summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/54838-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-02-07 09:22:21 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-02-07 09:22:21 -0800
commit7e6b993947c2a887ace8a74f07167f9f88b63039 (patch)
tree58461cdda54f480ba03d8f5cd38fd408add734b5 /old/54838-8.txt
parent4538496d38f36dfe2dfabb6836a8ab9f50a45689 (diff)
NormalizeHEADmain
Diffstat (limited to 'old/54838-8.txt')
-rw-r--r--old/54838-8.txt6660
1 files changed, 0 insertions, 6660 deletions
diff --git a/old/54838-8.txt b/old/54838-8.txt
deleted file mode 100644
index eec2de8..0000000
--- a/old/54838-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,6660 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert, by
-Kees Valkenstein
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-
-
-Title: De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert
-
-Author: Kees Valkenstein
-
-Release Date: June 3, 2017 [EBook #54838]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AEROPLAAN VAN M'NHEER ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
-
-
-
-
-
-
-
-
- DE AEROPLAAN VAN
- M'NHEER VLIEGENTHERT
-
-
- DOOR
-
- KEES VALKENSTEIN
-
- Met Illustraties van den Schrijver.
-
-
- W. DE HAAN--UTRECHT
-
-
-
-
-
-
-
-
-EERSTE HOOFDSTUK.
-
- Waarin verhaald wordt, hoe Jan Drie per ongeluk de monoplaan van
- m'nheer Vliegenthert stal, waardoor men tevens op de hoogte komt
- van de stand der vliegsport in 't jaar 2010.
-
-
-Jan Drie was geboren op den 24sten Augustus 1995 en was dus in 2010,
-'t jaar waarin de gebeurtenissen plaats hadden, die in dit boek
-verteld worden, juist vijftien jaar oud.
-
-De reden waarom die gebeurtenissen nu reeds verhaald worden, zoo
-lang van te voren is heel eenvoudig deze: In 2010 zijn we met z'n
-allen al lang dood, wat bepaald jammer is voor ons allemaal. (Want
-de menschen gaan zoo verbazend hard vooruit tegenwoordig, dat 't
-werkelijk 'n genoegen moet zijn over honderd jaar te leven.) Maar
-daar is nu eenmaal niets aan te veranderen. We zijn dood tegen die
-tijd en 't niet vertellen van Jan Dries vliegavonturen zou dus groote
-gekheid zijn. Uitstel is wel niet altijd afstel, maar in dit geval zou
-'t er toch erg op gaan gelijken indien de schrijver wachten moest tot
-'t eerst allemaal gebeurd was.
-
-Jan Drie zat midden in de zomervacantie. Hij had dus al 'n volle
-maand niets uitgevoerd, want de zomervacantie duurde op alle scholen
-zestig dagen. De menschen in Jan's tijd vonden 't noodig minstens
-twee maanden per jaar vrijaf te hebben. Niet alleen de schoolkinderen,
-maar alle andere menschen ook. Op de scholen hadden ze natuurlijk wel
-meer vacantie, maar de groote rusttijd duurde twee maanden. Na tien
-maanden werken, twee maanden rust, dat kwam iedereen toe. Ze hadden
-'t liefst allemaal in de zomer vrij, maar nadat ze 't 'n paar keer
-geprobeerd hadden allemaal tegelijk vacantie te nemen, waren ze er
-van teruggekomen. Met dat algemeene geluier liep de boel leelijk in
-'t honderd. Doch de meesten hadden hun vrije zestig dagen toch in de
-zomer en wie nog school ging behoorde daar vanzelf toe. Jan Drie dus
-ook, want die zat in de vierde klas der H.B.S.
-
-Als er één zijn twee maanden rust verdiend had, werkelijk verdiend,
-dan was dat Jan Drie. Wie in 2010 op de H.B.S. mee wou komen, moest
-aanpakken. Ze maakten er geen gekheid mee. Chemie en werktuigkunde
-waren de hoofdvakken. Die had iedereen hard noodig, de landbouwer even
-goed als de fabrikant of de handelsman. Gelukkig deden ze niet zooveel
-meer aan vreemde talen als tegenwoordig. Over de heele aarde leerde
-men de wereldtaal, 'n makkelijk soort koeterwaalsch, waar niemand veel
-moeite mee had. Kwam je in den vreemde, dan sprak je die algemeene taal
-als je wat van de menschen weten wou. Iedere politieagent verstond
-'t--en daar de politiemannen in Jan's tijd voornamelijk tot taak
-hadden de menschen terecht te helpen, waren ze over 't algemeen
-'n zeer vriendelijk soort menschen geworden, die zoowel te land
-en te water, evengoed als in de lucht steeds beleefd en voorkomend
-'t verkeer regelden zonder sabel en zonder barsch gezicht.
-
-Natuurlijk kon je ook vreemde talen leeren als je er lust in had. Er
-waren nog menschen genoeg die wilden lezen wat in andere talen
-geschreven werd of die 't pleizierig vonden om met vreemdelingen
-hún taal te spreken in plaats van dat internationale taaltje. Maar
-je kon toch onmogelijk al de talen leeren van de landen waar je zoo
-wel eens heenreisde voor zaken of voor genoegen .... of liever waar
-je heenvloog, want in 2010 reisden de meeste menschen per luchtschip
-of aeroplaan. De spoortreinen en schepen waren voornamelijk voor
-goederentransport ingericht. Ofschoon niemand je beletten zou gebruik
-te maken van zoo'n vervoermiddel als je daar eens pleizier in had. 't
-Waren vooral oudere luidjes die er mee reisden. Die hadden namelijk
-nog van die ouderwetsche begrippen van duizeligheid en zoo. Maar
-'t reizen door de lucht was veel aangenamer. Je voelde niet dat je
-reisde en hoe gelijkmatig ook de beweging over de rails in 2010 was,
-je werd toch altijd gewaar dat je reedt. Ook was 't een beetje doodsch
-in zoo'n trein zonder machinisten en stokers, zonder conducteurs en
-zonder bedienden in de restauratiewagen. 't Ging alles electrisch. Op
-'t hoofdkantoor zaten de machinisten, als je hen zoo noemen wilt, want
-'t waren electriciens, voor een bord waarop alle sporen zwart op wit
-aangegeven waren, met alle stations, wissels en seinen heel duidelijk
-er langs geschilderd. Kleine roode blokjes stelden de treinen voor en
-die bewogen zich over de spoorwegkaart tegelijk met de echte treinen
-buiten op de baan. Iedere machinist voor 't bord bediende 'n zeker
-deel, 'n sectie, op de kaart aangegeven door 'n groen vierkant. Hij had
-maar aan genummerde knoppen te draaien en de treinen liepen en stonden
-stil, reden langzaam of vlogen langs de baan. En de restauratiewagen
-in de trein was ingericht als 'n automatische lunchroom: 'n geldstuk
-in de gleuf en 't verlangde eten of drinken stond voor je. 't Was
-allemaal heel eenvoudig maar doodvervelend.
-
-Neen dan was de aeroplaan 'n heel wat prettiger voertuig en daar dacht
-Jan Drie juist over, terwijl hij daar op 't dak in 'n gemakkelijke
-stoel lag. 't Begon al avond te worden en de meeste menschen waren
-met de lift naar hun platte daken gegaan. Geen mensen kreeg 't in 2010
-nog in z'n hoofd trappen te gaan klimmen, als je naar boven geblazen
-of getrokken kon worden al naar dat je lift, 'n pneumatische of 'n
-electrische was. En iedereen die thuis was, zat 's avonds graag op
-'t dak. Dan zag je de buren naar beneden komen met hun vlieger of je
-wuifde een groet met de hand of met je zakdoek naar een kennis, die
-juist over je dak vloog, of even neerstreek om 'n praatje te maken. De
-daken waren namelijk ingericht voor 't opstijgen en neerdalen van die
-kleine aeroplaans, die de menschen in Jan Drie's tijd er op nahielden
-in plaats van de fiets waarvan wij nu zoo'n druk gebruik maken. Ieder
-blok woonhuizen bestond uit niet meer dan hoogstens vier woningen
-onder één plat dak, dat voorzien was van hangars of bergplaatsen
-voor de vliegers. Die huizen stonden natuurlijk niet in de stad maar
-buiten op 't land om de stad heen. In de stad woonde geen mensch meer,
-die er niet noodzakelijk wonen moest. De stad bestond voornamelijk
-uit kantoren, fabrieken, werkplaatsen, loodsen, pakhuizen en andere
-groote gebouwen. 't Spreekt vanzelf dat daar ook de stations waren,
-beneden voor de treinen en boven voor de luchtschepen. De menschen
-vlogen er 's morgens heen en keerden 's avonds naar hun huis in 't
-vrije terug. Bij stormachtig weer als 't moeielijk ging met de vlieger,
-snorden ze met hun auto heen en terug. 'n Auto was in 2010 'n ding, dat
-iedereen, die nu niet totaal doodarm was, zich kon aanschaffen. Iedere
-werkman had er een. Ze waren ook zoo goedkoop, die kleine auto's,
-wat geen wonder was, als men in aanmerking neemt dat reeds in 1910,
-dus honderd jaar vóór Jans tijd, in sommige steden van Californië één
-op de veertig menschen 'n auto had. De uitvinders hadden er al jaren
-geleden voor gezorgd, dat 't eenige artikel waardoor 't rijden met
-'n tuf 'n dure geschiedenis wordt, de rubber, kunstmatig verkregen
-werd, zoodat Jan en alleman zich nagenoeg voor niemendal luchtbanden
-kon aanschaffen. Maar de aeroplaan bleef toch maar jè vervoermiddel!
-
-Jan Drie lag dus naar de voorbijschietende aeroplaans te kijken en
-groette nu en dan 'n bekende, meestal 'n jongen uit de vijfde klas,
-die al zelf 'n vlieger had. Jan bezat er nog geen, en al had hij er
-een bezeten, dan had hij er nòg niet mee mogen vliegen, want geen
-mensch kreeg 'n vliegbewijs, zonder dat hij 'n cursus doorgemaakt
-had in de aviatiek. Op de H.B.S. stond aviatiek onder de vakken,
-die pas in 't vierde jaar gegeven worden en Jan was pas met 'n
-prachtig overgangsexamen in de vierde aangeland. Hij moest dus nog
-aan de aviatiek beginnen. De meeste jongens deden dan op 't eind van
-'t vierde hun aviatiekexamen, omdat ze graag 't vliegbewijs wilden
-hebben, maar ze konden 't ook tegelijk met 't eindexamen doen.
-
-Aviatiek was juist 't vak waar Jan 't meest van hield en daar z'n vader
-vloog en z'n oudere broer benevens 'n dozijn kennissen en Jan een van
-die jongens was, die om zoo te zeggen van 't aanhooren leeren, had
-hij z'n aviatiek best toen al kunnen doen, als hij maar wat meer had
-geweten van meteorologie, die nuttige wetenschap, die je ook luchtkunde
-zou kunnen noemen, ofschoon wij er tegenwoordig nog liever weerkunde
-tegen zeggen. Baroscopen, hygroscopen en thermoscopen hadden Jan tot
-nog toe koud gelaten. Hij had zich meer aangetrokken gevoeld door de
-studie van de motor en de vliegvlakken, 't behandelen der sturen en
-de kunst van opstijgen, keeren en neerdalen. Wat dàt betreft moest
-menige ervaren vliegeraar voor hem de hoed afnemen (hoewel in Jan's
-tijd geen verstandig mensch zoo gek was, zulk een mal ding, dat wij 'n
-hoed noemen, op z'n hoofd te willen hebben.) Hij was al zoo dikwijls
-met z'n vader mee de lucht in geweest en had al zoo vaak onder diens
-leiding zelf gezweefd en gevlogen, dat 'n gewone vlieger geen geheimen
-voor hem had en z'n vader dan ook even gerust z'n pijp rookte, wanneer
-Jan 't stuurrad in z'n handen had en hij naast hem op 't gemakkelijke
-passagiersbankje zat, als in 't tegenovergestelde geval.
-
-Maar Jan mocht niet alléén vliegen en dat was voor hem 'n even
-onaangenaam ding, als 't is voor 'n jongen van onze tijd, die er niet
-alleen op z'n kar vandoor mag.
-
-'t Werd donker en de vliegers, die nog in de lucht waren hadden
-hun lichten aan. De sterren stonden te tintelen met dezelfde zachte
-flikkerlichtjes, waarmee ze reeds zoovele duizende jaren de donkere
-aarde beschenen hadden, heel hoog boven al dat veranderlijke gedoe
-van de menschen. Maar 't leek wel alsof de menschen de sterrenhemel
-niet mooi genoeg meer vonden en er daarom wat nieuwe sterren bij
-gemaakt hadden, steeds drie bij elkaar. 'n Witte in 't midden en iets
-lager links en rechts 'n groene en 'n roode. En die nieuwe sterren,
-veel helderder dan al die oude, schoten naar alle kanten door het
-luchtruim. Ze verdwenen in de verte of kwamen nader om voorbij te
-snorren boven Jan's hoofd met 'n snelheid van vijftig kilometer in 't
-uur. Hij zag sommige dalen in de buurt, heel langzaam en dan hoorde
-hij de menschen praten en lachen als ze hun vlieger opborgen. Van
-anderen die voorbij vlogen zag hij 't kleine eenzame sterretje, 't
-lichtje achteraan de vlieger. Eerst was de lucht vol geweest van die
-lampen, maar na 'n uur werd 't minder en minder tot eindelijk de hemel
-boven hen nog alleen maar bespikkeld was met de oude trouwe lichtjes
-van altijd. De vliegmenschen in de buurt waren allemaal thuis en de
-lucht was weer ouderwetsch leeg. Slechts een aeroplaan was er nog,
-een met twee roode lichten en 'n scherp wit zoeklicht middenin. Die
-bleef maar steeds in 'n wijde kring rondzweven op dezelfde hoogte,
-statig en langzaam. 't Was de politie-monoplaan van den luchtwachter,
-die in de buurt dienst had. In de verte boven de stad vlogen er nog
-'n stuk of wat, maar die waren nauwelijks te zien door de gele gloed
-van al de lichten daarbeneden.
-
-Jan stond op. Hij wou maar naar bed gaan. Doch bij de lift bleef
-hij staan om nog even te kijken naar de nachtexpres voor Berlijn
-en St. Petersburg, die juist boven de stad opsteeg. Eerst zag hij
-de groote bestuurbare ballon, zoo'n lange Zeppelin, heel duidelijk
-in 't felle stadslicht, maar naar mate de ballon steeg werd ze
-onduidelijker in het nachtduister, doch zooveel te beter kon hij de
-helverlichte salons onder de met gas gevuld luchtvisch zien, die nu
-hooger en hooger stijgend steeds meer nabij kwam, doch spoedig met
-'n snelheid van tweehonderd kilometer over steden en dorpen, heuvels
-en dalen heensnorrend, uit het oog verdween.
-
-Terwijl hij 't groote luchtschip nazag, hoorde hij plotseling achter
-zich 't gonzen van 'n aeroplaan en toen hij opkeek zag hij, dat zijn
-buurman, mijnheer Vliegenthert, die in 't zelfde blok woonde, neerkwam
-op 't dak. Hij zag m'nheer Vliegenthert uitstappen. De lichten gingen
-plotseling uit en m'nheer Vliegenthert die groote haast scheen te
-hebben om in bed te komen, verdween in lift no. 1. Z'n vlieger liet hij
-op 't dak staan, wat natuurlijk niet mocht. Vliegers en bestuurbare
-ballons moesten 's nachts weggeborgen worden in de hangars of in
-de hallen. Maar m'nheer Vliegenthert was wel eens meer 'n beetje
-zorgeloos. Als de luchtwachter de vlieger ontdekte, onbeheerd op
-'t dak, zou ie wel eventjes 't nummer noteeren en dan kreeg m'nheer
-Vliegenthert natuurlijk den volgenden dag 'n bekeuring. Doch daar
-gaf m'nheer Vliegenthert blijkbaar geen sikkepit om. Hij was wel
-eens meer bekeurd voor zoo iets. Hij betaalde de boete en deed 't
-toch naderhand weer. D'r zijn nu eenmaal menschen, die 't geen haar
-kan schelen, als ze boete moeten betalen.
-
-Jan ging niet in de lift, maar wandelde over 't dak naar m'nheer
-Vliegenthert's aero. Hij hield van aeroplaans of 't levende dingen
-waren en hij vond 't verschrikkelijk dat m'nheer Vliegenthert z'n
-mooie toestel daar maar zoo onbeschermd op 't dak liet. Hoe licht kon
-'t niet gaan waaien dien nacht, iets wat in ons land zoo dikwijls
-voorkomt. In dat geval zou m'nheer Vliegenthert de volgende morgen
-z'n vlieger ergens beneden moeten gaan zoeken, hoogstwaarschijnlijk
-met gebroken vleugels en andere mankementen. M'nheer Vliegenthert kon
-dat misschien zooveel niet schelen, die had geld genoeg om desnoods
-dadelijk 'n nieuwe aan te schaffen, maar Jan Drie vond 't zonde. 't
-Was zoo'n mooie sierlijke vlieger, een met slaande vleugels, waarvan
-de menschen honderd jaar geleden, toen ze begonnen te vliegen, niet
-hadden durven droomen, die zich door de lucht bewoog als 'n echte
-vogel en 'n snelheid bezat van 'n levende zwaluw bijna. 'n Vlieger,
-waarmee je in de lucht alles kon doen, behalve stilstaan. Maar
-daarvoor hield je er ook geen vlieger op na. Jan had in 't museum
-'n vliegmachine gezien van 't jaar 1910. 'n Lomp ding, waarmee 'n
-zekere van Maasdijk gevlogen had, 'n Hollander, die al lang dood was,
-maar naar wiens vliegtoeren indertijd honderden en duizenden van
-heinde en ver waren komen zien. De geschiedenis van de vliegkunst
-maakte melding van de begeestering, waarmee de menschen honderd jaren
-geleden dien van Maasdijk hadden toegejuicht, wanneer hij 'n minuut
-of vijftien of soms twintig boven hun hoofden had gezweefd, zonder
-uit de lucht te vallen. De Nederlanders van 'n eeuw terug hadden van
-Maasdijk bewonderd om z'n durf. En 't was niet alleen van Maasdijk,
-die ze bewonderd hadden... daar was ook nog Olieslaegers en nog
-zoovele andere pioniers der vliegkunst, Bleriot, Paulhan, Latham,
-de twee Wrights enz. enz. 'n heele rij mannen die hun leven gewaagd
-hadden voor de vliegkunst. En Jan Drie vond 't heel natuurlijk, dat
-er zoovele van die mannen waren verongelukt, uit de lucht gevallen,
-dood of verminkt. Want die oude biplaan in 't museum, was zoo'n echt
-onbeholpen ding, waarmee geen mensch in 2010 't gewaagd zou hebben
-ook maar 'n minuut lang te vliegen, nog voor geen honderdduizend
-gulden, zelfs al was 't niet zoo jammerlijk vermolmd geweest. Die
-vliegmenschen van voor honderd jaar waren wèl moedig, dat ze zich
-durfden wagen op zoo'n toestel. Die eerste aviateurs beschikten over
-een doodsverachting waar je koud van werd als je er aan dacht, maar
-die de vliegkunst met reuzenschreden vooruit bracht. Nog geen drie jaar
-na de uitvinding van de eerste vliegmachine waar 't gros der menschen
-in die tijd om lachte of er 't hoofd over schudde, vloog Bleriot al
-over 't kanaal en steeg een ander tot zestienhonderd meter hoogte,
-werden er al fabrieken voor vliegers opgericht en hield men overal
-vliegwedstrijden. Jan's tijdgenooten waren nog dankbaar daarvoor,
-want zonder die onvermoeide levensgevaarlijke pogingen van die eerste
-vliegmannen, zou de vliegkunst nooit geworden zijn, wat ze in 2010 was,
-en Jan Drie zou niet op het dak hebben staan kijken naar dat zonder
-gevaar te hanteeren aeroplaantje van m'nheer Vliegenthert, zoo fijn
-ingericht, met 'n paar gemakkelijke zitjes, of 't ruststoelen waren
-en waarin je even lekker zat als in de leeren leunstoelen uit z'n
-vaders studeerkamer. Hij dacht aan 't onmogelijke smalle plankje
-van de aeroplaan in 't museum, met zoo'n ijzerdraad voor leuning,
-waarop die beroemde waaghalzen van vroeger dagen zich dan toch maar
-erg onveilig moesten gevoeld hebben. 't Was om van te rillen!
-
-Jan vond 't dus jammer om de aeroplaan op 't dak te laten staan
-onder de bloote hemel en wilde daarom de vlieger in de hangar onder
-dak brengen. Maar, daar had je nu weer net zoo iets van m'nheer
-Vliegenthert: de hangar was op slot. Hij wist echter raad. Er
-was plaats genoeg in de hangar van z'n vader. Die was heelemaal
-leeg. Jan's vader en moeder waren voor 'n paar daagjes uitgevlogen
-en z'n broer was al bijna de heele vacantie uit logeeren bij familie
-in Engeland. Die was natuurlijk ook per aeroplaan gegaan. Even dus de
-vlieger van m'nheer Vliegenthert op stal gezet. M'nheer Vliegenthert
-zou wel 'n beetje mal kijken, als ie z'n vlieger niet vinden kon de
-volgende morgen. Maar dàt vond Jan wel leuk. Hij wilde echter de kans
-niet loopen 't mooie monoplaantje te beschadigen. In de duisternis
-stiet je zoo licht ergens tegen aan, zóó breed was 't dak nu juist
-niet, om er veel capriolen met 'n vlieger op te maken. Z'n vaders
-vliegergarage was aan 't andere eind bij lift no. 1. Hij meende
-dus er nog veiliger te komen als hij even opvloog, 'n kringetje om
-'t dak maakte en dan daalde op 't punt waar hij wezen wilde. Hij
-stapte daarom in en ging gemakkelijk in de stuurstoel zitten, drukte
-even op 'n knop (je hoefde niet meer zoo wanhopig aan 'n zwengel te
-draaien om de motor in beweging te brengen als honderd jaar geleden)
-en rrrrt ... de propeller gonsde al ... 'n duwtje aan 't stuurrad
-en met langzame vleugelslag, als van 'n arend, was de monoplaan in
-'n wip van 't dak.
-
-"Ho, ho," dacht Jan, "daar heb ik niet op 't hoogtestuur gelet, daar
-moet die m'nheer Vliegenthert bij 't haastige uitstappen óók nog met
-z'n vingers aan gezeten hebben."
-
-De vlieger was met verbazende snelheid schuin de lucht in
-geschoten. Welke hoogte hij na vijf minuten al bereikt had, kon Jan
-zoo gauw niet gewaar worden. Maar 't moest 'n behoorlijke hoogte zijn,
-want de lucht had langs Jan's ooren gesuisd of 't 'n knappe stormwind
-was. Toen Jan aan dat stijgen 'n eind gemaakt had keek hij bij 't
-schijnsel van 't kleine gloeilampje op 't stuurrad de hoogtemeter
-eens aan. Die wees vijfhonderd meter!
-
-Jan Drie lachte van plezier. Zóó hoog was hij nog nooit gestegen in
-de monoplaan met z'n vader. Die hield meer van de gewone hoogte van
-honderd meters, voorgeschreven aan vliegers en andere luchtvaartuigen,
-die met geen grooter snelheid vlogen dan vijftig kilometers per
-uur. Op die hoogte was 't dan ook gewoonlijk 't gezelligst. Daar
-waren de pleziervliegers, wat je zoudt kunnen noemen de wandelaars
-onder de aeroplaans, met menschen er in, die op visite gingen bij
-familie of kennissen, of die op weg waren naar de schouwburg of 'n
-concert of ook wel eenvoudig 'n luchtje schepten. Op deze geringe
-afstand van de aarde had je geen last van haastige handelsreizigers,
-racende sportvliegers of roekelooze aankomende slagersknechts. Wie
-sneller wou vliegen dan vijftig kilometers moest hooger op. Tusschen
-de twee en vijfhonderd meters was 'n snelheid van vijftig tot
-honderd K.M. geoorloofd. Nòg hooger mocht je vliegen zoo hard
-als je wou, mits je maar zorgde, dat je niet zoo onbesuisd was,
-van in botsing te komen met een van die reusachtige dirigeables,
-die een geregelde vaart onderhielden tusschen de groote steden der
-aarde. Die luchtschepen voeren altijd op 'n hoogte van vijfhonderd
-tot duizend meters. Soms nog wel hooger. 't Verschil was voor deze
-luchtschepen soms aanmerkelijk. Dat lag veelal aan 't weer. Als 't
-beneden 'n beetje onstuimig was, gingen ze maar wat hooger, omdat
-'t in de hoogere luchtlagen meestal kalmer was. Doch er waren ook
-andere oorzaken. Om er maar een te noemen, de Zuid-Afrika-expres,
-die iederen avond van Londen vertrok, ging over Parijs, Tanger,
-Alexandrie, Addis-Abeba (de residentie van den Negus.) Die had de
-heetste streken van Afrika voor 'n goed deel der reis onder zich,
-en steeg daarom boven Afrika tot 'n hoogte van twee duizend meter,
-om de koelte. De Amerika-expres daarentegen kwam zelden hooger dan
-vijfhonderd meter, behalve wanneer 't beneden stormde natuurlijk.
-
-'t Was heerlijk daarboven onder de tintelende sterren, vond Jan. Aan
-z'n rechterkant ver beneden hem glansden de gele lichtbollen van
-de groote stad en daar overheen hoorde hij 't verre brommen der
-zee. Ook dreven er hier en daar de roode lichtjes met het zoeklicht
-der luchtwachters, dat zoo nu en dan 'n hel witte lichtbundel langs
-de duistere hemel schoof, wanneer de man de omtrek verkende. Jan had
-'n sterrenhemel boven en een beneden zich, waartusschen hij met de
-mooie monoplaan van m'nheer Vliegenthert heen gonsde, want de vlieger
-stond niet stil.
-
-Jan Drie kon de verleiding niet weerstaan 'n klein toertje te
-maken, nu hij toch eenmaal aan 't vliegen was. De eigenaar sliep
-al en thuis miste hem niemand, want de dienstboden lagen ook op één
-oor. De lichten der groote stad verdwenen al gauw aan de horizon en
-'t gebrom der golven was niet meer te hooren. Er was niets dan de
-sterren, 't suizen van de lucht langs zijn ooren en 't gonzen van de
-schroef der aeroplaan, die met 'n snelheid van negentig kilometers in
-'t uur door 't luchtruim schoot. 'n Beetje koel was 't wel daarboven,
-doch daar gaf hij niet veel om. Jan was gehard genoeg om voor 'n beetje
-hoogtekou niet erg bang te zijn. Na 'n poosje keek hij op z'n horloge,
-dat hij op vliegenierswijze in 'n leeren armband droeg ... sjonge,
-hij had al meer dan 'n uur gevlogen! 't Werd dus tijd om de geleende
-monoplaan weer naar huis te brengen ... Keeren dus. Hij was zoowat
-in de richting Zuidoost vertrokken. Dat wist ie wel uit 't hoofd,
-omdat ie de ligging van 't dak kende. Maar nu moest hij toch even 't
-kompas raadplegen, om de richting terug, Noordwest te vinden. Onder
-'t wenden van de aeroplaan keek hij dus even naar 't koperen doosje op
-'t stuurrad vlak bij 't kleine gloeilampje.
-
-Er was geen kompasnaald in .... 't doosje was leeg!
-
-Jan schrok 'n klein beetje .... Dat was nu net weer iets voor dien
-onachtzamen m'nheer Vliegenthert om 'n leeg kompashuisje op z'n
-stuur te hebben. Wat drommel welke kant vloog hij nu uit? Hij had
-de aeroplaan al 'n beetje uit de oorspronkelijke richting gestuurd
-toen hij de leegte van 't kompasdoosje bemerkte en had toen op de
-gis dadelijk 't stuurrad weer in z'n vroegere stand gebracht. Doch
-daarmee was hij niet geholpen. Hij moest toch naar huis. Er bleef
-niets anders over dan maar op de sterren te sturen. Zooveel wist hij
-gelukkig van de nachthemd wel af, al was hij ook slecht op de hoogte
-met de luchtkunde, dat hij de richting wel kon vinden met behulp van
-de Poolster, de Groote Beer, Orion en de rest. Maar waar zaten die
-hemellichten? Hij zag er niet eentje van. Het luchtruim was al net
-zoo zwart als de aarde beneden .... Zware wolken moesten boven hem
-zijn ... Daar had je ze al. Hij was er opeens zelf midden in. Mist
-en nevel om hem heen. Kil hoor!
-
-Wat zou hij beginnen? Stijgen om de sterren te vinden? Wie weet hoe
-dik die wolkenbank was. Daar had hij niet veel zin in. Dalen dus
-.... misschien vond hij beneden wel 'n luchtwachter ergens. Allo,
-naar beneden ....
-
-De gehoorzame aeroplaan deed precies wat Jan wilde. In 'n oogwenk was
-hij een paar honderd meter gedaald en uit die miserabele wolken. En
-daar dreef onder hem 'n vlieger met de bekende twee roode lichten.
-
-Doch toen sloeg Jan Drie de schrik om 't hart. Als die wachter hem
-eens naar z'n vliegbewijs vroeg! Die luchtwachters waren zoo pienter
-en deze zou dus dadelijk aan Jan's gezicht zien, dat ie nog zoo jong
-was en naar 't vliegbewijs vragen. Neen hoor, geen bekeuring! Dan
-liever net als van Speyck de lucht in!
-
-Maar de luchtwachter had de verdwaalde Jan al in de smiezen. 'n Felle
-bundel van 'n zoeklicht schoof door de nachtduisternis en daar zat Jan
-met m'nheer Vliegentherts monoplaan op eens in 't helle witte licht.
-
-"Wel zeker" mompelde Jan Drie, "dat zullen we eerst nog eens zien. Als
-die vent zich verbeeldt, dat ie mij te pakken krijgt heeft ie 't toch
-leelijk bij 't verkeerde eind." 'n Greep aan 'n kruk en daar schoot
-m'nheer Vliegentherts reisvogeltje als 'n zwaluw schuin omhoog en
-verdween in de wolken.
-
-De luchtwachter keek verbaasd naar deze snelle manoeuvre, draaide z'n
-zoeklicht in de richting die de vluchtende aeroplaan genomen had en
-zag .... niemendal.
-
-"Nou", bromde de man, "da's ook 'n rare .... Heeft bepaald wat op z'n
-kerfstok .... Maar ik heb geen trek om 'm daarboven in die natte mist
-na te zetten."
-
-Hij haalde echter 'n zakboekje voor de dag en noteerde:
-11 u. 50. "Roode aeroplaan verkend die verdachte bewegingen
-maakte. Richting onbekend. Verdween onder 'n hoek van dertig graden in
-de wolken. Geen tijd tot fotogr. opname. Vermoedelijke oorspronkelijke
-vlieghoogte 100 M."
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE HOOFDSTUK.
-
- Waarin m'nheer Vliegenthert de hulp inroept van Inspecteur Punt
- en de luchtpolitiehond aan 'n vliegjas ruikt.
-
-
-M'nheer Vliegenthert stond de volgende morgen om zeven uur
-op. Hij wilde eventjes heel gauw 'n bad nemen, zich scheren, z'n
-haar borstelen, zich kleeden en daarna ontbijten. Dat deed hij
-iedere morgen en steeds had hij daarbij te kampen met z'n bekende
-onachtzaamheid, wat geen wonder is bij iemand zoo haastig gebakerd
-als m'nheer Vliegenthert. Maar nog zelden was 't zoo erg geweest
-en beging hij zulke hevige vergissingen als die ochtend. Hij sprong
-uit 't bed, holde naar de badkamer, draaide de kranen van 't heete
-en van 't koude water met beide handen te gelijk open, draaide de
-koudwaterkraan in de haast onmiddellijk weer dicht, liep op 'n drafje
-weg omdat hij nog iets vergeten had, kwam op 'n drafje terug, stapte
-in 't zelfde tempo de badkuip in, maar was er onmiddelijk weer uit,
-'t water was bijna kokend. Hij liet z'n bad in de steek, omdat hij
-geen tijd meer had 't heete water te laten wegloopen, maakte vlug
-z'n toilet verder in orde en bemerkte niet eens, dat hij met één
-bloote voet en één met twee sokken er aan in z'n muilen schoot. 't
-Was natuurlijk geen wonder, dat hij aan de ontbijttafel mopperde
-over de ongelijkmatigheid van de temperatuur in de kamer, die hem
-één koude en één warme voet bezorgde. Met 'n vies gezicht zette hij
-echter plotseling z'n theekop met 'n slag op tafel, omdat hij er
-zout in plaats van suiker in gedaan had. 't Was z'n eigen schuld,
-want welk verstandig mensch kan tegelijker tijd 't ochtendblad lezen
-en theeschenken? Nijdig stond hij op, trok z'n schoenen aan en ging
-naar de lift. Hij wilde gauw naar z'n kantoor vliegen in de stad.
-
-"Hé," dacht m'nheer Vliegenthert, toen hij in de heldere zonneschijn
-stond en over 't leege dak heenkeek,.... "da's komiek.... Nou was
-ik toch in de verbeelding, dat ik m'n vlieger niet in de hangar
-gebracht had.... in de stellige verbeelding.... en nou schijn ik
-'t tòch gedaan te hebben." Hij ging naar de hangar en deed de deur
-open. "Wat drommel.... hier is ie òòk niet!.... Waar heb ik gisteren
-avond dat ding toch neer gezet?.... Ik herinner me toch.... dat ik er
-mee thuis gekomen ben. Wel ja.... 'k weet 't sekuur." Hij keek eens
-in de lucht. "Neen, gewaaid heeft 't vannacht niet.... en bovendien,
-als ie van 't dak gewaaid was had de een of de ander het me vanmorgen
-al lang verteld.... 't Is 'n raadselachtig geval."
-
-Hij ging naar de telefoon in de hangar, zette 'n stiftje in 'n klein
-genommerd gaatje op 'n bord en riep: "Hallo!" In 2010 verbond je
-jezelf en de telefoon was natuurlijk draadloos. Al die leelijke
-draadstreepen in de lucht behoorde al lang tot het verleden. 't
-Was leelijk en bovendien zeer gevaarlijk voor de vliegers. De
-telefoonjuffrouwen behoorden óók tot 't verleden, niet omdat die
-leelijk of gevaarlijk waren, maar omdat de telefoon veel eenvoudiger
-ingericht was. Wat honderd jaren geleden 'n heele tros juffers deden
-op 't telefoonkantoor, deden de aangeslotenen nu zelf met 't stiftje
-op het bord.
-
-"Hallo, spreek ik met den commissaris van politie?.... O,
-is die er niet?.... Wie is er dan wel?.... De inspecteur van
-de derde sectie?.... Inspecteur Punt zegt u?.... Ook goed.... U
-spreekt met Vliegenthert... Vlieg... ent... hert... Luister u eens
-even.... Luister eens even.... U praat maar aanhoudend.... U hebt
-toch niet opgescheld?... Maar luister dan toch eens even m'nheer
-de inspecteur Punt... Ik heb haast... Ja ik heb altijd haast... M'n
-monoplaan is verdwenen.... Nee niet uit de hangar... van 't dak... Ik
-had vergeten hem binnen te brengen.... M'n eigen schuld?.... Ja maar
-daarmee heb ik m'n nieuwe aeroplaan niet terug... Kom u zelf?... Heel
-goed... als u maar gauw komt, want ik heb vreeselijke haast.... Wat
-zegt u?.... Ik kan u niet verstaan... Hallo!... Ik kan u niet
-verstaan.... Hallo!!! Kom u gauw? Hallo!.... Hallo!!!--Ze laten me
-gewoon staan--Hallo!!! Hallo dan toch!!! Inspecteur Punt!!! In...
-spec... teur. Punt!!!!!! Hallo!! Hallo!!--Verroest--Hallo!!!"
-
-M'nheer Vliegenthert schreeuwde hoe langer hoe harder en nijdiger
-hallo, wel vijf minuten lang en hij hoorde niet eens 't snorren van
-'n aeroplaan vlak bij zich.
-
-"Wat staat u daar toch hallo te gillen!" zei iemand achter hem.
-
-"'t Is 'n schandaal", riep m'nheer Vliegenthert,
-zonder om te zien.... "Hallo!!!--Nou spreek ik met de
-politie.... Hallo!!! Inspecteur Punt!!! Hallo!!! In-spec-teur Punt!!!"
-
-"U hoeft niet zoo hard te schreeuwen in die telefoon m'nheer
-Vliegenthert," zei die iemand achter hem weer. "Ik ben inspecteur
-Punt."
-
-"Hè??"
-
-M'nheer Vliegenthert keerde zich om en keek met 'n verbaasd gezicht
-naar inspecteur Punt, die, terwijl m'nheer Vliegenthert in de telefoon
-stond te gillen omdat ie zoo'n haast had, heel kalm in z'n vlieger
-was gestapt en nu even kalm voor dien haastigen m'nheer stond met
-'n notitieboekje in de hand.
-
-"Uw monoplaan wordt vermist?"
-
-"Ja. 'k Heb hem gisterenavond...."
-
-"Doet er niet toe.... Kleur van de monoplaan?"
-
-"Rood."
-
-"Wat voor rood?"
-
-"Wat voor rood??"
-
-"Rood en rood is twee, m'nheer Vliegenthert. Vuurrood, kersrood,
-wijnrood, steenrood, bloedrood, rozerood, robijnrood, "oranjerood."
-
-"O, noem u dat twee.... 't lijkt meer op acht...."
-
-"Maak nu geen gekheid asjeblieft.... welk rood? Ik moet het precies
-weten."
-
-"Ik geloof dat het wijnrood is...."
-
-"Dus vermoedelijk wijnrood.... Monoplaan hè?"
-
-"Ja, met slaande vleugels."
-
-"Ah, dat is 'n zeer gewichtige bizonderheid. Monoplaans met slaande
-vleugels zijn nog betrekkelijk zeldzaam.... Hoeveel paardekracht?"
-
-"Honderdtwintig."
-
-"U hebt hem op 't dak laten staan?"....
-
-"Dat geloof ik wel"....
-
-"Gelooft u dat wel?.... Dus u weet 't niet zeker?"
-
-"Dat is te zeggen.... ik weet nooit iets heel zeker.... Ik heb altijd
-zoo'n vreeselijke haast, ziet u...."
-
-"Zoo, zoo.... u weet dan misschien ook niet eens zeker of u wel 'n
-aeroplaan gehad hebt?" zei inspecteur Punt spottend.... "Enfin.... als
-u niet weet of u 't ding op 't dak hebt laten staan, kan ie
-evengoed uit de hangar gestolen zijn.... Laat mij die hangar eens
-onderzoeken. Gaat u maar zoolang buiten staan.... of gaat u liever
-maar even uw tweede schoen aantrekken.... u hebt 'n schoen en 'n
-pantoffel aan."
-
-M'nheer Vliegenthert keek naar z'n schoeisel en droop af. Tegen
-zoo'n kalmte als die van den inspecteur, voelde hij zich niet
-opgewassen. Inspecteur Punt nam nu de hangar nauwkeurig op, klopte
-op de deur, blies in 't slot, bekeek de zoldering, trok rimpels in
-z'n voorhoofd, draaide z'n zwarte puntbaardje tusschen z'n vingers
-en keek wel 'n minuut lang naar de knop van de deur, stak eindelijk
-voorzichtig z'n lange vingers naar iets uit, dat op die knop zat,
-bekeek het, hield het tegen het licht en bergde het zorgvuldig in
-z'n portefeuille. 't Was een lang blond haar.
-
-Daarna ging hij naar de telefoon en riep: "Hallo! Is brigadier
-Kwadraat daar?... O... je moet onmiddelijk met Spits hier komen... bij
-m'nheer Vliegenthert... Wie heeft vannacht dienst gehad in de derde
-sectie?... Wie zeg je?... O, die... Hm... ja... Is zeker buiten dienst
-hè?... Ja hij moet toch binnen 'n kwartier hier zijn... Denk er om
-vlug... Hè?... All right!"
-
-Inspecteur Punt ging in 'n rieten dakstoel zitten en verzonk in
-diep nadenken. Doch hij zat niet lang alleen. Binnen tien minuten
-was brigadier Kwadraat gearriveerd met z'n politiehond Spits en
-eenige oogenblikken later verscheen ook de luchtwachter, die de
-nachtdienst had gehad in de derde sectie. Inmiddels was ook m'nheer
-Vliegenthert weer op 't dak gekomen, ditmaal met twee schoenen, en
-'n steeds slechter wordend humeur. Dat kwam omdat z'n rechterschoen
-pijnlijk knelde en z'n linkervoet zich in 'n luchtige ruimte verheugde,
-wat m'nheer Vliegenthert toeschreef aan de idiote domheid van z'n
-schoenleverancier.
-
-Er werd evenwel voorloopig niet de minste notie genomen van m'nheer
-Vliegenthert nòch van z'n slechte luim. Inspecteur Punt had veel meer
-aandacht voor den luchtwachter die met 'n slaperig gezicht voor hem
-stond en plotseling klaar wakker schrok toen de inspecteur vroeg:
-
-"Hoe laat is de monoplaan van m'nheer Vliegenthert gestolen?" Deze
-vraag op de man af verbaasde den luchtwachter in hooge mate, want
-hij wist niemendal van die heele vlieger af. Maar hij wist wèl, dat
-volgens inspecteur Punt 'n luchtwachter alles zien moest wat in de
-lucht van z'n sectie voorviel. Uitvluchten baatten bij dezen gestrengen
-chef niets en de lange luchtwachter, die om z'n werkelijk buitengewone
-afmeting in één richting--1 meter 95--door z'n kameraden met de bijnaam
-"De Streep" werd aangeduid, en daar beter naar luisterde dan naar
-z'n eigen familienaam, stond daar met 'n beteuterd gezicht en zweeg.
-
-"Geef je geen antwoord Streepje?.... Zeker weer in je vlieger
-zitten slapen vannacht hè?.... Je deugt al heel weinig voor de lucht
-mannetje.... We zullen je moeten overplaatsen naar de begane grond,
-als dat zoo voortgaat.... Kom man geef eens antwoord.... Hier is
-'n aeroplaan gestolen.... dat mòèt jij gezien hebben, want zoo'n
-dingetje kan toch niet door 'n zakkenroller in z'n binnenzak
-weggemoffeld zijn...."
-
-"Ik heb m'nheer Vliegenthert wel thuis zien komen met z'n
-vlieger.... Toen was ik net hier in de buurt.... Meer heb ik niet
-gezien...."
-
-"Zoo.... dan heb je om te beginnen je al schuldig gemaakt aan
-plichtverzuim, want deze heer heeft z'n vlieger onbeheerd op 't dak
-laten staan en jij had 'm moeten bekeuren.... Brigadier Kwadraat wil
-je daar aanteekening van houden?.... En vertel me nou es, wat voor
-kleur heeft die vlieger van m'nheer Vliegenthert...."
-
-"Roodachtig inspecteur...."
-
-"Roodachtig?.... Rood-àchtig zeg je? Is me dat nou 'n nauwkeurige
-aanduiding? Precìès wil ik 't weten.... Je lijkt m'nheer Vliegenthert
-zelf wel...."
-
-"'t Had zoo.. iets van.. e.. cacao".... stotterde de bedremmelde
-Streep.
-
-"Ingerukt!" bulderde inspecteur Punt woedend.... "Cacaorood.... wel
-allemachtig.... Brigadier laat zoo gauw mogelijk de oogen van de Streep
-onderzoeken.... ik geloof dat de vent kleurenblind begint te worden."
-
-De Streep monoplaande er onmiddelijk van door om te gaan
-uitslapen. Brigadier Kwadraat stond zwijgend naast z'n vlieger waarin
-Spits op 't achterbankje zat.
-
-Brigadier Kwadraat was trotsch op die hond en hij mocht dat zijn,
-want hij had Spits zelf afgericht tot luchtpolitiehond. Maar al
-de africhterskunst van den brigadier zou niets uitgehaald hebben,
-als Spits niet de schrandere, scherpzinnige hond van edelen bloede
-geweest was, wiens reukorgaan dermate was ontwikkeld, dat de bekende
-speurneus van inspecteur Punt bij de zijne vergeleken heelemaal in 't
-niet verzonk, ofschoon iemand, die geen verstand van speurneuzen had,
-afgaande op uiterlijkheden verreweg de voorkeur zou gegeven hebben
-aan de neus van den inspecteur.
-
-Spits stamde namelijk in rechte lijn af van de Haagsche politiehond
-Marre, die honderd jaar geleden, in 1910, zulk een geweldig succes
-had met 't opsporen van echte en nagemaakte booswichten, want Marre
-werkte ook op wedstrijden. Die vlugger dan de vlugste politieagent over
-'n hek of 'n muur klom, als daar iemand achter zat, die hij op moest
-zoeken en die zich niet van de wijs liet brengen door de lekkerste
-worst. Doch Spits overtrof Marre benevens al z'n andere viervoetige
-voorgangers en tijdgenooten. Er was in 2010 geen hond die 't spoor
-van 'n aeroplaan zoo zeker kon aanwijzen als Spits. Z'n onnavolgbare
-neus liet hem nooit in de steek, geen wolk was 'n beletsel en geen
-dagenlange regenbui wischte voor hem 't spoor uit. Spits faalde
-nooit. En dit dier met z'n wonderbaarlijke neus was door inspecteur
-Punt uitverkoren om de verdwenen aeroplaan van m'nheer Vliegenthert
-terecht te brengen.
