summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/54015-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/54015-8.txt')
-rw-r--r--old/54015-8.txt3100
1 files changed, 0 insertions, 3100 deletions
diff --git a/old/54015-8.txt b/old/54015-8.txt
deleted file mode 100644
index 1d516d9..0000000
--- a/old/54015-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3100 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of Artistenleven, by Joh. W. Broedelet
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-
-Title: Artistenleven
-
-Author: Joh. W. Broedelet
-
-Release Date: January 22, 2017 [EBook #54015]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK Artistenleven ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- ARTISTENLEVEN
-
- DOOR
-
- JOH. W. BROEDELET
-
-
-
- L. J. VEEN--UITGEVER--AMSTERDAM
-
-
-
-
-
-
-
-
-SCHILDERS-VREUGD.
-
-
-Chic was 't er niet. Maar wel gezellig.
-
-Je behoefde bijvoorbeeld niet eerst 'n dubbele belegering van zware
-portières door, vóór je je compliment afstak bij mevrouw in den salon
-(trouwens 't woord «salon» kenden de Henkeman's, meen 'k, alleen
-uit afleveringen-romans, welke zij verslond; hij veegde er enkel z'n
-pennemes aan af of zette er glazen water op).
-
-Nee, je stapte zóó uit de kale gang, waar niets dan 'n paraplubak
-stond zónder paraplu's, in 't voorvertrek, waar zoowel ontvangen,
-gegeten, gehuisd als somwijl geschilderd, gegymnastiseerd en met
-pijl en boog geschoten werd. Late vrienden logeerden er ook wel en
-'k meen, dat er 'n enkele maal ook werd gebaad. Doch dit laatste heb
-'k nooit meegemaakt.
-
-Sans gêne dus; daarom niet ongenoeglijk. En je had ruimte van bewegen,
-want veel stond er niet. En wàt er stond, was nogal wankel, ruimde
-je dus, als 't je hinderde, gauw uit den weg. Vandaar dat, wanneer 't
-gezelschap bijzonder voltallig was--de Henkeman's ontvingen drùk--de
-kamer in een minimum van tijd was ontmeubeld. Je moest dan wel staan,
-wat op den duur vermoeiend is, maar 't hield je ten minste wakker
-en 't gaf iets los, ongekunstelds aan 't samenzijn. Je kon je soms
-zelfs verbeelden, dat je je op 'n gezelligen clubtocht bevond, zóó
-liepen allen dwars door elkaar of in groepjes 'n eindje op, druk
-gesticuleerend of in hoogst geanimeerd gesprek. Ja, aan kouwe sjeu
-deden de Henkeman's niet.
-
-De suite-deur stond meest open. Niet voor 't gezicht! Want was
-de voorkamer al niet rijk aan chaise longue's, Mimi-tafeltje's,
-causeuse's, 't achtervertrek was direct te exploiteeren als
-rolschaatsbaan: je viel er zelfs niet over 'n stoof. Henkeman
-noemde 't daar z'n «conceptie-hol»--hij broeide er z'n geweldigste
-kunstwerken uit--; ook wel zijn Paradijs. Nu, even maagdelijk was
-'t er minstens. 'k Geloof, dat, vele, vele jaren her, de Henkeman's
-iets dikker zaten in wat men gemeenlijk het huiselijke comfort
-noemt. Echter, de tand des tijds had veel vrekkig verknaagd. En ook, om
-deze beeldspraak nog iets door te voeren, de tand des deurwaarders--'n
-geweldige slagtand, 'n heele ivoormijn!--had er verwoestend in gehuisd,
-zoodat slechts 'n wrak, 'n ruïne overbleef van wat eens statig zeilde
-op de geordende huwelijkszee.
-
-Doch de Henkeman's trokken er zich niets van aan, geheel los van dat
-wurmige gedoe, waarover ieder ander zich zoo dwaaslijk bekommerde. Zij
-leefden in 'n geestelijke sfeer, waar men desnoods genoegen nam met
-één rieten stoel en 'n tafel van twijfelachtige stabiliteit. Bijkoopen
-deden ze evenmin. Eerstens wijl hun daartoe 300 en zooveel dagen
-van 't jaar de middelen, 't leelijke, protsige geld ontbraken. En de
-overige, weinige etmalen besteedden ze hun overtollige financiën liever
-aan meer direct te consumeeren levensvreugden als: nieuwe broeken,
-'n huisjapon, kreeft, oesters, port- en andere wijnen. In zekeren
-zin waren de Henkeman's echte levenskunstenaars.
-
-'t Overige van hun huis lag voor de meeste bezoekers in 't duister. Ik
-heb er eens 'n blik in geslagen. 'k Zag 'n keukentje, vettig, walmig,
-met hier en daar scheef aan 'n verdwaalden spijker 'n enkele pan, die
-nieuwsgierig door z'n eigen bodem keek. Dan kwam je in de uitbouwen,
-waar geslapen en, bij helder weer, ook geschilderd werd. 'k Zag op
-tegen 'n berg van beddegoed, bultig, valleiïg, 'n wanorde, of er
-hevig slag geleverd was door slaapdronken reuzen. Die eene blik was
-me voldoende. Ik gevoelde me behaaglijker in hun gezellig vóór.
-
-Toen ik er de vorige maand kwam, ontvingen de Henkeman's me met hun
-gewone hartelijkheid. Co, in 'r peignoir, welke 'k me nog van onze
-eerste kennismaking herinnerde, zat over 'n mandje aardappelen gebogen,
-welke ze niet schilde. Hìj, Jos, handen tusschen hemd en pantalon,
-liep heen en weer met onnoodig groote stappen, de zijkanten van den
-vloer zorgvuldig vermijdend; want dan kwam je op hout, wat geweldig
-kon klotsen en Co had weer last van 'r hoofdpijn. In 'n hoek bij 't
-raam lag de kleine Joop over den grond te knikkeren met òngekookte
-bruine boonen. Uit 't «conceptie-hol» klonk 't zachte gebler van de
-jongste--de Henkeman's waren laat in hun kinderen gekomen--, die daar
-met z'n wieg tijdelijk was ondergebracht, dus de maagdelijkheid van
-'t Paradijs lichtelijk schendend. Ik voelde me weer dadelijk in den
-familiekring.
-
-Voorzichtig m'n weg nemend langs 'n tafeltje, dat 'k kènde--'t ding
-had altijd de onhebbelijkheid, met je mee te gaan--stak 'k Co bruisend
-de hand toe. Zij, de hare afvegend aan 't ochtendkleed, reikte me die
-dan slapjes aan, met 'n van hoofdpijn schuinschen blik onder langs
-'r vrijzinnig opgemaakt Cleo-haar. En ze zei: «Zoo?», wat zoowel alles
-als niets beteekenen kon, zoodat 't moeilijk voor me was, er op in te
-gaan. 'k Wou dus al, dwars over 'n hindernis van kinderspeelgoed en
-'n teekenmap, oversteken naar Jos, toen 'k aan bei m'n broekspijpen
-werd vastgegrepen. 'k Keek benedenwaarts en ontwaarde kleinen Joop,
-die tegen m'n beenen lag te duwen, omdat 'k op twee van z'n bruine
-boonen stond. 'k Hou van dat kinderhandjes-gegraai, dus bukte me,
-'m te aaien. Doch Jopie, die zeer vrij wordt opgevoed--bloemen
-in 't wild zijn 't mooist, is een van Jos' opinies--beet me vrij
-felletjes in m'n duim, zoodat 'k m'n hand haastig terugtrok. En,
-nu niet meer wijkend voor de versperring van 'n houten paardje, dat,
-geheel staartloos en zonder manen, me melancholiek stond aan te staren,
-stevende 'k recht op Jos af met 'n joviaal «besjour!» Jos, die juist
-z'n broek weer optrok, wat nooit voor langer dan vijf minuut hielp,
-zei op zìjn beurt: «zoo?» Doch hij stak me de vijf niet toe, want
-hij is niet erg handerig: hij vindt dat bourgeois.
-
-Daar stond 'k nu. 'k Humde eens en vroeg dan: «Alles wel?»
-
-Jos, z'n pijp uit den mond nemend, keek me aan, of 'k uit 'n andere
-wereld kwam. Daarop vertrok z'n gezicht zich tot 'n satanische grijns
-en hij schraapte:
-
-«Alles wel? Hahaha! Ja, we leven nog. En we hebben nog te eten!»,
-waarna-ie verwoed den steel van z'n pijp begon te bebijten, alsof dat
-'t eenige was, waarop-ie nog knabbelen kon.
-
-Eenigszins verschrikt keek 'k schuw naar Co en 't aardappel-mandje. Dit
-echter had ze reeds met 'n moe gebaar van zich afgezet en ze diepte
-uit 'r zak 'n broei-warmen appel op, waaruit ze dadelijk groote
-happen beet. Jopie, opmerkzaam gemaakt, wierp ze 'n paar hazelnoten
-toe. Bij tijden waren de Henkeman's streng vegetarisch. Inderdaad,
-de toestand zag er niet zeer bemoedigend uit.
-
-«Wil 't niet erg vlotten met 't werk?» vroeg 'k belangstellend.
-
-Daarmee kreeg 'k Jos dadelijk op gang. «Als je rooken wilt, geneer
-je niet» begon-ie. «Mijn .... hahahaha!--kistjes zijn momenteel leeg.»
-
-'k Haalde m'n koker uit den zak en presenteerde 'm, wat-ie zich
-zonder te veel omhaal liet welgevallen. Dan, terwijl-ie venijnig
-rook uitblies, alsof 't minstens 'n verpestenden stank verspreidde,
-ontrolde-ie gaandeweg z'n overkropt gemoed.
-
-«'t Is nog nooit zoo kolossaal met m'n werk gegaan! Enorm! De ideeën
-bestormen me. 'k Houd m'n hoofd vast. 'k Ben er bij oogenblikken gek
-van. Niet waar, Co?»
-
-Co knikte, al half door 'r appel heen. Ze sprak 'm nooit
-tegen. Trouwens, wat zou 't ook helpen?
-
-«M'n conceptie-hol dààr is tegenwoordig 'n hel voor me. Telkens en
-telkens word 'k er naar toe gedrongen, om 'n nieuw denkbeeld op te
-krabbelen. 'k Heb geen handen genoeg. Ze vallen me in bij dozijnen. Ga
-er maar eens kijken. Let niet op dat wurm, want dat schreeuwt tòch. De
-wanden hangen vol, de vloer ligt bezaaid. Ha, 't is prachtig!»
-
-Wild streek Jos door al z'n haren en z'n oogen stonden begeesterd. Dan
-trok-ie weer verwoed z'n broek op.
-
-«Ik feliciteer je» sprak 'k met warme vriendschap en stak 'm de
-hand toe. Doch hij zag die niet, wìlde die niet zien. Hij blies me
-'n kolossalen wolk van m'n eigen sigaar in 't gezicht en, na 'n
-duivelschen lach, waarnaar de wiegeling vijf minuut verbijsterd lag
-te luisteren, barstte-ie los:
-
-«Ha, noem me liever diep rampzalig. Wat doe je in dezen nuchteren
-tijd met ideeën! Als 'k er gèèn had, dan maakte 'k fortuin, verdiende
-'k schatten. Koetjes schilderen in de wei en binnenhuisjes met of
-zonder koekepan! Hahaha! Maar ze krijgen er me niet onder. Nee! 'k
-Verkoop m'n ziel niet. Nooit!»
-
-Hij nam 'n heldhaftig-verdedigende houding aan, alsof er van allen
-kant kunstkoopers op de loer lagen, beslag te leggen op z'n kolossaal
-talent. Later echter vernam 'k, dat die z'n adres niet wisten. Hield-ie
-dat misschien angstvallig verborgen?
-
-«Kijk!» riep-ie uit en hij sleepte me mee naar 't Paradijs. «Zie je
-niets, wat je dadelijk trekt, dat je als 't ware toeroept: Hier moet
-je zijn en nergens anders?»
-
-'k Keek nauwlettend rond. Overal lagen teekeningen, krabbels, sommige
-verkreukeld of met de sporen van 'n onschoone zool. En 't behang
-was volgeprikt met 'n uitgezochte collectie aquarellen en andere
-verven. Op goed geluk stapte 'k naar 'n hoek bij 't raam en tot m'n
-groote blijdschap bleek dat de juiste richting te zijn.
-
-«Ha!» juichte Jos haast, zoodat de kleine in de wieg opnieuw begon te
-krijten. «Hij ziet 't dadelijk, Co! Ja, 'k wist 't wel! Den grootsten
-stommeling moet 't boeien!»
-
-'k Nam gaarne aan, dat dit laatste niet op mij sloeg. 'k Stond nu
-voor 'n wonderlijk geval, dat 'k eerst voor zee aanzag, toen voor
-'n rivier en eindelijk voor wat 't was: lucht; niets dan lucht.
-
-'k Voelde, hoe Jos in spanning achter me stond. Daarom, toch ièts te
-zeggen, zei 'k, heel eerlijk:
-
-«Curieus».
-
-«Niet waar?» stemde Jos enthousiast toe. Dan, na 'n oogenblik:
-
-«Weet je, hoe 't ding heet?»
-
-'k Kon er zoo gauw niet achter komen. Gelukkig was Jos me voor.
-
-«De doode kraai.»
-
-Nu kon 'k m'n verwondering toch niet geheel bedwingen.
-
-«De doode kraai?» vroeg 'k aarzelend.
-
-«Ja!» schreeuwde Jos ongeduldig. «Jij zoèkt 't beest, hè? Dat doen
-ze allemaal. De ezels! Maar begrijpen jullie dan niet, dat 't veel
-mooier is, 't beest nièt te schilderen? Wat zegt 'n dooie kraai? Geen
-bliksem! 'k Bedoel: 'n dooie kraai schilderen, kan iedereen. Maar
-'m nièt te schilderen en 'm dan tòch te doen vermoeden ergens in de
-onbestemde ruimten van 't wereld-wee, dàt is kunst. Niet de materie,
-maar de idee, 't begrip! Zie die lucht! Zie, zeg 'k!» (Jos pakte me bij
-'n schouder, doch dit was volstrekt niet noodig, want 'k zag heelemaal
-niets anders). «Dat is geen regenlucht, of geen donderlucht, of geen
-hagellucht, of geen zonnelucht. Nee, 't is geen eens lucht. Die kan
-je voor mijn part cadeau krijgen! 't Is slechts symbool, 'n symbool
-van ramp, ellende, verlatenheid. Die wolken, die eiglijk geen wolken
-zijn--begrijp je me? Volg je me? God, Co, laat dat wurm z'n mond
-toch us houwen!--die wolken roepen 't uit: «Daar ergens licht, hu hu,
-'n doode, hu hu, 'n doode kraai!» 'n Tragedie, afschuwelijk! Je voèlt
-de kraai. Ja, als 'k m'n oogen sluit, zie 'k 'm. Daar!»
-
-De oogen dicht, prikte Jos met den wijsvinger bijna in m'n oor. 'k
-Wendde me wat af. Men moet niet te lang naar tragedies zien.
-
-«Welke schilder heeft dat vóór me gedaan?» vroeg Jos, terwijl-ie weer
-in de werkelijkheid keek. «Ze kunnen er naar ruiken! Ja, koetjes
-en koekepannen. Maar 'n kraai, die er niet is!--'k Ben er mee naar
-drie kunstkoopers geweest. Haha! 'k Hak liever m'n hiel af, dan dat
-'k ooit weer 'n voet zet in hun schande-winkels! Bloedzuigers zijn
-'t, verkrachters van de ziel! Weet je, wat ze zeien? De een zei:
-«Meneer, u moest die lucht wat stoffeeren». Stoffeeren! Alsof 'k
-gemeubileerde kamers verhuur! De ander vroeg, waar 'k de onderste
-helft gelaten had. Die lui zien niets! En de derde, dien 'k nog
-us speciaal op m'n kraai opmerkzaam maakte, zei: «Meneer, 't beest
-is niet af genoeg». Nu vraag 'k je! Wat maalt 'n dooie kraai er om,
-of-ie af is? En met zulke stommelingen heb je te maken! Die hebben 't
-heft in handen. Die kunnen je laten crepeeren, als ze willen! Er moet
-revolutie komen, opruiming! Dan eerst is de weg vrij naar 't Ideaal!»
-
-Jos, 't Paradijs ontvluchtend, stapte, met weer 'n haal aan z'n broek,
-terug naar z'n gezellig vóór. 'k Volgde 'm, ook omdat de wiegeling
-'n steeds erbarmelijker keel opzette.
-
-«Kàn dat kind van jou dan niet 'n oogenblik zwijgen?» snauwde
-Jos. «Waar zijn onze uitbouwen toch voor?»
-
-Co, weer aan 'n verschen appel--'t was enorm, zooveel als ze daarvan
-aan kon. En waar haalde ze ze vandaan?--keek flauwtjes op, schuins
-langs 'r Cleo-haar. Ze wou iets zeggen, scheen 't, maar ze wist niet
-wat. Gelukkig hoorde ze juist 't dienstmeisje in de gang, terug van
-'n boodschap. Daarom zei ze, met 'n traag gebaar, alsof dàt 'r zelfs
-nog te veel was:
-
-«Chris, zal 'm wel weg zetten».
-
-Er werd geklopt. Chris trad binnen.
-
-«Heb je 't?» vroeg Co.
-
-«Nee» zei Chris.
-
-«Waarom niet?» nader-informeerde Co.
-
-«Ze gaffe niks meer, zeie ze, voor 't andere betaald was».
-
-«O!» begreep Co dof en ze deed 'n hap in 'r appel, dat Jopie er zelfs
-verbaasd van keek.
-
-«De bourgeois!» smaalde Jos.
-
-«Steek nog us op» stelde 'k joviaal voor, 'm te troosten; ook omdat-ie
-de laatste minuut m'n sigaar geen seconde uit 't oog verloor.
-
-«In gedachten» tastte-ie andermaal in m'n koker. En, dadelijk weer
-venijnig paffend, alsof-ie de lucht bepaald onuitstaanbaar vond,
-droeg-ie Chris op:
-
-«Ga dan naar de overkant».
-
-«Daar ben 'k ook al geweest» zei Chris gelaten.
-
-«Ha!» begreep Jos, weer met een van z'n meest satanische
-glimlachen. Dus nergens leverden ze meer op crediet! De hongerdood
-stond voor de deur! Nòg zag-ie 'n uitkomst.
-
-«Ga naar die nieuwe winkel op de hoek. Daar kennen ze ons nog niet».
-
-«Ja, dat zegt ù» zei Chris levenswijs. «Mot u us komme!» Dit laatste
-deed de deur dicht. Dus drong Jos niet langer aan.
-
-«Je ziet, wat 'n naam 'k maak!» riep-ie me toe met schrijnenden
-spot. «De faam gaat me vooruit! O, hoe schoon is 't, kunstenaar
-te zijn!»
-
-Hij zette zich, op 'n tabouretje, zeer laag bij den grond. «Co, wòrdt
-'t daar nu rustig?» Hij wees naar 't Paradijs.
-
-«Ach, Chris, breng jij zus even achter. Wil je?» vroeg Co, met 'r
-tong de laatste appel-reste verwerkend.
-
-O, Chris wilde wel. Ze wilde altìjd. Ze had nooit iets anders dan
-te willen. Nog geen zestien, was ze al in 'r zevenden dagdienst. En
-overal waar ze kwam, vond ze 't zelfde: 'n missen boel. Je wende er
-aan. En thuis was 't net zoo. Wat ze van 'r vroegen, dééd ze. Ze stond
-bullebassen van schuldeischers te woord, gaf niet thuis, al hoorde
-je meneer zingen, dat de gang er van dreunde, droeg aschbakken weg,
-ver boven 'r kracht, liep 't vuur uit 'r sloffen, om ergens iets
-'n halve cent goedkooper te krijgen dan naast de deur. 't Raakte
-'r alles niet meer. 't Ging over 'r heen. Eens toch zouen ze voor
-haar ook sjouwen: als ze begraven werd! Dan werd zìj gedragen. 't
-Was 'n troost, ofschoon nog in verre toekomst. Eerst moest ze nu
-de ijzeren wieg verduwen, mèt de kleine, de heele gang door en de
-keuken naar de achteruitbouw, 't Was 'n gevaarte, voor hààr postuur
-'n schip. In 't Paradijs klonk gemorrel en gepiep van ijzer over hout;
-ook 't geblaat van de allerjongste Henkeman. Dan ging 'n deur dicht;
-'t schip, zeevaardig, stevende de gang in en 't werd rustig.
