+en weer geschud en geslingerd werd, was een gevolg van het feit,
+dat deze zich achter in den trein bevond: de koppelstangen knarsten,
+de wielen rammelden vreeselijk. Door de raampjes, die men genoodzaakt
+was half open te laten staan, drong het stof scherp en gloeiend binnen;
+vooral de hitte werd verschrikkelijk, een verstikkende onweershitte
+onder een rosige lucht, die bedekt was met dikke, roerlooze wolken. Op
+oververhitte ovens geleken de compartimenten, die rollende hutten,
+waarin men at en dronk, waarin de zieken in de bedorven lucht, te
+midden van het oorverdoovende lawaai van weeklachten, gebeden en
+gezangen, al hun behoeften bevredigden.
+
+Marie was niet de eenige, die zich zieker voelde; ook de anderen leden
+door de reis. Op den schoot van haar wanhopige moeder, die met haar
+groote, door tranen verduisterde oogen naar haar keek, lag de kleine
+Rose roerloos en met zoo'n bleek gezicht, dat madame Maze zich tweemaal
+over haar heen gebogen had, om haar handjes te voelen, met de vrees
+die koud te zullen vinden. Ieder oogenblik moest madame Sabathier de
+beenen van haar man verleggen, zij waren zoo zwaar, zeide hij, dat zijn
+heupen er pijn van deden. Broeder Isidore had in zijn bewusteloosheid
+kreten van pijn uitgestooten; zijn zuster had hem alleen verlichting
+kunnen geven door hem iets op te richten en in haar armen te houden. La
+Grivotte scheen te slapen, maar een hardnekkige hik liet haar niet met
+rust, een dun straaltje bloed sijpelde uit haar mond. Madame Vêtu had
+weer een zwarte, de lucht verpestende fluim opgegeven. Elise Rouquet
+dacht er niet meer aan de afschuwelijke open wond in haar gezicht te
+verbergen. De man in het andere compartiment bleef rochelen, alsof
+hij iedere seconde zou sterven. Tevergeefs spanden madame Jonquière
+en zuster Hyacinthe al haar krachten in, zooveel kwalen tegelijk
+konden zij niet verlichten en verzachten. Het was een hel, die wagon
+van ellende en pijn, die in volle vaart voortsnelde en geschokt werd
+door het slingeren, dat de bagage, de oude opgehangen kleeren, de
+versleten, met touwen vastgebonden manden heen en weer deed schudden,
+terwijl in de achterste afdeeling de tien vrouwelijke pelgrims, de
+oude en de jonge, allen even leelijk, zonder ophouden in scherpe,
+jammerende en valsche tonen zongen.
+
+Toen dacht Pierre aan de andere wagons van den trein, van dezen witten
+trein, die de ernstigste zieken vervoerde: alle rolden zij voort
+vol van hetzelfde lijden, met hun driehonderd zieken en vijfhonderd
+bedevaartgangers. Toen dacht hij aan de andere treinen, welke eveneens
+dien ochtend uit Parijs vertrokken, aan den grijzen en den blauwen
+trein, die eerder gegaan waren, aan den groenen, den gelen, den rosen,
+den oranjekleurigen trein, die alle nog volgen moesten. Van het een
+einde der lijn naar het andere raasden de treinen ieder uur weg. En
+hij dacht aan de andere treinen nog, die denzelfden dag uit Orleans,
+uit Le Mans, uit Poitiers, uit Bordeaux, uit Marseille, uit Carcassonne
+vertrokken. Frankrijk werd op datzelfde uur in alle richtingen door
+dergelijke treinen doorploegd, die zich alle spoedden naar de Heilige
+Grot en dertig duizend zieken en pelgrims aan de voeten der Heilige
+Maagd brachten. En hij bedacht, dat een zelfde menschenstroom ook
+andere dagen van het jaar naar die plek golfde, dat er geen week
+voorbijging, waarin Lourdes geen bedevaart zag aankomen, dat niet
+Frankrijk alleen zich daarheen op weg begaf, maar geheel Europa,
+ja de geheele wereld, dat in sommige jaren van bijzonder groote
+godsvrucht, driehonderd duizend, ja zelfs wel vijfhonderd duizend
+zieken en bedevaartgangers samengekomen waren.
+
+Pierre meende die rollende treinen te hooren, die treinen, welke
+van overal alle samenkwamen bij dezelfde rotsgrot, waarin kaarsen
+brandden. Alle rolden zij ratelend voort te midden van smartkreten en
+het opstijgen van vrome liederen. Het waren de rijdende hospitalen vol
+wanhopige zieken, het was de wilde jacht van menschelijke ellende naar
+hoop op genezing, een brandend verlangen naar verlichting en troost
+bij het toenemend lijden en onder de bedreiging van den snel naderenden
+dood. Zij rolden, zij rolden steeds door, zij rolden zonder ophouden,
+de ellende van deze wereld met zich voerend, op weg naar een goddelijke
+illusie, de gezondheid der zieken en de troosteresse der bedroefden.
+
+En Pierre's hart vloeide over van een groot medelijden, de menschelijke
+religie bij zoovele kwalen, bij zoovele tranen, die den zwakken en
+hulpeloozen mensch verteren.
+
+Hij voelde zich tot stervens toe droef; een oplaaiende barmhartigheid
+brandde in hem als het onuitbluschbaar vuur van een broederlijke
+liefde voor alle dingen en voor alle schepselen.
+
+Toen zij om half elf het station Saint-Pierre-des-Corps verlieten, gaf
+zuster Hyacinthe opnieuw een teeken; en men bad den derden Rozenkrans,
+de vijf glorierijke mysteriën: de Opstanding van Onzen Heer, de
+Hemelvaart van Onzen Heer, de Uitstorting des Heiligen Geestes, de
+Hemelvaart van de Zeer Heilige Maagd, de Kroning der Zeer Heilige
+Maagd. Dan hieven zij het lied van Bernadette aan, de eindelooze
+weeklacht van zestig coupletten, waarin steeds het "wees gegroet"
+als refrein terugkeerde, een zacht wiegen, een langzame obsessie, die
+zich langzamerhand van het geheele wezen meester maakt en ten slotte
+in een extatischen slaap doet wegzinken in de heerlijke verwachting
+van het wonder.
+
+
+
+
+II.
+
+Nu reden zij door de groene weiden van Poitou, en abbé Pierre, die
+naar buiten zat te staren, zag de boomen voorbijvliegen, die hij
+langzamerhand ophield te onderscheiden. Een kerktoren verdween reeds
+weer voor men hem goed en wel gezien had: alle pelgrims maakten het
+teeken des kruises. Ze zouden pas om vijf minuten over halfeen in
+Poitiers zijn; zonder ophouden reed de trein voort in de toenemende
+afmatting van den onweerzwangeren dag. De jonge priester, die in een
+diep gepeins verzonken was, hoorde het zingen nog slechts als het in
+slaap wiegende, langzame deinen van de zee.
+
+Het was een vergeten van het tegenwoordige oogenblik, een ontwaken
+van het verleden, dat zijn geheele wezen in beslag nam. Hij ging in
+zijn herinneringen terug zoo ver als hij gaan kon. Hij zag het huis
+in Neuilly terug, waarin hij geboren was, waarin hij nu nog woonde,
+het huisje van vrede en arbeid met zijn mooien tuin, waarin enkele
+boomen stonden; slechts een levende haag en een omheining van struiken
+scheidden hem van den tuin van het huis ernaast, dat precies als het
+zijne was. Hij was drie, vier jaar misschien, en hij zag hoe op een
+zomermiddag zijn vader, zijn moeder en zijn oudere broer in de schaduw
+van een grooten kastanjeboom zaten te ontbijten. Zijn vader, Michel
+Froment, had geen bijzonder opvallend gezicht, hij zag hem slechts
+vaag en onbestemd voor zich, den beroemden scheikundige, die lid
+van het Instituut was en zich opsloot in zijn laboratorium, dat hij
+hier in deze afgelegen streek had laten bouwen. Maar zijn broer, den
+veertienjarigen Guillaume, die juist dien ochtend met vacantie thuis
+gekomen was, zag hij heel duidelijk voor zich en vooral zijn moeder,
+zoo zacht, zoo kalm met haar oogen vol ontroerenden deemoed. Later
+had hij de zorgen en den kommer van deze godvruchtige ziel leeren
+kennen, van deze vroom-geloovige, die uit achting en dankbaarheid
+erin toegestemd had te trouwen met een ongeloovige, die vijftien
+jaar ouder was dan zij en aan haar familie groote diensten bewezen
+had. Hij, een "nakomertje", was geboren, toen zijn vader reeds
+bijna vijftig was, en had zijn moeder niet anders gekend dan als een
+deemoedige vrouw, onderworpen aan haar man, dien zij hartstochtelijk
+had leeren liefhebben met de vreeselijke marteling te weten, dat hij
+verdoemd was. En plotseling rees een andere herinnering in hem op,
+de verschrikkelijke herinnering aan den dag, dat zijn vader gestorven
+was, gedood door het ongelukkig springen van een retort. Hij was toen
+vijf jaar, maar hij herinnerde zich nog de kleinste bijzonderheden,
+den kreet van zijn moeder, toen zij te midden van de puinhoopen het
+verminkte lichaam vond, haar schrik, haar jammeren, haar gebeden
+bij de gedachte, dat God den voor eeuwig verdoemden goddelooze met
+zijn bliksem vernietigd had. Daar zij zijn papieren en boeken niet
+durfde verbranden, had zij eenvoudig de studeerkamer, welke daarna
+door niemand meer betreden werd, gesloten. Van dat oogenblik af had
+het beeld der hel haar niet meer losgelaten, had zij nog slechts één
+gedachte gehad: zich geheel meester te maken van haar jongsten zoon,
+hem streng geloovig op te voeden, hem tot het zoenoffer voor zijn
+vader te maken. Haar oudste zoon Guillaume, die het lyceum bezocht
+en reeds geheel onder den invloed van de denkbeelden der eeuw stond,
+was haar reeds ontgroeid, maar hij, Pierre, de jongste, zou het huis
+niet verlaten, zou onderwijs krijgen van een geestelijke; en haar
+stille droom, haar vurige hoop was hem zelf eens priester te zien,
+er getuige van te zijn, dat hij zijn eerste mis las.
+
+Een ander levendig beeld tusschen groene, met zonnestralen doorplekte
+takken rees voor zijn geestesoog op. Pierre zag plotseling Marie de
+Guersaint, zooals hij haar op een morgen door een gat in de haag, die
+de twee aan elkaar grenzende bezittingen scheidde, gezien had. Mijnheer
+de Guersaint, van kleinen Normandischen adel, was een architect,
+die zich graag voor uitvinder uitgaf en toen juist bezig was met het
+bouwen van arbeiderssteden met kerk en school: een groote, slecht
+overwogen onderneming, waarin hij met zijn gewone onstuimigheid en
+zijn onberadenheid van mislukt kunstenaar zijn vermogen van driehonderd
+duizend francs op het spel zette. Dezelfde vrome godsvrucht had madame
+de Guersaint en madame Froment samengebracht; maar de eerste was
+een vastberaden, flinke vrouw, die met ijzeren vuist het huishouden
+bestuurde en verhinderde, dat de catastrophe te groot werd; zij
+voedde haar twee dochters, Blanche en Marie streng godsdienstig
+op, de oudste was reeds ernstig als zij zelf, terwijl de jongste,
+ofschoon ook heel vroom, toch ook van spel en vroolijkheid hield in
+haar uitgelaten levensvreugde, die zich ook in haar heerlijk, helder
+lachen openbaarde. Van jongs af aan speelden Pierre en Marie samen,
+onophoudelijk kropen zij door de haag, steeds waren de families bij
+elkaar. Op dien mooien, zonnigen ochtend, waarop hij haar weer zag,
+zooals zij de takken van de haag uit elkaar boog, was zij reeds
+tien jaar. Hij was toen zestien en zou den volgenden Dinsdag naar
+het seminarie gaan. Nooit nog had hij haar zoo mooi gevonden. Haar
+goudblonde lokken waren zoo lang, dat zij, wanneer ze loshingen,
+haar geheel bedekten. Hij zag ook haar gezichtje van toen tot in de
+kleinste bijzonderheden terug: haar ronde wangen, haar blauwe oogen,
+haar roode lippen, maar vooral haar als sneeuw glanzende huid. Zij
+was vroolijk en stralend als de zon, een verblindende verschijning;
+en zij had tranen in haar oogen, want zij wist maar al te goed,
+dat hij gauw weg zou gaan. Samen waren zij achter in den tuin in de
+schaduw van de haag gaan zitten. Hun vingers waren ineengestrengeld;
+zij voelden zich zoo bedroefd. Toch hadden zij elkaar bij hun spelen
+nooit iets plechtig beloofd, zoo volmaakt onschuldig waren hun zielen
+nog. Maar op den avond voor zijn vertrek konden zij hun liefde niet
+verzwijgen, spraken zij erover zonder het te begrijpen, zwoeren
+zij altijd aan elkaar te zullen denken en elkander eenmaal terug te
+zullen vinden, zooals men elkaar in den hemel terugvindt, en volmaakt
+gelukkig te zijn. Dan hadden zij elkaar in hun armen gedrukt, elkaar,
+onder het schreien van heete tranen, op de wangen gekust. Het was een
+heerlijke herinnering, die Pierre steeds en overal met zich gedragen
+had, die hij na zoo vele jaren en na zoovele smartelijke verzakingen
+nog steeds in zich voelde leven.
+
+Een hevige schok wekte hem uit zijn overpeinzingen. Hij keek den wagon
+rond en zag in onduidelijke omtrekken de lijdende schepsels: madame
+Maze, onbeweeglijk, door haar smart vernietigd; de kleine Rose zacht
+kreunend op den schoot van hare moeder, la Grivotte benauwd door een
+heesche hoestbui. Even trad de vroolijke gestalte van zuster Hyacinthe
+met haar witte schort en haar wit kapje op den voorgrond. Het was nog
+steeds de moeilijke reis met den straal van goddelijke hoop daar in de
+verte als doel. Dan verdween langzamerhand alles weer in een nevel,
+die uit het verre verleden oprees; bleef nog slechts over het in
+slaap wiegende zingen van onduidelijke droomstemmen, die òpklonken
+uit het onzienlijke.
+
+Van dat oogenblik af was Pierre op het seminarie. Duidelijk stonden de
+klassen, de speelplaats met haar boomen, hem nog voor den geest. Maar
+plotseling zag hij, als in een spiegel, niets meer dan de gestalte
+van den jongen man, die hij toenmaals was; en hij nam haar op,
+ontleedde haar als de gestalte van een vreemde. Groot en slank,
+had hij een lang gezicht met een sterk ontwikkeld voorhoofd, hoog en
+recht als een toren, terwijl zijn dunne kaken uitliepen in een zeer
+spitsen kin. Hij scheen één en al hersenen te zijn; alleen zijn ietwat
+groote mond had iets teers behouden. Wanneer zijn ernstig gezicht zich
+wat ontspande, dan verrieden zijn mond en zijn oogen een eindelooze
+teederheid, een ongestilden honger om lief te hebben, zich te geven
+en te leven. Onmiddellijk echter kwam de intellectueele hartstocht
+terug, die, welke hem verteerde met een begeerte om te begrijpen en te
+weten. Slechts met verwondering kon hij aan dien seminarietijd terug
+denken. Hoe had hij toch zoo lang die strenge leer van blind geloof
+kunnen aanvaarden, hoe had hij steeds zonder onderzoek alles maar in
+goed vertrouwen kunnen aannemen? Men had een volledige prijsgeving
+van zijn gezond verstand geëischt, en hij had er zich toe gedwongen,
+was erin geslaagd het martelende verlangen naar waarheid in zich
+te verstikken. Ongetwijfeld was hij verteederd door de tranen van
+zijn moeder, voelde hij slechts in zich de begeerte om haar het
+gedroomde geluk te geven. Thans echter kwam hem voor den geest, hoe
+in dien tijd toch wel oproerige gedachten in hem opgerezen waren;
+vond hij in zijn geheugen nachten terug, waarin hij meer geweend
+dan geslapen had, zonder dat hij wist waarom, nachten, bevolkt met
+onbestemde beelden, waarin het vrije en manlijke leven van buiten
+doordrong, waarin onophoudelijk het beeld van Marie hem verscheen,
+zooals hij haar een ochtend gezien had, stralend en badend in tranen,
+hem kussend in volle overgave. Dat alleen was thans overgebleven,
+de jaren van zijn religieuze studiën met hun eentonige lessen, met
+hun onveranderlijk blijvende geestelijke oefeningen en ceremoniën
+verdwenen alle in een nevel, in een onbestemd half-donker, dat vervuld
+was met een doodsche stilte.
+
+Dan gingen hem, toen ze in volle vaart een station voorbijgereden
+waren, in het oorverdoovend lawaai van den rit, een menigte dingen
+in bonte volgorde aan zijn geestesoog voorbij. Hij zag een groote,
+eenzame, afgesloten ruimte; hij meende er zich terug te zien
+op twintigjarigen leeftijd. Zijn droom was echter niet duidelijk
+meer. Een vrij ernstige ziekte, die hem in zijn studies een heel eind
+achteruitzette, had hem genoodzaakt naar buiten te gaan. In langen
+tijd had hij Marie niet gezien, tweemaal was hij met vacantie in
+Neuilly geweest zonder haar te ontmoeten, want zij was bijna altijd
+op reis. Hij wist, dat haar gezondheid slecht was tengevolge van een
+val van haar paard op dertienjarigen leeftijd juist op het oogenblik,
+dat zij vrouw worden zou; in haar wanhoop ging haar moeder, gehoor
+gevend aan de tegenstrijdige raadgevingen der geneesheeren, ieder
+jaar met haar naar een andere badplaats. Toen had hij den zwaren slag
+vernomen, die haar getroffen had, den plotselingen dood van die zoo
+strenge, maar voor de haren zoo onmisbare moeder: een longontsteking,
+die zij op een avondwandeling in la Bourboule gekregen had, toen
+zij haar mantel uitgetrokken had, om hem Marie, die daar voor een
+kuur was, om te doen, had haar in vijf dagen weggerukt. Haar vader
+had zijn van verdriet half waanzinnige dochter en het lijk moeten
+komen halen. Het ergste was, dat na het overlijden van de moeder,
+de zaken steeds slechter gingen in de handen van den architect, die,
+zonder te rekenen, zijn vermogen in den afgrond van zijn ondernemingen
+wierp. Marie kon niet meer van haar rustbed opstaan, zoodat slechts
+Blanche overbleef om het huis te bestieren, doch deze werd zelf geheel
+in beslag genomen door haar laatste examens, die zij wilde doen, om
+diploma's te halen, daar zij heel goed inzag, dat er een tijd komen
+zou, waarin zij zelf haar brood moest verdienen.
+
+Plotseling kwam Pierre een duidelijk beeld voor den geest, dat zich uit
+die massa verwarde, half vergeten feiten losmaakte. Het was gedurende
+een vacantie, die hij voor zijn gezondheid had moeten nemen. Hij
+was toen vier-en-twintig jaar, maar in zijn studie wat achter,
+daar hij pas de vier laagste geestelijke ordeningen ontvangen had;
+na zijn terugkeer zou hij onmiddellijk het sub-diaconaat krijgen,
+wat hem voor altijd door een onverbreekbaren eed binden zou. Heel
+duidelijk voor oogen stond hem het tooneel in den kleinen tuin van de
+Guersaints te Neuilly, waarin hij vroeger zoo dikwijls gespeeld had. De
+ruststoel van Marie was onder de hooge boomen dicht bij de haag gerold;
+zij waren alleen te midden van den droefgeestig stemmenden vrede van
+den herfstmiddag, hij zag Marie in zwaren rouw half uitgestrekt met
+haar verlamde beenen liggen, terwijl hij, ook in het zwart, reeds
+in soutane, op een leunstoel naast haar zat. Al vijf jaar lang was
+zij nu reeds lijdende. Nu, op haar achttiende jaar, zag zij er bleek
+en mager uit, zonder dat zij echter opgehouden had aanbiddelijk te
+zijn met haar koninklijke lokkenpracht, die de ziekte spaarde. Hij
+meende reeds te weten, dat zij altijd verlamd blijven zou, dat zij
+veroordeeld was nooit vrouw te worden, daar haar geslachtsleven
+door dien val gestoord was. De geneesheeren, die het onderling niet
+eens waren, hadden haar opgegeven. In ieder geval vertelde zij hem
+alles op dien droeven namiddag, toen de verdorde bladeren op hen
+neervielen. Maar haar woorden herinnerde hij zich niet, wel echter
+haar droevig glimlachje, haar jong, nog zoo bekoorlijk gezichtje, dat
+echter reeds de bittere trekken had van hen, die het leven opgegeven
+hebben. Toen had hij begrepen, dat zij dacht aan den reeds zoo ver
+achter hen liggenden dag, dat zij op deze zelfde plaats achter de met
+zonnestralen doorplekte haag afscheid genomen hadden, aan hun tranen,
+aan hun kussen, aan hun belofte om elkaar eens in de zekerheid van hun
+geluk terug te zullen vinden. Zij vonden elkaar terug, maar waartoe
+diende dat nu? Zij toch was reeds als dood en hij zou straks afsterven
+van het leven van deze wereld. Nu de geneesheeren verklaard hadden,
+dat zij nooit vrouw zou zijn, nooit echtgenoote, nooit moeder, nu
+kon hij er ook wel afstand van doen man te zijn, geheel opgaan in
+God, aan wien zijn moeder hem gewijd had. En hij voelde nog de zoete
+bitterheid van deze laatste ontmoeting, Marie pijnlijk glimlachend
+over hun vroegere hinderpalen, hem sprekend over het geluk, dat hij
+zeker vinden zou in den dienst van God, zoo ontroerd bij die gedachte,
+dat zij hem had doen beloven haar uit te noodigen, om er getuige van
+te zijn, als hij zijn eerste mis las.
+
+Bij het station Sainte-Maure rukte een lawaai in den wagon Pierre
+weer even uit zijn overpeinzingen. Hij dacht aan een ongeluk, aan
+een nieuwe bezwijming. Maar de smartelijke gezichten, die hij zag,
+waren nog dezelfde, toonden dezelfde pijnlijke uitdrukking, hetzelfde
+angstige wachten op de goddelijke hulp, die zoo langzaam kwam. Mijnheer
+Sabathier trachtte vergeefs zijn beenen in een makkelijke houding te
+brengen, broeder Isidore kreunde aan één stuk door zachtjes als een
+stervend kind, terwijl madame Vêtu, ten prooi aan een hevigen aanval,
+ineenkromp van pijn en, haar lippen op elkaar geklemd en haar gezicht
+vertrokken, zelfs geen adem meer haalde. Het lawaai was veroorzaakt
+door madame de Jonquière, die bij het schoonmaken van een kom, de
+waterkan had laten vallen. En ondanks haar martelende pijnen had dit
+de zieken aan het lachen gemaakt evenals eenvoudige zielen, die door
+het lijden kindsch worden. Onmiddellijk liet zuster Hyacinthe, die ze
+met het grootste recht haar kinderen noemde, kinderen, die zij met
+één enkel woord gehoorzamen deed, hen weer den Rozenkrans afbidden,
+in afwachting van het Angelus, dat volgens het vastgestelde programma
+te Châtellerault gebeden zou worden. De Ave's volgden elkaar op, het
+was nog slechts een dof gemurmel, dat verloren ging in het knarsen
+der koppelstangen en het lawaai der wielen.
+
+Pierre was zes-en-twintig en priester. Enkele dagen vóór zijn
+wijding waren nog laat bedenkingen bij hem opgekomen, het heimelijke
+bewustzijn, dat hij zich verbond zonder nauwkeurig zelf-onderzoek. Maar
+hij had het met opzet nagelaten, hij leefde in de verdooving van zijn
+beslissing, daar hij meende met één bijlslag al wat in hem aan den
+mensch herinnerde, gedood te hebben. Zijn vleesch was afgestorven
+met zijn onschuldigen jeugdroman, dat blanke jonge meisje met haar
+goudblonde haren, dat hij nog slechts voor zich zag op haar ziekbed,
+het vleesch afgestorven als het zijne. Vervolgens had hij zijn gezond
+verstand ten offer gebracht, wat hij toen voor heel makkelijk hield,
+daar hij hoopte, dat het voldoende zou zijn te willen, om niet meer
+te denken. Ook was het te laat, hij kon op het laatste oogenblik niet
+terug; en ook al voelde hij zich in het uur, dat hij den laatsten
+plechtigen eed uitsprak, bevangen door een geheime vrees, door een
+onbestemde, smartelijke spijt, toch had hij alles vergeten, was hij
+goddelijk beloond voor zijn offer, toen hij zijn moeder de zoo lang
+verwachte groote vreugde gaf haar zijn eerste mis te hooren lezen. Hij
+zag haar nog, zijn arme moeder in de kleine kerk te Neuilly, die
+zij zelf gekozen had, de kerk, waarin de uitvaartdiensten voor zijn
+vader gehouden waren, hij zag haar nog, zooals zij op dien kouden
+Novemberochtend bijna alleen in de sombere kapel met haar gelaat
+in haar handen geknield lag en lang weende, terwijl hij de hostie
+ophief. Daar had zij haar laatste geluk gekend, want zij leefde eenzaam
+en alleen: haar oudsten zoon, die, andere denkbeelden toegedaan,
+alle betrekkingen met zijn familie had afgebroken, sedert zijn broer
+besloten had priester te worden, zag zij niet meer. Men vertelde,
+dat Guillaume, evenals zijn vader een talentvol scheikundige, maar
+beneden zijn stand geraakt en opgaande in revolutionnaire droombeelden,
+een klein huisje in de buitenwijken van Parijs bewoonde, waar hij zich
+geheel wijdde aan gevaarlijke studiën van springmiddelen; terwijl men
+er ook nog bij wist te vertellen, wat iederen band tusschen hem en
+zijn zoo vrome moeder verbroken had, dat hij in vrije liefde leefde
+met een vrouw, die hij ergens "opgeduikeld" had. In geen drie jaar had
+Pierre, die in zijn jonge jaren van Guillaume als van een vaderlijken,
+goeden en vroolijken vriend gehouden had, hem meer gezien.
+
+Dan voelde hij zijn hart pijnlijk samenkrimpen: hij zag zijne moeder
+dood terug. Ook hier een plotseling sterven, een ziekte van nauwlijks
+drie dagen, een plotselinge dood, zooals bij madame de Guersaint. Op
+een avond, toen hij als een krankzinnige rondgeloopen had, om een
+dokter te vinden, had hij haar bij zijn terugkomst dood, onbeweeglijk,
+bleek gevonden; op zijn lippen voelde hij nog steeds de ijskoude
+aanraking van haar lippen. Van de rest herinnerde hij zich niets
+meer, niets van het waken bij de doode, niets van de voorbereidselen,
+niets van de begrafenis. Dat alles was verdwenen in het duister van
+zijn wezenloosheid, een zoo woest verdriet, dat hij er bijna aan
+gestorven was. Na den terugkeer van het kerkhof rilde hij van de
+koorts, een slijmkoorts, die hem drie weken lang tusschen leven en
+dood had doen zweven.
+
+Zijn broeder was hem komen verplegen; daarna had Guillaume zich
+bezig gehouden met de regeling van de erfenis, hem het huis en een
+kleine rente overlatend, terwijl hij zelf zijn deel in contanten nam;
+vervolgens was hij, toen hij zag, dat zijn broer buiten gevaar was,
+weer weggegaan en naar zijn verborgen hoek teruggekeerd. Maar welk een
+langzaam herstel in dat eenzame verlaten huis! Pierre had niets gedaan,
+om Guillaume terug te houden, want hij begreep, dat er een afgrond
+tusschen hen gaapte. In den beginne had hij onder die eenzaamheid
+geleden. Doch later was zij hem lief geworden in de groote stilte der
+kamer, die niet door geluiden van buiten gestoord werd, en onder de
+vredige schaduw van den kleinen tuin, waarin hij geheele dagen zitten
+kon, zonder een levende ziel te zien. Zijn geliefkoosd toevluchtsoord
+was het oude laboratorium, de werkkamer van zijn vader, dat zijn
+moeder twintig jaar lang zorgvuldig gesloten gehouden had, als om er
+het verleden van ongeloof en verdoemenis in op te sluiten. Misschien
+zou zij, ondanks haar zachtmoedigheid en haar eerbiedige vereering
+voor den doode, er ten slotte toch toe zijn overgegaan, om de boeken
+en de papieren te vernietigen, indien de dood haar niet was komen
+overvallen. Pierre had de kamer goed laten luchten, het bureau en de
+boekenkast laten afstoffen, had den grooten lederen fauteuil tot den
+zijne gemaakt en bracht er heerlijke uren in door; door zijn ziekte
+als wedergeboren en zich opnieuw in zijn jeugd teruggebracht voelend,
+genoot hij van het lezen der boeken, die hem in handen kwamen, als
+van een zeldzaam intellectueel genot.
+
+Gedurende die twaalf maanden van langzaam herstel, had hij, voor
+zoover hij zich herinneren kon, niemand ontvangen dan dr. Chassaigne,
+een oud vriend van zijn vader, een werkelijk knap geneesheer, die
+zich bescheiden hield bij zijn taak om te praktiseeren, wiens eenige
+eerzucht was zijn patiënten te genezen. Madame Froment had hij niet
+van den dood kunnen redden; maar hij beroemde er zich op den jongen
+priester genezen te hebben van een ernstige ziekte; van tijd tot tijd
+kwam hij, om hem wat afleiding te bezorgen, nog eens met hem praten en
+sprak dan voornamelijk over Pierre's vader, den grooten scheikundige;
+hij was onuitputtelijk in allerlei anecdoten over den doode, in
+allerlei bijzonderheden, waarin nog altijd zijn warme vriendschap
+doorstraalde. Op die wijze had gedurende zijn langzaam herstel de zoon
+zich van zijn vader langzamerhand een beeld van beminlijken eenvoud,
+van goedheid en gulle hartelijkheid gevormd. Dat was zijn vader, zooals
+hij werkelijk was, en niet de man van strenge wetenschap, zooals hij
+hem zich vroeger, naar wat zijn moeder altijd vertelde, voorgesteld
+had. Zeker, zij had hem nooit iets anders geleerd dan een eerbiedig
+opzien tegen den dierbaren doode; maar was hij niet de ongeloovige,
+de godloochenaar, die de engelen deed weenen, de medewerker aan de
+goddeloosheid, die zich tegen het werk van God richtte. Op die wijze
+was hij een schrikbeeld der duisternis gebleven, de verdoemde, die als
+een spook door het huis zwierf, terwijl hij er nu het vriendelijke,
+glimlachende licht van werd, een door vurigen waarheidsdrang bezield
+werker, die nooit iets anders nagejaagd had dan de liefde en het
+geluk van allen. Dr. Chassaigne, een zoon der Pyrenaeën, geboren
+in een dorp, waarin men nog aan tooverheksen geloofde, voelde zich
+eerder aangetrokken tot den godsdienst, ook al had hij in de veertig
+jaren, dat hij te Parijs woonde, geen voet in de kerk gezet. Maar
+van één ding was hij volkomen zeker: als er ergens een hemel was,
+dan zou Michel Froment daar zijn, en wel gezeten op een troon aan de
+rechterhand van God.
+
+En nog eenmaal herleefde Pierre in enkele minuten de vreeselijke
+crisis, die gedurende twee maanden hem gemarteld had. Niet zoozeer,
+dat hij in de bibliotheek boeken van anti-religieuze strekking gevonden
+had of dat zijn vader, wiens papieren hij ordende, zich ooit buiten
+het gebied van zijn technische onderzoeking bewogen had, neen, er was
+langzamerhand, ondanks zijn wil, in hem een wetenschappelijke klaarheid
+gekomen, er had zich in hem een geheel van bewezen verschijnselen
+gevormd, die de dogma's vernietigden en in hem niets overlieten van al
+die dingen, waaraan hij moest gelooven. Het was, alsof zijn ziekte hem
+een wedergeboorte had doen ondergaan, alsof hij opnieuw begon te leven
+en te leeren in den weldadig-aandoenden terugkeer van zijn krachten,
+die aan zijn verstand een zoo doordringende helderheid gaf. Op het
+seminarie had hij, op raad van zijn leeraren, zijn wetensdrang,
+zijn zucht tot onderzoek steeds beteugeld. Wat men hem leerde,
+verbaasde hem wel, maar hij had toen het offer van zijn verstand,
+dat men van zijn vroomheid eischte, gebracht. En nu stortte deze met
+zooveel zorg en inspanning opgebouwde stelling van het dogma ineen door
+een opstand van het souvereine verstand, dat zijn rechten opeischte,
+dat hij niet meer tot zwijgen dwingen kon. De waarheid borrelde op,
+brak zich met zoo'n onweerstaanbare kracht baan, dat hij begrepen had
+nooit meer de dwaling te kunnen laten zegevieren. Het was de volkome,
+de onherstelbare debacle van het geloof. Al had hij het vleesch in
+zich kunnen dooden door afstand te doen van zijn jeugdroman, al voelde
+hij zich zoozeer heer en meester over zijn zinnelijke lusten, dat hij
+eigenlijk opgehouden had man te zijn, hij wist nu, dat het offer van
+zijn verstand onmogelijk meer te brengen zou zijn. En hij vergiste
+zich niet, het was zijn vader, die diep in zijn binnenste herleefde,
+die in de overgeleverde twee-eenheid, waarin zijn moeder zoo lang
+als heerscheresse getroond had, de overwinning behaalde. Zijn recht,
+torenvormig voorhoofd scheen nog hooger geworden te zijn, terwijl
+zijn spitse kin en zijn week-teedere mond nog meer naar achteren
+sprongen. En toch leed hij er onder, was hij radeloos van smart niet
+meer te kunnen gelooven, van verlangen om het nog te willen, wanneer
+zijn goed hart, zijn behoefte aan liefde in de schemeruren weer in
+hem ontwaakten; dan moest eerst de lamp komen, moest hij eerst weer
+duidelijk om en in zich kunnen zien, om de energie en kalmte van zijn
+verstand, de kracht voor het martelaarschap, den wil om alles voor
+den vrede van zijn geweten op te offeren, terug te vinden.
+
+Toen was de crisis uitgebroken. Hij was priester en geloofde niet
+meer. Als een bodemlooze afgrond gaapte dit plotseling voor zijn
+voeten. Wat was het einde van zijn leven, de ineenstorting van
+alles. Wat moest hij doen? Gebood de eenvoudige eerlijkheid hem niet
+de soutane van zich te werpen en in de wereld terug te keeren? Maar hij
+had reeds zulke afvallige priesters gezien en ze veracht. Een getrouwde
+priester, dien hij kende, vervulde hem met walging. Ongetwijfeld was
+dat nog slechts een overblijfsel van zijn lange religieuze opvoeding:
+hij hield nog vast aan de gedachte van de onschendbaarheid van
+het priesterschap, de gedachte, dat hij, die zich eenmaal aan God
+gegeven had, zich niet meer vrij maken kon. Misschien ook voelde hij
+zich reeds te zeer gebrandmerkt, te zeer verschillend van de anderen,
+zoodat hij bang zijn moest onbeholpen en onwelkom te zullen wezen. En
+na lange dagen vol kwelling en strijd, waarin zijn verlangen naar
+geluk en de levenskracht van zijn teruggekeerde gezondheid worstelden,
+nam hij het heldhaftige besluit priester, en een eerlijk priester te
+blijven. Hij zou de kracht tot deze verzaking hebben. Nu hij, al was
+het hem dan niet gelukt zijn verstand het zwijgen op te leggen, het
+vleesch in zich gedood had, deed hij zichzelf de plechtige gelofte
+zijn eed van kuischheid te houden; dat was het onwankelbare, dat
+was het reine en rechtschapen leven, dat hij volkomen zeker was te
+zullen leiden. Wat kwam het overige erop aan, indien hij alleen maar
+behoefde te lijden, indien niemand ter wereld den uitgedoofden vulkaan
+in zijn hart, de nietswaardigheid van zijn geloof, den afgrijselijken
+leugen, waarin hij zich ten doode kwelde, vermoedde. Zijn krachtige
+steun zou zijn rechtschapenheid zijn, hij zou zijn priesterambt
+blijven vervullen als een eerlijk man, zonder een der geloften,
+die hij uitgesproken had, te verbreken, door volgens de kerkelijke
+voorschriften zijn plichten te blijven vervullen als dienaar van God,
+dien hij zou prediken, dien hij zou dienen aan het altaar, dien hij
+als brood des levens onder de geloovigen uitdeelen zou. Wie zou het
+hem dan als een misdaad aanrekenen, dat hij zijn geloof verloren had,
+gesteld dat dit groote ongeluk eens bekend worden zou? En wat kon men
+nog meer van hem vragen? Had hij niet zijn geheele leven geofferd aan
+zijn eed; had hij zijn priesterambt niet hoog gehouden; had hij niet
+alle goede werken der Christelijke liefde gedaan zonder eenige hoop
+op een toekomstige belooning? Zoo had hij langzamerhand de kalmte
+in zich doen wederkeeren, het hoofd nog omhoog, in die troostelooze
+verhevenheid van den priester, die zelf niet meer gelooft en blijft
+waken over het geloof van anderen. Hij stond ongetwijfeld niet alleen,
+hij voelde, dat hij broeders had, priesters, die, hoewel door twijfel
+en ongeloof gemarteld, toch op het altaar bleven als soldaten zonder
+vaderland, toch den moed hadden de goddelijke illusie te doen lichten
+over de neergeknielde scharen.
+
+Na zijn volkomen herstel had Pierre zijn dienst in de kleine kerk te
+Neuilly weer hervat. Iederen ochtend las hij er de mis. Maar hij was
+vastbesloten iedere plaats, iedere bevordering te weigeren. Maanden,
+jaren verliepen: halsstarrig bleef hij bij zijn besluit een gewoon
+priester te zijn, de meest onbekende, de nederigste der priesters,
+die men in een parochie duldt, die komen en weer gaan, wanneer zij
+zich van hun plicht gekweten hebben. Iedere waardigheid, die hij erbij
+aanvaarden zou, zou hem een verergering van zijn leugen geschenen
+zijn, een roof tegenover hen, die het meer verdienden. En hij moest
+voor talrijke aanbiedingen bedanken, want zijn verdiensten konden niet
+onopgemerkt blijven: men verwonderde zich in het aartsbisschoppelijk
+paleis over die hardnekkige bescheidenheid, had van de kracht, die men
+in hem vermoedde, gebruik willen maken. Slechts hoogst zelden voelde
+hij een spijt in zich opkomen, dat hij niet nuttig kon zijn, dat hij
+zich niet met hart en ziel geven kon aan een grootsch en verheven werk,
+aan het weder brengen van vrede op aarde, aan het heil en het geluk der
+menschheid. Gelukkig had hij zijn dagen vrij en kon hij troost zoeken
+in een ware werkwoede; hij verslond alle boeken uit de bibliotheek
+van zijn vader, vatte zijn vroegere studiën en onderzoekingen weer op,
+hield zich vooral bezig met de geschiedenis der menschheid, verteerd
+als hij werd door de begeerte om het maatschappelijke en religieuze
+kwaad in zijn oorsprong na te gaan, om zich te vergewissen of er dan
+werkelijk niets aan te verhelpen was.
+
+Op een ochtend, dat hij in een der groote schuifladen onder in de
+boekenkast zocht, had Pierre een dossier ontdekt over de verschijning
+te Lourdes. Er bevonden zich zeer volledige en belangrijke documenten
+in, afschriften van de verhooren van Bernadette, administratieve
+processen-verbaal, politierapporten, geneeskundige verklaringen en
+onderzoekingen, ongerekend nog particuliere en vertrouwelijke brieven,
+die van het grootste belang waren. Verbaasd over deze vondst, had hij
+er met dr. Chassaigne over gesproken, die zich herinnerde, dat zijn
+vriend Michel Froment indertijd het geval van Bernadette bestudeerd
+had; hij zelf, die in een dorpje dicht bij Lourdes geboren was,
+had zijn tusschenkomst verleend om den scheikundige een gedeelte
+van het dossier te bezorgen. Op zijn beurt had Pierre zich toen
+een maand lang met niets anders dan met dat geval beziggehouden,
+aangetrokken als hij zich gevoelde door de rechtschapen en reine
+figuur der helderziende, maar tevens in opstand komend tegen wat eruit
+voortgekomen was, tegen het fetichisme, het jammerlijk bijgeloof, de
+triompheerende simonie. In zijn worsteling met het ongeloof was deze
+geschiedenis uitermate geschikt om de ineenstorting van zijn geloof
+te verhaasten. Maar tevens had zij zijn weetgierigheid geprikkeld;
+hij zou een onderzoek hebben willen instellen, de onbetwistbare
+wetenschappelijke waarheid aan het licht brengen, aan het reine,
+zuivere Christendom den dienst bewijzen haar te bevrijden van die
+slak, van dit zoo roerend en kinderlijk tooversprookje. Dan had hij
+zijn studie moeten opgeven, daar hij te veel opzag tegen een reis
+naar de Grot en de groote moeilijkheden, waarmede hij te kampen zou
+hebben om de inlichtingen, die hem nog ontbraken, te verkrijgen; in
+hem bleef nog slechts voortleven een teeder gevoel voor Bernadette,
+aan wie hij niet denken kon zonder een wonder-mooi gevoel van bekoring
+en een eindeloos medelijden.
+
+De dagen verstreken en Pierre's leven werd hoe langer hoe eenzamer. In
+een aanval van doodelijke ongerustheid was dr. Chassaigne plotseling
+naar de Pyrenaeën vertrokken: hij had zijn praktijk in den steek
+gelaten en zijn zieke vrouw, die hij en zijn dochter, een knap
+jong meisje, dagelijks meer achteruit zagen gaan, naar Cauterets
+gebracht. Van af dat oogenblik was het in het kleine huisje te
+Neuilly akelig-stil geworden. Pierre's eenige afleiding bestond
+in de bezoeken, welke hij nu en dan bij de Guersaints aflegde, die
+intusschen verhuisd waren, maar die hij in een kleine woning achter
+in een der armzaligste straten van de wijk teruggevonden had. En de
+herinnering aan zijn eerste bezoek daar stond hem nog zoo levendig
+voor den geest, dat hij nog een steek in zijn hart voelde, wanneer
+hij zich zijn ontroering bij het zien van die arme Marie herinnerde.
+
+Hij ontwaakte uit zijn gepeins, keek om zich heen en zag Marie op
+de bank liggen, zooals hij haar toen teruggevonden had in die op een
+dakgoot gelijkende kist, waaraan wielen aangebracht konden worden, om
+haar voort te bewegen. Zij, vroeger zoo overvloeiend van levenslust,
+altijd bereid om rond te springen en te lachen, leed diep onder dat
+gedwongen niets doen, dat gedwongen stil liggen. Van vroeger had zij
+nog slechts haar lokken, die haar als een gouden mantel omhulden,
+zij was zoo mager, dat zij kleiner geworden scheen te zijn, weer
+het figuurtje van een kind gekregen scheen te hebben. Wat echter in
+dat bleeke gezicht het pijnlijkst was om aan te zien, dat waren die
+levenlooze starende blikken, die niets zagen, die een uitdrukking van
+wezenloosheid, van geheel opgaan in haar ziekte hadden. Toch merkte
+zij, dat hij haar aankeek, en zij wilde tegen hem glimlachen. Maar
+slechts een zucht ontsnapte haar lippen, en hoe pijnlijk was het
+glimlachje van dit arme, verlamde wezentje, dat overtuigd was te zullen
+sterven vóór het wonder! Hij werd er diep door ontroerd, hij hoorde
+nog slechts haar, zag nog slechts haar te midden van al het lijden,
+dat de wagon herbergde, ja alsof zij al dat lijden samengevat had
+in den langen doodsstrijd van haar schoonheid, haar opgewektheid en
+haar jeugd.
+
+En langzamerhand keerde Pierre, zonder dat zijn oogen Marie loslieten,
+terug naar het verleden, doorleefde hij nog eens de uren vol bittere
+en droeve bekoring, die hij bij haar doorgemaakt had, wanneer hij haar
+in het kleine, armelijke woninkje gezelschap houden ging. Mijnheer de
+Guersaint had zich geheel en al geruïneerd door verbetering te willen
+brengen in de kerkelijke platen, wier middelmatigheid hem een doorn in
+het oog was. Zijn laatste sous waren verdwenen in het faillissement
+van een kleurendrukkerij; in zijn verstrooidheid en in zijn gebrek
+aan doorzicht had hij niets gemerkt van de verschrikkelijke armoede,
+die hij steeds grooter maakte; in de voortdurende illusie van zijn
+kinderlijke ziel verliet hij zich geheel op God en was al weer bezig
+met het probleem van een bestuurbaren luchtballon, zonder zelfs te
+zien, dat zijn oudste dochter Blanche zich bovenmenschelijk moest
+inspannen om tenminste in het levensonderhoud te voorzien van het
+kleine gezin, van haar twee kinderen, zooals zij haar vader en haar
+zuster noemde. Blanche was het ook, die het geld, dat de verpleging van
+Marie eischte, vond door van den vroegen ochtend tot den laten avond
+in modder en stof geheel Parijs af te draven, om taal- en pianolessen
+te geven. Marie was dikwijls de wanhoop nabij, barstte dan in tranen
+uit en verweet zichzelf, dat zij de hoofdoorzaak van den ondergang was,
+omdat men voor haar nu reeds zoovele jaren lang hooge doktersrekeningen
+betalen moest, haar alle denkbare badplaatsen, la Bourboule, Aix,
+Lamalou, Amélie-les-Bains had moeten laten bezoeken. Thans, na tien
+jaar van tegenstrijdige diagnosen en behandelingen, hadden de doktoren
+haar opgegeven; sommigen dachten, dat de groote ligamenten gebroken
+waren, anderen geloofden aan de aanwezigheid van een tumor, nog anderen
+weer aan een verlamming, die uit het ruggemerg voortkwam. En daar zij
+in haar maagdelijk schaamtegevoel ieder nader onderzoek weigerde en
+de doktoren zelf geen dieper op de kwestie ingaande vragen durfden
+doen, hield ieder zich aan zijn eigen diagnose en verklaarde, dat zij
+niet beter worden kon. Trouwens, streng vroom als zij na haar ziekte
+geworden was, rekende zij nog slechts op Gods hulp. Haar grootste
+verdriet was, dat zij niet meer naar de kerk kon gaan, en zij las
+iederen ochtend de mis. Haar verlamde beenen schenen afgestorven te
+zijn en bij tusschenpoozen was zij zoo zwak, dat haar zuster haar
+helpen moest met eten.
+
+Op dat oogenblik kwam weer een andere herinnering bij Pierre boven. Het
+was op een avond, nog voor de lamp op was. Hij zat naast haar in
+het donker en plotseling had Marie hem gezegd, dat zij naar Lourdes
+wilde gaan, dat zij zeker was genezen terug te zullen komen. Hij had
+zich bij die woorden alles behalve op zijn gemak gevoeld, en, zijn
+gewone voorzichtigheid uit het oog verliezend, uitgeroepen, dat het
+een dwaasheid was om aan dergelijke bakerpraatjes te gelooven. Nooit
+had hij met haar over godsdienst gesproken, steeds had hij geweigerd
+haar de biecht af te nemen, ja zelfs haar raad te geven bij de
+kleine gewetensbezwaren, die zij als strenggeloovige had. Een zeker
+schaamtegevoel en een zeker medelijden hadden hem daarvan afgehouden;
+want zou het hem eenerzijds zwaar gevallen zijn haar voor te liegen,
+anderzijds zou hij zich als een misdadiger beschouwd hebben, indien
+hij ook maar met één ademtocht dat mooie reine geloof, dat haar sterk
+maakte tegen het lijden, bezoedeld had. Hij nam het zich dan ook ten
+zeerste kwalijk, dat hij dien kreet niet had kunnen inhouden, en zijn
+verwarring werd nog grooter, toen hij gevoeld had, hoe de kleine,
+klamme hand der zieke de zijne vastgreep; en in de duisternis haar
+schroom overwinnend, had zij hem met stokkende stem durven zeggen,
+dat zij zijn geheim wist, dat zij zijn ongeluk kende, die voor een
+priester zoo afschuwelijke ellende, om niet meer te kunnen gelooven. In
+hun gesprekken had hij, ondanks zichzelf, alles gezegd, was zij met
+de fijne intuïtie van een zieke vriendin doorgedrongen tot in het
+diepst van zijn geweten. Zij maakte zich vreeselijk bezorgd over hem,
+beklaagde hem om zijn ongeneeslijke ziekte nog meer dan zichzelf. En
+toen hij, diep ontroerd, geen antwoord wist te vinden en door zijn
+zwijgen de waarheid bekende, was zij weer over Lourdes begonnen te
+praten, voegde zij er op zachten toon aan toe, dat zij ook hem wilde
+toevertrouwen aan de Heilige Maagd en haar smeeken, hem zijn geloof
+terug te geven. En van dien avond af had zij niet opgehouden telkens
+en telkens weer te herhalen, dat zij, als zij naar Lourdes ging,
+beter worden zou. Maar de geldquaestie, waarover zij met haar zuster
+zelfs niet had durven praten, was de groote hinderpaal. Twee maanden
+verliepen; zij werd met den dag zwakker, zij putte haar krachten uit
+in droomen, haar blikken steeds in de verte gericht op de stralende
+schittering van de Wondergrot.
+
+Pierre maakte toen zware dagen door. In den beginne had hij Marie
+beslist geweigerd met haar mede te gaan. Doch later was dat vaste
+besluit aan het wankelen gebracht door het denkbeeld, dat hij, wanneer
+hij tot de reis besloot, die tevens dienstbaar maken kon aan zijn
+onderzoek over Bernadette, wier bekoorlijke figuur geen oogenblik
+uit zijn gedachten was. En eindelijk voelde hij een zacht gevoel,
+een hoop, die hij zichzelf niet bekennen wilde, hem doortrillen bij
+de gedachte, dat Marie misschien gelijk had, dat de Heilige Maagd
+zich ook over hem zou kunnen erbarmen door hem het blinde geloof,
+dat geloof van het kleine kind, dat lief heeft en niet redeneert,
+terug te geven. O, met hart en ziel te kunnen gelooven, geheel en
+al in het geloof te kunnen opgaan. Een ander geluk was ongetwijfeld
+niet meer mogelijk. Hij snakte naar het geloof met al de vreugde van
+zijn jeugd, wet al de liefde, die hij voor zijn moeder gehad had,
+met geheel het brandende verlangen om te ontsnappen aan de marteling
+om te willen weten en begrijpen, om voor altijd in te slapen in de
+schoot der goddelijke onwetendheid. Het was heerlijk en laf tegelijk,
+dat hoopvol verlangen om niets meer te zijn, niets meer te zijn dan een
+ding in Gods handen. En zoo kwam ook in hem de begeerte het uiterste
+middel te beproeven.
+
+Een week later was tot de reis naar Lourdes besloten. Doch Pierre had
+een laatste consult van geneesheeren geëischt, om te weten of Marie
+werkelijk nog vervoerd kon worden; en dat was ook weer een tooneel,
+dat hem steeds levendig voor den geest stond, en waarvan hij sommige
+bijzonderheden duidelijk voor zich zag, terwijl andere daarentegen
+reeds uit zijn geheugen waren verdreven. Twee doktoren, die vroeger
+de zieke behandeld hadden en waarvan de een aan een breuk der groote
+ligamenten geloofde en de ander de ziekte weet aan een verlamming
+tengevolge van een beleediging van het ruggemerg, waren het ten slotte
+eens geworden over die verlamming in verband met verwondingen aan de
+groote ligamenten: alle symptomen wezen er op, het geval scheen hun
+zoo duidelijk, dat zij niet geaarzeld hadden een bijna gelijkluidend
+certificaat af te geven. Verder geloofden zij, dat de reis mogelijk,
+maar zeer pijnlijk zou zijn. Dat deed Pierre besluiten, want hij vond,
+dat de heeren zeer voorzichtig waren en zooveel mogelijk getracht
+hadden de waarheid te vinden. Hij had nog slechts een vage herinnering
+aan den derden geneesheer, Beauclair, een achterneef van hem, een nog
+jongen man met een helder inzicht, die nog weinig bekend was, en naar
+men beweerde, een zonderling. Nadat hij Marie langen tijd aangekeken
+en opgenomen had, had hij sterk geïnformeerd naar haar voorouders en
+met zeer veel belangstelling geluisterd naar wat men hem vertelde
+over mijnheer de Guersaint, den architect, die zich verbeeldde een
+uitvinder te zijn, met zijn zwak karakter en overdreven phantasie;
+daarna had hij het gezichtsveld van Marie willen weten en zich, door
+haar op bescheiden wijze te bekloppen, vergewist, dat de pijn zich
+ten slotte gelocaliseerd had in den linker eierstok, en dat de pijn,
+wanneer men op die plek drukte, als een dikke massa, die haar dreigde
+te doen stikken, naar haar keel scheen op te stijgen. De verlamming der
+beenen achtte hij blijkbaar van weinig of geen beteekenis. En op een
+hem op den man af gedane vraag had hij uitgeroepen, dat men haar naar
+Lourdes moest brengen, dat zij er ongetwijfeld zou genezen, als zij de
+vaste overtuiging bezat daar beter te zullen worden. Hij sprak ernstig
+over Lourdes; het geloof was voldoende, twee van zijn patiënten,
+zeer vrome dames, die hij er het vorige jaar heen gezonden had, waren
+stralend van gezondheid teruggekomen. Zelfs voorspelde hij, hoe het
+wonder geschieden zou: als bij tooverslag, bij een ontwaken, in een
+exaltatie van het geheele wezen, waarin de kwaal, die verschrikkelijke,
+duivelsche drukking, waaronder het jonge meisje bijna stikte, nog
+voor een laatste maal opstijgen en dan verdwijnen zou, alsof hij
+door haar mond ontsnapte. Maar hij weigerde beslist een certificaat
+af te geven. Hij was het niet eens met zijn twee collega's, die hem
+zoo'n beetje uit de hoogte als een kwakzalver behandelden. Pierre
+had, al was het vaag, enkele gedeelten der discussie, die in zijn
+tegenwoordigheid gehouden was, en enkele brokstukken van de door
+Beauclair opgestelde diagnose onthouden: een ontwrichting van het
+orgaan met een lichte scheuring der ligamenten tengevolge van den
+val van het paard, vervolgens een langzaam herstel, waarbij alles
+weer op zijn juiste plaats gekomen was, waarop verschillende nerveuze
+aanvallen kort op elkaar gevolgd waren, zoodat de zieke verder slechts
+geleefd zou hebben onder de obsessie van haar eersten angst, al haar
+denken was thans geconcentreerd op het beleedigde punt, onbeweeglijk
+lag zij neer in toenemende pijnen, terwijl zij niet in staat was
+nieuwe voorstellingen in zich op te nemen, tenzij onder de krachtige
+inwerking van een hevige gemoedsaandoening. Overigens gaf hij toe,
+dat er bijkomende voedingsstoornissen konden zijn, doch deze waren
+nog te weinig onderzocht om het belang en den loop ervan te kunnen
+aangeven. Maar het denkbeeld, dat Marie's kwaal ingebeeld kon zijn, dat
+de hevige pijnen, die haar martelden, afkomstig zouden kunnen zijn van
+een reeds lang geleden herstelde kwetsuur, was Pierre, toen hij haar
+daar zoo zag liggen met haar reeds afgestorven beenen, zoo paradoxaal
+voorgekomen, dat hij er niet verder bij was blijven stil staan, blij
+bovendien als hij was, dat de drie dokters eenstemmig de reis naar
+Lourdes toestonden. Het was voor hem voldoende, dat zij genezen kon;
+daarvoor zou hij met haar naar het eind der wereld gegaan zijn.
+
+O, die laatste dagen te Parijs, in welk een drukte en opwinding had hij
+ze doorleefd! De nationale bedevaart stond op het punt te vertrekken,
+hij was op het denkbeeld gekomen Marie in de Hospitalité te laten
+opnemen, ten einde groote kosten te vermijden. Verder had hij zich
+allerlei bezoeken moeten getroosten, om zelf bij de Hospitalité
+de Notre-Dame de Salut geplaatst te worden. Mijnheer de Guersaint
+was in den zevenden hemel, want hij hield van de natuur en brandde
+van verlangen, om de Pyrenaeën te leeren kennen; hij bekommerde zich
+natuurlijk om niets, beschouwde het als een van zelf sprekend feit, dat
+de jonge priester de reis voor hem betaalde en in het hotel daarginds
+voor hem zorgde als voor een kind; en toen zijn dochter Blanche hem
+op het allerlaatste oogenblik een louis in zijn hand stopte, vond hij
+zich den koning te rijk. Die arme en heldhaftige Blanche bezat een
+geheimen schat, een spaarduitje van vijftig francs, die ze, om haar
+niet boos te maken, wel hadden moeten aannemen, want zij wilde ook
+medehelpen aan de genezing van haar zuster, al kon zij de reis niet
+medemaken, teruggehouden als zij werd door haar lessen te Parijs,
+dat zij in alle richtingen door bleef trekken, terwijl de haren daar
+ver weg neerknielden tusschen de verrukkingen der Grot. En zoo waren
+zij dan vertrokken en reden zij nu voort, reden zij steeds verder door.
+
+Bij het station Châtellerault deed een plotseling geroezemoes van
+stemmen Pierre uit zijn overpeinzingen opschrikken. Wat! Waren
+zij reeds te Poitiers? Maar het was nauwlijks twaalf uur. Neen,
+zuster Hyacinthe liet het Angelus bidden, de drie driemaal herhaalde
+Ave's. De stemmen stierven weg, een nieuw gezang, dat langzamerhand
+in een klaaglied veranderde, werd aangeheven. Nog vijf-en-dertig
+lange minuten voor ze te Poitiers waren, waar, zooals het scheen,
+het oponthoud van een half uur aller lijden zou verzachten. Allen
+voelden zich zoo onbehaaglijk, werden zoo onbarmhartig heen en weer
+geschud in dien verpesten, gloeiend-heeten wagon. De ellende was te
+groot, dikke tranen rolden over de wangen van madame Vincent, een
+gesmoorde vloek was ontsnapt aan de lippen van Mijnheer Sabathier,
+die anders zoo lijdzaam en geduldig was, terwijl broeder Isidore,
+la Grivotte en madame Vêtu niet meer schenen te leven en op wrakhout
+geleken, dat door den stroom werd medegevoerd. Marie had haar oogen
+gesloten en antwoordde niet meer; zij wilde ze niet meer open doen,
+vervolgd als zij werd door den vreeselijken aanblik van het gezicht
+van Elise Rouquet, dat half weggevreten, open hoofd, dat voor haar
+het beeld van den dood was. En terwijl de trein, die deze menschelijke
+troostelooze ellende met zich voerde onder den onweerzwangeren hemel,
+zijn vaart door de gloeiende velden versnelde, werden allen door een
+nieuwe schrik aangegrepen. De man ademde niet meer, een stem riep,
+dat hij gestorven was.
+
+
+
+
+III.
+
+Zoodra de trein te Poitiers stil stond, haastte zuster Hyacinthe zich
+uit te stappen, te midden van het gedrang der stationskruiers, die
+de portieren openden, en van de pelgrims, die zich naar buiten drongen.
+
+"Wacht even, wacht even!" riep zij steeds. "Laat mij het eerst
+uitstappen; ik wil zien, of het werkelijk afgeloopen is."
+
+Toen zij in het andere compartiment weer ingestapt was, lichtte zij
+het hoofd van den man op; eerst geloofde zij ook, dat hij inderdaad
+gestorven was, toen zij hem daar zoo bleek en met wezenlooze oogen
+liggen zag.
+
+"Neen, neen, hij ademt nog. Gauw, we moeten opschieten!"
+
+En zich wendend tot de andere zuster, die achter in den wagon het
+toezicht hield: "Ach, zuster Claire des Anges, wees zoo goed en ga
+dadelijk pater Massias, die in het derde of vierde rijtuig zijn moet,
+halen. Zeg hem, dat wij een zieke hebben, die in levensgevaar verkeert,
+en dat hij dadelijk met het Heilig Oliesel komt."
+
+Zonder te antwoorden verdween de zuster in de drukte. Zij was klein,
+fijn gebouwd en teer, met een peinzend gelaat en sprookjesoogen,
+maar toch steeds in de weer.
+
+Pierre, die staande in het andere compartiment het tooneel volgde,
+veroorloofde zich een opmerking.
+
+"Zou het misschien niet gewenscht zijn ook den dokter te halen?"
+
+"Zeker, daar dacht ik ook juist aan," antwoordde zuster Hyacinthe. "O,
+mijnheer de abbé, als u de goedheid zoudt willen hebben zelf eens te
+gaan kijken."
+
+Pierre was juist van plan in den cantinewagen een kop bouillon te
+halen. De zieke, die zich wat verlicht gevoelde, nu zij niet meer
+heen en weer geschud werd, had haar oogen weer opengedaan en zich
+door haar vader in zittende houding laten oprichten. Zij zou in
+haar vurig verlangen naar frissche lucht wel graag gewild hebben,
+dat ze een oogenblik op het perron gezet was, maar zij voelde,
+dat dat te veel gevraagd zou zijn en het te veel moeite kosten zou,
+om haar straks weer in den wagon te krijgen. Mijnheer de Guersaint,
+die evenals de meeste pelgrims en zieken in den trein ontbeten had,
+bleef dicht bij het geopende portier een sigaret staan rooken,
+terwijl Pierre naar den cantinewagen liep, waarin zich eveneens de
+dienstdoende geneesheer met een kleine apotheek bevond.
+
+In den wagon waren ook de andere zieken gebleven, die men met den
+besten wil van de wereld niet naar buiten kon brengen. La Grivotte
+had telkens benauwende hoestaanvallen en ijlde; zij belette ook
+madame de Jonquière weg te gaan, die met haar dochter Raymonde,
+madame Volmar en madame Désagneaux afgesproken had gezamenlijk in de
+wachtkamer te ontbijten. Maar hoe kon zij dat ongelukkige schepsel,
+dat ieder oogenblik den geest kon geven, alleen op die harde bank
+achterlaten? Marthe was ook gebleven bij haar broeder, den zendeling,
+die maar steeds door bleef kreunen. Aan zijn plaats als vastgenageld,
+wachtte mijnheer Sabathier op zijn vrouw, die een tros druiven voor
+hem was gaan halen. De anderen, die loopen konden, drongen naar de
+deur, om uit te stappen, ten einde een oogenblik den wagon vol jammer
+en ellende, waarin hun ledematen in de zeven lange uren, die de reis
+geduurd had, stijf geworden waren, te ontvluchten. Madame Maze had
+zich dadelijk van de anderen verwijderd en een eenzaam hoekje van het
+station gezocht, waar zij dadelijk weer in haar gewone melancholie
+terugviel. Versuft van smart had madame Vêtu, die met moeite eenige
+stappen gedaan had, zich neer laten vallen op een bank midden in
+de zon, waarvan zij het branden echter niet eens voelde, terwijl
+Elise Rouquet, die haar zwarte sluier weer omgedaan had, in haar
+verlangen naar frisch water overal naar een fonteintje zocht. Madame
+Vincent liep langzaam met de kleine Rose op haar arm heen en weer;
+zij glimlachte tegen de kleine en trachtte haar wat op te vroolijken
+door haar schreeuwend gekleurde platen aan te wijzen, waar het kind
+naar keek, zonder ze echter te zien.
+
+Intusschen kostte het Pierre de grootste moeite zich een weg te banen
+door de dichte menigte, die het perron overstroomde. Men kon zich
+geen voorstelling maken van dien levenden stroom van gebrekkigen en
+gezonden, die den trein verlaten hadden, meer dan achthonderd personen
+liepen door elkaar heen en verdrongen elkaar. Iedere wagon had zijn
+ellende uitgestort als een ziekenhuiszaal, die men ontruimt; nu kon
+men zien, welk een schrikwekkend aantal kwalen deze verschrikkelijke
+witte trein met zich voerde. Hier sleepten zieken zich voort, anderen
+werden gedragen, de meesten echter bleven dicht bij elkaar op het
+trottoir staan. Hier hoorde men plotseling gillen en schreeuwen; daar
+haastte men zich naar de wachtkamer of de restauratie. Ieder wilde
+zoo spoedig mogelijk den inwendigen mensch versterken. Het was zoo
+kort, dit half uur oponthoud, het eenige, dat zij voor Lourdes zouden
+hebben. En het eenige vroolijke te midden van de zwarte soutanes,
+van de afgedragen en verschoten kleeren der armen, was het lachende
+wit der kleine zusters van Maria Hemelvaart, die in haar sneeuwige
+mutsjes, sluiers en schorten druk af en aan liepen.
+
+Toen Pierre eindelijk bij den kantinewagen, die zich midden in den
+trein bevond, kwam, vond hij dien reeds belegerd. Er was daar een
+petroleumfornuis en een geheel volledige kleine keukeninstallatie. De
+bouillon, die van geconcentreerd vleeschnat gemaakt werd, stond
+te warmen in plaatijzeren ketels, de in doozen van één liter
+gecondenseerde melk werd slechts aangelengd en bruikbaar gemaakt,
+wanneer ze noodig was. Enkele andere artikelen, als beschuit, druiven
+en chocolade werden bewaard in een soort kast. Maar bij het zien van al
+die handen, welke zich begeerig naar haar uitstrekten, verloor zuster
+Saint-François, een korte en gezette vrouw van vijf-en-veertig jaar
+met een vriendelijk, frisch gezicht, die met de leiding belast was,
+eenigszins het hoofd. Terwijl zij naar Pierre, die den dokter riep,
+welke zich met zijn reisapotheek in een ander compartiment van den
+wagen bevond, luisterde, moest zij met uitdeelen doorgaan. Maar toen
+de jonge priester haar vertelde van den man, die op sterven lag,
+liet zij zich vervangen, daar zij zelf den ongelukkige wilde zien.
+
+"O ja, zuster, ik kwam ook nog een kop bouillon voor een zieke halen."
+
+"Goed, mijnheer de abbé, ik zal hem meenemen. Gaat u maar voor!"
+
+Onder het wisselen van vragen en antwoorden spoedden de twee mannen
+zich voort, gevolgd door zuster Saint-François, die temidden van de
+dringende en stootende menschenmassa voorzichtig den kop bouillon
+droeg. De dokter was een donkere, krachtige, knappe jonge man van
+nog geen dertig jaar met den kop van een Romeinschen krijger,
+zooals men die nog aantreft in de door de zon verzengde landen
+van Provence. Zoodra zuster Hyacinthe hem zag, riep zij in blijde
+verrassing uit:
+
+"Wat, bent u het, mijnheer Ferrand?"
+
+Beiden waren een oogenblik perplex over die ontmoeting. De zusters
+van Maria Hemelvaart hadden de zware taak de armen te verplegen, en
+wel alleen die armen, welke niet betalen kunnen en hun doodsstrijd
+strijden in dakkamertjes; zoo brengen zij haar geheele leven door met
+de behoeftigen; zij richten zich huiselijk in bij het armzalige ziekbed
+in het enge vertrek, bewijzen den zieken de meest intieme diensten,
+zorgen voor het eten en de huishouding, leven daar als dienstboden
+en bloedverwanten tot aan het herstel of tot aan den dood. Zoo was
+op een goeden dag zuster Hyacinthe, nog heel jong toen, met haar
+frisch, melkblank gezichtje, waarin haar blauwe oogen aan één stuk
+door lachten, gekomen bij dezen jongen man, die toen nog studeerde
+en zware typheuse koortsen had; hij was zoo arm, dat hij in de rue
+du Four op een soort zolder onder de dakpannen woonde, die men alleen
+met een ladder bereiken kon. Zij had hem niet meer verlaten, had hem
+met haar hartstocht, om slechts voor anderen te leven, van den dood
+gered, zij, die als klein kind bij de deur van een kerk gevonden was
+en geen andere familie had als die der lijdenden, waaraan zij zich
+wijdde met den vurigen drang om lief te hebben. En welk een heerlijke
+maand was daarop gevolgd, welk een prachtige kameraadschap in deze
+reine verbroedering van het lijden! Wanneer hij haar "lieve zuster"
+noemde, dan was het werkelijk met zijn zuster, dat hij sprak. Zij was
+tegelijk zijn moeder ook, die hem oprichtte en weer neerlegde als haar
+kind, zonder dat er een andere band tusschen hen ontstaan was dan het
+innigste medelijden, de goddelijke liefde der barmhartigheid. Altijd
+was zij vroolijk, zonder geslachtelijke opwinding, met geen anderen
+drang dan om leed te verzachten en te troosten; en hij vereerde haar,
+aanbad haar en had aan haar de reinste en geestdriftigste herinnering
+bewaard.
+
+"Zuster Hyacinthe! Zuster Hyacinthe!" mompelde hij verrukt.
+
+Een bloot toeval bracht hen weer samen, want Ferrand was geen
+geloovige; dat hij zich hier bevond kwam, omdat hij op het allerlaatste
+oogenblik, wel had willen inspringen voor een vriend, die plotseling
+verhinderd was mede te gaan. Sedert bijna een jaar was hij assistent
+in de Pitié. Deze reis naar Lourdes onder zoo bijzondere omstandigheden
+vond hij zeer interessant.
+
+Maar de vreugde van het wederzien deed hem heelemaal den zieke
+vergeten. Zij dacht er het eerst weer aan.
+
+"Kijk, mijnheer Ferrand, daar hebt u den armen kerel. Wij hebben
+een oogenblik gedacht, dat hij dood was... Van af Amboise hebben
+we ons erg ongerust gemaakt en dadelijk bij aankomst hier heb ik om
+den priester met het Heilige oliesel gestuurd. Vindt u hem ook zoo
+minnetjes? Kunt u hem niet wat opwekken?"
+
+De jonge dokter was reeds met het onderzoek begonnen; de andere zieken,
+die in den wagon gebleven waren, keken belangstellend toe. Marie,
+aan wie zuster Saint-François den kop bouillon gegeven had, hield
+dien met een zoo beverige hand vast, dat Pierre hem van haar moest
+overnemen en trachtte haar te laten drinken, maar zij kon den bouillon
+niet doorkrijgen, haar oogen waren vol angstige verwachting strak
+gevestigd op dien man, alsof het om haar eigen leven ging.
+
+"Hoe vindt u hem?" vroeg zuster Hyacinthe weer. "Welke ziekte heeft
+hij?"
+
+"Welke ziekte?" fluisterde Ferrand. "Hij heeft ze allemaal."
+
+Dan haalde hij een fleschje uit zijn zak en trachtte een paar
+droppels tusschen de op elkaar geklemde tanden van den zieke te
+gieten. Deze stootte een zucht uit, lichtte zijn oogleden even op,
+doch om ze dadelijk weer dicht te laten vallen; dat was alles, geen
+ander levensteeken gaf hij.
+
+Zuster Hyacinthe, die anders altijd zoo kalm was en nooit haar
+zelfbeheersching verloor, werd nu ongeduldig.
+
+"Maar dat is verschrikkelijk! En zuster Claire des Anges komt
+maar niet terug. Ik heb haar toch goed den wagon van pater Massias
+uitgeduid... Lieve God, wat moeten we doen?"
+
+Zuster Saint-François, die inzag, dat zij zich hier toch niet nuttig
+maken kon, ging weer naar haar kantinewagen terug, maar eerst vroeg
+zij nog, of de man misschien niet van honger alleen omkwam; want dat
+gebeurde meer en zij was alleen maar gekomen om haar voorraden aan
+te bieden. Toen zij werkelijk wegging, beloofde zij, als zij haar
+toevallig tegenkwam, zuster Claire des Anges tot spoed te zullen
+aanzetten; zij was nog geen twintig meter verder of zij draaide zich
+om en wees met een groot gebaar naar de zuster, die alleen terugkwam.
+
+Uit het portier leunend, riep zuster Hyacinthe haar toe.
+
+"Kom dan toch, kom dan toch... En waar is pater Massias?"
+
+"Die is er niet."
+
+"Wat, is die er niet?"
+
+"Neen. Het gaf niets al haastte ik me nog zoo, je kunt gewoon niet
+tusschen al die menschen door. Toen ik bij den wagon kwam, was pater
+Massias al uitgestapt en had hij ongetwijfeld het station al verlaten."
+
+Zij vertelde, dat de pater, naar men haar gezegd had een afspraak had
+met den pastoor van Sainte-Radegonde. Vorige jaren had de nationale
+bedevaart hier een oponthoud van vier-en-twintig uur: de zieken werden
+dan in het stedelijk ziekenhuis ondergebracht, terwijl de anderen
+zich in processie naar Sainte-Radegonde begaven. Maar dit jaar was
+dit onmogelijk, de trein moest onmiddellijk door; en de pater had
+zeker nu een onderhoud met den pastoor.
+
+"Ze hebben me beloofd de boodschap, zoodra hij terugkwam, aan hem
+over te brengen en hem met het Heilig Oliesel hierheen te zenden."
+
+Het was een ware ramp voor zuster Hyacinthe. Nu de wetenschap niets
+meer vermocht, zou het Heilig Oliesel misschien den zieke verlichting
+gegeven hebben. Dat had zij reeds meermalen gezien.
+
+"O, lieve zuster, wat spijt me dat vreeselijk... U weet niet, hoe lief
+het van u zou zijn, als u zelf ging kijken, of de pater terugkomt,
+om hem dadelijk hier te brengen."
+
+"Ik zal het doen, lieve zuster," antwoordde zuster Claire des Anges
+gedwee en ging, terwijl zij met de lenigheid van een schim door de
+menigte gleed, weer met haar ernstig en geheimzinnig uiterlijk weg.
+
+Diep bedroefd, dat hij zuster Hyacinthe het genoegen niet kon doen den
+man weer tot het bewustzijn terug te roepen, bleef Ferrand den zieke
+aankijken. En toen hij door een gebaar zijn onmacht te kennen gaf,
+vroeg zij hem op smeekenden toon:
+
+"Blijf bij mij, mijnheer Ferrand, tot de pater er is... dan zal ik
+wat rustiger zijn."
+
+Hij bleef en hielp haar den man, die van de bank dreigde te vallen,
+weer wat oprichten. Dan nam zij een doek en veegde zijn gezicht
+af, dat telkens weer met een dik zweet bedekt werd. En het wachten
+duurde voort te midden van het onbehaaglijk gevoel van hen, die in
+den wagon gebleven waren, en van de nieuwsgierigheid der menschen,
+die zich langzamerhand voor den coupé verzamelden.
+
+Een jong meisje baande zich vlug een weg door de menigte, stapte op
+de treeplank en vroeg aan madame de Jonquière:
+
+"Waar blijft u toch, mama? De dames zitten aan het buffet op u te
+wachten."
+
+Het was Raymonde de Jonquière. Wat rijp reeds voor haar vijf-en-twintig
+jaar, leek zij met haar donkeren tint, haar krachtigen neus, haar
+grooten mond en haar vol, mollig figuur sprekend op haar moeder.
+
+"Maar je ziet toch, kindlief, dat ik die arme vrouw niet in den steek
+kan laten."
+
+Zij wees op la Grivotte, die juist weer in een vreeselijke hoestbui
+lag te schokken.
+
+"Hoe jammer, mama! Madame Désagneaux en madame Volmar hadden zich
+juist zooveel van dat déjeunertje met ons vieren voorgesteld!"
+
+"Wat kan ik er aan doen, lieve kind?... Begin maar zonder mij en zeg
+aan de dames, dat ik zoo gauw als ik kan, komen zal."
+
+Dan plotseling een inval krijgend:
+
+"Wacht, daar is de dokter! Ik zal zien, of ik hem de zorg van mijn
+zieke kan overdragen... Ga maar vooruit; ik kom dadelijk. Ik heb
+zoo'n vreeselijken trek."
+
+Raymonde ging vlug naar het buffet terug, terwijl madame de Jonquière
+aan Ferrand vroeg bij haar te komen, om te zien of hij la Grivotte
+misschien wat verlichting geven kon. Reeds had hij op verzoek van
+Marthe broeder Isidore, wiens steunen en kreunen maar niet ophield,
+onderzocht; en weer had hij met een gebaar van wanhoop zijn onmacht
+te kennen moeten geven. Hij richtte de teringlijdster wat op in de
+hoop daardoor de hoest wat tot bedaren te brengen, wat inderdaad
+eenigszins hielp. Vervolgens hielp hij madame de Jonquière de zieke
+een kalmeerend drankje in te gieten. Mijnheer Sabathier, die langzaam
+de druiven, welke zijn vrouw voor hem was gaan halen, op zat te eten,
+vroeg hem zelfs niets, daar hij het antwoord toch vooruit wist en de
+zaak moe was, nadat hij reeds, zooals hij zich uitdrukte, alle vorsten
+der wetenschap geraadpleegd had. Maar toch deed het hem goed, toen
+hij zag, hoe de dokter het arme meisje, wier nabijheid hem hinderde,
+oprichtte. Ook Marie keek met toenemende belangstelling naar hem,
+hoewel zij het niet durfde wagen hem voor zich zelf te roepen, zeker
+als zij was, dat hij haar toch niet helpen kon.
+
+Op het perron werd het gedrang steeds grooter. Men had nog slechts een
+kwartier. Als ongevoelig, met wijdgeopende oogen, zonder nochtans iets
+te zien, verdoofde madame Vêtu haar pijnen in de gloeiende hitte der
+volle zon, terwijl madame Vincent nog steeds met denzelfden sussenden
+stap met de kleine Rose, licht als een ziek vogeltje, zoodat zij het
+gewicht niet eens op haar armen voelde, op en neer liep. Vele pelgrims
+haastten zich naar de fontein, om kannen, kruiken en flesschen te
+vullen. Madame Maze, die zeer op reinheid en zindelijkheid gesteld
+was, wilde er haar handen gaan wasschen; toen zij er echter bijkwam,
+vond zij er Elise Rouquet, die juist bezig was te drinken; verschrikt
+deinsde zij terug voor dit afschuwlijk wezen, die hondenkop met den
+uitgevreten bek, die de schuine spleet van haar mond uitstak, waaruit
+de tong slorpend neerhing; en allen beving met dezelfde huivering,
+dezelfde aarzeling om hun flesschen, kannen en kruiken te vullen uit
+dezelfde fontein, waaruit zij gedronken had. Een groot aantal pelgrims
+liep op het perron te eten. Men hoorde het rhythmische klepperen der
+krukken van een vrouw, die rusteloos door de verschillende groepen heen
+en weer liep. Op den grond schoof een man zonder beenen zich in zijn
+bak met moeite voort, om naar men wist niet wat te zoeken. Anderen
+zaten dicht bij elkaar op een hoop en bewogen zich niet meer. Het
+geheele voor een zoo korten tijd uitgestapte leger van zieken, dit
+rijdende hospitaal, dat voor een half uur ontruimd was, schepte te
+midden van het drukke, onophoudelijke heen en weer loopen der gezonden,
+in de volle brandende middagzon versche lucht.
+
+Pierre verliet Marie niet meer, want mijnheer de Guersaint was,
+aangetrokken door het groene stukje land, dat men aan het einde van
+het station zag, verdwenen. De jonge priester, die vol bezorgdheid
+merkte, dat zij den bouillon niet naar binnen krijgen kon, trachtte
+glimlachend de snoeplust der zieke te prikkelen door haar aan te
+bieden een perzik voor haar te gaan halen; maar zij weigerde, zij had
+te veel pijn en nergens trek in. Zij keek hem aan met haar groote,
+droefgeestige oogen, heen en weer geslingerd tusschen haar ongeduld
+over dit oponthoud, dat haar mogelijke genezing uitstelde, en haar
+angst, om straks weer gedurende die eindelooze reis onbarmhartig door
+elkaar geschud te worden.
+
+Een dikke mijnheer kwam naderbij en tikte Pierre op zijn arm. Hij
+was al grijs, droeg een vollen baard; zijn breed gezicht had een
+vaderlijk-bezorgde uitdrukking.
+
+"Pardon, mijnheer de abbé, is er in dezen wagen niet een ongelukkige,
+die op sterven ligt?"
+
+En toen de geestelijke bevestigend antwoordde, werd hij dadelijk
+vriendschappelijk en familiaar.
+
+"Ik heet Vigneron en ben sous-chef over het ministerie van Financiën;
+ik heb een verlof gevraagd, om met mijn vrouw onzen zoon Gustave naar
+Lourdes te kunnen vergezellen... De arme jongen stelt al zijn hoop in
+de Heilige Maagd, wie wij dag en nacht voor hem bidden... Wij zitten in
+den wagon vóór den uwe, waar we een compartiment tweede klasse hebben."
+
+Dan keerde hij zich om en riep met een handgebaar zijn familie.
+
+"Ja, het is hier. De ongelukkige man is er werkelijk heel slecht
+aan toe."
+
+Madame Vigneron was klein, haar gezicht lang en mager en wees op een
+groote bloedarmoede, die haar zoon Gustave in verschrikkelijke mate van
+haar scheen geërfd te hebben. De vijftienjarige jongen leek nog geen
+tien; hij was scheef, mager als een brandhout, door de bloedarmoede
+was zijn rechterbeen zoo weinig ontwikkeld, dat hij met een kruk
+loopen moest. Hij had een klein, fijn, eenigszins scheef gezichtje,
+waarvan men eigenlijk niets anders dan de oogen zag, oogen, waaruit
+een helder verstand straalde, die door verdriet gescherpt waren en
+daardoor zeker tot in het diepst der ziel zagen.
+
+Een oude dame met gepoederd gezicht, die zich moeilijk bewoog,
+volgde hem; en mijnheer Vigneron, die zich nu herinnerde, dat hij
+haar vergeten had, wendde zich weer tot Pierre om haar voor te stellen.
+
+"Madame Chaise, de oudste zuster van mijne vrouw, die met alle geweld
+Gustave, van wien zij veel houdt, heeft willen vergezellen."
+
+En zich over Pierre heen buigend, voegde hij er fluisterend en op
+vertrouwelijken toon aan toe:
+
+"Madame Chaise, de weduwe van een zijdehandelaar en ontzaglijk
+rijk. Zij heeft een hartkwaal, waarover zij zich erg ongerust maakt."
+
+Dicht op elkaar staande, keek de heele familie met groote
+nieuwsgierigheid naar hetgeen er in den wagon voorviel. Nog steeds
+meer menschen kwamen erbij, en de vader hield zijn zoon een tijdje
+in zijn armen, om hem goed te kunnen laten zien, terwijl zijn tante
+zijn kruk zoo lang vasthield en zijn moeder op haar teenen ging staan.
+
+In den wagon nog steeds hetzelfde schouwspel: de man zat stijf en
+roerloos in den hoek met zijn hoofd tegen het harde, eikenhouten
+beschot. Hij was doodelijk bleek, zijn oogen waren gesloten, zijn mond
+vertrokken door den doodsstrijd, zijn gezicht bedekt met koud zweet,
+dat zuster Hyacinthe van tijd tot tijd met een doek afveegde; zij sprak
+niet meer, was niet ongeduldig meer, had haar kalmte teruggekregen,
+vertrouwend op den hemel, slechts nu en dan een blik over het perron
+werpend, om te zien, of pater Massias nog niet kwam.
+
+"Kijk goed, Gustave," zeide mijnheer Vigneron tegen zijn zoon,
+"dat moet een teringlijder zijn."
+
+De jongen, die door klieren weggevreten werd, wiens heup reeds door
+een koud gezwel weggeteerd was en bij wien zich reeds symptomen van
+beenderversterf der ruggegraat vertoonden, scheen zich hartstochtelijk
+voor dien doodsstrijd te interesseeren. Hij was niet bang, lachte
+slechts met een oneindig droef glimlachje.
+
+"Het is vreeselijk!" mompelde madame Chaise, bleek van angst voor den
+dood in haar voortdurende vrees, dat zij in een plotselingen aanval
+van hartkramp zou blijven.
+
+"Wat zal ik je zeggen!" zeide mijnheer Vigneron philosophisch. "Ieder
+krijgt zijn beurt; we zijn allen sterfelijk!"
+
+Het glimlachje van Gustave kreeg een uitdrukking van pijnlijken spot,
+alsof hij andere woorden gehoord had: de onbewuste wensch, dat de oude
+tante vóór hem sterven zou, dat hij de vijfhonderd duizend francs,
+die hem beloofd waren, erven zou en tevens dat hij zelf zijn familie
+niet langer meer tot last zou zijn.
+
+"Zet hem neer," zeide madame Vigneron tegen haar man; "je maakt hem
+zoo moe, als je hem aan zijn beenen vasthoudt."
+
+Dan zorgde zij er, evenals madame Chaise, zorgvuldig voor, dat het kind
+geen schok zou krijgen. De arme jongen moest zoo vreeselijk ontzien
+worden. Iedere minuut waren zij bang hem te zullen verliezen. De vader
+geloofde, dat het maar het beste zou zijn, als ze weer dadelijk in
+hun coupé gingen. En toen de twee vrouwen met het kind tusschen zich
+in weggingen, wendde hij zich vergenoegd tot Pierre en zeide met een
+diepe ontroering in zijn stem:
+
+"O, mijnheer de abbé, als de goede God hem van ons wegnam, zou ons
+leven niets meer voor ons te beteekenen hebben. En ik zeg dat niet
+om het vermogen van zijn tante, dat dan naar andere neven gaan
+zou. Maar, nietwaar mijnheer de abbé, het zou heelemaal tegen de
+natuur in zijn, wanneer hij stierf vóór haar, vooral met het oog op
+haar gezondheid... Maar wat zullen wij er tegen doen, wij zijn allen
+in de handen der Voorzienigheid en wij vertrouwen op de Heilige Maagd,
+die zeker alles ten beste keeren zal."
+
+Eindelijk had madame de Jonquière, door dr. Ferrand gerustgesteld,
+la Grivotte alleen kunnen laten. Maar voor zij ging, had zij voor
+alle zekerheid tegen Pierre gezegd:
+
+"Ik sterf van den honger, ik ga even naar het buffet... Maar wilt u
+mij dadelijk laten roepen, als het hoesten weer begint."
+
+Toen zij zich met groote moeite een weg gebaand had door de menigte op
+het perron, kwam zij weer in een nieuw gedrang. De pelgrims, die het
+betalen konden, hadden zich in een stormaanval van de tafeltjes meester
+gemaakt, vooral veel priesters liepen af en aan onder het lawaai van
+vorken, messen en borden. De drie of vier kellners konden onmogelijk
+voor de bestellingen zorgen, te meer daar een dichte menigte, die
+zich aan het buffet verdrong, om vruchten, broodjes en koud vleesch
+te koopen, hun den weg versperde. En daar, achter in de wachtkamer,
+zat Raymonde met madame Désagneaux en madame Volmar te dejeuneeren.
+
+"Eindelijk, mama!" riep zij. "Ik wou u net weer komen halen. Ze moeten
+u toch laten eten!"
+
+Zij lachte heel vroolijk, opgewonden als zij was over de reis, over
+dezen eenvoudigen maaltijd, dien ze haast-je-rep-je gebruiken moesten.
+
+"Kijk, daar hebt u een portie forellen met peterseliesaus, die ik
+voor u bewaard heb, en daar staat een cotelette op u te wachten... Wij
+zijn al aan de artisjokken!"
+
+Toen werd het een vroolijk hoekje, waar je met genoegen naar keek.
+
+Vooral de jonge madame Désagneaux was zeer aantrekkelijk, een teere
+blondine met eigenzinnig, opvliegend, goudblond haar, een rond,
+melkblond gezichtje met aardige kuiltjes, opgewekt en goedhartig. Rijk
+getrouwd, liet zij nu al drie jaar achter elkaar midden in de maand
+Augustus dagen haar man in Trouville om als diacones de nationale
+bedevaart mede te maken: dat was haar grootste hartstocht, een innig
+medevoelen, een behoefte om zich gedurende vijf dagen geheel aan de
+zieken te geven, het was een waar zwelgen in volkomen toewijding,
+dat haar uitputte en gelukkig maakte tevens. Haar eenige verdriet was,
+dat zij nog geen kind had, en met een waarlijk komischen ernst gaf zij
+dikwijls haar spijt te kennen, dat zij haar roeping als pleegzuster
+miskend had.
+
+"Kom kind!" zeide zij tegen Raymonde; "beklaag je moeder niet, dat
+zij zoo door haar zieken in beslag genomen wordt. Zij heeft tenminste
+wat te doen."
+
+En zich tot madame de Jonquière wendend:
+
+"Als u eens wist, hoe lang ons de uren in onzen mooien
+eerste-klas-coupé vallen! Je mag zelfs geen klein handwerkje doen,
+dat is verboden... Ik had gevraagd, mij bij de zieken te plaatsen,
+doch alles was al vergeven, zoodat ik wel verplicht ben te probeeren
+vannacht in mijn hoekje te slapen."
+
+En lachend voegde zij er aan toe:
+
+"Wij zullen wel slapen, niet waar madame Volmar, want het gesprek
+schijnt u te vermoeien?"
+
+Madame Volmar, een brunette met een lang gezicht en fijne, vermoeide
+trekken, moest de dertig reeds gepasseerd zijn en had groote, prachtige
+oogen, die waren als gloeiende kolen, waarover nu en dan een sluier
+scheen te komen, die ze als het ware schenen uit te dooven. Zij was
+niet mooi bij den eersten aanblik; hoe langer men haar echter aankeek,
+des te bekoorlijker, overwinnender en begeerlijker zij werd. Verder
+trachtte zij zoo min mogelijk in het oog te vallen, zich op den
+achtergrond te houden, ging steeds in het zwart gekleed en droeg
+nooit sieraden, hoewel zij de vrouw van een handelaar in diamanten
+en parelen was.
+
+"O," mompelde zij, "als ik maar niet te veel door elkaar geschud word,
+ben ik al tevreden."
+
+Zij was reeds tweemaal als helpster mee naar Lourdes geweest, maar men
+zag haar daar bijna nooit in het Hôpital de Notre-Dame des Douleurs,
+daar zij dadelijk na haar aankomst door zoo'n moeheid overvallen werd,
+dat zij, naar zij beweerde, genoodzaakt was haar kamer te houden.
+
+Madame de Jonquière, de directrice der zaal, was zeer welwillend
+voor haar.
+
+"Jullie hebt nu goed den tijd om uit te rusten. Slaapt maar goed,
+als je kunt, want, wanneer ik het niet meer volhouden kan, komen
+jullie aan de beurt."
+
+Dan richtte zij zich tot haar dochter:
+
+"En jij, lieve kind, moet je niet te veel opwinden, als je je hoofd
+niet verliezen wilt."
+
+Maar Raymonde keek haar verwijtend aan en zeide glimlachend:
+
+"Waarom zegt u dat, moeder?... Ben ik soms niet verstandig?"
+
+Zij behoefde zich volstrekt nergens op te beroemen, want een krachtige
+wil en het vaste besluit zelf haar leven in te richten, spraken
+duidelijk uit haar grijze oogen, haar geheele jonge, onbezorgde wezen,
+dat één levensvreugde was.
+
+"Het is zoo," moest de moeder eenigszins verlegen bekennen; "het kind
+is soms verstandiger dan ik... Nou, geef me de côtelette maar even aan,
+die zal smaken. Lieve hemel, wat heb ik een honger!"
+
+Opgevroolijkt door het voortdurende lachen van madame Désagneaux en
+Raymonde, dejeuneerde zij verder. Deze laatste leefde weer geheel op
+en haar gezicht, dat door het wachten op een huwelijk reeds eenigszins
+verlept was, kreeg den rosen tint van haar twintigste jaar terug. Ze
+namen nu dubbel groote happen, want ze hadden nog maar een tien
+minuten. In de geheele zaal heerschte nog een grooter lawaai dan
+zooeven, want men was bang geen tijd meer te zullen hebben voor
+de koffie.
+
+Maar Pierre kwam: la Grivotte had weer een benauwende hoestbui
+gekregen; madame de Jonquière at gauw haar artisjok en ging dan naar
+haar wagon terug, na eerst haar dochter, die haar op gekscherenden
+toon goeden nacht wenschte, een zoen te hebben gegeven. Intusschen
+had de priester bij het zien van madame Volmar met het roode kruis
+der Hospitalité over haar zwarten corsage, een gebaar van verbazing
+niet kunnen onderdrukken. Hij kende haar, want hij bracht, al was
+het zelden, toch nog steeds nu en dan een bezoek aan de oude madame
+Volmar, de moeder van den diamanthandelaar, een oude vriendin van
+zijn eigen moeder; het was een verschrikkelijke vrouw, overdreven
+vroom en zoo streng, dat zij de jaloezieën gesloten hield, om haar
+schoondochter toch maar niet op straat te laten kijken. Hij kende de
+geschiedenis: sedert den dag van haar huwelijk leefde de jonge vrouw
+als een gevangene tusschen haar schoonmoeder, die haar tyranniseerde,
+en haar man, een afzichtelijk leelijk monster, die haar in zijn
+krankzinnige jaloerschheid zelfs sloeg, ofschoon hij zelf verscheidene
+meisjes mainteneerde. Zij lieten haar geen oogenblik uitgaan, dan
+om de mis bij te wonen. Pierre zelf had haar op een zekeren dag bij
+de Drievuldigheidskerk verrast, toen hij haar vlug enkele woorden
+had zien wisselen met een correct gekleed, gedistingeerd heer:
+de onvermijdelijke en zoo vergeeflijke val, de misstap in de armen
+van een vriend, die het geheim bewaarde, de verborgen en verterende
+hartstocht, dien men niet bevredigen kan en die toch zoo vreeselijk
+in je brandt, de afspraken, die men zoo moeilijk houden kan, dat men
+dikwijls weken lang wachten moet, en waarvan men, in een plotselinge
+opvlamming van begeerte, gulzig geniet.
+
+Verlegen stak zij hem haar kleine, smalle, klamme hand toe.
+
+"Hoe toevallig, mijnheer de abbé... Wat is het lang geleden, dat we
+elkaar gezien hebben!"
+
+Zij vertelde hem, dat dit nu al het derde jaar was, dat zij naar
+Lourdes ging: haar schoonmoeder had haar gedwongen zich bij de
+Association de Notre-Dame de Salut aan te sluiten.
+
+"Wonderlijk, dat u ze niet op het station gezien hebt. Ze brengt me
+naar den trein en komt me weer halen ook."
+
+Zij zeide het zeer eenvoudig, maar met zoo'n scherpe ironie, dat
+Pierre er het zijne van dacht. Hij wist, dat zij aan niets geloofde
+en slechts naar de kerk ging, om zich op die wijze van tijd tot tijd
+een vrij uur te verzekeren; en plotseling kreeg hij de ingeving,
+dat in Lourdes iemand op haar wachtte, dat zij met haar bescheiden en
+vurige manier van doen, met haar vlammende oogen, die zij onder den
+sluier van onverschilligheid verborg, haar hartstocht tegemoet snelde.
+
+"Ik," zeide hij op zijn beurt, "ik ben met een vriendin uit mijn jeugd,
+een arm ziek meisje... Ik beveel haar in uw zorgen aan, u moet haar
+verplegen..."
+
+Toen bloosde zij even, en hij twijfelde niet langer. Raymonde keek
+de rekening na met de zelfverzekerheid van iemand, die met getallen
+om kan gaan; madame Désagneaux nam madame Volmar mede, de kellners
+verloren hun hoofd nog meer, de tafeltjes werden verlaten, allen
+stormden naar buiten, toen ze een bel hoorden gaan.
+
+Ook Pierre haastte zich naar zijn wagon terug, toen hij weer staande
+gehouden werd.
+
+"O, mijnheer de pastoor!" riep hij uit; "ik heb u bij het vertrek
+gezien, maar het was te laat, om u nog de hand te komen drukken."
+
+En hij stak de zijne uit naar den ouden priester, die hem glimlachend
+aankeek. Abbé Judaine was pastoor te Saligny, een kleine parochie
+in het departement Oise. Groot en krachtig van gestalte, had hij
+een breed, rood, door grijze haren omlokt gezicht; men voelde
+dadelijk, dat het een heilig man was, die nooit door zijn vleesch
+of door zijn verstand gekweld werd. Vroom als hij was, geloofde hij
+onvoorwaardelijk, zonder eenigen strijd, met het makkelijke geloof
+van een kind, dat nog geen hartstocht kent. Sedert de Heilige Maagd
+hem te Lourdes door een wonder, waarover men nu nog sprak, van een
+oogziekte genezen had, was zijn geloof nog blinder, nog inniger
+geworden, als ware het gedrenkt in dankbaarheid aan God.
+
+"Ik ben blij, dat ik je bij ons zie, vriendlief," zeide hij zacht,
+"want jonge priesters kunnen op zoo'n bedevaart heel wat leeren... Men
+heeft mij verzekerd, dat er onder hen nog al een geest van verzet
+heerscht. Nu, je zult al die arme drommels zien bidden; het is iets,
+dat je niet met droge oogen zult kunnen aanschouwen... En hoe is
+het mogelijk, dat men zich niet overgeeft aan God bij het zien van
+zooveel genezen of toch minstens verzacht lijden?"
+
+Ook hij begeleidde een zieke. Hij wees hem een coupé eerste klasse,
+waaraan een kaart met de woorden: "Abbé Judaine, gereserveerd"
+bevestigd was. En fluisterend ging hij voort:
+
+"Het is madame Dieulafay, je weet wel, de vrouw van den grooten
+bankier. Hun kasteel, een koninklijk domeingoed, behoort tot
+mijn parochie; en toen zij hoorde, dat de Heilige Maagd mij zoo'n
+buitengewone genade bewezen had, hebben zij mij gesmeekt de voorspraak
+van die arme vrouw te zijn. Ik heb al heel wat missen gelezen, en
+vurige geloften voor haar afgelegd... Kijk, daar is zij. Zij heeft
+met alle geweld er een oogenblik uit willen komen, ook al zal het
+straks weer veel moeite kosten, haar in de coupé te krijgen."
+
+Inderdaad lag op een schaduwrijk plekje van het perron in een soort
+rustbed een vrouw, wier knap, zuiver ovaal gezicht met prachtige
+oogen op een leeftijd van hoogstens zes-en-twintig wees. Zij was
+door een verschrikkelijke ziekte aangetast; het verdwijnen van de
+kalkhoudende zouten, wat een langzame verweeking en verwoesting van
+het beenderenstelsel ten gevolge had. Twee jaar geleden reeds, toen
+zij van een levenloos kind bevallen was, had zij pijn gevoeld in de
+wervelkolom. Langzamerhand waren de beenderen dunner geworden en van
+vorm veranderd, de wervelkolom werd krom, de beenderen van het bekken
+plat, terwijl die der beenen en armen verschrompelden; op die wijze
+was zij als het ware kleiner geworden, samengesmolten tot een armzalig
+stukje mensch, een fluïde, naamloos ding, dat men niet rechtop kan
+zetten, dat men met de grootste voorzichtigheid verplaatsen moest
+uit vrees, dat men het tusschen zijn vingers zou zien wegvloeien. Het
+hoofd, dat roerloos en met een stompzinnige, wezenlooze uitdrukking
+op het kussen lag, had zijn vroegere schoonheid behouden. Maar wat
+het hart, bij het zien van dat jammerlijk restje vrouw, nog meer
+toekneep, dat was de groote luxe, die haar omringde: het met blauwe
+zijde gecapitonneerde rustbed, de kostbare kanten, waarmede zij bedekt
+was, het kapje van Valenciennes-kant, dat zij droeg: een rijkdom,
+die zelfs nog in den doodsstrijd ten toon gespreid werd.
+
+"Hoe treurig," begon abbé Judaine weer fluisterend, "te moeten
+denken, dat zij nog zoo jong, zoo mooi, zoo schatrijk is. En als
+je eens wist, met hoeveel liefde zij nog omringd wordt... Die lange
+mijnheer naast haar is haar man, en die elegante dame daar haar zuster,
+madame Jousseur."
+
+Pierre herinnerde zich in de courant dikwijls den naam van madame
+Jousseur gezien te hebben, de vrouw van een diplomaat, die een
+voorname rol speelde in de hooge Katholieke kringen van Parijs. Zelfs
+had het verhaal van een hevigen, bestreden en overwonnen hartstocht
+de rondte gedaan. Zij was heel knap, uiterst eenvoudig gekleed en
+één en al toewijding voor haar arme zuster. De echtgenoot, die op
+vijf-en-dertigjarigen leeftijd het groote bankierskantoor van zijn
+vader geërfd had, was een knappe, uiterst correct gekleede man;
+maar in zijn oogen stonden tranen, want hij aanbad zijn vrouw; hij
+had zijn zaken in den steek gelaten, daar hij er op gestaan had zijn
+vrouw naar Lourdes te vergezellen; zijn laatste hoop was gevestigd
+op die aanroeping, der goddelijke barmhartigheid.
+
+Pierre had zeker sedert het begin van den dag in dien aan smarten
+rijken, witten trein heel wat ontzettend lijden gezien, maar niets
+had zijn ziel zoo aangegrepen als dit jammerlijk vrouwenskelet,
+dat te midden van haar kant en van haar millioenen, zich als in een
+vloeistof oploste.
+
+"De ongelukkige!" prevelde hij huiverend.
+
+"De Maagd zal haar genezen, ik heb er zoo om gesmeekt!" antwoordde
+abbé Judaine vol oprecht gemeend vertrouwen.
+
+Doch weer ging de bel, en ditmaal was het het teeken voor vertrek. Men
+had nog twee minuten. Een laatste dringen en duwen begon: menschen
+kwamen terug met in papier gewikkeld eten, met flesschen en kruiken,
+die zij in de fontein gevuld hadden. Velen liepen angstig heen
+en weer, konden hun wagon niet meer vinden, vlogen wanhopig van
+den eenen coupé naar den anderen, terwijl de zieken zich onder het
+rhythmisch klipklappen der krukken vlugger voortbewogen, en anderen,
+die moeilijk liepen, aan den arm van diakonessen hun pas trachtten
+te versnellen. Vier mannen hadden groote moeite om madame Dieulafay
+in haar coupé eerste klasse te krijgen. De Vignerons, die het niet
+beneden zich achtten tweede klasse te reizen, hadden zich reeds
+weer geïnstalleerd tusschen een groote menigte manden, kisten en
+koffers, die den armen Gustave nauwlijks veroorloofd hadden zijn arme,
+rudimentaire beenen uit te strekken. Dan kwamen zij allen weer terug:
+madame Maze sloop op haar stille manier den wagon binnen; madame
+Vincent lichtte haar dochtertje voorzichtig in de hoogte, steeds bang,
+dat zij zou gaan huilen; madame Vêtu moest binnengesleept worden,
+nadat men haar uit de verdooving van haar pijnen gewekt had; Elise
+Rouquet, die zich bij het gulzige drinken heelemaal nat gemaakt had
+en nog bezig was haar afzichtelijk gezicht af te vegen. En terwijl
+iedereen zijn plaats innam en de wagon weer vol werd, luisterde
+Marie naar haar vader, die verrukt was, dat hij tot aan het einde
+van het station gegaan was, tot het huisje van een wisselwachter,
+vanwaar men een mooi uitzicht op een werkelijk aardig landschap had.
+
+"Willen we je dadelijk weer neerleggen?" vroeg Pierre, wanhopig over
+het angstige gezicht van de zieke.
+
+"O neen, neen, strakjes!" antwoordde zij. "Ik heb nog tijd genoeg om
+die wielen in mijn hoofd te hooren ratelen, alsof zij mijn beenderen
+vermorzelen!"
+
+Zuster Hyacinthe had Ferrand gesmeekt nog eens naar den man te kijken,
+vóór hij naar den kantinewagen ging. Verbaasd over het uitblijven
+van pater Massias, wachtte zij nog steeds op hem; zij was echter niet
+wanhopig, want zuster Claire des Anges was nog niet teruggekomen.
+
+"Mijnheer Ferrand, zeg eens eerlijk of de ongelukkige werkelijk in
+onmiddellijk gevaar verkeert."
+
+Weer keek de jonge dokter hem aan, beluisterde en beklopte hem. Dan
+zeide hij met een wanhopig gebaar:
+
+"Het is mijn vaste overtuiging, dat u hem niet levend naar Lourdes
+krijgen kunt."
+
+Men rekte angstig de halzen uit. Als ze nu nog maar wisten, hoe de
+man heette, waar hij vandaan kwam, wie hij was. Maar niemand kende
+den ongelukkige, uit wien men geen woord los kon krijgen, en die daar
+in den wagon zou sterven.
+
+Toen kwam zuster Hyacinthe op het denkbeeld hem te fouilleeren. Daar
+kon onder de gegeven omstandigheden geen kwaad in steken.
+
+"Mijnheer Ferrand, kijk eens in zijn zakken!"
+
+Voorzichtig fouilleerde hij den man. Maar hij vond in de zakken niets
+dan een rozenkrans, een mes en drie sous. Nooit zou men iets meer
+van hem weten.
+
+Daar riep iemand, dat zuster Claire des Anges en pater Massias
+kwamen. Deze laatste had in een wachtkamer zijn tijd verpraat met den
+pastoor van Sainte-Radegonde. Er ontstond een levendige ontroering,
+alles zou misschien nog terecht komen. Maar de trein stond op het
+punt te vertrekken, de conducteurs sloten de portieren reeds, het
+Laatste Oliesel moest inderhaast worden toegediend, als men niet een
+te lange vertraging wilde veroorzaken.
+
+"Hier, eerwaarde vader!" riep zuster Hyacinthe. "Ja, ja, stap u in,
+de ongelukkige zieke ligt hier."
+
+Pater Massias, die, ofschoon vijf jaar ouder dan Pierre, tegelijk
+met dezen op het seminarie geweest was, had een groot, mager lichaam
+met het gezicht van een asceet, dat door een blonde baard omgeven
+was en waarin schitterende oogen fonkelden. Hij was noch de door
+twijfel gekwelde priester noch de priester met het blind geloof van
+een kind, maar een apostel vol gloeiende geestdrift, steeds gereed
+om voor den onbevlekten roem der Heilige Maagd te strijden en te
+overwinnen. Onder de zwarte pelerine met den grooten kap straalde
+hij van dien blijvenden strijdlust.
+
+Onmiddellijk had hij het zilveren doosje met het Heilige Oliesel
+gehaald. En de plechtige handeling begon onder het toeslaan der
+laatste portieren en het haastige toesnellen der pelgrims, die zich
+verlaat hadden, terwijl de stationschef met onrustige blikken naar
+de stationsklok keek, daar hij wel inzag, dat hij nog eenige minuten
+zou moeten toestaan.
+
+"Credo in unum Deum [2]..." mompelde de pater vlug.
+
+"Amen," vielen zuster Hyacinthe en de geheele wagon in.
+
+Degenen, die ertoe in staat geweest waren, lagen op de banken
+neergeknield. De anderen vouwden hun handen, maakten herhaaldelijk het
+teeken des kruises, en toen op het prevelen der gebeden de litanieën
+van het rituaal volgden, verhieven zich de stemmen, rees met het Kyrie
+Eleison [3] een vurige smeekbede op voor de vergeving der zonden
+en de lichamelijke en geestelijke genezing van den man. Dat geheel
+zijn leven, dat men niet kende, hem vergeven mocht worden en hij,
+onbekend en triompheerend, ingaan mocht in het koninkrijk Gods!
+
+"Christe, exaudi nos." [4]
+
+"Ora pro nobis, sancta Dei Genitrix." [5]
+
+Pater Massias had de zilveren naald, waaraan een droppel gewijde
+olie trilde, genomen. Bij de drukte en het wachten van den geheelen
+trein, waardoor de pelgrims hun hoofd uit de portieren staken, kon
+de geestelijke er niet aan denken de zalving, zooals die gewoonlijk
+geschiedde, te verrichten op de diverse zintuigsorganen, de poorten,
+die de zonde binnenlieten. Zooals het voorschrift voor dringende
+gevallen toestond, moest hij zich tevreden stellen met één zalving;
+hij verrichtte die op den mond, op dien bleeken, half geopenden mond,
+waaruit nog nauwlijks één ademtochtje kwam, terwijl het gezicht met
+de gesloten oogen reeds geheel verstijfd, tot het stof der aarde
+teruggekeerd scheen te zijn.
+
+"Per istam sanctam unctionem, et suam piissimam misericordiam,
+indulgeat tibi Dominus quidquid per visum, auditum, odoratum, gustum,
+tactum, deliquisti." [6]
+
+Het slot der plechtigheid ging in het lawaai van het vertrek
+verloren. De pater had nog nauwlijks tijd den droppel af te wisschen
+met het watje, dat zuster Hyacinthe voor hem gereed hield. Hij moest
+den wagon verlaten en zich naar den zijne haasten, terwijl de anderen
+het slotgebed uitspraken.
+
+"Wij kunnen onmogelijk langer wachten!" herhaalde de stationschef in
+groote opwinding. "Opschieten!"
+
+Eindelijk kon men vertrekken. Iedereen had zijn plaats
+ingenomen. Madame de Jonquière, die zich over den toestand van la
+Grivotte nog even ongerust maakte, was dichter bij haar gaan zitten
+tegenover mijnheer Sabathier, die berustend en zwijgend wachtte. Zuster
+Hyacinthe was niet in haar compartiment teruggekomen; zij wilde bij den
+man blijven, te meer daar zij dan ook tegelijk voor broeder Isidore
+kon zorgen, aan wien Marthe geen verlichting meer geven kon. Marie,
+bleek wordend, voelde reeds in haar lichaam de schokken van den trein,
+nog vóór deze onder de loodzwaar drukkende hitte zijn vaart opnieuw
+begonnen was met zijn lading zieken in de benauwende en verpestende
+atmospheer der over-verhitte wagons.
+
+Een lang-aangehouden gefluit weerklonk, de locomotief begon te puffen,
+en zuster Hyacinthe stond op om te zeggen:
+
+"Het Magnificat, kinderen!"
+
+
+
+
+IV.
+
+Toen de trein zich in beweging zette, ging het portier nogmaals open en
+duwde een conducteur een meisje van veertien jaar in het compartiment,
+waarin Marie en Pierre waren.
+
+"Daar is nog een plaats. Schiet op!"
+
+Reeds werden de gezichten langer, wilde men protesteeren. Maar zuster
+Hyacinthe riep uit:
+
+"Wat ben jij het, Sophie. Ga je weer de Heilige Maagd bezoeken,
+die je verleden jaar genezen heeft?"
+
+En madame de Jonquière zeide tegelijk:
+
+"Dat is heel goed van je, beste Sophie, om dankbaar te zijn!"
+
+"Zeker, lieve zuster; zeker, madame!" antwoordde het meisje
+vriendelijk.
+
+Trouwens het portier was reeds gesloten en zij moesten dus deze nieuwe
+bedevaartgangster, die als uit den hemel gevallen was op het oogenblik,
+dat de trein, dien zij bijna gemist had, vertrok, wel aanvaarden. Zij
+was mager bovendien en zou dus niet veel plaats innemen. En dan
+kenden de dames haar; de oogen van alle zieken richtten zich op haar,
+toen zij hoorden, dat zij genezen was. Maar ze waren het station uit;
+de locomotief pufte in het steeds luider wordende geratel der wielen,
+en zuster Hyacinthe herhaalde, in haar handen klappend:
+
+"Vooruit, vooruit, kinderen, het Magnificat!"
+
+Terwijl de jubelzang te midden der schokken opsteeg, keek Pierre
+naar de kleine Sophie. Het was een boerinnetje, het dochtertje van
+een armen landbouwer uit de omstreken van Poitiers, dat haar ouders
+bedierven en als een jongejuffrouw behandelden, sedert zij door
+een wonder begenadigd, een uitverkorene was, die de geestelijken
+van het heele arrondissement kwamen bezoeken. Zij had een stroohoed
+met rose linten, een japonnetje van grijze wol, gegarneerd met een
+volant. Haar rond gezichtje was niet mooi, maar vriendelijk en frisch
+en werd opgevroolijkt door een paar heldere, sluwe oogen, die haar
+iets glimlachends en bescheidens gaven.
+
+Toen het Magnificat uitgezongen was, kon Pierre geen weerstand bieden
+aan zijn verlangen Sophie te ondervragen. Een kind van dien leeftijd,
+dat er zoo oprecht uitzag en geen leugenaarster scheen te zijn,
+interesseerde hem ten zeerste.
+
+"Je hadt bijna den trein gemist, niet lieve kind?"
+
+"O, mijnheer de abbé, dat zou verschrikkelijk geweest zijn. Ik was
+gisteren al aan het station. Toen zag ik mijnheer den pastoor van
+Sainte-Radegonde, die mij heel goed kent, en mij riep, om me een zoen
+te geven; hij zeide, dat het heel lief van me was weer naar Lourdes
+te gaan... Toen ging ineens de trein weg, ik had nog net den tijd,
+om hard te loopen... He, wat heb ik gevlogen!"
+
+Zij lachte, nog een beetje buiten adem, en het speet haar tegelijk ook,
+dat zij uit onbedachtzaamheid bijna een zonde begaan had.
+
+"En hoe heet je, kindlief?"
+
+"Sophie Couteau, mijnheer de abbé."
+
+"Je bent toch niet uit Poitiers zelf?"
+
+"O, neen... wij zijn uit Vivonne, zeven kilometer van Poitiers. Mijn
+vader en mijn moeder hebben daar een klein boerderijtje, en het zou
+ons zoo slecht niet gaan, als we niet met ons achten thuis waren. Ik
+ben de vijfde. Gelukkig, dat de vier oudsten langzamerhand kunnen
+gaan medewerken."
+
+"En wat doe jij, kind?"
+
+"Ik ben niet van heel veel nut, mijnheer de abbé... Sedert ik verleden
+jaar genezen thuis gekomen ben, heeft men mij geen oogenblik met rust
+gelaten, omdat ze, zooals u begrijpen kunt, naar mij zijn komen kijken;
+ook hebben ze mij meegenomen naar monseigneur en naar de kloosters en
+zoo wat overal naar toe... En voor dien tijd ben ik lang ziek geweest;
+ik kon niet loopen zonder stok, en bij iederen stap, dien ik deed,
+gilde ik het uit van de pijn aan mijn voet."
+
+"Dus heeft de Heilige Maagd je van die pijn aan je voet genezen?"
+
+Sophie kreeg geen gelegenheid om te antwoorden. Zuster Hyacinthe,
+die naar het verhaal geluisterd had, mengde zich in het gesprek.
+
+"Ja, van een beeneter in de linkerhiel, die al drie jaar oud was. De
+voet was opgezwollen en misvormd, terwijl er zich ook fistels gevormd
+hadden, die steeds door etterden."
+
+Plotseling waren alle zieken in den wagon één en al belangstelling. Zij
+hadden geen blik af van het wondermeisje, zij zochten in haar het
+mirakel. Zij, die staan konden, stonden op, om haar beter te kunnen
+zien; de anderen, de zieken, die op hun matrassen lagen, trachtten
+zich op te richten. In hun lijden, dat hen, angstig als zij opzagen
+tegen de vijftien uur, die zij nog hadden te rijden, bij het vertrek
+uit Poitiers opnieuw aangegrepen had, was de plotselinge komst van
+dit, door den hemel uitverkoren kind als een goddelijke troost, als
+een straal van hoop, waaruit zij de kracht zouden putten om de reis
+moedig vol te houden. Reeds hield het jammeren wat op, kwam er in de
+vurige begeerte om te gelooven, een ontspanning op aller gelaat.
+
+Marie vooral was als door nieuwe krachten bezield; half opzittend
+vouwde zij haar bevende handen en vroeg fluisterend aan Pierre:
+
+"Vraag haar meer, laat haar alles vertellen... Genezen, goede
+God! Genezen van een zoo afschuwlijke kwaal!"
+
+Ontroerd had madame de Jonquière zich over het beschot gebogen,
+om het kind een zoen te geven.
+
+"Zeker, ons klein vriendinnetje zal ons alles zeggen... Niet waar,
+schat, je wilt ons toch wel vertellen, wat de Heilige Maagd voor je
+gedaan heeft."
+
+"Natuurlijk, madame... Zooveel als u zelf maar wilt!"
+
+Zij glimlachte vriendelijk en bescheiden, terwijl uit haar stralende
+oogen een helder verstand sprak. Onmiddellijk wilde zij reeds beginnen,
+stak haar rechterhand in de hoogte met een lief gebaar, dat aandacht
+scheen te vragen. Blijkbaar was zij er al heelemaal aan gewend in
+het openbaar te spreken.
+
+Maar men kon haar niet overal in den wagon zien, waarom zuster
+Hyacinthe op het denkbeeld kwam te zeggen:
+
+"Ga op de bank staan, Sophie, en spreek een beetje hard, anders kunnen
+ze je met dat lawaai niet verstaan."
+
+Daar had de kleine veel schik in; zij moest eerst weer ernstig worden,
+voor zij beginnen kon.
+
+"Nu dan, mijn voet was zoo ziek, dat ik niet eens meer naar de kerk
+kon gaan, en ik moest hem altijd in een verband hebben, omdat er iets,
+dat minder frisch was, uit vloeide... Dokter Rivoire, die erin gesneden
+had, om beter te kunnen zien wat het was, zeide, dat hij genoodzaakt
+zou zijn een stuk van het been weg te nemen, waardoor ik heelemaal
+kreupel geworden zou zijn... En toen heb ik de Heilige Maagd vurig
+gebeden en heb ik mijn voet in het water gestoken met zoo'n innig
+verlangen om beter te worden, dat ik zelfs den tijd niet genomen heb,
+om het verband eraf te doen... En toen is alles in het water gebleven,
+mijn voet had niets meer, toen ik hem eruit haalde."
+
+Een gemompel van verrassing, verwondering en begeerte ontstond en
+plantte zich bij dit prachtige wonderverhaal, dat den wanhopigen zoo
+zoet in de ooren klonk, voort. Maar de kleine was nog niet klaar. Zij
+wachtte even en begon dan weer, nadat zij met een nieuw gebaar stilte
+verzocht had.
+
+"Toen dokter Rivoire te Vivonne mijn voet weer zag, zeide hij:
+"Of het de goede God of de duivel is, die dit kind genezen heeft,
+laat mij koud, maar genezen is zij.""
+
+Ditmaal volgde er gelach op haar woorden. Zij declameerde te veel,
+daar zij het verhaal al zoo dikwijls gedaan had, dat zij het uit haar
+hoofd leerde. De woorden van den dokter misten hun uitwerking nooit;
+zij lachte, zeker als zij was, dat de anderen ook lachen zouden,
+er bij voorbaat zelf al om. Maar toch bleef zij naïef en ontroerend.
+
+Toch scheen zij een bijzonderheid vergeten te hebben, want zuster
+Hyacinthe, die met een blik de toehoorders op het woord van den dokter
+opmerkzaam gemaakt had, fluisterde haar zachtjes in:
+
+"En wat je tegen de gravin, de directrice van de zaal, gezegd hebt,
+Sophie?"
+
+"O ja, dat is waar ook! Ik had niet veel linnen voor mijn voet
+meegebracht en toen heb ik tegen haar gezegd: "De Heilige Maagd is
+wel goed geweest, om mij dadelijk den eersten dag te genezen, want
+morgen zou mijn voorraad al op geweest zijn.""
+
+Weer volgde een blij gelach. Men vond haar zoo schattig, dat zij op
+die manier genezen was! Op een vraag van madame de Jonquière moest zij
+nog het verhaal doen van de schoenen, mooie, splinternieuwe schoenen,
+die mevrouw de gravin haar gegeven had en waarin zij, in haar zalige
+verrukking, dadelijk geloopen, gesprongen en gedanst had. Stel je
+voor, schoenen, zij, die in geen drie jaar een pantoffel aan had
+kunnen hebben!
+
+Pierre, van wien zich een onbehaaglijk gevoel meester gemaakt had,
+was ernstig geworden en bleef haar aankijken. Hij deed haar nog een
+paar andere vragen. Het kind loog beslist niet, doch wel vermoedde
+hij, dat zij langzamerhand de waarheid een beetje gewijzigd had,
+een zeer begrijpelijke opsiering bij haar vreugde, dat zij genezen
+en daardoor een persoon van gewicht geworden was. Wie kon nu met
+zekerheid zeggen, of er voor het volkomen toetrekken van de wond,
+wat volgens haar beweren in enkele seconden geschied was, niet dagen
+noodig geweest waren. Waar waren de getuigen?
+
+"Ik was erbij," vertelde juist madame de Jonquière. "Zij behoorde niet
+tot mijn zaal, maar ik had haar dien ochtend nog gezien; zij hinkte..."
+
+"Ah! Hebt u haar voet vóór en na de indompeling gezien?"
+
+"Neen, dat niet, ik geloof niet, dat iemand dien heeft kunnen zien,
+want hij was heelemaal in verband... Zij heeft u toch zelf verteld,
+dat het verband in het water gevallen is."
+
+En zich tot het meisje wendend:
+
+"Maar zij zal u haar voet laten zien, niet waar, Sophie?... Trek je
+laars uit."
+
+Sophie maakte haar schoen reeds los en trok haar kous uit met een
+handigheid en een gemak, die duidelijk bewezen, hoe gewend zij al
+was dat te doen. Zij stak haar heel zindelijken, blanken, ja zelfs
+gesoigneerden voet met de roze, zorgvuldig geknipte nagels uit en
+draaide hem met een zeker welbehagen om, opdat de jonge priester
+hem makkelijk zou kunnen onderzoeken. Boven den enkel was een groot
+litteeken, welks witachtige, duidelijk zichtbare naad heel duidelijk
+bewees, hoe ernstig de ziekte geweest was.
+
+"O, mijnheer de abbé, u kunt den hiel gerust in uw handen nemen en
+er met alle kracht op drukken: ik voel niets meer!"
+
+Pierre maakte een gebaar met zijn hand, waaruit men zou kunnen opmaken,
+dat hij verrukt was over de macht der Heilige Maagd. Maar twijfel bleef
+hem kwellen. Welke onbekende kracht was hier werkzaam geweest? Of
+liever, welke verkeerde geneeskundige diagnose, welke samenloop van
+dwalingen en overdrijvingen hadden tot dit mooie sprookje geleid?
+
+Maar de zieken wilden allen den wondervoet zien, dit zichtbaar bewijs
+van goddelijke genezing, die zij allen gingen zoeken. Marie, die nu
+geheel rechtop zat en al minder pijn voelde, raakte hem het eerst
+aan. Dan gaf madame Maze, uit haar melancholie weggerukt, hem over aan
+madame Vincent, die hem had willen kussen voor de hoop, die hij haar
+teruggaf. Mijnheer Sabathier had met een van geluk stralend gezicht
+geluisterd; madame Vêtu, la Grivotte, ja zelfs broeder Isidore sloegen
+hun oogen weer open en toonden belangstelling; het gezicht van Elise
+Roquet had door haar geloof en vertrouwen een wonderbare verandering
+ondergaan, was bijna mooi geworden: wanneer een wond zoo verdwenen
+was, zou dan haar wond zich ook niet sluiten, zou haar gezicht dan
+ook niet een klein litteeken behouden en niet als het gezicht van
+alle menschen worden? Sophie, nog steeds op de bank staande, moest
+zich aan een der ijzeren stangen vasthouden en haar voet op den rand
+van het beschot leggen, nu rechts, dan links; zij werd niet moede,
+integendeel zij was blij en trotsch over de uitroepen, die zij hoorde,
+over de sidderende bewondering, over den vromen eerbied, dien men
+bewees aan dat kleine stukje van haar persoon, aan dien kleinen voet,
+welke nu als gewijd en heilig was.
+
+"Er is ongetwijfeld een groot geloof voor noodig," dacht Marie hardop;
+"je moet er een volkomen reine ziel voor hebben..."
+
+En zich tot mijnheer de Guersaint wendend:
+
+"Vader, ik voel, dat ik genezen zou, als ik tien jaar was, als ik de
+volkomen reine ziel van een klein meisje had."
+
+"Maar je bent tien jaar, lieveling. Zeg zelf eens, Pierre, kunnen
+meisjes van tien jaar een reinere ziel hebben dan zij?"
+
+Hij met zijn levendige verbeeldingskracht en zijn phantastischen geest,
+was dol op die wonderverhalen. En de priester, diep bewogen door
+de innige reinheid van het jonge meisje, ging er niet verder op in,
+liet haar zich geheel overgeven aan den ademtocht van de troostrijke
+illusie, die door den wagon ging.
+
+Sedert het vertrek uit Poitiers was de temperatuur nog drukkender
+geworden; een onweer kwam op aan den koperkleurigen hemel; het was
+alsof de trein door een hoogoven reed. Droefgeestig en als uitgestorven
+onder de brandende zon, snelden de dorpen voorbij. Te Couhé-Verac werd
+de rozenkrans weer gebeden en een lied gezongen. Maar de geestelijke
+oefeningen verslapten eenigszins. Zuster Hyacinthe, die nog niet
+ontbeten had, was er eindelijk toe gekomen gauw een stukje brood en een
+paar vruchten te eten, zonder echter op te houden te letten op den man,
+wiens moeilijke ademhaling de laatste oogenblikken iets regelmatiger
+scheen te worden. En eerst te Ruffec, dat men om drie uur passeerde,
+werden de avondmetten van de Heilige Maagd gebeden.
+
+"Ora pro nobis, sancta Dei Genitrix."
+
+"Ut digni efficiamur promissionibus Christi" [7].
+
+Toen het gebed geëindigd was, zeide mijnheer Sabathier, die naar
+de kleine Sophie gekeken had, toen zij haar schoenen en kousen weer
+aantrok, tegen mijnheer de Guersaint:
+
+"Het geval van dit kind is buiten eenigen twijfel zeer
+interessant. Maar het is eigenlijk nog niets, er zijn nog veel
+sterker gevallen... Kent u het verhaal van Pierre de Rudder, een
+Belgisch werkman?"
+
+Allen waren weer gaan zitten om te luisteren.
+
+"Die man had door een val zijn been gebroken. Na acht jaar waren de
+twee deelen van het been nog niet samengegroeid; je zag de beide
+einden diep in een open, steeds etterende wonde; het been hing
+slap en krachteloos en kon in alle richtingen gedraaid en gekeerd
+worden... Welnu, bij hem was het voldoende om een glas van het
+wonderdoende water te drinken en zijn been was plotseling genezen. Hij
+kon weer zonder krukken loopen en de dokter heeft tegen hem gezegd:
+"Je been is als dat van een pasgeboren kind!" Precies! Een heel
+nieuw been!"
+
+Niemand sprak een woord; er werden slechts blikken van verrukking
+gewisseld.
+
+"En zoo," ging mijnheer Sabathier voort, "zoo is het ook met het
+verhaal van Louis Rouriette, een steenhouwer, een der eerste wonderen
+van Lourdes. Kennen jullie het niet?... Hij was bij een mijnontploffing
+gewond. Zijn rechteroog was heelemaal verloren, terwijl het linker ook
+die kans liep... Welnu, op een goeden dag laat hij zijn dochter een
+flesch van het modderige water uit de bron, die toen nog nauwlijks
+sprong, halen. Met dat modderige water waschte hij zijn oog en bad
+daarbij vurig. Hij stiet een gil uit, hij zag, mijnheer, hij zag even
+goed als u en ik... De dokter, die hem behandelde, heeft er een zeer
+uitvoerige verhandeling over geschreven, er is geen twijfel mogelijk."
+
+"Het is wonderbaar," mompelde mijnheer de Guersaint in extase.
+
+"Wilt u nog een ander voorbeeld, mijnheer? Ik bedoel dat heel
+bekende van François Macary, den schrijnwerker uit Lavaur. Achttien
+jaar lang had hij in het binnengedeelte van zijn linkerbeen een
+diep aderspatachtig gezwel met een belangrijke verstopping van het
+cellenweefsel. Hij kon zich niet meer bewegen, de wetenschap had hem
+geheel en al opgegeven... Daar sluit hij zich op een goeden avond
+op met een flesch water uit Lourdes. Hij neemt het verband weg,
+wascht zijn beide beenen en drinkt de rest van de flesch leeg. Dan
+gaat hij naar bed en valt in slaap; en wanneer hij wakker wordt,
+bevoelt hij zich, kijkt: niets meer! De aderspat, de gezwellen, alles
+verdwenen... De huid van de knie was zoo zacht en frisch geworden,
+als zij met twintig jaar zijn moet."
+
+Ditmaal volgde er een uitbarsting van verbazing en bewondering. De
+zieken en de pelgrims betraden het tooverland van het wonder, waar het
+onmogelijke bij iedere kromming van den weg zich voltrekt, waar men
+van wonder tot wonder schrijdt. En ieder van hen had een geschiedenis
+te vertellen, brandde van verlangen zijn bewijs te geven, zijn hoop
+te rechtvaardigen door een voorbeeld.
+
+Madame Maze, die tot nog toe geen woord gezegd had, geraakte zoo in
+geestdrift, dat zij het eerst vertelde.
+
+"Ik heb een vriendin, die de weduwe Rezan gekend heeft, de vrouw,
+wier genezing indertijd zooveel opzien gewekt heeft... Sedert
+vier-en-twintig jaar was haar geheele linkerzijde verlamd. Alles wat
+zij at, gaf zij weer terug, zij was niet veel meer dan een levenlooze
+massa, die je in haar bed omkeeren moest, en langzamerhand had het
+wrijven van de lakens haar huid afgescheurd... Op een avond zeide de
+dokter, dat zij den volgenden ochtend niet meer halen zou. Twee uur
+later ontwaakt zij uit haar verdooving en vraagt zij met een zwakke
+stem aan haar dochter, voor haar een glas water uit Lourdes bij een
+buurvrouw te gaan halen. Maar eerst den volgenden ochtend kon zij het
+krijgen en riep: "Lief kind, ik drink het leven! Wasch mijn gezicht,
+mijn arm, mijn been, mijn heele lichaam!" En naar mate het kind dat
+deed, zag zij de groote gezwellen slinken, de verlamde ledematen hun
+lenigheid en hun natuurlijk aanzien terugkrijgen... Dat is echter
+niet alles: madame Rezan riep, dat zij genezen was, dat zij honger
+had, dat zij brood en vleesch wilde, zij, die in geen vier-en-twintig
+jaar gegeten had. En zij stond op en kleedde zich aan, terwijl haar
+dochter aan de buurvrouwen, die, toen zij haar zoo van streek zagen,
+dachten, dat zij een wees was, riep: "Neen, neen, moeder is niet dood,
+moeder is weer opgestaan!""
+
+Tranen waren madame Vincent in de oogen gekomen. Lieve God! Als zij
+ook Rose zoo kon zien opstaan en eten en loopen! Een ander geval van
+een jong meisje, dat zij te Parijs gehoord had en dat veel bijgedragen
+had tot haar besluit, om met de kleine zieke naar Lourdes te gaan,
+kwam weer bij haar op.
+
+"Ik ken ook de geschiedenis van een verlamde, Lucie Druon, die in een
+weeshuis was en zelfs in haar jeugd al niet meer kon knielen. Haar
+ledematen waren tot hoepels vergroeid; haar rechterbeen was veel
+korter en had zich ten slotte over het linker gerold; en wanneer een
+van haar vriendinnetjes haar droeg, zag men haar voeten als dood in de
+lucht slingeren... En het mooie van het geval is, dat zij niet eens
+naar Lourdes geweest is. Zij heeft alleen een novene [8] gehouden;
+maar zij heeft gedurende die negen dagen gevast en haar begeerte
+om beter te worden was zoo vurig, dat zij zelfs de nachten in gebed
+doorbracht... Toen zij eindelijk den negenden dag een weinig water
+uit Lourdes dronk, voelde zij eensklaps in haar beenen een hevigen
+schok. Zij stond op, viel neer, stond weer op en liep. Al haar
+vriendinnetjes riepen verbaasd, verschrikt bijna: "Lucie loopt! Lucie
+loopt!" En het was waar, haar beenen waren in enkele seconden recht,
+gezond en sterk geworden. Zij ging de binnenplaats over, toen naar de
+kapel, waar de geheele gemeente in dankbare geestdrift het Magnificat
+zong... Het lieve kind, wat zal zij gelukkig geweest zijn!"
+
+Nu stroomden de tranen van haar wangen op het bleeke gezicht van haar
+dochtertje, dat zij met hartstochtelijke kussen bedekte.
+
+De geestdrift nam nog steeds toe, de verrukte vreugde over deze mooie
+verhalen, waarin de hemel telkens weer over de menschelijke realiteit
+triompheerde, bracht die kinderzielen in zulk een extase, dat zelfs
+de ergste zieken zich op hun beurt oprichtten, om wat te vertellen. En
+achter ieder verhaal verborg zich het voortdurend bezig zijn met zijn
+eigen kwaal, het vertrouwen, dat die genezen zou, omdat een dergelijke
+ziekte door den goddelijken adem als een booze droom verdreven was.
+
+"O," stamelde madame Vêtu met een van pijn vertrokken mond; "er was
+er een, Antoinette Thardivail, wier maag evenals de mijne door kanker
+weggevreten werd. Je zoudt gedacht hebben, dat honden haar wegvraten
+en soms werd zij nog dikker dan een kinderhoofd. Gezwellen zoo groot
+als kippeneieren groeiden er in, zoodat zij acht maanden lang bloed
+gespuwd had... Zij was, omdat zij niets meer eten kon, gewoon vel
+over been, en zij was op het punt te sterven, toen zij water uit
+Lourdes dronk en zich daarmede de maagholte liet wasschen. Drie
+minuten later vond de dokter, die haar den vorigen avond stervend en
+bijna geen adem meer halend verlaten had, haar bij het vuur zitten,
+juist toen zij zich trakteerde op een malsch kippenvleugeltje. Zij
+had geen gezwellen meer, zij lachte als op haar twintigste jaar,
+haar gezicht had weer den stralenden glans der jeugd... O, te kunnen
+eten waar je trek in hebt, weer jong te worden en geen pijn meer!"
+
+"En de genezing van zuster Julienne dan!" zeide la Grivotte, die zich
+op haar elleboog had opgericht en wier oogen gloeiden van koorts. "Net
+als bij mij was het bij haar met een zware kou begonnen; daarna is
+zij begonnen bloed te spuwen. Ieder half jaar stortte zij weer in en
+moest zij het bed houden. De laatste maal was het heel duidelijk te
+zien, dat zij niet meer op zou staan. Tevergeefs had zij allerlei
+middelen geprobeerd: jodium, trekpleisters, brandpiqures enz. Kort
+en goed, een echte teringlijdster, zooals trouwens zes doktoren
+verklaard hadden... Enfin, zij komt te Lourdes, maar God weet onder
+welke pijnen! Te Toulouse dacht men een oogenblik, dat zij sterven
+zou. De zusters droegen haar in haar armen. Bij den vijver wilden de
+dames der Hospitalité haar niet baden. Het was een doode... Maar ten
+slotte hebben zij haar toch uitgekleed en haar bewusteloos en met zweet
+bedekt ondergedompeld; zij haalden er haar zoo bleek uit, dat men haar
+dadelijk op den grond legde, zoo vast was men er van overtuigd, dat
+het nu werkelijk met haar gedaan was. Plotseling kwam er een kleur op
+haar wangen, haar oogen gingen open en zij haalde krachtig adem. Zij
+was genezen, zij heeft zich alleen aangekleed, en, na in de Grot de
+Heilige Maagd gedankt te hebben, flink gegeten. Nu, dat was toch een
+teringlijdster, en toch in een handomdraaien radicaal genezen!"
+
+Toen wilde broeder Isidore wat vertellen, maar hij kon niet; met de
+grootste moeite zeide hij tegen zijn zuster:
+
+"Marthe, vertel jij het verhaal van zuster Dorothée eens, dat de
+pastoor van Saint-Sauveur ons gedaan heeft."
+
+"Zuster Dorothée," begon de boerin verlegen, "stond op een ochtend met
+een gezwollen been op; van af dat oogenblik kon zij het been, dat koud
+en zwaar als een steen werd, niet meer gebruiken. Bovendien had zij
+vreeselijke pijnen in haar rug. De dokters begrepen er niets van. Zij
+heeft er wel een stuk of zes om raad gevraagd, die met naalden diep in
+haar vleesch prikten en haar allerlei geneesmiddelen gaven. Maar zij
+hadden net zoo goed niets kunnen doen... Zuster Dorothée begreep heel
+goed, dat alleen de Heilige Maagd haar zou kunnen genezen, en dus gaat
+zij naar Lourdes en laat zich in den vijver onderdompelen. Eerst dacht
+zij te zullen sterven, zoo koud was het. Doch toen werd het zoo zacht,
+dat zij het lauwwarm begon te vinden en lekker als melk. Nooit had
+zij zoo iets heerlijks gevoeld; haar aderen gingen open en het water
+stroomde erin. U begrijpt, het leven keerde in haar terug van af het
+oogenblik, dat de Heilige Maagd zich over haar erbarmde... Zij had in
+het geheel geen pijn meer, wandelde, at 's avonds een heele duif en
+sliep den heelen nacht als een roos. Lof aan de Heilige Maagd! Eeuwige
+dankbaarheid aan de machtige Moeder en haar goddelijken Zoon!"
+
+Ook Elise Roquet had graag een wonder, dat zij kende, verteld, maar
+met haar misvormden mond sprak zij zoo slecht, dat zij nog niet aan
+de beurt had kunnen komen. Er volgde nu echter een stilte, waarvan
+zij gebruik maakte; zij schoof den sluier, die haar afzichtelijke
+wond verborg, wat ter zijde:
+
+"O, wat ik weet is niet zoo zeer een ernstige ziekte, maar het is
+zoo grappig... Het betreft een zekere Célestine Dubois, die bij het
+inzeepen van de wasch een naald in haar hand gekregen had. Zeven jaar
+had zij dat ding er al in, geen dokter kon het eruit krijgen. Haar
+hand was heelemaal samengetrokken, zoodat zij die niet meer open kon
+maken... Zij gaat naar Lourdes en steekt haar hand in het water. Maar
+gillend trekt zij die er dadelijk weer uit. Met geweld doet men er
+die hand weer in, houdt die erin, terwijl zij maar blijft gillen en
+met zweet overdekt is. Driemaal dompelt men haar erin, en iederen keer
+zíet men de naald zich voortbewegen, tot hij door den duim naar buiten
+komt... Dat zij zoo gilde, kwam natuurlijk omdat die naald door het
+vleesch wandelde, alsof iemand eraan getrokken had, om hem eruit te
+halen... Célestine heeft nooit pijn meer gehad, alleen bleef er aan
+haar hand een klein litteeken, alleen om het werk der Heilige Maagd
+te kunnen laten zien."
+
+Deze anecdote had nog meer uitwerking dan de wonderen der groote
+genezingen. Een naald, die wandelde, alsof iemand hem voortgeduwd
+had. Dat bevolkte het onzienlijke, bewees, dat iedere zieke zijn eigen
+schutsengel achter zich had, bereid hem op een teeken des hemels te
+helpen. En dan, hoe aardig en kinderlijk was het, die naald, die,
+na zeven jaar te zijn blijven zitten, in het wonderwater wegging. En
+allen lachten van pleizier, straalden van geluk, dat voor den hemel
+niets onmogelijk was, dat zij allen, wanneer de hemel het wilde, weer
+gezond, jong en krachtig zouden worden. Geloof en vurige gebeden waren
+voldoende om de natuur het zwijgen op te leggen en het ongelooflijke
+werkelijkheid te doen worden. Ten slotte hing het dus eigenlijk van
+het geluk af, want de hemel scheen te kiezen.
+
+"O, vader, wat is dat alles mooi!" fluisterde Marie, die tot nog toe
+stom van aandoening geluisterd had. "Herinnert u zich nog, wat u mij
+zelf verteld hebt van die Joachine Dehaut, die uit België gekomen was
+en met haar lam en met zweren bedekt been, dat zoo kwalijk riekte, dat
+niemand het uithouden kon, heel Frankrijk doorgeloopen had... Eerst
+werden de zweren genezen: je kon in haar knie knijpen, zonder dat ze
+iets voelde, er bleef alleen maar een roode vlek achter. Dan kwam
+de ontwrichting aan de beurt. In het water gilde zij, het scheen
+haar toe, alsof men haar beenderen brak, haar been afrukte; en te
+zelfder tijd zagen zij en de vrouw, die haar baadde, den misvormden
+voet zich weer recht uitstrekken met de regelmaat van een wijzer,
+die over een wijzerplaat loopt. Het been stond weer goed, de spieren
+ontspanden zich, de knie strekte zich weer, en dat alles onder zoo
+hevige pijnen, dat Joachine in zwijm gevallen was. Maar toen zij weer
+tot zichzelf kwam, sprong zij recht en flink op, om haar krukken naar
+de Grot te brengen."
+
+Ook mijnheer de Guersaint lachte verrukt over het wonder en bevestigde
+met een gebaar dit verhaal, dat hij van een pater van Maria Hemelvaart
+had gehoord. Hij zou, zeide hij, twintig dergelijke gevallen, het een
+al treffender en wonderbaarlijker dan het andere, kunnen vertellen. Hij
+riep daarbij Pierre tot getuige, en deze, die niet geloofde, schudde
+alleen maar zijn hoofd. In den beginne had hij, daar hij Marie geen
+verdriet wilde doen, getracht afleiding te zoeken door te kijken naar
+de landerijen, de boomen en de huizen, die voorbij vlogen. Zij waren
+nu Angoulême voorbij, weiden en lange rijen populieren gleden in
+razende vaart langs hem heen. Ongetwijfeld had men geen vertraging,
+want de trein, die met volle stoom reed, verslond onder het onweer
+in den in vuur staanden hemel den eenen kilometer na den anderen. En
+ondanks zichzelf hoorde Pierre telkens brokstukken van een verhaal en
+interesseerde hij zich voor die extravagante geschiedenissen, die de
+harde schokken der wielen in slaap wiegden, alsof de locomotief, aan
+zichzelf overgelaten, hen allen gevoerd had naar het goddelijke land
+der droomen. Ze rolden voort, rolden steeds maar voort, en ten slotte
+keek hij niet meer naar buiten, maar gaf hij zich geheel over aan den
+invloed van de zware, slaapwekkende atmosfeer in den wagon, waarin de
+extase, die ver weg was van de werkelijke wereld, die zij in zoo snelle
+vaart doorijlden, steeds grooter werd. Het met nieuw leven bezielde
+gezicht van Marie vervulde hem met groote vreugde. Hij liet zijn hand,
+die zij genomen had, om hem door een innigen druk al het vertrouwen,
+dat in haar herleefde, te zeggen, in de hare. Waarom zou hij, die toch
+haar genezing wilde, haar ontmoedigd hebben door zijn twijfel? Dan
+hield hij met eindelooze liefde de kleine klamme ziekenhand in de
+zijne; vervuld met broederlijk medelijden, wilde hij aan erbarming,
+aan een hoogere genade, die den radeloozen smarten bespaart, gelooven.
+
+"O Pierre," herhaalde zij, "wat is het mooi! En welk een glorie, als
+de Heilige Maagd zich verwaardigt zich over mij te ontfermen... Geloof
+je heusch, dat ik dat waardig ben?"
+
+"Zeker," riep hij uit, "jij bent de beste en de reinste, een
+sneeuwwitte ziel, zooals je vader daareven ook zeide, er zijn in het
+paradijs geen goede engelen genoeg, om je als eerewacht te dienen."
+
+Maar de verhalen waren nog niet ten einde. Zuster Hyacinthe en
+madame de Jonquière vertelden nu al de wonderen, die zij kenden,
+de lange reeks wonderen, die sedert meer dan dertig jaar te Lourdes
+opbloeiden als de ononderbroken rijkdom van rozen aan den mystieken
+rozenstruik. Men telde ze bij duizenden en ieder jaar ontloken er
+nieuwe in het weelderige groen van een wonderbaarlijken wasdom. De
+zieken, die in een toenemende koortsachtige opwinding naar die
+wonderen luisterden, waren de kleine kinderen, die, na het hooren van
+een mooi sprookje, er nog een willen, en nog een en nog een. Ja, nog
+meer, steeds meer verhalen, waarin de booze werkelijkheid bespot, de
+onrechtvaardige natuur afgeranseld wordt, waarin de goede God optreedt
+als de laatste en grootste genezer, die lacht om de wetenschap en
+naar zijn willekeur geluk geeft.
+
+Eerst waren het de dooven en stommen, die weer hoorden en spraken:
+Aurélie Bruneau, die, daar haar trommelvlies gescheurd was,
+ongeneeslijk was, en plotseling verrukt werd door de hemelsche klanken
+van een harmonium; Louise Pourchet, die na vijf-en-twintig jaar stom
+geweest te zijn, plotseling, terwijl zij vóór de Grot bidt, uitroept:
+"Wees gegroet, Maria!"; en anderen, honderden anderen, die radicaal
+genezen werden, allen door een paar druppels water in hun oor of op
+hun tong te druppelen. Dan kwamen de blinden: pater Hermann, die
+voelde, hoe de zachte hand der Heilige Maagd den sluier, dien hij
+voor zijn oogen had, wegnam; mademoiselle de Pontbriant, die beide
+oogen zoo goed als verloren had en die, ten gevolge van een eenvoudig
+gebed een beter gezichtsvermogen dan ooit krijgt; een ander nog, een
+jongen van tien jaar, wiens pupillen op marmeren knikkers geleken,
+en die in drie seconden weer heldere en diepe oogen kreeg, waarin
+de engelen schenen te glimlachen. Maar het meest kwamen toch lammen
+voor, de ongelukkigen, die het gebruik van hun beide beenen moesten
+missen en op hun ziekbed lagen, en tegen wie de Heer zeide: "Sta op
+en wandel!" Delaunoy, kreupel, geschroeid, gebrand, vijftien maal
+opgenomen in de Parijsche hospitalen, waaruit hij de overeenstemmende
+diagnosen van twaalf doktoren medebrengt, voelt, wanneer het Heilige
+Sacrament voorbijgedragen wordt, een kracht in zich, die hem opricht,
+en begint met gezonde beenen de processie te volgen. De veertienjarige
+Marie-Louise Delpon, wier verlamming haar beenen stijf gemaakt, haar
+handen krampachtig samengetrokken, haar mond misvormd had, ziet haar
+ledematen zich ontspannen, de misvorming van haar mond verdwijnen,
+alsof een onzichtbare hand de verschrikkelijke banden, die haar
+misvormden, doorsneed. Marie Vachier, die zeventien jaar lang door
+paraplegie [9] aan haar fauteuil gekluisterd, loopt en springt niet
+alleen, als zij uit den vijver komt, maar ziet zelfs geen spoor meer
+van de wonden, waarmede haar lichaam door het lange, onbeweeglijke
+liggen overdekt was. Georges Hanquet, die aan ruggemergverweeking
+leed en totaal gevoelloos was, wordt plotseling van een met den dood
+worstelende een gezond man. Léonie Charton, die aan dezelfde ziekte
+leed en wier wervels een grooten vooruitspringenden hoek vormden,
+voelt de verlamming van haar ruggegraat als bij tooverslag verdwijnen,
+terwijl haar beenen, nieuwe en krachtige beenen, zich weer recht
+strekken.
+
+Dan kwamen nog allerlei andere kwalen aan de beurt. In de eerste plaats
+ziekten van klierachtigen aard, waarbij eveneens beenen, die hun dienst
+geweigerd hadden, tot nieuw leven gewekt worden. Marguérite Géhier,
+die zeventien jaar lang aan heupjicht geleden had, wier heup door de
+ziekte geheel was weggevreten en wier rechterknie verlamd was, valt
+plotseling op haar knieën, om de Heilige Maagd voor haar genezing
+te danken; Philomène Simonneau, een jong meisje uit de Vendée,
+wier linkerbeen drie verschrikkelijke open wonden had, waarin de
+aangevreten beenderen, die bloot lagen, splinters lieten vallen,
+zag plotseling haar beenderen, haar vleesch en haar huid als nieuw
+worden. Dan volgden de waterzuchtigen: madame Ancelin, wier voeten,
+handen en heele lichaam plotseling geslonken waren, zonder dat men
+wist waarheen dit water weggevloeid was; mademoiselle Montagnon,
+wie men meermalen twee-en-twintig liter water had afgetapt, en die,
+toen zij opnieuw opgezwollen was, weer slonk, door het aanbrengen van
+een in de wonderbron nat gemaakt compres, zonder dat men in het bed of
+op den grond water terugvond. Eveneens houdt geen enkele maagziekte
+stand, alle verdwijnen bij het eerste glas. Zoo kreeg Marie Souchet,
+die zwart bloed spuwde en die zoo uitteerde, dat zij ten slotte
+niet meer dan een geraamte was, in twee dagen haar vorig gewicht
+terug. Marie Jarland, die door het bij vergissing drinken van loog haar
+maag verbrand had, voelde de tumoren, die daar het gevolg van geweest
+waren, verdwijnen. Trouwens de grootste tumoren gaan in den vijver weg,
+zonder het minste spoor achter te laten. Maar wat nog wonderbaarlijker
+is: zweren, kankergezwellen, de meest afzichtelijke wonden worden
+door een ademtocht van boven genezen. Een Jood, een tooneelspeler,
+wiens hand door een zweer weggevreten werd, behoefde die slechts
+in het water te steken, om genezen te worden. Een jonge, schatrijke
+vreemdeling, aan wiens rechter polsgewricht zich een lupus, zoo groot
+als een kippenei, gevormd had, zag die verdwijnen. Rose Duval, die ten
+gevolge van een etterbuil in haar linkerelleboog een groot gat had,
+waarin men een noot kon leggen, zag het nieuwe vleesch, dat die wond
+heelde, aangroeien. De weduwe Fromond, wier lip half weggevreten was
+door een kankergezwel, behoefde zich slechts te laten afwasschen,
+en er was zelfs geen naad van het litteeken te zien. Marie Moreau,
+die vreeselijk leed door borstkanker, ging, nadat zij op de wond een
+in Lourdes-water gedrenkt compres gelegd had, slapen; en toen zij twee
+uur later wakker werd, was de pijn verdwenen, de wond toegetrokken.
+
+Ten slotte vertelde zuster Hyacinthe de radicale genezingen van
+tering. Dat zette de kroon op het werk. De vreeselijke ziekte, die
+verwoestingen aanrichtte onder de menschheid, die de ongeloovigen
+de Heilige Maagd tartten om te genezen, genas zij toch, zeide men,
+door één enkele beweging van haar pink. Honderden gevallen, het eene
+al wonderbaarlijker dan het andere, volgden elkaar op. Marguerite
+Coupel, die drie jaar aan tering leed, en wier longtoppen door de
+tuberkels waren weggevreten, staat op en gaat, stralend van gezondheid,
+weg. Madame de la Rivière, die bloed spuwt, steeds met koud zweet
+overdekt is, en wier nagels reeds een blauwe kleur aangenomen hebben,
+behoeft, wanneer zij op het punt staat haar laatsten adem uit te
+blazen, slechts een lepel vol water, dat men haar tusschen de tanden
+giet, te drinken, en onmiddellijk houdt het rochelen op; zij gaat
+zitten, bidt de litanieën mede en vraagt om bouillon. Julie Jadot
+had vier lepels noodig, maar zij kon haar hoofd ook niet meer recht
+houden, terwijl zij bovendien zoo'n zwak gestel had, dat de ziekte haar
+opgelost scheen te hebben; binnen enkele dagen was zij heel dik. Anna
+Catry, die tering in den ergsten graad had en wier linkerlong reeds
+half weggeteerd was, wordt, tegen alle regelen der kunst in, vijfmaal
+ondergedompeld in het koude water, en zij is genezen, de long weer
+gezond. Een andere, een jonge teringlijdster, die door vijftien
+geneesheeren was opgegeven, was toevallig in de Grot neergeknield en
+ten hoogste verbaasd zoo door een gelukkig toeval genezen te zijn; zij
+was ongetwijfeld juist gekomen op het oogenblik, dat de Heilige Maagd
+in haar erbarming het wonder uit hare onzichtbare handen vallen laat.
+
+Wonderen, wonderen, steeds meer! Als droombloemen regenen zij uit een
+helderen, zachten hemel. Er waren er treffende, er waren er kinderlijke
+onder. Een oude vrouw, die haar verlamde hand in geen dertig jaar had
+kunnen bewegen, wascht zich en maakte het teeken des kruises. Zuster
+Sophie, die blafte als een hond, springt in het water en komt er
+uit, terwijl zij met een heldere stem een loflied zingt. Mustapha,
+een Turk, roept de Witte Vrouw aan en krijgt het gebruik van zijn
+linkeroog terug door er een compres op te leggen. Een officier der
+Turco's werd bij Sedan beschermd, een kurassier uit Reichshoffen zou
+gesneuveld zijn door een kogel in zijn hart, als die kogel, welke zijn
+portefeuille reeds doorboord had, niet afgestuit was op een beeltenis
+van Notre-Dame de Lourdes. En de kinderen, de arme kleinen, die
+lijden, vinden ook genade in haar oogen; een jongetje van vijf jaar,
+dat lam was, werd ontkleed en vijf minuten onder den kouden straal der
+fontein gehouden; hij staat op en loopt; een ander van vijftien jaar,
+die in zijn bed slechts dierlijke kreten uitstiet, springt uit den
+vijver en roept uit, dat hij genezen is; nog een ander van twee jaar,
+die nog nooit geloopen had, bleef een kwartier in het koude water,
+en doet dan vroolijk en glimlachend zijn eerste stappen. En allen,
+zoowel de grooten als de kleinen, leden hevige pijnen, terwijl het
+wonder zich voltrok, want het herstel kan niet geschieden zonder een
+geweldigen schok van de geheele menschelijke machine: de beenderen
+vernieuwden zich, het vleesch groeide aan, de kwaal werd in een
+laatste stuiptrekking uitgedreven. Maar welk een gevoel van welbehagen
+daarna! De geneesheeren geloofden hun oogen niet, de verwondering
+werd bij iedere genezing grooter, wanneer zij hun zieken zagen loopen,
+en met een waren geeuwhonger eten. Al die uitverkoren, al die genezen
+vrouwen liepen drie kilometer ver, zetten zich voor een kip aan tafel
+en sliepen dan twaalf uur aan één stuk door. Van een gewoon herstel
+geen sprake; het was een plotselinge sprong van den doodsstrijd in
+de volle gezondheid met nieuw gevormde ledematen, dichtgetrokken
+wonden, op hun plaats teruggebrachte organen, en dat alles met de
+snelheid van een bliksemstraal. Met de wetenschap werd gelachen,
+men nam zelfs de meest eenvoudige voorzichtigheidsmaatregelen niet
+in acht: vrouwen baadden in ieder gedeelte der maand, teringlijders
+werden, al waren zij met zweet bedekt, ondergedompeld in het ijskoude
+water, wonden liet men gewoon veretteren zonder eenige antiseptische
+behandeling. En welk een jubelgezang steeg op bij ieder wonder, welke
+kreten van dankbaarheid en liefde! De door het wonder geredde valt
+op haar knieën, alle omstanders weenen, bekeeringen vinden plaats,
+protestanten en joden omhelzen het Katholicisme, als nieuwe wonderen
+van het geloof, waarbij de hemel triompheert. De inwoners van het dorp
+wachtten in menigte de door het wonder geredde bij haar terugkomst op,
+terwijl de klokken haar jubeltoon doen hooren; en wanneer men haar
+lenig uit het rijtuig ziet springen, klinken luide vreugdekreten en
+vreugdesnikken, wordt het Magnificat aangeheven. Eer aan de Heilige
+Maagd! Eeuwige dankbaarheid en liefde aan de Moeder Gods!
+
+Want van al die verwezenlijkte verwachtingen, van al die vurige
+dankzeggingen was de dankbaarheid jegens de zeer kuische Moeder,
+de bewonderenswaardige Moeder het voornaamste. Zij was de groote
+hartstocht van alle zieken, de genadige Maagd, de Spiegel der
+rechtvaardigheid, de Troon der wijsheid. Aller handen strekten zich
+uit naar haar, de mystieke Roos in de schaduw der kapellen, den ivoren
+Toren aan den horizont der droom, de Poort des hemels, die uitkomt in
+de eeuwigheid. Van af het aanbreken van iederen nieuwen dag straalt
+zij, als de heldere Ster van den morgen, blijde door jonge hoop. En
+is zij niet de Gezondheid der zieken, de Toevlucht der zondaren, de
+Troosteresse der bedroefden? Frankrijk was steeds haar lievelingsland
+geweest, waar men haar vurig vereerde als vrouw en moeder en zij
+zich zoo gaarne openbaarde aan jonge herderinnetjes. Zij was zoo
+lief voor de kleinen! Zij hield zich voortdurend met hen bezig, men
+wendde zich daarom zoo graag tot haar, omdat men wist, dat zij de
+bemiddelaarster tusschen hemel en aarde was. Iederen avond weende zij
+gouden tranen voor de voeten van haar goddelijken Zoon, om van hem
+genade te verwerven; dat waren de wonderen, die Hij haar toestond te
+wrochten, dat mooie, in bloei staande veld van wonderen, welriekend
+als de rozen van het paradijs, zoo heerlijk van kleurenpracht en geur.
+
+De trein rolde voort. Ze waren nu--het was zes uur--Coutras
+voorbij. Zuster Hyacinthe stond op, klapte in de handen en riep:
+
+"Het Angelus, kinderen!"
+
+Nooit waren de Ave's in een vuriger geloof, dat nog aangewakkerd werd
+door de brandende begeerte om door den hemel vertroost te worden,
+opgestegen. En toen kreeg Pierre plotseling het ware inzicht in deze
+bedevaarten, in deze treinen, die door de geheele wereld rolden, in
+al die samenstroomende menschenmassa's, in Lourdes, dat daar in de
+verte straalde als het heil voor lichaam en ziel. O, de jammerlijke
+ongelukkigen, die hij nu sedert van ochtend zag reutelen en steunen
+van pijn, hun armzalige lichamen zag blootstellen aan de vermoeienis
+van zoo'n reis. Zij waren allen veroordeeld en opgegeven door de
+wetenschap, waren het moede nog langer geneesheeren te raadplegen en
+zich te laten kwellen door niets uitwerkende geneesmiddelen! En hoe
+begrijpelijk was het, dat zij in hun vurige begeerte om nog verder
+te leven en zich niet kunnende onderwerpen aan de onrechtvaardige
+en voor hun lijden onverschillige natuur, zich overgaven aan den
+droom van een bovenaardsche macht, van een almachtige godheid, die
+misschien in hun belang de vastgestelde wetten zou opheffen, den loop
+der sterren veranderen, terugkomen op zijn schepping. Hadden zij dan
+God niet, wanneer de aarde hen in den steek liet? De werkelijkheid
+was voor hen te vreeselijk, een oneindig verlangen naar illusie en
+leugen werd in hen wakker. O, te kunnen gelooven, dat er ergens een
+opperste gerechtsheer is, die de ongerechtigheden van menschen en
+dingen herstelt; te kunnen gelooven, dat er een verlosser bestaat,
+een trooster, die de heer en meester is, die de stroomen naar hun
+bron kan doen terugvloeien, jeugd kan teruggeven aan grijsaards,
+dooden kan opwekken! Te kunnen gelooven, wanneer je overdekt bent
+met wonden, je beenen verlamd zijn, je buik opgezwollen van tumoren,
+je longen door tuberkels weggevreten zijn, dan te kunnen gelooven,
+dat dat er niet op aan komt, dat dat alles kan verdwijnen en opnieuw
+ontstaan kan op een teeken der Heilige Maagd, en dat het voldoende
+is te bidden, haar te ontroeren, om van haar de genade te verkrijgen
+uitverkoren te worden. En dan, welk een hemelsche springbron van
+heerlijke verwachtingen, wanneer de wonderbare stroom begint te
+vloeien van die prachtige genezingsverhalen, van die bekoorlijke
+feeënsprookjes, die de koortsachtig opgewonden verbeeldingskracht
+van zieken en zwakken in slaap wiegen en bedwelmen. Hoe begreep men,
+sedert de kleine Sophie Couteau met haar blank, genezen voetje in
+dien wagon gekomen was en den grenzenloozen hemel van het goddelijke
+en bovennatuurlijke geopend had, hoe begreep men nu den ademtocht van
+wonderbare opstanding, die langzamerhand de meest radeloozen van hun
+jammerbed oprichtte, aller oogen deed stralen, daar het leven voor
+hen nog mogelijk was en zij het misschien opnieuw zouden beginnen!