-
-Inspecteur Punt zat nog altijd in de rieten stoel en m'nheer
-Vliegenthert liep op 't dak heen en weer.
-
-"Zou u zoo vriendelijk willen zijn, ons 'n oogenblikje alleen te
-laten?" zei de inspecteur. "U hindert ons."
-
-"Met genoegen," antwoordde m'nheer Vliegenthert en nam onder 't
-heengaan 'n groene vliegjas mee. De twee politiemannen bemerkten er
-niemendal van.
-
-"Brigadier Kwadraat," begon inspecteur Punt eenigszins gewichtig,
-"deze diefstal is waarschijnlijk.... of liever heel stellig door
-'n vrouw gepleegd.... of althans met behulp van 'n vrouwelijk
-wezen.... Hoe ik dat nu al zoo positief weet hè?.... Kijk eens.--(hij
-haalde de portefeuille voor de dag en nam het lange blonde haar er
-uit, dat hij met z'n twee handen voor zich uit hield tusschen vinger
-en duim,) de dievegge is blond.... .... Dit haar zat aan de deurknop
-van de hangar....
-
-"Lieve hemel," mompelde brigadier Kwadraat.... "dat haar...."
-
-"Val me niet in de rede brigadier."
-
-"Maar inspecteur.... dat haar...."
-
-"Geen tegenspraak.... met dit haar en met Spits vind ik de aeroplaan
-van m'nheer Vliegenthert. Jammer dat ik Spits aan dit haar geen lucht
-kan geven.... we zullen ons moeten behelpen met wat anders.... Ga
-eens naar beneden en vraag aan m'nheer Vliegenthert of hij niet
-iets heeft.... 'n kleedingstuk bijvoorbeeld, dat hij gewoon was
-in die aeroplaan te dragen.... Dan kunnen we Spits daaraan laten
-ruiken.... en dan spoort hij de aeroplaan wel op. Denk je ook niet?"
-
-"Natuurlijk vindt Spits de aeroplaan".... zei de brigadier.
-
-"En dan vind ik de dievegge."
-
-Brigadier Kwadraat maakte geen opmerking hierover, maar toen hij
-in de lift zat barstte hij in 'n schaterlach uit en riep: "Hij met
-z'n haar!" 'n Oogenblik later stond hij echter alweer op 't dak
-met 'n ernstig gezicht in gezelschap van m'nheer Vliegenthert en
-de jas, dezelfde die hij van 't dak meegenomen had. De inspecteur
-was nog bezig het kostbare blonde haar in z'n portefeuille op te
-bergen. Brigadier Kwadraat ging naar den inspecteur en meldde:
-"Hier is m'nheer Vliegenthert met 'n jas."
-
-"Goed, m'nheer Vliegenthert hebben we niet noodig, maar geef Spits
-lucht aan 't kleedingstuk."
-
-"In orde inspecteur," zei de brigadier en ging terug om Spits "lucht te
-geven," dat wil zeggen hij liet het hem terdege besnuffelen. Nu had hij
-nog maar te zeggen: "zoek de aeroplaan" en dan zou Spits de vlieger uit
-duizenden herkend hebben. Maar zoover was 't nog niet. De inspecteur
-wou er zelf op uit en die moest 't dan ook zelf maar aan Spits zeggen.
-
-"Klaar?" vroeg inspecteur Punt.
-
-"Alles in orde."
-
-Toen stond inspecteur Punt op uit z'n rieten stoel en zei: "Ga
-maar naar 't bureau terug en wacht daar op telefonisch bericht van
-me." Daarna maakte hij aanstalten om in z'n monoplaan te stappen,
-waarin brigadier Kwadraat Spits reeds had laten plaats nemen. Spits
-kwispelde met de staart. Die ging ook liever met den brigadier mee,
-maar er was niets aan te doen. Brigadier Kwadraat streek de hond eens
-over z'n kop en ging naar z'n eigen vlieger. Hij klom er in en was
-juist klaar om z'n motor in beweging te zetten, toen hij omkeek naar
-den inspecteur, die met 'n vliegjas aan instapte. Spits zat achter
-hem met de neus in de wind, snuffelend.
-
-"Zoek de aeroplaan" zei inspecteur Punt. "Waf," zei Spits. "Rrrrrt"
-zei de aeroplaan en met 'n vaart schoten ze alle drie van 't dak af.
-
-Brigadier Kwadraat zat verstomd, wel vijf minuten lang met groote
-ronde oogen de vertrekkende vlieger nakijkend en luisterend naar
-het voortdurende aanslaan van Spits, het teeken dat hij op 't goede
-spoor was.
-
-'n Aeroplaanhond hield er andere manieren op na, dan 'n aardsche
-politiehond, die op z'n eigen vier beenen 't spoor zwijgend
-volgde. Zoo'n luchthond had het desnoods zonder pooten kunnen
-doen. Hij had alleen maar scherp te ruiken en zoolang hij 't spoor
-rook te blaffen. Spits was in dat opzicht gewoon 'n wonder. Brigadier
-Kwadraat had al heel wat duistere zaakjes met de hulp van Spits tot
-'n goed einde gebracht en hij vond het altijd jammer als inspecteur
-Punt met de hond er op uit ging. Die was te eigenwijs. Hij wilde
-gewoonlijk slimmer zijn dan Spits en dat was volgens brigadier
-Kwadraat onzin. Doch dit was niet de reden waarom de brigadier daar
-nu zoo wezenloos in z'n vlieger zat te luisteren naar het steeds
-zwakker wordende ijverige "waf waf" van Spits, daar ginds hoog in de
-lucht. Het was de jas die de inspecteur aanhad.
-
-Brigadier Kwadraat liet eindelijk z'n stuurrad weer los, zette de
-motor niet in gang, maar stapte uit de monoplaan weer op 't dak en
-ging met langzame schreden op m'nheer Vliegenthert af, die ook met z'n
-neus omhoog, 't vliegwerktuig van den inspecteur stond na te kijken.
-
-"M'nheer Vliegenthert" zei brigadier Kwadraat met 'n vervaarlijke stem,
-"wàt.. wàs.. dàt.. vòor 'n jàs?"
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE HOOFDSTUK.
-
- Waarin Jan Drie op 'n hoogte van 400 M. + A. P. vreeselijke honger
- krijgt en nederdaalt voor de voeten van z'n trouwe schoolkameraad
- Dolf.
-
-
-Toen Jan Drie in de wolken verdween om aan 't speurende zoeklicht van
-den nieuwsgierigen luchtwachter te ontkomen, wees de hoogtemeter in
-m'nheer Vliegentherts aeroplaan 450 + A. P. Dat was Jan hoog genoeg
-en hij bracht de vlieger dus maar weer in horizontale richting en
-verminderde z'n vaart. Die vent daar beneden kon hem toch niet meer
-zien en ofschoon hij voor zich wel van 'n spurtje hield, vond Jan 't
-nu toch onnoodig met zoo'n razende snelheid (die 'n jongen vanzelf
-krijgt als ie nagezeten wordt) door die natte wolken te blijven
-snorren. Waarom zou hij snel vliegen? De luchtwachter kon hem niet meer
-terugvinden en voor 't overige had hij geen bizondere haast. Hij moest
-toch nergens naar toe. 't Liefst zou hij naar huis gevlogen zijn,
-desnoods met de grootste snelheid, waartoe de monoplaan in staat
-was, doch daar was geen kans op. In die kolossale ruimte, die toch
-heelemaal niet op 'n ruimte leek, want de wolken hingen om de vlieger
-alsof die in grijze watten verpakt was, wist Jan heg noch steg. Aan
-alle kanten nevels, die in roode en groene slierten op hem aanschoven,
-langs hem over hem en onder hem wegschoten. Niet 't minste uitzicht,
-niet 't geringste begrip van Noord, Oost, Zuid of West. 'n Gevoel van
-miserabele verlatenheid begon zich van hem meester te maken en Jan kon
-'t maar niet van zich afzetten. Hij was in de lucht verdwaald.
-
-'t Begon nog te waaien ook en dat maakte hem 'n beetje angstig. In
-'t jaar 2010 tuimelde 'n vlieger wel niet zoo gemakkelijk meer om,
-als 'n eeuw geleden, toen 'n vliegenier 't liefst met opstijgen
-wachtte tot 't vlaggetje op de hangar slap naar beneden hing, omdat 't
-geringste wervelwindje 't hem lappen kon. Maar toch was 't altijd nog
-'n waagstuk te vliegen bij hevige wind. Dan vliegen zelfs de vogels
-niet graag en die hebben toch bij slot van rekening 't meeste verstand
-van dat werk. 't Speet Jan dat ie zoo weinig van de luchtkunde af
-wist. Dat kwam er nu van als je van zoo'n belangrijke bijwetenschap
-der aviatiek, geen werk gemaakt had en toch alleen wou vliegen. Maar
-vooral speet het hem nu, dat hij niet meer aandacht had geschonken
-aan de weerberichten in de krant. Hij had de rubriek: "'t Weer in het
-buitenland" heelemaal overgeslagen. Niet aan gedacht zelfs. "Lomperd,
-lomperd" schold hij zichzelf uit. Hij had tenminste kunnen weten wat
-die knappe weerkundige van de krant er van zei, die zoo netjes met
-vrij groote zekerheid 't weer voor de eerstvolgende vier of vijf dagen
-wist af te leiden uit de stand van z'n baro- en andere scopen, en die
-met behulp van de berichten der weerstations over de aarde verspreid,
-steeds 'n overzicht gaf van 't te verwachten weer over de heele wereld.
-
-Voor Nederland was mooi weer voorspeld, dàt had hij nog gelezen,
-maar juist bij "'t weer in 't buitenland" had ie 't laten zitten. Wat
-hielp hem dat mooie weer in Nederland nu hij in 'n natte wolk in 't
-buitenland zat? Hij keek op z'n horloge.... twaalf uur.... anderhalf
-uur gevlogen.... wellicht honderd vijf en dertig kilometers
-afgelegd.... Hij was nog al hard van stal gegaan.... 'n Mooie boel.
-
-Wat moest hij doen?
-
-Stijgen tot groote hoogte om aan de wind te ontkomen? Dat was
-'n klein kunstje. In 2010 maakten de kranten er geen melding van,
-als je eens met je vlieger 'n paar kilometers hoog ging, zooals in
-1910, toen alle bladen over de geheele wereld telegrafisch bericht
-kregen, dat de aviateur Morane te Havre was gestegen tot 2100
-Meter. Dat was dan ook de eerste man, die zich zoover van de aarde
-had verwijderd. 'n Paar maanden later klopte de Hollander Wijnmalen
-die hoogvliegers allemaal. Maar Jan had er toch geen zin in. Hij had
-'t al zoo koud. Zonder vliegjas, zonder handschoenen, zonder muts
-was hij van 't dak gegaan. Hij bibberde nu al en in de bovenlucht
-zou hij bevriezen. Daar had hij geen trek in. Wie weet hoe lang hij
-nog vliegen moest en 'n vliegenier zonder lenige ledematen is als
-'n vogel met 'n aangeschoten wiek.
-
-Dalen?--Onmogelijk.--Dat zou hij alleen kunnen bij dag of als hij vlak
-boven gebouwen was met goed verlichte vliegplatforms en daar zocht hij
-liever niet naar vanwege de luchtwachters, die zoo'n jongen zonder muts
-en in zoo'n mooie vlieger, wel scherp voor 't zoeklicht zouden nemen.
-
-Stijgen, dalen, omkeeren, doorvliegen, 't was allemaal 't zelfde. Alle
-vliegmanoeuvers hielpen hem geen zier. 't Eenige goede zou geweest zijn
-stilletjes op dezelfde plaats te blijven, iets wat met 'n vlieger 'n
-onmogelijkheid is, behalve wanneer je er mee op de grond zit. "Enfin"
-dacht Jan, "ik zit nu eenmaal in 't schuitje.... als die drommelsche
-wind maar niet heviger wordt. De monoplaan is goed.... die ligt als
-'n meeuw op z'n wieken.... Als 't maar niet erger wordt."
-
-Doch er was nog iets, dat hem meer kwelde, dan dat beetje wind. Hij
-had 'n geweldige honger gekregen daarboven in die klamme wolken. Als
-hij aan eten dacht.... neen dat was nog veel erger dan die heele
-nachtelijke vliegmisère. Als hij met z'n vader vloog, zorgde deze er
-altijd voor iets eetbaars bij zich te hebben in 't kleine kastje onder
-de zitplaatsen en 't duurde gewoonlijk geen half uur of Jan vroeg al:
-"Vader mag ik?" met zoo'n hongerige uitdrukking in z'n oogen dat
-z'n vader maar gauw toestemming gaf zeker uit vrees dat Jan boven
-de eerste de beste bakkerij uit de monoplaan zou springen. Doch in
-de vlieger namen ze nooit brood mee of iets dergelijks. Dat zou te
-veel plaats noodig hebben. 'n Vlieger was niet groot genoeg om er
-'n ruime provisiekast in te hebben. Doch in Jan's tijd leverde
-de voedselfabrieken vliegtabletten, (nuffige dametjes noemden die
-dingen aeroplaancakes,) die er uitzagen als cacao, doch minstens
-twintig maal zoo voedzaam waren. Gecomprimeerd voedsel, samengesteld
-uit de krachtigste voedingstoffen en bovendien zeer smakelijk. Met
-'t grootste gemak droeg je op die wijze je ontbijt in de eene en
-'n stevig middagmaal in de andere zak van je vliegjas, zonder dat je
-er veel van merkte. Dit samengeperste voedsel diende alleen maar voor
-onderweg. Thuis aten de menschen toch nog maar liever net als van ouds
-hun gewone boterham en lekker klaargemaakt middageten. Natuurlijk waren
-er wel van die zonderlingen, die nooit iets anders dan tabletten aten,
-maar die werden toch beschouwd als eenigszins malle creaturen.
-
-Nu was m'nheer Vliegenthert daarentegen juist 'n man, die misschien
-heelemaal niet van vliegtabletten hield en in ieder geval was hij
-onachtzaam genoeg (als hij er wèl van hield) om ze de vorige dag
-vergeten of allemaal achter elkaar opgegeten te hebben. Zoo iets
-dacht Jan Drie tenminste toen hij z'n hand toch maar uitstak naar 't
-kleine kastje onder de bank. Vooreerst was dat 'n beweging waaraan
-hij in de monoplaan zeer gewoon was en ten tweede zoekt 'n mensch
-ook in 'n leege broodkast naar kruimels, als ie zóó uitgerammeld
-van honger is als Jan op dat oogenblik.... En Jan voelde 'n heel
-pak tabletten.... en nòg een. 't Heele kastje was stampvol. Er was
-minstens voor veertien dagen genoeg te eten, zelfs voor Jan Drie.
-
-"Neen maar", dacht Jan knabbelend "zoo gek heb ik 't nog nooit
-beleefd. Die m'nheer Vliegenthert vergeet z'n kompas en neemt eten
-genoeg mee, of hij van plan was nooit meer op de aarde terug te
-keeren." Jan at twee tabletten achter elkaar op. Eén was genoeg voor
-'n gewone honger, doch Jan's honger was onmenschelijk.
-
-Toen hij 't laatste stukje ophad voelde hij al veel minder van de
-groote verlatenheid in de donkere lucht. Heelemaal gerust was hij
-nog wel niet, doch de wind werd niet erger en 't leek hem toe, dat
-de wolken dunner werden. Hij keek eens naar boven.
-
-Jawel hoor, 'n sterretje en nog een.... Die kleine lichtjes daar heel
-ver weg stonden daar maar oogjes te knippen, of ze hem op wilden
-monteren. Als je echter zoo alleen door de lucht zweeft 'n honderd
-meter of vier boven de grond met geen ander licht, dan je kleine
-lampje op 't stuurrad, je gekleurde lichten vooruit en ver achter je
-'t bijna onzichtbare lampje aan de staart van je snorrende kunstvogel,
-dan heb je niet genoeg aan 'n paar knipoogende sterretjes om op de
-duur de schrikbeelden uit je hoofd te houden. Jan kon er dan ook niets
-aan doen dat plotseling de vrees bij hem opkwam, dat ie misschien wel
-eens tegen iets aan kon bonzen en dan was 't gedaan met de aeroplaan
-en met Jan Drie. Nu zal iedereen, die niet gewoon is per aeroplaan
-te reizen 't hoogstwaarschijnlijk malligheid vinden om op 'n hoogte
-van 400 M. bevreesd te zijn voor 'n botsing, omdat er op die afstand
-van de aarde niets is, dat je in de weg staat. Maar Jan was aan
-'t rekenen gegaan. 't Was nu half twee en hij had dus 3 ×.... ja
-hoeveel K.M. legde z'n aeroplaan af per uur?.... Hij had verzuimd de
-afstandsmeter te kontroleeren toen hij van 't dak ging.... Veronderstel
-echter, dacht Jan, dat de snelheid 90 K.M. was.... dan zou hij in
-3 uur 3 × 90 = 270 K.M. hebben afgelegd en moest hij dus indien hij
-de oorspronkelijke richting Z.O. was blijven volgen in de buurt van
-Koblentz zijn..... Maar dan moest hij al lang op 't Zevengebergte
-gestrand zijn, dat bij de vijfhonderd meter haalde of op de bergen
-aan de linker Rijnoever die nog hooger waren. Hij vermoedde dan ook,
-dat hij bij de plotselinge wending toen hij 't kompas miste, meer
-in oostelijke richting geraakt was en als dat zoo was vloog hij nu
-ergens boven Munsterland en liep hij gevaar te verongelukken in 't
-Teutoburgerwoud, waar de Eems ontspringt en de Lippe. Daar waren de
-bergen wel niet hoog maar toch brachten ze het wel tot 470 M. Precies
-wist Jan 't niet uit 't hoofd, hoewel hij op school altijd z'n best
-gedaan had op de bergen vanwege de aviatiek. Nu is 't eigenlijk 't
-zelfde of je met 'n aeroplaan tegen 'n berg van 500 of van 5000 Meter
-aanbotst. Voor 'n mug maakt 't ook geen verschil of hij in de vlam van
-'n kleine of van 'n groote kaars vliegt.
-
-"Ajakkes", dacht Jan, toen hem dit alles door z'n hoofd ging, "daar
-had ik vroeger aan moeten denken. Ik wou dat ik in bed lag"--en voor
-alle zekerheid steeg hij 'n paar honderd meter.
-
-Waar zou ik toch in 's hemels naam terecht komen, dacht hij verder. Hoe
-laat wordt 't licht om deze tijd van 't jaar? Hij wist 't niet op
-de minuut af, maar 't moest zoo omstreeks vier uur zijn. Dan had
-hij nog heel wat uurtjes te vliegen en voortdurend ging 't mooi
-van huis af. En z'n kans om tegen 'n berg te vliegen werd er niet
-geringer op. Daar ginds over de Wezer lag de Harz. 't Verstandigste
-zou misschien zijn kringetjes te vliegen. Hij had vermoedelijk vlak
-land onder zich. Wanneer hij net deed als 'n ooievaar en rond zeilde,
-dan liep hij heel weinig gevaar. Misschien zou de een of de andere
-luchtwachter hem in de gaten krijgen als ie zoo voortdurend in 'n
-kring bleef rondsnorren--doch dit moest ie er maar op wagen. 't Was
-altijd nog pleizieriger door 'n luchtwachter gesnapt, dan verpletterd
-te worden tegen zoo'n meedoogenloos harde rots.
-
-Hij begon zich dus in 't rond te laten drijven op 'n hoogte van
-700 meters. 't Was vervelend, dat 'n uur of wat vol te houden, maar
-er zat niets anders op en Jan Drie ooievaarde nog steeds 'n beetje
-sufferig tot de sterren al begonnen te verbleeken en 't in de lucht al
-lichter en lichter werd. Als hij niet zoo vermoeid geweest was, zou hij
-waarschijnlijk mee genoten hebben van de dageraad, die de vederwolkjes
-hoog boven hem rose kleurde en z'n vlieger reeds helder verlichtte,
-toen 't onder hem op de aarde nog duister was. Doch als je de heele
-nacht zonder doelmatige kleeding in 'n monoplaan rondgezworven hebt
-begroet je de opkomst van de zon niet als iets dat je bewondert,
-maar als iets dat je te pas komt. 't Beste zou hij 't die morgen
-gevonden hebben, indien hij de zon had kunnen opdraaien, zooals hij
-dat met de lampen in de aeroplaan deed. Maar de natuur doet alles op
-haar gemak en Jan moest geduld oefenen.
-
-Hij was van plan zoo gauw mogelijk ergens te dalen, al was 't midden in
-de hei of in 'n weiland en te gaan slapen als 'n soldaat uit vroeger
-tijden naast z'n paard. Hij hing alvast maar 'n beetje lager.... en
-nog 'n beetje dalend in 'n spiraal.
-
-Van de aarde uit moest de vlieger wel wat op 'n arend lijken
-en honderd jaren geleden zouden de menschen hem er zeker voor
-hebben aangezien. Doch in 2010 wisten ze wel beter. Arenden waren
-zeldzamer dan monoplanen en als ze dus iets hoog in de lucht zagen
-zweven, dachten ze dadelijk aan 'n vlieger. Dat deed ook nu iemand,
-die op 't platte dak van 'n groot gebouw stond toen Jan Drie z'n
-benedenwaartsche spiraal begon, maar hij dacht er tevens bij:
-"Nou die komt ook aardig uit de lucht op de vroege morgen." En hij
-bleef aandachtig de bewegingen van de vlieger volgen. Jan Drie had die
-toeschouwer daar beneden op 't dak eindelijk ook in 't oog gekregen. 't
-Was licht genoeg nu.
-
-"'t Lijkt wel 'n jongen", dacht Jan steeds lager om 't huis
-kringend.... "Hé, 'k zou haast zeggen, dat 't Dolf was.... van achteren
-lijkt ie óók sprekend op hem.... Hij staat net eender.... Droom ik
-nou of is ie 't werkelijk?.... Waarempel 't is Dolf Brandsma...."
-
-Mooier kon 't al niet en Jan Drie talmde niet lang. Nog 'n paar
-kringen om niet al te steil neer te komen en toen schoof de monoplaan
-van m'nheer Vliegenthert langs Dolf Brandsma heen en bleef staan voor
-de hangar. Jan was nog niet uitgestapt of de ander was reeds bij hem.
-
-"Jan.... hé.... waar kom jij vandaan?"
-
-"Uit de lucht natuurlijk.... Help me asjeblieft eens 'n beetje. 'k
-Ben zoo stijf als 'n paal. 'k Ben blij dat 'k jou gevonden heb".
-
-"Aardig van je hoor, om me eens op te komen zoeken. Wie heeft je
-verteld, dat we hier uithingen?.... Hé val niet..."
-
-"Geen mensch Dolf.... 't Is puur toeval..., Maar help me eerst eens
-die vlieger in de hangar brengen.... Is 't ding open?.... Hè, wat ben
-ik stijf.... Ik lig toch liever in bed zoo'n heele nacht hoor.... Waar
-ben ik hier eigenlijk?....
-
-"Weet jij niet eens waar je ben? Die is ook goed zeg...."
-
-"Toe vertel 't me gauw.... Ik heb de heele nacht met die monoplaan
-rondgescharreld...."
-
-"Je ben hier in de buurt van Nordhausen."
-
-"Nordhausen?.... Dus dat is de Harz die bergen daar ginds?"
-
-"Precies.... Je ben zeker over Paderborn gekomen."
-
-"Daar weet ik niemendal van. Ik zeg je toch dat ik rondgescharreld
-heb."
-
-"Je moet aardig hoog gevlogen hebben zeg.... De Solling is 500 meter
-en daar ben je toch overgekomen denk ik.... Tenminste je kwam van
-die kant...."
-
-"'k Weet er niemendal van.... We zullen dat later wel eens
-uitzoeken. Maar hoe krijg ik dat ding in de hangar?.... Jij hebt geen
-sleutel hè?"
-
-"Laat je vlieger maar hier staan.... 't Is mooi weer en dat blijft
-'t voorloopig.... De baroscoop stijgt en...."
-
-"Nee die vlieger moet opgeborgen worden.... Als ik hem hier niet
-onder dak kan brengen vlieg ik weer heen...."
-
-"Je doet net of je 'm gestolen hebt...." lachte Dolf.
-
-"'t Scheelt niet veel...." zei Jan.... "Hij is van m'n buurman m'nheer
-Vliegenthert...."
-
-"Hè?" riep Dolf verwonderd.... "Je bent er vandoor met m'nheer
-Vliegentherts aeroplaan?.... Stilletjes?"
-
-"Ja.... nog al stikem.... maar per ongeluk hoor...."
-
-"Wat zal die woedend zijn" .... en Dolf lachte dat ie schaterde. "Ik
-ken 'm hoor.... 't Is 'n oom van me.... en nou ben je bang dat ze je
-ontdekken hè!.... Daar bestaat groote kans op.... Dat oompje van me
-is in staat honderd rechercheurs op je af te sturen...."
-
-"En dan houden ze me voor 'n dief.... en dat ben ik niet.... en dat
-wil ik niet wezen ook.... Ik wou nu 'n beetje gaan slapen.... Ik val
-bijna om.... en dan wou ik van avond de monoplaan maar weer terug
-zien te brengen.... Of wil jij 't doen? Jij hebt je vliegbewijs
-ook.... Maar als je niet wilt.... moet je me 'n kompas leenen. Dat is
-'t eenige instrument dat in de vlieger ontbreekt... anders was ik nu
-ook niet hier...."
-
-"Ik ben je vriend," zei Dolf hartelijk, "en natuurlijk help ik
-je.... Laten we eerst de vlieger onder dak brengen.... Kijk dat doen
-we hier zoo."
-
-Hij wierp 'n geldstuk in 'n gleuf van de deur en dadelijk ging die
-deur vanzelf open.
-
-"Da's makkelijk", zei Jan,.... "Heb je geen sleutel noodig.... 't
-Zal niet lang meer duren of de heele wereld wordt automatisch."
-
-"O", antwoordde Dolf onder 't binnenbrengen van de vlieger, "we
-schieten er hier al aardig op aan... Dit is namelijk 'n automatisch
-hotel. Vader, moeder en de zusters zijn ook hier, maar die liggen
-nog te bed. Toevallig ben ik vanmorgen vroeg opgestaan, om te zon te
-zien opkomen."
-
-"'k Ben blij dat jij vanmorgen zooveel om de morgenstond geeft,"
-zei Jan Drie lachend.... "Je ben anders nooit zoo vroeg, zeg.... Je
-beweerde altijd, dat je er niet uit kan komen, al heb je 't jezelf
-nog zoo vast voorgenomen...."
-
-"Dat leeren ze je wel in 'n automatisch hotel," lachte Dolf.... "Zal
-je zelf wel ondervinden.... Als je hier je wekker op vier zet, ben
-je er op dat uur uit ook, hoor.... zonder mankeeren."
-
-"Nou ja," zei Jan, "als je d'r uit wil."
-
-"Als je er niet uit wil evengoed.... Je zal 't wel zien.... Weet
-je wat Jan, ga nu gauw mee in de lift.... naast mijn kamer is nog
-'n kamer vrij.... 't Is hier vlak onder.... zesde verdieping... Je
-slaapt 'n uur of wat."
-
-"Och lieve hemel," zei Jan geeuwend, "ik zie kans om er vierentwintig
-te slapen."
-
-Dolf deed lachend 'n geldstuk in de gleuf van de lift.
-
-"Kan je daar ook al niet in zonder geld?" vroeg Jan.
-
-"Ik zei je toch, dat 't 'n automatisch hotel is hier."
-
-"Nou ja.... maar dan hoeft toch niet àlles automatisch te zijn. De
-oberkellner bijvoorbeeld?"
-
-"Oberkellner? Is hier heelemaal niet.... D'r zijn hier geen kellners,
-geen kamermeisjes, geen...."
-
-"Maar wat is er dan wel?"
-
-"Gleuven, om je geld in te doen."
-
-"Hè?.... Maar wie schudt dan de bedden. Wie doet de kamers?"
-
-"Mag Joost weten.... Hier is je kamer... Nu eerst geld.... Heb je
-'t? Eén nikkel.... anders zal ik 't je wel voorschieten."
-
-Gelukkig had Jan nog geld genoeg bij zich, van dat internationale
-geld, waar ze honderd jaar geleden nog niet van durfden droomen,
-maar dat in 2010 de gangbare munt was in Europa, Amerika, Australië,
-Afrika en 'n groot deel van Azië. Je hoefde niet meer te wisselen,
-voor je op reis ging en je bleef nooit met onbruikbare vreemde pasmunt
-uit allerlei landen zitten.
-
-"Leuk", zei Jan, toen ie z'n nikkel geworpen had in de gleuf, die
-'t sleutelgat verving. Men hoorde 't geldstuk glijden langs metaal
-en daarna ging de deur zonder gedruisch open.
-
-"Zie je", legde Dolf uit, "je kan er voor niemendal uit en van binnen
-kan je de deur sluiten, kijk zoo.... dan zit gleuf dicht en kan
-geen mensch er 'n nikkel in krijgen. Alleen 't binnenkomen kost je
-'n nikkel (zoo werden die automaat-geldstukken genoemd, ofschoon ze
-heel wat lichter waren dan de vroegere vijfcentsstukken.)"
-
-"Daar zal 't hotel weinig aan verdienen, 'n Kamer voor één nikkel."
-
-"Dat denk je maar.... Logeeren zonder ontbijt, kost je hier net zooveel
-als in ieder ander hotel. Want als jij nu naar bed wil moet je eerst
-weer 'n paar nikkels in de gleuf van je ledikant werpen, anders gaat
-dat mooie spreitje er niet af. 't Is van 't soliedste metaal, al lijkt
-'t op kantwerk. Probeer 't maar eens, of je 't er af kan krijgen."
-
-Jan probeerde 't maar 't gaf niets, doch toen hij twee nikkels in de
-gleuf deed, rolde 't ding vanzelf op en verdween in de voorkant van
-'t bed.
-
-"Nou", zei Dolf, "dan ga ik maar. Wacht even.... hoe laat wil je
-op?.... Twaalf uur? Dan heb je zeven uur geslapen.... Nou laten
-we zeggen om één uur. Da's lang genoeg hè? Kijk, dan zetten we de
-wijzer van dit klokje hier voor aan 't ledikant op één. Stop jij er
-nu 'n nikkel in, dan word je precies op de minuut af gewekt. Vergeet
-je de nikkel dan slaap je door tot je vanzelf wakker wordt. 't Gaat
-precies als 'n uurwerk. Daar ginds staat je waschtafel. Overal staat
-de prijs op.... en laat ik je niet vergeten te zeggen: Als je je
-kleeren geborsteld wil hebben en je schoenen gepoetst, dan zet je ze
-daar in die kastjes. 't Kost je natuurlijk je nikkels. Zonder geld
-komt je goed er niet in en zonder geld evenmin er weer uit. Maar 't
-wordt netjes gereinigd. Als je soms trek in 'n kop thee hebt of in
-wat anders, vlak boven je bed is 't buffet. Voor de noodige nikkels
-krijg je hier alles en dadelijk."
-
-"'t Is knap".... zei Jan Drie.
-
-"Nou wel te rusten!"
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE HOOFDSTUK.
-
- Waarin Inspecteur Punt neerdaalt op 't Automatisch Hotel en Spits
- 't spoor bijster raakt.
-
-
-Inspecteur Punt was om zoo te zeggen 'n geboren politieman. Z'n vader,
-z'n grootvader, z'n overgrootvader benevens verscheidene ooms en
-oudooms hadden hun leven doorgebracht bij de veiligheidsdienst totdat
-ze gepensioneerd werden. Daar waren beroemde mannen onder, tegen wier
-nagedachtenis inspecteur Punt met diepe vereering opzag. Een van hen
-was zelfs na z'n dood als standbeeld vereeuwigd en stond nu boven op
-'t hoofdbureau van politie, boven op 't dak, want niet alleen keek
-bijna geen mensch meer naar 'n standbeeld dat op de grond stond, doch
-de man wiens beeltenis daarboven pronkte was de beroemde commissaris
-Punt, de man die de luchtpolitie had uitgevonden, en dus ook dáár
-behoorde geëerd te worden.
-
-'t Zat inspecteur Punt dus zoo'n beetje in 't bloed. Hij kende geen
-grooter genot, dan 't achtervolgen van lui, die wat op hun kerfstok
-hadden en ofschoon in 2010 de menschen over 't algemeen nog al binnen
-de perken bleven en zich niet meer zoo slordig vergrepen aan 't leven
-en 't goed van hun medemenschen, zooals honderd jaar geleden, waren
-mannen als inspecteur Punt toch bij lange na niet overbodig. Je had
-altijd nog menschen met lange vingers, voor wie stelen 'n ding was
-dat ze niet laten konden. Dat bewees alweer 't verdwijnen van m'nheer
-Vliegentherts aeroplaan.
-
-Inspecteur Punts hart klopte dan ook van vreugde toen hij er met
-Spits op uit mocht, om het spoor van den dief of de dieven te
-volgen. En 't begin van de reis was al zeer gelukkig. Gewoonlijk
-moest de politieman, die met een hond de lucht in ging, eenige malen
-rondvliegen, op de wijze van een postduif die de richting naar z'n
-hok zoekt, eer de hond door aanslaan te kennen gaf, dat ie 't spoor
-in de neus had. Toen inspecteur Punt met Spits de ruimte in vloog,
-was dat rondvliegen niet eens noodig. Spits sloeg dadelijk aan.
-
-Inspecteur Punt was blij, dat hij de opmerkingen van brigadier
-Kwadraat kort en goed had afgewezen. Wie weet wat die man nu weer
-voor onzin over dat blonde haar wou vertellen. Brigadier Kwadraat was
-'n zeer geschikt ambtenaar, die de politiehond Spits fijn gedresseerd
-had. Dat was gewoon verbazingwekkend, doch daar hield 't ook mee op. 'n
-Gevolgtrekking maken uit zoo'n kleinigheid als 't vinden van 'n haar
-aan 'n deurknop, dat ging boven brigadier Kwadraat z'n verstand.
-
-Al deze dingen gingen inspecteur Punt door 't hoofd, toen hij met
-Spits door de lucht vloog met 'n snelheid van honderd kilometer in
-het uur. En Spits deed geregeld z'n kort "waf" hooren, ten bewijze
-dat de vlieger 't goede spoor volgde. 't Ging boven verwachting
-gemakkelijk. De inspecteur vloog ter hoogte van iets meer dan 200
-meter. De dief had ook op die hoogte gevlogen, anders zou Spits z'n bek
-wel houden. Je had daar soms 'n heele getob mee om de goede hoogte te
-houden. Want als de dieven slim waren en nu eens hoog en dan weer laag
-vlogen, dan was 't zelfs voor de handigste politieman met den fijnsten
-speurhond bijna niet om te doen in de leege lucht deze golflijn te
-volgen. Maar de dief die er met m'n heer Vliegentherts aeroplaan van
-door was, leek wel 'n nieuweling in 't vak. Recht toe recht aan was
-hij of waarschijnlijk zij de grenzen over gegaan. Inspecteur Punt
-vloog nu reeds boven Nijmegen, zonder 'n enkele maal van de rechte
-lijn afgeweken te zijn, noch terzijde, noch omhoog of omlaag. En
-voort ging het met 't zelfde honderdkilometer-gangetje.... en Spits
-kwam geregeld achter den inspecteur met z'n "waf".
-
-"Als dat zoo doorgaat ben ik om 12 uur de Wezer al over," dacht
-inspecteur Punt. Hij had de kaart goed in z'n hoofd, wat trouwens met
-de meeste menschen in die tijd 't geval was. 'n Vliegmensch moest
-de kaart wel kennen, die diep onder z'n voeten uitgespreid lag, om
-zich snel te kunnen oriënteeren. Heel snugger vond inspecteur Punt
-de dief ook al niet. Als de gestolen vlieger iets meer Oostelijker
-was gegaan, dan was hij ten Noorden van de Harz gebleven en had
-behalve eenige onbeduidende bergen in de buurt van Munster in
-Westfalen de prachtigste vlakte onder zich gehad. De Luneburger
-heide, de Altmark, de Uekermark en vervolgens de Pommersche vlakte
-van Oostpruisen en daarna Rusland.... 'n Makkelijke vliegbaan, van
-'n onmetelijke uitgestrektheid.... Volgens Spits waren ze echter
-ten zuiden van de Harz gebleven, indien de richting tenminste nog
-'n poosje zoo bleef. Daar was 't terrein veel bergachtiger. Doch
-ze konden nog wel veranderd zijn.... maar dat zou Spits wel weten
-te vertellen. Voorloopig rook Spits nog steeds 't spoor en sloeg
-regelmatig aan. Tegen elf uur had inspecteur Punt Paderborn links
-voor zich. 't Laatste stukje van 't vlakke Munsterland gleed onder
-hem weg. Hamm, Soest, Lippstad had hij reeds achter zich en nu rezen
-voor hem de bergen en met hen ook de eerste moeielijkheid.
-
-Hoe hoog was de dief gestegen om er over heen te raken? Volgens Spits
-waren ze maar recht toe recht aan op die bergen aangevlogen. Tenminste
-voorloopig. 'n Voorzichtig vlieger zou echter hier reeds de hoogte
-zijn ingegaan, en inspecteur Punt, die 'n voorzichtig vlieger was,
-verzette z'n hoogtestuur. De monoplaan rees als 'n zwaluw met de kop de
-lucht in.... Vreemd.... dat scheen de dief op dezelfde plek óók gedaan
-te hebben volgens Spits, die z'n goedkeuring over de stijgmanoeuvre
-te kennen gaf door 'n luid "waf!" De politiemonoplaan vloog over de
-Egge op 500 M. hoogte, dat is maar 'n kleine 50 Meter boven de grond
-daar.... Spits keurde 't wederom goed met 'n "waf."
-
-"Dat gaat buitengewoon", prevelde inspecteur Punt. "Nog nooit is 't me
-zoo gemakkelijk gevallen.... Komaan hier daalt de bodem weer tot aan
-de Wezer.... dat zal zoowat vijf-en-twintig Kilometer zijn. Me dunkt
-de dief zal hier wel rechtuit gevlogen hebben, omdat 't niet de moeite
-waard is te dalen, wijl aan de overkant toch weer hoogten zijn van
-'n honderd meter of vijf, as ik me niet vergis...." "Waf." Spits was
-'t volkomen eens met inspecteur Punt.
-
-Precies twaalf uur was de vlieger boven Göttingen en inspecteur Punt
-kreeg trek in eten.
-
-"Me dunkt Spits we moesten hier maar even de reis onderbreken om wat
-te gebruiken. Jij lust geen vliegtabletten en ik heb ook liever wat
-anders. Bovendien hebben we wel een goed maal verdiend voor ons knappe
-werk, want we zijn den dief nog altijd op 't spoor hé!".... "Waf"
-zei Spits.
-
-"Nou goed.... maar wacht es.... zijn we hier niet in de buurt van
-Nordhausen?.... Daar moet een van die fameuse automatische hotels
-zijn.... Dat wil ik meteen wel eens zien.... Weet je wat Spits, die
-vijftig kilometertjes hebben we d'r zoo opzitten.... Niet de moeite
-waard.... tenminste als we er niet door uit de richting raken,"
-
-Doch 't bleef altijd maar de goede richting. Spits riep telkens
-"Waf". De dief was dus ook op Nordhausen aangevlogen.
-
-Inspecteur Punt liet z'n motor wat harder draaien en legde de vijftig
-kilometers binnen 't half uur af.... Tien minuten voor half een
-klonk het "waf" van Spits vlak boven het automatische hotel op welks
-dak Dolf zich niet zuinig zat te vervelen. Hij was die morgen thuis
-gebleven om te wachten tot Jan Drie z'n slaap uit had.
-
-"Au-to-ma-tisch-Ho-tel" las inspecteur Punt. Dat waren de witte
-mozaikletters in de bruine granitovloer van 't dak. In 1910 plaatsten
-de menschen hunne afschuwelijke annonce's langs de spoorweg in de
-weilanden en de heien en langs hun mooie bosschen rechtop. In 2010 kon
-'t niet anders dan horizontaal want de menschen voor wie ze bestemd
-waren vlogen.... en daarvoor waren de daken juist geschikt. En er
-werd niemendal mee bedorven. 't Was zelfs wel aardig als je van uit de
-vlieger of de luchttrein naar beneden kijkend al die platte huisdaken
-zag als omgewaaide reclame borden.
-
-"Hier is 't...." zei Inspecteur Punt. De motor stopte en de monoplaan
-daalde neer op 't dak.
-
-Dolf was er niet zoo verwonderd over, dat er 'n hond in die vlieger
-zat. Dat gebeurde wel meer ofschoon de meeste honden er 't land aan
-hadden. Alleen de boksers waren er gek op.... Die stamden dan ook
-af van honden die in vroegere tijden bij voorkeur met snelrijdende
-wagens waren meegehold. Later werden hunne afstammelingen groote
-liefhebbers van automobielrijden en in 2010 hadden ze liefhebberij
-in de nog snellere vlieger. Maar deze hond was geen vliegbokser,
-maar 'n herdershond en op z'n halsband had hij 't woord "politie"
-staan. En dat gaf Dolf 'n lichte schrik.
-
-"Wat moest die politiehond op 't dak van 't Automatische? En wie was
-die vreemde vent?...." Natuurlijk 'n politieman.... wat zekerheid werd
-toen deze uitstapte en Dolf 't bekende gezicht van inspecteur Punt uit
-z'n eigen woonplaats voor zich zag. 't Was geen wonder, dat Dolf de
-aankomst van dien man met z'n hond in verband bracht met de aeroplaan
-van m'nheer Vliegenthert en begon te vreezen dat deze speurman met z'n
-speurdier z'n armen vriend Jan Drie leelijk in 't vaarwater zouden
-zitten. In dat geval moest Jan de vlucht nemen of ergens verborgen
-worden. Dolf wist niet wat 't beste zou zijn... maar ze mochten hem
-in geen geval te pakken krijgen. Jan Drie was geen dief, doch dat
-was iets dat je zoo'n politieman heel moeilijk en zoo'n politiehond
-heelemaal niet aan 't verstand kon brengen. Met de inspecteur was
-misschien nog te redeneeren, maar zoo'n hond.... lieve hemel als die
-de lucht van je had greep ie je eenvoudig in je broek.... en als dat
-kleedingstuk scheurde nam ie je ergens anders, maar hij hield je vast.
-
-Met zoo'n dier viel niet te praten.... Dat deed wat 'm gezegd
-was.... de rest lapte hij aan z'n laars. 't Heele geval zag er niet
-zoo voordeelig uit, maar Dolf besloot eerst maar eens af te wachten,
-wat er gebeuren zou. Kwam de hond uit de vlieger en hij wees z'n
-baas regelrecht de weg naar Jan's kamer, dan kon je de zaak wel als
-verloren beschouwen--ofschoon er dan nog de kans bleef dat Jan Drie
-uit 't raam van de vijfde verdieping ontvluchtte. 'n Klein kansje,
-maar dat toch waar te nemen was, als de nood aan den man kwam en Jan
-zoo verstandig geweest was z'n deur te sluiten. Als Jan dat vergeten
-had--was alles totaal verloren.... dan was er geen hoop meer.... Doch
-zat die deur op slot, dan kon inspecteur Punt z'n nikkel niet in de
-gleuf krijgen en 'n automatische deur open laten steken door 'n smid,
-zooals dat met de gewone sloten geschiedde, daar ging 'n zware wijs op.
-
-Tot Dolfs groote verbazing gebeurde er echter niets van wat hij zoo
-vreesde. Inspecteur Punt was uitgestapt, had z'n vliegjas uitgetrokken
-en die bij Spits op 't bankje gelegd met de woorden: "Spits pas er
-op...." Spits was als 'n gehoorzame wel opgevoede hond even opgestaan
-om inspecteur Punt gelegenheid te geven z'n jas netjes neer te leggen
-en was er toen naar hondenmanier dadelijk boven op gaan liggen. Spits
-had daarbij even met de oogen geknipt, alsof hij te kennen wilde
-geven dat ie er alles van begreep en z'n plicht zou doen, wat die
-jas betrof. Daarna sloot Spits heel genoegelijk z'n oogen en sliep
-al voor de inspecteur Punt met de lift naar beneden ging.
-
-Dat viel Dolf mee. Zonder hond, zou inspecteur Punt toch wel niet
-instaat zijn te ruiken dat Jan de monoplaandief was. Maar je kon niet
-weten, en daarom was 't misschien beter deze politieman 'n beetje in
-de gaten te houden. De inspecteur maakte dit nogal gemakkelijk door
-in de wereldtaal aan Dolf te vragen op welke verdieping de eetzaal
-was. En toen werd deze sluwe vierdeklas-H-B-S-leerling opeens van
-z'n bovenste hoofdharen tot aan z'n voetzoolen één stuk gedienstigheid.
-
-Hij lichtte den inspecteur met vriendelijke voorkomendheid in, zakte
-gelijktijdig met hem in de lift naar beneden, en ging hem voor naar
-de eetzaal, met de salon en de rookkamer 't eenige vertrek, waar
-je zonder nikkel in kon komen. Daar zaten reeds eenige logé's aan
-tafel--maar Dolfs familie was er nog niet. Hij kon dus inspecteur Punt
-gezelschap houden, wat deze niet onaangenaam scheen te vinden. Bij
-'t binnenkomen had de inspecteur even vlugjes, doch met een scherpe
-blik de aanwezigen gemonsterd en wendde zich toen weder tot Dolf.
-
-"En hoe gaat dat hier nu vriendje? Ik heb honger als 'n paard."
