diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-02-07 09:22:21 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-02-07 09:22:21 -0800 |
| commit | 7e6b993947c2a887ace8a74f07167f9f88b63039 (patch) | |
| tree | 58461cdda54f480ba03d8f5cd38fd408add734b5 /old/54838-8.txt | |
| parent | 4538496d38f36dfe2dfabb6836a8ab9f50a45689 (diff) | |
Diffstat (limited to 'old/54838-8.txt')
| -rw-r--r-- | old/54838-8.txt | 6660 |
1 files changed, 0 insertions, 6660 deletions
diff --git a/old/54838-8.txt b/old/54838-8.txt deleted file mode 100644 index eec2de8..0000000 --- a/old/54838-8.txt +++ /dev/null @@ -1,6660 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert, by -Kees Valkenstein - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - - - -Title: De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert - -Author: Kees Valkenstein - -Release Date: June 3, 2017 [EBook #54838] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AEROPLAAN VAN M'NHEER *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ - - - - - - - - - DE AEROPLAAN VAN - M'NHEER VLIEGENTHERT - - - DOOR - - KEES VALKENSTEIN - - Met Illustraties van den Schrijver. - - - W. DE HAAN--UTRECHT - - - - - - - - -EERSTE HOOFDSTUK. - - Waarin verhaald wordt, hoe Jan Drie per ongeluk de monoplaan van - m'nheer Vliegenthert stal, waardoor men tevens op de hoogte komt - van de stand der vliegsport in 't jaar 2010. - - -Jan Drie was geboren op den 24sten Augustus 1995 en was dus in 2010, -'t jaar waarin de gebeurtenissen plaats hadden, die in dit boek -verteld worden, juist vijftien jaar oud. - -De reden waarom die gebeurtenissen nu reeds verhaald worden, zoo -lang van te voren is heel eenvoudig deze: In 2010 zijn we met z'n -allen al lang dood, wat bepaald jammer is voor ons allemaal. (Want -de menschen gaan zoo verbazend hard vooruit tegenwoordig, dat 't -werkelijk 'n genoegen moet zijn over honderd jaar te leven.) Maar -daar is nu eenmaal niets aan te veranderen. We zijn dood tegen die -tijd en 't niet vertellen van Jan Dries vliegavonturen zou dus groote -gekheid zijn. Uitstel is wel niet altijd afstel, maar in dit geval zou -'t er toch erg op gaan gelijken indien de schrijver wachten moest tot -'t eerst allemaal gebeurd was. - -Jan Drie zat midden in de zomervacantie. Hij had dus al 'n volle -maand niets uitgevoerd, want de zomervacantie duurde op alle scholen -zestig dagen. De menschen in Jan's tijd vonden 't noodig minstens -twee maanden per jaar vrijaf te hebben. Niet alleen de schoolkinderen, -maar alle andere menschen ook. Op de scholen hadden ze natuurlijk wel -meer vacantie, maar de groote rusttijd duurde twee maanden. Na tien -maanden werken, twee maanden rust, dat kwam iedereen toe. Ze hadden -'t liefst allemaal in de zomer vrij, maar nadat ze 't 'n paar keer -geprobeerd hadden allemaal tegelijk vacantie te nemen, waren ze er -van teruggekomen. Met dat algemeene geluier liep de boel leelijk in -'t honderd. Doch de meesten hadden hun vrije zestig dagen toch in de -zomer en wie nog school ging behoorde daar vanzelf toe. Jan Drie dus -ook, want die zat in de vierde klas der H.B.S. - -Als er één zijn twee maanden rust verdiend had, werkelijk verdiend, -dan was dat Jan Drie. Wie in 2010 op de H.B.S. mee wou komen, moest -aanpakken. Ze maakten er geen gekheid mee. Chemie en werktuigkunde -waren de hoofdvakken. Die had iedereen hard noodig, de landbouwer even -goed als de fabrikant of de handelsman. Gelukkig deden ze niet zooveel -meer aan vreemde talen als tegenwoordig. Over de heele aarde leerde -men de wereldtaal, 'n makkelijk soort koeterwaalsch, waar niemand veel -moeite mee had. Kwam je in den vreemde, dan sprak je die algemeene taal -als je wat van de menschen weten wou. Iedere politieagent verstond -'t--en daar de politiemannen in Jan's tijd voornamelijk tot taak -hadden de menschen terecht te helpen, waren ze over 't algemeen -'n zeer vriendelijk soort menschen geworden, die zoowel te land -en te water, evengoed als in de lucht steeds beleefd en voorkomend -'t verkeer regelden zonder sabel en zonder barsch gezicht. - -Natuurlijk kon je ook vreemde talen leeren als je er lust in had. Er -waren nog menschen genoeg die wilden lezen wat in andere talen -geschreven werd of die 't pleizierig vonden om met vreemdelingen -hún taal te spreken in plaats van dat internationale taaltje. Maar -je kon toch onmogelijk al de talen leeren van de landen waar je zoo -wel eens heenreisde voor zaken of voor genoegen .... of liever waar -je heenvloog, want in 2010 reisden de meeste menschen per luchtschip -of aeroplaan. De spoortreinen en schepen waren voornamelijk voor -goederentransport ingericht. Ofschoon niemand je beletten zou gebruik -te maken van zoo'n vervoermiddel als je daar eens pleizier in had. 't -Waren vooral oudere luidjes die er mee reisden. Die hadden namelijk -nog van die ouderwetsche begrippen van duizeligheid en zoo. Maar -'t reizen door de lucht was veel aangenamer. Je voelde niet dat je -reisde en hoe gelijkmatig ook de beweging over de rails in 2010 was, -je werd toch altijd gewaar dat je reedt. Ook was 't een beetje doodsch -in zoo'n trein zonder machinisten en stokers, zonder conducteurs en -zonder bedienden in de restauratiewagen. 't Ging alles electrisch. Op -'t hoofdkantoor zaten de machinisten, als je hen zoo noemen wilt, want -'t waren electriciens, voor een bord waarop alle sporen zwart op wit -aangegeven waren, met alle stations, wissels en seinen heel duidelijk -er langs geschilderd. Kleine roode blokjes stelden de treinen voor en -die bewogen zich over de spoorwegkaart tegelijk met de echte treinen -buiten op de baan. Iedere machinist voor 't bord bediende 'n zeker -deel, 'n sectie, op de kaart aangegeven door 'n groen vierkant. Hij had -maar aan genummerde knoppen te draaien en de treinen liepen en stonden -stil, reden langzaam of vlogen langs de baan. En de restauratiewagen -in de trein was ingericht als 'n automatische lunchroom: 'n geldstuk -in de gleuf en 't verlangde eten of drinken stond voor je. 't Was -allemaal heel eenvoudig maar doodvervelend. - -Neen dan was de aeroplaan 'n heel wat prettiger voertuig en daar dacht -Jan Drie juist over, terwijl hij daar op 't dak in 'n gemakkelijke -stoel lag. 't Begon al avond te worden en de meeste menschen waren -met de lift naar hun platte daken gegaan. Geen mensen kreeg 't in 2010 -nog in z'n hoofd trappen te gaan klimmen, als je naar boven geblazen -of getrokken kon worden al naar dat je lift, 'n pneumatische of 'n -electrische was. En iedereen die thuis was, zat 's avonds graag op -'t dak. Dan zag je de buren naar beneden komen met hun vlieger of je -wuifde een groet met de hand of met je zakdoek naar een kennis, die -juist over je dak vloog, of even neerstreek om 'n praatje te maken. De -daken waren namelijk ingericht voor 't opstijgen en neerdalen van die -kleine aeroplaans, die de menschen in Jan Drie's tijd er op nahielden -in plaats van de fiets waarvan wij nu zoo'n druk gebruik maken. Ieder -blok woonhuizen bestond uit niet meer dan hoogstens vier woningen -onder één plat dak, dat voorzien was van hangars of bergplaatsen -voor de vliegers. Die huizen stonden natuurlijk niet in de stad maar -buiten op 't land om de stad heen. In de stad woonde geen mensch meer, -die er niet noodzakelijk wonen moest. De stad bestond voornamelijk -uit kantoren, fabrieken, werkplaatsen, loodsen, pakhuizen en andere -groote gebouwen. 't Spreekt vanzelf dat daar ook de stations waren, -beneden voor de treinen en boven voor de luchtschepen. De menschen -vlogen er 's morgens heen en keerden 's avonds naar hun huis in 't -vrije terug. Bij stormachtig weer als 't moeielijk ging met de vlieger, -snorden ze met hun auto heen en terug. 'n Auto was in 2010 'n ding, dat -iedereen, die nu niet totaal doodarm was, zich kon aanschaffen. Iedere -werkman had er een. Ze waren ook zoo goedkoop, die kleine auto's, -wat geen wonder was, als men in aanmerking neemt dat reeds in 1910, -dus honderd jaar vóór Jans tijd, in sommige steden van Californië één -op de veertig menschen 'n auto had. De uitvinders hadden er al jaren -geleden voor gezorgd, dat 't eenige artikel waardoor 't rijden met -'n tuf 'n dure geschiedenis wordt, de rubber, kunstmatig verkregen -werd, zoodat Jan en alleman zich nagenoeg voor niemendal luchtbanden -kon aanschaffen. Maar de aeroplaan bleef toch maar jè vervoermiddel! - -Jan Drie lag dus naar de voorbijschietende aeroplaans te kijken en -groette nu en dan 'n bekende, meestal 'n jongen uit de vijfde klas, -die al zelf 'n vlieger had. Jan bezat er nog geen, en al had hij er -een bezeten, dan had hij er nòg niet mee mogen vliegen, want geen -mensch kreeg 'n vliegbewijs, zonder dat hij 'n cursus doorgemaakt -had in de aviatiek. Op de H.B.S. stond aviatiek onder de vakken, -die pas in 't vierde jaar gegeven worden en Jan was pas met 'n -prachtig overgangsexamen in de vierde aangeland. Hij moest dus nog -aan de aviatiek beginnen. De meeste jongens deden dan op 't eind van -'t vierde hun aviatiekexamen, omdat ze graag 't vliegbewijs wilden -hebben, maar ze konden 't ook tegelijk met 't eindexamen doen. - -Aviatiek was juist 't vak waar Jan 't meest van hield en daar z'n vader -vloog en z'n oudere broer benevens 'n dozijn kennissen en Jan een van -die jongens was, die om zoo te zeggen van 't aanhooren leeren, had -hij z'n aviatiek best toen al kunnen doen, als hij maar wat meer had -geweten van meteorologie, die nuttige wetenschap, die je ook luchtkunde -zou kunnen noemen, ofschoon wij er tegenwoordig nog liever weerkunde -tegen zeggen. Baroscopen, hygroscopen en thermoscopen hadden Jan tot -nog toe koud gelaten. Hij had zich meer aangetrokken gevoeld door de -studie van de motor en de vliegvlakken, 't behandelen der sturen en -de kunst van opstijgen, keeren en neerdalen. Wat dàt betreft moest -menige ervaren vliegeraar voor hem de hoed afnemen (hoewel in Jan's -tijd geen verstandig mensch zoo gek was, zulk een mal ding, dat wij 'n -hoed noemen, op z'n hoofd te willen hebben.) Hij was al zoo dikwijls -met z'n vader mee de lucht in geweest en had al zoo vaak onder diens -leiding zelf gezweefd en gevlogen, dat 'n gewone vlieger geen geheimen -voor hem had en z'n vader dan ook even gerust z'n pijp rookte, wanneer -Jan 't stuurrad in z'n handen had en hij naast hem op 't gemakkelijke -passagiersbankje zat, als in 't tegenovergestelde geval. - -Maar Jan mocht niet alléén vliegen en dat was voor hem 'n even -onaangenaam ding, als 't is voor 'n jongen van onze tijd, die er niet -alleen op z'n kar vandoor mag. - -'t Werd donker en de vliegers, die nog in de lucht waren hadden -hun lichten aan. De sterren stonden te tintelen met dezelfde zachte -flikkerlichtjes, waarmee ze reeds zoovele duizende jaren de donkere -aarde beschenen hadden, heel hoog boven al dat veranderlijke gedoe -van de menschen. Maar 't leek wel alsof de menschen de sterrenhemel -niet mooi genoeg meer vonden en er daarom wat nieuwe sterren bij -gemaakt hadden, steeds drie bij elkaar. 'n Witte in 't midden en iets -lager links en rechts 'n groene en 'n roode. En die nieuwe sterren, -veel helderder dan al die oude, schoten naar alle kanten door het -luchtruim. Ze verdwenen in de verte of kwamen nader om voorbij te -snorren boven Jan's hoofd met 'n snelheid van vijftig kilometer in 't -uur. Hij zag sommige dalen in de buurt, heel langzaam en dan hoorde -hij de menschen praten en lachen als ze hun vlieger opborgen. Van -anderen die voorbij vlogen zag hij 't kleine eenzame sterretje, 't -lichtje achteraan de vlieger. Eerst was de lucht vol geweest van die -lampen, maar na 'n uur werd 't minder en minder tot eindelijk de hemel -boven hen nog alleen maar bespikkeld was met de oude trouwe lichtjes -van altijd. De vliegmenschen in de buurt waren allemaal thuis en de -lucht was weer ouderwetsch leeg. Slechts een aeroplaan was er nog, -een met twee roode lichten en 'n scherp wit zoeklicht middenin. Die -bleef maar steeds in 'n wijde kring rondzweven op dezelfde hoogte, -statig en langzaam. 't Was de politie-monoplaan van den luchtwachter, -die in de buurt dienst had. In de verte boven de stad vlogen er nog -'n stuk of wat, maar die waren nauwelijks te zien door de gele gloed -van al de lichten daarbeneden. - -Jan stond op. Hij wou maar naar bed gaan. Doch bij de lift bleef -hij staan om nog even te kijken naar de nachtexpres voor Berlijn -en St. Petersburg, die juist boven de stad opsteeg. Eerst zag hij -de groote bestuurbare ballon, zoo'n lange Zeppelin, heel duidelijk -in 't felle stadslicht, maar naar mate de ballon steeg werd ze -onduidelijker in het nachtduister, doch zooveel te beter kon hij de -helverlichte salons onder de met gas gevuld luchtvisch zien, die nu -hooger en hooger stijgend steeds meer nabij kwam, doch spoedig met -'n snelheid van tweehonderd kilometer over steden en dorpen, heuvels -en dalen heensnorrend, uit het oog verdween. - -Terwijl hij 't groote luchtschip nazag, hoorde hij plotseling achter -zich 't gonzen van 'n aeroplaan en toen hij opkeek zag hij, dat zijn -buurman, mijnheer Vliegenthert, die in 't zelfde blok woonde, neerkwam -op 't dak. Hij zag m'nheer Vliegenthert uitstappen. De lichten gingen -plotseling uit en m'nheer Vliegenthert die groote haast scheen te -hebben om in bed te komen, verdween in lift no. 1. Z'n vlieger liet hij -op 't dak staan, wat natuurlijk niet mocht. Vliegers en bestuurbare -ballons moesten 's nachts weggeborgen worden in de hangars of in -de hallen. Maar m'nheer Vliegenthert was wel eens meer 'n beetje -zorgeloos. Als de luchtwachter de vlieger ontdekte, onbeheerd op -'t dak, zou ie wel eventjes 't nummer noteeren en dan kreeg m'nheer -Vliegenthert natuurlijk den volgenden dag 'n bekeuring. Doch daar -gaf m'nheer Vliegenthert blijkbaar geen sikkepit om. Hij was wel -eens meer bekeurd voor zoo iets. Hij betaalde de boete en deed 't -toch naderhand weer. D'r zijn nu eenmaal menschen, die 't geen haar -kan schelen, als ze boete moeten betalen. - -Jan ging niet in de lift, maar wandelde over 't dak naar m'nheer -Vliegenthert's aero. Hij hield van aeroplaans of 't levende dingen -waren en hij vond 't verschrikkelijk dat m'nheer Vliegenthert z'n -mooie toestel daar maar zoo onbeschermd op 't dak liet. Hoe licht kon -'t niet gaan waaien dien nacht, iets wat in ons land zoo dikwijls -voorkomt. In dat geval zou m'nheer Vliegenthert de volgende morgen -z'n vlieger ergens beneden moeten gaan zoeken, hoogstwaarschijnlijk -met gebroken vleugels en andere mankementen. M'nheer Vliegenthert kon -dat misschien zooveel niet schelen, die had geld genoeg om desnoods -dadelijk 'n nieuwe aan te schaffen, maar Jan Drie vond 't zonde. 't -Was zoo'n mooie sierlijke vlieger, een met slaande vleugels, waarvan -de menschen honderd jaar geleden, toen ze begonnen te vliegen, niet -hadden durven droomen, die zich door de lucht bewoog als 'n echte -vogel en 'n snelheid bezat van 'n levende zwaluw bijna. 'n Vlieger, -waarmee je in de lucht alles kon doen, behalve stilstaan. Maar -daarvoor hield je er ook geen vlieger op na. Jan had in 't museum -'n vliegmachine gezien van 't jaar 1910. 'n Lomp ding, waarmee 'n -zekere van Maasdijk gevlogen had, 'n Hollander, die al lang dood was, -maar naar wiens vliegtoeren indertijd honderden en duizenden van -heinde en ver waren komen zien. De geschiedenis van de vliegkunst -maakte melding van de begeestering, waarmee de menschen honderd jaren -geleden dien van Maasdijk hadden toegejuicht, wanneer hij 'n minuut -of vijftien of soms twintig boven hun hoofden had gezweefd, zonder -uit de lucht te vallen. De Nederlanders van 'n eeuw terug hadden van -Maasdijk bewonderd om z'n durf. En 't was niet alleen van Maasdijk, -die ze bewonderd hadden... daar was ook nog Olieslaegers en nog -zoovele andere pioniers der vliegkunst, Bleriot, Paulhan, Latham, -de twee Wrights enz. enz. 'n heele rij mannen die hun leven gewaagd -hadden voor de vliegkunst. En Jan Drie vond 't heel natuurlijk, dat -er zoovele van die mannen waren verongelukt, uit de lucht gevallen, -dood of verminkt. Want die oude biplaan in 't museum, was zoo'n echt -onbeholpen ding, waarmee geen mensch in 2010 't gewaagd zou hebben -ook maar 'n minuut lang te vliegen, nog voor geen honderdduizend -gulden, zelfs al was 't niet zoo jammerlijk vermolmd geweest. Die -vliegmenschen van voor honderd jaar waren wèl moedig, dat ze zich -durfden wagen op zoo'n toestel. Die eerste aviateurs beschikten over -een doodsverachting waar je koud van werd als je er aan dacht, maar -die de vliegkunst met reuzenschreden vooruit bracht. Nog geen drie jaar -na de uitvinding van de eerste vliegmachine waar 't gros der menschen -in die tijd om lachte of er 't hoofd over schudde, vloog Bleriot al -over 't kanaal en steeg een ander tot zestienhonderd meter hoogte, -werden er al fabrieken voor vliegers opgericht en hield men overal -vliegwedstrijden. Jan's tijdgenooten waren nog dankbaar daarvoor, -want zonder die onvermoeide levensgevaarlijke pogingen van die eerste -vliegmannen, zou de vliegkunst nooit geworden zijn, wat ze in 2010 was, -en Jan Drie zou niet op het dak hebben staan kijken naar dat zonder -gevaar te hanteeren aeroplaantje van m'nheer Vliegenthert, zoo fijn -ingericht, met 'n paar gemakkelijke zitjes, of 't ruststoelen waren -en waarin je even lekker zat als in de leeren leunstoelen uit z'n -vaders studeerkamer. Hij dacht aan 't onmogelijke smalle plankje -van de aeroplaan in 't museum, met zoo'n ijzerdraad voor leuning, -waarop die beroemde waaghalzen van vroeger dagen zich dan toch maar -erg onveilig moesten gevoeld hebben. 't Was om van te rillen! - -Jan vond 't dus jammer om de aeroplaan op 't dak te laten staan -onder de bloote hemel en wilde daarom de vlieger in de hangar onder -dak brengen. Maar, daar had je nu weer net zoo iets van m'nheer -Vliegenthert: de hangar was op slot. Hij wist echter raad. Er -was plaats genoeg in de hangar van z'n vader. Die was heelemaal -leeg. Jan's vader en moeder waren voor 'n paar daagjes uitgevlogen -en z'n broer was al bijna de heele vacantie uit logeeren bij familie -in Engeland. Die was natuurlijk ook per aeroplaan gegaan. Even dus de -vlieger van m'nheer Vliegenthert op stal gezet. M'nheer Vliegenthert -zou wel 'n beetje mal kijken, als ie z'n vlieger niet vinden kon de -volgende morgen. Maar dàt vond Jan wel leuk. Hij wilde echter de kans -niet loopen 't mooie monoplaantje te beschadigen. In de duisternis -stiet je zoo licht ergens tegen aan, zóó breed was 't dak nu juist -niet, om er veel capriolen met 'n vlieger op te maken. Z'n vaders -vliegergarage was aan 't andere eind bij lift no. 1. Hij meende -dus er nog veiliger te komen als hij even opvloog, 'n kringetje om -'t dak maakte en dan daalde op 't punt waar hij wezen wilde. Hij -stapte daarom in en ging gemakkelijk in de stuurstoel zitten, drukte -even op 'n knop (je hoefde niet meer zoo wanhopig aan 'n zwengel te -draaien om de motor in beweging te brengen als honderd jaar geleden) -en rrrrt ... de propeller gonsde al ... 'n duwtje aan 't stuurrad -en met langzame vleugelslag, als van 'n arend, was de monoplaan in -'n wip van 't dak. - -"Ho, ho," dacht Jan, "daar heb ik niet op 't hoogtestuur gelet, daar -moet die m'nheer Vliegenthert bij 't haastige uitstappen óók nog met -z'n vingers aan gezeten hebben." - -De vlieger was met verbazende snelheid schuin de lucht in -geschoten. Welke hoogte hij na vijf minuten al bereikt had, kon Jan -zoo gauw niet gewaar worden. Maar 't moest 'n behoorlijke hoogte zijn, -want de lucht had langs Jan's ooren gesuisd of 't 'n knappe stormwind -was. Toen Jan aan dat stijgen 'n eind gemaakt had keek hij bij 't -schijnsel van 't kleine gloeilampje op 't stuurrad de hoogtemeter -eens aan. Die wees vijfhonderd meter! - -Jan Drie lachte van plezier. Zóó hoog was hij nog nooit gestegen in -de monoplaan met z'n vader. Die hield meer van de gewone hoogte van -honderd meters, voorgeschreven aan vliegers en andere luchtvaartuigen, -die met geen grooter snelheid vlogen dan vijftig kilometers per -uur. Op die hoogte was 't dan ook gewoonlijk 't gezelligst. Daar -waren de pleziervliegers, wat je zoudt kunnen noemen de wandelaars -onder de aeroplaans, met menschen er in, die op visite gingen bij -familie of kennissen, of die op weg waren naar de schouwburg of 'n -concert of ook wel eenvoudig 'n luchtje schepten. Op deze geringe -afstand van de aarde had je geen last van haastige handelsreizigers, -racende sportvliegers of roekelooze aankomende slagersknechts. Wie -sneller wou vliegen dan vijftig kilometers moest hooger op. Tusschen -de twee en vijfhonderd meters was 'n snelheid van vijftig tot -honderd K.M. geoorloofd. Nòg hooger mocht je vliegen zoo hard -als je wou, mits je maar zorgde, dat je niet zoo onbesuisd was, -van in botsing te komen met een van die reusachtige dirigeables, -die een geregelde vaart onderhielden tusschen de groote steden der -aarde. Die luchtschepen voeren altijd op 'n hoogte van vijfhonderd -tot duizend meters. Soms nog wel hooger. 't Verschil was voor deze -luchtschepen soms aanmerkelijk. Dat lag veelal aan 't weer. Als 't -beneden 'n beetje onstuimig was, gingen ze maar wat hooger, omdat -'t in de hoogere luchtlagen meestal kalmer was. Doch er waren ook -andere oorzaken. Om er maar een te noemen, de Zuid-Afrika-expres, -die iederen avond van Londen vertrok, ging over Parijs, Tanger, -Alexandrie, Addis-Abeba (de residentie van den Negus.) Die had de -heetste streken van Afrika voor 'n goed deel der reis onder zich, -en steeg daarom boven Afrika tot 'n hoogte van twee duizend meter, -om de koelte. De Amerika-expres daarentegen kwam zelden hooger dan -vijfhonderd meter, behalve wanneer 't beneden stormde natuurlijk. - -'t Was heerlijk daarboven onder de tintelende sterren, vond Jan. Aan -z'n rechterkant ver beneden hem glansden de gele lichtbollen van -de groote stad en daar overheen hoorde hij 't verre brommen der -zee. Ook dreven er hier en daar de roode lichtjes met het zoeklicht -der luchtwachters, dat zoo nu en dan 'n hel witte lichtbundel langs -de duistere hemel schoof, wanneer de man de omtrek verkende. Jan had -'n sterrenhemel boven en een beneden zich, waartusschen hij met de -mooie monoplaan van m'nheer Vliegenthert heen gonsde, want de vlieger -stond niet stil. - -Jan Drie kon de verleiding niet weerstaan 'n klein toertje te -maken, nu hij toch eenmaal aan 't vliegen was. De eigenaar sliep -al en thuis miste hem niemand, want de dienstboden lagen ook op één -oor. De lichten der groote stad verdwenen al gauw aan de horizon en -'t gebrom der golven was niet meer te hooren. Er was niets dan de -sterren, 't suizen van de lucht langs zijn ooren en 't gonzen van de -schroef der aeroplaan, die met 'n snelheid van negentig kilometers in -'t uur door 't luchtruim schoot. 'n Beetje koel was 't wel daarboven, -doch daar gaf hij niet veel om. Jan was gehard genoeg om voor 'n beetje -hoogtekou niet erg bang te zijn. Na 'n poosje keek hij op z'n horloge, -dat hij op vliegenierswijze in 'n leeren armband droeg ... sjonge, -hij had al meer dan 'n uur gevlogen! 't Werd dus tijd om de geleende -monoplaan weer naar huis te brengen ... Keeren dus. Hij was zoowat -in de richting Zuidoost vertrokken. Dat wist ie wel uit 't hoofd, -omdat ie de ligging van 't dak kende. Maar nu moest hij toch even 't -kompas raadplegen, om de richting terug, Noordwest te vinden. Onder -'t wenden van de aeroplaan keek hij dus even naar 't koperen doosje op -'t stuurrad vlak bij 't kleine gloeilampje. - -Er was geen kompasnaald in .... 't doosje was leeg! - -Jan schrok 'n klein beetje .... Dat was nu net weer iets voor dien -onachtzamen m'nheer Vliegenthert om 'n leeg kompashuisje op z'n -stuur te hebben. Wat drommel welke kant vloog hij nu uit? Hij had -de aeroplaan al 'n beetje uit de oorspronkelijke richting gestuurd -toen hij de leegte van 't kompasdoosje bemerkte en had toen op de -gis dadelijk 't stuurrad weer in z'n vroegere stand gebracht. Doch -daarmee was hij niet geholpen. Hij moest toch naar huis. Er bleef -niets anders over dan maar op de sterren te sturen. Zooveel wist hij -gelukkig van de nachthemd wel af, al was hij ook slecht op de hoogte -met de luchtkunde, dat hij de richting wel kon vinden met behulp van -de Poolster, de Groote Beer, Orion en de rest. Maar waar zaten die -hemellichten? Hij zag er niet eentje van. Het luchtruim was al net -zoo zwart als de aarde beneden .... Zware wolken moesten boven hem -zijn ... Daar had je ze al. Hij was er opeens zelf midden in. Mist -en nevel om hem heen. Kil hoor! - -Wat zou hij beginnen? Stijgen om de sterren te vinden? Wie weet hoe -dik die wolkenbank was. Daar had hij niet veel zin in. Dalen dus -.... misschien vond hij beneden wel 'n luchtwachter ergens. Allo, -naar beneden .... - -De gehoorzame aeroplaan deed precies wat Jan wilde. In 'n oogwenk was -hij een paar honderd meter gedaald en uit die miserabele wolken. En -daar dreef onder hem 'n vlieger met de bekende twee roode lichten. - -Doch toen sloeg Jan Drie de schrik om 't hart. Als die wachter hem -eens naar z'n vliegbewijs vroeg! Die luchtwachters waren zoo pienter -en deze zou dus dadelijk aan Jan's gezicht zien, dat ie nog zoo jong -was en naar 't vliegbewijs vragen. Neen hoor, geen bekeuring! Dan -liever net als van Speyck de lucht in! - -Maar de luchtwachter had de verdwaalde Jan al in de smiezen. 'n Felle -bundel van 'n zoeklicht schoof door de nachtduisternis en daar zat Jan -met m'nheer Vliegentherts monoplaan op eens in 't helle witte licht. - -"Wel zeker" mompelde Jan Drie, "dat zullen we eerst nog eens zien. Als -die vent zich verbeeldt, dat ie mij te pakken krijgt heeft ie 't toch -leelijk bij 't verkeerde eind." 'n Greep aan 'n kruk en daar schoot -m'nheer Vliegentherts reisvogeltje als 'n zwaluw schuin omhoog en -verdween in de wolken. - -De luchtwachter keek verbaasd naar deze snelle manoeuvre, draaide z'n -zoeklicht in de richting die de vluchtende aeroplaan genomen had en -zag .... niemendal. - -"Nou", bromde de man, "da's ook 'n rare .... Heeft bepaald wat op z'n -kerfstok .... Maar ik heb geen trek om 'm daarboven in die natte mist -na te zetten." - -Hij haalde echter 'n zakboekje voor de dag en noteerde: -11 u. 50. "Roode aeroplaan verkend die verdachte bewegingen -maakte. Richting onbekend. Verdween onder 'n hoek van dertig graden in -de wolken. Geen tijd tot fotogr. opname. Vermoedelijke oorspronkelijke -vlieghoogte 100 M." - - - - - - - - -TWEEDE HOOFDSTUK. - - Waarin m'nheer Vliegenthert de hulp inroept van Inspecteur Punt - en de luchtpolitiehond aan 'n vliegjas ruikt. - - -M'nheer Vliegenthert stond de volgende morgen om zeven uur -op. Hij wilde eventjes heel gauw 'n bad nemen, zich scheren, z'n -haar borstelen, zich kleeden en daarna ontbijten. Dat deed hij -iedere morgen en steeds had hij daarbij te kampen met z'n bekende -onachtzaamheid, wat geen wonder is bij iemand zoo haastig gebakerd -als m'nheer Vliegenthert. Maar nog zelden was 't zoo erg geweest -en beging hij zulke hevige vergissingen als die ochtend. Hij sprong -uit 't bed, holde naar de badkamer, draaide de kranen van 't heete -en van 't koude water met beide handen te gelijk open, draaide de -koudwaterkraan in de haast onmiddellijk weer dicht, liep op 'n drafje -weg omdat hij nog iets vergeten had, kwam op 'n drafje terug, stapte -in 't zelfde tempo de badkuip in, maar was er onmiddelijk weer uit, -'t water was bijna kokend. Hij liet z'n bad in de steek, omdat hij -geen tijd meer had 't heete water te laten wegloopen, maakte vlug -z'n toilet verder in orde en bemerkte niet eens, dat hij met één -bloote voet en één met twee sokken er aan in z'n muilen schoot. 't -Was natuurlijk geen wonder, dat hij aan de ontbijttafel mopperde -over de ongelijkmatigheid van de temperatuur in de kamer, die hem -één koude en één warme voet bezorgde. Met 'n vies gezicht zette hij -echter plotseling z'n theekop met 'n slag op tafel, omdat hij er -zout in plaats van suiker in gedaan had. 't Was z'n eigen schuld, -want welk verstandig mensch kan tegelijker tijd 't ochtendblad lezen -en theeschenken? Nijdig stond hij op, trok z'n schoenen aan en ging -naar de lift. Hij wilde gauw naar z'n kantoor vliegen in de stad. - -"Hé," dacht m'nheer Vliegenthert, toen hij in de heldere zonneschijn -stond en over 't leege dak heenkeek,.... "da's komiek.... Nou was -ik toch in de verbeelding, dat ik m'n vlieger niet in de hangar -gebracht had.... in de stellige verbeelding.... en nou schijn ik -'t tòch gedaan te hebben." Hij ging naar de hangar en deed de deur -open. "Wat drommel.... hier is ie òòk niet!.... Waar heb ik gisteren -avond dat ding toch neer gezet?.... Ik herinner me toch.... dat ik er -mee thuis gekomen ben. Wel ja.... 'k weet 't sekuur." Hij keek eens -in de lucht. "Neen, gewaaid heeft 't vannacht niet.... en bovendien, -als ie van 't dak gewaaid was had de een of de ander het me vanmorgen -al lang verteld.... 't Is 'n raadselachtig geval." - -Hij ging naar de telefoon in de hangar, zette 'n stiftje in 'n klein -genommerd gaatje op 'n bord en riep: "Hallo!" In 2010 verbond je -jezelf en de telefoon was natuurlijk draadloos. Al die leelijke -draadstreepen in de lucht behoorde al lang tot het verleden. 't -Was leelijk en bovendien zeer gevaarlijk voor de vliegers. De -telefoonjuffrouwen behoorden óók tot 't verleden, niet omdat die -leelijk of gevaarlijk waren, maar omdat de telefoon veel eenvoudiger -ingericht was. Wat honderd jaren geleden 'n heele tros juffers deden -op 't telefoonkantoor, deden de aangeslotenen nu zelf met 't stiftje -op het bord. - -"Hallo, spreek ik met den commissaris van politie?.... O, -is die er niet?.... Wie is er dan wel?.... De inspecteur van -de derde sectie?.... Inspecteur Punt zegt u?.... Ook goed.... U -spreekt met Vliegenthert... Vlieg... ent... hert... Luister u eens -even.... Luister eens even.... U praat maar aanhoudend.... U hebt -toch niet opgescheld?... Maar luister dan toch eens even m'nheer -de inspecteur Punt... Ik heb haast... Ja ik heb altijd haast... M'n -monoplaan is verdwenen.... Nee niet uit de hangar... van 't dak... Ik -had vergeten hem binnen te brengen.... M'n eigen schuld?.... Ja maar -daarmee heb ik m'n nieuwe aeroplaan niet terug... Kom u zelf?... Heel -goed... als u maar gauw komt, want ik heb vreeselijke haast.... Wat -zegt u?.... Ik kan u niet verstaan... Hallo!... Ik kan u niet -verstaan.... Hallo!!! Kom u gauw? Hallo!.... Hallo!!!--Ze laten me -gewoon staan--Hallo!!! Hallo dan toch!!! Inspecteur Punt!!! In... -spec... teur. Punt!!!!!! Hallo!! Hallo!!--Verroest--Hallo!!!" - -M'nheer Vliegenthert schreeuwde hoe langer hoe harder en nijdiger -hallo, wel vijf minuten lang en hij hoorde niet eens 't snorren van -'n aeroplaan vlak bij zich. - -"Wat staat u daar toch hallo te gillen!" zei iemand achter hem. - -"'t Is 'n schandaal", riep m'nheer Vliegenthert, -zonder om te zien.... "Hallo!!!--Nou spreek ik met de -politie.... Hallo!!! Inspecteur Punt!!! Hallo!!! In-spec-teur Punt!!!" - -"U hoeft niet zoo hard te schreeuwen in die telefoon m'nheer -Vliegenthert," zei die iemand achter hem weer. "Ik ben inspecteur -Punt." - -"Hè??" - -M'nheer Vliegenthert keerde zich om en keek met 'n verbaasd gezicht -naar inspecteur Punt, die, terwijl m'nheer Vliegenthert in de telefoon -stond te gillen omdat ie zoo'n haast had, heel kalm in z'n vlieger -was gestapt en nu even kalm voor dien haastigen m'nheer stond met -'n notitieboekje in de hand. - -"Uw monoplaan wordt vermist?" - -"Ja. 'k Heb hem gisterenavond...." - -"Doet er niet toe.... Kleur van de monoplaan?" - -"Rood." - -"Wat voor rood?" - -"Wat voor rood??" - -"Rood en rood is twee, m'nheer Vliegenthert. Vuurrood, kersrood, -wijnrood, steenrood, bloedrood, rozerood, robijnrood, "oranjerood." - -"O, noem u dat twee.... 't lijkt meer op acht...." - -"Maak nu geen gekheid asjeblieft.... welk rood? Ik moet het precies -weten." - -"Ik geloof dat het wijnrood is...." - -"Dus vermoedelijk wijnrood.... Monoplaan hè?" - -"Ja, met slaande vleugels." - -"Ah, dat is 'n zeer gewichtige bizonderheid. Monoplaans met slaande -vleugels zijn nog betrekkelijk zeldzaam.... Hoeveel paardekracht?" - -"Honderdtwintig." - -"U hebt hem op 't dak laten staan?".... - -"Dat geloof ik wel".... - -"Gelooft u dat wel?.... Dus u weet 't niet zeker?" - -"Dat is te zeggen.... ik weet nooit iets heel zeker.... Ik heb altijd -zoo'n vreeselijke haast, ziet u...." - -"Zoo, zoo.... u weet dan misschien ook niet eens zeker of u wel 'n -aeroplaan gehad hebt?" zei inspecteur Punt spottend.... "Enfin.... als -u niet weet of u 't ding op 't dak hebt laten staan, kan ie -evengoed uit de hangar gestolen zijn.... Laat mij die hangar eens -onderzoeken. Gaat u maar zoolang buiten staan.... of gaat u liever -maar even uw tweede schoen aantrekken.... u hebt 'n schoen en 'n -pantoffel aan." - -M'nheer Vliegenthert keek naar z'n schoeisel en droop af. Tegen -zoo'n kalmte als die van den inspecteur, voelde hij zich niet -opgewassen. Inspecteur Punt nam nu de hangar nauwkeurig op, klopte -op de deur, blies in 't slot, bekeek de zoldering, trok rimpels in -z'n voorhoofd, draaide z'n zwarte puntbaardje tusschen z'n vingers -en keek wel 'n minuut lang naar de knop van de deur, stak eindelijk -voorzichtig z'n lange vingers naar iets uit, dat op die knop zat, -bekeek het, hield het tegen het licht en bergde het zorgvuldig in -z'n portefeuille. 't Was een lang blond haar. - -Daarna ging hij naar de telefoon en riep: "Hallo! Is brigadier -Kwadraat daar?... O... je moet onmiddelijk met Spits hier komen... bij -m'nheer Vliegenthert... Wie heeft vannacht dienst gehad in de derde -sectie?... Wie zeg je?... O, die... Hm... ja... Is zeker buiten dienst -hè?... Ja hij moet toch binnen 'n kwartier hier zijn... Denk er om -vlug... Hè?... All right!" - -Inspecteur Punt ging in 'n rieten dakstoel zitten en verzonk in -diep nadenken. Doch hij zat niet lang alleen. Binnen tien minuten -was brigadier Kwadraat gearriveerd met z'n politiehond Spits en -eenige oogenblikken later verscheen ook de luchtwachter, die de -nachtdienst had gehad in de derde sectie. Inmiddels was ook m'nheer -Vliegenthert weer op 't dak gekomen, ditmaal met twee schoenen, en -'n steeds slechter wordend humeur. Dat kwam omdat z'n rechterschoen -pijnlijk knelde en z'n linkervoet zich in 'n luchtige ruimte verheugde, -wat m'nheer Vliegenthert toeschreef aan de idiote domheid van z'n -schoenleverancier. - -Er werd evenwel voorloopig niet de minste notie genomen van m'nheer -Vliegenthert nòch van z'n slechte luim. Inspecteur Punt had veel meer -aandacht voor den luchtwachter die met 'n slaperig gezicht voor hem -stond en plotseling klaar wakker schrok toen de inspecteur vroeg: - -"Hoe laat is de monoplaan van m'nheer Vliegenthert gestolen?" Deze -vraag op de man af verbaasde den luchtwachter in hooge mate, want -hij wist niemendal van die heele vlieger af. Maar hij wist wèl, dat -volgens inspecteur Punt 'n luchtwachter alles zien moest wat in de -lucht van z'n sectie voorviel. Uitvluchten baatten bij dezen gestrengen -chef niets en de lange luchtwachter, die om z'n werkelijk buitengewone -afmeting in één richting--1 meter 95--door z'n kameraden met de bijnaam -"De Streep" werd aangeduid, en daar beter naar luisterde dan naar -z'n eigen familienaam, stond daar met 'n beteuterd gezicht en zweeg. - -"Geef je geen antwoord Streepje?.... Zeker weer in je vlieger -zitten slapen vannacht hè?.... Je deugt al heel weinig voor de lucht -mannetje.... We zullen je moeten overplaatsen naar de begane grond, -als dat zoo voortgaat.... Kom man geef eens antwoord.... Hier is -'n aeroplaan gestolen.... dat mòèt jij gezien hebben, want zoo'n -dingetje kan toch niet door 'n zakkenroller in z'n binnenzak -weggemoffeld zijn...." - -"Ik heb m'nheer Vliegenthert wel thuis zien komen met z'n -vlieger.... Toen was ik net hier in de buurt.... Meer heb ik niet -gezien...." - -"Zoo.... dan heb je om te beginnen je al schuldig gemaakt aan -plichtverzuim, want deze heer heeft z'n vlieger onbeheerd op 't dak -laten staan en jij had 'm moeten bekeuren.... Brigadier Kwadraat wil -je daar aanteekening van houden?.... En vertel me nou es, wat voor -kleur heeft die vlieger van m'nheer Vliegenthert...." - -"Roodachtig inspecteur...." - -"Roodachtig?.... Rood-àchtig zeg je? Is me dat nou 'n nauwkeurige -aanduiding? Precìès wil ik 't weten.... Je lijkt m'nheer Vliegenthert -zelf wel...." - -"'t Had zoo.. iets van.. e.. cacao".... stotterde de bedremmelde -Streep. - -"Ingerukt!" bulderde inspecteur Punt woedend.... "Cacaorood.... wel -allemachtig.... Brigadier laat zoo gauw mogelijk de oogen van de Streep -onderzoeken.... ik geloof dat de vent kleurenblind begint te worden." - -De Streep monoplaande er onmiddelijk van door om te gaan -uitslapen. Brigadier Kwadraat stond zwijgend naast z'n vlieger waarin -Spits op 't achterbankje zat. - -Brigadier Kwadraat was trotsch op die hond en hij mocht dat zijn, -want hij had Spits zelf afgericht tot luchtpolitiehond. Maar al -de africhterskunst van den brigadier zou niets uitgehaald hebben, -als Spits niet de schrandere, scherpzinnige hond van edelen bloede -geweest was, wiens reukorgaan dermate was ontwikkeld, dat de bekende -speurneus van inspecteur Punt bij de zijne vergeleken heelemaal in 't -niet verzonk, ofschoon iemand, die geen verstand van speurneuzen had, -afgaande op uiterlijkheden verreweg de voorkeur zou gegeven hebben -aan de neus van den inspecteur. - -Spits stamde namelijk in rechte lijn af van de Haagsche politiehond -Marre, die honderd jaar geleden, in 1910, zulk een geweldig succes -had met 't opsporen van echte en nagemaakte booswichten, want Marre -werkte ook op wedstrijden. Die vlugger dan de vlugste politieagent over -'n hek of 'n muur klom, als daar iemand achter zat, die hij op moest -zoeken en die zich niet van de wijs liet brengen door de lekkerste -worst. Doch Spits overtrof Marre benevens al z'n andere viervoetige -voorgangers en tijdgenooten. Er was in 2010 geen hond die 't spoor -van 'n aeroplaan zoo zeker kon aanwijzen als Spits. Z'n onnavolgbare -neus liet hem nooit in de steek, geen wolk was 'n beletsel en geen -dagenlange regenbui wischte voor hem 't spoor uit. Spits faalde -nooit. En dit dier met z'n wonderbaarlijke neus was door inspecteur -Punt uitverkoren om de verdwenen aeroplaan van m'nheer Vliegenthert -terecht te brengen. - -Inspecteur Punt zat nog altijd in de rieten stoel en m'nheer -Vliegenthert liep op 't dak heen en weer. - -"Zou u zoo vriendelijk willen zijn, ons 'n oogenblikje alleen te -laten?" zei de inspecteur. "U hindert ons." - -"Met genoegen," antwoordde m'nheer Vliegenthert en nam onder 't -heengaan 'n groene vliegjas mee. De twee politiemannen bemerkten er -niemendal van. - -"Brigadier Kwadraat," begon inspecteur Punt eenigszins gewichtig, -"deze diefstal is waarschijnlijk.... of liever heel stellig door -'n vrouw gepleegd.... of althans met behulp van 'n vrouwelijk -wezen.... Hoe ik dat nu al zoo positief weet hè?.... Kijk eens.