+
+Ja, zoo was het. Dat deze jammervolle trein voortrolde, steeds
+voortrolde, dat deze wagon vol was, dat de andere vol waren;
+dat Frankrijk en de wereld, van uit de verste hoeken der aarde,
+door dergelijke treinen doorstoomd werd; dat scharen van driehonderd
+duizend geloovigen, duizenden zieken met zich voerend, het eene jaar
+in, het andere uit zich in beweging zetten; dat alles geschiedde,
+omdat daar in de verte de Grot in haar glorie straalde als een
+vuurtoren van hoop en illusie, als de opstand en de triomf van het
+onmogelijk geachte over de onverbiddelijke materie. Nooit was een meer
+passionneerende roman geschreven om de zieken te verheffen boven den
+harden en wreeden levensstrijd. Dien droom te droomen was het groote,
+onuitsprekelijke geluk. De paters van Maria Hemelvaart hadden slechts
+daarom jaarlijks het succes van hun bedevaarten grooter zien worden,
+omdat zij aan de toegestroomde volkeren troost en leugen verkochten,
+dat heerlijke brood der hoop, waarnaar de lijdende menschheid
+eeuwig hongert, een honger, dien nooit iets stillen kan. En niet
+alleen de lichamelijke wonden, die om genezing riepen, neen het
+geheele moreele en intellectueele zijn schreeuwde zijn leed uit in
+een onverzadigbare dorst naar genezing. Gelukkig zijn, de zekerheid
+van zijn leven stellen in het geloof, tot aan zijn dood steunen op
+dien krachtigen en betrouwbaren reisstaf, dat was de wensch, die uit
+aller harten opsteeg, die alle moreele smarten deed nederknielen in
+een smeeken om voortzetting der genade, om bekeering der dierbaren,
+om het geestelijk heil van zichzelf en van hen, die men liefheeft. De
+luide kreet plantte zich voort, rees op, vulde de ruimte: gelukkig
+zijn voor eeuwig, in het leven en in den dood.
+
+En Pierre had wel gezien, hoe al die lijdenden, die hem omringden,
+het schokken van de wielen niet meer voelden, hun krachten terugvonden
+bij iederen verslonden kilometer, die hen dichter bij het wonder
+bracht. Madame Maze zelfs werd spraakzaam in de zekerheid, dat de
+Heilige Maagd haar haar man zou teruggeven. Madame Vincent wiegde
+glimlachend de kleine Rose, die zij heel wat minder ziek vond dan die
+half doode kinderen, welke men in het ijskoude water dompelde en die
+dan speelden. Mijnheer Sabathier schertste met mijnheer de Guersaint
+en zeide, dat hij in October, wanneer hij zijn beenen weer zou kunnen
+gebruiken, naar Rome zou gaan, een reis, die hij al vijftien jaar
+uitgesteld had. Madame Vêtu, die eveneens kalmer geworden was, ook
+al deed haar maag nog wat pijn, dacht, dat zij honger had en vroeg
+aan madame de Jonquière een paar beschuitjes voor haar in een glas
+melk te doopen, terwijl Elise Rouquet, haar open wond vergetend,
+haar sluier weggeslagen had en een tros druiven at. La Grivotte,
+die op was gaan zitten, en broeder Isidore, die niet langer kreunde,
+waren ten gevolge van die mooie verhalen nog zoo opgewonden, dat zij
+in hun ongeduldig verlangen naar genezing zich over ieder uur uitstel
+ongerust maakten. Zelfs de onbekende keerde, al was het dan ook maar
+voor één minuut, tot het leven terug. Toen zuster Hyacinthe weer eens
+het koude zweet van zijn voorhoofd veegde, sloeg hij zijn oogen op,
+terwijl een glimlach zijn gelaat deed oplichten. Nog eenmaal had
+hij gehoopt.
+
+Marie hield nog steeds in haar kleine klamme hand de hand van
+Pierre. Het was zeven uur, eerst om half acht zouden ze in Bordeaux
+zijn; en de trein, die te laat was, verhaastte, om de verloren minuten
+in te halen, meer en meer zijn vaart in een dolzinnige snelheid. Het
+onweer had uitgewoed, een zuivere, reine koelheid viel uit den wijden,
+helderen hemel.
+
+"O, Pierre, wat is het mooi, wat is het mooi," herhaalde Marie weer,
+terwijl zij vol teederheid en liefde zijn hand drukte.
+
+En zich naar hem vooroverbuigend, fluisterde zij:
+
+"Pierre, ik heb daareven de Heilige Maagd gezien en toen heb ik jouw
+genezing gevraagd en verkregen."
+
+De priester begreep haar en geraakte geheel van streek door de oogen
+vol goddelijk licht, die zij op de zijne richtte. Zij had zichzelf
+vergeten, zij had zijn bekeering gevraagd, en dit gebed om geloof, dat
+zoo rein uit dit lijdende en hem zoo dierbare wezen opgestegen was,
+roerde hem tot in het diepst van zijn ziel. De verstikkende hitte
+van den wagon had hem verdoofd, het zien van die daarin opgehoopte
+ellende deed zijn medelijdend hart bloeden. En de besmetting liet
+haar werking gevoelen; hij wist niet meer, waar het werkelijke
+en het mogelijke ophielden, was niet in staat te midden van die
+opeenhooping van verbijsterende feiten, de ware keuze te doen, sommige
+te verklaren, andere te verwerpen. Een oogenblik, juist toen weer een
+gezang hemelwaarts steeg, sleepte zijn obsessie hem mede, hij behoorde
+zichzelf niet meer toe, verbeeldde zich, in de duizelingwekkende vaart
+van dit onder vollen stoom rollende, steeds voortrollende hospitaal,
+weer geloovig te zijn.
+
+
+
+
+V.
+
+Na een oponthoud van enkele minuten, gedurende welke zij, die nog
+niet gegeten hadden, zich haastten om wat te koopen, verliet de trein
+Bordeaux. De zieken kregen telkens wat melk en hielden, evenals kleine
+kinderen, niet op steeds weer om melk te vragen. Zoodra de trein zich
+weer in beweging gezet had, klapte zuster Hyacinthe in haar handen.
+
+"Kom, kinderen, voortgemaakt! Het avondgebed!"
+
+Toen volgde bijna een kwartier lang een verward geprevel van Pater's
+en Ave's, een zelfonderzoek, een boetedoening, een algeheele overgave
+van zichzelf aan God, aan de Heilige Maagd en aan de Heiligen, een
+vurige dankzegging voor den gelukkig doorgebrachten dag, die met een
+gebed voor de levenden en gestorven geloovigen eindigde.
+
+"In den naam des Vaders, des Zoons, en des Heiligen Geestes... Amen!"
+
+Het was tien minuten over achten, de avondschemering daalde reeds
+over het land, een uitgestrekte vlakte, die door de avondnevels
+nog grooter scheen en waarin in de verspreid staande huizen heldere
+vonkjes vriendelijk òplichtten. De pitten in den wagon flikkerden
+en wierpen een geel schijnsel op de stapels bagage en de pelgrims,
+die door de aanhoudende zigzagbeweging heen en weer geschud werden.
+
+"Denkt eraan, kinderen," begon zuster Hyacinthe, die was blijven
+staan, weer, "dat ik te Lamothe, ongeveer een uur verder, de nachtrust
+zal laten ingaan. Je hebt dus nog een uur om je aangenaam bezig te
+houden, maar weest verstandig en windt je niet te veel op. Maar goed
+begrepen, nietwaar? na Lamothe geen woord meer; ik wil, dat jullie
+allemaal slaapt."
+
+Zij moesten om die woorden lachen.
+
+"Ja, dat is de regel, en jullie bent veel te verstandig, om niet
+te gehoorzamen!"
+
+Werkelijk hadden zij vanaf den vroegen ochtend stipt het programma
+der godsdienstige oefeningen, die voor ieder uur vastgesteld waren,
+gevolgd. Nu alle gebeden opgezegd, de rozenkransen afgebeden, de
+liederen gezongen waren, was de dag geëindigd, bleef er nog een
+korte tijd van verpoozing voor de nachtrust. Maar zij wisten niet,
+wat zij doen moesten.
+
+"Zuster," zeide Marie, "zoudt u mijnheer den abbé niet willen toestaan
+ons wat voor te lezen. Hij leest prachtig, en ik heb toevallig een
+klein boekje bij mij, een mooi verhaal over Bernadette..."
+
+Maar men liet haar niet uitspreken; allen schreeuwden door elkaar,
+onstuimig als kinderen, aan wie je belooft een mooi sprookje te
+vertellen.
+
+"Hè ja, zuster! Hè ja, zuster!"
+
+"Natuurlijk vind ik het goed," zeide zuster Hyacinthe, "nu het een
+goed boek is."
+
+Pierre moest toestemmen, of hij wilde of niet. Maar hij wilde onder
+de lamp zitten en moest daarom van plaats omwisselen met mijnheer
+de Guersaint, die door de belofte van een verhaal al even verrukt
+was als de zieken. En toen de jonge priester eindelijk zat en het
+boekje opende, rekten aller halzen zich uit en spitsten zich aller
+ooren. Gelukkig had hij een duidelijke, heldere stem, kon hij boven
+het gedreun der wielen uitkomen, dat trouwens in deze eindelooze
+vlakte niet zoo hinderlijk meer was.
+
+Maar alvorens te beginnen, keek Pierre het boekje in. Het was een van
+die kleine colportageboekjes, die door de Katholieke pers gedrukt en
+in grooten getale over de geheele Christenheid verspreid werden. Het
+was slecht gedrukt op goedkoop papier en had op den blauwen omslag
+een Notre-Dame de Lourdes, een naïef plaatje van stijve, onbeholpen
+gratie. Hij zou het, zonder zich te overhaasten, in een half uur
+kunnen uitlezen.
+
+En Pierre begon met zijn mooie heldere stem, die een prettigen,
+doordringenden klank had:
+
+"Het was te Lourdes, een klein stadje in de Pyrenaeën, op Donderdag 11
+Februari 1858. Het weer was koud, de lucht lichtbewolkt. In het huis
+van den armen, maar fatsoenlijken molenaar François Soubirous hadden
+ze geen hout meer om het eten op te koken. Zijn vrouw Louise zeide
+tegen haar tweede dochter, Marie: "Ga wat hout halen aan den Gave of
+in het bosch." De Gave is een bergriviertje, dat door Lourdes stroomt.
+
+"Marie had een oudere zuster, Bernadette geheeten, die pas van het
+land teruggekomen was, waar zij als herderin bij brave boerenlieden
+gediend had. Het was een zwak, teer, heel onschuldig kind, wier
+geheele wetenschap hierin bestond, dat zij den rozenkrans af kon
+bidden. Louise was wegens de koude bang haar met haar zuster naar
+het bosch te zenden, maar op aandrang van Marie en een buurmeisje,
+Jeanne Abadie, liet zij haar toch gaan.
+
+"De drie vriendinnetjes, die langs het beekje liepen, om dor hout te
+sprokkelen, kwamen bij een grot, die uitgehold was in een groote rots,
+die de bewoners van die streek Massabielle noemen..."
+
+Hier gekomen hield Pierre op en liet het boekje op zijn knieën
+vallen. De kinderlijkheid van het verhaal, de conventioneele,
+nietszeggende zinnen hinderden hem, hem, die het volledige dossier van
+deze buitengewone geschiedenis in handen gehad, die hartstochtelijk
+de kleinste bijzonderheden ervan bestudeerd had, en die in zijn
+hart een innige liefde, een grenzenloos medelijden voor Bernadette
+koesterde. Hij had zooeven nog tegen zichzelf gezegd, dat hij de
+enquête, waarvoor hij vroeger zoo graag naar Lourdes had willen gaan,
+morgen aan den dag zou kunnen beginnen. Het was een van de redenen,
+die hem tot de reis hadden doen besluiten. En opnieuw ontwaakte zijn
+nieuwsgierigheid met betrekking tot de helderziende, die hij liefhad,
+omdat hij voelde, dat zij oprecht, waarheidlievend en ongelukkig
+was, maar wier geval hij had willen analyseeren en verklaren. Zeker,
+zij loog niet, zij had haar visioen gehad, zij had stemmen gehoord
+evenals Jeanne d'Arc, en evenals Jeanne d'Arc bevrijdde zij, volgens
+het zeggen der Katholieken, Frankrijk. Welke kracht was het nu,
+die haar en haar werk voortgebracht had? Hoe had het visioen bij dit
+ongelukkige kind kunnen ontstaan, hoe had zij alle geloovige zielen in
+zoo'n opwinding kunnen brengen, dat de wonderen der primitieve tijden
+zich hernieuwden en men bijna een nieuwen godsdienst stichtte in een
+heilige stad, plotseling met millioenen opgebouwd en overstroomd door
+menschenmassa's, zóó in extase en zóó talrijk als men ze sedert de
+Kruistochten niet gezien had?
+
+Toen hield hij op met lezen en vertelde hij, wat hij wist, wat
+hij geraden en opnieuw vastgesteld had van deze geschiedenis,
+nog altijd zoo duister ondanks de stroomen inkt, die zij reeds had
+doen vloeien. Hij kende het land, de zeden, de gewoonten door de
+lange gesprekken, die hij met zijn vriend, dr. Chassaigne gehad
+had. Hij bezat een prettige manier van vertellen, een heilige
+bezieling, opmerkelijke gaven van een gewijd redenaar, die hij in
+zijn seminarietijd al in zich gevoeld, maar nooit gebruikt had. Toen
+men in den wagon merkte, dat hij de geschiedenis heel wat beter en
+uitvoeriger kende dan het kleine boekje en dat hij haar op een zoo
+aandoenlijken en bezielden toon vertelde, steeg de aandacht nog meer,
+gaven die aan smart zoo rijke zielen zich, in haar honger naar geluk,
+geheel aan hem.
+
+Eerst kwam de jeugd van Bernadette, te Bartrès, aan de beurt. Zij
+groeide daar op bij haar zoogmoeder, vrouw Lagües, die, toen zij
+een pas geboren kind verloren had, den armen Soubirous den dienst
+bewees hun kind te voeden en bij zich te houden. Dit gehucht van
+vierhonderd zielen lag, op ongeveer een mijl afstands van Lourdes,
+als in een woestijn, ver van alle verkeerswegen, verscholen tusschen
+het groen. De weg loopt steil naar beneden, de enkele huizen staan
+vrij ver uit elkaar op door hagen gescheiden grasvelden, die met
+note- en kastanjeboomen beplant zijn, terwijl heldere beekjes, die
+nooit zwijgen, de voetpaden der hellingen volgen; alleen de oude,
+kleine Romaansche kerk steekt omhoog op een heuveltje, dat verder
+door de graven van het kerkhof ingenomen wordt. Aan alle kanten
+rijzen boschrijke hellingen golvend op: het dorpje is als een gat in
+het heerlijke diep-groene grastapijt. Bernadette, die, sedert zij een
+groot meisje was, haar kostgeld verdiende met het hoeden van schapen,
+weidde haar dieren maanden lang in dat groen, waarin zij nooit een
+levende ziel ontmoette. Een enkele maal echter zag zij van den top van
+een helling in de verte de bergen, den Pic du Midi, den Pic de Viscos,
+stralende of donkere rotsmassa's al naar de kleur, die het weer hun
+gaf, en waarachter zich verder in nevelen gehulde Pics verhieven,
+onduidelijke verschijningen, zooals men die in een droom pleegt
+te zien. Het huisje der Laqûes, waar haar wieg nog steeds stond,
+lag eenzaam en was het laatste van het dorp. Er voor strekte zich
+een weide uit, beplant met appel- en pereboomen en van het vrije veld
+slechts gescheiden door een smal beekje, waar je makkelijk overheen kon
+springen. In het lage huisje waren rechts en links van de houten trap,
+die naar den zolder leidde, slechts twee groote met steenen tegels
+bedekte vertrekken, in elk waarvan vier of vijf bedden stonden. De
+meisjes sliepen bij elkaar en sluimerden iederen avond in onder het
+kijken naar de mooie platen aan den muur, terwijl te midden der diepe
+stilte de groote klok in zijn kast van dennenhout de uren aangaf.
+
+O, in welk een zalige heerlijkheid had Bernadette die jaren in
+Bartrès geleefd! Zij groeide slechts langzaam op, altijd ziek,
+lijdend aan een nerveus asthma, dat haar bij den minsten wind dreigde
+te doen stikken; toen zij twaalf jaar was, kon zij nog niet lezen
+of schrijven, sprak slechts het patois van die streken, was nog een
+echt kind gebleven, zoowel geestelijk als lichamelijk haar leeftijd
+ver ten achter. Het was een lief, zacht, gehoorzaam meisje, maar
+verder een kind als ieder ander kind, alleen niet erg spraakzaam:
+zij luisterde liever dan dat zij sprak. Hoewel zij weinig geleerd
+had, bewees zij nu en dan gezond verstand te bezitten, had zelfs
+dikwijls een goed antwoord bij de hand, een aardig, schertsend
+woord, waarom men moest lachen. Het kostte daarentegen weer veel
+moeite haar den rozenkrans te leeren. Toen zij hem eindelijk uit haar
+hoofd opzeggen kon, scheen zij daartoe haar geheele kennis te willen
+beperken; zij bad hem van den vroegen ochtend tot den laten avond,
+zoodat men haar ten slotte bij haar schapen nog slechts zag met den
+rozenkrans in haar handen, de Pater's en Ave's afbiddend. Hoeveel uren
+had zij daar zoo doorgebracht op de groene helling van den heuvel,
+gewiegd door het geheimzinnig ruischen der bladeren, terwijl zij bij
+oogenblikken niets van de wereld zag dan de toppen der verre bergen,
+ijl als een droom wegdoezelend in het licht. De dagen verliepen, en
+steeds vergezelde haar bij het rondzwerven die nauw-begrensde droom,
+het eenige gebed, dat zij telkens weer herhaalde en dat haar in die
+frissche, kinderlijk-naïeve eenzaamheid geen andere metgezelle en
+vriendin gaf dan de Heilige Maagd. En wat een heerlijke avonden
+bracht zij 's winters door in het vertrek links, waar een groot
+vuur brandde! Haar zoogmoeder had een broer, die priester was en
+soms zulke prachtige verhalen voorlas, geschiedenissen van heilige
+mannen en vrouwen, wonder-heerlijke avonturen, die je deden beven
+van angst en pleizier, verschijningen uit het paradijs op de aarde,
+terwijl de half-geopende hemel den glans der engelen zien liet.
+
+De boeken, die hij medebracht, stonden dikwijls vol mooie platen:
+den goeden God in zijn volle heerlijkheid en glorie, de zoo teere en
+vriendelijke gestalte van Jezus met zijn door licht omstraald gezicht,
+en vooral de Heilige Maagd, schitterend in het wit, azuur en goud
+gekleed en zoo liefderijk, dat zij haar dikwijls in haar droomen
+terugzag. Maar de Bijbel was toch het boek, dat men het meest las,
+een oude, door het gebruik vergeelde Bijbel, die reeds meer dan een
+eeuw in de familie was; iederen langen winteravond, dat er bezoek
+was, nam de pleegvader, de eenige, die had leeren lezen, een speld,
+stak die op goed geluk ergens in den Bijbel en begon dan boven aan de
+rechterbladzijde te lezen onder de diepe stilte van de vrouwen en de
+kinderen, die ten slotte den tekst van buiten kenden en, zonder zich
+in één woord te vergissen, door hadden kunnen gaan.
+
+Bernadette gaf de voorkeur aan vrome boeken, waarin de Heilige
+Maagd met haar vriendelijk glimlachje voorkwam. Doch ook een ander
+verhaal vond zij erg mooi, de wonderlijke geschiedenis van de vier
+Heemskinderen. Op den gelen omslag van het kleine boekje, dat hier
+toevallig achter gelaten was door een rondreizend koopman, zag men
+op een kinderlijk plaatje de vier koene ridders, Reinoud en zijn
+broeders, alle vier op Bayard, hun beroemd strijdros dat de fee Orlanda
+hun ten geschenke gegeven had. Het waren die bloedige gevechten,
+belegeringen van vestingen, vreeselijke duels op den degen tusschen
+Roland en Reinoud, die ten slotte het Heilige Land ging bevrijden,
+den toovenaar Maugis met zijn wonderbaarlijke tooverkunsten niet te
+vergeten en prinses Clarisse, de zuster van den koning van Aquitanië,
+die mooier was dan de dag. Wanneer haar phantasie zoo opgewekt was,
+kon Bernadette 's nachts den slaap niet vatten vooral niet na avonden,
+waarop niet voorgelezen werd, maar iemand uit het gezelschap een
+heksengeschiedenis verteld had. Zij was zeer bijgeloovig, nooit zou
+men haar na zonsondergang langs een toren gekregen hebben, die door
+den duivel bezocht werd. Trouwens de geheele streek was heel eenvoudig
+van geest, was als bevolkt met geheimzinnigheden; boomen, die zongen,
+steenen, waar bloed uit parelde, kruiswegen, waarbij je drie Pater's en
+drie Ave's moest bidden, als je het woeste beest met de zeven hoorns
+niet wilde tegenkomen, dat de meisjes in het verderf sleepte. En welk
+een rijkdom van schrikaanjagende sprookjes! Er waren er honderden,
+je zoudt er op één avond niet mee klaar komen om ze te vertellen.
+
+In de eerste plaats kwamen de avonturen van weerwolven, welke
+ongelukkige menschen, die door den duivel gedwongen werden in de
+huid van een van de groote witte berghonden te kruipen: wanneer je
+op den hond schiet en de eerste kogel hem raakt, dan is de mensch
+verlost; doch wanneer de kogel slechts de schaduw raakt, sterft de
+mensch onmiddellijk.
+
+Dan volgden in een eindelooze rij de toovenaars en tooverheksen. Een
+van die verhalen viel bijzonder in Bernadette's smaak, dat van een
+griffier te Lourdes, die den duivel wilde zien en daarom op Goeden
+Vrijdag om middernacht door een heks naar een eenzaam veld gebracht
+werd. De duivel kwam, prachtig in het rood gekleed.
+
+Onmiddellijk stelde hij den griffier voor zijn ziel te koopen, op
+welk voorstel deze schijnbaar inging. Toevallig had de duivel onder
+zijn arm het register, waarin de menschen uit de stad, die zich reeds
+verkocht hadden, hun handteekening hadden gezet. Maar de sluwe griffier
+haalde uit zijn zak een fleschje, waarin volgens zijn zeggen inkt was,
+doch waarin zich in werkelijkheid wijwater bevond; hij besprenkelde
+den duivel daarmede, die verschrikkelijk begon te gillen, terwijl
+hij zelf op de vlucht ging en het register meenam. Toen begon er een
+dolle jacht, die den heelen avond kon duren, door bergen en dalen,
+door bosschen en over bergstroomen.
+
+"Geef me mijn register!"
+
+"Neen, je krijgt het niet!"
+
+En telkens begon het weer opnieuw:
+
+"Geef me mijn register!"
+
+"Neen, je krijgt het niet!"
+
+De griffier, die reeds buiten adem was en op het punt stond neer te
+vallen, kreeg plotseling een ingeving: hij sprong op het kerkhof in
+gewijde aarde en lachte vandaar den duivel uit, terwijl hij spottend
+met het register heen en weer zwaaide; op die manier had hij de zielen
+van alle ongelukkigen, die geteekend hadden, gered.
+
+Op zulke avonden bad Bernadette, voor zij slapen ging, een rozenkrans
+af, blij te zien, dat de hel zoo gehoond werd, maar toch rillend
+bij de gedachte, dat de duivel, zoodra men de lamp uitgeblazen had,
+zeker om haar zou komen rondsluipen.
+
+Een heele winter lang hadden de gezellige avondbijeenkomsten in de kerk
+plaats. Pastoor Ader had er toestemming voor gegeven, en er kwamen
+veel families, om licht uit te sparen, terwijl je het bovendien veel
+warmer hadt, wanneer je met zoovelen bij elkaar zat. Men las uit den
+Bijbel voor en er werd gezamenlijk gebeden. De kinderen vielen er ten
+slotte bij in slaap. Alleen Bernadette streed er tot het einde tegen,
+gelukkig als ze zich gevoelde bij den goeden God te mogen zijn in het
+kleine schip der kerk, welks muren rood en blauw geverfd waren. Op den
+achtergrond verhief zich, eveneens geschilderd en verguld het altaar
+met zijn spiraalvormig gewonden zuilen en zijn altaarstukken, die
+Maria bij Anna en de onthoofding van den H. Johannes voorstelden. In
+de slaperigheid, die zich steeds meer van haar meester maakte,
+zag het kind het mystieke visioen van die schreeuwend gekleurde
+beelden oprijzen, het bloed uit de wonden vloeien, de aureolen
+stralen, de Heilige Maagd steeds weer terugkomen en haar aankijken
+met haar levende, hemelsblauwe oogen, terwijl het haar toescheen,
+alsof zij haar vermillioen-roode lippen wilde openen, om haar toe
+te spreken. Maandenlang bracht zij op die wijze haar avonden door,
+tegenover het half in schemer gehulde altaar, in dien halven slaap,
+waarin reeds de goddelijke droom begon, dien zij medenam naar huis, om
+hem in bed verder te droomen, terwijl zij rustig onder de bescherming
+van haar schutsengel sliep.
+
+In diezelfde oude kerk, zoo nederig en zoo vol vurig geloof, ging
+Bernadette ter leering. Zij was toen bijna veertien jaar, zoodat het
+hoog tijd werd, dat zij haar eerste communie deed. Haar zoogmoeder,
+die voor gierig doorging, liet haar niet school gaan, maar haar van
+'s morgens tot 's avonds in het huishouden helpen. Mijnheer Barbet,
+de onderwijzer, zag haar nooit in zijn klas. Maar op een dag, dat hij
+in plaats van pastoor Ader, die ziek was, catechesatie gaf, viel zij
+hem dadelijk op door haar vroomheid en haar bescheidenheid. De priester
+hield veel van Bernadette en sprak dikwijls met den onderwijzer over
+haar en zeide dan, dat hij haar nooit kon aankijken zonder aan de
+kinderen van la Salette denken, want die kinderen moesten eenvoudig,
+goed en vroom geweest zijn als zij, anders zou de Heilige Maagd hun
+niet verschenen zijn.
+
+Op een morgen, dat de beide mannen haar buiten het dorp in de verte
+met haar kudde tusschen de groote boomen zagen, keerde de priester
+zich meermalen om en zeide:
+
+"Ik weet niet, wat het is in mij, maar iederen keer, dat ik het kind
+zie, denk ik Mélanie, het kleine herderinnetje, de metgezellin van
+den kleinen Maximin te zien."
+
+Ongetwijfeld was hij als het ware bezeten door deze gedachte, die
+later een voorspelling zou blijken te zijn. En had hij niet op een dag
+na de catechesatie, of misschien op een avondbijeenkomst in de kerk,
+het wonderbaarlijke, nu reeds twaalf jaar oude verhaal verteld van de
+in schitterend en verblindend wit gekleede Vrouw, die over het gras
+liep, zonder het plat te trappen, van de Heilige Maagd, die op den
+berg aan den oever van een beekje aan Mélanie en Maximin verschenen
+was, om hun een groot geheim toe te vertrouwen en hun de toorn van
+haar zoon aan te kondigen?
+
+Van af dien dag genas een bron, die uit de tranen der Heilige Maagd
+ontstaan was, alle ziekten, terwijl het geheim, dat aan een met drie
+waszegels gesloten perkament toevertrouwd was, te Rome rustte. Zeker
+had Bernadette in koortsachtige opwinding met haar zwijgend gezichtje
+van wakend droomstertje naar dit wonderbare verhaal geluisterd en
+het medegenomen naar de eenzaamheid der bosschen, waarin zij haar
+dagen doorbracht, om het achter haar schapen nog eens te herlezen,
+terwijl de kralen van haar rozenkrans één voor één tusschen haar
+teere vingertjes gleden.
+
+Zoo verstreek haar jeugd te Bartrès. Wat in die tengere en achterlijke
+Bernadette vooral verrukte, dat waren haar dweepzieke oogen, de mooie
+oogen van een helderziende, waarin de vlucht der droomen, als vogels
+in een helderen hemel, voorbij streek. Haar mond was groot en sterk
+ontwikkeld en wees op goedheid; haar vierkant hoofd met het rechte
+voorhoofd en de dikke zwarte haren zou zonder de uitdrukking van
+beminlijke eigenzinnigheid niets bijzonders gehad hebben. Maar wie
+haar niet in de oogen zag, merkte haar niet op; zij was dan niets
+meer dan een arm straatkind, dat lichamelijk en geestelijk achter
+was. En in die oogen had pastoor Ader ongetwijfeld alles gelezen,
+wat later in haar zou opbloeien: het lijden, dat haar arm lichaam
+in zijn ontwikkeling belemmeren zou, de eenzaamheid der bosschen,
+waarin zij opgegroeid was, de blatende zachtmoedigheid van haar
+lammeren, de engelengroet, dien zij op haar rondzwerving onder den
+vrijen hemel steeds weer herhaalde, de angstaanjagende verhalen,
+die zij bij haar zoogmoeder gehoord had, de avondbijeenkomsten,
+die zij voor de levende altaarstukken der kerk had medegemaakt,
+de geheele atmospheer van primitief geloof, die zij in dit verre,
+door bergen afgesloten land had ingeademd.
+
+Den 7den Januari was Bernadette veertien geworden, en haar ouders, de
+Soubirous, die zagen, dat zij te Bartrès niets leerde, besloten haar
+weer voor goed thuis te Lourdes te nemen, waar zij de catechesatie
+geregeld volgen en zich ernstig voorbereiden moest voor haar eerste
+communie. En zoo was zij twee à drie weken te Lourdes, toen op 11
+Febr. een Donderdag, bij koud weer en een bedekte lucht...
+
+Maar hier moest Pierre ophouden, want zuster Hyacinthe was opgestaan
+en klapte hard in haar handen:
+
+"Kinderen, het is al over negenen... Stilte! Stilte!"
+
+Ze waren inderdaad Lamothe voorbij; de trein rolde met dof gesnor
+in een zee van donkerte door de eindelooze vlakten der Landes, die
+ondergedompeld lagen in den nacht. Eigenlijk had men de laatste tien
+minuten geen woord meer mogen hooren in den wagon, had men moeten
+slapen of rustig zijn pijnen verdragen. Maar toch kwam er verzet.
+
+"Hè, lieve zuster!" riep Marie, wier oogen schitterden, uit; "een klein
+kwartiertje nog! We zijn nu juist bij het interessantste gedeelte."
+
+Tien, twintig stemmen vielen haar bij.
+
+"Ja, als het u blieft, een kwartiertje nog!"
+
+Allen wilden het vervolg hooren; zij brandden van nieuwsgierigheid,
+als hadden zij het verhaal nooit gehoord, zoo werden zij medegesleept
+door de bijzonderheden van ontroerende en vriendelijk glimlachende
+menschelijkheid, die Pierre gaf. Hun blikken waren niet van hem af;
+vreemd belicht door de walmende lampen, strekten hun hoofden zich naar
+hem uit. En het waren niet alleen de zieken, die in koortsachtige
+spanning luisterden, maar ook de tien vrouwen van het achterste
+compartiment wendden haar arme, leelijke gezichten, die mooi werden
+door het naïeve geloof, naar Pierre, om toch maar geen woord te
+verliezen.
+
+"Neen, ik mag niet," zeide eerst zuster Hyacinthe. "Het programma
+zegt het duidelijk. Er moet nu rust zijn."
+
+Maar toch aarzelde zij al, zelf had zij in zoo groote spanning
+geluisterd, dat zij haar hart onder haar witte schort voelde
+kloppen. Op smeekenden toon drong Marie nog eens aan, terwijl mijnheer
+de Guersaint, die eveneens met aandacht geluisterd had, beweerde, dat
+ze ziek zouden worden, wanneer de geestelijke niet verder vertelde;
+en toen ook madame de Jonquière toegevend glimlachte, gaf de zuster
+ten slotte toe.
+
+"Nu goed dan, een kwartiertje nog, maar ook niet meer dan een klein
+kwartiertje! Anders zou ik me aan plichts-verzuim schuldig maken."
+
+Pierre had kalm gewacht, zonder tusschenbeide te komen. Dan ging hij
+voort op denzelfden doordringenden toon, waarin de twijfel verzacht
+werd door zijn medelijden met hen, die lijden en hopen.
+
+Nu ging het verhaal verder te Lourdes in de rue des Petits-Fossés,
+een sombere, nauwe en kronkelende straat, die tusschen armoedige
+huizen en ruw bepleisterde muren loopt. Op den rez-de-chaussée van
+een van die droefgeestige huisjes aan het einde van een donkere gang
+bewoonden de Soubirous één enkele kamer, waarin zeven menschen, vader,
+moeder en zeven kinderen bij elkaar hokten. Je kon er nauwelijks zien,
+in het kleine en vochtige binnenplaatsje viel slechts een groenachtig
+schemerlicht. Ze sliepen daar bij elkaar, aten er, wanneer ze brood
+hadden. Sedert eenigen tijd n.l. kon de vader, die molenaar van beroep
+was, heel moeilijk werk vinden. En uit dit donkere gat, uit die diepe
+ellende was Bernadette, de oudste, op dien kouden Februaridag hout
+gaan zoeken met Marie, haar jonger zusje, en Jeanne, een buurmeisje.
+
+Een langen tijd ging het mooie verhaal zoo verder: hoe de drie kleine
+meisjes den oever van den Gave afgeloopen hadden aan den anderen kant
+van het kasteel, hoe zij ten slotte op het eiland du Chalet gekomen,
+waar tegenover de rots Massabielle, waarvan zij alleen gescheiden
+waren door den smallen waterloop van den molen van Sâvy. Het was een
+woeste plek, waarheen de gemeenteherder dikwijls zijn varkens bracht,
+die bij plotselinge regenbuien een schuilplaats zochten onder de
+rots van Massabielle, aan den voet waarvan zich, onder wilde roze-
+en braamstruiken verborgen, een soort grot gevormd had. Er was niet
+veel droog hout te vinden geweest, zoodat Marie en Jeanne, toen zij
+aan den overkant een grooten hoop takken, dien de stroom daarheen had
+gebracht, zagen liggen, den waterloop overstaken, terwijl Bernadette,
+die veel teerder was en een beetje de jongejuffrouw speelde, voorloopig
+achterbleef, daar zij haar voeten niet nat durfde maken. Zij had
+wat uitslag aan haar hoofd, haar moeder had haar op het hart gedrukt
+toch vooral haar hoofddoek om te houden, een groote witte hoofddoek,
+die sterk vloekte tegen haar oud, zwartwollen jurkje. Toen zij zag,
+dat de twee anderen haar niet wilden helpen, vermande zij er zich
+eindelijk toe haar klompen en haar kousen uit te trekken. Het was
+ongeveer twaalf uur, de negen slagen van het Angelus zouden weldra
+van de kerk klinken en opstijgen naar den stillen, wijden winterhemel,
+die met een fijn wolkendons bedekt was.
+
+Op dat oogenblik maakte een groote verwarrende opwinding zich van
+haar meester, in haar ooren suisde het met zoo'n stormgeweld, dat zij
+meende een orkaan, die van de bergen kwam, voorbij zich te hooren
+loeien; zij keek naar de boomen en was uiterst verbaasd, want geen
+blaadje verroerde zich. Dan dacht zij, dat zij zich vergist had, en zij
+wilde juist haar klompen oprapen, toen opnieuw een hevig suizen langs
+haar ging, doch ditmaal trof het niet haar ooren, maar haar oogen;
+zij zag de boomen niet meer, zij was verblind door een witten glans,
+een soort schel licht, dat zich boven de grot aan de rots scheen vast
+te hechten in een smalle, hooge spleet, die op den spitsboog van een
+kathedraal geleek.
+
+Verschrikt viel zij op haar knieën. Wat was dat toch, mijn God? Soms,
+wanneer in slechte tijden haar asthma haar meer benauwde dan
+gewoonlijk, had zij dikwijls geheele nachten zware droomen, waarvan
+zij de angstaanjagende werking nog na het wakker worden voelde,
+ook al herinnerde zij zich van den droom zelf niets meer.
+
+Vlammen omringden haar, de zon ging vlak langs haar gezicht
+voorbij. Had zij den afgeloopen nacht zoo zwaar gedroomd? Was het de
+voortzetting van een droom, dien zij zich niet meer herinnerde? Dan
+teekenden zich langzamerhand eenige omtrekken af, meende zij een
+gestalte te herkennen, die in het schelle licht geheel wit was. Uit
+angst, dat het de duivel zou kunnen zijn--zij werd dikwijls door zulke
+gedachten bezeten--was zij haar rozenkrans gaan bidden. En toen zij,
+nadat het licht langzaam uitgegaan was, den waterloop overging en
+zich weer bij Marie en Jeanne voegde, vond zij het heel vreemd, dat
+dezen bij het hout rapen vóór de grot, geen van beiden iets gezien
+hadden. Toen de drie meisjes naar Lourdes terugliepen, praatten zij
+erover: had zij dan wat gezien? Maar, onrustig en zich een weinig
+schamend, wilde zij niet antwoorden; eindelijk bekende zij, dat zij
+iets gezien had, dat in het wit gekleed was.
+
+Van af dat oogenblik verspreidde het gerucht zich en werd daarbij
+overdreven. De Soubirous, die het ook hoorden, waren boos geworden over
+die kinderpraatjes en verboden hun dochter naar de rots van Massabielle
+terug te gaan. Maar al de kinderen uit de buurt vertelden elkaar
+het verhaal reeds en zoo moesten de ouders dan ten slotte toestaan,
+dat Bernadette 's Zondags met een flesch wijwater naar de grot ging,
+om beslist te weten, of men niet met den duivel te doen had. Zij zag
+het licht weer, evenals de gestalte, die nu echter duidelijker was
+en glimlachte, zonder bang te zijn voor het wijwater. Den volgenden
+Donderdag ging zij met anderen er weer heen; eerst dien dag nam de
+gestalte den vorm van een vrouw aan, die tot haar zeide:
+
+"Doe mij het genoegen veertien dagen lang hier te komen."
+
+Langzamerhand had de gestalte zich nog meer gepreciseerd en was een
+Vrouw geworden, mooier dan een koningin, zooals men ze slechts op
+platen ziet. In den beginne had Bernadette zich tegenover de vragen,
+waarmede men haar van 's morgens vroeg tot 's avonds laat overstelpte,
+wat terughoudend getoond, als was zij nog door twijfel bevangen. Daarna
+was het haar toegeschenen, alsof onder de suggestie van al die
+vragen, de gestalte nog steeds duidelijker vormen kreeg, alsof zij een
+werkelijk leven, lijnen en kleuren aannam, in de beschrijving waarvan
+het kind zich nooit tegensprak. De oogen waren blauw en heel zacht,
+de mond rose en glimlachend, het ovaal van het gezicht had tegelijk
+een jeugdige bekoring en iets moederlijks. Nauwlijks zag men onder den
+rand van den sluier, die het hoofd bedekte en tot aan de voeten afviel,
+het bewonderenswaardige blonde haar. Het sneeuwwitte, glanzende kleed
+moest van een op aarde onbekende stof zijn, die uit zonnestralen scheen
+te zijn geweven. De losjes geknoopte hemelsblauwe sjerp liet twee
+lange einden hangen, fladderend in den ochtendwind. De rozenkrans,
+die om den rechterarm geslagen was, had melkwitte kralen, terwijl de
+schakels en het kruis van goud waren. En op haar bloote voeten, op de
+aanbiddelijke voeten, die van een jonkvrouwelijke blankheid waren,
+bloeiden twee gouden rozen, de mystieke rozen van het onbevlekte
+lichaam der Godsmoeder.
+
+Waar had Bernadette toch die Heilige Maagd gezien, wier eenvoudig
+uitzien zich door de overlevering voortplantte, zonder één sieraad,
+met de primitieve gratie van een nog in zijn kindsheid verkeerend
+volk? In welk boek van den broeder van haar zoogmoeder, den priester,
+die zoo mooi voorlezen kon? Op welk geschilderd raam der kerk,
+waarin zij opgegroeid was? En vooral, uit welken ridderroman, uit
+welke geschiedenis, door pastoor Ader op de catechesatie verteld, uit
+welken onbewusten droom, die zij op haar zwerftochten in de schaduw der
+bosschen van Bartrès gedroomd had, terwijl zij tot in het oneindige
+de tien verzen van den Engelengroet herhaalde, waaruit kwamen die
+gouden rozen op de bloote voeten, die heerlijke liefde-phantasie,
+die vrome opbloeiing van het vrouwenlichaam?
+
+De stem van Pierre was nog ontroerender geworden, want al zeide hij al
+deze dingen niet aan de eenvoudigen van geest, die naar hem luisterden,
+toch verleende de menschelijke verklaring, die zijn twijfel diep in
+zijn ziel aan die wonderen trachtte te geven, aan zijn verhaal een
+huivering van broederlijk medegevoel. Hij hield van Bernadette nog
+meer om het bekoorlijke van haar hallucinatie, die zoo vriendelijk
+haar toesprekende Maagd, één en al beminnelijkheid bij haar verschijnen
+en verdwijnen.
+
+Het groote licht liet zich eerst zien, dan vormde zich de verschijning,
+ging, kwam, boog zich, bewoog zich op een lichte, bijna onmerkbare
+wijze; wanneer zij verdween, bleef het licht nog eenigen tijd schijnen
+en ging dan uit als een ster, die sterft. Geen jonkvrouw dezer wereld
+kon een zoo blank en zoo rose gelaat hebben, dat zoo mooi was als
+de kinderlijke schoonheid van de plaatjes der eerste communie. De
+wilde rozestruik van de grot wondde zelfs haar bloote, aangebeden,
+met goud bebloeide voeten niet.
+
+Pierre vertelde onmiddellijk de andere verschijning. De vierde of
+vijfde hadden Vrijdag of Zaterdag plaats; maar de door een stralenkrans
+omgeven Vrouwe, die haar naam nog niet genoemd had, vergenoegde zich
+met te glimlachen, zonder een woord te spreken. Zondag weende zij en
+zeide tegen Bernadette:
+
+"Bid voor de zondaars."
+
+Maandag deed zij het kind het groote verdriet niet te verschijnen,
+zeker om haar te beproeven. Maar Dinsdag vertrouwde zij haar een
+geheim toe, dat nooit geopenbaard mocht worden; dan eindelijk deelde
+zij haar de zending mede, die zij haar opdroeg:
+
+"Ga en zeg aan de priesters, dat zij hier een kapel moeten bouwen!"
+
+Woensdag prevelde zij verscheidene malen het woord: "Boete, boete,
+boete!" dat het kind, terwijl het den grond kuste, herhaalde. Donderdag
+zeide zij:
+
+"Ga drinken uit de bron en wasch je daarin en eet het gras, dat ernaast
+staat!" woorden, die Bernadette eerst begreep, toen er onder haar
+vingers achter in de grot een bron ontsprong; dat was het mirakel der
+wonderbron. Toen volgde de tweede week: Vrijdag verscheen zij niet,
+wel echter de volgende vijf dagen, haar bevelen herhalend, vriendelijk
+glimlachend neerziende op het nederige meisje, dat zij verkoren had
+en dat bij iedere verschijning den rozenkrans bad, den grond kuste en
+op haar knieën naar de bron kroop, om te drinken en zich te wasschen.
+
+Eindelijk, den 4den Maart, den laatsten dag der mystieke samenkomsten,
+vroeg zij dringend om de kapel te bouwen, opdat uit alle deelen der
+aarde de volkeren zich er in processie heen zouden begeven. Intusschen
+had zij op alle vragen geweigerd te antwoorden wie zij was; eerst
+Donderdag 25 Maart, drie weken later dus, zeide de Vrouwe, haar blikken
+hemelwaarts heffend: "Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis!" Nog tweemaal,
+met een tusschenruimte van meer dan drie maanden, 7 April en 16 Juli
+verscheen zij: de eerste maal voor het wonder der kaars, waarboven
+het kind uit onachtzaamheid langen tijd haar hand hield, zonder die
+te branden; de tweede maal, om afscheid te nemen, voor een laatsten
+glimlach en een laatsten vriendelijken groet. Dat maakte dus achttien
+verschijningen in het geheel; daarna liet zij zich nooit meer zien.
+
+Pierre had zich als het ware in tweeën gedeeld. Terwijl hij zijn
+mooi sprookje, dat de ongelukkigen zoo lieflijk in de ooren klonk,
+vertelde, riep hij zich die beklagenswaardige en hem zoo dierbare
+Bernadette voor den geest, wier lijdensbloem zoo schoon gebloeid
+had. Volgens de brutaal-ruwe uitspraak van een geneesheer was dit
+veertienjarige meisje, dat in haar achterlijken wasdom door pijnen
+gekweld werd en reeds door een asthma ten gronde gericht was, niets
+meer dan een soort hysterica, een gedegenereerde, een kindsche. Dat
+zij geen heftige aanvallen had, dat er bij de kleinere aanvallen
+geen verstijving van spieren intrad, dat zij zich haar visioenen zoo
+goed en duidelijk herinnerde, was een gevolg van het feit, dat zij
+het merkwaardige bewijsstuk voor haar bijzonder geval zelf bracht;
+het onverklaarde vormt alleen het wonder, de wetenschap weet nog zoo
+weinig te midden van de eindelooze verscheidenheid der verschijnselen
+met betrekking tot de menschen.
+
+Hoeveel herderinnetjes hadden reeds vóór Bernadette op dezelfde
+kinderlijke wijze de Heilige Maagd gezien? Was het niet altijd dezelfde
+geschiedenis: de in licht gekleede Jonkvrouw, het toevertrouwen
+van een geheim, het ontspringen van een bron, het vervullen van
+een zending, wonderen, wier betoovering de massa bekeeren moet? En
+altijd de droom van een arm kind, dezelfde kleurrijke beschrijving,
+het ideaal van traditioneele schoonheid, zachtheid en vriendelijkheid,
+dezelfde naïeve middelen en hetzelfde doel, de verlossing der volkeren,
+het bouwen van kerken, processies van geloovigen! Bovendien geleken
+ook al die uit den hemel gevallen wonderen op elkaar, aanmaningen
+tot boetedoening, beloften van goddelijke hulp; hier was nieuw de
+buitengewone verklaring: "Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis!", die klonk
+als de nuttige erkenning door de Heilige Maagd zelve van het dogma,
+dat drie jaar vroeger door Rome was afgekondigd. Het was niet de
+Onbevlekte Maagd, die verschenen was, maar de Onbevlekte Ontvangenis,
+de abstractie zelf, het ding, het dogma, zoodat men zich af kon vragen
+of de Heilige Maagd zoo gesproken kon hebben. De andere woorden had
+Bernadette mogelijk vroeger elders gehoord en onbewust in een hoekje
+van haar geheugen bewaard. Maar vanwaar kwam dat eene woord, vanwaar
+kwam het, om aan het nog betwiste dogma den wonderbaarlijken steun van
+de getuigenis der Moeder, die zonder zonde ontvangen was, te brengen?
+
+Te Lourdes was de opwinding ontzaglijk; scharen stroomden toe, wonderen
+begonnen te geschieden, terwijl de onvermijdelijke vervolgingen, die
+den triomf van de nieuwe godsdiensten verzekeren, niet uitbleven. Abbé
+Peyramale, de pastoor van Lourdes, een geleerd, rechtschapen man met
+een goed gezond verstand, kon met het volste recht zeggen, dat hij
+dat kind niet kende, dat men het nog nooit op de catechesatie gezien
+had. Waar was dan de drijvende kracht, de geleerde les? Er was alleen
+maar haar te Bartrès doorgebrachte jeugd, het eerste onderricht van
+abbé Ader, gesprekken misschien, godsdienstige plechtigheden ter eere
+van het nieuwe dogma of alleen maar een van die medailles, welke men
+bij die gelegenheid in zoo grooten getale verspreid had. Nooit kon
+abbé Ader verschijnen, hij, die de zending van Bernadette voorspeld
+had. Hij zou buiten deze geschiedenis blijven, na de eerste geweest te
+zijn, die deze kleine ziel in zijn vrome handen had voelen ontbloeien.
+
+Maar al de onbekende krachten van het afgelegen dorpje, van dat groene,
+bekrompen en bijgeloovige plekje gronds bleven werken, verwarden de
+zinnen en verbreidden de besmetting van het mysterie. Men herinnerde
+zich, dat een herder uit Argelès, toen hij over de rots van Massabielle
+sprak, voorspeld had, dat daar groote dingen gebeuren zouden. Andere
+kinderen geraakten in extase, waarbij hun oogen wijd geopend waren en
+hun ledematen door krampen geschokt werden; maar zij zagen den duivel.
+
+Een roes van waanzin scheen de geheele streek aangegrepen te hebben. Op
+de Place du Porche te Lourdes verklaarde een oude vrouw, dat Bernadette
+maar een tooverheks was en dat zij in haar oog den poot van een pad
+gezien had. Voor de anderen, voor de duizenden toegesnelde pelgrims was
+zij een heilige, wier kleeren zij kusten. Luid klonken de snikken òp,
+een dolle razernij maakte zich van de zielen meester, wanneer zij met
+een brandende kaars in haar rechterhand en met haar linker de kralen
+van haar rozenkrans door haar vingers glijden latend, voor de grot
+neerknielde. Zij was bleek, mooi; als verheerlijkt. Langzamerhand
+kwam er leven in haar trekken, kregen deze een uitdrukking van
+buitengewone gelukzaligheid, terwijl haar oogen zich vulden met een
+bovenaardschen glans en haar half-geopende mond zich bewoog, alsof
+zij woorden uitsprak, die men niet verstond. En het was wel zeker,
+dat zij geen eigen, vrijen wil had, dat haar droom geheel haar wezen
+vervulde, dat zij er in het bekrompen en bijzondere milieu, waarin zij
+leefde, zóó door bezeten werd, dat zij hem zelfs in wakenden toestand
+voortdroomde, dat zij hem aanvaardde als de eenige, onaanvechtbare
+werkelijkheid, bereid deze ten koste van haar bloed te belijden,
+haar steeds herhalend, er met alle onveranderlijke bijzonderheden
+aan vasthoudend. Zij loog niet, want zij wist niet anders, kon,
+wilde niets anders willen.
+
+Pierre liet zich geheel gaan en ontwierp een behoorlijk beeld van het
+oude Lourdes, dat kleine, vrome, aan den voet der Pyrenaeën slapende
+stadje. Vroeger was het Kasteel, dat op een rots aan een kruispunt
+der zeven dalen van Lavedan lag, de sleutel der bergen. Maar thans
+ontmanteld, was het nu nog slechts een oud, in puinhoopen vallend
+bouwwerk aan den ingang van een doodloopend dal. Hier stootte het
+moderne leven tegen de formidabele wallen der hooge, besneeuwde
+bergpieken; alleen de trans-pyrenaeïsche spoorweg zou, als hij
+aangelegd was, eenige beweging gebracht hebben in het maatschappelijk
+leven van dit afgelegen hoekje, waarin het stilstond als het water
+in een poel.
+
+Aldus vergeten dommelde Lourdes, gelukkig en traag, te midden van zijn
+eeuwenouden vrede met zijn nauwe straatjes, zijn met kiezelsteenen
+geplaveide wegen, zijn zwarte huizen met marmeren omramingen. De
+oude huizen groepeerden zich nog alle om den oostelijken voet van
+het kasteel; de straat naar de Grot, de rue du Bois, was slechts een
+verlaten, onberijdbare, ja bijna onbegaanbare weg; geen enkel huis
+stond aan den oever van den Gave, die toen zijn schuimende golfjes
+voortstuwde door een volmaakte eenzaamheid van wilgen en hooge
+grassen. Op de place du Marcadal zag men in de week maar zelden
+voorbijgangers, moeders, die haast hadden, of kleine renteniers,
+die hun vrijen tijd met wandelen doodden; men moest wachten tot
+Zondagen of tot kermisdagen, om op het gemeenteplein de bevolking in
+haar Zondagsche plunje te zien, de van hun veraf gelegen bergplateaux
+met hun kudden naar beneden gedaalde veefokkers.
+
+Gedurende het badseizoen gaf het doortrekken der badgasten van
+Cauterets en van Bagnères nog eenig verkeer: tweemaal daags reden de
+diligences door het stadje; zij kwamen over een afschuwelijk slechten
+weg van Peau en moesten den Lapaca, die dikwijls buiten zijn oevers
+trad, doorwaden; dan ging het de steile helling van de rue Basse op en
+langs het terras der in de schaduw van groote olmen staande kerk. En
+welk een rust en vrede heerschten in die oude, half-Spaansche kerk,
+vol oude beeldhouwwerken, zuilen, altaarstukken en beelden, bevolkt
+met gouden visioenen en geschilderde lichamen, die in den loop der
+tijden zoo verbleekt waren, dat men ze nog slechts zag als in het
+schemerlicht van mystieke lampen. De geheele bevolking ging geregeld
+ter kerke om zich te verdiepen in dien droom van het mysterie.
+
+Er waren geen ongeloovigen, het volk had het primitief geloof
+behouden; iedere corporatie schaarde zich om de vaan van haar heilige,
+broederschappen van allerlei aard vereenigden op feesttochten de
+geheele stad tot één enkele Christelijke familie. Er heerschte dan ook,
+als een wonder-mooie bloem in een uitgelezen vaas, een groote reinheid
+van zeden. De jongens zouden zelfs geen huis van ontucht hebben kunnen
+vinden, om zich ten gronde te richten; alle meisjes groeiden op in den
+geur en de schoonheid der onschuld, onder de oogen der Heilige Maagd,
+Toren van ivoor en Troon van wijsheid.
+
+Hoe begrijpelijk dus, dat Bernadette, een dochter van deze vrome
+streek, opgebloeid was als een natuurroos, ontloken op de rozestruiken
+langs den weg. Zij was de bloesem zelf van dit oude land van geloof
+en oudvaderlijke rechtschapenheid; zij zou zeker nergens anders
+gedijd hebben, zij kon slechts ontstaan en zich ontwikkelen bij dit
+achterlijke volk, te midden van den ingesluimerden vrede van een
+nog in zijn kindsheid staand volk, onder de moreele tucht van den
+godsdienst. En welk een liefde was dadelijk om haar opgevlamd! Welk
+blind geloof in haar zending, welk een grenzenlooze troost en
+hoop dadelijk bij de eerste wonderen! Eén lange jubelkreet van
+verlichting had de genezingen van den ouden Bourriette, die zijn
+gezichtsvermogen terugkreeg, en van den kleinen Justin Bouhohorts,
+die in het ijskoude water der bron herleefde, begroet. Ja, de Heilige
+Maagd kwam tusschenbeide ten gunste van de radeloozen, dwong de
+ontaarde natuur rechtvaardig en barmhartig te zijn.
+
+Het was de nieuwe heerschappij der goddelijke almacht, die de
+natuurwetten ondersteboven werpt voor het geluk der lijdenden en
+der armen. De wonderen vermenigvuldigden zich, werden van dag tot
+dag buitengewoner, als de onloochenbare bewijzen van Bernadette's
+waarheidlievendheid. Zij was de roos van den goddelijken bloementuin,
+wier werk een heerlijken geur verspreidt en die om zich alle andere
+bloemen der genade en des heils ontluiken ziet.
+
+Pierre was tot zoover gekomen, wilde opnieuw de wonderen vertellen
+en beginnen met den wonderbaarlijken triomf der Grot, toen zuster
+Hyacinthe, plotseling ontwakend uit de betoovering, waarin het verhaal
+haar hield, met een schrik ging staan.
+
+"Dat is toch waarlijk al te gek... Het zal dadelijk elf uur slaan!"
+
+Het was zoo: zij waren Morcenx al voorbij en naderden Mont-de-Marsan.
+
+"Stilte, kinderen, stilte!"
+
+Ditmaal durfde men zich niet te verzetten, want zij had gelijk, het was
+eigenlijk te dwaas. Maar hoe verschrikkelijk, dat men het vervolg niet
+hooren kon, dat ze zoo midden in het verhaal bleven steken. De tien
+vrouwen in het achterste compartiment lieten zelfs een gemompel van
+teleurstelling hooren, terwijl de zieken met gezichten vol gespannen
+aandacht en hun oogen wijd geopend naar den straal van hoop, nog
+schenen te luisteren. Deze wonderen, die zonder ophouden terugkwamen,
+vervulden hen met een onmetelijke, bovenaardsche vreugde.
+
+"En," voegde zuster Hyacinthe er vroolijk aan toe, "laat ik nu geen
+woord meer hooren, anders moet ik straf uitdeelen!"
+
+Madame de Jonquière glimlachte vriendelijk en zeide:
+
+"Weest nu maar gehoorzaam, kinderen, en gaat goed slapen, om morgen
+de kracht te hebben met geheel je hart in de Grot te bidden."
+
+Pierre kon niet slapen. Naast hem snorkte mijnheer de Guersaint
+reeds zachtjes en glimlachte gelukkig ondanks de hardheid van de
+bank. Lang had de jonge priester de oogen van Marie nog wijd geopend
+gezien, vol van den glans der wonderen, die hij verteld had. Haar
+oogen rustten vurig op hem; dan had zij ze gesloten; en hij wist
+niet of zij sluimerde, of dat zij met gesloten oogleden het wonder
+nog eenmaal herleefde. Sommigen der zieken droomden hardop, nu eens
+lachten zij, dan weer schreeuwden zij onbewust. Misschien zagen zij,
+hoe de aartsengelen in hun lichaam sneden, om de kwaal eruit te
+rukken. Anderen, die den slaap niet konden vatten, lagen te woelen,
+onderdrukten een snik en staarden strak in de duisternis. En Pierre,
+huiverend van het mysterie, dat hij opgeroepen had, herkende zichzelf
+niet meer in dit dolle milieu van lijdende broeders, vervloekte zijn
+verstand, nam, zich in nauwe gemeenschap voelend met die nederigen
+van harte, het vaste besluit te gelooven als zij.
+
+Waartoe diende die physiologische enquête over Bernadette, die zoo
+ingewikkeld en vol lacunes was? Waarom haar niet te aanvaarden als een
+boodschapster uit het hiernamaals, een uitverkorene van het goddelijke
+onbekende? De geneesheeren waren slechts ignoranten met ruwe handen,
+terwijl het zoo heerlijk zijn zou in te sluimeren in het geloof der
+kleine kinderen, in de toovertuinen van het onmogelijke! Eindelijk
+had hij een kostelijk oogenblik van algeheele overgave, trachtte hij
+niet meer zich iets te verklaren, aanvaardde hij de helderziende met
+haar rijk gevolg van wonderen, vertrouwde hij zich geheel aan God
+om voor hem te denken en te willen. Hij keek door het raampje, dat
+men ter wille van de teringlijdsters niet open durfde zetten, naar
+buiten en zag den diepen nacht, die zich over het land uitstrekte,
+waardoor de trein voortsuisde.
+
+Blijkbaar had hier het onweer gewoed, de hemel had een
+bewonderenswaardige, nachtelijke reinheid, als was hij door groote
+waterstroomen schoon gewasschen. Heldere sterren fonkelden op dit
+donkere fluweel en verlichtten alleen met mysterieuzen glans de
+verkwikte en zwijgende velden, die tot in het oneindige de donkere
+eenzaamheid van hun slaap ontrolden. Door de heiden, door de dalen en
+door de heuvelen rolde de wagon van ellende en lijden, rolde steeds
+voort, over-verhit, verpest, beklagenswaardig, zacht kreunend,
+te midden van de reinheid van dien heerlijken, zoo mooien en zoo
+zachten nacht.
+
+Om een uur 's ochtends waren zij Riscle gepasseerd. Benauwend en
+als met hallucinaties bevolkt bleef de stilte heerschen te midden
+van de schokken. Om twee uur, bij Vic de Bigorre hoorde men dof
+gesteun: de slechte toestand van den weg schokte de zieken in een
+ondraaglijke schommeling. Eerst na Tarbes om half drie verbrak men
+eindelijk de stilte en zeide men, nog midden in den donkeren nacht,
+de morgengebeden. Het waren het Pater en het Ave en het Credo, het
+was een smeekbede aan God om het geluk van een glorierijken dag. O
+mijn God, geef mij de kracht om het kwaad te vermijden, het goede te
+werken, alle smarten en pijnen te dragen!
+
+Nu zou men aan één stuk doorrijden tot Lourdes. Geen drie kwartier
+meer en Lourdes met zijn onmetelijke hoop zou opvlammen in dezen zoo
+wreeden en zoo langen nacht. Bij het ontwaken maakte zich te midden
+van een algemeen gevoel van onbehagen, nu het lijden weer begon,
+een koortsachtige opwinding van allen meester.
+
+Zuster Hyacinthe maakte zich ernstig ongerust over den man, wiens
+gelaat, dat nog steeds met zweet bedekt was, zij den geheelen nacht
+door had afgewischt. Hij had tot nog toe geleefd, zij was bij hem
+gebleven, zonder een oogenblik haar oogen te sluiten, luisterend
+naar zijn ademhaling, vurig wenschend hem ten minste bij de Grot te
+kunnen brengen.
+
+Plotseling werd zij angstig en vroeg aan madame de Jonquière:
+
+"Ach, geef mij even de flesch vlugzout aan... Ik hoor hem niet meer
+ademhalen."
+
+Werkelijk had sedert een oogenblik het zachte ademhalen van den man
+opgehouden. Zijn oogen waren nog altijd gesloten, zijn mond half open;
+zijn kleur was echter niet toegenomen, hij was koud, zijn gelaat
+doodsbleek. En de wagon rolde voort met zijn lawaai van rommelend
+ijzer, de snelheid van den trein scheen grooter te worden.
+
+"Ik zal zijn slapen wat wrijven," zeide zuster Hyacinthe weer. "Wilt
+u mij even helpen."
+
+Bij een hevigen schok viel de man plotseling met zijn gezicht naar
+voren.
+
+"Lieve God! help mij toch, om hem op te nemen."
+
+Zij namen hem op; hij was dood. Zij moesten hem met zijn rug tegen het
+beschot in zijn hoek zetten. Hij bleef rechtop zitten, zijn lichaam was
+reeds stijf geworden, alleen bewoog zijn hoofd bij iederen schok heen
+en weer. De trein bleef hem in hetzelfde donderend gerommel meevoeren,
+terwijl de locomotief, ongetwijfeld blij haar doel te bereiken, een
+scherp gefluit uitstiet, een oorverscheurende vreugdefanfare in den
+kalmen nacht
+
+Een half uur, dat als het ware niet eindigen wilde, werd nog de
+reis met den doode voortgezet. Twee dikke tranen waren langs de
+wangen van zuster Hyacinthe gerold, dan vouwde zij haar handen en
+begon te bidden. De geheele wagon huiverde van ontzetting over dien
+verschrikkelijken reisgenoot, dien men te laat naar de Heilige Maagd
+bracht. Maar de hoop was krachtiger dan de smart; ook al mochten al
+de kwalen, die hier opgehoopt waren, weer ontwaken, toenemen en erger
+worden onder de uitputtende vermoeienis, toch klonk de jubelzang
+niet minder luid op bij het triomphantelijk betreden van het land
+des wonders. De zieken hadden het Ave maris stella [10] aangeheven
+te midden van de tranen, die de pijn hun ontrukte; hun smartekreten
+namen toe, tot hun klagen zich oploste in een kreet van hoop.
+
+Marie nam Pierre's hand weer tusschen haar kleine, koortsachtige
+vingertjes.
+
+"O, mijn God, die man is nu gestorven en ik was zoo bang te sterven
+voor wij het doel bereikt hadden!... En nu zijn we er, zijn we er
+eindelijk!"
+
+De priester beefde van een grenzenlooze ontroering.
+
+"Je moet genezen, Marie, en ik zelf zal ook genezen, als jij voor
+me bidt."
+
+De locomotief floot scheller in de blauwe duisternis. Ze naderden,
+de lichten van Lourdes vlamden aan den horizont en de geheele wagon
+zong nog een lied, de geschiedenis van Bernadette, het eindelooze
+klaaglied van zestig coupletten, waarin de Engelengroet steeds weer
+als een refrein terugkwam, een krankzinnig makend gezang, dat den
+hemel der extase opende.
+
+
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE DAG
+
+
+I.
+
+De stationsklok, waarvan de wijzerplaat door een reflector verlicht
+werd, wees drie uur twintig minuten aan. Onder de kap, die over het
+ongeveer honderd meter lange perron liep, drentelden in geduldige
+afwachting schimmen op en neer. In de verte, in de zwarte vlakte,
+zag men niets dan een rood seinlicht.
+
+Twee van die heen-en-weer drentelende schimmen bleven staan. De
+grootste, een pater van Maria Hemelvaart, de eerwaarde pater Fourcade,
+directeur van de nationale bedevaart, een zestiger en een flinke
+verschijning in zijn zwarte pelerine met de lange kap, was den vorigen
+dag te Lourdes aangekomen. Zijn mooie kop met de heldere, gebiedende
+oogen en den dikken, grijzenden baard deed denken aan dien van een
+veldheer, welke vastbesloten is te overwinnen. Lijdend aan jicht, trok
+hij wat met zijn been en leunde op den schouder van dr. Bonamy, den aan
+het bureau voor het constateeren van wonderen verbonden geneesheer,
+een klein, ineengedrongen mannetje met een kaalgeschoren gezicht,
+doffe en verwaterde oogen, en grove, kalme trekken.
+
+Pater Fourcade vroeg aan den stationschef, die uit zijn bureau
+kwam loopen:
+
+"Mijnheer, is de witte trein veel te laat?"
+
+"Neen, eerwaarde, hoogstens tien minuten. Om half vier is hij
+binnen... Ik maak me meer ongerust over den trein uit Bayonne, die
+al door moest zijn."
+
+Hij liep weg om een bevel te geven, kwam dan weer terug, mager en
+zenuwachtig, in de koortsachtige opgewondenheid, die hem tijdens de
+groote bedevaart dagen en nachten op den been hield. Dien ochtend
+verwachtte hij buiten den gewonen dienst, achttien extra-treinen met
+meer dan vijftien duizend reizigers. De grijze en de blauwe trein,
+die het eerst van Parijs vertrokken waren, waren op het vastgestelde
+uur binnen gekomen. Maar de vertraging van den witten trein was des
+te onaangenamer, omdat de expres uit Bayonne ook nog niet gemeld was,
+zoodat het te begrijpen was, dat het personeel iedere seconde op zijn
+qui-vive moest zijn.
+
+"Over tien minuten, dus?"
+
+"Ja, over tien minuten, wanneer we tenminste de lijn niet moeten
+afsluiten," riep de chef, die zich naar de telegraaf spoedde.
+
+Langzaam hervatten de geestelijke en de geneesheer hun wandeling. Het
+verbaasde hun, dat er te midden van al die koortsachtige drukte
+nooit een ernstig ongeluk gebeurd was. Vroeger vooral heerschte er
+een ongelooflijke wanorde. En onwillekeurig dacht de pater terug aan
+de eerste bedevaart, die hij in 1875 had georganiseerd en geleid:
+de verschrikkelijke, eindelooze reis, zonder kussens of matrassen,
+met half-doode zieken, die men niet wist hoe tot het leven terug te
+roepen; dan de aankomst te Lourdes, het ordelooze uitstappen, niet
+het minste transportmateriaal, geen draagbaren, geen brancards, geen
+rijtuigen. Thans echter was alles prachtig ingericht en georganiseerd;
+de hospitalen voor de zieken, die men nu niet meer op stroo in loodsen
+behoefde te leggen. Wat een ramp vroeger voor die ongelukkigen! Welk
+een wilskracht moest de geloovigen naar het wonder brengen. En de
+pater glimlachte zacht bij de gedachte aan het werk, dat hij gedaan
+had. Nog steeds op diens schouder leunend, vroeg hij aan den dokter:
+
+"Hoeveel pelgrims hebt u verleden jaar gehad?"
+
+"Ongeveer tweehonderd duizend. Dat is het gemiddelde, dat zich aardig
+blijft handhaven... Het jaar van de kroning der Heilige Maagd was het
+aantal vijfhonderd duizend. Maar dat was een uitzonderingsgeval en het
+gevolg van een groote propaganda. Zulke getallen bereik je niet meer."
+
+Er volgde een korte stilte, dan prevelde de pater:
+
+"Ongetwijfeld... het werk wordt gezegend, neemt van dag tot dag in
+bloei toe. Dit jaar hebben we ongeveer tweehonderdvijftig duizend
+francs voor deze reis aan giften gekregen; en God zal met ons zijn,
+morgen zult u talrijke genezingen te constateeren hebben, daar ben
+ik vast van overtuigd."
+
+En zichzelf in de rede vallend:
+
+"Is pater Dargelès er niet?"
+
+Dr. Bonamy maakte een gebaar om te zeggen, dat hij het niet wist. Pater
+Dargelès was belast met de redactie van den Journal de la Grotte. Hij
+behoorde tot de orde van de paters der Onbevlekte Ontvangenis, die
+door den bisschop te Lourdes waren gevestigd en daar onbeperkt heer
+en meester waren. Doch wanneer de paters van Maria Hemelvaart met de
+nationale bedevaart uit Parijs kwamen, waarbij zich de geloovigen
+uit de steden Kamerijk, Atrecht, Chartres, Troyes, Reims, Sens,
+Orleans, Blois en Poitiers voegden, was het net, alsof zij geheel en
+al verdwenen waren: men zag ze niet bij de Grot, niet bij de Basilica;
+zij schenen met het afgeven der sleutels tevens de verantwoordelijkheid
+van zich te werpen. Zelfs hun overste, pater Capdebarthe, een groot,
+krachtig en grof gebouwd man, een soort boer, wiens verweerd gezicht
+den roodbruinen en droefgeestigen weerschijn van den grond behouden
+had, vertoonde zich niet. Alleen den kleinen en vriendelijken
+pater Dargelès vond men overal, op zoek naar berichten voor zijn
+courant. Maar al verdwenen de paters der Onbevlekte Ontvangenis, toch
+voelde men hen achter dit groote decor als de verborgen en souvereine
+kracht, die overal geld uit slaat, die zonder ophouden werkt aan den
+bloei van het huis. Zelfs hun eigen nederigheid exploiteerden zij.
+
+"Ik heb wel vroeg op moeten staan," begon pater Fourcade het gesprek
+weer op vroolijken toon, "om twee uur al, maar ik wou hier zijn. Wat
+zouden mijn arme kinderen anders gezegd hebben?"
+
+Zoo noemde hij de zieken, het vleesch voor de wonderen; en altijd was
+hij, welk uur het ook zijn mocht, tegenwoordig geweest bij de aankomst
+van den witten trein, dien jammervollen trein met de ernstige zieken.
+
+"Vijf minuten voor half vier, nog vijf minuten," zeide dr. Bonamy,
+die een geeuw onderdrukte, terwijl hij naar de klok keek, en ondanks
+zijn kruipend-onderdanige houding gruwlijk het land had, dat hij zoo
+vroeg uit zijn bed had moeten komen.
+
+Op het perron, dat op een overdekten promenoir geleek, bleef te
+midden van de dichte duisternis, waarin de gaslantaarns geel plekten,
+het op-en-neer-drentelen voortduren. Niet duidelijk te onderscheiden
+menschen in kleine groepen, geestelijken, heeren in overjassen, een
+officier der dragonders liepen zacht fluisterend af en aan. Anderen
+zaten op de langs den muur staande banken eveneens te praten of
+staarden, strak voor zich uit kijkend, naar de donkere vlakte. In de
+schel verlichte bureaux en wachtkamers teekenden de donkere deuren
+zich duidelijk af, terwijl ook de restauratiezaal, waarin men de
+marmeren tafels en het met brood en vruchten, flesschen en glazen
+beladen buffet zag, haar volle verlichting reeds had aangestoken.
+
+Maar vooral aan het achtereinde van de kap heerschte een verward
+gedrang van menschen. Aan dien kant bracht men de zieken naar
+buiten. Een groot aantal brancards en kleine rijtuigjes, een formeele
+barricade van kussens en matrassen versperde het breede trottoir. Ook
+waren daar drie ploegen brancarddragers, mannen uit alle standen,
+maar voornamelijk jongelui uit de hoogere kringen, die op hun jassen
+het roode, oranjekleurig gerand kruis en de geellederen draagband
+droegen. Velen hadden de baret op, de makkelijke hoofddracht uit
+die streken. Sommigen, als toegerust voor een verre expeditie,
+droegen mooie slobkousen, die tot aan de knieën reikten. Enkelen
+rookten, anderen hadden het zich makkelijk gemaakt in hun kleine
+rijtuigjes en sliepen of lazen bij het licht der gaslantaarns
+een courant. Afgezonderd van de anderen stond een groepje over de
+inrichting van den dienst te praten.
+
+Plotseling groetten de brancarddragers. Een vriendelijk heer met grijze
+haren, een goedhartig, dik gezicht en met groote blauwe kinderoogen
+kwam aangeloopen. Het was baron de Suire, een der grootste kapitalisten
+van Toulouse en voorzitter van de Hospitalité de Notre-Dame de Salut
+
+"Waar is Berthaud?" vroeg hij druk doende aan iedereen. "Waar is
+Berthaud? Ik moet hem spreken."
+
+Iedereen antwoordde en ieder gaf een andere inlichting. Berthaud was de
+directeur der brancardafdeeling. Sommigen hadden den directeur zoo even
+nog met den eerwaarden pater Fourcade gezien, anderen beweerden, dat
+hij op de binnenplaats van het station de ambulancewagens inspecteerde.
+
+"Als mijnheer de president wil, dat we den directeur halen..."
+
+"Neen, neen, dank je wel. Ik zal hem zelf wel vinden."
+
+Intusschen zat Berthaud in afwachting van de aankomst van den trein
+aan het andere einde van het station op een bank te praten met zijn
+jongen vriend Gérard de Peyrelongue. Het was een veertiger met
+een knap, lang en regelmatig gezicht, die nog zijn welverzorgd
+magistraten-bakkebaardje had. Behoorende tot een militante
+legitimistische familie en zelf streng reactionnair, was hij sedert
+den 24sten Mei ambtenaar van het Openbaar Ministerie in een stad
+in het Zuiden, toen hij na de afkondiging der decreten tegen de
+congregaties op luidruchtige wijze zijn ontslag genomen had in een
+beleedigenden brief aan den minister van Justitie. Daarbij had hij
+het echter niet gelaten, doch zich bij wijze van protest aangesloten
+bij de Hospitalité de Notre Dame de Salut en kwam dit ieder jaar te
+Lourdes in het openbaar manifesteeren, overtuigd als hij was, dat die
+bedevaarten onaangenaam en schadelijk waren voor de republiek en dat
+de Heilige Maagd alleen het koningschap kon herstellen door een van
+de wonderen, die zij in de Grot in zoo grooten getale wrocht. Verder
+had hij een goed helder verstand, lachte graag en was steeds even
+vriendelijk en hartelijk voor de arme zieken, voor wier transport
+hij gedurende de drie dagen van de nationale bedevaart zorgde.
+
+"Dus dit jaar ga je trouwen, Gérard?" vroeg hij aan den jongen man,
+die naast hem zat.
+
+"Zeker, als ik de vrouw vind, die ik noodig heb," antwoordde
+deze. "Kom, neef, geef u mij eens een goeden raad."
+
+Gérard de Peyrelongue, een klein, mager, rosachtig mannetje met een
+sterk ontwikkelden neus en ingevallen wangen, kwam uit Tarbes en had
+kort geleden zijn ouders verloren, die hem een rente van. niet meer
+dan zeven of achtduizend francs hadden nagelaten. Zeer eerzuchtig,
+had hij in zijn provincie niet de vrouw, die hij wilde, kunnen vinden,
+een vrouw van goede familie, die door haar relaties in staat zou zijn
+hem hoogerop te brengen. Hij had zich dan ook bij de Hospitalité
+aangesloten en ging ieder jaar naar Lourdes met de vage hoop, dat
+hij daar onder de menigte geloovigen, onder den stroom van dames en
+jonge meisjes, de familie zou ontdekken, die hij noodig had, om zijn
+carrière in dit ondermaansche te maken. Maar tot nog toe had het hem
+niet mogen gelukken, want al had hij verschillende jonge meisjes op
+het oog, geen enkele viel geheel in zijn smaak.
+
+"Ja werkelijk neef, u, die toch een man van ervaring bent, moest
+mij eens een raad geven... Daar is in de eerste plaats mademoiselle
+Lemercier, die hier met haar tante komt. Zij is schatrijk, meer dan
+een millioen beweert men. Maar zij behoort niet tot onze kringen en
+ik geloof, dat zij nog al excentriek is."
+
+Berthaud schudde zijn hoofd.
+
+"Ik heb het je al meer gezegd, als ik jou was, nam ik de kleine
+Raymonde, mademoiselle de Jonquière."
+
+"Maar die bezit geen sou."
+
+"Dat is zoo, nauwelijks genoeg om te leven. Maar zij is vrij knap,
+uitstekend opgevoed en heeft geen neiging tot verkwisting; en dat
+laatste doet de deur toe, want waartoe dient het een rijk meisje te
+nemen, als zij toch alles wat zij meebrengt weer uitgeeft? En dan, ik
+ken de dames heel goed, ik ontmoet ze 's winters in de invloedrijkste
+salons van Parijs. En bovendien vergeet haar oom niet, den diplomaat,
+die den treurigen moed gehad heeft in dienst der republiek te blijven
+en ongetwijfeld heel wat voor zijn neef zal kunnen doen."
+
+Gérard, die een oogenblik aan het wankelen gebracht was, zeide
+echter weer:
+
+"Geen sou, geen sou, neen, het is onmogelijk... Ik wil er nog wel
+eens over nadenken, maar heusch, ik zie er te erg tegen op."
+
+Ditmaal begon Berthaud hartelijk te lachen.
+
+"Kom, je bent eerzuchtig, dan moet je durven. Ik verzeker je, je wordt
+er gezantschapssecretaris door... De dames komen met den witten trein,
+die dadelijk binnen zal stoomen. Wees een kerel en maak haar het hof!"
+
+"Neen, neen... later! Ik wil er eerst nog eens over nadenken!"
+
+Op dit oogenblik werden zij gestoord. Baron de Suire, die reeds langs
+hen gekomen was zonder hen te zien, zoo donker was het in dit afgelegen
+hoekje, had het hartelijke lachje van den voormaligen officier van
+justitie herkend. En onmiddellijk gaf hij hem met een ongelooflijke
+radheid van tong verschillende bevelen betreffende de ambulancewagens,
+waarbij hij zich beklaagde, dat men wegens het werkelijk al te vroege
+uur de zieken niet onmiddellijk na hun aankomst naar de Grot brengen
+kon. Ze zouden nu gebracht worden naar het Hôpital de Notre-Dame des
+Douleurs, zoodat zij na hun zoo moeilijke reis wat rust konden nemen.
+
+Terwijl de baron en de leider van den brancarddienst de maatregelen,
+die genomen dienden te worden, bespraken, drukte Gérard een
+priester, die naast hem was komen zitten, de hand. De nauwlijks
+acht-en-dertigjarige abbé Des Hermoises had den knappen kop van een
+mondain geestelijke, friseerde en parfumeerde zich zorgvuldig en was
+de lieveling der dames. Hij kwam, zooals zoovele priesters voor hun
+genoegen gaan, uit eigen beweging naar Lourdes; uit zijn heldere oogen
+straalde een gezond verstand en om zijn lippen speelde het lachje van
+een scepticus, die zich boven alle afgodendienst verheven voelt. Zeker,
+hij geloofde en boog nog in aanbidding zijn knie; maar de Kerk had
+zich over de wonderen niet uitgesproken en hij scheen bereid ze te
+betwisten. Hij had in Tarbes gewoond en kende Gérard.
+
+"Nu," zeide hij, "is dat wachten op de aankomst der treinen midden
+in den nacht niet iets indrukwekkends?... Ik ben hier voor een
+dame, een van mijn vroegere biechtkinderen uit Parijs; ik weet niet
+precies met welken trein zij komt, doch ik blijf maar, ik vind het
+zoo interessant."
+
+En toen een andere priester, een oude plattelandspastoor, naast hem
+was komen zitten, begon hij met hem te praten over de schoonheid der
+omstreken van Lourdes, over het prachtige gezicht straks, wanneer de
+bergen in de opgaande zon zichtbaar zouden worden.
+
+Opnieuw ontstond er plotseling een koortsachtige drukte. De chef liep
+heen en weer, schreeuwde bevelen. Pater Fourcade liet ondanks zijn
+jichtig been den schouder van dr. Bonamy los en ging naar voren.
+
+"Die expres van Bayonne komt maar niet," antwoordde de chef op de
+verschillende vragen... "Waarom melden ze ook niets? Ik ben er niets
+gerust op!"
+
+Weer ging het signaal over, een witkiel ging, met een lantaarn
+zwaaiend, de donkerte in, terwijl in de verte met een seinlicht
+gemanoeuvreerd werd.
+
+"Dat is de witte trein," riep de chef. "Laten we hopen, dat we den
+tijd zullen hebben, om de zieken er uit te krijgen, voor de expres
+doorkomt."
+
+Hij liep weer verder en verdween. Berthaud riep Gérard, die leider van
+een brancard-afdeeling was; en beiden haastten zich naar hun menschen,
+aan wie baron Suire reeds orders gaf. De brancarddragers kwamen van
+alle kanten toeschieten, en begonnen kleine wagentjes over de lijn
+te brengen, naar de plaats, waar de witte trein zou stilstaan, een
+geheel onoverdekt gedeelte van het perron, dat in het donker lag. Er
+vormde zich ook daar weldra een opstapeling van kussens, matrassen
+en draagbaren, terwijl pater Fourcade, dr. Bonamy, de geestelijken,
+de heeren en de officier der dragonders ook de spoorbaan overstaken om
+bij het uitstappen der zieken behulpzaam te zijn. Heel in de verte,
+achter in de donkere vlakte zag men nog slechts de lantaarn der
+locomotief als een steeds grooter wordende ster. Schelle fluitsignalen
+verscheurden den nacht. Dan zwegen zij, hoorde men niets meer dan
+het snuiven van de machine, het doffe rollen der wielen. Allengs
+onderscheidde men duidelijk het gezang, de litanie van Bernadette,
+die door den geheelen trein gezongen werd met de obsessies gevende
+Ave's van het refrein. Dan reed die trein van jammer en geloof,
+die kreunende en zingende trein Lourdes binnen en stond stil.
+
+Onmiddellijk werden de portieren geopend en stapte de menigte gezonde
+pelgrims en de zieken, die loopen konden, uit, en overstroomde
+het perron. De enkele lantaarns verlichtten slechts zwak die arme
+schare in hun povere kleeding, beladen en bepakt met allerlei bagage,
+manden, valiezen, houten kisten; en te midden van het gedrang, het
+gestoot met ellebogen van die opgewonden troep, die niet wist in
+welke richting zij gaan moest, om bij den uitgang te komen, stegen
+uitroepen op, geschreeuw van families, die elkaar verloren hadden,
+werden enkelen begroet door familieleden of vrienden, die hen kwamen
+halen. Met een blik van zalige tevredenheid verklaarde een vrouw:
+"Ik heb lekker geslapen!" Een pastoor ging met zijn valies weg,
+terwijl hij een manke dame: "Veel geluk!" toewenschte. De meesten
+hadden de verschrikte, vermoeide en blijde uitdrukking van menschen,
+die een pleiziertrein op een onbekend station uitwerpt. Ten slotte
+werden het gedrang en de verwarring zóó groot, dat de reizigers niet
+eens de beambten hoorden, die met hun "Hierheen! Hierheen!" hun keel
+schor schreeuwden, om de ontruiming van het station te bespoedigen.
+
+Vlug was zuster Hyacinthe, die de zorg voor den doode aan zuster
+Claire des Anges overgedragen had, uitgestapt en liep nu naar den
+kantinewagen met het denkbeeld, dat Ferrand haar helpen zou. Gelukkig
+vond zij voor dien wagen pater Fourcade, aan wien zij zachtjes het
+voorgevallene vertelde. Hij wist een gebaar van ongeduld te bedwingen
+en hield baron de Suire, die juist voorbijkwam, aan. Een paar seconden
+fluisterden de beide mannen. Dan spoedde de baron zich voort, baande
+zich een weg door de menigte met twee dragers, die een overdekte baar
+droegen. En de man werd weggedragen, als ware hij een zieke, die een
+flauwte gekregen had, zonder dat de groote schare pelgrims zich in de
+drukte van de aankomst verder om hem bekommerde; de beide dragers,
+voorafgegaan door den baron, legden hem voorloopig achter tonnen in
+een der loodsen neer. Een van hen, de zoon van een generaal, bleef
+bij het lijk waken.
+
+Na zuster Saint-François gevraagd te hebben op het stationsplein bij
+het gereserveerde rijtuig, dat haar naar het Hôpital de Notre-Dame des
+Douleurs zou brengen, op haar te wachten, haastte zuster Hyacinthe
+zich weer naar haar wagon terug. Toen zij zeide, dat zij eerst de
+zieken behulpzaam wilde zijn bij het uitstappen, weigerde Marie dat
+op vriendelijken toon.
+
+"Maak u maar niet druk om mij, zuster. Ik zal tot het laatst
+wachten... Vader en abbé Froment zijn in den bagagewagen het onderstel
+gaan halen; ik wacht hier wel, ze weten hoe ze alles in elkaar moeten
+zetten en me dan wegrijden."
+
+Ook mijnheer Sabathier en broeder Isidore wilden niet weggebracht
+worden, voor de drukte wat voorbij was. Madame de Jonquière, die la
+Grivotte voor haar rekening genomen had, beloofde er ook voor te zullen
+zorgen, dat madame Vêtu in een ambulancewagen vervoerd zou worden.
+
+Toen besloot zuster Hyacinthe onmiddellijk weg te gaan, om alles in het
+ziekenhuis in orde te maken. Zij nam de kleine Sophie Couteau en Elise
+Rouquet, wier gezicht zij zorgvuldig bedekte, mede. Madame Maze ging
+haar voor, terwijl madame Vincent zich een weg door de menigte baande,
+alleen nog maar bezield door de gedachte haar kind, dat zij bewusteloos
+in haar armen droeg, in de Grot aan de voeten van de Heilige Maagd
+neer te leggen. Nu verdrong de menigte zich naar den uitgang. Men
+moest de deuren van de bagagezaal open zetten om het wegvloeien van
+den menschenstroom te vergemakkelijken; de employé's, die niet meer
+wisten, hoe zij de plaatsbewijzen moesten innemen, hielden hun petten
+maar op, die zich weldra met de kleine stukjes karton vulden.
+
+Op het stationsplein, een groot vierkant plein, dat aan drie zijden
+door de lage stationsgebouwen ingesloten was, heerschte eveneens een
+buitengewone drukte, een verwarring van allerlei soorten voertuigen
+door elkaar heen. De hotel-omnibussen, die tegen den trottoirband
+stonden, hadden op hun impériales de heiligste namen, die van
+Maria en Jezus, van den H. Michael, van den Rozenkrans, van het
+Heilige Hart. Dan volgde ambulancewagens, landauers, cabrioletten,
+meubelwagens, kleine ezelkarretjes, waarvan de koetsiers schreeuwden en
+vloekten te midden van het lawaai, dat nog toenam door de duisternis,
+waarin de lantaarns enkele lichte gaten boorden.
+
+Het onweer had een gedeelte van den nacht geduurd, nattige modder
+spatte op onder de hoeven der paarden; de voetgangers waadden er tot
+aan hun enkels in.
+
+Mijnheer Vigneron, die door madame Chaise gevolgd werd, droeg zijn
+zoon met diens krukken in den omnibus van het Hôtel des Apparitions,
+waarin zijn dames en hij zelf dan ook plaats namen. Madame Maze wenkte
+angstig als een zindelijk poesje, dat bang is zijn pootjes vuil te
+maken, den koetsier van een oud vehikel, stapte in en verdween, terwijl
+zij als adres het klooster der Blauwe Zusters opgaf. Zuster Hyacinthe
+kon eindelijk met Elise Rouquet en Sophie Couteau plaats vinden in
+een ruimen char-à-bancs, waarin Ferrand en de zusters Saint-François
+en Claire des Agnes reeds zaten. De koetsiers legden de zweep over hun
+kleine, vurige paardjes en de rijtuigen schoten in groote vaart weg te
+midden van het geschreeuw der menschen en het opspatten van de modder.
+
+Bij het zien van die geweldige menschenmassa durfde madame Vincent
+met haar dierbare last niet verder gaan. Om haar heen klonk hier en
+daar gelach. O, wat een modder! Allen hielden haar rokken op en gingen
+weg. Toen het plein wat leeger werd, waagde zij het eindelijk ook te
+gaan. Maar wat een angst, om in die modderplassen uit te glijden en
+in die pikdonkerte te vallen! Toen zij bij den weg, die naar beneden
+liep, kwam, zag zij groepjes vrouwen uit de omstreken staan, die op
+vreemdelingen loerden en hun kamers met of zonder pension, al naar
+hun beurzen, aanboden.
+
+"Madame," vroeg zij aan een oude vrouw, "zoudt u mij den weg naar de
+grot kunnen wijzen?"
+
+Doch deze gaf geen antwoord op die vraag, bood haar een niet dure
+kamer aan.
+
+"Alles is vol, u zult in de hotels niets meer vinden... Misschien
+nog wat te eten, maar zelfs het kleinste hoekje niet om te slapen."
+
+Eten, slapen, daar dacht madame Vincent nog al aan, die op reis gegaan
+was met dertig sous, alles wat zij na de uitgaven, die zij had moeten
+doen, nog bezat!
+
+"Madame, hoe kom ik het makkelijkst bij de Grot?"
+
+Onder de vrouwen, die daar stonden te loeren, bevond zich een flinke,
+groote meid in een helder dienstbodenpakje, met een frisch gewasschen
+gezicht en goed onderhouden handen. Zij haalde flauwtjes haar schouders
+op. En toen een priester met een breede borst en gezonde roode wangen
+voorbijkwam, vloog zij op hem af, bood hem een gemeubileerde kamer
+aan en bleef hem volgen, terwijl zij hem iets in het oor fluisterde.
+
+"Kijk," zeide eindelijk een ander meisje, dat medelijden kreeg, tegen
+madame Vincent, "loop dezen weg af, sla dan rechts om en u bent bij
+de Grot!"
+
+Op het perron, waarvoor de trein stilgehouden had, heerschte nog
+een groot gedrang. Terwijl de gezonde pelgrims en de zieken, die nog
+loopen konden, weggingen, waren de ernstige zieken, wier uitstappen en
+vervoer moeilijker ging, nog in de wagons. De brancarddragers raakten
+hun hoofd kwijt, liepen met hun draagbaren en wagentjes als dollen
+heen en weer, wisten bij de overstelpende hoeveelheid werk niet,
+waar zij beginnen moesten.
+
+Toen Berthaud met Gérard, druk gesticuleerend, voorbijkwam, zag hij
+bij een lantaarnpaal twee dames en een jong meisje, die blijkbaar
+stonden te wachten. Hij herkende Raymonde en hield zijn vriend met
+een gebaar terug.
+
+"O, mademoiselle, het is me een waar genoegen u te zien. Maakt uw
+moeder het goed en hebt u een goede reis gehad?"
+
+En zonder op een antwoord te wachten:
+
+"Mijn neef Gérard de Peyrelongue."
+
+Raymonde keek met haar heldere, glimlachende oogen den jongen man
+even goed aan.
+
+"O, ik heb het genoegen mijnheer te kennen. Wij hebben elkaar reeds
+te Lourdes ontmoet."
+
+Gérard echter vond, dat zijn neef Berthaud wat te hard van stal liep,
+en maakte, vastbesloten, zich niet op die manier te laten binden,
+een zeer beleefde buiging.
+
+"Wij wachten op mama," begon het jonge meisje weer. "Zij heeft het
+met al die ernstige zieken zeer druk."
+
+De kleine madame Désagneaux met haar knap, blond gezichtje en haar
+weerspannige lokken, kwam daartegen in verzet en zeide, dat het
+madame de Jonquière's eigen schuld was, dan had zij haar hulp maar
+niet moeten weigeren; zij stampte van ongeduld met haar voeten en
+brandde van verlangen om zich nuttig te maken, terwijl madame Volmar
+zich stil en bescheiden op den achtergrond hield en niet de minste
+belangstelling toonde; zij trachtte met haar prachtige oogen, die
+gewoonlijk als met een sluier bedekt waren, doch als kolen konden
+gloeien, de duisternis te doorboren, als zocht zij iemand.
+
+Op dat oogenblik ontstond er een groot gedrang. Madame Dieulafay werd
+uit haar compartiment eerste klasse gedragen, en madame Désagneaux
+kon een uitroep van medelijden niet bedwingen.
+
+"Arme vrouw!"
+
+Het was ook werkelijk een hartverscheurend schouwspel, die jonge
+vrouw te midden van haar grooten luxe, met haar kanten als in een
+doodkist liggend, zoo vermagerd, dat zij nog slechts een lap scheen
+te zijn. Zoo lag zij daar te wachten om weggedragen te worden. Haar
+man en haar zuster bleven bij haar staan, beiden zeer elegant en
+bedroefd, terwijl een knecht met de bagage wegging om te kijken
+of het telegraphisch bestelde rijtuig op het plein stond. Ook abbé
+Judaine hielp de zieke; en toen twee mannen haar oplichtten, boog hij
+zich over haar heen en sprak haar enkele bemoedigende woorden toe,
+die zij echter niet scheen te hooren. En terwijl hij haar nakeek,
+zeide hij tegen Berthaud, dien hij kende:
+
+"Die arme menschen! Als zij de genezing konden koopen! Ik heb hun
+gezegd, dat het kostbaarste goud voor de Heilige Maagd het gebed is;
+en ik hoop zelf genoeg gebeden te hebben, dat de hemel zich over haar
+zal ontfermen... Maar toch brengen zij een prachtig geschenk mede, een
+gouden lantaarn voor de Basilica, een prachtwerk, met edelgesteenten
+bezet... Moge de Onbevlekte Maria zich een glimlach verwaardigen!"
+
+Veel geschenken werden medegebracht, reusachtig groote bloemruikers
+voorbijgedragen, onder meer een driedubbele kroon van rozen op een
+houten voetstuk. De oude priester zeide, dat hij, alvorens het station
+te verlaten, nog een vaandel wilde gaan halen, een geschenk van madame
+Jousseur, de zuster van madame Dieulafay.
+
+Inmiddels kwam madame de Jonquière naar hen toe en zeide, toen zij
+Berthaud en Gérard herkend had:
+
+"Ach als het u blieft, heeren, gaat u zoo gauw mogelijk naar dien
+wagon hier vlak bij. Er zijn daar mannen noodig, er moeten drie of vier
+zieken uitgedragen worden... Mijn hoofd loopt om, ik kan niet meer."
+
+Gérard liep er reeds heen, na Raymonde gegroet te hebben, terwijl
+Berthaud madame de Jonquière aanraadde niet langer op het perron te
+blijven; hij verzekerde haar stellig en zeker, dat men haar volstrekt
+niet noodig had, dat hij voor alles zou zorgen en dat zij binnen
+drie kwartier haar zieken in het hospitaal zou hebben. Eindelijk
+liet zij zich overhalen en nam met Raymonde en madame Désagneaux een
+rijtuig. Op het laatste oogenblik was madame Volmar, als gaf zij toe
+aan een plotseling opgekomen ongeduld, verdwenen. Men had haar naar een
+onbekend heer zien gaan, zeker om hem een inlichting te vragen. Enfin,
+ze zouden haar wel in het hospitaal terugvinden.
+
+Berthaud voegde zich voor den wagon bij Gérard, juist toen deze met
+behulp van twee andere vrienden mijnheer Sabathier uit den coupé
+droeg. Het was een moeilijk werkje, want hij was dik en zwaar,
+en zij waren bang, dat zij hem niet door het portier zouden kunnen
+krijgen. Maar toch was hij erdoor binnengekomen ook. Twee andere
+dragers moesten nog door het andere portier naar binnen gaan, en op
+die wijze slaagde men er eindelijk in hem op het perron te krijgen. De
+dag begon aan te breken, een vaal, triest licht; het perron maakte met
+zijn uitstalling als van een geïmproviseerd lazaret een jammerlijken
+indruk. La Grivotte lag bewusteloos op een matras in afwachting van
+een draagbaar, terwijl men madame Vêtu, die zoo'n hevigen aanval
+had, dat zij bij den minsten schok gilde, tegen een lantaarnpaal had
+moeten neerzetten.
+
+Heeren van de Hospitalité met handschoenen aan, reden in hun kleine
+wagentjes moeilijk arme, vuile vrouwen voort, die oude manden aan haar
+voeten hadden; weer anderen konden niet passeeren met hun draagbaren,
+waarop stijve lichamen lagen, jammerlijke, zwijgende lichamen met
+van angst uitpuilende oogen. Enkele zieken en kreupelen sleepten
+zich met moeite voort, zooals een jonge, hinkende priester en een
+kleine jongen met krukken, een bochel en een afgezet been, die zich
+als een aardmannetje door de menigte voortbewoog. Een groot gedrang
+was ontstaan om een man, die door een verlamming zóó krom gebogen
+was, dat men hem met zijn beenen en zijn hoofd naar beneden op een
+omgekeerden stoel vervoeren moest.
+
+De verwarring bereikte echter zijn toppunt, toen de chef
+schreeuwend kwam aanstormen: "De expres van Bayonne is
+gemeld... Opschieten! Opschieten! Je hebt nog maar drie minuten!"
+
+Pater Fourcade, die nog steeds op den arm van dr. Bonamy steunde, sprak
+den zieken moed in en wenkte Berthaud bij zich om hem te zeggen: "Laat
+ze er eerst allemaal uit komen, dan kunnen we ze later wel vervoeren."
+
+Het was een verstandige raad; het uitladen werd voortgezet In den wagon
+bevond zich nu nog slechts Marie, die geduldig wachtte. Mijnheer de
+Guersaint en Pierre waren eindelijk teruggekomen met de twee paar
+wielen; vlug hielp Pierre, alleen geholpen door Gérard, het jonge
+meisje eruit. Zij was licht als een arm, rillend vogeltje, alleen de
+bak leverde eenige moeite op, dan zetten de beide mannen deze op twee
+paar wielen, die zij met klinknagels vastzetten.
+
+"Opschieten! opschieten!" riep de chef weer.
+
+Hij zelf hielp, steunde de voeten van een zieke, om hem uit een
+compartiment te krijgen. Hij duwde de kleine wagentjes voort en
+maakte den rand van het perron vrij. Maar in een wagon tweede klasse
+kreeg een vrouw, die het laatst uitgedragen zou worden, een hevig
+zenuwtoeval. Zij brulde, verzette zich; men kon er op dat oogenblik
+niet aan denken haar aan te raken. En de expres, die kwam, die door
+het onafgebroken gerinkel van het electrische seintoestel gemeld
+werd. Er moest een besluit genomen worden, n.l. het portier sluiten
+en den trein op het zijspoor brengen, waar hij in zijn tegenwoordige
+formatie drie dagen zou blijven staan om dan zijn lading pelgrims en
+zieken weer op te nemen. Terwijl de trein wegreed, hoorde men nog het
+gillen der ongelukkige, die er met een zuster in achter had moeten
+blijven, gillen, die steeds zwakker en zwakker werden, gillen van
+een krachteloos kind, dat men eindelijk tot bedaren brengt.
+
+"Lieve God!" mompelde de chef, "het was hoog tijd!"
+
+Inderdaad raasde de expres uit Bayonne aan en reed met bliksemsnelheid
+langs dit jammerlijke perron, waar de rampzalige ellende van een
+inderhaast ontruimd hospitaal door elkaar lag. De kleine wagentjes en
+draagbaren werden door elkaar geschud en geschokt; maar er gebeurde
+geen ongeluk, het stationspersoneel hield goed toezicht en verwijderde
+den half waanzinnigen troep, die naar den uitgang bleef dringen, van de
+spoorbaan. Nauwelijks was de trein voorbij, of de circulatie begon weer
+en de dragers konden voorzichtig het transport der zieken voortzetten.
+
+Langzamerhand werd het lichter; een helder morgenrood kleurde den
+hemel, waarvan de weerschijn op de nog donkere aarde weerkaatste. Men
+begon menschen en dingen te onderscheiden.
+
+"Neen, dadelijk!" zeide Marie tot Pierre, die zich een weg trachtte
+te banen. "Laten we wachten tot de stroom wat weggevloeid is."
+
+Intusschen werd haar aandacht getrokken door een ongeveer
+zestig-jarige man met een militair voorkomen, die tusschen de zieken
+doorwandelde. Met zijn vierkanten kop en zijn witte, kortgeknipte
+haren, zou men hem voor een kranigen ouden heer gehouden hebben,
+als hij niet getrokken had met zijn linkervoet, dien hij bij iederen
+stap naar binnen gooide. Met zijn linkerhand steunde hij op een
+dikken wandelstok.
+
+"Zoo, bent u het, Commandeur?" riep mijnheer Sabathier, die nu al
+voor de zooveelste maal in Lourdes kwam en hem blijkbaar kende.
+
+Misschien heette hij mijnheer Commandeur. Maar, daar hij gedecoreerd
+was en een breed, rood lint droeg, gaf men hem mogelijk dien bijnaam
+om die decoratie, hoewel hij maar eenvoudig ridder was. Niemand
+kende precies zijn geschiedenis; hij moest nog ergens familie hebben,
+kinderen waarschijnlijk; maar al die dingen waren met een geheimzinnig
+waas omhuld. Sedert drie jaar was hij op het station belast met het
+toezicht op de bagageloodsen, een makkelijk en onbeteekenend baantje,
+dat men hem uit groote gunst gegeven had en met het magere salaris
+waarvan hij volmaakt gelukkig kon leven. Op zijn vijf-en-vijftigste
+jaar had hij een beroerte gehad, twee jaar later nog een, waardoor
+zijn linkerkant eenigszins verlamd was. Nu wachtte hij met volkomen
+kalmte op een derde. Zooals hij zeide, kon de dood hem krijgen,
+wanneer hij wilde, dien avond, morgen, op staanden voet. Iedereen in
+Lourdes kende hem om zijn manie tijdens de bedevaarten, wanneer hij de
+gewoonte had, om, al trekkend met zijn been en leunend op zijn stok,
+bij iederen trein, die aankwam, zich woedend te maken en de zieken
+hun vurig verlangen om te genezen voor de voeten te werpen.
+
+Hij zag nu voor de derde maal mijnheer Sabathier; op dezen stortte
+hij de fiolen van zijn toorn uit.
+
+"Ben je daar waarachtig al weer? Jij schijnt al erg aan dit vervloekte
+leven te hangen... Maar kerel, ga toch rustig thuis op je bed dood! Is
+dat niet het beste, wat je overkomen kan?"
+
+Zonder boos te worden, lachte mijnheer Sabathier, hoewel hij toch
+gebroken was door de hardhandige wijze, waarop men hem uit den wagon
+had moeten dragen.
+
+"Zeker niet, ik wil liever beter worden."
+
+"Beter worden, beter worden, dat vragen ze allemaal! Honderden mijlen
+afleggen, in stukken, en gillend van pijn aankomen, en dat om beter te
+worden, om alle pijn en alle beroerdigheid opnieuw te beginnen!... Kom,
+jij op jouw leeftijd en met jouw verwoest lichaam, jij zoudt een
+leelijke pijp rooken, als je Heilige Maagd je je beenen teruggaf. Wat
+zou je ermee uitvoeren, lieve Hemel? Welk plezier zou je ervan hebben
+om enkele jaren nog dien afschuwlijken ouderdom te rekken?... Kom,
+sterf dadelijk, nou je eenmaal zoover bent! Dat is het eenige geluk!"
+
+En hij zeide het, niet als een geloovige, die streeft naar de belooning
+in het hiernamaals, maar als een levensmoede, die vertrouwt in het
+Niets, in den grooten eeuwigen vrede van het niet meer zijn weg
+te zinken.
+
+Terwijl mijnheer Sabathier zijn schouders optrok, alsof hij met een
+kind te doen had, bleef abbé Judaine, die eindelijk zijn vaandel
+teruggevonden had, in het voorbijgaan even staan, om den Commandeur,
+dien hij ook kende, een vriendelijk standje te geven.
+
+"Geen godslasteringen, waarde heer; afstand doen van het leven en
+niet van je gezondheid houden is den hemel beleedigen. Als je mijn
+raad gevolgd hadt, zou je ook reeds de Heilige Maagd de genezing van
+je been gevraagd hebben."
+
+Toen werd de Commandeur boos.
+
+"Mijn been! Daar kan zij niets aan veranderen! En laat de dood
+maar komen, laat het maar uit zijn, voor altijd!... Wanneer je
+moet sterven, draai je je hoofd naar den muur en sterft! Het is zoo
+eenvoudig mogelijk!"
+
+Maar de oude priester viel hem in de rede. Hij wees hem op Marie,
+die, uitgestrekt in haar wagentje liggend, naar hen luisterde.
+
+"Je wilt dus alle zieken naar huis terugsturen, om te sterven, niet
+waar? Zelfs mademoiselle, die nog zoo jong is en graag leven wil?"
+
+In haar vurig begeerte om te leven, om haar deel te hebben van de
+groote wereld, opende Marie haar groote oogen; de Commandeur, die naar
+haar toe gekomen was, keek haar aan en werd plotseling aangegrepen
+door een diepe ontroering, die zijn stem deed beven.
+
+"Als mademoiselle geneest, wensch ik haar een ander wonder toe,
+n.l. dat zij gelukkig wordt."
+
+Hij ging weg om als toornig philosoof zijn wandeling tusschen de
+zieken voort te zetten, trekkend met zijn been en met zijn dikken
+stok op de ijzeren steenen slaande.
+
+Langzamerhand werd het perron leeg; madame Vêtu en la Grivotte waren
+weggedragen, Gérard reed mijnheer Sabathier in een wagentje naar zijn
+hôpital, terwijl baron Suire en Berthaud reeds bevelen gaven voor den
+volgenden trein, den groenen, die gauw binnen kon komen. Alleen Marie
+was er nog, voor wie Pierre niemand anders wilde laten zorgen. Hij
+had haar reeds naar het stationsplein gereden, toen zij plotseling
+merkte, dat mijnheer de Guersaint verdwenen was. Onmiddellijk daarop
+zagen zij hem in druk gesprek met abbé Des Hermoises, met wien hij
+zoo even kennis gemaakt had. Een zelfde bewondering en liefde voor
+de natuur had hen samen gebracht. De dag was nu volkomen aangebroken;
+de bergen der omgeving toonden zich in hun volle majesteit. Mijnheer
+de Guersaint kon zijn verrukking niet inhouden.
+
+"Wat een heerlijk land, mijnheer! Nu al dertig jaar lang loop ik
+rond met den wensch het keteldal van Gavarnie te zien. Maar dit is
+zoo ver en zoo duur, dat ik dat uitstapje zeker niet zal kunnen maken."
+
+"Maar dan vergist u zich, niets is makkelijker dan dat; als je en
+club gaat, is het zoo duur niet. Ik ga er van het jaar ook weer heen,
+zoodat, wanneer u u aansluiten wilt..."
+
+"Wat u zegt, mijnheer!... Nu, we zullen er nog wel eens over praten."
+
+Zijn dochter riep hem, en na een hartelijken handdruk aan den
+priester ging hij naar haar toe. Pierre had besloten, dat hij Marie
+tot aan het hospitaal zou rijden, om het overbrengen in een ander
+voertuig te vermijden. De omnibus, landauers en meubelwagens kwamen
+reeds weer terug en vulden, in afwachting van den groenen trein,
+het stationsplein; het kostte hem eenige moeite om met het wagentje,
+waarvan de lage wielen tot aan de naven in de modder zakten, den weg
+te bereiken. Politieagenten, die belast waren met de regeling van het
+verkeer, vloekten tegen die beroerde plassen, die hun schoenen vuil
+maakten. Alleen de jonge en oude vrouwen, die niets liever wilden
+dan haar kamers verhuren, lachten om die modderpoelen en liepen er
+op haar klompen doorheen, om de pelgrims te achtervolgen.
+
+Toen het wagentje op den dalenden weg wat makkelijker reed, lichtte
+Marie haar hoofd op, om aan mijnheer de Guersaint, die naast haar liep,
+te vragen:
+
+"Vader, welken dag hebben we vandaag?"
+
+"Zaterdag, lieveling!"
+
+"Dat is waar ook, Zaterdag, de dag der Heilige Maagd!... Zal ze mij
+vandaag genezen?"
+
+Achter haar droegen, op een overdekte baar, twee dragers heimelijk
+het lijk van den man weg, dat zij uit het kantoor gehaald hadden,
+om het naar een verborgen plek te brengen, die pater Fourcade hun
+had aangewezen,
+
+
+
+
+II.
+
+Het Hôpital de Notre-Dame des Douleurs, dat door een vrijgevigen
+kanunnik gebouwd, maar uit gebrek aan geld onvoltooid gebleven was,
+is een groot, maar veel te hoog gebouw van vier verdiepingen, waarheen
+men de zieken slechts met moeite transporteeren kan. Gewoonlijk wordt
+het door een honderd zieke en arme oude mannen bewoond. Maar gedurende
+de drie dagen van de nationale bedevaart worden die grijsaards elders
+onder dak gebracht en wordt het Hôpital verhuurd aan de paters van
+Maria Hemelvaart, die er soms vijf à zeshonderd zieken herbergen. Maar
+hoeveel men er ook onder brengt, de ruimte blijft onvoldoende. Van de
+drie of vierhonderd zieken, die nog overblijven, gaan de mannen naar
+het Hôpital du Salut, de vrouwen naar het gemeentelijke ziekenhuis.
+
+Dien ochtend was bij het opgaan der zon de verwarring op het met zand
+bestrooide binnenplein voor de deur, die door twee priesters bewaakt
+werd, zeer groot. Den vorigen avond had het personeel der tijdelijke
+directie met een reusachtige menigte registers, kaarten en gedrukte
+formulieren de bureaux in bezit genomen. Men wilde het veel beter
+inrichten dan het vorige jaar; de benedenzalen moesten gereserveerd
+blijven voor de meest hulpbehoevende zieken; verder zou de uitgifte der
+kaarten, die den naam van de zaal en het nummer van het bed droegen,
+zorgvuldig gecontroleerd worden, want er waren vergissingen wat betreft
+de identiteit voorgekomen. Maar alle goede bedoelingen leden schipbreuk
+bij den grooten stroom zieken, dien de witte trein aangevoerd had, en
+de nieuwe formaliteiten verwarden alles zóó zeer, dat men ertoe had
+moeten besluiten de ongelukkigen op het binnenplein neer te leggen,
+tot men ze later met wat meer orde zou kunnen binnenbrengen. En de
+uitlading begon opnieuw, evenals op het station, het jammerlijke
+legeren in de open lucht, terwijl de dragers en de beambten van het
+secretariaat, jonge seminaristen, van alle kanten kwamen toegesneld.
+
+"Ze hebben het te goed willen doen," riep baron Suire wanhopig uit.
+
+En het was waar, nooit had men zooveel nuttelooze voorzorgsmaatregelen
+genomen. Men bemerkte, dat men ten gevolge van onverklaarbare
+vergissingen zieken, die het moeilijkst te transporteeren waren,
+in de bovenzalen had ondergebracht.
+
+Het was onmogelijk een nieuwe regeling te maken, alles moest nu maar
+op goed geluk af zijn gang gaan. De uitdeeling der kaarten begon,
+terwijl een jonge priester voor de controle de namen en de adressen in
+een register opteekende. Iedere zieke moest verder zijn kaart toonen,
+die de kleur van den trein had met zijn naam en volgnummer, en waarop
+men dan den naam der zaal en het nummer van het bed invulde. Daardoor
+duurde de toelating nog langer.
+
+Dan begon in het groote gebouw van beneden naar boven over de
+vier verdiepingen een eindeloos heen en weer gedraaf. Mijnheer
+Sabathier was een der eersten, die toegelaten werd in een zaal op den
+rez-de-chaussée, de zoogenaamde salle des ménages, waar de mannen
+hun vrouwen bij zich mochten houden. Verder werden in het Hôpital
+de Notre-Dame des Douleurs slechts vrouwen opgenomen. En, hoewel
+broeder Isidore met zijn zuster was, wilde men hen toch als getrouwd
+beschouwen; hij kreeg een bed naast dat van mijnheer Sabathier.
+
+De kapel, die nog wit van de kalk was en waarvan de ramen met planken
+waren toegespijkerd, bevond zich ernaast. Ook in andere zalen, die
+nog niet geheel af waren, had men matrassen gelegd, die weldra met
+zieken gevuld waren. Maar reeds verdrong zich de menigte vrouwen, die
+loopen konden, in het refectorium [11], een lange overdekte galerij,
+die uitzag op het binnenplein en waar de zusters Saint-Frai, die
+voor de huishouding van het Hôpital zorgden en op haar post gebleven
+waren, koppen koffie en chocolade uitdeelden aan al die arme, door
+de verschrikkelijke reis uitgeputte vrouwen.
+
+"Rust flink uit en verzamelt krachten," herhaalde baron Suire, die
+zich overal tegelijk vertoonde. "Ge hebt nog een goede drie uur. Het
+is nu vijf en de eerwaarde paters hebben bevel gegeven niet voor acht
+uur naar de Grot te gaan, om te groote vermoeienissen te vermijden."
+
+Boven op de tweede verdieping had madame de Jonquière bezit genomen
+van de zaal Sainte-Honorine, waarvan zij directrice was. Zij had haar
+dochter Raymonde, die bij den dienst in het refectorium ingedeeld was,
+beneden moeten laten, daar volgens het reglement jonge meisjes niet
+in de zalen mochten komen, waar zij te stuitende en afzichtelijke
+dingen zouden kunnen zien. Maar de kleine madame Désagneaux had de
+directrice niet verlaten, aan wie zij, gelukkig eindelijk ook zelf
+iets te kunnen doen, reeds bevelen vroeg.
+
+"Madame, zijn alle bedden goed opgemaakt? Of wil ik het met zuster
+Hyacinthe nog eens overdoen?"
+
+De lichtgeel geverfde zaal, die, daar het licht alleen van het
+binnenplein kwam, vrij donker was, bevatte vijftien bedden, welke in
+twee rijen langs de muren stonden.
+
+"We zullen dadelijk wel eens kijken," antwoordde madame de Jonquière,
+die blijkbaar met haar gedachten elders was.
+
+Zij telde de bedden, keek de lange, nauwe zaal nog eens goed
+aan. Dan fluisterde zij: "Ik zal nooit genoeg plaats hebben. Ik zou
+drie-en-twintig zieken krijgen, we zullen dus matrassen op den grond
+dienen te leggen."
+
+Zuster Hyacinthe, die zuster Saint-François en zuster Claire des
+Anges in een klein als linnenkamer ingericht vertrekje ernaast had
+achtergelaten, sloeg intusschen de dekens op en keek naar de lakens
+en dekens. Zij stelde madame Désagneaux gerust.
+
+"De bedden zijn goed opgemaakt en alles is helder en zindelijk. Je
+kan goed zien, dat de zusters Saint Frai er een oogje op gehouden
+hebben... Maar de reserve-matrassen liggen vlak bij, en wanneer madame
+me zou willen helpen, zouden we dadelijk een rij tusschen de bedden
+hier kunnen neerleggen."
+
+"Natuurlijk, heel graag!" riep de jonge vrouw, verrukt door de gedachte
+met haar mooie, blanke armen matrassen te dragen.
+
+Madame de Jonquière moest haar wat kalmeeren.
+
+"Voor het oogenblik heeft dat geen haast. Laten we maar wachten, tot
+de zieken er zijn... Ik mag deze zaal niet erg; je kunt zoo moeilijk
+luchten... Verleden jaar had ik de zaal Sainte-Rosalie op de eerste
+verdieping... Enfin, we zullen er ons wel door heen slaan."
+
+Nog meer hospitaliteitsdames kwamen, een dichte zwerm nijvere bijen,
+die van verlangen brandden om aan het werk te gaan. Ja zelfs werd
+dit te groot aantal verpleegsters, die grootendeels uit de hoogere
+kringen en den middenstand afkomstig waren en een vurigen ijver,
+waaraan zich ook wel een beetje ijdelheid paarde, aan den dag
+legden, een nieuwe oorzaak van verwarring. Zij waren met haar
+tweehonderden. Daar ieder bij haar toetreden tot de Hospitalité de
+Notre-Dame de Salut een gift moest geven, durfde men er geen weigeren
+uit vrees, dat de bron van inkomsten anders uitdrogen zou; op die wijze
+groeide haar aantal jaarlijks aan. Gelukkig waren er bij, voor wie het
+voldoende was het kruis van rood laken op de borst te dragen, en die,
+dadelijk bij aankomst te Lourdes, uitstapjes gingen maken. Maar zij,
+die zich aan het werk wijdden, waren werkelijk zeer verdienstelijk,
+want dan waren het vijf dagen van verschrikkelijke inspanning, waarin
+zij nauwelijks twee uur per nacht sliepen, levend te midden van de
+vreeselijkste en afstootelijkste tooneelen. Zij waren getuigen van
+moeilijke doodsstrijden, zij verbonden stinkende wonden, leegden
+kommen en kannen, verschoonden vuile vrouwen, keerden de zieken om,
+een inspannend en afmattend werk, waaraan zij niet gewoon waren. Na
+afloop voelden zij zich dan ook als geradbraakt, half dood, en hadden
+koortsachtige oogen, waarin de vreugde over de barmhartigheid, die
+haar tot extase voerde, brandde.
+
+"Waar is madame Volmar?" vroeg madame Désagneaux. "Ik dacht ze hier
+terug te vinden."
+
+Zachtjes sneed madame de Jonquière verdere vragen af, als was zij op
+de hoogte en wilde zij, als vrouw, die menschelijke zwakheid door de
+vingers ziet, daarover niet verder praten.
+
+"Zij is niet sterk; zij rust wat in het hotel. We moeten haar laten
+slapen."
+
+Dan verdeelde zij de bedden onder de dames, gaf er ieder twee. En
+allen namen nu de ziekenzaal volkomen in bezit, liepen af en aan,
+van boven naar beneden, om te zien waar de administratiekantoren,
+de linnenkamers en de keukens waren.
+
+"En waar is de apotheek?" vroeg madame Désagneaux weer.
+
+Doch er was geen apotheek, zelfs geen medisch personeel
+aanwezig. Waartoe zou dat trouwens dienen? De zieken waren toch door
+de wetenschap opgegeven, radeloozen en wanhopigen, die aan God een
+genezing vragen kwamen, welke de onmachtige en machtelooze mensch
+hun niet beloven kon. Logischerwijze werd gedurende de bedevaart
+iedere medische behandeling onderbroken. Als bij een ongelukkige de
+doodsstrijd intrad, dan bediende men haar. Slechts de jonge geneesheer,
+die gewoonlijk met den witten trein medeging, was er met zijn klein
+kistje geneesmiddelen om een zieke, wanneer zij hem bij een hevigen
+aanval noodig mocht hebben, wat verlichting te kunnen geven.
+
+Juist bracht zuster Hyacinthe dr. Ferrand, die in een kabinetje naast
+de linnenkamer zijn tenten opgeslagen had, binnen.
+
+"Madame," zeide hij tot madame de Jonquière, "ik ben geheel tot
+uw beschikking. Wanneer u mij noodig heeft, behoeft u mij maar te
+laten roepen."
+
+Zij luisterde nauwlijks naar hem, had een woordenwisseling met een
+jongen priester der administratie, omdat er voor de geheele zaal maar
+zeven waterpotten waren.
+
+"Heel graag, mijnheer, als we een kalmeerend drankje noodig hebben,
+zullen we..."
+
+Maar zij voltooide haar zin niet, zette haar woordenwisseling voort.
+
+"Tracht er nog minstens vier of vijf voor mij te krijgen, mijnheer
+de abbé... En dan is het nog behelpen."
+
+Ferrand luisterde en keek, stom-verbaasd over deze zeldzame wereld,
+waarin een toeval hem den vorigen dag gebracht had. Hij, die niet
+geloofde, die hier slechts was uit toewijding, verwonderde zich over
+het vreeselijke gedrang van ellende en lijden, dat zich onstuimig op de
+hoop op geluk wierp. Vooral de denkbeelden, die hij als jong geneesheer
+had, werden geschokt nu hij zag hoe alle voorzorgsmaatregelen,
+alle aanwijzigingen der wetenschap over boord geworpen werden in de
+zekerheid, dat, als de hemel het wilde, de genezing volgen zou met al
+den glans van een démenti aan de natuurwetten zelf. Maar waarom dan
+die laatste concessie aan de vrees voor het oordeel der wereld en een
+dokter meenemen, van wiens diensten men toch zoo goed als geen gebruik
+maakte? Met het onbehaaglijk gevoel zich te moeten schamen en nutteloos
+en eenigszins belachelijk te zijn, trok hij zich in zijn kabinet terug.
+
+"Maak in ieder geval maar opiumpillen klaar," zeide zuster Hyacinthe,
+die tot de linnenkamer met hem mede gegaan was, tegen hem. "Die
+zullen we wel noodig hebben; er zijn zieken bij, waarover ik mij
+ongerust maak."
+
+Zij keek hem met haar groote, blauwe, zachte, goede oogen, waarin
+steeds een goddelijk glimlachje speelde, aan. De beweging gaf haar
+van jeugd glanzende blankheid een gezond-rosen tint. En als een goede
+vriendin, die haar lievelingswerk wel met hem deelen wil, voegde zij
+er aan toe:
+
+"En als ik iemand noodig heb, om een zieke op te richten of neer te
+leggen, wil je me zeker wel een handje helpen."
+
+Toen was ook hij blij gekomen te zijn, aanwezig te zijn, nu hij wist,
+dat hij haar zou kunnen helpen. Hij zag haar weer terug aan zijn
+ziekbed, toen hij bijna gestorven was, hem verplegend met de handen
+als van een broeder, met de vriendelijk-opgewekte bekoorlijkheid van
+een geslachtslooze engel, waarin zoowel iets kameraadschappelijks
+als vrouwelijks lag.
+
+"Maar net zooveel als u wilt, zuster. Ik ben geheel tot uw dienst,
+niets zal mij liever zijn dan u behulpzaam te kunnen zijn. U weet,
+welk een schuld van dankbaarheid ik u nog te betalen heb."
+
+Vriendelijk legde zij haar vinger op zijn mond, om hem het zwijgen
+op te leggen. Niemand was haar iets schuldig. Zij diende slechts de
+lijdenden en de armen.
+
+Op dat oogenblik kwam de eerste zieke in de zaal Sainte-Honorine. Het
+was Marie, die liggende in haar bak door Pierre en Gérard naar boven
+gedragen was. Het laatst van het station vertrokken, was zij er nu
+het eerst dank zij de eindelooze verwikkelingen, die allen opgehouden
+hadden en haar nu vrijer toegang gaven, zooals de verdeeling der
+kaarten het toevallig met zich bracht. Voor de deur van het Hôpital
+had mijnheer de Guersaint zijn dochter op haar verzoek moeten verlaten;
+zij maakte zich ongerust, dat de hotels overvol zouden zijn, en wilde,
+dat hij onmiddellijk voor twee kamers ging zorgen, één voor hemzelf
+en één voor Pierre. Zij was zoo moe, dat zij, nu zij toch alle hoop
+om dadelijk naar de Grot gebracht te worden, had moeten opgeven,
+er in toegestemd had een oogenblik op bed te gaan liggen.
+
+"Luister toch eens, kind," zeide madame de Jonquière; "je hebt nog
+drie uur voor je. We zullen je op je bed leggen, dan kan je veel
+beter uitrusten dan in dien bak."
+
+Zij nam de zieke bij de schouders, terwijl zuster Hyacinthe haar
+voeten vasthield. Het bed stond midden in de zaal, dicht bij een
+raam. Een oogenblik bleef Marie met dichte oogen, als uitgeput door
+die overbrenging, liggen. Dan moest Pierre weer binnen komen, zij
+voelde zich zwakker worden en had hem nog veel te zeggen.
+
+"Ga niet weg, lieve vriend," begon zij. "Neem den bak mee naar de
+gang, maar blijf daar, want ik wil, zoodra ik mag, naar beneden
+gebracht worden."
+
+"Lig je nu niet beter in dat bed?" vroeg de jonge priester.
+
+"Ja zeker... Maar ik weet het niet ook... Lieve God, ik verlang zoo
+aan de voeten der Heilige Maagd te liggen."
+
+Toch werd zij, toen Pierre den bak medegenomen had, wat afgeleid
+door de komst van andere zieken. Madame Vêtu, die, onder haar armen
+gesteund door twee dragers, naar boven gebracht was, werd door hen
+geheel gekleed op het bed ernaast gelegd; zij bleef daar roerloos en
+bijna zonder adem te halen met haar geel gezicht van kankerlijdster
+liggen. Geen enkele trouwens werd uitgekleed, men legde ze neer,
+zooals ze kwamen, met den raad, als zij dat eenigszins konden, wat te
+slapen. Zij, die niet in bed lagen, gingen op den rand van haar matras
+liggen, praatten wat met elkaar en brachten het weinige, dat zij bij
+zich hadden, in orde. Reeds maakte Elise Rouquet, die links van Marie
+op een matras zat, haar mandje los en haalde er een schoon halsdoekje
+uit; zij beklaagde er zich over, dat er geen spiegel was. In minder
+dan tien minuten waren alle bedden bezet, zoodat toen la Grivotte
+kwam, half gedragen door zuster Hyacinthe en zuster Claire des Anges,
+er matrassen op den grond bijgelegd moesten worden.
+
+"Hier is er een," riep madame Désagneaux. "Hier zal ze heel goed
+liggen, buiten de tocht van de deur."
+
+Weldra lagen er nog zeven matrassen naast, die het geheele middenpad
+innamen. Men kon niet meer heen of weer en moest met de grootste
+voorzichtigheid de nauwe paadjes volgen, die om de zieken heen
+vrijgelaten waren. Ieder hield haar eigen pakje, haar eigen doos of
+haar eigen valies bij zich; aan het voeteneind der geïmproviseerde
+bedden vormde zich weldra een hoop armzalige dingen en lompen, die
+tusschen de lakens en dekens slingerden. Het leek een jammerlijke
+ambulance, die inderhaast opgericht was na de een of andere groote
+catastrophe, een brand of een aardbeving, die honderden gewonden
+dakloos gemaakt had.
+
+Madame de Jonquière liep van het eene einde der zaal naar het andere
+en herhaalde telkens weer:
+
+"Kom, kinderen, windt je niet zoo op, tracht een beetje te slapen."
+
+Maar het lukte haar niet de zieken te kalmeeren; zij zelf en de
+onder haar bevelen geplaatste hospitaliteitsdames maakten door haar
+drukdoenerij de koortsachtige opwinding nog grooter. Verscheidene
+zieken moesten verschoond worden, andere weer aan een natuurlijke
+behoefte voldoen. Een, die een gezwel aan haar been had, jammerde
+en gilde zoo, dat madame Désagneaux een nieuw verband wilde leggen;
+maar zij was onhandig en viel, ondanks al haar moed van geestdriftige
+verpleegster, bijna flauw, zoo walgde haar de onverdragelijke
+stank. Zij, die zich het minst ziek voelden, vroegen bouillon, de
+koppen gingen van de eene hand in de andere te midden van uitroepen
+en antwoorden en tegenstrijdige bevelen, die men niet wist hoe uit te
+voeren. De kleine Sophie Couteau, die bij de zusters bleef en vond,
+dat zij op een uitstapje was, liep, danste en sprong op één been
+tusschen al die zieken door; zij werd door allen geroepen, gestreeld
+en geliefkoosd in de hoop op het wonder, die zij in ieder wekte.
+
+Toch verliepen de uren in deze opgewonden drukte. Het sloeg zeven
+uur, toen abbé Judaine binnenkwam. Hij was de geestelijke van de zaal
+Sainte-Honorine en alleen door de moeilijkheid om een vrij altaar te
+vinden, waar hij de mis kon lezen, was hij zoo laat. Hij was nog niet
+binnen of een kreet van ongeduld steeg uit alle bedden op.
+
+"Laten we gaan, mijnheer de pastoor, laten we dadelijk gaan!"
+
+Een brandende begeerte, die van minuut tot minuut sterker en
+onstuimiger werd, alsof een steeds brandender wordende dorst haar
+kwelde, die alleen door de wonderbron gelescht kon worden, richtte
+haar allen op. Met name la Grivotte, die op haar matras zat, vouwde
+haar handen en smeekte, dat men haar naar de Grot brengen zou. Was dit
+ontwaken van haar wilskracht, die koortsachtige drang naar genezing,
+welke haar oprichtte, niet reeds een begin van het wonder? Bewusteloos
+en niet in staat zich te bewegen hier gekomen, zat zij nu rechtop,
+keek met haar donkere oogen naar alle kanten, loerend naar het
+gelukzalige oogenblik, dat men haar zou komen halen. Op haar vaal
+gezicht kwam een kleur; zij herleefde reeds weer.
+
+"Zeg toch, mijnheer de pastoor, dat ze me wegdragen. Ik voel, dat ik
+genezen zal worden."
+
+Met zijn vriendelijk gezicht en zijn vaderlijk glimlachje hoorde hij
+de zieken aan en verdreef met liefdevolle woorden haar ongeduld. Nog
+even wachten, en dan gingen zij. Maar zij moesten verstandig zijn en
+de dingen niet overhaasten; en dan--de Heilige Maagd hield niets van
+dat gedrang, zij wachtte haar uur af en schonk haar goddelijke genade
+aan de verstandigsten.
+
+Toen hij voorbij het bed van Marie kwam en hij haar met gevouwen handen
+een deemoedige smeekbede zag stamelen, bleef hij weer even staan.
+
+"Jij hebt ook zoo'n haast, mijn dochter! Wees kalm, er zal genade
+zijn voor allen."
+
+"Eerwaarde vader," fluisterde zij, "de liefde verteert me. Mijn hart
+is zoo vol van gebed, dat het mij bijna doet stikken."
+
+Hij werd zeer ontroerd door deze hartstochtelijke gemoedsbeweging
+van dat arme, uitgeteerde kind, dat zoo zwaar getroffen werd in haar
+schoonheid en in haar jeugd. Hij wilde haar kalmeeren en wees haar
+op madame Vêtu, die zich niet bewoog, hoewel zij toch haar starende
+blikken niet af had van de menschen, die langs haar kwamen.
+
+"Kijk eens, hoe rustig madame zich houdt. Zij bidt in stilte, zij
+geeft zich als een klein kind geheel over aan Gods handen."
+
+Maar met een stem, die men niet hoorde, met een zucht nauwlijks,
+stamelde madame Vêtu:
+
+"Ik heb zoo'n pijn! Ik heb zoo'n pijn!"
+
+Eindelijk om kwart voor acht waarschuwde madame de Jonquière de zieken,
+dat zij verstandig zouden doen zich gereed te maken. Geholpen door
+zuster Hyacinthe en madame Désagneaux, deed zij zelf de japonnen dicht,
+trok zieken, die het zelf niet konden, kousen en schoenen aan. Het
+werd een echt toiletmaken, want allen wilden zoo voordeelig mogelijk
+voor de Heilige Maagd verschijnen. Velen hadden de fijngevoeligheid
+haar handen te wasschen; anderen trokken schoon linnengoed aan.
+
+Elise Rouquet had eindelijk bij een vrouw, die naast haar lag,
+een dikke waterzuchtige vrouw, die erg met zichzelf ingenomen was,
+een zakspiegeltje ontdekt, zij vroeg het even te leen en zette het
+tegen haar hoofdkussen aan; geheel verdiept in haar bezigheid knoopte
+zij den doek elegant om haar hoofd, om haar afstootend gezicht met
+de bloedende, open wond te bedekken. De kleine Sophie stond vol
+belangstelling naar haar te kijken.
+
+Eindelijk gaf abbé Judaine het teeken van vertrek naar de Grot. Hij
+wilde er zijn lieve lijdende dochters in God, zooals hij zeide,
+heen brengen, terwijl de dames der Hospitalité en de zusters achter
+zouden blijven, om de zaal wat op te knappen. Onmiddellijk was de
+zaal leeg; de zieken werden te midden van een nieuw tumult naar
+beneden gebracht. Pierre, die den bak, waarin Marie lag, weer op het
+onderstel gezet had, ging aan het hoofd van de stoet, die gevormd
+werd door een twintigtal kleine wagentjes en brancards. De andere
+zalen liepen ook leeg, het plein was vol, het vertrek geschiedde in
+een groote verwarring. Weldra had zich een zóó lange queue gevormd,
+die de vrij sterk hellende avenue de la Grotte afging, dat Pierre
+reeds op het Plateau de la Merlasse was, toen de laatste draagbaren
+het plein van het Hôpital verlieten.
+
+Het was acht uur, de zon, een triomphantelijke Augustuszon, stond en
+vlamde reeds hoog aan den wonderbaren, helderen hemel. Het scheen,
+alsof het blauw der lucht, schoongewasschen door het nachtelijke
+onweer, geheel nieuw en jeugdig-frisch was. En het verschrikkelijke
+défilé rolde voort op den hellenden weg in de schittering van
+den glorierijken ochtend. Er kwam geen einde aan: de stoet van
+afschuwlijkheden werd steeds langer. Geen enkele orde was erin;
+het was een mengelmoes van alle kwalen, de ontruiming van een hel,
+waarin men de monsterachtigste ziekten, de zeldzame gevallen, de
+unica, die je doen huiveren, bijeengebracht zou hebben. Het waren door
+eczeem weggevreten hoofden, met uitslag bezaaide gezichten, neuzen en
+monden, waarvan de elephantiasis [12] afzichtelijke snuiten gemaakt
+had. Ziekten, die men uitgestorven waande, stonden weer op, een oude
+vrouw had lepra, een tweede was overdekt met huidmos, als een boom,
+die in de schaduw staat weg te rotten. Dan kwamen waterzuchtigen
+voorbij, opgeblazen als volle waterzakken, de opgezwollen buik onder
+de kleeren uitstekend; handen, misvormd door rheumatiek, hingen buiten
+de draagbaren; voeten, opgezet door water, staken er onherkenbaar en
+als met lompen volgestopte zakken uit.
+
+Een vrouw met een waterhoofd, die in een klein wagentje zat,
+trachtte haar reuzenhoofd, dat bij iederen schok naar achteren viel,
+in evenwicht te houden. Een groot meisje, dat aan St. Vitusdans leed,
+sprong aan één stuk door met haar ledematen, terwijl de linkerhelft
+van haar gezicht door allerlei grijnzen vertrokken werd. Een jongere,
+die achter haar kwam, stiet een geblaf uit, een soort dierlijk
+gejammer, wanneer de gezichtspijn, waarmede zij behept was, haar
+mond vertrok. Dan kwamen de teringlijdsters, rillend van koorts,
+uitgeput door dysenterie, mager als geraamten, met de kleur van de
+aarde, waarin zij weldra zouden rusten; onder dezen was er een met een
+wasbleek gezicht en koortsig gloeiende oogen, zoodat zij deed denken
+aan een doodshoofd, waarin men een fakkel had aangestoken. Dan volgden
+alle door verlamming of verstijvingen veroorzaakte wanstaltigheden,
+krom gegroeide lichamen, omgedraaide armen, scheef staande nekken,
+gebroken en verbogen arme wezens, onbeweeglijk in haar houdingen
+van tragische ledepoppen; een vooral viel bijzonder op met haar
+rechterhand, die achter haar heup gegroeid was, en haar linkerwang,
+die als vastgeplakt aan haar schouder zat.
+
+Dan stelden arme rachitische meisjes haar waskleurige tint en haar
+magere, door klieren weggevreten nekken ten toon; gele vrouwen
+hadden de pijnlijke verstijving van ongelukkigen, wier borsten door
+den kanker verwoest worden; nog anderen, die met droeve oogen naar
+den hemel lagen te staren, schenen in zich het op elkaar stooten der
+gezwellen te hooren, gezwellen, zoo groot als kinderhoofden, die haar
+organen verstopten. En steeds nog waren er meer, steeds nog volgden
+er meer verschrikkelijkheden, waarvan de een je nog meer deed rillen
+dan de andere.
+
+Een meisje van twintig jaar, met een platgedrukt, gedrochtelijk hoofd,
+had een zoo groot kropgezwel, dat het tot aan haar middel afhing. Op
+haar volgde een blinde vrouw met een marmerbleek gezicht, waarin op de
+plaats van haar oogen uit twee ontstoken en bloederige gaten steeds
+door etter vloeide. Een oude, kindsche vrouw, wier neus door de een
+of andere venerische ziekte was weggevreten, lachte met haar leegen,
+zwarten mond een afschuwlijken lach. Plotseling kreeg een epileptica
+een aanval en schuimbekte op haar draagbaar, zonder dat de stoet, die
+als door een stormwind voortgezweept werd, zijn gang verminderde in de
+koortsachtige opwinding van den hartstocht, die hen naar de Grot dreef.
+
+De baardragers, de priesters, de zieken zelfs hadden een lied
+aangeheven, de litanie van Bernadette, en alles rolde voort te midden
+van de obsessies der tot walgens toe herhaalde Ave's; de wagentjes, de
+baren, de voetgangers gingen den hellenden weg af als een buiten haar
+oevers getreden beek, die haar golven met groot lawaai voortstuwt. Op
+den hoek van de rue Saint-Joseph, dicht bij het Plateau de la Merlasse
+bleef een groepje pleizierreizigers, die van Cauterets of Bagnères
+kwamen, in diepe verbazing op den rand van het trottoir staan. Het
+moesten gezeten burgers zijn, vader en moeder zeer correct gekleed,
+de beide dochters in lichte japonnetjes en met de lachende gezichten
+van gelukkige menschen, die zich vermaken.
+
+Maar op hun eerste verbazing volgde een steeds toenemende
+afschuw, alsof zij een leprozenhuis uit de oude tijden, een van die
+legendarische ziekenhuizen, na de een of andere vreeselijke epidemie,
+hadden zien leegloopen. De twee meisjes werden bleek, vader en moeder
+stonden als versteend bij dit onafgebroken défilé van verschrikkingen,
+waarvan zij den verpesten stank in het gezicht kregen. God! Wat een
+leelijkheid, wat een vuilheid, wat een lijden! Hoe was dat mogelijk
+onder deze mooie, zoo stralende zon, onder dezen wijden hemel vol
+licht en vreugde, waarin de koelte van den Gave opsteeg, waarin de
+ochtendwind den zuiveren geur der bergen bracht.
+
+Toen Pierre, die aan het hoofd van den stoet ging, op het Plateau
+de la Merlasse kwam, werd hij als gebaad door die lichtende zon,
+door de prikkelende, met balsemgeur vervulde lucht. Hij keerde zich
+om en lachte Marie vriendelijk toe; en toen zij in de stralende
+pracht van dien morgen op het midden van de place du Rosaire kwamen,
+werden zij beiden betooverd door den bewonderenswaardigen horizont,
+die zich voor hen ontrolde.
+
+Naar het Oosten lag het oude Lourdes, op de andere zijde van zijn rots,
+in een breede terreinplooi. De zon rees op achter de verre bergen,
+en zijn schuine stralen kleurden die alleenstaande rots, die gekroond
+werd door den toren en de instortende muren van het oude Kasteel,
+eertijds den sleutel der zeven dalen, met donker lila tinten. In
+het stof van dansend en opvliegend goud zag men slechts de trotsche
+tinnen, muurbrokken van het cyclopische bouwwerk, dan daarboven vage
+vormen van daken, de verkleurde en verweerde daken van de oude stad,
+terwijl aan deze zijde van het kasteel, rechts en links uitstekend, te
+midden van het groen de nieuwe stad lachte met haar witte hotelgevels,
+haar mooie huizen, haar prachtige winkels, een rijke en luidruchtige
+stad, die daar als door een wonder in enkele jaren opgerezen was.
+
+De Gave stroomde langs den voet der rots en stuwde het gebruis van
+zijn heldere, groene en blauwe golven voort, diep onder de oude
+brug, huppelend onder de nieuwe, die door de paters gebouwd was, om
+de Grot met het station en den pas in gebruik genomen boulevard te
+verbinden. En als achtergrond voor dit heerlijk schilderij, voor dat
+frissche water, voor dat lachende groen, voor die verjongde, wijd uit
+elkaar gebouwde, vroolijke stad verhieven zich de Kleine en de Groote
+Gers, twee groote kale bergruggen met kort gras, die in de schaduw,
+waarin zij baadden, teere tinten aannamen, een bleek mauve en een
+bleek groen, die in rose verliepen.
+
+Dan in het Noorden, op den rechteroever van den Gave, aan gene zijde
+van de heuvels, waarlangs de spoorlijn loopt, rezen de hoogten
+van den Buala op, boschrijke, door het morgenlicht overstroomde
+hellingen. Daar, aan dien kant, lag Bartrès. Meer naar links verhief
+zich de door den Miramont beheerschte dalengte van Julos. Heel in de
+verte verdampten andere toppen in den aether. Op het eerste plan,
+aan den anderen oever van den Gave lagen etagegewijze tusschen de
+grazige dalen talrijke kloosters, die dit gedeelte van den horizont
+opvroolijkten. Zij schenen op dezen wonderbodem als natuurlijke,
+snel groeiende planten opgeschoten te zijn.
+
+In de eerste plaats had men er het door de zusters van Nevers gestichte
+weeshuis, waarvan de uitgebreide gebouwen in de zon schitterden. Dan
+tegenover de Grot, op den weg naar Pau, het Karmelietenklooster,
+vervolgens, wat hooger op, aan den weg naar Poueyferré dat der paters
+van Maria Hemelvaart, verder dat der Dominicanen, waarvan slechts
+een gedeelte van het dak zichtbaar was; en eindelijk de zusters der
+Onbevlekte Ontvangenis, de zoogenaamde Blauwe Zusters, die aan het eind
+van het dal een retraitehuis gesticht hadden, waarin zij ongetrouwde
+dames, rijke bedevaartgangsters, die naar de eenzaamheid verlangden,
+opnamen. Op dit uur des gebeds luidden de klokken van al die kloosters
+haar jubelzang uit in de kristalheldere lucht, terwijl aan het andere
+einde van den horizont, in het Zuiden, de klokken van andere kloosters
+met dezelfde zilverstemmige vreugdeklanken antwoordden.
+
+Bij den Pont-Vieux met name deed de klok van het klooster der
+Clarissinnen duidelijk een gamma van zoo heldere noten hooren, dat
+men zou denken aan het vriendelijke gesnap van een vogel. Ook aan die
+zijde van de stad holden zich dalen uit en hieven bergen hun kale
+helling in de hoogte: het was als een onder haar kwalen lachende
+natuur, een eindelooze deining van heuvels, waaronder de fijn met
+karmijn en teerblauw gevlamde heuvels van Visens opvielen.
+
+Maar toen Marie en Pierre naar het Westen keken, werden zij als
+verblind. Het volle zonlicht viel op den grooten en kleinen Bêout
+met hun koepels van ongelijke hoogte. Het was als een achtergrond
+van purper en goud, als een verblindende berg, waarop men slechts
+den weg onderscheidde, die, tusschen de boomen, opkronkelt naar
+den Calvariënheuvel. En daar, op dien bezonden, als een aureool
+schitterenden achtergrond, teekenden zich de drie boven elkaar gebouwde
+kerken af, welke de zwakke stem van Bernadette tot roem en eer der
+Heilige Maagd uit de rots had doen oprijzen.
+
+Onderaan de Rozenkranskerk, plat en rond, half in de rots uitgehouwen;
+zij lag op den achtergrond van het vrije voorplein, dat ingesloten
+werd door onmetelijke armen, de kolossale hellingen, die zacht
+glooiend tot aan de Crypt opstegen. Het was een ontzaglijk werk, een
+geheele steengroeve van losgewoelde en afgehouwen steenen, gewelfde
+bogen hoog als kerkschepen, twee reusachtige toegangswegen, opdat
+de pracht der processies zich zou kunnen ontvouwen en het kleine
+wagentje van een ziek kind zonder moeite zou kunnen opstijgen naar
+God. Vervolgens de Crypt, de onderaardsche kerk, waarvan men alleen,
+boven de Rozenkranskerk uit, de lage deur zien kon. En eindelijk rees,
+wat mager en ijl, te nieuw en te wit, de Basilica op in den slanken
+stijl van een kostbaar edelgesteente, uit de rotsen van Massabielle
+opstijgend als een gebed, als de vlucht van een reine duif. De kleine
+torenspits leek, boven de reusachtige hellingen, niet meer dan het
+kleine, rechte vlammetje van een kaars te midden van den onmetelijken
+horizont en de eindelooze deining van dalen en bergen.
+
+Naast het massieve groen van den Calvariënheuvel scheen zij breekbaar
+te zijn en de trouwhartigheid van kinderlijk geloof te bezitten. En
+ook dacht men erbij aan het blanke armpje, aan het blanke handje van
+een ziek meisje, dat in haar onderaardsche ellende naar den hemel
+wijst. De Grot, welker ingang links, aan den voet der rots lag, was
+niet zichtbaar. Achter de Basilica zag men nog slechts de woning der
+paters, een log, vierkant gebouw, en, veel verder, in het donkere,
+zich verbreedende dal, het paleis van den bisschop. De drie kerken
+vlamden in de ochtendzon, welker gouden stralenregen op het geheele
+landschap nederdaalde, terwijl de klankrijke vlucht der klokken de
+siddering zelf scheen te zijn van het licht, het melodisch ontwaken
+van dezen jongen mooien dag.
+
+Toen Pierre en Marie de place du Rosaire overstaken, wierpen zij een
+blik op de Esplanade, den tuin met een lang grasperk in het midden,
+omzoomd door twee breede, parallel loopende lanen en zich uitstrekkend
+tot de nieuwe brug. Daar stond, naar de Basilica gekeerd, de groote,
+gekroonde Maagd. Alle zieken, die er voorbij kwamen, maakten het
+teeken des kruises. Nog steeds rolde de schrikaanjagende stoet,
+opgaande in zijn lied, voort door de feestelijke natuur. Onder
+den stralenden hemel, tusschen de bergen van purper en goud, in de
+eeuwige koelte van het kabbelende water, stuwde de stoet zijn tot
+huidziekten vervloekten met hun weggevreten vleesch, zijn opgeblazen
+waterzuchtigen, zijn jichtlijders, zijn door pijn verkromde verlamden
+voort; voorbij trokken de vrouwen met waterhoofden, de lijdsters
+aan St. Vitusdans, de teringlijdsters, de door Engelsche ziekte
+aangetasten, de epilepticae, de kankerlijdsters, de krankzinnigen en
+de idioten. Ave, ave, ave Maria! De hardnekkig volgehouden litanie
+zwol steeds aan en stuwde den afschuwelijken stroom van menschelijke
+ellende en menschelijken jammer naar de Grot onder den afschuw en de
+walging van de voorbijgangers, die verstijfd door deze voorbijvliegende
+nachtmerrie, als aan den grond genageld bleven staan.
+
+Pierre en Marie waren de eersten, die onder het hooge booggewelf
+doorgingen. Toen zij daarop den dam van den Gave volgden, stonden zij
+plotseling voor de Grot. Marie, die door Pierre zoo dicht mogelijk
+bij het hek gereden werd, kon zich slechts in het wagentje oprichten
+en prevelen:
+
+"O, allerheiligste Maagd... Veelgeliefde Maagd!"
+
+Zij had niets gezien, noch de hostiekastjes der vijvers, noch de
+fontein met haar twaalf bekkens, waar zij langs gekomen was; en evenmin
+zag zij links den winkel met gewijde voorwerpen of rechts den steenen
+preekstoel, die reeds door een geestelijke beklommen was. Slechts de
+schittering der Grot verblindde haar, honderd duizend kaarsen schenen
+daar achter het hek te branden en de lage opening met den gloed van
+een hoogoven te vullen, terwijl zij het beeld der Maagd, dat hooger
+op den rand van een nauwe, boogvormig uitgeholde ruimte stond, met
+een stralenkrans van een ster omgaven. En behalve die glorierijke
+verschijning zag Marie niets, noch de krukken, waarmede men een
+gedeelte van het gewelf behangen had, noch de bij stapels neergeworpen
+ruikers, die er lagen te verwelken tusschen klimopplanten en wilde
+rozestruiken, noch het altaar zelf, dat in het midden geplaatst was
+naast het kleine, verplaatsbare met een hoes overdekte orgel.
+
+Maar toen zij haar oogen opsloeg, vond zij weer op den top der rots, in
+den hemel, de slanke, witte Basilica, die met haar fijne torenspits,
+welke zich als een gebed in het blauw der oneindigheid verloor,
+zich thans en profil aan haar toonde.
+
+"O, machtige Maagd... Koningin der Maagden... Heilige Maagd der
+Maagden..."
+
+Intusschen was het Pierre gelukt het wagentje van Marie naar den
+eersten rang te schuiven, voor de eikenhouten banken, die zich, als in
+het schip eener kerk, in grooten getale in de open lucht naast elkander
+rijden. Reeds waren deze banken geheel en al bezet door zieken, die
+zitten konden. De tusschenruimten werden gevuld door draagbaren, welke
+men op den grond gezet had; door kleine wagentjes, waarvan de wielen
+in elkaar grepen, en door een ontelbare menigte kussens en matrassen,
+waarop alle kwalen in een bonte mengeling naast elkaar huisden.
+
+Toen Pierre in de Grot kwam, had hij de Vignerons met hun ongelukkigen
+Gustave in een der banken herkend, terwijl hij op den vloer het met
+kant gegarneerd bed van madame Dieulafay gezien had, aan het hoofdeinde
+waarvan haar man en haar zuster geknield lagen te bidden. Verder
+waren er alle zieken van den wagon: mijnheer Sabathier en broeder
+Isidore naast elkaar, madame Vêtu lag uitgeput in haar wagentje,
+Elise Rouquet zat, la Grivotte richtte zich in haar extase op haar
+beide vuisten op. Zelfs vond hij madame Maze terug, die, afgezonderd
+van de anderen, in een vurig gebed verzonken was, terwijl madame
+Vincent, die in haar knielende houding de kleine Rose toch nog in haar
+armen had, het wichtje aan de Maagd voorhield met het gebaar van een
+radelooze moeder, opdat de Moeder der goddelijke genade zich erover
+zou erbarmen. De menigte pelgrims om die gereserveerde ruimte groeide
+steeds aan, een dringende, rumoerige hoop, die zich langzamerhand
+tot aan de borstwering van den Gave uitstrekte.
+
+"O, barmhartige Maagd," prevelde Marie door; "o trouwe Maagd... o
+zonder zonde ontvangen Maagd..."
+
+En half bezwijmend, terwijl haar lippen nog door een innerlijk gebed
+bewogen, keek zij Pierre vol verlangen aan. Deze dacht, dat zij hem
+iets te zeggen had en boog zich over haar heen.
+
+"Wil je, dat ik bij je blijf, om je straks naar de vijvers te rijden?"
+
+Toen zij zijn bedoeling begrepen had, knikte zij van neen. Dan
+koortsachtig:
+
+"Neen, neen, ik wil dezen ochtend niet in den vijver... ik geloof,
+dat je zoo rein, zoo heilig moet zijn, alvorens het wonder te
+beproeven. Den heelen morgen wil ik daar met gevouwen handen, met al
+mijn kracht, met mijn geheele ziel voor bidden..."
+
+Zij moest even ophouden. Dan ging zij voort:
+
+"Kom me niet voor elf uur halen, om me naar het ziekenhuis te rijden."
+
+Pierre echter verwijderde zich niet, maar bleef bij haar. Een oogenblik
+viel hij op zijn knieën neer; ook hij had willen bidden met dat
+brandende geloof, aan God de genezing willen vragen van dat zieke
+kind, dat hij met zoo'n broederlijke teederheid liefhad, maar sedert
+hij voor de Grot was, voelde hij een vreemden tegenzin zich van hem
+meester maken, een heimelijk verzet, dat de vrome geestdrift van zijn
+gebed stoorde. Hij wilde gelooven, hij had den geheelen nacht gehoopt,
+dat het geloof weer in zijn ziel zou ontluiken als een mooie bloem
+van onwetendheid en argeloosheid, zoodra hij zou neerknielen op den
+gewijden grond van het wonder.
+
+Hij voelde nu niets dan verlegenheid en onrust bij het zien van
+al dit decor, van het harde en vale beeld in het valsche licht der
+kaarsen, tusschen den rozenkransenwinkel, waarin de koopsters zich
+verdrongen, en den grooten steenen preekstoel, waaruit een pater van
+Maria Hemelvaart met luider stem zijn Ave's slingerde. Was zijn ziel
+zoo verdord? Kon dan geen hemelsche dauw haar drenken met onschuld,
+haar gelijk maken aan de zielen van kleine kinderen, die zich geheel
+overgeven aan de minste liefkoozing der legende?
+
+Dan herkende hij in den geestelijke op den preekstoel pater
+Massias. Hij had hem vroeger al ontmoet en voelde zich onaangenaam
+getroffen door diens sombere onstuimigheid, dat magere gezicht met de
+fonkelende oogen en den grooten, welsprekenden mond, die den hemel
+scheen te willen dwingen om op aarde neder te dalen. En terwijl hij
+er zich over verwonderde, dat hij zich zoo heel anders voelde, zag
+hij aan den voet van den preekstoel pater Fourcade in een levendig
+gesprek met baron Suire. Deze laatste scheen in tweestrijd te zijn;
+toch stemde hij eindelijk met een goedkeurend hoofdschudden toe. Ook
+abbé Judaine was er, die den pater nog een oogenblik staande hield;
+ook zijn breed, vaderlijk gezicht drukte een soort ontsteltenis uit;
+doch dan knikte hij op zijn beurt goedkeurend.
+
+Plotseling verscheen pater Fourcade op den kansel; hij stond rechtop
+en richtte zijn hooge gestalte op, die door den aanval van jicht,
+waaraan hij leed, eenigszins gebogen was. Hij wilde niet, dat pater
+Massias, zijn veelgeliefde, onder allen uitverkoren broeder, den
+kansel geheel verliet; hij liet hem op een trede van de nauwe trap
+blijven en leunde op zijn schouder.
+
+Dan begon hij met een volle, diepe stem en met een gebiedende
+autoriteit, die dadelijk de diepste stilte deed heerschen, te spreken.
+
+"Geliefde broeders en zusters, ik vraag u om vergeving, dat ik u in
+uw gebeden stoor, maar ik heb een mededeeling te doen, ik moet de
+hulp van al uw trouwe zielen inroepen... Vanochtend hebben wij een
+zeer droevig voorval te betreuren, een onzer broeders is in een der
+treinen, die u hier gebracht hebben, gestorven, juist toen hij het
+beloofde land betrad..."
+
+Hij hield enkele seconden op. Hij scheen nog grooter te worden. Zijn
+knap gelaat begon te stralen. Dan ging hij verder:
+
+"Welnu, geliefde broeders en zusters, ondanks alles is het denkbeeld
+bij mij opgekomen, dat wij niet moeten wanhopen... Wie weet of
+God dezen dood niet gewild heeft, om de wereld het bewijs van zijn
+almacht te geven?... Een inwendige stem heeft mij aangedreven om
+dezen kansel te bestijgen om uw gebeden voor dien man te vragen,
+voor hem, die niet meer is en wiens heil desniettemin ligt in de
+handen der allerheiligste Maagd, die altijd haar goddelijken Zoon kan
+aanroepen... Ja, de man is hier, ik heb zijn lijk hier laten brengen,
+en het hangt misschien van u af, dat een schitterend wonder de oogen
+der heele wereld verblindt, indien gij bidt met genoeg vuur om den
+hemel te roeren... Wij zullen het lijk in den vijver onderdompelen,
+wij zullen den Heer, den gebieder der wereld, smeeken hem op te wekken,
+om dat buitengewone bewijs van zijn souvereine goedheid te geven..."
+
+Een ijskoude ademtocht, die uit het onzienlijke gekomen was, beroerde
+de verzamelden. Allen waren bleek geworden; zonder dat iemand de lippen
+geopend had, scheen een gemompel van schrik door de menigte te loopen.
+
+"Maar," ging pater Fourcade, dien een waarachtig geloof bezielde,
+heftig voort, "met welk een vuur moet gij bidden! Geliefde broeders en
+zusters, uw geheele ziel wil ik; het moet een gebed zijn, waarin gij
+uw hart, uw bloed, uw leven, met alles wat het edels en liefderijks
+in zich heeft, leggen moet... Bidt uit al uw kracht, bidt tot gij
+niet meer weet wie gij zijt, noch waar gij zijt; bidt, zooals gij
+sterft, want wat wij gaan vragen is een zoo kostbare, zoo zeldzame,
+zoo wonderbare genade, dat alleen de onstuimigheid onzer aanbidding
+God er toe brengen kan om te antwoorden... En opdat onze gebeden
+uitwerking kunnen hebben, opdat zij den tijd hebben op te stijgen tot
+de voeten van den Eeuwige, zullen we eerst hedenmiddag om drie uur
+het lijk in den vijver onderdompelen... Geliefde broeders en zusters,
+bidt, bidt de Heilige Maagd, de Koningin der Engelen, de Troosteresse
+der bedroefden!"
+
+En medegesleept door zijn geestvervoering, begon hij de rozenkrans
+weer te bidden, terwijl pater Massias in snikken uitbarstte. De diepe,
+angstig-benauwende stilte werd verbroken; de menigte stiet kreten
+uit, kon haar tranen niet bedwingen, stamelde vurige smeekbeden. Het
+was als woei er een delirium, dat de wilskracht ophief, dat van al
+die wezens slechts één enkel wezen maakte, dat buiten zichzelf was
+van hartstochtelijke opwinding, losgelaten op een dolzinnig, vurig
+verlangen naar het onmogelijke wonder.
+
+Een oogenblik had Pierre gedacht, dat de aarde onder hem wegzonk, dat
+hij in zwijm vallen zou. Met moeite stond hij op en verwijderde zich.
+
+
+
+
+III.
+
+Toen Pierre, van wien zich een niet te overwinnen weerzin om langer
+te blijven had meester gemaakt, zich uit de Grot verwijderde, zag hij
+vlak bij den uitgang mijnheer de Guersaint in een diep gebed, waarin
+hij geheel zijn ziel legde, verzonken, op zijn knieën liggen. Hij
+had hem sinds dien ochtend niet meer teruggezien, wist niet of het
+gelukt was twee kamers te huren; zijn eerste opwelling was dan ook
+naar hem toe te gaan. Doch dan aarzelde hij, wilde hem niet storen
+in zijn stille overpeinzingen: hij vermoedde, dat hij bad voor zijn
+dochter, van wie hij, ondanks de voortdurende verstrooidheid van zijn
+onrustige phantasie, veel hield. Dan liep hij door en ging onder de
+boomen loopen. Het sloeg negen uur; hij had dus nog twee uur voor zich.
+
+Daar buiten had men van den woesten, hoogen oever, waarop vroeger
+varkens weidden, ten koste van veel geld een prachtige avenue gemaakt,
+die langs den Gave liep. Om terrein te winnen en een monumentalen dam
+te kunnen bouwen met een door een borstwering afgezet trottoir, had
+men het bed der rivier wat achteruit moeten leggen. De avenue liep een
+twee of driehonderd meter verder dood tegen een heuvel, zoodat het een
+afgesloten, met banken voorziene en door prachtige boomen beschaduwde
+wandelweg geworden was. Niemand liep er thans; de menigte, die in de
+Grot geen plaats vinden kon, lag er dichtopeen neergeknield. Er waren
+nog enkele eenzame hoekjes tusschen den met gras begroeiden muur,
+die de avenue in het Zuiden afscheidde, en de uitgestrekte velden,
+die zich aan den anderen oever van den Gave uitbreidden, met bosch
+bedekte hellingen, die door de witte gevels der kloosters opgevroolijkt
+werden. In de warme Augustusdagen kon men daar in de schaduw op den
+oever van het stroomende water genieten van een heerlijke koelte.