-
-"O, m'nheer dat gaat heel eenvoudig. Gaat u maar hier bij de tafel
-zitten.... zóó.... Nu werpt u 'n nikkel hier in de gleuf."
-
-"All right".... en nadat de nikkel van den inspecteur eventjes 't
-gewone geluid van 'n vallend geldstuk in 'n metalen koker gemaakt had,
-ging er even 'n glad gepolijste metalen plaat midden op de tafel heen
-en weer, tik.... tik.... en vóór de plaats waar de inspecteur zat,
-was de tafel helder wit gedekt en stond 't sierlijke menukaartje voor
-hem op de rand van de blinkende plaat.
-
-"Verder?" vroeg de inspecteur.
-
-"Heeft u 't al gelezen?" zei Dolf.... "Daar staat alles heel duidelijk
-op."
-
-De inspecteur las zorgvuldig, deed z'n portemonnaie open, nam er
-'n hoop nikkels uit, dunne dingen allemaal, die hij zorgvuldig
-telde, telkens op de menu kijkend, wierp er één in de gleuf
-en.... bord mes en vork stonden voor hem.... Toen weer eenige
-nikkels.... Tik.... Tik.... ging de plaat en de inspecteur had in
-'n kleine blinkende terrine, z'n geliefkoosde selderiesoep voor
-zich. Zwijgend smulde hij.... doch toen de soep op was en hij de menu
-weer ging bestudeeren, vroeg hij op eens aan Dolf:
-
-"Heb je ook soms 'n roode aeroplaan hier in de buurt gezien?"
-
-"'n Roode aeroplaan?" zei Dolf.... "dat geloof ik wel.... Er zijn
-van morgen heel wat plaantjes door de lucht gekomen.... 'n Paar roode
-geloof ik. Ik ben bijna de heele ochtend boven geweest van vanmorgen
-vroeg af."
-
-"Zoo", zei inspecteur Punt.... "Wat noem je vroeg?"
-
-"Vóór dat de zon op was m'nheer".
-
-"Ei.... dat is vroeg.... Dan moet je 'm gezien hebben.... Ik zoek
-namelijk naar 'n gestolen aeroplaan.... Apropos.... hoe is je naam?"
-
-"Dolf Brandsma.... uit Den Haag...."
-
-"Den Haag.... prachtig.... Dan zullen we maar Hollandsch spreken
-verder.... Ik ben inspecteur Punt.... ook uit Den Haag. Ken je daar
-ook ook soms m'nheer Vliegenthert.... Jodocus Vliegenthert?"
-
-"Heel goed inspecteur...." zei Dolf lachend.... "M'nheer Vliegenthert
-is 'n oom van me.... we noemen 'm oom Dokie."
-
-"Nou die oom Dokie is z'n monoplaan kwijt.... 'n roode monoplaan met
-slaande vleugels."
-
-"Daar zal oom Dokie wel woedend om zijn....
-
-"Wel mogelijk," zei inspecteur Punt zich bedienend van koteletten met
-suikerboonen... "Maar dat is de zaak niet... De zaak is, dat ik hier
-gekomen ben om die vlieger... natuurlijk met dief en al, terug te
-brengen... Tot hiertoe heb ik 't spoor kunnen volgen.... maar iedere
-aanwijzing is me bovendien welkom.... Heb je vanmorgen vroeg niet
-zoo'n roode monoplaan zien voorbijkomen--zoo een met slaande vleugels?"
-
-Dolf had 'n hekel aan liegen, doch op deze vraag kon hij net nog
-'n antwoord geven zonder zich aan 'n leelijke onwaarheid schuldig te
-maken en hij antwoordde dan ook zonder blikken of blozen:
-
-"Neen inspecteur, ik heb geen roode monoplaan met slaande vleugels
-voorbij zien komen."
-
-De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert was n.l. cacaokleurig zooals
-de Streep goed gezien had, ofschoon hij 't "cacaoròòd" noemde, en
-deze vlieger was niet voorbijgevlogen, maar stond boven in de hangar.
-
-"Zoo, zoo...." zei inspecteur Punt kluivend. "Weet je 't zeker?"
-
-"Vast en zeker," betuigde Dolf.
-
-"Zoo, zoo, dan heb je toch niet goed gekeken, want Spits z'n neus is
-'t meest betrouwbare speurinstrument, dat er bestaat .... en dat heeft
-me hier gebracht.... Die aeroplaan moet hier voorbij gevlogen zijn."
-
-"'t Begint er toch nog slecht voor Jan uit te zien," dacht Dolf. "Die
-inspecteur schijnt zoo zeker van z'n zaak, dat ie maar kalm eerst z'n
-maal doet.... Wie weet of hij er al niet alles van begrijpt.... Ik
-moest Jan maar gaan waarschuwen, en hem op de vlucht helpen gaan."
-
-"Inspecteur," zei Dolf, "u neemt me niet kwalijk, dat ik u alleen
-laat?"
-
-"Heb je zoo'n haast?" informeerde inspecteur Punt.... "Kom je zal
-toch wel niemendal uit te voeren hebben in de vacantie.... Ik vind
-'t erg gezellig, als ik 'n beetje aanspraak heb onder 't eten.... Maar
-als je weg moet neefje van oom Dokie, ga dan je gang hoor.... Ik ben
-anders zóó klaar...."
-
-Toen bleef Dolf maar weer. Hij zei dat 't niet zoo hoog noodig was
-dat ie wegging.... en 't was misschien tòch maar beter te zien wat
-die inspecteur Punt in z'n schild voerde. Heel lang behoefde hij
-niet te wachten. Inspecteur Punt had spoedig z'n maaltijd geeindigd
-en stond op.
-
-"Drommels, das waar ook", zei hij opeens... "Ik zou de hond
-vergeten... die heeft ook wel 'n goed maal verdiend... wat zullen
-we hèm geven?.... Laat eens zien... brood, 'n portie koud vleesch en
-'n bak water... Laten we dat dan maar doen... Maar hoe komen we aan
-'t water?... Hier kan ik niet anders krijgen, dan water per glas... en
-'t moet minstens 'n bak vol zijn."
-
-"O, da's niemendal", zei Dolf... "Op 't dak is de waterleiding en
-ik kan wel voor 'n emmer zorgen of zoo iets.... Die zijn wel in
-de hangars...."
-
-"Goed hoor".
-
-En nu wierp inspecteur Punt herhaalde malen 'n nikkel in de gleuf en
-telkens ging de schuif heen en weer en bracht 'n broodje. Tik-tik-tik,
-ging 't wel tienmaal en toen kwam 'n schotel koud vleesch. Maar die
-kostte verscheidene nikkels.
-
-"Ziezoo, daar heeft ie genoeg aan."
-
-"Dat wil ik graag gelooven," zei Dolf lachend. "Tien broodjes."
-
-"Hij heeft 'n hondemaag", zei inspecteur Punt. "Wil je ook wat dragen?"
-
-"Met plezier inspecteur."
-
-Nu gingen ze naar boven en Spits was dadelijk klaar wakker, toen ie
-'t eten rook. Dolf schommelde vlug 'n bak op en kwam met 't ding vol
-water gedienstig aanloopen.
-
-"Dank je wel", zei de inspecteur vriendelijk.
-
-Spits deed ook niet lang over z'n middagmaal. Hij kon er nog gauwer
-mee overweg dan inspecteur Punt. Doch toen Dolf hem de bak water voor
-z'n neus hield weigerde Spits en keek inspecteur Punt aan.
-
-"Hij heeft geen dorst," zei Dolf.
-
-"Geen dorst? Geef mij 't water maar eens, dan zal je eens wat
-zien. Zie je wel, dat ie dorst heeft?.... Spits neemt nooit iets van
-'n vreemdeling aan. Dat doet geen enkele politiehond. Je begrijpt
-wel waarom hè?.... Ziezoo.... neefje van oom Dokie.... nou gaan we
-er maar weer op los.... Dank voor je behulpzaamheid hoor.... Goede
-middag.... en plezierige vacantie...."
-
-Inspecteur Punt stapte in de monoplaan en Spits zat alweer rechtop met
-de neus in de wind. De motor begon te snorren.... de propeller draaide
-met razende snelheid en voor dat Dolf 'n woord had kunnen zeggen,
-steeg de politievlieger de lucht in, terwijl de inspecteur riep:
-"Zoek de monoplaan."
-
-Dolf wist van louter verbazing niet of hij z'n oogen en z'n ooren
-gelooven kon.... "Zoek de monoplaan!".... en dat ding stond geen tien
-pas van hem af in de hangar! Hij keek met groote oogen de vlieger
-na, die in bijna oostelijke richting wegvloog. Zou die vriendelijke
-inspecteur Punt hem in 't ootje willen nemen en maar even weggevlogen
-zijn om te toonen hoe zeker hij van z'n zaak was?.... Daar had je
-'t al.... de vlieger keerde terug.... tot vlak boven 't dak van 't
-hotel en daar begon 't ding rond te zwieren in kringen, doch wat Dolf
-vreesde gebeurde niet. De monoplaan van inspecteur Punt daalde niet
-neer op 't dak maar beschreef 'n spiraal de hoogte in, stijgend en
-al kleiner en kleiner wordend tot ie op 't eind nog slechts 'n punt
-was.... en daarna heelemaal niets meer.
-
-Dolf bleef nog wachten en turen naar 't blauw van de hemel, maar de
-vlieger kwam niet terug.... Verdwenen in de ruimte.
-
-Toen ging Dolf naar de lift om Jan Drie te gaan vertellen van
-inspecteur Punt en z'n hond Spits.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE HOOFDSTUK.
-
- Waarin Jan Drie op 'n zeldzame manier z'n bed verlaat en hij in
- kennis komt met inspecteur Punt.
-
-
-Jan Drie had z'n wekker gezet op één uur, of eigenlijk had Dolf
-'t gedaan en bijgevolg liep 't ding om één uur af. Dat zou nu de
-moeite van 't vertellen niet waard zijn, want dat deden immers alle
-wekkers sedert onheugelijke tijden--indien ze tenminste niet kapot
-waren. In 2010 echter was de wekker van 'n automatisch bed in 'n
-automatisch hotel 'n beetje anders samengesteld, dan 't eenvoudige
-koperen of wit-metalen uurwerkje met 't fietsbelletje er bovenop,
-dat door de menschen van 't jaar 1910 'n wekker genoemd werd en dat
-weliswaar leven genoeg maakte, vooral als je 't van te voren op 'n
-omgekeerd soepbord had gezet, doch zich niets meer van je aantrok als
-'t z'n vervelend rrrrrrrring had teneinde gebracht. 't Liet je daarna
-gewoonlijk weer lekker inslapen. De Engelschen noemden zoo'n ding
-'n alarmklok en daar hadden ze gelijk aan, want 't maakte alarm, maar
-'t noodzaakte je niet op te staan en dat behoort 'n wekker te doen. Die
-ouderwetsche wekkers, lieve hemel, wat 'n prullen waren dat... Sommige
-menschen hadden 't zoover gebracht dat ze er niemendal van gewaar
-werden, als alleen 's avonds wanneer ze 't klokje opwonden. In de
-hotels uit de oude tijd waren zelfs deze onvolmaakte miserabele
-onbetrouwbare wekkertjes gewoonlijk niet aanwezig, wanneer je er
-zelf geen meebracht. Aangezien er zelden 'n reiziger was, die graag
-'n klok onder z'n bagage meesjouwde, moest je 't in die hotels laten
-aankomen op den huisknecht of den kellner, die met 'n paar korte tikken
-op de deur en 'n grafstem die vermelde hoe laat 't was een eind aan
-je nachtrust poogde te maken. Van zoo'n wekkerij trok zich dan ook
-alleen maar iemand iets aan, als hij met 'n vroege trein mee moest.
-
-In de automatische hotels waren de knappe ingenieurs die de wekkers
-en de rest ingericht hadden, van de veronderstelling uitgegaan,
-dat iemand, die z'n klok op één uur zette ook het ernstige voornemen
-had op die tijd uit bed te komen. Niemand dwong je 'n vinger naar de
-wekker boven je bed uit te steken. Ieder was vrij te slapen zoolang
-hij verkoos. Maar had je eenmaal 't wijzertje verzet en de nikkel
-in de gleuf laten glijden, dan was de wekker onverbiddelijk. Nu
-waren de menschen in 2010 eigenlijk toch van 't zelfde maaksel
-als hun voorgangers van honderd jaar terug. De wereld was machtig
-vooruitgegaan, maar de menschen zelven hadden nog even weinig lust
-om 's morgens uit hun bed te komen, ook al hadden ze 't zich nog
-zoo vast voorgenomen de vorigen avond. Ze hadden vliegen geleerd,
-maar ze waren nog geen vogels geworden.
-
-Jan Drie voelde ook nog maar heel weinig lust om op te staan toen
-z'n wekker afliep. Hij deed niet eens z'n oogen open... hoorde alleen
-maar 't welluidende getingel van twee liefelijke klokjes. Hij draaide
-zich op de andere kant en druilde al weer in. Geen wonder na zoo'n
-vermoeiende en afmattende nacht. Als hij geweten had dat vlak boven
-z'n hoofd inspecteur Punt met politiehond Spits op zoek waren naar
-m'nheer Vliegentherts aeroplaan, zou hij waarschijnlijk niet zoo
-dommelig zijn blijven liggen. Doch nu deed hij 't wel en hij zuchtte
-daarbij "hè hè" van louter genot. Hij rekte zich ook eens lekker uit,
-maar toen deed hij z'n oogen toch even open. 't Dek begon zich namelijk
-zachtjes te bewegen, alsof iemand er heel voorzichtigjes aan trok. En
-toen Jan goed en wel z'n oogen heelemaal open had, zag hij de deken
-en 't laken, waaronder hij zoo heerlijk had geslapen, verdwijnen,
-heel stil... in dezelfde opening, waarin ook de sprei verdwenen was
-toen hij naar bed wilde gaan.
-
-"Flauw" mompelde Jan Drie, die nog geen recht besef van z'n
-automatische toestand hebbend, stilletjes bleef liggen en vond dat
-je met 't lekkere weer ook nog wel 'n poosje zonder dek dutten kon.
-
-De automatische inrichting van 't hotel was door 'n zeldzame gladde
-kop uitgedacht. Als de gasten iets wenschten, eten of drinken of
-iets anders dat aangenaam was, dan werden ze oogenblikkelijk geholpen
-doch zoodra het iets onaangenaams gold werd hen de tijd gelaten. Na
-zoo'n nacht in 'n Aeroplaan doorgebracht te hebben is opstaan uit 'n
-heerlijk bed zeker iets onaangenaams. Welnu eerst hadden de klokjes hem
-wakker gemaakt... daarna was 't dek stilletjes verdwenen. Natuurlijk,
-in 1910 gebeurde er ook wel eens zoo iets, als je geen trek had om
-op te staan... Eerst ratelde de wekker als 'n bezetene, zonder de
-minste uitwerking, dan kwam je moeder en trok 't dek van je af en
-dan... sprenkelde ze water in je gezicht... Zeker wel 't naarste dat 'n
-slaperigen jongen overkomen kon. De automatische wekker begon ook met
-'n derde waarschuwing maar met dezelfde zachtzinnige onverbiddelijkheid
-als de beide vorige keeren. 't Peluw en 't hoofdkussen begonnen
-langzaam te bewegen. Heel zacht en geleidelijk rees Jan z'n hoofd en
-z'n bovenlijf tot hij bijna loodrecht opgeheven was. Toen 'n schok en
-Jan zat met wijd open oogen recht op in bed. Jan keek rond... rekte
-z'n armen boven z'n hoofd en geeuwde, zoo'n echte lange geeuw.
-
-De slaap was zoo heerlijk en 't bed was zoo heerlijk. Jan bleef
-zitten en z'n oogen zouden weer dicht gevallen zijn. Doch nu werd
-hem geen tijd gelaten. Drie waarschuwingen toenemend in kracht waren
-volgens de ingenieurs van 't hotel voldoende om zelfs de grootste
-luiaard behoorlijk wakker te maken, 't Bed waarin Jan zat, werd
-plotseling aan de achterzijde opgetild met 'n rukje... toen nog 'n
-rukje en voor Jan tijd had 'n besluit te nemen kwam de finale ruk,
-die hem uit 't bed wierp en op de vloer daarvóór deponeerde. Jan
-keek om, wat er met 't bed gebeurde, doch hij kon er geen oog op
-houden. Het ging zoo snel en eer hij van de vloer kon opstaan, was
-'t bed weer in orde met 'n andere matras, andere peluw, ander kussen,
-versche dekens en lakens en wip de metalen sprei er over heen.
-
-Als Jan er weer in had gewild zou het hem opnieuw nikkels gekost
-hebben.
-
-Maar hij was nu tenminste klaar wakker. Hij ging naar de waschtafel,
-wierp 'n nikkel in de gleuf en had daarvoor 't genoegen 'n leege
-waschkom voor zich te krijgen. 'n Andere nikkel bezorgde hem water,
-weer 'n andere opende de zeeppoederbus en juist toen hij zoover was
-hoorde hij Dolf voor de deur roepen: "Jan, Jan, doe es gauw open." Half
-klaar met z'n toilet liet hij Dolf binnen, die hem heel snel achter
-elkaar vertelde wat hij wist, terwijl Jan met de handdoek in z'n twee
-handen opgeheven staan bleef en vergat z'n van nat druipend gelaat
-af te droogen.
-
-"Wat denk jij er van?" vroeg Dolf tenslotte.
-
-"O," zei Jan Drie, die eindelijk met de doek z'n hals begon af te
-wrijven "heel eenvoudig.... ik zit van avond in de kast."
-
-"Vind je dat zoo... zoo..e.. noodig?"
-
-"Noodig niet," zei Jan opkijkend uit de handdoek, "maar 't zal wel
-niet anders kunnen met dien kerel en z'n hond op 't dak."
-
-"Maar hij is in de lucht verdwenen."
-
-"Natuurlijk, 'n mop van 'm.... Als wij zoo meteen boven komen zit ie
-er weer.... ik wil er op wedden.... Zoo'n politiehond laat zich niet
-bij de neus nemen."
-
-"Kan je niet vluchten?"
-
-"Waarheen?.... En ik heb er geen trek in ook.... Ik heb dat ding niet
-gestolen.... we zullen wel zien...."
-
-"Nou.... als jij er zóó over denkt.... maar ik wil je wel zeggen,
-dat ie mij niet te pakken kreeg.... Wat wil je nou eigenlijk
-doen.... veronderstel dat ie weer boven zit?"
-
-"Wel heel eenvoudig. Ik wijs hem de aeroplaan van m'nheer Vliegenthert
-en vertel hem hoe 't gebeurd is."
-
-"Daar gelooft ie natuurlijk geen woord van."
-
-"Waarschijnlijk niet.... maar jij kan getuigen."
-
-"Maar zeg es Jan.... je hebt toch gehoord dat ie 'n roode aeroplaan
-zoekt en de jouwe is bruin ...."
-
-"Nou ja .... da's 'n truc van 'm .... Die vent is slimmer dan wij
-denken .... Die houdt ons voor de gek .... Jou net zoo goed ...."
-
-"Willen we dan maar eerst naar boven gaan om te zien of ie er is
-.... of wil je eerst mee naar de eetzaal .... vader en moeder zullen
-er al wel zijn."
-
-"Och laten we maar naar boven gaan. Je vader en moeder hoeven niet
-te weten, dat ik door de politie mee genomen word ...."
-
-"Ja maar Jan .... ik zeg je één ding .... Als die vent daar boven
-zit, dan ga je niet naar hem toe hoor .... Je geeft jezelf niet aan
-.... Als hij je gevangen neemt is 't vroeg genoeg ...."
-
-"Dat beloof ik je."
-
-"Vooruit dan maar."
-
-Ze gingen in de lift en nog nauwelijks had Dolf de deur op 't dak
-geopend of Jan fluisterde:
-
-"Daar zit ie al .... Had ik geen gelijk?"
-
-"Je houdt je mond hoor!" fluisterde Dolf terug .... "Denk aan je
-belofte .... Kom, we gaan naar hem toe."
-
-Dolf ging vooruit en Jan volgde hem met 'n kloppend hart. 't Is ook
-niet pleizierig als je gevangen genomen moet worden voor 'n domme
-streek.
-
-Inspecteur Punt zat op 'n stoel naast z'n aeroplaan. Spits sliep op
-de jas van z'n baas. De inspecteur zat diep in gedachten met 't hoofd
-op de borst. Hij hoorde de twee jongens niet eens. Ze stonden reeds
-vlak bij hem en nog had hij niet opgekeken.
-
-"Hm" deed Dolf, en toen de inspecteur 't hoofd ophief met 'n ruk als
-of hij schrok: "Is u alweer terug inspecteur?"
-
-Inspecteur Punt knikte. "Ja neefje van oom Dokie," zeide hij, "er
-heeft zich 'n groote moeilijkheid opgedaan.... wordt maar nooit
-inspecteur van politie.... 't Is 'n moeilijk en ondankbaar vak,
-vol ontgoochelingen."
-
-"Mankement aan de vlieger?" informeerde Dolf.
-
-"Nee.... de monoplaan is best.... maar Spits doet geen bek meer open."
-
-"'t Beest zal slaap hebben van 't vele eten" meende Dolf.
-
-Inspecteur Punt schudde mistroostig het hoofd: "'n Politiehond heeft
-nooit slaap of hij moet vrij van dienst zijn.... Hij ruikt 't spoor
-niet meer...."
-
-"Verkouen"? vroeg Dolf.... "In de automaat beneden hebben ze drop."
-
-Weer 'n hoofdschudden van inspecteur Punt. "'t Is me volkomen
-onbegrijpelijk. Tot hier toe heeft hij 't spoor geroken.... regelmatig
-aangeslagen.... en nou is ie 't kwijt. 'k Heb gedacht, dat de
-dief misschien hoog gestegen was hier.... 'k Ben ook gegaan tot
-vijfentwintig honderd meter.... Je hebt 't zelf gezien hè?"
-
-"Ja," zei Dolf.
-
-'t Haalde niets uit... Spits gaf geen asem... "'k Zal 't nog eens
-probeeren. Spits!! (De hond keek oogenblikkelijk op). Zoek de
-aeroplaan!" (Spits stak z'n neus in de wind, snuffelde even en ging
-weer liggen, z'n meester de rug toedraaiend, alsof hij zeggen wou:
-"Schei nou uit met je flauwiteit!")
-
-"Zie je wel," zuchtte inspecteur Punt.
-
-"Hij heeft er niet van terug," zei Dolf.
-
-"'t Is 'n zeer merkwaardig geval," hernam de inspecteur... "Hier op
-deze zelfde plaats rook ie 't spoor nog... 'n uur geleden... en
-nu... weg!... Geen spoor van 'n spoor meer... 't Is zeer
-raadselachtig..."
-
-"'t Spoor zal weggewaaid zijn," antwoordde Dolf.
-
-"Neen," legde inspecteur Punt uit... "dat kan niet. Honderd jaar
-geleden, was 't nog mogelijk, dat 'n regenbui 't spoor al uitwischte
-van 'n dief of 'n moordenaar, zoodat de beste hond 't niet meer
-terug kon vinden. Maar dat lag aan de neus van de hond en niet
-aan de regenbui. Sedert die tijd zijn echter de hondeneuzen heel
-wat verbeterd... Aanhoudende zorgvuldige training vijftig geslachten
-lang, heeft de neus van Spits gemaakt tot 'n gevoelig instrument, in
-staat 't zwakste spoor gewaar te worden. Want, jonge lui, alle dingen
-laten iets achter op de plaats waar ze geweest zijn en dat verdwijnt
-nooit geheel en 't komt alleen doordat de menschelijke neus slechts
-is ingericht voor 't herkennen van grove geuren, dat wij er niets
-van gewaar worden. Indien onze neus slechts volmaakt genoeg was,
-zoo volmaakt als die van Spits, zouden we van alle dingen, die lang
-geleden op deze plaats zijn geweest kunnen vertellen."
-
-"Da's erg jammer," zei Dolf.... "'t zou wel leuk zijn, als we zelf
-zoo'n aeroplaan konden opsporen... M'n vriend Jan Drie, die ik van
-Spits verteld heb... is zeer nieuwsgierig hoe 't met die vlieger van
-m'nheer Vliegenthert zal afloopen.... Niet waar Jan?"
-
-Jan kreeg 'n kleur. Hij kon er niets aan doen. Maar hij zei toch,
-dat hij vreeselijk nieuwsgierig was.
-
-"'t Spijt me jongeheeren... Doch we zijn nog niet aan 't eind van de
-historie... Ik geef 't nog niet op... Waar is hier de telefoon?... en
-is hier nog 'n leege hangar?"
-
-"De telefoon is daar" zei Dolf... "Mogen wij uw vlieger onder dak
-brengen?"
-
-"Wil je dat doen? Uitstekend... Spits kom hier..."
-
-Spits sprong dadelijk gehoorzaam uit de vlieger en de inspecteur ging
-met de hond vlak achter zich naar de telefoon, terwijl Dolf en Jan de
-politievlieger in 'n hangar brachten heelemaal aan 't andere einde van
-'t dak.
-
-"Hoe vindt je 'm?" vroeg Dolf zacht... "Idioot hè?"
-
-"Ik weet 't niet," zei Jan... "Heel gerust ben ik nog niet..."
-
-"Kom, laat naar je kijken... Die vent snapt er niks van... Die heeft
-er net zooveel vermoeden van, dat oom Dokie z'n monoplaan hier vlak
-bij 'm staat, als z'n schoenen... Misschien weet z'n hond 't... doch
-dan schijnt 't stomme dier geen plan te hebben er z'n baas van op de
-hoogte te brengen... 't Is 'n feit dat de hond van morgen blafte tot
-hier op 't dak,... doch toen was 't in eens uit..."
-
-"Hm"... kwam Jan... "ik had toch maar liever, dat die inspecteur met
-z'n beest weg was."
-
-"O, jij ben nog bang, dat je van avond in de kast zult zitten
-hé?... Nou voorloopig lijkt me de kans niet groot jô... Ik vind 't
-'n verbazend leuke bak, zeg..."
-
-"Dat, wil ik wel gelooven... jij loopt geen gevaar. Maar ik heb
-honger."
-
-"Dan gaan we gauw naar beneden. Je moet toch de familie goede dag
-zeggen ook hè!"
-
-"Wat moet ik je vader en je moeder wijsmaken? Ik ben 'n boon als ik
-'t weet... 'k Heb er 't land aan hoor."
-
-"Wees nou geen eend... Je maakt hen niemendal wijs... je zegt gewoon
-de waarheid."
-
-"Dat ik met m'nheer Vliegentherts aeroplaan?..."
-
-"Ben je dol.... Je hoeft toch alles niet te vertellen.... Je zegt dat
-je per abuis hier naar toe gedwaald ben en zoo gauw mogelijk weer weg
-wil.... Liefst van avond al.... Wacht daar krijg ik een idee.... Ik
-zal vader vragen of ik met jou in de vlieger terug mag.... We zouen
-toch over 'n paar dagen naar huis gaan...."
-
-"Hè ja.... Doe dat Dolf...."
-
-"Nou kom dan maar mee.... Daar heb je inspecteur Punt ook al. 'k Ben
-benieuwd wat die getelefoneerd heeft en met wie...."
-
-"Zie zoo jongelui.... nou zullen we voorloopig maar afwachten en
-'n paar kranten gaan lezen...."
-
-Samen gingen ze naar beneden. Inspecteur Punt met Spits naar de
-leeskamer en Dolf en Jan naar de eetzaal.
-
-Dolfs heele familie zat aan tafel, vader, moeder en de twee zusjes. Jan
-kende de familie heel goed, hij kwam dikwijls bij Dolf aan huis en
-'t was dus heel gewoon, dat de zussen dadelijk riepen: "Hè daar
-heb je Jan Drie.... Dag Jan" en Vader zei: "Wel jongen, ben je Dolf
-nageloopen?" Maar moeder vroeg: "Jongens heb jullie geen honger? Kom
-maar gauw hier zitten."
-
-Dolf beweerde luidruchtig, dat ie bijna omviel en ze zaten al spoedig
-naast mevrouw. Toen ze wat gegeten hadden, vertelde Jan zoo goed en
-zoo kwaad 't ging, dat ie bij vergissing naar Nordhausen gedwaald
-was en gelukkig Dolf op 't dak had zien staan.... waarop m'nheer
-Brandsma aanmerkte, dat 't er dan met Jan zijn terreinkennis al heel
-slecht moest uitzien, wat zoo'n knappe vlieger als Jan was (dat wist
-ie van Jan's vader) nou niet zoo mooi stond .... "Nou ja," vervolgde
-m'nheer Brandsma... "word maar niet verlegen Jan.... ik ben ook wel
-eris verdwaald, 't kan de beste overkomen."
-
-'t Ging boven verwachting goed, meende Jan. Doch toen begon die
-vervelende Dolf opeens te vertellen, dat oom Dokie z'n monoplaan
-gestolen was en dat inspecteur Punt met Spits, den dief achter z'n
-veeren zat.... en nu 't spoor kwijt was....
-
-"Dat is zeer interessant" vond m'nheer Brandsma. "Waar zit die
-inspecteur nu?" En toen hij hoorde dat de politieman naar de leeszaal
-gegaan was stelde hij voor: "Als jullie klaar ben gaan we hem 'n
-poosje gezelschap houden."
-
-Dolf vond dat dadelijk uitstekend en Jan Drie, die 't ronduit gezegd
-minder aangenaam vond zoo dicht bij dien inspecteur te zijn, die toch
-eigenlijk naar hèm zocht, maakte bonne mine à mauvais jeu.
-
-Mevrouw Brandsma en de zusjes lachten om oom Dokie, die altijd van die
-domme dingen deed en m'nheer zei, dat ie niet eens wist, dat mevrouws
-broer alweer 'n nieuwe monoplaan had en hij vroeg aan Dolf of ie ook
-wist, wat 't er voor een was.
-
-"O," antwoordde Dolf, "inspecteur Punt heeft me verteld, dat 't 'n
-roode is met slaande vleugels... Jan Drie is ook gekomen met zoo'n
-klapwieker, maar die is gelukkig cacaobruin...."
-
-Jan gaf Dolf stikem 'n trap, doch die lachte maar, zoo'n aap.
-
-"Lieve hemel jongens, eten jullie 't heele hotel leeg?"
-
-"Nou," zei Dolf... "ik heb er wel zin in, maar m'n nikkels zijn op."
-
-"De mijne ook," zei Jan.
-
-"Dat ziet er slecht voor jullie uit, heertjes," meende m'nheer
-Brandsma.
-
-"En ik wou nog wel met Jan in z'n vlieger naar huis.... tenminste als
-U 't goed vindt vader.... Maar dan zal u eerst over de brug moeten
-komen. Ik heb geen cent meer.... en Jan ook niet...."
-
-"Zoo, zoo,.... wou jij er met je vriend van door.... Wel, wel...."
-
-"Hé Dolf," riepen de zussen, "blijf nou bij ons... we gaan toch immers
-morgen weg...."
-
-Maar Dolf zei, dat ie 't veel lolliger vond met z'n tweeën in 'n
-klapwieker te zitten, waar je nog eens 'n ordentelijk gangetje in kon
-brengen, dan met z'n vijven in 'n familieaeroplaan, die net door de
-lucht kroop, als 'n slak over 'n zandweg.
-
-Voorloopig werd er echter niets naders afgesproken. Mevrouw en de
-zussen gingen in de tuin van 't hotel zitten en m'nheer en de jongens
-zochten de leeskamer op.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZESDE HOOFDSTUK.
-
- Waarin m'nheer Vliegenthert er toe overgaat 'n luchtadvertentie
- te plaatsen en brigadier Kwadraat er achter komt welke kleur de
- monoplaan heeft.
-
-
-M'nheer Vliegenthert keek brigadier Kwadraat met de uiterste verbazing
-aan toen deze hem met zoo'n leelijk gezicht en met zoo'n geweldige
-klemtoon vroeg: "Wàt-is-dàt-vòòr-èèn-jàs?!"
-
-Vooreerst was 't m'nheer Vliegenthert op dat moment heel niet duidelijk
-over welke jas brigadier Kwadraat 't eigenlijk had, ten tweede was
-hij niet gewend zóó aangesproken te worden en ten derde had ie maling
-aan die jas en aan alle andere jassen. Hij werd er kregel van.
-
-"Wat drommel," zei m'nheer Vliegenthert, "wat kan mij die jas
-schelen.... en.... e.... wat verbeeld jij je wel, zeg? Je ben hier
-op mijn dak, versta je...."
-
-"M'nheer.... neem me niet kwalijk.... u moet er niet boos om worden,
-maar ik heb Spits aan die jas laten ruiken...."
-
-"Nou.... dat moet jij weten.... Wat gaat mij dat aan.... Voor mijn
-part laat je die hond ruiken aan 'n biefstuk."
-
-"Maar m'nheer.... begrijpt u dan niet, dat 't wel en wee van uw vlieger
-van dat ruiken afhangt.... 't Moest 'n vliegjas van u zijn.... 'n
-jas die u altijd in de monoplaan aan hebt.... En nu verbeeld ik me,
-maar ik hoop dat ik 't mis heb.... dat ik die hond heb laten ruiken
-aan inspecteur Punt z'n eigen jas."
-
-"Oooooo!!!!!" kwam m'nheer Vliegenthert.... "Ah
-zoooóóó!!!!.... Hm.... hm.... Sjonge sjonge, sjonge.... is 't in
-die tijd.... Ik begin ook te gelooven dat 't die m'nheer z'n eigen
-jas was.... Ik had hem hier op 't dak gevonden en meegenomen naar
-beneden in de verbeelding dat ie van mij was.... Ik ben wel eens meer
-zoo'n beetje..."
-
-"Verstrooid...." vulde brigadier Kwadraat aan.
-
-"Verstrooid is eigenlijk 't woord niet.... 't is eigenlijk meer 'n
-aangeboren onachtzaamheid.... maar toch.... ik geloof nu werkelijk
-dat ik die jas nog in de hand had, toen u beneden kwam...."
-
-"Dat had u ook" bevestigde brigadier Kwadraat.
-
-"Maar we kunnen 't dadelijk gaan zien.... Als inspecteur Punt z'n
-eigen jas aan heeft.... dan moet de mijne beneden nog aan de kapstok
-hangen. Ik zal even gaan zien...."
-
-"Och, och.... wat 'n ramp!" zuchtte brigadier Kwadraat, toen ie
-alleen was. "Wat 'n ramp, wat 'n ramp!.... Nou heeft die arme Spits
-lucht genomen aan de eigen jas van den inspecteur.... en daar zit
-'t stomme dier vlak achter.... Nou blijft ie natuurlijk de heele dag
-an 't keffen welke kant de vlieger ook opgaat.... Och, och.... en ik
-krijg de schuld...."
-
-M'nheer Vliegenthert kwam terug.
-
-"Tja" zei hij.... "m'n jas hangt aan de kapstok.... 't Is 'n stomme
-vergissing van me..... En nou helpt natuurlijk die tocht van den
-inspecteur geen steek, hè?"
-
-"Nee.... geen sikkepit" bromde brigadier Kwadraat.... "Zóó stom.... o
-neem u me niet kwalijk, maar ik ben er heelemaal van ontdaan"....
-
-"Ga gerust je gang", zei m'nheer Vliegenthert vriendelijk.... "'t Was
-stom van me.... Maar wat moeten we nu doen om de aeroplaan terug te
-krijgen? Weet jij iets?"
-
-"M'nheer.... 't beste is afwachten.... Misschien merkt de inspecteur
-wel iets, want de hond ruikt nu overal 't spoor, waar de vlieger ook
-heen gaat.... en dát kan toch niet...."
-
-Brigadier Kwadraat schudde 't hoofd herhaalde malen. Zooiets was nog
-nooit gebeurd, zoolang Spits bij de politie was. En daarom zei hij
-nog eens met 'n heel diepe zucht:
-
-"'t Is een ramp.... En 't kan me mijn betrekking kosten."
-
-"Dat zal niet gebeuren brigadier..... U hebt geen schuld.... Ik neem
-alles op mij.... Maar help me onthouden, als 't zoover is.... Anders
-vergeet ik 't toch weer."
-
-"Dan zal ik nu maar naar 't bureau gaan.... en wachten tot ik
-iets hoor.... en-e.... zeg u er asjeblieft tegen geen mensch wat
-van..... Dan doe ik op 't bureau maar of alles in orde is".....
-
-"Ik beloof 't je brigadier.... Ik kik er geen woord van."
-
-"En als ik iets hoor, vlieg ik wel even bij u aan."
-
-"Heel goed brigadier."
-
-"Morge m'nheer."
-
-"Dag brigadier."
-
-Brigadier Kwadraat stapte in z'n aeroplaan en vloog weg naar de
-stad. M'nheer Vliegenthert zag 'm 'n oogenblik later neerdalen op
-'t uitgestrekte dak van 't politiebureau.
-
-"Daar heb ik weer wat moois uitgehaald" dacht hij.... "'t is werkelijk
-dom van me.... Maar hoe krijg ik m'n aeroplaan terug?"
-
-Hij ging in de stoel zitten, waarin ook inspecteur Punt had zitten
-nadenken en verzonk evenals deze in diep gepeins. Dat duurde minuten,
-'n kwartier, maar toen prevelde m'nheer Vliegenthert: "Dat moest ik
-maar doen.... dat zal 't beste wel zijn...."
-
-Hij ging aan de telefoon: "Hallo.... spreek ik met 't
-Algemeen-Advertentie-Bureau?.... Is u de chef zelf?.... Niet?.... Ga
-'m dan roepen.... M'nheer Vliegenthert.... Ja.... Hé wat duurt dat
-weer lang.... Hallo.... is u daar?.... O, ik wou even vragen: wat kost
-een luchtadvertentie?.... Hé?.... Vijf gulden per regel?.... Da's
-duur hoor.... O, zijn 't dan allemaal hoofdletters.... Nou,
-dat hoeft niet..... Wat zegt u?.... Wil u iemand sturen met 't
-tarief? Heel goed.... maar dan gauw asjeblieft want ik moet nog naar
-'t kantoor.... Goed.... Dag m'nheer...."
-
-Hij ging weer zitten wachten. Daar ging 'n heele tijd mee heen. Maar
-eindelijk kwam er toch iemand van 't Algemeen-Advertentie-Bureau
-aangevlogen. Dat leek 'n deftig heer, die bediende, en dat was geen
-wonder, want 't Algemeen-Advertentie-Bureau was 'n wereldfirma,
-die over de heele aarde haar filialen had, en de zaken die deze
-maatschappij deed waren reusachtig. De firma had namelijk in
-alle beschaafde landen de wolken gepacht en bezat 't uitsluitend
-recht daarop advertenties te plaatsen. De kunst om op de wolken te
-adverteeren was in 't jaar 2010 al betrekkelijk oud, want ze was
-reeds in 1910 uitgevonden door Larsen te Kopenhagen. Dezen Deen
-was 't gelukt enkele letters en eenvoudige figuren op de wolken te
-projecteeren--natuurlijk als 't donker was. De machine waar ie dit mee
-deed, was 'n soort kinematograaf voor groote afstanden. Natuurlijk
-waren deze eerste proeven nog maar niet dadelijk geschikt om voor
-practisch gebruik te kunnen dienen. Maar langzamerhand was 't systeem
-verbeterd en eindelijk was men zoover gevorderd, dat met 't grootste
-gemak 'n duidelijk leesbare advertentie in vurige letters op de wolken
-te voorschijn gebracht kon worden. In landen met veel wolken, dus in
-heel West- en Noord-Europa, waren ondernemende lui dadelijk klaar om
-van de nieuwe uitvinding partij te trekken. Tot groote verbazing van de
-menschen, vooral op 't land, want je kon zoo'n luchtadvertentie uren
-ver in 't rond lezen, stond op 'n donkere avond met groote letters
-"Sunlight-zeep" aan de hemel. Vijf minuten bleef 't woord staan. Toen
-werd 't weer donker daarboven, maar 'n oogenblik later lazen de
-kijkers op dezelfde plek: "Wascht alles." Dat vond gauw navolging en
-al spoedig stond 's avonds de hemel aan alle kanten vol. Soms kwamen
-de advertenties over elkaar heen te staan en dan kon geen mensch er 'n
-woord meer van lezen. Dat gebeurde vooral, als er maar 'n paar wolken
-in de lucht zweefden. Iedereen beschouwde de wolken als z'n eigendom,
-want ze waren tot nog toe van niemand. Toen kwam er echter 'n slimme
-kop op de gedachte alle wolken te pachten. Hij vroeg in alle landen
-concessie, die hem dan ook voor grof geld gegeven werd. Nu richtte hij
-'t Algemeene-Advertentie-Bureau op en deze maatschappij had nu voortaan
-alleen 't recht op de wolken te adverteeren en de verschillende landen
-ontvingen daarvoor 'n aardig sommetje. Natuurlijk werd er gemopperd
-door de groote firma's die tot nog toe voor niemendal de wolken in
-beslag genomen hadden, maar over 't algemeen waren de menschen erg
-tevreden met de nieuwe toestand. 't Geld dat de Algemeene betaalde
-voor de wolken kwam in de schatkist en de inwoners behoefden alweer
-zooveel minder belasting te betalen. Bovendien stonden er nooit meer
-onleesbare advertenties in de lucht.
-
-"Heb ik 't genoegen m'nheer Vliegenthert te zien? Ik ben agent van
-'t Algemeen-Advertentie-Bureau."
-
-"Gaat u zitten, m'nheer," zei m'nheer Vliegenthert.
-
-De agent maakte 'n buiging, maar aangezien er geen stoel in de buurt
-was, wat m'nheer Vliegenthert zeker weer niet in de gaten had, bleef
-hij maar staan en vroeg: "Zoudt u zoo goed willen zijn op te geven
-wat u geannonceerd wenscht en er even bij te zeggen hoeveel wolken
-u bedrukt wil hebben, dan is de zaak in 'n ommezien in orde. Ik heb
-niet veel tijd ziet u..... 't is druk, verbazend druk."
-
-"Druk?.... Druk...." zei m'n heer Vliegenthert. "Ik heb 't ook
-druk.... ik heb nooit tijd.... van me leven niet...."
-
-"Zooveel te beter," antwoordde de advertentieman.... "Dan kunnen we
-opschieten." Hij stond met 'n bloknoot en 'n vulpen klaar en keek
-m'nheer Vliegenthert afwachtend aan. Maar deze was nog niet zoo
-gauw klaar.
-
-"Ziet u m'nheer.... ik heb gisterenavond m'n aeroplaan op 't dak
-laten staan...."
-
-"Kan de beste overkomen," zei de advertentieman.... "M'n grootvader
-liet altijd z'n paraplu ergens staan...."
-
-"Paraplu.... Ik zou denken dat 'n aeroplaan toch wat anders is dan
-'n paraplu."
-
-"Natuurlijk, natuurlijk.... 'n aeroplaan is geen paraplu.... Maar
-mag ik u nu even herinneren aan de advertentie? U treft het
-verbazend.... Onze weerkundigen hebben voor van avond en morgenavond
-zware bewolking voorspeld met kans op regenbuien...."
-
-"Ik wou juist 'n advertentie over die aeroplaan geplaatst hebben...."
-
-"Ah.... maar dan mag ik u wel opmerkzaam maken, dat 't weinig zal
-uithalen als u alleen op Nederlandsche wolken adverteert."
-
-De advertentieman floot zachtjes 'n deuntje, toen hij dit gezegd
-had. Hij begon te snappen, dat er misschien 'n reuzenadvertentie uit
-groeien kon, en daarna ging hij weer voort:
-
-"Dus uw aeroplaan is weg.... Dan heb u volkomen gelijk.... 'n annonce
-in de voornaamste buitenlandsche wolken geeft u de meeste kans uw
-aeroplaan terug te krijgen.... Laat me eens zien..."
-
-Hij haalde de weêrlijst uit z'n zak, opgemaakt door de weerkundigen
-van het Algemeene-Advertentie-Bureau. De agenten der maatschappij
-hadden deze dagelijks verschijnende weerberichten steeds bij zich,
-om hun klanten voor te lichten.
-
-"Engeland, Schotland, zware bewolking.... Nederland dito.... België
-en Noord-Frankrijk, dito dito.... Duitschland lichte bewolking.... U
-boft hoor, 'n zeldzame partij wolken voorhanden.... Dat gebeurt niet
-dikwijls m'nheer Vliegenthert, dat er over zoo'n groote uitgestrektheid
-'n donkere deken ligt.... 't Is in een woord prachtig.... precies
-als of u 't besteld had.... 't Is 'n bof! U wil zeker uw advertentie
-plaatsen in alle wolken der naburige landen, de grootst mogelijke
-publiciteit is in uw geval gewenscht.... Natuurlijk.... en.... in de
-wereldtaal.... of verlangt m'nheer de advertentie in de verschillende
-landstalen?.... Ik zou u aanraden wereldtaal, met 't oog op de
-vreemdelingen...."
-
-"Hm, ja,...." zei m'nheer Vliegenthert,.... "ik-e...."
-
-"O, laat u dat maar aan ons over.... Wat dunkt u van zooiets:
-
-
- GESTOLEN,
-
- Monoplaan met slaande vleugels.
-
- VIJFHONDERD GULDEN BELOONING
- voor ieder die aanwijzingen geeft waardoor de eigenaar z'n
- aeroplaan terugkrijgt.
-
- Vliegenthert,
- Den Haag.
-
-
-"Geen kwaad idee,...." zei m'nheer Vliegenthert, "en gedrukt in de
-wereldtaal. Maar u moet de annonce zóó veranderen, dat er duidelijk
-instaat dat de vijfhonderd gulden belooning uitgeloofd wordt slechts
-aan diegene, die zulke aanwijzingen geeft, dat we de dief te pakken
-krijgen."
