diff options
Diffstat (limited to 'old/54015-8.txt')
| -rw-r--r-- | old/54015-8.txt | 3100 |
1 files changed, 0 insertions, 3100 deletions
diff --git a/old/54015-8.txt b/old/54015-8.txt deleted file mode 100644 index 1d516d9..0000000 --- a/old/54015-8.txt +++ /dev/null @@ -1,3100 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of Artistenleven, by Joh. W. Broedelet - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - - -Title: Artistenleven - -Author: Joh. W. Broedelet - -Release Date: January 22, 2017 [EBook #54015] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK Artistenleven *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - - - - - - - - - ARTISTENLEVEN - - DOOR - - JOH. W. BROEDELET - - - - L. J. VEEN--UITGEVER--AMSTERDAM - - - - - - - - -SCHILDERS-VREUGD. - - -Chic was 't er niet. Maar wel gezellig. - -Je behoefde bijvoorbeeld niet eerst 'n dubbele belegering van zware -portières door, vóór je je compliment afstak bij mevrouw in den salon -(trouwens 't woord «salon» kenden de Henkeman's, meen 'k, alleen -uit afleveringen-romans, welke zij verslond; hij veegde er enkel z'n -pennemes aan af of zette er glazen water op). - -Nee, je stapte zóó uit de kale gang, waar niets dan 'n paraplubak -stond zónder paraplu's, in 't voorvertrek, waar zoowel ontvangen, -gegeten, gehuisd als somwijl geschilderd, gegymnastiseerd en met -pijl en boog geschoten werd. Late vrienden logeerden er ook wel en -'k meen, dat er 'n enkele maal ook werd gebaad. Doch dit laatste heb -'k nooit meegemaakt. - -Sans gêne dus; daarom niet ongenoeglijk. En je had ruimte van bewegen, -want veel stond er niet. En wàt er stond, was nogal wankel, ruimde -je dus, als 't je hinderde, gauw uit den weg. Vandaar dat, wanneer 't -gezelschap bijzonder voltallig was--de Henkeman's ontvingen drùk--de -kamer in een minimum van tijd was ontmeubeld. Je moest dan wel staan, -wat op den duur vermoeiend is, maar 't hield je ten minste wakker -en 't gaf iets los, ongekunstelds aan 't samenzijn. Je kon je soms -zelfs verbeelden, dat je je op 'n gezelligen clubtocht bevond, zóó -liepen allen dwars door elkaar of in groepjes 'n eindje op, druk -gesticuleerend of in hoogst geanimeerd gesprek. Ja, aan kouwe sjeu -deden de Henkeman's niet. - -De suite-deur stond meest open. Niet voor 't gezicht! Want was -de voorkamer al niet rijk aan chaise longue's, Mimi-tafeltje's, -causeuse's, 't achtervertrek was direct te exploiteeren als -rolschaatsbaan: je viel er zelfs niet over 'n stoof. Henkeman -noemde 't daar z'n «conceptie-hol»--hij broeide er z'n geweldigste -kunstwerken uit--; ook wel zijn Paradijs. Nu, even maagdelijk was -'t er minstens. 'k Geloof, dat, vele, vele jaren her, de Henkeman's -iets dikker zaten in wat men gemeenlijk het huiselijke comfort -noemt. Echter, de tand des tijds had veel vrekkig verknaagd. En ook, om -deze beeldspraak nog iets door te voeren, de tand des deurwaarders--'n -geweldige slagtand, 'n heele ivoormijn!--had er verwoestend in gehuisd, -zoodat slechts 'n wrak, 'n ruïne overbleef van wat eens statig zeilde -op de geordende huwelijkszee. - -Doch de Henkeman's trokken er zich niets van aan, geheel los van dat -wurmige gedoe, waarover ieder ander zich zoo dwaaslijk bekommerde. Zij -leefden in 'n geestelijke sfeer, waar men desnoods genoegen nam met -één rieten stoel en 'n tafel van twijfelachtige stabiliteit. Bijkoopen -deden ze evenmin. Eerstens wijl hun daartoe 300 en zooveel dagen -van 't jaar de middelen, 't leelijke, protsige geld ontbraken. En de -overige, weinige etmalen besteedden ze hun overtollige financiën liever -aan meer direct te consumeeren levensvreugden als: nieuwe broeken, -'n huisjapon, kreeft, oesters, port- en andere wijnen. In zekeren -zin waren de Henkeman's echte levenskunstenaars. - -'t Overige van hun huis lag voor de meeste bezoekers in 't duister. Ik -heb er eens 'n blik in geslagen. 'k Zag 'n keukentje, vettig, walmig, -met hier en daar scheef aan 'n verdwaalden spijker 'n enkele pan, die -nieuwsgierig door z'n eigen bodem keek. Dan kwam je in de uitbouwen, -waar geslapen en, bij helder weer, ook geschilderd werd. 'k Zag op -tegen 'n berg van beddegoed, bultig, valleiïg, 'n wanorde, of er -hevig slag geleverd was door slaapdronken reuzen. Die eene blik was -me voldoende. Ik gevoelde me behaaglijker in hun gezellig vóór. - -Toen ik er de vorige maand kwam, ontvingen de Henkeman's me met hun -gewone hartelijkheid. Co, in 'r peignoir, welke 'k me nog van onze -eerste kennismaking herinnerde, zat over 'n mandje aardappelen gebogen, -welke ze niet schilde. Hìj, Jos, handen tusschen hemd en pantalon, -liep heen en weer met onnoodig groote stappen, de zijkanten van den -vloer zorgvuldig vermijdend; want dan kwam je op hout, wat geweldig -kon klotsen en Co had weer last van 'r hoofdpijn. In 'n hoek bij 't -raam lag de kleine Joop over den grond te knikkeren met òngekookte -bruine boonen. Uit 't «conceptie-hol» klonk 't zachte gebler van de -jongste--de Henkeman's waren laat in hun kinderen gekomen--, die daar -met z'n wieg tijdelijk was ondergebracht, dus de maagdelijkheid van -'t Paradijs lichtelijk schendend. Ik voelde me weer dadelijk in den -familiekring. - -Voorzichtig m'n weg nemend langs 'n tafeltje, dat 'k kènde--'t ding -had altijd de onhebbelijkheid, met je mee te gaan--stak 'k Co bruisend -de hand toe. Zij, de hare afvegend aan 't ochtendkleed, reikte me die -dan slapjes aan, met 'n van hoofdpijn schuinschen blik onder langs -'r vrijzinnig opgemaakt Cleo-haar. En ze zei: «Zoo?», wat zoowel alles -als niets beteekenen kon, zoodat 't moeilijk voor me was, er op in te -gaan. 'k Wou dus al, dwars over 'n hindernis van kinderspeelgoed en -'n teekenmap, oversteken naar Jos, toen 'k aan bei m'n broekspijpen -werd vastgegrepen. 'k Keek benedenwaarts en ontwaarde kleinen Joop, -die tegen m'n beenen lag te duwen, omdat 'k op twee van z'n bruine -boonen stond. 'k Hou van dat kinderhandjes-gegraai, dus bukte me, -'m te aaien. Doch Jopie, die zeer vrij wordt opgevoed--bloemen -in 't wild zijn 't mooist, is een van Jos' opinies--beet me vrij -felletjes in m'n duim, zoodat 'k m'n hand haastig terugtrok. En, -nu niet meer wijkend voor de versperring van 'n houten paardje, dat, -geheel staartloos en zonder manen, me melancholiek stond aan te staren, -stevende 'k recht op Jos af met 'n joviaal «besjour!» Jos, die juist -z'n broek weer optrok, wat nooit voor langer dan vijf minuut hielp, -zei op zìjn beurt: «zoo?» Doch hij stak me de vijf niet toe, want -hij is niet erg handerig: hij vindt dat bourgeois. - -Daar stond 'k nu. 'k Humde eens en vroeg dan: «Alles wel?» - -Jos, z'n pijp uit den mond nemend, keek me aan, of 'k uit 'n andere -wereld kwam. Daarop vertrok z'n gezicht zich tot 'n satanische grijns -en hij schraapte: - -«Alles wel? Hahaha! Ja, we leven nog. En we hebben nog te eten!», -waarna-ie verwoed den steel van z'n pijp begon te bebijten, alsof dat -'t eenige was, waarop-ie nog knabbelen kon. - -Eenigszins verschrikt keek 'k schuw naar Co en 't aardappel-mandje. Dit -echter had ze reeds met 'n moe gebaar van zich afgezet en ze diepte -uit 'r zak 'n broei-warmen appel op, waaruit ze dadelijk groote -happen beet. Jopie, opmerkzaam gemaakt, wierp ze 'n paar hazelnoten -toe. Bij tijden waren de Henkeman's streng vegetarisch. Inderdaad, -de toestand zag er niet zeer bemoedigend uit. - -«Wil 't niet erg vlotten met 't werk?» vroeg 'k belangstellend. - -Daarmee kreeg 'k Jos dadelijk op gang. «Als je rooken wilt, geneer -je niet» begon-ie. «Mijn .... hahahaha!--kistjes zijn momenteel leeg.» - -'k Haalde m'n koker uit den zak en presenteerde 'm, wat-ie zich -zonder te veel omhaal liet welgevallen. Dan, terwijl-ie venijnig -rook uitblies, alsof 't minstens 'n verpestenden stank verspreidde, -ontrolde-ie gaandeweg z'n overkropt gemoed. - -«'t Is nog nooit zoo kolossaal met m'n werk gegaan! Enorm! De ideeën -bestormen me. 'k Houd m'n hoofd vast. 'k Ben er bij oogenblikken gek -van. Niet waar, Co?» - -Co knikte, al half door 'r appel heen. Ze sprak 'm nooit -tegen. Trouwens, wat zou 't ook helpen? - -«M'n conceptie-hol dààr is tegenwoordig 'n hel voor me. Telkens en -telkens word 'k er naar toe gedrongen, om 'n nieuw denkbeeld op te -krabbelen. 'k Heb geen handen genoeg. Ze vallen me in bij dozijnen. Ga -er maar eens kijken. Let niet op dat wurm, want dat schreeuwt tòch. De -wanden hangen vol, de vloer ligt bezaaid. Ha, 't is prachtig!» - -Wild streek Jos door al z'n haren en z'n oogen stonden begeesterd. Dan -trok-ie weer verwoed z'n broek op. - -«Ik feliciteer je» sprak 'k met warme vriendschap en stak 'm de -hand toe. Doch hij zag die niet, wìlde die niet zien. Hij blies me -'n kolossalen wolk van m'n eigen sigaar in 't gezicht en, na 'n -duivelschen lach, waarnaar de wiegeling vijf minuut verbijsterd lag -te luisteren, barstte-ie los: - -«Ha, noem me liever diep rampzalig. Wat doe je in dezen nuchteren -tijd met ideeën! Als 'k er gèèn had, dan maakte 'k fortuin, verdiende -'k schatten. Koetjes schilderen in de wei en binnenhuisjes met of -zonder koekepan! Hahaha! Maar ze krijgen er me niet onder. Nee! 'k -Verkoop m'n ziel niet. Nooit!» - -Hij nam 'n heldhaftig-verdedigende houding aan, alsof er van allen -kant kunstkoopers op de loer lagen, beslag te leggen op z'n kolossaal -talent. Later echter vernam 'k, dat die z'n adres niet wisten. Hield-ie -dat misschien angstvallig verborgen? - -«Kijk!» riep-ie uit en hij sleepte me mee naar 't Paradijs. «Zie je -niets, wat je dadelijk trekt, dat je als 't ware toeroept: Hier moet -je zijn en nergens anders?» - -'k Keek nauwlettend rond. Overal lagen teekeningen, krabbels, sommige -verkreukeld of met de sporen van 'n onschoone zool. En 't behang -was volgeprikt met 'n uitgezochte collectie aquarellen en andere -verven. Op goed geluk stapte 'k naar 'n hoek bij 't raam en tot m'n -groote blijdschap bleek dat de juiste richting te zijn. - -«Ha!» juichte Jos haast, zoodat de kleine in de wieg opnieuw begon te -krijten. «Hij ziet 't dadelijk, Co! Ja, 'k wist 't wel! Den grootsten -stommeling moet 't boeien!» - -'k Nam gaarne aan, dat dit laatste niet op mij sloeg. 'k Stond nu -voor 'n wonderlijk geval, dat 'k eerst voor zee aanzag, toen voor -'n rivier en eindelijk voor wat 't was: lucht; niets dan lucht. - -'k Voelde, hoe Jos in spanning achter me stond. Daarom, toch ièts te -zeggen, zei 'k, heel eerlijk: - -«Curieus». - -«Niet waar?» stemde Jos enthousiast toe. Dan, na 'n oogenblik: - -«Weet je, hoe 't ding heet?» - -'k Kon er zoo gauw niet achter komen. Gelukkig was Jos me voor. - -«De doode kraai.» - -Nu kon 'k m'n verwondering toch niet geheel bedwingen. - -«De doode kraai?» vroeg 'k aarzelend. - -«Ja!» schreeuwde Jos ongeduldig. «Jij zoèkt 't beest, hè? Dat doen -ze allemaal. De ezels! Maar begrijpen jullie dan niet, dat 't veel -mooier is, 't beest nièt te schilderen? Wat zegt 'n dooie kraai? Geen -bliksem! 'k Bedoel: 'n dooie kraai schilderen, kan iedereen. Maar -'m nièt te schilderen en 'm dan tòch te doen vermoeden ergens in de -onbestemde ruimten van 't wereld-wee, dàt is kunst. Niet de materie, -maar de idee, 't begrip! Zie die lucht! Zie, zeg 'k!» (Jos pakte me bij -'n schouder, doch dit was volstrekt niet noodig, want 'k zag heelemaal -niets anders). «Dat is geen regenlucht, of geen donderlucht, of geen -hagellucht, of geen zonnelucht. Nee, 't is geen eens lucht. Die kan -je voor mijn part cadeau krijgen! 't Is slechts symbool, 'n symbool -van ramp, ellende, verlatenheid. Die wolken, die eiglijk geen wolken -zijn--begrijp je me? Volg je me? God, Co, laat dat wurm z'n mond -toch us houwen!--die wolken roepen 't uit: «Daar ergens licht, hu hu, -'n doode, hu hu, 'n doode kraai!» 'n Tragedie, afschuwelijk! Je voèlt -de kraai. Ja, als 'k m'n oogen sluit, zie 'k 'm. Daar!» - -De oogen dicht, prikte Jos met den wijsvinger bijna in m'n oor. 'k -Wendde me wat af. Men moet niet te lang naar tragedies zien. - -«Welke schilder heeft dat vóór me gedaan?» vroeg Jos, terwijl-ie weer -in de werkelijkheid keek. «Ze kunnen er naar ruiken! Ja, koetjes -en koekepannen. Maar 'n kraai, die er niet is!--'k Ben er mee naar -drie kunstkoopers geweest. Haha! 'k Hak liever m'n hiel af, dan dat -'k ooit weer 'n voet zet in hun schande-winkels! Bloedzuigers zijn -'t, verkrachters van de ziel! Weet je, wat ze zeien? De een zei: -«Meneer, u moest die lucht wat stoffeeren». Stoffeeren! Alsof 'k -gemeubileerde kamers verhuur! De ander vroeg, waar 'k de onderste -helft gelaten had. Die lui zien niets! En de derde, dien 'k nog -us speciaal op m'n kraai opmerkzaam maakte, zei: «Meneer, 't beest -is niet af genoeg». Nu vraag 'k je! Wat maalt 'n dooie kraai er om, -of-ie af is? En met zulke stommelingen heb je te maken! Die hebben 't -heft in handen. Die kunnen je laten crepeeren, als ze willen! Er moet -revolutie komen, opruiming! Dan eerst is de weg vrij naar 't Ideaal!» - -Jos, 't Paradijs ontvluchtend, stapte, met weer 'n haal aan z'n broek, -terug naar z'n gezellig vóór. 'k Volgde 'm, ook omdat de wiegeling -'n steeds erbarmelijker keel opzette. - -«Kàn dat kind van jou dan niet 'n oogenblik zwijgen?» snauwde -Jos. «Waar zijn onze uitbouwen toch voor?» - -Co, weer aan 'n verschen appel--'t was enorm, zooveel als ze daarvan -aan kon. En waar haalde ze ze vandaan?--keek flauwtjes op, schuins -langs 'r Cleo-haar. Ze wou iets zeggen, scheen 't, maar ze wist niet -wat. Gelukkig hoorde ze juist 't dienstmeisje in de gang, terug van -'n boodschap. Daarom zei ze, met 'n traag gebaar, alsof dàt 'r zelfs -nog te veel was: - -«Chris, zal 'm wel weg zetten». - -Er werd geklopt. Chris trad binnen. - -«Heb je 't?» vroeg Co. - -«Nee» zei Chris. - -«Waarom niet?» nader-informeerde Co. - -«Ze gaffe niks meer, zeie ze, voor 't andere betaald was». - -«O!» begreep Co dof en ze deed 'n hap in 'r appel, dat Jopie er zelfs -verbaasd van keek. - -«De bourgeois!» smaalde Jos. - -«Steek nog us op» stelde 'k joviaal voor, 'm te troosten; ook omdat-ie -de laatste minuut m'n sigaar geen seconde uit 't oog verloor. - -«In gedachten» tastte-ie andermaal in m'n koker. En, dadelijk weer -venijnig paffend, alsof-ie de lucht bepaald onuitstaanbaar vond, -droeg-ie Chris op: - -«Ga dan naar de overkant». - -«Daar ben 'k ook al geweest» zei Chris gelaten. - -«Ha!» begreep Jos, weer met een van z'n meest satanische -glimlachen. Dus nergens leverden ze meer op crediet! De hongerdood -stond voor de deur! Nòg zag-ie 'n uitkomst. - -«Ga naar die nieuwe winkel op de hoek. Daar kennen ze ons nog niet». - -«Ja, dat zegt ù» zei Chris levenswijs. «Mot u us komme!» Dit laatste -deed de deur dicht. Dus drong Jos niet langer aan. - -«Je ziet, wat 'n naam 'k maak!» riep-ie me toe met schrijnenden -spot. «De faam gaat me vooruit! O, hoe schoon is 't, kunstenaar -te zijn!» - -Hij zette zich, op 'n tabouretje, zeer laag bij den grond. «Co, wòrdt -'t daar nu rustig?» Hij wees naar 't Paradijs. - -«Ach, Chris, breng jij zus even achter. Wil je?» vroeg Co, met 'r -tong de laatste appel-reste verwerkend. - -O, Chris wilde wel. Ze wilde altìjd. Ze had nooit iets anders dan -te willen. Nog geen zestien, was ze al in 'r zevenden dagdienst. En -overal waar ze kwam, vond ze 't zelfde: 'n missen boel. Je wende er -aan. En thuis was 't net zoo. Wat ze van 'r vroegen, dééd ze. Ze stond -bullebassen van schuldeischers te woord, gaf niet thuis, al hoorde -je meneer zingen, dat de gang er van dreunde, droeg aschbakken weg, -ver boven 'r kracht, liep 't vuur uit 'r sloffen, om ergens iets -'n halve cent goedkooper te krijgen dan naast de deur. 't Raakte -'r alles niet meer. 't Ging over 'r heen. Eens toch zouen ze voor -haar ook sjouwen: als ze begraven werd! Dan werd zìj gedragen. 't -Was 'n troost, ofschoon nog in verre toekomst. Eerst moest ze nu -de ijzeren wieg verduwen, mèt de kleine, de heele gang door en de -keuken naar de achteruitbouw, 't Was 'n gevaarte, voor hààr postuur -'n schip. In 't Paradijs klonk gemorrel en gepiep van ijzer over hout; -ook 't geblaat van de allerjongste Henkeman. Dan ging 'n deur dicht; -'t schip, zeevaardig, stevende de gang in en 't werd rustig. - -«Nu kan 'k tenminste weer denken!» riep Jos gemarteld uit. Hij greep -naar z'n hoofd, alsof de ideeën daar weer loskwamen. Bang, dat we -daar moeilijkheid mee zouden krijgen, leidde 'k 'm af. - -«Waarom maak je niet us wat maakwerk?» vroeg 'k. «Zoo voor de -verkoop. Je bent toch zoo handig.» - -Dit laatste moest 'm vleien. - -Hij keek me aan, voor zìjn doen tamelijk rustig. Ook scheen-ie -langzamerhand aan m'n sigaren te wennen. Althans, hij trok geen vieze -gezichten meer. - -«'k Heb van alles geprobeerd» bekende-ie open, als 'n groot -artist. «Maar zelfs als 'k tot de plebejers probeer af te dalen, -begrijpen ze me nog niet. 