+
+Onmiddellijk voelde Pierre zich kalmer als bij het ontwaken uit een
+benauwenden droom. Hij ging zijn eigen gewaarwordingen na en maakte
+er zich ongerust over. Was hij 's ochtends niet in Lourdes aangekomen
+met den vurigen wensch om te gelooven, met de meening, dat hij reeds
+weer begon te gelooven zooals in de volgzame jaren van zijn jeugd,
+toen zijn moeder hem zijn handen deed vouwen en hem leerde God te
+vreezen? En zie, zoodra hij voor de Grot gekomen was, hadden de
+afgodische eeredienst, de verkrachting van het geloof, de stormloop
+op zijn gezond verstand hem vervuld met zulk een walging en weerzin,
+dat hij bijna flauw gevallen was. Wat moest er toch van hem worden? Zou
+hij zelfs niet meer kunnen trachten zijn twijfel te bestrijden, door
+zijn reis te benutten en te zien en zich te overtuigen? Het was een
+ontmoedigend begin, dat hem wanhopig maakte; en hij had die mooie
+boomen, dien helderen stroom, die zoo kalme en koele avenue noodig,
+om zich van den schok te herstellen.
+
+Toen Pierre aan het einde van de avenue kwam, had hij een onverwachte
+ontmoeting. Reeds enkele oogenblikken was zijn aandacht getrokken door
+een langen ouden heer, die in een getailleerde gekleede jas en met een
+platgeranden hoed op, zijn richting uitliep. Hij trachtte dat bleeke
+gezicht met den arendsneus en de donkere, doordringende oogen thuis
+te brengen, maar de lange witte baard en de grijze haarlokken brachten
+hem op een dwaalspoor. De oude heer, zelf ook verbaasd, bleef staan.
+
+"Wat, Pierre, jij te Lourdes?"
+
+En plotseling herkende de jonge priester dr. Chassaigne, den vriend
+van zijn vader, zijn eigen ouden vriend, die hem genezen en daarna
+getroost had in de vreeselijke lichamelijke en geestelijke crisis,
+die hij na den dood van zijn moeder doorgemaakt had.
+
+"Beste dokter, wat ben ik blij u te zien!"
+
+Diep ontroerd omarmden zij elkaar. En nu bij het zien van die sneeuw
+van haren en baard, van dien langzamen gang, van dat oneindig droevig
+uiterlijk herinnerde Pierre zich het bittere ongeluk, dat dezen man
+oud gemaakt had. Nauwelijks enkele jaren geleden was hij uit Parijs
+vertrokken en nu vond hij hem, verpletterd door den bliksemstraal
+van het noodlot, terug.
+
+"Je wist niet, dat ik in Lourdes gebleven was, wel? Ja, jongen, ik
+schrijf niet meer, ik behoor niet meer tot de levenden, want ik woon
+in het land der dooden."
+
+Tranen kwamen in zijn oogen en met gebroken stem ging hij voort:
+
+"Kom, laten we wat op die bank gaan zitten; het zal me goed doen,
+zooals vroeger, nog eens met je te praten."
+
+Op zijn beurt voelde de priester een brok in zijn keel. Hij vond geen
+antwoord, kon slechts stamelen:
+
+"Beste dokter, oude vriend, ik heb zoo innig met je te doen gehad."
+
+Een ramp was het, de schipbreuk van een leven. Dr. Chassaigne en
+zijn dochter Marguerite, een lief meisje van twintig jaar, waren
+met madame Chassaigne, hun aangebeden vrouw en moeder, over wier
+gezondheid zij zich ongerust maakten, naar Cauterets gegaan. Na een
+dag of veertien voelde zij zich al een boel beter en zij maakte
+reeds plannen voor uitstapjes, toen men haar op een ochtend dood
+in haar bed vond. Verpletterd onder dien vreeselijken slag, waren
+vader en dochter als verdoofd door het verraad van het noodlot. De
+dokter, die te Bartrès geboren was, had op het kerkhof te Lourdes een
+familiegraf, waarin zijn ouders reeds rustten. Hij wilde dan ook,
+dat het lijk van zijn vrouw rusten zou naast de ledige afdeeling,
+waar hij hoopte weldra bij haar te liggen.
+
+Een week lang bleef hij nog met Marguerite daar, toen deze plotseling
+een koortsaanval kreeg, naar bed ging en twee dagen later stierf,
+zonder dat haar tot wanhoop gebrachte vader zich rekenschap had kunnen
+geven van haar ziekte. En nu werd de dochter in den bloei van haar
+jeugd, stralend van schoonheid en gezondheid, op het kerkhof neergelegd
+in het ledige vak naast haar moeder. De gelukkige man van gisteren,
+de geliefde, aangebeden man, die twee dierbare wezens, wier liefde
+zijn hart zoo verwarmde, de zijnen mocht noemen, was niet meer dan
+een rampzalige, stotterende en verloren oude man, dien het alleen
+zijn tot ijs verstarde. Al zijn levensvreugde was ineengestort; hij
+benijdde de wegwerkers, die langs de wegen steenen bikten, wanneer
+hij zag, hoe vrouwen en kinderen blootsvoets hun soep brachten. Hij
+had Lourdes niet meer willen verlaten, had alles opgegeven, zijn
+studies, zijn praktijk te Parijs, om dicht bij het graf te kunnen
+leven, waarin zijn vrouw en zijn dochter haar laatsten slaap sliepen.
+
+"Wat heb ik met u te doen gehad!" herhaalde Pierre. "Wat een
+vreeselijke slag voor u! Maar waarom hebt u niet een beetje gerekend
+op hen, die van u houden? Waarom u hier in uw verdriet opgesloten?"
+
+De dokter maakte een gebaar, dat den horizont omvatte.
+
+"Ik kan niet weg; de dooden zijn daar en houden mij vast... Het is uit,
+ik wacht nu maar, tot ik naar haar toe gaan kan."
+
+En weer viel een stilte in. Achter hen, in de struiken van het
+grastaluud, fladderden de vogels, terwijl zij voor zich het luide
+murmelen van den Gave hoorden. Op de hellingen der heuvels rustte traag
+in haar goudachtig stof het zware zonlicht. Maar onder de mooie boomen,
+op die afgezonderde bank, bleef het heerlijk koel; zij waren daar,
+op tweehonderd pas van de menigte, als in een woestijn, zonder dat
+iemand zich van de Grot losscheurde, om tot hen af te dwalen.
+
+Langen tijd praatten zij. Pierre had hem verteld onder welke
+omstandigheden hij 's ochtends te Lourdes met de nationale bedevaart
+en in gezelschap van mijnheer de Guersaint en zijn dochter aangekomen
+was. Bij sommige uitdrukkingen van den dokter had hij zijn verwondering
+niet kunnen bedwingen.
+
+"Wat, dokter, acht u thans het wonder mogelijk? U, groote God, u,
+dien ik gekend heb als een ongeloovige, nu ja, in ieder geval als
+volmaakt onverschillig!"
+
+Hij keek hem aan, diep verwonderd over wat hij hem omtrent de Grot en
+Bernadette hoorde zeggen. Hij, een zoo helderen kop, een geleerde met
+zoo'n scherp verstand, wiens uitstekende analyseerende eigenschappen
+hij vroeger had leeren kennen! Hoe was een geest van die kracht,
+opgevoed op streng logische wijze en vrij van iederen geloofsdwang,
+er toe kunnen komen de wonderbare genezingen, die bewerkt werden door
+die goddelijke bron, welke de Heilige Maagd onder de vingers van een
+kind had doen ontspringen, te aanvaarden?
+
+"Maar, beste dokter, herinner u toch eens goed. U zelf hebt mijn vader
+aanteekeningen over Bernadette, uw klein landgenootje, zooals u ze toen
+noemde, verschaft; u hebt later, toen die heele geschiedenis mij een
+oogenblik interesseerde, lang met mij over haar gesproken. Voor u was
+zij slechts een zieke, die aan hallucinaties leed, een half-onbewust
+kind, dat niet tot willen in staat was. Herinner u onze gesprekken,
+mijn twijfel en dat u mij geholpen hebt mijn gezond verstand terug
+te krijgen."
+
+Hij geraakte in opwinding. Was dit niet het allerzonderlingste
+avontuur? Hij, priester; die zich eens aan het geloof onderworpen
+en het ten slotte weer verloren had door den omgang met dezen toen
+ongeloovigen geneesheer, dien hij nu bekeerd en gewonnen voor het
+bovennatuurlijke terugvond, terwijl hij zelf gefolterd werd door de
+kwellende kwaal niet meer gelooven te kunnen.
+
+"U, die slechts de exacte feiten aanvaardde, u, die alles baseerde op
+de zinnelijke waarneming!... Is de wetenschap dan niets meer voor u?"
+
+Toen maakte Chassaigne, die tot dat oogenblik met een droefgeestig
+glimlachje geluisterd had, een ongeduldig gebaar van souvereine
+minachting.
+
+"Wetenschap! Weet ik iets? Kan ik iets?... Daareven heb je me gevraagd,
+waaraan mijn arme Marguerite gestorven is. Maar ik weet er niets
+van. Ik, dien men voor zoo geleerd aanziet, voor zoo goed gewapend
+tegen den dood, ik heb er niets van begrepen, ik heb niets gekund,
+zelfs het leven van mijn dochter niet met één uur kunnen verlengen. En
+mijn vrouw, die ik reeds koud in haar bed gevonden heb, terwijl zij
+zich den vorigen avond zooveel beter voelde en zoo opgewekt was,
+ben ik ook maar in staat geweest om te voorzien wat er had moeten
+gebeuren?... Neen, voor mij heeft de wetenschap bankroet geslagen. Ik
+wil niets meer weten, ik ben maar een dom mensch en een arme kerel."
+
+Hij zeide het in een hartstochtelijken opstand tegen zijn geheele
+verleden van trots en geluk. Toen hij wat kalmer geworden was, ging
+hij voort:
+
+"Ik heb nog slechts één verschrikkelijke gewetenswroeging. Ja, die
+laat mij niet los en drijft mij steeds weer hierheen, om rond te
+dwalen tusschen al die biddende menschen... En die is, dat ik mij
+niet eerst ben komen vernederen voor deze Grot door er mijn twee
+lievelingen heen te brengen. Zij zouden dan op haar knieën gevallen
+zijn, zooals al de vrouwen, die je daar ziet, en ik zou hetzelfde
+gedaan hebben, en de Heilige Maagd zou ze misschien genezen en voor
+mij gespaard hebben... Ik, zwakkop, heb niet anders gekund dan ze
+voor goed verliezen. Het is mijn schuld."
+
+Tranen stroomden nu over zijn wangen.
+
+"Ik herinner me nog, dat mijn moeder, een eenvoudige boerin, mij in
+mijn jeugd te Bartrès mijn handen liet vouwen, om iederen ochtend Gods
+hulp te vragen. Dat gebed is, toen ik weer zoo heelemaal alleen, zoo
+zwak en hulpeloos als een kind was, in mijn geheugen teruggekomen. Wat
+zal ik je zeggen, vriendlief, mijn handen hebben zich weer gevouwen
+als vroeger; ik was te rampzalig, te verlaten, ik voelde te zeer de
+behoefte aan een bovenmenschelijke hulp, aan een goddelijke macht, die
+voor mij dacht en wilde, die me wiegen en in haar eeuwige voorkennis
+van deze aarde wegnemen zou. O, die eerste dagen, wat een verwarring
+en verbijstering in mijn arm hoofd onder den zwaren slag, dien erop
+neergekomen was. Twintig nachten achter elkaar heb ik niet geslapen
+in de hoop, dat ik op die manier gek zou worden. Allerlei gedachten
+streden in mijn hoofd; ik had oogenblikken van opstand en verzet,
+waarin ik mijn vuist balde tegen den hemel, dan weer vernederde ik
+mij voor God en smeekte hem mij op mijn beurt tot zich te nemen...
+
+"Ten slotte heeft de zekerheid, dat er een gerechtigheid, dat er
+een liefde heerschen moest, mij rust geschonken en mij het geloof
+teruggegeven. Kijk eens, je hebt mijn dochter gekend, was ze niet
+mooi en heerlijk en stralend van jeugd en leven: welnu, zou het niet
+de meest schreeuwende onrechtvaardigheid zijn, als er voor haar,
+die het leven niet genoten heeft, niets was aan gene zijde van het
+graf? Zij moet opnieuw herleven, daar ben ik tot in het diepst van
+mijn ziel van overtuigd, want soms hoor ik haar nog, en zegt ze mij,
+dat we elkaar zullen terugvinden, elkaar zullen terugzien. O degenen,
+die je verloren hebt--mijn lieve dochter, mijn lieve vrouw weer terug
+zien, elders weer met haar verder teven, dat is de eenige hoop,
+dat is de eenige troost van al de smarten dezer wereld!... Ik heb
+mij aan God gewijd, omdat God alleen ze me teruggeven kan."
+
+Een rilling als van een zwak, krachteloos grijsaard doorhuiverde
+hem, en eindelijk begreep Pierre deze bekeering: de geleerde, de oud
+geworden intellectueel, die, onder de heerschappij van het gevoel tot
+het geloof terugkeerde. In de eerste plaats ontdekte hij, wat hij tot
+dat oogenblik niet had kunnen vermoeden, een soort geloofsatavisme bij
+dezen zoon der Pyrenaeën, den afstammeling van bergboeren, opgevoed
+in het geloof van legenden en die nu door de legenden weer ingepalmd
+werd, zelfs nadat vijftig jaren van positieve studiën verloopen
+waren. Daarbij kwam de menschelijke moeheid, de moeheid van den
+man, wien de wetenschap het geluk niet gegeven heeft en die tegen
+de wetenschap in opstand komt, zoodra zij hem beperkt, onmachtig om
+tranen te verhinderen, voorkomt. En ten slotte nog de ontmoediging,
+een twijfel aan alle dingen, die bij een oud, door het leven murw
+gemaakt man, uitloopt op een behoefte aan zekerheid, waardoor hij
+het geluk vindt in te slapen in zijn geloof.
+
+Pierre dacht er niet aan hem tegen te spreken of hem te bespotten,
+want de aanblik van dien grooten, door het lot zoo zwaar getroffen
+grijsaard met zijn smartelijke kindschheid, verscheurde zijn hart. Is
+het niet treurig de sterkste en knapste mannen onder dergelijke slagen
+weer kinderen te zien worden?
+
+"Ach!" zuchtte hij, "mocht ik ook maar zooveel lijden, om ook mijn
+verstand het zwijgen op te leggen, op mijn knieën te vallen en aan
+al die sprookjes te gelooven!"
+
+Het glimlachje, dat soms nog om dr. Chassaigne's lippen speelde,
+verscheen weer.
+
+"De wonderen bedoel je zeker, hè? Jij bent priester, beste jongen,
+en ik ken je lijden... Wonderen schijnen jou onmogelijk. Wat weet je
+ervan? Zeg toch tegen jezelf, dat je niets weet en dat het volgens
+ons oordeel onmogelijke zich iedere minuut verwezenlijkt... Maar kom,
+we hebben al zoo lang gepraat, het zal dadelijk elf uur zijn en je
+moet naar de Grot terug. Maar ik verwacht je om half vier, dan zal
+ik je meenemen naar het bureau van medische constateeringen, waar ik
+je dingen hoop te laten zien, waarover je je handen in elkaar zult
+slaan... Vergeet het niet, om half vier!"
+
+Hij liet hem gaan en bleef alleen op de bank zitten. De warmte was
+nog toegenomen, de heuvels in de verte brandden in den ovengloed der
+zon. En hij gaf zich over aan zijn gepeinzen, droomde in het groene
+schemerlicht der schaduw, luisterde naar het aanhoudend gemurmel van
+den Gave, alsof een stem uit het hiernamaals, een dierbare stem tot
+hem sprak.
+
+Pierre haastte zich naar Marie. Het kostte hem niet al te veel moeite:
+de menigte was zoo groot niet meer; velen gingen reeds dejeuneeren. Hij
+vond bij het meisje haar vader, die hem dadelijk zijn lange afwezigheid
+willen uitleggen. Meer dan twee uur had hij 's ochtends heel Lourdes
+afgeloopen, wel in twintig hotels kamers gevraagd, zonder ook maar
+het kleinste slaapvertrekje te kunnen vinden: de dienstbodenkamers
+zelf waren verhuurd; je kon zelfs geen matras machtig worden, om
+in de gang op te slapen. Toen hij de wanhoop al nabij was, had hij
+nog twee kamertjes ontdekt, heel kleine wel, maar in een goed hotel,
+het Hôtel des Apparitions, een der drukste van de stad. De menschen,
+die de kamertjes besproken hadden, hadden juist getelegrapheerd,
+dat haar zieke gestorven was. In het kort een groot buitenkansje,
+waarover hij erg in zijn schik scheen.
+
+Het sloeg elf uur; de jammerlijke stoet zette zich weer in beweging
+over de pleinen en door de bezonde straten. Toen zij bij het Hôpital
+de Notre-Dame des Douleurs was, drong Marie er bij haar vader en
+den jongen priester op aan, dat zij kalm in het hotel zouden gaan
+dejeuneeren en dan verder wat rust nemen, alvorens haar om twee uur,
+wanneer men de zieken naar de Grot zou brengen, weer te komen halen. Na
+het dejeuner in het hotel gingen de beide mannen naar hun kamer,
+waar mijnheer de Guersaint, uitgeput van moeheid, onmiddellijk in
+zoo'n diepen slaap viel, dat Pierre niet over zich kon verkrijgen
+hem wakker te maken. Waartoe ook eigenlijk? Zijn aanwezigheid was
+niet bepaald noodzakelijk. Zoo ging hij alleen naar het Hôpital
+terug, de stoet ging de avenue de la Grotte weer af, het plateau de
+la Merlasse langs, de place du Rosaire over te midden van de steeds
+grooter wordende menigte, die rillend het teeken des kruises maakte in
+de vreugde van den heerlijken Augustusmiddag. Het was het glorierijke
+uur van een mooien middag.
+
+Nadat Marie weer voor de Grot gebracht was, vroeg zij:
+
+"Komt vader dadelijk?"
+
+"Ja, hij rust wat uit."
+
+Zij maakte een gebaar als om te kennen te geven, dat hij gelijk
+had. En met bevende stem zeide zij:
+
+"Luister eens Pierre, je moet me niet voor over een uur komen halen,
+om me naar den vijver te brengen. Ik ben nog niet in een toestand om
+de genade Gods deelachtig te worden, ik wil bidden, bidden nog."
+
+Nadat zij zoo vurig verlangd had daar te zijn, werd zij op het
+oogenblik, dat zij het wonder wilde beproeven, door een angst bevangen,
+maakten gewetensbezwaren haar aarzelend; en toen zij vertelde, dat
+zij niets had kunnen eten, kwam een jong meisje naar haar toe.
+
+"Wanneer u u te zwak voelt, mademoiselle, dan hebben we hier bouillon."
+
+Zij herkende Raymonde. In de Grot waren n.l. jonge meisjes aangewezen,
+om koppen bouillon en melk onder de zieken uit te deelen. De
+vorige jaren hadden echter sommigen haar coquetterie met fijne
+zijden, met kant afgezette schorten zoo ver gedreven, dat er thans
+een uniform-schort van blauw en wit geruit linnen voorgeschreven
+was. Desniettemin zag Raymonde er in al dien eenvoud met haar jeugd
+en haar druk als een jong huisvrouwtje in de weer zijn bekoorlijk uit.
+
+"U geeft me maar even een wenk, dan breng ik u wat."
+
+Marie bedankte echter, zeide, dat zij zeker niets gebruiken zou;
+dan wendde zij zich tot den priester:
+
+"Een uur, een uur nog, lieve vriend!"
+
+Pierre wilde bij haar blijven. Maar het geheele plein moest
+gereserveerd blijven voor de zieken; zelfs dragers werden er niet
+toegelaten. Meegevoerd door den beweeglijken stroom der menigte,
+kwam Pierre bij den vijver, waar een buitengewoon schouwspel hem
+staande hield. Vóór de drie als hostiekastjes gebouwde kapelletjes,
+in ieder waarvan zich drie badkuipen bevonden, drie voor mannen en
+zes voor vrouwen, was onder de boomen een groote ruimte, die door
+een aan de takken vastgemaakt touw afgesloten en geopend werd; daar
+wachtten in kleine rijtuigjes of op draagbaren de zieken in een rij
+hun beurt af, terwijl aan den anderen kant zich een ontzaglijke,
+tot extase opgezweepte menigte bevond. Op dat oogenblik leidde een
+capucijner, die midden in de vrije ruimte stond, de gebeden. De Ave's,
+die de menigte in een luid verward geprevel herhaalden, volgden
+elkaar op. Plotseling, juist toen madame Vincent, die sedert langen
+tijd vol angst stond te wachten, eindelijk met haar dierbaren last,
+haar op een Jezus van was gelijkend dochtertje, naar binnen ging,
+liet de capucijner zich op de knieën vallen en riep, zijn armen in
+den vorm van een kruis ten hemel geheven:
+
+"Heer, genees onze zieken!" En hij herhaalde dien kreet tien,
+twintigmaal in steeds stijgende geestvervoering, terwijl de menigte,
+zich bij iederen kreet meer opwindend, dien herhaalde, in snikken
+uitbarstte en de aarde kuste. Als een storm van waanzin gierde het over
+allen heen. Pierre bleef staan, geheel van streek door het snikken van
+lijden, dat uit het diepst der ziel van dat volk omhoog rees, eerst een
+gebed, dat steeds luider werd, doch waarin weldra een eisch doorklonk,
+een klank van ongeduld, van verdoovende en verbitterde woede, als om
+den hemel geweld aan te doen, te willen dwingen. "Heer, genees onze
+zieken... Heer, genees onze zieken!..." De kreet hield niet op.
+
+Doch er deed zich een incident voor. La Grivotte weende heete tranen,
+omdat men haar niet wilde laten baden.
+
+"Zij zeggen, dat ik een teringlijdster ben, en dat zij teringachtigen
+niet in het koude water kunnen dompelen... Maar vanochtend hebben
+ze het wel gedaan, ik heb het zelf gezien. Waarom ik dan niet? Ik
+bezweer ze nu al een half uur lang, dat ze de Heilige Maagd verdriet
+doen. Ik zal genezen worden, ik voel het, ik zal genezen worden..."
+
+Daar het er op ging lijken alsof zij een schandaal wilde maken, ging
+een der geestelijken naar haar toe, trachtte haar te kalmeeren. Ze
+zouden dadelijk wel eens zien, ze zouden het oordeel der eerwaarde
+paters vragen. Als zij zich nu kalm hield, zou men haar misschien
+wel laten baden.
+
+De kreet: "Heer, genees onze zieken!... Heer, genees onze
+zieken!..." bleef doorklinken. Pierre zag nu ook madame Vêtu voor
+den vijver wachten en hij kon zijn blikken niet meer afwenden van dit
+door angstige hoop vertrokken gezicht met de op de deur, waaruit de
+uitverkorenen genezen terugkwamen, starende oogen.
+
+Te midden van de steeds luider opstijgende gebeden en de tot waanzin
+aanwakkerende geestvervoering, kwam madame Vincent terug met haar kind
+op de armen, haar jammerlijk, aangebeden kind, dat men bewusteloos in
+het koude water ondergedompeld had en welks nog niet geheel afgedroogd
+gezichtje met de gesloten oogen even bleek, even pijnlijk, even
+lijkkleurig bleef. De moeder, gemarteld door dien langen doodsstrijd,
+wanhopig door de weigering der Heilige Maagd, die ongevoelig was voor
+het lijden van haar kind, snikte. En toen op haar beurt madame Vêtu
+met de opgewonden haast van een stervende, die het leven drinken wil,
+binnenging, barstte weer, zonder ontmoediging en zonder moeheid, de
+kreet uit: "Heer, genees onze zieken!... Heer, genees onze zieken!..."
+
+De capucijner was met zijn gezicht op den grond gevallen, en de
+menigte brulde, de armen in den vorm van een kruis ten hemel geheven,
+en verslond de aarde met kussen.
+
+Pierre wilde naar madame Vincent gaan, om haar moed in te spreken,
+maar een nieuwe stroom van pelgrims belette hem door te loopen en
+wierp hem terug naar de bron, die een andere menigte belegerde. De
+bron bestond uit een laag bouwwerk, een langen, steenen muur met
+een uitgehouwen kapversiering; niettegenstaande de twaalf kranen,
+die het water in het kleine bassin vloeien deden, had men ook daar
+een queue moeten vormen. Velen vulden daar hun flesschen, kruiken
+van tin of van aardewerk. Om te groot waterverlies te voorkomen, werd
+iedere kraan slechts opengezet, wanneer men op een knop drukte. Zij,
+die geen kruiken te vullen hadden, kwamen drinken of haar gezicht
+wasschen. Pierre zag een jongen man, die zeven kleine glaasjes dronk
+en zevenmaal zijn oogen bette, zonder zich af te drogen. Anderen weer
+dronken uit schelpen, tinnen bekers of lederen zakken.
+
+Vooral werd zijn aandacht getrokken door Elise Rouquet, die het niet
+noodig oordeelde voor de vreeselijke wonde, waardoor haar gezicht
+weggevreten werd, naar de vijvers te gaan en zich er sinds den ochtend
+mee vergenoegde, zich ieder uur aan de bron te wasschen. Zij knielde
+neer, sloeg den sluier weg en drukte lang op de wond een zakdoek,
+die zij als een spons met het wonderbare water drenkte; om haar
+heen verdrong de menigte zich in zoo koortsachtige opwinding, dat
+de menschen haar gezicht niet meer zagen en zich waschten en dronken
+aan dezelfde kraan, waaraan zij haar zakdoek bevochtigde.
+
+Op dat oogenblik kwam Gérard voorbij, die mijnheer Sabathier naar den
+vijver sleepte en, nu hij Pierre daar zag staan, dezen riep. Hij vroeg
+hem met hem mede te gaan, om hem wat te helpen; want het zou niet
+makkelijk zijn dezen verlamden zieke in het water te krijgen. Zoo
+bleef Pierre bijna een half uur bij den vijver der mannen, terwijl
+Gérard in de Grot een andere ging halen.
+
+Pierre vond de inrichting van dezen vijver uitstekend. Er waren drie
+afdeelingen, drie hokjes, waaruit men met trapjes naar beneden ging en
+die door tusschenschotten van elkaar gescheiden waren: de ingang tot
+iedere afdeeling was voorzien met een klein gordijn, dat men dicht
+kon trekken, om den zieke af te zonderen. Van voren bevond zich een
+gemeenschappelijke zaal, een met tegels voorziene ruimte, waarin een
+bank en twee stoelen stonden en die als wachtkamer diende; de zieken
+kleedden zich daar aan en uit met een onbeholpen haast en een onrustig
+gevoel van schaamte. Er was op het oogenblik een nog ontkleed man,
+die zich half in het gordijn gewikkeld had en met bevende handen zijn
+verband weer aanlegde. Een andere, een ontzettend magere teringlijder,
+rilde en reutelde; zijn huid was met violette vlekken beplekt. Pierre
+doorhuiverde een rilling, toen hij broeder Isidore uit een der vijvers
+zag halen; hij was bewusteloos, men dacht reeds, dat hij dood was,
+maar dan begon hij weer te kreunen: het was om diep medelijden te
+krijgen met dat groote, door het lijden uitgeteerde lichaam, dat denken
+deed aan een op een slagershakblok geworpen stuk menschenvleesch,
+waarin een wonde aan de zijde een groot gat vormde. Het kostte den
+twee mannen, die hem gebaad hadden, de grootste moeite, om hem zijn
+hemd aan te trekken, bang als zij waren, dat hij een te plotselingen
+schok niet zou kunnen doorstaan.
+
+"U wilt mij zeker wel even helpen, mijnheer de abbé?" vroeg de helper,
+die mijnheer Sabathier uitkleedde.
+
+Onmiddellijk was Pierre bereid; en toen hij den verpleger, die deze
+zoo nederige functies vervulde, eens aankeek, herkende hij in hem
+markies de Salmon-Roquebert, dien mijnheer de Guersaint hem bij
+het verlaten van het station aangewezen had. Het was een veertiger
+met een grooten neus en een lang gezicht. Als laatste afstammeling
+van een der oudste en aanzienlijkste Fransche families bezat hij
+een reusachtig fortuin, een koninklijk paleis in de rue de Lille te
+Parijs en uitgestrekte goederen in Normandië. Ieder jaar kwam hij zoo
+uit Christelijke liefde, maar zonder godsdienstig fanatisme, want hij
+nam zijn plichten slechts waar, omdat het een man van de wereld paste,
+gedurende de drie dagen van de nationale bedevaart naar Lourdes. Hij
+wilde volstrekt niets bijzonders zijn, slechts een gewoon helper,
+die dit jaar met van moeheid geradbraakte armen de zieken hielp baden,
+terwijl zijn handen van den vroegen ochtend tot den laten avond bezig
+waren lompen op te rapen, verbanden af te nemen en weer aan te leggen.
+
+"Pas op!" zeide hij, "trek zijn kousen langzaam uit. Bij den armen
+kerel, dien ze daar weer aan het aankleeden zijn, hebben ze de huid
+meegetrokken."
+
+En toen hij een oogenblik mijnheer Sabathier verliet, om den
+ongelukkige zijn schoenen aan te trekken, voelde hij met zijn vingers,
+dat de linkerschoen van binnen nat was. Hij keek en zag dat er etter
+in de neus van den schoen geloopen was; hij moest die eerst gaan
+leeggooien, voor hij hem den zieke weer kon aantrekken, waarbij hij
+zeer zorgvuldig vermeed het been aan te raken, dat door een gezwel
+weggevreten werd.
+
+"Laten we nu samen de onderbroek uittrekken," zeide hij tegen
+Pierre, toen hij weer naar mijnheer Sabathier terugkwam; "dan gaat
+het makkelijker."
+
+In het kleine vertrek waren alleen de zieken en de met den dienst
+belaste verplegers. Ook was er een geestelijke, die steeds door Pater's
+en Ave's bad, want het bidden mocht geen oogenblik ophouden. Een
+eenvoudig, fladderend gordijn sloot de deur, welke uitkwam op de
+breede, door touwen beschermde ruimte; het vurige bidden der menigte
+drong er in een aanhoudend geprevel door, terwijl men de doordringende
+stem van den capucijner zonder onderbreking hoorde herhalen: "Heer,
+genees onze zieken!... Heer, genees onze zieken!..." Door hooge ramen
+viel een koud licht binnen; er hing steeds een vochtige atmospheer,
+een muffe, vieze kelderlucht.
+
+Eindelijk was mijnheer Sabathier ontkleed; voor de welvoeglijkheid
+had men hem een smal schortje om zijn buik gebonden.
+
+"Dompel mij langzamerhand onder, wat ik u verzoeken mag," zeide hij.
+
+Hij was bang voor het koude water. Hij vertelde nog, dat hij de
+eerste maal zoo'n vreeselijke rilling gekregen had, dat hij zich
+plechtig voorgenomen had niet weer te beginnen. Als men hem hoorde,
+was er geen erger marteling denkbaar. Verder, zeide hij, had het water
+niets aantrekkelijks; want uit vrees, dat het door de bron geleverde
+water niet voldoende zijn zou, laten de paters der Grot het water
+slechts tweemaal per dag ververschen; en daar er in hetzelfde water
+meer dan honderd zieken gingen, kan men zich voorstellen, welk een
+verschrikkelijke brei het ten slotte werd.
+
+Alles vond men erin, bloeddraden, stukken huid, korsten, pluksel en
+verbanden, een afschuwlijk consommé van alle kwalen, alle wonden,
+alle besmetting: een echte kweekplaats van vergiftigende kiemen;
+een essence van de vreeselijkste giffen; het wonder scheen daarin te
+bestaan, dat men levend uit die menschelijke modder kwam.
+
+"Zachtjes aan, zachtjes aan!" herhaalde mijnheer Sabathier tegen
+Pierre en den markies, die hem onder de dijen genomen hadden, om hem
+naar het bad te dragen.
+
+Hij keek met kinderlijken angst naar het water, dat dikke, loodkleurige
+water, waarop verdacht glimmende plekken dreven. Links aan den rand
+lag een roode bloedklonter, alsof een abces op die plek doorgebroken
+was. Stukken linnen zwommen rond als dood vleesch. Maar zijn schrik
+voor het koude water was zoo groot, dat hij toch die vuile baden
+van den namiddag liever had, omdat alle lichamen, die er zich in
+onderdompelden, het water ten slotte wat warmer maakten.
+
+"Wij zullen u langs de treden laten afglijden," fluisterde de markies.
+
+Dan verzocht hij Pierre hem stevig onder de oksels vast te houden.
+
+"Wees maar niet bang," zeide de priester; "ik zal hem niet loslaten."
+
+Langzaam werd mijnheer Sabathier neergelaten. Men zag nog slechts
+zijn rug, een armzaligen, pijnlijken rug, die slingerde en opzwol en
+vlammende kleuren kreeg. Toen hij ondergedompeld werd, viel zijn hoofd
+krampachtig achterover, hoorde men iets als het kraken van beenderen,
+terwijl hij benauwd adem haalde, als zou hij stikken.
+
+De geestelijke, die voor het bad stond, begon weer met nieuwen
+geestdrift:
+
+"Heer, genees onze zieken!... Heer, genees onze zieken!"...
+
+Mijnheer de Salmon-Roquebert herhaalde het gebed, dat voor de helpers
+bij iedere onderdompeling voorgeschreven was. Pierre moest het ook
+doen en zijn medelijden bij het zien van al dat lijden was zóó groot,
+dat hij iets van zijn geloof terugvond; in langen tijd had hij niet zoo
+gebeden; hij wenschte vurig, dat er een God in den hemel was, wiens
+almacht de lijdende menschheid verlichting zou kunnen schenken. Maar
+toen zij na drie of vier minuten mijnheer Sabathier doodsbleek
+en rillend van koude uit het bad optrokken, overviel hem een nog
+troosteloozer droefheid bij het zien van dien ongelukkigen verlamde,
+die geen enkele verlichting voelde: nog een nuttelooze poging! De
+Heilige Maagd had zich ook de zevende maal niet verwaardigd hem te
+verhooren. Hij sloot de oogen, twee dikke tranen druppelden uit zijn
+oogleden, terwijl men hem weer aankleedde.
+
+Daarna zag Pierre den kleinen Gustave Vigneron, die met zijn kruk
+binnenkwam, om zijn eerste bad te nemen. Bij de deur waren zijn vader,
+zijn moeder en zijn tante, madame Chaise, op hun knieën gevallen. In
+de menigte werd gemompeld; men fluisterde, dat het een hoofdambtenaar
+van het ministerie van Financiën was. Juist toen het kind zich begon
+te ontkleeden, ontstond er een opwindende beweging; pater Fourcade en
+pater Massias kwamen aanloopen en gaven bevel de onderdompelingen te
+staken. Het groote wonder zou beproefd worden, de buitengewone genade,
+waarom sedert den ochtend zoo vurig gesmeekt werd, de herrijzenis
+van den man.
+
+Buiten bleef het bidden aanhouden, een razend aanroepen van
+stemmen, die zich, in den warmen zomermiddag, in den hemel
+verloren. Een overdekte baar werd binnengedragen en midden in het
+vertrek neergezet. Baron Suire, de voorzitter der Hospitalité, en
+Berthaud volgden, want het avontuur bracht het geheele personeel in
+beweging. Tusschen deze twee en de beide paters van Maria Hemelvaart
+werd een fluisterend gesprek gevoerd. Dan vielen dezen op hun knieën,
+met hun armen in den vorm van een kruis ten hemel geheven, en baden,
+hun gezicht straalde, verheerlijkt door hun vurigen wensch om Gods
+almacht zich te zien openbaren.
+
+"Heer, verhoor ons!... Heer, verhoor ons!"
+
+Men had mijnheer Sabathier weggevoerd; er waren geen andere zieken
+meer dan de kleine Gustave, die half ontkleed op een stoel vergeten
+was. De lakens van de baar werden weggetrokken, het lijk van den
+man werd zichtbaar, stijf reeds, als ingeschrompeld en vermagerd,
+de groote oogen, die zich niet sluiten wilden, wijd open. Maar
+men moest hem ontkleeden, want hij had zijn kleeren nog aan: dit
+vreeselijke werk deed de helpers een oogenblik aarzelen. Pierre zag,
+dat markies de Salmon-Roquebert, die zich met zooveel toewijding aan
+de levenden gaf, ter zijde was gaan staan en ook neerknielde, om het
+lijk niet aan behoeven te raken. Hij volgde zijn voorbeeld en knielde,
+om zich een houding te geven, naast hem neer.
+
+Langzamerhand geraakte pater Massias in geestdrift en bad met zoo
+luide stem, dat zij die van zijn superieur, pater Fourcade, overstemde.
+
+"Heer, geef ons onzen broeder terug!... Heer, doe het tot Uw roem!"
+
+Reeds had een der helpers zich vermand de broek van den man uit te
+trekken, maar de beenen gaven niet mede, het lijk moest opgelicht
+worden; de andere helper, die de oude jas losknoopte, maakte half
+fluisterend de opmerking, dat het eenvoudiger zou zijn alles met een
+schaar los te knippen, anders zou men nooit klaar komen.
+
+Berthaud kwam vlug naar hem toe. Hij had even baron Suire
+geraadpleegd. In den grond van zijn hart keurde hij, als ervaren man,
+het af, dat pater Fourcade een dergelijk avontuur beproefd had. Maar
+het was nu niet mogelijk meer de zaak geen voortgang te doen hebben;
+de menigte wachtte, smeekte sedert den ochtend den hemel. Het was
+het verstandigst de zaak zoo spoedig mogelijk en met den grootst
+mogelijken eerbied voor den doode tot een einde te brengen. Berthaud
+vond het dan ook beter, om hem geheel gekleed onder te dompelen dan
+met hem te sollen tot hij ontkleed zou zijn. Het zou nog altijd vroeg
+genoeg zijn om hem van kleeren te doen verwisselen, wanneer hij tot
+het leven terugkeerde; was dat niet het geval, wat kwam het er dan
+eigenlijk op aan? Vlug zeide hij dat alles tegen de mannen, waarna hij
+hen hielp riemen onder de dijen en de schouders van den man te doen.
+
+Pater Fourcade had met een hoofdknikje zijn toestemming gegeven,
+terwijl pater Massias zijn gebeden nog hartstochtelijker ten hemel
+zond:
+
+"Heer, blaas op hem en hij zal herleven!... Heer, geef hem zijn ziel
+terug, opdat hij u love!"
+
+De twee helpers lichtten den man aan de riemen op, droegen hem boven
+het bad en lieten hem dan, gekweld door vrees, dat hij uit de riemen
+schieten zou, langzaam in het water neer. En Pierre, door afschuw
+aangegrepen, zag hoe het lijk onderdompelde met zijn afgedragen
+kleeren, die tegen het lichaam plakten en het geraamte duidelijk
+afteekenden. Hij bleef drijven als een verdronken drenkeling. Het
+afschuwlijkste was, dat het hoofd, ondanks de stijfheid, achterover
+viel; het bleef onder water, hoezeer de helpers ook trachtten den riem
+van de schouders op te trekken. Een oogenblik scheelde het weinig of
+de man was uit de riemen gegleden. Hoe zou hij zijn adem terug kunnen
+krijgen, nu hij zijn mond onder water had, terwijl zijn groote open
+oogen onder dezen sluier voor de tweede maal schenen te breken.
+
+Gedurende de drie eindelooze minuten, die men hem onder hield,
+trachtten de twee paters van Maria Hemelvaart en de andere geestelijke,
+in een paroxysme van hoop en geloof, den hemel als het ware te dwingen.
+
+"Heer, zie hem slechts aan, en hij zal uit den doode herrijzen!...
+Heer, dat hij opsta op Uw woord, om de wereld te bekeeren!... Heer,
+U hebt slechts één woord te zeggen, en de geheele wereld zal Uw lof
+verkondigen!"
+
+Alsof een bloedvat in zijn keel gesprongen was, viel pater Massias
+rochelend op zijn ellebogen, had nog slechts de kracht, om de tegels te
+kussen. En van buiten drong nog steeds het geschreeuw der menigte, de
+steeds weer herhaalde kreet, dien de capucijner nog altijd uitstiet:
+"Heer, genees onze zieken!..." Het klonk zoo vreemd, dat Pierre
+een kreet van verzet moest onderdrukken. Naast zich voelde hij den
+markies beven. Het was dan ook een algemeene opluchting, toen Berthaud,
+die beslist boos was over dit avontuur, met iets barsch in zijn stem
+tegen de helpers zeide:
+
+"Haalt hem eruit! Haalt hem er toch uit!"
+
+Ze haalden den man op en legden hem in de lompen, welke als die
+van een drenkeling aan zijn ledematen plakten, op de baar. Uit zijn
+haren dropen kleine beekjes, die den vloer overstroomden. En de doode
+bleef dood.
+
+Allen waren opgestaan en keken te midden van een benauwende stilte
+naar hem. Toen men hem weer bedekte en hem wegdroeg, volgde pater
+Fourcade hem, leunend op den schouder van pater Massias, trekkend met
+zijn jichtig been, waarvan hij de pijnlijke stijfheid een oogenblik
+vergeten had. Hij vond onmiddellijk zijn kalme sterkte terug en
+tijdens een stilte hoorde men hem tegen de menigte zeggen:
+
+"Geliefde broeders en zusters, God heeft hem ons niet terug willen
+geven. Zeker omdat Hij hem in Zijn oneindige goedheid onder Zijn
+uitverkorenen heeft opgenomen."
+
+Dat was alles; van den man was geen sprake meer. Weer werden zieken
+aangebracht, de twee andere hokjes waren nu ook bezet. Intusschen
+kleedde de kleine Gustave, die het tooneel zonder angst, met
+nieuwsgierig-scherpen blik gevolgd had, zich verder uit. Zijn
+jammerlijk, klierachtig kinderlichaam met zijn vooruitspringende
+ribben en den doornvormigen ruggegraat, kwam bloot. Het was zoo mager,
+dat zijn beenen op stokken geleken, het linker vooral, dat heelemaal
+uitgeteerd, de beenderen liet zien; bovendien had hij twee wonden,
+een aan de dij en een aan de heup, deze laatste afzichtelijk met het
+vleesch, dat geheel bloot lag.
+
+Toch glimlachte hij: het lijden had hem zóó gelouterd, dat hij
+ondanks zijn vijftien jaar, die hem nauwlijks tien deden schijnen,
+het verstand en de dappere philosophie van een man scheen te hebben.
+
+Markies de Salmon-Roquebert, die hem voorzichtig in zijn armen genomen
+had, weigerde Pierre's hulp.
+
+"Dank u, hij is niet zwaarder dan een vogeltje... Wees maar niet bang,
+jongen, ik zal het langzaam aan doen."
+
+"O, mijnheer, ik ben niet bang voor koud water, u kunt me gerust
+kopje onder doen."
+
+Zoo werd hij in het bad gebracht, waarin men het lijk gedompeld
+had. Bij de deur waren madame Vigneron en madame Chaise, die niet
+konden binnenkomen, weer neergeknield en baden vurig, terwijl de
+vader, die in het vertrek toegelaten was, telkens weer het teeken
+des kruises maakte.
+
+Pierre ging, nu hij niet meer helpen kon, weg. De plotseling in
+hem opkomende gedachte, dat het reeds lang drie uur geslagen had en
+Marie dus op hem wachten moest, deed hem zich haasten. Maar terwijl
+hij trachtte door de menigte heen te komen, zag hij het jonge meisje
+reeds komen, voortgereden door Gérard, die steeds meer zieken naar
+de vijvers bracht. Zij was ongeduldig geworden; plotseling had zij
+de zekerheid gekregen, dat zij zich nu in een staat, waarin zij de
+genade waardig was, verkeerde. Vriendelijk verwijtend zeide zij:
+
+"Hadt je me vergeten, vriendlief?"
+
+Hij wist niet wat te antwoorden, zag haar in den ingang van
+den vrouwenvijver verdwijnen en viel doodelijk bedroefd op zijn
+knieën. Zóó, in die houding, wilde hij op haar wachten, om haar,
+ongetwijfeld genezen en lofzangen zingend, naar de Grot terug
+te brengen. Moest zij, nu zij zeker was van haar genezing, niet
+genezen worden? Maar vergeefs zocht hij naar woorden des gebeds in
+het diepst van zijn geschokt gemoed. Hij bleef onder den indruk
+der verschrikkelijke dingen, die hij gezien had. Hij voelde zich
+uitgeput van physieke vermoeidheid en zoo geestelijk terneergedrukt,
+dat hij niet meer wist, wat hij zag of geloofde. Alleen zijn overgroote
+teedere liefde voor Marie bleef, deze liefde, die in hem een behoefte
+wakker riep aan smeeken en vernedering, overtuigd als hij was, dat de
+kleinen, wanneer zij werkelijk lief hadden en de machtigen smeeken,
+ten slotte genade verkrijgen. En tot zijn eigen verbazing hoorde hij
+zichzelf met een door angst beklemde stem, die uit het diepst van
+zijn wezen kwam, met de menigte instemmen:
+
+"Heer, genees onze zieken!... Heer, genees onze zieken!..."
+
+Dat duurde tien minuten, een kwartier misschien. Toen kwam Marie
+in haar wagentje terug. De wanhoop stond op haar bleek gelaat;
+haar mooie haren waren opgenomen in een zwaren, gouden wrong, dien
+het water niet aangeraakt had. Zij was niet genezen. Eene ontzetting
+van oneindige moedeloosheid sloot haar mond, terwijl haar oogen zich
+afwendden als om niet de blikken te ontmoeten van den priester, die,
+diep ontroerd en met een tot ijs verstijfd hart zich vermande om haar
+weer voor de Grot terug te rijden.
+
+En de kreet der geloovigen, die, hun armen in den vorm van een kruis
+ten hemel heffend, den grond kusten, rees weer op in den toenemenden
+waanzin, die door de scherpe stem van den capucijner aangezweept werd.
+
+"Heer, genees onze zieken!... Heer, genees onze zieken!..."
+
+Toen Pierre weer met haar voor de Grot stilhield, kreeg zij een
+flauwte. Gérard, die er ook bij was, zag Raymonde met een kop bouillon
+toeschieten; en van dat oogenblik af was het tusschen die twee als
+het ware een wedstrijd, om de zieke te helpen. Raymonde deed al het
+mogelijke om haar den bouillon te doen drinken: vriendelijk en met de
+liefkoozende gebaartjes van een verpleegster hield zij haar den kop
+voor, zoodat Gérard dit meisje zonder vermogen, dat reeds zoo ervaren
+in de dingen des levens was en geheel voorbereid scheen te zijn
+met krachtige en toch liefderijke hand een huishouden te besturen,
+wel bekoorlijk vinden moest. Berthaud had gelijk: dit was de vrouw,
+die hij noodig had.
+
+"Wil ik haar misschien wat oprichten, mademoiselle?" vroeg hij.
+
+"Dank u, mijnheer, ik ben sterk genoeg... Trouwens ik zal haar met
+den lepel wat ingieten, dat gaat makkelijker."
+
+Maar Marie, die in haar schuw zwijgen volhardde, kwam weer bij en
+weigerde met een gebaar den bouillon. Zij wilde dat men haar met
+rust laten en niet tegen haar spreken zou. Eerst toen de anderen,
+tegen elkaar glimlachend, zich verwijderden, zeide zij met doffe stem
+tegen den priester:
+
+"Vader is dus niet gekomen?"
+
+Pierre aarzelde even, doch moest dan de waarheid bekennen:
+
+"Ik heb je vader laten slapen; hij zal niet wakker geworden zijn."
+
+Toen viel Marie in haar moedeloosheid terug en zond ook hem met een
+gebaar, waarmede zij alle hulp afwees, weg. Onbeweeglijk bleef zij
+liggen, zij bad niet meer, staarde slechts met haar groote strakke
+oogen naar de marmeren Maagd, het witte beeld in den lichtglans der
+Grot. En daar het vier uur sloeg, ging Pierre, die zich zijn afspraak
+met dr. Chassaigne herinnerde, diep bedroefd naar het bureau, waar
+de wonderen geconstateerd worden.
+
+
+
+
+IV.
+
+Dr. Chassaigne wachtte Pierre vóór het bureau, waarin de genezingen
+geneeskundig vastgesteld worden, op. Doch er stond daar een dichte,
+koortsachtig opgewonden menigte, welke de zieken, die binnengingen,
+afwachtte en ondervroeg, en ze, wanneer ze er weer uit kwamen,
+toejuichte, als het nieuws van het wonder zich verspreidde: een blinde
+die zag; een doove, die weer hoorde; een lamme, die weer loopen kon.
+
+"Nu?" vroeg hij aan den dokter; "zullen we een wonder zien, maar een
+echt, een onbetwistbaar?"
+
+Toegeeflijk in zijn nieuw geloof, glimlachte de dokter.
+
+"Wat zal ik je zeggen, vriendlief? Een wonder geschiedt niet maar
+zoo op commando. God grijpt in, als Hij wil!"
+
+Heeren der Hospitalité bewaakten streng de deur. Allen kenden den
+dokter; zij gingen eerbiedig ter zijde en lieten hem met Pierre
+binnengaan. Dit bureau, waarin de genezingen geconstateerd werden,
+was zeer ongerieflijk ondergebracht in een jammerlijke planken hut
+van twee vertrekken, een kleine voorkamer en een gewone, onvoldoend
+ingerichte vergaderzaal. Er was sprake van dezen tak van dienst te
+verbeteren, door hem onder te brengen in een groot lokaal onder een der
+hellingen van de Rozenkranskerk, waar men reeds met de voorbereidende
+maatregelen bezig was.
+
+In de wachtkamer zag Pierre op de eenige houten bank twee zieken
+zitten, die onder toezicht van een der heeren van de Hospitalité
+haar beurt afwachtten. Doch toen hij in het groote vertrek kwam,
+vond hij daar tot zijn verbazing een groot aantal personen bijeen,
+terwijl de verstikkende hitte, die tusschen de houten muren, waarop de
+zon stond te branden, opgehoopt was, hem op zijn keel sloeg. Het was
+een vierkant, licht geel geschilderd, kaal vertrek met één venster,
+waarvan de ruiten gewit waren, opdat de menigte, die zich buiten
+verdrong, niet naar binnen zou kunnen zien. Men durfde zelfs het raam
+niet openzetten, om wat versche lucht binnen te laten, want dan werden
+onmiddellijk verschillende nieuwsgierige hoofden naar binnen gestoken.
+
+Het meubilair was al even primitief als de rest: twee vuurhouten tafels
+van ongelijke hoogte, die tegen elkaar aan geplaatst waren en die men
+zelfs niet met een kleed had bedekt; een soort groote loketkast vol
+slecht gerangschikte paperassen, dossiers, registers en brochures;
+een dertig stoelen met stroozittingen, die ongeveer de geheele ruimte
+innamen, en eindelijk twee oude versleten fauteuils voor de zieken.
+
+Onmiddellijk ging dr. Bonamy dr. Chassaigne, die een der laatste
+en roemrijkste veroveringen der Grot was, tegemoet. Hij haalde
+onmiddellijk een stoel voor hem, en ook uit eerbied voor diens soutane,
+voor Pierre. Dan zeide hij op zijn meest hoffelijken toon:
+
+"U wilt me zeker wel vergunnen, door te gaan, waarde collega... We
+waren juist bezig mademoiselle daar te onderzoeken."
+
+Het betrof een doove, een boerenmeisje van twintig jaar, dat in
+een der fauteuils zat. Maar in plaats van te luisteren, vergenoegde
+Pierre, die doodmoe was en wiens ooren nog suisden, er zich mee rond
+te kijken en te zien wie zich eigenlijk in dit vertrek bevonden. Er
+waren er ongeveer een vijftig, waarvan er velen tegen den muur
+stonden te leunen. Voor de twee tafels zaten vijf personen; in
+het midden het hoofd van den dienst der vijvers, die over een dik
+register gebogen zat; verder een pater van Maria Hemelvaart en drie
+jonge seminaristen, die als secretarissen dienst deden, schreven,
+de dossiers doorliepen en na ieder onderzoek weer ordenden. Pierre
+keek een oogenblik belangstellend naar een pater der Onbevlekte
+Ontvangenis, pater Dargelès, hoofdredacteur van den Journal de la
+Grotte, dien men hem 's ochtends aangewezen had. Zijn klein mager
+gezicht met de knippende oogen, den spitsen neus en den fijnbesneden
+mond, glimlachte steeds. Hij zat bescheiden aan het laagste einde der
+tafel aanteekeningen te maken voor zijn courant. Hij was de eenige van
+zijn orde, die zich gedurende de drie dagen der nationale bedevaart
+vertoonde. Maar achter hem voelde men de anderen, die als een langzaam
+toegenomen en verborgen kracht, alles organiseerden en bijeenbrachten.
+
+Verder bestond het gezelschap bijna uitsluitend uit nieuwsgierigen,
+getuigen, een twintigtal doktoren en vier of vijf priesters. De
+doktoren, die vrijwel uit alle deelen van Frankrijk gekomen waren,
+bewaarden voor het grootste gedeelte een volkomen stilzwijgen;
+sommigen waagden het vragen te stellen. Zij wisselden meer dan eens
+wantrouwende blikken en letten meer op elkaar dan dat zij de aan hun
+onderzoek onderworpen feiten vaststelden. Wie konden het zijn? Geheel
+onbekende namen werden genoemd. Een enkele, die van een beroemd
+professor van een Katholieke universiteit, had sensatie verwekt.
+
+Dien dag bewaarde dr. Bonamy, die, wanneer hij de zitting leidde en de
+zieken ondervroeg, nooit ging zitten, zijn hoffelijkheid voornamelijk
+voor een klein blond heertje, een talentvol schrijver en invloedrijk
+redacteur van een der meest gelezen Parijsche bladen, welk een toeval
+dien ochtend naar Lourdes gebracht had. Was dat niet een ongeloovige,
+om te bekeeren, een invloed en een publiciteit, om gebruik van te
+maken? Dr. Bonamy had hem in den tweeden fauteuil laten plaats nemen,
+was uiterst voorkomend en vriendelijk en verklaarde herhaaldelijk, dat
+men niets te verbergen had daar alles in het volle daglicht geschiedde.
+
+"We vragen slechts licht," herhaalde hij steeds weer. "Wij zien niets
+liever dan dat menschen van goeden wil de feiten onderzoeken."
+
+Daar het met de beweerde genezing der doove niet erg vlotten wilde,
+sprak hij haar wat ruw toe:
+
+"Kom, meisje, het is nog pas een begin van genezing... Je moet nog
+maar eens terugkomen..."
+
+En half luid voegde hij er aan toe:
+
+"Als je ze gelooven wou, zouden ze allen genezen zijn. Maar wij
+aanvaarden slechts de bewezen genezingen, die zoo helder zijn als
+de zon... Let wel, ik zeg genezingen en niet wonderen; want wij,
+doktoren, veroorloven ons geen interpretatie, wij zijn hier slechts
+om te constateeren of de zieken, die aan ons onderzoek onderworpen
+worden, geen spoor van ziekte meer vertoonen."
+
+Hij zette een hooge borst op, zorgde wel, dat zijn rechtschapenheid
+buiten spel bleef, en was geen grooter huichelaar of leugenaar dan een
+ander; hij was geloovig, zonder te gelooven, wist dat de wetenschap
+zóó duister, zóó vol verrassingen was, dat het onmogelijke steeds
+werkelijkheid worden kon; en zoo had hij zich, in het laatst van
+zijn geneeskundige loopbaan, in de Grot een positie verschaft, die
+haar voor- en nadeelen had, maar over het geheel toch aangenaam en
+prettig was.
+
+Nu verklaarde hij op een vraag van den Parijschen journalist de
+manier, waarop hij te werk ging. Iedere zieke der bedevaart kwam
+met een dossier, waarin zich bijna altijd een certificaat van den
+behandelenden geneesheer bevond; ja soms waren er zelfs verscheidene
+certificaten van verschillende doktoren, rapporten van ziekenhuizen,
+kortom een heele beschrijving van den loop der ziekte. Wanneer er nu
+een genezing had plaats gehad en de genezene zich hier aanmeldde,
+behoefde men slechts zijn dossier te vragen en de certificaten te
+lezen, om de kwaal, waaraan hij leed, te kennen, en door een onderzoek
+uit te maken, of die kwaal werkelijk verdwenen was.
+
+Pierre luisterde aandachtig. Sedert hij daar zoo rustig zat, werd
+hij wat kalmer, kreeg hij zijn denkvermogen terug. Alleen de warmte
+hinderde hem. Geïnteresseerd als hij werd door de verklaringen en zich
+gaarne een meening willende vormen, zou hij dan ook zeker, als hij
+het geestelijke kleed niet gedragen had, vragen gesteld hebben. Die
+soutane dwong hem zich steeds op den achtergrond te houden. Tot
+zijn groote vreugde hoorde hij dan ook het kleine blonde heertje,
+den invloedrijken schrijver, de tegenwerpingen ten berde brengen, die
+onmiddellijk ook bij hem opgekomen waren. Was het niet een verkeerd
+principe, dat de eene geneesheer de diagnose van een ziekte vaststelde
+en de tweede de genezing constateerde? Dat was toch zeker een steeds
+stroomende bron van mogelijke vergissingen. Het beste zou zijn,
+dat een medische commissie alle zieken bij hun aankomst te Lourdes
+onderzocht en daarvan processen verbaal opmaakte, waaraan dezelfde
+commissie zich zou kunnen houden in geval van genezing.
+
+Maar daar kwam dr. Bonamy tegen op; terecht zeide hij, dat geen enkele
+commissie tegen zoo'n reusachtige taak opgewassen zou zijn: ga u zelf
+eens na! Duizend verschillende gevallen op één ochtend onderzoeken! En
+dan hoeveel verschillende opvattingen, hoeveel discussies, hoeveel
+tegenstrijdige diagnoses, die de onzekerheid nog deden toenemen, zouden
+er niet zijn! Het voorafgaande, bijna onmogelijk te verwezenlijken
+onderzoek gaf inderdaad tot even groote vergissingen aanleiding. In
+de praktijk moest men zich houden aan die door de doktoren afgegeven
+certificaten, die dan een groot, beslissend gewicht kregen. Men
+bladerde in de dossiers op een der tafels en liet den Parijschen
+journalist certificaten lezen. Sommige waren akelig kort, andere, die
+beter opgesteld waren, specificeerden de ziekte nauwkeurig. Enkele
+handteekeningen van doktoren waren zelfs door de burgemeesters der
+betreffende gemeenten gelegaliseerd. Doch er bleef genoeg twijfel over,
+die niet ter zijde te zetten was: wie waren die geneesheeren? Bezaten
+zij de noodige wetenschappelijke autoriteit? Hadden zij zich niet
+laten beïnvloeden door onbekende omstandigheden of zuiver persoonlijke
+belangen? Men zou geneigd zijn omtrent ieder van hen een onderzoek in
+te stellen. Van af het oogenblik, dat alles zich baseerde op het door
+den zieke medegebrachte dossier, was een zeer zorgvuldige controle der
+daarin vervatte documenten noodig, want alles stortte in, wanneer niet
+een strenge kritiek de absolute zekerheid der feiten vastgesteld had.
+
+Met een kleur van opwinding en transpireerend liep dr. Bonamy heen
+en weer.
+
+"Maar dat doen we juist, dat doen we juist!... Zoodra een geval van
+genezing ons langs natuurlijken weg onverklaarbaar voorkomt, gaan wij
+over tot een minutieus onderzoek, verzoeken wij de genezene terug
+te komen, om zich nogmaals te laten onderzoeken... En u ziet wel,
+dat wij ons met deskundigen omringen. De heeren, die u hier ziet,
+zijn bijna allen doktoren, die uit alle deelen van Frankrijk hierheen
+gekomen zijn. Wij bezweren ze ons hun twijfel mede te deelen en de
+gevallen met ons te bespreken. Bovendien wordt van iedere zitting
+een gedetailleerd verslag opgemaakt... U begrijpt mij goed, niet waar
+heeren? Protesteert wanneer er hier iets gebeurt, waarmede u het niet
+eens kunt zijn."
+
+Geen der aanwezigen echter zeide iets. Het meerendeel der doktoren was
+Katholiek en boog zich natuurlijk voor de feiten. En wat de anderen,
+de ongeloovigen, de geleerden betrof, zij kwamen slechts om te kijken,
+interesseerden zich voor zekere verschijnselen, maar vermeden uit
+beleefdheid in, trouwens nuttelooze, discussies te treden. Wanneer
+het hun als verstandige menschen te bar werd en zij voelden boos te
+zullen worden, gingen zij weg.
+
+Nu niemand een woord zeide, triumpheerde dr. Bonamy. En toen de
+journalist hem vroeg, of hij alleen voor zoo'n groote taak stond,
+antwoordde hij:
+
+"Absoluut alleen; trouwens mijn functie als geneesheer der Grot is
+niet zoo heel ingewikkeld, want, ik herhaal het, ik heb niets anders
+te doen dan de genezingen, die zich voordoen, te constateeren."
+
+Doch dan verbeterde hij zich en voegde er lachend aan toe:
+
+"Dat zou ik bijna vergeten. Ik heb Raboin, die me helpt de boel hier
+wat in orde te brengen."
+
+En hij wees op een gezetten, reeds grijzenden veertiger met een dik
+buldoggengezicht. Hij was een fanatieke geloovige, een geëxalteerde,
+die niet dulden kon, dat men de wonderen in twijfel trok, waardoor hij
+leed onder zijn functie aan het bureau der medische constateeringen
+en steeds van woede knorde, zoodra men deze betwistte. Het beroep
+op de doktoren had hem dan ook razend gemaakt, zoodat dr. Bonamy hem
+kalmeeren moest.
+
+"Kom, Raboin, houd je toch kalm en zwijg! Alle oprechte meeningen
+hebben het recht zich te laten hooren."
+
+Maar de zieken kwamen weer. Er werd een man gebracht, wiens geheele
+rug door een eczeem bedekt was; en toen hij zijn hemd uittrok,
+vielen er grijze schilfers van zijn huid. Hij was niet genezen,
+hij beweerde alleen, dat hij ieder jaar naar Lourdes kwam en het
+ieder jaar verlicht verliet. Dan volgde een dame, een afschuwlijk
+magere gravin met een buitengewoon ziektegeval: zeven jaar geleden
+voor de eerste maal door de Heilige Maagd genezen van tuberculose,
+had zij vier kinderen gehad, daarop had zij weer tering gekregen en
+was zij verslaafd aan morphine geraakt; het eerste bad had haar echter
+reeds zooveel goed gedaan, dat zij zich sterk genoeg voelde, om met
+de zeven-en-twintig familieleden, die zij medegebracht had, deel te
+nemen aan de fakkelprocessie. Vervolgens kwam er een vrouw, die aan
+een nerveus spraakverlies leed en nu, na maanden lang absoluut stom
+geweest te zijn, plotseling bij de processie van vier uur, toen het
+Heilige Sacrament voorbijgedragen werd, haar stem teruggekregen had.
+
+"Heeren," zeide dr. Bonamy met zijn geaffecteerde stem van geleerde met
+breede opvattingen, "u weet, dat wij gevallen, die met zenuwstoringen
+gepaard gaan, ter zijde laten. Toch wil ik er u op wijzen, dat deze
+vrouw zes maanden in de Salpétrière verpleegd is en dat zij hier is
+moeten komen, om het gebruik van haar tong weer terug te krijgen."
+
+Inmiddels begon hij toch eenig ongeduld te toonen, want hij had
+gaarne den mijnheer uit Parijs een mooi geval willen laten zien,
+zooals die soms voorkwamen gedurende die processie van vier uur,
+het oogenblik van genade en extase, waarop de Heilige Maagd ingreep
+voor haar uitverkorenen. Tot nu toe waren de genezingen, die hier
+onderzocht waren, twijfelachtig of onbeteekenend geweest. Buiten
+hoorde men het getrappel en gebrom der menigte, die, opgezweept door
+lofliederen en in koortsachtig verlangen naar het wonder, door dat
+wachten steeds opgewondener werd.
+
+Maar toen duwde glimlachend en bescheiden, een meisje met heldere en
+verstandige oogen de deur open.
+
+"Ha," riep de dokter vroolijk uit, "daar heb je onze kleine
+Sophie... Een merkwaardige genezing, mijne heeren, die verleden jaar
+heeft plaats gehad en waarvan ik u gaarne de resultaten zou willen
+laten zien."
+
+Pierre had Sophie Couteau, de begenadigde, die te Poitiers in zijn
+compartiment gekomen was, herkend. En hij woonde een herhaling
+bij van het tooneel, dat reeds voor hem afgespeeld was. Dr. Bonamy
+gaf nu aan het blonde heertje, dat zeer aandachtig luisterde, de
+meest uitvoerige inlichtingen: een beeneter aan den linkerhiel,
+een begin van beenderversterf, dat afzetting noodzakelijk maakte,
+een afzichtelijke, etterende wond, die in een minuut bij de eerste
+onderdompeling in den vijver genezen was.
+
+"Vertel het eens aan mijnheer, Sophie."
+
+Het meisje maakte haar vriendelijk gebaartje, dat de aandacht vroeg.
+
+"Nu dan, mijn voet was zoo ziek, dat ik niet eens meer naar de kerk
+kon gaan, en ik moest hem altijd in verband hebben, omdat er iets,
+dat minder frisch was, uitvloeide... Dr. Rivoire, die erin gesneden
+had, om beter te kunnen zien wat het was, zeide, dat hij genoodzaakt
+zou zijn een stuk van het been weg te nemen, waardoor ik heelemaal
+kreupel geworden zou zijn. En toen heb ik de Heilige Maagd innig
+gebeden en heb ik mijn voet in het water gestoken met zoo'n innig
+verlangen om beter te worden, dat ik zelfs den tijd niet genomen heb,
+om het verband eraf te doen... En toen is alles in het water gebleven,
+mijn voet had niets meer, toen ik hem eruit haalde."
+
+Dr. Bonamy knikte goedkeurend bij ieder woord.
+
+"En vertel nu nog eens wat de dokter gezegd heeft."
+
+"Toen dr. Rivoire thuis mijn voet weer zag, zeide hij: "Of het de
+Goede God of de duivel is, die het kind genezen heeft, laat mij koud,
+maar genezen is zij.""
+
+Er werd om gelachen; de woorden van den dokter misten hun uitwerking
+nooit.
+
+"En wat je tegen de gravin, de directrice van je zaal, gezegd hebt."
+
+"O, ja, dat is waar ook... Ik had niet veel linnen voor mijn voet
+meegebracht en toen heb ik tegen haar gezegd: "De Heilige Maagd is
+wel goed geweest, om mij dadelijk den eersten dag te genezen, want
+morgen zou mijn voorraad al op geweest zijn.""
+
+Weer werd er gelachen, allen vonden het een aardig meisje, dat
+weliswaar haar verhaal, dat zij van buiten kende, wat te veel
+reciteerde, maar toch onmiskenbaar de waarheid sprak.
+
+"Sophie, trek je schoenen en kousen eens uit en laat je voet eens
+aan de heeren zien... Men moet hem aanraken, niemand mag twijfelen."
+
+Vlug kwam het zindelijke, slanke, ja zelfs gesoigneerde voetje met het
+litteeken boven den enkel te voorschijn, welks witachtige, duidelijk
+zichtbare naad bewees hoe ernstig de ziekte geweest was. Enkele
+doktoren waren dichterbij gekomen en keken zwijgend. Anderen, wier
+overtuiging ongetwijfeld reeds vast stond, vonden het blijkbaar
+de moeite niet waard. Een van de eersten, iemand met een zeer
+beleefd uiterlijk, vroeg waarom de Heilige Maagd, nu zij zich
+toch met het geval bemoeid had, haar niet een geheel nieuwen voet
+gegeven had, wat haar toch niet meer moeite gekost zou hebben. Maar
+dr. Bonamy antwoordde onmiddellijk, dat de Heilige Maagd dat litteeken
+ongetwijfeld achtergelaten had, opdat er een bewijs van het wonder zou
+zijn. Daarop ging hij nog op technische bijzonderheden in en toonde
+aan, dat een deel van het been en van het vleesch in een allerkortst
+oogenblik nieuw gemaakt moest zijn, iets wat langs natuurlijken weg
+onverklaarbaar bleef.
+
+"Lieve hemel!" viel het kleine, blonde heertje hem in de rede;
+"zooveel omslag is niet noodig. Laat men mij alleen maar een vinger
+laten zien, waarin een zakmesje een diepe snede gegeven heeft en die
+met een litteeken uit het water komt. Het wonder is dan even groot
+en ik zal mij er voor buigen."
+
+En dan voegde hij er aan toe:
+
+"Als ik een bron bezat, welke op die wijze wonden sloot, dan zou
+ik de wereld ondersteboven keeren. Ik weet niet precies, hoe ik
+het doen zou; maar ik zou de volkeren roepen en de volkeren zouden
+komen. Ik zou de wonderen met zulk een onomstootelijke zekerheid laten
+vaststellen, dat ik de meester der wereld werd. Denk slechts aan die
+souvereine, waarachtig goddelijke macht!... Maar er zou geen twijfel
+mogen overblijven, de waarheid zou even helder moeten stralen als de
+zon. De geheele aarde zou zien en gelooven."
+
+En met den dokter besprak hij de controlemiddelen. Hij had
+toegegeven, dat het onmogelijk was alle zieken bij hun aankomst
+te onderzoeken. Maar waarom zou men niet aan het Hôpital een
+afzonderlijke, voor de open wonden gereserveerde afdeeling kunnen
+verbinden? Men zou daar hoogstens een dertig gevallen krijgen,
+die aan het voorafgaand onderzoek van een commissie zouden worden
+onderworpen. Processen-verbaal moest men opmaken, ja zelfs de wonden
+photographeeren. En in al die gevallen zou het niet meer gaan om
+een inwendige ziekte, waarvan de diagnose toch altijd moeilijk en
+betwistbaar is. Dan zou het bewijs geleverd zijn.
+
+Eenigszins van zijn stuk gebracht, herhaalde dr. Bonamy:
+
+"Ongetwijfeld, ongetwijfeld! Wij willen niets liever dan licht... De
+grootste moeilijkheid zou echter zijn die commissie samen te
+stellen... U weet niet, hoe weinig men het eens is... Maar het is in
+ieder geval een denkbeeld..."
+
+De binnenkomst van een nieuwe zieke hielp hem uit zijn
+verlegenheid. Terwijl de kleine Sophie, reeds vergeten, haar kousen en
+schoenen weer aantrok, verscheen Elise Rouquet met haar monsterachtig
+gezicht, dat zij door haar sluier weg te slaan, liet zien. Sedert
+den ochtend waschte zij zich aan de bron met linnen doeken, en zij
+meende, naar zij zeide, op te merken, dat haar wond wat opdroogde
+en samentrok. En inderdaad moest Pierre tot zijn groote verbazing
+constateeren, dat de wond niet zoo afzichtelijk meer was. Het geval
+gaf nieuw voedsel aan de discussie over open wonden, want het blonde
+heertje was niet af te brengen van zijn denkbeeld, om daarvoor
+een afzonderlijke afdeeling op te richten: immers, welk een triomf
+zou het voor de Grot zijn een lupus genezen te hebben, indien men
+'s ochtends den toestand van het meisje geconstateerd had en zij
+genas! Het wonder zou dan niet meer te ontkennen zijn.
+
+Tot dat oogenblik had dr. Chassaigne zich onbeweeglijk en zwijgend
+op den achtergrond gehouden, alsof hij de feiten alleen op Pierre
+wilde doen inwerken. Nu boog hij zich plotseling naar hem voorover
+en zeide zacht:
+
+"Open wonden, open wonden. Die mijnheer schijnt absoluut niet te
+weten, dat tegenwoordig onze grootste geleerden van oordeel zijn,
+dat vele van die wonden van nerveusen oorsprong zijn. Ja zeker, men
+heeft ontdekt, dat het niets anders zijn zou dan een slechte voeding
+der huid. Die voedingsquaesties zijn nog zoo slecht onderzocht!... En
+men komt tot de slotsom, dat het geloof, dat genezingen bewerkt,
+zeer goed open wonden, o. a. zekere schijnbare lupusgevallen genezen
+kan. Nu vraag ik je, welke zekerheid die mijnheer met zijn afdeeling
+voor open wonden krijgen zou! Een beetje meer verwarring en ruzie
+nog in de eeuwige twist... Neen, neen, de wetenschap is niets, dat
+is een zee van onzekerheid!"
+
+Hij glimlachte pijnlijk, terwijl dr. Bonamy Elise Rouquet aanried
+de wasschingen voort te zetten en zich iederen dag te laten
+onderzoeken. Dan zeide hij op zijn voorzichtige manier:
+
+"Enfin, heeren, er is een begin, daaraan valt niet te twijfelen."
+
+Maar nu werd het bureau in opschudding gebracht. Als een wervelwind
+stormde la Grivotte naar binnen en schreeuwde:
+
+"Ik ben genezen... Ik ben genezen..."
+
+Zij vertelde, dat men haar eerst niet had willen baden, dat zij had
+moeten bidden en smeeken, dat men het eindelijk na formeele toestemming
+van pater Fourcade gedaan had. En zij had het van te voren wel gezegd:
+nog geen drie minuten was zij, zweetend en reutelend, in het water
+geweest, of zij had haar krachten voelen terugkomen als onder een
+zwaren zweepslag, die haar geheele lichaam striemde. Zij was door zoo'n
+geestdriftige opwinding bezield, dat zij, van blijdschap stralend,
+geen seconde stil kon staan.
+
+"Ik ben genezen, lieve heeren, ik ben genezen."
+
+Stom van verbazing keek Pierre haar aan. Was dat het meisje, dat hij,
+vannacht nog, uitgeput op de bank van den wagon had zien liggen,
+hoestend en bloed opgevend? Hij herkende haar niet meer, zooals zij
+daar recht en flink stond met een blos op haar wangen en schitterende
+oogen, één levenskracht en levensgeest.
+
+"Heeren," zeide dr. Bonamy, "het geval lijkt mij zeer
+interessant... Wij zullen zien..."
+
+Hij vroeg het dossier van la Grivotte. Maar het was onder de
+paperassen op de twee tafels niet te vinden. De secretarissen,
+de jonge seminaristen, doorzochten alles; het hoofd van den dienst
+der vijvers, die in het midden zat, moest ten slotte opstaan en in
+de loketkast gaan kijken. Toen hij weer was gaan zitten, vond hij
+het eindelijk onder het groote register, dat hij opengeslagen voor
+zich had. Het bevatte drie geneeskundige verklaringen, die hij zelf
+voorlas. Alle drie concludeerden tuberculose in een vergevorderd
+stadium, die gepaard ging met zenuwtoevallen.
+
+Dr. Bonamy maakte een gebaar als om te kennen te geven, dat zulk een
+overeenstemming allen twijfel buitensloot. Dan beluisterde hij de
+zieke lang en prevelde:
+
+"Ik hoor niets... ik hoor niets..."
+
+Dan verbeterde hij zichzelf:
+
+"Of zoo goed als niets..."
+
+Eindelijk wendde hij zich tot de vijf-en-twintig of dertig doctoren,
+die zwijgend toekeken:
+
+"Als enkelen van de heeren mij met hun wetenschap zouden willen
+bijstaan... We zijn hier om te bestudeeren en te onderzoeken."
+
+Eerst bleven zij allen roerloos staan. Dan kwam er eindelijk een naar
+voren. Op zijn beurt ausculteerde hij de jonge vrouw, maar zeide niets,
+schudde nadenkend en twijfelend zijn hoofd. Eindelijk stotterde hij,
+dat men, volgens zijn oordeel, moest afwachten. Een andere nam dadelijk
+zijn plaats in; deze was zeer positief in zijn verklaring: hij hoorde
+niets, deze vrouw was nooit tuberculeus geweest. Nog anderen volgden,
+eindelijk waren allen aan de beurt geweest op vier of vijf na, die met
+een fijn glimlachje een afwachtende houding aannamen. De verwarring
+bereikte haar toppunt; ieder gaf zijn sterk afwijkende meening te
+kennen, zoodat men in het geroezemoes der stemmen zijn eigen stem
+niet meer hoorde.
+
+Alleen pater Dargelès bleef zijn uiterlijke kalmte bewaren, want hij
+had een van die gevallen geroken, welke de hartstochten opwekken en
+den roem van Notre-Dame de Lourdes uitmaken. Op een hoekje van de
+tafel maakte hij reeds zijn aanteekeningen.
+
+Dank zij het luide stemmengegons konden eindelijk Pierre en
+dr. Chassaigne praten, zonder dat men ze hoorde.
+
+"O, die vijvers, die ik zooeven gezien heb!" zeide de jonge
+priester. "Die vijvers, waarvan het water zoo zelden ververscht
+wordt! Wat een smerigheid, wat een kweekplaats voor microben! De manie,
+die we tegenwoordig hebben voor antiseptische voorzorgsmaatregelen,
+krijgt een leelijke klap in haar gezicht. Hoe is het mogelijk, dat
+een zelfde pest al die zieken niet wegrukt? De tegenstanders der
+microbentheorie zullen wel in hun vuistje lachen!"
+
+De dokter viel hem in de rede.
+
+"Geen quaestie van, jongen... Al zijn de baden niet erg zindelijk,
+gevaar leveren zij niet op. Bedenk, dat het water nooit warmer
+wordt dan tien graden en eerst bij vijf-en-twintig microben gekweekt
+kunnen worden. Bovendien komen er geen besmettelijke ziekten naar
+Lourdes, geen cholera, geen typhus, geen pokken, geen mazelen,
+geen roodvonk. Wij zien hier slechts bepaalde organische ziekten:
+verlammingen, klieren, tumoren, gezwellen, abcessen, kanker, tering;
+en deze laatste wordt door het water der baden niet overgebracht. De
+oude wonden, die erin gebaad worden, leveren geen gevaar op voor
+besmetting... Ik verzeker je, dat, wat dit betreft, de Heilige Maagd
+niet behoeft in te grijpen."
+
+"Maar dokter, u zoudt toch, toen u nog praktijk uitoefende, al uw
+zieken, vrouwen in ieder gedeelte van de maand, jichtlijders, menschen
+met een hartkwaal en teringlijders niet zoo in ijskoud water gestopt
+hebben... Zoudt u dat ongelukkige, half doode, transpireerende meisje
+hebben laten baden?"
+
+"Zeer zeker niet!... Er zijn van die paardenmiddelen, die je gewoonlijk
+niet durft toe te passen. Een ijskoud bad kan ongetwijfeld een
+teringlijder dooden, maar weten wij, of het, in sommige omstandigheden,
+hem niet genezen kan?... Ik, die er ten slotte toe gekomen ben aan te
+nemen, dat hier een bovennatuurlijke kracht werkzaam is, ik geef heel
+graag toe, dat er genezingen zijn, die dank zij die onderdompeling
+in koud water, welke ons dwaas en barbaarsch toeschijnt, langs
+natuurlijken weg geschieden... O, er is zooveel, dat wij nog niet
+weten... zooveel, dat we nog niet weten."
+
+De haat tegen de wetenschap, die hij verachtte, sedert zij hem
+tegenover den dood van zijn vrouw en van zijn dochter in den steek
+gelaten had, maakte zich weer van hem meester.
+
+"Je verlangt zekerheid; nu, de geneeskunde zal je die zeker niet
+geven... Luister een oogenblik naar die heeren en je zal gesticht
+worden!... Is zoo'n volkomen verwarring, waarin de eene meening
+lijnrecht in strijd is met de andere, niet uiterst leerzaam? Zeker, er
+zijn ziekten, die men uitstekend kent, tot in de kleinste phasen van
+haar ontwikkeling; er zijn geneesmiddelen, waarvan men de uitwerking
+met de zorgvuldigste nauwgezetheid bestudeerd heeft; maar wat men
+niet weet, wat men nooit weten kan, is de verhouding, de betrekking
+van het middel tot den zieke; want zooveel zieken, zooveel gevallen,
+en iederen keer moet weer een nieuwe proef genomen worden. Dat is de
+reden, waarom de geneeskunde een kunst blijft: zij kan geen op strenge
+ervaring berustenden regel bezitten; steeds weer hangt de genezing van
+een toeval, van een gelukkige omstandigheid, of van een talentvolle
+vondst van den geneesheer af... En dan kan je wel begrijpen hoe ik
+lachen moet om al die menschen, die hier komen discussieeren, wanneer
+zij spreken in naam van de absolute wetten der wetenschap. Waar zijn
+die wetten in de geneeskunde? Ik wou, dat ze ze mij eens lieten zien."
+
+Hij wilde er niet verder over praten, maar zijn geestdrift sleepte
+hem mee.
+
+"Ik heb je verteld, dat ik geloovig geworden ben... Maar ik begrijp
+heel goed, dat die brave dr. Bonamy zich volstrekt niet opwindt en
+dat hij de geneesheeren uit de heele wereld samenroept, om de wonden
+te bestudeeren. Hoe meer geneesheeren, des te minder komt bij dezen
+strijd over diagnoses en behandelingswijzen, de waarheid aan het
+licht. Als ze het al niet eens zijn over een open wond, hoe kan je
+dan overeenstemming verwachten omtrent een inwendige afwijking, die
+sommigen ontkennen, terwijl de anderen haar bevestigen? En waarom
+zou dan per slot van rekening niet alles een wonder worden? Want
+in den grond der zaak staan de geneesheeren, hetzij dan dat de
+natuur of een bovennatuurlijke macht werkzaam is, meestal perplex
+bij het zien van den afloop eener ziekte, dien zij zelden voorzien
+hebben... Ongetwijfeld zijn de dingen hier slecht georganiseerd. Die
+certificaten van doktoren, welke men niet kent, hebben geen waarde. Een
+zeer strenge controle der documenten zou noodig zijn. Maar zelfs
+aangenomen, dat er een absolute wetenschappelijk-strenge regel te
+stellen was, dan nog zou het heel naïef zijn te gelooven, dat er
+een voor allen geldende overtuiging mogelijk zou zijn. Dwaling is
+nu eenmaal het kenmerk der menschen, en er bestaat geen heldhaftiger
+werk dan het vaststellen van ook maar de kleinste waarheid."
+
+Toen begon Pierre te begrijpen wat Lourdes eigenlijk was, Lourdes,
+het buitengewone schouwspel, dat de wereld sedert jaren te midden
+van de vrome aanbidding van sommigen en den beleedigenden spot van
+anderen aanschouwde. Blijkbaar waren hier nog slecht bestudeerde,
+ja zelfs ongekende krachten werkzaam: auto-suggestie, lang van te
+voren voorbereide schokken, de overspanning der reis, der gebeden
+en der liederen, een toenemende extase, en vooral de genezende
+adem, de ongekende kracht, welke in die hevige geloofscrisis van
+de menigte uitstroomde. Het scheen hem ook dan van dat oogenblik
+af zeer onredelijk toe aan bedrog te gelooven. De feiten waren van
+veel hooger orde en eenvoudiger tevens. De paters der Grot behoefden
+hun geweten niet te bezwaren met leugens, zij behoefden slechts de
+verwarring wat in de hand te werken, gebruik te maken van de algemeene
+onwetendheid. Zelfs kon men aannemen, dat allen te goeder trouw waren:
+de doktoren, die de geneeskundige verklaringen afgaven; de getrooste
+zieken, die zich genezen waanden; de hartstochtelijk opgewonden
+getuigen, die meenden gezien te hebben. En uit dat alles rees zeer
+duidelijk de onmogelijkheid op om te bewijzen dat het wonder bestond
+of niet bestond. Werd van dat oogenblik af voor de meesten, voor allen,
+die leden en behoefte hadden aan hoop, het wonder geen werkelijkheid?
+
+Toen dr. Bonamy, die hen in een hoekje zag praten, naar hen toekwam,
+vroeg Pierre:
+
+"Hoeveel percent genezingen komen er voor?"
+
+"Ongeveer tien," antwoordde de dokter.
+
+En toen hij verbazing in Pierre's oogen zag, voegde hij eraan toe:
+
+"O, wij zullen wel meer krijgen... Maar u moet goed begrijpen, ik
+ben hier eigenlijk alleen maar om als het ware politietoezicht op de
+wonderen te houden. Mijn werk is al te grooten ijver wat te temmen,
+te beletten, dat heilige dingen belachelijk gemaakt worden... Per
+slot van rekening is mijn bureau slechts een afstempelingsbureau,
+wanneer de geconstateerde genezingen inderdaad belangrijk schijnen."
+
+Een dof gebrom van Raboin, die boos begon te worden, viel hem in
+de rede.
+
+"Geconstateerde genezingen, geconstateerde genezingen... Wat is dat
+allemaal voor onzin? Het wonder duurt ononderbroken voort. Waartoe
+dient het voor geloovigen te constateeren? Zij hebben hun hoofd te
+buigen en te gelooven. En voor de ongeloovigen? Die overtuig je toch
+niet... Het zijn niets dan dwaasheden, die we hier uithalen!"
+
+Streng beval dr. Bonamy hem te zwijgen.
+
+"Raboin, je bent een rebel... Ik zal aan pater Capdebarthe zeggen,
+dat ik niets meer van je weten wil, daar je ongehoorzaamheid zaait."
+
+En toch had hij gelijk, die jongen, die zijn tanden liet zien en steeds
+gereed was om te bijten, als men aan zijn geloof raakte. Pierre voelde
+dan ook sympathie voor hem. Al dat werk van het constateeringsbureau,
+dat bovendien nog slecht gedaan werd ook, was nutteloos: beleedigend
+voor de geloovigen, onvoldoende voor de ongeloovigen. Is het wonder te
+bewijzen? Men moet eraan gelooven. Er valt niets te begrijpen, wanneer
+God ingrijpt. In de eeuwen van waar en oprecht geloof gaf de wetenschap
+zich geen moeite God te verklaren. Wat kwam zij hier doen? Zij
+legde het geloof kluisters aan en verlaagde zichzelf. Neen, neen,
+zich ter aarde werpen, den grond kussen en gelooven. Of weggaan. Een
+compromis was niet mogelijk. Zoodra men met onderzoekingen begon,
+kon men daarmede niet ophouden, eindigden ze onvermijdelijk in twijfel.
+
+Maar vooral hinderden Pierre de gesprekken, die hij om zich heen
+hoorde. De geloovigen, die in het vertrek waren, spraken met een
+ongehoord gemak en een ongehoorde kalmte over de wonderen. De
+verbijsterende feiten lieten hen eigenlijk volkomen koud. Nog
+een wonder, nog een wonder! En met een glimlach vertelden zij de
+waanzinnigste phantasieën zonder dat hun verstand er maar ook even
+tegen in verzet kwam. Zij leefden blijkbaar in een milieu van zoo
+visionaire opwinding, dat zij zich over niets meer verwonderden. En
+dat waren niet alleen de eenvoudigen van geest, de kinderlijken, de
+ongeletterden, de aan hallucinaties lijdenden, zooals Raboin, maar
+ook intellectueelen en geleerden, zooals dr. Bonamy en anderen. Het
+was onbegrijpelijk. Pierre voelde dan ook een steeds sterker wordend
+gevoel van onbehagen in zich opkomen, een doffe woede, die ten
+slotte tot uitbarsting gekomen zou zijn. Zijn verstand verzette zich,
+spartelde tegen als een arm kind, dat men in het water gegooid heeft
+en dat voelt, hoe de golven het bijna doen stikken. En hij dacht, dat
+heldere koppen, als van dr. Chassaigne bijvoorbeeld, die tot blind
+geloof overgaan, eerst toch dien strijd en dat gevoel van onbehagen
+moeten doormaken, voor zij voor goed schipbreuk lijden.
+
+Hij keek hem aan en zag, hoe oneindig triest hij was, verpletterd
+door het noodlot, zwak als een huilend kind, nu hij voor zijn verder
+leven alleen was. En toch kon hij den kreet van verzet, die naar zijn
+lippen drong, niet onderdrukken.
+
+"Neen, neen; indien men niet alles weet, zelfs indien men nooit alles
+weten kan, dan is dat nog geen reden, dat men ophoudt met leeren. Het
+zou verkeerd zijn, dat het ongekende alleen dáárdoor, dat wij niet
+weten, ongekend zou blijven. Integendeel, onze eeuwige hoop moet zijn
+eens het onverklaarde te verklaren, en redelijkerwijze zouden wij
+geen ander ideaal mogen hebben dan die opmarsch naar het ongekende,
+om het te leeren kennen, dan die langzame overwinning van ons verstand
+te midden van de zwakheden van ons lichaam en van onzen geest... O,
+door mijn verstand lijd ik het meest, maar daarvan verwacht ik ook
+al mijn kracht. Als dat ten gronde gaat, gaat het geheele wezen
+ten gronde. En al moge het ook de genadeslag zijn voor mijn geluk,
+ik heb slechts de brandende begeerte om dat steeds meer te bevredigen."
+
+Tranen kwamen in dr. Chassaigne's oogen. Ongetwijfeld kwam de
+herinnering aan zijn lieve dochter bij hem boven. En op zijn beurt
+fluisterde hij:
+
+"Het verstand, het verstand! Ja, zeker is dat een trotsch en verheven
+iets, ja zelfs iets, dat het leven het leven waard maakt... Maar
+de almachtige kracht des levens is de liefde, het eenige, dat men
+heroveren wil, als men het verloren heeft."
+
+Zijn stem brak af in een verstikt snikken. Hij bladerde onwillekeurig
+in de dossiers op de tafel en vond daarbij dat, hetwelk in groote
+letters den naam: Marie de Guersaint droeg. Hij sloeg het open en
+las de certificaten der twee geneesheeren, die tot een verlamming
+van het ruggemerg concludeerden. En hij ging voort:
+
+"Je weet, jongen, dat ik een groote genegenheid voel voor mademoiselle
+de Guersaint... Wat zou jij zeggen, als zij hier genezen werd? Ik
+zie daar certificaten, die door zeer eervolle namen geteekend zijn,
+en je weet, dat dergelijke verlammingen ongeneeslijk zijn... Welnu,
+wanneer dat jonge meisje plotseling sprong en danste, zooals ik dat
+van zooveel anderen gezien heb, zou je dan niet heel gelukkig zijn,
+zou je dan niet eindelijk het ingrijpen van een bovennatuurlijke
+macht moeten toegeven?"
+
+Pierre wilde antwoorden, toen hij zich plotseling het consult met
+zijn neef Beauclair herinnerde, die het wonder voorspeld had, dat
+als een bliksemstraal door een exaltatie van het geheele wezen zou
+plaats grijpen. Hij voelde zijn onbehaaglijke stemming sterker worden
+en zeide slechts:
+
+"Dat zou mij inderdaad zeer gelukkig maken... En ik ben het volkomen
+eens, dat al de onrust van deze wereld niets anders dan wil is om
+gelukkig te zijn."
+
+Maar hij kon daar niet langer blijven. De hitte werd zoo, dat het
+zweet van de gezichten stroomde. Dr. Bonamy dicteerde aan een der
+seminaristen het resultaat van het onderzoek van la Grivotte, terwijl
+pater Dargelès, die op de uitdrukkingen lette, hem tusschenbeide
+iets influisterde, om hem een zin te laten veranderen. Het lawaai
+om hen heen bleef aanhouden, de discussie der doktoren liep nu over
+technische punten, die voor het onderhavige geval van geen enkel belang
+waren. Men kon tusschen die planken muren geen adem meer halen. Het
+kleine blonde heertje uit Parijs, de invloedrijke schrijver, was
+weggegaan, ontevreden geen echt wonder gezien te hebben.
+
+"Laten we gaan, ik kan het hier niet meer uithouden, ik word
+onpasselijk," zeide Pierre tegen dr. Chassaigne.
+
+Zij gingen tegelijk met la Grivotte, die door dr. Bonamy weggezonden
+werd. Dadelijk bij de deur stieten zij op een dichte menigte, die zich
+verdrong, om de door het wonder genezene te zien. Het nieuws van het
+wonder had zich blijkbaar reeds verbreid, het was een strijd wie de
+uitverkorene het eerst zou naderen, vragen, aanraken. En zij kon met
+haar vuurroode wangen, haar fonkelende oogen en haar dansenden gang
+niet anders antwoorden dan:
+
+"Ik ben genezen... Ik ben genezen..."
+
+Geroep overstemde haar; zij werd in den wervelstroom der menigte
+opgenomen en medegevoerd. Een oogenblik verloor men haar uit het
+oog, alsof zij onder water geraakt was, doch dan kwam zij plotseling
+weer boven, vlak bij Pierre en den dokter, die zich uit het gedrang
+trachtten te bevrijden. Zij hadden den Commandeur gevonden, van wien
+het een manie geworden was naar den vijver en naar de Grot te gaan,
+om zich boos te kunnen maken. In een nauwsluitende jas leunde hij
+op zijn wandelstok met zilveren knop, terwijl hij een weinig trok
+met zijn linkerbeen, dat na zijn tweede beroerte wat stijf gebleven
+was. Zijn gezicht werd vuurrood en zijn oogen schoten vlammen,
+toen la Grivotte hem op zij stiet en te midden van het ontketende
+enthousiasme der menigte uitriep:
+
+"Ik ben genezen!... Ik ben genezen!"
+
+Door een plotselinge woede aangegrepen, schreeuwde hij: "Des te erger
+voor jou, meid!"
+
+De woorden verwekten een luid gelach, want men kende hem, vergaf hem
+zijn maniak-achtigen hartstocht voor den dood. Maar toen hij verward
+begon te stamelen en zeide, dat het om medelijden mede te krijgen was,
+wanneer je nog langer wilde leven, als je niet mooi was en geen fortuin
+hadt, en dat het meisje liever had moeten bidden dadelijk te sterven,
+toen begon men toch een vijandige houding tegen hem aan te nemen. Tot
+zijn geluk kwam juist abbé Judaine voorbij, die hem uit zijn minder
+aangename positie redde door hem mede te nemen.
+
+"Houd je mond toch! Het is een schandaal... Waarom kom je toch in
+opstand tegen de goedheid van God, die zich dikwijls zoo genadig
+betoont voor onze ellenden, door ze te verlichten?... Je moest zelf
+op je knieën vallen en hem smeeken je je been terug te geven en je
+nog tien jaar te laten leven."
+
+Toen stikte de Commandeur bijna van woede.
+
+"Wat, ik vragen mij nog tien jaar te laten leven, ik, die den dag,
+dat ik in mijn kist lig, als den mooisten van mijn leven beschouw! Ik
+even gemeen, even laf zijn als die duizenden zieken, die ik hier in
+een minne vrees voor den dood zie voorbijtrekken, in hun zwakheid hun
+schandelijken hartstocht voor het leven uitbrullend! Neen, dan zou
+ik op mezelf moeten spuwen!... Laat mij maar crepeeren, en direct
+ook! Het zal zoo heerlijk zijn niet meer te bestaan!"
+
+Hij was nu weer dicht bij dr. Chassaigne en Pierre, die zich eindelijk
+bij den oever van den Gave uit het gedrang hadden kunnen vrijmaken. Hij
+begon tegen den dokter, dien hij dikwijls sprak:
+
+"Hebben ze zooeven niet geprobeerd een man in het leven terug te
+roepen! Ze hebben het me daarnet verteld, ik dacht dat ik stikken
+zou... Begrijpt u nu zoo iets, dokter? Een man, die het geluk had dood
+te zijn en dien zij zich de vrijheid genomen hebben in hun water te
+dompelen in de misdadige hoop hem te doen herleven! Maar als het hun
+gelukt was, als hun water dien ongelukkige weer in het leven geroepen
+had--je weet immers nooit wat er in deze potsierlijke wereld gebeuren
+kan--gelooft u dan niet, dat de man groot gelijk zou hebben, als hij
+dien lijken-opflikkers zijn woede in hun gezicht gespuwd had?... Had
+die doode hun gevraagd hem weer op te wekken? Het minste wat je toch
+doet in zulke gevallen is de menschen raadplegen... Stel je voor,
+dat ze met mij zoo'n grap zouden uithalen, als ik eenmaal eindelijk
+mijn langen slaap slaap! Ik zou ze leeren. "Bemoei je met je eigen
+bemoeisels!" Wat zou ik een haast maken, om weer uit te knijpen."
+
+Hij was in zijn opwinding zoo komisch, dat abt Judaine en de dokter
+een glimlach niet konden onderdrukken. Maar Pierre bleef ernstig. De
+rilling, die hem doorhuiverde, maakte hem koud. Waren het niet de
+radelooze verwenschingen van Lazarus, die hij daareven gehoord
+had? Dikwijls had hij zich ingebeeld, dat Lazarus, toen hij uit
+het graf verrees, Jezus toeriep: "O, Heer, waarom hebt gij mij in
+dit verschrikkelijke leven teruggeroepen? Ik sliep zoo heerlijk den
+eeuwigen, droomloozen slaap, ik genoot eindelijk in de verrukkingen
+van het niet zoo'n heerlijke rust. Ik had al de ellenden en al de
+smarten gekend, de ontrouw en de valsche hoop, rampen en ziekten; ik
+had aan het lijden mijn vreeselijke schuld van een levende betaald,
+want ik was geboren zonder te weten waarom, ik had geleefd zonder te
+weten waarom; en nu, Heer, laat gij mij mijn schuld dubbel betalen door
+mij te veroordeelen mijn straftijd nog eens te beginnen... Heb ik dan
+zoo'n onverzoenbare zonde begaan, dat u mij zoo wreed straft? Wat toch
+is dat herleven anders dan iederen dag weer iets van zijn vleesch
+te voelen afsterven, dan verstand te bezitten, alleen maar om te
+twijfelen, dan een wil te hebben, alleen om niets te vermogen, dan een
+liefderijk gemoed te bezitten, alleen om zijn smarten te beweenen? En
+het was uit; ik had den moeilijken stap naar den dood gedaan, ik had
+die zóó vreeselijke seconde, dat zij voldoende is om het heele leven
+te vergiftigen, achter den rug. Ik had gevoeld, hoe het zweet van den
+doodsstrijd mijn voorhoofd nat maakte, hoe het bloed uit mijn aderen
+wegvloeide, hoe de adem in een laatsten hik mij ontvlood. Wilt u dan,
+dat ik die verschrikking tweemaal leer kennen; wilt u dan, dat ik
+tweemaal sterf en dat mijn menschelijke ellende die van alle anderen
+overtreft?... O, Heer, laat het dan dadelijk gebeuren. O, ik smeek u,
+doe dat andere groote wonder, leg mij weer in dat graf en laat mij
+weer insluimeren, zonder dat ik in mijn eeuwigen onderbroken slaap
+lijden moet. O, heb genade en leg mij niet de kwelling op nogmaals
+te moeten leven, die vreeselijke kwelling, waartoe u nog geen een
+enkel ander wezen hebt durven veroordeelen. Ik heb u altijd liefgehad
+en gediend, maak van mij nu niet het vreeselijkste voorbeeld van uw
+toorn, dat alle geslachten schrik zou aanjagen. Wees goed en genadig,
+Heer, geef mij den slaap terug, dien ik zoo ruimschoots verdiend heb,
+laat mij weer insluimeren in de zaligheid van uw niets."
+
+Intusschen had abbé Judaine den Commandeur, dien hij eindelijk wat had
+kunnen kalmeeren, meegetroond; Pierre drukte dr. Chassaigne de hand,
+daar hij zich herinnerde, dat hij Marie beloofd had haar om vijf uur
+te zullen halen. Toen hij eindelijk naar de Grot terugkeerde, zag hij
+abbé des Hermoises in een druk gesprek met mijnheer de Guersaint,
+die, opgeknapt door een goeden slaap, pas uit zijn hotel gekomen
+was. Beiden bewonderden de buitengewone schoonheid, die de extase
+van het geloof aan sommige vrouwen geeft, en praatten over hun plan,
+om een uitstapje naar het keteldal van Gavarnie te maken.
+
+Zoodra mijnheer de Guersaint echter vernam, dat Marie zonder resultaat
+een eerste bad genomen had, ging hij onmiddellijk met Pierre mede. Zij
+vonden het jonge meisje nog steeds in dezelfde pijnlijke verdooving,
+strak starend naar de Heilige Maagd, die haar niet verhoord had. Zij
+antwoordde niet op de liefdevolle woorden van haar vader; zij keek hem
+alleen maar aan met haar groote, diep-droeve oogen, die zij dan weer
+richtte op het marmeren, in den glans der kaarsen witte beeld. En
+terwijl Pierre stond te wachten, om haar naar het Hôpital terug te
+rijden, was mijnheer de Guersaint neergeknield. Eerst bad hij vurig
+voor het herstel van zijn dochter. Dan smeekte hij voor zichzelf de
+genade af een compagnon te vinden, die hem het millioen zou geven,
+dat noodig was voor zijn studies over bestuurbare ballons.
+
+
+
+
+V.
+
+'s Avonds tegen elf uur kwam Pierre, die mijnheer de Guersaint in zijn
+kamer in het Hôtel des Apparitions alleen liet, op het denkbeeld,
+alvorens zelf zich ter ruste te begeven, nog even naar het Hôpital
+de Notre-Dame des Douleurs te gaan. Hij had Marie zoo wanhopig en zoo
+volhardend in een schuw zwijgen achtergelaten, dat hij zich ongerust
+maakte. En nadat hij madame de Jonquière even aan de deur van de zaal
+Sainte-Honorine had laten komen, werd zijn ongerustheid nog grooter,
+want de berichten waren allesbehalve goed: de directrice vertelde
+hem, dat het jonge meisje nog geen woord gezegd had, niemand wilde
+antwoorden en zelfs weigerde te eten. Zij stond er dan ook op, dat
+Pierre binnenkwam. De vrouwenzalen waren 's nachts wel voor mannen
+gesloten; maar een priester is geen man.
+
+"Zij houdt slechts van u, zij zal slechts naar u luisteren. Kom toch
+binnen, ga bij haar bed zitten en wacht hier op abbé Judaine. Die
+zou tegen één uur de communie komen toedienen aan de ergste zieken,
+die niet meer getransporteerd kunnen worden en zoodra het dag is,
+eten. U zoudt hem kunnen helpen."
+
+Pierre volgde madame de Jonquière en ging aan het bed van Marie zitten.
+
+"Kindlief, ik breng iemand mee, die veel van je houdt... Je zult nu
+zeker wel verstandig worden en eens met hem praten."
+
+Toen de zieke Pierre zag, keek zij hem echter met een uitdrukking
+van verbitterd lijden aan; haar trekken waren hard.
+
+"Wil je, dat hij je wat voorleest, één van die mooie verhalen, die
+troost geven, zooals hij er een in den wagon gedaan heeft? Maar daar
+heb je misschien nu geen lust in. Enfin, straks zullen we wel verder
+zien... Ik laat je nu maar met hem alleen, en ik weet zeker, dat je
+dadelijk heel lief zal zijn."
+
+Vergeefs praatte Pierre zacht met haar en zeide haar alles wat zijn
+liefdevolle toegenegenheid voor haar hem ingaf; hij smeekte haar zich
+niet zoo over te geven aan haar wanhoop. Wanneer de Heilige Maagd
+haar niet den eersten dag genezen had, dan was dat alleen, omdat zij
+haar voor het een of ander eclatante wonder uitverkoren had. Maar zij
+had haar hoofd afgewend, zij scheen zelfs niet naar hem te luisteren,
+om haar mond lag een bittere trek, haar vertoornde oogen staarden in
+het niet. Hij moest wel zwijgen; keek nu de zaal rond.
+
+Het was een afschuwlijk schouwspel. Nog nooit was hij zoo
+onpasselijk geworden van een walging, die medelijden en afschuw in hem
+opwekten. Het middagmaal was reeds lang gebruikt, maar nog steeds lagen
+er porties op de lakens; en tot aan het lichten van den nieuwen dag
+waren er, die nog aten, terwijl anderen lagen te jammeren of smeekten,
+dat men ze omdraaide of op den pot zette. Naarmate het later werd,
+maakte een soort ijlkoorts zich van allen meester.
+
+Maar heel enkelen sliepen rustig, sommigen lagen uitgekleed onder
+de dekens, maar de meesten eenvoudig er bovenop uitgestrekt; het
+was zoo moeilijk haar uit te kleeden, dat zij zelfs gedurende de
+vijf dagen, die de bedevaart duurde, niet verschoond werden. In het
+halfdonker leek de zaal nog voller: de vijftien bedden, die langs de
+muren stonden, de zeven matrassen, die in den hoofddoorgang gelegd
+waren, andere, die er later nog waren bijgevoegd, een ophooping van
+tallooze lompen, waartusschen de bagage, de oude manden, de kisten,
+de valiezen opgestapeld stonden. Men wist niet meer waar men zijn voet
+moest zetten. Twee walmende lantaarns verlichtten ternauwernood dit
+kampement van stervenden; ondanks de twee half openstaande ramen,
+waardoor trouwens slechts de zwoele warmte van den Augustusnacht
+binnenkwam, was de stank ondragelijk. Schimmen en gillen bevolkten
+deze hel in den nachtelijken doodsangst van zooveel lijden.
+
+Pierre herkende Raymonde, die, nu haar dienst afgeloopen was, nog even
+haar moeder een zoen kwam geven, voor zij ging slapen in een der voor
+de zusters gereserveerde dakkamertjes. Madame de Jonquière, die haar
+taak als directrice zeer ernstig opnam, deed die drie nachten geen
+oog dicht. Zij had wel een fauteuil, waarin zij makkelijk kon liggen,
+maar zij kon er geen oogenblik in gaan zitten, zonder onmiddellijk
+weer gestoord te worden. Overigens werd zij dapper bijgestaan door de
+kleine madame Désagneaux, die zich zoo vol toewijding aan haar taak
+gaf, dat zuster Hyacinthe haar lachend gevraagd had: "Waarom wordt
+u geen pleegzuster?" Waarop zij eenigszins verschrikt en verbaasd
+geantwoord had: "Dat gaat niet, ik ben getrouwd en ben dol op mijn
+man!" Madame Volmar had zich niet meer laten zien. Men vertelde,
+dat zij zoo'n vreeselijke hoofdpijn had, dat zij naar bed had
+moeten gaan, wat madame Désagneaux verontwaardigd had doen vragen,
+waarom je hierheen kwam, om zieken te verplegen, als je zelf zoo zwak
+was. Maar langzamerhand begon zij zich ook geradbraakt aan armen en
+beenen te voelen, hoewel zij het zich zelf niet wilde bekennen en
+bij de minste klacht dadelijk bereid was om te helpen. Zij, die in
+haar appartementen te Parijs liever een knecht gescheld zou hebben
+dan zelf een lamp te verzetten, liep hier rond met potten en kannen,
+ledigde kommen, richtte de zieken op, terwijl madame de Jonquière een
+kussen achter haar schoof. Doch om elf uur kon zij niet meer. Zij was
+zoo onvoorzichtig zich even uit te strekken in den fauteuil en sliep
+toen dadelijk in. Haar aardig kopje met de mooie, blonde, weerspannige
+haren was op haar schouder afgezakt. En noch het gejammer, noch het
+roepen, noch eenig ander geluid kon haar wakker maken.
+
+Zachtjes was madame de Jonquière weer naar den jongen priester gekomen
+en zeide tegen hem:
+
+"Ik had er wel aan gedacht om mijnheer Ferrand, u weet wel den dokter,
+te laten halen; misschien had hij het arme kind wat kunnen geven om te
+kalmeeren, maar hij is beneden bezig met broeder Isidore. En bovendien
+we laten hier niemand geneeskundig behandelen, wij komen hier slechts,
+om onze lieve zieken in de handen der Heilige Maagd te leggen."
+
+Zuster Hyacinthe, die dezen nacht met de directrice wilde waken,
+voegde zich bij hen.
+
+"Ik kom zoo juist uit de mannenzaal; ik had mijnheer Sabathier een
+paar sinaasappelen beloofd. Het is mijnheer Ferrand gelukt broeder
+Isidore weer tot het leven terug te roepen... Wilt u misschien,
+dat ik hem even ga halen?"
+
+Maar Pierre verzette zich ertegen.
+
+"Wel neen, Marie zal wel verstandig zijn. Ik zal haar wel kalmeeren."
+
+Maar Marie bleef nog steeds hardnekkig zwijgen. Een van de twee
+lantaarns hing vlak bij haar bed, en Pierre zag heel duidelijk haar
+mager gezicht, waarin geen spier vertrok. In het bed ernaast zag hij
+het hoofd van Elise Rouquet, die in een diepen slaap verzonken was. Zij
+lag zonder sluier met haar gezicht naar boven, waarin de afzichtelijke
+wond toch bleef toetrekken. Links van zich zag hij de uitgeputte madame
+Vêtu, die, geschokt als zij werd door een onophoudelijk reutelen,
+den slaap niet vatten kon. Hij zeide een paar bemoedigende woorden tot
+haar. Zij dankte hem met een hoofdknikje en voegde er zwakjes aan toe:
+
+"Er hebben vandaag verschillende genezingen plaats gehad, dat maakt
+me zoo gelukkig."
+
+La Grivotte, die aan het voeteneinde van het bed op een matras lag,
+hield maar niet op, zich in haar drukke opgewondenheid op te richten
+en tegen ieder, die kwam, te herhalen:
+
+"Ik ben genezen!... Ik ben genezen!"
+
+En zij vertelde, dat zij een halve kip verorberd had, zij, die in
+geen twee maanden gegeten had. Daarna had zij bijna twee uur lang
+medegeloopen in de fakkelprocessie. Zij zou zeker tot vroeg in den
+ochtend gedanst hebben, als de Heilige Maagd een bal gegeven had.
+
+"Ik ben genezen, o, heelemaal genezen!"
+
+En met een kinderlijke vroolijkheid, met een glimlachende zelfverzaking
+kon madame Vêtu nog zeggen:
+
+"De Heilige Maagd heeft er goed aan gedaan, deze te genezen, die zoo
+arm is. Dat maakt mij gelukkiger dan wanneer ik het zelf was. Ik heb
+immers mijn winkel en kan nog best wat wachten... Ieder op zijn beurt,
+ieder op zijn beurt!"
+
+Bijna allen toonden die Christelijke liefde, die ongelooflijke
+blijdschap over de genezing van anderen. Slechts hoogst zelden waren
+zij jaloersch, allen gaven zich over aan een soort gelukkige epidemie,
+de aanstekelijke hoop den volgenden dag ook genezen te worden, als
+de Heilige Maagd het wilde. Je moest haar niet verdrietig maken,
+je niet ongeduldig betoonen, want zij had er natuurlijk haar goede
+redenen voor, wist waarom zij liever met deze dan met gene begon. De
+ergste zieken baden dan ook, in die broederschap van lijden en hoop,
+voor haar, die naast haar lagen. Ieder nieuw wonder was een onderpand
+voor het volgende. Onwrikbaar kwam haar geloof steeds weer boven. Men
+vertelde de geschiedenis van een verlamd boerenmeisje, dat met een
+buitengewone wilskracht in de Grot eenige passen geloopen had. In het
+Hôpital teruggekeerd, had zij zich weer naar beneden laten brengen,
+daar zij naar de voeten van Notre-Dame de Lourdes wilde teruggaan, maar
+op de helft van den weg was zij hijgend en doodsbleek neergevallen. Op
+een brancard had men haar toen weer naar het Hôpital teruggebracht,
+waar zij gestorven was; genezen, zeiden degenen, die in de zaal naast
+haar lagen. Ieder op zijn beurt, de Heilige Maagd vergat geen van haar
+geliefde dochters, indien het tenminste niet in haar bedoeling lag
+een van haar uitverkorenen onmiddellijk de genade van het paradijs
+deelachtig te doen worden.
+
+Plotseling, juist toen Pierre zich over haar heen boog, om nogmaals
+te vragen, of hij haar wat wilde voorlezen, barstte Marie in een wild
+snikken uit. Zij had haar hoofd laten neervallen op den schouder van
+haar vriend en zeide hem met een zachte, maar angstaanjagende stem te
+midden van de vage schaduwen dier vreeselijke zaal haar woede. Het
+was bij haar, iets, wat zoo zelden voorkomt, een verliezen van het
+geloof, een plotseling wegzinken van den moed, een opstand van het
+lijdende schepsel, dat niet langer wachten kan. Ja, het werd bij haar
+een godslastering.
+
+"Neen, neen, zij is slecht, zij is onrechtvaardig. Ik was er zoo
+zeker van, dat zij mij vandaag zou verhooren, en ik had haar zoo
+gesmeekt! Nooit zal ik genezen, nu deze eerste dag ten einde loopt. Het
+was een Zaterdag, ik was zoo overtuigd, dat zij mij op een Zaterdag
+genezen zou... O, Pierre, ik wilde niet meer spreken, belet mij om
+te spreken, want mijn hart is zóó vol, dat ik te veel zeggen zou!"
+
+In een broederlijke omarming had hij haar hoofd tegen zich aangedrukt,
+trachtte dien kreet van haar verzet te smoren.
+
+"Marie, zwijg toch! Ze mogen je niet hooren... Jij, zoo vroom! Wil
+je dan al deze zielen ergeren?"
+
+Maar zij kon niet zwijgen.
+
+"Ik zou stikken, ik moet spreken... Ik heb haar niet meer lief, ik
+geloof niet meer in haar. Alles wat men hier vertelt zijn leugens:
+er is niets, zij bestaat zelfs niet; zij luistert immers niet, als
+je haar roept en als je weent. Als je alles eens wist, wat ik tot
+haar gezegd heb... Neem me mee, dan kan ik op straat sterven, waar
+de voorbijgangers ten minste medelijden zullen hebben met mijn lijden."
+
+Haar stem was allengs zwakker geworden, stamelend als een kind viel
+zij op haar kussen terug.
+
+"En niemand houdt ook van me. Vader was er zelfs niet. En jij,
+arme jongen, hadt me ook in den steek gelaten. Toen ik zag, dat een
+ander mij naar den vijver reed, voelde ik in mijn hart zoo'n bittere
+koude. Ja, die koude van den twijfel, dien ik in Parijs zoo dikwijls
+gevoeld heb. Een ding is zeker: dat zij mij niet genezen heeft, komt,
+omdat ik getwijfeld heb. Ik zal slecht gebeden hebben, ik ben niet
+heilig genoeg..."
+
+De godslasteringen hadden reeds opgehouden, zij vond reeds
+verontschuldigingen voor den hemel. Maar haar gezicht bleef verbitterd
+in dien strijd tegen de hoogere macht, die zij zoo lief gehad en
+gebeden had, maar die haar niet verhoord had. Wanneer er een enkele
+maal zoo'n aanval van woede losbrak en het in de bedden tot dergelijke
+opstanden tegen God, tot wanhoop en snikken, ja zelfs tot vloeken
+kwam, dan trokken de dames en de zusters, eenigszins schuw en bang,
+eenvoudig de gordijnen dicht. De genade had zich teruggetrokken
+en men moest wachten, tot zij terugkeerde. Dan trad langzamerhand
+een kalmte in en na enkele uren was alles te midden van de diepe,
+treurige stilte gestorven.
+
+"Blijf toch kalm, blijf toch kalm, ik smeek het je," zeide Pierre,
+die zag, dat een andere crisis, een van twijfel aan zich zelf, van
+angst de goddelijke genade onwaardig te zijn, zich van Marie dreigde
+meester te maken.
+
+Ook zuster Hyacinthe was bij haar bed komen staan.
+
+"Maar je zult straks de heilige communie niet kunnen ontvangen,
+kindlief, als je in zoo'n opgewonden toestand blijft. En waarom
+wil je niet, dat mijnheer de abbé je wat voorleest, nu wij het ook
+goed vinden?"
+
+Zij maakte een moe gebaar als om te zeggen, dat zij het goed vond en
+onmiddellijk haalde Pierre uit het valies, dat aan het voeteneinde
+van het bed stond, het kleine boekje met blauwen omslag, waarin zoo
+naïef de geschiedenis van Bernadette verteld werd. Maar evenmin als
+den vorigen nacht in den voortrollenden trein hield hij zich aan den
+besnoeiden tekst van het boekje, maar improviseerde hij, waarbij hij
+de feiten op zijn wijze weergaf, terwijl de denker en de analyst in
+hem geen weerstand bieden konden aan de verleiding om de waarheid
+te herstellen, deze legende, wier eeuwig wonder tot de genezing der
+zieken medewerkte, meer menschelijk te maken. En weldra richtten
+zich van alle matrassen naast hem vrouwen op, die het vervolg van het
+verhaal wilden hooren, want het smachtend verlangen naar de communie
+belette bijna allen om te slapen.
+
+Zoo verhief Pierre, zittend in het bleeke schijnsel van de lantaarn,
+die boven hem hing, langzamerhand zijn stem, om zich voor de geheele
+zaal verstaanbaar te maken.
+
+"Dadelijk na de eerste wonderen begonnen de vervolgingen. Bernadette
+werd als een leugenaarster en een krankzinnige behandeld, en men
+dreigde haar in de gevangenis te zetten. Abbé Peyramale, pastoor van
+Lourdes en monseigneur Laurence, bisschop van Tarbes, benevens de
+geheele geestelijkheid hielden zich op den achtergrond en wachtten
+met de grootste voorzichtigheid de dingen af, terwijl de burgerlijke
+autoriteiten, de prefect, de officier van justitie, de burgemeester,
+de commissaris van politie zich in hun overmatigen ijver tot
+betreurenswaardige excessen tegen den godsdienst lieten verleiden..."
+
+Terwijl hij zoo voortging, zag Pierre, hoe de ware geschiedenis met
+een onweerstaanbare kracht voor hem oprees. Hij ging nog wat in de
+geschiedenis terug en vond Bernadette weer terug op het oogenblik van
+de eerste verschijningen. Zij was zoo rein, zoo kinderlijk-oprecht,
+zoo aanbiddelijk van onschuld en goede trouw in haar lijden. Zij
+was de helderziende, de heilige, wier gelaat in de oogenblikken
+van extase een uitdrukking van bovenmenschelijke schoonheid kreeg:
+haar voorhoofd straalde, haar trekken schenen verheerlijkt te worden,
+haar oogen baadden in licht, terwijl de half geopende mond van liefde
+brandde. Haar geheele persoon was dan vol van een verheven majesteit,
+zij maakte langzame en verheven teekenen des kruises, die als het ware
+den geheelen horizont omvatten. De aangrenzende dalen, de dorpen,
+de steden spraken over niets dan over Bernadette. En hoewel de
+Heilige Maagd zich nog niet bekend gemaakt had, herkende men haar,
+zeide men: "Dat is de Heilige Maagd!" Den eersten marktdag kwamen er
+zooveel menschen, dat Lourdes wel overstroomd leek. Allen wilden het
+gebenedijde kind zien, de uitverkorene van de Koningin der Engelen,
+die zoo mooi werd, wanneer de hemelen zich voor haar verrukte
+oogen openden. Iederen ochtend werd de menigte aan den oever van
+den Gave grooter; duizenden verdrongen er zich om toch maar niets
+van het schouwspel te verliezen. Zoodra Bernadette zich vertoonde,
+liep een geprevel door de schare: "Daar is de heilige, de heilige,
+de heilige!" Men snelde naar haar toe, kuste haar kleeren. Zij was
+de Messias, de eeuwige Messias, dien de volkeren verwachten en naar
+wien door alle eeuwen heen alle geslachten smachten. En steeds weer
+herhaalde zich hetzelfde: een openbaring der Maagd aan een herderin;
+een stem, die de wereld vermaande tot boetedoening; een bron, die
+ontsprong; wonderen, die de in steeds grooter getale samenstroomende
+menigte met verbazing sloegen en verrukten.
+
+O, die eerste wonderen van Lourdes! Welk een heerlijke
+lentebloesempracht van troost in het hart der ellendigen, die door
+armoede en ziekte verteerd werden! Het genezen oog van den ouden
+Bourriette; de jonge Bouhohorts, in het koude water weer tot het leven
+teruggeroepen; dooven, die weer hoorden; lammen, die weer liepen;
+en zoovele anderen, Blaise Maumus, Bernade Soubies, Auguste Bordes,
+Blaisette Soupenne, Benoite Cazeaux, die van de ergste ziekten
+verlost werden, vormden het onderwerp van eindelooze gesprekken,
+verlevendigden de hoop weer van allen, die geestelijk of lichamelijk
+leden. Donderdag, den vierden Maart, den laatsten dag van de door de
+Heilige Maagd verlangde bezoeken, waren er meer dan twintigduizend
+personen voor de Grot, was het geheele gebergte afgedaald. En die
+ontzaglijke menigte vond daar waarnaar zij hongerde: het voedsel van
+het goddelijke, het feestmaal van het wonderbaarlijke, genoeg van het
+onmogelijke, om haar geloof te bevredigen aan een hoogere macht, die
+zich verwaardigde zich in te laten met de armen, die op opzienbarende
+wijze ingreep in de ellendige toestanden hier op aarde, om er een
+weinig gerechtigheid en goedheid te brengen. De roep der goddelijke
+liefde weerklonk, de onzichtbare en hulpvaardige hand strekte zich uit,
+verbond de eeuwige wonde der menschheid. O, met welk een onverwoestbare
+kracht schoot deze droom, dien ieder geslacht op zijn beurt opnieuw
+droomde, weer wortel bij de onterfden, zoodra hij een gunstigen,
+door de omstandigheden voorbereiden bodem gevonden had. En misschien
+hadden in geen eeuwen de feiten zich zoo samengevoegd, om, zooals in
+Lourdes, den mystieken haard van het geloof te doen ontvlammen.
+
+Een nieuwe godsdienst begon zich te grondvesten, en onmiddellijk
+kwamen de vervolgingen los, want de godsdiensten gedijen slechts
+onder martelingen en verzet. Evenals vroeger te Jeruzalem, toen het
+gerucht zich verspreidde, dat wonderen opbloeiden onder de stappen
+van den verwachten Verlosser, geraakten ook hier de burgerlijke
+autoriteiten in opwinding, de officier van justitie, de vrederechter,
+de burgemeester en vooral de prefect van Tarbes. Deze was toevallig een
+streng geloovig Katholiek, een rechtschapen man, die zijn godsdienstige
+plichten steeds waarnam, maar bovendien een echte bestuursambtenaar,
+een hartstochtelijk verdediger van de goede orde, een verklaard
+tegenstander van alle fanatisme, waaruit oproer en godsdienstige
+ontaarding voortvloeit. Te Lourdes had hij onder zijn bevelen een
+commissaris van politie, die den zeer begrijpelijken wensch koesterde
+zijn gaven van helder doorzicht te bewijzen.
+
+En zoo begon de strijd: den eersten Vastenzondag, vlak na de eerste
+verschijningen, liet deze commissaris Bernadette voor zich komen,
+om haar te ondervragen. Vergeefs trad hij in den beginne liefderijk,
+dan opvliegend en dreigend op: hij kreeg van het meisje steeds dezelfde
+antwoorden. De geschiedenis, die zij met de langzamerhand toegenomen
+bijzonderheden vertelde, had zich van lieverlede onherroepelijk in
+haar kinderlijk brein vastgezet. En bij deze arme hysterica was
+dat geen leugen; het was een onbewust opgedrongen gedachte, een
+ongeneeslijk gebrek aan wilskracht om zich los te maken van de eerste
+hallucinatie. Het ongelukkige kind, het lieve, zachte kind! Van dat
+oogenblik af was zij voor het leven verloren, werd zij gekruisigd
+door haar idée fixe, waaruit men haar slechts zou hebben kunnen
+losrukken door haar in een andere omgeving te brengen, door haar
+terug te geven aan de vrije buitenlucht in een streek van licht en
+menschenliefde! Maar zij was de uitverkorene, zij had de Heilige Maagd
+gezien, daarom zou zij haar geheele leven lijden en ten slotte sterven.
+
+Pierre, die Bernadette zoo goed begreep en aan haar nagedachtenis
+een broederlijk medelijden, de warme toegenegenheid, die men voor een
+menschelijke heilige, een eenvoudig, rechtschapen en in de marteling
+voor haar geloof bekoorlijk wezen heeft, bewaarde, kon zijn ontroering
+niet verbergen: zijn oogen waren vochtig, zijn stem beefde. Marie,
+die tot dusverre met haar door verzet hard gelaat, strak voor zich
+uit had liggen staren, maakte nu een gebaar van medelijden.
+
+"De arme kleine," prevelde zij, "zoo alleen tegen die magistraten,
+en zoo onschuldig, zoo fier, zoo zeker van haar zaak!"
+
+Uit alle bedden steeg dezelfde lijdende sympathie op. De hel van deze
+zaal in haar nachtelijke ellende, met haar vergiftigde atmosfeer, haar
+opeenhooping van smartelijke ziekbedden, haar spookachtig heen en weer
+geloop van door moeheid uitgeputte zusters, scheen verlicht te worden
+door een glans van goddelijke liefde. Arme, arme Bernadette! Allen
+waren verontwaardigd over de vervolgingen, die zij, om de werkelijkheid
+van haar visioen te verdedigen, had moeten verduren.
+
+Voortgaande, vertelde Pierre wat Bernadette te lijden had gehad. Na
+het verhoor door den commissaris had zij nog voor de chambre du
+Tribunal moeten verschijnen. De geheele magistratuur wilde haar
+met alle geweld tot een herroeping dwingen. Maar het hardnekkig
+vasthouden aan haar droom was sterker dan al de redeneeringen van al
+de burgerlijke overheden te zamen. Twee doktoren, door den prefect
+gezonden, om haar te onderzoeken, concludeerden te goeder trouw,
+zooals trouwens ieder geneesheer gedaan zou hebben, tot zenuwstoringen,
+waarvan het asthma een zekere aanwijzing was en die onder bepaalde
+omstandigheden hallucinaties in het leven hadden kunnen roepen. Op die
+conclusie was zij bijna in een ziekenhuis te Tarbes opgesloten. Maar
+men durfde haar niet uit Lourdes te verwijderen, bang als men was
+voor de volksverbittering. Een bisschop was gekomen om zich voor
+haar op zijn knieën te werpen. Dames wilden haar genade met goud
+koopen. Steeds grooter wordende scharen van geloovigen overstelpten
+haar met bezoeken. Zij had een toevlucht gezocht bij de zusters van
+Nevers, die de zieken in het gemeentelijke ziekenhuis verpleegden;
+daar had zij haar eerste communie gedaan, daar leerde zij met moeite
+lezen en schrijven. Daar de Heilige Maagd haar slechts voor het geluk
+van anderen uitverkoren scheen te hebben en haar zelf niet van haar
+chronische benauwdheden genas, besloot men haar naar de zoo nabij
+gelegen baden van Cauterets te brengen, die haar echter in het geheel
+geen goed deden.
+
+Onmiddellijk na haar terugkeer te Lourdes begon de kwelling van
+verhooren en van aanbidding door een geheel volk opnieuw in nog
+erger mate, zoodat zij een afschuw van de wereld kreeg. Het was nu
+voor goed uit: zij kon nu geen vroolijk kind meer zijn; geen jong
+meisje worden, dat droomt van een echtgenoot; geen jonge vrouw, die
+de wangen van mollige kinderen kust. Zij had de Heilige Maagd gezien,
+zij was de uitverkorene en de martelares. De Heilige Maagd, zeiden
+de geloovigen, had haar slechts drie geheimen toevertrouwd en haar
+aldus gewapend met die driedubbele wapenrusting, om haar te midden
+van haar beproevingen te steunen.
+
+Lang had de geestelijkheid, zelf vol twijfel en ongerustheid, zich
+van het uitspreken van een oordeel onthouden. De pastoor van Lourdes,
+abbé Peyramale, was een ruw, maar buitengewoon goed, rechtschapen
+en verwonderlijk energiek man, wanneer hij meende op den rechten
+weg te zijn. De eerste maal, dat hij Bernadette bij zich kreeg,
+ontving hij bijna even ruw als de commissaris van politie dit te
+Bartrès opgevoede kind, dat men nog niet op de leering gezien had;
+hij weigerde haar verhaal te gelooven en beval haar met eenige
+ironie de Vrouwe te bidden vóór alles de wilde rozenstruik, die aan
+haar voeten stond, te doen ontluiken, wat de Vrouwe niet deed. Dat
+hij later als een goede herder, die zijn kudde verdedigt, het kind
+onder zijn bescherming nam, was alleen, omdat, toen de vervolgingen
+begonnen, men erover dacht dat ziekelijke meisje met haar zoo heldere
+en vrijmoedige oogen gevangen te nemen. En bovendien waarom zou hij het
+wonder blijven ontkennen, nadat hij er als voorzichtig priester, die
+weinig lust heeft den godsdienst in een verdacht avontuur te werpen,
+slechts aan getwijfeld had? De Heilige Boeken staan vol wonderen,
+het geheele dogma is op het mysterie gebaseerd.
+
+Vanaf dat oogenblik verzette, in de oogen van een priester, niets er
+zich tegen, dat de Heilige Maagd dit godvruchtige kind belast had met
+de opdracht voor hem, om een kerk te bouwen, waar de geloovigen zich
+in processie heen zouden begeven. Op die wijze begon hij Bernadette
+om haar charme lief te krijgen en te verdedigen, ook al hield hij
+zich, in afwachting van de beslissing van zijn bisschop, bescheiden
+op den achtergrond.
+
+Deze bisschop, Mgr. Laurence, scheen zich in zijn paleis te Tarbes
+achter driedubbele grendels opgesloten te hebben en bewaarde,
+alsof er te Lourdes niets gebeurde, dat hem kon interesseeren,
+het meest volmaakte stilzwijgen. Hij had aan zijn geestelijkheid
+strenge bevelen gegeven, en geen priester had zich nog onder de groote
+scharen, die geheele dagen voor de Grot doorbrachten, laten zien. Hij
+wachtte; hij liet in administratieve circulaires den prefect weten,
+dat de burgerlijke overheid in overeenstemming met de geestelijke
+overheid was. In den grond der zaak geloofde hij blijkbaar niet
+aan de verschijningen, zag hij daarin, evenals de geneesheeren,
+slechts de hallucinaties van een ziekelijk kind. De gebeurtenis, die
+het geheele land in beweging bracht, was echter belangrijk genoeg,
+om het van dag tot dag nauwkeurig te laten onderzoeken, en de wijze,
+waarop hij er zoo langen tijd zoo'n geringe belangstelling voor toonde,
+bewijst hoe weinig geloof hij aan het beweerde wonder sloeg. Zijn
+eenige zorg was de Kerk niet te compromitteeren met een geschiedenis
+die voorbestemd was slecht te eindigen. Mgr. Laurence, een zeer vroom
+man met een koel en nuchter verstand, had voor het bestuur van zijn
+diocese een groote dosis gezond verstand medegebracht. De ongeduldigen
+en de vurige ijveraars gaven hem toendertijd den bijnaam van "Heilige
+Thomas", omdat hij in zijn twijfel bleef volharden tot den dag, dat
+hij door de feiten gedwongen werd. Hij weigerde te hooren en te zien,
+vast besloten niet toe te geven dan wanneer de godsdienst er niets
+meer bij verliezen kon.
+
+Maar de vervolgingen werden ernstiger en scherper. De minister
+van Eeredienst, die op de hoogte gebracht was, eischte, dat alle
+wanordelijkheden zouden ophouden, waarop de prefect de toegangen
+tot de Grot door militairen had laten bezetten. Reeds hadden de
+geloofsijver der getrouwen en de dankbaarheid der genezenen die met
+bloemvazen versierd. Men wierp geldstukken in de Grot, geschenken
+voor de Heilige Maagd stroomden toe. Ook waren er reeds primitieve
+inrichtingen gemaakt: steenhouwers hadden een soort reservoir
+uitgehouwen, om het wonderwater op te vangen; anderen ruimden de
+groote rotsblokken weg en schiepen op die wijze een toegang langs den
+heuvel. En tegenover den steeds aangroeienden stroom der menigte nam
+de prefect, na van Bernadette's inhechtenisneming te hebben afgezien,
+het ernstige en bedenkelijke besluit om den toegang tot de Grot door
+een zwaar staketsel af te sluiten.
+
+Er hadden zich ergerlijke dingen voorgedaan: kinderen beweerden
+den duivel gezien te hebben; sommigen maakten zich daarbij aan
+leugens schuldig, anderen deden het onder den invloed van ziekelijke
+hallucinaties, die veroorzaakt werden door zenuwstoringen, welke
+als een besmettelijke ziekte om zich heen grepen. Maar wat een werk
+bracht de opruiming van de Grot met zich. De commissaris kon eerst
+tegen den avond een meisje vinden, dat hem een kar wilde verhuren;
+twee uren later brak dat meisje bij een val een rib. Eveneens werd
+den volgenden dag een man, die een bijl geleend had, door een steen
+een voet verpletterd. Eerst bij het invallen der schemering kon
+de commissaris onder het hoongelach der menigte de bloempotten,
+de enkele brandende kaarsen, de geldstukken en de zilveren harten,
+die in het zand lagen, medenemen. De menschen balden hun vuisten,
+scholden hem tusschen hun tanden uit voor dief en moordenaar. Dan
+werden de palen van het staketsel geslagen, de planken vastgespijkerd,
+een heel bouwwerk, dat het mysterie afsloot, den toegang tot het
+onbekende versperde en het wonder gevangen zette. En de burgerlijke
+overheden waren zoo naïef om te gelooven, dat het nu uit was, dat
+die enkele planken de armen, die dorstten naar illusie en hoop,
+zouden tegenhouden.
+
+Zoodra de nieuwe godsdienst in den ban gedaan en door de wet als
+een misdaad vervolgd werd, laaide hij met een onuitbluschbare vlam
+in de zielen op. De geloovigen bleven in nog grooter getale komen,
+knielden op eenigen afstand van de Grot neder en snikten bij het
+zien van den hun verboden hemel. De zieken, de zieken vooral,
+aan wie een barbaarsch besluit genezing ontnam, stroomden ondanks
+het verbod toe, kropen door gaten, klommen, allen gedreven door de
+vurige begeerte om water te stelen, over alle hindernissen. Wat, er
+was daar wonderdadig water, dat het gezicht teruggaf aan de blinden,
+lammen weder deed loopen, alle ziekten onmiddellijk verlichtte,
+en nu waren er hooggeplaatste ambtenaren, wreed genoeg om dat water
+achter slot en grendel te zetten, opdat het niet langer de armen zou
+genezen? Het was monsterachtig wreed! Een kreet van vervloeking rees
+op uit het arme volk, uit de onterfden, die om te leven evenveel
+behoefte hadden aan het wonderbaarlijke als aan brood.
+
+Volgens het overheidsbesluit moest tegen de overtreders proces-verbaal
+worden opgemaakt, en zoo zag men voor de rechtbank een rij van oude
+vrouwen en kreupele mannen trekken, die beschuldigd werden uit de
+levensbron geput te hebben. Zij stamelden, smeekten en begrepen het
+niet, wanneer ze een geldboete kregen. Maar buiten knorde en gromde
+de menigte, steeds grooter werd de volkswoede tegen die magistraten,
+die zoo hardvochtig waren voor de ellende hier beneden, die heeren
+zonder erbarmen, die eerst allen rijkdom aan zichzelf getrokken hadden
+en nu den armen zelfs hun droom van het hiernamaals, hun geloof,
+dat een hoogere en meedoogende macht zich met moederlijke liefde
+hun lot aantrok, niet gunden. Op een triesten morgen begaf zich een
+troep ellendigen en zieken naar den burgemeester; zij knielden neer
+op het plein en bezwoeren hem snikkend de Grot weer te laten openen;
+en wat zij zeiden was zoo ontroerend, dat iedereen weende.
+
+Een moeder liet haar halfdood kind zien; moest men dat zoo in
+haar armen laten sterven, terwijl er een bron was, die de kinderen
+van andere moeders van den dood gered had? Een blinde wees op zijn
+omfloerste oogen, een bleeke, klierachtige jongen liet zijn beenwonden
+zien, een verlamde vrouw trachtte haar kromme handen te vouwen;
+wilde men hun dood, weigerde men hun de laatste goddelijke kans om te
+leven, nu de menschelijke wetenschap hen in den steek liet? En even
+groot was de verontwaardiging der geloovigen, van hen, die overtuigd
+waren, dat in de duisternis van hun droef bestaan een hoekje van
+den hemel opengegaan was, die er tegen op kwamen, dat men hun die
+hersenschimmige vreugde ontnam, de laatste troost in hun menschelijk en
+maatschappelijk lijden, om te gelooven, dat de Heilige Maagd eindelijk
+neergedaald was om hun het oneindige erbarmen van haar tusschenkomst
+te brengen. De burgemeester had niets kunnen beloven, en de menigte
+was weenend teruggegaan, bereid tot rebellie, als onder den invloed
+van een groote onrechtvaardigheid, van een dwaze wreedheid tegenover
+de kleine luiden en de eenvoudigen van geest, die de Hemel wreken zou.
+
+Ettelijke maanden lang duurde de strijd. Het was een buitengewoon
+schouwspel die mannen van gezond verstand, den minister, den
+prefect, den commissaris van politie, allen ongetwijfeld door de
+beste bedoelingen bezield, zich te zien verzetten tegen de steeds
+aangroeiende menigte radeloozen, die niet wilden, dat men de poort
+van den droom voor hen sloot. De overheid eischte orde en rust,
+eerbied voor een verstandigen godsdienst en den triomf van het
+verstand, terwijl het volk in zijn overspannen begeerte naar heil in
+deze en in de wereld hiernamaals medegesleept werd door zijn drang
+naar geluk. O, niet meer te lijden, de gelijkheid van het geluk te
+veroveren, slechts leven onder de bescherming van een rechtvaardige en
+algoede Moeder, slechts sterven, om in den hemel weer te ontwaken! En
+noodzakelijkerwijze moest die brandende begeerte der scharen,
+die heilige waan van algemeen geluk en algemeene vreugde de starre
+opvatting wegvagen van een goed geregelde maatschappij, waarin de
+epidemisch terugkeerende aanvallen van religieuze hallucinaties als
+aanslagen op de rust van gezonde geesten veroordeeld worden.
+
+Op dat oogenblik kwam de zaal Sainte-Honorine in opstand. Weer moest
+Pierre een oogenblik zijn verhaal onderbreken door de half gesmoorde
+uitroepen, die den commissaris voor Satan en Herodes uitmaakten. La
+Grivotte had zich op haar matras opgericht en stotterde:
+
+"De monsters!... En de goede Heilige Maagd, die mij genezen heeft!"
+
+Madame Vêtu, die ondanks haar onbewuste zekerheid, dat zij sterven
+zou, toch weer door hoop bezield werd, maakte zich woedend bij het
+denkbeeld, dat, als de prefect de overwinning behaald had, de Grot
+thans niet bestaan zou.
+
+"Dan zouden er geen bedevaarten zijn, zouden wij hier niet zijn,
+zouden er niet ieder jaar honderden genezen!"
+
+Een benauwdheid deed haar half stikken; zuster Hyacinthe moest haar
+komen oprichten. Madame de Jonquière maakte van de onderbreking
+gebruik, om aan een jonge vrouw, die aan ruggemergstering leed,
+den pot te geven. Twee andere vrouwen, die door de ondraaglijke
+hitte niet in haar bed konden blijven, liepen met kleine, zachte
+pasjes als witte schimmen in de walmende donkerte heen en weer; van
+het eind der zaal kwam uit de duisternis een moeilijke ademhaling,
+die het geheele verhaal van Pierre met een reutelend geluid begeleid
+had. Alleen Elise Rouquet sliep rustig; zij lag op haar rug en liet
+haar afzichtelijke wonde, die aan het opdrogen was, zien.
+
+Het was kwart over twaalf; ieder oogenblik kon abbé Judaine binnenkomen
+voor de communie. De genade keerde weer in het hart van Marie terug;
+zij was nu overtuigd, dat de schuld bij haar lag, bij haar, die, toen
+zij in den vijver afdaalde, getwijfeld had, of de Heilige Maagd haar
+wel genezen zou. En zij had berouw over haar opstand als over een
+misdaad; zou zij ooit vergiffenis kunnen krijgen? Haar bleek gelaat
+was tusschen haar mooie, blonde haar weggezonken, haar oogen stonden
+vol tranen en zij keek Pierre met een wanhopige droefheid aan.
+
+"O, vriendlief, wat ben ik slecht geweest! Toen ik naar de uit trots
+begane misdaden van dien prefect en de andere overheidspersonen
+luisterde, heb ik mijn schuld begrepen... Je moet gelooven, Pierre,
+er bestaat geen geluk buiten geloof en liefde."
+
+Toen Pierre wilde ophouden, kwamen allen daartegen in verzet, eischten
+het vervolg. En Pierre moest beloven, dat hij zou vertellen tot den
+triomf der Grot.
+
+Het staketsel versperde nog steeds den toegang, men moest heimelijk
+in den nacht komen, als men wilde bidden en een flesch gestolen water
+medenemen. Intusschen werd de vrees voor oproer steeds grooter, men
+vertelde, dat al de dorpen uit het gebergte naar beneden zouden komen
+om God te bevrijden. Het was de levée en masse der kleine luiden,
+een zoo onweerstaanbare drang van dorstenden naar het wonder, dat het
+eenvoudige gezonde verstand, de eenvoudige goede orde op het punt
+stond als kaf voor den wind weggevaagd te worden. Mgr. Laurence in
+zijn bisschoppelijk paleis te Tarbes was de eerste die zich overgeven
+moest. Al zijn gereserveerdheid, al zijn twijfel was niet bestand tegen
+de volksbeweging. Vijf volle maanden had hij zich op den achtergrond
+kunnen houden, zijn geestelijkheid kunnen beletten de geloovigen
+naar de Grot te volgen, de Kerk kunnen verdedigen tegen den storm
+van bijgeloof. Maar waartoe diende het nog verder te strijden? Hij
+voelde, dat de ellende van zijn schare geloovigen zoo groot was, dat
+hij er zich bij nederlegde hun den afgodendienst te geven, waarnaar
+zij zoo smachtten.
+
+Maar toch vaardigde hij uit een restje van voorzichtigheid een bevel
+uit, waarbij een commissie benoemd werd, die een onderzoek moest
+instellen: dat was de aanvaarding van het wonder op korter of langer
+termijn. Kan men niet begrijpen, wat een moeite het Mgr. Laurence, een
+man van gezonde denkbeelden en helder verstand, kostte om dat bevel te
+onderteekenen? Hij moest neerknielen in zijn bidvertrek en God, den
+beheerscher der wereld, smeeken hem voor te schrijven, wat hij doen
+moest. Hij geloofde niet aan de verschijningen, had een hoogere, meer
+intellectueele opvatting omtrent manifestaties der godheid. Maar was
+het niet barmhartig en liefderijk aan de bezwaren van zijn verstand en
+aan zijn fijnere opvatting van godsvereering het zwijgen op te leggen
+tegenover de noodzakelijkheid om het brood der leugen, dat de arme
+menschheid noodig heeft om gelukkig te kunnen leven, uit te reiken.
+
+"O, mijn God, vergeef mij, indien ik U laat afdalen van den troon
+van Uw eeuwige macht, waarop Gij gezeten zijt, wanneer ik U verneder
+tot dit kinderlijke spel met nuttelooze wonderen. Maar, o, mijn God,
+zij lijden zoo, zij hongeren zóó naar het wonderbaarlijke en naar
+sprookjes, om hun levenssmart te verzachten. Gij zelf zoudt, indien
+zij Uw schapen waren, helpen hen te misleiden. Laten zij op deze
+wereld getroost worden, ook al moet de idee van Uw goddelijkheid
+daarbij lijden!"
+
+En zoo had de bisschop in tranen het offer aan zijn God gebracht in
+zijn herderlijke liefde voor de ellendige menschelijke kudde.
+
+Dan gaf de keizer, de gebieder, zich over. Hij was toen te
+Biarritz, dagelijks werd hij op de hoogte gehouden over die zaak der
+verschijningen, waarmede alle Parijsche bladen zich bezighielden;
+want de vervolging zou niet volmaakt geweest zijn, indien de
+inkt der Voltairiaansche journalisten er zich niet mede bemoeid
+had. En terwijl zijn minister, zijn prefect, zijn commissaris van
+politie zich afmatten voor het gezond verstand en de goede orde,
+bewaarde de keizer zijn diep stilzwijgen van wakend droomer, dat
+niemand ooit doorgrond had. Dagelijks kwamen er petities; en hij
+zweeg. Bisschoppen waren met hem komen spreken, hooge personnages,
+hooge dames uit zijn omgeving namen hem ter zijde; en hij zweeg. Eén
+onafgebroken gevecht werd geleverd om zijn beslissing, eenerzijds de
+geloovigen of eenvoudigen des geestes vol herschenschimmen, die zich
+hartstochtelijk voor het mysterieuze interesseerden; anderszijds de
+ongeloovigen, de regeeringspersonen, die al deze overdrijvingen der
+phantasie met leede oogen aanzagen; en hij zweeg. Plotseling sprak
+hij in zijn bedeesd besluit. Het gerucht liep, dat de smeekbeden der
+keizerin hem tot een beslissing gebracht hadden. Ongetwijfeld had zij
+ingegrepen, maar het voornaamste was toch, dat in den keizer zijn
+oude humanitaire droom was opgeleefd, zijn oprecht medelijden met
+de onterfden teruggekomen was. Evenmin als de bisschop, wilde hij de
+poort der illusie sluiten voor de ongelukkigen door het impopulaire
+besluit van den prefect, waarbij verboden werd uit de heilige bron
+te gaan drinken, te handhaven. En hij zond een telegraphisch bevel
+het staketsel af te breken, opdat de bron vrij zoude zijn.
+
+Dat was het Hosanna! Dat was de triomf. Onder tromgeroffel en
+trompetgeschal werd het nieuwe besluit op de pleinen te Lourdes
+voorgelezen. De commissaris van politie moest in hoogst eigen persoon
+tot het wegnemen van het staketsel overgaan. Evenals de prefect werd
+hij verplaatst. Van alle kanten stroomden de menschen toe en in de Grot
+werd de eeredienst geregeld. Een kreet van goddelijke vreugde steeg op:
+God had overwonnen. God? Neen, helaas! Maar de menschelijke ellende,
+de eeuwige behoefte aan de leugen, de hoop van den verdoemde, die,
+om heil en redding te vinden, zich overgeeft aan de handen van een
+onzichtbare almacht, die, sterker dan de natuur, alleen in staat is de
+onverbiddelijke natuurwetten te verbreken. En ook nog had overwonnen
+het souverein medelijden van de herders der kudden, den bisschop
+en den keizer, die in hun groote barmhartigheid den grooten zieken
+kinderen hun fetisch lieten, die de meesten troostte en sommigen
+zelfs wel genas.
+
+In het midden van November begon de bisschoppelijke commissie
+met het haar opgedragen onderzoek. Zij ondervroeg Bernadette nog
+eenmaal en bestudeerde een groot aantal wonderen. Toch hield zij
+slechts dertig genezingen, waaraan absoluut niet te twijfelen viel,
+over. Mgr. Laurence beweerde nu overtuigd te zijn. Toch gaf hij nog
+een bewijs van zijn uiterste voorzichtigheid: hij wachtte nog drie jaar
+vóór hij in een mandement verklaarde, dat de Heilige Maagd werkelijk in
+de Grot van Massabielle verschenen was en daarna verschillende wonderen
+hadden plaats gegrepen. Hij had uit naam van het bisdom, van de stad
+Lourdes de Grot met het uitgestrekte omliggende terrein gekocht.
+
+Vervolgens werden er verschillende werken uitgevoerd, eerst op
+bescheiden voet, maar weldra belangrijkere al naar mate het geld
+van de geheele Christenheid toestroomde. Men richtte de Grot in en
+sloot hem af met een hek. De Gave werd achterwaarts in een nieuwe
+bedding geleid, om breede toegangswegen, gazons, lanen en boulevards
+te kunnen aanleggen. Eindelijk begon de kerk, die de Heilige Maagd
+gevraagd had, de Basilica op den top van de rots zelf uit den grond te
+verrijzen. Van af den eersten steek der spade leidde de pastoor van
+Lourdes, abbé Peyramale, alles met een buitengewonen geloofsijver,
+want de strijd had van hem den vurigsten, den oprechtsten geloovige
+van het werk gemaakt. Op zijn ietwat ruw-vaderlijke manier was hij
+begonnen Bernadette te vereeren; hij gaf zich met lichaam en ziel aan
+de uitvoering der bevelen, die hij door den mond van deze onschuldige
+van den hemel ontvangen had. Hij wijdde al zijn krachten aan den
+bouw, wilde, dat alles mooi en grootsch was, de Koningin der Engelen,
+die zich verwaardigd had dit hoekje der bergen te bezoeken, waardig.
+
+De eerste godsdienstige plechtigheid had eerst zes jaar na de
+verschijningen plaats op den dag, dat men met groote pracht en praal
+in de Grot een beeld der Heilige Maagd plaatste op de plek, waar zij
+het eerst verschenen was. Dien ochtend had Lourdes zich bij prachtig
+weer in feestdos gestoken; alle klokken luidden. Vijf jaar later,
+in 1869, werd de eerste mis gelezen in de crypt der Basilica, wier
+spits nog niet af was. De geschenken werden steeds talrijker, een
+stroom van goud vloeide naar de Grot, een geheele stad schoot uit
+den grond op. Dat was de voltooiïng der stichting van den nieuwen
+godsdienst. De wensch om te genezen genas, de dorst naar het wonder
+bewerkte het wonder. Een God van medelijden en hoop kwam voort uit
+het lijden der menschheid, uit die behoefte aan troostende illusie,
+welke door alle menschengeslachten heen, de wondervolle paradijzen
+van het hiernamaals geschapen heeft, waarin een almacht gerechtigheid
+oefent en het eeuwige geluk uitdeelt.
+
+De zieken van de zaal Sainte-Honorine zagen dan ook in de overwinning
+der Grot slechts den triomf van de hoop op genezing. En langs de bedden
+streek een rilling van vreugde, toen Pierre, wiens hart door al die
+arme, naar zekerheid smachtende gezichten geroerd werd, herhaalde:
+
+"God had overwonnen, en sedert dien dag hebben de wonderen niet
+opgehouden."
+
+Hij legde het boekje neer. Abbé Judaine kwam binnen, de communie zou
+beginnen. Maar Marie, bij wie de koorts van het geloof weer opkwam,
+en wier handen brandden, boog zich naar hem toe.
+
+"Vriendlief," fluisterde zij, "bewijs mij den grooten dienst
+de bekentenis van mijn schuld aan te hooren en mij absolutie te
+geven. Ik heb God gelasterd en ben in een staat van doodzonde. Als
+jij me niet helpt, zal ik de heilige hostie niet kunnen ontvangen,
+en ik heb zoo'n behoefte aan troost en opbeuring!"
+
+De jonge priester weigerde met een gebaar. Nooit had hij deze vriendin,
+de eenige vrouw, die hij in haar vroolijke en gezonde jeugdjaren lief
+gehad en begeerd had, de biecht willen afnemen. Maar zij drong aan.
+
+"Ik smeek je erom. Je zult daardoor medewerken aan het wonder van
+mijn genezing."
+
+Hij gaf toe, hoorde haar schuldbelijdenis aan, de bekentenis van
+den goddeloozen opstand van haar lijden tegen de Heilige Maagd,
+die doof gebleven was voor haar smeekbeden; dan gaf hij haar met de
+sacramenteele woorden de absolutie.
+
+Reeds had abbé Judaine de hostievaas op een klein tafeltje tusschen
+twee brandende waskaarsen, twee sombere sterren in het halfdonker
+der zaal, gezet. Men had de ramen eindelijk wijd opengezet, zoo
+ondragelijk was de stank van die lijdende lichamen en die opgehoopte
+lompen geworden; maar er kwam geen frissche lucht binnen: de nauwe,
+donkere binnenplaats leek wel een gloeiende mijnput. Pierre bood zich
+aan als misdienaar en zeide het Confiteor. Dan hief de aalmoezenier
+in zijn miskleed, na het Misereatur en het Indulgentiam uitgesproken
+te hebben, de hostievaas op:
+
+"Ziet het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt!"
+
+Ieder der vrouwen, die vol ongeduld de communie verwachtten, zooals de
+stervende het leven verwacht van een nieuwe drank, die maar uitblijft,
+herhaalde driemaal met gesloten mond de acte van deemoediging: "Heer,
+ik ben niet waardig, dat Gij ingaat in mijn lichaam, spreek echter
+slechts één woord, en mijn ziel zal genezen worden!" Abbé Judaine
+was intusschen, gevolgd door Pierre, zijn tocht langs de ziekbedden
+begonnen, terwijl madame de Jonquière en zuster Hyacinthe, beiden
+met een kaars in de hand, met hen meeliepen.
+
+De zuster wees de zieken aan, die de communie moesten ontvangen, dan
+boog de priester zich over haar heen en legde, eenigszins op goed
+geluk af, onder het prevelen van Latijnsche woorden, de hostie op
+haar tong. Allen richtten zich op met wijd-geopende, schitterende
+oogen te midden van de door een al te haastige inrichting van de
+zaal ontstane wanorde. Toch moest men er nog twee, die vast sliepen,
+wakker maken. Velen kreunden, zonder zich ervan bewust te zijn,
+begonnen, zoodra zij God ontvangen hadden, weer te kreunen. Achter in
+de zaal bleef het rochelen van de vrouw, die men niet zag, nog steeds
+aanhouden. Men kon zich moeilijker iets melancholiekers denken dan
+die kleine stoet in het half-donker, waarin de twee gele lichten van
+de brandende kaarsen als sterren plekten.
+
+Het gezicht van Marie, die weer in extase verzonken was, leek wel
+een goddelijke verschijning. Aan la Grivotte, die 's ochtends in de
+Rozenkranskerk de heilige communie ontvangen moest, werd de heilige
+hostie geweigerd, hoewel zij hongerde naar het brood des levens; madame
+Vêtu had in een hik de hostie op haar zwarte tong ontvangen. Thans
+was Marie aan de beurt, onder het bleeke licht der kaarsen zoo mooi
+tusschen haar blonde haren, met haar wijd geopende oogen, haar door
+het geloof verheerlijkte trekken, die allen bewonderden. Zij vierde
+het avondmaal met groote innigheid, de hemel daalde zichtbaar neer in
+haar arm, jong, tot een zoo physieke ellende vermagerd lichaam. Een
+oogenblik hield zij Pierre met haar hand terug.
+
+"O, lieve vriend, zij zal mij genezen, zij heeft het mij gezegd.... Ga
+wat rust nemen. Ik zal ook lekker slapen gaan!"
+
+Toen hij met abbé Judaine wegging, zag hij de kleine madame Désagneaux
+languit liggen in den fauteuil, waarin zij van vermoeidheid
+neergevallen was. Niets had haar wakker kunnen maken. Het was
+half twee. Madame de Jonquière, geholpen door zuster Hyacinthe,
+liep nog steeds heen en weer, draaide de zieken om, verschoonde en
+verbond ze. Maar toch was er eenige kalmte in de zaal gekomen, sedert
+Bernadette er met haar bekoring door gekomen was. De kleine schim der
+helderziende dwaalde thans triomphantelijk rond tusschen de bedden,
+nu zij haar werk gedaan had door aan iedere onterfde, iedere wanhopige
+van deze aarde een stukje van den hemel te geven. En terwijl allen
+langzamerhand in slaap gleden, zagen zij, hoe zij, ook zoo ziekelijk
+en zoo zwak, zich voorover boog en haar glimlachend kuste.
+
+
+
+
+
+
+
+
+DERDE DAG
+
+
+I.
+
+Op dien mooien, warmen, helderen Augustusochtend was mijnheer de
+Guersaint reeds om zeven uur op en gekleed in een der twee kamertjes,
+die hij het geluk gehad had nog te kunnen huren op de derde verdieping
+van het Hôtel des Apparitions in de rue de la Grotte. Hij was om
+elf uur naar bed gegaan en nu heerlijk uitgerust wakker geworden;
+onmiddellijk ging hij naar het kamertje van Pierre. Maar deze, die
+pas om twee uur met door slapeloosheid verhit bloed in het hotel
+gekomen was, had eerst tegen het aanbreken van den dag den slaap
+kunnen vatten en sliep nog. Zijn over een stoel geworpen soutane en
+zijn andere overal verspreid liggende kleeren verrieden zijn moeheid
+en zijn opwinding.
+
+"Wat is dat, luilak?" riep mijnheer de Guersaint vroolijk. "Hoor jij
+de klokken niet luien?"
+
+Pierre schrok wakker, kon niet dadelijk dit kleine, door het zonlicht
+overstroomde hotelkamertje thuis brengen. Inderdaad drong door het
+open gebleven raam het vroolijk gelui der klokken naar binnen, het
+was alsof de geheele stad in haar geluk luide.
+
+"We zullen nooit voor acht uur in het Hôpital kunnen zijn, om Marie
+te halen, want we zullen toch zeker eerst ontbijten."
+
+"Natuurlijk, bestel dadelijk twee kop chocolade. Ik sta onmiddellijk
+op en heb niet veel tijd noodig om mij aan te kleeden."
+
+Toen hij alleen was, sprong Pierre, ondanks zijn stijve ledematen,
+die hem pijn deden, dadelijk uit zijn bed. Hij had zijn gezicht nog
+in de kom, om zich in het koude water op te frisschen, toen mijnheer
+de Guersaint, die niet alleen blijven kon, alweer terug kwam.
+
+"Ik heb het besteld, ze zullen het boven brengen... O, dit hotel! Heb
+je den heelemaal in het wit gekleeden en zoo deftigen eigenaar,
+mijnheer Majesté, in zijn bureau gezien? Het schijnt, dat het hotel
+overvol is, nog nooit hebben ze zooveel menschen gehad... Het is me
+dan ook een heidensch kabaal. Driemaal hebben ze me vannacht wakker
+gemaakt. Ik begrijp niet, wat ze in de kamer naast de mijne uitspoken:
+daarnet nog werd er tegen den muur gestooten, en daarna hoorde ik
+fluisteren en zuchten."
+
+Hij viel zichzelf in de rede, om te vragen:
+
+"Heb jij goed geslapen?"
+
+"Heelemaal niet," antwoordde Pierre. "Ik was doodop van moeheid en het
+was me niet mogelijk een oog dicht te doen. Zeker door al dat lawaai,
+waarvan u spreekt."
+
+Op zijn beurt sprak hij nu over de dunne beschotten, het propvolle
+hotel, dat onder den last van al die menschen, die men erin ophoopte,
+kraakte. Den heelen nacht door had hij onverklaarbare schokken gehoord,
+woest loopen in de gang, zware stappen en zware stemmen, die, je wist
+niet waarvandaan, opstegen; ongerekend nog het steunen der zieken en
+het hoesten, het verschrikkelijke hoesten, dat van alle kanten uit
+de muren scheen te komen. Blijkbaar kwamen er den geheelen nacht door
+menschen thuis en liepen dan weer uit, stonden op en gingen weer naar
+bed, want men vroeg niet meer naar uren, leefde in het ongeregelde
+van hartstochtelijke opwindingen.
+
+"En hoe was het gisterenavond met Marie?" vroeg mijnheer de Guersaint
+weer.
+
+"Veel beter," zeide de priester. "Na een vreeselijken aanval van
+wanhoop heeft zij al haar moed en al haar geloof weer teruggevonden."
+
+Er volgde een korte stilte.
+
+"O, ik maak me heelemaal niet ongerust," begon de vader weer met zijn
+rustig optimisme. "Je zult zien, dat het goed afloopen zal... Ik ben in
+den zevenden hemel... Ik had van de Heilige Maagd haar bijstand voor
+mijn eigen zaken ook afgesmeekt, je weet wel, mijn groote uitvinding
+van de bestuurbare ballons. En wil je wel gelooven, dat zij mij hare
+genade reeds getoond heeft? Ja, waarachtig, gisterenavond heeft abbé
+des Hermoises mij aangeboden te Toulouse een geldschieter voor mij te
+vinden, een schatrijken vriend van hem, die zich voor de werktuigkunde
+interesseert. Ik heb er dadelijk den vinger Gods in gezien."
+
+Hij lachte zijn gewoon kinderlijk lachje. Dan voegde hij eraan toe:
+
+"Een charmante man, die abbé des Hermoises! Ik zal toch eens
+informeeren, of wij samen niet voor een koopje dat uitstapje naar
+het keteldal van Gavarnie kunnen maken."
+
+Pierre, die alles, het hotel en de rest, betalen wilde, moedigde
+hem aan.