-
-"Heel goed m'nheer.... en dus op alle wolken?"
-
-Juist toen m'nheer Vliegenthert antwoorden wou kwam brigadier Kwadraat
-in z'n politievlieger terug en streek op 't dak neer. De brigadier
-stapte uit, salueerde en viel meteen met de deur in huis:
-
-"M'nheer bericht van uw aeroplaan."
-
-"Gelukkig!" riep m'nheer Vliegenthert. Maar de advertentieman prevelde
-zooiets van: "da's jammer".
-
-"We hebben van morgen dadelijk getelefoneerd aan alle politiebureaux
-in Nederland," ging brigadier Kwadraat voort, "en nu kregen we uit
-Nijmegen antwoord, dat 'n luchtwachter daar gisteren avond omstreeks
-11.50 'n roode aeroplaan gesignaleerd heeft, die verdachte bewegingen
-maakte en in de wolken verdween.... Dat is waarschijnlijk de uwe
-geweest."
-
-"Waarachtig was ie dat," schreeuwde m'nheer Vliegenthert opgewonden.
-
-"Waarschijnlijk was 't 'n andere," zei de advertentieman droog.
-
-"Wat weet u daarvan!... en hoe weet u dat?" riepen m'nheer Vliegenthert
-en de brigadier te gelijk.
-
-"Wel heel eenvoudig, omdat m'nheer Vliegenthert z'n aeroplaan niet
-rood is maar cacaobruin...."
-
-"Ca-cao-bruin?" gaapte m'nheer Vliegenthert... "Is mijn aeroplaan
-cacao-bruin?"....
-
-"Toevallig heb ik m'nheer gisteren morgen zien uitvliegen met z'n
-monoplaan.... slaande vleugels.... chocolade-kleur.... Ik kan er wel
-'n eed op doen."
-
-"Maar m'nheer!" riep brigadier Kwadraat uit, "u doet niets dan
-verkeerde opgaven verstrekken aan de politie.... U zegt tegen
-inspecteur Punt dat uw vlieger wijnrood is.... en u laat Spits ruiken
-aan de verkeerde vliegjas.... en-e...."
-
-"Neem me niet kwalijk!" stoof m'nheer Vliegenthert op. "Ik heb die
-hond niet laten ruiken...."
-
-"'t Was toch door uw toedoen.... Nu schijnt de Streep ook nog gelijk
-gehad te hebben dat ie cacaokleurig was.... en die arme kerel heeft
-er 'n uitbrander over gehad en ik heb hem naar de dokter gestuurd om
-z'n oogen te laten onderzoeken."
-
-"'t Spijt me.... 't spijt me...." zei m'nheer Vliegenthert geheel
-uit 't veld geslagen .... "'t Is best mogelijk, dat mijn aeroplaan
-chocolakleurig is .... Om je de waarheid te zeggen, heb ik nog niet zoo
-nauwkeurig op de kleur gelet .... Ik dacht dat 't wijnrood was ...."
-
-"'k Weet 't sekuur," bevestigde de man van 't
-advertentiebureau. "Toevallig merkte ik op dat uw jas precies dezelfde
-kleur had."
-
-"Verbeeld je," mompelde brigadier Kwadraat, "inspecteur Punt z'n jas
-is groen .... 't Verschil is nog al merkbaar .... en die hield u ook
-al voor de uwe."
-
-"'t Spijt me erg ... 't Spijt me verschrikkelijk ...." herhaalde
-m'nheer Vliegenthert... "Maar ik kan er niemendal aan doen ... 't
-overkomt me zoo dikwijls ..."
-
-"Dus m'nheer," zei de advertentieman ... "'n Flinke advertentie op de
-voornaamste wolken van West-Europa ... Driemaal plaatsen zeker? Ziet
-u--dat is goedkoop ... wordt maar tweemaal berekend.
-
-"Ja, ja", zuchtte m'nheer Vliegenthert, "gaat u je gang maar...."
-
-"In orde m'nheer ... Dag heeren ..."
-
-De advertentieman besteeg z'n vlieger met 'n vroolijk gezicht. Hij had
-'n vette bestelling opgedaan ... M'nheer Vliegenthert, van de firma
-Vliegenthert & Co. was er goed voor. De agent z'n dag was al goed.
-
-"Rrrrrrrt", snorde z'n schroefvleugels en weg was ie.
-
-"M'nheer," zei brigadier Kwadraat na 'n poosje, "die man sprak van
-'n flinke advertentie op de voornaamste wolken van West-Europa... Dat
-staat zeker in verband met de diefstal!"
-
-"Welzeker brigadier... dat is ook zoo... zou je niet denken, dat
-'t helpen kan?"
-
-"'t Kan geen kwaad... maar ziet u volgens mijn opinie hoeft ie in
-Engeland en in ons eigen land niet te adverteeren. Ik geloof zeker
-dat die aeroplaan, die vannacht gesignaleerd is boven Nijmegen de uwe
-was... Dat die luchtwachter de kleur niet goed opgenomen heeft is wel
-zeker... Die vergissingen komen in de haast meer voor... En als ie
-'t is... dan is ie Duitschland in. Voorloopig was 'n advertentie daar
-in de buurt voldoende dunkt me."
-
-"Hm... ja... 'k zal hem telefoneeren, dat ie voorloopig alleen in
-Duitschland en Zwitserland de annonce plaatst..."
-
-"Zwitserland is anders ook niet noodig... Maar kwaad kan 't in geen
-geval..."
-
-"Permitteer me," zei m'nheer Vliegenthert. "Eén oogenblik."
-
-Hij ging naar de telefoon: "Hallo... Spreek ik met 't
-Algemeen-Advertentie-Bureau? O... die luchtadvertentie behoeft
-voorloopig alleen maar in Duitschland en Zwitserland geplaatst te
-worden.... Wat zegt u?... In Duitschland geen wolken... en uw agent
-zei toch... O... weinig wolken... Nu dan zet u 't dáárop... 't zou
-al heel toevallig wezen, als ze nu net al de wolken voor mijn neus
-weggeveegd hadden.... Dag m'nheer...."
-
-"Ziezoo brigadier, dat is in orde. 't Zal me toch nog geld genoeg
-kosten om die vlieger weer in m'n bezit te krijgen.... Doch dat is
-niemendal. Al kost 't me tweemaal zooveel als de aeroplaan, dan wil ik
-'m toch terug hebben.... 'k Had plezier in dat vliegertje.... En dan
-wil ik die dieven gestraft hebben.... 't Is 'n schandaal, dat je in
-'t jaar 2010 nog niet eens even je vlieger op 't dak kan laten staan
-of.... rrrrt.... ze hebben 'm al te pakken."
-
-"Alle hoop is nog niet verloren," troostte brigadier
-Kwadraat.... "Wanneer we vanmorgen Spits lucht hadden gegeven
-aan uw jas, dan had u waarschijnlijk van avond uw aeroplaan weer
-terug.... Enfin.... m'nheer.... de telefoon alweer."
-
-"'t Houd niet op van morgen," gromde m'nheer Vliegenthert.
-
-"Hallo.... Wat? Brigadier Kwadraat.... Ja die is hier.... Brigadier
-'t is voor u."
-
-Brigadier Kwadraat ging naar de telefoon....
-
-"Hier brigadier Kwadraat.... Ja.... ja.... ja.... ja.... in orde." Bom,
-daar hing de spreekhoorn alweer. De brigadier ging terug naar m'nheer
-Vliegenthert en zei met 'n half lachend, half mistroostig gezicht:
-
-"Net zoo als ik dacht m'nheer.... Inspecteur Punt telefoneert
-uit Nordhausen, dat ie 't spoor bijster is. Spits slaat niet meer
-aan. Waarschijnlijk heeft ie z'n jas uitgetrokken.... Nu ik ben maar
-blij, dat 't zoo loopt. Ik moet direct naar Nordhausen.... Hij wacht
-me in 't Automatisch hotel daar.... Doe u me 'n genoegen en geef me
-uw vliegjas mee....
-
-"Best," zei m'nheer Vliegenthert.... "m'n vliegjas gaat mee.... maar
-ik trek 'm aan...."
-
-"O.... wil u zelf òòk mee."
-
-"Ja.... Heb u 'n plaatsje voor me in uw vlieger?"
-
-"Met genoegen, m'nheer.... Dan gaan we maar dadelijk."
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZEVENDE HOOFDSTUK.
-
- Waarin politiehond Spits opnieuw het spoor ruikt en de gestolen
- aeroplaan met twee passagiers achteraan komt.
-
-
-Toen m'nheer Brandsma met Dolf en Jan de leeskamer binnentraden
-vonden ze inspecteur Punt verdiept in 'n sportblad, dat hij gekocht
-had aan 't automatische boekenstalletje in 'n hoek van de zaal. Hij
-was zoo verzonken in de lektuur, dat hij niet eens opgekeken had,
-toen de drie bezoekers de deur geopend hadden, waarbij ze natuurlijk
-geen hand hadden uitgestoken, want de deur ging vanzelf open zoodra
-iemand naderbij kwam. Deze soort deuren waren nu juist geen nieuwe
-uitvinding. In 1910 bestond er reeds iets dergelijks, maar toen werd
-'t nog niet zoo algemeen in toepassing gebracht, omdat er zooveel
-bezwaren aan verbonden waren. Toen gebeurde 't namelijk heel dikwijls,
-dat bij 't binnenkomen van iemand 'n ander die er vlak bij stond
-de deur tegen z'n neus kreeg en bovendien haperde er telkens wat
-aan die deuren. Doch zooals 't met alle uitvindingen gegaan was,
-ging 't ook hiermee. Langzaam kwamen de verbeteringen en eindelijk
-hadden ze 'n schuifdeur geconstrueerd, die bijna volmaakt was en
-volkomen geruischloos open en dicht gleed. De menschen letten in die
-tijd vooral daar op, dat zooveel mogelijk leelijke harde geluiden
-vermeden werden. 'n Eeuw geleden was 't rumoer in de groote steden
-vooral bij dag zóó erg geworden, dat de menschen 't bijna niet konden
-uithouden. Ze waren al begonnen met houten bestrating om tenminste
-'t gerammel van karren en wagens eenigszins te dempen en ze klaagden
-over 't geschreeuw en de herrie om zich heen. 'n Uitvinder had de
-menschen trachten te helpen door 't vervaardigen van de paraphoon of
-geluiddemper, die in beide ooren gedragen werd. Dit hielp wel iets,
-de geluiden klonken doffer, doch als je 'n gesprek wou beginnen moest
-je die dingen uit de ooren nemen, omdat de paraphoon je kunstmatig
-doof maakte. Dat was dus maar 'n lapmiddel. In Jan Drie's tijd was
-'t bijna onmogelijk leven te maken. De menschen hadden zachte zolen
-onder hun schoenen en 't plaveisel op de straten en wegen en de
-vloerbedekking in de huizen was zoodanig, dat zelfs 'n vallend geldstuk
-geen gerinkel gaf. 't Spreekt vanzelf dat machines, spoortreinen,
-voertuigen en andere rumoer veroorzakende dingen al lang veranderd
-waren in geluidloos draaiende, en rollende werktuigen.
-
-Maar, wanneer je met geen deur kunt rumoeren en geen lawaai kunt
-veroorzaken met je hakken op de vloer en toch iemands aandacht wilt
-gaande maken, zit er niets anders op dan maar zeer hard te praten. Dat
-deed Dolf dan ook, toen ze bij de tafel waar inspecteur Punt zat te
-lezen met hun drieën gingen zitten in die gemakkelijke leeren stoelen,
-gemaakt om er in te genieten van 'n mooi boek. 't Leven dat Dolf
-maakte hielp dan ook.
-
-"Ah," riep inspecteur Punt, "daar is m'n vriendelijke gids en helper
-weer."
-
-"Met z'n vader," zei Dolf... "m'nheer Brandsma."
-
-"Aangenaam," zei inspecteur Punt, opstaande.
-
-M'nheer Brandsma zei ook, dat ie 't aangenaam vond en toen gingen ze
-weer zitten.
-
-"Wat hoor ik m'nheer de inspecteur, u is zoo op jacht achter de
-aeroplaan van m'n zwager Vliegenthert?"
-
-"Ja, m'nheer Brandsma.... maar tot nog toe met weinig resultaat.... Uw
-zoon zal u wel 't een en ander verteld hebben, denk ik...."
-
-"Dat spreekt vanzelf m'nheer de inspecteur. Z'n mond stond er niet
-over stil. Ik geloof zelfs, dat hij en z'n vriend Jan 't heele geval
-erg leuk vinden."
-
-"Leuk?" riep de inspecteur.... "Maar jongelui, jullie moest je
-schamen.... 't Is diefstal.... en ik kan je verzekeren, dat de dief,
-als ie gesnapt wordt er minstens voor 'n paar jaar achter gaat... En
-gesnapt wordt hij of liever zij. Want ik ben half en half overtuigd,
-dat de aeroplaan door 'n vrouw gestolen is,.... 'n vrouw met blond
-haar."
-
-"Dat is verbazend knap," zei m'nheer Brandsma. "Waaruit besluit u dat,
-als ik vragen mag, m'nheer de inspecteur?"
-
-"Dat wil ik u wel zeggen, m'nheer Brandsma. Kijk u eens hier." Nu
-haalde de inspecteur 't lange blonde haar uit z'n portefeuille. "Dat
-vond ik aan de deurknop van m'nheer Vliegentherts hangar. M'nheer
-Vliegenthert heeft zelf geen vrouw en geen dochters.... dus...."
-
-"U lijkt Sherlock Holmes wel," lachte Dolf en Jan Drie proestte van
-de pret.
-
-"Sherlock Holmes?.... Wie is dat?" vroeg inspecteur Punt.
-
-"Och," zei m'nheer Brandsma, "Sherlock Holmes was 'n slimme detective,
-Die kon net zulke gevolgtrekkingen maken als u...."
-
-"Zoo.... ik heb nooit van dien m'nheer Sherlock gehoord."
-
-"Geen wonder..." antwoordde m'nheer Brandsma "Dolf heeft er van gelezen
-in 'n boek dat meer dan honderd jaar oud is.... Ik geloof zelfs niet,
-dat die Sherlock Holmes ooit bestaan heeft...."
-
-"Hm," deed inspecteur Punt. "Maar om nu weer op die aeroplaan terug
-te komen.... ik vind 't alleen onbegrijpelijk dat Spits 't spoor
-bijster geraakt is hier op 't dak van 't hôtel."
-
-"Ei," zei m'nheer Brandsma, "dat zou bewijzen, dat de dief met de
-monoplaan hier geweest was..."
-
-"Zeker is de vlieger hier geweest.... doch onverklaarbaar blijft hoe 't
-ding hier vandaan gekomen is... zonder dat Spits weet waarheen.... Nu
-zit ik hier en kan niemendal beginnen en de kostbare tijd gaat
-voorbij.... En die aeroplaan kan op die wijze 'n enorme voorsprong
-op ons krijgen.... Dat was vroeger 'n ander geval... in de tijd van
-dien Sherlock en hoe heet ie nog meer.... Toen zaten de dieven aan de
-aarde vast.... Hun hoogste snelheid bereikten ze in 'n spoortrein of
-'n auto.... en dat was hoogstens 'n honderd kilometertjes...."
-
-"Dat is waar," riep Jan Drie.... "met 'n aeroplaan als die van m'nheer
-Vliegenthert.... kan je gemakkelijk 'n snelheid van tweehonderd
-kilometers bereiken."
-
-"Precies," zei inspecteur Punt... "Zoo'n vlieger beweegt zich bijna
-zoo snel als 'n boerenzwaluw."
-
-"Bijna?..." vroeg Dolf. "Ik dacht die ie veel sneller ging..."
-
-"Neen hoor... De zwaluw wint 't nog... Die legt 250 K.M. per uur af
-en torenzwaluw zelfs 318."
-
-"Maar we winnen 't toch van alle andere vogels," zei Jan. "'n Postduif
-vliegt maar 100 en 'n arend of 'n ooievaar maar 120 K.M. en dat zijn
-toch snelle vogels."
-
-"'t Zal 'n toer voor u wezen, die aeroplaan nog in te halen," zei
-Dolf... "u moet 't nog eens probeeren met Spits...."
-
-"O, ik geef 't ook niet op... en ik was van plan nog eens met Spits op
-te stijgen vóór brigadier Kwadraat hier is. Die komt vanavond... en
-ik zou er wat voor geven, als Spits 't spoor weer terugvond, vòòr de
-brigadier hier is. Die man houdt namelijk zooveel van Spits... Hij
-is z'n leermeester, ziet u... en ik weet zeker dat 't hem verdriet
-zou doen, als de hond 't spoor niet meer vinden kan. Dat is nog nooit
-gebeurd... Kom... ik ga dadelijk."
-
-Jan Drie was blij, dat de politieman met z'n hond heenging. Hij was
-'n oogenblik doodsbang geweest, toen m'nheer Brandsma de meening
-uitsprak dat de vlieger op 't dak geweest moest zijn... Verbeeld je,
-dat de inspecteur op de gedachte was gekomen in de hangars aan 't
-zoeken te gaan. Hè, hij moest er niet aan denken...
-
-Ze gingen allemaal mee naar 't dak. Inspecteur Punt begon zorgvuldig
-z'n motor na te zien. Hij gaf 'm wat olie en keek in 't reservoir of er
-nog voldoende brandstof voorhanden was voor de motor. Die brandstof was
-vroeger een van de grootste bezwaren voor de eerste vliegmenschen, die
-nooit genoeg benzine konden meenemen voor 'n lange tocht. In 2010 had
-de benzine echter al lang afgedaan als motorvoedsel en was vervangen
-door de vliegolie, waarvan men met één liter net zooveel kon doen
-als voorheen met 'n heel vat benzine. 'n Reservoirtje met twintig,
-vijfentwintig liter vliegolie maakte van iedere vlieger 'n voertuig,
-waar je de heele dag geen omkijken meer naar had en waar je onmogelijke
-afstanden mee kon afleggen. Wat waren die eerste vliegeniers toch 'n
-stakkers met die benzine. Telkens moesten ze dalen, want je kon toch
-moeielijk 'n heel vat benzine mee de lucht in sjouwen. De knapste
-scheikundigen waren toen aan 't denken gegaan, aan 't peinzen,
-aan 't proeven nemen. Uren en dagen en nachten zaten ze in hunne
-laboratoria tot op 'n goede dag of nacht zoo'n chemicus op de proppen
-kwam met de vliegolie. Alle gezamenlijke vliegmenschen van de heele
-wereld hadden dien genialen uitvinder wel om de hals willen vallen,
-maar daar begon hij niet aan. Hij wist er wat beters op. Hij maakte
-'n halfjaar lang ruzie met 'n stuk of vier andere scheikundigen die
-ook beweerden, dat ze de vliegolie uitgevonden hadden... Dat is met
-alle belangrijke uitvindingen en ontdekkingen zoo. De Noordpool werd
-door Peary en Cook tegelijk ontdekt. 't Schietkatoen is uitgevonden
-door Christiaan Friedrich Schönbein en in 't zelfde jaar (1846) nog
-eens door Böttger, die ook de veiligheidslucifers uitvond... Maar
-van deze uitvinding werd geen gebruik gemaakt vóór de Zweed Lundström
-vijf jaar later dezelfde lucifers nog eens uitvond. Zoo is 't gegaan
-met de stearinekaarsen, 't kobaldblauw en de aniline, welke laatste
-stof zelfs vijf uitvinders had, die niets van elkaar afwisten.
-
-De uitvinder van de vliegolie, deed echter nog iets anders dan ruzie
-maken met z'n concurrenten. Met 'n paar slimme kooplui stichtte hij de
-vliegoliemaatschappij, die niet alleen de vliegolie fabriceerde volgens
-zijn recept, maar tevens over de heele wereld vliegoliemagazijnen
-oprichtte, kenbaar aan 'n wit bord met 'n roode vliegschroef er op
-geschilderd en 's nachts van verre zichtbaar aan 'n rood en 'n groen
-licht boven elkaar. Op de hoogste bergen en in de barste woestijnen,
-overal stonden die vliegoliedepôts, wat heel gemakkelijk kon, want 't
-waren vliegolie automaten, kleine dingen in weinig bezochte streken,
-maar geweldige inrichtingen langs druk bezochte luchtwegen. Wie om
-vliegolie verlegen was, had slechts 'n geldstuk in de gleuf te laten
-glijden en op 't zelfde oogenblik kwam uit 'n loketje zoo'n rond
-vliegolieblik aanrollen, dat maar aan de motor bevestigd behoefde te
-worden, wat 'n niet al te onhandig mensch in 'n wip klaar speelde. En
-de uitvinder der vliegolie was natuurlijk binnen 'n jaar millioenair,
-wat haast wel niet anders kon, aangezien de heele vliegwereld om zoo
-te zeggen had zitten wachten op die vliegolie.
-
-Inspecteur Punt bleef nog al lang bezig met z'n vlieger... en m'nheer
-Brandsma vond 't 'n beetje vervelend om daar bij te blijven. Hij
-wenschte den politieman dus veel succes en ging weer naar beneden. Dolf
-en Jan gingen mee. In de lift zei Dolf:
-
-"Dus vader u vindt 't goed, dat ik met Jan mee ga hé?"
-
-"Och jawel," was 't antwoord... "Maar waar wil je dan blijven... jullie
-ben zóó thuis. Ik ben van plan met moeder en de zussen nog 'n paar
-dagen rond te vliegen... Je kan toch niet alleen in 't leege huis
-gaan zitten."
-
-"O, da's niemendal, dan blijf ik maar 'n paar dagen bij Jan... Dat
-kan wel hè Jan?"
-
-"Nou, heel goed hoor... Ik zit alleen... met de meiden..."
-
-"'t Is mij best," zei m'nheer Brandsma, "als moeder 't ook goed
-vindt... En geen gekke streken onder weg... Jij bent zoo'n wildeman
-Dolf. Ik waarschuw je hoor."
-
-"Nee m'nheer, we zullen wel kalmpjes aan doen," zei Jan.
-
-"Ik vertrouw 't jou ook beter toe dan Dolf... Alleen liet ik 'm
-niet gaan."
-
-Ze waren nu beneden in de tuin, waar mevrouw en de zussen zaten.
-
-"Moeder," riep Dolf, "ik mag met Jan mee... en we gaan dadelijk."
-
-"Moet dat allemaal zoo op stel en sprong?" zei mevrouw... "Heb jij
-zoo'n haast Jan?"
-
-"Ik niet mevrouw, we kunnen best wachten tot vanavond."
-
-"Dat vind ik ook," zei mevrouw weer, "of gaan jullie morgen... Hoe
-lang doe je d'r over om naar huis te vliegen?"
-
-"'n Uur of vijf mevrouw, met 'n matig gangetje..."
-
-"Zoo... gaat dat ding zoo snel... Is 't niet gevaarlijk?"
-
-"Wel nee, moeder," zei Dolf.--"En ik ga veel liever dadelijk... 't
-Is zulk mooi weer..."
-
-"Laat die jongens opschieten," riep vader... "Ze hebben toch geen
-rust..." Maar de zussen vonden 't ook al niet aardig... en moeder
-heelemaal niet, maar Dolf trok zoo'n leelijk gezicht, dat ze er
-allemaal om lachten en mevrouw Brandsma, die d'r lieve Dolf toch ook
-wel zoo'n heerlijk vluchtje met z'n vriend Jan gunde zei eindelijk:
-
-"Ga dan maar gauw."
-
-Dolf riep: "Bonjour allemaal" en was al weg; maar Jan nam beleefd
-afscheid. Aan de lift vond ie Dolf met z'n vliegmuts al op, en 'n
-andere in de hand.
-
-"Hier, zet op."
-
-"Waarom heb je zoo'n haast?" vroeg Jan... "Denk je dat ik van plan
-ben op klaar lichte dag op 't dak bij m'nheer Vliegenthert neer te
-komen. Ik zou je danken hoor."
-
-"Ben je mal," riep Dolf... "Zoo gek ben ik ook niet... 't Zou wel
-stom zijn... Dan zat je zeker van avond achter de tralies, want de
-heele politie ligt natuurlijk op de loer."
-
-"Nou wat wil je dan?"
-
-"Ik wil inspecteur Punt achterna..."
-
-"Hè???"
-
-Jan zei niets meer, toen ze in de lift naar boven gingen. Hij was
-te verbaasd over 't plan van Dolf. Maar toen Dolf de deur van 't dak
-open deed, deed Jan z'n mond open.
-
-"Zeg..."
-
-"St... we zijn er... Hij hoeft er niets van te hooren... Kijk hij is
-net klaar..."
-
-De jongens kwamen nog juist vroeg genoeg. Inspecteur Punt stond z'n
-vliegjas aan te trekken.--Spits zat al op 't achterbankje en snuffelde
-alsof hij iets bekends rook.
-
-"Inspecteur", zei Dolf "'t is toch niet zoo koud."
-
-"Neen jongen, hier niet... Maar ik moet denkelijk de hoogte in en
-dààr had ik 't vanmiddag wel koud... En apropos, wil je dit briefje
-aan brigadier Kwadraat geven, als hij komt? Nou adieu jongens."
-
-Inspecteur Punt stapte in.
-
-"Zoek de monoplaan."
-
-"Rrrrrrt," gonsden de schroefvleugels en nauwelijks was inspecteur Punt
-van 't dak of Spits blafte reeds luid: "Waf." Hij rook 't spoor weer.
-
-"Waar ga je naar toe?" riep Jan Dolf na, die als een razende naar de
-lift holde.
-
-"Maak je vlieger klaar," schreeuwde deze terug... "Ik ga jassen
-halen..." Jan Drie was 'n beetje overbluft door de drukte van Dolf. Hij
-wist niet recht wat hij doen zou. Inspecteur Punt achterna vliegen
-was makkelijk genoeg, maar waartoe diende dat nou? Ze hadden nu zoo
-mooi de gelegenheid naar huis te vliegen en tegen de avond de vlieger
-stilletjes terug te brengen. Dat zou nu eens een verstandige streek
-zijn... Maar van de andere kant lachte hem 't avontuurtje ook wel toe.
-
-Daar was Dolf alweer terug, opgewonden en niet zoo'n klein beetje!
-
-"Heb je nou nog de vlieger niet voor de dag gehaald? Wat sta je
-toch te treuzelen. Als we lang wachten zij we den inspecteur met z'n
-hondje kwijt."
-
-"Jij hebt goed praten" bromde Jan Drie. "Op wie z'n kop komt 't neer?"
-
-"Och klets niet. Als je niet wil, zeg je 't maar hoor."
-
-"Niet willen... ik heb er wel zin in maar--e..."
-
-"Ik zal je eens wat zeggen Jan Drie. Jij ben er met de aeroplaan
-van m'nheer Vliegenthert van door gegaan hè? Nou ik sta je half. Al
-wat er verder van komt is voor mijn rekening. Oom Dokie zal ons niet
-opeten... 't Is 'n veel te goeie kerel."
-
-Jan Drie moest er om lachen en stemde toe.
-
-Ze trokken vlug de vliegjassen aan en stapten in.
-
-"Vliegolie genoeg?" vroeg Dolf.
-
-"Plenty," zei Jan.
-
-"Vooruit dan."
-
-Rrrrrrrt... De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert beurde z'n staart
-op en sprong van 't dak. Als 'n vogel steeg de vlieger omhoog schuin
-de lucht in. De zussen in de tuin beneden wuifden met hun zakdoeken
-en de jongens wenkten met de hand 'n groet terug.
-
-"Hè hè," zei Dolf... "we zijn er tusschen uit hoor... De inspecteur
-is zuidwaarts gevlogen, is 't niet."
-
-"Niet precies... Iets Westelijk meen ik, in de richting van
-Mühlhausen."
-
-"Lieve hemel, wat weet jij dat allemaal precies. Hoever is dat hier
-vandaan?"
-
-"Ik denk zoowat 'n veertig kilometer. We zullen maar een beetje in
-zien te loopen."
-
-"Ga je gang, ik zal wel uitkijken."
-
-Als 'n zwaluw schoot de monoplaan vooruit, hoog boven de heuvelen
-en in 'n groot kwartier hadden ze de torens van Mühlhausen voor
-zich. Onder hen zweefden aeroplaans naar alle kanten. Doch Dolf keek
-alleen maar scherp recht voor zich uit of hij de politiemonoplaan
-met den inspecteur en Spits niet ontdekken kon. Hij zag niets van
-al die aviateurs beneden en nog minder lette hij op de kerken en de
-menschenwoningen nog verder in de diepte. Wegen, wateren en bosschen
-gleden onder hen weg, alsof de heele aarde 'n gekleurd tapijt was,
-dat weggetrokken werd. Ze hadden er geen van beiden oogen voor. De
-propeller snorde. Ze vlogen over de Werra, waar die 'n bocht maakt en
-volgde 'n eind deze rivier Zuidwaardsch. Links van hen lag Eisenach en
-daar achter verhieven zich de groene bergen van 't Thüringerwoud. Zoo
-vlogen ze wel 'n uur lang,
-
-"Daar vliegt ie," riep Dolf op eens.
-
-"Waar?" vroeg Jan.
-
-"Daar, 'n beetje links boven 't water."
-
-"Ah... 'k heb hem ook in de gaten... Die slimmerd. Hij blijft ook
-liever boven 't lage land. Hij ontwijkt 't Rhöngebergte."
-
-"Da's toch zoo hoog niet?"
-
-"'n Kleine duizend meter."
-
-"Niet meer inloopen," riep Dolf. "Hoe ver schat je, dat ie ons
-voor is?"
-
-"Nou, 'n kilometer of vijf hoogstens."
-
-"Is dàt vijf kilometer? 't Lijkt zoo'n klein eindje... Waar zou ie
-heen gaan."
-
-"'k Weet er niks van hoor."
-
-"Waar gaan we op aan?"
-
-"'k Weet 't niet precies... Jongens we verliezen op hem... Hij zet
-er de sokken in."
-
-"Hou keep!" riep Dolf. "Houdt 'm vast!"
-
-"Die ontkomt me niet," lachte Jan Drie.
-
-Ze zwegen weer 'n poos. Alleen de motor gaf geluid. Verder was 't
-stil. Maar toen ze de Main voor zich hadden met de stad Schweinfurt,
-riep Dolf alweer:
-
-"'n Stad! Kijk hij vliegt er vlak boven."
-
-Met dezelfde snelheid vlogen de twee monoplaans achter elkaar voort,
-uren lang. 't Ging over de Tauber, de Jagst, de Neckar. Bij Heilbron
-week de voorste monoplaan hoe langer hoe meer van de Zuidelijke
-richting af en om zes uur waren ze boven Karlsruhe. Ze hadden
-drie honderd vijftig kilometers afgelegd en waren drie uur in de
-lucht. Jan Drie had al lang 'n greep gedaan in de vliegtabletten van
-m'nheer Vliegenthert en hij en Dolf knabbelden als n paar hongerige
-konijnen. Weer maakte inspecteur Punt 'n nieuwe wending naar 't Zuiden
-en volgde de Rijn. 'n Half uur later waren ze boven Straatsburg en
-om acht uur hadden ze Bazel in Zwitserland bereikt.
-
-"Ik begrijp niet waar die man heen wil," zei Jan Drie. "Hij schijnt
-er niet over te denken om neer te dalen. Maar ik zal toch 'n beetje
-opletten, als ie soms nog naar beneden gaat, dat ie ons niet in de
-gaten krijgt."
-
-"Geen nood Jan, hij vliegt door, zoolang z'n hond aanslaat, al was
-'t tot aan 't eindje van de wereld."
-
-"Wat drommel, wat voert ie nou in z'n schild... 'k Heb niet veel trek
-hem dáár te volgen hoor."
-
-"Ben je gek, waar hij heen kan, kan jij zeker heen. Ik vind 't
-eenig leuk."
-
-"Ja maar Dolf weet je wel waar hij heen vliegt op 't oogenblik? Als we
-zoo nog 'n uur door vliegen, zitten we midden in 't Berner Oberland."
-
-"Nou wat zou dat... Ik vind 't prachtig."
-
-"Ja maar ik heb het niet op die bergen... Ginds zie je de
-kleintjes... maar dan komen de kokkerds. Noem jij 't maar prettig,
-'k heb 't nou al koel."
-
-"O ben je kouwelijk... Ik dacht dat je bang was voor die bonken steen."
-
-"In dat mooie monoplaantje van m'nheer Vliegenthert,
-Dolf?! Belachelijk!" smaalde Jan Drie. "Tenminste als 't er om te
-doen is óver de Alpen te komen. Als 'n zwaluw schieten we over de
-hoogste heen."
-
-"Dat was vroeger anders hè" zei Dolf. "Die leuke leeraar in de
-aviatiek, vertelde hoe in 1910 de aviateur Weyman met 'n passagier
-'s morgens uit St. Cloud vertrok om de top van de Puy de Dôme te
-bereiken. 'k Weet niet meer hoe hoog dat ding is, maar in ieder geval
-is 't 'n snertberg."
-
-"1465 meter geloof ik," zei Jan.
-
-"Nou kijk es aan. Tien kilometer voor de top bleef hij steken. In
-datzelfde jaar werd ook de eerste wedstrijd voor 'n bergvlucht
-uitgeschreven, over de Simplonpas nog wel. Gemakkelijker kon 't al
-niet en ze mochten nog neerdalen onder weg ook."
-
-"En hoe liep dat af?"
-
-"'k Weet al niet meer. Je kan niet alles onthouden, wat ze je van die
-geschiedenis der aviatiek vertellen. Maar de voornaamste aviateurs
-uit die tijd hadden mee ingeschreven, Tyck, Latham, De Lesseps,
-Chavez, Aubrun, Legangneux, Cattaneo, Morisant, Parisot en nog meer
-van die vliegpioniers... Chavez kwam er over, dat weet ik nog wel,
-en toen hij er over was braken z'n vleugels en hij zelf stierf een
-paar dagen later."
-
-"Als hij maar niet ergens op zoo'n bergtop dalen wil... Dat doe ik
-'m in geen geval na."
-
-"Over wie heb je 't nou," vroeg Dolf.
-
-"Wel over inspecteur Punt... Die vliegt regelrecht de bergen in... en
-dat nou 't donker begint te worden."
-
-"We hebben maan van avond..."
-
-"Dat is tenminste iets..." zei Jan... "Maar 'n neveltje kan alles
-bederven... D'r hangen om die hooge bergtoppen soms van die dikke
-wolkbrokken... Daar moet ik niks van hebben... Daar ga ik boven uit
-hoor, al raak ik de heele inspecteur kwijt... Inspecteur Punt stijgt
-al... Die is ook niet van plan met z'n neus tegen de keien te vliegen."
-
-
-
-
-
-
-
-
-ACHTSTE HOOFDSTUK.
-
- Waarin inspecteur Punt op 'n hooge berg 'n dame met blond haar
- aantreft, die evenwel door Jan Drie en z'n vriend Dolf gered wordt.
-
-
-"'n Mooie pan," riep Jan 'n poosje later lachend. "Als 't 'n beetje wil
-zijn we morgen allemaal bevroren... Hoe hoog vliegen we nou?... Duizend
-meter?"
-
-"'t Scheelt niet veel, twaalf honderd... Kijk eens daar ginder,
-recht vooruit... wat is dat?"
-
-"Alpengloeien... Allemaal witte sneeuw, die de zon rood, oranje en
-goud verft... Dat zijn de kokkerds al..."
-
-"Prachtig!"
-
-Dolf werd stil van bewondering, maar na 'n poos zei hij toch:
-
-"En dat zijn nou volgens onze aardrijkskunde leeraar, de botten van
-Europa, die door de huid heensteken, meer dan drie duizend meter hoog
-in de lucht. Kale dorre knokken, met geen grasje er op. Niets dan
-sta-in-de-wegs, waarvoor den menschen netjes 'n omweg hadden te maken."
-
-"Tot ze zich er door heen boorden met dynamiet..." zei Jan,
-"en er eindelijk over heen vlogen. Vroeger waren de bergen ons
-de baas... Hoeveel moeite hebben de menschen niet gedaan om die
-hooge toppen te beklimmen en hoeveel werden 't slachtoffer van de
-bergsport... Nu hebben de menschen ook die reuzen overwonnen, met
-luchtschepen en aeroplaans."
-
-"'t Wordt hoe langer hoe prachtiger!" riep Dolf opgetogen.
-
-"Geen wonder... we vliegen er met 'n honderd-kilometer-gangentje naar
-toe. Inspecteur Punt stijgt nog steeds... Hoe hoog?"
-
-"Zestien honderd zoo wat."
-
-Zoo vlogen de twee aeroplaans maar steeds achter elkaar voort,
-steeds hooger klimmend in de fijne blauwe lucht. Want de bergen werden
-hooger hoe meer ze 't hartje van Zwitserland naderden. Aan alle kanten
-verrezen de hooge toppen met scherpe kanten en stijle rotshellingen,
-en vlak voor zich hadden ze de wit gepruikte oude reuzen van 't
-Berner Oberland, die met gloeiende koppen hen aanstaarden... Die
-waren allemaal meer dan 3000 meter hoog.
-
-Beneden werden de Zwitsersche bergdorpen in de dalen en de huizen op
-de groene almen met lichtjes bespikkeld, maar daarboven scheen nog
-de zon ofschoon blauwe en paarsche schaduwen langs de ruwe ruggen
-langzaam hooger en hooger opstegen. Op de bergen daalde de nacht niet
-neer maar klom uit de dalen omhoog.
-
-Inspecteur Punt had reeds z'n zoeklicht ontstoken, doch Jan Drie was
-slim genoeg 't maar zonder lantaarns te doen. Op die manier had hij
-de meeste kans, dat inspecteur Punt onkundig zou blijven omtrent de
-nabijheid van z'n twee nieuwsgierige vervolgers.
-
-De politieinspecteur had den heelen middag en avond zonder omzien
-doorgevlogen, steeds maar luisterend naar 't aanslaan van Spits
-en scherp uitkijkend naar de roodachtige aeroplaan van m'nheer
-Vliegenthert. Onwillekeurig had de inspecteur de gemakkelijkste weg
-gevolgd, wat natuurlijk iedere luchtvaarder doet en zoo was hij er
-toe gekomen om niet recht toe recht aan over bergen en dalen te
-vliegen, maar de laagte te houden en eindelijk langs de Rijn tot
-Bazel te vliegen. Waarschijnlijk zou hij nog wel verder 't Rijndal
-gevolgd hebben, als 'n kleine wending boven Bazel, toen hij meende
-'n roode aeroplaan met 'n vrouw er in te bespeuren, hem niet in 'n
-meer Zuidelijke richting gebracht had. Spits bleef aanslaan en dus
-was de nieuwe richting de goede. De arme hond hielp den inspecteur
-leelijk op 'n dwaalweg, maar 't stomme dier kon er ook niemendal
-aan doen. Hij rook aanhoudend vóór zich dezelfde geur, die men hem
-bevolen had te volgen, want inspecteur Punt had z'n vliegjas aan,
-en als 'n trouwe speurhond riep hij dus voortdurend: "Waf." De rest
-ging hem niemendal aan.
-
-Hierdoor kwam 't dat inspecteur Punt van Bazel af regelrecht op 't
-meer van Thun en 't meer van Brienz aanvloog. Twee waterketels van
-'n paar honderd meter diepte, die daar omsloten door hooge bergen van
-alle kanten watervallen en bergstroomen in zich opnemen en waaruit bij
-Thun de Aare wegstroomt met vloeibaar voedsel voor de Rijn. Tusschen
-deze twee meeren 't eene donker en 't andere lichtgroen, ligt de
-stad Interlaken.
-
-Inspecteur Punt was al hooger en hooger gestegen en toen hij nog 'n
-kilometer of tien van 't meer af was had hij de respectabele hoogte
-van ruim twee duizend meter bereikt, wat wel noodig was, daar hij nu
-nog maar net over de top van de Gemmenalphorn heenkwam, ten Noorden
-van 't Thunermeer, die 2064 meter hoog is. De Beatenberg, die met z'n
-voet in 't meer staat, is weer veel lager en inspecteur Punt zag toen
-hij daarover heen was de lichten van Interlaken diep onder zich en
-aan alle zijden de electrische lantaarns van de dorpen aan de oevers
-der twee meren. Doch de inspecteur daalde niet in Interlaken. Met 'n
-sprongetje was hij over 't meer heen, van de eene berg op de ander
-en daar aan de overkant zagen de jongens plotseling de vlieger van
-inspecteur Punt naar beneden gaan.
-
-"Hij daalt" riep Dolf.
-
-"Boven op de berg," zei Jan Drie.
-
-"Zien waar hij blijft hoor."
-
-"Stil maar.... Ik zal wat langzamer vliegen... en 'n rondje maken
-boven z'n hoofd als 't noodig is... Zie jij 'm?"
-
-"Kan je niet 'n beetje lager gaan?"
-
-"Jawel, maar dan hoort ie ons misschien."
-
-"We moeten 't er op wagen. Wat zou die eigenlijk op die berg zoeken?"
-
-"Wel," lachte Jan, "hij is ook niet gek... Als ie zoo doorgevlogen
-had, was ie binnen 't kwartier met z'n vlieger tegen die lui aan de
-overkant gevlogen. Daar staan de Eiger en de Mönch en de Jungfrau... Of
-hij had nog 'n paar duizend meters hooger moeten gaan.
-
-"Daar zit ie, als 'n wesp achter die rots."
-
-"Let nou is op Dolf... ik zal je eens laten zien, wat je met zoo'n
-aeroplaantje als dit, doen kan... Pas op, daar gaat ie!"
-
-Hij verzette 't hoogtestuur. De aeroplaan dook en plotseling stond de
-motor stop. Als 'n duif met uitgespreide vleugels zeilde de aeroplaan
-omlaag en kwam terecht midden in de alpenrozen op 'n bijna vlak stuk
-alpenweide, aan de andere kant van de rots.
-
-"Prachtig, prachtig," riep Dolf. "Kerel je ben 'n eerste klas aviateur
-hoor. Ik zou 't niet klaar gespeeld hebben."
-
-Jan Drie was er al uit.
-
-"'k Ben blij, dat ik m'n beenen eens verzetten kan. 't Werd taai hoor,
-zoo ver boven de wolken."
-
-"Boven de wolken?"
-
-"Denk je dan dat de wolken de gewoonte hebben zoo hoog te zeilen, als
-wij nu gedaan hebben. Kan je begrijpen. Maar van wolken gesproken. Kijk
-eens even naar de overkant. Die besuikerde top met die bocht er in
-is de Jungfrau en die hier op aan is de Mönch en die waar die blauwe
-wolk tegen aan hangt is de Eiger. 'k Heb ze verleden jaar netjes van
-buiten geleerd hè toen ik met vader en m'n broer hier in de buurt
-was... Als die wolk nou maar daar blijft is 't niet erg.... maar als
-dat ding hier heen komt zijn we bestolen."
-
-"Hè?"
-
-"Ja, meen je, dat ik gek genoeg zou zijn hier op te stijgen in 'n wolk,
-met al die lieve harde steenklompen om je heen? Ik zou je danken. Dan
-blijf ik hier bivakeeren."
-
-"Wat 'n prachtig schouwspel zijn die bergen daar aan de overkant... Je
-zou ze zoo grijpen."
-
-"Jawel, als je 'n arm had van twintig kilometer lang. Daar ligt
-'t heele Grinderwalddal nog tusschen in met 't Lauterbrunnendal en
-'n paar bergen van twee duizend meter hoogte... waar we nu maar
-overheen kijken."
-
-"En wat is dat voor 'n spits, die we daar tusschen zien?"
-
-"O, dat is de Finsteraarhorn. Die is maar 'n goeie vierduizend meter
-hoog en ligt nog heel wat kilometertjes verder. Achter de Breithorn en
-de Jungfrau en de Mönch en de Eiger en de Schreckhorn en de Wetterhorn
-krijg je eerst nog wat gletschers en eeuwige sneeuwvelden en dan komen
-eerst die allerhoogste oomes. Kijk daar links tusschen de Wetterhorn en
-de Schreckhorn kan je een van de twee Grindelwald-gletschers zien..."
-
-"Goeie help," zei Dolf, "je zou er met pleizier den heelen inspecteur
-Punt voor vergeten."
-
-"Dat doen we toch niet. Nu we hem eenmaal tot bij de sneeuw, die
-nooit smelt, hebben gevolgd, wil ik ook weten wat ie uitvoert."
-
-"Ik denk dat ie hier kampeert. Laten we maar eens gaan kijken."
-
-"Pas op Dolf, de bergen zijn verraderlijk. Laat mij maar voor gaan
-en trek je vliegjas uit."
-
-"Wat is dat nog 'n eind weg," zuchtte Dolf na 'n poosje. "Ik dacht
-dat we vlak bij hem waren."
-
-"Kan je begrijpen. De dingen lijken hier maar zoo dichtbij... We zijn
-minstens nog tien minuten van 'm verwijderd... Maar 't kan ook nog
-wel meer zijn."
-
-"'t Loopt hier lastig ook, tusschen die alpenrozen. Die zijn nog
-erger dan de hei thuis. Als 't pikkedonker was, wandelde ik hier
-liever niet."
-
-"St... daar zie ik licht... daar in de laagte daar staat de
-vlieger... en... e... nóg 'n vlieger... en 'n juffrouw."
-
-"Hè??... Waarempel... Bukken Dolf... Op de grond gaan liggen, anders
-krijgt ie ons óók nog in de gaten, hij staat juist met z'n neus naar
-ons toe. En 't is hier zoo licht."