--(hij -haalde de portefeuille voor de dag en nam het lange blonde haar er -uit, dat hij met z'n twee handen voor zich uit hield tusschen vinger -en duim,) de dievegge is blond.... .... Dit haar zat aan de deurknop -van de hangar.... - -"Lieve hemel," mompelde brigadier Kwadraat.... "dat haar...." - -"Val me niet in de rede brigadier." - -"Maar inspecteur.... dat haar...." - -"Geen tegenspraak.... met dit haar en met Spits vind ik de aeroplaan -van m'nheer Vliegenthert. Jammer dat ik Spits aan dit haar geen lucht -kan geven.... we zullen ons moeten behelpen met wat anders.... Ga -eens naar beneden en vraag aan m'nheer Vliegenthert of hij niet -iets heeft.... 'n kleedingstuk bijvoorbeeld, dat hij gewoon was -in die aeroplaan te dragen.... Dan kunnen we Spits daaraan laten -ruiken.... en dan spoort hij de aeroplaan wel op. Denk je ook niet?" - -"Natuurlijk vindt Spits de aeroplaan".... zei de brigadier. - -"En dan vind ik de dievegge." - -Brigadier Kwadraat maakte geen opmerking hierover, maar toen hij -in de lift zat barstte hij in 'n schaterlach uit en riep: "Hij met -z'n haar!" 'n Oogenblik later stond hij echter alweer op 't dak -met 'n ernstig gezicht in gezelschap van m'nheer Vliegenthert en -de jas, dezelfde die hij van 't dak meegenomen had. De inspecteur -was nog bezig het kostbare blonde haar in z'n portefeuille op te -bergen. Brigadier Kwadraat ging naar den inspecteur en meldde: -"Hier is m'nheer Vliegenthert met 'n jas." - -"Goed, m'nheer Vliegenthert hebben we niet noodig, maar geef Spits -lucht aan 't kleedingstuk." - -"In orde inspecteur," zei de brigadier en ging terug om Spits "lucht te -geven," dat wil zeggen hij liet het hem terdege besnuffelen. Nu had hij -nog maar te zeggen: "zoek de aeroplaan" en dan zou Spits de vlieger uit -duizenden herkend hebben. Maar zoover was 't nog niet. De inspecteur -wou er zelf op uit en die moest 't dan ook zelf maar aan Spits zeggen. - -"Klaar?" vroeg inspecteur Punt. - -"Alles in orde." - -Toen stond inspecteur Punt op uit z'n rieten stoel en zei: "Ga -maar naar 't bureau terug en wacht daar op telefonisch bericht van -me." Daarna maakte hij aanstalten om in z'n monoplaan te stappen, -waarin brigadier Kwadraat Spits reeds had laten plaats nemen. Spits -kwispelde met de staart. Die ging ook liever met den brigadier mee, -maar er was niets aan te doen. Brigadier Kwadraat streek de hond eens -over z'n kop en ging naar z'n eigen vlieger. Hij klom er in en was -juist klaar om z'n motor in beweging te zetten, toen hij omkeek naar -den inspecteur, die met 'n vliegjas aan instapte. Spits zat achter -hem met de neus in de wind, snuffelend. - -"Zoek de aeroplaan" zei inspecteur Punt. "Waf," zei Spits. "Rrrrrt" -zei de aeroplaan en met 'n vaart schoten ze alle drie van 't dak af. - -Brigadier Kwadraat zat verstomd, wel vijf minuten lang met groote -ronde oogen de vertrekkende vlieger nakijkend en luisterend naar -het voortdurende aanslaan van Spits, het teeken dat hij op 't goede -spoor was. - -'n Aeroplaanhond hield er andere manieren op na, dan 'n aardsche -politiehond, die op z'n eigen vier beenen 't spoor zwijgend -volgde. Zoo'n luchthond had het desnoods zonder pooten kunnen -doen. Hij had alleen maar scherp te ruiken en zoolang hij 't spoor -rook te blaffen. Spits was in dat opzicht gewoon 'n wonder. Brigadier -Kwadraat had al heel wat duistere zaakjes met de hulp van Spits tot -'n goed einde gebracht en hij vond het altijd jammer als inspecteur -Punt met de hond er op uit ging. Die was te eigenwijs. Hij wilde -gewoonlijk slimmer zijn dan Spits en dat was volgens brigadier -Kwadraat onzin. Doch dit was niet de reden waarom de brigadier daar -nu zoo wezenloos in z'n vlieger zat te luisteren naar het steeds -zwakker wordende ijverige "waf waf" van Spits, daar ginds hoog in de -lucht. Het was de jas die de inspecteur aanhad. - -Brigadier Kwadraat liet eindelijk z'n stuurrad weer los, zette de -motor niet in gang, maar stapte uit de monoplaan weer op 't dak en -ging met langzame schreden op m'nheer Vliegenthert af, die ook met z'n -neus omhoog, 't vliegwerktuig van den inspecteur stond na te kijken. - -"M'nheer Vliegenthert" zei brigadier Kwadraat met 'n vervaarlijke stem, -"wàt.. wàs.. dàt.. vòor 'n jàs?" - - - - - - - - -DERDE HOOFDSTUK. - - Waarin Jan Drie op 'n hoogte van 400 M. + A. P. vreeselijke honger - krijgt en nederdaalt voor de voeten van z'n trouwe schoolkameraad - Dolf. - - -Toen Jan Drie in de wolken verdween om aan 't speurende zoeklicht van -den nieuwsgierigen luchtwachter te ontkomen, wees de hoogtemeter in -m'nheer Vliegentherts aeroplaan 450 + A. P. Dat was Jan hoog genoeg -en hij bracht de vlieger dus maar weer in horizontale richting en -verminderde z'n vaart. Die vent daar beneden kon hem toch niet meer -zien en ofschoon hij voor zich wel van 'n spurtje hield, vond Jan 't -nu toch onnoodig met zoo'n razende snelheid (die 'n jongen vanzelf -krijgt als ie nagezeten wordt) door die natte wolken te blijven -snorren. Waarom zou hij snel vliegen? De luchtwachter kon hem niet meer -terugvinden en voor 't overige had hij geen bizondere haast. Hij moest -toch nergens naar toe. 't Liefst zou hij naar huis gevlogen zijn, -desnoods met de grootste snelheid, waartoe de monoplaan in staat -was, doch daar was geen kans op. In die kolossale ruimte, die toch -heelemaal niet op 'n ruimte leek, want de wolken hingen om de vlieger -alsof die in grijze watten verpakt was, wist Jan heg noch steg. Aan -alle kanten nevels, die in roode en groene slierten op hem aanschoven, -langs hem over hem en onder hem wegschoten. Niet 't minste uitzicht, -niet 't geringste begrip van Noord, Oost, Zuid of West. 'n Gevoel van -miserabele verlatenheid begon zich van hem meester te maken en Jan kon -'t maar niet van zich afzetten. Hij was in de lucht verdwaald. - -'t Begon nog te waaien ook en dat maakte hem 'n beetje angstig. In -'t jaar 2010 tuimelde 'n vlieger wel niet zoo gemakkelijk meer om, -als 'n eeuw geleden, toen 'n vliegenier 't liefst met opstijgen -wachtte tot 't vlaggetje op de hangar slap naar beneden hing, omdat 't -geringste wervelwindje 't hem lappen kon. Maar toch was 't altijd nog -'n waagstuk te vliegen bij hevige wind. Dan vliegen zelfs de vogels -niet graag en die hebben toch bij slot van rekening 't meeste verstand -van dat werk. 't Speet Jan dat ie zoo weinig van de luchtkunde af -wist. Dat kwam er nu van als je van zoo'n belangrijke bijwetenschap -der aviatiek, geen werk gemaakt had en toch alleen wou vliegen. Maar -vooral speet het hem nu, dat hij niet meer aandacht had geschonken -aan de weerberichten in de krant. Hij had de rubriek: "'t Weer in het -buitenland" heelemaal overgeslagen. Niet aan gedacht zelfs. "Lomperd, -lomperd" schold hij zichzelf uit. Hij had tenminste kunnen weten wat -die knappe weerkundige van de krant er van zei, die zoo netjes met -vrij groote zekerheid 't weer voor de eerstvolgende vier of vijf dagen -wist af te leiden uit de stand van z'n baro- en andere scopen, en die -met behulp van de berichten der weerstations over de aarde verspreid, -steeds 'n overzicht gaf van 't te verwachten weer over de heele wereld. - -Voor Nederland was mooi weer voorspeld, dàt had hij nog gelezen, -maar juist bij "'t weer in 't buitenland" had ie 't laten zitten. Wat -hielp hem dat mooie weer in Nederland nu hij in 'n natte wolk in 't -buitenland zat? Hij keek op z'n horloge.... twaalf uur.... anderhalf -uur gevlogen.... wellicht honderd vijf en dertig kilometers -afgelegd.... Hij was nog al hard van stal gegaan.... 'n Mooie boel. - -Wat moest hij doen? - -Stijgen tot groote hoogte om aan de wind te ontkomen? Dat was -'n klein kunstje. In 2010 maakten de kranten er geen melding van, -als je eens met je vlieger 'n paar kilometers hoog ging, zooals in -1910, toen alle bladen over de geheele wereld telegrafisch bericht -kregen, dat de aviateur Morane te Havre was gestegen tot 2100 -Meter. Dat was dan ook de eerste man, die zich zoover van de aarde -had verwijderd. 'n Paar maanden later klopte de Hollander Wijnmalen -die hoogvliegers allemaal. Maar Jan had er toch geen zin in. Hij had -'t al zoo koud. Zonder vliegjas, zonder handschoenen, zonder muts -was hij van 't dak gegaan. Hij bibberde nu al en in de bovenlucht -zou hij bevriezen. Daar had hij geen trek in. Wie weet hoe lang hij -nog vliegen moest en 'n vliegenier zonder lenige ledematen is als -'n vogel met 'n aangeschoten wiek. - -Dalen?--Onmogelijk.--Dat zou hij alleen kunnen bij dag of als hij vlak -boven gebouwen was met goed verlichte vliegplatforms en daar zocht hij -liever niet naar vanwege de luchtwachters, die zoo'n jongen zonder muts -en in zoo'n mooie vlieger, wel scherp voor 't zoeklicht zouden nemen. - -Stijgen, dalen, omkeeren, doorvliegen, 't was allemaal 't zelfde. Alle -vliegmanoeuvers hielpen hem geen zier. 't Eenige goede zou geweest zijn -stilletjes op dezelfde plaats te blijven, iets wat met 'n vlieger 'n -onmogelijkheid is, behalve wanneer je er mee op de grond zit. "Enfin" -dacht Jan, "ik zit nu eenmaal in 't schuitje.... als die drommelsche -wind maar niet heviger wordt. De monoplaan is goed.... die ligt als -'n meeuw op z'n wieken.... Als 't maar niet erger wordt." - -Doch er was nog iets, dat hem meer kwelde, dan dat beetje wind. Hij -had 'n geweldige honger gekregen daarboven in die klamme wolken. Als -hij aan eten dacht.... neen dat was nog veel erger dan die heele -nachtelijke vliegmisère. Als hij met z'n vader vloog, zorgde deze er -altijd voor iets eetbaars bij zich te hebben in 't kleine kastje onder -de zitplaatsen en 't duurde gewoonlijk geen half uur of Jan vroeg al: -"Vader mag ik?" met zoo'n hongerige uitdrukking in z'n oogen dat -z'n vader maar gauw toestemming gaf zeker uit vrees dat Jan boven -de eerste de beste bakkerij uit de monoplaan zou springen. Doch in -de vlieger namen ze nooit brood mee of iets dergelijks. Dat zou te -veel plaats noodig hebben. 'n Vlieger was niet groot genoeg om er -'n ruime provisiekast in te hebben. Doch in Jan's tijd leverde -de voedselfabrieken vliegtabletten, (nuffige dametjes noemden die -dingen aeroplaancakes,) die er uitzagen als cacao, doch minstens -twintig maal zoo voedzaam waren. Gecomprimeerd voedsel, samengesteld -uit de krachtigste voedingstoffen en bovendien zeer smakelijk. Met -'t grootste gemak droeg je op die wijze je ontbijt in de eene en -'n stevig middagmaal in de andere zak van je vliegjas, zonder dat je -er veel van merkte. Dit samengeperste voedsel diende alleen maar voor -onderweg. Thuis aten de menschen toch nog maar liever net als van ouds -hun gewone boterham en lekker klaargemaakt middageten. Natuurlijk waren -er wel van die zonderlingen, die nooit iets anders dan tabletten aten, -maar die werden toch beschouwd als eenigszins malle creaturen. - -Nu was m'nheer Vliegenthert daarentegen juist 'n man, die misschien -heelemaal niet van vliegtabletten hield en in ieder geval was hij -onachtzaam genoeg (als hij er wèl van hield) om ze de vorige dag -vergeten of allemaal achter elkaar opgegeten te hebben. Zoo iets -dacht Jan Drie tenminste toen hij z'n hand toch maar uitstak naar 't -kleine kastje onder de bank. Vooreerst was dat 'n beweging waaraan -hij in de monoplaan zeer gewoon was en ten tweede zoekt 'n mensch -ook in 'n leege broodkast naar kruimels, als ie zóó uitgerammeld -van honger is als Jan op dat oogenblik.... En Jan voelde 'n heel -pak tabletten.... en nòg een. 't Heele kastje was stampvol. Er was -minstens voor veertien dagen genoeg te eten, zelfs voor Jan Drie. - -"Neen maar", dacht Jan knabbelend "zoo gek heb ik 't nog nooit -beleefd. Die m'nheer Vliegenthert vergeet z'n kompas en neemt eten -genoeg mee, of hij van plan was nooit meer op de aarde terug te -keeren." Jan at twee tabletten achter elkaar op. Eén was genoeg voor -'n gewone honger, doch Jan's honger was onmenschelijk. - -Toen hij 't laatste stukje ophad voelde hij al veel minder van de -groote verlatenheid in de donkere lucht. Heelemaal gerust was hij -nog wel niet, doch de wind werd niet erger en 't leek hem toe, dat -de wolken dunner werden. Hij keek eens naar boven. - -Jawel hoor, 'n sterretje en nog een.... Die kleine lichtjes daar heel -ver weg stonden daar maar oogjes te knippen, of ze hem op wilden -monteren. Als je echter zoo alleen door de lucht zweeft 'n honderd -meter of vier boven de grond met geen ander licht, dan je kleine -lampje op 't stuurrad, je gekleurde lichten vooruit en ver achter je -'t bijna onzichtbare lampje aan de staart van je snorrende kunstvogel, -dan heb je niet genoeg aan 'n paar knipoogende sterretjes om op de -duur de schrikbeelden uit je hoofd te houden. Jan kon er dan ook niets -aan doen dat plotseling de vrees bij hem opkwam, dat ie misschien wel -eens tegen iets aan kon bonzen en dan was 't gedaan met de aeroplaan -en met Jan Drie. Nu zal iedereen, die niet gewoon is per aeroplaan -te reizen 't hoogstwaarschijnlijk malligheid vinden om op 'n hoogte -van 400 M. bevreesd te zijn voor 'n botsing, omdat er op die afstand -van de aarde niets is, dat je in de weg staat. Maar Jan was aan -'t rekenen gegaan. 't Was nu half twee en hij had dus 3 ×.... ja -hoeveel K.M. legde z'n aeroplaan af per uur?.... Hij had verzuimd de -afstandsmeter te kontroleeren toen hij van 't dak ging.... Veronderstel -echter, dacht Jan, dat de snelheid 90 K.M. was.... dan zou hij in -3 uur 3 × 90 = 270 K.M. hebben afgelegd en moest hij dus indien hij -de oorspronkelijke richting Z.O. was blijven volgen in de buurt van -Koblentz zijn..... Maar dan moest hij al lang op 't Zevengebergte -gestrand zijn, dat bij de vijfhonderd meter haalde of op de bergen -aan de linker Rijnoever die nog hooger waren. Hij vermoedde dan ook, -dat hij bij de plotselinge wending toen hij 't kompas miste, meer -in oostelijke richting geraakt was en als dat zoo was vloog hij nu -ergens boven Munsterland en liep hij gevaar te verongelukken in 't -Teutoburgerwoud, waar de Eems ontspringt en de Lippe. Daar waren de -bergen wel niet hoog maar toch brachten ze het wel tot 470 M. Precies -wist Jan 't niet uit 't hoofd, hoewel hij op school altijd z'n best -gedaan had op de bergen vanwege de aviatiek. Nu is 't eigenlijk 't -zelfde of je met 'n aeroplaan tegen 'n berg van 500 of van 5000 Meter -aanbotst. Voor 'n mug maakt 't ook geen verschil of hij in de vlam van -'n kleine of van 'n groote kaars vliegt. - -"Ajakkes", dacht Jan, toen hem dit alles door z'n hoofd ging, "daar -had ik vroeger aan moeten denken. Ik wou dat ik in bed lag"--en voor -alle zekerheid steeg hij 'n paar honderd meter. - -Waar zou ik toch in 's hemels naam terecht komen, dacht hij verder. Hoe -laat wordt 't licht om deze tijd van 't jaar? Hij wist 't niet op -de minuut af, maar 't moest zoo omstreeks vier uur zijn. Dan had -hij nog heel wat uurtjes te vliegen en voortdurend ging 't mooi -van huis af. En z'n kans om tegen 'n berg te vliegen werd er niet -geringer op. Daar ginds over de Wezer lag de Harz. 't Verstandigste -zou misschien zijn kringetjes te vliegen. Hij had vermoedelijk vlak -land onder zich. Wanneer hij net deed als 'n ooievaar en rond zeilde, -dan liep hij heel weinig gevaar. Misschien zou de een of de andere -luchtwachter hem in de gaten krijgen als ie zoo voortdurend in 'n -kring bleef rondsnorren--doch dit moest ie er maar op wagen. 't Was -altijd nog pleizieriger door 'n luchtwachter gesnapt, dan verpletterd -te worden tegen zoo'n meedoogenloos harde rots. - -Hij begon zich dus in 't rond te laten drijven op 'n hoogte van -700 meters. 't Was vervelend, dat 'n uur of wat vol te houden, maar -er zat niets anders op en Jan Drie ooievaarde nog steeds 'n beetje -sufferig tot de sterren al begonnen te verbleeken en 't in de lucht al -lichter en lichter werd. Als hij niet zoo vermoeid geweest was, zou hij -waarschijnlijk mee genoten hebben van de dageraad, die de vederwolkjes -hoog boven hem rose kleurde en z'n vlieger reeds helder verlichtte, -toen 't onder hem op de aarde nog duister was. Doch als je de heele -nacht zonder doelmatige kleeding in 'n monoplaan rondgezworven hebt -begroet je de opkomst van de zon niet als iets dat je bewondert, -maar als iets dat je te pas komt. 't Beste zou hij 't die morgen -gevonden hebben, indien hij de zon had kunnen opdraaien, zooals hij -dat met de lampen in de aeroplaan deed. Maar de natuur doet alles op -haar gemak en Jan moest geduld oefenen. - -Hij was van plan zoo gauw mogelijk ergens te dalen, al was 't midden in -de hei of in 'n weiland en te gaan slapen als 'n soldaat uit vroeger -tijden naast z'n paard. Hij hing alvast maar 'n beetje lager.... en -nog 'n beetje dalend in 'n spiraal. - -Van de aarde uit moest de vlieger wel wat op 'n arend lijken -en honderd jaren geleden zouden de menschen hem er zeker voor -hebben aangezien. Doch in 2010 wisten ze wel beter. Arenden waren -zeldzamer dan monoplanen en als ze dus iets hoog in de lucht zagen -zweven, dachten ze dadelijk aan 'n vlieger. Dat deed ook nu iemand, -die op 't platte dak van 'n groot gebouw stond toen Jan Drie z'n -benedenwaartsche spiraal begon, maar hij dacht er tevens bij: -"Nou die komt ook aardig uit de lucht op de vroege morgen." En hij -bleef aandachtig de bewegingen van de vlieger volgen. Jan Drie had die -toeschouwer daar beneden op 't dak eindelijk ook in 't oog gekregen. 't -Was licht genoeg nu. - -"'t Lijkt wel 'n jongen", dacht Jan steeds lager om 't huis -kringend.... "Hé, 'k zou haast zeggen, dat 't Dolf was.... van achteren -lijkt ie óók sprekend op hem.... Hij staat net eender.... Droom ik -nou of is ie 't werkelijk?.... Waarempel 't is Dolf Brandsma...." - -Mooier kon 't al niet en Jan Drie talmde niet lang. Nog 'n paar -kringen om niet al te steil neer te komen en toen schoof de monoplaan -van m'nheer Vliegenthert langs Dolf Brandsma heen en bleef staan voor -de hangar. Jan was nog niet uitgestapt of de ander was reeds bij hem. - -"Jan.... hé.... waar kom jij vandaan?" - -"Uit de lucht natuurlijk.... Help me asjeblieft eens 'n beetje. 'k -Ben zoo stijf als 'n paal. 'k Ben blij dat 'k jou gevonden heb". - -"Aardig van je hoor, om me eens op te komen zoeken. Wie heeft je -verteld, dat we hier uithingen?.... Hé val niet..." - -"Geen mensch Dolf.... 't Is puur toeval..., Maar help me eerst eens -die vlieger in de hangar brengen.... Is 't ding open?.... Hè, wat ben -ik stijf.... Ik lig toch liever in bed zoo'n heele nacht hoor.... Waar -ben ik hier eigenlijk?.... - -"Weet jij niet eens waar je ben? Die is ook goed zeg...." - -"Toe vertel 't me gauw.... Ik heb de heele nacht met die monoplaan -rondgescharreld...." - -"Je ben hier in de buurt van Nordhausen." - -"Nordhausen?.... Dus dat is de Harz die bergen daar ginds?" - -"Precies.... Je ben zeker over Paderborn gekomen." - -"Daar weet ik niemendal van. Ik zeg je toch dat ik rondgescharreld -heb." - -"Je moet aardig hoog gevlogen hebben zeg.... De Solling is 500 meter -en daar ben je toch overgekomen denk ik.... Tenminste je kwam van -die kant...." - -"'k Weet er niemendal van.... We zullen dat later wel eens -uitzoeken. Maar hoe krijg ik dat ding in de hangar?.... Jij hebt geen -sleutel hè?" - -"Laat je vlieger maar hier staan.... 't Is mooi weer en dat blijft -'t voorloopig.... De baroscoop stijgt en...." - -"Nee die vlieger moet opgeborgen worden.... Als ik hem hier niet -onder dak kan brengen vlieg ik weer heen...." - -"Je doet net of je 'm gestolen hebt...." lachte Dolf. - -"'t Scheelt niet veel...." zei Jan.... "Hij is van m'n buurman m'nheer -Vliegenthert...." - -"Hè?" riep Dolf verwonderd.... "Je bent er vandoor met m'nheer -Vliegentherts aeroplaan?.... Stilletjes?" - -"Ja.... nog al stikem.... maar per ongeluk hoor...." - -"Wat zal die woedend zijn" .... en Dolf lachte dat ie schaterde. "Ik -ken 'm hoor.... 't Is 'n oom van me.... en nou ben je bang dat ze je -ontdekken hè!.... Daar bestaat groote kans op.... Dat oompje van me -is in staat honderd rechercheurs op je af te sturen...." - -"En dan houden ze me voor 'n dief.... en dat ben ik niet.... en dat -wil ik niet wezen ook.... Ik wou nu 'n beetje gaan slapen.... Ik val -bijna om.... en dan wou ik van avond de monoplaan maar weer terug -zien te brengen.... Of wil jij 't doen? Jij hebt je vliegbewijs -ook.... Maar als je niet wilt.... moet je me 'n kompas leenen. Dat is -'t eenige instrument dat in de vlieger ontbreekt... anders was ik nu -ook niet hier...." - -"Ik ben je vriend," zei Dolf hartelijk, "en natuurlijk help ik -je.... Laten we eerst de vlieger onder dak brengen.... Kijk dat doen -we hier zoo." - -Hij wierp 'n geldstuk in 'n gleuf van de deur en dadelijk ging die -deur vanzelf open. - -"Da's makkelijk", zei Jan,.... "Heb je geen sleutel noodig.... 't -Zal niet lang meer duren of de heele wereld wordt automatisch." - -"O", antwoordde Dolf onder 't binnenbrengen van de vlieger, "we -schieten er hier al aardig op aan... Dit is namelijk 'n automatisch -hotel. Vader, moeder en de zusters zijn ook hier, maar die liggen -nog te bed. Toevallig ben ik vanmorgen vroeg opgestaan, om te zon te -zien opkomen." - -"'k Ben blij dat jij vanmorgen zooveel om de morgenstond geeft," -zei Jan Drie lachend.... "Je ben anders nooit zoo vroeg, zeg.... Je -beweerde altijd, dat je er niet uit kan komen, al heb je 't jezelf -nog zoo vast voorgenomen...." - -"Dat leeren ze je wel in 'n automatisch hotel," lachte Dolf.... "Zal -je zelf wel ondervinden.... Als je hier je wekker op vier zet, ben -je er op dat uur uit ook, hoor.... zonder mankeeren." - -"Nou ja," zei Jan, "als je d'r uit wil." - -"Als je er niet uit wil evengoed.... Je zal 't wel zien.... Weet -je wat Jan, ga nu gauw mee in de lift.... naast mijn kamer is nog -'n kamer vrij.... 't Is hier vlak onder.... zesde verdieping... Je -slaapt 'n uur of wat." - -"Och lieve hemel," zei Jan geeuwend, "ik zie kans om er vierentwintig -te slapen." - -Dolf deed lachend 'n geldstuk in de gleuf van de lift. - -"Kan je daar ook al niet in zonder geld?" vroeg Jan. - -"Ik zei je toch, dat 't 'n automatisch hotel is hier." - -"Nou ja.... maar dan hoeft toch niet àlles automatisch te zijn. De -oberkellner bijvoorbeeld?" - -"Oberkellner? Is hier heelemaal niet.... D'r zijn hier geen kellners, -geen kamermeisjes, geen...." - -"Maar wat is er dan wel?" - -"Gleuven, om je geld in te doen." - -"Hè?.... Maar wie schudt dan de bedden. Wie doet de kamers?" - -"Mag Joost weten.... Hier is je kamer... Nu eerst geld.... Heb je -'t? Eén nikkel.... anders zal ik 't je wel voorschieten." - -Gelukkig had Jan nog geld genoeg bij zich, van dat internationale -geld, waar ze honderd jaar geleden nog niet van durfden droomen, -maar dat in 2010 de gangbare munt was in Europa, Amerika, Australië, -Afrika en 'n groot deel van Azië. Je hoefde niet meer te wisselen, -voor je op reis ging en je bleef nooit met onbruikbare vreemde pasmunt -uit allerlei landen zitten. - -"Leuk", zei Jan, toen ie z'n nikkel geworpen had in de gleuf, die -'t sleutelgat verving. Men hoorde 't geldstuk glijden langs metaal -en daarna ging de deur zonder gedruisch open. - -"Zie je", legde Dolf uit, "je kan er voor niemendal uit en van binnen -kan je de deur sluiten, kijk zoo.... dan zit gleuf dicht en kan -geen mensch er 'n nikkel in krijgen. Alleen 't binnenkomen kost je -'n nikkel (zoo werden die automaat-geldstukken genoemd, ofschoon ze -heel wat lichter waren dan de vroegere vijfcentsstukken.)" - -"Daar zal 't hotel weinig aan verdienen, 'n Kamer voor één nikkel." - -"Dat denk je maar.... Logeeren zonder ontbijt, kost je hier net zooveel -als in ieder ander hotel. Want als jij nu naar bed wil moet je eerst -weer 'n paar nikkels in de gleuf van je ledikant werpen, anders gaat -dat mooie spreitje er niet af. 't Is van 't soliedste metaal, al lijkt -'t op kantwerk. Probeer 't maar eens, of je 't er af kan krijgen." - -Jan probeerde 't maar 't gaf niets, doch toen hij twee nikkels in de -gleuf deed, rolde 't ding vanzelf op en verdween in de voorkant van -'t bed. - -"Nou", zei Dolf, "dan ga ik maar. Wacht even.... hoe laat wil je -op?.... Twaalf uur? Dan heb je zeven uur geslapen.... Nou laten -we zeggen om één uur. Da's lang genoeg hè? Kijk, dan zetten we de -wijzer van dit klokje hier voor aan 't ledikant op één. Stop jij er -nu 'n nikkel in, dan word je precies op de minuut af gewekt. Vergeet -je de nikkel dan slaap je door tot je vanzelf wakker wordt. 't Gaat -precies als 'n uurwerk. Daar ginds staat je waschtafel. Overal staat -de prijs op.... en laat ik je niet vergeten te zeggen: Als je je -kleeren geborsteld wil hebben en je schoenen gepoetst, dan zet je ze -daar in die kastjes. 't Kost je natuurlijk je nikkels. Zonder geld -komt je goed er niet in en zonder geld evenmin er weer uit. Maar 't -wordt netjes gereinigd. Als je soms trek in 'n kop thee hebt of in -wat anders, vlak boven je bed is 't buffet. Voor de noodige nikkels -krijg je hier alles en dadelijk." - -"'t Is knap".... zei Jan Drie. - -"Nou wel te rusten!" - - - - - - - - -VIERDE HOOFDSTUK. - - Waarin Inspecteur Punt neerdaalt op 't Automatisch Hotel en Spits - 't spoor bijster raakt. - - -Inspecteur Punt was om zoo te zeggen 'n geboren politieman. Z'n vader, -z'n grootvader, z'n overgrootvader benevens verscheidene ooms en -oudooms hadden hun leven doorgebracht bij de veiligheidsdienst totdat -ze gepensioneerd werden. Daar waren beroemde mannen onder, tegen wier -nagedachtenis inspecteur Punt met diepe vereering opzag. Een van hen -was zelfs na z'n dood als standbeeld vereeuwigd en stond nu boven op -'t hoofdbureau van politie, boven op 't dak, want niet alleen keek -bijna geen mensch meer naar 'n standbeeld dat op de grond stond, doch -de man wiens beeltenis daarboven pronkte was de beroemde commissaris -Punt, de man die de luchtpolitie had uitgevonden, en dus ook dáár -behoorde geëerd te worden. - -'t Zat inspecteur Punt dus zoo'n beetje in 't bloed. Hij kende geen -grooter genot, dan 't achtervolgen van lui, die wat op hun kerfstok -hadden en ofschoon in 2010 de menschen over 't algemeen nog al binnen -de perken bleven en zich niet meer zoo slordig vergrepen aan 't leven -en 't goed van hun medemenschen, zooals honderd jaar geleden, waren -mannen als inspecteur Punt toch bij lange na niet overbodig. Je had -altijd nog menschen met lange vingers, voor wie stelen 'n ding was -dat ze niet laten konden. Dat bewees alweer 't verdwijnen van m'nheer -Vliegentherts aeroplaan. - -Inspecteur Punts hart klopte dan ook van vreugde toen hij er met -Spits op uit mocht, om het spoor van den dief of de dieven te -volgen. En 't begin van de reis was al zeer gelukkig. Gewoonlijk -moest de politieman, die met een hond de lucht in ging, eenige malen -rondvliegen, op de wijze van een postduif die de richting naar z'n -hok zoekt, eer de hond door aanslaan te kennen gaf, dat ie 't spoor -in de neus had. Toen inspecteur Punt met Spits de ruimte in vloog, -was dat rondvliegen niet eens noodig. Spits sloeg dadelijk aan. - -Inspecteur Punt was blij, dat hij de opmerkingen van brigadier -Kwadraat kort en goed had afgewezen. Wie weet wat die man nu weer -voor onzin over dat blonde haar wou vertellen. Brigadier Kwadraat was -'n zeer geschikt ambtenaar, die de politiehond Spits fijn gedresseerd -had. Dat was gewoon verbazingwekkend, doch daar hield 't ook mee op. 'n -Gevolgtrekking maken uit zoo'n kleinigheid als 't vinden van 'n haar -aan 'n deurknop, dat ging boven brigadier Kwadraat z'n verstand. - -Al deze dingen gingen inspecteur Punt door 't hoofd, toen hij met -Spits door de lucht vloog met 'n snelheid van honderd kilometer in -het uur. En Spits deed geregeld z'n kort "waf" hooren, ten bewijze -dat de vlieger 't goede spoor volgde. 't Ging boven verwachting -gemakkelijk. De inspecteur vloog ter hoogte van iets meer dan 200 -meter. De dief had ook op die hoogte gevlogen, anders zou Spits z'n bek -wel houden. Je had daar soms 'n heele getob mee om de goede hoogte te -houden. Want als de dieven slim waren en nu eens hoog en dan weer laag -vlogen, dan was 't zelfs voor de handigste politieman met den fijnsten -speurhond bijna niet om te doen in de leege lucht deze golflijn te -volgen. Maar de dief die er met m'n heer Vliegentherts aeroplaan van -door was, leek wel 'n nieuweling in 't vak. Recht toe recht aan was -hij of waarschijnlijk zij de grenzen over gegaan. Inspecteur Punt -vloog nu reeds boven Nijmegen, zonder 'n enkele maal van de rechte -lijn afgeweken te zijn, noch terzijde, noch omhoog of omlaag. En -voort ging het met 't zelfde honderdkilometer-gangetje.... en Spits -kwam geregeld achter den inspecteur met z'n "waf". - -"Als dat zoo doorgaat ben ik om 12 uur de Wezer al over," dacht -inspecteur Punt. Hij had de kaart goed in z'n hoofd, wat trouwens met -de meeste menschen in die tijd 't geval was. 'n Vliegmensch moest -de kaart wel kennen, die diep onder z'n voeten uitgespreid lag, om -zich snel te kunnen oriënteeren. Heel snugger vond inspecteur Punt -de dief ook al niet. Als de gestolen vlieger iets meer Oostelijker -was gegaan, dan was hij ten Noorden van de Harz gebleven en had -behalve eenige onbeduidende bergen in de buurt van Munster in -Westfalen de prachtigste vlakte onder zich gehad. De Luneburger -heide, de Altmark, de Uekermark en vervolgens de Pommersche vlakte -van Oostpruisen en daarna Rusland.... 'n Makkelijke vliegbaan, van -'n onmetelijke uitgestrektheid.... Volgens Spits waren ze echter -ten zuiden van de Harz gebleven, indien de richting tenminste nog -'n poosje zoo bleef. Daar was 't terrein veel bergachtiger. Doch -ze konden nog wel veranderd zijn.... maar dat zou Spits wel weten -te vertellen. Voorloopig rook Spits nog steeds 't spoor en sloeg -regelmatig aan. Tegen elf uur had inspecteur Punt Paderborn links -voor zich. 't Laatste stukje van 't vlakke Munsterland gleed onder -hem weg. Hamm, Soest, Lippstad had hij reeds achter zich en nu rezen -voor hem de bergen en met hen ook de eerste moeielijkheid. - -Hoe hoog was de dief gestegen om er over heen te raken? Volgens Spits -waren ze maar recht toe recht aan op die bergen aangevlogen. Tenminste -voorloopig. 'n Voorzichtig vlieger zou echter hier reeds de hoogte -zijn ingegaan, en inspecteur Punt, die 'n voorzichtig vlieger was, -verzette z'n hoogtestuur. De monoplaan rees als 'n zwaluw met de kop de -lucht in.... Vreemd.... dat scheen de dief op dezelfde plek óók gedaan -te hebben volgens Spits, die z'n goedkeuring over de stijgmanoeuvre -te kennen gaf door 'n luid "waf!" De politiemonoplaan vloog over de -Egge op 500 M. hoogte, dat is maar 'n kleine 50 Meter boven de grond -daar.... Spits keurde 't wederom goed met 'n "waf." - -"Dat gaat buitengewoon", prevelde inspecteur Punt. "Nog nooit is 't me -zoo gemakkelijk gevallen.... Komaan hier daalt de bodem weer tot aan -de Wezer.... dat zal zoowat vijf-en-twintig Kilometer zijn. Me dunkt -de dief zal hier wel rechtuit gevlogen hebben, omdat 't niet de moeite -waard is te dalen, wijl aan de overkant toch weer hoogten zijn van -'n honderd meter of vijf, as ik me niet vergis...." "Waf." Spits was -'t volkomen eens met inspecteur Punt. - -Precies twaalf uur was de vlieger boven Göttingen en inspecteur Punt -kreeg trek in eten. - -"Me dunkt Spits we moesten hier maar even de reis onderbreken om wat -te gebruiken. Jij lust geen vliegtabletten en ik heb ook liever wat -anders. Bovendien hebben we wel een goed maal verdiend voor ons knappe -werk, want we zijn den dief nog altijd op 't spoor hé!".... "Waf" -zei Spits. - -"Nou goed.... maar wacht es.... zijn we hier niet in de buurt van -Nordhausen?.... Daar moet een van die fameuse automatische hotels -zijn.... Dat wil ik meteen wel eens zien.... Weet je wat Spits, die -vijftig kilometertjes hebben we d'r zoo opzitten.... Niet de moeite -waard.... tenminste als we er niet door uit de richting raken," - -Doch 't bleef altijd maar de goede richting. Spits riep telkens -"Waf". De dief was dus ook op Nordhausen aangevlogen. - -Inspecteur Punt liet z'n motor wat harder draaien en legde de vijftig -kilometers binnen 't half uur af.... Tien minuten voor half een -klonk het "waf" van Spits vlak boven het automatische hotel op welks -dak Dolf zich niet zuinig zat te vervelen. Hij was die morgen thuis -gebleven om te wachten tot Jan Drie z'n slaap uit had. - -"Au-to-ma-tisch-Ho-tel" las inspecteur Punt. Dat waren de witte -mozaikletters in de bruine granitovloer van 't dak. In 1910 plaatsten -de menschen hunne afschuwelijke annonce's langs de spoorweg in de -weilanden en de heien en langs hun mooie bosschen rechtop. In 2010 kon -'t niet anders dan horizontaal want de menschen voor wie ze bestemd -waren vlogen.... en daarvoor waren de daken juist geschikt. En er -werd niemendal mee bedorven. 't Was zelfs wel aardig als je van uit de -vlieger of de luchttrein naar beneden kijkend al die platte huisdaken -zag als omgewaaide reclame borden. - -"Hier is 't...." zei Inspecteur Punt. De motor stopte en de monoplaan -daalde neer op 't dak. - -Dolf was er niet zoo verwonderd over, dat er 'n hond in die vlieger -zat. Dat gebeurde wel meer ofschoon de meeste honden er 't land aan -hadden. Alleen de boksers waren er gek op.... Die stamden dan ook -af van honden die in vroegere tijden bij voorkeur met snelrijdende -wagens waren meegehold. Later werden hunne afstammelingen groote -liefhebbers van automobielrijden en in 2010 hadden ze liefhebberij -in de nog snellere vlieger. Maar deze hond was geen vliegbokser, -maar 'n herdershond en op z'n halsband had hij 't woord "politie" -staan. En dat gaf Dolf 'n lichte schrik. - -"Wat moest die politiehond op 't dak van 't Automatische? En wie was -die vreemde vent?...." Natuurlijk 'n politieman.... wat zekerheid werd -toen deze uitstapte en Dolf 't bekende gezicht van inspecteur Punt uit -z'n eigen woonplaats voor zich zag. 't Was geen wonder, dat Dolf de -aankomst van dien man met z'n hond in verband bracht met de aeroplaan -van m'nheer Vliegenthert en begon te vreezen dat deze speurman met z'n -speurdier z'n armen vriend Jan Drie leelijk in 't vaarwater zouden -zitten. In dat geval moest Jan de vlucht nemen of ergens verborgen -worden. Dolf wist niet wat 't beste zou zijn... maar ze mochten hem -in geen geval te pakken krijgen. Jan Drie was geen dief, doch dat -was iets dat je zoo'n politieman heel moeilijk en zoo'n politiehond -heelemaal niet aan 't verstand kon brengen. Met de inspecteur was -misschien nog te redeneeren, maar zoo'n hond.... lieve hemel als die -de lucht van je had greep ie je eenvoudig in je broek.... en als dat -kleedingstuk scheurde nam ie je ergens anders, maar hij hield je vast. - -Met zoo'n dier viel niet te praten.... Dat deed wat 'm gezegd -was.... de rest lapte hij aan z'n laars. 't Heele geval zag er niet -zoo voordeelig uit, maar Dolf besloot eerst maar eens af te wachten, -wat er gebeuren zou. Kwam de hond uit de vlieger en hij wees z'n -baas regelrecht de weg naar Jan's kamer, dan kon je de zaak wel als -verloren beschouwen--ofschoon er dan nog de kans bleef dat Jan Drie -uit 't raam van de vijfde verdieping ontvluchtte. 