'k Heb naar 't nieuwe weekblad «De -Zon»--'n prul, tusschen twee haakjes!--'n serie satyrieke charges -gestuurd. Kostelijk! 't Heele Kabinet werd er door gehaald. De redactie -stuurde ze me terug, omdat 't publiek «geen gruwelkamer-impressies -bliefde!» 't Wou liever wat vroolijkers. Ja, roei daar maar eens -tegen op!--'k Heb voor 'n koperen bruiloft allerlei komiekigheden -in elkaar geflanst. Je begrijpt wel: bruigom met scheeve hooge hoed, -enzoovoort. De ezels hebben niet eens gelachen. De bruigom heeft me -'n pak slaag gepresenteerd en de bruid wil me nooit meer zien. Ja, -je moet je best maar doen! Wat nu? 'k Kan toch geen uithangborden -schilderen? Dat is anders wel «hooge» kunst, haha!» - -Hij begon weer verwoed te rooken, zoodat 'k al naar m'n koker voelde, -of 'k nog voorzien was. - -«Maar 'k vind 't toch hartelijk van je» zei-ie dan, met 'n haal, -dat 'k 'm 'n oogenblik niet zien kon, «dat je nog aan Co's feestdag -gedacht hebt. Dat bewijst tenminste, dat 'n mensch in z'n misère niet -vergeten wordt». - -'k Sprong op, voorzichtig, want de stoel, waarop 'k me na lang aarzelen -gewaagd had, was niet tegen heftige emoties bestand. - -«Feestdag?» vroeg 'k onhandig. - -«Ja, Co is immers jarig» moedigde Jos aan. - -'k Trad snel op de jubilaresse toe, drukte 'r warm de hand. - -«Nog vele jaren!» wenschte 'k van harte. - -«Dank je» zei Co. «Wil je 'n appel?» - -'k Sloeg dit aanbod af. Maar 'k wou wel 'n glas water, zei 'k. Hiermee -echter bracht 'k de Henkeman's in groote moeilijkheid. Er wàren geen -glazen. Chris brak zooveel! «En al m'n penseelen staan juist uit te -weeken» verklaarde Jos met 'n eerlijk gezicht. Of 'n kopje ook goed -was? 'k Dronk 't lièfst uit kopjes, zei 'k. Toen kreeg 'k er een, -wat stoffig en zonder oor. Maar als je wèrkelijk dorst hebt, let je -daar niet op. - -«'k Zou ook nog les kunnen geven» vervolgde Jos z'n afgebroken -rede. «Maar daar heb je 'n meer, hahaha, wereldsch intérieur voor -noodig. Want van de dames moet je 't hoofdzakelijk hebben. En dan die -jaloezie van Co! Je kent 'r niet! Als ze los komt....! Nee, daar begin -'k niet aan». - -Flauwtjes keek de jaloersche naar 'm op. Ze had warempel alwèèr -'n appel! - -Jos vlòòg van z'n tabouret. «Blijf zoo zitten!» riep-ie. «Verroer je -niet. Wat 'n expressie! Kerel, zie je dat? 'n Madonna!» - -'k Keek, wat 'k kon. Maar voor 'n «Madonna met den appel» kon 'k -weinig voelen. Integendeel, 'k vond dat Co er vrij vervelend uit zag, -vadsig als altijd, en voor 'n feestdag bijzonder slaperig. Jos echter, -met z'n artisten-oog, ontdekte altijd heel andere dingen dan 'n gewoon -mensch. Hij zag van alles in Co. Hij had 'r op alle denkbare wijzen op -'t doek mishandeld. Ze fungeerde er als moeder, als nimf, als bruid, -als Venus! Je kon 'r in alle mogelijke toestanden aantreffen in -'t Paradijs, vóór, in de uitbouwen: zich kleedend, in négligé, in -'t bad; lezend, peinzend, aan de wieg, in 'n bloemperk. Maar altijd -ontlokte ze je weer 'n gaap, zoo verveeld kon ze kijken. En ook nu, met -'r zooveelsten appel, ging er voor mij geen groote bekoring van 'r uit. - -Opeens rende Jos de achterkamer in. «'k Krijg 't weer!» riep-ie -smartelijk uit. «'t Komt! O, dat conceptie-hol!» - -'k Zweeg, eerbiedig. En Jopie, die me juist met 'n handvol bruine -boonen bekogelen wou, kreeg 'n moederlijke vermaning. «Stil, jongen» -zei Co. «Je vader wèrkt!» - -'k Keèk naar dat werken. Doch voorloopig bestond 't daàruit, dat Jos op -krampachtige wijze z'n hoofd vasthield en ijselijk stampvoette. Dan -trok-ie z'n broek weer op en, zich tot me wendend, zei-ie met 'n -flauwen lach: - -«Nee, 'k dàcht, dat 't wat was. 'n Mensch raakt eèns uitgeput». - -Hij trok me mee in z'n hol. «Begrijp je» vroeg-ie onstuimig, «hoe hier -'t werk op je aanstormt? Als 'k m'n oogen dicht doe--kijk, zoo!--, zie -'k, wat 'k wìl. Die modeschilders met hun divans en draperieën! 't Is -m'n illusie, eens 't Niets te kunnen schilderen. Voel je? 't Niets, -dat eiglijk àlles is! De Eenheid en de Veelheid, alles bij elkaar en -toch nog nul! Ha, 't blijft natuurlijk ideaal, dat te bereiken zònder -materie, zonder doek, zonder verf! Stel je voor: «Mevrouw, 'k verkoop -u dàt. Niets en alles!» En je wijst in de lucht en 't is grijpbaar -en toch niet te vatten. Welk 'n triumf van de geest! Dat alles gaat -in m'n hoofd om. Begrijp je nu, dat 'k er wel eens pijn aan heb?» - -'k Stemde toe, dat 'k me dat best kon indenken. En onderwijl -streed 'k in mezelf 'n heftigen kamp. M'n nuchterheid verzette zich -tegen 'n edelmoedige opwelling, welke 'k op 't laatst toch niet kon -bebazen. Neen, als 'k alles bedacht: Co jarig, God wist misschien zelfs -geen appel meer in huis, Chris geweigerd door alle bourgeois, Jopie -met z'n onverkwikkelijk harde boonen, Jos straks weer bijtend op z'n -pijp .... 'k kon 't niet langer aanzien. En 'k kocht, voor 't eerst van -m'n leven, op staanden voet, kunst. 'k Bemachtigde 'n ding, dat me wel -aardig leek: twee uien naast 'n sinaasappel met, op den achtergrond, -schemerig, 'k mèèn 'n gemberpot. Jos vroeg, of 'k krankzinnig was, dat -'k «De doode kraai» niet nam, z'n meesterwerk! Maar 'k zei, dat 'k dat -voor die zestig gulden niet nemen mòcht. Toen drukte-ie me geroerd de -hand. Ik vòèlde 'm zoo, sprak-ie zacht. En hij stak nog 'n sigaar op. - -«Je blijft toch eten?» vroeg Co. 'k Keek aarzelend naar de -aardappelen. En die Jopie, die zoo royaal met z'n boonen omsprong! Toch -wou 'k ook niet teleurstellen, 'k Stond in twijfel. - -«Natuurlijk komt-ie!» loste Jos 't geval voor me op met 'n geweldigen -slag op m'n schouder. «Hìj zou er niet bij zijn! Op Co's feestdag! Er -komen er nog meer. Anders haal ik ze! 'n Mensch kan niet àltijd -werken. 'n Beetje ontspanning zal ons goed doen. Je komt, hoor! En -wat de pot schaft! Haha, hìj zou er niet bij zijn». - -'k Beloofde. Toen 'k wegging, werd er juist gebeld. 't Was 'n -beertje. Doch die ging dra op de vlucht voor 't lapje van zestig. Van -zóóveel had-ie niet terug. Jos zwaaide er mee, of-ie 'n vaandel -veroverd had. Bescheiden stapte 'k heen: 'k voelde me 'n góéd mensch. - - - -'t Is 'n overdadige fuif geworden. 'k Had nog wat meegebracht, om de -tafel 'n royaler aanzien te geven, blikjes-goed en zoo. M'n jaszak -puilde er van uit. Maar toen 'k 't feestmaal aanschouwde, schaamde -'k me en 'k heb alles bij me gehouden. Tegen zooveel richesse kon -'k niet op. - -'k Herinner me niet, de laatste jaren ooit zóó te hebben gesmuld. En 't -zag er aardig uit met al die gemberpotten, eindjes kaars en gedroogde -bloemen. Servetten hadden we niet, maar waar de Henkeman's opeens al -die glazen vandaan haalden, is me nog 'n raadsel. En gevuld dat ze -waren? Met wat je wou! - -Er is veel getoost, op den bloei der kunst, op Co, 'k meen ook op -«De doode kraai». Even werd de vreugd verstoord, doordat Co, met -extra nonchalant Cleo-haar, zich plots herinnerde, dat er zeker in -geen vier uur naar de kleinste gekeken was. We zijn toen allen op -'n holletje naar den achtersten uitbouw getogen en daar vonden we -'t wurm net nog in leven, maar al heelemaal blauw van 't schreeuwen -en 't op-z'n-buikje-liggen. We hebben daarop de wieg in feestelijken -optocht naar 't Paradijs gesjord en daar met lampions behangen, wat -'n heel aardig effect maakte. - -Verder herinner 'k me geen stoornissen. Alleen stoof Jos telkens -naar z'n conceptie-hol, omdat 't weer bij 'm begon te werken en -klonk er op 'n gegeven oogenblik 'n benauwde kreet van onder tafel, -waar Jopie, dien we allang in bed dachten, zich te buiten ging aan -'n oesterschelp. Dat alles echter maakte den avond niet minder -geanimeerd. In tegendeel! - -'k Begon er me al over te verwonderen, hoe Jos zooveel weelde bij -elkaar had gebracht voor m'n ongelukkig, blauw lapje. Er moesten -bepaald weer nieuwe winkels bij gekomen zijn! Maar dra verklaarde zich -'t geval. - -'k Was de gang ingeloopen, even m'n handen te wasschen. De gasten -zaten verspreid op de avontuurlijke stoelen of liepen de kamer rond, -alsof er haast bij was, de heeren met 'n «zuigstengel»--'n exquise -Havana!--, de dames met 'n snoepje. Co zat weer over een van 'r -roman-afleveringen gebogen, slaperiger dan ooit. En Jos kreeg opnieuw -'n bevlieging, greep al naar 't potlood: «De lezende Madonna». - -'k Stond aan 't fonteintje, goochelde met 'n stukje zeep. Zóó had je -'t, zóó had je 't nièt. En de handdoek was zoek. Chris kon me niet -helpen, want die was voor uren naar huis gestuurd met 'n halve ham en -'n flesch port. 'k Sloeg m'n handen uit, spatterde van Stralen in 't -gezicht. Van Stralen is 'n aardige kerel, die iets bij de «belastingen» -doet. Hij was me zoo maar achterop geloopen en wou zich nu ook wat -verfrisschen. - -«Gezellige pan, hè?» vroeg-ie enthousiast. - -'k Stemde van harte toe, gestreeld, want eiglijk beschouwde 'k 't -feestje toch als mìjn fuif. - -«'t Gaat ze tegenwoordig goed» vervolgde van Stralen opgewekt en -op zijn beurt begon-ie 't spelletje met de zeep. «Hij verkoopt -meer dan-ie maken kan. 'k Heb vanmiddag net nog 'n aardig ding op -de kop getikt. Twee uien met 'n sinaasappel en 'n achtergrond. 'n -Fijn stukje». - -M'n handen waren opeens droog, «Twee uien?» vroeg 'k. - -«Ja» blies van Stralen, die bepaald te veel gegeten had, «en 'n -sinaasappel en dan nog iets, dat je niet erg goed zien kan. 't Is -heel mooi. Ga maar eens mee kijken». - -Hij ging me voor, onafgedroogd. We traden weer in 't gezellige -«vóor». Doch daar zag 'k juist Jos in druk gesprek met Bouwer--òòk -'n heel aardige kerel, 'k geloof aan 'n ministerie--vlak voor mijn -uien, die nu van van Stralen waren. 'k Begreep de situatie, troonde -van Stralen onder 'n voorwendsel mee naar 'n anderen hoek van de -kamer. Geen drie minuut later, of Jos drukte Bouwer stevig de hand: -de zaak scheen beklonken. Toen kregen we nog champagne. - - - -Den volgenden morgen--'t was laat geworden 's nachts en 'k lag nog -te bed--kwam Jos bij me met 'n mismoedig gezicht en.... de uien. - -«Zoo? Zijn ze daar dan toch?» vroeg 'k verheugd en 'k richtte me -half op. - -«Ja» bromde-ie, «maar als je 't me niet kwalijk neemt, wou 'k er wel -mee op stap». - -«Hoe bedoel je?» vroeg 'k, op alles voorbereid. - -«Die uien doen me de dood aan!» riep-ie woedend uit. «'n Croûte, -'n ding zonder idee! Wat is in 's hemelsnaam 'n ui! En ze zijn er -allemaal dol op, stapel, gek. Ze vallen er op aan als uitgehongerde -wolven. Jij, hij, zij! En die gehate dingen zullen op 't laatst -nog m'n uitkomst zijn! Jij wou ze gister met alle geweld hebben, -weet je nog wel? 'k Heb je nog teruggehouden, gezegd: «kerel, neem -de doode kraai. Van dat dier zul je plezier hebben». Maar nee, jij -zou en moest de uien. Nu, je hèbt ze dan ook». - -Hier wou 'k protesteeren, want 'k dacht aan Bouwer en van Stralen. Doch -als Jos eenmaal op dreef is, krijg je er geen woord tusschen. - -«'k Heb 'n dinertje voor je ingericht, omdat 'k je handelwijze zoo -attent vond» vervolgde Jos met 'n razenden pluk aan z'n haar. «Ook is -Co maar ééns jarig. Eenvoudigjes natuurlijk, onder ons. Maar 't valt -toch niet mee. Er komen altijd meer lui dan je denkt en je wilt toch -ook geen honger lijen. En vlak nadat je 's middags weg ging, kwam -die fielt van 'n schoenmaker met zóó'n rekening. Die had wèl terug -van zestig. Toen van Stralen dan ook--hij was wat vroeg--absoluut die -uien wou (hij was er gewoon niet van weg te slaan, idioot!) heb 'k ze -'m maar gelaten, voor vijftig gulden, 'n krats, cadeau. O, dan krijg -jij nog tien van me, hè? Ach, nee, hoe zit dat nu ook weer? M'n kop -loopt om van al die misère en 'n ideeën als 'k vanmorgen weer had! Dat -krijg 'k altijd na zoo'n avondje. 'k Kan er eiglijk niet tegen. Enfin, -we rekenen nog wel af. - -En 's avonds kreeg Bouwer 't ook al te pakken. Hij wou er 'n moord -voor doen, zei-ie. Nu, je begrijpt, dat wou ik niet, voor nog -geen honderd uien! En we moesten den volgenden dag toch òòk nog -leven. Met die paar blikjes zalm doe je niet lang. Dus, om van 't -gezeur af te zijn, heb 'k 'm maar niet teleurgesteld, voor veertig -gulden. Belachelijk! Maar vanmorgen hebben ze gewoon de bel bij -ons uit de deur gehaald--of ze 't ruiken, de hyena's!--Chris heeft -geen woord kunnen inbrengen en nu heb 'k nog precies dertien en 'n -halve cent. Haha, 'n kunstenaarsbestaan! Je verkoopt al je hebben -en houwen voor 'n krats en nog lijd je armoe! En je echte, zuivere, -mooie werk--'k bedoel nog niet eens «de dooie kraai»--willen ze niet -aan!--En nu wou 'k je vragen, beste kerel, omdat jullie alle drie die -uien toch niet kunt hebben en omdat daar nu zoo'n verkoop in schijnt -te zitten, leen me even 'n fatsoenlijk overhemd en 'n boord en vijf -pop. Dan rij 'k naar die nieuwe kunstzaak in de Langstraat en 'k ben -weer in bonis en je neemt maar uit m'n «hol» wat je wilt. Je weet, -vrienden kan 'k niets weigeren». - -'k Dacht weer aan Co, Jopie en 't aardappelmandje en.... 'k was -overgehaald. Jos trok m'n beste overhemd en m'n hoogste boord aan en -'k gaf 'm vijf pop, om mìjn uien te verkoopen. Toen ben 'k nog maar -wat blijven liggen. En 'k heb veel nagedacht. - - - -Jos heeft de uien niet verkocht. De kunstzaak wou ze niet -aan. Daarop heeft Jos, zonder aan de drie eigenaars te denken, ze uit -kwaadaardigheid verscheurd mèt den sinaasappel en den onduidelijken -achtergrond. En hij heeft gezworen, dat-ie nooit meer één ui schilderen -zou, al moest-ie ook verhongeren. - -Tegenwoordig loopt Jos elk oogenblik bij me op, of 'k niet eens iets -bij 'm kom uitzoeken in ruil voor 't vernietigde stilleven. Maar -'k durf niet goed. 't Komt altijd duurder uit, dan je denkt. En Jos -is zoo slordig met overhemden! - -«Van Stralen en Bouwer laten zich niet meer zien» vertelde-ie me met -'n zucht. «En dat allemaal om die verwenschte uien! Heb 'k gelijk, -dat 'k ze nooit meer schilder?» - -«Of je!» stemde 'k toe. En 'k heb 'm beloofd, dat 'k morgen bij -'m zou aanloopen. - -Maar 'k gà niet! - - - - - - - - -DE NOOD-EXPOSITIE. - - -Omdat 'k, door de algemeene malaise, toch niets te doen had, belde -'k bij m'n vriend Jos aan. - -Dat is m'n noodlot. Ieder heeft zoo z'n buitenissigheidjes, z'n zwak, -z'n zonde. De een houdt er 'n villa op na, waar-ie nooit komt, 'n ander -'n «stoom»-fiets, waar-ie niet op terecht kan, 'n derde 'n meisje, -dat-ie niet meer bezoekt. Ik heb m'n vriend Jos. Ofschoon 'k weet, -dat-ie me nooit anders dan onaangenaamheid bezorgt en 't me altijd, hoe -'t ook draait, geld kost, kan 'k toch de verleiding niet weerstaan, -'m nu en dan weer eens te bezoeken. M'n heiligste voornemens zelfs -zijn daar niet tegen bestand. 't Is de drang naar zelfvernietiging, -welke in elk mensch schuilt. 'k Vecht er maar niet langer tegen. - -'k Belde dus aan bij m'n vriend Jos. Er werd niet opengedaan. Dit wist -'k van te voren. Bij Jos wordt nooit opengedaan. Dat is systeem. 't -Leven leidt soms tot wrange consequenties. - -'k Deed 'n stap naar achter, door de ramen van z'n benedenhuis -te turen. Die zijn ondoordringbaar, wijl bijkans tot 't plafond -dicht-begordijnd. «Dat is 't eenige, waarom je blij moet zijn, als -je schilder bent» had Jos me wel eens gezegd. «Ze kunnen tenminste -niet zien, of je thuis bent!» - -'k Stond besluiteloos. Alle geheime teekens hadden indertijd op den -duur gefaald. Zelfs 't driemaal zacht tikken, gevolgd door 'n luide -kuch, was door schuldeischers afgekeken en had Jos in de grootste -moeilijkheid gebracht. En 't werd lastig, telkens weer 'n nieuwe -krijgslist te bedenken. - -Daar schoot me 'n ouwe truc te binnen. 'k Belde nog eens, deed dan -m'n kaartje glijden in de busklep--ook die «doorkijk» was hermetisch -gesloten: er flapperde 'n gordijntje achter, naar 't heette voor den -tocht--en kuierde langzaam op. Als Jos er nu maar op inging! Want -ook met kaartjes was al gefraudeerd, zoodat Jos niets of niemand -meer vertrouwde. Doch hoe zou een van z'n schuldeischers nu aan mijn -visite-kaartje komen? - -'k Keerde op m'n schreden terug. Gelukkig, 't had geholpen! Jos' deur -kierde en, toen 'k er weer voor stond, werd 'k ijlings naar binnen -getrokken door 'n energiek rukkenden, manchetloozen arm. 'k Raakte -bijna van den voet. Met 'n bons sloeg de deur achter me dicht. 'k -Was in de vesting! - -Jos keek me verwilderd aan. «Goddank, dat je d'r bent!» fluisterde-ie -me toe met 'n voor hem ongekende hartelijkheid. «We snakken naar -afleiding. 'k Word gek van de eenzaamheid. We zitten hier als op -'n fort. 