-
-«Nu kan 'k tenminste weer denken!» riep Jos gemarteld uit. Hij greep
-naar z'n hoofd, alsof de ideeën daar weer loskwamen. Bang, dat we
-daar moeilijkheid mee zouden krijgen, leidde 'k 'm af.
-
-«Waarom maak je niet us wat maakwerk?» vroeg 'k. «Zoo voor de
-verkoop. Je bent toch zoo handig.»
-
-Dit laatste moest 'm vleien.
-
-Hij keek me aan, voor zìjn doen tamelijk rustig. Ook scheen-ie
-langzamerhand aan m'n sigaren te wennen. Althans, hij trok geen vieze
-gezichten meer.
-
-«'k Heb van alles geprobeerd» bekende-ie open, als 'n groot
-artist. «Maar zelfs als 'k tot de plebejers probeer af te dalen,
-begrijpen ze me nog niet. 'k Heb naar 't nieuwe weekblad «De
-Zon»--'n prul, tusschen twee haakjes!--'n serie satyrieke charges
-gestuurd. Kostelijk! 't Heele Kabinet werd er door gehaald. De redactie
-stuurde ze me terug, omdat 't publiek «geen gruwelkamer-impressies
-bliefde!» 't Wou liever wat vroolijkers. Ja, roei daar maar eens
-tegen op!--'k Heb voor 'n koperen bruiloft allerlei komiekigheden
-in elkaar geflanst. Je begrijpt wel: bruigom met scheeve hooge hoed,
-enzoovoort. De ezels hebben niet eens gelachen. De bruigom heeft me
-'n pak slaag gepresenteerd en de bruid wil me nooit meer zien. Ja,
-je moet je best maar doen! Wat nu? 'k Kan toch geen uithangborden
-schilderen? Dat is anders wel «hooge» kunst, haha!»
-
-Hij begon weer verwoed te rooken, zoodat 'k al naar m'n koker voelde,
-of 'k nog voorzien was.
-
-«Maar 'k vind 't toch hartelijk van je» zei-ie dan, met 'n haal,
-dat 'k 'm 'n oogenblik niet zien kon, «dat je nog aan Co's feestdag
-gedacht hebt. Dat bewijst tenminste, dat 'n mensch in z'n misère niet
-vergeten wordt».
-
-'k Sprong op, voorzichtig, want de stoel, waarop 'k me na lang aarzelen
-gewaagd had, was niet tegen heftige emoties bestand.
-
-«Feestdag?» vroeg 'k onhandig.
-
-«Ja, Co is immers jarig» moedigde Jos aan.
-
-'k Trad snel op de jubilaresse toe, drukte 'r warm de hand.
-
-«Nog vele jaren!» wenschte 'k van harte.
-
-«Dank je» zei Co. «Wil je 'n appel?»
-
-'k Sloeg dit aanbod af. Maar 'k wou wel 'n glas water, zei 'k. Hiermee
-echter bracht 'k de Henkeman's in groote moeilijkheid. Er wàren geen
-glazen. Chris brak zooveel! «En al m'n penseelen staan juist uit te
-weeken» verklaarde Jos met 'n eerlijk gezicht. Of 'n kopje ook goed
-was? 'k Dronk 't lièfst uit kopjes, zei 'k. Toen kreeg 'k er een,
-wat stoffig en zonder oor. Maar als je wèrkelijk dorst hebt, let je
-daar niet op.
-
-«'k Zou ook nog les kunnen geven» vervolgde Jos z'n afgebroken
-rede. «Maar daar heb je 'n meer, hahaha, wereldsch intérieur voor
-noodig. Want van de dames moet je 't hoofdzakelijk hebben. En dan die
-jaloezie van Co! Je kent 'r niet! Als ze los komt....! Nee, daar begin
-'k niet aan».
-
-Flauwtjes keek de jaloersche naar 'm op. Ze had warempel alwèèr
-'n appel!
-
-Jos vlòòg van z'n tabouret. «Blijf zoo zitten!» riep-ie. «Verroer je
-niet. Wat 'n expressie! Kerel, zie je dat? 'n Madonna!»
-
-'k Keek, wat 'k kon. Maar voor 'n «Madonna met den appel» kon 'k
-weinig voelen. Integendeel, 'k vond dat Co er vrij vervelend uit zag,
-vadsig als altijd, en voor 'n feestdag bijzonder slaperig. Jos echter,
-met z'n artisten-oog, ontdekte altijd heel andere dingen dan 'n gewoon
-mensch. Hij zag van alles in Co. Hij had 'r op alle denkbare wijzen op
-'t doek mishandeld. Ze fungeerde er als moeder, als nimf, als bruid,
-als Venus! Je kon 'r in alle mogelijke toestanden aantreffen in
-'t Paradijs, vóór, in de uitbouwen: zich kleedend, in négligé, in
-'t bad; lezend, peinzend, aan de wieg, in 'n bloemperk. Maar altijd
-ontlokte ze je weer 'n gaap, zoo verveeld kon ze kijken. En ook nu, met
-'r zooveelsten appel, ging er voor mij geen groote bekoring van 'r uit.
-
-Opeens rende Jos de achterkamer in. «'k Krijg 't weer!» riep-ie
-smartelijk uit. «'t Komt! O, dat conceptie-hol!»
-
-'k Zweeg, eerbiedig. En Jopie, die me juist met 'n handvol bruine
-boonen bekogelen wou, kreeg 'n moederlijke vermaning. «Stil, jongen»
-zei Co. «Je vader wèrkt!»
-
-'k Keèk naar dat werken. Doch voorloopig bestond 't daàruit, dat Jos op
-krampachtige wijze z'n hoofd vasthield en ijselijk stampvoette. Dan
-trok-ie z'n broek weer op en, zich tot me wendend, zei-ie met 'n
-flauwen lach:
-
-«Nee, 'k dàcht, dat 't wat was. 'n Mensch raakt eèns uitgeput».
-
-Hij trok me mee in z'n hol. «Begrijp je» vroeg-ie onstuimig, «hoe hier
-'t werk op je aanstormt? Als 'k m'n oogen dicht doe--kijk, zoo!--, zie
-'k, wat 'k wìl. Die modeschilders met hun divans en draperieën! 't Is
-m'n illusie, eens 't Niets te kunnen schilderen. Voel je? 't Niets,
-dat eiglijk àlles is! De Eenheid en de Veelheid, alles bij elkaar en
-toch nog nul! Ha, 't blijft natuurlijk ideaal, dat te bereiken zònder
-materie, zonder doek, zonder verf! Stel je voor: «Mevrouw, 'k verkoop
-u dàt. Niets en alles!» En je wijst in de lucht en 't is grijpbaar
-en toch niet te vatten. Welk 'n triumf van de geest! Dat alles gaat
-in m'n hoofd om. Begrijp je nu, dat 'k er wel eens pijn aan heb?»
-
-'k Stemde toe, dat 'k me dat best kon indenken. En onderwijl
-streed 'k in mezelf 'n heftigen kamp. M'n nuchterheid verzette zich
-tegen 'n edelmoedige opwelling, welke 'k op 't laatst toch niet kon
-bebazen. Neen, als 'k alles bedacht: Co jarig, God wist misschien zelfs
-geen appel meer in huis, Chris geweigerd door alle bourgeois, Jopie
-met z'n onverkwikkelijk harde boonen, Jos straks weer bijtend op z'n
-pijp .... 'k kon 't niet langer aanzien. En 'k kocht, voor 't eerst van
-m'n leven, op staanden voet, kunst. 'k Bemachtigde 'n ding, dat me wel
-aardig leek: twee uien naast 'n sinaasappel met, op den achtergrond,
-schemerig, 'k mèèn 'n gemberpot. Jos vroeg, of 'k krankzinnig was, dat
-'k «De doode kraai» niet nam, z'n meesterwerk! Maar 'k zei, dat 'k dat
-voor die zestig gulden niet nemen mòcht. Toen drukte-ie me geroerd de
-hand. Ik vòèlde 'm zoo, sprak-ie zacht. En hij stak nog 'n sigaar op.
-
-«Je blijft toch eten?» vroeg Co. 'k Keek aarzelend naar de
-aardappelen. En die Jopie, die zoo royaal met z'n boonen omsprong! Toch
-wou 'k ook niet teleurstellen, 'k Stond in twijfel.
-
-«Natuurlijk komt-ie!» loste Jos 't geval voor me op met 'n geweldigen
-slag op m'n schouder. «Hìj zou er niet bij zijn! Op Co's feestdag! Er
-komen er nog meer. Anders haal ik ze! 'n Mensch kan niet àltijd
-werken. 'n Beetje ontspanning zal ons goed doen. Je komt, hoor! En
-wat de pot schaft! Haha, hìj zou er niet bij zijn».
-
-'k Beloofde. Toen 'k wegging, werd er juist gebeld. 't Was 'n
-beertje. Doch die ging dra op de vlucht voor 't lapje van zestig. Van
-zóóveel had-ie niet terug. Jos zwaaide er mee, of-ie 'n vaandel
-veroverd had. Bescheiden stapte 'k heen: 'k voelde me 'n góéd mensch.
-
-
-
-'t Is 'n overdadige fuif geworden. 'k Had nog wat meegebracht, om de
-tafel 'n royaler aanzien te geven, blikjes-goed en zoo. M'n jaszak
-puilde er van uit. Maar toen 'k 't feestmaal aanschouwde, schaamde
-'k me en 'k heb alles bij me gehouden. Tegen zooveel richesse kon
-'k niet op.
-
-'k Herinner me niet, de laatste jaren ooit zóó te hebben gesmuld. En 't
-zag er aardig uit met al die gemberpotten, eindjes kaars en gedroogde
-bloemen. Servetten hadden we niet, maar waar de Henkeman's opeens al
-die glazen vandaan haalden, is me nog 'n raadsel. En gevuld dat ze
-waren? Met wat je wou!
-
-Er is veel getoost, op den bloei der kunst, op Co, 'k meen ook op
-«De doode kraai». Even werd de vreugd verstoord, doordat Co, met
-extra nonchalant Cleo-haar, zich plots herinnerde, dat er zeker in
-geen vier uur naar de kleinste gekeken was. We zijn toen allen op
-'n holletje naar den achtersten uitbouw getogen en daar vonden we
-'t wurm net nog in leven, maar al heelemaal blauw van 't schreeuwen
-en 't op-z'n-buikje-liggen. We hebben daarop de wieg in feestelijken
-optocht naar 't Paradijs gesjord en daar met lampions behangen, wat
-'n heel aardig effect maakte.
-
-Verder herinner 'k me geen stoornissen. Alleen stoof Jos telkens
-naar z'n conceptie-hol, omdat 't weer bij 'm begon te werken en
-klonk er op 'n gegeven oogenblik 'n benauwde kreet van onder tafel,
-waar Jopie, dien we allang in bed dachten, zich te buiten ging aan
-'n oesterschelp. Dat alles echter maakte den avond niet minder
-geanimeerd. In tegendeel!
-
-'k Begon er me al over te verwonderen, hoe Jos zooveel weelde bij
-elkaar had gebracht voor m'n ongelukkig, blauw lapje. Er moesten
-bepaald weer nieuwe winkels bij gekomen zijn! Maar dra verklaarde zich
-'t geval.
-
-'k Was de gang ingeloopen, even m'n handen te wasschen. De gasten
-zaten verspreid op de avontuurlijke stoelen of liepen de kamer rond,
-alsof er haast bij was, de heeren met 'n «zuigstengel»--'n exquise
-Havana!--, de dames met 'n snoepje. Co zat weer over een van 'r
-roman-afleveringen gebogen, slaperiger dan ooit. En Jos kreeg opnieuw
-'n bevlieging, greep al naar 't potlood: «De lezende Madonna».
-
-'k Stond aan 't fonteintje, goochelde met 'n stukje zeep. Zóó had je
-'t, zóó had je 't nièt. En de handdoek was zoek. Chris kon me niet
-helpen, want die was voor uren naar huis gestuurd met 'n halve ham en
-'n flesch port. 'k Sloeg m'n handen uit, spatterde van Stralen in 't
-gezicht. Van Stralen is 'n aardige kerel, die iets bij de «belastingen»
-doet. Hij was me zoo maar achterop geloopen en wou zich nu ook wat
-verfrisschen.
-
-«Gezellige pan, hè?» vroeg-ie enthousiast.
-
-'k Stemde van harte toe, gestreeld, want eiglijk beschouwde 'k 't
-feestje toch als mìjn fuif.
-
-«'t Gaat ze tegenwoordig goed» vervolgde van Stralen opgewekt en
-op zijn beurt begon-ie 't spelletje met de zeep. «Hij verkoopt
-meer dan-ie maken kan. 'k Heb vanmiddag net nog 'n aardig ding op
-de kop getikt. Twee uien met 'n sinaasappel en 'n achtergrond. 'n
-Fijn stukje».
-
-M'n handen waren opeens droog, «Twee uien?» vroeg 'k.
-
-«Ja» blies van Stralen, die bepaald te veel gegeten had, «en 'n
-sinaasappel en dan nog iets, dat je niet erg goed zien kan. 't Is
-heel mooi. Ga maar eens mee kijken».
-
-Hij ging me voor, onafgedroogd. We traden weer in 't gezellige
-«vóor». Doch daar zag 'k juist Jos in druk gesprek met Bouwer--òòk
-'n heel aardige kerel, 'k geloof aan 'n ministerie--vlak voor mijn
-uien, die nu van van Stralen waren. 'k Begreep de situatie, troonde
-van Stralen onder 'n voorwendsel mee naar 'n anderen hoek van de
-kamer. Geen drie minuut later, of Jos drukte Bouwer stevig de hand:
-de zaak scheen beklonken. Toen kregen we nog champagne.
-
-
-
-Den volgenden morgen--'t was laat geworden 's nachts en 'k lag nog
-te bed--kwam Jos bij me met 'n mismoedig gezicht en.... de uien.
-
-«Zoo? Zijn ze daar dan toch?» vroeg 'k verheugd en 'k richtte me
-half op.
-
-«Ja» bromde-ie, «maar als je 't me niet kwalijk neemt, wou 'k er wel
-mee op stap».
-
-«Hoe bedoel je?» vroeg 'k, op alles voorbereid.
-
-«Die uien doen me de dood aan!» riep-ie woedend uit. «'n Croûte,
-'n ding zonder idee! Wat is in 's hemelsnaam 'n ui! En ze zijn er
-allemaal dol op, stapel, gek. Ze vallen er op aan als uitgehongerde
-wolven. Jij, hij, zij! En die gehate dingen zullen op 't laatst
-nog m'n uitkomst zijn! Jij wou ze gister met alle geweld hebben,
-weet je nog wel? 'k Heb je nog teruggehouden, gezegd: «kerel, neem
-de doode kraai. Van dat dier zul je plezier hebben». Maar nee, jij
-zou en moest de uien. Nu, je hèbt ze dan ook».
-
-Hier wou 'k protesteeren, want 'k dacht aan Bouwer en van Stralen. Doch
-als Jos eenmaal op dreef is, krijg je er geen woord tusschen.
-
-«'k Heb 'n dinertje voor je ingericht, omdat 'k je handelwijze zoo
-attent vond» vervolgde Jos met 'n razenden pluk aan z'n haar. «Ook is
-Co maar ééns jarig. Eenvoudigjes natuurlijk, onder ons. Maar 't valt
-toch niet mee. Er komen altijd meer lui dan je denkt en je wilt toch
-ook geen honger lijen. En vlak nadat je 's middags weg ging, kwam
-die fielt van 'n schoenmaker met zóó'n rekening. Die had wèl terug
-van zestig. Toen van Stralen dan ook--hij was wat vroeg--absoluut die
-uien wou (hij was er gewoon niet van weg te slaan, idioot!) heb 'k ze
-'m maar gelaten, voor vijftig gulden, 'n krats, cadeau. O, dan krijg
-jij nog tien van me, hè? Ach, nee, hoe zit dat nu ook weer? M'n kop
-loopt om van al die misère en 'n ideeën als 'k vanmorgen weer had! Dat
-krijg 'k altijd na zoo'n avondje. 'k Kan er eiglijk niet tegen. Enfin,
-we rekenen nog wel af.
-
-En 's avonds kreeg Bouwer 't ook al te pakken. Hij wou er 'n moord
-voor doen, zei-ie. Nu, je begrijpt, dat wou ik niet, voor nog
-geen honderd uien! En we moesten den volgenden dag toch òòk nog
-leven. Met die paar blikjes zalm doe je niet lang. Dus, om van 't
-gezeur af te zijn, heb 'k 'm maar niet teleurgesteld, voor veertig
-gulden. Belachelijk! Maar vanmorgen hebben ze gewoon de bel bij
-ons uit de deur gehaald--of ze 't ruiken, de hyena's!--Chris heeft
-geen woord kunnen inbrengen en nu heb 'k nog precies dertien en 'n
-halve cent. Haha, 'n kunstenaarsbestaan! Je verkoopt al je hebben
-en houwen voor 'n krats en nog lijd je armoe! En je echte, zuivere,
-mooie werk--'k bedoel nog niet eens «de dooie kraai»--willen ze niet
-aan!--En nu wou 'k je vragen, beste kerel, omdat jullie alle drie die
-uien toch niet kunt hebben en omdat daar nu zoo'n verkoop in schijnt
-te zitten, leen me even 'n fatsoenlijk overhemd en 'n boord en vijf
-pop. Dan rij 'k naar die nieuwe kunstzaak in de Langstraat en 'k ben
-weer in bonis en je neemt maar uit m'n «hol» wat je wilt. Je weet,
-vrienden kan 'k niets weigeren».
-
-'k Dacht weer aan Co, Jopie en 't aardappelmandje en.... 'k was
-overgehaald. Jos trok m'n beste overhemd en m'n hoogste boord aan en
-'k gaf 'm vijf pop, om mìjn uien te verkoopen. Toen ben 'k nog maar
-wat blijven liggen. En 'k heb veel nagedacht.
-
-
-
-Jos heeft de uien niet verkocht. De kunstzaak wou ze niet
-aan. Daarop heeft Jos, zonder aan de drie eigenaars te denken, ze uit
-kwaadaardigheid verscheurd mèt den sinaasappel en den onduidelijken
-achtergrond. En hij heeft gezworen, dat-ie nooit meer één ui schilderen
-zou, al moest-ie ook verhongeren.
-
-Tegenwoordig loopt Jos elk oogenblik bij me op, of 'k niet eens iets
-bij 'm kom uitzoeken in ruil voor 't vernietigde stilleven. Maar
-'k durf niet goed. 't Komt altijd duurder uit, dan je denkt. En Jos
-is zoo slordig met overhemden!
-
-«Van Stralen en Bouwer laten zich niet meer zien» vertelde-ie me met
-'n zucht. «En dat allemaal om die verwenschte uien! Heb 'k gelijk,
-dat 'k ze nooit meer schilder?»
-
-«Of je!» stemde 'k toe. En 'k heb 'm beloofd, dat 'k morgen bij
-'m zou aanloopen.
-
-Maar 'k gà niet!
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE NOOD-EXPOSITIE.
-
-
-Omdat 'k, door de algemeene malaise, toch niets te doen had, belde
-'k bij m'n vriend Jos aan.
-
-Dat is m'n noodlot. Ieder heeft zoo z'n buitenissigheidjes, z'n zwak,
-z'n zonde. De een houdt er 'n villa op na, waar-ie nooit komt, 'n ander
-'n «stoom»-fiets, waar-ie niet op terecht kan, 'n derde 'n meisje,
-dat-ie niet meer bezoekt. Ik heb m'n vriend Jos. Ofschoon 'k weet,
-dat-ie me nooit anders dan onaangenaamheid bezorgt en 't me altijd, hoe
-'t ook draait, geld kost, kan 'k toch de verleiding niet weerstaan,
-'m nu en dan weer eens te bezoeken. M'n heiligste voornemens zelfs
-zijn daar niet tegen bestand. 't Is de drang naar zelfvernietiging,
-welke in elk mensch schuilt. 'k Vecht er maar niet langer tegen.
-
-'k Belde dus aan bij m'n vriend Jos. Er werd niet opengedaan. Dit wist
-'k van te voren. Bij Jos wordt nooit opengedaan. Dat is systeem. 't
-Leven leidt soms tot wrange consequenties.