+
+"Natuurlijk moet u die gelegenheid om de bergen te bezoeken niet
+ongebruikt voorbij laten gaan, nu u er zoo naar verlangt. Uw dochter
+zal gelukkig zijn, als zij weet, dat u gelukkig bent."
+
+Maar zij werden gestoord; een kamermeisje bracht hun de twee koppen
+chocolade met kadetjes op een met een servet bedekt blad; daar zij
+de deur open had laten staan, kon men een gedeelte van de gang in de
+lengte zien.
+
+"Zoo, wordt de kamer van mijn buurman al gedaan?" vroeg mijnheer de
+Guersaint nieuwsgierig. "Hij is getrouwd, niet?"
+
+Het kamermeisje keek verbaasd.
+
+"Wel neen, hij is heelemaal alleen!"
+
+"Wat, heelemaal alleen? En den heelen nacht heb ik hem hooren
+loopen. En vanmorgen werd er gepraat en gefluisterd!"
+
+"Dat kan niet; hij is heelemaal alleen... Daar net is hij naar beneden
+gegaan, nadat hij eerst order gegeven had, dat men onmiddellijk zijn
+kamer schoon moest maken. En hij heeft maar één kamer met een groote
+kast in de muur, waarvan hij den sleutel meegenomen heeft... Daar
+bewaart hij zeker zijn geld in."
+
+Zij bleef praten, terwijl zij de twee koppen chocolade op de tafel
+zette.
+
+"Het is een heele deftige mijnheer... Het vorige jaar had hij een
+van de afzonderlijk liggende zomerhuisjes, die mijnheer Majesté in
+de straat hiernaast verhuurd. Maar van het jaar was hij te laat en
+heeft hij zich tot zijn groote spijt tevreden moeten stellen met
+deze kamer... Daar hij niet met Jan en alleman wil eten, laat hij
+zijn diner boven brengen. Nou, hij drinkt een goed wijntje!"
+
+"Dan begrijp ik het al!" zeide mijnheer de Guersaint vroolijk. "Hij
+zal gisterenavond in zijn eentje een beetje te goed gedineerd hebben."
+
+Pierre had nieuwsgierig geluisterd.
+
+"En logeeren naast mij niet twee dames met een mijnheer en een kind
+op krukken?"
+
+"Ja, mijnheer de abbé, ik ken ze heel goed... De tante, madame Chaise,
+heeft een van de kamers, terwijl mijnheer en mevrouw Vigneron met
+hun zoon Gustave de andere hebben... Het is al voor het tweede jaar,
+dat ze komen. Ook heel deftige lui!"
+
+Inderdaad had Pierre gemeend 's nachts de stem van mijnheer Vigneron,
+die blijkbaar last van de warmte had, te herkennen. Het meisje,
+eenmaal op haar praatstoel, vertelde nu verder welke andere logés er
+op deze verdieping waren: links, een geestelijke, een moeder met drie
+dochters, een oud getrouwd paar; rechts, nog een ongetrouwd heer,
+een dame alleen, en een heele familie met vijf kleine kinderen. Het
+hotel was tot onder de dakpannen vol. De kamermeisjes, die haar
+kamertjes aan de logé's hadden afgestaan, sliepen allen bij elkaar
+in het waschhuis. Gisterennacht had men op de portalen van iedere
+verdieping kermisbedden opgeslagen. Zelfs had een geestelijke, omdat
+er nergens anders plaats meer was, op een biljart moeten slapen.
+
+Toen het kamermeisje eindelijk weg was en de heeren ontbeten
+hadden, ging mijnheer de Guersaint, die erg op reinheid stond,
+weer naar zijn eigen kamer, om zijn handen te wasschen. Pierre ging,
+aangetrokken door het heerlijke zonnetje buiten, even op het kleine
+balcon staan. Alle kamers der zesde verdieping hadden aan dien kant
+van het hotel een balcon, dat met een balustrade van uitgesneden
+hout voorzien was. Maar tot zijn groote verbazing zag hij, dat op
+een balcon ernaast, dat behoorde tot de door den ongetrouwden heer
+gehuurde kamer, een vrouw, in wie hij madame Volmar herkende, even
+haar hoofd naar buiten stak. Er was geen twijfel aan of zij was het
+met haar lang gezicht, haar fijnbesneden trekken, haar groote mooie
+oogen, die wel gloeiende kolen geleken, waarover soms als een sluier,
+een vlammige weerschijn kwam, die ze scheen uit te dooven. Toen zij
+hem herkende, sprong zij van schrik terug. En hij zelf ook ging,
+verlegen, in zijn kamer terug. Onmiddellijk begreep hij alles: de
+mijnheer had niets anders kunnen huren dan deze kamer en verborg
+daarin zijn maîtresse voor aller oogen door haar, terwijl de kamer
+gedaan werd, in de groote muurkast op te sluiten; samen aten zij het
+middagmaal, dat boven gebracht werd, en dronken uit hetzelfde glas;
+ook de geluiden van 's nachts waren nu te verklaren. Op die wijze
+waren het voor haar in dit afgesloten vertrek drie dagen van volkomen
+gevangenschap in dollen hartstocht.
+
+Blijkbaar had zij, toen de kamer opgeruimd was, het gewaagd de kast van
+binnen weer open te maken en even haar hoofd naar buiten te steken,
+om te zien, of haar vriend nog niet terugkwam. Daarom had men haar
+dus niet in het ziekenhuis gezien, waar de kleine madame Désagneaux
+telkens naar haar vroeg. Pierre stond onbeweeglijk, zijn hart kromp
+ineen en hij verzonk in een onrustige droomerij, terwijl hij nadacht
+over het bestaan van deze vrouw, die hij kende, aan de marteling
+van haar huwlijksleven tusschen een barsche schoonmoeder en een
+onwaardig echtgenoot, en dan aan deze drie enkele dagen van volkomen
+vrijheid per jaar, dit hooge oplaaien van de liefdesvlam, onder het
+heiligschennend voorwendsel te Lourdes God te willen dienen. Tranen,
+die hij zichzelf niet verklaren kon, tranen, die uit het diepst
+van zijn innerlijk wezen, uit zijn vrijwillige kuischheid opstegen,
+vulden in een gevoel van eindelooze droefheid zijn oogen.
+
+"Nou, ben je klaar?" riep mijnheer de Guersaint, die met zijn
+handschoenen aan weer binnenkwam.
+
+"Ja, ja, we gaan!" zeide Pierre, die, terwijl hij zijn hoed zocht,
+zich omkeerde, om zijn tranen af te vegen.
+
+Toen zij weggingen, hoorden zij links van zich een brommende stem,
+welke zij als die van mijnheer Vigneron herkenden, die hardop zijn
+ochtendgebed deed. Op de gang hadden zij een ontmoeting, die hen
+interesseerde: zij kwamen n.l. een flinken, eenigszins gezetten heer
+van een veertig jaar met bakkebaarden tegen. Hij liep wat gebogen
+en zoo gauw, dat zij zijn gezicht niet konden zien. In zijn hand had
+hij een zorgvuldig omwikkeld pakje. Hij stak den sleutel in het slot,
+opende de deur en verdween zacht en geruischloos als een schim.
+
+Mijnheer de Guersaint keek om.
+
+"Kijk, daar heb je den ongetrouwden mijnheer. Hij heeft zeker op de
+markt wat lekkers gekocht."
+
+Pierre deed alsof hij het niet hoorde, want hij vond mijnheer de
+Guersaint te lichtzinnig, om hem ten opzichte van een geheim, dat
+niet het zijne was, in vertrouwen te nemen. Bovendien voelde hij
+een verlegenheid, een soort kuischen schrik in zich opkomen bij het
+denkbeeld aan die wrekende bevrediging van vleeschelijke lusten te
+midden van de mystieke extase, waardoor hij zich omringd voelde.
+
+Juist op het oogenblik, dat de zieken naar beneden gebracht werden,
+om ze naar de Grot te rijden, kwamen zij bij het Hôpital. Zij troffen
+Marie, die goed geslapen had, in een opgewekte stemming aan. Zij gaf
+haar vader een zoen en, toen zij hoorde, dat hij nog niet tot zijn
+uitstapje naar Gavarnie besloten was, een standje. Als hij niet ging,
+zou hij haar een groot verdriet doen. Bovendien zou zij, zooals zij
+met haar uitgerust en glimlachend gezichtje zeide, toch vandaag niet
+genezen worden. Eindelijk verzocht zij Pierre dringend te trachten
+verlof voor haar te krijgen, om den volgenden nacht voor de Grot te
+mogen doorbrengen: dit was een gunst, die door allen vurig gewenscht,
+doch slechts zelden aan enkele bevoorrechten toegestaan werd. Pierre,
+die er zich, ongerust als hij zich maakte over haar gezondheid,
+wanneer zij zoo'n heelen nacht in de open lucht zou doorbrengen,
+eerst tegen verzette, moest, toen hij plotseling een trek van groote
+teleurstelling op haar gezicht zag komen, wel beloven het te zullen
+doen. Ongetwijfeld dacht zij, dat de Heilige Maagd haar slechts
+onder vier oogen in den onbeperkten vrede van de duisternis, zou
+aanhooren. Dien ochtend voelde zij zich, na de mis in de Grot gehoord
+te hebben, zoo verloren gaan onder de vele zieken, dat zij onder
+voorwendsel, dat haar oogen zoo'n pijn deden van het felle gaslicht,
+reeds om tien uur naar het Hôpital teruggebracht wilde worden.
+
+Toen haar vader en de priester haar weer in de zaal Sainte-Honorine
+gedragen hadden, gaf zij hun voor den verderen dag verlof.
+
+"Neen, je behoeft me niet te komen halen, ik ga vanmiddag niet naar
+de Grot terug, het is onnoodig... Maar vanavond om negen uur breng
+je me ernaar toe, niet waar, Pierre? Dat is afgesproken, je hebt me
+je woord gegeven!"
+
+Hij beloofde, dat hij zou trachten verlof te krijgen, dat hij het,
+als het noodig was, aan pater Fourcade zelf zou vragen.
+
+"Tot vanavond dan, lieveling!" zeide op zijn beurt mijnheer de
+Guersaint, terwijl hij haar een zoen gaf.
+
+Zij lieten haar alleen, rustig liggend, met haar groote, peinzende
+en glimlachende oogen in het niet starend.
+
+Toen zij weer in het Hôtel des Apparitions terugkwamen, was het
+pas half elf. Mijnheer de Guersaint wilde onmiddellijk dejeuneeren,
+om dan met het mooie weer een wandeling door Lourdes te maken. Toch
+wilde hij eerst naar zijn kamer; Pierre volgde hem en samen vielen
+zij boven midden in een drama. De deur der Vignerons stond wijd open;
+ze zagen den kleinen Gustave languit liggen op een canapé, die als
+bed dienst deed. Hij zag lijkkleurig en had juist een flauwte gehad,
+die zijn vader en zijn moeder een oogenblik had doen gelooven, dat het
+het einde was. Madame Vigneron was, verbijsterd van angst, op een stoel
+neergevallen, terwijl mijnheer Vigneron alles door elkaar gooide om een
+glas suikerwater te maken, waarin hij enkele droppels van een elixer
+goot. Maar hoe was het mogelijk? Een zoo sterke jongen flauw vallen
+en zoo wit worden als een jong meisje? Hij keek madame Chaise aan, die
+voor den canapé stond; zijn handen begonnen nog erger te beven bij de
+gedachte, dat de erfenis der tante, wanneer zijn jongen in die idiote
+flauwte gebleven was, nu niet meer aan hen zou ten deel vallen. Hij
+was buiten zichzelf, maakte de lippen van het kind open en liet hem
+het geheele glas leegdrinken. Maar toen hij hem hoorde zuchten, kwam
+zijn vaderlijke goedhartigheid dadelijk weer boven; hij huilde en
+noemde hem zijn lief kereltje. Met een gebaar van plotselingen haat,
+alsof hij de moreele ontaarding begrepen had, waartoe het geld van
+die vrouw zijn ouders, zonder dat zij het zelf wisten, bracht, stiet
+de kleine Gustave madame Chaise, die wat dichter bij wilde komen,
+terug. Beleedigd ging de oude dame afzonderlijk zitten, terwijl de
+vader en de moeder, gerustgesteld nu, de Heilige Maagd dankten,
+dat zij hun lieveling, die hen aankeek met zijn teer en droevig
+glimlachje van jongen, die alles begrijpt en op zijn vijftiende jaar
+al zijn levenslust reeds verloren heeft, gered had.
+
+"Kunnen we u misschien ergens mee helpen?" vroeg Pierre dienstvaardig.
+
+"Heel vriendelijk, heeren, maar het is niet noodig," antwoordde
+mijnheer Vigneron, die even op de gang kwam. "Het is me anders
+een schrik geweest. Het is ook ons eenig kind en we houden zooveel
+van hem."
+
+Het dejeuner-uur bracht het geheele hotel in beweging. Deuren sloegen
+dicht, de gangen en de trappen dreunden van het voortdurend heen
+en weer gevlieg. Drie jonge meisjes stormden met ruischende rokken
+langs hen heen. In een kamer naast hen huilden kleine kinderen. Oude
+menschen wisten niet hoe zij zich het best haasten konden, geestelijken
+vielen geheel uit hun rol en lichtten hun soutanes met beide handen
+op, om maar hard te kunnen loopen. Van boven tot beneden zwiepten
+de planken onder den te zwaren last der opeengehoopte menschen. Een
+kamermeisje, dat op een blad een volledig dejeuner droeg, had aan
+de deur van den ongetrouwden mijnheer geklopt. Toen zij eindelijk op
+een kiertje openging, zagen zij de opgeruimde kamer, waarin de heer
+met zijn rug naar de deur zat.
+
+"Ik hoop, dat het nu voorbij is en dat de Heilige Maagd hem zal
+genezen," zeide mijnheer Vigneron, die de twee anderen niet meer
+losliet. "Wij gaan nu dejeuneeren, want ik heb honger als een paard."
+
+Toen Pierre en mijnheer de Guersaint beneden kwamen, vonden zij tot
+hun groote teleurstelling geen enkel tafeltje in de eetzaal vrij. Het
+was er ontzettend vol, de enkele tafeltjes, die nog leeg stonden,
+waren besproken. Een kellner vertelde hun, dat onder de bestorming
+van den eetlust, die door de scherpe berglucht nog meer geprikkeld
+werd, de zaal van tien tot een uur geen minuut minder leeg was. Zij
+moesten, of zij wilden of niet, wachten en verzochten den kellner
+hen te waarschuwen, wanneer er twee plaatsen vrij waren. En daar zij
+niet wisten wat zij anders doen moesten, gingen zij wat wandelen in
+de vestibule van het hotel, die op de straat uitkwam.
+
+Maar de eigenaar van het Hôtel des Apparations, de in het wit gekleede
+mijnheer Majesté, kwam in hoogst eigen persoon naar hen toe en vroeg
+met de grootste hoflijkheid:
+
+"Als de heeren soms in den salon willen wachten?"
+
+Het was een dikke man van een vijf-en-veertig jaren, die alle
+moeite deed om zijn naam op koninklijke wijze te dragen. Kaal en
+gladgeschoren, met ronde blauwe oogen in een waskleurig gezicht en
+met een driedubbele onderkin deed hij hoogst gewichtig en deftig. Hij
+was met de zusters, die het weeshuis bestuurden, van Nevers gekomen
+en had een kleine, donkere vrouw uit Lourdes getrouwd. Samen hadden
+zij in nog geen tien jaar van hun hotel een der aanzienlijkste en
+drukst bezochte inrichtingen der stad gemaakt. Enkele jaren geleden
+had hij er een handel in religieuze artikelen aan verbonden, die een
+groot magazijn besloeg en onder toezicht van madame Majesté door een
+jong nichtje bestuurd werd.
+
+"Als de heeren misschien in den salon willen wachten?" herhaalde de
+hôtelier, dien de soutane van Pierre zeer voorkomend maakte.
+
+Maar beiden gaven zij er de voorkeur aan wat op en neer te loopen,
+waarop Majesté, die, zooals hij gewoonlijk deed met gasten, welke
+hij met bijzondere onderscheiding behandelde, met hen een praatje
+wilde maken, zich bij hen voegde. Het gesprek liep eerst over
+de fakkelprocessie van dien avond, welke met dit prachtige weer
+schitterend beloofde te worden. Er waren meer dan vijftigduizend
+vreemdelingen te Lourdes. Uit alle badplaatsen in den omtrek
+waren wandelaars gekomen, wat de overbelasting der tables-d'hôte
+verklaarde. Misschien zou er wel brood te kort zijn in de stad,
+evenals verleden jaar.
+
+"U ziet hoe vol het is, wij weten waarachtig niet, hoe we iedereen
+bedienen moeten. Het is heusch mijn schuld niet, als wij u wat moeten
+laten wachten."
+
+Op dat oogenblik kwam de brievenbesteller met een groot pak couranten
+en brieven, die hij op een tafeltje in het bureau neerlegde. Een
+brief hield hij in zijn hand, terwijl hij vroeg:
+
+"Logeert hier ook een madame Maze?"
+
+"Madame Maze, Madame Maze?" herhaalde de hôtelier. "Neen, neen,
+ik weet zeker van niet."
+
+Pierre had de vraag ook gehoord en zeide:
+
+"Er moet een madame Maze logeeren bij de zusters van de Onbevlekte
+Ontvangenis, de Blauwe Zusters, zooals ze hier, geloof ik, genoemd
+worden."
+
+De brievenbesteller dankte voor de inlichting en ging weg. Maar een
+bitter glimlachje was op de lippen van mijnheer Majesté gekomen.
+
+"De Blauwe Zusters," mompelde hij; "ja, de Blauwe Zusters..."
+
+Hij keek schuins naar de soutane van Pierre en hield dan plotseling op,
+alsof hij bang was te veel te zullen zeggen. Zijn hart was echter te
+vol, hij moest het lucht geven, en deze jonge priester, die er niet
+uitzag, alsof hij bekrompen van geest was, behoorde blijkbaar niet
+tot de "bende", zooals hij al degenen, die in de Grot dienst deden
+en geld sloegen uit Notre-Dame de Lourdes, noemde. Langzamerhand liet
+hij zich gaan.
+
+"Ik zweer u, mijnheer de abbé, dat ik een goed Katholiek ben. Dat
+zijn we hier trouwens allemaal. Ik neem mijn plichten waar en houd
+mijn Paschen. Maar dat moet ik toch zeggen, de nonnen moesten er geen
+hotel op nahouden. Dat is niet goed."
+
+Hij liet zijn wrok van zakenman, die door oneerlijke concurrentie
+schade lijdt, den vrijen teugel. Hadden die zusters van de Onbevlekte
+Ontvangenis, die Blauwe Zusters, zich niet moeten houden aan haar
+eigenlijke taak, de vervaardiging van hosties en het strijken en
+onderhouden van de wasch der geestelijken? Maar neen, zij hadden
+haar klooster veranderd in een groot hotel, waarin ongetrouwde dames
+afzonderlijke kamers vonden en gemeenschappelijk konden eten, wanneer
+zij niet liever apart bediend werden. Alles was heel zindelijk, heel
+goed ingericht en door de ontelbare voordeelen, die zij genoten,
+niet duur. Geen enkel hotel te Lourdes wierp zooveel rente af.
+
+"Maar zegt u zelf eens, komt het te pas, dat nonnen zoo iets
+doen? Daarbij komt nog, dat de overste een flinke vrouw is. Toen zij
+het geld zag vloeien, wilde zij het alleen voor haar huis hebben
+en heeft zij zich geheel en al losgemaakt van de paters der Grot,
+die trachtten den baas over haar te spelen. Ja, mijnheer de abbé,
+zij is naar Rome gegaan en heeft haar proces gewonnen; nu steekt
+zij al het geld van de rekeningen in haar zak. Nonnen, lieve Hemel,
+nonnen, die gemeubileerde kamers verhuren en een table-d'hôte houden!"
+
+Hij hief zijn armen ten hemel en stikte bijna van woede.
+
+"Maar," merkte Pierre kalm op, "waar zoudt u, nu uw hotel propvol
+is en u geen bed of geen bord meer vrij hebt, de reizigers, die nog
+zouden kunnen komen, onder dak willen brengen?"
+
+Maar Majesté had onmiddellijk zijn antwoord klaar.
+
+"O, mijnheer de abbé, men kan wel zien, dat u het land niet
+kent. Zeker, tijdens de nationale bedevaart hebben we het allemaal
+druk, mogen we niet klagen. Doch dat duurt maar vier of vijf dagen;
+en in gewone tijden is het lang zoo druk niet... O, ik heb Goddank
+altijd logeergasten genoeg. Het hotel is bekend en staat gelijk met
+het Hôtel de la Grotte, waarmede reeds twee eigenaars rijk geworden
+zijn... Maar dat neemt niet weg, dat het vervelend is om te zien,
+hoe die Blauwe Zusters de clientèle afroomen, de dames uit de beste
+kringen, die dikwijls veertien dagen en drie weken in Lourdes blijven,
+van ons wegnemen; en dat vooral in stille tijden, wanneer er niet
+veel gasten zijn! U begrijpt wel wat ik bedoel, mijnheer de abbé:
+rijke ongetrouwde dames, die het land hebben aan lawaai en heele
+dagen lang alleen in de Grot gaan bidden, en die goed betalen zonder
+af te dingen!"
+
+Op dat oogenblik mengde madame Majesté, die Pierre en mijnheer de
+Guersaint nog niet gezien hadden, daar zij, over een register heen
+gebogen, rekeningen zat op te tellen, zich in het gesprek.
+
+"Verleden jaar, heeren, hebben wij gedurende twee maanden zoo'n dame
+in ons hotel gehad. Zij ging naar de Grot, kwam terug, ging er weer
+heen, at en sliep. En nooit één aanmerking, altijd hetzelfde tevreden
+glimlachje. Zij heeft haar rekening betaald, zonder die zelfs in te
+kijken... Om zulke gasten kan het je wel eens spijten."
+
+De kleine, magere, geheel in het zwart gekleede brunette stond op.
+
+"Als de heeren een paar kleine herinneringen aan Lourdes willen
+meenemen, moeten zij ons niet vergeten. Wij hebben hiernaast een
+magazijn, waarin zij een groot aantal van de meest gevraagde artikelen
+zullen vinden... De personen, die bij ons logeeren, zijn gewoonlijk
+zoo vriendelijk hun souvenirs nergens anders te koopen."
+
+Weer schudde Majesté zijn hoofd.
+
+"Zeker," zeide hij, "zou ik niet graag in eerbied tegenover de
+eerwaarde paters te kort schieten, maar toch mag ik niet ontkennen,
+dat zij te gulzig zijn... U hebt natuurlijk hun winkel bij de Grot
+gezien, die altijd stampvol is en waar ze religieuze artikelen
+en kaarsen verkoopen. Verschillende priesters zeggen, dat het een
+schande is en dat men opnieuw de wisselaars uit de tempels moest
+jagen... En naar men beweert, zijn de paters ook deelgenoot in het
+groote magazijn hier recht tegenover, waaruit de kleinere winkels hun
+artikelen betrekken. In het kort, wanneer je de praatjes gelooven mag,
+dan zouden zij de hand hebben in den geheelen handel in religieuze
+artikelen en zouden zij vooruit zoo en zooveel percent nemen van
+de millioenen rozenkransen, beeldjes en medailles, die jaarlijks te
+Lourdes verkocht worden."
+
+Hij was fluisterend gaan spreken, want met zijn beschuldigingen wees
+hij nu bepaalde personen aan, en ten slotte begon hij toch angstig te
+worden, dat hij zich zoo vrij uitliet tegenover vreemdelingen. Het
+zachte en vriendelijke gezicht van Pierre stelde hem echter gerust;
+en nu besluitend alles te vertellen, ging hij in zijn verontwaardiging
+van benadeeld concurrent, door:
+
+"Nu wil ik heel graag gelooven, dat er veel overdreven wordt. Maar
+het feit blijft toch bestaan, dat het een groot nadeel voor den
+godsdienst is, wanneer de eerwaarde paters, als de eerste de beste
+leek, een winkel houden.... Ik wil toch het geld voor hun missen niet
+met hen deelen en ik vraag toch niet zoo en zooveel procent van de
+cadeaux, die zij krijgen? Maar waarom gaan zij dan verkoopen, wat
+ik verkoop? Door hen is mijn laatste jaar alles behalve schitterend
+geweest. Er zijn er toch al te veel van ons, iedereen te Lourdes
+handelt in den goeden God, zoodat je er ten slotte geen droog brood
+meer mee verdient... Ja, mijnheer de abbé, de Heilige Maagd mag bij
+ons zijn, maar toch zijn het dikwijls slechte tijden."
+
+Hij werd even door een gast weggeroepen, maar hij kwam weer terug,
+juist toen een jong meisje madame Majesté kwam halen. Het was een knap,
+klein, mollig jong ding uit Lourdes met mooi, zwart haar en een rond,
+vroolijk gezicht.
+
+"Onze nicht Appoline," stelde Majesté voor. "Sedert twee jaar beheert
+zij ons magazijn. Zij is de dochter van een armen broer van mijn
+vrouw en hoedde te Bartrès schapen, toen wij, aangetrokken door haar
+lieftalligheid, besloten haar bij ons te nemen; en wij hebben er geen
+berouw van, want ze is een uitstekend verkoopster."
+
+Wat hij niet vertelde was, dat er nog al rare praatjes over Appoline
+liepen. Men had haar 's avonds met jongelui langs den Gave zien
+dwalen. Maar zij was voor Majesté veel waard, want zij trok, misschien
+door haar groote zwarte oogen, die graag lachten, veel klanten. Het
+vorige jaar was Gérard de Peyrelongue niet uit den winkel weg te
+krijgen geweest, en alleen zijn huwlijksplannen beletten hem nu terug
+te komen. Hij scheen vervangen te zijn door den galanten abbé Des
+Hermoises, die er veel dames bracht om te koopen.
+
+"U sprak daar over Appoline," zeide madame Majesté, toen zij weer uit
+het magazijn terug kwam. "Heeren, hebt u niet opgemerkt hoe sprekend
+zij op Bernadette lijkt... Kijk, daar hangt een portret van Bernadette
+op haar achttiende jaar..."
+
+Pierre en mijnheer de Guersaint kwamen wat dichter bij, terwijl
+Majesté uitriep:
+
+"Bernadette, precies! Net Appoline, maar minder mooi, en melancholieker
+en armer."
+
+Eindelijk kwam de kellner zeggen, dat er een klein tafeltje vrij
+was. Tweemaal was mijnheer de Guersaint al eens in de eetzaal gaan
+kijken, want hij brandde van verlangen om te dejeuneeren en met het
+mooie weer naar buiten te gaan. Hij haastte zich dan ook weg zonder
+verder te luisteren naar Majesté, die met een beminlijk glimlachje
+opmerkte, dat de heeren toch niet zoo heel lang hadden behoeven te
+wachten. Het tafeltje stond heelemaal achteraan, zoodat zij de geheele
+zaal door moesten loopen.
+
+Het was een lange, in eikenhout geschilderde zaal, waarvan het
+schilderwerk echter reeds vol vlekken was. Men voelde er de slijtage
+en het vuil worden tengevolge van het aanhoudend af en aan loopen van
+hongerige menschen, die even aan een tafeltje neervielen. De geheele
+luxe bestond uit een schoorsteengarnituur: een druk-vergulde pendule
+met twee kandelabers. Ook hingen er voor de vijf ramen, die op het
+Zuiden uitzagen, kanten gordijnen. Door de neergelaten jaloezieën
+schoten toch brandende zonnepijlen naar binnen. In het midden zaten
+dicht op elkaar veertig menschen om de acht meter lange table-d'hôte,
+waaraan er eigenlijk nauwlijks dertig konden plaats nemen, terwijl
+aan de kleine tafeltjes rechts en links aan den muur nog een veertig
+andere gasten samengedrukt zaten. Bij het binnenkomen werd men als
+het ware verdoofd door een buitengewoon lawaai, een geroezemoes van
+stemmen en een rinkelen van borden en vorken. Het scheen, alsof men
+in een vochtigen oven kwam: een benauwende damp, bezwangerd met een
+benauwende etenslucht, sloeg je in het gezicht.
+
+Pierre kon in den beginne niets onderscheiden. Maar toen hij eindelijk
+aan hun tafeltje zat, een tuintafeltje, dat voor deze gelegenheid
+binnen gezet was en waarop de twee couverts elkaar aanraakten, werd
+hij eenigszins misselijk bij het zien van de groote tafel, die hij met
+één blik overzag. Sedert een uur werd eraan gegeten, twee afdeelingen
+gasten hadden hun beurt reeds gehad; de couverts stonden schots en
+scheef door elkaar, wijn- en jusvlekken plakten op het tafellaken. Om
+de symmetrie der compote-schalen, die als tafelversiering dienden,
+bekommerde men zich sedert lang niet meer.
+
+Maar meer dan dat nog hinderde Pierre de druk doende menigte gasten:
+dikke priesters, magere jonge meisjes, moeders met hangborsten en
+hangbuiken, opgeblazen, ongetrouwde heeren, heele families, waarvan
+de leden naar den leeftijd zaten en waarvan de een er al slechter en
+treuriger uitzag dan de ander. En al die menschen zweetten, slokten
+gulzig hun maal naar binnen, hun armen tegen hun lichamen aangeplakt,
+terwijl zij hun handen bijna niet verroeren konden. En in die groote,
+door de vermoeienis vertiendubbelde eetlust, in die haast, om zich
+vol te proppen, ten einde des te vlugger naar de Grot te kunnen
+terugkeeren, zat in het midden van de tafel een corpulente geestelijke,
+die volstrekt geen haast had en van iederen schotel met een bedachtzame
+langzaamheid, met een ononderbroken, voorzichtig kauwen at.
+
+"Bliksems," zeide mijnheer de Guersaint, "koud is ook anders! Maar toch
+wil ik graag wat eten, want, hoe het komt weet ik niet, maar sedert ik
+in Lourdes ben, voel ik mijn maag jeuken... Heb jij ook zoo'n honger?"
+
+"Ja, ik zal ook wat eten," zeide Pierre, die niet den minsten trek had.
+
+Het was een overvloedig menu: zalm, omelette, côteletten met
+gestoofde aardappelen, gestoofde nieren, bloemkool, koud vleesch
+en abrikozentaart; alles te veel gekookt, verdrinkend in de jus en
+onsmakelijk als de opgewarmde restjes. Doch op de fruitschalen lagen
+goede vruchten, o.a. prachtige perziken. Bovendien schenen de gasten
+niet veeleischend te zijn en weinig smaak te hebben. Een tenger jong
+meisje met mooie oogen en een als zijde glanzende huid, die tusschen
+een ouden priester en een vuilen mijnheer met een langen baard zat,
+smulde blijkbaar van de nieren, die in het grijze water, waarin zij
+gestoofd waren, lagen te zwemmen.
+
+"Waarachtig," zeide mijnheer de Guersaint, "die zalm is zoo kwaad
+niet... Als je er wat zout bij doet, smaakt ze uitstekend."
+
+Pierre moest, om zich op den been te houden, wel eten. Aan een klein
+tafeltje naast het hunne, had hij madame Vigneron en madame Chaise
+gezien, die, het eerst naar beneden gekomen, tegenover elkaar zaten
+te wachten; weldra verschenen ook mijnheer Vigneron en Gustave,
+bleek nog en zwaar leunend op zijn kruk.
+
+"Ga naast je tante zitten," zeide hij. "Voor mij is er nog plaats
+naast je moeder!"
+
+Toen hij zijn buren zag, ging hij even naar hen toe.
+
+"Ja, hij is weer heelemaal opgeknapt. Ik heb hem eens goed met
+eau-de-Cologne gewreven, en straks zal hij zijn bad in den vijver
+nemen."
+
+Hij ging aan tafel zitten en at gulzig. Maar wat een schrik
+was het geweest! Ondanks zichzelf praatte hij er nog luid over,
+zoo had de schrik, zijn zoon vóór zijn tante te zien sterven,
+hem aangegrepen. Deze laatste vertelde, dat zij, toen zij den
+vorigen dag voor de Grot geknield lag, zoo'n verlichting gevoeld
+had; zij vleide zich reeds van haar hartkwaal genezen te zijn, gaf
+allerlei kleine bijzonderheden, waarnaar haar zwager met groote,
+onwillekeurig ongeruste oogen luisterde. Zeker, hij was een goede
+kerel, hij zou nooit iemands dood gewenscht hebben; maar hij voelde
+een verontwaardiging en een verzet in zich opkomen bij het denkbeeld,
+dat de Heilige Maagd die oude vrouw zou genezen, terwijl zij zijn
+nog zoo jongen zoon vergeten zou. Hij was reeds aan de côteletten en
+slokte vorken vol aardappelpurée naar binnen, toen hij meende op te
+merken, dat madame Chaise tegen haar neef mokte.
+
+"Gustave," zeide hij plotseling, "heb je je tante al excuus gevraagd?"
+
+Verwonderd zette de jongen zijn heldere oogen in zijn uitgeteerd
+gezichtje wijd open.
+
+"Ja, je bent ondeugend geweest, je hebt ze weggestooten, toen ze
+boven dicht bij je kwam."
+
+In het volle bewustzijn van haar waardigheid zweeg madame Chaise
+en wachtte, terwijl Gustave, die zonder eenigen eetlust aan zijn
+in kleine stukjes gesneden côtelette bezig was, met zijn oogen op
+zijn bord bleef staren en ditmaal stijfhoofdig weigerde zich aan dat
+treurige werkje, om lief te zijn, te onderwerpen.
+
+"Kom, Gustave, wees nou lief; je weet hoe goed tante altijd voor je
+is en wat ze van plan is voor je te doen."
+
+Neen, neen, hij zou niet toegeven. Hij verwenschte op dit oogenblik
+deze vrouw, die niet gauw genoeg dood ging en de liefde van zijn ouders
+zoo leelijk voor hem maakte, dat hij, wanneer hij hen zich zoo druk
+om haar zag maken, niet meer wist, of zij hem wilden redden dan wel
+de erfenis, die zijn leven vertegenwoordigde.
+
+Doch madame Vigneron kwam haar man te hulp.
+
+"Je doet me veel verdriet, Gustave. Vraag dadelijk vergiffenis aan
+je tante, als je me niet heelemaal boos wil maken!"
+
+Nu gaf hij toe. Waarom ook nog zich verzetten? Was het niet beter,
+dat zijn ouders dat geld hadden? Zou hij zelf op zijn beurt niet
+sterven, al was het ook later, daar dit de zaken van zijn familie in
+orde bracht? Hij wist dat, begreep alles, zelfs die dingen, welke men
+voor hem verzweeg; zijn ziekte had hem zoo'n scherp gehoor gegeven,
+dat hij zelfs gedachten hoorde.
+
+"Tante, ik vraag u excuus, dat ik daarnet niet lief tegen u ben
+geweest."
+
+Twee groote tranen rolden uit zijn oogen, terwijl hij glimlachte op
+de manier van een liefderijk, ontgoocheld iemand, die veel meegemaakt
+heeft.
+
+"Al zijn de nieren niet zoo bijster lekker," zeide mijnheer de
+Guersaint tegen Pierre, "de bloemkool smaakt uitstekend."
+
+In de geheele zaal duurde het ontzettende kauwen voort. Nog nooit
+had Pierre zoo zien eten, in zoo'n zweet, in zoo'n benauwende warmte
+als waren zij in een gloeiend waschhuis. De etenslucht verdichtte
+zich langzaam tot een damp. Om zich verstaanbaar te maken, moest men
+schreeuwen, want alle gasten praatten hardop, terwijl de kellners
+met de borden en schalen rinkelden; ongerekend nog het lawaai van
+de kaken, dat je duidelijk hooren kon en dat als het schuren van
+molensteenen klonk. Wat echter den jongen priester het meest hinderde
+was het buitengewoon gemengde gezelschap aan de tafel, waar de mannen,
+de vrouwen, de jonge meisjes en de geestelijken pêle-mêle door elkaar
+zaten en hun honger verzadigden als een losgelaten troep jachthonden,
+die hun brokken naar binnen slokken. De broodbakjes gingen rond en
+waren onmiddellijk leeg. Onder het koude vleesch en het overgebleven
+vleesch van den vorigen dag, lams- en kalfsvleesch en ham werd een ware
+slachting aangericht. Men had reeds te veel gegeten en toch wekten
+die vleezen de eetlust weer op, daar men meende, dat men niets over
+moest laten. De priester aan het midden der tafel, die een goede eter
+scheen te zijn, was nu reeds aan zijn derde perzik, enorme perziken,
+die hij langzaam schilde en met een ernstig, nadenkend gezicht in
+kleine stukjes naar binnen werkte.
+
+Dan ontstond er plotseling een heele beweging in de zaal, een kellner
+deelde de post, die mevrouw Majesté uitgezocht had, uit.
+
+"Kijk!" zeide mijnheer Vigneron, "een brief voor mij. Ik begrijp het
+niet, ik heb niemand mijn adres gegeven."
+
+Dan bedacht hij zich.
+
+"O ja, dat is waar ook, hij zal van Sauvageot zijn, die zoolang aan
+Financiën voor mij waarneemt."
+
+Toen hij den brief open gemaakt had, begonnen zijn handen te beven
+en riep hij uit:
+
+"De chef is dood."
+
+Madame Vigneron was zoo van streek, dat zij onwillekeurig zeide:
+
+"Dan zal jij benoemd worden!"
+
+Het was een heimelijke, lang gekoesterde droom: de dood van den chef
+de bureau, opdat hij, sedert tien jaar onderchef, eindelijk zou kunnen
+opklimmen tot den hoogsten graad, zijn maarschalkstaf. En ook zijn
+blijdschap was zóó groot, dat hij er alles uit gooide.
+
+"O, lieve vrouw, de Heilige Maagd is beslist met ons... Vanochtend
+nog heb ik haar mijn promotie gevraagd, en zij verhoort mij!"
+
+Doch toen hij de blikken van madame Chaise op zich gevestigd voelde
+en zijn zoon zag glimlachen, begreep hij plotseling, dat hij niet op
+die manier juichen moest. Ongetwijfeld vroeg iedereen in de familie
+aan de Heilige Maagd de gunsten, die hij persoonlijk het meest noodig
+had. En als een braaf mensch verbeterde hij zichzelf dan ook:
+
+"Ik bedoel, dat de Heilige Maagd van ons allen veel houdt en dat zij
+ons allen heel tevreden van hier zal laten gaan... Wat spijt me dat
+van mijn armen chef. Ik zal zijn weduwe een kaartje zenden."
+
+Hoe hij het ook probeerde, hij kon zijn vreugde niet inhouden. Hij
+twijfelde er niet meer aan, of hij zou zijn geheimste wenschen,
+zelfs die, welke hij zichzelf niet bekennen durfde, in vervulling
+zien gaan. Aan de abrikozentaart werd groote eer bewezen, Gustave
+kreeg verlof er een klein stukje van te eten.
+
+"Het is verwonderlijk," zeide mijnheer de Guersaint, die nog een
+kop koffie genomen had, tegen Pierre, "het is verwonderlijk, dat je
+hier niet meer zieken ziet. Al die menschen hier schijnen een flinke
+eetlust te hebben."
+
+Intusschen had hij behalve Gustave, die als een klein kuikentje
+kruimeltjes at, ontdekt, dat er tusschen twee vrouwen, waarvan er een
+ongetwijfeld een kankerlijdster was, een man met een groot kropgezwel
+aan de table-d'hôte zat. Verderop was een zoo mager en bleek meisje,
+dat men wel aannemen moest, dat zij een teringlijdster was. Tegenover
+haar zat een idiote vrouw, die, gesteund door twee bloedverwanten,
+binnengekomen was en nu, met wezenlooze oogen starend, met haar
+lepel zat te eten, waarbij zij het grootste gedeelte op haar servet
+morste. Misschien waren er ook nog andere zieken, die men te midden
+van dat lawaaierige, druk etende gezelschap niet opmerkte, zieken,
+die door de reis opgewonden waren en nu aten, alsof zij in geen jaren
+gegeten hadden. De abrikozentaart, de kaas en de vruchten verdwenen
+naar binnen, en in de groote wanorde der couverts bleef niets meer over
+dan de jus- en wijnvlekken, die zich op het tafellaken uitbreidden.
+
+Het was bijna twaalf uur.
+
+"We gaan zeker dadelijk naar de Grot terug?" vroeg mijnheer Vigneron.
+
+Men hoorde trouwens niets anders dan: "Naar de Grot! Naar de Grot!" De
+volle monden haastten zich, keerden terug naar de gebeden en de
+lofzangen.
+
+"Nu we toch den heelen middag voor ons hebben," zeide mijnheer de
+Guersaint weer, "zou ik je wel willen voorstellen de stad eens te
+gaan bekijken, dan kan ik tegelijk zien een rijtuig te krijgen voor
+mijn uitstapje naar Gavarnie, waar mijn dochter zoo op staat."
+
+Pierre, die het vreeselijk benauwd had, was blij de eetzaal te kunnen
+verlaten. In den vestibule haalde hij verruimd adem. Maar daar hoopte
+zich een nieuwe troep gasten op, die, in afwachting van een plaats,
+queue maakte; men betwistte elkaar de kleine tafeltjes; het minste
+open gaatje aan de table-d'hôte was onmiddellijk weer bezet. Een
+uur lang nog zou de bestorming aanhouden, het menu defileeren en
+naar binnen geslokt worden, te midden van het geschuur der kaken,
+van de steeds benauwder wordende warmte en de toenemende walging.
+
+"Pardon, ik moet nog even naar boven," zeide Pierre; "ik heb mijn
+beurs vergeten."
+
+Boven in de stilte van de trap en de verlaten gangen hoorde hij,
+toen hij bij de deur van zijn kamer kwam, een zacht geluid. In het
+vertrek ernaast klonk een kirrend lachje, dat op den te harden stoot
+met een vork gevolgd was. Dan kwam ongrijpbaar, meer vermoed dan
+inderdaad gehoord, de zucht van een kus, het beven van lippen, die
+zich op andere lippen drukten, om ze te doen zwijgen. De ongetrouwde
+mijnheer dejeuneerde ook.
+
+
+
+
+II.
+
+Buiten liepen Pierre en mijnheer de Guersaint langzaam te midden van
+den steeds aangroeienden stroom der Zondagsmenigte. De hemel was
+helderblauw, de zon zette de stad in vlammen; in de lucht was een
+feestelijke vroolijkheid, de levendige vroolijkheid, die op groote
+marktdagen heerscht, welke het leven van een geheel volk in het volle
+daglicht plaatsen. Toen zij het stampvolle trottoir der avenue de
+la Grotte afgeloopen waren, werden zij op den hoek van het plateau
+de la Merlasse tegengehouden, zoo stroomde de menigte tusschen het
+onophoudelijk heen en weer rijden der rijtuigen terug.
+
+"We behoeven ons niet te haasten," zeide mijnheer de Guersaint. "Ik
+wou naar de place du Marcadal in de oude stad, want het kamermeisje
+heeft mij verteld, dat daar een kapper woont, wiens broer goedkoop
+rijtuigen verhuurt... Heb je lust om mee te gaan?"
+
+"Ik," riep Pierre uit, "ik vind alles goed."
+
+"Prachtig! Dan zal ik me tegelijk even laten scheren!"
+
+Zij kwamen op de place du Rosaire voor de grasperken, die zich
+tot den Gave uitstrekken, toen een nieuwe ontmoeting hen weer stil
+deed staan. Madame Désagneaux en Raymonde de Jonquière stonden daar
+vroolijk met Gérard de Peyrelongue te praten. Beiden hadden zij lichte
+japonnetjes, dunne strand-japonnetjes, aan en haar wit zijden parasols
+schitterden in de volle zon. Zij vormden daar een aardig groepje,
+een leuk hoekje van mondain gebabbel met frisch, jong gelach.
+
+"Neen, neen!" herhaalde madame Désagneaux; "wij kunnen uw "popote"
+niet zoo bezoeken, terwijl al uw vrienden aan het eten zijn."
+
+Gérard drong zeer galant aan en wendde zich daarbij vooral tot
+Raymonde, wier eenigszins vol gezicht dien dag door een stralenden
+charme van gezondheid verhelderd werd.
+
+"Maar het is heusch heel interessant om te zien en u zult schitterend
+ontvangen worden... U kunt u gerust aan mij toevertrouwen,
+mademoiselle, en bovendien zullen wij er zeker mijn neef Berthaud
+vinden, die het zich tot een groote eer zal rekenen om de honneurs
+in onze installatie waar te nemen."
+
+Raymonde glimlachte en zeide met haar levendige oogen, dat zij wel
+wilde. Op dat oogenblik gingen mijnheer de Guersaint en Pierre de dames
+begroeten. Onmiddellijk werden zij op de hoogte gebracht. "Popote"
+noemden zij een soort restaurant, een soort table-d'hôte, die de
+leden der Hospitalité de Notre Dame de Salut, de brancarddragers en
+zij, die in de Grot, bij de vijvers en in de ziekenhuizen, behulpzaam
+waren, opgericht hadden, om gemeenschappelijk en goedkoop te eten. Daar
+verschillende van hen niet rijk waren, omdat de Hospitalité leden telde
+onder alle klassen, waren zij overeengekomen, om drie goede maaltijden
+te gebruiken tegen een storting van drie francs daags; daarvan hielden
+zij dan nog eten over, dat zij onder de armen verdeelden. Maar zij
+bestuurden alles zelf, kochten zelf de levensmiddelen en huurden een
+kok en een paar jongens, terwijl zij er niet tegen op zagen zelf een
+handje mede te helpen om het lokaal in orde te houden.
+
+"Dat moet heel interessant zijn," riep mijnheer de Guersaint uit. "Dat
+zou ik wel eens graag willen zien, als wij tenminste niet te veel
+zijn."
+
+Toen stemde ook madame Désagneaux toe.
+
+"Nu we met een troepje gaan, wil ik ook wel. Ik was bang, dat het
+niet passen zou."
+
+En toen zij lachte, begonnen al de anderen ook te lachen. Zij
+had den arm van mijnheer de Guersaint aangenomen, terwijl Pierre,
+die werkelijk sympathie voelde voor het opgewekte vrouwtje, dat zoo
+bekoorlijk was met haar blonde kroesharen en haar melkblanken tint,
+links van haar liep.
+
+Achter hen kwam Raymonde aan den arm van Gérard, met wien zij met haar
+ernstig stemmetje als een heel verstandig jongmeisje, dat er nog zoo
+zorgeloos-jeugdig uitzag, liep te praten. En nu zij eindelijk den
+zoo lang gedroomden echtgenoot in haar nabijheid had, nam zij zich
+ernstig voor hem ditmaal te veroveren. Zij bedwelmde hem dan ook met
+haar geur van mooi, gezond meisje en wekte tevens zijn bewondering
+door haar verstand van het huishouden en haar spaarzaamheid in kleine
+dingen, want zij liet hem bijzonderheden vertellen over hun inkoopen
+en toonde hem aan, dat zij hun uitgaven nog meer konden beperken.
+
+"U bent zeker heel moe?" vroeg mijnheer de Guersaint aan madame
+Désagneaux.
+
+Zij protesteerde onmiddellijk in edele woede.
+
+"Wel neen! Stel u voor, dat ik vannacht in het Hôpital van moeheid in
+een fauteuil neergevallen ben. En toen zijn de dames zoo lief geweest
+mij te laten slapen."
+
+Opnieuw begon men te lachen. Maar zij bleef woedend.
+
+"Zoodat ik acht uur achter elkaar als een blok geslapen heb. En ik
+had me nog al voorgenomen den heelen nacht te waken."
+
+Eindelijk kon zij haar lachen ook niet meer bedwingen.
+
+"Een mooie ziekenverpleegster, hé?... Die arme madame de Jonquière
+heeft nu tot het begin van den dag gewaakt. Ik heb daareven getracht
+haar over te halen met ons mee te gaan, maar zij wilde niet."
+
+Raymonde, die het gehoord had, verhief haar stem:
+
+"O, die arme mama, ze kon bijna niet meer staan. Ik heb haar gedwongen
+wat naar bed te gaan, en haar verzekerd, dat zij gerust kon slapen,
+dat alles goed marcheeren zou."
+
+En zij wierp Gérard een lachenden blik toe. Hij meende zelfs een
+onmerkbaren druk van haar frisschen, ronden arm te voelen, dien hij in
+den zijne hield, alsof zij te kennen wilde geven, dat zij het prettig
+vond zoo alleen met hem te zijn en zij, zonder door iemand gestoord
+te worden, hun kleine aangelegenheden konden regelen. Hij vond het
+verrukkelijk, en hij vertelde haar, waarom hij dien dag niet met zijn
+kameraden gegeten had. Een familie, die hij goed kende, was vandaag
+vertrokken en had hem van tien uur af aan het buffet van het station
+uitgenoodigd, zoodat hij pas na het vertrek van den trein van half
+één vrij geweest was.
+
+"Hoort u wel hoe vroolijk zij zijn?" vroeg hij.
+
+Ze waren vlak bij de "popote" en hoorden inderdaad het luide lachen
+van jongelui, dat uit een groepje boomen kwam, waaronder het oude uit
+gips en zink opgerichte gebouw zich verborg, waarin zij de "popote"
+ondergebracht hadden. Eerst liet hij hen de keuken doorgaan, een
+groote, goed ingerichte ruimte, waarin een groot fornuis en een lange
+tafel stonden en een aantal reusachtige pannen aan den muur hingen. Hij
+wees hen erop, dat de kok, een dikke, vroolijke kerel, ook het roode
+kruis op zijn witte jas droeg, want hij nam deel aan de bedevaart. Dan
+deed hij een deur open en bracht hen in de gemeenschappelijke zaal.
+
+Het was een lange zaal, waar een dubbele rij eenvoudige
+vuurhouten tafels naast elkaar stond. Behalve een andere tafel
+voor de overgeschoten spijzen en café-stoelen met zittingen van
+stroo waren er geen andere meubelen. Maar de witgekalkte muren
+en de glimmend roode vloer leken in deze gewilde kaalheid van een
+monnikenrefectorium zeer zindelijk. Doch wat vooral bij het eerste
+binnenkomen al aangenaam aandeed was de kinderlijke vroolijkheid,
+die er heerschte: honderdvijftig gasten van alle leeftijden zaten er
+met een heerlijke eetlust te eten, te schreeuwen, te zingen en te
+applaudiseeren. Een weinig voorkomende broederzin verbond hen, die
+van overal, uit alle standen, uit alle klassen, uit alle provincies
+saamgekomen waren. Velen kenden elkaar niet, zaten ieder jaar
+gedurende drie dagen naast elkaar, leefden als broeders, vertrokken
+weer en hoorden dan het verdere gedeelte van het jaar niets meer
+van elkaar. Er stak een eigenaardige bekoring in, om elkaar in de
+uitoefening der barmhartigheid terug te vinden in die drie dagen van
+groote inspanning, maar ook van jongensachtige vreugde met elkaar
+te leven; het deed eenigszins denken aan een buitenzijn van groote,
+aan zichzelf overgelaten jongens, die zich gelukkig voelen, wanneer
+zij diensten bewijzen en lachen kunnen. En alles, de eenvoudige
+maaltijden, de trots voor zich zelf te zorgen, te eten wat ze zelf
+gekocht en gekookt hadden, droeg bij tot de algemeene vroolijkheid.
+
+"U ziet," zeide Gérard, "dat we niet melancholiek zijn ondanks het
+harde werk, dat wij doen. De Hospitalité telt meer dan driehonderd
+leden, maar er zijn er hier thans niet meer dan honderdvijftig,
+want we eten in twee ploegen, om den dienst in de Grot en in de
+ziekenhuizen te vergemakkelijken."
+
+Het zien van het kleine groepje bezoekers, die op den drempel waren
+blijven staan, scheen de vroolijkheid verdubbeld te hebben. Berthaud,
+de leider der brancarddragers, die aan het hoofd der tafel zat,
+stond op, om de dames te begroeten.
+
+"Maar het ruikt hier heel lekker!" riep madame Désagneaux op haar
+onbezonnen manier uit. "Inviteert u ons niet om morgen eens van uw
+keuken te komen proeven?"
+
+"Neen, de dames niet!" antwoordde Berthaud lachend. "Maar als de
+heeren morgen onze gasten willen zijn, dan zullen ze ons daarmee een
+groot pleizier doen."
+
+Met één oogopslag had hij de goede verstandhouding tusschen Gérard
+en Raymonde opgemerkt; hij was er zeer mee ingenomen, want hij zou
+graag een huwelijk tusschen die twee zien.
+
+"Is dat markies de Salmon-Roquebert niet," vroeg het jonge meisje,
+"daar tusschen die twee jongelui, die je voor winkelbedienden zoudt
+houden?"
+
+"Het zijn inderdaad de zoons van een klein papierhandelaartje uit
+Tarbes," antwoordde Berthaud. ..."En de andere is uw buurman uit de
+rue de Lille, de eigenaar van dat koninklijke hotel en een der rijkste
+mannen van Frankrijk... Kijk eens, hoe hij van onzen schapenragout
+smult!"
+
+Het was inderdaad zoo. De markies met zijn millioenen scheen zich
+heel gelukkig te gevoelen voor zijn drie francs per dag te eten en
+democratisch aan tafel te zitten met kleine middenstanders, ja zelfs
+werklieden, die hem op straat niet zouden hebben durven groeten. Was
+dit toevallig naast elkaar zitten eten niet de sociale gemeenschap
+in volle Christelijke liefde? Hij had dien ochtend des te meer trek,
+omdat hij in de vijvers een zestig zieken, al de afzichtelijke kwalen
+der treurige menschheid, had helpen baden. En om zich heen kon hij de
+verwezenlijking der evangelische gemeenschap zien; maar zonder twijfel
+was zij daarom zoo aantrekkelijk en vroolijk, omdat zij slechts drie
+dagen duurde.
+
+Mijnheer de Guersaint kon, hoewel hij pas gedejeuneerd had,
+de verleiding niet weerstaan eens van den schapenragout te
+proeven. Intusschen herinnerde Pierre, die baron Suire, den directeur
+der Hospitalité, gewichtig op en neer zag wandelen, alsof hij zich tot
+taak gesteld had op alles, zelfs op de wijze, waarop zijn personeel
+zich voedde, toezicht te houden, zich plotseling den vurigen wensch
+van Marie om den nacht voor de Grot door te brengen; en hij dacht,
+dat de baron de daarvoor noodige toestemming wel zou kunnen geven.
+
+"Zeker," zeide hij ernstig, "wij staan dat soms toe, maar het is
+altijd een teer iets! U kunt mij beslist verzekeren, niet waar, dat
+het jonge meisje niet teringachtig is?... Welnu, omdat u zegt, dat
+zij er zoo op staat, zal ik het met pater Fourcade in orde brengen
+en madame de Jonquière laten weten, dat u haar komt halen."
+
+Ondanks het air, dat hij zich gaf onmisbaar en met de zwaarste
+verantwoordelijkheden belast te zijn, was hij in den grond der zaak
+een goedhartig man. Op zijn beurt ging hij naar de bezoekers toe
+en vertelde hun tot in de kleinste bijzonderheden alles omtrent
+de inrichting der Hospitalité: de gemeenschappelijk uitgesproken
+ochtendgebeden, de vergaderingen van den raad van bestuur, die tweemaal
+daags gehouden en ook bijgewoond werden door de hoofden van dienst,
+de paters en enkele andere geestelijken. Men vierde zoo dikwijls
+mogelijk het Heilig Avondmaal. Dan volgden er allerlei gecompliceerde
+bezigheden, het was steeds een buitengewoon groote wisseling van
+personeel, in het kort een heele wereld, die met vaste hand bestuurd
+moest worden. Hij sprak als een generaal, die ieder jaar een groote
+overwinning op den geest der eeuw behaalt, en hij zond Berthaud weg om
+verder te eten, daar hij er op stond zelf de dames uitgeleide te doen
+tot aan het met zand bestrooide en door mooie boomen beschaduwde plein.
+
+"Heel interessant, heel interessant!" herhaalde madame Désagneaux. "Wij
+zijn u zeer dankbaar voor uw groote welwillendheid!"
+
+"Integendeel, madame, het was mij een zeer groot genoegen in de
+gelegenheid gesteld te worden u mijn klein volkje te laten zien!"
+
+Gérard had Raymonde geen oogenblik verlaten. Mijnheer de Guersaint
+en Pierre hadden elkaar reeds een paar maal aangekeken, of zij nu
+niet eindelijk naar de place du Marcadal zouden gaan, toen madame
+Désagneaux zich plotseling herinnerde, dat een vriendin haar opgedragen
+had haar een flesch Lourdes-water op te zenden. Zij vroeg aan Gérard,
+hoe zij dat het beste doen kon.
+
+"Als u mij misschien weer als gids wilt aannemen," zeide hij. "En als
+de heeren er niets op tegen hebben mede te gaan, zal ik u eerst het
+magazijn laten zien, waarin men de flesschen vult, die dan toegekurkt,
+in doozen verpakt en verzonden worden. Het is heel interessant."
+
+Onmiddellijk stemde mijnheer de Guersaint toe. Met hun vijven gingen
+zij weer verder, madame Désagneaux tusschen den architect en den
+priester, terwijl Raymonde en Gérard voorop gingen. De menigte werd in
+den brandenden zonneschijn steeds grooter; de place du Rosaire was vol
+van een drukke en lanterfanterende massa, als was het een volksfeest.
+
+De werkplaats was er vlak bij, links, onder één der bogen. Het was een
+reeks van drie zeer eenvoudige vertrekken. In het eerste werden op de
+meest eenvoudige wijze de flesschen gevuld: een klein zinken, groen
+geverfd tonnetje, dat aan een miniatuur sproeiwagentje deed denken,
+kwam, door een man gesleept, vol uit de Grot: daaruit vulde men dan
+heel eenvoudig met behulp van een kraan stuk voor stuk de flesschen van
+wit glas zonder dat de werkman er steeds op lette, dat er geen water
+wegstroomde. Op den grond stond dan ook steeds een vrij groote plas. De
+flesschen droegen geen etiquette; de loodcapsules over de mooie, eerste
+kwaliteit kurken hadden echter een opschrift, dat de herkomst aangaf,
+terwijl er verder, waarschijnlijk om het water goed te conserveeren,
+loodwit overheen gestreken werd. De twee andere vertrekken dienden voor
+verpakking, echte emballeurs-werkplaatsen met de daarbij behoorende
+werktafels, gereedschappen en spaanders. Men maakte er voornamelijk
+doozen voor een of twee flesschen, heel aardige bewerkte doozen,
+waarin de flesschen op een bed van fijne spaandersnippers lagen. Het
+geheel leek veel op de expeditiemagazijnen van bloemen te Nice of
+van ingelegde vruchten te Grasse.
+
+Gérard gaf nog eenige uitleggingen.
+
+"U ziet, het water komt regelrecht uit de Grot, wat de misplaatste
+grappen, die rondgaan, geheel den kop indrukt. Er gebeurt niets
+bijzonders; alles gaat even natuurlijk en geschiedt in het volle
+daglicht... Bovendien doe ik u opmerken, dat de paters niet, zooals
+men hun verwijt, het water verkoopen. Een volle flesch kost, als u
+die hier koopt, twintig centimes, den prijs van het glas. Als u ze
+laat verzenden, komen er natuurlijk de emballage- en expeditiekosten
+bij en betaalt u een franc zeventig... Bovendien staat het u vrij
+alle kannen en anderszins, die u meebrengt, te vullen."
+
+Pierre berekende, dat op dit punt de winst der paters niet zoo
+heel groot kon zijn; want zij verdienden bijna alleen op de doozen
+en op de flesschen, die hun, bij duizendtallen genomen, zeker geen
+twintig centimes kostten. Maar madame Désagneaux en Raymonde voelden,
+evenals mijnheer de Guersaint met zijn levendige phantasie, een groote
+teleurstelling bij het zien van dat kleine groene tonnetje, de met
+loodwit bestreken capsules en de hoopen spaanders om de werktafels. Zij
+hadden er zich ceremoniën bij voorgesteld, een zekeren ritus, om het
+wonderwater in de flesschen te doen, priesters in heilige kleeren,
+die het zegenden, terwijl zuivere kinderstemmen in koor zongen. En
+Pierre dacht ten slotte bij het zien van dit gewone bottelen en
+emballeeren aan de werkzame kracht van het geloof. Wanneer een dezer
+flesschen heel ver weg in de kamer van een zieke komt, wanneer men
+haar uitpakt en hij op zijn knieën valt, wanneer hij door het zien
+en drinken van dit heldere water wordt opgezweept tot een extase,
+die zelfs de genezing van zijn kwaal bewerken kan, dan is daarvoor
+zeker een groote sprong in het rijk der almachtige illusie noodig.
+
+"En," riep Gérard uit, toen zij weggingen, "wilt u nu nog eerst,
+voor wij naar de administratie gaan, het kaarsenmagazijn zien?"
+
+Hij wachtte niet eens op hun antwoord, doch nam hen mede naar de
+overzijde van de place du Rosaire, waarmede hij eigenlijk geen ander
+doel had dan Raymonde aangenaam bezig te houden. In werkelijkheid was
+het schouwspel, dat het kaarsenmagazijn bood, nog minder stichtelijk
+dan dat van de emballage-werkplaatsen, waar zij juist uitkwamen. Het
+lag onder een der rechtsche booggewelven en bestond uit een soort
+kelder, een soort diepe opslagplaats, die door houten staketsels in
+groote vakken verdeeld werd. In die vakken was de vreemdsoortigste
+voorraad kaarsen, naar de grootte uitgezocht en gerangschikt,
+opgestapeld. Het te veel aan kaarsen, welke aan de Grot geschonken
+werden, sliep hier; iederen dag waren deze zoo talrijk, dat speciale
+wagentjes, waarin de pelgrims ze nederlegden, meermalen hun inhoud
+in die vakken moesten leeg gaan storten en dan weer terugkeerden om
+gevuld te worden. De stelregel was, dat iedere geofferde kaars aan de
+voeten der Heilige Maagd moest branden, doch er waren er te veel; al
+brandden er dag en nacht tweehonderd van iedere grootte en dikte, nooit
+zou men erin slagen deze verschrikkelijke voorraden, die onophoudelijk
+grooter werden, uit te putten. Het gerucht liep, dat de paters zich
+genoodzaakt zagen de was weer te verkoopen. Sommige vrienden der Grot
+erkenden zelfs met een zekeren trots, dat de opbrengst uit de kaarsen
+voldoende geweest zou zijn om de geheele zaak aan den gang te houden.
+
+De hoeveelheid alleen deed Raymonde en madame Désagneaux verstomd
+staan. Wat een kaarsen! Wat een kaarsen! De kleine vooral,
+die van tien sous tot één francs, waren in een ontelbaar aantal
+opgestapeld. Mijnheer de Guersaint, die cijfers verlangde, had zich
+in een statistiek verdiept, waarin hij den weg kwijt raakte. Pierre
+keek zwijgend naar dezen stapel was, geschonken om ter eere Gods
+in de open lucht verbrand te worden; en hoewel hij geen utilarist
+[13] was, ofschoon hij de weelde van het genot en van de illusoire
+bevredigingen, welke voor den mensch even onontbeerlijk zijn als
+brood, begreep, kon hij toch de gedachte niet van zich afzetten aan
+de talrijke aalmoezen, welke men van het geld voor al die om in rook
+op te gaan bestemde was had kunnen geven.
+
+"En de flesch, die ik verzenden moet?" vroeg madame Désagneaux.
+
+"Wij gaan nu naar het bureau," antwoordde Gérard. "Een quaestie van
+vijf minuten."
+
+Zij moesten de place du Rosaire weer over en de trap op, die naar
+de Basilica leidt. Het bureau lag links boven, dicht bij den ingang
+van den weg naar den Calvariënberg. Het was een eenvoudig gebouw,
+niet veel meer dan een houten hut, door regen en wind beschadigd,
+met een uithangbord, waarop te lezen stond: "Zich hier aan te
+melden voor missen, giften en broederschappen. Verzending van
+Lourdeswater. Abonnementen op de Annales de N. D. de Lourdes." Hoeveel
+millioenen waren reeds door dit armzalige bureau gegaan, dat nog uit
+den tijd afkomstig scheen, toen men nauwlijks de grondslagen voor de
+Basilica legde!
+
+Nieuwsgierig gingen zij allen naar binnen. Maar zij zagen slechts
+één loket. Madame Désagneaux moest zich bukken, om het adres van
+haar vriendin te geven; en toen zij één francs zeventig gestort had,
+kreeg zij een reçu, een klein stukje papier, zooals op de stations
+de goederenbeambte afgeeft.
+
+Weer buiten gekomen, wees Gérard op een groot gebouw, dat een paar
+honderd meter verder lag.
+
+"Dat is de woning van de paters der Grot."
+
+"Maar je ziet ze nooit," zeide Pierre.
+
+De jonge man keek hem een oogenblik verbaasd aan, zonder te
+antwoorden. Dan:
+
+"Je ziet ze nooit, omdat zij alles, de Grot en de rest, gedurende de
+nationale bedevaart aan de paters van Maria Hemelvaart overlaten."
+
+Pierre nam het gebouw, dat op een versterkt slot geleek, op. De ramen
+waren gesloten, zoodat men denken zou, dat het leeg stond. Maar toch
+kwam alles daaruit, keerde alles er weer naar terug. En de jonge
+priester meende de stille, maar vreeselijke beweging van een hark te
+hooren, die zich over het geheele dorp uitstrekte, het samengestroomde
+volk samenharkte en het goud en het bloed der menigte naar de paters
+bracht.
+
+"Maar kijk, ze laten zich toch wel zien. Daar heb je juist den
+eerwaarden pater rector Capdebarthe," zeide Gérard op fluisterenden
+toon.
+
+Inderdaad kwam een geestelijke voorbij, een nauwlijks ontbolsterde
+boer, met een beenig lichaam en een dik, grof gebouwd hoofd. In zijn
+ondoorzichtige oogen was niets te lezen, zijn verweerd gezicht had
+een aardachtigen tint behouden, den rosachtigen en doffen weerschijn
+van den grond. Mgr. Laurence had indertijd wel een zeer verstandige
+keus gedaan, toen hij de organisatie en de exploitatie der Grot
+toevertrouwde aan deze taaie en eerzuchtige missionarissen van
+Garaison, bijna allen zonen der bergen, die hartstochtelijk hun
+geboortegrond liefhebben.
+
+Met hun vijven gingen zij over het plateau de la Merlasse en liepen
+den breeden boulevard af, die zich links om de helling slingert en
+op de avenue de la Grotte uitkomt. Het was reeds over éénen, maar het
+dejeuneeren duurde in de geheele, van menschen overstroomde stad nog
+steeds voort: de vijftienduizend pelgrims en nieuwsgierigen hadden
+nog niet allen een plaatsje aan tafel kunnen vinden. Pierre, die
+in het hotel de table-d'hôte vol achtergelaten en zooeven de leden
+der Hospitalité dicht op elkaar gedrongen had zien zitten eten in de
+"popote", vond nu weer andere tafeltjes, steeds meer tafeltjes. Overal
+at men en at men. Maar hier in de open lucht, aan de beide kanten
+van den boulevard, bestormden de kleine luiden de tafels, die op
+de trottoirs neergezet waren, eenvoudige lange planken op schragen
+met twee rijen banken onder een kleine linnen tent. Men verkocht er
+bouillon, melk en koffie van twee sous per kop. De broodjes, die
+in hooge manden lagen, kostten ook twee sous. Aan de stokken, die
+de tent ondersteunden, hingen saucijsjes, hammen en worst. Sommigen
+van deze openlucht-restaurateurs bakten aardappelen, terwijl anderen
+porties vleesch met uien bakten.
+
+Een bijtende rook en een scherpe stank stegen, vermengd met het stof,
+dat de voortdurend voorbijslenterende wandelaars deden opdwarrelen,
+naar de zon op. Voor ieder van die eettenten wachtten geduldig lange
+rijen menschen, die elkaar van lieverlede opvolgden op de banken langs
+de met wasdoek bedekte planken, waarop in de breedte nauwelijks voor
+twee soepborden plaats was. Allen haastten zich en aten gulzig in den
+geeuwhonger van hun moeheid, die onverzadigbare eetlust, welke groote
+moreele schokken altijd geven. Het dier eischte zijn rechten op, propte
+zich vol na de uitputting der eindelooze gebeden en het verblijf in
+den hemel der legende, waarin het zijn lichamelijke behoeften vergeten
+had. Het was onder dien schitterenden hemel van dien mooien Zondag een
+echt kermisveld, de gulzigheid van een vroolijk volk, één levensvreugde
+ondanks de afzichtelijke ziekten en de te spaarzame wonderen.
+
+"Zij eten, zij amuseeren zich, wat zal je ervan zeggen?" zeide Gérard,
+die de gedachten van het gezelschap, dat hij rondleidde, raadde.
+
+"Ach!" antwoordde Pierre, "het komt hun toe, de arme stakkerds!"
+
+Deze wraak, die de natuur nam, trof hem diep. Maar toen zij weer
+onder aan den boulevard waren op den weg naar de Grot, werd hij door
+de opdringerigheid van de troepen kaarsen- en bloemenverkoopsters,
+die de voorbijgangers op de meest onbeschaamde manier lastig vielen,
+hoogst onaangenaam getroffen. Het waren voor het grootste gedeelte
+jonge vrouwen, blootshoofds of het hoofd met een zakdoek bedekt en
+die een buitengewone brutaliteit aan den dag legden; waarvoor de
+ouderen echter slechts weinig onder deden. Allen droegen een groot
+pak kaarsen onder haar arm, zwaaiden degene, die zij te koop aanboden,
+in de lucht en drukten haar koopwaar den wandelaars bijna in de handen.
+
+"Mijnheer, mevrouw, koop een kaars van mij, dat zal u geluk
+aanbrengen!"
+
+Een heer, die door drie van de jongsten omringd en heen en weer
+getrokken werd, verloor bijna de slippen van zijn jas. Met de bloemen
+was het hetzelfde liedje, groote, ronde, ruw met touw vastgebonden
+bouquetten, die wel bloemkoolen geleken.
+
+"Een bouquet, mevrouw, een bouquet voor de Heilige Maagd."
+
+Wanneer de dame ontsnapte, hoorde zij gesmoorde verwenschingen achter
+zich. De handel, de schaamtelooze handel drong zich op die wijze
+tot aan den ingang van de Grot aan de pelgrims op. Niet genoeg, dat
+hij zich triomphantelijk in alle winkels installeerde, die, dicht op
+elkaar gedrongen, iedere straat in een bazar herschiepen, neen hij liep
+de straten af, versperde den weg en reed op handkarren rozenkransen,
+medailles, beelden, vrome plaatjes rond. Van alle kanten kocht men,
+kocht men bijna evenveel als men at, om een souvenir van deze heilige
+kermis mede te nemen. En de levendige noot, de vroolijkheid in deze
+hebzucht, in dit gedrang van marskramers vormden nog de door de menigte
+heen vliegende jongens, die den Journal de la Grotte verkochten. Hun
+schelle stem verscheurde de ooren:
+
+"De Journal de la Grotte! Het laatste nummer! Twee sous! De Journal
+de la Grotte!"
+
+Te midden van het gedrang van de steeds heen en weer stroomende
+menschenmassa's geraakte het vijftal van elkaar. Raymonde en Gérard
+bleven achter. Beiden waren in een glimlachende intimiteit zacht gaan
+praten. Madame Désagneaux moest blijven stilstaan en hen roepen:
+
+"Loopt toch wat door, we zullen je nog kwijt raken."
+
+Toen zij wat dichterbij kwamen, hoorde Pierre het jonge meisje zeggen:
+
+"Mama heeft het zoo druk! Praat u met haar voor ons vertrek!"
+
+En Gérard antwoordde:
+
+"Afgesproken. U maakt mij heel gelukkig, mademoiselle."
+
+Het huwelijk was dus gedurende deze bekoorlijke wandeling tusschen de
+wonderwerken van Lourdes veroverd en beklonken. Zij, geheel alleen,
+had overwonnen, en hij had eindelijk, toen hij haar aan zijn arm zoo
+vroolijk en verstandig voelde, een besluit genomen.
+
+Maar mijnheer de Guersaint, die opgekeken had, riep uit:
+
+"Zijn dat daarboven op het balkon die rijke menschen niet, die met
+ons gereisd hebben, u weet wel, die zieke jonge vrouw met haar man
+en haar zuster?"
+
+Hij bedoelde de Dieulafay's; en inderdaad zaten zij op het balcon
+van het appartement, dat zij in een nieuw huis, dat uitzag op de
+grasperken van de Rozenkranskerk, gehuurd hadden. Zij bewoonden
+hier de eerste étage, welke met al den luxe, dien Lourdes had
+kunnen verschaffen, tapijten en gordijnen, gemeubeld was, terwijl
+zij bovendien nog een groot personeel van dienstboden naar Lourdes
+vooruit gezonden hadden. Met het mooie weer had men de zieke, die in
+een grooten fauteuil lag, naar buiten gereden. Zij had een peignoir
+van kant aan. Haar man, als altijd in een gekleede jas, stond rechts
+van haar, terwijl haar zuster in een prachtige, licht-mauve japon,
+links van haar zat en zich dikwijls glimlachend over haar heen boog,
+om te praten, zonder echter ooit antwoord te krijgen.
+
+"O," zeide de kleine madame Désagneaux: "ik heb dikwijls over madame
+Jousseur, die jonge vrouw in het mauve, hooren spreken. Zij is de
+vrouw van een diplomaat, die haar, ondanks haar groote schoonheid,
+veronachtzaamt; verleden jaar is er veel gepraat over een hartstocht,
+dien zij voor een jongen, in Parijsche kringen wel bekenden kolonel
+opgevat had. Maar de Katholieke salons beweren, dat zij dien, dank
+zij den godsdienst, overwonnen heeft."
+
+Allen keken naar haar op.
+
+"En te denken," ging zij voort, "dat haar zuster, de zieke, haar
+levend evenbeeld geweest is. Zelfs had zij een veel zachteren trek
+van goedheid en opgewektheid in haar gelaat... En kijk nu eens, het
+is bijna een doode, niets meer dan vel over been, die men bijna niet
+durft te verleggen. Een vreeselijk ongelukkig schepsel!"
+
+Raymonde vertelde, dat madame Dieulafay, die nauwlijks drie jaar
+getrouwd was, al haar juweelen medegebracht had, om die aan Notre-Dame
+de Lourdes te schenken; Gérard bevestigde deze bijzonderheid en
+wist bovendien nog, dat de juweelen 's morgens aan de schatkamer
+der Basilica gegeven waren, om niet te spreken van een gouden, in
+edelsteenen gevatte lantaarn en een groote, voor de armen bestemde
+som gelds. Maar de Heilige Maagd had zich blijkbaar nog niet laten
+verteederen; de zieke scheen eerder achteruit te gaan.
+
+Van dat oogenblik af zag Pierre nog slechts die jonge vrouw op het
+weelderig ingerichte balkon, dat ondanks haar grooten rijkdom zoo
+beklagenswaardige schepsel, dat troonde boven de feestende menigte in
+Lourdes, dat vroolijk was en lachte onder den mooien Zondagshemel. De
+twee haar zoo dierbaren, die zoo liefderijk voor haar zorgden, de
+zuster, die haar succes als aangebeden vrouw der wereld, en de man,
+die zijn bank, welker millioenen naar de vier windstreken der aarde
+rolden, verlaten had, droegen door hun onberispelijke verschijning
+niet weinig bij tot den pijnlijken indruk, welken deze groep, dien zij
+daar in de hoogte boven alle hoofden neerziende in het wondermooie dal
+vormden, maakte. Voor Pierre bestonden nog slechts deze drie menschen,
+die zoo oneindig rijk en zoo oneindig arm waren.
+
+Maar de vijf wandelaars, die daar zoo midden op de avenue bleven
+staan, liepen ieder oogenblik kans verpletterd te worden. Telkens weer
+kwamen er nieuwe rijtuigen over de breede wegen, vooral landauers,
+met vier paarden bespannen, die in volle vaart reden en wier belletjes
+vroolijk rinkelden. Het waren touristen, badgasten uit Pau, Barèges
+en Cauterets, die, verrukt door het mooie weer en opgewekt door den
+snellen rit door de bergen, uit nieuwsgierigheid hierheen kwamen;
+zij bleven slechts enkele uren, liepen in hun strandtoiletten naar de
+Grot en naar de Basilica en vertrokken dan weer lachend en blij dat
+alles gezien te hebben. Families in lichte zomerdracht, gezelschappen
+jonge vrouwen met veelkleurige parasols, zwermden zoo tusschen de
+grijze en kleurlooze menigte pelgrims door en maakten het geheel nog
+meer tot een kermisgewoel, waar de beau monde wel zoo vriendelijk is
+zich te komen vermaken.
+
+Plotseling riep madame Désagneaux uit:
+
+"Wat, ben jij het, Berthe?"
+
+En zij omhelsde een groote, bekoorlijke brunette, die met drie andere
+opgewekte en druk doende jonge dames uit een landauer stapte. Het was
+dadelijk een door elkaar gepraat, een gelach, één blijdschap elkaar
+zoo toevallig te ontmoeten.
+
+"We zijn in Cauterets, beste meid! En nou zijn we, zooals iedereen,
+met ons vieren hierheen gekomen. Is je man bij je?"
+
+"Wel neen, die is in Trouville, dat weet je toch ook wel. Donderdag
+ga ik weer naar hen toe."
+
+"O ja, dat is waar ook!" zeide de groote brunette, die er nog echt
+als een jonge, aardige wildzang uitzag. "Ik vergat heelemaal, dat je
+met de bedevaart meekomt... En vertel eens..."
+
+Zij begon fluisterend te praten, om Raymonde, die er glimlachend
+bij stond.
+
+"Vertel eens... heb je de kleine baby, die zoo lang uitblijft, aan
+de Heilige Maagd gevraagd?"
+
+Madame Désagneaux kreeg een kleur en fluisterde haar in het oor:
+
+"Zeker, al twee jaar, en ik verzeker je, dat ik het knap vervelend
+vind nog niets te zien komen... Maar ditmaal geloof ik, dat het er
+is. Neen, lach nu niet, ik heb vanochtend, toen ik in de Grot bad,
+beslist iets gevoeld!"
+
+Doch nu werd het lachen haar ook te machtig; allen riepen nu weer
+door elkaar en hadden een uitgelaten pleizier. Onmiddellijk bood zij
+de anderen aan haar rond te leiden, met de belofte haar binnen twee
+uur alles te laten zien.
+
+"Ga jij met ons mee, Raymonde. Je moeder zal zich heusch niet ongerust
+maken."
+
+Zij drukten Pierre en mijnheer de Guersaint de hand. Ook Gérard nam met
+een teederen handdruk afscheid van het jonge meisje, zijn oogen diep
+in de hare, als om zich definitief te verbinden. Dan verwijderden de
+zes dames zich in de richting van de Grot, vol levensvreugd en den
+bekoorlijken charme van haar jeugd met zich dragend.
+
+Toen Gérard, die weer dienst moest doen, op zijn beurt afscheid
+genomen had, zeide mijnheer de Guersaint tegen Pierre:
+
+"En onze kapper op de place du Marcadal? Ik moet toch naar hem
+toe... Je gaat zeker wel mee?"
+
+"Natuurlijk. Nu Marie ons niet noodig heeft, ben ik tot uw
+beschikking."
+
+Door de alleeën van de groote grasperken, die zich voor de
+Rozenkranskerk uitstrekten, kwamen zij op de nieuwe brug. Daar
+ontmoetten zij abbé des Hermoises, die twee uit Tarbes gekomen jonge
+dames rondleidde. Met zijn galant air van mondain priester liep hij
+tusschen haar in en liet haar Lourdes zien, waarbij hij het vermeed
+haar in aanraking te brengen met de leelijke kanten ervan, de armen,
+de zieken, den geheelen stank van diepe menschelijke ellende, die er
+op dezen mooien, zonnigen dag bijna uit verdwenen was.
+
+Bij de eerste woorden van mijnheer de Guersaint, die hem aansprak over
+het huren van een rijtuig voor het uitstapje naar Gavarnie, scheen
+hij bang te worden zijn bekoorlijk gezelschap te moeten verlaten.
+
+"Zooals u wilt, waarde heer. Wees zoo goed en belast u met die dingen,
+en u hebt volkomen gelijk, zoo goedkoop mogelijk, want twee niet
+zoo heel rijke geestelijken willen ook mee. We zullen met ons vieren
+zijn... En doe mij het genoegen mij vanavond het uur van vertrek te
+laten weten."
+
+Dan ging hij weer naar zijn dames en nam ze mee naar de Grot, daarbij
+de schaduwrijke, frissche en voor verliefde paartjes zoo stille allée,
+die langs den Gave loopt, volgend.
+
+Pierre had zich, moede tegen de borstwering van de nieuwe brug
+leunend, op den achtergrond gehouden. Voor het eerst viel hem het
+buitengewoon groote aantal priesters onder de menigte op. Ontelbare
+zag hij er over de brug gaan. Alle soorten kwamen langs hem heen:
+de correcte priesters, die met de bedevaart meegekomen waren en
+die men aan hun zelfvertrouwen en hun schoone soutanes herkende; de
+arme plattelandsgeestelijken, meer bedeesd, slecht gekleed, die geen
+offer ontzien hadden hierheen te komen en nu angstig-verschrikt door
+de straten liepen; eindelijk de zwerm van wereldlijke geestelijken,
+die, men niet wist vanwaar, naar Lourdes gekomen waren en daar een
+volkomen vrijheid genoten, zonder dat het zelfs mogelijk was na te
+gaan, of zij iederen ochtend hun mis lazen. En deze vrijheid vonden
+zij blijkbaar zoo aangenaam, dat de groote meerderheid zich, zooals
+abbé des Hermoises, hier met vacantie bevond, bevrijd van iederen
+plicht en blij, dank zij de groote menigte, waarin zij als het ware
+verdwenen, als gewone menschen te kunnen leven.
+
+En vanaf den jongen, goed verzorgden en geparfumeerden vicaris tot
+aan den ouden priester met vuile soutane en afgeloopen schoenen, was
+de geheele soort vertegenwoordigd: dikke, vette, magere, groote en
+kleine; zij, die het geloof hier bracht en die van ijver brandden; zij,
+die eenvoudig als rechtschapen menschen hun plicht kwamen doen; zij
+ten slotte, die intrigreerden en alleen uit een verstandige politiek
+hier waren. Pierre bleef bedaard onder den stroom van priesters,
+die langs hem kwamen, ieder met een eigen doel, die allen naar de
+Grot gingen, zooals men gaat naar een plicht, naar een geloof, naar
+een vermakelijkheid of naar een corvée. Hij zag er een, heel klein,
+mager en donker, met een uitgesproken Italiaansch uiterlijk, wiens
+schitterende oogen het plan van Lourdes schenen op te nemen als
+een van die spionnen, welke vóór de verovering het land afloopen;
+hij zag er een, zwaarlijvig, met een vaderlijk voorkomen, hijgend
+van het vele eten en die bij een arme zieke vrouw stil bleef staan
+en haar honderd sous in de hand drukte.
+
+Mijnheer de Guersaint kwam weer naar hem toe.
+
+"We behoeven alleen nog maar den boulevard en de rue Basse te loopen,"
+zeide hij.
+
+Pierre volgde hem, zonder te antwoorden. Ook hij had nu de soutane op
+zijn schouders gevoeld en nog nooit had hij haar zoo licht gedragen
+als nu te midden van het gedrang der pelgrims. Hij leefde in een
+soort verdooving en onbewustheid, ondanks het onbehaaglijke gevoel,
+dat bij het aanschouwen der dingen, die hij zag, steeds grooter werd,
+nog altijd hopend op den bliksemstraal, die het geloof in hem weer
+zou doen ontvonken. De aangroeiende stroom van geestelijken hinderde
+hem nu niet meer, hij vond een broederlijk gevoel voor hen terug:
+hoeveel van hen vervulden, zonder te gelooven, evenals hij eerlijk
+hun zending als herders en troosters.
+
+Mijnheer de Guersaint begon weer, maar nu wat luider:
+
+"Je weet toch, dat deze boulevard nieuw is? Wat ze hier in de laatste
+twintig jaar gebouwd hebben, is niet te gelooven! Er staat waarachtig
+een heele nieuwe stad!"
+
+Rechts van hen, achter de huizen, stroomde de Lapaca. Uit
+nieuwsgierigheid gingen zij een klein straatje in en stieten
+daar op oude, typische gebouwen, die langs het kleine beekje
+stonden. Verscheidene ouderwetsche molens rijden er hun raderen naast
+elkaar. Men wees hen dien, welken Mgr. Laurence na de verschijningen
+aan Bernadette's ouders gegeven had. Ook liet men hun een klein huisje
+bezichtigen, waarin, naar beweerd werd, Bernadette gewoond zou hebben,
+toen de Soubirous uit de rue des Petits-Fossés daarheen verhuisd waren;
+het jonge meisje, dat toen reeds bij de zusters van Nevers was, zal
+er wel niet veel geweest zijn. Eindelijk kwamen zij door de rue Basse
+op de place du Marcadal.
+
+Dit was een lang, driehoekig plein, het drukste en mooiste van de oude
+stad en waar de café's, de apotheken en de mooie winkels stonden. Van
+al deze viel er dadelijk een, lichtgroen geschilderd en met hooge
+ramen, en waarboven een groot uithangbord met, in gouden letters,
+de woorden: "Cazaban, coiffeur" hing, in het oog.
+
+Mijnheer de Guersaint en Pierre gingen naar binnen. Doch er was niemand
+in den scheersalon, zoodat zij moesten wachten. Een verschrikkelijk
+gerinkel van vorken kwam uit het vertrek ernaast, de huiskamer, die
+nu in een table-d'hôte herschapen was en waar, hoewel het reeds twee
+uur was, een tiental personen zaten te dejeuneeren. De middag was een
+heel eind reeds verstreken en nog at men steeds van het eene eind van
+de stad naar het andere. Evenals alle andere huiseigenaars in de stad,
+onverschillig hoe hun godsdienstige overtuigingen waren, verhuurde
+Cazaban gedurende het seizoen der bedevaarten zijn eigen kamer en
+huiskamer, om zijn toevlucht te zoeken in den kelder, waar hij met
+zijn huisgezin at, sliep en samenhokte in een gat zonder lucht van
+drie vierkante meter. Het was een rage om overal geld uit te slaan,
+de bevolking verdween als die van een veroverde stad, liet aan de
+pelgrims tot de bedden van vrouwen en kinderen, deed hen aan hun
+tafels zitten en van hun borden eten.
+
+"Is er niemand?" riep mijnheer de Guersaint.
+
+Eindelijk verscheen een klein mannetje, het type van een levendigen,
+beenigen Pyrenaeër met een lang gezicht, vooruitspringende
+kaakbeenderen, een door de zon verbranden tint met roode vlekken. Zijn
+groote, schitterende oogen stonden nooit stil; en over zijn geheele
+magere gezicht liep een rilling, een onafgebroken overvloed van
+gebaren en woorden.
+
+"Mijnheer wenscht zeker geschoren te worden. Ik vraag mijnheer excuus,
+maar mijn bediende is uit en ik zat daar bij mijn gasten... Als
+mijnheer wil gaan zitten, dan zal ik hem onmiddellijk helpen."
+
+En Cazaban, zich verwaardigend zelf te helpen, kreeg de zeep en
+zette het mes aan. Hij keek ongerust naar de soutane van Pierre, die,
+zonder een woord te zeggen, een courant was gaan zitten lezen.
+
+Er heerschte een stilte. Maar dat kon Cazaban niet lang uithouden;
+en terwijl hij de kin van zijn klant inzeepte, begon hij:
+
+"Stel u voor, mijnheer, dat mijn gasten zoo lang in de Grot gebleven
+zijn, dat ze nu pas dejeuneeren. U hoort het zeker wel. Ik was uit
+beleefdheid bij hen gebleven. Maar ik mag mijn klanten ook niet laten
+loopen, nietwaar? Je moet het iedereen naar den zin zien te maken."
+
+Toen begon mijnheer de Guersaint, die ook graag een praatje maakte,
+hem te vragen.
+
+"Dus u verhuurt aan pelgrims?"
+
+"Ja, mijnheer, dat doen we allemaal," antwoordde de kapper
+eenvoudig. "Dat is nu eenmaal de gewoonte."
+
+"En gaat u met hen mee naar de Grot?"
+
+Cazaban kwam dadelijk tegen dat vermoeden op, en terwijl hij het
+scheermes in de lucht hield, zeide hij vol waardigheid.
+
+"Nooit, mijnheer, nooit! In geen vijf jaar heb ik een voet gezet in
+de nieuwe stad, die zij daar bouwen."
+
+Hij hield zich nog in en keek opnieuw naar de soutane van Pierre,
+die achter de courant schuil ging; ook het roode kruis op de jas van
+mijnheer de Guersaint maakte hem voorzichtig. Maar zijn tong kon hij
+toch niet beheerschen.
+
+"Kijk u eens, mijnheer; meeningen zijn vrij; ik eerbiedig de uwe,
+maar ik voor mij moet van al die goocheltoeren niets hebben. En dat
+heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken... Onder het keizerrijk,
+mijnheer, was ik al republikein en vrijdenker. We waren dat in dien
+tijd in de heele stad maar met ons vieren. Ja, daar ga ik trotsch op!"
+
+Hij was nu met de linkerwang begonnen; hij triompheerde. Van dat
+oogenblik af stroomde er een onuitputtelijke zondvloed van woorden over
+zijn lippen. Hij begon met de bezwaren, die Majesté tegen de paters
+van de Grot had uitgesproken; den handel in religieuze artikelen,
+de oneerlijke concurrentie, die zij den kooplieden, den hoteliers en
+den kamerverhuurders aandeden. Ook hij koesterde een bitteren haat
+tegen de Blauwe Zusters der Onbevlekte Ontvangenis, want zij hadden
+hem twee oude dames, die ieder jaar drie weken te Lourdes kwamen,
+afgetroggeld. Vooral voelde men in hem echter den langzamerhand
+opgehoopten, nu overvloeienden wrok van de oude stad tegen de nieuwe,
+die zoo snel aan de andere zijde van het Kasteel opgeschoten stad,
+die rijke stad met huizen zoo groot als paleizen, waarheen al het
+verkeer, al het geld, al de weelde stroomde, zoodat zij steeds weer
+grooter en rijker werd, terwijl de oudste, de oorspronkelijke arme
+bergstad met haar kleine, verlaten straatjes, waarin het gras groeide,
+in doodsstrijd verkeerde. Toch werd de strijd voortgezet, de oude
+stad wilde niet sterven, trachtte haar ondankbare, jongere zuster tot
+deeling te dwingen door zelf ook pelgrims te huisvesten en winkels te
+openen; maar de winkels kregen alleen klanten, als zij dicht bij de
+Grot waren, terwijl eveneens alleen maar de arme pelgrims er zoo ver
+vandaan wilden logeeren. Deze ongelijke strijd vergrootte de breuk,
+maakte twee onverzoenlijke vijandinnen van de hooge en van de lage
+stad, die elkaar met onophoudelijke intriges trachten te verslinden.
+
+"Neen, mij zullen zij in hun grot niet zien!" begon Cazaban weer
+woedend. "Het is een schandaal, zooals zij de menschen met hun Grot
+voor den gek houden en telkens wat anders probeeren. Een dergelijke
+afgoderij, een zoo brutaal bijgeloof in de negentiende eeuw!... Vraag
+hun eens, of zij in de laatste twintig jaar ooit één zieke uit de stad
+genezen hebben? En er loopen toch genoeg lammen in onze straten. In
+den beginne hadden de menschen van hier tenminste nog voordeel van
+de eerste wonderen. Maar het schijnt, dat sedert lang hun wonderwater
+voor ons alle kracht verloren heeft: wij zijn er te dicht bij, je moet
+van ver weg komen, als je wilt, dat het helpt! Het is waarachtig te
+gek! Neen, hoor, voor geen honderd francs krijgt u mij daarheen!"
+
+Het onbeweeglijk blijven zitten van Pierre scheen hem te
+irriteeren. Hij was nu aan de rechterwang begonnen en trok nu van leer
+tegen de paters der Onbevlekte Ontvangenis, wier schraapzucht de eenige
+oorzaak van de twist was. Die paters, die op hun eigen grond woonden,
+omdat zij van de gemeente de terreinen, waarop zij wilden bouwen,
+gekocht hadden, hielden zich niet eens aan het met de stad gesloten
+contract, waarbij zij zich verbonden hadden geen handel te drijven,
+geen water en geen religieuze artikelen te verkoopen. Iederen dag zou
+men hun een proces kunnen aandoen. Maar zij lachten erom, zij voelden
+zich zoo sterk, dat zij geen enkel geschenk meer aan de parochie
+lieten komen en dat al het geld zich ophoopte en in een stroom naar
+de Grot en de Basilica vloeide.
+
+Openhartig-naïef riep Cazaban:
+
+"En als zij nu nog maar wilden deelen!"
+
+Dan, toen mijnheer de Guersaint zich gewasschen had en weer was
+gaan zitten:
+
+"En wanneer ik u vertel, mijnheer, wat ze van onze arme stad gemaakt
+hebben! Veertig jaar geleden waren onze meisjes hier heel zedig,
+dat verzeker ik u. Ik herinner me nog heel goed, dat, wanneer,
+in mijn jonge jaren, een jonge man eens wat wilde uithalen, er
+hier hoogstens drie of vier van die vrouwspersonen waren, om hem te
+bevredigen, zoodat ik op kermisdagen de mannen queue zag maken voor
+haar deur, zoo waar als ik hier sta!... De tijden zijn wel veranderd,
+de zeden zijn dezelfde niet meer! Tegenwoordig doen bijna alle meisjes
+niets dan kaarsen en bouquetten verkoopen; enfin, u zult wel gezien
+hebben, hoe zij de voorbijgangers aanklampen en hun haar koopwaar
+opdringen. Het is een schandaal zulke brutale wijven! Zij verdienen
+veel, geven zich over aan luiheid, doen 's winters in afwachting van
+het volgend seizoen der bedevaarten, absoluut niets. En ik beloof
+u, dat tegenwoordig jongens, die een grapje uit willen halen, niet
+ver behoeven te loopen... Voeg daarbij de wisselende en verdachte
+bevolking, waarmede we, zoodra de eerste mooie dagen er zijn,
+overstroomd worden, koetsiers, marskramers, kroeghouders, een heel
+gemeen nomadenvolk, dat naar vuilheid en ontucht stinkt, dan hebt u
+een beeld van de eerbare, nieuwe stad, die ze ons met de menigten,
+die naar hun Grot en hun Basilica komen, geschonken hebben!"
+
+Zeer onder den indruk had Pierre zijn courant laten zakken. Hij
+luisterde aandachtig, zag nu voor het eerst de twee Lourdes: het oude,
+in zijn kalme eenzaamheid zoo eerbare en vrome Lourdes en het nieuwe
+verdorven Lourdes, gedemoraliseerd door zooveel millioenen, zooveel
+bij elkaar gebedelde en opgehoopte rijkdommen, door den wassenden
+stroom van vreemdelingen, die de stad in looppas doortrokken, door
+de fatale vervuiling der opeenhooping, door de besmetting van slechte
+voorbeelden. Welk een ommekeer, als men terugdacht aan de onschuldige
+Bernadette, die neerknielde voor de primitieve, woeste grot, aan het
+naïeve geloof, aan de reine geestdrift der eerste arbeiders van het
+werk! Hadden zij die vergiftiging van het land door de hebzucht en
+het vuil der menschen gewild? De volkeren behoefden slechts te komen
+om de pest te doen uitbreken!
+
+Toen Cazaban zag, dat Pierre luisterde, maakte hij nog een laatste
+dreigend gebaar, als om dat vergiftigende bijgeloof weg te vagen. Dan
+borstelde hij zwijgend het haar van mijnheer de Guersaint.
+
+"Als het u blieft, mijnheer!"
+
+Toen eerst begon de architect over het rijtuig. De kapper maakte eerst
+bezwaar, beweerde, dat zij naar zijn broer in de gemeentewei moesten
+gaan. Maar ten slotte stemde hij toch toe de bestelling op zich te
+nemen. Een landauer met twee paarden naar Gavarnie kostte vijftig
+francs. Maar blij, omdat hij zooveel had kunnen praten en gevleid
+als een fatsoenlijk man behandeld te worden, sloeg hij tien francs
+af. Ze waren met hun vieren, dat was dus tien francs per persoon. Ze
+kwamen overeen om 's nachts tegen drie uur te vertrekken, zoodat ze
+Maandagavond weer vroegtijdig terug zouden zijn.
+
+"Het rijtuig staat om drie uur voor het Hôtel des Apparitions,"
+herhaalde Cazaban op zijn nadrukkelijke manier. "U kunt op mij rekenen,
+mijnheer!"
+
+Hij spitste zijn ooren. Het gerinkel met borden in de kamer ernaast
+hield maar niet op. Men at er nog altijd, zooals overal, met de
+vraatzucht, die van het eene einde van de stad naar het andere
+woedde. Er werd nog om brood geroepen.
+
+"Pardon," zeide Cazaban vlug; "mijn gasten hebben me noodig."
+
+En met zijn handen nog vet van de kam, snelde hij weg. Daar de deur
+even open bleef, zag Pierre aan de wanden der huiskamer, tot zijn
+verbazing godsdienstige platen hangen, met name een afbeelding van
+de Grot. Ongetwijfeld hing de kapper die alleen maar gedurende de
+bedevaarten op, om zijn gasten een pleizier te doen.
+
+Het was tegen drieën. Toen Pierre en mijnheer de Guersaint weer
+buiten kwamen, hoorden zij tot hun verwondering hoe het gelui van
+verschillende klokken de lucht vervulde. Op den eersten klank van het
+Vesperkleppen der Basilica had de parochiekerk juist geantwoord, en
+nu voegden zich de kloosters een voor een bij het toenemend gelui. De
+kristalheldere klok van de Karmelieten paarde zich aan de ernstig-diepe
+van de Onbevlekte Ontvangenis; en al de vroolijke klokken der zusters
+van Nevers en de Dominicanessen klepten tegelijk. Op mooie feestdagen
+streken zoo van den vroegen morgen tot den laten avond vluchten
+van klokken met breede vleugels over de daken van Lourdes. Er was
+moeilijk iets vroolijkers denkbaar dan dat welluidende gezang onder
+den wijden blauwen hemel, boven deze vraatzuchtige stad, die eindelijk
+gedejeuneerd had en nu haar spijsvertering in de zon koesteren.
+
+
+
+
+III.
+
+Zoodra de avond gevallen was, werd Marie in het Hôpital de Notre-Dame
+des Douleurs ongeduldig, want zij wist van madame de Jonquière,
+dat baron Suire van pater Fourcade verlof voor haar gekregen had,
+om den nacht voor de Grot door te brengen. Iedere minuut vroeg zij
+zuster Hyacinthe:
+
+"Zuster, is het nog geen negen uur?"
+
+"Wel neen, kindlief, het is net half negen!... Hier heb je een dikke
+wollen omslagdoek, die je met het aanbreken van den dag om moet doen,
+want de Gave is vlak bij en de ochtenden zijn in dit bergland frisch."
+
+De geheele zaal benijdde haar. Een heelen nacht voor de Grot te mogen
+bidden was de onuitsprekelijke vreugde, de opperste zaligheid. Men
+zeide, dat de uitverkorenen in den grooten vrede van de duisternis
+zeker de Heilige Maagd zagen. Maar men moest veel protectie hebben, om
+een dergelijke gunst te verkrijgen. De paters stonden haar niet graag
+toe, omdat er zieken gestorven waren, als in haar extase ingeslapen.
+
+"Je zult morgenochtend, voor je hier terugkomt, in de Grot het
+Avondmaal vieren, is het niet, kindlief?" vroeg zuster Hyacinthe.
+
+Het sloeg negen uur. Zou Pierre, die altijd zoo juist op tijd was,
+haar vergeten? Men vertelde haar nu van de fakkelprocessie, die zij van
+het begin tot het einde zou zien, als zij dadelijk wegging. Iederen
+avond werden de plechtigheden met een dergelijke processie besloten;
+maar die op Zondag was altijd de mooiste, en er werd verteld, dat
+de processie van dien avond zoo buitengewoon schitterend zou zijn,
+als men er maar zelden een zag. Meer dan dertigduizend pelgrims,
+ieder met een kaars in de hand, zouden eraan deelnemen. De wonderen
+van den nachtelijken hemel zouden zich openen, de sterren op aarde
+nederdalen. De zieken jammerden, dat het zoo vreeselijk was aan je
+bed gekluisterd te zijn en niets van die wonderdingen te kunnen zien.
+
+"Kindlief," kwam madame de Jonquière zeggen, "daar zijn je vader en
+mijnheer de abbé!"
+
+Marie straalde van vreugde en had het lange wachten al vergeten.
+
+"O Pierre, laten we toch gauw gaan, laten we toch gauw gaan," drong
+zij aan.
+
+Zij droegen haar naar beneden en de priester duwde het kleine wagentje
+voort, dat zacht voortrolde onder den met sterren bezaaiden hemel,
+terwijl mijnheer de Guersaint naast haar liep. Het was een wondermooie
+nacht zonder maan, een donkerblauw fluweel met diamanten bestikt;
+de zachte lucht was heerlijk, een lauwwarm bad van zuivere lucht,
+doorbalsemd met den geur der bergen. Veel pelgrims verdrongen zich
+in de straat in de richting der Grot; doch de menigte was stil en in
+zichzelf gekeerd, zonder de rumoerige kermisdrukte van den dag. Bij
+het plateau de la Merlasse breidde de duisternis zich uit, kwam men
+onder den onmetelijken hemel in het schaduwmeer der grasperken en
+groote boomen, waaruit men links alleen de slanke, witte spits der
+Basilica zag oprijzen.
+
+Pierre werd bij het zien van de menschenmassa, die, naarmate zij de
+Grot naderden, compacter werd, eenigszins ongerust. Op de place du
+Rosaire kon men nog slechts met moeite loopen.
+
+"Er is geen denken aan, om bij de Grot te komen," zeide hij en bleef
+stilstaan. "Het beste zou zijn een allée achter den "Abri des pèlerins"
+in te slaan en daar te wachten."
+
+Maar Marie wilde met alle geweld het vertrek der processie zien.
+
+"Laten we probeeren bij den Gave te komen, Pierre. Ik kan het dan
+uit de verte zien, ik behoef er niet zoo dicht bij te zijn."
+
+Mijnheer de Guersaint, die even graag wilde kijken als zij, drong
+ook aan.
+
+"Maak je maar niet ongerust, ik zal achter haar gaan staan en zorgen,
+dat niemand haar stooten kan."
+
+Pierre moest nu het wagentje trekken. Hij had een kwartier noodig om
+onder een der bogen van de rechtsche helling te komen, zoo verdrong
+zich daar de menigte. Dan sloeg hij eenigszins schuins af en was
+eindelijk op de kade aan den oever van den Gave, waar alle kijkers
+op het trottoir stonden; hij kon nog een vijftig meter verder komen
+en liet dan het wagentje stilstaan tegen de borstwering zelf, bijna
+vlak tegenover de Grot.
+
+"Is het hier goed?"
+
+"Ja, ja, dank je wel! Maar ik moet zitten, dan kan ik nog beter zien."
+
+Mijnheer de Guersaint richtte haar op en klom dan zelf op de
+steenen bank, die langs de geheele kade loopt. Een groote menigte
+nieuwsgierigen stond daar dicht opeengehoopt als op avonden, dat er
+vuurwerk afgestoken werd. Allen gingen op hun teenen staan en rekten
+hun hals uit. Ook Pierre was vol belangstelling, ofschoon je nog niet
+veel bijzonders zag.
+
+Er moesten daar dertigduizend personen zijn, en nog steeds stroomde
+het menschen. Allen droegen in hun hand een kaars, gewikkeld in
+een soort peperhuis van wit papier, waarop in blauw een afbeelding
+van de Notre-Dame de Lourdes gedrukt was. Maar die kaarsen waren
+nog niet aangestoken. Boven de deinende zee van hoofden zag men
+slechts de helder blinkende Grot, die den hellen gloed als van een
+ijzergieterij uitstraalde. Een dof gezoem steeg op, men hoorde zuchten,
+die alleen reeds den indruk maakten, dat daar duizenden opeengedrongen
+stonden in de diepte der duisternis, hun adem inhoudend, op en neer
+bewegend als een levend, steeds grooter wordend laken. Er waren er
+onder de boomen aan den anderen kant van de Grot, in de diepten van
+de donkerte, die men zelfs niet vermoedde. Eindelijk begon het met
+enkele kaarsen, die hier en daar opvlamden; plotselinge vonken, die
+op goed geluk af de duisternis doorboorden. Het aantal nam snel toe:
+eilandjes van sterren vormden zich, terwijl op andere punten strepen,
+melkwegen te midden van de sterrenbeelden vloeiden. Dat waren de
+dertigduizend kaarsen, die allengs een voor een aangestoken werden,
+den fellen gloed der Grot uitdoofden en van het eene einde van den
+boulevard naar het andere de kleine gele vlammen van een reusachtig
+bekken met gloeiende kolen voortwentelden.
+
+"O, Pierre, hoe mooi!" fluisterde Marie. "Precies de herrijzenis
+der nederigen, der kleine arme zielen, die weer wakker worden en
+schitteren."
+
+"Prachtig, prachtig!" viel mijnheer de Guersaint haar in een opwelling
+van zijn kunstenaarsgeestdrift bij. "Kijk eens naar die twee lijnen,
+die elkaar snijden en een kruis vormen."
+
+Pierre was zeer getroffen door wat Marie gezegd had. Zoo was het;
+die zwakke vlammetjes, nauwlijks lichtende puntjes, bescheiden als
+een deemoedig volk, en wier groot aantal een glans uitmaakte en een
+zonneschittering vormde. Telkens weer kwamen er nieuwe te voorschijn,
+verder weg en als verdwaald.
+
+"O," prevelde hij, "dat daar heelemaal alleen, in de verte en zoo
+dansend... Zie je, Marie, hoe het aan komt drijven en zich langzaam
+in het groote vuurmeer verliezen gaat."
+
+Men zag nu weer duidelijk als op klaarlichten dag. De van onder af
+belichte boomen lieten hun intens groen loof zien als geschilderde
+boomen op coulissen. Boven het golvende kolenbekken bleven de banieren,
+sprekend-duidelijk met haar geborduurde heiligen en zijden snoeren,
+onbeweeglijk. En de fel-helle weerkaatsing steeg langs de rots naar de
+Basilica op, welker spits nu scherp-wit afstak tegen den donker-zwarten
+hemel, terwijl aan de overzijde van den Gave de heuvels ook òp-lichtten
+met de witte gevels van hun kloosters tusschen het somber-groene loof.
+
+Er was nog een oogenblik onzekerheid. Het vlammenmeer, waarin ieder
+brandend pitje een golfje was, deinde zijn sterrengeflonker voort,
+scheen op het punt te breken, om samen te vloeien tot een rivier. Dan
+fladderden hoogop de banieren, begon er beweging te komen.
+
+"Wat," riep mijnheer de Guersaint uit, "komen ze nu niet hier langs?"
+
+Toen legde Pierre, die op de hoogte was, uit, dat de processie
+eerst den met groote kosten langs den beboschten heuvel aangelegden
+zigzagweg volgde. Dan draaide zij om de Basilica heen, alvorens langs
+de rechtsche helling weer naar beneden te gaan en door de tuinen haar
+weg te vervolgen.
+
+"Kijk, je ziet de eerste kaarsen reeds door het groen naar boven gaan."
+
+Het was als uit een Duizend-en-een-Nacht-sprookje. Kleine bevende
+lichtjes maakten zich los uit den grooten, vurigen haard en verhieven
+zich in een zachte vlucht langzaam in de hoogte, zonder dat men iets
+kon onderscheiden, dat ze aan de aarde vasthield. Het bewoog zich
+als gouden zonnestofjes in de duisternis. Weldra was het overgegaan
+in een schuin vallende straal, die zich dan plotseling scherp om
+een hoek terugboog, en er ontstond een nieuwe straal, die zich op
+zijn beurt ook weer kromde. Eindelijk was de geheele heuvel door
+één vlammenzigzag doorgroefd, die denken deed aan bliksemstralen,
+zooals men die op plaatjes uit den zwarten hemel schieten ziet. Maar
+het lichtende spoor ging niet uit, steeds gleden de kleine vlammetjes
+met dezelfde zachte, langzame beweging voort. Soms echter ontstond
+plotseling een verduistering, wanneer de processie achter een boomgroep
+voorbijtrok. Maar even verder brandden de kaarsen dan weer, zetten
+haar tocht langs ingewikkelde, telkens weer onderbroken en opnieuw
+herstelde zigzaglijnen naar den hemel voort. Dan kwam een oogenblik,
+dat zij, boven op den heuvel gekomen, niet langer stegen en bij de
+laatste kromming van den weg verdwenen.
+
+In de menigte klonk het:
+
+"Nu draaien ze om de Basilica heen."
+
+"O, het duurt nog wel een twintig minuten, voor ze naar beneden komen."
+
+"Ja, mevrouw, ze zijn met hun dertigduizenden; er gaat nog wel een
+uur mee heen, voor de laatsten van de Grot vertrekken."
+
+Zoodra de processie zich in beweging gezet had, had zich uit het doffe
+gegons een kerklied losgemaakt. Het was de litanie van Bernadette, de
+zesmaal tien coupletten, waarin het "wees gegroet" als een obsessie
+telkens weer terugkeerde. Waren de zestig strophen uitgezongen, dan
+begon men opnieuw. Aldoor klonk onophoudelijk en wiegend het "Ave,
+ave, ave Maria!", dat den geest verdoofde, de ledematen radbraakte,
+langzamerhand die duizenden wezens in een wakenden droomslaap bracht,
+waarin zij het paradijs als een visioen voor zich zagen. 's Nachts, als
+zij sliepen, had het bed de schommelende beweging, zongen zij ze nog.
+
+"Blijven we hier?" vroeg mijnheer de Guersaint, die gauw genoeg van
+iets had. "Het is nu verder precies hetzelfde."
+
+En ook Marie, die de gesprekken in de menigte gehoord had, zeide:
+
+"Je hebt gelijk, Pierre. Het zou beter zijn als wij onder de boomen
+gingen staan. Ik zou zoo graag alles willen zien."
+
+"Zeker," antwoordde Pierre; "wij zullen een plaatsje zoeken, waar
+je alles zien kunt. Het zal alleen een heele toer zijn, om nu hier
+vandaan te komen."
+
+Inderdaad had de dichte menigte nieuwsgierigen hen als het ware
+ingemetseld. Pierre moest zich langzaam en voorzichtig een weg banen,
+terwijl hij een klein plaatsje voor een zieke vroeg. Marie keerde
+zich telkens om en trachtte nog eenmaal voor de Grot den vlammenden
+waterspiegel te zien, het meer met zijn kleine flikker-fonkelende
+golfjes, waaruit tot in het oneindige de processie wegstroomde, zonder
+dat het leeg scheen te worden. Mijnheer de Guersaint liep achter het
+wagentje, om het tegen het dringen der menigte te beschermen.
+
+Eindelijk waren zij buiten het gedrang en stonden nu op een verlaten
+plekje dicht bij een der booggewelven, waar zij even ruimer konden
+ademhalen. Men hoorde daar niets dan de uit de verte klinkende litanie
+met haar hardnekkig refrein; zag de weerkaatsing der kaarsen slechts
+als een soort lichtende wolk, die van den kant der Basilica langzaam
+aangedreven kwam.
+
+"De beste plaats zouden we hebben, als we den Calvariënberg
+opgingen. Een kamermeisje heeft het me vanochtend nog gezegd. Het
+moet van uit de hoogte een feeëriek gezicht zijn."
+
+Doch daar viel niet aan te denken, daar waren te veel bezwaren aan
+verbonden.
+
+"Hoe zouden we met het wagentje de hoogte op kunnen komen?" vroeg
+Pierre. "En bovendien zou in het pikdonker en in het gedrang het naar
+beneden komen veel te gevaarlijk zijn."
+
+Marie zelf wilde liever in de tuinen onder de boomen, waar het zoo
+heerlijk was, blijven. Dus gingen zij weer verder en kwamen tegenover
+de groote gekroonde Heilige Maagd op de Esplanade uit. Het beeld
+was met gekleurde glazen verlicht, die het met een stralenkrans van
+blauwe en gele lampions tot een kermis-aureool maakten. Ondanks zijn
+vroomheid vond mijnheer de Guersaint dit afschuwlijk smakeloos.
+
+"Kijk!" zeide Marie, "bij dat boschje daar zouden we een uitstekend
+plaatsje hebben!"
+
+Zij wees naar een dicht boschje struiken naast den "Abri des
+pèlerins". Het was inderdaad een uitstekend plekje, want vandaar
+af zou men de processie langs de linkerhelling naar beneden kunnen
+zien komen en haar door de grasperken in haar dubbele evenwijdige
+beweging van gaan en komen tot de nieuwe brug kunnen volgen. Bovendien
+gaf de nabijheid van den Gave aan het bladerengewelf een heerlijke
+koelte. Niemand bevond zich daar nog; in de dichte schaduw van de
+groote platanen langs de allée genoten zij van een oneindigen vrede.
+
+Mijnheer de Guersaint ging op zijn teenen staan, ongeduldig als hij
+was, om de eerste kaarsen van achter de Basilica te voorschijn te
+zien komen.
+
+"Er is nog niets te zien," mompelde hij. "Enfin, dan ga ik maar even
+op het gras zitten. Ik ben doodop."
+
+Dan maakte hij zich ongerust over zijn dochter.
+
+"Wil ik je wat omslaan? Het is heel frisch hier!"
+
+"Neen, vader, dank u wel, ik heb het heelemaal niet koud. Ik ben zoo
+gelukkig. In geen tijd heb ik zoo heerlijk adem kunnen halen!... Er
+moeten hier rozen zijn, ruikt u dien heerlijken geur niet?"
+
+En zich tot Pierre wendend:
+
+"Waar staan die rozen toch, lieve vriend? Zie je ze niet?"
+
+Toen mijnheer de Guersaint naast het wagentje zat, ging Pierre kijken,
+of er in de nabijheid geen bed met rozen was. Maar vergeefs zocht hij
+in de donkere grasperken; hij vond niets dan een dichten, groenen
+plantengroei. Toen hij, teruggaande, langs den "Abri des pèlerins"
+kwam, ging hij uit nieuwsgierigheid naar binnen.
+
+Het was een groot vertrek met een hooge zoldering, waarin aan beide
+kanten het licht door breede ramen naar binnen viel. Met zijn steenen
+vloer en zijn kale muren had het geen andere meubelen dan banken,
+die her en der verspreid stonden. Geen tafel, geen plank, zoodat de
+daklooze pelgrims, die genoodzaakt waren daar hun toevlucht te zoeken,
+hun manden, hun pakjes en hun valiezen opgehoopt hadden in de aldus in
+bagagekasten herschapen vensternissen. Het vertrek was leeg: alle arme
+pelgrims waren blijkbaar naar de processie. Hoewel de deur wijd open
+stond, heerschte er een ondraaglijke stank; de muren waren doordrenkt
+met ellende, de vloertegels vuil, vochtig ondanks den mooien zonnedag,
+nat van fluimen, vet en gemorsten wijn. Men deed er alles, men sliep
+er, at er in een opeenhooping van vuile lichamen en lompen.
+
+Pierre zeide tot zichzelf, dat de heerlijke rozengeur moeilijk van daar
+komen kon. Toch liep hij het vertrek, dat door vier walmende lantaarns
+verlicht werd, rond in de meening dat het geheel verlaten was, toen
+hij tot zijn verbazing tegen den linkermuur een vage gestalte zag,
+een in het zwart gekleede vrouw, die een wit pakje op haar schoot
+hield. Zij was geheel alleen in deze eenzaamheid en zat onbeweeglijk
+met starre oogen voor zich uit te staren.
+
+Hij ging naar haar toe en herkende toen madame Vincent, die hem met
+een gebroken stem toefluisterde:
+
+"Ja, Rose heeft vandaag zoo geleden! Van den vroegen morgen af heeft
+zij aan één stuk door gekreund... En nu zij een paar uur geleden in
+slaap gevallen is, durf ik mij niet te verroeren, omdat ik bang ben,
+dat zij anders wakker wordt en weer pijn krijgt."
+
+Zij bleef onbeweeglijk zitten, een martelares van een moeder, die
+reeds maanden lang haar kind zoo hield in de hardnekkige hoop het te
+genezen. Zij had het op haar armen naar Lourdes gebracht, droeg het
+daar rond, suste het in slaap op haar armen, daar zij geen kamer,
+zelfs geen ziekenhuisbed had.
+
+"Gaat het dan niet beter met de kleine?" vroeg Pierre, wiens hart
+bloedde.
+
+"Neen, mijnheer de abbé, ik geloof het niet."
+
+"Maar," zeide hij, "u zit toch heel ongemakkelijk op die bank. Men
+had moeite moeten doen om u niet zoo op straat te laten blijven. Men
+zou uw kind ongetwijfeld ergens opgenomen hebben."
+
+"Och, waar zou dat goed voor zijn, mijnheer de abbé? Zij ligt heel
+goed op mijn schoot. En bovendien zou men haar toch niet altijd zoo
+bij me gelaten hebben... Neen, ik heb haar maar liever bij me, dat
+zal haar ten slotte nog redden, geloof ik."
+
+Twee dikke tranen vielen over haar onbeweeglijk gezicht. Dan ging
+zij voort:
+
+"Ik ben niet zonder geld. Ik had dertig sous, toen ik van Parijs
+wegging, en ik heb er nu nog tien over... Ik heb aan brood voldoende
+en die arme stumperd hier kan zelfs geen melk verdragen... Ik kom nog
+wel toe tot we weer weggaan, en als zij beter wordt, o, dan zullen
+wij rijk zijn, rijk, rijk!"
+
+Zij boog zich voorover en keek in het flikkerende licht naar het
+bleeke gezichtje van Rose, wier lippen door haar zwakke ademhaling
+half geopend werden.
+
+"Kijk u eens, hoe zij slaapt!... De Heilige Maagd zal medelijden
+met haar hebben en haar beter maken, niet waar, mijnheer de abbé? We
+hebben nog wel maar één dag, maar ik wil niet wanhopen; ik zal den
+heelen nacht hier blijven bidden... Morgen zal het geschieden, ze
+moet nog tot morgen blijven leven."
+
+Een oneindig medelijden maakte zich meester van Pierre, die, uit vrees,
+dat ook hij anders in tranen zou uitbarsten, wegging.
+
+"Ja, ja, arme vrouw, blijf hopen."
+
+En hij liet haar alleen achter in de groote, ledige, stinkende zaal,
+tusschen de door elkaar gegooide banken, zóó onbeweeglijk in haar
+smartelijke moederliefde, dat zij haar adem inhield, uit vrees, dat
+het piepen van haar borst de kleine zieke wakker zou maken. Geradbraakt
+bad zij, met gesloten mond, vurig.
+
+Toen Pierre weer bij Marie terug was, vroeg zij hem dadelijk:
+
+"En zijn er rozen in den omtrek?"
+
+Hij wilde haar blijde stemming niet bederven door haar te vertellen,
+wat hij gezien had.
+
+"Neen, ik heb in alle perken rondgekeken, maar er zijn geen rozen."
+
+"Vreemd," zeide zij peinzend. "De geur is zoo zacht en tegelijk zoo
+doordringend... Je ruikt het toch zeker ook wel? Nou net is hij weer
+zoo buitengewoon sterk, alsof alle rozen van het paradijs om ons in
+den nacht ontbloeien."
+
+Doch een uitroep van haar vader viel haar in de rede. Mijnheer de
+Guersaint was weer gaan staan, toen hij boven aan de hellingen,
+links van de Basilica, lichtende punten verschijnen zag.
+
+"Daar heb je ze eindelijk!"
+
+Inderdaad werd het hoofd der processie zichtbaar. Onmiddellijk
+vermenigvuldigden overal de lichtende punten zich en verlengden zich
+tot een dubbele, golvende lijn. De duisternis overstroomde alles;
+het was als geschiedde dit alles heel hoog, als kwam het uit de
+zwarte diepten van het onbekende. En terzelfdertijd begon het gezang,
+de litanie, die als een obsessie was, weer; maar zij bleef zoo ver,
+zoo licht, dat het scheen, alsof zij niet meer was dan het zachte
+suizen, dat in de boomen den naderenden stormwind aankondigt.
+
+"Ik heb het wel gezegd," prevelde mijnheer de Guersaint, "je moet op
+den Calvariënberg staan, om alles te zien."
+
+Halsstarrig en stijfhoofdig als een kind kwam hij weer op zijn
+eerste denkbeeld terug, en jammerde, dat ze juist de slechtste plaats
+uitgekozen hadden.
+
+"Maar waarom gaat u dan den Calvariënberg niet op, vader? Het is nog
+tijd genoeg... Pierre zal bij mij blijven."
+
+En met een droef glimlachje voegde zij eraan toe:
+
+"Trouwens, niemand zal me schaken."
+
+Eerst weigerde hij, dan gaf hij echter, niet in staat aan den drang
+van zijn verlangen weerstand te bieden, toe. Hij moest zich haasten,
+vlug de grasperken overloopen.
+
+"Blijf hier onder de boomen op mij wachten. Ik zal je wel vertellen,
+wat ik boven gezien heb."
+
+Pierre en Marie bleven alleen in dit donkere, eenzame hoekje,
+doorbalsemd met rozengeur, zonder dat er één enkele roos in de
+nabijheid was. Zij spraken niet, keken naar de processie, die zacht
+en ononderbroken naar beneden gleed.
+
+Het was als een dubbele rij levende sterren, die, aan den linkerhoek
+van de Basilica opkomend, nu de monumentale helling volgde, welker
+ronding zij duidelijk afteekende. Op dezen afstand kon men nog steeds
+de pelgrims, die de kaarsen droegen, niet zien; het waren slechts
+wandelende, gedisciplineerde lichtjes, die in de donkerte rechte
+lijnen trokken. De bouwwerken zelf bleven onder den donkerblauwen
+nachthemel vaag, werden nauwlijks door een verdichting van de
+duisternis aangegeven. Maar langzamerhand lichtten, naarmate het
+aantal kaarsen grooter werd, de architectonische lijnen òp, de slanke
+spitsbogen der Basilica, de cyclopische gewelven der hellingen, de
+zware, samengedrukte gevel der Rozenkranskerk. Met den ononderbroken
+stroom van helle vonken, die rustig voortkabbelde op de hardnekkige
+manier van een buiten haar oever getreden rivier, die door niets meer
+tegengehouden wordt, kwam als het ware een morgenrood, een lichtende
+wolk, die steeds grooter werd en eindelijk den geheelen horizont in
+haar glans laadde.
+
+"Kijk toch eens Pierre, kijk toch eens!" riep Marie in haar kinderlijke
+blijdschap. "Dat houdt maar niet op, steeds komen er meer."
+
+Inderdaad duurde daar omhoog het plotselinge verschijnen van
+kleine lichtjes met een mechanische regelmatigheid voort, alsof een
+onuitputtelijk hemelsche bron dat zonnestof uitgestort had. Het hoofd
+der processie had ter hoogte van de gekroonde Heilige Maagd de tuinen
+bereikt, zoodat de dubbele vlammenlijn nog slechts den omtrek van
+het dak der Rozenkranskerk en van de groote trap afteekende. Doch
+de nadering der menigte maakte zich voelbaar door een onrust in de
+lucht, een levenden, van verre komenden ademtocht; vooral de stemmen
+klonken sterker, de litanie van Bernadette zwol aan tot het gebruis
+van een opkomenden vloed, die het refrein: "Ave, ave, ave Maria!" in
+een rhythmisch gewieg steeds hooger en hooger stijgen deed.
+
+"O, dat refrein!" prevelde Pierre, "het dringt je tot in je huid
+door. Straks gaat mijn heele lichaam het nog zingen."
+
+Weer liet Marie haar zacht kinderlachje hooren.
+
+"Ja, dat is zoo, het volgt mij ook overal; vannacht heb ik het in
+mijn slaap ook gehoord. En vanavond ook weer, het is als wiegt het
+mij boven de aarde."
+
+Dan viel zij zichzelf in de rede:
+
+"Daar zijn ze aan den onderkant van het perk, vlak tegenover ons."
+
+Nu volgde de processie de lange rechtsche allée en kwam, na om het
+Croix des Bretons heen gekropen te hebben, langs de andere rechtsche
+laan terug. Ze hadden meer dan een kwartier noodig, om deze beweging
+uit te voeren. Nu vormde de dubbele lijn twee lange strepen evenwijdige
+lichtjes, waarboven een triomphantelijke zonnefiguur uitstak. Maar
+het blijvende-mooie was het ononderbroken kronkelen van die vuurslang,
+wier gouden ringen zoo zacht over den zwarten grond kropen en zich in
+het oneindige verlengden, zonder dat het reusachtige zich ontrollende
+lichaam ooit scheen te eindigen. Verschillende malen had er blijkbaar
+ergens een opstopping plaats; de lijnen bogen zich dan als zouden
+zij breken, maar de orde was spoedig weer hersteld, waarna het naar
+beneden glijden met langzame regelmatigheid opnieuw begon. Een melkweg
+met zijn beving van werelden was van uit den hooge neergevallen en
+zette op aarde zijn sterrenreidans voort. Een blauw licht sijpelde
+naar beneden, er bestond niets meer dan de hemel, de gebouwen en
+de boomen namen in den geheimzinnigen glans der duizenden kaarsen,
+wier aantal steeds grooter werd, droomvormen aan.
+
+Marie stiet een zucht van ademlooze bewondering uit; zij kon er geen
+woorden voor vinden, herhaalde maar steeds:
+
+"Wat is het mooi, lieve God, wat is het mooi!... Kijk toch eens,
+Pierre, hoe mooi het is!"
+
+Maar sedert de processie op enkele passen van hen verwijderd voorbij
+hen trok, was het niet meer een rhythmische loop van sterren, die door
+geen hand gedragen werden. In de lichtwolk onderscheidden zij thans
+de lichamen, herkenden zij in het voorbijgaan nu en dan de pelgrims,
+die de kaarsen vasthielden. Eerst kwam la Grivotte, die ondanks het
+late uur aan de processie had willen deelnemen; zij overdreef haar
+genezing, beweerde steeds weer, dat zij zich nooit beter gevoeld
+had en behield in den frisschen avond, die haar rillen deed, haar
+overspannen, dansende manier van loopen. Dan kwamen de Vignerons,
+de vader voorop, met zijn kaars hoog in de lucht, gevolgd door madame
+Vigneron en madame Chaise, die haar uitgeputte beenen voortsleepten,
+terwijl de kleine Gustave, wiens rechterhand met kaarsvet overdekt
+was, met zijn kruk het zand stampte. Alle zieken, die loopen konden,
+waren er: ook Elise Rouquet, die met haar ontbloot rood gezicht als
+een verdoemde mede liep. Velen lachten; de het vorige jaar door het
+wonder genezen kleine Sophie Couteau speelde met haar kaars als met
+een stok. Hoofden volgden steeds weer op hoofden; voornamelijk waren
+het vrouwen, de meesten akelig alledaagsch, enkelen met een trotsche
+houding, die je een seconde even vluchtig zag en welke dan weer in de
+phantastische verlichting onderdoken. Eindigen wilde het niet: steeds
+kwamen er weer anderen, onder wie zij nog een heel bescheiden schim
+opmerkten, madame Maze, die zij zeker niet herkend zouden hebben, als
+zij niet even haar bleek, door tranen overstroomd gelaat opgeheven had.
+
+"Kijk," zeide Pierre tegen Marie, "daar zijn de eerste lichtjes der
+processie op de place du Rosaire, en ik ben er zeker van, dat de
+helft der pelgrims nog voor de Grot staat."
+
+Marie keek op en inderdaad zag zij in de hoogte bij den linkerhoek
+der Basilica regelmatig en zonder ophouden nieuwe lichtjes opduiken
+met een soort mechanische beweging, die nooit scheen op te houden.
+
+"Ach," zeide zij, "wat een belaste en beladen zielen. Ieder van die
+kleine vlammetjes is immers een ziel, die lijdt en zich bevrijdt?"
+
+Pierre moest zich over haar heen buigen om haar te kunnen verstaan,
+want de litanie van Bernadette verdoofde hen, nu de stroom zoo vlak
+langs hen vloeide. De stemmen klonken in een steeds grooter wordende
+zinsverbijstering, de strophen werden langzamerhand door elkaar
+gezongen, ieder deel der processie hief het zijne aan met stemmen
+als van bezetenen, die zichzelf niet meer verstonden. Het was een
+eindeloos, verward geschreeuw, het razende geschreeuw van een menigte,
+die door haar geloofsijver geheel bedwelmd wordt. En steeds weer kwam
+het refrein, het Ave, ave, ave Maria! terug en klonk met zijn rhythme,
+dat was als een krankzinnig makende obsessie, boven alles uit.
+
+Tot hun verbazing zagen Pierre en Marie opeens mijnheer de Guersaint
+voor zich staan.
+
+"Ach, kinderen, ik wilde me daarboven niet verlaten, en ben tweemaal
+door de processie heengeloopen om hier te komen... Maar wat een
+gezicht! Het is werkelijk het eerste moois, dat ik zie, sedert ik
+hier ben!"
+
+En hij begon hun de processie te beschrijven, zooals hij die van af
+den Calvariënberg gezien had.
+
+"Stel je een tweeden hemel hier beneden voor, welke den glans van
+dien hierboven weerkaatst, maar een hemel, die heelemaal door één
+enkel, reusachtig sterrenbeeld ingenomen wordt. En dat sterrengewemel
+schijnt zich heel ver in donkere diepten te verliezen. De vuurstroom
+is precies een monstrans, ja, een echte monstrans, waarvan de voet
+gevormd wordt door de hellingen, de schacht door de twee evenwijdige
+alleeën en de hostie door het ronde grasperk, dat ze bekroont. Het
+is een monstrans van brandend goud, die diep in de duisternis met
+een voortdurend fonkelen van wandelende sterren opvlamt. Je ziet
+niets dan dien reusachtigen en grootschen monstrans... Waarachtig,
+ik heb nog nooit zoo iets buitengewoons gezien!"
+
+Hij zwaaide zijn armen heen en weer, was buiten zichzelf van artistieke
+ontroering.
+
+"Vadertje," zeide Marie liefdevol, "nu u toch hier bent, moest u maar
+naar het hotel teruggaan, om nog wat te slapen. Het is nu bijna elf
+en morgenochtend om drie uur moet u weer weg."
+
+En om hem over te halen, voegde zij er aan toe:
+
+"Ik vind het zoo prettig, dat u dat uitstapje gaat maken... Maar
+zorg, dat u morgenavond vroegtijdig terug bent, want u zult zien,
+u zult zien..."
+
+Zij durfde haar vaste overtuiging, dat zij genezen zou, niet
+uitspreken.
+
+"Je hebt gelijk, ik ga nu maar naar bed," zeide mijnheer de Guersaint
+gekalmeerd. "Nu Pierre bij je is, ben ik niet ongerust."
+
+"Maar," riep zij uit, "ik wil niet, dat Pierre vannacht bij mij
+blijft. Wanneer hij mij straks naar de Grot gebracht heeft, komt hij
+weer bij u... Ik heb niemand noodig, de eerste de beste brancarddrager
+zal mij morgenochtend wel naar het Hôpital brengen."
+
+Pierre zweeg eerst even. Dan, eenvoudig:
+
+"Neen, neen, Marie, ik blijf... Ik zal, evenals jij, den nacht in de
+Grot doorbrengen."
+
+Zij wilde aandringen, boos worden. Maar hij had het zoo zacht gezegd,
+zij had in zijn woorden een zoo smartelijk verlangen naar geluk
+gevoeld, dat zij, tot in het diepst van haar ziel geroerd, haar
+woorden terugdrong.
+
+"Enfin, kinderen," begon haar vader weer, "dat moeten jullie samen
+maar uitvechten, jullie bent verstandig genoeg. En nu goeden nacht,
+maakt je over mij maar geen zorg."
+
+Hij gaf zijn dochter een paar hartelijke kussen, drukte de beide
+handen van den priester; ging dan weg en verdween in de dichte rijen
+der processie, waar hij opnieuw doorheen moest.
+
+Nu waren zij alleen in hun donker en eenzaam hoekje onder de groote
+boomen; zij nog altijd achter in haar wagentje zittend, hij geknield
+in het gras en met zijn elleboog leunend op een der wielen. Het
+was aanbiddelijk mooi: het voorbijtrekken der kaarsen duurde voort,
+terwijl zij zich door het groot aantal bochten, dat zij maakten, tot
+één groote massa ophoopten. Wat hem vooral aangenaam trof was dat er
+van het kermisgedoe van overdag niets meer over Lourdes was blijven
+hangen. Het was, alsof van de bergen een zuiverende wind neergestreken
+was, die den sterken etensgeur, de vraatzuchtige Zondagsvreugde, al dat
+gloeiend en vergiftigd kermisstof, die om de stad hingen, weggevaagd
+had. Nu breidde zich nog slechts een eindelooze hemel met reine sterren
+over hen uit; de koelte van den Gave verkwikte hen, de zuchtende
+briesjes droegen geuren van wilde bloemen aan. De oneindigheid van het
+mysterie ging op in den onbeperkten vrede van den nacht, en van de
+zware stoffelijke wereld bleef niets over dan die kleine vlammetjes
+der kaarsen, welke Marie zooeven vergeleken had met lijdende zielen,
+welke op het punt staan zich te bevrijden. Een weldadige rust, die hem
+met een oneindige hoop vervulde, kwam over hem. Sedert hij daar was,
+verdwenen langzamerhand de kwetsende herinneringen van den namiddag,
+de gulzige vraatzucht, het onbeschaamde schacheren in wat heilig zijn
+moest, de moreel achteruitgegane en tot prostitutie vervallen oude
+stad uit zijn geest, om hem geheel te doen opgaan in die goddelijke
+verkwikking, in dien zoo wondermooien nacht, waarin zijn geheele ziel
+zich onderdompelde als in een bad der herrijzenis.
+
+Marie, zelf ook door een oneindige teederheid vervuld, prevelde:
+
+"Wat zou Blanche gelukkig zijn, als zij al die heerlijkheden zien kon!"
+
+Zij dacht aan haar zuster, die te Parijs achtergebleven was en zich
+daar aftobde met het geven van lessen. Maar dit eenvoudige woord,
+het noemen van den naam van haar zuster, over wie zij sedert haar
+komst te Lourdes niet gesproken had en die nu plotseling voor haar
+herinnering oprees, was voldoende om het geheele verleden voor hun
+geest op te roepen.
+
+Zonder te spreken, doorleefden Marie en Pierre nog eenmaal hun
+kindertijd, hun spelen van vroeger in de twee aan elkaar grenzende,
+slechts door een levende haag gescheiden tuintjes. Dan kwam de
+scheiding, toen hij naar het seminarie ging en zij hem, heete tranen
+schreiend, op de wangen kuste met de belofte hem nooit te zullen
+vergeten. Jaren verstreken, en zij vonden elkaar terug, voor eeuwig
+gescheiden: hij priester, zij aan het ziekbed gekluisterd zonder
+eenige hoop ooit vrouw te worden. Dat was hun heele geschiedenis,
+een vurige, zichzelf lang onbewust gebleven liefde, dan een breuk,
+alsof zij gestorven waren, hoewel zij naast elkander leefden. Nu zagen
+zij de armzalige woning terug, die de oudste zuster door haar lessen
+wat behaaglijk trachtte te maken, die armzalige woning, waaruit zij
+naar Lourdes vertrokken waren na veel strijd en veel beraad: zijn
+twijfel en haar hartstochtelijk geloof, dat ten slotte overwonnen
+had. Het was werkelijk heerlijk elkaar zoo alleen weer te vinden
+in dit donkere hoekje, in dezen wondermooien nacht, waarin op aarde
+evenveel sterren waren als in den hemel.
+
+Marie had tot nog toe haar kleine kinderzieltje bewaard, een
+sneeuwwitte ziel, zooals haar vader zeide, een goede, reine ziel. Op
+haar dertiende jaar door haar ziekte aangetast, was zij niet ouder
+geworden. Nu, op haar drie-entwintigste, was zij nog altijd dertien,
+een kinderlijk, in zichzelf gekeerd zieltje gebleven. Men zag het aan
+haar hartstochtlooze oogen, aan haar verstrooide gelaatsuitdrukking,
+aan haar onrustig zoekenden blik, aan haar onvermogen om iets anders te
+willen. Geen vrouweziel was onschuldiger dan de hare, die, achterlijk
+gebleven als zij was, de ziel van een groot, zedig meisje was, bij
+wie de ontwakende hartstocht zich met een innigen kus op de wangen
+tevreden stelt. Zij had geen anderen roman gehad dan het afscheid,
+dat zij weenend van haar vriend genomen had, en dat was gedurende
+tien jaar voldoende om haar hart geheel te vullen.
+
+In de eindelooze dagen, die zij op haar ziekbed doorgebracht had, was
+zij nooit verder in dien droom gegaan, dan dat hij, als zij gezond
+gebleven was, ongetwijfeld nooit priester geworden zou zijn, om met
+haar te kunnen leven. Nooit las zij een roman. De vrome boeken, die zij
+hebben mocht, hielden in haar de geestdrift voor een bovennatuurlijke
+liefde wakker. Zelfs de geluiden van buiten stierven weg aan de
+deur van de kamer, waar zij als in een klooster leefde; vroeger,
+toen men haar van het eene einde van Frankrijk naar het andere, van
+de eene boeteplaats naar de andere bracht, ging zij door de menigte
+als een slaapwandelaarster, die niets hoort en niets ziet, doch
+geheel beheerscht wordt door de idée fixe, dat zij reddeloos verloren
+was. Vandaar die onschuld en kinderlijkheid, dat aanbiddelijke meisje
+des lijdens, dat, opgegroeid met haar armzalig lichaam, in haar hart
+niets bewaarde dan de onbewuste liefde van haar dertien jaar.
+
+Marie's hand zocht in de duisternis die van Pierre, en toen zij deze,
+die de hare tegemoet kwam, vond, hield zij die lang en innig vast. Welk
+een vreugde! Nooit hadden zij een zoo reine en zoo volmaakte vreugde
+gesmaakt, als nu zij hier samen ver van de wereld in die onbeperkte
+bekoring van de duisternis en het mysterie waren. Om hen heen was
+slechts de rondedans der sterren. Het in slaap wiegende gezang zelf
+was als de duizeling, die hen op vleugelen medevoerde. Marie wist,
+dat zij den volgenden dag genezen zou worden, wanneer zij een nacht
+van godsdienstige extase in de Grot doorgebracht had: het was voor
+haar een absolute zekerheid, dat de Heilige Maagd haar zou verhooren,
+dat zij haar vermurwen zou, wanneer zij zich van aangezicht tot
+aangezicht met haar bevond, om haar te smeeken. En zij begreep heel
+goed wat Pierre ermede bedoelde, toen hij den wensch uitgesproken had
+ook den nacht voor de Grot door te brengen. Was hij niet besloten een
+allerlaatste poging te wagen om zijn geloof terug te krijgen, neer te
+knielen als een klein kind, om de Heilige Maagd te smeeken hem zijn
+geloof terug te geven. Nu nog, zonder dat zij behoefden te spreken,
+herhaalden hun in elkaar liggende handen die dingen. Zij beloofden
+elkaar voor elkander te bidden; zij vergaten zichzelf zoozeer dat
+de een in de ander geheel opging met een zoo vurigen wensch voor hun
+genezing, voor hun wederzijdsch geluk, dat zij op dat oogenblik even
+den grond aanraakten der liefde, die zich geeft en zich opoffert. Het
+was een hemelsche genieting.
+
+"O," prevelde Pierre, "die blauwe nacht, die eindelooze duisternis,
+welke al het leelijke van menschen en dingen wegvaagt, die wijde
+weldadige vrede, waarin ik mijn twijfel zou willen in slaap wiegen..."
+
+Zijn stem begaf hem. En op haar beurt zeide Marie heel zacht:
+
+"En de rozen, die heerlijke rozengeur... Ruik jij ze niet, Pierre? Waar
+zijn ze toch, dat jij ze niet gezien hebt?"
+
+"Ja, ja, ik ruik ze, maar er zijn geen rozen. Ik zou ze zeker gevonden
+hebben, want ik heb goed gezocht."
+
+"Hoe kan je zeggen, dat er geen rozen zijn, waar zij de lucht om ons
+heen doorbalsemen en wij als het ware baden in haar geur? Op sommige
+oogenblikken is hij zoo sterk, dat ik mij bijna bezwijmen voel van
+de vreugde hem te mogen inademen!"
+
+"Neen, neen, ik zweer het je, ik heb overal gekeken, er zijn geen
+rozen. Of wel zij moeten onzichtbaar zijn of het gras zelf, dat wij
+met onze voeten vertrappen, die groote boomen, die ons omringen,
+of haar geur stijgt op uit de aarde, uit de rivier hier vlak bij,
+uit de bosschen en uit de bergen."
+
+Zij zwegen een oogenblik. Dan begonnen zij weer op denzelfden
+fluisterenden toon:
+
+"Wat ruiken zij heerlijk, Pierre! Het lijkt wel, of onze in elkaar
+liggende handen ook een rozenruiker zijn."
+
+"Ja, zij rieken heerlijk lekker. En nu is het, alsof die geur uit
+jou opstijgt, Marie, alsof de rozen opbloeien uit jouw haren."
+
+Zij spraken niet meer. De processie trok nog steeds voorbij, steeds
+nog kwamen helle vonken van achter de Basilica, die als uit een
+onuitputtelijke bron uit de duisternis opborrelden. De eindelooze
+stroom der kleine, wandelende vlammen groefde in zijn dubbelen
+kringloop de duisternis met een vurig lint. Maar het mooiste schouwspel
+zag men op de place du Rosaire, waar het hoofd der processie, zijn
+langzame zwenking volhoudend, zich in een steeds nauwer wordenden
+kring draaide, die de van moeheid half geradbraakte pelgrims ten
+slotte duizelig maakte en hun gezang tot iets als verbittering deed
+stijgen. Weldra was deze kring niet meer dan een brandende kern,
+de kern van een nevelvlek, waaromheen het vurige lint, dat geen einde
+scheen te nemen, zich langzaam oprolde; en steeds breidde die kern zich
+uit, werd een vijver, dan een meer. De heele wijde place du Rosaire
+veranderde in een brandende zee, die haar kleine fonkel-golfjes
+voortrolde in den wervelstroom van dezen nooit stilstaanden
+draaikolk. Een dageraad-weerschijn deed de Basilica òplichten. Ter
+zijde zag men slechts enkele verdwaalde kaarsen alleen wandelen als
+glimwormen, die met behulp van hun klein lantaarntje hun weg zochten.
+
+Een deel der processie was blijkbaar op den Calvariënberg
+verdwaald, want ook daar in de hoogte bewogen zich in de open lucht
+sterren. Eindelijk kwam er een oogenblik, dat de laatste kaarsen
+verschenen, de grasperken omtrokken en uitstroomden in de vlammenzee,
+waarin zij verdronken. Dertigduizend kaarsen brandden daar, steeds nog
+in kringen ronddraaiend en hun gloed aanwakkerend onder den wijden
+rustigen hemel, waarin de sterren verbleekten. Een lichtdamp steeg
+op met het gezang, waarvan de obsessie was blijven voortduren. En
+het dreunen der stemmen, de Ave, ave, ave Maria! waren als het
+geknetter zelf der vlammende harten, die zich uitputten in gebeden,
+om de lichamen te genezen en de zielen te redden.
+
+Een voor een waren de kaarsen uitgegaan; de nacht viel weer als
+onbeperkt heerscher donker en mild neer, toen Pierre en Marie merkten,
+dat zij daar nog hand in hand onder het mysterie der boomen verborgen
+waren. In de verte, in het donkere Lourdes, vroegen nog slechts enkele
+verdwaalde pelgrims den weg, om hun bed terug te vinden. Ritselingen
+streken door de donkerte, alles wat rondsluipt en den slaap zoekt
+op het einde van feestdagen. Maar zij vergaten tijd en omgeving,
+bewogen zich nog steeds niet, onuitsprekelijk gelukkig, in den geur
+der onzichtbare rozen.
+
+
+
+
+IV.
+
+Pierre reed het wagentje van Marie voor de Grot en plaatste het
+zoo dicht mogelijk bij het hek. Het middernachtelijk uur had reeds
+geslagen; er waren nog een honderd menschen, enkelen zittend op
+banken, de meesten echter op hun knieën en geheel opgaand in het
+gebed. De door kaarsen verlichte Grot vlamde als een chapelle ardente,
+zonder dat men er iets anders onderscheiden kon dan het als sterren
+fonkelende stof, waarin in zijn nis het beeld der Heilige Maagd wit
+als een droom oprees. Het afvallend groen der bloemruikers nam een
+smaragdglans aan, de duizend krukken, die het gewelf bekleedden,
+geleken op een onontwarbaar net van dood hout, dat op het punt stond
+weer uit te botten. De nacht werd door die felle schittering nog
+zwarter gemaakt; de omgeving was weggezonken in een dikke donkerte,
+waarin niets meer was, geen muren, geen boomen. Alleen de onafgebroken
+murmelende stem van den Gave werd gehoord onder den wijden, donkeren,
+van onweer zwangeren hemel.
+
+"Zit je zoo goed, Marie?" vroeg Pierre zacht-vriendelijk. "Heb je
+het niet koud?"
+
+Zij had even gerild. Maar het was slechts van een klein zuchtje,
+dat de Grot haar scheen toe te waaien.
+
+"Neen, neen, heelemaal niet! Leg alleen die omslagdoek over mijn
+knieën... Dank je wel, Pierre, en maak je nu verder niet bezorgd over
+mij; ik heb niemand meer noodig, nu ik bij haar ben..."
+
+Haar stem begaf haar; zij geraakte reeds in extase: haar handen
+vouwden zich, haar blikken staarden strak naar het witte beeld,
+op haar arm uitgeteerd gezicht lag een trek van zalige verheerlijking.
+
+Toch bleef Pierre nog enkele minuten. Hij had haar in den omslagdoek
+willen wikkelen, want hij zag haar kleine, magere handjes beven. Maar
+hij was bang haar misnoegen op te wekken en stopte haar alleen maar
+als een kind goed toe, terwijl zij, met haar ellebogen op de beide
+randen van het wagentje leunend, hem niet eens meer zag.
+
+Vlak bij hem stond een bank; hij was er, om stil in zichzelf te
+bidden, juist op gaan zitten, toen zijn blik viel op een vrouw,
+die in de donkerte geknield lag. Zij was in het zwart gekleed en
+hield zich zoo bescheiden op den achtergrond, dat hij haar eerst
+niet opgemerkt had, zoo zeer scheen zij één geworden te zijn met de
+duisternis. Dan kwam het vermoeden in hem op, dat het madame Maze
+was. En hij herinnerde zich den brief, dien zij in den loop van
+den dag ontvangen had. Hij kreeg medelijden met haar, hij voelde
+de verlatenheid van deze eenzame, die geen lichamelijke ziekte om
+te genezen had, maar aan de Heilige Maagd alleen vroeg het leed van
+haar hart te verzachten door haar ontrouwen echtgenoot te bekeeren. De
+brief had blijkbaar een hardvochtig antwoord bevat, want met haar diep
+gebogen gelaat scheen zij in haar vernedering van arm, gepijnigd en
+mishandeld schepseltje niets meer te zijn. Slechts in de nachtelijke
+stilte vertoefde zij hier gaarne, voelde zij zich gelukkig, om hier
+uren lang te kunnen weenen, haar martelaarschap te kunnen ondergaan,
+den terugkeer van de verdwenen liefkoozingen te kunnen smeeken, zonder
+dat iemand haar smartelijk geheim vermoedde. Haar lippen bewogen zich
+zelfs niet; het was haar gemarteld hart, dat bad en zoo vurig zijn
+deel aan liefde en geluk opeischte.
+
+O, die onleschbare dorst naar geluk, welke al deze gewonden naar
+lichaam en naar ziel hier bracht! Ook Pierre voelde hoe die dorst zijn
+keel droog maakte en een vurige begeerte in hem deed ontstaan die te
+lesschen. Hij had zich op zijn knieën willen werpen, de goddelijke
+hulp willen afsmeeken met het deemoedig geloof van die vrouw. Maar
+zijn ledematen waren als gebonden en woorden vinden kon hij niet. Het
+was een verlichting voor hem, toen een hand zachtjes zijn schouder
+aanraakte.
+
+"Ga met mij mee, mijnheer de abbé, als u de Grot niet kent. Ik zal
+u er heen brengen, het is er zoo heerlijk op dit uur."
+
+Hij keek op en herkende baron Suire, den directeur van de Hospitalité
+de Notre-Dame de Salut. Blijkbaar had die welwillende en eenvoudige
+man sympathie voor hem opgevat. Hij nam de uitnoodiging aan en volgde
+hem in de Grot, die geheel leeg was. Zelfs deed de baron het hek,
+waarvan hij een sleutel had, achter hen dicht.
+
+"Ziet u, mijnheer de abbé, dit is het uur, dat men zich hier werkelijk
+gelukkig gevoelt. Wanneer ik enkele dagen in Lourdes kom doorbrengen,
+ga ik zelden voor het aanbreken van den dag naar bed, omdat ik gewoon
+ben hier den nacht door te brengen... Er is dan niemand meer, je bent
+er heelemaal alleen, en niet waar, je voelt je dan als het ware thuis
+bij de Heilige Maagd!"
+
+Hij glimlachte goedhartig en nam als oud bezoeker, die weliswaar door
+ouderdom wat verzwakt is, maar vol liefde bleef voor het bekoorlijke
+hoekje, de honneurs van de Grot waar. Overigens toonde hij zich
+ondanks zijn groote vroomheid volstrekt niet gegeneerd, praatte hij,
+gaf hij uitleggingen met de vertrouwelijkheid van een man, die weet,
+dat hij met den hemel op vriendschappelijken voet staat.
+
+"O, u kijkt naar de kaarsen... Er branden er dag en nacht bijna
+tweehonderd tegelijk; dat maakt dan de Grot ten slotte warm... 's
+Winters is het hier zelfs warm!"
+
+Inderdaad kreeg Pierre het in de lauwwarme uitwaseming der kaarsen
+benauwd. Verblind door het felle licht, keek hij naar den grooten
+kandelaar in het midden, die in den vorm van een driehoekige pyramide
+geheel met kleine kaarsjes bezet was. Op den achtergrond stonden in een
+rechten kandelaar, die bijna gelijk met den grond was, dikke kaarsen,
+die, ongelijk van grootte en sommige zoo dik als een dij, als het ware
+een rij orgelpijpen vormden. Verder stonden hier en daar op de rotsen
+nog enkele andere kandelaars, in den vorm van zware kroonluchters,
+verspreid. Het gewelf der Grot daalde naar links, het gesteente was
+er als gebakken en zwart gekleurd door die eeuwige brandende vlammen,
+welke het sedert jaren verhitten. Onafgebroken viel een regen van was
+als een bijna onzichtbare sneeuw neer; de voetstukken der kandelaars
+dropen ervan en namen door het steeds dikker wordende stof een witte
+kleur aan; de geheele rots was ermede overtrokken en voelde vet aan;
+vooral de bodem was met zoo'n dikke vetlaag bedekt, dat er ongelukken
+waren gebeurd en men er een soort rietmatten had moeten overleggen,
+om het vallen te voorkomen.
+
+"Ziet u die dikke daar?" vroeg baron Suire voorkomend. "Dat zijn
+de duurste: ze kosten zestig francs, maar ze branden dan ook een
+maand lang... De allerkleinste, die van vijf sous, duren maar drie
+uur... Oh, wij gaan er niet spaarzaam mee om, maar toch komen we er
+nooit te kort. Kijk, daar staan nog twee manden vol. Ze hebben zeker
+nog geen tijd gehad die naar het magazijn te brengen."
+
+Vervolgens legde hij Pierre uit wat er verder in de Grot stond: een
+met een hoes overdekt harmonium; een soort kast met groote laden,
+waar de gewijde gewaden bewaard werden; banken en stoelen voor het
+kleine bevoorrechte publiek, dat gedurende de ceremoniën in de Grot
+toegelaten werd, en ten slotte een mooi, met gegraveerde zilveren
+platen ingelegd, beweegbaar altaar, een geschenk van een voorname dame,
+dat men echter uit vrees, dat de vocht het zou bederven, alleen maar
+gedurende de rijke bedevaarten durfde gebruiken.
+
+Pierre voelde zich door het gebabbel van den voorkomenden man
+eenigszins geërgerd. Zijn godsdienstige ontroering verloor daardoor
+grootendeels haar bekoring. Bij het binnengaan der Grot had hij ondanks
+zijn gebrek aan geloof een zekere onrust, een soort zielerilling
+gevoeld, alsof het mysterie hem eindelijk onthuld zou worden. Het was
+iets angstigs en weldadig aandoend tevens. Hij zag dingen, die hem tot
+diep in zijn ziel ontroerden: bloemruikers, die tot bergen opgestapeld
+aan de voeten der Heilige Maagd lagen, kinderlijke geloftegiften,
+kleine beschimmelde schoentjes, een klein stalen borstharnasje,
+een voor een pop passende kruk, die wel een stukje speelgoed leek.
+
+Onder den natuurlijken spitsboog, waar de Heilige Maagd aan Bernadette
+verschenen was, was op de plek, waar de pelgrims de rozenkransen en de
+medailles, die zij wilden laten wijden, wreven, de rots uitgesleten en
+glad geworden. Millioenen vurige lippen hadden zich er met zulk een
+geloofskracht op gedrukt, dat het gesteente verkalkt, zwart geaderd
+en glanzend als marmer geworden was.
+
+Maar Pierre bleef staan voor een soort kuil, waarin een groote menigte
+brieven en allerlei papieren opgestapeld lagen.
+
+"Dat zou ik bijna vergeten," begon de baron weer, "en eigenlijk
+is dit het interessantste. Dit zijn de brieven, die de geloovigen
+dagelijks door het hek in de Grot werpen. Wij rapen ze op en leggen
+ze daar neer. 's Winters is het voor mij dan een aardigheid om ze te
+sorteeren... Zooals u begrijpen zult, kunnen we ze niet verbranden,
+zonder ze open te maken, want ze bevatten dikwijls geld, tien of
+twintig sous, en vooral postzegels."
+
+Hij woelde in de brieven, haalde er op goed geluk een paar uit, liet
+Pierre de adressen zien en maakte ze dan open om ze te lezen. Bijna
+alle waren het brieven van arme, onontwikkelde menschen, de adressen
+luidden meestal in groote, onregelmatige letters: "Aan Notre-Dame de
+Lourdes." Vele bevatten in oncorrecte zinnen vragen of dankbetuigingen
+in een allerverschrikkelijke orthographie, doch dikwijls kon men
+moeilijk iets aandoenlijkers denken dan de natuur dier vragen,
+de genezing van een klein broertje, het winnen van een proces,
+een minnaar, dien men behouden, een huwelijk, dat men graag sluiten
+wou. Andere brieven hadden een boozen toon, kapittelden de Heilige
+Maagd, dat zij niet de beleefdheid gehad had den eersten brief door
+de vervulling van de wenschen van den onderteekenaar te beantwoorden.
+
+Dan waren er nog andere in netter schrift en met goed loopende zinnen,
+welke bekentenissen en vurige smeekbeden bevatten--brieven van vrouwen,
+die aan de Koningin des Hemels schreven wat zij in de donkerte van
+den biechtstoel niet aan een priester durfden vertellen. De laatste
+enveloppe, die zij openden, bevatte slechts een portret: een meisje
+zond haar beeltenis aan Notre-Dame de Lourdes met de opdracht: "Aan
+mijn goede Moeder." In het kort was dit de dagelijksche post van een
+zeer machtige Koningin, die smeekbeden en vertrouwelijke mededeelingen
+ontving en met gunstbewijzen en weldaden antwoorden moest. De tien- en
+twintig-sous-stukken waren, naïef, eenvoudige liefdesbewijzen, om haar
+te vermurwen, terwijl de postzegels slechts voor meerder gemak gezonden
+werden, wanneer zij tenminste geen zuivere onschuld waren, zooals in
+den brief van een boerin, die er een postcriptum aan toegevoegd had,
+waarin zij schreef, dat zij een postzegel insloot voor antwoord.
+
+"Ik verzeker u," zeide de baron, "dat er onder deze brieven heel
+goede en minder dwaze zijn dan u denken zoudt... Drie jaar lang heb
+ik zeer interessante brieven gevonden van een dame, die niets doen
+kon, of zij moest het aan de Heilige Maagd vertellen. Het was een
+getrouwde vrouw en zij koesterde een allergevaarlijksten hartstocht
+voor een vriend van haar man... Welnu, mijnheer de abbé, zij heeft
+dien overwonnen; de Heilige Maagd heeft haar geantwoord door haar de
+wapenrusting van haar kuischheid te zenden, de goddelijke kracht om
+aan haar hart weerstand te bieden..."
+
+Doch hij viel zichzelf in de rede:
+
+"Maar kom toch hier zitten, mijnheer de abbé. U zult eens zien,
+hoe lekker het hier is!"
+
+Pierre ging naast hem zitten op de bank links, daar waar de rots lager
+wordt. Het was er inderdaad een heerlijk hoekje om te rusten. Geen van
+beiden sprak meer, een diepe stilte heerschte, toen Pierre eensklaps
+achter zich een onbestemd gemurmel hoorde, een fijne, kristalheldere
+stem, die uit het onzienlijke scheen te komen. Hij maakte een beweging,
+die baron Suire dadelijk begreep.
+
+"Dat is de bron, die u hoort. Zij bevindt zich in den grond achter
+dat traliewerk... Wilt u haar zien?"
+
+En zonder Pierre's antwoord af te wachten had hij zich reeds gebukt
+om een der luiken, die haar beschermden, weg te nemen, waarbij hij
+Pierre tevens uitlegde, dat men haar zoo afsloot, uit vrees, dat de
+vrijdenkers er vergif in zouden komen werpen. Deze onbegrijpelijke
+inval verbijsterde den priester een oogenblik; doch ten slotte stelde
+hij haar maar op rekening van den baron, die toch zoo iets kinderlijks
+over zich had.
+
+Intusschen had deze heel veel moeite met het letterslot, dat maar
+niet wilde opengaan.
+
+"Vreemd," mompelde hij, "het woord is Rome en ik weet zeker, dat
+het niet veranderd is... De vocht bederft hier ook alles. Wij
+zijn verplicht na twee jaar de krukken, die in stof vallen, te
+vernieuwen... Licht u eens even bij met een kaars!"
+
+Toen Pierre hem met een kaars, die hij uit een der kandelaars
+nam, had bijgelicht, slaagde hij er eindelijk in het koperen, door
+kopergroen uitgebeten slot open te maken. Het getralied luik draaide
+en de bron werd zichtbaar. Het was, in een breuk van de rots, een op
+een bed van kiezelzand langzaam stroomend water, dat helder en zonder
+opbruising opborrelde; het scheen over een vrij groote uitgestrektheid
+te komen. De baron vertelde nog, dat men het, om het naar de bron te
+leiden, in met cement bedekte buizen gekanaliseerd had. Zelfs bekende
+hij, dat men achter de vijvers een reservoir had moeten graven,
+om daarin 's nachts het water op te vangen, want de geringe door de
+bron geleverde hoeveelheid zou niet voldoende geweest zijn voor de
+dagelijksche behoeften.
+
+"Wilt u het proeven?" bood de baron plotseling aan. "Hier, waar het
+uit den grond komt, is het nog beter."
+
+Pierre antwoordde niet; hij keek maar naar dat kalme, dat onschuldige
+water, dat zich in het flikkerende kaarslicht met gouden weerschijn
+vlamde. Wasdroppels vielen erin en brachten er door de trillingen, die
+zij veroorzaakten, wat leven in. Hij dacht aan al het geheimzinnige,
+dat het van de verre helling der bergen meevoerde.