't Is verschrikkelijk!» - -'k Drukte 'm de hand, begrèèp 'm. «Ja» zei 'k, «'k had al eerder plan -gehad. Maar omstandigheden, hè? Vrouw en kinderen wel?» - -Weer zag Jos me verbijsterd aan, alsof 'n langbegeerde prooi eindelijk -in z'n macht was geraakt. «Hm» mompelde-ie dan, «vrouw en kin.... Laten -we liever over wat prèttigs praten. Maar.... kom binnen.» - -'k Trad in z'n voorkamer, waar 't er zeer «gemobiliseerd» uitzag. En -aan 't hand-dikke stof op lamp, schoorsteen en de weinige stoelen, -bemerkte 'k dadelijk, dat er van 'n dagmeisje sinds weken geen sprake -meer was. - -Rondziend, ontwaarde 'k op de sofa bij 't raam 'n beweeglijk pakket, -dat zuchten in mijn richting afzond. Dat kon niet anders dan Co -zijn, begreep 'k. En m'n hand weer uitstekend, zei 'k op goed geluk: -«Dag, Co.» - -'t Pakket, in 'n eens zalm-kleurigen lap gewikkeld, welke desnóóds -voor peignoir kon doorgaan, richtte zich half op van de krakende -sofa. Twee doffe oogen bestaarden me, vijf slappe vingers raakten -me even aan. Daarop zonk alles weer ineen, tot niet. Onwillekeurig -dacht 'k aan 't beeld van de kaars, welke nog eenmaal flappert, -vóór ze........ Ach! - -«Wat scheelt er aan?» vroeg 'k, niet gerust. «Wat heb je?» - -Er kwam geen antwoord. Slechts 'n verwijderd gekreun, dat ook 'n -gesmoord snorken kon zijn, drong tot me door. - -'k Herhaalde m'n vraag. Toen, na nog 'n pauze, welke 'n eeuwigheid -scheen, verzuchtte, wat daar nog leefde op de rheumatische sofa, -molto ritardando: - -«Ik...... sl...... aap.» - -Verlucht richtte 'k me weer op. Er was dus nog geen gevaar! - -«Ja,» venijnde Jos, langs me heen slungelend, terwijl-ie z'n broek zóó -hoog optrok, dat 'k niet begreep, hoe-ie nog vóórt kon. «Ze doet niet -anders. Lollig voor mij! Maar je kómt er hier wel toe. Zelfs geen krant -krijgen we. (Ze willen me niet meer als abonné, de geldknijpers!) 'k -Weet nauwlijks, of d'r nog oorlog is! Nona! 't Eenige, wat er voor -ons op zit!» - -Hier loosde Jos 'n geeuw, welke als 'n gat in de ruimte sloeg. Ook -ik sperde m'n mond, van den weeromstuit. En 't werd hoogst hoorbaar, -hoe Co, zooal niet de ééuwige, dan toch 'n zeer langdurige rust was -ingegaan. Gezellige boel! - -«Maar hoe leven jullie hier dan?» belangstelde 'k nog, -beleefdheidshalve. - -«We leven heelemààl niet» knarste Jos, moeilijk verstaanbaar. «We -zitten hier opgesloten. Gevangenen, man, gevangenen! Ze hebben de bel -uit de deur getrokken. Wat de menschen toch koppig zijn, om nù nog -met kwitanties te komen! Dat wordt gewoon 'n manie van ze. Maar wie -er komen moet, blijft weg: de bakker, de kruienier. Tusschen licht -en donker moet 'k er als 'n misdadiger op uit, om brood, boter. En -altijd zie 'k nijdige gezichten van lui, van wie 'k al jàrenlang -klant ben, de ondankbaren! En deurwaarders, o, o! Maar dat zal ook -niet lang meer duren. 'k Heb nog precies 12-1/2 cent. Dan gaan we maar -allemaal liggen, naast Co. En ze zullen ons later vinden, ontbonden, -met verstarde gelaatstrekken, 'n artistentragedie. Ha ha!» - -Wild stiet Jos 'n piep-geluid uit en z'n haren wàpperden. - -'t Koude zweet brak me uit. Had 'k maar weer nièt aangebeld! - -In 't atelier, achter, klonk geritsel, hardnekkig. 'k Luisterde. - -«Wat is dat?» vroeg 'k, nieuwsgierig. - -«Muizen!» fluisterde Jos met 'n stem, die al zwakker en zwakker -werd. «Dag en nacht gaan ze te keer. Ze vinden niets meer, geen -kruim. Straks beginnen ze nog aan m'n stillevens. Haha! Als ik ze -niet voor ben!» - -In Jos' oogen flikkerde iets, dat op krankzinnigheid wees. Verteerde -de innerlijke vlam 't broze omhulsel? - -«Spreek toch wat harder» zei 'k. «'k Versta je haast niet. Ben je -verkouwen? Je praat zoo heesch.» - -Jos sloeg 'n zonderlingen blik naar 't plafond. Dan blies-ie -geheimzinnig in m'n oor: - -«De boven-buren! Ssst! Als d'r gebeld wordt, waarschuwen diè, dat -'k thuis ben. Ellendelingen! Omdat 'k eens 'n pakje voor ze heb -aangenomen, dat we maar opgegeten hebben. Rolham, stel je voor! Wie -laat zoo iets staan, in deze tijden! Die lui hebben geen hersens». - -Weer trok Jos verwoed z'n broek op. 'k Werd bang, dat er op die manier -weinig van dat kleedingstuk zou overblijven. - -Opeens voelde 'k 'n schrijnende pijn in 't meest rechtsche mijner -beenen. 'k Keek omlaag. Er stak 'n pijl in m'n broekspijp. - -«Au!» deinsde 'k onwillekeurig terug. Onder tafel zat Joop, de -«aardige» oudste van de twee kleine Henkeman's, met opnieuw geladen -boog. Schielijk week 'k nog op zij. En 'n tweede pijl vloog geruchtig -tusschen m'n beenen door. - -«Ze zijn niet vergiftig» lachte Jos satanisch. Hij scheen er bepaald -plezier in te hebben, dat z'n jongen me vrees aanjoeg. 't Scheelde -weinig, of hij hitste 'm aan met 'n: «Pak ze! Ks, Ks!» - -Nu 'k z'n schuilplaats echter ontdekt had, was de aardigheid voor -Jopie er af. Hij kroop onder de tafel vandaan en vermaakte zich 't -verdere van de visite met voortdurend om me heen te draaien en me -daarbij aan te gapen, of 'k 'n soort Boschjesman was. 't Was dan ook -waar: de jongen was menschen ontwend. - -'k Wou gaan zitten. «Pas op!» waarschuwde Jos met 'n gebaar, dat 'n -trein tot stilstand zou hebben gebracht. «Die stoel niet! Dàar! Dàt -is de goeie». - -IJlings richtte 'k me weer op. In den huize Henkeman ontsnapte je -elk oogenblik aan gevaren. - -'k Zette me nu, volgens aanwijzing, dicht bij de schuifdeur, waardoor -je in 't atelier kwam. 'k Keek er meteen binnen. - -Daar hingen, stonden, lagen de mij welbekende studies, stillevens, -krabbels, wonderlijke mensch-, ver- en andere gezichten. D'r kwam -maar geen schot in den voorraad. - -«Je moest eens iets actueels maken,» raadde 'k met de beste -bedoeling. «Dat is 't eenige, wat op 't oogenblik pakt.» - -Jos stoof op me af. 'k Dacht, dat 'k alweer op 'n verkeerden stoel zat! - -«Schei uit!» raasde-ie, in spijt van de buren boven. «'t Heeft me al -dol gemaakt. Iets actueels! 'k Heb 'n pracht-ding geteekend. Niet -waar, Co? O, ze slaapt. Làat 'r. --'n Pracht-ding! De kanonnen -reden door de lucht. Wat? Nee, ze renden, rolden, donderden. 't -Was verschrikkelijk. Je hield je hart vast. Elk oogenblik dacht -je: ze komen naar beneden. Kan 't spannender? Laat één me dat -maar nadoen! En Co lag tegen 'n heuvel, handen voor 't gezicht, -als schreiende vredes-maagd. Ze heeft me nog nooit zoo ontroerd. 'k -Wist niet, dat m'n eigen vrouw zoo'n pracht-maagd was! En gewonden en -vluchtelingen, voor alles had 'k gezorgd. 'k Ga er mee naar den Nieuwen -Kunsthandel. 'k Denk: dàt neemt-ie zeker. Wat zegt de vent? «Neem weg -dat ding! U ruïneert m'n zaak. U jaagt de menschen m'n winkel uit. Ze -willen geen narigheid. Die lezen ze in de kranten al genoeg.» En ik met -m'n kanonnen weer naar huis. 'k Verzeker je, dat ze me zwaar wogen.» - -Jos streek z'n haren uit z'n voorhoofd, wat 'n heel werk was. Dan -stak-ie z'n handen weer zoo diep in z'n broekzakken, dat 'k niet -begreep, hoe-ie ze ooit weer terugvond en stapte als 'n opgejaagde -kievit z'n atelier door. Werkelijk, de kerel behield toch altijd -iets geniaals. - -'k Volgde 'm, òòk om 'n oogenblik van Jopie bevrijd te zijn. De jongen -maakte me bepaald verlegen. - -«Waar zijn ze?» informeerde 'k, rondziend. - -«Wie?» vroeg Jos, met z'n blik minstens bij 'n vergruizelde ster. - -«Wel, de kanonnen!» - -«O, die! Kapot. Verscheurd. Jammer genoeg. Maar 'k was ook zóó -nijdig. En dan, 't maakte me beroerd, Co altijd vlak onder dat -oorlogstuig te zien. Of je wou of niet, je kreeg 'n gevoel: straks -gebeurt er wat! Dat houdt geen mensch uit.--Maar, 'k zal je verder -vertellen. De menschen willen geen akeligheid, denk ik? Goed, -dan maar wat lolligs. En 'k heb me daar 'n karikatuur op den -oorlog geleverd.... ik ben d'r zelf drie dagen ziek van geweest; -van 't lachen! Om bij dood te gaan! Soldaten met 'n kiespijn-doek -achter 'n boterton, de vluchtende vijand op steigerende ezels, -'n generaal onder 'n paraplu; enfin, je kan 't je voorstellen. Ik -er mee naar 'n zekeren--hoe heette-ie ook weer?.... o ja, van -Haersten tot Vleujen. Die was me nog wel aanbevolen als 'n eerste -collectionneur! Tot Vleujen ontvangt me aan 'n stevige kip met compote -en meer van die sausnegerij. Hij ziet m'n teekening niet, of-ie vliegt -op, razend, smijt servet, mes en vork over de tafel en hij brùlt: «M'n -huis uit! Schaam u, meneer, in deze benarde tijden den spot te drijven -met de onnoemlijke ramp, welke Europa teistert. Foei, foei!» De man -werd zoo rood, dat 'k voor 't ergste bij 'm vreesde. «Eet smakelijk», -zeg 'k en 'k laat 'm met z'n benarde tijen bij z'n lunch, die er wezen -mocht, hoor! Maar je begrijpt, de liefhebberij bij mij was er af». - -Jos lachte bitter. «Multatuli!» dacht 'k. Daarop deed-ie me 't ergste -aan, dat-ie maar bedenken kon: hij stak z'n steenen pijpje op. - -'k Draaide me om, hoestte. Joop verdween naar de voorkamer. - -«Oorlogs-tabak!» grinnikte Jos. 't Was 'n onbeschrijflijke lucht. Of-ie -z'n pijp met 'n stukje heel oude zool had gestopt! En m'n sigaren-koker -lag thuis. In zóóverre hielp z'n tactiek 'm dus niet. - -'k Begreep, dat 't met Jos op z'n ergst gesteld was. Wie dàt -rookte! Daar móést verandering in komen. - -«Hou 'n expositie van je volledige werken», verzon ik. «Tegen 'n heel -lagen prijs. 't Is toch noodtoestand». - -Jos schudde halsstarrig van «nee». En na 'n paar rookwolken, waartegen -ik bepaald meende te moeten protesteeren, knorde-ie: - -«Kán niet. Heb 't al geprobeerd». - -'k Keek 'm vragend aan. - -«Helpt toch niet», ging-ie verder. Nog wou 'k aandringen. Toen sprak-ie -één vreeslijk woord, dat alles expliceerde: - -«Deurwaarders». - -Daar zàt 'k met m'n idee. Jos' pijpje begon gootig te slobberen. - -«Is d'r geen mouw aan te passen?» vroeg 'k nog. - -«Hoè?» knerste Jos. - -'k Peinsde. - -«Als», kwam 't er langzaam bij me uit en 'k begon waarlijk al wat aan -de oorlogs-tabak te wennen, «als die schilderijen van 'n ander waren, -zoogenáámd. Hm, ja. Maar dan moeten ze vóór alles hier uit huis. Zou -de kunsthandel niet....» - -Jos deed 'n verwoeden trek, wat me haastig deed zwijgen. - -«De uitzuigers?» barstte-ie los en àl z'n haren trilden. «Liever snij -'k m'n vingers af». - -Dat wou 'k natuurlijk niet op m'n geweten hebben. Om 'm af te leiden, -opperde 'k ondoordacht: - -«Bij 'n particulier dan. Iemand wil je toch wel helpen?!» - -«Wie?» vroeg Jos weer en z'n oogen boorden diep in de mijne. - -'k Voelde me als op 'n hellend vlak. Er groeide 'n benauwende -stilte. Wat had 'k aangehaald? - -«Wie?» herhaalde Jos, bijna dreigend. - -Daar ontstond leven op de sofa. 'n Vreeslijk gekraak van 't trotsche -meubel bewees, dat de vredes-maagd ontwaakte. Of had ze heel niet -geslapen? Spoedig moest 'k 't haast wel denken, want Co, in al 'r -bekoorlijkheid van schilderseega, die gewend is te poseeren, met losse -haren, lossen peignoir (of wat daarvoor doorging) en zóó losse muilen, -dat ze er een van verloor, stevende recht op me toe en, met 'n stem, -die geen tegenspraak duldde, zei ze: - -«Jij natuurlijk! Onze vriend! Je hebt zoo'n mooi bovenhuis en je -woont alleen. Voor 't Steuncomité, zeggen we. Als dat niet helpt!» - -'k Zat geslagen. Dat er ook in die slaperige Co zoo'n listige Eva stak! - -Jos stiet 'n Indianengehuil uit. Hàdden z'n haren overeind gekund, -ze waren omhoog gegaan als duin-helm, van vreugde. Nu wàpperde-ie er -slechts mee, hartstochtelijk. - -«Vrouw! Co! Engel!» kreet-ie en van enthousiasme duwde-ie 'r bijna 'n -oog uit. «Wat 'n begrip! Wat 'n verstand! Waar haalt ze 't vandaan? O, -vrouwen hooren in den hemel! Co, laat 'k voor je knielen». - -«Pas op die punaise», waarschuwde Co practisch. Dan noemde ze 'm nog -«lummel», omdat-ie 'r oog zóó fel geraakt had, dat 't bepaald begon -te tranen. Een en ander weerhield 'm van verdere exaltische uitingen. - -Ik maakte bezwaar tegen 't plan. Vooral dat «Steun-comité» had -allerminst m'n goedkeuring. Doch Jos, door z'n atelier dravend, -alsof-ie 'n jacht-akte veroverd had, sloeg al m'n bedenkingen -breed-geniaal een voor een den kop in. Hij wees zelfs op 't morééle -van 't geval. Diende in dezen moeilijken tijd ieder niet z'n eigen -steuncomité te zijn? «En dan», deed-ie royaal, «ze kunnen voor mijn -part 50 pCt. krijgen». - -«Zou 20 niet voldoende zijn?» vroeg Co, wier slaperigheid geheel -geweken was. - -«Of 10,» krabbelde Jos terug, die zich de lapjes van vijf en twintig -al bij bundeltjes ontrukt zag. «Enfin, dat regelen we allemaal wel. 't -Voornaamste is nu: aanpakken! Morgen hang 'k den boel bij je op. M'n -volledige werken, haha! Als je maar plaats hebt! M'n uitbouw staat -nog vol. 't Zal 'n evenement zijn!» - -Zalig staarde Jos, dwars door de kast, waarin waarschijnlijk de muizen -zaten, naar 'n toekomst, welke ik nog niet bespeurde. Hij zag zich -al beróémd. Mocht 'k die illusie verstoren? - -Plots hief de jongste der Henkeman's, die, ergens achter, -'r middagslaapje gedaan had, 'n vervaarlijk geschreeuw aan. Co, -nu zonder één enkele muil, snelde (of ze ook wakker was!) naar 'r -kind. Opnieuw snorde 'n pijl door de lucht: Jopie, die zich weer -verdekt had opgesteld, heropende de vijandelijkheden. Hoe ontsnapte -'k aan zooveel bedreiging? Daar stopte Jos ten tweede male z'n -pijp. 'k Voelde dat 'k wijken moest. En onmiddellijk! Met vele zware -handdrukken nam 'k afscheid, m'n hoofd slechts vervuld van één ding: -de nood-expositie. 't Deed er pìjn van. - - - -Den volgenden morgen (Jos was voor zijn doen bijzonder vroeg uit -de veeren) hielden drie wagens voor m'n deur stil. Mannen van -den Volksbond zeulden 'n uur lang m'n trappen op en af. Toen er -volstrekt niets meer bij kon, hielden ze er eindelijk mee op. Het -waren hardnekkige lieden. - -Jos, die met 'n stralend gezicht van m'n beste sigaren zat te -rooken--hoe-ie die zoo dadelijk gevonden had?--zei gedachteloos: - -«Ach, betaal jij even?» en 'k voldeed de stoere werkers. - -«Je hebt ze toch gefooid?» vroeg-ie nog, achter 'n dichte wolk. - -«Ja», zei 'k kort. «'k Dacht, dat je dat wel goed vond». - -Jos knikte grootmoedig. Dan sprong-ie elastisch op en riep: - -«Komaan, laten we maar dadelijk gaan ophangen!» - -«Hang», meende 'k vriendelijk. - -Er is tot 's avonds laat in m'n huis verwoed geklopt, geprikt, -getimmerd. Jos is boven op m'n piano geklommen--z'n hakken zaten -met spijkers--en heeft twee vazen gebroken en maar één aschbak. Niet -één stoel, of hij heeft er op gestaan, gedanst, gezwengeld. Al mijn -schilderijen, behalve 'n merkwaardig stilleven, dat 'n Henkeman was, -zijn afgehaald en vervangen door de volledige werken van Jos. Waar 'k -ook keek, overal gaapten z'n binnen- en buitenhuizen, z'n sinaasappels -met en zonder ui, z'n portret-studies, z'n mystische krabbels van Co -me triomfantelijk aan. Zelfs in de gang hingen ze, boven de trap. Ze -waren niet te ontloopen. - -«Waar laten we de meubels?» zwoegde Jos met aan elk zijner haren -'n druppel. - -'k Keek 'm verbijsterd aan. - -«Moeten die ook al weg?» vroeg 'k angstig. - -Hij wierp me 'n blik toe, of-ie me opeten wou. Doch voorloopig begon-ie -maar weer aan m'n sigaren. - -«De menschen moeten toch kunnen lóópen», expliceerde-ie nog tamelijk -bedaard. «'t Is hier 'n ex-po-si-tie! Die spiegel moet er ook af. Daar -kan nog wat hangen». - -Met dien spiegel heb 'k 'm geholpen. 'k Dacht aan m'n vazen en den -aschbak. Daarop hebben we ons weer tot den Volksbond gewend en de drie -zelfde stoere werkers hebben andermaal met zwaar bemodderde schoenen -'n vol uur door m'n huis gezworven, tot ze alles, wat hinderde, op -den zolder, de bovengang en in m'n slaapkamer hadden geplaatst. Hoe -'k 's nacht in m'n bed moest komen, begreep 'k niet. Doch 't leven -hééft nu eenmaal moeilijkheden. - -«'t Begint er al aardig uit te zien», wreef Jos vergenoegd z'n -handen. 'k Keek eens rond. 'k Zag enkel Henkeman's. - -Toen is Jos met sjaals gaan drapeeren en doeken en oud lappen-goed en -op de meest geheimzinnige plaatsen stelde-ie onverwacht 'n gemberpot -op, waarvan-ie 'n onbeschrijflijke hoeveelheid bij zich had. Hier en -daar kwam ook 'n lampion te bungelen, zoodat m'n huis langzamerhand -min of meer 'n Oostersch aanzien kreeg. 'k Hoopte, dat 'k er aan -wennen zou. - -«Hoe heb 'k dat opgeknapt?» vroeg Jos, weer stralend. - -'k Knikte, sprakeloos. 'k Had geen hoofd meer. 't Duizelde me en m'n -ooren suisden. Ook vond 'k 't niet strikt noodzakelijk, dat al m'n -Havana's in één dag werden opgerookt. - -«Ja, neem me niet kwalijk», zei 'k dan met toonlooze stem, «maar -'k wou nu wel 'n stukje gaan eten». - -«Uitstekend!» wreef Jos zich andermaal de handen. «Waar gaan we -naar toe?» - -'n Oogenblik dacht 'k er over, of 'k maar niet dadelijk naar bed zou -gaan, hoeveel moeite me dat misschien ook zou geven. Daarop heb 'k -'m echter toch maar mee naar «Riche» genomen. 