-
-'k Deed 'n stap naar achter, door de ramen van z'n benedenhuis
-te turen. Die zijn ondoordringbaar, wijl bijkans tot 't plafond
-dicht-begordijnd. «Dat is 't eenige, waarom je blij moet zijn, als
-je schilder bent» had Jos me wel eens gezegd. «Ze kunnen tenminste
-niet zien, of je thuis bent!»
-
-'k Stond besluiteloos. Alle geheime teekens hadden indertijd op den
-duur gefaald. Zelfs 't driemaal zacht tikken, gevolgd door 'n luide
-kuch, was door schuldeischers afgekeken en had Jos in de grootste
-moeilijkheid gebracht. En 't werd lastig, telkens weer 'n nieuwe
-krijgslist te bedenken.
-
-Daar schoot me 'n ouwe truc te binnen. 'k Belde nog eens, deed dan
-m'n kaartje glijden in de busklep--ook die «doorkijk» was hermetisch
-gesloten: er flapperde 'n gordijntje achter, naar 't heette voor den
-tocht--en kuierde langzaam op. Als Jos er nu maar op inging! Want
-ook met kaartjes was al gefraudeerd, zoodat Jos niets of niemand
-meer vertrouwde. Doch hoe zou een van z'n schuldeischers nu aan mijn
-visite-kaartje komen?
-
-'k Keerde op m'n schreden terug. Gelukkig, 't had geholpen! Jos' deur
-kierde en, toen 'k er weer voor stond, werd 'k ijlings naar binnen
-getrokken door 'n energiek rukkenden, manchetloozen arm. 'k Raakte
-bijna van den voet. Met 'n bons sloeg de deur achter me dicht. 'k
-Was in de vesting!
-
-Jos keek me verwilderd aan. «Goddank, dat je d'r bent!» fluisterde-ie
-me toe met 'n voor hem ongekende hartelijkheid. «We snakken naar
-afleiding. 'k Word gek van de eenzaamheid. We zitten hier als op
-'n fort. 't Is verschrikkelijk!»
-
-'k Drukte 'm de hand, begrèèp 'm. «Ja» zei 'k, «'k had al eerder plan
-gehad. Maar omstandigheden, hè? Vrouw en kinderen wel?»
-
-Weer zag Jos me verbijsterd aan, alsof 'n langbegeerde prooi eindelijk
-in z'n macht was geraakt. «Hm» mompelde-ie dan, «vrouw en kin.... Laten
-we liever over wat prèttigs praten. Maar.... kom binnen.»
-
-'k Trad in z'n voorkamer, waar 't er zeer «gemobiliseerd» uitzag. En
-aan 't hand-dikke stof op lamp, schoorsteen en de weinige stoelen,
-bemerkte 'k dadelijk, dat er van 'n dagmeisje sinds weken geen sprake
-meer was.
-
-Rondziend, ontwaarde 'k op de sofa bij 't raam 'n beweeglijk pakket,
-dat zuchten in mijn richting afzond. Dat kon niet anders dan Co
-zijn, begreep 'k. En m'n hand weer uitstekend, zei 'k op goed geluk:
-«Dag, Co.»
-
-'t Pakket, in 'n eens zalm-kleurigen lap gewikkeld, welke desnóóds
-voor peignoir kon doorgaan, richtte zich half op van de krakende
-sofa. Twee doffe oogen bestaarden me, vijf slappe vingers raakten
-me even aan. Daarop zonk alles weer ineen, tot niet. Onwillekeurig
-dacht 'k aan 't beeld van de kaars, welke nog eenmaal flappert,
-vóór ze........ Ach!
-
-«Wat scheelt er aan?» vroeg 'k, niet gerust. «Wat heb je?»
-
-Er kwam geen antwoord. Slechts 'n verwijderd gekreun, dat ook 'n
-gesmoord snorken kon zijn, drong tot me door.
-
-'k Herhaalde m'n vraag. Toen, na nog 'n pauze, welke 'n eeuwigheid
-scheen, verzuchtte, wat daar nog leefde op de rheumatische sofa,
-molto ritardando:
-
-«Ik...... sl...... aap.»
-
-Verlucht richtte 'k me weer op. Er was dus nog geen gevaar!
-
-«Ja,» venijnde Jos, langs me heen slungelend, terwijl-ie z'n broek zóó
-hoog optrok, dat 'k niet begreep, hoe-ie nog vóórt kon. «Ze doet niet
-anders. Lollig voor mij! Maar je kómt er hier wel toe. Zelfs geen krant
-krijgen we. (Ze willen me niet meer als abonné, de geldknijpers!) 'k
-Weet nauwlijks, of d'r nog oorlog is! Nona! 't Eenige, wat er voor
-ons op zit!»
-
-Hier loosde Jos 'n geeuw, welke als 'n gat in de ruimte sloeg. Ook
-ik sperde m'n mond, van den weeromstuit. En 't werd hoogst hoorbaar,
-hoe Co, zooal niet de ééuwige, dan toch 'n zeer langdurige rust was
-ingegaan. Gezellige boel!
-
-«Maar hoe leven jullie hier dan?» belangstelde 'k nog,
-beleefdheidshalve.
-
-«We leven heelemààl niet» knarste Jos, moeilijk verstaanbaar. «We
-zitten hier opgesloten. Gevangenen, man, gevangenen! Ze hebben de bel
-uit de deur getrokken. Wat de menschen toch koppig zijn, om nù nog
-met kwitanties te komen! Dat wordt gewoon 'n manie van ze. Maar wie
-er komen moet, blijft weg: de bakker, de kruienier. Tusschen licht
-en donker moet 'k er als 'n misdadiger op uit, om brood, boter. En
-altijd zie 'k nijdige gezichten van lui, van wie 'k al jàrenlang
-klant ben, de ondankbaren! En deurwaarders, o, o! Maar dat zal ook
-niet lang meer duren. 'k Heb nog precies 12-1/2 cent. Dan gaan we maar
-allemaal liggen, naast Co. En ze zullen ons later vinden, ontbonden,
-met verstarde gelaatstrekken, 'n artistentragedie. Ha ha!»
-
-Wild stiet Jos 'n piep-geluid uit en z'n haren wàpperden.
-
-'t Koude zweet brak me uit. Had 'k maar weer nièt aangebeld!
-
-In 't atelier, achter, klonk geritsel, hardnekkig. 'k Luisterde.
-
-«Wat is dat?» vroeg 'k, nieuwsgierig.
-
-«Muizen!» fluisterde Jos met 'n stem, die al zwakker en zwakker
-werd. «Dag en nacht gaan ze te keer. Ze vinden niets meer, geen
-kruim. Straks beginnen ze nog aan m'n stillevens. Haha! Als ik ze
-niet voor ben!»
-
-In Jos' oogen flikkerde iets, dat op krankzinnigheid wees. Verteerde
-de innerlijke vlam 't broze omhulsel?
-
-«Spreek toch wat harder» zei 'k. «'k Versta je haast niet. Ben je
-verkouwen? Je praat zoo heesch.»
-
-Jos sloeg 'n zonderlingen blik naar 't plafond. Dan blies-ie
-geheimzinnig in m'n oor:
-
-«De boven-buren! Ssst! Als d'r gebeld wordt, waarschuwen diè, dat
-'k thuis ben. Ellendelingen! Omdat 'k eens 'n pakje voor ze heb
-aangenomen, dat we maar opgegeten hebben. Rolham, stel je voor! Wie
-laat zoo iets staan, in deze tijden! Die lui hebben geen hersens».
-
-Weer trok Jos verwoed z'n broek op. 'k Werd bang, dat er op die manier
-weinig van dat kleedingstuk zou overblijven.
-
-Opeens voelde 'k 'n schrijnende pijn in 't meest rechtsche mijner
-beenen. 'k Keek omlaag. Er stak 'n pijl in m'n broekspijp.
-
-«Au!» deinsde 'k onwillekeurig terug. Onder tafel zat Joop, de
-«aardige» oudste van de twee kleine Henkeman's, met opnieuw geladen
-boog. Schielijk week 'k nog op zij. En 'n tweede pijl vloog geruchtig
-tusschen m'n beenen door.
-
-«Ze zijn niet vergiftig» lachte Jos satanisch. Hij scheen er bepaald
-plezier in te hebben, dat z'n jongen me vrees aanjoeg. 't Scheelde
-weinig, of hij hitste 'm aan met 'n: «Pak ze! Ks, Ks!»
-
-Nu 'k z'n schuilplaats echter ontdekt had, was de aardigheid voor
-Jopie er af. Hij kroop onder de tafel vandaan en vermaakte zich 't
-verdere van de visite met voortdurend om me heen te draaien en me
-daarbij aan te gapen, of 'k 'n soort Boschjesman was. 't Was dan ook
-waar: de jongen was menschen ontwend.
-
-'k Wou gaan zitten. «Pas op!» waarschuwde Jos met 'n gebaar, dat 'n
-trein tot stilstand zou hebben gebracht. «Die stoel niet! Dàar! Dàt
-is de goeie».
-
-IJlings richtte 'k me weer op. In den huize Henkeman ontsnapte je
-elk oogenblik aan gevaren.
-
-'k Zette me nu, volgens aanwijzing, dicht bij de schuifdeur, waardoor
-je in 't atelier kwam. 'k Keek er meteen binnen.
-
-Daar hingen, stonden, lagen de mij welbekende studies, stillevens,
-krabbels, wonderlijke mensch-, ver- en andere gezichten. D'r kwam
-maar geen schot in den voorraad.
-
-«Je moest eens iets actueels maken,» raadde 'k met de beste
-bedoeling. «Dat is 't eenige, wat op 't oogenblik pakt.»
-
-Jos stoof op me af. 'k Dacht, dat 'k alweer op 'n verkeerden stoel zat!
-
-«Schei uit!» raasde-ie, in spijt van de buren boven. «'t Heeft me al
-dol gemaakt. Iets actueels! 'k Heb 'n pracht-ding geteekend. Niet
-waar, Co? O, ze slaapt. Làat 'r. --'n Pracht-ding! De kanonnen
-reden door de lucht. Wat? Nee, ze renden, rolden, donderden. 't
-Was verschrikkelijk. Je hield je hart vast. Elk oogenblik dacht
-je: ze komen naar beneden. Kan 't spannender? Laat één me dat
-maar nadoen! En Co lag tegen 'n heuvel, handen voor 't gezicht,
-als schreiende vredes-maagd. Ze heeft me nog nooit zoo ontroerd. 'k
-Wist niet, dat m'n eigen vrouw zoo'n pracht-maagd was! En gewonden en
-vluchtelingen, voor alles had 'k gezorgd. 'k Ga er mee naar den Nieuwen
-Kunsthandel. 'k Denk: dàt neemt-ie zeker. Wat zegt de vent? «Neem weg
-dat ding! U ruïneert m'n zaak. U jaagt de menschen m'n winkel uit. Ze
-willen geen narigheid. Die lezen ze in de kranten al genoeg.» En ik met
-m'n kanonnen weer naar huis. 'k Verzeker je, dat ze me zwaar wogen.»
-
-Jos streek z'n haren uit z'n voorhoofd, wat 'n heel werk was. Dan
-stak-ie z'n handen weer zoo diep in z'n broekzakken, dat 'k niet
-begreep, hoe-ie ze ooit weer terugvond en stapte als 'n opgejaagde
-kievit z'n atelier door. Werkelijk, de kerel behield toch altijd
-iets geniaals.
-
-'k Volgde 'm, òòk om 'n oogenblik van Jopie bevrijd te zijn. De jongen
-maakte me bepaald verlegen.
-
-«Waar zijn ze?» informeerde 'k, rondziend.
-
-«Wie?» vroeg Jos, met z'n blik minstens bij 'n vergruizelde ster.
-
-«Wel, de kanonnen!»
-
-«O, die! Kapot. Verscheurd. Jammer genoeg. Maar 'k was ook zóó
-nijdig. En dan, 't maakte me beroerd, Co altijd vlak onder dat
-oorlogstuig te zien. Of je wou of niet, je kreeg 'n gevoel: straks
-gebeurt er wat! Dat houdt geen mensch uit.--Maar, 'k zal je verder
-vertellen. De menschen willen geen akeligheid, denk ik? Goed,
-dan maar wat lolligs. En 'k heb me daar 'n karikatuur op den
-oorlog geleverd.... ik ben d'r zelf drie dagen ziek van geweest;
-van 't lachen! Om bij dood te gaan! Soldaten met 'n kiespijn-doek
-achter 'n boterton, de vluchtende vijand op steigerende ezels,
-'n generaal onder 'n paraplu; enfin, je kan 't je voorstellen. Ik
-er mee naar 'n zekeren--hoe heette-ie ook weer?.... o ja, van
-Haersten tot Vleujen. Die was me nog wel aanbevolen als 'n eerste
-collectionneur! Tot Vleujen ontvangt me aan 'n stevige kip met compote
-en meer van die sausnegerij. Hij ziet m'n teekening niet, of-ie vliegt
-op, razend, smijt servet, mes en vork over de tafel en hij brùlt: «M'n
-huis uit! Schaam u, meneer, in deze benarde tijden den spot te drijven
-met de onnoemlijke ramp, welke Europa teistert. Foei, foei!» De man
-werd zoo rood, dat 'k voor 't ergste bij 'm vreesde. «Eet smakelijk»,
-zeg 'k en 'k laat 'm met z'n benarde tijen bij z'n lunch, die er wezen
-mocht, hoor! Maar je begrijpt, de liefhebberij bij mij was er af».
-
-Jos lachte bitter. «Multatuli!» dacht 'k. Daarop deed-ie me 't ergste
-aan, dat-ie maar bedenken kon: hij stak z'n steenen pijpje op.
-
-'k Draaide me om, hoestte. Joop verdween naar de voorkamer.
-
-«Oorlogs-tabak!» grinnikte Jos. 't Was 'n onbeschrijflijke lucht. Of-ie
-z'n pijp met 'n stukje heel oude zool had gestopt! En m'n sigaren-koker
-lag thuis. In zóóverre hielp z'n tactiek 'm dus niet.
-
-'k Begreep, dat 't met Jos op z'n ergst gesteld was. Wie dàt
-rookte! Daar móést verandering in komen.
-
-«Hou 'n expositie van je volledige werken», verzon ik. «Tegen 'n heel
-lagen prijs. 't Is toch noodtoestand».
-
-Jos schudde halsstarrig van «nee». En na 'n paar rookwolken, waartegen
-ik bepaald meende te moeten protesteeren, knorde-ie:
-
-«Kán niet. Heb 't al geprobeerd».
-
-'k Keek 'm vragend aan.
-
-«Helpt toch niet», ging-ie verder. Nog wou 'k aandringen. Toen sprak-ie
-één vreeslijk woord, dat alles expliceerde:
-
-«Deurwaarders».
-
-Daar zàt 'k met m'n idee. Jos' pijpje begon gootig te slobberen.
-
-«Is d'r geen mouw aan te passen?» vroeg 'k nog.
-
-«Hoè?» knerste Jos.
-
-'k Peinsde.
-
-«Als», kwam 't er langzaam bij me uit en 'k begon waarlijk al wat aan
-de oorlogs-tabak te wennen, «als die schilderijen van 'n ander waren,
-zoogenáámd. Hm, ja. Maar dan moeten ze vóór alles hier uit huis. Zou
-de kunsthandel niet....»
-
-Jos deed 'n verwoeden trek, wat me haastig deed zwijgen.
-
-«De uitzuigers?» barstte-ie los en àl z'n haren trilden. «Liever snij
-'k m'n vingers af».
-
-Dat wou 'k natuurlijk niet op m'n geweten hebben. Om 'm af te leiden,
-opperde 'k ondoordacht:
-
-«Bij 'n particulier dan. Iemand wil je toch wel helpen?!»
-
-«Wie?» vroeg Jos weer en z'n oogen boorden diep in de mijne.
-
-'k Voelde me als op 'n hellend vlak. Er groeide 'n benauwende
-stilte. Wat had 'k aangehaald?
-
-«Wie?» herhaalde Jos, bijna dreigend.
-
-Daar ontstond leven op de sofa. 'n Vreeslijk gekraak van 't trotsche
-meubel bewees, dat de vredes-maagd ontwaakte. Of had ze heel niet
-geslapen? Spoedig moest 'k 't haast wel denken, want Co, in al 'r
-bekoorlijkheid van schilderseega, die gewend is te poseeren, met losse
-haren, lossen peignoir (of wat daarvoor doorging) en zóó losse muilen,
-dat ze er een van verloor, stevende recht op me toe en, met 'n stem,
-die geen tegenspraak duldde, zei ze:
-
-«Jij natuurlijk! Onze vriend! Je hebt zoo'n mooi bovenhuis en je
-woont alleen. Voor 't Steuncomité, zeggen we. Als dat niet helpt!»
-
-'k Zat geslagen. Dat er ook in die slaperige Co zoo'n listige Eva stak!
-
-Jos stiet 'n Indianengehuil uit. Hàdden z'n haren overeind gekund,
-ze waren omhoog gegaan als duin-helm, van vreugde. Nu wàpperde-ie er
-slechts mee, hartstochtelijk.
-
-«Vrouw! Co! Engel!» kreet-ie en van enthousiasme duwde-ie 'r bijna 'n
-oog uit. «Wat 'n begrip! Wat 'n verstand! Waar haalt ze 't vandaan? O,
-vrouwen hooren in den hemel! Co, laat 'k voor je knielen».
-
-«Pas op die punaise», waarschuwde Co practisch. Dan noemde ze 'm nog
-«lummel», omdat-ie 'r oog zóó fel geraakt had, dat 't bepaald begon
-te tranen. Een en ander weerhield 'm van verdere exaltische uitingen.
-
-Ik maakte bezwaar tegen 't plan. Vooral dat «Steun-comité» had
-allerminst m'n goedkeuring. Doch Jos, door z'n atelier dravend,
-alsof-ie 'n jacht-akte veroverd had, sloeg al m'n bedenkingen
-breed-geniaal een voor een den kop in. Hij wees zelfs op 't morééle
-van 't geval. Diende in dezen moeilijken tijd ieder niet z'n eigen
-steuncomité te zijn? «En dan», deed-ie royaal, «ze kunnen voor mijn
-part 50 pCt. krijgen».
-
-«Zou 20 niet voldoende zijn?» vroeg Co, wier slaperigheid geheel
-geweken was.
-
-«Of 10,» krabbelde Jos terug, die zich de lapjes van vijf en twintig
-al bij bundeltjes ontrukt zag. «Enfin, dat regelen we allemaal wel. 't
-Voornaamste is nu: aanpakken! Morgen hang 'k den boel bij je op. M'n
-volledige werken, haha! Als je maar plaats hebt! M'n uitbouw staat
-nog vol. 't Zal 'n evenement zijn!»
-
-Zalig staarde Jos, dwars door de kast, waarin waarschijnlijk de muizen
-zaten, naar 'n toekomst, welke ik nog niet bespeurde. Hij zag zich
-al beróémd. Mocht 'k die illusie verstoren?
-
-Plots hief de jongste der Henkeman's, die, ergens achter,
-'r middagslaapje gedaan had, 'n vervaarlijk geschreeuw aan. Co,
-nu zonder één enkele muil, snelde (of ze ook wakker was!) naar 'r
-kind. Opnieuw snorde 'n pijl door de lucht: Jopie, die zich weer
-verdekt had opgesteld, heropende de vijandelijkheden. Hoe ontsnapte
-'k aan zooveel bedreiging? Daar stopte Jos ten tweede male z'n
-pijp. 'k Voelde dat 'k wijken moest. En onmiddellijk! Met vele zware
-handdrukken nam 'k afscheid, m'n hoofd slechts vervuld van één ding:
-de nood-expositie. 't Deed er pìjn van.
-
-
-
-Den volgenden morgen (Jos was voor zijn doen bijzonder vroeg uit
-de veeren) hielden drie wagens voor m'n deur stil. Mannen van
-den Volksbond zeulden 'n uur lang m'n trappen op en af. Toen er
-volstrekt niets meer bij kon, hielden ze er eindelijk mee op. Het
-waren hardnekkige lieden.
-
-Jos, die met 'n stralend gezicht van m'n beste sigaren zat te
-rooken--hoe-ie die zoo dadelijk gevonden had?--zei gedachteloos:
-
-«Ach, betaal jij even?» en 'k voldeed de stoere werkers.