+
+"Drink u toch een glas!"
+
+De baron had een glas, dat daar altijd hing, gevuld en de
+priester moest het uitdrinken. Het was goed zuiver water, van
+dat doorschijnende, frissche water, zooals het van alle hooge
+Pyrenaeën-plateaux komt.
+
+Nadat het letterslot weer gesloten was, gingen zij beiden weer op
+de eikenhouten bank zitten. Achter zich bleef Pierre voortdurend de
+bron als het tjilpen van een verscholen vogeltje hooren. Intusschen
+vertelde de baron over de Grot gedurende de verschillende jaargetijden
+in een aandoenlijk gebabbel vol kinderlijke bijzonderheden.
+
+De zomer was slechts het ruwe seizoen, de kermisdrukte van de groote
+bedevaarten, het luidruchtige gedoe van duizenden samengestroomde
+pelgrims, die tegelijk baden en schreeuwden. Maar in den herfst
+begonnen de regens te vallen, de zondvloedachtige regens, die
+soms dagen achtereen op den drempel van de Grot neerkletsten; dan
+kwamen de bedevaarten uit verre landen, Indiërs, Maleiers, Chineezen
+zelfs, kleine, stille en extatische groepjes, die op een teeken der
+missionarissen in de modder neerknielden. Uit Frankrijk zelf zond
+Bretagne van alle oude provincies de vroomste pelgrims, geheele
+parochiën, waarin de mannen even talrijk waren als de vrouwen en
+wier godvruchtig gedrag en eenvoudig geloof wel geschikt waren om de
+wereld te stichten. Dan kwam de winter, December met zijn vreeselijke
+koude en zijn dichten sneeuwval, die de bergwegen versperde. In dien
+tijd namen de families haar intrek in de verlaten hotels, begaven de
+geloovigen zich toch iederen ochtend naar de Grot, vooral zij, die
+de stilte liefhadden en in de teedere intimiteit der eenzaamheid met
+de Heilige Maagd spreken wilden. Zoo waren er eenigen, die niemand
+kende, die zich alleen vertoonden, wanneer zij zeker waren, dat zij
+alleen neerknielden en als ijverzuchtige minnaars, alleen de Heilige
+Maagd liefhebben konden, om, bij de eerste nadering der menigte,
+schuw weer te vertrekken.
+
+En hoe lieflijk was de Grot bij slecht winterweer! In den regen, in
+den wind, in de sneeuw behield zij haar vlammenglans. Zelfs gedurende
+de woeste stormnachten, wanneer er geen levende ziel was, lichtte zij
+òp in de ledige duisternis, brandde zij als een liefdegloed, die niet
+uit te blusschen is. De baron vertelde, dat hij gedurende de hevige
+sneeuwstormen van het vorige jaar heele middagen doorgebracht had
+op de bank, waarop hij nu zat. Er heerschte dan in de Grot, hoewel
+zij op het Noorden lag en er nooit een zonnestraal in doordrong,
+een weldadig aandoende warmte. Ongetwijfeld was de voortdurend door
+de kaarsen verhitte rots een verklaring voor die milde zachtheid,
+maar kon men bovendien niet gelooven aan een bekoorlijke weldaad der
+Heilige Maagd, die daar een eeuwige April heerschen deed. De kleine
+vogeltjes vergisten er zich dan ook nooit in, alle vinken uit den
+omtrek zochten er, wanneer de sneeuw hun pootjes verstijfde, hun
+toevlucht en fladderden in den klimop om het heilige beeld. En dan
+eindelijk ontwaakte de lente, stuwde de Gave met donderend geweld de
+gesmolten sneeuw voort, groenden de boomen weer onder den drang van
+het opschietende sap, terwijl de terugkeerende pelgrimscharen zich
+luidruchtig van de fonkelende Grot meester maakten, waaruit zij de
+kleine vogeltjes van den hemel verjoegen.
+
+"Ja, ja," herhaalde baron Suire langzaam, "ik heb hier in mijn eentje
+heel wat heerlijke winterdagen doorgebracht. Ik zag slechts één
+vrouw, die daar tegen het hek neerknielde, om niet nat te worden
+in de sneeuw. Zij was nog heel jong, vijf-en-twintig misschien,
+en heel mooi, een brunette met prachtige blauwe oogen. Zij zeide
+niets, scheen zelfs niet te bidden, bleef daar maar uren lang met een
+eindeloos droef gelaat geknield liggen... Ik weet niet wie zij was,
+nooit heb ik haar teruggezien."
+
+Hij hield op met praten en toen Pierre, zich verbazend over dat
+zwijgen, twee minuten later naar hem keek, zag hij, dat de baron in
+slaap gevallen was. Zijn handen over zijn buik gevouwen, zijn kin
+op zijn borst, sliep hij, met een flauw glimlachje om zijn mond, den
+gerusten slaap van een kind. Ongetwijfeld had hij, toen hij vertelde,
+dat hij hier den nacht doorbracht, bedoeld, dat hij er als een gelukkig
+oud man zijn eersten slaap kwam doen, waarin de engelen hem bezochten.
+
+Toen genoot Pierre eerst goed van de bekoring der eenzaamheid. Het
+was werkelijk zoo, een zoet gevoel doordrong in dit rotshoekje de
+ziel. Het ontstond uit den eenigszins benauwenden geur van de was,
+uit den extatischen roes, waarin men te midden van de schittering der
+kaarsen verviel. Hij onderscheidde niet duidelijk meer de krukken boven
+in het gewelf, noch de geloftegiften, noch het altaar met gegraveerd
+zilver, noch het met een hoes overdekte harmonium. Langzaam aan maakte
+een bedwelming zich van hem meester, een steeds grooter wordende
+vernieling van zijn geheele wezen. Vooral had hij hier op den bodem
+van het ongelooflijke en bovennatuurlijke het goddelijke gevoel ver
+van de levende wereld te zijn, alsof het eenvoudige ijzeren hek de
+slagboom van het oneindige geworden was.
+
+Een licht geruisch links van hem deed hem opschrikken. Het was de bron,
+die steeds maar voortstroomde, voortstroomde met haar vogelgetjilp. O,
+wat zou hij graag op zijn knieën gevallen zijn, geloofd hebben aan
+het wonder, de zekerheid bezeten hebben, dat dit goddelijke water
+slechts uit de rots ontsprongen was ter genezing van de lijdende
+menschheid! Was hij hier niet gekomen om zich te verootmoedigen, om
+de Heilige Maagd te smeeken hem het geloof der kleine kinderen terug
+te geven? Waarom bad hij haar dan niet, smeekte hij haar niet, dat
+zij hem het koninklijk geschenk der genade schenken zou? Hij voelde
+zich nog benauwder worden, de kaarsen verblindden hem, alsof hij
+een flauwte nabij was. En dan kwam plotseling de gedachte in hem op,
+dat hij in de groote vrijheid, die de priesters te Lourdes genoten,
+twee dagen verzuimd had de mis te lezen. Hij bevond zich dus in een
+staat van zonde, misschien was dat het gewicht, dat zoo zwaar op
+zijn hart drukte. En deze gedachte werd voor hem zoo'n kwelling,
+dat hij moest opstaan en weggaan. Zacht stiet hij het hek open en
+liet baron Suire slapen op zijn bank.
+
+Half opgericht op haar ellebogen, en haar door extase verheerlijkt
+gelaat naar de Heilige Maagd gewend, had Marie zich in haar wagentje
+niet bewogen.
+
+"Heb je het niet koud, Marie?"
+
+Zij gaf hem geen antwoord. Hij bevoelde haar handen, vond die lauwwarm
+en zacht, maar toch licht bevend.
+
+"Je rilt toch niet van de koude, Marie?"
+
+Toen zeide zij met een stem, die zacht was als een ademtocht:
+
+"Neen, neen, laat mij met rust, ik ben zoo gelukkig. Ik zal haar zien,
+ik voel het... O, welk een zaligheid!"
+
+Toen trok hij den omslagdoek wat hooger en ging, door een
+onuitsprekelijke onrust aangegrepen, de duisternis in. Toen hij uit het
+felle licht der Grot kwam, was het een nacht, zwart als inkt, een uit
+donkerte bestaand niets, waarin hij op goed geluk af ronddwaalde. Dan
+geraakten zijn oogen eraan gewend; hij was weer bij den Gave en volgde
+nu den oever, een door groote boomen beschaduwde allée, waarin de
+frissche donkerte weer terugkwam. Die zoo kalmeerende duisternis en
+frischheid schonken hem verlichting. Het eenige wat hem nog verbaasde
+was dat hij niet neergeknield lag, dat hij niet gebeden had, zooals
+Marie bad, met algeheele overgave van zijn ziel. Wat was toch die
+inwendige belemmering? Vanwaar kwam toch dat hardnekkige verzet, dat
+hem belette zich af te laten glijden naar het geloof, zelfs nu zijn
+overspannen wezen naar algeheele overgave smachtte? Hij begreep wel,
+dat zijn verstand alleen ertegen in verzet kwam; en hij bevond zich
+nu in een toestand, waarin hij dat vraatzuchtige verstand, dat aan
+zijn leven knaagde, dat hem belette gelukkig te zijn, gelukkig als
+de onwetenden en armen van geest, had willen dooden.
+
+Misschien zou hij, als hij een wonder gezien had, den wil om te
+gelooven bezeten hebben. Zou hij, wanneer hij Marie bijvoorbeeld
+plotseling had zien opstaan en hem tegemoet loopen, niet, eindelijk
+overwonnen, op zijn knieën neergevallen zijn? Dit beeld, dat hij zich
+maakte van een geredde, van een genezen Marie, wond hem zoo op, dat hij
+met bevende, naar den met sterren bezaaiden hemel opgeheven armen staan
+bleef. Lieve God, welke een diepe en mysterieuse, met balsemgeuren
+doortrilde en milde nacht! En welk een vreugde daalde zegenend neer
+in die hoop op voor eeuwig weergekomen gezondheid, op eeuwige liefde,
+welke, evenals de lente, steeds weer opnieuw herboren werd! Dan ging
+hij weer verder, liep de allée tot het einde af. Maar zijn twijfel
+begon weer: wanneer men een wonder verlangt, om te gelooven, dan
+beteekent dit, dat men niet in staat is te gelooven. God behoeft
+het bewijs van Zijn bestaan niet te leveren. En ook weer maakte
+de onbehaaglijke gedachte zich van hem meester, dat God, zoolang
+hij zijn plicht als priester niet gedaan had door de mis te lezen,
+hem niet verhooren zou. Waarom ging hij niet onmiddellijk naar de
+Rozenkranskerk, waar de altaren van middernacht tot 's middags ter
+beschikking stonden van de tijdelijk te Lourdes verblijf houdende
+priesters? Hij sloeg een tweede allée in en was nu weer onder de
+boomen op het lommerrijke plekje, vanwaar hij met Marie de processie
+voorbij had zien trekken. Geen licht meer, een zee van donkerte,
+zonder grenzen.
+
+Weer kreeg Pierre een aanval van zwakte en werktuigelijk ging hij, als
+had hij tijd willen winnen, den Abri des pèlerins binnen. De deuren
+waren open blijven staan, zonder echter voldoende lucht te brengen
+in het groote, met menschen gevulde vertrek. Zoodra hij binnenkwam,
+sloeg de zware warmte der opgehoopte lichamen, de dikke en bedorven
+lucht der ademhalingen en uitwasemingen hem op zijn keel. De walmende
+lampen verspreidden zoo'n zwak licht, dat hij oppassen moest niet
+op de overal liggende ledematen te loopen; want de versperring was
+zóó groot, dat velen, die geen plaats op de banken hadden kunnen
+vinden, zich maar neergelegd hadden op de vochtige, met fluimen en
+etensrestjes bevuilde tegels. Het was een namelooze dooreenmengeling,
+mannen, vrouwen, priesters lagen door elkaar, zooals het toeval ze
+neergeworpen had. Uitgeput van vermoeienis sliepen zij, als vernietigd,
+met open monden. Een groot aantal zat met den rug tegen den muur en
+het hoofd heen en weer slingerend op de borst, te snorken.
+
+Anderen weer waren van de banken gevallen, een jong meisje lag dwars
+over een ouden plattelandspriester, die, rustig als een kind slapend,
+tegen de engelen glimlachte. Het was een stal, waarin de armen van de
+straat binnengingen en dien zij als een onderkomen, dat de fortuin
+hun gaf, eerden. Daar waren zij, die op dezen mooien feestavond
+geen dak boven zich hadden en nu, hier gestrand, broederlijk arm in
+arm ingeslapen waren. Sommigen echter vonden in hun koortsachtige
+opwinding geen rust, maar lagen te woelen of stonden weer op om den
+inhoud van hun mand op te eten. Weer anderen zag men met groote
+open oogen roerloos in het duister liggen staren. Droomgillen of
+lijdenskreten klonken te midden van het gesnork op. Een medelijden,
+een diep, beklemmend medelijden boezemde die troep ongelukkigen,
+welke daar in hun smerige lompen op en door elkaar lagen, in, terwijl
+ongetwijfeld hun reine, kleine zielen elders, in het blauwe land van
+hun mystieken droom zweefden.
+
+Pierre begon zich onpasselijk te gevoelen en wilde weggaan, toen een
+zwak, maar aanhoudend gekreun zijn aandacht trok, en op dezelfde
+plaats en in dezelfde houding nog zag hij madame Vincent, die de
+kleine Rose op haar schoot wiegde.
+
+"O, mijnheer de abbé," fluisterde zij, "zij is nu bijna een uur
+geleden wakker geworden en van dat oogenblik af heeft zij aan één
+stuk door gehuild. ... En toch heb ik heusch geen vinger bewogen,
+want ik was zoo blij haar te zien slapen."
+
+De priester had zich gebukt om naar de kleine, die zelfs geen kracht
+meer had om haar oogleden op te slaan, te kijken. Het kreunen kwam
+als de ademhaling zelf uit haar mond, en zij zag zóó bleek, dat hij
+rilde, want hij voelde den dood komen.
+
+"Lieve God, wat moet ik nu beginnen?" ging de gemartelde moeder, wier
+krachten uitgeput waren, voort. "Dat kan zoo niet langer, ik kan dat
+huilen niet meer aanhooren... Als u eens wist wat ik al niet tegen
+haar gezegd heb: "Mijn schatje, mijn engeltje, mijn lammetje, huil
+toch niet, wees maar zoet, de Heilige Maagd zal je beter maken!" En
+zij huilt maar steeds door!"
+
+Zij snikte het uit, dikke tranen vielen op het gezicht van het kind,
+dat maar niet ophield met kreunen.
+
+"Als het dag was, zou ik allang uit dit vertrek weg zijn, te meer,
+omdat het kind de anderen hindert ook. Een oude dame is al boos
+geworden... Maar ik ben bang, dat het te koud voor haar is; en waar
+zou ik bovendien in den nacht heen moeten?... O, Heilige Maagd,
+heb toch medelijden met ons!"
+
+Tot tranen toe bewogen, drukte Pierre een kus op de blonde haren
+van Rose; dan snelde hij, om niet met de smarten-moeder in snikken
+uit te barsten, weg en ging, als was hij vastbesloten om den dood te
+overwinnen, regelrecht naar de Rozenkranskerk.
+
+Hij had de Rozenkranskerk reeds bij dag gezien; en dadelijk had hij
+de kerk leelijk gevonden, die de architect, belemmerd door de tegen
+de rots stootende ligging, rond en te laag had moeten bouwen, met
+haar groote, door vierkante zuilen gedragen koepel. Het ergste echter
+was, dat zij, ondanks den archaïschen Byzantijnschen bouwtrant, ieder
+religieus karakter miste. Zonder het geheimzinnige en het mystieke leek
+zij veel op een nieuwe korenhal, die door den koepel en de met ramen
+voorziene deuren hel verlicht werd. Bovendien was zij nog niet af, de
+ornamenteele versiering ontbrak nog geheel, groote stukken kale muur,
+waartegen de altaren gebouwd waren, hadden geen andere versiering dan
+rozen van gekleurd papier of armzalige geloftegiften; dit alles werkte
+niet weinig mede om haar te doen gelijken op een groote wachtkamer met
+een tegelvloer, die, wanneer het regende, nat werd. Het voorloopige
+hoofdaltaar was van beschilderd hout. Ontelbare rijen banken vulden
+het schip, banken als uit een armhuis, waarop men ieder uur kon gaan
+zitten, want dag en nacht bleef de Rozenkranskerk voor de pelgrims open
+staan. Evenals de Abri was dit een stal, waarin God zijn armen ontving.
+
+Toen Pierre de kerk binnentrad, kreeg hij opnieuw den indruk van
+een voor iedereen toegankelijke halle. Maar het te schelle daglicht
+overstroomde nu niet meer de kale wanden; de kaarsen, die altijd
+door op de altaren brandden, plekten nu als sterren in de vage,
+onder de gewelven in slaap gevallen duisternis. Te middernacht was
+er met een buitengewone praal een hoogmis gecelebreerd in de pracht
+der lichten, der gezangen, der met goud bestikte gewaden en der
+brandende wierookvaten; van al dezen heerlijken lichtglans was op elk
+der vijftien altaren niets overgebleven dan de reglementaire, voor
+het begin van de mis noodige kaarsen. Van af middernacht begonnen
+de missen, om eerst tegen den middag op te houden. Alleen in de
+Rozenkranskerk werden er in die twaalf uur een kleine vierhonderd
+gelezen. Voor geheel Lourdes, dat ongeveer vijftig altaren had,
+steeg dat aantal gelezen missen tot meer dan tweeduizend per dag. En
+de toevloed van priesters was zóó groot, dat sommigen slechts met
+moeite hun plicht vervullen konden en uren lang wachten moesten voor
+zij een altaar vrij vonden. Pierre was verbaasd, toen hij zag, hoe in
+dezen nacht de altaren in de halve duisternis als het ware belegerd
+werden en rijen priesters geduldig hun beurt afwachtten, terwijl de
+celebreerende geestelijken de Latijnsche zinnen met groote teekenen
+des kruises afroffelden. De meesten waren zoo uitgeput van moeheid,
+dat zij op den grond gingen zitten en sommigen, door de inspanning
+overwonnen, bij elkaar op de treden van het altaar in slaap gevallen
+waren in de verwachting, dat de koster hen wel zou wekken.
+
+Een oogenblik liep hij besluiteloos rond. Zou hij wachten, zooals de
+anderen? Maar wat hij zag hield hem terug. Voor alle altaren, bij alle
+missen, verdrong zich een menigte pelgrims, die haastig met een soort
+vraatzuchtigen geloofsijver het avondmaal vierden. De hostievazen
+vulden en ledigden zich onafgebroken, de handen der priesters werden
+moe van het uitreiken van het brood des levens. Opnieuw werd Pierre
+met verbazing geslagen, nog nooit had hij een plek op deze aarde zoo
+met goddelijk bloed besprenkeld gezien, nooit een plek, vanwaar het
+geloof in zulk een vlucht der zielen omhoog steeg. Het was als een
+terugkeer naar de heroïsche tijden der Kerk, toen de volkeren onder
+denzelfden ademtocht van lichtgeloovigheid en in den angst van hun
+onwetendheid, die zich voor hun geluk geheel aan den Almachtigen
+God overgaf, neerknielden. Hij had zich acht of negen eeuwen terug
+kunnen wanen, in de tijden van groote, algemeene vroomheid, toen men
+het einde der wereld nabij dacht.
+
+Al de eenvoudigen van geest, de geheele schare, die de hoogmis had
+bijgewoond, was op de banken blijven zitten, voelde zich in Gods
+huis even behagelijk als in hun eigen. Velen hunner hadden geen
+onderkomen. Was de kerk niet hun huis, het toevluchtsoord, waar
+nacht en dag de vertroosting op hen wachtte? Zij, die niet wisten,
+waar zij moesten slapen, die zelfs in den "Abri" geen plaats hadden
+kunnen vinden, gingen de Rozenkranskerk binnen en legden zich op
+een bank neer of strekten zich op den vloer uit. Anderen, die wel
+een bed hadden, bleven uit vreugde, om een geheelen nacht te kunnen
+doorbrengen in dit Godshuis vol mooie droomen.
+
+Tot het aanbreken van den dag bleef die opeenhooping, dat pêle-mêle
+aanhouden: alle rijen banken waren bezet, in alle hoeken lagen achter
+de pilaren slapenden; mannen, vrouwen en kinderen zaten met hun rug
+tegen elkaar, terwijl hun hoofd op den schouder van hun buurman viel en
+hun adem zich in onschuldige rust vermengde; men scheen een plotseling
+door slaap overweldigde en ter aarde geworpen heilige schare, een
+toevallig in een nachtverblijf voor dakloozen veranderde kerk te zien,
+waarvan de deur wijd openstond voor den mooien Augustusnacht en die
+alle in duisternis wandelenden, de goeden en de slechten, de moeden
+en de verlorenen binnenkomen liet. Van alle kanten, op ieder altaar,
+rinkelden zonder ophouden de belletjes ten teeken dat de hostie
+opgeheven werd; ieder oogenblik stonden uit de menigte slapende
+groepen geloovigen op, die het avondmaal vieren gingen en zich dan
+weer voegden bij de kudde zonder naam en zonder herder, die in het
+halfdonker als in een schaamte-bedekkenden sluier verborgen lag.
+
+Besluiteloos en onrustig bleef Pierre tusschen die groepen doordwalen,
+toen een oude priester, die op de trappen van een altaar zat, hem
+wenkte. Twee uur lang zat hij daar reeds te wachten en nu zijn beurt
+eindelijk kwam, voelde hij zich door zoo'n zwakheid aangegrepen, dat
+hij uit vrees zijn mis niet te kunnen beëindigen, liever zijn plaats
+aan een ander afstond. Blijkbaar had de aanblik van den gekwelden, in
+de donkerte verloren Pierre hem ontroerd. Hij wees hem de sacristie,
+wachtte nog tot hij terug was met het misgewaad en de kelk, en viel
+dan op een der nabij staande banken in een diepen slaap. Pierre las
+toen zijn mis, zooals hij die te Parijs las, als een eerlijk man,
+die zijn beroepsplicht vervult. Hij bewaarde den uiterlijken schijn
+van een oprecht geloof. Maar niets ontroerde hem, niets van wat hij
+meende te kunnen verwachten van de twee dagen, die hij in koortsachtige
+opwinding doorgebracht had, niets van de vreemde en verbijsterende
+omgeving, waarin hij sedert den vorigen dag leefde, deed zijn hart
+smelten. Hij hoopte, dat op het oogenblik der communie, waarin het
+goddelijke mysterie zich voltrekt, een heftige gemoedsbeweging hem
+neer zou werpen, dat hij voor den geopenden hemel in het aangezicht
+voor God, in de genade zou worden ondergedompeld.
+
+Maar niets van dat alles gebeurde, zijn ijskoud hart klopte niet
+eens luider, hij zeide tot het einde toe de gewone woorden, maakte
+met de machinale beroepsmatige onberispelijkheid de voorgeschreven
+bewegingen. Ondanks zijn oprecht pogen kwam hardnekkig steeds weer
+de gedachte terug, dat de sacristie voor een zoo groot aantal missen
+toch eigenlijk te klein was. Hoe zouden de kerkbewaarders de gewijde
+gewaden kunnen leveren? Die gedachte hield zijn geest met dwaze
+halsstarrigheid vast.
+
+Tot zijn verbazing merkte Pierre eensklaps, dat hij weer buiten
+was. Opnieuw liep hij in den nacht, een nacht, die hem nog zwarter, nog
+stiller, nog onmetelijker scheen. De stad was dood; geen enkel lichtje
+schitterde. Hoorbaar alleen nog was het murmelen van den Gave, dat zijn
+aan het geluid gewend geraakte ooren echter niet meer hoorden. Daar
+vlamde plotseling de Grot voor hem op en verlichtte de duisternis
+met zijn eeuwigen, als liefde onuitbluschbaren gloed. Onbewust was
+hij erheen gegaan, ongetwijfeld erheen gebracht door de gedachte aan
+Marie. Het liep tegen drieën, de banken waren zoo goed als leeg,
+nog slechts een twintigtal menschen waren er, donkere gestalten,
+onduidelijke groepen van knielenden en in slaap gevallen extatici,
+die in een goddelijke verdooving geraakt waren. Men kreeg den indruk
+alsof de nacht, naarmate hij ouder werd, de schaduwen verdicht en
+de Grot in een droomverte gebracht had. Men was verzwolgen in een
+heerlijke moeheid, ook het onmetelijke landschap sliep, terwijl de
+stem der onzichtbare wateren was als de ademhaling zelf van dien slaap,
+waarin de Heilige Maagd, geheel wit en in een stralenkrans van kaarsen
+glimlachte. En tusschen die enkele bewustelooze vrouwen lag madame
+Maze nog steeds met gevouwen handen en gebogen hoofd op haar knieën,
+zóó klein, dat zij één geworden scheen te zijn met haar vurig gebed.
+
+Dadelijk was Pierre naar Marie gegaan: Hij huiverde en vermoedde,
+dat zij het bij het naderen van den ochtend koud krijgen zou.
+
+"Marie, sla je doek toch wat meer om! Wil je dan nog meer lijden?"
+
+Hij trok den omslagdoek, die afgegleden was, wat hooger en trachtte
+dien onder haar kin vast te maken.
+
+"Je hebt het koud, Marie. Je handen zijn als ijs."
+
+Zij antwoordde niet, zat nog in dezelfde houding als twee uur geleden,
+toen hij wegging. Met haar ellebogen op de randen van het wagentje
+leunend, richtte zij zich op, haar verheerlijkt en van hemelsche
+vreugde stralend gelaat in eenzelfden geestdrift naar de Heilige
+Maagd toegewend. Haar lippen bewogen, zonder dat er een klank
+uitkwam. Misschien zette zij een mysterievol gesprek voort in het
+land der verrukking, in den wakenden droom, dien zij, sedert zij zich
+daar bevond, had. Hij sprak nog herhaalde malen tegen haar, maar zij
+antwoordde hem nog steeds niet. Eindelijk prevelde zij uit zichzelf
+met een stem, die als uit een verre verte klonk:
+
+"O, Pierre, wat ben ik gelukkig! Ik heb haar gezien en haar voor jou
+gebeden, en zij heeft mij toegelachen en me met een zacht hoofdknikje
+te kennen gegeven, dat zij mij hoorde en verhoorde... Zij heeft
+niet tegen mij gesproken, Pierre, maar ik heb begrepen, wat zij mij
+zeide. Vanmiddag om vier uur, wanneer het Heilige Sacrament voorbij
+komt, zal ik genezen worden."
+
+Geschokt hoorde hij haar aan. Had zij met open oogen geslapen? Had
+zij in haar droom de marmeren Heilige Maagd niet zien knikken en
+glimlachen? Een rilling doorhuiverde hem bij de gedachte, dat dit
+reine kind voor hem gebeden had. Hij liep tot aan het hek, viel op zijn
+knieën en stamelde: "Marie, Marie!" zonder te weten of die hartekreet
+uitging naar de Heilige Maagd of naar de aangebeden vriendin van zijn
+jeugd. Dan bleef hij vernietigd liggen in afwachting der genade.
+
+Eindelooze minuten verliepen. Ditmaal was het de bovenmenschelijke
+poging; het wachten op het wonder, dat hij voor zichzelf was komen
+zoeken, de plotselinge openbaring, de bliksemstraal, die zijn twijfel
+vernietigen, hem het geloof der armen van geest teruggeven, hem weer
+jong maken zou. Hij gaf zich over met zijn geheele ziel, hij zou
+gewild hebben, dat een onbeperkte kracht zijn wezen vernietigde en
+herschiep. Maar evenals daareven gedurende zijn mis, hoorde hij in zich
+niets dan een onbegrensd zwijgen, voelde hij niets dan een bodemlooze
+leegte. Niets greep in, zijn vertwijfelend hart scheen op te houden
+met kloppen. En hoe hij ook trachtte te bidden en zijn gedachten
+tot het uiterste te concentreeren op die machtige, voor de armen
+zoo goede H. Maagd, zijn geest werd heroverd door de buitenwereld,
+door nietswaardige bijzonderheden. Aan den anderen kant van het hek
+in de Grot had hij baron Suire weer gezien, de handen gevouwen op zijn
+buik, zijn gelukkigen slaap verder slapend. Ook andere dingen trokken
+zijn aandacht: de bloemruikers aan de voeten der Maagd, de als in een
+hemelbrievenbus daar neergeworpen brieven, de ragfijne kant van was,
+die om de vlam der dikke kaarsen bleef staan en deze omgaf als met een
+rijken goudsmidsarbeid van uitgeslagen zilver. Dan droomde hij, zonder
+eenig duidelijk verband, weer over zijn kindsheid, kwam de gestalte
+van zijn broer Guillaume hem zeer duidelijk voor den geest. Sedert
+den dood van hun moeder had hij hem niet teruggezien. Hij wist alleen,
+dat hij een zeer afgezonderd leven leidde, zich in het kleine huisje,
+waarin hij met een huishoudster en twee honden woonde, geheel aan
+zijn studie wijdend; en hij zou niets meer van hem geweten hebben,
+als hij niet onlangs in verband met een revolutionairen aanslag zijn
+naam in de couranten gelezen had. Men zeide, dat hij zich in het
+bijzonder interesseerde voor ontplofbare stoffen en dat hij omging
+met de leiders van de meest vooruitstrevende partijen.
+
+Waarom dacht hij nu aan hem in dit oord van extase, te midden van
+het mystieke licht der kaarsen, en nog wel zooals hij hem vroeger
+gekend had als goed broeder, die zich liefdevol verzette tegen alle
+lijden? Vol smartelijk verdriet over die verloren broederliefde,
+kon hij een oogenblik dat beeld niet van zich afzetten. Dan kwam
+hij, wederom zonder eenigen overgang, opnieuw tot zichzelf terug:
+hij begreep, dat hij daar uren lang zou kunnen blijven liggen zonder
+dat het geloof terugkwam. Toch voelde hij een laatste hoop in zich
+levend worden, de gedachte, dat hij ongetwijfeld zou gelooven, wanneer
+de Heilige Maagd het groote wonder deed om Marie te genezen. Het
+was als een laatste uitstel, dat hij zichzelf gaf, een afspraak,
+die hij maakte met het geloof dienzelfden dag om vier uur, wanneer
+het Heilige Sacrament zou voorbijgedragen worden, zooals zij gezegd
+had. Onmiddellijk hield zijn angst op; door uitputting gebroken en
+door een onoverwinlijke slaperigheid overmeesterd, bleef hij echter
+op zijn knieën liggen.
+
+De uren verliepen, de Grot bleef nog steeds haar glans van een chapelle
+ardente in de duisternis uitstralen, waarvan de weerkaatsing zelfs
+de gevels der kloosters op de naburige heuvels nog wit kleurde. Maar
+Pierre zag haar langzamerhand verbleeken; verwonderd en met een
+koude rilling werd hij wakker: de dag brak aan in een met groote,
+loodkleurige wolken bedekten hemel. Hij begreep dadelijk, dat een van
+die in de berglanden zoo plotseling optredende onweersbuien uit het
+Zuiden opkwam. Reeds rommelde verre donder, terwijl windvlagen de wegen
+veegden. Misschien had hij ook geslapen, want hij zag baron Suire niet
+meer, dien hij zich niet herinneren kon weg te hebben zien gaan. Er
+waren nog hoogstens tien personen voor de Grot, onder wie hij madame
+Maze met het hoofd tusschen haar handen nog herkende. Maar toen zij
+merkte, dat het dag was en men haar zag, stond zij op en verdween langs
+het smalle voetpad, dat naar het klooster der Blauwe Zusters leidde.
+
+Ongerust, ging Pierre tegen Marie zeggen, dat zij niet langer moest
+blijven, als zij niet de kans wilde loopen doornat te worden.
+
+"Ik zal je naar het Hôpital terugbrengen."
+
+Zij weigerde en smeekte:
+
+"Neen, neen, ik wacht op de mis, ik heb beloofd hier het avondmaal
+te vieren... Maak je niet bezorgd over mij en ga naar je hotel om te
+slapen. Je weet heel goed, dat gesloten wagens de zieken komen halen,
+als het regent."
+
+Zij bleef halsstarrig volhouden, terwijl hij verzekerde, dat hij niet
+naar bed wilde gaan. Inderdaad werd 's ochtends heel vroeg een mis
+gelezen in de Grot en het was voor de pelgrims een groote vreugde
+daar na een langen nacht van zalige verrukking in de glorie van de
+opgaande zon het avondmaal te kunnen vieren. Juist toen er dikke
+droppels begonnen te vallen, kwam een priester in kazuifel, vergezeld
+door twee misdienaars, waarvan een, om de miskelk te beschermen, een
+witzijden, met goud geborduurde parapluie boven den geestelijke hield.
+
+Pierre, die het wagentje tegen het hek gereden had, om Marie onder
+het afdak van de rots, waarheen ook de weinige andere aanwezigen
+gevlucht waren, tegen den regen te beschermen, had juist gezien hoe
+het jonge meisje de hostie met een gloeiende geestdrift ontving,
+toen zijn aandacht getrokken werd door een jammervol schouwspel,
+dat zijn hart verscheurde.
+
+In den zondvloedachtigen regen, die nu in dichte en dikke droppels
+neerkletterde, had hij madame Vincent gezien, die op haar uitgestrekte
+armen de kleine Rose, wier dierbare, smartelijke last zij nog steeds
+droeg, aan de Heilige Maagd voorhield. Toen zij niet in den Abri,
+waar over het voortdurende huilen en kreunen van het kindje geklaagd
+was, had kunnen blijven, had zij meer dan twee uur lang wanhopig en
+half waanzinnig met dit jammervolle vleesch van haar vleesch, dat
+zij, zonder het wezenlijk verlichting te kunnen schenken, tegen haar
+borst drukte, in de donkerte rondgezworven. Zij wist niet welken weg
+zij gevolgd, onder welke boomen zij gedwaald had; haar geheele wezen
+was in opstand tegen het onrechtvaardige lijden, dat een zoo zwak,
+zoo rein wezentje, dat nog niet gezondigd kon hebben, zoo hardvochtig
+trof. Was het geen schande, dat die tangen der ziekte nu al weken lang
+zonder ophouden dat arme wichtje, wier lijden zij niet kon verzachten,
+knepen en martelden. Zij droeg het, zij wiegde het onophoudelijk heen
+en weer, liep er als een razende mee over de wegen in de halsstarrige
+hoop, dat zij het eindelijk in slaap krijgen, eindelijk dat gekreun,
+dat haar hart als in stukken reet, zou doen bedaren. En plotseling was
+zij nu, uitgeput en zelf in doodsstrijd over den doodsstrijd van haar
+kindje, terechtgekomen voor de Grot aan de voeten der Heilige Maagd,
+die wonderen wrocht en vergaf en genas.
+
+"O, Heilige Maagd, wonderbare Moeder, genees haar!... O, Heilige Maagd,
+Moeder der goddelijke genade, genees haar!"
+
+Zij was op haar knieën gevallen, strekte nog altijd haar stervend
+kind uit op haar bevende armen in een extatische hoop, die haar
+geheel doortrilde. De regen, dien zij niet op haar hielen voelde,
+kletterde achter haar neer als een overstroomende bergrivier, terwijl
+hevige donderslagen de bergen dreunen deden. Een oogenblik dacht zij,
+dat zij verhoord was: Rose had een lichten schok gehad, alsof zij door
+den aartsengel bezocht was. Haar oogjes en haar mondje stonden open,
+haar gezichtje was doodsbleek; zij had nog even zwakjes adem gehaald;
+zij huilde niet meer.
+
+"O, Heilige Maagd, Moeder van den Verlosser, genees haar!... O Maagd,
+almachtige Moeder, genees haar..."
+
+Maar zij voelde, dat haar kindje op haar uitgestrekte armen nog lichter
+geworden was. En nu schrok zij, maakte zij zich angstig het niet meer
+te kunnen hooren kreunen, het zoo bleek te zien met haar open oogjes en
+haar open mondje, zonder adem te halen. Waarom glimlachte het niet, als
+het genezen was? Plotseling een luide, hartverscheurende gil, de gil
+van de moeder, die den donder in het steeds zwaarder wordende onweer
+overschreeuwde. Haar kindje was dood. Zij ging rechtop staan en keerde
+haar rug naar die doove Maagd, die de kinderen sterven liet. Dan vloog
+zij weer weg in den neerkletterenden slagregen, niet wetend waarheen,
+nog steeds het arme kleine lichaampje, dat zij al zooveel dagen en
+zooveel nachten gedragen had, op haar armen wiegende. De bliksem sloeg
+in en spleet als met een reusachtigen bijlslag een der vlak bij staande
+boomen met een luid gekraak van versplinterde en gebroken takken.
+
+Pierre was madame Vincent nagevlogen om haar te steunen en te
+troosten. Maar hij kon haar niet volgen, verloor haar dadelijk achter
+het donkere regengordijn uit het gezicht. Toen hij terugkwam, was
+de mis bijna geëindigd; de regen viel minder dicht; ten slotte kon
+de geestelijke onder de witzijden, met goud geborduurde parapluie
+vertrekken, terwijl een soort omnibus op de enkele zieken stond te
+wachten, om ze naar het Hôpital terug te brengen.
+
+Marie drukte de twee handen van Pierre.
+
+"O, wat ben ik gelukkig!... Kom me niet halen voor drie uur vanmiddag."
+
+Alleen gebleven in den regen, die, fijner nu, vallen bleef, ging Pierre
+de Grot binnen en op de bank dicht bij de bron zitten. Hij wilde niet
+naar bed gaan, want in de zenuwoverspanning, waarin hij sedert den
+vorigen dag verkeerde, was hij ondanks zijn groote moeheid bang voor
+den slaap. De dood der kleine Rose had hem in een nog koortsachtiger
+toestand gebracht; hij kon de gedachte van die gemartelde moeder,
+die met het lijk van haar kindje over de modderige wegen rondzwierf,
+niet van zich afzetten. Welke waren toch de redenen, die de Heilige
+Maagd tot een besluit brachten? Het bevreemdde hem, waarom zij een
+keus kon doen, hij zou willen weten hoe haar hart als Godsmoeder er
+toe besluiten kon slechts tien zieken op de honderd te genezen, die
+tien procent wonderen, waarvan dr. Bonamy de statistiek opgemaakt
+had. Reeds den vorigen avond had hij zich afgevraagd welke hij
+uitverkoren zou hebben, als hij de macht had er tien te redden. Een
+vreeselijke macht, een afschuwlijke keuze, waartoe hij niet den
+moed gehad zou hebben. Waarom deze, waarom gene niet? Waar was de
+rechtvaardigheid? Waar de goedheid? Rees niet uit de harten de kreet
+op de oneindige macht te willen zijn en hun allen te genezen? En de
+Heilige Maagd scheen hem wreed toe, slecht onderricht, even hardvochtig
+en onverschillig als de gevoellooze natuur, die het leven en den dood
+verdeelt op goed geluk af, volgens wetten, die de mensch niet kent.
+
+De regen hield op. Pierre zat daar al twee uur, toen hij pas voelde,
+dat zijn voeten nat waren. Hij keek op en zag tot zijn groote
+verbazing, dat de bron door het traliewerk der luiken stroomde. Reeds
+stond de bodem van de Grot onder water, dat onder de banken stond
+en tot aan de borstwering van den Gave liep. De laatste onweersbuien
+hadden de bronnen in den omtrek doen zwellen. En hij bedacht, dat die
+bron, hoe wonderdadig zij ook zijn mocht, aan de wetten van andere
+bronnen onderworpen was, want zij stond ongetwijfeld in verbinding
+met natuurlijke reservoirs, waarin het regenwater doordrong en zich
+ophoopte. En hij ging weg, om niet tot zijn enkels toe nat te worden.
+
+
+
+
+V.
+
+Pierre liep voort; hij had behoefte aan frissche lucht, zijn hoofd was
+zoo zwaar, dat hij zijn hoed afgezet had, om zijn brandend voorhoofd
+af te koelen. Ondanks zijn moeheid van dezen verschrikkelijken,
+in waken doorgebrachten nacht, dacht hij aan geen slaap; hij werd
+staande gehouden door het verzet en den opstand van zijn geheele
+wezen, dat niet tot kalmte kwam. Het sloeg acht uur en hij liep op
+goed geluk af in de heerlijk stralende ochtendzon, die schitterde in
+een wolkenloozen hemel, welken het onweer van het stof van den Zondag
+schoon gewasschen scheen te hebben.
+
+Maar plotseling keek hij op, om te zien, waar hij was, en tot zijn
+verbazing merkte hij, dat hij een heel eind geloopen had en zich
+beneden het station dicht bij het gemeenteziekenhuis bevond. Bij een
+tweesprong aarzelde hij welken weg hij in zou slaan, toen een hand
+vriendschappelijk op zijn schouder gelegd werd.
+
+"Waar moet jij op dit uur naar toe?"
+
+Het was dr. Chassaigne, geheel in het zwart gekleed en zijn gestalte
+hoog oprichtend.
+
+"Ben je verdwaald? Wil ik je den weg wijzen?"
+
+"Neen, dank u!" antwoordde Pierre eenigszins verward. "Ik heb met de
+jonge zieke, die mij zoo na aan het hart ligt, den nacht in de Grot
+doorgebracht, en ik voel mij nu innerlijk zoo opgewonden en van streek,
+dat ik wat ben gaan wandelen om weer wat kalmer te worden voor ik in
+mijn hotel nog wat slapen ga."
+
+De dokter bleef hem aankijken en las heel duidelijk in hem zijn
+verschrikkelijken strijd, zijn wanhoop, niet te kunnen gelooven,
+al het smartelijke lijden om zijn nuttelooze poging.
+
+"Arme jongen!" prevelde hij.
+
+En dan op vaderlijken toon:
+
+"Nu je toch aan het wandelen bent, vindt je het zeker wel goed,
+dat we samen een wandeling maken! Ik kwam juist van dezen kant,
+langs den Gave. Ga mee, dan zal je op den terugweg eens zien, hoe
+mooi de horizont is."
+
+Iederen ochtend wandelde hij, steeds alleen, twee uur, om zijn verdriet
+wat te verzetten. Eerst ging hij onmiddellijk nadat hij opgestaan
+was, op het kerkhof neerknielen op het graf van zijn vrouw en van
+zijn dochter, dat hij in alle jaargetijden met bloemen versierde. Dan
+liep hij de wegen af, nam zijn tranen mede en ging niet naar huis om
+te dejeuneeren voor hij zoo moe was, dat hij niet meer loopen kon.
+
+Pierre had met een gebaar toegestemd. Naast elkaar liepen zij nu,
+zonder een woord te zeggen, den hellenden weg af. Dien ochtend scheen
+de dokter meer terneergeslagen dan gewoonlijk, alsof het gesprek met
+zijn lieve dooden zijn hart nog meer had doen bloeden. Het was of de
+adelaarsneus in zijn bleek, door witte haren omraamd gelaat gezakt was,
+terwijl tranen zijne oogen vochtig maakten. En het was zoo heerlijk,
+zoo zacht in de volle zon op dien prachtigen ochtend! Nu volgde de
+weg den loop van den Gave op den rechteroever aan de overzijde van
+de nieuwe stad. Ze zagen de tuinen, de hellingen, de Basilica. Dan
+vertoonde zich tegenover hen de Grot met haar eeuwigen gloed van
+kaarsen, die door het volle daglicht verbleekt werd.
+
+Dr. Chassaigne had opgekeken en maakte het teeken des kruises. Eerst
+begreep Pierre het niet. Maar toen hij op zijn beurt de Grot gezien
+had, keek hij verbaasd zijn ouden vriend aan en kwam dezelfde
+verwondering weer in hem op over dezen man van wetenschap, dezen
+godloochenaar en materialist, dien de smart verpletterd had en die
+nu geloofde en in de vreugdevolle verwachting leefde in een ander
+leven zijn lieve, zoo beweende dooden terug te zien. Het hart had
+het verstand overwonnen; de oude, alleen gebleven man leefde nog
+slechts van de illusie om te herleven in het paradijs, waar men elkaar
+terugvindt. En de gedruktheid van den jongen priester werd er des te
+grooter door. Moest hij dan wachten tot hij oud geworden was en een
+dergelijke smart ondervonden had, voor hij eindelijk een toevlucht
+in het geloof zou vinden.
+
+Zij bleven doorloopen en verwijderden zich langs den Gave steeds verder
+van de stad. Zij werden door die heldere, tusschen met boomen beplante
+oevers over kiezelsteentjes voortkabbelende golfjes als het ware
+gewiegd. Steeds nog zwegen zij, ieder verzonken in zijn eigen leed.
+
+Dan vroeg Pierre plotseling:
+
+"En Bernadette, hebt u Bernadette gekend?"
+
+De dokter keek op.
+
+"Bernadette... Ja, ik heb haar eens gezien, in later tijd."
+
+Een oogenblik viel hij in zijn zwijgen terug, dan begon hij:
+
+"Begrijp me nu eens goed, jongen. In 1858, in den tijd der
+verschijningen, was ik als jong dokter van dertig jaar een vijand
+van al het bovennatuurlijke en dacht er nauwlijks aan naar mijn
+bergen terug te keeren, om naar een vrouw, die visioenen had, te gaan
+kijken ... Maar vijf of zes jaar later, omstreeks 1864, was ik hier
+in de buurt en heb toen uit nieuwsgierigheid een bezoek gebracht aan
+Bernadette, die toen nog bij de Blauwe Zusters was."
+
+Pierre herinnerde zich, dat zijn wensch om zijn enquête over Lourdes
+te voltooien, een der redenen van zijn reis naar Lourdes was. En wie
+wist of de genade hem niet ten deel zou vallen door dat nederige en
+aanbiddelijke meisje, zoodra hij overtuigd zou zijn van de zending
+van goddelijke vergiffenis, die zij op aarde vervuld had. Misschien
+zou het voldoende zijn haar beter te leeren kennen, om de zekerheid
+te erlangen, dat zij inderdaad de heilige en de uitverkorene was.
+
+"Vertel mij alles wat u van haar weet," verzocht hij dringend.
+
+Een flauw glimlachje speelde om de lippen van den dokter. Hij begreep,
+wilde deze door twijfel getroffen priesterziel zoo gaarne tot kalmte
+brengen.
+
+"Graag, arme jongen! Ik zou het zoo heerlijk vinden als ik er wat toe
+bijdragen kon, om het licht in je te doen worden... Je hebt gelijk,
+dat je Bernadette lief hebt, dat kan je redden; want ik heb sedert die
+gebeurtenissen, die nu reeds zoo ver achter ons schijnen te liggen,
+nagedacht en ik moet je eerlijk zeggen, dat ik nooit een zoo goed en
+zoo bekoorlijk wezen ontmoet heb."
+
+Op den langzamen rhythmus van hun pas, op den mooien, bezonden weg
+en in den heerlijken ochtend vertelde de dokter hem van zijn bezoek
+aan Bernadette in 1864. Zij was toen juist twintig jaar, zes jaar
+vroeger was de Heilige Maagd aan haar verschenen. Zij verbaasde hem
+door haar eenvoudige manieren, door haar groote bescheidenheid. De
+zusters van Nevers, die haar hadden leeren lezen, hielden haar bij
+zich in het ziekenhuis, om haar tegen de publieke nieuwsgierigheid
+te beschermen. Zij had daar haar bezigheden en hielp de zusters
+in minderwaardige werkjes, maar zij was zóó dikwijls ziek, dat zij
+weken achtereen het bed moest houden. Vooral was de dokter getroffen
+door haar prachtige, onschuldige, vrijmoedige, kinderlijk-reine
+oogen. Het verder gedeelte van haar gezicht was reeds oud, haar
+tint vaal, haar trekken grof; als men haar zag, leek zij precies
+een eenvoudig dienstmeisje, klein, mager en slap. Haar vroomheid
+was groot gebleven, maar zij had niet dat extatische, dat dwepende,
+dat men bij haar vermoed zou hebben; integendeel, zij had een meer
+positieven geest zonder vluchten in het onzienlijke; bijna altijd was
+zij met het een of ander brei- of borduurwerkje bezig. In één woord
+het was een doodgewoon schepseltje en geleek in geen enkel opzicht
+op de groote, hartstochtelijke aanbidsters van Christus. Nooit had
+zij meer een visioen gehad en nooit sprak zij uit zichzelf over de
+achttien verschijningen, die over haar leven beslist hadden. Men moest
+er haar naar vragen. Dan antwoordde zij kort en trachtte weer zoo
+gauw mogelijk het gesprek af te breken, daar zij niet graag over die
+dingen sprak. Wanneer men verder aandrong en haar naar den aard van
+de drie geheimen vroeg, die haar door God toevertrouwd waren, zweeg
+zij en wendde haar oogen af. Het was onmogelijk haar met zichzelf in
+tegenspraak te brengen, steeds bleven de bijzonderheden, die zij gaf,
+gelijk aan haar eerste lezing, ja zij scheen dezelfde woorden met
+dezelfde stembuigingen precies te herhalen.
+
+"Ik heb haar een geheelen middag onder handen genomen," ging de dokter
+voort, "maar nooit is zij ook maar een lettergreep afgeweken. Het was
+verbijsterend, om uit je vel te springen... Ik zweer je, dat zij niet
+loog, dat zij nooit gelogen heeft, omdat zij niet liegen kon."
+
+Pierre waagde het de opmerking te maken:
+
+"Maar gelooft u niet aan een wilsziekte, dokter? Staat het niet vast,
+dat sommige gedegenereerden en speciaal jonge meisjes, die een droom,
+een hallucinatie of het een of ander iets, dat op haar phantasie
+werkt, gehad hebben, zich daarvan niet kunnen losmaken, vooral wanneer
+zij in het milieu, waarin de verschijnselen zich voorgedaan hebben,
+blijven? De in een klooster opgesloten, de alleen in haar idée fixe
+levende Bernadette, bleef er natuurlijk hardnekkig aan vasthouden."
+
+Weer speelde het flauwe glimlachje om de lippen van den dokter,
+en met een groot, onbestemd gebaar zeide hij:
+
+"Nou vraag je me te veel, jongen! Je weet, dat ik maar een arme oude
+kerel ben, die heel weinig trotsch is op zijn wetenschap en geen
+pretentie meer heeft om iets te verklaren... O zeker, ik ken dat
+beroemde voorbeeld van een jong meisje, dat zich bij haar ouders zou
+hebben laten verhongeren, daar zij zich verbeeldde een maagziekte te
+hebben, maar dat, zoodra men haar in een andere omgeving gebracht had,
+begon te eten. Maar wat zal ik je zeggen? Dat is maar één feit en er
+zijn er zoo vele, die ermede in tegenspraak zijn!"
+
+Een oogenblik zwegen zij. Op den weg hoorde men niets dan den
+regelmatigen rhythmus van hun stappen. Dan ging de dokter voort:
+
+"Overigens is het volkomen waar, dat Bernadette de wereld meed, dat
+zij zich slechts gelukkig gevoelde in een klein eenzaam hoekje. Nooit
+heeft zij, voor zoover men weet, een vertrouwde vriendin of iemand,
+voor wie zij een bijzondere toegenegenheid koesterde, gehad. Zij
+was jegens allen even zacht en vriendelijk, alleen voelde zij zich
+bijzonder aangetrokken tot kinderen... En daar ondanks alles de dokter
+in mij niet heelemaal gestorven is, wil ik je heel graag bekennen,
+dat ik mij dikwijls met eenige ongerustheid heb afgevraagd, of zij
+ook geestelijk een maagd gebleven is, zooals zij zeker lichamelijk
+een maagd geweest is. Het is zeer goed mogelijk, want bedenk, dat zij
+steeds hartstochtloos en zwak geweest is, dikwijls weken achtereen te
+bed lag, zonder nog te spreken van de onschuldige omgeving, waarin
+zij eerst te Bartrès en later in het klooster opgegroeid is. Toch
+is er een twijfel in mij opgekomen, toen ik hoorde hoeveel belang
+zij stelde in het door de zusters van Nevers op den weg, dien we nu
+loopen, gebouwde Weeshuis. Men neemt daarin de arme kleine meisjes op,
+om ze te beschermen tegen het kwaad, dat zij op straat leeren. Maar
+dat zij er op stond, dat het zoo groot mogelijk werd, zoodat het alle
+schapen, die in gevaar waren, kon bevatten, zou dat niet het gevolg
+kunnen zijn van het feit, dat zij zich herinnerde zelf blootvoets
+rondgezworven te hebben en nog rilde bij de gedachte wat er van haar
+had kunnen worden zonder de hulp der Heilige Maagd?"
+
+Hij vertelde verder van de menigten, die samenstroomden om
+Bernadette te zien en te vereeren. Dat was voor haar altijd een
+vreeselijk inspannend iets. Geen dag ging er voorbij, zonder dat er
+een groote menigte bezoekers kwam. Uit alle streken van Frankrijk,
+uit het buitenland zelfs stroomden zij samen, zoodat men ten slotte
+de nieuwsgierigen van haar verwijderd moest houden en alleen de ware
+geloovigen, de geestelijken, de voornamen, die men niet aan de deur
+afschepen kon, bij haar toeliet. Steeds was er een non aanwezig,
+om haar van al te groote indiscreties te vrijwaren, want het regende
+vragen en men putte haar kracht uit door haar steeds weer haar verhaal
+te laten opzeggen. Dames uit de hoogste kringen wierpen zich aan haar
+voeten, kusten haar kleed, zouden een stuk ervan als een reliquie
+hebben willen medenemen. Zij moest haar rozenkrans verdedigen,
+die allen, in haar extase, haar smeekten te verkoopen, voor zeer
+hoogen prijs. Een markiezin trachtte haar over te halen door haar
+een anderen te geven, dien zij medegebracht had, een met een gouden
+kruis en waarvan de kralen uit fijne paarlen bestonden. Velen hoopten,
+dat zij in haar tegenwoordigheid een wonder zou doen; men bracht haar
+kinderen om ze aan te raken, men vroeg haar raad omtrent ziekten,
+men trachtte haar invloed, dien zij ongetwijfeld op de Heilige Maagd
+hebben moest, te koopen. Groote sommen werden haar aangeboden; men
+zou haar, op het geringste teeken van haar, dat zij een koningin wilde
+zijn, opgesmukt met edelgesteenten en met een gouden kroon gekroond,
+met koninklijke geschenken overladen hebben. De kleine luiden bleven
+geknield op den drempel liggen, de grooten der aarde verdrongen
+zich om haar heen en zouden er een eer in gesteld hebben haar als
+eere-geleide te mogen dienen. Zelfs werd er verteld, dat een van hen,
+een mooi en rijke vorst, haar op een mooien, zonnigen Aprildag ten
+huwelijk was komen vragen.
+
+"Maar," viel Pierre hem in de rede, "wat mij altijd bevreemd en
+onaangenaam aangedaan heeft, is, dat zij op haar twee-en-twintigste
+jaar uit Lourdes is vertrokken, die plotselinge verdwijning, dat
+zich opsluiten in het klooster van den Heiligen Gildard te Nevers,
+waar zij nooit meer uitgekomen is... Gaf dat geen voedsel aan de
+valsche geruchten, dat zij krankzinnig was? Geeft men daardoor geen
+vat aan het vermoeden, dat men haar deed verdwijnen uit vrees voor een
+indiscretie harerzijds, van een onbedachtzaam woord, dat het geheim
+van een lang bedrog zou verraden hebben? En om het ruwe woord maar
+te gebruiken, ik wil u eerlijk bekennen, dat ook ik geloof, dat men
+haar geëscamoteerd [14] heeft."
+
+De dokter schudde zijn hoofd.
+
+"Neen, neen, beste jongen, in deze heele aangelegenheid is geen
+sprake van een van te voren in de duisternis voorbereid melodrama,
+dat daarna door min of meer ingewijde acteurs gespeeld zou zijn. De
+dingen hebben zich uit zichzelf door de kracht der feiten ontwikkeld;
+wel zijn ze altijd zeer verward en moeilijk te ontleden geweest... Zoo
+is het bijvoorbeeld zeker, dat Bernadette zelf het eerst den wensch
+uitgesproken heeft Lourdes te verlaten. De voortdurende bezoeken
+vermoeiden haar; zij voelde zich niet op haar gemak te midden van die
+lawaaierige vereeringen. Zij verlangde slechts een eenzaam hoekje,
+waarin zij in vrede kon leven, en in haar onbaatzuchtigheid dreef
+zij haar menschenschuwheid dikwijls zoover, dat zij het geld, dat
+men haar voor het een of ander vroom doel, een mis te laten lezen of
+een kaars te laten branden, gaf, wegwierp. Nooit nam zij iets voor
+zichzelf aan, noch voor haar familie, die altijd even arm gebleven
+is. Bij zoo'n fierheid en bij zulk een natuurlijken eenvoud is het heel
+goed te begrijpen, dat zij verlangde de wereld te verlaten, zich af te
+zonderen, om zich op een goeden dood voor te bereiden... Haar werk was
+afgeloopen: zij had die wonderlijke beweging aan den gang gebracht,
+zonder zelf eigenlijk te weten waarom en hoe. Zij was nu niet noodig
+meer, anderen leidden de zaken en verzekerden den triomf der Grot."
+
+"Laten we aannemen, dat zij uit eigen beweging gegaan is," zeide
+Pierre. "Maar wat een verlichting voor degenen, over wie u het zooeven
+hadt, voor hen, die van dat oogenblik, over den regen van millioenen,
+die uit de geheele wereld begon te vallen, heer en meester geweest
+zijn."
+
+"O, ik beweer volstrekt niet, dat men haar tegengehouden heeft,"
+riep de dokter uit. "Eerlijk gezegd, geloof ik, dat men er haar wel
+toe aangespoord zal hebben. Zij begon ten slotte lastig te worden;
+niet, dat men bang was voor vertrouwelijke mededeelingen harerzijds,
+maar zij was geen decoratieve figuur, schuw tot in het overdrevene
+en heel dikwijls bedlegerig. En bovendien, hoe weinig plaats zij
+ook te Lourdes innam, hoe meegaande zij ook altijd was, zij was
+en bleef een macht; zij trok de menigte en was daardoor in zekeren
+zin een concurrente van de Grot. Voor den roem van de Grot was het
+gewenscht, dat Bernadette op den achtergrond kwam en niet veel meer
+dan een legende werd... Dat waren ongetwijfeld de redenen, die den
+bisschop van Tarbes, Mgr. Laurence, er toe brachten het vertrek te
+verhaasten. Men beging daarbij echter de fout te beweren, dat het
+de bedoeling was haar aan wereldsche verleidingen te onttrekken,
+alsof men bang had moeten zijn, dat zij de zonde van hoogmoed had
+kunnen begaan door zich over te geven aan de ijdelheid en behagen te
+scheppen in den roep van heiligheid, waarvan de geheele Christenheid
+weerklonk. Daarmede deed men haar een groot onrecht aan, want zij was
+niet tot hoogmoed in staat, evenmin als tot een leugen: nooit heeft
+er een eenvoudiger, meer bescheiden kind geleefd."
+
+Hij wond zich op en geraakte in geestdrift. Doch dan werd hij
+plotseling weer kalm en speelde het flauwe glimlachje weer om zijn
+lippen.
+
+"Het is zoo, ik houd van haar; hoe meer ik aan haar dacht, des te meer
+ben ik van haar gaan houden... Maar nu moet je niet denken, Pierre,
+dat het geloof mij heelemaal ongevoelig gemaakt heeft. Al twijfel ik
+tegenwoordig niet meer aan een hiernamaals, al voel ik de behoefte en
+den drang in mij om aan een ander, beter en rechtvaardiger leven te
+gelooven, toch weet ik heel goed, dat hier op aarde de menschen er
+ook nog zijn; en of zij nu een pij of een soutane dragen, hun leven
+is dikwijls afschuwlijk moeilijk."
+
+Weer volgde er een stilte. Dan ging hij voort:
+
+"Ik wil je iets vertellen, dat mij maar niet los wil laten... Neem
+aan, dat Bernadette niet dat eenvoudige, menschenschuwe kind was,
+dat zij een intrigante en heerschzuchtig was, maak van haar een
+veroveraarster en een leidster van volkeren; en tracht je dan voor te
+stellen wat er in dat geval gebeurd zou zijn... Ongetwijfeld zouden de
+Grot en de Basilica dan aan haar toebehooren. Wij zouden haar bij de
+ceremoniën met een gouden mijter onder een baldakijn zien tronen. Zij
+zou de wonderen uitdeelen, haar kleine hand met een gebaar als van
+een souvereine de scharen naar den hemel leiden. Zij zou stralen als
+de Heilige, als de uitverkorene, als de eenige, die de godheid van
+aangezicht tot aangezicht gezien heeft. En per slot van rekening zou
+dat niet meer dan billijk zijn; zij zou dan het succes kennen, na de
+moeite doorstaan te hebben, en genieten van haar werk... Terwijl zij
+nu om den tuin geleid en beroofd van alles is. De wonderbare oogsten,
+die zij gezaaid heeft, werden door anderen binnengehaald. Gedurende
+de twaalf jaar, die zij, neergeknield in het duister, in het klooster
+van den H. Gildard geleefd heeft, waren er hier triompheerende, in
+gouden gewaden gekleede priesters, die dankgebeden zongen en kerken
+en gedenkteekenen, gebouwd met millioenen, zegenden. Zij alleen heeft
+ontbroken bij den triomf van het nieuwe geloof, welks stichtster zij
+was... Je zult zeggen, dat zij slechts gedroomd heeft. Maar wat een
+mooie droom dan toch, die een heele wereld in rep en roer gebracht
+heeft, maar waaruit zij, het lieve kind, nooit ontwaakt is!"
+
+Zij bleven staan en gingen, alsvorens naar de stad terug te keeren,
+een oogenblik op een rots zitten. Voor hen stuwde de op dit punt
+vrij diepe Gave zijn blauwe, donker gevlamde golfjes voort, terwijl
+hij verder op breed over een bed van groote kiezelsteenen stroomde
+en niet veel meer was dan wit schuim, licht als sneeuw. Een frissche
+lucht streek in den gouden regen der zon van de bergen.
+
+Het hooren van dit verhaal van Bernadette's exploitatie en vernedering
+had een nieuw verzet in Pierre wakker geroepen; naar den grond starend
+dacht hij na over de onrechtvaardige natuur, over de wet, die wil,
+dat de sterke den zwakke verscheurt.
+
+Dan keek hij weer op.
+
+"Abbé Peyramale hebt u zeker ook wel gekend?"
+
+Er kwam een glans in de oogen van den dokter. Opgewekt klonk zijn
+antwoord:
+
+"Waarachtig, een rechtschapen en eerlijke kerel, een heilige, een
+apostel! Met Bernadette is hij de groote man van Notre-Dame de Lourdes
+geweest. Evenals zij heeft hij er vreeselijk door geleden; evenals zij
+is hij eraan gestorven. Men weet niets en begrijpt niets van het drama,
+dat zich hier afgespeeld heeft, als men die geschiedenis niet kent."
+
+Uitvoerig vertelde hij haar nu. Ten tijde der verschijningen was abbé
+Peyramale pastoor te Lourdes. Het was een groote, breedgeschouderde
+man met een breeden leeuwenkop, een echte zoon van het land met
+een helder verstand, eerlijk en oprecht, maar soms wat opvliegend
+en heerschzuchtig. Hij scheen als geschapen om te strijden, was een
+vijand van alle overdreven kwezelarij en vervulde zijn ambt met een
+breeden blik. In den beginne stond hij dan ook eenigszins wantrouwend
+tegenover de verhalen van Bernadette, weigerde hij ze te gelooven,
+ondervroeg haar, eischte bewijzen. Eerst later, toen de wind des
+geloofs onweerstaanbaar werd, de meest weerspannigen tegen den
+grond wierp en de menigten met zich meesleepte, boog ook hij zich;
+voornamelijk toch was het zijn liefde voor de armen en verdrukten,
+die in opstand kwam, toen hij zag, dat men dreigde Bernadette
+gevangen te zetten: de burgerlijke autoriteiten vervolgden een van
+zijn schapen, zijn herderlijk hart ontwaakte, met al zijn vurigen
+hartstocht van rechtvaardigheid en gerechtigheid begon hij haar te
+verdedigen. Bovendien had ook de bekoring van het kind haar uitwerking
+op hem niet gemist, hij voelde, dat zij zoo oprecht en waarheidlievend
+was, dat hij blindelings in haar begon te gelooven, haar lief te
+hebben, zooals iedereen haar liefhad. Waarom het wonder, dat toch
+overal in de Heilige Boeken voorkomt, hier niet aan te nemen? Hoe
+verstandig en voorzichtig hij ook mocht zijn, het stond niet aan een
+dienaar van den godsdienst den vrijgeest uit te hangen, terwijl geheele
+volkeren zich op hun knieën wierpen en de Kerk aan den vooravond
+van een nieuwen en grooten triomf scheen te staan. Ongerekend nog,
+dat de menschenleider, die in hem was, de man van groote plannen en de
+bouwer eindelijk zijn weg gevonden had, het groote veld, waarop hij zou
+kunnen handelen, de groote taak, waaraan hij zich met zijn onstuimigen
+geestdrift en zijn behoefte om te overwinnen geheel geven kon.
+
+Van dat oogenblik af had abbé Peyramale nog slechts één gedachte: de
+bevelen, die de Heilige Maagd Bernadette opgedragen had aan hem over
+te brengen, uit te voeren. Hij hield het toezicht op de inrichting
+der Grot; een hek werd geplaatst, het water der bron gekanaliseerd,
+aardwerken uitgevoerd om de toegangen vrij te maken. Maar voor alles
+had de Heilige Maagd geëischt, dat er een kapel gebouwd zou worden;
+en hij wilde een kerk, een triomphantelijke basilica. Hij zag ver
+in de toekomst, liet de architecten niet met rust, eischte van hen
+paleizen, die de Koningin des hemels waardig waren; en dat alles deed
+hij in een oprecht vertrouwen op de geestdriftige hulp van de geheele
+Christenheid. Trouwens de giften stroomden toe, het regende goud uit
+de verst verwijderde parochiën, een gouden regen, die steeds dichter
+vallen zou en nooit ophouden. Dat waren zijn gelukkige jaren: steeds
+kon men hem vinden onder de werklieden, die hij met een vriendelijk
+lachje tot spoed aanzette, altijd bereid om zelf het houweel en den
+troffel ter hand te nemen in zijn haast om zijn droom verwezenlijkt
+te zien. Maar weldra kwam de tijd der beproeving: hij werd ziek, en
+toen den 4den April 1864 de eerste processie uit zijn parochiekerk
+zich naar de Grot begaf, een processie van zestigduizend pelgrims,
+die zich tusschen een ontzaglijke menigte voortbewoog, verkeerde hij
+in doodsgevaar.
+
+Den dag, dat abbé Peyramale, voor de eerste maal van den dood gered,
+weer van zijn ziekbed opstond, was hij afgezet. Reeds had de bisschop,
+Mgr. Laurence, hem, om zijn zware taak wat te verlichten, een hulp
+gegeven, een van zijn vroegere secretarissen, pater Sempé, dien hij
+tot rector van de missionarissen van Garaison, een door hem gestichte
+inrichting, benoemd had. Pater Sempé was een klein, mager mannetje,
+oogenschijnlijk onbaatzuchtig en buitengewoon nederig, maar innerlijk
+vol eerzucht. In den beginne had hij zich bij zijn taak gehouden,
+den pastoor van Lourdes als een trouw ondergeschikte geholpen, zich
+bemoeid met alles, waarin hij hem helpen kon, zich op de hoogte
+gesteld van alles, met de heimelijke bedoeling zich onmisbaar te
+maken. Onmiddellijk had hij begrepen, welk een prachtige belegging de
+Grot zou worden, welke rijke inkomsten men er met eenige handigheid uit
+zou kunnen trekken. Hij verliet het bisschoppelijk paleis niet meer,
+had den bisschop, een zeer materialistisch, practisch man, die veel
+geld noodig had, voor zich gewonnen. Op die wijze slaagde hij erin,
+toen abbé Peyramale ziek werd, het geheele domein der Grot, met het
+bestuur waarvan hij belast werd, aan het hoofd van enkele paters der
+Onbevlekte Ontvangenis, tot wier overste de bisschop hem benoemde,
+voor goed af te scheiden van de parochie te Lourdes.
+
+Weldra begon de strijd, een van die verbitterde gevechten op leven
+en dood, zooals zij onder de geestelijke discipline zoo dikwijls
+voorkomen. Een reden tot een breuk bestond, een slagveld, waarop
+men spoedig met millioenen strijden zou: de bouw van een nieuwe
+parochiekerk, grooter en waardiger dan de bestaande oude kerk, die
+sedert het toestroomen der geloovigen te klein gebleken was. Het
+was trouwens een oud lievelingsdenkbeeld van abbé Peyramale, die de
+bevelen der Heilige Maagd stipt uitvoeren wilde. Van de Grot sprekende,
+had zij gezegd: "Men moet in processie daarheen trekken". En hij had
+altijd de pelgrims uit de stad zien trekken, waarheen zij, zooals dat
+in den beginne altijd gebeurd was, 's avonds moesten terugkeeren. Men
+had dus een centrum, een verzamelplaats noodig, en hij had zich
+als zoodanig een prachtige kerk, een kathedraal van reusachtige
+afmetingen, die een geheel volk bevatten kon, gedroomd. Met zijn
+bouwlustig temperament en als hartstochtelijk arbeider des hemels zag
+hij haar al uit den grond oprijzen, haar klokketoren, dreunend van
+gelui, in het felle zonlicht omhoog steken. Het was ook zijn huis,
+dat hij wilde bouwen, zijn daad van geloof en aanbidding, de tempel,
+waarin hij de opperpriester zijn zou, waarin hij, tegenover het werk,
+waaruit men hem ontzet had, zou triompheeren met de zoete herinnering
+aan Bernadette. Natuurlijk was bij de groote bitterheid, die hij over
+zijn afzetting voelde, deze nieuwe parochiekerk een soort revanche,
+zijn deel aan den roem, een manier om zijn strijdlust bot te kunnen
+vieren, een teeken van de koorts, die hem verteerde, sedert hij zelfs
+opgehouden had naar de Grot te gaan.
+
+In den beginne was het een nieuwe oplaaiïng van geestdrift. De oude
+stad, die zich achtergesteld voelde, maakte gemeene zaak met haar
+pastoor, nu al het geld, al het leven dreigde te stroomen naar
+de nieuwe stad, die om de Basilica uit den grond opschoot. De
+gemeenteraad voteerde een som van honderd duizend francs, die
+ongelukkigerwijze echter pas gestort zou worden, wanneer de kerk
+onder de kap zou staan. Reeds had abbé Peyramale de plannen van
+den architect, een, zooals hij gewild had, zeer grandioos ontwerp,
+aanvaard en onderhandeld met een aannemer te Chartres, die zich verbond
+de kerk in drie of vier jaar te bouwen, indien de beloofde stortingen
+regelmatig geschiedden. Overtuigd, dat de giften ongetwijfeld van alle
+kanten zouden blijven toestroomen, waagde hij de zaak zonder eenige
+ongerustheid; hij was moedig tot op het vermetele af, rekende er vast
+op, dat de hemel hem niet in den steek laten zou. Hij meende zelfs
+zeker te zijn van den steun van den nieuwen bisschop, Mgr. Jourdan,
+die, na den eersten steen gezegend te hebben, een toespraak hield,
+waarin hij de noodzakelijkheid en het verdienstelijke van het
+werk erkende. Het scheen, dat pater Sempé zich er met zijn gewone
+nederigheid bij neergelegd en de rampzalige concurrentie, die hem
+tot deelen dwong, aanvaard had, want hij deed alsof hij zich geheel
+wijdde aan de administratie van de Grot en had zelfs in de Basilica
+een offerblok voor de nieuwe, in aanbouw zijnde kerk laten plaatsen.
+
+Daarna begon de heimelijke, verbitterde strijd opnieuw. Abbé Peyramale,
+die een zeer slecht administrateur was, juichte en jubelde, toen hij
+zijn kerk zoo snel groot zag worden. Het werk werd met bekwamen spoed
+uitgevoerd en hij wilde niets liever, overtuigd als hij was, dat de
+Heilige Maagd betalen zou. Hij was dan ook met stomheid geslagen, toen
+hij eindelijk bemerkte, dat de giften niet zoo meer toestroomden, dat
+het geld der geloovigen niet meer tot hem kwam, alsof in het verborgen
+iemand de bron afgeleid had. De dag kwam, waarop hij de beloofde
+betalingen niet storten kon. Er had een handige worging plaats gehad,
+die hij later pas volkomen begreep. Blijkbaar had pater Sempé ook den
+nieuwen bisschop geheel voor de Grot weten te winnen. Men vertelde
+zelfs, dat er in de verschillende diocesen vertrouwelijke circulaires
+verspreid waren met de aanmaning, om geen geld meer voor de parochie te
+verzenden. De vraatzuchtige Grot, de onverzadelijke Grot wilde alles,
+verslond alles; ja het kwam zoo ver, dat biljetten van vijfhonderd
+francs, die in het offerblok geworpen waren, achtergehouden werden:
+men plunderde het offerblok, bestal de parochie. Maar de pastoor hield
+in zijn hartstocht voor de grooter wordende kerk, die als het ware
+zijn dochter was, heldhaftig stand, zou er zijn bloed voor gegeven
+hebben. Hij had eerst het contract gesloten op naam van het parochiaal
+vermogen; daarna, toen hij niet wist, hoe hij betalen moest, op zijn
+eigen naam. Hij leefde nog slechts voor zijn kerk en putte zich uit in
+heroïsche inspanning. Van de vierhonderd duizend francs, die beloofd
+waren, had hij er slechts tweehonderd duizend kunnen betalen, terwijl
+de gemeente hardnekkig weigerde de gevoteerde honderd duizend francs
+te storten, zoolang de kerk niet onder de kap stond. Dit ging zeer
+duidelijk tegen de belangen der stad in. Naar men beweerde, werkte
+pater Sempé in het geheim alles tegen. Plotseling triompheerde hij:
+het werk werd gestaakt.
+
+Van dat oogenblik af trad de doodsstrijd in. Pastoor Peyramale, die
+breedgeschouderde bergreus met zijn leeuwenkop, wankelde, in zijn
+hart getroffen, en sloeg neer als een door den bliksem verpletterde
+eik. Hij moest het bed houden en stond niet meer op. Allerlei verhalen
+deden de rondte, men vertelde dat pater Sempé getracht had onder
+het een of andere vrome voorwendsel in de pastorie binnen te komen,
+om te zien, of zijn gevreesde tegenstander wel degelijk doodelijk
+gewond was; en men vertelde erbij, dat men hem uit de ziekenkamer,
+waar zijn aanwezigheid een ergernis was, had moeten wegjagen. En toen
+de pastoor, overwonnen en overstelpt door bitterheid, gestorven was,
+kon men pater Sempé zien triompheeren bij de begrafenis, waarvan men
+hem niet verwijderd had durven houden. Men beweerde, dat hij daarbij
+een afzichtelijke vreugde aan den dag gelegd had en dat zijn gezicht
+straalde van zijn triomf.
+
+Eindelijk was hij dan bevrijd van den eenigen man, die hem hinderpalen
+in den weg kon leggen, voor wiens wettelijke autoriteit hij bang
+was. Hij zou niet langer meer gedwongen kunnen worden om met iemand
+te deelen, nu de twee groote arbeiders van Notre-Dame de Lourdes uit
+den weg geruimd waren: Bernadette in het klooster, abbé Peyramale
+onder den grond. De Grot was nu maar alleen van hem, de giften
+kwamen alleen naar hem; naar zijn goeddunken zou hij het budget
+van achthonderd duizend francs, waarover hij jaarlijks beschikte,
+kunnen gebruiken. Nu zou hij de reusachtige werken voltooien, die
+van de Basilica een wereld op zichzelf zou maken; zou hij medewerken
+aan de opbloei van de nieuwe stad, om de oude nog meer te isoleeren,
+haar te verbannen achter haar rots als een onbeteekenende parochie,
+die wegzonk in de schittering van haar almachtige buurvrouw. Dat was
+het definitieve koningschap, al het geld en alle heerschappij.
+
+Toch was de nieuwe parochiekerk, hoewel het werk gestaakt was en zij in
+haar omheining van planken sliep, voor meer dan de helft afgebouwd, tot
+aan de gewelven der benedenvleugels. Zij stond daar nog altijd als een
+bedreiging, voor het geval de stad haar op den een of anderen dag zou
+willen voltooien. Hij moest haar volkomen dooden, er een onherstelbare
+ruïne van maken. Het heimelijke werk werd dus voortgezet, een wonder
+van wreedheid en langzame vernietiging. In de eerste plaats werd de
+nieuwe pastoor, een zwakkeling, zoozeer door pater Sempé ingepalmd,
+dat hij zelfs niet eens meer de aan de parochie gerichte geldzendingen
+openmaakte: alle aangeteekende brieven werden direct naar de paters
+gebracht. Vervolgens werd de voor de nieuwe kerk uitgekozen plaats
+aan een strenge kritiek onderworpen en liet men door den architect
+van het diocees een rapport opmaken, waarin verklaard werd, dat
+de oude kerk nog solide en voor de behoeften van den eeredienst
+volkomen toereikend was. Maar vooral wendde men zijn invloed op
+den bisschop aan, wees men hem op het onaangename van de geldelijke
+moeilijkheden met den aannemer. Peyramale werd nu als een onbesuisde
+stijfkop voorgesteld, een soort krankzinnige, wiens ongekende ijver
+den godsdienst bijna gecompromitteerd had. En vergetende, dat hij
+den eersten steen gezegend had, vaardigde de bisschop een herderlijk
+schrijven uit om de kerk van de deelneming aan de sacramenten uit te
+sluiten met verbod daarin een religieuzen dienst te celebreeren.
+
+Dit was de genadeslag. Eindelooze processen waren er het gevolg van:
+de aannemer, die van de vijfhonderd duizend francs uitgevoerde werken
+er slechts tweehonderd duizend ontvangen had, sprak den erfgenaam van
+den pastoor, het parochiaal vermogen en de stad aan, daar deze laatste
+steeds bleef weigeren de door haar gevoteerde honderd duizend francs
+te betalen. Eerst verklaarde de prefectuurraad zich onbevoegd van de
+zaak kennis te nemen, dan veroordeelde hij, nadat de Raad van State
+de zaak naar hem teruggewezen had, de stad de honderdduizend francs te
+betalen en den erfgenaam de kerk te voltooien, terwijl hij verklaarde,
+dat het parochiaal vermogen buiten het geding stond. Maar er werd
+appèl aangeteekend bij den Raad van State, die het arrest vernietigde,
+en, nu zelf uitspraak doende, het parochiaal vermogen of bij gebreke
+daarvan den erfgenaam veroordeelde tot betaling van den aannemer. Doch
+daar geen van beide tot betalen in staat was, bleef de zaak daarbij.
+
+Deze processen hadden vijftien jaar geduurd. Daar de stad er eindelijk
+in toegestemd had hem honderd duizend francs te geven, was men aan
+den aannemer nog slechts tweehonderd duizend francs schuldig. Doch
+allerlei kosten en de interest op interest hadden deze som zoo
+opgevoerd, dat zij bijna zeshonderd duizend francs bedroeg; en daar
+men aan den anderen kant het voor de voltooiïng van de kerk noodige
+bedrag op vierhonderd duizend francs schatte, was er dus een millioen
+noodig om de jonge ruïne van een zekere vernietiging te redden. Van
+dien dag af konden de paters rustig slapen; zij hadden haar vermoord,
+de kerk was nu eveneens dood.
+
+De klokken van de Basilica luiden een jubellied, pater Sempé
+heerschte. Als overwinnaar was hij uit den reuzenstrijd te voorschijn
+gekomen, uit dezen strijd met het mes, waarin men steenen gedood had,
+na in de schaduw der sacristieën een man vermoord te hebben. En het
+koppige, bekrompen Lourdes moest er leelijk voor bloeden, dat het
+zijn pastoor, die uit liefde voor zijn parochie gestorven was, niet
+beter gesteund had, want van af dat oogenblik bloeide en groeide de
+nieuwe stad ten koste van de oude. Al het geld ging naar de eerste,
+de paters der Grot sloegen uit alles geld, werden vennooten in hotels
+en kaarsenwinkels, verkochten het bronwater, hoewel het hun volgens een
+uitdrukkelijke bepaling in het contract met de gemeente ten strengste
+verboden was waarin ook handel te drijven. Het geheele land ging
+zedelijk ten gronde, de triomf der Grot had een zoo groote winzucht,
+zoo'n brandende koorts om te bezitten en te genieten met zich gebracht,
+dat onder den plasregen der millioenen een buitengewoon zedenbederf
+zich van dag tot dag uitbreidde en het Bethlehem van Bernadette in
+Sodom en Gomorrha veranderde. Pater Sempé voleindigde den triomf
+van God te midden van de menschelijke ontaarding en de verwoesting
+der zielen. Reusachtige bouwwerken rezen uit den grond op, vijf of
+zes millioen reeds waren uitgegeven, alles had men geofferd aan dien
+absoluten wil om de parochie op zijde te schuiven, teneinde de geheele
+prooi voor zich te houden.
+
+De machtige, zoo kostbare hellingen waren slechts aangelegd om den
+wensch van de Heilige Maagd, die gevraagd had, dat men in processie
+naar de Grot zou gaan, op slinksche wijze te ontduiken. Van de Basilica
+langs de linkerhelling naar beneden en langs de rechterhelling er weer
+naar toe gaan, was geen processie, maar een eenvoudige rondgang. Maar
+de paters waren erin geslaagd, dat men van hen uitging, om bij
+hen terug te keeren; op die wijze waren zij de eenige eigenaars,
+de rijke bezitters, die den geheelen oogst binnenhaalden. Pastoor
+Peyramale lag in de crypt van zijn onvoltooid gebleven kerkruïne
+begraven. Bernadette had haar doodsstrijd ver weg in een klooster
+gestreden en sliep nu ook onder den grafsteen van een kapel.
+
+Een diepe stilte heerschte, toen dr. Chassaigne zijn lang verhaal
+geëindigd had. Dan stond hij moeilijk op.
+
+"Kom jongen, het zal dadelijk tien uur slaan en ik wil, dat je wat
+gaat rusten... Laten we teruggaan."
+
+Zwijgend volgde Pierre hem. In een vlugger tempo gingen zij naar de
+stad terug.
+
+"Ja," begon de dokter weer, "er hebben daar schandelijke
+ongerechtigheden plaats gegrepen. Maar wat zal ik je zeggen? De
+mensch bederft de mooiste dingen... En je kunt je niet voorstellen hoe
+verschrikkelijk treurig al die dingen zijn, die ik je daarnet verteld
+heb. Dat moet je zien en met je vinger aanraken. Wil je vanavond eens
+met me naar de kamer van Bernadette en de onvoltooide kerk van abbé
+Peyramale gaan?"
+
+"Zeker, heel graag!"
+
+"Nu, kom dan na de processie van vier uur bij de Basilica, dan zal
+ik zorgen daar te zijn."
+
+Ieder in zijn eigen overpeinzingen verdiept, spraken zij niet meer.
+
+Rechts van hen stroomde nu de Gave in een diepe kloof, een soort
+inkerving, waarin hij zich stortte en als tusschen het struikgewas
+verdween. Soms echter zag men weer een stuk van zijn matzilveren
+waterspiegel. Verderop maakte hij een plotselinge kromming en stroomde
+hij breed over een vlakte. Blijkbaar veranderde hij daar dikwijls
+van bedding, want de uit zand en kiezel bestaande grond was in alle
+richtingen uitgehold. De zon begon reeds te branden hoog aan den hemel,
+waarin het lichte blauw van het eene einde van den onmetelijken circus
+der bergen naar het andere donkerder werd.
+
+Bij de kromming van den weg rees Lourdes, hoewel nog in de verte, weer
+voor de oogen van Pierre en dr. Chassaigne op. Onder den schitterenden
+ochtendhemel teekende de stad, onder den sluier van opdwarrelend
+gouden en purperen stof, met haar huizen en haar monumenten, die bij
+iederen stap duidelijker werden, zich wit tegen den horizont af. Zonder
+een woord te zeggen wees de dokter met een breed en droevig gebaar
+naar die zich zoo uitbreidende stad, als wilde hij haar als getuige
+oproepen voor wat hij zooeven gezegd had.
+
+Reeds zag men den op dit uur nog zwakken gloed van de Grot tusschen
+het groene loof. Vervolgens strekten de reusachtige bouwwerken zich
+voor hen uit, de kade van gehouwen steen langs de geheele lengte
+van den Gave, waaraan men een andere bedding had moeten geven; de
+nieuwe brug, die de pas aangelegde tuinen met den onlangs in gebruik
+genomen boulevard verbond; de reusachtige hellingen, de massieve
+Rozenkranskerk, de slanke Basilica, die met een fiere gratie boven
+alles uitstak. Op dezen afstand zag men van de nieuwe stad slechts
+een gewemel van witte gevels, een geflikker van nieuwe dakpannen,
+de groote kloosters, de groote hotels, de rijke stad, die als door
+een wonder uit den ouden, armen grond opgeschoten was, terwijl achter
+de rotsmassa, waarop zich de instortende muren van het Kasteel en
+profil afteekenden, hier en daar de nederige daken der oude stad
+zich vertoonden, een warreling van door den tijd aangevreten, bang
+zich tegen elkaar aandrukkende daakjes. En als achtergrond tegen deze
+bezwering van het leven van heden en van gisteren rezen onder de glorie
+der eeuwige zon de Kleine Gers en de Groote Gers op en versperden den
+horizont met hun kale hellingen, die de schuin vallende zonnestralen
+geel en rose streepten.
+
+Dr. Chassaigne bracht Pierre tot aan het Hôtel des Apparitions;
+daar eerst nam hij afscheid van hem, na hem nog eerst even herinnerd
+te hebben aan hun afspraak voor dien avond. Het was nog geen elf
+uur. Hoewel hij plotseling door moeheid overweldigd werd, dwong hij
+zich, alvorens naar bed te gaan, nog eerst te eten, want hij voelde,
+dat de behoefte daaraan een van de voornaamste redenen van zijn
+zwakheid was. Gelukkig vond hij aan de table-d'hôte nog een plaats
+vrij; met open oogen slapend, at hij zonder dat hij wist, wat hem
+voorgezet werd, dan ging hij naar boven en wierp zich op zijn bed,
+na eerst het kamermeisje gezegd te hebben hem om drie uur te wekken.
+
+Maar zoodra hij lag, belette de koortsachtige opwinding, waarin hij
+verkeerde, hem zijn oogen dicht te doen. Een paar handschoenen,
+die hij in de kamer ernaast had zien liggen, deed hem plotseling
+denken aan mijnheer de Guersaint, die voor het aanbreken van den dag
+naar Gavarnie gegaan was en eerst 's avonds terug zou komen. Welk
+een heerlijke gave toch die onbezorgdheid! Hij met zijn door
+moeheid gebroken ledematen en zijn bekommerden geest voelde zich
+diep-treurig. Alles scheen samen te spannen tegen zijn wil om het
+geloof van zijn jeugd terug te krijgen. De tragische geschiedenis van
+pastoor Peyramale had het verzet, dat de levensloop van Bernadette,
+uitverkorene en martelares, in hem gewekt had, nog aangewakkerd. Zou
+de waarheid, die hij te Lourdes was komen zoeken, in plaats van hem
+zijn geloof terug te geven, hem ertoe brengen de onwetendheid en de
+lichtgeloovigheid nog meer te haten, hem de bittere zekerheid geven,
+dat de mensch met zijn verstand alleen staat op deze wereld?
+
+Eindelijk viel hij in een sluimering. Maar droombeelden fladderden
+voortdurend door zijn onrustigen slaap. Hij zag Lourdes, bedorven
+door het geld, als een plaats van ontaarding en zedenbederf, als een
+uitgestrekte bazar, waarin alles te koop was, missen en zielen. Hij
+zag pastoor Peyramale begraven te midden van de ruïnen van zijn kerk
+tusschen de brandnetels, die de ondankbaarheid gezaaid had. En hij
+kwam eerst tot rust, genoot eerst de zaligheid van het niet-meer-zijn,
+toen een laatste, bleek en jammervol visioen verdwenen was, dat van
+Bernadette te Nevers, neergeknield in een donker hoekje en droomend
+van haar werk daar in de verte, dat zij nooit aanschouwen zou.
+
+
+
+
+
+
+
+
+VIERDE DAG
+
+
+I.
+
+Met haar rug tegen de kussens leunend was Marie dien ochtend in het
+Hôpital des Notre-Dame des Douleurs op haar bed blijven zitten. Nu
+zij den geheelen nacht in de Grot had doorgebracht, wilde zij er zich
+niet weer heen laten rijden. Toen madame de Jonquière een der kussens,
+dat naar beneden gegleden was, wat op kwam trekken, vroeg zij:
+
+"Welke dag is het vandaag, madame?"
+
+"Maandag, kindlief."
+
+"O ja, dat is waar ook! Je weet heusch niet meer, hoe je leeft... En
+bovendien voel ik me zoo gelukkig! Vandaag zal de Heilige Maagd
+mij genezen."
+
+Een hemelsch glimlachje speelde op haar gezicht als van een wakende
+droomster; haar oogen staarden in het verre niet; zij ging zoo
+geheel op in haar idée fixe, dat zij in de verte niets zag dan
+de zekere verwezenlijking van haar hoop. De zaal Sainte-Honorine
+was langzamerhand leeg geworden, alle zieken waren naar de Grot
+gegaan, alleen madame Vêtu was, stervend, op het bed naast haar
+achtergebleven. Maar zij zag haar zelfs niet, zij vond de plotselinge
+vredige kalmte, die om haar ontstaan was, zoo heerlijk. Men had
+een der ramen, die op de binnenplaats uitkwamen, open gezet; de
+stralende ochtendzon viel in een breeden straal naar binnen, waarvan
+het gouden stof precies op haar lakens danste en op haar witte handen
+speelde. Het was zoo heerlijk, nu die 's nachts zoo lugubere zaal met
+haar opeenhooping van pijnlijk-smartelijke ziekbedden, met haar stank,
+met gekerm van nachtmerries, plotseling door de zon verlicht en door
+de ochtendlucht verfrischt werd.
+
+"Waarom probeer je niet wat te slapen?" vroeg madame de Jonquière
+moederlijk bezorgd. "Je moet dood op zijn van zoo'n heelen nacht
+waken!"
+
+"Maar ik ben heelemaal niet moe, ik heb geen slaap... Slapen, neen,
+dat zou ik nu niet graag doen, want dan zou ik niet weten, dat ik
+beter word."
+
+Madame de Jonquière moest om die woorden lachen.
+
+"Maar waarom heb je dan niet naar de Grot willen gaan? Je zult je
+hier alleen in bed zoo vervelen!"
+
+"Ik ben niet alleen madame, zij is bij me!"
+
+En terwijl zij zich het visioen weer voor den geest riep, vouwde zij
+in haar extase haar handen.
+
+"U weet toch, dat ik haar vannacht gezien heb en dat zij mij toeknikte
+en tegen mij geglimlacht heeft. Ik heb haar goed begrepen en heel
+goed haar stem gehoord, hoewel zij haar lippen niet opendeed. Om
+vier uur, wanneer het Heilige Sacrament voorbijgedragen wordt, zal
+ik genezen worden."
+
+Madame de Jonquière wilde haar wat kalmeeren; zij maakte zich
+eenigszins ongerust over dit soort somnambulisme, waarin zij haar
+zag. Maar de zieke herhaalde:
+
+"Neen, heusch niet, ik voel me niet slechter, ik wacht... Maar u
+begrijpt, mevrouw, dat ik vanochtend niet naar de Grot behoef te gaan,
+nu ik met haar voor vanmiddag vier uur afgesproken heb."
+
+En fluisterend voegde zij haar toe:
+
+"Om halfvier zal Pierre me komen halen, en om vier uur ben ik beter."
+
+Langzaam kroop de zon langs haar bloote, doorschijnende, ziekelijk
+magere armen, terwijl haar prachtige blonde haren, die over haar
+schouders afgleden, een uitvloeiïng zelf van het hemellichaam schenen,
+die haar geheel omgaf. Op de binnenplaats zong een vogel, waardoor de
+huiverige stilte der zaal wat opgevroolijkt werd. Blijkbaar speelde
+er ook een kind, dat men echter niet zag, want nu en dan liet zich
+een zacht gelach in de heerlijke stille, lauwe lucht hooren.
+
+"Slaap dan maar niet, als je geen slaap hebt," zeide madame de
+Jonquière, "maar wees nou verstandig en blijf kalm liggen, dan rust
+je in ieder geval goed uit."
+
+In het bed ernaast lag madame Vêtu te sterven. Uit vrees, dat zij
+onderweg den laatsten adem uit zou blazen, had men haar niet naar
+de Grot durven brengen. Sinds eenige oogenblikken lag zij met haar
+oogen dicht, en zuster Hyacinthe, die haar zoo zag liggen, wenkte
+madame Désagneaux. Beiden bogen zij zich nu over de stervende heen
+en keken met stijgende ongerustheid naar haar. Haar gelaat was nog
+geler geworden, het had nu een modderachtige kleur; de oogkassen waren
+dieper geworden, haar lippen schenen steeds meer te vermageren. Een
+reutelen, een zachte, verpestende, door den kanker, die haar maag
+opvrat, vergiftigde ademhaling. Plotseling sloeg zij haar oogleden
+op; zij schrok, toen zij die twee gezichten over het hare gebogen
+zag. Naderde de dood, dat men haar zoo aankeek? Een eindelooze
+droefheid, een hopeloos verlangen om te blijven leven kwam in haar
+oogen. Maar tot een heftig verzet kwam het niet, zij had de macht niet
+meer om zich te verzetten; maar hoe vreeselijk was het haar winkel,
+haar gewoonten, haar man te hebben verlaten, om zoo ver te moeten
+sterven! De verschrikkelijke marteling van zoo'n reis te verduren,
+overdag te bidden, 's nachts te bidden en dan niet verhoord worden,
+sterven, terwijl anderen genazen!
+
+Zij kon slechts stamelen:
+
+"Ik heb zoo'n pijn, ik heb zoo'n pijn... Ik smeek u, doe ten minste
+iets, zorg, dat ik niet zoo'n pijn heb!"
+
+De kleine madame Désagneaux met haar knap, melkblank kroeskopje was
+geheel van streek. Zij was het niet gewend bij doodsstrijden aanwezig
+te zijn, zij zou, zooals zij zich uitdrukte, de helft van haar hart
+willen geven, om die arme vrouw te redden. Zij richtte zich weer op
+en begon met zuster Hyacinthe, die ook tot tranen toe ontroerd was,
+maar reeds berustte nu zij wist, dat de vrouw een goeden dood zou
+sterven, te praten. Was er werkelijk niets meer aan te doen? Kon
+men niets meer probeeren, zooals de stervende gevraagd had? Twee
+uur geleden had abbé Judaine haar het laatste oliesel gegeven en het
+avondmaal toegediend. Zij had nu de hulp van den hemel, de eenige,
+waar zij nog op rekenen kon, nu zij sedert lang niets meer van de
+menschen verwachtte.
+
+"Neen, neen, wij moeten het probeeren!" riep madame Désagneaux uit.
+
+En zij ging madame de Jonquière, die bij Marie zat, halen.
+
+"Hoort u niet, hoe vreeselijk die ongelukkige lijdt. Zuster Hyacinthe
+beweert, dat zij hoogstens nog een paar uur te leven heeft. Maar
+wij kunnen haar niet zoo laten kermen... Er zijn toch kalmeerende
+middelen. Waarom kan die jonge dokter niet eens komen?"
+
+"Zeker, waarom niet?" antwoordde de directrice. "Dadelijk!"
+
+In de ziekenzalen dacht men nooit aan den geneesheer. De gedachte,
+om hem te roepen, kwam eerst in de dames op, wanneer een der zieken
+in een heftigen aanval lag te gillen van pijn.
+
+Zuster Hyacinthe zelf verwonderde er zich over, dat zij niet aan
+Ferrand gedacht had, hoewel zij wist, dat hij in de kamer ernaast was,
+en vroeg:
+
+"Wil ik mijnheer Ferrand even halen, madame?"
+
+"Ja, graag, en breng hem gauw hier!"
+
+Toen de zuster weg was, liet madame de Jonquière zich door madame
+Désagneaux helpen, om het hoofd van de stervende wat op te richten,
+daar zij dacht, dat dit haar wat verlichting geven zou. Toevallig
+waren deze twee dames dien ochtend alleen, alle anderen waren weg
+om haar godsdienstige plichten te vervullen of voor particuliere
+aangelegenheden. Achter in de groote, ledige zaal, met haar zachten
+vrede, waarin de zon zoo heerlijk warm scheen, hoorde men niets dan
+nu en dan het zachte gelach van het kind, dat men niet zag.
+
+"Maakt Sophie al dat leven?" vroeg de directrice, die een beetje
+zenuwachtig was door de catastrophe, die zij voorzag, plotseling.
+
+Zij liep naar het einde der zaal; het was inderdaad Sophie Couteau,
+de wonderdadig genezene van het vorige jaar, die achter een bed op
+den grond zat en hoewel ze al veertien jaar was, zich amuseerde met
+het maken van een pop uit lappen. Zij praatte ermee, zij ging zoo in
+haar spel op, dat zij van harte lachte.
+
+"Sta recht, jongejuffrouw! Dans eens een polka! Een, twee! Dans en
+spring en zoen wie je wilt!"
+
+Maar madame de Jonquière kwam naar haar toe.
+
+"Kindlief, een van onze zieken heeft vreeselijk veel pijn... Je moet
+niet zoo hard lachen!"
+
+"Ik wist het heusch niet, madame."
+
+Zij was opgestaan en hield, ernstig nu, haar pop in haar hand.
+
+"Zou zij sterven, madame?"
+
+"Ik ben er bang voor, lieve kind."
+
+Nu gaf Sophie geen kik meer. Zij was de directrice nageloopen en
+zat nu op een bed ernaast met haar groote oogen in een brandende
+nieuwsgierigheid, zonder eenigen angst naar den doodsstrijd van madame
+Vêtu te kijken. Madame Désagneaux werd zenuwachtig en ongeduldig,
+dat de dokter niet kwam, terwijl Marie in haar extase, en in den
+zonneschijn liggend, in de zalige verwachting van het wonder niets
+van wat er om haar gebeurde, scheen te merken.
+
+Zuster Hyacinthe had Ferrand niet in het kleine kamertje, waar
+hij gewoonlijk was, gevonden en zocht hem nu door het geheele
+gebouw. Sedert twee dagen voelde de jonge dokter zich hoe langer hoe
+minder op zijn gemak in dit vreemde ziekenhuis, waar men zijn hulp
+slechts voor stervenden inriep. Het kleine apotheekkistje, dat hij
+medegenomen had, bewees geen enkelen dienst; want hij behoefde er
+niet aan te denken iemand iets voor te schrijven, daar de zieken hier
+niet kwamen om zich te laten verplegen, maar om in den bliksemstraal
+van een wonder beter te worden. Het eenige, wat hij doen kon, was
+een paar opiumpillen geven, om de pijnen wat te verzachten. Tot zijn
+groote verbijstering had hij een wandeling van dr. Bonamy door de zalen
+medegemaakt. Het was werkelijk niet meer dan een wandeling: de dokter
+kwam uit nieuwsgierigheid en interesseerde zich niet in het minst voor
+de zieken, die hij niet onderzocht of ondervroeg. Hij bemoeide zich
+enkel en alleen met de beweerde genezingen, bleef slechts staan voor
+de bedden der vrouwen, die hij kende, omdat hij ze gezien had op zijn
+bureau, waar de wonderen geconstateerd werden. Een van haar had drie
+kwalen en de Heilige Maagd had zich tot nog toe slechts verwaardigd
+er één te genezen; maar men koesterde goede hoop voor de beide andere.
+
+Soms antwoordde een ongelukkige, die den vorigen dag genezen was,
+op zijn vragen, dat haar pijnen weer teruggekomen waren, wat echter
+op de opgeruimdheid van den dokter niet den minsten invloed had;
+hij liet aan den hemel over te voleindigen wat de hemel begonnen
+had. Was het al niet heel mooi, als er een begin van beterschap te
+constateeren viel? Zijn stopwoordje was dan ook: "Er is een begin, heb
+nou maar geduld!" Het meest echter was hij bang voor den overlast van
+de directrices, die hem allen wilden laten blijven om haar buitengewone
+zieken te laten zien. Ieder van haar had de ijdelheid de aan haar zorg
+toevertrouwde zieken voor de ernstigste, exceptioneele gevallen te
+houden, zoodat zij van verlangen brandde die te laten constateeren,
+om er zich later op te kunnen beroemen. Deze trok hem aan den arm en
+zeide, dat zij zeker geloofde een melaatsche te hebben. Een tweede
+sprak weer van een jong meisje, wier lendenen met vischschubben bedekt
+waren. Een derde fluisterde hem verschrikkelijke bijzonderheden over
+een getrouwde vrouw uit de hoogste kringen in. Hij weigerde echter er
+ook maar één te onderzoeken, beloofde later, wanneer hij meer tijd had,
+terug te zullen komen. Als je naar die dames wilde luisteren, zeide
+hij, zou je heele dag heengaan met nuttelooze consulten. Dan bleef hij
+plotseling weer voor het bed van een genezene staan, wenkte Ferrand en
+riep uit: "Dat is nu nog eens een interessante genezing!" En Ferrand
+moest dan tot zijn groote verbijstering aanhooren, hoe hij de ziekte,
+die bij de eerste onderdompeling in den vijver totaal verdwenen was,
+in haar geheel reconstrueerde.
+
+Eindelijk hoorde zuster Hyacinthe van abbé Judaine, dat de jonge dokter
+in de salle des ménages geroepen was. Dat was nu al de vierde maal,
+dat hij naar beneden was voor broeder Isidore, wiens pijnen maar niet
+wilden ophouden. Hij kon hem slechts volstoppen met opium. Onder al
+zijn marteling vroeg de broeder niets anders dan een weinig verlichting
+van pijn, ten einde de kracht te hebben 's middags nog naar de Grot te
+kunnen gaan, wat dien ochtend onmogelijk geweest was. Maar de pijnen
+werden erger, en hij verloor zijn bewustzijn.
+
+Toen de zuster binnenkwam, zag zij hem aan het bed van den missionaris
+zitten.
+
+"Mijnheer Ferrand," riep zij, "ga gauw met me naar de zaal
+Sainte-Honorine; we hebben een zieke, die op sterven ligt."
+
+Hij had tegen haar geglimlacht; nooit kon hij haar zien, zonder zich
+opgevroolijkt en gesterkt te voelen.
+
+"Ik ga dadelijk mee, zuster. Nog één minuut. Ik wou dezen ongelukkige
+eerst even bijbrengen."
+
+Zij oefende geduld en was zelfs nog behulpzaam. Ook de salle des
+ménages lag nu geheel in de zon en baadde in de frissche lucht,
+die door de drie groote ramen, welke op een klein tuintje uitzagen,
+binnenstroomde. Dien ochtend was met broeder Isidore mijnheer Sabathier
+de eenige, die te bed gebleven was, om wat uit te rusten, terwijl
+mevrouw Sabathier van die gelegenheid gebruik maakte, om medailles en
+bidprentjes te gaan koopen, die zij ten geschenke wilde geven. Met zijn
+rug tegen de kussens zittend, rolde hij de kralen van een rozenkrans
+tusschen zijn vingers; hij bad echter niet, hij deed het voor een
+soort machinale afleiding, terwijl hij zijn oogen niet af had van zijn
+buurman, wiens doodsstrijd hij met smartelijke belangstelling volgde.
+
+"Zuster," zeide hij tegen zuster Hyacinthe, die dichterbij gekomen was,
+"ik bewonder dien armen broeder. Gisteren heb ik een oogenblik aan
+de Heilige Maagd getwijfeld, daar ik zag, dat zij al de zeven jaar,
+die ik hier nu kom, zich niet verwaardigt mij te hooren, maar nu doet
+deze martelaar, die zoo berustend zijn martelingen draagt, mij me
+schamen over mijn klein geloof... U kunt u niet voorstellen wat hij
+lijdt, en dan moet u hem zien voor de Grot met zijn oogen, waarin een
+verheven hoop brandt... Het is werkelijk grootsch. Ik ken slechts een
+schilderij van een onbekenden Italiaanschen meester in den Louvre,
+waarop een monnikskop door een dergelijk geloofsvuur vergoddelijkt is."
+
+De intellectueel, de met litteratuur en kunst gevoede voormalige
+leeraar kwam weer boven in dezen door het leven verpletterden man, die
+niet meer dan een arme had willen zijn, om den hemel te vermurwen. Hij
+begon nu weer over zichzelf en zeide in de taaiheid van zijn hoop, die
+zeven vruchtelooze reizen naar Lourdes niet hadden kunnen vernietigen:
+
+"Enfin, ik heb vanmiddag nog, nu we eerst morgenochtend vertrekken. Het
+water is wel koud, maar ik zal me nog een laatste maal laten
+indompelen; den geheelen ochtend heb ik al gebeden en vergiffenis
+gevraagd voor mijn ongeloof van gisteren... Niet waar, zuster, de
+Heilige Maagd heeft maar één seconde noodig, wanneer zij een van haar
+kinderen genezen wil... Haar wil geschiede en haar naam zij geheiligd!"
+
+Hij was weer begonnen met de Ave's en de Pater's, terwijl hij de
+kralen van zijn rozenkrans nu langzamer door zijn vingers rolde en
+zijn oogen zich half sloten in zijn slap gezicht, waarop weer een
+kinderlijke uitdrukking terugkwam, nu hij weer zooveel jaren als van
+de wereld afgesneden was.
+
+Ferrand had Marthe, de zuster van broeder Isidore, een wenk gegeven
+bij hem te komen. Zij stond met neerhangende armen aan het voeteinde
+van het bed en keek zonder één traan in haar oogen, met haar berusting
+van bekrompen boerenkind naar den stervende, dien zij aanbad. Zij
+was niet meer dan een trouwe hond en had met opoffering van haar
+weinige spaarduitjes haar broer gevolgd, zonder dat zij iets anders
+doen kon dan hem zien lijden. Toen de dokter haar dan ook zeide, dat
+zij den zieke in haar armen nemen en hem wat oprichten moest, voelde
+zij zich gelukkig eindelijk ergens in te kunnen helpen. Haar opgezet,
+droefgeestig en met sproeten bezaaid gezicht vroolijkte wat op.
+
+"Houd u hem vast, dan zal ik trachten hem dit in te geven!"
+
+Zij richtte hem op en Ferrand slaagde erin een paar druppels tusschen
+zijn op elkaar geklemde tanden te gieten. Bijna onmiddellijk sloeg
+de zieke zijn oogen open en zuchtte diep. Hij was kalmer, het opium
+deed zijn uitwerking, stilde de pijn, die hij als een roodgloeiend
+ijzer in zijn rechterzijde voelde. Maar hij bleef zoo zwak, dat men,
+toen hij wilde praten, zijn oor vlak bij zijn mond moest brengen,
+om hem te kunnen verstaan.
+
+Met een zwak handgebaar had hij Ferrand gevraagd zich over hem heen
+te buigen.
+
+"U bent de dokter, nietwaar, mijnheer? Geef mij de kracht, dat ik
+vanmiddag naar de Grot kan gaan... Ik weet zeker, dat de Heilige
+Maagd mij zal genezen, als ik dat kan."
+
+"Maar natuurlijk gaat u," antwoordde de jonge dokter. "Voelt u u niet
+veel beter?"
+
+"Veel beter? Neen, dat niet... Ik weet heel goed, wat ik heb, want
+ik heb verscheidene broeders in Senegal zien sterven. Wanneer
+de lever aangedaan is en het abces naar buiten doorbreekt,
+is het afgeloopen. Dan begin je vreeselijk te zweeten, krijg je
+ijlkoortsen... Maar wanneer de Heilige Maagd de kwaal met haar pink
+aanraakt, ben je genezen. O, ik smeek u allen mij naar de Grot te
+laten brengen, zelfs wanneer ik niet meer bij kennis ben."
+
+Ook zuster Hyacinthe had zich over den zieke heen gebogen.
+
+"Maak u maar niet bezorgd, broeder! U zult vanmiddag naar de Grot
+gaan en wij zullen allen voor u bidden."
+
+Eindelijk kon zij Ferrand medenemen. Zij was radeloos door al dit
+oponthoud en maakte zich ongerust over madame Vêtu. Doch ook was zij
+met een diep medelijden voor broeder Isidore vervuld, en terwijl zij
+naar boven liep, vroeg zij den dokter of er heelemaal geen hoop meer
+was. Deze maakte een gebaar, dat een doodvonnis beteekende. Het was
+dwaasheid om in zoo'n toestand naar Lourdes te komen.
+
+Met een glimlach verontschuldigde hij zich.
+
+"Neem me niet kwalijk, zuster. U weet, dat ik het ongeluk heb niet
+te gelooven."
+
+Maar nu lachte zij op haar beurt als een verdraagzame vriendin,
+die de onvolmaaktheden van hen, die ze liefheeft, vergeeft.
+
+"O, dat beteekent niets, ik ken u en ik weet, dat u toch een eerlijk
+man bent... En bovendien, wij zien zooveel menschen en gaan naar
+zooveel heidenen, dat wij wel dagwerk zouden hebben met ons te
+ergeren!"
+
+Boven vonden zij madame Vêtu nog altijd kermend en ten prooi aan
+ondragelijke pijnen. Bleek en geheel van streek door dat steeds maar
+aanhoudende kermen stonden madame de Jonquière en madame Désagneaux
+bij haar bed. Toen zij fluisterend aan Ferrand vroegen, wat hij ervan
+dacht, haalde hij slechts zijn schouders op: de vrouw was verloren,
+het was een quaestie van enkele uren, minuten misschien. Alles wat
+hij doen kon, was haar verdooven, om den zwaren doodsstrijd, dien
+hij voorzag, wat makkelijker te maken. Zij keek hem aan, want zij
+was nog bij haar bewustzijn, en volgde gewillig zijn voorschriften
+op. Evenals de anderen, had zij nog maar één vurigen wensch: naar de
+Grot te kunnen gaan.
+
+Eindelijk stamelde zij met de stem van een kind, dat bang is niet
+gehoord te worden:
+
+"Naar de Grot, nietwaar, naar de Grot..."
+
+"Ze zullen u er straks heen brengen, ik beloof het u," zeide zuster
+Hyacinthe. "Maar wees nu verstandig en tracht wat te slapen, om wat
+krachten te verzamelen."
+
+De zieke scheen in te sluimeren en madame de Jonquière vond, dat zij
+nu met madame Désagneaux aan het andere einde der zaal de wasch kon
+gaan tellen, wat haar echter alles behalve makkelijk viel, daar er
+eenige servetten zoek waren. Sophie was nog steeds roerloos op het
+bed tegenover dat van madame Vêtu blijven zitten. Zij had de pop op
+haar schoot gelegd en wachtte nu, tot de vrouw sterven zou, daar men
+haar gezegd had, dat zij zou sterven.
+
+Zuster Hyacinthe was bij de stervende gebleven en daar zij geen tijd
+ongebruikt voorbij wilde laten gaan, had zij naald en draad genomen,
+om het lijfje van een van haar zieken, dat van ouderdom aan de mouwen
+begon te scheuren, te verstellen.
+
+"U blijft zeker nog wel even hier, niet waar?" vroeg zij aan Ferrand.
+
+Deze nam madame Vêtu nog eens goed op.
+
+"Zeker, zij kan iedere minuut weggenomen worden. Ik ben bang voor
+een bloeduitstorting."
+
+Toen hij Marie in het bed ernaast zag, vroeg hij fluisterend:
+
+"Hoe is het met haar? Voelt zij zich wat beter?"
+
+"Nog niet. Het lieve kind! Wij bidden allen zoo vurig voor haar! Zoo
+jong, zoo bekoorlijk en dan al zoo bezocht!... Kijk eens naar haar! Wat
+is zij mooi! Je zoudt zeggen een heilige, zooals zij daar in de zon
+ligt met haar groote oogen vol extase en haar gouden haar, dat wel
+een aureool lijkt!"
+
+Ferrand keek haar een oogenblik met groote belangstelling aan. Zij
+verbaasde hem door haar verstrooiden, afgetrokken blik, door haar
+totale onverschilligheid voor alles, wat er om haar heen gebeurde,
+haar vurig geloofsvertrouwen, haar vurige innerlijke vreugde, die
+haar tot zichzelf deden inkeeren.
+
+"Zij zal genezen," prevelde hij, alsof hij een voorspelling wilde
+fluisteren. "Zij zal genezen."
+
+Dan ging hij naar zuster Hyacinthe, die in het kozijn van het raam,
+dat hoog open stond in de warme lucht van de binnenplaats, was gaan
+zitten. De zon begon te draaien en gleed nog slechts als een smalle
+gouden streep over het witte kapje en de witte schort. Hij bleef voor
+haar staan leunen tegen de vensterleuning en keek hoe zij naaide.
+
+"Weet u wel, zuster, dat die reis naar Lourdes, die ik als een corvee
+op mij genomen heb, om een vriend een dienst te bewijzen, een van de
+weinige gelukkige dagen van mijn leven zal worden?"
+
+Zij begreep hem niet en vroeg naïef:
+
+"Hoe dat?"
+
+"Maar natuurlijk, omdat ik u teruggevonden heb, omdat ik met u hier
+ben en u een beetje in uw bewonderenswaardig werk helpen kan. En als u
+eens wist, hoe dankbaar ik u ben, hoe ik van u houd, hoe ik u vereer!"
+
+Zij keek op, om hem in zijn gezicht te kunnen zien en begon zonder
+eenige verlegenheid te lachen. Zij zag er zoo bekoorlijk uit met
+haar leliëntint, haar klein, vroolijk mondje en haar prachtige,
+blauwe oogen, die altijd glimlachten. Zij was zoo teer en zoo slank,
+haar boezem niet ontwikkelder dan een in onschuld en toewijding
+opgegroeid meisje.
+
+"Houdt u zoo van me? Maar waarom?"
+
+"Waarom ik van u houd?... Maar omdat u het beste, het meest
+troostrijke, het hartelijkste schepseltje bent. U bent tot nog
+toe in mijn leven de diepste, de liefste herinnering, die ik mij
+altijd voor den geest roep, als ik behoefte heb aan opbeuring en
+aanmoediging... Herinnert u zich dan de maand niet meer, die wij
+samen hebben doorgebracht in mijn armzalig kamertje, toen ik ziek
+was en u mij zoo liefderijk hebt verpleegd?"
+
+"Natuurlijk!... Ik heb zelfs nooit zoo'n lieven patiënt gehad als
+u. Alles wat ik u gaf, nam u in; en wanneer ik u verschoond en daarna
+toegestopt had, bleef u zoo rustig liggen als een kind."
+
+Zij bleef hem met haar ongekunsteld lachje aankijken. Hij was
+mooi en sterk, zijn neus een beetje te groot misschien, zijn
+oogen schitterend, zijn mond rood onder de donkere snor in zijn
+jeugd-krachtig gezicht. Maar zij scheen alleen gelukkig hem zoo tot
+tranen geroerd voor zich te zien.
+
+"O, zuster, zonder u zou ik gestorven zijn. U hebt mij weer heelemaal
+beter gemaakt!"
+
+En terwijl zij met ontroerde blijdschap naar elkaar keken, rees die
+zalige maand weer voor hun geestesoog op. Zij hoorden het reutelen
+van madame Vêtu niet meer, zagen niet meer de met bedden volgepropte
+zaal, die in haar wanorde aan een na een groote ramp geïmproviseerde
+ambulance denken deed. Ergens heel hoog in een donker huis vonden zij
+elkaar terug, in een klein dakkamertje van het oude Parijs, waarin
+licht en lucht slechts binnentraden door een klein raam, dat uitzag
+op een oceaan van daken. Maar welk een bekoring lag er in dat samen
+alleen daar zijn, hij op het ziekbed geworpen door koorts, zij daar
+neergevallen als een goede engel, die als een goede kameraad, die niets
+te vragen heeft, uit haar klooster gekomen was. Zij verpleegde op die
+wijze al naar het viel, vrouwen, kinderen of mannen, volkomen gelukkig,
+als zij maar druk bezig zijn en lijden verzachten kon, zonder dat
+ook maar éénmaal de gedachte aan haar sexe in haar opkwam. Ook hij
+scheen nooit eraan gedacht te hebben, dat zij een vrouw kon zijn,
+ook al had zij zachte handen en een liefkoozende stem. Maar toch
+stroomden de teederheid van een moeder, de liefde van een zuster
+van haar uit. Gedurende drie weken had zij hem, zooals zij het
+uitdrukte, als een kind verpleegd, hem in en uit bed geholpen, zonder
+verlegenheid of zonder weerzin hem de intiemste diensten bewezen,
+beiden steun vindend in de reine heiligheid van het lijden en der
+barmhartigheid. Alles geschiedde alsof het boven het leven stond. En
+welk een heerlijke kameraadschap, wat een lachen als oude vrienden,
+toen herstel ingetreden was! Zij waakte toen ook nog over hem, gaf
+hem een tikje op zijn arm, wanneer hij dien eigenzinnig niet onder de
+dekens wilde doen. Hij keek naar haar, wanneer zij in een kom zeepsop
+maakte en zijn hemd waschte, om op die manier vijf stuivers waschgeld
+voor hem uit te sparen. Nooit kwam iemand naar boven, zij waren alleen,
+duizend mijl van de wereld verwijderd maar gelukkig in die eenzaamheid,
+waarin hun jeugd zoo kameraadschappelijk en vroolijk ontlook.
+
+"Herinnert u zich den ochtend nog, zuster, dat ik voor de eerste
+maal geloopen heb? U hebt mij uit bed geholpen en mij ondersteund,
+terwijl ik als een onhandige jongen struikelde en niet wist, hoe ik
+mijn beenen gebruiken moest... We moesten er zoo om lachen."
+
+"Ja zeker, u was gered, en daar was ik zoo blij om!"
+
+"En den dag, dat u kersen voor mij medegebracht hebt... Ik zie ons
+nog voor mij, ik in mijn kussens en u op den rand van het bed met de
+kersen op een groot stuk wit papier tusschen ons in. Ik wilde er geen
+aanraken, als u niet mee at... Toen hebben we er ieder op de beurt
+een genomen, en het papier raakte leeg en de kersen waren lekker."
+
+"Ja, ja, heel lekker... Het was precies als met de bessensap: die
+wou u ook niet drinken, als ik het niet deed."
+
+Zij lachten luider, want die herinneringen stemden hen zoo
+vroolijk. Maar een pijnlijke zucht van madame Vêtu riep hen weer tot
+het heden terug. Hij boog zich over de zieke, die zich niet bewogen
+had, heen en keek weer naar haar. De zaal had nog haar groote,
+huiverige stilte, welke alleen door de heldere stem van madame
+Désagneaux, die het linnen aan het tellen was, gestoord werd.
+
+Met een door aandoening verstikte stem begon hij weer:
+
+"O, zuster, al word ik honderd jaar, al leer ik alle vreugden en
+genietingen der wereld kennen, nooit zal ik een vrouw liefhebben,
+als ik u lief heb!"
+
+Toen boog zuster Hyacinthe, maar toch zonder verlegenheid, haar
+hoofd en begon weer te naaien. Een nauwlijks merkbaar blosje had haar
+leliëntint rose gekleurd.
+
+"Ik houd van u ook veel, mijnheer Ferrand. Maar u moet mij niet zoo
+trotsch maken. Ik heb voor u gedaan, wat ik voor zooveel anderen
+doe. Dat is mijn taak. En mijn belooning daarvoor is, dat de goede
+God u genezen heeft!"
+
+Weer werden zij gestoord. La Grivotte en Elise Rouquet kwamen vóór
+de anderen van de Grot terug. Onmiddellijk kroop la Grivotte op haar
+matras, die voor het bed van madame Vêtu op den grond lag, en haalde
+uit haar zak een stuk brood, dat zij begon te verslinden. Sedert den
+vorigen dag had Ferrand zich voor deze teringlijdster geïnteresseerd,
+die zoo'n merkwaardige periode van onrust doormaakte en door een
+overdreven honger en een koortsachtige behoefte om zich te bewegen
+aangegrepen was. Maar op dit oogenblik trof het geval van Elise Rouquet
+hem nog meer; hij kon er nu niet meer aan twijfelen: de lupus, die
+haar gezicht weggevreten had, was merkbaar minder geworden. Zij had
+haar wasschingen aan de wonderbron volgehouden en kwam nu juist van
+het geneeskundig bureau, waar dr. Bonamy getriompheerd had. Verbaasd
+ging Ferrand naar haar toe en onderzocht de reeds bleeker en eenigszins
+droger geworden wond, die nog lang niet genezen was, maar waaraan toch
+wel degelijk een begin van genezing te constateeren viel. Het geval
+scheen hem zoo bijzonder, dat hij zich voornam enkele aanteekeningen
+erover te maken voor een van zijn vroegere leermeesters, die bezig
+was den nerveuzen oorsprong van sommige huidziekten, die het gevolg
+zijn van voedingsstoornissen, te bestudeeren.
+
+"Hebt u geen prikkelingen gevoeld?" vroeg hij.
+
+"Heelemaal niet, mijnheer, ik wasch mij en bid daarbij met heel mijn
+ziel den rozenkrans, dat is alles!"
+
+La Grivotte, ijdel en jaloersch, en die sedert den vorigen dag
+triompheerde, riep den dokter.
+
+"Ik ben genezen, mijnheer, genezen, heelemaal genezen!"
+
+Hij glimlachte met een vriendschappelijk gebaar, maar wilde haar
+niet onderzoeken.
+
+"Ik weet het, beste meid; je mankeert niets meer!"
+
+Doch op dit oogenblik riep zuster Hyacinthe hem terug. Zij had haar
+naaiwerk weggeworpen, toen zij madame Vêtu, door een vreeselijke
+misselijkheid overvallen, zich zag oprichten. Hoe zij zich ook haastte,
+zij kwam nog te laat met haar kom: de zieke had weer een zwarten,
+roetachtigen golf uitgebraakt, waarin zich ditmaal ook bloed bevond,
+violetachtige bloeddraden. Dat was de bloeduitstorting, het naderende
+einde, waar Ferrand bang voor was.
+
+"Waarschuw de directrice," zeide hij fluisterend, terwijl hij zelf
+een stoel bij het bed trok.
+
+Zuster Hyacinthe ging madame de Jonquière halen. Het linnen was
+geteld en zij vond haar in een druk gesprek met haar dochter Raymonde,
+terwijl madame Désagneaux haar handen aan het wasschen was.
+
+Raymonde was een oogenblik uit het refectorium ontsnapt, waar zij
+dienst deed. Zij vond het een vreeselijk werk: van die lange, smalle
+zaal met haar twee rijen vette tafels, haar walgelijken stank van
+etensrestjes en ellende, keerde haar hart in haar lichaam om. Zij was
+gauw naar boven gekomen, profiteerend van het halve uurtje, dat zij,
+voor het terugkomen der zieken, nog vrij had. Buiten adem, met een
+kleur en schitterende oogen vloog zij haar moeder om de hals:
+
+"O, mama, wat een geluk!... Het is zoo ver!"
+
+Verwonderd, haar hoofd nog vol van de leiding der zaal, begreep madame
+de Jonquière haar niet.
+
+"Wat dan, kindlief?"
+
+Toen fluisterde Raymonde, terwijl een blos haar wangen kleurde:
+
+"Mijn huwlijk."
+
+Nu was het de beurt der moeder om blij te zijn. Een levendige
+voldoening straalde op haar mollig gelaat van rijpe, knappe, nog
+aantrekkelijke vrouw. Onmiddellijk zag zij haar kleine woning in de
+rue Vaneau terug, waarin zij, na den dood van haar man, haar dochter
+met de enkele duizenden francs, die hij haar nagelaten had, zoo krap
+opvoedde. Een huwlijk beteekende een nieuw leven, opende voor haar
+weer de salons.
+
+"Kind, wat ben ik blij!"
+
+Maar een plotselinge verlegenheid maakte zich van haar meester. God
+was haar getuige, dat zij sedert drie jaar naar Lourdes kwam uit een
+drang van Christelijke liefde, om de vreugde haar zieken te kunnen
+verzorgen. Misschien zou zij, als zij haar geweten nauwkeurig nagegaan
+had, in haar toewijding ook iets gevonden hebben van haar autoritaire
+natuur, die haar het bevelen zoo aangenaam maakte. En de hoop om voor
+haar dochter een man te vinden onder de jongelui van haar stand,
+die zooveel in de Grot dienst deden, zou pas in de laatste plaats
+gekomen zijn. Zij dacht er wel aan, doch alleen als aan iets, dat
+mogelijk was en waarover zij niet sprak.
+
+Maar haar geluk ontrukte haar een bekentenis.
+
+"Ach kind, het verwondert me eigenlijk niets, ik had het vanmorgen
+aan de Heilige Maagd gevraagd!"
+
+Dan wilde zij een zekerheid hebben, vroeg naar bijzonderheden. Raymonde
+had haar nog niets verteld van de lange wandeling van den vorigen
+dag aan den arm van Gérard, daar zij liever alleen over die dingen
+wilde praten, wanneer zij de zekerheid bezat eindelijk een echtgenoot
+veroverd te hebben. En nu was het zoo ver, zooals zij het zoo vroolijk
+uitriep: 's ochtends nog had zij in de Grot den jongen man gezien,
+die uitdrukkelijk zijn woord gegeven had. Ongetwijfeld zou mijnheer
+Berthaud, vóór zij uit Lourdes vertrokken, voor zijn neef haar hand
+komen vragen.
+
+"Nu," zeide madame de Jonquière, die haar gewetensbezwaren op zij
+zette, lachend, "ik hoop, dat je gelukkig zult zijn. Geef me een
+zoen, kind!"
+
+Op dat oogenblik kwam zuster Hyacinthe zeggen, dat madame Vêtu op
+het uiterste lag. Raymonde was al weggeloopen. Madame Désagneaux,
+die haar handen afdroogde, maakte zich boos op die dames, die juist
+op den ochtend, dat je ze noodig kon hebben, allemaal verdwenen waren.
+
+"En met die madame Volmar is het precies zoo!... Waar kan die toch
+gebleven zijn. Sedert wij hier zijn, heb ik ze nog geen minuut gezien."
+
+"Laat madame Volmar toch met rust!" antwoordde madame de Jonquière
+eenigszins korzelig. "Ik heb je toch gezegd, dat ze ziek is."
+
+Beiden haastten zij zich naar madame Vêtu. Ferrand stond erbij te
+wachten. Op een vraag van zuster Hyacinthe of er niets meer aan te
+doen was, antwoordde hij met een hoofdknikje van neen. Als opgelucht
+door die eerste braking, was de stervende onbeweeglijk en met gesloten
+oogen blijven liggen. Maar die verschrikkelijke onpasselijkheid kwam
+terug en weer braakte zij een zwarte, met violetachtige bloeddraden
+vermengde golf uit. Dan volgde er een oogenblik van rust; zij sloeg
+haar oogen op en zag la Grivotte, die op haar matras gulzig haar brood
+naar binnen slokte. En daar zij voelde, dat zij stierf, vroeg zij:
+
+"Zij is genezen, niet waar?"
+
+La Grivotte hoorde het en riep opgewonden:
+
+"Ja, ja, madame, genezen, genezen, heelemaal genezen!"
+
+Een oogenblik scheen madame Vêtu ten prooi aan een afschuwlijke
+droefheid, aan een opstand van geheel haar wezen, dat niet wilde
+sterven, waar anderen bleven leven. Maar reeds berustte zij en hoorde
+men haar zacht zeggen:
+
+"De jongen moeten blijven."
+
+Haar oogen, die wijd open bleven staan, keken rond en schenen afscheid
+te nemen van al de menschen, die zij daar tot haar verbazing vond. Zij
+trachtte zelfs te glimlachen, toen zij den begeerig-nieuwsgierigen blik
+ontmoette, dien de kleine Sophie op haar gevestigd bleef houden: het
+lieve kind was haar vanochtend in bed nog een zoen komen geven. Elise
+Rouquet had, onverschillig voor iedereen en alles, haar spiegel genomen
+en was verdiept in de aanschouwing van haar gezicht, dat zij met de
+minuut mooier meende te zien worden, sedert de wond opdroogde. Maar
+vooral de aanblik van de in haar extase zoo bekoorlijke Marie scheen
+de stervende in verrukking te brengen. Zij keek haar lang aan,
+steeds weer werd haar blik naar haar getrokken als naar een visioen
+van licht en vreugde. Misschien geloofde zij reeds de heiligen van
+het paradijs in de glorie van het zonlicht te zien.
+
+Plotseling begon het braken opnieuw; maar nu was het niets meer
+dan bloed, bedorven, wijnkleurig bloed. De golf was zoo groot,
+dat hij op de deken spatte en het geheele bed bevuilde. Vergeefs
+droegen madame de Jonquière en madame Désagneaux, beiden even bleek
+en op haar beenen bevend, servetten. Ferrand was, in zijn onmacht
+om te helpen, weer bij het raam gaan staan, waar hij daareven zoo'n
+heerlijk oogenblik doorleefd had, terwijl ook zuster Hyacinthe in een
+instinctieve beweging, die zij zich zeker niet bewust was, naar dat
+gelukkige raam kwam, als wilde zij zich dicht tegen hem aan drukken.
+
+"Mijn God!" prevelde zij, "kan je er niets doen?"
+
+"Neen, niets! Zij zal uitgaan als een lamp, die leeg raakt!"
+
+Uitgeput nu, terwijl een bloederige draad nog uit haar mond vloeide,
+staarde madame Vêtu madame de Jonquière aan, terwijl haar lippen zich
+bewogen. De directrice boog zich over haar heen en hoorde de langzame,
+half gebroken woorden:
+
+"Het is voor mijn man, mevrouw... De winkel is in de rue Mouffetard,
+o, heel klein, niet ver van de Gobelins... Hij is horlogemaker, hij
+is, om de klanten, natuurlijk niet mee kunnen gaan. Hij zal leelijk
+in verlegenheid raken, als hij me niet ziet terugkomen... Ja, ik
+poetste het zilverwerk en deed de boodschappen."
+
+Haar stem werd zwakker, door het reutelen kwamen de woorden er met
+horten en stooten uit.
+
+"Ik zou u willen vragen hem te schrijven, omdat ik het niet gedaan heb
+en het nu afloopt met me... Zeg hem, dat mijn lijk te Lourdes blijft,
+anders zou het te duur worden... En dat hij weer trouwen moet, dat
+moet in den handel... De nicht, zeg hem, de nicht..."
+
+Verder was het niet meer dan een verward gemompel. De zwakte was te
+groot, de ademhaling stond stil. Toch bleven in het gele, waskleurige
+gelaat de wijd geopende oogen nog leven. En die oogen schenen zich
+wanhopig en radeloos vast te hechten aan het verleden, aan alles, wat
+straks niet meer voor haar bestaan zou, aan den kleinen horlogewinkel
+in een volksbuurt, aan den eentonigen en regelmatigen gang van het
+huishouden naast een werkzaam man, die altijd over horloges gebogen
+zat, aan het groote genoegen, om 's Zondags bij de fortificaties
+vliegers te zien opgaan. Dan verwijdden haar oogen zich en trachtten
+vergeefs iets te onderscheiden in den donkeren nacht, die opkwam.
+
+Een laatste maal boog madame de Jonquière, die opnieuw de lippen
+bewegen zag, zich over haar heen. Het was nu niets meer dan een
+zwakke luchttrilling, een stem uit het hiernamaals, die als uit de
+verte met een grenzenlooze verslagenheid stamelde:
+
+"Zij heeft mij niet genezen!"
+
+En zacht blies madame Vêtu den laatsten adem uit.
+
+Alsof zij erop gewacht had, sprong de kleine Sophie Couteau,
+bevredigd, van het bed en ging aan het andere einde der zaal weer
+met haar pop spelen. Noch la Grivotte, die haar brood opat, noch
+Elise Rouquet, die alleen oogen had voor haar spiegel, hadden iets
+van het geval gemerkt. Maar van den laatsten ademtocht, die langs
+haar streek, en door het angstig fluisteren van madame de Jonquière
+en madame Désagneaux, voor wie die sterfbedden iets ongewoons waren,
+scheen Marie te ontwaken uit haar hoopvolle verrukking, waarin het
+woordlooze gebed van geheel haar wezen haar gebracht had. En toen zij
+begreep wat er gebeurd was, werd zij, die zeker was van haar genezing,
+aangegrepen door een zusterlijk medelijden met haar lijdensgenooten,
+dat haar de tranen in de oogen bracht.
+
+"De arme vrouw, zoo ver van huis en zoo alleen in het uur der
+wedergeboorte te moeten sterven."
+
+Ferrand, die ondanks zijn beroepsonverschilligheid toch diep geroerd
+was, kwam naderbij, om den dood te constateeren; op een teeken van
+hem sloeg zuster Hyacinthe het laken over het gezicht der doode, want
+er viel niet aan te denken het lijk thans weg te dragen. De zieken
+kwamen in groepjes van de Grot terug, de zooeven in het zonlicht nog
+zoo vredige zaal vulde zich weer met haar gewoon tumult van ellende
+en lijden, met zwaar gehoest, sleepende beenen, den muffen geur,
+de jammerlijke uitstalling van alle menschelijke ziekten.
+
+
+
+
+II.
+
+Dien Maandag was de toeloop naar de Grot reusachtig groot. Het was de
+laatste dag, dien de nationale bedevaart te Lourdes zou doorbrengen;
+en pater Fourcade had in zijn herderlijken lastbrief van dien
+ochtend gezegd, dat men de hoogste kracht van liefde en geloof moest
+ontwikkelen, om van den hemel al de genade en wonderdadige genezingen
+te verkrijgen, die hij in zijn goedheid zou willen geven. Van af twee
+uur in den middag waren dan ook twintigduizend koortsachtig opgewonden
+pelgrims, door de vurigste verwachtingen bezield, aanwezig. Van minuut
+tot minuut groeide de stroom zóó aan, dat baron Suire angstig uit de
+Grot naar Berthaud kwam.
+
+"Wij zullen overstroomd worden, vriendlief... Verdubbel de ploegen
+en breng de mannen wat nader bij."
+
+De Hospitalité de Notre-Dame du Salut was alleen met het bewaren der
+orde belast, er waren noch veldwachters noch politie-agenten. Vandaar
+dat baron Suire zich zoo ongerust maakte. Maar Berthaud was in zulke
+gevallen een man, naar wiens woord geluisterd werd, wiens kalme
+energie vertrouwen inboezemde.
+
+"Stel u maar gerust, ik sta voor alles in... Ik ga hier niet vandaan
+voor de processie van vier uur afgeloopen is."
+
+Intusschen gaf hij Gérard een wenk bij hem te komen.
+
+"Geef aan je mannen het strengste consigne. Alleen de personen, die
+een kaart hebben, mogen passeeren. Houd ze goed bij elkaar en zeg hun,
+dat ze het touw goed vasthouden!"
+
+Onder de klimop, die de rots bedekten, opende zich de Grot en glansde
+in den eeuwigen gloed van haar kaarsen. Uit de verte leek zij wat
+gedrukt, onregelmatig, te eng en te bescheiden door den ademtocht
+der oneindigheid, die eruit kwam, de gezichten verbleekte en alle
+hoofden buigen deed. Het beeld der Heilige Maagd was niet meer dan een
+witte vlek, die zich in de bevende, door de kleine, gele vlammetjes
+verhitte lucht scheen te bewegen. Men moest op zijn teenen gaan staan,
+wilde men achter het hek het zilveren altaar, het van zijn hoes ontdane
+harmonium, de hoop op elkaar geworpen bloemruikers en de geloftegiften,
+die de berookte wanden kakelbont versierden, kunnen zien. Het weer
+was schitterend mooi, nooit nog had een helderder hemel zich over de
+onmetelijke menigte gewelfd: na het onweder van den nacht, dat de te
+drukkende hitte der twee eerste dagen verjaagd had, was het zachte
+koeltje heerlijk verfrisschend.
+
+Gérard moest van zijn ellebogen gebruik maken, om zijn bevelen te
+herhalen. Reeds ontstond er hier en daar gedrang.
+
+"Nog twee man hier! Stelt je desnoods in rijen van vier op en houdt
+het touw goed vast!"
+
+In de menigte openbaarde zich een onoverwinlijke, instinctmatige
+drang: de twintigduizend menschen werden als het ware tot de Grot
+aangetrokken; zij gingen er heen, gedreven door een onweerstaanbare
+kracht, waarin een brandende nieuwsgierigheid zich paarde aan een
+onleschbare dorst naar het mysterie. Aller blikken concentreerden
+zich op, aller monden, aller handen, aller lichamen werden getrokken
+naar den bleeken vlammenglans der kaarsen, naar de witte, bewegende
+vlek der marmeren Maagd. Om de breede voor de zieken gereserveerde
+ruimte voor het hek voor dezen vrij te houden, had men die met een
+dik touw moeten omgeven, dat de brancarddragers op tusschenruimten
+van twee of drie meter met hun beide handen vasthielden. Deze hadden
+het consigne alleen de zieken, die een kaart der Hospitalité hadden,
+en de enkele personen, die van een speciale autorisatie voorzien
+waren, door te laten. Zij lichtten het touw dan wat op en lieten het
+onverbiddelijk voor iedere smeekbede achter de uitverkorenen weer
+zakken. Zelfs traden zij eenigszins ruw op, daar zij er onbewust een
+genoegen in vonden het gezag uit te oefenen, waarmede zij voor één
+dag bekleed waren. Maar tevens dient erkend te worden, dat ze het
+dikwijls hard te verantwoorden hadden en zij elkaar steunen, met al
+hun kracht weerstand bieden moesten, om niet meegesleurd te worden.
+
+Terwijl de banken voor de Grot en de gereserveerde ruimten zich met
+ziekenwagentjes en draagbaren vulden, bleef de menigte, de onmetelijke
+menigte in de buurt ronddwalen. Zij begon bij de place du Rosaire en
+strekte zich over den geheelen boulevard langs den Gave uit; in zijn
+geheele lengte was het trottoir zwart van de menschen, een zóó dichte
+menschengolf, dat het verkeer er door gestremd werd. Op de borstwering
+zat een eindelooze rij vrouwen--ja er stonden er zelfs enkelen--om
+beter te kunnen zien, en liet de zijde van haar parasols, lichte,
+feestelijk vroolijke zijde, in de zon vlammen. Men had een allée
+vrij willen houden, om de zieken te transporteeren, maar telkens
+werd zij weer overstroomd en versperd, zoodat de wagentjes en de
+draagbaren moesten blijven staan, tot dat een brancarddrager ze kwam
+bevrijden. Maar de groote, rondtrappelende kudde was zeer meegaande
+en gewillig als lammeren; men behoefde slechts hun onwillekeurig
+opdringen naar de brandende kaarsen te keer te gaan. Nooit was er een
+ongeluk voorgekomen ondanks de steeds toenemende opwinding, die uit
+de menigte opsteeg en haar in een teugelloos geloofsdelirium bracht.
+
+Opnieuw baande baron Suire zich een weg door de menigte.
+
+"Berthaud, Berthaud! Laat de menschen toch niet zoo haastig zijn... In
+dat gedrang zouden vrouwen en kinderen onder den voet geraken!"
+
+Ditmaal werd Berthaud wat ongeduldig.
+
+"Maar ik kan toch niet overal tegelijk zijn... Sluit het hek voor
+een oogenblik, als het noodig is."
+
+Het ging om de menigte, die men gedurende den geheelen middag om de
+Grot defileeren liet. De geloovigen kwamen door de linkerdeur naar
+binnen en gingen door de rechter weer naar buiten.
+
+"Het hek sluiten!" riep de baron uit. "Dat zou de zaak nog maar erger
+maken; de menschen zouden er elkaar dood tegen drukken!"
+
+Toevallig was Gérard in de buurt, die even praatte met Raymonde,
+welke met een kop bouillon voor een arme vrouw in haar hand aan de
+andere zijde van het touw stond. Berthaud droeg den jongen man op
+twee man bij de ingangsdeur van het hek te plaatsen met het consigne
+de pelgrims met niet meer dan tien tegelijk door te laten gaan. Toen
+Berthaud zijn opdracht uitgevoerd had en terugkwam, was Berthaud met
+Raymonde aan het lachen en schertsen. Zij ging weg en de twee neven
+keken naar haar, terwijl zij de lamme liet drinken.
+
+"Een bekoorlijk meisje, en het staat vast, dat je met haar trouwt,
+niet?"
+
+"Ik zal vanavond met haar moeder spreken. Ik reken erop, dat u met
+me meegaat!"
+
+"Natuurlijk... Je weet wat ik je gezegd heb: het is het verstandigste
+wat je doen kunt. Haar oom zal je, voor het zes maanden verder is,
+een mooi baantje bezorgen."
+
+Door het gedrang werden zij gescheiden. Berthaud ging zich persoonlijk
+overtuigen of het défilé in de Grot nu ordelijker geschiedde. Uren
+lang was het dezelfde onafgebroken stroom mannen, vrouwen en kinderen,
+een stroom van al degenen, die uit de geheele wereld naar de Grot
+gekomen waren. Alle standen waren er dan ook bijeen, bedelaars in
+lompen naast welgestelde burgers, boerinnen, naar de nieuwste mode
+gekleede dames, dienstmeisjes zonder hoed, kinderen op bloote voeten
+en meisjes met pommade in het haar, dat vastgehouden werd door een
+lint. De toegang was vrij, het mysterie stond open voor allen, voor
+geloovigen en ongeloovigen, voor hen, die alleen door nieuwsgierigheid
+gedreven werden en voor hen, die er met een hart vol liefde en geloof
+kwamen. Maar bijna allen waren even zeer onder den indruk en voelden
+zich in dien zwoelen wasgeur benauwd door de zware tabernakellucht,
+die zich onder de rots verzamelde, terwijl zij, uit vrees op de
+ijzeren roosters uit te glijden, naar hun voeten keken. Velen wisten
+niet meer, wat zij doen moesten, bogen niet voor het altaar, keken
+maar rond naar alles met de kinderlijke onrust van onverschilligen,
+die in het onbekende inwendige van een heiligdom verdwaald zijn. Maar
+de vromen maakten het teeken des kruises, wierpen dikwijls een brief
+in de Grot, legden bloemruikers en kaarsen neder, kusten de rots
+aan de voeten der Heilige Maagd, of wreven daartegen rozenkransen,
+medailles en andere dergelijke dingen, welke door die aanraking alleen
+reeds gewijd werden. En het défilé ging door, zonder ophouden door,
+dagen, maanden, jaren lang; het leek alsof de geheele wereld in dat
+rotshoekje kwam, alle menschelijke ellende, alle menschelijk lijden
+scheen er achter elkaar door te trekken en in dien gehypnotiseerden,
+aanstekelijken rondgang naar het geluk te komen zoeken.
+
+Toen Berthaud geconstateerd had, dat overal nu alles geregeld en
+ordelijk zijn gang ging, liep hij als eenvoudig toeschouwer rond
+om zijn mannen te controleeren. Het eenige, waar hij zich ongerust
+over bleef maken, was de processie van vier uur, gedurende welke
+zich steeds zulk een razende opgewondenheid openbaarde, dat er
+steeds ongelukken te duchten waren. En deze laatste dag beloofde,
+te oordeelen naar de huivering van een overspannen geloof, die
+hij reeds uit de menigte voelde opkomen, een der ergste te zullen
+worden. De opwinding steeg tot haar hoogste punt; alles werkte samen:
+de koortsachtige reis, de obsessie van dezelfde steeds weer herhaalde
+liederen, dezelfde hardnekkig volgehouden godsdienstige oefeningen,
+de onophoudelijke gesprekken over de wonderen en de steeds op den
+goddelijken vlammengloed der Grot gerichte idée fixe. Vele pelgrims
+hadden in geen drie nachten geslapen, waren in een toestand van
+door visioenen bezocht waken gekomen, liepen in een droom, die
+haar opwinding nog meer aanwakkerde. Geen rust werd hun gelaten,
+de onophoudelijke gebeden waren als een zweep, die hun zielen
+striemde. Nooit hielden de aanroepingen der Heilige Maagd op, de eene
+priester na den anderen beklom den kansel, schreeuwde het algemeene
+lijden uit, leidde de wanhopige smeekbeden der menigte gedurende den
+geheelen tijd, dat de zieken zaten voor het witte marmeren beeld,
+dat met gevouwen handen en ten hemel gerichte blikken glimlachte.
+
+Op dat oogenblik werden de oefeningen van uit den wit-steenen
+kansel, die rechts van de Grot tegen de rots stond, geleid door
+een priester uit Toulouse, dien Berthaud kende en naar wien hij een
+oogenblik met een goedkeurend knikje bleef staan luisteren. Het was
+een dikke man met een brouwende stem en beroemd door zijn oratorische
+successen. Overigens bestond hier de geheele welsprekendheid in sterke
+longen, in een heftige manier om den zin, den kreet, die de menigte
+herhalen moest, uit te stooten, want het was niet veel meer dan een
+door Avé's en Pater's onderbroken geschreeuw.
+
+De priester, die den rozenkrans afgebeden had, trachtte zich op zijn
+korte beenen grooter te maken en begon nu, de inspiratie van het
+oogenblik volgend, aan de litanieën.
+
+"Maria, wij hebben u lief!"
+
+En de menigte herhaalde met zachter, verlegen en gebroken stem:
+
+"Maria, wij hebben u lief!"
+
+En nu hield het niet meer op. De stem van den priester klonk luid,
+de stem der menigte herhaalde in een smartelijk stamelen:
+
+"Maria, gij zijt onze eenige hoop!"
+
+"Maria, gij zijt onze eenige hoop!"
+
+"Reine Maagd, maak ons reiner onder de reinen!"
+
+"Reine Maagd, maak ons reiner onder de reinen!"
+
+"Heilige Maagd, red onze zieken!"
+
+"Heilige Maagd, red onze zieken!"
+
+Soms, wanneer zijn fantasie even te kort schoot, of hij een kreet nog
+dieper in de ziel der menigte wilde doen dringen, herhaalde hij dien
+driemaal, terwijl de schare, volgzaam, hem eveneens driemaal herhaalde,
+huiverend onder de prikkeling van die hardnekkige jammerklacht,
+die haar opwinding nog meer deed toenemen.
+
+De litanie duurde voort en Berthaud keerde naar de Grot terug. Zij,
+die in de Grot zelf defileerden, kregen, zoodra zij tegenover de zieken
+kwamen, een buitengewoon schouwspel te zien. De geheele groote ruimte
+tusschen de touwen was gevuld door de duizend à twaalfhonderd zieken,
+die met de nationale bedevaart medegekomen waren en onder den wijden
+blauwen hemel en op dezen schitterenden dag het hartbeklemmendste
+mengelmoes vormden, dat men zich denken kan. De drie ziekenhuizen
+hadden hun zalen van verschrikking geledigd. Het verst weg zag men
+het eerst op de banken hen, die nog zitten konden. Toch waren velen
+nog in kussens gestopt; leunden anderen tegen elkaar aan, waarbij de
+sterksten de zwaksten steunden. Vervolgens lagen voor de Grot zelf de
+zieken uitgestrekt; de steenen verdwenen onder die jammerlijke golf,
+dien grooten, stilstaanden poel van ellende en verschrikking. Er was
+daar een onbeschrijflijke opeenhooping van wagentjes, draagbaren en
+matrassen. Sommigen richtten zich in hun kleine karretjes, die veel
+op doodkisten geleken, op en staken dan boven de anderen, die gewoon
+op den grond lagen, uit. Er waren er die, gekleed, zich eenvoudig
+op het geruite linnen van hun matrassen hadden uitgestrekt. Anderen
+had men in hun beddegoed gebracht, zoodat men niets zag dan hun
+hoofd en hun magere handen, die buiten de dekens uitstaken. Slechts
+weinige bedden waren zindelijk. Enkele hagelwitte kussens, als een
+laatste bewijs van ijdelheid met borduurwerk voorzien, staken scherp
+af tegen de vuile ellende der andere, tegen de uitgepakte lompen,
+de versleten dekens, de met vlekken bezoedelde lakens. En dat alles
+was op elkaar geschoven, opgestapeld al naar gelang het gekomen was:
+vrouwen, mannen, kinderen, priesters, gekleeden en ongekleeden lagen
+in het verblindend helle daglicht schots en scheef door elkaar heen.
+
+En alle ziekten waren vertegenwoordigd: het geheele défilé,
+dat tweemaal per dag uit de hospitalen door het verbijsterde
+Lourdes trok. Door een eczeem weggevreten hoofden, met uitslag
+bedekte voorhoofden; neuzen en monden, die de elephantiasis tot
+gedrochtelijke snuiten gemaakt had; als waterzakken opgeblazen
+waterzuchtigen; rheumatieklijders met verdraaide handen en als met
+lompen volgepropte zakken opgeblazen voeten; een waterhoofd, dat door
+zijn vreeselijke zwaarte achterover hing; van koorts rillende, door
+dysenterie uitgeputte, lijkkleurige, broodmagere teringlijdsters;
+misvormde heupen; omgekeerde armen; scheefgegroeide halzen;
+arme gemartelde wezens, onbeweeglijk in de houding van tragische
+ledepoppen; ongelukkige rhachitische meisjes, die haar waskleurigen
+tint, haar magere, door koude tumoren aangevreten hals lieten zien;
+gele, wezenlooze vrouwen in de pijnlijke verstijving van ongelukkigen,
+die de kanker doet wegteren; anderen, doodsbleek en zich niet bewegen
+durvend uit vrees voor een schok van de gezwellen, wier benauwende
+beklemming haar bijna stikken deed; dooven, die niets hoorden en
+toch zongen; blinden, die urenlang staarden naar het beeld der Maagd,
+dat zij niet zien konden. Ook was er nog de kindsche, idiote vrouw,
+wier neus door den een of anderen tumor weggevreten was, en die
+met haar leegen, zwarten mond haar verschrikkelijken lach lachte;
+ook was er nog de epileptica, die doodsbleek was en wie het schuim
+op den mond stond van haar laatsten aanval.
+
+Maar ziekte noch lijden hadden hier eenige beteekenis meer, sedert zij,
+zittend of liggend, hun oogen op de Grot gevestigd hielden. De arme,
+uitgeteerde, aardkleurige gezichten werden verheerlijkt, begonnen te
+branden van hoop. Door gewrichtsrheumatiek stijve handen vouwden zich,
+zware oogleden vonden nog de kracht zich te openen; zwakke, toonlooze
+stemmen herleefden bij de aanroepingen van den priester. In den beginne
+was het niet meer dan onduidelijk gestamel, als zachte zuchtjes, die
+hier en daar uit de menigte òpwoeien. Dan steeg de kreet op, zwol aan,
+sleepte de menigte zelf van het eene einde van het reusachtige plein
+naar het andere mede.
+
+"Maria, ontvangen zonder zonde, bid voor ons!" schreeuwde de priester
+met zijn donderende stem.
+
+En de zieken en de pelgrims herhaalden al luider en luider:
+
+"Maria, ontvangen zonder zonde, bid voor ons!"
+
+Dan volgde in steeds sneller tempo:
+
+"Reine Moeder, kuische Moeder, uw kinderen liggen aan uw voeten!"
+
+"Koningin der Engelen, zeg één woord en onze zieken worden genezen!"
+
+"Koningin der Engelen, zeg één woord en onze zieken worden genezen!"
+
+Mijnheer Sabathier zat op de tweede rij naast den kansel. Hij had er
+zich vroeg heen laten brengen, daar hij een goed plaatsje wilde hebben
+en als oud bezoeker der Grot de beste hoekjes kende. Bovendien scheen
+het hem van groot belang om zoo dicht mogelijk in de nabijheid der
+Heilige Maagd te zijn, alsof zij er behoefte aan had haar getrouwe
+geloovigen te zien, om ze niet te vergeten. Sedert de zeven jaar,
+dat hij kwam, voedde hij slechts deze hoop: haar aandacht te trekken,
+haar eindelijk te vermurven, zijn genezing te verkrijgen, zoo niet
+naar keuze, dan toch naar ancienniteit. Daartoe had hij slechts
+geduld noodig, zonder dat de vastheid van zijn geloof ook maar in
+het minst geschokt werd. Maar als arm berustend man, die het een
+beetje moe werd telkens uitgesteld te worden, liet hij zich dikwijls
+afleiden. Hij had weten te bewerken, dat zijn vrouw bij hem bleef;
+zij zat nu op een vouwstoeltje naast hem; hij vond het prettig met
+haar te praten en haar deelgenoote te maken van zijn overpeinzingen.
+
+"Licht mij een weinig in de hoogte... Ik glijd naar beneden en zit
+niet goed."
+
+Hij zat in zijn broek en in een grof wollen jas op een matras en
+leunde met zijn rug tegen een omgevallen stoel.
+
+"Is het nu beter?" vroeg madame Sabathier.
+
+"Ja, ja!"
+
+Dan werd zijn aandacht getrokken door broeder Isidore, dien men ten
+slotte toch naar de Grot gebracht had en die nu op een matras naast
+hem lag; de deken had hij tot zijn kin opgetrokken; alleen zijn handen
+lagen gevouwen op het laken.
+
+"De arme kerel!... Het is heel onvoorzichtig, maar de Heilige Maagd
+is zoo machtig, wanneer zij wil."
+
+Hij wilde weer aan zijn rozenkrans beginnen, toen hij madame Maze zag,
+die zoo mager en zoo stil binnen de gereserveerde ruimte geslopen
+was, dat zij zeker onopgemerkt onder het touw door gekropen was. Zij
+zat op het einde der bank; maar nam niet meer plaats in dan een zoet,
+zich niet bewegend meisje. Haar lang gezicht met de vermoeide trekken,
+haar twee-en-dertig jaar van verlepte, voor haar tijd verwelkte vrouw,
+drukten een grenzenlooze droefheid, een eindelooze troosteloosheid uit.
+
+"Die dame bidt voor de bekeering van haar man," begon mijnheer
+Sabathier weer fluisterend, terwijl hij met een beweging van zijn
+kin op haar wees. "Je hebt haar vanochtend in een winkel ontmoet."
+
+"Ja, ja," antwoordde madame Sabathier. "En toen heb ik met een andere
+dame gesproken, die haar kent... Haar man is handelsreiziger. Hij is
+nu al in geen zes maanden thuis geweest en gaat met allerlei vrouwen
+uit. O, een heel vroolijke en aardige jongen moet het zijn, die het
+haar niet aan geld laat ontbreken. Maar zij is dol op hem en kan zich
+er niet in schikken, dat zij zoo door hem verlaten wordt; en nu komt
+zij de Heilige Maagd vragen hem aan haar terug te geven... Op dit
+oogenblik moet hij met twee dames te Luchon zijn, de zusters..."
+
+Met een gebaar viel mijnheer Sabathier haar in de rede. Hij keek
+naar de Grot en werd weer de intellectueel, de oude professor, dien
+kunstquaesties vroeger hartstochtelijk geïnteresseerd hadden.
+
+"Kijk," zeide hij, "ze hebben de Grot bedorven door haar te mooi te
+willen maken. Ik ben er vast van overtuigd, dat zij in haar vroegeren
+woesten staat veel mooier was. Zij heeft haar karakter verloren... En
+wat een leelijken winkel hebben ze daar links neergeplakt."
+
+Maar hij kreeg berouw over zijn verstrooidheid. Zou misschien in
+dien tijd de Heilige Maagd niet een ander, die vuriger bad en zich
+beter gedroeg dan hij, uitverkiezen? Ongerust keerde hij weer tot
+zijn bescheidenheid en geduld terug en wachtte gedachteloos en met
+wezenlooze oogen op wat de hemel over hem beschikken zou.
+
+Trouwens de luide roep van een nieuwe stem bracht hem ook terug in
+dien toestand van verootmoediging, waarin de geleerde denker, die hij
+vroeger geweest was, in hem stierf. Een andere geestelijke stond nu
+op den preekstoel, een capucijner ditmaal, wiens zwaar keelgeluid de
+menigte huiveren deed.
+
+"Heilige Maagd der Maagden, zij gezegend!"
+
+"Heilige Maagd der Maagden, zij gezegend!"
+
+"Heilige Maagd der Maagden, wend uw aangezicht niet van ons af!"
+
+"Heilige Maagd der Maagden, wend uw aangezicht niet van ons af!"
+
+"Heilige Maagd der Maagden, adem op onze wonden, en onze wonden
+zullen opdrogen."
+
+"Heilige Maagd der Maagden, adem op onze wonden, en onze wonden
+zullen opdrogen."
+
+De familie Vigneron was erin geslaagd zich een plaatsje te veroveren
+op een punt van de eerste bank aan den kant van de hoofdallée, die
+vol menschen was. Zij waren er allen: de kleine Gustave zat met zijn
+kruk tusschen zijn beenen; aan den eenen kant zat zijn moeder naast
+hem, die de gebeden volgde, aan den anderen kant madame Chaise,
+die het in de drukte vreeselijk benauwd had, en mijnheer Vigneron,
+die zwijgend naar zijn schoonzuster keek.
+
+"Wat heb je toch?" vroeg hij haar. "Voel je je niet lekker?"
+
+Zij haalde moeilijk adem.
+
+"Ik weet niet wat het is... Ik voel mijn beenen niet meer en ik heb
+het zoo benauwd."
+
+Oogenblikkelijk was de gedachte bij hem opgekomen, dat de koortsachtige
+opwinding en de drukte, die aan een bedevaart verbonden zijn, alles
+behalve goed moesten zijn voor een hartkwaal. Zeker, hij wenschte
+niemand dood, hij had nooit iets dergelijks aan de Heilige Maagd
+gevraagd. Dat zij zijn wensch naar promotie door den plotselingen
+dood van zijn chef, verhoord had, moest een gevolg zijn van het
+feit, dat deze volgens de raadsbesluiten des hemels gedoemd was te
+sterven. En zoo zou hij, wanneer madame Chaise het eerst stierf en
+haar vermogen aan Gustave naliet, zich eveneens hebben te buigen
+voor den wil van God, die gewoonlijk oude menschen eerder sterven
+laat dan jongere. Zijn hoop was desniettemin, zij het ook onbewust,
+zoo levendig, dat hij niet nalaten kon een blik te wisselen met zijn
+vrouw, in wie dezelfde gedachte onwillekeurig opgekomen was.
+
+"Gustave, schuif een beetje op zij," riep hij uit. "Je hindert
+je tante."
+
+En toen Raymonde voorbijkwam, vroeg hij:
+
+"Zoudt u misschien niet een glas water hebben, mademoiselle. Mijn
+schoonzuster dreigt flauw te vallen."
+
+Maar madame Chaise weigerde met een gebaar. Zij werd al beter, kon
+weer adem halen.
+
+"Neen, niets, dank u... Ik ben al weer beter... Maar ik dacht heusch,
+dat ik stikken zou."
+
+Zij rilde nog van vrees, haar oogen stonden verwilderd in haar bleek
+gezicht. Zij vouwde opnieuw haar handen en smeekte de Heilige Maagd
+haar voor andere aanvallen te sparen en haar te genezen, terwijl het
+echtpaar Vigneron weer het oude gebed prevelde, waarvoor zij naar
+Lourdes gekomen waren: een gelukkige ouderdom, dien zij na een eervol
+leven van twintig jaar wel verdiend hadden, en een voldoende vermogen,
+om den avond van hun leven te kunnen genieten op het land. De kleine
+Gustave, die met zijn scherpe oogen alles gezien en met zijn helder
+verstand alles begrepen had, bad niet, maar glimlachte met zijn
+onbestemd, raadselachtig glimlachje in het ijle niet. Waartoe diende
+het te bidden? Hij wist, dat de Heilige Maagd hem niet zou genezen
+en dat hij sterven zou.