'n Klein kansje, -maar dat toch waar te nemen was, als de nood aan den man kwam en Jan -zoo verstandig geweest was z'n deur te sluiten. Als Jan dat vergeten -had--was alles totaal verloren.... dan was er geen hoop meer.... Doch -zat die deur op slot, dan kon inspecteur Punt z'n nikkel niet in de -gleuf krijgen en 'n automatische deur open laten steken door 'n smid, -zooals dat met de gewone sloten geschiedde, daar ging 'n zware wijs op. - -Tot Dolfs groote verbazing gebeurde er echter niets van wat hij zoo -vreesde. Inspecteur Punt was uitgestapt, had z'n vliegjas uitgetrokken -en die bij Spits op 't bankje gelegd met de woorden: "Spits pas er -op...." Spits was als 'n gehoorzame wel opgevoede hond even opgestaan -om inspecteur Punt gelegenheid te geven z'n jas netjes neer te leggen -en was er toen naar hondenmanier dadelijk boven op gaan liggen. Spits -had daarbij even met de oogen geknipt, alsof hij te kennen wilde -geven dat ie er alles van begreep en z'n plicht zou doen, wat die -jas betrof. Daarna sloot Spits heel genoegelijk z'n oogen en sliep -al voor de inspecteur Punt met de lift naar beneden ging. - -Dat viel Dolf mee. Zonder hond, zou inspecteur Punt toch wel niet -instaat zijn te ruiken dat Jan de monoplaandief was. Maar je kon niet -weten, en daarom was 't misschien beter deze politieman 'n beetje in -de gaten te houden. De inspecteur maakte dit nogal gemakkelijk door -in de wereldtaal aan Dolf te vragen op welke verdieping de eetzaal -was. En toen werd deze sluwe vierdeklas-H-B-S-leerling opeens van -z'n bovenste hoofdharen tot aan z'n voetzoolen één stuk gedienstigheid. - -Hij lichtte den inspecteur met vriendelijke voorkomendheid in, zakte -gelijktijdig met hem in de lift naar beneden, en ging hem voor naar -de eetzaal, met de salon en de rookkamer 't eenige vertrek, waar -je zonder nikkel in kon komen. Daar zaten reeds eenige logé's aan -tafel--maar Dolfs familie was er nog niet. Hij kon dus inspecteur Punt -gezelschap houden, wat deze niet onaangenaam scheen te vinden. Bij -'t binnenkomen had de inspecteur even vlugjes, doch met een scherpe -blik de aanwezigen gemonsterd en wendde zich toen weder tot Dolf. - -"En hoe gaat dat hier nu vriendje? Ik heb honger als 'n paard." - -"O, m'nheer dat gaat heel eenvoudig. Gaat u maar hier bij de tafel -zitten.... zóó.... Nu werpt u 'n nikkel hier in de gleuf." - -"All right".... en nadat de nikkel van den inspecteur eventjes 't -gewone geluid van 'n vallend geldstuk in 'n metalen koker gemaakt had, -ging er even 'n glad gepolijste metalen plaat midden op de tafel heen -en weer, tik.... tik.... en vóór de plaats waar de inspecteur zat, -was de tafel helder wit gedekt en stond 't sierlijke menukaartje voor -hem op de rand van de blinkende plaat. - -"Verder?" vroeg de inspecteur. - -"Heeft u 't al gelezen?" zei Dolf.... "Daar staat alles heel duidelijk -op." - -De inspecteur las zorgvuldig, deed z'n portemonnaie open, nam er -'n hoop nikkels uit, dunne dingen allemaal, die hij zorgvuldig -telde, telkens op de menu kijkend, wierp er één in de gleuf -en.... bord mes en vork stonden voor hem.... Toen weer eenige -nikkels.... Tik.... Tik.... ging de plaat en de inspecteur had in -'n kleine blinkende terrine, z'n geliefkoosde selderiesoep voor -zich. Zwijgend smulde hij.... doch toen de soep op was en hij de menu -weer ging bestudeeren, vroeg hij op eens aan Dolf: - -"Heb je ook soms 'n roode aeroplaan hier in de buurt gezien?" - -"'n Roode aeroplaan?" zei Dolf.... "dat geloof ik wel.... Er zijn -van morgen heel wat plaantjes door de lucht gekomen.... 'n Paar roode -geloof ik. Ik ben bijna de heele ochtend boven geweest van vanmorgen -vroeg af." - -"Zoo", zei inspecteur Punt.... "Wat noem je vroeg?" - -"Vóór dat de zon op was m'nheer". - -"Ei.... dat is vroeg.... Dan moet je 'm gezien hebben.... Ik zoek -namelijk naar 'n gestolen aeroplaan.... Apropos.... hoe is je naam?" - -"Dolf Brandsma.... uit Den Haag...." - -"Den Haag.... prachtig.... Dan zullen we maar Hollandsch spreken -verder.... Ik ben inspecteur Punt.... ook uit Den Haag. Ken je daar -ook ook soms m'nheer Vliegenthert.... Jodocus Vliegenthert?" - -"Heel goed inspecteur...." zei Dolf lachend.... "M'nheer Vliegenthert -is 'n oom van me.... we noemen 'm oom Dokie." - -"Nou die oom Dokie is z'n monoplaan kwijt.... 'n roode monoplaan met -slaande vleugels." - -"Daar zal oom Dokie wel woedend om zijn.... - -"Wel mogelijk," zei inspecteur Punt zich bedienend van koteletten met -suikerboonen... "Maar dat is de zaak niet... De zaak is, dat ik hier -gekomen ben om die vlieger... natuurlijk met dief en al, terug te -brengen... Tot hiertoe heb ik 't spoor kunnen volgen.... maar iedere -aanwijzing is me bovendien welkom.... Heb je vanmorgen vroeg niet -zoo'n roode monoplaan zien voorbijkomen--zoo een met slaande vleugels?" - -Dolf had 'n hekel aan liegen, doch op deze vraag kon hij net nog -'n antwoord geven zonder zich aan 'n leelijke onwaarheid schuldig te -maken en hij antwoordde dan ook zonder blikken of blozen: - -"Neen inspecteur, ik heb geen roode monoplaan met slaande vleugels -voorbij zien komen." - -De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert was n.l. cacaokleurig zooals -de Streep goed gezien had, ofschoon hij 't "cacaoròòd" noemde, en -deze vlieger was niet voorbijgevlogen, maar stond boven in de hangar. - -"Zoo, zoo...." zei inspecteur Punt kluivend. "Weet je 't zeker?" - -"Vast en zeker," betuigde Dolf. - -"Zoo, zoo, dan heb je toch niet goed gekeken, want Spits z'n neus is -'t meest betrouwbare speurinstrument, dat er bestaat .... en dat heeft -me hier gebracht.... Die aeroplaan moet hier voorbij gevlogen zijn." - -"'t Begint er toch nog slecht voor Jan uit te zien," dacht Dolf. "Die -inspecteur schijnt zoo zeker van z'n zaak, dat ie maar kalm eerst z'n -maal doet.... Wie weet of hij er al niet alles van begrijpt.... Ik -moest Jan maar gaan waarschuwen, en hem op de vlucht helpen gaan." - -"Inspecteur," zei Dolf, "u neemt me niet kwalijk, dat ik u alleen -laat?" - -"Heb je zoo'n haast?" informeerde inspecteur Punt.... "Kom je zal -toch wel niemendal uit te voeren hebben in de vacantie.... Ik vind -'t erg gezellig, als ik 'n beetje aanspraak heb onder 't eten.... Maar -als je weg moet neefje van oom Dokie, ga dan je gang hoor.... Ik ben -anders zóó klaar...." - -Toen bleef Dolf maar weer. Hij zei dat 't niet zoo hoog noodig was -dat ie wegging.... en 't was misschien tòch maar beter te zien wat -die inspecteur Punt in z'n schild voerde. Heel lang behoefde hij -niet te wachten. Inspecteur Punt had spoedig z'n maaltijd geeindigd -en stond op. - -"Drommels, das waar ook", zei hij opeens... "Ik zou de hond -vergeten... die heeft ook wel 'n goed maal verdiend... wat zullen -we hèm geven?.... Laat eens zien... brood, 'n portie koud vleesch en -'n bak water... Laten we dat dan maar doen... Maar hoe komen we aan -'t water?... Hier kan ik niet anders krijgen, dan water per glas... en -'t moet minstens 'n bak vol zijn." - -"O, da's niemendal", zei Dolf... "Op 't dak is de waterleiding en -ik kan wel voor 'n emmer zorgen of zoo iets.... Die zijn wel in -de hangars...." - -"Goed hoor". - -En nu wierp inspecteur Punt herhaalde malen 'n nikkel in de gleuf en -telkens ging de schuif heen en weer en bracht 'n broodje. Tik-tik-tik, -ging 't wel tienmaal en toen kwam 'n schotel koud vleesch. Maar die -kostte verscheidene nikkels. - -"Ziezoo, daar heeft ie genoeg aan." - -"Dat wil ik graag gelooven," zei Dolf lachend. "Tien broodjes." - -"Hij heeft 'n hondemaag", zei inspecteur Punt. "Wil je ook wat dragen?" - -"Met plezier inspecteur." - -Nu gingen ze naar boven en Spits was dadelijk klaar wakker, toen ie -'t eten rook. Dolf schommelde vlug 'n bak op en kwam met 't ding vol -water gedienstig aanloopen. - -"Dank je wel", zei de inspecteur vriendelijk. - -Spits deed ook niet lang over z'n middagmaal. Hij kon er nog gauwer -mee overweg dan inspecteur Punt. Doch toen Dolf hem de bak water voor -z'n neus hield weigerde Spits en keek inspecteur Punt aan. - -"Hij heeft geen dorst," zei Dolf. - -"Geen dorst? Geef mij 't water maar eens, dan zal je eens wat -zien. Zie je wel, dat ie dorst heeft?.... Spits neemt nooit iets van -'n vreemdeling aan. Dat doet geen enkele politiehond. Je begrijpt -wel waarom hè?.... Ziezoo.... neefje van oom Dokie.... nou gaan we -er maar weer op los.... Dank voor je behulpzaamheid hoor.... Goede -middag.... en plezierige vacantie...." - -Inspecteur Punt stapte in de monoplaan en Spits zat alweer rechtop met -de neus in de wind. De motor begon te snorren.... de propeller draaide -met razende snelheid en voor dat Dolf 'n woord had kunnen zeggen, -steeg de politievlieger de lucht in, terwijl de inspecteur riep: -"Zoek de monoplaan." - -Dolf wist van louter verbazing niet of hij z'n oogen en z'n ooren -gelooven kon.... "Zoek de monoplaan!".... en dat ding stond geen tien -pas van hem af in de hangar! Hij keek met groote oogen de vlieger -na, die in bijna oostelijke richting wegvloog. Zou die vriendelijke -inspecteur Punt hem in 't ootje willen nemen en maar even weggevlogen -zijn om te toonen hoe zeker hij van z'n zaak was?.... Daar had je -'t al.... de vlieger keerde terug.... tot vlak boven 't dak van 't -hotel en daar begon 't ding rond te zwieren in kringen, doch wat Dolf -vreesde gebeurde niet. De monoplaan van inspecteur Punt daalde niet -neer op 't dak maar beschreef 'n spiraal de hoogte in, stijgend en -al kleiner en kleiner wordend tot ie op 't eind nog slechts 'n punt -was.... en daarna heelemaal niets meer. - -Dolf bleef nog wachten en turen naar 't blauw van de hemel, maar de -vlieger kwam niet terug.... Verdwenen in de ruimte. - -Toen ging Dolf naar de lift om Jan Drie te gaan vertellen van -inspecteur Punt en z'n hond Spits. - - - - - - - - -VIJFDE HOOFDSTUK. - - Waarin Jan Drie op 'n zeldzame manier z'n bed verlaat en hij in - kennis komt met inspecteur Punt. - - -Jan Drie had z'n wekker gezet op één uur, of eigenlijk had Dolf -'t gedaan en bijgevolg liep 't ding om één uur af. Dat zou nu de -moeite van 't vertellen niet waard zijn, want dat deden immers alle -wekkers sedert onheugelijke tijden--indien ze tenminste niet kapot -waren. In 2010 echter was de wekker van 'n automatisch bed in 'n -automatisch hotel 'n beetje anders samengesteld, dan 't eenvoudige -koperen of wit-metalen uurwerkje met 't fietsbelletje er bovenop, -dat door de menschen van 't jaar 1910 'n wekker genoemd werd en dat -weliswaar leven genoeg maakte, vooral als je 't van te voren op 'n -omgekeerd soepbord had gezet, doch zich niets meer van je aantrok als -'t z'n vervelend rrrrrrrring had teneinde gebracht. 't Liet je daarna -gewoonlijk weer lekker inslapen. De Engelschen noemden zoo'n ding -'n alarmklok en daar hadden ze gelijk aan, want 't maakte alarm, maar -'t noodzaakte je niet op te staan en dat behoort 'n wekker te doen. Die -ouderwetsche wekkers, lieve hemel, wat 'n prullen waren dat... Sommige -menschen hadden 't zoover gebracht dat ze er niemendal van gewaar -werden, als alleen 's avonds wanneer ze 't klokje opwonden. In de -hotels uit de oude tijd waren zelfs deze onvolmaakte miserabele -onbetrouwbare wekkertjes gewoonlijk niet aanwezig, wanneer je er -zelf geen meebracht. Aangezien er zelden 'n reiziger was, die graag -'n klok onder z'n bagage meesjouwde, moest je 't in die hotels laten -aankomen op den huisknecht of den kellner, die met 'n paar korte tikken -op de deur en 'n grafstem die vermelde hoe laat 't was een eind aan -je nachtrust poogde te maken. Van zoo'n wekkerij trok zich dan ook -alleen maar iemand iets aan, als hij met 'n vroege trein mee moest. - -In de automatische hotels waren de knappe ingenieurs die de wekkers -en de rest ingericht hadden, van de veronderstelling uitgegaan, -dat iemand, die z'n klok op één uur zette ook het ernstige voornemen -had op die tijd uit bed te komen. Niemand dwong je 'n vinger naar de -wekker boven je bed uit te steken. Ieder was vrij te slapen zoolang -hij verkoos. Maar had je eenmaal 't wijzertje verzet en de nikkel -in de gleuf laten glijden, dan was de wekker onverbiddelijk. Nu -waren de menschen in 2010 eigenlijk toch van 't zelfde maaksel -als hun voorgangers van honderd jaar terug. De wereld was machtig -vooruitgegaan, maar de menschen zelven hadden nog even weinig lust -om 's morgens uit hun bed te komen, ook al hadden ze 't zich nog -zoo vast voorgenomen de vorigen avond. Ze hadden vliegen geleerd, -maar ze waren nog geen vogels geworden. - -Jan Drie voelde ook nog maar heel weinig lust om op te staan toen -z'n wekker afliep. Hij deed niet eens z'n oogen open... hoorde alleen -maar 't welluidende getingel van twee liefelijke klokjes. Hij draaide -zich op de andere kant en druilde al weer in. Geen wonder na zoo'n -vermoeiende en afmattende nacht. Als hij geweten had dat vlak boven -z'n hoofd inspecteur Punt met politiehond Spits op zoek waren naar -m'nheer Vliegentherts aeroplaan, zou hij waarschijnlijk niet zoo -dommelig zijn blijven liggen. Doch nu deed hij 't wel en hij zuchtte -daarbij "hè hè" van louter genot. Hij rekte zich ook eens lekker uit, -maar toen deed hij z'n oogen toch even open. 't Dek begon zich namelijk -zachtjes te bewegen, alsof iemand er heel voorzichtigjes aan trok. En -toen Jan goed en wel z'n oogen heelemaal open had, zag hij de deken -en 't laken, waaronder hij zoo heerlijk had geslapen, verdwijnen, -heel stil... in dezelfde opening, waarin ook de sprei verdwenen was -toen hij naar bed wilde gaan. - -"Flauw" mompelde Jan Drie, die nog geen recht besef van z'n -automatische toestand hebbend, stilletjes bleef liggen en vond dat -je met 't lekkere weer ook nog wel 'n poosje zonder dek dutten kon. - -De automatische inrichting van 't hotel was door 'n zeldzame gladde -kop uitgedacht. Als de gasten iets wenschten, eten of drinken of -iets anders dat aangenaam was, dan werden ze oogenblikkelijk geholpen -doch zoodra het iets onaangenaams gold werd hen de tijd gelaten. Na -zoo'n nacht in 'n Aeroplaan doorgebracht te hebben is opstaan uit 'n -heerlijk bed zeker iets onaangenaams. Welnu eerst hadden de klokjes hem -wakker gemaakt... daarna was 't dek stilletjes verdwenen. Natuurlijk, -in 1910 gebeurde er ook wel eens zoo iets, als je geen trek had om -op te staan... Eerst ratelde de wekker als 'n bezetene, zonder de -minste uitwerking, dan kwam je moeder en trok 't dek van je af en -dan... sprenkelde ze water in je gezicht... Zeker wel 't naarste dat 'n -slaperigen jongen overkomen kon. De automatische wekker begon ook met -'n derde waarschuwing maar met dezelfde zachtzinnige onverbiddelijkheid -als de beide vorige keeren. 't Peluw en 't hoofdkussen begonnen -langzaam te bewegen. Heel zacht en geleidelijk rees Jan z'n hoofd en -z'n bovenlijf tot hij bijna loodrecht opgeheven was. Toen 'n schok en -Jan zat met wijd open oogen recht op in bed. Jan keek rond... rekte -z'n armen boven z'n hoofd en geeuwde, zoo'n echte lange geeuw. - -De slaap was zoo heerlijk en 't bed was zoo heerlijk. Jan bleef -zitten en z'n oogen zouden weer dicht gevallen zijn. Doch nu werd -hem geen tijd gelaten. Drie waarschuwingen toenemend in kracht waren -volgens de ingenieurs van 't hotel voldoende om zelfs de grootste -luiaard behoorlijk wakker te maken, 't Bed waarin Jan zat, werd -plotseling aan de achterzijde opgetild met 'n rukje... toen nog 'n -rukje en voor Jan tijd had 'n besluit te nemen kwam de finale ruk, -die hem uit 't bed wierp en op de vloer daarvóór deponeerde. Jan -keek om, wat er met 't bed gebeurde, doch hij kon er geen oog op -houden. Het ging zoo snel en eer hij van de vloer kon opstaan, was -'t bed weer in orde met 'n andere matras, andere peluw, ander kussen, -versche dekens en lakens en wip de metalen sprei er over heen. - -Als Jan er weer in had gewild zou het hem opnieuw nikkels gekost -hebben. - -Maar hij was nu tenminste klaar wakker. Hij ging naar de waschtafel, -wierp 'n nikkel in de gleuf en had daarvoor 't genoegen 'n leege -waschkom voor zich te krijgen. 'n Andere nikkel bezorgde hem water, -weer 'n andere opende de zeeppoederbus en juist toen hij zoover was -hoorde hij Dolf voor de deur roepen: "Jan, Jan, doe es gauw open." Half -klaar met z'n toilet liet hij Dolf binnen, die hem heel snel achter -elkaar vertelde wat hij wist, terwijl Jan met de handdoek in z'n twee -handen opgeheven staan bleef en vergat z'n van nat druipend gelaat -af te droogen. - -"Wat denk jij er van?" vroeg Dolf tenslotte. - -"O," zei Jan Drie, die eindelijk met de doek z'n hals begon af te -wrijven "heel eenvoudig.... ik zit van avond in de kast." - -"Vind je dat zoo... zoo..e.. noodig?" - -"Noodig niet," zei Jan opkijkend uit de handdoek, "maar 't zal wel -niet anders kunnen met dien kerel en z'n hond op 't dak." - -"Maar hij is in de lucht verdwenen." - -"Natuurlijk, 'n mop van 'm.... Als wij zoo meteen boven komen zit ie -er weer.... ik wil er op wedden.... Zoo'n politiehond laat zich niet -bij de neus nemen." - -"Kan je niet vluchten?" - -"Waarheen?.... En ik heb er geen trek in ook.... Ik heb dat ding niet -gestolen.... we zullen wel zien...." - -"Nou.... als jij er zóó over denkt.... maar ik wil je wel zeggen, -dat ie mij niet te pakken kreeg.... Wat wil je nou eigenlijk -doen.... veronderstel dat ie weer boven zit?" - -"Wel heel eenvoudig. Ik wijs hem de aeroplaan van m'nheer Vliegenthert -en vertel hem hoe 't gebeurd is." - -"Daar gelooft ie natuurlijk geen woord van." - -"Waarschijnlijk niet.... maar jij kan getuigen." - -"Maar zeg es Jan.... je hebt toch gehoord dat ie 'n roode aeroplaan -zoekt en de jouwe is bruin ...." - -"Nou ja .... da's 'n truc van 'm .... Die vent is slimmer dan wij -denken .... Die houdt ons voor de gek .... Jou net zoo goed ...." - -"Willen we dan maar eerst naar boven gaan om te zien of ie er is -.... of wil je eerst mee naar de eetzaal .... vader en moeder zullen -er al wel zijn." - -"Och laten we maar naar boven gaan. Je vader en moeder hoeven niet -te weten, dat ik door de politie mee genomen word ...." - -"Ja maar Jan .... ik zeg je één ding .... Als die vent daar boven -zit, dan ga je niet naar hem toe hoor .... Je geeft jezelf niet aan -.... Als hij je gevangen neemt is 't vroeg genoeg ...." - -"Dat beloof ik je." - -"Vooruit dan maar." - -Ze gingen in de lift en nog nauwelijks had Dolf de deur op 't dak -geopend of Jan fluisterde: - -"Daar zit ie al .... Had ik geen gelijk?" - -"Je houdt je mond hoor!" fluisterde Dolf terug .... "Denk aan je -belofte .... Kom, we gaan naar hem toe." - -Dolf ging vooruit en Jan volgde hem met 'n kloppend hart. 't Is ook -niet pleizierig als je gevangen genomen moet worden voor 'n domme -streek. - -Inspecteur Punt zat op 'n stoel naast z'n aeroplaan. Spits sliep op -de jas van z'n baas. De inspecteur zat diep in gedachten met 't hoofd -op de borst. Hij hoorde de twee jongens niet eens. Ze stonden reeds -vlak bij hem en nog had hij niet opgekeken. - -"Hm" deed Dolf, en toen de inspecteur 't hoofd ophief met 'n ruk als -of hij schrok: "Is u alweer terug inspecteur?" - -Inspecteur Punt knikte. "Ja neefje van oom Dokie," zeide hij, "er -heeft zich 'n groote moeilijkheid opgedaan.... wordt maar nooit -inspecteur van politie.... 't Is 'n moeilijk en ondankbaar vak, -vol ontgoochelingen." - -"Mankement aan de vlieger?" informeerde Dolf. - -"Nee.... de monoplaan is best.... maar Spits doet geen bek meer open." - -"'t Beest zal slaap hebben van 't vele eten" meende Dolf. - -Inspecteur Punt schudde mistroostig het hoofd: "'n Politiehond heeft -nooit slaap of hij moet vrij van dienst zijn.... Hij ruikt 't spoor -niet meer...." - -"Verkouen"? vroeg Dolf.... "In de automaat beneden hebben ze drop." - -Weer 'n hoofdschudden van inspecteur Punt. "'t Is me volkomen -onbegrijpelijk. Tot hier toe heeft hij 't spoor geroken.... regelmatig -aangeslagen.... en nou is ie 't kwijt. 'k Heb gedacht, dat de -dief misschien hoog gestegen was hier.... 'k Ben ook gegaan tot -vijfentwintig honderd meter.... Je hebt 't zelf gezien hè?" - -"Ja," zei Dolf. - -'t Haalde niets uit... Spits gaf geen asem... "'k Zal 't nog eens -probeeren. Spits!! (De hond keek oogenblikkelijk op). Zoek de -aeroplaan!" (Spits stak z'n neus in de wind, snuffelde even en ging -weer liggen, z'n meester de rug toedraaiend, alsof hij zeggen wou: -"Schei nou uit met je flauwiteit!") - -"Zie je wel," zuchtte inspecteur Punt. - -"Hij heeft er niet van terug," zei Dolf. - -"'t Is 'n zeer merkwaardig geval," hernam de inspecteur... "Hier op -deze zelfde plaats rook ie 't spoor nog... 'n uur geleden... en -nu... weg!... Geen spoor van 'n spoor meer... 't Is zeer -raadselachtig..." - -"'t Spoor zal weggewaaid zijn," antwoordde Dolf. - -"Neen," legde inspecteur Punt uit... "dat kan niet. Honderd jaar -geleden, was 't nog mogelijk, dat 'n regenbui 't spoor al uitwischte -van 'n dief of 'n moordenaar, zoodat de beste hond 't niet meer -terug kon vinden. Maar dat lag aan de neus van de hond en niet -aan de regenbui. Sedert die tijd zijn echter de hondeneuzen heel -wat verbeterd... Aanhoudende zorgvuldige training vijftig geslachten -lang, heeft de neus van Spits gemaakt tot 'n gevoelig instrument, in -staat 't zwakste spoor gewaar te worden. Want, jonge lui, alle dingen -laten iets achter op de plaats waar ze geweest zijn en dat verdwijnt -nooit geheel en 't komt alleen doordat de menschelijke neus slechts -is ingericht voor 't herkennen van grove geuren, dat wij er niets -van gewaar worden. Indien onze neus slechts volmaakt genoeg was, -zoo volmaakt als die van Spits, zouden we van alle dingen, die lang -geleden op deze plaats zijn geweest kunnen vertellen." - -"Da's erg jammer," zei Dolf.... "'t zou wel leuk zijn, als we zelf -zoo'n aeroplaan konden opsporen... M'n vriend Jan Drie, die ik van -Spits verteld heb... is zeer nieuwsgierig hoe 't met die vlieger van -m'nheer Vliegenthert zal afloopen.... Niet waar Jan?" - -Jan kreeg 'n kleur. Hij kon er niets aan doen. Maar hij zei toch, -dat hij vreeselijk nieuwsgierig was. - -"'t Spijt me jongeheeren... Doch we zijn nog niet aan 't eind van de -historie... Ik geef 't nog niet op... Waar is hier de telefoon?... en -is hier nog 'n leege hangar?" - -"De telefoon is daar" zei Dolf... "Mogen wij uw vlieger onder dak -brengen?" - -"Wil je dat doen? Uitstekend... Spits kom hier..." - -Spits sprong dadelijk gehoorzaam uit de vlieger en de inspecteur ging -met de hond vlak achter zich naar de telefoon, terwijl Dolf en Jan de -politievlieger in 'n hangar brachten heelemaal aan 't andere einde van -'t dak. - -"Hoe vindt je 'm?" vroeg Dolf zacht... "Idioot hè?" - -"Ik weet 't niet," zei Jan... "Heel gerust ben ik nog niet..." - -"Kom, laat naar je kijken... Die vent snapt er niks van... Die heeft -er net zooveel vermoeden van, dat oom Dokie z'n monoplaan hier vlak -bij 'm staat, als z'n schoenen... Misschien weet z'n hond 't... doch -dan schijnt 't stomme dier geen plan te hebben er z'n baas van op de -hoogte te brengen... 't Is 'n feit dat de hond van morgen blafte tot -hier op 't dak,... doch toen was 't in eens uit..." - -"Hm"... kwam Jan... "ik had toch maar liever, dat die inspecteur met -z'n beest weg was." - -"O, jij ben nog bang, dat je van avond in de kast zult zitten -hé?... Nou voorloopig lijkt me de kans niet groot jô... Ik vind 't -'n verbazend leuke bak, zeg..." - -"Dat, wil ik wel gelooven... jij loopt geen gevaar. Maar ik heb -honger." - -"Dan gaan we gauw naar beneden. Je moet toch de familie goede dag -zeggen ook hè!" - -"Wat moet ik je vader en je moeder wijsmaken? Ik ben 'n boon als ik -'t weet... 'k Heb er 't land aan hoor." - -"Wees nou geen eend... Je maakt hen niemendal wijs... je zegt gewoon -de waarheid." - -"Dat ik met m'nheer Vliegentherts aeroplaan?..." - -"Ben je dol.... Je hoeft toch alles niet te vertellen.... Je zegt dat -je per abuis hier naar toe gedwaald ben en zoo gauw mogelijk weer weg -wil.... Liefst van avond al.... Wacht daar krijg ik een idee.... Ik -zal vader vragen of ik met jou in de vlieger terug mag.... We zouen -toch over 'n paar dagen naar huis gaan...." - -"Hè ja.... Doe dat Dolf...." - -"Nou kom dan maar mee.... Daar heb je inspecteur Punt ook al. 'k Ben -benieuwd wat die getelefoneerd heeft en met wie...." - -"Zie zoo jongelui.... nou zullen we voorloopig maar afwachten en -'n paar kranten gaan lezen...." - -Samen gingen ze naar beneden. Inspecteur Punt met Spits naar de -leeskamer en Dolf en Jan naar de eetzaal. - -Dolfs heele familie zat aan tafel, vader, moeder en de twee zusjes. Jan -kende de familie heel goed, hij kwam dikwijls bij Dolf aan huis en -'t was dus heel gewoon, dat de zussen dadelijk riepen: "Hè daar -heb je Jan Drie.... Dag Jan" en Vader zei: "Wel jongen, ben je Dolf -nageloopen?" Maar moeder vroeg: "Jongens heb jullie geen honger? Kom -maar gauw hier zitten." - -Dolf beweerde luidruchtig, dat ie bijna omviel en ze zaten al spoedig -naast mevrouw. Toen ze wat gegeten hadden, vertelde Jan zoo goed en -zoo kwaad 't ging, dat ie bij vergissing naar Nordhausen gedwaald -was en gelukkig Dolf op 't dak had zien staan.... waarop m'nheer -Brandsma aanmerkte, dat 't er dan met Jan zijn terreinkennis al heel -slecht moest uitzien, wat zoo'n knappe vlieger als Jan was (dat wist -ie van Jan's vader) nou niet zoo mooi stond .... "Nou ja," vervolgde -m'nheer Brandsma... "word maar niet verlegen Jan.... ik ben ook wel -eris verdwaald, 't kan de beste overkomen." - -'t Ging boven verwachting goed, meende Jan. Doch toen begon die -vervelende Dolf opeens te vertellen, dat oom Dokie z'n monoplaan -gestolen was en dat inspecteur Punt met Spits, den dief achter z'n -veeren zat.... en nu 't spoor kwijt was.... - -"Dat is zeer interessant" vond m'nheer Brandsma. "Waar zit die -inspecteur nu?" En toen hij hoorde dat de politieman naar de leeszaal -gegaan was stelde hij voor: "Als jullie klaar ben gaan we hem 'n -poosje gezelschap houden." - -Dolf vond dat dadelijk uitstekend en Jan Drie, die 't ronduit gezegd -minder aangenaam vond zoo dicht bij dien inspecteur te zijn, die toch -eigenlijk naar hèm zocht, maakte bonne mine à mauvais jeu. - -Mevrouw Brandsma en de zusjes lachten om oom Dokie, die altijd van die -domme dingen deed en m'nheer zei, dat ie niet eens wist, dat mevrouws -broer alweer 'n nieuwe monoplaan had en hij vroeg aan Dolf of ie ook -wist, wat 't er voor een was. - -"O," antwoordde Dolf, "inspecteur Punt heeft me verteld, dat 't 'n -roode is met slaande vleugels... Jan Drie is ook gekomen met zoo'n -klapwieker, maar die is gelukkig cacaobruin...." - -Jan gaf Dolf stikem 'n trap, doch die lachte maar, zoo'n aap. - -"Lieve hemel jongens, eten jullie 't heele hotel leeg?" - -"Nou," zei Dolf... "ik heb er wel zin in, maar m'n nikkels zijn op." - -"De mijne ook," zei Jan. - -"Dat ziet er slecht voor jullie uit, heertjes," meende m'nheer -Brandsma. - -"En ik wou nog wel met Jan in z'n vlieger naar huis.... tenminste als -U 't goed vindt vader.... Maar dan zal u eerst over de brug moeten -komen. Ik heb geen cent meer.... en Jan ook niet...." - -"Zoo, zoo,.... wou jij er met je vriend van door.... Wel, wel...." - -"Hé Dolf," riepen de zussen, "blijf nou bij ons... we gaan toch immers -morgen weg...." - -Maar Dolf zei, dat ie 't veel lolliger vond met z'n tweeën in 'n -klapwieker te zitten, waar je nog eens 'n ordentelijk gangetje in kon -brengen, dan met z'n vijven in 'n familieaeroplaan, die net door de -lucht kroop, als 'n slak over 'n zandweg. - -Voorloopig werd er echter niets naders afgesproken. Mevrouw en de -zussen gingen in de tuin van 't hotel zitten en m'nheer en de jongens -zochten de leeskamer op. - - - - - - - - -ZESDE HOOFDSTUK. - - Waarin m'nheer Vliegenthert er toe overgaat 'n luchtadvertentie - te plaatsen en brigadier Kwadraat er achter komt welke kleur de - monoplaan heeft. - - -M'nheer Vliegenthert keek brigadier Kwadraat met de uiterste verbazing -aan toen deze hem met zoo'n leelijk gezicht en met zoo'n geweldige -klemtoon vroeg: "Wàt-is-dàt-vòòr-èèn-jàs?!" - -Vooreerst was 't m'nheer Vliegenthert op dat moment heel niet duidelijk -over welke jas brigadier Kwadraat 't eigenlijk had, ten tweede was -hij niet gewend zóó aangesproken te worden en ten derde had ie maling -aan die jas en aan alle andere jassen. Hij werd er kregel van. - -"Wat drommel," zei m'nheer Vliegenthert, "wat kan mij die jas -schelen.... en.... e.... wat verbeeld jij je wel, zeg? Je ben hier -op mijn dak, versta je...." - -"M'nheer.... neem me niet kwalijk.... u moet er niet boos om worden, -maar ik heb Spits aan die jas laten ruiken...." - -"Nou.... dat moet jij weten.... Wat gaat mij dat aan.... Voor mijn -part laat je die hond ruiken aan 'n biefstuk." - -"Maar m'nheer.... begrijpt u dan niet, dat 't wel en wee van uw vlieger -van dat ruiken afhangt.... 't Moest 'n vliegjas van u zijn.... 'n -jas die u altijd in de monoplaan aan hebt.... En nu verbeeld ik me, -maar ik hoop dat ik 't mis heb.... dat ik die hond heb laten ruiken -aan inspecteur Punt z'n eigen jas." - -"Oooooo!!!!!" kwam m'nheer Vliegenthert.... "Ah -zoooóóó!!!!.... Hm.... hm.... Sjonge sjonge, sjonge.... is 't in -die tijd.... Ik begin ook te gelooven dat 't die m'nheer z'n eigen -jas was.... Ik had hem hier op 't dak gevonden en meegenomen naar -beneden in de verbeelding dat ie van mij was.... Ik ben wel eens meer -zoo'n beetje..." - -"Verstrooid...." vulde brigadier Kwadraat aan. - -"Verstrooid is eigenlijk 't woord niet.... 't is eigenlijk meer 'n -aangeboren onachtzaamheid.... maar toch.... ik geloof nu werkelijk -dat ik die jas nog in de hand had, toen u beneden kwam...." - -"Dat had u ook" bevestigde brigadier Kwadraat. - -"Maar we kunnen 't dadelijk gaan zien.... Als inspecteur Punt z'n -eigen jas aan heeft.... dan moet de mijne beneden nog aan de kapstok -hangen. Ik zal even gaan zien...." - -"Och, och.... wat 'n ramp!" zuchtte brigadier Kwadraat, toen ie -alleen was. "Wat 'n ramp, wat 'n ramp!.... Nou heeft die arme Spits -lucht genomen aan de eigen jas van den inspecteur.... en daar zit -'t stomme dier vlak achter.... Nou blijft ie natuurlijk de heele dag -an 't keffen welke kant de vlieger ook opgaat.... Och, och.... en ik -krijg de schuld...." - -M'nheer Vliegenthert kwam terug. - -"Tja" zei hij.... "m'n jas hangt aan de kapstok.... 't Is 'n stomme -vergissing van me..... En nou helpt natuurlijk die tocht van den -inspecteur geen steek, hè?" - -"Nee.... geen sikkepit" bromde brigadier Kwadraat.... "Zóó stom.... o -neem u me niet kwalijk, maar ik ben er heelemaal van ontdaan".... - -"Ga gerust je gang", zei m'nheer Vliegenthert vriendelijk.... "'t Was -stom van me.... Maar wat moeten we nu doen om de aeroplaan terug te -krijgen? Weet jij iets?" - -"M'nheer.... 't beste is afwachten.... Misschien merkt de inspecteur -wel iets, want de hond ruikt nu overal 't spoor, waar de vlieger ook -heen gaat.... en dát kan toch niet...." - -Brigadier Kwadraat schudde 't hoofd herhaalde malen. Zooiets was nog -nooit gebeurd, zoolang Spits bij de politie was. En daarom zei hij -nog eens met 'n heel diepe zucht: - -"'t Is een ramp.... En 't kan me mijn betrekking kosten." - -"Dat zal niet gebeuren brigadier..... U hebt geen schuld.... Ik neem -alles op mij.... Maar help me onthouden, als 't zoover is.... Anders -vergeet ik 't toch weer." - -"Dan zal ik nu maar naar 't bureau gaan.... en wachten tot ik -iets hoor.... en-e.... zeg u er asjeblieft tegen geen mensch wat -van..... Dan doe ik op 't bureau maar of alles in orde is"..... - -"Ik beloof 't je brigadier.... Ik kik er geen woord van." - -"En als ik iets hoor, vlieg ik wel even bij u aan." - -"Heel goed brigadier." - -"Morge m'nheer." - -"Dag brigadier." - -Brigadier Kwadraat stapte in z'n aeroplaan en vloog weg naar de -stad. M'nheer Vliegenthert zag 'm 'n oogenblik later neerdalen op -'t uitgestrekte dak van 't politiebureau. - -"Daar heb ik weer wat moois uitgehaald" dacht hij.... "'t is werkelijk -dom van me.... Maar hoe krijg ik m'n aeroplaan terug?" - -Hij ging in de stoel zitten, waarin ook inspecteur Punt had zitten -nadenken en verzonk evenals deze in diep gepeins. Dat duurde minuten, -'n kwartier, maar toen prevelde m'nheer Vliegenthert: "Dat moest ik -maar doen.... dat zal 't beste wel zijn...." - -Hij ging aan de telefoon: "Hallo.... spreek ik met 't -Algemeen-Advertentie-Bureau?.... Is u de chef zelf?.... Niet?.... Ga -'m dan roepen.... M'nheer Vliegenthert.... Ja.... Hé wat duurt dat -weer lang.... Hallo.... is u daar?.... O, ik wou even vragen: wat kost -een luchtadvertentie?.... Hé?.... Vijf gulden per regel?.... Da's -duur hoor.... O, zijn 't dan allemaal hoofdletters.... Nou, -dat hoeft niet..... Wat zegt u?.... Wil u iemand sturen met 't -tarief? Heel goed.... maar dan gauw asjeblieft want ik moet nog naar -'t kantoor.... Goed.... Dag m'nheer...." - -Hij ging weer zitten wachten. Daar ging 'n heele tijd mee heen. Maar -eindelijk kwam er toch iemand van 't Algemeen-Advertentie-Bureau -aangevlogen. Dat leek 'n deftig heer, die bediende, en dat was geen -wonder, want 't Algemeen-Advertentie-Bureau was 'n wereldfirma, -die over de heele aarde haar filialen had, en de zaken die deze -maatschappij deed waren reusachtig. De firma had namelijk in -alle beschaafde landen de wolken gepacht en bezat 't uitsluitend -recht daarop advertenties te plaatsen. De kunst om op de wolken te -adverteeren was in 't jaar 2010 al betrekkelijk oud, want ze was -reeds in 1910 uitgevonden door Larsen te Kopenhagen. Dezen Deen -was 't gelukt enkele letters en eenvoudige figuren op de wolken te -projecteeren--natuurlijk als 't donker was. De machine waar ie dit mee -deed, was 'n soort kinematograaf voor groote afstanden. Natuurlijk -waren deze eerste proeven nog maar niet dadelijk geschikt om voor -practisch gebruik te kunnen dienen. Maar langzamerhand was 't systeem -verbeterd en eindelijk was men zoover gevorderd, dat met 't grootste -gemak 'n duidelijk leesbare advertentie in vurige letters op de wolken -te voorschijn gebracht kon worden. In landen met veel wolken, dus in -heel West- en Noord-Europa, waren ondernemende lui dadelijk klaar om -van de nieuwe uitvinding partij te trekken. Tot groote verbazing van de -menschen, vooral op 't land, want je kon zoo'n luchtadvertentie uren -ver in 't rond lezen, stond op 'n donkere avond met groote letters -"Sunlight-zeep" aan de hemel. Vijf minuten bleef 't woord staan. Toen -werd 't weer donker daarboven, maar 'n oogenblik later lazen de -kijkers op dezelfde plek: "Wascht alles." Dat vond gauw navolging en -al spoedig stond 's avonds de hemel aan alle kanten vol. Soms kwamen -de advertenties over elkaar heen te staan en dan kon geen mensch er 'n -woord meer van lezen. Dat gebeurde vooral, als er maar 'n paar wolken -in de lucht zweefden. Iedereen beschouwde de wolken als z'n eigendom, -want ze waren tot nog toe van niemand. Toen kwam er echter 'n slimme -kop op de gedachte alle wolken te pachten. Hij vroeg in alle landen -concessie, die hem dan ook voor grof geld gegeven werd. Nu richtte hij -'t Algemeene-Advertentie-Bureau op en deze maatschappij had nu voortaan -alleen 't recht op de wolken te adverteeren en de verschillende landen -ontvingen daarvoor 'n aardig sommetje. Natuurlijk werd er gemopperd -door de groote firma's die tot nog toe voor niemendal de wolken in -beslag genomen hadden, maar over 't algemeen waren de menschen erg -tevreden met de nieuwe toestand. 't Geld dat de Algemeene betaalde -voor de wolken kwam in de schatkist en de inwoners behoefden alweer -zooveel minder belasting te betalen. Bovendien stonden er nooit meer -onleesbare advertenties in de lucht. - -"Heb ik 't genoegen m'nheer Vliegenthert te zien? Ik ben agent van -'t Algemeen-Advertentie-Bureau." - -"Gaat u zitten, m'nheer," zei m'nheer Vliegenthert. - -De agent maakte 'n buiging, maar aangezien er geen stoel in de buurt -was, wat m'nheer Vliegenthert zeker weer niet in de gaten had, bleef -hij maar staan en vroeg: "Zoudt u zoo goed willen zijn op te geven -wat u geannonceerd wenscht en er even bij te zeggen hoeveel wolken -u bedrukt wil hebben, dan is de zaak in 'n ommezien in orde. Ik heb -niet veel tijd ziet u..... 't is druk, verbazend druk." - -"Druk?.... Druk...." zei m'n heer Vliegenthert. "Ik heb 't ook -druk.... ik heb nooit tijd.... van me leven niet...." - -"Zooveel te beter," antwoordde de advertentieman.... "Dan kunnen we -opschieten." Hij stond met 'n bloknoot en 'n vulpen klaar en keek -m'nheer Vliegenthert afwachtend aan. Maar deze was nog niet zoo -gauw klaar. - -"Ziet u m'nheer.... ik heb gisterenavond m'n aeroplaan op 't dak -laten staan...." - -"Kan de beste overkomen," zei de advertentieman.... "M'n grootvader -liet altijd z'n paraplu ergens staan...." - -"Paraplu.... Ik zou denken dat 'n aeroplaan toch wat anders is dan -'n paraplu." - -"Natuurlijk, natuurlijk.... 'n aeroplaan is geen paraplu.... Maar -mag ik u nu even herinneren aan de advertentie? U treft het -verbazend.... Onze weerkundigen hebben voor van avond en morgenavond -zware bewolking voorspeld met kans op regenbuien...." - -"Ik wou juist 'n advertentie over die aeroplaan geplaatst hebben...." - -"Ah.... maar dan mag ik u wel opmerkzaam maken, dat 't weinig zal -uithalen als u alleen op Nederlandsche wolken adverteert." - -De advertentieman floot zachtjes 'n deuntje, toen hij dit gezegd -had. Hij begon te snappen, dat er misschien 'n reuzenadvertentie uit -groeien kon, en daarna ging hij weer voort: - -"Dus uw aeroplaan is weg.... Dan heb u volkomen gelijk.... 