-
-«Je hebt ze toch gefooid?» vroeg-ie nog, achter 'n dichte wolk.
-
-«Ja», zei 'k kort. «'k Dacht, dat je dat wel goed vond».
-
-Jos knikte grootmoedig. Dan sprong-ie elastisch op en riep:
-
-«Komaan, laten we maar dadelijk gaan ophangen!»
-
-«Hang», meende 'k vriendelijk.
-
-Er is tot 's avonds laat in m'n huis verwoed geklopt, geprikt,
-getimmerd. Jos is boven op m'n piano geklommen--z'n hakken zaten
-met spijkers--en heeft twee vazen gebroken en maar één aschbak. Niet
-één stoel, of hij heeft er op gestaan, gedanst, gezwengeld. Al mijn
-schilderijen, behalve 'n merkwaardig stilleven, dat 'n Henkeman was,
-zijn afgehaald en vervangen door de volledige werken van Jos. Waar 'k
-ook keek, overal gaapten z'n binnen- en buitenhuizen, z'n sinaasappels
-met en zonder ui, z'n portret-studies, z'n mystische krabbels van Co
-me triomfantelijk aan. Zelfs in de gang hingen ze, boven de trap. Ze
-waren niet te ontloopen.
-
-«Waar laten we de meubels?» zwoegde Jos met aan elk zijner haren
-'n druppel.
-
-'k Keek 'm verbijsterd aan.
-
-«Moeten die ook al weg?» vroeg 'k angstig.
-
-Hij wierp me 'n blik toe, of-ie me opeten wou. Doch voorloopig begon-ie
-maar weer aan m'n sigaren.
-
-«De menschen moeten toch kunnen lóópen», expliceerde-ie nog tamelijk
-bedaard. «'t Is hier 'n ex-po-si-tie! Die spiegel moet er ook af. Daar
-kan nog wat hangen».
-
-Met dien spiegel heb 'k 'm geholpen. 'k Dacht aan m'n vazen en den
-aschbak. Daarop hebben we ons weer tot den Volksbond gewend en de drie
-zelfde stoere werkers hebben andermaal met zwaar bemodderde schoenen
-'n vol uur door m'n huis gezworven, tot ze alles, wat hinderde, op
-den zolder, de bovengang en in m'n slaapkamer hadden geplaatst. Hoe
-'k 's nacht in m'n bed moest komen, begreep 'k niet. Doch 't leven
-hééft nu eenmaal moeilijkheden.
-
-«'t Begint er al aardig uit te zien», wreef Jos vergenoegd z'n
-handen. 'k Keek eens rond. 'k Zag enkel Henkeman's.
-
-Toen is Jos met sjaals gaan drapeeren en doeken en oud lappen-goed en
-op de meest geheimzinnige plaatsen stelde-ie onverwacht 'n gemberpot
-op, waarvan-ie 'n onbeschrijflijke hoeveelheid bij zich had. Hier en
-daar kwam ook 'n lampion te bungelen, zoodat m'n huis langzamerhand
-min of meer 'n Oostersch aanzien kreeg. 'k Hoopte, dat 'k er aan
-wennen zou.
-
-«Hoe heb 'k dat opgeknapt?» vroeg Jos, weer stralend.
-
-'k Knikte, sprakeloos. 'k Had geen hoofd meer. 't Duizelde me en m'n
-ooren suisden. Ook vond 'k 't niet strikt noodzakelijk, dat al m'n
-Havana's in één dag werden opgerookt.
-
-«Ja, neem me niet kwalijk», zei 'k dan met toonlooze stem, «maar
-'k wou nu wel 'n stukje gaan eten».
-
-«Uitstekend!» wreef Jos zich andermaal de handen. «Waar gaan we
-naar toe?»
-
-'n Oogenblik dacht 'k er over, of 'k maar niet dadelijk naar bed zou
-gaan, hoeveel moeite me dat misschien ook zou geven. Daarop heb 'k
-'m echter toch maar mee naar «Riche» genomen. 'n Dineetje had-ie met
-z'n zwoegen werkelijk wel verdiend.
-
-Hij heeft 't zich heel goed laten smaken. En den wijn, daar was-ie
-ook kolossaal handig mee. 'k Dacht tenminste, dat we nog aan de
-tweede flesch waren, toen de derde al op tafel stond. Hij werd erg
-spraakzaam en drong er sterk op aan, dat 'k 't «geval» mooi zou
-aankleeden. De tentoonstelling moest niet van mij uitgaan, 'n gewoon
-particulier, doch van 'n naamlooze vennootschap. Hij zocht al naar
-'n naam. Eindelijk vond-ie iets. «Artis Pictura» leek 'm bijzonder
-fraai. 'k Twijfelde eraan, of dat vloeiend Latijn was. Ook herinnerde
-'t me te sterk aan 'n welbekenden dierentuin. Doch Jos, koppig als-ie
-bij den wijn zit, hield voet bij stuk. Zoo werd m'n huis, of wat
-daarvan was overgebleven, onder 'n Triple Sec «Artis Pictura» gedoopt.
-
-Hij is weer met me mee terug gegaan (Jos was àltijd aan me
-gehecht). Bij me thuis is-ie nog wat aan den timmer geslagen, doch
-met onvaste hand. Toen z'n eene duim heelemaal blauw was, hield-ie
-er mee op. We hebben ons daarop onder de whisky gezet. Dat maakte
-'m weer zoo fiksch, dat-ie opnieuw bovenop m'n piano wou. Dat heb 'k
-'m echter krachtig belet. 'k Vind, leelijke gewoontes moet je niet
-in de hand werken.
-
-«Breng me dan maar naar bed», gaf-ie gewillig toe. «Waar slaap 'k?»
-
-«Dat weet 'k niet», bracht 'k aan z'n verstand, «maar hièr niet».
-
-'t Scheelde weinig, of-ie begon te huilen.
-
-«Niet in Arti Pictus?» drijnde-ie.
-
-«Nee», zette 'k door. «'k Heb momenteel maar één bed. En of 'k daar
-in kan komen, valt nog te bezien. In elk geval, 'n logé kan 'k niet
-hebben. En.... denk aan Co!»
-
-«Daarom juist», bekende-ie kinderlijk. Maar hij is dan toch gegaan,
-met onder elken arm 'n gemberpot. Hij schijnt nu eenmaal gek op die
-dingen te zijn.
-
-
-
-De eerste dagen kreeg Artis Pictura niet één enkelen bezoeker. En
-'k had toch flink geadverteerd. Uit deurwaarders-overwegingen had ik
-den naam «Henkeman» maar weggelaten. Ook op de helft der geëxposeerde
-werken ontbrak die. Dat kon echter al niet anders dan 'n aanbeveling
-zijn. Waarin zat 't 'm dus?
-
-'t Begon er somber uit te zien. Jos liep den heelen dag heen en
-weer als 'n gekerkerde leeuw. Alleen gedurende den lunch ging-ie
-zitten en stond dan voorloopig niet op. Z'n goede eetlust, zei-ie,
-was z'n redding.
-
-«Hebben we den prijs misschien toch nog wat te hoog gesteld?» vroeg
-'k voorzichtig.
-
-Jos, die juist 'n blikje zalm bewerkte, sprong woedend op.
-
-«Wou je ze den arbeid van m'n leven dan heelemaal cadeau doen?»
-riep-ie, zich verslikkend. «Vijf gulden! Jij met je eenheidsprijs! 'k
-Gooi m'n naam toch al te grabbel. Je bent al net zoo'n uitzuiger als
-die anderen».
-
-'k Zweeg. En 'k zag, hoe 't blikje totaal verdween.
-
-«Je moet ook 'n bord aan je huis slaan», beweerde Jos met vollen mond,
-«En de deur moet àànstaan. De menschen bèllen liever niet. En zet
-'n aardigen groom of 'n livrei-knechtje in 't portaal onder de tweede
-lampion. Zoo iets klèèdt».
-
-'k Ging er maar niet op in. 'k Had al groote onaangenaamheid gehad
-met de vrouw, die 's morgens bij me werkte. Ze verkoos niet langer te
-komen, wanneer de voordeur open bleef. Ze was gewoon, in fátsoenlijke
-huizen te werken, zei ze.
-
-Intusschen legden we de laatste hand aan den uitgebreiden catalogus. 'k
-Had de lijst persoonlijk met m'n fraaiste letter in elkaar gezet en
-'t ding zag er goed uit. Alleen deed 't wellicht wat eentonig aan. Er
-zat dan ook weinig afwisseling in 't oeuvre van Jos. 't Was maar:
-Appelen met ui, Stemming, Ui met appelen, Appelen met peer, Stemming,
-Peer met ui, Ui met boek, Boek met appelen, Stemming. 't Begon op
-'t laatst voor je te dansen. Daardoor heb 'k me bij de nummering wel
-eens vergist. 'n Studie tenminste, welke als Ui, met 'k weet niet
-meer wat, stond aangeduid, leek van dichtbij vaag op Co, wanneer ze
-langzaam van 'r merkwaardige sofa verrijst. Ook waren er verschillende
-krabbels, waaruit Jos zelf niet meer wijs kon. Die werden dan maar
-weer «Stemming» gedoopt. En ongeveer 'n vijftal doeken hingen onderste
-boven. Doch dat merkte je zoo gauw niet. Door een en ander kwam 'k
-echter tot 't begrip, dat kunsthandel 'n apart en zéér moeilijk vak is.
-
-Den vierden dag van de expositie «ten bate van 't Steuncomité»
-verschenen er twee bezoekers. Jos was juist even uit. 'k Trad ze
-minzaam tegemoet. En leidde ze rond.
-
-De heeren deden wat gereserveerd. Maar 'k dacht: «Komt er niet op
-aan. Als jullie maar kóópen». En 'k prees 't oeuvre Henkeman's aan
-als 't werk van eenige jeugdige, veel-belovende artisten, die zich
-gedrongen hadden gevoeld, in deze tijden, enzoovoort. «Je bent 'n
-flesschentrekker» signaalde m'n geweten. En 'k stond er zelf versteld
-van, dat 'k zoo liegen kon. Doch 'k deed 't voor 'n ànder.
-
-«En wil 't nogal?» informeerde dan hoogjes een van 't tweetal.
-
-«Beroerd» wou 'k zeggen. Maar 'k bedacht me, dat men in zaken nooit
-te eerlijk moet zijn. Onverschillig sneed 'k daarom op:
-
-«Langzaam aan, heeren, langzaam aan. Er is tot heden voor 'n vijftig
-gulden verkocht».
-
-«Ha! Vijftig gulden?» riep m'n ondervrager verrast uit. Daarop
-haalde-ie 'n opschrijfboekje te voorschijn en teekende er iets in aan.
-
-'k Keek verwonderd toe. Iemand van de pers misschien?
-
-M'n bezoeker hielp me echter uit den brand.
-
-«Mag 'k me eens voorstellen?» kraakte-ie correct. «Van Haersten tot
-Vleujen». (Te drommel, waar had 'k dien naam meer gehoord?) «Lid van
-'t Steuncomité hier ter stede. We stellen 't natuurlijk zeer op prijs,
-dat u zoo ijvert voor de goede zaak. Maar, u houde 't mij ten goede:
-als u eens wist, op hoeveel manieren onder ónze vlag 't eigen voordeel
-wordt gediend! Ze exploiteeren ons maar, ze exploiteeren ons maar! Ja,
-ja! Vijftig gulden dus! Mooi! We zullen van onzen kant wat menschen
-aanmoedigen, de expositie te bezoeken. U beseft, dat helpt enorm. En
-dan, sta ons toe, dat we uw taak wat verlichten. Wij willen niet,
-dat u alles alleen doet. Elken dag van tien tot vier hier te staan,
-dat mogen we niet van u vergen. Meneer hier, die, om zoo te zeggen,
-een van onze inspecteurs is, zal u bij den verkoop behulpzaam zijn. Hij
-is 'n zeer werkzame en vertrouwde kracht. 'k Wil intusschen ook mijn
-steentje bijdragen tot 't goede doel».
-
-'k Boog. De spiegel hing er niet meer. Anders had ik waarschijnlijk
-kunnen constateeren, dat 'k er ongewoon bleek uitzag. De inspecteur
-keek me doordringend aan. 'k Moest me dus goed houden. En glimlachte.
-
-'t «Steentje» van 't comité-lid werd een van de ontelbare uien,
-ditmaal «met banaan». Vijf gulden werden op m'n tafel gedeponeerd
-('k zie ze nòg schitteren) en dadelijk geboekt. Met 'n zorgvuldige
-buiging nam de heer van Haersten tot Vleujen afscheid. De ander bleèf.
-
-Toen Jos terugkwam, heb 'k 'm mee naar boven genomen, naar
-zolder. Daar, tusschen de opgestapelde meubels, heb 'k 'm de situatie
-uitgelegd. 'k Deed nogal zenuwachtig. Jos staarde me wezenloos
-aan. Daarop begon-ie aan al z'n haren te rukken. Met z'n elleboog
-stiet-ie 'n pendule van 'n soort console en hij raasde:
-
-«M'n werk! M'n kostbare werk! Sluit de tentoonstelling. Direct! Ben
-ik in de wieg gelegd voor filantroop? Hoe kan 'n vriend je zoo iets
-aandoen!»
-
-'k Trachtte 'm te kalmeeren. En wees er op, dat sluiting op 't moment
-onmogelijk was. Wat moest 't comité er wel van denken?
-
-«Maar m'n arbeid van jaren dan!» huilde-ie met weer 'n pluk aan z'n
-haar. «Straat-arm maak je me, 'n bedelaar!»
-
-«In 's hemelsnaam, spreek wat zachter» smeekte 'k, met m'n gedachten
-bij den «inspecteur». Werktuiglijk tastte 'k naar m'n zak. 'k Leende
-Jos 'n tientje. En 's middags nam 'k 'm weer mee naar «Riche».
-
-
-
-De volgende dagen belde er nu en dan iemand aan bij «Artis Pictura». De
-heer Tot Vleujen had nogal connecties. Er werd gekocht, al was 't
-niet veel. 'n Tiental rijksdaalders verdwaalden «tijdelijk» naar
-m'n portemonnaie.
-
-Al die vreemde menschen in m'n huis, 't werd me 'n gruwel. Op 'n
-dag kneep 'k er 's morgens vroeg al tusschen uit. Tegen sluitingsuur
-kwam 'k thuis. De «inspecteur» zag er hoogst vergenoegd uit. 'k Keek
-'m vragend aan.
-
-«De verkoop stijgt» zei-ie verheugd. «Heden twaalf stuks verkocht».
-
-'k Zocht op de tafel.
-
-«O» hielp m'n zaalwachter me uit den droom, «die heeft die andere
-meneer, die vriend van u, onder z'n beheer. Of 'k u maar groeten wou».
-
-'t «Beheer» van Jos! De toestand werd onhoudbaar. Hoe meer succes
-de tentoonstelling kreeg, hoe meer 't me zou kosten. 'k Zat in
-'n labyrint.
-
-
-
-'t Einde kwam zeer onverwachts. De expositie was zoowat twee
-weken geopend. Ze kreeg steeds meer toeloop. De kranten schreven
-er sympathiek over en meldden, op verzoek, niet den naam van den
-schilder. Deze bescheidenheid werd 'm als 'n extra verdienste
-aangerekend. Hij kreeg 'n anonieme vermaardheid.
-
-Ik zelf voelde me als dakloos. 'k Sliep niet meer thuis. Die uien
-met en zonder, die appelen, 'k had ze tegengegeten. 'k Kon ze niet
-meer zien.
-
-Eens, nadat ik 2 maal 24 uur onder water was gebleven, belandde
-'k weer in Artis Pictura. Nauwelijks boven, werd er gebeld. Jos,
-vol-ijverig (z'n oogen kregen langzamerhand de schittering van 'n
-dubbelen rijksdaalder) deed open. Plots hoorde 'k 'm echter de trap
-opstuiven, in vlucht. 'k Trad naar 'm toe. Hij duwde me op zij, rende
-de zoldertrap op. «Deurwaarder!» fluisterde-ie me nog toe. Daarop
-hoorde 'k boven 'n sleutel tweemaal in 't slot draaien.
-
-'n Dik heer hijgde zich naar de expositie-zaal. Schuin over z'n
-buikglobe betuurde-ie m'n wanden. Bij den eersten blik echter reeds
-keek-ie verrast. Dan ontsnapte 'm 'n verbaasd «tsjs, tsjs». 't Was
-precies, of 'n ketel stoom uitliet.
-
-«'k Had--'t--moeten--begrijpen», stuwde-ie moeizaam
-uit. «Natuurlijk! Hen--ke--man! O, maar--dat--gaat--zóó--niet!»
-
-Hij koerste op me af. 'k Besefte ten volle 't gevaar, waarin 'k
-verkeerde. Onversaagd moest 'k er me doorheen slaan.
-
-«Me-neer!» begon de deurwaarder en hij gaf me 'n breed exposé van
-z'n verhouding tot J. Henkeman, kunstschilder.
-
-«Pardon!» hoopte 'k 'm te overrompelen. «De heele collectie is sinds
-kort m'n eigendom».
-
-«Ha ha!» lachte de vreeslijke man en 'k kreeg de gewaarwording,
-dat m'n «Artis» met 'n nijlpaard verrijkt was. «Dat kennen we. Jawel!»
-
-«Ach, neemt u mij niet kwalijk, wat zei u, uw eigendom?»
-
-'k Dacht zóó bij m'n beneden-buren terecht te komen: de grond onder
-me wankelde. Waar kwam die meneer van Haersten tot Vleujen opeens
-vandaan? 'k Had 'm nog niet opgemerkt.
-
-«Doorgestoken kaart, meneer» lucht-exploosde de gevreesde man van
-dagvaardingen en andere gruwlijkheid. «We hebben dat--meer--bij de
-hand gehad».
-
-«Ach, laat u mij even uitspreken, hè?» kriegelde Tot Vleujen met
-z'n gewoon aplomb, waarvoor zelfs het wettelijke, monster, dat
-mijn salon bestookte, moest wijken. En zich tot mij wendend, ging
-'t comité-lid verder:
-
-«U zei.... Hm! En de jeugdige, talentvolle kunstenaars, die zoo
-belangeloos.... Expliceert u mij dat eens».
-
-'k Heb den heer van Haersten terzijde genomen en alles uitgelegd. 't
-Was 't eenigste, wat er voor me opzat. Dat kwartier uit m'n leven
-vergeet 'k nooit.
-
-M'n toehoorder wond zich 'n oogenblik zóó op, dat-ie z'n correctheid
-bijna verloor. Daarop begon-ie 't geval echter wat menschelijker te
-bezien en 't eind was, dat iets van 'n glimlach over z'n welgedaan
-uiterlijk toog. Toch bleef-ie zakelijk.
-
-«Enfin» besloot-ie. «U draagt 't Steuncomité 50 pCt. af. Dan zullen
-we er niet meer van spreken. Men exploiteert ons maar, men exploiteert
-ons maar! En we sluiten vandaag de expositie».
-
-«Graag!» stemde 'k van harte toe. Eindelijk zou 'k dus weer 'n
-huis hebben!
-
-«Sluiten?» vroeg de deurwaarder, die nog steeds als 'n Atlas z'n
-globe stond te torsen. «Enne....»
-
-Toen heb 'n lange explicatie met hèm gehad. Met z'n visch-oogen
-keek-ie me wantrouwend aan. En telkens als er 'n adem-stoot kwam,
-was 'k bang, dat 'k weggeblazen werd.
-
-Ten slotte was-ie er achter.
-
-«Dan ìk de andere 50 pCt. Of--'k maak 't bekend».
-
-'k Protesteerde. 't Hielp niet. 'k Vocht tegen 'n walvisch.
-
-We zijn gaan rekenen. De inspecteur had alles onaangenaam nauwkeurig
-geboekt. Een en vijftig Stemmingen, Appelen met dit en met dat,
-tegen 'n eenheidsprijs van vijf gulden, maakte.... 't Was heel
-eenvoudig. Op de tafel lag niets. En persoonlijk had 'k slechts
-'n tientje opgestreken, want, hòe 't ook ging, aan Jos' «beheer»
-was niet te ontkomen. 'k Betaalde dus twee honderd vijf en veertig
-gulden. En annonces, «zaal-huur», alles was voor mij. Vervolgens is
-de nood-expositie zonder woord van dank gesloten.