'n Dineetje had-ie met -z'n zwoegen werkelijk wel verdiend. - -Hij heeft 't zich heel goed laten smaken. En den wijn, daar was-ie -ook kolossaal handig mee. 'k Dacht tenminste, dat we nog aan de -tweede flesch waren, toen de derde al op tafel stond. Hij werd erg -spraakzaam en drong er sterk op aan, dat 'k 't «geval» mooi zou -aankleeden. De tentoonstelling moest niet van mij uitgaan, 'n gewoon -particulier, doch van 'n naamlooze vennootschap. Hij zocht al naar -'n naam. Eindelijk vond-ie iets. «Artis Pictura» leek 'm bijzonder -fraai. 'k Twijfelde eraan, of dat vloeiend Latijn was. Ook herinnerde -'t me te sterk aan 'n welbekenden dierentuin. Doch Jos, koppig als-ie -bij den wijn zit, hield voet bij stuk. Zoo werd m'n huis, of wat -daarvan was overgebleven, onder 'n Triple Sec «Artis Pictura» gedoopt. - -Hij is weer met me mee terug gegaan (Jos was àltijd aan me -gehecht). Bij me thuis is-ie nog wat aan den timmer geslagen, doch -met onvaste hand. Toen z'n eene duim heelemaal blauw was, hield-ie -er mee op. We hebben ons daarop onder de whisky gezet. Dat maakte -'m weer zoo fiksch, dat-ie opnieuw bovenop m'n piano wou. Dat heb 'k -'m echter krachtig belet. 'k Vind, leelijke gewoontes moet je niet -in de hand werken. - -«Breng me dan maar naar bed», gaf-ie gewillig toe. «Waar slaap 'k?» - -«Dat weet 'k niet», bracht 'k aan z'n verstand, «maar hièr niet». - -'t Scheelde weinig, of-ie begon te huilen. - -«Niet in Arti Pictus?» drijnde-ie. - -«Nee», zette 'k door. «'k Heb momenteel maar één bed. En of 'k daar -in kan komen, valt nog te bezien. In elk geval, 'n logé kan 'k niet -hebben. En.... denk aan Co!» - -«Daarom juist», bekende-ie kinderlijk. Maar hij is dan toch gegaan, -met onder elken arm 'n gemberpot. Hij schijnt nu eenmaal gek op die -dingen te zijn. - - - -De eerste dagen kreeg Artis Pictura niet één enkelen bezoeker. En -'k had toch flink geadverteerd. Uit deurwaarders-overwegingen had ik -den naam «Henkeman» maar weggelaten. Ook op de helft der geëxposeerde -werken ontbrak die. Dat kon echter al niet anders dan 'n aanbeveling -zijn. Waarin zat 't 'm dus? - -'t Begon er somber uit te zien. Jos liep den heelen dag heen en -weer als 'n gekerkerde leeuw. Alleen gedurende den lunch ging-ie -zitten en stond dan voorloopig niet op. Z'n goede eetlust, zei-ie, -was z'n redding. - -«Hebben we den prijs misschien toch nog wat te hoog gesteld?» vroeg -'k voorzichtig. - -Jos, die juist 'n blikje zalm bewerkte, sprong woedend op. - -«Wou je ze den arbeid van m'n leven dan heelemaal cadeau doen?» -riep-ie, zich verslikkend. «Vijf gulden! Jij met je eenheidsprijs! 'k -Gooi m'n naam toch al te grabbel. Je bent al net zoo'n uitzuiger als -die anderen». - -'k Zweeg. En 'k zag, hoe 't blikje totaal verdween. - -«Je moet ook 'n bord aan je huis slaan», beweerde Jos met vollen mond, -«En de deur moet àànstaan. De menschen bèllen liever niet. En zet -'n aardigen groom of 'n livrei-knechtje in 't portaal onder de tweede -lampion. Zoo iets klèèdt». - -'k Ging er maar niet op in. 'k Had al groote onaangenaamheid gehad -met de vrouw, die 's morgens bij me werkte. Ze verkoos niet langer te -komen, wanneer de voordeur open bleef. Ze was gewoon, in fátsoenlijke -huizen te werken, zei ze. - -Intusschen legden we de laatste hand aan den uitgebreiden catalogus. 'k -Had de lijst persoonlijk met m'n fraaiste letter in elkaar gezet en -'t ding zag er goed uit. Alleen deed 't wellicht wat eentonig aan. Er -zat dan ook weinig afwisseling in 't oeuvre van Jos. 't Was maar: -Appelen met ui, Stemming, Ui met appelen, Appelen met peer, Stemming, -Peer met ui, Ui met boek, Boek met appelen, Stemming. 't Begon op -'t laatst voor je te dansen. Daardoor heb 'k me bij de nummering wel -eens vergist. 'n Studie tenminste, welke als Ui, met 'k weet niet -meer wat, stond aangeduid, leek van dichtbij vaag op Co, wanneer ze -langzaam van 'r merkwaardige sofa verrijst. Ook waren er verschillende -krabbels, waaruit Jos zelf niet meer wijs kon. Die werden dan maar -weer «Stemming» gedoopt. En ongeveer 'n vijftal doeken hingen onderste -boven. Doch dat merkte je zoo gauw niet. Door een en ander kwam 'k -echter tot 't begrip, dat kunsthandel 'n apart en zéér moeilijk vak is. - -Den vierden dag van de expositie «ten bate van 't Steuncomité» -verschenen er twee bezoekers. Jos was juist even uit. 'k Trad ze -minzaam tegemoet. En leidde ze rond. - -De heeren deden wat gereserveerd. Maar 'k dacht: «Komt er niet op -aan. Als jullie maar kóópen». En 'k prees 't oeuvre Henkeman's aan -als 't werk van eenige jeugdige, veel-belovende artisten, die zich -gedrongen hadden gevoeld, in deze tijden, enzoovoort. «Je bent 'n -flesschentrekker» signaalde m'n geweten. En 'k stond er zelf versteld -van, dat 'k zoo liegen kon. Doch 'k deed 't voor 'n ànder. - -«En wil 't nogal?» informeerde dan hoogjes een van 't tweetal. - -«Beroerd» wou 'k zeggen. Maar 'k bedacht me, dat men in zaken nooit -te eerlijk moet zijn. Onverschillig sneed 'k daarom op: - -«Langzaam aan, heeren, langzaam aan. Er is tot heden voor 'n vijftig -gulden verkocht». - -«Ha! Vijftig gulden?» riep m'n ondervrager verrast uit. Daarop -haalde-ie 'n opschrijfboekje te voorschijn en teekende er iets in aan. - -'k Keek verwonderd toe. Iemand van de pers misschien? - -M'n bezoeker hielp me echter uit den brand. - -«Mag 'k me eens voorstellen?» kraakte-ie correct. «Van Haersten tot -Vleujen». (Te drommel, waar had 'k dien naam meer gehoord?) «Lid van -'t Steuncomité hier ter stede. We stellen 't natuurlijk zeer op prijs, -dat u zoo ijvert voor de goede zaak. Maar, u houde 't mij ten goede: -als u eens wist, op hoeveel manieren onder ónze vlag 't eigen voordeel -wordt gediend! Ze exploiteeren ons maar, ze exploiteeren ons maar! Ja, -ja! Vijftig gulden dus! Mooi! We zullen van onzen kant wat menschen -aanmoedigen, de expositie te bezoeken. U beseft, dat helpt enorm. En -dan, sta ons toe, dat we uw taak wat verlichten. Wij willen niet, -dat u alles alleen doet. Elken dag van tien tot vier hier te staan, -dat mogen we niet van u vergen. Meneer hier, die, om zoo te zeggen, -een van onze inspecteurs is, zal u bij den verkoop behulpzaam zijn. Hij -is 'n zeer werkzame en vertrouwde kracht. 'k Wil intusschen ook mijn -steentje bijdragen tot 't goede doel». - -'k Boog. De spiegel hing er niet meer. Anders had ik waarschijnlijk -kunnen constateeren, dat 'k er ongewoon bleek uitzag. De inspecteur -keek me doordringend aan. 'k Moest me dus goed houden. En glimlachte. - -'t «Steentje» van 't comité-lid werd een van de ontelbare uien, -ditmaal «met banaan». Vijf gulden werden op m'n tafel gedeponeerd -('k zie ze nòg schitteren) en dadelijk geboekt. Met 'n zorgvuldige -buiging nam de heer van Haersten tot Vleujen afscheid. De ander bleèf. - -Toen Jos terugkwam, heb 'k 'm mee naar boven genomen, naar -zolder. Daar, tusschen de opgestapelde meubels, heb 'k 'm de situatie -uitgelegd. 'k Deed nogal zenuwachtig. Jos staarde me wezenloos -aan. Daarop begon-ie aan al z'n haren te rukken. Met z'n elleboog -stiet-ie 'n pendule van 'n soort console en hij raasde: - -«M'n werk! M'n kostbare werk! Sluit de tentoonstelling. Direct! Ben -ik in de wieg gelegd voor filantroop? Hoe kan 'n vriend je zoo iets -aandoen!» - -'k Trachtte 'm te kalmeeren. En wees er op, dat sluiting op 't moment -onmogelijk was. Wat moest 't comité er wel van denken? - -«Maar m'n arbeid van jaren dan!» huilde-ie met weer 'n pluk aan z'n -haar. «Straat-arm maak je me, 'n bedelaar!» - -«In 's hemelsnaam, spreek wat zachter» smeekte 'k, met m'n gedachten -bij den «inspecteur». Werktuiglijk tastte 'k naar m'n zak. 'k Leende -Jos 'n tientje. En 's middags nam 'k 'm weer mee naar «Riche». - - - -De volgende dagen belde er nu en dan iemand aan bij «Artis Pictura». De -heer Tot Vleujen had nogal connecties. Er werd gekocht, al was 't -niet veel. 'n Tiental rijksdaalders verdwaalden «tijdelijk» naar -m'n portemonnaie. - -Al die vreemde menschen in m'n huis, 't werd me 'n gruwel. Op 'n -dag kneep 'k er 's morgens vroeg al tusschen uit. Tegen sluitingsuur -kwam 'k thuis. De «inspecteur» zag er hoogst vergenoegd uit. 'k Keek -'m vragend aan. - -«De verkoop stijgt» zei-ie verheugd. «Heden twaalf stuks verkocht». - -'k Zocht op de tafel. - -«O» hielp m'n zaalwachter me uit den droom, «die heeft die andere -meneer, die vriend van u, onder z'n beheer. Of 'k u maar groeten wou». - -'t «Beheer» van Jos! De toestand werd onhoudbaar. Hoe meer succes -de tentoonstelling kreeg, hoe meer 't me zou kosten. 'k Zat in -'n labyrint. - - - -'t Einde kwam zeer onverwachts. De expositie was zoowat twee -weken geopend. Ze kreeg steeds meer toeloop. De kranten schreven -er sympathiek over en meldden, op verzoek, niet den naam van den -schilder. Deze bescheidenheid werd 'm als 'n extra verdienste -aangerekend. Hij kreeg 'n anonieme vermaardheid. - -Ik zelf voelde me als dakloos. 'k Sliep niet meer thuis. Die uien -met en zonder, die appelen, 'k had ze tegengegeten. 'k Kon ze niet -meer zien. - -Eens, nadat ik 2 maal 24 uur onder water was gebleven, belandde -'k weer in Artis Pictura. Nauwelijks boven, werd er gebeld. Jos, -vol-ijverig (z'n oogen kregen langzamerhand de schittering van 'n -dubbelen rijksdaalder) deed open. Plots hoorde 'k 'm echter de trap -opstuiven, in vlucht. 'k Trad naar 'm toe. Hij duwde me op zij, rende -de zoldertrap op. «Deurwaarder!» fluisterde-ie me nog toe. Daarop -hoorde 'k boven 'n sleutel tweemaal in 't slot draaien. - -'n Dik heer hijgde zich naar de expositie-zaal. Schuin over z'n -buikglobe betuurde-ie m'n wanden. Bij den eersten blik echter reeds -keek-ie verrast. Dan ontsnapte 'm 'n verbaasd «tsjs, tsjs». 't Was -precies, of 'n ketel stoom uitliet. - -«'k Had--'t--moeten--begrijpen», stuwde-ie moeizaam -uit. «Natuurlijk! Hen--ke--man! O, maar--dat--gaat--zóó--niet!» - -Hij koerste op me af. 'k Besefte ten volle 't gevaar, waarin 'k -verkeerde. Onversaagd moest 'k er me doorheen slaan. - -«Me-neer!» begon de deurwaarder en hij gaf me 'n breed exposé van -z'n verhouding tot J. Henkeman, kunstschilder. - -«Pardon!» hoopte 'k 'm te overrompelen. «De heele collectie is sinds -kort m'n eigendom». - -«Ha ha!» lachte de vreeslijke man en 'k kreeg de gewaarwording, -dat m'n «Artis» met 'n nijlpaard verrijkt was. «Dat kennen we. Jawel!» - -«Ach, neemt u mij niet kwalijk, wat zei u, uw eigendom?» - -'k Dacht zóó bij m'n beneden-buren terecht te komen: de grond onder -me wankelde. Waar kwam die meneer van Haersten tot Vleujen opeens -vandaan? 'k Had 'm nog niet opgemerkt. - -«Doorgestoken kaart, meneer» lucht-exploosde de gevreesde man van -dagvaardingen en andere gruwlijkheid. «We hebben dat--meer--bij de -hand gehad». - -«Ach, laat u mij even uitspreken, hè?» kriegelde Tot Vleujen met -z'n gewoon aplomb, waarvoor zelfs het wettelijke, monster, dat -mijn salon bestookte, moest wijken. En zich tot mij wendend, ging -'t comité-lid verder: - -«U zei.... Hm! En de jeugdige, talentvolle kunstenaars, die zoo -belangeloos.... Expliceert u mij dat eens». - -'k Heb den heer van Haersten terzijde genomen en alles uitgelegd. 't -Was 't eenigste, wat er voor me opzat. Dat kwartier uit m'n leven -vergeet 'k nooit. - -M'n toehoorder wond zich 'n oogenblik zóó op, dat-ie z'n correctheid -bijna verloor. Daarop begon-ie 't geval echter wat menschelijker te -bezien en 't eind was, dat iets van 'n glimlach over z'n welgedaan -uiterlijk toog. Toch bleef-ie zakelijk. - -«Enfin» besloot-ie. «U draagt 't Steuncomité 50 pCt. af. Dan zullen -we er niet meer van spreken. Men exploiteert ons maar, men exploiteert -ons maar! En we sluiten vandaag de expositie». - -«Graag!» stemde 'k van harte toe. Eindelijk zou 'k dus weer 'n -huis hebben! - -«Sluiten?» vroeg de deurwaarder, die nog steeds als 'n Atlas z'n -globe stond te torsen. «Enne....» - -Toen heb 'n lange explicatie met hèm gehad. Met z'n visch-oogen -keek-ie me wantrouwend aan. En telkens als er 'n adem-stoot kwam, -was 'k bang, dat 'k weggeblazen werd. - -Ten slotte was-ie er achter. - -«Dan ìk de andere 50 pCt. Of--'k maak 't bekend». - -'k Protesteerde. 't Hielp niet. 'k Vocht tegen 'n walvisch. - -We zijn gaan rekenen. De inspecteur had alles onaangenaam nauwkeurig -geboekt. Een en vijftig Stemmingen, Appelen met dit en met dat, -tegen 'n eenheidsprijs van vijf gulden, maakte.... 't Was heel -eenvoudig. Op de tafel lag niets. En persoonlijk had 'k slechts -'n tientje opgestreken, want, hòe 't ook ging, aan Jos' «beheer» -was niet te ontkomen. 'k Betaalde dus twee honderd vijf en veertig -gulden. En annonces, «zaal-huur», alles was voor mij. Vervolgens is -de nood-expositie zonder woord van dank gesloten. - -'k Heb boven 'n hartig woordje met Jos gewisseld, hij àchter, ik vóór -de zolderdeur. Op 't laatst werd-ie driest, kwam er uit en verweet me, -dat al z'n bèste werk voor 'n appel en 'n ei gegaan was. - -«Ja, appelen en uien!» maakte 'k me driftig. «Hou maar op! Dat is je -dank. Haal die rommel dadelijk weg. Geen dag langer wil ik 't in huis -hebben. 't Verslindt kapitalen. Artis Pictura!» - -De Volksbond is er weer aan te pas gekomen. Het is merkwaardig, -hoe doorzettend deze lieden zijn. En niets vergaten ze, zelfs geen -gember-pot. - -Jos heeft me 'n heel boozen brief geschreven. En Co krabbelde er nog -'n regeltje onder, dat lang niet slaperig was. Vrouwen laten zich nu -eenmaal door haar echtgenoot verblinden. - -Wanneer 'k weer eens langs de Henkeman's kom, bel 'k nièt aan. - - - - - - - - -DE SCHMINKDOOS. - - -Liefhebberijen zijn toch altijd wel aardig. Timmeren bijvoorbeeld -en draaien en zoo. Dat heb 'k zelf ondervonden, zijdelings. Op -deze manier: - -'t Zomerde. 't Werd vervelend in de stad als in 'n -kapellen-verzameling. 'k Ging dus naar buiten. - -'k Koos Geeswijk. Dat was «je», want je kon 't haast niet vinden. Eerst -ging je natuurlijk per trein. Dan per stoomtram. Dan met 'n -paardentrammetje in aanleg. Eindelijk nog 'n stukje zoo maar. Dan -was je er, sóms. - -Je vond er hei, naar allen kant, in alle kleuren, overal. 'k Zat dus -maar in de warande van m'n hotelletje. Daar zag je de hei óók en op -je gemak. Wat zal een mensch zich moe maken? - -Maar op 'n vrééslijk mooien dag ging 'k toch wandelen. Als je ook -buiten bent! 'k Kwam, langs hei, óver hei, dóor hei, aan 'n weggetje, -waar 'n villa stond. 'k Had 't ding nog nooit gezien. Natuurlijk -niet! Want 't lag àchter m'n hotel en 'k zat altijd aan den -voorkant. Voor omdraaien was 'k te lui. - -'k Verwonderde me, wat dat ding daar op dat weggetje deed tusschen -al die hei. Toen zag 'k hèm. - -'k Herkende 'm eerst niet. Hij was veranderd, heelemaal -bruingebrand. Net 'n Arabier. 'n Hei-Arabier. - -Hij kwam op me toe met uitgestoken hand (de andere hield-ie in z'n -zak, uit verveling). Hij had 'n fluweelen buis aan en 'n tamelijke -broek. Z'n schoenen waren in geen week gepoetst. - -«Wat doe jij hier?» vroeg 'k verbaasd. Want 'k had 'm als student -gekend, vóór jaren. Toen was-ie altijd akelig gesoigneerd. In dàt -opzicht constateerde 'k althans verbetering. - -«Schilderen» antwoordde-ie onverschillig. «Maar....» (en z'n oogen -flikkerden op!) «'k timmer ook wel». - -«Timmeren?» vroeg 'k. - -«Ja», zei-ie, haast nijdig. «Natuurlijk. Je kunt niet altijd -schilderen. Dan ga je dood». - -'k Had daar geen ondervinding van, dus sprak 'm niet tegen. - -«Kom binnen» deed-ie weer vriendelijk. - -'k Trad 't tuintje in. 't Zag er verwaarloosd uit, als z'n schoenen. Ik -màg zoo'n wildigheidje wel. - -«Ga mee» zei-ie kort. - -'k Dacht, dat-ie me z'n «villa» wou laten zien. Maar 't viel mee. Hij -bracht me àchter, voorbij z'n moestuin. - -Daar stond z'n atelier. - -«Ha!» zei 'k. «Je werk. 'k Ben benieuwd». - -«Ach wat» mompelde-ie weer onverschillig. En hij liet z'n atelier -links liggen. En bracht me in 't schuurtje er naast. - -«Hier timmer 'k» zei-ie stralend. - -«Hum» deed 'k neutraal. 'k Nam 'm eens aandachtig op. 'k Vond 'm wat -vreemd. En 'k begreep 'm niet goed. - -«Timmeren?» vroeg 'k weer. «En je schildert?» - -«Ook» bromde-ie ontstemd. «Daar!» - -«En lóopt je zaak?» informeerde 'k belangstellend. - -«Wélke zaak?» - -«Wel, je timmer-zaak natuurlijk». - -«O, dat is liefhebberij» lichtte-ie me eindelijk in. «M'n vak is -schilderen». - -Ha, 'k wàs er nu dan toch. Gelukkig! - -«'k Had 't moeten begrijpen» verontschuldigde 'k me. «Jullie artisten -zijn altijd onpractisch. Laat me je werk nu eens zien». - -Hij krabde zich 't weelderige haar. - -«'k Heb den laatsten tijd niet veel gemaakt» zei-ie, half verlegen. - -«Zoo? Lui geweest?» - -«Dat niet» legde-ie uit. «Maar 't vindt zoo weinig aftrek, weet je». - -«Ja» troostte 'k 'm. «Dat is in de stad net zoo. Maar je hebt toch -wel wàt?» - -«O, jawel». - -Hij keek rond. - -«Kijk» wees-ie me dan. «Die stoof. 