'n annonce -in de voornaamste buitenlandsche wolken geeft u de meeste kans uw -aeroplaan terug te krijgen.... Laat me eens zien..." - -Hij haalde de weêrlijst uit z'n zak, opgemaakt door de weerkundigen -van het Algemeene-Advertentie-Bureau. De agenten der maatschappij -hadden deze dagelijks verschijnende weerberichten steeds bij zich, -om hun klanten voor te lichten. - -"Engeland, Schotland, zware bewolking.... Nederland dito.... België -en Noord-Frankrijk, dito dito.... Duitschland lichte bewolking.... U -boft hoor, 'n zeldzame partij wolken voorhanden.... Dat gebeurt niet -dikwijls m'nheer Vliegenthert, dat er over zoo'n groote uitgestrektheid -'n donkere deken ligt.... 't Is in een woord prachtig.... precies -als of u 't besteld had.... 't Is 'n bof! U wil zeker uw advertentie -plaatsen in alle wolken der naburige landen, de grootst mogelijke -publiciteit is in uw geval gewenscht.... Natuurlijk.... en.... in de -wereldtaal.... of verlangt m'nheer de advertentie in de verschillende -landstalen?.... Ik zou u aanraden wereldtaal, met 't oog op de -vreemdelingen...." - -"Hm, ja,...." zei m'nheer Vliegenthert,.... "ik-e...." - -"O, laat u dat maar aan ons over.... Wat dunkt u van zooiets: - - - GESTOLEN, - - Monoplaan met slaande vleugels. - - VIJFHONDERD GULDEN BELOONING - voor ieder die aanwijzingen geeft waardoor de eigenaar z'n - aeroplaan terugkrijgt. - - Vliegenthert, - Den Haag. - - -"Geen kwaad idee,...." zei m'nheer Vliegenthert, "en gedrukt in de -wereldtaal. Maar u moet de annonce zóó veranderen, dat er duidelijk -instaat dat de vijfhonderd gulden belooning uitgeloofd wordt slechts -aan diegene, die zulke aanwijzingen geeft, dat we de dief te pakken -krijgen." - -"Heel goed m'nheer.... en dus op alle wolken?" - -Juist toen m'nheer Vliegenthert antwoorden wou kwam brigadier Kwadraat -in z'n politievlieger terug en streek op 't dak neer. De brigadier -stapte uit, salueerde en viel meteen met de deur in huis: - -"M'nheer bericht van uw aeroplaan." - -"Gelukkig!" riep m'nheer Vliegenthert. Maar de advertentieman prevelde -zooiets van: "da's jammer". - -"We hebben van morgen dadelijk getelefoneerd aan alle politiebureaux -in Nederland," ging brigadier Kwadraat voort, "en nu kregen we uit -Nijmegen antwoord, dat 'n luchtwachter daar gisteren avond omstreeks -11.50 'n roode aeroplaan gesignaleerd heeft, die verdachte bewegingen -maakte en in de wolken verdween.... Dat is waarschijnlijk de uwe -geweest." - -"Waarachtig was ie dat," schreeuwde m'nheer Vliegenthert opgewonden. - -"Waarschijnlijk was 't 'n andere," zei de advertentieman droog. - -"Wat weet u daarvan!... en hoe weet u dat?" riepen m'nheer Vliegenthert -en de brigadier te gelijk. - -"Wel heel eenvoudig, omdat m'nheer Vliegenthert z'n aeroplaan niet -rood is maar cacaobruin...." - -"Ca-cao-bruin?" gaapte m'nheer Vliegenthert... "Is mijn aeroplaan -cacao-bruin?".... - -"Toevallig heb ik m'nheer gisteren morgen zien uitvliegen met z'n -monoplaan.... slaande vleugels.... chocolade-kleur.... Ik kan er wel -'n eed op doen." - -"Maar m'nheer!" riep brigadier Kwadraat uit, "u doet niets dan -verkeerde opgaven verstrekken aan de politie.... U zegt tegen -inspecteur Punt dat uw vlieger wijnrood is.... en u laat Spits ruiken -aan de verkeerde vliegjas.... en-e...." - -"Neem me niet kwalijk!" stoof m'nheer Vliegenthert op. "Ik heb die -hond niet laten ruiken...." - -"'t Was toch door uw toedoen.... Nu schijnt de Streep ook nog gelijk -gehad te hebben dat ie cacaokleurig was.... en die arme kerel heeft -er 'n uitbrander over gehad en ik heb hem naar de dokter gestuurd om -z'n oogen te laten onderzoeken." - -"'t Spijt me.... 't spijt me...." zei m'nheer Vliegenthert geheel -uit 't veld geslagen .... "'t Is best mogelijk, dat mijn aeroplaan -chocolakleurig is .... Om je de waarheid te zeggen, heb ik nog niet zoo -nauwkeurig op de kleur gelet .... Ik dacht dat 't wijnrood was ...." - -"'k Weet 't sekuur," bevestigde de man van 't -advertentiebureau. "Toevallig merkte ik op dat uw jas precies dezelfde -kleur had." - -"Verbeeld je," mompelde brigadier Kwadraat, "inspecteur Punt z'n jas -is groen .... 't Verschil is nog al merkbaar .... en die hield u ook -al voor de uwe." - -"'t Spijt me erg ... 't Spijt me verschrikkelijk ...." herhaalde -m'nheer Vliegenthert... "Maar ik kan er niemendal aan doen ... 't -overkomt me zoo dikwijls ..." - -"Dus m'nheer," zei de advertentieman ... "'n Flinke advertentie op de -voornaamste wolken van West-Europa ... Driemaal plaatsen zeker? Ziet -u--dat is goedkoop ... wordt maar tweemaal berekend. - -"Ja, ja", zuchtte m'nheer Vliegenthert, "gaat u je gang maar...." - -"In orde m'nheer ... Dag heeren ..." - -De advertentieman besteeg z'n vlieger met 'n vroolijk gezicht. Hij had -'n vette bestelling opgedaan ... M'nheer Vliegenthert, van de firma -Vliegenthert & Co. was er goed voor. De agent z'n dag was al goed. - -"Rrrrrrrt", snorde z'n schroefvleugels en weg was ie. - -"M'nheer," zei brigadier Kwadraat na 'n poosje, "die man sprak van -'n flinke advertentie op de voornaamste wolken van West-Europa... Dat -staat zeker in verband met de diefstal!" - -"Welzeker brigadier... dat is ook zoo... zou je niet denken, dat -'t helpen kan?" - -"'t Kan geen kwaad... maar ziet u volgens mijn opinie hoeft ie in -Engeland en in ons eigen land niet te adverteeren. Ik geloof zeker -dat die aeroplaan, die vannacht gesignaleerd is boven Nijmegen de uwe -was... Dat die luchtwachter de kleur niet goed opgenomen heeft is wel -zeker... Die vergissingen komen in de haast meer voor... En als ie -'t is... dan is ie Duitschland in. Voorloopig was 'n advertentie daar -in de buurt voldoende dunkt me." - -"Hm... ja... 'k zal hem telefoneeren, dat ie voorloopig alleen in -Duitschland en Zwitserland de annonce plaatst..." - -"Zwitserland is anders ook niet noodig... Maar kwaad kan 't in geen -geval..." - -"Permitteer me," zei m'nheer Vliegenthert. "Eén oogenblik." - -Hij ging naar de telefoon: "Hallo... Spreek ik met 't -Algemeen-Advertentie-Bureau? O... die luchtadvertentie behoeft -voorloopig alleen maar in Duitschland en Zwitserland geplaatst te -worden.... Wat zegt u?... In Duitschland geen wolken... en uw agent -zei toch... O... weinig wolken... Nu dan zet u 't dáárop... 't zou -al heel toevallig wezen, als ze nu net al de wolken voor mijn neus -weggeveegd hadden.... Dag m'nheer...." - -"Ziezoo brigadier, dat is in orde. 't Zal me toch nog geld genoeg -kosten om die vlieger weer in m'n bezit te krijgen.... Doch dat is -niemendal. Al kost 't me tweemaal zooveel als de aeroplaan, dan wil ik -'m toch terug hebben.... 'k Had plezier in dat vliegertje.... En dan -wil ik die dieven gestraft hebben.... 't Is 'n schandaal, dat je in -'t jaar 2010 nog niet eens even je vlieger op 't dak kan laten staan -of.... rrrrt.... ze hebben 'm al te pakken." - -"Alle hoop is nog niet verloren," troostte brigadier -Kwadraat.... "Wanneer we vanmorgen Spits lucht hadden gegeven -aan uw jas, dan had u waarschijnlijk van avond uw aeroplaan weer -terug.... Enfin.... m'nheer.... de telefoon alweer." - -"'t Houd niet op van morgen," gromde m'nheer Vliegenthert. - -"Hallo.... Wat? Brigadier Kwadraat.... Ja die is hier.... Brigadier -'t is voor u." - -Brigadier Kwadraat ging naar de telefoon.... - -"Hier brigadier Kwadraat.... Ja.... ja.... ja.... ja.... in orde." Bom, -daar hing de spreekhoorn alweer. De brigadier ging terug naar m'nheer -Vliegenthert en zei met 'n half lachend, half mistroostig gezicht: - -"Net zoo als ik dacht m'nheer.... Inspecteur Punt telefoneert -uit Nordhausen, dat ie 't spoor bijster is. Spits slaat niet meer -aan. Waarschijnlijk heeft ie z'n jas uitgetrokken.... Nu ik ben maar -blij, dat 't zoo loopt. Ik moet direct naar Nordhausen.... Hij wacht -me in 't Automatisch hotel daar.... Doe u me 'n genoegen en geef me -uw vliegjas mee.... - -"Best," zei m'nheer Vliegenthert.... "m'n vliegjas gaat mee.... maar -ik trek 'm aan...." - -"O.... wil u zelf òòk mee." - -"Ja.... Heb u 'n plaatsje voor me in uw vlieger?" - -"Met genoegen, m'nheer.... Dan gaan we maar dadelijk." - - - - - - - - -ZEVENDE HOOFDSTUK. - - Waarin politiehond Spits opnieuw het spoor ruikt en de gestolen - aeroplaan met twee passagiers achteraan komt. - - -Toen m'nheer Brandsma met Dolf en Jan de leeskamer binnentraden -vonden ze inspecteur Punt verdiept in 'n sportblad, dat hij gekocht -had aan 't automatische boekenstalletje in 'n hoek van de zaal. Hij -was zoo verzonken in de lektuur, dat hij niet eens opgekeken had, -toen de drie bezoekers de deur geopend hadden, waarbij ze natuurlijk -geen hand hadden uitgestoken, want de deur ging vanzelf open zoodra -iemand naderbij kwam. Deze soort deuren waren nu juist geen nieuwe -uitvinding. In 1910 bestond er reeds iets dergelijks, maar toen werd -'t nog niet zoo algemeen in toepassing gebracht, omdat er zooveel -bezwaren aan verbonden waren. Toen gebeurde 't namelijk heel dikwijls, -dat bij 't binnenkomen van iemand 'n ander die er vlak bij stond -de deur tegen z'n neus kreeg en bovendien haperde er telkens wat -aan die deuren. Doch zooals 't met alle uitvindingen gegaan was, -ging 't ook hiermee. Langzaam kwamen de verbeteringen en eindelijk -hadden ze 'n schuifdeur geconstrueerd, die bijna volmaakt was en -volkomen geruischloos open en dicht gleed. De menschen letten in die -tijd vooral daar op, dat zooveel mogelijk leelijke harde geluiden -vermeden werden. 'n Eeuw geleden was 't rumoer in de groote steden -vooral bij dag zóó erg geworden, dat de menschen 't bijna niet konden -uithouden. Ze waren al begonnen met houten bestrating om tenminste -'t gerammel van karren en wagens eenigszins te dempen en ze klaagden -over 't geschreeuw en de herrie om zich heen. 'n Uitvinder had de -menschen trachten te helpen door 't vervaardigen van de paraphoon of -geluiddemper, die in beide ooren gedragen werd. Dit hielp wel iets, -de geluiden klonken doffer, doch als je 'n gesprek wou beginnen moest -je die dingen uit de ooren nemen, omdat de paraphoon je kunstmatig -doof maakte. Dat was dus maar 'n lapmiddel. In Jan Drie's tijd was -'t bijna onmogelijk leven te maken. De menschen hadden zachte zolen -onder hun schoenen en 't plaveisel op de straten en wegen en de -vloerbedekking in de huizen was zoodanig, dat zelfs 'n vallend geldstuk -geen gerinkel gaf. 't Spreekt vanzelf dat machines, spoortreinen, -voertuigen en andere rumoer veroorzakende dingen al lang veranderd -waren in geluidloos draaiende, en rollende werktuigen. - -Maar, wanneer je met geen deur kunt rumoeren en geen lawaai kunt -veroorzaken met je hakken op de vloer en toch iemands aandacht wilt -gaande maken, zit er niets anders op dan maar zeer hard te praten. Dat -deed Dolf dan ook, toen ze bij de tafel waar inspecteur Punt zat te -lezen met hun drieën gingen zitten in die gemakkelijke leeren stoelen, -gemaakt om er in te genieten van 'n mooi boek. 't Leven dat Dolf -maakte hielp dan ook. - -"Ah," riep inspecteur Punt, "daar is m'n vriendelijke gids en helper -weer." - -"Met z'n vader," zei Dolf... "m'nheer Brandsma." - -"Aangenaam," zei inspecteur Punt, opstaande. - -M'nheer Brandsma zei ook, dat ie 't aangenaam vond en toen gingen ze -weer zitten. - -"Wat hoor ik m'nheer de inspecteur, u is zoo op jacht achter de -aeroplaan van m'n zwager Vliegenthert?" - -"Ja, m'nheer Brandsma.... maar tot nog toe met weinig resultaat.... Uw -zoon zal u wel 't een en ander verteld hebben, denk ik...." - -"Dat spreekt vanzelf m'nheer de inspecteur. Z'n mond stond er niet -over stil. Ik geloof zelfs, dat hij en z'n vriend Jan 't heele geval -erg leuk vinden." - -"Leuk?" riep de inspecteur.... "Maar jongelui, jullie moest je -schamen.... 't Is diefstal.... en ik kan je verzekeren, dat de dief, -als ie gesnapt wordt er minstens voor 'n paar jaar achter gaat... En -gesnapt wordt hij of liever zij. Want ik ben half en half overtuigd, -dat de aeroplaan door 'n vrouw gestolen is,.... 'n vrouw met blond -haar." - -"Dat is verbazend knap," zei m'nheer Brandsma. "Waaruit besluit u dat, -als ik vragen mag, m'nheer de inspecteur?" - -"Dat wil ik u wel zeggen, m'nheer Brandsma. Kijk u eens hier." Nu -haalde de inspecteur 't lange blonde haar uit z'n portefeuille. "Dat -vond ik aan de deurknop van m'nheer Vliegentherts hangar. M'nheer -Vliegenthert heeft zelf geen vrouw en geen dochters.... dus...." - -"U lijkt Sherlock Holmes wel," lachte Dolf en Jan Drie proestte van -de pret. - -"Sherlock Holmes?.... Wie is dat?" vroeg inspecteur Punt. - -"Och," zei m'nheer Brandsma, "Sherlock Holmes was 'n slimme detective, -Die kon net zulke gevolgtrekkingen maken als u...." - -"Zoo.... ik heb nooit van dien m'nheer Sherlock gehoord." - -"Geen wonder..." antwoordde m'nheer Brandsma "Dolf heeft er van gelezen -in 'n boek dat meer dan honderd jaar oud is.... Ik geloof zelfs niet, -dat die Sherlock Holmes ooit bestaan heeft...." - -"Hm," deed inspecteur Punt. "Maar om nu weer op die aeroplaan terug -te komen.... ik vind 't alleen onbegrijpelijk dat Spits 't spoor -bijster geraakt is hier op 't dak van 't hôtel." - -"Ei," zei m'nheer Brandsma, "dat zou bewijzen, dat de dief met de -monoplaan hier geweest was..." - -"Zeker is de vlieger hier geweest.... doch onverklaarbaar blijft hoe 't -ding hier vandaan gekomen is... zonder dat Spits weet waarheen.... Nu -zit ik hier en kan niemendal beginnen en de kostbare tijd gaat -voorbij.... En die aeroplaan kan op die wijze 'n enorme voorsprong -op ons krijgen.... Dat was vroeger 'n ander geval... in de tijd van -dien Sherlock en hoe heet ie nog meer.... Toen zaten de dieven aan de -aarde vast.... Hun hoogste snelheid bereikten ze in 'n spoortrein of -'n auto.... en dat was hoogstens 'n honderd kilometertjes...." - -"Dat is waar," riep Jan Drie.... "met 'n aeroplaan als die van m'nheer -Vliegenthert.... kan je gemakkelijk 'n snelheid van tweehonderd -kilometers bereiken." - -"Precies," zei inspecteur Punt... "Zoo'n vlieger beweegt zich bijna -zoo snel als 'n boerenzwaluw." - -"Bijna?..." vroeg Dolf. "Ik dacht die ie veel sneller ging..." - -"Neen hoor... De zwaluw wint 't nog... Die legt 250 K.M. per uur af -en torenzwaluw zelfs 318." - -"Maar we winnen 't toch van alle andere vogels," zei Jan. "'n Postduif -vliegt maar 100 en 'n arend of 'n ooievaar maar 120 K.M. en dat zijn -toch snelle vogels." - -"'t Zal 'n toer voor u wezen, die aeroplaan nog in te halen," zei -Dolf... "u moet 't nog eens probeeren met Spits...." - -"O, ik geef 't ook niet op... en ik was van plan nog eens met Spits op -te stijgen vóór brigadier Kwadraat hier is. Die komt vanavond... en -ik zou er wat voor geven, als Spits 't spoor weer terugvond, vòòr de -brigadier hier is. Die man houdt namelijk zooveel van Spits... Hij -is z'n leermeester, ziet u... en ik weet zeker dat 't hem verdriet -zou doen, als de hond 't spoor niet meer vinden kan. Dat is nog nooit -gebeurd... Kom... ik ga dadelijk." - -Jan Drie was blij, dat de politieman met z'n hond heenging. Hij was -'n oogenblik doodsbang geweest, toen m'nheer Brandsma de meening -uitsprak dat de vlieger op 't dak geweest moest zijn... Verbeeld je, -dat de inspecteur op de gedachte was gekomen in de hangars aan 't -zoeken te gaan. Hè, hij moest er niet aan denken... - -Ze gingen allemaal mee naar 't dak. Inspecteur Punt begon zorgvuldig -z'n motor na te zien. Hij gaf 'm wat olie en keek in 't reservoir of er -nog voldoende brandstof voorhanden was voor de motor. Die brandstof was -vroeger een van de grootste bezwaren voor de eerste vliegmenschen, die -nooit genoeg benzine konden meenemen voor 'n lange tocht. In 2010 had -de benzine echter al lang afgedaan als motorvoedsel en was vervangen -door de vliegolie, waarvan men met één liter net zooveel kon doen -als voorheen met 'n heel vat benzine. 'n Reservoirtje met twintig, -vijfentwintig liter vliegolie maakte van iedere vlieger 'n voertuig, -waar je de heele dag geen omkijken meer naar had en waar je onmogelijke -afstanden mee kon afleggen. Wat waren die eerste vliegeniers toch 'n -stakkers met die benzine. Telkens moesten ze dalen, want je kon toch -moeielijk 'n heel vat benzine mee de lucht in sjouwen. De knapste -scheikundigen waren toen aan 't denken gegaan, aan 't peinzen, -aan 't proeven nemen. Uren en dagen en nachten zaten ze in hunne -laboratoria tot op 'n goede dag of nacht zoo'n chemicus op de proppen -kwam met de vliegolie. Alle gezamenlijke vliegmenschen van de heele -wereld hadden dien genialen uitvinder wel om de hals willen vallen, -maar daar begon hij niet aan. Hij wist er wat beters op. Hij maakte -'n halfjaar lang ruzie met 'n stuk of vier andere scheikundigen die -ook beweerden, dat ze de vliegolie uitgevonden hadden... Dat is met -alle belangrijke uitvindingen en ontdekkingen zoo. De Noordpool werd -door Peary en Cook tegelijk ontdekt. 't Schietkatoen is uitgevonden -door Christiaan Friedrich Schönbein en in 't zelfde jaar (1846) nog -eens door Böttger, die ook de veiligheidslucifers uitvond... Maar -van deze uitvinding werd geen gebruik gemaakt vóór de Zweed Lundström -vijf jaar later dezelfde lucifers nog eens uitvond. Zoo is 't gegaan -met de stearinekaarsen, 't kobaldblauw en de aniline, welke laatste -stof zelfs vijf uitvinders had, die niets van elkaar afwisten. - -De uitvinder van de vliegolie, deed echter nog iets anders dan ruzie -maken met z'n concurrenten. Met 'n paar slimme kooplui stichtte hij de -vliegoliemaatschappij, die niet alleen de vliegolie fabriceerde volgens -zijn recept, maar tevens over de heele wereld vliegoliemagazijnen -oprichtte, kenbaar aan 'n wit bord met 'n roode vliegschroef er op -geschilderd en 's nachts van verre zichtbaar aan 'n rood en 'n groen -licht boven elkaar. Op de hoogste bergen en in de barste woestijnen, -overal stonden die vliegoliedepôts, wat heel gemakkelijk kon, want 't -waren vliegolie automaten, kleine dingen in weinig bezochte streken, -maar geweldige inrichtingen langs druk bezochte luchtwegen. Wie om -vliegolie verlegen was, had slechts 'n geldstuk in de gleuf te laten -glijden en op 't zelfde oogenblik kwam uit 'n loketje zoo'n rond -vliegolieblik aanrollen, dat maar aan de motor bevestigd behoefde te -worden, wat 'n niet al te onhandig mensch in 'n wip klaar speelde. En -de uitvinder der vliegolie was natuurlijk binnen 'n jaar millioenair, -wat haast wel niet anders kon, aangezien de heele vliegwereld om zoo -te zeggen had zitten wachten op die vliegolie. - -Inspecteur Punt bleef nog al lang bezig met z'n vlieger... en m'nheer -Brandsma vond 't 'n beetje vervelend om daar bij te blijven. Hij -wenschte den politieman dus veel succes en ging weer naar beneden. Dolf -en Jan gingen mee. In de lift zei Dolf: - -"Dus vader u vindt 't goed, dat ik met Jan mee ga hé?" - -"Och jawel," was 't antwoord... "Maar waar wil je dan blijven... jullie -ben zóó thuis. Ik ben van plan met moeder en de zussen nog 'n paar -dagen rond te vliegen... Je kan toch niet alleen in 't leege huis -gaan zitten." - -"O, da's niemendal, dan blijf ik maar 'n paar dagen bij Jan... Dat -kan wel hè Jan?" - -"Nou, heel goed hoor... Ik zit alleen... met de meiden..." - -"'t Is mij best," zei m'nheer Brandsma, "als moeder 't ook goed -vindt... En geen gekke streken onder weg... Jij bent zoo'n wildeman -Dolf. Ik waarschuw je hoor." - -"Nee m'nheer, we zullen wel kalmpjes aan doen," zei Jan. - -"Ik vertrouw 't jou ook beter toe dan Dolf... Alleen liet ik 'm -niet gaan." - -Ze waren nu beneden in de tuin, waar mevrouw en de zussen zaten. - -"Moeder," riep Dolf, "ik mag met Jan mee... en we gaan dadelijk." - -"Moet dat allemaal zoo op stel en sprong?" zei mevrouw... "Heb jij -zoo'n haast Jan?" - -"Ik niet mevrouw, we kunnen best wachten tot vanavond." - -"Dat vind ik ook," zei mevrouw weer, "of gaan jullie morgen... Hoe -lang doe je d'r over om naar huis te vliegen?" - -"'n Uur of vijf mevrouw, met 'n matig gangetje..." - -"Zoo... gaat dat ding zoo snel... Is 't niet gevaarlijk?" - -"Wel nee, moeder," zei Dolf.--"En ik ga veel liever dadelijk... 't -Is zulk mooi weer..." - -"Laat die jongens opschieten," riep vader... "Ze hebben toch geen -rust..." Maar de zussen vonden 't ook al niet aardig... en moeder -heelemaal niet, maar Dolf trok zoo'n leelijk gezicht, dat ze er -allemaal om lachten en mevrouw Brandsma, die d'r lieve Dolf toch ook -wel zoo'n heerlijk vluchtje met z'n vriend Jan gunde zei eindelijk: - -"Ga dan maar gauw." - -Dolf riep: "Bonjour allemaal" en was al weg; maar Jan nam beleefd -afscheid. Aan de lift vond ie Dolf met z'n vliegmuts al op, en 'n -andere in de hand. - -"Hier, zet op." - -"Waarom heb je zoo'n haast?" vroeg Jan... "Denk je dat ik van plan -ben op klaar lichte dag op 't dak bij m'nheer Vliegenthert neer te -komen. Ik zou je danken hoor." - -"Ben je mal," riep Dolf... "Zoo gek ben ik ook niet... 't Zou wel -stom zijn... Dan zat je zeker van avond achter de tralies, want de -heele politie ligt natuurlijk op de loer." - -"Nou wat wil je dan?" - -"Ik wil inspecteur Punt achterna..." - -"Hè???" - -Jan zei niets meer, toen ze in de lift naar boven gingen. Hij was -te verbaasd over 't plan van Dolf. Maar toen Dolf de deur van 't dak -open deed, deed Jan z'n mond open. - -"Zeg..." - -"St... we zijn er... Hij hoeft er niets van te hooren... Kijk hij is -net klaar..." - -De jongens kwamen nog juist vroeg genoeg. Inspecteur Punt stond z'n -vliegjas aan te trekken.--Spits zat al op 't achterbankje en snuffelde -alsof hij iets bekends rook. - -"Inspecteur", zei Dolf "'t is toch niet zoo koud." - -"Neen jongen, hier niet... Maar ik moet denkelijk de hoogte in en -dààr had ik 't vanmiddag wel koud... En apropos, wil je dit briefje -aan brigadier Kwadraat geven, als hij komt? Nou adieu jongens." - -Inspecteur Punt stapte in. - -"Zoek de monoplaan." - -"Rrrrrrt," gonsden de schroefvleugels en nauwelijks was inspecteur Punt -van 't dak of Spits blafte reeds luid: "Waf." Hij rook 't spoor weer. - -"Waar ga je naar toe?" riep Jan Dolf na, die als een razende naar de -lift holde. - -"Maak je vlieger klaar," schreeuwde deze terug... "Ik ga jassen -halen..." Jan Drie was 'n beetje overbluft door de drukte van Dolf. Hij -wist niet recht wat hij doen zou. Inspecteur Punt achterna vliegen -was makkelijk genoeg, maar waartoe diende dat nou? Ze hadden nu zoo -mooi de gelegenheid naar huis te vliegen en tegen de avond de vlieger -stilletjes terug te brengen. Dat zou nu eens een verstandige streek -zijn... Maar van de andere kant lachte hem 't avontuurtje ook wel toe. - -Daar was Dolf alweer terug, opgewonden en niet zoo'n klein beetje! - -"Heb je nou nog de vlieger niet voor de dag gehaald? Wat sta je -toch te treuzelen. Als we lang wachten zij we den inspecteur met z'n -hondje kwijt." - -"Jij hebt goed praten" bromde Jan Drie. "Op wie z'n kop komt 't neer?" - -"Och klets niet. Als je niet wil, zeg je 't maar hoor." - -"Niet willen... ik heb er wel zin in maar--e..." - -"Ik zal je eens wat zeggen Jan Drie. Jij ben er met de aeroplaan -van m'nheer Vliegenthert van door gegaan hè? Nou ik sta je half. Al -wat er verder van komt is voor mijn rekening. Oom Dokie zal ons niet -opeten... 't Is 'n veel te goeie kerel." - -Jan Drie moest er om lachen en stemde toe. - -Ze trokken vlug de vliegjassen aan en stapten in. - -"Vliegolie genoeg?" vroeg Dolf. - -"Plenty," zei Jan. - -"Vooruit dan." - -Rrrrrrrt... De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert beurde z'n staart -op en sprong van 't dak. Als 'n vogel steeg de vlieger omhoog schuin -de lucht in. De zussen in de tuin beneden wuifden met hun zakdoeken -en de jongens wenkten met de hand 'n groet terug. - -"Hè hè," zei Dolf... "we zijn er tusschen uit hoor... De inspecteur -is zuidwaarts gevlogen, is 't niet." - -"Niet precies... Iets Westelijk meen ik, in de richting van -Mühlhausen." - -"Lieve hemel, wat weet jij dat allemaal precies. Hoever is dat hier -vandaan?" - -"Ik denk zoowat 'n veertig kilometer. We zullen maar een beetje in -zien te loopen." - -"Ga je gang, ik zal wel uitkijken." - -Als 'n zwaluw schoot de monoplaan vooruit, hoog boven de heuvelen -en in 'n groot kwartier hadden ze de torens van Mühlhausen voor -zich. Onder hen zweefden aeroplaans naar alle kanten. Doch Dolf keek -alleen maar scherp recht voor zich uit of hij de politiemonoplaan -met den inspecteur en Spits niet ontdekken kon. Hij zag niets van -al die aviateurs beneden en nog minder lette hij op de kerken en de -menschenwoningen nog verder in de diepte. Wegen, wateren en bosschen -gleden onder hen weg, alsof de heele aarde 'n gekleurd tapijt was, -dat weggetrokken werd. Ze hadden er geen van beiden oogen voor. De -propeller snorde. Ze vlogen over de Werra, waar die 'n bocht maakt en -volgde 'n eind deze rivier Zuidwaardsch. Links van hen lag Eisenach en -daar achter verhieven zich de groene bergen van 't Thüringerwoud. Zoo -vlogen ze wel 'n uur lang, - -"Daar vliegt ie," riep Dolf op eens. - -"Waar?" vroeg Jan. - -"Daar, 'n beetje links boven 't water." - -"Ah... 'k heb hem ook in de gaten... Die slimmerd. Hij blijft ook -liever boven 't lage land. Hij ontwijkt 't Rhöngebergte." - -"Da's toch zoo hoog niet?" - -"'n Kleine duizend meter." - -"Niet meer inloopen," riep Dolf. "Hoe ver schat je, dat ie ons -voor is?" - -"Nou, 'n kilometer of vijf hoogstens." - -"Is dàt vijf kilometer? 't Lijkt zoo'n klein eindje... Waar zou ie -heen gaan." - -"'k Weet er niks van hoor." - -"Waar gaan we op aan?" - -"'k Weet 't niet precies... Jongens we verliezen op hem... Hij zet -er de sokken in." - -"Hou keep!" riep Dolf. "Houdt 'm vast!" - -"Die ontkomt me niet," lachte Jan Drie. - -Ze zwegen weer 'n poos. Alleen de motor gaf geluid. Verder was 't -stil. Maar toen ze de Main voor zich hadden met de stad Schweinfurt, -riep Dolf alweer: - -"'n Stad! Kijk hij vliegt er vlak boven." - -Met dezelfde snelheid vlogen de twee monoplaans achter elkaar voort, -uren lang. 't Ging over de Tauber, de Jagst, de Neckar. Bij Heilbron -week de voorste monoplaan hoe langer hoe meer van de Zuidelijke -richting af en om zes uur waren ze boven Karlsruhe. Ze hadden -drie honderd vijftig kilometers afgelegd en waren drie uur in de -lucht. Jan Drie had al lang 'n greep gedaan in de vliegtabletten van -m'nheer Vliegenthert en hij en Dolf knabbelden als n paar hongerige -konijnen. Weer maakte inspecteur Punt 'n nieuwe wending naar 't Zuiden -en volgde de Rijn. 'n Half uur later waren ze boven Straatsburg en -om acht uur hadden ze Bazel in Zwitserland bereikt. - -"Ik begrijp niet waar die man heen wil," zei Jan Drie. "Hij schijnt -er niet over te denken om neer te dalen. Maar ik zal toch 'n beetje -opletten, als ie soms nog naar beneden gaat, dat ie ons niet in de -gaten krijgt." - -"Geen nood Jan, hij vliegt door, zoolang z'n hond aanslaat, al was -'t tot aan 't eindje van de wereld." - -"Wat drommel, wat voert ie nou in z'n schild... 'k Heb niet veel trek -hem dáár te volgen hoor." - -"Ben je gek, waar hij heen kan, kan jij zeker heen. Ik vind 't -eenig leuk." - -"Ja maar Dolf weet je wel waar hij heen vliegt op 't oogenblik? Als we -zoo nog 'n uur door vliegen, zitten we midden in 't Berner Oberland." - -"Nou wat zou dat... Ik vind 't prachtig." - -"Ja maar ik heb het niet op die bergen... Ginds zie je de -kleintjes... maar dan komen de kokkerds. Noem jij 't maar prettig, -'k heb 't nou al koel." - -"O ben je kouwelijk... Ik dacht dat je bang was voor die bonken steen." - -"In dat mooie monoplaantje van m'nheer Vliegenthert, -Dolf?! Belachelijk!" smaalde Jan Drie. "Tenminste als 't er om te -doen is óver de Alpen te komen. Als 'n zwaluw schieten we over de -hoogste heen." - -"Dat was vroeger anders hè" zei Dolf. "Die leuke leeraar in de -aviatiek, vertelde hoe in 1910 de aviateur Weyman met 'n passagier -'s morgens uit St. Cloud vertrok om de top van de Puy de Dôme te -bereiken. 'k Weet niet meer hoe hoog dat ding is, maar in ieder geval -is 't 'n snertberg." - -"1465 meter geloof ik," zei Jan. - -"Nou kijk es aan. Tien kilometer voor de top bleef hij steken. In -datzelfde jaar werd ook de eerste wedstrijd voor 'n bergvlucht -uitgeschreven, over de Simplonpas nog wel. Gemakkelijker kon 't al -niet en ze mochten nog neerdalen onder weg ook." - -"En hoe liep dat af?" - -"'k Weet al niet meer. Je kan niet alles onthouden, wat ze je van die -geschiedenis der aviatiek vertellen. Maar de voornaamste aviateurs -uit die tijd hadden mee ingeschreven, Tyck, Latham, De Lesseps, -Chavez, Aubrun, Legangneux, Cattaneo, Morisant, Parisot en nog meer -van die vliegpioniers... Chavez kwam er over, dat weet ik nog wel, -en toen hij er over was braken z'n vleugels en hij zelf stierf een -paar dagen later." - -"Als hij maar niet ergens op zoo'n bergtop dalen wil... Dat doe ik -'m in geen geval na." - -"Over wie heb je 't nou," vroeg Dolf. - -"Wel over inspecteur Punt... Die vliegt regelrecht de bergen in... en -dat nou 't donker begint te worden." - -"We hebben maan van avond..." - -"Dat is tenminste iets..." zei Jan... "Maar 'n neveltje kan alles -bederven... D'r hangen om die hooge bergtoppen soms van die dikke -wolkbrokken... Daar moet ik niks van hebben... Daar ga ik boven uit -hoor, al raak ik de heele inspecteur kwijt... Inspecteur Punt stijgt -al... Die is ook niet van plan met z'n neus tegen de keien te vliegen." - - - - - - - - -ACHTSTE HOOFDSTUK. - - Waarin inspecteur Punt op 'n hooge berg 'n dame met blond haar - aantreft, die evenwel door Jan Drie en z'n vriend Dolf gered wordt. - - -"'n Mooie pan," riep Jan 'n poosje later lachend. "Als 't 'n beetje wil -zijn we morgen allemaal bevroren... Hoe hoog vliegen we nou?... Duizend -meter?" - -"'t Scheelt niet veel, twaalf honderd... Kijk eens daar ginder, -recht vooruit... wat is dat?" - -"Alpengloeien... Allemaal witte sneeuw, die de zon rood, oranje en -goud verft... Dat zijn de kokkerds al..." - -"Prachtig!" - -Dolf werd stil van bewondering, maar na 'n poos zei hij toch: - -"En dat zijn nou volgens onze aardrijkskunde leeraar, de botten van -Europa, die door de huid heensteken, meer dan drie duizend meter hoog -in de lucht. Kale dorre knokken, met geen grasje er op. Niets dan -sta-in-de-wegs, waarvoor den menschen netjes 'n omweg hadden te maken." - -"Tot ze zich er door heen boorden met dynamiet..." zei Jan, -"en er eindelijk over heen vlogen. Vroeger waren de bergen ons -de baas... Hoeveel moeite hebben de menschen niet gedaan om die -hooge toppen te beklimmen en hoeveel werden 't slachtoffer van de -bergsport... Nu hebben de menschen ook die reuzen overwonnen, met -luchtschepen en aeroplaans." - -"'t Wordt hoe langer hoe prachtiger!" riep Dolf opgetogen. - -"Geen wonder... we vliegen er met 'n honderd-kilometer-gangentje naar -toe. Inspecteur Punt stijgt nog steeds... Hoe hoog?" - -"Zestien honderd zoo wat." - -Zoo vlogen de twee aeroplaans maar steeds achter elkaar voort, -steeds hooger klimmend in de fijne blauwe lucht. Want de bergen werden -hooger hoe meer ze 't hartje van Zwitserland naderden. Aan alle kanten -verrezen de hooge toppen met scherpe kanten en stijle rotshellingen, -en vlak voor zich hadden ze de wit gepruikte oude reuzen van 't -Berner Oberland, die met gloeiende koppen hen aanstaarden... Die -waren allemaal meer dan 3000 meter hoog. - -Beneden werden de Zwitsersche bergdorpen in de dalen en de huizen op -de groene almen met lichtjes bespikkeld, maar daarboven scheen nog -de zon ofschoon blauwe en paarsche schaduwen langs de ruwe ruggen -langzaam hooger en hooger opstegen. Op de bergen daalde de nacht niet -neer maar klom uit de dalen omhoog. - -Inspecteur Punt had reeds z'n zoeklicht ontstoken, doch Jan Drie was -slim genoeg 't maar zonder lantaarns te doen. Op die manier had hij -de meeste kans, dat inspecteur Punt onkundig zou blijven omtrent de -nabijheid van z'n twee nieuwsgierige vervolgers. - -De politieinspecteur had den heelen middag en avond zonder omzien -doorgevlogen, steeds maar luisterend naar 't aanslaan van Spits -en scherp uitkijkend naar de roodachtige aeroplaan van m'nheer -Vliegenthert. Onwillekeurig had de inspecteur de gemakkelijkste weg -gevolgd, wat natuurlijk iedere luchtvaarder doet en zoo was hij er -toe gekomen om niet recht toe recht aan over bergen en dalen te -vliegen, maar de laagte te houden en eindelijk langs de Rijn tot -Bazel te vliegen. Waarschijnlijk zou hij nog wel verder 't Rijndal -gevolgd hebben, als 'n kleine wending boven Bazel, toen hij meende -'n roode aeroplaan met 'n vrouw er in te bespeuren, hem niet in 'n -meer Zuidelijke richting gebracht had. Spits bleef aanslaan en dus -was de nieuwe richting de goede. De arme hond hielp den inspecteur -leelijk op 'n dwaalweg, maar 't stomme dier kon er ook niemendal -aan doen. Hij rook aanhoudend vóór zich dezelfde geur, die men hem -bevolen had te volgen, want inspecteur Punt had z'n vliegjas aan, -en als 'n trouwe speurhond riep hij dus voortdurend: "Waf." De rest -ging hem niemendal aan. - -Hierdoor kwam 't dat inspecteur Punt van Bazel af regelrecht op 't -meer van Thun en 't meer van Brienz aanvloog. Twee waterketels van -'n paar honderd meter diepte, die daar omsloten door hooge bergen van -alle kanten watervallen en bergstroomen in zich opnemen en waaruit bij -Thun de Aare wegstroomt met vloeibaar voedsel voor de Rijn. Tusschen -deze twee meeren 't eene donker en 't andere lichtgroen, ligt de -stad Interlaken. - -Inspecteur Punt was al hooger en hooger gestegen en toen hij nog 'n -kilometer of tien van 't meer af was had hij de respectabele hoogte -van ruim twee duizend meter bereikt, wat wel noodig was, daar hij nu -nog maar net over de top van de Gemmenalphorn heenkwam, ten Noorden -van 't Thunermeer, die 2064 meter hoog is. De Beatenberg, die met z'n -voet in 't meer staat, is weer veel lager en inspecteur Punt zag toen -hij daarover heen was de lichten van Interlaken diep onder zich en -aan alle zijden de electrische lantaarns van de dorpen aan de oevers -der twee meren. Doch de inspecteur daalde niet in Interlaken. Met 'n -sprongetje was hij over 't meer heen, van de eene berg op de ander -en daar aan de overkant zagen de jongens plotseling de vlieger van -inspecteur Punt naar beneden gaan. - -"Hij daalt" riep Dolf. - -"Boven op de berg," zei Jan Drie. - -"Zien waar hij blijft hoor." - -"Stil maar.... Ik zal wat langzamer vliegen... en 'n rondje maken -boven z'n hoofd als 't noodig is... Zie jij 'm?" - -"Kan je niet 'n beetje lager gaan?" - -"Jawel, maar dan hoort ie ons misschien." - -"We moeten 't er op wagen. Wat zou die eigenlijk op die berg zoeken?" - -"Wel," lachte Jan, "hij is ook niet gek... Als ie zoo doorgevlogen -had, was ie binnen 't kwartier met z'n vlieger tegen die lui aan de -overkant gevlogen. Daar staan de Eiger en de Mönch en de Jungfrau... Of -hij had nog 'n paar duizend meters hooger moeten gaan. - -"Daar zit ie, als 'n wesp achter die rots." - -"Let nou is op Dolf... ik zal je eens laten zien, wat je met zoo'n -aeroplaantje als dit, doen kan... Pas op, daar gaat ie!" - -Hij verzette 't hoogtestuur. De aeroplaan dook en plotseling stond de -motor stop. Als 'n duif met uitgespreide vleugels zeilde de aeroplaan -omlaag en kwam terecht midden in de alpenrozen op 'n bijna vlak stuk -alpenweide, aan de andere kant van de rots. - -"Prachtig, prachtig," riep Dolf. "Kerel je ben 'n eerste klas aviateur -hoor. Ik zou 't niet klaar gespeeld hebben." - -Jan Drie was er al uit. - -"'k Ben blij, dat ik m'n beenen eens verzetten kan. 't Werd taai hoor, -zoo ver boven de wolken." - -"Boven de wolken?" - -"Denk je dan dat de wolken de gewoonte hebben zoo hoog te zeilen, als -wij nu gedaan hebben. Kan je begrijpen. Maar van wolken gesproken. Kijk -eens even naar de overkant. Die besuikerde top met die bocht er in -is de Jungfrau en die hier op aan is de Mönch en die waar die blauwe -wolk tegen aan hangt is de Eiger. 