+
+Maar mijnheer Vigneron kon het nooit lang uithouden zonder zich met
+zijn buurlieden te bemoeien. In het midden van de stampvolle allée had
+men madame Dieulafay, die te laat gekomen was, neergezet. Hij verbaasde
+zich over dien luxe, over die soort met witte zijde gecapitonneerde
+doodkist, waarin de jonge vrouw, gekleed in een rose met kant
+afgezetten peignoir, lag. Haar man, in gekleede jas, en haar zuster
+in een zwart, eenvoudig, maar zeer elegant toilet stonden naast haar,
+terwijl abbé Judaine, naast de zieke geknield, een vurig gebed opzond.
+
+Toen de priester weer opstond, maakte mijnheer Vigneron een plaatsje
+voor hem op de bank en veroorloofde zich de vrijheid te vragen:
+
+"En voelt de arme jonge vrouw zich al wat beter?"
+
+Abbé Judaine maakte een gebaar van troostelooze droefheid.
+
+"Helaas, neen... Ik was zoo vol hoop! Ik heb de familie overgehaald
+hierheen te gaan. De Heilige Maagd heeft mij twee jaar geleden een zoo
+buitengewone genade bewezen door mijn arme verloren oogen te genezen,
+dat ik vertrouwde nog een gunst van haar te krijgen... Enfin, ik wil
+nog niet wanhopen. Wij hebben nog tijd tot morgen."
+
+Mijnheer Vigneron keek aandachtig naar dat vrouwengezicht, waarin men
+het zuivere ovaal en de prachtige oogen zag, doch dat nu wezenloos
+en als een doodenmasker in de kant lag.
+
+"Het is werkelijk heel treurig," mompelde hij.
+
+"En als u haar verleden zomer gezien hadt!" begon de priester
+weer. "Zij hebben hun kasteel te Saligny, mijn parochie, en ik dineerde
+dikwijls bij hen... Ik kan haar andere zuster, madame Jousseur, de
+dame in het zwart, die daar staat, niet aanzien, zonder tranen in mijn
+oogen te krijgen, want zij lijkt veel op haar, maar de zieke was nog
+mooier, een der schoonheden van Parijs. Vergelijk die schittering, die
+verheven gratie eens bij dat arme, beklagenswaardige schepsel... Daar
+krimpt je hart bij ineen. En wat een vreeselijke les!"
+
+Hij zweeg een oogenblik. De vrome man, die hij van nature was,
+zonder eenigen hartstocht en zonder scherp verstand, dat hem zijn
+geloof moeilijk maakte, had een naïeve bewondering voor schoonheid,
+rijkdom en macht, die hij echter nooit benijd had. Toch durfde hij
+uiting geven aan een twijfel, aan iets, dat hem hinderde en hem zijn
+gewone kalmte ontnam.
+
+"Ik voor mij had liever gezien, dat zij eenvoudiger hier gekomen was,
+zonder al dat vertoon van luxe, want de Heilige Maagd ziet met meer
+welgevallen op de nederigen neer... Maar ik begrijp heel goed, dat
+de maatschappelijke verhoudingen zoo iets noodzakelijk maken. En
+dan hoeveel houden haar man en haar zuster van haar! Bedenk eens,
+dat hij er zijn zaken en zij er haar mondaine genoegens voor in den
+steek gelaten hebben; de gedachte dat zij haar kunnen verliezen,
+maakt hen zoo van streek, dat zij altijd die vochtige oogen en die
+troostelooze uitdrukking hebben, die u nu ziet. We moeten het hun dan
+ook niet al te zeer verwijten, dat zij haar de vreugde geven mooi te
+zijn tot haar laatste uur."
+
+Mijnheer Vigneron knikte goedkeurend. De rijke lui hadden niet het
+meeste geluk in de Grot. Dienstboden, boerinnen, arme vrouwen genazen,
+terwijl dames met haar ziekten en zonder verlichting van hun lijden
+teruggingen, ondanks haar giften en de dikke kaarsen, die zij lieten
+branden. En ondanks zichzelf keek hij naar madame Chaise, die weer
+geheel bekomen was van haar aanval en nu met een gelukzalig gelaat
+zat uit te rusten.
+
+Maar op dat oogenblik ging een beweging door de menigte en abbé
+Judaine zeide nog:
+
+"Pater Massias gaat den kansel op. Dat is een heilige, luister
+naar hem!"
+
+Men kende hem; hij kon zich niet vertoonen, zonder dat alle zieken
+door een plotselinge hoop bezield werden, want men zeide, dat zijn
+groote geloofsijver en zijn vroomheid de wonderen bevorderden. Hij
+ging door voor een man met een teedere en toch krachtvolle stem,
+die de Heilige Maagd lief had.
+
+Alle hoofden hadden zich opgericht, en de ontroering werd nog grooter,
+toen men pater Fourcade zag, die tot onder aan den kansel medegekomen
+was, steunend op den schouder van zijn veel geliefden, onder allen
+uitverkoren broeder; hij bleef staan om hem te hooren. Zijn jichtige
+voet deed hem sinds dien ochtend veel pijn, zoodat hij veel moed
+noodig had om zoo rustig te blijven staan. De toenemende geestdrift
+der menigte maakte hem gelukkig, hij voorzag wonderen, opzienbarende
+genezingen, tot roem van Maria en Jezus.
+
+Pater Massias sprak niet dadelijk, toen hij op den kansel was. Hij
+leek heel groot, mager en bleek met zijn ascetengelaat, dat door de
+verkleurde baard nog langer scheen. Zijn oogen fonkelden, zijn groote,
+welsprekende mond zette zich hartstochtelijk uit.
+
+"Heer, red ons; wij vergaan."
+
+En medegesleept herhaalde de menigte in een koortsachtige beweging,
+die van minuut tot minuut steeg:
+
+"Heer, red ons; wij vergaan."
+
+Hij opende zijn armen en slingerde zijn vlammend woord, alsof hij
+het uit zijn laaiend hart gerukt had, naar de menigte:
+
+"Heer, als gij wilt, kunt gij mij genezen!"
+
+"Heer, als gij wilt, kunt gij mij genezen!"
+
+"Heer, ik ben niet waard, dat gij ingaat in mijn huis, maar spreek
+slechts één woord, en ik zal genezen worden!"
+
+"Heer, ik ben niet waard, dat gij ingaat in mijn huis, maar spreek
+slechts één woord, en ik zal genezen worden!"
+
+Marthe, de zuster van broeder Isidore, was zachtjes begonnen te praten
+met madame Sabathier, naast wie zij eindelijk was gaan zitten. Ze
+hadden kennis gemaakt in het Hôpital en in de verbroedering van zooveel
+lijden vertelde de dienstbode vertrouwlijk tegen de "mevrouw", hoe
+ongerust zij zich over haar broer maakte, want zij zag heel goed,
+dat hij op het uiterste lag. De Heilige Maagd moest zich haasten,
+wanneer zij hem nog genezen wilde. Het was al een wonder, dat men
+hem nog levend in de Grot gebracht had.
+
+In haar berusting van arm, eenvoudig schepseltje weende zij niet. Maar
+haar hart was zoo vol, dat de weinige woorden, die zij sprak, haar
+bijna deden stikken. Dan kwam de herinnering aan het verleden als een
+bruisende golf boven en met haar door het lange zwijgen schorrige stem,
+stortte zij haar hart uit:
+
+"Wij waren in Saint-Jacut, dicht bij Vannes, met ons veertienen
+thuis... Hij is, zoo groot als hij was, altijd ziekelijk geweest en
+daarom is hij ook bij heer pastoor gebleven, die hem eindelijk in
+de Christelijke scholen heeft laten opnemen... De oudsten hebben de
+boerderij genomen, maar ik wou liever gaan dienen. Ja, een dame heeft
+me nou vijf jaar geleden meegenomen naar Parijs... O, hoe moeilijk
+is toch het leven. Ieder heeft zoo zijn eigen kruis!"
+
+"Zeg dat wel," antwoordde madame Sabathier, terwijl zij naar haar
+man keek, die met devotie iederen zin van pater Massias herhaalde.
+
+"En toen," vertelde Marthe verder, "hoorde ik verleden maand,
+dat Isidore uit de warme landen, waar hij zendeling geweest was,
+teruggekomen was en een leelijke ziekte meegebracht had... Toen ben ik
+dadelijk naar hem toe gegaan, en toen zeide hij, dat hij sterven zou,
+wanneer hij niet naar Lourdes ging, maar dat hij onmogelijk die reis
+kon maken, omdat hij niemand had, om met hem mee te gaan... Nou, ik
+had tachtig francs opgespaard en toen heb ik mijn dienst opgezegd en
+zijn we samen gegaan... En dat ik zooveel van hem houd, madame, dat
+komt, omdat hij, toen ik nog klein was, aalbessen voor me meebracht
+uit de pastorie, terwijl mijn andere broers mij sloegen."
+
+Zij viel weer terug in haar zwijgen. Haar gezicht was opgezwollen van
+verdriet, zonder dat tranen wilden komen uit haar droeve, door het
+lange waken ontstoken en brandende oogen. Zij stamelde nog slechts
+onsamenhangende woorden.
+
+"Kijk toch eens naar hem, madame... Het is om medelijden mee te
+krijgen... Ach, lieve God, die arme wangen, die arme kin, dat arme
+gezicht!"
+
+Het was inderdaad een verschrikkelijke aanblik. Het hart van madame
+Sabathier kromp ineen, toen zij broeder Isidore daar zoo geel, zoo
+aardkleurig, zoo bedekt met het koude doodszweet zag liggen. Hij
+liet alleen maar zijn gevouwen handen en zijn door enkele haren
+omgeven gezicht zien; maar al schenen zijn waskleurige handen dood,
+al bewoog zich op zijn lang, door pijn vertrokken gelaat geen spier
+meer, de oogen leefden nog, de oogen met hun onuitbluschbare liefde,
+welker vlam voldoende was om zijn stervend gelaat als van een Christus
+aan het kruis te verhelderen. Nooit was het contrast van het lage
+voorhoofd en de bekrompen, dierlijke uitdrukking van den boer eener-
+en den hemelschen glans van dat arme, verwoeste, door het lijden
+geheiligde, in den hartstochtelijken gloed van het geloof in zijn
+laatste oogenblikken verheerlijkte doodenmasker anderzijds duidelijker
+uitgekomen. Het lichaam was als het ware weggesmolten, hij was zelfs
+geen ademtochtje meer; hij was nog slechts een blik, een licht.
+
+Sedert men hem daar neergelegd had, had hij zijn oogen niet meer
+afgewend van het beeld der Heilige Maagd. Niets anders bestond meer
+voor hem. Hij zag de groote menigte niet, hoorde zelfs niet het razende
+schreeuwen der priesters, de onafgebroken kreten, welke deze huiverende
+menigte deden schokken. Zijn oogen alleen had hij nog, zijn oogen,
+waarin een eindelooze liefde brandde en die zich vastgehecht hadden
+aan de Heilige Maagd, om zich nooit meer van haar af te wenden. Zij
+dronken haar in tot in den dood, in een laatste oplaaiïng van zijn wil,
+om in haar op te gaan, in haar te sterven. Even ging zijn mond open;
+een uitdrukking van hemelsche zaligheid ontspande zijn gelaat. Dan
+bewoog zich niets meer, zijn oogen bleven wijd open staan, strak
+starend naar het witte beeld.
+
+Enkele seconden verliepen. Marthe had een killen ademtocht gevoeld,
+die haar tot in haar haarwortels koud worden deed.
+
+"Kijk eens, madame!"
+
+Angstig deed madame Sabathier, alsof zij haar niet begreep.
+
+"Wat, beste meid?"
+
+"Mijn broer, kijk dan toch... Hij beweegt zich niet meer. Hij heeft
+zijn mond geopend en daarna heeft hij zich niet meer bewogen."
+
+Toen huiverden beiden in de zekerheid, dat hij gestorven was. Zonder
+een rochelen, zonder een ademtochtje was hij verscheiden, alsof het
+leven hem in zijn blik door zijn groote oogen vol liefde en verterenden
+hartstocht ontvloden was. Hij had den laatsten adem uitgeblazen met
+een blik op de Heilige Maagd, en met zijn gestorven oogen bleef hij
+haar aankijken in onuitsprekelijke zaligheid.
+
+"Probeer zijn oogen te sluiten," fluisterde madame Sabathier. "Dan
+weten we het zeker."
+
+Marthe was opgestaan; zij boog zich over hem heen, om niet gezien
+te worden, en trachtte zijn oogen met een vinger, die beefde, toe te
+drukken. Maar telkens weer gingen de oogen open en keken hardnekkig
+de Heilige Maagd aan. Hij was dood en zij moest de in een oneindige
+extase verzonken oogen wijd open laten staan.
+
+"Het is uit, het is uit!" stamelde zij.
+
+Twee tranen kropen uit haar zware oogleden en rolden over haar wangen,
+terwijl madame Sabathier haar hand greep, om haar te doen zwijgen.
+
+Want reeds ging een gefluister rond, verspreidde zich een onrustige
+beweging. Maar wat moest men doen? Men kon te midden van zoo'n gedrang
+en gedurende de gebeden het lijk niet wegdragen zonder gevaar voor
+een fatale uitwerking. Het beste was maar om hem daar, in afwachting
+van een gunstig oogenblik, te laten liggen. Het kon niemand ergernis
+geven, hij scheen niet meer dood te zijn dan tien minuten geleden,
+en iedereen kon gelooven, dat zijn vlammende oogen nog steeds leefden
+in hun vurigen aanroep van de goddelijke liefde der Heilige Maagd.
+
+Alleen enkele personen in den naasten omtrek wisten het. Angstig
+had mijnheer Sabathier zijn vrouw een onmerkbaar teeken gegeven,
+om haar te vragen; en door een zwijgenden, langen blik van haar
+op de hoogte gebracht, was hij weer zonder opstand gaan bidden,
+terwijl hij verbleekte voor die geheimzinnige almacht, welke den
+dood zond, wanneer men het leven vroeg. De Vignerons waren één en
+al belangstelling, zij bogen zich naar elkaar toe en fluisterden met
+elkaar als na het een of andere ongeluk op straat, een van die kleine
+voorvallen, waarmede de vader van zijn bureau thuis kwam en waarover
+dan den geheelen avond gesproken werd.
+
+Madame Jousseur had zich omgedraaid en mijnheer Dieulafay een paar
+woorden ingefluisterd; dan keken zij weer naar hun dierbare zieke,
+terwijl abbé Judaine, door mijnheer Vigneron op de hoogte gebracht,
+neerknielde en fluisterend de gebeden der stervenden prevelde. Was
+hij geen heilige, deze zendeling, die met zijn doodelijke wonde in
+zijn zijde uit de moordende tropen teruggekeerd was, om hier onder
+den glimlachenden blik der Heilige Maagd te sterven? Voor madame Maze
+had de dood zijn verschrikking verloren, en zij smeekte den hemel
+haar ook zoo zachtjes weg te nemen, wanneer hij haar niet verhoorde
+en haar haar echtgenoot niet teruggaf.
+
+Maar de kreet van pater Massias klonk weer òp, uitte zich met de
+kracht van een verschrikkelijke vertwijfeling en onder hartverscheurend
+gesnik.
+
+"Jezus, zoon van David, ik ga ten gronde; red mij!"
+
+En de menigte snikte na:
+
+"Jezus, zoon van David, ik ga ten gronde; red mij!"
+
+"Jezus, zoon van David, erbarm u over onze zieke kinderen!"
+
+"Jezus, zoon van David, erbarm u over onze zieke kinderen!"
+
+"Jezus, zoon van David, kom en genees ze, opdat zij leven!"
+
+"Jezus, zoon van David, kom en genees ze, opdat zij leven!"
+
+Het steeg tot waanzin. Pater Fourcade, aan den voet van den kansel
+medegesleept door den buitengewonen hartstocht, die uit de harten
+stroomde, had zijn armen ten hemel geheven en schreeuwde ook met zijn
+donderende stem, als om den hemel met geweld te dwingen. De razernij
+nam toe onder dien storm van smeekgebeden, welke de menigte allengs
+boog, de slechts uit nieuwsgierigheid gekomen jonge dames, die op de
+borstwering van den Gave zaten en onder haar parasols verbleekten,
+niet uitgezonderd. De ongelukkige menschheid smeekte van uit den
+diepen afgrond van haar lijden; het geschreeuw streek rillend over
+al die gebogen nekken; het was niet meer dan een in doodsangst
+krimpend volk, dat weigerde te sterven en God dwingen wilde in
+zijn raadsbesluit het eeuwige leven op te nemen. O, het leven,
+het leven! Al deze ongelukkigen, al deze van verre, ondanks alle
+hinderpalen saamgestroomde stervenden wilden niets dan dat, smeekten
+slechts daarom in een woesten drang om het nog eens te leven, om het
+altijd te leven! O Heer, genees ons, hoe groot ook ons lijden, hoe
+verschrikkelijk onze martelingen ook zijn, laat ons opnieuw beginnen
+te leven, om nogmaals te lijden, wat wij reeds geleden hebben. Hoe
+rampzalig wij ook zijn, wij willen leven. Niet den hemel vragen
+wij u, maar de aarde, die wij zoo laat mogelijk, ja, mocht uw macht
+zich verwaardigen zoo ver te gaan, nooit zouden willen verlaten! En
+zelfs wanneer wij u niet om een lichamelijke genezing vragen, maar om
+een geestelijke genade, dan is het toch ook weer geluk, waarom wij
+smeeken, het geluk, waarnaar wij zoo snakken en smachten. O Heer,
+laat ons gezond en gelukkig worden, laat ons leven, laat ons leven!
+
+Deze waanzinnige kreet, de kreet van een vurige levensbegeerte,
+die door pater Massias uitgestooten werd, steeg in tranen uit alle
+harten op.
+
+"O Heer, zoon van David, genees onze zieken!"
+
+"O Heer, zoon van David, genees onze zieken!"
+
+Tweemaal had Berthaud te hulp moeten schieten, om te verhinderen,
+dat onder den onbewusten drang der menigte de touwen braken. In
+den menschenvloed ondergedompeld, maakte baron Suire wanhopige
+gebaren, smeekte, dat men hem te hulp zou komen: de pelgrims waren
+met geweld de Grot binnengedrongen; het défilé was niet meer dan een
+rondtrappelende kudde, die ging waarheen zij wilde. Vergeefs verliet
+Gérard Raymonde weer en ging zelf bij de ingangsdeur van het hek staan,
+om het consigne: tien aan tien te handhaven. Hij werd weggedrongen,
+ter zijde geschoven. Het geheele opgewonden, tot razernij opgezweepte
+volk bruiste als een bergstroom in den gloed der kaarsen, wierp
+bloemen en brieven aan de voeten der Heilige Maagd, kuste de rots,
+die millioenen heete monden gepolijst had. Het geloof was ontketend,
+de groote kracht, die door niets tegen te houden was.
+
+Tegen het hek gedrukt, hoorde Gérard, hoe twee boerinnen, die door den
+stroom meegesleurd waren, elkaar haar indrukken mededeelden over de
+zieken, die zij liggen zagen. Een werd getroffen door het zoo bleeke
+gelaat van broeder Isidore met zijn groote, akelig wijd geopende
+en naar het beeld der Heilige Maagd starende oogen. Zij maakte het
+teeken des kruises en prevelde, met vrome bewondering vervuld:
+
+"Kijk dezen eens, hoe hij bidt met zijn heele hart en hoe hij
+Notre-Dame de Lourdes aanstaart!"
+
+De andere boerin antwoordde:
+
+"Zij zal hem zeker beter maken, hij is zoo mooi."
+
+Zoo ontroerde met zijn gebed van liefde en geloof, dat hij in zijn
+niet-meer-zijn voortbad, de doode met het eindelooze staren van zijn
+blik alle harten en stichtte het volk, dat voorbijtrekken bleef.
+
+
+
+
+III.
+
+Abbé Judaine zou in de processie van vier uur het Heilige Sacrament
+dragen. Sedert de Heilige Maagd hem van een oogziekte genezen had,
+een wonder, waarover de Katholieke bladen nog steeds vol stonden,
+was hij een glorie van Lourdes; men plaatste hem daar op den voorgrond
+en eerde hem door allerlei voorkomendheden.
+
+Om half vier stond hij op en wilde de Grot verlaten. Maar hij was bang
+voor den buitengewonen toevloed der menigte; hij vreesde te laat te
+zullen komen, als hij er zich niet uit bevrijden kon. Gelukkig echter
+kreeg hij hulp.
+
+"Mijnheer de pastoor," zeide Berthaud tegen hem, "als ik u was, zou ik
+niet probeeren over de place du Rosaire te gaan, want daar komt u niet
+door. Het beste zal zijn de slingerpaadjes te nemen... Volg mij maar!"
+
+Met zijn ellebogen baande hij door de dichte menigte een weg voor
+den priester, die zich in dankbetuigingen uitputte.
+
+"Te vriendelijk van u... Het is mijn schuld. Ik heb me verlaat... Maar
+lieve hemel, hoe moeten wij hier straks met de processie door komen?"
+
+Die processie bleef ook Berthaud zorg baren. Op gewone dagen verwekte
+zij bij het voorbijtrekken reeds een razenden aanval van geestdrift,
+die hem dwong bijzondere maatregelen te nemen. Wat zou er nu niet
+kunnen gebeuren door die samengepakte menigte van dertig duizend
+personen, die reeds zoo opgezweept waren, dat zij in goddelijke
+razernij vervallen schenen te zijn. Heel verstandig maakte hij dan ook
+van de gelegenheid gebruik, om den priester de uiterste voorzichtigheid
+aan te raden.
+
+"Och, mijnheer de pastoor, zeg, wat ik u verzoeken mag, aan de
+heeren geestelijken geen onderlinge tusschenruimte te bewaren, maar
+vlak achter elkaar te loopen... En laten zij vooral de banieren
+goed vasthouden, opdat zij niet omslaan... En wat u zelf betreft,
+mijnheer de pastoor, let er op, dat de mannen, die het baldakijn
+dragen, flinke krachtige kerels zijn, en zie er niet tegen op den
+monstrans met beide handen en stevig vast te houden."
+
+Een beetje verschrikt door die raadgevingen, bedankte de priester
+Berthaud nog steeds.
+
+"Zeker, zeker, heel vriendelijk van u... Wat ben ik u dankbaar,
+dat u mij uit al die menschen geholpen hebt."
+
+Eindelijk zich vrij kunnende bewegen, haastte hij zich langs het
+zigzagpaadje, dat zich over de helling slingert, naar de Basilica,
+terwijl Berthaud zich weer in de menigte dompelde, om zijn surveillance
+voort te zetten.
+
+Op hetzelfde oogenblik stootte Pierre, die Marie in haar wagentje reed,
+aan den anderen kant, op de place du Rosaire tegen den ondoordringbaren
+muur der menigte. Om drie uur had het kamermeisje hem gewekt, om
+Marie in het Hôpital te halen. Zij hadden geen haast, zij hadden
+tijd in overvloed om vóór de processie in de Grot te komen. Maar deze
+ontzaglijke menigte, die weerstand biedende muur, waar hij niet door
+wist te komen, maakte hem ten slotte ongerust. Nooit zou hij er met
+het wagentje doorkomen, als de menschen niet wat medewerkten.
+
+"Als het u blieft, dames... U ziet toch, dat het voor een zieke is!"
+
+Maar de dames bewogen zich niet; zij waren als gehypnotiseerd door den
+aanblik van de in de verte gloeiende Grot en gingen op haar teenen
+staan, om toch maar niets van het schouwspel te verliezen. Trouwens
+het geschreeuw der litanie was op dat oogenblik zóó sterk, dat men
+zelfs de vraag van den jongen priester niet hoorde.
+
+"Mijnheer, wees zoo goed en laat mij even voorbij... Een klein beetje
+plaats voor een zieke, als ik u verzoeken mag!"
+
+Maar de mannen, buiten zichzelf van geestdrift en in een blinde en
+doove verrukking, bewogen zich evenmin als de vrouwen.
+
+Marie glimlachte kalm en rustig, alsof zij niets van den hinderpaal
+merkte en zeker was, dat niets ter wereld haar beletten zou
+haar genezing tegemoet te gaan. Toch werd, toen Pierre een gaatje
+gevonden en zich in den bewegelijken stroom begeven had, de situatie
+moeilijker. Van alle kanten sloeg de deining tegen het ranke wagentje
+en dreigde het te overstroomen. Bij iederen pas moest hij stil blijven
+staan, wachten, opnieuw de menschen smeeken. Nog nooit had Pierre
+zoo'n gevoel van angst voor de menigte gehad. Zij had niets dreigends
+over zich, was zoo rustig en passief als een kudde schapen, maar een
+vreemde ademtocht, een verontrustende huivering, die er uit opsteeg,
+maakte hem bang. En ondanks zijn liefde voor de armen kreeg hij een
+gevoel van walging door de leelijke, gemeene, zweetende gezichten,
+den bedorven adem, de oude, naar ellende stinkende kleeren.
+
+"Als het u blieft, dames en heeren, een klein beetje plaats voor
+een zieke!"
+
+Het verdronken, in deze groote zee heen en weer geslingerde wagentje
+kwam slechts met schokjes vooruit en had minuten noodig om enkele
+meters terrein te winnen. Een oogenblik dacht men dat het verzwolgen
+was, kwam het niet meer boven. Doch dan dook het ter hoogte van
+den vijver weer op. Ten slotte was er een liefderijke sympathie
+ontstaan voor dit zieke, door het lijden uitgeteerde, nog zoo mooie
+jonge meisje. Wanneer de menschen aan het halsstarrige dringen van
+den priester toe hadden moeten geven, keerden zij zich om, maar
+durfden niet boos worden; integendeel zij werden door dat magere
+smarten-gezichtje, dat in het aureool van haar blonde haren straalde,
+verteederd. Woorden van medelijden en bewondering gingen van mond tot
+mond. Het arme kind! Was het niet verschrikkelijk om op dien leeftijd
+al zóó hulpbehoevend te moeten zijn? Mocht de Heilige Maagd haar
+genadig zijn! Anderen weer werden getroffen door de extase, waarin
+zij haar zagen, door haar mooie groote oogen, die in het hiernamaals
+der hoop schenen te staren. Zij zag den hemel, zij zou zeker genezen
+worden. Het was als het ware een kielwater van verbaasdheid en
+broederlijke liefde, dat het kleine wagentje achterliet in de golf,
+die het met zooveel moeite doorkliefde.
+
+Pierre was wanhopig: hij voelde zijn krachten verminderen, toen
+gelukkig brancarddragers hem te hulp kwamen, die trachtten een weg vrij
+te maken voor de processie, dien Berthaud hun bevolen had te beschermen
+met touwen, welke zij op afstanden van twee meter vasthielden. Van af
+dat oogenblik kon hij Marie ongehinderd voortrijden en haar eindelijk
+in de gereserveerde ruimte brengen, waar zij links van de Grot stil
+hielden. Men kon er zich niet bewegen, de menschenvloed scheen van
+minuut tot minuut toe te nemen.
+
+Na het vertrek uit het Hôpital had Marie nog niet gesproken. Hij
+begreep, dat zij hem wat zeggen wilde, en hij boog zich over haar heen.
+
+"Is vader er?" vroeg zij. "Is hij nog niet van zijn uitstapje terug?"
+
+Hij moest wel antwoorden, dat mijnheer de Guersaint nog niet terug
+was, dat hij zich, ongetwijfeld buiten zijn wil, verlaat had. Toen
+voegde zij er met een glimlachje aan toe:
+
+"Die goede vader zal blij zijn, als hij mij genezen terugziet!"
+
+Met een ontroerde bewondering keek Pierre haar aan. Hij kon zich niet
+meer herinneren haar, ondanks de langzame verwoesting der ziekte,
+ooit zoo bekoorlijk gezien te hebben. Haar haren, het eenige, dat
+gespaard gebleven was, hulden haar als in een gouden kleed. Het
+kleiner en fijner geworden gezichtje had een droomende uitdrukking
+aangenomen, haar trekken waren onbeweeglijk, alsof zij in een
+idée fixe ingeslapen was en wachtte tot de schok van het verwachte
+geluk haar zou wekken. Haar geest had zich als het ware van haar
+los gemaakt, om in haar terug te keeren, zoodra God het wilde. En
+dit, ondanks haar drie-en-twintig jaren, bekoorlijke, kleine meisje,
+dat in den ontwikkelingstoestand gebleven was, waarin zij verkeerde,
+toen een ongeluk haar in haar geslachtsleven getroffen had, dat haar
+ontwikkeling tegengehouden, haar verhinderd had vrouw te worden, dat
+meisje was thans in een stadium, waarin zij het bezoek van den engel
+verwachtte, den wonderdadigen schok, die haar uit haar verstijving
+zou doen opstaan. De 's morgens ingetreden extase was gebleven,
+haar handen lagen gevouwen, een verrukking van haar geheele wezen
+had haar, zoodra zij het beeld der Heilige Maagd gezien had, aan de
+aarde ontrukt. Zij bad en bracht zichzelf der Godheid ten offer.
+
+Het was voor Pierre een uur van groote beproeving. Hij voelde, dat
+het drama van zijn priesterleven zich ging afspelen, dat, wanneer hij
+zijn geloof thans niet terugvond, het nooit terugkomen zou. En hij
+was zonder slechte gedachten; zonder tegenstand te bieden wenschte
+ook hij vurig, dat zij beiden genezen zouden worden. O, overtuigd te
+worden door haar genezing, samen te gelooven, samen gered te zijn! Hij
+wilde bidden als zij, vurig. Maar ondanks hem zelf, werd zijn geest
+bezig gehouden door de menigte, die eindelooze menigte, waarin het
+hem zooveel moeite kostte, op te gaan, te verdwijnen, niet meer te
+zijn dan een blad in het woud, dat in het ritselen van alle bladeren
+verloren gaat. Hij moest haar analyseeren, haar beoordeelen, of hij
+wilde of niet. Hij wist, dat zij sedert vier dagen opgezweept werd,
+onder den invloed van suggestie stond: de koortsachtige opwinding
+van de lange reis en van het zien van nieuwe landschappen, de
+dagen doorgebracht voor den gloed der Grot, de slapelooze nachten,
+de geprikkelde, naar illusie hongerende pijn. Daarbij kwam nog de
+obsessie van de gebeden, van de gezangen, van de litanieën, die haar
+zonder onderbreking schokten. Een andere priester had de plaats van
+pater Massias ingenomen; en hij hoorde, hoe deze, een magere, donkere
+abbé, met een als zweepslagen striemende stem de Heilige Maagd en
+Jezus aanriep, terwijl pater Massias en pater Fourcade, aan den voet
+van den kansel, de kreten der menigte, wier geweeklaag hooger in den
+fellen zonneschijn oprees, leidden. De opwinding was nog toegenomen,
+het was het oogenblik, waarop het den hemel aangedane geweld over de
+wonderen besliste.
+
+Plotseling was een lamme opgestaan en liep, haar kruk in de hoogte
+houdend, naar de Grot; en die recht boven de deining der hoofden
+gehouden en als een vaandel gezwaaide kruk ontlokte juichkreten
+aan de geloovigen. Men loerde op de wonderen, men verwachtte ze met
+de zekerheid, dat zij ontelbaar, opzienbarend komen zouden. Oogen
+meenden ze te zien, koortsachtige ooren hoorden ze naderen. Weer
+een, die genezen was, en nog een, en nog een! Een doove, die
+weer hoorde; een stomme, die weer sprak; een teringlijdster, die
+weer opleefde! Wat, een teringlijdster? Ja, natuurlijk, dat kwam
+toch dagelijks voor! Verrassingen waren buitengesloten, zonder
+verbazing zou men geconstateerd hebben, dat een afgezet been weer
+aangroeide. Het wonder werd het natuurlijke, het gewone, banaal bijna,
+omdat het zoo dikwijls voorkwam. Voor die oververhitte phantasieën
+schenen in de logica van wat zij van de Heilige Maagd verwachtten,
+de ongelooflijkste verhalen eenvoudig. Men moest de verhalen, die de
+rondte deden, de kalme verzekeringen, de absolute zekerheid hooren,
+wanneer een opgewonden zieke gilde, dat zij genezen was. Nog een,
+en nog een! Een enkele maal hoorde men een troostelooze stem zeggen:
+"Die is genezen, die heeft geluk!"
+
+Reeds op het geneeskundig bureau had Pierre zich geërgerd aan de
+lichtgeloovigheid van de daar aanwezige personen. Maar hier werd
+alles overtroffen; hij maakte zich boos over de buitensporigheden, die
+hij hoorde en die zoo kalm en met een glimlachje gezegd werden. Hij
+trachtte dan ook aan iets anders te denken en naar niets meer te
+luisteren. "God, geef toch, dat mijn verstand vernietigd wordt, dat
+ik niets meer wil begrijpen, dat ik het onwerkelijke en onmogelijke
+aanvaard!" Gedurende een oogenblik meende hij, dat de drang om alles,
+wat om hem heen gebeurde, te onderzoeken, in hem gestorven was,
+liet hij zich medesleepen door de smeekbede: "Heer, genees onze
+zieken... Heer, genees onze zieken!" Hij herhaalde haar met al de
+barmhartige liefde, die in hem was, hij vouwde zijn handen, keek strak
+naar het beeld der Heilige Maagd, tot hij er duizelig van werd en zich
+verbeeldde, dat zij zich bewoog. Waarom zou hij niet kind worden als
+de anderen, daar toch geluk alleen bestaanbaar is in onwetendheid
+en leugen? De besmetting zou eindelijk bij hem ook wel werken, hij
+zou niet meer zijn dan het zandkorreltje onder de zandkorreltjes, de
+nederige onder de nederigen, zonder zich te bekommeren om de krachten,
+welken den molensteen, die ze verplettert, in beweging brengen.
+
+En juist in die seconde, toen hij hoopte den ouden mensch in zich
+gedood, zich met zijn wil en zijn rede vernietigd te hebben, begon
+in zijn boezem weer het heimelijke, onafgebroken, onoverwinnelijke
+gedachtenwerk. Hoe hij er zich ook tegen verzette, hij keerde
+langzamerhand tot zijn onderzoekingen terug, twijfelde, zocht. Welke
+was toch die ongekende kracht, die zich uit de menigte losmaakte? Een
+levensfluïdum, dat machtig en krachtig genoeg was, om de enkele
+genezingen, die toch werkelijk plaats vonden, te bewerken? Hier
+was een verschijnsel, dat geen physioloog nog bestudeerd had. Moest
+men gelooven, dat een menigte niet meer was dan één wezen, dat de
+macht der auto-suggestie met vertiendubbelde kracht op zich kon laten
+inwerken? Kon men aannemen, dat in bepaalde gevallen van de uiterste
+overspanning een menigte de drager van een onbeperkten wil werd, die
+de stof dwong te gehoorzamen? Dat zou dan tevens verklaren waarom
+de gevallen van plotselinge genezing zich juist voordeden bij die
+personen, welke zich het meest en oprechtst aan hun zielsoverspanning
+overgaven. Alle ademtochten vereenigden zich in één ademtocht, en de
+werkende kracht was een kracht van troost, van hoop en van leven.
+
+Deze door menschelijke barmhartige liefde ingegeven gedachte
+ontroerde Pierre. Een oogenblik nog kon hij zichzelf weer meester
+worden, kon hij, zeer geroerd door dit geloof, dat hij aldus voor
+zijn deel medewerkte aan de genezing van Marie, om de genezing van
+allen bidden. Maar plotseling, zonder dat hij zelf wist door welke
+gedachtenassociatie, kwam de herinnering in hem op aan het consult, dat
+hij vóór het vertrek naar Lourdes over het geval van het jonge meisje
+geëischt had. Het tooneel stond wonderduidelijk voor zijn geest: hij
+zag weer de kamer met haar grijs, blauwgebloemd behang, hij hoorde de
+drie geneesheeren beraadslagen en beslissen. De twee, die certificaten
+gegeven hadden, concludeerden tot ruggemergsverlamming, spraken met
+de langzame bezadigdheid van bekende, geëerde en geziene doktoren,
+die een lange praktijk achter den rug hebben, terwijl hem nog in de
+ooren klonk de levende, warme stem van zijn achterneef Beauclair,
+den derden geneesheer, een jongen man met een helder, koen verstand,
+die door zijn collega's koel en als een avontuurlijke geest behandeld
+werd. En tot zijn verbazing vond Pierre op dit kritieke oogenblik in
+zijn herinnering dingen terug, waarvan hij niet wist, dat zij zich
+daar bevonden; vond hij die terug krachtens dat vreemde verschijnsel,
+dat nauwelijks gehoorde, slecht begrepen, onwillekeurig opgeslagen
+woorden na een lange vergetelheid weer wakker worden, uitbreken en
+zich aan den geest opdringen. Het scheen hem toe, alsof de nadering
+van het wonder de omstandigheden, waaronder Beauclair hem voorspeld
+had, dat het zich zou voltrekken, voor den geest riep.
+
+Vergeefs trachtte Pierre door met verdubbelde innigheid te bidden,
+die herinnering van zich af te zetten. De beelden kwamen weer terug,
+de eenmaal gehoorde woorden weerklonken opnieuw en vulden zijn
+ooren als met trompetgeschal. Nu zat hij, na het vertrek der twee
+anderen, met Beauclair in de eetkamer. En deze deed hem het verhaal
+der ziekte: de val van een paard op de voeten op veertienjarigen
+leeftijd; een daardoor veroorzaakte ontwrichting van het gekantelde,
+op zijde geworpen orgaan, die ongetwijfeld gepaard gegaan was met een
+scheuring der banden, waarvan het zware gevoel in de onderbuik en in
+de lendenen, de tot verlamming overgegane zwakheid der beenen het
+gevolg was; daarna het langzaam herstel der storingen, het orgaan,
+dat vanzelf weer op zijn goede plaats gekomen was, het heelen en
+toetrekken der banden, zonder dat de pijnlijke verschijnselen hadden
+kunnen ophouden bij dit groote, zenuwachtige kind, wier hersenen,
+die door het ongeval eveneens aangedaan waren, zich niet losmaken
+konden van de herinnering er aan, zoodat haar aandacht steeds op dat
+punt, waar zij pijn had, gelocaliseerd bleef en zij niet in staat
+was nieuwe voorstellingen te krijgen; op die wijze was, zelfs na de
+genezing, de pijn blijven aanhouden en een neuropathische toestand
+ingetreden met een daaraan onvermijdelijk verbonden zenuwuitputting,
+die ongetwijfeld verergerd werd door bijkomstige, nog niet voldoende
+bestudeerde voedingsstoornissen.
+
+Aldus kon Beauclair dan ook makkelijk de tegenstrijdige en verkeerde
+diagnosen verklaren van de talrijke geneesheeren, die haar behandeld
+hadden, zonder haar nauwkeurig te onderzoeken, en dus in het duister
+rondtastten, waardoor sommigen aan een tumor, de meesten aan een
+ruggemergaandoening geloofden. Hij alleen had, na zich vergewist
+te hebben van het erfelijk belast zijn der zieke, vermoed, dat
+men hier te doen had met een eenvoudig geval van auto-suggestie,
+waaruit zij zich na den eersten schok en de hevige pijnen niet had
+kunnen losrukken. En hij gaf gronden en redenen voor zijn vermoeden:
+het kleiner geworden gezichtsveld, de starre oogen, de verstrooide,
+als afwezige gelaatsuitdrukking, vooral echter den aard van het
+lijden, dat het orgaan verlaten had, om zich te verplaatsen naar den
+linker eierstok, waar het zich openbaarde door een zware, ondraaglijke
+drukking, die soms in benauwende aanvallen opklom tot de keel. Alleen
+een plotselinge wil om zich uit de valsche voorstelling van haar
+kwaal los te rukken, een wil om op te staan, vrij adem te halen,
+geen pijn meer te hebben, kon haar, als onder den zweepslag van een
+groote opwinding genezen en veranderd, weer op den been brengen.
+
+Een laatste maal nog trachtte Pierre niets meer te zien, niets meer te
+hooren, want hij voelde, dat dit de onherstelbare ineenstorting van het
+wonder in hem was. En ondanks zijn pogingen, ondanks het vuur, waarmede
+hij het: "Jezus, zoon van David, genees onze zieken!" uitschreeuwde,
+zag en hoorde hij nog steeds Beauclair, die hem op zijn kalme
+en glimlachende wijze uitlegde, hoe het wonder zich als in een
+bliksemstraal zou voltrekken in het oogenblik der uiterste opwinding,
+waarin op het beslissende moment de spieren zich zouden ontspannen. In
+de verrukking van een vreugde-delirium zou de zieke dan opstaan en
+loopen, zouden haar beenen plotseling licht worden, bevrijd van de
+drukking, die ze sedert zoo langen tijd zoo zwaar als lood maakte,
+alsof die zwaarte weggesmolten en in den grond weggevloeid was. Doch
+met name het gewicht, dat op haar buik drukte, dat hooger optrok, haar
+borst en haar keel beklemde, zou, als door een stormwind voortgedreven,
+verdwijnen en de geheele ziekte met zich meenemen. Werd op die wijze in
+de Middeleeuwen niet de duivel uitgedreven uit den mond der bezetenen,
+wier maagdelijk lichaam langen tijd de martelingen ondergaan had? En
+Beauclair had eraan toegevoegd, dat Marie eindelijk vrouw zou zijn,
+dat het bloed van het moederschap zou gaan vloeien, wanneer met een
+hosanna-kreet dat kind gebleven, achterlijke en door een zoo langen
+lijdensdroom gebroken lichaam ontwaken en plotseling met levende
+oogen en een stralend gelaat aan de gezondheid teruggeven worden zou.
+
+Pierre keek Marie aan, en toen hij haar zoo jammerlijk in haar wagentje
+liggen zag, zoo vurig smeekend, zoo vol overgave aan Notre-Dame
+de Lourdes, die het leven gaf, werd zijn onrust nog grooter. O,
+mocht zij toch gered worden al was het voor den prijs van zijn eigen
+verdoemenis. Maar zij was te ziek, de wetenschap loog en bedroog al
+even hard als het geloof; hij kon niet gelooven, dat dit kind met
+haar gedurende zoovele jaren afgestorven beenen zou herleven. En in
+den woesten twijfel, waarin hij viel, riep zijn bloedend hart nog
+luider, herhaalde tot in het oneindige tezamen met de waanzinnig
+ijlende menigte:
+
+"Heer, zoon van David, genees onze zieken!... Heer, zoon van David,
+genees onze zieken!"
+
+Op dat oogenblik ontstond er een tumult en deed de menigte deinen. De
+menschen huiverden, hoofden draaiden zich om en rekten hun halzen
+uit. Het was de processie van vier uur, die zich wat verlaat had, en
+waarvan het kruis onder een boog van de monumentale trap tevoorschijn
+kwam. Er ontstond zoo'n gejuich, zoo'n heftig instinctief dringen, dat
+Berthaud met groote gebaren aan de brancarddragers beval de menschen
+terug te drijven door krachtig aan de touwen te trekken. Genen, die
+een oogenblik meegesleurd werden, moesten zich met gewonde vuisten
+naar achter zien te werpen; ten slotte slaagden zij erin den vrij
+gehouden weg nog iets breeder te maken, zoodat de processie zich
+langzaam kon gaan voortbewegen. Aan het hoofd ging een kranige, in
+blauw met zilver gekleede kerkbewaarder, op wien het hooge, als een
+ster stralende processiekruis volgde. Dan kwamen de delegaties van de
+verschillende bedevaarten met haar banieren, fluweelen of satijnen
+standaards, met goud en zilver en veelkleurige zijde geborduurd,
+met geschilderde figuren versierd; zij droegen de namen der steden:
+Versailles, Reims, Orléans, Poitiers, Toulouse. Een, geheel wit
+en rijk versierd, had in roode letters het opschrift: "Oeuvre des
+Cercles catholiques d'ouvriers". Vervolgens kwamen de geestelijken,
+twee of driehonderd priesters in soutane, een honderd met het koorhemd,
+een vijftigtal in gouden als sterren schitterende misgewaden. Allen
+droegen brandende kaarsen, allen zongen met luider stemme Laudate
+Sion Salvatorem. [15]
+
+In koninklijke pracht en praal volgde dan de baldakijn van purperen
+zijde met goudgalon; hij werd gedragen door vier priesters, die men
+waarschijnlijk onder de krachtigsten uitgekozen had. Daaronder droeg,
+tusschen twee andere assisteerende priesters, abbé Judaine het Heilige
+Sacrament, dat hij, zooals Berthaud hem aangeraden had, stevig met
+zijn beide handen vasthield; de eenigszins onrustige blikken, die hij
+rechts en links op de aandringende menigte wierp, bewezen duidelijk,
+dat hij bang was of hij dezen zwaren, goddelijken monstrans, die
+hem nu reeds zulke pijnen in zijn polsgewrichten veroorzaakte, wel
+in veilige haven zou brengen. Wanneer een zonnestraal er schuin op
+viel, zou men hem voor een tweede zon gehouden hebben. Koorknapen
+zwaaiden wierookvaten in het verblindende stof van het felle licht,
+dat de geheele processie tot één schittering maakte. Eindelijk kwam
+daarachter een ordelooze stroom van pelgrims, een rondtrappelende
+kudde, geloovigen en nieuwsgierigen.
+
+Sedert enkele oogenblikken had pater Massias den kansel weer bestegen
+en ditmaal had hij een andere oefening uitgedacht. Na de verterende
+kreten van geloof, hoop en liefde, die hij uitgestooten had, beval hij
+plotseling volkomen stilte, opdat iedereen met gesloten lippen in het
+geheim twee of drie minuten met God alleen zou kunnen spreken. Die
+momenteele stilte te midden van de groote menigte, die minuten van
+stil gebed, waarin alle zieken hun geheimste binnenste openden, waren
+buitengewoon aangrijpend en verheven. Het plechtige ervan kreeg iets
+angstaanjagends, men hoorde de vlucht van het smeekende verlangen,
+van het onmetelijke verlangen naar het leven voorbij ruischen. Dan
+noodigde pater Massias de zieken alleen uit te spreken, God te
+smeeken hun toe te staan, wat zij van Zijn almacht vroegen. Toen
+ontstond een jammerlijk geweeklaag: honderden gebroken stemmen
+bibberden òp en vereenigden zich tot een samengejammer van tranen;
+"Heer Jezus, als gij het wilt, kunt gij mij genezen!... Heer Jezus,
+erbarm u over uw kind, dat van liefde sterft!... Heer Jezus, maak,
+dat ik zie; maak, dat ik hoor; maak, dat ik loop!"
+
+De doordringende stem van een meisje overstemde, licht en scherp als
+een fluittoon, het algemeene snikken en herhaalde: "Red de anderen,
+red de anderen, Heer Jezus!"
+
+Tranen stroomden uit aller oogen, want deze smeekbeden ontroerden de
+harten en brachten de hardvochtigsten in een bedwelming van liefde,
+in een verheven geestvervoering, waarin zij met beide handen hun borst
+geopend zouden hebben, om aan hun naaste hun gezondheid en hun jeugd
+te geven. Pater Massias wilde die geestdrift niet laten bekoelen,
+maar hervatte zijn kreten en zweepte er opnieuw de delireerende
+menigte mede aan, terwijl pater Fourcade op een der treden van den
+kansel ook snikte en zijn door tranen overstroomd gelaat ten hemel
+hief om God te bevelen neer te dalen.
+
+Maar de processie naderde, de delegaties en de priesters hadden zich
+rechts en links in rijen opgesteld; en toen de baldakijn de voor de
+zieken tegenover de Grot gereserveerde ruimte binnenkwam en dezen
+het als een zon schitterende Heilige Sacrament, Jezus als Hostie,
+in de handen van abbé Judaine zagen, toen was er geen leiding meer
+mogelijk, raakten de stemmen verward, sleepte een duizeling alle
+wilskracht mede. De kreten, de aanroepen, de gebeden gingen in gezucht
+en gekerm over. Lichamen richtten zich van hun lijdenssponde op,
+bevende armen strekten zich uit, verschrompelde handen schenen het
+wonder in het voorbijgaan tegen te willen houden. "Heer Jezus, red ons,
+wij vergaan!... Heer Jezus, wij aanbidden u, genees ons!... Heer Jezus,
+gij zijt de Christus, de zoon des levenden Gods, genees ons!"
+
+Driemaal stootten de stemmen in de uiterste opwinding en vertwijfeling
+deze jammerklacht uit met een geweld, dat den hemel doorboren moest; de
+tranen verdubbelden en overstroomden de brandende gezichten, die door
+de heilbegeerte verheerlijkt werden. Een oogenblik werd het delirium
+zoo hevig, het instinctieve opdringen naar het Heilige Sacrament zoo
+onweerstaanbaar, dat Berthaud den brancarddragers, die daar stonden,
+een ketting vormen liet. Deze beschermingsmanoeuvre werd slechts in
+den uitersten nood toegepast: een rij van dragers werd dan rechts en
+links van den baldakijn gevormd, waarbij ieder van hen stevig een arm
+om den nek van zijn buurman sloeg, om op die wijze een soort levenden
+muur te vormen. Er bleef geen spleet open, niemand kon er door. Maar
+desniettemin wankelden deze menschelijke barrières onder den druk van
+de naar het leven smachtende ongelukkigen, die Jezus wilden aanraken
+en kussen; zij slingerden heen en weer, werden tegen den baldakijn
+teruggeslagen, dien zij beschermden; en de baldakijn zelf dreef,
+voortdurend bedreigd door de menigte meegesleurd te worden, onder
+deze rond als een heilige bark, die in nood verkeert.
+
+En toen, nu de heilige waanzin zijn toppunt bereikt had, braken, als
+wanneer bij een onweer de hemel zich opent en de bliksem neerslaat,
+onder smeekbeden en snikken de wonderen los. Een lamme stond op
+en wierp haar krukken weg. Een doordringende kreet en een vrouw,
+gewikkeld in een wit laken als in een doodshemd, rees op van haar
+matras; men zeide, dat het een reeds half doode teringlijdster was,
+die tot het leven terugkeerde. Vlak na elkaar openbaarde de genade
+zich nog tweemaal: een blinde, die plotseling de Grot zag; een stomme,
+die op haar knieën viel en met een luide en helder klinkende stem de
+Heilige Maagd dankte. En allen knielden, buiten zich zelf van vreugde
+en dankbaarheid, neer aan de voeten van de Heilige Maagd.
+
+Pierre had Marie niet uit het oog verloren en werd door wat hij zag,
+machtig aangegrepen en ontroerd. De oogen der zieke, levenloos
+nog, waren grooter geworden, terwijl haar arm, bleek gelaat
+samentrok, alsof zij vreeselijk pijn geleden had. Zij sprak niet,
+maar ongetwijfeld geloofde zij, dat zij opnieuw door haar kwaal
+aangegrepen was. Plotseling toen het Heilige Sacrament voorbijging
+en zij de ster ervan zag flikkeren in de zon, werd zij zoo verblind,
+dat zij meende door den bliksem getroffen te zijn. Aan dien glans
+had het vuur van haar oogen zich ontvonkt; zij vonden eindelijk
+haar levensvlam terug en fonkelden als sterren. Haar gelaat kreeg,
+onder den aandrang van een nieuwe kracht, leven en kleur, straalde
+van jubelende vreugde en gezondheid. En hij zag, dat zij plotseling
+oprees en in haar wagentje staan bleef, wankelend en slechts in staat
+de gestamelde woorden uit te brengen.
+
+"Pierre... Pierre!"
+
+Vlug was hij naar haar toegesneld, om haar te steunen. Maar met
+een gebaar hield zij hem op een afstand; zij richtte zich hoog op,
+zoo ontroerend mooi in haar zwart wollen japon en haar pantoffels,
+die zij altijd aan had, slank en rijzig, met goud omstraald door
+haar prachtig-blonde haren, die met een eenvoudig kanten doekje
+bedekt waren. Heel haar maagdelijk lichaam bleef ten prooi aan hevige
+schokken, alsof een krachtige gisting het opnieuw vormde. Eerst werden
+haar beenen bevrijd van de ketenen, die ze geboeid hielden. Dan
+overviel haar, terwijl zij de bloedbron, het leven van de vrouw,
+de echtgenoote en de moeder in zich voelde ontspringen, een laatste
+beklemmende angst, want een loodzwaar gewicht steeg van haar buik
+naar haar keel. Doch ditmaal bleef het daar niet, gaf het haar geen
+benauwenis, maar sprong uit haar open mond en vloog weg in een kreet
+van hemelsche verrukking.
+
+"Ik ben genezen... Ik ben genezen!"
+
+Toen volgde een buitengewoon schouwspel. De deken lag aan haar voeten,
+triomphantelijk straalde haar gezicht. En haar kreet van genezing
+had met zoo'n verrukking weerklonken, dat de geheele menigte er
+sprakeloos door werd. Slechts zij bestond nog, men zag slechts haar,
+grooter geworden, stralend als een goddelijke verschijning.
+
+"Ik ben genezen!... Ik ben genezen!"
+
+Pierre begon in de heftige ontroering, waardoor zijn hart aangegrepen
+werd, te weenen, en opnieuw stroomden tranen uit aller oogen. Te
+midden van uitroepen, dankzeggingen, en lofprijzingen maakte een
+woest, krankzinnig enthousiasme zich allengs van de menigte meester en
+bracht de duizenden pelgrims, die zich verdrongen, om haar te zien,
+in een toestand van onbeschrijflijke opwinding. Bijvalsbetuigingen
+ontketenden zich, een furie van bijvalskreten, die donderend van het
+eene einde van het dal naar het andere rolden.
+
+Pater Fourcade zwaaide met zijn armen, terwijl pater Massias zich
+eindelijk verstaanbaar kon maken.
+
+"Geliefde broeders en zusters, God is in ons midden
+geweest... Magnificat anima mea Dominum..." [16]
+
+En alle stemmen, de duizenden stemmen hieven het lied der aanbidding
+en dankzegging aan. De processie was tot stilstand gedwongen, en
+abbé Judaine, die met den monstrans de Grot had kunnen bereiken,
+wachtte geduldig alvorens hij den zegen uitsprak. Buiten het hek
+wachtte de door priesters in koorhemd en misgewaad omgeven baldakijn,
+in de stralen der ondergaande zon schitterend als goud en sneeuw.
+
+Intusschen was Marie snikkend op haar knieën neergevallen, en den
+geheelen tijd, dat het gezang duurde, steeg een vurig gebed vol geloof
+en liefde op naar Gods troon. Maar de menigte wilde haar zien loopen,
+door haar gelukkige vrouwen riepen haar, een troep, die haar bijna in
+de hoogte lichtte, omringde haar, en drong haar mede naar het bureau
+van dr. Bonamy, opdat het wonder bewezen zou worden, stralen zou als
+het licht der zon. Haar wagentje werd vergeten; Pierre vergezelde
+haar, terwijl zij, die in geen zeven jaar haar beenen gebruikt had,
+stamelend en aarzelend, met een aanbiddelijke onhandigheid en met den
+angstigen en toch verrukten blik van een klein kind, dat zijn eerste
+stappen doet, voortliep. Het was zoo ontroerend, zoo heerlijk, dat
+hij aan niets meer dacht dan aan het grenzenlooze geluk haar tot een
+nieuwe jeugd herboren te zien. De lieve vriendin uit zijn kindsheid,
+zijn vriendin uit lang vervlogen dagen zou dan eindelijk tot de mooie
+en bekoorlijke vrouw opbloeien, die het jonge meisje vroeger beloofde
+te worden, toen zij in den kleinen tuin te Neuilly zoo vroolijk en mooi
+was onder de groote boomen, waarin het zonlicht door het loof speelde.
+
+De menigte bleef haar stormachtig toejuichen; een groote menschengolf
+vergezelde haar. En toen zij het bureau, waarin Pierre alleen met
+haar toegelaten werd, was binnengegaan, bleven allen in koortsachtige
+verwachting voor de deur staan.
+
+Dien middag waren er weinig menschen in het bureau. In het kleine
+vierkante vertrek, met zijn gloeiend-heete houten muren, zijn primitief
+meubilair, zijn rieten stoelen en zijn twee tafels van ongelijke
+hoogte, bevonden zich, behalve het gewone personeel, slechts vijf of
+zes doktoren, die zwijgend hier en daar zaten. Voor de tafels stonden
+de chef van den vijverdienst en twee jonge abbé's in de registers te
+bladeren, terwijl pater Dargelès aanteekeningen voor zijn courant
+maakte. Dr. Bonamy was juist bezig den lupus van Elise Rouquet te
+onderzoeken, die voor de derde maal kwam laten constateeren, dat haar
+wond steeds meer dicht trok.
+
+"Nu, mijne heeren," riep dr. Bonamy uit, "hebt u ooit een lupus zoo
+snel zien genezen. O, zeker, ik weet heel goed, dat er een nieuw
+werk verschenen is over de genezende kracht van het geloof, waarin
+beweerd wordt, dat sommige wonden van nerveuzen aard kunnen zijn. Maar
+niets is meer betwistbaar dan dat, vooral bij lupusgevallen, en ik
+tart iedere commissie van geneeskundigen, om te verklaren, dat deze
+genezing langs natuurlijken weg heeft plaats gehad..."
+
+Hij viel zichzelf in de rede, om tegen pater Dargelès te zeggen:
+
+"U hebt toch goed opgeteekend, niet waar Pater, dat de ettering
+volkomen opgehouden heeft en de huid haar natuurlijke kleur
+terugkrijgt?"
+
+Maar hij wachtte het antwoord niet af. Marie kwam met Pierre binnen,
+en aan het stralend gezicht der door een wonder genezene zag hij
+onmiddellijk, dat zich hier iets buitengewoons had voorgedaan. Zij
+was bewonderenswaardig en er als voor geschapen om de massa's mede
+te sleepen en te bekeeren. Onmiddellijk zond hij Elise Rouquet weg,
+vroeg den naam van den begenadigde, verzocht een der jonge priesters
+hem het dossier te geven. Toen zij even wankelde, wilde hij haar in
+den fauteuil laten plaats nemen.
+
+"Neen, neen," riep zij. "Ik ben zoo blij, dat ik mijn beenen gebruiken
+kan."
+
+Pierre keek rond of hij dr. Chassaigne niet zag, maar vond hem tot
+zijn spijt niet. Hij ging wat achteraf staan en wachtte, terwijl men
+in de wanordelijke laden zocht, zonder het dossier te kunnen vinden.
+
+"Wacht even," herhaalde dr. Bonamy; "Marie de Guersaint, Marie de
+Guersaint... Ik weet zeker, dat ik den naam gezien heb!"
+
+Eindelijk ontdekte Raboin het dossier, dat op een verkeerde letter
+lag. Toen de dokter kennis genomen had van de certificaten, die het
+bevatte, geraakte hij in geestdrift.
+
+"Dat is al heel interessant, heeren. Ik verzoek u aandachtig
+te luisteren... Mademoiselle hier leed aan een zeer ernstige
+ruggemergsverlamming. Wanneer iemand den minsten twijfel mocht
+koesteren, dan zouden deze twee certificaten voldoende zijn om de
+meest ongeloovigen te overtuigen, want zij zijn geteekend door twee
+geneesheeren van de Parijsche Faculteit, wier namen aan al onze
+collega's goed bekend zijn."
+
+Hij liet de certificaten rondgaan onder de aanwezige geneesheeren,
+die ze met goedkeurende hoofdknikjes lazen. Hier viel niets op af te
+dingen; de onderteekenaars waren bekende en knappe doktoren.
+
+"Welnu, mijne heeren, wanneer de diagnose niet bestreden wordt--en die
+kan niet bestreden worden, wanneer een zieke ons zulke waardevolle
+documenten brengt--dan zullen wij nu nagaan, welke veranderingen er
+in den toestand van mademoiselle gekomen zijn."
+
+Maar alvorens haar te ondervragen, wendde hij zich tot Pierre.
+
+"Mijnheer de abbé, als ik mij niet vergis, bent u met mademoiselle de
+Guersaint van Parijs gekomen. Hebt u, vóór het vertrek, het oordeel
+van doktoren ingewonnen?"
+
+Ondanks zijn groote blijdschap voelde de priester een ijskoude
+huivering.
+
+"Ik ben bij het consult tegenwoordig geweest."
+
+Weer rees het tooneel voor zijn geest op. Hij zag weer de twee ernstige
+en verstandige doktoren, hij zag Beauclair weer glimlachen, toen zijn
+collega's hun gelijkluidende certificaten opmaakten. Moest hij deze
+waardeloos maken en de andere diagnose, die het mogelijk maakte de
+genezing wetenschappelijk te verklaren, mededeelen? Het wonder was
+voorspeld en daardoor bij voorbaat ten gronde gericht.
+
+"U zult inzien, mijne heeren," begon dr. Bonamy weer, "dat de
+aanwezigheid van den abbé een nieuwe bewijskracht aan deze stukken
+geeft... En nu wil mademoiselle zeker wel zoo goed zijn precies te
+zeggen, wat zij gevoeld heeft."
+
+Hij boog zich over den schouder van pater Dargelès en fluisterde hem
+in Pierre een getuigenrol in zijn verslag te geven.
+
+"Lieve hemel, hoe moet ik u dat vertellen, heeren?" riep Marie met
+hijgende, door geluk gebroken stem uit. "Sedert gisteren wist ik
+zeker, dat ik genezen zou worden. En toch, zoo even nog, toen dat
+prikkelen in mijn beenen weer begon, was ik bang, dat het een nieuwe
+aanval zijn zou, heb ik een oogenblik getwijfeld... Toen zijn die
+prikkelingen opgehouden. Daarna zijn zij, zoodra ik begon te bidden,
+weer teruggekomen... O, ik bad, ik bad met geheel mijn ziel. Ten
+slotte heb ik mij overgegeven als een kind. 'Heilige Maagd, Notre-Dame
+de Lourdes, doe met mij wat u wilt...' Het prikkelen hield niet op,
+ik had een gevoel of mijn bloed kookte en ziedde, en een stem riep
+mij toe: 'Sta op, sta op!' En ik voelde het wonder in een gekraak
+van al mijn beenderen, van mijn geheele lichaam, alsof ik door den
+bliksem getroffen was."
+
+Heel bleek luisterde Pierre. Beauclair had hem wel voorspeld, dat de
+genezing als een bliksemstraal komen zou, wanneer, onder den invloed
+van de overspannen phantasie, haar zoo lang ingesluimerde wilskracht
+plotseling zou ontwaken.
+
+"Eerst heeft de Heilige Maagd mijn beenen bevrijd," ging zij voort. "Ik
+heb heel goed gevoeld, dat de ijzeren banden, die ze omsloten, als
+gebroken ketenen langs mijn huid afgleden... Toen is het gewicht,
+dat me altijd hier in mijn linkerzij benauwde, naar boven getrokken;
+ik dacht, dat ik sterven zou, zoo pijnigde het me. Maar het is langs
+mijn borst en mijn keel gegaan, ik kreeg het in mijn mond en heb het
+toen met alle kracht uitgespuwd... Het was uit, ik had geen pijn meer,
+alles was weggevlogen."
+
+Zij maakte het gebaar van een nachtvogel, die zijn vleugels uitslaat,
+terwijl zij glimlachend naar Pierre keek, die geheel van streek
+was. Dat alles had Beauclair voorspeld met bijna dezelfde woorden,
+bijna dezelfde vergelijkingen. Punt voor punt kwam zijn prognose uit,
+er waren hier slechts vooruitgeziene en natuurlijke verschijnselen.
+
+Raboin had geluisterd met wijd geopende oogen en de verrukking van
+een bekrompen vrome, die nooit losgelaten wordt door de gedachte aan
+de hel.
+
+"Dat is de duivel, dien zij uitgespuwd heeft," riep hij uit.
+
+Maar dr. Bonamy, die verstandiger was, beval hem te zwijgen en wendde
+zich tot de doktoren.
+
+"Mijne heeren, u weet, dat wij het altijd vermijden hier het woord
+wonder uit te spreken. Maar hier staan we voor een feit, en ik ben
+nieuwsgierig, hoe u dit langs natuurlijken weg zult verklaren... Sedert
+zeven jaar was mademoiselle lijdend aan een ernstige verlamming,
+die blijkbaar het gevolg was van een ruggemergaandoening. En dat zal
+niet ontkend kunnen worden, de certificaten wijzen het onbetwistbaar
+uit. Zij liep niet meer, zij kon geen beweging maken, zonder de
+hevigste pijnen te gevoelen; zij was ten slotte in dien toestand van
+uiterste uitputting gekomen, welke den dood vooraf gaat... En ziet,
+nu loopt zij voor u, lachend en stralend van gezondheid. De verlamming
+is volkomen verdwenen; pijn heeft zij niet meer; zij is even gezond
+als u en ik... Komt mijne heeren, onderzoekt haar en zegt mij wat er
+gebeurd is!"
+
+Hij triompheerde. Geen van de geneesheeren zeide iets. Twee,
+ongetwijfeld geloovige Katholieken, hadden goedkeurend met hun hoofd
+geknikt. De anderen bleven onbeweeglijk en eenigszins verlegen zitten,
+zij schenen weinig lust te hebben zich met deze geschiedenis in te
+laten. Toch stond er eindelijk een op, een klein mager mannetje,
+wiens oogen achter zijn brilleglazen schitterden, om Marie van
+dichterbij te zien. Hij nam haar hand, keek naar haar pupillen,
+scheen alleen belang te stellen in de uitdrukking van verheerlijking,
+die over haar uitgestort scheen te zijn. Dan ging hij, zonder zelfs
+te willen discussieeren, weer zitten.
+
+"Het geval is door de wetenschap niet te verklaren, dat is alles wat
+ik constateer," begon dr. Bonamy weer. "Ik vestig er nog de aandacht
+op, dat wij hier niet te doen hebben met een langzaam voortschrijdend
+herstel, maar dat de volkomen genezing plotseling en ten volle is
+ingetreden... Ziet mademoiselle slechts aan. Haar oogen schitteren,
+haar tint is rose, de gelaatsuitdrukking heeft haar levendige
+opgewektheid weer teruggevonden. Ongetwijfeld zal het herstel der
+weefsels nog wel eenigen tijd vorderen, maar toch kunnen we zeggen,
+dat mademoiselle herboren is. Niet waar, mijnheer de abbé, u, die
+haar vroeger zoo dikwijls gezien hebt, u herkent haar niet meer?"
+
+"Ja, ja, dat is zoo!" stamelde Pierre.
+
+Inderdaad scheen zij hem reeds krachtig toe, haar wangen waren gevuld
+en frisch en bloeiend. Maar nogmaals, Beauclair had dit alles voorzien,
+die plotselinge, hosanna-blijde opflikkering van levenskracht, die
+heerlijke wederopstanding van het gebroken lichaam, wanneer het leven
+met den wil om te genezen en gelukkig te zijn in haar zou terugkeeren.
+
+Weer had dr. Bonamy zich gebogen over den schouder van pater Dargelès,
+die zijn verslag, een soort klein volledig proces-verbaal, schreef. Zij
+wisselden fluisterend enkele woorden. Na een korte beraadslaging
+begon de dokter weer:
+
+"Mijnheer de abbé, u bent van deze wonderen getuige geweest, u zult
+zeker niet weigeren het verslag, dat de eerwaarde pater voor het
+Journal de la Grotte gemaakt heeft, te onderteekenen?"
+
+Wat, hij dit verslag vol dwaling en leugen onderteekenen! Een
+verzet steeg in hem op, hij stond op het punt de waarheid uit te
+schreeuwen. Maar hij voelde het gewicht van zijn soutane op zijn
+schouders; en vooral vervulde de hemelsche vreugde van Marie zijn
+hart. Hij voelde zich van zoo'n groot geluk doordrongen, nu hij haar
+gered zag. Toen men haar niet meer ondervroeg, was zij op zijn arm
+komen leunen, lachte zij hem met van vreugde dronken oogen toe.
+
+"Pierre," zeide zij heel zacht, "wees de Heilige Maagd dankbaar. Zij is
+zoo goed geweest, zie eens hoe gezond, hoe mooi, hoe jong ik ben... En
+wat zal mijn vader, mijn arme vader blij zijn!"
+
+Toen teekende Pierre. Alles stortte in hem ineen, maar het was
+voldoende, dat zij gered was. Het zou heiligschennis van hem zijn,
+indien hij zijn vingers uitstak naar het geloof van dit kind, dit
+groote, reine geloof, dat haar genezen had.
+
+Buiten begonnen de juichkreten, toen Marie het bureau verliet,
+opnieuw, de menigte klapte in haar handen. Het wonder was nu officieel
+geconstateerd. Toch hadden medelijdende personen, die bang waren, dat
+zij zich te veel zou vermoeien en haar wagentje, dat door haar voor
+de Grot achtergelaten was, noodig hebben zou, dit naar het bureau
+gebracht. Toen zij het weer terugzag, werd zij diep ontroerd. O,
+dit kleine wagentje, waarin zij zooveel jaren geleefd had, die
+rijdende doodkist, waarin zij soms dacht levend begraven te zijn,
+wat had het een tranen, een wanhoop, een ongelukkige dagen gezien! En
+plotseling kwam de gedachte bij haar op, dat het, waar het zoo lang
+getuige geweest was van haar verdriet, nu ook deel moest nemen aan
+haar triomf. En in een goddelijke ingeving, in een heiligen waanzin
+greep zij het handsvat.
+
+Op dat oogenblik kwam de processie voorbij, die terugkeerde uit de
+Grot, waar abbé Judaine den zegen gegeven had. En nu ging Marie met
+haar wagentje achter den baldakijn rijden. Op haar pantoffels, het
+hoofd bedekt met een kanten doekje, liep zij rechtop, het hoofd omhoog
+en met een verheerlijkt, stralend gelaat, het wagentje, de rijdende
+doodkist, waarin zij zooveel smarten geleden had, voortduwend. En
+de menigte, die haar toejuichte, de tot waanzin opgezweepte menigte
+volgde haar.
+
+
+
+
+IV.
+
+Pierre was Marie gevolgd en liep nu, als voortgesleurd door den storm
+van geestdrift, die haar triomphantelijk haar wagentje voort deed
+duwen, met haar achter den baldakijn. Doch iedere minuut ontstond
+er zoo'n gedrang, zulke botsingen, dat hij zeker gevallen zou zijn,
+wanneer een sterke hand hem niet staande gehouden had.
+
+"Wees maar niet bang en geef mij een arm. Anders blijf je niet op
+de been!"
+
+Hij keerde zich om en zag tot zijn verbazing pater Massias, die
+pater Fourcade op den kansel gelaten had, om met den baldakijn mede
+te gaan. Een buitengewone opwinding hield hem staande en wierp hem
+krachtig als een rotsblok vooruit; zijn oogen schoten vonken, zijn
+met zweet bedekt gelaat was één geestdrift.
+
+"Pas toch op, geef mij een arm!"
+
+Een nieuwe menschengolf spoelde hem bijna weg. Pierre vertrouwde zich
+nu geheel toe aan dezen verschrikkelijken man, met wien hij, zooals
+hij zich nu herinnerde, tegelijk op het seminarie geweest was. Wat een
+zonderlinge ontmoeting, en hoe gaarne zou hij het onstuimige geloof,
+deze geloovige geestdrift gehad hebben, die hem zoo hijgend en uit
+zijn snikkende keel de ononderbroken smeekbede uitroepen deed:
+
+"Heer Jezus, genees onze zieken!... Heer Jezus, genees onze zieken!"
+
+Achter den baldakijn hield die kreet maar niet op, steeds was
+er weer een, die het uitbrulde, als hadden zij allen de opdracht
+de goddelijke goedheid niet met rust te laten, wanneer zij zich te
+langzaam openbaarde. Nu eens was het een doffe, door snikken gesmoorde,
+dan weer een scherpe, alles doordringende stem. Die van den pater,
+anders zoo gebiedend, brak nu van ontroering.
+
+"Heer Jezus, genees onze zieken!... Heer Jezus, genees onze zieken!"
+
+Het gerucht van de plotselinge genezing van Marie, van dit wonder, dat
+straks in zijn schittering de geheele Christenheid met dankbaarheid
+vervullen zou, had zich reeds naar alle hoeken van Lourdes verspreid
+en de menigte in een nog grooter opwinding gebracht. De besmettelijke
+aanval van waanzin deed hen allen naar het Heilige Sacrament stormen
+in een onbewusten drang om het te zien, het aan te raken, genezen te
+worden en gelukkig te zijn. God ging immers voorbij, en nu waren het
+niet de zieken alleen meer, die brandden van levensverlangen, neen,
+allen voelden een verterenden drang naar geluk, die hen opzweepte,
+zoodat hun bloedende harten zich openden en hun begeerige handen
+zich uitstrekten.
+
+Berthaud, die deze uitbarsting van hartstocht voorzien had, was met
+zijn mannen medegegaan. Hij gaf hun bevelen en zorgde ervoor, dat de
+dubbele keten van brancarddragers aan beide zijden van den baldakijn
+niet verbroken werd.
+
+"Nog meer opsluiten en de armen stevig vasthouden!"
+
+De jonge mannen, uit de sterksten gekozen, hadden het zwaar te
+verantwoorden. De muur, dien zij aldus schouder aan schouder en de
+armen om middel en nek geslagen, vormden, boog ieder oogenblik onder
+den onwillekeurigen aandrang der menigte. Niemand meende te dringen
+en toch waren het onophoudelijk draaikolken en hooge golven, die van
+verre kwamen en alles dreigden te verzwelgen.
+
+Toen de baldakijn midden op de place du Rosaire was, dacht abbé Judaine
+niet verder te kunnen. Op het groote plein hadden zich verschillende
+stroomen en tegenstroomen gevormd, die draaiden als een wervelwind
+en van alle kanten op hem aan bruisten. Hij moest wel blijven staan
+onder den baldakijn, die heen en weer gezwiept werd als een zeil, dat
+in volle zee door een plotselinge windvlaag aangegrepen wordt. Hij
+hield met zijn beide verstijfde handen het Heilige Sacrament zoo
+hoog mogelijk uit vrees, dat een laatste stoot het omver zou werpen;
+want hij begreep heel goed, dat de gouden, als een zon stralende
+monstrans den hartstocht van de menigte opwekte; dat was de God,
+dien men wilde kussen, in wien men wilde opgaan, zelfs op gevaar af
+hem te vernietigen. Onbeweeglijk bleef hij staan en wierp ongeruste
+blikken op Berthaud.
+
+"Niemand doorlaten!" schreeuwde hij den brancarddragers toe, "niemand,
+begrepen?"
+
+Maar smeekende stemmen verhieven zich, ongelukkigen snikten met
+uitgestrekte armen en uitgestoken lippen, in den waanzinnigen
+wensch, dat men hen dichter bij zou laten komen, om neer te knielen
+voor de voeten van den priester. Welk een genade zou het zijn ter
+aarde geworpen, neergetrapt en verpletterd te worden door de geheele
+processie! Een zieke liet zijn uitgemergelde hand zien, overtuigd, dat
+zij opnieuw aan zijn arm tot nieuw leven zou opbloeien, wanneer men hem
+toestond den monstrans aan te raken. Een stomme drong als een furie met
+haar sterke schouders door alles heen, om door een kus de band van haar
+tong los te maken. Anderen en steeds weer anderen gilden, smeekten,
+balden ten slotte hun vuisten tegen de wreedaards, die aan de kwalen
+van hun lichaam en de ellende van hun ziel genezing weigerden. Het
+consigne gold voor allen; men was bang voor de ergste ongelukken.
+
+"Niemand, niemand doorlaten!" herhaalde Berthaud.
+
+Intusschen was er een vrouw, wier aanblik aller harten met medelijden
+vervulde. Zij was armoedig gekleed en blootshoofds; met een door
+tranen overstroomd gelaat hield zij een klein jongetje van tien jaar,
+wiens beide beenen verlamd en slap neerhingen, op haar armen. De last
+was te zwaar voor haar zwakke krachten, maar zij scheen het niet
+te voelen. Zij had haar jongetje meegebracht en smeekte nu met een
+hardnekkigheid, waar noch bedreigingen noch stooten vat op hadden,
+den brancarddragers haar door te laten.
+
+Eindelijk riep abbé Judaine, die door het schouwspel diep
+aangegrepen werd, haar met een hoofdknikje tot zich. Gehoorzamend
+aan de barmhartige bedoeling van den geestelijke, maakten twee
+brancarddragers, hoe gevaarlijk het ook was een bres in den muur te
+vormen, een kleine opening; de vrouw vloog er met haar last doorheen
+en viel voor den priester neer. Deze liet den voet van den monstrans
+een oogenblik op het hoofd van het jongetje rusten. De moeder zelf
+drukte haar begeerige lippen erop. Toen men zich weer in beweging
+zette, wilde zij achter den baldakijn blijven en volgde de processie
+hijgend, met in den wind fladderende haren, bijna bezwijkend onder
+den zwaren last, die haar schouders brak.
+
+Met groote moeite had eindelijk de processie de place du Rosaire
+overgestoken. Nu begon het glorierijke beklimmen van de monumentale
+helling, gedurende hetwelk heel hoog, aan den rand van den hemel,
+uit de spitse toren van de Basilica de klokken luidden en den triomf
+van Notre-Dame de Lourdes uitjubelden. Naar deze apotheose, naar deze
+hooge poort van het heiligdom, die toegang scheen te geven tot de
+oneindigheid steeg de baldakijn nu op boven de groote menschenzee, die
+daar beneden op de pleinen en in de alleeën bleef bruisen. Reeds was
+de in blauw en zilver gekleede kerkbewaarder met het processiekruis
+ter hoogte van den koepel der Rozenkranskerk. De delegaties der
+bedevaarten verspreidden zich, de veelkleurige banieren van zijde en
+fluweel wapperden in den brand van de ondergaande zon. Dan kwamen de
+schitterende rijen der geestelijken, de priesters in hun sneeuwwitte
+koorhemden, de priesters in hun gouden misgewaden, als een stoet
+van sterren. De wierookvaten werden gezwaaid, de baldakijn steeg
+steeds hooger, zonder dat men de dragers onderscheiden kon, alsof
+een mysterieuse kracht, onzichtbare engelen hem voortdroegen naar de
+wijdgeopende hemelpoort.
+
+Gezangen waren aangeheven, de stemmen eischten, nu men zich uit de
+menigte losgemaakt had, niet meer de genezing der zieken. Het wonder
+had zich voltrokken, men juichte erom uit volle borst in het gedreun
+der klokken, in de bevende vroolijkheid der lucht.
+
+"Magnificat anima mea Dominum..."
+
+Het in de Grot reeds gezongen lied der dankzegging rees opnieuw uit
+de harten op.
+
+"Et exsultavit spiritus meus in Deo salutari meo..." [17]
+
+Overvloeiend van vreugde volgde Marie dezen schitterenden opgang, deze
+hemelvaart langs de helling naar de lichtende Basilica. Naarmate zij
+hooger kwam, kwam het haar voor, dat zij sterker werd, krachtiger op
+haar zoo lang afgestorven, thans herleefde beenen stond. Het wagentje
+dat zij triomphantelijk voortreed, was als de buit, aan haar kwaal
+ontnomen, de hel, waaruit de Heilige Maagd haar gered had; en hoewel
+het handvat haar handen wondde, wilde zij het naar boven rijden om
+het neer te leggen aan de voeten van God. Geen hinderpaal kon haar
+tegenhouden, zij lachte onder haar tranen door, haar borst welfde
+zich, haar gang was als die van een krijgsman. Onderweg was een
+van haar pantoffels losgegaan, terwijl het kanten doekje van haar
+hoofd op haar schouders gevallen was. Maar toch bleef zij doorloopen,
+terwijl haar prachtige blonde lokken haar als met een helm bedekten,
+met stralend gelaat, in zoo'n krachtig opleven van wil en kracht,
+dat men, achter haar, het zware wagentje op den steilen geplaveiden
+weg als een kinderwagen hoorde huppelen.
+
+Pierre, die nog steeds aan den arm van pater Massias liep, bleef in
+haar nabijheid. In zijn hevige ontroering was hij niet in staat tot
+denken. De welluidende en krachtige stem van den pater verdoofde hem:
+
+"Deposuit potentes de sede et exaltavit humiles!..." [18]
+
+Aan den anderen kant rechts van hem, volgde Berthaud, thans geheel
+gerust gesteld, eveneens den baldakijn. Hij had zijn mannen bevel
+gegeven den keten te verbreken en keek nu verrukt naar de menschenzee,
+die de processie doorkruist had. Hoe hooger men kwam, des te meer
+verbreedden zich de place du Rosaire, de boulevards, de alleeën der
+tuinen, en werden zij, zwart van menschen, beter voor zijn blikken
+zichtbaar. Men zag een geheel volk in vogelvlucht, een steeds meer
+zich uitbreidende mierenhoop.
+
+"Kijk toch eens!" zeide hij tot Pierre. "Is het niet grootsch, is
+het niet mooi?... Nu, het zal geen slecht jaar zijn!"
+
+Hij, voor wien Lourdes voornamelijk een haard van propaganda was,
+waarin hij zijn politieken wrok bevredigde, verheugde zich over
+die talrijke bedevaarten, welke hij onaangenaam voor de regeering
+waande. O, als men de werklieden der steden ertoe zou kunnen brengen,
+een Katholieke democratie stichten!
+
+"Verleden jaar," ging hij voort, "hebben we het nauwlijks tot
+tweehonderdduizend pelgrims kunnen brengen. Dit jaar zullen we,
+hoop ik, dat cijfer overschrijden."
+
+En op den vroolijken toon van een man van de wereld voegde hij er,
+hoewel hij een heftig partijganger was, bij:
+
+"Waarachtig, toen men zoo even elkaar dooddrukte, was ik in mijn
+schik... Ik zei tegen mezelf: Het loopt, het loopt!"
+
+Maar Pierre luisterde niet, hij was te zeer getroffen door het
+grootsche schouwspel. De menigte, welke zich steeds meer uitbreidde,
+naarmate hij zich hooger boven haar verhief, dat prachtige dal, dat
+aan zijn voeten lag, steeds grooter werd en den heerlijken horizont
+der bergen voor hem ontrolde, vervulden hem met een bewondering, die
+hem deed rillen. Zijn verwarring was er door toegenomen, hij zocht
+Marie's blik en wees haar met een breed gebaar op den onmetelijken
+gezichtskring. Doch zij begreep het gebaar verkeerd, zij zag in den
+geheel geestelijken, dwependen toestand, waarin zij zich bevond, de
+stoffelijkheid van het schouwspel niet; zij dacht, dat hij de aarde
+tot getuige riep voor de wonderdadige genade, waarmede de Heilige
+Maagd hen beiden had beweldadigd; want zij geloofde, dat hij ook zijn
+deel in het wonder gehad had, dat in dezelfde genadewerking, die haar
+lichamelijk genezen en weer op de been gebracht had, hij, die haar zoo
+na aan het hart lag, zich door dezelfde goddelijke kracht omgeven en
+opgericht gevoeld had, dat zijn ziel van den twijfel gered, door het
+geloof herwonnen was. Hoe zou hij getuige geweest hebben kunnen zijn
+van haar wonderdadige genezing, zonder overtuigd te worden? Zij had
+den vorigen nacht voor de Grot zoo gebeden. En in de overmaat van haar
+vreugde zag zij ook hem veranderd, weenend en lachend, teruggegeven
+aan God. Dat deed haar nog meer gloeien in haar koorts van geluk,
+zij reed haar wagentje voort met een hand, die niet moede werd, zij
+had het nog mijlen en mijlen ver kunnen voortduwen, steeds hooger,
+tot aan ontoegankelijke bergtoppen, tot in den verblindenden glans
+van het Paradijs, alsof zij hun dubbel kruis, haar eigen verlossing
+en die van haar vriend, gedragen had.
+
+"O, Pierre, Pierre," stamelde zij; "hoe heerlijk is het, dat wij dit
+groote geluk samen, samen gehad hebben. Ik had het haar zoo vurig
+gevraagd en zij was zoo genadig; zij heeft jou gered door mij te
+redden!... Ja, ik heb gevoeld, hoe jouw ziel zich overstortte in
+de mijne. Zeg me toch, dat onze wederkeerige gebeden verhoord zijn,
+dat ik jouw heil bewerkt heb, zooals jij het mijne."
+
+Hij begreep haar dwaling, en huiverde.
+
+"Als je eens wist," ging zij voort, "hoe doodsbedroefd ik zou zijn,
+wanneer ik zoo heel alleen naar het licht zou moeten opstijgen. O,
+hoe vreeselijk zou het wezen zonder jou uitverkoren te zijn, zonder jou
+dezen weg te gaan! Maar met jou, Pierre, is het een zaligheid... Samen
+gered en voor eeuwig gelukkig! Ik voel de kracht in mij, gelukkig te
+zijn, ja de kracht om de wereld op te heffen..."
+
+Hij moest nu toch een antwoord geven; en hij loog: hij kon dit groote
+geluk niet bederven en bezoedelen.
+
+"Ja, ja, wees gelukkig, Marie! Want ik ben zelf ook zoo gelukkig,
+en al onze smarten zijn uitgedelgd."
+
+Maar in zijn binnenste kwam een diepe scheur, alsof hij, plotseling,
+gevoeld had, dat een ruwe bijlslag hen van elkander scheidde. Tot nog
+toe was zij in hun gemeenschappelijk lijden het kleine vriendinnetje
+uit zijn jeugd gebleven, de eerste, onschuldig begeerde vrouw, van wie
+hij wist, dat zij steeds de zijne was, omdat zij aan niemand anders kon
+toebehooren. En nu was zij genezen en bleef hij in zijn hel en moest
+hij zich bekennen, dat zij hem nooit toebehooren zou. Die plotselinge
+gedachte overweldigde hem zoo, dat hij, wanhopig zoo te moeten lijden
+onder het wonderdadig geluk, waarin zij jubelde, zijn blikken afwendde.
+
+Het gezang bleef doorklinken; pater Massias stiet, zonder iets
+te hooren, zonder iets te zien, geheel opgaande in zijn vurige
+dankbaarheid aan God, het laatste vers met donderende stem uit:
+
+"Sicut locutus est ad patres nostros, Abraham et semini eius in
+saecula." [19]
+
+Nog een gedeelte der helling was te beklimmen, nog een
+krachtsinspanning moest gedaan worden om over de gladde, breede tegels
+de hoogte van den steilen weg te bereiken! En de processie steeg nog
+hooger en voleindigde den opgang in het volle, heldere daglicht. Er
+was nog een laatste bocht en de wielen van het wagentje kletterden
+tegen den granieten trottoirband. Altijd hooger! Altijd hooger! Steeds
+hoogerop reed het; het stiet tegen den rand van den hemel.
+
+Daar verscheen plotseling de baldakijn op den top der reusachtige
+hellingen, voor de deur der Basilica, op het steenen balcon, dat de
+uitgestrekte vlakte beheerschte. Abbé Judaine trad naar voren, hield
+met beide handen het Heilige Sacrament omhoog. Naast hem had Marie
+met van het loopen kloppend hart en met een in het loshangend goud
+van haar haar stralend gelaat haar wagentje omhoog geheven. Achter
+hen schaarde zich de geestelijkheid: de sneeuwwitte koorhemden, de
+vlammende misgewaden, terwijl de banieren en vaandels wapperden en
+het wit der balustraden pavoiseerden.
+
+Het was een plechtig oogenblik.
+
+Men kon zich moeilijkers iets grootscher denken dan het uitzicht,
+dat men van boven af genoot. In de eerste plaats zag men daar
+de menigte, de menschenzee met haar donkere golven en haar nooit
+ophoudende deining, waarin men, als zij even tot stilstand kwam,
+slechts de bleeke plekken van de in afwachting der zegening naar de
+Basilica opgeheven gezichten zag; en zoo ver als de blik reikte, van
+de place du Rosaire tot den Gave, over de alleeën en avenues, over de
+kruiswegen tot aan de oude in de verte liggende stad, vermenigvuldigden
+zich de kleine, bleeke gezichten, ontelbaar, tot in het oneindige,
+allen in zalige verrukking hun blik richtend op den verheven drempel,
+waar de hemel zich openen zou.
+
+Vervolgens dook het onmetelijk amphitheater der hellingen, heuvels en
+bergen op, verhief zich aan alle kanten tot eindeloos hooge toppen,
+die zich in de blauwe lucht verloren. In het Noorden aan de overzijde
+der rivier, op de eerste hellingen, tusschen de boomen, wierp de brand
+van de ondergaande zon een rosen weerschijn op de talrijke kloosters
+der Carmelieten, Assumptionisten, Dominicanessen en der Zusters van
+Nevers. Dan bouwden zich beboschte bergmassa's boven elkaar op, tot
+zij de hoogten van den Buala bereikten, waarboven de Julospas uitstak,
+die op zijn beurt weer door den Miramont beheerscht werd. In het Zuiden
+openden zich andere diepe valleien, nauwe bergkloven tusschen massieve,
+reusachtige rotsen, wier voet reeds in blauwachtige schaduw baadde,
+wanneer de toppen nog schitterden in den afscheidsglimlach der zon. Aan
+dezen kant vormden de purperen heuvels van Visens een voorgebergte van
+koraal, dat het slapende meer van den ether met een doorschijnendheid
+als van saphir afdamde. Maar recht vooruit in het Oosten verbreedde
+de horizont zich nog over het kruispunt zelf der zeven dalen heen.
+
+Het Kasteel, dat ze vroeger beheerscht had, stond nog met zijn
+slottorens, zijn hooge muren, zijn donker profiel van grimmige,
+ouderwetsche vesting op de door den Gave bespoelde rots. Aan deze zijde
+lag de nieuwe stad heel vroolijk te midden van haar tuintjes als een
+gewemel van witte gevels, groote hotels, pensions en groote winkels,
+welker ruiten als kolenvuren gloeiden, terwijl achter het Kasteel het
+oude Lourdes in het rossig-stoffige licht zijn gewirwar van verkleurde
+daken uitstalde. Op dit late uur waren de Kleine en de Groote Gers, de
+twee reusachtige, kale, slechts hier en daar met kort gras beplekte
+rotsruggen, waarachter de dagvorstin met koninklijke pracht van
+haar troon daalde, niet meer dan een wegdoezelende, violetkleurige
+achtergrond, twee donkere voor den rand van den horizont toegetrokken
+gordijnen.
+
+Tegenover deze onmetelijkheid hief abbé Judaine met zijn beide handen
+het Heilige Sacrament hooger, hooger nog op. Hij bewoog het langzaam
+langs den geheelen horizont en liet het een groot teeken des kruises
+beschrijven. Links begroette het de kloosters, de hoogten van den
+Buala, den Julospas en den Miramont; rechts de twee steden, het
+door den Gave bespoelde Kasteel, den reeds ingesluimerden Kleinen
+en Grooten Gers; het begroette de bosschen, de stroomen, de bergen,
+de onbestemde omtrekken der verre toppenketenen, de geheele aarde
+aan gene zijde van den zichtbaren horizont. Vrede der aarde, hoop
+en troost den menschen! Beneden had de menigte gesidderd onder het
+groote teeken des kruises, dat hen allen omvatte. Het was, alsof een
+goddelijke adem over de kleine bleeke gezichtjes, even talrijk als
+de golven van een oceaan, streek. Een zucht van aanbidding steeg op,
+alle monden openden zich, om Gods lof te zingen, toen de monstrans,
+die door de ondergaande zon vol beschenen werd, weer als een tweede zon
+verscheen, een zon van zuiver goud, die op den drempel der oneindigheid
+in vlammende lijnen het teeken des kruises beschreef.
+
+Reeds gingen de banieren, de geestelijkheid, abbé Judaine onder
+den baldakijn de Basilica binnen, toen Marie op het oogenblik dat
+ook zij, zonder het wagentje los te laten, de kerk wilde ingaan,
+door twee dames, die haar weenend omarmden, tegengehouden werd. Het
+waren madame de Jonquière en haar dochter Raymonde, die de zegening
+bij wilden wonen en het wonder vernomen hadden.
+
+"Hoe heerlijk, kindlief!" riep madame de Jonquière, "en wat ben ik
+er trotsch op, dat je in mijn zaal bent. Het is voor ons allen een
+zoo kostelijke genade, dat de Heilige Maagd jou uitverkoren heeft!"
+
+Raymonde had een hand der wonderdadig genezene in de hare gehouden.
+
+"Mag ik u vriendin noemen, mademoiselle? Ik had zoo'n vreeselijk
+medelijden met u en nu vind ik het zoo heerlijk u, zoo krachtig en
+zoo mooi al, te zien loopen... Laat ik u nog een zoen geven. Dat zal
+mij geluk aanbrengen."
+
+"Dank, hartelijk dank... Ik ben zoo gelukkig, zoo gelukkig!" stamelde
+Marie verrukt.
+
+"O, wij verlaten je niet meer!" begon madame de Jonquière weer. "Hoor
+je, Raymonde? Laten we met haar meegaan en met haar knielen. En na
+de plechtigheid nemen wij haar mede terug."
+
+Inderdaad sloten de beide dames zich bij den stoet aan en liepen
+naast Pierre en pater Massias achter den baldakijn tot aan het midden
+van het koor, tusschen de door de delegaties reeds ingenomen rijen
+stoelen. Alleen de banieren werden ter weerszijde van het hoofdaltaar
+toegelaten. Ook Marie ging naar voren en bleef eerst bij de treden van
+het altaar staan met haar wagentje, waarvan de wielen op de tegels
+weerklonken. Zij had het armzalige smartenwagentje nu gebracht,
+waarheen zij het in den heiligen waan van haar begeerte had willen
+brengen, in de schittering van Gods huis, opdat het daar als het bewijs
+van het wonder staan zou. Dadelijk bij het binnentreden was het orgel
+in een triomfzang uitgejubeld, waarmede de gelukkige schare donderend
+had ingestemd, totdat zich daaruit weldra een hemelsche engelenstem
+vol juichende vreugde en zuiver als kristal, losmaakte. Abbé Judaine
+had het Heilige Sacrament op het altaar gezet, de menigte vulde het
+schip, ieder nam zijn plaats in, men verdrong zich en wachtte tot de
+plechtigheid beginnen zou. Tusschen madame de Jonquière en Raymonde,
+wier oogen vochtig bleven van ontroering, was Marie op haar knieën
+gevallen, terwijl pater Massias, wiens krachten na de buitengewone
+zenuwspanning, welke hem sedert het verlaten van de Grot staande
+gehouden had, uitgeput waren, in snikken uitbarstte, zich op den
+grond wierp en zijn gezicht in zijn handen begroef. Achter hem bleven
+Pierre en Berthaud staan, de laatste nog steeds overal voor wakend
+en zelfs te midden van de sterkste gemoedsaandoeningen voor de goede
+orde zorg dragend.
+
+Verdoofd door het orgelgejubel hief Pierre het hoofd op en bekeek in
+zijn onrust het inwendige der Basilica. Het was een smal, hoog, met
+drukke kleuren beschilderd schip, waarin door talrijke gebrande ramen
+het licht binnenviel. Zijbeuken waren er eigenlijk niet; in plaats
+daarvan liep een eenvoudige doorgang tusschen de pilarenbundels en de
+zijkapellen, wat de slankheid van het schip, het vluchtig opstijgen der
+steen in dunne, kinderlijk-fijne lijnen nog scheen te verhoogen. Een
+geheel verguld, als kantwerk zoo doorzichtig hek sloot het koor af,
+waarin het wit marmeren, met houtsnijwerk overdekte hoofdaltaar
+zijn maagdelijk reine pracht ontvouwde. Verbazingwekkend waren de
+buitengewoon talrijke kunstvoorwerpen, die van de geheele kerk een
+van borduurwerk, juweelen, banieren en geloftegiften overvloeiende
+uitstalkast maakten, een stroom van geschenken en giften, die hierheen
+gevloeid was en tot stilstand gekomen was op de muren, die als het ware
+dropen van goud, zilver, fluweel en zijde, waarmede ze van boven tot
+beneden bekleed waren. Zij was het steeds van dankbaarheid gloeiend
+heiligdom, zong door den mond van haar onschatbaren rijkdom een eeuwig
+danklied van geloof.
+
+Vooral banieren waren in grooten getale aanwezig, vermenigvuldigden
+zich ontelbaar als bladeren aan een boom. Een dertigtal was aan het
+gewelf opgehangen. Andere, die den geheelen omgang van het triforium
+versierden, vormden als het ware door kleine zuiltjes omlijste
+schilderijen. Zij spreidden zich langs de muren uit, wapperden achter
+in de kapellen, overwelfden het koor met een hemel van zijde, satijn
+en fluweel. Men telde ze bij honderden, het oog werd moe van het
+bewonderen. Vele genoten een groote beroemdheid en waren zoo kunstig
+bewerkt, dat de bekendste borduursters ze kwamen bezichtigen: die
+van Notre-Dame de Fourvières met het stadswapen van Lyon; die van
+den Elzas, zwart, met goud geborduurd fluweel; die van Lotharingen,
+waarop een Heilige Maagd, die twee kinderen in haar mantel hult;
+die van Bretagne, blauw en wit met een bloedend hart midden in een
+stralenkrans. Alle keizerrijken, alle koninkrijken der aarde waren
+vertegenwoordigd. De verst gelegen landen, Canada, Brazilië, Chili,
+Haïti, hadden er hun vaandel, waarmede zij de Koningin des Hemels
+hun eer bewezen.
+
+Behalve de banieren waren er nog meer wonderstukken: de duizenden en
+nog eens duizenden harten van goud en zilver, die overal opgehangen
+waren en aan de muren fonkelden als sterren aan het firmament. Zij
+vormden daar mystieke rozen, slingerden bloemenhangers en guirlandes
+om de pilaren, omvatten de ramen en bestarden de diepliggende
+kapellen. Men was op het zinrijke denkbeeld gekomen om met behulp
+van die harten boven het triforium in groote letters de verschillende
+woorden te schrijven, die de Heilige Maagd tot Bernadette gesproken
+had; ook liep een dergelijke lange fries om het schip heen, welke
+de vreugde uitmaakte der kinderlijke zielen, die gaarne de woorden
+spelden. Het was een gewemel en gefonkel van wonderharten, wier
+eindeloos aantal het hart beklemde, wanneer men dacht aan al die van
+dankbaarheid bevende handen, welke ze geschonken hadden. Trouwens
+ook vele andere geloftegiften, en daaronder die, welke men het minst
+verwachten zou, droegen bij tot de versiering der kerk. Zoo zag men
+onder glas bruidsbouquetten, eerekruizen, juweelen, photographieën,
+rozenkransen, ja zelfs sporen. Er waren officiers-epauletten zoowel
+als degens, waaronder een prachtige sabel, die als aandenken aan een
+wonderdadige bekeering achtergelaten was.
+
+Maar dat was niet genoeg: overal schitterden nog andere rijkdommen,
+rijkdommen van den meest uiteenloopenden aard: marmeren beelden,
+in diamanten gevatte diademen, een prachtig, te Blois geteekend en
+door dames uit geheel Frankrijk geborduurd tapijt, een met emailwerk
+versierde gouden palm, die de Heilige Vader gezonden had. De lampen,
+die uit het gewelf neerhingen, waren eveneens geschenken, sommige
+waren van massief goud en fijn bewerkt. Men kon ze niet meer tellen,
+zij fonkelden in het schip der kerk als kostbare sterren. Voor
+den tabernakel hing er een, die door Ierland geschonken was, een
+meesterwerk van ciseleerkunst. Andere, zooals uit Valencia, Rijssel
+en Macao vormden ware kleinoodiën, schitterend van edelgesteenten. En
+welk een glans, wanneer bij de groote avondceremoniën de twintig
+kroonluchters waren aangestoken, wanneer de honderden lampen,
+de honderden kaarsen tegelijk brandden! Dan was de geheele kerk
+één gloed, dan weerkaatsten al die kleine vlammen van het brandende
+godshuis haar lichten in die duizenden harten van goud en zilver. Het
+was één wonderbare vuurzee, de muren dropen van levende vlammenvonken,
+men betrad de verblindende heerlijkheid van het paradijs, terwijl de
+tallooze banieren daartusschen haar zijde, haar satijn en haar fluweel
+ontrolden, geborduurd met bloedende Harten, overwinnende Heiligen en
+Heilige Maagden, wier vriendelijke glimlach wonderen wrocht.
+
+O, hoeveel ceremoniën hadden reeds haar pracht en praal in deze
+Basilica ontwikkeld! Nooit hielden de eeredienst, nooit het gebed
+en het gezang erin op! Van het eene eind van het jaar tot het
+andere brandde de wierook, dreunde het orgel, bad de neergeknielde
+schare. Ononderbroken werden missen gelezen, dan kwamen de vespers,
+de predikatiën, de zegeningen, de dagelijks wederkeerende oefeningen,
+de met een weergalooze pracht gevierde feesten. De minste naamdagen
+werden voorwendsel tot hoogheilige feesten. Iedere bedevaart moest
+haar aandeel in de verblindende schouwspelen hebben. Men moest
+die lijdenden en die nederigen, welke van zoo verre kwamen, toch
+getroost, verrukt en met het visioen van het half geopende paradijs
+terugzenden. Zij hadden de heerlijkheid Gods aanschouwd, zouden de
+herinnering eraan in een eeuwige extase bewaren. In de armzalige,
+kale kamertjes, voor de smartvolle lijdenssponden rees in de geheele
+Christenheid de Basilica met haar gloed en rijkdommen op als een
+droom van belofte en gerechtigheid, ja als het geluk zelf, de schat
+van het toekomstige leven, waarin de armen zeker eens na hun lange
+aardsche ellende ingaan zouden.
+
+Maar Pierre voelde bij het zien van al die schittering geen enkele
+vreugde, geen troost, geen hoop. Het was donker in hem, donker als
+in een storm, waarin gedachten en gevoelens gieren en huilen. Van
+af het oogenblik, dat Marie uit haar wagentje was opgestaan met den
+kreet: "Ik ben genezen", van het oogenblik af, dat zij zoo krachtig,
+zoo vol levenslust liep, voelde hij een onmetelijke, troostelooze
+treurigheid in zich opstijgen. En toch had hij haar lief met een
+vurige broederlijke toegenegenheid, had een grenzeloos geluk zich
+van hem meester gemaakt, toen hij zag, dat zij niet meer leed. Waarom
+veroorzaakte dan haar geluk hem zoo'n angstgevoel? Hij kon haar, nu
+zij daar in tranen en stralend in haar herwonnen en vollere schoonheid
+geknield lag, niet zien zonder dat zijn arm hart als uit een doodelijke
+wonde bloedde. Toch wilde hij blijven, maar hij wendde zijn blikken af
+en trachtte zijn aandacht te bepalen bij pater Massias, die nog altijd
+lag te snikken en wiens verterende illusie van de goddelijke liefde,
+waarin hij zichzelf geheel vernietigde en één werd met het geloof,
+hij benijdde. Een oogenblik scheen hij zelfs met bewondering te kijken
+naar een banier, waarover hij aan Berthaud inlichtingen vroeg.
+
+"Welke bedoelt u? Die banier van kant?"
+
+"Ja, die daar links."
+
+"Dat is een geschenk van Le Puy. De wapens erop zijn die van Le Puy
+en Lourdes, verbonden door den Rozenkrans... De kant is zoo fijn,
+dat je de heele banier in de holte van je hand zoudt kunnen houden."
+
+Maar abbé Judaine kwam naar voren. Weer dreunde het orgel; een lied
+werd gezongen, terwijl het Heilige Sacrament als de koning-ster
+was tusschen het gefonkel der gouden en zilveren harten, die even
+talrijk als de hemellichamen waren. Pierre voelde geen kracht meer
+in zich om langer te blijven. Nu Marie toch madame de Jonquière en
+Raymonde had, om haar naar het Hôpital terug te brengen, kon hij
+wel gaan en verdwijnen in een donker hoekje, waar hij eindelijk zou
+kunnen uithuilen. Met een enkel woord verontschuldigde hij zich en
+gaf zijn afspraak met dr. Chassaigne als voorwendsel. Doch toen hij
+zag, hoe een dicht opeengepakte menigte de deur versperde, begreep
+hij niet, hoe hij eruit moest komen; maar dan kreeg hij ingeving,
+ging de sacristie door en daalde langs de smalle trap in de Crypt af.
+
+Plotseling omving hem daar na de jubelende stemmen en den wondermooien
+glans boven een diepe stilte, een donkerte als van een graf. De in de
+rots uitgehouwen Crypt bestond uit twee nauwe, door de fundamenten,
+welke het schip droegen, gescheiden gangen, welke onder de apsis
+naar een onderaardsche kapel leidden, die dag en nacht door kleine
+lampjes verlicht werd. In het donkere bosch van pilaren heerschte een
+mystieke ontzetting te midden van het halfdonker, waarin het mysterie
+huiverde. De muren waren kaal, als de steen zelf van het graf, waarin
+ieder mensch zijn laatsten slaap moet slapen. Langs de gangen zag men
+tegen de muren, die van boven tot beneden bedekt waren met marmeren
+votiefplaten, niets dan een dubbele rij biechtstoelen, want in deze
+doodelijke stilte der aarde biechtte men. Er waren priesters, die
+alle talen spraken, om den zondaren, die daar uit alle hoeken der
+wereld kwamen, hun zonden te vergeven.
+
+Op dit uur, terwijl de menigte zich daarboven verdrong, was de Crypt
+geheel verlaten; en in die groote stilte, en in die donkerte, in
+deze grafkilte viel Pierre op zijn knieën. Niet omdat hij behoefte
+gevoelde om te bidden, of God te vereeren, maar omdat onder de
+geestelijke marteling, die hem gebroken had, zijn geheele wezen
+vernietigd was. Een kwellende dorst verteerde hem, om duidelijk in
+zijn binnenste te zien. O, waarom kon hij nog niet dieper wegzinken
+in het niet der dingen, nadenken, begrijpen, rust vinden eindelijk?
+
+Hij maakte een vreeselijken strijd door. Hij trachtte zich iedere
+minuut weer voor den geest te roepen, sedert Marie, plotseling van haar
+lijdenssponde verrezen, haar kreet van wederopstanding uitgestooten
+had! Waarom toch had hij toen, ondanks zijn broederlijke vreugde,
+dat hij haar weer op den been zag, zoo'n bittere, stekende pijn in
+zich voelen opstijgen, alsof een doodelijk ongeluk hem getroffen
+had? Was hij dan jaloersch op de goddelijke genade? Leed hij eronder,
+dat de Heilige Maagd, die haar genas, hem vergeten had, hem, wiens
+ziel zoo ziek was? Hij herinnerde zich het laatste uitstel, dat hij
+zich gegeven had, de uiterste en laatste afspraak, die hij met het
+geloof gemaakt had voor het oogenblik, dat het heilige Sacrament
+voorbij gedragen zou worden en wanneer Marie genezen was; nu was
+zij genezen en hij geloofde nog altijd niet, en voor de toekomst had
+hij geen hoop meer ook, want hij zou nooit meer gelooven. Dat was de
+bloedende, doodelijke wonde. In wreede en verblindende duidelijkheid
+stond die zekerheid hem voor oogen, dat zij genezen en hij verloren
+was. Dit zoogenaamde wonder, dat haar tot een nieuw leven wekte, had
+in hem voor goed alle geloof in het bovennatuurlijke gedood. Wat hij
+een oogenblik gedroomd had, n.l. te Lourdes te gaan zoeken naar en
+misschien terug te vinden het naïeve geloof, het gelukkige geloof van
+een klein kind, dat was nu niet meer mogelijk: zijn geloof kon niet
+meer opbloeien nu het wonder geen wonder meer was, nu de genezing zich
+punt voor punt voltrokken had, zooals zij door Beauclair voorspeld
+was. Jaloersch, o neen, maar geheel verwoest, ellendig wanhopig, dat
+hij zoo alleen in de ijskoude woestijn van zijn verstand, vergeefs zou
+blijven terugverlangen naar de illusie, den leugen, de hemelsche liefde
+der armen van geest, die in zijn hart geen plaats meer vinden kon.
+
+Een vloed van bitterheid deed Pierre bijna stikken, tranen sprongen
+in zijn oogen. Vernietigd door zijn zielebenauwenis was hij languit
+op den grond neergevallen. En hij herinnerde zich nu die heerlijke
+oogenblikken, die begonnen waren met den dag, waarop Marie, die de
+marteling van zijn twijfel geraden had, zich zoo met haar heele hart
+gegeven had aan zijn bekeering, in het donker zijn hand genomen en
+in de hare gehouden en zachtkens gestameld had, dat zij voor hem zou
+bidden, o! met heel haar ziel. Zichzelf vergat zij, zij smeekte de
+Heilige Maagd liever haar vriend te redden dan haar zelf, wanneer
+zij van haar goddelijken Zoon slechts één genade kon verkrijgen. Dan
+steeg een andere herinnering in hem op; de kostelijke uren, die
+zij samen hadden doorgebracht onder den dichten nacht der boomen
+gedurende het voorbijtrekken der fakkelprocessie. Ook daar weer
+hadden zij voor elkaar gebeden, waren zij met een zoo vurigen wensch
+voor hun wederkeerig geluk in elkaar opgegaan, dat zij een oogenblik
+den diepen grond van die liefde hadden aangeraakt, welke zich geheel
+geeft en zich geheel opoffert. En nu eindigde hun lange, door tranen
+gedrenkte toegenegenheid, de reine idylle van hun gemeenschappelijk
+lijden met deze wreede scheiding: zij genezen en stralend te midden
+van de lofzangen der triompheerende Basilica; hij verloren, snikkend
+van wanhoop en vertwijfeling in de duisternis van de Crypt, in een
+ijskoude grafeenzaamheid. Het was, alsof hij haar voor een tweede
+maal verloren had, en nu voor altijd!
+
+Plotseling voelde Pierre den dolksteek, dien deze gedachte midden in
+zijn hart toebracht. Hij begreep eindelijk zijn lijden; in hem werd
+een licht ontstoken, dat de vreeselijke crisis, waarin hij worstelde
+en ineenkromp, in scherpe omtrekken voor hem uitkomen deed. De eerste
+maal had hij Marie verloren, toen hij priester geworden was en tegen
+zichzelf zeide, dat hij van zijn man-zijn afstand kon doen, omdat
+zij zelf nooit vrouw zijn zou, nu door een ongeneeslijke ziekte haar
+geslachtsleven vernietigd was. En nu was zij genezen, werd zij vrouw,
+nu had hij haar plotseling sterk, mooi, van levenslust, begeerlijk en
+vruchtbaar gezien! Hij was dood, kon geen man weer worden. Nooit zou
+het hem gelukken den grafsteen af te wentelen, die op hem drukte en
+zijn vleesch doodde. Zij alleen ontsnapte uit het graf en liet hem in
+de koude aarde achter. De wijde wereld opende zich weer voor haar,
+het glimlachend geluk, de liefde, die lacht op bezonde wegen, een
+man, kinderen, terwijl hij, die als het ware tot aan zijn schouders
+begraven was, alleen nog zijn verstand over hield, om nog meer te
+lijden. Zij was nog de zijne, toen zij aan geen ander toebehoorde,
+en slechts daarom leed hij dit laatste uur zoo verschrikkelijk,
+slechts daarom werd hij ten doode toe gemarteld, omdat zij nu voor
+de tweede maal aan hem ontrukt, nu voor goed van hem gescheiden werd.
+
+Een razende woede greep hem aan. Hij voelde de verleiding in
+zich opkomen weer naar boven te gaan, Marie de waarheid toe te
+schreeuwen. Het wonder--een leugen! De barmhartige liefde van
+een almachtig God--enkel en alleen zinsbedrog. De natuur alleen
+was hier werkzaam geweest, het leven had nogmaals overwonnen. En
+hij zou bewijzen gegeven hebben, haar hebben aangetoond, dat
+het leven onbeperkt heerscht en door al het aardsche lijden de
+gezondheid herstelt. Maar een plotselinge angst maakte zich van hem
+meester. Wat? Wilde hij aan deze kleine, blanke ziel raken, in haar
+het geloof dooden, ook haar geloofsvertrouwen in puin doen storten,
+puin, waaronder hij zelf verpletterd was? Het scheen hem plotseling
+een schandelijke heiligschennis toe. Later, wanneer hij zichzelf
+zou moeten bekennen, niet in staat te zijn haar een dergelijk
+geluk terug te geven, zou hij een afschuw van zichzelf krijgen,
+denken, dat hij haar vermoord had. Misschien zou zij hem zelfs niet
+gelooven. Trouwens zou zij, die eeuwig de onvergetelijke zaligheid
+in zich voelde in geloofsverrukking genezen te zijn, zou zij ooit een
+afvallig en meineedig priester huwen? Dat alles leek hem waanzinnig,
+tegennatuurlijk, onteerend. Reeds werd zijn verzet minder; hij voelde
+nog slechts een onzegbare moeheid en in zijn arm, verpletterd en
+verscheurd hart de brandende pijn van een ongeneeslijke open wonde.
+
+In zijn verlatenheid, in het niet, waarin hij zich naar alle kanten
+wentelde, werd hij nu nog door een laatsten strijd gemarteld. Wat moest
+hij doen? Hij zou hebben willen vluchten, Marie niet meer terugzien,
+laf als het lijden hem gemaakt had. Want hij begreep heel goed, dat
+hij, nu zij in den waan verkeerde, dat hij met haar gered, bekeerd,
+geestelijk genezen was, zooals zij lichamelijk, zou moeten liegen. Zij
+had hem, toen zij haar wagentje naar boven reed, gezegd hoe gelukkig
+zij was. O, hoe anders zou het zijn, als zij samen dat geluk gehad
+hadden, als zij hun zielen in elkaar hadden voelen opgaan. Hij had
+reeds gelogen, zou gedwongen zijn altijd te liegen, om haar die mooie,
+reine illusie niet te ontnemen. Hij legde het laatste heftige kloppen
+van zijn aderen het zwijgen op en zwoer de verheven barmhartigheid
+te hebben vrede te huichelen, verrukking over zijn genezing te
+veinzen. Hij wilde, dat zij volkomen gelukkig was, zonder spijt,
+zonder twijfel, in de volle verzekerdheid des geloofs, overtuigd,
+dat de Heilige Maagd in hun volkomen mystiek één-zijn toegestemd
+had. Wat beteekende het, of hij daardoor gemarteld werd? Later zou
+zijn wond misschien wel heelen. En zou in de troostelooze eenzaamheid,
+waartoe zijn verstand hem veroordeelde, haar vreugde hem niet een
+weinig verlichting schenken, die vreugde, wier leugenachtige troost
+hij haar laten zou?
+
+Minuten verliepen, en nog altijd bleef Pierre als vernietigd op den
+grond liggen, om zijn koorts tot bedaren te brengen. Hij dacht niet
+meer, hij voelde in de verslapping van zijn geheele wezen, die steeds
+op een hevige crisis volgt, niet meer, dat hij leefde. Doch daar
+meende hij stappen te hooren klinken; met moeite stond hij op en deed
+alsof hij de votiefplaten las, de in de marmeren steenen gegraveerde
+opschriften. Maar hij had zich vergist, er was niemand; desniettemin
+bleef hij voortlezen, eerst werktuigelijk en als om een afleiding te
+hebben, dan echter door een nieuwe gemoedsbeweging medegesleept.
+
+Het spotte met iedere verbeelding. Geloof, aanbidding en dankbaarheid
+waren op die honderden en duizenden marmeren platen in gouden letters
+tot uitdrukking gebracht. Er waren er bij, die in hun naïeveteit hem
+tot een glimlach dwongen. Een kolonel had zijn voet laten uitbeitelen
+met de woorden: "Gij hebt hem genezen, moge hij u dienen!" Verderop
+las hij: "Dat haar bescherming zich over de glasblazerskunst
+uitstrekke!" Ook kon men aan de onnoozele vrijmoedigheid der
+dankbetuigingen de vreemde vragen raden, die gedaan waren: "Aan de
+Onbevlekte Maria van een huisvader voor zijn herkregen gezondheid,
+zijn gewonnen proces en zijn spoedige promotie." Maar dat alles ging
+verloren in het concert der vurige kreten, die opstegen. Jonggehuwden
+smeeken: "Paul en Anna vragen den zegen van Notre-Dame de Lourdes
+op hun huwlijk." Moeders roepen: "Dank aan Maria, driemaal heeft zij
+mijn kind genezen!"--"Dank voor de geboorte van Maria-Antoinette, die
+ik zoowel als mijzelf en de mijnen aan haar toewijd."--"De driejarige
+P. D. is voor de liefde der zijnen gespaard gebleven." Echtgenooten,
+genezen zieken, aan het geluk teruggegeven zielen roepen: "Bescherm
+mijn man; geef, dat hij gezond blijve!"--"Ik was lam aan beide
+beenen en ben genezen!"--"Wij zijn gekomen en wij hopen."--"Ik heb
+gebeden, ik heb geweend, en zij heeft mij verhoord." En nog meer,
+nog andere kreten vol verborgen gloed, die lange romans vermoeden
+deden. "Gij hebt ons vereenigd, bescherm ons."--"Aan Marie voor de
+grootste der weldaden." En steeds weer kwamen dezelfde opschriften,
+dezelfde woorden vol hartstochtelijk geloofsvertrouwen: dankbaarheid,
+erkentelijkheid, eer, dankgebeden, dankzeggingen. O, die honderden,
+die duizenden voor altijd in het marmer vastgelegde kreten, die uit
+de diepte der Crypt tot de Heilige Maagd òpklonken en getuigden van
+haar eeuwige vereering door die ongelukkigen, die zij geholpen had.
+
+Maar onder het lezen, dat Pierre niet moede werd, vervulde
+bitterheid zijn mond, maakte een toenemende troosteloosheid zich
+van hem meester. Was hij dan de eenige, die geen hulp te verwachten
+had? Was hij, waar zooveel gebeden in vervulling gingen, de eenige,
+die niet verhoord zou worden? En nu dacht hij aan het buitengewoon
+groot aantal gebeden, die jaar in, jaar uit te Lourdes tot God
+moesten opstijgen. Hij trachtte het aantal te schatten: de dagen,
+doorgebracht vóór de Grot, de nachten, doorwaakt in de Rozenkranskerk,
+de ceremoniën in de Basilica, de processies in het zonlicht en in
+het sterrengefonkel. Het was onberekenbaar, dat voortdurend smeeken
+van alle seconden. De geloovigen wilden door de massa zelve, de
+geweldige, ontzettende massa van hun gebeden Gods ooren vermoeien,
+hem zoo genade en vergiffenis ontrukken. De priesters zeiden, dat
+men God de door de zonden van Frankrijk geëischte zoenoffers moest
+brengen en dat, wanneer de som van die zoenoffers groot genoeg was,
+Frankrijk niet langer getuchtigd zou worden. Welk een hardvochtig
+geloof aan de noodzakelijkheid der kastijding! Welk een gruwlijke
+inbeelding van het zwartste pessimisme! Wat moest het leven slecht
+zijn, dat een dergelijk smeeken, een dergelijke kreet van physieke
+en moreele ellende ten hemel stijgen kon!
+
+Doch te midden van die grenzenlooze treurigheid voelde Pierre een
+diep medelijden in zich opkomen. O, hoe schokte hem deze rampzalige
+menschheid, die tot zulk een bovenmatige ellende gedoemd, zóó naakt,
+zóó zwak, zóó geheel aan zichzelf overgelaten was, dat zij haar
+verstand over boord wierp, om het weinige geluk, dat nog mogelijk was,
+te verwachten van een bedwelmenden, visionnairen droom. Weer vulden
+tranen zijn oogen, hij weende om zichzelf, om de anderen, om al de
+arme, gemartelde wezens, die de behoefte in zich voelen hun leed te
+verdooven en in slaap te wiegen, om aan de harde werkelijkheid van
+deze wereld te ontkomen. Het kwam hem voor als hoorde hij nog de voor
+de Grot neergeknielde menigte haar gloeiend smeekgebed hemelwaarts
+schreeuwen, menigte van twintig- en dertigduizend zielen, waaruit
+een vurig verlangen opsteeg, dat men in den zonneschijn als wierook
+òpwolken zag. En onder deze Crypt zelf, in de Rozenkranskerk, laaide
+weer een andere geloofsverrukking op: heele nachten, doorgebracht
+in het paradijs der extase, de stille zaligheid der communie, de
+vurige, woordlooze gebeden, waarin de geheele ziel verteert, brandt,
+vervluchtigt. En dan begon, alsof de voor de Grot oprijzende gebeden,
+alsof de voortdurende aanbidding in de Rozenkranskerk niet voldoende
+waren, dat vurige smeeken opnieuw om hem heen op de muren der Crypt;
+maar dan werd het vereeuwigd in het marmer, zou het tot aan het einde
+der dagen niet ophouden het lijden der menschheid uit te schreeuwen;
+hier bad het marmer, baden de muren, aangegrepen door de huivering
+van het universeele medelijden, dat zich zelfs van de steenen meester
+maakte. En ten slotte stegen de gebeden hooger en nog hooger, zweefden
+zij omhoog uit de stralende, boven hem dreunende Basilica, die op dit
+oogenblik gevuld was met een door godsdienstwaanzin aangegrepen volk,
+dat hij, door den vloer van het schip, een lied van hoop meende te
+hooren uitjubelen.
+
+Hij werd er ten slotte door medegesleept, alsof hij zich te midden van
+die onmetelijke, bruisende gebedsgolf zelf bevond, die, uit het stof
+van den aardbodem opborrelend, over de verdiepingen der op elkaar
+gebouwde kerken hooger steeg, zich van tabernakel tot tabernakel
+uitbreidde, en de muren zoo zeer tot medelijden bewoog, dat ook deze
+zelf snikten, en dat die kreet van de zwartste ellende met de witte
+spits, het vergulde, hooge kruis op den top der Basilica den hemel
+doorboorde. O, almachtige God, o goddelijk wezen, hulpvaardige Kracht,
+wie gij ook zijt, erbarm u over de arme menschheid, doe het menschelijk
+lijden ophouden!
+
+Plotseling voelde Pierre zich als verblind. Hij had de linksche
+gang gevolgd en stond nu eensklaps in het volle daglicht. En
+onmiddellijk werden twee armen liefdevol om zijn hals geslagen. Het
+was dr. Chassaigne, die op hem stond te wachten om hem mede te nemen
+naar de kamer van Bernadette en de kerk van pastoor Peyramale.
+
+"Jongen, wat zal zij blij zijn... Ja, ik heb het groote nieuws gehoord
+van de buitengewone genade, die Notre-Dame de Lourdes over je vriendin
+uitgestort heeft. Herinner je je wat ik je eergisteren gezegd heb? Nu
+ben ik gerust, want nu ben je zelf ook gered!"
+
+Nog een laatste bitterheid voelde de jonge priester in zich
+opkomen. Maar hij kon glimlachen en antwoordde zacht:
+
+"Ja, wij zijn gered; ik voel mij heel gelukkig!"
+
+De leugen begon, de goddelijke illusie, die hij uit barmhartigheid
+aan anderen gaf.
+
+Doch nog een schouwspel werd Pierre niet onthouden. De beide vleugels
+van de hoofddeur stonden wijd open, de bloedroode zonnestralen vulden
+het schip van het eene einde tot het andere. Alles laaide op in
+een fellen brandgloed, het vergulde koorhek, de gouden en zilveren
+geloftegiften, de in diamanten gevatte lampen, de banieren met hun
+lichte kleuren, de wierookvaten, die gezwaaid werden en op vliegende
+juweelen geleken. En achter in die fonkelende schittering zag hij
+tusschen de sneeuwwitte koorhemden en de gouden misgewaden Marie
+met haar loshangende lokken, haar gouden lokken, die haar als met een
+gouden mantel omgolfden. Het orgel jubelde uit in een triomphantelijken
+lofzang, het razende volk juichte tot God en abbé Judaine, die op
+het altaar het Heilige Sacrament weer genomen had, hief het voor
+een laatste maal hoog en glanzende als in een stralenkrans op in de
+van goud druipende Basilica, wier klokken naar alle windstreken den
+triomf van het wonder uitdreunden.
+
+
+
+
+V.
+
+Onder het afloopen der helling zeide dr. Chassaigne tegen Pierre:
+
+"Je hebt den triomf bijgewoond; nu zal ik je twee schreeuwende
+onrechtvaardigheden laten zien!"
+
+En hij bracht hem naar het kamertje in de rue des Petits-Fossés,
+dat lage, donkere kamertje, waaruit zij gekomen was, toen de Heilige
+Maagd haar verscheen.
+
+De rue des Petits-Fossés is een zijstraat van de vroegere rue
+du Bois, de tegenwoordige rue de la Grotte, en snijdt de rue du
+Tribunal. Het is een kronkelend, droefgeestig, armoedig straatje,
+dat flauw helt. Slechts zelden komen er menschen door, men vindt er
+alleen lange muren, armzalige huizen, melancholieke gevels, waarin
+nooit een raam opengaat. Een boom ergens op een binnenplaatsje is
+het eenige vroolijke erin.
+
+"Wij zijn er," zeide de dokter.
+
+Het straatje werd op dit plekje heel nauw en smal, het huisje lag
+tegenover een hoogen, grijzen, kalen muur van een schuur. Beiden
+keken zij naar het kleine huisje, dat met zijn kleine kruisramen en
+ruwe, blauwachtige pleisterkalk akelig leelijk en armoedig leek. De
+gang beneden was heelemaal donker en werd slechts door een klein,
+ouderwetsch hek afgesloten; men moest een opstapje gebruiken om naar
+boven te komen, dat bij slagregens onder water stond.
+
+"Ga naar binnen, vriend, ga naar binnen. Je behoeft het hek maar open
+te stooten."
+
+De gang was vrij diep en Pierre volgde, om geen misstap te doen,
+met zijn hand den muur. Het kwam hem voor, alsof hij in het donker
+in een kelder afdaalde en de glibberige grond onder hem steeds nat
+was van het water. Aan het eind sloeg hij op een nieuwe aanwijzing
+van den dokter rechts af.
+
+"Buk je, want je zoudt je kunnen stooten, de deur is erg laag... Zoo,
+we zijn er!"
+
+Evenals de straatdeur, stond ook de kamerdeur wijd open. Pierre,
+die aarzelend midden in het vertrek was blijven staan, kon, daar
+zijn oogen nog gewend waren aan het felle daglicht van buiten, niets
+onderscheiden, nu hij daar in volkomen duisternis terechtgekomen
+was. Bovendien had een ijzige kilte, gelijk aan het gevoel, dat een
+natte wasch veroorzaakt, hem bij zijn schouders gegrepen.
+
+Maar langzamerhand geraakten zijn oogen gewoon aan de duisternis. De
+twee, niet even groote ramen zagen uit op een smalle binnenplaats,
+waarin slechts een groenachtig licht als in een put viel. Als
+men midden op den dag in de kamer wilde lezen, moest men een kaars
+aansteken. De kamer, vier bij drie en een halven meter groot, was met
+groote, oneffen steenen bevloerd, terwijl de balken aan de zoldering
+in den loop der tijden een roetkleur gekregen hadden. Tegenover
+de deur was een armzalige schoorsteenmantel van gips, waarvan
+de plaat door een oude, vermolmde plank gevormd werd. Tusschen
+den schoorsteenmantel en een der ramen was een gootsteen. De muren,
+waarvan de kalk afschilferde en met vochtplekken en scheuren overdekt
+was, hadden evenals de zoldering, een zwartachtigen tint. Er stonden
+geen meubels meer in, het vertrek scheen geheel verlaten, men zag
+er slechts onduidelijk enkele vreemde voorwerpen, die in de diepe
+duisternis, welke alle hoeken vulde, onherkenbaar waren.
+
+Na een vrij lange stilte begon de dokter te spreken.
+
+"Ja, dit is de kamer, van hier is alles uitgegaan... Niets is erin
+veranderd, alleen de meubelen zijn er niet meer. Ik heb getracht de
+kamer weer in mijn geest te meubileeren; de bedden stonden ongetwijfeld
+tegen den muur over de ramen; drie bedden moeten er minstens geweest
+zijn, want de Souberous waren met hun zevenen, vader, moeder, twee
+jongens en drie meisjes... Stel je voor, drie bedden in dit vertrek
+en zeven menschen, die in deze enkele vierkante meters woonden. Ze
+waren hier als levend begraven, zonder licht, zonder lucht en zoo
+goed als zonder brood! Welk een vreeselijke ellende, wat een arme,
+beklagenswaardige schepsels!"
+
+Maar hij werd in de rede gevallen. Een gestalte, die Pierre eerst voor
+een oude vrouw hield, kwam binnen. Het was een priester, de vicaris van
+de parochie, die tegenwoordig het huis bewoonde. Hij kende den dokter.
+
+"Ik hoorde u praten, dokter Chassaigne," zeide hij, "en ben daarom
+even naar beneden gekomen... Zoo, laat u de kamer weer eens bekijken?"
+
+"Ja, mijnheer de abbé, zoo vrij ben ik geweest... Het stoort u
+toch niet?"
+
+"Heelemaal niet... heelemaal niet... Kom maar net zoo dikwijls als
+u wilt!"
+
+Hij lachte vriendelijk en voorkomend en groette Pierre, die, verbaasd
+over zijn kalme zorgeloosheid vroeg:
+
+"Maar toch zal het u wel eens lastig zijn met al die menschen!"
+
+Op zijn beurt scheen de vicaris verbaasd.
+
+"Wel neen, er komt hier niemand... U begrijpt, dat het hier niet
+zoo bekend is. Iedereen blijft daar bij de Grot... Maar ik laat de
+deur open staan, dan behoef ik niet heen en weer te loopen. Maar er
+gaan dagen voorbij, zonder dat ik zelfs ook maar het knagen van een
+muis hoor."
+
+De oogen van Pierre raakten hoe langer hoe meer aan de donkerte
+gewend; onder de onduidelijke voorwerpen onderscheidde hij oude
+tonnen, overblijfselen van een kippenhok, gebroken gereedschappen
+en allerlei lompen, die je gewoonlijk bij elkaar voegt en dan in
+den kelder werpt. Verder zag hij aan den zolder provisies hangen,
+een slamand vol met eieren en ritsen dikke, rose uien.
+
+"Zooals ik zie," begon hij met een lichte beving in zijn stem,
+"hebt u gemeend de kamer niet ongebruikt te moeten laten."
+
+De vicaris begon een beetje verlegen te worden.
+
+"Zeker, zoo is het... Wat zal ik u zeggen? Het huis is klein en ik
+heb niet veel ruimte! En dan, u hebt er geen idée van hoe vochtig
+het huis is, het is absoluut onmogelijk het te bewonen... En, lieve
+God, zoo langzamerhand hoopt het zich van zelf op, zonder dat je het
+eigenlijk wil."
+
+"Een soort rommelkamer dus," merkte Pierre op.
+
+"O, neen, dat niet!... Een onbewoond vertrek, en wanneer u het zoo
+noemen wilt, een rommelkamer!"
+
+Zijn verlegenheid, waarbij ook wel een beetje schaamte kwam, werd
+grooter. Dr. Chassaigne bleef zwijgen, kwam niet tusschenbeide; maar
+hij glimlachte, blijkbaar in zijn schik, dat zijn vriend tegen die
+menschelijke ondankbaarheid opkwam.
+
+Deze kon zich niet beheerschen en ging voort:
+
+"Neem het me niet kwalijk, mijnheer de vicaris, dat ik er op
+doorga. Maar bedenk toch, dat u alles aan Bernadette te danken hebt,
+dat zonder haar Lourdes nog een der minst bekende steden van Frankrijk
+zijn zou... En werkelijk het komt mij voor, dat de parochie uit
+dankbaarheid deze kamer in een kapel had moeten veranderen..."
+
+"O, een kapel!" viel de vicaris hem in de rede; "het betreft hier
+slechts een menschelijk wezen, en de Kerk mag haar geen vereering
+bewijzen."
+
+"Nu, laten we dan niet een kapel zeggen, laten wij zeggen, dat er
+lichten, bloemen, rozen moesten zijn, die de inwoners en de pelgrims
+uit piëteit steeds weer verfrisschen moesten... In het kort, ik zou
+hier graag wat meer liefde zien, het een of ander ontroerend aandenken,
+een beeld van Bernadette, iets, dat op kiesche wijze herinnerde aan
+de plaats, die zij in alle harten moest innemen... Het is gewoonweg
+schandelijk, dit vergeten, dit verontachtzamen, die vervuiling,
+waartoe men dit vertrek heeft laten vervallen."
+
+De vicaris, een onnadenkend en impressionabel mannetje, was het
+dadelijk met hem eens.
+
+"In den grond der zaak hebt u volkomen gelijk. Maar ik heb geen macht,
+ik kan er niets aan doen... Wanneer ze me de kamer komen vragen,
+om haar in te richten, dan zou ik haar echter dadelijk geven en er
+mijn tonnen uitnemen, hoewel ik heusch niet weet, waar ik ze zou
+moeten zetten... Maar, ik herhaal het, dat hangt niet van mij af,
+ik kan er niets aan doen."
+
+Onder voorwendsel, dat hij uit moest, nam hij gauw afscheid en maakte
+zich uit de voeten, terwijl hij nogmaals tegen dr. Chassaigne zeide:
+
+"Blijf net zoo lang als u zelf wilt. U stoort me nooit."
+
+Toen de dokter weer met Pierre alleen was, nam hij diens beide handen
+in de zijne en zeide, van vreugde stralend:
+
+"Beste jongen, wat heeft dat me goed gedaan! Wat heb jij hem eens
+flink gezegd, wat al zoo lang in mijn hart borrelt en kookt!... Ik
+voor mij heb ook het denkbeeld gehad iederen ochtend hier rozen te
+brengen. Ik zou eenvoudig het kamertje hebben laten schoonmaken en
+dan twee vazen rozen op den schoorsteenmantel gezet hebben, want je
+weet, dat ik voor Bernadette een groote teederheid heb opgevat, en
+het scheen mij toe, dat die rozen hier het opbloeien, de schittering
+en de geur van haar aandenken zouden zijn... Maar, maar..."
+
+Hij maakte een wanhopig gebaar.
+
+"De moed heeft mij tot nog toe altijd ontbroken... Ja, ik zeg den moed,
+want tot nog toe heeft niemand zich openlijk tegen de paters der Grot
+durven verzetten... Men aarzelt, schrikt terug voor een religieus
+schandaal. Denk eens aan de betreurenswaardige opschudding, die dat
+veroorzaken zou; en zij, die evenals ik over wat er thans gebeurt
+verontwaardigd zijn, moeten wel zwijgen."
+
+En na even gezwegen te hebben, voegde hij er nog aan toe:
+
+"Ja, beste jongen, het is wel verschrikkelijk, die ondankbaarheid en
+die hebzucht van de menschen. Iederen keer, dat ik hier in deze ellende
+kom, schiet mijn hart zoo vol, dat ik mijn tranen niet inhouden kan."
+
+Hij hield op met spreken, geen van beiden zeide een woord meer, de
+melancholie, die zich uit het vertrek losmaakte, kneep hun de keel
+dicht. Duisternis omhulde hen, de vocht deed hen rillen tusschen de
+vervallen muren en het stof der opgehoopte oude lompen. Wederom kwam de
+gedachte in hen op, dat zonder Bernadette niets van de wonderen bestaan
+zou hebben, welke Lourdes tot een eenige stad in de wereld gemaakt
+hadden. Haar woord had de wonderbare bron doen ontspringen, de van
+kaarsen vlammende Grot geopend. Reusachtige werken werden uitgevoerd,
+kerken schoten uit den grond op, kolossale trappen leidden tot God,
+een geheel nieuwe stad rees, als door een wonder, met haar tuinen,
+haar boulevards, haar kaden, haar bruggen, haar winkels, haar hotels
+op. De verst verwijderde volkeren stroomden in menigte samen, de regen
+van millioenen viel zoo dicht en overvloedig, dat de jonge stad tot in
+het oneindige scheen te moeten groeien, het geheele dal vullen van het
+eene einde der bergen naar het andere. Als Bernadette er niet geweest
+was, zou er niets geweest zijn, het buitengewone avontuur tot niets
+terugkeeren, het oude Lourdes nog zijn eeuwenlangen slaap aan den voet
+van het Kasteel slapen. Bernadette was de eenige, die dit geschapen
+had, en deze kamer, waaruit zij gegaan was, toen zij de Maagd gezien
+had, deze wieg zelf van het wonder, van het wonderbaarlijke toekomstige
+fortuin, lag hier verwaarloosd, ten prooi aan de wormen, goed alleen
+voor een rommelkamer, waarin je uien en oude tonnen bewaarde.
+
+Toen stond de tegenstelling Pierre zoo intens voor den geest, dat hij
+den triomf, waarvan hij zoo even getuige geweest was, opnieuw zag,
+de extase in de Grot en in de Basilica, terwijl Marie, te midden van
+het gejuich der menigte, achter het Heilige Sacrament haar wagentje
+voortduwde. Maar boven alles straalde de Grot, nu niet langer het
+woeste rotshol op den wilden oever van den bergstroom, waarvoor het
+kind vroeger neergeknield had; maar de met rijkdommen en schatten
+versierde kapel, de in kaarslicht gloeiende kapel, waarin alle naties
+kwamen bidden. Al het lawaai en alle schittering; alle aanbidding en al
+het geld waren daar in de pracht van een eeuwigdurenden zegetocht te
+vinden. Hier echter, in de bakermat van dat alles, geen levende ziel,
+geen kaars, geen lied, geen bloem. Niemand kwam hier, niemand knielde
+hier neer, niemand bad hier. Enkele impressionabele bezoekers hadden
+slechts als aandenken een paar splinters van de half verrotte plank,
+die als schoorsteenplaat dienst deed, medegenomen. De geestelijkheid
+wilde niets weten van, kende zelfs deze plek van ellende niet,
+waarheen de processie zich had moeten begeven als naar een plaats van
+verheerlijking. Daar had het arme kind in een kouden nacht, liggend
+tusschen haar beide zusjes, haar droom begonnen, in een aanval van haar
+kwaal en terwijl de geheele familie in zwaren slaap verzonken lag;
+vandaar was zij vertrokken en had onbewust dien droom medegenomen,
+welke in het volle daglicht opnieuw in haar wortel schoot, om zoo
+liefelijk op te bloeien tot een visionnaire legende. En niemand liep
+thans meer dienzelfden weg nog eens af, de kribbe was vergeten, in
+donker en vocht liet men die kribbe, waarin het zoo nederige zaadje
+ontkiemd was, dat nu daar ginds opwies tot wonderdadige oogsten,
+welke de arbeiders, die komen als het werk is afgeloopen, te midden
+van de koninklijke pracht en praal der ceremoniën binnenhaalden.
+
+Pierre, dien de groote echt-menschelijke ontroering over dit alles
+tot huilen toe bewoog, vatte met zachte stem al zijn gedachten in
+dezen enkelen zin samen:
+
+"Dit is Bethlehem."
+
+"Ja," zeide dr. Chassaigne, "in een armzalige woning, in een
+ellendig asyl worden de nieuwe godsdiensten van lijden en medelijden
+geboren... En soms vraag ik me wel eens af, of het zoo eigenlijk
+niet beter is, of het niet wenschelijk is, dat deze kamer in dezen
+armoedigen en verlaten toestand blijft. Het komt me dan voor, dat
+Bernadette daardoor niets verliest, want wanneer ik hier een uur kom
+doorbrengen, voel ik mij nog meer tot haar aangetrokken."
+
+Weer zweeg hij even, doch ging dan met een gebaar van verzet voort:
+
+"Neen, neen, ik kan niet vergeten, die ondankbaarheid maakt me
+woedend... Ik heb je al gezegd, dat ik voor mij overtuigd ben,
+dat Bernadette zich vrijwillig naar het klooster in Nevers begeven
+heeft. Maar al heeft dan niemand haar laten verdwijnen, wat een
+opluchting voor degenen, voor wie zij hier hinderlijk begon te
+worden. En dezelfde mannen, die hier zoo graag de onbeperkte meesters
+wilden zijn, doen nu al het mogelijke, om de herinnering aan Bernadette
+uit te wisschen... O, beste jongen, als je alles eens wist!"
+
+Langzamerhand gaf hij aan zijn overvol hart lucht. De paters van
+de Grot vreesden de doode Bernadette, wier werk zij zoo hebzuchtig
+exploiteerden, nog meer dan de levende. Zoolang zij leefde, verkeerden
+zij ongetwijfeld voortdurend in angst, dat zij naar Lourdes zou
+terugkeeren, om de prooi te deelen; haar nederigheid en haar ootmoed
+stelden hen echter al spoedig gerust, want zij was in het minst
+niet heerschzuchtig, zij zelf had het donker der verzaking gekozen,
+waarin zij sterven zou. Maar tegenwoordig sidderden zij meer bij het
+denkbeeld, dat een wil krachtiger dan de hunne, de reliquieën der
+helderziende zou kunnen terugbrengen. Onmiddellijk na haar dood was er
+wel in de gemeenteraad over gesproken: de stad wilde een graftombe voor
+haar oprichten, en men sprak erover een inschrijving te openen. Zeer
+beslist hadden de zusters van Nevers geweigerd het lijk, dat, naar
+zij beweerden, haar toebehoorde, uit te leveren. Achter de zusters
+had iedereen toen den invloed der paters gevoeld, die in hun groote
+ongerustheid zich in het geheim verzetten tegen den terugkeer van het
+vereerde gebeente, waarin zij een mogelijke concurrentie met de Grot
+zagen. Wat een vreeselijke bedreiging was dat niet! Een graftombe op
+het kerkhof, waarheen de pelgrims zich in processie zouden begeven,
+waarvan de zieken het marmer zouden gaan kussen, waarbij zich te midden
+van een heilige geestdrift wonderen voltrekken zouden. Dat was de
+werkelijke, doodende concurrentie, de verplaatsing der devotie en van
+het wonder. En steeds weer kwam die eeuwige, die groote vrees terug
+te moeten deelen, het geld elders heen te zien vloeien, wanneer de
+nu wijs geworden stad uit de graftombe voordeel zou weten te trekken.
+
+Zelfs werd den paters een laag-arglistig plan toegeschreven. Zij
+zouden op het denkbeeld gekomen zijn het lijk van Bernadette, dat de
+zusters van Nevers dan voor hen in den vrede van haar kapel zouden
+bewaren, voor zichzelf te reserveeren. Maar zij wachtten, zij wilden
+het niet terugbrengen voor de toevloed van pelgrims zou beginnen af te
+nemen. Waar zou die plechtige terugkeer goed voor zijn, nu de scharen
+steeds talrijker samenstroomden, terwijl men van te voren zien kon
+welk een nieuw ontwaken van het geloof de plechtige terugkeer zou
+veroorzaken, waarbij de christenheid het gebeente der uitverkorene
+bezit zou zien nemen van den gewijden grond, waaruit zij zoovele
+wonderen had doen opschieten, wanneer het buitengewone succes van
+Notre-Dame de Lourdes, evenals dat met alle aardsche dingen gebeurt,
+zou gaan tanen. En op het marmer van haar graftombe vóór de Grot of
+in de Basilica zouden de wonderen opnieuw beginnen.
+
+"Je kunt zoeken, zooveel als je wilt," ging dr. Chassaigne voort,
+"maar je zult in heel Lourdes niet een met goedkeuring der
+geestelijkheid gemaakt beeld van Bernadette vinden. Zeker, haar
+portret wordt verkocht, maar nergens, in geen enkel heiligdom, is het
+te vinden... Dit is niets anders dan een, als ik het zoo noemen mag,
+stelselmatig in den doofpot stoppen, het komt voort uit het gevoel
+van ongerustheid, dat de stilte en de veronachtzaming bewerkt heeft
+in deze trieste kamer, waarin we ons nu bevinden. Evenals men bang
+is voor een mogelijke vereering op haar graf, is men bang, dat de
+menigte hier zou komen neerknielen wanneer twee kaarsen branden,
+of twee rozenruikers dezen schoorsteen versieren zouden. En als
+een verlamde opstond met den uitroep, dat zij genezen was, wat een
+ergernis, wat een onrust zou dat veroorzaken in die koopmanszielen
+van de Grot, die daardoor hun monopolie leelijk in gevaar gebracht
+zouden zien!... Zij zijn de meesters en willen de meesters blijven;
+zij willen niets loslaten van de prachtige bezitting, die zij veroverd
+hebben en uitbuiten. Maar zij sidderen toch, ja zij sidderen voor
+de herinnering aan de oorspronkelijke arbeiders, aan dat kleine
+meisje, dat een zoo groote doode is en wier erfenis hen met zulk een
+verterende hebzucht vervult, dat zij, na haar weggezonden te hebben,
+om in Nevers te leven, zelfs haar lijk, dat onder den grond van een
+klooster gevangen ligt, niet durven terugbrengen."
+
+O, welk een erbarmelijk lot van dit arme wezentje, dat van de levenden
+afgezonderd was en wier lijk nu ook in ballingschap blijven moest. Welk
+een diep medelijden had Pierre met dit ongelukkige schepseltje, dat
+slechts uitverkoren scheen te zijn, om zoowel tijdens haar leven als in
+den dood te lijden. Zelfs aangenomen, dat een krachtige, slechts daarop
+gerichte wil haar niet had doen verdwijnen en haar daarna in haar graf
+bewaakt, welke een vreemde en zonderlinge samenloop van omstandigheden
+dan toch, juist alsof iemand, ongerust om de onbegrensde macht, die
+zij zou kunnen krijgen, steeds ijverzuchtig getracht had haar op den
+achtergrond te houden. In Pierre's oogen bleef zij de uitverkorene,
+de martelares, en ook al kon hij niet meer gelooven, ook al was de
+geschiedenis van dit ongelukkige kind voldoende, om het geloof geheel
+en al in hem te vernietigen, desniettemin ontroerde zij hem in zijn
+broederlijk gevoel door hem een nieuwen godsdienst te openbaren, den
+eenigen, waarvan zijn hart nog vol was, den godsdienst van het leven,
+van het menschelijk lijden.
+
+Juist toen zij de kamer wilden verlaten, riep dr. Chassaigne uit:
+
+"Hier, jongen, moet je gelooven! Kijk hier naar dit donkere gat en denk
+dan aan de schitterende Grot, aan de triompheerende Basilica, aan die
+nieuw-gebouwde stad, aan die samenstroomende menschenmassa's! Maar
+zou, wanneer Bernadette een visionnaire, een krankzinnige was, het
+avontuur niet nog verwonderlijker, nog onverklaarbaarder zijn. Wat,
+geloof je werkelijk, dat de droom van een krankzinnige voldoende
+zijn zou, om de volkeren zoo in beroering te brengen?... Neen, neen,
+hier is een goddelijke ademtocht door gestreken, die alleen het wonder
+verklaren kan."
+
+Pierre was op het punt te antwoorden. Ja, hier was een ademtocht
+langs gestreken, de snik van het lijden, het onuitbluschbare verlangen
+naar de oneindige hoop. Dat de droom van een lijdend kind voldoende
+geweest was, om de volkeren hier te brengen, om het millioenen te
+doen regenen en een nieuwe stad uit den grond te doen oprijzen, was
+dat niet een gevolg van het feit, dat die droom den honger der arme
+menschheid, den onverzadigbaren honger, dien zij hebben om bedrogen
+en getroost te worden, eenigszins gestild had? Bernadette had,
+ongetwijfeld op een maatschappelijk en historisch gunstig oogenblik,
+het onbekende weer ontsloten; en de menigten hadden er zich hals over
+kop ingestort. O, zijn toevlucht te vinden in het mysterie, wanneer
+de werkelijkheid zoo hard is, zich toe te vertrouwen aan het wonder,
+omdat de wreede natuur één lang, schreeuwend onrecht is! Maar hoe
+men het onbekende ook organiseert en in dogma's samenvat en er een
+geopenbaarden godsdienst van maakt, in zijn diepste diepte is en blijft
+de lijdenskreet, de kreet van het leven, dat gezondheid, vreugde en
+geluk eischt, ja bereid is, deze in een andere wereld te aanvaarden,
+als zij op deze aarde niet bestaanbaar zijn. Waartoe te gelooven aan
+dogma's? Is het niet voldoende, als men weent en liefheeft?
+
+Toch kleedde Pierre zijn gedachten niet in woorden. Hij hield het
+antwoord, dat naar zijn lippen steeg, terug, overtuigd als hij trouwens
+was, dat de eeuwige drang naar het bovennatuurlijke in den door lijden
+bezochten mensch het eeuwige geloof zou doen verklaren. Het wonder,
+dat niet te bewijzen was, moest het voor de menschelijke vertwijfeling
+noodige brood blijven. En bovendien, had hij zichzelf niet gezworen
+in zijn barmhartige liefde niemand meer door zijn twijfel te bedroeven?
+
+"Welk een wonder, niet waar?" bleef de dokter aandringen.
+
+"Zeker," zeide hij eindelijk. "In dit armzalige, zoo vochtige en zoo
+donkere kamertje heeft zich het geheele menschelijke drama afgespeeld,
+hebben alle ongekende krachten gewerkt."
+
+Zwijgend bleven zij nog enkele minuten staan. Nog eenmaal keken zij
+naar de muren, naar de zwart geworden zoldering, naar het kleine,
+groenachtige binnenplaatsje. Die armoedigheid met haar spinnewebben,
+met haar oude, vuile tonnen, haar onbruikbare gereedschappen, haar
+hoopen rommel, die in de hoeken lagen te verrotten, het was inderdaad
+hartverscheurend. En zonder verder een woord te zeggen, gingen zij weg,
+terwijl een onzegbare droefheid hun keel dichtkneep.
+
+Eerst op straat scheen dr. Chassaigne weer te ontwaken. Hij rilde even,
+versnelde zijn pas en zeide:
+
+"Wij zijn nog niet klaar, jongen; ga mee... Nu gaan we de andere
+schreeuwende onrechtvaardigheid in oogenschouw nemen."
+
+Hij sprak over abbé Peyramale en diens kerk. Zij staken de place du
+Porche over en sloegen de rue Saint-Pierre in; binnen enkele minuten
+waren zij er. Het gesprek was intusschen weer op de paters van de
+Grot gekomen, op den vreeselijken oorlog, dien pater Sempé, zonder
+kwartier te geven, tegen den vroegeren pastoor van Lourdes gevoerd
+had. Overwonnen, was deze in een hevige verbittering gestorven;
+en na hem aldus door verdriet gedood te hebben, hadden zij ook
+zijn kerk, die hij onvoltooid, zonder dak en open liggend voor
+wind en regen, had achtergelaten, vermoord. Sedert men hem uit het
+bezit der Grot verdreven, uit het werk van Notre-Dame de Lourdes,
+waarvan hij met Bernadette de pionier geweest was, weggejaagd had,
+werd zijn kerk zijn revanche, zijn protest, zijn eigen deel in den
+roem, het Godshuis, waarin hij in gewijde gewaden triompheeren, van
+waaruit hij ontelbare processies leiden zou, om den uitdrukkelijken
+wensen der Heilige Maagd te vervullen. De autoritaire heerscher,
+die hij in den grond der zaak was, de herder der groote scharen,
+de tempelbouwer vond er een ongeduldige vreugde in om de werken te
+verhaasten met de onvoorzichtigheid van alle hartstochtelijke menschen,
+die zich niet bekommeren om schulden en het geld met handen vol uit te
+geven, mits er steeds maar een leger van werklieden op de stellages
+stond. In zijn geest zag hij de kerk grooter worden, zag hij haar op
+een mooien zomerochtend voltooid in de opgaande zon glinsteren.
+
+Dat telkens weer voor zijn geestesoog opdoemende visioen gaf hem
+te midden van den sluipmoord, waardoor hij zich omringd voelde,
+den moed om verder te strijden. Zijn, het groote plein beheerschende
+kerk, rees eindelijk in haar grootsche majesteit op. Hij had haar in
+Romaanschen stijl, groot en eenvoudig, negentig meter lang en honderd
+veertig meter hoog gewenscht. Den vorigen dag van haar laatste stelling
+ontdaan, glinsterde zij nu in de volle zon nog in de jonge bekoring
+van haar jeugd, met haar groote, regelmatig opgebouwde steenlagen. In
+zijn gedachten liep hij om haar heen, verrukt over haar naaktheid
+en haar kinderlijk-maagdelijke kuischheid, zonder een beeld, zonder
+een versiering, die haar onnoodig belast zou hebben. De daken van het
+schip, de kruisbeuk en de apsis lagen op gelijke hoogte onder de streng
+versierde lijst. Ook de ramen der zijbeuken en van het hoofdschip
+hadden geen andere versiering dan van lijstwerk voorziene booggewelven.
+
+Hij bleef staan voor de groote ramen van de dwarsbeuk, waarin de
+rosetten fonkelden; zette dan zijn wandeling voort en liep achter de
+ronde apsis om, waartegen de sacristie haar twee verdiepingen kleine
+ramen rijde; dan ging hij weer terug en werd niet moede te kijken naar
+de koninklijke verdeeling van het bouwwerk, naar de groote lijnen, die
+zich tegen het blauw afteekenden, naar de boven elkaar gelegen daken,
+naar die enorme massa, die in haar kracht den eeuwen weerstand bieden
+zou. Maar wanneer hij zijn oogen sloot, riep hij in een verrukking
+van trots vooral den gevel voor zijn geest: beneden het voorportaal
+met zijn drie boven-galerijen, de galerij rechts en de galerij links,
+waarvan de steenen daken een krans vormden, terwijl de klokketoren,
+die uit de centrale galerij oprees, zich in het midden met een
+krachtigen zwaai in de lucht verhief. Ook daar droegen de op sokkels
+rustende zuilen slechts met lijstwerk versierde booggewelfjes. Tegen
+den geveltop, op de spits van een tinne, tusschen de twee hooge
+vensteropeningen van het hoofdschip, stond onder een baldakijn
+een beeld van Notre-Dame de Lourdes. Daarboven bevond zich nog een
+verdieping met galmgaten, die met de licht geschilderde klankborden
+voorzien waren. De beeren rezen op de vier hoeken uit den grond op,
+van verdieping tot verdieping dunner wordend, tot zij, licht, maar
+krachtig, de torenspits bereikten, een vermetele, steenen spits,
+door vier kleinere klokketorentjes geflankeerd en eveneens slechts
+met tinnen versierd, trotsch in de hoogte rijzend, tot zij zich in
+den hemel verloor. En het kwam abbé Peyramale voor, alsof zijn vurige
+priesterziel grooter geworden en met die spits omhoog gestegen was,
+om daarboven, dicht bij God, door alle eeuwen heen te getuigen van
+haar geloof.
+
+Andere oogenblikken bracht een ander visioen hem nog meer in
+verrukking. Dan meende hij op den dag, dat hij er zijn eerste
+plechtige mis zou celebreeren, het inwendige van zijn kerk te zien. De
+geschilderde ruiten lieten vurig licht door, dat als edelgesteente
+fonkelde, de twaalf kapellen der zijbeuken stonden in den gloed
+van kaarsen. Hij zelf was op het marmeren en gouden hoofdaltaar;
+de veertien zuilen van het hoofdschip, blokken Pyreneesch marmer uit
+één stuk en prachtige giften uit alle windstreken der Christenheid,
+rezen statig op en steunden het gewelf, dat de dreunende orgelklanken
+met een jubelzang vervulden. Een volk van geloovigen verdrong zich,
+neergeknield op de vloertegels, tegenover het door een als kantwerk
+zoo licht hek omgeven koor, dat met prachtig houtsnijwerk bekleed
+was. De kansel, een koninklijk geschenk van een voorname dame, was
+een uit eikenhout gesneden kunstwerk. De doopvonten waren door een
+kunstenaarshand uit hardsteen gehouwen. Schilderijen van meesters
+versierden de muren, kruisen, hostievazen, kostbare monstransen,
+gewijde gewaden, schitterend als zonnen, lagen in ontelbaren getale
+in de kasten der sacristie. Welk een heerlijke droom de hoogepriester
+van zulk een tempel te zijn, erin te heerschen, na hem eerst met
+hartstochtelijke geestdrift gebouwd te hebben, er de uit alle hoeken
+der wereld samengestroomde scharen te zegenen, terwijl de vol klinkende
+klokken aan de Grot en aan de Basilica verkondigden, dat zij daar in
+het oude Lourdes een mededingster hadden, een overwinnende zuster,
+bij wie God eveneens zijn triomfen vierde.
+
+Na een oogenblik de rue Saint-Pierre gevolgd te hebben, sloegen
+dr. Chassaigne en Pierre de kleine rue de Langelle in.
+
+"Wij zijn er dadelijk," zeide de dokter.
+
+Pierre keek om zich heen, maar zag geen kerk. Er stonden
+niets dan armoedige krotten, een echte voorstadswijk met vuile
+gebouwen. Eindelijk zag hij achterin een slop een stuk van de oude,
+half vergane omheining, die nog steeds om het groote, vierkante terrein
+stond, dat door de rues de Saint-Pierre, de Bagnères, de Langelle en
+des Jardins ingesloten was.
+
+"We moeten links af," zeide de dokter, die een smalle, tusschen de
+puinhoopen door leidende gang ingeloopen was. "We zijn er!"
+
+En plotseling verscheen de ruïne te midden van de leelijke en vuile
+omgeving, die haar maskeerde.
+
+Het geheele, machtige geraamte van het schip en de zijbeuken, van
+het dwarsschip en van de apsis stond nog. Overal rezen de muren
+op tot aan het begin der gewelven. Men kwam er als in een echte
+kerk, kon er in rondloopen en de gewone deelen van een godshuis
+onderscheiden. Doch wanneer men opkeek, zag men den hemel: het dak
+ontbrak, de regen viel, de wind gierde vrij binnen. Sedert weldra
+vijftien jaar lag het werk nu stil en was alles in denzelfden toestand
+gebleven als waarin de laatste metselaar ze achtergelaten had. Het
+eerst vielen dadelijk de tien zuilen van het schip en de vier zuilen
+van het koor op, de prachtige zuilen uit één blok Pyreneesch marmer,
+die men, om ze tegen alle schade te beschermen, met een mantel van
+planken bedekt had. De voeten en de kapiteelen waren nog ruw en
+wachtten op de beeldhouwers. Zij maakten een triesten indruk, die
+zoo alleen staande, met hout bekleede zuilen. En ook uit de geheele,
+ommuurde ruimte en uit het gras, dat den woesten, hobbeligen grond
+van de zijbeuken en van het schip bedekte,--een dicht kerkhofgras,
+waardoor vrouwen langzamerhand voetpaden gemaakt hadden--steeg een
+diepe melancholie op. Die vrouwen kwamen hier haar wasch bleeken of
+drogen. Een echte wasch van armoedzaaiers, dikke lakens, gescheurde
+hemden, luiers lag er juist te drogen in de laatste zonnestralen,
+die door de breede ruitlooze ramen binnenvielen.
+
+Langzaam, zonder te spreken liepen Pierre en dr. Chassaigne het
+inwendige rond. De twaalf kapellen der zijbeuken vormden als het ware
+een soort compartimenten vol puin en vuil. De grond van het koor was
+met cement bedekt, blijkbaar om de crypt tegen het doorsijpelen van
+het water te beschermen; ongelukkig echter schenen de gewelven wat te
+zakken, want er had zich een inzinking gevormd, die het onweer van
+den vorigen nacht in een klein meertje herschapen had. Die deelen
+van het dwarsschip en van de apsis hadden het minst geleden. Geen
+steen was daar van zijn plaats geraakt, de groote midden-rosetten,
+boven het triforium, schenen op hun ramen te wachten, terwijl zware
+eiken platen, die boven op de muren der apsis waren blijven liggen,
+den indruk hadden kunnen wekken, dat men den volgenden dag met afdekken
+beginnen zou. Maar toen zij op hun passen teruggekeerd waren en naar
+buiten gingen, om den gevel te zien, kwam het verschrikkelijk verval
+van die jonge ruïne nog meer uit. Aan deze zijde was men met het werk
+niet zoo ver gereed gekomen; en de vijftien jaar van veronachtzaming
+waren voor de winters voldoende geweest om het beeldhouwwerk, de
+kleine zuiltjes en het lijstwerk weg te vreten, een werkelijk vreemd
+en bijzonder vernielingswerk, alsof de sterk ingevreten steen onder
+tranen weggesmolten was. Het hart kromp ineen bij het zien van die
+verwoesting, welke het werk reeds aantastte zelfs nog voordat het
+geheel voltooid was. Nog niet zijn en dan reeds in de open lucht
+afbrokkelen. Plotseling in den groei tot een reusachtigen kolos
+gestoord te worden, om langzamerhand tot puin te vervallen!