-
-'k Heb boven 'n hartig woordje met Jos gewisseld, hij àchter, ik vóór
-de zolderdeur. Op 't laatst werd-ie driest, kwam er uit en verweet me,
-dat al z'n bèste werk voor 'n appel en 'n ei gegaan was.
-
-«Ja, appelen en uien!» maakte 'k me driftig. «Hou maar op! Dat is je
-dank. Haal die rommel dadelijk weg. Geen dag langer wil ik 't in huis
-hebben. 't Verslindt kapitalen. Artis Pictura!»
-
-De Volksbond is er weer aan te pas gekomen. Het is merkwaardig,
-hoe doorzettend deze lieden zijn. En niets vergaten ze, zelfs geen
-gember-pot.
-
-Jos heeft me 'n heel boozen brief geschreven. En Co krabbelde er nog
-'n regeltje onder, dat lang niet slaperig was. Vrouwen laten zich nu
-eenmaal door haar echtgenoot verblinden.
-
-Wanneer 'k weer eens langs de Henkeman's kom, bel 'k nièt aan.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE SCHMINKDOOS.
-
-
-Liefhebberijen zijn toch altijd wel aardig. Timmeren bijvoorbeeld
-en draaien en zoo. Dat heb 'k zelf ondervonden, zijdelings. Op
-deze manier:
-
-'t Zomerde. 't Werd vervelend in de stad als in 'n
-kapellen-verzameling. 'k Ging dus naar buiten.
-
-'k Koos Geeswijk. Dat was «je», want je kon 't haast niet vinden. Eerst
-ging je natuurlijk per trein. Dan per stoomtram. Dan met 'n
-paardentrammetje in aanleg. Eindelijk nog 'n stukje zoo maar. Dan
-was je er, sóms.
-
-Je vond er hei, naar allen kant, in alle kleuren, overal. 'k Zat dus
-maar in de warande van m'n hotelletje. Daar zag je de hei óók en op
-je gemak. Wat zal een mensch zich moe maken?
-
-Maar op 'n vrééslijk mooien dag ging 'k toch wandelen. Als je ook
-buiten bent! 'k Kwam, langs hei, óver hei, dóor hei, aan 'n weggetje,
-waar 'n villa stond. 'k Had 't ding nog nooit gezien. Natuurlijk
-niet! Want 't lag àchter m'n hotel en 'k zat altijd aan den
-voorkant. Voor omdraaien was 'k te lui.
-
-'k Verwonderde me, wat dat ding daar op dat weggetje deed tusschen
-al die hei. Toen zag 'k hèm.
-
-'k Herkende 'm eerst niet. Hij was veranderd, heelemaal
-bruingebrand. Net 'n Arabier. 'n Hei-Arabier.
-
-Hij kwam op me toe met uitgestoken hand (de andere hield-ie in z'n
-zak, uit verveling). Hij had 'n fluweelen buis aan en 'n tamelijke
-broek. Z'n schoenen waren in geen week gepoetst.
-
-«Wat doe jij hier?» vroeg 'k verbaasd. Want 'k had 'm als student
-gekend, vóór jaren. Toen was-ie altijd akelig gesoigneerd. In dàt
-opzicht constateerde 'k althans verbetering.
-
-«Schilderen» antwoordde-ie onverschillig. «Maar....» (en z'n oogen
-flikkerden op!) «'k timmer ook wel».
-
-«Timmeren?» vroeg 'k.
-
-«Ja», zei-ie, haast nijdig. «Natuurlijk. Je kunt niet altijd
-schilderen. Dan ga je dood».
-
-'k Had daar geen ondervinding van, dus sprak 'm niet tegen.
-
-«Kom binnen» deed-ie weer vriendelijk.
-
-'k Trad 't tuintje in. 't Zag er verwaarloosd uit, als z'n schoenen. Ik
-màg zoo'n wildigheidje wel.
-
-«Ga mee» zei-ie kort.
-
-'k Dacht, dat-ie me z'n «villa» wou laten zien. Maar 't viel mee. Hij
-bracht me àchter, voorbij z'n moestuin.
-
-Daar stond z'n atelier.
-
-«Ha!» zei 'k. «Je werk. 'k Ben benieuwd».
-
-«Ach wat» mompelde-ie weer onverschillig. En hij liet z'n atelier
-links liggen. En bracht me in 't schuurtje er naast.
-
-«Hier timmer 'k» zei-ie stralend.
-
-«Hum» deed 'k neutraal. 'k Nam 'm eens aandachtig op. 'k Vond 'm wat
-vreemd. En 'k begreep 'm niet goed.
-
-«Timmeren?» vroeg 'k weer. «En je schildert?»
-
-«Ook» bromde-ie ontstemd. «Daar!»
-
-«En lóopt je zaak?» informeerde 'k belangstellend.
-
-«Wélke zaak?»
-
-«Wel, je timmer-zaak natuurlijk».
-
-«O, dat is liefhebberij» lichtte-ie me eindelijk in. «M'n vak is
-schilderen».
-
-Ha, 'k wàs er nu dan toch. Gelukkig!
-
-«'k Had 't moeten begrijpen» verontschuldigde 'k me. «Jullie artisten
-zijn altijd onpractisch. Laat me je werk nu eens zien».
-
-Hij krabde zich 't weelderige haar.
-
-«'k Heb den laatsten tijd niet veel gemaakt» zei-ie, half verlegen.
-
-«Zoo? Lui geweest?»
-
-«Dat niet» legde-ie uit. «Maar 't vindt zoo weinig aftrek, weet je».
-
-«Ja» troostte 'k 'm. «Dat is in de stad net zoo. Maar je hebt toch
-wel wàt?»
-
-«O, jawel».
-
-Hij keek rond.
-
-«Kijk» wees-ie me dan. «Die stoof. 'n Moeilijk onderwerp. Vijf
-gaatjes».
-
-«'n Stilleven?» vroeg 'k nog.
-
-Maar hij bedoelde 'n héúsche stoof, die-ie getimmerd had. Hij nam 't
-ding op, liet 't me zien. 't Bleek 'n zeer schetsmatige stoof. Eiglijk
-moest 't nog stoof wórden. Of misschien 'n sigarendoos. 't Was
-twijfelachtig.
-
-«Maar 'k vroeg naar je werk, je échte» maakte 'k me warm. «Al zijn
-'t maar studies, 'n krabbel. Daar smul 'k van».
-
-«O!» haalde-ie z'n schouders op. «Als je dan bepaald wil. Maar.... 't
-is zoo vervelend!»
-
-Hij duwde 'n deur open. We stonden in z'n atelier.
-
-'k Snuffelde rond. Koeien, halve koeien, koeien in aanzet, koeien in
-opzet, koeien in eerste lijn. Ook portretten. Affe, half-voltooide,
-verdoezelde, schemerende. 'n Enkele maal was 't niet volkomen
-duidelijk, of 'n koe bedoeld werd dan wel 'n portret. Ook 'n paar
-landschappen, veel gras, érg groen. 'k Hoùd niet van groen. Ieder
-z'n smaak. Hij had gelijk. 't Wàs.... vervelend.
-
-«Kom toch hier» hoorde 'k uit de schuur. Beukers--o, ja, eindelijk
-herinnerde 'k me z'n naam. 'k Zat er al over in--was weer terug naar
-z'n zagen en schaven en spijkers. Andermaal gaf 'k 'm gelijk. Die
-onménschlijke koeien!
-
-M'n hei-vriend peuterde met 'n beitel aan 'n plank. Uit z'n zak stak
-'n drilboor.
-
-«Timmeren is heerlijk» sprak-ie als 'n kind.
-
-«'k Kan 't me begrijpen» stemde 'k toe. Als je ook geen keuze had
-dan tusschen dat en.... dat andere!
-
-«Kijk» wou-ie me winnen voor z'n liefhebberij. Maar 'k moest even
-naar buiten. 'k Zag nòg die portretten!
-
-
-
-'k Heb Beukers die vacantie-week nog 'n paar keer bezocht. Hij was
-getrouwd, had drie kinderen, was dus compleet.
-
-«En bevalt 't u hier buiten nogal, mevrouw?» vroeg 'k in den vorm.
-
-Z'n vrouw zei er niet veel op, keek maar naar de hei. Dàt is 't, wat
-'k tegen 't huwelijk heb. Er zijn altijd twee menschen voor noodig. En
-licht dat er dan één op een of andere manier bij te kort komt.
-
-Bij m'n tweede bezoek al was Beukers minder opgewekt. Hij deed
-afgetrokken, melancholisch.
-
-«Wat heb je?» vroeg 'k op den man af.
-
-Toen lei-ie me z'n hart bloot. 't Kwam door z'n liefhebberij. Hij
-wist er geen weg meer mee. Hij wou timmeren, zagen, schaven, maar
-wàt? In Geeswijk kende-ie niemand. Z'n vrouw had al drie stoven, in z'n
-atelier stonden nòg meer lijsten (hoogst primitieve!) dan schilderijen,
-en z'n kinderen had-ie reeds met zòòveel houten speelgoed verrast,
-dat ze er niet meer van wenschten te accepteeren. Daar zàt m'n Arabier.
-
-«'n Moeilijk geval», peinsde ik. Kon 'k 'm maar helpen!
-
-Daar schoot me iets te binnen. 'k Zag licht!
-
-«Kerel», zei ik, «als je us 'n schminkdoos voor me maakte?»
-
-Beukers' oogen fonkelden. En de krul in z'n baard leek me meer
-geaccentueerd.
-
-«'n Schminkdoos, zeg je?» vroeg-ie zenuwachtig.
-
-«Ja», ging 'k door, verheugd om die vondst. «De mijne is stuk. Je weet,
-'k speel 's winters comedie. 'k Wou wel graag 'n nieuwe hebben. Maar
-'t moet 'n beetje 'n stevige zijn, zie je? Want er wordt op reis
-nogal mee gesold en gegooid. Doè je?»
-
-Hij was opgestaan, blij, verward. «Maar is dat niet moeilijk, zoo'n
-doos?» aarzelde-ie nog.
-
-«Wel nee, kerel», sprak 'k 'm moed in. «'k Zal je natuurlijk precies
-opgeven, hoè 'k 'm hebben moet. Dat is voor jou 'n peulschilletje. Jij
-met je gereedschap!»
-
-«Kom mee!» deed-ie opeens enthousiast. «We beginnen».
-
-We gingen weer naar de schuur. Beukers haalde 'n vervaarlijk
-timmermans-potlood uit, nam groote vellen papier en tot driemaal
-ontwierpen we 'n schets. De eerste leek op 'n verhuiswagen, de tweede
-op 'n hondenhok, de derde had ièts van 'n schminkdoos.
-
-«Kijk», lei 'k uit. «Hier 'n laadje voor pruiken. Daar ruimte voor
-handdoeken. Hier berg 'k m'n poeierdoos. Daar schmink-rommel. En
-boven....»
-
-Beukers kon 't niet bijhouden. 't Duizelde 'm. 'k Begon opnieuw. Nog
-eens. Nog eens. Toen was-ie er eindelijk zoo wat achter. Maar z'n
-notities moesten nog gerangschikt. Dan kwam 't wel in orde.
-
-Dien middag bleef 'k eten. We praatten tot diep in den nacht over
-'t plan. Beukers had wèrk!
-
-
-
-Die schminkdoos bracht 'n algeheele verandering in Beukers' leven. Voor
-dag en dauw was-ie in de weer, sloot zich op in z'n schuur. Daar
-werd niemand toegelaten, ook ik niet. 't moest 'n verrassing voor me
-blijven. Z'n vrouw en kinderen zàgen 'm niet.
-
-«Kerel, je overwerkt je», zei 'k beangst, toen 'k na de koffie
-weer eens bij 'm opliep. «Laten we 'n fietstochtje maken. Dat zal
-je opfrisschen».
-
-Hij vond 't goed. En we zijn gaan trappen. Verschrikkelijk! Als zoo'n
-hei-Arabier er eenmaal 'n gangetje in zet! 'k Moest wel mee, want
-'k had 't plannetje voorgesteld. Maar 'k zag geen heilig huisje, of
-'k stapte even af. En dronk wat. En hìj dronk wat. En ìk betaalde. Zoo
-wàs Beukers nu eenmaal, erg aan den zuinigen kant.
-
-Voor 'k uit Geeswijk vertrok, heb 'k 'm bij me te dineeren gevraagd
-in m'n hotel--z'n vrouw was dien dag toevallig niet erg lekker. 'k Heb
-'m iets heel fijns voorgezet. Iemand die ook zoo aardig voor je is! En
-'n flesch! En 'n sigaar! En 'n likeurtje! Enfin, 'k haalde uit.
-
-«Wordt-ie mooi?» vroeg 'k nieuwsgierig.
-
-«'n Pracht-stuk!» betoogde Beukers. 'k Liet nóg twee likeurtjes komen.
-
-«'t Zal wel 'n erg peuterwerk voor je zijn», informeerde 'k verder.
-
-Beukers zette 'n paar oogen op als de koeien (halve, heele en de
-andere) in z'n atelier.
-
-«Peuterwerk?» vroeg-ie verbaasd, «'k Heb geen handen meer aan m'n
-lijf».
-
-«Zwaar hout?» opperde 'k.
-
-«Vreeslijk zwaar», stemde-ie toe. 'k Liet champagne aanrukken.
-
-
-
-Thuis vertelde 'k m'n vrouw van de schminkdoos, welke in
-aantocht was. Ze was niet mee naar Geeswijk geweest wegens
-familie-omstandigheden. Zoo heette 't tenminste. Maar 't geheim zat 'm
-hierin, dat ze wel 'n straat- en 'n strandpakje, maar geen hei-costuum
-had. En dan gaat gèèn vrouw naar Geeswijk.
-
-«Aardig voor je», zei ze vriendelijk, «zoo'n doos».
-
-«Ja», zei 'k blij.
-
-De schminkdoos kwam maar niet. 'k Wachtte, weken, weken. Toen vergat
-'k 't ding.
-
-Op 'n Zondagmorgen--de meid was uit, dus 'k moest zelf open doen--hield
-er 'n wagen van 't spoor voor onze deur stil. 'k Ging de trap af. Wat
-kon dat zijn?
-
-«Asjeblieft, meneer», zeien twee mannen, zonder stem meer, zoo sjouwden
-ze. «Afteekenen». En ze zetten iets voor m'n huis, onbeschrijflijk!
-
-«Wat moet dat?» vroeg 'k onthutst. «Geen aardigheid alsjeblieft. Je
-bent verkeerd».
-
-«Toch niet, meneer». En ze lazen 't adres op.
-
-'k Monsterde 't monster, 't gevaarte. Zat er 'n piano in dat
-getimmerte? En wat 'n ijzerbeslag en 'n hangslot!
-
-«Waar komt dat vandaan?» vroeg 'k nog, verward.
-
-«Uit Geeswijk, meneer».
-
-Toen begreep 'k. 't Was de schminkdoos....
-
-Voor twee kwartjes wilden de mannen de brandkast wel naar boven
-hijschen. Maar dan moesten ze ook nog 'n fleschje bier. 'k Stemde
-toe in alles.
-
-M'n vrouw was bleek van den schrik. Zelf stond 'k met stomheid
-geslagen.
-
-Er was 'n briefje bij. 'k Las 't, werktuiglijk.
-
-
-«Amice,
-
-Hierbij je schminkdoos. 'k Hoop, dat er ruimte genoeg is voor de
-handdoeken. Je hoeft me natuurlijk alleen maar 't hout te betalen en
-'t ijzer en de andere kosten, samen f 23.35. Wil je er me bepaald 'n
-aardigheidje voor terugsturen, ga je gang. Maar 't hoéft niet. Gegroet!
-
-Je Beukers».
-
-
-'k Denk nog altijd over 't «aardigheidje», dat 'k 'm zenden zal. Als
-iemand misschien eens iets weet, een of ander martelwerktuig?
-
-Met die schminkdoos kan 'k nergens meer 'n engagement krijgen. 't
-Wordt te duur op reis. Zooveel vracht!
-
-We zijn er ook grooter voor gaan wonen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-"BOMMIE".
-
-
-Bommie was 'n heel aardige kerel. En 'k heb dikwijls veel pleizier
-met 'm beleefd. Alleen was-ie min of meer gevaarlijk, ook voor
-zichzelf. Hij had eigenlijk goochelaar moeten worden. Daar had-ie
-bijzonder veel aanleg voor. In die richting zou-ie 't 'n heel
-eind gebracht hebben. Maar 't lot wilde nu eenmaal, dat-ie de
-tooneelloopbaan koos. En dat was tot z'n eigen schade en tot die
-van anderen.
-
-Niet, dat-ie geen aanleg had. Integendeel! 'k Geloof zelfs, dat-ie
-over meer talent beschikte dan velen, die slagen. Z'n stem klonk
-als brandgelui en hij kon vreeselijk gemeene gezichten trekken. Ook
-had-ie 't gebaar, 't breède, en nog meer dingen, die iemand geschikt
-maken voor acteur. Doch réusseeren was voor hem slechts mogelijk in
-zeer verre toekomst. Wil 'n jongmensch er tegenwoordig komen op 't
-tooneel, dan dient-ie vóór alles «de plooi» te hebben, in z'n ziel
-en in z'n pantalon. En z'n stem legge zich voornamelijk toe op 'n
-aangename smachting. Anders is-ie voor de eerste tien jaar reddeloos
-verloren. Te drommel, de directies willen jongelui, waar «aardigheid»
-aan is! Wie hebben succes in 't gewone salon? Zeker niet de kniesooren
-en strafkijkers! En op 't tooneel, dat 'n «publieke» salon is, kan
-men ze nog veel minder gebruiken.
-
-Bommie nu had heelemààl de plooi niet. Nee, hij zat vol kreukels, van
-binnen en van buiten. Hij was nog van de romantische school, de oude,
-die z'n hart ophaalde aan zwierige vagebondage, bohémiensche frank-
-en vrijigheid. Hij hoorde heel en al niet thuis op de tabouret der
-maatschappelijke geëduceerdheid. Daarom was er voor hem geen plaats
-op de «Bühne». Over twintig jaar misschien.... O, dan kon men altijd
-nog eens zien!
-
-'t Sprak vanzelf, dat Bommie hierdoor gaandeweg in ongelegenheid
-geraakte. Doch meesterlijk was de wijze, waarop-ie zich daaruit
-telkens weer redde.
-
-"Bommie komt!" Dat klonk, op repitities, samenkomsten, waar ook, als
-'n waarschuwing, zoo ongeveer als: «Pas op, de tram!» Want dan was
-er gevaar, onmiddellijk gevaar. En we waren allen op onze qui-vive.
-
-'k Heb daar eerst flink leergeld voor betaald. Bommie--hij heette
-eigenlijk Robert, waar ze Robbie van maakten en toen Bobbie en
-eindelijk Bommie--maakte geen te ondegelijken indruk, al zag-ie er
-wat verfomfaaid uit. Doch die fomfaaierigheid wist-ie altijd binnen
-'n zekere lijn te houden, waardoor 't meer 'n gewilde nonchalance dan
-wel 'n gebrek aan gestreken garde-robe leek. Daarbij droeg-ie immer
-slobkousen, weer of geen weer, wat toch in elk geval iets gekleeds
-gaf. En z'n jas, hoewel niet van onberispelijken snit en lang niet
-gloednieuw, verried door 'r getailleerdheid toch 'n zekeren hang
-naar élégance, waardoor men 'm niet van onverschilligheid voor z'n
-uiterlijk kon beschuldigen. Ja, keek men niet al te nauw, dan kon
-men zelfs aannemen, dat-ie eenmaal baron gewéést was.
-
-«Bommie komt!» Dat kon niet genoeg gewaarschuwd. Want telkens weer
-liep je er in. Hij had 'n manier, om je je laatste rijksdaalder uit
-je vestzak te goochelen, welke bepaald 'n creatie was. Daarom, hij had
-zich als prestidigateur moeten ontwikkelen. Z'n verbluffende wijze van
-optreden verzekerde bij voorbaat 't succes. Hij had 'n handigheid,
-om je aandacht af te leiden en je dan opeens te overrompelen, welke
-waarlijk buitengewoon was. Menig nooit weergezien muntje dan ook
-en riksje van me zijn door z'n vingers gegaan. 'k Neem 'm dat niet
-kwalijk. Volstrekt niet. 'k Bedank 'm zelfs nog voor 't genoegen,
-dat-ie me met z'n weergalooze gladdigheid verschafte. Originaliteit
-is zoo zeldzaam!