'n Moeilijk onderwerp. Vijf -gaatjes». - -«'n Stilleven?» vroeg 'k nog. - -Maar hij bedoelde 'n héúsche stoof, die-ie getimmerd had. Hij nam 't -ding op, liet 't me zien. 't Bleek 'n zeer schetsmatige stoof. Eiglijk -moest 't nog stoof wórden. Of misschien 'n sigarendoos. 't Was -twijfelachtig. - -«Maar 'k vroeg naar je werk, je échte» maakte 'k me warm. «Al zijn -'t maar studies, 'n krabbel. Daar smul 'k van». - -«O!» haalde-ie z'n schouders op. «Als je dan bepaald wil. Maar.... 't -is zoo vervelend!» - -Hij duwde 'n deur open. We stonden in z'n atelier. - -'k Snuffelde rond. Koeien, halve koeien, koeien in aanzet, koeien in -opzet, koeien in eerste lijn. Ook portretten. Affe, half-voltooide, -verdoezelde, schemerende. 'n Enkele maal was 't niet volkomen -duidelijk, of 'n koe bedoeld werd dan wel 'n portret. Ook 'n paar -landschappen, veel gras, érg groen. 'k Hoùd niet van groen. Ieder -z'n smaak. Hij had gelijk. 't Wàs.... vervelend. - -«Kom toch hier» hoorde 'k uit de schuur. Beukers--o, ja, eindelijk -herinnerde 'k me z'n naam. 'k Zat er al over in--was weer terug naar -z'n zagen en schaven en spijkers. Andermaal gaf 'k 'm gelijk. Die -onménschlijke koeien! - -M'n hei-vriend peuterde met 'n beitel aan 'n plank. Uit z'n zak stak -'n drilboor. - -«Timmeren is heerlijk» sprak-ie als 'n kind. - -«'k Kan 't me begrijpen» stemde 'k toe. Als je ook geen keuze had -dan tusschen dat en.... dat andere! - -«Kijk» wou-ie me winnen voor z'n liefhebberij. Maar 'k moest even -naar buiten. 'k Zag nòg die portretten! - - - -'k Heb Beukers die vacantie-week nog 'n paar keer bezocht. Hij was -getrouwd, had drie kinderen, was dus compleet. - -«En bevalt 't u hier buiten nogal, mevrouw?» vroeg 'k in den vorm. - -Z'n vrouw zei er niet veel op, keek maar naar de hei. Dàt is 't, wat -'k tegen 't huwelijk heb. Er zijn altijd twee menschen voor noodig. En -licht dat er dan één op een of andere manier bij te kort komt. - -Bij m'n tweede bezoek al was Beukers minder opgewekt. Hij deed -afgetrokken, melancholisch. - -«Wat heb je?» vroeg 'k op den man af. - -Toen lei-ie me z'n hart bloot. 't Kwam door z'n liefhebberij. Hij -wist er geen weg meer mee. Hij wou timmeren, zagen, schaven, maar -wàt? In Geeswijk kende-ie niemand. Z'n vrouw had al drie stoven, in z'n -atelier stonden nòg meer lijsten (hoogst primitieve!) dan schilderijen, -en z'n kinderen had-ie reeds met zòòveel houten speelgoed verrast, -dat ze er niet meer van wenschten te accepteeren. Daar zàt m'n Arabier. - -«'n Moeilijk geval», peinsde ik. Kon 'k 'm maar helpen! - -Daar schoot me iets te binnen. 'k Zag licht! - -«Kerel», zei ik, «als je us 'n schminkdoos voor me maakte?» - -Beukers' oogen fonkelden. En de krul in z'n baard leek me meer -geaccentueerd. - -«'n Schminkdoos, zeg je?» vroeg-ie zenuwachtig. - -«Ja», ging 'k door, verheugd om die vondst. «De mijne is stuk. Je weet, -'k speel 's winters comedie. 'k Wou wel graag 'n nieuwe hebben. Maar -'t moet 'n beetje 'n stevige zijn, zie je? Want er wordt op reis -nogal mee gesold en gegooid. Doè je?» - -Hij was opgestaan, blij, verward. «Maar is dat niet moeilijk, zoo'n -doos?» aarzelde-ie nog. - -«Wel nee, kerel», sprak 'k 'm moed in. «'k Zal je natuurlijk precies -opgeven, hoè 'k 'm hebben moet. Dat is voor jou 'n peulschilletje. Jij -met je gereedschap!» - -«Kom mee!» deed-ie opeens enthousiast. «We beginnen». - -We gingen weer naar de schuur. Beukers haalde 'n vervaarlijk -timmermans-potlood uit, nam groote vellen papier en tot driemaal -ontwierpen we 'n schets. De eerste leek op 'n verhuiswagen, de tweede -op 'n hondenhok, de derde had ièts van 'n schminkdoos. - -«Kijk», lei 'k uit. «Hier 'n laadje voor pruiken. Daar ruimte voor -handdoeken. Hier berg 'k m'n poeierdoos. Daar schmink-rommel. En -boven....» - -Beukers kon 't niet bijhouden. 't Duizelde 'm. 'k Begon opnieuw. Nog -eens. Nog eens. Toen was-ie er eindelijk zoo wat achter. Maar z'n -notities moesten nog gerangschikt. Dan kwam 't wel in orde. - -Dien middag bleef 'k eten. We praatten tot diep in den nacht over -'t plan. Beukers had wèrk! - - - -Die schminkdoos bracht 'n algeheele verandering in Beukers' leven. Voor -dag en dauw was-ie in de weer, sloot zich op in z'n schuur. Daar -werd niemand toegelaten, ook ik niet. 't moest 'n verrassing voor me -blijven. Z'n vrouw en kinderen zàgen 'm niet. - -«Kerel, je overwerkt je», zei 'k beangst, toen 'k na de koffie -weer eens bij 'm opliep. «Laten we 'n fietstochtje maken. Dat zal -je opfrisschen». - -Hij vond 't goed. En we zijn gaan trappen. Verschrikkelijk! Als zoo'n -hei-Arabier er eenmaal 'n gangetje in zet! 'k Moest wel mee, want -'k had 't plannetje voorgesteld. Maar 'k zag geen heilig huisje, of -'k stapte even af. En dronk wat. En hìj dronk wat. En ìk betaalde. Zoo -wàs Beukers nu eenmaal, erg aan den zuinigen kant. - -Voor 'k uit Geeswijk vertrok, heb 'k 'm bij me te dineeren gevraagd -in m'n hotel--z'n vrouw was dien dag toevallig niet erg lekker. 'k Heb -'m iets heel fijns voorgezet. Iemand die ook zoo aardig voor je is! En -'n flesch! En 'n sigaar! En 'n likeurtje! Enfin, 'k haalde uit. - -«Wordt-ie mooi?» vroeg 'k nieuwsgierig. - -«'n Pracht-stuk!» betoogde Beukers. 'k Liet nóg twee likeurtjes komen. - -«'t Zal wel 'n erg peuterwerk voor je zijn», informeerde 'k verder. - -Beukers zette 'n paar oogen op als de koeien (halve, heele en de -andere) in z'n atelier. - -«Peuterwerk?» vroeg-ie verbaasd, «'k Heb geen handen meer aan m'n -lijf». - -«Zwaar hout?» opperde 'k. - -«Vreeslijk zwaar», stemde-ie toe. 'k Liet champagne aanrukken. - - - -Thuis vertelde 'k m'n vrouw van de schminkdoos, welke in -aantocht was. Ze was niet mee naar Geeswijk geweest wegens -familie-omstandigheden. Zoo heette 't tenminste. Maar 't geheim zat 'm -hierin, dat ze wel 'n straat- en 'n strandpakje, maar geen hei-costuum -had. En dan gaat gèèn vrouw naar Geeswijk. - -«Aardig voor je», zei ze vriendelijk, «zoo'n doos». - -«Ja», zei 'k blij. - -De schminkdoos kwam maar niet. 'k Wachtte, weken, weken. Toen vergat -'k 't ding. - -Op 'n Zondagmorgen--de meid was uit, dus 'k moest zelf open doen--hield -er 'n wagen van 't spoor voor onze deur stil. 'k Ging de trap af. Wat -kon dat zijn? - -«Asjeblieft, meneer», zeien twee mannen, zonder stem meer, zoo sjouwden -ze. «Afteekenen». En ze zetten iets voor m'n huis, onbeschrijflijk! - -«Wat moet dat?» vroeg 'k onthutst. «Geen aardigheid alsjeblieft. Je -bent verkeerd». - -«Toch niet, meneer». En ze lazen 't adres op. - -'k Monsterde 't monster, 't gevaarte. Zat er 'n piano in dat -getimmerte? En wat 'n ijzerbeslag en 'n hangslot! - -«Waar komt dat vandaan?» vroeg 'k nog, verward. - -«Uit Geeswijk, meneer». - -Toen begreep 'k. 't Was de schminkdoos.... - -Voor twee kwartjes wilden de mannen de brandkast wel naar boven -hijschen. Maar dan moesten ze ook nog 'n fleschje bier. 'k Stemde -toe in alles. - -M'n vrouw was bleek van den schrik. Zelf stond 'k met stomheid -geslagen. - -Er was 'n briefje bij. 'k Las 't, werktuiglijk. - - -«Amice, - -Hierbij je schminkdoos. 'k Hoop, dat er ruimte genoeg is voor de -handdoeken. Je hoeft me natuurlijk alleen maar 't hout te betalen en -'t ijzer en de andere kosten, samen f 23.35. Wil je er me bepaald 'n -aardigheidje voor terugsturen, ga je gang. Maar 't hoéft niet. Gegroet! - -Je Beukers». - - -'k Denk nog altijd over 't «aardigheidje», dat 'k 'm zenden zal. Als -iemand misschien eens iets weet, een of ander martelwerktuig? - -Met die schminkdoos kan 'k nergens meer 'n engagement krijgen. 't -Wordt te duur op reis. Zooveel vracht! - -We zijn er ook grooter voor gaan wonen. - - - - - - - - -"BOMMIE". - - -Bommie was 'n heel aardige kerel. En 'k heb dikwijls veel pleizier -met 'm beleefd. Alleen was-ie min of meer gevaarlijk, ook voor -zichzelf. Hij had eigenlijk goochelaar moeten worden. Daar had-ie -bijzonder veel aanleg voor. In die richting zou-ie 't 'n heel -eind gebracht hebben. Maar 't lot wilde nu eenmaal, dat-ie de -tooneelloopbaan koos. En dat was tot z'n eigen schade en tot die -van anderen. - -Niet, dat-ie geen aanleg had. Integendeel! 'k Geloof zelfs, dat-ie -over meer talent beschikte dan velen, die slagen. Z'n stem klonk -als brandgelui en hij kon vreeselijk gemeene gezichten trekken. Ook -had-ie 't gebaar, 't breède, en nog meer dingen, die iemand geschikt -maken voor acteur. Doch réusseeren was voor hem slechts mogelijk in -zeer verre toekomst. Wil 'n jongmensch er tegenwoordig komen op 't -tooneel, dan dient-ie vóór alles «de plooi» te hebben, in z'n ziel -en in z'n pantalon. En z'n stem legge zich voornamelijk toe op 'n -aangename smachting. Anders is-ie voor de eerste tien jaar reddeloos -verloren. Te drommel, de directies willen jongelui, waar «aardigheid» -aan is! Wie hebben succes in 't gewone salon? Zeker niet de kniesooren -en strafkijkers! En op 't tooneel, dat 'n «publieke» salon is, kan -men ze nog veel minder gebruiken. - -Bommie nu had heelemààl de plooi niet. Nee, hij zat vol kreukels, van -binnen en van buiten. Hij was nog van de romantische school, de oude, -die z'n hart ophaalde aan zwierige vagebondage, bohémiensche frank- -en vrijigheid. Hij hoorde heel en al niet thuis op de tabouret der -maatschappelijke geëduceerdheid. Daarom was er voor hem geen plaats -op de «Bühne». Over twintig jaar misschien.... O, dan kon men altijd -nog eens zien! - -'t Sprak vanzelf, dat Bommie hierdoor gaandeweg in ongelegenheid -geraakte. Doch meesterlijk was de wijze, waarop-ie zich daaruit -telkens weer redde. - -"Bommie komt!" Dat klonk, op repitities, samenkomsten, waar ook, als -'n waarschuwing, zoo ongeveer als: «Pas op, de tram!» Want dan was -er gevaar, onmiddellijk gevaar. En we waren allen op onze qui-vive. - -'k Heb daar eerst flink leergeld voor betaald. Bommie--hij heette -eigenlijk Robert, waar ze Robbie van maakten en toen Bobbie en -eindelijk Bommie--maakte geen te ondegelijken indruk, al zag-ie er -wat verfomfaaid uit. Doch die fomfaaierigheid wist-ie altijd binnen -'n zekere lijn te houden, waardoor 't meer 'n gewilde nonchalance dan -wel 'n gebrek aan gestreken garde-robe leek. Daarbij droeg-ie immer -slobkousen, weer of geen weer, wat toch in elk geval iets gekleeds -gaf. En z'n jas, hoewel niet van onberispelijken snit en lang niet -gloednieuw, verried door 'r getailleerdheid toch 'n zekeren hang -naar élégance, waardoor men 'm niet van onverschilligheid voor z'n -uiterlijk kon beschuldigen. Ja, keek men niet al te nauw, dan kon -men zelfs aannemen, dat-ie eenmaal baron gewéést was. - -«Bommie komt!» Dat kon niet genoeg gewaarschuwd. Want telkens weer -liep je er in. Hij had 'n manier, om je je laatste rijksdaalder uit -je vestzak te goochelen, welke bepaald 'n creatie was. Daarom, hij had -zich als prestidigateur moeten ontwikkelen. Z'n verbluffende wijze van -optreden verzekerde bij voorbaat 't succes. Hij had 'n handigheid, -om je aandacht af te leiden en je dan opeens te overrompelen, welke -waarlijk buitengewoon was. Menig nooit weergezien muntje dan ook -en riksje van me zijn door z'n vingers gegaan. 'k Neem 'm dat niet -kwalijk. Volstrekt niet. 'k Bedank 'm zelfs nog voor 't genoegen, -dat-ie me met z'n weergalooze gladdigheid verschafte. Originaliteit -is zoo zeldzaam! - -Op den duur echter werden z'n aanslagen verijdeld. Had 'k indertijd 'n -zeer gewillig vestzakje, waar 'k gemakkelijk met duim en wijsvinger in -dook, 't leven leerde me, wat voorzichtiger te zijn. En 'k liet er 'n -knoop op maken. Dat is altijd secuurder. Dan heeft men meer bedenktijd -bij 'n onverhoedschen aanval. Ook is zoo'n knoop op zichzelf al 'n -waarschuwing. Als je 't ding voelt, gaat er zooiets door je hoofd van: -«Pas op! Berg je! De vijand loert!» En je laat je zakje dicht. - -Bommie ging dan ook tot wanhoopsmaatregelen over. Eens ontlastte-ie -'n collega van twintig pop òp 't tooneel. Dat leverde-ie 'm zóó: - -We speelden in de provincie, 'n blijspel. Bommie, na 'n groote scène -met Winkels, moest af. Maar bij de fond-deur keerde-ie zich weer om -en hij stapte opnieuw op Winkels toe. Hij wist namelijk, dat die 'n -vrééselijk dikke portemonnaie op zak had. Winkels toch had pas z'n -gage ontvangen (Bommie zat zóó in 't voorschot, dat hij voorloopig -niets kreeg) en had dat alles, gewisseld, bij zich gestoken, want in de -kleedkamer dorst-ie 't niet achterlaten.... voor 't personeel. Bommie -nu laschte brutaalweg 'n scènetje in, dat buitengemeen slaagde. Hij -vroeg Winkels wat money te leen en deed dat met zulk 'n routine(!) en -zooveel overrompelende kwinkslagen en èchte gebaren, dat men in de -zaal hartelijk zat te lachen, want daar dacht men natuurlijk, dat -'t alles zoo in 't stuk hoorde, Eindelijk maakte-ie 'm gewoon z'n -portemonnaie afhandig, nam er twintig popjes uit en verliet dan met -'n hoofsche strijkage 't tooneel. Men riep 'm terug bij open doek, -maar hij kwàm niet! - -Zulke uitersten echter wezen op 't begin van 'n volstrekt einde. En -daar liep 't voor Bommie dan ook al aardig naar toe. Z'n naam alleen -reeds verspreidde 'n schrik. Of er 'n bòm in aantocht was in plaats -van 'n Bommie! Men zou zich zelfs wettelijk tegen 'm moeten gaan -verdedigen. - -'k Had 'm in geen half jaar gezien, wist niet, of-ie nog engagement -had of weer leefde op hoop van zegen. Daar, plots, op 'n snikheeten -Juni-dag kwam 'k 'm tegen in de Kalverstraat. 't Was zoó smoor-warm, -dat men de menschen met 'n stok zelfs niet naar 't paardenspel -kreeg. In die fabelachtige temperatuur was 't geniale plan in 'm -gerijpt, 'n «eigen» gezelschap te beginnen. - -«Goed, dat 'k je zie», zei-ie dadelijk met z'n waarlijk klankvolle -stem. (O, waarom kon-ie toch «de plooi» niet bemachtigen!) «'k Liep -je juist te zoeken.» - -«Wel toevallig», meende 'k. 'k Keek wat wantrouwend, dacht aan -m'n knoop. - -«Ja, dat is 't», stemde-ie toe. «Maar laten we ergens gaan zitten. 'k -Moet je noodzakelijk spreken. Wat mag 'k je aanbieden?» - -Hij vroeg dit «breed». Trouwens, 't «gebaar» was 'm toevertrouwd. 'k -Nam 'm eens nauwkeurig op. Ja, z'n kreukels waren leelijk -toegenomen. En dat-ie zelfs in deze hitte z'n slobkousen nog niet -aflei, getuigde van 'n wel wat èrg gewilde nonchalance. Doch in z'n -jas zat nog 'n aangename getailleerdheid, welke 'm wel 'n gentlemennig -fleurtje gaf. En z'n blik fonkelde van durf. Had-ie 'n bofje gehad? 'k -Zou 't er nog maar eens met 'm op wagen. En we traden «Polen» binnen. - -'k Zat nog geen tien minuten, of Bommie had me ten volle van z'n -juisten blik in zaken overtuigd. En 'k twijfelde niet in 't minst -meer aan de levensvatbaarheid van z'n plan, ja, aan 't noodwendige -daarvan. 'k Kwam volkomen onder den invloed van z'n melodieus geluid -en hij had bepaalde gestes, waarvoor zelfs 'n deurwaarders-argument -wijken moest. - -«'t Tooneel is verrot». Hierop hoofdzakelijk kwam z'n redenatie -neer. «De fantasie is weg, 't spel, 't èchte. Niets dan woordkunst, -maniertjes. Maar 't publiek heeft er genoeg van. Dat merk je aan -alles. En nu wil ik er 't eerste bij zijn, zie je? Heb ik geen -gelijk? 'k Zal de lui weer eens toonen, wat 't eigenlijk zeggen wil: -comedie-spelen. En nu is er in 't heele land maar één, die precies -weet, wat 'k hebben moet, die me begrijpt. Dat ben jij». - -'k Was zeer gevleid, vroeg, wat-ie gebruiken zou. Daarop legde-ie me -nader uit: - -«Geen breekbaarheidje voor den salon, hoor! Nee, 'n ding van -hartstocht, geweld, waarin 'k me geheel geven kan, van alle -kanten. Alle rollen zijn voor mij, tenminste de voornaamste. Dat -spaart ook 'n boel op de reiskosten uit. En karàkters, asjeblieft, -mènschen! Geteem hebben we nu al genoeg gehoord. 'k Wil eenvoùdig -beginnen, in de provincie. Wat heb je aan al dien ophef? En zit 't ding -er eenmaal in, dan komen we er mee naar Amsterdam en je zal eens wat -beleven! Haha! Heb je al 'n idee? 't Moet als de drommel klaar, hoor!» - -'k Heb 'n dagje loopen denken en toen hàd 'k 't. 'n Pracht-inval! 'n -Eén-acter. Natuurlijk! Wie schrijft er tegenwoordig nog wat anders? 't -Heette «Jantje Strop», speelde in 'n dievenkelder. 'n Vreeselijk -lugubere geschiedenis. Achtereenvolgens kwamen zeven allergemeenste -types op, nooit twee tegelijk natuurlijk, want ze moesten stuk voor -stuk gecreëerd worden door Bommie. 'n Ongeëvenaard kluifje voor zijn -talent. 