+
+Zij gingen het schip weer binnen en vonden er de troostelooze
+triestheid van den op het monumentale gebouw gepleegden moord. Het
+groote, woeste terrein was door de puinhoopen van steigers versperd,
+die men, half vermolmd, had moeten afbreken, uit vrees, dat ze anders
+instorten en mogelijk in haar val menschen verpletteren zouden;
+overal zag men in het hooge gras planken, steigerhout, balken en
+hoopen oud touw liggen, dat door het vocht opgevreten werd. Ook
+stond er een ingevallen geraamte van een lier, dat zich als een galg
+verhief. Stelen van spaden, gebroken stukken van kruiwagens slingerden
+nog rond tusschen vergeten gereedschap en hoopen groenachtig geworden,
+met mos bedekte steenen, waarop slingerplanten bloeiden. Onder
+de brandnetels zag men hier en daar de rails terug van de kleine
+spoorbaan, die men voor het vervoer der materialen aangelegd had,
+terwijl een daarbij behoorende tip ondersteboven in een hoek lag. Maar
+het meest triest van al die ten doode gedoemde dingen was toch de
+locomobiel, die onder het dak van een loods, welke haar beschermde,
+was blijven staan. Sedert vijftien jaar stond zij daar, koud, dood. De
+loods was ten slotte boven haar ingestort, groote gaten lieten haar
+bij iedere stortbui doornat van den regen worden. Een uiteinde van de
+drijfriem, die de lier in beweging bracht, hing als een reusachtige
+draad van een spin slap neer. Ook stalen en koperen deelen verteerden
+onder roest en mos en waren met allerlei woekerplanten bedekt, welker
+geelachtige vlekken haar het aanzien gaven van een heel oude machine,
+die met gras overwoekerd en door vele winters weggevreten was. Deze
+doode en koude machine met haar uitgedoofden haard en haar zwijgenden
+stoomketel was de ziel zelf van het werk, dat stil was blijven liggen
+in het vergeefsche wachten op het grootmoedige, liefdadige hart, welks
+komst door de wilde rozestruiken en braamstruiken de Doornroosje-kerk
+uit haar zwaren puinhoopslaap moest wekken.
+
+Eindelijk begon dr. Chassaigne te spreken.
+
+"O, en te denken, dat vijftig duizend francs voldoende geweest zouden
+zijn, om zoo'n ramp te verhoeden. Met vijftig duizend francs zou men
+hebben kunnen afdekken, was het groote werk gered en had men den tijd
+om te wachten... Maar zij wilden het werk dooden, zooals zij den man
+gedood hadden."
+
+Met een gebaar duidde hij de paters der Grot aan, die hij vermeed
+te noemen.
+
+"En dan te denken, dat zij jaarlijks een inkomen hebben van
+negenhonderd duizend francs! Maar zij zenden liever geschenken naar
+Rome, om daar machtige vriendschappen te onderhouden."
+
+Ondanks zichzelf trok hij weer te velde tegen de tegenstanders van abbé
+Peyramale. Die heele geschiedenis vervulde hem met een rechtvaardigen,
+heiligen toorn. Bij het zien van die jammerlijke ruïne vatte hij
+nog eenmaal de feiten samen: de pastoor wierp zich geestdriftig op
+den bouw van zijn kerk, maakte schulden, rekende niet meer, terwijl
+pater Sempé, die op den loer lag, gebruik maakte van ieder van zijn
+fouten, hem bij den bisschop in discrediet bracht en ten slotte erin
+slaagde de bron der giften te verstoppen en de werkzaamheden te doen
+ophouden. Dan volgden, na den dood van den overwonnene, eindelooze
+processen, vijftien jaren van processen, die aan de winters den
+tijd gegeven hadden om het werk op te vreten. Nu verkeerde het in
+zoo'n deerniswaardigen staat, was de schuld tot een zoo hoog bedrag
+opgeloopen, dat alles voor goed uit scheen. De langzame dood, de
+dood der steenen voltrok zich. Onder haar ingestorte loods zou de
+locomobiel, gegeeseld door den regen en opgevreten door het mos,
+in stukken vallen.
+
+"Ja, ik weet het wel, zij kraaien nu victorie, zij zijn er alleen
+nog maar, dat is het, wat zij altijd gewild hebben: onbeperkt heer
+en meester zijn, voor zichzelf alleen al de macht en al het geld
+behouden... Ja, ik kan je zeggen, dat hun vrees voor concurrentie
+zoo ver gaat, dat zij de religieuze orden, die zich te Lourdes wilden
+komen vestigen, daar steeds van verwijderd gehouden hebben. Jezuïeten,
+Dominicanen, Benedictijnen, Capucijners, Carmelieten hebben erom
+verzocht; altijd zijn de paters der Grot erin geslaagd het te
+beletten. Zij dulden slechts vrouwenorden; zij willen alleen maar
+een kudde... De stad behoort hun toe, zij houden er winkels, zij
+verkoopen er God in het groot en in het klein."
+
+Langzaam loopend was hij in het midden van het schip teruggekomen. Met
+een groot gebaar wees hij op de verwoesting, die hem omringde.
+
+"Kijk eens naar deze verschrikkelijke, troostelooze ellende... En
+de Rozenkranskerk en de Basilica daar hebben meer dan drie millioen
+gekost."
+
+Evenals in het donkere en natte kamertje van Bernadette zag Pierre
+ook nu, stralend in haar triomf, de Basilica voor zich oprijzen. Niet
+hier had de droom van abbé Peyramale zich verwezenlijkt, niet hier,
+waar hij als hoogepriester de knielende menigte had willen zegenen,
+terwijl het orgel zijn jubelzang uitdreunde. Voor zijn geestesoog
+rees de Basilica op, waarin alle klokken luidden, die dreunde van
+het gejuich der bovenmenschelijke vreugde over een wonder en geheel
+van vlammen gloeide, de Basilica met haar banieren, haar lampen, haar
+harten van goud en zilver, haar in goud gekleede geestelijkheid, haar
+monstrans, die was als een gouden zon. Zij vlamde in de ondergaande
+zon, zij raakte met haar torenspits den hemel aan, terwijl milliarden
+gebeden, waarvan haar muren beefden, uit haar omhoog zweefden. En hier
+de kerk dood alvorens geboren te zijn, de kerk door een bisschoppelijk
+bevel buiten dienst gesteld, de kerk, openstaande voor de vier winden,
+in puin vallend. Iedere storm nam iets mee van haar steenen; groote,
+dikke vliegen bromden in de brandnetels, die op den vloer van het
+schip woekerden; er waren geen andere geloovigen, dan de vrouwen,
+die er haar armoedige wasch, die op het gras lag, kwamen keeren. In
+de droefgeestige stilte scheen een stem zacht te snikken, de stem
+der marmeren zuilen misschien, die onder haar mantel van planken
+haar onnoodigen luxe beweenden. Soms vlogen vogels door de verlaten
+apsis en stieten er hun kreten uit. Groote troepen ratten, die onder
+de puinhoopen der afgebroken steigers een toevlucht gevonden hadden,
+beten elkaar en sprongen in een duivelschen galop uit hun gaten. Men
+kon zich niets benauwenders, niets neerdrukkenders denken dan deze met
+opzet gewilde ruïne, vergeleken bij haar triompheerende mededingster,
+de van goud stralende Basilica.
+
+Wederom zeide dr. Chassaigne eenvoudig:
+
+"Ga mee!"
+
+Zij gingen de kerk uit, liepen langs den linkerzijbeuk en kwamen voor
+een ruw, uit enkele over elkaar gespijkerde planken gemaakte deur;
+toen zij een houten, half vermolmde trap, waarvan de treden onder
+hun voeten zwiepten, afgedaald waren, bevonden zij zich in de crypt.
+
+Het was een lage ruimte met platte gewelven, die precies de indeeling
+van het koor weergaf. De in ruwen toestand gelaten, kort in elkaar
+gedrongen zuilen wachtten ook hier op haar beeldhouwwerk. Overal
+slingerde materiaal rond, op den grond lagen stukken hout te vermolmen;
+de geheele groote ruimte was wit van de kalk. Drie op den achtergrond
+aangebrachte vensteropeningen, die vroeger van ruiten voorzien
+geweest waren, waarvan er echter geen een meer over was, verlichtten
+de melancholieke naaktheid der muren met een hel, koud licht.
+
+En daar in het midden sliep het lijk van pastoor
+Peyramale. Fijngevoelige vrienden waren op het roerende denkbeeld
+gekomen hem in de crypt van zijn onvoltooide kerk te begraven. Het op
+een breed voetstuk rustende grafteeken was geheel van marmer. In gouden
+letters aangebrachte opschriften vertolkten de gedachten der gevers;
+zij waren als een kreet van waarheid en genoegdoening, die uit het
+graf oprees. Op de voorzijde las men: "Vrome obolen, uit de geheele
+wereld saamgekomen, hebben dit grafteeken opgericht tot gezegende
+nagedachtenis van den grooten dienaar van Notre-Dame de Lourdes." Aan
+den rechterkant las men deze woorden uit een breve van Pius IX: "Gij
+hebt u geheel opgeofferd om een tempel te bouwen voor de Moeder Gods,"
+terwijl men links het Evangeliewoord las: "Zalig zijn zij, die vervolgd
+worden om der gerechtigheid wille." Was dit niet de waarachtige klacht,
+de gerechtvaardigde hoop van den overwonnene, die zoo lang gestreden
+had in de eenige begeerte de bevelen der Heilige Maagd, die Bernadette
+hem overgebracht had, stipt uit te voeren? En Notre-Dame de Lourdes was
+daar: een klein beeldje, dat boven het grafopschrift aangebracht was
+tegen den grooten kalen muur, welke alleen versierd was met enkele,
+aan spijkers opgehangen paarlenkronen. Voor het grafteeken stonden,
+evenals voor de Grot, vijf of zes banken voor de geloovigen, die hier
+eenige oogenblikken vertoeven wilden.
+
+De dokter kon een zucht niet onderdrukken.
+
+"Het regent, het regent nu op hem!"
+
+Pierre bleef in een soort heilige ontzetting onbeweeglijk staan. Onder
+dit neervallend water, onder de windvlagen, die hier 's winters moesten
+binnengieren door de gebroken ruiten der ramen, leek deze doode
+hem zoo deerniswaardig en tragisch. Hij kreeg iets woest grootsch,
+daar heel alleen in zijn rijk marmeren grafgewelf te midden van de
+puinhoopen en de ruïne van zijn kerk. Hij was er de eenzame bewaker
+van, de in slaap gevallen en droomende doode, die de ledige ruimte,
+welke voor alle nachtvogels open stond, beschermde. Hij was hier het
+zwijgende, hardnekkige, eeuwige protest. Liggend in zijn kist en de
+eeuwigheid hebbend om geduld te oefenen, wachtte hij er onvermoeid
+op de werklieden, die misschien op een mooien Aprilochtend zouden
+terugkomen. Als zij er tien jaar voor noodig hadden, dan zou hij
+er zijn; als zij er een eeuw voor noodig hadden, zou hij er nog
+zijn. Hij wachtte totdat de vermolmde steigers daarboven tusschen
+het gras van het schip, door een wonder weer zouden worden opgewekt
+als dooden en langs de muren zouden staan. Hij wachtte tot de met
+mos bedekte locomobiel plotseling weer gestookt worden en haar adem
+terugvinden zou, om de dakbalken op te hijschen. Zijn geliefd werk,
+de reusachtige bouw, stortte in boven zijn hoofd, met gevouwen handen
+en gesloten oogen bewaakte hij de puinhoopen en wachtte.
+
+Fluisterend vertelde de dokter de wreede geschiedenis verder, hoe men,
+na pastoor Peyramale en diens werk vervolgd te hebben, thans zijn graf
+vervolgde. Vroeger was er een borstbeeld van den pastoor geweest en
+hadden vrome handen het vlammetje van een lamp brandende gehouden. Maar
+toen een vrouw voorover op den grond gevallen was en zeide, dat zij
+de ziel van den afgestorvene gezien had, geraakten de paters der Grot
+in onrust. Zouden daar wonderen gaan gebeuren? Reeds brachten zieken
+geheele dagen door op de banken voor het grafteeken. Anderen knielden
+ervoor neer, kusten het marmer, smeekten om genezing. Dat was een
+schrik: stel je voor, dat zij genazen, dat de Grot een concurrent
+kreeg in dezen martelaar, die hier alleen lag tusschen oude, door de
+metselaars vergeten gereedschappen! De bisschop van Tarbes werd op
+de hoogte gebracht en bewerkt en vaardigde een bevel uit, waarbij de
+kerk buiten dienst gesteld en iedere vereering, iedere bedevaart,
+iedere processie naar het graf van den voormaligen pastoor van
+Lourdes verboden werd. Evenals het met Bernadette gebeurd was, werd
+ook zijn nagedachtenis in den ban gedaan, was zijn officieel portret
+nergens te vinden. Even verbitterd als de paters tegen den levende
+geweest waren, zoo verbitterd waren zij tegen de nagedachtenis van
+den grooten doode. Zij vervolgden hem tot in zijn graf. Zij alleen
+verhinderden thans nog, dat het bouwwerk hervat werd, legden telkens
+nieuwe hinderpalen in den weg, weigerden hun rijke oogst van aalmoezen
+te deelen. En zij wachtten tot de winterregens vallen en het werk der
+vernietiging voltooien zouden, tot het gewelf, de muren, het geheele
+reusachtige bouwwerk op het marmeren grafteeken, op het lijk van den
+overwonnene in puin vallen zou, zoodat het eronder verpletterd en
+begraven werd.
+
+"Ach," prevelde de dokter, "en ik, die hem zoo dapper, zoo vol
+geestdrift voor edele werken gekend heb! Nu, je ziet het, nu regent
+het, regent het op hem!"
+
+Moeilijk knielde hij neer en zocht kalmte in een lang gebed.
+
+Pierre, die niet bidden kon, bleef staan. In zijn algemeene
+menschenliefde had een zoo groote ontroering zich van hem meester
+gemaakt, dat zijn hart vol schoot. Hij hoorde de zware droppels
+één voor één in een langzaam rhythme, dat te midden der diepe
+stilte, de seconden der eeuwigheid te tellen scheen, op het graf
+uiteenspatten. Hij dacht aan de eeuwige ellende van deze wereld,
+waarin altijd de besten tot lijden uitverkoren zijn. De twee groote
+pioniers van Notre-Dame de Lourdes, Bernadette en pastoor Peyramale,
+leefden weer voor hem op als twee deerniswaardige slachtoffers,
+gemarteld gedurende hun leven, verbannen na hun dood. Dat alleen zou
+reeds voldoende geweest zijn om het geloof geheel in hem te dooden,
+want de Bernadette, die hij aan het einde van zijn onderzoek terugvond,
+was slechts een mensen, een met alle smarten beladen zuster. Maar
+desniettemin bleef hij voor haar een vereering vol broederlijke
+toegenegenheid voelen. En twee tranen rolden langzaam over zijn wangen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE DAG
+
+
+I.
+
+Ook dien nacht kon Pierre in het Hôtel des Apparitions geen oog dicht
+doen. Na eerst aan het Hôpital te zijn gaan vragen naar Marie, die
+onmiddellijk na haar terugkeer van de processie in een diepen, gezonden
+en versterkenden slaap gevallen was, was hij, hoewel een weinig
+ongerust over het lange uitblijven van mijnheer de Guersaint, zelf
+ook naar bed gegaan. Hij had hem op het laatst tegen het middagmaal
+terug verwacht; zeker had een ongeluk hem te Gavarnie opgehouden;
+hij dacht aan het verdriet van het jonge meisje, wanneer haar vader
+haar den volgenden ochtend vroeg niet zou komen omhelzen. Met dien
+zoo bekoorlijk verstrooiden man met zijn vogelhersenen waren alle
+veronderstellingen, alle vermoedens mogelijk.
+
+Misschien zou die ongerustheid in den beginne voldoende geweest zijn,
+om Pierre, ondanks zijn groote vermoeidheid wakker te houden, maar
+later had bovendien het nachtelijk lawaai in het hotel ondragelijke
+afmetingen aangenomen. De volgende dag, Dinsdag, was de dag van
+vertrek, de laatste dag, die de nationale bedevaart te Lourdes
+zou doorbrengen, en ongetwijfeld maakten de pelgrims gulzig van de
+laatste uren gebruik, kwamen van de Grot terug, gingen er weer heen,
+trachtten door hun opwinding, zonder eenige behoefte aan rust, den
+hemel te dwingen. De deuren werden toegeslagen, de vloeren zwiepten,
+het geheele huis dreunde als onder den ongeregelden galop van een
+menigte. Nog nooit hadden de muren van zoo hardnekkige hoestaanvallen,
+van zulke dikke, onverstaanbare stemmen weerklonken.
+
+Pierre, die steeds wakkerder werd, sprong telkens met een schrik op,
+daar hij steeds weer dacht, dat het mijnheer de Guersaint was, die
+thuiskwam. Gedurende enkele minuten luisterde hij dan ingespannen,
+maar hij hoorde niets dan het buitengewone lawaai op de gang,
+waarin hij niets duidelijk onderscheiden kon. Was het links de
+priester, de moeder en haar drie dochters, het oude echtpaar, die
+tegen de meubelen aanliepen? Of was het rechts die andere talrijke
+familie, de ongetrouwde mijnheer, de dame alleen, die onbegrijpelijke
+gebeurtenissen in avonturen stortten? Een oogenblik sprong hij uit
+zijn bed, wilde in de ledige kamer van den afwezigen mijnheer de
+Guersaint gaan kijken, vast overtuigd als hij was, dat daar erge
+dingen gebeurden. Maar hoe hij ook luisterde, hij hoorde achter het
+dunne beschot niets dan het teeder gefluister van twee liefkoozende
+stemmen. Plotseling dacht hij aan madame Volmar en rillend ging hij
+weer naar bed.
+
+Eindelijk, tegen het aanbreken van den dag, sliep Pierre in, toen een
+heftig kloppen op zijn deur hem weer wakker deed schrikken. Ditmaal
+vergiste hij zich niet, een krachtige, door angst echter verstikte
+stem riep:
+
+"Mijnheer de abbé, mijnheer de abbé, word als het u blieft wakker!"
+
+Het was ongetwijfeld mijnheer de Guersaint, dien men minstens dood
+thuis bracht. Hevig verschrikt vloog hij in zijn hemd naar de deur,
+opende die en stond tegenover mijnheer Vigneron.
+
+"Kleed u als het u blieft dadelijk aan, mijnheer de abbé. Wij hebben
+u als priester noodig."
+
+Toen vertelde hij, dat hij even opgestaan was om op zijn horloge te
+kijken, dat op den schoorsteen lag, toen hij een akelig gesteun hoorde
+komen uit de kamer, waarin madame Chaise sliep. Uit vriendelijkheid
+had zij de verbindingsdeur open laten staan, om op deze wijze nog
+meer met hen te zijn. Natuurlijk was hij dadelijk naar binnen gegaan,
+had de luiken open gegooid, om zoodoende licht en lucht te krijgen.
+
+"En wat een schouwspel, mijnheer de abbé! Onze arme tante languit
+op haar bed, half blauw reeds, haar mond wijd open, zonder dat zij
+echter adem kan halen, terwijl haar handen krampachtig de lakens omvat
+hielden... U begrijpt, dat komt van haar hartkwaal... Kom gauw mee,
+mijnheer de abbé, om haar bij te staan."
+
+In zijn verbouwereerdheid kon Pierre noch zijn broek, noch zijn
+soutane vinden.
+
+"Natuurlijk, natuurlijk ga ik mee. Maar ik kan haar niet bedienen,
+daarvoor heb ik het noodige niet hier."
+
+Mijnheer Vigneron hielp hem zich aan te kleeden, bukte zich om naar
+Pierre's pantoffels te zoeken.
+
+"Dat komt er niet op aan, alleen het zien van u zal haar het scheiden
+makkelijker maken, wanneer God ons die beproeving zendt... Trek eerst
+uw pantoffels aan en kom dan dadelijk!"
+
+Als een wervelwind vloog hij weer weg en stormde de kamer ernaast
+binnen. Alle deuren waren wagenwijd open blijven staan. De jonge
+priester, die hem dadelijk naging, zag in het eerste vertrek, waarin
+een ongelooflijke wanorde heerschte, slechts den kleinen Gustave,
+die, half naakt, onbeweeglijk, heel bleek en rillend te midden van
+dit drama op den canapé zat, dien hij als bed gebruikte. Leeggemaakte
+koffers versperden den doorgang, restjes van vleeschwaren lagen nog
+op de tafel, het bed van vader en moeder leek door de catastrophe als
+verwoest, de dekens waren er afgetrokken en lagen op den grond. In de
+tweede kamer zag hij onmiddellijk de moeder, die inderhaast een ouden,
+gelen peignoir aangeschoten had, met een door schrik vertrokken gelaat
+voor het bed staan.
+
+"Nu, vrouwlief, nu?" stotterde mijnheer Vigneron.
+
+Zonder te antwoorden wees madame Vigneron met een gebaar op madame
+Chaise, die met verstijfde handen en met haar hoofd achterover,
+onbeweeglijk op het kussen lag. Haar gezicht was blauw, haar mond
+stond wijd open als in den laatsten ademtocht, die haar ontvloden was.
+
+Pierre boog zich over haar heen en fluisterde:
+
+"Zij is dood!"
+
+Dood! Dit woord weerklonk in deze beter opgeruimde kamer, waarin
+een zware stilte heerschte. Verbijsterd keken man en vrouw elkaar
+aan. Was het dan werkelijk uit? De tante stierf vóór Gustave, de kleine
+erfde de vijfhonderdduizend francs. Hoe dikwijls hadden zij dezen
+droom gedroomd, welks plotselinge verwezenlijking hen met stomheid
+sloeg! Hoe dikwijls hadden zij gewanhoopt, vreezend, dat het arme kind
+vóór haar sterven zou! Dood! Lieve God, was dat hun schuld? Hadden
+zij dat werkelijk aan de Heilige Maagd gevraagd? Zij was zóó goed
+voor hen, dat zij bang waren geen wensch te kunnen uitspreken zonder
+verhoord te worden. Reeds hadden zij in den zoo plotselingen dood
+van den chef de bureau, wiens plaats mijnheer Vigneron zou innemen,
+den machtigen vinger der Heilige Maagd gezien. Overstelpte zij hen
+nu nog meer met hun genade, door zelfs de onbewuste droomerijen van
+hun wenschen te verhooren? Toch hadden zij nooit iemands dood gewild,
+zij waren brave menschen, niet in staat tot een slechte daad, die hun
+godsdienstplichten zeer trouw waarnamen, geregeld biechtten, zonder
+vertoon ter communie gingen. Wanneer zij dachten aan de vijfhonderd
+duizend francs, aan hun zoon, die vóór haar had kunnen sterven, aan
+de ergernis, die zij zouden voelen, indien zij dat fortuin naar een
+anderen neef, die het minder verdiende, zagen gaan, dan bleef dat toch
+diep in hun hart verborgen en was het in den grond der zaak zoo naïef
+en natuurlijk. Ongetwijfeld hadden zij er vóór de Grot aan gedacht,
+maar was de Heilige Maagd niet de hoogste wijsheid, wist zij niet
+beter dan wij zelf wat zij doen moest voor het geluk der levenden en
+der dooden?
+
+Madame Vigneron brak, heel oprecht, in snikken uit en beweende haar
+zuster, die zij aanbad.
+
+"O, mijnheer de abbé, ik heb haar zien sterven, onder mijn oogen heeft
+zij den laatsten adem uitgeblazen. Hoe jammer dat u niet eerder gekomen
+zijt, om haar ziel te ontvangen!... Zij is gestorven zonder priester,
+uw tegenwoordigheid zou haar zoo getroost hebben!"
+
+Zijn oogleden zwaar van tranen en zelf ook toegevend aan zijn
+ontroering, troostte mijnheer Vigneron zijn vrouw.
+
+"Je zuster was een heilige, gistermorgen nog heeft zij het Avondmaal
+gevierd, je kunt gerust zijn, haar ziel is regelrecht naar den hemel
+gegaan... Zeker zou het haar troost gegeven hebben mijnheer den abbé,
+als hij nog tijdig genoeg gekomen was, te zien... Maar wat eraan te
+doen? De dood was sneller. Ik ben onmiddellijk naar hem toe gevlogen,
+wij behoeven ons tot het laatste oogenblik toe niets te verwijten."
+
+En zich tot den priester wendend:
+
+"Mijnheer de abbé, ik ben er zeker van, dat haar al te groote vroomheid
+de crisis verhaast heeft. Gisteren heeft zij bij de Grot reeds een
+zóó hevige benauwdheid gehad, dat wij het ergste vreesden. En ondanks
+haar groote moeheid heeft zij erop gestaan met de processie mede te
+gaan. Ik heb wel gedacht, dat het haar slecht bekomen zou. Maar het
+was zoo'n moeilijk geval, je durfde het haar niet te zeggen uit vrees
+haar schrik aan te jagen."
+
+Pierre knielde neer en sprak de gebruikelijke gebeden uit met die
+menschelijke ontroering, welke bij hem in het aangezicht van het
+eeuwige leven, den eeuwigen dood, de plaats van het geloof innam. Dan
+bleef hij nog een oogenblik op zijn knieën liggen en hoorde de
+fluisterende stemmen van het echtpaar.
+
+De kleine, op zijn bed vergeten Gustave was blijkbaar ongeduldig
+geworden. Hij huilde en riep:
+
+"Mama! Mama! Mama!"
+
+Eindelijk ging madame Vigneron hem kalmeeren. En zij kreeg den inval om
+hem in haar armen te nemen, opdat hij voor de laatste maal zijn arme
+tante een zoen zou kunnen geven. Eerst spartelde hij tegen, wilde hij
+niet, begon hij harder te huilen. Mijnheer Vigneron moest er zich mede
+bemoeien en zeggen, dat hij zich schamen moest. Wat, hij, die nergens
+bang voor was! Hij, die tegenover het lijden altijd even moedig was
+als een man! En dan nog wel zijn arme tante, die altijd zoo lief voor
+hem geweest was en wier laatste gedachte ongetwijfeld hem gegolden had!
+
+"Geef hem mij maar!" zeide hij tegen zijn vrouw, "hij zal wel
+gehoorzaam zijn!"
+
+Gustave sloeg zijn armen om de hals van zijn vader. Hij was in zijn
+hemdje, rilde, liet de naaktheid van zijn jammerlijk, door klieren
+opgevreten lichaampje zien. Wel verre van genezing aan te brengen,
+scheen het wonderwater der vijvers de wond in zijn zijde erger gemaakt
+te hebben, terwijl zijn mager beentje, dat aan een uitgedroogde stok
+denken deed, er slap bij hing.
+
+"Geef haar een kus," zeide mijnheer Vigneron weer.
+
+Het kind boog zich voorover en drukte een kus op het voorhoofd van zijn
+tante. Niet de dood maakte hem bang of deed hem zich verzetten. Sedert
+hij in de kamer was, keek hij met nieuwsgierige kalmte naar de
+doode. Hij hield niet van haar, daarvoor had hij te veel door haar
+geleden. Hij had gedachten, gevoelens als van een volwassen iemand,
+welker gewicht hem meer drukte, naar mate zij zich tegelijk met zijn
+kwaal meer ontwikkelden. Hij voelde heel goed, dat hij te klein was,
+dat kinderen de dingen, die in het diepste innerlijk der menschen
+gebeuren, niet begrijpen moesten.
+
+Zijn vader die wat achteraf was gaan zitten, hield hem op zijn schoot,
+terwijl zijn moeder het raam dicht deed en de kaarsen in de beide
+kandelaars, die op den schoorsteenmantel stonden, aanstak.
+
+"Lieve jongen," prevelde hij in zijn behoefte om te spreken, "het
+is een groot verlies voor ons allemaal. Nu is onze reis heelemaal
+bedorven, want het was onze laatste dag, we vertrekken vanmiddag... En
+de Heilige Maagd was juist zoo genadig voor ons..."
+
+Maar bij het zien van den verwonderden blik van zijn zoon, een blik
+van oneindige melancholie en verwijt, verbeterde hij gauw:
+
+"Ja zeker, ik weet wel, dat zij je nog niet heelemaal genezen
+heeft. Maar je moet nooit twijfelen aan haar welwillendheid. Zij
+houdt te veel van ons, zij overstelpt ons te zeer met haar genade
+en zij zal ten slotte jou ook genezen, daar zij ons nog slechts die
+groote gunst te bewijzen heeft!"
+
+Madame Vigneron, die geluisterd had, kwam naar hem toe.
+
+"Wat zou het heerlijk geweest zijn als we alle drie gezond naar
+Parijs hadden kunnen terugkeeren. Maar volkomen geluk bestaat hier
+op aarde niet."
+
+"Zeg," riep mijnheer de Vigneron plotseling uit; "ik zal vanmiddag
+niet met jullie mee kunnen teruggaan door al die formaliteiten... Als
+mijn retour nu morgen nog maar geldig is!"
+
+Opgelucht ondanks de genegenheid, die zij steeds voor madame Chaise
+gevoeld hadden, herstelden zij zich van den vreeselijken schok;
+zij vergaten haar reeds, zouden niets liever willen dan Lourdes zoo
+spoedig mogelijk verlaten, alsof het voornaamste doel van hun reis
+bereikt was. Een vreugde, die zij zichzelf niet bekennen wilden,
+maakte zich van hen meester.
+
+"En wat zal ik in Parijs een boel te doen hebben!" begon hij weer. "Ik,
+die naar niets zoo verlang als naar rust... Doch dat komt er niet op
+aan ook; ik zal mijn drie jaar op het ministerie, tot ik pensioen
+krijg, nog uitdienen, vooral nu ik er zeker van ben als chef de
+bureau gepensionneerd te worden... Maar daarna hoop ik nog een beetje
+van het leven te genieten. Nu we dat geld krijgen, koop ik in mijn
+geboorteland het landgoed les Billottes, dat prachtige stuk grond,
+waar ik altijd van gedroomd heb. En ik verzeker je, dat ik me niet
+vervelen zal tusschen mijn paarden, honden en bloemen!"
+
+De kleine Gustave zat nog op zijn schoot; zijn arm, klein, achterlijk
+gebleven insectenlichaampje huiverde onder het half opgetrokken
+hemdje, dat zijn magerte als van een stervend kindje zien liet. Toen
+hij merkte, dat zijn vader hem heelemaal vergat en geheel opging in
+zijn eindelijk verwezenlijkten droom van een onbezorgd leven, kwam
+dat raadselachtige, melancholieke, maar tevens boosaardige glimlachje
+weer om zijn lippen spelen.
+
+"En ik, vader?"
+
+Als opgeschrikt uit een diepen slaap, scheen mijnheer Vigneron hem
+eerst niet te begrijpen.
+
+"Jij, jongen?... Jij gaat natuurlijk met ons mee."
+
+Maar Gustave bleef hem strak aankijken, zonder dat het lachje van
+zijn magere, pijnlijk vertrokken lippen verdween.
+
+"Gelooft u dat?"
+
+"Zeker, geloof ik dat!... Je gaat met ons mee, je zult eens zien hoe
+prettig het is."
+
+Mijnheer Vigneron, die, toch al verlegen was en stamelde, omdat hij
+de goede woorden niet vinden kon, geraakte geheel van streek, toen
+zijn zoon zijn magere schouders optrok en met iets als wijsgeerige
+minachting zeide:
+
+"O neen... dan ben ik al lang dood!"
+
+Verbijsterd las plotseling de vader in den diepen blik van het
+kind, den blik van een ouden, in alle dingen ervaren man, die al de
+ellenden der wereld kende, omdat hij ze zelf geleden had. Maar vooral
+verschrikte hem de plotselinge zekerheid, dat dit kind steeds tot in
+het diepst van zijn ziel doorgedrongen was, meer daarin gelezen had
+dan hij zichzelf durfde bekennen. Hij herinnerde zich nu, hoe in de
+wieg reeds de oogen van den zieke kleine op de zijne gericht waren,
+die oogen, welke het lijden zoo scherp maakte en met de kracht van een
+buitengewoon vermogen, om alles te doorzien, begiftigde, zoodat zij
+zelfs de geheimste gedachten, die in het diepe donker van de hersenen
+bleven, raden konden. En door een zonderlinge wisselwerking vond
+hij de dingen, die hij zichzelf nooit bekend had, op dat oogenblik
+alle terug in de oogen van zijn kind; hij zag ze, las ze ondanks
+zichzelf. De geschiedenis van zijn lange hebzucht ontrolde zich
+voor zijn blikken; zijn ergernis, een zoo zwakken jongen te hebben;
+zijn angst bij het denkbeeld, dat het vermogen van madame Chaise in
+gevaar gebracht werd door een zoo breekbaar leven; zijn vurige wensch,
+dat zij spoedig sterven zou, terwijl de kleine nog leefde, zoodat de
+erfenis in zijn handen zou komen. Wie in dit duel het eerst sterven
+zou, was eenvoudig een quaestie van dagen. Want ten slotte kwam toch
+wederom de dood: de kleine zou op zijn beurt sterven; hij alleen stak
+dan het geld in zijn zak en zou een langen, vreugdevollen ouderdom
+hebben. Deze dingen lichtten zóó akelig-duidelijk uit die scherpe,
+melancholieke en glimlachende oogen van het ter dood veroordeelde kind
+òp, dat vader en zoon een oogenblik in de vaste overtuiging verkeerden,
+dat zij ze elkaar met luide stem toeriepen.
+
+Maar mijnheer Vigneron kwam er tegen op, wendde zijn hoofd af,
+protesteerde heftig:
+
+"Wat, denk je, dat je dan dood zal zijn?... Wat een idée. Het is te
+gek om los te loopen zoo iets te denken!"
+
+Madame Vigneron begon weer te snikken.
+
+"Ondeugende jongen, hoe kun je ons zoo'n verdriet doen, nu we toch
+al zoo'n verlies te betreuren hebben?"
+
+Gustave moest haar een zoen geven en haar beloven te zullen blijven
+leven, al was het alleen maar om hun een pleizier te doen. Toch was
+het glimlachje om zijn lippen blijven spelen, want hij wist heel goed,
+dat liegen noodzakelijk was, als men zich niet al te bedroefd wilde
+maken; trouwens hij had er zich reeds bij neergelegd, om zijn ouders
+gelukkig achter te laten, nu de Heilige Maagd zelf hem op deze wereld
+het kleine beetje geluk, waartoe ieder schepsel eigenlijk geboren
+behoorde te worden, niet geven kon.
+
+Zijn moeder legde hem weer in zijn bed, en Pierre stond eindelijk
+op, juist op het oogenblik, dat mijnheer Vigneron de kamer eenigzins
+fatsoenlijk op orde gebracht had.
+
+"U excuseert mij wel, niet waar mijnheer de abbé?" zeide hij, terwijl
+hij met den jongen priester naar de deur liep. "Mijn hoofd loopt een
+beetje om... Het is een moeilijk kwartiertje, maar ik moet mij er
+toch doorslaan."
+
+In de gang bleef Pierre even staan luisteren naar het geluid, dat de
+trap opkwam. Weer had hij aan mijnheer de Guersaint gedacht, meende
+hij zijn stem te herkennen. En terwijl hij daar zoo onbeweeglijk
+stond, gebeurde er iets, dat hem in de pijnlijkste verlegenheid
+bracht. Voorzichtig-langzaam was de deur van de door den ongetrouwden
+heer bewoonde kamer opengegaan; een in het zwart gekleede dame was
+er met zoo lichten tred uit gekomen, dat men nauwlijks den tijd gehad
+had in de half geopende deur den heer te zien, die, met zijn vinger op
+zijn mond, op den drempel stond. Doch toen de dame zich omkeerde, stond
+zij eensklaps tegenover Pierre. Dat alles geschiedde zoo plotseling,
+zoo brutaal, dat het hun onmogelijk was zich af te wenden en te doen,
+alsof zij elkaar niet herkend hadden.
+
+Het was madame Volmar. Na drie dagen en drie nachten in volkomen
+opsluiting in die liefdekamer doorgebracht te hebben, verliet zij die
+nu vroeg in den morgen. Het was nog geen zes uur, zij hoopte door
+niemand gezien te worden, als een schim zoo licht weg te sluipen
+door de ledige gangen en trappen; zij wilde zich ook nog in het
+Hôpital laten zien en daar den geheelen laatsten ochtend blijven,
+om haar gaan naar Lourdes te rechtvaardigen. Toen zij Pierre zag,
+begon zij vreeselijk te beven en stamelde eerst:
+
+"O, mijnheer de abbé, mijnheer de abbé!"
+
+Toen zij echter zag, dat de priester zijn deur wijd open had laten
+staan, scheen zij aan de koorts, die in haar brandde, aan een drang
+om over haar liefdevlam te spreken, zich te verontschuldigen, zich
+vrij te pleiten, toe te geven. Met een vuurroode kleur ging zij het
+eerst de kamer binnen, waarin hij, geheel door dit voorval van streek
+gebracht, haar wel volgen moest. Daar hij de deur wijd open liet staan,
+vroeg zij hem met een gebaar die te sluiten.
+
+"O mijnheer de abbé, ik smeek u, denk niet te slecht van mij!"
+
+Hij maakte een gebaar als om te zeggen, dat hij zich niet veroorloofde
+een oordeel over haar te vellen.
+
+"Ja, ja, ik weet, dat u mijn ongeluk kent... Te Parijs hebt u mij eens
+achter de Drievuldigheidskerk met een heer gezien. En gisteren hebt u
+mij natuurlijk op het balcon herkend. Niet waar, u vermoedde wel, dat
+ik hier, vlak bij u, met dien persoon in de kamer daar leefde... Maar
+als u eens wist, als u eens wist..."
+
+Haar lippen beefden, tranen hingen aan haar wimpers. Hij keek haar
+aan en stond verbaasd over de buitengewone schoonheid, waardoor haar
+gelaat verheerlijkt werd. Deze steeds zoo eenvoudig, altijd in het
+zwart gekleede vrouw, die nooit iets van juweelen droeg, verscheen
+hem nu, buiten de donkerte, waarin zij zich gewoonlijk terugtrok,
+eensklaps in den vollen glans van haar hartstocht. Zij, die op den
+eersten aanblik niet knap, te donker en te mager was met haar vermoeide
+trekken, haar grooten mond, haar langen neus, kreeg, hoe langer
+hij haar aankeek, een troubleerende bekoring, een onweerstaanbare
+veroveringsmacht. Haar oogen, haar groote, prachtige oogen, welker
+gloed zij gewoonlijk onder een sluier van onverschilligheid verborg,
+brandden als fakkels, wanneer zij zich met lichaam en ziel overgaf. Hij
+voelde, dat men haar aanbidden, dat men haar hartstochtelijk begeeren
+kon, ook al moest men erdoor ten gronde gaan.
+
+"Als u eens wist, mijnheer de abbé, als ik u eens vertelde, wat ik
+geleden heb... Het zijn trouwens dingen, die u ongetwijfeld vermoed
+hebt, want u kent mijn man en mijn schoonmoeder. De enkele keeren,
+dat u bij ons geweest bent, hebt u natuurlijk begrepen, welke
+gruwelen er zich, ondanks mijn tevreden manier van doen, in mijn
+stil en bescheiden hoekje afspeelden... Maar tien jaar zoo leven,
+nooit werkelijk mensch zijn, nooit liefhebben, nooit bemind worden,
+neen, neen, dat heb ik niet kunnen volhouden."
+
+Toen vertelde zij hem haar droevige levensgeschiedenis, haar huwlijk
+met den handelaar in diamanten, die schijnbaar tegenslag in zijn zaken
+gehad had; haar schoonmoeder, een hardvochtige gevangenbewaarder en
+beulenziel; haar man, een monster van lichamelijke leelijkheid en
+zedelijke verdorvenheid. Men sloot haar op, men liet haar zelfs niet
+alleen voor het raam zitten. Men had haar geslagen, haar neigingen,
+haar liefhebberijen, haar vrouwlijke zwakheden doodgedrukt. Zij wist,
+dat haar man allerlei meiden onderhield; en wanneer zij tegen een
+familielid lachte, wanneer zij, als zij zich eens een hoogst enkele
+maal vroolijk voelde, een bloem in haar corsage droeg, dan trok hij
+die bloem weg, kreeg aanvallen van razende jaloezie, brak haar, onder
+de vreeselijkste dreigementen, bijna haar polsen. Jaren lang had zij
+in die hel geleefd en toch nog steeds gehoopt, want in haar woonde
+een zoo sterke levenskracht, zoo'n vurige behoefte aan teederheid,
+dat zij altijd nog het geluk verwachtte en geloofde het ieder oogenblik
+te zullen zien binnenkomen.
+
+"Ik zweer u, mijnheer de abbé, dat ik heb moeten doen, wat ik gedaan
+heb. Ik was te ongelukkig, mijn geheele wezen snakte ernaar zich te
+geven... Toen mijn vriend mij voor de eerste maal zeide, dat hij mij
+liefhad, liet ik mijn hoofd op zijn schouder vallen; het was beslist,
+voor eeuwig was ik zijn eigendom. Men moet zich in de zaligheid
+indenken: bemind te worden, bij zijn geliefde slechts gebaren en
+woorden van liefkoozing te vinden, het streven, om zoo voorkomend
+en vriendelijk mogelijk te zijn; te weten dat hij aan je denkt,
+dat er ergens een hart bestaat, waarin je leeft; samen één te zijn,
+geheel op te gaan in een omhelzing, waarin alles samensmelt, lichaam
+en ziel... O, als dat een zonde is, mijnheer de abbé, dan kan ik er
+geen berouw over hebben. Ik wil niet eens beweren, dat men er mij
+toe aangedreven heeft; ik zeg alleen maar, dat ik die zonde even
+natuurlijk bedreven heb als dat ik adem haal, omdat zij voor mijn
+leven noodzakelijk was."
+
+Zij had haar hand aan haar lippen gebracht, als wilde zij de wereld
+een kus geven. Pierre voelde zich ontroerd bij het zien van deze van
+liefde gloeiende vrouw, die de hartstocht, de eeuwige begeerte zelf
+was. Dan begon een oneindig medelijden in hem op te komen.
+
+"Arme vrouw!" prevelde hij.
+
+"Niet voor den priester leg ik mijn biecht af," ging zij verder,
+"neen, ik spreek tegen den man, tegen een man, door wien ik zoo
+graag begrepen zou willen worden... Neen, ik ben geen geloovige,
+de godsdienst is voor mij nooit voldoende geweest. Men beweert,
+dat vrouwen zich daarmede tevreden stellen, dat zij er een krachtige
+bescherming in vinden tegen de zonde. Maar ik heb steeds een gevoel
+van kilte in kerken gehad. En ik weet heel goed, dat het slecht is
+godsdienst te huichelen en dien voor mijn liefde te gebruiken. Maar
+wat eraan te doen? Ze dwingen me ertoe. Dat u mij indertijd te Parijs
+achter de Drievuldigheidskerk gezien hebt, komt, omdat die kerk de
+eenige plaats is, waar zij mij alleen naar toe laten gaan; dat u mij
+hier te Lourdes vindt, komt, omdat ik in een heel jaar slechts deze
+drie dagen van volkomen vrijheid, van volmaakt geluk heb."
+
+Weer doorhuiverde haar een rilling, weer rolden heete tranen over
+haar wangen.
+
+"O, deze drie dagen, deze drie dagen! U kunt niet weten hoe vurig
+ik ernaar verlang, met welk een hartstocht ik ze doorleef, met welke
+onstuimige gevoelens ik de herinnering eraan mee naar huis terugneem."
+
+Alles stond in duidelijke trekken voor den zoo lang kuisch gebleven
+Pierre. Hij stelde zich deze zoo vurig tegemoet geziene, die gulzig
+doorleefde drie dagen en drie nachten voor in die hotelkamer met haar
+zóó dicht gesloten ramen en deuren, dat zelfs de kamermeisjes niet
+wisten, dat er een vrouw in was. Hij zag de eindelooze omhelzingen,
+den niet eindigenden kus, de algeheele overgave, het alles om zich
+heen vergeten, het volkomen opgaan, het volkomen wegzinken in de
+onuitbluschbare liefde. Ruimte en tijd waren verdwenen, niets bestond
+meer, niets dan de haast om elkaar toe te behooren, elkaar weer en
+nogmaals toe te behooren. En welk een hartverscheurende smart bij
+het afscheid! Voor dien gruwel sidderde zij; in haar verdriet haar
+paradijs te hebben moeten verlaten, liet zij zich gaan, schreeuwde
+zij, die anders zoo stil was, haar lijden uit. Elkaar nog een laatste
+maal te omarmen, in elkaar weg te willen smelten, om voor eeuwig één
+te blijven, zich te moeten losrukken, alsof de helft van je vleesch
+mede losgerukt wordt, en dan te moeten denken, hoeveel lange dagen,
+hoeveel lange nachten er verstrijken zullen, zonder dat je elkaar
+ook maar ziet!
+
+Pierre, wiens hart bloedde, toen hij zich die kwelling des vleesches
+voor den geest riep, kon slechts herhalen:
+
+"Arme vrouw!"
+
+"En dan, mijnheer de abbé," ging zij voort, "denk eens aan de hel,
+waarin ik terugkeer. Weken, neen maandenlang is dan de hemel voor mij
+gesloten, duld ik zonder één enkele klacht mijn martelaarschap. Weer
+is mijn geluk voor een jaar dood. Lieve God, drie armzalige dagen
+en drie armzalige nachten; zou je niet krankzinnig worden bij die
+hartstochtelijkheid, waarmede ik ervan geniet, bij het geduld,
+waarmede ik wacht, tot zij terugkomen. Ik ben zoo ongelukkig,
+mijnheer de abbé, maar gelooft u ondanks alles toch niet, dat ik een
+fatsoenlijke vrouw ben?"
+
+Hij werd diep ontroerd door dit vuur van echten hartstocht en oprechte
+smart. Hij voelde hier den adem der eeuwige begeerte, een onbeperkt
+heerschende liefde, die alles rein maakte. Zijn hart vloeide over
+van medelijden, en hij vergaf.
+
+"Mevrouw, ik beklaag u en ik respecteer u meer dan ik zeggen kan."
+
+Zij zeide niets meer, keek hem slechts aan met haar groote, door tranen
+verduisterde oogen. Dan drukte zij in een plotselinge opwelling zijn
+beide handen en hield die tusschen haar brandende vingers vast. Even
+daarna verdween zij op het portaal met de lichtheid van een schim.
+
+Doch toen zij er niet meer was, leed Pierre nog heviger dan bij haar
+aanwezigheid. Hij wierp het raam wijd open, om den liefdegeur, dien
+zij er achtergelaten had, te verjagen. Reeds dien Zondag, toen hij
+gezien had, dat er een vrouw in de kamer ernaast verborgen leefde,
+had hij dezen kuischen angst gevoeld en tegen zichzelf gezegd, dat zij
+de revanche van het vleesch was te midden van de mystieke verrukking
+van Lourdes, het onbevlekte. En nu kwam die angst terug, begreep hij
+de almacht, de onoverwinnelijke wilskracht van het leven, dat leven
+wilde. Liefde was sterker dan geloof, misschien was het bezit van
+een geliefd wezen het eenige goddelijke. Elkander lief te hebben,
+elkander ondanks alles toe te behooren, het leven te geven en het
+leven voort te planten, was dat niet het eenige doel der natuur? Een
+oogenblik was hij zich den afgrond, waarvoor hij stond, bewust: zijn
+kuischheid was zijn laatste steunpunt, gaf alleen nog waarde aan zijn
+mislukt leven van ongeloovig priester.
+
+Hij begreep, dat, als hij, na aan zijn verstand toegegeven te hebben,
+nu ook nog aan zijn vleesch toegaf, hij geheel verloren zou zijn. Zijn
+geheele trots op zijn kuischheid, al de kracht, die hij opgeroepen
+had om zijn ambt eerlijk te blijven waarnemen, kwamen weer terug,
+en opnieuw deed hij zichzelf de plechtige gelofte geen man te zijn,
+nu hij zich vrijwillig uit de rijen der mannen verbannen had.
+
+Het sloeg zeven uur. Pierre ging niet meer naar bed, doch waschte zich
+met ijskoud water, blij, dat dit frissche water zijn koortsachtige
+opwinding geheel kalmeerde. Terwijl hij zich verder aankleedde,
+kwam bij het geluid van stappen, die hij in het portaal hoorde, de
+gedachte aan mijnheer de Guersaint weer in hem op. Ze hielden stil
+voor de deur; er werd geklopt; verlicht ging hij opendoen.
+
+Maar dan uitte hij een kreet van blijde verrassing.
+
+"Wat ben jij het? Ben je nu al op en ben je nu al aan het visites
+maken?"
+
+Marie stond glimlachend op den drempel. Achter haar glimlachte zuster
+Hyacinthe, die met haar meegekomen was, ook met haar vriendelijke,
+trouwhartige oogen.
+
+"O, beste jongen," zeide het jonge meisje, "ik kon niet in bed
+blijven. Zoodra ik de zon zag, ben ik eruit gesprongen, zoo'n behoefte
+had ik om te loopen, te springen, te dansen als een kind!... En ik heb
+zoo lang gezanikt en zoo lang gesmeekt, dat de zuster zoo vriendelijk
+is geweest, om met mij mede te gaan... Ik geloof, dat ik door het
+raam gegaan was, als ze de deur voor mij gesloten hadden!"
+
+Pierre had ze laten binnengaan, een onzeglijke ontroering snoerde zijn
+keel dicht, toen hij haar zoo vroolijk hoorde praten en haar zich zoo
+makkelijk, zoo ongedwongen, zoo gratieus bewegen zag. Haar, die hij
+jaren lang met afgestorven beenen en een loodkleurigen gelaatstint
+gekend had! Sedert hij haar den vorigen avond voor het laatst in de
+Basilica gezien had, was zij in jeugd en schoonheid opgebloeid. Een
+nacht was voldoende geweest om haar zóó te veranderen, dat hij het
+lieve schepseltje vol teederheid, het mooie meisje, dat hij vroeger
+achter de bloeiende haag zoo hartstochtelijk-wild gekust had, grooter
+en mooier terugvond.
+
+"Wat ben je groot en wat ben je mooi, Marie!" kon Pierre zich niet
+weerhouden te zeggen.
+
+Dan mengde zuster Hyacinthe zich in het gesprek.
+
+"Niet waar, mijnheer de abbé, de Heilige Maagd heeft alles ten goede
+geschikt! Wanneer zij zich ergens mee bemoeit, dan kom je frisch en
+geurig als een roos uit haar handen."
+
+"O," viel het jonge meisje haar in de rede, "ik ben zoo gelukkig,
+ik voel me zoo sterk, zoo gezond, zoo blank, alsof ik pas geboren was."
+
+Het was een zalig gevoel voor Pierre. Het scheen hem toe, alsof wat er
+nog van de uitwaseming van madame Volmar hing, vervluchtigde. Marie
+vulde de kamer met haar reinheid, met den geur en den glans van haar
+jeugdige onschuld. En toch was die vreugde over haar reine schoonheid,
+over het leven, dat weer opbloeide, voor hem niet zonder droefheid. Het
+verzet, dat in de Crypt in hem opgekomen was, de wond van zijn mislukt
+leven moest zijn hart voor altijd bloedend houden. Zooveel weer tot
+leven gewekte gratie! De aangebeden vrouw werd weer tot haar vollen
+bloei herboren! En nooit zou hij de verrukking, die haar bezit geven
+moest, kennen, hij stond buiten de wereld, lag in het graf. Doch
+hij snikte niet meer; een grenzenlooze weemoed bekroop hem bij de
+gedachte, dat hij dood was, dat het nieuwe zonnegloren dezer vrouw
+opging over het graf, waarin zijn manlijkheid sliep. Het was de
+vrijwillig aanvaarde, zelf gewilde verzaking.
+
+Evenals de andere, de hartstochtelijke, had ook Marie de handen van
+Pierre gedrukt. Maar haar kleine handjes waren zoo zacht, zoo frisch,
+zoo kalmeerend! Een beetje verlegen keek zij hem aan, als had zij
+een grooten wensch, dien zij niet durfde uitspreken. Dan dapper:
+
+"Pierre, wil je mij een zoen geven? Dat zou me zoo gelukkig maken."
+
+Hij sidderde, zijn hart werd in een laatste marteling verbrijzeld. O,
+de kussen van vroeger, de kussen, die hij nog op zijn lippen
+proefde! Nooit daarna had hij haar een kus gegeven, en nu was het
+een zuster, die hem omhelsde. Zij drukte een klappenden zoen op zijn
+linker- en op zijn rechterwang, hield hem de hare voor, eischte,
+dat hij haar die teruggeven zou. Tweemaal kuste hij haar terug.
+
+"Ik ben ook zoo gelukkig, zoo innig gelukkig, Pierre!"
+
+Overmand door zijn ontroering en terwijl een gevoel van verrukking
+en bitterheid tevens zich van hem meester maakte, barstte hij in
+snikken uit, weende hij tusschen zijn gevouwen handen als een kind,
+dat zijn tranen verbergen wilde.
+
+"Kom, kom, laten we niet al te week worden," zeide zuster Hyacinthe
+vroolijk. "Mijnheer de abbé zou te verwaand worden, als hij dacht,
+dat we alleen om hem gekomen waren. Mijnheer de Guersaint is zeker
+hiernaast!"
+
+"O, die beste papa! Wat zal die ook gelukkig zijn!" riep Marie vol
+liefde uit.
+
+Pierre moest nu vertellen, dat mijnheer de Guersaint nog niet terug
+was van zijn uitstapje naar Gavarnie. Zijn toenemende ongerustheid
+klonk duidelijk in zijn woorden door, hoewel hij trachtte het lange
+uitblijven te verklaren, tegenslagen, onvoorziene complicaties
+bedacht. Overigens was het jonge meisje heelemaal niet ongerust; zij
+begon weer te lachen en zeide, dat haar vader nooit op tijd geweest
+was. En toch zou zij hem zoo graag willen laten zien, dat zij liep,
+dat zij stond, als in haar nieuw ontbloeide jeugd herboren!
+
+Zuster Hyacinthe, die over het balcon was gaan kijken, kwam in de
+kamer terug.
+
+"Daar is hij... Hij stapt beneden uit het rijtuig!"
+
+"Zeg," riep Marie met de uitgelaten vroolijkheid van een schoolmeisje;
+"we moeten hem verrassen. We zullen ons verstoppen, en wanneer hij
+dan binnen is, laten we ons in eens zien."
+
+Reeds trok zij zuster Hyacinthe in de kamer ernaast.
+
+Onmiddellijk daarna kwam mijnheer de Guersaint als een wervelwind
+door de gangdeur, die Pierre gauw geopend had; hartelijk drukte hij
+hem de hand.
+
+"Daar ben ik eindelijk... Je hebt zeker niet geweten waar ik bleef,
+hè? Maar je kunt je niet voorstellen, wat een pech we gehad hebben:
+eerst is er een wiel van het rijtuig gebroken, toen we in Gavarnie
+aankwamen, en juist, toen we gisteravond een eindje op den terugweg
+waren, moesten we door een verschrikkelijk onweer den heelen nacht
+te Saint-Sauveur blijven... Ik heb geen oog dicht gedaan."
+
+Hij viel zichzelf in de rede.
+
+"En hoe is het met jou?"
+
+"Ik heb ook door al het lawaai, dat ze in het hotel gemaakt hebben,
+niet kunnen slapen."
+
+Maar reeds ratelde mijnheer de Guersaint weer:
+
+"Enfin, het hindert niet, het was verrukkelijk. Dat moet ik je nog
+even vertellen... Ik was met drie charmante geestelijken. Abbé des
+Hermoises is ontegenzeggelijk de aardigste man, dien ik ooit ontmoet
+heb... Gelachen dat we hebben, gelachen!"
+
+Weer hield hij op.
+
+"En mijn dochter?"
+
+Toen klonk achter hem een heldere lach. Hij keerde zich om, bleef
+met een open mond staan. Marie was daar, en zij liep, haar gelaat
+straalde van blijde verrukking en heerlijke gezondheid. Nooit had
+hij aan het wonder getwijfeld, hij was ook in het minst niet verrast,
+want hij kwam terug met de overtuiging, dat alles goed afloopen zou,
+dat hij haar ongetwijfeld genezen terug zou vinden. Doch wat hem tot
+in het diepst van zijn ziel trof, dat was het wondere schouwspel, dat
+hij niet had voorzien: zijn dochter zoo mooi, zoo goddelijk in haar
+zwart japonnetje. Zijn dochter, die zelfs geen hoed medegebracht,
+doch haar bewonderenswaardige lokken slechts met een kanten doekje
+bedekt had! Zijn levende, bloeiende, triompheerende dochter, gelijk
+aan alle dochters van alle vaders, die hij al zoovele jaren benijdde.
+
+"Mijn kind, mijn kind!"
+
+En toen zij in zijn armen gevlogen was, drukte hij haar vast tegen
+zich aan, knielden zij samen neer. En alles straalde in een heerlijke
+uitvloeiïng van geloof en liefde. Deze verstrooide man met zijn
+vogelhersenen, die in slaap viel in plaats van met zijn dochter naar
+de Grot te gaan, die een uitstapje naar Gavarnie maakte op den dag,
+dat de Heilige Maagd haar moest genezen, vloeide over van vaderlijke
+teederheid, van een zoo door dankbaarheid bezield Christelijk geloof,
+dat hij een oogenblik verheven werd.
+
+"O, Jezus, o Maria, hoe dank ik u, dat ge mij mijn kind teruggegeven
+hebt... O, kind, wij zullen nooit genoeg adem, nooit genoeg ziel
+hebben om Maria en Jezus te danken voor het groote geluk, dat hij
+mij geeft... O, kind, dat zij hebben opgewekt, o kind, dat zij zoo
+mooi gemaakt hebben, neem mijn hart, om het hun met het jouwe aan
+te bieden... Ik behoor aan jou en behoor aan hen, eeuwig en eeuwig,
+mijn geliefd, mijn aangebeden kind!"
+
+Neergeknield voor het open raam, keken beiden met vurige blikken naar
+den hemel. De dochter leunde met haar hoofd tegen den schouder van haar
+vader, terwijl hij zijn arm om haar middel geslagen hield. Zij waren
+slechts één; langzaam begonnen tranen te vloeien over hun verrukte,
+in bovenmenschelijk geluk glimlachende gezichten, terwijl zij slechts
+onsamenhangende woorden van dank stamelen konden.
+
+"Dank, o Jezus; dank, o heilige Moeder van Jezus... Wij hebben u lief,
+wij aanbidden u... Gij hebt het beste bloed onzer aderen verjongd, het
+behoort aan u, het klopt voor u... O, almachtige Moeder, o geliefde
+goddelijke Zoon, een dochter en een vader zegenen u en bezwijmen aan
+uw voeten van vreugde."
+
+De omarming van deze twee schepselen, die na zooveel donkere dagen
+gelukkig waren, dit uitstamelen van hun geluk, dat als het ware nog
+in lijden gedrenkt was, dit geheele tooneel was zóó ontroerend, dat
+Pierre weer in tranen uitbarstte. Maar nu waren het weldadige tranen,
+die zijn hart tot kalmte brachten. O, de ongelukkige menschheid! Wat
+deed het goed haar een weinig getroost en in verrukking te zien! En wat
+kwam het er op aan, of dat groote geluk van enkele seconden ontsprong
+uit de eeuwige illusie! Was de geheele menschheid, de deerniswaardige,
+door de liefde geredde menschheid eigenlijk niet vertegenwoordigd in
+dezen armen man, die plotseling verheven werd, nu hij zijn dochter
+herboren zag?
+
+Zuster Hyacinthe stond wat op den achtergrond en huilde eveneens,
+haar hart was vol van een menschelijke ontroering, zooals zij nog
+nooit gevoeld had, zij, die nooit andere verwanten gekend had dan den
+goeden God en de Heilige Maagd. Een stilte heerschte in deze kamer,
+die huiverde van zulk een in tranen gedrenkte broederschap. Zij sprak
+het eerst, toen de vader en de dochter eindelijk opstonden.
+
+"En nu, mademoiselle, moeten we gauw naar het Hôpital terug!"
+
+Maar daar kwamen de anderen tegen op. Mijnheer de Guersaint wilde
+zijn dochter bij zich houden en in Marie's oogen straalde het vurig
+verlangen om te leven, te loopen, de wijde, wijde wereld door te
+trekken.
+
+"Geen quaestie van," zeide mijnheer de Guersaint, "ik geef haar niet
+aan u terug... Wij zullen een paar glazen melk drinken, want ik kom
+bijna om van honger; en dan gaan we uit, gaan we samen wandelen. Zij
+aan mijn arm, als een klein vrouwtje!"
+
+Weer lachte zuster Hyacinthe.
+
+"Nu goed dan, ik zal haar hier laten en aan de dames zeggen, dat u
+haar mij ontstolen hebt... Maar ik maak, dat ik weg kom. U hebt er
+geen begrip van hoeveel we nog te doen hebben, indien wij vóór het
+vertrek klaar willen zijn: al onze zieken, al ons materiaal, enfin
+een drukte van wat heb je me!"
+
+"Is het dan Dinsdag?" vroeg mijnheer de Guersaint, die weer in zijn
+oude verstrooidheid terugviel; "en gaan we vanavond weg?"
+
+"Natuurlijk, vergeet het als het u blieft niet!... De witte trein
+vertrekt om tien minuten over halfvier... En als u van mij een raad
+wilt aannemen, dan zou ik mademoiselle wat vroegtijdig terugbrengen,
+dan kan zij nog wat rusten."
+
+Marie ging met de zuster tot de deur mede.
+
+"Wees maar gerust, ik zal verstandig zijn. Ik wil ook graag even naar
+de Grot, om de Heilige Maagd nog eens te danken."
+
+Toen zij met hun drieën alleen in het kamertje waren, dat in
+het zonlicht baadde, kenden zij hun geluk niet. Pierre had het
+kamermeisje melk, chocolade, koekjes en allerlei andere lekkernijen
+laten brengen. En hoewel Marie reeds ontbeten had, at zij nog mee;
+sedert den vorigen avond verslond zij letterlijk alles. Zij hadden
+het tafeltje voor het raam gerold, maakten er een waar feestmaal
+van in de prikkelende berglucht, terwijl de honderd klokken van
+Lourdes met haar bronzen stemmen den roem van dezen stralenden dag
+uitjubelden. Zij praatten en lachten; het jonge meisje vertelde aan
+haar vader het wonder met honderdmaal herhaalde bijzonderheden, en
+hoe zij het wagentje in de Basilica had achtergelaten en hoe zij een
+wijzertje rond geslapen had. Toen wilde ook mijnheer de Guersaint
+van zijn uitstapje vertellen, maar hij geraakte in de war, bracht
+het wonder ermede in verband.
+
+In korte woorden gezegd was dit keteldal van Gavarnie iets
+reusachtigs. Alleen verloor men uit de verte het gevoel van proporties,
+leek het klein. De drie altijd met sneeuw bedekte terrassen; de
+hoogste kam, die zich tegen den hemel afteekende als het profiel van
+een Cyclopenvesting, waarvan de toren met den grond gelijk gemaakt en
+de wallen uitgetand waren; de groote waterval, die zoo langzaam scheen
+te stroomen, terwijl hij in werkelijkheid met een donderend lawaai
+neerstortte; de bosschen rechts en links; de rivieren; de bergen,
+die geheele eindeloosheid maakte, wanneer men het van af de markt
+van het dorp zag, den indruk, alsof je het in je hand zou kunnen
+houden. Wat hem het meest getroffen had en waarop hij telkens weer
+terugkwam, waren de vreemde figuren, die de sneeuw, welke tusschen
+de rotsen liggen bleef, maakte: o. a. een reusachtig kruis, een wit
+kruis van eenige duizenden meters, dat den indruk maakte, alsof het
+dwars over het dal geworpen was.
+
+Dan viel hij zichzelf in de rede:
+
+"Tusschen twee haakjes, wat is er bij onze buurlui aan de hand? Toen
+ik daareven boven kwam, vloog mijnheer Vigneron mij als een bezetene
+voorbij; en door de open deur meende ik te zien, dat madame Vigneron
+er erg opgezet uitzag. ...Heeft de kleine Gustave soms weer een
+aanval gehad?"
+
+Pierre had madame Chaise, de doode, die daar aan de andere zijde van
+het dunne beschot sliep, heelemaal vergeten. Hij meende een killen
+ademtocht te voelen.
+
+"Neen, het kind is heel goed..."
+
+Hij ging er echter niet verder op in, zweeg er liever over. Waarom dit
+zoo gelukkige uur van herrijzenis, van herkregen jeugd te bederven,
+door er het beeld van den dood in te weven? Maar van dat oogenblik af
+bleef hij steeds aan de doode denken; dacht hij ook aan de andere kamer
+ernaast, waarin de ongetrouwde mijnheer zijn snikken verstikte en zijn
+lippen drukte op het paar handschoenen, dat hij van zijn geliefde
+gestolen had. Het geheele hotel kwam voor zijn geest terug, het
+hotel met zijn hoestaanvallen, met zijn zuchten, zijn onverstaanbare
+stemmen, het eeuwige dicht slaan der deuren, de vloeren, die onder
+de opeenhooping der gasten kraakten, de gangen, waarin het stof
+opdwarrelde door de ruischende rokken, het heen en weer vliegen van
+de families, die zenuwachtig werden door het op handen zijnde vertrek.
+
+"Je zult je maag nog van streek maken," riep mijnheer de Guersaint
+lachend uit, toen hij zag, dat zijn dochter nog een broodje nam.
+
+Marie moest ook lachen. Doch dan kwamen plotseling twee tranen in
+haar oogen.
+
+"Wat ben ik gelukkig! En toch, wat doet het me een pijn wanneer ik
+bedenk, dat niet iedereen even gelukkig is als ik!"
+
+
+
+
+II.
+
+Het was acht uur... Marie kon het in de kamer bijna niet meer
+uithouden, telkens weer liep zij naar het raam, alsof zij in één
+teug de geheele ruimte, den geheelen hemel wilde leeg drinken. O,
+door de straten, over de pleinen te loopen, overal en nog elders,
+zoo ver als zij zelf maar wilde! En te laten zien hoe sterk zij was,
+hoe zij mijlen ver gaan kon, nu de Heilige Maagd haar genezen had! Het
+was een onweerstaanbare drang van heel haar wezen, van haar hart,
+van haar bloed.
+
+Maar toen zij wegging, besliste zij toch, dat haar eerste bezoek met
+haar vader aan de Grot moest zijn, waar zij samen Notre-Dame de Lourdes
+danken moesten. Daarna zouden ze vrij zijn, zouden ze nog twee volle
+uren hebben om te wandelen, waar zij wilden, vóór zij naar het Hôpital
+terugging om te dejeuneeren en haar zaakjes bij elkaar te pakken.
+
+"Nu, kunnen we gaan?" vroeg mijnheer de Guersaint.
+
+Pierre nam zijn hoed en met hun drieën gingen zij hard pratend en
+luid lachend als een troepje schooljongens, die vacantie krijgen, de
+trap af. Zij waren reeds op straat, toen madame Majesté hen achterna
+snelde. Zij had blijkbaar op hun uitgaan geloerd.
+
+"Mademoiselle, heeren, laat ik u even mogen gelukwenschen... Wij
+hebben van de buitengewone genade, die u ten deel gevallen is, gehoord,
+wij zijn zoo gelukkig en voelen ons zoo gevleid, dat de Heilige Maagd
+een van onze gasten heeft uitverkoren!"
+
+Haar dor, hard gezicht was nu één vriendelijkheid; zij nam de door het
+wonder genezene met liefkoozende blikken op. Dan riep zij haar man,
+die juist voorbijging.
+
+"Kijk toch eens manlief, dat is mademoiselle, dat is mademoiselle..."
+
+Het gladgeschoren, van geel vet glimmende gezicht van Majesté kreeg
+een uitdrukking van vreugde en dankbaarheid.
+
+"Inderdaad, mademoiselle, ik kan u niet zeggen hoe vereerd wij ons
+gevoelen... Wij zullen nooit vergeten, dat mijnheer uw vader bij ons
+gelogeerd heeft; dat alleen reeds maakt heel wat afgunstigen."
+
+Intusschen hield madame Majesté de andere gasten, die uitgingen,
+staande, wenkte de families, die reeds in de eetzaal zaten, zou de
+geheele straat binnengeroepen hebben, als zij daar den tijd voor gehad
+had, om te laten zien, dat zij in haar hotel het wonder had, waarover
+geheel Lourdes sedert den vorigen avond in stomme bewondering was.
+
+"Kijk, dat is zij, het jonge meisje, u weet wel, het jonge meisje..."
+
+Plotseling riep zij uit:
+
+"Ik ga even Appoline uit het magazijn halen, Appoline moet mademoiselle
+zien."
+
+Doch met een waardig gebaar hield Majesté haar tegen.
+
+"Neen, laat Appoline met rust, zij is bezig drie dames te
+helpen... Mademoiselle en de heeren zullen Lourdes zeker niet
+verlaten, zonder het een of ander te koopen. De kleine souvenirs,
+die je meeneemt, bekijk je later met zooveel pleizier! En onze gasten
+zijn altijd zoo welwillend nooit ergens anders iets te koopen dan
+bij ons in het magazijn, dat we aan het hotel verbonden hebben."
+
+"Ik heb reeds mijn diensten aangeboden," drong madame Majesté aan;
+"Appoline zal zoo blij zijn mademoiselle het mooiste, wat wij hebben,
+en tegen ongelooflijke lage prijzen te laten zien. O, prachtige,
+prachtige dingen!"
+
+Marie begon ongeduldig te worden, dat zij zoo opgehouden werd,
+terwijl die steeds grooter wordende nieuwsgierigheid om hen heen
+Pierre zeer onaangenaam aandeed. Mijnheer de Guersaint genoot echter
+van die populariteit, van dien triomf van zijn dochter. Hij beloofde
+terug te zullen komen.
+
+"Natuurlijk komen we straks het een en ander koopen; souvenirs voor
+ons zelf en om cadeau te doen. Maar strakjes, als we terugkomen."
+
+Eindelijk konden zij wegkomen en liepen de avenue de la Grotte
+af. Het weer was prachtig na het onweer der twee vorige nachten. De
+afgekoelde ochtendlucht geurde heerlijk in de volle vroolijkheid
+der heldere zon. Een drukke, levenslustige menigte bewoog zich op de
+trottoirs. Welk een verrukking voor Marie, aan wie dat alles nieuw,
+bekoorlijk voorkwam, niet genoeg op prijs te stellen. 's Morgens
+had zij moeten toestaan, dat Raymonde haar een paar laarzen leende,
+want in haar bijgeloof had zij zich er wel voor gewacht die in
+haar valies mede te nemen, uit vrees, dat die haar ongeluk zouden
+brengen. De laarzen stonden haar prachtig, met echt kinderlijke
+vreugde hoorde zij de hakken vroolijk op de steenen klikklakken. Zij
+kon zich niet herinneren ooit zulke witte huizen, zulke groene boomen,
+zulke vroolijke wandelaars gezien te hebben. Al haar wonderlijk fijn
+ontwikkelde zintuigen schenen te genieten: zij hoorde muziek, rook
+heerlijke geuren, proefde gretig de lucht als was deze een sappige
+vrucht. Maar het allerheerlijkste vond zij toch zoo aan den arm van
+haar vader te wandelen. Nog nooit was haar dat overkomen, al jaren
+lang droomde zij ervan als van een groot onmogelijk geluk, waarmede
+je je in zulke langdurige ziekten zoo dikwijls bezig houdt. En nu
+die droom werkelijkheid geworden was, jubelde haar hart luide op. Zij
+drukte zich tegen haar vader aan, trachtte goed rechtop te loopen, om
+hem eer aan te doen. En hij was heel trotsch en even gelukkig als zij,
+liet haar zien, liep als het ware met haar te koop; zijn hart was één
+en al vreugde haar, zijn bloed, zijn vleesch, zijn dochter, van nu
+af aan weer stralend van jeugd en gezondheid, tegen zich aan te voelen.
+
+Toen zij het plateau de la Merlasse, dat reeds vol was met kaarsen-
+en bloemenverkoopsters, die den pelgrims haar koopwaren opdrongen,
+overgingen, riep mijnheer de Guersaint uit:
+
+"Wij zullen toch niet met ledige handen naar de Grot gaan."
+
+Pierre, die aan den anderen kant naast Marie liep, bleef, medegesleept
+door de lachende vroolijkheid, waarin hij haar zag, staan. Onmiddellijk
+waren zij omringd door een zwerm koopvrouwen, wier hebzuchtige handen
+haar waren tot onder hun neus duwden. "Mooie juffrouw, goede heeren,
+koopt van mij, koopt van mij!" Zij moesten zich losrukken. Mijnheer de
+Guersaint kocht ten slotte den grootsten ruiker, een bouquet witte
+margerieten, rond en hard als een bloemkool, van een heel mooi,
+mollig en blond meisje van hoogstens twintig jaar, dat zich in haar
+onbeschaamdheid zoo weinig gekleed had, dat men de ronding van haar
+boezem onder haar half dicht geknoopt jakje zien kon. De bouquet
+kostte maar twintig sous; hij vond het vervelend die uit zijn slecht
+voorziene beurs te betalen en was eenigszins van zijn stuk gebracht
+door de manieren van die groote meid, terwijl hij bij zichzelf dacht,
+dat die wel op een andere manier haar brood zou verdienen, als de
+Heilige Maagd haar in den steek liet. Pierre betaalde de drie kaarsen,
+die Marie gekocht had van een oude vrouw, kaarsen van twee francs,
+heel goedkoop, zooals zij zeide. De oude vrouw, een hoekige figuur
+met een roofvogelneus en hebzuchtige oogen, putte zich in honingzoete
+dankbetuigingen uit: "Moge Notre-Dame de Lourdes u zegenen, schoone
+dame! Moge zij u en de uwen van uw ziekten genezen!" Dat vroolijkte
+hen weer op, lachend als kinderen bij de gedachte, dat die wensch
+der brave vrouw reeds een voldongen feit was, gingen zij verder.
+
+In de Grot wilde Marie zich dadelijk bij de queue aansluiten, om,
+voor zij nog neerknielde, zelf de bloemen en de kaarsen te geven. Er
+waren nog niet veel menschen, zij gingen achter in de rij staan en
+kwamen na een minuut of drie vier aan de beurt! Met welk een verrukte
+blikken keek zij naar alles, naar het altaar met gegraveerd zilver,
+het harmonium, de geloftegiften, de van was druipende kandelaars,
+die in het volle daglicht vlamden! De Grot, die zij nog slechts uit
+de verte, van uit haar ziekenwagentje gezien had, ging zij nu binnen,
+zij ademde erin als in het paradijs zelf, badend in een lauwe warmte,
+in een zachten geur, die haar toch eenigszins bedwelmde. Toen zij
+de kaarsen in de groote mand neergelegd had en op haar teenen was
+gaan staan, om den ruiker boven aan een spijl van het hek te steken,
+kuste zij lang de rots onder het beeld der Heilige Maagd, op de plek,
+waar millioenen lippen die glad gemaakt hadden. En deze kus, welken
+zij aan dien steen gaf, was een kus van liefde, waarin zij al haar
+dankbaarheid legde, een kus, waarin haar hart wegsmolt.
+
+Buiten gekomen, wierp Marie zich op haar knieën en verzonk in een
+eindeloos dankgebed. Haar vader was eveneens neergeknield en vereenigde
+zijn vurige dankbaarheid met de hare. Maar hij kon nooit lang zijn
+aandacht bij dezelfde zaak bepalen, hij begon wat onrustig te worden,
+fluisterde ten slotte zijn dochter in, dat hij nog een boodschap
+moest doen, waaraan hij daarnet niet gedacht had. Het zou maar het
+beste zijn, als zij bleef bidden, tot hij terugkwam. Terwijl zij bad,
+zou hij zich haasten, waarna zij dan op hun gemak zouden kunnen gaan
+wandelen. Zij begreep, ja verstond hem zelfs niet. Zij knikte alleen
+maar, beloofde hier te zullen blijven; ze was weer door zulk een
+geloofsverteedering aangegrepen, dat haar oogen, die steeds door op het
+witte beeld der Heilige Maagd gevestigd waren, nat werden van tranen.
+
+Toen mijnheer de Guersaint zich weer bij Pierre, die zich wat op den
+achtergrond gehouden had, voegde, zeide hij:
+
+"Het is een gewetensquaestie, ik heb den koetsier, die ons naar
+Gavarnie gereden heeft, beloofd, dat ik aan zijn patroon zou gaan
+vertellen waardoor wij zoo opgehouden zijn. Je weet wel, den kapper
+op de place du Marcadal. Trouwens, ik moet me toch ook even laten
+scheren."
+
+Ofschoon tegen zijn zin moest Pierre, toen mijnheer de Guersaint zeide,
+dat ze binnen een kwartiertje terug zouden zijn, wel meegaan. Maar
+daar het hem nog al ver voorkwam, stond hij van zijn kant erop een
+rijtuig te nemen, dat hij onder aan het plateau de la Merlasse zag
+wachten. Het was een soort groenachtige cabriolet; op den bok zat een
+koetsier, een flinke kerel van een jaar of dertig met een Baskische
+muts, een sigaret te rooken. Dwars over den bok zittend en met zijn
+beenen van elkaar reed hij met de rustige ongegeneerdheid van een man,
+die zich den meester van de straat voelt.
+
+"Wacht maar even," zeide Pierre, toen zij op de place du Marcadal
+uitstapten.
+
+"Goed, mijnheer de abbé."
+
+En terwijl hij zijn mager paard in de volle zon liet staan, ging hij
+grapjes maken met een flinke, brutale meid, die in een fontein een
+hond aan het wasschen was.
+
+Cazaban stond juist aan de deur van zijn winkel, welks groote
+spiegelruiten en lichtgroene verf het trieste, door de week steeds
+verlaten plein opvroolijkten. Wanneer het niet druk was, stond
+hij graag te geuren tusschen zijn twee groote vitrines, waarin
+pommadepotten en fleschjes parfum even zoo vele vroolijke plekken
+vormden.
+
+Dadelijk herkende hij de heeren.
+
+"Zeer gevleid, zeer vereerd... Gaat u, als het u blieft binnen!"
+
+Bij de eerste woorden, die mijnheer de Guersaint zeggen wilde, om
+den koetsier, die hen naar Gavarnie gereden had, te verontschuldigen,
+was hij dadelijk zeer welwillend. Neen, natuurlijk, dat was de schuld
+van dien man niet, die kon niet beletten, dat er een wiel brak of dat
+er een onweer losbarstte. Wanneer de reizigers geen klachten hadden,
+dan was het in orde.
+
+"O," riep mijnheer de Guersaint uit, "een prachtig, een onvergetelijk
+land!"
+
+"Welnu, mijnheer, als ons land u bevalt, dan zult u natuurlijk
+terugkomen, meer vragen we niet!"
+
+Toen de architect op een der stoelen ging zitten en vroeg om geschoren
+te worden, werd hij een en al voorkomendheid. Zijn bediende was
+er niet, deed een paar boodschappen voor de pelgrims, die bij hem
+logeerden, een heele familie, welke een kist vol rozenkransen,
+gipsen beeldjes der Heilige Maagd en plaatjes onder glas mee wilde
+nemen. Op de eerste verdieping hoorde men zenuwachtig heen en weer
+loopen, heftige stemmen, kortom het gewone lawaai van menschen,
+die door een naderend vertrek opgewonden zijn en nog een berg van
+dingen in te pakken hebben. In de eetkamer, waarvan de deur open
+stond, slurpten twee kinderen hun chocolade leeg. Het geheele huis
+was verhuurd en aan de logé's overgeleverd; het waren de laatste
+uren van deze vreemdelingen-invasie, die den kapper en zijn vrouw
+dwongen hun toevlucht te nemen in het sousterrein, een engen kelder,
+waarin zij op een kermisbed sliepen.
+
+Terwijl Cazaban hem inzeepte, vroeg mijnheer de Guersaint:
+
+"En is u nog al tevreden over het seizoen?"
+
+"Zeker, mijnheer, ik heb niet te klagen. U hoort, mijn gasten
+vertrekken vandaag, maar morgen verwacht ik weer anderen; je hebt
+bijna geen tijd om de boel even schoon te maken.--En dat gaat zoo
+tot in October toe door."
+
+Daar Pierre op en neer bleef loopen of ongeduldig naar de muren stond
+te kijken, keerde hij zich beleefd om:
+
+"Ga toch zitten, mijnheer de abbé, en neem een courant. Het zal niet
+lang duren."
+
+En toen de priester met een handgebaar te kennen gaf, dat hij liever
+bleef staan, ging de kapper in zijn voortdurende behoefte om te
+spreken voort:
+
+"O, bij mij marcheert het altijd goed, mijn huis staat bekend om
+zijn zindelijke bedden en zijn goede keuken... Maar in de stad is
+men allesbehalve tevreden! Ja, ik zou bijna zeggen, dat ik nog nooit
+zoo'n ontevredenheid meegemaakt heb."
+
+Hij zweeg even, schoor de linkerwang, hield toen op en zeide plotseling
+in een kreet, dien de waarheid hem ontrukte:
+
+"Mijnheer, de paters van de Grot spelen met vuur, dat is alles wat
+ik te zeggen heb."
+
+Toen was het hek van den dam, praatte hij aan één stuk door. Zijn
+groote oogen rolden in zijn lang gezicht met de vooruitstekende
+kaakbeenderen, den door den zon verbranden tint en de vele
+zomersproeten, terwijl zijn klein, zenuwachtig lichaampje schokte van
+zijn vele gebaren en woorden. Hij kwam op zijn acte van beschuldiging
+terug, vertelde de tallooze grieven, die de oude stad tegen de paters
+had. De hoteliers klaagden, de handelaren in religieuze artikelen
+verdienden nog niet de helft van vroeger; in het kort, de nieuwe stad
+legde beslag op de pelgrims en het geld, er was alleen nog maar wat te
+verdienen voor de pensions, de hotels en de winkels in de onmiddellijke
+nabijheid van de Grot. Het was een strijd op leven en dood, een van dag
+tot dag grooter wordende moorddadige vijandschap: de oude stad boette
+ieder seizoen iets van haar leven in en was ongetwijfeld veroordeeld om
+te verdwijnen, verstikt en vermoord te worden door de jonge stad. O,
+die vuile Grot! Hij zou liever zijn voeten laten afhakken dan ze
+daar neer te zetten. Was het niet schandelijk om naast de Grot een
+winkel van allerlei snuisterijen neer te plakken? Een echte schande,
+waarover een bisschop zoo verontwaardigd geworden was, dat hij er
+aan den paus over geschreven had! Hij, die er zich op beroemde een
+vrijdenker en een republikein van de oude garde te zijn, die reeds
+onder het keizerrijk op de candidaten der oppositie stemde, had toch
+zeker wel het recht om te zeggen, dat hij niet geloofde aan hun vuile
+Grot, dat hij die aan zijn laars lapte.
+
+"Laat ik u eens één feit noemen, mijnheer. Ik weet het van mijn broer,
+die lid van den gemeenteraad is... Eerst moet ik u echter vertellen,
+dat wij tegenwoordig een republikeinschen gemeenteraad hebben, die zich
+den zedelijken achteruitgang van de stad zeer aantrekt. 's Avonds kun
+je niet meer uitgaan zonder overal op straat snollen tegen te komen,
+die zoogenaamd kaarsen verkoopen. Zij geven zich af met de koetsiers,
+die in het seizoen hier komen, in het kort een verdacht zootje, dat God
+mag weten waarvandaan komt... Ook moet ik u even in een paar woorden
+de verhouding van de paters tegenover de stad uitleggen. Toen zij de
+terreinen van de Grot van de stad kochten, hebben zij een contract
+geteekend, waarbij zij zich uitdrukkelijk verbonden geen handel te
+drijven. Nu hebben zij ondanks hun belofte toch een winkel geopend. Dat
+is oneerlijke concurrentie, die fatsoenlijke menschen onwaardig is,
+dat zult u moeten toegeven... De nieuwe gemeenteraad besloot dan ook
+een commissie naar de paters te zenden, om te eischen, dat zij zich
+aan hun contract zouden houden en hun uitdrukkelijk te gelasten, den
+winkel onmiddellijk te sluiten. En weet u wat zij geantwoord hebben,
+mijnheer?... O, wat ze al twintigmaal geantwoord hebben, wat ze
+altijd antwoorden, wanneer men ze aan hun verplichtingen herinnert:
+"Goed, we zullen ze houden, maar wij zijn meester in ons eigen huis,
+en we sluiten de Grot.""
+
+Hij was rechtop gaan staan, zwaaide met zijn scheermes in de lucht
+en herhaalde, terwijl hij de woorden scandeerde en zijn oogen, die
+door deze enormiteit nog grooter geworden waren, wijd opensperde:
+
+"Wij sluiten de Grot."
+
+Pierre, die nog steeds op en neer liep, bleef plotseling staan en
+zeide hem vlak in zijn gezicht:
+
+"Dan had de gemeenteraad moeten antwoorden: "Sluit haar!""
+
+Cazaban stikte bijna. Het bloed stroomde naar zijn gezicht.
+
+"De Grot sluiten!... De Grot sluiten!" stamelde hij.
+
+"Ja, natuurlijk! Die Grot ergert jullie immers toch zoo! Zij is
+immers één voortdurende oorzaak van oorlog, van onrechtvaardigheid,
+van bederf! Dan zou het uit zijn, zou je er niet meer over hooren
+praten... Werkelijk, dat zou een prachtige oplossing zijn, en wanneer
+men daartoe de macht bezat, zou men u een dienst bewijzen door de
+paters te dwingen hun bedreiging uit te voeren."
+
+Hoe langer Pierre sprak, des te meer zakte de woede van Cazaban. Hij
+werd kalm en wat bleek. In zijn groote oogen zag de priester een
+zekere ongerustheid grooter worden. Was hij niet te ver gegaan in zijn
+hartstocht tegen de paters? Vele geestelijken waren alles behalve
+met hen ingenomen, misschien was deze jonge priester alleen maar
+naar Lourdes gekomen, om een campagne tegen hen op touw te zetten? En
+wie kon zeggen wat er dan gebeuren zou? Mogelijk zou het op den duur
+leiden tot een sluiting van de Grot. En daar leefde men toch alleen
+van. Al ging de oude stad te keer, omdat zij slechts de kruimels kreeg,
+toch was zij altijd nog blij met dat buitenkansje; en de vrijdenkers
+zelf, die geld uit de pelgrims sloegen, zwegen verschrikt en met een
+onbehaaglijk gevoel, zoodra men het ten opzichte van de leelijke
+schaduwzijde van het nieuwe Lourdes te zeer met hen eens was. Men
+moest voorzichtig zijn.
+
+Cazaban ging weer naar mijnheer de Guersaint terug. Hij begon met de
+andere wang te scheren en zeide op onverschilligen toon:
+
+"Wat ik van de Grot zeg, dat zeg ik niet, omdat zij mij hindert. En
+trouwens, iedereen moet leven."
+
+In de eetkamer hadden de kinderen, die een oorverdoovend geschreeuw
+aanhieven, een der koppen chocolade gebroken. Weer zag Pierre de
+vrome plaatjes, de Heilige Maagd van gips, waarmede de kapper, om
+zijn huurders pleizier te doen, het vertrek versierd had. Van de
+eerste verdieping schreeuwde een stem, dat de koffer dicht was en
+dat de bediende zeker wel zoo goed zou willen zijn om dien, wanneer
+hij thuis kwam, met een touw toe te komen binden.
+
+Maar Cazaban bleef tegenover de twee heeren, die hij per slot
+van rekening toch niet kende, wantrouwend en verlegen; allerlei
+verontrustende veronderstellingen spookten door zijn brein. Het bracht
+hem bijna tot wanhoop, dat hij ze zoo, zonder iets van hen te weten,
+moest laten gaan, nadat hij zichzelf zoo gecompromitteerd had. Als
+hij zijn al te heftige woorden tegen de paters nog maar had kunnen
+intrekken. Toen mijnheer de Guersaint opstond, om zich af te wasschen,
+kon hij niet langer weerstand bieden om het gesprek weer te beginnen.
+
+"Hebt u al gehoord van het wonder van gisteren? De heele stad is
+er vol van, zeker al twintig menschen hebben het me verteld... Ja,
+het schijnt, dat zij een buitengewoon wonder te boeken hebben, een
+jonge dame, die verlamd was en die opgestaan is en haar wagentje tot
+in het koor der Basilica gereden heeft."
+
+Mijnheer de Guersaint, die, na zich afgedroogd te hebben, weer wilde
+gaan zitten, lachte welgevallig:
+
+"Die jonge dame is mijn dochter."
+
+Cazaban straalde van blijdschap, dat hij op den gelukkigen inval
+gekomen was daarover te beginnen. Gerustgesteld, manoeuvreerde hij
+magistraal met zijn kam, terwijl hij zijn gebaren- en woordenstroom
+weer terugvond.
+
+"Ik wensch u van harte geluk, mijnheer, en het is mij een groote eer,
+u onder mijn handen gehad te hebben... Nu mademoiselle genezen is,
+is dat voldoende voor het vaderhart, niet waar?"
+
+Ook voor Pierre had hij een vriendelijk woord. Toen hij er eindelijk
+toe kwam hen te laten gaan, keek hij den priester diep getroffen aan
+en zeide als een verstandig man, die een definitief oordeel over de
+wonderen wilde vellen:
+
+"Er komen van die voor iedereen gelukkige wonderen voor, mijnheer de
+abbé. Van tijd tot tijd moeten we er zoo een hebben."
+
+Buiten moest mijnheer de Guersaint den koetsier gaan halen, die nog
+steeds grapjes stond te maken met de meid, wier druipnatte hond zich in
+de zon stond uit te schudden. Binnen vijf minuten bracht het rijtuig
+hen beneden aan het plateau de la Merlasse terug. De heele tocht had
+ongeveer een half uur in beslag genomen. Pierre wilde het rijtuig
+houden met het plan Marie de stad te laten zien, zonder haar al te
+veel te vermoeien. Terwijl de vader Marie bij de Grot ging halen,
+bleef hij onder de boomen wachten.
+
+Onmiddellijk knoopte de koetsier een gesprek met den priester aan. Hij
+had een nieuwe sigaret aangestoken en deed dadelijk heel familiaar. Hij
+beklaagde zich volstrekt niet, dat hij uit een dorpje in de omstreken
+van Toulouse hierheen gekomen was, want hij verdiende hier te Lourdes
+een prachtig daggeld. Je at er goed, je amuseerde je best, je kon het
+een Luilekkerland noemen. Hij zeide die dingen met de nonchalance van
+een man, die niet veel last heeft van godsdienstige gewetensbezwaren,
+zonder echter den eerbied uit het oog te verliezen, dien hij aan een
+geestelijke verschuldigd was.
+
+Eindelijk liet hij zich van af zijn bok, waarop hij half lag, terwijl
+zijn eene been hing te slingeren, zich langzaam de woorden ontvallen:
+
+"Ja, mijnheer de abbé, Lourdes heeft goed opgenomen, maar het is de
+vraag, of het lang zoo zal duren."
+
+Getroffen door dit woord, overwoog Pierre er de diepe beteekenis van,
+toen mijnheer de Guersaint met Marie terugkwam. Hij had haar nog op
+dezelfde plaats, in hetzelfde dankgebed verdiept, aan de voeten der
+Heilige Maagd teruggevonden; het leek alsof zij den geheelen gloed
+der Grot in haar oogen had medegebracht, zoo schitterde zij van
+hemelsche vreugde over haar genezing. Neen, zij weigerde beslist
+te rijden. Neen, neen, zij wilde veel liever loopen; het kon haar
+niet schelen of zij de stad zag of niet; als zij nog maar een uurtje
+aan den arm van haar vader door de tuinen, door de straten, over de
+pleinen wandelen kon! Toen Pierre den koetsier betaald had, sloeg
+zij een laantje van den tuin der Esplanade in en vond het heerlijk
+zoo met kleine pasjes langs de met bloembedden versierde grasperken
+onder de groote boomen te wandelen. Het was zoo mooi, zoo frisch,
+al dat gras, al die bladeren, die schaduwrijke, eenzame lanen,
+waarin men het eeuwige ruischen van den Gave hoorde. Dan wilde zij
+weer terug naar de drukke straten, om er de beweging, het lawaai,
+het leven, waarnaar haar geheele hart uitging, terug te vinden.
+
+Toen in de rue Saint-Joseph Pierre's oog op het Panorama viel, waarin
+men de oude Grot met de knielende Bernadette op den dag van het
+kaarsenwonder zag, kwam hij op het denkbeeld te gaan kijken. Marie
+was er zoo blijde als een kind over, terwijl mijnheer de Guersaint
+eveneens de meest onschuldige vreugde liet blijken, vooral toen hij
+merkte, dat er onder de menigte pelgrims, die zich met hen in de
+donkere gang verdrongen, verschillende waren, die in zijn dochter de
+jonge wonderdadig genezene herkenden, wier naam van mond tot mond
+vloog. Toen men boven op de hooge estrade in het matte licht kwam,
+dat door een soort velum gedempt werd, werd Marie een soort ovatie
+gebracht, ontstond er een zacht fluisteren, werden verrukte blikken op
+haar geworpen, voelden allen een extatische behoefte om haar te zien,
+haar na te loopen, haar aan te raken.
+
+Het was, alsof een stralenkrans haar omgaf, van nu af aan zou zij
+overal waar zij kwam, zoo bemind worden. Om haar wat te doen vergeten,
+stelde de beambte, die met de verklaring belast was, zich aan het hoofd
+der kleine groep bezoekers, liep met hen rond en vertelde de episode,
+die het groote, kringvormige, honderd zes-en-twintig meter lange doek
+voorstelde. Het bracht de zeventiende verschijning van de Heilige Maagd
+aan Bernadette in beeld, den dag, waarop zij, neergeknield voor de
+Grot, uit onachtzaamheid gedurende het visioen haar hand op de vlam
+van de kaars gehouden had, zonder die te branden: het geheele oude
+landschap der Grot was hersteld, het geheele tooneel was weergegeven
+met de historische personen, den dokter, die met zijn horloge in zijn
+hand het wonder constateerde, den burgemeester, den commissaris van
+politie, den officier van justitie, wier namen de beambte te midden
+van de verrukte uitroepen van het publiek, dat hem volgde, noemde.
+
+Toen kwamen door een onwillekeurige gedachten-associatie Pierre de
+woorden weer voor den geest, die de koetsier tegen hem gezegd had:
+"Lourdes heeft goed opgenomen, maar het is de vraag, of het lang zoo
+duren zal." Inderdaad, dàt was de vraag. Hoeveel gewijde heiligdommen
+waren niet reeds zoo gebouwd op aanwijzing van onschuldige kinderen,
+uitverkoren onder allen en aan wie de Heilige Maagd verschenen
+was! Altijd weer was het dezelfde geschiedenis: een verschijning,
+een herderinnetje, dat men vervolgde en voor leugenaarster uitmaakte,
+dan een onbewuste drang van de menschelijke ellende, die naar illusie
+snakte, vervolgens de propaganda, de triomf van het als een vuurtoren
+stralende heiligdom, en eindelijk de achteruitgang, het verval, de
+vergetelheid, wanneer elders een ander heiligdom uit den visionnairen
+droom van een andere zieneres ontstond. Het leek wel alsof de macht
+der illusie versleten geraakte, alsof men het in den loop der eeuwen
+moest verplaatsen, het opnieuw opbouwen moest in andere decors, om
+de macht en de kracht ervan te herstellen. La Salette had de vroegere
+genezende Maagden van hout of steen onttroond, Lourdes had La Salette
+onttroond, om straks op zijn beurt ook weer onttroond te worden door
+de Notre-Dame van morgen, die met haar vriendelijk, glimlachend gelaat
+zou verschijnen aan een rein kind, dat nog geboren moest worden.
+
+Dat Lourdes een zoo snellen, zoo wonderbaarlijk vluggen opbloei gehad
+had, dankte het ongetwijfeld aan het oprechte, eerlijke zieltje,
+aan de heerlijke bekoring van Bernadette. Hier geen bedrog, geen
+leugen, maar alleen de bloem van het lijden, een zwak, ziekelijk
+meisje, dat aan het lijdende volk in het wonder den droom van
+gerechtigheid en gelijkheid bracht. Zij was de eeuwige hoop,
+de eeuwige vertroosting. Bovendien schenen alle historische en
+maatschappelijke omstandigheden samengewerkt te hebben om aan het
+einde van een verschrikkelijke eeuw van empiristische onderzoekingen
+en nasporingen den drang naar die mystieke vlucht te versterken; daarom
+zou Lourdes ongetwijfeld nog lang in zijn triomf blijven voortbestaan,
+alvorens het niets meer zijn zou dan een legende, een van die doode
+godsdiensten met een sterken, maar vervluchtigden geur.
+
+O, dat oude Lourdes, die stad van vrede en van geloof, de eenig
+mogelijke wieg, waarin de legende geboren kon worden! Wat kon Pierre
+het zich makkelijk voor den geest roepen, toen hij het lange doek
+van het Panorama omwandelde! Dit doek zeide alles, het gaf het beste
+uitsluitsel over de dingen, dat men geven kon. Naar de eentonige
+verklaringen van den beambte behoefde men niet te luisteren; het
+landschap sprak voor zichzelf. In de eerste plaats de Grot, het
+rotshol aan den oever van den Gave, een woeste plek voor droomen,
+met struikgewas bedekte hellingen, ineenstortingen van steenen zonder
+een gebaanden weg; en verder niets, geen verfraaiïngen waren nog
+aangebracht, geen monumentale kade, geen lanen in Engelsche tuinen,
+die zigzagden tusschen mooi geschoren hagen, geen prachtig ingerichte,
+maar misvormde, door een hek afgesloten Grot, en vooral geen winkel
+van religieuze artikelen, nog geen winkel van simonie, die een ergernis
+was voor vrome zielen.
+
+De Heilige Maagd had in de woestijn geen bekoorlijker plekje kunnen
+kiezen om zich aan de uitverkorene van haar hart te openbaren, het arme
+meisje, dat hier rondliep met den droom van haar pijnlijke nachten,
+en dood hout sprokkelde. Verder zag hij aan de overzijde van den Gave,
+achter de rots van het Kasteel, het oude, in vol geloofsvertrouwen
+ingeslapen Lourdes.
+
+Een andere eeuw rees voor zijn oog op, een klein stadje met zijn
+nauwe, met kiezelzand geplaveide straatjes, zijn zwarte huisjes,
+zijn oude, half-Spaansche kerk vol oude beeldhouwwerken, bevolkt met
+gouden visioenen en geschilderde beelden. Tweemaal per dag kwamen de
+diligences van Bagnères en Cauterets, die de Lapaca moesten doorwaden,
+om daarna de steile helling van de rue Basse op te rijden. De geest
+der eeuw was nog niet over deze vredige daken gestreken, welke de
+altijd nog kinderlijk gebleven bevolking beschermden, die zich nog
+steeds voegde in den nauwen band van een strenge, godsdienstige
+tucht. Geen overdadige weelde, een kalme, eeuwenoude handel was
+voldoende voor het dagelijksche leven, een armzalig-eenvoudig leven,
+welks ruwheid de beste bescherming voor de goede zeden was. Nooit
+had Pierre beter begrepen hoe Bernadette, de dochter van dat land
+van geloof en strenge zeden, er gebloeid had als een natuurroos,
+ontloken op de wilde rozestruiken langs den weg.
+
+"Het is toch wel interessant," zeide mijnheer de Guersaint, toen zij
+weer op straat waren. "Ik ben blij, dat ik het gezien heb."
+
+Ook Marie glimlachte vergenoegd.
+
+"Niet waar, papa, je zoudt denken, dat het echt was. Soms is het
+net, alsof de menschen zich bewegen willen... En hoe verrukkelijk
+is Bernadette, zooals zij daar in extase geknield ligt, terwijl de
+vlam van de kaars om haar vingers lekt, zonder een brandwond achter
+te laten."
+
+"Kom," begon de architect weer, "we hebben niet meer dan een
+uur; als we nog wat willen koopen, moeten we niet al te lang meer
+wachten. Willen we eens in de winkels gaan kijken? Wij hebben wel aan
+Majesté beloofd hem de voorkeur te geven, maar dat belet ons niet,
+om ook verder eens rond te kijken. Wat zeg jij ervan, Pierre?"
+
+"Net zoo als u wilt, hoor!" antwoordde de priester. "We wandelen dan
+gelijk nog wat."
+
+En hij volgde het jonge meisje en haar vader, die naar het plateau de
+la Merlasse teruggingen. Na zijn bezoek aan het Panorama had hij het
+vreemde gevoel, als was hij in een heel ander land gekomen. Het was,
+alsof men hem plotseling van de eene stad in een andere gezet had,
+die er eeuwen ver van verwijderd lag. Hij verliet de eenzaamheid,
+den ingesluimerden vrede van het oude Lourdes, die nog versterkt werd
+door het matte licht van het velum, om plotseling neer te vallen in
+het nieuwe, stralende, luidruchtige Lourdes.
+
+Het was nu even over tienen, op de trottoirs heerschte een levendige
+drukte, een dichte menigte, die voor het dejeuner de noodige inkoopen
+doen moest, om vervolgens alleen nog maar aan het vertrek te denken.
+
+De duizenden pelgrims van de nationale bedevaart stroomden, in een
+laatste gedrang, door de straten, belegerden de winkels. Afgaande op
+het geschreeuw en lawaai en de herrie zou men hebben kunnen denken
+aan een kermis, die ten einde loopt. Vele pelgrims voorzagen zich
+van mondvoorraad voor de reis, plunderden de openluchtstalletjes,
+waarin men broodjes met worst en ham verkocht. Men kocht vruchten, men
+kocht wijn, manden vulden zich zóó met flesschen en vette papieren,
+dat zij bijna barstten. Een koopman, die met kaas liep te venten,
+zag zijn wagen eensklaps leeg, als was er een stormwind door geloeid.
+
+Maar vooral kocht de menigte religieuze artikelen; ventende kooplui,
+wier wagentjes vol beeldjes en vrome prentjes waren, deden schitterende
+zaken. Voor de winkels werd queue gemaakt: vrouwen hadden buitengewoon
+groote rozenkransen om haar hals gedaan, hielden beeldjes der Heilige
+Maagd onder haar armen, droegen kruiken, om die in de Grot met het
+wonderdoende water te vullen. Deze in de hand gedragen of aan een
+riem hangende kruiken, welke een tot tien liter bevatten konden,
+ten deele zonder beeld en ten deele met het portret van de Heilige
+Maagd in blauwe kleuren beschilderd waren, gaven met hun glans van
+nieuw blik en hun luid gerinkel iets vroolijks aan de menigte.
+
+De koopwoede, het genot, om geld uit te geven en met zakken vol
+photographieën en medailles terug te keeren, deden de gezichten stralen
+met een feestelijken glans, veranderde de uitgelaten menigte in een
+kermistroep, die zijn schrokkige lusten bevredigt.
+
+Op het plateau de la Merlasse kwam mijnheer de Guersaint een oogenblik
+in de verleiding, om een van de mooiste en drukste winkels binnen te
+gaan; op het uithangbord stond in groote letters: Soubirous, broeder
+van Bernadette.
+
+"Als we hier onze inkoopen eens deden? Dat zou er meer lokale kleur aan
+geven, en onze souvenirs zouden er des te belangrijker door worden."
+
+Dan echter ging hij verder en herhaalde, dat men eerst alles zien
+moest.
+
+Toen Pierre den winkel van Bernadette's broeder zag, kreeg hij
+een gevoel, alsof hij een prop in zijn keel had. Het hinderde hem:
+de broer, die de Heilige Maagd verkocht, welke zijn zuster gezien
+had. Maar hij moest toch leven; en Pierre meende te weten, dat de
+familie der zieneres in haar winkel naast de van goud stralende
+Basilica, geen schitterende zaken maakte, zoo scherp was de
+concurrentie. Het mocht dan waar zijn, dat de pelgrims millioenen
+in Lourdes achterlieten, er waren meer dan tweehonderd handelaars
+in religieuze artikelen, ongerekend de hoteliers en pensionhouders,
+die het grootste gedeelte opstreken, zoodat de zoo vurige betwiste
+winsten ten slotte middelmatig waren. Het geheele plateau langs,
+rechts en links van Bernadette's broer, waren nog andere winkels,
+één ononderbroken rij winkels naast elkaar, die alle afdeelingen van
+de door de stad gebouwde galerij innamen en de stad een jaarlijksche
+huursom van zestigduizend francs opbrachten. Het waren echte bazars,
+open etalages, die tot op het trottoir stonden en den menschen het
+loopen bemoeilijkten. Over een lengte van driehonderd meters waren er
+geen andere zaken: één stroom van rozenkransen, medailles, beeldjes,
+die eindeloos over de vitrines vloeide. De uithangborden verkondigden
+in reusachtige letters de meest vereerde namen: de H. Roch, de
+H. Jozef, Jeruzalem, de Onbevlekte Maagd, het Heilige Hart van Maria,
+in het kort het beste, wat het Paradijs bevatte om klanten te trekken.
+
+"Ik geloof waarachtig," zeide mijnheer de Guersaint, "dat het overal
+precies hetzelfde is. Laten we maar ergens binnengaan."
+
+Hij had er genoeg van, die eindelooze rij etalages maakte hem doodmoe.
+
+"Maar daar u beloofd hebt bij mijnheer Majesté te koopen," zeide Marie,
+die niet moede werd, "moesten we maar teruggaan."
+
+"Uitstekend, laten we naar Majesté gaan!"
+
+Maar in de rue de la Grotte begonnen de winkels opnieuw. Aan beide
+kanten stonden zij dicht op elkaar; doch nu waren er ook juweliers,
+modewinkels, parapluiehandelaars, zelfs was er een confiseur,
+die doozen Lourdes-water-pastilles verkocht, op het deksel waarvan
+het beeld der Heilige Maagd geschilderd was. De vitrines van een
+photograaf lagen vol met gezichten van de Grot en van de Basilica,
+portretten van bisschoppen en van eerwaarde paters van alle orden,
+en ansichtskaarten uit de omstreken. Een boekwinkel stalde de laatste
+Katholieke publicaties uit, boeken met vrome titels, waaronder de
+talrijke boeken, die sedert twintig jaar over Lourdes verschenen waren
+en waarvan sommige een groot opzien verwekt hadden. Op dezen grooten,
+drukken weg vloeide de menigte in een breeden stroom, tinkelden de
+kruiken, was het één intense levensvreugde in de heldere zon, die de
+straat in haar geheele lengte bescheen. De beeldjes, de medailles,
+de rozenkransen schenen nooit op te houden, de eene etalage volgde
+op de andere, kilometers ver ging het zoo voort door de straten van
+de geheele stad, die een bazaar met steeds weer dezelfde artikelen
+scheen geworden te zijn.
+
+Voor het Hôtel des Apparitions aarzelde mijnheer de Guersaint nog even.
+
+"Dus goed afgesproken, we zullen hier onze inkoopen doen."
+
+"Natuurlijk," zeide Marie. "Kijk eens hoe mooi de winkel is."
+
+Zij ging het eerst den winkel binnen, werkelijk een der grootste van
+de straat en die de geheele linkerhelft van den rez-de-chaussée van
+het hotel besloeg. Mijnheer de Guersaint en Pierre volgden haar.
+
+Appoline, de nicht van Majesté, die met den verkoop belast was,
+stond op een klein trapje, om uit een hooge lade wijwaterbakjes te
+krijgen, die zij moest laten zien aan een jongen man, een eleganten
+brancarddrager met mooie, gele slobkousen. Zij lachte met het gekir van
+een tortelduif en zag er bekoorlijk uit met haar dikke zwarte haren,
+haar prachtige oogen in een iets te vierkant gezichtje met het rechte
+voorhoofd, de breede wangen en de dikke, roode lippen. Pierre zag heel
+duidelijk, hoe de hand van den jongen man aan den rand van de rok het
+ondergedeelte van een been streelde, dat zich daar blijkbaar met die
+bedoeling had neergezet. Het was een visioen van een seconde. Reeds
+was het jonge meisje lenig van het trapje gesprongen en vroeg:
+
+"Dus u gelooft niet, dat dit model bakje in den smaak van uw tante
+zal vallen?"
+
+"Neen, heelemaal niet," antwoordde de brancardier, terwijl hij wegging;
+"zie, dat u het andere model krijgt. Ik ga morgen pas weg en kom nog
+wel terug."
+
+Toen Appoline hoorde, dat Marie de wonderdadig genezene was, over wie
+madame Majesté sinds den vorigen avond aan één stuk door sprak, was
+zij dadelijk zeer voorkomend. Zij keek naar haar met haar vriendelijk
+glimlachje, waarin een zweempje verbazing en discreet ongeloof was,
+zoo iets als de geheime spot van een knap, op haar eigen lichaam
+verliefd meisje, tegenover een kinderlijke, achterlijk gebleven
+maagdelijkheid. Maar handig verkoopster als zij was, putte zij zich
+uit in vriendelijke woorden.
+
+"O mademoiselle, hoe heerlijk u iets te mogen verkoopen! Het aan u
+volbrachte wonder is zoo buitengewoon mooi!... Het geheele magazijn
+staat voor u open. Wij hebben een prachtige keus."
+
+Marie werd een beetje verlegen.
+
+"Dank u, heel vriendelijk van u... Wij komen maar een paar kleinigheden
+koopen."
+
+"Als u het goed vindt," zeide mijnheer de Guersaint, "dan willen we
+graag even rondkijken."
+
+"Uitstekend, mijnheer, kies zelf uit, dan kunnen we straks verder
+zien."
+
+Toen er andere koopers binnenkwamen, vergat Appoline hen al gauw en
+vatte haar taak als knappe verkoopster weer op met vleiende woorden,
+verleidelijke bewegingen, vooral voor de mannen, die zij nooit liet
+vertrekken of zij moesten hun zakken vol hebben.
+
+Van den louis d'or, dien Blanche mijnheer de Guersaint bij het vertrek
+als zakgeld toegestopt had, waren nog twee francs over. Hij durfde
+dan ook in zijn keus niet al te ver te gaan. Maar Pierre verklaarde,
+dat het hem hoogst onaangenaam zijn zou, als men hem niet toestond
+hun de enkele souvenirs, die zij uit Lourdes wilden meenemen, aan
+te bieden. Toen kwamen zij overeen, dat zij eerst een cadeau voor
+Blanche zouden uitzoeken en dat Marie en haar vader ieder het souvenir,
+dat het meest in hun smaak viel, nemen zouden.
+
+"Laten we ons niet overhaasten," herhaalde mijnheer de Guersaint eenige
+malen vroolijk. "Zoek goed uit, Marie... Waar zouden we Blanche het
+meeste pleizier mee doen?"
+
+Alle drie keken ze en zochten ze. Naarmate zij meer zagen, werd
+hun besluiteloosheid echter grooter. Het groote magazijn met zijn
+vele toonbanken, vitrines en kastjes, die het van boven naar beneden
+versierden, was een zee met tallooze golven, een overvloed van alle
+mogelijke en onmogelijke religieuze artikelen. Er waren rozenkransen,
+heele ritsen rozenkransen, die aan de muren hingen, hoopen rozenkransen
+in de laden, vanaf de gewoonste rozenkransen van twintig sous het
+dozijn tot rozenkransen van reukhout, van agaat, van lazuursteen,
+die met goud en zilver opgelegd waren, sommige waren zóó lang, dat
+men ze dubbel om den hals en het middel dragen kon, hadden zorgvuldig
+bewerkte kralen, groot als noten en door doodskoppen van elkaar
+gescheiden. Er waren medailles, een regen van medailles, medailles
+in volle doozen, van alle grootten, van alle metalen, goedkoope en
+kostbare, met verschillende opschriften, medailles, die de Basilica,
+de Grot, de Onbevlekte Ontvangenis voorstelden, gegraveerd, gedreven,
+geciseleerd, geëmailleerd, met de hand bewerkt of bij het gros tegelijk
+machinaal vervaardigd.
+
+Er waren beeldjes van Heilige Maagden, kleine, groote, van zink,
+van hout, van ivoor, van gips vooral, sommige geheel wit, andere
+beschilderd met levendige bloemen; tot in het oneindige gaven zij de
+door Bernadette gemaakte beschrijving weer: het vriendelijk lachende
+gezicht, de zeer lange sluier, de blauwe sjerp, de gouden rozen op
+de voeten, maar met kleine variaties voor ieder model, om daardoor
+den eigendom van den vervaardiger te beschermen. Verder was er nog
+een andere vloed van religieuze artikelen: de honderd verschillende
+scapulieren, duizenden afdrukken van vrome plaatjes, fijnbewerkte
+gravures, schreeuwende lithographieën, die verdronken in een zee van
+kleine gekleurde, vergulde, geverniste, met bouquetjes beschilderde en
+kant versierde plaatjes. Ook waren er bijouterie-artikelen, ringen,
+broches, armbanden met steenen en kruisen en versierd met heilige
+figuren. Eindelijk nog een zondvloed van galanterieën: potloodhouders,
+porte-monnaies, sigarenpijpjes, presse-papiers, vouwbeenen, tot
+tabaksdoozen toe, tallooze voorwerpen, waarop onophoudelijk de
+Basilica, de Grot, de Heilige Maagd terugkwamen, die op alle wijze en
+volgens alle bekende procédés gereproduceerd waren. In een kast met
+vijftig-centimes-artikelen lag een opeenstapeling van servetringen,
+eierdopjes en houten pijpen, waarop de verschijning van Notre-Dame
+de Lourdes uitgesneden was.
+
+Langzamerhand begon mijnheer de Guersaint er een walg van te krijgen;
+de geprikkeldheid van iemand, die zich verbeeldt een kunstenaar te
+zijn, had zich van hem meester gemaakt.
+
+"Het is afschuwelijk, het eene is nog leelijker dan het andere,"
+herhaalde hij bij ieder nieuw artikel, dat hij bekeek.
+
+Hij gaf zijn hart lucht door Pierre te herinneren aan de mislukte
+poging, die hij gedaan had, om een omwenteling te brengen in de
+religieuze platendrukkerij. De overblijfselen van zijn fortuin waren
+erin gebleven, wat hem tegenover de jammerlijke dingen, waarmede het
+magazijn volgepropt was, nog strenger maakte. Had iemand ooit zulke
+dwaas-leelijke en daarbij toch zoo pretentieuse dingen gezien? De
+alledaagschheid van het denkbeeld en de onnoozelheid in de uitdrukking
+vonden een waardigen tegenhanger in de banale uitvoering. Het had
+iets van een modeplaat, van de deksels van bonbondoozen, van wassen
+poppen, die in de etalages van kappers staan: het was een valsch-mooie,
+pijnlijk-hinderlijke kunst zonder eenig menschelijk gevoel, zonder
+uitdrukking, zonder eenige echtheid. De architect, eenmaal op zijn
+praatstoel, wist niet van ophouden, sprak nu ook zijn afkeuring
+uit over de gebouwen van het nieuwe Lourdes, de jammerlijk-leelijke
+inrichting van de Grot, het afschuwelijke van de kolossale hellingen,
+de ongelukkige wanverhoudingen van de Rozenkranskerk en van de
+Basilica, gene te zwaar en precies een graanschuur, deze mager als
+een aan bloedarmoede lijdend gebouw zonder eenigen stijl.
+
+"Waarachtig," zoo zeide hij ten slotte; "je moet wel veel van de
+Heilige Maagd houden, om haar tusschen dergelijke monstruositeiten
+te komen vereeren. Zij hebben alles bedorven en verknoeid, alsof zij
+er pleizier in hadden, zonder dat één van hen ook maar een minuut van
+ontroering, van echte naïeveteit, van het oprechte geloof gehad heeft,
+dat kunstwerken wrocht. Allemaal stomkoppen, allemaal naäpers, geen
+een, die zijn bloed en zijn ziel gegeven heeft. Wat zal hen dan wèl
+kunnen inspireeren, wanneer zij niets grootsch te voorschijn hebben
+kunnen roepen uit dit land van het wonder?"
+
+Pierre gaf geen antwoord. Maar hij werd bijzonder getroffen door
+deze beschouwingen, eindelijk kon hij nu zich verklaren waarom
+hem onmiddellijk bij zijn aankomst een gevoel van onbehagen had
+aangegrepen. Het kwam voort uit den wanklank tusschen het geheel
+moderne milieu en het geloof der vervlogen eeuwen, dat men weer tot
+nieuw leven trachtte te wekken. Hij riep zich de oude kathedralen
+voor den geest, waarin dit geloof der volkeren nog na-huiverde; hij
+zag weer de oude voorwerpen van den eeredienst, de heiligenbeelden,
+de goudsmeedkunst, de heiligen van hout en steen met hun wonderbaar
+krachtige uitdrukking. In die oude, lang vervlogen tijden geloofden de
+meesters, gaven zij, zooals mijnheer de Guersaint zeide, hun bloed en
+hun ziel. En nu bouwden de architecten de kerken met dezelfde rustige
+kunde als waarmede zij een huis van vijf verdiepingen bouwden, evenals
+de religieuze artikelen, rozenkransen, medailles, beeldjes per gros
+in de volkrijke buurten van Parijs vervaardigd werden door fuivende
+werklui, die nooit naar de kerk gingen.
+
+Wat een lorrenpijperij om van te huilen, wat een onnoozele
+sentimentaliteit om je het hart in je lichaam te doen omkeeren! Lourdes
+was erdoor overstroomd, verwoest, zoo leelijk gemaakt, dat menschen
+met een klein beetje fijngevoeligen smaak, die er toevallig
+verdwaalden, er onpasselijk van werden. Dat alles vloekte brutaal
+met de wederopstanding, die men beproefd had, met de legenden, met
+de ceremoniën, de processies van gestorven eeuwen, en Pierre bedacht
+plotseling, dat de historische en maatschappelijke ondergang van
+Lourdes daarin lag, dat het geloof bij een volk voor eeuwig gestorven
+is, wanneer het dit niet meer legt in de kerken, die het bouwt,
+in de rozenkransen, die het vervaardigt.
+
+Marie had voortdurend met kinderlijk ongeduld in de etalages
+gezocht; zij weifelde, kon niets vinden, dat den grootschen droom
+van verrukking, dien zij in zich bewaren wilde, waardig scheen.
+
+"Vader, het wordt te laat, u moet mij naar het Hôpital brengen... En
+om er een eind aan te maken, ik zal aan Blanche deze medaille met
+den zilveren ketting geven. Dat is nog het eenvoudigste en het
+mooiste. Zij kan het als een aardige herinnering dragen... Ik voor
+mij neem dit beeldje van Notre-Dame de Lourdes, dat kleine model,
+dat vrij aardig beschilderd is. Ik zal het in mijn kamer zetten en
+altijd met frissche bloemen omgeven... Dat zal heel aardig zijn, niet?"
+
+Mijnheer de Guersaint knikte goedkeurend. Dan zeide hij, op zijn
+eigen keus terugkomend:
+
+"Lieve Hemel, ik weet heusch niet, wat ik nemen moet."
+
+Hij bekeek nog eens de ivoren penhouders, die in kogeltjes, zoo
+groot als erwten, eindigden, waarin mikroskopische photographieën
+zaten. En toen hij zijn oog voor een van die miniatuurgaatjes hield,
+om te kijken, riep hij verrukt uit:
+
+"Kijk, het keteldal van Gavarnie!... Dat is wonderbaarlijk je ziet
+er alles op, hoe kan die kolos in dit kleine hokje?... Waarachtig, ik
+neem dien penhouder. Hij zal mij altijd aan mijn uitstapje herinneren."
+
+Pierre had eenvoudig een portret van Bernadette gekozen, het groote
+portret, dat haar knielend voorstelt, in haar zwarte kleedje, met
+een doek over haar haar geknoopt, het eenige, dat naar de natuur
+gemaakt is. Hij betaalde gauw, en ze wilden met hun drieën weggaan,
+toen madame Majesté binnenkwam en Marie met alle geweld een kleine
+herinnering wilde geven; dat zou haar winkel geluk aanbrengen.
+
+"Neem als het u blieft een scapulier, mademoiselle, kijk, een van
+deze. De Heilige Maagd, die u uitverkoren heeft, zal het mij met
+voorspoed in zaken betalen."
+
+Zij sprak luid en maakte zooveel drukte, dat de koopers, waarmede de
+winkel vol stond, belangstellend naar het jonge meisje keken. Weer
+begon de populariteit om haar heen, die ten slotte zich ook meester
+maakte van de straat, toen madame Majesté in de deur van haar winkel
+ging staan, aan de kooplieden aan den overkant wenken gaf en zoo de
+geheele buurt in opschudding bracht.
+
+"Gaan we nu eindelijk?" vroeg Marie, die hoe langer hoe meer verlegen
+werd. Doch haar vader hield haar nog tegen, toen hij een priester
+zag binnenkomen.
+
+"Ha, mijnheer de abbé des Hermoises!"
+
+Het was inderdaad de mooie, heerlijk geparfumeerde abbé in een fijne
+soutane; zijn frisch gezicht straalde van vroolijkheid. Hij had
+zijn reisgenoot van den vorigen dag niet gezien en was dadelijk naar
+Appoline toegegaan, die hij ter zijde nam.
+
+Pierre hoorde hem half fluisterend zeggen:
+
+"Waarom hebt u mij mijn drie dozijn rozenkransen vanochtend niet
+gebracht?"
+
+Appoline lachte weer met het gekir van een tortelduif, terwijl zij hem,
+zonder te antwoorden, ondeugend van onder haar oogwimpers aankeek.
+
+"Ze zijn voor mijn kleine biechtkinderen uit Toulouse, ik wilde ze
+onder in mijn koffer stoppen, en u hadt mij aangeboden mij bij het
+inpakken te helpen."
+
+Zij lachte nog altijd en keek hem weer coquet aan.
+
+"Nu kan ik morgenochtend pas gaan. Breng ze me dan vanavond, als u
+vrij bent... Het is aan het eind van de straat bij madame Duchêne op
+den rez-de-chaussée... Wees nu eens aardig en kom zelf."
+
+Met haar roode lippen zeide zij eindelijk schertsend op een toon,
+die hem in onzekerheid liet, of zij haar belofte na zou komen:
+
+"Zeker, mijnheer de abbé, ik zal komen."
+
+Zij werden gestoord: mijnheer de Guersaint ging den priester de hand
+drukken. Onmiddellijk begonnen zij over het keteldal van Gavarnie:
+een heerlijk uitstapje, dat zij nooit vergeten zouden. Dan maakten zij
+zich wat vroolijk over hun twee reisgenooten, weinig gefortuneerde
+priesters, heele brave menschen, om wier naïeve opmerkingen zij zoo
+hadden moeten lachen. De architect herinnerde er ten slotte zijn
+nieuwen vriend aan, dat hij wel zoo goed geweest was hem te beloven,
+iemand uit Toulouse, die tienmaal millionnair was, te interesseeren
+voor zijn studies op het gebied van bestuurbare ballons.
+
+"Een eerste voorschot van honderd duizend francs zou wel voldoende
+zijn," zeide hij.
+
+"Reken op mij," antwoordde abbé des Hermoises. "U zult de Heilige
+Maagd niet vergeefs gesmeekt hebben."
+
+Pierre, die het portret van Bernadette in zijn hand gehouden had,
+was getroffen door de sprekende gelijkenis van Appoline met de
+zieneres. Het was hetzelfde, ietwat plompe gezicht, dezelfde te sterk
+ontwikkelde mond, dezelfde prachtige oogen; hij herinnerde zich,
+dat madame Majesté hem reeds op deze buitengewone gelijkenis gewezen
+had, te meer daar Appoline dezelfde treurige jeugd te Bartrès gehad
+had, voordat haar tante haar bij zich genomen had, om haar in den
+winkel behulpzaam te zijn. Bernadette! Appoline! Wat een vreemde
+toenadering! Welk een onverwachte reïncarnatie in een tijdsverloop
+van dertig jaar! En plotseling rees met deze zoo coquet lachende
+Appoline, die afspraakjes maakte, en over wie de aardigste praatjes
+in omloop waren, het nieuwe Lourdes voor zijn oogen op: de koetsiers,
+de kaarsenverkoopsters, de kamerverhuursters, die zich bij het station
+aan het publiek opdrongen, de honderden pensions met hun kleine,
+discrete kamertjes, de zwerm van vrije priesters en hartstochtelijke
+hospitaliteitsdames.
+
+Dan dacht hij aan het door den regen van millioenen ontketende
+geschacher; aan de stad, die geheel aan hebzucht overgeleverd was;
+aan de winkels, die de straten in bazars veranderden en elkaar dood
+concurreerden; aan de hotels, die van de pelgrims leefden, tot de
+Blauwe Zusters toe, die een table-d'hôte hielden, tot de paters der
+Grot toe, die geld sloegen uit hun God! Hoe troosteloos treurig was
+het toch! Het visioen van de zoo reine Bernadette bracht de menigte in
+geestdrift, deed haar zich storten op de illusie van het geluk, voerde
+een stroom van goud aan, en van dien dag af was alles bezoedeld! Het
+was voldoende geweest, dat het bijgeloof zijn adem over de wereld liet
+gaan, dat de menschen zich ophoopten, dat het geld werd aangedragen,
+om dit tot dusverre zoo eerlijke en fatsoenlijke hoekje der aarde voor
+eeuwig te bederven. Waar de reine lelie vroeger bloeide, schoot nu
+in de nieuwe humus van heb- en genotzucht de roos der zinnelijkheid
+op. Sedert een onschuldig kind de Heilige Maagd gezien had, was uit
+Bethlehem Sodom ontstaan.
+
+"Nu, wat heb ik u gezegd!" riep madame Majesté uit, toen zij zag, dat
+Pierre zijn nicht met het portret vergeleek. "Appoline en Bernadette
+lijken op elkaar als twee druppels water."
+
+Het jonge meisje kwam met haar vriendelijk glimlachje, eerst gevleid
+door de vergelijking, wat dichter bij.
+
+"Laat eens kijken!" zeide abbé des Hermoises belangstellend.
+
+Hij nam het portret, vergeleek op zijn beurt en riep verwonderd:
+
+"Het is verwonderlijk, dezelfde trekken... Ik had het nog niet
+opgemerkt."
+
+"Toch geloof ik," zeide Appoline, "dat zij een dikkeren neus heeft."
+
+Toen riep de abbé bewonderend uit:
+
+"O, u bent veel knapper, veel knapper, dat is zoo... Maar dat neemt
+niet weg, dat men u voor twee zusters zou houden."
+
+Pierre kon een lachje niet onderdrukken, zoo zonderling vond hij het
+woord. Ach, de arme Bernadette was dood en had geen zuster. Zij zou
+niet kunnen herboren worden, zij was niet meer mogelijk in dit land
+van lawaai en hartstocht, dat zij van Lourdes gemaakt had.
+
+Eindelijk ging Marie aan den arm van haar vader weg; zij spraken af,
+dat zij samen haar in het Hôpital zouden komen halen, om met hun
+drieën naar het station te gaan. Op straat stonden meer dan vijftig
+personen als in extase te wachten. Men groette haar, liep haar na,
+een vrouw liet de japon der wonderdadig genezene aanraken door haar
+ziek kind, waarmede zij terugkwam van de Grot.
+
+
+
+
+III.
+
+Reeds om half drie stond de witte trein, die om tien minuten over
+half vier van Lourdes zou vertrekken, langs het tweede perron. Hij
+had drie dagen lang, geheel geformeerd, zóó als hij van Parijs gekomen
+was, op een zijspoor staan wachten, en sedert men hem naar het tweede
+perron gerangeerd had, wapperden witte vlaggen op het eerste en laatste
+rijtuig, om hem kenbaar te maken voor de pelgrims. De veertien treinen
+der nationale bedevaart zouden dien dag alle weer teruggaan. Om tien
+uur was de groene trein vertrokken, daarna de rose en de gele, terwijl,
+na den witten, de andere, de oranjekleurige, de grijze en de blauwe
+volgen zouden. Het was voor het stationspersoneel een zware dag,
+een lawaai en een gedrang, dat de beambten half gek maakte.
+
+Het vertrek van den witten trein trok echter altijd de meeste
+belangstelling, was de groote emotie van den dag, want deze voerde
+de ernstigste zieken terug, die hij had meegebracht en onder dezen
+bevonden zich natuurlijk de uitverkorenen der Heilige Maagd, de
+wonderdadig genezenen. Een groote menigte verdrong zich dan ook onder
+de overkapping en versperde den grooten overdekten, ongeveer honderd
+meter langen hal. Alle banken waren bezet, volgepropt met pelgrims
+en bagage, die reeds wachtten. In een der hoeken had men de kleine
+tafeltjes van het buffet als in een stormaanval in bezit genomen;
+mannen dronken bier, vrouwen limonade, terwijl aan het andere einde,
+voor de deur van het bagage-bureau, brancarddragers de passage vrij
+hielden, om een snel transport der zieken, die dadelijk gebracht zouden
+worden, te verzekeren. Op het lange perron was het een voortdurend heen
+en weer geloop van arme, zenuwachtige menschen, druk doende priesters,
+nieuwsgierige en kalme heeren in overjas, kortom een opeenhooping,
+zoo gemengd en zoo gemêleerd, als men ze zelfs op stations maar
+weinig vindt.
+
+Om drie uur was baron Suire buiten zichzelf van wanhoop, omdat er
+gebrek was aan paarden; onverwachts was er een groot aantal touristen
+gekomen, die bijna alle rijtuigen voor uitstapjes naar Barèges,
+Cauterets en Gavarnie gehuurd hadden. Hij vloog naar Berthaud
+en Gérard, die eindelijk, na de heele stad afgeloopen te hebben,
+terugkwamen; maar alles liep uitstekend, verzekerden zij; zij hadden
+paarden weten te bemachtigen en het transport der zieken geschiedde
+zoo goed als men maar wenschen kon. Op het stationsplein stonden reeds
+ploegen brancarddragers met hun baren en kleine wagentjes te wachten op
+de bagage- en meubelwagens en alle andere soorten voertuigen, die men
+voor de overbrenging gerecruteerd had. Tegen een lantaarnpaal was een
+groote hoop reserve-matrassen en kussens opgestapeld. Toen de eerste
+zieken aankwamen, verloor baron Suire opnieuw het hoofd, terwijl
+Berthaud en Gérard zich naar het perron haastten. Zij hielden daar
+toezicht en gaven bevelen te midden van het steeds toenemende gedrang.
+
+Pater Fourcade, die aan den arm van pater Massias langs den trein
+heen en weer liep, bleef staan, toen hij dr. Bonamy aan zag komen.
+
+"O, dokter ik ben zoo gelukkig... Ik had het met pater Massias, die
+zoo dadelijk vertrekt, juist over de buitengewone genade, die de
+Heilige Maagd aan dat zoo interessante jonge meisje, mademoiselle
+Marie de Guersaint bewezen heeft. In geen jaren hebben we een zoo
+opvallend wonder gehad. Het is een groot geluk voor ons allen, een
+zegen, die het succes van onze pogingen bevruchten moet... De geheele
+Christenheid zal er door worden verrukt, vertroost, verrijkt."
+
+Hij straalde van geluk, en ook de dokter met zijn gladgeschoren
+gezicht, zijn grove, maar vriendelijke trekken en zijn gewoonlijk
+zoo moede oogen, was in den zevenden hemel.
+
+"Het is wonderbaar, wonderbaar, eerwaarde vader! Ik zal er een brochure
+over schrijven, nog nooit heeft er op geloofwaardiger en authentieker
+wijze een genezing langs bovennatuurlijken weg plaats gehad... Wat
+een opzien zal het baren!"
+
+Toen zij met hun drieën weer verder liepen, zag hij, dat pater Fourcade
+nog meer dan gewoonlijk met zijn been trok en zwaar op den arm van
+pater Massias leunde.
+
+"Is de aanval van jicht weer erger geworden, eerwaarde?" vroeg hij. "U
+schijnt nog al pijn te hebben."
+
+"O praat me er niet van, ik heb vannacht geen oog dicht kunnen doen. En
+dat die aanval nu juist hier in Lourdes moet komen... Hij had best
+een tijdje kunnen wachten... Maar daar is nu eenmaal niets aan te
+doen. Laten we er niet verder over spreken, ik ben veel te gelukkig
+met de resultaten van dit jaar."
+
+"Dat is zeker," zeide op zijn beurt pater Massias met een van
+geloofsijver bevende stem; "wij kunnen trotsch zijn en met een van
+geestdrift en dankbaarheid overvloeiend hart teruggaan. Hoeveel andere
+wonderen nog behalve dat jonge meisje! Zij zijn niet meer te tellen:
+dooven, die hooren, en stommen, die spreken; door wonden weggevreten
+gezichten, die weer zoo gaaf als mijn hand geworden zijn, stervende
+teringlijdsters, die, herleefd, nu weer eten en springen. Het is
+geen ziekentrein meer, het is de trein der herrijzenis, een trein
+van glorie, waarmede ik vertrek."
+
+De zieken zag hij niet meer, hij verliet Lourdes in den vollen
+triomf van het goddelijke, in de verblinding van zijn geloof. Met hun
+drieën bleven zij langzaam voortwandelen langs de wagons, waarvan de
+compartimenten zich langzamerhand begonnen te vullen, glimlachten tegen
+de pelgrims, die hen groetten, terwijl zij nu en dan bleven staan,
+om een arme vrouw, die bleek en rillend op een baar voorbijgedragen
+werd, een paar bemoedigende troostwoorden toe te spreken. Heusch,
+zij zag er al veel beter uit en zou zeker beter worden.
+
+Maar de stationschef vloog haastig over het perron en riep:
+
+"Geen verstopping op het perron, niet blijven stilstaan!"
+
+Toen Berthaud hem echter onder het oog bracht, dat men toch eerst de
+draagbaren moest neerzetten, voor men de zieken kon doen instappen,
+werd hij boos.
+
+"Maar zeg nu zelf, is dat nou verstandig? Kijk, daar laten ze
+waarachtig midden op de baan een wagentje staan, terwijl ieder
+oogenblik de trein uit Toulouse binnen kan komen... Wilt u dan uw
+menschen laten verpletteren?"
+
+Hij vloog al weer verder, om een paar menschen neer te zetten,
+die de zenuwachtige kudde pelgrims, welke maar op goed geluk af
+rondliep, van de rails te houden. Velen, voornamelijk oude en
+eenvoudige lieden, herkenden niet eens de kleur van hun trein;
+daarom droegen zij allen een kaart van overeenkomstige kleur om hun
+hals, opdat men ze als gemerkt vee zou kunnen inladen. Maar wat een
+voortdurende oplettendheid, wat een aanhoudende angst met die veertien
+extra-treinen, zonder dat de gewone dienst erdoor gestoord werd!
+
+Toen Pierre met zijn valies in zijn hand in het station kwam, kostte
+het hem ook heel wat moeite om het perron te bereiken. Hij was alleen:
+Marie had den vurigen wensch te kennen gegeven nog eenmaal vóór de
+Grot te mogen knielen, opdat haar ziel tot aan de laatste minuten aan
+de voeten der Heilige Maagd van dankbaarheid zou gloeien; hij had haar
+met mijnheer de Guersaint laten gaan, terwijl hij zelf de hotelrekening
+betalen ging. Bovendien had hij hun doen beloven, dat zij een rijtuig
+naar het station zouden nemen, zoodat zij binnen een kwartier terug
+konden zijn. Terwijl hij op hen wachtte, was zijn eerste gedachte
+hun wagon op te zoeken, om er zijn valies in te zetten. Maar dat
+was zoo heel makkelijk niet; hij herkende hem eerst aan de kaart,
+die drie dagen in de zon en in het onweer geschommeld had, een
+vierkant stuk sterk karton met de namen van madame de Jonquière en
+de zusters Hyacinthe en Claire des Anges. Dat was de wagon: hij zag
+in zijn herinnering de met zijn reisgenooten gevulde compartimenten
+terug; kussens wezen reeds het plaatsje van mijnheer Sabathier aan;
+ja hij vond zelfs op de bank, waar Marie zoo geleden had, een diepe
+kras terug, die het ijzeren beslag van den bak van het wagentje had
+achtergelaten. Toen hij zijn valies op zijn plaats had neergezet,
+bleef hij geduldig op het perron staan rondkijken, eenigszins verbaasd,
+dat hij dr. Chassaigne niet zag, die vast beloofd had aan den trein
+afscheid te komen nemen.
+
+Nu Marie weer loopen kon, had Pierre zijn draagriemen afgedaan en droeg
+hij nog slechts het groote kruis der pelgrims op zijn soutane. Het
+station, dat hij bij aankomst slechts in het schemerachtige licht van
+den aanbrekenden dag gezien had, verraste hem door zijn groote perrons,
+zijn breede uitgangen, zijn lichte vroolijkheid. De bergen waren
+niet zichtbaar, maar aan de andere zijde, tegenover de wachtkamers,
+rezen in een heerlijke bekoring groenende heuvels op.
+
+Dien middag was het heerlijk zacht weer, een fijn dons van wolken
+had de zon omsluierd aan den melkwitten hemel, waaruit slechts een
+mat licht viel als een stof van parelmoerkleur.
+
+Het had drie uur geslagen en Pierre keek naar de groote stationsklok,
+toen hij madame Désagneaux en madame Volmar, gevolgd door madame de
+Jonquière en haar dochter zag aankomen. De dames hadden zich met een
+rijtuig naar het station laten brengen en zochten nu dadelijk haar
+wagon op. Raymonde herkende dadelijk het compartiment eerste klasse,
+waarin zij gekomen was.
+
+"Hier mama, hier is het!... Blijf nog een oogenblikje bij ons, u hebt
+nog tijd genoeg, uw zieken zijn er nog niet eens."
+
+Pierre stond vlak tegenover madame Volmar. Hun blikken ontmoetten
+elkaar. Maar hij kende haar niet terug; nauwlijks knipte zij even met
+haar oogwimpers. Weer was zij de in het zwart gekleede, langzame,
+indolente vrouw, die zich het liefst bescheiden op den achtergrond
+houdt. De gloed van haar groote oogen was dood, laaide slechts nu
+en dan even in een vonk op onder hun sluier van onverschilligheid,
+die ze scheen uit te dooven.
+
+"O, een vreeselijke migraine," herhaalde zij tegen madame
+Désagneaux. "U ziet zelf, ik weet nu nog niet, waar ik met mijn arm
+hoofd blijven moet... Dat krijg ik van de reis. Het is ieder jaar zoo."
+
+Levendiger en roser dan ooit, bewoog de andere zich zenuwachtig heen
+en weer, terwijl de ondeugende nekhaartjes in den wind fladderden.
+
+"Het is op het oogenblik met mij niet veel beter gesteld... Dat
+heeft me vanavond plotseling overvallen, een barstende
+zenuwhoofdpijn... Maar..."
+
+Zij boog zich voorover en fluisterde verder:
+
+"Maar ik geloof, dat het nu zoover is. Ja, de baby, waarnaar ik
+zoo verlang en die maar niet komen wil... Ik heb de Heilige Maagd
+gesmeekt, en ik ben zoo onpasselijk geweest, toen ik wakker werd,
+zoo onpasselijk. Enfin, alle teekenen... Ik zie het gezicht van mijn
+man al. Wat zal hij gelukkig zijn!"
+
+Ernstig luisterde madame Volmar, die dan op kalmen toon zeide:
+
+"Nu, ik ken iemand, die geen kinderen meer hebben wil... Zij is hier
+gekomen en heeft ze niet meer gekregen ook..."
+
+Intusschen hadden Gérard en Berthaud de dames gezien en kwamen nu
+vlug naar haar toe. 's Ochtends hadden de beide heeren in het Hôpital
+de Notre-Dame des Douleurs hun opwachting gemaakt, waar madame de
+Jonquière hen in een klein kamertje naast de linnenkamer ontvangen
+had. Daar had, na zich eerst met lachende opgewektheid voor den wel
+wat overhaasten stap verontschuldigd te hebben, Berthaud volgens alle
+regelen der etiquette, voor zijn neef Gérard de hand van Raymonde
+gevraagd. Van het eerste oogenblik af hadden zij zich tegenover elkaar
+op hun gemak gevoeld; de moeder had met ontroering in haar stem gezegd,
+dat Lourdes het jonge paar geluk zou aanbrengen. Zoo was met enkele
+woorden en tot algemeene voldoening het huwlijk beklonken. Zelfs
+werd voor den vijftienden September een afspraak gemaakt op het
+kasteel Berneville, dicht bij Caen, een landgoed van den oom, den
+diplomaat, dien Berthaud kende en naar wien hij beloofde Gérard te
+zullen vergezellen. Daarna was Raymonde binnengeroepen en had met
+een blos van geluk haar beide handjes in die van haar aanstaanden
+echtgenoot gelegd.
+
+Deze laatste was één en al voorkomendheid en vroeg aan het jonge
+meisje:
+
+"Wil je soms een paar kussens voor vannacht? Geneer je maar niet,
+ik heb er genoeg, ook voor de dames, met wie je reist."
+
+Raymonde sloeg echter het aanbod op vroolijken toon af.
+
+"Neen, hoor, zoo verwijfd zijn we niet. Die moeten we voor onze arme
+zieken bewaren."
+
+De dames spraken allen tegelijk. Madame de Jonquière zeide, dat ze zóó
+moe was, zóó moe, dat zij haar beenen niet meer voelde; toch was zij
+blijkbaar heel gelukkig, haar blikken rustten lachend op den jongen man
+en haar dochter, die zoo opgewekt stonden te praten. Maar Berthaud
+kon niet langer blijven; zijn dienst riep hem, evenals trouwens
+Gérard. Beiden namen afscheid, na eerst nog aan de afspraak herinnerd
+te hebben. Dus vijftien September, op het kasteel Berneville? Ja, ja,
+dat was afgesproken! Dan nog wat gelach en handjes drukken, terwijl
+de oogen, de oogen vol liefkoozing en verrukking, voltooiden wat men
+elkaar te midden van die menigte niet hardop durfde zeggen.
+
+"Wat!" riep de kleine madame Désagneaux uit; "gaat u den vijftienden
+naar Berneville! Maar als wij, zooals mijn man wil, tot den twintigsten
+in Trouville blijven, dan zouden we elkaar nog zien!"
+
+En zich tot madame Volmar, die er zwijgend bij stond, wendend:
+
+"Komt u ook, het zou zoo aardig zijn, als we elkaar daar weer
+terugvonden."
+
+De jonge vrouw maakte een langzaam gebaar en antwoordde op
+moe-onverschilligen toon:
+
+"O, voor mij is het pleizier nu uit. Ik ga naar huis terug."
+
+Weer ontmoetten haar blikken die van Pierre, die bij de dames was
+blijven staan; hij meende te zien, dat zij een oogenblik verlegen
+werd, terwijl een uitdrukking van onuitsprekelijke smart op haar dood
+gelaat kwam.
+
+De zusters van Maria Hemelvaart kwamen en de dames gingen naar haar
+toe, toen ze bij den kantinewagen waren. Ferrand, die met haar mede
+gereden had, stapte het eerste in en hielp dan zuster Saint-François
+de hooge treeplank op. Hij bleef op den drempel van den wagen staan,
+die in een keuken veranderd was, waarin zich de voorraden voor de reis
+bevonden: brood, bouillon, melk, chocolade, terwijl zuster Hyacinthe
+en zuster Claire des Anges, die op het perron waren blijven staan,
+hem zijn apotheek en de verdere bagage aangaven.
+
+"Hebt u alles?" vroeg zuster Hyacinthe hem. "Ja? Prachtig! Dan kunt
+u nu in uw hoekje gaan liggen slapen, daar u zich toch beklaagt,
+dat men uw diensten niet vraagt!"
+
+Ferrand begon zachtjes te lachen.
+
+"Zuster, ik zal zuster Saint-François helpen! Ik zal het petroleumstel
+aansteken, de kopjes wasschen en, wanneer we op een tusschenstation
+stil houden, de porties uitdeelen.... En voor het geval u een dokter
+noodig mocht hebben, kunt u over mij beschikken."
+
+Nu begon zuster Hyacinthe ook te lachen.
+
+"Maar we hebben geen dokter meer noodig, daar al onze zieken genezen
+zijn."
+
+En met haar oogen in de zijne, voegde zij er op haar kalmen,
+vriendschappelijken toon aan toe:
+
+"Adieu, mijnheer Ferrand!"
+
+Hij glimlachte nog, terwijl een groote ontroering zijn oogen
+vochtig deed worden. De beving in zijn stem sprak zoo welsprekend
+van de onvergetelijke reis, van zijn blijdschap haar weer ontmoet
+te hebben, van de herinnering van eeuwige en hemelsche teederheid,
+die hij medenam.
+
+"Adieu, zuster!"
+
+Madame de Jonquière wilde met zuster Claire des Anges en zuster
+Hyacinthe naar haar wagon gaan. Maar deze verzekerde, dat het volstrekt
+geen haast had; de zieken waren er nog niet. Zij ging met zuster Claire
+weg en beloofde voor alles goed te zullen zorgen; ja zelfs wilde
+zij met alle geweld het kleine handtaschje van madame de Jonquière
+medenemen. Zoodoende konden de dames blijven wandelen en praten op
+het breede perron, waar zoo'n heerlijke temperatuur heerschte.
+
+Intusschen begon Pierre, die op de groote stationsklok de minuten maar
+verder zag loopen, ongerust te worden, dat hij Marie en haar vader
+niet komen zag. Als mijnheer de Guersaint zich maar niet in den weg
+vergist had! Hij stond nog uit te kijken, toen hij zag hoe mijnheer
+Vigneron woedend zijn vrouw en den kleinen Gustave voor zich uit joeg.
+
+"O, mijnheer de abbé, zeg me toch als het u blieft, waar onze wagon
+is, en help mij, om er de bagage en dat kind in te krijgen... Mijn
+hoofd loopt om, ze hebben me heelemaal uit mijn gewone doen gebracht!"
+
+Voor het compartiment tweede klasse barstte hij uit, terwijl hij de
+handen van den priester greep, juist toen deze den kleine zieke wilde
+helpen instappen.
+
+"Kunt u zich zoo iets voorstellen? Zij willen, dat ik vertrek,
+zij hebben me gezegd, dat, als ik tot morgen wachtte, mijn retour
+niet meer geldig zou zijn... En of ik hun nu de reden al vertelde,
+het gaf niets... Het is toch al zoo lollig niet met die doode te
+blijven, om bij haar te waken, haar te kisten en haar morgen mede
+te nemen... En nou beweren zij, dat dat hun niet aangaat, dat zij
+al reductie genoeg op de pelgrimsbiljetten geven om zich nog in te
+kunnen laten met verhalen van menschen, die dood gaan."
+
+Madame Vigneron stond, bevend over al haar ledematen, naar hem te
+luisteren, terwijl de kleine Gustave, heelemaal vergeten en moe op
+zijn kruk leunend, nieuwsgierig toekeek.
+
+"Enfin, ik heb hun op alle mogelijke manieren aan hun verstand
+trachten te brengen, dat hier force majeure in het spel was... Wat
+moet ik met dat lijk doen? Ik kan het toch moeilijk onder mijn arm
+nemen en vandaag als bagage meenemen... Lieve God, wat zijn er toch
+een stommelingen op de wereld!"
+
+"Hebt u al met den stationschef gesproken?" vroeg Pierre.
+
+"Ja zeker, de stationschef! Die is in al die drukte niet te vinden. Hoe
+kan ook bij zoo'n janboel alles geregeld gaan?... Maar ik moet hem
+vinden, ik zal hem zeggen, hoe ik erover denk."
+
+En toen hij zijn vrouw onbeweeglijk als een paal zag staan:
+
+"Wat moet jij daar? Stap toch in, dan kunnen we je de bagage en het
+kind aangeven."
+
+Het was een haast-je-rep-je; hij duwde haar het compartiment in, wierp
+haar de pakjes toe, terwijl de priester Gustave in zijn armen nam. De
+arme jongen, die zoo licht als een vogeltje was, scheen nog magerder
+geworden te zijn, zijn wonden deden hem zoo'n pijn, dat hij even gilde.
+
+"Heb ik je pijn gedaan, beste jongen?"
+
+"Neen, mijnheer de abbé, maar ze hebben zoo met me rondgesjouwd,
+en ik ben zoo moe!"
+
+Hij glimlachte op zijn fijne, zoo droevige manier. Hij dook weg in
+zijn hoekje en deed, uitgeput door die doodende reis, zijn oogen dicht.
+
+"U begrijpt," begon mijnheer Vigneron weer, "dat ik het allesbehalve
+lollig vind, om hier mijn tijd te verknoeien, terwijl mijn vrouw
+en mijn zoon zonder mij naar Parijs teruggaan. Het moet echter wel,
+het leven in het hotel is niet meer uit te houden, en bovendien zou
+ik gedwongen zijn, nog eens drie plaatsbewijzen te nemen, als ze niet
+naar rede willen luisteren... En dan is mijn vrouw zoo onhandig. Nooit
+zal zij er zich alleen door heen weten te slaan."
+
+Hij overstelpte madame Vigneron met een stortvloed van de
+kinderachtigste aanwijzingen: wat zij gedurende de reis moest doen,
+hoe zij naar huis moest gaan; hoe zij voor den kleinen Gustave moest
+zorgen, als hij onverhoopt een aanval mocht krijgen.
+
+Gedwee en een beetje angstig antwoordde zij op iederen zin:
+
+"Zeker, manlief... Natuurlijk, manlief!"
+
+Dan voelde hij de toorn weer in hem opkomen.
+
+"En is mijn retour nu geldig of niet? Ik wil het weten... Ze moeten
+den stationschef voor me halen."
+
+Hij wilde zich weer een weg door de menigte banen, toen hij de kruk van
+Gustave op het perron zag liggen. Dat was een ramp, waarover hij zijn
+armen ten hemel moest heffen, als wilde hij God tot getuige roepen,
+dat hij nooit uit al die verwikkelingen komen zou. Hij wierp het ding
+zijn vrouw toe en verwijderde zich dan met de woorden:
+
+"Jij vergeet ook alles!"
+
+Nu kwamen de zieken aan; evenals bij de aankomst was het een eindeloos
+gedrang en gedraaf langs de perrons en over de spoorbaan. Alle
+afzichtelijke kwalen, alle open wonden, alle mismaaktheden trokken
+nogmaals voorbij, zonder dat het aantal minder geworden scheen te zijn,
+alsof de enkele genezingen slechts een zwak, nauwlijks waarneembaar
+lichtpuntje waren te midden van den onmetelijken rouw. Men bracht ze
+terug, zooals men ze meegebracht had. De kleine wagentjes met hun oude
+machtelooze vrouwen, wier armzalige bagage aan het voeteneinde lag,
+knarsten over de rails. De baren, waarop opgezwollen ledematen, en
+bleeke gezichten met van koorts gloeiende oogen lagen, schommelden
+met moeite door de menigte heen. Het was een dolzinnige, absoluut
+noodelooze haast, een onverklaarbare verwarring, een gevraag,
+een geroep, een heen en weer vliegen; in het kort het ronddraaien
+van een kudde, die de deur van den stal niet meer vinden kan. De
+brancarddragers verloren ten slotte het hoofd erbij, wisten bij het
+waarschuwende gegil van de stationsbeambten, die ieder oogenblik den
+menschen schrik aanjoegen, niet meer welken kant zij uit moesten.
+
+"Oppassen, oppassen!... Schiet toch wat op! Neen, neen, niet meer
+oversteken! De trein van Toulouse! De trein van Toulouse!"
+
+Pierre, die teruggegaan was, zag de dames, madame de Jonquière en
+de anderen, nog vroolijk pratend heen en weer wandelen. Naast haar
+hoorde hij, hoe pater Fourcade Berthaud, dien hij staande gehouden had,
+geluk wenschte met de goede orde, die gedurende de geheele bedevaart
+geheerscht had. Gevleid, maakte de vroegere magistraat een buiging.
+
+"Nietwaar, eerwaarde vader, dat is een goede les, die hun republiek
+daar gekregen heeft. Wanneer dergelijke menigten te Parijs den een
+of anderen bloedigen datum uit hun vervloekte geschiedenis vieren,
+dan vermoorden ze elkaar... Ze moeten hier maar eens komen leeren,
+hoe ze het doen moeten."
+
+Het denkbeeld, de regeering, die hem gedwongen had zijn ontslag te
+nemen, onaangenaam te zijn, bracht hem in verrukking. Hij was in
+Lourdes nooit zoo gelukkig als te midden van den grooten invloed van
+geloovigen, wanneer het gedrang zóó was, dat vrouwen bijna doodgedrukt
+werden. Toch scheen hij niet tevreden over het resultaat der politieke
+propaganda, die hij er ieder jaar gedurende drie dagen kwam maken. Hij
+werd ongeduldig, het ging niet vlug genoeg naar zijn zin. Wanneer
+zou Notre-Dame de Lourdes de monarchie terug brengen?
+
+"Ziet u, eerwaarde vader, het eenige middel, de ware triomf zou zijn
+de werklieden der steden in massa hier te brengen. Ik wil in het
+vervolg al mijn gedachten, al mijn tijd slechts daaraan wijden. O,
+als we een Katholieke democratie konden stichten!"
+
+Pater Fourcade was heel ernstig geworden. Zijn mooie, intelligente
+oogen kregen een droomerige uitdrukking, staarden als in een ver
+verschiet. Hoevele malen had hij zich de stichting van dat nieuwe
+volk ten doel gesteld? Maar was daarvoor niet de adem van een nieuwen
+Messias noodig?
+
+"Ja, ja," prevelde hij, "een Katholieke democratie... De geschiedenis
+der menschheid zou opnieuw beginnen!"
+
+Pater Massias viel hem hartstochtelijk in de rede en zeide, dat alle
+volkeren der aarde ten slotte zouden komen, terwijl dr. Bonamy, die
+reeds voelde, dat er een zekere verkilling in den ijver der pelgrims
+kwam, het hoofd schudde en als zijn meening te kennen gaf, dat alle
+geloovigen der Grot hun ijver verdubbelen moesten. Hij verwachtte
+vooral succes van de grootst mogelijke publiciteit, die men aan de
+wonderen moest geven. Hij deed, alsof hij straalde van geluk, en
+lachte welgevallig, terwijl hij naar het lawaaierige voorbijtrekken
+der zieken wees.
+
+"Kijk toch eens! Zien zij er niet veel beter uit nu zij weggaan? Velen
+zijn nog niet genezen, maar dragen toch den kiem der genezing in zich,
+daar kunt u zeker van zijn! Zij doen meer voor ons dan wij allen voor
+den roem van Notre-Dame de Lourdes."
+
+Maar hij moest zwijgen. Madame Dieulafay werd in haar met zijde
+gecapitonneerde kist voorbijgedragen. Men zette haar neer voor
+het portier van den wagon eerste klasse, waarin een kamermeisje
+de bagage reeds opstapelde. Een diep medelijden maakte zich van
+hen allen meester; de ongelukkige vrouw scheen in drie dagen van
+haar verblijf te Lourdes niet uit haar gevoelloosheid ontwaakt te
+zijn. Zooals de brancarddragers haar op den dag van aankomst te
+midden van haar luxe uit den wagon gedragen hadden, zoo zouden zij
+haar er nu weer in dragen, gekleed in kant, met juweelen bedekt, met
+haar doodsch en onnoozel mummiegezicht, dat als het ware wegsmolt;
+ja, men zou zelfs zeggen, dat zij er nog erger aan toe was, dat
+men haar nog vermagerder terugbracht, nog meer ingekrompen door de
+verschrikkelijke kwaal die, na haar beenderen verwoest te hebben,
+nu ook de weeke deelen der spieren begon aan te tasten. Haar man
+en haar zuster volgden haar ontroostbaar, met roodgeweende oogen,
+verpletterd door het verlies van hun laatste hoop, met abbé Judaine,
+zooals men op het kerkhof een lijk volgt.
+
+"Neen, neen, niet dadelijk!" zeide de priester tegen de dragers en
+belette hun haar in den wagen te dragen. "Zij moest daar nog lang
+genoeg in rijden. Laat zij tenminste tot de laatste minuut den
+vriendelijken hemel boven zich hebben!"
+
+Toen hij Pierre in zijn nabijheid zag staan, nam hij dezen wat ter
+zijde en ging toen met een door verdriet gebroken stem verder:
+
+"Ik ben kapot... Vanochtend nog had ik hoop. Ik heb haar naar de Grot
+laten brengen, ik heb de mis voor haar gelezen en toen nog tot elf uur
+gebeden. Maar niets, de Heilige Maagd heeft mij niet verhoord... Ik,
+dien zij genezen heeft, ik, een arme, tot niets meer nutte man,
+ik heb van haar niet de genezing kunnen verkrijgen van die zoo
+mooie, zoo jonge, zoo rijke vrouw, wier leven eigenlijk één feest
+moest zijn!... Zeker, de Heilige Maagd weet beter dan wij allemaal
+bij elkaar wat zij doen moet, en ik buig mijn hoofd en zegen haar
+naam. Maar waarachtig, mijn ziel is vol vreeselijke droefheid."
+
+Hij zeide niet alles, hij sprak niet de gedachte uit, die hem in zijn
+kinderlijken eenvoud en in zijn eigenschap van braaf man, die nooit
+door hartstocht of twijfel bezocht was, zoo van streek bracht. Het was
+de gedachte, dat de beklagenswaardige menschen, die zoo weenden, de man
+en de zuster, te veel millioenen hadden, dat zij te mooie geschenken
+meegebracht hadden, dat zij te veel zilver aan de Basilica gegeven
+hadden. Men koopt het wonder niet, de rijkdommen van deze wereld zijn
+eerder een nadeel bij God. Zeker, de Heilige Maagd was slechts doof
+gebleven voor hen, had hun slechts een koud en streng hart getoond
+om meer te luisteren naar de zwakke stem der ongelukkigen, die met
+ledige handen naar haar toe gekomen waren, maar rijk aan liefde;
+dezen overstroomde zij met haar genade, met haar brandende liefde
+van Moeder Gods. En die arme onverhoorde rijken, die zuster, die zoo
+ongelukkige man, voelden zich te midden van de menigte vertrooste of
+genezen armen paria's, zij schenen verlegen met hun luxe, weken terug,
+schaamden zich, toen zij zagen, dat Notre-Dame de Lourdes bedelaressen
+verlichting gegeven had, terwijl zij voor de mooie en machtige dame,
+die daar in haar kant lag te zieltogen, geen blik over gehad had.
+
+Plotseling kwam Pierre op de gedachte, dat hij mogelijk mijnheer de
+Guersaint en Marie niet had zien komen en dat zij misschien reeds
+in den wagon waren. Hij ging erheen, maar zag nog steeds niets dan
+zijn valies op de bank staan. Zuster Hyacinthe en zuster Claire des
+Anges begonnen in afwachting van de zieken den wagon in te richten;
+en toen Gérard met mijnheer Sabathier in een klein wagentje kwam
+aanrijden, hielp Pierre, om hem in zijn compartiment te hijschen,
+een zwaar werkje, waarvan zij transpireerden. Terneergeslagen, maar
+toch kalm en berustend, ging hij dadelijk in zijn hoekje zitten.
+
+"Dank u, heeren!... We zijn er nu, gelukkig! Nu behoeven ze me alleen
+te Parijs nog maar uit te laden."
+
+Na zijn beenen in een deken gewikkeld te hebben, stapte madame
+Sabathier weer uit en bleef bij het open portier van den wagon
+staan. Zij ging met Pierre praten, toen zij zichzelf in de rede viel,
+om te zeggen:
+
+"Kijk, daar komt madame Maze weer op haar plaatsje zitten... Zij
+heeft mij dezer dagen het een en ander verteld... Een ongelukkig
+schepseltje!"
+
+Vriendelijk sprak zij haar aan, vroeg haar of zij op haar bagage
+wilde letten. Maar madame Maze protesteerde, lachte, deed druk en
+zenuwachtig als was zij niet goed bij haar hoofd.
+
+"Neen, neen, ik ga niet weg."
+
+"Wat, gaat u niet mede?"
+
+"Neen, neen, ik ga niet weg... Dat wil zeggen, ik ga wel weg, maar
+niet met u, niet met u!"