-
-"Och, we zijn toch in de schaduw."
-
-"En de maan dan?"
-
-"Da's waar ook... die staat daar ginds achter die berg... zoometeen
-komt ie er boven uit."
-
-"Hou je mond nou es Dolf... dan kunnen we misschien hooren wat
-ie zegt."
-
-"Ik lig hier niet erg lekker in die harde dingen."
-
-"Zwijg nou toch... Nee... maar!"
-
-Die uitroep van verbazing werd veroorzaakt door inspecteur Punt,
-die vlak onder Jan en Dolf 'n kleine vijftig meter lager, met 'n dame
-stond te praten.
-
-Toen inspecteur Punt over het dal waar Interlaken ligt was gevlogen
-en de tweeduizend meter hooge bergen aan de overkant bereikt had,
-zag hij op eens hel verlicht door z'n zoeklicht boven op de berg
-'n vlieger staan met 'n dame er naast, die zoodra 't scherpe licht
-van de politievlieger zichtbaar werd hevig aan 't wuiven was gegaan
-met 'n groote witte sluier. Inspecteur Punt daalde onmiddelijk in de
-nabijheid, waar ruimte genoeg was en de helling niet te schuin. Hij
-was toen uit de aeroplaan gestapt met Spits en snel naar de dame
-toegeloopen. Deze kwam hem echter met nog meer haast te gemoet.
-
-"O m'nheer wat ben ik blij, dat u mij hebt opgemerkt. Ik zit hier al
-meer dan 'n uur angstig uit te kijken of er niets tot redding op kwam
-dagen, want ik heb geen vliegolie meer... en nu weet ik niet waar hier
-op de berg 'n depôt is. Ik heb wel 't groen- en roode depôtlicht verder
-beneden gezien, maar daar durfde ik niet heen. 't Pad was zoo steil."
-
-"Zoo..." zei inspecteur Punt, terwijl hij scherp de dame aankeek, die
-blond haar had, terwijl haar vlieger, die op eenigen afstand stond,
-rood was... "Zoo," herhaalde hij... en toen z'n notitieboekje uit
-z'n zak halend. "U weet dat ik van de politie ben?"
-
-"Ja m'nheer... dat zie ik immers aan uw lichten."...
-
-"Goed... Ik ben inspecteur Punt uit Den Haag.... Nu zal u er wel
-alles van begrijpen hè?... Vertel u me nu eerst maar eens, hoe komt
-u aan die aeroplaan?"
-
-"Wat blief?"
-
-"Meegenomen hè... uit Den Haag... gisteren avond... U ziet, ik weet
-alles... Ontkennen baat niet..."
-
-"Wat beteekent dat m'nheer?" zei de dame met groote verwondering. "U
-houd mij toch niet voor 'n dievegge?... 't Is mijn eigen vlieger
-m'nheer.... en als ik niet door gebrek aan vliegolie hier op die
-akelige berg was blijven steken..."
-
-"Had ik u niet hier aangetroffen" zei inspecteur Punt... "Daar
-twijfel ik geen oogenblik aan... Dan was u misschien al over die
-hooge toppen daar."
-
-"Maar m'nheer..." riep de dame... "ik wou naar Luzern, daar woon ik
-en daar kunt u alles omtrent mij vernemen..."
-
-"Ja ja... dat liedje kennen we... we zullen er geen woord meer over
-verspillen... Deze politiehond heeft uw spoor gevolgd tot hiertoe... U
-is mijn arrestant..."
-
-Deze laatste woorden die inspecteur Punt zeer nadrukkelijk gezegd
-had waren ook daarboven verstaan en hadden aan Jan Drie de verbaasde
-uitroep ontlokt, en de rest van 't gesprek dat veel luider gevoerd
-werd dan 't begin konden ze ook bijna heelemaal verstaan.
-
-"Ik begrijp er niets van," zei de dame... "geef me toch in 's
-hemelsnaam wat vliegolie m'nheer de inspecteur, dan ga ik dadelijk
-met u mee en dan is alles zóó opgehelderd."
-
-"Dat zou ik ook 't liefst willen," hernam inspecteur Punt, "maar ik
-heb zelf niet veel meer... Ik zal u nog een poosje in de eenzaamheid
-moeten laten. Ik kom spoedig weer terug... met vliegolie natuurlijk
-en 'n paar man van de politie uit Interlaken... U moet 't u maar zoo
-gezellig mogelijk maken tot zoolang. En bang hoeft u niet te zijn,
-want ik laat de hond hier om op te passen."
-
-"O... ik ben zoo bang voor honden!" riep de dame... "Neem dat beest
-mee... neem asjeblieft dat beest mee..."
-
-"Nee..." zei inspecteur Punt, "die blijft hier om u te bewaken en om
-op de vlieger te passen, die hij de heele dag gevolgd heeft..."
-
-"Maar m'nheer... dat is 'n leugen... die hond kan me niet gevolgd
-zijn... ik kom regelrecht uit Luzern...
-
-"Vertel u de rest later maar voor den rechter." zei inspecteur
-Punt. "Spits opgepast hoor!"
-
-Inspecteur Punt stapte weer in z'n vlieger en zette de motor aan. 'n
-Oogenblik later vloog hij op en verdween al spoedig achter 'n bergrand.
-
-Spits keek den inspecteur na, snuffelde eens aan de vliegjas van de
-dame, maar aangezien hij niets bekends daaraan rook, begreep Spits
-dat ie daar niets mee te maken had, vervolgens ging hij de monoplaan
-beruiken en wijl die ook volkomen onbekend rook, zette hij zich
-'t heele geval uit z'n kop en trok zich van geschiedenis verder
-niemendal aan. Hij ging liggen slapen.
-
-Jan en Dolf, die van het gesprek wel niet alles maar toch genoeg
-verstaan hadden, keken elkaar eens aan.
-
-"Da's mooi" zei Jan Drie verschrikt, "nou gaat ie die dame gevangen
-nemen, omdat wij er met de aeroplaan van m'nheer Vliegenthert vandoor
-zijn."
-
-"Nou," zei Dolf... "is dat nou zoo erg?... Ze kan op geen gemakkelijker
-manier van den berg afkomen. Ze heeft geen vliegolie en ze wil tòch
-naar beneden... waaraan ze gelijk heeft hoor... 't Is hier knapjes
-koel om er de heelen nacht te blijven tenminste."
-
-"Ja maar... ze wordt gevangen genomen."
-
-"Och... wat zou dat nou... Ze laten haar wel weer los... als ze
-bemerken, dat 't de verkeerde aeroplaan is..."
-
-"Nee"... zei Jan Drie, "dàt mag niet... Ik zou me schamen als die
-vrouw door de politie meegenomen werd door mijn toedoen... Gauw naar
-de vlieger er is nog 'n reserveblik in. Die dame moet weg zijn vóór
-inspecteur Punt terugkomt. Gauw, ga je mee?"
-
-"Als je met alle geweld dat mensch hiervandaan wil hebben, vooruit
-dan maar... 't Begon anders net zoo lollig te worden."
-
-"Hoor eens Dolf... ik houd wel van 'n avontuurtje, maar niet als
-'n ander er voor in angst moet zitten en die dame zit zeker in
-angst... Kijk maar eens."
-
-"Da's waar..." bekende Dolf... "zoover heb ik nog niet eens
-gedacht... Kom vooruit... Dan maar voortmaken..."
-
-Maar 't ging niet zoo gemakkelijk... Met de bus vliegolie moesten ze
-nog 'n heel eind naar beneden klauteren langs 'n tamelijk ongebaand
-pad... 'n Beetje steil was 't soms wel doch ze waren stevige turners
-allebei en vlug als katten, en ze kwamen heelhuids op de alm waar de
-dame bij haar vlieger stond.
-
-"Zie je wel," zei Jan Drie, "ze staat te schreien."
-
-"Dat houdt gauw genoeg weer op, als ze de bus vliegolie in de gaten
-krijgt" meende Dolf.
-
-De dame hoorde de jongens pas toen ze tamelijk dicht bij waren en ze
-keek vreemd op.
-
-"Ze denkt zeker, dat we ook van de politie zijn" fluisterde Dolf.
-
-"Maak nou geen gekheid," bromde Jan Drie en toen riep hij hardop:
-"Mevrouw hier brengen we u vliegolie... Asjeblieft... 'n heel
-blik... Wacht, ik zal 't wel even voor u aan de motor bevestigen..."
-
-En terwijl hij daarmee bezig was, zei Dolf tot de verbaasde dame
-"Mevrouw, we zaten daarboven, en we hoorden, dat die inspecteur u
-gevangen wou nemen... en dat wou m'n vriend Jan niet hebben... ziet
-u..."
-
-"Dank je wel jongens... maar nu kan ik toch niet weg... want die hond
-vliegt me zeker aan, als ik instap. Hij moet op me passen."
-
-"Wel mevrouw", zei Jan, "'t is te probeeren. En doet u 't maar
-gauw... Stap u maar vlug in, dan kunnen we zien, wat die hond van
-plan is... Op 't oogenblik slaapt ie geloof ik..."
-
-"Maar gaan jullie dan asjeblieft vóór de hond staan hè."
-
-"Met plezier," zei Dolf...
-
-Nu stapte de dame in en Spits trok er zich geen steek van aan.
-
-"Ziet u wel," hernam Dolf... "'t Gaat heel goed... Vlieg u maar
-gerust weg."
-
-"Ik durf niet goed," zei de dame... "Kijk eens er komt 'n nevel
-omhoog."
-
-"Mevrouw," riep Jan, "u moet toch vooruit en gauw en wij ook... Als
-die nevel ons bereikt, durf ik zelf ook niet meer weg... en dan moeten
-we de heele nacht misschien hier blijven... en dan vangt inspecteur
-Punt ons allemaal nog... Gauw Dolf mee naar de aeroplaan."
-
-"O..." riep de dame angstig... "ik durf haast niet."
-
-"Weet je wat Dolf," zei Jan, "ga jij in deze vlieger, die heeft maar
-één zit... ik haal gauw de onze... en neem mevrouw mee... Vlieg jij
-dan maar achter ons aan."
-
-"Best," zei Dolf, terwijl Jan Drie wegholde en reeds weer 't steile
-pad langs de rots beklom. "Jakkes wat komt die mist op... kijk eens
-'t is of ze 'm tegen de berg oprollen..."
-
-Jan Drie had dat ook in de gaten en hij haastte zich zooveel hij
-kon. Hij deed z'n handen en z'n kniëen soms leelijk zeer, maar hij
-kwam toch bij z'n vlieger. Vlug zat hij er in Rrrrt... daar vloog
-hij al in 'n kring naar omlaag en kwam 'n oogenblik later bij de
-wachtenden neer. Dolf zat al in de andere aeroplaan.
-
-"Ziezoo,... mevrouw stap nu maar gauw in... Dolf jouw motor is toch
-in orde hè?"
-
-"'k Heb er niet naar gekeken," riep Dolf terug.
-
-"O, die motor is uitstekend," zei de dame... "Je vriend kan er op
-vertrouwen."
-
-"Nu dan vooruit."
-
-Rrrrrt... Jan Drie schoot de lucht in, net vroeg genoeg, want de
-nevel had bijna de plek bereikt, waar ze stonden... Dolf snorde hen
-snel achterna. Jan keek naar beneden om 't meer van Brienz in 't oog
-te krijgen, dat hij volgen moest om naar 't Vierwaldstädtermeer te
-komen, waaraan Luzern ligt. Doch 't was niets dan nevel onder hen...
-
-"Dan maar op 't kompas," zei Jan... "Noord-Oost... Een ding is gelukkig
-mevrouw... de nevel belet inspecteur Punt ons te zien."
-
-Toen ze 'n eind gevlogen hadden, waren ze boven de wolk vandaan. Ze
-konden weer naar beneden zien. Jan bleef echter op dezelfde hoogte
-vliegen want er waren aan weerskanten hooge toppen. Vlak bij 't meer
-van Brienz was om te beginnen aan de linkerzijde de Rothhorn met z'n
-2300 meter en Jan was blij dat hij eindelijk 't Sarnermeer onder zich
-zag. Nu kon hij 'n eind dalen want van Sarnau af was de bodem niet
-meer dan vijfhonderd meter boven de zeespiegel... Daar stroomde de
-Aa. Jan was blij dat hij laag kon vliegen, want voor hen uit in de
-richting van 't groote meer dreven alweer wolken. Hij kon er nu onder
-blijven. De dame wist hier goed de weg, ze noemde Jan de plaatsen
-waar over ze heen vlogen.
-
-"Ha," riep Jan.... "'t Vierwaldstädtermeer... daar links is de Pilatus,
-niet waar mevrouw?"
-
-"Ja jongeheer... en daar rechtuit dat licht... is Stansstadt en links
-Hergiswil. Stuur daar maar tusschen door, dan kom je vlak boven 't
-meer... Juist... en nu linksaf... over Luzern... en dan daarginds weer
-'n beetje links waar die lichten branden, daar op de helling van de
-Sonnenberg... woon ik..."
-
-"Wijs u mij 't huis maar," zei Jan.
-
-"Daar is 't al... neen... die witte villa... juist... 'n beetje
-rechts..."
-
-Jan zwaaide in 'n kring om 't aangeduide huis, dat alleen stond en
-daalde... De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert ging langzamer en
-langzamer... de motor stopte... en landde op 't hel verlichte dak,
-waar 'n deftige m'nheer met 'n uitroep van vreugde de dame verwelkomde,
-die vlug uit de aeroplaan stapte.
-
-'n Oogenblik later landde Dolf ook.
-
-
-
-
-
-
-
-
-NEGENDE HOOFDSTUK.
-
- Waarin Jan Drie en Dolf Brandsma kennis maken met m'nheer Przlwitz
- en ze met hun allen de luchtadvertentie lezen.
-
-
-"Hoe heb ik 't nu," vroeg de heer aan de dame, "kom je in 'n
-vreemde vlieger thuis en breng je gasten mee? Waar ben je zoo lang
-geweest... Ik zat al in ongerustheid over je."
-
-"Ach...," zei mevrouw, "dat is 'n heele geschiedenis, maar laat ik
-je eerst m'n twee dappere redders voorstellen... Jongens, dat is mijn
-man, m'nheer Przlwitz--'n vreemde naam hè, maar daar zij we ook Russen
-voor... en dit is Jan Drie uit Den Haag en dat is... ja jou naam ken
-ik nog niet..."
-
-"Ik heet Dolf Brandsma, mevrouw... ook uit Den Haag..."
-
-"Wel jongens," zei m'nheer Przlwitz terwijl hij hen beide 'n hand gaf,
-"welkom hier op de Sonnenberg... Maar vertel me nu eerst eens vrouw,
-wat er eigenlijk gebeurd is met je... je sprak van redders... Ik
-brand van nieuwsgierigheid."
-
-"Laten we eerst maar naar beneden gaan.... Die jongens willen misschien
-wat eten."
-
-"Asjeblieft drinken mevrouw"... zei Dolf. "Ik versmacht."
-
-"Hadden jullie dan geen drinken bij je?"
-
-"Vergeten mevrouw... we gingen in zoo'n vreeselijke haast weg."
-
-"Laten we dan maar eerst de vliegers in de hangar brengen," stelde
-m'nheer Przlwitz voor... "Kom jongens help 'n handje."
-
-Mevrouw Przlwitz ging naar beneden en m'nheer bracht met de jongens
-de vliegers onderdak.
-
-"n Prachtig monoplaantje heb jullie daar," merkte m'nheer Przlwitz
-op. "Fijn hoor... 't nieuwste systeem ook nog. Die slaande vleugels
-hebben aan de vliegtechnikers heel wat hoofdbrekens gekost."
-
-"Toch nam Adhémar de la Hault op 'n veld in Casteau er honderd jaar
-geleden al proeven mee," zei Jan Drie.
-
-"Ei, ei,... je ben goed op de hoogte jongeheer... Daar wist ik
-niemendal van... Hoe heette die uitvinder zeg je?"
-
-"Adhémar de la Hault, m'nheer."
-
-"Ja m'nheer," zei Dolf, "als u wat over de vliegkunst wil weten,
-moet u Jan Drie maar vragen. Hij wil luchtingenieur worden."
-
-"'n Mooi vak," zei m'nheer Przlwitz. "Hoe oud ben je Jan?"
-
-"Vijftien m'nheer..."
-
-"Verbazend... en heb jij je vliegbewijs dan al?"
-
-"Nee," zei Dolf... "hij zit pas in vier... Ik heb 't maar Jan Drie kwam
-'t beter toe dan mij..."
-
-"Zoo?" zei Jan... "Ik weet nog niemendal van de weerkunde..."
-
-"O, dat snertvak," smaalde Dolf... "Dat heb jij in 'n paar maanden
-onder de knie."
-
-"Nou, nou... "lachte m'nheer Przlwitz, "je hoeft niet zoo laag neer
-te zien op de weerkunde. Dat is 'n wetenschap, die de vliegmenschen
-niet missen kunnen. Waar zouden we aankomen, als we geen verstand
-hadden van luchtstroomingen, en als we niet uit de stand van onze
-weerinstrumenten konden voorspellen wat er in de eerstvolgende dagen
-in ons element zou veranderen?"
-
-"Wel," lachte Dolf "dat lees ik in de krant..."
-
-"Niet voldoende," meende m'nheer Przlwitz. "Je moet op je zelf kunnen
-vertrouwen. Wat jij Jan?"
-
-"Ik vind dat u gelijk hebt m'nheer... en ik zal er mijn best op doen
-in dit jaar..."
-
-"Jij liever dan ik," zei Dolf... "ik viel er altijd bijna bij in
-slaap."
-
-"Is die aeroplaan van jou Dolf?" vroeg m'nheer Przlwitz...
-
-"Ik wou dat 't waar was m'nheer... Hij is van oom Dokie."
-
-"Zoo... laten we nu dan maar naar beneden gaan... Kijk hij eens... Is
-de dorst zoo groot?"
-
-Dolf dronk uit z'n hand onder de kraan van de waterleiding in de
-hangar.
-
-"Hè, hè... dat smaakt..."
-
-M'nheer Przlwitz en Jan waren al naar de lift gegaan, en Dolf ging hen
-gauw achterop, onder 't loopen z'n handen met z'n zakdoek afdrogend.
-
-M'nheer Prlzwitz wees de jongens ieder 'n kamer waar ze zich 'n beetje
-konden opfrisschen met zeep en water en waar ze die nacht zouden
-slapen, want mevrouw Przlwitz wilde in ieder geval, dat haar redders
-zouden blijven logeeren, iets waar Jan Drie en Dolf niemendal op tegen
-hadden. M'nheer Przlwitz ging intusschen naar mevrouw om zich alles te
-laten vertellen en toen de jongens klaar waren met hun toilet vonden
-ze m'nheer en mevrouw al in 'n gezellige kamer bij de tafel zitten,
-waarop 'n heele boel lekkere dingen en heerlijke vruchten stonden en
-natuurlijk ook de Russische theemachine, de samovar, waaruit mevrouw de
-geurige warme drank in fijne glazen schonk, die in zilveren glashouders
-met mooie blinkende ooren gevat waren. Terwijl ze aten en dronken zei
-m'nheer: "jongens, ik moet jullie nog bedanken voor de hulp die je
-mijn vrouw verleend hebt... Ze heeft mij 't heele ongeval verhaald...
-Ik begrijp niet goed hoe de Haagsche inspecteur er toe komen kon
-mijn vrouw zoo maar voor 'n aeroplaandief aan te zien... 't Is wel
-heel toevallig, dat jullie ook uit Den Haag komt... Kennen jullie
-dien m'nheer?"
-
-"Jawel.." zei Dolf, "ik ken inspecteur Punt wel, en 't was geen toeval,
-dat we daar op die berg waren."
-
-"Wat, geen toeval?"
-
-"Nee m'nheer," ging Dolf voort. "We zijn inspecteur Punt achterna
-gegaan."
-
-Hij hield plotseling op, want Jan Drie gaf 'm onder de tafel 'n
-venijnige trap op z'n voet...
-
-"Nu ga voort" zei m'nheer Przlwitz.
-
-Dolf wist eerst niet goed wat te doen. Hij begreep, dat Jan liever
-had, dat ie niets meer losliet. Maar hij kon nu toch niet z'n mond
-blijven houden, of zeggen, dat ie er niets meer van wist. Dat was
-toch te gek... Wat gaf 't bovendien ook, dacht ie en hij keek Jan
-Drie even lachend aan toen hij vervolgde:
-
-"We zijn inspecteur Punt achterna gegaan van Nordhausen af, waar we
-vanmiddag om drie uur opgevlogen zijn... Die inspecteur beweerde, dat
-ie door z'n hond Spits 't spoor gevolgd was van 'n gestolen aeroplaan
-tot op 't dak van 't Automatische hotel waar wij logeerden. Vader,
-moeder, de zussen en ik... Maar daar raakte hij 't kwijt en vond
-'t later weer terug... en toen zijn wij 'm snel nagevlogen uit
-nieuwsgierigheid hoe 't zou afloopen."
-
-"Ah zit dat zoo in elkaar... Maar jullie waren zoo dadelijk bereid
-m'n vrouw te helpen... en dat had je toch niet mogen doen als ze eens
-werkelijk de dievegge geweest was..."
-
-"Hè man, hoe kan je dat nu zeggen..." zei mevrouw Przlwitz... "Ik vond
-'t heel aardig van jullie hoor jongens... en m'n man ook."
-
-"Natuurlijk... natuurlijk..." zei m'nheer, "maar hoe konden die
-jongens nou weten, dat jij geen dief was... Die inspecteur en z'n
-hond hebben zich vergist, dat is buiten twijfel... maar dat wisten
-zij toch óók niet."
-
-"O," zei Dolf lachend.... "dat wisten we heel sekuur."
-
-"Was jij er ook zoo zeker van?" vroeg m'nheer Przlwitz lachend aan
-Jan Drie.
-
-Jan kreeg 'n kleur doch zei niets en Dolf riep:
-
-"Hij begon er 't eerst over... die wou met alle geweld mevrouw redden."
-
-"Ik vind 't echt van jullie hoor," betuigde mevrouw "en ik ben jullie
-zeer dankbaar. Verbeeld je man, zonder die jongens, had ik daar nu
-nog heel alleen op die nare berg gezeten, want die inspecteur zal 't
-ook wel niet aangedurfd hebben er weer heen te vliegen toen die nevel
-om de berg hing. Neen hoor ik ben wat blij, dat ze niet eerst alles
-zoo voorzichtig overwogen hebben of 't wel goed was of niet... Hier,
-nemen jullie nog wat van die druiven... en zoo'n groote appel.... Die
-zal je ook wel lusten."
-
-Mevrouw Przlwitz laadde Jan's bord en dat van Dolf vol vruchten en
-m'nheer lachte maar. Hij vond 't toch bij slot van rekening maar goed,
-dat die jongens zoo zonder nadere overwegingen gehandeld hadden, want
-hij zou 't ook niet aangenaam gevonden hebben voor z'n vrouw, als ze
-'n heele nacht op zoo'n gure berg tusschen de alpenroozen had moeten
-doorbrengen, of wat misschien nog erger was--in de gevangenis. Maar
-toch, heelemaal goedkeuren wat die jongens gedaan hadden wou hij
-ook niet.
-
-"Ik begrijp toch niet hoe die inspecteur met z'n hond juist daar
-kwam." zei m'nheer na 'n poos... "'t Is 'n wonderlijke geschiedenis."
-
-"Er moet zeker 'n vergissing gebeurd zijn met die hond," beweerde
-Dolf. "'t Is de beste politiehond die ze in Den Haag hebben."
-
-"Juist daarom" hernam m'nheer Przlwitz. "Zoo'n hond vergist zich
-niet. Doch, wat denk je vrouw, zouden we niet nog 'n poosje op 't
-dak gaan zitten. 't Is zulk heerlijk weer... we kunnen ook in de tuin
-gaan, maar ik vind 't op 't dak aardiger. Daar hebben we 'n veel beter
-gezicht op de stad en op 't meer. We zullen van avond niet veel van de
-bergen kunnen zien... want de lucht is betrokken... Anders zijn die
-bergen om 't meer heen, van de Rigi tot aan de Pilatus in maanlicht
-wel de moeite waard."
-
-"De jongens mogen 't zeggen," zei mevrouw. "Waar hou jij 't meest
-van Jan?"
-
-"Mevrouw ik zit 't liefst op 't dak."
-
-"Geen wonder..." riep Dolf... "Daar zit ie thuis ook altijd. Jan
-is 'n luchtjongen. Die zou wel willen eten, drinken en slapen in
-'n aeroplaan."
-
-"Kom dan maar. Vrouw je zorgt zeker wel voor wat limonade hè?"
-
-"Laat dat maar aan mij over, m'n twee dappere redders zullen 't goed
-bij mij hebben."
-
-Op 't dak gingen ze op gemakkelijke stoelen zitten en keken uit over
-Luzern met al z'n lichten en over 't meer, dat nu onder de donkere
-wolkenhemel alleen maar blonk van lichtjes op schuitjes en van de
-lantaarns en de verlichte vensters aan de oevers. Van de bergen zagen
-ze niemendal. Die zaten met hun koppen in 'n wolkenmuts.
-
-"Je kan hier anders de lichten van Rigi-Kulm zien," zei m'nheer,
-"maar dat treffen jullie slecht. 't Lijkt wel of we 'n donderbui
-krijgen. De lucht is zwart."
-
-"Jammer", vond Jan. "Ik zie graag de sterren en de witte bergtoppen."
-
-"Dat is 'n heerlijk gezicht," meende ook m'nheer Przlwitz. "Vooral
-de sterren, de eenige dingen die we verplicht zijn van onder te
-bekijken.. hoe hoog we ook boven de bergen uitvliegen. Dààr kunnen
-we in geen geval bij."
-
-"Och," zei Dolf, "de menschen kunnen zooveel, misschien brengen ze
-'t ook nog nog wel eens zóóver."
-
-"Je ben 'n grappenmaker Dolf... Ik geloof dat we de grens bereikt
-hebben, wat de afstand betreft. Alleen kunnen we misschien onze
-vliegapparaten nog wat verbeteren. Ik vind altijd nog maar, dat
-'n vogel heel wat beter af is dan wij. Er is te veel omhaal bij,
-als wij vliegen willen."
-
-"O," riep Dolf... "U wil vleugels hebben."
-
-"Dat heb je goed geraden. Ik wou 'n gemakkelijker vliegtoestel,
-iets dat we net als vroeger de fiets in 'n klein hoekje konden
-opbergen, en waar we geen motor, geen schroef en geen staart bij
-noodig hadden. Misschien komt Jan Drie naderhand wel eens met zoo
-iets voor de dag, als ie vliegingenieur is."
-
-"En dat we zelf in beweging kunnen brengen?" vroeg Jan.
-
-"Nee... mechanische beweegkracht. Vliegen in heel mooi, maar
-je moet je er niet moe bij behoeven te werken. Wij hebben onze
-krachten wel noodig voor andere arbeid... Ah, nou beginnen ze met de
-luchtadvertenties... Die hebben we in geen maand hier gehad... Steeds
-mooi weer."
-
-"Bij ons is 't zelden 'n maand lang mooi weer," zei Jan... "en als we
-'n paar dagen zonder luchtadvertenties zitten is 't al mooi."
-
-"Ik vind die annonces in de lucht wel aardig," merkte mevrouw
-op. "'t Zou zonde wezen als ze die letters tusschen de sterren konden
-zetten. Maar op zoo'n donkere wolk mag ik 't wel, als je toch niets
-te bewonderen hebt daarboven."
-
-"Jan!" riep Dolf opeens en allen keken 'n oogenblik zwijgend naar
-de lucht boven 't meer. Daar stond met groote lichte letters in
-de wereldtaal:
-
-
- 500 GULDEN BELOONING!
-
- voor diegene, die inlichtingen geeft omtrent een
- GESTOLEN CACAOKLEURIGE MONOPLAAN
- met SLAANDE VLEUGELS,
- van den heer VLIEGENTHERT
- TE
- DEN HAAG.
-
- En welke er toe leiden den dief of de dieven in handen te krijgen.
-
-
-M'nheer Przlwitz las halfluid en zeer langzaam:
-ca-cao-kleu-ri-ge-mo-no-plaan-met-slaan-de-vleu-gels. "Hé Dolf,
-dat lijkt wel 'n beetje op de monoplaan van oom Dokie hè?"
-
-"Wel... 'n b... beetje..." stotterde Dolf bleek van schrik en Jan
-Drie zat met open mond die duivelsche advertentie in de lucht aan te
-staren, die maar niet weg scheen te willen. Maar eindelijk verdween
-ze toch en Jan was er zóó van opgelucht dat hij plotseling uitriep in
-'t Hollandsch: "Hé afgeloopen!"
-
-En Dolf zei zacht in dezelfde taal:
-
-"Net iets voor oom Dokie... Alles vergeet ie, maar dàt niet."
-
-Mevrouw en m'nheer Przlwitz verstonden natuurlijk geen Hollandsch
-maar keken Dolf en Jan er des te verbaasder om aan.
-
-"Vrouw wat denk je van die twee jongens?" vroeg m'nheer in 't
-Russisch. "'t Is niet in orde geloof ik. Hun monoplaan lijkt me wat al
-te veel op die gestolen vlieger... Zouen 't 'n paar jeugdige gaudieven
-zijn? Kan haast niet hè?"
-
-"Nee," antwoordde mevrouw met overtuiging terwijl ze beurtelings Jan
-Drie en Dolf Brandsma aankeek die wel beetje uit 't veld geslagen
-leken, "'t Zijn vast en zeker eerlijke flinke jongens .. Bovendien,
-dan zouden ze toch niet àchter dien inspecteur aangevlogen zijn?"
-
-"Ja maar wie bewijst je, dat ze er achter aangevlogen zijn? Als ze
-er nu eens vóór den inspecteur op de berg waren geweest ... en die
-hond was hén gevolgd?"
-
-Mevrouw dacht 'n poosje na en toen zei ze: "Nee man dat kan
-onmogelijk. 't Was nog helder dag toen ik op de berg aankwam en ik heb
-voortdurend scherp opgelet of er niets kwam, want ik had hulp noodig
-... Die inspecteur was de eerste ... moet de eerste geweest zijn
-... en e... nog wat. Als die jongens die monoplaan gestolen hadden,
-waarom bleven ze dan op die berg zitten ... terwijl ze vliegolie
-genoeg hadden. Ze kwamen met 'n vol blik bij me ... Dàn waren ze toch
-wel eventjes over de Eiger en de rest gewipt ... Dat moet voor zoo'n
-koene vlieger als die Jan Drie is, 'n kleinigheid zijn ..."
-
-"Ik zal 't hen eenvoudig vragen," hernam m'nheer. "'t Zou me spijten
-voor twee zulke flinke jongens ... Ik vind 't werkelijk aardige kerels
-... Maar schijn bedriegt soms."
-
-"In dit geval niet man ... ik ben er zeker van dat 't 'n paar echte
-eerlijke jongens zijn."
-
-Intusschen hadden Jan Drie en Dolf zacht met elkaar zitten smoezen.
-
-"Ik ben 'n boon," fluisterde Dolf, "als onze gastheer 't niet in de
-doppen heeft ... Dan zijn we allebei zuur ... zeg ..."
-
-"'k Denk 't ook ... Jij ook met je idee om inspecteur Punt na te
-vliegen. We hadden al lang veilig in Den Haag kunnen zijn."
-
-"We hebben er toch mevrouw Przlwitz door gered. Dat vergeet jij maar
-even ... Anders zat die nog maar lekker op dat hondje van 'n bergje
-te klappertanden in de mist ..."
-
-"Je hebt gelijk, maar we zitten er toch maar leelijk mee."
-
-"Wat dunkt je, als we er eens stikem van door gingen zoo meteen?"
-
-"Nee Dolf, dat lap ik 'm niet meer ... er kan van komen wat er wil."
-
-"Moet jij weten ... Ik vindt 't stom ... Enfin, ik heb eenmaal gezegd
-ik sta je half en daar blijf ik bij ... Mee gevangen, mee gehangen."
-
-"Als we 't eens aan m'nheer en mevrouw Przlwitz vertelden ..." opperde
-Jan.
-
-"Da's 'n idee ... wil ik 't maar dadelijk doen?"
-
-"Dat kan ik zelf ook wel ..."
-
-"Hm" deed m'nheer Przlwitz op dat oogenblik met een zeer ernstig
-gezicht, maar mevrouw keek de jongens met 'n vriendelijk lachje vol
-verwachting aan.
-
-"Hm, ik moet jullie eens 'n ernstige vraag doen jongens over die
-monoplaan van oom Dokie ... Heet die m'nheer Vliegenthert?"
-
-"Ja m'nheer ..." zei Jan Drie... "en ik e ..."
-
-"Is dat werkelijk 'n oom van jou Dolf!"
-
-"Nou of ie," zei Dolf lachend, want die rare jongen was, nu de zaak
-opgehelderd zou worden, al lang over de eerste schrik en benauwdheid
-heen. "Hij heet eigenlijk Jodokus Vliegenthert"
-
-"En dus ben jullie uit met 'n gestolen aeroplaan?" zei m'nheer
-Przlwitz streng.
-
-Jan Drie werd doodsbleek maar Dolf stoof op:
-
-"Dàt is niet waar m'nheer ... Die monoplaan is niet gestolen ..."
-
-"Niet? Wat is ie dan, als ik vragen mag?"
-
-"Hij is" ... begon Dolf, maar verder kwam hij niet, want hij wist
-eigenlijk niet wat de monoplaan dan wèl was.
-
-"Ga voort," zei m'nheer Przlwitz.
-
-"Ik zal u de heele historie wel vertellen," zei Jan Drie met 'n brok
-in z'n keel. "M'nheer Vliegenthert is erg vergeetachtig en die liet
-z'n mooie monoplaan gisteren avond bij ons op 't dak staan. M'nheer
-Vliegenthert is onze buurman. Ik was op 't dak en vond 't zonde die
-mooie vlieger daar de heele nacht te laten staan ... Ik wist niet of
-'t goed weer zou blijven ... ziet u ... en om nu gemakkelijk de vlieger
-voor onze hangar te krijgen--want m'nheer Vliegentherts hangar was op
-slot en de onze aan 't andere eind van 't dak--vloog ik er eventjes
-mee op. Maar de vlieger schoot dadelijk 'n vreeselijk eind de lucht in
-... ik had niet op 't hoogtestuur gelet en toen vond ik 't zoo heerlijk
-daarboven ... ik was nog nooit zoo hoog geweest, dat ik besloot 'n
-oogenblikje te blijven vliegen ... Toen ik echter terug wilde zat ik
-al in 'n wolk en m'nheer Vliegenthert had geen kompas in de vlieger.
-
-"Ik ben toen 'n eindje gedaald om aan den een of ander de weg te
-vragen, maar zoodra ik 'n luchtwachter zag werd ik al bang voor
-'n bekeuring, omdat ik zonder vliegbewijs alleen in de vlieger was
-en ging er onmiddelijk weer tusschen uit. Zoo ben ik aan 't dwalen
-geraakt en toen 't dag werd was ik heelemaal boven Nordhausen en
-... daar trof ik gelukkig Dolf Brandsma aan, die daar met z'n vader
-en z'n verdere familie logeerde in 't Automatische hotel."
-
-"Dat klinkt heel aannemelijk," zei m'nheer Przlwitz veel
-vriendelijker. "Maar dan had je de vlieger toch thuis moeten brengen
-toen 't dag was ..."
-
-"Dat wou hij ook, m'nheer," viel Dolf in ... "Jan had 'm van avond
-thuis willen brengen want overdag kon 't niet ... Jan heeft tot een
-uur geslapen en toen hadden we dien inspecteur al op ons dak."
-
-"Ja..., maar hoe zat dan dan met dien inspecteur en z'n hond. Die
-waren toch op 't hotel en de aeroplaan waarnaar hij zocht was daar
-ook ... Ik snap niet, dat die hond 'm daar niet dadelijk vond."
-
-"Hij had er geen idee van!" zei Dolf. "De hond deed geen bek open
-toen ie er vlak bij was ... en hij begon weer toen inspecteur Punt
-er vandoor vloog ... Jemels Jan ... ik heb 't briefje nog in m'n zak,
-dat ik van inspecteur Punt kreeg om aan Brigadier Kwadraat te geven."
-
-"Wat is dat voor 'n briefje?" vroeg m'nheer Przlwitz.
-
-Dolf haalde het voor de dag. 't Was maar 'n kladje uit 't
-notitieboek van den inspecteur en er stond niets op dan: Wacht hier
-op orders. Inspecteur Punt. Dolf liet 't m'nheer Przlwitz zien en
-verstelde wat er opstond en voor wie 't was. M'nheer Przlwitz schudde
-het hoofd en zei:
-
-"'t Is niet in de haak jongens, ofschoon ik nu wel begrijpen kan dat
-jullie nieuwsgierig was waar die inspecteur heen wou ... Maar als ie
-jullie nou eens gesnapt had met die aeroplaan?"
-
-Dolf lachte luidkeels.
-
-"Ha-ha-ha... dat had niets gegeven m'nheer... want hij zocht naar
-'n roode aeroplaan met 'n juffrouw er in ..."
-
-"Hè?"
-
-"Dat vertelde hij aan vader, niet waar Jan?"
-
-"In ieder geval had je 't aan je vader moeten vertellen Dolf ..."
-
-"Dan had vader ons en de aeroplaan thuis gehouden en dan had inspecteur
-Punt Jan gesnapt..."
-
-"Da's maar gekheid ... Je vader had alles wel aan den inspecteur
-duidelijk kunnen maken. Je hebt je vriend 'n slechte dienst bewezen
-Dolf. Dat kan nog leelijk afloopen."
-
-"Kom man ..." zei mevrouw Przlwitz, "maak de jongens nu niet van
-streek ... en help hen liever ... Als ze al die verstandige dingen
-gedaan hadden, die jij opnoemt, dan zat ik nou nog boven op die berg."
-
-"Natuurlijk zal ik hen helpen ... maar hoe? Heb jij den inspecteur
-je naam gezegd en je woonplaats?"
-
-"M'n naam geloof ik niet ... wel dat ik in Luzern woonde ... geloof
-ik."
-
-"Hm ... had 'm je kaartje maar gegeven ..."
-
-"Ik was veel te veel geschrokken ..."
-
-"Waarschijnlijk is inspecteur Punt morgen vroeg tòch wel in Luzern
-..." "Maar nu gaan we naar bed ..."
-
-
-
-
-
-
-
-
-TIENDE HOOFDSTUK.
-
- Waarin inspecteur Punt de hulp inroept van de Zwitsersche politie
- en brigadier Kwadraat 'n pot jam over z'n pantalon krijgt.
-
-
-Inspecteur Punt was met 'n koene duik over de rand van de bergkam
-naar beneden gekomen aan de kant van 't meer van Brienz. 'n Beetje
-gevaarlijk was die manoeuvre wel. Iemand die daarboven op de berg
-staat, ziet over dag wel 't meer, maar van de hellingen naar beneden
-ziet ie niet veel. Nu was 't avond en rolde de neveldeken, die Jan
-Drie daar boven 'n kort poosje later zoo vreezen zou, z'n bolle pruiken
-langs de bergkanten omhoog. Doch inspecteur Punt moest z'n plicht doen
-en dan komt 'n beetje gevaar er minder op aan. In 'n ommezien dook dan
-ook de aeroplaan in de wolk onder en inspecteur Punt zag niets meer
-en van z'n eigen vlieger slechts 't gedeelte dat vlak bij 'm was. Met
-'n slakkegangetje van nog geen vijftig kilometer in 't uur, (in 2010 'n
-soort sukkeldrafje alleen in gebruik bij bangachtige ouwe juffrouwen)
-vloog inspecteur Punt langzaam omlaag en de ongeveer zeven kilometers
-die hij af te leggen had van de 2000 meter hooge plek op de Laucherhorn
-waar hij Spits had achtergelaten bij de dame met het blonde haar,
-tot aan Interlaken, dat zoowat 600 meters boven de zeespiegel ligt,
-zou hij op deze wijze binnen de tien minuten afgelegd hebben. Doch
-inspecteur Punt was 'n zeer voorzichtig man. Hij wilde zich niet
-roekeloos blootstellen aan gevaar en daarom maakte hij toen hij eenmaal
-goed en wel midden in de wolk zat, zijn daling zoo weinig steil als
-maar mogelijk was. Oppassen was evenwel de boodschap, want als hij
-te ver vloog liep hij kans aan de overkant tegen de Beatenberg aan te
-botsen. Gelukkig was de wolk niet erg dik en kwam de vlieger er zonder
-averij door. Nu keek hij naar de lichten van Interlaken en zag ze ver
-onder zich aan z'n rechterkant. Hij was dus voorbij gevlogen en moest
-terug. Dat was echter 'n kleinigheid nu hij zien kon, waar hij heen
-moest en 'n kwartier nadat hij de berg verlaten had, zwierde hij boven
-Interlaken in 'n kring rond om te zoeken naar 't politiebureau. Dat
-vond hij echter gemakkelijk genoeg, want in duidelijke electrische
-lichtletters stond 't woord "Polizeiamt" boven op 't dak en daaronder
-voor de vreemdelingen nog eens in de wereldtaal. 'n Oogenblik later
-kwam Inspecteur Punt dan ook netjes neer vlak bij den dienstdoenden
-politieman en deze wees hem beleefd de weg naar het bureau van den
-inspecteur der Interlakensche luchtpolitie. Deze heer ontving z'n
-ambtgenoot uit Holland zeer vriendelijk en inspecteur Punt deelde
-hem in 'n paar woorden de reden van z'n late bezoek mee.
-
-"Tja ..." zei de Zwitser, "dat is zeker 'n interessant geval Herr
-Inspector, maar er zal niet veel kans op zijn die dievegge dadelijk
-in arrest te nemen, vanwege de nevels...."
-
-"Kom ... ik ben er toch óók wel doorgekomen."
-
-"Best mogelijk Herr Inspector ... maar 't gaat niet. 't Voorschrift
-luidt: geen luchtwachters noodeloos aan gevaar bloot te stellen."
-
-"En als ze dan ontsnapt?"
-
-"Daar is ook niet veel kans op dunkt me, Herr Inspector! Die vrouw
-zit daarboven immers zonder vliegolie?"
-
-"Ja maar ... er is bepaald wel 'n depôt daar ergens in de buurt."
-
-"O ja ... die zijn overal in de bergen ... Maar dat kan zij in geen
-geval bereiken ... Ze kan de lichten niet zien... Deze nevel hangt
-minstens tot morgen negen uur om de bergen heen... Welke top was het?"
-
-"Ik weet niet hoe 't ding heet... maar 't ligt die kant op... Zuid-Oost
-van hier... op ongeveer zeven kilometer."
-
-"Hoe hoog?"
-
-"Twee duizend ongeveer."
-
-"Hm... dan moet 't in de buurt van de Scheinige Platten zijn... In
-ieder geval kunnen we niets doen vóór de nevel optrekt... Misschien
-zouden we als 't dag wordt en om u 'n plezier te doen wel van hier uit
-boven de nevel kunnen komen... en dan eens uitkijken Herr Inspector."
-
-"Als er dan niets anders opzit m'nheer," zei inspecteur Punt 'n
-beetje uit z'n humeur... "dan wou ik wel graag even telefoneeren met
-'t Automatisch hôtel in Nordhausen."
-
-"Nordhausen... Nordhausen... o... dat is in de buurt van De Harz,
-is 't niet?... Hm, ja... dat is lastig Herr Inspector... In die
-automatische hôtels is geen portier... Dat is bepaald 'n gebrek in
-die inrichtingen, maar..."
-
-"O, dat is niemendal. Mijn brigadier wacht daar op instructies. Ik heb
-'n bericht voor hem achtergelaten. Hij zal dus wel bij de hoofdtelefoon
-zitten, of in ieder geval de hoofdtelefoon verbonden hebben met
-'t toestel in z'n kamer..."
-
-"U kan 't probeeren Herr Inspector... Hier heb u de spreekhoorn,
-U is met Nordhausen verbonden."
-
-Doch 't gaf niemendal. Inspecteur Punt kreeg geen gehoor en gemelijk
-legde hij de hoorn op 't telefoontoestel.
-
-"Als ik u was Herr Inspector," zei de vriendelijke Zwitser, "ging ik
-maar zoolang op dat rustbed daar liggen. Als 't dag wordt wek ik u
-wel en als u soms wat eten wil, daar kan ik u ook aan helpen."
-
-"Dank u vriendelijk," zei inspecteur Punt. "'k Heb vliegtabletten
-gegeten... Maar ik wil gaarne gebruik maken van uw vriendelijk aanbod
-om 'n uurtje of wat te gaan slapen... ik ben moe."
-
-"Dat komt van 't vliegen Herr Inspector. Ik slaap ook 't beste als ik
-'n uur of wat gevlogen heb... Nu wel te rusten."
-
-De Zwitsersche inspecteur ging aan z'n werk en de Hollandsche
-inspecteur viel op 't rustbed in slaap.
-
-De reden waarom inspecteur Punt geen gehoor gekregen had aan de
-telefoon was eenvoudig genoeg: Brigadier Kwadraat sliep als 'n os en
-had dus van de heele telefoon geen steek gehoord... Hij was 's avonds
-na 'n snelle vlucht met m'nheer Vliegenthert op 't Automatisch hotel
-aangekomen en had gemeend z'n inspecteur daar aan te treffen.