-
-Op den duur echter werden z'n aanslagen verijdeld. Had 'k indertijd 'n
-zeer gewillig vestzakje, waar 'k gemakkelijk met duim en wijsvinger in
-dook, 't leven leerde me, wat voorzichtiger te zijn. En 'k liet er 'n
-knoop op maken. Dat is altijd secuurder. Dan heeft men meer bedenktijd
-bij 'n onverhoedschen aanval. Ook is zoo'n knoop op zichzelf al 'n
-waarschuwing. Als je 't ding voelt, gaat er zooiets door je hoofd van:
-«Pas op! Berg je! De vijand loert!» En je laat je zakje dicht.
-
-Bommie ging dan ook tot wanhoopsmaatregelen over. Eens ontlastte-ie
-'n collega van twintig pop òp 't tooneel. Dat leverde-ie 'm zóó:
-
-We speelden in de provincie, 'n blijspel. Bommie, na 'n groote scène
-met Winkels, moest af. Maar bij de fond-deur keerde-ie zich weer om
-en hij stapte opnieuw op Winkels toe. Hij wist namelijk, dat die 'n
-vrééselijk dikke portemonnaie op zak had. Winkels toch had pas z'n
-gage ontvangen (Bommie zat zóó in 't voorschot, dat hij voorloopig
-niets kreeg) en had dat alles, gewisseld, bij zich gestoken, want in de
-kleedkamer dorst-ie 't niet achterlaten.... voor 't personeel. Bommie
-nu laschte brutaalweg 'n scènetje in, dat buitengemeen slaagde. Hij
-vroeg Winkels wat money te leen en deed dat met zulk 'n routine(!) en
-zooveel overrompelende kwinkslagen en èchte gebaren, dat men in de
-zaal hartelijk zat te lachen, want daar dacht men natuurlijk, dat
-'t alles zoo in 't stuk hoorde, Eindelijk maakte-ie 'm gewoon z'n
-portemonnaie afhandig, nam er twintig popjes uit en verliet dan met
-'n hoofsche strijkage 't tooneel. Men riep 'm terug bij open doek,
-maar hij kwàm niet!
-
-Zulke uitersten echter wezen op 't begin van 'n volstrekt einde. En
-daar liep 't voor Bommie dan ook al aardig naar toe. Z'n naam alleen
-reeds verspreidde 'n schrik. Of er 'n bòm in aantocht was in plaats
-van 'n Bommie! Men zou zich zelfs wettelijk tegen 'm moeten gaan
-verdedigen.
-
-'k Had 'm in geen half jaar gezien, wist niet, of-ie nog engagement
-had of weer leefde op hoop van zegen. Daar, plots, op 'n snikheeten
-Juni-dag kwam 'k 'm tegen in de Kalverstraat. 't Was zoó smoor-warm,
-dat men de menschen met 'n stok zelfs niet naar 't paardenspel
-kreeg. In die fabelachtige temperatuur was 't geniale plan in 'm
-gerijpt, 'n «eigen» gezelschap te beginnen.
-
-«Goed, dat 'k je zie», zei-ie dadelijk met z'n waarlijk klankvolle
-stem. (O, waarom kon-ie toch «de plooi» niet bemachtigen!) «'k Liep
-je juist te zoeken.»
-
-«Wel toevallig», meende 'k. 'k Keek wat wantrouwend, dacht aan
-m'n knoop.
-
-«Ja, dat is 't», stemde-ie toe. «Maar laten we ergens gaan zitten. 'k
-Moet je noodzakelijk spreken. Wat mag 'k je aanbieden?»
-
-Hij vroeg dit «breed». Trouwens, 't «gebaar» was 'm toevertrouwd. 'k
-Nam 'm eens nauwkeurig op. Ja, z'n kreukels waren leelijk
-toegenomen. En dat-ie zelfs in deze hitte z'n slobkousen nog niet
-aflei, getuigde van 'n wel wat èrg gewilde nonchalance. Doch in z'n
-jas zat nog 'n aangename getailleerdheid, welke 'm wel 'n gentlemennig
-fleurtje gaf. En z'n blik fonkelde van durf. Had-ie 'n bofje gehad? 'k
-Zou 't er nog maar eens met 'm op wagen. En we traden «Polen» binnen.
-
-'k Zat nog geen tien minuten, of Bommie had me ten volle van z'n
-juisten blik in zaken overtuigd. En 'k twijfelde niet in 't minst
-meer aan de levensvatbaarheid van z'n plan, ja, aan 't noodwendige
-daarvan. 'k Kwam volkomen onder den invloed van z'n melodieus geluid
-en hij had bepaalde gestes, waarvoor zelfs 'n deurwaarders-argument
-wijken moest.
-
-«'t Tooneel is verrot». Hierop hoofdzakelijk kwam z'n redenatie
-neer. «De fantasie is weg, 't spel, 't èchte. Niets dan woordkunst,
-maniertjes. Maar 't publiek heeft er genoeg van. Dat merk je aan
-alles. En nu wil ik er 't eerste bij zijn, zie je? Heb ik geen
-gelijk? 'k Zal de lui weer eens toonen, wat 't eigenlijk zeggen wil:
-comedie-spelen. En nu is er in 't heele land maar één, die precies
-weet, wat 'k hebben moet, die me begrijpt. Dat ben jij».
-
-'k Was zeer gevleid, vroeg, wat-ie gebruiken zou. Daarop legde-ie me
-nader uit:
-
-«Geen breekbaarheidje voor den salon, hoor! Nee, 'n ding van
-hartstocht, geweld, waarin 'k me geheel geven kan, van alle
-kanten. Alle rollen zijn voor mij, tenminste de voornaamste. Dat
-spaart ook 'n boel op de reiskosten uit. En karàkters, asjeblieft,
-mènschen! Geteem hebben we nu al genoeg gehoord. 'k Wil eenvoùdig
-beginnen, in de provincie. Wat heb je aan al dien ophef? En zit 't ding
-er eenmaal in, dan komen we er mee naar Amsterdam en je zal eens wat
-beleven! Haha! Heb je al 'n idee? 't Moet als de drommel klaar, hoor!»
-
-'k Heb 'n dagje loopen denken en toen hàd 'k 't. 'n Pracht-inval! 'n
-Eén-acter. Natuurlijk! Wie schrijft er tegenwoordig nog wat anders? 't
-Heette «Jantje Strop», speelde in 'n dievenkelder. 'n Vreeselijk
-lugubere geschiedenis. Achtereenvolgens kwamen zeven allergemeenste
-types op, nooit twee tegelijk natuurlijk, want ze moesten stuk voor
-stuk gecreëerd worden door Bommie. 'n Ongeëvenaard kluifje voor zijn
-talent. 'n Baron aan lager wal, 'n verver met loodwitvergiftiging, 'n
-ontsnapte boef, 'n valsche munter met 'n bult, 'n idioot, 'n opkooper
-van gestolen goed, die stotterde en mank liep en 'n vervallen inbreker
-met delirium. Hoe kreeg 'k 't stelletje bij elkaar! Bommie was diep
-getroffen, toen 'k 't 'm voorlas. Driemaal drukte-ie me zwijgend de
-hand. Daarop zei-ie, met den geroerdsten klank in z'n stem, welken-ie
-maar vinden kon: «Je krijgt 7 procent van de bruto recette.» Toen ben
-'k maar us heel fijntjes gaan dineeren.
-
-De repetities waren 'n lust. Bommie leerde alle zeven rollen tegelijk,
-wat vooral in 't begin wel eens akelig was om aan te zien. Dat-ie
-er niet stapel van werd! Er speelde ook nog 'n juffrouw mee met
-'n onbeschrijflijk schor geluid, waardoor ze uitnemend in den
-dievenkelder paste. En 'n jongmensch, die eens persoonlijk de hand had
-mogen drukken van Louis Bouwmeester, wat-ie nooit meer te boven kwam:
-hij bleef voor z'n leven acteur.
-
-'t Was alleen maar vervelend, dat je nooit precies wist, waar eigenlijk
-gerepeteerd werd. Dan weer had Bommie 'n duister lokaaltje gehuurd,
-dicht bij 't Centraalstation, dàn 'n geheimzinnige gelegenheid heel aan
-'t eind van den Amstel. Dat gaf dikwijls aanleiding tot vergeefsche
-wandelingen, wat op den duur vermoeiend werd. De oorzaak echter zat
-'m in de incoulantheid van Bommie's betalingen. Als je dan ook 'n
-gezelschap hebt, dat er nog in moet komen!
-
-Eindelijk dan was «Jantje Strop» gekènd. En hoe! Bommie kon z'n rollen
-desnoods achterstevoren opzeggen. En de juffrouw met 't schorre geluid
-had heelemáál geen stem meer.
-
-We haakten nu naar de première. Waar zou die plaats hebben? We hadden
-al naar allerlei mogelijke plaatsjes geschreven, waarvan 'k ook maar
-'t flauwste vermoeden had, dat er wel eens zomergasten op apegapen
-lagen. Uit één oord kregen we maar antwoord (ongefrankeerd) en dat
-luidde, dat 't te warm was. Nu, dat was ons óók opgevallen: Amsterdam
-schroèide onder je voeten. Maar 't zou nu toch zonde zijn na al die
-studie! En eindelijk dan toch sloot 'k af met den gérant van den
-«Trippenberg», 'n hotel op 'n heuvel van dien naam ergens tusschen
-Zutphen en Oldenzaal. De condities waren heel mooi: de hotelier zorgde
-voor alles, reclame, enzoovoort, en we deelden samen. 't Leek me
-'n erg geschikt debuut.
-
-Maar de moeilijkheden begònnen pas. Op 'n morgen kwam Bommie bij me met
-'n heel bedrukt gezicht. Ik kènde dat. En 'k tastte al naar m'n knoop.
-
-«Kerel», zei-ie, «nu gaat alles zoo prachtig, hè? De hemel weet,
-'n uitverkocht huis in Trippenberg--komt er ook «pers»?--, zeven
-rollen als voor me geknipt en nu dreigt die lamme vent van 'n kapper
-alles in de war te sturen. En dat om 'n.... bagatel».
-
-'k Liet me de zaak nader uitleggen. Voor de zeven boeven, die Bommie
-had op te knappen, waren zeven pruiken in de maak. 'k Had 'm nog
-gewaarschuwd, gezegd: «Kerel, vat je de zaken niet wat groot op? Zou
-drie boeven voorloopig voor jou niet voldoende zijn?» Maar hij moest en
-zou er minstens zeven hebben. 't Publiek kwam niet om minder. Enfin,
-hij had ze nu ook. Maar de pruikjes kreeg-ie niet los zonder contante
-betaling. Daar zàt 't jonge kunst-ensemble nu.
-
-Maar op zoo'n hoopje haar wou 'k de onderneming toch niet doen
-stranden. 'k Maakte m'n knoopje wat los, klopte ook nog aan bij
-'n kennis, die wel wat voor tooneel voelde en zoo stelde 'k Bommie
-'t benoodigde bedrag ter hand. Dat was 'n groote onvoorzichtigheid
-van me. Want vier pruikjes smolten al als sneeuw voor de zon, vóór
-Bommie den kapper nog gezièn had. En 't zal 'm zeker 'n verbazende
-zelf-overwinning gekost hebben, dat-ie de andere drie ook niet
-denzelfden weg liet opgaan.
-
-'t Gaf weer moeilijkheid. 't Stuk was berekend op zeven boeven,
-doch er was maar haar voor drie. 'k Ben toen natuurlijk enorm aan
-'t veranderen gegaan. De man met de loodwitvergiftiging verviel
-heelemaal--en van die figuur had 'k me juist zooveel voorgesteld!--en
-de inbreker met 't delirium loste zich op in den opkooper met de vele
-gebreken. Kwamen nog twee pruikjes te kort. Doch 'k zei 'm, dat-ie de
-ròòie best ook achterstevoren op kon zetten; dat gaf dadelijk 'n heel
-anderen kop. En één rol kon-ie gerust met z'n eigen gezicht spelen,
-want dat was al gemeen genoeg. 'k Bedoelde: daar kon-ie zònder extra
-haar wel de gewenschte uitdrukking aan geven. Mijn hemel, als je
-gezelschap dan ook nog jong is!
-
-Wat 'n voeten 't in de aarde heeft gehad om naar Trippenberg te
-komen! 't Ligt ook zoo'n eind uit den weg! Aan 't Centraalstation
-weigerde de juffrouw, die nu totaal door 'r geluid heen was, langer tot
-'t ensemble te behooren. Ze maakte rechtsomkeert en 'k heb 'r nooit
-weergezien. Bommie zat in zak en asch. Maar 'k stelde 'm gerust:
-'k zou 't stuk in den trein nog wel veranderen. Bommie bleef echter
-wat zwaarmoedig kijken. 't Directeurschap begon 'm te drukken. «En
-je kunt geen eens voorschot krijgen», zuchtte-ie half hardop.
-
-Over 't debuut op den «Trippenberg» wil 'k liever kort zijn. De
-hotelier ontving ons met de grootste verbazing. Dat we nog gekomen
-waren met die warmte! Nee, wàt-ie ooit gedacht had, dàt niet. Daardoor
-was er voor niets gezorgd. Geen sterveling wist van ons optreden. Maar
-de première moest en zou doorgaan. En 's avonds is «Jantje Strop»
-dan voor 't eerst en voor 't laatst gespeeld voor zes logé's, den
-hotelhouder, den veldwachter, 'n man in 'n blauw boezeroen en de
-werkmeid. Pers hadden we niet.
-
-'k Geloof niet, dat 't stuk erg begrepen werd. Als je dan ook opeens
-twee rollen moet laten uitvallen en je eenigste actrice vlak voor de
-voorstelling de plaat poetst! En dan vergiste Bommie zich telkens met
-z'n pruiken. En 't décor leek heelemaal niet op 'n dievenkelder. En
-de bult van den valschen munter zakte af. En juist, toen Bommie 't
-publiek er 'n oogenblik onder kreeg met z'n ontsnapten inbreker, viel
-'n coulisse om. Dat zijn allemaal dingen, die de stemming bederven. 'k
-Heb tweemaal laten «halen», om Bommie 'n pleizier te doen. Maar in
-de zaal zag je niemand meer.
-
-M'n contract met den hotelier bleek toch niet geheel in orde. We
-meenden, dat 't logeeren van 't jonge ensemble op zijn rekening
-kwam. Doch daar dàcht-ie niet aan, zei de gérant, die niets voor kunst
-bleek te gevoelen. 't Wanhoopsgezicht toen van onzen «directeur»
-smartte me tot in de ziel. En 't jongmensch, dat eens Bouwmeester
-de hand gedrukt had en mijn persoon betaalden van harte 't séjour
-van onzen «directeur». De 7% bruto-recette schonk 'k 'm. Toen werd
-'t ensemble op staanden voet ontbonden.
-
-Waar Bommie tegenwoordig zit? 'k Weet 't niet. 't Gaat soms zoo gek in
-de tooneelwereld. Lui, waar je in geen jaren van hoort, duiken plots
-op in 'n pracht-rol, die ze voor 'n seizoen beroemd maakt. Straks
-verdwijnen ze weer als explicateur in 'n bioscoop. Of ze reizen, als
-impressario, met 'n visch-mensch. Ook geloof 'k, dat onder de èchte
-wilden, die je op elke fatsoenlijke tentoonstelling ontmoet, altijd
-goeie acteurs schuilen, lui met 't breede gebaar en de romantische
-kreukel in hun ziel. Dit laatste zou wel iets voor Bommie zijn. 'k Zie
-'m al als stamhoofd met veeren in 't haar!
-
-Maar, onder ons gezegd, 'k verdenk 'm ervan, dat-ie in alle stilte naar
-'n compagnon zoekt. Daarom houd 'k m'n adres angstvallig geheim. 't Zou
-me hard vallen, onze vele tooneelgezelschappen 'n zware concurrentie
-aan te doen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET KOOPJE.
-
-
-«Hallo, Bob!» stond Chris 'm al uit de verte toe te juichen
-tusschen de rog. Bob, op 't voorbalcon van 't paardetrammetje,
-dat slechts uiterst langzaam z'n weg naar Heezum vond, wou iets
-terugroepen. Maar de te felle klatering der mooi gepoetste bel,
-waaraan de boerenslungel-koetsier trok, of-ie daar 'n fijne muziek
-aan z'n dorp bracht, weerhield 'm. «Hallo, hallo!» schreeuwde Chris
-weer. Bob knikte, woof, dat-ie 'm wel hoorde. Meteen greep-ie naar z'n
-hoed, want hij ving nogal wind. Dan, met 'n hevig gekners en ge-rem,
-hield 't makke vervoermiddel stil. Zich bukkend, want hij stond vrij
-benauwd, steeg Bob van de voorplecht en de twee vrienden begroetten
-elkaar met groote hartelijkheid.
-
-«'k Was je wel komen halen», schreeuwde Chris; hij schreeuwde nòg,
-ofschoon er niet de minste reden meer voor was; maar hij was altijd
-wat lawaaierig, «maar je weet, hè? Ik en tijd! 'k Stond net m'n
-kwasten uit te spoelen, toen 'k op eens dacht: Hé, die Bob! Toen was
-'t al te laat voor den trein. Ja, je moet me nemen, zooals 'k ben».
-
-Jovialig klopte-ie z'n vriend, ofschoon die 'n heel stuk langer was,
-'n paar maal op den schouder. Daarbij moest-ie telkens 'n soort
-klim-beweging maken en wapperde z'n kap-jas, die-ie de hemel wist
-waarvoor droeg, of-ie vogels verschrikken wou. Dat alles paste heel
-goed bij z'n komische verschijning van kabouter-man met gewichtig
-langen baard en grooten glinster-bril, waarachter de slimme oogen
-voortdurend felletjes loerden. Hij had best dienst kunnen doen als
-grappig tuinbeeld, dat men aan 'n vijver zet als stomme bewaker van
-karper en goudvisch.
-
-«Hij is dezelfde nog», dacht Bob, terwijl-ie 'm van terzijde
-opnam. Maar verder kon-ie niet veel aandacht aan 'm wijden, want
-de lange dorpsstraat, hoewel er niet veel aan was, interesseerde
-'m. Des te meer echter bemoeide Chris zich met hèm, wees 'm de kerk
-en de pastorie en de sigaren-fabriek en den weg, die naar 't kasteel
-liep. Bob knikte, er met z'n hoofd niet erg bij, dat aan al dat nieuwe
-nog moest wennen. Hij was 'n fijne kerel, die, als-ie maar even kon,
-aan de letteren deed; z'n overigen tijd zat-ie op 'n kantoor. Hij was
-er nu met vacantie 'n paar dagen tusschen uit, die-ie graag doorbracht
-bij z'n ouwen vriend Chris, die 'm geïnviteerd had. De rust van
-'t dorp deed 'm nu al weldadig aan. Wat moest 't heerlijk zijn,
-àltijd buiten wonen!
-
-Opeens hielden beiden stil. «We zijn er», beduidde Chris met breed
-gebaar, waarbij-ie weer rumoerig fladderde. «Ziehier mijn stulp».
-
-De «stulp» was 'n aardig buitenhotelletje, waar de schilder al sinds
-'n paar maanden z'n intrek had genomen, met achter 'n boerderij en
-verdere landelijkheid. De beschutte warande vóór trok Bob dadelijk
-aan. Maar Chris vond, dat-ie zich eerst op moest knappen en z'n kamer
-zien en kennismaken met de lui, die 't hôtel hielden. Dàn was 't nog
-vroeg genoeg om te «genieten».
-
-Bob zàg z'n kamer, knàpte zich op, drukte 't boeren-echtpaar, dat
-Chris al even druk bebaasde als z'n logé, de hand en toen, omdat 't
-bij halfeen was, zouden ze meteen maar koffiedrinken, bòven. Bob,
-hongerig van de reis, liet zich 't mik-brood, de versche eitjes,
-de ongerookte ham en den vruchten-koek goed smaken. Ze zaten in
-de gezellige balconkamer, alléén. De overige, weinige gasten toch
-waren er den heelen dag op uit met de fiets. «'t Gaat er nogal bij
-je in», lachte Chris, die zelf voor drie at. Daarop, 'n sigaar in 't
-hoofd--Bob, die niet rookte, bedankte--bracht-ie 'm naar z'n eigen
-kamer, welke-ie zooveel mogelijk als atelier had ingericht, toonde
-z'n jongste werk, 'n voltooid schilderij, schetsen, krabbels. Bob,
-zwijgzaam, knikte, keek. Dan, rondkijkend, wees-ie:
-
-«'n Aardig tafeltje heb je daar».