'n Baron aan lager wal, 'n verver met loodwitvergiftiging, 'n -ontsnapte boef, 'n valsche munter met 'n bult, 'n idioot, 'n opkooper -van gestolen goed, die stotterde en mank liep en 'n vervallen inbreker -met delirium. Hoe kreeg 'k 't stelletje bij elkaar! Bommie was diep -getroffen, toen 'k 't 'm voorlas. Driemaal drukte-ie me zwijgend de -hand. Daarop zei-ie, met den geroerdsten klank in z'n stem, welken-ie -maar vinden kon: «Je krijgt 7 procent van de bruto recette.» Toen ben -'k maar us heel fijntjes gaan dineeren. - -De repetities waren 'n lust. Bommie leerde alle zeven rollen tegelijk, -wat vooral in 't begin wel eens akelig was om aan te zien. Dat-ie -er niet stapel van werd! Er speelde ook nog 'n juffrouw mee met -'n onbeschrijflijk schor geluid, waardoor ze uitnemend in den -dievenkelder paste. En 'n jongmensch, die eens persoonlijk de hand had -mogen drukken van Louis Bouwmeester, wat-ie nooit meer te boven kwam: -hij bleef voor z'n leven acteur. - -'t Was alleen maar vervelend, dat je nooit precies wist, waar eigenlijk -gerepeteerd werd. Dan weer had Bommie 'n duister lokaaltje gehuurd, -dicht bij 't Centraalstation, dàn 'n geheimzinnige gelegenheid heel aan -'t eind van den Amstel. Dat gaf dikwijls aanleiding tot vergeefsche -wandelingen, wat op den duur vermoeiend werd. De oorzaak echter zat -'m in de incoulantheid van Bommie's betalingen. Als je dan ook 'n -gezelschap hebt, dat er nog in moet komen! - -Eindelijk dan was «Jantje Strop» gekènd. En hoe! Bommie kon z'n rollen -desnoods achterstevoren opzeggen. En de juffrouw met 't schorre geluid -had heelemáál geen stem meer. - -We haakten nu naar de première. Waar zou die plaats hebben? We hadden -al naar allerlei mogelijke plaatsjes geschreven, waarvan 'k ook maar -'t flauwste vermoeden had, dat er wel eens zomergasten op apegapen -lagen. Uit één oord kregen we maar antwoord (ongefrankeerd) en dat -luidde, dat 't te warm was. Nu, dat was ons óók opgevallen: Amsterdam -schroèide onder je voeten. Maar 't zou nu toch zonde zijn na al die -studie! En eindelijk dan toch sloot 'k af met den gérant van den -«Trippenberg», 'n hotel op 'n heuvel van dien naam ergens tusschen -Zutphen en Oldenzaal. De condities waren heel mooi: de hotelier zorgde -voor alles, reclame, enzoovoort, en we deelden samen. 't Leek me -'n erg geschikt debuut. - -Maar de moeilijkheden begònnen pas. Op 'n morgen kwam Bommie bij me met -'n heel bedrukt gezicht. Ik kènde dat. En 'k tastte al naar m'n knoop. - -«Kerel», zei-ie, «nu gaat alles zoo prachtig, hè? De hemel weet, -'n uitverkocht huis in Trippenberg--komt er ook «pers»?--, zeven -rollen als voor me geknipt en nu dreigt die lamme vent van 'n kapper -alles in de war te sturen. En dat om 'n.... bagatel». - -'k Liet me de zaak nader uitleggen. Voor de zeven boeven, die Bommie -had op te knappen, waren zeven pruiken in de maak. 'k Had 'm nog -gewaarschuwd, gezegd: «Kerel, vat je de zaken niet wat groot op? Zou -drie boeven voorloopig voor jou niet voldoende zijn?» Maar hij moest en -zou er minstens zeven hebben. 't Publiek kwam niet om minder. Enfin, -hij had ze nu ook. Maar de pruikjes kreeg-ie niet los zonder contante -betaling. Daar zàt 't jonge kunst-ensemble nu. - -Maar op zoo'n hoopje haar wou 'k de onderneming toch niet doen -stranden. 'k Maakte m'n knoopje wat los, klopte ook nog aan bij -'n kennis, die wel wat voor tooneel voelde en zoo stelde 'k Bommie -'t benoodigde bedrag ter hand. Dat was 'n groote onvoorzichtigheid -van me. Want vier pruikjes smolten al als sneeuw voor de zon, vóór -Bommie den kapper nog gezièn had. En 't zal 'm zeker 'n verbazende -zelf-overwinning gekost hebben, dat-ie de andere drie ook niet -denzelfden weg liet opgaan. - -'t Gaf weer moeilijkheid. 't Stuk was berekend op zeven boeven, -doch er was maar haar voor drie. 'k Ben toen natuurlijk enorm aan -'t veranderen gegaan. De man met de loodwitvergiftiging verviel -heelemaal--en van die figuur had 'k me juist zooveel voorgesteld!--en -de inbreker met 't delirium loste zich op in den opkooper met de vele -gebreken. Kwamen nog twee pruikjes te kort. Doch 'k zei 'm, dat-ie de -ròòie best ook achterstevoren op kon zetten; dat gaf dadelijk 'n heel -anderen kop. En één rol kon-ie gerust met z'n eigen gezicht spelen, -want dat was al gemeen genoeg. 'k Bedoelde: daar kon-ie zònder extra -haar wel de gewenschte uitdrukking aan geven. Mijn hemel, als je -gezelschap dan ook nog jong is! - -Wat 'n voeten 't in de aarde heeft gehad om naar Trippenberg te -komen! 't Ligt ook zoo'n eind uit den weg! Aan 't Centraalstation -weigerde de juffrouw, die nu totaal door 'r geluid heen was, langer tot -'t ensemble te behooren. Ze maakte rechtsomkeert en 'k heb 'r nooit -weergezien. Bommie zat in zak en asch. Maar 'k stelde 'm gerust: -'k zou 't stuk in den trein nog wel veranderen. Bommie bleef echter -wat zwaarmoedig kijken. 't Directeurschap begon 'm te drukken. «En -je kunt geen eens voorschot krijgen», zuchtte-ie half hardop. - -Over 't debuut op den «Trippenberg» wil 'k liever kort zijn. De -hotelier ontving ons met de grootste verbazing. Dat we nog gekomen -waren met die warmte! Nee, wàt-ie ooit gedacht had, dàt niet. Daardoor -was er voor niets gezorgd. Geen sterveling wist van ons optreden. Maar -de première moest en zou doorgaan. En 's avonds is «Jantje Strop» -dan voor 't eerst en voor 't laatst gespeeld voor zes logé's, den -hotelhouder, den veldwachter, 'n man in 'n blauw boezeroen en de -werkmeid. Pers hadden we niet. - -'k Geloof niet, dat 't stuk erg begrepen werd. Als je dan ook opeens -twee rollen moet laten uitvallen en je eenigste actrice vlak voor de -voorstelling de plaat poetst! En dan vergiste Bommie zich telkens met -z'n pruiken. En 't décor leek heelemaal niet op 'n dievenkelder. En -de bult van den valschen munter zakte af. En juist, toen Bommie 't -publiek er 'n oogenblik onder kreeg met z'n ontsnapten inbreker, viel -'n coulisse om. Dat zijn allemaal dingen, die de stemming bederven. 'k -Heb tweemaal laten «halen», om Bommie 'n pleizier te doen. Maar in -de zaal zag je niemand meer. - -M'n contract met den hotelier bleek toch niet geheel in orde. We -meenden, dat 't logeeren van 't jonge ensemble op zijn rekening -kwam. Doch daar dàcht-ie niet aan, zei de gérant, die niets voor kunst -bleek te gevoelen. 't Wanhoopsgezicht toen van onzen «directeur» -smartte me tot in de ziel. En 't jongmensch, dat eens Bouwmeester -de hand gedrukt had en mijn persoon betaalden van harte 't séjour -van onzen «directeur». De 7% bruto-recette schonk 'k 'm. Toen werd -'t ensemble op staanden voet ontbonden. - -Waar Bommie tegenwoordig zit? 'k Weet 't niet. 't Gaat soms zoo gek in -de tooneelwereld. Lui, waar je in geen jaren van hoort, duiken plots -op in 'n pracht-rol, die ze voor 'n seizoen beroemd maakt. Straks -verdwijnen ze weer als explicateur in 'n bioscoop. Of ze reizen, als -impressario, met 'n visch-mensch. Ook geloof 'k, dat onder de èchte -wilden, die je op elke fatsoenlijke tentoonstelling ontmoet, altijd -goeie acteurs schuilen, lui met 't breede gebaar en de romantische -kreukel in hun ziel. Dit laatste zou wel iets voor Bommie zijn. 'k Zie -'m al als stamhoofd met veeren in 't haar! - -Maar, onder ons gezegd, 'k verdenk 'm ervan, dat-ie in alle stilte naar -'n compagnon zoekt. Daarom houd 'k m'n adres angstvallig geheim. 't Zou -me hard vallen, onze vele tooneelgezelschappen 'n zware concurrentie -aan te doen. - - - - - - - - -HET KOOPJE. - - -«Hallo, Bob!» stond Chris 'm al uit de verte toe te juichen -tusschen de rog. Bob, op 't voorbalcon van 't paardetrammetje, -dat slechts uiterst langzaam z'n weg naar Heezum vond, wou iets -terugroepen. Maar de te felle klatering der mooi gepoetste bel, -waaraan de boerenslungel-koetsier trok, of-ie daar 'n fijne muziek -aan z'n dorp bracht, weerhield 'm. «Hallo, hallo!» schreeuwde Chris -weer. Bob knikte, woof, dat-ie 'm wel hoorde. Meteen greep-ie naar z'n -hoed, want hij ving nogal wind. Dan, met 'n hevig gekners en ge-rem, -hield 't makke vervoermiddel stil. Zich bukkend, want hij stond vrij -benauwd, steeg Bob van de voorplecht en de twee vrienden begroetten -elkaar met groote hartelijkheid. - -«'k Was je wel komen halen», schreeuwde Chris; hij schreeuwde nòg, -ofschoon er niet de minste reden meer voor was; maar hij was altijd -wat lawaaierig, «maar je weet, hè? Ik en tijd! 'k Stond net m'n -kwasten uit te spoelen, toen 'k op eens dacht: Hé, die Bob! Toen was -'t al te laat voor den trein. Ja, je moet me nemen, zooals 'k ben». - -Jovialig klopte-ie z'n vriend, ofschoon die 'n heel stuk langer was, -'n paar maal op den schouder. Daarbij moest-ie telkens 'n soort -klim-beweging maken en wapperde z'n kap-jas, die-ie de hemel wist -waarvoor droeg, of-ie vogels verschrikken wou. Dat alles paste heel -goed bij z'n komische verschijning van kabouter-man met gewichtig -langen baard en grooten glinster-bril, waarachter de slimme oogen -voortdurend felletjes loerden. Hij had best dienst kunnen doen als -grappig tuinbeeld, dat men aan 'n vijver zet als stomme bewaker van -karper en goudvisch. - -«Hij is dezelfde nog», dacht Bob, terwijl-ie 'm van terzijde -opnam. Maar verder kon-ie niet veel aandacht aan 'm wijden, want -de lange dorpsstraat, hoewel er niet veel aan was, interesseerde -'m. Des te meer echter bemoeide Chris zich met hèm, wees 'm de kerk -en de pastorie en de sigaren-fabriek en den weg, die naar 't kasteel -liep. Bob knikte, er met z'n hoofd niet erg bij, dat aan al dat nieuwe -nog moest wennen. Hij was 'n fijne kerel, die, als-ie maar even kon, -aan de letteren deed; z'n overigen tijd zat-ie op 'n kantoor. Hij was -er nu met vacantie 'n paar dagen tusschen uit, die-ie graag doorbracht -bij z'n ouwen vriend Chris, die 'm geïnviteerd had. De rust van -'t dorp deed 'm nu al weldadig aan. Wat moest 't heerlijk zijn, -àltijd buiten wonen! - -Opeens hielden beiden stil. «We zijn er», beduidde Chris met breed -gebaar, waarbij-ie weer rumoerig fladderde. «Ziehier mijn stulp». - -De «stulp» was 'n aardig buitenhotelletje, waar de schilder al sinds -'n paar maanden z'n intrek had genomen, met achter 'n boerderij en -verdere landelijkheid. De beschutte warande vóór trok Bob dadelijk -aan. Maar Chris vond, dat-ie zich eerst op moest knappen en z'n kamer -zien en kennismaken met de lui, die 't hôtel hielden. Dàn was 't nog -vroeg genoeg om te «genieten». - -Bob zàg z'n kamer, knàpte zich op, drukte 't boeren-echtpaar, dat -Chris al even druk bebaasde als z'n logé, de hand en toen, omdat 't -bij halfeen was, zouden ze meteen maar koffiedrinken, bòven. Bob, -hongerig van de reis, liet zich 't mik-brood, de versche eitjes, -de ongerookte ham en den vruchten-koek goed smaken. Ze zaten in -de gezellige balconkamer, alléén. De overige, weinige gasten toch -waren er den heelen dag op uit met de fiets. «'t Gaat er nogal bij -je in», lachte Chris, die zelf voor drie at. Daarop, 'n sigaar in 't -hoofd--Bob, die niet rookte, bedankte--bracht-ie 'm naar z'n eigen -kamer, welke-ie zooveel mogelijk als atelier had ingericht, toonde -z'n jongste werk, 'n voltooid schilderij, schetsen, krabbels. Bob, -zwijgzaam, knikte, keek. Dan, rondkijkend, wees-ie: - -«'n Aardig tafeltje heb je daar». - -«Ja, hè?» ging Chris er dadelijk met vuur op in, want «antiek» was z'n -liefhebberij, z'n passie. «Voor 'n koopje op den kop getikt. Je vindt -hier anders niet veel meer. De joden hebben den boel afgegraasd. Die -kandelaar heb ik gisteren nog gekocht». - -Hij haalde z'n koperen vondst van den schoorsteen, reikte 't Bob -bewonderend aan. Bob die al zooveel van die dingen had gezien, kon er -weinig bijzonders aan vinden, maar zei er toch iets aardigs van. Z'n -blik echter ging weer naar 't tafeltje. - -«Weet je wat?» stelde Chris opeens voor, die 't nooit lang binnen -uithield. «We maken 'n wandeling. Dan breng 'k je naar 'n boerderijtje, -dat 'k al 'n paar dagen op 't oog heb. Daar valt wel wat te schilderen, -geloof 'k. En jij schrijft er 'n schetsje van, kerel. Prachtig, hè?» - -Bob, natuurlijk, vond 't goed. Die warande, waar-ie droomerig te -luieren dacht, scheen nu eenmaal voorloopig niet voor 'm weggelegd. En, -nadat Chris nog 'n teekenboek en potlood bij zich gestoken had, -togen ze op marsch. - -«'t Is hier mooi met die hei», merkte Bob 'n paar maal op, Chris, nu -zònder kapjas, in z'n fluweelen buis, stappend, of de heele wereld -van hem was, gaf enthousiaste beschrijvingen van de omstreek, -de binnenhuizen, de boerentypes. Bob luisterde maar, z'n hoofd -vol van de zomerschheid, welke zich als 'n weelde van overal aan -'m opdrong. Hij kon zich Chris' bewondering zoo goed indenken, vond -alleen, dat 't zonder die vermoeiende luidruchtigheid ook wel ging, -Enfin, zoo wàs Chris. - -Ze hadden 'n goed half uur geloopen. Bob, dat wandelen niet gewoon, -zette er al 'n kalmer gangetje in. «Kijk», onderbrak Chris zichzelf, -wijzend. «Hier is 't». - -Links van ze, aan 'n mullen zandweg, die 't rechte spoor niet volgde, -stond 'n oud, vervallen huisje. 't Half weggevreten stroodak helde -onrustbarend naar voren, scheen 't scheefgezakte boeltje nog extra -te drukken. De steenen, 't kozijn, de deur, alles was van 'n hoogst -onbestemde kleur en wees op armoe. 't Heele gedoetje school half weg -achter 'n paar zwaar-groene boomen, die 't nog 'n zeker fleurigheidje -gaven. 't Was 'n kijkje voor 'n schilder, om niet van weg te komen. - -«Ja, ja», knikte Bob. Zooiets had-ie zich wel gedacht. - -«Kom mee», zei de ander, die manhaftig op de deur toestapte en hij -lichtte de kling op. - -«Gaat dat zoo maar?» vroeg Bob nog, die wat bedeesd was aangelegd. - -Chris lachte luid. «We zijn hier in 'n vrij land», riep-ie dan en -hij trad naar binnen. Schuchter volgde 'm Bob. - -Eerst zagen ze niet veel, want 't was er donker. 't Wende echter dra -en ze ontwaarden in 'n hoek 'n al bejaarden boer, die ze van onder -z'n pet, al maar aan 'n zwartige pijp halend, leepjes zat aan te -kijken. Verderop stond nog 'n vrouw, die 'r half dichtgeknepen oogen -eveneens den kost gaf. En beiden bleken van 'n groote zwijgzaamheid. - -Chris, met z'n gewone lawaai, maakte 'n praatje. «We mogen hier -wel 'n kijkje nemen, hè?» vroeg-ie parmantig. De boer knikte, -langzaam. De vrouw bleef onbeweeglijk. En de schilder sprak over -'t weer, 't veld, den oogst als iemand, die daar alle verstand van -had. Meteen scharrelde-ie wat rond. - -Bob, niet op z'n gemak--hij hield niet van dat binnendringen bij -vreemden, al waren 't dan ook nog zoo eenvoudige menschen--was gauw -uitgekeken. Trouwens, dat bedompte, lage vertrek met den hobbeligen -vloer, de weinige, verbruikte meubels, de groezelige ruitjes, waardoor -'t licht zuinigjes naar binnen zeefde, hij kènde dat als de schetsen -en de koperen kandelaar van z'n gastheer: 't geleek elkaar alles als -twee druppels water. Op zij kierde 'n deur. Daarachter speelde de zon -haar blakerend spel. Bob, aangetrokken, liep er op af. En hij stond in -'n soort van hof van bijna enkel groen, doch in alle schakeeringen, -waartegen alleen 'n paar kippen hier en daar feller plekten. «Wat -'n rust!» dacht Bob. En hij keek z'n oogen vol. - -Hij had zoo 'n minuut of wat gestaan, toen 'n slag op z'n schouder -'m weer uit z'n gedroom deed ontwaken. «Bliksems mooi van kleur, hè?» -schreeuwde Chris, die z'n hand dadelijk beschuttend boven z'n oogen -hield. «En kijk die lucht eens!» Bob kéék, beleefdheidshalve. Doch -'t mooiste van den groenen hof was er nu al voor 'm af. - -Opeens stootte Chris 'm aan. «Te drommel! Kom eens mee», zei die -geheimzinnig. Bob, volgzaam, ging 'm na. Druk stappend, liep z'n -vriend naar 't schuurtje--links, vlak achter de pomp--, waarvan de -scheeve deur wijd open hing. Vaster plantte Chris zich den bril op -den neus en z'n oogen vlamden, als in ontdekking. Wat hàd-ie? - -«Zie je dat?» vroeg-ie schor. - -Bob zocht. Wat bedoelde Chris? - -«Maar die kàst!» schreeuwde de schilder haast en hij keek voorzichtig -om, of iemand 'm gehoord had. O, ja, nu zag Bob òòk. Dat Chris zulke -dingen altijd zoo dadelijk in de gaten had! - -In 't schuurtje stond 'n kast, zóó verwaarloosd, dat je 't eerst voor -iets anders hield. 't Hout, vervuild, beschimmeld, vertoonde snijwerk, -doch dat mocht eerst wel flink opgehaald. En binnen-in lag stroo en -'n vergane plank. - -«M'n kop d'r af, als ze d'r geen geit of konijnen in stallen», -fluisterde Chris, wiens handen trilden. «Als 'k 'n week later -was gekomen, hadden ze d'r misschien brandhout van gemaakt. 'n -Prachtstuk! Dat zulke lui dat niet zien, hè? Je begrijpt, 'k krijg -'t voor 'n krats. 'k Moet 't alleen slim aanpakken». - -«Zóó heb je d'r toch niets aan», merkte Bob op. - -«Komt er niet op aan. 