-
-M'nheer Vliegenthert was woedend, toen hij den inspecteur niet vond,
-want dat beteekende opnieuw tijdverlies en vermindering van de kans
-om weer in 't bezit van z'n monoplaan te geraken. Om z'n zinnen te
-verzetten had hij toen brigadier Kwadraat maar op 'n fijn dinertje
-onthaald met 'n lekker glas wijn erbij. Hij hield zelf ook van lekker
-eten en hij meende dat op die manier 't wachten op inspecteur Punt
-minder vervelend zou zijn. De brigadier was nog ongeduldiger dan
-m'nheer Vliegenthert want hij brandde van nieuwsgierigheid, hoe
-'t de heelen dag met Spits gegaan was. Had Dolf nu het briefje maar
-achtergelaten in de brievenbus, dan had de brigadier tenminste nog
-iets geweten en dan zou hij er wel voor gezorgd hebben zoo lang
-op te blijven tot er nieuwe berichten kwamen. Maar hij wist nu
-heelemaal niets. De eenige die hem heel veel had kunnen vertellen,
-m'nheer Brandsma, was die middag ook al vertrokken. Die had na Dolfs
-vertrek het opeens in z'n hoofd gekregen ergens anders heen te gaan,
-omdat de zussen 't nu zoo vervelend vonden, zonder Dolf. Nu waren
-er wel 'n heele boel menschen in 't Automatische hôtel, doch die
-wisten niemendal van inspecteur Punt af. M'nheer Vliegenthert en
-brigadier Kwadraat waren dus maar aan 't eten gegaan en m'nheer had
-de brigadier telkens lekkere wijn ingeschonken en deze politieman,
-die thuis nooit wijn dronk, had er vreeselijke slaap van gekregen,
-zoodat hij de telefoon heelemaal niet gehoord had.
-
-De volgende morgen voor dag en dauw was brigadier Kwadraat evenwel
-reeds automatisch uit z'n bed gewipt, waarbij 't hem al net ging als
-Jan de vorigen dag. Hij ontbeet vlug en ging daarna naar 't dak om z'n
-vlieger na te zien, want hij begreep, dat inspecteur Punt hem wel niet
-lang werkeloos zou laten, en 't nazien van de vlieger was iets, dat
-geen vliegenier ooit een enkele dag zou overslaan. Omtrent inspecteur
-Punt had hij zich niet vergist, want hij was nog geen tien minuten
-met z'n vlieger bezig of daar begon de kleine marconigraaf, want
-iedere politievlieger was van zoo'n toestel voor draadlooze telegrafie
-voorzien, als 'n razende te tikken... "Ho," zei brigadier Kwadraat,
-"daar heb je 't gegooi door de glazen al." Hij greep de kruk van
-'t toestel en seinde vlug: "Hier Kwadraat" Rikketikketikketik... en
-binnen twee minuten wist de brigadier dat z'n chef boven op 'n berg
-bij Interlaken zat en dat hij, de brigadier, naar Luzern vliegen moest,
-met de grootst mogelijke snelheid... "Begrepen," seinde hij terug.
-
-Hij verzuimde dus geen oogenblik en vloog om vijf uur met 'n
-gangetje van honderdvijftig à honderdzestig kilometer in 't uur
-recht toe recht aan in zuidelijke richting, zonder z'n passagier van
-de vorigen dag. Brigadier Kwadraat had nog wel geprobeerd m'nheer
-Vliegenthert te wekken, maar dat was vergeefsche moeite geweest en
-dus was hij maar alleen gegaan. Hij mocht z'n inspecteur niet laten
-wachten. Al zou m'nheer Vliegenthert misschien nog zoo boos worden,
-omdat hij nu weer alleen in Nordhausen werd achtergelaten, was dat voor
-brigadier Kwadraat geen reden om 'n minuut langer te wachten. Dienst
-ging voor alles en de bevelen van 'n chef moesten zonder bedenking
-opgevolgd worden. Maar 'n klein briefje mocht ie wel achterlaten,
-en hij plaatste dat met 't adres in koeien van letters er op, achter
-de ruit in de brievenbus in de hoop dat m'nheer Vliegenthert 't in
-de gaten zou krijgen... Als hij die kokkerds van letters toch over
-'t hoofd mocht zien... tja... dat kon brigadier Kwadraat niet helpen.
-
-Terwijl de brigadier met zoo'n woeste snelheid door de lucht schoot
-op 'n kleine duizend meters hoogte, waar 't nogal eenzaam was,
-zat inspecteur Punt nog hooger in de lucht maar toch dichter bij de
-aarde en minder eenzaam. Want hij was al met 't aanbreken van de dag
-ontwaakt en met de Zwitsersche inspecteur en nog 'n paar luchtwachters
-opgestegen om z'n arrestante van de Laucherhorn te gaan halen. De
-Zwitsersche inspecteur maakte daarbij gebruik van 'n vlieger waarop
-vier man achter elkaar konden zitten. Dit soort aeroplaans was bij de
-politie in gebruik om gevangenen over te brengen en zou nu ook moeten
-dienen om de vermeende dievegge van m'nheer Vliegentherts aeroplaan
-naar de gevangenis te transporteeren.
-
-Inspecteur Punt zou waarschijnlijk niet zonder ongelukken alleen
-door de nevel heengekomen zijn, die nog om de bergen hing. Maar de
-Zwitsersche luchtpolitie was daar thuis als 'n Hollandsche loods
-tusschen de zandbanken. Zij brachten dan ook handig inspecteur
-Punt boven de nevel uit, waar ze als arenden die op buit loeren
-begonnen rond te zweven boven de bergtoppen ... Er was evenwel
-niets te bespeuren van 'n roode monoplaan ... en niemendal van 'n
-juffrouw met blond haar ... en ze zouden misschien nog lang hebben
-kunnen zoeken naar de plek waar inspecteur Punt de vorigen avond
-was geweest in de schemering, indien niet Spits z'n baas in de gaten
-gekregen had. Deze trouwe politiehond verveelde zich gruwelijk boven
-op de berg, waar hij niemendal te doen had en nauwelijks hoorde
-hij dan ook het bekende gesnor van 'n motor boven z'n kop of hij
-begon vervaarlijk te blaffen. Inspecteur Punt herkende wederkeerig
-z'n viervoetige compagnon en daalde onmiddelijk. Tot z'n groote
-ontsteltenis miste hij de dame met haar monoplaan, of misschien was
-hij nog meer verbaasd dan ontsteld, want 't feit alleen, dat Spits,
-de beroemde politiehond, die beter dan 'n dozijn politiemannen 'n
-gevangen misdadiger 't vluchten onmogelijk kon maken, in z'n plicht
-was te kort geschoten en 'n onnoozele juffrouw had laten ontsnappen,
-maakte den inspecteur sprakeloos.
-
-Daarbij kwam nog 't onpleizierige gevoel, dat de Zwitsersche
-inspecteur met z'n mannen, die vlak bij gedaald waren, hem met
-'n eenigszins spotachtig gezicht aanstaarden. Dat was 'n hoogst
-onaangename gewaarwording voor inspecteur Punt, doch hij kon er
-niets aan doen. 't Waren niet zijn luchtwachters en dus mochten de
-menschen kijken zooals ze wilden. Doch onuitstaanbaar bleef het... En
-bovendien... waar was die juffrouw?... en waar was de monoplaan?... en
-wie had haar geholpen aan vliegolie?...
-
-De Zwitsersche inspecteur, die 'n eind was opgewandeld, want 't
-was vinnig koud daarboven, bukte zich plotseling snel, raapte iets
-op en riep toen: "Herr Inspector!!" Hij had 'n taschje gevonden,
-zoo'n mooi sierlijk dingetje van slangevel met 'n prachtige zilveren
-knipsluiting, waarin de dames van 't jaar 2010 omdat 't nu eenmaal mode
-was, gewoon waren hun zakdoek, hun portemonnaie, hun visitekaartjes
-en nog meer andere onmisbare kleinigheden te bewaren, om deze dingen
-op de gemakkelijkste wijze allemaal te gelijk te kunnen verliezen. De
-Zwitsersche inspecteur had 't reeds geopend en hield nu inspecteur Punt
-'n kaartje onder de neus, waarop deze las:
-
-
- Stephanowna Przlwitz--Domidofsky
- Luzern--Sonnenberg.
-
-
-De Zwitser zette 'n heel ernstig gezicht en zei:
-
-"U mag wel blij zijn Herr Inspector, dat u die vrouw niet gearresteerd
-hebt... 't Is namelijk 'n zeer voorname dame... de vrouw van den
-Russischen Consul-generaal Przlwitz..."
-
-"Daar ben ik heel niet blij om," antwoordde inspecteur Punt. "Die
-kaartjes kunnen ook best gestolen zijn ... of nagemaakt. Zulke dieven
-maken dikwijls gebruik van 'n deftige naam ..."
-
-"'t Eenvoudigste is Herr Inspector, dat u even naar Luzern vliegt en
-'n visite maakt bij m'nheer Przlwitz. Als u zijn vrouw ziet, weet u
-meteen of 't dezelfde dame is van gisterenavond ... waaraan ik niet
-twijfel ... kijk u maar hier ... dat is 'n briefje in de Russische
-taal... 't Zat ook in 't taschje."
-
-"Hm" ... zei inspecteur Punt ... "ik ben niet overtuigd ... Doch
-u hebt gelijk ... Ik ga onmiddelijk naar Luzern. Als die dame van
-gisteren avond werkelijk de vrouw blijkt te zijn van den Russischen
-Consul-generaal, wat ik nog zoo grif niet aanneem, dan ..."
-
-Hier bleef hij plotseling steken en hoe nieuwsgierig de Zwitsersche
-politiemannen hem ook aankeken, inspecteur Punt zei niemendal
-meer. Maar hij dacht: Juist wat dán? En dat wist ie ook niet. Hij
-ging zwijgend naar z'n vlieger en begon te telegrafeeren aan brigadier
-Kwadraat.
-
-'n Kwartier later verlieten ze de berg en inspecteur Punt vloog met
-'t gevonden taschje regelrecht naar Luzern om er op brigadier Kwadraat
-te gaan wachten en na te denken, want hij vond 't heele geval erg
-vreemd. De zestig kilometers legde hij op z'n gemak af in 'n uur--want
-er was niet de minste reden, waarom hij zich haasten zou. Haast had
-alleen brigadier Kwadraat. Die moest z'n inspecteur uit de droom gaan
-helpen, hem de vergissing meedeelen ... en dat was geen plezierig
-werk. Doch brigadier Kwadraat haastte er zich niet minder om en toen
-inspecteur Punt in Luzern was aangekomen en op z'n gemak boven op 't
-dak van 't Victoriahotel kalm zat te ontbijten met Spits naast zich,
-had de brigadier al meer dan honderdvijftig kilometers achter de rug
-en nog ruim vierhonderd voor de boeg, in 'n rechte lijn.
-
-Inspecteur Punt at, .. Spits at en toen ze 't eten op hadden ging de
-een in de lucht zitten kijken en de andere ging maar weer slapen. Spits
-vond er niets aan om in de wolken te staren en diepzinnig over de
-verdwenen juffrouw nadenken liet ie over aan inspecteur Punt, die er
-ruim twee uur mee zoek bracht. Toen was deze nog niemendal verder doch
-hij hield er toch maar mee op, want hij zag brigadier Kwadraat aankomen
-als 'n pijl uit 'n boog. De inspecteur wenkte en de brigadier die nog
-'n veel te groote vaart had, om dadelijk te kunnen stoppen, moest
-eerst 'n groote kring beschrijven voor hij op 't dak van 't hotel kon
-landen. Inspecteur Punt wachtte met Spits naast zich de brigadier af,
-de inspecteur kalm en onbeweeglijk, de hond met vroolijk geblaf en
-'n kwispelende staart.
-
-"Morge inspecteur," zei de brigadier toen hij bij 't tafeltje stond
-terwijl hij Spits op de rug klopte.
-
-"Morge brigadier ... Ik heb gisteren avond om je getelefoneerd ..."
-
-"Niets van gehoord inspecteur ... m'nheer Vliegenthert en ik lagen
-al vroeg onder de wol ..."
-
-"M'nheer Vliegenthert? .... Was die ook bij je?"
-
-"Jawel inspecteur ..."
-
-"En waar is die dan nu?"
-
-"Ik denk in z'n bed inspecteur."
-
-"Ga eens zitten, en luister eens ... Ik had je 'n briefje achtergelaten
-..."
-
-"'n Briefje? ... 'k Weet van geen briefje inspecteur ..."
-
-"Hm ... Was die familie van m'nheer Vliegenthert er dan niet?"
-
-"Familie van .. m'nheer Vliegenthert? ... 'k Heb geen mensch gezien
-... die familie van m'nheer Vliegenthert was ..."
-
-"Zoo ... Dat is 'n gek geval met die monoplaan ... Lach jij daarom?"
-
-"Nee ... inspecteur ... maar ik wou u zeggen ... dat-e ..."
-
-"Vertel me dat zoometeen maar en laat ik je er niet op betrappen
-dat je weer lacht ... Begrepen? ... Nu dan ik heb gisterenmiddag
-getelefoneerd naar Den Haag, dat ik 't spoor bijster was ..."
-
-"Jawel inspecteur ..."
-
-"Hou nu asjeblieft 'n poosje je mond."
-
-"Jawel inspecteur."
-
-"Hou je nou je mond of niet? ... Daarna heb ik 't weer terug gevonden."
-
-"Onmogelijk inspecteur ..."
-
-"Wel sapperdekriek brigadier Kwadraat, wat mankeert jou vanmorgen? Ik
-zeg je dat ik niet telkens in de rede gevallen wil worden en jij doet
-'t toch voortdurend ... Is dat nu uit? Ik had 't spoor weer ... of
-laat ik zeggen Spits had 't weer in de neus ... Die vertrouw je toch
-in ieder geval, als je 't mij niet doet ..."
-
-"Toen had u zeker uw vliegjas weer aan ..."
-
-"Wat zou dat dan? .."
-
-"Wel inspecteur we hebben Spits aan uw eigen jas lucht laten nemen."
-
-"Hè??? Wat ver ... tel je ... me nou? Aan mijn eigen jas. Maar wat
-ben jij dan toch voor 'n ezel!..."
-
-"Ik kon 't ook niet helpen inspecteur ... die m'nheer Vliegenthert
-had uw jas mee naar beneden genomen en ik kon toch niet weten of hij
-misschien niet net zoo'n vliegjas had als u ..."
-
-"Dus heb ik de heelen dag m'n eigen spoor gevolgd?"
-
-"Precies inspecteur ... de hond rook uw vliegjas voortdurend en dan
-sloeg ie aan, zooals z'n plicht was ... Toen hij ophield had u zeker
-uw jas niet meer aan ..."
-
-"Neen ... toen lag Spits er boven op... Lieve hemel en nou heb
-ik gisterenavond 'n dame aangehouden met blond haar en 'n roode
-monoplaan ..."
-
-"Ja inspecteur ... dat blonde haar ..."
-
-"Maar man hoeveel keeren moet ik wel zeggen, dat je me niet aanhoudend
-in de reden vallen moet ... Je blijft maar aan de gang ..."
-
-"Inspecteur neem me niet kwalijk ... maar ik moet u eerst wat zeggen
-of u er kwaad om wordt of niet ... Dat blonde haar zat 's morgens al
-op uw mouw, voor u naar m'nheer Vliegenthert toe ging ... Ik heb 't er
-zelf heel duidelijk op zien zitten en ik dacht nog: de inspecteur is
-zeker vanmorgen al met z'n kinderen aan 't stoeien geweest. Later op
-'t dak bij m'nheer Vliegenthert toen u me dat haar liet zien, zag ik
-wel dat 't 't zelfde moest zijn en ik wou u dat zeggen, maar u wou
-niet naar me luisteren ..."
-
-"Brigadier Kwadraat ... je weet ik heb nooit tijd om acht op praatjes
-te geven ... Je had heel wat anders moeten doen ... Je had me op
-'t bureau, toen je dat haar zag, moeten afborstelen ... dan had ik
-me niet zoo idioot kunnen vergissen ... versta je dàt?"
-
-"Jawel inspecteur, maar ..."
-
-"Begin je nou alweer? ... kan je dan nooit je mond houen? ... Je
-had me moeten afborstelen ... Nu heb ik gisteren avond ten eerste
-'n voorname Russische dame beleedigd ... en ten tweede heb ik haar
-alleen aan d'r lot overgelaten boven op de onherbergzaamste berg,
-die je maar bedenken kan."
-
-"'n Russische dame?"
-
-"Jawel mevrouw Przlwitz ... de vrouw van den Russischen Consul-generaal
-in deze stad ... Hier heb ik haar taschje, dat ze verloren heeft. De
-hemel weet wat er van die dame terecht gekomen is... We gaan dadelijk
-samen naar m'nheer Przlwitz... As ze thuis gekomen is ... zal ik haar
-mijn verontschuldigingen aanbieden ..!"
-
-"Dat komt allemaal door die vervloekte onachtzaamheid van m'nheer
-Vliegenthert," bromde brigadier Kwadraat nijdig en inspecteur Punt zei:
-
-"Ik wou dat m'nheer Vliegenthert met z'n roode monoplaan naar de maan
-gevlogen was ..."
-
-"Dat ding is niet eens rood, inspecteur."
-
-"Wat zeg je daar? Niet rood!"
-
-En toen werd inspecteur Punt op eens zoo verschrikkelijk boos, dat hij
-met z'n vuist 'n geweldige klap op 't kleine tafeltje gaf ... waardoor
-de theepot en de melkkan en de rest onmiddellijk naar alle kanten over
-'t dak vloog, waarbij brigadier Kwadraat vergeefsche pogingen deed
-om de boel op te vangen. Het lukte hem slechts in zooverre, dat hij
-de melk op z'n mouw en de jam op z'n broek kreeg, maar de breekbare
-waar lag in scherven om hen heen.
-
-Inspecteur Punt moest de heele boel betalen, en had 'n duur ontbijt.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ELFDE HOOFDSTUK.
-
- Waarin Dolf er weer van door wil, waar Jan Drie echter geen
- zin in heeft en waarin inspecteur Punt met brigadier Kwadraat
- 'n visite brengt aan m'nheer Przlwitz.
-
-
-De jongens hadden niet zoo rustig geslapen, als ze gewoon waren. Jan
-Drie had gedroomd, dat er vijf en twintig vliegende inspecteurs met
-'n heel regiment vlieghonden achter hen aanstormden, terwijl hij met
-mevrouw Przlwitz boven 't Vierwaldstädter meer vloog in 'n vlieger,
-die niet vooruit wou en Dolf was wakker geschrokken, wat 'm anders
-nooit overkwam. Hij had boven op 'n berg gestaan met 'n onmetelijke
-verfpot en 'n reusachtige kwast, waarmee hij voor oom Dokie enorme
-letters op de wolken moest verven, wat maar niet lukken wou, omdat er
-te veel wind was, die de wolken met groote snelheid onder z'n kwast
-door joeg. En dan kwam er 'n hand, akelig wit en blauw en zoo koud
-alsof ie van gletscherijs was, achter de Jungfrau vandaan, waar oom
-Dokie op 'n ijsveld zat, om 'm aan z'n ooren te trekken... Toen was
-Dolf op de loop gegaan over rotsige bergtoppen en die gloeiden als
-vuur en opeens was hij in 'n pikdonkere afgrond gevallen, àl maar
-gevallen, minstens 'n paar duizend meter diep... Met 't angstzweet
-op z'n gezicht was hij wakker geworden in 't eerst niet goed wetend
-of hij in 'n afgrond of in z'n bed lag.
-
-Hij was maar dadelijk opgestaan en stilletjes naar Jan Drie's kamer
-geloopen, vlak naast de zijne en toen hij daar voor 't bed stond
-waarin z'n vrind ook al klaar wakker lag, zei Dolf:
-
-"Ja ik heb 't land."
-
-Dat begreep Jan heel best, want hij voelde zichzelf ook juist niet op
-fluweel. Die geschiedenis met die luchtadvertentie en de onzekerheid
-wat m'nheer Przlwitz zou doen àls inspecteur Punt in Luzern kwam,
-maakte hem 'n beetje ongerust. M'nheer Przlwitz had beloofd hen te
-zullen helpen... Maar...
-
-"Vertrouw jij 'm?" begon Dolf weer.
-
-Jan Drie behoefde niet te vragen wie bedoeld werd...
-
-"'k Weet niet," fluisterde Jan.... "Ik denk van wel."
-
-"Ik niet erg... We moesten 'm maar smeren hè?"
-
-"Nee... dàt nooit! zei Jan... Ik wil niet dat mevrouw Przlwitz ons
-tòch nog voor dieven zal aanzien... en... en... 't zou niet meer
-helpen ook, nu ze toch weten, dat we er met m'nheer Vliegentherts
-aeroplaan vandoor zijn."
-
-"Dat is zoo... Sta jij vandaag nog op?"
-
-"Hoe laat is 't?"
-
-"Kwart voor zes."
-
-"Zou er al iemand op zijn?"
-
-"Ik weet niet... Dat moet zeer gemakkelijk geweest zijn in die huizen
-van honderd jaar geleden"...
-
-"Hoe zoo?"
-
-"Wel die waren zoo gehoorig.... Als iemand op zolder z'n neus snoot,
-kon je 't bij de buren in de kelder hooren."
-
-"Gezellig!" lachte Jan... "Ik vind ze toch maar prettiger zooals ze
-nu zijn."
-
-"Nou sta je op?.. Dan ga ik me ook verder aankleeden... en dan gaan
-we maar 'n beetje op 't dak."
-
-"Goed ik ben in vijf minuten bij je."
-
-Toen ze met hun toilet klaar waren, ze deden er geen van beiden
-lang over, gingen ze samen naar de lift. Maar ze hadden nog geen
-drie stappen gedaan of ze liepen al tegen m'nheer Przlwitz aan,
-die hen vroolijk goeden morgen wenschte. Jan en Dolf kregen allebei
-'n gevoel, niettegenstaande de vriendelijkheid van m'nheer Przlwitz,
-alsof ze bespied en bewaakt werden, door hun gastheer. Jan Drie vond
-dat vooral erg onaangenaam, want hij besloot er uit, dat m'nheer
-Przlwitz hen niet heelemaal vertrouwde. Dolf bekeek de zaak 'n
-beetje anders. Hem kon het minder schelen of die Russische m'nheer
-hen veel of weinig vertrouwde. As hij er maar geen last van had,
-vond ie 't wel grappig. Hij voor zich zou er heelemaal geen been
-in gezien hebben er maar weer stilletjes tusschen uit te gaan
-met oom Dokies monoplaan als er kans voor was. Nood breekt wet,
-meende m'nheer Vliegentherts neefje, en dan nam je 't niet zoo nauw
-met beleefdheid en andere fraaie dingen. Dat m'nheer Przlwitz dus
-'n beetje de gevangenbewaarder scheen te spelen, vond Dolf nogal
-natuurlijk, maar Jan vond 't gewoon beleedigend.
-
-"Goede morgen jongens."
-
-"Goede morgen m'nheer".
-
-"Zeker op weg naar 't dak hé? Daar wou ik ook juist heen.... Ik lijk
-'n beetje op Jan.... Die heerlijke blauwe ruimte trekt me iedere
-morgen al vroeg naar zich toe.--Gewoonlijk vlieg ik voor 't ontbijt
-'n honderd kilometers... doch nu zal ik 't maar nalaten."
-
-Natuurlijk, dacht Dolf... 'n cipier mag z'n luidjes niet zonder
-opzicht laten.
-
-Maar Jan zei op eens met 'n hevige kleur op z'n gezicht.... "M'nheer
-Przlwitz u kan gerust gaan... ik zal niet ontvluchten."
-
-M'nheer Przlwitz keek Jan Drie eventjes aan en zei toen, terwijl hij
-hem de hand op de schouder legde: "Jan Drie... ik blijf niet thuis
-om op jou te passen.... Ik ben volkomen overtuigd, dat je niet zonder
-afscheid te nemen, vertrekken zult."
-
-"Ah zoo..." dacht Dolf... "die kan ik in m'n zak steken..." en hardop
-zei hij: "M'nheer Przlwitz, Jan gaat er nooit van door, al weet ie
-vooruit, dat ie er voor op z'n kop krijgt... maar ik... e..."
-
-M'nheer Przlwitz liet lachend de kijker zakken, waardoor hij de
-laatste oogenblikken over 't meer en de bergen getuurd had en zei:
-"Ik weet wat je zeggen wil Dolf:--Jij zou allang weg geweest zijn,
-als je er kans voor gezien had hè?... Jongens, wat 'n gevaarlijk
-stelletje zou 't wezen als er twee Dolfs in plaats van 'n Jan en
-'n Dolf bij elkaar waren... Dan kwam er geen spaan van oom Dokies
-monoplaan terecht... of jullie waren eer 't 'n uur later was in
-handen van de Hollandsche politie... kijk eens in de lucht... daar
-ginds... hier Jan heb jij de kijker... daar daalt 'n Nederlandsche
-politiemonoplaan, ik zie duidelijk 't rood, wit en blauw op de
-staart... met 'n vlieghond er in..."
-
-"Inspecteur Punt met Spits..." mompelde Jan Drie...
-
-"Laat mij ook eens kijken," zei Dolf, en toen hij de kijker
-had... "Waar zit ie?"
-
-"Op 't Victoriahotel... daar links..." antwoordde m'nheer Przlwitz.
-
-"'k Heb 'm... Hij is 't hoor."
-
-"Wat zou ie daar uitvoeren?" vroeg Jan.
-
-"Wel, 'n boterham eten..." zei Dolf lachend... "Om deze tijd eet
-iedereen toch boterhammen..."
-
-"Ei Dolfje, heb je zoo'n honger? vroeg m'nheer Przlwitz. "Dan gaan
-we maar gauw ontbijten... Dat is veiliger voor jullie ook... Met
-'n goede kijker herkent die inspecteur jullie gemakkelijk... en 't
-is misschien beter, dat ie zelfs geen vermoeden krijgt van jullie
-verblijf hier... bij mij..."
-
-"Ik zou anders graag willen zien," zei Dolf "wat ie gaat doen, als
-ie z'n boterham op heeft."
-
-"'k Wil 't graag gelooven," zei m'nheer Przlwitz. "Maar nu gaan
-we eerst naar beneden jongens. M'n vrouw zal wel wat voor Dolf z'n
-leege maag hebben... Misschien helpt 'n stevige boterham tevens wel
-tegen roekeloosheid."
-
-Beneden waren mevrouw en 'n knecht bezig aan de ontbijttafel en de
-jongens vergaten den heelen inspecteur Punt, toen ze door mevrouw
-Przlwitz vroolijk begroet hun plaats innamen. De eetkamer werd bij dag
-nog prettiger. De tuindeuren stonden open, 'n zonnezeil hield de helle
-stralen buiten de kamer, maar zooveel te lichter leken nu de bloemen
-te schitteren en 't gras en 't boomenloof in de hellende tuin. Over
-'n muurtje in de laagte hadden ze 'n heerlijk vergezicht over Luzern,
-'t meer en de achtergrond van bergen.
-
-M'nheer Przlwitz had terloops aan z'n vrouw gezegd, dat de Hollandsche
-inspecteur op 't Victoriahotel zat, maar verder werd er niet over
-gesproken. Hij vroeg de jongens naar hun school en hun studie, en ze
-praatten gezellig over Holland, want je praat altijd graag over je
-eigen land, als je er ver vandaan ben. 't Is dan net 'n lief ding,
-dat je kwijt ben en dat je toch zoo graag terug zou hebben. Zoo sprak
-mevrouw Przlwitz over Rusland, dat al lang 'n fatsoenlijk land geworden
-was, precies als 't goede oude Nederland al sedert eeuwen was.
-
-'t Was 'n smakelijk ontbijt, 'n prettig gesprek, 'n prachtige
-zomermorgen, allemaal dingen om je gelukkig bij te voelen... en
-toen kwam de bediende met de boodschap dat er twee politiemannen met
-'n politiehond op 't dak waren, die m'nheer wenschten te spreken. 't
-Was net, zei Jan Drie later, of de heele boel in eens somber werd. De
-zaak was natuurlijk deze, dat de jongens schrokken tot in hun teenen
-en dan zie je weinig van zonneschijn, 't eten smaakt je niet meer
-en je houdt vanzelf je mond. Maar mevrouw Przlwitz was heelemaal
-niet geschrokken. Die zei 'n beetje vinnig: "Wacht, die m'nheer van
-gisterenavond, dien zal ik eens 'n standje gaan geven," maar m'nheer
-zei: "Vrouwtje hou je kalm... bemoei je er niet mee... ik zal dat
-zaakje wel opknappen. Blijf jij maar met de jongens hier, dan zal ik
-de heeren hiernaast in mijn kantoor te woord staan... jullie kan dan
-wel niemendal zien door die dikke voorhang, maar je kan toch alles
-hooren... Hoe vindt je dat?"
-
-"Heel best man," antwoordde mevrouw Przlwitz... "maar de jongens mogen
-'t zeker òòk hooren?"
-
-"Natuurlijk... de jongens ook."--
-
-"Als hij ons maar niet in de doppen krijgt..." zei Dolf.
-
-"Neen, laat mij daar maar voor zorgen. Maar mondje dicht hoor... Geen
-kik..." En daarna zei m'nheer tot den knecht: "Laat de heeren hiernaast
-in mijn kantoor."
-
-De knecht verdween en m'nheer Przlwitz ging in z'n kantoor achter
-de schrijftafel zitten. Mevrouw, Jan en Dolf stonden vlak achter
-'t gordijn luistervinkje te spelen. Ze hoorden inspecteur Punt
-en de brigadier binnentreden. M'nheer Przlwitz ontving hen zeer
-beleefd en liet hen door zijn bediende 'n stoel aanbieden. Daarna
-vroeg hij wat de heeren verlangden. Inspecteur Punt nam nu uit 'n
-papier 't kleine taschje, dat hij op de berg gevonden had en vroeg
-aan m'nheer Przlwitz of hij dat dingetje kende. Deze nam het in de
-hand en nadat hij 't nauwkeurig bekeken had zei hij dat 't van z'n
-vrouw was. Inspecteur Punt vertelde nu hoe hij er aan gekomen was
-en hij bood tevens z'n verontschuldigingen aan voor de onaangename
-behandeling, die hij mevrouw Przlwitz had moeten doen ondergaan en hij
-legde aan m'nheer Przlwitz uit, dat hij als politieman niet anders
-had kunnen doen, maar dat 't allemaal de schuld was van die malle
-m'nheer Vliegenthert. Dolf gaf Jan Drie 'n por van louter plezier,
-toen hij den inspecteur hoorde vertellen hoe oom Dokie den inspecteur
-z'n jas mee naar beneden genomen had en Spits later aan diezelfde
-jas had geroken en dat m'nheer Vliegenthert niet eens goed de kleur
-van z'n aeroplaan wist. Maar mevrouw Przlwitz beduidde Dolf, dat ie
-stil moest zijn en zoo kwamen ze er achter hoe de boel in elkaar zat,
-want inspecteur Punt deelde alles uitvoerig mee.
-
-M'nheer Przlwitz betuigde, dat ie 't zich nu wel begrijpen kon, dat
-de inspecteur zijn vrouw voor de dief gehouden had en dat hij 't niet
-zoo heel erg vond, want mevrouw Przlwitz was wel 'n beetje geschrokken
-en erg laat maar overigens zonder verdere ongevallen thuisgekomen. De
-inspecteur was zeer nieuwsgierig hoe mevrouw van de berg was afgekomen,
-want ze had immers geen vliegolie... De jongens waren 'n oogenblikje
-benauwd... Wat zou m'nheer zeggen? Hij kon hen gemakkelijk verraden
-en Dolf vooral was er niet gerust op... Maar m'nheer Przlwitz zei
-tegen den inspecteur, alsof 't iets heel gewoons was: "O, er kwamen
-na uw vertrek 'n paar onbekenden, die vliegolie genoeg hadden... en
-die hielpen mijn vrouw er af, en inspecteur Punt zei dat ie daar
-erg blij om was, want dat ie zich 'n beetje ongerust gemaakt had
-over haar... M'nheer Przlwitz vroeg daarna wat inspecteur Punt nu
-dacht te beginnen, iets wat Dolf en Jan heel interessant vonden. Maar
-'t antwoord van inspecteur Punt viel hen erg tegen, want hij gaf te
-kennen, dat ie 't zelf niet wist, want er was nu natuurlijk geen sprake
-meer van met de hond op nieuw aan 't werk te gaan. Daarmee zouden ze op
-'t dak van m'nheer Vliegentherts huis moeten aanvangen en deze heer
-zat waarschijnlijk nog in Nordhausen. Eer ze die in Den Haag hadden
-en er zelf óók waren, konden de dieven met de gestolen monoplaan al
-wel in China zitten of 't ding, wat veel eenvoudiger en afdoender was,
-heelemaal opnieuw geschilderd en gelakt hebben. M'nheer Przlwitz gaf
-den inspecteur volkomen gelijk en ried hem aan maar zoo gauw mogelijk
-naar z'n woonplaats terug te keeren. Maar hiertegen bracht brigadier
-Kwadraat in 't midden, dat ze m'nheer Vliegenthert, die waarschijnlijk
-nog te bed lag in Nordhausen, toch niet zonder bericht konden laten en
-hem toch minstens moesten vragen, wat hij er van dacht. De inspecteur
-echter meende, dat ze met m'nheer Vliegenthert eigenlijk niemendal
-meer te maken hadden, omdat deze door z'n eigen onachtzaamheid de
-schuld van alles was... Maar 't kon den inspecteur niet schelen op
-de terugweg naar Den Haag eventjes in Nordhausen aan te gaan. Hij kon
-dan meteen m'nheer Vliegenthert eens 'n ongemakkelijk standje maken...
-
-M'nheer Przlwitz bracht de twee politiemannen zelf naar 't dak. Dat
-duurde echter niet lang, en toen ze weg waren kwam m'nheer Przlwitz
-weer bij z'n vrouw en de jongens.
-
-"Dat hebben we alweer gehad," zei m'nheer... "Maar wat nu?"
-
-"Wat nu?" vroeg mevrouw verbaasd.... "Wat bedoel je?"
-
-"Wel... de jongens moeten toch de aeroplaan van m'nheer Vliegenthert
-weer terug brengen?... Al was 't nu niet zoo moeilijk die twee
-Hollandsche politiemannen weg te krijgen, zonder dat inspecteur Punt
-er 't minste vermoeden van had, dat ie voor de tweede maal in de
-onmiddellijke nabijheid van de gezochte vlieger zich bevond, 't zal
-wat moeilijker zijn met de aeroplaan weg te komen. Iedereen kijkt
-natuurlijk uit naar de cacaokleurige vlieger, waaraan vijfhonderd
-gulden te verdienen is."
-
-Ze zaten, toen dit gezegd was elkaar alle drie aan te kijken en wisten
-geen oplossing.
-
-"Weet je wat," zei m'nheer Przlwitz eindelijk, "denken jullie er nog
-eens goed over na ... ga naar de tuin.... In geen geval kan je toch
-bij dag weg, hè? Ik moet nog op 't kantoor zijn, maar ik zal ook
-meehelpen een plannetje te bedenken ..."
-
-"Dat is goed," stemde mevrouw toe.... "Ik moet nog naar de keuken,
-maar ik denk ook mee."
-
-Toen Jan en Dolf alleen in de tuin waren en over 't lage muurtje
-heenkeken naar Luzern, 't meer en de bergen, zei Dolf:
-
-"'t Is toch heel eenvoudig ... we vliegen van avond als 't donker is
-hier vandaan, flink hoog natuurlijk en zonder lichten.... Dan heeft
-oom Dokie morgen vroeg voor dat 't licht wordt z'n aeroplaan terug."
-
-"Ze zullen ons snappen bij 't neerdalen, denk ik.... Er wordt nu op
-ons geloerd, hé?"
-
-"We moeten 't toch maar wagen ... anders komt 't ding nooit thuis."
-
-"Ja 't zal wel niet anders kunnen.... Wie niet waagt, wint niet.... 't
-Ding is niet als postpakket te verzenden."
-
-"Weet je wat," zei Dolf lachend ... "Ik breng eenvoudig de monoplaan
-op klaar lichte dag thuis en zeg aan oom Dokie, dat ik de vijfhonderd
-gulden moet hebben voor 't terugbrengen van de gestolen vlieger."
-
-"'n Prachtig plannetje,".. meende Jan.... "Je vergeet alleen maar
-eventjes, dat je die vijfhonderd gulden pas krijgt, as je den dief
-er bij lapt hé?"...
-
-"Da's waar ook."...
-
-"En dan krijg je zoolang ik er wat aan doen kan de monoplaan niet in je
-vingers.... Jij zou er onder weg natuurlijk gekke streken mee uit gaan
-halen en dan kwam ie misschien gedeukt weer in m'nheer Vliegentherts
-bezit... Ik bezorg 't ding zelf terug hoe dan ook,... en zonder dat
-er wat aan mankeert."
-
-"H'm,"... bromde Dolf... "Ik geloof; dat je denkt, dat ik heelemaal
-nog niet vliegen kan.... Heb ik 't er gisteravond met m'nheer Przlwitz
-vlieger niet goed afgebracht?"
-
-"Prachtig... Maar ik geef jou toch de aeroplaan van m'nheer
-Vliegenthert niet alleen mee.... Als m'nheer Przlwitz 'm thuis zou
-willen brengen,... die kan 'm krijgen."...
-
-"Kan je begrijpen.... Die is ook niet gek.... Ja, die zal zich er
-aan wagen.... Je zal 't zelf moeten doen."..
-
-"Best,... dan doe ik 't zelf."
-
-Mevrouw Przlwitz kwam nu ook in de tuin en vroeg al dadelijk:
-
-"Wel jongens hebben jullie al 'n plannetje bedacht?"
-
-Maar Jan en Dolf schudden 't hoofd.
-
-"'k Zou er maar niet zooveel over prakkezeeren jongens... 't Komt
-vanzelf wel in orde hoor."
-
-Ze bleven dus maar rustig in de mooie tuin wandelen of ze gingen op
-'t terras zitten onder 't grijs en blauw gestreepte zonnezeil tot
-m'nheer Przlwitz weer bij hen kwam. Toen was 't echter al één uur
-en tijd om weer te gaan eten. De jongens vonden 't heel gezellig in
-'t huis van m'nheer Przlwitz en ze hadden daar nog wel 'n dag of wat
-willen blijven, wat mevrouw ook erg plezierig gevonden zou hebben, maar
-m'nheer Przlwitz zei, dat hij er eens over nagedacht had en dat hij tot
-'t besluit gekomen was, dat ze 't maar moesten wagen diezelfde avond
-nog te vertrekken. Natuurlijk niet zoo vroeg. 't Beste was, dacht hij,
-te wachten tot 'n uur of tien. Dan waren er niet veel vliegers meer in
-de lucht en met 'n snelle opstijging hadden ze dan de meeste kans aan
-'t wakend oog der luchtwachters te ontkomen ... Inspecteur Punt had
-hem op 't dak beloofd, zoodra hij in Nordhausen was aangekomen te
-telefoneeren, wat hij verder dacht te doen. Dat was van veel waarde
-voor Jan en Dolf, meende m'nheer Przlwitz. Want als je weet welke kant
-je tegenpartij uitgaat kan je hem gemakkelijker uit de weg blijven ...
-
-"Dan moet jullie vanmiddag maar wat gaan slapen" zei mevrouw
-Przlwitz. "Jullie moet zorgen, dat je de tocht frisch onderneemt ..."
-
-Dolf vond 't zonde om over dag te gaan slapen met zulk mooi weer,
-maar Jan Drie gaf mevrouw Przlwitz gelijk. De meeste stemmen golden
-en daar m'nheer Przlwitz óók voor 't slapen was, zat er voor Dolf
-niets anders op dan naar bed gaan.
-
-"We eten om half zeven" zei mevrouw. "Om zes uur zal ik jullie wekken."
-
-"Vooruit dan maar," commandeerde m'nheer. "Eén twee drie onder de
-wol. Wel te rusten."
-
-Om twee uur sliepen ze allebei.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWAALFDE HOOFDSTUK.
-
- Waarin m'nheer Vliegenthert 'n zeebad binnenshuis neemt en
- inspecteur Punt 'n briefje schrijft.
-
-
-"Wat drommel," prevelde m'nheer Vliegenthert "waar ben ik? Wat 'n
-rare kale kamer ... geen waschtafel ... o, nou zie ik 't ... Ik ben in
-'t Automatische hotel ... Toch wel leuk ... Hoe laat zou 't zijn?
-
-Hij keek op 't wekkerklokje, dat hem gelukkig niet automatisch
-behandeld had, omdat hij vergeten had 't wekwijzertje te verzetten,
-en hij zag tot z'n groote verbazing, dat 't al over twaalven was.
-
-"Over twaalven! Heb ik ooit van me leven ... zóó lang heb ik nog
-nooit geslapen ... en nou zit die brigadier Kwadraat natuurlijk al
-die tijd op me te wachten ... waarom komt zoo'n dom kreatuur me nou
-ook niet eens waarschuwen dat 't al zóó laat is ... Weet je wat,
-ik sta op en neem 'n bad."
-
-Hij stapte 't bed uit en keek rond. Nù, daar stond 't: Badkamer. Maar
-m'nheer Vliegenthert zocht vergeefsch naar de deurknop.
-
-"Da's waar ook," dacht hij "die gaat alleen maar open met 'n
-nikkeltje."
-
-Hij haalde z'n portemonnaie uit z'n zak en wierp 'n nikkeltje in 't
-sleutelgat. Onmiddellijk was de deur open. M'nheer Vliegenthert ging
-de badkamer binnen met de portemonnaie nog in de hand, want hij was
-in z'n nachthemd, en de deur sloot zich geruischloos achter hem. Hij
-keek de kamer rond. De vloer en de wanden leken wel van porcelein of
-marmer en de zolder was van dik matglas.
-
-"Moet ik hier nu baden?" mompelde hij ... "D'r is geen kuip, geen
-kraan, geen handdoek ... O wacht, wat staat daar?"
-
-En nu las hij op 'n tafel aan de wand tegenover de deur:
-
-
- Voetbad 5 n.
- Stortbad 5 n.
- Zitbad 5 n.
- Kuipbad 5 n.
- Schommelbad 10 n.
- Dampbad 15 n.
- Modderbad 15 n.
- Zwavelbad 15 n.
- Zeebad 20 n.
-
-
-"He ... h'm ... da's in orde hoor ... Wat zou ik nou es nemen ... 'n
-Dampbad? ... Nee ... da's te stoomerig ... Me dunkt 'n modderbad
-... da's goed voor de rheumatiek ... of e ... laat ik maar 'n zeebad
-nemen ... Da's twintig nikkel ... Gelukkig dat ik m'n portemonnaie
-bij me gehouden heb ... 't Zal wat zijn zoo'n zeebad binnenshuis.
-
-Hij zocht de twintig nikkels op en dacht onderhand, dat 't voor iemand,
-gewoon dagelijks in Scheveningen te baden, toch maar makkelijk was, dat
-ze je zelfs met de zeebaden tegenwoordig naliepen tot in Nordhausen,
-waar je aan alle kanten ver genoeg van de zee af was om nooit aan
-'n versterkend zeebad te denken.
-
-M'nheer Vliegenthert had echter geen nikkels genoeg, doch ook daarin
-had 't Automatische hotel voorzien. Er was onder 't badlijstje 'n klein
-plaatje en daarop stond: "Wisselen." Hij gooide 'n goudstuk in de gleuf
-en kreeg oogenblikkelijk tweehonderd mooie nieuwe dunne nikkeltjes
-er voor terug, waarvan z'n portemonnaie wel 'n beetje dik werd, doch
-gelukkig niet erg zwaar. Hij kon nu z'n twintig nikkels in de badgleuf
-laten glijden en keek toen uit naar 'n plekje waar hij zoolang z'n
-ongemakkelijke portemonnaie kon neerleggen. Plotseling ging er in de
-wand 'n deurtje open en daarop stond aan de binnenkant geschilderd:
-"Badkoets" en er hing 'n mooi wit en roodgestreept badkostuum aan
-'n nikkelen haak. En handdoeken en verdere toiletzaken lagen in de
-badkoets en er was 'n spiegeltje ook. M'nheer Vliegenthert had er
-schik van. 't Badkostuum beviel hem buitengewoon. Hij hield veel
-van wit met rood, dat stak mooi af tegen 't groene zeewater. Z'n
-eigen badkostuum zag er net eender uit. M'nheer Vliegenthert deed
-nu echter uit onachtzaamheid weer een van de domste dingen. Toen hij
-'t woord badkoets gelezen had, las hij maar niet verder. En dat had
-hij toch moeten doen, want er stond onder:
-
-
- Waarschuwing!
-
- Eerst de eigen kleeren in de badkoets leggen. Dáárna 't
- badkostuum van de haak nemen!