-
-«Ja, hè?» ging Chris er dadelijk met vuur op in, want «antiek» was z'n
-liefhebberij, z'n passie. «Voor 'n koopje op den kop getikt. Je vindt
-hier anders niet veel meer. De joden hebben den boel afgegraasd. Die
-kandelaar heb ik gisteren nog gekocht».
-
-Hij haalde z'n koperen vondst van den schoorsteen, reikte 't Bob
-bewonderend aan. Bob die al zooveel van die dingen had gezien, kon er
-weinig bijzonders aan vinden, maar zei er toch iets aardigs van. Z'n
-blik echter ging weer naar 't tafeltje.
-
-«Weet je wat?» stelde Chris opeens voor, die 't nooit lang binnen
-uithield. «We maken 'n wandeling. Dan breng 'k je naar 'n boerderijtje,
-dat 'k al 'n paar dagen op 't oog heb. Daar valt wel wat te schilderen,
-geloof 'k. En jij schrijft er 'n schetsje van, kerel. Prachtig, hè?»
-
-Bob, natuurlijk, vond 't goed. Die warande, waar-ie droomerig te
-luieren dacht, scheen nu eenmaal voorloopig niet voor 'm weggelegd. En,
-nadat Chris nog 'n teekenboek en potlood bij zich gestoken had,
-togen ze op marsch.
-
-«'t Is hier mooi met die hei», merkte Bob 'n paar maal op, Chris, nu
-zònder kapjas, in z'n fluweelen buis, stappend, of de heele wereld
-van hem was, gaf enthousiaste beschrijvingen van de omstreek,
-de binnenhuizen, de boerentypes. Bob luisterde maar, z'n hoofd
-vol van de zomerschheid, welke zich als 'n weelde van overal aan
-'m opdrong. Hij kon zich Chris' bewondering zoo goed indenken, vond
-alleen, dat 't zonder die vermoeiende luidruchtigheid ook wel ging,
-Enfin, zoo wàs Chris.
-
-Ze hadden 'n goed half uur geloopen. Bob, dat wandelen niet gewoon,
-zette er al 'n kalmer gangetje in. «Kijk», onderbrak Chris zichzelf,
-wijzend. «Hier is 't».
-
-Links van ze, aan 'n mullen zandweg, die 't rechte spoor niet volgde,
-stond 'n oud, vervallen huisje. 't Half weggevreten stroodak helde
-onrustbarend naar voren, scheen 't scheefgezakte boeltje nog extra
-te drukken. De steenen, 't kozijn, de deur, alles was van 'n hoogst
-onbestemde kleur en wees op armoe. 't Heele gedoetje school half weg
-achter 'n paar zwaar-groene boomen, die 't nog 'n zeker fleurigheidje
-gaven. 't Was 'n kijkje voor 'n schilder, om niet van weg te komen.
-
-«Ja, ja», knikte Bob. Zooiets had-ie zich wel gedacht.
-
-«Kom mee», zei de ander, die manhaftig op de deur toestapte en hij
-lichtte de kling op.
-
-«Gaat dat zoo maar?» vroeg Bob nog, die wat bedeesd was aangelegd.
-
-Chris lachte luid. «We zijn hier in 'n vrij land», riep-ie dan en
-hij trad naar binnen. Schuchter volgde 'm Bob.
-
-Eerst zagen ze niet veel, want 't was er donker. 't Wende echter dra
-en ze ontwaarden in 'n hoek 'n al bejaarden boer, die ze van onder
-z'n pet, al maar aan 'n zwartige pijp halend, leepjes zat aan te
-kijken. Verderop stond nog 'n vrouw, die 'r half dichtgeknepen oogen
-eveneens den kost gaf. En beiden bleken van 'n groote zwijgzaamheid.
-
-Chris, met z'n gewone lawaai, maakte 'n praatje. «We mogen hier
-wel 'n kijkje nemen, hè?» vroeg-ie parmantig. De boer knikte,
-langzaam. De vrouw bleef onbeweeglijk. En de schilder sprak over
-'t weer, 't veld, den oogst als iemand, die daar alle verstand van
-had. Meteen scharrelde-ie wat rond.
-
-Bob, niet op z'n gemak--hij hield niet van dat binnendringen bij
-vreemden, al waren 't dan ook nog zoo eenvoudige menschen--was gauw
-uitgekeken. Trouwens, dat bedompte, lage vertrek met den hobbeligen
-vloer, de weinige, verbruikte meubels, de groezelige ruitjes, waardoor
-'t licht zuinigjes naar binnen zeefde, hij kènde dat als de schetsen
-en de koperen kandelaar van z'n gastheer: 't geleek elkaar alles als
-twee druppels water. Op zij kierde 'n deur. Daarachter speelde de zon
-haar blakerend spel. Bob, aangetrokken, liep er op af. En hij stond in
-'n soort van hof van bijna enkel groen, doch in alle schakeeringen,
-waartegen alleen 'n paar kippen hier en daar feller plekten. «Wat
-'n rust!» dacht Bob. En hij keek z'n oogen vol.
-
-Hij had zoo 'n minuut of wat gestaan, toen 'n slag op z'n schouder
-'m weer uit z'n gedroom deed ontwaken. «Bliksems mooi van kleur, hè?»
-schreeuwde Chris, die z'n hand dadelijk beschuttend boven z'n oogen
-hield. «En kijk die lucht eens!» Bob kéék, beleefdheidshalve. Doch
-'t mooiste van den groenen hof was er nu al voor 'm af.
-
-Opeens stootte Chris 'm aan. «Te drommel! Kom eens mee», zei die
-geheimzinnig. Bob, volgzaam, ging 'm na. Druk stappend, liep z'n
-vriend naar 't schuurtje--links, vlak achter de pomp--, waarvan de
-scheeve deur wijd open hing. Vaster plantte Chris zich den bril op
-den neus en z'n oogen vlamden, als in ontdekking. Wat hàd-ie?
-
-«Zie je dat?» vroeg-ie schor.
-
-Bob zocht. Wat bedoelde Chris?
-
-«Maar die kàst!» schreeuwde de schilder haast en hij keek voorzichtig
-om, of iemand 'm gehoord had. O, ja, nu zag Bob òòk. Dat Chris zulke
-dingen altijd zoo dadelijk in de gaten had!
-
-In 't schuurtje stond 'n kast, zóó verwaarloosd, dat je 't eerst voor
-iets anders hield. 't Hout, vervuild, beschimmeld, vertoonde snijwerk,
-doch dat mocht eerst wel flink opgehaald. En binnen-in lag stroo en
-'n vergane plank.
-
-«M'n kop d'r af, als ze d'r geen geit of konijnen in stallen»,
-fluisterde Chris, wiens handen trilden. «Als 'k 'n week later
-was gekomen, hadden ze d'r misschien brandhout van gemaakt. 'n
-Prachtstuk! Dat zulke lui dat niet zien, hè? Je begrijpt, 'k krijg
-'t voor 'n krats. 'k Moet 't alleen slim aanpakken».
-
-«Zóó heb je d'r toch niets aan», merkte Bob op.
-
-«Komt er niet op aan. 'n Vakman werkt dat wel bij», deed Chris
-zenuwachtig en hij bekeek 't onsecure meubel van allen kant. «'t
-Kost me natuurlijk extra. Maar 'k krijg 't ding toch nog goedkoop
-genoeg». Hij lachte, wreef zich bij voorbaat de handen.
-
-«Hoeveel is zoo'n kast waard?» vroeg Bob, nu toch ook geïnteresseerd.
-
-«Nu, 'k taxeer 'm, als-ie opgeknapt is, op 'n honderdveertig gulden»,
-lichtte Chris 'm oog-pinkend in. «Laat. mij nu maar m'n gang gaan. Jij
-bemoeit je er niet mee. Je weet van niets, hoor?»
-
-Bob verzekerde 'm met 'n knik. Daarop zag-ie z'n vriend, die 'n erg
-onverschillige houding aannam, 't boerenhuisje weer binnengaan. En wel
-'n kwartier lang, wat rondkuierend, vermeide-ie zich in den kleinen
-hof aan 't groen, den hemel, de stilte.
-
-«Kom» dacht-ie dan, «'k moet eens kijken, hoe 't er mee staat». En
-loom stapte ook hij, door de achterdeur die aanstond, 't boerderijtje
-weer binnen.
-
-«Maar dat is toch geen prijs!» hoorde-ie Chris juist zeggen. «Zestig
-gulden! 't Is, dat ik d'r liefhebberij in heb. Je krijgt d'r nog geen
-tientje voor. Brandhout! Je zet 'm zèlf in je schuur».
-
-«As jij d'r liefhebberij in heb, dan zel d'r wel wat an zitte», zei
-de boer brutaal, die nog altijd op z'n zelfde plaats zat. «Geen cent
-minder, man».
-
-«Ik groet jullie», maakte Chris er plots 'n eind aan. «Kom mee». Dat
-laatste was tot Bob, die 'm, na 'n linkschen groet, volgde. Ze stonden
-weer buiten.
-
-Langs 'n anderen weg keerden ze naar 't dorp terug. Wel vijf minuut
-spraken ze geen woord.
-
-«Wou 't niet?», vroeg Bob dan, die toch eenige belangstelling wou
-toonen.
-
-«'t Is 'n slimmerik», verbeet Chris zich, spijtig aan z'n sigaar
-zuigend. «De vent weet d'r van. 'k Zei je al: de joden hebben ze te
-wijs gemaakt. Doodjammer. 't Is 'n pracht-kast».
-
-«Maar zestig is immers nog niet te veel?» merkte Bob op.
-
-«Dat is zoo», erkende Chris, driftige haaltjes aan z'n sigaar doend,
-«al krijg 'k er zeker nog 'n twintig gulden onkosten aan èn de
-vracht. Maar 'k had gedacht, 'n echt koopje te snappen, zie je? En
-dat ontgaat me. Daar heb 'k 't land over».
-
-'t Verdere van den weg spraken ze niet veel meer. Chris was er te
-slecht gehumeurd voor en Bob, zich verlustigend aan 't landschap,
-luisterde liever naar 't stille gekwetter der vogels.
-
-In de warande--«hè, goddank!» verzuchtte Bob onwillekeurig, toen-ie dan
-toch eindelijk van dat rustige zitje vóór 't kleine hotel profiteeren
-mocht--kwam Chris weer wat op dreef. Doch lang duurde dat niet. Want
-z'n praten werd gestoord door de komst van 'n vreemdeling, die zich ook
-in de warande zette. Chris nam 'm eens aandachtig, bijna wantrouwend
-op, verdiepte zich dan zwijgend in z'n bittertje. De nieuweling,
-beleefd, maakte 'n praatje. 't Was 'n Israëliet en leek wel 'n soort
-handelaar. Als 't gesprek niet erg vlotte, zei-ie opeens:
-
-«Hebben de heeren geen antiek te koop?»
-
-Chris spitste de ooren. Ja, hij had 't wel gedacht! Weer zoo'n
-vervloekte antiquair. Hij zou 'm helpen!
-
-«Nee», schudde Chris 't hoofd, knorrig. Maar de koopman liet zich
-niet uit 't veld slaan.
-
-«Of weten de heeren niets in den omtrek?»
-
-Onbeweeglijk staarde Chris nu voor zich, begreep 't gevaar. Dan werd-ie
-op eens erg spraakzaam, zei, dat de heele streek door de kooplui was
-afgegraasd, zoodat er niets, niets meer was te vinden. In z'n vuur
-bestelde-ie nog 'n bittertje.
-
-«Nu, niets», knip-oogde de handelaar slim. «Ik weet bijvoorbeeld....»
-
-Opeens zei-ie geen woord meer, had zich blijkbaar bijna
-versproken. Vragend staarde Chris 'm aan. Wat hield de vent daar zoo
-angstvallig verborgen?
-
-
-
-Den volgenden morgen, na 't ontbijt, deed Chris erg gehaast. En plots
-zei-ie zacht tot z'n logé: «Over 'n goed uur ben 'k terug. 'k Ga met de
-fiets. 'k Moet die kast. Ik ben bang voor dien jood, je snapt. Adieu!»
-
-Snel ging-ie. Bob keek 'm na, van 't balcon. Dan ging-ie naar beneden,
-naar z'n warande. Voor-ie er kwam, moest-ie langs 'n kamertje, dat
-openstond. Daar zag-ie, lichtelijk tot z'n verwondering, den koopman
-van den vorigen avond, die haastig, als in 't geheim, 'n paar koperen
-kandelaars--precies van 't soort als Chris nog pas had gekocht--in
-'n papier pakte. Zwijgend ging Bob door, maar hij dàcht. En in de
-warande zat-ie nòg te piekeren, toen Chris al met 'n vreugde-stralend
-gezicht terugkwam van z'n ritje. Haastig sprong-ie van de fiets en
-deelde z'n vriend zenuwachtig mee:
-
-«'k Hèb 'm. De vent wou geen cent laten vallen. Maar, enfin! En stel
-je voor, wat 'n bof! De koop was net gesloten, toen me waarachtig
-die jood aankwam. 'n Spijtig gezicht, als-ie trok! Wat ik er voor
-betaald had, vroeg-ie. Maar dat heb 'k 'm maar niet gezegd. Haha!»
-
-Chris deed uitbundig, had behoefte aan 'n gròòt glas bier. Bob keek
-'m peinzend aan, zei alleen: «Zoo zoo».
-
-«En wat heb jij uitgevoerd?» vroeg Chris dan met 'n luiden
-lach. «Natuurlijk zitten droomen, hè, terwijl ik zaken deed? Zoo
-zijn schrijvers».
-
-«Ja, ja», knikte Bob kalm. «'k Heb wat gepiekerd». Daarop liet-ie
-volgen: «'k Ga er vanmiddag nog eens heen. 't Was er zoo lief».
-
-«Patent!» riep Chris enthousiast uit. «Dan maak ik boven m'n
-schilderij af. 'k Zal je wel wijzen, hoe je er komt.--'t Gezicht van
-dien jood! Hij ging na mij nog naar binnen. Maar hij vindt absoluut
-niets. 'k Heb goed rondgekeken!»
-
-«Dat weet je toch zeker, niet waar?» informeerde Bob nog,
-onverschillig. «Er was niets ouds meer?»
-
-«Geen bòrdje!» schreeuwde Chris. «Anders had ik 't toch ingepikt?»
-
-Maar toch, toen Bob 's middags weer 'n bezoek bracht aan 't zwijgzame
-boeren-paar, zag-ie op den schoorsteen, welke den vorigen dag
-geheel kaal was--dat herinnerde-ie zich toevallig zeer goed!--twee
-«echt» antieke koperen kandelaars staan, die frappant leken op de
-snuisterijen, welke de Israëlietische koopman 's morgens in de handen
-had. En Bob, met z'n gewone droomerigheid, trok z'n conclusies.
-
-Eerst tegen den eten kwam-ie thuis.
-
-«Schrijf je iets over 't boerderijtje?» riep Chris 'm toe.
-
-«Ja», antwoordde-ie leukjes. «'k Heb m'n schets al».
-
-«Mooi zoo», wreef Chris zich de handen. «Wordt-ie aardig?»
-
-«Heel aardig», meende Bob. «Er komt van antiek in voor».
-
-«Haha! Die is goed», schreeuwde Chris. «Als je er mij maar niet
-in zet. Of ga je gang maar. 'k Ben den jood leelijk vóór geweest,
-hè?--Kom mee, naar bòven. De kast ìs er. 'n Koopje! En dat is zoo
-heerlijk, als je bij de boeren koopt: je weet, dat 't «echt» is. We
-drinken er vanavond 'n fijne flesch op».
-
-Ook van dat stevige glaasje wijn gewaagde Bob in z'n schets.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE RECLAME-ACTEUR.
-
-
-«'t Is 'n toestand», verzuchtte Van der Stuyf.
-
-«'n Toestand», beaamde ten volle Daan.
-
-Weer zwegen beiden 'n heele poos. Buiten speelde 't herfstzonnetje
-animeerend door 't gelende loover.
-
-Daan, met z'n wat logge, onbehouwen lichaam, verrees van de punt van
-den stoel, waarop-ie visite-achtig plaats genomen had en begon met
-beren-beenen door 't niet onruime vertrek te sjouwen. Van der Stuyf,
-op z'n divan, meesterstuk van zelfvervaardiging--'t meubel bestond uit
-twee schragen, 'n baar en 'n los daarheen geworpen draperie--werd er
-tureluursch van. Maar daar de tijden toch al zoo hard waren, liet-ie
-'m begaan.
-
-Met weer 'n zucht, welke ongetwijfeld van dramatisch talent getuigde,
-wierp de divan-bewoner zich met veronachtzaming van 't eigen brooze
-lichaam, van den rechter- op den linker elleboog en z'n stem klonk
-stalles-door-huiverend van vlijmend sarcasme, toen-ie zei:
-
-«We moeten vandaag aan de kat beginnen».
-
-Heel 't gevaarte van den rug-gekromden, zak-gevuisten Daan hield
-stil. Naar 't uiterlijk 'n «kwaaie», 'n jongen van sta-vast, die enkel
-voor 't uitdeelen van aankomende opstoppers voelde, was-ie van binnen
-'n kind. Hij schrikte voor Van der Stuyf.
-
-«Paardelever is óók goedkoop», merkte-ie basstemmig op.
-
-Van der Stuyf lachte, hóóg, als 'n «graef», die zich «vermaekt». Dan
-zei-ie droog:
-
-«Niet te krijgen. Alle paarden gemobiliseerd.»
-
-Deze geestigheid beapplaudisseerde Daan met woest gegrinnik. Ja,
-Van der Stuyf was toch maar de man van den fijnen kwinkslag! Daar
-kon hij niet bij. Daarop zette-ie zich weer op z'n stoel, als altijd
-op den rand. Dat had-ie zich op 't tooneel zoo aangewend. Aangewezen
-voor knechtsrollen en typen uit de volksklas, voelde-ie zich in elke
-kamer slechts «tijdelijk», nooit recht op z'n gemak, al woonde-ie er,
-zooals hier, al maanden. Neen, hij bewoog zich niet gemakkelijk. Stelde
-daartegenover eens 'n Stuyf, zooals-ie daar làg, in 'n pose.... 'n
-schilderij! Dat zóó'n man over katten-pastei moest piekeren!
-
-«Waarom ga je niet naar Verkade?» vroeg Daan. «Die wil juist heeren.»
-
-«Ik spéél te sterk», antwoordde Stuyf en hij blikte grimmig vóór zich.
-
-«Heijermans?» wierp Daan nog op.
-
-«Ben ik nu 'n man voor 't bùrgerlijk drama?» hoon-lachte Stuyf,
-terwijl-ie zich op den rug wierp. Z'n elleboog hield 't niet uit. De
-divan was geen Oostersche.
-
-Daan zweeg. Hij wist, hoe Stuyf overal was teleurgesteld. Hij
-begreep er niets van, want z'n eerbied voor den kamergenoot was
-onbegrensd. Och, je zag 't meer! Echt talent.... 't Tooneel was
-tegenwoordig soep.
-
-«De kat!» siste Stuyf weer door de tanden.
-
-Daan voelde 'n rilling over z'n rug. Dat werd 'n idée fixe van
-Stuyf. Meer lui waren op die manier gek geworden. Welk 'n talent zou
-hier verloren gaan!
-
-«Probeer 't nog eens als conférencier.»
-
-Stuyf maakte 'n beweging, dat de draperie onder 'm tot 'n vaatdoekige
-verwrongenheid samenkrimpte.
-
-«Nooit!» blies-ie bleek.
-
-Hij wàs als zoodanig in 'n zooveelste-rangs-theatertje werkzaam
-geweest. Hij zag zich nog opkomen met de hem eigen ongedwongenheid. Hij
-maakte z'n bekende, losse gestes, z'n haar zat in aangenaamsten
-polka-stijl en 't aanmoedigende rouge op z'n wangen had-ie niet
-gespaard. Hij sprak. De eerste twee zinnen hadden Schwung (die had-ie
-van te voren bedacht), de derde wou niet goed meer, de vierde en
-vijfde kwamen heelemáál niet. In de zaal was tumult ontstaan, gelach,
-gefluit. En de directeur had 'm verzocht, z'n inrichting niet langer
-te blameeren.