'k Heb ze verleden jaar netjes van -buiten geleerd hè toen ik met vader en m'n broer hier in de buurt -was... Als die wolk nou maar daar blijft is 't niet erg.... maar als -dat ding hier heen komt zijn we bestolen." - -"Hè?" - -"Ja, meen je, dat ik gek genoeg zou zijn hier op te stijgen in 'n wolk, -met al die lieve harde steenklompen om je heen? Ik zou je danken. Dan -blijf ik hier bivakeeren." - -"Wat 'n prachtig schouwspel zijn die bergen daar aan de overkant... Je -zou ze zoo grijpen." - -"Jawel, als je 'n arm had van twintig kilometer lang. Daar ligt -'t heele Grinderwalddal nog tusschen in met 't Lauterbrunnendal en -'n paar bergen van twee duizend meter hoogte... waar we nu maar -overheen kijken." - -"En wat is dat voor 'n spits, die we daar tusschen zien?" - -"O, dat is de Finsteraarhorn. Die is maar 'n goeie vierduizend meter -hoog en ligt nog heel wat kilometertjes verder. Achter de Breithorn en -de Jungfrau en de Mönch en de Eiger en de Schreckhorn en de Wetterhorn -krijg je eerst nog wat gletschers en eeuwige sneeuwvelden en dan komen -eerst die allerhoogste oomes. Kijk daar links tusschen de Wetterhorn en -de Schreckhorn kan je een van de twee Grindelwald-gletschers zien..." - -"Goeie help," zei Dolf, "je zou er met pleizier den heelen inspecteur -Punt voor vergeten." - -"Dat doen we toch niet. Nu we hem eenmaal tot bij de sneeuw, die -nooit smelt, hebben gevolgd, wil ik ook weten wat ie uitvoert." - -"Ik denk dat ie hier kampeert. Laten we maar eens gaan kijken." - -"Pas op Dolf, de bergen zijn verraderlijk. Laat mij maar voor gaan -en trek je vliegjas uit." - -"Wat is dat nog 'n eind weg," zuchtte Dolf na 'n poosje. "Ik dacht -dat we vlak bij hem waren." - -"Kan je begrijpen. De dingen lijken hier maar zoo dichtbij... We zijn -minstens nog tien minuten van 'm verwijderd... Maar 't kan ook nog -wel meer zijn." - -"'t Loopt hier lastig ook, tusschen die alpenrozen. Die zijn nog -erger dan de hei thuis. Als 't pikkedonker was, wandelde ik hier -liever niet." - -"St... daar zie ik licht... daar in de laagte daar staat de -vlieger... en... e... nóg 'n vlieger... en 'n juffrouw." - -"Hè??... Waarempel... Bukken Dolf... Op de grond gaan liggen, anders -krijgt ie ons óók nog in de gaten, hij staat juist met z'n neus naar -ons toe. En 't is hier zoo licht." - -"Och, we zijn toch in de schaduw." - -"En de maan dan?" - -"Da's waar ook... die staat daar ginds achter die berg... zoometeen -komt ie er boven uit." - -"Hou je mond nou es Dolf... dan kunnen we misschien hooren wat -ie zegt." - -"Ik lig hier niet erg lekker in die harde dingen." - -"Zwijg nou toch... Nee... maar!" - -Die uitroep van verbazing werd veroorzaakt door inspecteur Punt, -die vlak onder Jan en Dolf 'n kleine vijftig meter lager, met 'n dame -stond te praten. - -Toen inspecteur Punt over het dal waar Interlaken ligt was gevlogen -en de tweeduizend meter hooge bergen aan de overkant bereikt had, -zag hij op eens hel verlicht door z'n zoeklicht boven op de berg -'n vlieger staan met 'n dame er naast, die zoodra 't scherpe licht -van de politievlieger zichtbaar werd hevig aan 't wuiven was gegaan -met 'n groote witte sluier. Inspecteur Punt daalde onmiddelijk in de -nabijheid, waar ruimte genoeg was en de helling niet te schuin. Hij -was toen uit de aeroplaan gestapt met Spits en snel naar de dame -toegeloopen. Deze kwam hem echter met nog meer haast te gemoet. - -"O m'nheer wat ben ik blij, dat u mij hebt opgemerkt. Ik zit hier al -meer dan 'n uur angstig uit te kijken of er niets tot redding op kwam -dagen, want ik heb geen vliegolie meer... en nu weet ik niet waar hier -op de berg 'n depôt is. Ik heb wel 't groen- en roode depôtlicht verder -beneden gezien, maar daar durfde ik niet heen. 't Pad was zoo steil." - -"Zoo..." zei inspecteur Punt, terwijl hij scherp de dame aankeek, die -blond haar had, terwijl haar vlieger, die op eenigen afstand stond, -rood was... "Zoo," herhaalde hij... en toen z'n notitieboekje uit -z'n zak halend. "U weet dat ik van de politie ben?" - -"Ja m'nheer... dat zie ik immers aan uw lichten."... - -"Goed... Ik ben inspecteur Punt uit Den Haag.... Nu zal u er wel -alles van begrijpen hè?... Vertel u me nu eerst maar eens, hoe komt -u aan die aeroplaan?" - -"Wat blief?" - -"Meegenomen hè... uit Den Haag... gisteren avond... U ziet, ik weet -alles... Ontkennen baat niet..." - -"Wat beteekent dat m'nheer?" zei de dame met groote verwondering. "U -houd mij toch niet voor 'n dievegge?... 't Is mijn eigen vlieger -m'nheer.... en als ik niet door gebrek aan vliegolie hier op die -akelige berg was blijven steken..." - -"Had ik u niet hier aangetroffen" zei inspecteur Punt... "Daar -twijfel ik geen oogenblik aan... Dan was u misschien al over die -hooge toppen daar." - -"Maar m'nheer..." riep de dame... "ik wou naar Luzern, daar woon ik -en daar kunt u alles omtrent mij vernemen..." - -"Ja ja... dat liedje kennen we... we zullen er geen woord meer over -verspillen... Deze politiehond heeft uw spoor gevolgd tot hiertoe... U -is mijn arrestant..." - -Deze laatste woorden die inspecteur Punt zeer nadrukkelijk gezegd -had waren ook daarboven verstaan en hadden aan Jan Drie de verbaasde -uitroep ontlokt, en de rest van 't gesprek dat veel luider gevoerd -werd dan 't begin konden ze ook bijna heelemaal verstaan. - -"Ik begrijp er niets van," zei de dame... "geef me toch in 's -hemelsnaam wat vliegolie m'nheer de inspecteur, dan ga ik dadelijk -met u mee en dan is alles zóó opgehelderd." - -"Dat zou ik ook 't liefst willen," hernam inspecteur Punt, "maar ik -heb zelf niet veel meer... Ik zal u nog een poosje in de eenzaamheid -moeten laten. Ik kom spoedig weer terug... met vliegolie natuurlijk -en 'n paar man van de politie uit Interlaken... U moet 't u maar zoo -gezellig mogelijk maken tot zoolang. En bang hoeft u niet te zijn, -want ik laat de hond hier om op te passen." - -"O... ik ben zoo bang voor honden!" riep de dame... "Neem dat beest -mee... neem asjeblieft dat beest mee..." - -"Nee..." zei inspecteur Punt, "die blijft hier om u te bewaken en om -op de vlieger te passen, die hij de heele dag gevolgd heeft..." - -"Maar m'nheer... dat is 'n leugen... die hond kan me niet gevolgd -zijn... ik kom regelrecht uit Luzern... - -"Vertel u de rest later maar voor den rechter." zei inspecteur -Punt. "Spits opgepast hoor!" - -Inspecteur Punt stapte weer in z'n vlieger en zette de motor aan. 'n -Oogenblik later vloog hij op en verdween al spoedig achter 'n bergrand. - -Spits keek den inspecteur na, snuffelde eens aan de vliegjas van de -dame, maar aangezien hij niets bekends daaraan rook, begreep Spits -dat ie daar niets mee te maken had, vervolgens ging hij de monoplaan -beruiken en wijl die ook volkomen onbekend rook, zette hij zich -'t heele geval uit z'n kop en trok zich van geschiedenis verder -niemendal aan. Hij ging liggen slapen. - -Jan en Dolf, die van het gesprek wel niet alles maar toch genoeg -verstaan hadden, keken elkaar eens aan. - -"Da's mooi" zei Jan Drie verschrikt, "nou gaat ie die dame gevangen -nemen, omdat wij er met de aeroplaan van m'nheer Vliegenthert vandoor -zijn." - -"Nou," zei Dolf... "is dat nou zoo erg?... Ze kan op geen gemakkelijker -manier van den berg afkomen. Ze heeft geen vliegolie en ze wil tòch -naar beneden... waaraan ze gelijk heeft hoor... 't Is hier knapjes -koel om er de heelen nacht te blijven tenminste." - -"Ja maar... ze wordt gevangen genomen." - -"Och... wat zou dat nou... Ze laten haar wel weer los... als ze -bemerken, dat 't de verkeerde aeroplaan is..." - -"Nee"... zei Jan Drie, "dàt mag niet... Ik zou me schamen als die -vrouw door de politie meegenomen werd door mijn toedoen... Gauw naar -de vlieger er is nog 'n reserveblik in. Die dame moet weg zijn vóór -inspecteur Punt terugkomt. Gauw, ga je mee?" - -"Als je met alle geweld dat mensch hiervandaan wil hebben, vooruit -dan maar... 't Begon anders net zoo lollig te worden." - -"Hoor eens Dolf... ik houd wel van 'n avontuurtje, maar niet als -'n ander er voor in angst moet zitten en die dame zit zeker in -angst... Kijk maar eens." - -"Da's waar..." bekende Dolf... "zoover heb ik nog niet eens -gedacht... Kom vooruit... Dan maar voortmaken..." - -Maar 't ging niet zoo gemakkelijk... Met de bus vliegolie moesten ze -nog 'n heel eind naar beneden klauteren langs 'n tamelijk ongebaand -pad... 'n Beetje steil was 't soms wel doch ze waren stevige turners -allebei en vlug als katten, en ze kwamen heelhuids op de alm waar de -dame bij haar vlieger stond. - -"Zie je wel," zei Jan Drie, "ze staat te schreien." - -"Dat houdt gauw genoeg weer op, als ze de bus vliegolie in de gaten -krijgt" meende Dolf. - -De dame hoorde de jongens pas toen ze tamelijk dicht bij waren en ze -keek vreemd op. - -"Ze denkt zeker, dat we ook van de politie zijn" fluisterde Dolf. - -"Maak nou geen gekheid," bromde Jan Drie en toen riep hij hardop: -"Mevrouw hier brengen we u vliegolie... Asjeblieft... 'n heel -blik... Wacht, ik zal 't wel even voor u aan de motor bevestigen..." - -En terwijl hij daarmee bezig was, zei Dolf tot de verbaasde dame -"Mevrouw, we zaten daarboven, en we hoorden, dat die inspecteur u -gevangen wou nemen... en dat wou m'n vriend Jan niet hebben... ziet -u..." - -"Dank je wel jongens... maar nu kan ik toch niet weg... want die hond -vliegt me zeker aan, als ik instap. Hij moet op me passen." - -"Wel mevrouw", zei Jan, "'t is te probeeren. En doet u 't maar -gauw... Stap u maar vlug in, dan kunnen we zien, wat die hond van -plan is... Op 't oogenblik slaapt ie geloof ik..." - -"Maar gaan jullie dan asjeblieft vóór de hond staan hè." - -"Met plezier," zei Dolf... - -Nu stapte de dame in en Spits trok er zich geen steek van aan. - -"Ziet u wel," hernam Dolf... "'t Gaat heel goed... Vlieg u maar -gerust weg." - -"Ik durf niet goed," zei de dame... "Kijk eens er komt 'n nevel -omhoog." - -"Mevrouw," riep Jan, "u moet toch vooruit en gauw en wij ook... Als -die nevel ons bereikt, durf ik zelf ook niet meer weg... en dan moeten -we de heele nacht misschien hier blijven... en dan vangt inspecteur -Punt ons allemaal nog... Gauw Dolf mee naar de aeroplaan." - -"O..." riep de dame angstig... "ik durf haast niet." - -"Weet je wat Dolf," zei Jan, "ga jij in deze vlieger, die heeft maar -één zit... ik haal gauw de onze... en neem mevrouw mee... Vlieg jij -dan maar achter ons aan." - -"Best," zei Dolf, terwijl Jan Drie wegholde en reeds weer 't steile -pad langs de rots beklom. "Jakkes wat komt die mist op... kijk eens -'t is of ze 'm tegen de berg oprollen..." - -Jan Drie had dat ook in de gaten en hij haastte zich zooveel hij -kon. Hij deed z'n handen en z'n kniëen soms leelijk zeer, maar hij -kwam toch bij z'n vlieger. Vlug zat hij er in Rrrrt... daar vloog -hij al in 'n kring naar omlaag en kwam 'n oogenblik later bij de -wachtenden neer. Dolf zat al in de andere aeroplaan. - -"Ziezoo,... mevrouw stap nu maar gauw in... Dolf jouw motor is toch -in orde hè?" - -"'k Heb er niet naar gekeken," riep Dolf terug. - -"O, die motor is uitstekend," zei de dame... "Je vriend kan er op -vertrouwen." - -"Nu dan vooruit." - -Rrrrrt... Jan Drie schoot de lucht in, net vroeg genoeg, want de -nevel had bijna de plek bereikt, waar ze stonden... Dolf snorde hen -snel achterna. Jan keek naar beneden om 't meer van Brienz in 't oog -te krijgen, dat hij volgen moest om naar 't Vierwaldstädtermeer te -komen, waaraan Luzern ligt. Doch 't was niets dan nevel onder hen... - -"Dan maar op 't kompas," zei Jan... "Noord-Oost... Een ding is gelukkig -mevrouw... de nevel belet inspecteur Punt ons te zien." - -Toen ze 'n eind gevlogen hadden, waren ze boven de wolk vandaan. Ze -konden weer naar beneden zien. Jan bleef echter op dezelfde hoogte -vliegen want er waren aan weerskanten hooge toppen. Vlak bij 't meer -van Brienz was om te beginnen aan de linkerzijde de Rothhorn met z'n -2300 meter en Jan was blij dat hij eindelijk 't Sarnermeer onder zich -zag. Nu kon hij 'n eind dalen want van Sarnau af was de bodem niet -meer dan vijfhonderd meter boven de zeespiegel... Daar stroomde de -Aa. Jan was blij dat hij laag kon vliegen, want voor hen uit in de -richting van 't groote meer dreven alweer wolken. Hij kon er nu onder -blijven. De dame wist hier goed de weg, ze noemde Jan de plaatsen -waar over ze heen vlogen. - -"Ha," riep Jan.... "'t Vierwaldstädtermeer... daar links is de Pilatus, -niet waar mevrouw?" - -"Ja jongeheer... en daar rechtuit dat licht... is Stansstadt en links -Hergiswil. Stuur daar maar tusschen door, dan kom je vlak boven 't -meer... Juist... en nu linksaf... over Luzern... en dan daarginds weer -'n beetje links waar die lichten branden, daar op de helling van de -Sonnenberg... woon ik..." - -"Wijs u mij 't huis maar," zei Jan. - -"Daar is 't al... neen... die witte villa... juist... 'n beetje -rechts..." - -Jan zwaaide in 'n kring om 't aangeduide huis, dat alleen stond en -daalde... De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert ging langzamer en -langzamer... de motor stopte... en landde op 't hel verlichte dak, -waar 'n deftige m'nheer met 'n uitroep van vreugde de dame verwelkomde, -die vlug uit de aeroplaan stapte. - -'n Oogenblik later landde Dolf ook. - - - - - - - - -NEGENDE HOOFDSTUK. - - Waarin Jan Drie en Dolf Brandsma kennis maken met m'nheer Przlwitz - en ze met hun allen de luchtadvertentie lezen. - - -"Hoe heb ik 't nu," vroeg de heer aan de dame, "kom je in 'n -vreemde vlieger thuis en breng je gasten mee? Waar ben je zoo lang -geweest... Ik zat al in ongerustheid over je." - -"Ach...," zei mevrouw, "dat is 'n heele geschiedenis, maar laat ik -je eerst m'n twee dappere redders voorstellen... Jongens, dat is mijn -man, m'nheer Przlwitz--'n vreemde naam hè, maar daar zij we ook Russen -voor... en dit is Jan Drie uit Den Haag en dat is... ja jou naam ken -ik nog niet..." - -"Ik heet Dolf Brandsma, mevrouw... ook uit Den Haag..." - -"Wel jongens," zei m'nheer Przlwitz terwijl hij hen beide 'n hand gaf, -"welkom hier op de Sonnenberg... Maar vertel me nu eerst eens vrouw, -wat er eigenlijk gebeurd is met je... je sprak van redders... Ik -brand van nieuwsgierigheid." - -"Laten we eerst maar naar beneden gaan.... Die jongens willen misschien -wat eten." - -"Asjeblieft drinken mevrouw"... zei Dolf. "Ik versmacht." - -"Hadden jullie dan geen drinken bij je?" - -"Vergeten mevrouw... we gingen in zoo'n vreeselijke haast weg." - -"Laten we dan maar eerst de vliegers in de hangar brengen," stelde -m'nheer Przlwitz voor... "Kom jongens help 'n handje." - -Mevrouw Przlwitz ging naar beneden en m'nheer bracht met de jongens -de vliegers onderdak. - -"n Prachtig monoplaantje heb jullie daar," merkte m'nheer Przlwitz -op. "Fijn hoor... 't nieuwste systeem ook nog. Die slaande vleugels -hebben aan de vliegtechnikers heel wat hoofdbrekens gekost." - -"Toch nam Adhémar de la Hault op 'n veld in Casteau er honderd jaar -geleden al proeven mee," zei Jan Drie. - -"Ei, ei,... je ben goed op de hoogte jongeheer... Daar wist ik -niemendal van... Hoe heette die uitvinder zeg je?" - -"Adhémar de la Hault, m'nheer." - -"Ja m'nheer," zei Dolf, "als u wat over de vliegkunst wil weten, -moet u Jan Drie maar vragen. Hij wil luchtingenieur worden." - -"'n Mooi vak," zei m'nheer Przlwitz. "Hoe oud ben je Jan?" - -"Vijftien m'nheer..." - -"Verbazend... en heb jij je vliegbewijs dan al?" - -"Nee," zei Dolf... "hij zit pas in vier... Ik heb 't maar Jan Drie kwam -'t beter toe dan mij..." - -"Zoo?" zei Jan... "Ik weet nog niemendal van de weerkunde..." - -"O, dat snertvak," smaalde Dolf... "Dat heb jij in 'n paar maanden -onder de knie." - -"Nou, nou... "lachte m'nheer Przlwitz, "je hoeft niet zoo laag neer -te zien op de weerkunde. Dat is 'n wetenschap, die de vliegmenschen -niet missen kunnen. Waar zouden we aankomen, als we geen verstand -hadden van luchtstroomingen, en als we niet uit de stand van onze -weerinstrumenten konden voorspellen wat er in de eerstvolgende dagen -in ons element zou veranderen?" - -"Wel," lachte Dolf "dat lees ik in de krant..." - -"Niet voldoende," meende m'nheer Przlwitz. "Je moet op je zelf kunnen -vertrouwen. Wat jij Jan?" - -"Ik vind dat u gelijk hebt m'nheer... en ik zal er mijn best op doen -in dit jaar..." - -"Jij liever dan ik," zei Dolf... "ik viel er altijd bijna bij in -slaap." - -"Is die aeroplaan van jou Dolf?" vroeg m'nheer Przlwitz... - -"Ik wou dat 't waar was m'nheer... Hij is van oom Dokie." - -"Zoo... laten we nu dan maar naar beneden gaan... Kijk hij eens... Is -de dorst zoo groot?" - -Dolf dronk uit z'n hand onder de kraan van de waterleiding in de -hangar. - -"Hè, hè... dat smaakt..." - -M'nheer Przlwitz en Jan waren al naar de lift gegaan, en Dolf ging hen -gauw achterop, onder 't loopen z'n handen met z'n zakdoek afdrogend. - -M'nheer Prlzwitz wees de jongens ieder 'n kamer waar ze zich 'n beetje -konden opfrisschen met zeep en water en waar ze die nacht zouden -slapen, want mevrouw Przlwitz wilde in ieder geval, dat haar redders -zouden blijven logeeren, iets waar Jan Drie en Dolf niemendal op tegen -hadden. M'nheer Przlwitz ging intusschen naar mevrouw om zich alles te -laten vertellen en toen de jongens klaar waren met hun toilet vonden -ze m'nheer en mevrouw al in 'n gezellige kamer bij de tafel zitten, -waarop 'n heele boel lekkere dingen en heerlijke vruchten stonden en -natuurlijk ook de Russische theemachine, de samovar, waaruit mevrouw de -geurige warme drank in fijne glazen schonk, die in zilveren glashouders -met mooie blinkende ooren gevat waren. Terwijl ze aten en dronken zei -m'nheer: "jongens, ik moet jullie nog bedanken voor de hulp die je -mijn vrouw verleend hebt... Ze heeft mij 't heele ongeval verhaald... -Ik begrijp niet goed hoe de Haagsche inspecteur er toe komen kon -mijn vrouw zoo maar voor 'n aeroplaandief aan te zien... 't Is wel -heel toevallig, dat jullie ook uit Den Haag komt... Kennen jullie -dien m'nheer?" - -"Jawel.." zei Dolf, "ik ken inspecteur Punt wel, en 't was geen toeval, -dat we daar op die berg waren." - -"Wat, geen toeval?" - -"Nee m'nheer," ging Dolf voort. "We zijn inspecteur Punt achterna -gegaan." - -Hij hield plotseling op, want Jan Drie gaf 'm onder de tafel 'n -venijnige trap op z'n voet... - -"Nu ga voort" zei m'nheer Przlwitz. - -Dolf wist eerst niet goed wat te doen. Hij begreep, dat Jan liever -had, dat ie niets meer losliet. Maar hij kon nu toch niet z'n mond -blijven houden, of zeggen, dat ie er niets meer van wist. Dat was -toch te gek... Wat gaf 't bovendien ook, dacht ie en hij keek Jan -Drie even lachend aan toen hij vervolgde: - -"We zijn inspecteur Punt achterna gegaan van Nordhausen af, waar we -vanmiddag om drie uur opgevlogen zijn... Die inspecteur beweerde, dat -ie door z'n hond Spits 't spoor gevolgd was van 'n gestolen aeroplaan -tot op 't dak van 't Automatische hotel waar wij logeerden. Vader, -moeder, de zussen en ik... Maar daar raakte hij 't kwijt en vond -'t later weer terug... en toen zijn wij 'm snel nagevlogen uit -nieuwsgierigheid hoe 't zou afloopen." - -"Ah zit dat zoo in elkaar... Maar jullie waren zoo dadelijk bereid -m'n vrouw te helpen... en dat had je toch niet mogen doen als ze eens -werkelijk de dievegge geweest was..." - -"Hè man, hoe kan je dat nu zeggen..." zei mevrouw Przlwitz... "Ik vond -'t heel aardig van jullie hoor jongens... en m'n man ook." - -"Natuurlijk... natuurlijk..." zei m'nheer, "maar hoe konden die -jongens nou weten, dat jij geen dief was... Die inspecteur en z'n -hond hebben zich vergist, dat is buiten twijfel... maar dat wisten -zij toch óók niet." - -"O," zei Dolf lachend.... "dat wisten we heel sekuur." - -"Was jij er ook zoo zeker van?" vroeg m'nheer Przlwitz lachend aan -Jan Drie. - -Jan kreeg 'n kleur doch zei niets en Dolf riep: - -"Hij begon er 't eerst over... die wou met alle geweld mevrouw redden." - -"Ik vind 't echt van jullie hoor," betuigde mevrouw "en ik ben jullie -zeer dankbaar. Verbeeld je man, zonder die jongens, had ik daar nu -nog heel alleen op die nare berg gezeten, want die inspecteur zal 't -ook wel niet aangedurfd hebben er weer heen te vliegen toen die nevel -om de berg hing. Neen hoor ik ben wat blij, dat ze niet eerst alles -zoo voorzichtig overwogen hebben of 't wel goed was of niet... Hier, -nemen jullie nog wat van die druiven... en zoo'n groote appel.... Die -zal je ook wel lusten." - -Mevrouw Przlwitz laadde Jan's bord en dat van Dolf vol vruchten en -m'nheer lachte maar. Hij vond 't toch bij slot van rekening maar goed, -dat die jongens zoo zonder nadere overwegingen gehandeld hadden, want -hij zou 't ook niet aangenaam gevonden hebben voor z'n vrouw, als ze -'n heele nacht op zoo'n gure berg tusschen de alpenroozen had moeten -doorbrengen, of wat misschien nog erger was--in de gevangenis. Maar -toch, heelemaal goedkeuren wat die jongens gedaan hadden wou hij -ook niet. - -"Ik begrijp toch niet hoe die inspecteur met z'n hond juist daar -kwam." zei m'nheer na 'n poos... "'t Is 'n wonderlijke geschiedenis." - -"Er moet zeker 'n vergissing gebeurd zijn met die hond," beweerde -Dolf. "'t Is de beste politiehond die ze in Den Haag hebben." - -"Juist daarom" hernam m'nheer Przlwitz. "Zoo'n hond vergist zich -niet. Doch, wat denk je vrouw, zouden we niet nog 'n poosje op 't -dak gaan zitten. 't Is zulk heerlijk weer... we kunnen ook in de tuin -gaan, maar ik vind 't op 't dak aardiger. Daar hebben we 'n veel beter -gezicht op de stad en op 't meer. We zullen van avond niet veel van de -bergen kunnen zien... want de lucht is betrokken... Anders zijn die -bergen om 't meer heen, van de Rigi tot aan de Pilatus in maanlicht -wel de moeite waard." - -"De jongens mogen 't zeggen," zei mevrouw. "Waar hou jij 't meest -van Jan?" - -"Mevrouw ik zit 't liefst op 't dak." - -"Geen wonder..." riep Dolf... "Daar zit ie thuis ook altijd. Jan -is 'n luchtjongen. Die zou wel willen eten, drinken en slapen in -'n aeroplaan." - -"Kom dan maar. Vrouw je zorgt zeker wel voor wat limonade hè?" - -"Laat dat maar aan mij over, m'n twee dappere redders zullen 't goed -bij mij hebben." - -Op 't dak gingen ze op gemakkelijke stoelen zitten en keken uit over -Luzern met al z'n lichten en over 't meer, dat nu onder de donkere -wolkenhemel alleen maar blonk van lichtjes op schuitjes en van de -lantaarns en de verlichte vensters aan de oevers. Van de bergen zagen -ze niemendal. Die zaten met hun koppen in 'n wolkenmuts. - -"Je kan hier anders de lichten van Rigi-Kulm zien," zei m'nheer, -"maar dat treffen jullie slecht. 't Lijkt wel of we 'n donderbui -krijgen. De lucht is zwart." - -"Jammer", vond Jan. "Ik zie graag de sterren en de witte bergtoppen." - -"Dat is 'n heerlijk gezicht," meende ook m'nheer Przlwitz. "Vooral -de sterren, de eenige dingen die we verplicht zijn van onder te -bekijken.. hoe hoog we ook boven de bergen uitvliegen. Dààr kunnen -we in geen geval bij." - -"Och," zei Dolf, "de menschen kunnen zooveel, misschien brengen ze -'t ook nog nog wel eens zóóver." - -"Je ben 'n grappenmaker Dolf... Ik geloof dat we de grens bereikt -hebben, wat de afstand betreft. Alleen kunnen we misschien onze -vliegapparaten nog wat verbeteren. Ik vind altijd nog maar, dat -'n vogel heel wat beter af is dan wij. Er is te veel omhaal bij, -als wij vliegen willen." - -"O," riep Dolf... "U wil vleugels hebben." - -"Dat heb je goed geraden. Ik wou 'n gemakkelijker vliegtoestel, -iets dat we net als vroeger de fiets in 'n klein hoekje konden -opbergen, en waar we geen motor, geen schroef en geen staart bij -noodig hadden. Misschien komt Jan Drie naderhand wel eens met zoo -iets voor de dag, als ie vliegingenieur is." - -"En dat we zelf in beweging kunnen brengen?" vroeg Jan. - -"Nee... mechanische beweegkracht. Vliegen in heel mooi, maar -je moet je er niet moe bij behoeven te werken. Wij hebben onze -krachten wel noodig voor andere arbeid... Ah, nou beginnen ze met de -luchtadvertenties... Die hebben we in geen maand hier gehad... Steeds -mooi weer." - -"Bij ons is 't zelden 'n maand lang mooi weer," zei Jan... "en als we -'n paar dagen zonder luchtadvertenties zitten is 't al mooi." - -"Ik vind die annonces in de lucht wel aardig," merkte mevrouw -op. "'t Zou zonde wezen als ze die letters tusschen de sterren konden -zetten. Maar op zoo'n donkere wolk mag ik 't wel, als je toch niets -te bewonderen hebt daarboven." - -"Jan!" riep Dolf opeens en allen keken 'n oogenblik zwijgend naar -de lucht boven 't meer. Daar stond met groote lichte letters in -de wereldtaal: - - - 500 GULDEN BELOONING! - - voor diegene, die inlichtingen geeft omtrent een - GESTOLEN CACAOKLEURIGE MONOPLAAN - met SLAANDE VLEUGELS, - van den heer VLIEGENTHERT - TE - DEN HAAG. - - En welke er toe leiden den dief of de dieven in handen te krijgen. - - -M'nheer Przlwitz las halfluid en zeer langzaam: -ca-cao-kleu-ri-ge-mo-no-plaan-met-slaan-de-vleu-gels. "Hé Dolf, -dat lijkt wel 'n beetje op de monoplaan van oom Dokie hè?" - -"Wel... 'n b... beetje..." stotterde Dolf bleek van schrik en Jan -Drie zat met open mond die duivelsche advertentie in de lucht aan te -staren, die maar niet weg scheen te willen. Maar eindelijk verdween -ze toch en Jan was er zóó van opgelucht dat hij plotseling uitriep in -'t Hollandsch: "Hé afgeloopen!" - -En Dolf zei zacht in dezelfde taal: - -"Net iets voor oom Dokie... Alles vergeet ie, maar dàt niet." - -Mevrouw en m'nheer Przlwitz verstonden natuurlijk geen Hollandsch -maar keken Dolf en Jan er des te verbaasder om aan. - -"Vrouw wat denk je van die twee jongens?" vroeg m'nheer in 't -Russisch. "'t Is niet in orde geloof ik. Hun monoplaan lijkt me wat al -te veel op die gestolen vlieger... Zouen 't 'n paar jeugdige gaudieven -zijn? Kan haast niet hè?" - -"Nee," antwoordde mevrouw met overtuiging terwijl ze beurtelings Jan -Drie en Dolf Brandsma aankeek die wel beetje uit 't veld geslagen -leken, "'t Zijn vast en zeker eerlijke flinke jongens .. Bovendien, -dan zouden ze toch niet àchter dien inspecteur aangevlogen zijn?" - -"Ja maar wie bewijst je, dat ze er achter aangevlogen zijn? Als ze -er nu eens vóór den inspecteur op de berg waren geweest ... en die -hond was hén gevolgd?" - -Mevrouw dacht 'n poosje na en toen zei ze: "Nee man dat kan -onmogelijk. 't Was nog helder dag toen ik op de berg aankwam en ik heb -voortdurend scherp opgelet of er niets kwam, want ik had hulp noodig -... Die inspecteur was de eerste ... moet de eerste geweest zijn -... en e... nog wat. Als die jongens die monoplaan gestolen hadden, -waarom bleven ze dan op die berg zitten ... terwijl ze vliegolie -genoeg hadden. Ze kwamen met 'n vol blik bij me ... Dàn waren ze toch -wel eventjes over de Eiger en de rest gewipt ... Dat moet voor zoo'n -koene vlieger als die Jan Drie is, 'n kleinigheid zijn ..." - -"Ik zal 't hen eenvoudig vragen," hernam m'nheer. "'t Zou me spijten -voor twee zulke flinke jongens ... Ik vind 't werkelijk aardige kerels -... Maar schijn bedriegt soms." - -"In dit geval niet man ... ik ben er zeker van dat 't 'n paar echte -eerlijke jongens zijn." - -Intusschen hadden Jan Drie en Dolf zacht met elkaar zitten smoezen. - -"Ik ben 'n boon," fluisterde Dolf, "als onze gastheer 't niet in de -doppen heeft ... Dan zijn we allebei zuur ... zeg ..." - -"'k Denk 't ook ... Jij ook met je idee om inspecteur Punt na te -vliegen. We hadden al lang veilig in Den Haag kunnen zijn." - -"We hebben er toch mevrouw Przlwitz door gered. Dat vergeet jij maar -even ... Anders zat die nog maar lekker op dat hondje van 'n bergje -te klappertanden in de mist ..." - -"Je hebt gelijk, maar we zitten er toch maar leelijk mee." - -"Wat dunkt je, als we er eens stikem van door gingen zoo meteen?" - -"Nee Dolf, dat lap ik 'm niet meer ... er kan van komen wat er wil." - -"Moet jij weten ... Ik vindt 't stom ... Enfin, ik heb eenmaal gezegd -ik sta je half en daar blijf ik bij ... Mee gevangen, mee gehangen." - -"Als we 't eens aan m'nheer en mevrouw Przlwitz vertelden ..." opperde -Jan. - -"Da's 'n idee ... wil ik 't maar dadelijk doen?" - -"Dat kan ik zelf ook wel ..." - -"Hm" deed m'nheer Przlwitz op dat oogenblik met een zeer ernstig -gezicht, maar mevrouw keek de jongens met 'n vriendelijk lachje vol -verwachting aan. - -"Hm, ik moet jullie eens 'n ernstige vraag doen jongens over die -monoplaan van oom Dokie ... Heet die m'nheer Vliegenthert?" - -"Ja m'nheer ..." zei Jan Drie... "en ik e ..." - -"Is dat werkelijk 'n oom van jou Dolf!" - -"Nou of ie," zei Dolf lachend, want die rare jongen was, nu de zaak -opgehelderd zou worden, al lang over de eerste schrik en benauwdheid -heen. "Hij heet eigenlijk Jodokus Vliegenthert" - -"En dus ben jullie uit met 'n gestolen aeroplaan?" zei m'nheer -Przlwitz streng. - -Jan Drie werd doodsbleek maar Dolf stoof op: - -"Dàt is niet waar m'nheer ... Die monoplaan is niet gestolen ..." - -"Niet? Wat is ie dan, als ik vragen mag?" - -"Hij is" ... begon Dolf, maar verder kwam hij niet, want hij wist -eigenlijk niet wat de monoplaan dan wèl was. - -"Ga voort," zei m'nheer Przlwitz. - -"Ik zal u de heele historie wel vertellen," zei Jan Drie met 'n brok -in z'n keel. "M'nheer Vliegenthert is erg vergeetachtig en die liet -z'n mooie monoplaan gisteren avond bij ons op 't dak staan. M'nheer -Vliegenthert is onze buurman. Ik was op 't dak en vond 't zonde die -mooie vlieger daar de heele nacht te laten staan ... Ik wist niet of -'t goed weer zou blijven ... ziet u ... en om nu gemakkelijk de vlieger -voor onze hangar te krijgen--want m'nheer Vliegentherts hangar was op -slot en de onze aan 't andere eind van 't dak--vloog ik er eventjes -mee op. Maar de vlieger schoot dadelijk 'n vreeselijk eind de lucht in -... ik had niet op 't hoogtestuur gelet en toen vond ik 't zoo heerlijk -daarboven ... ik was nog nooit zoo hoog geweest, dat ik besloot 'n -oogenblikje te blijven vliegen ... Toen ik echter terug wilde zat ik -al in 'n wolk en m'nheer Vliegenthert had geen kompas in de vlieger. - -"Ik ben toen 'n eindje gedaald om aan den een of ander de weg te -vragen, maar zoodra ik 'n luchtwachter zag werd ik al bang voor -'n bekeuring, omdat ik zonder vliegbewijs alleen in de vlieger was -en ging er onmiddelijk weer tusschen uit. Zoo ben ik aan 't dwalen -geraakt en toen 't dag werd was ik heelemaal boven Nordhausen en -... daar trof ik gelukkig Dolf Brandsma aan, die daar met z'n vader -en z'n verdere familie logeerde in 't Automatische hotel." - -"Dat klinkt heel aannemelijk," zei m'nheer Przlwitz veel -vriendelijker. "Maar dan had je de vlieger toch thuis moeten brengen -toen 't dag was ..." - -"Dat wou hij ook, m'nheer," viel Dolf in ... "Jan had 'm van avond -thuis willen brengen want overdag kon 't niet ... Jan heeft tot een -uur geslapen en toen hadden we dien inspecteur al op ons dak." - -"Ja..., maar hoe zat dan dan met dien inspecteur en z'n hond. Die -waren toch op 't hotel en de aeroplaan waarnaar hij zocht was daar -ook ... Ik snap niet, dat die hond 'm daar niet dadelijk vond." - -"Hij had er geen idee van!" zei Dolf. "De hond deed geen bek open -toen ie er vlak bij was ... en hij begon weer toen inspecteur Punt -er vandoor vloog ... Jemels Jan ... ik heb 't briefje nog in m'n zak, -dat ik van inspecteur Punt kreeg om aan Brigadier Kwadraat te geven." - -"Wat is dat voor 'n briefje?" vroeg m'nheer Przlwitz. - -Dolf haalde het voor de dag. 't Was maar 'n kladje uit 't -notitieboek van den inspecteur en er stond niets op dan: Wacht hier -op orders. Inspecteur Punt. Dolf liet 't m'nheer Przlwitz zien en -verstelde wat er opstond en voor wie 't was. M'nheer Przlwitz schudde -het hoofd en zei: - -"'t Is niet in de haak jongens, ofschoon ik nu wel begrijpen kan dat -jullie nieuwsgierig was waar die inspecteur heen wou ... Maar als ie -jullie nou eens gesnapt had met die aeroplaan?" - -Dolf lachte luidkeels. - -"Ha-ha-ha... dat had niets gegeven m'nheer... want hij zocht naar -'n roode aeroplaan met 'n juffrouw er in ..." - -"Hè?" - -"Dat vertelde hij aan vader, niet waar Jan?" - -"In ieder geval had je 't aan je vader moeten vertellen Dolf ..." - -"Dan had vader ons en de aeroplaan thuis gehouden en dan had inspecteur -Punt Jan gesnapt..." - -"Da's maar gekheid ... Je vader had alles wel aan den inspecteur -duidelijk kunnen maken. Je hebt je vriend 'n slechte dienst bewezen -Dolf. Dat kan nog leelijk afloopen." - -"Kom man ..." zei mevrouw Przlwitz, "maak de jongens nu niet van -streek ... en help hen liever ... Als ze al die verstandige dingen -gedaan hadden, die jij opnoemt, dan zat ik nou nog boven op die berg." - -"Natuurlijk zal ik hen helpen ... maar hoe? Heb jij den inspecteur -je naam gezegd en je woonplaats?" - -"M'n naam geloof ik niet ... wel dat ik in Luzern woonde ... geloof -ik." - -"Hm ... had 'm je kaartje maar gegeven ..." - -"Ik was veel te veel geschrokken ..." - -"Waarschijnlijk is inspecteur Punt morgen vroeg tòch wel in Luzern -..." "Maar nu gaan we naar bed ..." - - - - - - - - -TIENDE HOOFDSTUK. - - Waarin inspecteur Punt de hulp inroept van de Zwitsersche politie - en brigadier Kwadraat 'n pot jam over z'n pantalon krijgt. - - -Inspecteur Punt was met 'n koene duik over de rand van de bergkam -naar beneden gekomen aan de kant van 't meer van Brienz. 'n Beetje -gevaarlijk was die manoeuvre wel. Iemand die daarboven op de berg -staat, ziet over dag wel 't meer, maar van de hellingen naar beneden -ziet ie niet veel. Nu was 't avond en rolde de neveldeken, die Jan -Drie daar boven 'n kort poosje later zoo vreezen zou, z'n bolle pruiken -langs de bergkanten omhoog. Doch inspecteur Punt moest z'n plicht doen -en dan komt 'n beetje gevaar er minder op aan. In 'n ommezien dook dan -ook de aeroplaan in de wolk onder en inspecteur Punt zag niets meer -en van z'n eigen vlieger slechts 't gedeelte dat vlak bij 'm was. Met -'n slakkegangetje van nog geen vijftig kilometer in 't uur, (in 2010 'n -soort sukkeldrafje alleen in gebruik bij bangachtige ouwe juffrouwen) -vloog inspecteur Punt langzaam omlaag en de ongeveer zeven kilometers -die hij af te leggen had van de 2000 meter hooge plek op de Laucherhorn -waar hij Spits had achtergelaten bij de dame met het blonde haar, -tot aan Interlaken, dat zoowat 600 meters boven de zeespiegel ligt, -zou hij op deze wijze binnen de tien minuten afgelegd hebben. Doch -inspecteur Punt was 'n zeer voorzichtig man. Hij wilde zich niet -roekeloos blootstellen aan gevaar en daarom maakte hij toen hij eenmaal -goed en wel midden in de wolk zat, zijn daling zoo weinig steil als -maar mogelijk was. Oppassen was evenwel de boodschap, want als hij -te ver vloog liep hij kans aan de overkant tegen de Beatenberg aan te -botsen. Gelukkig was de wolk niet erg dik en kwam de vlieger er zonder -averij door. Nu keek hij naar de lichten van Interlaken en zag ze ver -onder zich aan z'n rechterkant. Hij was dus voorbij gevlogen en moest -terug. Dat was echter 'n kleinigheid nu hij zien kon, waar hij heen -moest en 'n kwartier nadat hij de berg verlaten had, zwierde hij boven -Interlaken in 'n kring rond om te zoeken naar 't politiebureau. Dat -vond hij echter gemakkelijk genoeg, want in duidelijke electrische -lichtletters stond 't woord "Polizeiamt" boven op 't dak en daaronder -voor de vreemdelingen nog eens in de wereldtaal. 'n Oogenblik later -kwam Inspecteur Punt dan ook netjes neer vlak bij den dienstdoenden -politieman en deze wees hem beleefd de weg naar het bureau van den -inspecteur der Interlakensche luchtpolitie. Deze heer ontving z'n -ambtgenoot uit Holland zeer vriendelijk en inspecteur Punt deelde -hem in 'n paar woorden de reden van z'n late bezoek mee. - -"Tja ..." zei de Zwitser, "dat is zeker 'n interessant geval Herr -Inspector, maar er zal niet veel kans op zijn die dievegge dadelijk -in arrest te nemen, vanwege de nevels...." - -"Kom ... ik ben er toch óók wel doorgekomen." - -"Best mogelijk Herr Inspector ... maar 't gaat niet. 