+
+Zij zag er zoo vreemd, zoo verrukt uit, dat Pierre en madame
+Sabathier moeite hadden haar te herkennen. Haar gezicht van vóór den
+tijd verlepte blondine straalde, zij scheen wel tien jaar jonger,
+nu zij plotseling uit de oneindige triestheid van haar eenzaamheid
+getrokken was.
+
+Zij stiet een kreet van overvloeiende vreugde uit:
+
+"Ik ga met hem weg... Ja, hij is mij komen halen en hij neemt me
+mee... Ja we gaan samen naar Luchon, samen!"
+
+En met een verrukten blik wees zij naar een flinken, bruinen,
+opgewekten, gezonden jongen man, die aan een kiosk couranten stond
+te koopen.
+
+"Kijk, dat is mijn man, die mooie kerel, die met de juffrouw van
+de kiosk grapjes staat te maken... Vanochtend is hij plotseling uit
+den hemel komen vallen, en nou neemt hij mij mee, we gaan over twee
+minuten met den trein naar Toulouse... O, madame, u, voor wie ik mijn
+hart gelucht hebt, u zult wel begrijpen, hoe gelukkig ik ben."
+
+Maar zij kon niet zwijgen, zij begon weer over den vreeselijken brief,
+dien zij Zondag gekregen had, een brief, waarin hij haar beduidde,
+dat hij, wanneer zij soms van haar verblijf te Lourdes gebruik zou
+willen maken, om naar hem in Luchon te komen, hij haar gewoon de deur
+zou wijzen. Een man, met wien zij uit liefde getrouwd was! Een man,
+die haar tien jaar veronachtzaamde, die van zijn voortdurend heen en
+weer trekken als handelsreiziger profiteerde, om van het eene einde
+van Frankrijk naar het andere sletten mede te nemen! Nu echter was
+het uit, zij had den hemel gesmeekt haar te laten sterven, want zij
+wist heel goed, dat de trouwelooze op dat oogenblik met twee dames,
+twee zusters, die zijn maîtressen waren, in Luchon logeerde. Wat was
+er dan toch gebeurd, lieve God? Het was blijkbaar ingeslagen als de
+bliksem! De twee dames schenen een ingeving uit den hooge gekregen
+te hebben, een plotseling besef van haar zonde, een droom misschien,
+waarin zij zichzelf in de hel zagen. Zonder eenige verklaring hadden
+zij op een avond heimelijk het hotel verlaten en hem laten zitten,
+terwijl hij, die niet alleen kon leven, zich zóó gestraft gevoeld had,
+dat hij eensklaps op het denkbeeld gekomen was, zijn vrouw te gaan
+halen en een weekje bij zich te houden. Hij zeide het niet, maar
+ongetwijfeld had de goddelijke genade hem aangeraakt, en zij vond
+hem veel te lief, om niet aan een echt begin van bekeering te gelooven.
+
+"O, hoe dankbaar ben ik de Heilige Maagd! Van haar komt dit alles,
+ik heb het gisterenavond wel begrepen. Het kwam mij voor, alsof
+zij mij een teeken gaf, juist op het oogenblik, dat mijn man het
+besluit nam mij te gaan halen. Ik heb hem het juiste uur gevraagd,
+en het klopt precies... Ziet u, er bestaat geen grooter wonder; om die
+andere, die herstelde beenen, die verdwenen wonden moet ik lachen. O,
+Notre-Dame de Lourdes zij gezegend, dat zij mijn hart genezen heeft!"
+
+De groote, donkere man keerde zich om, zij vloog naar hem toe en vergat
+daardoor afscheid te nemen. Dit onverwachte liefde-buitenkansje, deze
+verlate terugkeer van de wittebroodsweken, die heele week, die zij met
+haar man, naar wien zij zoo verlangd had, te Luchon ging doorbrengen,
+maakte haar werkelijk dol van vreugde. Hij, een goedmoedige kerel,
+die in een oogenblik, dat hij boos was en zich eenzaam voelde, haar
+weer tot zich genomen had, kwam er ook even van onder den indruk;
+het avontuur amuseerde hem en hij vond haar veel knapper dan hij
+gedacht had.
+
+Op dat oogenblik kwam, terwijl de stroom van zieken, die naar
+hun wagons gebracht werden, steeds aanwies, de trein van Toulouse
+in zicht. Dat gaf een verdubbeling van lawaai, een buitengewone
+verwarring. Overal rinkelden signaalklokjes, werden seinen gegeven. Men
+zag den stationschef toesnellen en hoorde hem zoo hard als hij
+kon roepen:
+
+"Oppassen daar... Maakt den weg toch vrij!"
+
+Een stationsbeambte moest nog op het laatste oogenblik een wagentje
+met een oude vrouw, dat daar vergeten was, van de rails duwen. Een
+verschrikte troep pelgrims stak nog over, ongeveer dertig meter voor
+de locomotief, die langzaam, puffend en snuivend naderde. Anderen,
+die heelemaal hun hoofd verloren, zouden onder de wielen gekomen zijn,
+indien de stationsbeambten hen niet ruw bij den schouders hadden
+gepakt. Eindelijk stond de trein, zonder iemand overreden te hebben,
+stil te midden van matrassen en kussens, die rondslingerden, een golf
+van reizigers stapte uit, terwijl een andere golf instapte, in een
+dubbelen stroom en tegenstroom, zoodat het gedrang nog erger werd
+en het tumult zijn toppunt bereikte. Voor de raampjes der gesloten
+portieren waren hoofden verschenen, eerst nieuwsgierig, doch dan
+stom-verbaasd door het verwonderlijke schouwspel; in het bijzonder
+vielen twee aanbiddelijk mooie jongemeisjeskopjes op, wier groote,
+trouwhartige oogen ten slotte het smartelijkste medelijden uitdrukten.
+
+Madame Maze was, door haar man gevolgd, in een wagon gestapt,
+zoo gelukkig en zoo lenig, alsof zij pas twintig was, zooals op
+den avond van haar huwlijksreis. De portieren werden weer gesloten,
+de locomotief liet een scherp gefluit hooren, zette zich langzaam en
+dreunende in beweging tusschen de menigte, die achter den trein weer
+samenvloeide als het water uit een geopende sluis.
+
+"Sluit het perron af!" riep de stationschef tegen de beambten;
+"en let goed op, als de machine voorkomt!"
+
+Te midden van al dat lawaai kwamen eindelijk de pelgrims, die zich
+verlaat hadden, aan. La Grivotte met haar koortsachtig schitterende
+oogen liep met haar dansenden gang voorbij, gevolgd door Elise Rouquet
+en Sophie Couteau, die buiten adem waren van het harde loopen. Alle
+drie haastten zij zich naar haar wagon, waar zij een standje van
+zuster Hyacinthe kregen. Zij waren bijna in de Grot gebleven, waar
+pelgrims, die zich niet los konden rukken en maar steeds de Heilige
+Maagd smeekten of dankten, dikwijls achterbleven, terwijl de trein
+aan het station op hen stond te wachten.
+
+Plotseling zag Pierre, zelf ook ongerust en niet meer wetend wat hij
+ervan denken moest, mijnheer de Guersaint en Marie heel kalm onder
+de marquise staan praten met abbé Judaine. Hij snelde naar hen toe.
+
+"Wat hebben jullie toch uitgevoerd? Ik begon de hoop reeds op te
+geven."
+
+"Wat we gedaan hebben?" antwoordde mijnheer de Guersaint verbaasd. "We
+waren naar de Grot, dat weet je toch zelf ook wel... Een priester
+heeft er schitterend gepreekt. We zouden er nog zijn, indien ik mij
+niet bijtijds herinnerd had, dat we weg moesten... Wij hebben zelfs
+een rijtuig genomen, zooals we je beloofd hadden."
+
+Hij hield even op om op de klok te kijken.
+
+"We hebben niets geen haast. De trein vertrekt pas over een kwartier."
+
+Dat was zoo, en om Marie's lippen speelde een glimlach van hemelsche
+vreugde.
+
+"O, Pierre, als je eens wist, hoe gelukkig dat laatste bezoek aan de
+Heilige Maagd mij gemaakt heeft. Ik heb gezien, hoe zij mij toelachte,
+ik heb gevoeld, hoe zij mij kracht tot leven gaf... Heusch, het was
+een verrukkelijk afscheid, en je moet niet boos op ons zijn, Pierre!"
+
+Hij zelf was ook begonnen te lachen, een weinig verlegen over zijn
+zenuwachtigen angst. Had hij dan zoo'n vurig verlangen om ver van
+Lourdes te zijn? Was hij bang, dat Marie door de Grot achtergehouden
+worden en niet meer terugkomen zou? Nu zij er was, verwonderde hij
+zich over zichzelf en voelde hij zich weer kalm.
+
+Toen hij hun echter aanried toch maar naar den wagon te gaan, zag
+hij dr. Chassaigne naar hen toekomen.
+
+"O, beste dokter, ik had het wel gedacht, dat u komen zoudt. Het zou
+mij zoo vreeselijk gespeten hebben, wanneer ik u niet meer gezien had!"
+
+Maar de oude dokter, die van aandoening beefde, viel hem in de rede.
+
+"Ja, ja, ik heb me verlaat... Stel je voor, toen ik tien minuten
+geleden hier aankwam, stond ik even met den Commandeur, je weet
+wel dat origineele type, te praten. Hij grinnikte bij het zien van
+al die zieken, die weer naar den trein gingen, om, zooals hij zich
+uitdrukte, thuis te gaan sterven, waar zij eigenlijk mede hadden
+moeten beginnen... En toen sloeg hij plotseling, als door den
+bliksem getroffen, tegen den grond... Het was de derde beroerte,
+die hij verwachtte."
+
+"Lieve hemel," prevelde abbé Judaine, die het gehoord had, "hij
+lasterde God, de hemel heeft hem gestraft!"
+
+Mijnheer de Guersaint en Marie luisterden gespannen en ontroerd.
+
+"Ik heb hem in de loods laten brengen," ging de dokter voort. "Het
+zal nu wel uit zijn, ik kon er niets meer aan doen, ongetwijfeld zal
+hij binnen een kwartier dood zijn... Toen heb ik aan een priester
+gedacht en ben hierheen geloopen..."
+
+En zich tot abbé Judaine wendend:
+
+"Mijnheer de abbé, u kent hem, u wilt zeker wel met me meegaan. Men
+kan een Christen toch zoo niet laten sterven. Misschien erkent hij
+nog zijn dwaling, wil hij zich met God verzoenen."
+
+Vlug volgde abbé Judaine hem, terwijl mijnheer de Guersaint, Marie
+en Pierre, die door de gedachte aan dit drama zeer ontroerd waren,
+ook mede gingen. Alle vijf gingen zij de goederenloods binnen op
+twintig pas afstands van de menigte, die lawaai bleef maken, zonder
+te vermoeden, dat zoo vlak bij een mensch lag te zieltogen.
+
+Daar in een stil hoekje, tusschen twee zakken haver, lag de Commandeur
+op een matras, die men van den reserve-voorraad genomen had. Hij had
+zijn eeuwige overjas aan met het breede, roode lint in het knoopsgat;
+iemand, die zoo voorzichtig geweest was, om zijn wandelstok met den
+zilveren knop op te rapen, had dezen zorgvuldig naast de matras gelegd.
+
+Dadelijk boog abbé Judaine zich over hem heen.
+
+"Je herkent me toch, je hoort me toch, arme kerel?"
+
+Aan den Commandeur schenen nog slechts zijn oogen te leven; maar
+zij leefden en schitterden dan ook met een vlam van hardnekkige
+energie. De beroerte, die blijkbaar ditmaal de rechterzijde van
+zijn lichaam getroffen had, scheen zijn tong verlamd te hebben. Toch
+stamelde hij nog enkele woorden, slaagde hij erin zich in zooverre
+verstaanbaar te maken, dat zij begrepen, dat hij daar wilde sterven,
+zonder dat ze hem verder lastig vielen. Hij had geen bloedverwant te
+Lourdes, waar niemand iets van zijn verleden of zijn familie wist;
+hij leefde er sinds drie jaar van zijn onaanzienlijk baantje aan het
+station, en zag nu, volmaakt gelukkig, eindelijk zijn vurigen wensch,
+zijn eenigen wensch, namelijk om heen te gaan en in den eeuwigen slaap,
+het heelende Niet weg te zinken, werkelijkheid worden.
+
+"Heeft u nog een wensch uit te spreken?" vroeg abbé Judaine
+verder. "Kunnen wij op de een of andere wijze nog iets voor u doen?"
+
+Neen, neen; zijn oogen antwoordden, dat hij zich goed voelde, dat hij
+tevreden was. Al drie jaar lang was hij geen ochtend opgestaan zonder
+den wensch, dat hij 's avonds op het kerkhof zou slapen. Wanneer de
+zon scheen, placht hij met iets als verlangen in zijn stem te zeggen:
+"Wat een prachtige dag, om te sterven." En de dood, die hem van dit
+verfoeilijk leven verlossen kwam, was hartelijk welkom.
+
+Dr. Chassaigne kon den priester, die hem smeekte nog iets te beproeven,
+slechts op eenigszins bitteren toon zeggen:
+
+"Ik kan niets, de wetenschap is onmachtig; hij is ten doode
+opgeschreven."
+
+Op dat oogenblik kwam een oude vrouw, een tachtigjarige pelgrim, die
+verdwaald was en niet meer wist, waar zij liep, de loods binnen. Lam
+en gebocheld, niet grooter dan een kind en behept met alle kwalen
+van den ouderdom, sleepte zij zich op een stok voort; aan een
+riem had zij een kruik Lourdeswater hangen, om haar leven ondanks
+den verschrikkelijken toestand van verval, waarin zij verkeerde,
+nog te verlengen. Een oogenblik keek zij verschrikt naar den man,
+die daar lag te sterven. Dan kwam een grootmoederlijke goedheid in
+haar troebele oogen, deed een gevoel van menschenliefde haar een
+paar stappen dichterbij komen. Met haar voortdurend bevende handen
+nam zij haar kruik en gaf dien aan den man.
+
+Dat was voor abbé Judaine een plotselinge lichtstraal, als een
+ingeving uit den hooge. Hij, die zoo vurig gebeden had voor de
+genezing van madame Dieulafay en dien de Heilige Maagd niet verhoord
+had, voelde zich door een nieuw geloof doorgloeien en was overtuigd,
+dat de Commandeur, als hij dronk, genezen zou worden. Hij viel naast
+de matras op zijn knieën.
+
+"Broeder, God zendt u deze vrouw... Verzoen u met God, drink en bid,
+terwijl wij met geheel onze ziel de goddelijke barmhartigheid voor
+u zullen afsmeeken... God zal u zijn macht willen bewijzen, God zal
+het groote wonder doen u op te richten, opdat gij nog lange jaren op
+deze aarde verblijven kunt, om hem lief te hebben en te prijzen."
+
+"Neen, neen!" riepen de fonkelende oogen van den Commandeur;
+"neen!" Hij zou even laf zijn als die kudden pelgrims, die van zoo
+verre en onder zoo groote inspanning hier kwamen, om zich op den grond
+te werpen en snikkend den hemel te smeeken hen nog een maand, een jaar,
+tien jaar te laten leven! Het was zoo goed, zoo eenvoudig rustig in
+je bed te sterven. Je keert je gezicht naar den muur en je sterft.
+
+"Drink, broeder, drink, ik bezweer het u... Het is het leven,
+dat gij drinken zult, de kracht, de gezondheid en ook de
+levensvreugde... Drink, om weer jong te worden, om een nieuw en
+vroom leven te beginnen! Drink, om den lof te zingen van de Moeder
+Gods, die uw lichaam en uw ziel redden zal... Zij spreekt tot mij,
+uw herrijzenis is zeker!"
+
+"Neen! Neen!" De oogen weigerden en stieten het leven met een steeds
+grooter wordende hardnekkigheid weg, waarbij zich nu nog een doffe
+vrees voor het wonder voegde. De Commandeur geloofde niet, haalde nu al
+drie jaar lang zijn schouders op voor die zoogenaamde wonderen. Maar
+je kan in deze idiote wereld alles verwachten. Er gebeurden soms
+van die vreemde dingen! En indien bij toeval hun water werkelijk een
+bovennatuurlijke kracht had en zij hem dit met geweld lieten drinken,
+het zou vreeselijk zijn weer op te leven, weer zijn bagno-tijd te
+moeten beginnen, het gruwlijke lijden door te maken, dat Lazarus,
+de deerniswaardige uitverkorene van het wonder, tweemaal doorgemaakt
+had. Neen, neen, hij wilde niet drinken, hij wilde de afschuwlijke
+kans der herrijzenis niet loopen.
+
+"Drink, drink, broeder," herhaalde de oude priester met tranen in
+zijn oogen, "verhard niet in uw afwijzing der hemelsche genaden!"
+
+En nu zag men het verschrikkelijke, dat deze reeds half doode man zich
+oprichtte, de benauwend-knellende banden der verlamming afschudde,
+voor een seconde zijn geketende tong losmaakte en met een heesche
+bromstem schreeuwde: "Neen, neen, neen!"
+
+Pierre moest de verschrikte oude vrouw wegbrengen. Zij had deze
+weigering van het water, dat zij als een onschatbaar goed, als het
+geschenk zelf van den eeuwigen God aan de armen, die niet sterven
+willen, niet begrepen. Hinkend, gebocheld, op haar stok het droevig
+overschot van haar tachtig jaar voortslepend, verdween zij tusschen
+de rondtrappelende menigte, verteerd door haar hartstocht om te leven,
+snakkend naar lucht, zon en drukte.
+
+Marie en haar vader hadden gehuiverd voor dit vurige verlangen naar den
+dood, dien gulzigen honger naar het Niet, die zich bij den Commandeur
+openbaarden. O, slapen, zonder droom slapen, in het oneindige donker,
+eeuwig, niets kon ter wereld zoo heerlijk zijn! Het was niet de hoop
+op een beter leven, niet het verlangen om eindelijk gelukkig te zijn
+in een paradijs van gelijkheid en gerechtigheid; het was alleen het
+verlangen naar den donkeren nacht, naar den eindeloozen slaap, naar
+het genot om voor eeuwig niet meer te zijn. Ook dr. Chassaigne had
+gehuiverd, want ook hij koesterde slechts één gedachte, die van de
+gelukzaligheid van het oogenblik, waarin hij sterven zou. Maar aan
+gene zijde van dit aardsche bestaan wachtten hem zijn dierbare dooden,
+zijn vrouw en zijn dochter, op den drempel van het eeuwige leven. Als
+een ijskoud stortbad zou het voor hem zijn, als hij een enkel oogenblik
+tegen zichzelf had moeten zeggen, dat hij haar niet zou terugvinden!
+
+Moeilijk stond abbé Judaine weer op. Hij had meenen op te merken,
+dat de Commandeur nu zijn oogen op Marie gevestigd hield. Wanhopig,
+dat zijn smeekbeden niet helpen mochten, wilde hij hem een voorbeeld
+geven van die goedheid Gods, welke hij afwees.
+
+"U herkent haar, niet waar? Ja, het is het jonge meisje, dat Zaterdag
+zoo ziek en verlamd aan beide beenen hier gekomen is. En nu ziet u
+haar zoo gezond, zoo sterk, zoo mooi... De hemel heeft haar genade
+geschonken, zie, zij is herboren voor haar jeugd, voor het lange leven,
+waarvoor zij bestemd is... Voelt u geen verlangen naar het leven,
+nu u haar ziet? Zoudt u misschien dit kind ook dood gewenscht hebben,
+haar hebben aangeraden niet te drinken?"
+
+De Commandeur kon niet antwoorden; maar zijn oogen waren niet meer
+af van het gelaat van Marie, waarop een zoo groote blijdschap over
+haar herrijzenis, een zoo vaste hoop op tallooze komende dagen te
+lezen was; en tranen kwamen, maakten zijn oogleden dik, rolden langs
+zijn reeds koude wangen. Hij weende ongetwijfeld over haar, hij dacht
+ongetwijfeld aan het andere wonder, dat hij voor haar gewenscht had,
+als zij genas, n.l. gelukkig te zijn. Het was de ontroering van een
+oud man, die de ellende van deze wereld kent, en dien al de smarten,
+welke dit arme schepseltje nog wachtten, met medelijden vervulde.
+
+Het beklagenswaardige kind! Hoe dikwijls zou zij het later niet
+betreuren, dat zij op haar twintigste jaar niet gestorven was.
+
+Toen kwam een sluier voor de oogen van den Commandeur, alsof die
+laatste tranen van medelijden ze hadden gebluscht. Dat was het einde,
+het coma [20] kwam, het besef verdween met de ademhaling. Hij draaide
+zich om en was dood.
+
+Onmiddellijk trok dr. Chassaigne Marie ter zijde.
+
+"De trein vertrekt, haast u, haast u!"
+
+Inderdaad drong door het steeds grooter wordende tumult van de
+menigte het slaan op een bel tot hen door. De dokter, die twee
+brancarddragers opdroeg te blijven waken bij het lijk, dat straks,
+als de trein vertrokken was, weggebracht kon worden, wilde zijn
+vrienden tot hun wagon brengen.
+
+Allen haastten zich. Abbé Judaine volgde hen, na een kort gebed gezegd
+te hebben voor de rust van deze opstandige ziel. Doch toen Marie,
+gevolgd door Pierre en mijnheer de Guersaint, over het perron liep,
+werd zij nog staande gehouden door dr. Bonamy, die haar triomphantelijk
+aan pater Fourcade voorstelde.
+
+"Eerwaarde vader, mademoiselle de Guersaint, het jonge meisje, dat
+gisteren zoo wonderdadig genezen is!"
+
+De pater had den stralenden glimlach van een generaal, aan wien men
+zijn schitterendste overwinning in herinnering brengt.
+
+"Ik weet het, ik weet het, ik was erbij... Geliefde dochter, God
+heeft u onder allen gezegend, ga heen en prijs zijn naam!"
+
+Dan wenschte hij mijnheer de Guersaint geluk, wiens vadertrots
+genoot. De ovatie begon opnieuw; een concert van liefdevolle woorden,
+van verwonderde blikken, die het jonge meisje 's ochtends door de
+straten van Lourdes gevolgd waren, en die haar in de laatste minuut
+vóór het vertrek weer omringden. Al luidde de bel weer, een kring van
+verrukte pelgrims had zich om haar heen gevormd; het scheen, alsof zij
+in haar persoon de glorie der bedevaart, den triomf van den godsdienst,
+die van nu af aan in alle hoeken der wereld zou weerklinken, in haar
+persoon belichaamde.
+
+Pierre werd diep ontroerd, toen hij de smartelijke groep zag, die
+dicht daarbij mijnheer Dieulafay en madame Jousseur vormden. Hun
+blikken hadden zich op Marie gevestigd; zij verbaasden zich evenals
+de anderen over de wonderdadige herrijzenis van dit zoo mooie jonge
+meisje, dat zij zoo krachteloos, zoo mager, zoo lijkkleurig gezien
+hadden. Waarom niet de jonge vrouw, de hun zoo dierbare vrouw, die
+zij stervend mee naar huis namen? Hun verlegenheid, hun schaamtegevoel
+scheen grooter te worden: zij weken terug in hun onbehaaglijk gevoel
+van te rijke paria's; en het was voor hen een opluchting, toen zij,
+nadat drie brancarddragers met groote moeite madame Dieulafay in het
+compartiment eerste klasse gedragen hadden, op hun beurt ook met abbé
+Judaine verdwijnen konden.
+
+Maar reeds riepen de conducteurs: "Instappen! Instappen!" Pater
+Massias, die met de geestelijke leiding van den trein belast was, had
+zijn plaats weer ingenomen en pater Fourcade, die nu op den schouder
+van dr. Bonamy leunde, op het perron laten staan. Gérard en Berthaud
+groetten nog eenmaal de dames, terwijl Raymonde zich bij madame
+Désagneaux en madame Volmar voegde, die het zich in haar hoekje reeds
+makkelijk gemaakt hadden. Madame de Jonquière begaf zich naar haar
+wagon, waar zij tegelijk met de Guersaints kwam. Men verdrong zich,
+het was een geschreeuw, een zenuwachtig heen en weer geloop langs
+den eindeloozen trein, waaraan men nu de locomotief gekoppeld had,
+een geheel koperen machine, stralend als een ster.
+
+Pierre liet Marie voorgaan, toen mijnheer Vigneron kwam aanrennen en
+hem toeschreeuwde:
+
+"Het is geldig! Het is geldig!"
+
+Rood van opwinding liet hij zijn biljet zien, zwaaide het heen en
+weer. Hij galoppeerde tot den coupé, waarin zijn vrouw en zijn zoon
+zaten, om hun de goede tijding mede te deelen.
+
+Toen Marie en haar vader zaten, bleef Pierre nog even op het perron
+staan, om afscheid te nemen van dr. Chassaigne, die hem vaderlijk
+omarmde. Hij wilde hem doen beloven naar Parijs terug te komen, om
+in zijn leven wat meer vroolijkheid te brengen. Maar de oude dokter
+schudde het hoofd.
+
+"Neen, neen, beste jongen, ik blijf... Zij zijn hier en houden
+mij hier."
+
+Hij bedoelde zijn lieve dooden. Dan zacht en ontroerd:
+
+"Vaarwel!"
+
+"Neen, niet vaarwel dokter, tot wederziens!"
+
+"Ja, ja, vaarwel... Want zie je, de Commandeur had gelijk. Er is
+niets zoo heerlijk als sterven, maar sterven, om te herleven."
+
+Baron Suire gaf order de witte vlaggen aan den kop en aan het eind van
+den trein weg te nemen. Dringender klonk het geroep der conducteurs:
+"Instappen, instappen!" Nu volgde een nog grooter gedrang: de stroom
+van laatkomers, die nu bezweet en buiten adem kwamen aanvliegen. In den
+wagon telden madame de Jonquière en zuster Hyacinthe haar patienten. La
+Grivotte, Elise Rouquet, Sophie Couteau waren er. Madame Sabathier
+zat op haar plaats tegenover haar man, die met half gesloten oogen
+geduldig op het vertrek van den trein wachtte.
+
+Dan vroeg er een:
+
+"Gaat madame Vincent niet met ons mee?"
+
+Zuster Hyacinthe, die uit het raampje keek en nog een glimlach wisselde
+met Ferrand, die op den drempel van den kantinewagen stond, riep:
+
+"Daar is zij!"
+
+Madame Vincent liep de rails over en kwam als laatste, buiten adem
+en hevig verschrikt, aanvliegen. Onwillekeurig keek Pierre dadelijk
+naar haar armen. Zij waren leeg.
+
+Alle portieren werden nu gesloten, sloegen het een na het ander
+dicht. De wagons waren vol, het signaal van vertrek behoefde nog
+slechts gegeven te worden. Hijgend en puffend, liet de locomotief een
+eerste schel jubel-gefluit hooren; op dat oogenblik verjoeg de tot
+dusver omsluierde zon het dichte wolkendons en deed den trein met zijn
+nu geheel gouden machine, die naar het paradijs der legenden scheen te
+vertrekken, schitteren. Het was een vertrek vol kinderlijke, hemelsche
+vroolijkheid, zonder eenige bitterheid. Alle zieken schenen genezen
+te zijn. Al nam men ze ook weer mee terug zooals men ze gebracht had,
+zij schenen verlicht, gelukkig, voor een uur tenminste. Niet de minste
+afgunst bedierf hun eendrachtige liefde: zij, die niet genezen waren,
+verheugden zich over, triompheerden met de genezing der anderen. Hun
+beurt zou ook zeker komen, het wonder van heden was de uitdrukkelijke
+belofte voor het wonder van morgen. Na die drie dagen van vurige
+smeekbeden hield de koorts van het verlangen onverminderd aan,
+bleef het geloofsvertrouwen der niet-verhoorden even groot in de
+zekerheid, dat de Heilige Maagd hen voor hun zieleheil eenvoudig tot
+later bewaard had. In hun binnenste brandden bij al deze ongelukkige
+hongerenden en dorstenden naar het leven, de onuitbluschbare liefde,
+de onverwoestbare hoop. Een laatste uitbarsting van vreugde dreunde
+dan ook uit de overvolle wagons, een uitgelatenheid van geluk,
+van gelach, van geroep. "Tot het volgend jaar. Wij komen terug. Wij
+komen terug!" De kleine, zoo vroolijke zusters van Maria Hemelvaart
+klapten in haar handen, en, aangeheven door de achthonderd pelgrims,
+steeg het danklied omhoog:
+
+"Magnificat anima mea Dominum..."
+
+Toen gaf de chef, die eindelijk tot kalmte gekomen was, het signaal
+tot vertrek. Weer floot de locomotief, zette zich dan in beweging,
+rolde voort in de stralende zon, als in een glorie. Op het perron
+glimlachte pater Fourcade, leunend op den schouder van dr. Bonamy,
+hoewel zijn been hem vreeselijk pijn deed, tegen zijn lieve kinderen,
+terwijl Berthaud, Gérard en baron Suire een andere groep vormden en
+dicht bij hen dr. Chassaigne en mijnheer Vigneron met hun zakdoeken
+wuifden. Uit de portieren der voortsnellende wagons hingen vroolijk
+lachende hoofden, wapperden zakdoeken in de snelle vaart. Madame
+Vigneron dwong den kleinen Gustave zijn bleek gezichtje nog even te
+laten zien. Lang kon men het mollige handje van Raymonde groetend
+zien zwaaien. Maar Marie bleef het langst kijken naar het tusschen
+het groen steeds kleiner wordende Lourdes.
+
+Triomphantelijk, glanzend, dreunend verdween in de lichte vlakte de
+trein, die uit volle borst zong:
+
+"Et exsultavit spiritus meus in Deo salutari meo."
+
+
+
+
+IV.
+
+Weer rolde nu op den terugweg naar Parijs de witte trein. En in den
+wagon derde klasse, waarin het met volle kracht gezongen Magnificat het
+gedreun der wielen overstemde, was het weer dezelfde ziekenchambrée,
+dezelfde rijdende en gemeenschappelijke ziekenhuiszaal, die men
+met één blik over de lage tusschenschotten in al zijn wanorde van
+geïmproviseerde ambulance overzien kon. Half verborgen onder de banken
+slingerden kruiken, potten, kommen, bezems, sponsen. Overal en nergens
+lag bagage opgestapeld, een armoedige verzameling van versleten dingen,
+pakjes, manden, zakken, die, zonder een oogenblik in rust te zijn, ook
+aan de koperen haken hingen te slingeren. Dezelfde zusters van Maria
+Hemelvaart, dezelfde dames der Hospitalité waren er met haar zieken te
+midden van de gezonde pelgrims, die reeds last hadden van de drukkende
+hitte en den ondragelijken stank. Achterin zag men weer den geheel met
+vrouwen gevulden coupé, de tien dicht op elkaar zittende pelgrims, jong
+en oud, allen even leelijk en op slependen valschen toon luid zingend.
+
+"Hoe laat zijn we ook weer in Parijs?" vroeg mijnheer de Guersaint
+aan Pierre.
+
+"Morgenmiddag om twee uur, geloof ik," antwoordde de priester.
+
+Van af het vertrek had Marie hem ongerust en bezorgd aangekeken,
+alsof een plotseling verdriet, dat zij niet uitspreken wilde,
+haar aangegrepen had. Toch vond zij haar glimlachje van herkregen
+gezondheid terug.
+
+"Twee-en-twintig uur, nu, dat zal niet zoo lang en zoo zwaar vallen
+als toen we gingen."
+
+"En bovendien," zeide haar vader, "zijn we niet met zoovelen; we
+hebben het nu wat ruimer ook."
+
+Inderdaad liet het achterblijven van madame Maze een hoekje vrij op
+de bank, welke Marie, die nu zat, ook niet meer vol maakte; bovendien
+had men de kleine Sophie in het compartiment ernaast gezet, waarin
+zich thans broeder Isidore en zijn zuster Marthe, die, naar men
+beweerde, te Lourdes in dienst gegaan was bij een vrome dame, niet
+meer bevonden. Aan den overkant hadden madame de Jonquière en zuster
+Hyacinthe de plaats van madame Vêtu vrij, terwijl zij bovendien Elise
+Rouquet bij de kleine Sophie gelaten hadden, zoodat zij alleen nog
+maar het echtpaar Sabathier en la Grivotte hadden. Dank zij deze nieuwe
+indeeling had men het minder warm, zou men zelfs wat kunnen slapen.
+
+Het laatste vers van het Magnificat was gezongen; de dames trachtten
+het nu zoo huiselijk en makkelijk mogelijk in te richten. Voor alles
+moesten zij de volle zinken kruiken, die haar beenen hinderden,
+onder de banken schuiven. Aan de linkerzijde waren alle gordijntjes
+neergelaten, want de zon stond schuin op den trein en viel in felle
+plekken binnen. De laatste onweersbuien hadden echter het stof
+blijkbaar neergeslagen en de nacht zou zeker frisch zijn. Bovendien
+was het lijden minder, de dood had de ergste zieken weggenomen,
+terwijl zij, die nog over waren, verdoofd en door en door vermoeid, van
+lieverlede in een toestand van gevoelloosheid overgingen. Weldra zou de
+reactie van uitputting intreden, die altijd op groote moreele schokken
+volgt. De zieken hadden haar krachten verbruikt, de wonderen waren
+geschied, en nu begon de ontspanning der zenuwen in de stompzinnigheid
+van een groote verlichting.
+
+Tot Tarbes had men het zeer druk, ieder maakte het zich zoo makkelijk
+mogelijk en nam zijn plaatsje weer in bezit. Toen ze dit station
+verlieten, stond zuster Hyacinthe op en klapte in de handen:
+
+"Kinderen, we mogen de Heilige Maagd, die zoo goed voor ons geweest
+is, niet vergeten... Laten we den rozenkrans beginnen!"
+
+De geheele wagon bad nu met haar het eerste paternoster, de vijf blijde
+mysteriën: Maria boodschap, het bezoek van Maria aan de H. Elizabeth,
+de geboorte van Christus, Maria-Lichtmis en het terugvinden van
+Jezus. Dan hieven zij het lied: "Aanschouwen wij den hemelschen
+Aartsengel" aan met zoo luide stem, dat de boeren op het land opkeken
+en den zingenden trein nastaarden.
+
+Maria bewonderde het wijde landschap, den eindeloozen hemel, die zich
+langzamerhand van zijn warmtewaas ontdaan had en helder-blauw geworden
+was. Het was het heerlijke einde van een prachtigen dag. Dan gingen
+haar blikken weer terug naar den wagon en bleven met die zwijgende
+droefheid, welke haar oogen zooeven reeds omfloerst had, rusten op
+Pierre, toen zij plotseling tegenover zich heftig gesnik hoorde. Het
+lied was uit, madame Vincent huilde en stamelde verwarde, door haar
+tranen verstikte woorden.
+
+"Mijn arm kleintje... Mijn lieveling, mijn schat, mijn leven!"
+
+Tot dusverre was zij schuw en ineengedoken in haar hoekje blijven
+zitten. Zij had geen woord gesproken, haar lippen waren op elkaar
+geklemd, haar oogen half gesloten, alsof zij zich in haar vreeselijke
+smart nog meer wilden afzonderen. Maar toen zij haar oogen even open
+deed, had zij den leeren riem gezien, dien haar kind aangeraakt,
+waarmede het gespeeld had, en het zien daarvan vervulde haar met een
+zoo bittere wanhoop, dat zij niet langer zwijgen kon.
+
+"Mijn arme Rose... Zij had dat ding in haar handjes en draaide eraan,
+het was haar laatste stukje speelgoed... Ach, toen waren we nog samen,
+zij leefde nog, ik had haar nog op mijn schoot, in mijn armen. Het
+was zoo heerlijk nog, zoo heerlijk! Maar nou heb ik ze niet meer, ik
+zal ze nooit terugkrijgen ook, mijn arme Rose, mijn arme, kleine Rose!"
+
+Met verwilderde blikken keek zij snikkend naar haar leege schoot,
+naar haar leege armen, waarmede zij geen raad meer wist. Zij had er
+zoo lang haar kind in gewiegd, zoo lang haar kind in gedragen, dat
+zij nu het gevoel had, alsof er iets uit haar lichaam was weggenomen,
+alsof haar lichaam een functie minder verrichtte, waardoor zij zich
+als het ware onbeteekenender, nutteloos gevoelde. Haar armen, haar
+knieën hinderden haar.
+
+Diep ontroerd trachtten Pierre en Marie de wanhopige moeder met
+vriendelijke woorden te troosten. Langzamerhand leerden zij door de
+onsamenhangende zinnen, die zich met haar tranen vermengden, den
+lijdensweg kennen, dien zij na den dood van haar kindje beklommen
+had. Van 's avonds laat tot den volgenden dag had zij blijkbaar
+lang met haar dood kindje in haar armen rondgeloopen, blind, doof,
+gegeeseld door de stortregens. Zij herinnerde zich niet meer, welke
+pleinen zij overgestoken was, welke straten zij gevolgd had in dat
+infame Lourdes, dat kinderen-vermoordende Lourdes, dat zij vervloekte.
+
+"O, ik weet het niet meer, ik weet het niet meer... Ja, menschen
+hebben me opgenomen, hebben medelijden met me gehad, menschen, die
+ik niet ken, die ergens wonen... O, ik weet het niet meer, ergens,
+in de hoogte, ver weg, aan het andere einde van de stad... Maar in
+ieder geval waren het arme menschen, want nou herinner ik me, dat
+ik met mijn lieve kleine, die ze op hun bed gelegd hadden, heelemaal
+koud al, in een armoedig kamertje was..."
+
+Bij die herinnering doorschokte haar een nieuwe huilbui, die haar
+half stikken deed.
+
+"Neen, neen, ik wilde niet scheiden van dat lieve, kleine lichaampje
+en het in die verschrikkelijke stad achterlaten... Precies kan ik het
+niet zeggen, maar die arme menschen moeten mij wel overal gebracht
+hebben. Wij hebben geloopen, neen maar, geloopen, alle hooge mijnheeren
+van de spoor en van de bedevaart hebben we afgeloopen... Telkens weer
+zei ik: "Wat kan het u schelen? Sta mij toe het in mijn armen mede te
+nemen naar Parijs. Ik heb het levend zoo hierheen gebracht, ik kan het
+zoo wel dood mee terug nemen. Niemand zal er iets van merken... Het
+is precies, alsof het slaapt." En al die heeren hebben me weggestuurd,
+alsof ik hun gemeene dingen vroeg. Toen heb ik er ten slotte een paar
+domheden uitgeflapt... Maar zeg u nu zelf eens, wanneer je zooveel
+omhaal maakt, wanneer je zooveel zieken den dood tegemoet zendt, dan
+moet je er je toch ook mee belasten de dooden terug te brengen?... En
+weet u, wat zij mij aan het station gevraagd hebben? Driehonderd
+francs! Ja, dat is de som, geloof ik. Driehonderd francs vragen ze,
+God beter het, aan mij, die met dertig sous in mijn zak hierheen
+gekomen ben en er nog vijf over heb! Die verdien ik in geen half jaar
+met naaien! Hadden ze me mijn leven gevraagd, dan had ik het graag
+gegeven... Driehonderd francs! Driehonderd francs voor dat arme kleine
+vogellichaampje, dat ik zoo graag op mijn schoot meegenomen had!"
+
+Dan stamelde zij nog slechts doffe jammerklachten.
+
+"O, als u eens wist, wat voor verstandige dingen die arme menschen
+gezegd hebben, om me over te halen weg te gaan. Een arbeidster zooals
+ik, op wie haar werk lag te wachten, moest naar Parijs terugkeeren; en
+ik had geen geld om mijn retourbillet te laten verloopen; ik moest den
+trein van tien minuten over half vier nemen... Zij hebben ook gezegd
+dat je, wanneer je niet rijk was, de dingen moest nemen, zooals ze
+vielen. Maar de rijken houden hun dooden bij zich en doen daarmee wat
+zij willen. Ik herinner me niets meer. Ik wist niet eens het uur van
+vertrek, nooit zou ik in staat geweest zijn het station te vinden. Na
+de begrafenis op een plek, waar twee boomen stonden, hebben alweer
+die arme menschen mij half gek daar vandaan meegenomen en me juist
+op het oogenblik, dat de trein vertrok, in den wagon geholpen... Maar
+wat een pijn, het is precies, alsof mijn hart onder den grond gebleven
+is. Het is verschrikkelijk, God, het is verschrikkelijk!"
+
+"Arme vrouw!" prevelde Marie. "Houd moed, vraag aan de Heilige Maagd
+om bijstand, dien zij den bedroefden nooit weigert."
+
+Toen doorschokte een aanval van woede haar heele lichaam.
+
+"Dat is niet waar! De Heilige Maagd lacht me uit, de Heilige Maagd is
+een leugenaarster!... Waarom heeft zij mij bedrogen? Nooit zou ik naar
+Lourdes gegaan zijn, als ik in een kerk die stem niet gehoord had. Mijn
+kindje zou nog leven, misschien zouden de dokters het redden... Ik,
+die voor niets ter wereld naar den pastoor geloopen zou zijn! Of ik
+gelijk had! Er is geen Heilige Maagd! Er is geen lieve God!"
+
+Zonder berusting, zonder illusie, zonder hoop ging zij voort, lasterde
+met de echte ruwheid van het volk tegen God, schreeuwde haar smart
+zoo woest uit, dat zuster Hyacinthe tusschenbeide moest komen.
+
+"Zwijg, ongelukkige. De goede God straft u door uw wond nog meer te
+laten bloeden."
+
+De scène had lang geduurd, en toen zij in volle vaart Riscle
+voorbijstoomden, klapte zij opnieuw in haar handen en gaf het teeken,
+dat ze Laudate, laudate Mariam! [21] moesten zingen.
+
+"Komt, kinderen, allemaal tegelijk en uit volle borst."
+
+
+ Au ciel et sur terre
+ Que toutes les voix
+ Pour vous, o ma Mère,
+ Chantent à la fois
+ Laudate, laudate, laudate Mariam.
+
+
+Nu zij overstemd werd door dit lied der liefde, snikte madame Vincent
+alleen nog maar in haar handen; zij was krachteloos, kon nog slechts
+zacht stamelen als een arme, door smart en uitputting stompzinnig
+geworden vrouw.
+
+In den wagon begonnen na het lied de anderen zich ook moede te
+gevoelen. De zoo levendige zuster Hyacinthe en de zachte, ernstige
+kleine zuster Claire des Anges waren nog de eenigen, die Lourdes
+verlaten hadden, zooals zij er gekomen en er geweest waren: dezelfde
+opgewektheid van altijd, dezelfde aan alles gewende, alles overwinnende
+kalmte, die haar met haar witte schorten en haar witte kapjes nooit
+verliet. Madame de Jonquière, die in vijf nachten zoo goed als niet
+geslapen had, deed alle mogelijke moeite om haar arme oogen open te
+houden; toch was zij verrukt over de reis en ging zij naar huis met
+de groote vreugde in haar hart een man voor haar dochter gevonden te
+hebben en het mooiste wonder mede te nemen, een wonderdadig genezene,
+over wie de heele wereld spreken zou. Zij nam zich voor dien nacht
+eens lekker te slapen ondanks de harde schokken van den wagon, hoewel
+zij zich toch ongerust begon te maken over la Grivotte, die zij zoo
+vreemd, zoo opgewonden, zoo verwilderd vond met haar doffe oogen en
+de violette plekken op haar wangen. Tienmaal had zij getracht haar
+wat te kalmeeren, zonder echter gedaan te kunnen krijgen, dat zij
+met gevouwen handen en gesloten oogen stil bleef zitten. Gelukkig
+baarden de andere zieken haar geen zorg, allen voelden zij zich
+verlicht of anders zóó moe, dat zij reeds indommelden. Elise Rouquet
+had een zakspiegel gekocht, een grooten, ronden spiegel, waarin zij
+niet moede werd te kijken. Zij vond zich mooi, constateerde, dat van
+minuut tot minuut de genezing vorderde, en wel met een coquetterie,
+die haar, nu haar monsterachtig gezicht wat menschelijker werd, haar
+lippen spitsen en een glimlachje probeeren deed. Sophie Couteau zat
+lief te spelen; zij had, nu zij merkte, dat niemand meer vroeg haar
+voet te zien, uit eigen beweging haar schoenen uitgetrokken en zeide
+telkens, dat zij een steentje in haar kous had; maar toen toch niemand
+eenige aandacht aan dat door de Heilige Maagd genezen voetje schonk,
+nam zij het in haar handen, streelde het en scheen het heerlijk te
+vinden het aan te raken en ermede te spelen.
+
+Mijnheer de Guersaint was opgestaan en keek, leunend tegen het beschot,
+naar mijnheer Sabathier.
+
+"Vader, vader," riep plotseling Marie, "kom eens kijken naar die
+groote kras in het hout. Die is natuurlijk van het ijzeren beslag
+van mijn wagentje!"
+
+Dit teruggevonden teeken maakte haar zoo gelukkig, dat zij een
+oogenblik het heimelijke verdriet, dat zij scheen te willen verzwijgen,
+vergat. Evenals madame Vincent in tranen uitgebarsten was bij het
+zien van de leeren riemen, waarmede haar dochtertje gespeeld had, zoo
+kon zij een kreet van vreugde niet onderdrukken, nu zij die kras zag,
+welke haar herinnerde aan haar lang martelaarschap, aan die voor goed
+verdwenen, als een booze droom vervlogen pijnen.
+
+"Te denken, dat ik nauwlijks vier dagen geleden daar nog lag en mij
+niet verroeren kon; en nu loop ik, sta ik en voel ik mij zoo gezond!"
+
+Pierre en mijnheer de Guersaint lachten haar toe, terwijl mijnheer
+Sabathier, die haar woorden ook gehoord had, langzaam zeide:
+
+"Het is zoo, je laat een beetje van je zelf, van je lijden, van je
+hoop in de dingen van je omgeving achter, en wanneer je ze terugvindt,
+spreken ze tegen je, zeggen ze je telkens weer die dingen, die je
+bedroefd of gelukkig maken."
+
+Berustend en zich in zijn lot schikkend was hij sedert het vertrek
+uit Lourdes stil in zijn hoekje blijven zitten; zelfs zijn vrouw had,
+wanneer zij zijn beenen toedekte en hem vroeg of hij pijn had, geen
+woord uit hem kunnen krijgen. Hij had geen pijn, maar was door een
+onoverwinlijke neerslachtigheid aangegrepen.
+
+"Neem mij nu bijvoorbeeld eens," ging hij voort. "Op de lange heenreis
+heb ik den tijd gedood met het tellen van de friesen op het plafond. Er
+waren er dertien van de lamp tot het portier. Ik heb ze nu weer geteld,
+en er zijn er nog altijd dertien, natuurlijk... Zoo is het ook met die
+koperen knop naast me. U kunt niet begrijpen, hoeveel droomen ik in
+den nacht, dat mijnheer de abbé ons de geschiedenis van Bernadette
+voorgelezen heeft, voor mezelf gedroomd heb, toen ik dat ding zoo
+zag glanzen. Ja, ik zag me genezen, ik maakte de reis naar Rome,
+waarover ik nu al twintig jaar lang praat, liep de heele wereld af;
+enfin allerlei dwaze, maar toch heerlijke droomen. En nu we naar
+Parijs teruggaan, zijn er nog dertien friesen, glimt de knop nog,
+en dat alles zegt me nu, dat ik weer met mijn doode beenen op deze
+bank lig... Nu is het uitgemaakt, ik ben en blijf een arm, oud dier,
+waarmee het afgeloopen is."
+
+Twee dikke tranen kwamen in zijn oogen, hij doorleefde blijkbaar een
+vreeselijk moeilijk uur. Doch dan richtte hij zijn grooten, vierkanten
+kop met de jukbeenderen, die een zoo hardnekkig geduld verrieden,
+weer op.
+
+"Dit is nu de zevende maal, dat ik naar Lourdes geweest ben, en de
+Heilige Maagd heeft mij niet verhoord. Maar dat doet niets ter zake
+en zal mij niet weerhouden het volgend jaar weer te gaan. Misschien
+zal zij dan zoo genadig zijn mijn gebed te verhooren."
+
+Hij was niet in opstand; en Pierre stond, toen hij hem zoo hoorde
+praten, verstomd over die hardnekkige lichtgeloovigheid, die
+ondanks alles telkens weer in dezen geestelijk zoo ontwikkelden man
+opbloeide. Uit welk een vurige begeerte naar genezing en naar leven
+waren dat niet willen zien van de werkelijkheid, dat blind willen
+zijn geboren? Hij bleef halsstarrig volhouden gered te zullen worden,
+tegen alle waarschijnlijkheid in en niettegenstaande de proef met het
+wonder reeds zoo dikwijls mislukt was; ja zelfs ging hij zoover om
+dit nieuwe echec toe te schrijven aan zijn verstrooidheid bij de Grot,
+aan een blijkbaar onvoldoend berouw, aan allerlei kleine zonden, die
+hem het misnoegen der Heilige Maagd op den hals gehaald hadden. Hij
+nam zich reeds voor het volgend jaar, alvorens naar Lourdes te gaan,
+ergens een novene [22] te houden.
+
+"Tusschen twee haakjes," ging hij voort, "hebt u het geluk gehoord,
+dat mijn plaatsvervanger gehad heeft? U weet wel, die teringlijder,
+voor wien ik de vijftig francs reisgeld betaald heb, toen ik mij in
+de Hospitalité liet opnemen... Welnu die is radicaal genezen!"
+
+"Heusch, een teringlijder?" riep mijnheer de Guersaint uit.
+
+"Waarachtig, mijnheer, volkomen genezen als in een handomdraaien... Ik
+had hem zoo minnetjes, zoo geel, zoo uitgeteerd gezien, en hij is me
+zoo gezond als een visch in het Hôpital komen opzoeken. Ik heb hem
+toen nog honderd sous gegeven."
+
+Pierre moest een glimlach onderdrukken, want hij had van dr. Chassaigne
+de ware toedracht der zaak gehoord. De genezene in quaestie was een
+simulant, dien men ten slotte op het geneeskundig bureau ontmaskerd
+had. Het moest minstens al het derde jaar geweest zijn, dat hij zich
+daar aanmeldde, den eersten keer voor een verlamming, den tweeden keer
+voor een gezwel, beide malen eveneens volkomen genezen. Iederen keer
+had hij zich laten logeeren en voeden en was, overladen met aalmoezen,
+weggegaan. Hij was een oud ziekenverpleger, grimeerde zich een kop,
+die het beste bij zijn kwaal paste, met zoo'n groote handigheid,
+dat een toeval dr. Bonamy te hulp had moeten komen, om het bedrog
+te ontmaskeren. De paters hadden een volkomen stilzwijgen over
+de zaak geëischt. Waarom deze schandelijke daad over te leveren
+aan den spot der couranten? Wanneer zij dergelijke schelmerijen
+ontdekten, vergenoegden zij er zich mede den schuldige te doen
+verdwijnen. Simulanten kwamen trouwens zeer weinig voor ondanks de
+verhalen, die door Voltairianen over Lourdes verspreid waren. Helaas
+waren, buiten het geloof, domheid en onwetendheid meer dan voldoende.
+
+Mijnheer Sabathier was zeer onder den indruk van het feit, dat de
+hemel den man, die op zijn kosten gekomen was, had genezen, terwijl hij
+krachteloos en in denzelfden deerniswaardigen toestand terugkeerde. Hij
+zuchtte en zeide niet zonder een zweempje afgunst in zijn berusting:
+
+"Enfin, wat zal je eraan doen? De Heilige Maagd moet toch het beste
+weten wat zij doet. Noch u, noch ik zullen haar rekenschap van haar
+daden vragen. Wanneer het haar behagen zal een blik op mij te werpen,
+zal zij mij altijd aan haar voeten vinden."
+
+Te Mont-de-Marsan liet zuster Hyacinthe na het Angelus de vijf droeve
+mysteriën bidden: Jezus in den tuin van den olijfberg, Jezus gegeeseld,
+Jezus met de doornenkroon, Jezus zijn kruis dragend, Jezus stervend
+aan het kruis. Vervolgens werd in den wagon het avondmaal gebruikt,
+want de trein zou niet voor elf uur te Bordeaux stoppen. Alle manden
+der pelgrims waren volgepropt met mondvoorraad, ongerekend de melk, de
+bouillon, de chocolade en de vruchten, die zuster Saint-François uit
+den kantinewagen had laten brengen. Alles werd broederlijk verdeeld;
+men at van zijn knieën, in het kort het was een maaltijd, waarvoor
+ieder zijn aandeel leverde. En toen men klaar was, pakte men de rest
+van het brood en de vette papieren weer in.
+
+"Kinderen," zeide zuster Hyacinthe, toen zij Morceux voorbijstoomden;
+"het avondgebed!"
+
+Nu volgde een verward gegons van stemmen: Pater's, Ave's, een
+boetedoening, een geheel zich toevertrouwen aan God, aan de Heilige
+Maagd, aan de heiligen, een dankzegging voor den gelukkigen dag,
+besloten met een gebed voor de levenden en voor de gestorven
+geloovigen.
+
+"Ik zeg nu vast maar vooruit, dat ik, als we om tien uur Lamothe
+passeeren, stilte bevelen zal. Maar ik hoop, dat u allen verstandig
+zult zijn en dat we u niet in slaap behoeven te wiegen."
+
+Deze woorden verwekten gelach. Het was nu half negen. Langzaam was de
+avond op het veld neergedaald. Alleen over de heuvels lag nog de vage,
+scheidende schemering, terwijl de lage landen reeds met een donker
+laken bedekt waren. De trein reed in volle vaart door een uitgestrekte
+vlakte; er was niets meer te zien dan die zee van donkerte, waarin
+hij voortjoeg onder den donkerblauwen, met sterren bezaaiden hemel.
+
+Sedert eenige oogenblikken keek Pierre verwonderd naar la
+Grivotte. Terwijl de pelgrims en de zieken reeds indommelden, opgepakt
+tusschen de bagage, die door het aanhoudende schokken slingerde,
+was zij rechtop gaan staan en klemde zich als na een plotselingen
+angst krampachtig vast aan het tusschenschot. In het bleeke, gele,
+dansende licht van de lamp scheen zij weer magerder geworden te zijn,
+terwijl haar gelaat weer lijkkleurig zag en door pijn vertrokken werd.
+
+"Pas op, madame, zij valt," riep de priester tegen madame de Jonquière,
+die door haar slaap bijna overmand werd.
+
+Zij sprong haastig op, maar zuster Hyacinthe had zich nog vlugger
+omgedraaid en ving la Grivotte, die door een hevige hoestbui overvallen
+werd, in haar armen op. Vijf minuten lang werd de ongelukkige door
+zoo'n hoest geschud, dat haar arm lichaam ervan kraakte. Dan kwamen
+er roode draden uit haar mond en kreeg zij een hevige bloedspuwing.
+
+"Lieve God, nu begint het weer," riep madame de Jonquière wanhopig. "Ik
+vermoedde het wel, ik was er wel bang voor, toen ik haar zoo vreemd
+zag doen... Wacht, ik zal naast haar gaan zitten!"
+
+Zuster Hyacinthe wilde daar echter niet van hooren.
+
+"Neen, neen, madame u gaat wat slapen, ik zal waken... U bent het
+niet gewend en zoudt ten slotte zelf ook nog ziek worden."
+
+Zij ging zitten en hield het hoofd van la Grivotte, wier bloederige
+lippen zij schoon maakte, tegen haar schouder. De aanval bedaarde,
+maar de zwakte kwam zóózeer terug, dat de ongelukkige nauwlijks
+de kracht had om te stamelen: "O, het is niets, het is heelemaal
+niets... Ik ben genezen, genezen, heelemaal genezen!"
+
+Pierre was geheel van streek. Die verpletterende instorting had den
+geheelen wagon met ontzetting vervuld. Velen stonden op en keken
+angstig over de tusschenschotten. Dan doken allen weer in het hoekje
+terug, niemand sprak, niemand verroerde zich meer. Pierre dacht aan
+het interessante medische geval, dat dit meisje bood: de daarginds
+herstelde krachten, de groote eetlust, de lange wandelingen, haar
+stralend gezicht, haar dansende ledematen; en nu weer dat opgeven van
+bloed, die hoest, dat loodkleurige gezicht, de brutale terugkeer van de
+ziekte, die ondanks alles overwon. Was dit soms een bijzondere soort
+tering, die door neurose gecompliceerd werd? Of was het een andere
+ziekte, een onbekende kwaal, die rustig haar gang ging te midden
+van tegenstrijdige diagnosen? De zee van onwetendheid en dwalingen
+begon, die duisternis, waarin de menschelijke wetenschap nog steeds
+rondspartelt. Hij zag dr. Chassaigne weer minachtend zijn schouders
+ophalen, terwijl dr. Bonamy kalm voortging de genezingen vast te
+stellen in de absolute zekerheid, dat niemand hem de onmogelijkheid van
+zijn wonderen zou kunnen bewijzen, evenmin als hij er de mogelijkheid
+van kon aantoonen.
+
+"O, ik ben niet bang," stamelde la Grivotte nog steeds, "zij hebben
+het me daar allemaal gezegd, ik ben genezen, volkomen genezen!"
+
+De wagen rolde, rolde in den zwarten nacht. Ieder maakte het zich
+zoo makkelijk mogelijk, om te kunnen slapen. Men dwong madame Vincent
+op de bank te gaan liggen, gaf haar een kussen, waarop zij haar arm,
+pijnlijk hoofd kon leggen, en zij, die gedwee en volgzaam als een kind
+geworden was, dommelde nu in, in de gevoelloosheid en verdooving van
+een nachtmerrie, terwijl dikke, stille tranen uit haar gesloten oogen
+bleven rollen. Ook Elise Rouquet had een bank voor zichzelf, maakte
+zich gereed om erop te gaan liggen, maar, nog steeds in haar spiegel
+kijkend, maakte zij eerst groot nachttoilet, knoopte het zwarte doekje,
+dat gediend had om haar wond te verbergen, over haar hoofd en keek
+of zij nu met haar geslonken lip mooi was. En weer zag Pierre tot
+zijn verbazing, hoe die wond, zoo niet genezen, dan toch op weg van
+beterschap was, hoe thans dat afzichtelijke gezicht van drie dagen
+geleden toonbaar was. De zee der onzekerheden begon opnieuw. Was het
+soms geen echte lupus? Was het misschien een onbekende soort tumor van
+hysterischen oorsprong? Of moest men aannemen, dat sommige onvoldoend
+bestudeerde lupusgevallen, die voortkwamen uit een slechte voeding van
+de huid, door een hevigen moreelen schok genezen konden worden? Het
+was een wonder, wanneer hij tenminste na drie weken, drie maanden,
+drie jaar niet terugkwam, zooals de tering bij la Grivotte.
+
+Het was tien uur. De geheele wagon dommelde toen men Lamothe
+verliet. Zuster Hyacinthe, die het hoofd van de in slaap gevallen
+Grivotte op haar knieën hield, kon niet opstaan; zij vergenoegde zich
+om, voor den vorm, met een zachte stem, die in het gedreun der wielen
+verloren ging, te zeggen:
+
+"Stilte, kinderen, stilte!"
+
+Maar iets bleef er in een compartiment ernaast bewegen; een geluid,
+dat haar irriteerde en dat zij ten slotte begreep.
+
+"Sophie, wat beteekent dat getrap tegen de bank? Je moet gaan slapen,
+kindlief."
+
+"Ik trap niet, zuster, het is een sleutel, die onder mijn schoen
+gerold is."
+
+"Wat, een sleutel? Geef mij dien."
+
+Zij bekeek hem: een armoedige, heel oude, zwartachtige, door het
+gebruik versleten sleutel, welks opnieuw gesoldeerde ring nog het
+teeken daarvan droeg. Iedereen had in zijn zakken gevoeld, niemand
+had een sleutel verloren.
+
+"Ik heb hem in den hoek gevonden," zeide Sophie. "Hij zal zeker van
+dien man zijn."
+
+"Welke man?" vroeg zuster Hyacinthe.
+
+"Van den man, die daar gestorven is."
+
+Men had hem reeds vergeten. Zuster Hyacinthe herinnerde zich nu: ja,
+ja, hij was zeker van dien man, want zij had iets hooren vallen, toen
+zij zijn gezicht afveegde. Zij keerde den sleutel om, bleef ernaar
+kijken, steeds weer was het denzelfde leelijke, armoedige sleutel,
+de nu nuttelooze sleutel, die nooit meer het onbekende slot, dat daar
+ergens in de wijde wereld zich bevond, openen zou. Even dacht zij
+er in een soort medelijden met dat zoo nederige, zoo geheimzinnige
+stukje ijzer, al wat er van den man nog over was, over om den sleutel
+in haar zak te steken, maar dan kwam de godvruchtige gedachte in haar
+op, dat men zich aan niets op deze aarde moet hechten, en door het
+half openstaande raampje wierp zij den sleutel weg, die neerviel in
+den zwarten nacht.
+
+"Sophie, nu niet meer spelen, maar gaan slapen," zeide zij
+nogmaals. "En nu stilte, kinderen, stilte!"
+
+Eerst na het korte oponthoud te Bordeaux tegen half twaalf keerde
+de slaap terug en deed den geheelen wagon indommelen. Madame de
+Jonquière had den strijd niet langer kunnen volhouden, haar hoofd
+lag tegen het houten beschot, zij scheen gelukkig ondanks haar
+vermoeidheid. De Sabathiers sliepen eveneens, zonder bijna adem te
+halen, terwijl er ook geen geluid meer kwam uit het compartiment,
+waarin Sophie Couteau en Elise Rouquet tegenover elkaar op de banken
+lagen. Nu en dan steeg er even een doffe jammerklacht op, een gil
+van angst of schrik, welke van de lippen van madame Vincent kwam,
+die blijkbaar benauwd droomde. Alleen zuster Hyacinthe had eigenlijk
+haar oogen niet dicht; zij maakte zich erg ongerust over la Grivotte,
+die thans onbeweeglijk, als dood, moeilijk en reutelend lag te ademen.
+
+Van het eene einde van die rijdende slaapzaal, die door het
+slingeren van den met vollen stoom rijdenden trein hevig geschokt
+werd, gaven de zieken en pelgrims zich geheel aan den slaap over:
+beenen en hoofden hingen heen en weer te slingeren in het bleeke,
+dansende lamplicht. Achter in den wagon, in het compartiment der
+tien vrouwlijke pelgrims, was het een jammerlijk mengelmoes van arme,
+leelijke, oude en jonge gezichten, die de slaap aan het eind van een
+lied, toen zij haar monden nog wijd open hadden, overweldigd had. En
+een groot medelijden steeg op met die arme, deerniswaardige, moede
+menschen, uitgeput door vijf dagen van krankzinnige verwachtingen,
+van eindelooze extase, en die nu den volgenden dag weer zouden ontwaken
+tot de harde werkelijkheid van het leven.
+
+Toen voelde Pierre zich als alleen met Marie. Zij had zich niet op de
+bank willen uitstrekken, zeide, dat zij in die zeven jaar lang genoeg
+gelegen had, en hij was, om mijnheer de Guersaint, die na Bordeaux weer
+in zijn diepen kinderslaap gevallen was, wat meer ruimte te geven,
+naast haar komen zitten. Het lamplicht hinderde haar, hij trok het
+schermpje dicht, zoodat zij nu in het halfdonker, een doorzichtig,
+prettig half-donker zaten. Op dit oogenblik reed de trein blijkbaar
+door een vlakte, hij gleed door den nacht als in een eindelooze
+vlucht met een groot en regelmatig vleugelgeklap. Door het raampje,
+dat zij neergelaten hadden, kwam een heerlijke koelte uit de donkere,
+onpeilbare velden, waarin zelfs niet het kleinste, verloren licht
+van een dorpje scheen. Een oogenblik had hij zich tot haar gewend en
+gezien, dat zij haar oogen gesloten hield. Maar hij voelde als bij
+instinct, dat zij niet sliep, maar genoot van die diepe rust in dit
+donderachtige geratel van den in de diepe duisternis voortjagenden
+trein; en evenals zij sloot hij zijn oogen en droomde langen tijd.
+
+Nog eenmaal rees het verleden voor hem op, het kleine huisje te
+Neuilly, de kus, dien zij elkaar bij de bloeiende haag onder de bezonde
+boomen gegeven hadden. Wat lag die tijd al ver achter hem, maar welk
+een geur had zijn geheele leven daarvan bewaard! Dan herinnerde hij
+zich met bitterheid den dag, waarop hij priester geworden was. Nooit
+zou zij vrouw worden, en hij had erin toegestemd geen man meer te zijn;
+dat echter zou hun eeuwig ongeluk worden, nu de natuur in haar ironie
+van haar weer een echtgenoote en een moeder maakte. Had hij nu nog zijn
+geloof behouden, dan zou hij daarin de eeuwige vertroosting gevonden
+hebben. Maar vergeefs had hij alle pogingen in het werk gesteld om
+het te heroveren: zijn reis naar Lourdes; zijn gebeden voor de Grot;
+zijn hoop, een oogenblik, dat hij ten slotte weer zou gaan gelooven,
+indien Marie door het wonder genezen werd; dan de totale, onherstelbare
+ineenstorting, toen de aangekondigde genezing zich op wetenschappelijke
+wijze voltrokken had. En hun zoo reine en zoo smartelijke idylle, de
+lange geschiedenis van hun in tranen gedrenkte liefde ontrolde zich
+ook voor zijn oogen. Zij zelf, die zijn droef geheim doorgrond had,
+was slechts naar Lourdes gegaan om den hemel het wonder van zijn
+bekeering te vragen. Toen zij gedurende de fakkelprocessie alleen
+gebleven waren onder de boomen in den geur der onzichtbare rozen,
+hadden zij, geheel in elkaar opgaande, met den vurigen wensch voor
+elkanders genezing, voor elkaar gebeden. Vóór de Grot nog had zij
+de Heilige Maagd gesmeekt haar te vergeten en hem te redden, wanneer
+zij slechts één gunst van haar goddelijken Zoon verkrijgen kon.
+
+Toen zij genezen, buiten zichzelf, omhooggevoerd door liefde en
+dankbaarheid, het wagentje gereden had naar de Basilica, had zij
+gedacht, dat zij verhoord was, had zij hem haar vreugde toegeschreeuwd,
+dat zij beiden, beiden gered waren! O, die leugen, die leugen uit
+barmhartigheid en liefde, de dwaling, waarin hij haar sedert dat
+oogenblik hield, hoe zwaar drukten die op zijn hart! Dat was de zware
+steen, die hem nu in zijn vrijwillig graf inmetselde. Hij herinnerde
+zich de afschuwelijke crisis, waaraan hij bijna gestorven was, in de
+donkerte van de Crypt, zijn snikken, zijn woedend verzet eerst, zijn
+verlangen haar voor zich alleen te behouden, haar te bezitten, omdat
+hij wist, dat zij hem toebehoorde; hij herinnerde zich dien grommenden
+hartstocht van zijn herleefd man-zijn, die daarna langzamerhand weer
+tot kalmte gekomen was, verdronken in zijn tranen; hij herinnerde
+zich, hoe hij, om de goddelijke illusie in haar niet te vernietigen en
+toegevend aan een broederlijk medelijden, den heldhaftigen eed gezworen
+had haar voor te liegen, den eed, waardoor hij nu ten gronde ging.
+
+Pierre huiverde in zijn droomerig gepeins. Zou hij de kracht hebben
+altijd dien eed te houden? Had hij, toen hij op het station stond
+te wachten, niet een ongeduld in zijn hart gevoeld, een jaloersch
+verlangen om dat door haar al te zeer geliefde Lourdes te verlaten, in
+de vage hoop, dat zij, verre van daar, tot hem terug zou keeren? Was
+hij geen priester geweest, dan zou hij met haar getrouwd zijn. Welk
+een verrukking, welk een leven vol zalig geluk zich geheel aan haar
+te mogen geven, haar geheel tot de zijne te maken, te herleven in het
+kind, dat zij hem schenken zou. O, er bestond geen ander geluk dan het
+bezit, dan het leven, dat nieuw leven schept. En zijn droom dwaalde af:
+hij zag zich getrouwd, en dat vervulde hem met zoo'n groote vreugde,
+dat hij zich afvroeg, waarom die droom niet te verwezenlijken was. Zij
+had nog de onschuld van een tienjarig kind, hij zou haar onderwijzen,
+haar ziel opnieuw vormen. Zij zou begrijpen, dat de genezing, die zij
+meende te danken te hebben aan de Heilige Maagd, afkomstig was van
+de eenige Moeder, de reine en onpartijdige natuur. Doch naarmate hij
+al deze dingen overlegde, kwam er een soort heilige angst in hem op,
+die zijn oorsprong had in zijn godsdienstige opvoeding. Groote God,
+wist hij, of dit menschen-geluk, waarmede hij haar overstelpen wilde,
+ooit de heilige onwetendheid, de kinderlijke onschuld, waarin zij
+thans leefde, zou kunnen evenaren? Welke bittere verwijten later,
+als zij niet gelukkig was? Welk een gewetensdrama, de soutane af te
+werpen, de wonderdadig genezene te huwen, haar geloof zóó geheel te
+verwoesten, om haar te doen toestemmen in die heiligschennis! En toch,
+daarin lag de dapperheid, daarin lag het leven, de rede; de ware man,
+de ware vrouw, de noodzakelijke en groote vereeniging. Waarom toch,
+groote God, durfde hij niet? Een onmetelijke droefheid kwam in zijn
+droom; hij hoorde nu nog slechts het lijden van zijn arm hart.
+
+De trein joeg voort met zijn groot klapgewiek, steeds was nog alleen
+zuster Hyacinthe wakker in den door slaap overmanden wagon. Op dat
+oogenblik boog Marie zich naar Pierre toe en zeide zacht:
+
+"Het is vreemd, ik val om van moeheid, en toch kan ik niet slapen."
+
+En dan met een onderdrukt lachje:
+
+"Ik heb Parijs in mijn hoofd."
+
+"Parijs?"
+
+"Ja, ja, ik bedenk, dat het mij verwacht, dat ik daarheen zal
+terugkeeren... O, wat zal ik in dat Parijs, waarvan ik niets ken,
+leven!"
+
+Dat gaf Pierre een steek door zijn hart. Hij had het wel voorzien, zij
+kon niet meer voor hem zijn, zij zou aan anderen toebehooren. Parijs
+zou haar weer aan hem ontnemen, als Lourdes haar aan hem teruggaf. En
+hij stelde zich voor, hoe dat onwetende kind zich tot vrouw zou
+ontwikkelen. Het kleine witte zieltje, dat bij het groote meisje van
+drie-en-twintig jaar onberoerd gebleven was, het zieltje, dat haar
+ziekte ver van het leven, ver van de romans zelfs gehouden had, zou,
+nu het zijn vrije vlucht hernam, heel gauw rijp zijn. Hij zag het jonge
+meisje lachend, gezond, overal heengaand, kijkend, leerend en... op een
+goeden dag den echtgenoot ontmoeten, die haar opvoeding voltooien zou.
+
+"Dus stel je je voor je te Parijs nogal te amuseeren?"
+
+"Ik? Hoe kom je eraan? Wij zijn toch niet rijk genoeg om daaraan te
+kunnen denken... Neen, ik dacht aan mijn zuster Blanche, ik vroeg
+mijzelf af, wat ik te Parijs zou kunnen doen, om haar taak wat te
+verlichten. Zij is zoo goed, zij slooft zich zoo af, ik wil niet,
+dat zij alleen het brood voor ons blijft verdienen."
+
+En na een nieuwe stilte, toen hij zelf, te ontroerd, bleef zwijgen:
+
+"Vroeger, voordat ik die erge pijnen had, kon ik vrij aardig
+miniatuurtjes schilderen. Herinner je je nog, dat ik een vrij goed
+gelijkend portret van vader gemaakt heb, dat iedereen zoo mooi
+vond... Je wilt me zeker wel helpen om werk voor mij zien te krijgen?"
+
+Dan begon zij over het nieuwe leven, dat zij zou leiden. Zij wilde
+haar kamer mooier inrichten en die van haar eerste spaarduitjes met
+blauwgebloemd creton opsieren. Blanche had haar wel eens verteld van
+dien grooten winkel, waarin je alles zoo goedkoop krijgen kon. Het
+zou zoo leuk zijn met Blanche uit te gaan en overal rond te kijken,
+want zij kende niets, had nooit iets gezien, in de zeven jaar, dat
+zij aan haar ziekbed gekluisterd was. Pierre, die eenigszins kalmer
+geworden was, begon opnieuw te lijden, nu hij die vurige levenslust,
+die begeerte om alles te zien, te leeren kennen, in haar ontdekte. Dat
+was eindelijk het ontwaken der vrouw, die zij worden moest, die hij
+vroeger in haar geraden en in het kind liefgehad had, een heerlijk
+schepsel van vroolijkheid en hartstocht met haar bloeienden mond,
+haar sterre-oogen, haar melkblanken tint, haar gouden lokken, stralend
+van levensvreugde.
+
+"O, ik zal werken, ik zal werken! En dan, je hebt gelijk Pierre, ik zal
+mij amuseeren ook, want het is toch geen zonde, om vroolijk te zijn."
+
+"Neen, zeker niet, Marie!"
+
+"'s Zondags gaan we naar buiten, heel ver weg, naar de bosschen,
+waar mooie boomen zijn... En we gaan ook naar de comedie, als papa
+ons meeneemt. Ze hebben me verteld, dat er veel stukken zijn, die je
+gerust zien kan. Maar dat is trouwens niet het voornaamste. Als ik
+maar uit ga, in de straten ben en alles zien kan, dan zal ik al zoo
+gelukkig zijn en tevreden thuis komen!... Het is zoo heerlijk om te
+leven, niet, Pierre?"
+
+"Ja, Marie, het is heel heerlijk!"
+
+Hij voelde iets als een doodsrilling over zich gaan; het berouw, geen
+man meer te zijn deed hem als in doodsangst ineenkrimpen. Waarom zeide
+hij, nu zij hem met haar prikkelende argeloosheid zoo in verleiding
+bracht, haar de waarheid niet, die hem als lood drukte. Hij zou haar
+dan hebben kunnen nemen, hebben kunnen veroveren. Nooit had zijn
+hart, nooit had zijn wil een moeilijker strijd te strijden gehad. Een
+oogenblik stond hij op het punt de niet meer te herroepen woorden
+uit te spreken.
+
+Doch reeds ging zij op haar vroolijken kindertoon voort:
+
+"Kijk eens, hoe blij papa is zoo heerlijk te slapen!"
+
+Inderdaad sliep tegenover hen mijnheer de Guersaint op de bank met
+dezelfde gelukzalige uitdrukking op zijn gelaat, als wanneer hij in
+zijn bed gelegen had, zonder dat hij iets van de hevige schokken scheen
+te merken. Dat eentonige slingeren en stampen scheen trouwens slechts
+het wiegen te zijn, dat den slaap van den geheelen wagon nog zwaarder
+maakte. Het was een algeheele overgave, de volkomen vernietiging van
+het lichaam te midden van de eveneens in elkaar gezakte bagages,
+die als ingeslapen waren in het rookerige licht der lampen. Het
+rhythmisch geratel der wielen hield maar niet op in het onbekende
+donker, waarin de trein nog steeds voortsnelde. Een enkele maal,
+bij een station, onder een brug, stormde de wind van de vaart woest
+binnen, blies plotseling een storm. Dan begon het wiegende geratel
+weer, eentonig, eindeloos.
+
+Marie nam zacht Pierre's hand in de hare. Zij waren zoo verdwaald,
+zoo alleen te midden van al die door slaap overmande menschen, in
+dien grooten, dreunenden vrede van den in volle vaart door de vlakte
+jagenden trein. De triestheid, de triestheid, die zij tot dusver
+verborgen had, kwam terug en sluierde een donker floers over haar
+groote blauwe oogen.
+
+"Je gaat toch zeker dikwijls met ons mee, Pierre?"
+
+Hij had gerild, toen hij haar kleine hand de zijne had voelen
+drukken. Zijn hart lag op zijn lippen, hij besloot te spreken. Toch
+hield hij zich nog in en stamelde:
+
+"Marie, ik ben niet altijd vrij, een priester kan niet overal komen."
+
+"Een priester," herhaalde zij, "ja, ja, een priester; dat begrijp ik."
+
+En nu sprak zij, bekende zij het doodelijke geheim, dat sedert het
+vertrek haar hart benauwde. Zij boog zich nog dichter naar hem toe
+en zeide heel, heel zacht:
+
+"Luister eens, Pierre, ik ben troosteloos bedroefd. Ik zie eruit,
+alsof ik heel gelukkig ben, maar de dood is in mijn ziel... Je hebt
+me gisteren voorgelogen."
+
+Hij schrok, begreep haar eerst niet.
+
+"Heb ik je voorgelogen?"
+
+Een soort schaamtegevoel weerhield haar, zij aarzelde nog, nu zij op
+het punt stond af te dalen in dit gewetensmysterie, dat het hare niet
+was. Doch dan als vriendin, als zuster:
+
+"Ja, ja, je hebt me willen doen gelooven, dat je met mij gered
+was, en dat was niet waar, Pierre; je hebt je verloren geloof niet
+teruggevonden."
+
+Groote God, zij wist! Het was voor hem een troosteloosheid, een
+zoo verpletterende catastrophe, dat hij er zijn eigen kwelling door
+vergat. Eerst wilde hij in zijn leugen van broederlijke barmhartigheid
+volharden.
+
+"Daar is geen quaestie van, Marie. Hoe kom je op dat denkbeeld?"
+
+"O, beste jongen, zwijg toch, om Godswil! Het zou me nog maar meer
+pijn doen, als je me nog langer voorloog... Ik heb het gemerkt aan het
+station, toen we op het punt stonden weg te gaan, toen die ongelukkige
+man gestorven is. Die goede abbé Judaine is op zijn knieën gevallen,
+heeft gebeden gezegd voor de rust van die opstandige ziel. Ik heb
+alles gevoeld, alles begrepen, toen ik zag, dat jij niet neerknielde,
+dat het gebed niet ook naar jouw lippen opsteeg."
+
+"Maar heusch, Marie..."
+
+"Neen, neen, je hebt niet voor den doode gebeden, je gelooft niet
+meer... En dat is trouwens niet alles, het is alles wat ik als bij
+intuïtie voel, alles wat van jou tot mij spreekt, een wanhoop, die
+je niet verbergen kunt, een melancholie in je arme oogen, zoodra
+zij de mijne ontmoeten... De Heilige Maagd heeft mij niet verhoord,
+jou het geloof niet teruggegeven, en ik ben zoo diep ongelukkig."
+
+Zij weende, een warme traan viel op de hand van den priester, die
+zij nog altijd in de hare hield. Dat deed hem alle zelfbeheersching
+verliezen, hij streed niet langer, bekende, liet ook zijn tranen den
+vrijen loop, terwijl hij heel, heel zacht stamelde:
+
+"O, Marie, ik ben ook zoo ongelukkig, zoo diep ongelukkig!"
+
+Een oogenblik zwegen zij in hun wreed verdriet tusschen zich den
+afgrond van hun geloofsovertuigingen te voelen. Maar vooral het
+denkbeeld, dat zij voor eeuwig niet meer in staat zouden zijn om
+dichter bij elkaar te komen, nu de hemel zelf geweigerd had den band
+weer te knoopen, maakte hen wanhopig. Naast elkaar weenden zij over
+hun scheiding.
+
+"Ik," begon zij weer met door droefheid verstikte stem; "ik, die
+zoo gebeden had voor je bekeering; ik, die zoo gelukkig was... Ik
+had een gevoel, alsof jouw ziel geheel in de mijne was opgegaan;
+het was zoo heerlijk te weten, dat wij samen, samen gered waren. Ik
+voelde de krachten in mij om te leven, ja, de kracht om de geheele
+wereld uit haar voegen te rukken!"
+
+Hij bleef zwijgen, in een eindeloozen stroom vloeiden de tranen over
+zijn wangen.
+
+"Te moeten denken," ging zij voort; "dat ik alleen genezen ben,
+dat ik dat groote geluk gehad heb zonder jou. Jou zoo verlaten,
+jou zoo troosteloos eenzaam te zien, terwijl ik overstelpt ben door
+genade en vreugde, verscheurt mijn hart... O, wat is de Heilige Maagd
+streng geweest! Waarom heeft zij niet tegelijk met mijn lichaam jouw
+ziel genezen?"
+
+De laatste gelegenheid bood zich aan; hij had moeten spreken, eindelijk
+het licht der rede moeten laten schijnen voor dit onschuldige kind,
+haar het wonder moeten verklaren, opdat het leven, na in haar zijn werk
+van gezondheid volbracht te hebben, zijn triomf voltooien zou door hen
+in elkaars armen te werpen. Ook hij was genezen, want zijn verstand
+was van nu af aan gezond, en niet omdat hij zijn geloof, maar omdat
+hij haar verloren had, weende hij. Doch ondanks zijn groot verdriet
+maakte zich een onoverwinbaar medelijden van hem meester. Neen, neen,
+hij zou den vrede van die reine ziel niet storen, hij zou haar haar
+geloof niet ontnemen, dat eens misschien, te midden van al de smarten
+dezer wereld, haar eenige steun zijn zou. Van vrouwen en kinderen mag
+men het bittere heroïsme van het verstand niet verlangen. Hij voelde,
+dat hij niet de kracht; hij geloofde zelfs niet, dat hij het recht
+ertoe had. Het scheen hem een verkrachting, een afschuwlijke moord
+toe. En hij sprak niet, zijn tranen stroomden nog brandender in deze
+opoffering van zijn liefde, het wanhopige offer van zijn eigen geluk,
+opdat zij vertrouwend, onwetend, vroolijk blijven zou.
+
+"O, Marie, wat ben ik ongelukkig! Op de landwegen, in het bagno
+zijn er geen ongelukkigen, die ongelukkiger zijn dan ik... O, Marie,
+als je eens wist, hoe ongelukkig ik ben!"
+
+Ook zij verloor nu haar zelfbeheersching, nam hem in haar bevende
+armen, wilde hem door een zusterlijke omhelzing troosten. Op dat
+oogenblik raadde de vrouw, die in haar ontwaakte, als bij intuïtie
+alles, snikte ook zij om alle menschelijke en goddelijke wilskrachten,
+die hen scheidden. Zij had nog nooit aan die dingen gedacht, nu zag
+zij plotseling het leven met zijn hartstochten, zijn strijd, zijn
+lijden en zij zocht naar wat zij zeggen kon, om dat bloedende hart
+eenigszins tot kalmte te brengen; en diep bedroefd, dat zij niets
+kon vinden, dat zacht en zoet genoeg klonk, stamelde zij:
+
+"Ik weet het, ik weet het!"
+
+Dan vond zij het woord; en alsof wat zij te zeggen had, alleen maar
+door de engelen gehoord mocht worden, keek zij ongerust in den wagon
+rond. Maar het scheen, alsof de slaap hier nog zwaarder geworden
+was. Haar vader sliep nog steeds als een onschuldig klein kind. Geen
+der pelgrims, geen der zieken had zich ondanks het ruwe schudden, dat
+hen voortjoeg, bewogen. Zelfs zuster Hyacinthe had, toegevend aan de
+uitputting, die haar neerdrukte, haar oogen gesloten, na ook op haar
+beurt het lichtscherm over de lamp van haar compartiment getrokken te
+hebben. Er heerschte nu nog slechts een vaag half-donker, er waren
+tusschen de naamlooze, nauwlijks waarneembare voorwerpen, slechts
+onbestemde lichamen, die een stormwind, een razende vlucht voortjoeg
+in de duisternis. En zij wantrouwde ook dat zwarte landschap, welks
+onbekende vlakten aan beide zijden van den trein voorbijvlogen, zonder
+dat men zelfs wist, welke bosschen, welke rivieren, welke heuvels
+zij voorbijgingen. Zooeven waren eenige vonken opgedoken, misschien
+in de verte gelegen smidsen, kleine lampjes van arbeiders of zieken;
+maar nu reden zij weer in diepe duisternis, in de donkere, eindelooze,
+naamlooze zee, waarin men steeds verder kwam, overal en toch nergens.
+
+Nu bracht Marie in een kuische verlegenheid en blozende te midden
+van haar tranen, haar lippen aan Pierre's oor.
+
+"Luister, beste Pierre... Er bestaat een groot geheim tusschen
+de Heilige Maagd en mij. Ik had haar gezworen het aan niemand te
+zeggen. Maar jij bent te ongelukkig, jij lijdt te veel; zij zal het
+mij vergeven, als ik het jou toevertrouw."
+
+En dan nog zachter:
+
+"In den nacht van vurig gebed, je weet wel, in dien nacht van gloeiende
+extase, dien ik voor de Grot doorgebracht heb, heb ik mij door een
+gelofte gebonden, heb ik de Heilige Maagd beloofd haar het offer van
+mijn maagdelijkheid te brengen, als zij mij genas... Zij heeft mij
+genezen, en nooit, versta je Pierre, nooit zal ik trouwen."
+
+Welk een onverhoopt geluk! Hij dacht, dat een dauw op zijn arm,
+gemarteld hart viel. Het was een hemelsche tooverkracht, een zalige
+verrukking. Als zij niemand anders toebehoorde, zou zij dus altijd
+een klein beetje de zijne zijn. Hoe had zij zijn lijden begrepen,
+hoe had zij begrepen, wat zij zeggen moest, om het leven nog mogelijk
+voor hem te maken!
+
+Ook op zijn beurt wilde hij nu gelukkige woorden vinden, haar danken,
+haar beloven, dat ook hij haar steeds zou toebehooren, dat hij haar
+eeuwig zou liefhebben, zooals hij haar sedert haar jeugd liefhad,
+als het dierbare wezen, wier eenige kus voldoende geweest was om zijn
+geheele leven te verzachten. Maar zij verzocht hem te zwijgen, bang,
+dat dit zoo reine oogenblik bedorven zou worden.
+
+"Neen, neen, Pierre, laten we niets meer zeggen. Dat zou misschien
+verkeerd zijn... Ik ben erg moe, ik ga nu rustig slapen."
+
+Zij bleef haar hoofd tegen zijn schouder geleund houden, sliep
+dadelijk, als een zuster vol vertrouwen, in. Een oogenblik hield
+hij zich in dat smartelijke geluk van verzaking, dat zij samen
+genoten hadden, nog wakker. Ditmaal was het voorgoed uit, het offer
+was gebracht. Hij zou eenzaam leven, buiten het leven der verdere
+wereld. Nooit zou hij de vrouw kennen, nooit zou een ander levend
+wezen uit hem geboren worden. Hij had als troost nog slechts den
+trots op dien zelfgewilden zelfmoord.
+
+Doch dan werd de uitputting ook hem te machtig, zijn oogen vielen dicht
+en op zijn beurt sliep ook hij in. Zijn hoofd gleed wat naar beneden,
+zijn wang raakte de wang van zijn vriendinnetje, dat met haar voorhoofd
+tegen zijn schouder, heel rustig sliep. Hun haren strengelden zich
+dooreen. Haar koninklijke, haar gouden lokken waren half losgeraakt;
+zijn gezicht baadde er als het ware in, en hij droomde in den geur van
+haar lokkenpracht. Ongetwijfeld droomden zij beiden tegelijk denzelfden
+gelukzaligen droom, want beider liefdevolle gelaatstrekken hadden
+dezelfde verrukte uitdrukking, beiden lachten zij den engelen toe.
+
+De kuische en hartstochtelijke overgave, de onschuld van dezen
+toevalligen slaap bracht hen, in elkaars armen met hun vochtig-warme
+lippen, zoo dicht bij elkaar, terwijl hun ademhalingen zich aan
+elkaar paarden, evenals kleine naakte kindertjes, die in dezelfde
+wieg liggen. Dat was hun huwlijksnacht, de voltrekking van de
+geestelijke echtverbintenis, waarin zij in het vervolg zouden leven,
+een zalig wegzinken in het niet, nauwlijks een vluchtige droom van
+een mystieke inbezitneming van elkaar in dezen wagon van ellende en
+lijden, die voortrolde, steeds voortrolde in den zwarten nacht. Uren
+en uren verliepen, de wielen dreunden, de bagage schommelde aan de
+haken, terwijl uit de moede, opgehoopte lichamen slechts de groote
+vermoeienis, de ontzettende physieke slapheid opsteeg, die zich in
+het land der wonderen, waar de zielen te zeer overspannen worden,
+van hen had meester gemaakt.
+
+Om vijf uur, juist bij het opgaan der zon, werden plotseling allen
+wakker, toen zij dreunend een groot station binnenreden, overal klonk
+geroep van conducteurs, portieren werden opengeslagen, de menschen
+verdrongen zich naar buiten. Zij waren te Poitiers, de geheele wagon
+was te midden van een lawaai van stemmen, uitroepen en gelach op
+den been.
+
+De kleine Sophie Couteau moest hier uitstappen en nam nu afscheid. Zij
+gaf den dames een zoen, en klom zelfs over het tusschenschot om
+zuster Claire des Anges goeden dag te zeggen, die niemand meer
+gezien had sedert den vorigen avond, toen zij zwijgend en stil met
+haar mysterievolle oogen in haar hoekje verdwenen was. Dan kwam het
+kind weer terug, nam haar pakje en was vooral voor zuster Hyacinthe
+en madame de Jonquière één en al hartelijkheid.
+
+"Tot ziens, zuster; tot ziens, madame... Ik dank u hartelijk voor al
+uw vriendelijkheid."
+
+"Je moet het volgend jaar weer terugkomen, kindlief!"
+
+"Zonder mankeeren, zuster; dat is mijn plicht."
+
+"En gedraag je goed, lieve meid, zoodat de Heilige Maagd trotsch op
+je zijn kan."
+
+"Zeker, madame, zij is zoo goed voor mij geweest, en ik vind het zoo
+heerlijk haar weer terug te zien."
+
+Toen zij op het perron stond, bogen alle pelgrims van den wagon zich
+uit de raampjes en keken haar met gelukkige gezichten na.
+
+"Tot het volgend jaar! Tot het volgend jaar!"
+
+"Ja, ja, tot het volgend jaar!"
+
+Het ochtendgebed zou eerst te Châtellerault gezegd worden. Toen
+na het korte oponthoud te Poitiers de trein weer voortrolde in de
+frissche morgenlucht, zeide mijnheer de Guersaint vroolijk, dat
+hij, niettegenstaande de harde bank, geslapen had als een roos. Ook
+madame de Jonquière was dankbaar voor de heerlijke rust, waaraan
+zij zoo'n behoefte had, ofschoon zij zich wel een beetje schaamde,
+dat zij zuster Hyacinthe alleen had laten waken bij la Grivotte,
+die rilde van de koorts en telkens weer een hoestbui had. De andere
+vrouwelijke pelgrims maakten een beetje toilet, de tien vrouwen
+achter in den wagon trokken haar doekjes weer recht, knoopten hun
+mutsen weer vast. Elise Rouquet werd niet moede in den spiegel naar
+haar neus, haar mond, haar wangen te kijken; zij bewonderde zich,
+dronk zichzelf als het ware in, vond, dat zij beslist weer knap werd.
+
+Pierre en Marie voelden een diep medelijden in zich opkomen, toen zij
+keken naar madame Vincent, die niets uit de gevoelloosheid, waarin zij
+verkeerde, had kunnen wakker maken, noch het lawaaierige oponthoud te
+Poitiers, noch het stemmengegons, sedert de trein weer in beweging
+was. Liggend op haar bank, had zij haar oogen niet meer geopend,
+sliep zij nog steeds, gekweld door wreede droomen. En terwijl dikke
+tranen uit haar gesloten oogleden bleven vloeien, had zij het kussen,
+dat men haar opgedrongen had, in haar armen genomen en drukte het,
+in den boozen droom van haar lijdende moederliefde, wanhopig tegen
+haar borst. Haar arme moederarmen, die zoo lang haar stervend kindje
+gedragen hadden, haar nu voor altijd ledige armen hadden in haar
+slaap het kussen gevonden en hielden het nu in een blinde omarming
+als een phantoom omvat.
+
+Mijnheer Sabathier daarentegen werd vroolijk wakker. Terwijl zijn
+vrouw de deken wat optrok en er zijn doode beenen zorgvuldig in
+wikkelde, begon hij, weer geheel in de macht van de genaderijke
+illusie, met schitterende oogen te praten. Hij vertelde, dat hij van
+Lourdes gedroomd had, dat de Heilige Maagd zich met een glimlach vol
+welwillende beloften over hem heen gebogen had. En in tegenwoordigheid
+van madame Vincent, de moeder, wier kindje zij had laten sterven, van
+la Grivotte, de ongelukkige vrouw, die zij genezen had, maar die nu
+weer teruggestort was in haar doodelijk lijden, verheugde hij zich en
+zeide op een toon van volkomen zekerheid tegen mijnheer de Guersaint:
+
+"O, mijnheer, ik ga geheel gerustgesteld naar Parijs terug... Het
+volgend jaar zal ik genezen worden... Ja, ja, zooals het lieve kind
+daareven zoo hartelijk riep: Tot het volgend jaar! Tot het volgend
+jaar!"
+
+Het was de onverwoestbare, overwinnende illusie der zekerheid,
+de eeuwige hoop, die niet sterven wilde, die, na iedere nederlaag,
+op de ruïnes van alle verwachtingen, nog krachtiger opbloeide.
+
+Te Châtellerault liet zuster Hyacinthe het ochtendgebed uitspreken,
+het Pater, het Ave, het Credo, een smeekbede tot God, om hun het
+geluk van een glorierijken dag te geven. O, mijn God, geef mij genoeg
+kracht, om al het kwade te vermijden, om al het goede te doen, om al
+het lijden te dulden!
+
+
+
+
+V.
+
+En de reis duurde voort, de trein rolde, rolde steeds verder. Te
+Sainte-Maure werden de misgebeden gezegd, te Saint-Pierre-des-Corps
+het Credo gezongen. Maar de godsdienstige oefeningen werden niet meer
+met zooveel liefde gedaan, de ijver verflauwde wat, na een zoo lange
+zielsverrukking, in de toenemende vermoeienis van de terugreis. Zuster
+Hyacinthe begreep dan ook, dat een voorlezing voor die arme overspannen
+menschen een welkome afleiding zijn zou; zij beloofde, dat zij mijnheer
+den abbé toe zou staan om hun het slot van Bernadette's leven voor te
+lezen, waaruit hij hun reeds tweemaal zulke mooie gedeelten verteld
+had. Maar ze moesten wachten tot ze in les Aubrais waren, dan hadden
+zij vandaar tot Etampes den noodigen tijd om het verhaal uit te hooren,
+zonder gestoord te worden.
+
+Weer volgden de stations elkaar op in de eentonige herhaling van
+den weg, dien men reeds op de heenreis naar Lourdes door dezelfde
+vlakten afgelegd had. Te Amboise begon men weer aan den Rozenkrans
+en werd het eerste Paternoster, de vijf blijde mysteriën, gebeden,
+vervolgens, nadat te Blois het lied: "Zegen, o liefderijke Moeder"
+gezongen was, te Beaugency het tweede, de vijf droeve mysteriën. De
+zon had zich 's morgens reeds in een fijn dons van wolken gehuld,
+het landschap vluchtte zacht en eenigszins droefgeestig in zijn
+voortdurende waaierbeweging weg. Aan beide kanten van den weg verdwenen
+de boomen en de huizen onder het grijze licht in een vage, droomachtige
+lichtheid, terwijl verderop de in een nevel gehulde heuvelen zich
+langzamer, met de kalme schommeling van een deining, aan de blikken
+onttrokken. Tusschen Beaugency en les Aubrais scheen de trein, die
+nog steeds met het koppige, rhythmische gedreun van zijn wielen, dat
+de versufte pelgrims zelfs niet meer schenen te hooren, voortrolde,
+zijn vaart te verminderen.
+
+Eindelijk begon men, zoodra men les Aubrais verlaten had, aan het
+middagmaal. Het was kwart vóór twaalf. En toen men het Angelus, de
+driemaal herhaalde drie Ave's, gebeden had, nam Pierre uit Marie's
+valies het kleine boekje, waarvan de blauwe omslag met een naïeve
+afbeelding der Heilige Maagd versierd was. Zuster Hyacinthe had in haar
+handen geklapt, om stilte te verkrijgen. De priester kon nu met zijn
+mooie, doordringende stem zijn verhaal voortzetten te midden van de
+nieuwsgierigheid van al die groote kinderen, welke door de geschiedenis
+zoo geboeid werden. Nu vertelde hij Bernadette's verblijf te Nevers
+en haar dood. Maar evenals de beide vorige malen, hield hij zich al
+gauw niet meer aan den tekst van het boekje, voegde hij er bekoorlijke
+bijzonderheden, die hij kende of bij intuïtie raadde, aan toe; en voor
+hem rees weer de ware, de menschelijke, de deerniswaardige geschiedenis
+op, die, welke nog niemand verteld had en die zijn hart deed bloeden.
+
+8 Juli 1866 verliet Bernadette Lourdes om zich op te sluiten in
+het klooster van St. Gildard, het moederhuis der zusters van het
+ziekenhuis, waar zij had leeren lezen en acht jaar lang gewoond
+had. Zij was toen twee-en-twintig, acht jaren waren reeds verstreken
+na de laatste maal, dat de Heilige Maagd aan haar verschenen was. Haar
+afscheid van de Grot, van de Basilica, van de geheele stad, die zij
+liefhad, was in tranen gedrenkt. Maar zij kon daar niet blijven, want
+steeds werd zij door de algemeene nieuwsgierigheid, door bezoeken, door
+huldigingen en vereeringen lastig gevallen. Haar zwakke gezondheid
+scheen er vreeselijk onder te lijden. Haar oprechte deemoed, haar
+schuchtere liefde voor eenzaamheid en rust hadden ten slotte de vurige
+begeerte doen ontstaan om te verdwijnen, ergens in een onbekende,
+donkere plek haar overal weerklinkenden roem van uitverkorene, die de
+wereld niet met rust wilde laten, te gaan verbergen. Zij droomde nog
+slechts van eenvoud des geestes, van een kalmer leven, geheel gewijd
+aan gebeden en kleine dagelijksche bezigheden. Zoo was haar vertrek
+een verlichting voor haar zelf en voor de Grot, waarvoor zij met haar
+groote onschuld en haar al te groot lijden hinderlijk begon te worden.
+
+Het klooster St. Gildard te Nevers had een paradijs voor haar moeten
+zijn. Zij vond er lucht, zon, reine vertrekken, een grooten, met mooie
+boomen beplanten tuin. Toch smaakte zij niet den vrede, de volkomen
+vergetelheid der wereld in de verre woestijn. Nauwlijks twintig dagen
+na haar aankomst had zij onder den naam van zuster Marie-Bernard den
+sluier aangenomen, hoewel zij zich nog slechts door gedeeltelijke
+geloften verbonden had. Maar ondanks alles was de wereld met haar
+medegegaan, begon de vervolging der menigte opnieuw. Tot zelfs in het
+klooster verdrong men zich om haar heen uit een onbluschbare behoefte
+genadebewijzen van haar heilige persoonlijkheid te verkrijgen. O,
+haar te zien, haar aan te raken, zich geluk te verschaffen door
+haar aanblik, door buiten haar weten een medaille tegen haar kleed
+te wrijven.
+
+Het was de lichtgeloovige hartstocht voor den fetisch! De vromen
+stortten zich op haar, vervolgde dat arme tot Onze Lieve Heer geworden
+schepseltje, waarvan zij allen hun deel aan hoop en hemelsche illusie
+wilden medenemen. Zij weende erover van moeheid en ongeduldig verzet
+en herhaalde steeds weer: "Wat hebben zij er toch aan mij zoo te
+kwellen? Wat heb ik meer dan anderen hebben?" Op den langen duur
+begon het haar werkelijk te verdrieten op die manier het "wonderdier"
+te zijn, zooals zij zich ten slotte met een droefgeestig, pijnlijk
+glimlachje was gaan noemen. Zij sloot zich zooveel mogelijk op en
+weigerde iemand te ontvangen. Men eerbiedigde haar wensch en liet haar
+slechts zien in zeer kleinen kring aan degenen, die daarvoor van den
+bisschop verlof gekregen hadden. De deuren van het klooster bleven
+gesloten, bijna alleen geestelijken forceerden den toegang. Maar dat
+was nog te veel voor haar verlangen naar eenzaamheid, zij moet zich
+dikwijls eigenzinnig getoond hebben en de priesters hebben laten
+weggaan, uitgeput als zij zich reeds van te voren gevoelde door het
+steeds weer vertellen van hetzelfde avontuur, door het steeds weer
+zich onderwerpen aan dezelfde vragen. Zij voelde daarin een beleediging
+voor de Heilige Maagd.
+
+Maar dikwijls moest zij toegeven, wanneer de bisschop in persoon
+met voorname personen, dignitarissen of prelaten, kwam; dan liet zij
+zich met haar ernstig gezichtje zien, antwoordde zij beleefd, maar
+zoo kort mogelijk; zij voelde zich echter eerst weer op haar gemak,
+als men haar naar haar donker hoekje terugkeeren liet. Nooit had
+goddelijkheid zoo zwaar op een levend wezen gedrukt. Toen men haar
+eens vroeg of zij niet trotsch was op die voortdurende bezoeken van
+haar bisschop, antwoordde zij zacht: "Monseigneur komt niet, om mij
+te zien, maar om mij te laten zien."
+
+Vorsten der Kerk, groote strijders voor het Katholieke geloof wilden
+haar zien, ontroerden en snikten in haar tegenwoordigheid; en in
+haar afschuw om te kijk te staan, in de ergernis, die zij aan haar
+eenvoud gaven, verliet zij hen weer, zonder hen begrepen te hebben,
+heel moe en bedroefd.
+
+Intusschen had zij zich aan haar leven in het klooster gewend,
+zij leefde er een eentonig bestaan, had zich nu in de gewoonten,
+die haar lief geworden waren, ingeleefd. Zij was zoo zwak, zoo
+dikwijls ziek, dat men haar op de ziekenzaal werk gaf. Behalve dat
+zij nu en dan verpleegde, deed zij handwerkjes, was zij langzamerhand
+zoo'n knappe borduurster geworden, dat zij prachtige miskleeden en
+altaar-voorhangsels kon maken. Maar dikwijls was zij zelfs zoo zwak,
+dat zij ook die lichte werkjes niet doen kon. Wanneer zij dan niet
+te bed lag, bracht zij geheele dagen door in een fauteuil zonder
+eenige andere afleiding dan het bidden van haar rozenkrans of het
+lezen van godvruchtige boeken. Sedert zij lezen kon, hield zij veel
+van boeken, de mooie bekeeringsgeschiedenissen en legenden, waarin
+heiligen voorkwamen, maar ook de verschrikkelijke drama's, waarin
+de duivel bespot en weer in de hel teruggeslingerd werd. Maar haar
+groote liefde, haar eeuwige verrukking bleef de Bijbel, dat wondermooie
+Nieuwe Testament, welks heerlijke wonderen haar nooit vermoeiden.
+
+Zij herinnerde zich den Bijbel van Bartrès, dat oude vergeelde boek,
+dat reeds honderd jaar in haar familie was; zij zag haar voedstervader
+weer, op iedere avondbijeenkomst, op goed geluk af er een speld in
+steken, hoorde hem weer lezen, steeds beginnend op de achterzijde van
+het geprikte blad, en in dien tijd kende zij die wonderbare verhalen
+al zoo goed, dat zij, onverschillig na welken zin, uit haar hoofd
+verder had kunnen gaan. Nu zij ze zelf las, vond zij er steeds een
+nieuwe verrassing in, steeds weer een ongekende belooning. Vooral het
+verhaal van Jezus' lijden ontroerde haar als een zeldzame en tragische
+gebeurtenis, die pas geschied was. Zij snikte van medelijden, heel
+haar arm lichaam beefde er nog uren lang van. Misschien lag in haar
+tranen de onbewuste smart over haar eigen lijdensgeschiedenis, over
+den troosteloozen lijdensweg, dien zij sedert haar jeugd beklom.
+
+Wanneer zij geen pijn had en zich in de ziekenzaal verdienstelijk kon
+maken, liep Bernadette af en aan en vulde het huis met haar levendige
+kinder-vroolijkheid. Tot aan haar dood bleef zij het onschuldige,
+kinderlijke wezentje, dat graag lachte, danste en speelde. Zij was heel
+klein, de kleinste van alle nonnen, waardoor zij altijd een beetje als
+een klein meisje behandeld werd. Haar gezichtje werd langer, er kwamen
+rimpels in, het verloor den glans der jeugd, maar haar oogen behielden
+hun reine en goddelijke schittering, haar mooie zieneresse-oogen,
+waarin, als in helderen hemel, een vlucht van droomen ging. Naarmate
+zij ouder werd en meer pijn leed, werd zij eenigszins prikkelbaar en
+heftig, kwam haar onrustig en soms ruw karakter duidelijker aan den
+dag; en juist over die kleine onvolmaaktheden had zij, na dergelijke
+aanvallen, het meeste berouw, zij verootmoedigde zich, waande zich
+verdoemd, vroeg iedereen vergiffenis. Maar over het algemeen, welk
+een gehoorzame, goede dochter van God!
+
+Zij was levendig, flink, slagvaardig, had opmerkingen, die iedereen
+lachen deden, een aparte bekoring, waarom iedereen haar aanbad. Ondanks
+haar groote vroomheid en hoewel zij heele dagen in gebed doorbracht,
+was zij volstrekt geen kwezeltje, dwong zij anderen niet tot overdreven
+geloofsijver; integendeel zij was verdraagzaam en medelijdend. Zelden
+was een heilig meisje meer vrouw, met eigenaardige karaktertrekken,
+met een eigen in haar kinderlijkheid zelf bekoorlijke persoonlijkheid.
+
+En die gave der jeugd, die zij behield, die eenvoudige onschuld van
+het kind, dat zij gebleven was, maakten nog, dat de kinderen dol op
+haar waren, als herkenden zij in haar altijd een van de hunnen; allen
+vlogen zij op haar af, sprongen op haar schoot, sloegen hun kleine
+armpjes om haar hals; de tuin weergalmde dan van hun vroolijk spel,
+van hun gevlieg, van hun geschreeuw; en zij sprong niet het minst, zij
+maakte niet het minste lawaai, blij als zij was weer een arm, onbekend
+meisje te worden, zooals in de lang vervlogen dagen te Bartrès.
+
+Later vertelde men, dat een moeder haar verlamd kind naar het klooster
+gebracht had, om het door de heilige te laten aanraken en genezen. Zij
+snikte zoo wanhopig dat de moeder-overste ten slotte in de poging
+toestemde. Maar daar Bernadette zich steeds vol verontwaardiging
+verzette, wanneer men haar vroeg wonderen te doen, waarschuwde men
+haar niet, riep men haar eenvoudig om het zieke kind naar de ziekenzaal
+te dragen. En zij droeg het kind, en toen zij het op den grond zette,
+liep het kind. Het was genezen.
+
+O, hoe dikwijls moesten Bartrès, haar vrije kindsheid achter de
+lammeren, en de jaren, die zij op de heuvels, in het hooge gras,
+in de dichtbebladerde bosschen had doorgebracht, in haar herleven
+op de oogenblikken, dat zij, moe van het bidden voor de zondaars,
+droomde. Niemand daalde dan in haar ziel af, niemand kon zeggen of
+een onwillekeurig verlangen niet haar arm gemarteld hart bloeden deed.
+
+Eens sprak zij een woord, dat haar levensbeschrijvers met het doel,
+om haar lijdensgeschiedenis nog treffender te maken, overgeleverd
+hebben. Ver weg van haar bergen, gekluisterd aan een ziekbed, riep zij
+uit: "Het schijnt, dat ik geboren werd om te leven, om te handelen,
+om altijd in beweging te zijn, en God wil, dat ik onbeweeglijk ben!"
+
+Welk een onthulling, welk een verschrikkelijke getuigenis van
+eindelooze droefheid! Waarom wilde de Heer, dat dit vroolijke,
+lieve, bekoorlijke schepsel zich niet bewoog? En zou zij, in plaats
+van te bidden voor de zondaars, haar eeuwige, nuttelooze bezigheid,
+niet meer aan de vermeerdering van het geluk der wereld er het hare
+bijgedragen hebben, indien zij haar deel van liefde gegeven had aan
+den man, die voor haar bestemd was, aan de kinderen, die uit haar
+lichaam geboren zouden zijn.
+
+Sommige avonden verviel zij, zoo zeide men, zij, die zoo vroolijk
+en bedrijvig was, in een diepe neerslachtigheid. Zij werd dan
+melancholiek en keerde, als door haar smart verpletterd, tot zichzelf
+in. Ongetwijfeld werd de lijdenskelk ten slotte bitter, drukte de
+gedachte, dat haar leven één lange verzaking was, haar te zwaar.
+
+Dacht Bernadette in St. Gildard dikwijls aan Lourdes? Wat wist zij
+van den triomf der Grot, van de wonderen, die dagelijks dit land van
+het wonder veranderde? De vraag is nooit ten volle opgelost. Men had
+haar medezusters verboden over die dingen met haar te spreken, men
+omringde haar met een voortdurend en volkomen zwijgen. Zij zelf praatte
+er ook niet graag over, zweeg liever over het geheimzinnige verleden,
+scheen volstrekt niet verlangend het heden, hoe triomphantelijk het
+ook zijn mocht, te leeren kennen.
+
+Maar vloog toch in haar phantasie haar hart niet naar dat tooverland,
+waarin de haren woonden, waarin al de banden van haar leven geknoopt
+waren, waar zij den meest buitengewonen droom achtergelaten had, dien
+ooit door één menschelijk wezen gedroomd was? Ongetwijfeld maakte
+zij in haar gedachte dikwijls de mooie reis van haar herinneringen,
+moest zij in groote trekken de voornaamste gebeurtenissen van Lourdes
+kennen. Maar zij schrikte er voor terug er persoonlijk heen te gaan
+en zij weigerde dit steeds, daar zij heel goed begreep, dat zij er
+niet onopgemerkt zou komen en angstig was voor de menigten, wier
+vereering haar daar wachtte.
+
+Welk een glorie, indien er in haar een eerzuchtige heerschersnatuur
+gewoond had! Dan zou zij teruggekeerd zijn naar de heilige plaats van
+haar visioenen, zou zij er wonderen gedaan hebben als priesteres, als
+pausin, onfeilbaar en souvereine als de uitverkorene en de vriendin
+der Heilige Maagd.
+
+De paters waren daar nooit in ernst bang voor geweest, hoewel zij
+uitdrukkelijk bevolen hadden haar ter wille van haar zieleheil van
+de wereld af te snijden. Zij waren gerust, zij kenden haar zachtheid
+en haar ootmoed; zij kenden haar vrees een goddelijk wezen te zijn;
+zij kenden haar onwetendheid omtrent de kolossale machten, die zij
+zelf in beweging gebracht had en wier exploitatie haar verschrikt
+zou hebben doen terugdeinzen, indien zij het begrepen had. Neen,
+dat land van drukte, van geweld en van geschacher was niet het hare
+meer. Zij zou er te veel geleden, zich niet thuis gevoeld, zich
+erover geschaamd hebben. En wanneer pelgrims zich daarheen begaven
+en haar lachend vroegen: "Wilt gij met ons gaan?" dan doorhuiverde
+haar een rilling en haastte zij zich te antwoorden: "Neen, neen,
+maar hoe graag zou ik het doen, als ik een klein vogeltje was!"
+
+Haar eenige droom was dit kleine trekvogeltje met snelle vlucht en stil
+geklapwiek, dat telkens weer zijn bedevaart naar de Grot deed. Zij,
+die nooit naar Lourdes gegaan was, noch voor den dood van haar
+vader, noch voor dien van haar moeder, moest daar aanhoudend leven
+in haar droom. Toch hield zij van de haren, zij had er voor gezorgd,
+dat haar arm gebleven familie werk kreeg, had haar oudsten broer,
+die naar Nevers gekomen was, om zich te beklagen en dien men voor
+de deur van het klooster had laten staan, willen ontvangen. Maar
+hij vond haar moe en berustend, zij vroeg hem zelfs niet naar het
+nieuwe Lourdes, als was zij bang geweest voor die steeds grooter
+wordende stad. In het jaar der Kroning van de Heilige Maagd had een
+priester, dien zij opgedragen had te harer intentie voor de Grot
+te bidden, haar bij zijn terugkeer verteld van de onvergetelijke
+wonderen der plechtigheid, van de honderdduizenden toegestroomde
+pelgrims, van de vijf-en-dertig in het goud gekleede bisschoppen in
+de stralende Basilica. Zij rilde, een lichte huivering van verlangen
+en onrust doorvoer haar. En toen de priester uitriep: "O, als gij
+deze schittering gezien hadt!" antwoordde zij: "Ik? Ik had het hier
+veel beter in mijn klein hoekje van de ziekenzaal!"
+
+Men had haar haar wonder ontstolen, haar werk schitterde in een
+voortdurend hosanna, en zij vond slechts geluk in haar vergetelheid,
+in haar kloosterdonkerte, waarin de schatrijke eigenaars der Grot
+haar vergaten. De luid weerklinkende plechtigheden gaven haar geen
+aanleiding tot haar mysterieuze reizen, het kleine vogeltje van haar
+ziel vloog slechts op dagen van eenzaamheid, op vreedzame uren, wanneer
+niemand haar vrome oefeningen kon storen. Voor de oorspronkelijke
+woeste Grot ging zij dan neerknielen tusschen de wilde rozelaars,
+in den tijd, dat de Gave nog niet door een monumentale kade omgeven
+was. Vervolgens bezocht zij de oude stad bij het vallen van den dag in
+de geurige frischheid der bergen, bezocht zij de oude, beschilderde en
+vergulde half-Spaansche kerk, waarin zij haar eerste communie gedaan
+had, het oude Hospice, waarin zij gedurende acht jaar teruggetrokken
+geleefd had, die geheele oude, arme en onschuldige stad, waarvan
+iedere steen in haar ziel teedere, lieve herinneringen wekte.
+
+En zette Bernadette nooit de bedevaart van haar droomen voort tot
+Bartrès? Men moet aannemen, dat soms, wanneer zij, zittend in haar
+fauteuil, het een of ander godvruchtig boek uit haar moede handen
+vallen liet en haar oogen sloot, Bartrès voor haar verrees en den
+nacht van haar oogen verlichtte. De oude kleine Romaansche kerk met
+haar hemelkleurig schip, en haar bloedende altaarstukken stond dan te
+midden van de graven van het kleine kerkhof voor haar. Vervolgens vond
+zij zich terug in het huis der Lagües, in het groote vertrek links,
+waar het vuur was en waar men 's winters zulke mooie verhalen vertelde,
+terwijl de groote klok met ernstige slagen het uur aangaf. Daarna
+strekte het geheele landschap zich voor haar uit, eindelooze vlakten,
+reusachtige kastanjeboomen, waaronder bijna verdwaalde, eenzame
+plateaux, vanwaar men de verre bergen zag, den Pic du Midi, den Pic
+de Viscos, licht en rose als droomen, als het ware zich verliezend
+in het paradijs der legenden.
+
+En dan, dan rees haar vrije jeugd voor haar op, toen zij nog
+rondliep, waar zij wilde; haar dertien eenzame en droomende jaren,
+toen zij haar levenslust nog door de vrije natuur droeg. En zag zij
+zich op zoo'n oogenblik niet terug langs de beken, te midden van de
+hagedoornstruiken, in het hooge gras onder de warme Junizon? Zag zij
+zich er niet terug aan den arm van een vrijer van haar leeftijd, dien
+zij in al den eenvoud en al de teederheid van haar hart liefgehad zou
+hebben? O, weer jong te worden, vrij nog te zijn, onbekend, gelukkig,
+en weer, maar anders lief te hebben. Het visioen werd onduidelijk: een
+man, die haar aanbad, kinderen, die vroolijk om haar heen opgroeiden,
+het leven van iedereen, de vreugde en de droefheid, die haar ouders
+gekend hadden, die haar kinderen op hun beurt ook zouden leeren
+kennen. En langzamerhand verdween het visioen en vond zij zich weer
+terug in haar ziekenfauteuil, opgesloten tusschen vier koude muren,
+met niets dan het vurige verlangen, om maar gauw te sterven, omdat er
+voor haar in het armzalige, gewone geluk van deze aarde geen plaats
+was geweest.
+
+Met ieder jaar werd het lijden van Bernadette grooter. De
+lijdensgeschiedenis begon, de lijdensgeschiedenis van dezen nieuwen
+kind-Messias, die geboren was, om den ellendigen verlichting te
+schenken, die de menschheid den godsdienst verkondigen moest van
+goddelijke gerechtigheid, hun gelijkheid voor de wonderen, welke
+spotten met de meedoogenlooze natuur. Zij stond nog slechts op
+om zich gedurende enkele dagen van stoel tot stoel te sleepen en
+dan weer genoodzaakt te zijn het bed te houden. Haar lijden werd
+verschrikkelijk. Haar erfelijke nerveusiteit, haar asthma, dat door
+de klooster-afzondering erger geworden was, scheen in tering ontaard
+te zijn. Zij hoestte vreeselijk, aanvallen van hoest verscheurden
+haar brandende borst. Tot overmaat van ramp kreeg zij een beeneter
+in haar rechterknie, een wegvretende kwaal, waarvan het steken haar
+kreten van pijn ontrukte. Haar arm lichaam was onder de voortdurende
+verbanden niet veel meer dan een open wonde, die steeds geprikkeld
+werd door de warmte van het bed, dat aanhoudende liggen tusschen de
+lakens, waardoor haar huid op den langen duur geheel verteerd werd.
+
+Allen waren met medelijden vervuld, de getuigen van haar martelaarschap
+zeiden, dat men niet meer en ook niet heldhaftiger kon lijden. Zij
+probeerde Lourdeswater, dat haar echter in het geheel geen verlichting
+gaf. Heer, almachtig koning, waarom wel de genezing van anderen en niet
+de hare? Om haar ziel te redden? Maar waarom redt gij dan de zielen
+van de anderen niet? Welk een onverklaarbare keuze! Welk een absurde
+noodzakelijkheid, dat dit arme schepseltje moet lijden, tegenover de
+eeuwige evolutie der werelden! Zij snikte, zij herhaalde telkens weer,
+om zich moed in te spreken: "De hemel is aan het einde van mijn lijden,
+maar wat blijft het einde lang uit!" Steeds weer was het haar gedachte,
+dat het lijden de smeltkroes is, dat men op aarde moet lijden, om
+elders te triompheeren, dat lijden onmisbaar, benijdenswaardig, een
+zegen was. Is dat geen godslastering, Heer? Hebt gij dan noch jeugd
+noch vreugde geschapen? Wilt gij dan, dat uw schepselen niet genieten
+van uw zon, noch van uw natuur in feestdos, noch van de menschelijke
+liefde, waarmede gij hun lichaam hebt doen opbloeien? Zij was bang
+voor den opstand, die haar dikwijls tot woede bracht, zij wilde zich
+hardnekkig verzetten tegen de pijn, die haar lichaam schreeuwen deed,
+en in gedachte kruisigde zij zichzelf, strekte zij haar armen in
+kruisvorm uit, om één te worden met Jezus, haar ledematen tegen zijn
+ledematen, haar mond tegen zijn mond, druipend van bloed als hij,
+doordrenkt als hij met hartzeer. Jezus was in drie uur gestorven, zij,
+die de verlossing door lijden hernieuwde, die ook stierf om anderen
+het leven te brengen, had een nog langeren doodsstrijd. Wanneer haar
+beenderen kraakten in doodspijn, stiet zij dikwijls jammerklachten
+uit, die zij zich onmiddellijk daarna berouwde. "O, wat lijd ik, wat
+lijd ik, maar wat ben ik gelukkig te mogen lijden!" Er bestaat geen
+vreeselijker woord, geen afschuwelijker pessimisme. Gelukkig te mogen
+lijden, o Heer! En waarom? Met welk onbekend en dwaas doel? Waartoe die
+nuttelooze wreedheid, die schandelijke verheerlijking van het lijden,
+terwijl uit de geheele menschheid slechts één vurig verlangen opstijgt
+naar gezondheid en geluk?
+
+En in die vreeselijke martelingen legde zuster Marie-Bernard den
+22sten September 1878 haar kloostergelofte af. Twintig jaar was het
+nu geleden, dat de Heilige Maagd haar verschenen was, haar bezocht,
+zooals de Engel haar zelf bezocht had, haar uitverkoor, zooals
+zij zelf uitverkoren was onder de ootmoedigsten en reinsten, om in
+haar het geheim van koning Jezus te verbergen. Het was de mystieke
+verklaring van de uitverkiezing door het lijden, de bestaansreden zelf
+van dit arme wezen, dat zoo wreed van de andere gescheiden, door kwalen
+bezocht, het deerniswaardige slagveld van alle menschensmarten geworden
+was. Zij was de gesloten tuin, die de blikken van den Hemelschen
+Bruidegom zoo bekoort; hij had haar uitverkoren en daarna in den
+dood van haar verborgen leven begraven. Toen de ongelukkige onder de
+zwaarte van haar kruis wankelde, vroegen haar medezusters haar dan ook:
+"Ben je het dan vergeten? De Heilige Maagd heeft je beloofd, dat je
+gelukkig zult zijn niet in deze wereld, maar in de andere." En als tot
+nieuw leven gewekt en zich op het voorhoofd slaande, antwoordde zij:
+"Zou ik dat vergeten? Neen, neen!" Zij vond nog slechts kracht en
+steun in de illusie van een paradijs vol heerlijkheid, waarin zij,
+voor eeuwig gelukkig en begeleid door seraphijnen, binnentreden zou.
+
+De drie persoonlijke geheimen, die de Heilige Maagd haar had
+toevertrouwd, om haar tegen het lijden te wapenen, waren blijkbaar
+beloften van schoonheid, gelukzaligheid, onsterfelijkheid in den
+hemel. Welk een monsterachtig bedrog, indien aan gene zijde van
+het graf slechts de nacht der aarde geweest was, indien de Heilige
+Maagd zich niet te midden van de wonderbare beloofde belooningen op
+de afgesproken plaats bevonden had! Maar Bernadette twijfelde niet,
+zij aanvaardde gaarne alle kleine opdrachten, die haar medezusters in
+haar onschuld haar gaven voor den hemel: "Zuster Marie-Bernard, je moet
+dit, je moet dat aan den goeden God zeggen"... "Zuster Marie-Bernard,
+je moet mijn broer voor mij omhelzen, als je hem in het paradijs
+ontmoet"... "Zuster Marie-Bernard, je moet een klein plaatsje naast
+je bewaren voor mij, wanneer ik sterven zal." En allen antwoordde zij
+welwillend: "Weest niet bevreesd, ik zal uw opdracht uitvoeren!" O,
+almachtige illusie, zalige rust, eeuwige jonge en troostende kracht!
+
+En de eindstrijd kwam, en de dood kwam. Vrijdag 20 Maart 1879
+geloofde men, dat zij den nacht niet meer zou overleven. Zij had een
+wanhopig verlangen naar het graf, om niet meer behoeven te lijden,
+om in den hemel te kunnen opstaan. Halsstarrig weigerde zij dan ook
+het Heilige Oliesel; immers reeds tweemaal, zoo meende zij, had het
+Heilige Oliesel haar genezen. Zij wilde, dat God, eindelijk, haar
+zou laten sterven, want het was te veel, God zou God niet geweest
+zijn, indien hij van haar nog meer smart eischte. Toch stemde zij er
+eindelijk in toe bediend te worden en haar doodsstrijd werd er bijna
+drie weken door verlengd.
+
+De priester, die haar bijstond, zeide dikwijls tot haar:
+"Mijne dochter, men moet het offer van zijn leven brengen." Eens,
+ongeduldig, antwoordde zij hem: "Maar, eerwaarde vader, dat is toch
+geen offer!" Een vreeselijk woord, ook dit weer, want het was de
+walging voor het leven, de woedende minachting voor het bestaan,
+het onmiddellijk einde der menschheid, indien deze de macht had zich
+met een gebaar te vernietigen. Het is waar, dat dit meisje niets
+achterliet, waarnaar zij terugverlangen zou; men had alles uit haar
+leven verwijderd, gezondheid, vreugde, liefde, opdat zij het zou
+verlaten, zooals men een afgesleten en vuile lap linnen weggooit. Zij
+had gelijk, zij verdoemde haar nutteloos, haar wreed leven, wanneer
+zij zeide: "Mijn lijdensgeschiedenis zal pas eindigen bij mijn dood en
+zal voor mij duren tot mijn ingaan in de eeuwigheid." En die gedachte
+aan haar lijdensgeschiedenis vervolgde haar, klonk haar nog vaster
+aan het kruis met haar goddelijken Meester. Zij had zich een groot
+crucifix laten geven, drukte het heftig tegen haar maagdelijke borst
+en schreeuwde, dat zij het in haar boezem wilde boren, opdat het daar
+eeuwig zou blijven.
+
+Tegen het einde begaven haar krachten haar, kon zij het niet meer in
+haar bevende handen houden. "Bind het aan mij vast, goed, stevig vast,
+opdat ik het tot in mijn laatsten ademtocht voel." Dit was de eenige
+man, die haar maagdelijkheid zou kennen, de eenige kus, die aan haar
+onnut, van den natuurlijken weg afgeleid moederschap gegeven werd. De
+nonnen namen touwen, deden die om haar pijnlijke lendenen, bonden ze
+om haar onvruchtbaren schoot, trokken het crucifix zoo sterk aan op
+haar boezem, dat het erin drong.
+
+Eindelijk had de dood medelijden, Paaschmaandag kreeg zij vreeselijke
+rillingen. Hallucinaties kwelden haar, zij klappertandde van angst,
+zag den duivel grijnslachen en om haar rondsluipen. "Ga weg van mij,
+Satan, raak mij niet aan, neem mij niet mede!" Dan vertelde zij in
+haar ijlen, dat de duivel zich op haar had willen werpen, dat zijn
+mond alle vlammen der hel op haar geblazen had. De duivel in dit zoo
+reine leven, in deze zondelooze en smettelooze ziel! Waarom toch, o
+Heer? En nogmaals, waarom dit lijden zonder genade, dit tot het einde
+toe op de spits gedreven lijden, waarom dit einde in booze droomen,
+waarom deze dood, gekweld door afschuwelijke waanvoorstellingen,
+na een zoo mooi, zoo rein, zoo schuldeloos leven?
+
+Kon zij niet kalm, in den vrede van haar kuische ziel
+inslapen? Ongetwijfeld moest haar, zoolang zij nog één ademtocht
+bezat, bijblijven de haat en de vrees van het leven, dat de duivel
+is. Het was het leven, dat haar bedreigde, het was het leven, dat
+zij van zich joeg, evenals zij het leven verloochend had door haar
+gemartelde, aan het kruis geklonken maagdelijkheid te bewaren voor
+den Hemelschen Bruidegom. Dat dogma der Onbevlekte Ontvangenis,
+dat haar droom van ziekelijk meisje was komen versterken en komen
+bekrachtigen, geeselde de vrouw, echtgenoote en moeder. Te decreteeren,
+dat de vrouw slechts de vereering waard is, wanneer zij maagd blijft,
+een vrouw uit te denken, die maagd blijft, terwijl zij moeder wordt,
+en die zelf zonder zonde geboren is, is dat niet het honen van de
+natuur, het verdoemen van het leven, het verloochenen en miskennen
+van de vrouw, haar prijs geven aan den ondergang, haar, die slechts
+groot is, als zij bevrucht is en het leven voortplant. "Ga weg van
+mij, Satan, ga weg van mij, laat mij onvruchtbaar sterven!" En zij
+verjoeg de zon uit de zaal, en zij verjoeg de frissche lucht, die
+door het raam binnenstroomde, de lucht, doorbalsemd van bloemengeur,
+zwaar van kiemen, die de liefde door de wijde wereld dragen.
+
+Den Woensdag na Paschen, den 16den April, begon de laatste
+doodsstrijd. Men vertelt, dat op den ochtend van dien dag een
+medezuster van Bernadette, een non, die, door een doodelijke ziekte
+aangetast, in een bed naast haar op de ziekenzaal lag, plotseling
+genezen werd, na een glas Lourdeswater gedronken te hebben. Zij,
+de uitverkorene, had het zonder baat gedronken. God verleende haar
+eindelijk de groote gunst haar wensch te verhooren door haar in
+te doen slapen in den goeden slaap der aarde, waarin men niet meer
+lijdt. Zij vroeg vergiffenis aan iedereen. Haar lijden was volbracht,
+zij had evenals de Verlosser, spijkers en de doornenkroon, gegeeselde
+ledematen en open lendenen. Evenals hij, sloeg zij haar oogen ten
+hemel, strekte zij haar armen uit in den vorm van een kruis en stiet
+een grooten kreet uit: "Mijn God!" En evenals hij, zeide zij tegen
+drie uur: "Mij dorst!" Zij bevochtigde haar lippen in het glas,
+boog het hoofd en stierf.
+
+Zoo stierf, glorierijk en heilig, de zieneres van Lourdes, Bernadette
+Soubirous, zuster Marie-Bernard van de barmhartige zusters van
+Nevers. Haar lijk bleef drie dagen lang op een praalbed liggen,
+ontelbare scharen liepen er langs, de eindelooze menigte vromen,
+die hongerden en dorstten naar hoop en tegen het kleed der doode
+munten, rozenkransen, plaatjes, misboeken wreven, om nog een genade
+van haar te verkrijgen, een fetisch, die geluk aanbracht. Zelfs
+in den dood kon men haar niet met rust laten; de drom ellendigen
+van deze wereld drong om haar heen, dronk om haar kist de illusie
+in. Men bemerkte, dat haar linkeroog steeds open gebleven was, het
+oog, dat zich gedurende de verschijningen aan de zijde der Heilige
+Maagd bevond. Een laatste wonder deed het klooster verbaasd staan,
+het lijk veranderde niet, men begroef het den derden dag nog lenig,
+warm, met rose lippen en witblanke huid, als verjongd en geurig. Thans
+slaapt Bernadette Soubirous, de groote bannelinge van Lourdes, terwijl
+de Grot schittert en triompheert, haar laatsten slaap in het klooster
+St. Gildard onder den steen van een kleine kapel, in de schaduw en
+de stilte der oude boomen van den tuin.
+
+Pierre hield op met spreken, het mooie wonderverhaal was uit. De
+geheele wagon luisterde nog steeds in de hartstochtelijke ontroering
+van dit zoo tragische en treffende einde. Tranen van medelijden
+vloeiden uit Marie's oogen, terwijl de anderen, Elise Rouquet,
+ja zelfs la Grivotte, die een weinig kalmer geworden was, haar
+handen vouwden en haar, die bij den goeden God was, baden om haar
+bemiddeling voor haar verder herstel. Mijnheer Sabathier maakte het
+teeken des kruises en at dan de koek, die zijn vrouw te Poitiers
+voor hem gekocht had. Mijnheer de Guersaint, die niet van treurige
+verhalen hield, was weer in slaap gevallen. Slechts madame Vincent,
+die haar hoofd in het kussen gedrukt had, was onbeweeglijk blijven
+liggen, als had zij, doof en blind, niets willen hooren of zien.
+
+De trein rolde nog voort, nog steeds voort. Madame de Jonquière,
+die even haar hoofd buiten het raampje gestoken had, zeide dat ze
+Etampes naderden. Toen men dit station verlaten had, werd het derde
+Paternoster gebeden, de vijf glorierijke mysteriën: de Opstanding
+van Jezus Christus, de Hemelvaart van Jezus Christus, de uitstorting
+van den Heiligen Geest, Maria Hemelvaart en de Kroning der Heilige
+Maagd. Vervolgens zong men het lied: "Ik stel mijn vertrouwen in Uw
+hulp, o Heilige Maagd..."
+
+Nu verzonk Pierre in een diep gepeins. Zijn blikken hadden zich op
+het thans bezonde landschap gericht, welker voortdurende vlucht zijn
+gedachten scheen te wiegen. Het dreunen der wielen bracht hem in een
+zekere verdooving, hij onderscheidde niet duidelijk meer de hem zoo
+vertrouwde horizonten van dit groote buitengebied, dat hij vroeger
+zoo goed gekend had. Nu nog Brétigny, dan Juvisy, en eindelijk na nog
+anderhalf uur Parijs. Zij was dus ten einde, deze groote reis! Zij
+waren dus achter den rug, dat zoo vurig verlangde onderzoek, die zoo
+hartstochtelijk beproefde poging! Hij had zekerheid voor zichzelf
+willen hebben, had ter plaatse het geval van Bernadette willen
+bestudeeren, had willen zien of niet de genade als in een donderslag
+tot hem terugkeeren en hem zijn geloof hergeven zou. En nu had hij
+zekerheid. Bernadette had in de voortdurende marteling van haar vleesch
+gedroomd, en hij zelf zou nooit meer gelooven. Dat drong zich aan hem
+op met de brutaliteit van een feit: het naïeve geloof van het kind,
+dat neerknielt en bidt, het primitieve geloof van jonge volken, gebukt
+onder de heilige vrees van hun onwetendheid, was gestorven. Duizenden
+pelgrims mochten zich jaarlijks naar Lourdes begeven, de volkeren
+waren niet meer met hen, de poging, om het ongeschokte geloof, het
+geloof van de gestorven eeuwen, het geloof zonder verzet en zonder
+onderzoek te doen herleven, was tot mislukking gedoemd.
+
+De geschiedenis beweegt zich niet achterwaarts, de menschheid kan niet
+terugkeeren tot haar kindsheid, de tijden zijn te zeer veranderd, te
+veel nieuw zaad is gestrooid, te nieuwe oogsten zijn binnengehaald,
+dan dat de menschen van heden kunnen opgroeien als de menschen van
+vroeger. Het was beslist: Lourdes was een zeer goed te verklaren
+bijkomende omstandigheid, wier heftige reactie een nieuw bewijs leverde
+voor den laatsten doodsstrijd, waarin zich het geloof in den antieken
+vorm van het Katholicisme samenkromp. Nooit zou de geheele natie,
+zooals de oude geloovige natie in de kathedralen der twaalfde eeuw,
+meer neerknielen als een onder de handen van den Meester gedweeë
+kudde. Dit met alle geweld te willen zou zijn zich te pletter loopen
+tegen het onmogelijke, zou de grootste moreele catastrophe ten gevolge
+kunnen hebben.
+
+Van zijn reis hield Pierre niets over dan een eindeloos
+medelijden. Zijn hart stroomde ervan over, gemarteld keerde zijn arm
+hart ervan terug. Hij herinnerde zich de woorden van dien goeden
+abbé Judaine; hij had die duizenden ongelukkigen zien bidden en
+snikken, God zien smeeken erbarmen te hebben met hun marteling; hij
+had met hen gesnikt en als een open wonde bewaarde hij in zich het
+broederlijk medelijden met al hun smarten. Hij kon dan ook niet aan
+die arme menschen denken zonder het brandend verlangen in zich te
+voelen opkomen hun verlichting te schenken. Wanneer het geloof der
+eenvoudigen van geest niet voldoende meer was, wanneer men gevaar
+liep te verdwalen, als men achterwaarts wilde, zou men dan de Grot
+moeten sluiten, een nieuwe krachtsinspanning, een nieuw geduld moeten
+prediken? Maar daar verzette zijn medelijden zich tegen. Neen, neen,
+het zou een misdaad zijn den droom van hun hemel te sluiten voor deze
+lijdenden naar ziel en lichaam, wier eenige verlichting daarin bestond,
+dat zij daar konden neerknielen in den gloed der kaarsen, in de rust
+gevende tonen der koralen. Hij zelf had niet den moord gepleegd om
+Marie van haar dwaling te genezen, hij had zich opgeofferd om haar
+de vreugde van haar waan, den goddelijken steun te laten, genezen
+te zijn door de Heilige Maagd. Waar was de hardvochtige man, die de
+wreedheid bezitten zou om de armen te beletten te gelooven, om in hen
+de vertroosting van het bovennatuurlijke, de hoop, dat God zich met hen
+inliet, een beter leven voor hen in zijn paradijs bewaarde, te dooden?
+
+De geheele menschheid weende, radeloos gelijk aan een ten doode
+gedoemde zieke, die alleen het wonder zou kunnen redden. Hij voelde,
+hoe ongelukkig zij was, hij huiverde van broederlijk en liefdevol
+medelijden tegenover dat jammerlijke Christendom, den ootmoed, de
+onwetendheid, de armoede met haar lompen, de ziekte met haar wonden
+en haar muffen stank, dat heele volk van lijders in het ziekenhuis,
+in het klooster, in de krotten, het ongedierte, de onreinheid, de
+leelijkheid, de stompzinnigheid der gezichten, wat alles te zamen in
+den triomphantelijken naam van rechtvaardigheid, gelijkheid en goedheid
+één ontzaglijk protest vormde tegen gezondheid, leven en natuur. Neen,
+neen, men mocht de ongelukkigen niet tot wanhoop brengen, men moest
+Lourdes dulden, zooals men den leugen duldt, die helpt om te leven. En
+zooals hij het in de kamer van Bernadette gezegd had, zij bleef de
+martelares, zij openbaarde hem den eenigen godsdienst, waarvan zijn
+hart nog vol was, den godsdienst der lijdende menschheid. O, goed zijn,
+alle wonden verbinden, den smart in een droom wiegen, liegen zelfs,
+opdat niemand meer lijden zou!
+
+In volle vaart reden zij een dorp door en Pierre zag als in een
+schim te midden van groote appelboomen een kerk. Alle pelgrims
+maakten het teeken des kruises. Maar hij werd door een gevoel
+van onrust aangegrepen, wroeging bracht iets als angst in zijn
+overpeinzing. Was die godsdienst van het menschelijk lijden, die
+verlossing door lijden ook geen bedriegelijk lokaas, een voortgezette
+verergering van de smart en van de ellende. Het is laf en gevaarlijk
+het bijgeloof te laten leven. Het te dulden, het te aanvaarden staat
+gelijk met telkens opnieuw de slechte eeuwen weer te beginnen. Het
+maakt zwak, maakt dom, de vrome gebreken, die overerfelijk zijn,
+verwekken vernederde en vreesachtige geslachten, ontaarde en gedweeë
+volkeren, een makkelijke buit voor de machtigen dezer aarde. Men buit
+de volkeren uit, men besteelt ze, men verslindt ze, wanneer zij de
+inspanning van hun wilskracht alleen richten op de verovering van het
+leven hiernamaals. Was het dan maar niet beter onmiddellijk den moed
+te hebben het mes te zetten in de wonde der menschheid, de Grotten
+te sluiten, waarin zij gaat snikken, en haar aldus den moed te geven
+het werkelijke leven te leven, al moet het dan in tranen zijn? En dat
+bidden, die vloed van aanhoudende gebeden, welke uit Lourdes opstegen,
+het eindeloos smeeken, dat daar zijn oogen vochtig had doen worden
+en week gemaakt had, was dat misschien iets anders dan een kinderlijk
+in slaap wiegen, dan een verbasteren van alle energie?
+
+De wilskracht sliep erin, het wezen zelf loste er zich op,
+kreeg er een walg van het leven, van de daad. Waarom te willen,
+waarom te handelen, wanneer men zich geheel verlaat op de luim
+van een onbekende almacht? En aan den anderen kant hoe zonderling
+dat krankzinnig verlangen naar wonderen, die drang om God te
+dwingen de natuurwetten, die hij zelf in zijn oneindige wijsheid
+vastgesteld heeft, te overschrijden! Daarin lag het groote gevaar en
+het onverstand; men mocht bij den mensch, en vooral bij het kind,
+slechts de persoonlijke energie en den moed, om de waarheid onder
+de oogen te zien, ontwikkelen, op gevaar af daardoor de illusie,
+de goddelijke troosteresse, te verliezen.
+
+Nu rees een groot licht in Pierre op en verblindde hem. Hij was de
+rede, het verstand, hij protesteerde tegen de verheerlijking van het
+absurde en de ontaarding van het gezonde menschenverstand. O, hij leed
+door zijn rede, maar was ook alleen door zijn rede gelukkig. Zooals hij
+tegen dr. Chassaigne gezegd had, hij brandde slechts van verlangen
+om haar steeds meer te bevredigen, zelfs al kostte het hem zijn
+geluk. Zij was het, hij zag het nu duidelijk in, zij was het, wier
+voortdurend verzet in de Grot, in de Basilica, in geheel Lourdes hem
+belet had te gelooven. Hij had haar niet kunnen dooden, hij had zich
+niet kunnen verootmoedigen en in het stof werpen, zooals zijn oude
+vriend, de tegen den grond geslingerde grijsaard, die in het ongeluk
+van zijn hart weer kind geworden was. Zij was de opperste meesteres,
+zij hield hem staande zelfs te midden van de duisternissen en de
+mislukkingen der wetenschap. Wanneer hij zich iets niet verklaren
+kon, fluisterde zij hem in: "Er bestaat ongetwijfeld een natuurlijke
+verklaring, doch die u thans ontgaat!"
+
+Hij herhaalde telkens weer voor zichzelf, dat men geen werkelijk
+gezond ideaal kan hebben buiten de langzame overwinning der rede
+te midden van de ellenden van lichaam en geest. Hij, de priester,
+was in staat zijn leven te verwoesten, om in den strijd van zijn
+herediteit--zijn vader geheel hersens, zijn moeder geheel geloof--zijn
+eed te houden. Hij had de kracht gehad zijn vleesch in toom te houden,
+af te zien van de vrouw, maar hij voelde heel goed, dat zijn vader
+ten slotte de overwinning behalen zou, want het was hem van nu af aan
+onmogelijk zijn rede ten offer te brengen; daarvan zou hij niet afzien,
+die zou hij niet in toom kunnen houden. Neen, neen, het menschelijk
+lijden zelf, het heilige lijden der armen mocht geen hinderpaal zijn,
+mocht geen noodzakelijkheid voor onwetendheid en dwaasheid vormen. De
+rede voor alles, er was geen heil, geen redding dan in haar. Als hij,
+badend in tranen, en week gemaakt door zooveel lijden, te Lourdes
+gezegd had, dat het onvoldoende was te vreezen en lief te hebben,
+dan had hij zich gevaarlijk vergist. Het medelijden was slechts een
+makkelijk hulpmiddeltje. Men moest leven, men moest handelen, de rede
+moest het lijden bestrijden, als men dat niet eeuwig bestendigen wilde.
+
+Weer rees in de snelle vlucht van het landschap een kerk op, ditmaal
+aan den horizont van den hemel, de een of andere geloftekapel, waarop
+een hoog beeld der Heilige Maagd stond. En weer maakten de pelgrims
+het teeken des kruises. En weer kwamen de overpeinzingen van Pierre
+op een andere baan, gaf een nieuwe vloed van gedachten hem terug aan
+zijn angst. Wat was toch dat dringende verlangen naar het hiernamaals,
+dat de lijdende menschheid martelde? Vanwaar kwam het? Waarom wilde
+men gelijkheid, rechtvaardigheid, daar die dingen toch niet schenen te
+behooren bij de ongevoelige natuur? De mensch had ze gebracht in het
+onbekende van het mysterie, in het bovennatuurlijke van religieuze
+paradijzen, en daar leschte hij zijn brandenden dorst. Steeds had
+de onleschbare dorst naar geluk hem gekweld, steeds zou hij hem
+blijven kwellen.
+
+Dat de paters van de Grot zulke schitterende zaken maakten, kwam
+alleen, omdat zij iets van het goddelijke verkochten. Die dorst naar
+het goddelijke, welke in den loop der eeuwen door niets gelescht
+had kunnen worden, scheen aan het einde van onze wetenschappelijke
+eeuw met nieuwe kracht op te komen. Lourdes was het luid sprekende,
+het onloochenbare voorbeeld, dat de mensch misschien nooit den droom
+van een almachtig God, die de gelijkheid herstelt en door wonderen
+het geluk opnieuw schept, zou kunnen ontberen. Wanneer de mensch den
+bodem van het ongeluk, om te leven, bereikt heeft, keert hij weer terug
+tot de goddelijke illusie; hierop immers rust de grondslag van alle
+godsdiensten, dat de zwakke en naakte mensch niet de kracht heeft
+zijn aardsche ellende zonder den eeuwigen leugen van een paradijs
+te doorstaan. Thans was de proef genomen: de wetenschap alleen was
+blijkbaar niet voldoende, men zou een deur moeten open laten voor
+het mysterie.
+
+Plotseling klonk het groote woord in de hersens van den in diep gepeins
+verzonken Pierre. Een nieuwe godsdienst! Die deur, welke men voor het
+mysterie had moeten openlaten, was, alles bij elkaar genomen, een
+nieuwe godsdienst. De menschheid ruwweg van haar droom te genezen,
+haar met geweld het wonderbare, waaraan zij evenveel behoefte had
+als aan brood, om te kunnen leven, te ontnemen zou misschien gelijk
+staan met haar te dooden. Zou zij ooit den wijsgeerigen moed hebben
+het leven zóó op te vatten als het is, het voor zichzelf te leven
+zonder het denkbeeld van toekomstige straffen en belooningen? Het
+scheen wel, als zouden eeuwen verloopen, voordat de maatschappij
+verstandig genoeg zou zijn, om zonder de moreele politie van den een
+of anderen eeredienst, zonder een troost van een bovenmenschelijke
+gelijkheid en rechtvaardigheid te leven. Ja een nieuwe godsdienst,
+het klonk en weerklonk in hem als de kreet zelf der volkeren, als
+de begeerige en wanhopige behoefte der moderne ziel. De troost,
+de hoop, die het Katholicisme aan de wereld gegeven had, scheen na
+achttien eeuwen van geschiedenis, na zooveel tranen, zooveel bloed,
+zooveel barbaarsche beroeringen uitgeput te zijn. Het was een illusie,
+die wegging, en men moest er tenminste een illusie voor in de plaats
+geven. Dat men zich eens in het Christelijk paradijs geworpen had, kwam
+alleen, omdat het zich toen opende als de jonge hoop en verwachting.
+
+Een nieuwe godsdienst, een nieuwe hoop, een nieuw paradijs, ja,
+daarnaar dorstte de wereld in de ellende, waaronder zij samenkromp. En
+pater Fourcade voelde dat heel goed, hij bedoelde niets anders, toen
+hij in zijn onrust smeekte, dat men het volk der groote steden, de
+groote massa van het volk, dat de natie vormt, naar Lourdes brengen
+zou. Honderdduizend, tweehonderdduizend pelgrims per jaar te Lourdes,
+was nog niet meer dan een zandkorreltje. Het volk, het geheele volk
+zou moeten komen. Maar het volk had de kerken voor altijd verlaten,
+het legt zelfs zijn ziel niet meer in de Heilige Maagden, die het
+vervaardigt, niets zou het zijn verloren geloof kunnen teruggeven. Een
+Katholieke democratie, o, de geschiedenis zou opnieuw beginnen. Maar
+zou die stichting van een nieuw Christelijk volk mogelijk zijn? Zou
+daarvoor niet de komst van een nieuwen Verlosser, de levenwekkende
+adem van een tweeden Messias noodig zijn?
+
+De woorden klonken luider, klonken steeds luider als was het
+klokgelui, in Pierre's overpeinzingen. Een nieuwe godsdienst! Een
+nieuwe godsdienst! Hij moest natuurlijk dichter bij het leven
+staan, een grootere plaats inruimen aan de aarde, zich aanpassen
+bij de verkregen waarheden. En vooral een godsdienst, die geen
+verlangen naar den dood kweekte. Bernadette, die slechts leefde,
+om te sterven, dr. Chassaigne, die naar den dood snakte als naar
+het eenige geluk, die geheele spiritualistische overgave was niets
+dan één aanhoudende desorganisatie van den wil om te leven. Aan het
+einde daarvan was de levenshaat, de walging voor, de verlamming
+van de daad. Iedere godsdienst is ontegenzeggelijk slechts een
+belofte van onsterfelijkheid, een vermooiïng van het hiernamaals,
+de toovertuin van den dag naar den dood. Zou een nieuwe godsdienst
+ooit dien tuin van eeuwig geluk op de aarde kunnen brengen? Waar was
+dan de formule, waar was het dogma, dat de hoop der tegenwoordige
+menschen in vervulling zou doen gaan? Welk geloof moest men zaaien,
+dat het zou opschieten tot een oogst van kracht en vrede? Hoe zou
+men den algemeenen twijfel kunnen bevruchten, opdat hij het leven
+zou kunnen geven aan een nieuw geloof, en welk soort illusie, welke
+goddelijke leugen zou nog kunnen kiemen in de tegenwoordige, aan alle
+kanten verwoeste, door een eeuw van wetenschap omgespitte aarde?
+
+Op dat oogenblik zag Pierre, zonder eenigen zichtbaren overgang, op
+den onduidelijken achtergrond van zijn overpeinzingen de gestalte van
+zijn broer Guillaume oprijzen. Hij was er echter niet door verbaasd,
+een geheime band bracht hem schijnbaar hierheen. Hoe hadden zij
+elkaar niet liefgehad, en wat een goede en vriendelijke broer was hij
+geweest! Daarna was een volkomen breuk gevolgd, hij had hem niet meer
+gezien, sinds hij zich opgesloten had in zijn scheikundige studiën
+en afgezonderd in een klein huisje in de voorstad met een maîtresse
+en twee groote honden leefde. Dan nam zijn gepeins nog een andere
+richting; hij dacht aan het proces, waarin de naam van Guillaume
+genoemd was als verdacht vriendschappelijke betrekkingen te onderhouden
+met de revolutionnairen. Men vertelde, dat hij na lange onderzoekingen
+de formule ontdekt had van een vreeselijke springstof, waarvan één pond
+voldoende zou zijn om een kathedraal in de lucht te doen vliegen. En
+nu dacht Pierre aan die anarchisten, welke de wereld wilden hernieuwen
+en redden, door haar te verwoesten. Het waren slechts droomers, en
+weliswaar vreeselijke droomers, maar droomers, zooals de onschuldige
+pelgrims, wier extatischen troep hij voor de Grot had zien neerknielen.
+
+Als de anarchisten en de uiterste socialisten gewelddadig de gelijkheid
+in rijkdom, de gemeenschappelijke verdeeling van de goederen dezer
+wereld vroegen, de pelgrims eischten met tranen de gelijkheid in
+gezondheid, een rechtvaardige verdeeling van moreelen en physieken
+vrede. Dezen rekenden op het wonder, de anderen namen hun toevlucht
+tot ruw geweld. In den grond der zaak was het dezelfde overprikkelde
+droom van broederschap en gerechtigheid, het eeuwige verlangen naar
+geluk, geen armen meer, geen zieken meer, allen gelukkig. Waren
+in de oude tijden de eerste Christenen ook geen revolutionnairen
+geweest voor de heidensche wereld, die zij bedreigden en ten slotte
+verwoest hebben? Zij, die men toen vervolgd heeft, die men getracht
+heeft uit te roeien, zijn thans ongevaarlijk, omdat zij het verleden
+geworden zijn. De angstaanjagende toekomst is steeds de mensch, die
+van de komende maatschappij droomt; thans is het de in den waan der
+maatschappelijke hernieuwing bevangene, die den grootschen, donkeren
+droom droomt alles door de vlam van branden te kunnen reinigen. Dat
+was monsterachtig. En toch, wie kon zeggen, of daarin niet de verjongde
+wereld van morgen lag?
+
+En verdoofd, in onzekerheid wegzinkend, maakte Pierre, ondanks
+zijn afschuw voor geweld, gemeene zaak met de oude maatschappij,
+die zich verdedigde, zonder te kunnen zeggen, wanneer de Messias van
+zachtmoedigheid komen zou, in wiens handen hij met gerustheid de arme,
+zieke menschheid zou durven leggen. Een nieuwe godsdienst, ja, een
+nieuwe godsdienst! Maar het is niet makkelijk er een uit te denken;
+hij bleef in onzekerheid wat hij kiezen moest: het oude geloof, dat
+gestorven was, of het jonge geloof van morgen, dat nog geboren moest
+worden. In zijn diepe droefheid was hij er voor zichzelf niet zeker
+van, of hij zijn eed zou kunnen houden, hij, priester zonder geloof,
+die waken moest over het geloof van anderen, die kuisch en eerlijk
+zijn ambt vervult in den droeven trots, dat hij geen afstand had
+kunnen doen van zijn rede, zooals hij afstand gedaan had van zijn
+vleesch. Hij zou afwachten.
+
+De trein rolde voort tusschen groote parken, de locomotief floot
+met een lange fanfare van jubel, die Pierre uit zijn overpeinzingen
+rukte. Om hem kwam de wagon in beweging en opwinding. Men had Juvisy
+achter den rug, nog een half uur en zij waren in Parijs. Toen zuster
+Hyacinthe in haar handen geklapt had, hief de geheele wagon het
+Te Deum, het dank- en loflied aan: "Te Deum laudamus, te Dominum
+confitemur..." De stemmen klonken op met een laatste oplaaiïng
+van geloofsijver, al deze gloeiende zielen dankten God voor de
+wonderbare reis, voor de heerlijke bewijzen van genade, waarmede hij
+hen overstelpt had en nog overstelpen zou.
+
+De fortificaties! In den wijden, reinen, helder-warmen hemel daalde
+langzaam de twee-uur-zon. Boven het reusachtige Parijs verhieven
+zich fijne, roodachtige dampen in lichte wolken, een dikke, golvende
+adem van een aan het werk zijnden kolos. Het was Parijs met zijn
+werkplaatsen, Parijs met zijn hartstochten, zijn strijd, zijn steeds
+rommelenden donder, zijn gloeiend leven, dat steeds nieuw leven
+wekt. En de witte trein, de jammerlijke trein van lijden en ellende,
+reed er in volle vaart binnen met de steeds luider klinkende, steeds
+meer de lucht verscheurende fanfare van zijn gefluit. De vijfhonderd
+pelgrims en de driehonderd zieken zouden er zich verspreiden en weer
+neervallen op het harde plaveisel van hun bestaan; zij ontwaakten dan
+uit den wonderbaren droom, dien zij gedroomd hadden, tot den dag,
+waarop het troostende verlangen van een nieuwen droom hen dwingen
+zou de eeuwige bedevaart naar het mysterie en naar de vergetelheid
+opnieuw te beginnen.
+
+O, treurige menschen, arme zieke, naar illusie hongerende menschheid,
+die, in de verslapping van deze ten einde spoedende eeuw, radeloos
+en ziek, omdat zij te gulzig te veel wetenschap verslonden heeft,
+zich opgegeven acht door de geneesheeren van ziel en lichaam en in
+groot gevaar verkeert om te bezwijken aan de ongeneeslijke kwaal,
+en nu achteruit wil en het wonder van haar genezing vraagt aan
+de mystieke Lourdes van een voor altijd gestorven verleden! Daar
+ginds is Bernadette, de nieuwe Messias van het lijden, Bernadette,
+zoo roerend in haar menschelijke werkelijkheid, de vreeselijke les,
+het van de wereld afgesneden, het tot verzaking en tot eenzaamheid
+gedoemde slachtoffer, de ten dood gewijde, aan wie het recht ontzegd
+was vrouw, echtgenoote en moeder te zijn, omdat door haar was gezien
+de Heilige Maagd.
+
+
+
+ EINDE.
+
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Spaar, O Heer, spaar Uw volk...
+
+[2] Ik geloof in den eenigen God.
+
+[3] Heer, erbarm u...
+
+[4] Christus, verhoor ons.
+
+[5] Bid voor ons, heilige Moeder Gods.
+
+[6] Moge God u door deze heilige zalving en door zijn zeer heilige
+genade u vergeven al wat gij gezondigd hebt door uw gezicht, uw gehoor,
+uw reuk, uw smaak, uw aanraking.
+
+[7] Bid voor ons, heilige Moeder Gods, opdat wij de beloften van
+Christus waardig worden.
+
+[8] Negendaagsche godsdienstoefening om zekere genade te verkrijgen.
+
+[9] Verlamming van het onderste gedeelte van het lichaam.
+
+[10] Wees gegroet, ster der zee. Beginwoorden van een kerklied.
+
+[11] Eetzaal.
+
+[12] Een soort lepra.
+
+[13] Iemand, die het nuttigheidsbeginsel als drijfveer en einddoel
+der menschelijke handelingen beschouwt.
+
+[14] Weggemoffeld, weggetooverd.
+
+[15] Loof, Sion, den Verlosser!
+
+[16] Mijn ziel verheerlijkt den Heer.
+
+[17] En mijn geest heeft gejuicht in God, mijn redder.
+
+[18] Hij heeft de machtigen vernederd en de nederigen verhoogd.
+
+[19] Zooals hij gesproken heeft tot onze vaderen, tot Abraham en zijn
+zaad in eeuwigheid.
+
+[20] Toestand van levensgevaarlijke slaapzucht.
+
+[21] "Looft, looft Maria!"
+
+[22] Negendaagsche godsdienstoefening in afzondering, om een bepaalde
+genade te verkrijgen.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De drie steden: Lourdes, by Émile Zola
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE DRIE STEDEN: LOURDES ***
+
+***** This file should be named 56760-8.txt or 56760-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/5/6/7/6/56760/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions will
+be renamed.
+
+Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
+law means that no one owns a United States copyright in these works,
+so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
+States without permission and without paying copyright
+royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
+of this license, apply to copying and distributing Project
+Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
+concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
+and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
+specific permission. If you do not charge anything for copies of this
+eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
+for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
+performances and research. They may be modified and printed and given
+away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
+not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
+trademark license, especially commercial redistribution.
+
+START: FULL LICENSE
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
+Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
+www.gutenberg.org/license.
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
+Gutenberg-tm electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or
+destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
+possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
+Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
+by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
+person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
+1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
+agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
+electronic works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
+Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
+of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
+works in the collection are in the public domain in the United
+States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
+United States and you are located in the United States, we do not
+claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
+displaying or creating derivative works based on the work as long as
+all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
+that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
+free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
+works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
+Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
+comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
+same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
+you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
+in a constant state of change. If you are outside the United States,
+check the laws of your country in addition to the terms of this
+agreement before downloading, copying, displaying, performing,
+distributing or creating derivative works based on this work or any
+other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
+representations concerning the copyright status of any work in any
+country outside the United States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
+immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
+prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
+on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
+phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
+performed, viewed, copied or distributed:
+
+ This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
+ most other parts of the world at no cost and with almost no
+ restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
+ under the terms of the Project Gutenberg License included with this
+ eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
+ United States, you'll have to check the laws of the country where you
+ are located before using this ebook.
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
+derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
+contain a notice indicating that it is posted with permission of the
+copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
+the United States without paying any fees or charges. If you are
+redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
+Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
+either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
+obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
+trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
+additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
+will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
+posted with the permission of the copyright holder found at the
+beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
+any word processing or hypertext form. However, if you provide access
+to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
+other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
+version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
+(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
+to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
+of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
+Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
+full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
+provided that
+
+* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
+ to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
+ agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
+ within 60 days following each date on which you prepare (or are
+ legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
+ payments should be clearly marked as such and sent to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
+ Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
+ Literary Archive Foundation."
+
+* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or destroy all
+ copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
+ all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
+ works.
+
+* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
+ any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
+ receipt of the work.
+
+* You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
+Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
+are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
+from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
+Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
+trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
+Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
+electronic works, and the medium on which they may be stored, may
+contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
+or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
+intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
+other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
+cannot be read by your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium
+with your written explanation. The person or entity that provided you
+with the defective work may elect to provide a replacement copy in
+lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
+or entity providing it to you may choose to give you a second
+opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
+the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
+without further opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
+OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
+LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of
+damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
+violates the law of the state applicable to this agreement, the
+agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
+limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
+unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
+remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
+accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
+production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
+electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
+including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
+the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
+or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
+additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
+Defect you cause.
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of
+computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
+exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
+from people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
+generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
+Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
+www.gutenberg.org
+
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
+U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
+mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
+volunteers and employees are scattered throughout numerous
+locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
+Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
+date contact information can be found at the Foundation's web site and
+official page at www.gutenberg.org/contact
+
+For additional contact information:
+
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
+DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
+state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations. To
+donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
+Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
+freely shared with anyone. For forty years, he produced and
+distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
+volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
+the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
+necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
+edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search
+facility: www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
diff --git a/old/56760-8.zip b/old/56760-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ea26c51 --- /dev/null +++ b/old/56760-8.zip |