-
-
-M'nheer Vliegenthert had echter 't badkostuum zoo maar van de haak
-genomen en nauwelijks had ie dat gedaan of de deur flapte voor z'n neus
-dicht en de verbaasde m'nheer Vliegenthert stond met 't badkostuum
-in de eene en z'n portemonnaie in de andere hand tegen de gladde
-wand aan te kijken... Terwijl hij nog maar steeds naar de hermetisch
-gesloten deur van de badkoets keek voelde hij z'n voeten vochtig worden
-... en omlaag ziend bemerkte hij dat de vloer er uitzag als 'n vochtig
-zeestrand wanneer de vloed opkomt ... en hij zag met steeds grooter
-wordende verbazing 't water snel wassen. 't Begon klotsend heen en
-weer te stroomen en rees al hooger en hooger ... Zjoem ... zjoem. Van
-de eene kant naar de andere. M'nheer Vliegenthert zag niet waar 't
-vandaan kwam ... Maar 't was er ... zjoem, zjoem ... 't Werden golven
-en tegen de wand achter hem spatte 't schuimend terug. De Noordzee kon
-'t niet beter doen ... Maar m'nheer Vliegenthert wist niet waar hij
-z'n eigen kleeren bergen zou ... en had nog altijd 't badkostuum niet
-aan ... Hij opende zenuwachtig z'n portemonnaie en nam er nikkels uit,
-'n handvol, hij had geen tijd om er twintig te tellen ... en wou die
-in de gleuf stoppen. Hij wilde zich redden in de badkoets, want hij
-zag wel, dat 't in die woelige zee niet lang duren zou of hij was
-heelemaal kletsnat en hij had geen ander ondergoed bij zich, dan 't
-geen hij aan had. Al z'n nikkels hielpen hem echter geen steek. De
-gleuf zat potdicht al peuterde hij nog zoo handig met z'n nikkels
-er tegenaan en er omheen. Opeens kletste 'n geweldige stroom water
-tegen z'n rug en over z'n hoofd, zoo'n stevige krachtige golf, die
-hem de adem benam. M'nheer Vliegenthert ging er in onder, werd er
-door opgewipt, raakte z'n evenwicht kwijt en ploeterde op z'n rug in
-de woeste baren. Proestend raakte hij weer overeind, wreef z'n hoofd,
-want hij was 'n beetje tegen de muur gebonsd en keek verwonderd, wààr
-toch wel die golf vandaan gekomen kon zijn. Lang behoefde hij niet
-te kijken, want even onverwachts als de eerste keer spoot uit de wand
-die zoo glad en effen leek, 'n breede gulp schuimend water en m'nheer
-Vliegenthert zat weer in 'n wip in 'n klotsende waterkuil met aan alle
-kanten melkwitte schuimkuiven, die hoog opspatten en z'n hoofd onder
-'n regen van droppels bedolven ... en de automatische golven werden
-zóó hoog, dat ze m'nheer Vliegenthert voor de tweede maal van de been
-hielpen en hij luidkeels begon te schreeuwen: "Hulp! Hulp!!!"
-
-Dat was 'n angstkreet, die m'nheer Vliegenthert uitgilde omdat ie zoo
-bang voor verdrinken was. Doch er kwam niemand, want ze hielden er in
-'t Automatische hotel geen blootebeenige badman op na, uitkijkend aan
-'t strand naar verongelukte badgasten. Doch m'nheer Vliegenthert
-kon dat allemaal zoo gauw niet bedenken. Hij was 'n beetje van
-z'n positieven en hij kwam eerst weer bij toen de storm bedaarde
-en de golven nog slechts zachtjes op en neer deinden en eindelijk
-stilletjes verdwenen, m'nheer Vliegenthert sliknat op de vochtige gele
-granitovloer achterlatend als 'n halfdoode zeekrab op 't Scheveningsche
-strand bij eb. De badkoets ging weer open en hij kon zich 'n beetje
-afwrijven en z'n druipende onderkleeren wat uitwringen. Hij kon ze
-echter niet droog knijpen en er zat niets anders op dan naar z'n
-kamer te gaan en z'n vliegpak zoo maar over z'n bloote lichaam aan
-te trekken.
-
-Hij voelde zich toch heerlijk opgefrischt en gesterkt door 't zeebad en
-hij zei tegen zichzelf, dat 't buitengewoon was en veel natuurlijker,
-dan die tamme slappe Noordzee met z'n golven van niks en waar bij
-'t minste zweempje van gevaar zoo'n badknecht je dadelijk bij je
-lurven had. Hij vond alleen, dat bij zoo'n hooge zee wel 'n beetje
-wind hoorde, zooiets van 'n gereefde-marszeils-koelte ... en dan
-moesten ze natuurlijk de stormbal uithangen ter waarschuwing ... want
-je diende toch eigenlijk wel van te voren op de hoogte te zijn met
-wat je in zoo'n badkamer kon overkomen. Zat hij daar nu niet zelf
-zonder ondergoed als 'n schipbreukeling, die alleen maar z'n leven
-gered had? Wat moest hij nu weer beginnen? ... 't Beste leek hem toe
-'n nieuw stel ondergoed aan te schaffen en dan moest ie maar met
-'t eerste luchtschip 't beste naar Den Haag terug. Want hij zag of
-hoorde niets van brigadier Kwadraat ... Hij kon toch niet op die
-politiemannen blijven wachten, die telkens maar verdwenen zonder iets
-te zeggen. Nee daar bedankte hij voor. Hij ging naar huis terug.
-
-Maar eerst ergens kleeren koopen. In 'n gewoon hotel liet je dat
-doen ... je zond er even 'n mannetje heen. Maar in 't Automatisch
-hotel waren geen mannetjes en dus moest ie 't er zelf op uit... Per
-telefoon bestellen was ook maar zoowat ... Hij ging maar wandelen om
-'n winkel op te zoeken. De warmte zou hem wel niet hinderen, want hij
-was dun genoeg gekleed. Ofschoon hij anders niet van loopen hield en
-dus maar zelden gebruik van z'n beenen maakte, vond ie 't nu toch wel
-aardig. Dat kon ook haast niet anders, want 't was op z'n minst 'n jaar
-geleden dat hij voor 't laatst gewandeld had. Toen had ie zich door
-'n kennis laten bepraten om mee Scheveningen te tippelen. Die kennis
-was nog zoo'n ouderwetsch schepsel, die werkelijk geloofde, dat 'n
-mensch z'n voeten had om er op te loopen, terwijl toch de onnoozelste
-hals begrijpen kon dat beenen en voeten lichaamsdeelen waren, waarmee
-je de pedalen in 'n auto of 'n vlieger hanteerde ... Maar nu beviel
-'t hem best dat loopen en in de eerste winkel de beste kocht hij zich
-'t onmisbaarste ondergoed, liet 't inpakken en nam 't zelf onder z'n
-arm mee. Hij was bang, dat ie 't niet terug zou vinden als hij 't in
-'t hotel bezorgen liet, ofschoon de winkeljuffrouw zei, dat er geen
-bezwaar bij was als m'nheer maar 't nummer van z'n kamer noemde. Maar
-m'nheer Vliegenthert wist 't nummer op dat oogenblik niet. Hij had
-natuurlijk 't nummer heelemaal niet gezien. Nee, hij nam 't pakje maar
-zelf mee, ging de winkel uit en trad 'n oogenblik later 'n restaurant
-binnen om eens lekker te gaan eten en uitrusten. Want hij had honger
-gekregen van 't zeebad en was moe geworden van 't wandelen. Hij deed er
-minstens 'n paar uur over, wat ruim voldoende was om de honger en de
-moeheid te verdrijven, betaalde daarna z'n verteering en gelastte den
-kellner een vliegend aapje te bestellen, want hij had geen trek meer in
-loopen. De Duitsche naam voor zoo'n ding was eigenlijk "Luftdroschke"
-en fijne lui maakten er eigenlijk nooit gebruik van. 't Waren dan
-ook over 't algemeen ellendige vliegtuigen, die betere tijden gekend
-hadden. M'nheer Vliegenthert ging maar vast met de lift naar boven,
-want 't spreekt van zelf dat de aapjesbestuurders in 't jaar 2010 niet
-beneden in de straat hun passagiers ophaalden. Toen 't ding echter
-'n oogenblik later op 't dak aankwam schaamde m'nheer Vliegenthert
-zich bijna, dat hij in zoo'n voddig aeroplaantje moest plaats nemen
-en minachtend zei hij:
-
-"Da's ook 'n oud beestje hoor."
-
-"Hij is nog best m'nheer..." zei de aapjesbestuurder ... "As ik 'm
-'n kwastje geef is t-ie-weer ... zoo goed as nieuw ... Maar 'k heb
-nou geen tijd met 't mooie weer."
-
-"Hij ziet er anders niet erg solied uit ... 'k Zal er toch niet door
-heen zakken?"
-
-"Geen kwestie van m'nheer.... Hij rammelt wel 'n beetje, maar hij is
-nog stevig genoeg ziet u..."
-
-"Nou we zullen 't maar wagen ..." En onder 't instappen zei hij:
-"Automatisch Hotel."
-
-"Asjeblieft m'nheer ... En maak je maar niet ongerust ... U kent
-'t spreekwoord: Krakende vliegers duren 't langst..."
-
-Hij knipte 'n oogje tegen den kellner die m'nheer Vliegenthert z'n
-pakje aanreikte, dat deze weer vergeten had, klapte 't portier dicht,
-want 't was 'n coupétje en vloog van 't dak ... M'nheer Vliegenthert
-was toch niet erg op z'n gemak in 't schommelende ding. Hij moest zich
-aan weerskanten aan de portieren vasthouden en werd allerakeligst
-door elkaar geschud. Met verdriet dacht hij aan z'n eigen heerlijke
-monoplaan, zoo zuiver en vast van beweging ... zoo betrouwbaar ... zoo
-snel ... zoo nieuw ... en helaas zoo heelemaal gestolen ... zoo
-onvindbaar verdwenen ... zoo door en door wèg. M'nheer Vliegenthert
-werd er op nieuw woedend om en hij stapte toen de ouwe rammelkast met
-'n vervaarlijke bons en half kantelend op 't dak van 't Automatische
-hotel was neergekomen gemelijk uit 't coupétje, tòch blij dat ie er uit
-was, bleef met z'n broek aan 'n spijker hangen, waarvan 'n winkelhaak
-'t gevolg was, betaalde grommend de lachende aapjesbestuurder en
-ging naar beneden, rillerig en met de vaste overtuiging, dat ie in
-dat lorrige halfsleten luchtaapje 'n zware kou had opgedaan.
-
-Toen hij voorbij de brievenbus kwam stonden daar twee groote enveloppen
-achter de ruit met zijn adres er op. 'n Paar uur geleden was hij er
-ook voorbijgaan, doch hij had de heele brievenbus niet gezien en toen
-stond 't epistel van brigadier Kwadraat er ook al. Nu was er nog een
-bijgekomen van inspecteur Punt.
-
-Die twee politiemannen waren op 't hotel aangekomen en hadden m'nheer
-Vliegenthert nergens kunnen vinden. "Zie je wel," had inspecteur
-Punt toen gezegd ... "net zooals ik dacht ... hij is er gewoon
-vandoor gegaan zonder zich van ons een haar aan te trekken ... Niet
-eens jouw brief heeft ie uit de bus gehaald ... Nu, voor mijn part
-kan ie z'n gestolen aeroplaan zelf gaan opzoeken ... Ik ga naar Den
-Haag terug en oogenblikkelijk ... Ik ben 't zat ... Geef me eens even
-'n velletje papier ... als ie soms nog hier terug mocht komen kan ie
-lezen hoe ik er over denk ..."
-
-"Beroerde kerel," mopperde inspecteur Punt, toen hij 't briefje in
-de bus deed ... "Hij trekt zich nergens iets van aan ... kom we gaan
-onmiddelijk terug."
-
-"Maar inspecteur ... als m'nheer Vliegenthert nou nog eris ..."
-
-"Geen tegenspraak brigadier ... Dat heb ik je nu al wel duizendmaal
-gezegd ... Vooruit."
-
-En brigadier Kwadraat sloot met 'n hap z'n mond, alsof er 'n kist
-op slot gegooid werd, zoodat inspecteur Punt goed hooren kon dat ie
-dicht was, ging in de lift, klom in z'n vlieger, en weg vloog hij.
-
-Inspecteur Punt volgde 'n oogenblik later. Die had nog even aan m'nheer
-Przlwitz getelefoneerd. Dat had ie beloofd en inspecteur Punt hield
-z'n woord.
-
-M'nheer Vliegenthert stond voor de brievenbus met 'n uiterst verwonderd
-gezicht.
-
-"Twee brieven voor mij? ... Lieve hemel, ... en geen mensch weet dat
-ik hier ben."
-
-Hij wilde nu snel de brieven uit de bus nemen, maar dat kostte hem
-voor iedere brief een nikkel. De automatische hotelier was ook niet
-van gisteren. Toen hij z'n brieven had scheurde hij er haastig een
-open. 't Was toevallig die van den inspecteur:
-
-
- Mijnheer,
-
- Als u soms denkt dat 'n inspecteur in de wereld is om niet alleen
- uw aeroplaan maar ook uzelf te gaan opzoeken, dan heb u 't leelijk
- mis. U geeft den brigadier mijn jas om er Spits aan te laten
- ruiken, waardoor ik 'n heele kostbare dag nutteloos rondgevlogen
- en bovendien nog 'n dame schromelijk beleedigd heb en nu is u weer
- nergens te vinden, niettegenstaande brigadier Kwadraat u toch heeft
- ingelicht, voor hij deze morgen naar Luzern vertrok en u verzocht
- hier op bericht te wachten. Dat is geen manier van handelen
- tegenover de politie. Ik ga onmiddelijk naar Den Haag terug.
-
- Inspecteur PUNT.
-
-
-"Heb je ooit," zei m'nheer Vliegenthert ... "wat 'n impertinente
-vlegel ... om mij zóó'n kattebelletje te durven schrijven... Ik zal
-me beklagen bij den commissaris.... Wel allemachtig."
-
-En toen las hij 't andere briefje:
-
-
- Weledel gestrenge Heer.
-
- Ik krijg daar juist (eventjes over vijven) tijding van inspecteur
- Punt en moet onmiddelijk naar Luzern. Wil u zoo vriendelijk zijn op
- ons te wachten hier? Of tenminste te blijven tot er bericht komt?
-
- Hoogachtend,
- Uw Dienstwillige
- Brigadier KWADRAAT.
-
-
-"O!" gaapte m'nheer Vliegenthert ... "O!!!"... "Zoo!!! ... Zit dat
-zoo in elkaar!! ... Had ik toch maar naar die brievenbus gekeken voor
-ik hier vandaan ging.... Wat moet ik nu weer beginnen? ... 't Is lam
-hoor.... Wat doe ik nou nog hier.... Weet je wat, ik vlieg die twee
-gauw achterna."
-
-Hij haalde haastig z'n reisgids uit z'n zak--'t vliegboekje zooals
-in de wandeling genoemd werd--en begon zenuwachtig naar Nordhausen
-te zoeken. In 't eerst kon hij 't heelemaal niet vinden, wat
-z'n eigen schuld was. Hij gaf zich geen tijd om kalm na te zien
-en toen hij 't eindelijk gevonden had merkte hij teleurgesteld,
-dat er geen enkele expres uit Nordhausen vertrok vóór zes uur. 't
-Waren allemaal gewone luchttreinen. Hij had echter geen geduld en
-geen lust nog langer te blijven en besloot dus maar zoo spoedig
-mogelijk te vertrekken. Hij keek nog eens in 't vliegboekje. Jawel,
-over 'n kwartier ging er een. Hij keek in de lucht of er geen leeg
-aapje in de buurt was en dat trof hij bizonder. Er vloog er juist
-een in de buurt, leeg. M'nheer Vliegenthert wenkte met z'n zakdoek en
-de voerman had hem dadelijk in de gaten. M'nheer Vliegenthert vergat
-z'n natte ondergoed, dat nog beneden lag, stapte in en zei: "station,
-maar vlug." De bestuurder tikte even aan z'n muts en rrrrr daar ging
-m'nheer Vliegenthert alweer. Gelukkig was 't vliegtuig niet zoo'n
-rammelkast als 't vorige en 't ging ook 'n beetje sneller. M'nheer
-Vliegenthert kwam nog net vroeg genoeg. Maar 't was op 't nippertje,
-de conducteur smeet de portieren al dicht. 't Luchtschip zette zich
-in beweging en m'nheer Vliegenthert ging op z'n gemak in 'n hoekje
-zitten. 't Was 'n vervelende geschiedenis in zoo'n gewone luchttrein,
-vond hij. 't Beste was nog maar te gaan dutten.
-
-Hij sloot z'n oogen, maar had nog geen vijf minuten zoo gezeten of
-'t luchtschip daalde al weer en er stonden reizigers op om uit te
-stappen, die hem aanstieten met hun pakjes en tasschen. Er kwamen weer
-andere in hun plaats. 't Luchtschip ging weer omhoog en vooruit. Doch
-tien minuten later riep de conducteur alweer zoo'n stationsnaam en
-zoo ging 't tot onuitsprekelijke ergernis van m'nheer Vliegenthert
-aanhoudend maar door. Eindelijk kon hij 't niet meer verkroppen
-en hij vroeg nijdig aan den conducteur wat of dat te beteekenen
-had. Volgens 't boekje was 't 'n snelluchtschip en nou hielden ze
-ieder oogenblik op. De conducteur keek hem verbaasd aan en zei:
-"Waar moet u heen m'nheer?"
-
-"Naar Den Haag."
-
-"Den Haag??? ... Wij gaan niet verder dan Frankfort ..."
-
-"Frankfort???"
-
-"Tja... u is in 't verkeerde luchtschip gestapt... U had in Nordhausen
-'t D-luchtschip naar Keulen moeten nemen ... Dat vertrok van 't
-tweede platform."
-
-"Lieve hemel" zuchtte m'nheer Vliegenthert ... "En hoe laat komen we
-met deze slak in Frankfort aan?"
-
-"Half zeven m'nheer ... U begrijpt we stoppen overal ... 't Is 't
-locaaltje ..."
-
-De conducteur ging heen om de reizigers van kaartjes te voorzien en
-m'nheer Vliegenthert mompelde iets leelijks, want hij was zoo nijdig
-als 'n spin.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERTIENDE HOOFDSTUK.
-
- Waarin Jan Drie en Dolf Brandsma afscheid nemen van m'nheer en
- mevrouw Przlwitz en door 'n motordefect ergens terecht komen waar
- ze liever niet waren.
-
-
-Mevrouw Przlwitz had de jongens om zes uur gewekt door heel hard op
-de deur te bonzen. Ze had 't eerst zachtjes gedaan maar daar hadden
-ze maling aan en m'nheer Przlwitz vond dan ook, dat voor zulke
-slapers automatische bedden nog maar 't beste waren. Jan Drie vond
-van niet. Die had genoeg van automatische bedden en Dolf beweerde
-dat 'n automatisch bed hèm toch niet hielp, omdat ie wel zoo wijs
-was geen vinger naar 't wekkertje uit te steken. M'nheer Przlwitz
-vertelde toen, dat inspecteur Punt hem die middag getelefoneerd
-had en zoo hoorde de jongens tot hun groote plezier, dat de twee
-politiemannen met hun beroemde hond al weer naar Den Haag waren en dat
-oom Dokie nergens te vinden was. Ze vonden dat allemaal zeer gunstige
-omstandigheden. Vooral 't heengaan van den inspecteur. Oom Dokie zou
-naar alle waarschijnlijkheid óók wel naar huis zijn, maar die telde
-volgens Dolf toch niet mee. Voor m'nheer Vliegenthert hoefde je nog
-niet eens bang te zijn al kwam je 'm tegen onderweg. Tien tegen een,
-dat ie je niet in de gaten zou krijgen zelfs al zat je in z'n eigen
-aeroplaan. Ze hadden dus nu de mooiste kans om de aeroplaan van m'nheer
-Vliegenthert thuis te brengen en hun gastheer ried hen aan die avond om
-'n uur of negen op te stijgen. Dan hingen er waarschijnlijk wel weer
-dikke wolken om de bergen en over 't meer. Ze moesten daar maar boven
-uit en dan zonder licht naar huis. Ze moesten er ook maar 'n goed
-gangetje in houden, bijvoorbeeld honderd twintig kilometer per uur,
-dan waren ze tegen half drie in Den Haag, net tegen de schemering en
-dat was 'n zeer gunstige tijd. Dan zou er wel geen enkele luchtwachter
-op hen letten. In ieder geval hadden ze op die manier de meeste kans.
-
-Jan en Dolf vonden 't 'n prachtig plan. Jan vond 't vooral heerlijk
-om vijf uur lang met zoo'n snelheid door de lucht te schieten. Dat
-was nog eens vliegen. Maar Dolf zei, dat 't toch veel leuker was als
-je achter 'n inspecteur aanvloog, die naar je zocht. 't Allerleukste
-was volgens dezen avontuurlijken jongeheer nog als ze bijvoorbeeld
-oom Dokie ontmoetten. Doch m'nheer Przlwitz zei, dat 't nu niet om
-avonturen te doen was, maar om zoo gauw mogelijk en zoo onbemerkt
-mogelijk de verdwenen aeroplaan terug te brengen. Dolf moest niet
-vergeten, dat Jan Drie altijd nog gevaar liep opgemerkt te worden,
-zoolang hij in 't bezit was van die cacaokleurige monoplaan.
-
-"U bedoelt wij met z'n beiden m'nheer," zei Dolf... "Ik sta m'n vrind
-Jan half."
-
-"Prachtig Dolf..." zei m'nheer Przlwitz lachend, "maar dat helpt
-Jan geen zier en er gaan er eenvoudig twee achter de tralies. Doen
-jullie nu zooals ik je zeg. 'k Heb zoo'n idee, dat 't heel goed in
-orde komen zal. En dan telefoneer je dadelijk hoe 't afgeloopen is
-hé... dat wil zeggen, niet morgen vroeg al... slapen jullie eerst
-maar flink uit... Laten we dus zeggen: zoodra je opgestaan ben."
-
-"Dan zal 't wel morgenavond worden m'nheer," zei Dolf.
-
-"Ook goed. Als jullie 't maar niet vergeet."
-
-"Ik zal er wel aan denken m'nheer," verklaarde Jan Drie. "U kan er
-op rekenen."
-
-"Afgesproken. Laten we dan nu maar gaan eten."
-
-'t Was 'n feestmaal, dat mevrouw Przlwitz, zooals ze zeide, haar
-dappere redders aanbood. En die dappere redders waren dappere eters
-ook. Maar er kwam toch 'n eind aan de smulpartij en toen stelde
-m'nheer Przlwitz voor maar naar 't dak te gaan. Daar bleven ze nog
-'n uurtje zitten tot de duisternis kwam. Ze zagen de nevels weer
-om de bergen hangen en dat vonden ze nu maar wàt plezierig. Jan
-Drie liet z'n motor eens draaien en Dolf stond er bij. Die had
-er niet veel verstand van. Als Jan Drie 'n zéér ervaren motorman
-geweest was of meer tijd aan z'n onderzoek had kunnen besteden
-had hij ook misschien wel iets gehoord of misschien iets gezien,
-wat nog verholpen diende te worden. Hij was veel te ongeduldig om
-weg te komen en daardoor was z'n onderzoek maar oppervlakkig. Ook
-kwam mevrouw Przlwitz al gauw met versnaperingen voor de nachtelijke
-reis aanloopen. Die moesten nog weggeborgen worden. Hiermee belastte
-Dolf zich, erg in z'n schik dat ze onderweg wat anders zouden te eten
-hebben dan vliegtabletten. Ook zorgde mevrouw voor 'n paar flesschen
-drinken. 't Waren thermosflesschen, waarin 't drinken warm bleef wel
-'n heele dag lang, en ze waren gevuld met heete melk. Dat had mevrouw
-Przlwitz gedaan, omdat ze meende dat de jongens erg hoog zouden moeten
-vliegen en daar is 't koud.
-
-De jongens bedankten en namen afscheid. Mevrouw liet hen echter nog
-eerst beloven, dat ze in 't volgende jaar in de vacantie minstens
-'n heele maand zouden komen, als ze mochten natuurlijk. En de jongens
-beloofden 't wat graag.
-
-"Afgemarcheerd," commandeerde m'nheer Przlwitz en weg vlogen ze in
-'n wijde spiraal omhoog. Mevrouw Przlwitz wuifde met haar zakdoek en
-m'nheer zag hen door de kijker na tot ze niet meer te zien waren.
-
-"Ziezoo," zei m'nheer Przlwitz, "als ze nu maar zonder ontdekt te
-worden in Den Haag komen," en mevrouw voegde er aan toe: "ik hoop 't."
-
-De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert deed genoeg z'n best om die
-hoop te verwezenlijken. Als 'n zwaluw schoot de vlieger vooruit onder
-de sterren. Maar motoren zijn rare dingen en hoewel ze in 2010 bijna
-volmaakt waren bleven 't toch altijd samengestelde machines, waaraan
-'n kleinigheid kon gaan mankeeren, die 't volmaaktste werktuig tot
-'n onbruikbaar ding kon doen worden. Dat bemerkte Jan Drie nadat ze
-'n paar uur gevlogen hadden. Z'n geoefende ooren letten voortdurend
-op de geluiden van de motor en ofschoon die lang zoo luidruchtig
-niet waren als bij de motoren in 1910, toen 'n motor in 'n vlieger 'n
-helsch lawaai maakte, was 't toch geen geluidloos ding geworden. Alles
-behalve. Je had nog steeds eenige moeite in 'n vlieger om met elkaar
-te praten. Maar Dolf verstond toch heel goed toen Jan Drie op eens zei:
-
-"Er hapert wat aan de motor."
-
-"Hè?... Is 't erg?"
-
-"Ik weet 't niet... Ik denk dat de ontsteking niet in orde is. Maar
-ik geloof nooit, dat ie 't volhoudt... Hoor, daar heb je 't weer.
-
-"'k Heb niks gehoord," zei Dolf.
-
-"Nou ik wel... Daar is 't weer."
-
-"Dan moeten we ergens laten repareeren hè?"
-
-"Jij hebt goed praten... Overal weten ze 't met die
-luchtadvertentie. Als we ergens dalen, lappen ze ons er zoo bij."
-
-"Wat wil je dan doen?" vroeg Dolf.
-
-"Hier of daar in 'n land neerkomen, waar geen mensch is... en dan zien
-of ik 't zelf verhelpen kan... Kijk eens in dat kastje daar vlak bij
-je of er ook gereedschap en reservestukken zijn..."
-
-Dolf keek in 't aangewezen kastje. "D'r is niks in," zei hij.
-
-"Dacht ik wel," zei Jan... "M'nheer Vliegenthert denkt enkel maar
-om eten."
-
-"Och" antwoordde Dolf. "Wat zou oom Dokie nou aan tangen en zulk
-soort van spullen hebben. Hij kan er immers toch geen steek mee
-uitvoeren. Die weet er nog minder van dan ik."
-
-"'t Is lam," zei Jan. "Nou moeten we wel ergens dalen, waar
-menschen zijn... Stom van me, dat ik daar ook niet eer aan gedacht
-heb... M'nheer Przlwitz had me best wat gereedschap en de noodigste
-reservestukken willen leenen."
-
-"D'r is nou niks meer aan te doen Jan... Laten we maar gauw naar
-beneden gaan... Daar vooruit zijn lichten... Of houdt ie 't uit?"
-
-"Geen kwestie van... Ik ga naar beneden..."
-
-Ze daalden. De lichten werden duidelijker. Ze konden gebouwen
-onderscheiden... Ze zagen luchtwachters... Er daalde 'n trein en
-'n andere vertrok... Toen nog een... Er vlogen aeroplaans...
-
-"Mainz!" las Dolf. 't Waren lichtletters boven 'n luchtstation.
-
-"Kijk eens uit naar 'n reparateur," zei Jan. "Of naar 'n magazijn
-van vliegartiekelen."
-
-"'k Ben al bezig... Links moet je... kijk daar voor ons... Hier vlak
-bij: Aeroplaanhersteller."
-
-"Nou, we moeten 't maar wagen. Daar gaat ie..."
-
-"Zoo'n late klant krijgt ie ook niet dikwijls..." zei Dolf. "Ik zie
-geen sterveling."
-
-"Schel maar even," zei Jan, toen de vlieger op 't dak stond... "Dan
-komt er wel iemand."
-
-Dolf schelde en 'n oogenblik later kwam de baas zelf op 't dak. De
-man was heel vriendelijk, maar hij kon hen niet helpen. D'r was geen
-enkele knecht en zelf deed hij 't ook liever niet. Hij had geen lust
-z'n werkpak te gaan aantrekken zoo laat op de avond...
-
-"Ja maar", zei Jan... "we moeten onmiddelijk weer weg. We hebben
-geen tijd om tot morgen te wachten... En 't is waarschijnlijk maar
-'n kleine reparatie... 'n nieuw veertje of zooiets."
-
-"U komt nog vroeg genoeg," lachte de man... "De wedstrijd begint
-pas om elf uur... D'r zijn heel wat aeroplaans aangekomen vandaag,
-die allemaal meedoen... Maar ik heb er nog geen een gezien als
-deze... Sjonge, sjonge... 't is 'n prachtvlieger... Jullie wint zeker."
-
-"Goed weer gehad hier in de buurt?" vroeg Dolf opeens.
-
-"Goed weer?" zei de man verbaasd... "Wel jongeheer, we weten hier
-niet eens meer hoe slecht weer er uit ziet... Geen wolkje gezien in
-de laatste drie weken... En 't blijft zoo de eerste tijd... Zonder
-wolken... zonder wind... Je zult eens zien wat 'n prachtig vliegweer
-we morgen hebben... En de fijnste aeroplaantjes zijn ingeschreven
-voor de groote internationale hardvliegerij."
-
-"We zijn nog niet ingeschreven," zei Dolf.
-
-"Vroeg genoeg... vroeg genoeg..." antwoordde de man. "De inschrijving
-blijft open tot tien uur. Om elf uur begint 't pas."
-
-"Dus," vroeg Jan... "U kan ons niet helpen op 't oogenblik?"
-
-"Nee dat gaat niet... D'r is 'n tijd van werken en 'n tijd van
-rusten... Maar morgen vroeg ben u de eerste... 't Zou zonde zijn
-als dit vliegertje niet mee kon doen... 't Is 'n juweeltje... en 't
-wint... bepaald wint 't... Ik durf er op wedden... 'k Ga natuurlijk
-ook kijken..."
-
-"Nou m'nheer" zei Dolf... "dan komen we morgen vroeg terug... De
-monoplaan kan zeker wel hier blijven hè?"
-
-"Wel zeker, wel zeker... breng 'm maar in de werkplaats... Zoo... Hier
-op aan... Goed zoo... Om vijf uur kan u alweer terecht. Maar da's
-veel te vroeg... ik zou eerst maar goed uitslapen."
-
-Hij bracht de jongens naar beneden en toen ze alleen buiten in de
-leege straat liepen zei Jan Drie:
-
-"Maar Dolf... wat is dat nou... we kunnen toch morgen over dag
-niet weg?"
-
-"Wel... Jan, ik zal je eens wat vertellen... we doen morgen mee aan
-die hardvliegerij."
-
-"Ben jij heelemaal..."
-
-"Nee... nog niet Jantje.... M'n bovenkamer is nog in orde...."
-
-"Daar komt niemendal van!!"... stoof Jan op.
-
-"Luister nou es Jan... en maak je niet kwaad.... Geen mensch weet
-hier van de gestolen aeroplaan af, dat verzeker ik je. Ze hebben in
-geen drie weken 'n wolkje gehad en dus ook geen advertentie..."
-
-"Zoo... maar 't zal toch wel in de kranten gestaan hebben...."
-
-"Wat zou dat dan nog... Weet jij iemand die tegenwoordig nog van dat
-soort berichten leest?... De meeste kranten nemen ze niet eens meer
-op.... Enfin daar kunnen we gauw genoeg achter komen.... We gaan in
-'t eerste hotel 't beste overnachten. Dan maken we een praatje met
-den bediende en dan weten we in 'n wip wat we weten willen."
-
-"Nou ja, maar wat heeft dat nou met die hardvliegerij te maken?...
-
-"O 'n heele boel.... Heb je dat biljet niet gelezen, dat aangeplakt
-was op de hangar van den reparateur... Niet?... Nou ik wel. Vliegen
-van Mainz naar Koblentz en terug, driehonderdnegentig kilometers,
-keerpunt boven de Moezel. Drie ronden.... In hoeveel tijd denk je,
-dat je 't met oom Dokie z'n aeroplaan zou klaar spelen?"
-
-"Drie-honderd-negentig kilometer?... Wel in 'n paar uur denk
-ik... zeker niet meer.... Als 't er op aankomt zie ik kans met die
-aeroplaan de heele rommel voorbij te vliegen."...
-
-"Ja maar d'r komen eerste klas aviateurs."...
-
-"Pf... 't zou wat."
-
-"Dus je zou winnen?"
-
-"Natuurlijk."
-
-"Prachtig... dus je wint die duizend gulden...."
-
-"Ik???"
-
-"Wie anders.... Als jij 't eerste aankomt, zijn ze toch voor jou?"
-
-"Maar 'k vlieg niet mee... Hoe kom je nou toch zoo mal.... We moeten
-zoo gauw mogelijk naar huis.... Je weet wat m'nheer Przlwitz gezegd
-heeft: geen avonturen."
-
-"Ja maar je vergeet één ding... wie vergoedt oom Dokie z'n onkosten?"
-
-"Oom Dokie z'n onkosten?"
-
-"Ja z'n on-kos-ten. Hij moet toch die politie betalen, en de
-advertentie op de wolken... en z'n reis naar Nordhausen... en...."
-
-"Daar... heb ik nog heel niet aan gedacht...."
-
-"Dat weet ik wel... maar jij ben toch maar verplicht die te
-vergoeden... en ik natuurlijk ook... spreekt vanzelf... 'k heb ook
-meegedaan.... Maar jij ben toch de oorzaak van alles...."
-
-"Ik vergoeden?" riep Jan Drie stilstaand midden in de
-straat.... "Hoeveel zou dat wel zijn?"...
-
-"Nou... dat zal wel aardig op de duizend gulden aanloopen... Al z'n
-onkosten zie je.... Da's net vijfhonderd gulden de man.... Ik sta je in
-ieder geval half.... Dat heb ik nou eenmaal gezegd... en 'n man 'n man,
-'n woord 'n woord.... Ben jij goed bij kas?... Dan krijgt ie tenminste
-alvast de helft. Mijn vijfhonderd gulden krijgt ie in geen vijfhonderd
-jaar, as ik ze betalen moet.... Vader zou me aan zien komen...."
-
-"En de mijne...."
-
-"As wij nou die duizend gulden wonnen...."
-
-"Och dat kan toch niet... Hoe kunnen wij nou deelnemen aan 'n
-hardvliegerij op klaar lichte dag met 'n gestolen aeroplaan".
-
-"Wil jij vliegen... als ik voor de rest zorg?"
-
-Jan Drie zuchtte eens diep. 't Was zoo verleidelijk. Hij diende toch
-die onkosten te vergoeden.... En dan die race.... Dat was ook om van
-te watertanden.... Al die vliegers achter je te laten, wie weet wat
-voor beroemde hardvliegers.... Eerste aankomen....
-
-"D'r is toch geen enkele bekende hier"... begon Dolf weer. "Tenminste
-inspecteur Punt niet en brigadier Kwadraat niet en oom Dokie niet... En
-als er eens 'n andere bekende was... hindert 't niemendal ... We
-trekken onze mutsen over de ooren ... vliegbrillen op ... kraag omhoog
-... Wie doet je wat?"
-
-"Ik doe 't," zei Jan Drie ... "En ik win."
-
-"Natuurlijk," zei Dolf ... "je wint. Als je niet wint kan je wel
-thuisblijven. Laten we nu maar 't hotel binnengaan."--
-
-Dat deden ze en ze gingen maar gauw naar bed. Dolf had echter eerst
-eens geinformeerd bij den portier over vliegers en zoo, en of hij
-ook iets wist van 'n aeroplaandiefstal. Nee, de man wist niemendal.
-
-"Zie je nou wel," zei hij tegen Jan Drie, "ze weten er hier nog niets
-van. Hè wat snorkt er daar een."
-
-"Dat is vlak hier naast," zei Jan. "Ook lollig om dat de heele nacht
-in je buurt te hebben. Vervelend geluid hè?"
-
-"'k Hoor ook liever muziek. Maar 't zal me niet lang wakker houden. 'k
-Heb zoo'n slaap."
-
-"Ik ook. Maar 'k wou toch dat ie ophield met z'n plankenzagerij. Wel
-te rusten."
-
-"Goeie nacht. Zes uur op hé? Wie zou dat toch zijn, die snorkbaas?"
-
-"'t Kan me geen steek schelen."
-
-Als ze geweten hadden, wie daar lag te snorken, zou Jan Drie
-waarschijnlijk niet met zooveel onverschilligheid gezegd hebben dat
-'t 'm niet schelen kon en niet gerust ingeslapen zijn. Want die
-plankenzager was m'nheer Vliegenthert.
-
-Hij had in de locaalluchttrein gehoord van de hardvliegerij ... en
-toen was hij maar met de eerste gelegenheid de beste van Frankfort
-naar Mainz gevlogen. 't Was hem toch 't zelfde waar hij de avond
-doorbracht en als hij er niet zoo tegen op gezien had om nog langer
-tusschen de menschen in 'n trein te zitten, zou hij zeker regelrecht
-naar Den Haag zijn gereisd. Hij had er genoeg van. 'n Uur of wat in
-'n buurttreintje te zitten had hem alle lust benomen om die dag nog
-de lange reis naar Den Haag te ondernemen. 't Toeval had hem nu te
-slapen gelegd vlak naast de dieven van z'n aeroplaan. En 't was maar
-goed, dat m'nheer Vliegenthert al evenmin vermoeden kon, wie er vlak
-naast hem sliepen. Want z'n humeur was zoo verbazend slecht en z'n
-verdriet over 't gemis van z'n monoplaan zoo hevig, dat hij zeker
-de twee jongens onmiddellijk aan de politie zou hebben overgeleverd,
-als hij hen in 't bezit van zijn aeroplaan had aangetroffen. M'nheer
-Vliegenthert was in 'n toestand, waarin hij zelf z'n geliefde neefje
-Dolf met 't grootste plezier achter de tralies zou geholpen hebben.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VEERTIENDE HOOFDSTUK.
-
- Waarin Jan Drie onder de naam N. N. de eerste prijs wint op de
- internationale hardvliegerij en m'nheer Vliegenthert z'n aeroplaan
- wel terug ziet maar niet terug krijgt.
-
-
-Er heerschte 'n gezellige drukte op het terrein, waar de hardvliegerij
-zou plaats hebben. Vooral aan de kant waar de menschen voor niemendal
-konden kijken, was 't al lang voor elf uur stampvol. Maar ook de
-duurdere rangen en de tribunes waren dicht bezet. Op het middenterrein
-stonden de mededingende vliegers op 'n rij. Er waren er vijf en
-twintig ingeschreven en de kenners liepen er omheen en bewonderden
-of keurden af, zooals in vroeger dagen dat ook geschiedde op de
-paardenwedrennen. Wat waren die toch uit de mode geraakt al vele jaren
-geleden. Wie wou in 2010 nog 'n paard zien rennen? De vlieger was het
-ding geworden om mee te racen! En geen mensch kreeg 't nog ooit in z'n
-hoofd om zoo'n arme viervoeter met 'n bonte jockey op z'n rug te laten
-loopen als 'n hazewindhond, tot de stakker aan 't einde van de baan
-stond te trillen op z'n beenen en z'n neusgaten van benauwdheid zoo
-wijd openstonden, dat de kleine jockey er bijna wel in kon kruipen. De
-paarden hadden afgedaan als sportbeest, als rijbeest, als trekbeest
-en als beest om op te slaan. Ze hoefden geen steenen meer te sjouwen,
-geen kanonnen meer te trekken, niet meer met stijve knieën voor aapjes
-te draven. Er waren nog wel paarden, maar dat waren prachtexemplaren,
-die de menschen er op na hielden omdat ze zoo mooi waren. Doch die
-liepen zonder blinkend tuig in 'n paardenkamp, zooals nu de herten en
-reeën in 'n hertenkamp. Alles wat mooi was behielden de menschen, maar
-'t leelijke hadden ze weggedaan. Dus geen ouwe knollen met uit stekende
-heupbotten, kromme knieën en aan weerskanten 'n rijtje scherpe ribben.
-
-Al 't werk, dat vroeger 't paard deed werd in 2010 gedaan door
-de motor. Zelfs 't fijne werk was hen ontnomen. Ze hoefden niet
-meer rond te stappen met 'n mooi tuig op hun glanzige rug voor 'n
-sierlijk dogcarretje, zooals dat voorheen bij 'n concours hippique
-plaats had ... "Concours hippique!" zeiden de menschen, "ajakkes hoe
-ouderwetsch." In 2010 was alleen 't concours aeroplanique in de mode,
-en zoo'n concours zou er ook plaats hebben terwijl de monoplaans,
-die aan de hardvliegerij meededen, onderweg, waren. Dan hoefden de
-menschen zich niet te vervelen.
-
-Doch eerst moesten de vliegers, die dongen naar de prijs van
-duizend gulden voor de eerstaankomende, vijfhonderd gulden voor
-no. 2 en tweehonderdvijftig gulden voor no. 3, nog gekeurd worden
-en genommerd. 'n Man met 'n groote lijmpot plakte 'n reuzencijfer
-aan weerskanten op 't zijstuur van iedere mededinger. Dan konden de
-toeschouwers aanteekening houden van de stand der vliegerij.
-
-De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert had nummer 5. Dolf had de
-vlieger laten inschrijven zonder er bij te jokken. Hij had opgegeven:
-monoplaan van m'nheer Vliegenthert, Den Haag. En de secretaris van
-de hardvliegerijvereeniging had dat in z'n boek opgeschreven. Maar
-toen had ie nog aan Dolf gevraagd hoe de bestuurder heette en deze
-pientere H-B-Ser had doodleuk geantwoord: "O, zet u maar N. N." "En
-de passagier?" "Ook N. N." "Zoo, zoo," had de secretaris lachend
-gezegd, "vliegen de jongelui incognito?" en Dolf had ook maar eens
-gelachen. Hij vond dat de zaak uitstekend marcheerde.
-
-Hij was daarop naar 't middenterrein terug gekeerd en bij Jan in de
-vlieger gaan zitten. 't Plakken was afgeloopen. Maar nu kwamen er 'n
-heele boel heeren bij de monoplaans staan en 'n fotograaf zette z'n
-toestel op. Er zou gekiekt worden. De man kroop onder z'n doek, draaide
-wat aan 'n schroef hier en 'n schroef daar, verstelde nog 'n poot en
-ging toen naast z'n kastje staan, nam de gummibal in de hand en keek
-nog even de rij vliegers langs, waarin de bestuurders en passagiers
-allen pal rechtop zaten om toch vooral maar duidelijk op de kiek te
-komen. Dolf hield den fotograaf scherp in de gaten. "Buk" fluisterde
-hij opeens en ze bogen zich allebei met 'n ruk voorover. Geen mensch
-had op die manoeuvre gelet. Ze hadden 't allemaal te druk met zichzelf.
-
-De fotograaf liep op 'n drafje met z'n toestel weg. Hij had nog graag
-'s middags de foto klaar en de heeren van 't bestuur gingen ook uit de
-baan. De starter, de man die voor 't afgaan 't teeken moest geven,
-hief langzaam de rechterhand op met 't pistool er in. De motors
-snorden al ... Pang! ... En daar vlogen ze, als 'n troep kraaien die
-'n schot van 'n jager hooren, de lucht in.
-
-M'nheer Vliegenthert was natuurlijk weer te laat opgestaan. Hij meende
-dat hij den kellner gezegd had hem te wekken en deze beweerde, dat
-m'nheer er geen mond over had opengedaan. M'nheer Vliegenthert kwam
-net vroeg genoeg. Doch 'n tribuneplaats kon hij niet meer machtig
-worden. Eerste rang ook niet. Alles uitverkocht. Dan in 's hemels
-naam maar tweede rang. Ja, tweede rang hadden ze nog. En zoo kwam
-m'nheer Vliegenthert op de tweede rang te zitten op de derde rij--en
-hij zag de hardvliegers dus maar op 'n vrij groote afstand. Doch
-dat interesseerde m'nheer Vliegenthert niet zoo heel veel. Alleen
-speet 't hem dat hij 't concours aeroplanique nu niet zoo goed zien
-kon, als hij wel gewild had. Dat zag je natuurlijk van de tribune
-'t beste. Dat mooi vliegen, spiralen maken, stijgen en dalen, het
-neerkomen in "vol plané" d. w. z. omlaag zwevend met stilstaande motor,
-dat had m'nheer Vliegenthert graag van dichtbij gezien en nog liever
-had hij zelf er aan meegedaan, als hij z'n mooie monoplaantje niet
-kwijt geweest was. M'nheer Vliegenthert zuchtte diep. Beroerd was het,
-om van te huilen. Nou had je zoo'n prachtige monoplaan, waar je alles
-mee doen kon, gewoon alles. Zelfs met de vleugels slaan kon je net als
-'n vogel. En nou was zoo'n gemeene dief er mee van door en hij zat
-op de tweede rang, inplaats van in de monoplaan. Als hij vanmiddag
-na afloop weer naar 't hotel terug ging mocht hij gebruik maken van
-zoo'n lorrig luchtaapje. Bah!
-
-'t Concours aeroplanique was ook al begonnen en m'nheer Vliegenthert
-keek er naar, leelijk uit z'n humeur. Hij kon nog minder zien, dan
-hij gedacht had. Hij had waarempel z'n kijker ook nog vergeten. En
-dan waren die menschen op de eerste rijen nog zoo onfatsoenlijk om
-telkens te gaan staan. Gemeen hoor!
-
-'n Klein kleermakertje, dat naast hem zat en ook niet veel zag,
-mopperde: "Je mag hier 's morgens om zes uur wel zijn om vooraan te
-zitten .... Ja m'nheer, voor ons soort menschen van de tweede rang,
-schiet er nooit veel over. Maar die lui op de tribune, die zien
-alles." M'nheer Vliegenthert keek 't kleine ventje niet eens aan en
-gaf geen antwoord, maar hij dacht: "Loop naar de maan."