't Voorschrift -luidt: geen luchtwachters noodeloos aan gevaar bloot te stellen." - -"En als ze dan ontsnapt?" - -"Daar is ook niet veel kans op dunkt me, Herr Inspector! Die vrouw -zit daarboven immers zonder vliegolie?" - -"Ja maar ... er is bepaald wel 'n depôt daar ergens in de buurt." - -"O ja ... die zijn overal in de bergen ... Maar dat kan zij in geen -geval bereiken ... Ze kan de lichten niet zien... Deze nevel hangt -minstens tot morgen negen uur om de bergen heen... Welke top was het?" - -"Ik weet niet hoe 't ding heet... maar 't ligt die kant op... Zuid-Oost -van hier... op ongeveer zeven kilometer." - -"Hoe hoog?" - -"Twee duizend ongeveer." - -"Hm... dan moet 't in de buurt van de Scheinige Platten zijn... In -ieder geval kunnen we niets doen vóór de nevel optrekt... Misschien -zouden we als 't dag wordt en om u 'n plezier te doen wel van hier uit -boven de nevel kunnen komen... en dan eens uitkijken Herr Inspector." - -"Als er dan niets anders opzit m'nheer," zei inspecteur Punt 'n -beetje uit z'n humeur... "dan wou ik wel graag even telefoneeren met -'t Automatisch hôtel in Nordhausen." - -"Nordhausen... Nordhausen... o... dat is in de buurt van De Harz, -is 't niet?... Hm, ja... dat is lastig Herr Inspector... In die -automatische hôtels is geen portier... Dat is bepaald 'n gebrek in -die inrichtingen, maar..." - -"O, dat is niemendal. Mijn brigadier wacht daar op instructies. Ik heb -'n bericht voor hem achtergelaten. Hij zal dus wel bij de hoofdtelefoon -zitten, of in ieder geval de hoofdtelefoon verbonden hebben met -'t toestel in z'n kamer..." - -"U kan 't probeeren Herr Inspector... Hier heb u de spreekhoorn, -U is met Nordhausen verbonden." - -Doch 't gaf niemendal. Inspecteur Punt kreeg geen gehoor en gemelijk -legde hij de hoorn op 't telefoontoestel. - -"Als ik u was Herr Inspector," zei de vriendelijke Zwitser, "ging ik -maar zoolang op dat rustbed daar liggen. Als 't dag wordt wek ik u -wel en als u soms wat eten wil, daar kan ik u ook aan helpen." - -"Dank u vriendelijk," zei inspecteur Punt. "'k Heb vliegtabletten -gegeten... Maar ik wil gaarne gebruik maken van uw vriendelijk aanbod -om 'n uurtje of wat te gaan slapen... ik ben moe." - -"Dat komt van 't vliegen Herr Inspector. Ik slaap ook 't beste als ik -'n uur of wat gevlogen heb... Nu wel te rusten." - -De Zwitsersche inspecteur ging aan z'n werk en de Hollandsche -inspecteur viel op 't rustbed in slaap. - -De reden waarom inspecteur Punt geen gehoor gekregen had aan de -telefoon was eenvoudig genoeg: Brigadier Kwadraat sliep als 'n os en -had dus van de heele telefoon geen steek gehoord... Hij was 's avonds -na 'n snelle vlucht met m'nheer Vliegenthert op 't Automatisch hotel -aangekomen en had gemeend z'n inspecteur daar aan te treffen. - -M'nheer Vliegenthert was woedend, toen hij den inspecteur niet vond, -want dat beteekende opnieuw tijdverlies en vermindering van de kans -om weer in 't bezit van z'n monoplaan te geraken. Om z'n zinnen te -verzetten had hij toen brigadier Kwadraat maar op 'n fijn dinertje -onthaald met 'n lekker glas wijn erbij. Hij hield zelf ook van lekker -eten en hij meende dat op die manier 't wachten op inspecteur Punt -minder vervelend zou zijn. De brigadier was nog ongeduldiger dan -m'nheer Vliegenthert want hij brandde van nieuwsgierigheid, hoe -'t de heelen dag met Spits gegaan was. Had Dolf nu het briefje maar -achtergelaten in de brievenbus, dan had de brigadier tenminste nog -iets geweten en dan zou hij er wel voor gezorgd hebben zoo lang -op te blijven tot er nieuwe berichten kwamen. Maar hij wist nu -heelemaal niets. De eenige die hem heel veel had kunnen vertellen, -m'nheer Brandsma, was die middag ook al vertrokken. Die had na Dolfs -vertrek het opeens in z'n hoofd gekregen ergens anders heen te gaan, -omdat de zussen 't nu zoo vervelend vonden, zonder Dolf. Nu waren -er wel 'n heele boel menschen in 't Automatische hôtel, doch die -wisten niemendal van inspecteur Punt af. M'nheer Vliegenthert en -brigadier Kwadraat waren dus maar aan 't eten gegaan en m'nheer had -de brigadier telkens lekkere wijn ingeschonken en deze politieman, -die thuis nooit wijn dronk, had er vreeselijke slaap van gekregen, -zoodat hij de telefoon heelemaal niet gehoord had. - -De volgende morgen voor dag en dauw was brigadier Kwadraat evenwel -reeds automatisch uit z'n bed gewipt, waarbij 't hem al net ging als -Jan de vorigen dag. Hij ontbeet vlug en ging daarna naar 't dak om z'n -vlieger na te zien, want hij begreep, dat inspecteur Punt hem wel niet -lang werkeloos zou laten, en 't nazien van de vlieger was iets, dat -geen vliegenier ooit een enkele dag zou overslaan. Omtrent inspecteur -Punt had hij zich niet vergist, want hij was nog geen tien minuten -met z'n vlieger bezig of daar begon de kleine marconigraaf, want -iedere politievlieger was van zoo'n toestel voor draadlooze telegrafie -voorzien, als 'n razende te tikken... "Ho," zei brigadier Kwadraat, -"daar heb je 't gegooi door de glazen al." Hij greep de kruk van -'t toestel en seinde vlug: "Hier Kwadraat" Rikketikketikketik... en -binnen twee minuten wist de brigadier dat z'n chef boven op 'n berg -bij Interlaken zat en dat hij, de brigadier, naar Luzern vliegen moest, -met de grootst mogelijke snelheid... "Begrepen," seinde hij terug. - -Hij verzuimde dus geen oogenblik en vloog om vijf uur met 'n -gangetje van honderdvijftig à honderdzestig kilometer in 't uur -recht toe recht aan in zuidelijke richting, zonder z'n passagier van -de vorigen dag. Brigadier Kwadraat had nog wel geprobeerd m'nheer -Vliegenthert te wekken, maar dat was vergeefsche moeite geweest en -dus was hij maar alleen gegaan. Hij mocht z'n inspecteur niet laten -wachten. Al zou m'nheer Vliegenthert misschien nog zoo boos worden, -omdat hij nu weer alleen in Nordhausen werd achtergelaten, was dat voor -brigadier Kwadraat geen reden om 'n minuut langer te wachten. Dienst -ging voor alles en de bevelen van 'n chef moesten zonder bedenking -opgevolgd worden. Maar 'n klein briefje mocht ie wel achterlaten, -en hij plaatste dat met 't adres in koeien van letters er op, achter -de ruit in de brievenbus in de hoop dat m'nheer Vliegenthert 't in -de gaten zou krijgen... Als hij die kokkerds van letters toch over -'t hoofd mocht zien... tja... dat kon brigadier Kwadraat niet helpen. - -Terwijl de brigadier met zoo'n woeste snelheid door de lucht schoot -op 'n kleine duizend meters hoogte, waar 't nogal eenzaam was, -zat inspecteur Punt nog hooger in de lucht maar toch dichter bij de -aarde en minder eenzaam. Want hij was al met 't aanbreken van de dag -ontwaakt en met de Zwitsersche inspecteur en nog 'n paar luchtwachters -opgestegen om z'n arrestante van de Laucherhorn te gaan halen. De -Zwitsersche inspecteur maakte daarbij gebruik van 'n vlieger waarop -vier man achter elkaar konden zitten. Dit soort aeroplaans was bij de -politie in gebruik om gevangenen over te brengen en zou nu ook moeten -dienen om de vermeende dievegge van m'nheer Vliegentherts aeroplaan -naar de gevangenis te transporteeren. - -Inspecteur Punt zou waarschijnlijk niet zonder ongelukken alleen -door de nevel heengekomen zijn, die nog om de bergen hing. Maar de -Zwitsersche luchtpolitie was daar thuis als 'n Hollandsche loods -tusschen de zandbanken. Zij brachten dan ook handig inspecteur -Punt boven de nevel uit, waar ze als arenden die op buit loeren -begonnen rond te zweven boven de bergtoppen ... Er was evenwel -niets te bespeuren van 'n roode monoplaan ... en niemendal van 'n -juffrouw met blond haar ... en ze zouden misschien nog lang hebben -kunnen zoeken naar de plek waar inspecteur Punt de vorigen avond -was geweest in de schemering, indien niet Spits z'n baas in de gaten -gekregen had. Deze trouwe politiehond verveelde zich gruwelijk boven -op de berg, waar hij niemendal te doen had en nauwelijks hoorde -hij dan ook het bekende gesnor van 'n motor boven z'n kop of hij -begon vervaarlijk te blaffen. Inspecteur Punt herkende wederkeerig -z'n viervoetige compagnon en daalde onmiddelijk. Tot z'n groote -ontsteltenis miste hij de dame met haar monoplaan, of misschien was -hij nog meer verbaasd dan ontsteld, want 't feit alleen, dat Spits, -de beroemde politiehond, die beter dan 'n dozijn politiemannen 'n -gevangen misdadiger 't vluchten onmogelijk kon maken, in z'n plicht -was te kort geschoten en 'n onnoozele juffrouw had laten ontsnappen, -maakte den inspecteur sprakeloos. - -Daarbij kwam nog 't onpleizierige gevoel, dat de Zwitsersche -inspecteur met z'n mannen, die vlak bij gedaald waren, hem met -'n eenigszins spotachtig gezicht aanstaarden. Dat was 'n hoogst -onaangename gewaarwording voor inspecteur Punt, doch hij kon er -niets aan doen. 't Waren niet zijn luchtwachters en dus mochten de -menschen kijken zooals ze wilden. Doch onuitstaanbaar bleef het... En -bovendien... waar was die juffrouw?... en waar was de monoplaan?... en -wie had haar geholpen aan vliegolie?... - -De Zwitsersche inspecteur, die 'n eind was opgewandeld, want 't -was vinnig koud daarboven, bukte zich plotseling snel, raapte iets -op en riep toen: "Herr Inspector!!" Hij had 'n taschje gevonden, -zoo'n mooi sierlijk dingetje van slangevel met 'n prachtige zilveren -knipsluiting, waarin de dames van 't jaar 2010 omdat 't nu eenmaal mode -was, gewoon waren hun zakdoek, hun portemonnaie, hun visitekaartjes -en nog meer andere onmisbare kleinigheden te bewaren, om deze dingen -op de gemakkelijkste wijze allemaal te gelijk te kunnen verliezen. De -Zwitsersche inspecteur had 't reeds geopend en hield nu inspecteur Punt -'n kaartje onder de neus, waarop deze las: - - - Stephanowna Przlwitz--Domidofsky - Luzern--Sonnenberg. - - -De Zwitser zette 'n heel ernstig gezicht en zei: - -"U mag wel blij zijn Herr Inspector, dat u die vrouw niet gearresteerd -hebt... 't Is namelijk 'n zeer voorname dame... de vrouw van den -Russischen Consul-generaal Przlwitz..." - -"Daar ben ik heel niet blij om," antwoordde inspecteur Punt. "Die -kaartjes kunnen ook best gestolen zijn ... of nagemaakt. Zulke dieven -maken dikwijls gebruik van 'n deftige naam ..." - -"'t Eenvoudigste is Herr Inspector, dat u even naar Luzern vliegt en -'n visite maakt bij m'nheer Przlwitz. Als u zijn vrouw ziet, weet u -meteen of 't dezelfde dame is van gisterenavond ... waaraan ik niet -twijfel ... kijk u maar hier ... dat is 'n briefje in de Russische -taal... 't Zat ook in 't taschje." - -"Hm" ... zei inspecteur Punt ... "ik ben niet overtuigd ... Doch -u hebt gelijk ... Ik ga onmiddelijk naar Luzern. Als die dame van -gisteren avond werkelijk de vrouw blijkt te zijn van den Russischen -Consul-generaal, wat ik nog zoo grif niet aanneem, dan ..." - -Hier bleef hij plotseling steken en hoe nieuwsgierig de Zwitsersche -politiemannen hem ook aankeken, inspecteur Punt zei niemendal -meer. Maar hij dacht: Juist wat dán? En dat wist ie ook niet. Hij -ging zwijgend naar z'n vlieger en begon te telegrafeeren aan brigadier -Kwadraat. - -'n Kwartier later verlieten ze de berg en inspecteur Punt vloog met -'t gevonden taschje regelrecht naar Luzern om er op brigadier Kwadraat -te gaan wachten en na te denken, want hij vond 't heele geval erg -vreemd. De zestig kilometers legde hij op z'n gemak af in 'n uur--want -er was niet de minste reden, waarom hij zich haasten zou. Haast had -alleen brigadier Kwadraat. Die moest z'n inspecteur uit de droom gaan -helpen, hem de vergissing meedeelen ... en dat was geen plezierig -werk. Doch brigadier Kwadraat haastte er zich niet minder om en toen -inspecteur Punt in Luzern was aangekomen en op z'n gemak boven op 't -dak van 't Victoriahotel kalm zat te ontbijten met Spits naast zich, -had de brigadier al meer dan honderdvijftig kilometers achter de rug -en nog ruim vierhonderd voor de boeg, in 'n rechte lijn. - -Inspecteur Punt at, .. Spits at en toen ze 't eten op hadden ging de -een in de lucht zitten kijken en de andere ging maar weer slapen. Spits -vond er niets aan om in de wolken te staren en diepzinnig over de -verdwenen juffrouw nadenken liet ie over aan inspecteur Punt, die er -ruim twee uur mee zoek bracht. Toen was deze nog niemendal verder doch -hij hield er toch maar mee op, want hij zag brigadier Kwadraat aankomen -als 'n pijl uit 'n boog. De inspecteur wenkte en de brigadier die nog -'n veel te groote vaart had, om dadelijk te kunnen stoppen, moest -eerst 'n groote kring beschrijven voor hij op 't dak van 't hotel kon -landen. Inspecteur Punt wachtte met Spits naast zich de brigadier af, -de inspecteur kalm en onbeweeglijk, de hond met vroolijk geblaf en -'n kwispelende staart. - -"Morge inspecteur," zei de brigadier toen hij bij 't tafeltje stond -terwijl hij Spits op de rug klopte. - -"Morge brigadier ... Ik heb gisteren avond om je getelefoneerd ..." - -"Niets van gehoord inspecteur ... m'nheer Vliegenthert en ik lagen -al vroeg onder de wol ..." - -"M'nheer Vliegenthert? .... Was die ook bij je?" - -"Jawel inspecteur ..." - -"En waar is die dan nu?" - -"Ik denk in z'n bed inspecteur." - -"Ga eens zitten, en luister eens ... Ik had je 'n briefje achtergelaten -..." - -"'n Briefje? ... 'k Weet van geen briefje inspecteur ..." - -"Hm ... Was die familie van m'nheer Vliegenthert er dan niet?" - -"Familie van .. m'nheer Vliegenthert? ... 'k Heb geen mensch gezien -... die familie van m'nheer Vliegenthert was ..." - -"Zoo ... Dat is 'n gek geval met die monoplaan ... Lach jij daarom?" - -"Nee ... inspecteur ... maar ik wou u zeggen ... dat-e ..." - -"Vertel me dat zoometeen maar en laat ik je er niet op betrappen -dat je weer lacht ... Begrepen? ... Nu dan ik heb gisterenmiddag -getelefoneerd naar Den Haag, dat ik 't spoor bijster was ..." - -"Jawel inspecteur ..." - -"Hou nu asjeblieft 'n poosje je mond." - -"Jawel inspecteur." - -"Hou je nou je mond of niet? ... Daarna heb ik 't weer terug gevonden." - -"Onmogelijk inspecteur ..." - -"Wel sapperdekriek brigadier Kwadraat, wat mankeert jou vanmorgen? Ik -zeg je dat ik niet telkens in de rede gevallen wil worden en jij doet -'t toch voortdurend ... Is dat nu uit? Ik had 't spoor weer ... of -laat ik zeggen Spits had 't weer in de neus ... Die vertrouw je toch -in ieder geval, als je 't mij niet doet ..." - -"Toen had u zeker uw vliegjas weer aan ..." - -"Wat zou dat dan? .." - -"Wel inspecteur we hebben Spits aan uw eigen jas lucht laten nemen." - -"Hè??? Wat ver ... tel je ... me nou? Aan mijn eigen jas. Maar wat -ben jij dan toch voor 'n ezel!..." - -"Ik kon 't ook niet helpen inspecteur ... die m'nheer Vliegenthert -had uw jas mee naar beneden genomen en ik kon toch niet weten of hij -misschien niet net zoo'n vliegjas had als u ..." - -"Dus heb ik de heelen dag m'n eigen spoor gevolgd?" - -"Precies inspecteur ... de hond rook uw vliegjas voortdurend en dan -sloeg ie aan, zooals z'n plicht was ... Toen hij ophield had u zeker -uw jas niet meer aan ..." - -"Neen ... toen lag Spits er boven op... Lieve hemel en nou heb -ik gisterenavond 'n dame aangehouden met blond haar en 'n roode -monoplaan ..." - -"Ja inspecteur ... dat blonde haar ..." - -"Maar man hoeveel keeren moet ik wel zeggen, dat je me niet aanhoudend -in de reden vallen moet ... Je blijft maar aan de gang ..." - -"Inspecteur neem me niet kwalijk ... maar ik moet u eerst wat zeggen -of u er kwaad om wordt of niet ... Dat blonde haar zat 's morgens al -op uw mouw, voor u naar m'nheer Vliegenthert toe ging ... Ik heb 't er -zelf heel duidelijk op zien zitten en ik dacht nog: de inspecteur is -zeker vanmorgen al met z'n kinderen aan 't stoeien geweest. Later op -'t dak bij m'nheer Vliegenthert toen u me dat haar liet zien, zag ik -wel dat 't 't zelfde moest zijn en ik wou u dat zeggen, maar u wou -niet naar me luisteren ..." - -"Brigadier Kwadraat ... je weet ik heb nooit tijd om acht op praatjes -te geven ... Je had heel wat anders moeten doen ... Je had me op -'t bureau, toen je dat haar zag, moeten afborstelen ... dan had ik -me niet zoo idioot kunnen vergissen ... versta je dàt?" - -"Jawel inspecteur, maar ..." - -"Begin je nou alweer? ... kan je dan nooit je mond houen? ... Je -had me moeten afborstelen ... Nu heb ik gisteren avond ten eerste -'n voorname Russische dame beleedigd ... en ten tweede heb ik haar -alleen aan d'r lot overgelaten boven op de onherbergzaamste berg, -die je maar bedenken kan." - -"'n Russische dame?" - -"Jawel mevrouw Przlwitz ... de vrouw van den Russischen Consul-generaal -in deze stad ... Hier heb ik haar taschje, dat ze verloren heeft. De -hemel weet wat er van die dame terecht gekomen is... We gaan dadelijk -samen naar m'nheer Przlwitz... As ze thuis gekomen is ... zal ik haar -mijn verontschuldigingen aanbieden ..!" - -"Dat komt allemaal door die vervloekte onachtzaamheid van m'nheer -Vliegenthert," bromde brigadier Kwadraat nijdig en inspecteur Punt zei: - -"Ik wou dat m'nheer Vliegenthert met z'n roode monoplaan naar de maan -gevlogen was ..." - -"Dat ding is niet eens rood, inspecteur." - -"Wat zeg je daar? Niet rood!" - -En toen werd inspecteur Punt op eens zoo verschrikkelijk boos, dat hij -met z'n vuist 'n geweldige klap op 't kleine tafeltje gaf ... waardoor -de theepot en de melkkan en de rest onmiddellijk naar alle kanten over -'t dak vloog, waarbij brigadier Kwadraat vergeefsche pogingen deed -om de boel op te vangen. Het lukte hem slechts in zooverre, dat hij -de melk op z'n mouw en de jam op z'n broek kreeg, maar de breekbare -waar lag in scherven om hen heen. - -Inspecteur Punt moest de heele boel betalen, en had 'n duur ontbijt. - - - - - - - - -ELFDE HOOFDSTUK. - - Waarin Dolf er weer van door wil, waar Jan Drie echter geen - zin in heeft en waarin inspecteur Punt met brigadier Kwadraat - 'n visite brengt aan m'nheer Przlwitz. - - -De jongens hadden niet zoo rustig geslapen, als ze gewoon waren. Jan -Drie had gedroomd, dat er vijf en twintig vliegende inspecteurs met -'n heel regiment vlieghonden achter hen aanstormden, terwijl hij met -mevrouw Przlwitz boven 't Vierwaldstädter meer vloog in 'n vlieger, -die niet vooruit wou en Dolf was wakker geschrokken, wat 'm anders -nooit overkwam. Hij had boven op 'n berg gestaan met 'n onmetelijke -verfpot en 'n reusachtige kwast, waarmee hij voor oom Dokie enorme -letters op de wolken moest verven, wat maar niet lukken wou, omdat er -te veel wind was, die de wolken met groote snelheid onder z'n kwast -door joeg. En dan kwam er 'n hand, akelig wit en blauw en zoo koud -alsof ie van gletscherijs was, achter de Jungfrau vandaan, waar oom -Dokie op 'n ijsveld zat, om 'm aan z'n ooren te trekken... Toen was -Dolf op de loop gegaan over rotsige bergtoppen en die gloeiden als -vuur en opeens was hij in 'n pikdonkere afgrond gevallen, àl maar -gevallen, minstens 'n paar duizend meter diep... Met 't angstzweet -op z'n gezicht was hij wakker geworden in 't eerst niet goed wetend -of hij in 'n afgrond of in z'n bed lag. - -Hij was maar dadelijk opgestaan en stilletjes naar Jan Drie's kamer -geloopen, vlak naast de zijne en toen hij daar voor 't bed stond -waarin z'n vrind ook al klaar wakker lag, zei Dolf: - -"Ja ik heb 't land." - -Dat begreep Jan heel best, want hij voelde zichzelf ook juist niet op -fluweel. Die geschiedenis met die luchtadvertentie en de onzekerheid -wat m'nheer Przlwitz zou doen àls inspecteur Punt in Luzern kwam, -maakte hem 'n beetje ongerust. M'nheer Przlwitz had beloofd hen te -zullen helpen... Maar... - -"Vertrouw jij 'm?" begon Dolf weer. - -Jan Drie behoefde niet te vragen wie bedoeld werd... - -"'k Weet niet," fluisterde Jan.... "Ik denk van wel." - -"Ik niet erg... We moesten 'm maar smeren hè?" - -"Nee... dàt nooit! zei Jan... Ik wil niet dat mevrouw Przlwitz ons -tòch nog voor dieven zal aanzien... en... en... 't zou niet meer -helpen ook, nu ze toch weten, dat we er met m'nheer Vliegentherts -aeroplaan vandoor zijn." - -"Dat is zoo... Sta jij vandaag nog op?" - -"Hoe laat is 't?" - -"Kwart voor zes." - -"Zou er al iemand op zijn?" - -"Ik weet niet... Dat moet zeer gemakkelijk geweest zijn in die huizen -van honderd jaar geleden"... - -"Hoe zoo?" - -"Wel die waren zoo gehoorig.... Als iemand op zolder z'n neus snoot, -kon je 't bij de buren in de kelder hooren." - -"Gezellig!" lachte Jan... "Ik vind ze toch maar prettiger zooals ze -nu zijn." - -"Nou sta je op?.. Dan ga ik me ook verder aankleeden... en dan gaan -we maar 'n beetje op 't dak." - -"Goed ik ben in vijf minuten bij je." - -Toen ze met hun toilet klaar waren, ze deden er geen van beiden -lang over, gingen ze samen naar de lift. Maar ze hadden nog geen -drie stappen gedaan of ze liepen al tegen m'nheer Przlwitz aan, -die hen vroolijk goeden morgen wenschte. Jan en Dolf kregen allebei -'n gevoel, niettegenstaande de vriendelijkheid van m'nheer Przlwitz, -alsof ze bespied en bewaakt werden, door hun gastheer. Jan Drie vond -dat vooral erg onaangenaam, want hij besloot er uit, dat m'nheer -Przlwitz hen niet heelemaal vertrouwde. Dolf bekeek de zaak 'n -beetje anders. Hem kon het minder schelen of die Russische m'nheer -hen veel of weinig vertrouwde. As hij er maar geen last van had, -vond ie 't wel grappig. Hij voor zich zou er heelemaal geen been -in gezien hebben er maar weer stilletjes tusschen uit te gaan -met oom Dokies monoplaan als er kans voor was. Nood breekt wet, -meende m'nheer Vliegentherts neefje, en dan nam je 't niet zoo nauw -met beleefdheid en andere fraaie dingen. Dat m'nheer Przlwitz dus -'n beetje de gevangenbewaarder scheen te spelen, vond Dolf nogal -natuurlijk, maar Jan vond 't gewoon beleedigend. - -"Goede morgen jongens." - -"Goede morgen m'nheer". - -"Zeker op weg naar 't dak hé? Daar wou ik ook juist heen.... Ik lijk -'n beetje op Jan.... Die heerlijke blauwe ruimte trekt me iedere -morgen al vroeg naar zich toe.--Gewoonlijk vlieg ik voor 't ontbijt -'n honderd kilometers... doch nu zal ik 't maar nalaten." - -Natuurlijk, dacht Dolf... 'n cipier mag z'n luidjes niet zonder -opzicht laten. - -Maar Jan zei op eens met 'n hevige kleur op z'n gezicht.... "M'nheer -Przlwitz u kan gerust gaan... ik zal niet ontvluchten." - -M'nheer Przlwitz keek Jan Drie eventjes aan en zei toen, terwijl hij -hem de hand op de schouder legde: "Jan Drie... ik blijf niet thuis -om op jou te passen.... Ik ben volkomen overtuigd, dat je niet zonder -afscheid te nemen, vertrekken zult." - -"Ah zoo..." dacht Dolf... "die kan ik in m'n zak steken..." en hardop -zei hij: "M'nheer Przlwitz, Jan gaat er nooit van door, al weet ie -vooruit, dat ie er voor op z'n kop krijgt... maar ik... e..." - -M'nheer Przlwitz liet lachend de kijker zakken, waardoor hij de -laatste oogenblikken over 't meer en de bergen getuurd had en zei: -"Ik weet wat je zeggen wil Dolf:--Jij zou allang weg geweest zijn, -als je er kans voor gezien had hè?... Jongens, wat 'n gevaarlijk -stelletje zou 't wezen als er twee Dolfs in plaats van 'n Jan en -'n Dolf bij elkaar waren... Dan kwam er geen spaan van oom Dokies -monoplaan terecht... of jullie waren eer 't 'n uur later was in -handen van de Hollandsche politie... kijk eens in de lucht... daar -ginds... hier Jan heb jij de kijker... daar daalt 'n Nederlandsche -politiemonoplaan, ik zie duidelijk 't rood, wit en blauw op de -staart... met 'n vlieghond er in..." - -"Inspecteur Punt met Spits..." mompelde Jan Drie... - -"Laat mij ook eens kijken," zei Dolf, en toen hij de kijker -had... "Waar zit ie?" - -"Op 't Victoriahotel... daar links..." antwoordde m'nheer Przlwitz. - -"'k Heb 'm... Hij is 't hoor." - -"Wat zou ie daar uitvoeren?" vroeg Jan. - -"Wel, 'n boterham eten..." zei Dolf lachend... "Om deze tijd eet -iedereen toch boterhammen..." - -"Ei Dolfje, heb je zoo'n honger? vroeg m'nheer Przlwitz. "Dan gaan -we maar gauw ontbijten... Dat is veiliger voor jullie ook... Met -'n goede kijker herkent die inspecteur jullie gemakkelijk... en 't -is misschien beter, dat ie zelfs geen vermoeden krijgt van jullie -verblijf hier... bij mij..." - -"Ik zou anders graag willen zien," zei Dolf "wat ie gaat doen, als -ie z'n boterham op heeft." - -"'k Wil 't graag gelooven," zei m'nheer Przlwitz. "Maar nu gaan -we eerst naar beneden jongens. M'n vrouw zal wel wat voor Dolf z'n -leege maag hebben... Misschien helpt 'n stevige boterham tevens wel -tegen roekeloosheid." - -Beneden waren mevrouw en 'n knecht bezig aan de ontbijttafel en de -jongens vergaten den heelen inspecteur Punt, toen ze door mevrouw -Przlwitz vroolijk begroet hun plaats innamen. De eetkamer werd bij dag -nog prettiger. De tuindeuren stonden open, 'n zonnezeil hield de helle -stralen buiten de kamer, maar zooveel te lichter leken nu de bloemen -te schitteren en 't gras en 't boomenloof in de hellende tuin. Over -'n muurtje in de laagte hadden ze 'n heerlijk vergezicht over Luzern, -'t meer en de achtergrond van bergen. - -M'nheer Przlwitz had terloops aan z'n vrouw gezegd, dat de Hollandsche -inspecteur op 't Victoriahotel zat, maar verder werd er niet over -gesproken. Hij vroeg de jongens naar hun school en hun studie, en ze -praatten gezellig over Holland, want je praat altijd graag over je -eigen land, als je er ver vandaan ben. 't Is dan net 'n lief ding, -dat je kwijt ben en dat je toch zoo graag terug zou hebben. Zoo sprak -mevrouw Przlwitz over Rusland, dat al lang 'n fatsoenlijk land geworden -was, precies als 't goede oude Nederland al sedert eeuwen was. - -'t Was 'n smakelijk ontbijt, 'n prettig gesprek, 'n prachtige -zomermorgen, allemaal dingen om je gelukkig bij te voelen... en -toen kwam de bediende met de boodschap dat er twee politiemannen met -'n politiehond op 't dak waren, die m'nheer wenschten te spreken. 't -Was net, zei Jan Drie later, of de heele boel in eens somber werd. De -zaak was natuurlijk deze, dat de jongens schrokken tot in hun teenen -en dan zie je weinig van zonneschijn, 't eten smaakt je niet meer -en je houdt vanzelf je mond. Maar mevrouw Przlwitz was heelemaal -niet geschrokken. Die zei 'n beetje vinnig: "Wacht, die m'nheer van -gisterenavond, dien zal ik eens 'n standje gaan geven," maar m'nheer -zei: "Vrouwtje hou je kalm... bemoei je er niet mee... ik zal dat -zaakje wel opknappen. Blijf jij maar met de jongens hier, dan zal ik -de heeren hiernaast in mijn kantoor te woord staan... jullie kan dan -wel niemendal zien door die dikke voorhang, maar je kan toch alles -hooren... Hoe vindt je dat?" - -"Heel best man," antwoordde mevrouw Przlwitz... "maar de jongens mogen -'t zeker òòk hooren?" - -"Natuurlijk... de jongens ook."-- - -"Als hij ons maar niet in de doppen krijgt..." zei Dolf. - -"Neen, laat mij daar maar voor zorgen. Maar mondje dicht hoor... Geen -kik..." En daarna zei m'nheer tot den knecht: "Laat de heeren hiernaast -in mijn kantoor." - -De knecht verdween en m'nheer Przlwitz ging in z'n kantoor achter -de schrijftafel zitten. Mevrouw, Jan en Dolf stonden vlak achter -'t gordijn luistervinkje te spelen. Ze hoorden inspecteur Punt -en de brigadier binnentreden. M'nheer Przlwitz ontving hen zeer -beleefd en liet hen door zijn bediende 'n stoel aanbieden. Daarna -vroeg hij wat de heeren verlangden. Inspecteur Punt nam nu uit 'n -papier 't kleine taschje, dat hij op de berg gevonden had en vroeg -aan m'nheer Przlwitz of hij dat dingetje kende. Deze nam het in de -hand en nadat hij 't nauwkeurig bekeken had zei hij dat 't van z'n -vrouw was. Inspecteur Punt vertelde nu hoe hij er aan gekomen was -en hij bood tevens z'n verontschuldigingen aan voor de onaangename -behandeling, die hij mevrouw Przlwitz had moeten doen ondergaan en hij -legde aan m'nheer Przlwitz uit, dat hij als politieman niet anders -had kunnen doen, maar dat 't allemaal de schuld was van die malle -m'nheer Vliegenthert. Dolf gaf Jan Drie 'n por van louter plezier, -toen hij den inspecteur hoorde vertellen hoe oom Dokie den inspecteur -z'n jas mee naar beneden genomen had en Spits later aan diezelfde -jas had geroken en dat m'nheer Vliegenthert niet eens goed de kleur -van z'n aeroplaan wist. Maar mevrouw Przlwitz beduidde Dolf, dat ie -stil moest zijn en zoo kwamen ze er achter hoe de boel in elkaar zat, -want inspecteur Punt deelde alles uitvoerig mee. - -M'nheer Przlwitz betuigde, dat ie 't zich nu wel begrijpen kon, dat -de inspecteur zijn vrouw voor de dief gehouden had en dat hij 't niet -zoo heel erg vond, want mevrouw Przlwitz was wel 'n beetje geschrokken -en erg laat maar overigens zonder verdere ongevallen thuisgekomen. De -inspecteur was zeer nieuwsgierig hoe mevrouw van de berg was afgekomen, -want ze had immers geen vliegolie... De jongens waren 'n oogenblikje -benauwd... Wat zou m'nheer zeggen? Hij kon hen gemakkelijk verraden -en Dolf vooral was er niet gerust op... Maar m'nheer Przlwitz zei -tegen den inspecteur, alsof 't iets heel gewoons was: "O, er kwamen -na uw vertrek 'n paar onbekenden, die vliegolie genoeg hadden... en -die hielpen mijn vrouw er af, en inspecteur Punt zei dat ie daar -erg blij om was, want dat ie zich 'n beetje ongerust gemaakt had -over haar... M'nheer Przlwitz vroeg daarna wat inspecteur Punt nu -dacht te beginnen, iets wat Dolf en Jan heel interessant vonden. Maar -'t antwoord van inspecteur Punt viel hen erg tegen, want hij gaf te -kennen, dat ie 't zelf niet wist, want er was nu natuurlijk geen sprake -meer van met de hond op nieuw aan 't werk te gaan. Daarmee zouden ze op -'t dak van m'nheer Vliegentherts huis moeten aanvangen en deze heer -zat waarschijnlijk nog in Nordhausen. Eer ze die in Den Haag hadden -en er zelf óók waren, konden de dieven met de gestolen monoplaan al -wel in China zitten of 't ding, wat veel eenvoudiger en afdoender was, -heelemaal opnieuw geschilderd en gelakt hebben. M'nheer Przlwitz gaf -den inspecteur volkomen gelijk en ried hem aan maar zoo gauw mogelijk -naar z'n woonplaats terug te keeren. Maar hiertegen bracht brigadier -Kwadraat in 't midden, dat ze m'nheer Vliegenthert, die waarschijnlijk -nog te bed lag in Nordhausen, toch niet zonder bericht konden laten en -hem toch minstens moesten vragen, wat hij er van dacht. De inspecteur -echter meende, dat ze met m'nheer Vliegenthert eigenlijk niemendal -meer te maken hadden, omdat deze door z'n eigen onachtzaamheid de -schuld van alles was... Maar 't kon den inspecteur niet schelen op -de terugweg naar Den Haag eventjes in Nordhausen aan te gaan. Hij kon -dan meteen m'nheer Vliegenthert eens 'n ongemakkelijk standje maken... - -M'nheer Przlwitz bracht de twee politiemannen zelf naar 't dak. Dat -duurde echter niet lang, en toen ze weg waren kwam m'nheer Przlwitz -weer bij z'n vrouw en de jongens. - -"Dat hebben we alweer gehad," zei m'nheer... "Maar wat nu?" - -"Wat nu?" vroeg mevrouw verbaasd.... "Wat bedoel je?" - -"Wel... de jongens moeten toch de aeroplaan van m'nheer Vliegenthert -weer terug brengen?... Al was 't nu niet zoo moeilijk die twee -Hollandsche politiemannen weg te krijgen, zonder dat inspecteur Punt -er 't minste vermoeden van had, dat ie voor de tweede maal in de -onmiddellijke nabijheid van de gezochte vlieger zich bevond, 't zal -wat moeilijker zijn met de aeroplaan weg te komen. Iedereen kijkt -natuurlijk uit naar de cacaokleurige vlieger, waaraan vijfhonderd -gulden te verdienen is." - -Ze zaten, toen dit gezegd was elkaar alle drie aan te kijken en wisten -geen oplossing. - -"Weet je wat," zei m'nheer Przlwitz eindelijk, "denken jullie er nog -eens goed over na ... ga naar de tuin.... In geen geval kan je toch -bij dag weg, hè? Ik moet nog op 't kantoor zijn, maar ik zal ook -meehelpen een plannetje te bedenken ..." - -"Dat is goed," stemde mevrouw toe.... "Ik moet nog naar de keuken, -maar ik denk ook mee." - -Toen Jan en Dolf alleen in de tuin waren en over 't lage muurtje -heenkeken naar Luzern, 't meer en de bergen, zei Dolf: - -"'t Is toch heel eenvoudig ... we vliegen van avond als 't donker is -hier vandaan, flink hoog natuurlijk en zonder lichten.... Dan heeft -oom Dokie morgen vroeg voor dat 't licht wordt z'n aeroplaan terug." - -"Ze zullen ons snappen bij 't neerdalen, denk ik.... Er wordt nu op -ons geloerd, hé?" - -"We moeten 't toch maar wagen ... anders komt 't ding nooit thuis." - -"Ja 't zal wel niet anders kunnen.... Wie niet waagt, wint niet.... 't -Ding is niet als postpakket te verzenden." - -"Weet je wat," zei Dolf lachend ... "Ik breng eenvoudig de monoplaan -op klaar lichte dag thuis en zeg aan oom Dokie, dat ik de vijfhonderd -gulden moet hebben voor 't terugbrengen van de gestolen vlieger." - -"'n Prachtig plannetje,".. meende Jan.... "Je vergeet alleen maar -eventjes, dat je die vijfhonderd gulden pas krijgt, as je den dief -er bij lapt hé?"... - -"Da's waar ook."... - -"En dan krijg je zoolang ik er wat aan doen kan de monoplaan niet in je -vingers.... Jij zou er onder weg natuurlijk gekke streken mee uit gaan -halen en dan kwam ie misschien gedeukt weer in m'nheer Vliegentherts -bezit... Ik bezorg 't ding zelf terug hoe dan ook,... en zonder dat -er wat aan mankeert." - -"H'm,"... bromde Dolf... "Ik geloof; dat je denkt, dat ik heelemaal -nog niet vliegen kan.... Heb ik 't er gisteravond met m'nheer Przlwitz -vlieger niet goed afgebracht?" - -"Prachtig... Maar ik geef jou toch de aeroplaan van m'nheer -Vliegenthert niet alleen mee.... Als m'nheer Przlwitz 'm thuis zou -willen brengen,... die kan 'm krijgen."... - -"Kan je begrijpen.... Die is ook niet gek.... Ja, die zal zich er -aan wagen.... Je zal 't zelf moeten doen.".. - -"Best,... dan doe ik 't zelf." - -Mevrouw Przlwitz kwam nu ook in de tuin en vroeg al dadelijk: - -"Wel jongens hebben jullie al 'n plannetje bedacht?" - -Maar Jan en Dolf schudden 't hoofd. - -"'k Zou er maar niet zooveel over prakkezeeren jongens... 't Komt -vanzelf wel in orde hoor." - -Ze bleven dus maar rustig in de mooie tuin wandelen of ze gingen op -'t terras zitten onder 't grijs en blauw gestreepte zonnezeil tot -m'nheer Przlwitz weer bij hen kwam. Toen was 't echter al één uur -en tijd om weer te gaan eten. De jongens vonden 't heel gezellig in -'t huis van m'nheer Przlwitz en ze hadden daar nog wel 'n dag of wat -willen blijven, wat mevrouw ook erg plezierig gevonden zou hebben, maar -m'nheer Przlwitz zei, dat hij er eens over nagedacht had en dat hij tot -'t besluit gekomen was, dat ze 't maar moesten wagen diezelfde avond -nog te vertrekken. Natuurlijk niet zoo vroeg. 't Beste was, dacht hij, -te wachten tot 'n uur of tien. Dan waren er niet veel vliegers meer in -de lucht en met 'n snelle opstijging hadden ze dan de meeste kans aan -'t wakend oog der luchtwachters te ontkomen ... Inspecteur Punt had -hem op 't dak beloofd, zoodra hij in Nordhausen was aangekomen te -telefoneeren, wat hij verder dacht te doen. Dat was van veel waarde -voor Jan en Dolf, meende m'nheer Przlwitz. Want als je weet welke kant -je tegenpartij uitgaat kan je hem gemakkelijker uit de weg blijven ... - -"Dan moet jullie vanmiddag maar wat gaan slapen" zei mevrouw -Przlwitz. "Jullie moet zorgen, dat je de tocht frisch onderneemt ..." - -Dolf vond 't zonde om over dag te gaan slapen met zulk mooi weer, -maar Jan Drie gaf mevrouw Przlwitz gelijk. De meeste stemmen golden -en daar m'nheer Przlwitz óók voor 't slapen was, zat er voor Dolf -niets anders op dan naar bed gaan. - -"We eten om half zeven" zei mevrouw. "Om zes uur zal ik jullie wekken." - -"Vooruit dan maar," commandeerde m'nheer. "Eén twee drie onder de -wol. Wel te rusten." - -Om twee uur sliepen ze allebei. - - - - - - - - -TWAALFDE HOOFDSTUK. - - Waarin m'nheer Vliegenthert 'n zeebad binnenshuis neemt en - inspecteur Punt 'n briefje schrijft. - - -"Wat drommel," prevelde m'nheer Vliegenthert "waar ben ik? Wat 'n -rare kale kamer ... geen waschtafel ... o, nou zie ik 't ... Ik ben in -'t Automatische hotel ... Toch wel leuk ... Hoe laat zou 't zijn? - -Hij keek op 't wekkerklokje, dat hem gelukkig niet automatisch -behandeld had, omdat hij vergeten had 't wekwijzertje te verzetten, -en hij zag tot z'n groote verbazing, dat 't al over twaalven was. - -"Over twaalven! Heb ik ooit van me leven ... zóó lang heb ik nog -nooit geslapen ... en nou zit die brigadier Kwadraat natuurlijk al -die tijd op me te wachten ... waarom komt zoo'n dom kreatuur me nou -ook niet eens waarschuwen dat 't al zóó laat is ... Weet je wat, -ik sta op en neem 'n bad." - -Hij stapte 't bed uit en keek rond. Nù, daar stond 't: Badkamer. Maar -m'nheer Vliegenthert zocht vergeefsch naar de deurknop. - -"Da's waar ook," dacht hij "die gaat alleen maar open met 'n -nikkeltje." - -Hij haalde z'n portemonnaie uit z'n zak en wierp 'n nikkeltje in 't -sleutelgat. Onmiddellijk was de deur open. M'nheer Vliegenthert ging -de badkamer binnen met de portemonnaie nog in de hand, want hij was -in z'n nachthemd, en de deur sloot zich geruischloos achter hem. Hij -keek de kamer rond. De vloer en de wanden leken wel van porcelein of -marmer en de zolder was van dik matglas. - -"Moet ik hier nu baden?" mompelde hij ... "D'r is geen kuip, geen -kraan, geen handdoek ... O wacht, wat staat daar?" - -En nu las hij op 'n tafel aan de wand tegenover de deur: - - - Voetbad 5 n. - Stortbad 5 n. - Zitbad 5 n. - Kuipbad 5 n. - Schommelbad 10 n. - Dampbad 15 n. - Modderbad 15 n. - Zwavelbad 15 n. - Zeebad 20 n. - - -"He ... h'm ... da's in orde hoor ... Wat zou ik nou es nemen ... 'n -Dampbad? ... Nee ... da's te stoomerig ... Me dunkt 'n modderbad -... da's goed voor de rheumatiek ... of e ... laat ik maar 'n zeebad -nemen ... Da's twintig nikkel ... Gelukkig dat ik m'n portemonnaie -bij me gehouden heb ... 't Zal wat zijn zoo'n zeebad binnenshuis. - -Hij zocht de twintig nikkels op en dacht onderhand, dat 't voor iemand, -gewoon dagelijks in Scheveningen te baden, toch maar makkelijk was, dat -ze je zelfs met de zeebaden tegenwoordig naliepen tot in Nordhausen, -waar je aan alle kanten ver genoeg van de zee af was om nooit aan -'n versterkend zeebad te denken. - -M'nheer Vliegenthert had echter geen nikkels genoeg, doch ook daarin -had 't Automatische hotel voorzien. Er was onder 't badlijstje 'n klein -plaatje en daarop stond: "Wisselen." Hij gooide 'n goudstuk in de gleuf -en kreeg oogenblikkelijk tweehonderd mooie nieuwe dunne nikkeltjes -er voor terug, waarvan z'n portemonnaie wel 'n beetje dik werd, doch -gelukkig niet erg zwaar. Hij kon nu z'n twintig nikkels in de badgleuf -laten glijden en keek toen uit naar 'n plekje waar hij zoolang z'n -ongemakkelijke portemonnaie kon neerleggen. Plotseling ging er in de -wand 'n deurtje open en daarop stond aan de binnenkant geschilderd: -"Badkoets" en er hing 'n mooi wit en roodgestreept badkostuum aan -'n nikkelen haak. En handdoeken en verdere toiletzaken lagen in de -badkoets en er was 'n spiegeltje ook. M'nheer Vliegenthert had er -schik van. 't Badkostuum beviel hem buitengewoon. Hij hield veel -van wit met rood, dat stak mooi af tegen 't groene zeewater. Z'n -eigen badkostuum zag er net eender uit. M'nheer Vliegenthert deed -nu echter uit onachtzaamheid weer een van de domste dingen. Toen hij -'t woord badkoets gelezen had, las hij maar niet verder. En dat had -hij toch moeten doen, want er stond onder: - - - Waarschuwing! - - Eerst de eigen kleeren in de badkoets leggen. Dáárna 't - badkostuum van de haak nemen! - - -M'nheer Vliegenthert had echter 't badkostuum zoo maar van de haak -genomen en nauwelijks had ie dat gedaan of de deur flapte voor z'n neus -dicht en de verbaasde m'nheer Vliegenthert stond met 't badkostuum -in de eene en z'n portemonnaie in de andere hand tegen de gladde -wand aan te kijken... Terwijl hij nog maar steeds naar de hermetisch -gesloten deur van de badkoets keek voelde hij z'n voeten vochtig worden -... en omlaag ziend bemerkte hij dat de vloer er uitzag als 'n vochtig -zeestrand wanneer de vloed opkomt ... en hij zag met steeds grooter -wordende verbazing 't water snel wassen. 