'n Vakman werkt dat wel bij», deed Chris -zenuwachtig en hij bekeek 't onsecure meubel van allen kant. «'t -Kost me natuurlijk extra. Maar 'k krijg 't ding toch nog goedkoop -genoeg». Hij lachte, wreef zich bij voorbaat de handen. - -«Hoeveel is zoo'n kast waard?» vroeg Bob, nu toch ook geïnteresseerd. - -«Nu, 'k taxeer 'm, als-ie opgeknapt is, op 'n honderdveertig gulden», -lichtte Chris 'm oog-pinkend in. «Laat. mij nu maar m'n gang gaan. Jij -bemoeit je er niet mee. Je weet van niets, hoor?» - -Bob verzekerde 'm met 'n knik. Daarop zag-ie z'n vriend, die 'n erg -onverschillige houding aannam, 't boerenhuisje weer binnengaan. En wel -'n kwartier lang, wat rondkuierend, vermeide-ie zich in den kleinen -hof aan 't groen, den hemel, de stilte. - -«Kom» dacht-ie dan, «'k moet eens kijken, hoe 't er mee staat». En -loom stapte ook hij, door de achterdeur die aanstond, 't boerderijtje -weer binnen. - -«Maar dat is toch geen prijs!» hoorde-ie Chris juist zeggen. «Zestig -gulden! 't Is, dat ik d'r liefhebberij in heb. Je krijgt d'r nog geen -tientje voor. Brandhout! Je zet 'm zèlf in je schuur». - -«As jij d'r liefhebberij in heb, dan zel d'r wel wat an zitte», zei -de boer brutaal, die nog altijd op z'n zelfde plaats zat. «Geen cent -minder, man». - -«Ik groet jullie», maakte Chris er plots 'n eind aan. «Kom mee». Dat -laatste was tot Bob, die 'm, na 'n linkschen groet, volgde. Ze stonden -weer buiten. - -Langs 'n anderen weg keerden ze naar 't dorp terug. Wel vijf minuut -spraken ze geen woord. - -«Wou 't niet?», vroeg Bob dan, die toch eenige belangstelling wou -toonen. - -«'t Is 'n slimmerik», verbeet Chris zich, spijtig aan z'n sigaar -zuigend. «De vent weet d'r van. 'k Zei je al: de joden hebben ze te -wijs gemaakt. Doodjammer. 't Is 'n pracht-kast». - -«Maar zestig is immers nog niet te veel?» merkte Bob op. - -«Dat is zoo», erkende Chris, driftige haaltjes aan z'n sigaar doend, -«al krijg 'k er zeker nog 'n twintig gulden onkosten aan èn de -vracht. Maar 'k had gedacht, 'n echt koopje te snappen, zie je? En -dat ontgaat me. Daar heb 'k 't land over». - -'t Verdere van den weg spraken ze niet veel meer. Chris was er te -slecht gehumeurd voor en Bob, zich verlustigend aan 't landschap, -luisterde liever naar 't stille gekwetter der vogels. - -In de warande--«hè, goddank!» verzuchtte Bob onwillekeurig, toen-ie dan -toch eindelijk van dat rustige zitje vóór 't kleine hotel profiteeren -mocht--kwam Chris weer wat op dreef. Doch lang duurde dat niet. Want -z'n praten werd gestoord door de komst van 'n vreemdeling, die zich ook -in de warande zette. Chris nam 'm eens aandachtig, bijna wantrouwend -op, verdiepte zich dan zwijgend in z'n bittertje. De nieuweling, -beleefd, maakte 'n praatje. 't Was 'n Israëliet en leek wel 'n soort -handelaar. Als 't gesprek niet erg vlotte, zei-ie opeens: - -«Hebben de heeren geen antiek te koop?» - -Chris spitste de ooren. Ja, hij had 't wel gedacht! Weer zoo'n -vervloekte antiquair. Hij zou 'm helpen! - -«Nee», schudde Chris 't hoofd, knorrig. Maar de koopman liet zich -niet uit 't veld slaan. - -«Of weten de heeren niets in den omtrek?» - -Onbeweeglijk staarde Chris nu voor zich, begreep 't gevaar. Dan werd-ie -op eens erg spraakzaam, zei, dat de heele streek door de kooplui was -afgegraasd, zoodat er niets, niets meer was te vinden. In z'n vuur -bestelde-ie nog 'n bittertje. - -«Nu, niets», knip-oogde de handelaar slim. «Ik weet bijvoorbeeld....» - -Opeens zei-ie geen woord meer, had zich blijkbaar bijna -versproken. Vragend staarde Chris 'm aan. Wat hield de vent daar zoo -angstvallig verborgen? - - - -Den volgenden morgen, na 't ontbijt, deed Chris erg gehaast. En plots -zei-ie zacht tot z'n logé: «Over 'n goed uur ben 'k terug. 'k Ga met de -fiets. 'k Moet die kast. Ik ben bang voor dien jood, je snapt. Adieu!» - -Snel ging-ie. Bob keek 'm na, van 't balcon. Dan ging-ie naar beneden, -naar z'n warande. Voor-ie er kwam, moest-ie langs 'n kamertje, dat -openstond. Daar zag-ie, lichtelijk tot z'n verwondering, den koopman -van den vorigen avond, die haastig, als in 't geheim, 'n paar koperen -kandelaars--precies van 't soort als Chris nog pas had gekocht--in -'n papier pakte. Zwijgend ging Bob door, maar hij dàcht. En in de -warande zat-ie nòg te piekeren, toen Chris al met 'n vreugde-stralend -gezicht terugkwam van z'n ritje. Haastig sprong-ie van de fiets en -deelde z'n vriend zenuwachtig mee: - -«'k Hèb 'm. De vent wou geen cent laten vallen. Maar, enfin! En stel -je voor, wat 'n bof! De koop was net gesloten, toen me waarachtig -die jood aankwam. 'n Spijtig gezicht, als-ie trok! Wat ik er voor -betaald had, vroeg-ie. Maar dat heb 'k 'm maar niet gezegd. Haha!» - -Chris deed uitbundig, had behoefte aan 'n gròòt glas bier. Bob keek -'m peinzend aan, zei alleen: «Zoo zoo». - -«En wat heb jij uitgevoerd?» vroeg Chris dan met 'n luiden -lach. «Natuurlijk zitten droomen, hè, terwijl ik zaken deed? Zoo -zijn schrijvers». - -«Ja, ja», knikte Bob kalm. «'k Heb wat gepiekerd». Daarop liet-ie -volgen: «'k Ga er vanmiddag nog eens heen. 't Was er zoo lief». - -«Patent!» riep Chris enthousiast uit. «Dan maak ik boven m'n -schilderij af. 'k Zal je wel wijzen, hoe je er komt.--'t Gezicht van -dien jood! Hij ging na mij nog naar binnen. Maar hij vindt absoluut -niets. 'k Heb goed rondgekeken!» - -«Dat weet je toch zeker, niet waar?» informeerde Bob nog, -onverschillig. «Er was niets ouds meer?» - -«Geen bòrdje!» schreeuwde Chris. «Anders had ik 't toch ingepikt?» - -Maar toch, toen Bob 's middags weer 'n bezoek bracht aan 't zwijgzame -boeren-paar, zag-ie op den schoorsteen, welke den vorigen dag -geheel kaal was--dat herinnerde-ie zich toevallig zeer goed!--twee -«echt» antieke koperen kandelaars staan, die frappant leken op de -snuisterijen, welke de Israëlietische koopman 's morgens in de handen -had. En Bob, met z'n gewone droomerigheid, trok z'n conclusies. - -Eerst tegen den eten kwam-ie thuis. - -«Schrijf je iets over 't boerderijtje?» riep Chris 'm toe. - -«Ja», antwoordde-ie leukjes. «'k Heb m'n schets al». - -«Mooi zoo», wreef Chris zich de handen. «Wordt-ie aardig?» - -«Heel aardig», meende Bob. «Er komt van antiek in voor». - -«Haha! Die is goed», schreeuwde Chris. «Als je er mij maar niet -in zet. Of ga je gang maar. 'k Ben den jood leelijk vóór geweest, -hè?--Kom mee, naar bòven. De kast ìs er. 'n Koopje! En dat is zoo -heerlijk, als je bij de boeren koopt: je weet, dat 't «echt» is. We -drinken er vanavond 'n fijne flesch op». - -Ook van dat stevige glaasje wijn gewaagde Bob in z'n schets. - - - - - - - - -DE RECLAME-ACTEUR. - - -«'t Is 'n toestand», verzuchtte Van der Stuyf. - -«'n Toestand», beaamde ten volle Daan. - -Weer zwegen beiden 'n heele poos. Buiten speelde 't herfstzonnetje -animeerend door 't gelende loover. - -Daan, met z'n wat logge, onbehouwen lichaam, verrees van de punt van -den stoel, waarop-ie visite-achtig plaats genomen had en begon met -beren-beenen door 't niet onruime vertrek te sjouwen. Van der Stuyf, -op z'n divan, meesterstuk van zelfvervaardiging--'t meubel bestond uit -twee schragen, 'n baar en 'n los daarheen geworpen draperie--werd er -tureluursch van. Maar daar de tijden toch al zoo hard waren, liet-ie -'m begaan. - -Met weer 'n zucht, welke ongetwijfeld van dramatisch talent getuigde, -wierp de divan-bewoner zich met veronachtzaming van 't eigen brooze -lichaam, van den rechter- op den linker elleboog en z'n stem klonk -stalles-door-huiverend van vlijmend sarcasme, toen-ie zei: - -«We moeten vandaag aan de kat beginnen». - -Heel 't gevaarte van den rug-gekromden, zak-gevuisten Daan hield -stil. Naar 't uiterlijk 'n «kwaaie», 'n jongen van sta-vast, die enkel -voor 't uitdeelen van aankomende opstoppers voelde, was-ie van binnen -'n kind. Hij schrikte voor Van der Stuyf. - -«Paardelever is óók goedkoop», merkte-ie basstemmig op. - -Van der Stuyf lachte, hóóg, als 'n «graef», die zich «vermaekt». Dan -zei-ie droog: - -«Niet te krijgen. Alle paarden gemobiliseerd.» - -Deze geestigheid beapplaudisseerde Daan met woest gegrinnik. Ja, -Van der Stuyf was toch maar de man van den fijnen kwinkslag! Daar -kon hij niet bij. Daarop zette-ie zich weer op z'n stoel, als altijd -op den rand. Dat had-ie zich op 't tooneel zoo aangewend. Aangewezen -voor knechtsrollen en typen uit de volksklas, voelde-ie zich in elke -kamer slechts «tijdelijk», nooit recht op z'n gemak, al woonde-ie er, -zooals hier, al maanden. Neen, hij bewoog zich niet gemakkelijk. Stelde -daartegenover eens 'n Stuyf, zooals-ie daar làg, in 'n pose.... 'n -schilderij! Dat zóó'n man over katten-pastei moest piekeren! - -«Waarom ga je niet naar Verkade?» vroeg Daan. «Die wil juist heeren.» - -«Ik spéél te sterk», antwoordde Stuyf en hij blikte grimmig vóór zich. - -«Heijermans?» wierp Daan nog op. - -«Ben ik nu 'n man voor 't bùrgerlijk drama?» hoon-lachte Stuyf, -terwijl-ie zich op den rug wierp. Z'n elleboog hield 't niet uit. De -divan was geen Oostersche. - -Daan zweeg. Hij wist, hoe Stuyf overal was teleurgesteld. Hij -begreep er niets van, want z'n eerbied voor den kamergenoot was -onbegrensd. Och, je zag 't meer! Echt talent.... 't Tooneel was -tegenwoordig soep. - -«De kat!» siste Stuyf weer door de tanden. - -Daan voelde 'n rilling over z'n rug. Dat werd 'n idée fixe van -Stuyf. Meer lui waren op die manier gek geworden. Welk 'n talent zou -hier verloren gaan! - -«Probeer 't nog eens als conférencier.» - -Stuyf maakte 'n beweging, dat de draperie onder 'm tot 'n vaatdoekige -verwrongenheid samenkrimpte. - -«Nooit!» blies-ie bleek. - -Hij wàs als zoodanig in 'n zooveelste-rangs-theatertje werkzaam -geweest. Hij zag zich nog opkomen met de hem eigen ongedwongenheid. Hij -maakte z'n bekende, losse gestes, z'n haar zat in aangenaamsten -polka-stijl en 't aanmoedigende rouge op z'n wangen had-ie niet -gespaard. Hij sprak. De eerste twee zinnen hadden Schwung (die had-ie -van te voren bedacht), de derde wou niet goed meer, de vierde en -vijfde kwamen heelemáál niet. In de zaal was tumult ontstaan, gelach, -gefluit. En de directeur had 'm verzocht, z'n inrichting niet langer -te blameeren. - -Dat was z'n debuut geweest als «pratend» tooneelist. Daarop had-ie 't -als moppen-verteller geprobeerd in 'n café-met-strijkje. 't Publiek zag -'m echter voor 'n dronken student aan en verzocht den chef, meneer er -uit te gooien. Voor dien drang was Stuyf gezwicht. Nu zàt-ie, met Daan, -dien ze op 't oogenblik ook nergens konden gebruiken. 'n Toestand! - -'t Herfst-zonnetje zette 't stervende loover in gulden schijn. Helaas -was dit goud niet inwisselbaar. - -«Ze bèllen niet eens meer», sprak Daan dof. - -«Nee», floot Stuyf nu tusschen de lippen. «Ze hebben ons -opgegeven. Zelfs die vent met z'n schoenrekening heeft -gestaakt. Kolendamp! 't Eenige wat er voor ons overblijft.» - -Daan zweeg. - -«Als we kolen hàdden», ging Stuyf voort, wiens sarcasme vandaag -onuitputtelijk leek. «Veel te duur! Met gas ben je goedkooper uit. Maar -dat is afgesneeën. Je moet tegenwoordig in goeien doen zijn, om er -tusschenuit te kunnen gaan.» - -Daan knorde onrustig. Straks kwam Stuyf weer met z'n kat. En dat -wou-ie vermijden. - -Hij stond op. - -«Kom», bromde-ie goeiig. «Hier hebben we toch niks. Laten we gaan -wandelen.» - -Bij uitzondering verzette Stuyf, die anders altijd z'n eigen idee had, -zich eens niet. Ach ja, frissche lucht! Dat hield je wakker èn.... 't -kostte niets. Alleen maakte 't je hongerig. - -Stuyf wipte van z'n stellage. Daar kwam balanceerkunst aan te pas, -want 't ding stond wankel. Daan leverde 't tenminste nooit zonder -dat schraag of baar 'n onrustbarenden hoek beschreef. Doch Stuyf, -met z'n élégance! - -«De borstel!» zocht Stuyf. Daan vònd 't gehavende haar-hout, gaf 't -aan. Helaas, de ander kon niet in den spiegel zien. Oome Jan eischte -in deze tijden zware offers! - -«Hoe zie 'k er uit?» vroeg Stuyf, afhankelijk. Daan, die z'n vereerden -vriend kènde, verwonderde zich niet over die vraag. Stuyf wàs nu -eenmaal erg op z'n kleeren. «Dat moèt 'k wel», zei-ie dikwijls met iets -van beklag. «Directies zijn en blijven stommeriken. Ze kijken alleen -naar 't uiterlijk. En waar ze mij altijd de salon-rollen geven....!» - -«Uitstekend!» forceerde Daan zich. - -Maar Stuyf wist, dat z'n collega ditmaal onoprecht was. 't Pak, -dat-ie droeg, was vóór jaren misschien correct geweest, 't zat nu als -'n rimpel. De plooi uit z'n pantalon was weg en de snit van vest -en colbert leek wel heelemaal zoek. Als de dalles je eenmaal te -pakken had! - -«Vooruit!» zette Stuyf zich heldhaftig over z'n wrakkige verschijning -heen. «Ja, als Bolman nog beren wou! Maar kom daar op 't oogenblik -eens mee aan!--Nee, sluiten hoeft niet. We hebben den boel zelf al -leeggehaald. Ze kunnen hier alleen maar brèngen.» - -Lusteloos zeulden ze de krakerige trap af van de étage, welke ze -broederlijk deelden. 't Leven zonder engagement was 'n doodkist. - - - -Ze hadden de halve stad doorgestapt. 'n Enkele maal groette Stuyf -met z'n «graeflijk» handgebaar 'n collega, die voorbijkwam. Doch -meest zag-ie 'm maar niet, te veel geknakt door z'n verfrommeld jeune -premier-tenue. Daan, practisch man, die alle idealen verre van zich -hield, bleef telkens staan voor 'n spekslagerij. Preskop en zure -zult waren nu eenmaal dingen, waar-ie z'n zaligheid voor gaf. «Kom!» -fluisterde Stuyf dan verwoed. Hoe kon men z'n hongerigheid zoo ten -toon stellen! Ook zijn maag rammelde als kar-gedaver. Doch hij gedroeg -zich als man van den salon! - -In de Utrechtschestraat echter bleef ook Stuyf staan. Ze stonden -voor Bolman. - -Stuyf kneep één oog dicht, deed 'n stap achteruit en keurde als 'n -kenner. Hij genóót, wist niets meer van de platte, alledaagsche wereld, -bevond zich in den hemel. O, die étalage van Bolman! Welk 'n keur van -costuums, welk 'n verscheidenheid, welk 'n verrassende vondsten! Z'n -gestreelde tooneelspelers-fantasie deed de gedurfdste sprongen. Hij -zag zichzelf, dàn in jaquet, dàn in smoking, dàn in jachtbroek. Alle -rollen, welke-ie wel eens gespeeld had of hoopte te zùllen spelen, -trokken z'n geest voorbij, in 't pak gestoken door Bolman, le roi -de la confection! En die dassen, die vesten, die souspieds, ah! O, -als Bolman wilde! De kleer-kunstenaar kon 'n groot man van 'm maken. - -«Ga mee», drong Daan, wien 't begon te vervelen. Verderop wist-ie nog -'n spekslagerij. - -Maar Stuyf schudde van nee. Hoe kon-ie z'n dag beter besteden dan -hier voor die aanschouwelijke les? Dan werd-ie weer cynisch, grijnsde: - -«Die etalage-poppen schijnen 't beter te hebben dan wij. Kijk ze eens -'n kleur hebben!» - -Inderdaad, de poppen zagen er uit als kool. Hun wassen wangen hadden -'n verlokkenden jonge-rols-blos en heel hun figuur was aangenaam -gevuld. Dat begon Stuyf te tergen. Ze waren 'n beleediging zooals -ze daar een voor een stonden in Bolman's allerlaatste creaties. En -hìj, de man voor 't salonwerk, liep er bij als 'n klerk van 't jaar -nul. Hij kon 't niet langer aanzien. - -«Vooruit!» zei-ie gehaast en de onafscheidelijken stapten 't -Rembrandtplein op, waar ze 'n kwartiertje bleven paradeeren. 't Was -altijd goed, dat je je eens vertoonde, vond Stuyf. Dan wisten ze -tenminste, dat je nog bestond. - -Daarop echter verzeilden ze weer in de Utrechtschestraat. En telkens -en telkens keerde Stuyf terug tot Bolman. - -«Wat hèb je?» vroeg Daan, die iets bijzonders aan z'n vriend merkte. - -«'n Idee!» zei die geheimzinnig. «Komaan, 'k waag 't er op. Als -'t lùkt!» - -En vóór de ander wist, wat 'm overkwam, bevonden beiden zich in de -groote confectiezaak. - -«Meneer Bolman zèlf!» ordonneerde Stuyf met al z'n graeflijk aplomb. - -De chef werd met veel moeite ergens achter uit 't magazijn -opgediept. Zoodra zag-ie echter niet z'n klanten, of hij zei: - -«Pardon, heeren. In deze tijden geen crediet. 