-
-De menschen om hem heen praatten en lachten. Hij hoorde iemand
-voor zich tot z'n buurman zeggen: "Er moet er al een Koblentz
-gepasseerd zijn." Waarop de ander z'n horloge voor de dag haalde
-en zei: "Ben je mal, dat kan niet. Vijf-en-zestig kilometer in
-twintig minuten. Dat zou honderd-vijf-en-negentig kilometer in
-'t uur zijn." "Nou," zei de eerste weer, "'k hoorde 't daar net
-'n bestuurslid aan iemand op de eerste rij vertellen. Ze hebben
-telefonisch bericht gehad." "Allemachtig," zei nummer twee, "da's
-nog nooit gehoord. Honderd-vijf-en-negentig kilometer in 't uur. 't
-Is sterk hoor. Maar ik zat er liever niet in. 't Is me wat àl te
-snel. Wat is 't er voor een?"
-
-"'t Moet zoo'n nieuw systeem zijn, met slaande vleugels. Had ik maar
-zoo'n program. Ik zou wel eens willen weten wie er in zitten. Maar
-daar is geen aankomen aan. Alles uitverkocht."
-
-'t Moest echter toch waar zijn, want 'n goeie veertig minuten na
-'t schot verscheen er 'n aeroplaan in de lucht en kwam de kant op
-van 't vliegterrein. Alle halzen rekte zich, alle kijkers gingen
-omhoog. Geen mensch keek er meer naar de vliegers die op 't veld
-deelnamen aan 't concours. Dat was 'n wonder, 'n buitengewoon iets,
-in veertig minuten naar Koblentz en terug.
-
-"Hij is 't," riep er een. "'k Zie de 5 op z'n staart."
-
-"Hoeraaaa!!!" klonk 't aan de overkant en dat gejuich plantte zich over
-'t heele vliegterrein voort. Alle menschen waren woelig. Ze gingen
-staan of klommen op hun zitplaats. En m'nheer Vliegenthert zat er
-grommig tusschen in, zag niemendal en kreeg vreeselijk 't land aan den
-kleinen kleermaker, die waarschijnlijk ook niet veel zag maar niettemin
-'n geweldig kabaal maakte met z'n mond, met z'n handen, met z'n beenen,
-tot ie eindelijk bijna over m'nheer Vliegenthert heenviel, waarop de
-nijdige Haagsche m'nheer den opgewonden kleermaker 'n onvriendelijke
-stomp met z'n elleboog gaf. Toen viel 't mannetje op de bank terug, zei
-"pardon" en begon onmiddelijk alsof er niets gebeurd was 'n gesprek
-over de vlieger, die zoo'n enorme snelheid ontwikkeld had. Maar
-m'nheer Vliegenthert luisterde heelemaal niet. Hij amuseerde zich
-buitengewoon slecht. Hij had 't land. Hij was verdrietig. Hij vond
-alles miserabel en hij had dien praatgragen kleermaker wel 'n pak
-slaag willen geven om z'n geleuter over die monoplaan. Wat kon hem
-dat ding schelen. Z'n eigen monoplaan vloog minstens net zoo snel
-als dat ding waarom ze nu zoo gejuicht hadden.
-
-'t Was gelukkig al weer 'n beetje rustiger geworden, want Jan Drie
-en Dolf waren allang weer weg. Die waren hun tweede ronde aan
-'t verslinden, als echte kilometervreters. Langzamerhand kwamen
-de andere vliegers van hun eerste ronde terug. De voorste werden
-nog zoo'n beetje toegejuicht, maar de laatste, ofschoon ze toch niet
-zuinig gevlogen hadden, lieten de menschen op de tribune en de overige
-rangen gewoon koud. Er werd bijna niet naar gekeken. Doch toen voor de
-tweede maal precies weer na veertig minuten no. 5 terugkwam barstte er
-zoo'n geweldig lawaai los, vooral toen Jan zoo laag langs de tribune
-vloog, dat hij 't juichende publiek met de hand kon toewuiven, dat
-'t wel leek of al die duizenden menschen mal waren geworden. Ze
-wuifden met hun zakdoeken en ze riepen en schreeuwden zoo hard,
-... dat m'nheer Vliegenthert, die op z'n tweede-rangsplaats de
-vlieger maar uit de verte zien kon, van louter woede 'n andere kant
-opkeek en z'n mond stijf dicht hield. De menschen schenen nu over
-niets anders meer te willen praten dan over die winnende aeroplaan
-en toen er 'n man van de jurie in de buurt kwam, bogen de lui, die
-vooraan zaten allemaal over de afscheiding van ijzerdraad om den man
-met vragen te bestormen. 't Was 'n goedhartig mensch, zoo'n jurielid
-die de tweede-rangers met alle pleizier inlichtingen gaf. Hij liet
-hen de lijst der ingeschreven vliegers zien en nu wisten die daar
-vooraan al heel gauw wie de gelukkige eigenaar was van die door de
-lucht suizende kunstvogel, en dat de bestuurder en z'n passagier maar
-zoo'n paar jongens waren van 'n jaar of zestien. Hoe ze heetten dat
-wist ook de jurieman niet te vertellen. Ze stonden ingeschreven als
-N. N. Dat vonden de menschen allemaal heel interessant en ze namen
-zich allen voor om die jongens eens terdege te bekijken, als ze na
-hun laatste ronde over 't vliegterrein zouden wandelen. Dat zouden
-ze zeker doen, want iedere overwinnaar wordt graag toegejuicht.
-
-'t Duurde nog 'n heele tijd eer m'nheer Vliegenthert er achter kwam,
-dat z'n eigen aeroplaan daar bezig was zoo'n luchtoverwinning te
-behalen. 't Gebeurde pas toen de twee vliegjongens van hun derde
-ronde terugkomend en onder 't gevaarlijke hoera-gebrul van alle
-toeschouwers op één na, vlak voor de tribune waar de jurieleden zaten
-met 'n prachtige vol plané naar beneden kwamen. Hoog in de lucht
-had Jan Drie z'n motor stop gezet en daalde met 'n verschrikkelijk
-snelheid, alsof hij van plan was met z'n heele vlieger te pletter
-te vallen. Om dat klaar te spelen moest je kunnen sturen en durf
-hebben. Honderd jaar geleden in 1910 was het ook 'n Hollander,
-Wijnmalen, die uitmuntte in deze manier van dalen. Jan Drie en Dolf
-werden toen ze uit hun vlieger stapten na de prachtige landing en de
-ongeëvenaarde wedvlucht door de jurieleden omringd. De heele jurie
-was uit z'n tent gesprongen ... en nu drukten ze die twee jongens
-stormachtig de hand en de voorzitter begon 'n aanspraak.
-
-De kleermaker naast m'nheer Vliegenthert had z'n keel heesch
-geschreeuwd en toen hij daarmee klaar was, wendde hij zich opeens
-tot den zwijgenden m'nheer Vliegenthert en zei:
-
-"M'nheer nu weet ik van wie die aeroplaan is."
-
-Doch m'nheer Vliegenthert draaide den vriendelijken mededeelzamen
-en heeschen kleermaker z'n rug toe. De kleermaker was echter niet
-van plan zoo maar 't belangrijke nieuws, dat hij nog geen minuut
-geleden van iemand die voor hem zat gehoord had, voor zich alleen
-te houden. Hij moest 't kwijt en daarom vertelde hij 't maar tegen
-m'nheer Vliegenthert z'n dikke rug.
-
-"'t Moet 'n zekere m'nheer Vliegenthert zijn uit ..."
-
-"Hè??" en m'nheer Vliegenthert draaide zich zóó plotseling naar
-den vriendelijken buurman om en hij zag er zoo verwilderd uit met
-'n paar woeste oogen, dat de arme kleermaker bij z'n heeschheid nog
-kippevel kreeg.
-
-"Vliegenthert, zei je!!"
-
-"Ja ... e ... m'nheer ... stotterde de verschrikte man ... "Uit ... e
-... Den Haag."
-
-M'nheer Vliegenthert stond al boven op de bank en duwde iemand die
-voor hem zat onzacht naar beneden. Nu kon hij de vlieger zien.
-
-"Hij is 't!!!" riep m'nheer Vliegenthert met 'n akelig holle stem. "'t
-Is mijn monoplaan!! Houdt den dief ... Houdt den dief!!!"
-
-Hij was onder 't schreeuwen al bezig zich tusschen de menschen voor
-hem, die niet wisten wat hen overkwam, door te worstelen. Doch die
-lieten zich zoo maar niet stompen en duwen en er ontstond 'n razend
-tumult.
-
-"Arme stumper," zei de kleermaker. "Ik had het de heele morgen al in
-de gaten dat ie niet recht snik was."
-
-"Wat zeg je?" vroeg er een.
-
-"Stapelgek is ie geworden," herhaalde de kleermaker. "En nou verbeeldt
-ie zich, dat die mooie winnende aeroplaan van hem is, stakker."
-
-M'nheer Vliegenthert had zich wanhopig geweerd en toen de menschen
-van den kleermaker hoorden, dat ze met iemand te doen hadden, die
-plotseling zich was gaan inbeelden, dat de vlieger die duizend gulden
-gewonnen had, hem in eigendom toebehoorde, waren de meesten 'n beetje
-angstig teruggeweken, want je kon nooit weten waar zoo'n man toe komen
-kon en de anderen die niet terugkonden, omdat ze opgedrongen werden,
-hadden m'nheer Vliegenthert toen maar 'n zetje gegeven, waardoor deze
-heer over 't ijzerdraad heen terecht kwam in 't mollige gras. Hier
-viel hij echter onmiddellijk in de pootige handen van 'n waakzamen
-diender, die hem toeschreeuwde:
-
-"Hé jij, wat mót dat ... Hier is geen vrije toegang ... Wat denk je
-wel. Terug."
-
-Hij had m'nheer Vliegenthert natuurlijk al lang stevig bij z'n kraag
-eer deze nog heelemaal opgekrabbeld was.
-
-"Laat me los!" schreeuwde m'nheer Vliegenthert. "Ze hebben daar
-mijn aeroplaan."
-
-"Zeg grappemaker," zei de diender, "ga nou gauw over dat ijzerdraad
-terug ... kom nou, gauw."
-
-"Hij is niet goed in z'n hoofd!" schreeuwde de kleermaker van de
-vierde rij.
-
-"We willen 'm hier niet meer hebben," riep er toen een die vooraan
-zat. "Neem 'm maar gerust mee. Je mag hem."
-
-De politieman wist niet wat ie beginnen moest. M'nheer Vliegenthert
-deed voortdurend pogingen om aan de stevige greep van den diender te
-ontkomen en hij schreeuwde voortdurend maar: "Houdt den dief." Hij leek
-wel 'n wildeman en de diender besloot toen maar den vreemddoenden heer
-te arresteeren. Er kwamen op 't rumoer juist 'n paar collega's aan en
-'n baancommissaris.
-
-"Wat is dat hier voor 'n herrie?" vroeg de laatste.
-
-"k Weet 't niet," zei de diender. "Deze m'nheer beweert dat die mooie
-monoplaan van hem is."
-
-"Wat?"
-
-"Ja zeker! Ik ben m'nheer Vliegenthert uit Den Haag, en die monoplaan
-is van mij. Ze hebben 'm gestolen."
-
-De baancommissaris keek m'nheer Vliegenthert 'n beetje ongeloovig
-aan en zei toen: "Zoo, zoo."
-
-"Kijk maar hier," riep m'nheer Vliegenthert, z'n portefeuille uit
-z'n zak nemend. "Als u me soms nog niet gelooft."
-
-De omstanders zagen nu visitekaartjes en brieven met 't adres
-van m'nheer Vliegenthert. En ook bankpapier zagen ze. De dienders
-begonnen al respect te krijgen en de baancommissaris deed "Hm,"
-en keek besluiteloos van den heer Vliegenthert naar de dienders,
-die dezen heer nog altijd vasthielden.
-
-"Ah," riep toen opeens de eerste diender, "daar komt de inspecteur
-aan. Die zal er wel raad op weten."
-
-"Wat moet dat?" vroeg de inspecteur.
-
-"Deze heer beweert, dat ie m'nheer Vliegenthert is uit Den Haag en
-dat die monoplaan van hem is ... maar de menschen op de tweede rang
-zeggen dat ie gek is."
-
-"Laat dien man los," beval de inspecteur.
-
-"Inspecteur," begon m'nheer Vliegenthert alweer, "drie dagen geleden
-is m'n aeroplaan gestolen. We hebben er overal naar gezocht en nu
-staat ie daar, Maar ze zullen me deze keer niet ontsnappen."
-
-Hij wilde vlug er heen loopen, maar de inspecteur hield hem terug
-en zei: "Niet zoo haastig m'nheer Vliegenthert ... dat is niet
-noodig. Als dat uw aeroplaan is, dan hèbben we de dieven. Die komen
-niet meer weg. Dat begrijpt u zelf wel. De voorzitter houdt nu 'n
-toespraak. Daar moeten ze naar luisteren en dàn moeten ze nog op de
-prijs wachten ... Nee, nee ... haast u je maar niet. We hebben ze
-hoor. Kalm aan maar. ... Ik wist van den diefstal. We hebben er op
-'t politiebureau bericht van gekregen. Maar we konden natuurlijk
-niet veronderstellen, dat deze aeroplaan de gestolene was. Ze hebben
-'t ding gewoon opgegeven als 't eigendom van m'nheer Vliegenthert uit
-Den Haag. Kijk u maar hier staat 't op de vlieglijst. Er kunnen meer
-Vliegentherts zijn hè? Wie denkt er nu aan dat 'n dief zóó brutaal
-kan wezen om maar heel gewoon den werkelijken eigenaar op te geven,
-en dan nog wel met zoo'n gestolen vlieger aan 'n wedstrijd te gaan
-deelnemen. 't Is eigenlijk 'n beetje ongeloofelijk. Vind u zelf óók
-niet? Maar gaat u mee, dan kunnen we zelf zien wat er van de zaak
-aan is ... En houen jullie die menschen daar 'n beetje in bedwang. Ze
-klimmen zoo dadelijk allemaal over de draad."
-
-"Stumper," zei de kleermaker nog eens, toen m'nheer Vliegenthert
-met den inspecteur meeging. "Totaal in de war. Die wordt nooit meer
-goed." En de menschen op de tweede rang op hun plaatsen teruggedrongen
-door de dienders, rekten hunne halzen om te zien hoe 't afliep.
-
-Intusschen had de voorzitter van 't vliegcommité z'n aanspraak
-geëindigd. Hij had natuurlijk Jan Drie 'n held genoemd, dat is zoo 't
-gebruik bij die gelegenheden en tot slot had de voorzitter geroepen:
-Leve m'nheer Vliegenthert uit Den Haag! Hoera!! Toen hadden ze allemaal
-ook hoera geroepen en Jan en Dolf de hand gedrukt en daarna had Dolf
-heel leuk gevraagd of de heeren hen maar niet dadelijk de prijs konden
-uitkeeren, want ze moesten noodig naar huis.
-
-De voorzitter had eens gelachen en gezegd dat 't niet ging en toen
-had Dolf weer geantwoord, dat 't hem erg speet, maar dat de heeren
-dan die duizend gulden maar moesten zenden aan m'nheer Vliegenthert
-in Den Haag. Hij en z'n vriend konden er niet op wachten.
-
-De heeren en vooral de dames hadden allemaal gelachen en de vrouw
-van den voorzitter had Dolf aan z'n oor getrokken, wat nog al 'n
-moeielijk werk was, want z'n ooren zaten allebei nagenoeg heelemaal
-onder z'n muts en toen had ze gezegd: "Toe man, ik zou 't maar
-doen. Als die jongens nu toch weg moeten." De voorzitter had daarop den
-penningmeester eens aangekeken en deze had ook maar gelachen en gezegd
-dat 't wel 'n beetje mal was, maar dat hij er niets op tegen had als
-de overige heeren 't goed vonden. Bij dit gezegde hadden ze allemaal
-in de handen geklapt ten teeken van instemming. De penningmeester gaf
-aan Jan Drie met 'n plechtige buiging 'n mooie portefeuille waarop in
-gouden letters stond: Hardvliegerij Mainz-Koblentz. Jan Drie bedankte
-met 'n paar woorden, stak 't mooie dingetje in z'n zak en stapte vlug
-in z'n vlieger. Dolf klom met de lauwerkrans, die er natuurlijk ook
-bij hoorde, gauw achter z'n vriend aan. De voorzitter had nog juist
-tijd om op zij te springen. De motor snorde al. Al de dames en heeren
-stoven uit elkaar, net vroeg genoeg. Die vliegende Hollanders hielden
-van opschieten. Dolf zwaaide met de lauwerkrans tot afscheid en toen
-(ze wilden net allemaal weer hoeraaaa!! gaan roepen) kwam m'nheer
-Vliegenthert aanhollen en schreeuwde: "Houdt den dief!!"
-
-Alle dames en heeren keken m'nheer Vliegenthert verbaasd aan en deze
-stond daar als 'n steenen beeld, z'n armen in de lucht, naar adem
-snakkend en met oogen als biljardballen.
-
-"Wat is dat voor 'n man?" vroeg de voorzitter aan den inspecteur die
-vlak achter m'nheer Vliegenthert aankwam.
-
-"M'nheer de voorzitter, dit is m'nheer Vliegenthert, die z'n gestolen
-aeroplaan staat na te kijken."
-
-"Gestolen ... aeroplaan?" zei de voorzitter verbaasd. En nu keken
-ze allemaal in de lucht, waar, heel ver weg al, Jan Drie en Dolf
-heensuisden op weg naar huis.
-
-De inspecteur legde nu alles uit en de voorzitter zei nijdig tegen z'n
-vrouw: "jij ook met je malligheid ... Als we de prijs niet uitgekeerd
-hadden, waren ze zeker nog hier, die twee gauwdieven. Geen wonder
-dat ze spoedig weg wilden. 't Zijn 'n paar doortrapte schurken."
-
-"M'n aeroplaan! m'n aeroplaan!" jammerde m'nheer Vliegenthert. "Geef
-me mijn aeroplaan terug!"
-
-De inspecteur nam m'nheer Vliegenthert onder de arm en zei: "M'nheer
-deze keer hebben we hen tòch ... Die aeroplaan van u is natuurlijk nu
-niet te achterhalen ... Die vliegt te snel. Maar die twee diefjes zijn
-gefotografeerd. Vanavond heeft ieder politiebureau hun telegrafisch
-portret. M'nheer de voorzitter hoe laat komt de fotograaf met z'n
-kiek?"
-
-"Die had er al moeten zijn."
-
-"Dan zullen we nog even wachten. M'nheer Vliegenthert gaat u zoolang
-in de tent van de jurie zitten. U is zenuwachtig. 'n Beetje rust zal
-u goeddoen."
-
-Toen de fotograaf verscheen vlogen ze allemaal op den man toe en ze
-rukten hem de foto's bijna uit z'n handen. De kiekenmaker begreep er
-niemendal van. Ook m'nheer Vliegenthert had 'n foto te pakken gekregen.
-
-"Wat drommel," mompelde de inspecteur "dàt is sterk." De foto was
-prachtig. Alle aviateurs waren duidelijk te herkennen. Maar de
-aeroplaan van m'nheer Vliegenthert, de beroemde no. 5 was leeg.
-
-"M'nheer," zei de inspecteur tegen den fotograaf. "Waar zijn die twee
-jongens uit no. 5 gebleven?"
-
-"De twee jongens uit no. 5? Dat weet ik niet inspecteur. Ze
-zaten in de vlieger toen ik m'n toestel richtte. Ik heb hen nog
-duidelijk gezien. Waarschijnlijk hebben ze zich toevallig juist diep
-voorovergebogen, toen ik de opname maakte."
-
-"Toevallig!" riep m'nheer Vliegenthert ... "O, die doortrapte schurken
-... Nu is m'n aeroplaan voor goed weg!"
-
-"En de duizend gulden ook," zei de penningmeester. "'t Zijn 'n paar
-gewiekste rakkers hoor."
-
-De inspecteur deed wat ie kon. Hij zond de snelste vliegers uit,
-ofschoon hij niet de minste hoop koesterde omtrent de uitslag. Hij
-vergat echter gelukkig één ding: Hij telefoneerde niet naar Den Haag.
-
-'t Kwam niet in z'n hoofd op, dat die twee jeugdige boosdoeners,
-waarvoor iedereen hen natuurlijk wel moest houden, op weg zouden kunnen
-zijn naar die stad. En zoo kwam het, dat Jan Drie en Dolf boven Den
-Haag aankwamen en ongemerkt konden neerdalen op m'nheer Vliegentherts
-dak. 't Was al donker en gelukkig 't slechtste weer van de wereld. 't
-Regende geweldig. Net weer om stilletjes thuis te blijven. Er was dan
-ook geen sterveling in de lucht, uitgenomen natuurlijk de Haagsche
-luchtwachters, die toch geen steek zien konden in dat gordijn van
-neerplassende waterstralen. Het geluk diende hen. De hangar van m'nheer
-Vliegenthert stond wijd open. Ze zetten vlug de gestolen aeroplaan op
-z'n gewone plaats. Jan Drie porde Dolf aanhoudend tot spoed aan, want
-nu hij bijna in veiligheid was, voelde hij veel meer onrust dan ooit te
-voren. Jan Drie was bijna angstig. Verbeeld je ook, dat nú inspecteur
-Punt of brigadier Kwadraat eens plotseling op 't dak verschenen ...
-
-"Kom dan toch mee!" fluisterde hij.
-
-Maar die rare Dolf zat heel kalm in de monoplaan, bij 't licht van
-'n klein electrisch zaklantaarntje met z'n vulpen iets op 'n blaadje
-papier te peuteren.
-
-"Ga maar vast naar beneden" zei hij. "Ik kom dadelijk."
-
-Maar daar wilde Jan niet van hooren. Samen uit, samen thuis, was
-voor hem 't wachtwoord. En dus wachtte hij bij de deur, om 't hoekje
-loerend of er ook soms onraad was.
-
-Dolf scheen eindelijk klaar te zijn. Hij morrelde nog wat aan de
-aeroplaan. Van te voren had hij de mooie portefeuille met de duizend
-gulden al van Jan gekregen. Die moest ie nog in de vlieger leggen zei
-hij. Doch eindelijk kwam hij tot onuitsprekelijke verlichting van Jan
-Drie te voorschijn en samen sloten ze zacht de hangar, slopen over
-'t dak, gingen in de lift en bereikten Jan's kamer, zonder dat iemand
-er iets van gemerkt had.
-
-Met 'n zucht viel Jan in 'n gemakkelijke stoel. Maar Dolf begon
-dadelijk z'n natte vliegjas uit te gooien en zei: "Ik ga naar bed."
-
-"Ga maar op 't mijne liggen," zei Jan.
-
-"En jij."
-
-"O ik ga maar hiernaast op m'n broer z'n bed."
-
-"Best," zei Dolf. "Saluut."
-
-Binnen vijf minuten sliep Dolf en toen ging Jan naar de kamer van
-z'n broer.
-
-
-
-
-
-
-
-
-LAATSTE HOOFDSTUK.
-
- Waarin alles op z'n pootjes terecht komt.
-
-
-M'nheer Vliegenthert was zeer terneergeslagen van 't vliegterrein naar
-'t station gewandeld. Hij was zóó verbouwereerd, dat ie er niet aan
-gedacht had 'n luchtaapje te nemen of gebruik te maken van de vliegende
-omnibus, die op dagen als deze 'n extra dienst naar en van 't station
-had ingericht voor de vreemdelingen. En geen mensch had zich iets meer
-van hem aangetrokken behalve de verslaggevers der dagbladen, die hem
-als hun buit beschouwden, en allemaal trachtten hem de geschiedenis
-van aeroplaan-diefstal te ontwringen. Die heeren liepen met hem mee,
-stelden hem allerlei vragen, hoe dit gegaan was en hoe dat gekomen was
-en dan wilden ze 't antwoord op 'n bloknoot schrijven, die ze allemaal
-in hun hand hielden. Maar m'nheer Vliegenthert was niet geluimd om
-nieuwslustigen te woord te staan en 't eenige antwoord, dat ze van hem
-loskregen was, dat ze met hun allen naar de drommel konden loopen. Dat
-was 'n schrale oogst bij zoo'n buitengewone gelegenheid. Want dit was
-nu toch wel de zonderlingste diefstal, die je je maar bedenken kon
-en dat mòèst breedvoerig in de krant. Bij 't station dropen de heeren
-af en lieten m'nheer Vliegenthert aan z'n lot over. Hij ging stil in
-'n hoekje zitten wachten op de expres voor Den Haag, zonder aan eten
-of drinken te denken en toen eindelijk 't bestuurbare luchtschip er
-was en m'nheer Vliegenthert instapte, keek de conducteur hem meewarig
-aan, hielp hem alsof 't zijn eigen grootvader was en dacht intusschen:
-"Nou die maakt 't ook niet lang meer. Die dee beter, als ie naar bed
-ging inplaats van naar Den Haag te reizen. Als 't 'n beetje wil gaat
-ie onder weg dood." Maar zoo erg was 't nu niet.
-
-Hij bereikte 's avonds laat de stad van 't Vredespaleis, zoo gezond
-als 'n visch maar zonder dat z'n stemming 'n haar verbeterd was. Hij
-zag er allertreurigst uit, precies of hij die dag z'n heele familie
-en al z'n vrienden en kennissen begraven had.
-
-En zoo trof hem inspecteur Punt op 't platform van 't Haagsche
-luchtstation, waar deze gestrenge chef stond te kijken of z'n
-ondergeschikten, die daar in de buurt dienst hadden, wel hun plicht
-deden. Inspecteur Punt, die behalve zeer gestreng ook nog uitermate
-goedhartig was, kreeg onmiddellijk 't diepste medelijden met den
-verslagen m'nheer Vliegenthert en bood zonder er lang over te denken
-aan, hem in z'n vlieger naar huis te brengen. M'nheer Vliegenthert
-stribbelde niet tegen. Hij liet zich leiden als 'n klein kind en de
-inspecteur ging gearmd met hem naar de vlieger.
-
-Indien Dolf z'n oom zóó had kunnen zien, loopend als 'n zieke man, zou
-deze ongevoelige jongeheer misschien nog tot inkeer zijn gekomen. De
-menschen op 't platform, die haastig voorbij liepen keken bijna
-allemaal eventjes naar 't vreemde paar en diegenen die m'nheer
-Vliegenthert kenden schrokken er 'n beetje van, zóó naar zag hij
-er uit.
-
-'t Regende gelukkig niet zoo heel hard meer, en zoo kwamen ze zonder
-erg druipende kleeren na 'n kort poosje vliegen op 't dak aan vlak voor
-de hangar, waar de gestolen aeroplaan op z'n eigenaar stond te wachten.
-
-Inspecteur Punt hielp m'nheer Vliegenthert bij 't uitstappen en
-aangezien hij z'n werk van barmhartigheid niet ten halve wilde doen,
-besloot hij nog 'n oogenblikje met den armen man mee naar beneden te
-gaan om hem te troosten. Ook wilde hij nauwkeurig alles weten omtrent
-de gebeurtenissen van die dag. Want m'nheer Vliegenthert had hem met
-'n paar woorden meegedeeld, dat hij z'n aeroplaan zeker terug gekregen
-had, als hij maar harder had kunnen loopen.
-
-"Maar" zei de inspecteur, "waarom liep u dan niet harder? Voor zoo'n
-enkele keer is 't toch dunkt me niet zoo moeilijk. U had moeten
-bedenken, dat u de dieven had kunnen snappen."
-
-"U hebt goed praten," zuchtte m'nheer Vliegenthert allerdroevigst. "Ik
-kon niet, 't was me onmogelijk."
-
-"Waarom dan toch niet?"
-
-"Ze hielden me vast."
-
-"Hielden ze u vast?"
-
-"Ja ... drie politieagenten hadden me stevig beet ... ze wouen me
-niet gelooven."
-
-"O!"
-
-"En toen kwam er 'n inspecteur en die geloofde me wel. Toen had 't nog
-gekund ... Maar die zei, dat de dieven toch niet meer ontsnappen konden
-en toen ontsnapten ze natuurlijk wèl ... Net toen ik er bij kwam gingen
-ze er van door met de aeroplaan, duizend gulden en 'n lauwerkrans."
-
-"Maar u hebt hen toch gezien?"
-
-"Ja natuurlijk ... 't Waren 'n paar apen van jongens ... maar
-glad!!! Ze stonden niet eens op de fotografie, waar iedereen opstond."
-
-"Merkwaardig ... merkwaardig ... zoo zoo ... twee jongens ... hm ..."
-
-De inspecteur vroeg nu aan m'nheer Vliegenthert de sleutels van z'n
-hangar, want hij was niet gewoon z'n aeroplaan in weer en wind te
-laten staan en bovendien zonder bewaking. M'nheer Vliegenthert stond
-daar vlak bij hem als 'n levende waarschuwing. In 'n stad waar zulke
-doortrapte, zulke aartsslimme, zulke door en door in de wol geverfde
-schobbejakken als die twee jongens, nog pas kort geleden hun slag
-geslagen hadden, daar kon je niet te voorzichtig zijn.
-
-Toen hij de sleutel had, opende hij de hangar en m'nheer Vliegenthert,
-die zwijgend den inspecteur op de voet gevolgd was, draaide uit
-gewoonte 't electrisch licht op.
-
-'t Zou eenvoudig onmogelijk zijn de grenzelooze verbazing te
-beschrijven, die zich plotseling meester maakte zoowel van den
-onvermoeiden inspecteur Punt als van den afgetobden m'nheer
-Vliegenthert, toen ze zoo onverwacht voor zich zagen de gestolen
-aeroplaan met 'n prachtige lauwerkrans om 't bovenste blad van de
-propeller. Ze waren totaal verstomd en m'nheer Vliegenthert stond
-bovendien te beven op z'n beenen en z'n hart klopte met angstaanjagende
-hevigheid. Inspecteur Punt, die nooit bibberde en nooit hartklopping
-had, omdat zooiets niet in zijn vak te pas kwam, was 't gauwste weer
-normaal. Hij trad op de aeroplaan toe, betastte de krans, alsof hij
-zich wilde overtuigen, dat ie niet droomde en ontdekte daardoor de
-portefeuille door Jan Drie gewonnen en door Dolf met 'n touwtje aan de
-krans gebonden. Met de vrijmoedigheid, die ook al bij 't vak hoorde,
-opende hij de portefeuille, onderzocht deze nauwkeurig, riep eenige
-keeren: Ah! en O! en gaf toen 't briefje, dat Dolf geschreven had,
-aan m'nheer Vliegenthert. Geschreven was 't eigenlijk niet, maar
-geteekend met louter scheeve en kromme drukletters, want Dolf had
-z'n eigen handschrift maar liever niet gebruikt om ontdekking te
-voorkomen en 't luidde als volgt:
-
-
- Den Heer Vliegenthert.
-
- De winner van de internationale hardvliegerij te Mainz, zekere
- N. N. en diens passagier óók genaamd N. N., hebben 't genoegen
- u hierbij aan te bieden de beroemde monoplaan, waarmee deze
- wedstrijd werd gewonnen, de eerste prijs groot duizend gulden
- met portefeuille benevens de bijbehoorende lauwerkrans. Tevens
- vragen zij u vergiffenis voor de last en 't verdriet, dat ze u
- onwillens hebben aangedaan.
-
- Leve de Aeroplaan van m'nheer Vliegenthert, de snelste vlieger
- der wereld!
-
- Hoogachtend,
- de twee N. N.'s
-
-
-"Hoe vind u zulke dieven?" vroeg inspecteur Punt lachend.
-
-Maar m'nheer Vliegenthert was nog altijd zenuwachtig. Die had tranen
-in de oogen en hij antwoordde met nadruk:
-
-"Dat waren géén dieven, inspecteur!"
-
-"Geen dieven? Wie z'n handen uitsteekt naar 'n ander z'n eigendom,
-m'nheer Vliegenthert, die is volgens mijn opinie 'n dief."
-
-"M'nheer de inspecteur," riep m'nheer Vliegenthert met vuur, "heb
-u wel eens gehoord van dieven, die 't gestolene terug brengen mèt
-duizend gulden en mèt 'n lauwerkrans?"
-
-"'t Is wel 'n beetje vreemd" gaf de inspecteur toe ... "'t Zijn
-in ieder geval 'n paar rare. Ik heb nog nooit zoo iets bij de hand
-gehad. 't Is bepaald 'n nieuw soort. Ik gaf er wat voor, als ik wist
-wie die twee waren."
-
-"Ik ook," zei m'nheer Vliegenthert.
-
-"Dan zullen we maar dadelijk beginnen."
-
-"Beginnen? ... Beginnen?" zei m'nheer Vliegenthert eenigszins
-verbaasd. "U wou toch niet wéér met opsporen beginnen?"
-
-"Dat wou ik wel, m'nheer Vliegenthert ... En ditmaal zullen we Spits
-niet aan de verkeerde jas laten ruiken."
-
-"Ja maar, is dat nu wel zoo noodig? Met die hond moeten misdadigers
-opgespoord worden, dieven en dat soort gespuis. En deze N. N.'s zijn
-geen dieven."
-
-"Neen geen dieven, maar 'n paar jongens, die 'n beetje schrik hard
-noodig hebben, geloof ik, m'nheer Vliegenthert.
-
-"U vermoedt dus wie 't zijn?"
-
-"Ik geloof dat ik er alles van begrijp. Laat u mij maar eens begaan. Ik
-mag zeker wel even telefoneeren?"
-
-"Zou u daar maar niet liever mee wachten tot morgen? Zoo'n haast is
-er toch niet bij?"
-
-"Morgen zou de aardigheid er af zijn, m'nheer Vliegenthert. En
-bovendien ik ben niet gewoon ergens gras over te laten groeien."
-
-"Nou gaat u je gang. Maar ik wou liever naar bed."
-
-"'t Zal zoo lang niet ophouden m'nheer. De dieven zijn niet ver weg."
-
-"Praat u nou asjeblieft niet meer van dieven, inspecteur. Dat vind
-ik niet zoo als 't behoort."
-
-De inspecteur liet m'nheer Vliegenthert maar praten. Hij stond al
-aan de telefoon:
-
-"Hallo! ... Is brigadier Kwadraat daar? ... Niet, wie dan? ... De
-Streep? ... ook goed. Dadelijk op 't dak bij Vliegenthert komen met
-Spits ... Maar gauw hoor.
-
-"Zie zoo m'nheer, laten we nu naar beneden gaan tot Spits er is
-... M'n eigen vlieger moet maar zoolang blijven staan. Er is niets
-aan te doen. 't Zal bovendien niet lang duren."
-
-Dat had inspecteur Punt bij 't rechte eind. Hij was nog nauwelijks
-met m'nheer Vliegenthert beneden of er werd reeds gescheld.
-
-"Daar zijn ze al," zei de inspecteur. "Blijf u maar rustig hier
-zitten."
-
-"Dat kan u begrijpen. Ik ga naar bed."
-
-"Dat zou ik niet doen, als ik u was. Indien m'n vermoeden juist blijkt,
-en dat zal 't wel, dan ben ik gauw genoeg weer hier."
-
-"U maakt me nieuwsgierig. Wie denkt u dat 't zijn?"
-
-"'n Oogenblikje geduld nog m'nheer ... Ik denk, dat u er pleizier
-van hebben zal. 't Zijn heel goede kennissen."
-
-"Goede kennissen? ... Nee hoor, ik ga niet naar bed. Maar maak u dan
-asjeblieft 'n beetje haast."
-
-De inspecteur ging in de lift en m'nheer Vliegenthert ging weer zitten,
-veel te nieuwsgierig om aan slapen te denken. Hij was wel moe, maar
-hij had zoo'n vroolijk gevoel nu hij z'n mooie monoplaan terug had,
-die nog wel 'n eerste prijs gewonnen had, en dan ... Wie mochten dat
-toch wel zijn?
-
-De Streep stond met Spits naast de vlieger op 't dak.
-
-"Kom eens gauw mee," zei de inspecteur. "Kijk, hier hebben we de
-gestolen aeroplaan."
-
-"Allemachtig da's waar ook," zei de Streep.
-
-"Wat zet jij voor 'n gezicht? Is dat zoo vreemd dat die aeroplaan
-terecht is?"
-
-"Nee, inspecteur ... maar ik-e heb 'm thuis zien komen van avond
-... en toen ..."
-
-"Nou en toen?"
-
-"Toen dacht ik er niet aan, die ie gestolen was."
-
-"Wel nou nog mooier Streep, wat ben jij voor 'n politieman ... Je
-had onmiddellijk die twee jongens kunnen arresteeren ... dan had je
-vijfhonderd gulden verdiend man."
-
-"'t Spijt me ... inspecteur ... vooral om die vijfhonderd
-gulden ... maar wie denkt er nou aan dieven, als ze 't gestolene
-terugbrengen?"
-
-"En nog wel met duizend gulden er bij ... Ja, Streepje er zijn rare
-dieven in de wereld tegenwoordig. Maar geef Spits nu eens lucht aan
-die krans. Die hebben ze zeker in hun handen gehad! Zoo ... juist."
-
-"Zoek!" beval inspecteur Punt en Spits ging regelrecht 't dak over
-naar de lift waarmee Jan Drie en z'n vrind Dolf naar beneden gegaan
-waren. Daar bleef Spits staan snuffelen en krabben, als of hij zeggen
-wou: "Hier moeten we in."
-
-"Precies zooals ik dacht," mompelde de inspecteur. "Zulke rakkers
-... vooral die Dolf."
-
-Hij begon nu vreeselijk te schellen, alsof er in tien huizen brand was,
-maar 't duurde 'n heele poos eer er antwoord kwam en dat had inspecteur
-Punt nog te danken aan de omstandigheid, dat Dolf z'n kamerdeur niet
-gesloten had. Deze jongen hoorde 't schelletje eindelijk. Toen er
-niemand kwam en 't schellen aanhield stond Dolf op en ging naar de
-telefoon, want in 2010 hoefde je niet telkens met de lift naar boven
-als er gescheld werd.
-
-"Wie is daar?" vroeg hij.
-
-Inspecteur Punt stond al met z'n oor aan de telefoon naast de deur,
-en zoodra hij de stem vernam dacht hij: "De rechte hoor. 't Is Dolf,"
-en hij zei tamelijk barsch:
-
-"Spreek ik met Dolf Brandsma?"
-
-"Wat blieft u?"
-
-"Doe onmiddellijk open. Ik ben inspecteur Punt."
-
-"Heb je ooit," dacht Dolf. "Nou zijn we toch gesnapt. Enfin, ik zal
-maar naar boven gaan en ... niks aan Jan zeggen."
-
-"Ik kom dadelijk inspecteur," riep Dolf terug. "Ik moet me eventjes
-kleeden. 'n Oogenblikje maar."
-
-Toen hij zich aangekleed had ging hij stilletjes in de lift, zonder
-Jan Drie te waarschuwen en boven gekomen pakte Spits hem onmiddelijk
-bij z'n broek.
-
-Dolf wist heel goed, dat ie nu die hond z'n gang maar moest laten
-gaan. Hij trok dus z'n been maar niet terug. Dan was z'n broek
-gescheurd en had Spits waarschijnlijk harder toegebeten. Nu voelde
-hij er niet veel van.
-
-"Los," beval inspecteur Punt en daarna zei hij tegen Dolf: "Gesnapt."
-
-"Watblief?" vroeg Dolf met 'n onschuldig gezicht.
-
-"Gesnapt!!! Hoor je dat niet Dolf?"
-
-"Jawel inspecteur ... ik hoor 't heel goed, maar kan u er niet mee
-wachten tot morgenochtend? Ik heb nog zoo'n slaap."
-
-"Nee jongen, je moet dadelijk mee. Er wordt op je gewacht. Op jou en
-je vriend Jan Drie."
-
-"Och, laat u Jan Drie maar in z'n bed, die is doodmoe. Ik zal wel
-alleen meegaan. Ik kan 't net zoo goed vertellen als hij. Moet ik in
-de gevangenis?"
-
-"Dat zal je wel hooren jongen."
-
-"Maar de aeroplaan is alweer thuis inspecteur, weet u dat wel?"
-
-"We weten alles en oom Dokie is ook al weer thuis. Die wacht óók
-op je."
-
-"Fijn," zei Dolf. "Nou vooruit dan maar. Als 't moet, dan moet
-'t. Maar Jan ga ik niet roepen."
-
-"Nou, dan zullen we die maar voorloopig laten rusten," zei de
-inspecteur, die zich omkeerde, want hij moest er om lachen, dat Dolf
-zoo voor z'n vriend opkwam. Dolf ging mee 't dak over, naast den
-inspecteur en met Spits vlak achter zich. De Streep stond zwijgend
-bij de vlieger. Maar 't speet hem, dat hij dien jongen maar niet
-gearresteerd had. Hij meende, dat inspecteur Punt nu de vijfhonderd
-gulden zou krijgen.
-
-Toen inspecteur Punt met Dolf en Spits beneden kwamen, vonden
-ze m'nheer Vliegenthert toch lekker ingedut. Hij zaagde weer
-planken. De inspecteur maakte hem echter gauw wakker en nog vóór
-m'nheer Vliegenthert had kunnen brommen: wat moet je of zoo iets,
-zei de inspecteur:
-
-"M'nheer Vliegenthert hier hebben we er al eentje van."
-
-M'nheer Vliegenthert was plotseling heelemaal wakker en zag toen
-dadelijk z'n geliefde neefje Dolf, maar hij begreep nog niet zoo
-dadelijk, dat die wat met die aeroplaangeschiedenis te maken kon
-hebben.
-
-"Hé Dolf hoe kom jij hier?"
-
-"Hier gebracht door inspecteur Punt en z'n hond, oom Dokie."
-
-"Hè?? ... Dus ben jij er vandoor geweest met mijn monoplaan? Wel
-... nou ... nog"
-
-"Nee oom Dokie," zei Dolf lachend. "Ik ben er niet mee vandoor
-gegaan. Dat was m'n vrind Jan Drie, uw buurjongen."
-
-"Jan Drie??"
-
-"Ja oom Dokie, Jan Drie."
-
-En nu vertelde Dolf vlug hoe alles in z'n werk gegaan was. Oom
-Dokie deed niets anders dan uitroepen: "Heb je ooit!" en "wel nou
-nog mooier!" en meer van die dingen, die iemand zegt, als ie zeer
-verwonderd is. Toen Dolf echter 't heele verhaal uitverteld had zei
-m'nheer Vliegenthert:
-
-"Zoo, zoo, is Jan Drie die knappe vliegenier, die van mijn monoplaan
-de beroemdste vlieger van de wereld gemaakt heeft ... Wel, wel ... en
-waar is die jongen?"
-
-"Die ligt lekker in z'n bed, oom Dokie."
-
-"Nou, geef jij hem dan morgen vroeg deze portefeuille!"
-
-"Die portefeuille oom Dokie?"
-
-"Wat anders?... Maar de duizend gulden zitten er nog in kwajongen. Jij
-dacht zeker, dat ik hem de léége portefeuille tot aandenken wou
-geven hé?"
-
-"Oom Dokie dat doe ik niet."
-
-"Wat doe je niet."
-
-"Ik geef Jan die portefeuille niet met die duizend gulden, oom Dokie."
-
-"Wel nou nog mooier ..."
-
-"Oom Dokie, ik weet zeker, dat Jan er geen cent van hebben wil. Hij
-heeft die eerste prijs expres gewonnen om u de gemaakte onkosten te
-vergoeden. Maar geef u hem die lauwerkrans."
-
-"Heb je ooit! Inspecteur Punt wat zegt u nou daarvan?"
-
-"Ja m'nheer Vliegenthert ... ik vind dat Dolf gelijk heeft ..."
-
-"Maar mijn hemel inspecteur, wat heeft zoo'n jongen nou aan die
-lauwerkrans?"
-
-"Die komt 'm toe, m'nheer Vliegenthert, voor z'n prachtige
-overwinning."
-
-"Wat heeft ie nou aan zoo'n ding ... Niks als blaren en linten,"
-mopperde m'nheer Vliegenthert ... "Enfin, pak maar mee ... En morgen
-spreek ik nog wel eens met m'n kranige buurjongen. Ga nou maar weer
-naar bed Dolf. Wel te rusten."
-
-"Goeie nacht oom Dokie. Welterusten inspecteur."
-
-Maar Spits was 't er niet mee eens. Die pakte Dolf onmiddelijk weer
-bij z'n broek, toen deze jongeheer weg wilde. Spits beschouwde Dolf
-nog altijd als 'n gevaarlijk wezen waar hij op passen moest. Eerst
-toen inspecteur Punt riep "Los Spits" liet de hond Dolf vrij, met iets
-in z'n oogen, alsof hij zeggen wou: "Nou je moet 't zelf weten hoor."
-
-Dolf ging gauw weg. En hij vergat de lauwerkrans niet. Heel
-zachtjes ging hij er mee naar Jan z'n bed en hing de groote krans
-met de glanzende linten, waarop in gouden letters geborduurd
-stond: "Hardvliegerij Mainz-Koblentz 2010" aan 't hoofdeinde van
-'t ledikant. Toen kroop hij weer lekkertjes onder de wol, en sliep
-binnen vijf minuten met 'n lachend gezicht in.
-
-En zoo kwam het, dat Jan Drie de volgende morgen heel vroeg voor
-'t eerst van z'n leven wakker werd "met lauweren gekroond."
-
-
-
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert, by
-Kees Valkenstein
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AEROPLAAN VAN M'NHEER ***
-
-***** This file should be named 54838-8.txt or 54838-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/4/8/3/54838/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org Section 3. Information about the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-