't Begon klotsend heen en -weer te stroomen en rees al hooger en hooger ... Zjoem ... zjoem. Van -de eene kant naar de andere. M'nheer Vliegenthert zag niet waar 't -vandaan kwam ... Maar 't was er ... zjoem, zjoem ... 't Werden golven -en tegen de wand achter hem spatte 't schuimend terug. De Noordzee kon -'t niet beter doen ... Maar m'nheer Vliegenthert wist niet waar hij -z'n eigen kleeren bergen zou ... en had nog altijd 't badkostuum niet -aan ... Hij opende zenuwachtig z'n portemonnaie en nam er nikkels uit, -'n handvol, hij had geen tijd om er twintig te tellen ... en wou die -in de gleuf stoppen. Hij wilde zich redden in de badkoets, want hij -zag wel, dat 't in die woelige zee niet lang duren zou of hij was -heelemaal kletsnat en hij had geen ander ondergoed bij zich, dan 't -geen hij aan had. Al z'n nikkels hielpen hem echter geen steek. De -gleuf zat potdicht al peuterde hij nog zoo handig met z'n nikkels -er tegenaan en er omheen. Opeens kletste 'n geweldige stroom water -tegen z'n rug en over z'n hoofd, zoo'n stevige krachtige golf, die -hem de adem benam. M'nheer Vliegenthert ging er in onder, werd er -door opgewipt, raakte z'n evenwicht kwijt en ploeterde op z'n rug in -de woeste baren. Proestend raakte hij weer overeind, wreef z'n hoofd, -want hij was 'n beetje tegen de muur gebonsd en keek verwonderd, wààr -toch wel die golf vandaan gekomen kon zijn. Lang behoefde hij niet -te kijken, want even onverwachts als de eerste keer spoot uit de wand -die zoo glad en effen leek, 'n breede gulp schuimend water en m'nheer -Vliegenthert zat weer in 'n wip in 'n klotsende waterkuil met aan alle -kanten melkwitte schuimkuiven, die hoog opspatten en z'n hoofd onder -'n regen van droppels bedolven ... en de automatische golven werden -zóó hoog, dat ze m'nheer Vliegenthert voor de tweede maal van de been -hielpen en hij luidkeels begon te schreeuwen: "Hulp! Hulp!!!" - -Dat was 'n angstkreet, die m'nheer Vliegenthert uitgilde omdat ie zoo -bang voor verdrinken was. Doch er kwam niemand, want ze hielden er in -'t Automatische hotel geen blootebeenige badman op na, uitkijkend aan -'t strand naar verongelukte badgasten. Doch m'nheer Vliegenthert -kon dat allemaal zoo gauw niet bedenken. Hij was 'n beetje van -z'n positieven en hij kwam eerst weer bij toen de storm bedaarde -en de golven nog slechts zachtjes op en neer deinden en eindelijk -stilletjes verdwenen, m'nheer Vliegenthert sliknat op de vochtige gele -granitovloer achterlatend als 'n halfdoode zeekrab op 't Scheveningsche -strand bij eb. De badkoets ging weer open en hij kon zich 'n beetje -afwrijven en z'n druipende onderkleeren wat uitwringen. Hij kon ze -echter niet droog knijpen en er zat niets anders op dan naar z'n -kamer te gaan en z'n vliegpak zoo maar over z'n bloote lichaam aan -te trekken. - -Hij voelde zich toch heerlijk opgefrischt en gesterkt door 't zeebad en -hij zei tegen zichzelf, dat 't buitengewoon was en veel natuurlijker, -dan die tamme slappe Noordzee met z'n golven van niks en waar bij -'t minste zweempje van gevaar zoo'n badknecht je dadelijk bij je -lurven had. Hij vond alleen, dat bij zoo'n hooge zee wel 'n beetje -wind hoorde, zooiets van 'n gereefde-marszeils-koelte ... en dan -moesten ze natuurlijk de stormbal uithangen ter waarschuwing ... want -je diende toch eigenlijk wel van te voren op de hoogte te zijn met -wat je in zoo'n badkamer kon overkomen. Zat hij daar nu niet zelf -zonder ondergoed als 'n schipbreukeling, die alleen maar z'n leven -gered had? Wat moest hij nu weer beginnen? ... 't Beste leek hem toe -'n nieuw stel ondergoed aan te schaffen en dan moest ie maar met -'t eerste luchtschip 't beste naar Den Haag terug. Want hij zag of -hoorde niets van brigadier Kwadraat ... Hij kon toch niet op die -politiemannen blijven wachten, die telkens maar verdwenen zonder iets -te zeggen. Nee daar bedankte hij voor. Hij ging naar huis terug. - -Maar eerst ergens kleeren koopen. In 'n gewoon hotel liet je dat -doen ... je zond er even 'n mannetje heen. Maar in 't Automatisch -hotel waren geen mannetjes en dus moest ie 't er zelf op uit... Per -telefoon bestellen was ook maar zoowat ... Hij ging maar wandelen om -'n winkel op te zoeken. De warmte zou hem wel niet hinderen, want hij -was dun genoeg gekleed. Ofschoon hij anders niet van loopen hield en -dus maar zelden gebruik van z'n beenen maakte, vond ie 't nu toch wel -aardig. Dat kon ook haast niet anders, want 't was op z'n minst 'n jaar -geleden dat hij voor 't laatst gewandeld had. Toen had ie zich door -'n kennis laten bepraten om mee Scheveningen te tippelen. Die kennis -was nog zoo'n ouderwetsch schepsel, die werkelijk geloofde, dat 'n -mensch z'n voeten had om er op te loopen, terwijl toch de onnoozelste -hals begrijpen kon dat beenen en voeten lichaamsdeelen waren, waarmee -je de pedalen in 'n auto of 'n vlieger hanteerde ... Maar nu beviel -'t hem best dat loopen en in de eerste winkel de beste kocht hij zich -'t onmisbaarste ondergoed, liet 't inpakken en nam 't zelf onder z'n -arm mee. Hij was bang, dat ie 't niet terug zou vinden als hij 't in -'t hotel bezorgen liet, ofschoon de winkeljuffrouw zei, dat er geen -bezwaar bij was als m'nheer maar 't nummer van z'n kamer noemde. Maar -m'nheer Vliegenthert wist 't nummer op dat oogenblik niet. Hij had -natuurlijk 't nummer heelemaal niet gezien. Nee, hij nam 't pakje maar -zelf mee, ging de winkel uit en trad 'n oogenblik later 'n restaurant -binnen om eens lekker te gaan eten en uitrusten. Want hij had honger -gekregen van 't zeebad en was moe geworden van 't wandelen. Hij deed er -minstens 'n paar uur over, wat ruim voldoende was om de honger en de -moeheid te verdrijven, betaalde daarna z'n verteering en gelastte den -kellner een vliegend aapje te bestellen, want hij had geen trek meer in -loopen. De Duitsche naam voor zoo'n ding was eigenlijk "Luftdroschke" -en fijne lui maakten er eigenlijk nooit gebruik van. 't Waren dan -ook over 't algemeen ellendige vliegtuigen, die betere tijden gekend -hadden. M'nheer Vliegenthert ging maar vast met de lift naar boven, -want 't spreekt van zelf dat de aapjesbestuurders in 't jaar 2010 niet -beneden in de straat hun passagiers ophaalden. Toen 't ding echter -'n oogenblik later op 't dak aankwam schaamde m'nheer Vliegenthert -zich bijna, dat hij in zoo'n voddig aeroplaantje moest plaats nemen -en minachtend zei hij: - -"Da's ook 'n oud beestje hoor." - -"Hij is nog best m'nheer..." zei de aapjesbestuurder ... "As ik 'm -'n kwastje geef is t-ie-weer ... zoo goed as nieuw ... Maar 'k heb -nou geen tijd met 't mooie weer." - -"Hij ziet er anders niet erg solied uit ... 'k Zal er toch niet door -heen zakken?" - -"Geen kwestie van m'nheer.... Hij rammelt wel 'n beetje, maar hij is -nog stevig genoeg ziet u..." - -"Nou we zullen 't maar wagen ..." En onder 't instappen zei hij: -"Automatisch Hotel." - -"Asjeblieft m'nheer ... En maak je maar niet ongerust ... U kent -'t spreekwoord: Krakende vliegers duren 't langst..." - -Hij knipte 'n oogje tegen den kellner die m'nheer Vliegenthert z'n -pakje aanreikte, dat deze weer vergeten had, klapte 't portier dicht, -want 't was 'n coupétje en vloog van 't dak ... M'nheer Vliegenthert -was toch niet erg op z'n gemak in 't schommelende ding. Hij moest zich -aan weerskanten aan de portieren vasthouden en werd allerakeligst -door elkaar geschud. Met verdriet dacht hij aan z'n eigen heerlijke -monoplaan, zoo zuiver en vast van beweging ... zoo betrouwbaar ... zoo -snel ... zoo nieuw ... en helaas zoo heelemaal gestolen ... zoo -onvindbaar verdwenen ... zoo door en door wèg. M'nheer Vliegenthert -werd er op nieuw woedend om en hij stapte toen de ouwe rammelkast met -'n vervaarlijke bons en half kantelend op 't dak van 't Automatische -hotel was neergekomen gemelijk uit 't coupétje, tòch blij dat ie er uit -was, bleef met z'n broek aan 'n spijker hangen, waarvan 'n winkelhaak -'t gevolg was, betaalde grommend de lachende aapjesbestuurder en -ging naar beneden, rillerig en met de vaste overtuiging, dat ie in -dat lorrige halfsleten luchtaapje 'n zware kou had opgedaan. - -Toen hij voorbij de brievenbus kwam stonden daar twee groote enveloppen -achter de ruit met zijn adres er op. 'n Paar uur geleden was hij er -ook voorbijgaan, doch hij had de heele brievenbus niet gezien en toen -stond 't epistel van brigadier Kwadraat er ook al. Nu was er nog een -bijgekomen van inspecteur Punt. - -Die twee politiemannen waren op 't hotel aangekomen en hadden m'nheer -Vliegenthert nergens kunnen vinden. "Zie je wel," had inspecteur -Punt toen gezegd ... "net zooals ik dacht ... hij is er gewoon -vandoor gegaan zonder zich van ons een haar aan te trekken ... Niet -eens jouw brief heeft ie uit de bus gehaald ... Nu, voor mijn part -kan ie z'n gestolen aeroplaan zelf gaan opzoeken ... Ik ga naar Den -Haag terug en oogenblikkelijk ... Ik ben 't zat ... Geef me eens even -'n velletje papier ... als ie soms nog hier terug mocht komen kan ie -lezen hoe ik er over denk ..." - -"Beroerde kerel," mopperde inspecteur Punt, toen hij 't briefje in -de bus deed ... "Hij trekt zich nergens iets van aan ... kom we gaan -onmiddelijk terug." - -"Maar inspecteur ... als m'nheer Vliegenthert nou nog eris ..." - -"Geen tegenspraak brigadier ... Dat heb ik je nu al wel duizendmaal -gezegd ... Vooruit." - -En brigadier Kwadraat sloot met 'n hap z'n mond, alsof er 'n kist -op slot gegooid werd, zoodat inspecteur Punt goed hooren kon dat ie -dicht was, ging in de lift, klom in z'n vlieger, en weg vloog hij. - -Inspecteur Punt volgde 'n oogenblik later. Die had nog even aan m'nheer -Przlwitz getelefoneerd. Dat had ie beloofd en inspecteur Punt hield -z'n woord. - -M'nheer Vliegenthert stond voor de brievenbus met 'n uiterst verwonderd -gezicht. - -"Twee brieven voor mij? ... Lieve hemel, ... en geen mensch weet dat -ik hier ben." - -Hij wilde nu snel de brieven uit de bus nemen, maar dat kostte hem -voor iedere brief een nikkel. De automatische hotelier was ook niet -van gisteren. Toen hij z'n brieven had scheurde hij er haastig een -open. 't Was toevallig die van den inspecteur: - - - Mijnheer, - - Als u soms denkt dat 'n inspecteur in de wereld is om niet alleen - uw aeroplaan maar ook uzelf te gaan opzoeken, dan heb u 't leelijk - mis. U geeft den brigadier mijn jas om er Spits aan te laten - ruiken, waardoor ik 'n heele kostbare dag nutteloos rondgevlogen - en bovendien nog 'n dame schromelijk beleedigd heb en nu is u weer - nergens te vinden, niettegenstaande brigadier Kwadraat u toch heeft - ingelicht, voor hij deze morgen naar Luzern vertrok en u verzocht - hier op bericht te wachten. Dat is geen manier van handelen - tegenover de politie. Ik ga onmiddelijk naar Den Haag terug. - - Inspecteur PUNT. - - -"Heb je ooit," zei m'nheer Vliegenthert ... "wat 'n impertinente -vlegel ... om mij zóó'n kattebelletje te durven schrijven... Ik zal -me beklagen bij den commissaris.... Wel allemachtig." - -En toen las hij 't andere briefje: - - - Weledel gestrenge Heer. - - Ik krijg daar juist (eventjes over vijven) tijding van inspecteur - Punt en moet onmiddelijk naar Luzern. Wil u zoo vriendelijk zijn op - ons te wachten hier? Of tenminste te blijven tot er bericht komt? - - Hoogachtend, - Uw Dienstwillige - Brigadier KWADRAAT. - - -"O!" gaapte m'nheer Vliegenthert ... "O!!!"... "Zoo!!! ... Zit dat -zoo in elkaar!! ... Had ik toch maar naar die brievenbus gekeken voor -ik hier vandaan ging.... Wat moet ik nu weer beginnen? ... 't Is lam -hoor.... Wat doe ik nou nog hier.... Weet je wat, ik vlieg die twee -gauw achterna." - -Hij haalde haastig z'n reisgids uit z'n zak--'t vliegboekje zooals -in de wandeling genoemd werd--en begon zenuwachtig naar Nordhausen -te zoeken. In 't eerst kon hij 't heelemaal niet vinden, wat -z'n eigen schuld was. Hij gaf zich geen tijd om kalm na te zien -en toen hij 't eindelijk gevonden had merkte hij teleurgesteld, -dat er geen enkele expres uit Nordhausen vertrok vóór zes uur. 't -Waren allemaal gewone luchttreinen. Hij had echter geen geduld en -geen lust nog langer te blijven en besloot dus maar zoo spoedig -mogelijk te vertrekken. Hij keek nog eens in 't vliegboekje. Jawel, -over 'n kwartier ging er een. Hij keek in de lucht of er geen leeg -aapje in de buurt was en dat trof hij bizonder. Er vloog er juist -een in de buurt, leeg. M'nheer Vliegenthert wenkte met z'n zakdoek en -de voerman had hem dadelijk in de gaten. M'nheer Vliegenthert vergat -z'n natte ondergoed, dat nog beneden lag, stapte in en zei: "station, -maar vlug." De bestuurder tikte even aan z'n muts en rrrrr daar ging -m'nheer Vliegenthert alweer. Gelukkig was 't vliegtuig niet zoo'n -rammelkast als 't vorige en 't ging ook 'n beetje sneller. M'nheer -Vliegenthert kwam nog net vroeg genoeg. Maar 't was op 't nippertje, -de conducteur smeet de portieren al dicht. 't Luchtschip zette zich -in beweging en m'nheer Vliegenthert ging op z'n gemak in 'n hoekje -zitten. 't Was 'n vervelende geschiedenis in zoo'n gewone luchttrein, -vond hij. 't Beste was nog maar te gaan dutten. - -Hij sloot z'n oogen, maar had nog geen vijf minuten zoo gezeten of -'t luchtschip daalde al weer en er stonden reizigers op om uit te -stappen, die hem aanstieten met hun pakjes en tasschen. Er kwamen weer -andere in hun plaats. 't Luchtschip ging weer omhoog en vooruit. Doch -tien minuten later riep de conducteur alweer zoo'n stationsnaam en -zoo ging 't tot onuitsprekelijke ergernis van m'nheer Vliegenthert -aanhoudend maar door. Eindelijk kon hij 't niet meer verkroppen -en hij vroeg nijdig aan den conducteur wat of dat te beteekenen -had. Volgens 't boekje was 't 'n snelluchtschip en nou hielden ze -ieder oogenblik op. De conducteur keek hem verbaasd aan en zei: -"Waar moet u heen m'nheer?" - -"Naar Den Haag." - -"Den Haag??? ... Wij gaan niet verder dan Frankfort ..." - -"Frankfort???" - -"Tja... u is in 't verkeerde luchtschip gestapt... U had in Nordhausen -'t D-luchtschip naar Keulen moeten nemen ... Dat vertrok van 't -tweede platform." - -"Lieve hemel" zuchtte m'nheer Vliegenthert ... "En hoe laat komen we -met deze slak in Frankfort aan?" - -"Half zeven m'nheer ... U begrijpt we stoppen overal ... 't Is 't -locaaltje ..." - -De conducteur ging heen om de reizigers van kaartjes te voorzien en -m'nheer Vliegenthert mompelde iets leelijks, want hij was zoo nijdig -als 'n spin. - - - - - - - - -DERTIENDE HOOFDSTUK. - - Waarin Jan Drie en Dolf Brandsma afscheid nemen van m'nheer en - mevrouw Przlwitz en door 'n motordefect ergens terecht komen waar - ze liever niet waren. - - -Mevrouw Przlwitz had de jongens om zes uur gewekt door heel hard op -de deur te bonzen. Ze had 't eerst zachtjes gedaan maar daar hadden -ze maling aan en m'nheer Przlwitz vond dan ook, dat voor zulke -slapers automatische bedden nog maar 't beste waren. Jan Drie vond -van niet. Die had genoeg van automatische bedden en Dolf beweerde -dat 'n automatisch bed hèm toch niet hielp, omdat ie wel zoo wijs -was geen vinger naar 't wekkertje uit te steken. M'nheer Przlwitz -vertelde toen, dat inspecteur Punt hem die middag getelefoneerd -had en zoo hoorde de jongens tot hun groote plezier, dat de twee -politiemannen met hun beroemde hond al weer naar Den Haag waren en dat -oom Dokie nergens te vinden was. Ze vonden dat allemaal zeer gunstige -omstandigheden. Vooral 't heengaan van den inspecteur. Oom Dokie zou -naar alle waarschijnlijkheid óók wel naar huis zijn, maar die telde -volgens Dolf toch niet mee. Voor m'nheer Vliegenthert hoefde je nog -niet eens bang te zijn al kwam je 'm tegen onderweg. Tien tegen een, -dat ie je niet in de gaten zou krijgen zelfs al zat je in z'n eigen -aeroplaan. Ze hadden dus nu de mooiste kans om de aeroplaan van m'nheer -Vliegenthert thuis te brengen en hun gastheer ried hen aan die avond om -'n uur of negen op te stijgen. Dan hingen er waarschijnlijk wel weer -dikke wolken om de bergen en over 't meer. Ze moesten daar maar boven -uit en dan zonder licht naar huis. Ze moesten er ook maar 'n goed -gangetje in houden, bijvoorbeeld honderd twintig kilometer per uur, -dan waren ze tegen half drie in Den Haag, net tegen de schemering en -dat was 'n zeer gunstige tijd. Dan zou er wel geen enkele luchtwachter -op hen letten. In ieder geval hadden ze op die manier de meeste kans. - -Jan en Dolf vonden 't 'n prachtig plan. Jan vond 't vooral heerlijk -om vijf uur lang met zoo'n snelheid door de lucht te schieten. Dat -was nog eens vliegen. Maar Dolf zei, dat 't toch veel leuker was als -je achter 'n inspecteur aanvloog, die naar je zocht. 't Allerleukste -was volgens dezen avontuurlijken jongeheer nog als ze bijvoorbeeld -oom Dokie ontmoetten. Doch m'nheer Przlwitz zei, dat 't nu niet om -avonturen te doen was, maar om zoo gauw mogelijk en zoo onbemerkt -mogelijk de verdwenen aeroplaan terug te brengen. Dolf moest niet -vergeten, dat Jan Drie altijd nog gevaar liep opgemerkt te worden, -zoolang hij in 't bezit was van die cacaokleurige monoplaan. - -"U bedoelt wij met z'n beiden m'nheer," zei Dolf... "Ik sta m'n vrind -Jan half." - -"Prachtig Dolf..." zei m'nheer Przlwitz lachend, "maar dat helpt -Jan geen zier en er gaan er eenvoudig twee achter de tralies. Doen -jullie nu zooals ik je zeg. 'k Heb zoo'n idee, dat 't heel goed in -orde komen zal. En dan telefoneer je dadelijk hoe 't afgeloopen is -hé... dat wil zeggen, niet morgen vroeg al... slapen jullie eerst -maar flink uit... Laten we dus zeggen: zoodra je opgestaan ben." - -"Dan zal 't wel morgenavond worden m'nheer," zei Dolf. - -"Ook goed. Als jullie 't maar niet vergeet." - -"Ik zal er wel aan denken m'nheer," verklaarde Jan Drie. "U kan er -op rekenen." - -"Afgesproken. Laten we dan nu maar gaan eten." - -'t Was 'n feestmaal, dat mevrouw Przlwitz, zooals ze zeide, haar -dappere redders aanbood. En die dappere redders waren dappere eters -ook. Maar er kwam toch 'n eind aan de smulpartij en toen stelde -m'nheer Przlwitz voor maar naar 't dak te gaan. Daar bleven ze nog -'n uurtje zitten tot de duisternis kwam. Ze zagen de nevels weer -om de bergen hangen en dat vonden ze nu maar wàt plezierig. Jan -Drie liet z'n motor eens draaien en Dolf stond er bij. Die had -er niet veel verstand van. Als Jan Drie 'n zéér ervaren motorman -geweest was of meer tijd aan z'n onderzoek had kunnen besteden -had hij ook misschien wel iets gehoord of misschien iets gezien, -wat nog verholpen diende te worden. Hij was veel te ongeduldig om -weg te komen en daardoor was z'n onderzoek maar oppervlakkig. Ook -kwam mevrouw Przlwitz al gauw met versnaperingen voor de nachtelijke -reis aanloopen. Die moesten nog weggeborgen worden. Hiermee belastte -Dolf zich, erg in z'n schik dat ze onderweg wat anders zouden te eten -hebben dan vliegtabletten. Ook zorgde mevrouw voor 'n paar flesschen -drinken. 't Waren thermosflesschen, waarin 't drinken warm bleef wel -'n heele dag lang, en ze waren gevuld met heete melk. Dat had mevrouw -Przlwitz gedaan, omdat ze meende dat de jongens erg hoog zouden moeten -vliegen en daar is 't koud. - -De jongens bedankten en namen afscheid. Mevrouw liet hen echter nog -eerst beloven, dat ze in 't volgende jaar in de vacantie minstens -'n heele maand zouden komen, als ze mochten natuurlijk. En de jongens -beloofden 't wat graag. - -"Afgemarcheerd," commandeerde m'nheer Przlwitz en weg vlogen ze in -'n wijde spiraal omhoog. Mevrouw Przlwitz wuifde met haar zakdoek en -m'nheer zag hen door de kijker na tot ze niet meer te zien waren. - -"Ziezoo," zei m'nheer Przlwitz, "als ze nu maar zonder ontdekt te -worden in Den Haag komen," en mevrouw voegde er aan toe: "ik hoop 't." - -De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert deed genoeg z'n best om die -hoop te verwezenlijken. Als 'n zwaluw schoot de vlieger vooruit onder -de sterren. Maar motoren zijn rare dingen en hoewel ze in 2010 bijna -volmaakt waren bleven 't toch altijd samengestelde machines, waaraan -'n kleinigheid kon gaan mankeeren, die 't volmaaktste werktuig tot -'n onbruikbaar ding kon doen worden. Dat bemerkte Jan Drie nadat ze -'n paar uur gevlogen hadden. Z'n geoefende ooren letten voortdurend -op de geluiden van de motor en ofschoon die lang zoo luidruchtig -niet waren als bij de motoren in 1910, toen 'n motor in 'n vlieger 'n -helsch lawaai maakte, was 't toch geen geluidloos ding geworden. Alles -behalve. Je had nog steeds eenige moeite in 'n vlieger om met elkaar -te praten. Maar Dolf verstond toch heel goed toen Jan Drie op eens zei: - -"Er hapert wat aan de motor." - -"Hè?... Is 't erg?" - -"Ik weet 't niet... Ik denk dat de ontsteking niet in orde is. Maar -ik geloof nooit, dat ie 't volhoudt... Hoor, daar heb je 't weer. - -"'k Heb niks gehoord," zei Dolf. - -"Nou ik wel... Daar is 't weer." - -"Dan moeten we ergens laten repareeren hè?" - -"Jij hebt goed praten... Overal weten ze 't met die -luchtadvertentie. Als we ergens dalen, lappen ze ons er zoo bij." - -"Wat wil je dan doen?" vroeg Dolf. - -"Hier of daar in 'n land neerkomen, waar geen mensch is... en dan zien -of ik 't zelf verhelpen kan... Kijk eens in dat kastje daar vlak bij -je of er ook gereedschap en reservestukken zijn..." - -Dolf keek in 't aangewezen kastje. "D'r is niks in," zei hij. - -"Dacht ik wel," zei Jan... "M'nheer Vliegenthert denkt enkel maar -om eten." - -"Och" antwoordde Dolf. "Wat zou oom Dokie nou aan tangen en zulk -soort van spullen hebben. Hij kan er immers toch geen steek mee -uitvoeren. Die weet er nog minder van dan ik." - -"'t Is lam," zei Jan. "Nou moeten we wel ergens dalen, waar -menschen zijn... Stom van me, dat ik daar ook niet eer aan gedacht -heb... M'nheer Przlwitz had me best wat gereedschap en de noodigste -reservestukken willen leenen." - -"D'r is nou niks meer aan te doen Jan... Laten we maar gauw naar -beneden gaan... Daar vooruit zijn lichten... Of houdt ie 't uit?" - -"Geen kwestie van... Ik ga naar beneden..." - -Ze daalden. De lichten werden duidelijker. Ze konden gebouwen -onderscheiden... Ze zagen luchtwachters... Er daalde 'n trein en -'n andere vertrok... Toen nog een... Er vlogen aeroplaans... - -"Mainz!" las Dolf. 't Waren lichtletters boven 'n luchtstation. - -"Kijk eens uit naar 'n reparateur," zei Jan. "Of naar 'n magazijn -van vliegartiekelen." - -"'k Ben al bezig... Links moet je... kijk daar voor ons... Hier vlak -bij: Aeroplaanhersteller." - -"Nou, we moeten 't maar wagen. Daar gaat ie..." - -"Zoo'n late klant krijgt ie ook niet dikwijls..." zei Dolf. "Ik zie -geen sterveling." - -"Schel maar even," zei Jan, toen de vlieger op 't dak stond... "Dan -komt er wel iemand." - -Dolf schelde en 'n oogenblik later kwam de baas zelf op 't dak. De -man was heel vriendelijk, maar hij kon hen niet helpen. D'r was geen -enkele knecht en zelf deed hij 't ook liever niet. Hij had geen lust -z'n werkpak te gaan aantrekken zoo laat op de avond... - -"Ja maar", zei Jan... "we moeten onmiddelijk weer weg. We hebben -geen tijd om tot morgen te wachten... En 't is waarschijnlijk maar -'n kleine reparatie... 'n nieuw veertje of zooiets." - -"U komt nog vroeg genoeg," lachte de man... "De wedstrijd begint -pas om elf uur... D'r zijn heel wat aeroplaans aangekomen vandaag, -die allemaal meedoen... Maar ik heb er nog geen een gezien als -deze... Sjonge, sjonge... 't is 'n prachtvlieger... Jullie wint zeker." - -"Goed weer gehad hier in de buurt?" vroeg Dolf opeens. - -"Goed weer?" zei de man verbaasd... "Wel jongeheer, we weten hier -niet eens meer hoe slecht weer er uit ziet... Geen wolkje gezien in -de laatste drie weken... En 't blijft zoo de eerste tijd... Zonder -wolken... zonder wind... Je zult eens zien wat 'n prachtig vliegweer -we morgen hebben... En de fijnste aeroplaantjes zijn ingeschreven -voor de groote internationale hardvliegerij." - -"We zijn nog niet ingeschreven," zei Dolf. - -"Vroeg genoeg... vroeg genoeg..." antwoordde de man. "De inschrijving -blijft open tot tien uur. Om elf uur begint 't pas." - -"Dus," vroeg Jan... "U kan ons niet helpen op 't oogenblik?" - -"Nee dat gaat niet... D'r is 'n tijd van werken en 'n tijd van -rusten... Maar morgen vroeg ben u de eerste... 't Zou zonde zijn -als dit vliegertje niet mee kon doen... 't Is 'n juweeltje... en 't -wint... bepaald wint 't... Ik durf er op wedden... 'k Ga natuurlijk -ook kijken..." - -"Nou m'nheer" zei Dolf... "dan komen we morgen vroeg terug... De -monoplaan kan zeker wel hier blijven hè?" - -"Wel zeker, wel zeker... breng 'm maar in de werkplaats... Zoo... Hier -op aan... Goed zoo... Om vijf uur kan u alweer terecht. Maar da's -veel te vroeg... ik zou eerst maar goed uitslapen." - -Hij bracht de jongens naar beneden en toen ze alleen buiten in de -leege straat liepen zei Jan Drie: - -"Maar Dolf... wat is dat nou... we kunnen toch morgen over dag -niet weg?" - -"Wel... Jan, ik zal je eens wat vertellen... we doen morgen mee aan -die hardvliegerij." - -"Ben jij heelemaal..." - -"Nee... nog niet Jantje.... M'n bovenkamer is nog in orde...." - -"Daar komt niemendal van!!"... stoof Jan op. - -"Luister nou es Jan... en maak je niet kwaad.... Geen mensch weet -hier van de gestolen aeroplaan af, dat verzeker ik je. Ze hebben in -geen drie weken 'n wolkje gehad en dus ook geen advertentie..." - -"Zoo... maar 't zal toch wel in de kranten gestaan hebben...." - -"Wat zou dat dan nog... Weet jij iemand die tegenwoordig nog van dat -soort berichten leest?... De meeste kranten nemen ze niet eens meer -op.... Enfin daar kunnen we gauw genoeg achter komen.... We gaan in -'t eerste hotel 't beste overnachten. Dan maken we een praatje met -den bediende en dan weten we in 'n wip wat we weten willen." - -"Nou ja, maar wat heeft dat nou met die hardvliegerij te maken?... - -"O 'n heele boel.... Heb je dat biljet niet gelezen, dat aangeplakt -was op de hangar van den reparateur... Niet?... Nou ik wel. Vliegen -van Mainz naar Koblentz en terug, driehonderdnegentig kilometers, -keerpunt boven de Moezel. Drie ronden.... In hoeveel tijd denk je, -dat je 't met oom Dokie z'n aeroplaan zou klaar spelen?" - -"Drie-honderd-negentig kilometer?... Wel in 'n paar uur denk -ik... zeker niet meer.... Als 't er op aankomt zie ik kans met die -aeroplaan de heele rommel voorbij te vliegen."... - -"Ja maar d'r komen eerste klas aviateurs."... - -"Pf... 't zou wat." - -"Dus je zou winnen?" - -"Natuurlijk." - -"Prachtig... dus je wint die duizend gulden...." - -"Ik???" - -"Wie anders.... Als jij 't eerste aankomt, zijn ze toch voor jou?" - -"Maar 'k vlieg niet mee... Hoe kom je nou toch zoo mal.... We moeten -zoo gauw mogelijk naar huis.... Je weet wat m'nheer Przlwitz gezegd -heeft: geen avonturen." - -"Ja maar je vergeet één ding... wie vergoedt oom Dokie z'n onkosten?" - -"Oom Dokie z'n onkosten?" - -"Ja z'n on-kos-ten. Hij moet toch die politie betalen, en de -advertentie op de wolken... en z'n reis naar Nordhausen... en...." - -"Daar... heb ik nog heel niet aan gedacht...." - -"Dat weet ik wel... maar jij ben toch maar verplicht die te -vergoeden... en ik natuurlijk ook... spreekt vanzelf... 'k heb ook -meegedaan.... Maar jij ben toch de oorzaak van alles...." - -"Ik vergoeden?" riep Jan Drie stilstaand midden in de -straat.... "Hoeveel zou dat wel zijn?"... - -"Nou... dat zal wel aardig op de duizend gulden aanloopen... Al z'n -onkosten zie je.... Da's net vijfhonderd gulden de man.... Ik sta je in -ieder geval half.... Dat heb ik nou eenmaal gezegd... en 'n man 'n man, -'n woord 'n woord.... Ben jij goed bij kas?... Dan krijgt ie tenminste -alvast de helft. Mijn vijfhonderd gulden krijgt ie in geen vijfhonderd -jaar, as ik ze betalen moet.... Vader zou me aan zien komen...." - -"En de mijne...." - -"As wij nou die duizend gulden wonnen...." - -"Och dat kan toch niet... Hoe kunnen wij nou deelnemen aan 'n -hardvliegerij op klaar lichte dag met 'n gestolen aeroplaan". - -"Wil jij vliegen... als ik voor de rest zorg?" - -Jan Drie zuchtte eens diep. 't Was zoo verleidelijk. Hij diende toch -die onkosten te vergoeden.... En dan die race.... Dat was ook om van -te watertanden.... Al die vliegers achter je te laten, wie weet wat -voor beroemde hardvliegers.... Eerste aankomen.... - -"D'r is toch geen enkele bekende hier"... begon Dolf weer. "Tenminste -inspecteur Punt niet en brigadier Kwadraat niet en oom Dokie niet... En -als er eens 'n andere bekende was... hindert 't niemendal ... We -trekken onze mutsen over de ooren ... vliegbrillen op ... kraag omhoog -... Wie doet je wat?" - -"Ik doe 't," zei Jan Drie ... "En ik win." - -"Natuurlijk," zei Dolf ... "je wint. Als je niet wint kan je wel -thuisblijven. Laten we nu maar 't hotel binnengaan."-- - -Dat deden ze en ze gingen maar gauw naar bed. Dolf had echter eerst -eens geinformeerd bij den portier over vliegers en zoo, en of hij -ook iets wist van 'n aeroplaandiefstal. Nee, de man wist niemendal. - -"Zie je nou wel," zei hij tegen Jan Drie, "ze weten er hier nog niets -van. Hè wat snorkt er daar een." - -"Dat is vlak hier naast," zei Jan. "Ook lollig om dat de heele nacht -in je buurt te hebben. Vervelend geluid hè?" - -"'k Hoor ook liever muziek. Maar 't zal me niet lang wakker houden. 'k -Heb zoo'n slaap." - -"Ik ook. Maar 'k wou toch dat ie ophield met z'n plankenzagerij. Wel -te rusten." - -"Goeie nacht. Zes uur op hé? Wie zou dat toch zijn, die snorkbaas?" - -"'t Kan me geen steek schelen." - -Als ze geweten hadden, wie daar lag te snorken, zou Jan Drie -waarschijnlijk niet met zooveel onverschilligheid gezegd hebben dat -'t 'm niet schelen kon en niet gerust ingeslapen zijn. Want die -plankenzager was m'nheer Vliegenthert. - -Hij had in de locaalluchttrein gehoord van de hardvliegerij ... en -toen was hij maar met de eerste gelegenheid de beste van Frankfort -naar Mainz gevlogen. 't Was hem toch 't zelfde waar hij de avond -doorbracht en als hij er niet zoo tegen op gezien had om nog langer -tusschen de menschen in 'n trein te zitten, zou hij zeker regelrecht -naar Den Haag zijn gereisd. Hij had er genoeg van. 'n Uur of wat in -'n buurttreintje te zitten had hem alle lust benomen om die dag nog -de lange reis naar Den Haag te ondernemen. 't Toeval had hem nu te -slapen gelegd vlak naast de dieven van z'n aeroplaan. En 't was maar -goed, dat m'nheer Vliegenthert al evenmin vermoeden kon, wie er vlak -naast hem sliepen. Want z'n humeur was zoo verbazend slecht en z'n -verdriet over 't gemis van z'n monoplaan zoo hevig, dat hij zeker -de twee jongens onmiddellijk aan de politie zou hebben overgeleverd, -als hij hen in 't bezit van zijn aeroplaan had aangetroffen. M'nheer -Vliegenthert was in 'n toestand, waarin hij zelf z'n geliefde neefje -Dolf met 't grootste plezier achter de tralies zou geholpen hebben. - - - - - - - - -VEERTIENDE HOOFDSTUK. - - Waarin Jan Drie onder de naam N. N. de eerste prijs wint op de - internationale hardvliegerij en m'nheer Vliegenthert z'n aeroplaan - wel terug ziet maar niet terug krijgt. - - -Er heerschte 'n gezellige drukte op het terrein, waar de hardvliegerij -zou plaats hebben. Vooral aan de kant waar de menschen voor niemendal -konden kijken, was 't al lang voor elf uur stampvol. Maar ook de -duurdere rangen en de tribunes waren dicht bezet. Op het middenterrein -stonden de mededingende vliegers op 'n rij. Er waren er vijf en -twintig ingeschreven en de kenners liepen er omheen en bewonderden -of keurden af, zooals in vroeger dagen dat ook geschiedde op de -paardenwedrennen. Wat waren die toch uit de mode geraakt al vele jaren -geleden. Wie wou in 2010 nog 'n paard zien rennen? De vlieger was het -ding geworden om mee te racen! En geen mensch kreeg 't nog ooit in z'n -hoofd om zoo'n arme viervoeter met 'n bonte jockey op z'n rug te laten -loopen als 'n hazewindhond, tot de stakker aan 't einde van de baan -stond te trillen op z'n beenen en z'n neusgaten van benauwdheid zoo -wijd openstonden, dat de kleine jockey er bijna wel in kon kruipen. De -paarden hadden afgedaan als sportbeest, als rijbeest, als trekbeest -en als beest om op te slaan. Ze hoefden geen steenen meer te sjouwen, -geen kanonnen meer te trekken, niet meer met stijve knieën voor aapjes -te draven. Er waren nog wel paarden, maar dat waren prachtexemplaren, -die de menschen er op na hielden omdat ze zoo mooi waren. Doch die -liepen zonder blinkend tuig in 'n paardenkamp, zooals nu de herten en -reeën in 'n hertenkamp. Alles wat mooi was behielden de menschen, maar -'t leelijke hadden ze weggedaan. Dus geen ouwe knollen met uit stekende -heupbotten, kromme knieën en aan weerskanten 'n rijtje scherpe ribben. - -Al 't werk, dat vroeger 't paard deed werd in 2010 gedaan door -de motor. Zelfs 't fijne werk was hen ontnomen. Ze hoefden niet -meer rond te stappen met 'n mooi tuig op hun glanzige rug voor 'n -sierlijk dogcarretje, zooals dat voorheen bij 'n concours hippique -plaats had ... "Concours hippique!" zeiden de menschen, "ajakkes hoe -ouderwetsch." In 2010 was alleen 't concours aeroplanique in de mode, -en zoo'n concours zou er ook plaats hebben terwijl de monoplaans, -die aan de hardvliegerij meededen, onderweg, waren. Dan hoefden de -menschen zich niet te vervelen. - -Doch eerst moesten de vliegers, die dongen naar de prijs van -duizend gulden voor de eerstaankomende, vijfhonderd gulden voor -no. 2 en tweehonderdvijftig gulden voor no. 3, nog gekeurd worden -en genommerd. 'n Man met 'n groote lijmpot plakte 'n reuzencijfer -aan weerskanten op 't zijstuur van iedere mededinger. Dan konden de -toeschouwers aanteekening houden van de stand der vliegerij. - -De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert had nummer 5. Dolf had de -vlieger laten inschrijven zonder er bij te jokken. Hij had opgegeven: -monoplaan van m'nheer Vliegenthert, Den Haag. En de secretaris van -de hardvliegerijvereeniging had dat in z'n boek opgeschreven. Maar -toen had ie nog aan Dolf gevraagd hoe de bestuurder heette en deze -pientere H-B-Ser had doodleuk geantwoord: "O, zet u maar N. N." "En -de passagier?" "Ook N. N." "Zoo, zoo," had de secretaris lachend -gezegd, "vliegen de jongelui incognito?" en Dolf had ook maar eens -gelachen. Hij vond dat de zaak uitstekend marcheerde. - -Hij was daarop naar 't middenterrein terug gekeerd en bij Jan in de -vlieger gaan zitten. 't Plakken was afgeloopen. Maar nu kwamen er 'n -heele boel heeren bij de monoplaans staan en 'n fotograaf zette z'n -toestel op. Er zou gekiekt worden. De man kroop onder z'n doek, draaide -wat aan 'n schroef hier en 'n schroef daar, verstelde nog 'n poot en -ging toen naast z'n kastje staan, nam de gummibal in de hand en keek -nog even de rij vliegers langs, waarin de bestuurders en passagiers -allen pal rechtop zaten om toch vooral maar duidelijk op de kiek te -komen. Dolf hield den fotograaf scherp in de gaten. "Buk" fluisterde -hij opeens en ze bogen zich allebei met 'n ruk voorover. Geen mensch -had op die manoeuvre gelet. Ze hadden 't allemaal te druk met zichzelf. - -De fotograaf liep op 'n drafje met z'n toestel weg. Hij had nog graag -'s middags de foto klaar en de heeren van 't bestuur gingen ook uit de -baan. De starter, de man die voor 't afgaan 't teeken moest geven, -hief langzaam de rechterhand op met 't pistool er in. De motors -snorden al ... Pang! ... En daar vlogen ze, als 'n troep kraaien die -'n schot van 'n jager hooren, de lucht in. - -M'nheer Vliegenthert was natuurlijk weer te laat opgestaan. Hij meende -dat hij den kellner gezegd had hem te wekken en deze beweerde, dat -m'nheer er geen mond over had opengedaan. M'nheer Vliegenthert kwam -net vroeg genoeg. Doch 'n tribuneplaats kon hij niet meer machtig -worden. Eerste rang ook niet. Alles uitverkocht. Dan in 's hemels -naam maar tweede rang. Ja, tweede rang hadden ze nog. En zoo kwam -m'nheer Vliegenthert op de tweede rang te zitten op de derde rij--en -hij zag de hardvliegers dus maar op 'n vrij groote afstand. Doch -dat interesseerde m'nheer Vliegenthert niet zoo heel veel. Alleen -speet 't hem dat hij 't concours aeroplanique nu niet zoo goed zien -kon, als hij wel gewild had. Dat zag je natuurlijk van de tribune -'t beste. Dat mooi vliegen, spiralen maken, stijgen en dalen, het -neerkomen in "vol plané" d. w. z. omlaag zwevend met stilstaande motor, -dat had m'nheer Vliegenthert graag van dichtbij gezien en nog liever -had hij zelf er aan meegedaan, als hij z'n mooie monoplaantje niet -kwijt geweest was. M'nheer Vliegenthert zuchtte diep. Beroerd was het, -om van te huilen. Nou had je zoo'n prachtige monoplaan, waar je alles -mee doen kon, gewoon alles. Zelfs met de vleugels slaan kon je net als -'n vogel. En nou was zoo'n gemeene dief er mee van door en hij zat -op de tweede rang, inplaats van in de monoplaan. Als hij vanmiddag -na afloop weer naar 't hotel terug ging mocht hij gebruik maken van -zoo'n lorrig luchtaapje. Bah! - -'t Concours aeroplanique was ook al begonnen en m'nheer Vliegenthert -keek er naar, leelijk uit z'n humeur. Hij kon nog minder zien, dan -hij gedacht had. Hij had waarempel z'n kijker ook nog vergeten. En -dan waren die menschen op de eerste rijen nog zoo onfatsoenlijk om -telkens te gaan staan. Gemeen hoor! - -'n Klein kleermakertje, dat naast hem zat en ook niet veel zag, -mopperde: "Je mag hier 's morgens om zes uur wel zijn om vooraan te -zitten .... Ja m'nheer, voor ons soort menschen van de tweede rang, -schiet er nooit veel over. Maar die lui op de tribune, die zien -alles." M'nheer Vliegenthert keek 't kleine ventje niet eens aan en -gaf geen antwoord, maar hij dacht: "Loop naar de maan." - -De menschen om hem heen praatten en lachten. Hij hoorde iemand -voor zich tot z'n buurman zeggen: "Er moet er al een Koblentz -gepasseerd zijn." Waarop de ander z'n horloge voor de dag haalde -en zei: "Ben je mal, dat kan niet. Vijf-en-zestig kilometer in -twintig minuten. Dat zou honderd-vijf-en-negentig kilometer in -'t uur zijn." "Nou," zei de eerste weer, "'k hoorde 't daar net -'n bestuurslid aan iemand op de eerste rij vertellen. Ze hebben -telefonisch bericht gehad." "Allemachtig," zei nummer twee, "da's -nog nooit gehoord. Honderd-vijf-en-negentig kilometer in 't uur. 