't Spijt me wel, -maar....» - -«Pardon», gaf Stuyf dadelijk hoog terug met 'n air, alsof-ie de groote -scène speelde uit een of andere derde acte. «Ik kom zaken met u doen.» - -Bolman keek perplex. Hij kènde den acteur, had 'm, uit liefde tot de -kunst, wel eens 'n costuum verkocht op zeer langen termijn. Doch als -zakenman had-ie 'm nog niet ontmoet. - -«Was 't maar waar!» verzuchtte Bolman. «D'r gaat niets om. Zoo slapjes -heb ik 't nog nooit meegemaakt.» - -«Dat kom ik veranderen!» annonceerde Stuyf breed en maakte met den -rechterwijsvinger 'n prikbeweging naar z'n borst. - -Bolman glimlachte. Komedianten waren wel vermakelijke lui! - -«U luistert?» vroeg Stuyf, alsof-ie 't tegen den pachter van een -zijner aanzienlijke landgoederen had. - -«Wel zeker», glimlachte Bolman opnieuw. - -«Kijk eens», legde Stuyf uit met 'n losheid van beweging, welke Daan -ten zooveelste maal met bewondering sloeg. «Die etalage van u! Daar -deugt niets van, meneer! Dat is geen arrangement, geen regie. Dat -zegt me absoluut niets, meneer! Geen diepte, geen atmosfeer, geen -massabeweging, geen verdeeling van eerste en tweede plan. Dat is dood, -als 'n pier.» - -Stuyf haalde adem, zooals-ie dat op de Tooneelschool geleerd had. Daan -wilde bijna applaudisseeren. Bolman begreep nog steeds niet, waar -z'n «klant» heen wou. - -«Herinnert u zich mij als Lord Foxhall in «De slapende Wintertuin»?» -vroeg Stuyf. - -Le roi de la confection herinnerde zich niet. - -«Ik heb toen 'n jaquet van u gedragen, dat enorm de aandacht trok», -sprak Stuyf met nadruk. «Enfin, maar u zag me als Baron Du Sablé in -«De listige ontvoering»?» - -Bolman betwijfelde, of-ie die zeer zeker merkwaardige creatie -aanschouwd had. - -«Ik bracht u toch vrijkaarten!» riep Stuyf uit met fausset. - -«O, jawel, toch! Dat is waar ook», deed Bolman welwillend. - -«Nu dan, meneer», vervolgde Stuyf, geheel in actie. «Zooals ik die -smoking van u droeg! Dàt is etaleeren, 't publiek boeien. Als ik m'n -pantalon optrek, ziet men de plooi, den snit. Die poppen, ze leven -niet, meneer!» - -Er ging Bolman 'n licht op. - -«Wou ù in de étalage gaan staan?» vroeg-ie snel. - -«Pardon, ik figureer niet», vlijmde Stuyf met 'n gebaar, dat -'t 'm dééd. «Maar 'k weet beter. U draagt mij de regie op van uw -vitrine. Die poppen, daar breng 'k leven in. Ik arrangeer, groepeer -ze, tweede en derde plan, los, wààr. Dat is de figuratie. Reinhardt, -meneer! Alleen wordt 't 'n salonstuk, natuurlijk. En ik treed er in -op, als 'n soort film-acteur. 'k Steek de handen in m'n piqué-vest, -'k ga zitten, 'k loop, leun achteloos achterover, steek 'n sigaret -op, strek me op 'n chaise longue (heeft u die? Requisiet, meneer!), -enfin, 'k breng licht en schaduw aan, doe uw pantalons, uw jaquets, -uw colberts spreken. En om 't kwartier verwissel 'k van costuum--achter -de schermen, dat spreekt. M'n vriend, hier, meneer Klops, die meer in -'n, h'm, ander genre uitblinkt, vult m'n actie aan als livrei-knecht, -als jager, chauffeur, groom. Dat zal 'n geheel geven, magnifique! 'n -Reclame voor uw zaak, meneer, niet te vertellen! 't Zal stroomen, -geloof me.» - -Stuyf was uitgepraat. Hij verzamelde opnieuw 'n enormen voorraad adem -en wachtte af. - -Bolman peinsde. Gekker voorstel hadden ze 'm z'n leven niet -gedaan. Maar toch, er zat iets in. In deze dagen van algemeene -dépressie kon alleen iets heel bijzonders er den loop weer in -brengen. Als-ie 't eens probeerde? - -Stuyf stamp-teende ongeduldig. - -«U belooft me, geen grappen te zullen maken?» conditionneerde de -confectie-man nog voorzichtig. - -«'k Ben 'n sérieus artist, meneer», verklaarde Stuyf met grooten -eenvoud. - -«Toegeslagen dan!» besloot Bolman opeens. «God geef, dat 't helpt!» - -En ze spraken af, dat morgen reeds de voorstellingen begonnen. - - - -'t Succes was verbazend. De Utrechtschestraat werd bestormd. Geen -enkele winkel werd meer aangezien. Alleen de zaak van Bolman had -publiek. En in welk 'n aantal! - -Stuyf jongejande onvermoeibaar met de élégance, welke z'n specialiteit -was. Hij was onuitputtelijk in losse gestes en hij trok alle broeken -op, dat men 't eind van z'n sokken zag. Daan stond 'm stevig ter -zijde. Als knecht was die onovertrefbaar. - -Den tweeden dag van den groeienden bijval zat 't ingénieuse -artistenpaar 's avonds bij «Mast» achter 'n sterkend souper. Stuyf -spaarde spijs- nog wijnkaart. De kellner vloog. Collega's maakten -Stuyf hun compliment. Zóó vol hadden zìj 't nog niet gehad. De -Utrechtschestraat was uitverkocht geweest. - -Juist toen Stuyf 'n extra dure Havana opstak, naderde 'm 'n zeer -correct heer. Hij stelde zich voor. «Van Prützen, in bedartikelen -en meubels.» - -«Meneer», stak die dadelijk van wal. «M'n affaire is schuin over -Bolman. U ruïneert me. Geen sterveling komt meer m'n deur binnen. Ik -wil u koopen. Wat kost u? 'k Heb er alles voor over. M'n eenige -voorwaarde is: 'n algeheel nieuwe en schitterende attractie.» - -Stuyf brandde zich aan z'n Havana. 't Lang verwachte fortuin! En hij -noemde 'n prijs, waarvan Daan schrikte. Van Prützen accepteerde. - - - -Bolman werd smadelijk verlaten. Stuyf «engageerde» 'n actrice--hij -was nu directèur, droeg ringen, 'n vergulden wandelstok en 'n vest -met halve maantjes--en zette met behulp van 'n zeer vlug journalist 'n -alleraardigste nouveauté in elkaar. «Niet te gewaagd!» had Van Prützen -nog geconditionneerd. «U begrijpt, bedden zijn 'n delicaat artikel!» - -Weldra kondigden de groote bladen de eerste voorstelling aan van - - - DE LIT-JUMEAU, - vroolijk spel van étalage. - - -'t Ding maakte gewoon furor. - -Hélène Silva (eigenlijk heette ze Antje Bakhuis) trad er in op in -'n verrukkelijk déshabillé, dat door 't straatpubliek ten zeerste -gewaardeerd werd. Van der Stuyf vertoonde z'n meest hemelsblauwe -slaapkamer-dress en Daan Klops als politie-agent tuimelde over alle -stoelen heen van 't wel voorziene meubel-magazijn. De schoonste dagen -van Prot schenen te herleven. De toeschouwers drongen elkaar plat, -vochten om 'n plaatsje. 't Stond zwart tot op 't Rembrandtplein en -de queue slierde ver voorbij de Munt. Ieder moest 't étalage-spel -zien. Heel Amsterdam was er vol van. - -Drie dagen ging 't goed. Toen kwamen de autoriteiten er aan te -pas. Er waren al ongelukken gebeurd. En 't tramverkeer was absoluut -gestaakt. Stuyf trok z'n haren uit z'n hoofd. «M'n fortuin, m'n -fortuin!» krijschte-ie als in 'n draak van zeer ouden stempel. Doch -'t geluk was nog mèt 'm. Dienzelfden avond kreeg-ie bezoek van een -van Amsterdam's tooneeldirecteuren, die blijkbaar nog niet wist -van 't verbod, dat de «Lit jumeau» voorgoed van Stuyf's repertoire -verdrongen had. - -«Meneer!» sprak de man van salarissen, boeten en contracten. «U -knakt onze mooie tonneelspeelkunst! Meneer, wij moeten, door den -drang der tijden, al voorstellingen geven ad 62 1/2 cent de plaats -éérste rang! En nu geeft u ze gratis! Meneer, denk om ons tonneel! Ik -engageer u! Ik engageer u, voor drie jaar. U krijgt 250 gulden in de -maand. Teeken, meneer!» - -Stuyf teekende, met spoed. Ook Daan kreeg z'n deel van den voorspoed, -teekende. De directeur, in z'n nopjes--in zooverre 'n tooneeldirectie -dat ooit kan zijn--vertrok per snorrenden automobiel. - -Stuyfs eerste optreden bij 't gezelschap werd geannonceerd als: - - - Début van Van der Stuyf, - den geliefden étalage-acteur. - - -'t Fiasco, dat-ie maakte (zonder weerga in de geschiedenis van 't -«tonneel») bezorgde 'm 'n nieuwe vermaardheid. - - - - - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of Artistenleven, by Joh. W. Broedelet - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ARTISTENLEVEN *** - -***** This file should be named 54015-8.txt or 54015-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/5/4/0/1/54015/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions -will be renamed. - -Creating the works from public domain print editions means that no -one owns a United States copyright in these works, so the Foundation -(and you!) can copy and distribute it in the United States without -permission and without paying copyright royalties. Special rules, -set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to -copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to -protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project -Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you -charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you -do not charge anything for copies of this eBook, complying with the -rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose -such as creation of derivative works, reports, performances and -research. They may be modified and printed and given away--you may do -practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is -subject to the trademark license, especially commercial -redistribution. - - - -*** START: FULL LICENSE *** - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project -Gutenberg-tm License (available with this file or online at -http://gutenberg.org/license). - - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm -electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy -all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. -If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project -Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the -terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or -entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement -and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic -works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" -or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project -Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the -collection are in the public domain in the United States. If an -individual work is in the public domain in the United States and you are -located in the United States, we do not claim a right to prevent you from -copying, distributing, performing, displaying or creating derivative -works based on the work as long as all references to Project Gutenberg -are removed. Of course, we hope that you will support the Project -Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by -freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of -this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with -the work. You can easily comply with the terms of this agreement by -keeping this work in the same format with its attached full Project -Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in -a constant state of change. If you are outside the United States, check -the laws of your country in addition to the terms of this agreement -before downloading, copying, displaying, performing, distributing or -creating derivative works based on this work or any other Project -Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning -the copyright status of any work in any country outside the United -States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate -access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently -whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the -phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project -Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, -copied or distributed: - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived -from the public domain (does not contain a notice indicating that it is -posted with permission of the copyright holder), the work can be copied -and distributed to anyone in the United States without paying any fees -or charges. If you are redistributing or providing access to a work -with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the -work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 -through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the -Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or -1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional -terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked -to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the -permission of the copyright holder found at the beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any -word processing or hypertext form. However, if you provide access to or -distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than -"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version -posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), -you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a -copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon -request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other -form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm -License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided -that - -- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is - owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he - has agreed to donate royalties under this paragraph to the - Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments - must be paid within 60 days following each date on which you - prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax - returns. Royalty payments should be clearly marked as such and - sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the - address specified in Section 4, "Information about donations to - the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - -- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or - destroy all copies of the works possessed in a physical medium - and discontinue all use of and all access to other copies of - Project Gutenberg-tm works. - -- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any - money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days - of receipt of the work. - -- You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm -electronic work or group of works on different terms than are set -forth in this agreement, you must obtain permission in writing from -both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael -Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the -Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -public domain works in creating the Project Gutenberg-tm -collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic -works, and the medium on which they may be stored, may contain -"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or -corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual -property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a -computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by -your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium with -your written explanation. The person or entity that provided you with -the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a -refund. If you received the work electronically, the person or entity -providing it to you may choose to give you a second opportunity to -receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy -is also defective, you may demand a refund in writing without further -opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER -WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO -WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. -If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the -law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be -interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by -the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any -provision of this agreement shall not void the remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance -with this agreement, and any volunteers associated with the production, -promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, -harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, -that arise directly or indirectly from any of the following which you do -or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm -work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any -Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. - - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of computers -including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists -because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from -people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. -To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 -and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive -Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at -http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent -permitted by U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. -Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered -throughout numerous locations. Its business office is located at -809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email -business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact -information can be found at the Foundation's web site and official -page at http://pglaf.org - -For additional contact information: - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To -SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any -particular state visit http://pglaf.org - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. -To donate, please visit: http://pglaf.org/donate - - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic -works. - -Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm -concept of a library of electronic works that could be freely shared -with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project -Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. - - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. -unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily -keep eBooks in compliance with any particular paper edition. - - -Most people start at our Web site which has the main PG search facility: - - http://www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