-
-Dat was z'n debuut geweest als «pratend» tooneelist. Daarop had-ie 't
-als moppen-verteller geprobeerd in 'n café-met-strijkje. 't Publiek zag
-'m echter voor 'n dronken student aan en verzocht den chef, meneer er
-uit te gooien. Voor dien drang was Stuyf gezwicht. Nu zàt-ie, met Daan,
-dien ze op 't oogenblik ook nergens konden gebruiken. 'n Toestand!
-
-'t Herfst-zonnetje zette 't stervende loover in gulden schijn. Helaas
-was dit goud niet inwisselbaar.
-
-«Ze bèllen niet eens meer», sprak Daan dof.
-
-«Nee», floot Stuyf nu tusschen de lippen. «Ze hebben ons
-opgegeven. Zelfs die vent met z'n schoenrekening heeft
-gestaakt. Kolendamp! 't Eenige wat er voor ons overblijft.»
-
-Daan zweeg.
-
-«Als we kolen hàdden», ging Stuyf voort, wiens sarcasme vandaag
-onuitputtelijk leek. «Veel te duur! Met gas ben je goedkooper uit. Maar
-dat is afgesneeën. Je moet tegenwoordig in goeien doen zijn, om er
-tusschenuit te kunnen gaan.»
-
-Daan knorde onrustig. Straks kwam Stuyf weer met z'n kat. En dat
-wou-ie vermijden.
-
-Hij stond op.
-
-«Kom», bromde-ie goeiig. «Hier hebben we toch niks. Laten we gaan
-wandelen.»
-
-Bij uitzondering verzette Stuyf, die anders altijd z'n eigen idee had,
-zich eens niet. Ach ja, frissche lucht! Dat hield je wakker èn.... 't
-kostte niets. Alleen maakte 't je hongerig.
-
-Stuyf wipte van z'n stellage. Daar kwam balanceerkunst aan te pas,
-want 't ding stond wankel. Daan leverde 't tenminste nooit zonder
-dat schraag of baar 'n onrustbarenden hoek beschreef. Doch Stuyf,
-met z'n élégance!
-
-«De borstel!» zocht Stuyf. Daan vònd 't gehavende haar-hout, gaf 't
-aan. Helaas, de ander kon niet in den spiegel zien. Oome Jan eischte
-in deze tijden zware offers!
-
-«Hoe zie 'k er uit?» vroeg Stuyf, afhankelijk. Daan, die z'n vereerden
-vriend kènde, verwonderde zich niet over die vraag. Stuyf wàs nu
-eenmaal erg op z'n kleeren. «Dat moèt 'k wel», zei-ie dikwijls met iets
-van beklag. «Directies zijn en blijven stommeriken. Ze kijken alleen
-naar 't uiterlijk. En waar ze mij altijd de salon-rollen geven....!»
-
-«Uitstekend!» forceerde Daan zich.
-
-Maar Stuyf wist, dat z'n collega ditmaal onoprecht was. 't Pak,
-dat-ie droeg, was vóór jaren misschien correct geweest, 't zat nu als
-'n rimpel. De plooi uit z'n pantalon was weg en de snit van vest
-en colbert leek wel heelemaal zoek. Als de dalles je eenmaal te
-pakken had!
-
-«Vooruit!» zette Stuyf zich heldhaftig over z'n wrakkige verschijning
-heen. «Ja, als Bolman nog beren wou! Maar kom daar op 't oogenblik
-eens mee aan!--Nee, sluiten hoeft niet. We hebben den boel zelf al
-leeggehaald. Ze kunnen hier alleen maar brèngen.»
-
-Lusteloos zeulden ze de krakerige trap af van de étage, welke ze
-broederlijk deelden. 't Leven zonder engagement was 'n doodkist.
-
-
-
-Ze hadden de halve stad doorgestapt. 'n Enkele maal groette Stuyf
-met z'n «graeflijk» handgebaar 'n collega, die voorbijkwam. Doch
-meest zag-ie 'm maar niet, te veel geknakt door z'n verfrommeld jeune
-premier-tenue. Daan, practisch man, die alle idealen verre van zich
-hield, bleef telkens staan voor 'n spekslagerij. Preskop en zure
-zult waren nu eenmaal dingen, waar-ie z'n zaligheid voor gaf. «Kom!»
-fluisterde Stuyf dan verwoed. Hoe kon men z'n hongerigheid zoo ten
-toon stellen! Ook zijn maag rammelde als kar-gedaver. Doch hij gedroeg
-zich als man van den salon!
-
-In de Utrechtschestraat echter bleef ook Stuyf staan. Ze stonden
-voor Bolman.
-
-Stuyf kneep één oog dicht, deed 'n stap achteruit en keurde als 'n
-kenner. Hij genóót, wist niets meer van de platte, alledaagsche wereld,
-bevond zich in den hemel. O, die étalage van Bolman! Welk 'n keur van
-costuums, welk 'n verscheidenheid, welk 'n verrassende vondsten! Z'n
-gestreelde tooneelspelers-fantasie deed de gedurfdste sprongen. Hij
-zag zichzelf, dàn in jaquet, dàn in smoking, dàn in jachtbroek. Alle
-rollen, welke-ie wel eens gespeeld had of hoopte te zùllen spelen,
-trokken z'n geest voorbij, in 't pak gestoken door Bolman, le roi
-de la confection! En die dassen, die vesten, die souspieds, ah! O,
-als Bolman wilde! De kleer-kunstenaar kon 'n groot man van 'm maken.
-
-«Ga mee», drong Daan, wien 't begon te vervelen. Verderop wist-ie nog
-'n spekslagerij.
-
-Maar Stuyf schudde van nee. Hoe kon-ie z'n dag beter besteden dan
-hier voor die aanschouwelijke les? Dan werd-ie weer cynisch, grijnsde:
-
-«Die etalage-poppen schijnen 't beter te hebben dan wij. Kijk ze eens
-'n kleur hebben!»
-
-Inderdaad, de poppen zagen er uit als kool. Hun wassen wangen hadden
-'n verlokkenden jonge-rols-blos en heel hun figuur was aangenaam
-gevuld. Dat begon Stuyf te tergen. Ze waren 'n beleediging zooals
-ze daar een voor een stonden in Bolman's allerlaatste creaties. En
-hìj, de man voor 't salonwerk, liep er bij als 'n klerk van 't jaar
-nul. Hij kon 't niet langer aanzien.
-
-«Vooruit!» zei-ie gehaast en de onafscheidelijken stapten 't
-Rembrandtplein op, waar ze 'n kwartiertje bleven paradeeren. 't Was
-altijd goed, dat je je eens vertoonde, vond Stuyf. Dan wisten ze
-tenminste, dat je nog bestond.
-
-Daarop echter verzeilden ze weer in de Utrechtschestraat. En telkens
-en telkens keerde Stuyf terug tot Bolman.
-
-«Wat hèb je?» vroeg Daan, die iets bijzonders aan z'n vriend merkte.
-
-«'n Idee!» zei die geheimzinnig. «Komaan, 'k waag 't er op. Als
-'t lùkt!»
-
-En vóór de ander wist, wat 'm overkwam, bevonden beiden zich in de
-groote confectiezaak.
-
-«Meneer Bolman zèlf!» ordonneerde Stuyf met al z'n graeflijk aplomb.
-
-De chef werd met veel moeite ergens achter uit 't magazijn
-opgediept. Zoodra zag-ie echter niet z'n klanten, of hij zei:
-
-«Pardon, heeren. In deze tijden geen crediet. 't Spijt me wel,
-maar....»
-
-«Pardon», gaf Stuyf dadelijk hoog terug met 'n air, alsof-ie de groote
-scène speelde uit een of andere derde acte. «Ik kom zaken met u doen.»
-
-Bolman keek perplex. Hij kènde den acteur, had 'm, uit liefde tot de
-kunst, wel eens 'n costuum verkocht op zeer langen termijn. Doch als
-zakenman had-ie 'm nog niet ontmoet.
-
-«Was 't maar waar!» verzuchtte Bolman. «D'r gaat niets om. Zoo slapjes
-heb ik 't nog nooit meegemaakt.»
-
-«Dat kom ik veranderen!» annonceerde Stuyf breed en maakte met den
-rechterwijsvinger 'n prikbeweging naar z'n borst.
-
-Bolman glimlachte. Komedianten waren wel vermakelijke lui!
-
-«U luistert?» vroeg Stuyf, alsof-ie 't tegen den pachter van een
-zijner aanzienlijke landgoederen had.
-
-«Wel zeker», glimlachte Bolman opnieuw.
-
-«Kijk eens», legde Stuyf uit met 'n losheid van beweging, welke Daan
-ten zooveelste maal met bewondering sloeg. «Die etalage van u! Daar
-deugt niets van, meneer! Dat is geen arrangement, geen regie. Dat
-zegt me absoluut niets, meneer! Geen diepte, geen atmosfeer, geen
-massabeweging, geen verdeeling van eerste en tweede plan. Dat is dood,
-als 'n pier.»
-
-Stuyf haalde adem, zooals-ie dat op de Tooneelschool geleerd had. Daan
-wilde bijna applaudisseeren. Bolman begreep nog steeds niet, waar
-z'n «klant» heen wou.
-
-«Herinnert u zich mij als Lord Foxhall in «De slapende Wintertuin»?»
-vroeg Stuyf.
-
-Le roi de la confection herinnerde zich niet.
-
-«Ik heb toen 'n jaquet van u gedragen, dat enorm de aandacht trok»,
-sprak Stuyf met nadruk. «Enfin, maar u zag me als Baron Du Sablé in
-«De listige ontvoering»?»
-
-Bolman betwijfelde, of-ie die zeer zeker merkwaardige creatie
-aanschouwd had.
-
-«Ik bracht u toch vrijkaarten!» riep Stuyf uit met fausset.
-
-«O, jawel, toch! Dat is waar ook», deed Bolman welwillend.
-
-«Nu dan, meneer», vervolgde Stuyf, geheel in actie. «Zooals ik die
-smoking van u droeg! Dàt is etaleeren, 't publiek boeien. Als ik m'n
-pantalon optrek, ziet men de plooi, den snit. Die poppen, ze leven
-niet, meneer!»
-
-Er ging Bolman 'n licht op.
-
-«Wou ù in de étalage gaan staan?» vroeg-ie snel.
-
-«Pardon, ik figureer niet», vlijmde Stuyf met 'n gebaar, dat
-'t 'm dééd. «Maar 'k weet beter. U draagt mij de regie op van uw
-vitrine. Die poppen, daar breng 'k leven in. Ik arrangeer, groepeer
-ze, tweede en derde plan, los, wààr. Dat is de figuratie. Reinhardt,
-meneer! Alleen wordt 't 'n salonstuk, natuurlijk. En ik treed er in
-op, als 'n soort film-acteur. 'k Steek de handen in m'n piqué-vest,
-'k ga zitten, 'k loop, leun achteloos achterover, steek 'n sigaret
-op, strek me op 'n chaise longue (heeft u die? Requisiet, meneer!),
-enfin, 'k breng licht en schaduw aan, doe uw pantalons, uw jaquets,
-uw colberts spreken. En om 't kwartier verwissel 'k van costuum--achter
-de schermen, dat spreekt. M'n vriend, hier, meneer Klops, die meer in
-'n, h'm, ander genre uitblinkt, vult m'n actie aan als livrei-knecht,
-als jager, chauffeur, groom. Dat zal 'n geheel geven, magnifique! 'n
-Reclame voor uw zaak, meneer, niet te vertellen! 't Zal stroomen,
-geloof me.»
-
-Stuyf was uitgepraat. Hij verzamelde opnieuw 'n enormen voorraad adem
-en wachtte af.
-
-Bolman peinsde. Gekker voorstel hadden ze 'm z'n leven niet
-gedaan. Maar toch, er zat iets in. In deze dagen van algemeene
-dépressie kon alleen iets heel bijzonders er den loop weer in
-brengen. Als-ie 't eens probeerde?
-
-Stuyf stamp-teende ongeduldig.
-
-«U belooft me, geen grappen te zullen maken?» conditionneerde de
-confectie-man nog voorzichtig.
-
-«'k Ben 'n sérieus artist, meneer», verklaarde Stuyf met grooten
-eenvoud.
-
-«Toegeslagen dan!» besloot Bolman opeens. «God geef, dat 't helpt!»
-
-En ze spraken af, dat morgen reeds de voorstellingen begonnen.
-
-
-
-'t Succes was verbazend. De Utrechtschestraat werd bestormd. Geen
-enkele winkel werd meer aangezien. Alleen de zaak van Bolman had
-publiek. En in welk 'n aantal!
-
-Stuyf jongejande onvermoeibaar met de élégance, welke z'n specialiteit
-was. Hij was onuitputtelijk in losse gestes en hij trok alle broeken
-op, dat men 't eind van z'n sokken zag. Daan stond 'm stevig ter
-zijde. Als knecht was die onovertrefbaar.
-
-Den tweeden dag van den groeienden bijval zat 't ingénieuse
-artistenpaar 's avonds bij «Mast» achter 'n sterkend souper. Stuyf
-spaarde spijs- nog wijnkaart. De kellner vloog. Collega's maakten
-Stuyf hun compliment. Zóó vol hadden zìj 't nog niet gehad. De
-Utrechtschestraat was uitverkocht geweest.
-
-Juist toen Stuyf 'n extra dure Havana opstak, naderde 'm 'n zeer
-correct heer. Hij stelde zich voor. «Van Prützen, in bedartikelen
-en meubels.»
-
-«Meneer», stak die dadelijk van wal. «M'n affaire is schuin over
-Bolman. U ruïneert me. Geen sterveling komt meer m'n deur binnen. Ik
-wil u koopen. Wat kost u? 'k Heb er alles voor over. M'n eenige
-voorwaarde is: 'n algeheel nieuwe en schitterende attractie.»
-
-Stuyf brandde zich aan z'n Havana. 't Lang verwachte fortuin! En hij
-noemde 'n prijs, waarvan Daan schrikte. Van Prützen accepteerde.
-
-
-
-Bolman werd smadelijk verlaten. Stuyf «engageerde» 'n actrice--hij
-was nu directèur, droeg ringen, 'n vergulden wandelstok en 'n vest
-met halve maantjes--en zette met behulp van 'n zeer vlug journalist 'n
-alleraardigste nouveauté in elkaar. «Niet te gewaagd!» had Van Prützen
-nog geconditionneerd. «U begrijpt, bedden zijn 'n delicaat artikel!»
-
-Weldra kondigden de groote bladen de eerste voorstelling aan van
-
-
- DE LIT-JUMEAU,
- vroolijk spel van étalage.
-
-
-'t Ding maakte gewoon furor.
-
-Hélène Silva (eigenlijk heette ze Antje Bakhuis) trad er in op in
-'n verrukkelijk déshabillé, dat door 't straatpubliek ten zeerste
-gewaardeerd werd. Van der Stuyf vertoonde z'n meest hemelsblauwe
-slaapkamer-dress en Daan Klops als politie-agent tuimelde over alle
-stoelen heen van 't wel voorziene meubel-magazijn. De schoonste dagen
-van Prot schenen te herleven. De toeschouwers drongen elkaar plat,
-vochten om 'n plaatsje. 't Stond zwart tot op 't Rembrandtplein en
-de queue slierde ver voorbij de Munt. Ieder moest 't étalage-spel
-zien. Heel Amsterdam was er vol van.
-
-Drie dagen ging 't goed. Toen kwamen de autoriteiten er aan te
-pas. Er waren al ongelukken gebeurd. En 't tramverkeer was absoluut
-gestaakt. Stuyf trok z'n haren uit z'n hoofd. «M'n fortuin, m'n
-fortuin!» krijschte-ie als in 'n draak van zeer ouden stempel. Doch
-'t geluk was nog mèt 'm. Dienzelfden avond kreeg-ie bezoek van een
-van Amsterdam's tooneeldirecteuren, die blijkbaar nog niet wist
-van 't verbod, dat de «Lit jumeau» voorgoed van Stuyf's repertoire
-verdrongen had.
-
-«Meneer!» sprak de man van salarissen, boeten en contracten. «U
-knakt onze mooie tonneelspeelkunst! Meneer, wij moeten, door den
-drang der tijden, al voorstellingen geven ad 62 1/2 cent de plaats
-éérste rang! En nu geeft u ze gratis! Meneer, denk om ons tonneel! Ik
-engageer u! Ik engageer u, voor drie jaar. U krijgt 250 gulden in de
-maand. Teeken, meneer!»
-
-Stuyf teekende, met spoed. Ook Daan kreeg z'n deel van den voorspoed,
-teekende. De directeur, in z'n nopjes--in zooverre 'n tooneeldirectie
-dat ooit kan zijn--vertrok per snorrenden automobiel.
-
-Stuyfs eerste optreden bij 't gezelschap werd geannonceerd als:
-
-
- Début van Van der Stuyf,
- den geliefden étalage-acteur.
-
-
-'t Fiasco, dat-ie maakte (zonder weerga in de geschiedenis van 't
-«tonneel») bezorgde 'm 'n nieuwe vermaardheid.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of Artistenleven, by Joh. W. Broedelet
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ARTISTENLEVEN ***
-
-***** This file should be named 54015-8.txt or 54015-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/4/0/1/54015/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions
-will be renamed.
-
-Creating the works from public domain print editions means that no
-one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
-(and you!) can copy and distribute it in the United States without
-permission and without paying copyright royalties. Special rules,
-set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
-copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
-protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
-Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
-charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
-do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
-rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
-such as creation of derivative works, reports, performances and
-research. They may be modified and printed and given away--you may do
-practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
-subject to the trademark license, especially commercial
-redistribution.
-
-
-
-*** START: FULL LICENSE ***
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
-Gutenberg-tm License (available with this file or online at
-http://gutenberg.org/license).
-
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
-electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
-all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
-If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
-Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
-terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
-entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
-and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
-works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
-or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
-Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
-collection are in the public domain in the United States. If an
-individual work is in the public domain in the United States and you are
-located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
-copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
-works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
-are removed. Of course, we hope that you will support the Project
-Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
-freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
-this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
-the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
-keeping this work in the same format with its attached full Project
-Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
-a constant state of change. If you are outside the United States, check
-the laws of your country in addition to the terms of this agreement
-before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
-creating derivative works based on this work or any other Project
-Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
-the copyright status of any work in any country outside the United
-States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
-access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
-whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
-phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
-Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
-copied or distributed:
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
-from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
-posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
-and distributed to anyone in the United States without paying any fees
-or charges. If you are redistributing or providing access to a work
-with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
-work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
-through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
-Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
-1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
-terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
-to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
-permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
-word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
-distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
-"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
-posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
-you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
-copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
-request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
-form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
-License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
-that
-
-- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
- owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
- has agreed to donate royalties under this paragraph to the
- Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
- must be paid within 60 days following each date on which you
- prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
- returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
- sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
- address specified in Section 4, "Information about donations to
- the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
-
-- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or
- destroy all copies of the works possessed in a physical medium
- and discontinue all use of and all access to other copies of
- Project Gutenberg-tm works.
-
-- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
- money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days
- of receipt of the work.
-
-- You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
-electronic work or group of works on different terms than are set
-forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
-both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
-Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
-Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
-collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
-works, and the medium on which they may be stored, may contain
-"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
-corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
-property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
-computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
-your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium with
-your written explanation. The person or entity that provided you with
-the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
-refund. If you received the work electronically, the person or entity
-providing it to you may choose to give you a second opportunity to
-receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
-is also defective, you may demand a refund in writing without further
-opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
-WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
-WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
-If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
-law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
-interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
-the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
-provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
-with this agreement, and any volunteers associated with the production,
-promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
-harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
-that arise directly or indirectly from any of the following which you do
-or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
-work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
-Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
-
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of computers
-including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
-because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
-people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
-To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
-and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
-Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
-http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
-permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
-Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
-throughout numerous locations. Its business office is located at
-809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
-business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
-information can be found at the Foundation's web site and official
-page at http://pglaf.org
-
-For additional contact information:
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To
-SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
-particular state visit http://pglaf.org
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations.
-To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
-
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
-works.
-
-Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
-concept of a library of electronic works that could be freely shared
-with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
-Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
-
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
-unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
-keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
-
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
-
- http://www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.