't -Is sterk hoor. Maar ik zat er liever niet in. 't Is me wat àl te -snel. Wat is 't er voor een?" - -"'t Moet zoo'n nieuw systeem zijn, met slaande vleugels. Had ik maar -zoo'n program. Ik zou wel eens willen weten wie er in zitten. Maar -daar is geen aankomen aan. Alles uitverkocht." - -'t Moest echter toch waar zijn, want 'n goeie veertig minuten na -'t schot verscheen er 'n aeroplaan in de lucht en kwam de kant op -van 't vliegterrein. Alle halzen rekte zich, alle kijkers gingen -omhoog. Geen mensch keek er meer naar de vliegers die op 't veld -deelnamen aan 't concours. Dat was 'n wonder, 'n buitengewoon iets, -in veertig minuten naar Koblentz en terug. - -"Hij is 't," riep er een. "'k Zie de 5 op z'n staart." - -"Hoeraaaa!!!" klonk 't aan de overkant en dat gejuich plantte zich over -'t heele vliegterrein voort. Alle menschen waren woelig. Ze gingen -staan of klommen op hun zitplaats. En m'nheer Vliegenthert zat er -grommig tusschen in, zag niemendal en kreeg vreeselijk 't land aan den -kleinen kleermaker, die waarschijnlijk ook niet veel zag maar niettemin -'n geweldig kabaal maakte met z'n mond, met z'n handen, met z'n beenen, -tot ie eindelijk bijna over m'nheer Vliegenthert heenviel, waarop de -nijdige Haagsche m'nheer den opgewonden kleermaker 'n onvriendelijke -stomp met z'n elleboog gaf. Toen viel 't mannetje op de bank terug, zei -"pardon" en begon onmiddelijk alsof er niets gebeurd was 'n gesprek -over de vlieger, die zoo'n enorme snelheid ontwikkeld had. Maar -m'nheer Vliegenthert luisterde heelemaal niet. Hij amuseerde zich -buitengewoon slecht. Hij had 't land. Hij was verdrietig. Hij vond -alles miserabel en hij had dien praatgragen kleermaker wel 'n pak -slaag willen geven om z'n geleuter over die monoplaan. Wat kon hem -dat ding schelen. Z'n eigen monoplaan vloog minstens net zoo snel -als dat ding waarom ze nu zoo gejuicht hadden. - -'t Was gelukkig al weer 'n beetje rustiger geworden, want Jan Drie -en Dolf waren allang weer weg. Die waren hun tweede ronde aan -'t verslinden, als echte kilometervreters. Langzamerhand kwamen -de andere vliegers van hun eerste ronde terug. De voorste werden -nog zoo'n beetje toegejuicht, maar de laatste, ofschoon ze toch niet -zuinig gevlogen hadden, lieten de menschen op de tribune en de overige -rangen gewoon koud. Er werd bijna niet naar gekeken. Doch toen voor de -tweede maal precies weer na veertig minuten no. 5 terugkwam barstte er -zoo'n geweldig lawaai los, vooral toen Jan zoo laag langs de tribune -vloog, dat hij 't juichende publiek met de hand kon toewuiven, dat -'t wel leek of al die duizenden menschen mal waren geworden. Ze -wuifden met hun zakdoeken en ze riepen en schreeuwden zoo hard, -... dat m'nheer Vliegenthert, die op z'n tweede-rangsplaats de -vlieger maar uit de verte zien kon, van louter woede 'n andere kant -opkeek en z'n mond stijf dicht hield. De menschen schenen nu over -niets anders meer te willen praten dan over die winnende aeroplaan -en toen er 'n man van de jurie in de buurt kwam, bogen de lui, die -vooraan zaten allemaal over de afscheiding van ijzerdraad om den man -met vragen te bestormen. 't Was 'n goedhartig mensch, zoo'n jurielid -die de tweede-rangers met alle pleizier inlichtingen gaf. Hij liet -hen de lijst der ingeschreven vliegers zien en nu wisten die daar -vooraan al heel gauw wie de gelukkige eigenaar was van die door de -lucht suizende kunstvogel, en dat de bestuurder en z'n passagier maar -zoo'n paar jongens waren van 'n jaar of zestien. Hoe ze heetten dat -wist ook de jurieman niet te vertellen. Ze stonden ingeschreven als -N. N. Dat vonden de menschen allemaal heel interessant en ze namen -zich allen voor om die jongens eens terdege te bekijken, als ze na -hun laatste ronde over 't vliegterrein zouden wandelen. Dat zouden -ze zeker doen, want iedere overwinnaar wordt graag toegejuicht. - -'t Duurde nog 'n heele tijd eer m'nheer Vliegenthert er achter kwam, -dat z'n eigen aeroplaan daar bezig was zoo'n luchtoverwinning te -behalen. 't Gebeurde pas toen de twee vliegjongens van hun derde -ronde terugkomend en onder 't gevaarlijke hoera-gebrul van alle -toeschouwers op één na, vlak voor de tribune waar de jurieleden zaten -met 'n prachtige vol plané naar beneden kwamen. Hoog in de lucht -had Jan Drie z'n motor stop gezet en daalde met 'n verschrikkelijk -snelheid, alsof hij van plan was met z'n heele vlieger te pletter -te vallen. Om dat klaar te spelen moest je kunnen sturen en durf -hebben. Honderd jaar geleden in 1910 was het ook 'n Hollander, -Wijnmalen, die uitmuntte in deze manier van dalen. Jan Drie en Dolf -werden toen ze uit hun vlieger stapten na de prachtige landing en de -ongeëvenaarde wedvlucht door de jurieleden omringd. De heele jurie -was uit z'n tent gesprongen ... en nu drukten ze die twee jongens -stormachtig de hand en de voorzitter begon 'n aanspraak. - -De kleermaker naast m'nheer Vliegenthert had z'n keel heesch -geschreeuwd en toen hij daarmee klaar was, wendde hij zich opeens -tot den zwijgenden m'nheer Vliegenthert en zei: - -"M'nheer nu weet ik van wie die aeroplaan is." - -Doch m'nheer Vliegenthert draaide den vriendelijken mededeelzamen -en heeschen kleermaker z'n rug toe. De kleermaker was echter niet -van plan zoo maar 't belangrijke nieuws, dat hij nog geen minuut -geleden van iemand die voor hem zat gehoord had, voor zich alleen -te houden. Hij moest 't kwijt en daarom vertelde hij 't maar tegen -m'nheer Vliegenthert z'n dikke rug. - -"'t Moet 'n zekere m'nheer Vliegenthert zijn uit ..." - -"Hè??" en m'nheer Vliegenthert draaide zich zóó plotseling naar -den vriendelijken buurman om en hij zag er zoo verwilderd uit met -'n paar woeste oogen, dat de arme kleermaker bij z'n heeschheid nog -kippevel kreeg. - -"Vliegenthert, zei je!!" - -"Ja ... e ... m'nheer ... stotterde de verschrikte man ... "Uit ... e -... Den Haag." - -M'nheer Vliegenthert stond al boven op de bank en duwde iemand die -voor hem zat onzacht naar beneden. Nu kon hij de vlieger zien. - -"Hij is 't!!!" riep m'nheer Vliegenthert met 'n akelig holle stem. "'t -Is mijn monoplaan!! Houdt den dief ... Houdt den dief!!!" - -Hij was onder 't schreeuwen al bezig zich tusschen de menschen voor -hem, die niet wisten wat hen overkwam, door te worstelen. Doch die -lieten zich zoo maar niet stompen en duwen en er ontstond 'n razend -tumult. - -"Arme stumper," zei de kleermaker. "Ik had het de heele morgen al in -de gaten dat ie niet recht snik was." - -"Wat zeg je?" vroeg er een. - -"Stapelgek is ie geworden," herhaalde de kleermaker. "En nou verbeeldt -ie zich, dat die mooie winnende aeroplaan van hem is, stakker." - -M'nheer Vliegenthert had zich wanhopig geweerd en toen de menschen -van den kleermaker hoorden, dat ze met iemand te doen hadden, die -plotseling zich was gaan inbeelden, dat de vlieger die duizend gulden -gewonnen had, hem in eigendom toebehoorde, waren de meesten 'n beetje -angstig teruggeweken, want je kon nooit weten waar zoo'n man toe komen -kon en de anderen die niet terugkonden, omdat ze opgedrongen werden, -hadden m'nheer Vliegenthert toen maar 'n zetje gegeven, waardoor deze -heer over 't ijzerdraad heen terecht kwam in 't mollige gras. Hier -viel hij echter onmiddellijk in de pootige handen van 'n waakzamen -diender, die hem toeschreeuwde: - -"Hé jij, wat mót dat ... Hier is geen vrije toegang ... Wat denk je -wel. Terug." - -Hij had m'nheer Vliegenthert natuurlijk al lang stevig bij z'n kraag -eer deze nog heelemaal opgekrabbeld was. - -"Laat me los!" schreeuwde m'nheer Vliegenthert. "Ze hebben daar -mijn aeroplaan." - -"Zeg grappemaker," zei de diender, "ga nou gauw over dat ijzerdraad -terug ... kom nou, gauw." - -"Hij is niet goed in z'n hoofd!" schreeuwde de kleermaker van de -vierde rij. - -"We willen 'm hier niet meer hebben," riep er toen een die vooraan -zat. "Neem 'm maar gerust mee. Je mag hem." - -De politieman wist niet wat ie beginnen moest. M'nheer Vliegenthert -deed voortdurend pogingen om aan de stevige greep van den diender te -ontkomen en hij schreeuwde voortdurend maar: "Houdt den dief." Hij leek -wel 'n wildeman en de diender besloot toen maar den vreemddoenden heer -te arresteeren. Er kwamen op 't rumoer juist 'n paar collega's aan en -'n baancommissaris. - -"Wat is dat hier voor 'n herrie?" vroeg de laatste. - -"k Weet 't niet," zei de diender. "Deze m'nheer beweert dat die mooie -monoplaan van hem is." - -"Wat?" - -"Ja zeker! Ik ben m'nheer Vliegenthert uit Den Haag, en die monoplaan -is van mij. Ze hebben 'm gestolen." - -De baancommissaris keek m'nheer Vliegenthert 'n beetje ongeloovig -aan en zei toen: "Zoo, zoo." - -"Kijk maar hier," riep m'nheer Vliegenthert, z'n portefeuille uit -z'n zak nemend. "Als u me soms nog niet gelooft." - -De omstanders zagen nu visitekaartjes en brieven met 't adres -van m'nheer Vliegenthert. En ook bankpapier zagen ze. De dienders -begonnen al respect te krijgen en de baancommissaris deed "Hm," -en keek besluiteloos van den heer Vliegenthert naar de dienders, -die dezen heer nog altijd vasthielden. - -"Ah," riep toen opeens de eerste diender, "daar komt de inspecteur -aan. Die zal er wel raad op weten." - -"Wat moet dat?" vroeg de inspecteur. - -"Deze heer beweert, dat ie m'nheer Vliegenthert is uit Den Haag en -dat die monoplaan van hem is ... maar de menschen op de tweede rang -zeggen dat ie gek is." - -"Laat dien man los," beval de inspecteur. - -"Inspecteur," begon m'nheer Vliegenthert alweer, "drie dagen geleden -is m'n aeroplaan gestolen. We hebben er overal naar gezocht en nu -staat ie daar, Maar ze zullen me deze keer niet ontsnappen." - -Hij wilde vlug er heen loopen, maar de inspecteur hield hem terug -en zei: "Niet zoo haastig m'nheer Vliegenthert ... dat is niet -noodig. Als dat uw aeroplaan is, dan hèbben we de dieven. Die komen -niet meer weg. Dat begrijpt u zelf wel. De voorzitter houdt nu 'n -toespraak. Daar moeten ze naar luisteren en dàn moeten ze nog op de -prijs wachten ... Nee, nee ... haast u je maar niet. We hebben ze -hoor. Kalm aan maar. ... Ik wist van den diefstal. We hebben er op -'t politiebureau bericht van gekregen. Maar we konden natuurlijk -niet veronderstellen, dat deze aeroplaan de gestolene was. Ze hebben -'t ding gewoon opgegeven als 't eigendom van m'nheer Vliegenthert uit -Den Haag. Kijk u maar hier staat 't op de vlieglijst. Er kunnen meer -Vliegentherts zijn hè? Wie denkt er nu aan dat 'n dief zóó brutaal -kan wezen om maar heel gewoon den werkelijken eigenaar op te geven, -en dan nog wel met zoo'n gestolen vlieger aan 'n wedstrijd te gaan -deelnemen. 't Is eigenlijk 'n beetje ongeloofelijk. Vind u zelf óók -niet? Maar gaat u mee, dan kunnen we zelf zien wat er van de zaak -aan is ... En houen jullie die menschen daar 'n beetje in bedwang. Ze -klimmen zoo dadelijk allemaal over de draad." - -"Stumper," zei de kleermaker nog eens, toen m'nheer Vliegenthert -met den inspecteur meeging. "Totaal in de war. Die wordt nooit meer -goed." En de menschen op de tweede rang op hun plaatsen teruggedrongen -door de dienders, rekten hunne halzen om te zien hoe 't afliep. - -Intusschen had de voorzitter van 't vliegcommité z'n aanspraak -geëindigd. Hij had natuurlijk Jan Drie 'n held genoemd, dat is zoo 't -gebruik bij die gelegenheden en tot slot had de voorzitter geroepen: -Leve m'nheer Vliegenthert uit Den Haag! Hoera!! Toen hadden ze allemaal -ook hoera geroepen en Jan en Dolf de hand gedrukt en daarna had Dolf -heel leuk gevraagd of de heeren hen maar niet dadelijk de prijs konden -uitkeeren, want ze moesten noodig naar huis. - -De voorzitter had eens gelachen en gezegd dat 't niet ging en toen -had Dolf weer geantwoord, dat 't hem erg speet, maar dat de heeren -dan die duizend gulden maar moesten zenden aan m'nheer Vliegenthert -in Den Haag. Hij en z'n vriend konden er niet op wachten. - -De heeren en vooral de dames hadden allemaal gelachen en de vrouw -van den voorzitter had Dolf aan z'n oor getrokken, wat nog al 'n -moeielijk werk was, want z'n ooren zaten allebei nagenoeg heelemaal -onder z'n muts en toen had ze gezegd: "Toe man, ik zou 't maar -doen. Als die jongens nu toch weg moeten." De voorzitter had daarop den -penningmeester eens aangekeken en deze had ook maar gelachen en gezegd -dat 't wel 'n beetje mal was, maar dat hij er niets op tegen had als -de overige heeren 't goed vonden. Bij dit gezegde hadden ze allemaal -in de handen geklapt ten teeken van instemming. De penningmeester gaf -aan Jan Drie met 'n plechtige buiging 'n mooie portefeuille waarop in -gouden letters stond: Hardvliegerij Mainz-Koblentz. Jan Drie bedankte -met 'n paar woorden, stak 't mooie dingetje in z'n zak en stapte vlug -in z'n vlieger. Dolf klom met de lauwerkrans, die er natuurlijk ook -bij hoorde, gauw achter z'n vriend aan. De voorzitter had nog juist -tijd om op zij te springen. De motor snorde al. Al de dames en heeren -stoven uit elkaar, net vroeg genoeg. Die vliegende Hollanders hielden -van opschieten. Dolf zwaaide met de lauwerkrans tot afscheid en toen -(ze wilden net allemaal weer hoeraaaa!! gaan roepen) kwam m'nheer -Vliegenthert aanhollen en schreeuwde: "Houdt den dief!!" - -Alle dames en heeren keken m'nheer Vliegenthert verbaasd aan en deze -stond daar als 'n steenen beeld, z'n armen in de lucht, naar adem -snakkend en met oogen als biljardballen. - -"Wat is dat voor 'n man?" vroeg de voorzitter aan den inspecteur die -vlak achter m'nheer Vliegenthert aankwam. - -"M'nheer de voorzitter, dit is m'nheer Vliegenthert, die z'n gestolen -aeroplaan staat na te kijken." - -"Gestolen ... aeroplaan?" zei de voorzitter verbaasd. En nu keken -ze allemaal in de lucht, waar, heel ver weg al, Jan Drie en Dolf -heensuisden op weg naar huis. - -De inspecteur legde nu alles uit en de voorzitter zei nijdig tegen z'n -vrouw: "jij ook met je malligheid ... Als we de prijs niet uitgekeerd -hadden, waren ze zeker nog hier, die twee gauwdieven. Geen wonder -dat ze spoedig weg wilden. 't Zijn 'n paar doortrapte schurken." - -"M'n aeroplaan! m'n aeroplaan!" jammerde m'nheer Vliegenthert. "Geef -me mijn aeroplaan terug!" - -De inspecteur nam m'nheer Vliegenthert onder de arm en zei: "M'nheer -deze keer hebben we hen tòch ... Die aeroplaan van u is natuurlijk nu -niet te achterhalen ... Die vliegt te snel. Maar die twee diefjes zijn -gefotografeerd. Vanavond heeft ieder politiebureau hun telegrafisch -portret. M'nheer de voorzitter hoe laat komt de fotograaf met z'n -kiek?" - -"Die had er al moeten zijn." - -"Dan zullen we nog even wachten. M'nheer Vliegenthert gaat u zoolang -in de tent van de jurie zitten. U is zenuwachtig. 'n Beetje rust zal -u goeddoen." - -Toen de fotograaf verscheen vlogen ze allemaal op den man toe en ze -rukten hem de foto's bijna uit z'n handen. De kiekenmaker begreep er -niemendal van. Ook m'nheer Vliegenthert had 'n foto te pakken gekregen. - -"Wat drommel," mompelde de inspecteur "dàt is sterk." De foto was -prachtig. Alle aviateurs waren duidelijk te herkennen. Maar de -aeroplaan van m'nheer Vliegenthert, de beroemde no. 5 was leeg. - -"M'nheer," zei de inspecteur tegen den fotograaf. "Waar zijn die twee -jongens uit no. 5 gebleven?" - -"De twee jongens uit no. 5? Dat weet ik niet inspecteur. Ze -zaten in de vlieger toen ik m'n toestel richtte. Ik heb hen nog -duidelijk gezien. Waarschijnlijk hebben ze zich toevallig juist diep -voorovergebogen, toen ik de opname maakte." - -"Toevallig!" riep m'nheer Vliegenthert ... "O, die doortrapte schurken -... Nu is m'n aeroplaan voor goed weg!" - -"En de duizend gulden ook," zei de penningmeester. "'t Zijn 'n paar -gewiekste rakkers hoor." - -De inspecteur deed wat ie kon. Hij zond de snelste vliegers uit, -ofschoon hij niet de minste hoop koesterde omtrent de uitslag. Hij -vergat echter gelukkig één ding: Hij telefoneerde niet naar Den Haag. - -'t Kwam niet in z'n hoofd op, dat die twee jeugdige boosdoeners, -waarvoor iedereen hen natuurlijk wel moest houden, op weg zouden kunnen -zijn naar die stad. En zoo kwam het, dat Jan Drie en Dolf boven Den -Haag aankwamen en ongemerkt konden neerdalen op m'nheer Vliegentherts -dak. 't Was al donker en gelukkig 't slechtste weer van de wereld. 't -Regende geweldig. Net weer om stilletjes thuis te blijven. Er was dan -ook geen sterveling in de lucht, uitgenomen natuurlijk de Haagsche -luchtwachters, die toch geen steek zien konden in dat gordijn van -neerplassende waterstralen. Het geluk diende hen. De hangar van m'nheer -Vliegenthert stond wijd open. Ze zetten vlug de gestolen aeroplaan op -z'n gewone plaats. Jan Drie porde Dolf aanhoudend tot spoed aan, want -nu hij bijna in veiligheid was, voelde hij veel meer onrust dan ooit te -voren. Jan Drie was bijna angstig. Verbeeld je ook, dat nú inspecteur -Punt of brigadier Kwadraat eens plotseling op 't dak verschenen ... - -"Kom dan toch mee!" fluisterde hij. - -Maar die rare Dolf zat heel kalm in de monoplaan, bij 't licht van -'n klein electrisch zaklantaarntje met z'n vulpen iets op 'n blaadje -papier te peuteren. - -"Ga maar vast naar beneden" zei hij. "Ik kom dadelijk." - -Maar daar wilde Jan niet van hooren. Samen uit, samen thuis, was -voor hem 't wachtwoord. En dus wachtte hij bij de deur, om 't hoekje -loerend of er ook soms onraad was. - -Dolf scheen eindelijk klaar te zijn. Hij morrelde nog wat aan de -aeroplaan. Van te voren had hij de mooie portefeuille met de duizend -gulden al van Jan gekregen. Die moest ie nog in de vlieger leggen zei -hij. Doch eindelijk kwam hij tot onuitsprekelijke verlichting van Jan -Drie te voorschijn en samen sloten ze zacht de hangar, slopen over -'t dak, gingen in de lift en bereikten Jan's kamer, zonder dat iemand -er iets van gemerkt had. - -Met 'n zucht viel Jan in 'n gemakkelijke stoel. Maar Dolf begon -dadelijk z'n natte vliegjas uit te gooien en zei: "Ik ga naar bed." - -"Ga maar op 't mijne liggen," zei Jan. - -"En jij." - -"O ik ga maar hiernaast op m'n broer z'n bed." - -"Best," zei Dolf. "Saluut." - -Binnen vijf minuten sliep Dolf en toen ging Jan naar de kamer van -z'n broer. - - - - - - - - -LAATSTE HOOFDSTUK. - - Waarin alles op z'n pootjes terecht komt. - - -M'nheer Vliegenthert was zeer terneergeslagen van 't vliegterrein naar -'t station gewandeld. Hij was zóó verbouwereerd, dat ie er niet aan -gedacht had 'n luchtaapje te nemen of gebruik te maken van de vliegende -omnibus, die op dagen als deze 'n extra dienst naar en van 't station -had ingericht voor de vreemdelingen. En geen mensch had zich iets meer -van hem aangetrokken behalve de verslaggevers der dagbladen, die hem -als hun buit beschouwden, en allemaal trachtten hem de geschiedenis -van aeroplaan-diefstal te ontwringen. Die heeren liepen met hem mee, -stelden hem allerlei vragen, hoe dit gegaan was en hoe dat gekomen was -en dan wilden ze 't antwoord op 'n bloknoot schrijven, die ze allemaal -in hun hand hielden. Maar m'nheer Vliegenthert was niet geluimd om -nieuwslustigen te woord te staan en 't eenige antwoord, dat ze van hem -loskregen was, dat ze met hun allen naar de drommel konden loopen. Dat -was 'n schrale oogst bij zoo'n buitengewone gelegenheid. Want dit was -nu toch wel de zonderlingste diefstal, die je je maar bedenken kon -en dat mòèst breedvoerig in de krant. Bij 't station dropen de heeren -af en lieten m'nheer Vliegenthert aan z'n lot over. Hij ging stil in -'n hoekje zitten wachten op de expres voor Den Haag, zonder aan eten -of drinken te denken en toen eindelijk 't bestuurbare luchtschip er -was en m'nheer Vliegenthert instapte, keek de conducteur hem meewarig -aan, hielp hem alsof 't zijn eigen grootvader was en dacht intusschen: -"Nou die maakt 't ook niet lang meer. Die dee beter, als ie naar bed -ging inplaats van naar Den Haag te reizen. Als 't 'n beetje wil gaat -ie onder weg dood." Maar zoo erg was 't nu niet. - -Hij bereikte 's avonds laat de stad van 't Vredespaleis, zoo gezond -als 'n visch maar zonder dat z'n stemming 'n haar verbeterd was. Hij -zag er allertreurigst uit, precies of hij die dag z'n heele familie -en al z'n vrienden en kennissen begraven had. - -En zoo trof hem inspecteur Punt op 't platform van 't Haagsche -luchtstation, waar deze gestrenge chef stond te kijken of z'n -ondergeschikten, die daar in de buurt dienst hadden, wel hun plicht -deden. Inspecteur Punt, die behalve zeer gestreng ook nog uitermate -goedhartig was, kreeg onmiddellijk 't diepste medelijden met den -verslagen m'nheer Vliegenthert en bood zonder er lang over te denken -aan, hem in z'n vlieger naar huis te brengen. M'nheer Vliegenthert -stribbelde niet tegen. Hij liet zich leiden als 'n klein kind en de -inspecteur ging gearmd met hem naar de vlieger. - -Indien Dolf z'n oom zóó had kunnen zien, loopend als 'n zieke man, zou -deze ongevoelige jongeheer misschien nog tot inkeer zijn gekomen. De -menschen op 't platform, die haastig voorbij liepen keken bijna -allemaal eventjes naar 't vreemde paar en diegenen die m'nheer -Vliegenthert kenden schrokken er 'n beetje van, zóó naar zag hij -er uit. - -'t Regende gelukkig niet zoo heel hard meer, en zoo kwamen ze zonder -erg druipende kleeren na 'n kort poosje vliegen op 't dak aan vlak voor -de hangar, waar de gestolen aeroplaan op z'n eigenaar stond te wachten. - -Inspecteur Punt hielp m'nheer Vliegenthert bij 't uitstappen en -aangezien hij z'n werk van barmhartigheid niet ten halve wilde doen, -besloot hij nog 'n oogenblikje met den armen man mee naar beneden te -gaan om hem te troosten. Ook wilde hij nauwkeurig alles weten omtrent -de gebeurtenissen van die dag. Want m'nheer Vliegenthert had hem met -'n paar woorden meegedeeld, dat hij z'n aeroplaan zeker terug gekregen -had, als hij maar harder had kunnen loopen. - -"Maar" zei de inspecteur, "waarom liep u dan niet harder? Voor zoo'n -enkele keer is 't toch dunkt me niet zoo moeilijk. U had moeten -bedenken, dat u de dieven had kunnen snappen." - -"U hebt goed praten," zuchtte m'nheer Vliegenthert allerdroevigst. "Ik -kon niet, 't was me onmogelijk." - -"Waarom dan toch niet?" - -"Ze hielden me vast." - -"Hielden ze u vast?" - -"Ja ... drie politieagenten hadden me stevig beet ... ze wouen me -niet gelooven." - -"O!" - -"En toen kwam er 'n inspecteur en die geloofde me wel. Toen had 't nog -gekund ... Maar die zei, dat de dieven toch niet meer ontsnappen konden -en toen ontsnapten ze natuurlijk wèl ... Net toen ik er bij kwam gingen -ze er van door met de aeroplaan, duizend gulden en 'n lauwerkrans." - -"Maar u hebt hen toch gezien?" - -"Ja natuurlijk ... 't Waren 'n paar apen van jongens ... maar -glad!!! Ze stonden niet eens op de fotografie, waar iedereen opstond." - -"Merkwaardig ... merkwaardig ... zoo zoo ... twee jongens ... hm ..." - -De inspecteur vroeg nu aan m'nheer Vliegenthert de sleutels van z'n -hangar, want hij was niet gewoon z'n aeroplaan in weer en wind te -laten staan en bovendien zonder bewaking. M'nheer Vliegenthert stond -daar vlak bij hem als 'n levende waarschuwing. In 'n stad waar zulke -doortrapte, zulke aartsslimme, zulke door en door in de wol geverfde -schobbejakken als die twee jongens, nog pas kort geleden hun slag -geslagen hadden, daar kon je niet te voorzichtig zijn. - -Toen hij de sleutel had, opende hij de hangar en m'nheer Vliegenthert, -die zwijgend den inspecteur op de voet gevolgd was, draaide uit -gewoonte 't electrisch licht op. - -'t Zou eenvoudig onmogelijk zijn de grenzelooze verbazing te -beschrijven, die zich plotseling meester maakte zoowel van den -onvermoeiden inspecteur Punt als van den afgetobden m'nheer -Vliegenthert, toen ze zoo onverwacht voor zich zagen de gestolen -aeroplaan met 'n prachtige lauwerkrans om 't bovenste blad van de -propeller. Ze waren totaal verstomd en m'nheer Vliegenthert stond -bovendien te beven op z'n beenen en z'n hart klopte met angstaanjagende -hevigheid. Inspecteur Punt, die nooit bibberde en nooit hartklopping -had, omdat zooiets niet in zijn vak te pas kwam, was 't gauwste weer -normaal. Hij trad op de aeroplaan toe, betastte de krans, alsof hij -zich wilde overtuigen, dat ie niet droomde en ontdekte daardoor de -portefeuille door Jan Drie gewonnen en door Dolf met 'n touwtje aan de -krans gebonden. Met de vrijmoedigheid, die ook al bij 't vak hoorde, -opende hij de portefeuille, onderzocht deze nauwkeurig, riep eenige -keeren: Ah! en O! en gaf toen 't briefje, dat Dolf geschreven had, -aan m'nheer Vliegenthert. Geschreven was 't eigenlijk niet, maar -geteekend met louter scheeve en kromme drukletters, want Dolf had -z'n eigen handschrift maar liever niet gebruikt om ontdekking te -voorkomen en 't luidde als volgt: - - - Den Heer Vliegenthert. - - De winner van de internationale hardvliegerij te Mainz, zekere - N. N. en diens passagier óók genaamd N. N., hebben 't genoegen - u hierbij aan te bieden de beroemde monoplaan, waarmee deze - wedstrijd werd gewonnen, de eerste prijs groot duizend gulden - met portefeuille benevens de bijbehoorende lauwerkrans. Tevens - vragen zij u vergiffenis voor de last en 't verdriet, dat ze u - onwillens hebben aangedaan. - - Leve de Aeroplaan van m'nheer Vliegenthert, de snelste vlieger - der wereld! - - Hoogachtend, - de twee N. N.'s - - -"Hoe vind u zulke dieven?" vroeg inspecteur Punt lachend. - -Maar m'nheer Vliegenthert was nog altijd zenuwachtig. Die had tranen -in de oogen en hij antwoordde met nadruk: - -"Dat waren géén dieven, inspecteur!" - -"Geen dieven? Wie z'n handen uitsteekt naar 'n ander z'n eigendom, -m'nheer Vliegenthert, die is volgens mijn opinie 'n dief." - -"M'nheer de inspecteur," riep m'nheer Vliegenthert met vuur, "heb -u wel eens gehoord van dieven, die 't gestolene terug brengen mèt -duizend gulden en mèt 'n lauwerkrans?" - -"'t Is wel 'n beetje vreemd" gaf de inspecteur toe ... "'t Zijn -in ieder geval 'n paar rare. Ik heb nog nooit zoo iets bij de hand -gehad. 't Is bepaald 'n nieuw soort. Ik gaf er wat voor, als ik wist -wie die twee waren." - -"Ik ook," zei m'nheer Vliegenthert. - -"Dan zullen we maar dadelijk beginnen." - -"Beginnen? ... Beginnen?" zei m'nheer Vliegenthert eenigszins -verbaasd. "U wou toch niet wéér met opsporen beginnen?" - -"Dat wou ik wel, m'nheer Vliegenthert ... En ditmaal zullen we Spits -niet aan de verkeerde jas laten ruiken." - -"Ja maar, is dat nu wel zoo noodig? Met die hond moeten misdadigers -opgespoord worden, dieven en dat soort gespuis. En deze N. N.'s zijn -geen dieven." - -"Neen geen dieven, maar 'n paar jongens, die 'n beetje schrik hard -noodig hebben, geloof ik, m'nheer Vliegenthert. - -"U vermoedt dus wie 't zijn?" - -"Ik geloof dat ik er alles van begrijp. Laat u mij maar eens begaan. Ik -mag zeker wel even telefoneeren?" - -"Zou u daar maar niet liever mee wachten tot morgen? Zoo'n haast is -er toch niet bij?" - -"Morgen zou de aardigheid er af zijn, m'nheer Vliegenthert. En -bovendien ik ben niet gewoon ergens gras over te laten groeien." - -"Nou gaat u je gang. Maar ik wou liever naar bed." - -"'t Zal zoo lang niet ophouden m'nheer. De dieven zijn niet ver weg." - -"Praat u nou asjeblieft niet meer van dieven, inspecteur. Dat vind -ik niet zoo als 't behoort." - -De inspecteur liet m'nheer Vliegenthert maar praten. Hij stond al -aan de telefoon: - -"Hallo! ... Is brigadier Kwadraat daar? ... Niet, wie dan? ... De -Streep? ... ook goed. Dadelijk op 't dak bij Vliegenthert komen met -Spits ... Maar gauw hoor. - -"Zie zoo m'nheer, laten we nu naar beneden gaan tot Spits er is -... M'n eigen vlieger moet maar zoolang blijven staan. Er is niets -aan te doen. 't Zal bovendien niet lang duren." - -Dat had inspecteur Punt bij 't rechte eind. Hij was nog nauwelijks -met m'nheer Vliegenthert beneden of er werd reeds gescheld. - -"Daar zijn ze al," zei de inspecteur. "Blijf u maar rustig hier -zitten." - -"Dat kan u begrijpen. Ik ga naar bed." - -"Dat zou ik niet doen, als ik u was. Indien m'n vermoeden juist blijkt, -en dat zal 't wel, dan ben ik gauw genoeg weer hier." - -"U maakt me nieuwsgierig. Wie denkt u dat 't zijn?" - -"'n Oogenblikje geduld nog m'nheer ... Ik denk, dat u er pleizier -van hebben zal. 't Zijn heel goede kennissen." - -"Goede kennissen? ... Nee hoor, ik ga niet naar bed. Maar maak u dan -asjeblieft 'n beetje haast." - -De inspecteur ging in de lift en m'nheer Vliegenthert ging weer zitten, -veel te nieuwsgierig om aan slapen te denken. Hij was wel moe, maar -hij had zoo'n vroolijk gevoel nu hij z'n mooie monoplaan terug had, -die nog wel 'n eerste prijs gewonnen had, en dan ... Wie mochten dat -toch wel zijn? - -De Streep stond met Spits naast de vlieger op 't dak. - -"Kom eens gauw mee," zei de inspecteur. "Kijk, hier hebben we de -gestolen aeroplaan." - -"Allemachtig da's waar ook," zei de Streep. - -"Wat zet jij voor 'n gezicht? Is dat zoo vreemd dat die aeroplaan -terecht is?" - -"Nee, inspecteur ... maar ik-e heb 'm thuis zien komen van avond -... en toen ..." - -"Nou en toen?" - -"Toen dacht ik er niet aan, die ie gestolen was." - -"Wel nou nog mooier Streep, wat ben jij voor 'n politieman ... Je -had onmiddellijk die twee jongens kunnen arresteeren ... dan had je -vijfhonderd gulden verdiend man." - -"'t Spijt me ... inspecteur ... vooral om die vijfhonderd -gulden ... maar wie denkt er nou aan dieven, als ze 't gestolene -terugbrengen?" - -"En nog wel met duizend gulden er bij ... Ja, Streepje er zijn rare -dieven in de wereld tegenwoordig. Maar geef Spits nu eens lucht aan -die krans. Die hebben ze zeker in hun handen gehad! Zoo ... juist." - -"Zoek!" beval inspecteur Punt en Spits ging regelrecht 't dak over -naar de lift waarmee Jan Drie en z'n vrind Dolf naar beneden gegaan -waren. Daar bleef Spits staan snuffelen en krabben, als of hij zeggen -wou: "Hier moeten we in." - -"Precies zooals ik dacht," mompelde de inspecteur. "Zulke rakkers -... vooral die Dolf." - -Hij begon nu vreeselijk te schellen, alsof er in tien huizen brand was, -maar 't duurde 'n heele poos eer er antwoord kwam en dat had inspecteur -Punt nog te danken aan de omstandigheid, dat Dolf z'n kamerdeur niet -gesloten had. Deze jongen hoorde 't schelletje eindelijk. Toen er -niemand kwam en 't schellen aanhield stond Dolf op en ging naar de -telefoon, want in 2010 hoefde je niet telkens met de lift naar boven -als er gescheld werd. - -"Wie is daar?" vroeg hij. - -Inspecteur Punt stond al met z'n oor aan de telefoon naast de deur, -en zoodra hij de stem vernam dacht hij: "De rechte hoor. 't Is Dolf," -en hij zei tamelijk barsch: - -"Spreek ik met Dolf Brandsma?" - -"Wat blieft u?" - -"Doe onmiddellijk open. Ik ben inspecteur Punt." - -"Heb je ooit," dacht Dolf. "Nou zijn we toch gesnapt. Enfin, ik zal -maar naar boven gaan en ... niks aan Jan zeggen." - -"Ik kom dadelijk inspecteur," riep Dolf terug. "Ik moet me eventjes -kleeden. 'n Oogenblikje maar." - -Toen hij zich aangekleed had ging hij stilletjes in de lift, zonder -Jan Drie te waarschuwen en boven gekomen pakte Spits hem onmiddelijk -bij z'n broek. - -Dolf wist heel goed, dat ie nu die hond z'n gang maar moest laten -gaan. Hij trok dus z'n been maar niet terug. Dan was z'n broek -gescheurd en had Spits waarschijnlijk harder toegebeten. Nu voelde -hij er niet veel van. - -"Los," beval inspecteur Punt en daarna zei hij tegen Dolf: "Gesnapt." - -"Watblief?" vroeg Dolf met 'n onschuldig gezicht. - -"Gesnapt!!! Hoor je dat niet Dolf?" - -"Jawel inspecteur ... ik hoor 't heel goed, maar kan u er niet mee -wachten tot morgenochtend? Ik heb nog zoo'n slaap." - -"Nee jongen, je moet dadelijk mee. Er wordt op je gewacht. Op jou en -je vriend Jan Drie." - -"Och, laat u Jan Drie maar in z'n bed, die is doodmoe. Ik zal wel -alleen meegaan. Ik kan 't net zoo goed vertellen als hij. Moet ik in -de gevangenis?" - -"Dat zal je wel hooren jongen." - -"Maar de aeroplaan is alweer thuis inspecteur, weet u dat wel?" - -"We weten alles en oom Dokie is ook al weer thuis. Die wacht óók -op je." - -"Fijn," zei Dolf. "Nou vooruit dan maar. Als 't moet, dan moet -'t. Maar Jan ga ik niet roepen." - -"Nou, dan zullen we die maar voorloopig laten rusten," zei de -inspecteur, die zich omkeerde, want hij moest er om lachen, dat Dolf -zoo voor z'n vriend opkwam. Dolf ging mee 't dak over, naast den -inspecteur en met Spits vlak achter zich. De Streep stond zwijgend -bij de vlieger. Maar 't speet hem, dat hij dien jongen maar niet -gearresteerd had. Hij meende, dat inspecteur Punt nu de vijfhonderd -gulden zou krijgen. - -Toen inspecteur Punt met Dolf en Spits beneden kwamen, vonden -ze m'nheer Vliegenthert toch lekker ingedut. Hij zaagde weer -planken. De inspecteur maakte hem echter gauw wakker en nog vóór -m'nheer Vliegenthert had kunnen brommen: wat moet je of zoo iets, -zei de inspecteur: - -"M'nheer Vliegenthert hier hebben we er al eentje van." - -M'nheer Vliegenthert was plotseling heelemaal wakker en zag toen -dadelijk z'n geliefde neefje Dolf, maar hij begreep nog niet zoo -dadelijk, dat die wat met die aeroplaangeschiedenis te maken kon -hebben. - -"Hé Dolf hoe kom jij hier?" - -"Hier gebracht door inspecteur Punt en z'n hond, oom Dokie." - -"Hè?? ... Dus ben jij er vandoor geweest met mijn monoplaan? Wel -... nou ... nog" - -"Nee oom Dokie," zei Dolf lachend. "Ik ben er niet mee vandoor -gegaan. Dat was m'n vrind Jan Drie, uw buurjongen." - -"Jan Drie??" - -"Ja oom Dokie, Jan Drie." - -En nu vertelde Dolf vlug hoe alles in z'n werk gegaan was. Oom -Dokie deed niets anders dan uitroepen: "Heb je ooit!" en "wel nou -nog mooier!" en meer van die dingen, die iemand zegt, als ie zeer -verwonderd is. Toen Dolf echter 't heele verhaal uitverteld had zei -m'nheer Vliegenthert: - -"Zoo, zoo, is Jan Drie die knappe vliegenier, die van mijn monoplaan -de beroemdste vlieger van de wereld gemaakt heeft ... Wel, wel ... en -waar is die jongen?" - -"Die ligt lekker in z'n bed, oom Dokie." - -"Nou, geef jij hem dan morgen vroeg deze portefeuille!" - -"Die portefeuille oom Dokie?" - -"Wat anders?... Maar de duizend gulden zitten er nog in kwajongen. Jij -dacht zeker, dat ik hem de léége portefeuille tot aandenken wou -geven hé?" - -"Oom Dokie dat doe ik niet." - -"Wat doe je niet." - -"Ik geef Jan die portefeuille niet met die duizend gulden, oom Dokie." - -"Wel nou nog mooier ..." - -"Oom Dokie, ik weet zeker, dat Jan er geen cent van hebben wil. Hij -heeft die eerste prijs expres gewonnen om u de gemaakte onkosten te -vergoeden. Maar geef u hem die lauwerkrans." - -"Heb je ooit! Inspecteur Punt wat zegt u nou daarvan?" - -"Ja m'nheer Vliegenthert ... ik vind dat Dolf gelijk heeft ..." - -"Maar mijn hemel inspecteur, wat heeft zoo'n jongen nou aan die -lauwerkrans?" - -"Die komt 'm toe, m'nheer Vliegenthert, voor z'n prachtige -overwinning." - -"Wat heeft ie nou aan zoo'n ding ... Niks als blaren en linten," -mopperde m'nheer Vliegenthert ... "Enfin, pak maar mee ... En morgen -spreek ik nog wel eens met m'n kranige buurjongen. Ga nou maar weer -naar bed Dolf. Wel te rusten." - -"Goeie nacht oom Dokie. Welterusten inspecteur." - -Maar Spits was 't er niet mee eens. Die pakte Dolf onmiddelijk weer -bij z'n broek, toen deze jongeheer weg wilde. Spits beschouwde Dolf -nog altijd als 'n gevaarlijk wezen waar hij op passen moest. Eerst -toen inspecteur Punt riep "Los Spits" liet de hond Dolf vrij, met iets -in z'n oogen, alsof hij zeggen wou: "Nou je moet 't zelf weten hoor." - -Dolf ging gauw weg. En hij vergat de lauwerkrans niet. Heel -zachtjes ging hij er mee naar Jan z'n bed en hing de groote krans -met de glanzende linten, waarop in gouden letters geborduurd -stond: "Hardvliegerij Mainz-Koblentz 2010" aan 't hoofdeinde van -'t ledikant. Toen kroop hij weer lekkertjes onder de wol, en sliep -binnen vijf minuten met 'n lachend gezicht in. - -En zoo kwam het, dat Jan Drie de volgende morgen heel vroeg voor -'t eerst van z'n leven wakker werd "met lauweren gekroond." - - - - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert, by -Kees Valkenstein - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AEROPLAAN VAN M'NHEER *** - -***** This file should be named 54838-8.txt or 54838-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/5/4/8/3/54838/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org Section 3. Information about the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - |
